VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10017

Ceylon · 750 pages · 243 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10017_0155 view scan ↗

English

that they also take the yearly oath of purgation that they have not only in no respect enriched themselves at the expense of the Company, but that they have also, as honest servants, to the best of their knowledge faithfully done and fulfilled their duty in that which has been prescribed to them by their instruction, we think that these servants would be provided for in an equitable manner, and for the service and the interest of the Company we think in good conscience to be able and obliged to recommend such an arrangement to Your High Excellencies. To the Captain of the Ship the Venecier, have also been given in a tub marked C four small Ceylon cardamom plants and in a tub marked 54 four small Malabar cardamom plants, with orders to place them on the half-deck in the open air, and to have them watered a couple of times daily, as well as to have them covered in too hot sunshine. 35. The Galle servants have also been ordered to send by this vessel to Batavia the test weight of 50 lb, which was brought there with the ship Alblasserdam from Souratta, as well as the test weights of 50 lb each brought from Batavia with the ships Doggersbank and Dordrecht. Section 6. We have the honor herewith to offer to Your High Excellencies sealed the requisite two Ceylon rupees as samples, regarding whose weight and alloy we humbly refer to the note in our respectful letter of 26 January of last year 541, and we further add among the annexes of this letter a report from the Assayer Stigling, according to which these rupees amply maintain the standard determined for them. Section 7. If a pound sterling, as says the report made to Your High Excellencies by the Examiner General and Bookkeeper General the Gentlemen Domis and Voelman, really is ƒ 11. 11. –, which we think to be the value of an English guinea, which is 21 English shillings, then we have mistaken ourselves in our calculation in granting bills of exchange to certain Englishmen. In all our calculations a pound sterling has not been assumed higher than ƒ 11. 3:8. According to this calculation was drawn up, among others, the bill of exchange which according to our Resolution of 6 January 1780 was granted to Sir Thomas Rombold, Governor of Madras, in the amount of 25,000 pagodas, and the indication made in this Resolution that 7 shillings and 8 pence amount to 84 1/3 Dutch stuivers also agrees with that which is found regarding the value of an English pound sterling in the work of Mr. Oudermeulen printed at Amsterdam in the year 1778, 1st volume, 1st part, where on page 46 it states an English pound is approximately worth 22 French livres; one also finds in the work titled Present History or Present State of Great Britain, 1st volume, page 504, that the whole and half English shillings are current in Holland for double and single zeshands. Section 9. As regards, furthermore, the calculation that also appears in the aforementioned report to point out the disadvantageous rate at which the bill of exchange granted to Mr. Bilderbeek mentioned therein was drawn, namely that a Company pagoda must be calculated to be worth only 90 Indian stuivers and a star pagoda 96 of the same stuivers or 2 rixdollars, we take the liberty to refer to our respectful letter of 17 October 1788, and our humble answer to 3435 of the extract from the Fatherland of 20 December 1787, inserted in our respectful letter of 26 January of last year: that a Company pagoda, which the Company causes to be minted in its mint at Tuticorin, not only actually costs the same, even without the agio that is paid on the gold, 83 Dutch stuivers, which in relation to the ducatoons are equal to 100 2/3 Indian stuivers, as appears from the mint yields, and when one adds the agio thereto they come proportionately higher. From a mint yield of 12 February 1789 of 400 marks of gold brought by the ship the Gouverneur Generaal de Klerk, it appears that the pagodas minted from this gold, burdened with the agio and calculated against 83 Dutch stuivers, really give a loss of 4 3/32 percent. If we are now correct that a pound sterling is no more than ƒ 11. Dutch, then the Company has not only not been disadvantaged by the bill of exchange granted to Mr. Bilderbeek, whereby a star pagoda was accepted against 8 shillings and 4 pence, but the rate at which these

Dutch transcription

dat ze dan ook doen Jaarlyks den Eed n suijvering dat ze zig niet alleen in geen opzigt, ten kosten van de Comp: niet d rijkt hebben, maar dat ze ook als eer ke dienaaren, naar hun best geweeten trouwelijk hun pligt hebben gedaan en nagekoomen, in 't geene hun by hun instructie is voorgeschreeven, denken dat deeze dienaaren op een billijke wijze zouden zijn voorzien, en voor den dien en het interest van de Comp: denken in gemoede Uwe Hoog Edelh: zulk een schikking te kunnen en te moeten aanraaden. Aan den Capitain van het Schip de necier, zyn meede gegeeven in een bak merkt C: vier plantjes Cijlonsche en in een bak gem:t 54 vier plantjes mallabaa kardamom, met last om die op t halve d in de open lugt te plaatsen, en ze dagelijk een paar maalen te laaten begieten mits gaders om de zelve bij al te heete sonne schijn te doen dekken. 35. Ook zijn de Gaalsche bedienden gelast, om het proef gewigt van 50 lb, t welk m het schip Alblasserdam van Souratta al 54: § 7. zoo een pond sterling, gelijk zegt het berigt aan Uwe Hoog Edelheeden gedaan door den visitateur Generaal en Boekhouder Generaal de Heeren Domis en Voelman werkelijk is ƒ 11. 11. – het geen we denken te zijn de waarde van een Engelsche guini, die 21. Engelsche schellingen is, dan hebben we ons in onze bereekening bij het verleenen van wissels Een zommige Engelsen vergist. In alle onze bereekeningen is een pond ster„ „ling niet hooger aangenoomen dan ƒ 11. 3:8. Na deeze bereekening is onder anderen opgemaakt de wissel die volgens onse Re„ „daar aangebragt is, met deezen bodem na Batavia te verzenden, als meede de proef „gewigten van 50 lb ider met de scheepen Dog„ „gersbank en Dordrecht van Batavia aan„ gebragt. § 6. wij hebben de Eere uwen Hoog Edelh: hier nevens verzegeld aan te bieden de gerequi„ „reerde twee Ceilonsche ropijen tot monsters nopens welker gewigt en alloij, wij ons nede„ „rig refereeren aan het genoteerde bij onsen Eerbiedigen van den 26. Ianuarij A„o L: 541, en we voegen nog onder de bijlaagen deezes, een berigt van den Essaijeur Stigling, vol„ „gens welke deeze ropijen ruim houdent daar voor bepaalde gehalte. solutie solutie van den 6 Ianuarij 1780. verleend aan Sir Thomas Rombold, Gouverneur va Madras groot 25000 pagooden en de aan„ wijzing bij deeze Resol: gedaan dat 7 Schell en 8 pencen bedragen 84 1/3. Stuijvers Neder lands, semd ook over een met het geen weegens de waarde van een Jng Pond st ling, gevonden word in het werk van den Heer oudermeulen gedrukt te Amsterdam in den Jaare 1778. 1e deel 1e. partij waar op pag: 46. Staat een Engels pond is ten naasten bij waardig 22 franse lio ook vind men in t werk getituleerd Heedendaagsche historie of teegenwoordig staat van groot Britanie 't 1e deel Ja 504. dat de geheele en halve engelsche schellingen, voor dubbele en enkele zest halven in holland Gangbaar zijn. — §9. wat voorts aangaat, de bereekening, die by voorschr: berigt nog voorkomt om aan te wijzen den naedeeligen voet waar op die da bij vermelde wissel aan den Heer Bilde beek verleend getrokken is dat nament „lijk een komp:s pagood moet gereekend w „den maar waardig te zijn 90 stuijv:s indi en een Hterre pagood 96. gelijke stuijvs of 2. rd=s neemen wij de vrijweedigheid ons te gedraagen aan onzen Eerbedigen brief van den 17' 8ber 1788, en ons nedrig ant„ woord op 3435. van t patriasch extrakt van den 20 xber 1787. g'insereerd in onsen Eerbiedigen van den 26. ' Ianuarij J„o L: Dat een Comp:s pagood, die de Comp: in haare munt op tutukorijn doet munten niet alleen ook aan dezelve nagenoeg kost, zelfs zonder de Agio die op het goud be„ „taald word, 83 stuijvs: Nederlands, die re„ latie tot de dukatons gelijk staan met 100 2/3. indiase Stuijv:s blijkt uijt de munts rendementen, en wanneer men de agie daar bij teld koomen ze na maete van dien hooger Uijt een munts rendement van den 12. fe„ bruarij 1789 van 400 mark goud met het schip de Gouverneur Generaal de Klerk aangebragt blijkt dat de pagoden van dit goud geslaagen met de Agio beswaart en gereekend teegens 83. Stuijvers Neder„ landsch werkelijk een verlies geeven van 4 3/32. p:r zoo we het nu wel hebben, dat een pond 510. sterling niet meer is dan ƒ 11. Hollands, dan is de Comp: niet alleen niet benadeeld door de aan den Heer Bilderbeek ver„ leende wissel, waar bij een sterre pagood is aangenoomen teegens 8 Schell: en 4. penlen, maar is zelfs de voet waar op Ctos deeze

NL-HaNA_1.04.02_10017_0157 view scan ↗

English

this bill of exchange drawn is noticeably more advantageous than the granting of assignations with a 10 13/39 percent rebate, as is clearly evident from a report by the First Visiteur Berghuijs, which is enclosed herewith in copy, wherein it is pointed out that if the star pagodas are accepted even at 8 schellings and 6 penningen, the Company then still loses no more than 3½ percent on Dutch money instead of the 8 percent which it loses upon the granting of assignations with a rebate of 10 3/9 percent. Section 11. The gunpowder mills mentioned in our letter of 5 July 1788 have a bedplate of wood covered with copper. The two cylinders are likewise thick wooden discs, which are covered with lead at the sides and round about with copper. Since stone bedplates and cylinders are to be preferred to this, we have ordered those that were in stock at Gale to be brought hither, and as soon as we have obtained the permission of your High Noblenesses for the execution of the wheelwork proposed by Captain Fornbauer, we shall have them used for that purpose. Section 12. We present to your High Noblenesses among the enclosures of this letter the requested final accounts of the 25 Eastern soldiers who departed thither with the ship the Leviathan, and which could not be delivered by the same opportunity because we received the muster rolls of these men too late from Trinconomale. Section 13. The further orders contained in the aforementioned highly respected missives of your High Noblenesses we shall take as our dutiful instruction, and we request permission to be allowed to postpone the full reply thereto until a further opportunity. Section 14. The ship the Thaenecier returned here from Koetsiem on 14 February with a cargo of rice, saltpetre, timber, and other goods, after the discharge of which it was sent to Berberij on 8 March to deliver a quantity of rice there and subsequently to sail to Gale with the cinnamon that lay in stock there. On 18 March it arrived at Gale, and after the discharge of the cinnamon departed thence for Mature on the 23rd to fetch a cargo of paddy, wherewith it returned to Gale on the 7th of this month. Section 15. Likewise, the ship Hinloopen departed for Gale on the 11th of this month, where it arrived on the 13th thereafter. Section 16. Both of these ships are now being prepared there to undertake the voyage to Batavia, and these shall therefore be the bearers of this letter. Section 17. We have ordered the officials at Gale to have the cordage and coir that are on hand there shipped on the Phanecier, together with half of the cinnamon requisitioned by your High Noblenesses, and to send the other half of the cinnamon, together with what is further on hand there, on the Hinloopen. Section 18. Upon the written request, enclosed herewith in copy, of Madame the dowager of the late former Coromandel Governor van Vlissingen, we have permitted her Ladyship to send on the Thanecier five cases of culilawan oil, which she requests in her aforementioned petition may be delivered to the Orphan Masters there, in order to be sold for the benefit of the estate of the aforementioned Mr. van Vlissingen. Section 19. On account of the slow progress of the sale of a parcel of woolens and clothing that were brought from the Netherlands by the ship the Gouverneur Falck, we have decided to send half of the remaining clothing and one third of the unsold woolens to Batavia, to see whether they might find a market there, since in any case a speedy sale, even if it were only at a 25 percent advance, is more advantageous than that the same, by lying in stock for a long time, should be exposed to decay. We therefore take the liberty to send the same over on the ship Hinloopen, in the confidence that your High Noblenesses will graciously be pleased to approve this arrangement of ours. Section 20. Regarding this parcel we have received no special orders from the Netherlands, but on the occasion that a parcel of such woolens and clothing was sent to us on the ship the Vlugge Trekvogel, the Lords Seventeen, by their highly respected missive of 28 December 1786 and extract enclosed herewith, ordered us to help promote the market thereof and of whatever should still be sent out in the years 1787 and 1788 to the greatest benefit of the Company, to have an accurate account of proceeds drawn up thereof, and to transmit the same to their Right Honorable High Mightinesses. Section 21. We have therefore, in order to promote this market

Dutch transcription

deeze wissel getrokken is merkelijk „deeliger, dan het verleenen van Assi naties met 10 13/39 p„r C=to rabat zoo als dat „delijk blijkt bij een berigt van den Eers visitateur Berghuijs, dat in Copij hie neevens gaat, waar bij word aangeweeze dat zoo de sterre pagooden worden aan noomen zelfs teegens 8 schell: en 6 per „fen, de komp: als dan nog niet meer verlust dan 3½. p„r C=to op het Nederland geld insteede van 8 p„r Cto die dezelve ver liest, bij t verleenen van Assignatie met een rabat van 10 3/9 p„r C=to § 11. De kruijtmoolens vermeld bij onsen nedre brief van den 5 Julij 1788, hebben een on „plaat van hout bekleed met koper. De twee celinders zijn insgelyks dikke houte schijven, die ter zyden met looden rondsom met kooper bekleed zijn wij intusschen steenen onderplaaten en cel „ders hier aan te prefereeren zijn, hebben w die geene die te Gale in voorraad waaren herwaards laaten komen, en zoo dra wede toestemming van uwe Hoog Edelh: zullen hebben bekomen tot de executie van het door den Capitain fornbauer voorgestel de raderwerk, zullen wij die daar toe laa „ten gebruijken. — § 14. 'T schip de Thaenecier is den 14. februarij van koetsiem alhier te rug gekoomen met eene lading rijst, Salpeter, houtwerken en andere goederen na welker ontlossing 't zel„ „ve den 8=e Maart na Berberij is gezon„ „den, om er eene quantiteit rijst te brengen en vervolgens met de Canneel die daar in voorraad lag, na Gale te Stevenen Den 18. Maart is t te Gale g'arriveerd, en naar ontlossing van de canneel den 23 Daartan na Mature vertrokken ter afhaal van Eene lading nelij waar meede 't den 7. deezer opgale is te rug gekoomen. — §15 Insgelijks is het Schip Hinloopen den 11e. dee¬ § 12. wij bieden uwen Hoog Edelh: onder de bijlaagen deezes aan, de gevraagde afreekeningen van de 25 oostersche militairen die met t schip de Leviathan na derwaards zijn vertrokken, en dewelke met de selfde geleegentheijd niet hebben kunnen worden bezorgd om dat we de naamlijsten deezer manschappen te laat van Trinconomale hebben ontvangen. § 13. Het verder aan bevoolene bij voorsz: uwer Hoog Edelh: zeer gerespecteerde missives zullen we ons tot schuldig narigt laaten verstrek„ „ken, en we verzoeken verlof om de vollee„ „dige b'antwoording derzelven, te moogen uijtstellen uijtgesteld laaten tot naadere gelee„ gentheid. § 12. „zer deezer na Gale vertrokken, alwaar t den 13 daa aan gearriveerd is. — § 56 Bijde deeze scheepen worden tans aldaar in staa gesteld om de rijse na Batavia aan te treek en zullen dus dezelven de brenger deezes we § 17. Wij hebben den bedienden te Gale gelast, om de Phanecier te laaten afscheepen de Lijn „ten en Kaijer die aldaar aanhanden zijn ne vens de helfte van de Canneel, die door uwe Hoog Edelh: geijscht is en om de weeder helfte van de kanneel nevens 't geen daar verder aanhanden is, met Hinloopen te verzenden. — § 12. Op 't in Copij hier nevens gaande Schriftelijk verzoek van Meuron de douarriere van wijlen den heer Geweezene Cormandels Gouverneur van Vlissingen, hebben we haar Edele toegestaan om met de Thane„ cier te moogen verzenden vijf kelders met Olie koelie Laban, die ze bij voorsz: haar adres verzoekt dat mogen worden afge¬ „geeven aan heeren weesmeesteren aldaar om ten voordeele van den boedel van voorschr heer van Vlissingen te worden verkogt, §19 weegens den tragen voortgang van den ver„ koop van een partij laakenen en klee„ „deren die per 't schip de Gouverneur Falck uit Nederland zijn aangebragt hebben we beslooten de helfte van de nog resteerende kleederen, en een derde van het onverkogtzaaken na Batavia te verzenden, of ze daar zomtijds de biet mogte vinden, wijl in allen gevalle een spoedig verkoop, al was 't slegts met 25 prC=o advans voordeeliger is, dan dat dezelve door lang leggen worden g'ex„ poneerd aan bederf. wy Gebruijken derhalven de vrijheijd dezelve met 't schip Hinloopen over te zenden in vertrouwen dat uwe Hoog Edelh: deeze onse schikking gunstig zullen gelieven goed te keuren § 20 Nopens deeze partij hebben we geen bezoor„ „dere aanschrijvens uijt Nederland ont„ vangen, maar bij geleegentheijd dat een partij van diergelijke lakenen en kleede„ „ren aan ons met het schip de Vlugge Trek„ „vogel zijn toegezonden hebben de Heeren zeventienen bij zeer gerespecteerde mis„ „sive van den 28. ' xber 1786. en extrakt hier nevens gaande ons aanbevoolen om het de biet daar van en van het geen in de Iaaren 1787. en 1788. nog zoude uijtgezon„ „den worden, ten meesten nutte van de Comp: te helpen bevorderen daar van een accu„ „raat rendement te doen formeeren, en het zelve aan hunne wel Ed: Hoog Achtb: over te zenden. §. 21. wij hebben dus ter bevordering van dit de„ res„ biet „zen. —

NL-HaNA_1.04.02_10017_0159 view scan ↗

English

could not devise any other expedient than to send a portion of them to Batavia, since they sell very slowly in this government, and the Ministers at Cochin, to our inquiry whether they could be sold there, have replied in the negative: so that, with a new supply which we are still to expect this year by virtue of the aforementioned advice, we would then be too heavily encumbered with them to be able to hope for a profitable sale. If, however, they also could not be sold at Batavia, and Your Right Honourable might see fit that they be sent back to us, we shall do our utmost so that the highly esteemed intention of the Noble, High and Mighty Lord Masters may be fulfilled. § 22. On the Phaenecier travels over a Prince of Banjarmassing named Tanpoang Mahomet, who with permission from Your Right Honourable has been to Mocha on pilgrimage and has arrived here from Cochin with the said vessel, along with a retinue of 19 persons. § 23. Also travelling with it are three Malay sailors from a private Dutch ship wrecked on the Arabian coast, named Wiram, Stam, and Kalek, who were placed on this ship by the Cochin Ministers to serve on it for their board and to obtain further transport to Batavia; thirty rupees having been furnished to them at Cochin for the purchase of some necessities, to be refunded to the Company at Batavia by the shipowners of the aforementioned wrecked ship. § 24. The Cochin ministers have sent hither on the Phaenecier a company of Sepoys to be transported to Batavia on one or two ships, but for fear of desertion we did not dare allow them to come ashore, so that the entire company now crosses over with it. The muster roll thereof received from Cochin accompanies the annexes hereto, and here and at Galle, at the request of their Commander, Lieutenant van Mander, we have caused two months' pay to be disbursed to them. § 25. Furthermore, the burgher Abraham Cornelis Hessing of Nagapatnam travels on this ship, to whom, at his request and on account of his poverty, we have granted free passage, provided he remains at no expense to the Company during the voyage. § 26. Since the ship the Phaenecier lost its boat in the roadstead of Cochin, we have provided it here with another boat, which was purchased from private individuals for 125 rixdollars. § 27. On behalf of the aforementioned Company of Sepoys, there has been furnished here to the chief surgeon of this vessel, upon the requisition submitted by him, such medicines as are mentioned in our resolution of the 3rd of March of this year, accompanying in extract; and we have also, at the request of the ship's Captain according to the accompanying extract of our resolution of the 6th of March, caused 20 fathoms of firewood to be extra furnished, because these warriors consist of various nations, each of which must cook their food separately. § 28. Ensign Christoph Brauenhoff already requested us last year to be allowed to depart with retention of pay for the Netherlands or for Batavia, but since his contracted term had not expired, we granted him his discharge for the Netherlands with cancellation of pay, as appears from the resolution of the 10th of June 1788; and since he has since allowed several opportunities to pass by without departing, we caused his pay to be stopped after the departure of the last return ship. He has since requested us to be allowed to return via Batavia, which we have granted him, and he now departs as a passenger on the Hinloopen at no expense to the Company. § 29. Furthermore, we have granted transport on it to two corporals and eighteen soldiers of the Eastern Company of Captain Kepping, who have requested their discharge to Batavia and, through old age and infirmities, could no longer be employed in military service. They have received pay here until the ultimo of this month, and we submit to Your Right Honourable their final accounts among the annexes, along with a declaration in which they acknowledge being paid up to the ultimo of this month and having nothing more to claim. § 30. Due to the decease of the chief surgeon of the ship Hinloopen, Johannes Franciscus Samuels, which occurred on the 16th of December last, being only five days after the ship departed from the Batavia roadstead, the chief surgeon Kloprogge, who was on board that vessel as a passenger, has performed the function of chief surgeon during the voyage. § 31. Upon the decease of the aforementioned chief surgeon, the medicine chest was inventoried only as far as the types of medicines found therein are concerned, and these appear from an accompanying list from the aforementioned chief surgeon Kloprogge, who therein also indicates which types of the medicines found are known.

