Inventory 10020
Ceylon · 361 pages · 98 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Right Honorable Lord Governor, I have received the letter which your Honor did me the honor to write to me on the 30th of the past month, to communicate to me various resolutions taken in the meeting of the Lords Seventeen, and to note that this government has reason to be very satisfied with the Regiment de Meuron during the time that it is garrisoned in this government, and that in particular the Lord Governor would have been able to give the highest satisfaction. Beside each article is noted: It is approved and agreed hereon, that the officers of this regiment really need the allowances that have been paid to them up to now, if they are to subsist in any way decently. The Honorable Colonel de Meuron in particular, and all the officers in general, as well as the discipline and good order in which the regiment has always been maintained, have given full satisfaction, and this is also to be brought with much earnestness to the attention of the Right Honorable Lords Seventeen, as well as the Honorable High Indian Government, and thereby to demonstrate to their High Mightinesses with the greatest emphasis that it is found good and agreed that the reductions which your Honor announced to me, would have humiliated the regiment; silence would have been the only sign of my respect that I could have shown your Honor. But, my Lord Governor, has your Honor had any cause for displeasure since the regiment has been in your government? If no opportunity has arisen to show its zeal and readiness for action, this is a fortune for the colony. I had the honor to say as much to your Honor, My Lord Governor, in my letter of 29 December 1788; I have the honor to confirm the same to your Honor. The regiment, by removing itself further from its fatherland, did not expect to find itself exposed to countless deprivations, to undergo a total change in its habits, and the excess of misfortune that the officers see their salaries curtailed, so that the majority of those gentlemen will find themselves unable to meet their necessities. Your Honor knows it, My Lord Governor, and your Honor has heard the gentlemen of the Commission say it, that it is not possible for the subaltern officers to subsist, and I even think that those gentlemen declared themselves clearly enough to have an increase granted without delay. If the Lords Directors in Europe know the emoluments granted to the military, their Honors certainly do not know the price of foodstuffs and other expenses of prime necessity: your Honor, My Lord Governor, has knowledge of all these circumstances, and the power to inform their Honors of the same. I appeal, My Lord Governor, to your justice and fairness, not only for the benefit of the officers of the Regiment de Meuron, but also for the benefit of all military personnel of your government, who are all ready to shed their blood for the interests of the Honorable Company and for your fame. Considering that the order of the Lords Majors, given in their very esteemed missive of 3 December 1789, to regulate the emoluments of the officers of this regiment according to the 18th article of the capitulation, is very positive, it is approved and agreed, provisionally and until further orders from their Right Honorable High Mightinesses, to place the emoluments of the captain-lieutenants, lieutenants, sub-lieutenants, ensigns, surgeon-major, surgeon, and surgeon's mate on the footing of the officers, surgeon-major, and surgeons of the national troops, only with this alteration, that the present surgeon-major, who has now served for 7 years, shall be allowed to have the same emoluments that the national surgeon-major in second contract enjoys. It is also understood that the rations shall be provided in kind, and if there is no stock, in cash, calculated against the average selling prices of the last five book-years by the battalion, namely: one lb: Frisian butter at fourteen Indian stuivers, one jug of wine at twenty-six Indian stuivers, one jug of olive oil at forty-two Indian stuivers, and But must these victims, who are ready to sacrifice themselves, expect the order for this in a time of peace, which does nothing to encourage courage and bravery? The 18th article of the capitulation granted to the men of the regiment all the benefits which the other troops of the Honorable Company enjoy, under whatever designations they may be found. I pray your Honor, My Lord Governor, to consider that in the note which your Honor did me the honor to send me, no mention is made of the money for the laborers, and that this is indeed a substantial benefit. The private and detached commandants' posts are also benefits; I request your Honor, My Lord Governor, that the same shall in future also be granted to the officers of the regiment, together with those of the battalion.
Dutch transcription
Is goed gevonden en verstaen hier op ment de Meuron, tig hebben, zoo ze eenig„ ins ordentelijk zullen zoude hebben kunnen geeven. voldaen is over den E: Collonel de Meuron in Maar mijn heer Gouverneur, 't bezonder, en over alle de officieren in 't algemeen, heeft uwel Edele eenige oor„ Wel Edele Heer Gouverneur als meede over de discipli„ zaak van misnoegen gehad ne en de goede order, waer in 't regiment steets is zeedert dat het Regiment in gehouden, en dit ook met Ik heb de brief ontvangen, die uw veel empressement te„ uw Gouvernement is? indien wel Edele mij de eere gedaen heedrengen onder 't oog van zig geene geleegendheid heeft de wel Edele Hoog agtb: te schrijven den 30: der voorleede deeren zeventienen, als opgedaen om desselfs ijver en meede van de edele hooge maand, om mij te bedeelen verschijndische regeering, en hand-dadigheid te toonen, is resolutien genoomen in de vergadaar bij aen hoogst de„ zulks een geluk voor de Co= elven met de grootste pnen „zing van de Heeren 17:=nen tonie. adruk te vertoonen, dat de officieren van Indien zig het Regiment, het zij dit regiment de ap„k heb de eer gehad uw wel Edele doinctementen, die den zulks te zeggen, Mijn Heer Gou= heel of ten deele te buijten had en tot hier toe zijn gegaan, of in desselfs pligtenbetaald, werkelijk noo„ verneur, in mijn brief van den aentemerken, dat deeze regeering reden was nalatig geweest, zoude 29: xber: 1788:, ik heb de eer heeft om zeen voldaen reductien, die uw wel Edele mestaan. uw wel Edele zulx te bevesti„ te zijn, over 't regi= gen. Het Regiment, door zich aenkondigd, verneederd hebben, geduurende dat 't zelve in dit gouver„ het stilswijgen zoude het eeni„ verder van desselfs vaderland nement guarnizoen ste teeken van mijn eerbied zij houd, en dat in 't be„ te verwijderen, had niet te zonder de Heer Gou„ geweest, dat ik uw wel Ede verwagten van zig bloot gesteld verneur ten hoogsten bezijden elk articul word aenge teekend: voldaen zoude te zien 51. te zien aen beroovingen zonder getal, eene geheele verandering in desselfs gewoontens te ondergaan en het overmaat van ongeluk dat de Heeren officieren zig in hun tractement verkort zien, 2 dat het grootste gedeelte dier Hteeren zig buijten staat zullen vinden om aen hunne benoo¬ „digtheeden te voldoen. uwel Edele weet het, Mijn Heer Gou verneur, en uw wel Edele heeft de Heeren van de Commissie het hooren zeggen, dat het n mogelijk is dat de Heeren sub „terne officieren konnen bestaa en ik denke zelfs dat di Heeren zig duijdelijk genoeg verklaart hebben, om zonder uijtste eene vermeerdering te laeten geeven. Indien de Heeren Bewindhebberen in Europa de aen de militairen toegestaane Emolumenten kennen, weeten hun Ed=e zeekerlijk de prijs niet der Eetwaeren, en andere uitgaaven van de eerste noodzaekelijkheid: uw wel Edele, Mijn Heer Gouverneur, hebt ken„ „nisse van alle deese omstan„ „digheeden, en de magt hun Ed=e van dezelve te onderrigten: Jk beroepe mij Mijn Heer Gouver„ „neur, op uw regtvaardigheid en billijkheid, niet alleen ten voordeele van de officieren van het regiment van Meuron, maer ook ten voor= „deele van alle militairen van uw Gouvernement, die alle gereed zijn om hun bloed te vergieten voor de belangens van de Edele Indien Com= - Is uit aenmerking, dat de order van de heeren Majores, gegeeven bij hoogst der„ zelver zeer g'eerde gedaen mij toe te zenden, Compagnie en voor uw roemendigs, Chirurgeijn, geen melding gedaen word Maer, moeten deeze slagt- of ijns te stellen op den van het geld der werks= oet van de officieren, fers, die gereed zijn om zig of Chirurgijn majoor en lieden, en dat dit wel Chirurgijns van de na„ te offeren, de order hier toe een weezendlijk voor„ imaele troepen, alleen verwagten in een tijd van Een t deeze verandering, deel is. „t de presente Chibur„ de, die niets toebrengt om in majoor, die nu de moed en Dapperheid over wend 7: Jaeren heeft de particuliere en gedeta„ sungeerd, zal moogen Cheerde Commandants plaet„ ebben dezelfde emo„ te wakkeren. sen zijn ook voordeelen, ik menten, die de nationae„ De 18:e artikel van de Capitu Chirurgin masoor in„ latie aen de manschappen n tweede verbandge „ verzoeke uw wel Edele, Mijn Heer Gouverneur, get. van het Regiment toestad is teffens verstaen, dat dezelve in het toe„ dat de randzoenen aen de alle de voordeelen, welke in zullen worden ver= koomende ook aen de of„ missive van den 3: trekt in natura, en december 1789, om de andere troepen van de van geen voorraed le Compagnie genieten, onderijnde, in Contant, tegens ficieren van het regi= de emolumenten van de officieren van dit„ gemiddelde verkoops ment worden toegestaan, regiment teregulee„ welke benaemingen zig de wijsen van de laetste „len na 't 18: articel tegelyk met die van het vijf boekjaeren, door den van de Capitulatie, zelve ook moogen bevindenderen gereekend naeme„ Battaillon zeer stellig is, goed ge„ lijk: bidde ik uw wel Edele, My en lb: vriesche boter tegens vonden en verstaen, om veertien indische stuivers bij provisie en tot nader Heer Gouverneur, te overwe en kan wijn teegens ses order van hunne wel gen, dat er in de Nota; en twintig indische edele Hoog achtb:, de stuivers emolumenten van de Capitein Luitenants, luij„ uw wel Edele mij de eer he kan olijven olij tegens twee en veertig indische stuivers en lesoor en aide Chirur= tenants, sous luitenants, vaendrigs gedaen een 52:
English
a pot of Dutch vinegar, for nine Indian stuivers. It is approved and understood. It is further understood that the subaltern officers of the regiment shall, from the first of September next, be granted the same gratuity or free workers' money as the national subaltern officers enjoy, namely, to each first lieutenant of a company six rixdollars, and to the sous-lieutenants and ensigns each three rixdollars per month. Finally, in consideration that the emoluments of the staff officers of this regiment amount to virtually as much as those of the national staff officers, and that the emoluments of the captains of the regiment amount even to less than those of the national captains, when one includes therein the custom and free workers' money that the national staff officers and captains enjoy: it is approved, pending further disposition of the honorable High Indian Government, to let the emoluments of the staff officers and captains of the regiment remain on the footing as they have been paid until now. The regiment being divided into four principal garrisons, Colombo, Galle, Trincomalee, and Cochin, and from two of these places there are detachments stationed at Matara and on Oostenburg: this division being to the advantage of the Honorable Company, is it not natural that this should not be at the expense of the Colonel, who must have in each of these places a person who is charged with the administration of the accounts, for which the four lieutenants à la suite were intended; their utility was acknowledged at the Cape, although the regiment was together there; the government granted the emoluments, for seven years they have enjoyed the same, and at the moment that they are not only useful, but necessary, it is proposed to reduce this gratuity. I must observe, Governor, that in all places where the Honorable Company has troops, there are offices to do the work. In consideration of the reasons cited on this side; and that since the captain-lieutenants do no duty as subalterns in this government, the regiment needs more subaltern officers than are designated for it, in order not to be more burdened in the service than the nationals, of which each company has three subaltern officers: it is, in accordance with the proposal of the Honorable Colonel de Meuron, approved and resolved humbly to request the Lords Majors to come to an agreement with the Colonel Proprietor of this regiment, that except for a captain-lieutenant for the Colonel's company, those of the remaining nine companies shall be left unfilled upon vacancy, and that on the other hand, twelve sous-lieutenants shall be added to the regiment with the salaries of ensigns, and also that the four secretaries may enjoy the emoluments of a lieutenant; and it is likewise understood, provisionally and until further approval of their Right Honorables, not to fill the vacant captain-lieutenant positions in this regiment, and on the other hand to let the sous-lieutenants who are currently in function retain the salaries they enjoy, provided that the emoluments, in accordance with what is determined above, shall be paid to those who are currently in function to the amount of those of a national ensign, and to the secretary who is currently in function, the emoluments of a national lieutenant shall be provided. And that of the regiment is done by persons who are paid by the Colonel. As for the twelve sous-lieutenants à la suite, who were granted before the departure from Europe, they were found at the Cape to be useful, and it was also recognized that they could not do the service of officers on the pay of sergeants. For seven years they have been on the same footing; I would not have appointed those who currently exist if they had not been necessary for the service, and if I had not been assured that the tacit approval of their salary gave them a subsistence, albeit modest. I cannot agree, Governor, that the pay of the existing sous-lieutenants be reduced to that of sergeants, because they are of absolute necessity for the service; Your Honor knows, Governor, how heavy it has been, especially for six months. If Your Honor foresees that it can be brought about to be able to dispense with the sous-lieutenants, I will provisionally let the positions be abolished as they come to be vacant. However, I think, Governor, that there would be a means to relieve the service and the subsistence of the four lieutenants who are used for the accounts, as well as the twelve sous-lieutenants, if see
Dutch transcription
een kan hollands azijn, tegens Negen indi= sche stuivers. goedgevonden en verstaen, Nog is verstaan dat aen de subalterne officieren van 't regiment, 't zelf= de douceur of vrijwerkers geld, van p=mo September aenstaende af, zal wor„ den verstrekt, als ge„ nieten de nationaale su„ „balterne officieren, naeme„ lijk, aan elk eerste luij= tenant van een Comp=e ses 57: d=s, en aan de sousluij„ tenants en vaandrigs ieder drie rijksdaelders smaends. Eindelijk is uit aenmer= king, dat de emolumenten van de staf officieren van dit regiment, na genoeg even zoo veel bedraegen, als die van de nationae„ „le stafofficieren, en dat de emolumenten van de Capiteins van 't regiment, zelfs minder bedraagen dan die van de nationae„ le Capiteins, wanneer men daerbij reekend 't Costuma„ „de en vrijwerkers geld, dat de nationaale staf officie„ ren en Capitijns genieten: om tot nadere disposi„ tie van de edele hooge indische regeering, de emolumenten van de staf officieren en Capiteins van 't regiment, te laeten blijven op den voet, zoo als dezelve tot hier toe zijn betaeld. Het Regiment verdeelt zijnde in vier voornaeme garnisoenen, zuijt aanmerking van de hier beleijden aangehaalde reedene; Colombo, Gale, Trinconomaele en dat daar de Capitein Luiten:s geen dienst van subalterne in dit gouvernement doen, 't regim: en Cochim, en van twee van meer subalterne officieren nodig deeze plaatsen, leggen er deta„ heeft, dan daar voor bepaald zijn, om niet meer in den dienst, te„ chementen te Maturee en op „worde beswaard dan de nati„ onaal, waar van elke Comp: oostenburg: Deese verdeeling drie subalterne officiere heeft is over een komstig 't voorste ten voordeele van de E: Comp=e van den E: Colonel de Meuran, zijnde, is het niet natuurlijk, goedgevonden en verstag, de hee„ „re Majores nedrigst te verzoe„ dat zulks ten onkosten van „ke, om met den heer Collonel den Chef zij, die in elk van Proprietaris van dit regiment tewille overeen kome, dat behal„ die plaatsen een persoon moet „ve een Capitein luijtenant voor de eed dte Compseie Capt: lijs hebben die met de beschrijving goed belast §3: van 8 van de overige negen Comp: bij vacatura worden onvervuld gelaa„ „gestag twaalfs sous luijtenants „te, en dat daar en tegen aan 't „len worden gelijk gesteld met „drigs, zoo mede om aan den „tie is, tot zoo lange te laa„ mogte goedvinden aante„ voor de reekeningen, belast is, waer toe de vier en dat die van het Luijtenants â La suite zou vants is gedgevonden om tot den regiment gedaan word „ontvang van hunner wel. regiment, niet allen worden toe„ den bestemd zijn; Hun edele hoog agtb: nadere door persoonen die den met de appoinctementen van nuttigheid is aen de Caap beveelen, aan de sousluijte„ vaandrigs, maar ook dat de erkend geweest, schoon Colonel betaald. „nants, die intusschen, vier secretarisse mogen genieten nog worden aangesteld, wat de twaalf sous-Luij= de emolumenten van luijtenant het regiment aldaer bij geene hoogere dan zer„ en is teffens verstaan, om bij tenants â La suite betreft, elkander was; de regee„ „geants appoinctementen provisie en tot nader goedvin„ die toegestaan zijn voor toetestaan, en aan de se„ „den van hunne wel edele „ ring stond de Emolumenten cretarisse, die de E: Colonel het vertrek van Europa, hoog agtb: de vaceerende toe, zeedert zeeven Jaa„ Capitein luijtenants plaatsen de Meuron, ter vervulling dezelve wierden aen de ren genieten zij dezelve, bij dit regiment niet te ver„ van de vacante plaatsen, Caab bevonden nuttig te zijn, „vulle, en darr en tege an en op het ogenblik dat de sous luijtenants, die tans zij niet alleen nuttig, maer „stelle, geene emolument en teffens erkend dat zij in functie zijn, te laaten behou„ nood zaekelijk zijn, wil den dienst van officieren „den de appoinctementen, niet konden doen met men deeze douceur af„ die ze genieten, mits dat de de gagie van sergeants- Zee„ korten. emolumenten volgens het dert zeeven Jaeren zijn ze bepaalde hier voren . zulj Ik moet aenmerken, Mijn op den zelfden voet; ik Heer Gouverneur, dat zoude die geene, die in in alle plaetsen, daer de weezen zijn, niet benoemd secretaris, die tans in func„o Edele Compagnie troupen hebben, zoo dezelve niet heeft, er kantooren zijn die van de nationaale vaan„ „ten verstrekken de emolumenten vin een nationaale luijtenant. voor nood= van e goed te doen. P noodzakelijk voor den dienst waeren geweest, en indien ik niet verzeekerd was geweest dat de stilswijgende goed= keuring van hun tracte„ ment hen een, hoewel me „tig, bestaen gaf. Jk kan niet inwilligen, Myn Heer Gouverneur, dat de ga„ gien van de in weezen zijn „de sous luijtenants vermin„ dert worden tot op die van de sergeants, wijl ze van eene volstrekte noodzake „lijkheid zijn voor den dienst uw wel Edele weet, Mijn Heer Gouverneur, hoe swaer dezelve is geweest, voor„ naementlijk zedert zes maanden. Indien uw wel Edele voor= uijt=ziet, dat het zelve ge„ bragt kan worden om de sous-Luijtenants te kon„ nen missen, zal ik pro„ visioneel de plaetsen laeten te niet doen, na maete dezelve zúllen koomen open te staen. Echter denke ik, Mijn Heer Gouverneur dat er een middel zoude zin om den dienst en de bestaenlijkheid van de vier zuite nants die tot de ree„ keningen gebruijkt wor„ den, als meede de twaalf sous-Luijtenants, te verligten Jndien zie
