Inventory 10018
Ceylon · 302 pages · 131 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Checked water, according to the testimony of the residents living there and of other observers, rises up to ten and twelve feet high, and floods all the low fields in this small landscape, whereby unfortunately, and certainly to his and the colony's great harm and disadvantage, that which was sown upon it was ruined and destroyed as well, no stronger proof is needed to demonstrate that the sluices constructed by him at Divitoere, however well-intentioned, and the canals dug before them, are not at all sufficient, and the annual floods, alas! are all too frequent and violent, and therefore entirely different arrangements for the complete or better prevention thereof must be put into effect, if one is to expect any real benefit from the so useful and so very desired improvements of that landscape, which I wish from the bottom of my heart for the benefit and salvation of the colony and for the honor of the undertaking and of all upright contractors; and I am willing and will also always gladly employ everything within my power toward that end. That now the Maha-Moddeljaar, expecting so much good for himself from the above-mentioned submitted report of the Honorable Commissioners Raket and van Schulet, makes a request that that which was written by official letters from Galle to the charge of him and his son concerning their operations at Dieitoeal may be extracted therefrom and thus annihilated, when it shall be fully found (as he trusts) that they are burdened entirely innocently, and that they have conducted themselves as upright and honest people, no one can hold against him in his present state of fortune and ability, since he makes this request in good faith and according to his completely uncomplicated understanding and judgment, although it is nothing but fair that one should give him and his son a public proof of their well-deserved praise and honor as soon as it is proven clearly and distinctly that such a testimony is truly due to them, when I wish to be one of the first to give them the most public and solemn assurances thereof, and to confirm them with my own signature if deemed necessary and requested by them, yet as long as that is not shown to me clearly and distinctly and some well-founded objections remain with me, H=k P=r Sterk N=o 10. 8. no one will blame me either that I, in this state of affairs, hold and regard them as that which people in general think of them in this and other respects, although I must testify to the praise of the Son that during my presence here as commander of this Province he has generally conducted himself well and properly enough, and I gladly wished to be able to fully acquit and clear him and his father of all wrong and self-interested actions in their proposed and undertaken improvements of the Landscape Duvitoere, and for that reason have more than once testified and assured him, the native Sabandaal, that I wished nothing more than that the Engineer Johannes and First Land-Surveyor Fenander, commissioned by me for the precise surveying of the aforementioned District (for which the former, as he could not well be spared from the fortification work here, could also not arrange and settle himself so quickly and thus proceeded to it so much later), might and could submit such a good report of his operations on the order and instruction of his father, and thus to the honor of both, that I could openly clear them of all wrong and self-interested actions in this regard, both to my own and their own satisfaction, and could forever stop the mouths of all who held their actions suspicious in this matter, and make them desist with shame, which he, the Moddeljaar, will also always gladly testify, and that I was thus moved and guided to appoint this commission by nothing other than for the sake of the good cause itself, and out of observance and compliance with the order determined here in 1784 by your Right Honorable Worships yourselves and approved by the then supreme Government of this governorship, and thus completely dutifully and deliberately, and not through any other views than none other than those which the precise observance and following of my duties prescribe to me, and consequently in this matter have done nothing other than that which I am bound and obliged to do by oath, office, and duty, as I have already mentioned and demonstrated hereinabove. One cannot suspect the Moddeljaar either for asking compensation for the damage for the nelie which he is said to have lost during the dutiful investigation of the First Land-Surveyor Foenanded, of which no notice was given to me, just as little as of any disquiet feigned by the Maha-Moddeljaar at Colombo which the appearance and presence of this Land-surveyor with two N=o 108.
Dutch transcription
Nagezien waater, volgens het getuijgenis van de aldaar woonende Jngezeetenen en van andere waarneemens, tot tien en twaalf voeten hoog opreijst, en alle de laage velden in dit Landschapje overstroomd waar door dan ook ongelukkig, en zee¬ ker tot zijn en der kolonie groote schaa„ de en nadeel, almeede het daar op gezeijde verdorven en vernield is, ster¬ ker bewijs heeft men niet nodig om te betoogen dat de door hem, hoe wel¬ meenend ook, aangelegde sluijsen te Divitoere, en de daar voor gegraave kannaalen, in het geheel niet vol„ doender en de Jaarlijkse overstroomin¬ gen, helaas! maar al te meenigvuldig zijn en geweldig zijn, en dus geheel andere inrigtingen tot volkoome of beete de weeding daar van dienen in het werk gesteld te worden, zal men zig eenig weezendlijk voordeel van de zoo nuttige en zoo zeer gewenscht verbeeteringen van dat Landschap„ Te belooven, het geen ik tot Niet en hijl der kolonie en tot eede de de„ geeding, en van alle braave Aan¬ neemers van haate wenschen; en alloos gaaane alleos, wat in mijn vermoogen is, daar toe wil en ook zal aanwenden. Dat nu de Maha- Moddeljaar, zig zoo veel goede van het boovengemelde ingediend rapport der E=s ge„ kommitteerden Raket en van Schulet voor hem beloovende, verzoek doet dat het geen ten laste van hem en zijn zoon wegens hunne verdig¬ tingen te Dieitoeal van gale bij officieele Brieven geschreeven is, daar uijt mag geligt en dus vernieteijd worden, wanneer men /: gelijk hij vertrouwd:) volkoome zal bevinden dat bij den ge„ heel onschuldig beswaard zijn, en dat zij zig als braave en eerlijke lieden gedragen hebben, kan niemand hem in zijn teegenwoordige ge¬ luk staat en vermoogen kwalijk duijden, wijl hij dit verzoek in goed vertrouwen en na zijn gantsch niet eenvoudig begrip en oordeel doed schoon het niet dan billijk is dat men hem en zijn zoon een oopentlijk bewijs van hun welverdiende lof en eede geeve zoo draa maar klaar en duijdelijk beweezen word, dat hun zoa„ danig een getuijgenis waarlijk toekomt, wanneer ik een van de eerste wil zijn om hun daar van de oopentlijkste en plegtigste verzeeke„ ringen te geeven, en die met mijne handteeke„ ning zelve, des door hun nodig geagt en verzogt wordende, zal bekragtigen dog zoo lange mij dat niet klaar en duijdelijk aangetoond word en mij eenige gegaonde bedenkingen overblijven, zal mij H=k P=r Sterk N=o 10. 8. is, ook Nagezien H=t P=l Sterk ook niemand kwalijk duijden dat ik hun in deeze toestand van zaaken houde en agte voor het geen men in het algemeen van hun in deeze en andere betrekkingen denkt, schoon ik tot lof van den Zoon moet getuijgen dat hij zig geduurende mijn aanweezen alhier als gezagvoerder deezer Provintie over het algemeen wel en geschikt genoeg gedragen heeft, en ik gaarne wenschte hem en zijn vader van alle verkeerde en baatzugtige handelingen in hunne voorgestelde en ondernoome verbeeteringen van het Landschapze Duvitoere geheel te kon„ nen vrij kennen en spreeken, en om die reeden hem inlands Sabandaal ook meer dan eens betuijgd ende verzeekerd heb dat ik niets meer wenschte als dat de door mij ge„ kommitteerde Jngenieur Johannes en Eerste Land- Meeter Fenander, tot het nauwkeurig opneemen van het voormelde Distrikt, waar toe zig de Eerstgenoemde als bij de Fortifikatie arbijd alhier niet wel konnende gemist worden ook zoo spoedig niet schikken en bepaalen kon„ de en dus zoo veel laater daar toe getreeden is, zoodanig een goed verslag van zijne verrigtingen op last en instruktie van zijn vader, en dus tot aaer van bijden mogten en konden indienen, dat ik hun opentlijk zoo tot mijne als hun eijgene satisfaktie van alle verkeerde en baatzugtige handelingen dienaangaande konde vrijspreeken en „ door den mond aan allen, die hunne handelingen in deeze verdagt hielden, voor altoos konde stoppen, en met beschaamdhijd doen af„ houden, het geen hij moddeljaar ook altoos gaad„ ne zal willen getuijgen, en ik dus door niets anders dan om de wille, der goede zaak zelve, en uijt opmerking en opvolging der door uwel Edele gestr: groot agtb: zelve in 1784. alhier bepaalde en door de toenmaalige opper-Regeering deezes gouvernements geapprobeerde order, en dus geheel plug¬ telijk en welbedagt, en niet door eenige andere inzigten, als geene konnende dan die het nauw„ keurig opmeaken en opvolgen mijner pligten mij voorschrijven, tot het benoemen van deeze kommis„ sie bewoogen en opgelijd wierd, en dienvolgende in deeze niet anders gedaan hebbe dan het geen ik eed, Ampts en pligts weegen verbonden en ge„ houden ben, gelijk ik reets hier booven vermeld en aangetoond hebbe, Men kan het den Moddeljaar ook niet verdenken dat hij schaade vergoeding vraagt voor de Nelie die hij bij het pligtelijk onderzoek van den Eerste Land- Meeter Foenanded zoude verlooren hebben waar van mij eeven zoo min kennis gegeven is als van eenige door den maha-moddeljaar te ko„ lombo voorgewande ongerusthijd die de verschijning en het aanweezen van deeze Land-meeter met twee N=o 108.
English
Examined. two ordinary carpenters, on his third journey to Diwitoere, would have caused among a portion of the quite considerable number of inhabitants who have settled there, just as there was no mention of the alleged ill-considered statement of the aforementioned First Surveyor regarding his survey of Diwitceal, which was then only just beginning, nor of his entirely reckless remarks, if they be true, made against the Maha-Moddeljaar and his son, and against those inhabitants there who, by order of the present contractors, cleared and cut down some chenas in that little district, which nevertheless should have been done, and which should have been reported by the local native Sabandaar, who accompanied the aforementioned Surveyor on his first and third journeys to that district and was subsequently with me again on his fourth journey, as one having so much and such great interest therein; which he nevertheless, as appears from his notarial deposition submitted these past days and annexed hereto in copy, did not do, and merely complained in general terms about the alleged difficult disposition of the said Surveyor, nor was this done by the Titular Mohandiram who is present in Diwitoere as chief and overseer; thus, all pretenses thereof will almost of themselves fall away and be regarded as entirely idle, just as they were also declared and presented by the Honorable Dessave Fretsz in his advice submitted on the day of deliberation on this matter in the Council at Kolombo, and deserve not the least acceptance, when one is also pleased to note that during my presence in Iuvitoere, when everyone was at liberty to come to me and present his grievances, and when these could have been submitted and presented by the Porta Moddeljaar and the native Sabandaar, and the said Surveyor heard in response thereto, not one of the inhabitants brought forward any complaints, which certainly gives rise to much reflection. It is true, I did not summon and, as it were, invite the querulous natives to lodge and report complaints, and particularly against the First Surveyor Foenander, by public tom-tom beat or bell-ringing, as I am assured that the gentlemen commissioners Raket and Van Schuler did after my departure from Diwitoete, because this manner Examined. of acting is always suspect and in the highest degree insulting to an honest man, and there is not the least necessity for it in these lands, because we, to our daily torment, experience only too well how litigious the native generally is, and knows how to present his grievances quite well, and even in all kinds of intricate ways, and is only too ready to do so whenever they can foresee in any way that they have nothing to fear from the consequences thereof, and thus come forward with them against everyone, except against their native chiefs who stand in favor and credit, for whose power and authority all natives have an exceedingly great fear, because they know very well that sooner or later it tends to great and often irreparable harm and damage to them or theirs, of which they see daily only too many sad examples, and thus refrain from doing so as long as it is at all feasible and they or theirs have anything to lose; but against others they come forward freely and at once, and do not hesitate to present even the most unreasonable complaints, and it must therefore strike everyone as very remarkable that neither by the Sabandaar beforehand, nor by the inhabitants at Diritoeae themselves during my presence there, were any complaints or grievances presented against the First Surveyor. However, that the Maha-middeljaar dares to state in his aforementioned petition that it would have been exceedingly fair and equitable to have warned him beforehand, prior to proceeding with the accurate survey and investigation of his proceedings at Durtoere, so that he might give indications in that regard, in which case such a commission would not have caused the least stir, is very indiscreet, because he, the Moddeljaar, knows only too well that he only undertook the improvements of Diwitoere in the latter part of the year 1784 and did not actually begin with them until the following year; that he also, in the month of May of that year, to Maha in your Honorable's great respect
Dutch transcription
Nagezien twee eenvoudige Timmerlieden, op zijn derde togt na Diwitoere, onder een gedeelte van de Zig aldaar needergezet hebbende geheel maanmerke lijk getal van inwoonders zoude veroorzaakt hebben, gelijk ook niet van de pretense onbe„ dagte verklaaring van den voormelde Eerste Land„ meeter ten opzigten van zijne als doen maar eerst beginne opneeming van Diwitceal, en van zijne, zoo ze waar zijn, geheel onbezuijsde gezegdens teegen den Maha-Moddeljaar en zijn zoon, en teegen die der inwoonders al„ daar, die op last der teegenwoordige Aanneemers eenige Chenassen in dat Landschapje ge„ kapt en gezuijverd hebben, het geen egter wil had behooren te geschieden, en door den alhier zijnde inlands Sabandaar, die den voor„ melde Land-meeter op zijn eerste in derde togt na dat Landschapje verzelde, en 'er vervolgens op zijn vierde togt weder met mij was, als daar zoo veel en zoo groot belang bij hebbende, had moeten aangegeeven worden, het geen hij egter, blijkens zijne deezer dagen overgelegde en in afschrift bij deeze gevoegde sekretarieele verklaaring, niet gedaan, en zig maar alleen in al gemeene bewoordingen over de, na zijn voorgeeven ongemakkelijke glaard„ hijd van gemelde Land-meeter beklaagt heeft en dit ook niet door den zig te Diwitoere als hoofd en opzigter bevindende Titulaia Mohan„ diram gedaan is, dus, alle voorwendingen daar van haast van zelven zullen vervallen en als„ geheel ijdel aangemerkt worden, zoo als ze ook door den E. dessave Fretsz: bij zijn E: ingediend advies ten daage der deliberatie over deeze zaak in den raad te kolombo verklaard en voorgesteld wierden, en geene de minste aanneeming ver¬ dienen, wanneer men daarbij gelieft optemer„ ken; dat mij ook bij mijne teegenwoordige „hijd te Iuvitoere, wanneer een ieder vrij„ hijd had, zig bij mij te vervoegen en zijne beswaaren voortestellen, en die door den Porta Moddeljaar en Inlands Saban„ daar hadden konnen voorgesteld en voor¬ gedraagen en geme: Land-Meeter daar teegen gehoord worden, niemand der Ingezeetenen eenige klagten voortgebragt heeft, het geen zeeker al wij veel bedenking oplevert; Het is waar, Jk heb de klaagzieke Jn„ landers, zoo als mij verzeekerd is dat de 6=o gekommitteerden Raket, en van schuler na mijn vertrek van Diwitoete gedaan hebben, niet door opentlijke Jamblijn of simmerslag tot het in en aanbrengen van klagten, en wel in het bijzonder teegen den Eerste Land-meeter Foenander opge„ roepen en als uijtgenoodigd, wijl deeze wijse H=t P=r Sterk N=o 10. 8. als Nagezien wijze van handelen altoos suspect en ten hoogste voor een eerlijke Man beleedigend en daar voor geene de minste noodzakelijkhijd in deezen Landen is, wijl wij alleen, tot onse dagelijkse kwelling, maar al te wel ondervinden hoe klaag ziek den inlander over het geheel is, en hunne beswaaren zal wel en zelf op allerlije intrikaati wijze weeten voortestellen, en daar maak al te gereed toe zijn wanneer te maar eenigzints konnen voor uijt zien dat Le voor de gevolgen daar van niets te dugten hebben, en dus daarmeede teegen een ieder uijtkoomen, uijtgezonderd teegen hunne in gunst en krediet staande Jnlandsche hoofden voor welker magt en gezag alle Jnlanders en over„ groote vrees hebben, wijl ze zeer wel weeten dat hun of de hunne vroeg of laat tot groot en dikwils tot onherstelbaad nadeel en schaade strekt, waar van zij daagelijks maar al te veel droevige voorbeelden zien, en zig dus daar van ont„ houden zoo lang het maar eenigzints doenlijk is, en zij ofte hunnen iets te verlieden hebben, dog teegen anderen koomen zij vrij en ten eersten uijt, en ontzien zig niet zelfs de ongezijmste klag„ ten voortestellen en het moet dus wel een ieder Zeer opmerkelijk voorkoomen dog (nog door den Sabandaar te vooren nog door de ingezeetenen te Diritoeae zelve bij mijn aanweezen aldaar eenige klagten of be¬ swaaren teegen, den Erste Land- meeter zijn voorgesteld. Dog dat hij Maha-middeljaar in zijn voor„ melte Request durft poseeren dat het ten uijtterste redelijk en billijk zoude ge„ weest zijn hem, alvoorens tot het nauwkeurig opneemen en onderzoeken van zijne verrigtingen te Durtoere te treeden, daar van voor af te waar„ schouwen om dienaangaande aanwijzin„ gen te konnen doen wanneer zoodanig eene kommissie geen het minste op zien zoude gebaard hebben, is zeer onbeschijden, wijl hij moddeljaar, maar al te wel wat hij eerst in het laast van het Jaar 1784. de verbeeteringen van Diwitoere op zig genoomen en daar¬ meede niet dan in het naast volgende Jaar werkelijk begonnen is, Dat hij ook in de maand maij van dat Jaar tot Maha in uwel Edele gestr: groot ontzien agtb: H=k P=r. Sterk N=o 108.
English
Examined H=t P=s Sterk the Honorable Maha Mudaliyar was called to Colombo, and his son was appointed here in his place as Maha Mudaliyar and native Shahbandar, and he himself was therefore able to occupy himself in person for only a very short time with his proposed improvement of that small district, and entrusted the entire management thereof to his aforementioned son, who proceeded to work there according to the instructions and orders received from him, and this person was thus at that time essentially the man from whom one had to ask the necessary instructions in that regard, in order to point them out subsequently, as indeed happened, and of which he has full knowledge, as this son of his accompanied the first surveyor Foenander on his first and third expedition thither, while, as I have mentioned hereinabove, he insisted strongly on not accompanying the said officer on his second expedition thither, alleging that he could not get along with his assumed difficult nature, and that this son of his also subsequently went with me to the said district and remained there with the Honorable Commissioners Raket and Van Schuled who had then arrived from Colombo, and thus this pretext of his is entirely improper and inadmissible. Yet, in his own description of his merits, one can very well pass over his citing and pointing out a testimony thereof by the late Right Honorable Governor Schreuder, Gl: G:, and thereby omitting what was declared some time before with so much emphasis and proof by the then Commander Samlant while Your Right Honorable Greatly Respected Worship held the office of Fiscal here, and is said to have been present there, to the above-mentioned Honorable Governor then present here upon a similar proposal to elevate him, Nikolaas Dias Abesinge, to Maha Mudaliyar here, for which the customary decorations were already at hand, so that his promotion was at that time entirely rejected, and that he, the present Maha Mudaliyar, was at that time suspected by the Government and was entirely at the disposal of the Kandyans, and thus certainly would not have dared, as other native chiefs did, to desert to them at that time, and his subsequent elevation, so fortunate and suitable to the circumstances of the times, to Maha Mudaliyar here could never erase the unfavorable impression of his formerly maintained conduct: However, I have never had any intention, nor do I yet have any, to bring him, the Maha Mudaliyar, into any unfavorable thoughts in the eyes of the world regarding his moral character, and much less to place him in any worse and more detrimental view than he himself has been willing to bring upon himself, and have by no means entered into a precise investigation of his actions in the small district of Diwiture with that view, but have done this solely out of duty, and in compliance with the very positive orders prescribed to me, and thus observed it for the sake of the essential importance of the matter itself, and it would even be pleasant to me if I could make his aforementioned merits, presented in the year 1761, endure down to this day, and thus throughout the entire government, as praiseworthy as it was glorious, of almost twenty years of the now deceased Honorable Governor Falck (H: L: M:), who still lives in the hearts of all right-thinking people in respectful and grateful testimony, but I can recall nothing of that to his benefit, and therefore the Honorable Dissave Fretz will best be able to explain himself in that regard, who cannot well have forgotten what this great man replied in a separate letter to the late Honorable Commander De Lij upon the proposal made from Galle, as appears from the Galle Compendium of the year 17 23/30, to bestow upon him, the present Maha Mudaliyar, a gold neck chain for his adornment, which favor he himself at that time deemed worthy of his large planted cinnamon gardens, which were unexpectedly investigated with accuracy by the said Honorable Dissave, then being Head of the Maha Badde, and the essential state and findings thereof were laid before and open to the said Honorable Governor by His Honor; I also find no one here who can report anything to me in favor of his merits that have rested entirely for so long, and since he himself leaves so much time without real notice, and cites nothing thereof nor presents it to his honor under the long-lasting and never sufficiently praised government of this truly great man, who knew and rewarded so well the virtues and good qualities of all his subordinates, I think it best to leave them further unnoticed, and to believe with the whole world that, without Your Right Honorable Greatly Respected Worship's particular kindnesses toward him, they might well remain in that deep rest until the end of his certainly the enough H=t. P=s. Sterk N=o 108.