Dutch transcription

biet geen nader uytweg weeten te bedenken, met een gedeelte na Batavia te verzenden wijl ze in dit gouvernement zeer langs van de hand gaan, en de Ministers te k siem op onse gedaane vraage of ze daarko den vertierd worden g'antwoord hebben va neen: zoo dat we bij eenen nieuwen aanb die we uijt hoofde van de voorschr: aan vens, dit Jaar nog hebben te verwagten dan te veel daar meede zouden belastz om op eenen voordeligen sleet te kunne hoopen zoo ze egter ook op Batavia n konden worden verkogt, en dat Uw Hoog Edelh: mogte goedvinden dat ze ons wo te rug gekonden, zullen we het best mog lijk doen op dat aan de zeer g'eerde in „tentie van de Edele hoog achtb: Heere Meesteren word voldaan. — § 22. Met de Thaenecier gaat over een Prin van Banjermassing, met naame Tanpoang, Mahomet, die met verlof van uwe Hoog Edelh: na Mocha ter bedevaart geweest en met gem: bodem van koetsiem alhier aangekoomen is nevens een gevolg van 19 perzoonen. § 23. Ook vaaren daar meede over drie maleij „sche mattroosen, van een op de Arabu „sche kust verongelukte particulier hol„ „landsche schip, met naamen wiram stam en kalek, die door de koetsiemsche § 24. De koetsiemsche ministers hebben met de Phanecier herwaards gezonden een comp: Sipahis om op een dan wel twee scheepen na Batavia te worden getrans„ porteerd, dog hebben we uitbedugting voor desertie hun niet durven aan de wal laa„ „ten koomen, zoo dat de geheele Comp: tans daar meede overgaat. De daar van, van koetsiem ontvangene naamlijst verzeld de bijlaagen deezes, en hebben we hier en te Gale op t verzoek van hunnen Commandant de Luijtenant van Mander twee maanden gagie aan dezelve Laaten verstrekken. § 25. Voortsgaat met dit schip over de burger Abraham Cornelis Hessing van Naga¬ „patnam, aan wien we op zijn verzoek, en uijt hoofde zijner armoede een vrij trans„ port hebben toegestaan mits blijvende ge„ duurende de rijse buyten laste van de Comp: § 26. Vermits 't Schip de Phaenecier op de rheede Ministers op dit schip zyn geplaatst, om daar op voor de kost dienst te doen, en verder transport na Batavia te erlangen: zijnde aan hun te koetsiem dertig ropijen verstrekt, tot het inkoopen van eenige noodwendigheeden, om te Batavia door de de rheeders van voorsz: verongelukt schip aan de Comp: te worden gerestitu„ Minis van „eerd. van koetsiem zijne schuit is kwijt ger hebben we t hier van een ander schuijt d voorzien, die van partikuliere is ingekogt 125 rd=s Ten behoeve van voormelde Comp: Siphais hier aan den oppermeester deezes bodems op door hem ingedienden eisch zodanige met camenten verstrekt als vermeld zijn bij on resolutie van den 3'. maart deezen in e „tract verzellende en hebben we ook, op t n zoek van den scheeps Capitain volgens het nevens gaande extrakt onser resolutie van den 6. maart, 20. vadems brandhout extra laaten verstrekken, om dat deeze krijgers verschillende natien bestaan, die elk apar hunne kost moet kooken. De vaandrig Christoph Brauenhoffhe § 28: ons reeds voorleeden Jaar verzogt om be houdens gagie na Nederland of na Batavi te moogen vertrekken dan wijl zijn verstrk verband niet geëxpireerd was, hebben we hem zijne verlossing na Nederland toegestaan met afgeschreevene Gagie blijkens resol: van den 10. Junij 1788. en vermits hij zee dert verscheijde gelegentheden heeft laaten voorbijgaan zonder te vertrekken, heb„ ben we zijn Gagie na het vertrek van het Laatste retourschip laaten afschrijve zeedert heeft hij ons verzogt om over 130 „tavia te mogen retourneeren, 't geen we § 29. Nog hebben we daar meede transport verleend aan twee corporaals en agtien zoldaaten van de oostersche Comp: van Capitain kepping, die hunne verlossing na Batavia hebben verzogt en door ouderdom en gebreeken niet meer tot den militairen dienst konde worden gebruijkt zij hebben hier gagie genoten tot ult=o deezer, en wij bieden uwe Hoog Edel heden hunne afreekeningen onder de bijlaa„ gen aan, nevens eene verklaaring, waar bij ze erkennen, tot ult=o deezer voldaan te zijn en niets meer te pretendeeren te hebben § 30. Mits t overlijden van den oppermeester van t schip Hinloopen Johannes Franciskus Samuels, voorgevallen op den 16. december p„r s=o zijnde alleen vijf vagen na dat het schip van de Bataviasche rhee„ „de vertrokken is, heeft de oppermeester klop„ „zogge, die zig als passagier op dien bodem bevond geduurende de rijse de functie van oppermeester waargenoomen. § 31. Bij 't overlijden van voorsz: = oppermeester is de medicijn kist opgenoomen alleen zoo veel de zoorten van de daar in bevondene medicijnen aangaat en deeze blijken bij eene hiernevens gaande lijst van voorsz: oppermeester klop„ rogge, die daar bij teffens aanwijst welke zoor„ „ten van de bevondene medicamenten bekend hem hebben toegestaan en vertrekt hij tans met Hinloopen als Passagier buijten laste van de hem staan §27. Comp:

NL-HaNA_1.04.02_10017_0161 view scan ↗

English

stand on the Batavia Catalogue accompanying the aforesaid ship, a copy of which is enclosed herewith, and which did not 532. Besides the medicines that were consumed during the voyage from what was found in the described medicine chest, various items were supplied during the voyage by the aforesaid Chief Surgeon Kloprogge from his own stock, as appears from a written statement thereof made by the ship's under-surgeon Smith, confirmed by the affirmation of the Captain of the Trijn. We have therefore, in accordance with the said statement, which is inserted in our resolution of the 7th of this month, an extract of which is added among the appendices, caused the medicines advanced by Kloprogge to be reimbursed to him here, and caused the same to be charged to the general account of this vessel. Paragraph 33. In the medicine chest, which upon the arrival of the ship here was brought ashore sealed and was examined by commissioners, there were still found remaining the medicines mentioned in the report of these commissioners, the original of which is enclosed herewith. What is lacking therein to make the return voyage to Batavia has been pointed out in a report from the apothecary Strasburg, which is also signed by the chief surgeon of the Castle, Aleman. The same is inserted in our aforesaid resolution of the 7th of this month, whereby we have decided to cause the missing medicines indicated in this report to be furnished to the said ship, as has been done. Paragraph 34. Instead of the aforesaid deceased Chief Surgeon Samuels, we have appointed the under-surgeon Jacob Willem Hofman, who was examined by the chief surgeon and surgeon major here and judged qualified for it, as chief surgeon; however, we have deferred the disposition regarding his salary to Your High Nobilities. Paragraph 35. By the aforesaid report of the commissioners, the surgeon's instruments were likewise identified which were found in the chest upon its opening, which we have caused to be charged to the account of the new Chief Surgeon Hofman and caused to be written off the account of the aforementioned deceased Chief Surgeon Samuels. Paragraph 36. The ship the Gouverneur Generaal de Klerk, which returned here from Gale on the 3rd of February last, departed on the 18th thereafter for Koetsiem, after the unloading of its cargo, to fetch a cargo of rice, and is expected back daily. As soon as it shall have arrived at Gale and shall have discharged what it has on board, except for the grains that we have destined for Trinkonomale, we shall dispatch it thither as soon as possible, in order to undertake the voyage to Batavia from there. Paragraph 37. On the 31st of March last, the barque the Chinse, which Your High Nobilities have destined for this Government, arrived from Bengal at Trinconomale, and the Bengal ministers have thereby granted passage to Ceylon to the Ensign Hans Swanefretz, who arrived there two years ago from Europe, as he is of no service there because of the small garrison, to be employed here or otherwise transported to Batavia; and to the young assistant Albert Hendrik Giesser, who, on account of the expiration of his time, is returning to Europe to obtain passage on one of the Ceylon return ships. Paragraph 38. On the 17th of January last, the captain of the ship Straalen, Masson, arrived at Trinconomale in a private sloop to look for his ship, bringing along the crew members who had remained ashore with him at Bimilipatnam, consisting of 1 cadet, 1 second surgeon, 1 lieutenant, 1 chief surgeon, 1 third surgeon, 2 boatswain's mates, 2 gunner's mates, 1 under-carpenter, 3 soldiers, and 7 sailors. However, because the ship Straalen had already departed from Gale by that time, we had him notified to go search for that vessel promptly, unless he judged it advisable to proceed to Batavia. And at the beginning of the month of February, together with the rest, he departed with an English ship for Bengal, except for the aforesaid second surgeon, under-carpenter, soldiers, and sailors, who remained behind at Trinconomale and whom we have caused to be employed here in the Company's service; their pay accounts have been requested from the gentlemen the Bengal ministers. Paragraph 39. Captain Masson has delivered to us three declarations to demonstrate the necessity he had been under to call at Bimilipatnam with the aforementioned ship, and the impossibility in which he had found himself to get back on board when the ship, on account of the storm, had to put to sea. We take the liberty of offering copies of the said declarations to Your High Nobilities among the appendices to this letter. Paragraph 40. In reply to the inquiry made to the Gale officials in accordance with our humble letter of the 9th of February last, they have answered us, as appears from their letter of the 17th of February accompanying this in copy, that the report of the English captain regarding the nearby Surat ships, mentioned more fully in our aforesaid humble letter, was not brought to the deliberation of the Council because they could not rely on such a report from an unknown stranger, and further orders

Dutch transcription

staan bij de aan voorsz: Schip mede gegev Bataviasche Catalogus die in Copij hier vens gaat en welke niet 532. Behalven de medicamenten die geduur de rijse verbruykt zijn uit t geen in de schreeve medicijn kist is bevonden zijn ge duurende de Rijze door de voorsz: opper¬ „ter kloprogge verscheijde stukken uit d eigen voorraad verstrekt blijkens eene da van gedaane schriftelijke opgave doo den scheepsondermeester Smith bekre „tigd met de affirmatie van den Capitain de Trijn wij hebben mits dien over Eenko stig gem: opgave die ginsereerd is bij on resolutie van den 7. deezer waar van ext onder de bijlaagen gevoegd is, de door kle rogge verschootene medicamenten alh aan hem laaten vergoeden en dezelve op de on reekening deezes bodems doen belasten. §33. In de medicijn kist; die bij aankomst t Schip alhier verzegeld is aan de wal ge¬ bragt, en door gecommitteerdens g'examin zijn nog bij restant bevonden de medicam ten vermeld bij het rapport deezer gecomm „teerdens dat in origineel hier nevens gaat Het ontbreekende daar in tot 't doen van te rug rijze na Batavia, is aangeweezen bij een berigt van den apothecar Stras„ burg, dat ook door de oppermeester van t Cas„ teel Aleman is geteekend t zelve is g'inse reerd bij onze voorschr: resol: van den 7. de zer waar bij Te beslooten hebben, om de bij dit berigt aangeweezene ontbreekende medi cijnen aan gem: schip te laaten verstrek„ ken gelijk is geschied. § 34. Insteede van voorsz: overleedene oppermees„ „ter Samuels, hebben we den ondermeester Jacob Willem Hofman die door den opper „meester en Chirurgijn majoor alhier g'ex„ amineerd en daar toe bequaam geoordeelt is aangesteld als oppermeester, dog de dis positie over zijne gagie hebben we gedefe„ reerd gelaaten aan uwe Hoog Edelh: §35: Bij 't voorsz: berigt van de gecommitteer„ dens, zijn teffens aangeweezen de Chirur„ „gijns instrumenten, die bij opening van de kist daar in bevonden zijn welk wy op de reekening van den nieuwen oppermeester Hofman hebben doen belasten en doen af„ schrijven van de reekening van den voorm: overleedene oppermeester Samuels. §36. 'T Schip de Gouverneur Generaal de klerk 't welk den 3. februarij J: L: van Gale alhier is te rug gekoomen, is naa de ontlossing zij„ ner lading den 18. daar aan na koetsiem vertrokken ter afhaal van eene Lading rijst en word dagelyks te rug verwagt. — Zoo dra het te Gale zal zijn gekomen en ontlost zal hebben het geen het in heeft, behal „ven de Graanen, die we voor trinkonomale hebben bestemd zullen we het ten eersten zer der derwaards depecheeren, om van daar de rijs„ Batavia aan te treeden. §37. Den 31. Maart I=o L: is van Bengale te „conomale aangekoomen de bark de Chinse die uwe hoog Edelh: voor dit Gouvernement hebben bestemd, en zijn daarmeede door de Bengaalsche ministers transport na Ce verleend, aan den voor twee Jaaren uit Europa aldaar aangekoomen vaandrig Hans Swanefretz als ginter mits 't ge ring Guarnisoen, van geen dienst zijnd om hier geimploijeerd, dan wel na Bata „ria getransporteerd te worden, en aan den Jong assistend Albert Hendrik Giesser die mits tijds expiratie na Europa ver is, om met een der Ceilonsche retourscheep transport te erlangen § 38. Op den 17. Ianuarij I:o L: is de kapitain van 't schip Straalen Masson, met eene par kuliere sloep te Trinconomale aangekome om zijn schip op te zoeken, meede brengend de manschappen, die met hem te Bimilip „nam zijn aan de wal gebleeven „1Cadet, 1. tweede meester „bende in 1 luijtenant 1. oppermeesters. , derde „meester 2 schiemans 2 Constabelsmaats, 1. ondertimmerman, 3, zoldaten en 7 Mat„ troosen, dog wijl t schip Straalen toen re van Gale vertrokken was, hebben we hem laaten aanzeggen, om spoedig dien bodem te gaan op zoeken, ten zij hij 't raadzaam oordeelde zig na Batavia te begeeven;e is hij in 't begin van de maand febr: neven §. 40. Op de overEenkomstig met onsen nedrigen van den 9 febr: J: L: gedaane vraage aan de Gaalsche bedienden, hebben ze ons blij„ kens hunne in Copij overgaande brief van den 17. februarij geantwoord dat 't berigt van den engelschen Capitain nopens de nabij zijnde Souratsche voorsz: scheepen breeder bij „ onsen nederigen brief vermeld niet is gebragt geweest ter deliberatie van den raad wijl ze op zulk een berigt van een onbekende vreem„ „deling geen staat konde maaken en dat onse voorsz manschappen, met een Engelsch schip na Bengale vertrokken uijtgezonderd de voorschr: tweede Meester, ondertimmerman, zoldaten en mattroosen die op trinconomale zijn terug gebleeven, en we hier in Comp=s dienst hebben doen emploijeeren hunne zoldij reekeningen zijn van den Heere Ben„ gaalsche ministers gevraagt. § 39 De Capitain Masson heeft aan ons drie ver„ klaringen bezorgd om aan te wijsen de nood zakelijkheid waar in was geweest om met voorm: schip Bimilipatnam aan te doen en de onmogelijkheijd daar hij sig in had bevonden, om weder aan boord te ge„ „raaken, toen het schip weegens den Storm zee moest kiesen wij gebruijken de vrijheid Copijen van gem: verklaaringen uwen Hoog Edelh: onder de bijlaagen deezes aan te bieden voorts order

NL-HaNA_1.04.02_10017_0163 view scan ↗

English

order to dispatch the ship de Batavier on its way was very peremptory, we have acquiesced in it, with the recommendation nevertheless that in the future such unforeseen cases, in which our disposition cannot be asked and requested, must be brought to the deliberation of the council. § 41. Concerning the Cochin cargo of the ship de Phanecier delivered here, we have disposed by resolution of 15 March last, and concerning the rice delivered at Barberij by resolution of the 31st thereafter, both of which accompany this in extracts, and we request permission to be allowed to refer to them, as no particulars occur therein that require a special mention. § 42. The findings regarding the cargo of the ship Hinlopen delivered here are inserted in our resolution of the 21st of this month, of which an extract accompanies this. Two chests of cloves having been delivered with a large deficiency in the gross weight, they were opened here and therein, according to the Judicial Certificate attached among the annexes, 43¼ lb net was found short, which we have had charged to the account of the ship's officers, after deduction of the ullage determined by regulation. The arrack api was delivered with considerable leakage, and even 7 leagers thereof were found completely empty. We have written to the servants at Gale, sending an extract from the aforementioned findings, to demand an accounting from the ship's officers for these and other defects that appeared to us of some importance, and to submit the same, on account of the shortness of time, directly to your High Right Noblenesses. In the meantime, we have had all the found deficiencies on this cargo, after deduction of the determined ullage, charged to the account of the ship's officers, even in relation to the goods brought over from the ship Handellust, although the officers attested to having received them unopened and unmeasured, because we judge that with regard to those goods, as loaded into this vessel at Batavia, the same treatment should take place as with regard to the other goods loaded at Batavia, because we think they cannot be considered as belonging to a through-cargo any further than to the place of their first disembarkation. § 43. In the same manner we have caused the goods brought by the sloop de Kreeft to be treated, the findings of which are inserted in our aforementioned resolution, to which, for the rest, we humbly refer, having nothing further to note in particular concerning it. § 44. Since then, purely out of precaution, we have had six more chests of cloves from the Hinloopen cargo opened and reweighed, all of which turned out reasonably well, according to the copy of the Judicial Certificate accompanying this. § 45. The servants at Gale have been ordered to report directly to your High Right Noblenesses concerning their dispositions over the cargoes of the ships de Panecier and Hinloopen delivered there. § 46. Among the Surat linens that were recently brought to Gale by the ship Berkhout for the fatherland and the Cape, there were several bales which upon reweighing did not maintain the gross weight at which they were accounted from Souratta. This gave occasion to have two bales opened, and because in each of them 3 pieces of linen were found short, the servants at Gale have since had several more bales opened, both those that properly maintained their stated gross weight and those that weighed less and more gross at Gale, and in all these opened bales some pieces were found short. The ship's officers, heard regarding this, declared themselves blameless, asserting that the shipment at Souratta had often occurred by night, and that abuses had also been committed during the weighing and marking of the bales at Souratta. We have therefore, as well as especially because linens were even found short in bales that properly held their gross weight and even weighed more gross, found ourselves hesitant to hold the ship's officers liable for these defects, for which reason we have ordered the servants at Gale to also deliver a copy of the Surat invoice to your High Right Noblenesses, in case it might be of service in this matter. § 47. We have further ordered the servants at Gale to also have all the remaining unopened bales of this consignment opened before a Judicial Commission, and we shall report further on the outcome thereof to your High Right Noblenesses. § 48. The inspection of the pearl banks along the Madura shores has ended, and according to the report received thereof, which is transmitted in copy among the annexes, the banks were not found rich enough in stock to be able to hold a fishery there.

Dutch transcription

order om het Schip de Batavier op zijn te depecheeren heelstellig was we hebben in berust, met recommandatie nogtans in den aanstaande diergelijke onvoorzie gevallen, waar in onse dispositie niet kan worden gevraagt en afgevraagd, moeten wor gebragt ter deliberatie van den raad. § 41. Over de alhier uitgeleeverde koetsiem lading van het schip de Phanecier heb we gedisponeerd bij resolutie van den 15. maart I=o L: en over de te Barberij uitg leeverde rijst bij resol: van den 31. daara die bijde in extracten deezen verzellen a verzoeken verlof ons daar aan te moge refereeren, wijl daar bij geene bijzonder hee voorkoomen, die eene Speciale mentie ve Eijsschen. § 42. De bevinding van de alhier uijtgeleeverd lading van het Schip Hinlopen is g'ins reerd bij onze resolutie van den 21. deeze waar van extrakt deezen verzeld, twee kisten garioffel nagulen met eene groo minderheid aan 't bruto gewigt geleevert zijnde, zijn dezelve alhier geopend en daar in, volgens t onder de bylagen gevoegdd „pij Justitieel Certificaat, 43¼ lb netto te mi bevonden, welke wij den scheeps overheeden op hunne reekening hebben laaten stellen, naa aftrek van de bij reglement bepaalde spillagie De arrak api is met aan zienlijke wannig„ reid geleeverd, en zelfs zijn 7. leggers daar van geheel ledig bevonden. wij hebben den bedien„ „den te Gale, onder toezending van een extract uijt voorschr: bevinding aangeschreeven om weegens deeze en andere defecten die ons van eenige belang voorkwamen van de scheeps overheeden verantwoording te vraagen, en de„ zelve mits kortheijd des tyds direct aan uwe Hoog Edelheeden aan te bieden intusschen hebben we alle de bevondene minderheeden op deeze lading na aftrek van de bepaalde spillagie, op de reekening van de Scheeps overheeden laaten belasten, zelfs met rela„ tie tot de goederen uijt den aanbreng van 't schip Handellust schoon de overhee„ den betuijgd hebben dezelve ongeopend en ongepijld ontvangen te hebben, wijl we oordeelen dat omtrent die goederen, als te Batavia in deezen bodem gelaaden, dezelf„ „de behandeling moest plaats hebben, als om„ „trent de overige te Batavia ingelaadene goederen, om dat ze naar we denken niet verder als tot eene baarsche lading gehoo„ rende kunnen worden geconsidereerd, dan ter plaatse van haare eerste ontscheeping §43. Op de zelfde wijze hebben we laaten handelen met de goederen aangebragt per de sloep de kreeft waar van de bevinding g'insereerd is in voorsz: onse resol: waar aan we ons voor af het tog eddl: in Copij aan biede het overige nederig refereeren, wijl wede omtrent niets meer in 't bezonder aant merken hebben. — § 44. Wij hebben het zeedert alleen uijt voor zon nog ses kisten garioffel nagulen uyt de aanbreng van Hinloopen laaten openen en naweegen, die alle nedelijk wel zijn ui gekoomen, volgens t Copij Justitieel Cen „tificaat deezen verzellende. 545. De Gaalsche bedienden zijn gelast, om va hunne dispositien over de aldaar uijtge„ leeverde ladingen van de scheepen de Paij en in Mark Jlwaard bij „necier en Hinloopen, direct verslag handeld, hier nevens uwe doen aan hunne Hoog Edelheeden. §46. Onder de Souratsche Lijwaaten die met hethoogst derzelven geerde schip Berkhout Iongst te Gale zijn adispositie, en zijn de gebragt, voor 't vaderland en de Caap, zi er verscheijde pakken geweest, die bij naa „weeging niet hebben gehouden 't bruto gew waar meede ze van Souratta zijn aangereek Dit heeft aanleijding gegeeven om twee pak ken te doen openen, en wijl in elk der zel „ve 3. stuks lijwaaten minder bevonden zij hebben de Gaalsche bedienden zedert nog scheijde pakken zoo wel die haar aangeroe kende bruto gewigt behoorlijk hebben gehou „den als uyt die te Gale minder en meerder bruto gewogen hebben, doen openen, en zijn in alle deeze geopende pakken eenige stuk¬ „ken te min bevonden. De scheepsover¬ Galfken I §47. Wij hebben voorts de Gaalsche bedienden gelast om ook alle de overige nog ongeopende pakken van deezen aanbreng voor eene Iustitieele Commissie te laaten openen, en zullen van dies uijtslag uwen Hoog Edelheden nader bericht doen. §48. De visitatie van de paarlreeven langs de Madureesche Stranden is afgeloopen, en volgens 't daar van ingekoomen Rapport dat in Copij onder de bijlaagen overgaat, zijn de banken niet rijk genoeg bezet bevonden om er eene visscherij op te kunnen houden heeden hier over gehoord, hebben verklaard daar aan onschuldig te zijn, onder betuijging dat de afscheep te Souratta dikwijls bijnacht was geschied, en dat er ook bij het wegen en mer„ „ken van de pakken te Souratta abuijsen be„ gaan waaren. wij hebben daarom zoo wel als ook insonderheid om dat er zelfs lijwaa¬ „ten te min zijn bevonden in pakken, die haar bruto gewigt behoorlijk hebben gehouden, en zelfs meerder bruto gewoogen hebben, ons 't resolutie van den 14 den februi beswaard gevonden de scheepsoverheeden daar van deese defeeten voldge voor aanspreekelijk te houden, weshalven we de Gaalsche bedienden gelast, om ook een Copij om. daar op te erlargen van de Souratsche Factuur aan hunne uwe Hoog Edelh: te bezorgen of ze zom„ „tijds in deeze van dienst zoude kunnen reeden wijl zijn

NL-HaNA_1.04.02_10017_0165 view scan ↗

English

because of the 62 banks that were inspected this time, only 23 were occupied with oysters, no older than three years, and in the 4753 sample oysters dived up no more than 23 pearls and 11 seed pearls were found. On the remaining 39 banks nothing was found other than sea-growth, and on some also dead pearl oysters and some chank shells. Paragraph 49. The native bank experts are of the opinion that the banks occupied with three-year-old oysters ought to be surveyed more closely in the late part of this year, or indeed in the coming year, to see whether the pearls are not ripe enough for a fishery, because they maintain that waiting until the oysters reach their full maturity of 7 years is not advisable, since in that interim they can very easily perish according to whether they have more or less nourishment on the banks, and thereby reach their maturity and die earlier or later, or through other accidents at sea, which one cannot thus determine, much less foresee. Paragraph 50. Mr. Buchanan, agent of the Nabab, demanded that the aforementioned sample pearls should be sent sealed to him at tirnevelli by the mutual commissioners after the completion of the inspection, in order to open them there in order to be able to take half thereof for the Nabab, in which the resident Mekern with good reason found difficulty without having been authorized thereto by us. Paragraph 51. In order not to make a matter of small importance into a subject of dispute, we have written to the aforementioned resident, according to our resolution of 31 March last, to inform Mr. Buchanan that we think it best to arrange it for the future in such a way that as soon as the inspection of the banks shall be finished, the pearls found are immediately divided into two parts, as nearly equal as possible, in order to take therefrom one part for the Company and one part for the Nabab; that the part for the Nabab is then taken by the person who shall have been qualified thereto by him; and that regarding the aforementioned questionable sample pearls, because the Nabab wished to see them, we have authorized the resident to send the same, as a token of friendship, sealed and undivided to Mr. Buchanan, in order to be presented by him to the Nabab. Paragraph 52. Lieutenant von Meijbrink, who, according to what was noted in our respectful letter of 26 January, paragraph 154, inspected the Jaffanapatnam and Wannian horse studs, has since submitted a report thereon, which is inserted into our resolution of 31 March last, which accompanies this in extract, from which report and an attached treatise, which is transmitted in copy among the annexes, it appears that these studs, properly managed, can in time yield a very considerable benefit to the Company. Paragraph 53. We have therefore by our aforementioned resolution decided to entrust the administration of the aforementioned studs to him, von Meijbrink, and no other officer shall be appointed in his place, because a single officer in the Colombo garrison can so easily be spared; and because we therein not only considered that it is fair that the servants who perform their duty with skill and zeal are properly rewarded for it, but also considering that it must have a most favorable influence on the Company's interests when the servants, in promoting their particular interests, simultaneously promote the interests of the Company, we decided on the same day, according to the aforementioned extract from our resolution, humbly to propose to Your High Mightinesses, as we take the liberty to do through this, whether Your High Mightinesses might not approve, for the duration of the next coming ten years, as an encouragement for him, von Meijbrink, and as a reward for the care and trouble that he will devote to the prosperity of the studs, to grant him as a bonus half of the net profit that the Company shall henceforth enjoy from the aforementioned studs in excess of what it enjoyed from them in the last 15 financial years, during which time no more than 280 horses came from there, both for sale and for the stables, and thus on average only 19 horses annually, and to give him therewith the assurance that during the time of the aforementioned 10 years, starting with the first of September next, he will not be removed from this post against his request, unless he should happen to give lawful reasons for it, and that this arrangement will in no respect be disadvantageous to him in his advancement as a military officer. It is true that half of the profits of the stud in the course of ten years can become very considerable, but the profits of the Company will themselves, on the other hand,

