VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 9719

Coromandel · 484 pages · 63 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_9719_0308 view scan ↗

English

the 4th of November 1785. Oath taken by the Lord Gesaghebber and the Members of the Council to take the oath framed for that purpose, as well as to swear in the respective members; and this in conformity with the forms recently received from Nagapatnam, on which the previous Chief Commanders and the Members of the Political Council were sworn in. And hereupon, the aforementioned commission having been read to the Council, the Lord Gesaghebber took, at the hands of the Chief Administrator Nicolaas Iadama, the oath framed for a chief commander, after which the respective Members, one by one, took at the hands of His Honour the customary oath of loyalty and obedience issued for the Members of the Council of Policy, of which it is understood that record shall hereby be kept. Likewise, it is understood hereby also to note through the fiscal that the merchant titular Joan Daniel Simons as fiscal; the bookkeeper Ian Joachim Hasz as First Sworn Clerk of Policy and Secretary of Justice; and the bookkeeper Simon Duijnevelt as secretary of the Orphan Chamber, have duly taken, at the hands of the Lord Gezaghebber, the oath framed for their respective offices. And an extract of this resolution shall be communicated to the Council of Justice and the Orphan Chamber aforementioned, as soon as those bodies shall be established here, to serve for information. Subsequently, upon the proposal of the Lord Gezaghebber, it was approved and agreed to elect as a member of this assembly the junior merchant, Mintmaster and Dispenser Pieter Willem Teeke, to take his seat next to or below the invoice keeper Fredrik Willem Bloeme. Thus this assembly, when the members Bloeme and Teeke, who are still at Nagapatnam, shall have arrived here, will be composed of: The Lord Gezaghebber The Honourable Chief Administrator Iadama The titular merchant and fiscal Simons, The titular merchant and Warehouse Master Stoffenberg The junior merchant and invoice keeper Bloeme, The junior merchant and Mintmaster Heke, and The titular junior merchant and Secretary Brouwer. The pay-bookkeeper Broerius Brouwer, elected on the 11th of October last as Secretary of Policy and Cashier, having now appeared in the assembly upon the convocation of the Lord Gezaghebber, and having taken, at the hands of His Honour, the oath issued for a Secretary and Member of Policy, it is not only understood to keep a record thereof hereby, but also to note that thereafter, at the direction of the Lord Gezaghebber, said Secretary Brouwer took his seat and place in the assembly of Policy next to or below the chair arranged for the Mintmaster Teeke. Whereas the Main Office of the Company on this coast is now established at Palleacatta, the necessity has been noted by the Lord Gezaghebber and the Members of this assembly to establish a Council of Justice here as well, as was the case at Nagapatnam, in order that swift and good justice may be administered to everyone according to the laws issued or yet to be issued by Their High Mightinesses the Lords States General of the United Netherlands, the Most Noble and Right Honourable Lords Directors of the Dutch Chartered East India Company, and Their High Excellencies the Lord Governor-General and the Lords Councillors of the Dutch East Indies. Whereupon, after deliberation, it was approved and agreed to elect as President and Members of the Honourable Council of Justice here: As President: the Honourable Chief Administrator Nicolaas Sadama, and Members: the merchant titular and fiscal Joan Daniel Simons, The merchant titular and Warehouse Master Martinus Stoffenberg, The Captain Lieutenant Jan Joachim Winkelmans, The junior merchant Philippus Hendrik Heshusius, The pay-bookkeeper Simon Duijnevelt, and The bookkeeper and ordinary commissioner in the warehouses Isaac Vrijmoet. A request having been made by the elders Joan Daniel Simons and Broerius Brouwer, as well as the deacon Jan Joachim Aasz, as Members of the Nagapatnam church council, by a petition now submitted, that the remainder of the funds collected at Batavia, Java, Cheribon and Bantam for the servants on this coast impoverished by the war, amounting the aforementioned remainder to Rds 5100: 37, might be paid out to the Deaconry Fund of this Government; it was approved and agreed, before deciding upon this request, to demand an accounting and justification from the Nagapatnam church council regarding the funds already received.

Dutch transcription

214 den 4. November 1785. gedaanen Eed door den heer Gesag hebber en de Leeden, van den Raad af te leggen den Eed daar op sten door de Leeden van beraamd; mitsgaders de respective leden te beeedigen; en zulks Conform de daar 68 6 „ van Jongst van Nagapatnam ont„ vange formulieren, waar op de voorige - Hoofd gebieders, en de Leden van den Politicquen Raad in eed zijn opgenomen. En hier op de voorschreeve Commissie E - den Raade voorgelezen zijnde, is door 1 den Heer Gesaghebber aan handen van ƒ den Hoofd-administrateur Nicolaas Iadama, gepresteerd; den Eed: voor een hoofd gebieder beraamd, waar na de respective Leden, hoofd voor hoofd aan ƒ. handen van zijn E: Agtbaare hebben 66 gepresteerd den gewoonen Eed van trouwe den Raad, llinen den 4 November 1785. Simons, Nasz: en Duij„ nevelt, Collegien kennisse te geeven, „en obedientie; voor de Leden van den Raad van Politie geëmaneerd waar van ver„ staan is bij deezen notitie te houden. Desgelijks is verstaan bij deezen zomeede door den fiscaal 1 te noteeren, dat den koopman tit=s Joan„ Daniel Simons als fiscaal; den Boekhouder Ian Joachim Hasz, als Eerste Gesw: klerk van politie, en Secretaris van Justitie; en den Boekhou„ Simon Duijnevelt als se„ der cretaris van de weeskamer, in handen van den Heer Gezaghebber behoorlijk hebben gepresteerd, den Eed op hunne respective ampten beraamd. -. En zal hier van bij Extract deezes besluit hien van aan de Communicatie gegeven worden aan den 5 raad 216. den 4. November 1785. electie van den Muntmeester zeeke tot Lid van den „politicqur Raad, hoedanig den Raad zoude gecomponeerd weezen, raad van Iustitie, en de weeskamer voornoemd, zoo dra die Collegien hier 6 1 zullen weezen opgerigt, om tot narigt te kunnen strekken. Vervolgens is op de propositie van den Heer Gezaghebber, goedgevonden en verstaan, tot lid deezer vergadering te eligeeren den onderkoopman Muntmeester en Dis„ pencier Pieter Willem Teeke; om plaats te neemen naast, of beneeden den factuur houder Fredrik Willem Erv Bloeme Dus deeze vergadering, wan„ neer de nog te Nagapatnam 8 zijnde leeden Bloeme en Teeke herwaarts zullen zijn gekomen, zal gecom Ho 217. den 4. November 1785. wen secretaris Pvrouwen gecomponeerd wezen, door Den Heer Gezaghebber ƒ „ E: Hoofdadministrateur Iadama „tit= koopman en fiscaal Simons, „tit:s Koopman en Pakhuijsmeester Stoffen„ „berg „ onderkoopman en factuur houder Bloeme, „ onderkoopman en Muntmeester, Heke, en . - „tit:s onderkoopman en Sec„s Brouwer, Den op den 11. october Jongstleeden, tot gedaanen eed door den prii secretaris van Politie en Kassier g'eligeerden soldij-boekhouder Broerius Brouwer, 1 - tans op de Convocatie van den Heer Gezag„ 1 hebber in vergadering verscheenen, en aan ƒ handen van zijn Ed: afgelegd hebbende, den Eed 8 1 . 1 remarque tir opsegting van den Raad van Justitie, Eed voor een Secretaris en Lid van Politie geëmaneerd, zoo is niet alleen verstaan daar van bij deezen aanteekening te houden, maar ook te noteeren, dat daar na, op aanwijzing van den Heer Gezaghebber, door gemeelde Secretaris Brouwer in vergadering van Politie „ zitting en plaats genomen is, naast of beneden den stoel, voor den Munt„ meester Teeke geschikt. Dewijl op Palleacatta tans opge„ regt is het Hoofd Comptoir van de Com„ pagnie ter deezer kuste, zoo is door den Heer Gezaghebber en de Leden deezer ver„ gaderinge geremarqueerd, de noodzakelijk„ den 4 November 1785. heid Wigen den 4. November 1785. en de leeden van dat Col„ „heid om alhier, gelijk op Nagapatnam plaats gehad heeft, ook een Raad van Iustitie op te regten; ten einde aan een ieder kort en goed en regt, zoude kunnen werden geadministreerd, „ na de wetten bij Hunne Hoog Mogende de Heeren Staten Generaal der vereenigde Nederlanden, de Hoog Edele Hoog Agtb: Heeren Bewindhebberen van de Nederlandsche geoctroijeerde oost Indische Compagone, en Hunne Hoog Edelheden, den Heer Gouverneur Generaal en de Heeren Raaden van Nederlandsch Indie geë„ „ maneerd of nog te emaneeren. waar elctie van den president op na deliberatie, goedgevonden en verstaan „ is, tot President en Leeden van den Agtb: Raad van Justitie alhier te eligeeren; als„ legie Tot 220 gedaan versoek door den kerken„ raad om de gecollesteerde gelden Tot president den E: Hoofd administrateur Nicolaas Sadama, en „Leden den koopman titulair en fiscaal Joan Daniel Simons Den koopman tit:s en Pakhuijsmeester Martinus Stoffenberg, Luijtenant Jan Den Capitain Joachim winkelmans Philippus Den onderkoopman Hendrik Heshusius, Simon Den zoldij Boekhouder Duijnevelt, en Den Boekhouder en ordinair Gecomm: in de Isaac Vrijmoet; Pakhuijzen Door de ouderlingen Joan Daniel Simons, den 4. November 1785: en 221. van de reeds ontvangene den 4. November 1785. „en Broerius Brouwer, mitsgaders te Batana N=o den Diacon Jan Joachim Aasz: als Leeden van den Nagapatnamschen kerkenraad, bij een tans ingedient Request, verzoek gedaan zijnde, dat aan de Diaconij Casse van dit Gouvernement, nij Cass mogt worden uitgekeert, het restand der op Batavia, Iava, Cheribon en Bantam, gecollecteerde penningen voor de door den oorlog verarmde Die„ naaren ter deeser kuste, bedraagende het voorschreeve restant Rijksd=s 5100: 37. 1 zoo is, alvoorens op dit verzoek te dis, besluit grek te vorderen poneeren, goedgevonden en verstaan van ƒ. den Nagapatnamschen, kerkenraad re„ kening en verantwoording te vorderen, wegen „ - gelden 1 ons,

NL-HaNA_1.04.02_9719_0316 view scan ↗

English

222. the 4 November 1785. and the Administrator to provide surety, on account of distributing among the Company's impoverished servants etc. a sum of Rd:s 2750. –, previously remitted from Colombo to the Missionary Geerke and the Nagapatnam church council for that purpose: Whereas through the restoration of all the Company's offices on this coast, it has again become necessary as before that all the servants of the Company, from the Lord Commander down to the least person who holds any administration, furnish new surety for their service, and that up to such a sum as determined by Their 285 the 4. November 1785. High Excellencies the Noble High Indian Government: it is after deliberation approved and agreed to issue the necessary orders to that effect at this Principal Place, as well as to order the respective outer offices, with instructions to comply therewith promptly. Pursuant to the resolution of this Table of the 27. September last, to negotiate 5000:– star pagodas on account of a shortage of money to meet the daily expenses, there having been retained by the Lord Commander on behalf of the Company a sum of Two thousand One hundred and 224. forty star pagodas, delivered to his Honor by Otto de Freijn, the Captain of the ship Castor, in satisfaction of a certain bottomry bond executed at Batavia on behalf of the Bookkeepers Jan Willem Luijken and Philippus Jacobus Dormieux, as Executors in the estate of the late widow Verweij: it is after deliberation approved and agreed to conform with the aforementioned retention of two thousand one hundred and forty star pagodas; as well as hereby to approve the certificate granted thereof by the Lord Commander and Chief Administrator under 148 the 4. November 1785 ultimo October last, against the interest of ¾. per Cent per month. There was produced and read in the meeting by the Lord Commander a missive written to this Council on the 30. October last by the titular merchant Willem Hendrik van Bijland, chief of Sadraspatnam, serving in reply to its letter of the 26. prior, which contained communication of the request of the Ceylon Ministers made by letter of the 4. September of this year to this Council, to receive from the said van Bijland 226. a sum of twenty-five thousand Rupees, to be kept here at the disposal of the gentleman Louis Monron: it is, without expressing any opinion on the content of the said missive, after deliberation approved and agreed not to interfere any further in that matter, which is entirely private and is also regarded as such by the chief van Bijland, except insofar as he might in the course of time offer any cash in satisfaction of his debt to the gentleman Monron, which shall then be placed in the Company's treasury at the disposal of the said gentleman here; 1 however, meanwhile, according to the request of the said chief van Bijland, to send his aforementioned missive along with the annexes in original to Ceylon at an early date, after an authentic copy thereof shall first have been made here. This first term of the lease money that the Company pays annually for Sadras to the Nabob Machomet Alichan, amounting to 1333: 1/3: Pardaus or 13333: 1/3: Alleng-hiersche fanams, having now expired: it is, upon the proposal of the Lord Commander, approved and agreed to send over the land route to Sadras a sum of 700 star 228 pagodas, instructing the chief van Bijland to pay from that the aforementioned first term of the lease money of Sadras to the horseman whom the Nabob will send for it according to custom; and to retain the remainder to meet the daily expenses. The Bookkeeper Frans Rousseau, having formerly been the scriba of Palleacatta, having received a promise before his departure from here to Sadras that he would be appointed Scriba of Sadras: it is, upon the proposal of the Lord Commander, approved and agreed to allow him to function again as scriba at Sadras upon his 139 the 4. November 1785. previously taken oath, but with his currently earned salary and emoluments; as well as to hold, and cause to be held, all deeds and other notarial instruments that he may already have executed at Sadras before this date, as lawful and valid, in matters of Justice as well as outside of it: and this because he departed thither upon that promise, and has already functioned as scriba according to advice from the chief. There having been sold by the Lord Commander, subject to the approval of this assembly, to the native Annam Boddelie, the [illegible] leaguer

Dutch transcription

222. den 4 November 1785. en de Aodmnistrateuer cautie te doen stellen, wegens het distribueeren onder Comps ver„ armde Dienaaren ensz: van eene som„ me van Rd:s 2750. –, bevoorens van Co„ lombo, aan den Missionaris Geerke en den Nagapatnamschen kerkenraad ten dien einde overgemaakt: Alzoo door de herstelling van alle de Comptoiren van de Compagnie op deeze kust, het weder gelijk bevoorens nood„ zakelijk geworden is, dat alle de die„ naaren van de Compagnie, van den Heer Gesaghebber af, tot den minste toe die maar eenige Administratie heeft, op nieuw borg stelle voor zijnen dienst, en dat tot zoo„ danig eene somma als door Hunne geri Hoog 285 den 4. November 1785. gens na de Comploisen 2440. stx pag: ten behoeve van de Comp: Hoog Edelheden de Edele Hooge In„ diasche Regeering is bepaald: zoo is na met welke last dier we„ 1 deliberatie, goedgevonden en verstaan, daar 5 toe de noodige ordre ter deezer Hoofd„ odig plaatsche te stellen, mitsgaders het na de respective buijten Comptoiren te ge„ lasten, onder aanschrijving om daar aan ving prompt te voldoen. Ingevolge het besluit deeser Taffel van aanhouding van Zeken 9 ƒ den 27. September Jongstleeden, om uit hoofde van gebrek aan geld, tot goedmaking van de dagelijksche ongelden 5000:- ster pagooden, te negotieeren, door den Heer Gesaghebber voor reekening van de Comp:e aangehouden zijn„ de, eene somme van Twee duijzend Eenhondert en 8 „ 224. en tegens hoe veel entrft en veertig ster pagooden, door de Capitain van het schip de Castor Otto de Freijn aan zijn wel Ed: Agtb: afgelegt in voldoening van zekere bodemarij obli„ gatie op Batavia gepasseerd, ten be„ hoeven van de Boekhouders Ian Wil„ lem Luijken en Philippus Ia„ cobus Dormieux, als Executeurs in den boedel van wijlen de weduwe verweij: zoo is na deliberatie goedgevonden en verstaan, zig met de voorschreeve aanhouding van twee duijzend een hondert en veertig ster pagooden te Conformeeren; mits„ 67 gaders het daar van door den Heer Ge„ zaghebber en Hoofd-administrateur onder den 4. November 1785. Ultimo 148 den 4. November 1785 het sadrasp: opperhoofd van Bijland ultimo october Jongstleeden verleend be„ wijs, tegen den intrest van ¾. pr Cent in de maand, bij deezen te approbeeren. Door den Heer Gezaghebber is ter verga, prodictie eene brief van deringe geproduceerd en geleezen een missive, door het opperhoofd van Sadraspatnam den koopman titutair Willem Hendrik van Bijland, op den 30. October Jongst„ leden aan deezen Raade geschreeven, dienende in antwoord op haaren brieff van 1 den 26. bevorens, die Communicatie behelsde van het versoek der Ceilonsche Ministers bij brief van den 4. September deeses Jaars, 59 aan deezen Raade gedaan, om van gemel„ den van Bijland te ontfangen eene 1 „ 8 onder 226. vervolg eene somma van vijfen twintig duijzend Ropijen; om alhier ter dispositie van de heer Louis Monron bewaard te worden: zoo is, zonder zig over den inhoud van ge„ „melde missive eenigzins uit te laaten, na deliberatie goedgevonden en verstaan, zig met die zaak, die volstrekt particu„ lier is, en door het opperhoofd van Bij„ land ook als zodanig word aange„ zien, niet verder te bemoeijen, dan voor zoo ver hij, in vervolg van tijd eenige Con„ tanten in voldoening van zijn debet „ aan de Heer Monron mogt komen aan te bieden, die als dan in Compagnies E: 1 geld kassa ter dispositie van gemelden Heer alhier zullen werden geseponeerd; den 4 November 1785 dog P 1 besluit de zelve in origineel na Ceilon te zenden, pagt penn: voor sadras, derw„ts te zenden, dog ondertusschen volgens verzoek van Bijland het gemelde opperhoofd van E zijne voorschreeve missive nevens de bij„ laagen, eerstdaags in originali na Ceijlon te zenden; na dat daar van alvoorens al„ hier zal genomen zijn, Copia authenticq:„ Dit eerste termijn van de Pagtpennin„ remanque ten voldoenig Een gen; die de Compagnie Iaarlijks voor sa„ dras aan den Nabab Machomet „ Alichan betaald, ten bedraagen van Pardaus 1333: 1/3: of 13333:1/3: Alleng hierscle fanums, tans zijnde geexpireerd: zoo is op besludt 700. ster pag: na de propositie van den Heer Gezaghebber, goedgevonden en verstaan over den Landweg na Sadras te zenden eene Somma van 700 ster den 4. November 1785. pagrden 228 en met welke laste, zijn voorigen eed te laa„ ten fungeeren, „pagoden, onder aanschrijven aan het opper„ hoofd van Bijland, om daar uit te vol„ doen, het voorschreeve eerste termijn der pagt„ penningen van Sadras, aan den Ruijter, die er den Nabab, na gewoonte om zal zen„ den; en het overige aan te houden tot goed„ making van de dagelijksche ongelden dan Seriba, Roiskan Den Boekhouder Frans Rousseau, bevoorens geweest zijnde scriba van Pal„ ƒ leacatta, voor zijn vertrek van hier na sadras, toezegging hebbende er„ langd, om tot Scriba van Sadras te zullen worden aangesteld: zoo is op de propositie van den Heer Gesaghebber goedgevonden en verstaan, hem op zijne den 4 November 1785. boveens 1 139 den 4. November 1785. voor valabel te houden, 223. leggers arak bevoorens gedaanemeed, maar met zijne tans„ winnende gagie en emolumenten, weder als soriba op Sadras te laaten fungeeren; mits, en zijn gepasseerde actens gaders alle Actens, en andere Notarieele instrumenten, die hij bereeds voor dato deeses op sadras mogt hebben gepasseerd, ge ogt 1. te zullen houden, en doen houden, voor wettig en valabel, zoo wel in zaake van Jus„ titie als daar buiten: en zulks. nut hoofde hij op die toezegging derwaarts vertrokken n9 is; en bereeds volgens advies van het opper„ hoofd, als scriba gefungeerd heeft. Door den Heer Gesaghebber, op approbatie gedaanen verkop van 1 deezer vergadering, aan den inlander An„ nam Boddelie verkogt geworden zijnde, de 1 legge

NL-HaNA_1.04.02_9719_0324 view scan ↗

English

and for how much, the arrack still on hand here to a quantity of 223 leggers, brought from the cargo by the ships De Both and the Castor, and that for 26 star pagodas per legger, also on condition that upon delivery, which shall take place on the 10th of this month, 3000 star pagodas, and the remainder before the end of December next, shall be paid: so it is, in consideration of the bad condition of the leggers, especially those of the Both, of which three have already burst, and in view of the fact that for the present, neither in Madras nor anywhere else on this coast, any higher price will be paid for that liquor, approved and resolved to fully confirm the aforesaid sale, although yielding an advance of only 17 1/16 per cent for the Company. November 4, 1785. Readmission of 33 Malays together with their officers into service. November 4, 1785. Having returned from Madras, provided with proper passports, of the Company's Malays taken prisoner of war during the late war with England, both at Nagapatnam and Trincomalee: 1 Captain 1 Lieutenant 2 Ensigns 3 Sergeants 2 Corporals, and 33 Privates to grant 15 Madras fanams. 33 Privates: so it is, upon their earnest request made for that purpose, and in consideration of their impoverished condition, approved and resolved to readmit them into the Company's service at their former salary; namely: A Captain for 10 pagodas A Lieutenant for 6 ditto An Ensign for 4 ditto A Sergeant for 2 1/2 ditto A Corporal for 2 ditto, and the Privates for 1 1/2 ditto per month, starting the first of October, or from the day that they arrived here. And to them, instead of rice. But because the corporals and soldiers of the Malays, besides their salary, previously received monthly from the Company for subsistence a parra of rice; it is resolved to have them provided monthly, in addition to their salary, with 15 Madraspatnam fanams instead of rice. November 4, 1785. Promotion of 9 soldiers to junior assistants. November 4, 1785. Upon the favorable proposal and advantageous testimony of the First Sworn Clerk of Policy Jan Joachim Hasz, and in consideration of the more expensive way of living here, in comparison with Nagapatnam, it is approved and resolved to promote the penmen who previously served as trainees with soldier's pay at the secretariat there; namely: Hendrik Prins, Jan Rousseau, Jan Jacob van Oudersterp, Hendrik Richard, Jan Carel Warner, Jacobus Henricus Vrijmoet, Willem Pietersz, Jacobus Josepsz, and Gerrit Willem Cantervisscher, to Junior Assistants at 16 florins per month, on a new contract of three years, starting the first of this month. Promotion of 2 assistants to bookkeeper and a military clerk to assistant. November 4, 1785. Likewise, upon the submitted petitions of the absolute Assistants Pieter Kouwen and Simon Jacob Heijman, as well as upon that of the Military Clerk Pieter Start, it is approved and resolved, their term having expired, to promote them, namely the first two to Bookkeepers at 30 florins, and the latter to Assistant at 24 florins per month, on the ordinary contract, starting the first of this month. November 4, 1785. Inquiries made into the house rents here, how the same were found to be astonishing. After these matters had been concluded, the Honorable Commander informed the meeting that His Honor, having made inquiries on the side regarding the house rents of the few houses available here in Palleacatta, had found to his astonishment that for some as much as 12, 11, 10, 8 pagodas, and so forth per month was asked, and that the very least, which could scarcely be called more than huts, were rented out for 2, 2 1/2, and 3 pagodas, although hardly enough space was found in them to place a table and a common bed. And that all these houses and small houses were found to be mostly dilapidated, at least deficient in flat roofs, roofs, windows, and doors, which latter are even lacking in some, whereby remarkable repairs would have to be done to them, which could not be done without having workmen come from Madras, and which repairs, added to the knowledge of our need for houses, made the owners, who are mostly Moors, unyielding to all remonstrances, which is easy to foresee that they will become even more so after the arrival of the servants from Nagapatnam in the spring. November 4, 1785. Complaints made by the servants of lower rank regarding their livelihood. His Honor also made known that daily complaints were brought to him by the servants already present, especially those of lower rank, who in this place where everything is equally expensive, scarcely being able to find a frugal livelihood and clothing for their pay and board money, were intolerably burdened by the heavy rents for a defective shelter: Production of a drafted plan of the house rents. That His Honor, having added up those payments, had found that the same rose to an excessively large sum, and therefore had considered drafting a plan (which His Honor produced for deliberation) calculated with great reduction.