English
Here is what seems to me could be proposed in Europe, so that regarding this, an agreement may properly be reached between the Gentlemen Directors and the Colonel. There are 10 Captain-Lieutenants in existence, of whom only one is needed to command the First Company; the nine others could be abolished. Their monthly pay would amount to 484 Rds. 5 Stivers 3 Doits, at 11 Rds. 5 Stivers 5 Doits. By this arrangement there would even be a saving; whereas the 4 Lieutenants would cost 171 Rds. 5 Stivers 2 Doits, and the 12 Second Lieutenants 434 Rds. 5 Stivers 2 Doits, amounting to 606 Rds. 2 Stivers 4 Doits. If one gives to the 12 Second Lieutenants the pay of a sergeant, which for one month amounts to 133 Rds. 3 Stivers, the total would be 618 Rds. — 3 Doits. Upon their further approval, to allow to the regiment for the deceased no more than the pay for the single month in which they die. This was granted by the States to all regiments of the Nation, and three to the regiment of Wartenberg. It is approved and resolved, as soon as the lists of those who have served out their five-year engagement are delivered by the Honorable Colonel de Meuron, to credit the regiment with the increase in pay just as the national troops enjoy, and to allow the same to take effect from the same day for all those who had served out their engagement before the 26th of December 1788, being the date of the address by which the Honorable Colonel de Meuron claimed this increase; but for those who have served out their engagement since, from the day on which their contract expired. The Honorable Company grants to give to the Gentlemen Majors. The heavy pay of those who have served out their five-year engagement is a consequence of the 18th article. I shall have the honor to present the list thereof to Your Honor. Regarding this request and protest of the Honorable Colonel de Meuron, notice is to be given. § 9. Concerning the last article regarding the value of the Ducaton, I view this matter in a manner entirely different from all the others. This stems from the 6th article of the Capitulation, where it is said: Dutch value, the guilder at twenty stivers current, without any kind of deduction or abatement for exchange. The clarity and distinctness of these expressions indicate the intention of the contracting parties, for had they meant otherwise, they would have expressed it differently, as was done in the Capitulations of Duxenburg and Wurtenburg. I appeal to this article of the Capitulation and request its fulfillment. I protest, with as much respect as confidence, not only for the reclamation of the difference in exchange between Dutch and Indian value, but also for the loss I suffer through the non-payment of this difference. Upon this declaration, by virtue of the arrangements made above, no resolution was taken. Examined. § 10. If Your Honor, Mr. Governor, contrary to my expectation, could effect no accommodation in the resolutions that Your Honor does me the honor to communicate to me, Your Honor would not take it amiss that I depart from the arrangements we had agreed upon concerning the outer garrisons, and that I strictly adhere to the 21st article of the Capitulation. I have the honor to be with respect, Below stood: Honorable Lord Governor, Your Honor's most humble and most obedient servant, Was signed: P. F. De Meuron. In the margin: Colombo, the 16th of August 1790. Agrees. L. V. D. Linde Schoon No. 14. First Clerk To the Right Honorable, Highly Commanded Lord, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, etc., etc. Right Honorable, Highly Commanded Lord! Wijbrands Des Bordes, First Captain-Lieutenant in the Regiment Meuron, stationed in the garrison at Trincomalee, takes the liberty to humbly make known to Your Right Honorable that in the latest promotion which took place in the Regiment, he was passed over, and Captain-Lieutenant Montandon, junior in rank to him, was advanced to Captain, for the reason that he, Des Bordes, born at Strasbourg, was regarded as a Frenchman, who may not be promoted to any higher rank in the Regiment.
Dutch transcription
zie hier het geen mij schijnt in Europa, te konnen worden voorge steld, op dat daar omtrend tusschen de Heeren Bewindhebbe ren en den Colonel in eijgendom worde overeengekoomen. Er zijn 10: Capitein=z tenants in weezen waer van een alleen noodig is om de Eerste Compagnie te Commandeeren de neegen anderen zouden kunnen in getrokken worden hun tractement voor een Maand rd=s 11: 5: 5: Door deeze schikking zou„ „de 'er zelfs een spaer„ zaamheid zijn; daar De 4: Luijtenants zou„ den kosten rd:s 171: 5: 2: „ 606: 2: 4: Dle 12: sous-Luij= tenants. . . „ 434: 5: 2. 6 Hr: rd=s 618: — 3: sch: H: zoude bedraegen - - rd:s 484: 5: 3: Men geeft aen de 12: sous Luijtenants het tractement van sergeant, het welk voor een maend bedraagt - - - - - „ 133: 3: —. zoude. door derzelver nader goedvin„ „den, aan 't regiment voor is geExpireerd. „nel de Meuron, kennis te„ zulks is door de staaten aen alle ae regimenten van de Natie toeges de overleedenen niet meer De Edele Compagnie vergunt „tenberg. dan alleen voor de maend gagie telaeten goeddoen, drie aan het regiment van wan geeven aen de heeren Majores. in welken zij sterven. Is goedgevonden en verstaen De swaare gagie der geen om zoo dra de lijsten der geenen die hun vijf jaarig verban die hun vijf jaarig verband heb„ „ben uitgediend, door den E: Col hebben uitgediend, is een ge „lonel de Meuron worden be„ „volg van het 18:' artikel: „zorgd, aan 't regiment te lae„ „ten goeddoen de vermeerdering zal de eere hebben uw van gagie zoo als de nationaele wel Edele er de Lijst troepen, genieten, en dezelve voor alle de geenen die hunver„ van aen te bieden „band hebben uijtgediend ge„ „had voor den 26:' december 1788: zijnde de datum van 't addres waer bij de E: Collonel de Meu„ „ron deese vermeerdering heeft gereclameerd, met den zelfden dag te laeten ingaen, doch voor de geenen, die het zedert hun verband hebben uijtgediend met den dag dat hun verbond 88: §9. Betreffende het laaste artih aangaande de waardij van de Is verstaan, om van dit versoek Ducaton, ik beschouwe dit voorwerp op een van alle de andere verschillende wijze. Deese spruitvoort uijt de 6: artikel en protest van den E: Collo„ van de Capitulatie, alwaar ge„ „zegd word, Hollandsche waerde de gulden teegen twintig stuivers Courant, zonder eenige zoort van afkorting of aftrekking van wisselgeld. De klaarheid en duijdelijkheid van deese uijt¬ „drukkingen wijst de meening aen van de Contracteerende par„ „tijen, want indien dezelve iets. anders gemeent hadden, zouden ze het anders hebben uijtge„ drukt, gelijk zulks gedaen is in de Capitulatien van duxen„ „burg en wurtenburg. Jk be„ „roepe mij op dit artikel van de Capitulatie en verzoeke deszelfs volvoering ik pro„ „testeere, met eeven zoo veel eerbied als vertrouwen, niet alleen voor de terug vordering van het verschil van de wis„ sel tusschen Hollandsche en Jndische waardij, maar ook voor het verlies dat ik lijde door de andere niet §9: en Deese verklaering uijt hoofde van de hiervooren gemaakte schikkingen geen resolutie gevallen. Nagezien 810„ Indien uw wel Edele, Mijn Heer gr „verneur, teegens mijn verwagting, ge bemiddeling konde maaken in de re „solutien, die uw wel Edele mij de eer doet mij te bedeelen, zoude uw wel Edele niet kwalijk nee men dat ik afzie van de schil „kingen waar omtrent wij over een gekoomen waeren omtrent de uijterlijke garnizoenen, en dat ik vastelijk gedraage aen de 21: artikel van de Capit „latie. Jk hebde eer met achting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Heer gouver neur, uw wel Edeles ootmoedigt en gehoorzaamste dienaar /:wa „geteekend:/ P: f: De Meur /:in margine:/ Colombo den 16: augustus 1790: Wijbrands Des Bordes, eerste Kapitein Luijtenant onder het Regiment Meuron, bescheiden in het garnisoen te Trinkonomale neemt de Vrijheid uwel Edele groot Achtb: in onderdanigheid te kennen te geeven, dat hij bij de laaste bevor= dering, die in het Regiment voorgevallen is, is voorbij gegaan, en de Capitein Lieutenant Montandon, jonger in Rang dan hij, tot kapitein gearanceerd is, om reeden hy Des Bordes te Strasburg gebooren, voor eenen franschman beschoud is, die in het Regiment tot geenen hoogeren graad mag bevordert worden. WelEdele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! Aan den WelEdelen Groot Achtbaren Hoog Gebiedenden Heer. e Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlandsch Indien, gouverneur en Dierecteur van het Eijland Ceijlon met dies onderhoorigheeden &C=a etca. niet betaaling van dit verschil Accordeert LV DLinde Schoon. §10: N:o: 14. VEgklerk —.
English
Although born in Strasbourg, he nevertheless believes that he cannot properly be considered a Frenchman, because: 1. His father, after serving the Council of the United Netherlands for 38 years, recently passed away as a Lieutenant Colonel. 2. The undersigned received pay from the state from the year 1747 until the year 1757 in the capacity of cadet with the Miners Corps. It is true that in 1757 the undersigned transferred into French service as a volunteer, but this took place with the prior knowledge of Her Royal Highness the Princess Anna of Orange; and in the year 1763, as soon as the war was ended, the undersigned returned again to his father, who was then garrisoned in Maastricht. 3. In the year 1767 the undersigned was appointed Captain in the Army, and in this capacity received a commission from His Serene Highness. In the same year he purchased a plantation in Suriname, married in Amsterdam, and resided in Suriname until the year 1772, where he, along with many other colonists, had the misfortune of his plantation being overrun. 4. When the undersigned made a voyage from Suriname to Amsterdam in the year 1770, he received the citizenship rights there and took his oath as a citizen at the Town Hall in Amsterdam. 5. In 1781 the undersigned was placed in the regiment as Lieutenant, in which he was promoted to Captain-Lieutenant on 21 June 1787, and consequently after the order that was issued not to promote any Frenchmen to higher ranks. 6. The 38-year residence in the Netherlands of the undersigned's father; that of himself during a fully as long a period; the offices with which father and son—and at this moment also the undersigned's brother, who is in the service of the State as a Lieutenant Colonel—have been entrusted; being married to the niece of a Count of Rayneral and consequently to a Dutch woman; the citizenship of the city of Amsterdam, which according to the charters of this city grants him the right to offices even in the Province of Holland: all these circumstances, as the undersigned flatters himself, must cause him to be regarded as more than naturalized and make him qualified to command a company in the Regiment Meuron. The undersigned therefore takes the liberty humbly to request that, in the event of an advancement, his person may be taken into consideration, and likewise that the promotion of Mr. Montandon may not be prejudicial to him in his rank. He has the honor to be with great respect, Right Honorable, Highly Commanding Lord! Your Right Honorable's Humble and obedient servant, Signed: Des Bordes. No. 15 Trincomalee, 6 September 1790. Examined. Colombo, 18 October 1790. Governor, Your very humble and very obedient servant, Signed: P. F. de Meuron. To respond to your intentions in communicating to me the petition that Mr. des Bordes, Captain-Lieutenant in the Regiment, had the honor of addressing to you, I have the honor to inform you that the reason which led me not to appoint him Captain at the last promotion is that I have received a positive order from the Gentlemen Directors to advance in rank only Swiss, Dutch, and Germans, and that Mr. Des Bordes is: 1. French by origin; 2. French by birth, since he agrees he was born in Strasbourg; 3. A French military man, having served in the gendarmerie, where foreigners are not accepted. If the reasons that Mr. Des Bordes alleges are admitted by the Gentlemen Directors, and they find him eligible for advancement, I will be, in appointing him, protected from all reproach, as well as from the recriminations of the officers who have left the corps solely because, as Frenchmen, they could not advance. These gentlemen all know the facts mentioned above; they would not have failed to take advantage of them against me by lodging complaints that would have wearied the noble Directorate in Europe. I am with respect, Governor, Agreed. J. Halkoen W. Vegkert D. Vegkeert Invoice of ƒ 111: 5. —, being the amount of the fifty-four numbers found short on 20 pieces of screw jacks that were recently brought here by the ship De Unie from the Mother Country for the account of the Chamber of Zeeland, and which according to the invoice from Middelburg were supposed to contain 257 numbers, but upon receipt at the Materials House only contained 203 numbers; which, pursuant to the resolution taken in the Council of Ceylon on the 9th of this month and by the highly esteemed order of the Right Honorable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies, is hereby respectfully charged back to the Chamber of Zeeland, consigned to the Right Honorable Gentlemen Directors of the General Netherlands Chartered East India Company at the said chamber; namely: In the Castle of Colombo, 12 November 1790. 54 numbers above-mentioned, costing according to the Middelburg invoice at ƒ 2. —. — each: ƒ 108. —. —. For 3 percent state duty: ƒ 3: 5. —. Total: ƒ 111: 5: —. For the drawing up of this document: J. Hofland Zeeland C. van Angelbeek No. 16 No. 17 Honorable Gentlemen, Chamber of Middelburg in Zeeland. Memorandum concerning the salaries, respectfully addressed to the Honorable Gentlemen Directors of the Chamber in Middelburg in Zeeland. We have the honor hereby to communicate to Your Honors that, at the request of the Commander of Jaffnapatnam
Dutch transcription