Dutch transcription
Nagezien H=t P=s Sterk agtb: Porta ModdelJaar te kolombo beroe¬ pen, en zijn Zoon alhier in zijn plaats tost porta Moddeljaar en Jnlands sa„ bandaar benoemd is, en hij zig dus in eijge perzoon maar een zeer korten tijd met Zijne voorgestelde verbeetering van dat Landschapje heeft konnen bemoeijen en de geheele Direktie daar van eene voormelde zijn zoon heeft opgedragen die daar meede na de van hem ont¬ vangene onderdigtingen en orders is te werk gegaan, en deeze dus voor die teijt weezendlijk de man was van wien men de nodige onderdigtingen dienaangaande vraagen moest, om die vervolgens aantewijzen gelijk ook geschied is, en waar van hij volkoome kennis draagd, als hebbende deeze zijn zoon den eerste Land-meeter Foenander op zijn eerste en derde togt derwaards ver„ zeld, terwijl hij, gelijk ik hier booven ver¬ meld hebbe, zeer aanhield om gem: officier niet op zijn tweede togt na derwaards te ver¬ zellen, voorgeevende met zijn door hem on„ derstelde ongemakkelijke geaaadhijd niet te kunnen over weg koomen, en dat deeze zijn zoon ook vervolgens met mij na gem: Distrikt geweest en aldaar bij de als doen van kolombo verscheene E=s gekommitteerde Ra„ ket en van schuled verbleeven is, en dus deeze zijne voorwending geheel onbehoorlijk en onaan¬ neemelijk is. Dog men kan, hem bij de eijge beschrijving zijner ver„ diensten zeed wel passeeren dat hij daar van een getuijgenis door wijlen den hoog Edele heer gouverneur Schreuder, Gl: G:, ophaald en aan„ wijst, en daar bij overslaat wat eenige tijd te vooren door den toenmaalige heer kommandeur Samlant terwijl uwel Edele gestr: groot agtb: met het Ampt van fiscaal alhier bekleed was, en daar bij teegenwoordig gezegt word, aan boovengem: als doen zig hier bevondende Edele heer gouverneur bij gelijke voorstelling om hem Nikolaas Dias Abesinge tot porta Mod„ deljaar alhier te verheffen, waar toe ook reeds de gewoone versieaselen voor handen laagen, met zoo veel nadruken bewijs verklaarde, dat zijne bevordering als doen geheel verworpen wierd, en dat hij teegenwoordige Maha-Moddeljaar ten dien daage bij het gouvernement verdagt, en bij de kandiaanen gehaal wasch, en het dus zeeker niet zoude gewaagt hebben, gelijk andere Jn„ landsche hoofden, als doen tot hun overteloopen en zijn nader gevolgde zoo gelukkige en na tijds omstandigheeden geschikte verheffing tot porta moddelJaad alhier nimmer de nadeelige van indruk N=o 108. Nagezien indruk over zijn voorig gehoude gedrag heeft konnen uijtwisschen: Dog ik heb nimmer eenig voorneemen gehad en heb het als nog niet om hem Maha-moddel„ Jaar over zijn Zeedelijk karakter in eenige ongunstige gedagten bij de waareld te brengen en veel minder om hem in eenige erger en nadeeliger beschouwing te stellen, als hij zig zelve wel heeft willen brengen, en ben in geenen deelen met dat inzigt tot eene nauw„ keurige onderzoeking van zijne verrigtingen in het Landschapje Diwitoere getreeden maar heb dit alleen pligtsweegen, en in op„ volging der mij voorgeschreeve zoo stellige on¬ ders, en dus om de wille van de weezendlijke aangelegendhijd der zaak zelve betragt, en het zoude mij zelfs aangenaam zijn indien ik zijne voormelde in den Jaare 1761. voorge¬ stelde eijge verdiensten tot op deeze dag, en dus geduurende de geheele Zoo Loffelijke als roomwijk bij na twintig Jaarige Regeering van den nu Zaalige en in de hanten van alle welden ken¬ den als nog in eerbiedig en dankbaar ge„ tuigen leevenden Edele heer gouverneur Falck /: H: L: M:/ konde doen voortduuren, dog ik weet mij niets daar van ten goede te hedimee„ ren, en dus zal zig dienaangaande best kon„ nen verklaaren de E. dessave Fretsz:, aan wien het niet wel kan ontschooten zijn wat deeze groote man aan wijlen den Edele heer kommandeur De zij bij een Asparte Brief antwoorde op de van gale gedaane voorstelling, blijkens gaalsche Compendium van den Jaare 17 23/30. om hem teegen„ woordige Maha-Moddeljaar tot zijne ver„ sieding met een goude Hals keeten te begif„ tigen, welke gunst hij zig als doen zelve wel waardig agte voor zijne aangelegde groote kanneel suijnen die op het onverwagts door gem: E. des„ Jave, als doen Hoofd der Maha=badde zijnde, met nauwkeurighijd onderzogt, en daar van de weezendlijke staat en bevinding aan gem: Edele heer gouverneur door zijn E. voor en oopen gelegd wierden; ik vinde hier ook niemand die mij iets ten goede van zijne zoo lange geheel gerust hebbende verdiensten weet optegeeven en daar hij te zelven zoo veel tijd buijten weezendlijke aanmenking laat, en niets daar van ophaald of tot zijne eere voorsteld onder de langduurige en noijt volpreeze Regeering van deeze waarlijk groote man, die zoo wel de deugden en goede hoedaa„ nigheeden van alle zijne onderhoorigen kinde en betoonde, denk ik best om ze ook maar verder onaangemerkt te laaten, en met de geheele waareld te gelooven dat ze, zonder uwel Edele gestr: groot agtb: bijzondere goedheeden voor hem, mogelijk wel in die diepe rust tot het eijnde van zijn zeeker het genoeg H=t. P=s. Sterk N=o 108.
English
Examined. would have remained sufficiently notorious in life. I can however willingly, in order to do him the justice that is due to him, and thus to his and my own satisfaction, readily testify that if one observes him, the Maha Mudaliyar, attentively according to his substantial great knowledge of native affairs, according to his good and even great judgment, and according to the extent of his worldly means, and if this may be deemed sufficient, he is truly a man worthy of the great trust and the high favor and protection of his master, and of the so important native office and marks of honor with which he is presently invested and adorned. Observing with all respect the deliberative remarks of Your Right Honorable Grand Respected Sir on the day of the same most aforementioned resolution of 21 October of the previous year, concerning the reports regarding the district of Diviture that were successively brought to the table from here and submitted to Colombo on 3 July prior by the Honorable Commissioners Raket and Van Schieler, with all official letters and other documents sent from here since then relating thereto, may it be permitted to me to present my reflections against them, especially for my defense in such delicate and important circumstances, so that I may not be suspected by anyone in this matter of any substantial mismanagement or ill-considered planning, nor of the slightest thoughtlessness or biased regard, and that Your Right Honorable Grand Respected Sir yourself, in your further resolution still to be expected in this important matter, may be able to fully absolve and clear me thereof, and that the Noble High Government of these lands, under whose discerning eye this whole matter will now have to be unfolded and presented, may subsequently also graciously be pleased to confirm this. I shall therefore also only adhere to that which is presented in the said remarks, principally to my charge, and leave that which concerns the Engineer Johannes and the First Surveyor Foenander to their own accountability and declaration, if they deem it necessary to submit their respectful presentation further in that regard, and await with all respect the decision, as well regarding the provisional as the resolution still to be taken by Your Right Honorable Grand Respected Sir in this matter, from the fair and righteous judgment of the aforementioned Noble High Government, and submit myself thereto with all obedience. May it then be permitted, for my exculpation, respectfully to present to Your Right Honorable Grand Respected Sir herewith: I. That I, with the best intention and in good conscience, proceeded to the accurate inspection of the work of the present contractors in the improvements of the district of Diviture proposed by them, and for that purpose appointed and dispatched, according to my judgment, the most suitable among the servants of the Noble Company here, namely the persons of the Engineer Johannes and the First Surveyor Foenander. II. That the great competence of these always irreproachable people is known to everyone in this government, and this can be fully proven with Your Right Honorable Grand Respected Sir's own testimony; for the first-named, certainly and that under the so glorious and never sufficiently praised administration of the Noble Governor Falck, resting with God, who indeed knew the value and the importance of his subordinate servants, and granted no one any promotion before he gave real proofs that he truly deserved it, rose only on account of his exceptional abilities from master wagon- or gun-carriage maker to the rank of Lieutenant Engineer, in which capacity he has given such great proofs of his skill and loyalty, that Your Right Honorable Grand Respected Sir yourself in the year 1784, when he had already resolved to leave the service of the Noble Company and had permission from the Noble High Indian Government to return to Europe, persuaded him, indeed with much encouragement, to apply his good services in this government for about four more years, which he also fully accomplished, as evidenced by his magnificent repairs on the fortifications along the sea side of this city, which were very dilapidated and for a large part entirely collapsed, which he, in less than a year, and indeed with very little expense in proportion to this great work, has so well improved and renewed, that they not only now put the city on that side again, in so far as this work was completed by him, in a proper state of defense, and it were well to be wished that he might have carried this through to the end. It is a work of very good planning and of very long durability, as it has been fully judged by experts and described to me. H. P. Sterk No. 108.
Dutch transcription
Nagezien genoeg berugt leeven zouden gebleeven zijn. Ik kan in wel egter gaarne, om hem meede het regt te doen dat hem toekomt, en dus tot zijne en mijne eijgene voldoening gewillig betuijgen dat als men hem Maha-Moddeljaar na zijne weezendlijke groote kennis der Jnland„ sche zaaken, na zijn goed en zelfs groot oordeel, en na de uijtgebrijdhijd van zijn tij„ delijk vermoogen met aandagt betragt, en dit genaeg doende mag geoordeeld worden, hij waar¬ lijk een man is waardig het groot vertrou„ wen en de hooge gunst en Bescherming zij¬ nes meesters en de zoo importante Jnlandsche Bediening en eere teekenen, waarmeede hij thans Met alle eerbied betragtende de Deliberatiee Aan„ merkingen van uwel Edele gestr: groot agtb: ten daage van hoogst derzelver voorm: Besluijt van den 21. 8ber: J„o L„n, wegens de als doen ten tapijte gebragte successive van hier afge„ vaardigde als door de E= gekommitteerde Ra¬ ket en van schieler te kolombo op den 3. Julij te vooren ingediende Berigten wegens het Landschapse Duitoere met alle zedtert daar toe betrekkelijke van hier afgezonde officieele brieven en andere beschijden, zoo zij het mij geoorloft daar teegen, mijne bedenkingen, voor al ter mijner verdeediging in zoo delikaate en bekleed en versierd is. aangelegene omstandigheeden te moogen voor„ stellen, op dat ik in deeze bij niemand van eenig weezendlijke verkeerd belijd of overleg en van geene de minste onbedagtsaam„ hijd, of eenzijdige betragting verdagt worde, en dat uwel Edele gesta: groot achtb: zelven bij derzelver nog te verwagte nader Besluijt in deeze aangelegendhijd mij daar van geheel zij konnen en spree¬ ken, en de Edele Hooge Regiering deezer Landen onder welker doorzugtig dog nu deeze geheele zaak zal moeten ontvout en voorgesteld worden, dit vervolgens mee„ de goed gunstig gelieve te bevestigen. Jk zal mij dus ook maar alleen houden aan het geen bij gemelde Aanmerkingen, voor„ naamentlijk ten mijnen Lasten, voorge¬ steld word, en het geen den Jngenieur Johannes en den Eerste Land-Meeter zoenander betreft voor hunne eijgene verantwoording en verklaaring overlaaten zoo zij nodig agten deswegens hunne eerbiedige voorstelling nader intedienen en de decisie, zo wel over het provisoir als nog te neeme Besluijt van uwel Edele gestr: groot achtb: in deeze zaak met alle Eerbied van het billijk en regt„ maatig oordeel van opgemelde Edele hooge aangeleegene H=k P=r Sterk N=o 108. regeeding Nagezien Regeering verbijden, en mij daar aan, met alle gehoorzaamhijd onderwerpen. Het zij dan tot mijne verschooning geoorloft uwel Edele gestr: groot agtb: bij deeze eer„ biedig voortestellen- I. Dat ik met het beste inzigt en in gemoene tot het nauwkeudig opneemen van het verdig der teegenwoordige Aanneemers in de door hun voorgestelde verbeeteringen van het Landschappe Diwitoere getreeden ben, en daartoe, na mijn oordeel, de best geschikte onder de Dienaar der Edele Maatschappije alhier en wal a perzoonen van den Ingenieur Johannes en va den Eerste Landmeeter Foenandes benoemde afgevaardigt hebbe, II. Dat de groote kundighijd deezer alloos ons besprooke lieden een ieder in dit goeene¬ ment bekend is, en dit met uwel Edele gestr: groot achtb: eijge getuijgenis ten vollen kan beweezen worden, want de eerstgenoemde Zee ker en nog wel onder de zoo doemeijke en nimmer volpreese Regeering van den na bij god rustende Edele heer gouverneur Falck, Di Leed wel de waarde en het gewigt zijner on¬ dergeschikte Dienaaren kende, en niemand eenige bevordering toedeelde voor dat hij wa kelijke bewijzen gaf Dat hij het waarlijk verdiende, niet dan om zijne bijzonderen geschiktheeden van waagen of affuijtmaakers Baas tot de waardighijd van Luijtenant Jn„ genieux opgeklommen is, in welke hoedaanig„ hijd hij zoo groote blijken zijner kunde ende trouwe gegeeven heeft, dat uwel Edele gesta: groot achtb: zelve hem in A=o 1784, wanneer hij reets bepaald was om den dienst der Edele maatschappige te verlaaten en verlof van de Ed: hooge Jndiase Regeering had om na Europa te keeren, en wel met veel aamoediging over„ eede om nog voor een Jaar of vier, zijne goe¬ de Diensten in dit gouvernement aantewen¬ den, waar van hij ook volkoomens voldaan heeft, blijkens zijne zoo heerlijke verdigtingen aan de langs de Zee zijde deezer stad Los zeer vervalle en voor een groot gedeelte geheel ingestorte vestings warken, die hij, in minder dan een Jaar, en wel met Leed wijnig onkosten, na eevendeedighijd van dit groote werk, zoo wel ver„ beterd en vernieuwd heeft, dat ze niet alleen de sterd aan die zijde nu weder, zoo verre dit werk door hem volbragt is, in behoorlijke staat van teegen weer stellen, en het wel te wenschen waare dat hij dit tot den eijnde had moogen vol¬ „brengen. Het is een werk van Zeed goed overleg en van zeer langen duur, zoo als het door des kundigen ten vollen geoordeeld en aan mij beschreeven is geschiktheeden dat H=t. Pr. Sterk N=o 108.
English
Examined that also, according to the calculation recently sent to Colombo, it costs the Noble Company no more than sixteen thousand eight hundred six rixdollars twelve stuivers Indian money, and would not be undertaken by anyone for three times as much, and I remain assured that your Right Honourable, highly esteemed Sir, upon a personal inspection, would express a particular satisfaction therein and also gladly confirm these sentiments of mine with his high approval; the engineer Joanbouer, who has departed from here for Trinkonomale, and the engineer Lorve, who is still here, have highly approved this work, and thus this engineer has rendered a truly great service to the Noble Company thereby, and with little additional cost, as he declared and assured me at the inception thereof, has completed a great, good, solid, and strong work, which he, pursuant to your Right Honourable, highly esteemed Sir's secret letter of 26 February of the past year under the alarming circumstances of that time, might only have completed in haste, through loose fillings and embankments of the completely collapsed, very large breaches in the rampart walls, and thus entirely imperfect for the future, by which prudence the Noble Company has therefore gained a great deal, as everyone must testify along with me when observing that the provisional closing of these large breaches or openings was a costly work, of which one would have had no other benefit in the future than the remaining part of the stones and earth that had been brought in and filled, in so far as they had not been washed away again by the raging billows and the surf of the sea, against which a well-constructed and solid work is necessary. Let one read with attention his reports concerning that work, submitted under the dates of 26 December 1787 and 18 November last past and forwarded to your Right Honourable, highly esteemed Sir, and let one observe the plans and profiles cited therein, submitted, and belonging thereto, and one shall then, upon an accurate survey by knowledgeable persons, find that these statements of mine are in no way exaggerated or inflated, and likely be convinced that with so little expense in the span of a single year, possibly as much labour was performed on the fortifications of this city as in twenty years by our fortification masters on those of Trinkonomale, which have cost so many thousands of rixdollars to the Honourable Company, and on which, as I am assured, very much will still have to be spent if they are to reach any real perfection: This engineer has now, under your Right Honourable, highly esteemed Sir's administration, been promoted to Captain-Lieutenant, which certainly occurred out of gratitude for his genuine merits, and since he was appointed by your Right Honourable, highly esteemed Sir to such an important post here, and has now brought it thus far with so much benefit to the Company and with such great honour to himself, and all his other actions on this island bear witness to his praise, it is indeed indisputable that he is a man of proven skill, whose loss to this government, now that he has again decided to return to Europe, I truly consider to be very great, and I would gladly wish to dissuade him from it, since his knowledge, especially at a time when we are certainly not sufficiently provided with engineers, and his further abilities for this colony might well be preserved, and he might possibly, at my request, have decided upon a longer stay here if he could have been excused from submitting his monthly reports concerning his activities at the fortifications under the oath of loyalty by which he is bound to the Noble Company upon assuming his commission as an engineer, because he can do this for his actual activities at the work itself, but not for the number of coolies stated therein, as he does not count them in person, but this is done twice a day by separate, well-trusted persons placed under his supervision and of his own choosing, and an unabated, strict oversight is kept over this both by me and by others, and even if this were done by himself, he, as a conscientious man, could nevertheless not make such a solemn declaration thereof monthly unless he were never prevented therefrom by illness or other incidental circumstances, but always present thereat, which cannot well happen; he has therefore rather chosen to request his discharge than to burden his conscience with such levity, imagining that having once taken an oath of loyalty, and nothing having ever appeared to his discredit, he might also be excused, for this part of his activities at the fortification works here, from repeating this assurance, as solemn as it is formidable, upon the submitting and handing over of his monthly reports, while he always declares himself prepared to assure with a solemn oath that he performs his duties properly, and remains fully satisfied with what is allotted to him by his superiors for a decent living, and in no way seeks to appropriate to himself any indirect and unlawful gain.