Dutch transcription

230 en voor hoer veel, de alhier nog aanhanden weezende arrak tot een quantiteit van 223: leggers, uit de ladinge met de scheepen De Both en de Castor aangebragt, en zulks voor e ƒ 6. 26: ster pag: de legger, mitsg:s op Con„ leggen 53 ditie dat bij de leverancie, die den 10: dee„ zer geschieden zal, 3000 - ster pag:, en de rest onder ult=o December aanstaande, zal werden voldaan: zoo is, uit Con„ sideratie van den slegten toestand der leggers, voor al die van de Both, waar van 'er al drie gesprongen zijn, en . uit aanmerking, dat er voor eerst, nog Madras; nog elders anders ter op 1 deezer kuste, voor die drank, eenige hoogere prijs zal worden betaald, goedge„ den 4 November 1785. vonden 1744 leijers nevens haare offi„ rieren in diensd den 4. November 1785. vonden en verstaan zig met den voorschreve verkoop, schoon maar een avans van 17: 1/16. per Cento, voor de Compagnie afwerpende volkomen te Confirmeeren. Van de Compagnien Maleijers in den readmissie van 33. ma„ Jongsten oorlog met Engeland, zoo op Na„ gapatnam als Trinconomale Krijgs„ Krijpe gevangen gemaakt, van Madras, met. behoorlijke paspoorten voorzien te rug ge„ komen weezende 1. Capittain 1. Luijtenant 2: vaandrigs, 3. Sergeants 2. Corporaals, en 33 Gemeene 232. 15 Mad: gen „ toe te voegen, 33. Gemeene: zoo is, op hun daar toe gedaan enstig ver„ zoek, en uit Consideratie van Hunne armoedigen toestand, goedgevonden en ƒ verstaan hun weder in Compagnies dienst aan te neemen, op hun voorig tracte„ ment; als: Een Capitain voor 10. pagoden Een Luijtenant „ 6: d=o Een sergeants. . „ 2. ½. d=o. - Een vaandrig - - „ 4. do Een Corporaal - - - „ 2. d=o. , en de gemeene - - „ 1. ½. d=o. 'smaands, in„ gaande primo october, of van den dag„ dat zij alhier zijn aangekomen en aan haar, in steede van rijst Dan wijl de Corporaals en soldaaten den 4. November 1785 van g 184 den 4. November 1785. „ten tot p adsistenten, van de Maleijers, boven hun tractement, 'smaar„ delijks nog van de Compagnie voor onderhoud En genooten hebben een parra rijst; zoo is verstaan, aan hun, in stede van rijst, 'smaar„ delijks boven hun tractement te laaten verstrekken 15: Madraspatnamsche fanums. —. Op den favorabelen voordragt en voor„ bevordering van 9 soldaa„ delig getuigenis van den Eersten Gezwooren kerk van Politie Jan Joachim Hasz, en uit consideratie van de duurdere levens„ wijze alhier, in vergelijking tegen Na„ 4 . gapatnam, is goedgevonden en verstaan, oedge . de bevorens als aankwekelingen met . soldate gage, op het secretarij aldaar dienst 3 234. boekhouder„ dienst gedaan hebbende pennisten; als: Hendrik Prins, Jan Rousseau, Jan Jacob van oudersterp, Hendrik Richard, Jan Carel Warner, Jacobus Henricus Vrijmoet, Willem Pietersz Jacobus Josepsz:, en Gerrit Willem Cantervisscher, te bevorderen tot Jong assistenten met ƒ 16 ter maand, op een nieuw verband van drie Jaaren, ingaande primo dezer. deen an 2 asseter Desgelijks is op de ingekome Requesten van de absolut Assistenten den 4. November 1785. Pieter 285 den 4 November 1785. tot assistent. —. gedaane informatie na de huijshuuren alhier, hoedanig dezelve tot verba„ zing bevonden, Pieter Kouwen, en - Simon Iacob Heijman, mitsgaders op dat van den Militair Schrijver Pieter Start goedgevonden en ver„ en een militair schrijver staan, hun mits ruijme tijds expiratie te bevorderen, als de twee eerste tot Boek„ houders met ƒ 30. en den laatsten tot ƒ Assistent met ƒ 24. ter maand, op het 5 2 ordinair verband, ingaande primo deeser Na dat deer besoignes waaren afgeloopen, gaf den Heer Gesaghebber de vergadering te kennen, dat zijn Ed: 88 zig van ter zijde geinformeerd hebbende, na de huijshuuren van de wijnige Palleacatta te krijgen hier in be„ zijnde huijsen, met verbazing vonden hadde, dat voor eenige wel tot 12, W1, 10, 8 pagoden, en zo ver„ volgen 6 236 den 4. November 1785. vervolg vervolgens per maand gevraagd, en dat de allerminste, die niet veel meer dan kussen waaren te noemen, voor 2, 2½ en 3 pag: verhuurd wierden, schoon 'er pas ruijmte genoeg in gevonden wierd tot plaatzing van een tafel, en ge„ meen bed. , En dat alle deese huijsen en huijsjes meest bouwvallig bevonden wier„ den, ten minsten gebrekkig aan platten, daaken, vensters, en deuren, welke laatste in zommige zelfs ontbreeken, waar ƒ. door 'er merkwaardige reparatien aan moesten geschieden, welke zonder werk„ lieden van Madras te laaten komen niet konden gedaan werden, en welke reparatien, gevoegd bij de kennis van onse benodigdheid om huijsen, de Eijge„ No 1 naars, die meest Mooren zijn, onhan„ delbare voor alle vertooningen maak„ te, het welk ligt te voorsien is, dat zij 237. den 4. November 1785. naaren van lagere rang„ nopen haar bestaan, pen plan der huijshuuren zij nog meer zullen worden na de over„ 2 komst der Dienaaren in het voorjaar van Nagapatnam zijn Ed: gaf teffens te gedaane klagten der die„ 8 kennen dat hem dagelijks voorkwamen de klagten der reets presente Dienaaren, voor„ namentlijk van die van lagere rang, die in deese plaats waar alles eeven duur is, voor hun gagie en kostgeld schaars een V 1 sober leevens onderhoud en kleeding kunnende vinden, ondragelijk gedrukt wierden door de Zwaare huuren voor een gebrek„ kige lijfberging: Dat zijn Ed: die beta„ prodluctie, van een ontwor„ lingen bij een geteld hebbende; bevonden hadde, dat deselve tot een al te groote Somma Steijgerden, en daarom bedagt was geweest om een plan te ontwerpen /:het welk zijn Ed: ter overweging produceerde :/ met veel vermindering gecal„ culeerd

NL-HaNA_1.04.02_9719_0332 view scan ↗

English

238 the 4 November 1785. proposal to introduce the same subject to the approval of Their High Excellencies, calculated according to what the servants currently present paid monthly, and further according to the present circumstances of time and place, which according to his Honour's opinion could be introduced provisionally upon the esteemed approval of Their High Excellencies, and in which plan a fixed monthly sum was assigned to the servants according to their different ranks, as it would create too confused an account to let each person receive every month what he pays in house rent, not to mention the malversations that might be committed in that regard; that his Honour clearly saw that these house rents far exceeded those which the Company had previously paid at Nagapatnam, but 239 the 4 November 1785. that the general price increase in everything, and thus also in this article, detailed at length in the Resolution of 1 October last, was the reason that one could not, in his opinion, manage with less, while possibly some—though with regard to the number, very few—servants might profit slightly, but on the other hand most will receive less under this regulation than they are now obliged to pay, which is impossible to adjust accurately. approval thereof by the Council The Council, having examined the said plan with all attention and having considered the reasons of the Lord Administrator, found that, however very high and costly it appeared at first glance, and especially in these times in which the profits on the coast are as yet almost nothing, which is a great burden for the Honourable Company, there was not a single entry that could be reduced, while the members themselves paid more rent than was assigned to them in that plan; wherefore the same, as it is inserted here below, was approved with unanimous votes, and it was resolved to allow each of the servants present, according to the classes under which they fall, to receive a full month of house rent at the end of this month; and as it is reasonable, moreover, to satisfy everyone on the basis of the plan for what has already been paid by them in previous months; namely: since the first of September to the Commissioners and those with them 240 the 4 November 1785. resolution to have the house rents provided according to the draft, 241 the 4 November 1785. to have the monthly warehouse rents stated, and by the chiefs to who have been involved in the takeover of the Company's establishments, because the house rents of the houses inhabited by them up to the end of August have been brought into the account of the Commission, but to all others since the day of their arrival here. Furthermore, to keep this plan provisionally as a guideline for the future until such time as the esteemed pleasure of Their High Excellencies shall be obtained. Then, with regard to the monthly rents for warehouses at the outer stations, which cannot well be calculated here, it was resolved to let the respective chiefs, each in his own district, state how much they shall judge strictly necessary for that purpose, in order to dispose further thereupon after the receipt of their replies; 242 the 4 November 1785. except for Portonovo, where 10 pagodas monthly is fixed, excepting however Portonovo, where the rent for warehouses had already been fixed at 10 pagodas monthly, which will be left on the previous footing; Draft for the monthly payment of the house rents to the Company's servants at the main and subordinate stations of this coast, as follows: To the Members of the Political Council, and the Minister - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 8 pagodas To the Captains Military, and Captain Lieutenants, each - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6 Equipment Master - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 5 Junior Merchants without employment - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 5 Qualified Bookkeepers - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 4 Lieutenants Military, each - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 4 Engineer - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 4 Bookkeepers, Assistants, and Precentor or Comforter of the Sick, each - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 3 Ensigns - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 3 Artillerymen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2 Bombardiers - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 Boatmen ashore - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 Surgeon's mates - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 Foremen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 Sergeants - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 Bookbinder - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 Messenger, each - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 242 the 4 November 1785. native servants already taken into service, To the Provost Marshal - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 pagoda To the Executioner, and servants to whom house rent must be assigned of inferior rank to the above, each - - - - - - - - - - - - - - - - 1 At the Outer Stations To the Chiefs of Sadras, Jagg:, Bimilipatam and Palicol, each - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 8 the Seconds at those places, each - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 5 the Sworn Clerks, each - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 3 1/2 the Clerks, whether bookkeepers or assistants, each - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 3 the Surgeons and surgeon's mates - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2 1/2 the Boatmen assigned to those factories, each - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 3/4 At Portonovo the Resident - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 7 the Clerks, whether bookkeepers or assistants, each - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 3 The rents of warehouses to be reported by the chiefs, each for his own district; in order to make a regulation on them thereafter. The Lord Administrator further reminded the members that out of necessity and with their advice, he had had to take into the Company's service since the first of August the following natives, including those who already during

Dutch transcription

238 den 4 November 1785. propositie om het zelven op„ approbatie van A: H:t B: te introduceeren, culeerd, na het geen de thans aanweezende dienaaren 'smaandelijks betaalden, en verder na de tegenwoordige omstandig heeden van tijd en plaats, het welk na zijn Ed: gevoelen op geeerde approbatie van Haar Hoog Edelheedens bij provisie konde geintroduceerd werden, En bij welke . plan de Dienaaren volgens hun onder„ . „ schijde vangen, een vast tantum per maand ƒ was toegelegd, al zoo het een al te ver„ warde reekening zoude maken om aan ieder alle maanden te laaten aflangen, wat hij aan huijshuur betaald, om niet te spreeken van de malversatien, die daar omtrend zouden kunnen ge„ demargier agter dieringes pleegd worden; Dat zijn Ed: welzag, dat deese huijshuuren verre te boven gin„ gen, die, welke de Comp=e bevoorens betaald Nagapatnam hadde maar te 239 den 4 November 1785: maar dat de verduuring in alles, en dus ook in dit artikul, in het bree„ de gedetailleerd bij Resolutie van den 1s 8ber Jongstl:n oorsaak was, dat men 1 het /:na zijn gevoelen:/ met niet minder zoude kunnen stellen, terwijl mogelijk eeni„ ge:/ dog ten aansien van het getal zeer wijnige :/ Dienaaren iets zouden profi„ 6 teeren, dog dat daar tegen de meeste bij ƒ 39 deese bepaling minder zullen genieten, dan zij nu genood-zaakt zijn te betaalen, het welk onmogelijk accuraat is af te passen Den Raad gemelde plan, met goedkeuring derzelve door alle aandagt g'examineerd, en overwogen hebbende de reedenen van den Heer Ge zag hebber, vond, hoe zeer het in den Eersten opslag zeer hoog en kostbaar voor kwam, en voor al in deese tijd, in welke de voordee„ len op de kust tot nog bij na niets den raad zijn Nog 240 den 4. November 1785. na het ontwerp te laaten verstrekken, zijn, een groote last voor d'E: Maatschapij is, geen enkele post die te reduceeren was, terwijl de Leeden zelve meerder huur betaalden, als hun bij dat ontwerp was toegelegd; waarom het zelve; 2 zoo als het hier agter geinsereerd is, stemmen wierd goed„ met een paarige besluijt om de huijshuuen gekeurd, en verstaan om aan ieder der aanweezende Dienaaren, na de Classen, onder welke zij vallen, met ult=o deeser een volle maand huijshuur te laaten aflangen; En de„ wijl zulks redelijk is aan elk bo„ ven dien op den voet van het plan het reets door hen in voorige maan„ den betaalde te voldoen; Nament„ lijk: zedert primo September aan de Commissarissen, en die met hen 241 den 4 November 1785 laaten opgeven de maan„ delijxe pakhuijs huuren, hen geweest zijn tot het overneemen van sComp:s Etablissementen, wijl de huijshuuren van de door hen bewoonde huijsen tot ult=o aug:s in de reck: van de Commissie gebragt zijn, dog aan alle andere zedert den dag 409 hunner aankomst alhier. wijders om dit plan bij provisie te houden tot een rigt„ snoer voor het vervolg tot zoo lange men het g'eerd goedvinden van Haar Hoog Edelheedens zal bekoomen. Dan ten aansien van de maandelijksche en door de opperhoofden te huuren voor pakhuijsen op de buijten„ Comptoiren, die men hier niet wel kan Calculeeren, is verstaan door de respec„ tive opperhoofden ieder in den haaren te laaten opgeeven, hoe veel zij ten zuijnig„ sten daar voor zullen noodig oordee„ len, om daar op na den ontvangst van gelijk 242 den 4 November 1785. uit gesonderd Portonovo, alwaar 10 pag: smaands bepaald is, huuren Boode. — van hunne antwoorden nader te dispo„ neeren; Hier van egter uijtzonderende Portonovo, alwaar de huur voor Pakhuijsen reets bepaald is geweest op pa/o 10. –. –. 'Smaands; die men op den voorigen voet zal laaten blijven; Ontwerp tot de maandelijksche betaaling van de huijshuuren aan 's Comps dienaaren op het Hoofd-en subalterne Comptoiren van deese kust, als Aan de Leeden van den Politicquen Raad, en den Predikant Aan de Capitijns Militair, en Capiteijns Luijtenants, ieder - - - - - -„ Equipagie meester „ onderkooplieden buijten Emploij Gequalificeerde Boekhouders „ „ Boekhouders, Assistenten en voorleeser, of zieken troos„ Luijtenants Militair - - - - ieder. Ingenieur. . . . . . . . . - . .. „ „ vuurwerkers - - - - - - ter, ider- „ vaandrigs - - - - - - - - - Bombardiers - - - - „ Bootslieden aande wal „ ondermeesters. - - - - „ „ werkbaasen - - - - - 4 „ sergeants - 5 Boekebinder - - Gieder- 4 – sustentie van het plan der huijs„ verte -. ieder - — . - p/s 8. —. — 1 6: — — - - - „ 5 — - „ . - -- - „ - - ƒ 1 — — „ 3 1 1 2. — — —„ — - - —— — — — „ „ „ „ „ 242 den 4. November 1785. ps de reets in dienst genomene Jnl: bediendens, Aan de Geweldiger „ de scherpregter, en Dienaaren aan wien huijs„ huur dient te worden toegelegd van inferieurer qualiteijt als de bovenstaande, ieder - - - - Op de Buijten Comptoiren Aan de opperhoofden van Sadras, Jagg:, Bimilip=m en Palicol J de secundens op die plaatsen, ieder - - - - de Gesw: Scribas Jder . . . - . de soribenten 't zij boekhouders of assistenten ider - - - - - „ 3. —. —. de Chirurgijns en ondermeesters - - - de Bootslieden op die factorijen beschijden, ider Te Portonovo de Resident de Pennister, 't zij boekhouders of assistenten, ieder --„ De Huuren van Pakhuijsen door de opperhoofden ieder den haare te laaten opgeeven; om daar na een bepaaling op dezelve te maken De Heer Jesaghe bber her inner de wijders herinnering der Leeden nap=s de Leeden, dat hij uit -nootzakelijk„ heid en met hun advis zedert primo augustus in sComps dienst hadde moe„ ten neemen, de ondervolgende inlanders daar onder begreepen, die welke al geduuren„ 8. —. 5: — — — -„ 9. ½. —. 1. ½. — de . ƒ 8 - — „ 5 — — — — „ 2. ½. —. - - - „ 1. ¾ —. -. -- - -„ — — 7 7. — —. 3. —. —. 1 — —

NL-HaNA_1.04.02_9719_0338 view scan ↗

English

243 the 4th of November 1785 specification thereof, who were in the service of the Commission for the takeover of the Company's establishments on this coast, and were brought up in that account; namely: as the Portuguese reader here has always been paid by Your Honour's office 1. Persian writer - - - - - - - 3. —. 1. Head peon - - - — 2. —. 1. Sub-head peon - — 4. —. 50. Common peons, each — —. 7/8. 1. Master carpenter - - 4. — 1. Ditto master journeyman 1. — 1. Master mason - - 1. 1/4 1. Master smith - - . 2 —. 2. Shield-bearers each - - 4. —. 2. Torch-bearers - - at 4. —. 10. Water-bearers - — 1. Locksmith in the armoury - - - — 7/8. 4. Permanent coolies at the warehouses each - - — 7/8. 1. Gardener — 1. — 2. Sweepers — — 7/8. 2: Pariahs or privy cleaners - - - 1. —. 1. Head palanquin coolie — 7/8: 11. Common palanquin coolies - - - — 3. — 2. Messenger-runners each - - - - - - - — 7/8. 1. Interpreter - - - — — 1/8. 1. Comprador. - - - - — 7/8. - - 2. 1/64. 2. —. 244 the 4th of November 1785. brought up in October. increase of their wages, reduction to be made as they have also been brought up in the specifications for May, June, July, August, September, and October; his Honour demonstrating that already upon his arrival from Jaggernaikpoeram, it had been communicated to him by the three gentlemen Commissioners who had been here before him, that their Honours had been compelled to make the necessary increase in the wages of most of those whom they had engaged immediately upon their arrival, because those people had testified, with absolute truth, that they could not subsist on such little monthly pay as similar servants had enjoyed before the war which ruined everything and raised all prices, however much those who were still left here of the old servants had wished to be re-engaged in the Company's service; and that his Honour had therefore also attempted in vain to bargain something off the wages, 245 the 4th of November 1785. amount of those wages, although being fully convinced in his own mind of the impossibility that those people could subsist on less; That this increase will indeed appear all the greater, when one might confront the monthly wages of remark regarding the excess, such as are only needed at a Head Office, with those which their peers had previously enjoyed at Nagapatnam, but that one had to consider that, besides the general increase in the prices of provisions and other necessities, the former and the present headquarters could never, even in good times, be compared with respect to provisions, and especially of rice, the common food of the native; While regarding the wages of the palanquin coolies, it was only to be noted that these people are not to be had here, 246 the 4th of November 1785. Native servants are not sufficient, to determine the same according to the calculation and being unobtainable here, one is compelled to have them come from Madras. the rest in service Furthermore, the gentleman Commander made known that during a couple of months it had been experienced with much hindrance that the number of native servants engaged under the 1st of August was not sufficient; because there had repeatedly been a lack of people. That his Honour, besides the messenger-runners, torch-bearers, shield-bearers, gardener, comprador, and palanquin coolies, had also not yet brought up such servants as have always been allowed to the commanders of this coast; And that in the future some more would be required, whom until now one had still been able to do without; wherefore his Honour proposed whether it would not be suitable, proposition to determine the number of the same 247 the 4th of November 1785. would consist, subject to the approval of Their High Honours, to provisionally determine the number of native servants who, according to a present calculation, are indispensable for the time being at the Head Office, and which his Honour thought in which those servants would amount to the following, namely: With the Commander 4. Servants, of which 2. 3/4 2. Torch-bearers - - 2. —. 4. Water-bearers - - - 2. 1/4 3. Messenger-runners - - - 2 pairs 3. —: 1. Gardener - - 1. — With the Honourable Chief Administrator 2. Shield-bearers each - - 1. —. 1: Comprador - - - — 7/8. 1. Head palanquin coolie - - - - - - 2. 64. 11. Common palanquin ditto - - - - 2. —. 1. Pariah - - - 1. —. 1 Washerman - - - - - 1. —. 1. Servant — 7/8. 2 Water-bearers - - each 1. —. 1. —. — 7/8. — 7/8. 1. 1/2. 12. 65 40 12. 4 1

Dutch transcription

243 den 4. November 1785 specificatie der zelven, de de Commissie tot het overneemen van sComp:s Etablissementen op dese kust, in dienst waren, en bij die reekening zijn opge„ bragt; namentlijk: 's Portugeesche voorleeser, hier altoos door VE. Compt. betaald is 1. Persiaans schrijver - - - - - - - „ 1. Hoofd pion - - - 1. onderhoofd pion - 50. Gemeene pions, elk - S. Timmermans Baas - - 1. d„o meester knegt 1. Metzelaars baas 1. Baas smith - 2. Rondeliers elk 2. Foortziers - - „ 10. waterhaalders - „ — 1. slotemaker in de wapenkamer - - - „ — 7/8. 4. vaste Coelijs bij de pakhuijsen elk - - „ — 78. 1. Suijnier 2. veegsters 2: Iarrias of privaat veijnigers „ - - - „ 1. —. 1. Hoofd palen guin: Coelij= 11. Gemeene palenquin Coelijs - - - „ — „ 2. Maldhaars elk - - - - - - - „ 1. tolk - - - 1. Comparadoor. - - - - —„ 3. —. —-„ 2. —. —„ 4. —. ——„ —. 7/8. 4. — 1. — - -„ 1. ¼ - - . „ 2 —. - - „ 4. —. - a p/ƒ 4. —. gelijk - . - „ — - — — — - - —„ 1. — —„ — /8. „ — 7/8: „ 3. — 7 77 ——— „ — 7/8. : —„— —„ — 1/8. — - - - - — — — „ — 7/8. - . 6 - --„ 2. 1/64. 2. —. 244: den 4. November 1785. 8ber: zijn opgebragt. verhooging haarer gagien, non te maakene verminderinge gelijk die dan ook bij de specificatien van welken guot in Maijs Joan aug, september en 8ber: zijn opgebragt; ver„ toonende zijn Ed:, dat hem veets bij zijne aankomst van Jaggernaikpoeram, door de ƒ N voor hem hier geweest zijnde drie Heeren Commissarissen gecommuniceerd was, dat hun Ed„ genootzaakt waren geweest, de nood zaakelijke gedaan gagien te verhoogen van de meesten, die „zij al aanstonds na hunne komst had der aangenomen, wijl die menschen /: met volkomen waarheid:/ betuigd hadden, met zo weinig maandgeld; als soortgelijke dienaaren voor den alles geruineerd en ver„ . duurd hebbende oorlog, genoten hadden, en waarom niet te kunnen bestaan, hoe, zeer die geene, 1 welke van de oude bediendens; hier nog overgebleeven waren, gewenscht hadden we„ der in sComp:s dienst aangenomen te werden. daar inne; dat zijn Edele dus ook te vergeefs hadde ge„ tragt ƒ 245 den 4. November 1785. heid dier gagien, tragt nog iets op de loonen af te dingen, schoon bij zig zelve volkomen overtuigd van de onmogelijkheid, dat die menschen met minder kunnen bestaan; Dat die verhoging wel te groter zal schijnen, wanneer men de maandgelden van de renargie nopen de meerder, zodanige, die alleen op een Hoofd Comptoir nodig zijn, Confronteeren mogt met die, welke huns gelijken bevoorens te Naga„ patnam genoten hadden, maar dat men 8 moest aanmerken, dat /: buijten de al„ gemeene verduuring van levensmiddelen en andere behoeftens :/ de geweese en de pre„ sente hoofdplaatsen nimmer, zelfs in goede tijden, in het stuk van levensmiddelen, en voornamentlijk van de Rijst /: het ge„ „meene voedsel van den inlander:/ zijn te „vergelijken geweest; Terwijl omtrent het loon der Palenquin Coelijs alleen viel aan te merken, dat dit volk hier niet te 8 krijgen 246 den 4 November 1785. Jnl: bediendens zijn niet toerijkende, zelve te bepaalen volg:s de Calculatie krijgen zijnde men genootzaakt is her van ƒ Madras te laaten komen Wijders gaf de Heer Gesaghebber te ken„ de rest in dienst zijnde 5 „nen, dat men geduurende een paar inaanden met veel belemmering ondervonden hadde, dat het getal der onder p=mo augustus 8 aangenomen inlandsche bediendens, niet toerijkende was; dewijl men telkens gebrek aan volk gehad hadde. Dat zijn Ed: /: buijten de Maldhaars, toortziers, Rondeliers, tuijnier, Comperadoor en pa„ linquin Coelijs=/ook tot nog niet had„ Nog de laaten opbrengen zoodanige be„ diendens, als altoos aan de gebieders van deese kust gevalideerd zijn; En dat 'er in het vervolg nog eenige zouden benodigd wesen, die men tot hier toe nog hadde kunnen missen; waarom propositie om het getal der„ zijn Ed: proponeerde, of het niet Convenabel zoude „ S 24 den 4. November 1785. zouden bestaan, zoude zijn; om op approbatie van Haar Hoog Edelens provisioneel te bepaa„ len het getal van inlandsche dienaa„ ren, welke volgens een presente Calou„ latie op het Hoofd Comptoir voor eerst„ 6 onmisbaar zijn, en die zijn Ed: meen de, waarinne die bediendens dat op de volgende zullen uitkomen als: Bij den Gesaghebber 4. Dienaars, van welke 2. toortziers - - 4. waterhaalders - - - „ - 3. Maldhaars - - - „ 1. tuijnier- - — Bij den E: Hoofd administrateur 2. Rondeliers. . elk - - 1: Comperadoor - - - „ — 1. Hoofdpalenquin Coelij - - - - - - „ „ 2. 64. 11- Gemeene palenq:s d=o - „ - - - - „ „. 2. —. 1. parria - - - 1 wasser - - - - - „ — 1. Dienaar — — 2 waterhaalders - - elk — - - – – – „ „ 2. ¾ ———„ 2: —: - – – – „ „ 2. ¼ -- 2 prs 3. —: roijes 1. - — - - — 1- 1 — - — ƒ - — - .- „- - - - - - „ „ 1. —. —„ „ — 7/8. - – – – „ – „ 1. — . - - —„„ 1. —. 17 . 7 - – „ „ — 7/8. „ „ 1. —. - -„ „ 1 —. — —„ „ — 7/8: . . . „ — 7/8. - --. „ „ 1. ½„ 12. 65 40 12. 4 1

