Inventory 10018
Ceylon · 302 pages · 131 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Checked caused grief and indignities, and everyone deduced from this, and even held themselves quite certain, that in order to avenge himself as much as possible on those people who had for so long been regarded and respected by everyone as upright and virtuous, and who cared little for him, he was also the actual instigator of imposing these degrading and humiliating designations—in their view, for their castes and thus also for themselves—in the newly established and just cited Instruction for the Native Chiefs, which caused so much commotion and unrest in the country among the very numerous members of those people; and I hold myself assured that anyone who has knowledge of this and wishes to present the matter with the same sincerity as I do will also bear witness to it, and this rests not on bare conjectures, but on the general opinion and on all reasonable probability. 11. That during these disturbances, as appears from Galle official letters of 26 and 31 July 1785, this Mahabadde servant from Colombo arrived here and immediately interfered in the matter, arrested the persons whom he deemed guilty of that unrest and commotion, locked them up in the Mandu or provisional prison of the overseer of the Galle Korale, and also in that of his son, the native Shahbandar, and kept them in the strictest custody at his own pleasure, and subsequently heard and interrogated them before his pretended tribunal, sent them back to the Mandus or released them, and gave me no other notice thereof than when he sent those poor people under new custody to the city to be secured there in the ordinary prison, or in the guard Mandu, or in that of the Fiscal. Concerning this I could not but be highly offended, since nothing had been imparted to me regarding this authority being exercised by him entirely improperly, either by any government letter or, as was proper and as I surely might have expected, privately; and apart from what was announced to me in Your Right Honourable, Right Worshipful private letter of 26 July, stating only that the Honourable Overseer of the Galle Korale Van de Graaff would point out five persons to me, and that I should summon the Maha Mudaliyar to me to deliberate with him how best those fellows might be brought into custody, Persons H=k P=r Sterk N=o 10. 8. Checked H=t P=r Sterk I thus had no further information concerning this, until, at the full height of this bold enterprise of his, after I had declared my displeasure, it was imparted to me by the then aforementioned Honourable Overseer, when I sent word to the Maha Mudaliyar, who lived outside the city, to come to me immediately, which he also did, but first proceeded to the aforementioned overseer, who also appeared before me on behalf of the said Mudaliyar, and then reported to me that he had received a letter from Your Right Honourable, Right Worshipful, which he had immediately torn up, in which he was informed that the Mudaliyar would point out the principal ringleaders of the then unrest among the aforementioned Chalias and fishers, and that they had to be placed immediately in close custody, with a further recommendation to assist the Mudaliyar therein; of which he, the overseer, upon receiving that letter and also afterwards, through no premeditation but solely through many occupations, had then forgotten and neglected to give me proper notice; but that it was not mentioned in that letter, nor told by him, the overseer, to this Mahabadde servant, that he would be allowed to conduct a provisional public judicial investigation into the matter entirely on his own, which also angered me to the highest degree against him. And subsequently seeing him before me, in order to answer for these audacious and far-reaching actions of his, I also held this before him in all seriousness, to which lawful and proper reproach and complaint he boldly answered me that he was ordered to such an undertaking by Your Right Honourable, Right Worshipful in a warrant or instruction written in Sinhalese and handed to him; which supposed document of mandate he also showed to me, but refused me a closer inspection and even a copy thereof. However, as he well understood how ill-intentioned his conduct was, he begged me for pardon, which I would not accept, and ordered him not to interfere with the affairs of the natives here without my express prior knowledge and consent, and further to [illegible] me concerning these improper, very far-reaching, and N=o 108. and
Dutch transcription
Nagezien verdriet en Smaadheeden aangedaan heeft, en een ieder daar uit heeft opgemaakt, en zelfs zig genoeg verzeekerd hield dat hij, om zig over die bij een ieder zoo lange voor braaf en deugzaam gehoude en geagte Menschen die zig zijner wij„ nig bekreunden, zoo veel doenlijk te wreeken ook de werkelijke aangeeven geweest is tot het stellen van deeze voor hunne kusten, en dus ook voor hun zelven na begrip, vernee„ derende en verlaagende aanduijdingen bij de nieuw bepaalde en zoo eeven aange„ haalde Jnstruktie voor de Jnlandsche Hoef den waar door zoo veel opschudding en onrust in het Land onder het zoo talvijse getal dier lieden veroorzaakt wierd, en ik houde mij verzeekerd dat een ieder, die dan van kennis draagd, en gelijke opregthijd met mij wil voorstellen; zit meede getuijge, zal, en dit dus niet op bloote gissingen, maar op het algemeene geveelen, en op alle aan„ neemelijke waarschijnelijkhijd steund el 11. Dat ten dragen deezer opschuddingen, ver bij gaalsche officieele Brieven van den 26: en 31. Julij 1785. deeze Porta bedienden van kolombo alhier aangekoomen is en zig da„ delijk met het geval bemoeijde, de, na zijne gedagten, aan die onrust en beweeging schulde Perzoonen opgevat, in de Mandoe of pro„ visioneele gevangen Huijs van den opziender der Gale korle, en ook in dat van zijn zoon de Jnlandsch Sabandaar, opgeslooten en in de nauwste verzeekering, na zijn eijge welgevalle gehouden, en Mun vervolgens voor zijn pre„ tense Regterstoel gehoort en ondervraagt, we„ der na de Mandoes gezonden of vrij gelaaten en mij geen ander kennis daar van gegeeven heeft dan wanneer hij die aame lieden ender nieuwe bewaaring na de staed Zond, om aldaar in het gewoone gevangen huijs „ of in de guarde Mandse of in die van den Fiskaal ver¬ zeekerd te worden, waar over Ik niet dan ten hoogste gevoelig konde zijn, alzo mij over dit door Item zo geheel oneijge geaeffend werdende gezag niets bij eenige Regeerings briev of, ge„ lijk dit wel behoorde en Jk zeeker mogte vir„ wagten, in het partikulier bedeelt was, en ik buijten het mij aangekondigde bij uwel Edele gestrenge Groot Achtb: partikuliere Briev van den 26. Julij houdende alleen dat de E. opziender der Gale korle van de Graaff mij vijf perzonen zoude aanwijzen en dat ik den Maha-Moddeljaar bij mij moest ontbieden om met hem te overleggen tot best die knaapen in verzeekering zouden Perzoonen H=k P=r Sterk N=o 10. 8. te Nagezien H=t P=r Sterk te brengen zijn, dus daar van zelvs gee¬ verdere onderdigting had als mij, in de volle kragt van dit zijn staut bestaan na mijn verklaard ongenoegen, door den toenmalige boovengem: E. ofziender bedeeld wierd, wanneer ik de Maha-modeljaar, Die buijten de stad woonde, liet aanzeggen om zig dadelijk bij mij te begeeven, het geen hij ook deed, dog eerst bij gem: opziender vervolgde, Die ook voor den gem: Moddeljaar bij mij verscheen, en mij als doen berigte een terstond door hem verscheurde Briev van uwel Edele Gestrenge groot Achtb: te hebben ontvangen, bij dewelke hem bedeeld wat dat de Moddeljaar de voornaamste Belhamels voor de toenmalige onrust onder de voormelde Chandos en vissers zoude aanwijzen, en dat die dadelijk in nauwe verzeekering moesten gesteld worden met verdere aanbeveeling om hen Moddeljaar daar in bij te staan, waar van hij opziender bij het ontvangen van die Briev en ook naderhand, doo zonder eenige voor bedagthijd, en alleen door veele bezigheeden; als doen vergeeten en verzuijmd had mij behoorlijk kennis te geeven dog dat bij die Briev niet venmel en door hem opziender ook niet aan deeze Porta Bedienden gezagt was dat hij daar in een Provisior publiek Regterlijk onderzoek op zig zelve alleen zoude moogen doen het geen mij ook ten hoogste teegen hem verstoorde, en hem vervolgens bij mij zien„ de, om zig voor deeze zijne zoo verme„ tele, en zoo verregaande handelingen te ver„ antwoorden dit ook met alle ernst voor¬ hield of welk regtmaatig en behoorlijk ver„ wijt en beklag hij mij stoutelijk ant„ woorde, tot zoodanig een bestaan door uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare bij een hem ter hand gesteld in het sin„ galees geschreeve bewijs of Instruktie gelast te zijn, welk ondersteld Mandaat schrift hij mij ook vertoonde, dog daar van nader visie, en zelvs een afschrift weijgerde egter mij, als wel begrijpende hoe kwaad ghonend zijn bestaan was, om verschooning verzogt, welke ik niet wilde aanneemen, en hem gelaste zig zonder mijne uijtdrukkelijke voorkennis en toe„ stemming met de zaaken der Inlanders alhier niet te bemoeijen en mij verder over deeze onbehoorlijke zeer verregaande en N=o 108. en
English
Examined and the highly insulting treatment by him, the maha mudaliyar, who actually has not the slightest authority in this Province, and certainly may not venture anything on his own authority, and much less in such a defying and mocking manner, I complained of to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir in a very proper manner, and one most consistent with my station and the trust already placed in me by the honored Government, and to which I received only, and indeed to my increasing regret, the answer at that time that Your Honor had found himself compelled to make this arrangement and did not think that it could offend me in any way, but that if I thought it advisable, I could complain about it to the High Government of these Lands, which certainly in those unpleasant moments, and since I expected everything good from Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir's friendship and trust, served not in the least to cheer or encourage me; to which, however, I replied nothing other than that, no matter how much and how grievously insulted in my rank and official position, I preferred to submit to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir's pleasure and give Your Honor no further displeasure in this case than to lodge public complaints about what had occurred with the maha mudaliyar, and that I would rather forgive him his committed offenses against me than trouble Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir any further with it, all evident from the private letters written by me to Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir on the 27th, 28th, 29th, 30th of July, and of the 1st, 3rd, and 9th of August, and 20th of September of the year 1785; of which, for further clarification of matters and in order to serve as proof of the then punishable conduct of the aforementioned Porta servant, as Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir demands from me by your aforementioned Resolution of the 21st of October last, I append the authentic copies hereto, which may also serve as a reminder of what happened here at that time in case Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir might possibly have misplaced the originals written in my own hand; and which copy letters I respectfully request may accompany this Memorial or further justification in its transmission, both H. P. Sterk 10 to the Right Honorable Lords Directors and to the Honorable, the High Indian Government, as they are now sent from here, or in further authentic copies, so that Their Honors may also receive the most convincing proofs of the sorrow inflicted on me early on in this, my entrusted, so important and distinguished post, and of my dutiful considerations and certainly not inconsiderable, modest compliance. 177. That the outcome of the meticulous and so long-lasting judicial inquiry against these persons who were identified, brought in, arrested, and, with all misplaced, improper, and thus for me in particular highly insulting authority boldly assumed by him, harshly interrogated by the maha mudaliyar as people guilty of the aforementioned disturbance (while even upon their apprehension, on my explicit questioning, he could not present any certainty of accusation against them and merely told me that he would provide it after the lapse of a few days), almost all of them were afterwards found and declared entirely innocent, and only two of these identified persons, the Titular mudaliyar Augustinus Ferdinandus, and the second Schoolmaster of the village of Ahangama, Theodorus Ferdinandus, were found guilty of it to some extent and indeed in a pardonable degree; for which reason also, by sentence of the Honorable Court of Justice here, the first-named, purely on account of his considerable thoughtlessness in his writing, was dismissed from his service as Malabar interpreter, but by Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir, upon Your Honor's revision of the aforementioned trial, was only suspended from the exercise of his dignity and office for the term of six months; and to the second, as being guilty in a higher degree, no other punishment was imposed than only a confinement of a few years, which Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir also judged too severe in proportion to his proven offense, and sentenced him only to a two-year banishment outside this commandery; from which sentence and mitigation it thus appears most clearly that I was better informed than Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir of the entire course of affairs of this Examined H. P. Sterk No 10. 8. and
Dutch transcription
Nagezien en ten hoogste beleedigende behandelingen van hem mahamiddeljaar, die eijgentlijk in deeze Provintie geene de minste bestel„ ling heeft, en zeeker niets op eijge aut„ horitijt, en veel minder of zo eene braa„ veerende en hoonende wijze bestaan mag bij uwel Edele Gestr: Groot Achtb: op eene zeer voeglijke, en met mijn staat en het in mij door de ge eerde Regeerings reeds gestelde vertrouwen meest overeenkoomende wijze be„ klaagde, en daar op alleen, en wel tot mijn toeneemd leedwezen, als doen tot antwoord bekwam, Dat Hoogst dezelve zig tot deeze schikking had genoodzaakt gezien, en niet dagt dat mij die eenigzints zoude konnen stooten, dog dat ik mij, des geraaden ag„ tende, bij de hooge regeering deezer Landen desweegens konde beklaagen het geen mij zeeker in die onaangenaame oogenblikken en daar ik mij van uwel Edele gestr: groot achtb: vriendschap en vertrouwen alles goed voorstelde gants niet tot opbeuning en aan„ moediging strekte, dog waar op ik egter niet anders antwoorde dan dat ik, hoe zeer en hoe grievend ook in mijn stand en staats„ voorstelling beleedigt, liever verkoos mij na uwel Edele gestr: groot Achtbaare wel„ behaagen te schikking en hoogst denzelve geen verder ongenoegen in dit geval te geeven als over het voorgevallene met den maha„ moddeljaar publieke klagten intebrengen en hem liever zijne begaane misdrijven teegen mij wilde vergeeven, dan uwel Edele gestr: groot achtb: nog verder daar meede vermoeijelijken, alles blijkens de door mij aan uwel Edele gestr: groot Achtb: op den 27. 28. '= 29, 30: Julij en van den 1. 3. ' en 9. aug=s en 20. 7ber: des jaars 1785. geschreeve partikuliere brieven; van dewelken ik tot meerder ophel„ dering van zaaken, en ten eijnde te kennen dienen tot bewijzen van het als doen gehoude straf waardig gedrag van gem: Porta Be„ diende, zoo als uwel Edele gestrenge groot achtb: die van mij bij derzelver voorm: Resolutie van den 21. oktober J„o Leeden afvorderen, de autentique afschriften bij de„ te voege, konnende ook teffens dienen tot hevinnering van het als doen hier voorgevallene of uwel Edele gestr: groot agtb: mogelijks de origineele door mij eijgenhandig geschreeve mogte verligt hebben, en welke kopij brieven ik eerbiedig verzoeke dat deeze Memorie of nadera verantwoording in desselvs toeschikking zoo H=k P=r Sterk 10 uwel aan „ Hoog achtb: heeren bewindhebberen als aan de Edele aan de hoog Edele„ hooge Jndiasche Regee„ ring, zo als ze thans van hier overgaan danwel in nadere authentique afschriften moogen verzellen, op dat hoogst dezelven meede de overtuijgendste bewijzen van het mij in deeze mijne aanvertrouwde zoo aangeleege en aanzienlijke Post, al vroeg aangedaane leed, en van mijne pligt¬ maatige betragtingen, en zeeker niet on„ aanmerkelijke beschijden inschikkelijk„ hijd moogen toekoomen. 177. Dat de uijtkomst van het nauwkeurig en zoo lang geduurd hebbende regterlijk onderzoek teegen deeze door den maha-moddel jaar aangeweeze opgebragte geartesteerde en met alle ongeplaatst, onbehoorlijk en dus ten hoogste voor mij in het bijzonder belee„ digend door hem stoutelijk aangenoome gezag, op eene harde wyze verhoorde, en als aan de voormelde opschudding scheu„ dige Menschen /: terwijl hij zelvs bij hun„ ne opvatting niet eens eenige zeekerheid van beschuldiging teegen hun op mijne uijt„ drukkelijke afvraage konde voorstellen, en mij alleen Zijde, die na verloop van eenige daagen te zullen bezorgen:) bij na allen geheel daar na onschuldig bevonden en verklaard zijn, en maar twee van deeze aangeweezenen, de Titulair moddeljaar Au„ gustinus Ferdinandus, en de tweede School„ meester van het dorp Ahangamme Theodo„ rus Ferdinandus, daar aan eenigzints en nog wel in eene vergeeflijke grand schul„ zig bevonden zijn, waarom ook bij senten„ tie van den achtb: raad van Justitie alhier, de eerstgenoemde blootelijk om zijne aan„ merkelijke onbedagtzaamheijd in zijn schrij= ven van zijn dienst als mallabaarsche tolk gedimoveerd, dog door uwel Edele gestr: groot achtb: bij hoogst derzelver revisie van gem: Proces, maar alleen voor den tijd van ses maanden in de exercietsie van zijne waardighijd en Ampt gesuspendeert, en de tweede als in hooger graad schuldig, gee„ ne andere straffe dan alleen een Confinu¬ ment van eenige Jaaren opgelegt is, het welk uwel Edele gestr: groot achtbren ook te swaar, na evenveerigheijd zijner beweeze misslag geoordeelt hebben, en hem maar alleen tot een twee jaarig bannissement, buijten dit kommandement veroordeelden, welke welke sententie en miligatie dus aller duij„ delijkst blijkt dat ik beeter als uwel Edele gestr: groot agtb: van de geheele toedragt deezer Nagezien H=k P=r Sterk No 10. 8. en
English
Examined. At that time, this commotion among the aforementioned Chandos and Fishermen was certainly causing quite a stir, as I was informed at the time, and I was entirely in the right when I attempted, to the best of my abilities, to defend their case before Your Right Honourable, Highly Esteemed Worships and to request a more favorable consideration for them, and quite rightly declared that this matter could very easily have been settled without so much commotion, and without the rounded-up arrest of so many people, and that I therefore could not look on indifferently as old animosity was covered with the mantle of upright justice, about which no further accountability or explanation was asked of me at that time by Your Right Honourable, Highly Esteemed Worships, which I certainly could have presented much better then than at present—now that all those very remarkable circumstances occurred so long ago—and indeed in a very clear manner; and it is certain that if, in accordance with the very explicit orders and equity, the Chalias found fully guilty of perjury in the final judgment in this case—namely Kaaare Sima, kangaan of the village of Baddegamme near Diritoere, Agampodai Christoboe Mendis, Gammeraale of the village of Raijgam, and Magina Bastiaen, kangaran of the Company's Garden Bandeaewatte, and thus according to the tenor of the abovementioned sentence of the Galle Council of Justice of 27 September 1787—could and might have been prosecuted in court and proceeded against by the Officer of Justice for this crime of theirs, one would certainly have obtained further and clear information as to who was actually most to blame for these so restless commotions, and by whom these false witnesses had been incited, which was certainly rendered impossible at the time by the interdict that was imposed, and could no longer be explained now; whereby those poor innocent people, having suffered so much for five months in such a harsh imprisonment, anxiety, and distress—to some of whom even their wives and children were forbidden and prevented from having such comforting access—have been left without the least solace for their truly deplorable and lamentable case, just as it was rightly described and recommended by me at that time to Your Right Honourable, Highly Esteemed Worships, kangaan remained H=k P=s Sterk No 108. Examined. and they have not even been able to prove by whose cunning and cruel doing they were plunged into those sorrowful circumstances, and had to content themselves with a public, judicially approved declaration and the subsequent release from their harsh and so protracted imprisonment. Wherefore I remain confident that with this further and clear explanation of mine, now accomplished upon the high order of Your Right Honourable, Highly Esteemed Worships themselves, and by quoting the private letters written by me at that time to Your Right Honourable, Highly Esteemed Worships and mentioned above with respect to their dates and contents, I shall have sufficiently demonstrated and proved that the Maha and Your Right Honourable, Highly Esteemed Worships' Gorta Moddliar Nikolaas Dias Abesinge behaved very partially, improperly, unjustly, presumptuously, entirely thoughtlessly and insolently, and thus very badly and blameworthily in the questionable case of the Chandos and Fishermen castes in the year 1785, and completely abused the trust placed in him so greatly at that time by Your Right Honourable, Highly Esteemed Worships; and I may well wonder with great reason how Your Right Honourable, Highly Esteemed Worships now demand and require of me a further explanation and indication thereof, since I have already so clearly presented his violations committed therein and his further bad conduct to Your Right Honourable, Highly Esteemed Worships in the aforementioned letters, about which no further clarification or accountability was asked of me at that time; but perhaps, as it is now more than three years ago, this is, amid so many other very weighty occupations, no longer clear and evident enough in all its circumstances to Your Right Honourable, Highly Esteemed Worships, for which purpose this statement of reasons demanded of me can then best and most suitably serve. And as it is sufficiently evident from all that has been presented that Your Right Honourable, Highly Esteemed Worships regard the aforementioned Maha Moddliar not only as a very knowledgeable, but also as a trusted man, and would gladly have him generally accepted as such, and possibly in the now-reiterated case of the Chandos and Fishermen will not find him so guilty of abuse will H=t P=r Sterk No 108.
Dutch transcription
Nagezien deezer als doen zeeker al vrij wat gerugt maa kende opschudding onder voormelde Chandos en vissers ten dien daage onderrigt was, en gantsch geen ongelijk had wanneer ik hun geval bij uwel Edele gestr: groot achtb: na mijne beste vermogens tragte te verdeedigen en een gunstiger beschouwing voor hun tever¬ zoeken, en gantsch niet ten onregte verklaar„ de dat dit geval veel ligt, zonder zoo veel beweeging, en zonder het opligten en arresteer van zo veel menschen had konnen afgemaak worden, en ik dus ook niet onverschillig kon aanzien dat oude vijandschap met de manta van het onkreukbaar regt bedekt wierd, waar van mij ten dien dagen door uwel Edele gestr: groot agtb: geene nadere verantwoor„ ding of verklaaring gevraagt is, die ik ook zeeker als doen, beeter dan teegenwoordig nu alle die zeer aanmerkelijke omstandighee„ den zoo lange geleeden zijn en wel op eene zeer duijdelijke wijze zoude hebben konnen voorstellen, en het is zeeker dat wanneer na de zoo uijtdrukkelijke orders en na bil„ lijkheijd, de bij eijnd- oordeel in deeze zaak meede als volkoomen aan valsche getuij¬ genisch schuldige Chaliassen, kaaare Sima kangaan van het dorp Baddegamme, na bij Diritoere, Agampodai Christoboe Men„ dis Gammeraale van het dorp Raijgam en Magina Bastiaen, kangaran van 'sComp=s Thuijn Bandeaewatte, en dus na luijd der boovengem: sententie van den gaalse raad van Justitie van den 27. 7ber: 1787. , in regten hadden konnen en moogen aangesprooken en door den officier der Justitie over deeze hun„ ne misdaad geactioneerd worden, men ook wel nadere en duijdelijke onderrigting zoude hebben bekoomen, wie eijgentlijk aan deeze zoo onrustige beweegingen wel het meest schul„ dig was, en door wie deeze valsche getuijgen opgestookt waaren, het geen toen door het gelegd Jnterdikt zeeker onmoogelijk wierd, en nu niet meer zoude konnen verklaard worden waar bij die aame vijf maanden lang ins zoo harde gevangenis, angst en bekommering zoo veel geleeden hebbende onschuldige Menschen tot eenige van welken zelvs hunne vrouwen en kinderen den zoo troostelijke toegang ver„ boden en teegengehouden wierd, dus geen de minste vertroosting over hun waarlijk haad en Zeilvoerend, geval, gelijk het door mij ten dien dage met regt aan uwel Edele gestrenge groot agtb: beschreeven en aanbevoolen wierd, over„ kangaan „gebleeven H=k P=s Sterk N=o 10.8. Nagezien gebleeven is, en zij zelvs niet hebben konnen bewijzen door wiens listig en wreed bedrijf zij in die bedroefde omstandigheeden ge„ dompeld wierden, en zig wel met een oopent lijke regterlijke geapprobeerde verklaaring en daar op gevolgd ontslag uijt hunne harde en zoo langduurige gevangenis, hebben moet te vreeden houden. WV: Houde ik mij verzeekerd dat ik met deeze mijne, op uwel Edele gestr: groot agtb: Hoog bevel zelve, nu volbragte nadere en duijdelijke verklaaring en met de aanhaa„ ling van de door mij ten dien dage aan uwel Edele gestaenge groot Achtb: ge„ schreeve en hier booven voor hunne dag„ teekeningen en inhoud vermelde partikulien Brieven genoegdoende zal aangetoond en beweezen hebben, dat de Maha en uwel Edele gestr: groot Achtb: Gorta Moddeljaar Niko„ Kolaas Dias Abesinge, zig in het ques„ tieus geval der kasten chandos en vissers in den Jaare 1785. zeer eenzijdig, onbe„ hoorlijk onregtvaardig vermeetel geheel onbedagt en insolent, en dus zeer slegt en staarswaardig gedraagen, en het in hem ten dien dage door uwel Edele gesta: groot achtb: zo zeer gesteld vertrouwen geheel misbruijkt heeft, en ik mij wel met grootte reeden mag verwonderen hoe uwel Edele ge„ strenge groot Achtb: nu van mij daar van eene nadere verklaaring en aanduij„ ding afvraagen, en vorderen daar ik reets zo duijdelijk zijne daar bij gepleegde over„ treedingen en verder slegt bestaan, aan uwel Edele gestrenge groot achtb: bij voor„ melde brieven heb voorgesteld, waar van mij in die tijd geene nadere opheldering of verantwoording gevraagd is, dog dit zal mogelijk uwel Edele gestr: groot Achtb: als nu ruijm drie Jaaren geleeden, in alle zijne omstandigheeden, bij zoo veele andere zeer gewigtige beezigheeden, niet duijdelijk en klaar genoeg meer voorstaan, waar toe dan deeze van mij afgevorderde reeden verklaa„ ring wel meest en best zal konnen dienen: En alzoo het genoegzaam uijt al het voorgestelde blijkt dat, uwel Edele gestrenge groot agtb: den voorm: ma„ hamoddeljaar niet alleen als een zeer kun„ dig, maar ook als een wel vertrouwd man aanmerken, en hem gaarne daar voor in het algemeen aangenoomen Laagen en hem mogelijk ook in het nu herhaald geval der chandos en vissias niet zoo schuldig mis bruijk zullen H=t P=r Sterk N=o 108.