Dutch transcription
Nagezien dat ook, volgens de onlangs daar van na ko„ lombo gezonde bereekening niet meer dan sestien duijsend agt honderd ses rijxx=s twaalf stuijv=s Jndisch geld, aan de Edele Maatschappijé kost, en door niemand voor drie maal zoo veel zoude aangenoomen worden, en ik houde mij verzeekerd dat uwel Edele gestr: groot achtb: bij eene perzoonelijke opneeming daar„ in een bijzonder genoegen zoude betuijgen en deese mijne gevoelens ook gaaane met zijne hooge toestemming bevestigen; De van hier na Trinkonomale vertrokke ingenieus Joan¬ bouer en de Zig nog hier bevindende Jngenieu„ Lorve hebben dit werk ten hoogste goedge„ keurt en dus heeft deeze Jngenieur daar door een weezendlijk groote dienst aan de Edele maatschappije gedaan, en met wijnig meerder kosten, gelijk hij mij bij den aanleg daar van verklaarde en verzeekerde, een groot, goed, hegt en sterk werk volbragt dat, hij, na volgens uwel Edele gesta: groot achtb: sekreete aanschrijving van den 26. febr: des laast gepasseerde Jaaas in de toenmalige bedenkelijke tijds omstan„ digheeden, maar in haast, door losse invullings en opwerpings van de geheel in„ gestorte zeer groote bressen in de wal muure en dus geheel onvolmaakt voor het toekor„ mende, had kunnen volbrengen, bij welk overleg de Edele maatschappije dus zeer veel gewonnen heeft, gelijk een ieder met mij zal moeten betuijgen als men opmerkt dat het Provisoir digtmaaken deezer groote bressen of oopeningen een kostbaar werk was, waar van men in het vervolg geen ander nut zoude hebben dan het overgebleeve gedeelte van de aangebragte en ingevulde steenen en aarde, zoo verde die niet door de inwoelende baaren en bran¬ ding der Zee, waar teegen een wel aangelegt en hegt werk nodig is, weder waaren waggespoeld. Men leeze met aandagt zijne over dat werk ondem datis 26. xber: 1787. en 18. 9ber: J„o leeden overgeleg„ de en uwel Edele gestr: groot agtb: toegeschikte Berigten, en men betragte de daar bij aangehaal„ de en overgelegde en daar toe behoorende Plans en Profils, en men zal als dan, bij eene nauwkeu„ rige opneeming door des kundige lieden bevinden dat deeze mijne opgaaven daar van in geenen deelen vergroot of opgerijzeld zijn, en waarschijnelijk wel overtuijgd worden dat met zoo wijnig kosten in den tijd van een enkeld Jaar mogelijk wel zoo veel arbijd aan de vesting werken deezer stad gedaan is, als in twintig Jaaren door onze Fortifikaatsie mees„ ters aan die van Trinkonomale, die zoo veel Duij„ zenden rijxd=s aan de E. kompanie gekost hebben en waar aan, zoo mij verzeekerd word, nog zeer veel zal moeten ten koste gelegd worden zullen mende H=k P=r Sterk No 10. 8. ze Nagezien H: Dr: Sterk ze tot eenige weezendlijke volkoomenthijd koomen: Deeze Jngenieur nu is onder uwel Edele gestr: groot achtb: Regeering tot kapiteijn Luijtenant bevor„ dead, dat zeeker uijt erkentenis van zijne weezend„ lijke verdiensten geschied is, en daar hij door uwel Edele gestr: groot achtb: tot zoo een aangeleege waar alhier bepaald is, en dat met zoo veel nut voor de Maatschappije, en met zoo groote eede voor hem zote nu zoo varre volbragt heeft, en alle Zijne overige verrig¬ tingen op dit Eijland tot zijn lof getuijgen, is het im„ mea onweder sprekelijk dat hij een man van beproefse kennis is, wiens verlies voor dit gouvernement nu hij zig weder bepaald heeft om na Europa te keeren, Jk waarlijk als zeer groot aanmerke, en gaaane wenschte hem daar van te konnen aflijden, wijl zijne ken„ nis, vooral in een tijd dat wij van geene Jngenieurs immers niet genaegsoende voorzien zijn, en zijne ver„ dere geschiktheeden voor deeze kolonie wel mogten behouden blijven, en hij zig mogelijk op mijn ver„ zoek nog wel tot een langer verblijf alhier zoude bepaald hebben, indien hij had moogen verschoond worden van zijne maandelijkse rapporten wegens zijne verrigtingen bij de vetting werken intedienen op den eed van trouwe waarmeede hij aan de Edele maat„ schappije bij het aanvaarden van zijne kommissie als Ingenieur verbonden is, wijl hij dit wel voor zijne weezendlijke verrigten bij het werk zelve maak niet voor het daar bij vermelde getal van koelies doen kan, alzoo hij die niet in perzoon teld, maar dit tweemaal 'sdaags door afzonderlijke daar toe onder zijn op„ zigt, en na zijne eijge keuse gestelde wel vertrouwde perzoonen geschied, en daar over, zoo door mij als door anderen een onvermeakt nauwkeudig toezigt ge„ houden word, en schoon dit ook door hem zelfs gedaan wierd zoo zoude hij als een gemoedelijk man, egter daar van 'smaandelijks zoodanig een plegtige verklaaring niet konnen afleggen, of hij zoude nim„ med door ziekte of door andere toevallige omstandig„ heeden daar van moeten afgehouden worden, maar altoos daar bij teegenwoordig zijn, dat niet wel ge„ schieden kan, dus heeft hij liever verkoosen zijne dimissie te verzoeken, als zijn gemoed met za„ daanig eene ligtvaardighijd te beswaaden zig voor„ stellende dat hij, eenmaal een eed van trouwe ge„ daan hebbende, en nimmer iets tot zijn lasten =gebleeken zijnde, ook wel voor dit gedeelte van zijne verrigten bij de fortifikaatsie weaken alhier tot het herhaalen van deeze zoo plegtige als ontzaglijke verzeekering bij het indienen en overleggen van zijne maandelijkse rapporten mogte verschoond blijven, ter¬ wijl hij zig altoos berijd verklaard met solemneelen eede te verzeekeren dat hij zijne pligten na be„ hooren waarneemt, en zig ten volle te vreeden houd met het geen hem tot een behoorlijk bestaan door zijne superieuren toegelegd word, en zig op geenea„ lije wijze een enkelde indirekte en hem niet regt„ doen „maatig No 10. 8. : „ F
English
Examined. appropriates to himself the penny that belongs to him, and knows himself to be completely pure in that regard. He is therefore, according to the testimony of Your Right Honorable Sir himself, a capable and well-qualified man, and everyone who knows him considers him upright and honest, incapable of any deceitful or evil acts to the detriment of his fellow man. He has been to Diwitoere on multiple occasions, knows that district thoroughly, has no dealings or disputes outstanding with the Maha Mudaliyar or his son, nor has he ever, so far as is known to us here, had any difference with them. It is therefore not to be expected that in a matter of such great weight, and in which he has absolutely not the slightest personal interest, he would not have spoken and testified according to his customary piety and honest sentiments. And thus may I be permitted to declare that I regard his report submitted on 26 June last concerning the aforementioned small region and his views regarding it, as a well-reasoned, capable, and sincere document produced to the best of his abilities, and I can discover no other spirit in it than that which inspires and guides man in the purest and best contemplation. Consequently, I have also safely adopted and declared his sincere and capable declaration and thoughts as my own, and still consider them as such. By doing so, I do not think that I can cause myself the slightest diminution, since this report of his is based on very plausible evidence resting on his own knowledge and observations, and not on the testimony or declarations of others. The First Land Surveyor Foenander is likewise a man of very many qualifications. I was present in the Council at Kolombo when he, having left the private service of Mr. Prinsep at the mining works in Bengal, was, now more than four years ago, upon the favorable representation of Your Right Honorable Sir himself, accepted into the service of the Honorable Company as an extraordinary fireworker in the Artillery Corps in this government, and was favored with the post of First Land Surveyor at Jaffanapatnam. This was certainly done in confidence of his abilities, of which he subsequently, having been summoned from his aforementioned post by Your Right Honorable Sir, gave many proofs during his surveys and measurements in the Kolombo surroundings. This certainly also moved Your Right Honorable Sir to entrust him with the so important commission of cutting through from the Mature river into that of Kattoene, in order to provide a large portion of very good arable land with sufficient water, of which it otherwise suffers a very great lack in a dry season, causing the crops sown thereon to completely wither away and perish, to the immense harm of the destitute native inhabitants. This so important work, which, according to all prospects, can bring much blessing and benefit to the country, has now been almost completed by him at much less expense and in a shorter time than was expected and initially stated by himself at the beginning of that work. He was also appointed by Your Right Honorable Sir in the month of September 1787 to carry out a very important leveling in the small region of Diwitoere, which he also completed. And, according to his own declaration, in performing that duty, without being hindered in any way in this commission of his, he would have simultaneously, at my proposal, made an accurate survey of that district and, to the best of his abilities, indicated the most suitable means not only to liberate those so splendid and promising fields forever, if possible, from the annual intruding and falling excess water, but also to make that entire district into a most useful territory for the Honorable Company and thus a source of blessings and prosperity for the entire colony, had he not been prevented from doing so by the interdict of Your Right Honorable Sir, which was repeatedly written to me and announced to him. For I was then indeed compelled to stop him from continuing his surveys and observations in that small region, which were already so far advanced. This completely unexpected order made him utterly despondent, while it astonished me to the highest degree and obstructed the progress of a work from which, through his substantial and great qualifications, one could expect benefit and advantage. I could not and should not have failed to make the best use of these qualities on the occasion of the leveling in Diwitoere entrusted to him, and I encouraged him to that end with that view. Surely no one will or can blame me for this, because according to his own declaration, he was not hindered or delayed in the least by this so important observation in properly and simultaneously completing the commission entrusted to him by Your Right Honorable Sir. This Land Surveyor is a man who alone
Dutch transcription
Nagezien maatig toebehoorende penning toeeijgent, en zig daar van geheel zuijver kent: Hij is dus, volgens het getuijgenis van uwel Edele gestr: groot achtb: zelve, een kundig en welgeschikt man, en een ieder die hem kent agt hem voor braaf en eerlijk, onbekenaam tot eenige stinkse of kwaade handelingen tot nadeel van zijn eeven Mensch, hij is te meermaalen te Diwitoere geweest, kent dat distrikt grondig, heeft niets met den Maha - Moddeljaar of zijn zoon uijt„ staande, of immer, zoo verre ons hier be¬ kend is, eenig verschel met hun gehad, en het is dus niet te verwagten dat hij in een zaak van zoo groot gewigt, en daar hij volstrekt geen het minste eijge belang bij heeft, niet na zijne gewoone rroomhijd en eerlijke gevoelens zoude gesprooken en getuijgd hebben, en dus zij het mij ge„ oorlofd te verklaaren dat ik zijne onder dato 26:' Junij J„o Leeden overgelegd Be„ rigt, wegens het voorm: Landschapje en zijne gevoelens deswegens als een, na zijn beste vermoogens, wel beredeneert, kun„ dig en opregt stuk aanmeake, en ed geen andere geest in kan ontdekken dan die den mensch in de Zuijverste en beste be„ tragting bezield en gelijd, en dus zijne op„ regte en kundige verklaaring en gedagten ook gerustelijk voor de mijnen overge¬ noome en verklaard hebbe, en ze als nog daar voor houde, waar meede ik niet den¬ ke dat ik mij zelve eenige de minste verklijning kan toebrengen, wijl dit zijn Berigt op zeer aanneemelijke en op eijge kennis en bevinding steu„ nende bewijzen en niet op het getuij„ genis of op de verklaaringen van an¬ deden gegrond is. De Eerste Landmeeter Foenander is van meede een man zeer veele geschiktheeden; Jk was in den Raad te kolombo teegenwordig wanneer hij den partikulieren Dienst van den heer prinsipt bij de Berg-werker in Ban„ gale verlaaten hebbende voor nu ruijm vier Jaaren op de gunstige voorstelling van uwel Edele gestr: groot agtb: zelve in den dienst der Edele Maatschappije, als extra ordinair vruuwweaker bij het Corps Artilleristen in dit gouvernement aangenoomen, en met den dienst van Eerste Landmeeter te Jaffana„ patnam begunstigd word, dit geschiede zeeker in vertrouwen van zijne bekwaamheeden waar van hij dan ook vervolgens door uwel Edele gestr: groot agtb: uijt zijn voormelde Post opgeroepen bij zijne opneemingen en degte meetingen H=t Pl Sterk N=o 108. Nagezien H=t P=r. Sterk meetingen in de kolombose ommelanden veele blij„ ken gegeeven en daar door uwel Edele gestr: groot achtb: zeeker ook bewoogen heeft hem de zoo in portante kommissie van de doorgraaving van de matureese Rievier in die van kattoene opte„ draagen, om een groot gedeelte zeer goed bouw„ land van genoegzaam water te voorzien, waar aan het bij een droog Jaar -getij anders zeek groot gebrek heeft, en hat dus daar op gezaijde ten eenemaal verdort en tot overgroote schaade voor den nooddriftigen Jnlandese vergaat. Dit zoo aangelege werk het geen veel zeegen en niet aan het Land, immers na alle vooruijtslugten kan toebrengen, is nu bij na door hem voltoijd met veel minder kosten, en in korten tijd als me gedagt had, en door hem zelve in den beginne van dat werk opgegeeven wierd, Hij is ook door uwel Edele gestr: groot agtb: in de maand 7ber: 1787. tot het doen van een zeer aangeleege water passing in het Landschapje Diwitoere benoemt, die hij ook volbragt heeft, en, volgens zijn eijge verklaaring, bij die verdig„ ting zonder in deeze zijne kommisssie eenigzints belet teworden, te gelijker tijd op mijn voorstel eene nauwkeurige opneeming van dat Distrikt zoude gedaan en na zijne beste vermoogens, de geschikste middelen aangewezen hebben, om die zoo heerlijke en zoo veel goeds beloovende velden niet alleen van het Jaarlijkse indringende en vallende overtollige water, waare het mogelijk, voor altoos te bevrijden, maar ook om dat geheele Distrikt tot een aller nuttigst Land voor de Edele maatschappije en dus tot een bron van Zeegeningen en welvaart voor de geheele kolonie te doen strekken, zoo hij daar in door het mij bij herhaaling aangeschreeve en hem aangekondigt Jnterdikt van uwel Edele gestrenge groot achtb: niet waare verhindert geworden, wijl ik als doen wel genoodzaakt was hem in het voort„ zetten zijner reets zoo verre gevorderde op en waar„ neemingen in dat Landschapje te beletten welk geheel onverwagt Bevel hem gantsch mismoedig maakte, terwijl het mij ten hoogste verstelde en de voortgang belette van een werk, waar uijt men zig door zijne weezendlijke groote geschikt„ heeden nut en voordeel konde belooven, van dewelken ik niet konde of mogte nalaaten bij geleegend„ hijd der hem opgedraage water passang te Diwi„ toede het beste gebruijk te maaken en hem met dat intzigt daar toe ook aanmoedigde, dat mij zeeker niemand zal of kan kwalijk duijden, wijl hij volgens zijne eijge verklaaring, door deeze zoo aangeleege waarneeming in het geheel niet belet of opgehouden wierd zijne hem door uwel Edele gestr: groot agtb: opge„ draage kommissie na behooren en te gelijken tijd te volbrengen, Deese Landmeeter is een alleen man N=o 10. 8.
English
Examined. man, who possesses many other important qualifications for this so important colony, as is also very well known to Your Right Honourable, Sir. He has, according to the general testimony to his honour, always conducted himself irreproachably and entirely free from all self-interest, and executed his entrusted commissions with the utmost faithfulness and attention. He is a man of good morals and of an irreproachable conduct, and it is thus, in my view, not probable that he, having conducted himself in all his previous commissions with so much approval and honour, would not now have conducted himself just as meritoriously and uprightly in this his entrusted accurate survey of the small district of Diwitoere, in which he has not the least self-interest, and would dare to offer to confirm the reports submitted by him regarding this with a solemn oath, if he were not fully assured of the pure and upright truth of their contents, for which one cannot point to the least probability. Now this surveyor is, because of his great abilities, also a very useful and necessary man for this colony, which no one will wish to contradict, and thus his departure from this island, for which he has since so urgently requested, and for which he is already preparing, is in my view also a great loss, which will not be so easily repaired; and since both of these officers are men of honour, faithfulness, and proven knowledge, and bear the written testimonials of praise from Your Right Honourable, Sir, to their particular satisfaction in this matter, no one will suspect me of also regarding and esteeming them as such, and of having appointed them to survey the true condition of the so important small district of Diwitoere, especially after the adverse reports that reached me from there; and surely, I consider the repeated prohibition laid upon these dutifull and important duties as highly remarkable, and all the more so as there appears nowhere the least necessity for it, and it is not even cited or mentioned as complained of by me in Your Right Honourable, Sir's aforementioned resolution of 21 October of last year. III. I have framed this commission, entrusted to the above-mentioned so capable officers, entirely according to the order proposed by Your Right Honourable, Sir yourself and approved by the Honourable Government at Colombo; and on that particular occasion I could not have made use of ordinary native commissioners, as Your Right Honourable, Sir in your remarks would wish to understand ought to have been done according to the custom of the country, because: Firstly, the most competent among such people do not have half sufficient knowledge for it, which no one will contradict me on. Secondly, that such people are also always subservient dependents of their native chiefs, and would not dare presume to present any other report on any commission entrusted to them than that which they well know is serviceable and thus pleasing to their chiefs, which especially the Country Regents, alas, experience all too well in their attentive administration, and which one experiences all too clearly upon closer investigation, immediately and also only long afterwards, in the daily reports and accounts concerning surveys of plantations, gardens, and all kinds of other sorts of lands entrusted and executed in such a manner; of which one sees a fresh proof in the report recently submitted here by the First Surveyor Foenander concerning a cinnamon garden situated in the village of Donepettie in the Matara Dissavany, since one million cinnamon trees were reported there by the native commissioners appointed to survey it, and the Honourable Dissave Fretz, as appears from the transmitted compendiums of the years 1785 and 1786 and also of the next following year, nevertheless upon closer and more accurate investigation found only thirty thousand trees in it, which makes a very considerable difference indeed. Thus the dispatching of all such low dependents to all such important commissions is far too uncertain, and ought, in my view, to be avoided as best as possible in all more or less important matters, so long as the chiefs have so great a preponderance and power over all their subordinates; and this will appear still more clearly if one will only please examine the annual reports mentioned by the Native Shabandar here in his compendium to the overseer of the Galle Korale, from the four Aspochamys or native commissioners, who then also, according to the custom of the country, the condition of Diwitoere, upon which he in his defence... H. P. Sterk No. 10. 8.
Dutch transcription
Nagezien man, die voor deeze zoo importante kolo„ nie meer andere wigtige geschiktheeden heeft gelijk uwel Edele gestr: groot achtb: dit ook zelve zeer wel bekend is, hij heeft zig, volgens het algemeene getuijgenis ter zijner eese, altoos onbesprooke en geheel vrij van alle eijge belang gedraagen, en zijne aanvertrouw de kommissien met de meeste trouwe en aan dagt volbragt hij is een man van goede zee¬ den en van een onbesprooke wandel, en het is dus, na mijne inzien, niet waarschij„ nelijk dat hij zig in alle zijne voorige kom¬ missien met zoo veel goedkeuring en eede gedraagen hebbende, nu in deeze zijne aan vertrouwde nauwkeurige opneemingen van het Landschapje Diwitoere, waar bij hij geen het minste eijge belang heeft, niet eeven verdienstelijk en opregt zoude gedran gen hebben, en durven aanbieden de door hem deswegens overgelegde Berigten met solemneelen eede te bevestigen, wanneer hij van de Zuijvere en opregte waarhijd van der zelver inhoud niet ten vollen verzekert was, waar voor men niet de minste waar schijnelijkhijd kan aanwijzen. Deeze Land-meeter nu is om zijne groote geschikt heeden meede een zeer nuttig en noodzaakelijk Man voor deeze kolonie, het geen niemand zal willen teegenspreeken, en dus is zijn vertrek van dit Eijland, waarom hij zedert zoo instan„ tig verzogt heeft, en waar toe hij zig reeds bezijd na mijne gedagten, meede een groot verlies, het welk zoo ligt niet zal hersteld worden, en daar nu deeze bijde officieren Mannen van eer, trouw en beproefde ken„ nis zijn, en daar van de schriftelijke lof getuijgenissen van uwel Edele gesta: groot achtb: tot hunne bijzondere voldoening in deeze draagen, zal mij niemand verdenken dat ik hun ook als zoodanig aanmerke en agte, en hun tot het opneemen der waare gesteld„ hijd van het zoo aangelege Landschapje Di„ wilvere, en nog wel na de mij van daar toegekoome nadeelige berigten benoemd hebbe en zeeker, het gelegde herhaald interdikt op deeze zig pligtelijk en aangeleegene ver„ rigtingen als ten hoogste opmerkelijk beschouwe en wel te meerder als daar voor neegens eenige de minste noodzaakelijkhijd voorkomt en het ook zelvs niet eens bij uwel Edele gestr: groot achtb: boovengemelde Resolutie van den 21. oktober J„o Leeden als door mij be„ klaagd aangehaald of vermeld word. III. Heb ik deeze aan de hier booven gemelde zoo kundige officieren toevertrouwd kommissie vol„ koomen na de door uwel Edele gestr: groot zal achtb: H D=r Sterke N=o 10.8. Nagezien achtb: zelve voorgestelde en door de ge eerde Pe„ geering te kolombo ge approbeerde order; in¬ gedigt, en ik zoude mij bij die bijzondere aan„ geleegendhijd van geene gewoone Inlandsche ge¬ kommitteerden, /gelijk uwel Edele gestrenge groot Achtb: bij derzelver aanmerkingen wel willen begrijpen dat, na 'slands gebruijk, had behooren te geschieden, niet hebben konnen bedienen, wijl, Voor eerst, De aller geschikten onder zodanige lieden daar toe geene half voldoende kennis hebben, dat mij niemand zal teegenspreeken. Ten Tweede, Dat ook zoodanige Lieden altoos wees„ agtige afhankelingen van hunne Jnlandse hoof¬ den zijn, en niet zouden duaven onderstaan eenig ander Berigt over eenige hun toevertrouwde kommissie voortestellen, dan het geen Ze wel weeten dat hunne hoofden dienstig en dus welgevallig is, het geen vooral de Land¬ Regenten, helaas! in hunne aandagtige bestie„ ringen maar al te zeer ondervinden, en men bij de dagelijkse Rapporten en Berigten we„ gens aanvertrouwde en op diergelijke wijze volbragte opneemingen van Plantagien Juijnen en van allerlije andere Zoorten van gronden bij nader onderzoek, dadelijk, en ook wel eerst lang daar na, maar al te duijdelijk ondervinden, en waar van men bij het deezer alelder daagen door den Eerste Land-Meeter Foe¬ nander nader ingediend Berigt wegens een in het dorp Donepettie in de Mattureese Dessavonij geleege kanneel Juijn, een versch bewijs ziet wijl daar een Millioen kanneel boomen door de tot den opneem daar van benoemde Jnlandse gekommitteerden opgegeven waaren, en de E: dessave fretsz:, blijkens de overgezonde Com„ pendiums van de Jaaren 17856. en ook van het naast volgende Jaar, 'er egter, bij nader en nauwkeuriger onderzoek, maar Dertig Duij„ send boomen ingevonden heeft, het geen al een zeer aanmerkelijk verschil uijtmaakt, dus is het afvaardigen van alle zoodanige laage afhan„ kelingen tot alle diergelijke aangeleegene kom„ missien al te onzeeker, en dient, na mijne gedagten, in alle min of meer gewigtige be„ trekkingen, zoo veel doenlijk best vermijd te worden, zoo lange de hoofden een zoo groote overwigt en vermoogen op alle hunne onderhoo¬ rigen hebben, en dit zal nog duijdelijker blijke wanneer men maar gelieft nategaan de Jaar„ lijkse door den Jnlandsch Sabandaar alhier bij zijn Compendieum aan den opziender der gale korle vermelde rapporten van de vier Aspocha„ mijs of Jnlandse gekommitteerden, die dan ook na 'slands gebruijk de gesteldhijd van Diwitoere waar op hij zig bij zijne verant¬ daagen „woording H=t. P. Sterk N=o 10. 8. ƒ
English