NL-HaNA_1.04.02_9719_0343 view scan ↗

English

248. the 4 November 1785. Further for diverse services. 1. Portuguese lector at p„s 4. —. 1. do with the Court of Justice 2. ½. 1 Persian writer 4. —. 1. Gentoo and Marathi do 3. ½. 1. Cannecappel with the Cashier 2. —. 1. do with the invoice keeper 1. ¾. 1. Courantier 2. —. 1. Master carpenter 9. ½. 1 do. Journeyman 4. —. 1 Master mason 3. —. 1. Master smith 1. ¼ 1. Head peon 1. —. 1. Under-head peon —. 3/8. 12. Moorish peons, each: — 3/8. 65 Common do. 1. — 2. Sweepers 2. —. 12. Water carriers 3. —. 4 Permanent coolies with the storekeeper each — 7/8. 1. Locksmith in the armory 1. —. 3: Watchmen on the other side of the river at the seashore, each — 1/8. 1. Saraff with the Cashier 1. ¼. 1 do or money assayer 2. ½. 1. Malabar writer 3. —. 40. Topasses 1. —. 3. Gun cleaners — 7/8. 1. Interpreter 4. —. 249 the 4 November 1785. Resolution to determine the same for the present on that footing; and since when their wages to be made good, On Account of Condemnation 7. servants with the fiscal, whereof: 3. Kaffirs at p/o 1. ¾ 3. Peons each —. 7/8. 1. Cannacappel 2 —. The Council having carefully examined this statement, found not a single servant included therein who was not very necessary, and therefore unanimously resolved to determine their number and monthly pay, as stated therein, for the present subject to the approval of Their High Nobilities, and to let the same take effect from the first of this month. While upon the proposal of His Honor it was resolved, from the first of August to have paid the servants who with him, with the Honorable Head Administrator, and with the fiscal have been in service since that day, and paid by them. 249:½. The 4. November 1785 To have the outstations examined, To the Lord Commander for his ps 47. ¼. Honorable Head Administrator ditto 12. ¾. Fiscal 7:½. And to allow the same also to be done to The saraff or money assayer 7. 7/8. 3. Beach watchmen 25. 1/8 Which last-mentioned four persons had already been in service since the 2nd of August, or upon the arrival of the ship De Both. Then with regard to the outstations regarding the public servants, the Council agreed, from the expense accounts, when they shall have come in from the places, to have examined which native servants the chiefs enter therein, in order thereafter to make a reduction for each station, to then make an arrangement if their number might appear too excessive for these straitened times, or to let it remain as it was found, if it has been passable. 250 Lack of the necessary papers to make an estimate of the rations, Resolution to postpone this until they shall be received from Naga; the 4. November 1785. On this occasion the Lord Commander said that His Honor, in accordance with what was resolved on the 11th of October of this year, and what was written to Their High Nobilities in our humble advices of the 17th thereafter, would gladly have wished to produce an estimate of the rations of the servants, to be supplied in money instead of in kind, should Their High Nobilities agree to such, but that he had not been able to succeed therein with full certainty, because he still lacks the papers that should serve to enlighten him therein, whereby he was obliged to postpone this (like many matters for that same reason) until 250½. the 4 November 1785 Return of the smith missing from the Castor What he has declared until they shall have been obtained from Nagapatnam, of which it was resolved to keep note herewith. Further the Lord Commander communicated that the smith missing from the ship De Castor, George Godliep Beijer, had reported himself to His Honor the day after the departure of that vessel, declaring that he had had no intention to desert, but had only hidden himself until the ship should have departed, in order to avoid returning again to Batavia, as he had always been sickly and languishing there, which had instilled in him such a deep dread of that climate that he had let the ship sail, in order to appear again after its departure, wishing rather 251 the 4 November 1785. Where the sailor Minders had remained, as well as upon the question Arrest of the same rather to subject himself to some punishment, now that he had merely evaded the danger of the Batavian discipline, but that he requested a favorable pardon for this step: that upon the question where the sailor Willem Minden, who had become absent at the same time, had remained, and where he had left him, he simply declared that he did not know, nor had known of him or his intention to desert, but that he had kept himself concealed in a grave vault in the old churchyard, where he had subsisted miserably and half-starved on some little provision and water; That His Honor had caused him to be arrested at the Main Guard, where he is still held, His Honor being of the opinion that this man, on account of his voluntary return, forthwith

Dutch transcription

248. den 4 November 1785. „ Wijders tot diverse diensten . 1. Portugeesche voorleeser - - - - - â p„s 4. —. 1. „ bij den Raad van Justitie - - - „ „ 2. ½. 1 persiaans schrijver - - 1. Jentief en maratse d=o - - - - - - „ „ 3. ½. 1. Cannecappel bij den Cassier - - - - - „ „ 2. —. 1. do —. bij den factuurhouder - - - „ „ 1. ¾. 1. Courantier 1. Timmermans baas - 1 d=o. Meester knegt - 1 Metzelaars Baas- 1. Baas Smith 1. Hoofd-pion — 1. onderhoofd pion - - 12. Moorse pions, ider: - - - 65 Gemeene do. „ - - 2. Veegsters - - - - „ - 12. waterhaalders - - „ 4 vaste Coelijs bij de pakh=r elk - - „ „ — 7/8. 1. slote maker in de wapenkamer - - - „ „ 1. —. 3: wagters aan de overzijde der Revier aan 1. saraaf bij den Cassier - - - - - „ „ 1. ¼. 1 do — of geld keurder - - - - - - - „ „ 2. ½. 1. Mallabaars schrijver - - - - - - „ „ 3. —. 40. toepassen - - - „ - 3. Geweer schoonmaker - - - - - - „ — 7/8. het Zeestrand, elk - - - - - - - „ „ — 1/8. 1. Tolk - - - - - - - -- - - - „ „ 4. —. - - - - - - „ „ 9. ½. „ 4. —. -—„ „ 3. —: ——„ „ 1. ¼ - - - „ „ 1. —. — — „ „ —. 3/8. – – – – „ „ – 3/88. - - - „ „ 1. — 7 „ „ 2. —. - -„ „ 3. —. - . - „ „. 1. —. – - — - „ „ 4. —. 6 1 ƒ „ - - —„ „ 2. —. - - 2 - — „ „ - - „ — - „ — - - „ - 249 den 4- November 1785. besluit om dezelve voor eerst op dien voet te bepaalen; en zedert wanneer haar gagien te laaten goed doen, op Reek van Condemnatie 7. bediendens bij den fiscaal, waar van: 3. Caffers „ 3. pions elk - - - - - - - - â p/o —. 7/8. 1. Cannacappel - - - - - - - - „ „ 2 —. De Raad dese opgave met aandagt nagegaan hebbende, vond daar bij geen 1 enkeld bediende gebragt, die niet zeer nootzakelijk was, en besloot daarom een„ stemmig hun getal, en maand gelden zoda„ nig als daar bij vermeld waaren voor eerst op approbatie van Haar Hoog Edelens te bepalen, en het zelve Ze„ dert primo deser te laaten ingaan= Terwijl op voordragt van zijn Ed: wierd besloten, van primo Aug„s af te laaten voldoen de bediendens welke bij hem, bij den E. Hoofd-administra„ „ teur, en bij den fiscaal veeel zedert 8 dien dag in dienst, en door hen betaald zijn — - - - - - - - „ „ 1. ¾ 249:½. Den 4. November 1785 de buijten Comptoiren te laaten nagaan, maaken, Aan den heer Gesaghebber voor de zijne 7 E: Hoofdadministrateur Idem - „ 12. ¾. fiscaal- en zulks meede te laaten geschieden aan den saraff of geld keusder - - „ 7. 7/8. „ 3. Strandwagters welke laastgem: vier persoonen reets van den 2. aug„s af, of bij de komst van het schip De Both 81 waren in dienst geweest. Dan ten opsigte van de buijten Comptoiren omtrent de pul: bediendens op kwam de Raad over een, om bij de onkostree„ keningen, wanneer die van de plaatsen zul„ len ingekomen zijn, te laten nagaan, welke inlandsche bediendens de opperhoof„ den daar bij opbrengen, om daar na voor ieder Comptoir een vermindering te maaken, om dan een schikking te zo derselver getal te excessief voor deese 1 bekrompe tijden mogten voorkomen, of te zoo het passabel laaten blijven, zijn geweest; als — –„ 7:½. p/ 47. ¼. werd „ 25. 1/8 - 250 gebrek aan de nodige paierien„ om een overslag op de randcoenen te maaken, besluit zulx nut te stellen tot ontfangen weesen; werd bevonden. Bij deese gelegentheid zeijde den heer Gesaghebber dat zijn Ed: ingevolge het be„ slootene onder den 11. october deeses Jaars, en het geschreevene aan Haar 1 Hoog Edelheeden bij onse nedrige ad„ 1 visen van den 17. daar aan, gaarne zoude 1 1 hebben willen produceeren een overslag op de Randcoenen van de dienaaren, om in geld in steede van in natura ver„ strekt te werden, zoo Haar Hoog Edelheeden zulks mogten agreeren, maar dat hij daar in niet met vol„ komen zekerheid hadde kunnen rensseeren, dewijl hem de papieren die daar in zouden dienen voor te ligten nog ontbreeken, waar door verpligt dezelve van Naga zullen was dit (:gelijk meenige zaaken - om die zelve reeden:/ uit te stellen den 4. November 1785. tot 8 V „25.0½. den 4 November 1785 van de Castor vermisten wat denselven betuigd heeft tot dat men deselve van Nagapatnam zal bekomen hebben, waar van men besloot bij deese aanteekening te houden Nog Communiceerde de Heer Gesaghebber dat te rug komst van de de van het schip De Castor vermisten smith Smit George Godliep Beijer zig des anderen daags na het vertrek van dien bodem, bij zijn Ed: hadde aan„ gegeeven, met betuiging dat hij geen voorneemens heeft gehad om te deserteeren, 8 maar zig alleen verstooken hadde tot het schip zoude vertrokken zijn, om te vermijden van weder na Ba„ tavia te keeren, alzoo hij aldaar altoos ziekelijk en kwijnende was geweest, het welk hem zulk een diepen schrik voor dat Climaat hadde ingeboezemd schip hadde laaten zijn dat hij zeijlen, om na dies vertrek we„ der te verscheijnen, willende zig liever 251 den 4 November 1785. waar den mattroos Minders gebleeven was, liever aan eenige straffe onderwerpen, nu hij maar het gevaar van de Bataviasche tugt ont„ doken was, dog dat hij om een gunstig zomeede op de wage pardon voor deesen stap versogt: dat hij op de vrage waar den Mattroos Willem Minden, die ter zelver tijd was absent geraakt, gebleeven was, en waar hij hem ver„ laaten hadde eenvoudig betuigde, van hem, nog zijn voorneemen om te deserteeren niet te weeten, of geweeten te hebben, maar dat hij zig in een grafsteede op het oude kerk„ hof hadde schuijl gehouden, alwaar hij van eenige wijnige provisie en water elendig en half uitgehongerd, bestaan hadde; arresteering van denselven Dat zijn Ed: hem aan de Hoofdwagt hadde laaten arresteeren, daar hij nog gehouden 59 3 word, zijnde zijn Ed: van begrip, dat deese man om zijn vrijwillige te rug komst, aanstonds -

NL-HaNA_1.04.02_9719_0349 view scan ↗

English

251½ The 4th of November 1785. resolution to let him perform his service after a sensible punishment injury of a quartermaster immediately after the danger of having to return to Batavia had passed with the departure of the ship, was not to be regarded as an intentional deserter, since his absence seems attributable solely to a melancholy impression against the Batavian climate. The Council being likewise of that opinion, it was resolved to have the said smith Beijer punished for his absconding with a sensible but moderate chastisement, and subsequently to have him perform his service as a smith ashore, for which he is currently well-suited, for half wages and board money. Furthermore, the Commander of the ship De Castor had noted 252 The 4th of November 1785. report concerning that man obtaining the remainder of the negotiated 5000 pagodas that the quartermaster of the ship De Castor had been grievously injured during the firing of cannon on board, and had been sent ashore by the authorities of that vessel to be treated by the senior surgeon, regarding which the senior surgeon Meppen had reported to His Honour that the unfortunate man, even if his health were restored, will nevertheless have to lose his right arm up to the elbow. Finally, the Commander communicated to the meeting that, after much effort expended, he had found an opportunity to obtain the remainder of the negotiation of 5000 pagodas, which had been decreed on the 27th of September last for the defrayal of domestic expenses, from the native merchant Moetaija Poelle, 252½ The 4th of November 1785. though not for less than at 1 per cent per month. The Council, very much convinced of the difficulty of finding money at present, agreed to this. Meanwhile, the Commander had it recorded that the funds taken up to this day amounted to a sum of 6000 pagodas, of which On the 12th of August from the Armenian merchant Areton Carapet 1000 pagodas On the 30th from the Commander, being the money of the widow Verweij 2860 pagodas On the 3rd of November from Moetaija Poele 2140 pagodas Pagodas 6000 which it was understood would be discharged as soon as the state of the treasury shall permit it, in order not to pay interest unnecessarily. Thus done and decreed in Castle Geldria at Palliacatta, on the date aforesaid. Signed: As before. 253 Oath taken by the President of Justice Monday the 7th of November 1785. In the forenoon at eleven o'clock. Meeting of Policy Present The Commander Willem Blaaukamer, The Honourable Chief Administrator Nicolaas Tadama, The Merchant titular and Fiscal Joan Daniel Simons, The ditto and Storekeeper Martinus Stoffenberg, The Junior Merchant titular and Secretary Broerius Brouwer. The meeting having been opened as usual, the Senior Merchant titular and Chief Administrator Nicolaas Tadama, as President of Justice, took the oath framed for that office into the hands of the Commander. 254 The 7th of November 1785. Oath taken by the said members Continuation upon the former oath by the three mentioned members Oath taken by three new persons/members Subsequently, upon the summons of the Commander to take the oath, the members of the Council of Justice here, elected on the 4th of this month, having appeared: it was likewise approved and resolved to record herewith that the members Simons, Stoffenberg, and Heshusius, upon the request made to that end by the two first-mentioned, are continued as such upon the oath previously taken by them as members of Justice at Nagapatnam, and that by the remaining members, the Captain Lieutenant Jan Joachim Winkelman, the Paymaster 255 Production of a petition by Soeberau What he makes known thereby Simon Duijnevelt, and the Bookkeeper Isaac Vrijmoet, the oath framed for that office was taken into the hands of the Commander. Further, the Commander produced a petition from the Company's interpreter here, the native Nagamaloe Wenketa Soeberaijloe Naiker, whereby it was made known that he, the interpreter, had obtained a sentence at Batavia in a case of revision against Mandalam Wengadesselam Naiker, accompanied by letters requisitorial to the Council of Justice at Nagapatnam, Ceylon, and elsewhere; that he the 7th of November 1785. at

Dutch transcription

251½ den 4. November 1785. besluit hem na een gevoelige straffe zijn dienst te quetzing van een krartierm: „aanstonds na dat het gevaar van na Ba„ „ tavia te rug te moeten keeren, door het vertrek van het schip voor bij was, niet als een opzettelijken deserteur was aan te zien, dewijl zijn absentie alleen aan een ƒ Zwaarmoedige empressie tegen het Ba„ taviasche Climaat schijnt toege„ schreeven te moeten werden. De Raad meede van dat begrip zijnde, zo wierd verstaan om ge„ melde Smit Beijer voor zijn dros„ sen een gevoelige dog matige kastij„ ding te laaten straffen, en hem vervolgens voor halve gagie en kost„ 1 geld zijn dienst als Smit, waar toe hij thans wel te passe komt, aan de wal te laaten doen. laaten doen, Nog liet de Heer Gezaghebber van het schip de Castor„ aan 252: den 4 November 1785. wegens die man berigt heeft, der te negotieerde pƒ 5000. aanteekenen, dat den quartiermeester van het schip De Castor bij het af„ vuuren van Canon aan boord deerlijk ge„ kwest, en door de overheeden van dien bodem aan de wal gezonden was om omat den opder Chirugijn gewesen te worden waar omtrend den opper„ Chirurgijn Meppen zijn Ed: berigt had„ de, dat de ongelukkige man, zo zijn gezondheid al hersteld wierd, tog zijn regter arm tot aan den elleboog zal moeten verliezen. krijging van het pestant Eijndelijk Communiceerde de hier Gesaghe bber aan de vergadering, dat hij na veel aan„ gewende moeijte, gelegentheijd gevonden hadde om het ontbreekende aan de op den 27. September Jongst gearresteerde negotiatie van p/ 5000. tot goedmaking van de domesticque ongelden te krijgen; van den inlandsch koopman Moetaija Poelle 252½ den 4: November 1785. Poele, dog niet minder dan tegens 1 p:r C=o des Smaands De Raad zeer overtuigd van de moeijelijkheid om tans geld te vinden, moegelyk Confirmeerde zig daarmeede. Terwijl de„ 39 heer Gesaghebber liet aanteekenen, dat de tot heeden toe opgenoomene Gelden, bedroe„ gen, een somma van pa/o 6000: waar van Op den 12. Aug:s van den Armenisch koopman Areton Carapet p ƒ. 1000. „ „ Gesaghebber zijnde het geld van de „ 30. „ wede Verweij „ 3. Nov: „ Moetaija Poele- Pag. . . . . . 6000. welke men verstond om zodra de staat van de Cas het zal toelaaten, afte leggen; om buijten noodzakelijkheid geen in„ tressen te betalen . Aldus Gedaan en Gearresteerd In't„ Casteel Geldria te Palliacatta dato voorsz: /:was geteekend:/ Als vooren. Maandag „2860. - - -„ 2140. 3 — - - — . 253 geprsteerden hed door den president van Justitie Maandag den 7 November 1785. Svoormiddags ten elf uuren. Vergadering van Politie Present Den Heer Gesaghebber Willem Blaaukamer, E: Hoofdadministrateur Nicolaas Tadama, „ koopman tit: en fiscaal Joan Daniel Simons Martinus Stoffenberg„ „ do. „ „ Pakhuijsmeester Broerius Brouwer¬ „ onderkoopman tit:=s en secretaris De vergadering na gewoonte geopend zijnde, is door den opperkoopman tit=s en Hoofd„ administrateur Nicolaas Padama, als President van Justitie aan handen van den Heer Gesaghebber afgelegd, den Eed „ 254: den 7. November 1785. gen eed door med: gem: 3. Eed op dat ampt beraamd. -. Vervolgens op aankundiging van den Heer Contimuring op den voor„ Gesaghebber tot het doen dereed, ver„ scheenen zijnde, de, op den 4. deezer maand geëli„ geerde Leeden van den Raad van Justitie alhier: zoo is almeede goedgevonden, en verstaan bij deezen aan te teekenen, dat de 1 „Leeden Simons, Stoffenberg en Hes„ husius, op het daar toe gedaane versoek der twee eerstgemelde, als zoodanig zijn gecontinueerd op den eed door hun bevoorens als Leeden van Justitie te Nagapat„ nam gepresteerd, en dat door de overige gedaanen eed door 3. nieuwe Leeden de Capitain Luijtenant Jan Joachim winkelman, den soldij„ . houden persoonen leeden 253 gepisteerden Eed door den presedent van Justitie Maandag den 7 November 1785. Svoormiddags ten elf uuren. Vergadering van Politie Present Den Heer Gesaghebber Willem Blaaukamer, E: Hoofdadministratiur Nicolaas Tadama, „ koopman tit: en fiscaal Joan Daniel Simons „ do. „ „ Pakhuijsmeester Martinus Stoffenberg, Broerius Brouwer¬ „ onderkoopman tit=s en secretaris De vergadering na gewoonte geopend zijnde, is door den opperkoopman tit=s en Hoofd„ administrateur Nicolaas Tadama, als President van Justitie aan handen van den Heer Gesaghebber afgelegd, den Eed „ 254. den 7. November 1785. gen eed door heer gem: Eed op dat ampt beraamd. -. Vervolgens op aankundiging van den Heer Continuering op den woor„ Gesaghebber tot het doen dereed, ver„ scheenen zijnde, de, op den 4. deezer maand geëli„ geerde Leeden van den Raad van Justitie alhier: zoo is almeede goedgevonden, en . verstaan bij deezen aan te teekenen, dat de „Leeden Simons, Stoffenberg en Hes„ husius, op het daar toe gedaane versoek der twee eerstgemelde, als zoodanig zijn gecontinueerd op den eed door hun bevoorens als Leeden van Justitie te Nagapat„ „nam gepresteerd, en dat door de overige gedaanen eed door 3. nieuwe Leeden de Capitain Luijtenant Jan Joachim winkelman, den soldij„ houder persoonen leeden 255. productie van een request door Soeberau nen geeft houder Simon Duijnevelt, en den 8 Boekhouder Isaac Vrijmoet aan handen van den Heer Gesaghebber af„ gelegd zijn, den Eed op dat ampt beraamd Wijders wierd door den Heer Gesaghebber geproduceerd een Request van 's Comps tolk 440 Nagamaloe alhier den inlander wenketa soeberaijloe Naiker, wat hij daar bij te ken, waar bij te kennen gegeeven wierd, dat hij tolk op Batavia had geobtineerd sententie in Cas van revisie Contra Man„ dalam wengadesselam Naiker vergeteld van letteren requisitoriaal eian den Raad van Justitie te Naga„ patnam, Ceilon en elders, dat hij den 7. November 1785. bij

NL-HaNA_1.04.02_9719_0357 view scan ↗

English

256 7 November 1785. having learned, upon his arrival on this coast with the ship De Both, that his opponent had departed for Colombo, had sent the aforementioned sentence thither to his attorneys. That in the meantime Mandalamwengadessalam had come over hither, and was currently still actually present. Requesting that his said opponent might be compelled to provide sufficient bail for an amount of nine thousand pagodas, and failing that, the arrest of his person and goods, at the peril of the petitioner. Which having been deliberated upon, it was approved 257 7 November 1785. and understood to place this petition into the hands of the Council of Justice of this Government, whose department it is to judge concerning this. Thus done and decreed in Fort Geldria at Palliacatta, date as above. Signed: W. Blaaukamer, N. Iadama, I. D. Simons, M. Stoffenberg, and B. Brouwer. 258 Saturday 3 December 1785, in the forenoon at 11 o'clock. Meeting of Policy. Presentibus omnibus. First, the Governor produced a private letter from the former Bookkeeper and Resident of Cuddalore, Iurgen Herft, dated 9 November, tending primarily to request the payment of a bond in the amount of Port. Pag. 300, together with its accrued interest up to the end of November past, amounting to 259 30 of the same pagodas, which sum was taken up by Captain-Lieutenant and Commander Isaac de Bollon for the payment of the sepoys; and since this debt was made in the service of the Company, and the Ceylon Government has demanded the satisfaction thereof from this Government by letter of 30 June 1785, it is approved to disburse to the aforementioned Herft the sum of Port. Pag. 330 as soon as one shall be more abundantly provided with funds. Request was also made by the Bookkeeper and last Commissioner of the Mint at Nagapatnam, Pieter Jacobus Pietersz, by 260 3 December 1785 letter of 15 November last to the Governor, for the payment of old Nagap. Pag. 257, which the Honorable Company owes to him on account of the sale of two horses to the Governor of Vlissingen, which served as a gift to the chiefs of the auxiliary troops of the Nabob Hyder Ali Khan, for which a bond in ordinary form was granted to him, Pietersz, because there was no cash in hand at that time. And since this debt has been found lawful upon investigation, and Their High Excellencies, according to letters from the Ceylon Government dated 30 June, have pleased 261 to approve paying the debts made before the surrender of Nagapatnam, it is resolved to condescend to the request of the said Pietersen, and to have disbursed to him the aforementioned amount of Pag. 257 as soon as a sufficient amount of cash shall be at hand. Furthermore, the Governor submitted to the Council a report from the Pay Bookkeeper Simon Duijnevelt, of the following content: 3 December 1785. To 262 To the Right Honorable Willem Blaaukamer, Senior Merchant and Governor of the Coromandel Government with the dependencies thereof, etc. etc., together with the Council. Right Honorable Sir and Gentlemen, The undersigned Pay Bookkeeper has the honor to represent to Your Right Honorable with due respect that the pay books of this Government for the year 1781/82 are already so far advanced that they could be closed with 12 November 1781, when the main settlement of Nagapatnam surrendered to the English; but whereas there are various difficulties, and many papers from the subordinate stations are missing, he takes the liberty to propose to Your Right Honorable 263 3 December 1785 to close those books as they are, and to issue statements of account closed under that date to those persons who have let their wages stand, and to transfer those who have debit or credit balances to the new books to be formed under date of 6 July of this year, when our flag was planted at this main settlement. And whereas this new book cannot be formed in alphabetical order, that he, the Pay Bookkeeper, may be authorized to deviate therefrom, because it cannot yet be known which persons will still present themselves under our flag. And since there are various servants concerning whom there is no certain report as to since when the English have given them no maintenance, and the undersigned is thus unaware how to act in this regard or for how many months he must enter them, he humbly takes the liberty to propose, subject however to Your Right Honorable much wiser judgment, whether statements under offer of oath might not be demanded from those persons, as to whether and for how long they had enjoyed maintenance funds, or to admit other evidence.