English
Examined. will consider that if I, in the days of the wrongs inflicted upon me by him, regarded them as certain and as clearly proven, and therefore complained about them very much, although with by no means inconsiderable modesty, it would indeed seem very improper, and could even appear as if I now wished to take revenge upon him for it, if I further wished to hold and present him as a thoroughly bad and harmful man, from which I am very far. And in order to prove this indisputably, and out of high esteem and respect for Your Right Honourable and Highly Respected better judgment, and to completely efface all evil and disadvantageous impressions concerning the man, I hereby declare myself ready to declare him publicly to be a worthy and honest man as well, whenever he, to whom it matters very much, shall be pleased to request, and can obtain from the Honourable Chief Administrator Sluijtken, from the Honourable Dissave Fretz, and from the Honourable Trade Bookkeeper Samlant, who for many consecutive years were overseers of the Galle Korale and subsequently heads of the Mahabadde; from the Honourable former Senior Merchant Burnat, who was Dissave at Matara for twenty years; from the present Honourable Dissave van Angelbeek; from the Honourable Administrator van der Spaa, who is one of the Company's oldest and most meritorious servants in this Government; from the Honourable van de Graaff, currently Chief at Calpettij, who has also been an overseer of the Galle Korale; and from the Honourable former Galle Secretary Manheze, and from the Annex Commissioner de Vos, who have resided here for many years and are thoroughly informed of all native affairs and relations, and whom we all consider and esteem as servants of the Company very knowledgeable of the country and very well informed, and who all also thoroughly know him, the Mudaliyar, and are certainly best informed of his actions, and who certainly will not refuse to give solemn testimony of the truth; and that their Honours, as men of honour and upon the oath of loyalty by which their Honours are bound and obliged to the service of the Noble Company, declare that they hold and acknowledge him, the Mudaliyar Nikolaas Dias Abesinge, H. Pr. Sterk No. 108. Examined. Abesinge, to be a worthy, virtuous, and honourable man, and in their hearts consider and hold him completely innocent of any public crimes, wicked and evil actions in his entrusted performance of duties, both now and formerly, and especially: I. Of the bad and very punishable conduct held in the year 1772 by some native headmen in the Dissavony of Matara, which caused the then Honourable Dissave Burnat so much grief and trouble, and so much unrest throughout the country, as we know; II. Of the great commotions and unrest among the inhabitants of the Galle Talpe and Gangaboda Pattu in the year 1774, which caused the Honourable Dissave Fretz, then overseer of the Galle Korale, so many difficulties; III. Of the latest unrest or difficulties in the year 1784 in the Matara Dissavony, when Your Right Honourable and Highly Respected self was present there, and during which the Honourable Dissave Burnat, according to his public testimony given on that day, suffered so much, and also complained about it very much to Your Right Honourable and Highly Respected self; IV. Of the above-mentioned unrest and commotions among the Chandos and fishers here in the year 1785; and that these gentlemen, the most prominent among the servants of the Noble Company in this Government, be pleased to give written assurances of these their exonerations and acquittals, so advantageous and obliging to him, the Maha Mudaliyar, who in public is attributed so much share in these matters. Then I declare that I, in full reliance upon the true, honest, and best sentiments of these my fellow servants, will co-sign them, and, notwithstanding all my sensitivity regarding his evil actions committed under my eyes against the aforementioned Chandos and fishers, will regard it as a dark error in his ordinary administration of native affairs, and will further [illegible] him and his son of many evil and self-interested motives in the customary improvements of the little district of Diviture brought about by them. H. Pr. Sterk No. 108.
Dutch transcription
Nagezien zullen agten als ik wel ten dagen der mij van hem toegebragte verongelijkingen voor zeeker en als klaer beweezen aanmerkte en mij dus daar over ook zeer, hoewel met gantsch geen onaanmerkelijke be schijdendheijd beklaagde zoo zoude het wel als zeer onwelvoeglijk schijnen, en zelvs konnen voorkoomen als of ik mij thans daar over op hem wilde verhaalen indien ik hem verder voor een Braad slegt en schadelijk man wilde houden en voor„ stellen, waar van ik wel verre ben en, om dit onweederspreekelijk te bewijzen en wel uijt hoog agting en eerbied voor uwel Edele gestrenge groot agtb: beeter gedagten, en om alle kwaade en na„ deelige Jndruk over den man geheel uijt„ tewisschen mij bij deeze gereed betuijge om hem meede opentlijk voor een braaf en eerlijk man te verklaaren wanneer hrij, waar aan hem zeer veel geleegen ligt, maar van den E: Hoofdadmini„ strateur Sluijtken, van den E: Des„ save Fretsz: en van den E: Negotie boekhouder Sambant, die veele Jaaren agter een opzienden der gale konle en vervolgens hoofden der Mahabadde ge„ weest zijn, van den Eoud opperkoopman Bur„ nat, Die twintig Jaaren lang Dessare te Mature Was, van den teegenwoordige E. Dessave van Angelbeek; van den E. Administrateur van der spaa, die een der oudste komparies verdienstelijke Dienaar in dit gouvernement is, van den E. van de Graaff teegenwoordig opperhoofd te Calpettij die meede ofziender der Gale korle geweest is, en van de E=s oud gaalsch Sekretaris Man„ heze en van den Anneeks kommissaris de vos, die veele Janaen hier hun verblijf gehouden hebben, en grondig van alle Jnland„ sche zaaken en betrekkingen onderrigt zijn en die wij allen voor zeer landskundige en zeer wel onderrigte kompanies dienaaren houden en agter, en ook allen hem moddeljaar grondig kennen en zeeker best van zijne handelingen onderrigt zijn, en die zeeker niet zullen wijgeren der waarheid plegtige getuijgenis te geeven, zal gelieven te verzoeken, en van hun Edelen kan verkrijgen dat zij als mannen van eer en op den eed van trouwe, waarme„ de hun Edelen aan den dienst der Edele maatschappije verbonden ende gehouden zijn verklaaren hem moddeljaar Nikolaas Dias Abesinge H=k. Pr Sterk N=o 108. Nagezien Abesinge, te houden en te erkennen voor een braaf, deugdzaam en waardig Man en hem aan eenige publieke meisdrijven boos= ende kwaade handelingen in zijne aanvertrouw de dienst verrigtingen, zoo wel nu als voor„ maals, in hunne harten geheel onschuldig agten, en houden, en wel voornamentlijk 1. van het in den Jaare 1772. door eenige Inlandsche hoofden in de dessavonij van mature gehoude slegt en zeer strafwaardig gedaag, waar door den toenmaalige E. dessave Buanat, Zo veel verdriet en moeijelijkheeden toekwaa„ men, en zo veel ondust in het Land geheel wij kennen II: van de groote opschuddingen en ondust on„ der de Jngezeetenen van de gaalsche Talpo en gangebaddepattoe in den Jaare 1774. die den E. dessave Fretsz: toenmaals opziender der gale korle zoo veele moeijelijkheeden veroorzaakten III. van de laatese onrust of moeijelijkheeden in den Jaare 1784. in de matureesch Dessavonij, wanneer uwel Edele gesta: groot achtb: zig zelve aldaar bevind en waar bij de E: Dessave Burnat, volgen zijne ten dien dage gedaane aopentlijke betuijging zoo veel geleeden heeft, en zig ook daar over, aan uwel Edele gestrenge groot Achtbaare zelve, zeer beklaagde. W. van de hier booven vermelde onlusten en opschuddingen onder de chandos en vissers alhier in den Jaare 1785. en die onder de dienaaren der Edele Maatschappije in dit gouvernement meest aanzienelijke heeren hem Maha -moddeljaar, die in het par„ bliek daar van zoo veel aandeel toe„ gereekend word van deeze hunne voor hem zoo dienstige en verpligtende ont„ schuldigingen en vrij kenning schriftelijke verzeekeringen gelieven te geeven, Zoo betuijg ik, die, in volkoomen vertrouwen op de waare, eerlijke en beste gevoelens deezer mijner meede dienaaren meede te zullen onderteekenen, en, niet teegen„ staande alle mijne gevoeligheijd wegens zijne onder mijne oogen gepleegde kwaade handelingen teegens voormelde Chandos en wissers, als een dauk fout in zijne gewoone bestellingen der Inlandsche zaaken aanmerken, en hem en zijn zoon verder van veele kwaade en baat„ zugtige belangen in de door hun aan gewoone verbeeteringen van het Landtschapje zijne Diwitoere H=t. Prs. Sterk N=o 108. verwekte.
English
Checked Diwitoere, also to acquit them entirely, as soon as it is clearly and plainly proven to me that they are likewise completely guiltless of it; and I do not think that these Porta Servants will expect more of my leniency toward them, and will certainly regard and consider it as most obliging. Having arranged these further justifications and declarations of mine with all respect, according to my best abilities, and with the greatest willingness, I hope to have duly complied, to the highest complete satisfaction, with the highly honored order that came to me with Your Noble Rigid Great Honorable government letter of 24 December last, and I would thus also have ended this Apology—which I would gladly have submitted less extensively had it been possible and permitted to arrange it solely for the proper information regarding the circumstances cited therein for Your Noble Rigid Great Honorable, who have complete knowledge thereof—in order not to detain your attention any longer therewith; but understanding that Your Noble Rigid Great Honorable, whose cares over the entire Country are always watchful and active, and who take the affairs of the small territory of Diritoere so much to heart in particular, and would favorably accommodate so many digressions and repetitions herein, will also permit me some special remarks about that very important District itself, and rest assured that these are presented with the best intention for the good, in which flattering confidence regarding this my labor in particular, I then also take the liberty with all Respect to submit the following to your attention in this regard: By Your Noble Rigid Great Honorable Resolution of 21 October of the last passed Year, it is disputed to the Engineer Foenander that there had been no old fields in that small Territory, yet the survey Reports of Diwitoere submitted by some engineers and associates in the Years 1733 and 1738 consistently speak of low fields, just as the low grounds in that Territory are indeed, as if by nature, suited for fields, and which is not contradicted by the Honorable Dessave Fretsz, who had this small Territory in hand with a society for reclamation. The said reports, and especially the latter by Mr. Lebeck as Engineer and of two members of the Galle Council added to that commission, and of the then overseer of the Galle Korle, and of two then Modliars, clearly indicate, if not the complete impossibility, at least the improbability of being able to cultivate and sow the low lands of the aforesaid Territory with any certain prospect, other than by constructing a Very large H. Pr. Sterk No. 108. Checked large dam or dike along the River to prevent its annual flooding, and by placing several scoop mills to bail out the excess water that comes down from the nearby mountains in the rainy season and falls there upon the low lands, and remains standing up to a height of ten feet for as long as fifteen days and sometimes longer, causing the crops to perish, and thus relieving the said Land in that manner of the excess water, of which they then also estimate the costs far above the expected Revenues of Diwitoere: And since the very capable Engineer Johannes and First Surveyor Foenander also declare that entirely different and more adequate measures, than those which the Maha Modliar and his son have employed for that purpose to this day, must necessarily be applied to best possibly free the said Territory from the annual floods, such as have now taken place for three consecutive Years, and from the further nearly incredible quantity of water pouring and pressing into it, by which the crops of the low fields there were completely ruined and destroyed, one can easily understand that the intended purpose regarding Directoere cannot be achieved on the present footing, because for four years now, when one examines it closely, the Maha Modliar does nothing else there than clear and burn Chenas or high lands, from the sown crops of which he actually delivered the four hundred paras of Paddy in four Years to the Honorable Company, while it is generally and thus indisputably known that for some years now nothing could be preserved of the crops of the low Lands. It is certain that if only the clearing and cleaning of the forests on the high lands had been desired, the inhabitants of and around Diwitoere would probably have requested and gladly undertaken this long ago, because the crops of those very fertile and splendid grounds, upon which such old Mukalanas or timber stands have stood, are most profitable and can never perish except by willful destruction; but the purpose of the honored government cannot be anything other than to have the multitude of low fields likewise cultivated and made sowable upon the clearing of the high lands, and thus to free them from flooding. By Resolution of the honored government at Colombo of 18 October 1776, the small Territory of Dirvitoere was granted to the then head of the Mahabadde and to the Overseer of the Galle Korle and present Honorable Dessave Trotsz, on account of and associates H. Pr. Sterk No. 108.
Dutch transcription
Nagezien Diwitoere, ook geheel vrijspreeken, zo dra mij klaar en duijdelijk beweezen worden dat ze meede daar aan gantsch ontschul„ zig zijn; en meer denk ik niet dat deele Porta Bedienden van mijne toe„ gevendheijd voor hun zullen verwagten en het wel als ten hoogste believende zul„ len aanmerken en agten. Het deeze nu mijne nadere verantwoording en verklaa„ ringen met alle eerbied, en na mijne beste vermoogens en met de meeste berijdwilligheijd ingerigt, verhoop ik aan het mij bij uwel Edele gestrenge groot achtb: de geerings brief van den 24 december Jongstleeden toe„ gekoome hoog ge eerd bevel wel, en na hoogst derzel„ ver volkoome genoegen te koomen voldaan, en ik zoude dus deeze Apologie, die ik gaarne minder uijtgebreijd zoude ingediend hebben, indien ze alleen tot behoorlijke onderrigting der daar bij aangehaalde omstan„ digheeden voor uwel Edele gestr: groot agtb:, die daar van volkoome kennis draagen, had konnen en moogen in gerigt worden, ook wel moogen eijndigen, om hoogst derselver aandagt niet langer daar meede optehouden dog begrijpende dat uwel Edele gestrenge groot Achtb: welker zorgen over het geheele Land steets waak- en werkzaam zijn, en in het bijzonder de aangeleegendheede van het landschapje Diritoere zoo zeer ter harte nee„ men, en zoo veele uijtwijdingen en herhaaling en in deeze wel gunstig willen inschikken, mij ook nog wel eenige bijzondere aanmerkingen over dat zoo important Distrikt zelve zullen gelieven te passeeren en zig verzeekerd tehouden dat die met het beste oog„ merk ten goede worden voorgesteld, in welk voorn deeze mijn aabeijd in het bijzonder zoo vlijend vertrouwen ik dan ook de vrijheid neeme dien aangaande nog het ondervol„ gende aan hoogst derzelver aandagt met alle Eerbied voor„ tedraagen; Bij uwel Edele gestr: groot achtb: Resolutie van den 21. oktober des laast gepasseerde Jaars word den Jngenieur Foenander betwist dat 'er geen oude velden in dat Landschapje zouden geweest zijn, dog de opnee„ mings Rapporten van Diwitoere door eenige ingeni„ lurs C:S: in den Jaaren 1733. en 1738. overgegeeven spreeken doorgaans van laage velden gelijk de laage gaonden, in dat Landschap ook waarlijk, als uijt de natuur, tot velden geschikt zijn, en door den E. des„ save Fretsz:, die met een societeijt dit Landschapje ter bekwaam maaking onder handen gehad heeft, niet tegen gesprooken word. gemelde rapporten, en wel inzon¬ derheyd het laatste van den heer Lebeck als Jngenieur en van twee leeden uijt den gaalsche raad, bij die kommissie gevoegt, en van den toenmaligen opziender der gale korle, en van twee toenmaalige ModdelJaars wijzen duijdelijk zoo niet de volkoome onmoogelijk„ hijd, ten minste de onwaarschijnelijkhijd aan, om de laage gronden van voorsz: Landschap, met eenig zeeker vooruijtzigt te konnen bebouwen en be zaijen, dan met het aanleggen van een Zeer groote H=t. Pr. Sterk N=o 10. 8. Nagezien groote dam of dijk, langs de Rivier, om de Jaarlijkse over strooming daar van te beletten, en met het plaatsen van verschijde schep Molens tot het uijthoosen van het overtollig waater dat in de reegen tijd van het daar bij geleege gebeagte afkomt en aldaar op de laage landen valt, en tot de hoogte van tien voeten, wel vijftien dagen en Zomtijes, lan„ ger blijft staan; en het gewasch doet vergaan en dus gem: Land op die wijze van het overtol„ lig water te ontlasten, waar van zij dan ook de onkosten verde boven de te verwagtene Jnkomsten van Diwitoere stellen: En daar nu de zoo kun„ dige Jngenieur Johannes en Eerste Land-meeter Foenander ook verklaaren dat er geheel andere en genoegzaamer middelen, dan die de Maha-moddel„ Jaar en zijn zoon tot heeden daar toe aangewend hebben, noodzakelijk moeten worden aangelegd om gem: Landschap van de Jaarlijksche overstranmingen gelijk nu drie Jaaren agter den anderen plaats ge„ had hebben, en van de verdere daar in stontende en dringende bij na ongelooflijke meenigte waater, waar door het gewasch van de laage velden aldaar geheel bedorven en vergaan is, best mogelijk te bevrijden kan men ligtelijk begrijpen dat het bedoeld oogmerk wegens directoere, op den teegenwoordige voet neijt zal i konnen berijkt worden, wijl de Maha-moddeljaad nu vier Jaaren lang, wanneer men het wel betragt niet anders daar aan doed dan Chenassen of hooge gronden te kappen en te Zarriveren, uijt welker be„ zaid gewasch hij eijgentlik de vier hondert paaras Nelie in vier Jaaren aan de E: komp: geleeverd heeft terwijl het algemeen, en dus zonder teegenspraak bekent is, dat van het gewasch der laage Landen, nu eenige Jaaren lang, niets heeft konnen behouden worden. Het is zeeker, zoo het kappen en schoonmaaken van de bossen op de hooge gronden alleen begeerd wierd, de in„ woonders van en omstreeks Diwitoere dit waarschij„ nelijk reets lange zouden verzogt en gaarne ondernoomen hebben, wijl het gewasch van die zoo vette en heerlijke gronden, waar op zulke oude Moekelanes of hout ge„ wassen gestaan hebben, alder voordeeligst is, en nimmer dan door moedwillige verdewing vergaan kan, dog het oogmerk van de ge eerde regeering kan niet anders zijn dan om ook de meenigte laage velden, bij het schoon maaken van de hooge gronden insgelijks te doen kul„ tiveeren, en bezaaijbaar te maaken en die dus van over„ stroomingen te bevrijden. Bij Resolutie der ge eerde regeering te kolombo van den 18. oktober 1776. wierd het Landschapje Dirvitoere aan het toenmalige hoofd der Mahabadde en aan den op„ Ziendea der gale korle en teegenwoordige E. Dessave Trotsz: wegens C: s H=t. Pr. Sterk N=o 108.