Revised word or report it always appeals to, have recorded, and it is certain that, according to the essential force and finding of the latest informations, one will immediately understand how these can and may be regarded and accepted. Thirdly, in Your Right Honourable's own proposal for the annual survey of the accepted improvements of Duwitoere, mention is only made of dispatching thither a commission assisted by a land surveyor for that purpose, but nowhere do I find it recorded that it should consist of native commissioners, as is customary for inspecting the lands requested for cultivation; to which the late Noble Lord Falck, in his so knowledgeable discernment, would not have agreed either, and who also do not have sufficient knowledge for such a specific, precise survey of so extensive a tract of land, even if they had the further required abilities and integrity; and it is certain that Your Right Honourable, with this his own proposed provision on the day of the proposed undertaking for the improvement of Diwitoere by the Maha-Mudaliyar Dias, indeed earnestly intended that the most knowledgeable persons, and those most suitable in all respects, should be appointed for this purpose, upon whose clear and well-trusted reports one could safely rely, and thereby did not intend timid dependents, and thus entirely inadequate native commissioners; and thus in this respect I have also fulfilled the very and useful purpose of Your Right Honourable, and therefore cannot well understand how His Honour can and will charge against me that for the commission appointed by me for the precise survey of the aforementioned tract of land, and indeed in an extraordinary respect and relation, according to the custom of the country, I have appointed no customary native commissioners; and I remain assured that the Noble High Government of these lands, whose discerning eye this will not or cannot escape, will also favourably do me the justice of understanding that my commission appointed for a precise survey of that tract of land was not only established in good faith and after proper deliberation, well and properly determined, and arranged according to the order and true purpose prescribed to myself by Your Right Honourable, but that I also appointed thereto such persons as were best suited for it and upon whose faithful and expert findings one could safely rely, and thus have in no way deserved that a public, repeated interdict was prescribed to me by Your Right Honourable, and that too upon the bare and entirely unsubstantiated assertion of a native chief who had so much self-interest in the matter itself; by which most humiliating prohibition, and by the subsequent appointment of an extraordinary commission for the survey of Diwitoere—whereas I had already declared that I would betake myself thither as soon as possible for that purpose, and was also present there two days before the arrival of these commissioners—I was completely prevented from the proper execution of that which I was bound to observe with so much good insight and deliberation on account of honour, office, and duty, and indeed with all attentiveness; and thus, through the entirely undeserved public exposure and entirely oppressive infringement upon the subordinate authority entrusted to me in this great Province by the said Noble High Government, which I certainly regard as a great and entirely undeserved grievance, and I also rest assured that the Noble High Indian Government, to whose lawful and equitable protection I appeal in this matter, will not let this pass unredressed either, and that I shall therefore shortly receive that equitable satisfaction which I promise myself with all confidence from its righteousness, and await with the greatest respect and submission. Fourthly, in my view, I have already repeatedly, and also in this memorial, fully demonstrated and proven that I not only appointed and dispatched an extraordinary commission to Diwitoere with good and well-deliberated insight, but that it was also necessary in its inception and much more in its continuation, and ought not to be postponed, if one, of all
Dutch transcription
Nagezien woording of verslag ook altoos beroept, hebben opgenoomen, en het is zeeker dat men, na de weezendlyke kragt en bevinding der laatene onderrigtingen aanstonds zal begrijpen hoedanig die konnen en moogen aangemerkt en aangenomen worden. Ten derde, word bij uwel Edele gesta: groot achtb: eijge voorstelling tot de Jaarlijkse opneeming van de aangenoome verbeeteringen van Duwitoere maar alleen gesprooken en ten dien eijnde een kommissie geassisteerd van een Land- Meeter, dezwaards aftevaar„ digen, dog nergens vind ik aangeteekend dat die uijt Jnlandse gekommitteerden, zoo als gewoonlijk tot het visiteeren der gronden die ter bebouwing verzogt worden; zoude moeten bestaan, waarin de nu Zaalige Edele heer Falck in zijn zoo kundig doorzigt ook niet zoude bewilligt hebben, en die ook tot eene zoo bepaalde nauwkeurige op„ neeming van eens zo uitgestrekte Land„ schap, geene genoegzaame kennis hebben al hadden Ze en ook de de verdere vereijsch¬ te geschiktheeden en braafhijd te, en het is zeeker dat uwel Edele gestr: groot achtb: met deeze zijne eijgene voorgestelde bepaaling ter dage der voorgedraage aannee¬ ming ter verbeetering van Diwitoere door den Maha-modelelJaar Dias wel ernstig gedagt heeft dat daar toe de kundigste en in allen opzigten meest geschikste perzoonen zouden benoemd worden, op welker duijdelijke en wel vertrouwde Rapporten men zig gerustelijk konde verlaaten, en daar mede geene schroo¬ magtige afhankelingen, en dus geheel onvoldoende Jnlandse gekommitteerden beoogd heeft, en alzoo heb ik in deeze opzigte ook aan het eijge en nuttig oogmerk van uwel Edele gestr: groot Achtb: voldaan, en kan dus niet wel begrijpen hoe hoogst Dezelve mij kan en wel wil ten lasten brengen dat ik tot de door mij benoemde kommissie ter nauwkeurige opneeming van het voorm: Landschapje, en nog wel in een buijten gewoon opzigt, en betrekking, na 'sLands gebruijk, geene gewoonte Inlandse gekommitteerden benoemd hebbe, en ik houde mij verzeekert dat de Edele Hooge Re„ geeving deezer Landen, welker doorzugtig oog dit niet zal of kan voorbij gaan, mij ook wel gunstig het Regt zal doen van te begrijpen, dat mijne tot een nauwkeurige opneeming van dat Landschapje benoemde kommissie niet alleen ter goeder trouwe, en na een plegtmaatig overleg, wel en na be¬ hooren bepaald en volgens de door uwel den Edele H=t. P. Sterk N=o 108. Nagezien Edele gesta: groot agtb: mij zelve voorgeschreeve order en waare oogmerk ingerigt is, maar dat ik daar toe ook zoodanige perzoonen benoemt hebbe als zig best daar toe schikten en op welker getrouwe en kundige bevin¬ ding men zig gerustelijk verlaaten konde, en dus in geenerlije opzigte verdient heb„ be dat mij door uwel Edele gestr: groot achtb:, en nog wel op de bloote en geheel onbekleede voorgaave van een Jnlands hoofd die bij de zaak, zelve zoo veel eijge be„ lang had, een publiek herhaald interdikt voorgeschreeven is, door welk, ten hoogste ver„ klijnend verbod, en door de daar op nog gevolgde benoeming van een buijten, gewoone kommissie ter opneming van Diwitoere terwijl, ik reeds verklaard had, Mij zelve ten dien eijnde ten eerste derwaards te zullen begeeven, en mij ook twee daagen voor de aankomst deezer gekommitteer„ den, aldaar bevond, ik volkoome be„ let wierd in de behoorlijke uijtoeffe„ ning van het geen ik met zoo veel goed inzigt en overleg Eer, Ampts en pligts weegens verbonden was, en wel met alle aandagt te betragten, en dus bij de geheel onverdiende opentlijke ten toon stelling en geheel drukkende in„ breuk in het mij door gemelde Edele hooge Regeering toevertrouwt ondergeschikt ge¬ zag in deeze groote Provintie toegebragt is, het geen ik zeeker als een groote en geheel onverdiende verongelijking aanmer„ ke, en mij ook wel verzeekere dat de Edele hooge Jndiasche Regeering op wel„ ker regtmaatige en billijke bescherming ik mij in deeze beroepe, dit ook niet onvermaakt zal passeeren en mij dus eerlang die billijke voldoening zal toekoomen, welke ik mij van hoogst derzelver regtmantighijd met alle vertrouwen beloove, en met de„ meeste Eerbied en onderwerping verbijde. Ten vierde, heb ik na mijn inzis reeds te meermaalen, en ook in deeze memorie volkoomen aan„ getoond en beweezen dat ik niet alleen met een goed en wel beraadd inzigt een buijten gewoone kommissie na Diwitoese benoemd en afgevaardigd hebbe, maar dat die ook in zijn aan„ vang en veel meer bij de voortzetting noodzaakelijk was, en niet behoorde uitgesteld te worden, zoo men van al H: De Sterk N=o 10. 8. ten het
English
Examined the relevant matters still in good time, so that they might be inspected; and that the First Surveyor Foenander would not be delayed in returning to his so important and undertaken work at the excavation in the Morruakorle in the Dessavony of Mature, on which also much depended, and that I thus am guilty of not the least actual disobedience to your Right Honourable Sirs' command in this case, any more than in all others, from which, after a sound consideration of matters and circumstances and with the best intention for the good, I had, according to my abilities in this subordinate authority of mine, properly to deviate, as I have already cited some instances thereof above, which have not been imputed to me as accidental, much less as an intentional disobedience, and as I well trust, will also not be imputed to me in this matter by the Honourable High Indian Government, but be regarded as a fair, proper, and even necessary mere deviation or rather as a strict qualification for the best of the received command, and all the more because the matter which touches me so keenly, according to your Right Honourable Sirs' own declaration in his highest governance letter of 9 May of the past year, upon its first notification rested solely on the statements or reports of a native chief, which were entirely uncorroborated and even devoid of all probability for acceptance, consisting in the alleged unrest caused by two simple carpenters among a portion of an inconsiderable number of about forty inhabitants, concerning which I, in my respectful as well as clear Memorial dispatched to your Right Honourable Sirs on that day, sought to present the best explanations for his highest conviction, and thus for the sake of such a man, and indeed without even having been heard thereon, was so suddenly and thus entirely arbitrarily obstructed and prevented in my well-considered discharge of duties to the benefit of the Country and to the honour of the present government, and thereby was publicly exposed to the whole world as a man who was mistrusted, and upon receipt of the repeated prohibition or interdict of the eleventh of June last past Ht. Ps. Sterk No 10.8. Examined interdict, I immediately ordered the First Surveyor Foenander to cease his surveys and observations in the small district of Girrewoepattoe, which had been commenced and were then so far advanced, until further orders, because the respected government of this administration, or rather your Right Honourable Sir, in the plenitude of his authority, deemed it proper, and I myself, while seeing myself so completely undeservedly affronted by the commission that arrived from Colombo with so much fuss and rumour, and also being at Girrewoepattoe, remained there for only a short time and solely to conduct a superficial and continuous overview of that small district, and with the greatest cordiality afforded those gentlemen commissioners every convenience and comfort for the execution of their entrusted commission, of which, in this my by no means inconsiderable post entrusted by the Honourable High Government of these lands, not the least disclosure was given to me, and those gentlemen even refused me the reading of their accompanying Instructions, and even, after the completion of this commission, did not have the woodwork, surveyed and pointed out by the two carpenters in question, brought hither, which could easily have been done, and also, for further investigation, ought properly to have been done, but was not done by me, because I was repeatedly forbidden to proceed further with my designated surveys concerning the aforesaid small district and was once again, and indeed very sternly, commanded to cease them until further orders, which I then, in all dutiful submission, however much it pained me, complied with, and thus in this matter presented as great a proof of obedience and submission as any supreme Government could ever reasonably demand and expect from a subordinate Regency that intends what is good, useful, and proper, and thus entirely dutifully necessary, and strives to carry it out for the benefit of the Country and to the honour of the government, to whose mindful observation we are all called and bound, in such important and delicate circumstances, upon the presentation and announcement of which your Right Honourable Sir certainly did not think that this could serve me in any way as an encouragement in the service of our Lords and Masters, and that Ht. P. Sterk No 10. 8.
Dutch transcription
Nagezien het aangeleegene nog bij tijds wil wilde onderzigt; en de Eerste Land-meeter Foe„ nander niet zoude opgehouden worden om tot zijn zoo aangelege en door hem aangenoome werk bij de doorgraving in de Morruakorle in de Dessavonije van Mature weder te kwar, waar aan meede veel geleegen was, en ik dus aan geene de minste weezendlijke disobedentie van uwel Edele gestr: groot agtbaare Bevel in dit geval maar schuldig ben„ als in alle anderen, van Jewelken ik, na een goed overleg van zaaken en omstandigheeden en niet het beste oogmerk ten goede, na mijne vermoogens in dit mijn ondergeschikt gezag wel het die„ nen aftewijken, gelijk ik daar van reeds hier booven eenige gevallen aan¬ gehaald hebbe, die mij niet als toevallige veel minder als eene opzettelijke Didobi„ dentie toegereekend zijn, en gelijk wel ver„ trouwe, mij ook in deeze aangelegend„ hijd door de Edele hooge Jndiasche Regeering niet zal toegedagt, maar als eene billijke betwamelijke en zelfs noodzaakelijke bloote afwijking of liever als eene nauwe bepaaling ten goede van het ontvange Bevel aangemerkt worden, en wel te meer wijl het Voor mij Zoo gevoelig interset bij zijne eerste aankondiging volgens uwal Edele gestr: groot achtb: eijge verklaaring bij hoogst deszelfs regeerings briev van den 9: maij des laast gepasseerde Jaars, alleen steunt op de aangeevingen of onderbigtingen voor een inlands hoofd, die geheel on¬ bekleed en Zelfs van alle waarschijnelijkhijd ter aanneeming ontbloot waaren, als in de pretensse onrust door twee eenvoudige Jim„ merlieden onder een gedeelte van een onaan„ merkelijk getal van omtrend veertig in„ gezeetenen bestaanden, waar van ik uwel Edele gestrenge groot achtb: bij mijn ten dien daage toe geschikte zoo eer„ biedige als duijdelijke Memorie de beste verklaaringen tot hoogst desselfs over„ tuiging tragte voortestellen, en dus om de wille van een zoodanig man en wel zonder eens daar over gehoord te zijn zoo maar aanstonds en dus geheel willekeurig in mijne welbedagte pligts betragtingen tot niet van den Lande en tot eene der teegenwoordige begeering ben belet en teegengehouden, en daar door als een Man, Die men mistrauwede voor de geheele waareld ten toon gesteld wierd, en ik op den ontvangst van het op den elfde Junij Jo Ln. herhaald verbod of Jnterdikt H=t P=s Sterk N=o 10.8. Nagezien Interdikt dadelijk den Eerste Land„ meeter Foenander gelast hebbe zijne begonne en als doen zoo verde gevorder de op en waarneemingen, in het Lan schapje Dirvitoere, het nader order, te staaken, wijl de geeerde regeering deezes gouvernements of liever uwel Edele ge¬ strenge groot achtb: in de volhijd van zijn gezag het alzoo goed dagt, en ik zelve, terwijl ik mij de van kalombo met zoo veel ophef en gerugt voorge„ koome kommissie zoo geheel onverdiend voor het hoofd gesteld zag, en meede te Diritoere was, mij, maar wijnig tijds, en alleen tot het doen van eene opper„ lakkige en doorloopende beschouwing van dat Landschapje, aldaar opgehouden, en die heeren gekommitteerden met de meeste hartelijkhijd alle gemak en genoegen tot het volbrengen van hun ne aanvertrouwde kommissie toegebragt hebbe van welke mij in deeze mijne gants niet on„ aanmerkelijke en door de Edele hooge Re„ geeving deezer Landen toevertrouwde stand plaats geene de minste oopening gegeeven is en mij die heeren zelvs het leezen van hunne meede gegeeve Instruktie geweijgerd heb¬ ben, en zelfs, na de tekug kelding deezer kom„ missie, niet eens de door de bewuste twee Timmerlieden opgenoome en aangeweezene hout„ werken na herwaards heb laaten brengen, het geen gemakkelijk had konnen geschieden, en ook, tot nader onderkrgting wel zoo behoorde dog door mij niet gedaan wierd, wijl mij bij herhaaling verbooden was met mijne be„ paalde opneemingen met betrekking tot voor„ melde Landschapje verder voorttevaaren en andermaal en wel zeer ernstig gelast wierd die tot nader order te staaken waar aan, ik dan ook in alle pligtelijke onderwerping, hoe, zeer het mij ook smerte voldeed, en dus in deeze een zoo groot bewijs van gehoorzaam„ hijd en onderwerping voorstelde als immer eenige opper-Regeering van een ondergeschikt Re„ gentschap, Dat het goedde, het nutte, en betaamelijke, en dus het volkoome pligte„ lijke noodzaakelijke voor heeft, en tot nut des Lands en tot eere der regeering, tot welker aandagtige betragting wij allen ge¬ roepen en verbonden zijn, tragt uijttevoeren in zoodanige aangeleege en Delikaate om„ standigheeden eenigsints vorderen en verwag„ ten kan, bij welker voorstelling en aan„ kondiging uwel Edele gestrenge groot achtb: zeeker niet gedagt heeft dat het Mij gantsch niet tot aanmoediging in den dienst onzer heeden ende Meesters konde oplijden, en zig H=t. P. Sterk N=o 10. 8. Timmer= dat
English
Examined that I proposed and took into consideration only in favor of the Maha Mudaliyar in his private letter written to me herebefore mentioned in response to my transmitted provisional memorandum of 25 May of last year. Fifthly, that regarding the present true condition of the small district of Diviture itself, this can, in my opinion, best be understood from the submitted reports of the First Surveyor Foenander and of the Engineer Johannes, who base their determinations on their own findings and not on the assertions and fabrications of others, and both declare themselves ready to confirm their reports submitted in this regard with a solemn oath; and it, in my view, serves as no proof that a sufficiently considerable quantity of good timber would not be found in that small district merely because, as is said, it has never before been brought out from there, since one firstly knows very well the usual indifference of the native, who prefers, to satisfy his custom, to go seek and fetch a few miles further away what he, with attention and definite observation, could indeed obtain closer and with more ease, and is always inclined and bent on working out of sight of his native most prominent headmen, and in that regard would rather work a distant forest than one situated nearby, even if it cost them more effort, since their wage, consisting of a little maintenance or daily sustenance, remains the same and they could far more easily satisfy their natural indolence far away; one also daily sees naturally occurring native products brought down from places where one thought they were and from where they were never fetched; and this has recently become apparent in this Province and indeed close by, when through some of the disputes between the inhabitants of the villages of Mallidouwe and Magiddeal, which form the boundary separation between the District of the Galle Talpepattoe and the Matara Dissavany, it was fully proven that not only very good cardamom but even a great abundance of it grows there, from which districts, as far as is known, it was never before brought out, and therefore also the now retired overseer of the Galle Korale, van Thijlingen, in his compendium submitted these days, simply declared outright that no cardamom grows in the Galle Korale, because, as is evident from the report submitted by the junior merchants Hendrik Levin Martheze and Pieter de Vos, having possibly been in this office of his for only a short time, he has no knowledge of this recently made finding in those districts, or this escaped his attention when drawing up his report. Sixthly, I do not wish to point to these two remarks as great proofs that truly very good timber would be found in the district of Diviture, and even less that the present contractors for the improvement of that district would have destroyed very much of it on the chenas cleared and burned by them; yet it is certain that some good timber is found, and much of it has been destroyed or burned by the present contractors, and this Your Honorable, Most Worshipful self admits, and thus it would here only depend on the greater or lesser quantity and on the absolute necessity of this destruction, which would best have been clarified if the aforementioned First Surveyor Foenander had not been prevented from his so important surveys and observations by the above-mentioned interdict, and if one had had the already recorded and indicated timbers, to the number of sixteen thousand six hundred and fifty-five trees, brought down hither, insofar as this could in any way be done and was to be accomplished with little effort, and which could and might then have been examined more closely and with all accuracy by the master carpenters present here, of whom the most skilled at that time suffered from a broken leg and thus could not be used for that survey in Diviture itself, and also by other competent and well-trusted carpenters to be sent hither from Colombo for that purpose; but out of obedience to Your Honorable, Most Worshipful's order, this was not permitted to take place, whereby
Dutch transcription
Nagezien dat maar alleen ten faveure van den Maha„ Moddeljaar bij desselfs aan mij hier vooren vermelde op mijne overgezonde provisioneele Memorie van den 25. ' maij J„o L„n geschreeve partikuliere briev voorstelde, en in agting nam. Ten vijfde, Dat wat de teegenwoor„ dige waare gesteldhijd van het Land„ schapje Diritoere zelve betreft, men, na mijne gedagten, dit best zal konnen begrijpen uijt de overgelegde Berigten van den Eerste Land-meeter Foenander en van den Jngenieur Iohannes, Die hunne be¬ paalingen of eijge bevinding, en niet op de voorgaaren en onderdigtingen van anderen gaanden, en Bijden verklaaren berijd te„ zijn hunne desweegens overgelegde rapporten met Solemneelen Eede te bevestigen, en het, na mijn inzien, tot geen bewijs strekt dat in dat Landschapje geen genoegzaam aanmerkelijk getal van goed Timmerhout zoude vallen, om dat het er nooijt te vooren, zoo men zegt uijt afgebragt is, wijl men voor eerst zeer wel kent de gewoone onverschillighijd van den Jnlander, die liever, om aan zijne gewoonte te voldoen, eenige Mijlen verder gaat opzoeken en haalen, dat hij, bij aan„ dagt en bepaalde opmerking, wel nader en met meer gemak zoude konnen magtig worden en altoos geneegen en bezijd is om buijten het oog van zijne Jnlandsche meest aan„ merkelijke hoofden te arbijden en in die betragting liever een ver als een na bij geleege Bosch zullen bearbijden al kost het hun ook meer moeijte, wijl hunne loon in een wijnig onhoud of Mainc„ tementos bestaande het zelvde is en zij buijten af veel ligter aan hunne ma„ tuurlijke traaghijd voldoen konden men ziet ook dagelijks als van zelve voortkoomende Jnlandsche produkten afbrengen van plaatzen daar men dagt dat ze waaren en van waarze nimmer gehaald reiiedden, en dit is nog onlangs in deeze Provintie en wel na bij gebleek wanneer door eenige der verschillen tusse de Jngezeetenen van de Dorpen Mal„ lidouwe en Magiddeal, die de Limiet schijding tusschen het Distrikt van de gaalsche Jalpepattoe en de Ma„ tureesche Dessavonij uijtmaaken, val¬ koome beweezen wierd, dat aldaar niet alleen zeer goede Cardamom maar zelvs in groote overvloed groeijt uijt welke Distrikten, voor zoo verre men weet, Ze nimmer te vooren afgebragt met wierd H=t. Pr. Sterk N=o 108. Nagezien wierd, en daarom ook door de nu afge¬ gaane opziender der gale korle van Thijlingen, bij zijner deezer daagen ingediend Compenctium; maar regt uijt verklaard heeft dat in de gale korle geen Cardamom groeijt wijl hij van deeze onlangs gedaane bevinding in die Distrikten, blijkens het daam van door de onderkooplieden Hendrik Levin Martheze en Pieter de vos overgelegde rapport, mogelijk als maar korte tijd in deeze zijne Bediening geweest zijnde, geen kennis heeft, of dit zijne aandagt, bij het opstellen van zijn berigt ontvallen is. Ten sesde, wil ik deeze bijde aan„ merkingen ook tot groote bewijzen aanduijden dat er waarlijk zeer wel en goed Timmerhout in het Dis trikt van Diwitoere zoude gevon„ den worden en nog veel minder dat de teegenwoordige Aanneemers der ver„ beetering van dat Distrikt zeer veel daar van op de door hun gekapte in verbrande Chenassen zoude ver„ niett hebben, dog het is zeeker dat er eenig goed timmerhout gevonden word, en veel daar van door de teegen¬ woordige. Aanneemers vernield of verbrand is, en dit erkennen uwel Edele gestrenge groot achtb: zelven, en dus zoude het hier maar op het meer of minder getal en op de volkoome noodzakelijkheijd tot deeze vernietiging aankoo„ men het welk zig best zoude verklaard hebben wanneer de voormelde Eerste- Land¬ meeter Foenander door het boovengemeld Interdikt van zijne zoo aangeleege op en waarneemingen niet waare belet geworden, en men de reets opgenoome en aangeweeze hout„ werken tot een getal van sestien duij„ zend ses Hondert vijf en vijftig boomen herwaards had laaten afbrengen, zoo verbe dit maar eenigzints geschieden konde, en met wijnig moeijte te volbrengen was, en die vervolgens door de alhier zijnde Jm„ mer-Baasen, waar van de kundigste ter dier tijd aan een been breuk laba„ reerde, en dus tot die opneeming te Di„ witoere zelve niet konde gebruijkt worden en ook door andere van kolombo ten dien eijnde herwaards te schikken bekwaame en wel vertrouwde simmerlieden nader met alle nauwkeurighijd hadden kunnen en moogen onderzogt worden, dog uijt gehoor„ zaamhijd van uwel Edele gestr: groot Achtb: Bevel niet heeft moegen geschieden, waar „woordige door H=k P=s Sterk N=o 10. 8.