Dutch transcription

256 den 7. November 1785. besluit het zelve aan den Raad van Justitie te ven„ bij zijne aankomst op deeze kust met het schip De Both vernoomen hebbende, dat zijn parthij na Colombo vertrok„ ken was, gemelde vonnis na derwaarts aan zijne gemagtigdens had gesonden. Dat intusschen Mandalam wengadessalam herwaarts was over„ gekomen, en zig tans nog werkelijk zig bevond. —. versoekende dat gem: zijne parthij mogt noge werden geconstringeerd: tot het stellen van sufficante Cautie voor een bedraa„ gen van Neegen duisent pagooden, en bij faute van dien arrest op zijn persoon en goederen, ten pericule van den Suppliant„ To 1 waar over gedelibereerd zijnde, is goedge„wigjeeren vonden P - 1 1 257. den 7. November 1785. vonden en verstaan dit supplicq te stel len in handen van den Raad van Justitie deeses Gouvernements, van wiens depart het is hier over te Jugeeren. —. Aldus Gedaan en Ge arresteerd In't fort Geldria Te Pallia„ catta Dato voorsz: /:was getee„ kend:/ W: Blaaukamer, N: Iadama, I: D: Simons, M: Stoffenberg, en B: Brouwer. Saturdag - - 258 geleende 300 pag: ten behoeve der Sipeis Saturdag Den 3. December 1785. 's voormiddags om 11. uuren Vergadering van Politie Presentibus omnibus Aanvankelijk wierd door den Heer versek door Hteft om de Gesaghebber geproduceerd een particuliere brief van den geweesen boekhouder en Coe„ deloers Resident Iurgen Herft, de dato 9 November ten deerende voor„ . namelijk versoek om voldoening van 1 eene obligatie groot Port: Pag: 300. nee„ vens dies verloopene intressen tot ult: November passato ten bedrage van 259: inkrest te laaten uit keeren, „ter D om de hem Competie„ „rende 257. pag: van 30. gelijke pagooden, welke somma door den Capitain Luijtenant en Commandant Isaac d 6 De Bollon ter afbetaling der Sipaijs is opgenomen; en nadien deese schuld ten dienste van de Comp=e is gemaakt, en de Ceijlonse Re„ geering de voldoening daar van aan deeze ƒ Regeering bij brief van den 30. Junij 1785. bestuit hem deselve met den heeft gedemandeert; is goedgevonden aan voorm: Herft uit te keeren een somma van port=t pag: 330. zoo dra men overvloediger van penningen zal zijn voorsien gedaan Jnstantie door Re Door den boekhouder, en laast gecom„ mitteerde in de munt te Nagapatram Pieter Jacobus Pietersz: almeede den 3: December 1785 bij 260 den 3. December 1785 laaten vergoeden, bij brieff van den 15 November Jleeden aan de Heer Gezaghebber instantie gedaan zijnde ter voldoening van oude Nagap: pag: 257. welke dE: Comp:e aan hem debet is weegens de verkoop van twee paarden aan de heer Gouverneur van vlissingen, die gedient hebben tot een geschenk aan de hoofden der Hulptroepen van den Nabab Haijder Alichan, waar van hem Pietersz: verleend is een obligatie in forma ordinaire uit hoofde er toen geen Contanten in Cassa waaren. En nadien deese schuld bij ondersoek beslut hem deselve te is wettig bevonden, en Hun Hoog Edel„ heeden volgens aanschrijvens van het Cei„ lonse Gouvernement de dato 30. Junij hebben gelieven 261: dij boekh ouder Relijnevelt, gelieven goed te vinden de schulden voor den overgang van Nagapatnam gemaakt te laaten voldoen, is verstaan, in 't versoek van gem: Pietersen te Condes„ cendeeren, en hem opgem: bedraagen van pag: 257. te laaten uitkeeren zoo dra 'er een genoegsaam getal van . Contanten zal aan handen zijn ingedient berigt door den sol Wijders wierd door den Heer Gesag„ hebber in Raade overgelegt een be„ rigt van den soldij boekhouder Si„ mon Duijnevelt, van de volgende inhoud. —. den 3. December 1785. Aan 262. Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Jnsertie van tot zelve, Willem Blaaukamer Opperkoopman en Gesaghebber van het Cormandels Gouvernement met den Resorte van dien Etc: Etc: nevens den Raad, WelEdele Agtb: Heer en Heeren Den ondergeteekende Zoldijhouder heeft de eer aan uwel Edele Agtb„s met gepaste eerbied te vertoonen, dat de soldij boeken deses Gouvernements de lb 178 /82 /82. bereeds, zoo verre gevordert zijn dat dezelve zou„ den kunnen werden geslooten, met den 12 No„ vember 1781. dat de Hoofdplaatse Naga„ patnam, aan de Engelschen is overgegaan, dan dewijl er diverse Zwarigheden zijn, en veele papieren van de buijten Comptoiren man„ queeren, neemt hij de vrijheid uw wel Edele den 3. December 1785 Agtb„ 263 den 3. December 1785 Agtb„s te proponeeren, om die boeken zooda„ „nig als dezelve zijn afte sluijten, en die perzonen welke hunne gagie hebben laaten staan, daar van reekening onder dien datum geslooten afte„ geven, en die geene welke te kwaad, of te goed staan per voordragt, bij de nieuw te formeerene boe„ ken onder dato den 6. Julij deses Jaars, dat onse vlag ter deser Hoofdplaatse geplantis„ Das dewijl dit nieuwe boek niet na ordre volgens het Alpha Beth kan worden gefor„ meerd, hij zoldijhouder mag werden gequa„ lificeerd om daar van te mogen afwijken, uit hoofde men nog niet kan weeten welke personen zig onder onze vlag nog zullen vervoegen. En nadien er diverse Dienaaren zijn, van welke men geen zeeker berigt heeft, zee„ dert wanneer de Engelschen hun geen onder„ hout gegeven hebben, en den teekenaar dus onkundig is, hoedanig daarmede te hande„ „len, of voor hoe veel maanden hij hun moet opbrengen, neemt hij onderdaniglijk de vrij had voor te stellen /: met onderwerping egter aan uw wel Edele Agtb„s veel wijzer oordeel:/ of die persoonen niet zoude kunnen werden af„ gevraagd verklaringen onder presentatie van Eede, of zij, en tot hoe lange zij onderstand gelden genooten hadden, dan wel andere, in te neemen.. welke .

NL-HaNA_1.04.02_9719_0365 view scan ↗

English

the 3rd of December 1785. to whom these circumstances are known, to pass attestations thereof. Finally, the signatory requests to be elucidated whether those servants of the Company who were not considered prisoners of war by the English shall also enjoy the favor of Their High Mightinesses, namely to enjoy their wages from the day that the same were closed in the pay-books of this Government. I have the honor to be with deep respect underneath was written, Right Honorable Sir and Sirs, your Right Honorable humble and obedient servant was signed S: Duijnevelt. In the margin: Palliacatta in Castle Geldria, the 24th of November 1785. Having deliberated upon which, it was approved and understood: 1st. To authorize him, the paymaster, to close the Coromandel pay-books as of the 12th of November 1781, and indeed such as they are, without waiting any longer for the absent pay-papers of which several from the outer offices cannot be found, and further to deal with the accounts in such manner as his report regarding that first part of his proposition dictates. 2nd. For this time, out of necessity, to deviate from the standing order to compile the pay-books alphabetically, because one cannot wait until all the servants of the Company scattered hither and thither, many of whose whereabouts are unknown, shall have reported themselves, and whose number or inclination to continue in the service of the Honorable Company or not, one could not yet know now, while the pay-work in the meantime cannot and may not drag on any longer, and therefore to authorize the paymaster to depart somewhat from the order in this extraordinary case. 3rd. Item, to the end that he may be certain regarding what was received by the Company's servants, whether on Ceylon or on this coast after the payment by the English ceased, and thus to cut off the way to all errors in this matter, to order him, with respect to the servants who after their prisoner of war status betook themselves to Ceylon, to conform strictly to the distinct specification which the Ceylon Government promised to send over via Tranquebar by letter of the 30th of June; while regarding servants who have stayed here on the coast, it is understood to have them questioned before two commissioners expressly to be appointed for that purpose in the presence of the paymaster, taking a declaration if necessary under offer of oath, as to how long they enjoyed maintenance from the English, after which declaration he, the paymaster, will have to draw up the account. 4th. Item, to order to let each of the Company's servants enjoy the favorable concession of Their High Mightinesses, namely to enjoy wage, board money, and emoluments from the day that the English ceased the provision of maintenance, with the exception of Topasses and Mixtisen, both those who served in the military and in seafaring, because during the war they engaged themselves with other nations, and thus have not been subject to the calamities of the same. The following persons having stood surety on behalf of the Honorable Company, namely: For the Lord Governor: the provisional chief administrator Nicolaas Tadama and the provisional fiscal Jan Daniel Simons for the Lord Governor to an amount of 10000 Rds; For the warehouse keeper: the provisional secretary of this meeting Broerius Brouwer and the provisional pay-bookkeeper Simon Duijnevelt for the provisional merchant and warehouse keeper Martinus Stoffenberg up to 2000 rds; For the cashier Brouwer: the provisional chief administrator Tadama and the provisional warehouse keeper Stoffenberg for the provisional secretary and cashier Broerius Brouwer to a sum of 2000 Rds, and The provisional warehouse keeper Stoffenberg and the bookkeeper Hironimus Jacobus van Someren van Vrijenes for the provisional pay-bookkeeper and curator ad lites Simon Duijnevelt, likewise up to 2000 rds: of all which sureties the deeds were produced in the Council, and which after resumption were found drawn up according to order; thus it was understood to deposit the same as usual in the great money chest, and to keep a note thereof herewith. While regarding the last one, or that of the paymaster Duijnevelt, it is further noted that today only the deed signed by the Honorable Stoffenberg was laid on the table, and that the said Duijneveld binds himself to submit a duplicate signed by the bookkeeper Van Someren van Vrijenesse who is at Nagapatnam as soon as it shall be received. It being made known to this meeting by the Lord Governor the necessity, according to the plan made and sent over to Their High Mightinesses with the latest letter, to appoint a competent person

Dutch transcription

264 den 3. December 1785. welke dese omstandigheden bekend zijn, daar van attestatien te doen passeeren. Eijndelijk verzoekt den teekenaar te moogen werden geëlucideerd of die Dienaaren van de Comp: welke door de Engelschen als geene krijgs„ gevangenen zijn geconsidereerd, mede zullen jouisseeren van de gunste van Hun Hoog„ Edelhedens om namelijk hunne gagie te ge„ nieten van den dag af, dat dezelve bij de zoldij boeken deses Gouvernements zijn afge„ Slooten „ Ik heb de eere met diep ontsag te zijn /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer en Heeren, uw wel„ Edele Agtb:r onderdanige en Gehoorzame dienaar /:was geteekend:/ S: Duijnevelt /:In margine:/ Palliacatta in 't Casteel Geldria den 24 November 1785. —. Waar over gedelibereerd zijnde, is goedgevon„ deliberatie en besluit den en verstaan: S=mo Hem Zoldij houder te qualificeeren mo ter afsluijting der Chormandelse zoldij boeken, onder den 12. November 1781; en wel zoodanig als deselve zijn 1 ƒ dier weegens 265 vervolg zijn zonder langer te wagten na de ab„ sente soldij papieren waar van 'er diverse van de buijten Comptoiren niet te vinden zijn, en voorts met de reekeningen zoo„ ng danig te handelen als zijn berigt omtrent dat eerste gedeelte van zijne propositie dicteerd. 2do 2=e om voor deeze keer uit noodzakelijkheijt te resilieeren van de permanente ordre om de soldij boeken volgens het Alpha-Beth te formeeren, uit hoofde men niet kan wagten, tot dat alle de gins en herwaarts verspreijde sComp dienaaren veele van welkers verblijfplaats onbekend is Sig zullen hebben aangegeeven, en welkers den 3. December 1785. getal 1 2 . 2. 66 den 3 December 1785. getal of geneegentheijt om in dienst der E. Comp: te Continueeren of niet, men nu nog niet konde weeten, terwijl het soldijwerk intusschen niet langer kan of mag trac„ neeren, en den soldijhouder daarom te qualificeeren om in dit extra ordinaire „geval eenigsins van de ordre af te wij vervolg ken 3to. 3=e om Htem ten eijnde hij weegens het genootene bij sComps Dienaaren het zij op Ceilon of op deese kust na dat de betaaling door de Engelsen opgehouden is, zeeker zij, en dus de pas aan alle abuisen in deese wer„ „den gecoupeerd, te gelasten ten aan„ sien der Dienaaren, welke hen na hun krijgs 267 vervolg krijgsgevangenschap na Ceilon begeeven hebben, zig stiptelijk te gedraagen 6 . aan de distincte aanwijsing welke anwij de Ceilonse Regeering belooft heeft bij brief van den 30. Iunij over Tranquebar te zullen oversenden; Terwijl omtrent Dienaaren, welke zig hier ter kuste hebben opgehou„ den, verstaan is dezelve voor twee daar toe expres te benoemene gecom„ 1 mitteerdens in presentie van den sol„ dijhouder te laaten afvraagen, een declaratie (:des noods:/ onder presentatie van eede, hoe lang zij onderhoud van de Engelsen genooten hebben. na welke verklaring den 3 December 1785. hij e . 2.6. 8. den 3. December 1785 G=to hij soldij-houder de reekening zal moeten opmaaken. —. Item te gelasten om een ijder van sComp Dienaaren te doen Jouisseeren, 6 . van de gunstige Concessie van Hun Hoog Edelheedens om namelijk vervolg„ ƒ gage, kostgeld en emolumenten te . : genieten van den dag dat de Engel„ schen met het verstrekken van onder„ 1 houd hebben gecesseerd, met exceptie van Topassen en Mixtisen zoo die bij het militaire als den Zeevaart hebben dienst gedaan, uit hoofde zij zig geduurende den oorlog bij an„ deren Natien hebben geëngageerd, en V V 1 dus de Calamiteijten van de zelve niet zijn — 269. ingekomen borgtogten; als stoffen berg den 3. December 1785. zijn subject geweest De volgende persoonen zig als borgen ten behoeve van dE: Comp:e gesteld hebbende; namentlijk voor den hen Gesaghebber DE: p:l Hoofd administrateur Nicolaas Tadama, en den p=l fiscaal Ian Daniel Simons voor den Heer Ge„ zaghebber tot een bedragen van Rd=s 10000 voor den Pakhuijsmester De p l secretaris deeser vergadering Broe„ rius. Brouwer en de p. l soldij Boekhou„ der Simon Duijnevelt voor den p:l koop„ man en pakhuijsmeester Martinus Stoffenberg tot rd:s 2000, voo den karsje Brouw, D E: p:l Hoofd administrateur Iadama en de p=l pakhuijsmeester Stoffenberg voor 2. 70 Duijnevelt, beren en te laaten se„ poneeren. wat Duijnvelt egter omtrend voor de p:l secretaris en Cassur Broerius Brouwer tot een somma van Rd„s 2000, en De p l pakhuijsmeester Stoffenberg; n go den Cuaten d lites en den Boekhouder Hironimus Jaco„ bus van someren van vrijenes, voor den p=l soldijboekhouder en Curator adli„ tes Simon Duijnevelt, insgelijks 1 tot rd=s 2000: van alle welke borgtog„ besluit, dezelve te appro„ ten de actens in Raade geproduceerd, en die na resumptie na de ordre gecou„ „cheerd gevonden zijnde; zoo is verstaan de zelve na gewoonte in de groote Geld Cassa te deponeeren, en daar van bij deese aanteekening te houden Terwijl men omtrent de laatste, of die zijn dienst fhaloop heeft, van den soldijhouder Duijnevelt den 3. December 1785 nog 1 Foldtij Folci 271. aanstelling van den As„ sistent Bloeme tot na„ reekenaar, nog noteerd dat heeden maar ter tafel is overgelegd de acte door den E: stoffen„ ƒ berg geteekend; en dat gem: Duijneveld zig verbind om een weedergade door den boekhouder van Someren van vrijenesse /:die zig te Nagapat„ ƒ nam bevind:/ onderteekend te zullen zoo dra die zal ontfangen inleeveren. Door den Heer Gesaghebber aan dee„ ze vergadering te kennen gegeeven zijnde de noodsaakelijkheid om vol„ gens het gemaakte, en bij de Jongste brief aan Hun Hoog Edelheeden overgesondene plan een bekwaam den 3. December 1785. persoon zijn

NL-HaNA_1.04.02_9719_0373 view scan ↗

English

272. Visscher to absolute assistant. To select a person for the vacant post of Auditor at the Trade Office here, upon his Honor's proposal, there has been appointed to that office the Assistant Christiaan Theodorus Bloeme, who has for a long time served at the Trade Office with the required diligence and zeal, under promotion to bookkeeper at f 30. per month, and a new five-year contract, commencing the first of this month. Due to ample expiration of time, it is agreed to promote the Young Assistant Jacobus Simon Cantervisscher to absolute assistant at f 24. per month, under a new contract of five years, commencing the 3rd of December 1785. 273. the 3rd of December 1785. commencing the first of this month. As drummers, it is agreed to readmit into service Francisco de Silva and Anthonij de Silva, both arrived here from Nagapatnam, both at their previously earned wage of f 11. per month, under a new contract of 5 years, commencing the first of this month, as well as a piper into service, Domingo Kuijper of Nagapatnam at f 11., as he previously also enjoyed that pay. Further 274. the 3rd of December 1785. for f 9. The Lord Gesaghebber on the lack of the necessary papers. Admission of a piper. Further, it was also resolved to accept into service as piper Jacob Bernard of Nagapatnam at f 9 per month, under a contract of 5 years commencing the first of this month. The Lord Gesaghebber having informed the Council that, through the destitution of the secretarial papers, one was prevented from making the necessary arrangements which would long ago have been effected had one possessed the relevant charters, by which lack of arrangements the Honorable Company's domestic affairs must be subject to much confusion; 275. To commission Stoffenberg to fetch the same from Nagapatnam, by the Council. Confirmation thereof. his Honor proposed to commission the Merchant provisionally and Warehouse Master Martinus Stoffenberg to bring those documents hither, under whose administration and custody they were before and during the war, and who with much effort and great care had watched over them so that those archives escaped the fury of the all-destroying English by securing them in various places known only to him, and since thus notoriously no one other than the said Stoffenberg could be employed for this commission, it was approved to let him proceed to Nagapatnam, to the 3rd of December 1785. all 276. the 3rd of December 1785. under which recommendation to the same; Secretary Brouwer to member in the Court of Justice. Assumption of the Secretary to the Court of Justice. pack up all the papers and documents salvaged by him in such a state that they can be transported here with the reopening of navigation, under serious recommendation of the utmost frugality, and after having put everything in order, to return himself as soon as possible by the overland route. Since through this departure of the Warehouse Master Stoffenberg to Nagapatnam a seat in the Court of Justice will become vacant, it was approved upon proposal of the Lord Gesaghebber to co-opt the Secretary Broerius Brouwer, and to let him officiate as such upon the oath previously taken as member of Justice at Nagapatnam. 277. Trade papers from the outer districts. Findings submitted on the trade papers of the outer districts. Next, there was brought to the table by the Lord Gesaghebber a finding drawn up by the Chief Administrator concerning various trade papers received from the outer districts, upon which it was agreed to take such dispositions as are noted in the margin of that paper. Note the 3rd of December 1785. 278. the 3rd of December 1785. Insertion and disposition upon the same. Note of the following trade papers; namely: From Jaggernaikpoeram An expense account of the end of August, upon which the following is to be remarked; namely: Brought to account under Carpentry and Repairs for the erection of a new flag, as well as the repairing of the tent Cheling; which should not have been written off to this account, but rather to ordinary expenses. A memorandum of Carpentry and Repair concerning the erection of a flagpole, and the making of a flag, as well as the repairing of the tent Cheling, which should have been brought to the account as aforesaid. Likewise the palanquin boys and native servants mentioned therein, as well as letter-carrying wages; the first two items to native servants monthly wages, and the last to ordinary expenses. To approve this expense account and memorandum of Carpentry; provided that the remarks opposite regarding the writing off to incorrect accounts and the calculation errors are redressed and corrected. Over and above this, the following calculation errors have been found therein, namely: Number 4 pieces of white flag cloths are brought to account - - - - - - pagodas 3: 4 7/8 And calculates only at 7 1/4 per the piece - - - - - - - - - 1. 5 1/8 Thus too much - - f 1. 23 6/8

Dutch transcription

272. visscher tot ab solut assistent, persoon te verkiesen tot den vaceerenden dienst van Naareekenaar op het Negotie Comptoir alhier, is op zijn wel Ed:s voorstel tot die dienst aangesteld, den voor lange op het Negotie Comptoir met de vereijschte vlijt, en ijver, dienst gedaan hebbende Assistent Christiaan Theodorus Bloeme, onder bevordering tot boekhouder met ƒ 30. ter maand, en een nieuw vijf Jarig verband, ingaande primo deser. —. Mits ruime tijds expiratie is verstaan bevodeing van Canter„ den Jong Assistent Jacobus Simon Cantervisscher te bevorderen tot absolut assistent met ƒ 24. ter maand, onder een nieuw verband van vijf Jaaren in„ gaande den 3. December 1785 P 273. den 3. december 1785 gradarse von sn gaande primo deser Tot tamboers is verstaan in dienst te readmitteeren de van Nagapatnam herwaards overgekoomen Fransisco de Silva van Nagapatnam, en Anthonij de Silva„ beijde op hunne voormaals gewonnen hebben„ de gagie van ƒ 11. ter maand, onder een nieuw verband van 5 Iaaren, ingaan„ en een Pijper in dienst, de primo deser, Zoomeede tot pijper Domingo: Kuijper van Nagap=m tot ƒ 11. alzoo die bevoorens mee„ de die besolding genooten. heeft. —: Voorts - - 274 den 3. December 1785. voor ƒ9. Heer Gesaghebber van het gebrek der noodige papieren. Voorts is nog beslooten als pijper in dienst admissie van ee Pijpen aan te neemen Jacob Bernard van Nagapatnam teegen ƒ 9 ter maand, onder een verband van 5 Jaaren ingaande primo deser. Den Heer Tesaghebber aan den tekenner gan door der Raade kennis gegeeven hebbende, dat men door destitutie der secretarieele papieren verhindert wierd de noodige schikkingen te maaken, welke al overlang, zo men de daar toe spec„ teerende Chartris waar magtig geweest, 97 7 zouden zijn geeffectueerd, door welk ge„ brek van schikkingen de E: Comp=s huijshou„ delijke affaires aan veel verwarringen subject moeten 275. ter afhaal der zelven van Naga te Committeeren, door de Raad, propositie om stoffenbarge moeten geraaken; proponeerde zijn wel Edele tot overbreng herwaarts dier Documenten te Committeeren de koopman p:l en Pakhuijs„ meester Martinus Stoffenberg onder wiens administratie en bewaaring deselve geweest zijn voor en geduurende den oorlog, en die met veel moeite, en . groote sorg gevigileerd hadde, dat die eerchieven de woede van de alles ver„ woest hebbende Engelsen ontdooken zijn, door die in diverse hem alleen be„ kende plaatsen te sequreeren, en nadien dus notoir tot deese Commissie niemand buijten gem: stoffenberg konde geemploij„ Confammering daarmiede eerd werden, is goedgevonden den zelven na Nagapatnam te laaten overgaan, om den 3. December 1785. alle 276. den 3: December 1785. onder welke recommanda„ tie aan denzelven; Secretaris Brouwer tot lid in de Raad van Jus„ titie alle de door hem geborgene papieren en Do„ cumenten af te pakken in een staat dat deselve met het opengaan der vaart dit heen kunnen getransporteerd worden, onder Serieuse recommandatie van de uuitterste menage, en na alles in gereed„ heijt gebragt te hebben, zelfs zoo dra mogelijk over de landweg te retourneeren. Door dit vertrek van den Pakhuijs„ assumeering van den meester Stoffenberg na Nagapatnam Raad van Justitie een plaats in den zullende vaceeren, is op propositie van den Heer Gesaghebber goedgevonden te assu„ meeren den secretaris Broerius Brou„ Oer - 277. negotie papieren van de duijten quartieren, wer, en hem sodanig te laten fungeeren op den Eed, bevoorens als lid van Justi„ tie te Nagapatnam gepresteerd. . igediende brinding op de dog wierd door den Heer Gesaghe bber ter tafel gebragt eene door den Hoofd= administrateur geformeerde bevinding van diverse van de buijten quartieren ontfangene Negotie papieren, waar op verstaan is zoodanige disposi„ tien te neemen, als in margine van dat papier bekent staan Aanteekening den 3. December 1785. — 278. den 3. December 1785 Aanteekening van de volgende insertie en dispositie op dezelve, Negotie Papieren; te weeten: van Jaggernaikpoeram Een onkostreekening van ult=o Aug Deese onkostreekening, en Memorie waar op het volgende te remar„ van Timmeragie te approbeeren; mits queeren valt; als: het nevenstaande omtrend de af„ Opgebragte op Timmeragie en Re„ boekingen op verkeerde Rekenin„ paratien voor 't oprigten van gen, En de Reken fouten geredres„ Een nieuwe vlag zoomeede het seerd en verbeterd werden. repareeren van de tent Chialeng; dat niet op deese reekening, maar wel op onkosten ordinair hadde moeten werden afgeschreeven. Een Memorie van Timmeragie en Reparatie weegens het oprigten van een vlaggestok, en 't aanmaa„ ken van een vlag, zoomeede het repareeren van de tent Chialeng, dat op reek: als voorzegd hadde moeten worden gebragt- Zoomeede de daar bij vermelde palenquin booijs, en Inlands Dienaaren, mitsgaders briefloonen; de twee eerste posten op Inlandse dienaaren maand gelden, en de laaste op onkosten ordinair- -. Buijten en behalven dit, zijn de vol„ gende Reeken fouten daar inne ge„ vonden, als N=o 4. p=s witte vlaggedoeken is op ge„ bragt - - - - - - pa/o 3: 4. 7 En reekent maar â 7. ¼ pr 't pees - - - - - - - _ _ „ 1. 5. Dus te veel - - ƒ 1. 23. 1 ..