schoon te Strasburg gebooren vermeent hij egter niet wel voor eenen franschman, te kunnen aangezien worden, wijl. 1. Desselvs Vader na 38 Jaaren lang, der Raat der vereenigde Nederlanden gedu te hebben laastelijk als Lieutenant Kolon is koomen te Overleeden. Heeft de ondergeteekende van 't Ja 1747 tot het Iaar 1757. gasie van den claa getrokken, in de hoedanigheid als badet bij het Corps Miniers. wel is waar dat de ondergeteekende in het 1757. als Volontie in fransche dienst is oovergetreeden, dog is dit geschied met voorkennis van Haare, K: Hoogheid Mevrouwe de Prin cesse Anna van Oranje, en is de ondergeteekende, in het Jaar 1763, zoo draa de oorlog gedaan was, weeder terug gekeerd tot zijnen Vader die toen in Mastricht in garnisoen heeft geleegen. In het Jaar 1767 wierd de Ondergeteeke tot Kapitein bij de Armee benoemd, en ontfing in deese hoedanigheid een Brev van zijne Doorluchtige Hoogheid: Hy Koopte in het zelve Jaar eene Plantagie te Surinam, trouwde te Amsterdam, en woonde te Surinam tot in het Jaar 1772 waar hij met veele andere Colonisten het Ongeluk had dat zijne Plantagie afgeloopen wierd: Toen de ondergeteekende in het Jaar 1770. van Surinam eene Reis naar Am= =sterdam gedaan had, ontfing hij aldaar het Burgerrecht en legde als Burger op het Stadshuijs te Amsterdam zijnen Eed aff. 5/. Is de ondergeteekende in het 1781. in het Regiment geplaats als Lieutenant, in het welk hij tot Kapitein Lieutenant bevordert is de 21. Junij 1787. en bij gevolg na de Ordre; die gegeeven is, om geene franschen tot hoogere graaden te bevorderen. Het 38. Jaaren lang verblyff in de Nederlanden van des ondergeteekenden Vader, dat van hem geduu= „rende eenen ruijm zoo langen Tijd, de bedieningen waarmeede vader, en zoon, en in dit oogenblik noch des ondergeteekenden Broeder die als Lt. Kolonel in dienst van den Staat is, gesteld geweest zijn, getrouwd met de Nigt van eenen Grave van Raijneral en bij gevolg met eene Hollandsche Vrouw het Burger= =recht. 2. 3. 6 4. 15 No. 15 Monsieur Le Gouveneur. Trinkonomale den 6. September recht van de stad Amsterdam, dat hem volgens de handreste deeser Stad het recht op bedieningen zelfs in de Provintie van Holland geeft: alle den omstandigheeden moet den ondergeteekenden, zoo als hij zig Vleid, voor meer als genataraliseerd doen houden en hem bekwaam maken eene Kompagnie in het Regiment Meuron te komman =deeren. De Ondergeteekende neemt dierhalven de Vrijheid needrig te versoeken, dat bij een avancement, op desselfs persoon mogt worden agt geslaan, gelijk ook dat de bevordering van de Heer Montandon, hem in zijnen rang niet mi hinderlijk zijn. Hy heeft de Eer met groot ontzach te zijn. Wel Edele groot Achtbaare Hoog. Gebiedende Heer! Uweld: groot Achtb: Onderdaanige en gehoorsaame Dienaar /:Was geteekend:/ Des Bordes. Nagesien Kolombo le 18=e Octobre Votre tres- humble & tres obeissant Serviteur. (Signé/ P: F: de Meuron. Pour repondre à ros intentions en me Communiquant la requéte que Mr. des Bordes, Capitaine Lieutenant au Regiment, a eu l'honneur de vous adresser, j'ai celui de vous faire part que la raison qui ma engagé a ne pas le nommer Capitaine a la derniere promotion, est que sai recu l'ordre positif de Messieurs les Directeurs de navancer en grade que des, suisser, Hollandais & Allemands, & que Monsieur Des Bordes est Fo. Français d'Origine 2o. Français de naissance, puis qu'il conrient être né a Strasbourg 3. Militaire Français, aijant Servi dans la gendarmerie, ou il n'est point recu. d'é trangers Si les raisons que M. Des bordes alleque, sont admises par Messieurs Les Directeurs, & qu'ils ne trouvent susceptible d'arancement, je serai, en le nommant, a l'abri de tout reproche, ainsi que des recriminations de Messieurs les Officiers qui ont quitté le corps uniquement, paroe que comme Français, ils ne pouraient point avancer. Ces Messieurs connaissent tous les faits oi - dessus, ils n'auraint pas manque d'en tiver parti contre moi, en faisant des reclamations qui auraient fatiqué la noble Direction en Europe. Je suis arec respect Monsieur Le Gouverneur Accordeert Accendeert ra lands 1790. 1790. J„ Halkoen WVegkert half D Vegkeert Factuur van ƒ 111: 5. —. zijnde het bedragen van de Voor het opmaaken deeses J: H:ofland minder bevondene Vieren vijftig Nommers op 20. p:s Dommekragten die per het schip de unie uit het Vaderland voor reekening der kamer Zeeland jongst alhier aangebragt zijn en volgens aareeke„ „ning van Middelburg inhouden moesten 257: Nommers, dog bij den ontvangst in het Materiaalhuijs ingehouden hebben 203. Nommers, 't welk ingevolge genomen besluit in raade van Ceilon op den 9. ' deeser en ter hoog ge-Eerde ordre van Den wel Edelen groot Achtbaare Heer Willem Jacob van de Graaff, Raad Ordinair van Nederlands India, gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon en dies onder„ hoorigheeden bij deesen de kamer Zeeland in Eerbied word terug gereekend, gekonsigneerd aan de wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Bewindhebberen der Generaale Nederlandsche g'octroijeerde oost- Indiesche kompagnie ter gemelde kamer; teweeten, In het kasteel Kolombo den 12:' November: 1790.— 54. Nommers bovengemeld, kosten volgens Middelburgse voor 3. p=r C=o 's landsregt - - - - - factuur a ƒ 2. –. –. ider. . . . - - - - - ƒ108. –. —. Zeeland C: van Angelbeek „ 3: 5. — ƒ1: 5: —. No. 16 Voor ƒ Edele Achtbaare Heeren Middelburg in Zeeland Memorie wegens de„ Zoldijen, in eerbied gerigt aan de Edele Achtbaere Heeren Bewindhebberen te kamer Wij hebben de eere uwel Edele Achtb: door deezen te Commu= niceeren, dat we op 't verzoek Commandeur van van den No. 17 Jaffenapn
English
Anno 1790. Jaffnapatnam Bartholomew Jacobus Rakel having in marriage the widow of the deceased Colombo Captain of the Infantry Jan Philip Kinbergen of Regensburg, the 12th November who sailed out in the year 1759 as sergeant with the ship Walcheren for your Honorable Chamber, have had granted the triplicate and quadruplicate of the pay account of the said Captain Kinbergen, which was closed on 29 March 1777 with a credit balance of 968 guilders, as the previously submitted original and duplicate accounts have been lost. We commend your Honors to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, Honorable Gentlemen, Your Honors' obedient servants, W. van de Graaff J. G. van Angelbeek Prehn Fretz J. Leembruggen P. L. van Lier Heldeman Mollenhove W. 6 Examined Maas No. 18. Colombo Secretariat 12 November 1790. Register of papers belonging to the secret letter from the Right Honorable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the island of Ceylon with its dependencies, sent via Galle with the ship De Unie, consigned to the Most Honorable Directors representing the Assembly of the Seventeen of the Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber of Amsterdam. No. 1. Original letter of today written by and to as in the heading of this document. No. 2. Copy of secret letters written from Colombo to Batavia of 7 and 18 May, 27 August, and 15 October. No. 3. Copy of secret letters written from Galle to Colombo concerning the revolts at Matara from 18 April to 2 of this month. No. 4. Copy of letters written from Colombo to Galle in reply to the aforementioned letters from 20 April to 4 of this month. Colombo Secretariat 12 November 1790. Register of papers belonging to the secret letter from the Right Honorable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the island of Ceylon with its dependencies, sent via Galle with the ship De Unie, consigned to the Most Honorable Directors representing the Assembly of the Seventeen of the Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber of Amsterdam. No. 1. Original letter of today written by and to as in the heading of this document. No. 2. Copy of secret letters written from Colombo to Batavia of 7 and 18 May, 27 August, and 15 October. No. 3. Copy of secret letters written from Galle to Colombo concerning the revolts at Matara from 18 April to 2 of this month. No. 4. Copy of letters written from Colombo to Galle in reply to the aforementioned letters from 20 April to 4 of this month. 6. Copy of instruction granted by the Governor on 30 April of this year to the Honorable Colombo Dissava Fretz and the Honorable Under-Bookkeeper Samlant, going as express commissioners to Matara to bring the conspiring inhabitants of this Disavany to a standstill. 7. Copy of secret instruction for the said Messrs. Fretz and Samlant, dated 30 April of this year. 8. Copy of received letters from the said commissioners with the annexes belonging thereto. 12. Copy of writing submitted by the said Messrs. Fretz and Samlant on 25 June of this year to Commander Sluijsken, with the annexes belonging thereto, to be found in the mentioned bundle marked Letter B, including the copy of the draft mandate ola issued by Messrs. Fretz and Samlant on 28 May of this year to the combined headmen and the other inhabitants of the Disavany of Matara. 11. Copy of letters written from Colombo to Commander Sluijsken during his presence at Matara, from 22 June to 17 July. 10. Copy of letters written from Matara to Colombo by Commander Sluijsken and the two members from the Galle Council taken along by his Honor, from 16 June to 13 July. No. 9. Copy of letters written from Colombo to the aforementioned commissioners, from 16 May to 21 June of this year. No. 5. Copy of secret Galle Resolutions taken in the aforementioned matter.
Dutch transcription
A„o 1790. Jaffenapatnam Barthol Jacobus Rakel meus als in huwelijk hebbende de weduwe van den overlkolombo den Capitain van de 7„ den 12 November fanterij Jan Philip ki bergen van Regenburg, in A:o 1759. , als sergean met 't schip Walchere voor uwel Edele Achtbaer kamer is úijtgevaeren, he ben laaten verleenen trip caat en Quadruplicaat v de Zoldij Reekening van Capitain Kinberge gemte: && die in 177 29/3 is afgeslooten met een baatig zaldo v ƒ. 968. –. –. , wijl de te voor geligte origineele en duplicaat reek: te zoek geraakt zijn. Wij beveelen uwel Edele Achtbaare in de bescherming des Allerhoogsten en blijven met alle hoog achting Edele Achtbaare Heeren uwel Edele Achtbaare gehoorzaeme Dienaeren W. vande graak C: van Angelbeek Gen Presz J eintous P.. Van Litter. ldeman Mollenhove Wij 6 Nagszien Maas No: 18. colombo Secr: 12 Nov: 1790. Register der papieren gehoorende tot den secreten brief „ van den Weledelen groot Achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Neederlands Indien Gouverneur en Dierekteur van 't Eijland Ceijlon met dies onderhoorigheeden aale met het schip de unie woord ver= „sonden, gekonsigneerd aan de Edele Hoog Achtb: Heeren Bewinhebberen ter Ver= „gadering van 17=en repreesenteerende de generaale Nederlandsche geoktroijeerde Oost-Indische Compagnie ter Presidiale No 1. Origineele missive van heeden door en aan als in den hoofde deeses gesch: N=o 2. Kopia Secreete brieven van Kolombo na Batavia geschreeven van den 7. en 18 Maij, 27. Augh: en 15 Oktober. N=o 3. Kopia Secreete brieven van galena Kolombo, geschreeven over de revoltes te Mature van den 18 Aprill . deeser. N=o 4. Kopia brieven van Kolombo na gale geschreeven in andwoord op evengem: brieven van den 20 April tot den 4. deeser. Kamer Amsterdam. glombo Secr: 12 Nov: 1790. Register der papieren gehoorende tot den secreten brief „ van den Weledelen groot Achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Neederlands Indien Gouverneur en Dierekteur van 't Eijland Ceijlon met dies onderhoorigheeden over gale met het schip de unie woord ver= „sonden, gekonsigneerd aan de Edele Hoog Achtb: Heeren Bewinhebberen ter Ver= „gadering van 17=nen repreesenteerende de generaale Nederlandsche geoktroijeerde Oost- Indische Compagnie ter Presidiale Kamer Amsterdam. No 1. Origineele missive van heeden door en aan als in den hoofde deeses gesch: N=o 2. Kopia Secreete brieven van Kolombo na Batavia geschreeven van den 7. en 18 Maij, 27. Augh: en 15 Oktober. N=o 3. Kopia secreete brieven van galena Kolombo, geschreeven over de revoltes te Mature van den 18 Aprill tot den 2. deeser. N=o 4. Kopia brieven van Kolombo na gale geschreeven in andwoord op evengem: brieven van den 20 April tot den 4. deeser „ 6. Kopia Instruksie door den Heer Gouverneur den 30 N deeses Jaars verleend aan den E: Ko bosche Dessare Fretz en den E: neij boekhouder Samlant gaande als exp kommissarissen na Mature om de te zaa gerotte ingezeetenen uit deese Dessart tot Stilstand te brengen. „ 7. Kopia Secreete Instruksie voor gem: Heeren Fretz en Same gedt. 30 Aprill deeses Jaars. „ 8. Kopia ontvangene brieven van gem: gekommitteerdens met daartoe gehoorende bijlaagen „ 12. Kopia geschrift door gem: heeren Fretz en Samlant den 25 Junij deeses Jaars aan den Heer Kommen= deur Sluijsken Overgegeeven met de daartoe gehoorende bijlaagen be= te vinden in de Kopia Concept mandaat Ola: door de Heeren Fretz en Samlant den 28 Maij deeses Jaars aan de gezaa= mentlijke hoofden en de verdere Inwoon¬ melde bondel gem:t L=a B. „ders der Dessaronij van Mature afge= =vaardigt. hier onder ver„ „ 11. Kopia brieven van Kolombo aan den Heer Sluijsken geduurende desselfs aanweesen te Mature geschreeven van den 22 Junij tot den 17. Julij „ 10. Kopia brieven, door de Heer Kommendeur Sluijsken en de Twee door zijn E: meede genoomene leeden uijt den gaalschen Raad van Mature na Kolombo geschreeven van den 16 Junij tot den 13 Julij No 9. Kopia brieven van Kolombo geschreeven aan even gem: gekommitteerden van den 16 Maij tot den 21. Junij deeses Jaars N=o 5. Kopia Secreete Gaalse Resolutien genoomen in voorm: z „staande No or
English
Letter D: to be found in the aforementioned bundle Letter C. of the 24th, 25th, 26th, 27th of May in the aforementioned bundle Letter A. standing in Letter A. A bundle of notes kept by the said Messieurs Commissioners alongside the Honorable Dessave van Angelbeek, and Letter B. A bundle of annexes belonging to those notes according to the registers to be found there. Number 13. Copy of Secret Resolutions taken in the Council of Ceylon on the 12th, 16th, and 21st of August with insertion of two letters written by the Honorable Sluijske to Colombo on the 31st of July and 5th of August, in the secret report of his of the 31st of July, with the annexes belonging to the said resolutions, consisting of inserted Letter A: Two separate letters written by the Honorable Dessave van Angelbeek on the 18th of April to Galle to the Honorable Commander Ruijske, to be found with the Galle resolutions of the 19th of April aforementioned under Number 5, with the annexes mentioned therein. Letter B. Copies of six reports or sworn statements concerning the practices under the administration of the Honorable van Angelbeek, to be found with the aforementioned bundle marked Letter B. Namely: one from the Mudaliyar Abesiriwardene Illangakoon alongside his subordinate lesser headmen of the said Letter B, Sammere singe Witje Segere Ekenaike Mohandiram of the Atapattu, Abegoeneratne Dissanaike Mohandiram of the Adigar Maduwa, and Sammere singe Mohandiram of the Gamekeepers. One from the Mudaliyar of the Gangaboda Pattu de Saram, the Mohandiram of Attudawe, and five lesser headmen of the Gangaboda Pattu. One from the Mudaliyar of the Morawak Korale Amerekoon Ekenaike. One from the Mudaliyar of the Wellaboda Korale Goeneratne. One from the Mohandiram of the Four Gravets Bandarnaike, and One from the Gajanayake Mudaliyar. Extract from a writing presented by the Honorable van Angelbeek on the 22nd of May to the Honorable Commissioners Fretz and Samlant, to be found with the notes, speaking of the prohibition enacted by His Honor that no Vellalas may be pressed into carrying cinnamon. Copy of the report from the Mudaliyar Illangakoon and the Mohandirams of the Atapattu, of the Adigar Maduwa, and of the Gamekeepers concerning subordinate [illegible] Number 20. Copy of the declaration of the Honorable retired Galle Governor Kraijenhoff, addressed by way of petition to the Honorable Governor. Dispatched with the packet boat Maria Louisa, as appears from the register of the outgoing Galle [illegible] of the 22nd of May 1790. Number 21. Copy of the petition of the Honorable Colombo Dessave Fretz on the grievance of the Honorable Commander Sluijsken, appearing in his secret report of the 31st of July. Number 22. Extract of a private missive dated 3 September last year written by the Honorable Galle Commander Sluijsken to the Honorable Governor. Number 23. Copy draft ola written by the Honorable Galle Commander Sluijsken to Maddugodapitiye Appu. Number 24. Copy letter of the 28th of August last year written by the Honorable Galle Commander Sluijsken to the provisional Dessave of Matara Raket. Number 26. Copy secret missive dated 6 September last year written from Tuticorin to Colombo, annex a French letter by B. Torin to An extract from the letter written by the Honorable Matara Dessave van Angelbeek to the aforementioned Honorables Fretz and Samlant on the 13th of May. A copy letter written by the said Honorables Fretz and Samlant under the aforementioned date to the Honorable Dessave of Matara van Angelbeek. A copy attestation granted by the Military Captain and Commander, the Honorable van Prophalou. Copy letter written by the Honorable Colombo Dessave Fretz and Trade Bookkeeper Samlant from Hakmana to the Honorable Governor on the 13th of May, with the annexes belonging thereto, consisting of Number 25. Copy petition submitted by the Honorable former Galle Governor Kraijenhoff. Secret. Patria. To the Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen Directors At the Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company, at the Presidial Chamber Amsterdam. Examined: Maas. Right Honorable, Highly Esteemed, Wise, Provident, Most Generous Gentlemen! On the 2nd of September last, we had the honor to receive via Batavia Your Right Honorable, Highly Esteemed, Most Venerated secret missive of the 29th of April 1789, with the extract enclosed therein from the register of resolutions of Their High Mightinesses of the 5th of March prior. In accordance with Your Right Honorable, Highly Esteemed recommendation, we shall strictly conduct ourselves according to the intention of Their High Mightinesses appearing in the said extract with regard to foreign warships and armed troops, and have also immediately issued the necessary orders so that this shall also be followed at the subordinate offices. The satisfaction that Their High Mightinesses and Your Right Honorable, Highly Esteemed have been pleased to take in our conduct, on the occasion when the Governor of Pondicherry, Count de Conway, attempted to be admitted with his accompanying force at Trincomalee, has served as a particular satisfaction to us, and will encourage us to attend to the best interests of the Company with redoubled zeal and goodwill on all occurring occasions. Meanwhile, we express to Your Right Honorable, Highly Esteemed our humble gratitude for such complete approval of our management and measures taken on that occasion, and we also take the liberty respectfully to implore Your Right Honorable, Highly Esteemed to offer our humble thanks for the as flattering as obliging testimony of Their High Mightinesses to Their High Mightinesses themselves, whenever a favorable opportunity for this should present itself. We shall henceforth, without [illegible] Your Right Honorable, Highly Esteemed, our