Dutch transcription

wijl van de 62. banken, die er ditmaal gevisiteerd, maar 23. met Oesters bezet geweest, niet ouder dan van drie Jaaren in de tot monster opgedooken 4753. Oester zijn niet meer dan 23 paarlen, en 11. gruijspaarltjes gevonden. op de overige 39 ronde ken is niet anders gevonden aan de Heen zeegewas en op Sommige ook doode paar Oesters en eenige Sjankosen. §49. De Inlandsche bank kundigen zijn do oordeel, dat de banken die met drie Jaar Ooesters zijn beset, in t laast van dit Jaa dan wel in het aanstaande Jaar nader die opgenomen te worden om te zien of de p „len niet rijp genoeg waaren tot eene vissch wijl ze sustineeren dat t wagten tot dat besters haare volkome rijpheijd van 7. J ren berijken niet raadzaam is om dat z in dien tusschen tijd heel ligt kunnen ver looven gaan naar maate ze min of meer roedzel op de banken hebben, en daar door vroeger of laater haare rijpheijd krijgen en op gaan, of door andere toevallen op zee, di men zoo niet bepaalen veel min voorzien §50. Den Heer Buchanan, agent van der Nabab verlangde dat de voorschreeve mot ster perlen door de wederzijdsche gecommi „teerdens na het afloopen der visitatie ver„ zegeld aan hem na tirnevelli zouden gezon„ „den worden om ze daar te openen ten eijnde de helft daar van te konnen neemen voor de Nabab, waar in het opperhoofd Mekern met reden swaarigheijd heefd gevonden zon„ „der daar toe door ons te zijn geautoriseert. §51. O in een zaak van kleijn belang niet te man„ „ken tot een onderwerp van verschillen, heb„ „ben we het voorschreeven opperhoofd, volgens ons besluijt van den 31. Maart I:o L: aan„ geschreeven om den heer Buchanan te informeeren dat we denken dat het best zij, om voor den aanstaande t zoo te schik „ken, dat zoo dra de visitatie der banken zal zijn afgeloopen, de gevondene paarlen aanstonds worden verdeeld in twee, zoo na mogelijk gelijke deelen, om daar van te worden genomen een deel voor de Comp: en een deel voor de Nabab, dat het deel voor den Nabab als dan word na zig genoo„ „men door den geenen die door hem daar „toe zal zijn gequalificeerd, en dat nopens de voorsz: questieuse monster paarlen, wijl de Nabab die verlangde te zien, wij hem opperhoofd gequalificeerd hebben, om dezelve, als een bewijs van vriendschap gezeel en onverdeeld aan hem Heer Bucha„ „nan te zenden, ten Einde door hem aan den Nabab te worden aangeboden. §52. De luijtenant von Meijbrink die vol„ Zegeld gens kan. gens het genoteerde bij onsen Eerbiedigen van den 26. Ianuarij §154: de Iaffanas en wannische paarde stoeterijen heeft o nomen, heeft 't zeedert derweegens ged van berigt, dat in onse resol: van den Maart I: L:, die in extract hier neeven gaat, is g'insereerd uit welk berichte een daar neevens gevoegde verhandeli die in Copij onder de bijlagen overgaat, blijkt, dat deeze Stoeterijen, behoorlijk bestierd, door den tijd een zeer merkelijk voordeel aan de Comp: geeven kunnen. 553. we hebben daarom bij voorsz: onse res beslooten aan hem von Meijbrink „ve op te draagen t bewind over de voorsz stoeterijen en zal voor hem geen ande officier aangesteld worden, wijl een en ke officier in 't Kolombosch guarnisoen zo gemakkelijk kan worden gemist; en wijl we daar bij niet alleen Considereerden dat 't billijk zij dat de dienaaren, die met kundigheid en ijver hunne pligt betra ten, daar voor naar behooren worden be¬ loond, maar ook t daar voor houdenda t op s' Comp: belangens van eenen aller gunstigst invloed zijn moet wanneer de dienaaren met hunne bizondere belangens te bevorderen, gelijk tijdig bevorderen de belangens van de Comp:, hebben we ten zelven dage, volgens t voorsz: extract uit onse resolutie beslooten, om aan uwe Hoog Edelh: nedrig voortestellen, zoo als we de vrij„ heijd gebruijken te doen door deezen of hoogst dezelven niet zouden kunnen goedvinden om geduurende de tien naastkoomende Jaa„ „ren ter aanmoediging van hem von Meij brink, en ter belooning van de Zorg en moeijte die hij voor den bloeij der stoeterijen zal aanwenden, aan hem tot een douceur toe te leggen, de helfte van 't zuijver voor „deel, dat de Comp: voortaan meer genieten zal van de voorsz: stoeterijen, dan ze daar van genooten heeft in de laatste 15. boekJaaren geduurende welke tijd daar uijt niet meer gekoomen zijn dan 280. paarden zoo ter verkoop als voor de stallen en dus door den anderen gereekend, maar 19 paar„ „den Jaarlijks, en hem daar bij de verzeeke¬ ring te geeven, dat hij geduurende den tijd van voorsz: 10 Iaaren te beginnen met primo Zeptember naastkoomende buij„ „ten zijn verzoek niet uit deeze post zal worden genoomen, ten zij hij daar toe wet„ tige reedenen mogt komen te geeven, en dat hem deeze schikking in geen opzigt zal nadeelig zijn, in zijn avancement als militair officier. Het is waar dat de helft der voordeelen van de Hoeterij in den loop van tien Iaaren heel merkelijk worden „kan, dog de voordeelen van de Comp: zullen zelven ter

NL-HaNA_1.04.02_10017_0167 view scan ↗

English

at the same time shall grow in proportion thereto, and after the expiration of the aforesaid 10 years, they will belong entirely to the Company, which hitherto has had only a very slight advantage from the horse breeding. § 54. Considering that, if, as we hope, Your High Excellencies favorably approve these proposals of ours, the said von Meybrink can at present derive little or no profit therefrom in the first three years, and that he nonetheless ought in the meantime to be put in a position to be able to make good the expenses which he will have to incur to go from time to time to inspect the pastures and to stay there for some time as shall be necessary, we have decided to advance to him during the first three years annually 500 rds., to be deducted again later from the aforesaid bonus. The first 500 rds. have been paid to him, but will be refunded if Your High Excellencies should not approve these our humble proposals. § 55. The resident at Manaar, van Ranzow, has taken great pains with the establishment of the cotton plantation at Manaar, and however small the advantage thereof has been up to now, this cultivation is nevertheless an article that cannot be encouraged enough for the promotion of the manufactures on Ceylon. We have therefore, for the further encouragement of the said van Ranzow, and so that the people who work thereon or lend their lands thereto might also have some benefit therefrom, decided in the session of the 23rd of February last, as appears from the accompanying extract from our resolution taken regarding this: 1. To place over the cotton gardens a vidana and overseer, to be chosen by the resident van Ranzow himself, and to grant to him thirty-six rds. a year from the produce of the cotton, which 36 rds. accordingly may not be paid to him until after the cotton shall have been sold and the proceeds shall have been received. 2. To divide the remainder of the produce in the following manner: one-fifth for the palleas who work the cotton gardens; one-fifth for the owners of the lands, insofar as no Company lands are taken for it; and the remainder, half for the Company and the other half for the resident van Ranzow, as long as he shall be resident, provided that beforehand there shall be deducted from the clear three-fifths part that which belongs to the Company for what the diggers who are exempted for this work are indebted to pay in poll tax or other obligations. § 56. And as it has appeared to us that the aforesaid resident van Ranzow has likewise taken, and still takes, very great pains with the improvement of the chay digging, whereby the same, which from 1778/9 to 1785/6, in 8 years on average, taking one year with another, did not yield more than fully 21,000 lb, has in the two subsequent years 1786/7 and 1787/8 dug up fully 35,000 lb of chay roots, we have by our resolution aforesaid further decided to propose to Your Excellencies, as we take the liberty to do by this, to grant to the aforesaid resident van Ranzow, as a reward for the pains already taken by him for the promotion of this work and for further encouragement thereto, as a means of subsistence, half of that which the Company has now already profited more, and hereafter will profit even more, on the chay digging of Manaar than formerly, and this for as long as he shall be resident of Manaar, beginning with the 1st of September 1786. All this with the understanding that neither the payment of half of what the produce of the chay roots shall yield more than formerly, nor the payment for the cotton in the manner aforesaid, shall take place until after a specific account of each of the aforesaid products shall have come in, which will be examined by the auditor, in order to be subsequently disposed of by us. § 57. Also, considering that the Manaar chay diggers receive no more than one Indian stuiver per pound for the chay roots which they dig, and that consequently these people, even when they work diligently, cannot well earn more than ten rixdollars in the year, and trusting that an increase in their wages will encourage them to a larger delivery, we have decided by the repeatedly mentioned resolution of the 23rd of February to have paid to the Manaar chay diggers henceforth, instead of one stuiver, two Indian stuivers for the lb that they shall dig up and deliver to the Company, and we have let this higher payment take effect from the 1st of the same month. § 58. And seeing that these diggers have repeatedly complained about the extortions of the renters, with the request that the rent on the chay digging might be abolished, we have, upon the assurance of the resident van Ranzow that no detriment thereby

Dutch transcription

ter zelver tijd na maate van dien aangroeg en na verloop der voorsz: 10. Jaaren, zullen zi geheel voor de Comp: zijn die tot nog niet da een zeer gering voordeel van de paarde Stoe § 54. Uit aanmerking, dat indien gelijk we hoope uwe Hoog Edelh:s deeze onze voorstellen gunst goedkeuren gemelde von Meijbrink tans daar van in de Eerste drie Jaaren wijn of geen voordeel hebben kan, en dat hij egter tusschen dient te worden instaat gesteld, om kunnen goedmaaken de ongelden die hij z moeten doen, om van tijd tot tijd de Hoeter te gaan bezigtigen en zig naar dat 't zal dig zijn eenigen tijd daar bij op te houden hebben we beslooten aan hem geduurend de drie Eerste Jaaren, Jaarlyks te laate voorschieten 500 rd=s, op nader van t voorsz douceur weder te worden ingehouden. De Eerste 500 rd=s zijn aan hem betaald, dog zullen worden te rug gegeeven, indien Uw Hoog Edelh: deeze onse nedrige voorsteld niet mogte goedkeuren. 355. 'T opperhoofd te Mannaar van Kanzou heeft zig veel moeijte gegeeven tot 't aanleg van de Cattoen plantagie 'te mannaarde en hoe zeer 't voordeel daar van tot no toe klijn is, is deeze Culture niet te mo een articul, dat niet genoeg kan worden aangemoedigd, ter bevordering van de fa„ rijen gehad heeft. ken op Cijlon wij hebben derhalven tot verdere aanmoediging van gem:t van Kanzou, en op dat ook de luijden, die daar aan arbijden of hunne standen daar toe leenen daar uit eenig voordeel konde hebben, ter sessie van den 23: ' februarij I: L: blijkens t' nevens gaande extract uit onze derweegens genome¬ „ne resolutie beslooten. 1. om over de kattoen tuinen te stellen een vidaan en op zigter door 't opperhoofd van Randzow zelve te verkiesen, en aan deezen toe te leggen ses en dertig rd=s en aan deezen toe te leggen ses en dertig rd=s s' Jaars uit 't product van 't kattoen, welke 36. rd:s mits dien niet aan hem zul„ len moogen worden betaald dan na dat 't kattoen zal zijn verkogt, en t Product zal zijn ingekoomen. 2/. om de rest van t produkt te verdeelen op de volgende wijze een vijfde voor de palleas„ „sen, die de kattoen tuijnen bearbeijden Een vijfde voor de eijgenaars der gronden in zoo verre daar toe geen Comp: gronden worden, genoomen en de rest de helfte voor de Comp: en de andere Helfte voor 't opperhoofd van Kanzou, zoo lange hij opperhoofd zal zijn mits dat alvoorens van 't zuijver drie vijfde gedeelte zal worden afgetrokken, 't geen de comp: toekomt, voor 't geen de delian„ „mers, die voor dit werk vrijgelaaten worden, ken aan aan hoofd geld of andere verpligtingen schu dig zijn te betaalen. §56. En wijl 't ons gebleeken is dat 't voorsz opperhoofd van kan zou zig insgelijks zee veel moeyte gegeeven heeft en nog geeft verbeetering van de Zaaydelverij waar dezelve, die van 177 8/9 tot 178 5/6. in 8. Jaar door malkanderen, 't eene Jaar door 'tan „dere niet meer heeft opgebragt dan ruim 21000 lb, in de twee daar aan volgende bo „Iaaren 178 6/ en 178 7/8. heeft opgeworpen ruim 35000. lb Zaaijwortelen, hebben web onse resol: voornoemd nog beslooten uwen Edelheden voor te draagen, zoo als we de vryhe nemen te doen door deezen, om aan 't voo opperhoofd van Kanzow, tot eene beloonm van de door hem reets genoomene moe„ ter bevordering van dit werk en ter verder aanmoediging daar toe, toete leggen tot middel van bestaan de helfte van 't geen de Comp: nu reetsz meer heeft geprof teerd, en na deezen nog meer profiteeren zal, op de Zaaije delverij van Mannaa dan eertijds, en zulx zoo lange hij opperhoo van Mannaar zijn zal, te beginnen me p=mo 7ber 1786. Alles met deezen versta dat nog de betaling van de helft van het geen 't produkt der zaaijwortelen meer ze opbrengen dan eertijds nog de betaaling voor 't kattoen invoegen voorsz: zal geschieden, dan na dat alvoorens van elk der voorsz: producten een specifieke reekening zal zijn ingekoo„ „men die bij den visitateur zal worden gexa„ mineerd ten eijnde byj ons daar op vervolgens te worden gedisponeerd. §57. Ook hebben we uijt aanmerking dat de Mannaarsche Zaaij Delvers Voor de Zaaije¬ wortelen, die ze delven niet meer genieten dan een stuijver indias per pond, en dat mitsdien deeze menschen, wanneer ze zelfs vlijtig wer„ „ken, niet wel meer dan tien rijksdaalders in 't Iaar verdienen kunnen, en vertrou„ „wen dat eene verhooging van hun loon hun zal aanmoedigen tot grooter leeve„ „rantie bij meerm: resol: van 23. febr: besloo„ „ten om aan de Mannaarsche Zaaijdelvers insteede van een stuijver voortaan te laaten, betaalen twee indische stuijvers voor 't lb, dat ze zullen koomen op te delven en aan de Comp: te leeveren, en hebben we deeten hoogere betaaling laaten ingaan met pro van dezelde maand. En gemerkt deeze Delvers een en ander §53. maal geklaagd hebben, over de knevelazijen van de pachters met verzoek dat de pacht op de zaaijdelverij mogte worden afgeschaft, t hebben we op de verzeekering van 't opper hoofd van Banzow, dat daar door geen 5 nadeel

NL-HaNA_1.04.02_10017_0169 view scan ↗

English

disadvantage will be brought upon the Company, but that the digging can be continued just as profitably as formerly under the supervision of an Adigaar, it was decided not to lease the Mannar chank digging with the upcoming August, to which we can proceed with all the more tranquility because the increased wages of the diggers and the gratuity to the chief served as a guarantee to us that everyone will contribute his share to pursue the digging with zeal. Section 59. In the Jaffna lands there are still uncultivated grounds that have found no interested parties because one must purchase them from the Company, and no one gladly wanted to give money for wasteland, especially for those that are somewhat distant from the inhabited provinces, such as along the border of the Vanni and in the region of Kanetje. There are also many already cultivated fields that have been left unsown for years in succession on account of the inability of the owners; and since it is of very great importance for Ceylon to promote agriculture by all possible means, we have, upon the proposal of the Jaffna servants at the session of 3 February last, as appears from the accompanying extract of our resolution, decided to qualify the said servants to allow 2000 parras of paddy for seed corn and 1000 rixdollars in cash, together with the necessary ploughing and farming tools, to be distributed in small lots to the poor inhabitants who have had to leave their fields uncultivated through poverty; under the suretyship, however, of the majorals, to return them to the Company in 2 to 3 years; and likewise to give away free of charge to the inhabitants who might request it the vacant grounds situated along the border of the Vanni and in the Kanetje, under the obligation, nevertheless, to pay the usual duty for them to the Company after the expiration of three years. Section 60. The Jaffna Disava Schreuder, at whose request the aforesaid proposals were made by the Jaffna servants, has at the same time requested that, in consideration of the fact that the Disava of Jaffna currently has a very small income and is not provided with a maintenance village like other land regents on this island, while he nevertheless shares all the trouble with them to collect the Company's revenues properly, there may be granted to him as a means of subsistence 5 per cent of the paddy duty of the fields that have been sown annually for years past, and 10 per cent of the duty of the fields that have remained unsown in the last 10 years and would now be sown anew through his foresight, to be borne by the farmers of this duty, to be paid on top of their lease sum. Section 61. It is a known fact that the Disava at Jaffna has no lawful income to be able to subsist in accordance with the dignity of his office, much less to be able to save anything. We have therefore, as appears from the aforesaid extract of our resolution of the 3rd of February, decided to propose most humbly to your High Mightinesses, as we take the liberty to do hereby, to grant to the Jaffna Disavas, now and in time, as a means of subsistence, at the expense of the farmers of the tithe duty, five per cent on the tithe duty of paddy of all such fields as have been sown annually for ten years past; and in the meantime we have had the lease of this duty conducted on that condition, provided that the amount of the said 5 per cent will be entered into the books on a separate account until the receipt of your High Mightinesses' disposition. Section 62. And in order to encourage the Jaffna Disavas all the more to keep the inhabitants pursuing agriculture with zeal, we have, subject to the approval of your High Mightinesses, assigned to him at the same time ten per cent of the duty of the fields that are indeed cultivated but have not been sown in the last ten years, and twenty per cent of the duty of all fields that will be newly laid out under his direction from never-cultivated grounds; provided that upon the departure of each Disava these two kinds of fields must each time be placed into the class of fields that are sown annually and for which the aforesaid five per cent is requested, and that consequently the newly arrived Disava shall not be allowed to enjoy this ten and twenty per cent thereof, but rather from such fields as will then again not have been sown for ten years or will be newly cultivated. Section 63

Dutch transcription

nadeel aan de Comp: zal worden toege bragd, maar dat de delverij even voordee zoo als eertijds, onder 't opzigt van ee Adigaar kan worden voortgezet, besloo de Mannaarsche Zaaydelverij met d august aanstaande niet te laaten ver„ waar toe we met te meer gerustheijd kunnen treeden, om dat het verhoogd loon der delvers, en het douceur aan opperhoofd, ons als tot een waarborg strekten, dat elk er het zijne toebre zal om de delverij niet yver voortteke § 59 In de Taffenasche Landen zijn er nog onbebonde gronden, die geene liefhebbe hebben gevonden, om dat men die va de Comp: koopen moet, en niemand gaarne geld wilde geeven voor woesteg „den, inzonderheid voor die wat afgeleg zijn van de bewoonde provincien gelijk langs den boord der wannie en in 't landschap kanetje ook leggen er vel reets gecustiveerde Velden, die Jaaren ag een onbezaaid zijn gelaaten, weegens het on vermogen van de Eigenaaren: en wijl het ve veel aangeleegendheid voor Ceilon is om der landbouw door alle mogelijke middelen te bevorderen; hebben we op het voorstel van de Iaffenasche bedienden ter sessie van de 3. februarij J:o L: blijkens nevensgaande extract onser resol:, beslooten gemelde bedienden te qualificeeren, om 2000. parras neli tot Zaad„ koorn en 1000: rd=s Contant, nevens de nodige ploeg en bougereedschappen bij klijne partijen aan de arme ingezeetenen te mogen laaten uijtdeelen die door armoede hunne velden onbebond hebben moeten Laaten; onder Borgtogt echter van de Majoraals, om ze in 2 a 3. Jaaren aan de Comp: te restitueeren en om insgelijks aan de ingezeetenen die er om mogten verzoeken voor niet afte= geeven de leedige gronden geleegen dan den boord der wanni en in het kanetje, onder verpligting nochtans, om na verloop van drie Jaaren, daar voor de gewoone geregtig„ „heid aan de Comp: op te brengen. § 60. De Taffenasche Dessave schreuder op wiens verzoek de voorsz: voorstellen door de Jaf„ fenasche bedienden zijn gedaan, heeft tever„ „fens verzogt; dat uit aanmerking dat de dessave van Jaffena tans een zeer gering inkoomen heeft, en niet voorzien is van een dispensdorp, gelijk andere landregen¬ ten op dit eiland, daar hij nochtans alle de moeite met hun gemeen heeft om s'Comp=s inkomsten behoorlijk te doen inkoomen aan hem tot een middel van be bestaan mag worden toegevoegd, 5. p:r C:o van neli gerechtigheid der velden, die zeder Jaaren herwaards Jaarlyks zijn bezo en 10 pr C o van de geregtigheid der vel die in de laatste 10 Jaaren onbezaaijde gebleeven, en nu weder door zijne voor zorg op nieu zouden bezaaijd worden als „ten koste van de pagters deezer gerechtig „heijd, om boven hunne pachtschat teu opgebragt. 561. Het is eene bekende zaak, dat de desp te Jaffana geen wettig inkoomen heeft om overEenkomstig met de waardigheid zijn, ampt te kunnen bestaan, veel me om iets te kunnen opleggen, we hebben derhalven blijkens t voorm: extract on ser resol: van den 3e febr: beslooten aan uwe Hoog Edelheden nedrigst voortesta gelijk we de vrijheid neemen te doen door deezen om aan de Taffenasche dessaves, nu en in der tijd, tot een middel van be „staan, ten laste van de pachters der te „de gerechtigheid toe te voegen vijf p„r C=o o de tiende gerechtigheijd der neli, van al zulke velden als zedert tien Jaaren her„ waards Jaarlijks zijn bezaaid en hebben we intusschen de verpachting deezer ge„ rechtigheid op die conditie laaten doen mits dat het bedraagen van gem: 5 p=r Ct 5 p„r C=o tot den ontvang van uwer Hoog Edelh: dispositie, op eene aparte reek: bij de boeken word ingenomen. §62: En om de Iaffanasche Dessaves te meer aan„ te moedigen, om de ingezetenen tot het voort„ zetten van den Landbouw met iver aan„ „te houden hebben we op approbatie van uwe Hoog Edelh: hem ter zelver tijd toe„ gelegd tien p„r C=o van de gerechtigheid der velden, die wel gecultiveerd, doch in de laat„ „ste tien Iaaren niet zijn bezaaijd, en twin„ „tig p=r C=o van de geregtigheijd van alle velden, die onder zijne directie van noost bebouwde gronden nieu zullen worden aangelegd, mits dat deeze twee zoorten van velden bij 't afgaan van elke Des¬ „save telkens zulken moeten worden wan„ gelegd getrokken onder t Classis der velden die Jaarlijks worden bezaaijd en waar voor de voorschr: vijf pr Co word gevraagd, en dat mitsdien de nieuw aangekoomen„ „de Dessave, deeze tien en twintig p=r C=o daar van niet zal mogen genieten maar wel van zulke velden die als dan weder in geen tien Iaaren bezaaijd, of nien ge„ cultiveerd zullen zijn. — tot 563