NL-HaNA_1.04.02_9719_0380 view scan ↗

English

279 The 3rd of December 1785. To write this to the chiefs of Palicol for compliance. In the equipment expenses there is extracted pa/ 21: 10: 1/8. And counts only - - - - - - - - 21. 9. 7/8 Which is too much - - pa/s — —: 1/4 These errors being corrected, the aforesaid account can be written off. A statement of account of the Company's petty cash, wherein the balance was pagodas with 4 percent premium, pƒ 30. 1. 7/8, which must be entered into their trade ledgers on the first of November 1785. From Palicol: An expense account of the end of August, on which there is nothing to remark. A statement of account of the petty cash as of the end of August, in which the three-figure pagodas must be entered according to the invoice from here, and subsequently its balance is to be entered into their trade ledgers. By the grab De Tetidawill there have been transported from Tranquebar to here 2918 1/2 lbs net pounds of nagulen in 44 bags, of which there is as yet no invoice. Such to be entered into the books and to be... Therefore request that the aforesaid quantity may be credited to the main account at ƒ —. 6. 12. per pound. 280. The 3rd of December 1785 These 100 pieces of muskets likewise under unappraised goods. Approved. Furthermore brought here by the aforesaid grab 100 pieces of muskets, which as unserviceable have been sent by the Ceylon Government for sale to the former agent Teeke, which I likewise request may be credited to the main account. And that for the sold marked reals, or Mexicans, brought here from Colombo by the ship de Both, a separate return still be made. A memorandum from Colombo of the 7th of June, by which there has been credited to this place a portion of the funds collected at Batavia etc. to be paid out to the Company's servants and residents here who were impoverished in the war, an amount of Rds 5100: 37, or ducatoons 3060: 10. 8, or else ƒ 10099: 10: 8; but upon examining that memorandum it is found that 281 The 3rd of December 1785. To let this happen in such manner, to act according to the proposal. according to the order of Their High Noble Excellencies the 13 7/11 percent has not been added thereto. The said memorandum amounts to ƒ 10099. 10. 8. To which added 13 7/11 percent, making - - 1377. 4. -. Together - - ƒ 11476: 14: 8. If it please, the corrected memorandum could be sent back, and by another, Colombo could be debited for the last-mentioned sum. An invoice from Galle dated the 12th of July 1785, in which the following is charged; namely: For 28 lbs of Dutch bacon etc. to the officers of the ship Hoolwerf as supplement to a provision made to the preacher van de Werth and Under-Merchant Neshusius on the journey from Batavia to Nagapatnam, costs - - ƒ 38: 7: 8. For this, if it please, an order on the adjacent persons to count the amount into the Company's cash and have it taken in for the credit of previous years' charges and expenses. Idem. 282. The 3rd of December 1785. Approved as above. Approved. Idem for 457 lbs of Malabar rice to one kangan, four lascars, eighty-five coolies, and one washerman who with the former Fiscal van Halm traveled from Colombo to Galle and returned back thither . . . . . . . . . ƒ 17. 11. —. For 1/4 18 parras of Calpentyn salt - 2. —. Counts - - - ƒ 17. 13. —. To charge the above to Jaggernaikpoeram by memorandum, to be counted into the Company's cash there. As also for 9000 lbs of Batavian rice, according to the Nagapatnam letter of the 12th of October 1784, unloaded from the cargo of the Company's ship Hoolwerff, and according to the resolution of the 17th of January charged hither at - - - - ƒ 177: 15: 8. These 9000 lbs of rice, according to the letter to Colombo of the 12th of October 1784, were reportedly issued as rations to the Reverend Mr. van de Werth; wherefore the same could be written off to previous years' charges. Likewise for a chest of medicines unloaded at Nagapatnam from 283 The 3rd of December 1785. To let take effect. Shall be counted into the cash by the Commander. the aforesaid vessel Hoolwerf, and delivered to the Chief Surgeon Meppen, costs ƒ 197. 17. 8. For this an order could be made upon the Surgeon Meppen, to have it counted into the Company's petty cash with 75 percent advance, and entered in the books to previous years' profit and loss. An invoice of the 12th of July 1785 of the imported cargo of the Company's ship de Both, in which the 3845 pieces of Mexicans also received therewith are improperly burdened with various expenses to the amount of ƒ 174: —. 8., which, if it please, upon taking in the said invoice may be written off to the main account. An invoice of debit from Batavia dated the 2nd of July 1785, in which among others is charged the amount of the commission and dispatch fees for the commission as Commander for the Honorable Willem Blaaukamer, amounting to 284. The 3rd of December 1785. Provisionally to let be paid into cash by Mr. Stoffenberg, leaving however the freedom to petition Their High Noble Excellencies in that regard. Business concerning the subordinate stations. amounting to - - - - - - - - ƒ 427: 10: As also concerning that which is charged in the said invoice on account of the overcharge for fresh meat and bacon furnished on every meat day to the sailors of the ships 't Veldhoen, de Mercuur, and de Wakkerheijd, together pƒ 173. 3 1/2 or ƒ 779. 3. -, of which the 1/6th part for the Visitor General amounts to - - - - ƒ 129: 17: —. Palliacatta, in Castle Geldria, the 2nd of December 1785. Signed: N:s Jadama. Furthermore, the minutes of the letters that have been successively received from the subordinate stations were submitted by the Commander in Council to deliberate thereon; having proceeded thereto, it is

Dutch transcription

279 den 3„ December 1785. De opperhoofden van Palicol dit ter naarkoming aan te schrij„ Bij d' Equipagie ongelden staat uiytgetrokken. . . . . pa/ 21: 10: 1/8. En teld maar - - - - - - - - „ 21. 9. 7/8 Wes te veel - - pa/s — —: ¼ Deeze Erveuren verbeeterd zijnde, kan voormelde Reekening werden afgeschreeven. Een staat Reekening van sComps kleene Cas, waar bij het Restant was pag: met 4. prCento opgeld pƒ 30. 1. 7/8 die bij hun handel„ boekjes op primo Iber 1785. moeten werden ingenoomen van Palicol Een onkostreek: van ultimo Aug. s waar op niets te remarqueeren Een Staat Reek: van de kleene kas onder ultimo Aug„s, waar bij de driebeeldige pagooden vol„ gens aanreekening van hier moe„ ten werden ingenoomen en ver„ volgens dies Restant bij hunne handel boekjes in te neemen. Per de Goerap De Tetidawill zijn van Tranquebar naar herwaards vervoert 2918. ½. lb: Netto ponden Nagulen in 44. Zak ken, waar van nog geen aanreeke„ Dusdanig bij de boeken in te nee„ ning ende ven. men valt. . 280. Den 3. December 1785 Deese 100. p:s snaphaanen insgelijks bij ongetaxeerde goederen fiat. „ning is; versoeke dus dat quantiteit ten voormelde goede van de Hoofd reek. mag werden ingenomen met ƒ—. 6. 12. het Pond. wijders nog per voorsz: Goerap al„ hier aangebragt 100. p:s snaphaa„ nen, die als onbequaam aan den gew: Agent Teeke, door de Ceijlonse Regeering ter verkoop zijn gesonden, die almee„ de versoeke, dat ten goede van de Hoofd Reek: moogen werden ingenoomen. En dat 'er van de verkogte marcq: reaalen, off mexicaanen, per het schip de Both: van Colombo alhier aangebragt, Een appart Rendement nog gemaakt werden Een Memorie van Colombo van den 7. Iunij waar bij herwaards is ten goede gebragt een gedeelte der gecollecteerde penningen te Batavia ensz: om aan de alhier in den oorlog verarmde Comp e dienaaren, en ingezeetenen uitge„ keerd te werden eene somma van Rd:s 5100: 37. off ducatons 3060:10. 8 dan wel ƒ 10099: 10: 8; dog bij na„ ziening van die memorie is bevonden, dat 8 281 den 3. December 1785. Dit zodanig te laaten geschieden te handelen na het voorstel, dat daar bij, volgens de ordre van Haar Hoog Edelheedens niet zijn geaddeert de 13. 7/1. pr Centos bedraagende gemelde memorie ƒ 10099. 10. 8. E waar toe geaddeerd 13. 7/1. percentos uitmakende - - „ 1377. 4. -. Gerr: Memorie zou met gunstig believen kunnen werden te rug gesonden, en bij een andere, laast„ gemelde Somma Colombo kun„ nen werden aangereekend. —. Een factuur van Gale gedagteekend den 12. Julij 1785. waar bij het volgende is aangereekend; te weeten voor 28. lb: speck Hollands ensz: aan de overheden van het schip Hoolwerf tot suple„ ment van een gedaane verstrek„ king aan den predicant van de werth; en onderkoopman Neshusius, op de reijse van Batavia na Nago„ patnam kost - - ƒ 38:7:8: Hier van met believen, Een ordon„ nantie op neevenstaande per„ soonen, om het bedragen in Comps Cassa te tellen, en doen inneemen ten goede van voor Jaarige lasten en ongelden. Te Gader - - ƒ 11476: 14: 8. Idem 282. den 3: December 1785. adj: dem fiat Idem voor 457. lb Rijst Malla„ baarse aan Een Cangaan, vier las„ quevins, vijf en taggentig Coelijs, en Een wasscher, die met den gew: Heer fiscaal van Halm van Colombo en Tale, en weeder „na derwaarts zijn te rug ge„ keerd. . . . . . . . . . ƒ 17. 11. —. 23 voor 1/418. parv:s Calpett: zout „ — 2. —. - Teld - - - ƒ 17. 13. —. Het booven staande, Jaggernaikp=m per Memorie aan te reekenen, om aldaar in Comps Cassa te werden geteld. Als ook voor 9000. lb Rijst Ba„ taviase volgens Nagap=l brief van den 12. 8ber: 84. uit de lading van 'sComp:s schip Hool„ werff geligt, en volgens besluit van den 17. Ianuarij herwaarts aangereekend met - - - - ƒ 177:15: 8: Deeze 9000 lb Rijst zouden volgens brief na Colombo van den 12: 8ber: 1784 voor randcoen aan den Eerwaarden Heer van de werth zijn af„ gegeeven geworden; wes de zelve op voorjaarige lasten zouden kunnen werden afgeboekt. zoomeede voor een kist met Me„ dicamenten te Nagapatnam uit do den 3. December 1785. te laaten gevolg neemen. zal door den gesaghebber in Cas geteld worden uit voormelde boodem Hoolwerf geligt, en aan den opperchirurgijn Meppen afgegeven kost ƒ197. 17. 8. Hier van een ordonnantie op de Chirurgijn Meppen kunnen ge„ maakt werden, om met 75 p=s Cento advans in sComps kleene Cassa te doen tellen, en bij de boeken op voorjaarige winst en verlies ingenomen werden. Een factuur van den 12. Julij 1785. van de aangebragte laading van het Comp:s schip de Both, waar bij de daar meede ontfangene 3845. stuks Mexicaanen oneij„ gen met diverse ongelden zijn beswaard, ten bedraage van ƒ174:-8. die met believen, bij inneeming van gem: factuur op de hoofd Reek: zullen kunnen werden afge„ schreeven. Een factuur van aanreekening van Batavia gedateerd den 2. Julij 1785. waar bij onder an„ deren aangereekend is het be„ draager van 't op en expeditie geld voor de Commissie als ge„ saghebber, voor den wel Edelen Agtb: Heer Willem Blaaukamer groot 2.84: den 3. December 1785. bij provisie in Cas te laaten betaalen, door de heer Stoffenberg, dog vrijheid te laaten om daar omtrent aan A: H: Ed: te requestreeren. Comptoiren, groot - - - - - - - - ƒ 427: 10: Als meede over het geene bij gem: factuur is aangereekend, wee„ gens het te veel opgebragte voor verstrekte versch vlees en speck op ieder hagjes dag aan de Zeevaarende van de scheepen T veldhoen, de Mercuur, en de wakkerheijd te zamen p ƒ 173. 3½ off. ƒ 779„ 3. - waar van de 1/6. gedeelte voor de visitateur Generaal be„ - - --ƒ 129:17:— draagt Palliacatta In't Casteel Geldria den 2. December 1785. /:was geteekend:/ N:s Ia„ dama. Voorts wierden door den Heer Gesaghebber besoign over de buijten„ in Raade overgelegd de notulen der brie„ ven, welke successive van de buijten Comp„ toiren zijn ontfangen, om daar over te be„ soigneeren, waar toe getreeden zijnde, is aan E

NL-HaNA_1.04.02_9719_0386 view scan ↗

English

285 the 3rd of December 1785. Lease at Jaggernaikpoeram. Order to send the lease conditions hither. Approval of the concluded hire of a private sloop. Initial approval was understood regarding Jaggernaikpoeram to approve the concluded lease of the domains of the villages of Jaggernaikpoeram, Gollepalem, and Gondewaram, the first for a sum of N: p/o 725: and the second for 250: equivalent pagodas, but also to order the chiefs to send hither at the earliest opportunity the lease conditions together with a comparison of the amount of that lease against the last one made before the war, which had been neglected by them. Likewise to convey the approval of this Council 286 the 3rd of December 1785. Requisition for Bimilipatnam of 50 freestone blocks. Postponed decision regarding the delay in the departure of the Both. Approval of the supply of provisions made to the said vessel. Order to Jaggernaikpoeram to send 200 lb of cloves to Palicol. Council regarding the hiring of the private sloop Het Fortuin for two three-image pagodas per garce, in order to transport the trade merchandise and further necessities brought by the Company ship De Both for Bimilipatnam to the said trading post. As well as regarding the requisition made by the chiefs for 50 pieces of freestone blocks of 1 ½ feet square and 2 feet thick, for the service of the mint, with the communication that the necessary instructions regarding this will be written to Sadras. Respecting the delay in the departure of the ship De Both, it was agreed to suspend the decision thereof until such time as this Council shall have received the promised further report together with the papers relating to that matter. On the supposition that the necessity of the requisition made by Captain Abo, consisting of 12000 lb of rice and 400 lb of carraat, has been clearly shown to the servants, it was resolved provisionally to accept that supply, and to postpone the final decision in that regard until the arrival of the promised papers relating to the ship De Both and its dispatch. Furthermore, it was agreed to order those servants to send to Palicol 200 lb 288 the 3rd of December 1785. A specific statement to be made of the cost of 3 thonys, with what rigging. 200 lb of cloves to serve as a present for the native Regents there. By the resolution of this meeting of the 11th of October last, Jaggernaikpoeram having been chosen as the most suitable place for the construction of the three thonys, it was now resolved upon the proposal of the Lord Commander to order the chiefs to furnish this meeting as soon as possible with a specific statement of the cost of three pieces of tonies; namely: 2 pieces with native rigging, such as were used in the bay before the outbreak of the war for the collection of 289 Communication to the Council regarding the granted allowance to Ravallet. of the collected goods, and 1 ditto with a European or sloop rigging to be used along this entire coast. Finally, it was agreed, for the information of the Junior Merchant and Second De Ravallet, to give communication to the servants that Their High Mightinesses have graciously granted to the present Lord Commander, as former chief, and the said De Ravallet, as Second of Jaggernaikpoeram, a favorable allowance, since they, having been prisoners of war of the English, enjoyed not the least subsidies; 290 the 3rd of December 1785. Approval for Palicol of the concluded lease of the domains. Order to send over a comparison thereof against the previous year. concerning which allowance they will be further informed as soon as the final decision from Their High Mightinesses shall have been received. The business concerning Jaggernaikpoeram having concluded, they proceeded to that of Palicol: concerning which it was initially agreed to approve the concluded lease of the Company domains for a sum of pagodas 845: or ƒ 3802: 10: but also to order these chiefs to furnish this Council with a comparison of this lease against that which was the last before the war, 291 the 3rd of December 1785. The requisition made cannot be met due to a lack, but the mentioned stationery has already been sent. Order regarding the presents of spices to comply with the instructions. showing the reasons for the increase or decrease of each item individually. Upon the requisition for necessities made by that trading post, it was agreed to reply that it cannot be fulfilled due to a lack of the requested items; and that they had nevertheless been sent as much stationery with the ship De Both as the small stock thereof had permitted; but with regard to the requested spices amounting to 580 lb in kind for presents, to order those servants to comply with what was demanded by today's circular letter regarding the giving of presents at the outer trading posts, with the further notice that the chiefs of Jaggernaikpoeram would be ordered to send thither 200 lb of cloves to serve for the unavoidable presents. 292 the 3rd of December 1785. Demand made by the Nawab for the overdue lease, etc. Order to be given to Jaggernaikpoeram to send 200 lb of cloves thither. Business of Sadraspatnam. Proceeding further to the business of Sadraspatnam, there appeared first of all a translation of a Persian letter, written by His Highness the Lord Nawab Mamed Alichan Bhadur to the Chief Van Bijland, demanding payment of overdue

Dutch transcription

285 den 3. December 1785. „pagting te Jagg. last om de pagt Conditien herwaarts te zenden, goedkeuring der gedaane in„ huuring van een parti„ ouliere Chialoup, aanvankelijk ten aansien van Jaggernaik poeram verstaan, de gedaane verpagting approbatie den gedaane ver der Domainen van de dorpen Iaggernaik„ er 7 poeram, Gollepalem, en Gondewa„ ram, het eerste voor een somma van N: p/o 725: en de tweede voor 250: ge„ lijke pagoden, te approbeeren, dog de opper„ hoofden teffens te gelasten om de pagt„ Conditien nevens eene vergelijking van het bedraagen van die verpagting, ter„ gen de laaste, die voor den oorlog ge„ daan is, per eerst komende geleegentheid herwaarts over te senden, het welk door hem versuijmd was. —. Gelijk meede de goedkeuring deeses Raads 286 den 3. December 1785. Eisch na Bimilipm van 50. arduijne steenen, uitgestelde dispositie nop het verwijl van het vertrek van de Both, Raads te betuigen over de inhuuring van de particuliere Chialoup Het fortuin voor twee drie beeldige pagoden per garst, 29 om de door sComp schip De Both. voor Bimilipatnam aangebragte handelwhaa„ am aang ren, en verdere benodigtheeden, na gem: 9 Comptoir over te brengen. Als ook de door de opperhoofden gedaane item van den gedaanen eijsch van 50 p=s ardiine steenen van 1. ½. voet in het vierkant en 2: voeten dik, ten dienste van de munt, onder Communicatie Sa„ dat daar omtrent het nodige na dras zal werden aangeschreeven Specteerende het verwijl van het vertrek van het schip de Both is ver„ staan dies dispositie te surcheeren tot ƒ approbatie der gedaane ver„ strekking van van don„ nen aan gem: bodem, gellen na Palicol te zenden tot tijd en wijle aan desen Raade zul„ len zijn ter hand gekoomen het gepro„ „mitteerde nader verslag neevens de papieren tot die zaak relatif. In Suppositie dat de Bediendens evident gebleken is, de noodsakelijkheid der gedaane eijsch van den Schipper Abo bestaande in 12000: lb: Rijst, en 400 lb: Carraat, is goedgevonden provisioneel in die verstrekking genoegen te neemen, en de finale dispositie dierweegens uit te stellen tot de arrive der beloofde pa„ pieren tot het schip de Both, en dies depeche betrekking hebbende. — last na Jagg: om 200. lb na„ Wijders is verstaan die Bediendens Palicol af te steeken te gelasten, om na den 3. December 1785. 200 lb 288 den 3. December 1785 ve te doen van het kostende van 3. Tko„ rijs met welke tuijgagien„ 200 lb Garrioffel Nagulen om te dienen tot geschenk aan de inlandsche Re„ genten aldaar Bij het besluit deser vergadering, en een specificque opga„ in9. Jaggernaikpoe„ van den 11. 8ber p:o ram de bekwaamste plaats gekeurd zijnde tot den aanbouw van de drie thonijs, zo wierd nu op propositie van den Heer Gesaghebber beslooten, de opper„ ƒ hoofden te gelasten om dese vergadering 2 zoo spoedig mogelijk te dienen met een specificque opgaave van het kostene van drie stuks Tonies; namentlijk: 2. stuks met inlandse tuig, hoedanig voor de doorbraake des oorlogs in de bogt zijn gebruijkt tot den afhaal van 289 vallet weg„ de toege„ legde toeslaag van de gesaaijde goederen, en 1. d=o met een Europasch of Chaloups tuig om langs deese gantsche kust 1 gebruijkt te werden. Commuinicatie aan de Ra„ Eijndelijk is verstaan, tot narigt van de onderkoopman en secuende de Ravallet, de bediendens Com„ municatie te geeven, dat door Hun„ Hoog Edelheeden gratieuselijk is geaccordeerd aan den presenten Heer Gesaghebber als geweesen opper„ hoofd en gemelde de Ravallet als Secunde van Iaggernaikpoeram een favorabele toelaag, dewijl zij van Zijnde, de Engelschen, krijgs gevangen geen de minste subsidien genooten heb„ den 3. December 1785 ben 290 van de gedaan verpagting der domeinen, last om een vergelijk daar van tegens het voerige Jaar over te zenden, „ben; omtrent welke toelage men hen nader zal onderhouden, zoo dra men de finale dispositie van Hun Hoog Edelhee„ den zal hebben ontfangen. De besoigne over Iaggernaikpoe„ ram afgeloopen zijnde, ging men over tot Van die van Palicol: waaromtrent aanvanke, aprobatie ven Palicol lijk verstaan is te approbeeren de gedaane verpagting van sComp: Domainen voor een somma van pr /. 845: of ƒ 3802: 10: dog deze opperhoofden almeede te gelasten, dee„ sen Raade te dienen met een vergelij„ king van deeze verpagting teegen die welke de laatste geweest is voor den Oorlog, den 3. December 1785 met & 291 den 3. December 1785. geberk niet voldaan werden, dog het gewaagde schrijf„ tting is reets versonden, last omtrend de geschenken van specerijen na de or„ dee te gedragen, met aantooning van de reeden der ver„ meerdering of vermindering van ijder arti„ cul op zig selve: —. den gedaan en eijsch kan mits Op den van dat Comptoir gedanen Eijsch 1 van benodigtheeden is verstaan te res„ cribeeren, dat aan deselve, uit hoofde van gebrak aan de gevorderde articulen niet kan worden voldaan; en dat men hen egter zoo veel schrijfting met het schip de Both had laten toe„ komen, als de geringe voorraad daar van had gepermitteerd; dog ten aanzien van de gepetitioneerde specerijen ten bedraa„ ge van 580. lb in soort tot geschenk. die bediendens te gelasten zig te gedraagen aan het geen bij Circulaire brief 292. den 3: December 1785. gedaanen Eijsch door den Nabab om de agterstal„ lige pagt pern: om 200 lb nagulen na derw:d te zenden, brief van Heeden omtrent het doen der presenten op de buijten Comptoiren, werd gedemandeerd, on„ der verdere te kennen gaave, dat men de opper, te geeven ordre na Pagg: hoofden van Jaggernaikpoeram zoude aan„ Sag schrijven na dat heen af te steeken 200 lb 1 doen Garrioffel Nagulen om te dienen tot de onver„ of mijdelijke geschenken: Voorts getreeden zijnde tot de besoigne besoigne ven sadras 1 Sadraspatnam, kwam aller eerst voor een translaat van een per„ siaansche brief, door zijne Hoogheid den Heer Nabab Mamed Alichan Bha„ dur aan het opperhoofd van Bijland geschreeven ter aanmaning om betaaling van over

NL-HaNA_1.04.02_9719_0394 view scan ↗

English

293 the 3rd of December 1785. has answered; regarding the correspondence with his Highness, concerning lease moneys, which the prince considers are still owed to them on account of Sadras as arrears; and the answer fitted thereto by the said Chief, which, since it contains nothing definitive, one has seen fit to approve, for the reason given by van Bijland, namely that the Nabab's hircarra had been unwilling to wait, and also not to depart without an answer, but at the same time to write to him that such correspondence belongs to the department of this government, and that such letters may only be answered by the Chiefs when a prompt 294. the 3rd of December 1785 the last paid lease moneys prompt answer is required, in which case the original letter with the answer must be sent to the main factory at the first opportunity, on which account the Chief shall be ordered to send that letter in original together with his answer hither by an express; and since it has further appeared for the information of this Government that the reckoning of time in his Highness's letter seems to require further investigation, and there is some appearance as though the Nabab might also wish to claim lease moneys for the time that Sadras was in the possession of the English, it has been resolved to order the Chief to have exact 295 the 3rd of December 1785 request made for an instruction and a Company seal; postponed disposition thereupon information obtained by the interpreter and Brahmin as to when the very last payment of the lease moneys was made before the transfer of Sadraspatnam to the English on the 19th of July 1781, and to send that statement hither: While the further deliberations on this delicate subject will be postponed until after information has been obtained, and as much light has been gained as can be gathered in the absence of the necessary papers and books. A request having been made by the Chief to be provided with an instruction according to which he might conduct himself in the future, and 296 the 3rd of December 1785. what is recommended to him regarding both matters to be permitted to have a Company seal, since until now he had been obliged to seal all Company letters, and also those to the Nabab, with his own private seal; it has been resolved regarding the first to recommend him to regulate himself by those instructions which the Honorable Haksteen of late memory gave to the Chiefs of Sadras dated the 5th of October 1765 and the 6th of June 1767, in so far as the latter is general, and not particularly related to matters existing at that time, but now long since settled, which instructions are to be found among the papers that are about to be sent to him; and concerning the seal 297. the 3rd of December 1785. detailing the complaints of the merchants and brokers to authorize him to have an ordinary Company letter seal made, and to enter its cost in the monthly expense account. The Chief having detailed at length the complaints which the linen suppliers, or rather the merchants' brokers in the weaving villages, have brought forward concerning the vexations from the side of the English in the weaving villages Mananboddie and Chembacum, transmitting a translation of the ola written by those brokers to the merchants, wherein they complain that a certain Englishman named Moed-pret and his servants had extorted a binding ola from them 298 the 3rd of December 1785. remarks regarding the same, as well as regarding the promise made by the merchants with respect to the Company's assortments ola not to have any linens woven in those villages, just as they had also taken a written bond from those weavers not to weave any other than English sorts; the Director observed hereupon that such written bonds had frequently been taken by the English before, when he was Chief, against which representations had then been made by him to the Governor of Madras, and often not without some effect. And that this was not very unusual at Sadras, as the English are absolute masters in all the weaving places round about. The Director further remarked that the merchants at Sadras had run very far ahead in having linens manufactured, unless that was for their private trade, according to samples for the Company; and the brokers no less with their promises to the merchants that they, as soon as those hindrances were removed, would contract for linens according to the Dutch assortment, to which indeed the merchants as little as their brokers are in a state, since there are as yet no approved samples, 200 the 3rd of December 1785 what to order the Chief van Bijland in that regard since those recently sent over from Sadras will only presently be brought to the table for examination: That it could therefore not have come to any actual obstacles, His Honor thought that one could for the present pass over these grievances of the brokers unremarked, if it were not deemed more advisable to oppose the beginnings of such practices by the English as much as possible at the outset, by authorizing the Chief van Bijland to give notice, as it were by a private letter to the Governor of Madras Davidson, of the conduct of Mr Moedforet and his people, with