Dutch transcription
L=a D: te vinden in de hier„ vooren gemelde bondel L=a C. van den 24. 25. 26. 27. maij in de hier vooren gemelde bondel La A. „staande in L=a A. Een bondel aanteekeningen gehoude door gem: Heeren Komissarissen neven den Heer Dessare van Angelbeek, en La B. Een bondel bijlaagen gehoorende tot die aanteekeningen volgens de daar te vindene Registers. N=o 13. Kopia Secreete Resolutien genoomen in Raade van Ceijlon op den 12. 16. en 21. Aug=st met insertie van Twee brieven door den heer Sluijske na Kolombo geschreeven den 31. Julij 5 Augst. in het geheim rapport van zijn van den 31. Juli met de bijlaagen ge hoorende tot gen: resolutien bestaan geinsereerd L:a A: Twee afzonderlijke brieven, door den 4 te vinden bij de gaalse van Angelbeek den 18 April na gal aan den Heer Kommendeur Ruijske resolutien van den 19. April hier vooren geschreeven met de bijlagen daar bij onder No 5. vermeld" vermeld. Kopyen van Ses rapporten of ver¬ La B. klaaringen onder Eede, over de Atr te vinden bij de hier voor en gemelde bondel oeffeningen onder het Bestier va gemerkt L=a B. den E: van Angelbeek Namerat hi een van den Modliaar Abesiriwval dene Jllangakoon neevens zij gem=te La B. ondergeschikte mindere hoofden Sammere singe Witje Segere Eke= „naike mohanderam van de atte pattoe, Abegoeneratne Dissanaike mohandiram van de Adigarie man- „doe en Sammere singe mohandiram der Wildschutters. Een van den Modliaar van de gange baddepattoe de Saram, de Mo= handiram van Attoedawe en vijff mindere hoofden van de gange baddepattoe. Een van den Modliaar van de Mor= „rua Korle Amerekoon Ekenaike Een van den Medliaar van de Bel- =ligam Korle goeneratne. Een van den Mohandiram van de vier gravetten Bandamaike en Een van den gagenaik Modliaar Extract uit een geschrift door den E: van te vinden bij de aantekenings Angelbeek den 22 Maij aan dE=s gekome „mitteerdens Fretz en Samlant over= gegeeven spreekende van het verbod door zijn E: gesteld dat geene wellales tot het draagen van kaneel mag worden geprest. Koppij rapport van den Modliaar Plangakoon en de mohandirams van de attepattoe, van de adigane mandoe en van de Wildschutters ondergeschikte over in met de paket boot afgezonden, blykens N=o 20. Kopia verklaaring van den heer afgegaanen Gaals gezaghebber Kraijenhoff bij weege van addres aan den Heer gouverneur geaddresseert. „ 21. Kopia addres van den E: Colombos Dessare Frett Maria Louisa reeds op de bezwaarnis van den Heer Kommendeur Sluijsken voorkoomende register van den 22 bij desselvs geheim rapport van den 31. July. maij 1790. „ 22. Extrakt partikuliere missive ged=t 3 7ber J=o L: door den Heer gaals kommen deur Sluijsken aan den Heer Gouver„ neur geschreeven. „ 23. Kopia Concept ola door den Heer gaals Kommandeur Sluijsken aan Maddoegoddoe appoe geschreeven. „ 24. Kopia brief van den 28 Aug=s JL: door den Heer gaals Kommandeur sluijsken aan den p:o Dessave van Mature Raket geschreeven. No 26. Kopia Secreete missive de dato 6 7ber JL: van Futukorijn na Kolombo geschreeve annex Een fransche brief door B. Torin aan Een Extrakt uijt den brief door den E: Maturees Dessave van Angel= =beek aan voorm: E. s Fretz en Samlant den 13 maij geschreeven. Een Kopia brief door gem: E=s Fretz en Samlant onder voorm: datum aan den E: Dessave van Mature van Angelbeek geschreeven Een Kopia attestatie van den Kapitain Militair en Kommandant DE: van Prophalou verleend. Kopia brief door den E: Kolomboschen Dessare Fretz en Negotie boekhouder Samlant van Haknam aan den Heer gouver= neur den 13 maij geschreeven met de daarbij gehoorende bijlaagen be= staande in N=o 25. Kopia addres door den Heer geweesen gaals gezaghebber Kraijenhoff gediend het E: sekreet Satria Aan de wel Edele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen Ter vergadering van seventienen, represen„ teerende de Generaale Nederlandsche geoctroijeerde oostindische kompenie, ter Presidiaale kaemer Wel Edele Hoog achtbaare, wijze voorzienige zeer Genereule Heeren! Den 2:' September Jogstleeden hebben we de eere gehad, over Batavia te ontvangen uwer wel Edele Hoog Achtbaare zeer gevenereerde secreete missive van den 29:' april 1789. , met 't daar in geslooten Amsterdam. Nagezien Maas E extrakt uit 't register der resolutien van hunne Hoog moogende van den 5: Maart daar tevooren. wij zullen volgens uwer wel Edele Hoog Achtbaare aanbeveling, ons stiptelijk gedraegen naar de bij gem: extract voorkomende intentie van hunne Hoog moogende, ten aanzien van vreemde oorlog scheepen en gewa„ „pende manschappen en hebben ook ten eersten de noodige orders gesteld„ dat zulks ook op de onderhoorige Comptoiren werde agtervolgd. Het genoegen dat hunne Hoog Moogende en uwel Edele Hoog Achtbaare hebben gelieven te neemen in onze gelioude „ne Conduite, bij geleegentheid dat de Gouverneur van Pondichie vij Graaff de Couwaij heeft getragt met zijne bijhebbende magt op frinkend male te worden geadmitteerd, heeft ons tot bijzondere satisfactie gestrekt, en zal ons aanmoedigen om bij alle voorkomende geleegendheeden, met verdubbelden iever en welmeenendheeid 't beste van de kompenie te behartigen. Intusschen betuijgen we uwel Edele Hoog Achtbaare onze nedrige verplig„ „ting, voor de zo volleedige goedkeu„ „ring van onze bij die occagie gehou„ „dene directie en genoomene maatree„ „gelen, en we neemen teffens de vrij„ „heijd uwel Edele Hoog achtbaare eerbie„ dig te insteeren om onze ootmoedige dank zegging, voor de zo vleijende als verpligtende betuiging van Hunne Hoog Moogende, dan hoogst dezelven aantebieden, wanneer zig daar toe een gunstige geleegentheijd mogte voordoen. Wij zullen voortaan zonder uwel Edele Hoog ons Achtb:
English
Kolombo, the 12th of December, Anno 1790. Honorable special order: to allow no provision of table money whatsoever to officers of the country's ships. The iron cannon promised to us, in partial satisfaction of the demand for bronze cannon made by us in the year 1787, we shall await through Your Right Honorable's kindness, and we shall employ all possible care and precautions to preserve the same. We have informed the ministers at Koetken of Your Right Honorable's decision regarding their demand for cannon, cannonballs, and bombs, and we shall not fail, should Their Honors ask for them, to accommodate them with the same in accordance with our stock. Your Right Honorable's humble and faithful servants, D. van de Graaf C. van Angelbeek Right Honorable, Wise, Provident, Very Generous Gentlemen, We commend Your Right Honorable together with the weighty interests of the Company to God's safe protection, and we have the honor to remain with due respect, J. C. H. N. Cretz G. Heinlouis P. van Litter Selemland Vollenhove [illegible] Separate Batavia Lortman To His High Honor, The High Noble, Severe, Highly Honorable, Widely-Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the State of the United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, Governor-General, and The Noble, Severe Gentlemen, Councilors of the Dutch Indies. High Noble, Severe, Highly Honorable, Widely-Ruling Lord and Noble, Severe Gentlemen! Some time ago, one of the foremost court dignitaries, whom I have reason to believe is very devoted to the Company, informed me in fairly frank terms that the King, otherwise a good man, was beginning to surrender himself somewhat too much to his pleasures, and so to speak made that his principal occupation. That some Nayaks, profiting from his weakness, dragged a large quantity of cash out of the country, which was spent on this and that worthless thing on the Coast of Coromandel. That these Nayaks thereby began to penetrate deeply into the King's favor, so that he, contrary to custom, now and then began to employ them for commissions in the country, which served not only to cause obvious displeasure to the court dignitaries, but also generally resulted in various extortions upon the common man. He therefore had me requested that I would counter the roaming back and forth of these people to and from the coast, in order thereby to deprive them of the means to plunder the King so greatly; and I think that I must all the more comply with this request because the more one can prevent such running back and forth of a party of base rascals, the better it is. I have therefore further recommended the execution of an order already established a couple of years ago, to be somewhat attentive to the arrival and departure of natives who are not known. Accordingly, some people have been detained both at Jaffanapatnam and at Mannar, whom I have not only ordered to be well treated in other respects, but even to be given some maintenance if necessary. When our ambassador was in Kandy, he was spoken to about this by the court dignitaries, as Your High Honors will see from his submitted report. In the answer given thereto, that experience had taught that a party of bad people were using the name of the Court in bad faith, but that whenever the Court wished to send some people to the opposite shore or have them come from there, the necessary passports for that purpose would be granted, they acquiesced, without speaking further about it. I shall now wait a while to see whether any applications might come concerning the detained persons, all the more because I think I may deduce from the foregoing that it is in general not unpleasing to the court dignitaries that the frequent wandering to and fro of the Nayaks is somewhat prevented in this manner. The letter from the Nabob to the King of Kandy, which is mentioned in the letters from me and the Council departing at the same time as this one, was sent to me from Kandy to have it translated here. It was written in Persian and contains nothing of importance, as Your High Honors will see from the copy of the translation that is enclosed herewith. It thus appears clearly enough that this correspondence contains nothing of interest; nevertheless, I hope that Your High Honors will consider it well done that the Nabob's servant, Abdul Kader, was not given permission to carry the letter itself up to the Court, as he had a great desire to do. The counter-gift from the King of Kandy has been rather meager this time. It consisted of an honorary robe that I had sent to the King of Kandy not long ago, with a piece of Surat boutidaal of not much value. The small chest in which these goods were packed was sent to me open, with the request that I would add a pair of fine pommeries to it, and have those entered on the list of gifts, as I have done. I foresee well enough that the Nabob will put it to my account that the King has sent him no elephants this time, but I think it is better, if he should speak of it, to compensate for that by sending him another pair of elephants, rather than to consent to such embassies. Any Englishman who might have a desire to go and see Kandy would, whenever
Dutch transcription
Kolombo den 12:' Jber: A:o. 1790 Achtb: speciaale aanschrijving geene verstrekking van tavelgelden, hoe genaam laaten aan officieren van 'slands scheepen (doen. Het aan ons toegezegd ijzer geschut, ten ge„ deeltelijke voldoening van de door ons in 't Jaar 1787. gedaenen eijsch van metaal geschut, zullen we door uwel Edele Hoog Achtbaare goedheijd verwag„ „ten, en we zullen alle moglijke op„ lettendheijd en voorzorgen doen ge„ bruijken, om deselve te conservee„ ren. wij hebben aan de ministers te koetken kennis gegeeven, van uwer wel Edele Hoog Achtbaare dispositie omtrend derzelver eijsch van kannons, hoe„ „gels en bommen, en zullen niet nalaeten, wanneer hun Edelens daarom mogten vraegen, dezelven naar mate van onzen voorraad daarmede te gerieven. uwel Edele Hoog Achtb: onder danige en Trouwschuldige Dienaaren D van de Gref C: van Angelbeek wel Edele Hoog Achtbaare wijze voorzienige zeer Genereuse Heeren Wij beveelen uwel Edele Hoog achtb: nevens de Zwaarwigtige belangens den Maat- schappij in Godes vijlige roede, en hebben de Eene met verschuldigde respect te blijven Jch NCretz GHeintouis P an Litter. Selemland Vollenhove wij 10t Appart Batavia Lortman Aan zijn Hoog Edelhen Den Hoog Edelen Gestr: Groot agtb: wijdgebieden den Heer M:r Willem Arnold Alting, weegens den staet der vereenigde Nederlanden en de Generaale Nederlandsche Geoktroijeerde Oost- Jndische kompenie Gouverneur Generael en de De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederl Jne Hoog Edele Gestrenge Groot achtb: wijd gebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren! Een tijd lang geleeden deed mij een der eerste Htofsgrooten die ik reeden heb van tegelooven dat de komp: zeer is toegedaen, in vrij on„ bewimpelde termen weeten, dat de koning anders een goed Man, zig wat teveel. be„ gon overtegeeven aan zijne plaisieren, en nagezien en om zoo te spreeken daer van zijn voor naamste bezigheid maekte. Dat eenige Naikers van zijne Zwakheid p fiteerend een goede partij kontanten uit heb land sleepten, die op de kust van korma del aen deze en geene niets waerdige de gen wierden besteed. Dat deze Naikers zig hier door diep bego nen te dringen in skonings gunst zoo Hij hun teegens de gewoonte nu en da begon te gebruiken tot bestellingen in het land, het geen niet alleen strekte tot kelijke ongenoegen van de Hofsgrooten, maer ook doorgaens uijtliep op verschijd knevelaaijen op den gemeenen Man. Hij liet mij daarom verzoeken dat ik het over en weder zwerven van dit volk na en van de kust wilde teegen gaan, ten einde hun daer door te beneemend middelen om den koning zoo zeer te de leesen, en ik het te meer aen dit verzoek meenen te moeten voldoen, om dat hoe meer men een diergelijk over en weder loopen van een partij slegte knaafen, =voorkoomen, hoe beeter het zij. Ik heb daarom naader aanbevoolen de exeku tie van een ordre reeds voor een paaren Jaa„ ren gesteld, om wat oplettend te zijn op het aankoomen en afgaen van inlanderen die niet bekend zijn. zoo te Jaffenaf=mn als te Mannaat zijn daar op eenige luij„ den aengehouden, die ik niet alleen be„ last heb voor het overige wel te behande„ len, maer hun zelfs zoo het noodig is ee„ nig onderhoud te geeven. Toen onze gezant in kandia was is hij door de Hofsgrooten daer over aengesprooken, zoo als uw Hoog Edelh: dat zien zullen bij zijn ingediend rapport: In zijn antwoord daer op gegeeven, dat de ondervinding ge„ leerd had dat een partij slegt volk zig ter kwaeder trouw van de naam van het stof bediende, dog dat wanneer het Hof eenige luiden na de overwal wilde zen„ den of van daer doen koomen, de noodige paspoorten daer toe zouden worden verleend hebben ze berust, zonder daer verder over te spreeken. Ik zal nu nog wat voorkoomen wagten wagten om te zien of 'er nofens de aenge„ houdene Menschen eenige aenzoeken koo„ men mogte, te meer ik uit het vooren staende meen te moogen opmaeken dat het de Hofsgrooten in het algemeen niet onaangenaam is dat op deze wijze het veel af en aanzwerven der Naikers wat worde voorkoomen. De brief van den Nabab aen den koning van kandia, waer van bij de brieven van mij en den Raad met dezen tegelijk afgaende, gesprooken word, is mij uijt kandia toegezonden om ze hier tedoen vertaalen. Ze was in het Persiaans geschreeven, en behelft niets van belang zoo als uw Hoog Edelh: dat zien zul„ len uijt de kofij van de vertaaling die hier nevens gaet. Het blijkt dus genoeg dat deeze korrespondentie niets interressants inhoud, nogtans hoop ik dat uw Hoog Edelh:s het voor welge„ daen zullen houden dat aan swababs bediende Abdul Kader geen verlof gegeeven is om den brief zelve na boven te brengen, zoo als wij groote lust had te doen. Het kontra geschenk van de koning van kandia is ditmael wij smnal geweest. Het heeft bestaen in eere kleed, dat ik den ko„ ning van kandia niet lang geleeden had„ de toegezonden, met een stuk suratse boutidaal van niet veel waerde. Het kasje waer in deze goederen waaren afgepakt, wierd mij open toegezonden, met verzoek dat ik 'er nog een paer fijne pommeries wilde bijvoegen, en die op de schenkagie lijft doen aanteekenen zoo als ik heb gedaen. Ik voorzie wel dat de Nabab het op mijn reekening zal stellen dat de ko„ ning hem ditmael geene Elephanten ge„ zonden heeft, dog ik denk dat het bee„ ter is dat te vergoeden als Hij er van spreeken mogt, met aan hem nog een paar Elephanten toetezenden, dan om in zulke bezendingen te bewilligen. De een of de andere Engelsman die lust mogte hebben om kandia tegaen zien, zoude wanneer
English