NL-HaNA_1.04.02_10017_0171 view scan ↗

English

§63. We reiterate that the promotion of agriculture on Ceilon is of the greatest importance, and the fairly large sum of money that is paid annually to foreigners for grain is one of the principal reasons for the lack of money among the inhabitants. We are not without hope that, by improving agriculture, this could be remarkably remedied, and we consequently take the liberty of presenting your High Mightinesses hereby with a more general proposal. §64. This island has a great multitude of seed fields, and even many low-lying lands that could be made suitable for that purpose. Of the fields that are sown, it is not uncommon for a large part of the crop to be lost, either through too much water or through too prolonged a drought; the latter certainly causes the most damage. In both of these inconveniences, according to the reports that have been made to us regarding this, considerable provision could be made if this were properly investigated by knowledgeable people, as we have already made a start with, and if one applied oneself to this work with redoubled zeal, not only to make the old fields more profitable, but also to have as many new fields laid out as possible, we imagine, as we think with good reason, that Ceilon could in a few years produce a much greater quantity of nelie than has occurred hitherto. §65. This good work would be remarkably advanced if your High Mightinesses might see fit to qualify us to allocate to the land regents and those who are subordinate to them in the administration of agriculture, for their encouragement, half of the Company's nelij tithes that shall henceforth come in from each district more than in the highest year of the last 15 expired book years, whereby several other useful arrangements could also be made. We think that much good for the Company and its servants would result therefrom. If your High Mightinesses could also see fit to qualify us further to be allowed to make a similar favorable arrangement for the encouragement of the planting of pepper, coffee, and other useful products, that would likewise do much good. And in this connection, it would certainly serve greatly to encourage and promote one thing and another if the land regents and those who work under them were given the assurance that, as long as they conduct themselves well, they will not be dismissed from their present posts without their request. They would then be certain that, if they remain alive, they will enjoy the fruits of their labor. §66. Upon the change of a land regent, that which he enjoyed on account of the aforementioned favorable arrangements would have to revert to the Company; only something could be allocated out of it to his successor, to serve him for the present as a means of subsistence. We have such a good opinion of this arrangement that we think we dare to recommend it to your High Mightinesses with much confidence. They might even, in our humble view, serve in time to revoke for the Company, upon the change of offices, all other douceurs that now, however great or small they may be, serve the land regents as a means of subsistence. §67. We have taken the liberty to draw upon your High Mightinesses five assignments, of which the memorandum amounting to ƒ39898. 5. 8 is among the enclosures, and respectfully request your High Mightinesses that the same may be honored with payment. The aforementioned memorandum is inserted below according to order. §68. We have received two bills of exchange from the ministers at Souratta, the one to the debit of the first undersigned Governor amounting to 6000 ropijen, to be paid back to the Company in silver species by accounts to Souratta and Bengale from funds that he had there. The other, amounting to 39589 1/3 ropijen to the debit of [illegible] have minted, not only for the continuation of the collection of linen, but also for the repayment of the borrowed money on the Madure coast, for which the creditors pressed strongly. §70. The ministers at Koetsiem have pre-advised us by their letter of 4 February last that, due to lack of money, they are not in a position this year to purchase any rice for this Government, unless we could send over the necessary cash to buy the rice, and that for this reason they dared not contract with the King of Koetsiem—who not only cannot wait for the money, but also continually requested advance payments in order to satisfy his tribute to Tipoe—for any delivery beyond their own requirements before they know to what extent they can count on cash from Cijlon. §71. We do not know what reliance we may place on the fulfillment of our monetary demands, but if it does not turn out more generously than what we have received for some years, it is certain that we can send nothing of it to Koetsiem without causing detriment to the collection of linens. Since we could therefore make no promise to the Koetsiem ministers in this regard with that assurance necessary to rely upon it, we are obliged hereby most humbly to request your High Mightinesses to be pleased to provide us with a further one thousand or twelve hundred lasts of rice above the quantity already demanded. §72. We have nonetheless requested the Koetsiem ministers to still do everything they find to be possible in procuring rice for Cijlon, as it is not all too certain whether your High Mightinesses will have the opportunity to procure the aforementioned quantity for us, and moreover, even if our full demand were fulfilled by your High Mightinesses, the Koetsiem rice will come in very handy on Ceilon. §73. In order to enable the junior merchant Conradi to purchase a parcel of rice for the convenience of the community, we have

Dutch transcription

463. We herzeggen het de bevordering van de landbouw is op Ceilon van de Groot„ aangelegentheid, ende vrij groote Som geld die Jaarlijks aan de vreemde voor graanen word betaald, is een der voorn ste reden, van de geldeloosheid der in „zeetenen we zijn niet buijten hoop door den landbouw te verbeteren da in merkelijk zoude kunnen worde voorzien en neemen dien volgende de vrymoedigheid uwer Hoog Edelh: door deesen een meer algemeen voorstelt §64. Dit Eijland heeft een groote menigte Zaar velden, en zelfs nog veele laage landen du daar toe zouden kunnen worden bekwaa gemaakt van de velden die bezaaijt wo gaat niet zeldzaam een groot gedeelte van het gewas verlooren of door te veel water of door te langduurige droogte„ dit Laatste doet wel de meeste schaade In bijde deeze ongeleegentheeden zoude naar de berigten die ons daar van zijn daan, merkelijk kunnen worden voor zi wanneer men dit door kundige luiden behoorlijk doed onderzoeken zoo als we daar meede reeds een begin gemaakt ben, en wanneer men zig daar bij met verdub„ belde ijver op dit werk toelijden, om zig niet alleen de oude velden meer ten nutte te maa„ „ken maar ook zoo veel mogelijk nieuwe vel„ „den deed aanleggen verbeelden we ons, zoo we denken met veel gronds dat Ceilon in korte Iaaren een veel grooter hoeveelheid Nelie zoude kunnen voortbrengen dan tot nog toe is geschied. § 65. Dit goede werk zoude merkelyk worden be vorderd in dien uwe Hoog Edelh: mogten kun„ „nen goedvinden ons te kwalificeeren om aan„ den landregenten en de geenen die ter be„ stiering van den landbouw aan hun on„ dergeschikt zijnde ter hunner aanmoe„ diging te mogen toeleggen de helft van s' Comp: Nelij geregtigheijd die voortaan uit een elk distrikt meer zal inkoomen dan in het hoogste Daar van de 15. laast verstreekene boekjaaren, waar bij nog verscheide andere nuttige Schikkin¬ „gen zoude kunnen worden gemaakt denken we dat daar uit veel goeds voor de Comp: en haare dienaaren zouden voortkoomen wanneer ook uwe Hoog Edelh: konden goedvinden ons daar bij nog te kwalificeeren om ter aanmoedi „ging in het aanplanten van peeper Coff doen. en en andere nuttige produkten een even diergelijke gunstige schikking te moog maaken zoude dat insgelijks veel gr doen en hier bij zoude het zeekerlyk zeer ter aanmoediging en bevorder van het een en ander verstrekken, wanneer aan de landregenten en di geene die onder hun werken daar gegeeven wierd de verzeekering dat zoolang ze het wel maaken ze hunne teegenswoordigen posten bin hun verzoek niet zullen worden ontslagen. ze zouden dan zeek zijn dat wanneer ze in het leeve blijven, ze de vrugten van hunne arbijd zullen genieten. 566. Bij verandering van een land rege zoude het geene deeze uithoofde van voorsz: gunstige schikkingen heeft genooten, moeten vervallen aan de Comp: alleen zoude aan zijn vervan ger daar uit iets kunnen worden, toege „legd om hem voor eerst te dienen tot een middel van bestaan we hebben van deeze schikking zoo goede opi¬ nie dat wes„denken dezelve met insertie 768. wij hebben van de Souratsche Minis„ „ters twee wissels ontvangen de Eene ten lasten van de Eerst onder geteekende Gouverneur groot ropijen 6000. door aanreekeningen na Souratta en Bengale uit fondsen die den zelven daar had, weeder aan de Comp in zilvere specien word betaald. De andere groot 39589 1/3. rop: ten lasten veel vertrouwen uwe Hoog Edelh: te durven aanprijsen. ze zouden zelfs naar ons nedrig inzien kunnen om alle andere donceurs die nu zoo veel en weinig ze ook zijn de landregenten tot een middel van bestaan dienen, door den tijd bij ver„ wisseling van ampten voor de Comp: in te trekken. §67 Wij hebben de vrijheid gebruikt, om op uwe Hoog Edelh: te trekken vijf assig„ natien waar van de Memorie groot ƒ39898. 5. 8. onder de bijlaagen gaat, en verzoeken uwe Hoog Edelh: eerbiedig dat dezelven met betaaling mogen worden gehonoreerd De voorsz: Me„ morie word naar de order hier onder geinsereerd. veel vee van laaten vermunten, niet alleen tot 't„ zetten van den inzaam van Lijwaat maar ook ter afbetaaling der geleen gelden ter kuste Madure waar op door de Crediteuren sterk wierd gedrongen § 70. De ministers te koetsiem hebben ons„ derzelver brief van den 4 febr: J:o: L preadverteerd, dat ze weegens geld brek dit Jaar niet in staat zijn om voor dit Gouvernement eenige rijst inte koopen, ten waare wij daar toe de nodige rijst in te kooper Contan konden overzenden, en dat ze daar om met de koning van Koetsiem die niet alleen niet na 't geld wagten kan mee geduurig om vooruitverstrekking verzocht ten eijnde zijn tributaa Tipoe te voldoen geene leverantie bo„ ven eigenbenodigdheid durfden Contra „teeren, voor dat ze weeten in hoe verre ze op Contanten van Cijlont Beeken §71 Wij weeten niet wat staat we op de volda „ning onser geld eijsschen mogen maa„ „ken, maar zoo die niet ruimer uit„ „komt, dan we zedert eenige Iaaren heb„ „ben ontvangen, is 't zeeker dat waar van niets na koetsiem kunnen zenden, zonder afbreuk aan den inzaam van Lijwaaten te doen: wijl we derhalven hier omtrend geene toezegging aan den koetsiemsche Ministers konden doen. met die verzeekering als nodig was om daar op te kunnen aangaan, zijn we genoodzaakt uwe Hoog Edelh: mits deezen nedrigst te verzoeken om ons boven de reets g'eijschte quantiteid, met nog een duijsend of twaalf honderd lasten rijst te willen voorzien. §72. we hebben niet te min de koetsiemsche ministers verzogt, om evenwel in t be„ „zorgen van rijst voor Cijlon te willen doen alles wat ze zullen bevinden moo„ gelijk te weezen wijl t niet al te zeeker is, of uwe Hoog Edelh: geleegentheid zullen hebben, om de voorsz: quantiteid aan ons te bezorgen, en boven dien al wierde onse vollen Eisch door uwe Hoog Edelh: voldaen, de Koetsiemsche rijst op Ceilon zeer wel te pas zal koomen. 573. Om den onderkoopman Conradi in staet te stellen tot het inkoopen van de een par¬ „thij reist tot gerief van de gemeinte heb „ben

NL-HaNA_1.04.02_10017_0174 view scan ↗

English

Dutch currency. rice. paddy we have drawn two bills of exchange, one in the amount of 29 Sicca rupees on the ministers of Bengal, and the other in the amount of 5320 Surat rupees on the ministers of Surat, which have been paid here through the said Codi with 30 per cent agio. We could not satisfy them in any other way; however, especially as far as Bengal is concerned, we shall make only very sparing use of this, and the first-undersigned Governor himself has taken care that, should the satisfaction of the aforementioned bills hinder the Bengal ministers, they may return them to us when the amount thereof is satisfied by authorized agents in Bengal, which is also why the bill for the payment of the purchased rice was not granted directly on the Company. § 74. Our further requisition of the quantity of rice mentioned hereinbefore, and of another 50000 lb Japan copper, which we are also very much in need of, we present to your High Noblenesses among the annexes, and insert the same order here below. § 75. Our balances of cash and grains have consisted of: here under ultimate March [illegible]: ƒ 7024. 12. —; 864 1/8 last; — last for month at Jaffana and Mannar ultimate ditto: ƒ 758. 16. 8.; 31 14/15 last; — last; — month Galle and Matara ultimate ditto: ƒ 8769. 2. 10.; 98. — last; 135. last; 3. ditto Tuticorin and at the residencies ultimate [illegible]: ƒ —. –. —.; —. –. last; —. last; — month Trincomalee ultimate March: ƒ 10633. 14. 8.; —. — last; 216. last; 2 ditto Batticaloa February: ƒ 9040. —. 8.; —. — last; 27 29/15 last; 3 ditto Kalpitiya November 1788: ƒ 21648. 1. —; —. — last; —. — last; — month § 76. In our respectful letter of 28 January 1786, § 179, we informed your High Noblenesses that we had admitted the Sinhalese Botelege Mathijs, who had been sentenced to death by the Court of Justice at Galle, to the ordinary defense, and thereby permitted him to appeal to the Court of Justice at Colombo. This has indeed taken place, and the Colombo Judge in the final judgment annulled the sentence of death pronounced by the Galle Judge, and condemned the said Botelege Mathijs to be confined outside this island at a place to be determined by us, in order to labor there for the term of fifteen years, without chains, for the cost of his clothing on the Company's public works. We have approved this verdict and designated Robben Island as the place of his confinement. § 77. At the same time that we admitted the said Botelege Mathijs to the ordinary defense, we approved, as appears from our resolution of 27 August 1785, the death sentence pronounced by the Galle Judge to be punished with the rope on the gallows, as the sentence reads, against the Sinhalese Kanoeloe Michiel, who was involved in the same case, because he had confessed, both under torture and afterwards outside the bonds of torture, to having committed the murder of which they were both accused, albeit with the help of the said Matthijs. However, we deferred the execution of the sentence upon him until the Colombo Judge should have pronounced judgment in the appeal case of the aforementioned Botelege Mathijs, because it might at times have been necessary that the condemned Michiel be heard in this appeal case. § 78. But we now feel hesitant to have the sentence of death executed upon the aforementioned Kanoeloe Michiel, because after his condemnation he has been imprisoned through no fault of his own for such a long time, and we are therefore humbly of the opinion that, since imprisonment also implies a kind of punishment, his prolonged detention ought in fairness to be taken into account for the mitigation of the imposed capital punishment. We have therefore resolved to confine him, Kanoeloe Michiel, on Robben Island for all his life instead, but to defer the execution of this decision until we shall have received your High Noblenesses' most esteemed disposition on the matter, which we hereby most humbly request. The Galle officials have meanwhile been ordered to cause his imprisonment to be alleviated as much as can be done without fear of his escape. § 79. It frequently happens that the slaves of private individuals commit thefts, for which not only a criminal punishment is imposed upon them, but they are also condemned in the costs and expenses of justice, and to the compensation of that which they have stolen. The criminal punishment they undergo, but having no means of their own to pay the costs or to make compensation for what was stolen, this part of the condemnation therefore always falls upon their master, who must provide both from his purse, or, to be relieved thereof, surrenders the condemned slave to the Company. In this latter case, however, the stolen person, who nevertheless is the most [illegible]

Dutch transcription

Nederlandsgeld. ryst. nelij „ben we twee wissels getrokken een groot 29 alhier onder ult=o maart s„o L:. . . . ƒ 7024. 12. — last 864 1/8. last — voor maand Sicca ropijen op de ministers van Benga te Iaffana en mannaar ult=o d=o -. . . „ 758. 16. 8. „ 31 14/15 „ — „ — Gale en mature ult=o d=o —. . „ 8769. 2. 10. „ 98. –. „ 135. „ 3. d=o de andere groot 5320. Suratsche op de min Tutukorijn en op de residentien ulto . . . . . . . . . „ —. –. —. „ —. –. „ —. „ —. ters van Souratta, die hier door gemelde Co „ Trinkon: ult=o maart. . . . . . . „10633„ 14. 8. „ —. — „ 216. „ 2 d=o —. — „ 27 29/15 „ 3 d=o Batica boa „ februarij. . . . . . „ 9040. —. 8. „ „di betaald zijn met 30 p„r C=o opgeld. wij —: —„ —„ —. — „ kalpettij . - „ 9ber. 1788. . . . . . . „ 21648. 1. —: „ dezelve op geen andere wijze konde voldo §76. Bij onsen eerbiedigen van den 28. Ianuarij we zullen egter, inzonderheid zoo veel 1786. 5 179. hebben we uwen Hoog Edelh: be„ „gale aangaat, hier van niets dan een Zeer deeld, dat we den Singalees Botelege Mathijs, spaarzaam gebruijk maaken, en heeft die door den Raad van Iustitie te Gale ter Eerst ondergeteekende Gouverneur Zelf dood was verweezen, tot d de ordinaire gezorgt dat zoo t voldoen der voorsz: wig defentie hadden toegelaaten, en hem mits de Bengaalsche ministers mogte belem „dien toegestaan, om te appelleeren aan den Raad van Iustitie te kolombo. „meren, ze ons, de zelve kunnen te rugt Dit is dan ook werkelijk geschiet en heeft den, wanneer t beloop daar van door de kolombosche Regter bij Eind-oordeel gemagtigden op Bengale zal worden voldo t door den Gaalschen Regter gevelde vonnis waarom dan ook de wissel ter voldoening des doods g'annulleerd, en gemelden Botele¬ der ingekogte rijst niet direkt op de Comp „ge Mathijs gecondemneerd, om geconfi„ is verleend. neerd te worden buijten dit Eijland ter Onze nadere Eisch van de hier vooren gem §74. plaatse door ons te bestemmen en ten einde quantiteid rijst, en van nog 50000. lb Ia„ aldaar den tijd van vijftien Jaaren, buijten „pans kooper, die we meede zeer benoodigd dit Eijland, ter plaatse door ons te bestemmen bieden we uwen Hoog Edelh: onder de bi en ten einde aldaar den tijd van vijftien lagen aan, en insereeren teffens dezelve Jaaren buijten de ketting voor de kosten de order hier onder. kleeding aan s' Comps gemeene werken te § 75. Onze restanten van contanten en gro arbeiden. wij hebben dit gewijsde geappro „nen hebben bestaan in. „beerd en t Robben Eijland bepaald tot de plaats van zijn Confinement. alhier 577. Met de koorde aar den nis luijd 577. Terzelver tijd dat we Gem: Botelege Math tot de ordinaire defentie toelieten hebben w galg te straffen, gelijk blijkens ons resol: van den 27. aug=s 1705 zijn geapprobeerdt door den Gaalschen Regteruij gesprooken doods vonnis tegens den Singe lees Kanoeloe Michiel, die in dezelft zaak betrokken was, om dat deeze zoo wel onder de tortuur als zedert buijten pijn# banden hadde bekend, de moord, waar meed zij bijden beschuldigd zijn, te hebben begaan hoewel met behulp van gemelde Matthijs egter hebben we de Executie van 't vonnis aan hem, uijtgesteld gelaaten tot dat de Kolombosche regter zoude hebben gepro¬ nuncieerd in 't appel proces van voorm: Botelege Mathijs, om dat het zomtijdsn dig hadden kunnen zijn, dat de veroordeeld Michiel in dit appel proces wierd gehoord 578. dan we vinden ons tans beswaard, om de sententie des doods aan meerm: Kanoel „loe Michiel te laaten uijtvoeren om da hij na zijne Condemnatie buijten zijn schuld een zoo lange tijd gevangen heeft gezeeten, en wij derhalven nedrig van begrip zijn, dat vermits de gevangent ook een zoort van straf insluijt, zijne langduurige detentie billijk in aan„ merking komt tot vermindering van de opgelegde doodstraf. we hebben der¬ halven beslooten, in steede van hem Kanoelle Michiel voor al zijn leeven te confineeren, op t Robben Eiland, dog de executie van dit besluijt uytgesteld te laaten tot dat we daar op zullen hebben ontfangen uwer Hoog Edelb: zeer g'eerde dispositie, die we mits deezen neederigst insteeren. De Gaalsche bedienden zijn intusschen gelast, om zijne gevangenis zoo veel te doen verligten als geschieden kan buijten bedugting voor zijne ontkooming. Meenigmaal gebeurd 't dat de slaaven van Particulieren zig aan dieverijen schul„ „dig maaken, waar over hun niet alleen eene crimineele straf opgelegd word maar ook worden ze teffens verweezen in de kos¬ „ten en misen der Iustitie, en tot de ver „goeding van het geen ze gestoolen hebben. De Crimineele straf ondergaan ze, maar geen vermoogen van hun eigen hebbende om de kosten te betaalen of vergoeding voor het gestoolene te doen, komt dus dit deel der Condemnatie altijd ten laste van hunnen Meester, die het een en ander uijt zijne beurs moet opbrengen of om daar van bevrijd te zijn den gecon„ demneerden slaaff aan de Comp: afstaat. In dit laatste geval egter bekomt de bestoo„ lene perzoon die nogtans het meest is „halven 79 be

NL-HaNA_1.04.02_10017_0176 view scan ↗

English

the aggrieved party no compensation whatsoever. To prevent all grounds for grievance regarding this as much as possible, we take the liberty humbly to propose to Your High Excellencies whether Your High Excellencies might not approve, in the future, to have such slaves publicly sold after they have fully served the criminal punishment imposed upon them and their bodily owners refuse to pay the amount of what was stolen, in order to compensate those who were robbed by them from the proceeds thereof, as far as the remainder suffices for it, after the costs and expenses of justice have first been deducted. In accordance with Your High Excellencies' recommendation to the undersigned Governor, in Your High Excellencies' separate letter of 12 August last, we have abolished the political and judicial assemblies at Matura, Batikaloa, Kalpettij, and Mannaar; and thereby decreed that in the absence or demise of the Dessave of Matura and of the chiefs at the three last-mentioned places, the officers appointed as military commanders at these posts shall provisionally exercise authority. Furthermore, we have decided, just as takes place at Matura, Batikaloa, and Putulang, to also establish a Landraad at Kalpettij and Mannaar, to have the chiefs preside therein, and in their absence the military commanders, and to seat therein as members two to three pennists alongside the principal native chiefs of each district. Regarding a rather simple question put to Gale, at the request of Colonel de Meuron concerning his field preacher, we received a reply from there that seemed very improper to us. We pointed this out to the Gale servants, according to our resolutions of 26 November and 1 December 1788, in the confidence that they would thereby be brought to greater moderation in their writing style. But what effect that has had, Your High Excellencies will please see from two more letters received since, which, with the remaining papers relative thereto, accompany this under a separate register, and this at the express request made to us by Commander Kraijenhoff. On this occasion we must also bring to the attention of Your High Excellencies a very offensive answer that we received on the subject of the ship Straalen from the Gale servants on the occasion when that ship lay in the Gale bay, as appears from our resolution of 23 February last, which with some extracts of letters belonging thereto is transmitted among the enclosures to this. After having made several attempts in vain to put an end to such an offensive manner of writing, we finally found ourselves under the necessity of summoning Commander Kraijenhoff to Colombo for a certain time, to account for the aforesaid very improper letter. Meanwhile, upon a separate letter from the said Commander Kraijenhoff, which lies beside our aforesaid resolution, we decided to write, as has been done, that we have no objection to his postponing his coming hither until his indisposition and domestic circumstances can permit it. The annual embassy from the court of Kandia arrived here on 12 February last. At its head was again the Dessave of the Three and Four Korles, Pileme Talaume Palehamij, and with it was received the letter of which a copy accompanies this. The embassy departed back again on the 19th thereafter. The record kept concerning what took place at the audience granted to them is transmitted among the enclosures for Your High Excellencies' honored consideration. After the dispatch of our respectful letter of 9 February, we received report from the Tutukorijn servants that the commander of the Nabob's sepoys, mentioned in our humble letter of 26 January, has released from the chain the Mannapaar merchant whom he had held in arrest and ordered to be put in irons, and has set him at liberty, and that he has likewise caused the houses that were sealed by his people at Mannapaar to be unsealed. So that affairs at Mannapaar have thereby been restored to the former footing, and now only the satisfaction to be given is lacking. The return embassy to Kandia was undertaken by the Provisional Merchant and Trade Bookkeeper Abraham Samlant, who departed for the court on 4 March last and returned on the 29th. We present to Your High Excellencies among the enclosures the copies of the letter and of the memorandum of gifts that we sent with him to the King, alongside a copy of the instruction that was given to him for his guidance, and a copy of his report, which contains nothing but customary matters, and from which we only note that the King has given the customary permission for the peeling of cinnamon in his lands.