Dutch transcription

293 den 3. December 1785. geantwoord heeft; nopens de briefwisseling met zijn hoofheijd, van pagtpenningen, die de vorst vermeind dat wegens Sadras aan hun nog moeten voldaan werden als agterstal„ mat het opsehorfd daar op lige; en het antwoord door gem: Opperhoofd daar op gepast, het welk men, wijl het niets bepaaldelijks behelst, wel goedvond te approbeeren, om de door van Bijland gegevene reden dat nament„ lijk des Nababs harcarra niet hadde willen wagten, en ook niet zonder antwoord vertrekken, dog hem teffens welke last aan den zelver aan te schrijven, dat diergelijke Cor„ . .— respondentien van het departement van dese regering zijn, en dat zulke brieven door de opperhoofden alleen maar mogen beantwoord worden, wanneer ter een spoedig 294. den 3. December 1785 de laatste betaalde pagt pern: spoedig antwoord vereijscht word, in welk ge„ val de origineele brief met het ant„ woord bij eerste gelegentheid na het hoofd„ Comptoir moet gezonden werden, uijt welken hoofde men het Opperhoofd zal gelasten om dien brief in orginali „nevens zijn antwoord herwaarts met een expresse over te senden en nadien het item ten inforneering va deese Regeering is voorgekomen. dat de tijd reekening bij zijn Hoogheids brief, een nader ondersoek schijnt te vereijsschen, en het eenige schijn heeft, als of de Nabab ook niet wel pagtpenningen zoude willen protendeeren voor den tijd, dat sadras in de bezitting der Engelschen is geweest, is ver„ staan het opperhoofd te gelasten zig exact 295 den 3. December 1785 gedaan verzoek om een instruc„ tie diern en een Comps zegel exact door den tolk en Bramine te doen in„ formeeren, wanneer de allerlaatste beta„ 1 ling der pagtpenningen voor het overgaan van Sadraspatnam aan de Engelsen op den 19. Iulij 1781. geschied zij, en die opgaaf herwaarts over te senden: qitgestelde dispositie daar Terwijl men de verdere besoigden over dit delicaat onderwerp zal uijtstellen, tot na bekomen informatien, en van zoo veel ligt als men mits ontstentenis van de nodige papieren en beeken zal kunnen op doen. Door het opperhoofd versoek gedaan zijnde om te mogen werden voorsien van eene instructie waarna hij zig in het vervolg zoude kunnen gedragen in om op, 296 den 3. December 1785. en ander aan bevolen wordt, om een sComp:s Zegul te moogen hebben, wijl bij tot hier toe alle Comp:s brieven, en ook die aan den Nabab met zijn eijge Cachet eijge hadde moeten zegelen; is omtrent het eerste wat hem omtrent het een goedgevonden hem aan te beveelen, zig te reguleeren na die instructien welke de wel Edele Gestrenge Heer Haksteen /:L: M:/ aan de opperhoofden van Sadras heeft gegeeven in dalis 5 october 1765 en geg 6. Junij 1767. voor zoo verre de laatste algemeen, en niet in het bijsonder betrek„ kelijk is op toenmaals geexteerd hebbende, dog nu voor lange afgedaane zaaken, 8 welke instructien te vinden zijn, onder de papieren welke hem staan toege„ sonden te worden; en belangende het ze„ gel - 297. den 3. December 1785. van de kooplieden en maakelaars, „ hem te qualificer om een geroon 's Comp:s brief zegul gel „ te laaten vervaardigen, en dies kos„ „tende bij de maandelijkse onkostree„ kening op te brengen. ditailleering die klagten Door het Opperhoofd in het breede gedetailleerd zijnde, de klagten, welke de lijwaat leveranciers /:of eijgentlijk der kooplieden makelaars in de weef d dorpen:/ hebben ingebragt over de veratien van de kant der Engelschen in de noof„ dorpen Mananboddie en Chembacum onder overzending van een Translaat van de ola door die Makelaars aan aar de kooplieden geschreeven, waar bij zij net op hef klagen, dat een zeker Engelsch . „ man door Een Moed-pret genaamd en zijne bediendens van hen een verband ola 1 298 den 3. December 1785. remarque dierws zoo wel„ ola hadden afgeperst, om geen lijwaaten in die dorpen te laaten, weeven, gelijk zij dan ook een verband schrift van die wevers hadden genomen om geen andere dan Engelsche zoorten te weeven; zoo wierd hier op door den Heer Gesaghebber aangemerkt, dat diergelijke verband„ schriften bevoorens. dikmaals toen hij „ Opperhoofd was geweest, door de Engelschen „waaren genoomen, waar tegen dan, /:en meenigmaal niet zonder effect :/ door eenig hem representatien aan den Heer Gouver„ neur van Madras waaren gedaan, - En dat dit te sadras niet zeer on„ gewoon was daar de Engelschen in alle de weefplaatsen in 't ronde volstrekt meestenrt 299. den 3. December 1785. promesse der koopl: ten aansien van sComp:s sorte„ menten als posens de gedoan meesters zijn. Wijders remarqueerde den heer Gezaghebber, dat de kooplieden te Sadras zeer waaren voor uit„ geloopen met lijwaaten te laaten aan„ maaken /: ten waare dat voor hunne bij zonder handel, was:/ na monsters voor de Compe.; En de makelaars niet minder met hunne beloften aan de kooplieden dat zij /:zoo dra die hindernissen waaren weg Lijwaaten na de Hol„ genoomen:/ landsche sorteering zouden aan be„ steeden, waar toe immers de koop„ lieden zoo min als hunne Make„ laars in staat zijn, wijl 'er nog geen geapprobeerde monsters zijn, zullende 200 den 3. December 1785 opperhoofd van Bijland te gelasten, zullende de Jongst van Sadras overgezondene Eerst straks ter Examinatie op tafel ge„ „bragt werden:/ Dat het dus tot geen dade„ lijke obstaculen hebbende kunnen gekomen 1 zijn, zijn Ed: meende, dat men deeze do„ liantien der Makelaars voor Eerst onge„ merkt konde passeeren, zoo men niet wat daar omtrend aan het raadzamer oordeelde, om de beginze„ len van zulke handelwijzen der Engelsen in het begin zoo veel mogenlijk tegen te gaan, door het opperhoofd van Bijland te qualificeeren, om quasi bij een particu„ liere brief aan den Heer Gouverneur. van Madras David Son van de Conducte van M=r Moed= foret en de zijne kennis te geeven, met „

NL-HaNA_1.04.02_9719_0402 view scan ↗

English

301 the 3 December 1785. with a request to prohibit such arbitrary actions and not to disturb our trade, but to let it take its course at the weaving places as of old. The members, judging the latter not unserviceable, resolved to qualify the said chief to write such a letter, with orders to send hither the copy of the letters to be exchanged back and forth. Then, as regards the chief's opinion that one would find speedy redress against this with the Nabob, whom he assures to be very jealous of his authority since he 302 the 3. December 1785 has obtained the entire administration of his lands, the Director expressed his misgivings as to whether addressing oneself to that prince might not possibly be rather detrimental than beneficial, since it is not to be thought that under the administration of the lands in which the Nabob has been restored, there is also included the Jagir of the English Company, in which, however, the weaving villages where the linens supplied by Sadras are woven, are situated, and where that nation is thus absolute master. This consideration appearing very probable to the meeting, 303 it was decided to write to the chief of Sadras not to address himself to the Lord Nabob on this subject without special orders from this Government. The said chief having reported the safe arrival and unloading of the merchandise and necessities sent to Sadras on the 9th of October by the private thonij of Hendrik De Costa, under the supervision of Sergeant Hendrik Muller and Boatswain Harmen Hendriks, notwithstanding the rough weather prevailing there in the roads; but that on account of the continuous 304 the 3. December 1785. rain and for lack of bags, they could not yet be weighed, it was decided to take this as a notification; but regarding the condition of 7 chests of nutmegs and cloves that were opened in the presence of the sworn clerk, namely that three of the same were in very bad condition, the nutmegs being considerably mite-eaten and the cloves very dusty, of which he would shortly send a sample together with the findings of the unloaded cargo, the chief is to be informed that this Government does not at all approve of the manner in which he acted in this case, 305 as he ought at that very time to have taken 1/2 or 1/4 lb of spices from each of those chests in the presence of the clerk Frans Rousseau and the two supervisors, who ought to have sealed these little bundles each with their own seal, to be sent hither with the findings of the unloaded cargo from the vessel, when one could have confronted the same with the parcel from which those spices were taken, which is now too late after the lapse of so much time, besides which the one supervisor who ought to have been present 306 the 3. December 1785. has already returned long ago. Wherefore it was approved and resolved to order the chief to act according to the regulations in future, both in receiving and in shipping all goods, and especially spices. Furthermore, the supply of 4 pagodas made to the one returned supervisor, Sergeant Hendrik Muller, was approved, with orders to the chief to process that entry in the Sadraspatnam cash account according to the regulations, and to cause the other, Boatswain Harmen Hendriks, to return hither as soon as there 307 is opportunity for it. The oft-mentioned chief having reported that out of necessity and for the guarding of the Company's effects stored in various warehouses, he had been obliged to take 8 more peons into service, it appeared to the meeting that, however much it must be against its inclination to condescend to any increase of expenses whatever, especially at a time when an extraordinary economy must be observed on this coast, where the expenses are not met by the least notable profits from trade, either of sale or purchase, but 308 the 3 December 1785 the Company's entire commerce is as good as at a standstill, it could not, however, refrain—out of consideration for the present condition of Sadraspatnam, where one does not have the least security in the inadequate storage places for the Company's goods, and thus from a conviction of the necessity—from consenting to the hiring of another eight peons, which it was therefore decided to allow, in the trust that with those who are now in service there, making together a number of 20, it will suffice for the present, and as long as the establishment is not increased.

Dutch transcription

301 den 3 December 1785. wegens bij den Nabab te verbieden met versoek van diergelijke wille keurige ac„ tien te beletten, en onsen handel niet te turbeeren, maar die ij de weefplaatsen, gelijk van ouds zijn gang te laaten gaan: De Leeden het laatste niet on„ dienstig oordeelende, wierd beslooten gedagte opperhoofd tot het schrijven van zodanig een brief te qualificeeren, met last om de Copia der over en weder te wisselene brieven herwaarts over te zenden. en hem de adressering dien Dan wat verder aanbelangd des op„ spoedig perhoofd mening, dat men redres daar tegen zoude vinden bij den Nabab, die hij verzekerd zeer Ja„ loers van zijn gezag te zijn, zedert hij 2:02. den 3. December 1785 hij de geheele beheering van zijne banden bekomen heeft, zoo gaf den heer Gesag„ 10 8 hebber zijn bedenking te kennen, of zig aan dien vorst te addresseeren, niet mogelijk eer nadeelig, dan van baat zoude zijn, alzoo het niet is te denken, dat onder de behering der landen, in 1 welke de Nabab hersteld is, ook vervolg begreepen zij het Jagier van de Engel„ sche Comp: in het welk egter de weef dorpen, daar de lijwaaten, die sadras leeverd, geweren worden gelegen zijn, en alwaar dus die natie volstrekt meester is. Deeze Consideratie de ver„ gadering zeer probabel voorkomende, zoo 303 dene Coopman s: voor gecommuniceerd aan te kennen . zoo is verstaan het opperhoofd van Bij„ „land aan te schrijven, om zig zonder speciale last van deese Regeering over dit onderwerp niet aan den Heer Na„ bab te addresseeren de ontlossing van den gezon„ Door meermelde opperhoofd bedeeld zijnde de goede overkomst en ontlos van de op den 9: 8ber: per de particu„ liere thonij van Hendrik De Costa onder opzigt van den sergeant Hen„ drik Muller, en den bootsman Harmen Hendriks na Sadras ge„ zondene koopmanschappen en benodigt„ heeden, niet teegenstaande het rum weeder, dat het aldaar ter rheede maakte; dog dat die om de Continueele den 3. December 1785. veegen —. 304 den 3. December 1785. tuigen over het bedeelde nop:s de nooten en na„ reegen in gebrek aan zakken nog niet hadden kunnen gewogen worden, zoo ƒ verstond men dit een en ander tot Com„ municatie aan te neemen; dog omtrend de gesteldheijd van 7. Nooten en Nagul, en het ongenoegen te be„ kisten, die in presentie van den gesw: guln soriba geopend waaren, namentlijk dat drie van de zelve zeer slegt waren geconstitueerd, als zijnde de Nooten Con„ 6 siderabel vermijterd, en de Nagdelen b zeer stoffig, waar van hij nader een preuve nevens de bevinding der uitge„ leverde lading zoude oversenden aan het opperhoofd te verstaan te geeven dat deeze Regeering in het geheel niet appro„ 1 beerd de handelwijze, welke hij in dit geval 6 1 305 Vervolg geval heeft gehouden, wijl hij op die tijd zelfs uit ijder van die kisten in Frans presentie van den scriba Rousseau en de beijde gesagheb„ bers ½ of ¼ lb specirijen hadde moeten neemen, welke die bondeltjes elk met hun eijgen segul hadden moeten ver„ seegelen, om herwaarts met de be„ vinding der uijtgeleeverde lading van het vaartuig overgesonden te worden, wanneer men de selve teegen de parthij, uit welke die specerijen genoomen waaren, hadde kunnen Confronteeren, het geen nu, na zoo veel tijds ver„ loop te laat is, daar buijten dien de eene gesaghebber, die daar bij hadde den 3. December 1785. behooren 306 den 3. December 1785. wat hij in dat geval had„ de moeten doen, verstrekking van 4 p: aan den Serg=t Mulder, last em den bortsmaan af Hendriksz, dit heen te zenden; behooren present te zijn, reeds over lang geretourneerd is, waarom goed gevonden en verstaan is, het opperhoofd te gelasten om in het vervolg zoo met den ont„ vangst, als met den afscheep van alle goederen, en insonderheid der specerijen na de ordre te handelen. voorts wierd geapprobeerd de gedaane apportatie van de godaaige verstrekking van pag: 4. aan de eene te rug gekoomene gesaghebber den sergiant Hendrik Muller met last aan het opperhoofd om die post bij de sa„ araspatnamse Cassa reekening na de ordre te behandelen, en den anderen, den bootsman Harmen Hendriks meede herwaarts te doen retourneeren, zoo dra daar 307 van 8 pions aldaar, daar toe geleegentheid is gedaan in dinst geining Door veel gem: Opperhoofd bedeeld zijnde„ dat hij uit nordzakelijkheid en ter be„ waking van sComps effecten die in on„ derschijde pakhuijsen geburgen werden ƒ 1 genootzaakt was geweest om nog 8 pions in dienst te neemen, zo kwam het de vergadering voor, dat hoe zeer het dezelve teegen moet zijn, om te Con„ descendeeren, in eenige hoe genaamde ver„ „ meerdering van lasten voor al in een tijd dat eene meer dan gemeene me„ nage op deese kust moet in agt genoomen werden, alwaar de ongelden door geene de minste naamwaardige voordeelen uit den handel zoo van den 3 December 1785 ver 308 den 3 December 1785 besluit de zeve om de gegoe„ vens reedenen toe te staan, vern off inkoop te gemoet werden gekomen, maar 'sComp:s gansche Commercie, zoo goed, als stil staat, zij zig echter niet konde despencee„ ven om uit Consideratie van den poresenten toestand van Sadraspatnam, alwaar men geen de minste securiteit voor de insufficante berg plaatsen van sComps 8affr goederen heeft, en dus uit overtuiging van de noodsakelijkheid, te bewilligen in het he aanneemen van nog agt pions die men daar om besloot toe te staan, in vertrouwen dat het met die geene, welke nu al„ daar in dienst zijn, welke te samen een getal van 20. stuks uitmaken, voor eerst, en zoo lang den omslag niet vermeerderd 1 te stellen zal zijn. Door C

NL-HaNA_1.04.02_9719_0410 view scan ↗

English

Inspection of the linens sent from Sadras. Having been exhibited to this Council by the Lord Commander, and having been viewed and inspected by the same with the required accuracy, the 5 pieces of sample swatches sent by the Chief van Bijland along with his letter of the 31st of October last, consisting of 1/2 piece Salempuris ordinary, bleached 1/2 piece Guinees, ditto, ditto 1/2 piece ditto, brown blue 1/2 piece Baftas, ditto, ditto 1/2 piece Salempuris, ditto, ditto How the same were found. 3 December 1785. which being found to be utterly defective, it was resolved upon the proposal of His Honour to retain these pieces solely for the shaming of the merchants To write to and instruct the Chief what to do regarding this. who have dared to produce such rags under the eyes of this assembly, with orders to the Chief to announce to those merchants in the most significant terms the utmost indignation of this assembly over their disadvantageous effrontery in daring to offer such refuse rags, moreover inducing him, the Chief, with the most inept untruth, as if the collection at Sadraspatnam had always been conducted according to such defective rags, whereas they are convinced that never would such a piece have been accepted even as fourth sort, if they had even dared to bring them to the Packing House; further instructing him to make known to those merchants that one is less surprised that they only ask the old prices for the linens, for which anyone other than them would certainly want to make a delivery of such defective goods, than that they were not yet shameless enough to demand an increase, and merely content themselves with proposing an enormous augmentation on the washing, bleaching, and dyeing wages of no less than pagodas 5 on a pack of blue and pagodas 3 on a pack of bleached linens. Yet, it being unnecessary to enlarge further on this at present, because it is impossible, even if other circumstances immediately permitted making a beginning therewith, to make any collection according to such samples, since experience has long since proven that the delivered linens never equal the sample pieces, much less surpass them, from which one can thus easily infer what defective goods one has to expect upon delivery according to such so-called samples as those sent, regarding which one cannot comprehend how the Chief could have allowed them to slip into his hands, as in fact no worse linens of this sorting can be made, which would barely serve as dungarees around the packs; and Since it would thus be preferable to collect no linens at all at Sadras than such as one is beforehand convinced must yield a loss, wherever they might be brought, it was resolved to instruct the Chief to announce to the merchants that they shall have to make immediately other samples of the required quality, length, and breadth, agreeing in everything with those upon which they formerly undertook the collection and delivered the linens, at the same time signifying to them in the most earnest manner that, to the contrary, they will be dismissed as unworthy subjects and we shall employ other traders, upon which they can firmly rely, further demanding that the Chief send the new sample pieces to be made to this assembly for approval, being mindful to transmit of each sort not a half but a whole piece, in order to receive back half as a sample after approval. Regarding the request of the Chief van Bijland to grant to the scribe Frans Rousseau the same emoluments as his predecessors have enjoyed, The requested emoluments for the scribe Rousseau denied, and why. it was resolved to reject the same, since no other than bookkeeper's emoluments are attached to the office of scribe, and among all previous scribes the present pay-bookkeeper Simon Duijnevelt was the only one who was assigned under-merchant emoluments, after he had nonetheless served as such for over 14 years, without his successor having enjoyed thereof; while it is currently not the time to introduce novelties to the increase of the Company's burdens. To send the requested secretarial papers thither. On the other hand, it was resolved to grant the request made by the often-mentioned Chief, namely to send him by the overland route the latest Sadraspatnam secretarial papers, since those of the Trade are all absent. The matter of Sadras being finished, it was resolved with regard to Portonovo, upon the question of the Resident Jopander as to how he should deal with the charges incurred in the shipment to Jaffanapatnam on freight in a private thonij of 839 pieces muskets, 837 pieces bayonets, 838 pieces iron ramrods, 844 pieces scourers, and 811 pieces bayonet scabbards, Order to Portonovo to deduct this here from the freight.

Dutch transcription

309 gezonden monstens lij„ waaten visitatie der van Sadras Door den Heer Gesaghebber aan deese Raade vertoond, en door den selve met de vereijschte accuratesse gesien, en ge„ visiteerd zijnde, de door het opperhoofd van Bijland nevens zijnen brief - van den 31. 8ber: J:o leeden overgesondene 5. stuks monsters bestaande in ½. p Salempe Gem: Gebleekt ½ „ Guinees d. o d=o ½ „ do. bruin blauw ½ „ Baftas d=o d_o. ½ „ Salemp:s d_o d=o. hoedanig de zelve bevonden welke ten uittersten ondeugend: bevon„ den zijnde, is op voorstel van zijn Ed: verstaan deese stukken alleenlijk aan te houden ter beschaaming der koop„ den 3. December 1785. lieden . zijn, 310 Den 3. December 1785. opperh: aan te schrijven en te gelasten, lieden die sulke vodden, onder het oog de„ ser vergadering hebben durven produceeren wat dierwigens aan het met last aan het opperhoofd om die Mar„ chiandeurs in de significantste termen aan te kundigen de uitterste indignatie deeser vergadering over hunne onvoordeel„ dige effronterie in sulke vodden van uijtschotten te durven aan bieden, in du„ „ceerende daar en booven hem opperhoofd de onbekwaamste onwaarheijt, als of na zulke ondeugende lompen altoos de in„ saam op sadraspatnam gedaan ware, daar zij overtuigd zijn, dat nimmer dus„ danig een stuk vordende of selfs voor vierde soort zoude zijn aangenomen geworden, zoo zij ze al ter Pakzaale hadden 315. den 3. December 1785. vervolg hadden durven brengen, hem verder gelastende, die kooplieden te kennen te geeven dat men minder verwonderd is; dat zij alleen de oude prijzen voor de lijwaaten vraagjen, /:waar voor een ieder buijten hen, wel een . leverantie van zulkeen ondeugend goed zoude willen doen :/ dan dat zij nog niet ƒ 1 schaamteloos genoeg geweest zijn om een verhoging te vorderen, en zig maar te vreeden houden om een enorme augmenta„ tie op de wasch bleek en verwloonen voor te stellen niet minder dan van pa/ 5. op een pak blaauwe en pag: 3. op een pak gebleekte lijwaaten Dan nodeloos zijnde om sig thans hier omtrend verder uit te laaten, dewijl het on„ mogelijk 312. den 3. December 1785. „vervolg, mogelijk is, / zoo andere omstandighee„ den al permitteerden aanstonds daar„ meede een begin te maaken / om na dier„ gelijke monsters eenige insaam te kunnen 1 - doen, alsoo de ondervinding al over lang beweesen heeft, dat de geleeverde lijwaa„ ten nooijt de staal-stukken evenaa„ ven, veel min surpasseeren, waar uit „men dus faciel kan nagaan welke ondengend goed, men bij leverantie na sulke, als de overgesondene sogenaam„ de monsters die men niet bezefd, hoe het opperhoofd ze zig heeft konnen la„ ten in de hand sloppen te verwagten heeft, daar in der daad geen slegter lijwaaten van deese sorteering kunnen gemaakt 313 Den 3. December 1785. vervolg gemaakt worden, welke pas tot dongrijs om de pakken zouden kunnen dienen; en Dewijl het dus verkiesbaar zoude zijn te sadras in het geheel geene lijwaaten in te samelen, dan zullen die men . voor af overtuigd is dat verlies moe„ ten geeven, waar die ook mogten : werden aangebragt; zoo is verstaan het opperhoofd te gelasten om de kooplie„ „den aan te kundigen dat zij illico an„ 9 dere minsters zullen hebben te vervaar„ ben digen van de vereijschte deugd, lengte, en breedte, in alles overeenkomende met die, op welke zij bevoorens den insaam hebben aangenoomen, en de lij„ waaten geleeverd, hen teffens op het aller 314. den 3: December 1785. door den scriba Rousseau ontzegd, allevernstigste beduidende dat men bij het Contrarie van dien, hen als onwaardige het subjecten zal laaten loopen, en ons van andere handelaars bedienen, waar op zij waarp vast staat kunnen maaken, demandie„ vende verder het opperhoofd de nieuwe aan te maakene staat stukken derse vergadering ter approbatie toe te senden, daar bij verdagt zijnde om van elke zoort niet een half maar een geheel stuk over te schikken, om na goed-keure de helft ƒ tot een monster te rug te ontfangen Aangaande des opperhoofds van Bij, de versogte enolumenten lands versoek om aan den scriba Frans Rousseau deselve emolumen„ ten toe te voegen, als zijne voorsaaten hebben 2i - — 315 den 3. December 1785. en waarom; de gevaagde secretarieels pa„ piiren na derwaarts t zonder hebben genooten, is verstaan het zelve van de hand te wijzen, dewijl aan den dienst van scriba geen andere dan boekhouders emolumenten geaccrocheerd zijn, en onder alle voorige scribas de presente soldij-boekhouder Simon Duijnevelt de eenigste geweest is, die onderkoopmans emolumenten zijn toegelegt, na dat hij egter ruim 14 Jar„ ven als zodanig gefungeerd hadde, zonder dat zijn opvolger daar van gejouisseerd heeft; Terwijl het altans de tijd niet is om nieuwigheeden ter vermeerdering van 's Comp:s lasten te introduceeren Daar en teegen is verstaan te accordeeren de 216 den 3 December 1785. ongelden van de afge„ scheep te wapen goederen „kenen. de gedaane instantie van dikwerf ge„ noemd opperhoofd om namelijk hem over den landweg te doen toekomen de Jongste Sadraspatnamse se„ cretarieele papieren, dewijl die van de Negotie alle absent zijn. De materie van Sadras g'eindigt zijnde, is ten aanzien van. Portonovo verstaan, op last na Potonoro om de de vrage van den Resident Iopan „ dit hier aan terde„ der hoedanig hij met de bij den afscheep na Jaffanapatnam op vragt in een particuliere thonij van 839. p. s geweiren, 837. „ bajonetten, 838 „ ijzere laadstokken, _. kratzers, en 811 „ Bajonet scheeden ragt 844 „ gevallene ongel„ den e

NL-HaNA_1.04.02_9719_0418 view scan ↗

English

317 the wages of the servants there, Circular letter regarding the presenting of spices as gifts. to answer that he will have to submit the same here, in order to be further accounted for from here to Ceylon. Deferred decision regarding the provided wages: There being no papers on hand regarding the wages provided to the servants there, it is resolved to suspend the decision of this meeting until such time as one shall be elucidated by the paymaster Simon Duijnevelt, who will be ordered to furnish a report on this matter. Furthermore, it is resolved to send a circular letter to the respective outer offices, ordering that henceforth, until further 3 December 1785. orders, 318. 3 December 1785. recommendation in that regard order in the making of gifts; in view of the present scarcity of nutmegs and mace, not to deliver any mace or nutmegs, but to give to those who are accustomed to receive 1 lb of nutmegs or 1 lb of mace as a gift, one lb of cloves, in order, by holding on for trade to the two first mentioned kinds of spices, which are currently in demand, to facilitate as much as possible the sale of the less sought-after cloves; with an earnest recommendation to reduce that costly article of gifting to the utmost of one's ability, as much as may indeed be feasible, and above all to pay heed and with what earnest 319 proper sureties Communication thither of the granted douceur, and how to distribute it, that nothing other than that which is absolutely necessary be given as a gift, always keeping in view in this regard whether the political or rather mercantile interests of the Honorable Company can justify that necessity. Likewise to order the servants at the respective outer offices to provide the proper sureties, each for his own administration, in conformity with the model that will be sent to them. Further, to inform the chiefs that Their High Nobilities, to encourage the zeal also concerning the sending of 3 December 1785. 320 3 December 1785. and vigilance of the servants on this coast, and to prompt them to faithful service, have favorably pleased to grant a douceur of five percent of the sales, three percent of the purchase cost of the linens for the Indies that were found satisfactory, and five percent of the linens that shall yield fifty percent net profit in the Netherlands, of which the distribution at the outer offices has been arranged by Their High Nobilities in this manner, namely: One fourth for the Governor, half for the chief, and one fourth for the secunde, under the condition that the beneficiaries 321 item of the order regarding the sharing in losses and profits, likewise with respect to the native servants, shall take an annual oath of purge according to a form of which a copy is to be sent to them. Further to communicate to them that Their High Nobilities have enacted that the chiefs and secundes of the outer offices shall share in all profits and losses in the proportion of 2/3 and 1/3. Likewise it has been approved to give notice that Their High Nobilities have ordered that, aside from a couple of interpreters and one native secretary for the Governor, the native servants must be at the expense of 3 December 1785. 322 3 December 1785. order, however, to leave them on the present footing, such persons by whom they are kept, as well as that at the outer offices no more may henceforth be stationed than 1 Chief, 1 Secunde, and 1 Pennist, with the further announcement that humble representations have been made by this Government to Their High Nobilities in order to obtain a more favorable decision regarding this, for which reason it has been decided to authorize them to leave the servants stationed at the respective factories there provisionally and until further orders from the High Government; 323 to enter into the expense accounts, authorization for the payment of the wages to the Company's servants, as well as for the payment of those few native servants who, for the present, and as long as trade does not make greater headway than it has done hitherto, to the sensible grief of this Government, will be unavoidably necessary, and to permit them, until further notice, to enter their allowances into the expense accounts, with strict orders to be very restricted regarding their number, as this Council will be extremely strict concerning any excess in this, as in other matters. Finally, it is resolved to give communication to them that Their High Nobilities 3 December 1785. 324 3 December 1785. have favorably pleased to grant to all European servants here on the coast the crediting of their wages and board money, to be calculated from the day that they did not receive any maintenance from the English, with orders to pay those arrears of wages and board money as soon as the necessary cash will be on hand for it. Thus done and resolved in Fort Geldria at Palliacatta, date 325. production of the list of the wages of the servants date as written above was signed: As before. Saturday the 28th of January 1786 Forenoon at 10 o'clock Meeting of the Political Council All Present except the provisional merchant and Warehouse Master Martinus Stoffenberg, on commission to Nagapatnam. After calling upon the Lord's Holy Name, it was made known by the Administrator to the meeting that 3 December 1785.