when that was once enclosed, the Nabab could easily be persuaded not to be burdened with such a commission. I have, with the exchange of the ratifications of the Treaty with the Nabab, deliberately sought to postpone matters somewhat, because it is necessary, as a clear proof of our exclusive right, that Verwijk be prohibited from further purchasing cloth in the Marawas lands, and I foresee that if this matter is pressed, it will be objected against us that we have no money to help the residents with work. I would not know how to refute this objection, and if we are not provided with a good quantity of gold by the ships, I hardly foresee that I will be able to advance this matter any further, than merely that a certain time be granted regarding Verwijk. This can also satisfy our objective, which serves solely to have our right acknowledged, since after all we cannot purchase all the cloth that these lands produce, unless the Company might substantially increase its demands, and the necessary funds are sent out for that purpose. I commend Your High Excellencies to God's gracious protection and have the honour to be, with all high esteem and true loyalty, (below stood) High Noble, Right Honourable, Right Respected, Wide-ruling Lord and Noble Right Honourable Lords! Your High Excellencies' humble and obedient servant, (was signed) W: F: van de Graaff. (in margin) Colombo, the 7th of May 1790. Agrees. DD vande Breick only Separate Batavia To His High Excellency The High Noble, Right Honourable, Right Respected, Wide-ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the state of the United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, Governor-General and The Noble Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honourable, Right Respected, Wide-ruling Lord and Noble Right Honourable Lords. I have always had good thoughts of the goodwill of the Court of Kandy, and I also do not think, as yet, that it will undertake anything unfriendly against the Company, at least not so long as the present first Chief Minister of the Realm remains in power, and that he thereby retains the great influence he has with the King. Meanwhile I cannot deny that during the unrest in the Matara district and also in a part of this Disavany, I have spent many anxious moments, for certainly not all the Court grandees think as moderately as the first Chief Minister of the Realm, and according to a report upon which I think I can rely, the second Chief Minister of the Realm in particular has strongly urged that the King should turn the unrest in the Company's territory to his advantage. Already in the beginning of the Matara unrest, the first Chief Minister of the Realm let me know by a short letter written to my Maha Mudaliyar that he had countered the Matara people who arrived in Kandy by saying that if the things about which they complained were so, there are Chiefs of the first descent in the Matara Disavany, and that since he heard nothing from these, one could give no credence to the word of such petty Chiefs as they were. He added further that he had spoken to the Matara people in this manner in order to know whether the principal Chiefs of that Disavany also had any part in the unrest, but that he had been unable to perceive anything of the kind. On this confidential footing he has repeatedly sent me messages to assure me that I could rely upon his seeing to it that the Court undertook nothing unfriendly against the Company. In the documents found behind the report of Mr. Sluijsken, the Matara Mudaliyars Jinnekoon, Chief of the Giruwa, De Saram, Chief of the Gangaboda Pattu, and Goeneratne, Chief of the Weligam Korale, are nevertheless heavily accused of having had a hand in the Matara uprising in a very far-reaching manner. To what extent one may rely on these accusations before they could be further investigated, is at present very difficult to determine. It is very difficult to conceive what could have moved these accused Chiefs to the taking of such criminal steps. They are all three men of distinction and wealth, invested so to speak with the highest dignities to which they can aspire. People of that stamp seldom come to the committing of such far-reaching crimes, unless they have prospects that correspond in weight therewith. Why Mr. Sluijsken, in his letter of the 20th of this month, which is transmitted in copy among the annexes of the secret letter, thought it objectionable to write to Matara that these Chiefs should be permitted a journey to Colombo when they requested it of their own accord, has not become very clear to me. If they are guilty, or at least lie under such great and far-reaching suspicion as His Honour seems to think, they cannot be removed from the Matara Disavany too quickly. In the secret letter from me and the Council, an item has been noted from the aforesaid letter of Mr. Sluijsken that is so mysterious that one has had to ask him for a clarification thereof. I would nevertheless be very mistaken if His Honour did not have in mind thereby the Maha Mudaliyar of my Gate. I think this solely because I have many reasons to believe that he is not all too favourably disposed to this Man, and I cannot conceive who else could have been meant thereby. If this should be so, and Mr. Sluijsken has withheld no documents, which I do not think I dare suspect, I declare I cannot understand upon what this opinion of his is founded. Just as little can I understand
Dutch transcription
wanneer dat eens ingeslooten was de Nabab makkelijk kunnen bepraeten om niet zulk een kommissie te worde belast. Ik heb met de uitwisseling der natifi tien van het Traktact met den Nabab het met voordagt wat op de lange bar zoeken te schuiven, om dat het tot een duijdelijke blijk van ons exklusief te noodig zij, dat aan verwijk verbood word het verder inkoopen van lijwaet in de Marauasche landen, en dat voorzie, dat wanneer op dit stuk tan word aengedrongen, men ons voorwekp zal dat we geen geld hebben om de gezeetenen als werk te helfen. Deeze opjektie zoude ik niet weeten te on leggen, en zoo wet met de scheepen niet van een goede partij goud worden voor zien, voorzie ik haast niet, dat ik het op dit stuk verder zal kunnen brengen, van alleen dat 'er nofens ve wijk een zeekere tijd betaeld word. Dit kan ook voldoen aen ons oogmeak alleen strekkende om ons regt te doen er„ kennen, wijl we tog alle de lijwaeten die deeze landen geeven niet koopen kunnen, ten zij de komp: haare eisschen merkelijk mogte vergrooten, en dat daer toe de noodige fondsen worden uijtgezonden. Ik beveele uw Hoog Edelheden in Gods ge„ noodige bescherming en heb de eere met alle hoog agting en waere trouwe tezijn /:onderstond:/ Hoog Edele Gesta: Groot agtb: wijdgebiedende Heer en wel Edele Gestrenge Heeren! uw Hoog Edel heden oodmoedige en gehoorzaame Die naer /:was getekend:/ W: F: van de Graaff /:in margine:/ kolombo den 7. Meij 1790. Akkordeert. DD vande Breicck alleen Appart Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestr: Groot achtb: wijdgebiedenden Heer M:r Willem Arnold Alting, weegens den staet der vereenigde Nederlan den en de Generaale Nederlandsche Geoktroij„ eerde oost indische komp: Gouverneur Generael ende De wel Edele Gestrenge Heeren Raeden van Nederl: Jndie Hoog Edele Gestr: Groot agtb: wijdgebiedende Heer en wel Edele Gestrenge Heeren. Ik heb van de welgezinthijd van het Hof van kandie altijd goede gedagten gehad, en ik denke ook als nog niet dat het zelve iets onvriendelijks tee„ gens de komp: zal onderneemen, ten minsten niet zoo lange als den tegenswoor digen eerste Rijks Adigaa in het bewind blijft, en dat wij daer bij blijft behouden den grooten invloed die Hij bij den koning heeft. heeft. Intussen kan ik niet ontkenne dat ik geduurende den onrust in het Materesche en ook in een gedeelte van deze Dessavonie, veele ongeruste oogen blikken heb toegebragt, want zeeker„ lijk alle de Hofsgrooten niet zoo ge maetigt denken als den eersten Rijks adigael, en volgens een bericht waa op ik denk staet te kunnen maek heeft inzonderheid de tweede Rijks Adigaa zeer gehaeden, dat de koning zig den onrust in 'skomp:s land diens ten nutte te maeken. Reeds in den beginne van de Materesche rust liet mij den eersten Rijks adigaal bij een klijn briefje aan mijn Maha dliaat geschreeven weeten, dat hij het Materesche volk in kandia aangeko men, hadde tegemoet gevoert dat indie de dingen waer over ze zig beklaegden zoo waeren, 'er in de Materesche Dessa„ vonie Hoofden zijn van de eerste afkoo en dat wijl Hij van deeze niets hoorde men aen het zeggen van zulke klijn Hoofden, als zij waeren, geen geloof konde geeven. Nog zijde Hij daer bij dat hij het Materesche volk op deeze wijze hadde toegesprooken om te weeten of ook de eerste Hoofden van die Dessavo„ nie in den onrust eenig deel hadden, dog dat hij daer van niets hadde kunnen bespeuren. Op deezen vertrouwelijken voet heeft wij mij te meer maelen berigten gezonden om mij te verzeeke„ nen dat ik staet konde maeken dat Hij zoude zorgen dat het Hof niets onvriendelijks teegens de komp: ondernam Bij de stukken agter het rapport van den Heel sluijsken te vinden worden des niet te min de Materesche Modliaers Jinnekoon, Hoofd van de Girewaij, De Caram, Hoofd van de Gangebaddepattoe, en Goeneratne, Hoofd van de Belligam„ korl heevig beschuldigd dat ze op eene heel verregaende wijze de hand in de Materesche opschulding zoude hebben gehad. In hoe verre men op deze beschuldigingen staet maeken mag voor dat ze nader konde zijn zijn onderzogt, is voor het teegens wor dige zeer moeijelijk te bestemmen Eer„ moeijelijk is het om te bedenken wat deze beschuldigde Hoofden tot het doen van zulke misdaedige staffen zoude heb„ ben kunnen beweegen. ze zijn alle die luijden van aanzien en vermoogen, be kleed om zoo te spreeken met de hoog ste waardigheeden waar na ze asfire ren kunnen. Luiden van dien stampel koomen zeldzaam tot het pleegen van zulke verregaende misdaeden, ten zij ze vooruitzigten hebben die in gewigt daar meede overeenkomen. Waarom de Heer sluijsken het bij zijn brok van den 20. deezer die in kopij onder de bijlaegen van de sekreete brief overgaet, b denkelijk heeft gevonden, om na Mala aanteschrijven dat aan deeze Hoofden te worden toegestaen een springtogt u kolombo wanneer ze daer toe uijt eigen verzogten, is mij niet al te kl gebleeken. Indien ze schuldig zijn, of ten minsten onder zijn groote en verko „gaande susficie leggen als zijn Ed schijnt te denken, kunnen ze niet te spoedig uijt de Materese Dessavonie worden verwijderd. Bij den sekreeten brief van mij en den Raad, is uijt den voorsz: brief van den Heer sluijsken een post aengemerkt, die zoo geheimzinnig is dat men 'er hem een opheldering van heeft moeten vaagen. Jk zoude mij nogtans zeer vergissen zoo zijn Ed: daer meede niet het oog heeft op den Maha Modliaa van mijn Porta. Jk denke dit alleen daarom, om dat ik veel reedenen heb te gelooven dat Hij dezen Man niet al te gunstig is, en ik niet bedenken kan, wie anders daar meede zoude kunnen zijn gemeend. Indien dit zoo zijn mogte, en dat de Heer Cluijsken geene tstukken agter gehouden heeft, het geen ik niet denke te durve ver„ moeden, betuige ik niet te kunnen begrijpen, waer op deze zijne ofinie gegrond is. Eeven zoo min kan ik gaende begrijpen
English
understand what in particular could have moved this man to criminal steps of that nature, whereby he could gain nothing, and whereby he on the contrary would have put his honor and even his life in danger. In the year 1761, when in the Gale korle all the chiefs and with them everyone who was of any prominence joined the rebellious people, he alone of the most prominent families of the Gale korle remained faithful to the Company. Governor Schreuder therefore made him Modliar of the Gate at Gale, in place of the Modliar who had gone over to the rebels, and to reward him for several faithful services rendered to the Company on that occasion, he subsequently also presented him with a gold medal and chain. He has since, as far as I know, always served the Company faithfully, and has been employed with much benefit on several occasions. The Extraordinary Councillor Delij, who was Commander of Gale for nearly 20 years, was always very content with him, and in the writings of this gentleman he is never spoken of with anything but praise. He has now served me for more than five years as Maha Modliar, and I owe him the justice of testifying in all conscience that in all his official duties thus far I have perceived nothing but loyalty and honesty toward the Company. In particular, he has been of great service to me in my dealings with the Court of Kandia. During the several times that the present first Adigar of the realm, then still being Dessave, was at Colombo, he managed to acquire the trust and friendship of this man to a high degree, and I think that to the friendly feelings which he managed to instill in him toward the Company, one must very largely attribute the fact that affairs with the Court up to now have been able to be managed to the fairly good satisfaction of the Company. Nevertheless, if it appears from the further explanation of Mr. Steinken that I was not mistaken in my opinion, and that by what has been noted above from his letter, the Maha Modliar was indeed meant, I shall investigate the matter most rigorously, and if he is found guilty, I shall not spare him. Your High Noble Excellencies may be completely assured of that. If, on the contrary, it appears that he has been accused lightly and unjustly, it is reasonable that justice be done to him, which cannot be denied to a man who has served the Company faithfully for such a long series of years. It is even, for the interests of the Company on this island, highly necessary that this be done. People who, by being faithful to the Company, believe they have a claim to at least fair treatment, must not be wronged. The exchange of the ratification of the treaty with the Nabob I have thus far postponed, both so that in the meantime and before it takes place I may be provided with Your High Noble Excellencies' approval regarding the demands of the Nabob to also have his commissioners at the Mannar pearl fishery, and because for some time there has been the suspicion that the Nabob will have to surrender all his lands to the English Company, since he cannot pay his debts to the same, and that if this comes to pass, it might be better that the exchange of the ratification does not take place before we have reached a closer understanding with the English themselves in that regard. Even if the Nabob should still be spared this time, the prospects that it will come to that at some time nonetheless are alone enough not to give ear to the aforesaid demands of the Nabob, and Your High Noble Excellencies may be at ease that this shall not happen. That the Senior Merchants Raket and van Angelbeek, who have exchanged duties for such reasons as are indicated in the secret letter of us and the Council, are this time presented to Your High Noble Excellencies for confirmation, is because I do not know whether the Senior Merchant Raket will be inclined to continue in the post of Dessave of Mature. At my request he accepted this arrangement as the most proper one that I was able to make for this time. Of the war of the English against Tipu Sultan little is heard here; according to the best reports General Medows with his army has pushed through to the mountains that separate the realm of Mysore from Tipu's southern lands, without having found resistance, but here it is said that Tipu is preparing to dispute the passage over these mountains with the English. According to credible reports, the English have concluded an alliance with the Mahrattas and Nizam Ali to completely subdue Tipu Sultan, and there are also the greatest appearances that this will happen, if the Mahrattas and Nizam Ali keep their word, but that is not seldom lacking, especially with the Mahrattas, who are generally for sale to whoever has the heaviest purse. I commend Your High Noble Excellencies to God's gracious protection and have the honor with all high esteem and true faithfulness to be, /:was signed:/ High Noble, Stern, Highly Respected, Far-Ruling Lord, your
Dutch transcription