English
Examined C: S: instructed for the preparation, not without an express refusal of the request presented at that time by the Maha Mudaliyar and some of his friends, submitted for that purpose by petition, to which the honorable Ceylon Government replied that such work is performed by natives only very defectively; and the Company can therefore have no good expectations of it. So thought at that time the so capable and shrewd Noble Lord Falck of highest praiseworthy memory, and from the request made at that time by the Maha Mudaliyar of his own accord one might well infer that in 1784 one also did not need to make much effort to induce him to this undertaking, just as it is also clearly stated in the resolution taken on that day that this undertaking or his offer was proposed, and one might thus well conclude that he, as a very perspicacious man, already early on promised himself something good and advantageous from it in due time; and it is little likely that he was induced thereto at that time out of mere ambition to make himself meritorious to the Honorable Company, as Your Right Honorable and Highly Esteemed Worships in your aforementioned resolution of the 28th of October of last year were pleased to note so favorably regarding his second offer and present undertaking for the preparation of that so important district. At the end of the year 1784, however, the above-mentioned unfavorable thoughts regarding the unsuitability and therefore unacceptability of the natives for such undertakings were completely reversed, and the expectation of what could be hoped from this Maha Mudaliyar for his new offer, on the contrary, and indeed upon the proposal and special recommendation of Your Right Honorable and Highly Esteemed Worships, was very great; but since then it has also become sufficiently clear how little he, the Mudaliyar, has fulfilled it to date. And however much one might wish to maintain that the Company will suffer no disadvantage if this Porte official should fail to fulfill his contract, the significant damage thereof nevertheless reveals itself immediately as soon as one is pleased to note that the said Maha Mudaliyar, since the beginning of the year 1785, has pressed and employed at Diviture more than four hundred heads from the low castes and from other inhabitants, mostly for the clearing and cleaning of chenas, which multitude could otherwise have served in the plantations of cinnamon, areca, etc., and to which also in large part the poor state and low condition of those plantations in the Galle Korale, as this is generally known, may and must be attributed; and against which certainly an overseer of the Galle Korale, if a capable and zealous man had been appointed thereto, and even the native Shahbandar, if he were not a son of the Maha Mudaliyar and a co-participant in the contract concerning Diviture, would long ago have made the necessary representations; as the said contract certainly can never be considered burdensome for the present contractors, since, although they cannot free the low grounds from floods and thus might not fulfill the contract, they remain rich possessors of a multitude of high grounds, sown, cultivated, and made more suitable for planting by pressed inhabitants groaning under manifold harsh treatments, and which poor people now, because of the great power of the Maha and Porte Mudaliyar, do not dare to bring forward their complaints, but perhaps in time will come forward with them and will further prove all the wrong done to them instead of providing them with board and clothing as they are said to have declared before the honorable commissioners Raket and Van Schuler; and as they now retain these cleared grounds, laid out and made suitable into such precious fields and gardens, which cost them little to cultivate, as their own properties, from which they will enjoy a considerable profit, which sufficiently appears to be the true and essential aim of these present contractors, since they have done nothing of importance or real service to protect the low lands of Diviture, above all from floods; the attentive consideration of which has been a sufficient motive for me to have the work of the said contractors in that small district surveyed with all accuracy by expert persons, and not by ordinary native commissioners who all live in awe of the great power of the Maha Mudaliyar and therefore out of fear adhere to his interest, and also to go and inspect this work up close in person, and to record all the further remarkable and relevant matters in own person, which, however, with respect to the commissioners appointed by me, without giving any notable reason for it, any more than for the interdict imposed and repeated at the commencement of this so useful and so highly needed and therefore extremely necessary and solemn proceeding, has been almost entirely prevented and obstructed. The Maha Mudaliyar requests compensation for the paddy crop lost through the execution of the commission of the honorable Foenander, without, on account of this alleged and by the Honorable Dissave Fretz himself in his own Examined
Dutch transcription
Nagezien C: S: ter bekwaammaaking opgedraagen, niet wel expres„ se ontzegging van het meede als doen voorgedraage verzoek van den maha Moddeljaar en van eenige zijner vrienden, ten dien eijnde bij requeste gedaan, op het welk de ge eerde Ceijlonse Regeering antwoorde dat diergelijk werk door Inlanders niet dan zeer ge„ brekkelijk verrigt word; en de kompanie dus daar van geen goede verwagting kan hebben, Dat dagt toen„ maals de zoo kundige en Schrandere Edele heer Falck /:H: L:M:/ en uit het als doen door den Ma„ hamoddeljaar uijt eijge beweeging gedaan verzoek zoude men wel moogen opmaaken dat men in 1784 ook niet veel moeijte heeft behoeven aantewenden om hem tot deeze aanneeming te beweegen, gelijk bij het ten dien dage genoome besluijt ook wel duijdelijk vermeld word dat deeze aanneeming of zijn aan„ bieding voorgesteld wierd, en men dus wel zoude moogen besluijten dat hij, als een zeer doorzigtig man, en al vroeg wat goeds en voordeeligst voor hem zelve in der tid van beloofde, en het is wijnig waarschijnelijk dat hij er als doen uijt enkelde ambitie om zig bij de E. Maatschappije verdienstelijk temaaken toe bewoogen wierd zoo als uwel Edele gestr: groot agtb: bij hoogst derzelver voorm: resolutie van den 28. oktober J„o L„n wel zoo gunstig voor zijne tweede aanbieding en tegenwoordige onderneeming ter bekwaam maaking van dat zoo important Distrakt gelieven aantemeaken: In het laast van het Iaar 1784. zijn egter de hier booven„ gemelde nadeelige gedagten wegens de ongeschikthijd en dus onaanneemelijkhijd der Jnlanders tot diergelijke onder„ neemingen ten eenemaal omgekeerd, en de verwagting van het geen van deeze Maha-moddeljaar voor zijne nieuwe aanbieding verhoopen konde, daar en teegen en wel op voorstel en bijzondere aanbeveeling van uwel Edele gestr: groot achtb:, zeer groot gewersen dog zeedert is ook duijdelijk genoeg gebleeken hoe wijnig hij Moddeljaar tot heeden daar aan voldaan heeft: En hoe zeer men ook zoude willen beweeren dat de komp: geen nadeel zal lijden, indien deeze Ponta Bediende ook aan zijn kontrakt niet mogte voldoen zoo oopen„ braad zig egter de gewigtige schaade van dezelve dadelijk, zo dra men maar gelieft aantemerken dat gem: maha-moddeljaar zederd het begin van het Jaar 1785. ruijm vierhondert koppen uijt de laage geslagten en uijt andere inwoonders, meest tot het Chenas kappen en schoonmaaken, te Di„ witoere geprest en gebruijkt heeft, welke meenigte anders in de plantagien van kanneel, Arreek Etc=a hadden konnen dienen en waaraan ook veel al de slegte staat en geringe toestand dier plantagien in de gale korle, zoo als dit in het algemeen bekend is, mag en moet toege„ schreeven worden en waar teegen zeeker een op¬ ziender der gale korle, indien een kundig en ijva„ Jn dig H=k P=r Sterk N=o 108. Nagezien dig man daar toe benoemd waaren geweest, en zelvs de Jnlands Sabandaal, Zoo hij geen Zoo van den Maha-moddeljaar, en een meede par ticipant in het kontrakt wegens Diwitoeal, was, reets lange de noodige vertoogen zouden gedaan hebben; konnende gem: kontrakt voor Ze ker nimmer voor de teegenwoordige Aannee„ meas onerdus zijn dH: geagt worden alzoo zij de laage gronden van overstroomingen niet konnend bevrijden, en dus aan het kontrakt niet mogt voldoen, rijke Bezitters blijven van een mee¬ nigte door gepreste, en onder veelerlije harde behandelingen Lugtende inwoonders, schoon be„ Zaaij bebouw en beeter beplantbaar gemaakte hoogtegvonden en welke aame lieden nu hun¬ „ne klagten, wegens het groot vermoogen van de Maha en Porta-moddeljaar niet dieaven in„ brengen, dog moogelijk met den tijd daar meede wel voor den dag zullen koomen, en al het hun aangedaan ongelijk, insteede van hun met kost en kleederen, zoo als ze voor de E=s gekommitteerden Raket en van Schuler Zou„ den verklaard hebben, te voorzien, wel nader zullen bewijzen; en alzoo deeze nu gezuij„ verde en tot zoo kostelijke velden en Juijne aangelegde en bekwaam gemaakte gronden, die hun ter bearbijding niet veel kosten, als wije eijgendommen blijven behoudent, waar van zij een Considerabel voordeel zullen genieten, het geen genoeg blijkt het waare en weezendlijke oogmerk van deeze tegenwoordige Aanneemers te zijn, wijl zij niets van belang of weezendlijke dienst gedaan hebben om de Laage Landen van Ducitoere voor al voor overstroomingen, te behoeden, waar van de aandagtige betragtingen een genoegzaame beweeg„ reeden voor mij geweest is om het verdigte van gem: Aanneemers in dat Landschapje met alle nauw„ keurigheijd telaaten opneemen door des kundige perzoonen, en niet door gewoone Jnlandsche gekom„ mitteerden, die allen voor de groote magt van den maha-moddeljaar leeven, en zijn belang dus uijt vreese aankleeven, en dit werk ook zelvs van na bij te gaan bezigtigen, en al het verdere daar bij aanmerkelijke en betrekkelijke in eijge perzoon opteneemen, het geen egter, (:ten opzigte der door mij benoemde gekommitteerden, zonder daar voor, zoo min als voor het gelegd en her„ haald Jnterdikt, bij den aanvang deezes zoo nuttige en zoo hoog nodige en dus ten hoogste noodzakelijke en plegtige verrigting eenige aanmerkelijke reeden te geeven:) bij na geheel verhindert en teegengehouden is. De MahamoddelJaar verzoekt schaa vergoeding voor het door de uijtvaeding van de kommissie van DE: Foe„ nander verloore Nelie gewasch, zonder dat wegens dit voorgewend en door den E. dessave Fretsz: zelve bij zijn eijgendomme H=t. P. Sterk N=o 10.8. Edo
English
Checked Honorable Sir, on the day of the deliberation on this matter, the written advice proposed for complete rejection of the undertaking [illegible] loss, was given to me, as I have already mentioned above, on that occasion, or during my presence at Diritoese itself; and who will compensate for the lost crops of the low fields caused by the floods of the two preceding years and even for the present crops spoiled by high water? For now, everything that was sown on those low lands, and also the nelie that had been soaked in the water as seed grain, has for the most part spoiled and been lost, and thus, as the engineer Johannes rightly noted in his submitted report, could not even serve to feed the poor inhabitants, and though the crops of the high grounds in that district yielded well, one cannot deny that due to the thoughtlessly caused loss of the grains on the low lands, great damage is inflicted upon the colony there. And how can one reconcile that this Porta official dares to ask for compensation for the loss of some nelie which, due to the so poorly and entirely unacceptably alleged inconvenience and unrest of the barely begun commission of the first surveyor Fornander among the inhabitants at Dirvitoare, could not be secured from the low fields because of the so suddenly following flood, whereas the Honorable Commissioners Raket and van Schuler, in their proposed finding of 3 July concerning the aforementioned small district, testify that the aforementioned maha mudaliyar assured Their Honors that Diritoere has suffered no floods since his undertaking of its improvement, of which the contrary is but all too well known here to the whole world, and he, the First Porta Official, thus contradicts himself in the most obvious manner. In Your Honorable Right Honorable's aforementioned resolution of 21 October of last year regarding Diwitoeve, it is also noted that the maha mudaliyar was brought to undertake the cultivation of that small district only with difficulty; yet from an earlier resolution of the esteemed Ceylon Government of 18 October 1776, it appears that he indeed requested it very much at that time, but that it was refused him, and that the work, then regarded as very important, as I have already cited above, was assigned and entrusted, upon the proposal of the latter, to the then head of the mahabadde and present chief administrator at Kolombo and to the then acting overseer of the Gale Korle and current Dessave of the Kolombo environs, the gentlemen Sluijsken and Fretsz. And one may therefore note from this that this so crafty Porta official already before the undertaking secured for himself and his people many advantages from it, and all the more so, because at that time he most likely would not have been favored with the office of Native Shahbandar, which is so considerable and advantageous, especially for a Sinhalese mudaliyar, just as nothing of this is mentioned in the proposal made by Your Honorable Right Honorable in the month of August 1784 to assign and entrust to him, upon his offer, the improvements and cultivation of Dirvitoere, nor in the subsequent approval of the esteemed Ceylon Government; and he obtained this very great favor (certainly to give him thereby more prestige among the native inhabitants, and more credit and capability for his proposed undertakings for the cultivation of that district) upon the assumption of government by Your Honorable Right Honorable as Governor of Ceylon, and according to the contents of what was proposed by Your Honorable Right Honorable to that end from here to the said supreme government on 31 August 1784; also, according to the knowledge we have of the views and intentions of the government at that time, he would not easily have been assigned so many laborers for his aforementioned undertaking of Diwitoere, who now consist of one hundred and ninety, both lascorins and other jageraaos, of whom thirty paid the ordinary poll tax and have been exempted from it, ten blacksmiths, twelve oliasses, and eighteen families of the charcoal burners, and often other servants are appointed for this purpose by the Native Shahbandar, so that one may well calculate that altogether four hundred servants have been assigned to him, whom he treats according to his pleasure, and whom one cannot now employ for these important cinnamon, areca, and other plantations, as they are now said to be appointed for Dirvitoere and meanwhile work for the maha mudaliyar wherever he sees fit, which, in my view, would be a rather great loss for the Company if the undertaking for the cultivation of Tiwitoere, after the expiration of five years, of which four have already passed, should fail or not meet the expectations conceived of it; for only then could one form a true conception of the disadvantages resulting from it, if one would only please observe the generally bad condition in which the cinnamon and areca plantations in the Gale Korle currently find themselves, so that one greatly [illegible] the certainty of these and other aforementioned. Checked H=k P=r Sterk N=o 10.8.
Dutch transcription
Nagezien E:d ten daage der Deliberatie over deeze zaak voor gesteld schriftelijk advies geheel ter aanneeming af„ gekeuad verlies, aan mij, gelijk ik reeds hier booven vermelde, bij die geleegendhijd, of bij mijne teegen¬ woordighijd te Diritoese zelve eenige kennis gegeven is; en wie zal het verloore gewasch der laage velde door de overstroomingen van de twee voorgaande Iaaren en zelvs van het teegenwoordig door hoog water bedorven gewasch voldoen? want nu is ook alles wat op die laage landen gezaaijd, en ook de Nelie die tot Laadkoorn in het water gelegd was, ten groote„ ten deelen bedomen en verlooren en heeft dus, zoo als de Ingenieur Johannes ten regten bij zijn overgelegd Berigt aanmerkte, niet eens tot voertzel van de aame inwoonders moogen strekken, en scheep het gewasch van de hooge gaonden in dat Distrikt wel uijt volk, kan men immers niet teegenspree„ ken dat door het onbedagt veroorzaakt verlies der graanen op de laage landen, aldaar een groote schaade aan de kolonie toegebragt word. En hoe kan men overeenbrengen dat deeze Porta Bediende schaade vergoeding durft vraag voor het verlies van eenige Nelie die men door de zoo kwalijk en zoo geheel onaanneeme„ lijk voorgewende ongeleegendheijd en onruist van de maar eeven begonne kommissie van den eerste landmeeter Fornander onder de Jnwoonder te Dirvitoare van de laage velden door de Zoo schielijk gevolgde overstrooming niet heeft konnen bergen, daar de E=s gekommitteerden Raket en van Schuler, bij hun op den 3. Julij wegens hunne voorgestelde be„ vinding van het voorm: Landschapje betuijgen dat de voorm: mahamoddeljaar hun E=s ver¬ zeekerde dat Diritoere zedert zijne aannee ming ter verbeetering geene overstroomingen onder¬ gaan heeft, waar van het teegendeel hier bij de geheele waareld maar al te wel bekend is, en hij Eerste Porta Bediende zig zelve dus aller zigt„ baarts teegenspreekt Bij uwel Edele gestr: groot agtb: boovengem: Resolutie van den 21 oktober J=o L=n wegens Diwitoeve, word ook aangemerkt dat de Maha-moddeljaar niet dan met moeijte tot het aanneemen van de bekwaam„ maaking van dat Landschapje gebragt is, dog bij vroegere Resolutie der g'eerde Ceijlonse degeering van den 18. oktober 1776: blijkt dat hij er toenmaals zar wel zeer om verzogt heeft, dog dat hem dit geweijgerd is, en dat als doen melde als zeer aan„ geleege beschouwd werk, gelijk ik hier booven reeds aangehaald hebbe, aan het toenmaalig hoofd der mahabadde en teegenwoordige hoofd-administrateur te kolombo en aan den als doen fungeerende op„ ziender der Gale korle, en thans Dessave der ko„ bombose ommelanden de heeren sluijsken en Fretsz:, op voorstel van den laastgenoemde, opge„ gevolgde „draagen H=t. P. Sterk N=o 108. draagen en toevertrouwd wierd, En men mag dus hier uijt wel opmerken dat deeze zoo doorsleepe Porta bediende Zig al voor de aanneeming veele voordeelen voor hem en de zijnen daar uijt als verzeekerde, en wel te meer, wijl hij ten dien dage Zeer waarschijnelijk met het ass voor al voor een singalees moddeljaar zoo aanzienelijk en voor„ deelig Ampt van Jnlandsch Sabandaar niet zoude zijn begunstigd geworden, gelijk ook niets daar van bij het door uwel Edele gestrenge groot achtb: in de maand aug=s 1884. gedaane voorstel om hem op zijne aanbieding, de verbeeteringen en bekwaammaaking van Dirvitoere opte draa„ gen en toebetrouwen, nog ook bij de daar op ge„ volgde approbatie van de g'eerde Ceijlonse ae¬ geeding; iets vermeld staat en hij deeze wel groote gunst (: zeeker om hem daar door te meer aanzien bij den Jnlander, en tot zijne voorgestelde onderneemingen ter bekwaammaaking van dat Dus trikt, meerder krediet en vermoogen te geeven bij het aanvaarden der regeering van uwel Edele gestrenge groot agtb: als gouverneur van Ceijlon verkreegen heeft, en hem volgens den inhoud van het door uwel Edele gestr: groot achtb: ten dien eijnde van hier gemelde opper regeering voorgestelde, op den 31. aug=o 1784:, ook als zoe na de konmes, die wij van de denkbeelden en inzigten der toenmalige regeering hebben, tot zijn voormelde aanneeming van Diwitoere niet ligt zoo veele arbeijders zouden toegelegd zijn, die nu in ee Hondert en Negentig zoo laskorijns als andere Jageraaos, waar van dertig gewoone Lijfs geregtighijd betaalden en daar van ontheeven zijn, in tiene smeede twaalff oliassen en in agtien Famelies uijt de koolbranders bestaan en dikwils daar toe door den Jnlandsch Sabandaar nog andere dienstelingen bepaald worden, en men dus wel reekenen mag dat hem door elkander vier honderd Dienstelingen zijn toegevoegd, die hij na zijne wel gevallen be„ handeld, en van welken men zig nu bij deeze aangelege kanneel, Arreeks en andere plantagien niet bedienen kan als nu gezegd wordende voor Dirvitoere geschikt te zijn en onderwijl voor den Maha-moddeljaar werken daad hij tot goed vind, het geen, na mijn inzien, al een vrij groote schade, voor de kompagnie zoude zijn, zoo de aan„ neeming ter bekwaammaaking van Tiwitoere na verloop van vijf Jaaren, waar van 'er nu reets vierverstreeken zijn, eens mislukte, of niet voldeed aan de verwagting, die men zig daar van voorstelde want als dan zoude men eerst een regt begrip van de daad uijt voortgevloeijde nadeelen konnen maaken, als men maar gelieft oftemerken, de doorgaans slegte toestand, waar in thans de kan„ neel en addeeks plantagien in de gale korle zijn dat men grootelijks aan het gewis deezer en andere voormelde nu Nagezien H=k P=r Sterk N=o 10.8.
English
Examined. now subordinate directly under the native Shabandar and to be attributed to the servants designated for the proposed training of Diwitoere, and to the frequent and long absences and insufficiently adequate qualifications of the overseer of the Galle Korale assigned to me since four years ago; the commander of the province being unable in person to provide for this in view of the arrival and departure of so many Company ships, and in view of so many other official duties, both in the political and judicial departments, and in view of the so continuous, attentive, and voluminous correspondence with the capital of this government, for which reason the Noble High Indian Government of these lands also assigned to him a junior merchant for his assistance in the country service and land administration, from whom he can certainly derive little service in the first two years, when such a man, upon entering into his service, must learn the proper laws, customs, traits, and practices of the native, and in addition their deceitful practices, and the ruses of the native chiefs, and all further knowledge and training required for the country service, both for the cultivation of cinnamon, pepper, coffee, areca nut, and sappanwood, and for other affairs, just as since four years ago three such assistants have been assigned to me in succession without a single, more or less knowledgeable person having come in between to my satisfaction and encouragement, of which three overseers the second was considered by your Right Honorable, Highly Esteemed Self to be quite unfit for that post and on that account proposed to me the then secretary Martheze for it, as I have already mentioned above; and the first and third are truly very good and honest men in whose moral character I find nothing to criticize, but who had never before been employed in any country service or country commission, and thus had not the slightest understanding of it, and the service of overseer of the Galle Korale entrusted to them here nevertheless, while there were so many more knowledgeable and thus more suitable persons for it, who also had every right to ask for it, would in time have learned and made themselves proficient in it, and thus, like many others, have become good and knowledgeable land regents in the future, yet let it be permitted me to remark herewith that, in my opinion, the country and the country's people suffer too much, and the commander of the province, who labors so hard, is not served at all when three successive overseers are appointed and assigned to him who must first learn their official duties from the ground up, as I trust was clearly pointed out and presented from here in the official letter dispatched concerning that subject under date of 23 April of the last passed year. The commander of this commandery bears absolutely all the burdens of the administration, without having any part even in any seeming perquisites thereof, not being permitted to confer any offices of whatever name, and not even to appoint a non-commissioned officer in the garrison, nor to promote writers upon the expiration of their term of service, or to take on apprentices in the writing offices upon vacancies in the service of the Noble Company, and may grant consent to the execution of any marriage proposed by one of the Company servants subordinate to his authority only provisionally, and may not even confer a non-commissioned officer's post on the outposts, as the latter was sufficiently forbidden me, even upon the vacancy of the sergeant's post at Bentotte, by its High Government's letter of 26 February 1787; he may also not confer any native offices above the rank of aratchy or non-commissioned officer; and must content himself with whoever is assigned to him in the service of the Noble Company, and retains nothing other than the right to make a few nominations of minor importance, while he currently does not have half-sufficient income for his subsistence, and thus bears the bare name and title of commander; and he has therefore, in my opinion, all the greater claim to be allowed to propose to his satisfaction at least an overseer of the Galle Korale and a secretary, with which two servants he has the most to deal in person, and to await the appointment thereof; this, however, was not granted to me for the first-mentioned, however much I insisted upon it in official letters, even with the most obliging recommendations of the council, for the third and thus also for the present fourth appointment, to which we were never even deemed worthy of any reply, and were only informed: We have appointed such-and-such to the vacant post of overseer of the Galle Korale and order you to confirm him immediately in the performance thereof, about which I might well have complained openly as being a very painful slight and entirely undeserved hardship, which however, and out of special considerations, I did not do, and preferred to accommodate myself to the pleasure of your Right Honorable, Highly Esteemed Self, and to keep the burden solely to myself.
Dutch transcription
Nagezien nu direkt onder den Inlandsch Sabandaar Sorteerende en tot de voorgestelde bekwaammaking van Diwi„ toere bepaalde Dienstelingen en aan de veelvul„ dige en lange afweezigheeden en niet genoeg vol„ doende geschiktheeden van de mij na zedert vier Jaaren toegevoegde opziender der gale korle te wijten heeft; konnende de gezagvoerder der provientie bij de aankomst en het vertrek van zoo veele kompanies scheepen, en bij zo veele andere ampts verrigtingen, zoo bij het politiek als Justitieel Departement, en bij de zoo geduur„ zaame aandagtige en meenigvuldige Correspon¬ dentie met de Hoofd plaats deezes gouverne„ ments, daar in onmoogelijk in eijge perzoon voorzien, waarom de Edele hooge Jndiasch reegering deeser landen hem ook een onderkoop¬ man tot zijn assistentie in den Land-dienst en Landbestellingen toegevoegd heeft, waar van hij zeeker in de eerste twee Jaaren wijnig dienst kan hebben, wanneer zoodanig een man bij het aanvaarden van zijn dienst de regten Leeden; gewoontens, eijgenschappen en gebruij„ ken van den Inlander, en daar en booven hunne bedriegelijke handelwijzen, en de lis¬ ten der Jnlandsche hoofden, en alle verdere tot den Land-dienst, zoo voor de plantagie van kanneel, peper, koffij, aareek als van sappanhout en tot andere aangeleegendheeden be„ noodigde kennis en oplijding, moet aanleeren, gelijk er mij na zedert vier Jaaren, drie zoodanige Meede-helpers agter den anderen zijn toegelegd zonder dat eens een enkelde, min of meer, kun„ dige tot mijn genoegen en aanmoediging tussen bijden gekoomen is, van welke drie opzienders de tweede door uwel Edele gestrenge groot agtbaar zelve tot die post al vrij ongeschikt geagt wierd en mij uijt dien hoofde den toenmaalige Sekretaris Martheze daar toe voorstelde, gelijk ik reeds hier booven vermeld hebbe; in de Eerste en derde werkelijk zeer goede en braave mensche¬ zijn op welker Zeedelijk kanakter ik niets weet aantemerken, dog die nimmer te vooren tot eenige Land-dienst of Land-kommissie ge-emploijeerd. waaren, en dus daar van ook geen het minste begrippen hadden, en de hun hier egter aanver¬ trouwde dienst van opziender der gale korle terwijl er zoo veel kundiger en dus geschukter perzoonen toe waaren, die ook allen regt had„ den daarom temoogen vraagen wel met ter tijd zouden aangeleerd en zig daar in bekwaam gemaakt hebben, en dus gelijk veele anderen ook goede en kundige Land- regenten in het vervolg geworden zijn, dog het zij mij geoorloft bij deeze aantemeaken dat, na mijne gedagten, het Land en Landsvolk te veel lijd, en den zoo genoeg sappan= ak= H=t. Pr Sterk G N=o 10. 8. Nagezien aabijdende gezagvoerder der Provintie gantsch geen dienst geschied, wanneer drie agter een volgende opzienders benoemd en hem toege„ voegd worden; die hunne ampts verrigtingen eerst uijt den grond moeten aanleeden ge„ lijk ik, zoo vertrouwe duijdelijk bij de van hier over dat onderwerp afgevaardigde officieele brief in dato 23. april des laast„ gepasseerde Jaars aangeweezen en voorgesteld De gezagvoerder van dit kommandement draagd valstrek alle de lasten der Regeering, zonder zelvs in eenige Schijnbaare agrementen daar van eenig deel te hebben moogende geene Ampten, hoe genaamd begeeven en zelfs geen onder officier bij het gaarni zoon benoeme ook geene scribenten na expiratie van hun dienst verband bevorderen, of aankwekeling bij vacaturen in den dienst der Edele maatschappije op de Schrijf kantooren aanneemen, en zelvs geen konsent tot het voltrekken van eenig door een der onder zijn ge¬ zag beschijdene kompanies Dienaaren voorgesteld heu welijk dan alleen provisoir verleenen, en zelvs geen onder officier plaats op de buijten posten vergeeven, gelijk mij de laaste, zelvs bij vakature van den sergeants Post te Bentotte, bij hoogst desselfs Regeedings Briev van den 26. Febr: 1787. genoeg geinterdiceert wierd; hij mag ook geene In¬ landsche Bedieningen booven den dang van adraat hebbe. of onder officier begeeven; en moet zig laaten welgevallen wie hem in ten dienst der E. kompenie worden toe„ gevoegd, en behoud niets dan alleen eenige voordrag¬ ten van minder aanmerking temoogen doen, terwijl hij thans geene half toerijkende Jnkomsten tot zijn bestaan heeft, en dus den bloote naam en Titul van kommandeur draagd, en hij heeft dus, na mijne gedagten zoo veel te grooten aanspraak om ten minste een opziender, der Gale korle en een sekretaris, met welke bijde Dienaaren wij het meest in eijge perzoon te verhandelen heeft, na zijn genoegen temoogen voorstellen en de benoeming daar van te verwagten; dit, heeft mij voor de Eerstgenoemde egter niet moogen gebouwen hoe zeer voor de derde en dus ook voor de tee„ genwoordige vierde benoeming daar om bij officieele brieven zelvs met de verbindenste aanbeveelingen van den raad, aanhield, waar op wij nimmer met eenig antwoord zelvs verwaardigt zijn, en ons maar alleen bedeeld is, Wij hebben Die tot de vacante Post van opziender der gale korle benoemd en gelasten uw hem terstond en de waarneeming daar van te bevestigen, waar over ik mij, als eene zeer gevoelige verklijning en geheel onverdiende hardigheijd zijnde, wel kopentlijk zoude hebben moogen beklaagen, dat ik egter, en uijt bijzondere Consideratien, niet gedaan, en mij liever na het welbehaagen van uwel Edele gestrenge groot achtb: geschikt, en den last alleen voor mij zelve H=t. Pr. Sterk N=o 108.