Dutch transcription

317 de gagien der bediendens aldaar, Circulain ondre weghin het verschenken van spece„ rijn „den zal handelen te antwoorden, dat hij deselve dit heen zal moeten op, geven om verder van hier na Cijlon te werden aangereekend. —. 8 uitgestelde dispositie ontrend: Ten aansien der verstrekte gagien aan de bediendens aldaar geene pa„ pieren aan handen zijnde, is ver„ staan de dispositie deser vergade„ ring te surcheeren tot tijd en wijle men door den soldij-houder Simon Duijnevelt zal geelucideerd zijn, welke men zal gelasten hier over van berigt te dienen. Voorts is geresolveerd de respective buijten Comptoiren Circulair aan te schrijven om voortaan, tot nadere den 3. December 1785. ordre 318. den 3. December 1785. recommandatie dierwagens ordre in het doen der geschenken; uit 8 hoofde der presente schaarsheijd van Nooten en foelij, geen foelij of Nooten foelij G af te langen, maar aan die geene welke gewoon zijn 1 lb: Nooten of Not. 1 lb foelij in geschenk te ontfangen, een lb nagulen te geeven, om door het aanhouden tot den handel van de twee eerst gem: zoorten van specerijen, die tans gewild zijn, zoo veel mogelijk te faciliteeren den vertier van de en met welke ernstige minder gewilde Nagulen; met ernsti„ ge recommandatie om dat kostbaar articul van schenkagie na uijtterste vermogen, zoo veel te verminderen, als immers doenlijk zij, en voor al agt te n - 319 behoorlijke borgtogtin Communicatie na dernaarts van het toegelegde Hou„ oen. te geeven dat niets dan het geen volstrekt noodsakelijk is, verschonken werde, daaromtrent altoos in het oog hou„ dende, of de politicque dan wel mer„ cantile belangen van de E: Maat„ schappij die noodsaakelijkheijt kun„ nen wettigen. zo meede ter zinding van Gelijk meede de bediendens op de res„ pective buijten Comptoiren te gelasten om de behoorlijke borgtogten een ijder voor zijne administratie te pas„ seeren Conform het moddel dat men hen zal toe zenden. wijders aan de opperhoofden kennis te geeven dat Hun Hoog Edelhee„ den ter aanmoediging van den ijver„ den 3. December 1785. en toeg 320 den 3. December 1785. „verdeelen, en vigilantie van de dienaaren op deeze van de kust, en om hen aan te setten tot een trouwe behandeling gunstig, hebben gelie„ ven toe te staan een douceur van vijf ten hondert van den verkoop, drie ten hon„ derd van 't inkoops kostende der lijwaa„ ten voor Indien die voldoende bevon„ den wierden, en vijf ten honderd van de . 8 lijwaaten, dien in Nederland vijftig : pr Cent suijvere winst zullen afwerpen, waar van de verdeeling op de buijten Compen hoedanig, het zelve te toiren in deeser voege door Hun Hoog Edelheeden geschikt is, als: Een vierde voor den Gouverneur, De helft voor het opperhoofd, en Een vierde voor de secunde, onder die mits dat de genieters een trekt 321 item der ordre nopens het deelen in de schaden en baaten, zomeede ten aan zien van de Jnl: bediendens, een Jaarlijkse Eed van purge zullen afleggen na een formulier van welke 18 een afschrift hen staat toegesonden te worden. Hen verder te Communiceeren dat Hun Hoog Edelheedens gestatueerd hebben, dat de opperhoofden en secun„ dens van de buijten Comptoiren deel zullen Com ƒ hebben in alle baaten en schaadens in de proportie van 2/3 en 1/3. Almeede is goedgevonden ken kennis te geven, dat Hun Hoog Edelheden hebben gelast dat buiten een paar talken, en een Inlandsche secretaris bij den Gouverneur de inlandsche bedien„ dens moeten koomen ten laste van den 3. December 1785. zulke n 322 den 3. December 1785. „last egter om de zelven op den presenten voet te laaten, zulken door wien zij werden gehouden, als meede, dat op de buijten Comptoiren voor„ daan niet meer zullen mogen bescheijden zijn, dan 1. Opperhoofd 1. Secunde, en 1. Pennist, onder verder aankundiging dat door dee„ ze Regeering needrige vertoogen aan Hun Hoog Edelheeden zijn gedaan 1 ten eijnde hier omtrent een gunstiger dis„ positie te erlangen, al waarom be„ slooten is hun te qualificeeren, om de op de respective factorijen bescheijdene dienaaren bij provisie en tot nadere ordre van de Hooge Tafel, al daar bescheijden 8 „ 325 onk ostreekening op ste brengen, qualificatie ter uitkee„ ring bescheijden te laten; Gelijk meede tot de betaling van die weijnig inlandsch bediendens die er voor eerst, en zoo lang den handel geen meerder schot neemt, als ze tot nog toe, tot sensibel hart zeer deeser Regeering Loed, on„ vermijdelijk noodig zullen zijn„ en haar bededingen bij de en hen te permitteeren deselve, tot . bij de onkost„ nader aanschrijven, reekeningen op te brengen. met stric„ te last om omtrent derselver getal zeer bepaald te zijn, wijl deeze Raa„ de op een oxces in dese, gelijk in andere saaken ten uittersten nauwsien de zal zijn. Eijndelijk is gearresteerd aan hun Com¬ den 3. December 1785. municatie 324 den 3. December 1785 sComp:s dienaaren, „municatie te geeven, dat Hun Hoog Edel, ng den gaginste aan heedens gunstiglijk aan alle Europesche stig 99 Dienaaren hier ter kuste hebben gelieven 1 toe te staan de te goed doening van hun„ „ne gagien en kostgelden, te reekenen - ƒ van den dag af, dat zij geen onderhoud 1 van de Engelschen genooten hebben, met last om die agterstallige gagien, 1 1 9 en kostgelden te voldoen, zoo dra 1 ƒ Contanten daar toe de nodige aan handen zullen zijn Aldus Gedaan en Ce„ arresteerd In't fort Gel„ Palliacatta, dria Je ƒ dato 325. productie van en der dienaaren van te agajon dato voorschreeven /:was getee„ kend:/ Als vooren Saturdag Den 28:' Januarij 1746 Ho Voordemistslagt te 10 uren Vergadering van Politie Alle Present dempto den p:l koopman en Pakhuijsmeester Martinus Stoffenberg, in Commissie na Nagapat„ „nam Na het aanroepen van 's Heeren N: Naa„ me wierd door den Heer Gesaghebber„ aan de vergadering te kennen gegeeven, den 3. December 1785. dat

NL-HaNA_1.04.02_9719_0427 view scan ↗

English

the 28th of January 1786. that the Junior Merchant and Factory Head Fredrik Willem Bloeme, along with his letter dated Nagapatnam the 15th of November 1785, had transmitted hither a list of the servants who were inclined to come over upon the reopening of navigation, numbering, as appeared therefrom, fully forty-four persons of various qualities, besides the Bookkeeper and Pay Officer Jacobus Wilhelmus Swart, who was still at Colombo, and the Bookkeeper Gerardus Herft residing at Portonovo, who is likewise presumed to be inclined to come over. the 28th of January 1786. Money in deduction of their salaries. In which cited letter, by the above-mentioned Bloeme, the request of many of the present servants of various qualities was also presented, to be assisted with some money in deduction of their salaries graciously granted by Their High Mightinesses, further giving notice of their touching declaration that, owing to the impoverished and desolate condition in which they lay plunged due to the war and its bitter aftermath, they were unable to break up their households from Nagapatnam and come up hither if it should not please this Government the 28th of January 1786. Resolution to have 3 months' salary disbursed to them, as well as to arrange a vessel for their transport at an opportune occasion. to provide them with some cash; requesting further that they might be favored with a vessel for transport. Since the Council is now all too well convinced of the unhappy condition of many of those servants, it was agreed to condescend to this twofold reasonable request; and to have three months' salary disbursed to those who shall request it for meeting the necessary expenses of their journey, and they shall also be provided with a vessel for their transport when the opportunity arises. the 28th of January 1786. Receipt from Jaggernaikpoeram of 2 calculations of 3 thonies to show what they would cost. The Chiefs of Jaggernaikpoeram having, along with their letter of the 9th of this month, in accordance with the resolution of this table of the 3rd of December last, transmitted hither two calculations, namely one of the cost of two thonies with native rigging, each 48 feet long, 14 feet wide, and 7 1/2 feet deep, and one of a thoni rigged in the European fashion; according to which the first two should cost a sum of New Nagapatnam Pagodas 2157. 12., and the third an amount of 2097. 13. 3/4 like Pagodas, besides which there would still be required for the last-mentioned vessel the 28th of January 1786. the following equipment goods, besides some ironwork and cordage; namely: 3 pieces of anchors 9 shrouds of 5 inches 2 iron hawsers of 3 inches 2 wheel hawsers 16 hawsers of various sorts 20 bundles of housing, and 20 bundles of marline; which calculation those servants have at the same time accompanied with a copy of a memorandum of the cost of the thoni the Johanna Maria, built in the year 1770 by the then Secunde of Palicol Mr. Jacob Pieter de Neijs for the Honorable Company at Narsapoer, the 28th of January 1786. Remarks regarding the construction of those thonies. which cost a sum of Rp 681: 16. Although this considerable increase is rightly attributed by the Chiefs to the great changes and the increase in the cost of everything brought about by the period of more than 15 years, whereby it had become impossible to build such vessels at so low a price as were built at Narsapoer at that time, since they must now have the timber brought with heavy expenses from Rajahmundry, which in the year 1770 could be obtained with little cost around Palicol; the 28th of January 1786. and however much the Council is convinced that since the building of the Johanna Maria in 1770, and especially during and after the war, a general rise in prices of everything has taken place on this coast, yet such an important difference of nearly 70 percent on the thonies without European rigging alone appeared to them all too exorbitant to venture upon their construction. Yet since it is impossible to manage without suitable vessels to sail to and fro among our establishments along this coast, it was, upon the proposal of the Honorable Commander, the 28th of January 1786. Resolution to waive the 2 thonies at Jaggernaikpoeram, and to request 2 to 3 sloops from Their High Mightinesses. approved to decline the construction of thonies at Jaggernaikpoeram, but at the same time respectfully to request Their High Mightinesses in the first letter to be dispatched that this Government may be accommodated with two to three single-masted vessels or sloops from Batavia, which when empty draw not more than six feet of water, so that they can be more easily brought into the rivers along this coast, which seldom afford entrance to deeper-drawing vessels. While it was furthermore agreed to write to the servants at Jaggernaikpoeram

Dutch transcription

326 den 28. Januarij 1786. dat den onderkopeman en facturhender fre„ drik willem Bloeme neevens zijne brief gedateerd Nagapatnam den 15: November 1785. herwaarts had overge„ 7 sonden een lijst van de dienaaren, die geneegen waaren om met het opengaan der vaart over te koomen, ten getalle van wat aaar bij gebleeken is, „wel vier en veertig Persoonen van ver„ schillende qualiteijten, buijten den Ja„ boekhouder en soldij overdrager cobus wilhelmus Swart, die nog op Colombo was, en den zig op Dor„ tonovo bevindende Boekhouder Per„ 1 1 rardus Herft, die min meede verondersteld tot den overkomst genee„ gen te zijn. In 17 327. den 28 Januarij 1786. gelen in mindering haarer gagien, verdook den de zeleve menige In welke gediteerde brief door bovengem: Bloeme teffens was voorgedraagen het versoek van veele der aanweesende Dienaaren van diverse qualiteiten, om met eenige penningen in mindering van Hunne door Hun Hoog Edelheedens gra„ tieuselijk toegestaane gagien te moogen worden geassisteerd, onder verder te ken„ nen gaave van hunne aandoenelijke betuiging dat zij uit hoofde van den verarmde, en desolaten toestand, waar in zij door den oorlog en de bikten naween derselver gedompeld laagen, on„ vermogend waaren om van Nagapatnam met hunne huishoudingen op te breeken, en herwaarts op te komen, zoo het deese 328 den 28. Januarij 1786. zommeede om een zeer gelegist„ besluit om haar 3. maanden gagie te laaten verstrekken, ting tott haar transport te besorgen „deese Regeering niet mogte behaagen hun met eenige Contanten te voorsien; versoekende verders, dat zij met een vaartuig ter overvoer mogten werden begun„ sligd 7 Nadien nu de Raad niet dan al te zeer overtuigd is van den ongelukkigen 1 toestand van veele dier Dienaaren: zoo is verstaan in dit twee leedig billijk versoek te condescendeeren; en aan die geene, welke het zullen vragen tot het doen der noodsakelijke ongelden hunner reijse te laaten ver„ strekken drie maanden gage, zullende en tij gegent hid een vaar„ zij bij geleegentheid met een vaartuig ƒ ter hunner overvoer meede werden voorsien. De „ a n ƒ heed 1 t 329 den 28 Januarij 1786 ontfangst van Jaggern: van 2. Calculatien van 3. Tho„ komen te kosten. De Jaggernaik pderam se Opperhoofden nevens hunne brief van den 9. deeser, ingevolge besluit deser tafel van den 3. xber p:r herwaarts overgesonden heb„ bende twee stuks Calculatien als eene van het kostende van twee thonies met Inlands tuig ieder lang 48, breed 14, en diap 7. ½. voeten, en een van een thoni op zijn Euro„ hee vel de hitue zouder peesch toegetuigd; volgens welke de twee eerste zouden moeten kos„ ten een somma van Nieuwe Nagap= Pagooden 2157. 12. , en de derde een bedraagen van 2097: 13. ¾. gelijke Pagoden, behalven dat, er tot laast zouden be„ gem: vaartuig nog nodigd nijs en 330 den 28 Januarij 1786 touw werken. nie der An 1770. gebormd thonijs „noodigd zijn, de volgende Equipage goede, blijten eenig akensens ven; Namentlijk: 9. ps Ankers . „ want van 5. d=m 2 „ ijser trossen van 3. d=m 2. „ wiel _:o 16 „ trossin in soort 20. bossen huising, en 8 20. „ marlijn welke Calculatie die bediendens teffens hebben laten versellen van een Copia verselling van een memo„ E E Memorie van het kostende der in den Jaare 1770: door den toenmalige Secrunde van Palicol M=r Jacob Pieter de„ Neijs, voor de E: Comp:e te Narsapoer gebouwde thonie, de Johanna Maria die n ƒ - an 1 den 28. Januarij 1786. vemarqun dierwegens die gekoft heeft, een Somma van Rp ƒ 681: 16 Schoon nu deese aanmerkelijke meer„ c derheit door de opperhoofden wel „ met regt werd toegeschreeven aan de groote verandering en verduuring van 1 alles welke de tijd van ruim 15 Jaaren 5 8 heeft te weeg gebragt, waar door het v. onmogelijk was geworden teegen zoo een 1 geringe poijs zulke vaartuigen te bouwen, als er des tijds op Narsepoer getimmerd zijn, nadien zij de hout„ zij werken tans met zwaare ongelden van Ragie Mahendra warom moe„ ten laaten brengen, welke in den : Jaare 1770. met weijnig kosten nig 1 rontom Palicol te bekomen waaren en 3 332. der aanbouw dier thonijs en hoe zeer de Raad overtuigd is, dat Zeedert de timmering van de Johan„ na Maria in 1770. en wel voorna„ mentlijk in en na den oorlog een al„ ƒ gemeene verduring in alles op deese kust plaats heeft zoo kwam zulk een important verschil van bij na 70. prC=o alleen op de Thonijs zonder Eurd peesch tuig, den zelven egter al te exorbitant voor om tot dier aanbouw te durven treeden. Dan dewijl het onmogelijk te stellen propositen te excuseering is zonder bekwaame vaartuigen om op onse Etablissementen langs dese kust af en aan te vaaren, zo wierd op propositie van den Heer Gesag hebber den 28. Januarij 1786. goed 5 333. den 28. Januarij 1786. loupen te versoeken. besluit om de 2. thonij's op Jagg: af te schoffen, goedgevonden den aanbouw van thonijs te Jaggernaikpoeram wel te excuseeren, 1 en H: H: E: on 2 â 3. Chia maar teffens om bij de eerst af te gaane 8 J ƒ brief aan Hun Hoog Edelheedens eer bie„ dig te versoeken, dat dit Gouverne„ ƒ „ mint moge worden geriefd met twee â drie eermastige vaartuigen of ƒ Chialoupen van Batavia welke lee„ dig zijnde niet over de ses voeten diep gaan, om te gemakkelijker 8 in de revieren langs deese kuste die aan disper treedende vaartuigen zelden ingang geeven, te kunnen wor„ den gebragt. —. Terwijl alverder verstaan wierd de Jaggernaik poeramse bediendens aan te schrijven 1 1 Jagg

NL-HaNA_1.04.02_9719_0435 view scan ↗

English

334. the 28th of January 1786. and to notify the merchants regarding the freight for the linens, that it is no longer intended to maintain a pair of tonis, which primarily, if not solely, serve to convey the sewn goods from the Bay of Masulipatnam to Jaggernaikpoeram; but that in accordance with the annual contracts concluded on behalf of the Company with the merchants who supply those goods, they (the merchants) shall be made to pay the freight or hire of private vessels to transport those returns at their own risk to Jaggernaikpoeram: since it was judged that this arrangement will turn out to be Reason why: 335. the 28th of January 1786. continuation more advantageous for the Company than the constant maintenance of a pair of tonis, which, it is true, in the spring used to convey the linen bales that might have remained at Jaggernaikpoeram down to Nagapatnam, but which service could henceforth be carried out by one or two (according to the circumstances of the time) of the sloops requested from Their High Noble Honours, which can be laid up for the winter in the river of Coringa (if indeed it could not even be in that of Jaggernaikpoeram), not to mention the 336. the 28th of January 1786. outlay of ready cash for the construction of those two tonis, which can now be employed much more profitably in the linen trade, and which is lost all at once should such vessels happen to meet with disaster at any time. Arrival of 5 deserters. Communication was made by the Honorable Commander that on the 26th of December there had arrived from Pondicherry a deserter named Jacobus Jansen of Sluis in Flanders, who was detained at the Main Guard, but concerning whom no inquiry has been made to date. As also that the day before yesterday, or on the 26th of this month, there had arrived here from Madras four deserters by name: Jan 337. continuation the 28th of January 1786. Jan Opmeer of Rotterdam. Jan Taijels of Groningen according to his statement, but according to the English list of Rijswijk in Holland. Pieter de Haan of Dordrecht, according to his own statement, but according to the English of Rotterdam. Lodewijk Caill of Saejen Pottha: all of whom (the first three native Netherlanders, and the last a German) insisted on being permitted to enter the service of the Honorable Company. 338. the 28th of January 1786. What Madras requested concerning 3 nationals. Refusal to hand over, but offer of a Saxon. That the Governor of Madras, Mr. A. Davidson, in his letter to the Honorable Commander of the 26th of this month, had requested to have those runaways who might have retreated hither secured (which indeed was done by holding them at the Main Guard), but that His Honour, in reply, had refused the three nationals, with an offer to return the Saxon; because, although indeed no mention was made concerning national persons in the cartel between us and the English, to which both sides still adhere, 339. the 28th of January 1786. Resolution to admit four deserters into service and send to Batavia, but the Saxon when he is called for. one must determine from the nature of the case that this was regarded as superfluous by the contracting parties, since it would be an absurdity to hand over one's own nation to another, which the English also never do. Wherefore it was resolved, alongside the aforementioned Jacobus Jansen, to admit the three Netherlanders into service as soldiers with a pay of f 12, and to send them to Batavia at the first upcoming opportunity, but to hand over the Saxon to the English whenever he is fetched. Reminder of the promise of Madras concerning the papers. Furthermore, it was recalled by the Honorable Commander that the English Ministry at Madras, having promised in its letter of the 28th of September that as soon as it was sufficiently informed concerning the reclaimed Paleacatte papers it would give communication thereof, had since made not the least mention in that regard, whereby it appeared not indistinctly how little likelihood there was of recovering those archives, although it was unknown where the fault may lie: but whatever the reasons for this might be, 340. the 28th of January 1786. Resolution thereupon to make further claim, it was resolved to make a further claim in this regard, and at the same time to demonstrate to that Ministry 341. the 28th of January 1786. and to make representations regarding the church silver, or to request its value. that the church silver of the Paleacatte church that was demanded back, which according to a report by Major Elphinstone had been sold for 80 Pagodas as a portion of the common booty, could by no means be considered as booty, just as it was not counted as such by the captors of our other establishments on this coast; in which confidence the Paleacatte warehouse master Jacob Beijster had handed the same over to Captain Smith for safekeeping, and thus in good faith; while it shall further be made known that those 342. the 28th of January 1786. Approval of the account of the Commission; resolution to send the same to Batavia. silver pieces were valued at f 106. 11. 30., with the request that this amount in money (since the physical objects are missing) may be paid out to the church council here. The account of the necessary expenses during the commission for the takeover of the Company's establishments on this coast having been produced, after resumption, and as there were no remarks whatsoever to be made upon it, it was decided to approve the same, and to humbly present the original to Their High Noble Honours with the outgoing letter to Batavia. Furthermore