begrijpen wat inzonderhijd deeze Man zoude hebben kunnen beweegen, tot mis dadige stappen van die natuur, waer de wij niets konde winnen, en wa door Hij daer en tegen zijn eer en zelfs zijn leven in gevaer zoude heb ben gestelt In het Jaer 1761. wanneer in de Gaele kon alle de Hoofden en met hun alles eenigzints aanzienlijk was, zig het opvoerig volk hebben gevoegt Hij alleen uijt de aanzienlijkste ge slagten der Gale korl de komp: ge„ trouw gebleeven. De Heer Gouverna schreuder maekte hem daarom M dliaen van de Porta te Gale, in steede van de Modliaer die zig bij de op„ voerige begeeven had, en om hem teb loonen voor verschijde trouwe diensten in die gelegenthijd aen de komp: b weezen; heeft hij hem naderhand nog beschonken met een gouden per ning en ketting. Hij heeft zeedert zoo veel ik weet, de komp: altijd getrouwelijk gedient, en is in verschijde geliegentheeden met veel nut gebruijkt. De Heer Raad extra ordinair Delij die na genoeg 20. Jaeren kommandeur van Gaele geweest is, is over hem steeds zeer kontent ge„ weest, en in de schriften van dezen Heer word nooijt anders dan met lof van hem gesprooken. Hij diend mij nu ruim vijf Jaeren als Mahamodliaer, en ik ben hem de Justitie schuldig van ingemoede te moeten betuigen, dat ik in alle zijne ampts verrigtingen tot nog toe niets dan trouw en eerlijkhijd teegens de komp: heb bespourd. In het bezonder is Hij mij van groote dienst geweest in mijne handelingen met het Hof van kandia. Geduuren„ de verscheide rijzen dat de teegens„ woordige eerste Rijks Adigaal, toe„ nog Dessave zijnde, is te kolombo geweest, heeft wij zig het vertrouwen en de vriendschap van deezen Man komt. i„ in een hoogen graad weeten te verwe ven, en ik denke dat aan de vriende lijke gevoelens die Hij hem voor de komp: heeft weeten, inteboesemen, me„ heel veel moet toeschrijven dat de di„ gen met het stof tot hier toe, nog al tot tamelijke genoegen van de komp: hebben kunnen worden besturd Ik zal niet temin wanneer het uijt de nadere verklaering van den Heer stei ken komt te blijken dat ik mij in mijne opinie niet heb vergift, en dat met het geene hier boven uijt ze brief is aengemerkt, werkelijk den Mahramodliaat gemeend is, de zaek op het nigouieuste onderzoeken zoo hij schuldig bevonden word, zal ik hem niet spaaren. uw Hoog Edelh kunnen daer van volkoomen zeeker zijn. Blijkt het daar en teegen dat wij ligtvaardig en ten onregten beschuldigt is, is het reedelijk dat hem het hegt wedervaare, dat aan een Man die de komp: zoo een groote reeks van Jaeren trouw gedient heeft niet kan worden geweigert. Het is zelfs voor de belangens van de komp: ten dezen eilande, ten hoogsten noodig dat dit geschied. Luijden die door ge trouw tezijn aen de komp: meenen aanspraak te hebben op ten minsten een billijke behandeling moet men niet tengen. De uijtwisseling der ratifikatie van het Traktaet met den Nabab, heb ik tot nog toe verschooven, zoo op dat ik intusschen en voor dat die ge„ schied, worde gemunieerd met huw Hoog Edelh: goetvinden nofens de vor„ deringen van den Nabab om ook te hebben zijne gekommitteerdens bij de Mannaarsche Paarlusscherij, als om dat men zeedert een tijdlang is in het vermoeden, dat de Nabab alle zijne landen aen de Engelsche komp: zal moeten afstaen, wijl wij zijne schulden aen dezel„ ve niet betaelen kan, en dat indien dit zoo uitkomt, het misschien beeker zij dat de uitwisseling van de ratifikatie niet heeks geschied geschied voor dat we ons derwegens met de Engelschen zelfs naader ver„ staan. Zoo ook de Nabab ditmaal nog mogte worden gespaakt, zijn de vooruijtzigten dat het dog te eenigen tijd daer toe koomen zal, alleen ge„ noeg om aan de voorsz: vorderingen van den Nabab geen gehoor te geeven en uw Hoog Edelheden kunnen geaust zijn dat dit niet geschieden zal. Dat de van dienst verwisselde opperkooplie den Rakeet en van Angelbeek om zodani reedenen als bij de sekreete brief van wij en den Raad worden aangeweezen, ditmall aen uw HoogEdelheden ter bevestiging uit worden voorgedraegen, is, om dat ik niet weet of de opperkoopman Raket zal ge„ neigt zijn om in de post van Dessave van Mature te kontinueeren. op mijn verzoek heeft wij deze schikking aeng noomen als de betamelijkste die ik v dit mael wiste te maeken. van de oorlog det Engelsen tegens Jipoe sultan hoort men hier wijnig volgen de beste berigten zoude de Generaal Medows met zijn arme zijn doorgedron„ gen tot het gebergte dat het rijk van Maisoer afschijd van Tipoes Zuijdelijke landen, zonder tegenstand te hebben ge„ vonden, dog hier zegt men dat sipoe zig zoude gereed maeken om de passagie over deze gebergtens aen de Engelsen tebetwisten. Volgens geloofbaare tijdin gen hebben de Engelsen een verbond geslooten met de Macatters en Nisam Ali om Tipoe sultan geheel ten onder te brengen, en daer zijn ook de grootste apparentien dat dit geschieden zal, zoo de Maratters en Nisam Ali woord houden, dog daer aen haepert het niet zeldzaam inzonderheid met de Maratters, die doorgaant te koop zijn voor die de steijfste beurs heeft Ik beveele uw Hoog Edelheden in Gods genaedige bescherming en heb de eere met alle hoog agting en waere trouwe te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Gestr: Groot agtb: wijdgebiedende Heer. de uw
English
Separate Batavia Your High Noble's humble and obedient servant, was signed, W: J: van de Graaff, in the margin, Kolombo, the 27th of August 1790. Agrees. BB vande Graak To His High Nobility The High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting on behalf of the state of the United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, Governor-General and The Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord and Right Honorable Lords! I have had the honor to receive the friendly letter with which I was favored by Your High Nobilities on the 26th of May. I can perceive nothing other than that the Court of Kandia continually bears good will toward the Company. The permission which it has granted, allowing the Company to have cinnamon peeled across the river Mahasje, belonging under the so-called forbidden places, or at least among those places where cinnamon peeling has been prevented to us for many years, seems to me a fairly good proof thereof. This permission was sent a few days ago by the First Imperial Adigar to the Mahara mudaliyar, and although the monsoon is drawing to an end, this consent is nonetheless agreeable to me, especially because of the influence that such proofs of good understanding between the Court and the Company generally have on the minds of the people, and which this proof of good understanding, as I trust, will have on the minds of a party of evildoers in the Matara Dissavany, whom one was indeed forced to place in one post or another in order that the unrest they had stirred up should continue no longer. Along with the dispatch of the aforementioned permission, there were also sent to me some provisions and other trifles from the King's dispensary, which were delivered with the customary ceremony, and the Adigar conveyed to me verbally that this was done because he thought that such mutual proofs of friendship always work more or less upon the minds of the public. I had informed the First Imperial Adigar that Your High Nobilities have granted authorization to be allowed to send Sri Lanka Sari to Batavia, but he had me answered verbally asking whether it would not be better that this man remained on Ceylon for a while yet, adding that he would let me know his thoughts regarding him in more detail. I shall therefore, with the approval of Your High Nobilities, detain him a while longer, and shall on a following occasion have the honor to entertain Your High Nobilities further regarding him. It appears that people in Kandia are not without concern about this man, and if I am not mistaken, the Adigar is of the opinion that his presence on Ceylon is of no small service to hold somewhat in check such grandees of the Court who are less well-disposed toward the Company than he is. Concerning these, he nevertheless let me know that I should not be uneasy about them, and that they were foolish people. I shall inform myself further as to how much is paid, more or less, from Surat to Ceylon for the linens that are brought over on private ships, and shall have the honor to inform Your High Nobilities further thereon. Upon Captain Bonneval's departure from here, I charged him that during the inspection of the detachment with which he departed for Batavia, he had to inspect properly the rifles and other weaponry of the men. As soon as the report has come in regarding the ordered inquiry as to why that was not better complied with, I shall have the honor to entertain Your High Nobilities further on that matter. In the secret letter from me and the Council, Your High Nobilities will find that the inquiry we had intended to have made regarding the suspicions of Commander Sluysken against the native chiefs has had to be suspended, mainly because a certain Madugodde Appu, who made himself very notorious in the recent Matara unrest, returned to Matara shortly after the aforementioned commander was written to about this inquiry, and that this inquiry would have had to begin with him and with a certain Don Simon Arachchi, who also departed for Matara at the same time. Commander Sluysken was so persuaded that this Madugodde Appu had to be so
Dutch transcription
Appart Batavia uw Hoog Edelheden oodmoedige en ge„ hoorzaeme Dienaar /:was getekend:/ W: J: van de Graaff /:in margine:/ kolombo den 27. Augustus 1790. Akkordeert. BB vande Graak Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gestr: Groot agtb: wijdgebiedenden Heer M:r Willem Arnold Alting weegens den staet der vereenigde Nederlanden en de Generaele Nederlandsche geoktroijeerde oost Jndische kompenie Gouverneur Generaal ende De wel Edele Gestrenge Heeren Raeden van Nederlands Jndien Hoog Edele Gestrenge Groot achtb: wijdgebiedende Heer en wel Edele Gestaenge Heeren! Ik heb de eere gehad te ontvangen de affac te brief, waar meede ik door uw Hoog Edelheden op den 26. Meij ben beguns„ tigt. Ik kan niet anders zien dan dat het Hof van kandia zig bij voortduuring welgezint tegens de komp: gedraagt Het verlof dat het zelve gegeeven heeft dat de komp: kanneel mag laaten schillen aen de overkant van de rivier rivier Mahasje, gehoorende onder de zoo genaemde verboode plaetsen, of te minsten onder die plaetzen, daer men ons zedert veele Jaeren het kanneels len heeft belet, schijnt mij daer va een tamelijk goed bewijs. Dit verlof is voor wijnige dagen door de eersten Rijks Adigaat gezonden aen wij Mahra modliaet, en schoon de mousse op het einde loopt is mij nogtans der inwilliging aangenaam, inzonder he om den invloed die diergelijke bewi zen van goede verstandhouding tis het Hof en de komp: doorgaens hebb op de gemoederen van het volk, dit bewijs van goede verstandho ding zoo ik vertrouw hebben zal de gemoederen van een partij kwaet doenders in de Materese Dessavon die men, om den onrust die ze gestood hadden, niet langer te doen voortduur wel genoodzaekt is geweest, in deze of geene posten te stellen. Met het afzenden van de voorsz: permisse zijn mij tevens gezonden eenige provi„ sien en andere klijnigheeden uijt sko„ nings dispens, die met de gewoone staetsie zijn afgebragt, en heeft den Adigaet wij daer bij mondeling lasten weeten, dat het geschiede om dat Hij dagte dat dier gelijke wederzijdsche bewijzen van vriendschap, altoos min of meer werken op de gemoederen van het publiek. Ik hadde aen den Eersten Rijks Adigaet doen weeten, dat uw Hoog Edelheden hebben kwalifikatie gegeeven, om srie Canka sarie temoogen zenden na Batavia, dog hij heeft mij monde„ ling laeten antwoorden, of het niet beeter waere, dat deze Man nog op wat op Ceilon bleef, met bijvoeging, dat hij mij zijn gedagten noffens hem nader zoude laeten weeten. Ik zal hem dus met goetvinden van uw Hoog Edel heden nog wat aenhouden, en zal bij een volgende gelegentheid de eere hebben uw Hoog Edelheden nader over hem te zijn onderhouden onderhouden. zoo het schijnt is men kandia over deze man, niet buijten zorg, en zoo ik mij niet vergis„ den Adigael van begrip, dat zijn p sentsie op Ceilon van geen ondienst is, om zulke der Hofsgrooten, die v der wel gezint zijn tegens de kont dan Hij, wat in teugel te houden. Om trent deze heeft hij mij nogtans doen weeten, dat ik mij over hun niet moeste ontrusten. Dat het onverstandige meusi waeren. Ik zal mij nader informeeren hoe veel wa min of meer betaeld word van suratto na Ceilon, voor de lijwaeten die met p tikuliere scheepen worden overgebragt, en zal de eere hebben uw Hoog Edelheden d bij nader te bedeelen. Jk hebbe de kaptijn Bonneval met zijn vertrek van hier belast, dat Hij bij het visiteeren van het detachement wa meede wij na Batavia vertrokken is, behoorlijk moeste nazien de geweesen en andere wapentuijgen van het volk. zoo dra zal zijn ingekoomen het berigt nofens het geordonneerde onderzoek waer bij het is toegekoomen dat daer aan niet beeter is voldaen, zal ik de eere hebben uw Hoog Edelheden daar over nader te onderhouden. Bij den sekreeten brief van mij en den Raad, zullen uw HoogEdelheden vinden dat het onderzoek, dat we voorgenoo„ „men hadden telaeten doen, noopens de ver„ denkingen van den kommandeur sluijsken teegen de inlandse Hoofden heeft moeten blijven gestaekt hoofdzaekelijk daarom, wijl eenen Madoegodde appoe die zig in de Jongste Materese onlusten zeer berugt heeft gemaekt kort na dat over dit onder„ zoek aen gem: kommandeur geschreeven was, na Mature is terug gegaan, en dat met hem en met eenen Don Simon Ar„ raatje, die ook tegelijker tijd na Mature vertrokken is, dit onderzoek zoude hebbe moeten beginnen. De kommandeur sluijsken was zoo geper suadeert dat deze Madoegodde appoe Zoo moeste
English
had to be kept out of the Matara Dessavony, that he has even written to me about this privately now and then. On 21 July he wrote to me, as appears from an extract from his letter that is annexed hereto: He /: Madugodde Appu :/ wants to leave again every time, and I think that he will still be dangerous in Matara, and thus I should gladly wish to know his intention as to how it is and will be best to keep this fellow here contentedly for the present, for if he arrives in Matara discontented, I fear fresh consequences again. Thereupon I wrote to him in my letter of 24 July, of which an extract is also annexed hereto, to keep him in the street a bit in Galle under some pretext or other, and that I would have his act of Mohandiram dispatched to him as soon as it was requested. Subsequently Commander Sluysken wrote to me in a letter of 31 July concerning him, requesting me to be allowed to honor this Madugodde Appu, whom he would nominate further, in the meantime as Mohandiram of his guard, and added thereto: if I could do without it I would not do it, but I fear that at times the fellows would slip away from me; and hereupon I wrote to him in my letter of 5 August, from which another extract is annexed hereto, that I could well permit him to appoint Madugodde Appu as Mohandiram of the guard, and upon the further nomination of Commander Sluysken the act thereto was dispatched and sent to Galle on 17 August. The return of this malefactor to Matara has also caused me, regarding what Commander Sluysken has advanced to the charge of my Maha Mudaliyar, to have had to let it rest with the single observation that if one wished to proceed upon such grounds as he seemed to admit, no one would henceforth be certain of his honor or even his life, and certainly, if one wished to heed such sayings, what then should one think of what appears, among other things, in the enclosed translation of an ola, presented to me a few days ago by one Bewatrige Matthees, former kangan of the wood-hauling service at Galle, namely that the Secretary of Galle, Albedijl, had told him that he might tell the Matara mutineers that they should say they desired the Lord Commander to come to hear their complaints, who would assure them that His Honor would come to Matara as soon as possible, and then would give them the offices that the principal ones among the mutineers might solicit, and therefore they should keep the mutiny reinforced until the arrival of His Honor, and appear together with His Honor and only then quiet down. Regarding my aforementioned Maha Mudaliyar, I have had the honor of entertaining Your High Excellencies respectfully and in detail in my preceding separate letter. His faithfulness has been of great service to me on this occasion, among others with the First Adigar of the Realm. I have caused him to put into writing the substance of his correspondence held with this man, and I send it herewith with a report from him. I shall also cause these documents to be kept sealed in the secret chest so that it may be evident at all times that this correspondence was held upon my order. Regarding what was written by Your High Excellencies in the secret missive to me and the Council of 26 May last, that concerning the question of how to act if a squadron requested to enter the Trincomalee inner bay, all objections are removed by the highly respected orders of the Sovereign against the admission of warships into the Company's harbors, if they can be executed, I take the liberty, for my governance in this matter, very humbly to request to be informed by Your High Excellencies' goodness: 1. Whether one shall be permitted in any case to allow any other exceptions than the case of the most extreme distress, which alone is excepted by the resolution of Their High Mightinesses of 5 March 1789, and how Your High Excellencies please that action shall be taken in the event that an English squadron, or even merely a single warship, although not being in the case of the most extreme distress, should nevertheless take refuge with us in such circumstances in which allies are accustomed to ask each other for assistance, and who, although not being in the case of the most extreme distress, might nevertheless have reasons thereto that could be of the very highest importance to them. 2. Whether one will have to make any distinction between harbors, as is stated in Your High Excellencies' aforementioned secret missive, and as are for example the bays of Trincomalee and Galle, and open roadsteads, as are the roadstead of Colombo and other places of this island, which I request the more to be permitted to know for my instruction, since in the aforementioned resolution of Their High Mightinesses and also in the letter of the Noble and Highly Respected Lords Directors of 29 March 1789 it is stated that henceforth no warships of foreign nations shall be permitted to be admitted to the Company's establishments. 3. Whether, when a squadron or even merely a single warship arriving at an open roadstead, as here at Colombo, offers the salute, one shall be permitted to receive and answer it, or whether, after having notified them that our instructions forbid us to admit the same to our roadstead, one will have to refuse the salute, and especially whether one on a
Dutch transcription