English
Checked have kept the same, comforting myself that the first appointment was made mostly to prevent as much as possible in the beginning all complaint about the deprivation of the office of Shahbandar from the overseer, just as it has indeed worked out; the second, to help an old servant to a bit of bread upon higher recommendation; the third, to show me that there are always means to make a subordinate feel in the most forceful and striking manner that he stands under a higher authority, from which, for certain reasons, he has no favor or promotion to expect; and the fourth or present one for the very same reason, why I have also simply put up with these appointments. But whether the service of the Country and thus of the Honorable Company in this government has been truly advanced thereby, I shall prefer to leave to higher judgment, and merely ask for a favorable pardon for this and all other digressions which properly do not serve directly for my present accountability. In the above-mentioned proposal of Your Honorable Severe and Highly Esteemed Sir concerning the small district of Diritoere dated 31 August 1784, it is also stated that the high grounds of that district may perhaps in the beginning yield some paddy here and there, but that continuously only fine grains can be sown thereon, and that the Honorable Company shall take no duty from the high grounds, and that they must remain forever exempted from the payment of duty to the Honorable Company. It is therefore very advantageous for the contractor, should he fail to meet his obligations, that he has nevertheless become master of the high grounds, and needs to pay no duty thereon, apart from a small amount for the planted coconut gardens. One needs only to verify what is stated in the Galle compendium of the years 1786/7 regarding the areca plantations, to which I have received no answer or any information up to this day, and further to note that with the alleged plantings since the year 1772 until now, from all those areca gardens both in Galle and in Matara, no more than 15 7/8 amunams and 520 pieces have been delivered in total, which, recorded at four rixdollars and eighteen stivers, have brought for the Honorable Company an in truth not very considerable profit of sixty-nine Indian rixdollars and fourteen and a half stivers. Checked And thus the commander of this province—who, as I have repeatedly indicated and declared, must bear so many and such great expenses for the proper maintenance of his dignity and the oath of his office—would have to wait quite a long time for any improvement in income if he must draw it from the promised profits of these areca plantations, unless another means of subsistence is granted to him, or it is otherwise assigned to him again as before from indirect revenues—which, although almost legitimized by length of time and willing acceptance and not at all forced, were completely abolished by Your Honorable Severe and Highly Esteemed Sir in the year 1784 and since most strictly forbidden—or, in his certainly not at all easy and very laborious post, have him live off his own means, if he has any, and let him make good from that alone all expenses, both during the prolonged stay of the State's squadrons and during other no less unavoidable costly circumstances, as has been burdened upon me for four years long due to this aforementioned arrangement of Your Honorable Severe and Highly Esteemed Sir, which is particularly unfavorable for the commander of this province. And the already so meager revenues this year will decrease considerably further through the delivery of ten thousand bundles of coir by the government on the Malabar Coast, because two stivers for each bundle of 24 pounds had already been allocated to the commander for many years as a means of subsistence, which I now also have to miss for that quantity; and thus, for all my applied zeal and attentiveness, nothing has been dealt to me but a multitude of completely undeserved unpleasantries. Regarding the state of the cinnamon plantations in the Galle Korale, I also clearly declared and showed, after surveying some of them in the aforementioned year, in what condition they were then found by me. Since then, and especially in the last-passed year, they have considerably improved on the whole through the increased attentive care of the native Shahbandar, and through the great activity of the native chiefs in their districts, and particularly in the Salpiti Pattu, where most of those cinnamon gardens are situated and where they were and still are in the worst condition; yet they are by no means sufficient, and need to be attended to with more attention and zeal, to which so useful
Dutch transcription
Nagezien zelve gehouden hebben, mij vertroostende dat de Eerste benoeming meest geschiede om alle beklag over de ontneeming van den dienst van Sabandaat aan den opziender zoo veel doenlijk, in den beginne voor te koomen gelijk dit daar door ook uijtgewerkt is, De tweede om een oud dienaar op hooger aanbeveeling aan een duijmer stuk brood te helpen; De Derde om mij aantewijzen dat er altoos middelen zijn om een onderge„ schikte op eene voor hem meest kragtige en treffende wijze te doen gevoelen dat hij on„ der een hooger gezag staat, van het welk Wij, om reedenen geen gunst of belielling te verwagten heeft, en de vierde of teegenwoor¬ dige om eeven gelijk reeden waarom ik mij deeze benoemingen dien ook maar heb laats welgevallen, dog of daarmeede den dienst des Lands en dus der Edele maatschappije in dit gouvernement wel bevorderd is zal ik het liefst aan hooger oordeel overlaaten en alleen maar om eene gunstige ver¬ schooning verzoeken voor deeze en alle andere uijtwijdingen, die eijgentlijk niet direkt tot mijne teegenwoordige verantwoor„ ding dienen. Bij de boovengem: voorstelling van uwel Edele gestrenge groot agtb: wegens het Land„ schapje Diritoere in dato 31. Aug=s 1784. staat ook dat de hooge gronden van Dat Distrikt in den be„ gonne misschien wel en daar wat Nelie zullen voortbrengen, dog dat bij voortduuring daar op alleen fijne graanen kunnen worden gezaaijd, en dat de E. kompanie van de hooge gronden geen ge¬ regtighijd zal neemen, en die voor altoos van het opbrengen van geregtighijd voor de E. komp: moeten bevrijd blijven, Het is ergo zeer voordee„ lig voor den Aanneemer, wanneer hij aan zijne verbintenissen niet voldoen mogte, dat hij als dan nog meester van de hooge gronden geworden is, en daar van buijten eene geringheijd voor de aangeplante kokus Tuijnen, geen geregtighijd hoofd te betaalen. Men gelieve maar naa te gaan wat bij het gaalsch kompendium van de Jaaren 17867. wegens de Arreeks plantagien vermeld staat, waar op ik tot heeden geen antwoord, of eenige onderdigting bekoomen hebbe, en verder optemerken dat met de voorgewende aanplantigen zedert het Jaar 1772. tot nu toe uijt alle die arreeks tuijnen zo te gale als te Mature niet meer dan 15. 7/8. Amm=s en 520. stuxs tesaamen geleeverd zijn, die teegen vier ad=s en agtien stv=s ge„ teekend, voor de Edele maatschappije een ge„ urs niet zeer aanmeakelijk voordeel van indi„ asche rijxd=s neegen en sestig, en veertien en „schapze een H=t P=r Sterk N=o 108. Nagezien een halve stuijvs aangebragt hebben, en dus de gezagvoerder deezer Provintie, die gelijk ik te meermaalen aangeweezen, en verklaard hebbe tot de behoorlijke maantenu van zijne waar¬ digheijd en van de Eede zijner voorstelling zoo veele en zoo groote kosten moet draagen nog al vrij wat na eenige verbeetering van Jnkomsten zoude moeten wagten, indien hij die uijt de beloofde voordelen van deeze aareeke plantagien zal moeten trekken, zoo hem geen ander middel van bestaan toegevoegd word, of hem dat anders, weder gelijk te vooren, uijt indirekte, schoon door langhijd van tijd en gewillige aanneeming, haast gewettigde en gantsch geen afgedwonge, dog door uwel Edele gestrenge groot agtb: in den Jaare 1784. ge„ heel vernietigde, en zedert den schiepste ver„ boode inkomsten, toegeweezen worde, of bij zijn zeeker gantsch niet gemakkelijke en wel zeer arbijdzaame Post, van zijn eijge ver„ moogen, zoo hij dat heeft, doen leeven, en daar uijt alleen laaten goedmaaken alle kosten, zoo bij het langduurig verblijf van 'sLands Esquaders, en bij andere niet min te vermijde kostbaare omstandigheeden, gelijk mij, door deeze voormelde van uwel Edele gestrenge groot achtb: voor den kommandeur deezer provintie in het bijzonder zoo ongunstige schikking, on vier Jaaren bang ten lasten viel en de zoo ge„ ringe inkomsten dit Jaar door de leverantie van tien duijsend bossen kaijer door het gouverne„ ment ter kuste mallabaar nog aanmerkelijk zullen verminderen, wijl den kommandeur tot een middel van bestaan twee stuijvers voor ider bos van 24. ponden reets voor veele Jaaren zijn toegelegd, die ik nu ook voor die quantiteijt moet missen en mij dus voor al mijne aangewende ijver en oplettendhijd niet dan een meenigte geheel onverdiende onaange„ naamheeden zijn toegedeeld. wegens den testand der kanneel plantagien in de gale korle heb ik mij meede, na het op„ neemen van eenige derzelven in voormelde Jaar duijdelijk verklaard, en aangetoond in wat toestand ze als doen door mij gevonden wierden, te zijn zedert, en wel voor al in het laast gepasseerde Jaar aanmerkelijk door de meerdere oplettende Zorgen van den Jnlandsch Sabandaar over het geheel, en door de grooten werkzaamheijd der Jnlandsche hoofden in hun„ ne Distrikten, en wel in het bijzonder in de salpepattoe, alwaar de meeste dier kanneel Thuij„ nen leggen, en ze het slegtste gesteld waaren en als nog zijn, vrij wat verbeeterd, dog egter gantsch niet voldoende, en dienen met meer aandagt en ijver behartigd teworden, tot welke zo nuttige H= D=r Sterk N=o 10.8. vier
English
Checked useful precautions surely a capable and diligent overseer adapts himself best, and I will therefore now have to wait and see how the overseer van Schuler, now assigned to me and only arrived here from Colombo in recent days, will adapt himself to it, but of whom I hope for the best, and I shall endeavor to encourage him thereto in every possible and most obliging manner, so that the Honourable Company may receive the so considerable and so important benefits, which one has so greatly promised oneself from the laying out and diligent continuation of these and other precious plantations, to which I have always applied myself with all possible attention and diligence. What the bad condition of these so important cinnamon gardens is, and how little reliance one can and may place on the commissions and surveys of the native commissioners, appears most clearly from the report made to me in recent days by the First Land Surveyor Meusz, concerning his findings regarding the fifty-one of these cinnamon plantations situated in the Talpepattoe; for the survey and description of which he was himself charged by your Honourable Severe Highly Esteemed high order, and of which he declared to have found only six in good condition and order, but that all the others are entirely decayed, overgrown, covered with wild timber, damaged by cattle, and without fences or enclosures, while the express native commissioners also appointed for that survey shortly before, according to annual custom, as appears from the Compendium of the Native Shabandar under ultimo August of the past year, have submitted such a fine and advantageous description thereof. Since it is now certain and indisputable that the small district Diwitoere can become a source of prosperity and blessing for this colony, and bring very considerable benefits to the Honourable Company once the so extensive low fields thereof may be freed from the continuous severe floods, one must also hold oneself assured that the respected government of this island, with the trust placed in the present contractors for the satisfactory preparation of these so valuable lands, had no other intention than to encourage and guide them thereto by all kinds of suitable means, and to that end granted them the felling of some chenas or timber growths on the high and so fertile lands, only in so far as this might be necessary for the needful subsistence of the inhabitants settling in Diwitoere itself and also even for their own encouragement, and that they, the contractors, while sufficiently fulfilling this so wholesome purpose, were also permitted to fell and burn all the timber growth in the wattorawes, or timber-grown mud, and certainly also on the high lands required for the subsistence of the inhabitants and for their own convenience and even so greatly desired for their benefit, H. P. Sterk No 108. Checked high lands, might cut away and burn, and in this case it is almost a matter of indifference how large the chenas cut and cleared by them are, and whether much or little wood has been destroyed, with this distinction, however, that, in my opinion, it should not have been dealt with so indifferently, and one might easily have had the good timber brought down to Gale, which could very easily have been done, always leaving enough wood over for manuring the lands; yet this carelessness might also still be passed over, if only the wholesome purpose were sufficiently fulfilled, from which one is certainly still far removed, although already four of the five years stipulated for their contract have expired, and if this too is now past, and the so necessary work of the essential improvement of the low lands in that small district is not completed, just as there does not yet appear the least certain prospect thereof from their present very defective and completely inadequate means employed, then the Company, according to the contract made, will have to take over that land again as it then is, and satisfy to the Maha Mudaliyar or to his heirs all that has been expended on it by them according to account, or the entire district will, whatever their achievements may have been, remain for the contractors, if it does not please the Honourable Company for the expenses incurred; in the first case now, I can find nothing but a sufficient uselessness for this colony and no benefits for the Honourable Company, at least no considerable ones, since Her Honour, taking back that land in that incomplete condition, will then also have to have it managed herself, which certainly does not suit Her Honour, and will have to have it further prepared for Her Honour's own account or entrust that again to other contractors, whereby then the present managers, through the profit that they have had for so many years from so many laborers who have been at their service, and through the income of the high lands preserved for them for so long, will thus alone enjoy the substantial benefit; and in the latter case the damage for the Honourable Company becomes even greater, and the supposed benefits much less, when one considers well that so many laborers could have worked for five years on the cinnamon, pepper, coffee, areca, and sappanwood plantations, and brought them into a more flourishing state than they are in now, and from which they have been kept away by the proposed improvement of Diwitoere, and when to that great disadvantage is further added the loss of so many timber works, among which, if it could have been brought hither and inspected more closely A. Dr Sterk No 10. 8.
Dutch transcription
Nagezien nuttige voorzorgen zeeker een kundig en ijverig opzienden zig het best schikt, en ik dus nu zal dienen af„ tewagten hoedanig zig de mij nu toegevoegde en eerst deezer dagen van kolombo hier aangekome opziender van Schuler, daar in schikken zal, maar van ik het beste hoope, en hem daar toe op alle moge„ lijke en meest verbindende wijze zal tragten aan„ temoedigen, op dat de Edele maatschappije de zoo aanmerkelijke en zoo aangeleege voordeelen, welke men zig uijt den aanleg en ijverig voortzetting van deeze en andere kostbaare plantagien zo zeer beloofd heeft, moogen toekoomen, waar op ik mij altoos met alle mogelijke aandagt en ijver het toegelegd. Hoedanig den slegte toestand deezer zoo aange„ leege kanneel Tuijnen is, en hoe wijnig staat min op de kommissien en opneemingen der Inlandsche gekommitteerden kan en mag staat maaken blijkt overduijdelijk uijt het deezer dagen aan mij gedaan rapport van den Eerste Landmeester Meusz: wegens zijne bevinding der in de Tal„ pepattoe geleege een en vijftig deezer kanneel plantagien; tot welker opneeming en beschrijving hij door uwel Edele gestrenge groot achtb: hooge order zelve gelast is, en van dewelke hij verklaard er maar ses in goede staat en order gevonden te hebben dog dat alle de overigen geheel vervallen, verwilderd, met wildhout begroeijd, door de koebeesten beschaadigt, en zonder paggens of omhijningen zijn, terwijl de meede tot die opneeming kort te vooren benoemde Expresse inlandsche gekommitteerden, vol„ gens Jaarlijks gebruijk daar van blijkens het Compandiume van den Jnlandsch Sabandaal onder ult=o aug=s J= L=n eene zoo Schoone en voordeelige beschrijving hebben sp ingediend. Wijl het nu zeeker en onbetwisbaar is dat het Landschapje Di„ witoede een bon van welvaart en Leegening voor deze kolonie kan worden, en Zeed aanmerkelijke voordeelen aan de Edele Maatschappije toebrengen wanneer de zoo uijt„ gebrijde laage velden daar van eens van de geduur daa„ me swaare overstroomingen moogen bevrijd blijven, zoo moet men, zig ook verzeekerd houden dat de ge eerde regeeding deezes Eijland met het gesteld vertrouwen in de teegenwoordige Aanneemens tot genoegdoende be„ kwaammaaking van deeze zoo kostelijke gronden geen ander oogmerk gehad heeft dan hun daar toe door allerlij geschikte middelen aantemoedigen en optelijden en hun ten dien eijnde het kappen van eenige Chenassen of houtgewassen op de hooge en zoo vrugtbaare gronden, alleen vergund heeft voor zoo verre dit tot noodwendig onderhoud van de zig te Diwitoere zelve neerzettende inwoonders en ook zelvs tot hun eijge aanmoediging mogte noodig zijn, en dat zij Aanneemens aan dit zoo hijlzaame oogmerk wel voldoende, ook wel al het houtgewas in de wattoerawes, of met hout begroeijde modder en zeeker ook op de voor het bestaan der inwoonders en voor hun eijge gerief be„ noodigde en zelvs tot hun voordeel zo zeer gewenschte om hij= hooge H=tk P=l Sterk N=o 108. Nagezien hooge gronden, mogten wegkappen en verbranden, en in dit geval is het haast onverschillig hoe groot de door hun gekapte en gezuijverde Chenassen zijn, en of er veel of wijnig hout vernietigd is, met dat on¬ derschijd egter dat, na mijne gedagten, daar meede niet zoo onverschillig had behooren gehandeld teworden en men ligt, het goede Timmerhout na gale had konnen laaten afbrengen, het geen Leed gemakke„ lijk konde geschieden blijvende altoos tot mesting der gronden hout genoeg over, dog deeze zorgelooshijd, zoude ook nog al konnen voor bij gegaan worden, wanneer maar aan het hijlzaam oogmerk genoeg„ zaam voldaan wierd, waar van men zeeker nog verre af is, schoon reets vier van de voor hun kontrakt gestelde vijf Jaaren verloopen zijn, en als dit nu ook voor bij, en het zoo nood zaakelijke werk der wee„ Zendlijke verbeetering en der laage gronden in dat Landschapje niet volbragt is, gelijk daar toe als nog geene het minste zeeker vooruijtzigt op hunne teegenwoordige zeed gebrekkige en gantsch niet toerijkende aangewende middelen voorkomt, zoo, zal dan de kompanie, volgens het gemaakt kontrakt dat Land zoo als het zig dan bevind, weder moeten overneemen, en aan den maha-moddel„ Jaar of aan zijne Erfgenaamen voldoen al het geen door hun volgens, reekening daar aan ver„ onkost is of het geheele Distrikt zal, hoedanig ook hunne verrigtingen geweest zijn, voor de Aan„ neemens blijven, zoo het de E. kompenie voor de gedaane onkosten niet gevalt, in het eerste geval nu kan ik niet dan een voldoend nuet voor deeze kolonie en geene voordeelen voor de Edele maatschap¬ pije, ten minste geene aanmerkelijke, vinden, wijl haar Edele dat Land in die onvolkoome toe¬ stand weder overneemende het, als dan ook zelve zal dienen telaaten bestieren het geen haar E. zeeker niet lijkend, en het verder voor haar E. eijge reekening moeten laaten bekwaam maak of dat weder aan andere Aanneemers vertrouwen waar bij dan de teegenwoordige Bestierders, door het nut dat ze zoo veel Jaaren van zoa veele ten hunnen dienste gestaan hebbende ar„ bijds lieden gehad hebben, en door de zoo lang voor hunne behoude Jnkomsten der hooge geronden, dus alleen het weezendlijke voordeel zullen geniete En in het laaste geval word de schaade voor de E. kompanie nog grooter, en de onderstelde voor„ deelen veel minder, als men wel aanmerkt dat zoo veel arbijds lieden vijf Jaaren lang aan de kanneel, peper, koffij, adreeks en sap„ panhout plantagien hadden konnen arbijden, en die in bloeijender staat brengen dan ze zig nu bevinden, en waar van Ze door de voorgestelde verbeetering van Dirvitoere afgehouden zijn, en als dan bij det groot nadeel nog volgd het verlies van zoo veele houtwerken, waar onder, zoo het herwaards had moogen gebragt en nader bezigtigd gedaane worden A„ D=r Sterk N=o 10. 8.
English
Examined. One might still have found quite a lot of good timber useful for the service, and the advantage for the present contractors becomes very considerable, even if the low fields could not or were not to be improved by them into arable land and properly secured against the annual floods; because they nevertheless retain for themselves the so magnificent and fruitful high grounds, which alone constitute great wealth, especially for such powerful native chiefs who have so many facilities for maintaining and further preparing them, and which can and surely will make them the most powerful people in this government, and cause them to acquire lands bringing them such great advantages, with which all their other very extensive fine possessions in this country cannot be compared. Thus, in both these respects, all the disadvantage will always remain on the side of the Honourable Company, and against it, all the equally important advantages will be solely for the present contractors, which certainly no one would have the right or desire to dispute with them if they had truly fulfilled the real purpose of the contract entered into by them. To prove all this even more clearly, and thus irrefutably, one needs only for a single year to lease out publicly and separately, without any influence or direction from the Maha Mudaliyar or his son, both the high grounds that have already been cleared, cultivated, and made plantable, and at the same time the old low fields, marked in green and clearly indicated on the map of the late First Surveyor Waxatel in the year 1878, as well as the new low fields laid out since then, and in addition all the wattorawes or muddy grounds which the contractors claim to have made wholly or partly suitable for cultivation and sowing. Then one will best be able to be convinced and assured of what the real value actually is of both the high grounds and the old or long-standing low fields, as well as the low fields at Diwitoere that were allegedly made fit for peaceful cultivation by the Maha Mudaliyar and his son. It is certain that this undeniable difference will grow ever greater as people continue to clear and destroy the forests on the high grounds at will and turn them into arable lands and fruit gardens; and in that respect it is certainly not indifferent or harmless how many and how large chenas or forest clearings and cleanings take place in that district, H=k. Pr. Sterk N=o 108. Examined. take place, because, in so far as no Company plantations are made of them, they serve solely for the benefit of the contractors. One could also easily have trustworthy persons survey and map, more accurately than has been done to date, all the plantations of cinnamon, coffee, and sappanwood which the present contractors have laid out for the Honourable Company, and upon which, as I am very well informed, they have applied themselves with far greater zeal and still continue to pursue with uncommon attention since the survey commission to Diwitoere, appointed by me, was stopped and hindered by Your Noble, Strict, and Right Honourable's entirely unexpected and unmerited repeated interdict against me. The same could be done for all the coconut and soursop gardens laid out by them, both for the poor inhabitants settled in that district and for themselves, and to have these alone also appraised at their real value by experts. Then one will also best be able to discern what great merits the aforementioned contractors deserve in this matter, without curtailing any of their rights and good performances. It was with that good intention that I appointed this commission of mine to that district, which was halted and hindered by Your Noble, Strict, and Right Honourable's repeated order, and that I wanted to go in person to survey this with all care, but was prevented from doing so by having an extraordinary commission from Colombo unexpectedly and entirely undeservedly placed over my head, while I was already present at Diwitoere for that purpose and had dutifully and officially informed Your Noble, Strict, and Right Honourable thereof, as I have clearly shown above. I had no other intention when I requested to be informed, by official letter of 25 November last to Your Noble, Strict, and Right Honourable, whether a commission from Colombo would again come hither to survey Diwitoere, or whether, pursuant to Your Noble, Strict, and Right Honourable's own designated order for the annual survey thereof, I myself should appoint and dispatch expert persons, and who ought best to be chosen for that purpose according to Your Noble, Strict, and Right Honourable's own pleasure, in order not to draw His highest displeasure and thus new unpleasantness upon myself again, so that no further survey in that district might take place except according to his highest pleasure, and thus no other or further reports thereof be submitted than according to his highest satisfaction, so as, if possible, to earn more grace and favour from him than, to my great regret, I have received to this day. H=t P. Sterk N=o 108.
Dutch transcription
Nagezien worden, men mogelijk nog al vrij wat goed, en voor den dienst nuttig Timmerhout zoude gevonden hebben, en het voordeel voor de teegenwoordige Aan„ neemers word veel aanmerkelijkes, Schoon ook de laage velden niet door hun tot Zaaijlanden mogten of konden verbeeterd, en voor de Jaar„ lijkse verstroomingen wel verzeekerd worden, wijl ze als dan egter de zoo heerlijke en vrugtlaate hooge gronden voor hun behouden, die alleen een groote rijndom, en wal voor al voor zoo vermoogende Jnlandsche hoofden, die zoo veele gemakkelijkheijd tot het onderhouden en de verdere bekwaammaaking daar van hebben op hun zelven uijtmaaken, en hun zeeker de aller vermoogendste lieden in dit gou„ vernement konnen en zullen maaken en hun zoo groote voordeelen aanbrengende Lan„ derijen doen verkrijgen, waar bij alle hunne andere zeer uijtgebrijde schoone bezittingen in dit Land niet konnen vergeleeken worden en dus zal in bijde deeze opzigten altoos al het nadeel aan de zijde der E. kompanie en daar en teegen alle, en wel zoo importante voor¬ deelen, alleen voor de teegenwoordige Aanneemens zijn die niemand hun zeeker niet regt zoude moogen of willen betwisten; zoo ze aan het waare oogmerk van het door hun aangegaan kontrakt werkelijk voldaan habben; en om dit alles nog klaarder, en dus onweederspreekelijk te bewijzen, behoeft men waar voor een enkeld Jaar zoo wel de nu reets schoon, bebouw en beplant baar gemaakte hooge gronden en te gelijk ook op de kaart van den Zeedert overleedene Eerste Land-meeter Waxatel, in den Iaare 1878., met groen afgeteekend en klaar aangeweeze oude, als de Zedtert aangelegde nieuwe en laage velden, en daar bij alle de wat¬ toerawes of modder gronden, die de Aanneemens voor¬ geeven, door hun tot bouw en Zaij-Land geheel of gedeeltelijk bekwaam gemaakt te zijn, publiek, en zonder invloed of direktie van den Maha„ moddeljaar of van zijn zoon, dog ieder afzon¬ derlijk te verpagten wanneer men best zal kon¬ nen overtuijgd en verzeekerd worden wat eijgent„ lijk de hooge gronden en de zo wel oude, of lang voormaalige, als de nu zoo gezegt, ter geruste bebouwing door den maha-moddeljaar en zijn zoon bekwaam gemaakte laage velden te Diwi„ toene in hunne weezendlijke waarde zijn, en het is zeeker dat dit ontzeggelijke verschil hoe langer hoe grooter zal worden, als men voortgaat met de bossen op de hooge gronden na welbehaagen te kappen en te vernietigen, en die tot bouwlande en vrugt suijnen aanteleggen en in dat opzigt is het zeeker gantsch niet onverschillig of omschaa„ delijk hoe veel en hoe groote Chenassen of bosch klapping en zuijveringen in dat Distrikt ge„ schieden H=k. Pr. Sterk N=o 108. Nagezien schieden, wijl die voor zo verde 'er geen kompanies plantagien van gemaakt worden, alleen tot voordaal van de Aanneemers strekken, en men zoude ook ligt door wel vertrouwde perzoonen, en nauwkeuringer als tot heeden geschied is, konnen opneemen en in kaarten brengen alle de plantagien van kanneel koffij, en Sappanhout, die de teegenwoordige Aan„ neemers voor de E. kompanie aangelegt, en waar op zij zig, zoo als ik zeer wel onderrigt ben zedert de door mij bepaalde, en door uwel Edele ge„ strenge groot achtb: geheel onverwagt en onverdiend herhaald Interdikt aan mij teegengehoude en be„ lette kommissie ter nauwkeurige opneeming van Diwitoere, met ongelijk meer ijver toegelegd hebben en als nog met ongemeen veel aandagt voortzetten gelijk ook alle de door hun zoo voor de zig in dat Landschapje voorgezet hebbende aame inwoonders als voor hun zelven aangelegde kokus en soor¬ saks Juijnen, en die alleen ook voor hunne wee¬ Zendlijke waarde door des kundigen doen taxeeken wanneer men ook best zal konnen ontwaaren hoe groote verdiensten de voormelde Aanneemens daar bij toekomt, en hun ook in geene van hunne regten en goede voorstellingen te verkorten, en het was met dat goed inzigt dat ik deeze mijne op uwel Edele gestrenge groot achtb: herhaald bevel gestaakten verhinderde kommissie na dat Landschap„ je bepaalde, en dit ook zelve in eijge perzoon met alle aandagt wilde gaan opneemen, dog daar van door het mij op het onverwagts en geheel onverdiend voor het hoofd stellen van eene buijten gewoone kom„ missie van kolombo terwijl ik mij reets te Diwi„ toede ten dien eijnde bevind, en uwel Edele gestr: groot achtb: daar van pligtelijk en officieel ken„ nis gegeeven had, afgehouden wierd, gelijk ik hier booven, duijdelijk aangetoond hebbe en ik heb ook gee„ ander dan zoodanig oogmerk gehad wanneer ik uwel Edele gestrenge groot achtb: bij officieele brief van den 25. November J„o Leeden verzogt te moogen onderdigt e worden of weder tot het opneemen van Dircitoere eene kommissie van kolombo her„ waards zoude koomen, dan wel of ik, na de door uwel Edele gestrenge groot achtb: eijge bepaalde order tot de Jaarlijksche opneeming daar van, zelve deskundige perzoonen zoude benoemen en afzenden en wie daar toe het best na uwel Edele ge„ strenge groot achtb: eijge believen, diende verkoo„ sen teworden om niet weder hoogst Desselfs onge„ noegen, en dus nieuwe onaangenaamheeden tot mij te trekken en geene verdere opneeming in dat Landschapje dan na hoogst derzelver genoegen mog„ te geschieden en dus ook daar van geene andere of verdere rapporten dan na hoogst desselvs welbehaag¬ ingediend worden, om waare het mogelijk, daar door meer gratie en genoegen bij hoogst denzelve temoogen verdienden, als ik tot mijn groot leetweezen, tot alle heeden H=t P. Sterk N=o 108.