Dutch transcription

benadeeld geene de minste vergoeding Om alle reedenen van beswaar hier over zo 580. veel doenlijk te voorkoomen neemen wed vrijheid uwen Hoog Edelh:t needrig voorts „stellen, of hoogst dezelven niet zouden kunn goedvinden om in den aanstaande diergelijk slaaven, na dat ze de hun opgelegde Crimin straf in allen deele zullen hebben uijtgestaan en hunne LijfEigenaars het bedraagen van het gestolene wijgeren te betaalen, publick te laaten verkoopen ten einde uijt het Pron nu daar van na dat de kosten en misen de Iustitie er Eerst van afgetrokken zijn geenen die door hun bestoolen zijn zoo v re het restant daar toe toerijkt Schadel te stellen. Over Eenkomstig uwer Hoog Edelh: aanh veeling aan den ondergeteekende Gouver„ neur, bij hoogst derzelver apparte missiv van den 12. aug: passato hebben we de pol tike en Justitieele vergaderingen op Matu Batikaloa kalpettij en Mannaar af geschaft; en daar bij g'arresteerd dat bij al sentie of aflijvigheid van den Dessave g Mature en van de opperhoofden op de dri laast genoemde plaatsen de officieren als Militaire Commandants op deeze Posten bescheijden, bij Provisie t gezag zullen voeren 182. Wijders hebben we beslooten om eevenge„ lijk te Matura, Batikaloa en Putulan 581. plaats heeft, ook te kalpettij en Mannaar op„ terigten eene landraad, daar in de opperhoofden te laaten presideeren, en in hunne absentie de militaire Commandants, mitsgaders als leeden daar in te plaatsen twee a drie pennis„ „ten nevens de voornaamste inlandsche hoofden van elk distrikt. 583. over een vrij eenvoudige vraag gedaan na Gale, op 't verzoek van den Colonel de Meu„ „ron nopens zijn veld prediker ontvingen we van daar een antwoord, dat ons zeer wan voegelijk voorkwam. we deeden dit de Gaal¬ „sche bedienden, volgens onse resol: van den 26:' 9ber: en 1 xber 1788. opgemerken, in vertrou„ wen dat ze daar door zouden worden gebragt tot meerder magtigheid in hunne schrijfstijl¬ dan wat uijtwerking dat heeft gedaan, zullen uwen Hoog Edelh: gelieven te zien bij nog twee brieven zeedert ontvangen die met de overige papieren hier toe relatief, on„ „der een apparte register hierneevens gaen, en zulx op expresse verzoek, door den ge¬ „zaghebber kraijenhoff ons daar toe gedaan 584. Ter deezer geleegentheid moeten we nog onder 't oog van uwe Hoog Edelh: brengen een zeer aanstootelijk antwoord dat we ter geleegentheid t schip Straalen in de Gaalsche baaij geleegen heeft op 't onder„ „werp van dit schip van de Gaalsche be„ dienden hebben ontvangen, blijkens onse plaats resol: resol: van den 23 Febr: Jo: L: die met Eenig uijttreksels van brieven, daar toe gehoorende onder de bijlaagen deezes overgaan na te vergeefs verscheide Proeven te hebben geno men, om Zulks een aanstootelijke Schrijf wijse te doen ophouden, hebben we ons ein delijk gevonden in de noodzaakelykheid om den gezaghebber kraijenhoff voora „gen tijd na kolombo te ontbieden, om zig over de voorschr: zeer wanvoegelijke brief te verantwoorden. Intusschen hebben w op een aparte brief van gem: gezagheb¬ ber kraijenhoff, die neevens voorsz: onse resol: legd, beslooten aante schrijven, zood is geschied, dat wij er niets teegen hebben dat zijne komste na herwaards uijtsteld tot h zijne indispositie en huijselijke omstanding heeden dat zullen kunnen permitteeren. 585. 'T Jaarlyks gezantschap van 't hoff van kandia, is den 12. febr: J„o L: alhier aange„ koomen. Aan t hoofd daar van was weeder den Dessave der drie en vier korles Pileme Talaume Palehamij, en is daar meede ontvangen den brief die in Copij hier ne„ vens gaat, Het gezantschap is den 19e: daar aan weeder te rug vertrokken, de gehoude„ „ne aantekening, weegens 't gepasseerde bij de aan hun gegeevene audientie gaan ter uwer Hoog Edelh: geEerde speculatie onde de bijlaagen over. 588. Na 't afgaan van onsen Eerbiedigen van den 9 febr: hebben we van de Tutukorijn „sche bedienden berigt ontvangen dat de commandant van de Nababsche Sipahis, vermeld bij onsen nederigen van den 26.' Januarij den mannapaarsche koopman, die hij had in arrest gehouden en in de kat¬ „ting doen slaan weeder daar uijt laaten Klinken, en op vrije voeten gesteld, en dat hij insgelijksch had doen ontzettelen de huij¬ sen die door zijn volk te mannapaar waren verzegeld. zoo dat de zaaken daar door te mannapaar op de voorigen voet hersteld zijn, en nu nog alleen ontbreekt de te gevene 586 De contra Ambassade na kandia is gedaan door den Pl. koopman en negotie boekhouder Abraham Samlant, die den 4. maart I=o L: na t hof vertrokken en den 29. weder te rug gekeerd is. 587. wij bieden uwen Hoog Edelh: onder de bij„ „laagen aan de afschriften van den brief en van de memorie der geschenken, die we met hem, Aan den koning gezonden hebben nee¬ vens een afschrift van de instruktie, die aan hem ter zijner bestiering meede ge„ geeven is, en een afschrift van zijn Rap„ port dat niets dan gewoone zaaken be„ vat, en waar uijt we alleen aanmerken, dat de koning gegeeven heeft, 't gewoone verlof tot schillen van kanneel in zijne landen. §86. Satisf

NL-HaNA_1.04.02_10017_0178 view scan ↗

English

satisfaction from the Nabob having been emphatically demanded for the Company over this incident. 589. We informed Your High Excellencies by our letter of 26th January that the resident of Punnaikayal, Franken, would be sent to the Theuver to treat with him concerning the disputes existing between them over the sea demanded by him, yet the Theuver lord strongly excused himself from receiving a European servant on embassy without having permission to that end from his feudal lord, the Nabob; and as it further appeared to us from some letters exchanged between the resident Franken and Colonel Martiniz, commandant at Ramnadapuram, that this could not take place unless we first addressed the Nabob on our part, we instructed the servants at Tuticorin to employ a native servant for this purpose. 590. The servants who have been promoted by Your High Excellencies, or confirmed in the positions entrusted to them, offer herewith their due gratitude, together with their respectful assurance that they will constantly endeavor to make themselves worthy of Your High Excellencies' high favor. 591. The Captain-Lieutenant of the Engineers at Galle, Anthonij Johannes, having petitioned us to be allowed to repatriate directly from Ceylon pursuant to Your High Excellencies' permission granted in the much-esteemed letter of 4th September 1784, we permitted this to him, provided that it takes place with Lieutenant's pay and baggage, as his Captain-Lieutenant's contract has not yet expired; and as he has since requested permission to remain here for some time to settle his affairs, we had his pay discontinued as of the departure day of our last return ship, to resume upon his departure from here. In his place we have appointed the ordinary fireworker Hendrik Georg Leonhard Diederiks. 592. The Captain of Infantry, Bernhard Isaak de Bellon, requests Your High Excellencies in the accompanying petition, on account of his advancing years and forty years of service, for his discharge to the Netherlands with the pay and baggage of Captain-Lieutenant, as his Captain's contract has not yet expired. 593. In his place we take the liberty of nominating Captain-Lieutenant Francois Baron de Mackena to Your High Excellencies for Captain, and in the latter's place Lieutenant Jean Brohier for Captain-Lieutenant. 594. For the Artillery Corps, we take the liberty of making the following nominations to Your High Excellencies, due to vacancies: 595. The extraordinary lieutenants Rachard and du Crok to be ordinary lieutenants, in place of the repatriated Lieutenant Lowe and Lieutenant Schreuder, who was transferred to Trincomalee. 596. The ordinary fireworkers Toussaint Claas Jacob Ruijgers and Hendrik Georg Leonhard Diederiks to be extraordinary lieutenants, the latter in place of the aforementioned Captain-Lieutenant Johannes; and 597. The extraordinary fireworkers Gerrit Frans Diersen and Harmanus Nassom to be ordinary fireworkers. We present their petitions to Your High Excellencies among the annexes hereto. 598. Major Paravicini di Capelli, in the same recommendation in which he submitted the aforesaid nominations to us, highly commended to us the ordinary fireworker Jacob Carstens, stationed in the Trincomalee garrison, who, on account of his years and infirm condition, could not be included in these nominations; proposing that on the grounds of his good service he might be promoted to extraordinary lieutenant, which costs the Company nothing, with the rank of ordinary lieutenant; and as such consideration is generally gratifying to an old military officer, and the fireworker Carstens has moreover served well, it would be very pleasing to us if Your High Excellencies would be pleased to grant him this favor in accordance with the aforesaid recommendation of his commandant. 599. On account of the decease of the Junior Merchant Jan Fredrik Hubert, we have appointed the Junior Merchant Pieter van Spall as Fiscal, Secretary, and Cashier at Tuticorin, and we respectfully request that he may be confirmed therein, his petition also being transmitted among the annexes. 600. Since the Mintmaster at Tuticorin, Fredrik Dammann, who is also First Resident of Punnaikayal, found the performance of this duty too arduous on account of his advancing years, and we moreover think that for the present Punnaikayal can well be managed with one resident, we have discharged him from the post of First Resident and appointed in his place the Bookkeeper and Second Resident Johannes Harmanus Franken. 601. The vacant office of Second Warehouse Keeper at Colombo we have conferred upon the Provisionally Junior Merchant Coenraad Sebastiaan Wickerman, and in his place we have appointed the Junior Merchant Assuerus Issendorp as Shopkeeper and Garrison Clerk, because on account of his sickly condition he was no longer suited to be Trade Bookkeeper, as continuous labor is attached to this office. We have therefore appointed as Trade Bookkeeper the Bookkeeper Thomas Gerrardus Hofland, who is skilled in trade accounting. We present their petitions to Your High Excellencies among the annexes, with the humble request that they may be confirmed in the offices entrusted to them.

Dutch transcription

satisfactie aan de Comp: over dit voorval met nadruk van den nabab gevraagt hebb 589. wij hebben uwe Hoog Edelh: bij onzen brief van den 26'. Januarij bedeeld, dat „necailschen resident Franken aan de the zoude gezonden worden, om met hem over verschillen te handelen, die tusschen de en hem plaats hebben, over den door hem „vorderde zee tot de theuver heer zig zeer verschoont over t ontvangen van een Eur bediende In gezantschap, zonder daar toe lof te hebben van zijn leenheer, de N en wijl t ons nader bleek, uijt eenige h gewisselde brieven tusschen 't opperhoofde kern en den Colonel Martiniz, mit commandant te kamenadewaram, niet konde geschieden, ten zij wederweege Eerst aen den nabab addresseeren, hebbe den bedienden te Tutukorijn aangeschre om daar toe een Inlands bediende te em 590. De dienaaren, die door uwe Hoog Edelh: „vorderd, of in de aan hun opgedraagene bevestigd zijn offereeren bij deezen daar vo hunne verschuldigde dankbaarheid on Eerbiedige verzeekering dat ze uwer A EdeleE: hooge gunste zig steeds zullen t waardig te maaken. 591. De Capitain Luytenant van de geniete Gale Anthonij Johannes, aan ons o zoek gedaan hebbende, om ingevolge uwe Hoog Edelh:t vergunning bij zeer g'eerde missive van den 4: September 1784. direkt van Ceilon te mogen repatrieeren, hebben we dit aan hem toegestaan mits t geschiede met Luijtenants gagie en bagagie wijl zijn Cap=t Luijtenants verband nog niet geExpireerd, in wijl hij zeedert verzogt heeft, tot reddering zij„ „ner zaaken nog eenigen tijd hier te moogen blij„ „ven, hebben we zijne Gagie laaten afschrijven met den vertrekdag van ons laatste retourschip om weeder cours te neemen bij zijn depart van hier. In zijn plaats hebben we benoemt den ordinaire vuurwerker Hendrik Georg Leonhard Diederiks: 592. De Cap: van de Infanterie Bernhard Isaak de Bellon, verzoekt uw Hoog Edelh: bij neevens gaande request mits zijne toe„ neemende Jaaren en veertigh Jaarigen dienst, om zijne verlossing na nederland, met de Gagie en bagagie van Cap:n Luijtenant, wijl zijn capitains, verband nog niet is geexpireerd. §93. In zijn plaats gebruijken we de vrijheid uwen Hoog Edelh: tot Cap=t voor te dragen den Capt: luijtenant Francois Baron de Mackena, en in deezen zijn plaats tot capt: Luijtenant de Luijtenant Jean Brohier. 594. Bij 't corps artillerij gebruijken we de vrijheid uwen Hoog Edelh:, mits vacatura te doen de volgende voordragten. §95. De Extra ordinaire luijtenants Rachard en du Crok tot ordinair Luijtenants in stee de van den gerepatrieerden Luytenant Lowe, en den na Trinkonomale verplaatsten luijtenant Schreuder. 496: eeren. §96. De ordinaire vuurwerkers Toussaint cla Jacob Ruijgers en Hendrik Georg Leonh Diederiks. tot extra ordinaire luijtenants Laatste insteede van voorm: Capitain Luij Johannes. en 597. De extra ordinaire vuurwerkers Gerrit Frans Diersen en Harmanus Nassom tot ordinaire vuurwerkers hunne request bieden wij uwen Hoog Edelh: onder de b laagen deezes aan. 198. De Majoor Paravicini de Capelli heeft t t zelfde Adves, waar bij hij de voorsz: voor dragten aan ons heeft gedaan, aan ons geze commandeert den ordinairen Vuurwerker Iacob Carstens, bescheiden in t Trinkons maalsche Guarnizoen, die om zijne Jaer en Swakke toestant, in deeze voordragten niet heeft kunnen worden begreepen, dat de zelve uijthoofde dat hij wel gediend heeftm ten worden bevorderd tot extra ordinaire l „tenant, 't geen de Comp: niets kost, met de rang van ordinair Luijtenant en wijl dien gelijke oplettendheid voor een oud officier militair doorgaans aangenaam is, en de vuurwerker Carstens bovendien wel gedo heeft, zoude t ons zeer aangenaam zijn, en „dien uwe Hoog Edelh: over een komstig m de voorsz: aanbeveeling van zijn Comman E „dant hem deeze gunst gelieven te bewijsen 399. Mits 't overlijden van de onderkoopman Jan Fredrik Hubert hebben we den onder koopman Pieter van Spall aangesteld tot fiskael, secretaris en Cassier te Tutukorijn en we verzoe¬ „ken eerbiedig dat hij daar in mag worden be„ vestigd, gaande tot zijn request meede, onder de bijlaagen over. §100. Vermits de muntmeester te Tutukorijn Fredrik Dammann, die teffens eerste resident, van Pon„ necail is, uijt hoofden van zijn klimmende Jaaren de waarneeming van deezen dienst te swaar viel, en we boven dien denken, dat 't te Ponnekail voor eerst wel met een resident te stellen zal zijn hebben we hem van de post van eerste resident ontslaagen en in zijn plaats daar toe aangesteld den boekhouder en tweeden resident Johannes Harmanus Franken. § 101. De vakante dienst van tweede pakhuijsmees„ „ter te kolombo, hebben wij begeeven aan den P=l onderkoopman Coenraad Sebastiaan wickerman, en in zijn plaats hebben we den onderkoopman Assuerus Issendorp aangesteld als winkelier en guarnisoen schrijver, om dat hij mits zijnen zieke„ lijken toestand, zig niet langer Schikte tot negotie overdrager, wijl aan dit ampt eene geduurige arbeid verknogt is. wij hebben derhalven als negotie overdrager aangesteld, den in t Negotie werk kundigen boekhouder Thomas Gerrardus Hofland Hunne re„ „questen bieden we uwen Hoog Edelh: onder de bijlaagen aan, met nedrig verzoek dat ze in de aan hun opgedragene ampten mogen Koop= be

NL-HaNA_1.04.02_10017_0180 view scan ↗

English

be confirmed and that the said Hofland, having rendered himself very meritorious for a long series of years at the new office, may be favored with the status and salary of junior merchant according to the regulations. §102. The clerks of the previous Governors have generally been promoted by Your Right Noblenesses to junior merchants. Thus, among others, upon the humble nomination made from here on the 13th of May 1766, the clerk to the late Honorable Governor Falck, Cornelis de Cock, was promoted by Your Right Noblenesses to junior merchant, by an act granted to him under the date of 14 June 1767. We therefore take the liberty of requesting a similar favor from Your Right Noblenesses for the bookkeeper and sworn clerk Pieter Johan Muller, who has already served the first undersigned Governor as a clerk for many years, and whose petition is annexed among the enclosures. §103. Since the little clerical work at Silau can be performed by the resident himself, we have abolished the post of authorized agent there, just as we have also abolished the office of Resident at Putulang, where in the future the Sergeant who has been stationed there for some time with a small military detachment will also function as Postholder. §104. The collective Officers of the infantry and artillery stationed here in the garrison have shown us, by two addresses, which are included in copy among the enclosures, the impossibility of managing any longer on their meager salary, because of the high cost of living that presently prevails here regarding all necessities. We must acknowledge the validity of their grievance, and it has even surprised us that they have been able to hold out for so long, since not only house rent, since we received the Regiment of Luxemburg, has risen to nearly twice as high as it was before, but also all the necessities of life and clothing have risen extraordinarily in price. §105. We have therefore decided to propose to Your Right Noblenesses, as we take the liberty to do humbly through this, whether Your Noblenesses might not see fit, for as long as this extraordinary high cost of living persists, to grant a monthly gratuity to the national officers of the infantry and artillery who are in garrison here, and to fix this at ten rds. for each captain or Captain Lieutenant, and at six rds. for each subaltern officer; besides which we have also decided to allow a moderate quantity of linen to be released from the Company's warehouse for their clothing at cost price. §106. The pay bookkeeper at Gale, who is also the receiver of the Company's domains, holds one of the poorest positions in this Government, since apart from a small amount that he enjoys as Shahbandar from three to four [illegible] native vessels that arrive annually, he has no other income whatsoever than the pay from the Company. The junior merchant Nicolaas Bernardus Martheze, who holds this post and has already served the Company for 52 years, has earnestly requested to be allowed to have an equal sum of 300 rds. per year from the Galle outer arrack lease as a means of subsistence, as was granted in the year 1784 to the Galle fiscal. §107. According to the note in our respectful letter of 17 October last, §126, there was granted to the Galle fiscal from the said lease all that it yields above 500 rds. until it amounts to 800 rds. and above. Since then, this lease has risen considerably, having fetched 800½ rds. in the year 1785/86 and 1400 in 1788/89, currently 1600. And as the receiver of the Company's domains, through his zeal and diligence, contributes much to a prompt and complete collection of the Company's lease moneys, we take the liberty, in accordance with our resolution of 26 March last, humbly to propose to Your Right Noblenesses whether Your Noblenesses might not see fit favorably to permit that the Pay bookkeeper at Gale, now and in the future, as receiver of the Company's domains, may enjoy half of what the aforesaid outer arrack lease yields above 800 rds. per year, until it shall amount to 1400 rds. and above. §108. The Batticaloa chief Jacob Burnand, who has been a junior merchant since the year 1776, and has now governed the Batticaloa lands with much praise for 5 years, requests Your Right Noblenesses by a petition, which is forwarded among the enclosures, to be favored with the status and salary of merchant. §109. His good management we have already had the honor to bring to the attention of Your Right Noblenesses in our humble letter of 31 January 1788. Besides many useful arrangements more advantageous to the Company introduced by him in the Batticaloa district, the paddy revenue in his time has amounted to well over twice as much as before his time, and we therefore feel all the more emboldened most humbly to recommend him to Your Right Noblenesses' favor as a servant of great merit, and to support his aforesaid request to be favored with the status and salary of merchant, like his predecessor Franken, with our humble proposal. §110.

Dutch transcription

bevestigd worden en dat gemelde Hofland & zeedert een groote reeks van Jaaren op 't n Comptoir zeer verdienstelijk gemaakt heeft form t reglement met de qualiteit en gaa van onderkoopman begunstigd mag worden §102. De klerken van de voorige Heeren Gouver zijn doorgaans door uwe Hoog Edelh: tot ond kooplieden gevordert. Zoo is onder anderen de nederige voordragt van hier gedaan bij van den 13'. maij 1766. de klerk bij den ho zaeligen Heer Gouverneur Falck Cornelis cock, door Uwe Hoog Edelh: tot onderkoop „man gevorderd, bij eene aan hem onder da 14. Junij 1767. verleende akte. we Gebruijke derhalven de vrijheid, gelijke gunste van w Hoog Edelh: te verzoeken voor den boekhoud en gesw: klerk Pieter Johan Muller, d reeds veele Jaaren bij den Eerst ondergeteeken Gouverneur als klerk dienst doet, en wiensr „quest onder de bijlagen gevoegd is. §103. Vermits 't wijnig schrijf werk te Silau door den resident zelve kan worden verrigt heb we den dienst van geauthoriseerde aldaar ingetrokken zoo als we ook ingetrokken hebb 't ampt van Resident te Putulang, alwa in den aanstaande de Sergeant die daara tijd met een klijn de tachement Militair legd, teffens als Posthouder zal fungeeren §104. De Gezaementlijke Officieren van den infar „terie en artillerij alhier in 't guarnisoen bescheiden, hebben ons bij twee addressen, ^ die Copieelijk onder de bijlaagen zijn gevoegd, toond de onmogelykheid om langer met hunn sober traktement te kunnen rondschieten, weegens de duurte, die hier tans omtrend alle behoeften plaats heeft wij moeten de gegrond„ „heid van hun beswaarnis erkennen, en 't heeft ons zelfs verwonderd dat, zet zoolang hebben kunnen uijthouden wijl niet alleen de huijshuur, zeedert dat we 't Regiment van Luxemburg hebben gekreegen, bij na eens zoo hoog gesteegen is, als die te vooren heeft gedaan maar ook alle leevens behoeftens, en kleeding buijten gewoon in prijs gereezen zijn. §105. wij hebben derhalven beslooten aan uwe Hoog Edelh: voortestellen, gelijk we de vryheid ge„ bruiken dat nederig te doen door deezen, of Hoogst dezelven niet zoude kunnen goedvin„ „den om voor zoo lange deeze ongemeene duur „te aanhoud aen de nationale officieren van de infanterie en artillerij, die hier in guarni„ soen zijn, een maandelijks douceur toe te leggen, en dat te bepaalen op tien rd=s voor elk capi„ „tain of Captain Luitenant, en op zes rd=s voor ieder Subaltern officier: waerneevens we nog beslooten hebben, om tot hunne klee„ „ding eene maetige quanteid lijnwaet, uijt s' Comp:s pakhuijs te laaten vertrekken voor 't inkoops kostende. 5106. De zoldij boekhouder te Gale, die teffens ontvanger is van s'Comp:s Domainen, heeft een der Schraalste bedieningen in dit Gou„ „vernement wijl hij behalven eene geringheid die hij als Sabandaar geniet van drie a vier =toons In. ten in Anno 178 ƒ 100 ƒ 478 lb rdco. 1400 in Aro= 178 8/9 ads 1600- Inlandsche vaartuijgen die Jaarlijksh aankoomen, geen ander inkoomen, hoe naamd heeft, dan de bezolding van de Compt: De onderkoopman Nicolaas Bo in nardus Martheze, die deeze post m bekaleen en reeds 52 Jaren 7 veertien Jaaren de Comp: diend, heeft instantie verzogt, om uijt de Gaalk buijten arrakspagt, een gelijke som van 300. rd=s s' Jaars tot een middel van bestaen te moogen hebben, als in het Jaa 1784. aan den Gaalsch fiskaal is toegevnd 5107. volgens 't genoteerde bij onsen Eerbied van den 17. 8ber passato 5126. is uijt gem: pagt aan den Gaalsch fiskaal toegevond al t geen dezelve boven de 500: rds. doet tot dat ze 800. rd=s en daar boven geld zeederd is deeze pagt merkelijk gereezen als hebbende in anno 178/56. rd=s 800½a. - an - opgeworpen en wijlde ontvanger van s' Comp=s domainen, door zijn iever en vlijt, veel toebrengt tot een spoedige en volkoomene invordering van s' Comp=ts pagt penningen neemen we de vryheid, om over eenkomstig ons besluijt van den 26. maart Iongstleeden aan uwe Hoog Edelh:t nedrig voor te stellen of hoogst dezelven niet zoude kunnen goedvinden, om gunstig toe te staan dat de Zoldij boekhouder te Gale, nu en in t vervolg, als ontvanger van s' Comp: domainen mag genieten de helfte van 't geen de voorsz: buijten arrax pagt meer doet dan 800 rd=s s'Jaars tot dat ze 1400. rd=s en daar boven zal gelden. § 108. Het Battikaloasch opperhoofd Iacob Burnand die zeedert 't Jaar 1776. onder koopman is, en nu 5. Jaaren de Batikaloasche landen met veel Lof bestierd verzoekt uw Hoog Edelh: bij een rekwest, dat onder de bijlaagen over¬ gaat, om met de kwaliteid en gagie van koopman te mogen worden begunstigd. 5109 zijnde goede direktie hebben we bij onzen Nede„ „rigen brief van den 31: Januarij 1788. bereeds de Eere gehad te brengen onder het oog van uw Hoog Edelh: behalven veele nuttige en voor de Comp: voordeliger Schikkingen door hem in het Battikaloasche ingevoerd is de nelie geregtigheid in zijn tijd ingekoo„ men ruijm Eens zoo veel als voor zijn tijd, en we bevrijmoedigen ons dus te meerder om hem als Een dienaar van veel verdiensten in uwe Hoog Edelh: gunste op het nedrigst aan te beveelen, en voorsz: zijn verzoek om gelijk zijn voorzaet Franken met de kwa¬ liteiden Gagie van koopman te worden be„ gunstigd, met onzen nedrigen voordragt te ondersteunen. zoude 5 110.