English
Checked Since this part of the remarkable observation concerning the state of that District remains in great uncertainty or imperfection, and now so long after the aforementioned survey it can no longer be proven regarding the number of the aforementioned trees, and could only for a small part be clarified by the, in this case, very opportune declaration of three members in your Right Honorable Assembly, the Honorable Head Administrator Sluijsken, Dessave Fretsz, and Trade Bookkeeper Samlant, who have been overseers of the Galle Korle for many years, and thus will best be able to state whether in their numerous inland journeys they ever traversed the deep and dense forests of the small district of Diritoere and attentively surveyed and observed the trees that were there and are still to be found for their greater or lesser suitability as timber, from which one could certainly obtain quite a lot of clarification and certainty in this matter, and that possibly at the proposal of your Right Honorable this might yet be done by those gentlemen, and thus that which your Right Honorable may not have noticed on the day of your high deliberation, or may have considered and passed over as not relevant to the matter, might be accomplished; in which latter respect I do not propose it and much less recommend it, as I readily consider my limited insight as well as the authority entrusted to me in this Province subject to your superior enlightened knowledge and high command. Seventhly, I have already clearly demonstrated hereinbefore that the son of the Mahamoddeljaar, who upon the written and oral instructions of his father undertook the improvements of the small district of Diritoere, was properly informed by me—which I could however have avoided in the beginning—of the commission assigned to the First Surveyor Foenander and accompanied him on his first and third journey to that small district, and subsequently was also there with myself, and remained there until the departure of the Honorable Commissioners Raket and van Schuler, and that upon his request he was excused from accompanying the said Surveyor on his second journey thither; and I could not act otherwise in this, because the father, although actually the contractor of that work, was in Colombo and, due to his appointment and summoning to your Right Honorable Maha and Porta Moddeljaar in Colombo, was able to occupy himself with this work in person for only a couple of months, but left this to his son, who thus had to be the actual and local person accountable for the actions under investigation, for which, according to his own testimony, I also held and regarded him; and that I by no means deserve the remarks of your Right Honorable, in your aforementioned resolution, as if I had bypassed both father and son in this entire circumstance and had not called upon them in the investigation determined by me, but also in that respect conducted myself with all modesty, just as I am also convinced that this will likewise be understood by the Honorable High Government of these lands, and I shall thus, to my great satisfaction, be completely acquitted of all wrong or one-sided actions in this matter. The Mahamoddeljaar could not or was not allowed to be invited by me to this provisional survey; he could always appear at the further survey, to which I limited myself before submitting any report, if he deemed that necessary, and it is not unlikely that this entire dutiful investigation determined by me would have been omitted entirely if I had given notice of it beforehand to such a shrewd man, because already on his mere representation, and indeed without first hearing me on the matter, I was openly forbidden to proceed with it, without any circumstance calling for the actual necessity of doing so; and it is completely certain that, if the so dutiful commission determined by me had been allowed its proper progress, and I had not in such a harsh, unheard-of, and entirely undeserved manner—both by the dispatch of an extraordinary commission into a province entrusted by the Honorable Company to my conduct and care, while I had clearly declared that I would proceed with experts to Diwitoere for a further investigation of matters, and thus just as if I might not or could not be trusted therein, and also by the repeated interdict that long preceded the appointment and speedy dispatch of this commission—been publicly exposed, never would so much commotion have been made or written about this matter, but the precious time used for it would have been spent on other more useful matters, which certainly cannot or will not be blamed on me. H. P. Sterk No. 10. 8.
Dutch transcription
Nagezien door dan dit gedeelte der opmerkelijke beschouwing over de aangeleegenhijd van dat Distrikt in groote onzeekerhijd of onvolkoomenthijd blijft, en nu zoo lange na de voormelde opneeming voor het getal der voormelde boomen niet meer te bewij¬ zen is, en alleen nog voor een klijn gedeelte zoude konnen opgeheldend worden door de in dit geval wel aangeleege verklaaring van drie Leeden in uwel Edele gestr: groot agtb: vergadering, de E= Hoofd-administrateur Sluijsken, Dessave Fretsz: en negotie Boekhouder Samlant, die veele Jaaren opziender der gale korle geweest zijn, en dus best zullen kunnen opgeeven of ze in hunne veelvuldig Landtogten immer de Diepe en digte Bossen van het Land„ schapje Diritoere door kruijst en met aan„ dagt de daar in geweest zijnde en als nog te vindene Boomen voor hunne meer of minder aanneeming tot Timmerhout opge¬ noomen en betragt hebben, waar uijt men zee„ ker in deeze al vrij veel opheldering en ver¬ zeekering zoude konnen bekoomen, en dat mogelijk op voorstelling van uwel Edele gestrenge groot achtb: nog wel door die hee„ den zoude gedaan, en dus dat geene vol„ bragt worden waar op uwel Edele gestr: groot agtb: ten dage van derzelver hooge Deliberatie moogelijk niet gelet, of wel het zelve als niet ter zaake dienende aangemenkt en gepasseerd hebben, in welk laaste opzigt ik het dan ook niet voorstelle en veel minder aanbe„ veele, als gereedelijk mijn bepaald door zegt zoo wel, als aanvertrouwd gezag in deeze Provintie onder hoogst Derzelver meer ver„ ligte kennis en hooged Bevel onderworpen agterde Ten sevende, heb ik reeds hier vooren duijdelijk aan„ getoond dat de Zoon van den Mahamoddel Jaar die op schriftelijke en mondelinge Jnstruktie van zijn vader de verbeeteringen van het Landschapje Diritoere op zig genoomen heeft, door mij dat ik egter in den be„ ginne had konnen vermijden behoorlijk van de aan den Eerste Landmeeter Foe„ nander opgedraage kommissie onderdigt is en hem op zijn eerste, en derde togt na dat Landschapje verzelde, en 'er ver„ volgens ook met mij zelve geweest, en tot het vertrek der E=s gekommitteerden Raket en van Schuler, aldaar ge¬ bleeven is, en hij op zijne aanhouding ver¬ schoond wierd gem: Landmeeter op zijn tweede togt derwaards te verzellen; en ik hier in niet anders konde handelen, wijl de vader, schoon eijgentlijk Aanneemer van dat werk te kolombo was, en zig door mogelijk zijne H: Po Sterk N=o 10. 8. Nagezien zijne benoeming en oproeping tot uwel Edele gestr: groot agtb: Maha en Porta Moddel Jaar te kolombo niet dan enkeld een paar maan„ den met dit werk in eijge perzoon heeft kon„ nen bemoeijen, maar dit zijn zoon overgelaaten heeft die dus de eijgentlijke en plaatzelijke verantwoorder der onderzogt wordende handelin„ gen moest zijn, waar voor ik hem, volgens zijn eijge getuijgenis ook gehouden en aan„ gemerkt hebbe, en de Aanmerkingen van uwel Edele gestr: groot agtb=ren, bij derzelver voor„ melde resolutie, als of ik en vader en zoon in deeze geheele omstandighijd voor bij ge„ gaan en bij het door mij bepaald ondersoek niet geroepen had, in geenen deelen verdiene maar mij ook in dien opzigte met alle be„ schijdendhijd gedraagen hebbe, gelijk ik mij ook verzeekerd houde dat dit meede zoo„ danig door de Edele hooge Regeering deezer landen zal begreepen, en ik dus van alle verkeerde of eenzijdige handelingen in deeze tot mijne groote satisfaktie geheel zal vrij ge„ sprooken worden. De MahamoddelsJaar konde of mogte door mij in deeze provisoire opneeming niet genoodigt worden hij konde bij de nadere opneeming, waar toe ik mij zelve, voor het indienen van eenig rap„ port bepaalde altoos verschijnen, zo hij dat nodig oordeelde, en het is niet onwaarschijnelijk dat deeze geheele pligtelijke en door mij be„ paalde onderzoeking wel geheel zoude agter ge„ bleeven zijn, wanneer ik daar van voor af aan een zoo doorsleepe man kennis gegeeven had, wijl mij reets op zijne bloote voorstelling, en wel zonder mij eerst daar over te hooren, oopentlijk verbooden wierd daar meede voorttevaalen, zonder dat eenige omstan„ dighijd de weezendlijke noodzaakelijkhijd daad van opriep, en het is volkoomen zeeker dat, wanneer de door mij bepaalde zoo pligtmaatige kommissie zijn behoorlijk voortgang had, moogen hebben, en ik niet of zoo een harde, ongehoorde en geheel onverdiende wijze; zoo wel door het zenden van eene buijten gewoone kommissie in een mijn belijd en zorgen door de Edele Maatschappije toevertrouw„ de provintie, terwijl ik duijdelijk verklaard had mij zelve met des kundigen tot een nader onderzoek van zaaken na Diwitoere te zullen begeeven, en dus eeven als of ik daar in niet mogte of konde vertrouwde worden, maar ook door het her¬ haald Jnterdikt, dat lang het benoemen en spoedig afvaardigen deezer kommissie voorging, voor het pei„ bliek waare ten toon gesteld, ook nimmer over deze zaak zoo veel beweeging zoude gemaakt af geschree„ ven, maar de daar toe gebeezigde zoo kostbaare tijd tot andere nutter zaaken besteed zijn, het geen mij zeeker niet kan of zal geweeten worden nodig H=k P=r Sterk N=o 10. 8.
English
Checked because I have not given the slightest well-founded cause for it, unless it were to be, which cannot well be, a crime in a subordinate, distinguished Regency to observe with all attention that to which one is bound in substantial loyalty and honor, which I was truly indebted and obliged to do in this high post entrusted to me, which the Noble High Indian Government will also surely be pleased to note, and thus acknowledge me completely free of all wrong conduct in this matter. I have regarded and declared myself highly wronged, concerning the Interdict as well as the dispatching of the aforementioned commission, in my sufficiently notable dignity of commander of this Province, and in consideration of being permitted to flatter myself with having always observed and complied with the greatest precision with all loyal zeal and devotion to the service of the Noble Company, and I cannot regard it otherwise as yet, as long as it is not shown to me that I truly have deserved such a harsh and highly sensitive treatment from Your Noble Steadfast Great Honorable, to whom I am bound by such high and close relations, both in the service of the Noble Company in this government and outside of it; who has never been able to point out to me any substantial violation of orders or neglect of duty, and from whom I therefore, especially in this case, might have hoped for an entirely different treatment, and if I might or could not be regarded as sufficient, in accordance with my acceptance and declaration, to accomplish the necessary surveys of the district of Diecitoere, with the assistance of those whom I myself thought best suited for it, at least to expect that to me either the Honorable Head-Administrator Sluijsken or the Honorable Dessave Fretsz, who both have for long years been Country Regents and overseers of the Gale Korle, and cannot, like the Honorable Commissioners mentioned above, be ignorant of the condition of the small district of Diwitoere, and could best leave their posts in that part of the year and limit themselves to such a commission, and could also have come hither with much less fuss and commotion, and alongside them the Honorable Dessave van Angelbeek, who is also close at hand and could easily accommodate himself thereto, would have been attached for the proper fulfillment of this dutiful observance, in which case I certainly would have had far less reason for objection, and we then could have divided among ourselves the precise survey of what the First Land-Surveyor, in his provisional Report submitted on 8. May of the past year concerning the condition of Diritoere as declared by him, and could have shared and compared our observations regarding this with one another and submitted a complete and satisfactory Report regarding this, based on our own findings and not leaning on the reports or statements of others, in which case certainly this matter would not have caused so much commotion and likely would not have left such great doubts and special remarks as it does now, and thus the Noble High Government of these lands, whose attention is dedicated to so much higher and more useful ends, should not have been burdened, as I consider and hold, with this now incomplete and entirely uncertain matter. And since now such an Interdict, entirely unfounded in my view and in the highest degree humiliating to my dutiful actions, was repeatedly prescribed, and a commission of two servants of the Company specially appointed for that purpose, entirely ignorant in these Districts and so inferior to the present rank assigned to me in this government, was put ahead of me, and that for a precise investigation of matters for which I myself offered, declared myself ready, and also found myself present, which can indicate nothing other than a public and humiliating distrust, and since there appears not the slightest acceptable necessity for either of these decisions of Your Noble Steadfast Great Honorable, I also think I may and must complain of it with great right, and consider myself highly wronged by it as long as it is not clearly and distinctly shown to me that I have deserved and brought upon myself such harsh treatment; and I do not doubt in the least that the Noble High Indian Government, upon attentive consideration of these circumstances, will also regard this complaint of mine as equitable and well-founded, and on account thereof grant me that justice through its most righteous exoneration, to which I flatter myself to have such a great and equitable claim. I am, however, very far from supposing that the Honorable Commissioners Raket and van Schulen, put ahead of me in such a humiliating manner, who H: Dr Sterk N=o 10.8. and
Dutch transcription
Nagezien wijl ik er geene de minste gegronde aanlijding toe gegeeven hebbe, of het moeste, het geen niet wel bestaan kan eene misdaad in een ondergeschikt aanzienlijk Regentschap zijn, dat men met alle aandagt betragt het geene waar toe men in weezendlijke trouw ende eere verbonden is, het welk ik waarlijk in deeze mij aanvertrouwde hooge post verschuldigd en de gehouden was, het geen de Edele Hooge Jndiasche Reegering ook zeeker wel zal gelieven optemerken, en mij dus van alle verkeerd belijd in deeze vol¬ koomen vrij kennen. Ik heb mij over het Interdikt zoo wel als over het afvaardigen der boovengemelde kom„ missie in mijne genoeg aanmerkelijke waar„ dighijd van gezagvoerder deezer Provintie en in opmerking van mij temoogen vlijen van steeds met alle trouwe ijver en de aankleeven den dienst der Edele maat„ schappije betragt en met de meeste naauw„ gezethijd opgevalgt te hebben, ten hoogs„ te verongelijkt geagt en verklaard, en kan het als nog niet anders aanmerken zoo lange mij niet word aangetoond dat ik werkelijk zoodanig eene harde en ten hoogste gevoelige behandelingen verdiend hebbe van uwel Edele gesta: groot agtb: aan wien ik met zo hooge en nauwe betrekkingen zoo in den Dienst der Edele maatschappije in dit gouvernement, als daar buijten, verbonden ben; Die mij nimmer eeni¬ ge weezendlijke overtreeding van orders of van pligt verzuijm heeft konnen aanduij„ den, en van uren ik dus, voor al in dit geval een geheel andere behandeling had moo¬ gen verhoopen, en, zoo ik al niet genoegdam„ de mogte of konde aangemerkt worden om¬ volgens mijne aanneeming, en verklaaring de noodzakelijke opneemingen van het Land„ schapse Diecitoere, met assistentie van die ik zelve daar toe best geschikt dagte, te volbrengen, ten minste verwagten dat mij, of de heer hoofd-administrateur sluijsken of de heer Dessave Fretsz:, die bij den lange Jaaren Land- Regenten en opzienders der gale korle geweest, en niet gelijk de hier booven„ gemelde E= gekommitteerden onkundig van de gelegendhijd van het Landschapje Diwi„ toere konnen zijn, en in dat gedeelte des Jaars best uijt hunne posten konnen afbreeken en zig tot zoodanige een kommissie bepaalen en ook met veel minder omslag en gerugtkon„ den herwaards gekoomen zijn, en daar bij de heer Dessave van Angelbeek die meede digt bij de hand is, en zig ligt daar tee schikken konde, tot het behoorlijk vol„ betrek= „brengen H: D: Sterk N=o 10.8. Nagezien brengen van deeze pligtelijke betragting zouden toegevoegd zijn, wanneer ik zeeker veel min„ der reeden van beswaar had, en wij als dan de nauwkeurige opneeming van het geen de Eerste Land-meeter bij zijn op den 8. maij J„o Leeden ingediend provisoir Rap„ port, wegens de door hem verklaarde toe¬ stand van Diritoere onder ons hadden konnen verdeelen, onze waarneemingen dien aangaande aan elkanderen bedeelen en vergelijken en deswegens een volkoome en voldoend Rapport, op eijge bevinding, en niet op de aangeëvingen of verklaaringen van anderen steunende, indienen, wanneer „zeeker deeze zaak niet zoo veel gerugt Zoude gemaakt winrden en waarschijnelijk geene zoo groote twijffelingen en bijzondere opmerkingen als nu overgelaaten hebben, en dus de Edele hooge regeering deezer landen „welker aandagt tot zoo veel hooger en nut„ tiger eijndens bepaald is, met deeze nu on„ volkoome en geheel onzeekere zaak ge¬ lijk ik te agte en houde, niet zoude hebben behooren vermoeijelijkt te worden. En daar nu een zoodanig, na mijne gedagten, geheel ongegrond en ten en ten uitterste verneederent Jnterdikt of mijne pligtmaa„ tige handelingen bij Verhaaling voorgesahreer en een kommissie van twee in deeze Distrikten ge„ heel onkunsige en aan mijn toegedeelde teegen„ woordige rang in dit gouvernement zoo infori„ eure 'skomp=s daar toe expres benoemde dienaaren voor het hoofd gesteld is, en wel tot een nauw„ keurig onderzoek van zaaken waar toe ik mij zelve aanbood gereed verklaarde en mij ook daar toe teegenwoordig vond, het geen niet anders dan een publiek en verneederend mistrouwen kan aanduijden, en voor geen van bij den deeze bepaalingen van uwel Edele gesta: groot achtb: eenige de minste aanneemelijke noodzaakelijkhijd voorkomt, denk ik ook mij met groot regt daam over te moogen en te moeten beklagen, en mij daar meede ten hoogste verongelijkt te agten zoo lange mij niet klaar en duijdelijk aangetoond word dat ik eene zoodanige harde behandeling verdiend, en tot mij getrokken hebbe; en ik twijf„ fele geenzints of de Edele hooge Jndiasche regeering zal in aandagtige betragting van deeze omstandig„ heeden, dit mijn beklag ook als billijk en wel gegrond aanmerken, en mij deswegens door hoogst desselfs regtmatige ontschuldiging dat regt doen toekoomen, waar op ik mij vlije een zoo groote en xbillijk aanspraak te hebben. Ik ben egter wel verre van te onderstellen dat de mij op eene zoo vermeederende wijze voor het hoofd gestelde E=s gekommitteerden Raket en van Schulen Die H: Dr Sterk N=o 10.8. en
English
Checked F Those who were dispatched so quickly for the proper execution of this commission entrusted to them, that the instructive papers drawn up for their Honors only reached them on the journey hither, would not have executed their assigned charge in good faith and according to their best judgment; they certainly acted according to their own lights, yet mostly on the reports, statements, and information received from others that reached their Honors, and thus not upon their own findings, and I therefore believe I may and can declare that their presumed knowledge and fidelity should or could by no means be preferred over mine in that dutiful circumstance, and much less in so harsh and oppressive a manner, or one might pretend that mere pleasure is a sufficient reason to inflict so public a humiliation—one indicating nothing but mistrust, and thus most deeply sensible, which he never deserved—upon a man who has always conducted himself with all zeal and fidelity, and according to his best abilities, in the posts entrusted to him in this government, and who, on that account, now sees himself in a more considerable and important station, and which he tirelessly endeavors to hold with all fidelity, honor, and adherence, to the best of his ability. I therefore seek in no way to diminish these commissioners in their honorable character, or to complain about their personal encounter, as I have already fully declared in my separate official letter of the 30th of June last past; nor would this become me at all, since their Honors' submitted report concerning their proposed findings on the state of Duitoere has been entirely accepted and adopted by your Right Honorable, Rigorous, and Highly Esteemed Sir in preference to the reports submitted for that purpose by the Engineer Johannes and by the First Surveyor Foenander, and both of those gentlemen, shortly after the completion of this commission entrusted to them, received the clearest and most public tokens of your Right Honorable, Rigorous, and Highly Esteemed Sir's high satisfaction and favor, which therefore ought to be all the more reason for me to understand that they executed the charge entrusted to their Honors very well, and to the particular satisfaction and pleasure of your Right Honorable, Rigorous, and Highly Esteemed Sir. Yet may it nevertheless be permitted to me to remark on this occasion that the appointment of the last-mentioned as overseer of the Galle Korale is exceedingly hard and sensible to me and the Council of Galle, since, already upon the death of the previous overseer Gratiaen in the month of March of last year, we proposed for that post to your Right Honorable, Rigorous, and Highly Esteemed Sir's high favor the then Secretary Martheze, based on his knowledge, which is very well known to us, and his extraordinarily great aptitude for this land service attached to the Commander of this city and lands for his support; to which we were all the more moved because your Right Honorable, Rigorous, and Highly Esteemed Sir, during the lifetime of the aforementioned Gratiaen, had already written to him regarding the actual occupation of that post, while shortly before he had even been in the high presence of your Right Honorable, Rigorous, and Highly Esteemed Sir in Colombo, and returned hither with this assurance so delightful to him, but soon, owing to the present more than ever voluminous clerical work, became entirely sick and bedridden, and it is therefore not probable that during that time he could have done anything that not only caused your Right Honorable, Rigorous, and Highly Esteemed Sir to resolve not to favor him with that office, which was then vacant, but even to take it very amiss of us that we had charged him with the provisional administration thereof, and, without declaring anything to us in that regard for our reassurance or courtesy, appointed the Junior Merchant van Thijlingen, then overseer of the iron warehouse at Colombo—whose knowledge and training were indeed by no means to be compared to the land-knowledgeable aptitudes of Martheze—which at that time certainly fell exceedingly hard upon us and is now renewed by the appointment of the Junior Merchant van Schuler, and all the more sensibly so, because the Junior Merchant Martheze, who was nominated for that post by the Council of Galle, had already during his provisional tenure given so many proofs of his knowledge and aptitudes, of which his reports submitted under the dates of the 31st of March, the 3rd, 4th, and 5th of April, and the 2nd and 15th of May of the past year, and sent in copies to your Right Honorable, Rigorous, and Highly Esteemed Sir, provide the clearest evidence; and it is certain that through the expertise of this man many more other very important circumstances in the practices of the native chiefs, and thus nearly a Diwitoeal of another council, would have been discovered and exposed, had he been permitted to be favored with that post, which he was only allowed to administer provisionally for a very short time in accordance with your Right Honorable, Rigorous, and Highly Esteemed Sir's repeated earnest letters at that time, and from which he has now twice in succession been set back, following your Right Honorable, Rigorous, and Highly Esteemed Sir's own and even unsolicited nomination. One might well think and pretend that all these indications, however well-founded and important, could have caused much unrest and dissatisfaction among those chiefs, and therefore represent his rejection as necessary, yet this will presently fall away.