English
today, with all my faithful attention and zeal in the service of the Honorable Company under its highest government, I have been able to obtain, whereupon I still await a definite and encouraging reply, and thus will continue the thread of my respectful representation concerning Divitoere. One could indeed also remark with regard to that so fine district that, upon the expiration and non-fulfillment of the specified contract with the maha modliar Dias, the Honorable Company could also take back to itself those so splendid high grounds developed by him; this I fully acknowledge, but then the contractors will first have to be reimbursed for the expenses incurred by them, of which the account has not yet been drawn up, while they nevertheless retain the five-year benefits enjoyed, for which one cannot easily call them to account; and those grounds, however splendid in themselves, are never of that importance and of that utility and advantage to the Honorable Company as they are to the maha modliar and his family, and then that so useful and beneficial objective remains and continues for the greatest part unfulfilled. This is indeed most to be lamented, and one can therefore certainly not apply oneself enough to attain at last this so splendid and praiseworthy state, toward which everyone, according to their ability, ought indeed to contribute their share, and toward which all right-thinking persons and the attentive observation of the general and great interest, and in particular of the present state of the government—while we are now entirely without that so comforting ability to provide longer from abroad for the poor and suffering multitude with rice, their so indispensable nourishment, which must certainly make the heart of all well-meaning persons bleed who have at heart the welfare of this so important colony and of its large number of poor inhabitants, and who take a genuine interest therein—are certainly fully inclined; and I also wish from the bottom of my heart, and will gladly employ everything within my power toward it, and commending myself anew to the high favor and protection of Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir, I have the honor to be, with all sentiments of high esteem. Was subscribed: Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord; Your Right Honorable and Highly Esteemed Sir's very humble and obedient servant. Was signed: C: D: Kraijenhoff In the margin: Gale, the 12th of January 1789. which Examined H:t Pl Sterk No 10. 8. Agrees Wijbrands Eijklert Examined H: Pr. Sterk No 10. 8. Examined H=t. Pr. Sterk Kolombo. To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir! Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceilon with its dependencies Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord! The report mentioned in Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir's government letter of the 28th of April of last year, and sent hither in copy, from the Messrs. Dessave van Angelbeek and Junior Merchant van Schuler, concerning their further findings on the region of Diwitoere situated in this province, for a more attentive survey of which Their Honors were commissioned by Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir by separate instruction, and which commission appears to have been completed by those gentlemen with great accuracy, I have the honor herewith to return to Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir in accordance with your high order; which certainly might have been accomplished earlier, but has been postponed so long by my stay in the capital, for which I request a favorable excuse. Examined by P: Ledulx these No 10.8. Examined I do not doubt in the least that this further report will satisfy Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir much better than those successively submitted by the First Surveyor Foenander regarding his assumed accurate, yet incompletely executed surveys of the true condition of that little region, pursuant to my commission issued to him for that purpose in the month of April of the past year—as I flatter myself, according to Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir's own determination, and thus determined according to the order of the service, while he with his subordinate surveyors was engaged by high command of Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir in carrying out a levelling in that district—and presented to Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir with the utmost sincerity and zeal for the service entrusted to me. And may it be permitted to me hereby to renew my sincere declaration that I proceeded to that little region in the month of June of the past year solely with the aim of as accurate and satisfactory a survey as possible, of which I dutifully gave notice to Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir by official letter of the 6th of that month, and would also have completed this with the greatest attention, had I not been as it were prevented by the arrival of the honorable commissioners Raket and van Schuler, ordered by Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir for the same task, while I was myself present there; since I could then regard this my intended undertaking, however dutiful and necessary, as nothing but completely superfluous and entirely unnecessary, and it caused me to decide, after a short walk around and a superficial inspection of this region—which at that time had its low fields completely submerged under water—and of what had been done there by the maha modliar Dias and his son, to return hither in a manner not very flattering to public observation, and thus not at all encouraging or satisfactory to myself, and to leave this so necessary survey entirely to the care of the said commissioners, as appointed and entrusted thereto by a separate instruction not disclosed to me; which certainly could not be otherwise than painful to me, because I was thereby deprived of being able myself to present to Your Right Honorable, Highly Esteemed Sir a sincere, accurate, and H=t P=s. Sterk No 10. 8.
Dutch transcription
heeden met alle mijne getrouwe aandagt en ijver in dienst der Edele maatschappije onder hoogst desselfs aegeering, heb konnen verkrijgen, waarop Jk als nog een bepaald en aanmoedigend ant„ woord verbijde, en dus den daard mijner eerbie„ „dige voorstelling wegens Dirvitoese zal vervolge, Men zoude dan ook met betrekking tot dat zoo schoon Distrikt wel konnen aanmerken dat na verloop en onvoldoening van het bepaald kontrakt met den mahamoddeljaar Dias de E. Kompanie ook weder die zo heerlijke door hem aangelegde hoed gronden kan na zig neemen dit erken ik volkoome, dog als dan zullen de Aanneemers eerste hunne gemaakte ongelden waar van men de reekening nog niet opgemaakt heeft moeten vergoed worden, die dan evenwal de genootene vijf Jaarige voordeelen blijven be¬ houden waar van men hun niet wel reeken„ schap vraagen kan en die gaonden, hoe heerlyk ook op hun zelven, zijn nimmer voor de E. kompanie voor die Importantie en van dat nut en voordeel als voor den maha-moddel„ Jaar en de zijnen, en als dan is en blijft het zoo nuttige in heijlzaame oogmerk ten grootste deele onvoldaan; het geen wel het meest te beklaagen is, en men zig dus zeeker niet genoeg kan toeleggen om dit zoo heerlyk en loffelijk bestaan eenmaal te berijken tot het welk een ieder, na vermogen, wel het zijne behoort toetebrengen, en waar toe alle weldenkenden en de aandagtige opmerking van het algemeen en groot belang, en in het bijzonder van den teegenwoordige staat des gouvernements, terwijl wij nu geheel buijten het zoo troostelijk vermoogen zijn om de aame en noodlijdende Meinigte langer van rijst, het zoo en ontbeerlijke voedzel van hun van buijten te voorzien, het geen zeekert hart van alle welmeenenden, die het wel zijn deezer zoo aangeleege kolome, en van desselfs groot getal van aame inwoonden wel betragten, en daar in een weezendlijk deel. neemen, moet doen bloeden, zeeker ten vollen geneegen zijn en ik meede uijt grond mijnes harte wensche en alles wat in mijn vermoogen is, gaarne daar toe wil aanwenden, en mij in uwer wel Edele gestrenge groot achtb: hooge gunste en bescherming op nieuw beveelende, de eere hebbe met alle gewelens van hoog agting te zijn. /:onderstond:/ Wel Edele gestrenge groot achtb: Hoog gebiedende heer; uwer wel Edele gestrenge groot achtb: zeer onderdanige en gehoorzaame Dienaar /:was getekent:/ C: D: kraijenhoff /:Jn margine:/ gale den 12. Jannuarij 1789. - welk Nagezien H=t Pl Sterk N=o 10. 8. accordeert Wijbrands Eijklert Nagezien H: Pr. Sterk N=o 10. 8. Nagezien H=t. Pr. Sterk kolombo. Aan den WelEd: Gestr: groot Agtb: Heer:! Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Indie, Gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceilon met dies onderhoorig„ „heeden Wel Edele Gestrenge, Groot Agtbaare, Hoog Gebiedende Heer! Het bij uwel Edele Gestr: Groot Agtb: Reegeerings Brief van den 28. April J:o L: vermelde, en in afschrift herwaards gezonden Rapport van de b:s Dessal „ve van Agelbeek en onderkoopman van schuler, wegens hunne nadere bevinding van het in deese provintie geleege Landschap Diwitoere, tot welken meer aandagtige opneeming thun E=s door uwelEd: Gestr: Groot Agtb: bij afzonderlijke Instruktie ge„ „kommitteerd zijn, en welke kommissie door hun b=s met veel nauwkeurigheid schijnt volbragt te zijn, heb Ik de eere uwelEd: Gestr: Groot Agtb: bij een Apart Nagezien door P: Ledulx deezen N=o 10.8. Nagezien deeze, ingevolge hoogst deszelfs aanschrijving te rug te schikken, het geen zeeker wel vroeger mogte volbragt zijn, dog door het verblijf van mij in de Hoofdplaats zoo lange uitgesteld is, waar door eene gunstige verschooning ver„ Ik twijffele geenzints of dit nader berigt zal uwelEd: gestr: Groot Agtb: veel beeter voldoen als die door den Eerste Landmeeter Foenander we„ „gens zijne onderstelde naauwkeurige, dog onvol„ „koome volbragte opneemingen van de waare gesteldheid van dat Landschapje, op mijne aan hem ten eijnde in de maand April des Jongst gepasseerde Jaars uitgevaardigde, zoo ik mij vlije, na uwelEd: Gestr: Groot Agtb: eijge bepaeling, en dus na de order van den dienst bepaelde kommissie, terwijl wij met zijne ondergeschikte Land-Meeters beezig was op hoog bevel van uwelEd: Gestr: groot Agtb: eene water passing in dat Distrikt te doen, successievelijk ingediend en uwelEd: gestr: Groot Agtb: met de meeste opregtheid en ijver voor den wij aanvertrouwde dienst voorgesteld zijn; en het zij mij geoorlooft bij deeze te mogen vernieuwen mijne opregte betuiging van mij alleen met het oogmerk van eene zoo veele mogelijk nauwkeurige en voldoende opneeming in de maand Junij des Jongst gepasseerde Jaer „zoeke. na dat Landschapje te hebben begeeven, daar van uwel Ed: Gestr: Groot Agtb: bij officeele brief van den 6. ' dier maand pligtig kennis gaf, en dit ook met de meeste aandagt zoude vol„ „bragt hebben, indien ik niet door de aenkomst van de tot gelijk verrigting door uwelEd: Gesta: Groot Agtb: gelaste E.:s gekommitteerden Raket en van schuler, terwijl ik mij zelve aldaar bevond, als teegen gehouden waere, wijl ik dit mijn voorgestelt zoo pligtelijk als noodzaa„ „kelijk bestaan als doen niet dan ten eene„ „maale overvloedig en geheel buiten vereijsch konde aanmerken, en mij deed besluiten na een korte omwandeling en oppervlakkige beschouwing deezer als doen voor de laage velden geheel on„ der water staande Landstreek, en van het aldaar verrigte door den Maha -Moddeljaer Dias, en zijn zoon, op eene voor de publieke opmer„ „king niet zeer vlijende, en dus voor mij zelve gants niet aanmoedigende of voldoende wijze herwaarts te keeren, en deeze zoo nood„ „zaakelijke opneeming geheel overtelaeten aan de zorgen van gem: gekommitteerden, als daar toe bij afzonderlijke en aan mij niet opengelegde Instruktie bepaeld en vertrouwd, het geen mij zeeker niet dan gevoelig konde zijn, wijl ik daer door verstooken wierd van uwel Ed: Gestr: groot agtb: zelve te moogen voorstellen een opregt, nauwkeurig na„ en De H=t P=s. Sterk N=o 10. 8.
English
and as satisfactory an account as possible of the true condition of a district situated within this command, whose subordinate administration has so long been entrusted to us by the High Government of these lands as well as by Your Right Honourable, Highly Esteemed, and Venerable, and which is of the highest importance for the welfare of the colony. In the attentive execution whereof, without any particular pride or self-love, I dare flatter myself that Your Right Honourable, Highly Esteemed, and Venerable would have been presented with so detailed, accurate, and sincere an account of the true state of that district, and of the actual progress and usefulness of the operations of the present contractors toward its better cultivation, as could best have presented the completely undisguised and unfeigned pros and cons of all that relates thereto, and would have been most satisfactory to the true interest of the affairs, and consequently, as I am confident, would in no way have had to yield to the reports now submitted by the three commissioners deputed for that purpose by Your Right Honourable, Highly Esteemed, and Venerable. But since, for the reasons aforementioned, I was not permitted to present these sincere accounts of my high and so very dutiful, well-intentioned observations, I may not, however, refrain from granting to everyone that share in justice and equitable consideration which belongs and is due to them in all the relations and circumstances of my subordinate administration. And I therefore testify that it would have been very agreeable to me if the entirely free, unconstrained, and, as I was assured, disinterested reports of the First Land Surveyor Foenander regarding the condition found by him of the little district of Diwitoere, and regarding the operations of the Maha Mudaliyar and of his son, as the latest contractors for the cultivation thereof, and above all the wood-cutting in that district—alleged and announced by him, most probably after inaccurate and much exaggerated statements, to have caused so much damage to the Honourable Company—had been just as advantageous and favourable to these people as are indeed those of the aforementioned commissioners, and especially those of the Honourable Dissave van Angelbeek. Upon the latter's full and satisfactory acceptance, I gladly testify that great injustice was done to the said contractors in that of the First Land Surveyor Foenander, and that upon the satisfactory acceptance of these latter reports, which are so satisfactory regarding the zeal and labor expended by them, they may feel very aggrieved over the contents of the first-mentioned, and request such satisfaction as Your Right Honourable, Highly Esteemed, and Venerable's decision in this case shall make most equitable, useful, and necessary for their honour and good name. Examined H. D. Sterk No 10.8. Ditto Examined I have also always been of the opinion, and still am, that the present contractors really wished to effect good improvements in that little district, but that the means employed by them for that purpose, being defective and inadequate, cannot correspond to expectations, which does not diminish the merit of their operations. Yet, relying on the submitted reports of a very knowledgeable, zealous, and competent man, still employed in this government with such flattering consideration for such important operations, who offered to confirm his well-considered and accurate reports with solemn oaths, I also had to conclude that these operations of theirs were also very much directed toward their particular self-interest, and that this would best appear at the expiration of the stipulated time of the contract for the better cultivation of the said little district. Here, I cannot suspect anyone, and all the less so if one observes attentively that the path to accurate self-information concerning the true condition of the aforementioned district, and concerning the real operations of the present contractors toward its actual improvement, was practically cut off or declared useless to me by the preferential appointment and dispatch of the two above-mentioned commissions. In consequence whereof, I myself have not been able to render to those people the justice that has been accorded to them according to the submitted reports of the aforementioned high commissioners, which I never wish to withhold from them either, but would gladly even have acknowledged and conceded to them according to my own findings regarding the merit of their operations; and I shall now also fully comply with whatever Your Right Honourable, Highly Esteemed, and Venerable and the Council of Government of this island shall be pleased to determine for their satisfaction in this matter. To which declaration I have always been ready, and which, in my separate official letter of the 12th of January of this year, serving in answer to the Council Resolution taken by Your Right Honourable, Highly Esteemed, and Venerable on the 25th of October of the past year concerning the circumstances of this matter and sent to me for that purpose at the end of December following, was, as I flatter myself, presented in more than one place with equal clarity and sincerity. 28 H.t. Prs. Sterk No 108.
Dutch transcription
en zoo veel mogelijk voldoend berigt van de waere gesteldheid van een ten hoogste voor het wel zijn der kolonie aangeleege, en onder dit komman „dement waar van wrij het ondergeschikt beleid door de Hooge Regeering deezer landen zoo wel als door uwelEd: gestr: groot Agtb: zoo lange toevertrouwd is, geleegene Landschap, bij welker aandagtige volbaenging ik mij, zonder eenige bijzondere hoogmoed of eijgen liefde, wel duure vleijen dat uwelEd: gestr: Groot Agtb: een zoo omstandig, naauwkeurig en opregt berigt van de waare toestand van dat Distritet en van de werkelijke vorderinge en nuttigheid der verrigtingen van de teegenwoordige aanneemers tot de beetere bekwaammaaking daar van zoude voorgesteld zijn, als best het geheel onbewinseeld en onversiend voor en teegendeel van al het daar toe betrekkelijke zoude hebben konnen voorstellen, en aan het waere belang der zaaken meest voldoende zoude geweest zijn, en bijgevolg, zoo ik mij verzeekere in geenen deelen voor de nu overgelegde berigten der drie ten dien einde door uwelEd: gestr: Groot Agtb: afgevaardigde gekommitteerden behoeven te wijken; zog dit opregt berigten mijner hooge en zoo zeer verpligte welmee„ „nende betragtingen, nu, om reedenen voormeld, niet hebbende moogen voorstellen, mag Ik mij egter niet onthouden van aan een ieder dat deel in de Regtvaardigheid en billijke op„ „merking te geeven dat hun in alle de betrekkingen en omstandigheeden mijner onder geschikte beheering behoort en toekomt, en ik betuige dus dat het mij zeer aangenaam zoude geweest zijn indien de geheel vrije, onbedwonge, en, zoo ik mij verzeekerde, eijge belangloose Berigten van den Eerste Land-Meeter Foenander weegens de door hem bevondene ge„ „steldheid van het Landschapje Diwitoere, en van de verrigtingen van den Maha- Modeljaar en van zijn zoon, als de jongste aanneemens tot de bekwaammaaking daar van, en boven al de door hem, zeer waarschijnelijk na verkeerde en veel vergroote opgaaven; onderstelde en aange„ „kondigde voor de Ed: Maatschappije zoo veel nadeel toegebragt hebbende houtkapperij in dat Destrikt; eeven zoo voordeelig en gunstig voor deeze Lieden geweest waaren, als werkelijk zijn die van de voorm: gekommitteerden, en inzonderheid die van den E. Dessave van Angelbeek, bij welker laatste volleedige en voldoende aanneeming, Ik gaarne betuige dat ge„ „melde Aanneemers groot ongelijk bij die van den Eerste Landmeeter Foenander geschied is, en hij zig bij genoegdoende aanneeming deezer laatere voor hun aangewende ijver en arbeid zoo voldoende Rapporten; zeer over den inhoud der eerstgem: konnen beswaere„ en om zoodanige voldoening verzoeken als uwel Ed: „merking Gestr Nagezien H: D: Sterk N=o 10.8. Do Nagezien Gestr: Groot Agtb: uitspraak in dit geval voor hunne eer en goede naam meest billijk, nuttig en nodig zal maaken. Ik ben ook altoos in het denkbeeld geweest en als nog, dat de teegenwoordige Aanneemers werkelik =ke goede verbeeteringen aan dat Landschappje hebben willen toebrengen, dog dat de door wien ten dien einde aangewende mitdelen, als gebrekkig en onvoldoende, niet aan de verwagting kunnen beandwoorden, het geen het verdienstelijke van hunne verrigtingen niet wegneemt, dog, mij verlaatende op de ingediende Rapporten van een zeer kundig, ijverig en bekwaam, en als nog in die voor hem zoo vleijende aanmerking tot zoo aangeleege verrig„ „tingen in dit gouvernement geemploijeert worderad Man, Die aan bood zijne als wel bedagte, en naauwkeurige Berigten met solemneelen eeden te bevestigen, ook wel moeten opmaaken dat deeze Hunne verrigtingen meede al zeer veel tot hamn bijzondere eijge belang ingerigt waaren, en dit bij het expineeren van den bepaelde tijd der aan„ „neeming voor het beeter bekwaam maaken van gem: Landschapje best zoude blijken, hier ik kan mij niemand verdenken, en wel te minder als men met aandagt opmerkt dat mij den weg tot nauwkeurige zelfs onderrigtinge van de waare gesteldheid van voorm: Landschap, en van de weezendlijke verrigtingen van de teegenwoordige Aannemers tot de werkelijke verbee„ „tering daar van, door de preferente benoeming en voortschikking van de twee boovengem: kommissien genoegzaam als afgesneeden, dan wel nutteloos verklaerd wierd, waar door ik dan ook zelve aan die Menschen het regt niet heb konnen toebrengen dat Hun volgens de overgelegde berigten der voorm: h:s gekommitteerden toegedeelt is, ik hun ook nimmer onthouden wil, maar thun gaarne zelfse„ na eijge bevinding, van het verdienstelijke tun„ „ner verrigtingen zoude erkend en toegestaen hebben, en mij nu ook volkoomen zal schikken na het geen uwelEd: Gestr: groot Agtb: en de Raad der Regee„ „ringe deezes Eijlands tot Hunne voldoening in deeze zaak zullen gelieven te bepaelen, tot welke verklaering ik altoos bereijd geweest ben, en bij mijne Aparte officieele brief van den 12.' Janus deezes Jaars, als in andwoord dienende op uwelEd: Gestr: Groot Agtb: op den 25. ' 8ber des Jongst gepasseerde Jaars weegens de aange„ „leegendheeden deezer zaake genoome, en mij ten dien einde in het laast van december daar aan volgende toegeschikte Regeerings Be„ „sluit, op meer dan eene plaets, zoo ik mij vlije, eeven duidelijk als opregt voorgesteld is, onderrigtinge 28 H=t. Prs. Sterk N=o 108.