NL-HaNA_1.04.02_10017_0182 view scan ↗

English

Section 110. We take the liberty to present to Your Right Honourable Lords among the annexes a petition from the Lieutenant in the Regiment of Luxemburg du Crok, who, according to what was noted in our respectful letter of 17 October, remained behind here with leave, being the father of the aforementioned Lieutenant of the Artillery in the Company's service, du Crok. And as he has now resolved to establish himself here, he requests in the said petition to obtain letters of naturalization, both for himself and for his aforementioned son. And since both father and son are very decent people, and have always conducted themselves well for as long as they have been in this Government, we cannot refrain from supporting the aforementioned request with our humble intercession. Section 111. The Minister of the Reformed Congregation here, Johannes Lambertus Hofman, having indicated to us by petition the necessity of his presence in Batavia for the promotion of the lawsuit which he initiated here before the Council of Justice against the widow of the late Fiscal Borwater, and which is now transmitted on appeal to the Honourable Council of Justice in Batavia, we have, in the hope that Your Right Honourable Lords will view this favourably, granted him permission to cross over thither with stopped pay on one of the ships now departing. Section 112. By a petition, a copy of which is enclosed herewith, we have been requested by Lieutenant Colonel Tilenius and the widow Borwater, who are betrothed to one another, that we, for such reasons as are stated therein, would send sealed to Your Right Honourable Lords certain papers concerning some disputes that took place on the outward voyage between the Minister Hofman and the Captain of the ship De Draak, Riebe, described more fully in our resolution of 14 November 1786. We have considered this request today in our meeting, and taking into consideration that it is in itself a matter of great indifference whether these papers remain here at the Secretariat or at the Secretariat of Your Right Honourable Lords, it appeared to us that we would do better to comply with the aforementioned request than, by our refusal, to give occasion at times for the prolongation of a lawsuit; for which reason the same are transmitted sealed among the annexes hereto. Section 113. According to an extract from a Galle letter of the 18th of this month, which is transmitted among the annexes, the Company of Seapoys, which is crossing over with the ship Phenecier, behaved mutinously in the Galle Bay on board the said ship. It was nevertheless quieted quickly and without having any consequences. At the interrogation held concerning this, the Seapoys complained about the rations that were issued to them, and that they were also now and then somewhat ill-treated; but the discontent seems to have arisen especially because they were not able to go ashore to their liking, which could not be permitted them for fear of desertion. Section 114. Upon investigation, it did not appear that rations had not been properly issued to them; nor did it appear that they were ill-treated on board. Nevertheless, the Galle servants were instructed to recommend to the ship's authorities that they must ensure that these people are properly treated in all respects, and that no legitimate grounds are given to them for complaining. Because it also appeared to us on this occasion that the Seapoy officers were somewhat dissatisfied with the manner in which they were lodged on board, we have further written to the Galle servants that this must be provided for. Section 115. One sergeant and three Seapoys of the aforementioned Company, as it seems, made themselves quite suspicious of having been the principal instigators in the aforementioned case, so much so that the ship's authorities had hesitations about taking them on board again, out of fear of new disturbances. We had therefore first instructed the Galle servants to send them hither; but as the ship Hinloopen departs at the same time as the Phenecier, they were subsequently instructed to send them with the Hinloopen to Batavia, in order that, with the pleasure of Your Right Honourable Lords, they may be placed there again with their Company. Section 116. Among the annexes hereto, we also add a petition from the blacksmith Fredrik Nieburg, who was stationed on the ship Johanna Margaritta, and on account of the wreck of the said vessel in the year 1782 was employed here and is currently still in service. He requests thereby to be allowed to have his closed pay account.

Dutch transcription

§ 110. Wij neemen de vrijheid uwen Hoog Edelh: „der de bijlaagen aan te bieden, een rekwes den Luijtenant bij het regiment van & emburg der Crok die volgens 't genotee bij onzen Eerbiedigen van den 17. October met verlof alhier is te rug gebleeven I de vader van den hier vooren genoemde tenant der Artillerie in s' Comp:s die due Crok en wijl hij nu geresolveerd is hier te stabileeren verzoekt hij bij gem request, om zoo voor zig, als voor zijne meerm: zoon te mogen hebben brieven naturalisatie: En vermits by de val en zoon zeer geschikte Luijden zijn, zig zoo lange ze in dit Gouvernement zijn geweest altijd wel gedragen hebben, „nen wij niet afzijn, 't voorsz: verzoek met onze nedrige voorspraak te onder 5111. De Predikant van de Gereformeerde gem te alhier Johannes Lambertus Hofma bij request aan ons te kennen gegeeven heb de, de noodzaakelijkheid van zijne teegens „digheid te Batavia ter bevordering van proces 't welk hij alhier voor den raad van Justitie teegen de weduwe van wijlen den J kaal Borwater g'entameerd heeft, en tan in appel aan den agtb: raad van Justitie Batavia overgezonden word, hebben wij § 112. Bij een rekwest dat in Copij hier nevens gaat zijn wij door den luijtenant Colonel Tilenius en de weduwe Borwater die met malkanderen ondertrouwd zijn verzogt, dat we, om zodanige reedenen als daar bij zijn vermeld, aan uw Hoog Edelh: verzegeld wilden toezenden zee„ „kere papieren raakende eenige verschillen die er op de uijtrijse hebben plaats gehad tus„ schen den Predikant Hofman en de Capt=n van het schip de Draak Riebe breeder vermeld bij onze resol: van den 14. Nov: 1786. wij hebben dit verzoek op heeden in onze vergadering overwoogen, en is het ons uijt aanmerking dat het op zig zelven Een zeer onverschillige zaak zij, of deeze Papieren hier ter Sekretarij, dan wel ter sekretarij van Uw Hoog Edelh: berusten, voorgekoomen, dat webeeter deeden aan het voorsz: verzoek te voldoen dan om door onze wijgering zomtijds aanleiding te geeven tot verlenging van een proces waarom dan ook dezelve onder de bijlaegen deezes verzeegeld overgaan. hoope dat uwe Hoog Edelh: dat gunstig zullen in schikkingen, hem toegestaan, om met afgeschreeven gagie, met een der tans vertrek„ „kende scheepen na derwaarts te mogen overvaa„ §S 113. „nen. „ren. § 113. Blijkens Extract uijt een Gaalschen brief den 18:' deezer dat onder de bijlaagen overga heeft de Comp: Sipaijen, die met t Schip Phenecier overgaat zig in de Gaalsche baaij aan boord van t zelve Schip „ wij wederhoorig gedraegen. Het is nogtan spoedig en zonder dat t eenige gevolgen had heeft gestilt. Bij 't verhoor daar gehouden, hebben de Sipaijen geklaagden de randzoenen die aan hun zijn verstr en dat ze ook nu en dan wat kwalijk g handeld waaren, dog t misnoegen Schein inzonderheid te zijn ontstaan, om dat ze niet naar hun zin hebben kunnen na de wal gaan, t geen hen niet heeft kunnen worden, toegestaan uijt vreezen voor de zes §114. Bij onderzoek is niet gebleeken, datz zoenen niet behoorlijk aan hun zouden verstrekt; ook is daar bij niet gebleeken dat ze aanboord kwalijk behandeld zij niet te min zijnde Gaalsche bediende gelast, om de scheepsoverheeden te rekor mandeeren dat ze moeten zorgen, dat dit volk in allen opzigte behoorlijk word be handeld, en dat aan hun geen wettigede den gegeeven word tot klaagen wijl 't ons ook bij deeze geleegendheid is voorgekoomen, dat Sipaijs officieeren wat te onvreeden waaren § 115. Een Sergeant en drie Sipaien van de voorsz: Comp:, hebben zig zoo 't scheint, vrij wat ver„ „dagt gemaakt, van de voornoemste aanstoo„ „kers in 't voorsz: geval te zijn geweest, zoo zeer, dat de scheeps overheeden bedenking Gedraegen hebben, om ze wederom aan boord te neemen, uijt vreeze voor nieuwe onlusten we hadden de Gaalsche bediendens daer om Eerst aangeschreeven, om ze herwaards te zenden dog wijl t schip Hinloopen met de Phenecier te gelijk vertrekt, is hun nader aangeschreeven, om ze met stin„ loopen na Batavia te verzenden ten Einde met believen van uwe Hoog Edelh: aldaar weeder bij hunne Comp: te kun¬ „nen worden geplaatst. § 116. Onder de bijlaegen deezes voegen we nog Een request van den grofsmit Fredrik Nieburg die bescheiden is geweest op 't schip Johanna Margaritta, en mits 't verongelukken van gem: bodem in A=o 1782. alhier g'emploijeerd en tans nog in dienst is. Hij verzoekt daar bij te mogen hebben zijne afgeslootene zoldij waaren, over de wijze waar op ze aan boord waeren Gelogeerd, hebben we de Gaalsche bediendens nog aangeschreeven van daar in te moeten wor„ „den voorzien. reeken:

NL-HaNA_1.04.02_10017_0184 view scan ↗

English

accounts on the ships Buiten Leven and Roozenrijs, on which he states he still has 6½ months of wages due, and of which the original was lost in the wrecking of the aforementioned ship. And since these accounts have already been requested by our pay office in a note dated 27 March 1786, but no answer has been received to it as yet, we take the liberty most humbly to request Your High Excellencies to be pleased to issue the necessary order that copies of the said accounts be transmitted hither. We commend Your High Excellencies and the interests of the Company to God's holy protection and remain with all respect and fidelity, Right Honorable, Wise, Far-Ruling, and Well-born Valiant Gentlemen, Your High Excellencies' humble and obedient servants. Signed: W. I. van de Graaff, M. P. Raket, S. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, the 24th of April, Anno 1789. To the same as before. § 1. We intended to let the ships the Phenecier and Hinloopen depart at the same time, and our dispatches for the same were also already sent to Gale, when we received the news mentioned in our respectful secret letter that departs together with this one. Having thereupon instructed Gale to let one of the aforementioned ships remain until our further orders, the Gale officials chose the Phenecier for that purpose; the ship Hinloopen has consequently departed ahead on the seventh of this month. § 2. And as it might occasionally happen that the ship the Gouverneur Generaal de Klerk will not be able to follow as quickly as we had thought, we take the liberty to let this respectful letter serve in reply to Your High Excellencies' most respected missives of the 27th of November and the 9th and 11th of December 1788, the complete reply to which was postponed in our letter of the 24th of April past. § 3. To Your High Excellencies' honored recommendations at §§ 3, 5, 6, 7, and 8 of the first-mentioned missive regarding what was required by the extract from the Fatherland of the 20th of December 1787, we have already dutifully complied, as appears from our answer to §§ 367, 384, 388, 394, 400, and 414 of the said extract, inserted in our respectful letter of the 26th of January past. § 4. Regarding the paying off of the wages of the deceased European servants, we shall henceforth strictly conduct ourselves according to the recommendation of the Lords Majors, and consequently allow no more payment except after obtaining authorization. § 5. The requested information and elucidation in the aforementioned extract from the Fatherland, regarding discovered differences and errors in the Ceylon returns of sold merchandise, we have already supplied in our answer to §§ 421, 422, 428, and 430 of the said extract, inserted in our aforementioned respectful letter of the 26th of January past, and we have furthermore issued the necessary orders so that the returns may henceforth be arranged according to the intention of the Right Honorable Gentlemen, and that proceedings in that regard are carried out with all accuracy. § 6. From the report transmitted in copy among the annexes from the first examiner Berghuis, Your High Excellencies will be pleased to see that the Gale, Mature, and Tuticorin books have already been examined up to anno 1782/3, and the Jaffna and Mannar books up to Anno 1785/6, and that presently under examination are the Gale, Mature, Tuticorin, and Trincomalee books of 1785/6. We furthermore refer humbly to what we noted in this regard in our aforementioned respectful letter of the 26th of January in the answer to § 434 of the repeatedly mentioned extract from the Fatherland. § 7. The received report concerning the stowage and condition of the cargoes of the ships that returned for the Zeeland Chamber in 1785 we have sent in copy to Gale, not only to serve for the information of the master of the equipage, but also to have his considerations thereon regarding the provisions that would be required for the future against the defects pointed out therein; and as soon as we have received them, we shall have the honor to inform Your High Excellencies further on the matter. § 8. We shall dutifully comply with the order not to admit any agents or consuls, or any such qualified persons of foreign powers, without special orders from the Lords Majors; of this order we have also given notice to all subordinate offices of this government. § 9. Your High Excellencies' directive to

Dutch transcription

reeken: op de Scheepen buijten Leeven, en rooden rijs, waar bij hij zegt nog 6½. maan Gagie te goed te hebben, en waar van het origineele kwijt geraakt is bij 't veror lukken van voorsz: Schip. En wijl deese reekeningen, reeds door onze zoldij bediend bij eene notitie van den 27. Maart 1786. n zogt zijn, maar daar op tot nog toe geen an woord ontfangen is, neemen wij de vrijhei uw Hoog Edelh: nedrigst te verzoeken, de nodige order te willen stellen dat Copij van gem: reeken: herwaarts worden beto Wij beveelen Uw Hoog Edelh: en de belo gens der maatschappij in Godes rijlige hoede blijven met alle Eerbied en trouwe (onder Hoog Edele Groot agtb: wijd gebiedende en wel Edele Gestr: Heeren Uwer Hoog Edelh: onderdanige en gehoorzaame Du „naaren. /: was geteekend:/ W: I: van de Graaff, M: P: Raket, S=s Reintous, B: L: van Zitter, A=m Samlant en J: A: Vollenhove /:in margine:/ Kolom den 24. April A=o 1789: Aan als vooren. 51. We meenden de Scheepen de Phenecier en Hinloopen te gelijk te laaten ver„ „trekken en waaren onze depeches voor dezelve ook reeds na Gale verzonden toen we ontvingen de tijding vermeld bij onze Eerbiedi„ „gen sekreten brief die met deeze te gelijk af„ gaat. Hier op door ons na Gale gelast zijnde om een der voorm: scheepen te laaten leggen tot onze nadere order, hebben de Gaalsche be„ „dienden daar toe verkooren de Phenecier het schip Hinloopen is mitsdien den zevende deezer voor uijt vertrokken. § 2. Een wijl het zomtijds zoude kunnen gebeuren dat het schip de Gouverneur Generaal de „klerk, niet zoo spoedig dan we gedagt had„ „den, zal kunnen volgen, neemen we de vrijheid deese Eerbiedigte laaten dienen in antwoord op uwer Hoog Edelh: zeer gerespecteerde mis„ sive van den 27. November en 9: en 11. Decemb:r 1788. waar van de volleedige rescribtie bij onzen brief van den 24. April I=o Leeden uijtgesteld is gelaaten. Aan uwer Hoog Edelh: g'Eerde aanbe„ veelingen bij 53. 5. 6. 7. en 8. van Eerstgem: missive nopens het gerequireerde bij 't Patriasch Extrakt van den 20 December 1787. hebben we Reets schuldpligtig volgens „daan gelijk blijkt bij onsen beantwoording op 5 367: 384: 338: 394: 400: en 414 e gem: Extrakt g'insereerd bij onzen Eerbiedigen van den 26. Januarij Iongstleeden. §4. wij zullen omtrent het afbetalen van de 53. de van de gagie van de overleedene Europe dienaaren ons voortaan stiptelijk gedra naar de aanbeveeling van de Heeren M fores, en mitsdien geen betaaling meer te staan dan naar verkreegene Outhorist 55. De Gevraagde informatie en elucidatie t voorsz: Patriasche Extrakt, noopens ontdekte verschillen en abuijsen bij de s lonsche rendementen van verkogte ko manschappen, hebben we reets gesuppedite in onse beantwoording op 5421. 422. 428 „ 430. van gemelde Extract g'insereerd bij voorsz: onsen Eerbiedigen van den 26 Januarij Jol: en hebben wederts gemp nodige order gesteld op dat de rendementen voor taan worden ingerigt naar de intentie van hu Hooi ne wel Edele Groot Achtb: en dat daar om „trent met alle naankeurigheid word te werk gegaan gegaan 6. Bij 't in Copia onder de bijlagen overgaan berigt van den eersten visitateur Berghui zullen uwe Hoog Edelh: gelieven te zien dat reets gevisiteerd zijn de Gaalsche Matureesche en Tutukorijnsche boeken tot anno 178 2/3 en de Jaffanasche en Man naarsche tot A=o 178 5/6 en dat tans ter vist „tatie onder handen zijnde Gaalsche, Mat reesche Tutukorijnsche en Trinkonomaal 38. we zullen Schuldpligtig voldoen aan de order om geene agenten of Consuls, dan wel eenige zodanige gequalificeerde Perzoonen van vreemde Mogendheeden te admitteeren buij¬ „ten Speciaale last van de Heeren Majores, van deeze ordre hebben we ook na alle de onderhoorige kantooren deezes gouverne„ „ments kennis gegeeven. 59. Uwer Hoog Edelh: aanschrijvens om boeken van 178 5/6. wij refereeren ons voorts nede„ rig aan 't geen we hier omtrend bij voorm: onzen Eerbiedigen van den 26. ' Januarij, genoteerd heb„ „ben in de beantwoording van 5434. van meerm: Patriasche Extrakt. 57. Het ontvangen berigt, nopens de stuagie en bevinding van de ladingen der scheepen die in 1785 voor de kamer Zeeland zijn ge¬ retourneerd hebben we in Copia gezonden na Gale, niet alleen om te dienen tot na„ rigt van den Equipagie meester, maar ook om daar op te hebben zijne Consideratie nopens de voorziening, die teegen de daar bij aangeweesene defekten voor den aanstaande zoude worden verEischt en zoo dra we die zullen hebben ontvangen zullen we de eere hebben uwe Hoog Edelh: daar over nader te onder den „houden. boek

NL-HaNA_1.04.02_10017_0186 view scan ↗

English

to release the estate of the late mentioned Mr. Crudels, Governor of Vlissingen, from the provisional attachment placed thereon, let this serve for our information, and the dowager of His Honour has been informed of this favorable disposition. §10. We have already made known our respectful thoughts to Your High Noblenesses regarding the deficiency found in the rice on the cargo of the chartered ship De Maria in our letter of 17 October 1788, and since then in our humble letter of 26 January last, No. 9, communicated the arrangement made by us to be henceforth more assured of proper handling during unloading here; nonetheless, the Chief Administrator has been ordered to conduct further a most meticulous investigation and, if possible, to report to what this excessive shortage must be attributed: when this report arrives, we shall have the honour to report humbly thereon to Your High Noblenesses. §11. Pursuant to Your High Noblenesses' further instructions, we shall see how it can best be done to obtain some elucidation from the Government of Madras regarding what was lost with Trincomalee and Oostenburg. §12. The further reply drawn up by the retired Chief Administrator, the chosen Galle Commander Sluijsken, to the full accounting of the Tuticorin servants regarding their handling of the specie—which was presented to Your High Noblenesses alongside our respectful letter of 26 January—having been received, we take the liberty of presenting a copy thereof to Your High Noblenesses herewith; other business has thus far prevented us from disposing of it; we shall do so shortly and inform Your High Noblenesses thereof on a following occasion. §13. The Dutch guilders brought by De Draak have, according to the literal meaning of the order now further given by Your High Noblenesses in §33, been issued and accounted for proportionally with the new milled ducatoons, with a difference of 17½ per cent between their Indian and Netherlands value, and consequently there is so far no difference. Now as regards the pagodas that, if they had been present, would have been issued for the goods that, in the absence of pagodas, have now been paid with the aforesaid guilders: it matters little into how many parts a pagoda is divided, provided one is otherwise agreed on its real value, and whether one consequently divides it into 80, 90, 100, or more parts, if one only takes into account that when one divides a pagoda, for example, into 90 parts, these parts, although they are called stuivers, are nevertheless not equal in value to an eightieth part of a milled ducatoon, which is likewise called a stuiver. This was not taken into account when pointing out the presumed errors committed in the calculation of the specie on the Madura coast, and yet this ought to have been done in order to calculate correctly. On this difference also rests, among other things in our humble view, what was written by Your High Noblenesses to Coromandel by letter of 29 July 1788, wherein it was pointed out to the Paleacatte Ministers that by selling the cloves for 100 Indian stuivers or 1 1/9 old Negapatnam pagoda, they had sold them at 6 stuivers 3 7/9 penningen Netherlands money above the fixed rate; for if each of these 100 stuivers, or one-hundredth parts of 1 1/9 old Negapatnam pagoda, had to be calculated as being equal in value to an eightieth part of a ducatoon, the cloves, by selling them for 100 Indian stuivers, would not only not have been sold higher than the fixed price of 3 Surat rupees or 1 13/80 milled ducatoon, but they would then even have been sold 5 stuivers below it, since 105 such parts, of which 80 make a ducatoon, are needed to pay for a pound of cloves. §14. In accordance with Your High Noblenesses' recommendation, we shall continually pay all possible attention to reducing the expenses as much as is practicable, and shall to that end, according to what was recommended in the extract from the minutes of the resolution in the Council of India on 22 August, henceforth summarize the balance sheet in a separate committee meeting, and examine all the expenditure accounts to see how far the aforesaid provisions in the memorandum on economy have been met, and in the contrary case provide satisfactory reasons why that could not have been done. §15. We humbly thank Your High Noblenesses for the arrack and rice sent with the ship Hinloopen, of which the latter in particular arrived very opportunely. §16. The money from the sold merchandise of the chief surgeon of the ship De Vlugge Trekvogel will be kept under sequestration until further orders. §17. Regarding the arrangement for the allowance of the military, we shall henceforth conduct ourselves in accordance with the advice given in the report sent to us from the head of the General Pay Office. §18. When we receive from the Cape Ministers the account of the ceremonial reception and departure there of the ambassadors of Sultan Tipu Sahib, we shall send it to the Gentlemen Ministers at Cochin. §19. In the final settlement of the matter of the Mannar Parruas, we shall, according to Your High Noblenesses' command, take care as far as possible to indemnify the Company for the loss of its revenues and the expenditure of extraordinary expenses caused by the migration of these Parruas. §20. The Girreway cut has already been fully completed according to the report transmitted herewith in copy from the commissioners who inspected this work, to which we also add a report from the surveyor Foenander, to resolve certain objections that appear in the aforementioned report of the commissioners. This cut has already rendered great service, as the Galle servants have informed us in their letter of 7 April.