Dutch transcription
Nagezien F Die tot het wel volbrengen van deeze hunne aan„ vertrouwde kommissie zoo spoedig afgevaardig wier„ den, dat de voor hun Edelen ontworpe Jnstruktive papieren hun eerst op de rijze na herwaards toege„ koomen zijn, hunne opgedraage last niet ter goeder, trouwe, en na hun beste oordeel zouden volbragt hebben; ze hebben dit zeeker na hunne zoodanig dog meest op de hun Edelen toegekoome Berigten en opgaaven, en onderdigtingen van anderen, en dus niet op eijge bevinding bestaan, en ik vermeene dus wel te moogen en te konnen verklaaren dat hunne onderstelde kennis en trouw in geenen deelen de mijnen in die pligtelijk omstandighijd, en nog veel minder op zoo eene harde en drukkende wijze mogten of konden voorgetrokken worden, of men zoude moogen voor„ wenden, dat een enkeld welbehaagen een genoegdoen„ de reeden is om een Man, Die zig altoos met alle ijver ende trouwe, en na zijne beste vermoogens, in zijne in dit gouvernement aanvertrouwde Posten ge¬ draagen heeft en zig uijt dien hoofde thans in een meer aanzienelijke en van zoo veel belang zijn„ de stand plaats ziet, en die met alle trouwe, eere„ ende aankleeven, na zijne beste vermoogen, en on„ vermoeijd tragt te bekleeden zoo maar eene oopant„ lijke en niet dan mistrouwen aanduijdende, en dus ten hoogste gevoelige verneedering toetebrengen, die hij nimmer verdiende. Ik tragte dus in geenenlije opzigten deeze gekommitteerde in hun Edele karakter te verklijnen, of mij over Hunne perzoonelijke ontmoeting te beklaagen, gelijk ik reeds bij mijne aparte officieele Letteren van den 30. Junij J„o Leeden ten vollen verklaard hebbe en dit zoude mij ook gantsch niet voegen wijl hun Edele ingediend Rapport wegens hunne voorgestelde bevinding van den toestand van Duitoere door uwel Edele gestr: groot achtb: bij preferentie voor de ten dien eijnde door den Jngenieur Johan„ nes en door den Eerste Land-Meeter Foenander overgelegde Berigten geheel aan en overgenoomen is, en die bijde heeren, kort na het volbrengen van deeze hunne aanvertrouwde kommissie, de duijdelijkste en oopentlijke blijken van uwel Edele gestr: groot agtb: hooge genoegen en goedgunstighijd ontvangen hebben, het geen dus over mij eene reeden te meer behoord te zijn om te begrijpen dat ze hun Edelen aanvertrouwde last zeer wel, en tot bijzonder ge„ noegen en welbehaagen van uwel Edele gestr: groot achtb: volbragt hebben. Dog het zij mij egter geoorlofd bij deeze aantemerken dat de benoeming van de laastgemelde tot opziender der gale korle voor mij en den gaalsche Raad ten uit„ terste haad en gevoelig is, wijl wij reeds bij het over„ lijden van den voorige opziender Gratiaen in de maand maart des laasst gepasseerde Jaars, daar toe, en wel op de ons zeer wel bekende kennis en bijzonder groote geschiktheeden tot deeze, den kommandeur dezer stad en Landen tot zijne ondersteuning toe„ gevoegde Land-Dienst, den toenmalige sekretaris hunne Mart= H=t Pl Sterk N=o 10. 8. Nagezien Martheze uwel Edele gestr: groot agtb: hooge gunst voorstelden, waar toe wij te meer bewoogen wierden wijl uwel Edele gestr: groot agtb: hem nog bij het leeven van voormelde Gratinen tot de werkelijke bekleeding van die Post aanschreef terwijl hij zig kort te vooren zelvs in uwel Edele gesta: groot Achtb: hooge teegenwoordig„ hijd te kolombo bevond, en met deeze voor hem zoo heerlijke verzeekering herwaards keerde, dog haast door het teegenwoordig meer dan ooijt veel„ vuldig schriftwerk geheel ziek en bedleegerig wierd, en het dus niet waarschijnelijk is dat hij in die tijd iets zoude konnen bestaan hebben dat uwel Edele gestr: groot agtb: niet alleen deed besluijten om hem met dat, als doen va„ kante, Ampt niet te begunstigen maar ons zelfs zeer kwalijk te neemen dat wij hem de pro„ visioneele waarneeming daar van hadden op¬ gedraagen, en, zonder ons iets dien aangaande tot onze geruststelling of believing te verklaar de onderkoopman van Thijlingen, toenmaals opziender van het ijzer magazijn te kolombo kennis en oplijding immers in geenen deelen bij die van de zoo landkundige Geschikthaeden van Martheze te vergelijken waaren daar toe benoemde het geen ons als doen zeeker ten uijtterste handveel en nu zedert door de aan„ stelling van den onderkoopman van schuler vernieuwd word, en wel te gevoeliger, wijl de door de gaalse raad tot die Post voorgedraage onderkoopman Martheze reeds bij zijne privisioneele waarneeming zoo veele blijken zijner kennis en geschiktheeden gegeven heeft waar van zijne onder datis 31. maar 3, 4. en 5. April, 2. en 15. ' Maij Anno passato overgelegde en uwel Edele gestr: groot achtb: in afschriften toegezonde Berigten de duijdelijkste bewijzen opleeveren, en het is zeeker dat door de kundigheeden van deeze man veel meer andere zeer aangeleege omstandigheeden in de bedrijven der Jnlandsche hoofden, en dus haast een Diwitoeal van een andere raad zoude ontdekt en oopengelegd zijn, wanneer hij met die Post, die hij maar een zeer korte tijd, volgens uwel Edele gestr: groot achtb: herhaalde ernstige aanschrijvingen ten dien dagen, provisioneel heeft moogen waarneemen, en waar van hij nu twee maal agter een, na uwel Edele gesta: groot achtb: eijge en zelvs ongesolleciteerde wonstel„ ling, terug gesteld is had moogen begunstigd wor„ den; Men zoude wel konnen denken en voor„ geeven dat alle deeze aanwijzinge, hoe gegoond en aangeleege ook, veel ondurst en ongenoegen onder die hoofden zoude hebben konnen veroor„ zaaken, en daarom zijne afkeuring als nood„ zaakelijk voorstellen, dog dit zal aanstonds vernieuwd vervallen H: Pr: Sterk N=o 10.8.
English
Examined fall away, if one only pleases to note that this arming of his already preceded his submitted aforementioned Reports by many days, and the Instructions for the Native chiefs prescribed by Your Right Honourable Sir yourself in the year 1784, along with other new arrangements whereby they are more closely bound to their duties—and which was an entirely new regulation for them—have caused no considerable unrest among them, and it is also certain that one ought not to neglect what is good and important for the welfare of the Country on account of such considerations, and with a prudent observance thereof no misfortune is ever to be feared or expected; and indeed it was the man's merits, well known to Your Right Honourable Sir, which highly encouraged the same, in consideration thereof, to intend and propose him to me for that Post, even though it was not yet vacant, and thus by some proposed reassignment; and thus it could not be these advantageous considerations that deprived him of it in spite of me and of the Council of Galle; and, since nothing has ever been explained to us about it, we do not think we do wrong when we suppose that his candid statement concerning the separation of the office of Native Sabandaar from the Post of overseer of the Galle Korle—which forms the most distinguished and important part for the Native and also the most profitable part for the overseer himself, and with which the present Maha Mudaliyar was invested upon Your Right Honourable Sir's assumption of the Government of this administration, and which was taken away from the then retiring overseer Samlant, and in which the son of the aforementioned Porta Official here has now been placed—quite possibly gave some reason for it; but whether that is sufficient for such an open, unexplained setback in the face of so many recognized merits, I prefer to leave to a more enlightened and capable judgment than mine; but meanwhile, through this rejection of him as overseer of the Galle Korle—for which he certainly possesses the most suitability and knowledge above all others who might ask for it—many important matters in the Native administration of the chiefs, who know very well how to cover everything up, are and remain completely covered up and hidden; and to be better convinced of this, one needs only to look with some attention at his aforementioned Reports submitted above, when bandaar when H: Dr: Sterk No 108. Examined when one may at the same time well wonder that no further explanation has been demanded about this. One might well put to me why I have not done so myself, and thus I am obliged to testify that this has been attempted by me more than once; but the utterly dejected man, having languished for so long from a severe chest affliction, answered me that on account of his entirely unexpected setback he is now no longer able to accomplish it in that perfection and strength of resolution as it ought to be done, and also already walked enough in darkness not to expose himself to any further unpleasantness, and that it is also no longer of his Department, and thus requests to be excused for the present from that further explanation; in which I then also had to acquiesce, since it is impossible for a commander of this province to personally examine and investigate from close by, and thus with the required attention, all these important matters and the hidden transactions of the Native chiefs; for this he has far too many other official duties that prevent him from traveling through the Country, which is required for it; and for which reason the Honourable High Government of these Lands has also assigned an overseer to him for his assistance, and it is certain that the person most knowledgeable about the Country serves him most and best in this, and all persons appointed thereto, whatever their other capabilities and moral qualities may be, if they must first learn the nature and customs of the Native upon assuming their Post, cause him far more vexation and trouble by having to instruct them daily than when he finds himself without their so-called assistance, because then no matters of more or less importance in the Country service, misunderstood through their ignorance and thus mishandled, need to be corrected; as I, since assuming this my present Post, have experienced only too well with three overseers assigned to me in succession by Your Right Honourable Sir within four years now, and have complained enough to Your Right Honourable Sir, especially about the one who was appointed thereto the second time, where none of H=t. Ps. Sterk No 10. 8.
Dutch transcription
Nagezien varvallen, wanneer men maar gelieft optemerken dat deeze zijne verwaaping reeds veele dagen zijne overgelegde voormelden Berigten voorging, en de door uwel Edele gestr: groot achtb: in A=o 1784. Zelve voorgeschreeve Jnstruktie voor de Jnlandse hoofden, en meer andere nieuwe inrig¬ tingen, waar door Ze nader tot hunne pligten verbonden worden, en voor hun eene geheele nieu¬ we bepaling was, geene aanmerkelijke onrust onder hun veroorzaakt hebben en het ook zeeker is dat men het goede en aangeleegene om dierge„ lijke opzigten tot wel zijn des Lands niet be„ hoord natelaaten en met eene voorzigtige be„ tragting daar van nimmer eenig onhijl kan te dugten of te verwagten zijn, en het waare immers 's Mans uwel Edele gestr: groot achtb: wel bekende verdiensten, die hoogst de zelven aanmoedigden om hem, in rakentenis daar van, aan mij tot die Post, zelve nog niet open gevallen zijnde, en dus bij eenige voor¬ stelle verschikking, toetedenken en aanteschrij„ ven, en aldus konden het deeze voordeelige be„ tragting niet zijn die hem daar van in spijt van mij en van den gaalse Raad beroofd heb„ ben, en, alzoo 'er ons nimmer iets over verklaard is; zoo denken wij niet te misdoen wanneer wij onderstellen dat zijne vrijmoedige verklaring over de schijding van den dienst van Jnlands Sa„ bandaar van den Post van opziender der gale korle, dier er voor den Jnlander het aan„ zienlijkste en gewigtigste en voor den opzien„ der zelve 'er ook het voordeeligste gedeelte van uijtmaakt en waarmeede de teegenwoordige Mahamoddeljaar bij het aanvaarden der Regeering van uwel Edele gestr: groot agtb: van dit gouvernement bekleed en den als doen afgaande opziender Samlant ontnoomen wierd en waar in nu de zoon van gem: Porta Bediende alhier gesteld is wel mogelijk daar toe eenige reeden gegeeven heeft, dog of die tot zoodanige opentlijke onverklaarde te„ rug stelling bij zoo veele erkende vendienste genoegdoende is, Wel ik liefst aan verligter en kragtiger oordeel dan het mijne over„ laaten, dog onderwijl zijn en blijven nu door deeze zijne afkeuring tot opziender der gale korle waar toe hij zeeker booven alle anderen, Die daarom zoude moogen vraagen, de meeste geschikt en kundig„ heeden heeft, veele aangelegene zaaken in de Jnlandse bestelling der hoofden, die alles zeer wel weeten te bedekken als geheel bedekt en verborgen, en om daar te beeter van overtuijgt te worden behoeft men alleen zijne hier boovengemelde ingediende Berigten met eenige aandagt intezien, wan„ „ bandaar neer H: Dr: Sterk N=o 108. Nagezien neer men zig te gelijker tijd wel mag ver„ wonderen dat daar over geene nadere ver¬ klaaring gevorderd is, Men zoude mij wel konnen voorhouden waarom ik dat zelvs niet gedaan hebbe, en dus ben ik verpligt te betuijgen dat dit door mij meer dan eens bestaan is, dog de geheel verslaage en zoo lange aan eene benauwde borst kwaar gekwijnd hebbende Man heeft mij daar op geantwoord dat door zijne geheel onverwag te te rug stelling nu niet meer in die volmaakthijd en kragt van aanneeming als het wel behoorde te konnen volbrengen en ook reets al genoeg in duijsternis wandelde om zig voor geen verdere onaangenaam heeden meer bloot te stellen en het ook nie niet meer van zyn Departement is, en dus van die nadere verklaaring voor het teegenwoordige verzoekt verschoond te blijven waar in ik dan ook wel heb moeten berusten wijl het voor een gezagvoerder van deeze provintie onmogelijk is om al dit aange„ leegene zelve van na bij en dus, met de vereijscht wordende aandagt de bedekte handelingen der Jnlandsche hoofden opte„ neemen en te onderzoeken, hier toe heeft hij al te veel andere Ampto beezigheeden die hem het doonwijzen des Lands, het geen daar bij vereijscht word, beletten, en om welke reeden de Edele hooge regeering deezer Landen hem ook een opziender tot zijn assistentie toegevoegd heeft, en het is zeeker dat de Landkundigste hem daar toe het meest en best diend, en alle daar toe bepaalde perzoonen, hoedanig ook hunne overige geschiktheeden en Liedelijke hoe„ danigheeden zijn moogen, zoo ze eerst ten aard en de gewoontens dan den Jnlander bij het aanvaarden van hunne Post mon¬ ten aanleeren, hem veel meer kwelling en moeijte door hun dagelijks temoeten onderdigten, aanbrengen, dan wanneer hij zig zonder hunne zoo genaamde bijsstand bevind, wijl als dan geene door hunne onkunde kwalijk begreepe en dus ver¬ keerd behandelde meer en minder aan¬ geleege zaaken in den Land dienst niet behoeven verbeeterd te worden, gelijk ik zedert het aanvaarden van deeze mijne teege„ woordige Post bij drie mij nu reeds in vier Jaaren door uwel Edele gestr: groot agtb: agter den anderen toegeschikte opzienders maar al te zeer ondervinden, en mij, voor al over die de tweede maal daar toe benoemd wierd, genoeg bij uwel Edele gesta: groot achtb: beklaagd hebbe, waar geen van H=t. Ps. Sterk N=o 10. 8.