English
Examined and I presently of my own free will and out of love for justice hereby renew, and urgently request that this separate letter of mine may also be added to all the other papers submitted by me in this matter and sent with them to the Noble High Government of these Lands, with which sincere declaration and respectful representation I hope that this matter, in so far as it concerns me or my previous declarations and representations, upon my so imminent discharge from the subordinate administration of affairs in this commandancy, and departure from these lands to that of my fathers, may be considered and held as completely settled, in which good expectation - I have the honor with all sentiments of high esteem to be beneath stood, Right Honorable, Highly Respected, High Born Sir, your Right Honorable, Highly Respected humble servant was signed C: D: kraijenhoff in the margin: Gale the 11th of September 1789. — Examined, by Hibraards H=k Pr. Sterk No 108. Agrees DE: Clerk P: Leduly Examined A: D: Sterk No 10.8. Examined large chisel large file - small ditto 526½ lb Dutch iron - coir small chisels - - 2 – quires small format paper - - Sinhalese iron - Imperial paper - - - - - - - - - - J=t Ps Sterk 1400 19/240 pars paddy - - 135 7/8 lb salt - 617 — pieces mamotties - - - - 26 — pickaxes - 45 crowbars - - - - - 7¼ quires large medium paper - - 225 pieces whole hourglass - - - - - - 37 — Dutch steel - - - - 342 — cans double arrack - - - - 24 — pieces axes - - cairos - - sledgehammers - hand hammer eyelet irons - fire hooks - - - - anvil 20 1/8 lb lock-plate iron - - - - - - - - - - - small fire tongs - - iron pin - - - - - 226 5/9 cans coconut oil - - - - - - - - - - 24. 6. 8. bundle of medicinal herbs - - - - - - - - - - 45 —. —. large fire tongs - - - sledgehammers - - - - - - - - - - - In cash _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ ƒ 13312. 12. 8. nail mould - - - - - - - - - - - - - 88 b: 1094 - 720 - Rice 13. 13. 8. deducted from that. Sum - - - - ƒ 19767. 13. —. that which has been credited to the benefit of this account. – pieces usable pickaxes - - - - - - - ƒ 3. 16. 8. whole hourglass - - - 4. 4. 8: Remaining balance charged - - ƒ 19763. 8. 8. 1 3/3. ½ 8. 3. 12. 8. 56. 1/1. 8. —. 15. —. —. 8. 11. 8. — 6. 8. 1. 2. 2: 48. 18. /8. 2. 14. —. 16. 17. 8. -- – – - —. 8: —. 3. 15. — — 7. 8. - - - - - 113. 17. 8. Account of the expenses incurred for the cutting in the Moruakorle, in compliance with the requirement of the Colombo dispatch of 26 November last, namely: - No 10. 8. 40 - 14 - 1 — 2 – 2 – 1 – 5 – 3 – 1 – 1 – 1 – 4 — 1 — — – - - — - — - –– – – – – – -- Carried forward 8 –– – – – – – – – – – – -- - - -–– –- — - – – – – – – – – – —. 18. 8. –– – – – 1. 6. 8 . 14. —. . 5. 8. d a 2. 13. —. 1. 13. 8. 1. 6. 8. 13. 17. 8. - - - - - - - - - - - - 19. 4. 8. — - --- - - - - - 31. —. 8. 409 —. - - - – – —: 9. 8. - - — – – – – – – – - -- - — — - - - . 5583. 1. —. Examined To which must also be added The value of the fields used for the cutting and the loss of the net proceeds of the Parvenie share of these used fields, and of those fields that could not be sown because of the cutting, as well as the loss of the Parvenie share for the year 1789 of those whose fields were used for the cutting, as they have received no payment or equivalent. Both together amount to Because the inhabitants of the Morrua Korle are presently in the King's Land for the harvesting of cardamom, the report of the Company's fields instead of the lost fields, as well as the paddy on account of the loss of the Parvenie share of the above-mentioned fields, could not yet be made, but this will only be able to be effected in the coming month of March, because until then the cardamom harvest usually lasts, according to the report of the Matara servants by letter of the 7th of this month. Gale the 18th of December Anno 1789. was signed: Total . . . . ƒ 20812. 11. 8. in total - - - - - - - - Rds 545: 1½– 1079. 3. Brought forward - - - ƒ 19763. 8. 8. Dijbrands H=t P. Sterk No 10. 8. Note: M: v: D: Spar Agrees EGklerk Examined Van Geizel Pursuant to your Honors' highly respected communication of the day before yesterday of the same date, to provide in a separate and distinct report the benefits and utility of the cutting in the Moruakorle, as pointed out in my letters of 18 October last, I have the honor to demonstrate the same to your Honors hereby to the best of my ability. The unfortunate times that the Giruwaye now only very recently Honorable Gentlemen Special Good Friends To the Honorable Peter Sluijsken Commander of the City and Lands of Gale Matara etc. Along with the Council. Examined bunches O H=r. P=s. Sterk No 108.
Dutch transcription
Nagezien en ik thans uit vrije beweeging en uit liefde voor het regt bij deeze vernieuwe, en instantig verzoeke dat ook deeze mijne aparte brief bij alle de overigen door mij in deeze zaak overgelegde papieren mag gevoegd en met dezelven aan de Edele hooge Regeering deezer Landen overgezonden worden, met welke opregte betuiging en eerbiedige voorstelling ik verhoope dat deeze zaak, zoo verre die mij of mijne voori„ „ge verklaeringen en voorstellingen betreft, bij mijn zoo kort op handen zijnde ontbinding uit de ondergeschikte Administraatie van zaaken in dit kommandement, en vertrek uit dee„ „ze: landen na dat mijner vaderen, voor geheel afgedaan mag aangemerkt en gehouden worden, in welke goede verwagting - Ik de eene hebbe met alle gevoelens van hoog achting te zijn /:onderstond:/, wel Ed: Gestr: Groot Agtb: Hoog Geb: Heer uwelEd: Gestr: Groot Agtb: onderdanigen Dienaer /:was geteekend:/ C: D: kraij„ „enhoff /: inmargine:/ gale den 11 ' 7ber: 1789. — Nagezien, door Hibraards H=k Pr. Sterk N=o 108. Accordeert DE: Clerk P: Leduly Nagezien A: D: Sterk N=o 10.8. Nagezien groote bijtel groote vijl - kleene do: 526½ lb: ijzer hollandsch - kaijer kleene bijtels - - 2. – boeken kleen formaat Papier - - ijzer Singaleesche - Jmperoijaal papier - - - - - - - - - -„ J=t Ps Sterk 1400. 19/240 pars: Nelie - - 135 7/8 l: zout - 617. — pees jnchiadossen - - - - 26 — „ piekhaans- 45 „ koevoeten - - - - - 7¼ boeken groot Mediaan Papier. - - 225 Pi hele surglas - - - - - - 37 — „ staal hollandsche - - - - 342. — kann: arrak dubbelde - - - - 24. — p: bijlen - - kooijtassen - - Mookers -. - handhamer oogijzers- vuurhaaken - - - - Ambeeld 20 1/8 l: slootplaat ijzer - - - - - - - - - - - „ kleene vuurtangen - - Ijzere Ben - - - - - 226 5/9 kann: kokus olie - - - - - - - - - - „ 24. 6. 8. bos Cenkrugten - - - - - - - - - - „ 45 —. —. groote vuurtang - - - voorhamers - - - - - - - - - - - „ Aan kontant _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ ƒ13312. 12. 8. Spijker Form - - - - - - - - - - - -„ - 88. b: 1094. -„ 720 - „ Rijst 13. 13. 8. daar van gaat af. Somma - - - - ƒ 19767. 13. —. het geen ten voordele deeser reekening ingekomen is. – pees bruijkbaare piekhaans - - - - - - - ƒ 3. 16. 8. heele uurglas - - - 4. 4. 8: Rest nog ten laste - - ƒ 19763„ 8. 8. 1 3/3. ½ 8. „„ 3. 12. 8. 56. 1/1. 8. —. 15. —. —. 8. 11. 8. —„ 6. 8. 1. 2. 2: 48. 18. /8. 2. 14. —. 16. 17. 8. -- – – - „ —. 8: —. 3. 15. — — 7. 8. - - - - - „ 113. 17. 8. Reekening van de gedaane ongelden van de door¬ „graaving in de Moruakorle, ter voldoening aan het geEijschte bij kolombosche Missive van 26. November Jongstleeden als: - N=o 10. 8. 40 - „ 14 - „ 1 — „ 2. – „ 2. – „ 1. – „ 5. – „ 3. – „ 1. – „ 1. – „ 1. – „ 4. — „ 1. —„ —„ –„ - - — - — „ - –– – – – – – „ -- „ „ „ Die Transporteerte 8 –– – – – – – – – – – –„ -- - - -–– –- „— - . „ – – – – – – – – – „ —. 18. 8. –– – – –„ 1. 6. 8 . 14. —. . 5. 8. d a 2. 13. —. 1. 13. 8. 1. 6. 8. 13. 17. 8. - - -„ - - - - - - - - - „ 19. 4. 8. „ „ — - --- „ „ „ „ - - - - - „ 31. —. 8. „ 409 —. - - - – – „ —: 9. 8. - - — – – – – – – – „ - -- - — — - - - . „ 5583. 1. —. „ Nagezien Waarbij nog moet koomen De waarde dere geEmploijeerde velden tot de doorgraa¬ „ving en het verlies van het suijver Provenue van het Parvenie aandeel deeser GeEmploijeerde velden, en van die velden die weegens de doorgraaving niet heb= ben konnen bezaaijd worden als meede het verlies van het Parvenie aandeel van het Jaar 1789 van hun wier velden tot de doorgraaving geEmploij= eerd zijn als hebbende zij geen betaaling of Equi= valent gekreegen. Het een en ander bedraagd Wijl de Ingezeetenen van de Morrua korl tans in skonings Land zig bevinden tot het inzaamelen van Kardamom, heeft de opgaave van skomps: velden in steede van de verloorene Velden als meede de Nelie weegens het verlies van het Parvenie aandeel der hierboven gemelde velden, tot als nog niet konnen geschieden maar zal zulks eerst in de aanstaande Maand van Maart konnen bewerk stelligd worden, wijl tot zoo lange de inzaam van kardamom gewoonelijk duurd volgens Berigt der Matuiree¬ sche Bedienden bij brieve van den 7e: deser Gale Den 18. ' December Anno 1789. /:was getekend:/ Tezamen . . . . ƒ 20812. 11. 8. in het geheel - - - - - - - - Rds 545: 1½– „ 1079. 3. P=r Transport - - - ƒ 19763. 8. 8. Dijbrands H=t P. Sterk N=o 10. 8. Nota: M: v: D: Spar Akkordeert EGklerk „ Nagezien Van Geizel Ingevolge uw E: E: Agtb: veel g'eerde aanschrijving van Eergisterin e ver datum om de bij mijne brieven van den 18 october J:L: aangewee„ „zene voordeele en nuttigheijd van de door„ „graving in de Maruakorle, bij een appart en afzonderlijk berigt optegeeven, heb„ „be ik de heere uw E:E: Agtb: dezelve bij dee„ „zen naa mijn best vermoogen aante„ toonen De ongelukkige tyden die de girwais nu nog maar voor zeere korten ge„ E:E: Achtb: Heeren Bijzondere Goede vrienden Aan den E: E: Agtbaare Heer Peter Sluijsken Kommandeur der stad en Lan„ „den van Gale Mlature U=m Nevens Den Raad. „ Nagezien trossen O H=r. P=s. Sterk N=o 108.
English
Examined met with are sufficient proof that the Kattoense River in times of drought is by no means capable of supplying so much water that the fields irrigated by the same can be sown. These fields amount, in the Resthouse of Marahadde: in Ande fields: amm: 841. 23 in Parvenie fields: 961 - 6. In the Resthouse of Ranne: in Ande fields: 261. 3. in Parvenie ditto: 567. 31 In all: amm: 2637-19. Which fields, being calculated at sixfold, will yield a quantity of amm:s 15788-26 or 126308. 4 Parras. As long as the Honourable Company can be assured that the Girwais will yield this quantity of Nelie, so long also does it not have to fear that this district will be plagued with famine and that a multitude of its faithful subjects will perish on account of hunger and want, or will have to leave the land of their habitation. All means that are thus employed for the greater assurance of a desired crop on the aforementioned fields are not only of the greatest importance, but contain within themselves the benefit which the Honourable Company may expect therefrom, and consequently also the reimbursement of all the costs which Her Honour applies thereto. In the times of greatest drought, the Mature River has always had a sufficient quantity of water. The main branch of the Mature River is also now cut off, and the water from it falls through the newly dug canal into the Kattoense River. The Resthouses of Marakaddé and Ranne therefore now have all the water that previously was carried off from the King's land and a part of the Moruwakorle through the Mature River to the Korles and Pattoes and the Baijgam. The danger of a general famine in the Girwais is hereby not only diminished, but there is every reason to hope and expect that the above-mentioned amm: 2631:19 will also be able to be sown in the driest times, and that consequently the Girwais will always remain a flourishing and prosperous land, whilst meanwhile the reduction of the water in the Korles and Pattoes is at the same time a very desirable circumstance, and for the reduction of which I am still continually busy devising the necessary means, because the water, which in the Girwais cannot be too much, causes, on the contrary, very much destruction on the fields of Korles and Pattoes and of the Baigams. This cutting has thus brought a double and general use and benefit, both to the Honourable Company and to the inhabitants of almost all the districts of this extensive Dessavonie. Hoping hereby to have complied with Your Right Honourable's honoured order, I have the honour to be with the most dutiful respect. Was underwritten: Right Honourable Sir and Special Good Friend, Your Right Honourable's dutiful friend and servant. Signed: C: van Angelbeek. In the margin: Mature, 16 January Anno 1790. Agrees. Wijbrands, First Sworn Clerk. Examined van Geizel No 118 Today, 11 January Anno 1790, appeared before me, Michiel Justinus Gratiaan, First Sworn Clerk of Police and Justice here, present the witnesses to be named hereinafter. The Honourable Frans Joseph Weber, Military Lieutenant, ditto Hendrik De Nijs Schwalje, Ensign ditto, and Gerrit Balkhuijsen, Master Journeyman of the Smiths, all appointed here in those capacities, who together and each of them in particular declared it to be true: That by honoured order of the Right Honourable Peter Sluijsken, Commander of the city and lands of Gale, Mature, etc., they have today proceeded on board the return ships Trinkonomale and Huijsduijnen, now lying anchored in this Bay, and there have exactly and accurately inspected all the weaponry belonging on the said vessels, and found that all of the same are good and serviceable. Herewith the attestants end their given declaration, which they affirmed contains the sincere and pure truth, giving as reason of knowledge as in the text, remaining moreover prepared to confirm further under oath what has been attested. Thus declared in the city of Gale at the Secretariat of Police and Justice, on the day aforesaid, and in the presence of the clerks Johannes Winandus Martensen and Johannes Martinus Anthonisz as witnesses, who have signed the minute hereof alongside the attestants and me, the First Sworn Clerk. Was underwritten: Which I testify. Was signed: M: J: Gratiaan. Agrees. Wijbrands, First Sworn Clerk.
Dutch transcription
Nagezien „troffen hebben zijn een genoegzaam bewijs dat de kattoense Revier in tijden van droogte op verre na niet in staat is zoo veel water uijtteleeveren, dat de velde door de„ „zelve besproijt worden konnen be„ „zaaid worden. Deesze velden bedraagen in het Rust„ huijs van Marahadde aan ande vel¬ ann: 841. 23 aan parrenie velden - - - - „ 961 - 6. In het Rusthuijs van Ranne aan ande velden „ 261„ 3. - - aan parvenie d=o. „ 567. - 31 alllen In het geheel amm„„ 2637-19. Welke velden op ses voudig gereked zijnde een kwantiheid van ann:s 15788-26 - of Parras 126308. 4 opwerpen zoo lange de Edele Komp: verzeekerd kan zijn dat de Girwais deeze kwantiteid van Nelie zal opwerpen, zoo lange heeft zij de ook niet te vreesen dat dit landschap met hongers nood zal geplaagd wor„ de en dat Eene meenigte van haar getrouwe onderdaanen uit hoofde van hommer en gebrek zullen omkoomen of het land hunner inwooning zul¬ len moeten verlaaten alle middelen die dus tot meerdere verzeeke„ ring van een gewenscht gewasch op voormelde velde gebezigt wor„ „de zijn van het grootste belang niet alleenig maar sluijten het voordeel het welk de Edele Komp:e daar van te wachten heeft in zich zelve op en bij gevolg ook de vergoed van alle de kosten die haar Edele hier toe aanwendt. In de tiden van de grootste droogte heeft de Ma„ terse revier steeds eene genoegzaam hoeveelheijd van water gehad. De hoofdtak van de materse vevier is „ 1„ ook tans H=t. P=r Sterk N=o 10. 8. Nagezien tans afgesneeden en het water uijt dezelve valt door de nieuw gegrave„ ne spruijt in de kattoense revier De rusthuijsen van Marakaddé en Ranne hebben dus thans al het water dat bevorens uijt skonings land en een gedeelte van de Morn¬ „wakorle door de materse rivier na de Korles en pattoes en de baijgam afgevoerd wierd het gevaar van hen en algemeenen hongersnood in de girwais word hier door niet alleenig vermindert maar alle reedenen zijner om te koopen en te verwagten dat de hier boven vermelde amm: 2631:19. ook in de dvoogste tijden, zullen konnen beaijd worden en dat by gevolg de gerce„ wait steeds hen bloeijend en welvae¬ „rend land zal bleiven, terwijl in„ „tusschen de vermindering van het water in de kovles en pattoes tevens eene zeer gewenschte omstandigheijd is en tot welkers vermindering ik nog steeds bezig be om de nodige mid„ „delen te beraamen wijl het water dat in de Girwas niet te veel kan zijn daar en tegen zeer veele ver„ woestingen op de velden van kor„ „les en pattoes en van de Baigams aanrigt. Deese doorgraving heeft dus een dubbeld en algemeen uute en voordeel, zoo aan de Edele Komp als aan de ingezeetenen van meest alle de distrikten van deeze uijte„ gestrekte Dessavonie toegebragt In hoope hiermeede aan uw E:E: Agtb: geeerde ordre te hebben voldaan heb¬ be ik de here met de verschuldig„ „ste achting te zijn. /:onderstond:/ E: E: Agtb: Heer en Bijzondere Goede vrie„ „den uw E: E: Agtb: Dienstschuldige vriend 1„ water e en H=t Pr. Sterk N=o 10. 8. Nagezien H=t. P. Sterk en Dienaar /:geteekend/ C: van Angelbeek. /:in margiene:/ Mature den 16 januarij A:o 1790. Hibrands N=o 10. 8. Accordeert. Z GKlerk # Nagezien van Geizel N=o 118 Heden Den 11 Januarij Anno 1790 kompareerden voor mij Michiel Justinus Gratiaan, Eerste Gesw: klerk van Polietie en Justitie alhier, present de na¬ „tenoemene getuijgen. Den E: Manh:r Frans Joseph weber Luijtenant Militair d=o. Hendrik De Nijs Schwalje vaandrig d=o. en Gerrit Balkhuijsen, Meester knegt der Smeeden Alle in die kwalitaiten alhier bescheiden, dewelken te zae„ „men en ieder van Hun in het bijzonder verklaarden waaragtig te weesen. Dat zij tet geeerde order van den wel Edele Achtb: Heer Peter sluijsken kommandeur der stad en Landen van Gale Mature &=a Hun of Heden hebben begeeven aan boord van het tans in dees Baij geankert leggend Retoer scheepen Trinkonomale en Huijsduijnen en aldaar alle de wapen goederen die op gedagte Bodems gehooren Exakt en nauw¬ „keurig gevisiteerd en bevonden hebben dat alle desel¬ „ve goed en bekwaem zijn. Eijndigende hiermeede de attestanten hunne gegevene verklaering die zij betuijgde de opregte en suijvere waarheijd te behelsen gevende voor reeden van weten„ „schap als in den text overzulks bereijd blijvende het geattesteerde nader me Ede gestand te doen. Aldus verklaard in de stad Gale ter Sekretarij van politie en Justietie, ten daege voorsz: en ter presentie van de klerken Johannes winandus Martensen Johannes Martinus Anthonisz: als getuijgen; die de minute deses nevens de attestanten en mij Eerste gesw: klerk hebben onderteekend. /. onderstond: 'T welk Getuijgd /:was geteekend:/ M: J: Gratiaan „ d. met daala schtk. seen Accordeert Wijbrands H=t Pl. Sterk ƒ N=o 10. 8. Nagezien egklerk LEgklerk e
English
Examined Today the 11th of January Anno 1790 appeared before me, Michiel Justinus Gratiaen, First Sworn Clerk of Police and Justice here, in the presence of the witnesses to be named hereafter, The Honorable Jacob Metler, Military Lieutenant, and Goussaint Clamar, Extraordinary Lieutenant in the Artillery, both stationed here in those capacities, who together and each of them in particular declared to be true that, by order of the Right Honorable Peter Sluisken, Commander of the city and lands of Gale, Mature, etc., they proceeded to the Flag Rock here and, having there carried out the ordinary proof test of the gunpowder of the return ships Trinkonomale and Huisduinen lying anchored in this Bay against that of the shore, found that the powder of the said ships had blown off the cap during the test as follows: The fine powder 10 feet The coarse ditto of the ship Trinkonomale 25 ditto The fine powder 60 ditto of the ship Huisduinen The coarse ditto 90 ditto From the shore The fine powder 45 ditto The coarse ditto 50 ditto With the further declaration by the deponents that they, with the captain and gunners of the aforementioned vessels, also proceeded to the Examined Point Utrecht, and that there, by the second deponent and the just-mentioned gunners, a brass cannon firing 18 lb balls was inspected, which subsequently, with the correctly weighed test powder of the aforementioned vessels one after the other, was loaded with 9 lb of powder and set at a proper elevation, and being distinctly fired, the ball each time was calculated according to the distance of the dhoney beacon, which with a small flag from the said point was placed at 500 rods in the Bay, carried as follows: By the powder of the ship Trinkonomale 525 rods By the ditto ditto of the ship Huisduinen 545 ditto By the ditto ditto of the shore 530 ditto Herewith the deponents ended their given declaration, which they affirmed to contain the sincere and pure truth, giving as reason for their knowledge as stated in the text, remaining ready to confirm the attested further under oath. Thus declared in the city of Gale, at the Secretariat, on the date aforesaid and in the presence of the clerks Johannes Winandus Martens and Johannes Martinus Anthonisz as witnesses, who signed the minute hereof along with the deponents and me, First Sworn Clerk. Below stood: Which I attest. Was signed: M: J: Gratiaen, First Sworn Clerk. To the Right Honorable. Agrees. Hijbrands, First Sworn Clerk Hk Pl Sterk No 108. Examined Examined Ht Pr. Sterk Beukman The undersigned Chief Surgeon of the Dutch Hospital here has the honor to inform the Right Honorable that, pursuant to the order received, he proceeded to the Trade Warehouse and there, in his presence, by the Head of the Mahabadde, the Honorable Theodorus van Teijlingen, for the account of the small harvest, a quantity was delivered of: 31, say thirty-one bales of Garden Cinnamon 120, say one hundred twenty bales of Forest Cinnamon 60 lb of Cinnamon Powder which, having been accurately inspected and examined by me, I have found Right Honorable Commanding Sir, Peter Sluijsken, Commander of the city and Lands of Gale, Mature, etc. To the Right Honorable: No 10. 8. No 119 Examined Ht Pr. Sterk to be of a good quality, taste, and smell. The undersigned affirms to have carried out this commission to the best of his knowledge and with careful attention, and calls himself further with much respect, below stood: Right Honorable Commanding Sir! Your Right Honorable's humble servant, was signed: A: van Hek. In the margin: Gale, the 29th of January 1790. Agrees. M Gratiaen, First Sworn Clerk No 10. 8. Examined Ht Ps Sterk In fulfillment of the highly esteemed order of Your Right Honorable, we, the undersigned Johan Kooprogge, Chief Surgeon, and Lewinus Agathanus Douwe, Under Surgeon stationed here, proceeded into the fortress at Nigombo and there, by the Honorable Theodorus van Teijlingen, Junior Merchant and Head of the Mahabadde, saw delivered for the account of the small harvest 412, say four hundred and twelve bales of good fine cinnamon, which we accurately examined and subsequently had packaged in double gunny bags, as well as 2 bales of coarse cinnamon packed in single gunny bags, together with 60 pounds of cinnamon powder in 2 bags for the distilling of oil. Trusting hereby to have fulfilled the respected order and intention of Your Right Honorable, we subscribe ourselves with all Right Honorable, Highly Esteemed Sir, To the Right Honorable, High Commanding Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Member of the Council of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. respect 10. 8. Right Honorable, High Commanding Sir, Examined Ht. Pr. Sterk respect, Your Right Honorable's humble and dutiful servants, was signed: J: Koprogge, L: A: Douw. In the margin: Nagombo, the 16th of January Anno 1790. Below stood: Hijbrands, Sworn Clerk Agrees. No 10.8.