Dutch transcription

om den boedel van wijlen den Heer gem: Cr „dels Gouverneur van Vlissingen te ontslaa uijt 't Provisioneel, daar op gelegd beslage len we tot ons narigt laaten strekkan da en is de donariere van zijn Edele van de gunstige dispositie g'informeerd. §10. Wij hebben reets uwe Hoog Edelh: nopen de minder bevondene rijst op de ladin van het ingehuurd schip De Maria on eerbiedige gedachten te kennen gegeven brieve van den 17:' oktober 1788. en sedert onsen nedrigen van den 26:' Januarij Jzerde N 9. bedeeld de schikking door ons ge„ maakt om voortaan te meer van eene goede behandeling bij de ontlossing alho te kunnen verzekert zijn niet te m is de hoofd administrateur gelast om nader een aller naaukeurigst ondersoek te doen en des doenlijk aftegeeven waar aan die excessive te kort koming mo worden toe geschreeven: wanneer dit berit inkoomt zullen we de Eere hebben uwer hoog Edelh daar van nedrig verslag te do I. 1s. Ingevolge uwer hoog Edelh: nadere aan „ling zullen we zien hoe het op de be„ kwaamste wijze is te doen om van het gp vernement van Madras eenige elucibatie te bekomen nopens het verloorene met Trinkonomale en oostenburg. §. 12. Het nader aangemaakte door den afgegaane hoofd administrateur den geEligeert Gaals Commandeur sluijsken op de nevens onzen eerbiedigen van den 26: Januarij uwen Hoog Edelh:s aangeboodene volleedige verantwoor„ ding van de Tutukorijnsche bedienden nopens hunne behandeling van de muntspe„ „tien, ingekoomen zijnde, neemen we de vrijheid een afschrift daar van uwen Hoogm: Edelh hier nevens aantebieden, andere bezig„ heeden hebben ons als nog verhindert om er over te disponeeren; we zullen dat eerstdaegs doen en uwer Hoog Edelh: daar van bij eene volgende gelegentheid kennis geeven §. 13. De Hollandsche guldens met de Draak aangebragte, zijn na den letterlijken zin van uw Hoog Edelh: nu naader gegeeve„ „ne order bij §. 33: evenredig met de nieuwe gecartelde Ducatons: met een verschil van 17½. prC=t tusschen derzel„ ver Indiase en Nederlandsche waarde uitgegeeven en verantwoord, en is er mits dien in zoo verre geen verschil wat nu Sam Konomale aangaet aangaet de pagooden die zo weze gehe hadden, zouden zijn uitgegeeven voor de waaten die bij ontstentenis van pagood nu met de voorsz: guldens betaald het komt er weinig op aan in hoe deelen met een pagood deeld wanneer het anders over derzelver werkelijke waarde eens is, en of men die mits dien deeld in 80. 90, 100. of meerdeelen al men alleen daar bij in agt neemt, dat wanneer men een pagood bij voorbield deeld in 90. deelen die houwel men die deelen stuijvers noemt nochtans niet ge„ „lijkstandig zijn in waarde met een taggentigste deel van een gekartelde Du „ton, dat men insgelijks een stuijver noemt Dit is bij de aanwijzing der zoo gemeende begaane fouten in de beree„ kening der geld spetien op de Maduraesse kust, niet in agt genoomen en dit hadde nochtans behooren te geschieden om richtig te rekenen op dit verschil rust ook onder anderen naar ons needrig inzien, het door uwe Hoog Edelh aangeschreevene na Kormandel bij missive van den 29. ' Julij 1788. waar bij de Paliakatse Ministers is aangeweezen dat met de Nagelen te verkoop voor 100. stuijvers Indias of 19. oude Nagapatnamse pagood, ze die verkogt hebben 6. stuijvers 3 /9. penningen Nederlands geld, booven de bepaaling, want zo elk deezer 100. stuijvers of een honderdste gedeeltens van 1 /9. oude Nagapatnamse pagood, moesten gereekend worden gelijk te staan in waarde met een en taggentigste gedeelte van een ducaton zoude de Nagelen met ze voor 100. stuijvers indias te ver„ hoopen, niet alleen niet hooger verkogt zijn dan de bepaalde prijs van 3L: ropij of 1 13/80. gekaatelde Ducaton, maar ze zouden dan zelfs 5. stuijvers daar beneeden zijn verkogt, wijl en 105. zulke deelen waar van 80. een Ducaton maaken noodig zijn om een pond Nagelen te betaalen. § 14. Wij zullen oveenkomstig uwen Hoog Edelh: recommandatie bij voortduuring alle moge„ „lijke oplettendheid besteede om de lasten zo veel immers doenlijk te verminderen en Kormandel zullen zullen ten dien eijnde volgens het aanbe eene bij Extrakt uit de Notulen va het geresolveerde in Raade van Ind„ op den 22:' aug:s de staatreekening voor taan in een aparte besoigne resumeere en onderzoeken alle de lastreekeningen hoe verre aan de voorsz: bepalingb de Memorie van menage is voldaan en het Contrarie voldoende reedenen geeven w oom dat niet heeft kunnen geschieden § 15. Wij bedanken uwen hoog Edelh: nedrig voor de gezondene arrak en rijst met het schip Hinloopen waar van de laatste in zonderheid zeer te pas gekoomen is §: 16: 'T geld van de verkogte koopmanschappen van den oppermeester van 't schip de vlugge trek vogel zal het nader ooder in sequestratie wo gehouden. § 17. Wij zullen nopens de schikking ter tegemoe kooming der militairen ons voortaan rig overeenkomstig met 't geadviseerde bijh ons toegezonden berigt van 't opperhoofd het Generaale soldij Comptoir 3. 18. Wanneer we van de Caabsche Ministrrs het §. 19. Bij de finaale afdoening van de zaak der Mannaarsche Parruas, zullen we volgens uwer Hoog Edelh: last, naar mogelijkheid zorgen om de Comp: schadeloos te stellen voor het gemis van haare inkomsten en de uijtgaave van extra ordinair ongelden, die door de uijtweijking deezer Paranas zijn veroorzaakt. §. 20. De Giraewaijsche doorgraaving is reets ten vollen geabsolveerd volgens 't in Copia over „gaand bericht van de gecommitteerdens die dit werk hebben opgenomen, waar bij we nog voegen een bericht van den Land„ meeter Foenander, ter oplossing van zeeke„ re bedenkingen, die bij 't voorm: bericht van de gekommitteerdens voorkoomen Deeze doorgraaving heeft riets groote dienst ge„ daan, gelijk de Gaalsche bedienden ons hebben bedeeld bij hunnen brief van den 7:' April, waer Relaas bekoomen, van de Caremonieele re„ ceptie en afscheid aldaar van de Ambas„ sadeurs van den sultan Tipoe saib, zullen we het aan de Heeren Ministers te koetsien Relaas van zenden.

NL-HaNA_1.04.02_10017_0189 view scan ↗

English

accompanied by an extract of these. In a short time we hope not without grounds that the expenses incurred thereon will have been doubled and redoubled and compensated; from the reports, presented alongside our respectful letter of 26 January, your High Excellencies will have already seen that this work cost considerably less than was assumed in the beginning, though we have not yet received the account from Gale to state to your High Excellencies the actual amount thereof, which will thus happen at a next opportunity. Section 21. In fulfillment of your High Excellencies' most esteemed order, we have the honor hereby to communicate that, in place of the Junior Merchant van Tijlingen, the bookkeeper Nicolaas Rijnders has been appointed as overseer of the iron warehouse here. Section 22. The disbursement of 50 rixdollars made there to the Sub-Lieutenant of the Regiment de Meuron Bergeen has been liquidated here with the said Regiment. Section 23. To the Crown Prince of Tidor, Maha Rasa Moelah, we have, in accordance with your High Excellencies' qualification for the future, granted 60 rixdollars in cash, 35 parras of rice, 2 lbs of pepper, and 1/2 parra of salt monthly, in place of the 59 rixdollars in cash, 27 parras of rice, 1 lb of pepper, and 1/3 parra of salt enjoyed by him thus far; and we shall henceforth have added to the annual list of state exiles an indication of all that is disbursed to them monthly, both in money and in goods. Section 24. The two Javanese Priests who were brought here in 1784 with the ship De Triton as exiles, we have, according to your High Excellencies' order, had unchained from their irons, and we have issued the necessary orders to secure them as much as possible. Section 25. The bundle of trial documents concerning Colonel de Hugonet and company, which was sent to us alongside your High Excellencies' aforementioned most esteemed missive of 11 December, contains only the deduction of D. Hugonet and company with the appendices, but no minutes and pleadings, no declaratory statement of the Advocate Fiscal, no interlocutory sentence of the council. Section 26. That we especially need the aforementioned trial documents to deliberate on the revision, your High Excellencies can understand from this alone, since in them will probably lie, or at least partly lie, the errors for whose rectification the revision must serve; wherefore we respectfully request that the same may yet reach us through the goodness of your High Excellencies, while we at the same time hereby protest against the expiration of the fatalia revisionis, in so far as this is necessary, and reserve thereagainst the benefit of substantial relief in omnem eventum. Section 27. We shall, according to what was recommended by extract from the minutes of the resolution in the Council of India on 22 August, henceforth have the calculation of the true advantages and burdens of this Government made according to the model promised therein, as soon as it shall have been received here, and further regulate ourselves in that regard according to the sent Patria Extract of 20 December 1787, sections 5 and 6. Section 28. Likewise, pursuant to the recommendation in extracts from the minutes of the aforementioned date and of 16 September thereafter, we shall not only have all our letters and resolutions provided with marginal notes, but also have alphabetical registers formed thereof, according to the models sent to us, just as we shall also ensure that the positive orders for this Government are drawn up and transmitted to your High Excellencies. Section 29. We have also issued the necessary orders that, in the trading of Company goods in the books, so far as it may relate to this government, what was prescribed in the received extract from the minutes of 19 September 1788 be followed. Section 30. In introducing the calibers of cannons intended for regular use, we shall conform to the recommendation in the extract sent to us from the minutes of 23 September 1788, and the statement demanded therein of the cannons of the same calibers that will be needed in this Government will be presented to your High Excellencies at a next opportunity. Section 31. Here, nothing is deducted from the salaries of the servants who are paid at 15 stuivers to the guilder, and we therefore humbly think that the order contained in the extract sent to us from the minutes of 23 September aforementioned, to report how much the amount would come to on account of the deduction of 3 stuivers from the 48 stuivers with respect to the Company's servants, excluding common soldiers, and to whom such would actually be applicable, has no relation to this government. Section 32. Concerning the question proposed by the extract from the minutes of 26 September 1788, we are very much of the opinion that the means proposed by the Noble High and Honorable Gentlemen Masters, by the Gentlemen Majors, to retain only the masters and foremen of the artisans and, under their supervision, to have the work performed by hirelings, can certainly have its utility; to introduce that all at once will nevertheless not be practicable, but we shall see to direct it toward that end from time to time, especially upon the discharge of servants who are on salary, to have men paid a fixed wage out of the treasury to take their place. The ship carpenters' yard must nevertheless remain for the greater part excluded therefrom, because the natives are for the most part too weak for the heavy labor that frequently occurs there. Section 33. Of the remarks sent to us concerning the establishment and administration of the

Dutch transcription

van een Extrakt deezen verzeld. In kont tijd hoopen we niet gronden dat de ongelde daar aan gedaan dubbeld en deze dubb zijllen zijn vergoed uit de berichten, nevens onzen eerbiedigen van den 26. Januarij an gebooden, zullen uwe Hoog Edelheeden reets hebben gezien, dat dit werk vrij minderhe gekost, dan men en den beginne heeft geen doch we hebben de reekening van Gale na niet ontfangen, om aan uwe Hoog Edel heden 't wezentlijk bedragen daar van op te geeven, 't welk dus bij eene volgende leegentheijd geschieden zal §21. In voldoening van uwe Hoog Edelen zeer g'eerde ordre, hebben we de eere door dese te bedeelen, dat insteede van den onderkoop man van Tijlingen, de boekhouder Nicolaa Rijnders is aangesteld, als opzienden van 't ijzermagazijn alhier §. 22 De aldaar gedaane verstrekking van 50. rijksd:s, aan den sous Luijtenant van het regiment van Meuron Bergeen is alhier met gemelde Regiment geliquireerd §. 23. Aan den kroon prins van Tidor Maha Rasa Moelah, hebben we volgens uwer Hoog Edelh: qualificatie voor den aanstaande toegelegd. 60. rd:s Contant, 35. rijst, 2. lb: peeper en —½. parra zout smaands, in steede van de door hem tot dus verre ge„ notene 59. rd: Contant; 27: parras rijst 1. lb: peper en 1/3: paara zout: en we zullen voortaan, bij de Jaarlijksche lijst der staatsbannelingen doen voegen eene aanwijzing van al het geen aan hun zoo in geld als goed maandelijks verstrekt worden. §. 24. De twee Javaansche Priesters die in 1784. met het schip De Triton als Bannelingen hier zijn aangebragt, hebben we volgens wever Hoog Edelh: order, uit de ketting laaten klin„ ken, en we hebben de nodige orders gesteld om hun zoo veel doenelijk te secureeren. §. 25. De bondel met proces papieren noopens hal„ „lonel de Hugonet C: S: welk ons neevens uwer Hoog Edelh: voorsz: zeer g'eerde Missive van den 11' December, toegezouden is, behelst alleen de deductie van D: Hugo„ net C: s: met de bijlaagen dog geene Moelan Notulen Notulen en dingtaalen, geen deklattatoir van den advocaat fiskaal, geen interdoe „toir sententie van den raad. § 26. Dat wij de voormelde proces stukken inzonderheid noodig hebben om ons op de revisie te beraaden kunnen uwe Hoog Edelh: alleen daar uit begrijpen, wijl in zelven naar waarscheijnlijkheid de erven zullen leggen, of ten minsten voor een gedeelte kunnen leggen tot welker verk „tering de revisie zal moeten dienen, wel halven we eerbiedig verzoeken, dat ons dezelven door de goedheid van uwe Hoog Edelh: als nog moogen geworden terwijl we teffens teegen het verloopen van de fatalia revisionis, bij deezen, zo verre zulx noodig is protesteeren, enom daar teegen het beneficie van relief subst „tieel in omnem eventum reserveeren. §. 27. Wij zullen volgens het aanbevoolene bij trakt uijt de Natulen van het geresolveerde in Raade van India op den 22. augustus de bereekening van de waare voordeelen lasten deezes Gouvernements, voortaan §. 29. ook hebben we de nodige orders gesteld, dat in het verhandelen van sComp: goederen bij de boeken, zoo veel het relatie tot dit gou„ vernement kan hebben, gevolgd worde het voorgeschreevene bij 't ontvangene Extract uijt de Notulen van den 19:' 7ber: 1788:- §. 30. In het invoeren van de voor regulier bestemde laaten doen naar het daar bij toegezegde ckodel, zoo daa het hier zal ontvangen zijn, en ons wijders daer omtrent reguleeren naar 't toegezonden Patriasch Extraht van den 20.:' December 1787. § 5. en 6. § 28. Insgelijks zullen we, ingevolge de aanbe„ veeling bij extracten uit de Notulen van voorm: datum en van den 16. 7ber: daar aen, alle onse brieven en resolutien niet alleen van marginaalen doen voorzien, maar ook daar van alphabetische registers doen for„ meeren, naar de ons toegezondene model„ „len, zo als we ook zorgen zullen, dat de positive orders voor dit Gouvernement effen gesteld en aan uwe Hoog Edelh: over„ „gezonden worden laaten Calibers Calibeas van Kannons, zullen we ons schikken naar de aanbeveeling bij het ons toegezonden extract uijt de Noh len van den 23: 7ber: 1788, en de daarb gevorderde opgave van de kannons van dezelve kalibers die in dit Gouverne ment nodig zullen zijn, zal uwen Hoog Edelh: bij eene volgende geleegen „heid aangebooden worden §. 31. Alhier word van de zoldijen der dienaa die betaald worden tegens 15. stuijvers de gulden, niets afgetrokken, en we den derhalven nederig dat de order vervat bij 't ons toegezonden extract uit de Notulen van den 23' 7ber: voormeld, om op te geen hoeveel 't montant, weegens de aftrek king van 3 stuijvers van de 48. stuijvers met opzicht tot de Comp: dienaaren uijtgezonderd de gemeene militairen:) zoude beloopen en op welken zulks eiger „lijk toepasselijk zoude zijn, tot dit gou„ „vernement geene betrekking heeft. §. 33. van de ons toegezondene Remarques raakende de maichting en bestiering §. 32. Noopens de voorgestelde vraage bij het Ex„ trakt uit de Notulen van den 26 7ber: 1788. zijn we zeer van gevoelen dat het door de Edele Hooge Achtb: Heeren Meeste„ ^6 door de Heeren Majeres ven gepooponeerde middel, om alleen de baasen en Meesterknegts der Ambagtslieden aantehouden en onder hun op zigt, door huur„ lingen 't werk te doen verrigten. zeer zijn nuttigheid hebben, kan eensklaps dat intevoeren zal nogtans niet kunnen aangaan, dog we zullen zien het van tijd tot tijd daar heen te brengen met inzonderheid bij het afgaan van in zoldij staande dienstelingen, luiden om teegens een vast loon uit de kas te worden be„ taald, en hun plaats aanteneemen. De scheepstimmerwerff zullen nochtans daer van voor het grootere gedeelte dienen te blijven uijtgezonderd wijl de Inlande ven meerendeels te zwak zijn tot den zwaaren arbeijd die daar bij veeltijds voorvalt. 5. 32. der

NL-HaNA_1.04.02_10017_0192 view scan ↗

English

of the hospitals, we have provided a copy to the regents of hospitals in this government in order to draw therefrom as much benefit and assistance for the behoof of the unfortunate sufferers, in accordance with Your High Excellencies' order by extract from the minutes of 26 7ber 1788, as may be deemed serveable according to the condition of the places. § 34. We shall dutifully comply with the order given by extract from the minutes of 30 7ber past, not to grant any extraordinary rewards, of whatever nature they may be or by whomever recommended, without first having received the qualification of Your High Excellencies for that purpose upon a proper and motivated proposal, on pain of indemnification. § 35. Likewise, we shall let serve for our information the order contained in the extract from the minutes of 13 8ber past, not to deliver any nutmegs or mace below the determined prices. § 37. Just as we also, according to the order given by an extract of the same date, shall take care that if the prices of such goods suited for Europe as might have been sent hither from Batavia should meanwhile happen to fall noticeably, to send the same back thither. § 38. The order contained in the extract from the minutes of 31 8ber past, not to keep any heavy ropes longer than three years, but after the expiration of that time to send them to Batavia for exchange, we shall let serve for our dutiful information. § 36. Also, according to Your High Excellencies' recommendation in the extract from the minutes of 14 8ber past, we shall strictly conform ourselves in the provisions to the ships according to the orders and regulations established in that regard. § 39. According to the recommendation in a further extract of the aforementioned date, we shall each time provide Your High Excellencies with a calculated statement of the requirements from the drafting of the formal demand until the ultimate of January next; we shall make a beginning therewith with the next opportunity. § 40. According to the recommendation in the extract sent to us from Your High Excellencies' resolution of 22 Aug 1788, we shall revise the Memorandum of Retrenchment so far as it concerns this government, and take into consideration what changes should be made therein in proportion to the altered circumstances of the times; wherewith we shall make as much haste as the complexity of this work and our other manifold occupations will permit. § 41. We humbly request Your High Excellencies to be pleased to accommodate us with another three hundred leggers of arrack, so far as the ship's hold will permit, and the shipment of rice is not hindered thereby. § 42. The Company of Galle Jaagers is the company of Major Leever, commandant of Galle, and as it was therefore necessary to place another commandant there, and as an alert officer upon whom we can rely was required for that purpose, there has been placed as Captain-Lieutenant and commandant the Under-Major Johan Willem Uelenbeek, whom we took the liberty to propose to Your High Excellencies for Captain-Lieutenant in our humble letter of 27 9ber 1786, and which humble proposal of ours we now take the liberty to repeat hereby. We commend Your High Excellencies and the interests of the Company to God's safe keeping, and remain with all respect and fidelity, Underneath stood: High Noble, Grandly Respected, Widely Ruling Lord and Noble Strict Lords, Your High Excellencies' humble and very obedient servants. Was signed: W. J. van de Graaff, P. Sluijsken, M. Raket, C. Tilenius, J. Remtous, B. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, 10 May 1789. To the same as before. § 1. The ship De Phenecier departed from Galle on 17 May last, and we take the liberty to present to Your High Excellencies hereafter the duplicate of our letter of the 10th of the said month, dispatched therewith. § 2. Since then, we have had the honor on the 15th of this month to receive via Palleakatta Your High Excellencies' highly respected letters of 17 and 28 April last; we shall let what was prescribed therein serve for our dutiful information, while we request permission to defer the further answering thereof until a following opportunity. § 3. Since the ship De Gouverneur Generaal De Klerk will probably still linger a while, we could not refrain from making use of the opportunity that the ship Horsson affords us to give Your High Excellencies an account of the most necessary matters. § 4. Concerning the discharged cargoes, we present to Your High Excellencies among the annexes the copy of a report received from Galle from a Judicial Commission, which, according to what was noted in our respectful letter of 24 April last, § 47, caused the remaining bales of linens brought from Souratta with the ship Berkhout to be opened and inspected, and from which it appears that in another 15 bales, 44 pieces of linens were found short. We also let the copies of the packing notes found in these bales accompany this, and shall send the originals with a direct opportunity. § 5.