English
Checked by the same, and acknowledging the equity and fully understanding the urgency of the circumstances, presented to me of his own accord the aforementioned Junior Merchant Martheze as having all possible qualifications for it, yet has now passed him over twice in succession, without ever explaining anything to me in that regard, whether by public or private letters, or giving any reason for so remarkable a revocation of his most solemnly given word, about which we could certainly openly complain. The Land Service is, especially in this government, a very vital matter, and upon its good and accurate observation depends entirely the well-being, the happiness, and the satisfaction of the Native, who thereby obtains law and justice and is preserved and maintained in his well-acquired means and privileges, and is thus more and more bound to the country of his residence; and it is therefore certain that one should and ought always to choose for this the most suitable persons in preference to those who must still acquire the necessary skills for it. I think so for myself at least, as being in full conviction that a Governor, to whose leadership and care the administration of any land and people is entrusted, and who strives to fulfill the attentive observation of his high obligations resting upon him to the best of his ability, ought always to imagine that he is fully responsible for all bad consequences that may arise from his choice and the appointment of persons not sufficiently qualified for such vital posts, while others of better training and knowledge are available for it, just as the Chief Administrator Sluijtken here also presented very clearly and in the most engaging manner in the Council of the Government at Colombo on the day of the appointment of the now retired Overseer of the Galle Korale, and no one in the world will wish to contradict us, although it is not always acted upon accordingly; and I trust from H=t. P=s Sterk N=o 108 Checked that Your Right Honorable, Highly Esteemed Worships will be kindly pleased to excuse this extensive digression, which strictly speaking has only a small relation to the case of Diwitoere, and which I could not well contain within my bosom on this occasion. VIII. Relying on the written statements and assurances of persons under oath who had not the slightest self-interest in the matter, who are of good name and reputation, and who possessed all the required qualifications for the complete fulfillment of the duty and commission entrusted to their care, and who offered to confirm their submitted reports and accounts by solemn oath; and, furthermore, having declared in my public character that the self-interested actions of the Maha Mudaliyar and of his son in their proposed improvements of the small district of Diwitoere constitute conduct deserving of severe reprimand, in which they, as thereby causing excessive damage and disadvantage to the Honorable Company, could not be opposed quickly enough; with this, I think nothing other than to have observed what is good and solemn, and not to have harmed them, much less lightly insulted them, as Your Right Honorable, Highly Esteemed Worships will be pleased to understand, even though they, as Porta Servants, might also prove that they are entirely innocent of it, which I myself would gladly see, but which has not appeared to me until now. The Maha Mudaliyar also states himself in his petition submitted at Colombo that he feels assured that I have been prejudiced by the bad reports given to me against him and his son, which he considers undeserved, and thus he himself places the blame for this burden presently weighing upon him on those who presented to me such disadvantageous reports of his and his son's actions at Diwitoere, and thus he accuses me in his own case far less than Your Right Honorable, Highly Esteemed Worships, who attribute my assumed reliance upon these so solemn and so plausibly disadvantageous presentations, and the subsequent open declaration against the aforementioned Porta Servants, to a very ill-conceived, and thus entirely misplaced and untimely judgment, and otherwise reckon H=t P=r Sterk N=o 10. 8. The
Dutch transcription
Nagezien van hoogst dezelve als doen ook de billijk¬ enkende en de pontheid hijd „ der omstandigheeden ten vollen begrij¬ pende, mij uijt zig zelve de voormelde onderkoopman Martheze, als daar toe alle mogelijke geschiktheeden hebbende voorstelde, en hem egter nu twee maal agter een, zonder mij immer iets deswe„ gens, het zij bij publieke of Partikulier brieven te verklaaren of eenige reeden tot het zoo opmerkelijke intrekken van hoogst desselfs zoo plegtig gegeeven woon te geeven voor bij gegaan is, waar over wij ons zeeker wel oopentlijk zouden moog beklaagen. De Landdienst is vooral in dit gouvernement een zeer aangeleegen zaak en van del¬ selfs goede en nauwkeurige betragting hanigt geheel en al af het wel zijn, het geluk en genoegen van den Jnlan¬ den, die daar door regt ende geregtig¬ hijd verkrijgt en bij zijn welverkreege vermoogen en voorregten bewaard en behouden en dus aan het Land zijner inwooning meer en meer verbonden word, en het is dus zeeker dat men daar toe altoos de geschikste Lieden bij preeferentie voor die de daar voor nood¬ zaakelijke kundigheeden moeten aanleezen= diend en behoord te verkiezen, ik denke= het ten minste voor mij zoo, als in volkoome verzeekering zijnde dat een Regent, aan wiens belijd en Zorgen ze beheering van eenig Land en volk word toebetrouwd, en in de aandagtige waarneeming van zijne hooge op hem leg¬ gende verpligting en na zijne beste vermoogens tragt te voldoen, zig altoos behoord voortestellen dat hij volkoome verantwoordelijk is voor alle kwaade gevolgen, die ontstaan konnen uijt zijne verkiesing en het benoemen van perzoonen, niet genoegzaam geschikt tot zoo aangeleegene posten, terwijl an„ deren van beeter oplijding en kennis daar toe voorhanden zijn, gelijk de hier hoofdadministrateur Sluijtken ten daage der aanstelling van den nu afgegaene opziender der gale korle in den Raad der Regeering te kolom„ bo meede zeer klaar en op de verbin„ denste wijze voorgesteld heeft, en nie„ mand ter waareld ons zal willen teege¬ spreeken, schoon en ook niet altoos na gehandeld word en ik vertrouwe van H=t. P=s Sterk N=o 108 Nagezien van uwel Edele gestr: groot achtb: goedhee„ den dat mij deeze groote uijtwijding, die eijgentlijk tot de zaak van Diwitoere maar eene klijne betrekking heeft, en die ik niet wel bij deeze geleegendhijd in mijn boeziem konde ophouden, wel gunstig zullen gelieven te verschoonen. VIII. Heb ik mij verlaatende op de schrifte„ lijke verklaaringen en verzeekeringen va„ onder Eed staande Perzoonen die bij het geval geene het minste eijge belang had¬ den, ter goeder naam en Faam staan; en alle de vereijschte geschiktheeden tot de volkoome volbrenging van den hunne aan¬ dagt aanbetrouwde last en kommissie hadden, en aanbooden hunne overgelegde Rapporten en Berigten met Solemneelen Eede te bevestigen, en, verder in mijn publiek karakter verklaard dat de baat„ Lugtige Handelingen van de Maha„ moddeljaar en van zijn zoon bij hun ne voorgestelde verbeeteringen van het Landschapje Diwiloere een Leerstraf„ waardig gedrag is, waar in men hun als daar door overgroote schaade ende nadeelen aan de E. kompanie toe„ brengendeze, niet spoedig genoeg konden teegen gaan; hier meede denk ik niet anders dan het goede en plegtelijke betragt in hun niet benadeeld, veel minder ligt„ vaardig beleedigt te hebben, zoo als uwel Ed: gestr: groot achtb: dat wel gelieven te begrijpen, schoon zij Porta Bedienden ook konnen bewijzen dat ze daar aan geheel onschuldig zijn, het geen ik zelve gaaane zag, maar mij tot nog toe niet gebleeken is. MahamodoelJaar Zeijd ook Zelve bij zijn te kolombo ingediend request, zig ver„ zeekerd te houden dat ik door de teege hem en zijn zoon aan mij gegeeve kwar„ de Berigten die hij niet verdiend agt ingenoomen ben, en legt dus zelve de schuld van deeze hem thans nog druuk¬ kende last op die mij zoo naadeelige Berigten van zijne en Lijnes Zoons handelingen te Diwitoere voorstelden en beschuldigd mij dus in zijn eijge zaak veel minder als uwel Edele gest: groot achtb:, Die mij het aangenoome vertrouwen op deeze zoo plegtige en zoo waarschijnelijke nadeelige voorstellingen en de daar op gevolgde oopentlijke ver¬ klaaring teegen voormelde Porta Bedienden als zeer kwalijk begreepen, en dus geheel ongeplaatst en buijten tijds toedenken, en anders reekenen H=t P=r Sterk N=o 10. 8. De
English
Examined to account, which I also note as not having, since prior to my public declaration, I did indeed earnestly instruct and interrogate the native Shahbandar concerning the detrimental reports brought to me against him and his father regarding their actions in the small district of Dirvitoere, and he, as I declared hereinabove, offered me nothing other than a bare denial in his defense regarding this, and I was thus well permitted and even obliged to rely upon the written and verbal reports brought against him with so much probability, and thus had to suspect them rather than declare them innocent of entirely evil and self-serving acts which were laid to their charge with so much probability, of which they certainly ought to clear themselves, whereupon, as has already been declared by me hereinabove, I wish to be the first to declare them honest and worthy people in that regard, and will give them written assurance thereof, if they desire it, as soon as this is proven to me; and I do not think they will desire or expect more from me, for Your Honorable, Right Honorable, Greatly Esteemed will surely grant me that in public matters, one may indeed rely upon submitted solemn assurances of people of good repute, who provide knowledge from firsthand witness of their acts and have no self-interest in the matter presented, and which is thus cloaked with very great probability, especially against native chiefs, until one is convinced of the contrary regarding their innocence; and of this Your Honorable, Right Honorable, Greatly Esteemed also gave me the clearest assurance at the time of the disturbances among the caste of the Chandos and fishermen now three and a half years ago in this Province, by holding and declaring, on the reports that reached the highest authority, some of their most prominent chiefs to be accomplices and thus highly punishable, and therefore not being able to accept my intercession in their favor; Examined while, however, after their interrogation and a very precise judicial investigation of the matters, it became fully apparent that they were mostly and entirely innocent, and wherein a single one of them, found guilty of some thoughtlessness in his writing to the Reverend Minister Ondaatje, to whom he complained in friendly confidence about what in his view was undeserved belittlement befalling his caste, was, at the conclusion of his trial, restored to his capacity as Titular Modliar and Malabar Interpreter, and was merely suspended from the actual exercise thereof for the period of six months, of which I hope to demonstrate somewhat further below; thus, in accepting the objections and accusations brought against the conduct of both the aforementioned Port Servants on account of their actions at Diwitoere, I have done nothing other than place trust in people of good name and reputation who are considered fully knowledgeable and disinterested, and if this is not to be accepted, then surely the submitted report of the Honorable Commissioners Raket and Van Schulex, and the reports belonging thereto from various persons who assisted their Honors in that matter as well, would be no more inadmissible, and upon what then could one ultimately rely! It certainly requires little refutation to demonstrate that the dispatching of two simple carpenters and a couple of native servants to the first Land Surveyor Foenander at Diwitoede, where he already finds himself for the second time by order of Your Honorable, Right Honorable, Greatly Esteemed to conduct a water levelling, with two assistant or junior surveyors and further servants, would have caused any unrest in that District, and thus much less have caused any damage to the Nelie crop standing ripe there at that time, as Your Honorable, Right Honorable, Greatly Esteemed wish to lay this to my charge, and indeed as an entirely wrong policy, and, in my thoughts
Dutch transcription
Nagezien reekenen, het geen ik meede aanmerke als niet te hebben ^ wijl ik voor mijne publieke verklaaring, den Jnlandsch Sabandaar wel eenstig over de mij toege¬ bragte nadeelige Berigten teegen hem in zijn vader wegens hunne handelingen in het Landschapje Dirvitoere on„ dedrigt en ondemvraagt hebbe, en hy mij, gelijk ik hier booven verklaarde daar over maar alleen eene bloote ontkenning tot zijne ontschuldiging voor stelde, en ik mij dus de teegen hem met zo veel waarschijnlijkhijd ingebragte schrif telijke en mondelinge Berigten, wel het moogen en zelvs moeten verlaaten en dus hun veel eer moest verdenken dan onschuldig verklaaren aan geheel kwaade en baatzugtige handelingen, die hun met zo veel waarschijnelijkhijd ten lasten gelegd wierden, waar van zij Zig zeeker behooren te Zuijveren, wanneer ik, zoo als door mij reeds hier booven ver¬ klaard is, de eerste wil zijn om hun in dien opzigten voor eerlyke en braave lieden te verklaaren, en hun daar van, zoo zij het verlangen, schriftelijke verzeekering wil geeven, zoo dra mij dit beweezen word, en meer denk ik niet dat ze van mij zullen verlangen of verwagten want uwel Edele gestr: groot achtb: zullen mij immers wel willen toe„ staan dat men zig in publike aangelee„ gendheeden op overgelegde plegtige verzeeke„ ringen van onbesprooken Lieden, die ken„ nis van weetenschap over hunne verrigtingen geeven, en bij het voorgestelde geen eijge belang hebben, en alzoo met zeer veel waar„ schijnelijkheijd bekleed word voor al teegen Jnlandsche hoofden, wel zoo lang verlaaten mag tot dat men van het teegendeel tot hunne onschuld overtuijgd is, en hier van heeft uwel Ed: gestr: groot agtb: mij ook zelve ten daage der opschuddingen onder de kasta der Chandos en vissem voor nu drie en een half Jaar in deeze Provintie een alderduijdelijkste verzeekering gegeeven met op de hoogst dezelven toegekoome Be„ rigten, eenige hunner meest aanzienelijke hoofden voor Leed middaadig en dus ten hoogste strafwaardig te houden en te verklaaren en alzoo mijne voorspraak ten hunne faveure niet te konnen aanneemen dit terwijl H=t. Ps. Sterk No 10. 8. 930 Nagezien terwijl egter na hun verhoor, en zeer nauw¬ keurig geregtelijk onderzoek van zaaken, vol„ koomen gebleeken is dat ze meest alleen en geheel onschuldig waaren, en waar een enkeld hunner aan eenige onbedagtzaamheijd in zijn schrijven aan den eerw: Predikant ondaatje, aan wien hij zig in vriendelijk vertrouwen over zijne kasta toekoomende, na Zijne gedagten onverdiende verklijning beklaag de schuldig gevonden en bij het uijteijnde van zijn proces in zijn kwaliteijt van Ju¬ tielair Moddeljaar en Mallabaars Jolk hers„ teld en alleen voor den tijd van ses maan den in de werkelijke exercitie daar van gesuspendeert wierd waar van ik hier onder nog iets nader hoop te betoogen; Dus ik in de aanneeming der ingebragte beswaaren en be¬ schuldigingen teegen het gedrag van de bijde voormelde Porta Bedienden, wegens hunne verdigtingen te Diwitoere niet anders ge„ daan hebbe dan een vertrouwen te vestigen op ter goeder naam en faam staanden, en voor volkoome kundig en belangeloos eakende Lieden, en indien dit niet mag doorgaan zoo zoude immers het ingediend rapport der E=s gekommitteerden Raket en van Schulex en de tot hetzelve behoorende Berigten van onderschijdene perzoonen die hun Edelen daar bij zoo wel assisteerden, niet meerder onaanneemelijke zijn, en waar op zoude men zig dan eindelijk konnen verlaaten! IK: vereijscht het zeeker wijnig wederlegging om te betoogen dat het afzenden van twee eenvou„ dige Jimmerlieden en een paar inlandsche Be„ dienden bij den eerste Landmeeter Foenander na Diwitoede aldaar hij zig reets op last van uwelEdele gestr: groot agtb: tot het doen van eene water passing, met twee onder of Jonge Landmeeters en verdere Dienaaren voor ander maal bevind, eenige onrust in dat Distrikt zouden veroorzaakt, en dus veel minder eenig naadeel aan het aldaar als doen rijp staande Nelie gewasch toege„ bragt hebben, gelijk uwel Edele gestr: groot agtb:, mij dit en wel als een geheel verkeerd belijd, willen ten lasten leggen, en, na mijn voor gedagten H: D: Sterk 10
English
Examined thoughts completely fall away when one is pleased to understand that these two simple men, along with a few Native Servants who accompanied the aforementioned small party, when the entire lower land was already flooded due to the heavy downpours, the water coming down from the mountains, and the overflowing of the great river, and for that reason alone they had to return here after a few days and only went there for the second time thirty-five days later, when the land was in nearly the same condition and the crop was already sufficiently ruined or entirely submerged under water; and thus it cannot be plausible that these four simple people would have caused more damage thereto than the First Surveyor himself with his added helpers, who numbered at least three times as many, and who were sent thither on the express order of Your Right Honourable, and were present there so much earlier and at that time solely for the purpose of completing the ordered water-levelling; thus this will provide to the discerning eye of the Noble High Indian Government, whose higher attention it cannot or shall not escape, a new and clear proof of how little Your Right Honourable spare me in this state of affairs, and rather choose to charge me with everything that could possibly, with any appearance of plausibility, however slight, be construed to my detriment. Yet innocence always finds protection, and especially when presented clearly and with all modesty; this I also believe to have done in this matter, and thus I remain fully assured that this Noble and High Tribunal will not let this pass unnoticed, and will also fully acquit me of this entirely unfounded and undeserved accusation, to my particular satisfaction and encouragement. It is also certainly much more plausible to assume that the appearance of the Honourable Commissioners Raket and van Schuld, with the Maha Mudaliyar and with many other Native chiefs and a further immense retinue of servants and coolies, who together, according to the statement made to me on that day, numbered over two hundred people, and who were all at Diwitoede at the same time as these two carpenters on their second journey to and at that place, caused a much greater stir and unrest among the inhabitants of that District, and by their far more extensive surveys proof and traversals, as they are described, could have caused considerably greater damage to the paddy crop there, than one may suppose and suggest that the presence of four people, who did nothing other than survey and record some woodwork pointed out by the First Surveyor or by his assistants, would have caused any damage thereto. X. It is certainly good and well-ordered that one accords the Native chiefs, and especially the most distinguished among them, all honor, and grants them all possible protection, and maintains them in their rank and dignity as long as they deserve it; yet, in my opinion, it is far more equitable, important, and thus even greater statesmanship never to allow them so much power and influence that upon the discovery of their crimes one would need to spare them and hesitate to proceed to their dismissal or other well-deserved punishment, upon which certainly much depends; and I believe that in this respect as well, the fundamental principles of the so renowned Governor Falck, always employed by him, may best be adopted throughout this government, under whose upright and so discerning administration I had the honor of serving the Noble Company in this government for nearly eighteen years, who was certainly taken from me as well as many others too soon, and which great man, under whose long-lasting rule the entire country flourished, and the Noble Company experienced the most excellent and finest blessings even amidst the gleaming sword of war, and all servants and other inhabitants considered and declared themselves, each in his own sphere, happy and content, never permitted his foremost native servants, and much less other Native chiefs, so much power and influence that even the least of the native inhabitants needed to fear them, but could and were permitted freely to present all reasonable complaints and grievances against them without being apprehensive that any harm would come to them or theirs on that account; and who nevertheless treated these his superior and lesser servants well, and aroused particular love and high esteem toward himself, as everyone will gladly testify with me. And may I also be permitted to submit to Your Right Honourable herewith that in its essential relation and H. Pr. Sterk No 108.
Dutch transcription
Nagezien gedagten geheel vervalt wanneer men gelieft te begrijpen dat deeze twee eenvoudige, met nog een paar Jnlandsche Dienaaren, die den voorm: Landschapje verzelden, wanneer het geheele laager Land reets door de swaare slag teegens, door het afgekoome water uijt het gebergte en door de overlooping van de groote rivier over¬ stroomt was, en zij alleen ook daarom, na verloop van wijnige daagen herwaarts moesten keeren en eerste vijf en dertig daagen laaten voor de tweede maal derwaards gegaan zijn wanneer het Land bij na in gelijke omstan„ digheeden en het gewasch reeds genoegzaam bedorven was, of geheel onder water lag, en het dus niet aanneemelijk kan zijn dat deeze vier eenvoudige lieden daar aan meer nadeel zouden hebben toegebragt als de Eerste Land„ meeter zelve met zijne bijgevoegde meede het„ pers die wel driemaal zoo veel in getal uijt„ maakten, en op uijtdrukkelijke last van uwel Edele gestr: groot achtb: derwaards gezonden waar den, en er zig zoo veel vroeger, en wel als doen alleen tot het volbrengen der aanbevoole water passing bevonden, dus dit aan het doorzigtig oog der Edele hooge Jndiasche regeesing welker hooger aandagt het niet kan of zal voor bij gaan, een nieuw in klaar bewijs zal geeven hoe wijnig uwel Edele gesta: groot achtb=en mij in deeze toedragt van zaaken verschoonen, en liever verkies en mij maar alles ten lasten te leggen wat maar met eenige, hoe klijne, schijn van aanneeming ook; tot mijn nadeel zoude konnen aangemerkt worden; Dog onschuld vind altoos bescherming, en wel voor al, wanneer te klaar en met alle beschijden¬ hijd voorgesteld word, dit meen ik ook in deeze te hebben bestaan, en dus houde ik mij vol„ koomen verzeekerd dat deeze Edele en Hooge vierschaal dit niet ongemerkt zal laaten door„ gaan, en mij ook van deeze geheel ongegronde en onverdiende beschuldiging, tot mijne bijzon„ deze voldoening en opbeuring volkoome vrij spreeke¬ Het is ook zeeker veel eer te onderstellen dat de ver schijning van de E=s gekommitteerden Raket en van Schuld met den Maha -Moddeljaar en met veele andere Jnlandsche hoofden en verder ontzaggelijk gevolg van Dienaars en koelies; die tezzaamen, volgens de aan mij ten dien daage gedaane verklaaring, een getal van ruijm twee hondert Menschen uijtgemaakt hebben, en die allen te gelijker tijd met deeze twee simmerlieden op hun tweede sogt na en te Diwitoede waaren een veel grooter opzien en ondust onder de ingezeetenen van Dat Distaikt verwakt, en door hunne veel uijtgebrijder opnee¬ bewijs „mingen H. Dr Sterk N=o 10:8 B Nagezien mingen en doorstrekkingen, zoo als ze voor„ gesteld worden, vrij grooter nadeel aan het Nelie gewasch aldaar zouden hebben konnen toebrengen, zoo men mag veronderstellen en aanduijden dat de teegenwoordighijd van viem menschen, die niet anders gedaan hebben dan eenige door de Eerste Land-Meeter of door zijne assistenten aangeweeze houtwerken opteneemen en opteteekenen daar aan eenige schaade zouden veroorzaakt hebben. X. Is het zeeker goed en wel geordent dat men de Jnlandsche hoofden, en wel voornaament¬ lijk de aanzienelijkste onder hun, al het geoee toebrengt, en alle mogelijke bescherming vergund en bij hun stand en waardighijd bewaard zoo lange ze het verdienen, dog het is, na mijne gedagten, veel billijker aangeleegener, en dus nog grooter staat kunde hun nimmer zoo veel magt en invloed toestaan dat men bij ontdekking van hunne misdrijven, hun zoude behoeven te ontzien, en, schroomelijk tot hunne afzetting of andere wel verdiende straffe treeden waar aan zeeker veel geleegen legd; en ik geloove dat ook in dit opzigt wel best door al in dit gouvernement, moogen aangenoomen worden de altoos gebeezigde grond beginzelen van den zoo roemeijke heer: gouverneur Falck, onder wiens braaf en zoo doorzigtig belijd ik de eese gehad heb„ be de Edele maatschappije in dit gouverne„ ment bij na agtien Jaaren te dienen voor¬ Zeeker mij Zoo wel als veele anderen te vroeg ontvallen is, en welke groote man, onder wiens langduurige Regeering het geheele Land bloeijde, en de Edele maatschaspije de ver„ treffelijkste en beste zeegeningen zelvs bij het glimmende swaard des oorlogs, ontmoette, en alle Dienaaren en verdere ingezeetenen Zig, een ieder in het zijne, gelukkig en vergenoegd agte en verklaarden nimmer aan zijne eerste Tona Bedienden; en nog veel minder aan andere inlandsche hoofden, zoo veel magt en invloed toeliet dat de minste „der natuurlijke ingezeetenen zelfs hun behoefden te ontzien, maar vrijelijk alle billijke klagten en beswaaren teegen hun konden en mogten voorstellen zonder bedugt te zijn dat hun of de hunnen daar over eenig leed zoude toekoomen, en egter deeze zijne eerste en minder Dienaa„ ren wel behandelde, en het bijzondere liefde en hoog agting tot hem opwekte gelijk een ieder gaarne met mij zal willen getuijgen. En het zij mij ook geoorlofd uwel Edele gesta: groot achtb: bij deeze temoogen voor„ stellen dat het in zijne weezendlijke be„ en trekking H=t Pr. Sterk N=o 108.
English
Checked it is of no less importance that the Company's old European servants, and especially those placed in high and more distinguished posts, both in general and particularly in this so extensive government; and who fulfill their high obligations with all possible attention and according to their best abilities, are also maintained in all respect, and encouraged and cheered by all proper guidance, and thus bound more and more to the attentive observation of their duties, to which certainly such treatment as has been dealt out to me in the case of the so well-meaning surveys of the condition of Dieitoere on the mere statements of a native chief, and through several previous, no less very sensitive and highly humiliating cases, which I do not consider necessary to explain for the present, can certainly not be of much use, and thus can and indeed must cause very much harm through discouragement, and Your Noble, Respected, Highly Honorable Worships will yourselves certainly understand in the full force of its meaning, if Your Honors would only please to observe that precisely these servants placed in higher posts, through their faithful as well as zealous efforts, must continuously support and help bring to a good end all the good arrangements of the supreme ruler, especially with regard to the cinnamon, pepper, coffee, cardamom, areca, and sappanwood plantations and in many other great affairs of the country, and without whose effective and zealous cooperation, in my opinion, no supreme ruler in this so extensive and so important government will ever be able to bring his efforts and intentions to any substantial satisfaction and thus much less to perfection, even if the uncommon wisdom and knowledge of the great Solomon and the years and attention of the old and worthy Nestor were bestowed upon him, and in my judgment even with those splendid, excellent, and very uncommon gifts, none of those advantageous arrangements that one might in any way imagine could and might ever be brought to any substantial permanence, but would either languish in their birth and upbringing and very easily perish, or remain in their progress without true and substantial effect, and thus never meet the good expectations thereof; and so, in my view, it is of no less importance to bind all such old servants, who strive according to their best abilities and are best suited for it through experience—for newly arrived or inexperienced men certainly do not acquire such important posts—as much as possible to their duties in this government, in which they have resided for so long, with all possible and proper cordiality, and not, with all kinds of harsh and belittling treatments, make the burden imposed upon them increasingly difficult and thus finally through discouragement indeed force them to have to ask for their discharge from their so oppressive burden and return again to the land of their birth, or lead an almost completely inactive, and thus for the Noble Company completely unserviceable and useless life in the country itself, to the former of which I now also see myself compelled by the burden pressing upon me more and more, and, completely weary of such undeserved treatments, have therefore requested my discharge from this my so sorrowful and increasingly complicated post from the Noble High Government of the Indies, and only declared, in the petition presented by me to Their Honors for that purpose, that I was moved thereto because I could no longer make good from my own so limited means the required large expenditures for the proper maintenance of the prestige and honor attached thereto, on the frequent arrival and stay of so many foreigners, among whom are often persons of high rank and estate, which reason I thus also presented only so as not to publicly display before Your Noble, Respected, Highly Honorable Worships such humiliating and thus so H. P. Sterk 8. Checked A. P. Sterk No. 10. 8.