Dutch transcription
Nagezien Heden den 11e. Januarij Anno 1790 kompareerde voor mij Michiel Justinus Grati„ „aen Eerste Gesw: klerk van Politie en Justitie alhier, ten bijweesen van de natenoemene getuigen De E. Jacob Metler, luitenant Miltairen „. „ Goussaint Clamar Extra ordinair luitenant bij de Artillerij. Byde in die kwalietijten alhier bescheiden, de„ welken tezaamen en ieder Hunne in het bij„ „zonder verklaarden waaragtig teweesen, dat zij ter order van den weled: Agtb: Heer Peter Sluisken, Kommandeur der stad en landen van Gale Mature &t=a: Hun begeeven hadden, aan de vlagge klip alhier en aldaar de ordon„ „naire proef genoomen hebbende van het Bus„ kruijt van de in deese Baij g' ankert legu¬ „gende Retoer scheepen Trinkonomale en Huisduinen teegen dat van de wal bevonden hadden, dat het kruit van ged:te scheepen door den dop bij de proef geslagen hadden als Het fijne kruitz 10. voeten „ Grove d-o 1 van 't schip Trinkonomale - 25. d–o. Het fijne kruit3- 60. d=o van 't schip Huisduinen „ Grove d=o 90. d=o van de val het fijne krit- - - - 45. d=o „ Grove d=o - - - - - - - - - 50 do. Met verdere verklaring door de attestanten dat zij met de kapitein en konstabels van voorm: Bodems Hún ook begeeven hebben na de A. de wel Edelen Achtb. Heer Nagesien punt H D=r Sterk N=o 108. Caklet volgd. F Nagezien punt utrecht en dat aldaar door den tweeden Attestant en even gem: konstabels gevisiteerd is een metale kanon schietende 18. lb: bals, het welk vervolgens met het korrekt afgewoogen broef kruit van voorm: Bodems na den anderen met 9. l: kruit gelaaden en op een behoorlijke hoogte gesteld, mitsgaders distinctelijk afgeschooten zijnde, de koegel telkens gekalkuleerd na de distan„ „tie der thonie Baak, die met een vlaggetje van gem: punt op 500. roeden in de Baij lag gevoerd wierd als volgd. Door het kruit van 't schip Trinkonomale . 525. roeden. Eijndigende hiermeede de attestanten hunne gegevene ver„ „klaring, die zij betuijgden te behelsen de opregte en zui„ „vere waarheid, gevende voor reeden van weetenschap als in den Tixt overzulx bereijd blijvende 't g'attesteerde nader met Eede gestand te doen. Aldus verklaard Jn de stad Gale, ter Sekretarije en dato voormeld en ter presentie van de klerken Johannes winandus Martens en Johannes Mar¬ „tinus Anthonisz:, als getuigen die de minute de„ „ses nevens de attestanten en mij Eerste gesw: Clerk hebben ondertekend. /:onderstond:/ 'T welk Getuigd /:was geteekend:/ M: J: Gratiaen eg Klerk „. . „ d_o. „. d=o Huisduinen - - 545. d=o „. . „ d=o—. „. dewal - - - - - - - - 530. do An de wel Edelen Achtb. Heer Accordeert. Hijbrands Eiklerk H=k P=l Sterk N=o 108. Nagezien Nagezien H=t P=r. Sterk „ Beukman De ondergeteekende oppermeester van het Ne„ „derlandsch Hospitael alhier, heeft de Eer vwel Edele Achtbaare te berigten, dat hij zig na erlangde ordre vervoegd heeft in het Negotie Pakhuijs en aldaar in zijne teegen „woordigheid door het Hoofd der Mahabad„ „de DE: Theodorus van Teijlingen, voor ree„ „kening van den kleijnen oegot geleverd zijn een kwantiteijd van 31: zegge Een en dertig balen Tuijn kanneel 120: „ Een honderd twintig baalen Boskan„ „neel 62: „ zestig lb: Gruijs kanneel dewelke door mij naeuwkeurig gevisi „teerd en GeExamineerd zijnde, bevonden heb„ wel Edele Achtbaare Gebiedende Heer. Peter Sluijsken kommandeur der stad en Landen van Gale Mature Aan den wel Edelen Achtb: Heer: „ben N=o 10. 8. N=o 119 &=ta: Nagezien H=t Pr. Sterk „ben van een goed kwantiteijt; smaak en Betuijgende de ondergeteekende na beste ken„ „nis en naeuwkeurige oplettendheijd deese kommissie te hebben voebragten noemt zig voorts met veel eerbied /:onderstond:/ wel Edele Achtbaare Gebiedende Heer! VWer wel Edele Achtbaare onderdanige Die„ „naar /:was geteekend:/ A: van Hek /:in margine:/ Gale den 29:' Januarij 1740:: Reuk te zijn. Akkordeerd. M Bratiaen N=o 10. 8. egklerk Nagezien H=t P=s Sterk In voldoening der Hoog g'eerde ordre van uwe wel Edele groot achtb: hebben wij ondergeteekende Johan kooprogge oppermeester en LeWinus agathanus Douwe onder„ „meester alhier bescheiden ons vervoegt binnen het fort te - Nigombo en aldaar door den wel Edele Heer Theodorus van Teijlingen onderkoopman en Hoofd der mahabadde zien Letteren voor reekening van den kleinen oegst 412. zegge vierhondert en twaelf Balen goede fijne kan„ „neel dewelke wij nauwkeurig g'exameneert en vervolgens en dubb. goenijs Laeten Emballeeren zoo meede 2. Balen grove in enkelde goenijs gesto„ „ken beneevens in 2 zakken 60 ponden gruis kanneel Overhopende dien volgende aan de gevenereerde ordere en intentie van uwe wel Edele groot achtbaere te hebben voldaan onderschrijven ons met alle Wel Edele Groot Agtb: Hoog Eeb=e Heer Aan den wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndie Gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon met dies onderhoorigheden Eer bied 10. 8. tot het stoken van olie Wel Edele Groot Achtb: Hoog Eedied, Heer Nagezien H=t. P=r. Sterk Eerbied uwe wel Edele groot achtbaare onderdanige en trouwschuldige Dienaare /:was geteekend J: Koprogge L: A: Douw /: in margine Nagombo den 16 Januarij Anno 1790 /:onderstond:/ Hijbrands Gklerk Accordeert No 10.8.
English
Checked H. Pr. Sterk Checked AC Bjeukman The undersigned Surgeon of this fortress Mijndert Huijbertsz has the honor to report to your Right Honorable Commanding Sir that in his presence, by the junior merchant and head of the Mahabadde, the Honorable Theodorus van Teijlingen, for the account of the minor harvest 1789, there has been delivered a quantity of 182, saying One hundred and eighty-two bales of cinnamon, to wit: 43 bales of fine garden cinnamon and 139 ditto forest ditto, all packed in double gunnies, along with 9, saying Nine bales of coarse cinnamon packed in a single gunny, 40 ditto, Forty lb of siftings in two bags. Right Honorable Commanding Sir: To the Right Honorable Commanding Sir, Mr. Christiaan van Angelbeek, Senior Merchant, Second of the Commandment of Gale and Dessave of Mature and its surrounding districts. Which No. 10. 8. E Checked H. Pr. Sterk Which first-mentioned 182 bales of fine cinnamon were closely visited and examined by me, and as the same is of good quality, taste, and smell, it was packed as such. For the rest, I declare to the best of my knowledge and close attention to have performed this commission, and I have the high honor to name myself, with great respect and high esteem (subscribed:) Right Honorable Commanding Sir, your Right Honorable's humble and very obedient Servant (was signed:) M. Huijbertsz (in the margin:) Mature, the 26th of January, Anno 1790. Agreed M. Gratiaen Checked W. Arends First Clerk No. 10. 8. Checked According to the highly honored order of your Right Honorable and Most Respected Sir, we repaired to the Material House and there, by the head of the Mahabadde, the Honorable Theodorus van Teijlingen, from the 18th to the 22nd of this month, saw delivered 655, saying six hundred fifty-five bales of cinnamon, which we all inspected closely, and as far as possible tasted, and found the same to be good fine cinnamon, as also seventeen bales of coarse cinnamon. 17 With which we have the honor to subscribe ourselves with deep respect (subscribed:) Right Honorable, Most Respected and High Commanding Sir, your Right Honorable and Most Respected Sir's humble and obedient Servants (was signed:) B. Aleman, C. J. Strasburg (in the margin:) Colombo, the 23rd of January, Anno 1790. The Right Honorable, Most Respected and High Commanding Sir. To the Right Honorable and Most Respected Sir Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of Dutch India, as well as Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, etc. etc. Agreed Ijsbrands First Clerk H. Pr. Sterk No. 10. 8. Checked H. Pr. Sterk No. 10.8. Checked No. 120 Notice of the following 1600 Bales of cinnamon, which since the 10th of November 1789 until the date hereof have been received and packed on account of the minor harvest at Colombo, Nigombo, Barberij, Gale, and Mature, showing where the same was peeled, and the number of the small board placed in each Bale, to wit: At Colombo From the forests From the Beligal korle in the 4 korles in the King's territory, from No. 1 to 45: 45 bales From the Dehigampal korle in the 3 korles, King's territory, from 46 to 106: 61 bales From the Atulugam korle in the 3 korles, King's territory, from 107 to 138: 32 bales Ditto, from the Panawal korle in the 3 korles, King's territory, from 139 to 160: 22 bales From the Hina korle, Company's territory, from 161 to 186: 26 bales From the Four Gravets, plantations, from 187 to 237: 51 bales From the Atulugam korle in the 3 korles, King's territory, forests, from 238 to 292: 55 bales From the Hewagam korle, the Company's territory, forests, from 293 to 341: 49 bales From the Four Gravets, plantations, from 342 to 463: 122 bales Carried forward: 463 bales Checked H. Pr. Sterk No. 108. Checked Brought forward: 463 bales From the Rayigam korle, out of the plantations, from No. 464 to No. 494: 31 bales From the Four Gravets, ditto, from 495 to 524: 30 bales From the Hina korle and Salpiti korle, from 525 to 544: 20 bales From the Salpiti korle, forests, from 545 to 583: 39 bales From the Beligal korle in the 4 korles in the King's territory, from 584 to 594: 11 bales From the Atulugam korle in the 3 korles, King's territory, forests, from 595 to 633: 39 bales From the Salpiti korle, plantations, from 634 to 644: 11 bales From the Alutkuru korle and the Four Gravets, from 645 to 655: 11 bales Total Colombo: 655 bales At Nigombo From the Beligal korle in the 4 korles in the King's territory, forests, from 1 to 163: 163 bales From the Udapola korle in the 7 korles, King's territory, from 164 to 306: 143 bales From the Pitigal korle in the Company's territory, forests, from 307 to 316: 10 bales Carried forward: 316 bales Brought forward: 316 bales From the Alutkuru korle in the Company's territory, out of the plantations, from No. 317 to No. 385: 69 bales From the Hapitigam and Pitigal korle in the Company's territory, from 386 to 387: 2 bales From the Nigombo district, from 388 to 409: 22 bales From the Udapola korle in the 7 korles, King's territory, from 410 to 452: 43 bales Total Nigombo carried forward: 452 bales At Barberij From the Rayigam korle, Company's territory, from 1 to 19: 19 bales From the Pasdun korle, from 20 to 54: 35 bales From the Kuruwiti korle in the Saffregam in the King's territory, from 55 to 83: 29 bales From the Galle Walallawiti korle, from 84 to 87: 4 bales From the Nawadun korle in the Saffregam in the King's territory, from 88 to 128: 41 bales From the Kalutara district, plantations, from 129 to 164: 36 bales From the Pasdun and Rayigam korle, from 165 to 168: 4 bales Total Barberij carried forward: 168 bales Carried forward: 1275 bales H. Pr. Sterk No. 10. 8.
Dutch transcription
Nagezien H=t. Pr. Sterk Nagezien „ AC Bjeukman De ondergetekende Chirurgijn ter dezer fortresse Mijndert Huijbertsz: heeft de Eere uw wel Edele Gebiedende te berichten dat in zijn teegen woordigheid door den onderkoopman en hoofd der Mahabadde de Heer Theodorus van Teijlingen voor reekening van de kleenen oegst 1789 geleverd is een kwantiteit van 182. Zegge Eenhonderd twee en taggentig baalen kanneel teweeten 43. baalen fijne tuin kanneel en —. d=o bosch d=o alle in dubbelde 139 d=o goenies geembaleerd nevens 9. Zegge Negen baalen groove kanneel in enkelde goenie geembaleerd 40. d=o. Veertig lb: gruis in twee zakken Wel Edele Gebiedende Heer: Aan den Wel Edelen Gebiedenden heer M:r Christiaan van Angelbeek opperkoopman, sekunde van 't kommandement Gale en Des„ „save van Mature en dies omme„ „landen welke N=o 10. 8. E Nagezien H=t P=r Sterk welke eerstgem: 102 baalen fijne kanneel door mij naauwkeuring gevisiteerd en ge examineerd is geworden en alzoo dezelve van een goede qua„ „liteit, smaak, en Reuk is, is dezelve als zoodanig geembeleerd Overigens betuijge ik naar beste kennisse en naau „keurige opzettentheid deze kommissie te hebben verrigt en hebbe de hooge eere met veel eerbied en hoog achting te noemen /:onderstond/ wel Edele Gebiedende Heer uw wel Ed: Geb: oodm: en zeer gehoorzaame Dienaar /was geteekend:/ M: Huijbertsz: / in margiene/ Mature den 26.' Januarij Ao 1790. Akkordeerd MOratiaen Nagazien W: Mrends N=o 10. 8. egklerk Nagezien volgens hoog G'Eerde ordre van uwel Edele Groot agtb: hebben wij ons in 't Matriaalhuijs vervoegt. en aldaar door het hoofd der Marabaade. DE: Theodorus van Seijlingen, van den 18. tot den 22. deser sien leveren. 655. zegge ses hondert, vijf en vijftig baalen kanneel, dewelke wij alle nauwkeurig besigtigt, en soo veel moogelijk waare ge„ „proeft hebben, en hebben deselve bevonden goede fijne kan„ neel te zijn als meede. seventhien, baalen grove kanneel Waarmede wij de Eere hebben ons met diep ontsag te onderschreijven. /:onderstond:/ wel Edele Groot achtb: Hoog Gebiedende Heer uwel Edele Groot Agtb: onderdanige en gehoorsaame Dienaren /:was ge„ „teekend:/ B: Aleman, C: J: Strasburg /:in margine/. Kolombo den 23. ' Januarij Anno 1790. Dwel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer Aan den wel Edelen Groot agtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands India, Mitsgaders Gouverneur, en Directeur van het Eijland, Cijlon met dies onderhoorigheeden &=a &8=a Accordeert Dijbrands H: Dr Sterk N=o 10. 8. 17. „ L Egklerk Nagezien H=t Pl. Sterk N=o 10.8. Nagezien 11 deiteust. No 120 Balen uijt De Bosschen van No 1. tot 145. 45. van de Dehegampele korle in de 3. korles, konings gebied van „46. „ „ 106. 61. van de Attoelagamkor„ „le in de 3. korles konings gebied van „ 107. „ „ 138. 32. d=o van de panamalkorle en de 3. korles, konings gebied. van „ 139. „ „ 160. 22. van de HisaKorle Comp: Gebied 26. van „ 161 „ „ 186. van d' vier Gravetten van „ 1071 „ 237. 51. „ Plantagien van de attoelegamkorle in de 3. korles, konings Gebied 55. van „ 238„ „ 292. Bosselen „ van de Hewggam Korle 's komp:s Gebied van „ 293„ „ 341: 49. Bosschen van de vier Gravetten 13 8 ds Plantagien van „ 342 „ „ 463. 122. - Notitie van de volgende 1600. Balen kanneel, die zedert den 10. November 1789. tot dato deses voor Reekening van den kleijnen Oogst ontvangen en GeEmballeert zijn te kolombo, Nigombo, Berberij, Gale en Mature, aantoonende waar dezelve is geschild, ende nommer van het plankje, dat in ieder Bal gedaan is, teweeten. Op kolombo van de Beligalkorle in de 4. korles in 'skonings Gebied Nagezien Transporteere. . . 463. H=t P=r Sterk N=o 108. Nagezien P:r Transport. P:r Transport vande Raijgam korle van de Aloetkoerkorle in uit de Plantagien van n:o 464 tot n:o 494 31 skomp: Gebied van de vier Gravetten d=o dan N: 27. Abrn: 185. 69. „ „ 495. „524. 30. de Plantagien- - - uit van de Winakorle en salpit„ van de hapitigam en Pittigal ti kosle korle in skomp:s Gebied „ 525. „ 544: 20. - - „ „ 386. „ „ 387. - 2. van de salpitti korle van 't Nigombosche distrikt Bosschen „ 545. „ „ 583. 39. „ 308. „ „ 409. 22. - van de Belligalikorle in de van de oedoepalle korle in de 4: Korles in sConings Gebied 7. Korles konings Gebied „584 „ „ 594 11. van de attoelegamkorle in de „ „ 410. „ „42. 3 42. schen 3. korles konings Gebied Op Barberij 1595 1„ 633„ 39. van de Raijgam korle komp: van de salpittikorle gebied tagien 634. „ 644 11. -- van de Aloetkoehorle en de van de Pasdoenkorle vier Gratsetten. „ 664. „ 65. 11. 65. „ 20. – „ 54. 35. van de koekoe korle in de op Nigombo Sappregam in skonings gebied van de Beligalkorle in de 4. „ „ 55. – „ 83. 29. korles in skonings gebiend van de Gaalsche wallalawitte „ „ Bosschen --- „ „ 1„ „ 163. 163. korle van de Oedepallekorle „ „ 84. „ „ 87. 4. van de Nandoen korte in de in de 7. korles Konings saffregam in skonings gebied gebied „ „ 882 „ „ 128. 41. 164:„„ 306. 143. van het kaltresche distrikt van de Pittigalkorle in Plantagien- „. 129. „ „ 164. 36. skomp:s Gebied van de Pasdoen en Raijgamkorle — „ „ 165. „ „ 168. 4. „ 307„36„ 10. Transporteere - - - 168. 1067. Transporteere 316. 6 2/5. Bosschen- 316 655. Balen Balen Balen Balen 463. H=t P=s Sterk N=o 10. 8.
English
Examined Brought forward From the Galle Wallallawiti Korle Brought forward From the Wellaboda Pattu, the Four Gravets, and the From the plantations From No. 169 to 171 19 Talpe Pattu From No. 140 to 150. From the plantation From the Kukul Korle in Saffragam in the King's territory From the Galle Korle From the forests 150 to 151 1. 151. 188 to 277. 90. From the Rayigam Korle and the At Matara Kalutara District From the Atakalan Korle in 278 to 280. 3. 280 Saffragam in the King's territory At Galle Ditto. 47. From the Nawadun Korle in From the Meda Korle in Saffragam in the King's territory From the King's Saffragam in the King's territory Forests 1 to 8. 8. 48 to 90. 43. From the Galle Korle, Company's From the Nawadun Korle in territory Saffragam in the King's territory 9 to 41. 33. From the Kukul Korle in 91 to 116. 26. Forests Saffragam in the King's territory From the Kadawata and Meda Korle 42 to 109. 68. in Saffragam in the King's territory From the Galle Korle, Company's 117 to 124. 8. territory 110 to 119. 10. Within the Four Gravets From the 4 Gravets in the 125 to 143. 19. Plantations Wellaboda Pattu From the Wellaboda Pattu Plantation 120 to 122. 3. 144 to 149. 6. From the Talpe Pattu Ditto From the Gangaboda Pattu Ditto 123 to 133. 11. From the Gangaboda Pattu 150 to 151. 2. Ditto 134 to 137. 4. From the Wellaboda Pattu From the Four Rayigams 152 to 153. 2. 138 to 142. 5. Ditto From the Four Gravets From the Weligam Korle 143 to 145. 3. From the Talpe Pattu and Wellaboda Pattu 146 to 147. 2. 154 to 159. Bales Bales 168. 1067. 147 1347. Bales Bales Carry forward 147 1347. Carry forward 159. 1498. The wooden mark No. 108. 1530 Ditto Ditto 6. Examined The wooden mark From No. 160 to No. 163. From the Kandaboda Pattu From the Four Gravets, the Galle Wallallawiti Korle, the Wellaboda Pattu, and the Kalutara District 164 to 167. 4. From the Atakalan Korle in Saffragam in the King's territory Forests 768 to 182. 15. 102. Total 1688. Galle, 30 January 1790. signed: F. van Thijlingen Agreed M. Isatiaen 121 From the plantations of the Lordship of Weligama Brought forward Bales Bales 159 1498. No. 108. Sworn Clerk. Examined Note of the following 2915 Bales of Cinnamon which up to 10 November 1789 have been received and packed for the account of the Great Harvest, at Colombo, Negombo, Beruwala, Galle, and Matara, showing where the same were peeled, and the numbers of the wooden tag inserted into each bale. At Colombo. From the Atulugam Korle in the 3 Korles Bales Bales in the King's territory. From No. 1 to No. 102. 102. From the forests From the Dehigampal Korle in Saffragam in the King's territory Forests 103 to 207. 105. From the Beligal Korle in the 4 Korles the King's territory Forests 208 to 297. 90. From the Dehigampal Korle in Saffragam in the King's territory Forests 298 to 324. 27. From the Atulugam Korle in the 3 Korles, the King's territory Forests 325 to 354 30. From the Beligal Korle in the 4 Korles Forests 355 to 379. 25. From the Panawal Korle in the 3 Korles Forests 380 to 453. 74. Within the 4 Gravets Plantations 454 to 829. 376. Carry forward 829. The wooden mark No. 108. 5 Examined Bales Bales Brought forward 829. From the Salpiti Korle From the plantations From No. 830 to 929. 100. From the Rayigam Korle Plantations 930 to 972. 43. From the Siyane Korle Plantations 973 to 1021. 49. From the Hewagam Korle Plantations 1022 to 1027. 6. From the Siyane Korle Plantations 1028 to 1035. 8. From the 4 Gravets Plantations 1036 to 1070. 35. From the Beligal Korle in the 4 Korles Forests 1071 to 1100. 30. From the Dehigampal Korle in the 3 Korles Forests 1101 to 1140. 40. From the Atulugam Korle in the 3 Korles Forests 1141 to 1172. 32. From the Four Gravets Plantation 1173 to 1207. 35. From the Atulugam Korle in the 3 Korles Forests 1208 to 1224. 17. 1224. At Negombo: From the Alutkuru Korle From the plantations From No. 1 to No. 164. 164. Carry forward 164. 1224. Ditto 127 to 185. 59. Carry forward 185. 1764 Bales Bales Brought forward 164. 1224. From the Hapitigam Korle From No. 165 to 171. From the plantations 7. From the Beligal Korle and the District of Negombo 172 to 198. 27. From the Beligal Korle in the 4 Korles Forests 199 to 387. 189. From the Udapola Korle in the 7 Korles in the King's territory Forests 388 to 532. 145. From the Beligal Korle 533 to 540. 8. At Beruwala In the Kalutara District 1 to No. 53. 53. From the plantations From the Rayigam Korle Plantations 54 to 59. 6. From the Pasdun Korle No. 1 60 to 64. 5. From the Rayigam Korle Forests 65 to 86. 22. From the Pasdun Korle 87 to 106. 20. Ditto From the Galle Wallallawiti Korle 107 to 126. 20. From the Nawadun Korle in the Saffragam King's territory The wooden mark No. 108. 2
Dutch transcription
Nagezien P:r Transport van de Gaalsche wallalla. wittikoole P:r Transport - van de wellebadde pattoe de vier Gravetten en de uit de Plantagien van no 169fetr 17 19 Talpepattoe van N:o 140 tobr 150. uit de Plantagie van de koekoeloe Korle in de Saffeegam in Skonen: Gebied van de Gale Korle „ „ 150. „ „ 151„ 1. 151. „ „ Bosschen - „ 188. „ „ 277. 90. van de Raijgam korle en het op Mature kaltersch distrikt van de Attahalan Korle in de - - „ „ 2782 „ „ 280. 3. 280 saffergan in Gebied Op Gale d=o. - - 47. van de Naudoen Korle in de van Med de korle in de Saffregam in skonin: Gebied MMoning sapprogam in Gebied Bosschen . „ „ 1. „ „ 8. 8. „ „ 48. „ „ 90. 43. van de Gale Korle komp: van de Naudoen poarle in de gebied Saffoegam in skomp. Gebied „ 9. „ „ 41. 33. van de koekoeloekorle in „ „ 91. „ „ 116. 26. Bosschen „ de safferegam skonin: Gebied van de kadoewittis eroneng „ „ 42. „ „ 109. 68. in de saffregam in saap:s Geb: van de Gale Korlekomp: „ „ 117. „ „ 124. 8. gebied - „ „ 110. „ „ 119. 10. Binnen de vier Gravetten van de 4. Gravetten in de -- „ „ 125. „ „ 143. 19. - -- Plantagien -- welle baddepattoe van de wellebaddepattoe Plant. „ „ 120. „ „ 122. 3. „. 144. – „ 149. 6. van de Talpepattoe do van de Gangebaddepattoe do „ 123. „ „ 133. 11. van de Gangebaddepattoe - „ „ 150. „ „ 151. 2. d=o - - - - - -- „ 134. „ „ 137. 4. van de wellebaddepattoe van de vier Baijgams „ „ 152. „ „ 153. 2. „ 138. „ „ 142. 5. „ „. d=o - van de vier Gravetten van de Belligamkorle „ „ „ 143: „ 145. 3. van de salpepattoe en wellepaddepattoe - „ „ 146. „ 147. 2. - „ „ 154. „ „ 159. Balen Balen 168. 1067. 147 1347. Balen Balen Transporteere - - - 147 1347. Transporteere - - 159. 1498. H=t P=l Sterk N=o 10. 8. 1530 do do „ - 6. - Nagezien H=t P=s Sterk . van No. 160. tot No 163. van de kande baddepattoe van de vier Gravetten de Gaalsche wallalla Witti Korle de Wellebadde pattoe en het kaltersch Distrikt „ „ 164. – „ 167. 4. r van de Attekalankorle in de saffregam in shonins gebied „ „ Bosschen — „ „ 768„ „ 182. 15: 102. Somma - . - - - 1688. Gale den 30. Januarij A:o 1790. /: geteek : F: van Thijlingen Akkordeerd M Isatiaen 121 uit de Plantagien van de Heerlykheid van Belligam P:r Transport Balen Balen 1591498. N=o 108. egklerk. Nagezien Notitie Van De Volgende 2915. Baalen Kanneel die tot den 10. November 1789. voor reekening van den Groote Oogst Ontfangen en Ge=Emballeerd, zijn te Colombo Nigombo, Berberig, Pall en Mature aantoonende waar dezelve Geschild, en de nommeis van het Plankje dat in ieder Baal gedaen is. Op Kolombo. Van de Attoelegam korle in de 3. korles Baalen Baalen in t Konings Gebied. . . . . Van No 1. tot No 12. 102. Uijt de Bosschen - 6 Van de Dehagampele Kovle in de Saffregam in 's konings gebied Bosschen -„ „ 103 „ 207. 105. — Van de Belligale korle in de 4. Korlen 's Konings gebied „ Bosschen – - –. - „ „ 208 „ 297. 90. - - Van de Dehegampele korle in de Saffregam 's konings gebied „. Bosschen - - „„ 298„324. 27. Van de Attoelegamkorle in de 3. korles,'s konings Gebied schen -- - - „ „ 325 „ 354 „ 30. — - Van de Beligat: korle in de 4. korles Bosscher „ „ 355. „ 379. 25. Van de Panamalkorle in de 3. Korles „ Bosschen -. „. „ 380. „453. 74. Binnen De 4. Gravetten „. Plantagien - - - „ „454. 829: Transporteere. . . . 829. H=t. Ps. Sterk o 10. 8. 5 - Nagezien Balen Balen P:r Transport - - - - 829. Van de Salpottie korlen Uit De Plantagien .. Van Ao 830 a 929. 100. - Van de Raijgamkorle „. „. Plantagien —- -- - -. - „ „930. „ „972. „ 43. Van de Hinakorle „. „. Plantagien „ 1973. „ 1021. 49. Van de Hewagan Kirle „. „ Plantagien — 102: : 827: 6: van de Hina Korle „. „ Plantagien „ „ 1028. . 135. 8. Van de 4. Pravetten Plantagien „. 1036. „ 1070. 35. „. „ Van de Belligalkorle in de 4. korles „. Bosschen – – – „ 101. „ 100. . 30. Van de Dehegampele korle in de 3. korles Bosschen - „„ 1101. „ 1140. 40. Van de Attoelegam korl in de 3. korle „ Bosschen - - —„. 114. „. 1172. 32. Van de Vier Travetten Plantagie „ „ 1173 „ 1207„ 35. Van de Attoelegam korle in de 3. Korles „. Bosschen „ „ 1208„ 124. 17. —. 1224. Op Nigombo: Van de Mloetkoerkorle uit De Plantagien Van No 1. tot No 164. 164. Ee Transporteere - - - - - 164. 1224. do „„ 127. „ 185. 59. – Transporteere — 185. 1764 — Baalen Baalen P:r Transport _ - - - - - 164. 1224. Van de Hapitigam korle ƒ van to. 65 Ab 7. Uit De Plantagien 7. Van de Beligal korle en het Distrikt van Nigombo „„ 172. „ 198. 27. - Van de Beligalkorle in de 4. korles „. Bosschen „ „ 199. „ „ 387. 189. Van de Oedepallekorle in de J. korles in 's Conings gebied „ Bosschen „„ 388: „ 532. 145. Van de Petigal korle „ „ 533. „ 540. 540. Op Berberij In het kaltersch Distrikt „ „. 1. tot N=o 53. 53. Uit De Plantagien Van de Raijgan korle „. Plantagien „„ 54. „ 59. 6. Van de Pasdoenkorle No 1 „ „ „ 60. „ „ 64. 5. van de Raijgamkorle „. Bosschen „„ 65. „ „ 86. 22. — Van de Pasdoen korle —„ „ 87. „ „ 106. 20. „. „. d=o Van de Paalsche Wallalle, Witte korle „ 107. „ „ 126. 20. – Van de Nandoen korle in het Cassregamsch, konings Gebied H=t P=s Sterk N=o 108. 2 „. „