moeste worde gehouden uijt de Materes Dessavonij dat wij mij zelfs nu en dan daer over in het partikulier geschreev heeft. Den 21. Iulij schreef Hij mij bli kens een extrakt uijt zijn brief dat hier nevens gaet: Wij /: Madoegodde appoe:/ wil telkens weeder vertrekken en ik denke dat Hij als nog gevael lijk te Mature zal weezen en dus mog te ik gaerne desselfs intentie weeten hoe het best is en zal zijn, om deeze knaep voor eerst hier met vergenoeg aentehouden, want komt hij onverge noegd te Mature vreeze ik weeder va nieuwe gevolgen. Ik schreef hem daa op bij mijn brief van den 24. Julij die ook een extrakt hier nevens gaet om hem onder het een of andere voorwend zel te Gale wat aen de straet te houden en dat ik hem zijn akte van Mohan diram zoude doen depecheeren zoo dra ze wierd gevraegd. Nader schreef mij de kommandeur sluijskh bij een brief van den 31. Julij over hem dat wij mij verzogte dezen Madoegod„ de affoe die Hij nader zoude voordraegen, intussen als Mohandivam van zijn garde te mogen honoreeren, en voegde daer bij: kon ik 'er buijten zoude ik het niet doen, maar ik weeze dat mij zomtijds de knaepen zoude ontslippen, en hier op schreef ik hem bij mijn brief van den 5. Aug:s waer uijt nog een extrakt hier nevens legt dat ik het wel lijden mogt dat Hij Madoe„ godde Affoe mogte aenstellen als Mohan„ diaam van de garde en op de nadere voort dragt van den kommandeur sluijsken is de akte daar toe gedepecheerd en na Gale gezonden den 17. Augustus Het terug keeren van dezen boosdoender na Mature heeft ook voortgebragt dat ik nofens het geen de kommandeur sluijsken ten laste van mijn Maha nlodliaer heeft geavanceert, het heb moeten laeten berusten bij de enkelde aen merking dat indien men op zulke gronden als Hij scheen te admiteeren, wilde aangaen, niemant voortaen zijne dat elke eere nog zelfs zijn leeven zoude zeeker zijn, en zeekerlijk zoo men op zulke gezegdens wilde agt geeven, wat zoude men dan moeten denken van het geen onder anderen voorkomt bij het hier ingeslootene translaet van een ola, mij voor eenige daegen gepresenteerd door een Bewatrige Matthees, geweezen kan„ gaen van de Houtsleeperij te Gale, dat namentlijk, de sekretaris van Gale Albedijhl, hem hadde gezegt, dat h de Materesche muijtelingen mogten zeggen, dat ze verlangden dat de Heer kommandeur kwam om hunne klagten te aanhooren, wij hun zoude verzeekeren, dat zijn Ed: ten spoedig sten te Mature koomen, en als dan de bedieningen die de voornaamste der muijtelingen mogten solliciteeren hun geeven zoude, en derhalven zij tot de komste van zijn E: de muijterij vo„ sterkt houden, en met zijn E: alsw verschijnen en dan eerst stillen inoessen Over voorsz: mijn Maha modliaer, heb ik de eere gehad uw Hoog Edelheden bij mijn voorgaende affarte eerbiedige, om„ standig te onderhouden. zijn getrouwig hijd is mij in deze gelegentheid van groote dienst geweest onder anderen bij den eersten Rijks Adigaet. Jk heb hem van zijn gehouden korrespondentsie met dezen Man, het hoofd zaekelijke doen in geschrift stellen, en zend het met een berigt van hem hier nevens. Jk zal deze stukken ook verzeegeld doen be„ waeren in de sekreete kas op dat het ten allen tijde blijken kan, dat deze korrespondentie op mijn order gehouden Noopens het aangeschreevene door uw Hoog Edelheden bij sekreete missive aen mij en den Raad van den 26. Meij J:o Leeden dat omtrent de vraege hoe het te handelen indien een Esquader verzog„ te in de Trinkonomaalsche binnen baaij te koomen; worden weggenoomen alle bedenkingen door de hoog gerespekteerde orders van den souverain teegens de admissie is. ik van van oorlog scheepen in skomp:s Havent dien ze g'exetcuteerd kunnen worden, na ik de vrijmoedighijd tot mijn bestier in deezen zeer nedrig te verzoeken om uw Hoog Edelheden goedheid te moog wezen onderrigt: 1. of men in eenig geval eenige andere zonderingen zal moogen toelaeten, het geval van alles uijtterste nood, bij de rezel: van Hunne Hoog Mog de van den 5. Maert 1789 alleen w uijtgezondert, en hoe uw Hoog Edel gelieven dat zal worden gehandelt m valle dat een Engels Esquaden of o maer een enkeld oorlog schip, schoon niet zijnde in het geval van aller terste nood, nogtans tot ons toevlug kwam neemen in zulke omstandighee waer in bondgenooten gewoon zijn w kanders bijstand te vraagen, en wel schoon niet zijnde in het geval va allen uijtterste nood, nogtans reed daer toe zoude kunnen hebben die v hun kunnen zijn van het aller hoogste belo 2. of men eenig onderscheid zal moeten mae„ ken tussen Havenen, gelijk staet bij voorsz: uw Hoog Edelheden sekreete missive, en ge„ lijk bij voorbeeld zijn de baaijen van Trinko„ nomale en Gale, en opene Reeden, gelijk zijn de Reede van Kolombo en andere plaetzen van dit Eiland, het geen ik te meer verzoeke tot mijn onderrigting te moogen weeten, wijl bij voorsz: rezolutie van Hunne Hoog Mogende en ook bij den brief van de Edele Hoog Agtb: Heeren Bewindhebberen van den 29. Maert 1789 staet, dat voortaen geene oorlog scheepen van vreemde Natien op 'skomp:s Efablissemen„ ten zullen mogen worden geadmitteerd. 3. of men, wanneer een Esquaden of ook maer een enkeld oorlog schip koomende op een ofen Reede gelijk hier te kolombo, het Caluut wanneer het word aengebooden, zal moogen ontfangen, en beantwoorden, dan wel, of men na hun te hebben aengekundigt, dat onze instruksie ons verbied om dezelve op onze Reede te admiteeren, het Caluut zal moeten wijgeren, en inzonderhijd of men op een 2. of op en
English
open roadstead as here in Kolombo, should go further than to prohibit and effectively prevent all communication of such a ship or ships with the shore, when a squadron or even a single ship lying under our cannon, after the aforesaid notification, might nevertheless remain lying there; and if so, what one should do further. I commend Your High Noblenesses to God's merciful protection and have the honor with all high esteem and true faithfulness to be. Subscribed: High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord and Noble Stern Lords! Your High Noblenesses' humble and obedient servant. Signed: W. J. van de Graaff. In the margin: Kolombo, 15 October 1790. Agrees: HD. vande Vaal. Ditto 27 Aug. Coyten, 15 November 1790. Register of the papers belonging to the letter which, by order of the Right Honorable Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the island Ceilon with its dependencies, is dispatched via Gale with the packet boat De Expeditie, consigned to the Honorable Lords Directors of the General Chartered Dutch East India Company at the Chamber of Zeeland. No. 1. Original letter of today, written by and as in the heading of this document. No. 2. Duplicate dispatch of the 12th of this month, written by and to the same as above. No. 3. Extract dispatch dated 7 October, written from Palleakotta to Kolombo. No. 4. Extract dispatch of the 5th of this month and of the 10th of this month, with the insertion of three lists of necessities for the packet boat De Expeditie. No. 5. Extract of the Gale resolution of the 8th of this month, in which is inserted the report of the survey of the sails of the said packet boat. No. 6. Extract of the Gale resolution of the 11th of this month, with the insertion of the report concerning the examination of the consumption account of the said packet boat. No. 7. Extract dispatch dated 27 August last, written from Bengal to Kolombo, which shows that 340 bags of saltpeter were given to the said packet boat as ballast. No. 8. Name list of 6 soldiers of the regiment De Meuron who have served out their contract and are now crossing over. No. 9. Copy of advices which are now going off to the Honorable High Mighty Lords Seventeen at the presiding Chamber of Amsterdam. No. 10. Copy of letters of today's date to the Honorable Lords Directors at the Chamber of Amsterdam and the Lords Ministers at the Cape of Good Hope. Kolombo, 15 November 1790. Hybrands. Eiklert. Patria. Checked. To the Right Honorable Wise, Provident, Most Generous Lords Directors of the Assembly of the Seventeen, representing the General Chartered Dutch East India Company at the Presiding Chamber of Amsterdam. Right Honorable Wise, Provident, Most Generous Lords! In the hope that there may be an English opportunity to Europe, we send this via Madras to accompany the enclosed copy of the secret dispatch to Their High Noblenesses, in order to inform them that peace in the Maturese Dessavony has been restored, as well as in the Kolombo Dessavony, where there was also quite some unrest in two corles. We congratulate Your Right Honorable Lordships therewith in the most respectful manner, and have the pleasure to inform Your Right Honorable Lordships that these disturbances have ended without significant damage to the Company; only the cinnamon and other plantations suffered quite a bit from it, which we nevertheless hope will soon recover. In the Hale Corle it appeared that some unrest would also arise, but it was of no importance and was quickly subdued. Apart from that, no unrest has been observed anywhere; in particular, the inhabitants of the shores ceded to the Company have conducted themselves quietly and peacefully everywhere, which has afforded us considerable reassurance in this circumstance. The ships De Gouverneur Generael Mossel and De Unie have arrived safely and soundly at Tuticorin and subsequently in this roadstead, whereof we shall have the honor to make the customary report to Your Right Honorable Lordships on a direct occasion. We commend Your Right Honorable Lordships, together with the weighty interests of the Company, to God's safe keeping and have the honor with due respect to remain, Right Honorable Wise, Provident, Most Generous Lords, Your Right Honorable Lordships' humble and faithful servants, Kolombo, 27 August 1790. W. J. van de Graaff. C. van Angelbeek. Mfietz. J. V. Heintous. Van Zitter. Zeeland. To the Honorable Lords Directors of the General Chartered Dutch East India Company at the aforesaid Chamber. Honorable Lords! According to what was communicated in our respectful letter of the 12th of this month with the ship De Unie, we are now letting the packet boat De Expeditie return for the Chamber of Amsterdam, in fulfillment of the order of the High Government of the Indies. The reasons why this vessel did not arrive here in time to repatriate on the 1st of October according to Their High Noblenesses' intention are stated in a further enclosed extract dispatch written to us by the ministers at Palencatta on the 7th of the said month, to which we take the liberty to refer. Upon the request made by the captain-lieutenant and commander of this vessel by three lists, which are inserted in the Gale resolutions of the 5th and 10th of this month, extracts of which accompany this, the officials decided to have the requested necessities supplied to it, as well as to have repaired the sails that needed mending and also to have the vessel caulked. The report of the survey of the aforesaid sails is inserted in the Gale resolution of the 8th of this month, which also accompanies this in extract. The commander of this vessel has requested, on account of the indisposition of this
Dutch transcription
open Reede gelijk hier te kolombo, der zal moeten gaen dan te verbieden en met der daad te beletten alle kon nikatie van zulk een schip of scheep met de wal wanneer een Esquaders ook maer een enkeld schip leggende der ons kannon na de voorsz: aanko diging nogtans mogte blijven leggen, zoo ja, wat men verder zal moeten da Ik beveele uw Hoog Edelheden in Gods gevo dige beschorming en heb de eeze me alle hoog agting en waere trouwe te zijn. /:onderstond:/ Hoog Edele Gestree Groot agtb: wijdgebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren! uw Hoog Edele dens ootmoedige en Gehoorzaeme Dienaer /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, margine:/ kolombo den 15. oktober 179 Akkordeert HD. vande Vaal idem 27 aug: Coijten 15 Novemb: 1790. Register der Papieren, ge- „hoorende tot den brief, die ter ordre van den wel Edelen groot Achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinair van Neder„ „lands Jndien, gouverneur en Direkteur van 't Eiland Ceilon met dies onder- „hoorigheeden, over Gale met de paket boot de Expeditie word verzon¬ „den, gekonsigneerd aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen van de Generaale Nederland= „sche Geoktroijeerde oost„ Jndische kompenie ter kamer Zeeland. van heeden door en als in den N:o 1. Origineele brief hoofde deezes geschreeven. 2. Duplikaat missive van den 12. deeser door en aan als booven geschreeven. „ 3. Extrakt missive in dato 7. oktober van Palleakotta na Kolombo geschreeven. _:o N o 4. No: 4. Extrakt Extrakt 7 Extrakt missive van den 5. deezer en —„ „ 18. . deeser _o met insentie van drie lijsten van benodigtheiden voor de paket boot de Expeditie. „resolutie 5. Extrakt Gaalsche „ van den 8. dezer waar bij geinsereerd is het rapport van den op „neem der zeele van gemelde paket boot. Gaalsche resolutie van den 11. deeser met in „sertie van het bergt wegens de Examinatie van de Consumtie rie kening van gem: pakel boot. missive de dato 27. aug:s J:o leeden van Bengale na Kolombo geschreven waar bij blijkt dat aan gem: paket boot tot onderlaag is meede gegeeven 340. Zakken Zalpeeter. van „ 8. Naamlijst van 6. zoldaeten „ 10. kopia briefen van nedigen datum aan de Edele Agtb: seeren Bewiend hebbenen ter kamer Amsterdam en de Heeren Ministrs aan Cabo. de Goede Hoop. Kolombo den 15. 9ber: 1790. het regiment van Meuron die hun ver- band hebben uijtgediend en tans overvaaren. N:o 9. Kopia advijsen die tons afgaan aan de Edele Hoog agtb: Heeren 17=men ter pre „sidiaale kamer Am„ „sterdam. Hijbrands Eiklert het fo 6. „ Patria Aan de wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Nagezien Trek Bewindhebberen Ten vergadering van seventienen, repre„ senteerende de Generaale Nederlandsche g'oktroijeerde oost- Jndische Compenie ten Presidiaale Kamer Amsterdam wel Edele Hoog Achtbaare wijze voorzienige zeer Genereuse Heeren! Jn hoope dat er een Eengelse geleegendheid zijn mag na Europee zenden we dezen over Madras, ten geleide van de ingeslootene kopij sekreete Missive aan Hunne Hoog Edelheeden om hoogst dezelve kennis te geeven dat de rust in de Maturesche Des„ savonie is hersteld, gelijk mede in de kolom„ bosche Dessavonie, daer ook in twee kouls vrij wat onrust geweest is. we vergelukken uw wel Edele Hoog achtb: daarmede op de eerbiedigste wijze, en hebben daer bij het genoegen uwel Edele Hoog Achtb: te bedeelen, dat deze onlusten nog - Kolombo den 27:' aug: 1790. nog al zonder merkelijk schaede voor de Comp: zijn afgeloopen, alleen hebben de kanneel en andere plantagien daer bij vrij wat geleeden, het geen we egter hoopen dat zig spoedig herstellen zal Jn de zale Koule scheen het dat ook wat onrust zoude ontslaan, dog het is van geen belang geweest en is spoedig gesust Buiten dien heeft men nergens eenige onrust bespeurd, inzonderheid hebben zij de ingezeetenen van de aan de Comp: afgestaane stranden overal stil en vreed„ zaam gedraegen, het geen ons in deeze geleegendheid tot merkelijke gerustheid heeft verstrekt. De scheepen de Gouverneur Generael Mo sel en de unie zijn gelukkig en behouden te Jutakonijn en vervolgens op deeze rheede gearriveerd, waar van wede eene zullen hebben uwel Edele Hoog achtb: bij eene direkte geleegendheid het gewoon verslag te doen. wij beveelen uwel Edele Hoog achtb: Wel Edele Hoog Achtbaare wijze voorzienige zeer Genereuse Heeren uwel Edele Hoog achtb: onder- danige en Trouwschuldige Dienaaren nevens de swaarwigtige belangens der Maatschappij in Godes veilige hoede en hebben de Eere met verschuldigde res„ pect te blijven. Brvander Graak C: van Angelbeek Achtte Mfietz JV: Heintous Van Zitter. nevens te en Aan de Edele Achtbaare Heeren Zeeland Bewindhebberen Van de Generaale Nederlandsche geoktroijeerde oost- Jndische kompenie ter voorm: kamer Edele Achtbaare Heeren! Volgens 't bedeelde bij onzen eerbiedi„ „gen van den 12:e deezer; met het schip de unie, laaten ede tans de Paket boot de Expeditie, ter voldoening aan de order van de Edele Hooge Indische Re„ „geening, retourneeren, voor de kamer Amsterdam. De De redenen, waarom dit vaartuig niet tijdig genoeg hier is aan „gekoomen, om volgens Hunner Hoog Edelheeden intentie, met p=mo oktober te repatrieeren, staan vermeld bij een nier nerder gaande Extratt Missive, door de Ministers te Palen „catta den 7. van gemelde maen aan ons geschreeven, waar aan wij de vrijheid neemen ons te refereeren. Op 't verzoek door den Capitain Luijtenant en gezagvoerder. gedaan, van dit vaartuig bij drie lijsten; die geinsi¬ „keerd zijn in de gaalsche resolutien van den 5. en 10:' deezer, waar van Eytrakten hebben de deezen verzellen, bedienden beslooten, om daar aan te laaten verstrek„ „ken de gevraagde benoodigd- „heeden, zomeede te laeten repareeren der zeilen die versteld moesten worden en ook 't vaartuijg te Het laaten kalvaaten. rapport van den opneem der voorsz: zeilen is ge„ insereerd in de Gaalsche resolutie van den 8:e deezer, die meede in Extrakt hier nevens gaat De gezagvoerder van dit vaartuijg heeft verzogt, om mits de indispositie deezen van
English