Dutch transcription

der Hospitaalen, hebben we afschrift laaten afgeeven aan de Regenten van hospitaalen in dit gouvernement om volgens uwer Hoog Edelh: last bij et uijt de Notulen van den 26. 7ber: 1788, daar van zo veel nut en hulp ten behoe der ongelukkige lijders te trekken, naar de gesteldheid der plaatsen dient zouden kunnen worden geoordeeld. schuldplichtig naar komen §. 34. We zullen gegeevene order, bij extrakt uijt de Notulen van den 30:' 7ber: passo om geene extra ordinaire belooningen, van wat aart dezelve ook zouden moogen weet of door wie ook aangepreezen, te doe zonder alvoorens op eene behoorlijke en gemotiveerde voordragt, de quali „catie van uwe Hoog Edelheeden doer toe te hebben ontfangen. §. 35. Insgelijks zullen we tot ons naricht laaten strekken, de order vervat bij 't extrakt uijt de notulen van den 13. 8ber: pass=o, om geene nooten muskaat foelie beneeden de bepaalde puijzen aftesta §. 37. zoo als we ook, volgens de order bij een extract van den zelfde datum gegeeven zorgen zullen, om indien de prijsen van zodanige goederen, als voor Europa ge„ schikt, van Batavia herwaards gezonden mogten zijn, in tusschen merkelijk kwae„ men te daalen, dezelve als dan na der„ waards te rug te zenden §. 38 De order, vervat bij het Extract uijt de Notulen van den 31. ' 8ber: pass=o om geene zwaare touwen langer dan drie Jaaren aan te houden, maar na Expira„ „tie van die tijd, ter verwisseling na Batavia te zenden zullen we ons tot schuldig narigt laaten vertrekken. op peene van vergoeding. §. 36. ook zullen we volgens uwer Hoog Edel„ heden aan beveeling, bij 't Extrakt uijt de Notulen van den 14:' 8ber: pass=o in de verstrekkingen aan de scheepen ons stipte„ „lijk gedraagen naar de daar omtrent gestelde orders en bepalingen. §: 39 §. 39. Volgens het aanbevoolene bij een nad Extrakt van voorm: datum, zullen we uwen Hoog Edelh: telkens eene Calcul ve opgave doen van de benodigde uijt zedert 't opmaaken van den formeel„ Eisch, tot ult:o Januarij aanstaande zullen we daar meede beginnen met de naastvolgende geleegentheid §. 40. we zullen volgens 't aanbevolene bij het ons toegezondene Extract uijt uwer Horg Edelh: resolutie van den 22:' aug:o 1788. de Memorie van menagie voor zoo verre gouvernement betreft, revideeren, en daar bij in overweeging neemen welke verand ringen naar maate van de veranderde tijds omstandigheeden, daar in zouden moeten ge maakt worden; waar meede wij zo veel spoed zullen maaken, als de omslagtigheijd van dit werk, en onse andere menugo „dige bezigheden, het zullen toelaaten. §. 41. We verzoeken uwe Hoog Edelh: nedrig on ons met nog drie Honderd leggers arral te willen gerieven, voor zo verre de scheeps ruinte dat toelaten zal, en de afscheep van rijst daar door niet word verhinderd § 42. De komp: Gaalse Jaagers is de komp: van de Majoor Leever, kommandant van Gale en wijl het dus nodig was daer bij een ander kommandant te plaatzen en dat daar toe wierde verhooren een wak„ kere officier waar op we staat kunnen maaken, is daar bij als Capitain Luijte„ nant en kommandant geplaats: den on„ dermajoor Johan willem uElenbeek die we bij onzen nedrigen brief van den 27:' 9ber: 1786. de vrijheid gebruikt hebben uwe Hoog Edelh: tot kapitain luitenant voortedraagen en welke onze neederige voordragt we tans de vrijheid neemen door deezen te herhaalen. Wij beveelen uw Hoog Edelh: en de belangen der Maatschappij in Godes veijlige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe /:onderstond:/ Hoog Edelh: Groot Achtb: wijd Gebiedende Heer en wel Edele gestr: Heeren uwer Hoog Edelh: onderdanige ruim te en en zeer gehoorzaeme Dienaaren /was get w: J: van de Graaff, P: Sluijsken, M Raket, C: Tilenius, J: Remtous, B. van Zitter, A: Samlant en J: A: vollen „hove /:in margine:/ kolombo den 10:' Ma 1789. - Aan als vooren. S. S. T Schip De Phenecier is den 17. ' May Jzeeden van Gale vertrokken, en we na de vrijheid uwer Hoog Edelh: hier nae aan te bieden, 't duplicaat van onsen d meede afgevaardigden brief van den 10. van gemelden maand. I. 2. zedert hebben wij op den 15. deezer deee gehad, over Palleakatta te ontvangen Hoog Edelh: zeer gerespecteerde brieven van den 17. ' en 28. ' april Jzeeden we zull ons het daar bij voorgeschreeven tot schuld narigt laaten verstrekken terwijl we „lof verzoeken de verdere beantwoording tot eene volgende geleegentheid te moogen laaten uijtgesteld. 3. 3. Vermits 't schip de Gouverneur Generaal De klerk naast denkelijk nog wat zal vertoeven, hebben we niet kunnen af zijn ons te bedienen van de geleegentheijd, die het schip Horsson ons aan de hand geeft om uwe Hoog Edelh: verslag van de nodigste zaaken te doen. §4. Betreffende de uijtgeleeverde Ladingen, bieden wij uwe Hoog Edelh: onder de bijlaagen aen 't afschrift van een van Gale ontfangen rapport van eene Justi„ tieele Commissie, die volgens het geno„ teerde bij onzen eerbiedigen van den 24:' april Jzeeden §. 47. de overige Lijwaats pakken, die met het schip Berkhout van souratta zijn aangebragt heeft doen openen en bezigtigen, en waar uijt blijkt, dat in nog 15. pakken 44. stuks Lij„ waaten te min zijn bevonden De kopij afpakbriefjes, die in deeze pakken zijn bevonden, laaten we meede deeze ver„ zellen, en zullen de orgineele met een direk„ te gelegentheijd zenden De S. 5.

NL-HaNA_1.04.02_10017_0195 view scan ↗

English

5. Upon reviewing the Galle resolution of 28 April last, whereby the servants disposed of a finding regarding the cargo delivered at Galle by the ship Phenecier, it has appeared to us that the servants allowed the ship's officers 1 percent leakage on the Japanese copper sent with that vessel from here to Galle, and that they likewise had about 200 gunny sacks written off, on the allegation of the said officers that they were used for storing rations and for securing saltpetre. 6. And since the regulation for goods transported from one place to another belonging to the same government grants half of the stipulated leakage, and also the gunny sacks, insofar as they were employed for storing rations, should not have been written off but ought to have been charged to the ship's expense account for further accountability, we therefore, as well as because the declaration produced by the officers regarding the use of these sacks—which is forwarded among the annexes—speaks of an uncertain number and was consequently insufficient, decided in the session of 26 May last, as appears from the accompanying extract of our resolution, to have the excessive leakage allowed on the Japanese copper, amounting to 6¼ lb, charged to their account toward Batavia, and likewise to have the 269 gunny sacks insufficiently accounted for by the officers charged at cost price at Your High Nobilities' esteemed discretion, as is done in the Galle invoice forwarded among the annexes. 7. We have also noted from the Galle resolution of 29 April last, containing the servants' disposition on a finding regarding the cargo delivered there from the ship Hinlopen, that the servants indeed disposed of the short-delivered arrack, but not of two full leggers that were also received short; and we have therefore, as appears from the aforementioned extract of our resolution, written to the servants to have the said casks charged to the ship's officers toward Batavia, and conversely to credit them for 10½ lb Sago Boaneo for the permitted leakage of 1½ percent on 700 lb sent with that vessel from here to Galle. 8. In response to the inquiry we made to the Malabar ministers, as noted in section 290 of our respectful letter of 26 January last, as to how far it would be practicable to supply us annually with the necessary timber, their Honors sent us an indication of the varieties that can be procured at Cochin, against the prices stated therein. We had these prices compared with those for which timbers of equal length and thickness have been charged from Batavia to this place in recent years, and it was pointed out by the surveyor that those from Cochin are considerably more expensive. 9. We therefore decided in the session of 16 June last, as appears from the extract of our resolution included among the annexes, and in which are inserted the aforementioned Cochin indication and the surveyor's report, to inform Your High Nobilities thereof and to request Your highest pleasure regarding the matter, as we have the honor to do hereby. In the meantime, in order to avoid being in want should Your High Nobilities approve that we request our requirements from Cochin, we have requested from Cochin only of those varieties that differ least in price, as appears from the accompanying copy of the request we made thereof from Cochin. 10. Regarding private trade, upon the report from the Bengal ministers that a private ship, fitted out at Vlissingen and flying the Dutch flag, commanded by an Englishman and citizen of Vlissingen, George Hoare, has appeared and been arrested in the Ganges, and whether more such interlopers might perhaps come out, we have issued orders everywhere in this government that, by virtue of the exclusive right of the Company to trade to the East Indies, all Dutch ships that have sailed from the ports of the Republic and cannot prove to be in the service of the state or of the Dutch East India Company, are to be arrested immediately upon arrival in the ports of this government. 11. With relation to the servants, in consideration that among the means that can serve for the improvement of agriculture, some not infrequently occur about which one cannot judge regarding the feasibility of their execution without first examining them through an accurate leveling, and [illegible] of the feasibility of the recently executed canal to bring the water from the Matara river into the Giraways, as well as by the execution of this work has shown how very useful he can be for these purposes in this Government, has been promoted, subject to Your High Nobilities' approval, to Captain-Lieutenant of the engineers; and we humbly request Your High Nobilities that this appointment may be favorably approved.

Dutch transcription

5. Bij resumtie van de Gaalsche resolutie den 28. ' april JLeeden, waar bij de bed hebben gedisponeerd op eene bevinding de te Gale uitgeleeverde Lading van schip de Phenecier, is ons gebleeken dat de bedienden aan de scheeps overheeden prC=o spillagie hebben gevalideerd op het „pans koper, dat met dien bodem van hier na Gale gezonden is, en dat ze ins lijks omtrent 200. goenij zakken heb laaten afschrijven, op de voorgave va gemelde overheeden, dat ze tot het be „gen van Randzoenen, en tot het bezo van salpeter waren verbruijkt. 6. En wijl 't reglement op goederen, di van de eene plaats na de andere, ond 't zelfde gouvernement gehoorende worden vervoerd, de helfte van de de„ paalde spillagie toegelegd, en ook de goenij zakken, voor zoo verre ze tot bergen van randzoenen g'imploijeerd niet hadden moogen worden afgeschreeven maar ter nader verantwoording, op de scheeps onkostreekening moesten zijn belast, hebben we daarom zoo wel als ook om dat de verklaering, die de overheeden weegens het emploij dee„ zer zakken hebben geproduceerd, en die on„ der de bijlagen overgaat, van een onzee„ „ker getal spreekt en mits dien niet voldoende was, ter sessie van den 26=e Maij Jzeeden, blijkens neevens gaande extaakt onser resol:, beslooten, de te veel gevalideerde spillagie op 't Japans ko„ „per, uijtmaakende 6¼. lb:, ten hunnen laste na Batavia te doen aanreekenen, en insgelijks de overheeden minder ver„ antwoorde 269 goenij zakken, ter uwer Hoog Edelh: g'eerde dispositie, met het inkoops kostende te laaten aanreeke „nen, zoo als geschied bij de Gaalse factuur die onder de bijlaagen overgaet niet S. 7. 3. §. 7. ook hebben we bij de Gaalsche resol den 29:' april Jzeeden, houdende der lede den dispositie op eene bevinding, van de aldaar uijtgeleeverde lading van schip Hinlopen opgemerkt, dat de bide „den wel gedisponeerd hebben op de mind geleverde arrak maar niet op twee heele leggers, die daar meede zijn te m ontfangen en wij hebben daarom, blijken 't voorsch: Extrakt onser resol:, den bedienden aangeschreeven, om gem: fust als nog ten laste van de scheeps overheid na Batavia te laaten aanreekenen, en d en tegen hun ten goede te doen brengen 101 lb: Sagoe Boaneo, weegens de gepermit „de spillagie van 1½. pr=t op 700. lb, da met dien boodem van hier na Gale zijn gezonden I. 8. Op de vraage, die we volgens het genotee „de bij 3. 290 van onsen eerbiedigen van den 26. ' Januarij Jzeeden aan de Mallabaer sche Ministers hebben gedaan, in hoe verre het doenlijk zoude zijn, om ons Jaarlijks van 't benodigde houtwerk te voorzien hebben hun Ed:s ons eene aanwijzing. ge„ zouden van de zoorten, die te koetsiem kunnen worden opgedaan, teegens de pryse„ daar bij vermeld wij hebben deeze prijzen doen vergelijken teegens die waar voor de houtwerken van gelijke lengte en dikte, in de Jongste Jaaren van Batavia her„ waards zijn aangereekend en is door den visitateur aangeweezen, dat die van koetsiem aanmerkelijk dunader zijn §9. Wij hebben derhalven ter sessie van den 16:e Junij Jzeeden, blijkens 't Extract onser resol:, dat onder de bijlaagen gaat, en waar bij zijn g'insereerd de voorsz: koetsiemsche aanwijzing en het bericht van den visitateur, beslooten om uwe Hoog Edelh: daar van kennis te geeven, en hoogst der zelver goedvinden daar om„ „trent te verzoeken, zoo als we de eere hebben dat te doen door deezen Intusschen hebben we, om te blijven buiten verleegent„ „heijd, indien uwe Hoog Edelh: mogten goed „vinden, dat we onse benodiging van koetsiem van zouden zouden vraagen eenelijk van die zoorten die het minste in prijs differeeren veel van koetsiem gevraagd, als bly bij het nevens gaande Copij van de die we daar van van koetsiem „ben gedaan. 3. 10. Omtrent de Particuliere vaart hebben we op het bericht van de Bengaalse Ministers, dat in de Ganges verscheenen en gearresteerd is een particuliere schip, uitgerust te vlissingen in vol rende de hollandsche vlag, zijnde gecom„ mandeerd door eenen Engelschman en burger van vlissingen George Hoare„ of er somtijds meer diergelijke sluijt „vaarders mogte uijtkomen, over al in dit gouvernement order gesteld, om uijt kragte van 't uijtsluijten rechtva de Comp: tot de vaart na de oost ind alle Nederlandsche scheepen, die uit de havens van de Republicq uijtgevaer zijn en niet bewijsen kunnen in den dienst van den staat, of van de neder„ „landsche oostindische Comp: te zijn 5. is. Met relatie tot de Dienaaren hebben we uijt aanmerking, dat onder de middelen die ter verbeetering van den landbouw dienen kunnen, er niet zeldzaam voor„ „men koomen, waar over „ nopens de mogelijk„ heid om die uittevoeren, niet oordeelen kan„ zonder die alvorens door eene naaukeu rige waterpassing te doen onderzoeken, en beoordeelen der mogelijkheid van de onlangs gedaane doorgraaving, om 't water uijt de Matureesche rivier te brengen in de Giarewaijs, als meede door de executie daar van dit werk blijken gegeeven heeft, hoe zeer hij tot deeze eindens in dit Gouvernement van groote nuttigheijd zijn kan op approbatie van uwe Hoog Edelh: bevor„ „derd tot Cap: Luijtenant bij de genij en we verzoeken uwe Hoog Edelh: ne„ „derig, dat deeze aanstelling gunstiglijk uitgevaaren bij aankomst in de havens van dit gouvernement, daadelijk te arres„ uitgevaaren mag teeren

NL-HaNA_1.04.02_10017_0198 view scan ↗

English

may be approved, and the salary appertaining thereto may be granted to him, Franc, all the more because in the place of Captain-Lieutenant Johannes, who departed for the Netherlands, no other captain-lieutenant has been appointed. § 12. Also, in consideration that the expenses incurred for the aforesaid canal cutting do not even amount to half of those which, according to our respectful letter of 4 [illegible] 1787, were calculated for it, and that this is mainly to be attributed to the management that the said Foenander, under the supervision of the Disava of Angels, maintained in directing that work, we have, as a fair reward for his zeal and untiring labor and the expenses saved thereby, granted to him as a gratification one thousand five hundred rixdollars, to be likewise charged to the expenses of the aforesaid canal cutting, in order to be refunded to the Company by the owners of the fields of the Giruwepattu who have been benefited thereby. § 13. We present herewith to Your Right Excellencies a petition from the minister at Galle, Fredrik Willem Capelle, who currently earns ƒ 90 in salary, and on account of the expiration of his contract, requests an improvement. § 14. The Trincomalee servants have presented to us the request of the ordinary lieutenant and commander of the artillery there, Johan Schreuder, to be promoted to captain-lieutenant, and of the extraordinary fireworker Jan Christiaan Carel Zelman to be promoted to ordinary fireworker. This nomination has since been submitted to us in more detail by the Major and Head of the Ceylon Artillery, Paravicini di Capelli, who has thereby demonstrated to us the necessity that the commander of the artillery at Trincomalee hold a higher rank than that of lieutenant, because currently a corps of over 100 artillerymen is stationed in garrison there; and we have therefore resolved in today's session to promote both aforesaid servants to the ranks for which they have been nominated, subject to the high approval of Your Right Excellencies. We humbly hope that Your Right Excellencies will favorably approve these our arrangements. § 15. In the execution of the order to have the servants in this government who have any administration of Company funds or goods provide the securities determined therefor, among others it has come before us that the commanders of the artillery can hardly comply with this, because they have barely any other income than their salary and emoluments, and therefore could not well induce anyone to interpose themselves as sureties for them; and their inability also does not permit them to let their salary stand for it. We therefore take the liberty to respectfully request Your Right Excellencies further concerning this, and humbly submit to your consideration whether Your Right Excellencies might not be pleased to at least exempt the subordinate commanders of the artillery therefrom, all the more because in Ceylon one hardly has an example of deficits in these administrations. § 16. We request Your Right Excellencies' permission to be allowed to retain both companies of Sumanappers here until the companies that Your Right Excellencies intend to engage from the Prince of Simanappers, or otherwise a pair of other companies, shall have arrived here, as otherwise we will weaken our garrisons too much. § 17. Likewise we take the liberty humbly to urge Your Right Excellencies for a party of Buginese recruits for the remaining eastern companies, in order to replace the old hands who are not fit for service, and also to fill the places of the deceased, whereby the companies have been weakened. § 18. Furthermore, we present herewith to Your Right Excellencies the Ceylon general ledgers of the year 1787/8, and we note that the balances of cash and grains have consisted of the following: Cash in Dutch currency | Paddy in Lasts | Rice in Lasts Here, as of the last of June of the current year: ƒ 132606. 14. 8. | 734 1/3. | -. 3½ maa At Jaffnapatnam, as of May of the same year: ƒ 1006: 12. 8. | 29 31/25. | 15 3/15 At Manaar, as of the same date: ƒ 233: — 8. | 2 1/15. | — At Tuticorin and the Residencies, as of June of the same year: ƒ 26195. 1. 6. | 123 /25: | 411. -7. At Kalpitiya, as of the last of March of the same year: ƒ 106078. 3 – | - – – | – – At Galle, as of the same date: ƒ 4180: 15. 8. | - - - - — . | - At Trincomalee, as of May of the same year: ƒ 21759: 14. —. | — — | 42 1/150 At Batticaloa, as of the same date: ƒ 5314: 12. —. | — — | 5. 1/15 — At Matara, as of the same date: ƒ 495. –. –. | [illegible] | 28. -2. Included under the aforesaid balances of cash is ƒ 157374. 7:3 in credit letters that have been issued to the cashiers. In case this our respectful letter might still arrive in Pulicat in time to be dispatched with the ship Horssen, we take the liberty humbly to inform Your Right Excellencies that the ship 't Slot ter Hooge arrived at Punnaikayal on 28 July, and subsequently arrived here in the roads on the 19th of this month, and that likewise the ship den Arend arrived here on the 25th of this month. With both these ships we have had the honor. We commend Your Right Excellencies and the interests of the Company to God's safe keeping, and remain with all respect and fidelity, High Honorable, Grandly Esteemed, Widely Ruling Lord and Honorable Brave Sirs, Your Right Excellencies' humble and very obedient servants. Signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, J. P. C. Tilenus, Js. Reintous, B. Z. van Zittea, and A. Samlant. In the margin: Colombo, 18 July 1789.

Dutch transcription

mag geapprobeerd, en aan hem Fran de daar toe staande gagie toegele mag worden te meer in de plaats den na Nederland verlosten Capit Luijtenant Johannes, geen ander „pitain luijtenant is aangesteld § 12. Ook hebben we uijt Consideratie dat gedaane onkosten aan voorsz:, door gaa met eens bedraaijen de helfte van de die blijkens onzen eerbiedigen van den 4 1787. daar toe is bereekend, en dat hoofdzaakelijk is toe te schrijven aan 't belijd, dat gemelder Foenander onder opzicht van den dessave van Angels in 't bestier van dat werk gehoudenhe aan hem tot eene billijke belooning zijnen iver en onvermoeiden arbeid hier door paarde ongelden, tot eene „ficatie toegelegd een Duijzend vijfhon rd:s om meede beswaard te worden op ongelden der voorsch: doorgraaving, te eijnde door de eijgenaars der velden de girewais, die daar door zijn ver §. 13. Wij bieden uwen Hoog Edelh: hier nevens aan een request van den predikant te Gale fredrik willem Capelle die tans ƒ 90. – aan gagie wint, en mits teids exipiratie, om verbeetering verzoekt: 14. De TainConomaalsche bedienden hebbe, aan ons voorgedraagen, 't verzoek van den ordinair luijtenant en kommandant der artillerij aldaar Johan schreuder, om tot kapitain Luijtenant te worden bevor„ derd en van den extra ordinair vuun„ „werker Jan Christiaan Carel Zelman om te worden bevorderd tot ordinair vuurwerker Deeze voordragt is zeederd nader door de Majoor en Hoofd der Cei„ lonsche artillerij Paravicinie de Capellé aan ons gedaan, die ons daar bij heeft vertoond de noodzaakelijkheid dat de kommandant der artillerie te Trin Cono„ „male eenen hoogeren rang hebben dan van Luijtenant, wijl er thans een Corps terd, aan de komp: gerestitueerd te worden. van van ruijm 100. artilleristen in qua zoen leyd, en we hebben daarom ter sessie van heeden beslooten de beide voorschreeve bediendens tot de ge waar toe ze voorgedraagen, zijn, de hooge approbatie van uw Ho Edelh:, te bevonden we Hoopen ned dat uw Hoog Edelheeden deeze on dispositien gunstig zullen goedkeuren §. 15. In de Executie der order, om door de dienaaren in dit gouvernement, d eenige administratie van sComp den of goederen hebben, te doen stel de daar voor bepaalde borgtogten is anderen ons voorgekoomen; dat de mandanten van de artillerij daa aan bezwaarlijk kunnen voldoen wijl ze naulijks eenig ander ink „men hebben, dan hunne gagie en Emol menten, en mits dien niet wel iem zouden kunnen disponeeren, om zig hun als borgen te interponeeren, en §. 16. we verzoeken uwe Hoog Edelh: verlof om de beide komp:s sumanapers hier te mogen aanhouden tot dat de komp: die twe hoog Edelh: van den prins van simanappers voorneemens zijn te engegee„ „ven, dan wel een paar andere kampenie hier zullen zijn aangekoomen, wijl we anders onze guarnisoenen te veel zullen verswakken. §. 17. Insgelijks neemen we de vrijheid uwe Hoog Edelh: needrig te insteeren om een partij onvermogen gedoogd ook niet, dat ze hunne gagie daar voor kunnen laaten staan wij gebruijken derhalven de vrijheid, daar omtrend uwer Hoog Edelheeden nader eerbiedig te verzoeken en hoogst dezelve nedrig voortedraagen, of uw Hoog Edelh: niet zoude kunnen goed vinden, om ten minsten de ondergeschikte kommandanten der artille„ rie daar van te ontslaan, en zulx te meer, wijl men op Ceilon nauwlijks een voorbeeld, heeft van te kort koomin„ „gen in deese administratien onvermo bekauten „ Manaer „. . . „ „ Tutukor: ende Residentien „ kalpettij „ Gale. . . „. . . „ bekauten, voor de overige oostensche kompenien, ten eijnde de oude gaste die niet bequaam zijn, tot den de te remplaceeren, en ook de plaats overleedenen, waar door de kompen zijn verswakt te kunnen vervullen §. 18. Voorts bieden we uwen Hoog Edelhe hier nevens aan de Ceilonsche hoof boeken van A„o 178 7/8. en noteeren wij dat de restanten van kontanten graanen hebben bestaan in het volgende. Nelij voor contanten rijst Nederlands geld Lasten Lasten Alhier onder ult.:o Junij Jz. ƒ 132606. 14. 8. 734 1/3. -. 3½ maa te Jaffenap: „. . . „ Maij d=o. . . „ 1006: 12. 8. . 29 31/25. 15 3/15 do do do „ 233: — 8. . . . 2 1/15. — Junij do. . „ 26195. 1. 6. . 123 /25: 411. -7. onder ult:o Maart d=o „106078. 3 – - – – – „ Tainkon: „ „ Maij d=o. . „ 21759: 14. —. „ — — 42 1/150 „ Batikaloa „ „ d=o d=o. 5314: 12. —. — — 5. 1/15 — „ „ do d=o 4180: 15. 8. - - - - — . - Onder de voorsz: restanten van kontanten begreepen ƒ157374. 7:3: aan krediet br die aan de kassiers zijn afgegeeven Wij beveelen uwe Hoog Edelh:s en de belan„ „ Mature „. „ d=o d=o „ 495. –. –. . . . . . . 28. -2. Aan als vooren of deeze onze eerbiedige nog tijdig te Palea„ katta mogte koomen, om met het schip Horssen te kunnen worden afgezonden neemen wij de vrijheid uwen Hoog Edelheeden nedrig te bedeelen dat het schip T Stot ter Hooge den 28. Julij te Ponnecail, en vervolgens den 19. ' deezer alhier ter Rheede aangekomen is, en dat insgelijks het schip den Arend den 25. deezer alhier geaaarveerd is. Met bij de deese scheepen hebben wij de eere gehad. der Maatschappij in Godes veilige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Achtb: wijd gebiedende Heer en wel Ed: Gestr: Heeren uwer Hoog Edelheedens onderdanige en zeer Gehoorzaeme dienaer /:was getee„ kend:/ w: J: van de Graaff, M: P: Raket, J: P: C: Tilenus, J:s Reintous, B: Z: van Zittea, en A: Samlant /:in margine:/ Kolombo den 18 ' Julij 1789. — Sadat te

← previousnext →