Dutch transcription

334. den 28. Januarij 1786. en aan de Cooplieden vragt voor de lijwaaten te be„ „schrijven, dat men met langer voone„ mins is, om een paar thonijs, die voor„ namentlijk, zoo niet alleen dienen om de gesaaijde goederen uit de bogt van Mazulipatnam na Iaggernaik„ poeram te brengen, te onderhouden; maar dat men in overeenkomst met de taalen. Contracten, die van weegen de Comp: Sjaarlijks met de kooplieden, welke die goederen leeveren, werden geslooten, aan hen /: kooplieden:/ de vragt of huur van particuliere vaartuigen, un9 om die retouren voor hunne resico na Iaggernaik poeram over te 7 1 brengen, zal laten betalen: dewijl reeden waarom: men oordeelde, dat deze schikking voor 335 den 28 Januarij 1786. vervolg voordeeliger voor de Comp: zal uit komen, dan het assidu onderhoud van een paar thonijs, die, wel is waar, in het voorjaar de lijwaat pakken die te Jaggernaikpoeram mogten zijn overgebleven, na Nagapatnam plee„ gen af te voeren, maar welke dienst men voortaan zoude kunnen doen verrigten door Een of twee (:na de omstandigheeden des tijds:/ der van Haar Hoog Edelheedens versogte Chaloupen welke men in de revier van Coringa /:zoo het al in dir van Jaggernauk poerai zeifs niet konde weesen:/ kan laten hiber„ neeren, om nu niet te gewagen van het 1 336 den 28. Januarij 1786. het uitschot van Contant geld voor den aan„ bouw van die twee thonijs, het welk men thans in den lijwaat handel veel voordeeliger kan emploijeeren, en dat op eens verloren is, zoo zulke vaartuigen 't eeniger stonde mogten komen te verongelukken Door den Heer Gesaghebber wierd Communi„ arive van 5. deserteunrs catie gedaan, dat op den 26. december van Por„ dicherij was aangekomen een deserteur genaamd Jacobus Iansen van Sluis in vlaande„ ven, die aan de Hoofdwagt werd aange„ houden, dog na welke tot heeden geen navraage is geschied. Als meede dat hier eergisteren of op den 26. deeser van Madras waaren aangeko„ men vier Deserteurs in naama: Jan 1 in te 7. 857. vervolg Jan opmeer van Rotterdam. Van Taijels van Groeningen volgens zijn opgave, dog volgens de Engelsche lijst van Rushers in Holland.-. Pieter de Haan van Dortrecht, volgens eijgen opgave, dog volgens de Engelschen van Rotterdam Lodewijk Caill. van Saejen Pottha: alle welke /:de drie eerste gebooren Needer„ landers, en de laatste een Hoogduijtscher:/ insteerden om in den dienst der E: Comp=e te moogen werden aange„ den 28. Januarij 1786. nomen 338. den 28. Januarij 1786. nomen trint, haar versogt es van 3. nationaalen Dat de Gouverneur van Madras, de wat gaan Madras om„ Heer A: Davidson bij wel der„ selver brief aan den Heer Gesagheb„ ber van den 26. deser hadde ver„ sogt, om die overlopers als herwaarts mogten geretireerd zijn, te laaten secureeren /: het welk door en aan de Hoofdwagt, te houden, wel gedaan is:/ J V maar dat zijn Ed: bij rescriptie de drie wijgering ter overlevering 00 Nationalen had gerefuseerd, met aan„ bod van den sax te rug te geeven; dewijl ƒ 1 1 schoon er wel geen mentie bij het dog aanbod van een sal Cartel tusschen ons en de Engelschen, 1 - waar aan men zig nog weedersijds houd, aangaande Nationale persoonen, gemaakt 339 besluit vier deserteurs in dienst te admitteeren herinnering der belofte van Madras nopens de alle papieren, „gemaakt is, men uit de matuur der zaak moet vast stellen, dat zulks door de Contractanten als overbodig is aangemerkt, dewijl het een absurditeijt zoude wesen zijne eijgene Natie aan een ander uit te leeveren, het geen de Engelsen ook nimmer doen. waarom men besloot en na Batavia te zer„ „ nevens de voorwaarts genoemde Iacobus Iansen„ de drie Nederlanders in dienst te ad¬ „mitteeren voor soldaat met een besolding van ƒ 12, en deselve bij eerst komende ge„ leegentheid na Batavia te zen„ dog den ox pustetendren den dog den sax wanneer hij werd afgehaald aan de Engelsen uit te leeveren, Wijders wierd door den Heer Ge„ saghebber herinnerd dat het En„ den 28. Januarij 1786. gelsch den, 340 te wagen „gelsch Ministerie te Madras bij des zalfs brief van den 28: 7ber: belooft hebbende, 00 dat zoodra het genoegsaam geinfor„ gen „meerd was omtrent de gereclameerde Sal„ - leacatse papieren, daar van Communi„ catie zoude geeven, zedert geen de minste melding dien aangaande 1 hadde gemaakt, waar door niet on„ duidelijk bleek de weijnige apparintie „ tot de te rug erlanging van die ar„ chreven schoon men onkundig was; waaraan dat moge kaperen: dan welke de reeden daar van ook mog„ ten zijn; zoo werd gearresteerd hier bestuit daar omme nader omtrent eene nadere reclame te doen, en dat Ministerie teffen te demon„ den 28 Januarij 1786 streeven ine - 34 den 28. Januarij 1786. en wat omtrend de zilver werken van de kerk te dem onstreeren; of de waarde der zelve te „verzoeken streeren dat de te rug gevraagde zil„ verwerken der Palleacatsche kerke, welke volgens berigt van den Ma„ joor Elphiston als een gedeelte der gemeene buit voor 80. Pag. ver„ kogt waren, geensints als buit kon„ den geconsidereerd worden, gelijk die door de nemers onzer overige etablis„ sementen op dese kust ook niet daar onder zijn gereekend; In welk vertrouwen, de Paleacatsche Pak„ Jacob Beijster huijsmeester dezzelve aan den Capitain Smith in bewaaring, en dus ter goeder trouwe Terwijl men hadde overgegeeven; verder zal te kennen geven, dat die 342 den 28. Januarij 1786. approbatie der reek: van de Commissie, tavia te zenden, die silverwerken waardig waaren pr ƒ 106. 11: 30. met versoek, dat dit bedragen in 1 geld /:dewijl de effecten absent zijn:/ aan den kerkenraad alhier mogen wer„ den uijtgekeerd. —. Deproduceerd zijnde de Reekening van de noodwendige ongelden geduurende de Commissie tot den overneem van sComp:s etablissementen ter deser kuste, 1 is na resumptie, en dewijl op dezelve in 't geheel gein rimarques waren te maken, verstaan deselve te approbee„ besluit dezelve na Cha„ ven, en Hun Hoog Edelheeden bij den ƒ aftegaane brief na Batavia in origi„ nali onderdanig aan te bieden C wijders „

NL-HaNA_1.04.02_9719_0444 view scan ↗

English

343 the 28th of January 1786. Chartering of the goerab Proposal to charter and Furthermore, upon the proposal of the Lord Administrator, it was resolved that, since one, by abandoning the construction of thonies on account of their expensiveness, would be absolutely destitute of vessels, to take into service for the upcoming navigable season, calculated from mid-March to the 15th of October, the Goerab De Petidawil, and under what conditions, if one could come to an agreement with the owners thereof for a suitable price and good terms, for which it was principally required that the wages of the seamen appointed thereto, the repairs, provisions, 344. the 28th of January 1786. Decision to purchase writing materials at Madras. supplies, and further expenses must run for the account of its owners, as well as the risk of the vessel itself, so that the Honourable Company shall have to do with nothing other than the payment of the charter money. While the owners must deliver it in a proper condition and well-provided, and maintain it during the charter period. Furthermore, it was resolved to have the lack of the necessary writing and bookbinding materials fulfilled by purchase at Madras. The 345 the 28th of June 1786. and to send the petition of Winkelman to Batavia, as well as that of Heshusius for relief of ƒ19. 3. 12. The Captain Lieutenant and Commandant here, Ian Joachim Winkelmans, having requested by petition to this Council to accompany his respectful supplication to Their High Excellencies for the attainment of the rank and salary of Captain with a favourable recommendation; it was thus approved to condescend thereto, and to nominate that officer as such in the letter to Their High Excellencies in the most favourable manner. Having been presented by the Junior Merchant Philip„ pus Henricus Heshusius, 346 the 28th of January 1786. a petition addressed to Their High Excellencies, containing a request for relief from the p/ 4: 627. or ƒ 19. 3. 12. which was charged from Galle hither on account of 28 lb of bacon consumed on his journey to this Coast, and delivered to the skipper of the ship Hoolwerf to supplement his rations at Galle, and the amount of which has been charged here to his salary account, though, as the said Heshusius maintains, it was improperly charged, because he, according to the ordinance of the Right Honourable Lord Director General Adriaan Moens, 347 the 28th of January 1786. Item of the Assayer Gronau had to be accommodated in the cabin and boarded aft, with the request that his supplication may be presented to Their High Excellencies, it was thus resolved to comply with this; as well as to transmit with a favourable recommendation the petition addressed to Their High Excellencies by the Bookkeeper and Assayer pro interim Fredrik Gronau, who arrived here a few days ago from Iaggernaikpoeram, wherein he humbly requests to be confirmed in his appointed post, and to be favourably nominated by the same to the Lords Principals for the attainment of the rank and salary of Junior Merchant attached to that service. 348 the 28th of January 1786. Production of the financial statement of the Orphan Chamber and the Diaconate Funds Decision to act according to the regulations therewith. to send the petitions of Mandalam to Batavia. Having been presented by the President of the Orphan Chamber, the Merchant Ioan Daniel Simons, to the Lord Administrator, and submitted today in Council, the financial statement of the Coromandel Orphan Chamber as of the ultimate of August 1784, as well as that of the Diaconate as of the ultimate of August 1785; it was thus approved to take note thereof, and to act with the same according to the regulations. Furthermore, it was resolved to comply with the request made by petition of the former Nagapattinam interpreter Mandalam Wengedassalam Naiker, to have three submitted supplications of 369 on the trade documents of Jaggernaikpoeram. disposition and insertion thereof To take this as in the following text; and to send to Their High Excellencies with the documents to be dispatched to Batavia. Submitted note. Hereafter, the Lord Administrator further submitted the note drawn up by the Chief Administrator Nicolaas Iadama concerning the Iaggernaikpoeram trade documents, on which was disposed as noted in the margin of the said note, which is inserted here below. Note of the following Trade Documents; namely: Jaggernaikpoeram Finding of the delivered cargo the 28th of January 1786. itself,

Dutch transcription

343 den 28. Januarij 1786. ming van de Goerae propositie te in hurdie en Wijders wierd op propositie van den Heer Gesaghebber gearresteerd om, na„ dien men door 't afzien van den aanbouw van thonies om derselver kostbaarheid absolut van vaartuigen zoude ontbloot zijn, voor de ophanden zijnde vaarbaare tijd gereekend van half Maart tot den 15. october den Goerab De Petidawil in dienst en onder welke Conditie, te neemen, zoo men met de Eijge„ naars derselver voor een Convenable prijs, en goede voorwaarden zoude kunnen over een komen, waar toe voornamentlijk vereijscht wierd, dat de soldijen der Zeevaarende daar op bescheijden, de reparatien, verstrek„ kingen 344. den 28. Januarij 1786. besluit ter inkoop van schrijftinge te —. kingen en verdere ongelden zouden moe„ ten loopen voor reekening van dies Eij„ genaars, zomeede de resico van het „vaartuig zelve, invoege de Ed: Comp=e met niets te doen hebbe dan de betaling der huurpenningen. Terwijl de Eijgenaars het in een behoorlijke staat en wel voorsien moeten over„ geven, en geduurende den huurtijd on„ ƒ der houden. G Wijders is verstaan het gebrek van het noodige schrijf en boeke„ binders tuijg door inkoop te Ma„ dras te laaten vervullen n 2 W De 345 den 28. Junij: 1786. en het Request van win„ kelman na Batavia te zenden, zonen de dat van Nes husi„ ons ter ontheffing van ƒ19. 3. 12. —. De Capitain Lieutenant en Commandant alhier Ian Joachim winkel„ mans bij requiste aan deesen Raade . 1 versogt hebbende om zijn eerbiedig supplicq aan Hun Hoog Edelheedens ter obtenue van de qualiteit en gagie van Capitain met gunstig voorschrij„ ven te accompagneeren: zoo is goed„ mpa gevonden daar in te Condescendeeren, en dien officier als zodanig bij de Brief aan Hun Hoog Edelhee„ dens op het favorabelste voor te dragen. Door den onderkoopman Philip„ pus Henricus Heshusius over„ gegaen 1 346 den 28. Januarij 1786. 18 „gegeeven zijnde een Request aan Hun„ Hoog Edelheedens gerigt, inhoudende versoek om ontheffing van de p/ 4: 627. of ƒ 19. 3. 12. welke van Gale herwaarts aan gereekend zijn weegens 28 lb spek op zijne Reijse na deese Custe geconsumeerd, en aan den schip„ per van 't schip Hoolwerf tot vervolg Randsoenen suplement van zijne te Gale verstrekt en welker Soldij ree„ bedragen alhier op zijne kening, dog gelijk gem: Heshusi„ us sustineerd; oneijgen belast is, de„ wijl hij volgens ordonnantie van den wel Edelen Groot Agtbaaren Heer Di„ recteur Generaal Adriaan Moens in 347 den 28. Januarij 1786. Item van den Essaijerr Gronau in de Caipurt moeste gelogeert en agter op getracteerd worden met versoek dat zijn supplicq aan Haar Hoog Edelhee„ - dens moge werden aangeboden, zoo is verstaan hier aan te voldoen; Gelijk meede om het over eenige dagen van Iaggernaikpoeram alhier aangeko„ „mene Boekhouder en p. l Essaijeur fre„ drik Gronau aan Haar Hoog Edelhee„ dens gerigt Request, waar bij hij ne„ 8 drig versoekt om in zijne aangestelde 1 post bevestigd, en door Hoog deselve aan de Heeren Majores favorabel„ voorgedragen te werden, ter erlanging 1 van de qualiteit en gagie van onderkoop„ 1 man aan die dienst, annex, onder een gunstig „9 348 den 28. Januarij 1786. overlegging van de staat reek van de weeskamer, en diaconij Cassas ordre te handelen„ dalam na Batavia te ezenden, „gunstig voorschrijvens over te senden. Door den President der weeskamer den koopman Ioan Daniel Simons aan den Heer Gesaghebber overgegeeven, en heeden in Raade overgelegt zijn„ 1 de de staat Reekening van den - Chormandelsen weeskamer onder ult:o Aug„s 1784, gelijk meede die van de Diaconie onder Ul„ besluit daarmeede na de timo Augh„s 1785: zoo is goedgevonden daar van aanteekening te houden, en met deselve na de ordre te handelen Voorts is verstaan aan het bij request nde pequisten van Man„ gedaane versoek van den geweesen Nagap: tholk Mandalam wengedassalam Naiker om drie overgegeevene supplicquen van 1 369 op de negotie papieren van Jagg. dispositie en in sertie der„ Dit als in den textge„ „volg te doen neamen; en aan Hun Hoog Edelheedens met de afte gaane papieren na Batavia te senden, te voldoen. ingediende aanteekening Hier na wierd door den Heer Gesagheb„ nog ber overgelegt de door den Hoofd admini„ strateur Nicolaas Iadama op„ gemaakte aanteekening op de Iag„ gernaik poeramse negotie papieren, waar op zoodanig gedisponeerd is, als in margine van gem: aanteeke„ ning het welk hier onder geinsereerd is, genoteerd staat Aanteekening van de vol„ gende Negotie Papieren; te weeten: Jaggernaik p:m E S van Bevinding van de uijtgeleeverde Een den 28 Januarij 1786. Lading zelve,

NL-HaNA_1.04.02_9719_0451 view scan ↗

English

350 The 28th of January 1786. to leave the committed errors to the account of the Iaggernaikpoeram chiefs, provided that 2¼ lb of cloves and 7 11/16 lb of spelter are credited to the Indies capital, and 78 17/18 lb of cloves and 5 5/8 lb of nutmegs are charged against them. Cargo of the ship De Both The servants there shall have to be notified that they had not needed to make known only the recorded weight of each chest of nutmegs and cloves, as well as of each sack of cloves, since the said weight was not written down from here; whereas then the stated overweight and underweight thereof would lapse of its own accord, they properly had to calculate after re-weighing, as follows: Nutmegs Cloves Nutmegs Cloves 16415 5/8 - - - - - - 165 ¾ Consequently, a further deficiency of - - - - - - - - - lb 162 7/8. 14 chests of nutmegs mixed with cloves, written down together to contain net lb — lb —. — lb 1202. — lb 417 ¾. Found here after re-weighing /:as specified above each chest:/: - - - 1160 ¼. 424 ¼. Calculated for ½ percent validation, both on the batch of 1112 ½ lb of nutmegs and 422 ¼ lb of cloves accounted for hither and remaining at Pall: - - - - 11 7/8 4 ¼ 1171 7/8 428 ½. Thus, deficient beyond the validation - - - - - lb 30 1/8. And in excess - - - - - - lb 10 ¾. And with the separate cloves: 366 sacks or bales of cloves, according to the account must contain net - - - - - - - 16578 —. Found here after re-weighing as above - - - lbs 16249 7/8. for 1 percent validation - - on the 28th of January 1786. on these parcels there has now been validated [illegible], instead of —:½ percent. This validation of one per hundred could be passed, on the grounds that to the chiefs of the said vessel here no validation on those spices has been credited. The servants also ought to have calculated the validation on the parcel of spelter delivered here, being 12170 lb at 1/16 percent or 7 1/16 lb; which was explicitly notified to them as well with regard to this item as to the aforesaid spices; it having been caused by this incorrect handling that the ship's officers have not had their pay accounts charged for what should have been, namely with the above-mentioned 162 5/8 lb of cloves and 30 1/8 lb of nutmegs, instead of 83 ¾ lb of the former and 25 lb of the latter, as well as on the other hand credited with 10 ¾ lb of cloves instead of 8½ lb. And thus, for the account of those who committed this error, the said under-stated 78 7/8 lb of cloves and 5 7/8 lb of nutmegs shall be charged, and the 2½ lb of cloves and 7 5/16 lb of spelter 352. the 28th of January 1786. spelter credited, to be accounted from here to the Indies Capital of Batavia, in order to have the pay accounts of the officers there charged and credited for the same; as well as to credit the same by memorandum from here to Iaggernaikpoeram. Palliacatta, in Castle Geldria, the 23rd of January 1786. /:was signed:/ N: Sadama. Furthermore 353 1786. to offer to Their High Noble Indulgences. Report of the Pay Bookkeeper concerning the Portonovo servants. the general demand in form Furthermore, the formal general demand for Batavia for the year 1786 was resumed and approved, and it was understood to offer the same as such to Their High Noble Indulgences via Ceylon. By the Pay Bookkeeper Simon Duijnevelt, in compliance with the order contained in the resolution of this assembly of the 3rd of December of the passed 354 the 28th of January 1786. passed year concerning the salaries of the Resident appointed at Portonovo, the bookkeeper Librecht Cornelis Sopander, and the bookkeepers Laurelius Wulick and Gerrardus Herft, having submitted the following report, it was resolved to accept the same for communication insertion of the same. To the Right Honourable Willem Blaaukamer, Commander of the Coromandel Government, with its Dependencies, etc., etc., together with the Council. Right Honourable Sir and Gentlemen, Pursuant to your Right Honourable esteemed order, contained in the extract resolution from your High assembly of the 3rd of December of the past year, the undersigned pay bookkeeper respectfully serves your Right Honourable, that upon confronting the letter written by the Resident at Portonovo, the bookkeeper Librecht Cornelis Sopander, under date of the 23rd of September of the same year, to your Right Honourable, against the pay books of this Government for the financial year 1781/82, closed here on the 12th of November last, he has found that the accounts of all the servants there are closed; as follows: Those of the said Resident and the two bookkeepers Laurelius Wulick and Gerrardus Herft, the first with a balance due of ƒ. 72 for 6 months and 12 days' wages, earned from the 1st of September until the aforesaid date of the 12th of November, and the two others by proposal ƒ 12 each for 12 days' salary; since they both enjoyed their wages at Nagapatnam under the ultimo of September and October, but the first-named took up no wages. That the said three persons received their board money for the 1st of September, October, and the aforesaid November, as appears from the Nagapatnam pay and board roll lying here. Continuation 1 8 3 . That

Dutch transcription

350 Den 28. Januarij 1786. de begaane erreuren te laaten voor ree„ kening der Iaggernaikpoeramse opper„ hoofden, mitsg=s 2¼ lb Nagulen en 711/16. lb spiauter Indias hoofd„ „plaatse ten goede, en 78. 77/18 lb Na„ gulen en 5 5/8 lb Nooten Muschaa„ ten ten laste aan te reekenen. Lading van het schip De Both„ De bediendens aldaar zullen moeten aangekundigt werden, dat ze niet noodig hadden gehad, het beschreeven gewigt van ider kist Nooten en Nagulen mits„ gaders van elk Zack Nagulen al„ leen bekend te stellen, nadien ge„ melde gewigt van hier niet aan„ geschreeven is geweest; Terwijl als dan van zelfs zoude komen te vervallen het gestelde te over en onderwigt van dien, een lijk moes„ ten ze na gedaane na weeging bereekend hebben, als volgd Nooten Nagulen Nooten Nagulen „16415. 5/8. - - - - - - „ 165. ¾ Over zulks meerder te kort - - - - - - - - - lb 162. 7/8. 14. kisten Nooten met Nagulen bestort aange„ schreeven te zamen netto te moeten inhouden lb — - lb —. — lb 1202. — lb 417. ¾. Alhier na de naweeging /: als boven elke kist is gespecificeerd:/ bevonden - - - - „ 1160: ¼. „ 424. ¼. voor ½ pC o validatie zo op de na herwaarts aangereekende als te Pall: verbleevene parthije van 1112. ½ lb nooten en 422¼ lb . nagulen bereekend - - - - – „ 11. 7/8 „ 4. ¼ „ 1171. 7/8 „ 428.½ . . Dus boven de validatie te kort - - - - - lb 30. 1/8. Een te over - - - - - - lb 10. ¾. En met de afzonderlijke Nagulen 366. Zakken of Balen Nagulen, moet vol„ gens aanreekening netto inhouden - - - - - - - „16578. —. Al hier na de nattreging als boven bevonden - - - lds 16249. 7/8. voor 1 pr Cents validatie= - - op den 28. Januarij 1786. op deese parthijen zijn nu gevalli„ deerd s. , in steede van —:½ prC=o Dieze validatie van éen ten hon„ dert zoude kunnen werden ge„ „passeerd, uit hoofde aan de opper„ hoofden van gemelde Bodem alhier op die specerijen geen validatie is ten goede gebragt geworden De bediendens hadden ook de validatie op de alhier uitgeleeverde parthije speau„ ter, zijnde 12170. lb â — 1/8. p=r C=o of 7. 1/16 lb moeten bereeken; 't welk hen zoo ten opsigte van dit articul, als voorsz: specerijen wel Expresselijk is aangekundigt; zijnde door deese verkeerde behandeling veroorsaakt dat de scheeps overheeden hunner zoldij reekeningen niet belast zijn geworden voor het geene had be„ hooren te weesen, als met boven vermelde 162 5/8. lb nagulen 30. 1/8. lb nooten, in steede van 83. ¾ lb. der Eerste en 25. lb der andere, mits„ gaders daar en teegen ten goede 10. ¾ lb nagulen in steede van 8½ lb„ En dus zullen voor reekening van de geene, welke dit abuijs begaan hebben, gem, te weijnig gestelde 76: /8 lb nagulen en 5. 7/8 lb nooten ten laste, mitsgaders de 2½: lb nagulen en 7. 5/16 lb Spianter 352. den 28. Januarij 1786. Spiauter ter goede, uit„ koops Indiasche Hoofd plaatse Batavia van „ hier dienen aangereekend te werden, om aldaar de over„ heedens hunne Zoldij reekenings daar voor te doen belasten en ten .. goede te brengen; mits„ gaders van hier Pag„ gernaik poeram deselve per memorie ten goede te doen brengen. Palliacatta In't Casteel Geldria den 23. Januarij 1786. /:was geteekend:/ N: Sadama. Wijders 353 17886. Haar Hoog Ed: aan te bieden. Soldij boek berigt van den houder nopens de Portono„ vose bediendens. den Jonelen Eijsch nn Wijders wierd geresumeerd formee„ en geapprobeerd den Bata„ len Eijsch voor via voor den Iaare 1786. en verstaan de zelve zodanig aan Hun Hoog Edelhee„ dens over Ceilon aan te bie„ den Soldij Boekhouder Door den Simon Duijnevelt, in voldoening der ordre vervat bij resolutie deeser vergadering van den 3. Xber: des ge„ den 28. Januarij 1786. passeerden 354 den 28. Januarij 1786. passeerden Jaars nopens de soldijen der op Portonovo bescheijden Resident E Librecht Cornelis Dopander, in de boekhouders. Laurelius wulick en Gerrardus Herft, ingedient zijnde, het onder„ volgende berigt, zoo wierd be„ slooten het zelve voor Communicatie inster van het selve aan te neemen. Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Blaaukamer, Willem Gesaghebber van het Cormandelsche Gou„ vernement, met dies Resorte Etc: Etc:, Ne„ vens den Raad. - Wel Edele Agtbare Heer, en Heeren, Ingevolge uw wel Edele Agtb: geëerde orbre 1 den 28. Januarij 1786. ordre, vervat bij Extract Resolutie uuit Hoog Derzelver vergadering van den 3.:' december a:o pass:o, diend den ondergetekende zoldij boe„ houder in alle eerbied, aan uw wel Edele Agt„ bare, dat hij bij Confrontatie van de brief door den Resident te Portonovo den boek„ houder Librecht Cornelis Sopan„ der in dato 23: September deszelfen Iaars, aan uw wel Edele Agtbare geschreeven, tegen de zoldij Boeken deses Gouvernements van het boekjaar 1787/82. op den 12. November J=o leeden, alhier geslooten, bevonden heeft, Dat de rekeningen van alle de bediendens aldaar geslooten zijn; als volgd: Die van gemelde Resident en de twee Boekhou„ ders Laurelius wulick en Gerrardus Herft, den eersten over te goed ƒ. 72. voor 6/m„ en 12:d: gagie, verdiend zedert p=mo Septembr tot dato 12 November voorm: en de twee andere per voordragt ƒ 12. elk vx 2/d: besolding: al zoo zij beide onder ult:o 7ber en 8ber Hunne gagien te Nagapatnam genoten heb„ ben, dog den eerstgemelde geen gagie opge„ nomen heeft. Dat gemelde drie persoonen hunne kostgel„ den van P=mo September, october , November voorm: hebben gekregen, blijkens Naga„ patnamse gagie en kostgeld Rolle, al„ hier leggende. vervolg 1 8 3 . Dat

← previousnext →