Dutch transcription
Nagezien trekking niet minder aan geleegen is dat skomp=s oude Europeese dienaaren, en voor al die in hooge en meer aanzienelijke Pos„ ten. zoo wel over het geheel, als in dit zoo uijtgeschikt gouvernement in het bijzonden gesteld zijn; en die hunne hooge ver„ pligting met alle mogelijke aandagt, en na hunne beste vermoogens, volbrengen, ook in alle aanzien bewaard, en door alle voeglijke oplijding aangemaedigd en op¬ gebeurd en dus meer en meer tot de aan¬ dagtige waarneeming hunner pligten ver¬ bonden worden, waar toe zeeker eene zoodanige behandeling, als mij in het geval der zoo welmeenende opneemingen van de gesteldhijd van Dieitoere op de bloote aangeevingen van een Inlandsche hoofd, en door meer voorige, niet min Zeed gevoelige en ten hoogste verneede„ rende gevallen; die ik voor het teegen„ woordige niet nodig agte te verklaaren toegedeeld zijn, zeeker niet zeer konnen dienen, en dus door moedelooshijd zeer veel nadeel konnen en wel moeten toe¬ brengen, en uwel Edele gesta: groot achtbaaren zelven, wel in de volle kragt der beteekenis zullen begrijpen wanneer hoogst dezelven maar gelieve op„ temerken dat even deeze in hooger posten gestelde dienaaren, door hunne zoo ge¬ trouwe als ijverige betragtingen alle de goede indigtingen van den oppergebieder voor al met betrekking tot kanneel, peper, koffij, Kaademon, arteek en Sap„ panhout plantagien en in veele andere 'slands groote aangeleegend„ heeden, geduurzaam moeten ondersteu¬ nen en meede tot een goed eijnde hel„ pen brengen, en zonder welker kragt¬ daadige en eijverige meede werking na myne gedagten, geen opperge„ bieder in dit zoo uijtgestrekt en zoo important gouvernement immer in staat zal zijn, zijne betragting en deswegens tot eenige weezendlijke ge¬ noegdoeningen en dus veel minder tot volmaakthijd te brengen schoon hem ook de ongemeene wijshijd en kennis van den grooten Salomon en de Jaaren en aandagt van den oude en braave Nestor toegedeeld wierden en na mijn oordeel zelvs met die heerlijke uijtneemende en zev ongemeen „ne gaavens, geen van die voordeelige bevogingen, die men zig maar eenig¬ wanneer „zints H=k P=r Sterk . 8. Nagezien zints zoude konnen en moogen voorste len, immer tot eenige weezendlijke stand en meed niet zullen of konnen gebragt worden, maar, of in hunne geboorte en oplijding kwijnen en veel ligt te niet gaan, of in hunne voort„ gang zonder waare en weezendlijke uijtwerking blijven, en dus nimmer aan de goede verwagting daar van voldoen, en dus is na mijn inzien het van gantsch geen minder belang om alle zoodanige, na hunne beste vermoogens ijverende oude en door on¬ dervinding daar toe best voegende Dienaaren, want nieuw aangekoomen of onbedreevene worden zeeker niet zoodanige aangeleegene Posten verkoo¬ pen, zo veel mogelijk aan hunne plig„ ten in dit gouvernement, waar in zij een zoo lang verblijf hielden, met al„ le mogelijke en voegelijke hartelijk¬ hijd te verbinden, en hun niet met allerlije harde en verklijnende be¬ handelingen den hun opgelegde last, hoe langer zoo megelijker te maaken en dus eijndelijk door moedelooshijd wel te noodzaaken hun ontslag van hunne zoo drukkende last te moeten vraagen en na het Land hunner ge„ boorte weder te keeren, of een bij na geheel werkeloos, en dus voor de Edele maatschap„ pije gantsch ondienstig en onnut leeven in het Land zelve te lijden, tot welke eerste ik mij nu door de mij hoe langer zoo meer drukkende last ook verpligt zie, en, zer„ daanige onverdiende behandelingen geheel moede, daarom mijn ontslag uijt deeze mijne zoo verdrietige en meer en meer moeijelijk gemaakt wordende Post van de Edele hooge indiasche regeeding verzogt en maar alleen bij het ten dien eijnde door mij hoogst dezelve aangeboode re„ quest verklaard hebbe, dat ik daar toe bewoogen wierd, wijl ik niet langer uit mijn eijge zoo bepaald vermoogen konde goed maaken de vereijscht wordende groote uijtgaaven tot behoorlijke maintenue van het daar aan verbonde aanzien ende eede, bij de meenigvuldige aankomst en het verblijf van zoo veele vreemdelingen waar onder dikwijls perzoonen van hooge rang en staat zijn, en welke reeden ik dus ook maar alleen voorgesteld hebbe on mij niet oopentlijke voor uwel Edele gestr: groot agtb: zoo verneederende en dus zoo hunne hadde A: Pr: Sterk N=o 10. 8.
English
Examined had treatment to complain of, but to which I now also, however reluctantly, see myself compelled, because I find myself not only publicly placed on an equal footing with a native servant, but even receive the most convincing proofs that your Right Honourable, highly esteemed Worships take his case into far more favourable consideration and protection than everything I have invoked for the oath of my station and esteem, and for the preservation of my so crucial credit; and my interests are thus set far behind his, and in those respects all possible slights and harsh treatment befall me, and by a public resolution not only are all conceivable disadvantages of bad conduct, biased conception, and reckless insult against him and his son attributed to me, but on top of that it is also imposed upon me to have to justify myself publicly regarding some of these so humiliating propositions, which certainly demonstrates to me for the present that I am not spared in any least respect of rank, dignity, or any other relation, and that against such a man, which certainly can bring me very little pleasure, and may promise me even far less good for the future! But to everything in this dreary vale of tears there is an end, and thus it will also soon come to an end in this oppressive territory to all this harsh and so humiliating treatment inflicted upon me so utterly undeservedly, with which I console myself for the present. XI. I deem myself bound to have to elucidate further to your Right Honourable, highly esteemed Worships hereby that, upon dispatching my respectful memorial or Note dated 25 May of the last passed Year, in order to give your Right Honourable, highly esteemed Worships provisionally a most satisfactory report of affairs regarding my commission appointed shortly before for the accurate survey of the District of Diwitoere, I had not yet received the letter from the Right Honourable Lord Governor dated the fifth of June, intended and sent to me in reply thereto, and therefore deemed it necessary to insert that aforementioned Note or Memorial, which contains nothing H=k Pr. Sterk N=o 10. 8. Examined but the most respectful declarations, into the official Letter dispatched from here on the sixth of that month, and your Right Honourable, highly esteemed Worships thus, after my having shown this so dutiful and good precaution, in your Deliberative Remarks on the day of the provisionally taken resolution concerning what occurred regarding the District of Diwitoere, certainly gave no friendly interpretation, and therefrom, were it possible, would even draw such conclusions as might be most obstructive to me in my present justification, and which are certainly not contained therein, since the first Land Surveyor Foenander with the two Carpenters attached to him departed only on the 8th of that month, for the second time, to carry out their commission, in my view of the highest importance and so useful to the Country, for the survey of and to the District of Diwitoere, and on my genuine supposition that I was acting well and as required by the circumstances, as is most clearly evident from the submitted papers, and can be indisputably proven from the further notes kept in that respect. XII. May your Right Honourable, highly esteemed Worships not take it amiss of me that, in this my dutiful justification regarding my survey appointed to Diwitoere—and notwithstanding your very provisional and to me so very humiliating Order of 9 May of the last passed Year, disapproved, but in my thoughts dutiful and necessary—dispatched as a commission for the second time on the eighth of June, I submit for your attention and further consideration that it must not a little astonish me, and certainly many others to whose notice this shall come, that whereas by your Resolution of 21 October it stands clearly cited that supposition H: D: Sterk N=o 10. 8. that
Dutch transcription
Nagezien hadde behandelingen aan mij te beklaagen, dog waar toe ik mij nu al meede, hoe ongraane ook, genoodzaakt zie, wijl ik mij met een inlandsch Dienaar niet alleen in het pu„ bliek gelijk gesteld vinde, maar zelvs de over„ tuijgendste bewijsen ontvange dat uwel Edele gestr: groot agtb: zijn geval in veel gunstiger beschouwing en bescherming neemt, dan al het geen ik tot eede van mijn staat en aan„ zien, en tot behoud van mijn zoo aangeleege kredit opgeroepen hebbe, en mijn aangelee„ gendheeden dus verde agter de zijnen gesteld worden, en mij indien opzigten alle mo„ gelijke verklijningen en harde behandelingen toekoomen en bij een oopentlijk besluijt mij niet alleen alle bedenkelijke nadeelen van kwaad belijd, eenzijdig begrijp, en ligtvaar„ dige beleediging teegens hem en zijn zoon worden toegekend, maar mij ook nog daar en booven opgelegd word om mij over eenige deezer zoo verneederende voorstellen oopentlijk te moeten verantwoorden, het geen mij zeeker voor het teegenwoordige, aantoont dat ik in geen het minste opzigt van staat, waardighijd, of eenige andere betrekking, en nog wel teegen een zoodanig man, ontzien worde, het geen mij zeeker gantsch niet veel genoegen kan toebrengen, en er mij voor het toekoomende nog veel minder goeds uijt belooven mag! dog aan alles is in dit droenig keder ende medech een eijnde en dies zal het ook wel haast in dit drukkend gebied aan alle deeze mij zoo geheel onverdiend aangedaane harde en zo verneederende behandelingen zijn, waarmeede ik mij voor het teegenwoor„ dige vertrooste. L: Agt ik mij gehouden uwel Edele gesta: groot agtb: bij deeze nader te moeten elucideeren dat ik, bij het afvaardigen van mijne eerbiedige memorie of Nota in dato 25. maij des laast gepas„ seerde Jaars, om uwel Edele gestr: groot agtb: provisioneel een meest voldoend ver„ slag van zaaken met betrekking tot mijne ter nauwkeurige opneeming van het Landschapze Diwitoere kort te vooren bepaalde kommissie te geeven nog niet ontvangen hadde, den daar op in antwoord toegedagte en mij toe„ geschikte briev van den hoog Edelen heer gouverneur in dato vijfde Juny en daar om nodig agte die voormelde Nota of Memorie, die niet dan H=k Pr. Sterk N=o 10. 8. veel Nagezien dan de eerbiedigste betuijgingen inhoud, bij die op den sesde dier maand van hier afgevaardigde officieele Briev te insereeren, en uwel Edele gesta„ agen groot agtb: dus, na mijne aan deeze zoo pligtelijke en goede voorzorge bij derzelver Deliberatieve Aanmerkin gen ten dage van het provisioneel genoome besluijt over het voorgevallen ne wegens het Landschapze Di„ witoere, zeeker geene vriendelijke uijtlegging geeven, en daar uit /:waa het mogelijk:/ wel zoodanige gevol„ met gen willen trekken als mij meesd in mijne teegenwoordige verant„ woording zouden konnen hinderlijk zijn, en 'er voor zeeker niet in opgeslooten leggen, wijl de eerste Landmeeter Foenander met de twee hem toegevoegde Timmerlieden eerst den 8. dier maand, voor de tweede maal tot het volbrengen hun ner na mijn inzien, ten hoogste aangeleege en voor den Lande zoo nuttige kommissie ter opneeming van en na het Landschapze Di„ witoeke, en op mijne weezendlijke onderstelling dat ik wel en na vereijsch van zaaken handelde vertrokken zijn, gelijk uijt de overgelegde papieren ten duijdelijkste blijkt, en uijt de ten dien opzigte gehoudene verdere aan„ teekening onweederspreekelijk kan be„ weezen worden. XII. gelieven uwel Edele gestrenge. groot agtb: mij niet kwalijk te duijden dat ik bij deeze mijne pligtelijke verantwoording weegens mijne na Diwitoere bepaalde, en niet tee„ genstaande hoog derzelver voorzienige en voor mij zoo zeer verneederende Aanschrijving van den 9. maij des laast gepasseerde Jaars, afgekeurde dog, na mijne gedagten, pligtelijke en noodzaakelijke opneeming, voor de tweede maal op den agste Junij af¬ gevaardigde kommissie hoog derzelver aandagt en nadere overweeging voor¬ stelle, dat hij mij, en zeeker veele anderen, die dit ter kennisse zal koomen, niet wijnig moet verwonderen dat daar bij hoogst der„ zelver Resolutie van den 21. oktober heede duijdelijk aangehaald staat onderstelling H: D: Sterk N=o 10. 8. dat
English
Examined that upon the presentation of the mentioned matter in the Council of Ceijlon, the other members present at the time, besides the chief administrator Sluijkken, whose submitted advice deserved no more notice and acceptance than my presentation to that end, were all pleased to conform to the also submitted advice of the dessave Preti as far as the main substance thereof was concerned, and wherein nothing of any mere, and thus much less intentional, disobedience against your Honorable, Valiant, Highly Esteemed definitive orders was spoken of to my charge, I nevertheless, by the resolution taken by the same on that day, and indeed with the clear and ungenerous declaration, was deemed and represented as guilty thereof, and regarding which supposed disobedience, according to my thoughts, I have surely and properly excused myself in this my further justification, and I also flatter myself that I shall be entirely acquitted and declared free thereof both by the Honorable High Indian Government and by your Honorable, Valiant, Highly Esteemed self: And since the mentioned Dessave further states at the end of his aforementioned advice that he holds himself assured that all the commissions to Diwetoere were carried out in good faith, and your Honorable, Valiant, Highly Esteemed, in your deliberative remarks upon more than one presentation, state that one cannot deem and hold as acceptable anything other than that which rests upon one's own knowledge and observation, and not upon that of others or upon their information, yet the submitted reports of the first land surveyor Foenander and of the documents belonging thereto, and the report of the engineer Johannes concerning the actual condition of Diwetoere, to which he himself was previously tasked by your Honorable, Valiant, Highly Esteemed, were rejected so completely and to such an extent as if they deserved not the least consideration, although all or far the most of their statements and declarations rest entirely on their own knowledge and observation, and the further report submitted under H: Dr: Sterke No 10. 8. date of the third of July by the honorable commissioners Raket and van Schuler, concerning their thoughts on Diwetoere, rests for by far the greatest part on arbitrary conjectures and on the information that came to them from some native Taffermadoes, whom I, and probably many with me, especially in this government and under these so delicate circumstances, cannot deem and hold as any more honest, knowledgeable, and infallible than the two land surveyors, the carpenters, and the two or three Sinhalese servants who assisted the first land surveyor Foenander in surveying the aforementioned district, and especially in pointing out, counting, and recording the timber found there, and who offered to further prove their statements and designations, and also confirmed them by solemn oath, which according to my thoughts is a counter-presentation and demonstration of quite considerable force and consideration, and will also certainly not pass unnoticed by the discerning eye of the Honorable High Indian Government. Now, as regards the conduct of the Maha Mudaliyar Dias mentioned by me in official letters of the 6th and 14th of June of the last-passed year in the matter of and against the head of the castes of the Chando and fishermen residing in this province, who in the months of June and July of the year 1785, principally here, and indeed mostly over the words of Atele Doerawe and Oede Gangattere Karawe mentioned in the new instructions designed and determined by your Honorable, Valiant, Highly Esteemed in the month of February of the same year for the native chiefs for their further regulation, which, as they understood, humiliated their castes, and by which they considered themselves greatly degraded and debased, created so much commotion and unrest, of which your Honorable, Valiant, Highly Esteemed now ask me for further explanation and information, I have the honor to state in this regard: I. That it is known to the whole world, and thus will not be contradicted, that for many years past this Maha Mudaliyar has been very hostile toward the heads of both of these above-mentioned castes, the titular Mohandiram and Sinhalese interpreter Siemon de Zilva, and the since deceased titular Mudaliyar and Malabar interpreter Augustinus Ferdinandus, and has caused them all possible grief H=t Ps Sterk No 10.8.
Dutch transcription
Nagezien dat op de voorstelling van gem: zaak in raade van Ceijlon de verdere als doen aanweezende heeren Leeden buijten den heer hoofd-administra teur sluijkken, wiens overgelegd advies niet meer aanmerking en aan neeming dan mijne voorstelling ten dien, eijnde heeft moogen verdienen zig allen met het meede ingediend aclries van den heer dessave preti zoo verre het hoofdzaakelijke daar van betrof, wel hebben gelieven te Conformeeren, en daar bij niets vaan eenige bloote en dus veel min der opzettelijke dit obadientie teegen uwel Edele gestr: groot agtb: stellige orders ten mijnen lasten gesprooken word, ik egter bij hoogs derselver ten dien dage genoomen besluijt, en wel met de handate= en ongeneegendete verklaring daar aan schuldig geagt en voorgesteld ben, en over welke onderstel„ de Disobedientie na mijne gedagten ik mij zeeker wel en na behooren bij deeze mijne nadere verantwoording verantschuldigd hebbe, en mij ook vlije zoo door de Edele Hooge Indi„ asche Regeering als door uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare Zelven daar van geheel te zullen vrijgekend en verklaard worden: En daar gem: Dessave verder aan het eijnde van zijn voormelde Advies zegt zig verzeekerd te houden dat alle de kommissien na Dine„ toere ter goeder trouwe volbragt Zijn en uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare bij hoogst derzelver deliberative aanmerkingen bij meer dan eene voorstelling Leggen dat men niet voor aanneemelijk kan agten en houden dan het geen of eijge kennis en bevinding, en niet op die van anderen of van Hunne on¬ derdigting steunt, agter de overgelegde Rap„ porten van den Eerste Land-meeter Foe„ nander en van de daar toe behoorende Beschijden, en het Berigt van den Jngenieur Johannes over de weezendlijke gesteldheid van Diwetoere, waar toe hij Zelfs te voore door uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaare gelast wierd, zoo geheel en zoo verde verworpen als of ze geene de minste aanmerking moogen verdienen, daar tog alle of verde de-meeste hun¬ ner opgaaven en verklaaringen geheel op eijge kennis en bevinding steunen, en het onder nadere H: Dr: Sterke N=o 10. 8. dato Nagezien dato derde Julij door de E= gekommitteerden Rakot en van Schuler overgelegt Berigt, wegens Hunne gedagten over Diritoere, voor verre het grootste gedeelte steund op eijgendúnkelijke gissinge, en op de Hun E=s toegekoome onderrigtingen van eenige Jn„ landsche Taffermadoes, die ik en waarschij„ nelijk veelen met mij, voor al in dit gouver„ nement en in deeze zoo delikaate omstandighij voor niet. eerlijker, kundiger en onfijlbaarder kan agten en houden dan de twee Land-mee ters, de Timmerlieden en de twee of drie singa„ leese Bedienden, die den Eerste Land-meeter feo nander in het opneemen van voorm: Landschap„ se, en voor al bij het aantoonen tellen en ofschrijven van de aldaar bevonde houtwerken geassisteerd en aangebooden hebben Hunne op¬ gaaven en aanduijdingen nader te willen aan toonen, en ook met solemneele eede bevestigd het geen na mijne gedagten eene teegen over„ stelling en betooging van al vrij veel kragt en aanmarking is, en ook zeeker het doorzig„ tig oog der Edele hoog Indiasche Regeering gantsch niet onvermerkt zullen voor bij gaan wat nu betreft de door mij bij officieele Bre ven van den 6. en 14. Junij des laastgepas„ seerde Jaars opgehaalde Gedrag van den Maha„ Moddeljaar Dias in de Zaak; en teegen de Hoofd van de zig in deeze Provintie bevindende kasten der Chandol en vissers, die in de maanden Junij en Julij des Jaars 1785. , voornamentlijk alhier en wel meest over de in de door uwel Edele Gestrenge Groot Achtbaade in de maand Februarij desselvden Jaars ontwerpe en bepaal„ de nieuwe Instructie voor de Jnlandsche Hoofden ter hunner nadere reguleering over de tot vernedering van, zoo zij begreepen Hunner kasten, vermelde woorden van Ate¬ le Doerawe en oede gangattere karawe waarmeede zij zig grootelijks vertaagt en vernederd hielden zoo veel beweeging en onrust maakten, waar van uwel Edele Gestrenge groot Achtb: Mij nu nader verklaringe onderrigting vraagen, zoo heb Ik de eere deswegens te dienen. I. Dat het de geheele wareld bekend is, en dus niet zal tegengesprooken worden dat deeze Maha -Modeljaar van veele Jaaren herwaards de Hoofden van bijde deeze hier boven vermelde kasten, de titulair Mo„ handiram en Singaleeze Jolk Siemon de Zilva, en de Zedert overleede Jutulair Mod„ deljaar in Mallabaarsch tolk Augusti„ nus Ferdinandus Zeer vijandig geweest is, en hun alle hem mogelijke verdriet van H=t Ps Sterk N=o 10.8.