English
Examined By transport From the Kukulukorle in the Saffragam, King's territory From the forests From No. 186 to 1342: 137. From the Nawadun Korle in the Saffragam in His Majesty's territory ditto From No. 343 to 435: 93. From the Kuruwita Korle in the Saffragam, in His Majesty's territory ditto From No. 436 to 482: 47. From the Colombo Walallawiti Korle and the Kalutara district Plantations From No. 483 to 485: 3. From the Galle Walallawiti Korle ditto From No. 486 to 532: 47. From the Pasdun Korle, Company's territory the forests From No. 533 to 534: 2. From the Nawadun Korle in King's territory ditto From No. 535 to 538: 4. At Galle From the Nawadun Korle in the Saffragam King's territory ditto From No. 1 to No. 34: 34. From the Kukulukorle in the Saffragam His Majesty's territory From No. 35 to No. 143: 109. From the Galle Korle From No. 144 to 151: 8. and 151. 2202. Bales Bales To transport: 368. 2543. Bales Bales 151. 2302. By transport From the Weligam Korle From No. 152 to No. 181: 30. from the forests. From the Four Gravets and the Talpepattu ditto From No. 182 to No. 207: 26. Plantations From the Gangaboda Pattu From No. 208 to No. 215: 8. From the Four Gravets and the Wellaboda Pattu From No. 216 to 241: 26. At Matara From the Four Gravets From No. 1 to No. 40: 40. from the plantations From the Wellaboda Pattu, the Morawak Korle, The Gangaboda Pattu, the Four Baygams, and the Kandaboda Pattu ditto From No. 41 to No. 74: 34. From the Atakalan Korle in the Saffragam, King's territory forests From No. 75 to No. 191: 117. From the Meda Korle, King's territory ditto From No. 192 to 279: 88. From the Kadawata Korle, King's territory ditto From No. 280 to No. 339: 60. From the Nawadun Korle in the Saffragam, His Majesty's territory ditto From No. 340 to No. 368: 29. Bales Bales 185. 1764. Examined by P:r Sterk No. 108. Examined Examined by P:r Sterk By transport From the Four Gravets, the Manor of Weligama, and the Giruwapattu From the plantations Examined Joh: H: Meurling From No. 369 to No. 372: 4. Total: 2915. Agrees M: Brahiaen undersigned: Galle, the 30th of January, Year 1790. was signed Theod: van Teijlingen Bales Bales 368. 2543. No. 108. Sworn Clerk Examined H: De Sterk No. 120 No. 1. A separate letter to Their High Excellencies of 9 February 1789. 2. A ditto ditto of 24 April 1789. 3. A ditto ditto of 10 May 1789. 4. Idem ditto ditto of 18 July 1789. 5. A ditto ditto of 28 August ditto. 6. A ditto ditto of 16 September ditto. 7. A ditto ditto of 10 November ditto. 8. A ditto ditto of 26 December ditto. 9. Several translated olas. 10. A separate letter to the Governor van Angelbeek of 26 June 1789. Colombo, 28 January 1790. Register of the Bales 108. Examined Examined by P:r Sterk No. 108. Separate Examined Examined by P:r Sterk Batavia To His High Excellency, The High Noble, Valiant, Most Honourable, Widely Governing Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General on behalf of the State of the United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, and The Right Honourable and Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Valiant, Most Honourable, Widely Governing Lord, Right Honourable and Valiant Lords: I have had the honour to receive in original and duplicate the separate missive with which I was favoured by Your High Excellencies on 12 August. Paragraph 1. Concerning the Court of Kandy, I shall dutifully No. 108. conduct myself according to what Your High Excellencies have prescribed to me therein. Section 2. I have only had two cruising boats built, which are destined and currently also actually used for cruising the Mannar pearl banks, in order to be more assured that no infidelity is committed regarding these banks. These cruisers will also perform the work of the ordinary cruising between Mannar and Kalpitiya to counter all smuggling. The construction and use of these two boats, I hope Your High Excellencies will favourably approve. No more will be made. Section 3. I shall take what Your High Excellencies recommended regarding domestic administration as my dutiful guidance, and only take the liberty humbly to observe, regarding the abolition or retention of the Political and Judicial Council allowances at the subordinate offices, that the same reasons which moved Your High Excellencies to allow the political meetings at Jaffna and Galle to remain in existence also exist for a large part at Tuticorin, and for that reason counsel not to make any change there either in this matter, the more so because this place lies somewhat isolated, and also that nothing significant would be saved there by abolishing the Political meeting. Section 4. At Trincomalee, as long as there is a Civil department there, the Political meeting ought also in my humble opinion to remain, so that those of the Military department continue to take part in the administration on the usual footing. Section 5. Pay books have not been kept at Trincomalee since the restoration of that office. The monthly accounts from which they are compiled in Colombo are sent over here, and as this is now in practice and presents no significant inconveniences, it could, with Your High Excellencies' pleasure, be continued therewith. Section 6. Due to the increased clerical work, Examined Examined by P:r Sterk No. 108.
Dutch transcription
Nagezien Pr. Transport Van de koekoeloekorle in de sassregam, konings Gebied„ Uit De Bosschen „ Van No 186. A. 1342 137. Van de Naudoen korle in de Saffregam in 's konings Gebied „. „. d=o „ „ 343. „ 435. 93. Van de koeroewitte korle in de sasfregam, in 'skinings Gebied „. „. d=o „ „ 436. 1. 482. 17. Van de kolombosche Wallallewitte Korle en het kalteisch distrikt „. „ Plantagien „ 483. „ 485:„ Van de Taalsche Wallallewitte Korle „. „ do „ „ 486. „532. 47. van de Pasdoen korle Comps Gebied „ de Bosschen „ „533. „ 534. 2. Van de Naudoen korle ij konings Gebied „. „. do „„ 35. 1„ 538. 1. 538. Op Tale van de Nandoen korle in het Josfpegamsch koning Gebied „ „ do van No 1. tot N=o 34. 34. van de koekoeloekorle in het saffregamseh 'skonings Gebied „ „ 35. „ „ 143. 109. Van de Palekorle „. 144. „ 151. 8. en — 151. 2202. Transporteere „. „. d=o „. „ d=o Transporteere. . . . . . - 368. 2543. Baalen Baalen 151. 2302. P=r Transport van De Belligam Korle van No. 152 l: Ao 1 30. uijt De Bosschen. Van de vier Travetten, en de Talpepattoe „ „ 182. „ „ 207. 26. ƒ Plantatgien Van de Tangebadde pattoe „ „ 208. „ „ 215. 8. Van de Vier Travetten en de Willebadde pattoe „ „ 216. „ 24. 26: 241. Op Mature E Van de vier Gravetten 1 1. k 0 . 40. uijt de Plantagien Van de Wellebaddepattoe, de Moruakorle De Pange baddepattoe de 4.' Baij„ gams en de kandebaddepattoe d=o „ 41. „ „ 74. 34. Van de Attakalarkorle in de Sasseregam, konings Gebied „ Bosschen „ „ 75. „ „ 191. 117. Van de Meddekorle, konings Gebied. „ „ 192. „ 279. 88. „. „ d=o Van De kaddewette korle Konings Gebied „ „ 280. „ „ 339. 60. „ „ d=o van de Naudoen Korle in de Caffregam 's koning's Gebied „ „ 340. „ „ 368. 29. „. „ d=o Baalen Barlen 185. 1764 H=t P=r Sterk N=o 10.8. Nagezien H=t P=r Sterk P=r Transport Van de Vier Gravetten de Heerlijkheijd van Belligam en de Pirewaipattoe Uit De Plantagien Nagezien Joh: H: Meurling van 1: 369 t : 4. 372 Somma 2915. Accordeert M Brahiaen /:onderstind:/ Jale Den 30.: Januarij A=o 1790. /: was geteekend Theod: van Teijlingen Baalen Baaren 368. 2543. N=o 108. egklerk Nagezien H: De Sterk No. 120 N:o 1. Een apparte brief aan Hunne Hoog Edelheeden van den 9. februarij 1789. 2: Een d-o do van den 24 April 1789 do —. do. „ 10. Meij 1789 „ 3. Een do —. do „ 18. Julij 1789. 4. dem „ 28. Aug: _o ao — do 5 Pen -. do 6. den do „ den 16. Septemb: do 1 Een do —. do „ „ 10. novemb:r do verschijde translaat olassen g 10. Een apparte brief aan den Heer Gouverneur van Angelbeek van den 26: Junij 1789. Kolombo den 28. Jann: 1790. — 8. Een do do —. „ „ 26. decemb:r d-o Register = Vande Baael 10. 8. Nagezien H=t P=s Sterk N=o 10. 8. Appart Nagezien H=t P=r Sterk Batavia Aan zijn Hoog Edelhijd Den Hoog Edelen Gestr: Groot agtb: wijdgebiedenden Heer M:r Willem Arnold Alting wegens den staat der vereenigde Nederlanden en de Generaale Nederlandsche geoktroijeerde oost Jndische kompanie Gouverneur Generaal De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndie ende Hoog Edele Gestr: Groot achtb: wijdgebiedende Heer Wel Edele Gestrenge Heeren: Jk heb de eere gehad in origineel en duplo te ontfangen de apparte Missive, waarmee- de ik door uwe Hoog Edelheden op den 12. Aug:s ben begunstigd 1. Omtrent het Hof van kandia zal ik mij schuldpligtig N=o 10.8. Na na het door uw Hoog Edelherden mij daer bij voorgeschreevene gedraagen. § 2. Jk heb alleen twee krinsboots laaten aanbou„ wen, die gedestineerd zijn en tans ook wer= kelijk gebruikt worden tot het bekruissen der Manaarsche paarlbanken, om te meer verzoekert te zijn dat 'er geen ontrouw om trend deeze banken word gepleegd. Deeze kruisers zullen tevens doen het werk van de gewoone bekruising tussen Manaar en kalpettij tot het teegengaan van alle sluijkerijen. Het aanbouwen en gebruiken van deeze twee boots hoop ik dat uwe Hoogedel- heden gunstig zullen goedkeuren. Maer zullen er niet worden gemaekt. § 3. Jk. zal mij het door uwe Hoogedelheden aanbe- voolene nopens het Huishoudelijke tot schul dige narigt laaten verstrekken, en neem alleen de vrijhijd noopent het afschaffen of behouden van de politike en Justitieele Raads vergoede= king op de ondergeschikte kantooren, nedrig aantemerken, dat dezelfde reedenen die uw Hoog Edelheden hebben bewoogen om te Jaffene en te Gale de politieke vergaederingen te laaten in weezen blijven, voor een goed gedeelte ook bestaan op Tutukorijn, en minds dien aanraade om ook aldaar in deezen geen verandering te maaken, te meet wijl deeze plaats wat afgescheiden legt, en dat ook aldaar bij het afschaffen van de Politike vergaedering niets merkelijks zoude wer= den uitgewonnen. §4. Te Trinkonomale zoo lange daar een Civiel departement is, diend ook na mijn nedrig inzien de Politieke vergaedering te blijven, op dat die van het Militair departement. op den gewoonen voet deel aan het bewind blijven behouden. zoldijboeken zijn te Prinkonomale zeedert de herstelling van dat kantoor niet gehouden. De maandreekeningen waar uit dezelve te kolombo worden geformeerd, worden na herwaards overgezonden, en wijl dit tans zoo in gebruik is, en geen merkelijke inge= leegentheeden heeft, zoude met believen van uwe Hoog Edelheden daar bij kunnen wor= den gekontinueerd §6. Door het vermeerderde schrijfwerk, kunnen Nagezien H=k P=r Sterk N=o 108. 5.
English
Examined. at Kolombo, Jaffena, Gale and Tutukwijn the clerks should not be reduced. One has even had to allow some above the usual number, as Your High Honors were humbly informed thereof by the ordinary letter of 17 October 1788. §7. Regarding the reduction of officials, I shall act in case of vacancies in accordance with Your High Honors' recommendation. §8. At the factories that belong under Tutukorijn, the second Residents should indeed continue to remain, not only because it gives somewhat more reassurance and also can have its very great utility that the acceptance of linens is done by two people, but also because considerable sums must still be entrusted to the Residents. §9. At Putlang there is no military officer. This place is garrisoned from Kalpettij by 1 sergeant, 2 corporals, and 24 privates. In place of the Resident, who is a bookkeeper, and stationed with more servants, a good old non-commissioned officer could be placed at Putulang as postholder. §10. At Silauw no officer is stationed. A junior merchant who is stationed there at present costs no more than an officer would cost, and if Your High Honors might approve, I believe that permanently a civil servant would be much more proper there than a military man for the administration of the district, which is quite extensive there. From the river of Kaijmelle where the Silauw district begins, to Andipane on the borders of Putulang where it ends, is a distance of well over 10 hours, and in this tract of land, which is generally almost 3 hours wide, there is very much good arable land, of which the revenues, which increase annually, can soon become very good. The junior merchant Ebell, who is stationed there at present, is an industrious man and takes great pains. For some time now, besides improving agriculture, he has also occupied himself with planting coffee and pepper. For the rest, the post is garrisoned only with a detachment from the Moorish company, consisting with the non-commissioned officers of 15 men. The work of the authorized agent can be done by the junior merchant Ebell himself. I commend Your High Honors to God's gracious protection and have the honor to be with deep respect and true loyalty. Below stood: Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, Sovereign Lord and Noble, Valiant Sirs. Your High Honors' very obedient and humble servant. Was signed: W. J. van de Graaff. In the margin: Kolembo, 9 February 1789. Agrees. B. van de Graaff H. D. Sterk No. 108 Separate Examined. To His High Honor, The Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, Sovereign Lord, Mr. Willem Arnold Alting, Governor General on behalf of the State of the United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, and the Noble, Valiant Sirs, Councilors of the Dutch Indies. Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, Sovereign Lord, Noble, Valiant Sirs, I have had the honor to receive the separate letter with which Your High Honors favored me on 27 November last. It certainly would have been to be wished that the contract with Mr. Buchanan could have turned out more advantageous. It clearly appears that the Nabob in this matter has wished to make the Company count on the interest that it has in the continuation of its privileges in the lands of Madure and Marrua. Regarding the exclusive rights of the Company in the linen trade, as long as this treaty is observed in good faith, there can be no disputes. Mr. Buchanan has, moreover, by his letter of 10 June 1788 taken upon himself that which must serve for the further assurance thereof. Before his departure from Ceilon, I already discussed Verwijk with him repeatedly, and pointed out to him that the trade which the latter conducts in the Teuver's lands in coarse linens, however much or little it may be, conflicts with the Company's privileges, as we ourselves acknowledge. The Chancellor of the Theuver has also been spoken to about this, and I do not doubt that Mr. Buchanan will ensure that justice is done to us in this matter. I shall now have the necessary proposals made to His Honor in more detail regarding this. That this has not already been done with more urgency is because our supply of money is at present not large enough to provide work for the weavers everywhere, and because I fear that by pulling that cord tighter at present than is necessary to make our rights recognized, one might sometimes raise the difficult question whether the exclusive right of the Company, if we wish to have it strictly observed, does not also imply that the Company on its part must ensure that the weavers can properly remain at work. During the holding of a fishery at Manaar, the most suitable opportunity will likely present itself to make, in accordance with Your High Honors' intention regarding the 9th article of the treaty, such additions as are necessary to declare the true purpose thereof more clearly and to exclude all disadvantageous consequences thereof. As far as I am informed, private individuals properly speaking pay no freight for their linens from Suratta to here. It is nevertheless probable that it is not done entirely for nothing, and that in one way or another, for Examined. H. D. Sterk No. 108
Dutch transcription
Nagezien op kolombo, Jaffena, Gale en Jutukwijn de pennisten niet worden verminderd. Men heeft er zelfs eenige moeten toestaan booven het geworne getal zoo als uwe Hoogedelheden daar van bij den gewoonen brief van den 17. oktober 1788 nedrig is kennis gegeeven. §7. Omtrent het verminderen der amptenaaren zal ik bij vakatura handelen overeenkom- stig met uwe Hoog Edelheden aanbeveeling §8. op de faktorijen die onder Tutukorijn fortee= ken dienen wel de tweede Residenten te blij= van kontinueeren, niet alleen dat het eeniger maate meer gerustheid geeft en ook zeer zijne nuttighijd hebben kan, dat het aanneemen der lijwaaten door twee Menschen geschied, maat ook om dat 'er nog al merkelijke sommen aan de Residenten moeten worden toevertrouwd. §9. Te Putlang is geen Militair officier. Deeze plaats word van kalpettij bezet door 1. sek- geant 2. korporaals en 24. gemeenen. Jn steede van den Resident die boekhouder is, en meer bedienden leggen en te Putulang niet kan daar een goed oud onder officier als posthouder § 10. Te silauw legt geen officier. Een onderkoopman die 'er thans legt, kost niet meer dan een officier kosten zoude, en indien uwe Hoog Edelheden het mogten goetvinden geloove ik dat bij aanhoudenthijd een civiel bediende daar veel properder zij dan een Militair voor het lands bestier, dat daar nog al uitgebrijd is. Van de rivier van kaijmel= le daar het silauwse begind tot Andipa= ne op de grensen van Putulang, daer het eindigd, is een uitgestrektheid van ruim 10. uuren, en in deeze streek lands die door- gaans na genoeg 3. linren treet is, is heel veel goed bouwland, waar van de inkoms- ten die Jaarlijks toeneemen binnen korten wij goed worden kunnen. De onderkoofman E dell die 'er tans legd is een werkzaam Man en geeft zig veel moeijte. Hij heeft zig reeds zeedert eenigen tijd behalven met het verbeeteren van den landbouw, ook bezig gehouden met het aanplanten van koffi en peeper. De post is voor het ove- rige alleen bezet met een betachemant gelegt uit H: D: Sterk N=o 10. 8. gelegt worden. Nagezien uit de Moorse komp: bestaande met de on= det officiers uit 15. Man. Het werk van den geauthoriseerden kan door den onderkoop- man Ebell zelve worden gedaen. Jk beveele uwe Hoog Edelheden in Gods genaedi- ge bescherming en heb de eere met diepe eer- bied en waare trouwe te zijn. /:onderstond:/ Hoog Edele Gestrenge Groot achtb: wijdgebiedende Heer en wel Edele Gestrenge Heeren. Uw Hoog Edelheden zeer gehoorzaame en ootmoedige die- haar /: was getekend:/ W: J: van de Graaff /: in maa= gine:/ Kolembo den 9. februarij 1789. Akkordeert B vande Graall H: Dr Sterk N=o 108. appart Nagezien Aan zijn Hoogedelheid Den Hoog Edelen Gestr: Grootachtbaare wijdgebiedende Heer M:r Willem Arnold Alting wegens den staat der vereenigde Nederlanden en de Generaale Nederlandsche geoktroijeerde oost Jndische kompenie Gouverneur Generaal De welEdele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndien Hoog Edele Gestr: Groot achtbaare wijdgebiedende Heer wel Edele Gestrenge Heeren Ik heb de eere gehad te ontfangen den apparten brief, waarmeede uwe Hoog Edelheden mij op den 27. November J: Leeden hebben beginstigd. Het waare zeeker te wenschen geweest dat het kontrakt met den Heer Muchanan voor. deeliger hadde kunnen uitvallen klaarlijk H: Dr: Sterk N=o 108. ƒr Batavia ende blijkt blijkt het dat de Nabab de komt: in deezen heeft willen doen reekenen op het intrest dat dezelve heeft in de voortduuring haarer voor= regten in de landen van Madure en Marrua Noopens de uitsluitende regten van de komp: in den lijwaet handel, kunnen 'er zoo lang dit traktaet ter goeder trouw word nagekoomen gee ne verschillen zijn. De Heer Buchanan heeft ten overvloede bij zijn brief van den 10. Junij 1788 op zig genoomen het geene ter verdere ver- zeekering daer van strekken moet. Voor zijne vertrek van Ceilon heb ik hem reeds te meermaalen onderhouden over verwijk, en hem doen opmarken dat den handel die deeze in 's Teuvers landen doed in groove lijwaeten hoe veel of weinig het ook is, strijd met skomp:s voorregten zoo als wij dat zelve bekennen tnrest. De Rijkskanselier van den Theuver is ook daar over gesprooken, en ik twijffele niet of de Heer Buchanan zal zorgen dat ons in dit stuk regt geschied. Jk zal nu naader aan zijn Edele daar over de noodige voorstellen laeten doen. Dat dit niet reeds met te meer en pres„ sement geschied zij, is om dat inze geld voorraed voor het tegenswoordig niet groot genoeg is om de weevers overal aan werk te helpen, en dat ik be- dugt ben dat met die koord voor het teegens - woordige sterken te trekken dan noodig is, om onze regten tedoen erkennen, men zomtijds zoude kunnen doen ontstaan de moeijelijke waage, of het intsluitend regt van de komp: wanneer we het ten striksten willen hebben nagekoomen ook niet insluit, dat de komp: van haare zijde moet zorgen dat de wevers behoorlijk aan het werk kunnen blijven. Bij het houden van een visserij op Manaar zal zig naastdenkelijk de bequaamste geleegenthijd opdoen om overeenkomstig met uw Hoogedelheden in- tentie noofens het 9:e artikel van het traktael zulke aanhaalingen te kunnen doen, als noodig zijn om het waare oogmerk daar van meer duwelijk te verklaaren en alle nadeelige ge= volgen daar van uittesluiten. zoo veel ik g'informeerd ben betaelen de pprtiku„ lieren eigentlijk gesprooken geen wagt voor hun- ne lijwaeten van suratta na herwaards. Het is egter vermoedelijk, dat het niet geheel voor niets geschied, en dat 'er op de eene of andere voor wijze Nagezien H: Dr. Sterk N=o 108.