Surgeon, to have a subordinate of his, and also to have six sailors to fill the missing number in his crew; and we have authorized the Galle servants to grant this request, provided that the said commander submits his petition in writing, indicating therein where the missing sailors have ended up, and provided also that the Surgeon is examined by two chief surgeons, and that they declare that he is not capable of making the voyage to Europe and performing his duties during the same, whereby we have ordered the servants to forward the written request submitted by the commander in this regard, along with the certificate of the aforesaid chief surgeons, to your Honors. The consumption account of this vessel was examined at Galle, and the report received thereof is inserted in the Galle Resolution of the 11th of this month, which is attached hereto in extract, whereby the servants have decided to have the superiors compensate in kind for some wine provisions that were consumed beyond the ship's stores. Upon the request of the commander of the aforesaid vessel to have the necessary dunnage for it, the Bengal ministers, according to their letter of the 27th of August last, which is attached in extract among the annexes, had 340 bags of saltpeter shipped aboard it; and we thought it best to let them remain therein. The invoice thereof will be presented to your Honors by the Galle servants. Colombo the 15th of November Anno 1790 We have also had shipped in this vessel 20 bales of linen for the Cape of Good Hope; also traveling aboard are six soldiers of the regiment of Meuron who have served out their five-year engagement, of whom the roll is attached hereto; they have enjoyed their pay until the end of this month. Honorable Worshipful Sirs, we commend your Honors to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, Honorable Worshipful Sirs! Your Honors' obedient Servants, W. van de Graaff C. van Angelbeek J. W. Fresz Heintous P. van Litter 1 Checked Duplicate Zeeland To the Honorable Worshipful Lords Directors of the General Netherlands Chartered East India Company at the said Chamber Honorable Worshipful Sirs, With the packet boat the Maria Louisa, which departed for the Cape of Good Hope on the 27th of May last, and returned here on the 26th of the recently passed month of October, we had the honor of dispatching to your Honors our respectful letter of the 22nd of May aforesaid, of which we now take the liberty to present the duplicate to your Honors herewith. On the 21st of July last, the ship the Gouverneur Generaal Mossel, and the following day the ship the Unie, arrived at the Ponnekail roadstead, and therewith we had the honor of receiving your Honors' very esteemed dispatch of the 14th of January of this year, and shall take what was communicated therein regarding the second lieutenant of the regiment de Meuron, de GrandCour, for our dutiful guidance. The ship the Unie, having sailed from Vlissingen on the 18th of January with 256 heads, had 4 deaths up to the Cape of Good Hope, where it arrived on the 29th of April; from there it departed on the 29th of May with 336 heads, of whom 6 died and 330 heads arrived at the Ponnekail roadstead, including the Junior Merchant Fredrik Jacob Papo and 177 military personnel, namely 29 nationals, including Captain Andre Augustin Louis Thomas Le Clerc, and 148 for the regiment de Meuron, as appears from the brief strength return transmitted under the annexes. According to the report of the Captain of this ship, which is included in copy among the annexes, he discovered no reefs or shallows unknown on the Company's charts during the voyage, nor did he have any other extraordinary encounters, and the provisions supplied to him for the voyage were also all found to be very good. The ship and surgeon's journals of this bottom were also examined by specially appointed commissioners, and as appears from the report received thereof
Dutch transcription
Chirurgijn, een onder van zijn temoogen hebben, en ook om ses mattroosen te moo„ „gen hebben, ter vervul„ „ling van het ontbree- „kend getal aan zijne Equipagie; en hebben we den Gaalsche bedienden gequalificeerd, om aan dit verzoek te voldoen mits dat gemelde ge „zagvoerder zijne instan„ „tie in geschrifte doet, en daar bij aanwijst waar de ontbreekende mattroo Den beland zijn, en mits dat ook de Chirurgijn door twee oppermeesters g'Examineerd word, en dat deese verklaaren, dat hij niet in staat is om de reijs na Europa tedoen, en geduurende deselve zijn dienst te verrigten, waar bij wij den bedienden hebben gelast, om het verzoek schrift, dat de gezagvoerder dese- „wegens overlegd, met het attest van voorschreeve oppermeesters, aan uwel Edele Achtbaare te be- „ zorgen De Consumptie reekening van dit vaartuijg is te dat gale Examineerd, en het Gale g daar van ingekoomen berigt is geinsereert bij de Gaal„ „sche Resolutie van den 11:e deeser, die in Extrakt hier nevens gaat, waar bij de bedienden hebben beslooten, om eenige wijne provisien, die boven den scheeps voorraad zijn verconsumeerd, aan de overheeden in natura te laeten goeddoen. Op het verzoek van den gezegvoerder van voor- schreeve vaartuijg, om de noodige onderlaag daar voor te moogen hebben, hebben de Bengaalsche ministers, volgens dersel„ „ver brief van den 27. au„ „gustus Jongstleeden, die in Extrakt onder de bij- „laagen gevoegd is, 340. zakken salpeter daar in doen afscheepen; en we hebben best gedagt dezelve daar in te laa„ „ten blijven. De aan- „ reekening daar van zal door de Gaalsche bedienden uwel Edele Achtbaare worden aange„ voor „booden Kolombo den 15:' November Ao 1790: „booden Nog hebben ede in dit vaar„ „tuijn laaten afscheepen, 20. pakken lijwaaten voor de Kaab de Goede Hoop ook vaaren daar meede over ses zoldaaten van 't regi „ment van Meuron, die hun vijf jaarig verband hebben uijtgediend, en waar van de naam lijst hier nevens gaat zij hebben hunne ap„ poinctementen gewoo „ten tot ultimo dee „zer. Edele Achtbaare Heeren! Uwel Edele Achtbaare gekoorzaame Dienaaren W. vande Graakf C: van Angelbeek Aen J„WVresz Gemlant wij beveelen uwel Edele Achtbaare in de bescherminge des Allerhoogsten en blijven met alle hoog achting. Heintous P.. Van Litter 1 nagezien Duplikaat Zeeland Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen P van de Generaale Nederlandsche g'oktroijeerde oost= Indische kompenie ter gemelde kamer Edele Achtbaare Heeren„ let de pakel bood de Maria Louisa, die den 27. Meij Jongstleeden na de kaap de Goede Hoop ver„ „trokken, en den 26. van de Jongst gepasseerde maand oktober alhier terug gekoomen is, hebben we de No. 1. van eere eere gehad aan uwel Edele Acht „baare aftevaardigen, onzen eerbie diegen brief van den 22. Meij voorm waar van we tans de vrijheid neem het Duplikaat uwel Edele Achtbaer hiernevens aante bieden. Den 21. Juli Jongstleeden is het schip de Gouverneur Generaal Mossel, en 'sdaags daar aan het schip de unie, ter Ponnekailsche rheede gearriveerd, en daar meede hebben we de eere gehad te ontvangen, uwer wel Edele Achtbaare, zeer g'eerde mis„ „sive van den 14. Januarij deezes Jaars, en zullen het daar bij bedeelde, ten aanzien van den sous luitenant van het regiment de Meuron de GraendCour, tot ons schuldig narigt neemen. T schip de unie, den 18: Januarij on vlissingen geseijld met 256. koppen, heeft 4. dooden gehad tot aan de kaap de Goede Hoop, alwaar het zelve den 29. April is gearriveerd van daar is het den 29. Meij vertrok„ ken met 336. koppen, waar van 6. over„ „leeden en 330. koppen ter Ponnekail sche rheede aangekoomen zijn, daar onder de onderkoopman Fredrik Jacob Papo en 177. militairen, namentlijk 29. nationaale, daar onder de Capitain Andre Augustin Louis Thomas Le Clerc, en 148. voor het regiment de Meuron, blijkens de daar van onder de bijlaagen over „gaande korte sterkte. Volgens het berigt van den Capitain van di't schip, dat in Copia onder de bijlaagen gaat, heeft hij op de reijze geene bij sComp:s kaarten onbe „kende klippen en droogtens ontdekt, nog eenige andere bijzondere ont„ „moelingen gehad, en zijn ook de aan hem voor de zeize meede gegee „vene provisien, alle heel goed bevonden. De scheeps en chirurgijns Journaelen van deesen bodem zijn meede door Ex¬ „presse gecommitteerden g'Exami neerd, en blijkens de daar van van ingekoomene
English
received reports, which are enclosed in copy among the appendices, the ship's officers and the head surgeon have in every respect acquitted themselves properly and strictly complied with orders. The report on the examination and settlement of the consumption account and inventory of this vessel is also inserted in the previously mentioned extract of our resolution of 27 September last. We have caused the remainders of provisions, cash, and slop-clothing to be accounted for here, and the goods consumed on the voyage and discharged here from the stores of this vessel have been written off the expense account and inventory. The ship's officers have also been credited, for completing the voyage within five and a half months, with the premium fixed by Their High Excellencies of one thousand five hundred guilders Indian currency. Upon a requisition submitted by the captain of this vessel, Laurentius, which was examined and approved by our master of naval equipment, we have caused this ship to be supplied with the necessities requested therein for the homeward voyage. The said requisition is inserted in our aforesaid resolution of 15 September last, of which an extract is attached to the appendices of this letter. The captain of this ship has represented to us that during the voyage, according to previous custom, he used half the weight of the caliber of the guns for firing salutes and signal shots, because the new order, which stipulates no more than one-third powder for that purpose, was unknown to him, but that the searcher, on account of this new order, raised difficulties about validating in the account the excess powder expended by him. And since Their High Excellencies' resolution, by which salute and signal shots are set at one-third powder calculated to the weight of the cannon's caliber, was passed on 20 January 1789, and it therefore appeared very likely to us that this resolution could not have been known to Your Worships before the departure of the aforesaid ship, so as to be able to recommend its compliance to the ship's officers, we have therefore authorized the searcher, in examining the powder account of this vessel, to guide himself by the orders that were observed here regarding this matter prior to the receipt of Their High Excellencies' aforesaid resolution. We have nevertheless caused a copy of that resolution to be delivered to the said captain here for his instruction in the future. The packet boat de Zeemeuw, which was dispatched from the Chamber of Enkhuizen to this Government as a replacement vessel, arrived safely here on 14 September last, and we shall make such use of it as has been prescribed to us by Your Worships. The packet boat de Expeditie, which was sent to Ceylon by the Noble High Indian Government via Bengal and Coromandel, in order to repatriate from here on the first of October, arrived at Trincomalee from Paleacatta only on the 11th of the said month, having been prevented by strong southwest and west-southwest winds, with thick air and squally weather, from pursuing its voyage directly to Galle. The same departed from Trincomalee on the 25th thereafter, and arrived at Galle on the 2nd of this month, where it is being prepared for the homeward voyage. The ship de Unie, destined by us as a return vessel for the first consignment, and therefore consigned to the Chamber of Amsterdam, is the bearer of this letter; and we take the liberty, regarding the cargo it carries, humbly to refer to the reports that the officials at Galle will have the honor to make thereof to Your Worships. We merely note here that 13 soldiers of the Regiment de Meuron, who have served out their five-year term of enlistment, are also going over on her, the roll of names of whom is included among the appendices. They have received their allowances here up to the last of this month. On the 9th of this month we disposed of the findings concerning the cargo discharged from this ship here, and we take the liberty most humbly to refer to our resolution taken thereon, which is transmitted in extract among the appendices of this letter, from which we principally note: That although the chest in which the slate pencils were sent out was discharged in good condition, nevertheless instead of 75 slate pencils, no more than 50 pieces were found therein, and we have caused this deficiency to be written off because of the insignificance of its value. That the slight deficiencies found in the dyestuffs, above that which by regulation
Dutch transcription
ingekoomene berigten, die in Copia onder de bijlaegen gaan hebben de scheeps overheeden en de oppermeester zig allezints behoorlijk gekweeten en aan de orders naukeurig voldaan Het berigt van de Examinatie en vereffening van de Consumptie reekening en Jnventaris van deesen bodem, is meede g'insereerd in het hier vooren vermeld Extrakt onze resolutie van den 27. september J:o leede De restanten van provisien, Contanten en scheeps kleederen hebben we alhier laaten verantwoorden, en de op de reyze verbruijkte en alhier geligte goe „deren, uijt den voorraad deezes bodems, zijn bij de onkost reeke„ „ning en Jnventaris afgeschree „ven: ook zijn aan de scheeps„ overheeden, voor de volbragte reize binnen vijf en een half maan den goedgedaan de door Huane Hoog Edelheeden bepaalde premie van Een duijzend vijf hondert guldens indisch geld. Op een ingediende Eijsch door den Capi „tein dezes bodems Laurentius, dewelke door onzen Equipagiemeester g' Examineerd en goedgekeurd is, hebben we aan dit schip laeten ver „strekken de daar bij gevraagde be„ „nodigdheeden voor de thuijs reijze, gemelde Eijsch is g'insereerd in onze voorsz: resolutie van den 15. zber: Jongstleeden, waar van een Extrakt onder de bijlaegen deezes is gevoegd. De Capitein van dit schip heeft aan ons vertoond dat hij geduurende de reijze, volgens voorig gebruijk„ tot het doen van de salut en sein schooten heeft gebruijkt de helfte van het kruijt, gerekend tot de zwaar „te van het kaliber, wijl hem de nieuwe order, die daar toe niet meer dan een derde kruijt bepaald, onbe„ „kend was geweest, dog dat de visi„ „tateur uijt hoofde van deese nieuwe order, swaerigheid moveerde, om het gulds: door door hem meerder verschootene kruijt in reekening te valideeren, en wijl Hunner Hoog Edelheedens besluijt, waar bij de salut en sein schooten word bepaald op een derde kruijt, gereekend tot de Zwaarte van het kaliber der kanons, genoome is op den 20. Januarij 1789, en het ons mits dien als zeer mogelyk voorkwam, dat dit besluijt, no voor het vertrek van voorsz schip aan uwel Edele, Achtbaare niet konde zijn bekend geworden, om de naarkooming daar van den scheeps overheeden te kunnen aanbeveelen, hebben we daarom den visitateur gequalificeerd, om zig in het Examineeren van de kruijt reekening dee zes bodems te moogen rigten na de orders, die hier daar omtrend zijn geobser„ „veerd, voor den ontvang van Hun ner Hoog Edelheeden voorsz: besluijt. Wij hebben niet temin Copij van dat besluijt, alhier aan gem: Capitain laeten afgeeven tot zijn narigt voor den aanstaende. De Paket boot de Zeemeen, die van de kamer Enkhuijsen voor dit Gouvernement ter waarloo is uijtgezonden, is den 14:' 7ber: J:o leeden behouden alhier gearriveerd, en zullen we daar van zodaanig ge„ „bruijk maaken, als door uwel Edele Achtbaare aan ons is voor„ geschreeven. De Paket boot de Expeditie, die door de Edele Hooge Jndische Regeering over Bengale en kor„ mandel, na Ceilon is gezonden, om met p=mo october van hier te repatrieeren, is eerst den 41:e van gemelde maand van Paleacatta te Trinkenomale aangekoomen, als zijnde door sterke Z: W: en W: Z: W: winden, met dikke lugt en buiig weder, belet haare reijze direct na Gale te vervorderen Copij Dezelve Deselve is den 25. daar aan van Trinco „nomale vertrokken, en den 2 deezer te Gale gearriveerd, alwaar ze in staat word gesteld tot de thuijs reize. T schip de unie door ons bestemd tot een retour bodem voor de eerste bezending, en mits dien geconsig„ neerd aan de kamer Amsterdam is de brenger deezes; en wij neemen de vrijheid om nopens de laeding die het zelve overvoerd, ons nee „drig te gedraagen aan de berigten die de gaalsche bedienden de eere zullen hebben, daar van aan uwel Edele Achtbaare te doen. Alleen noteeren wij hier bij, dat daar meede overgaan 13. militairen van het regiment de Meuron, die hun vijf Jaarig verband hebben uijtge„ „diend, waar van de naam lijst onder de bijlaegen overgaat. ze hebben hunne appoinctementen alhier genooten tot ult:o dezer Op de bevinding van de alhier uijt geleverde laading van dit schip hebben we op den 9. deezer gedispo¬ „neerd, en we neemen de vrijheid ons nedrigst te refereeren aan onze daar op genoomene resolutie die in Extrakt onder de bijlae„ „gen deezes overgaat, en waar uijt we hoofd zaekelijk aanmerken Dat schoon de kas, waarin de seijffer griften zijn uijtgezonden, wel geconditioneerd is uijtge„ „leverd daarin egter insteede van 75. seijffer griften, niet meer dan 50. stux gevonden zijn, en hebben we deese min „derheid laaten afschrijven om de geringheid van de waarde daar van. Dat we de bevondene geringe minderheeden op de verf„ „stoffen, boven het geen bij regte„ ment
English
regulation of credit and debit for ullage has been allowed, we have had written off, because the casks in which they were filled were delivered in good condition, and one must moreover also consider that they are subject to greater drying out on so long a voyage than during transport from one place to another situated in the Indies. That we have charged the found deficit on the copper, lead, iron bars, nails, meat, the wet goods, and forge coals to the ship's officers for compensation, after deduction of the percentages allowed by regulation for ullage. That we have had the found deficit on the glassware written off, as having arisen from the broken parcels, because the crates in which they were dispatched were brought in good condition; that nevertheless, as many of the broken windowpanes have been cut down to a smaller size as could be done, which have also been received to the credit of the broken parcels; however, instead of bell lanterns and large calabashes, vase lanterns and small calabashes were found in the crates, which will probably not be able to be sold for the charged prices. That great deficits were found on the broad canvas, sailcloth, and gray hemp cloth, which we have had written off because the crates were delivered in good condition. That instead of 3 grappling hooks weighing 187 lb., no more than one piece weighing 82 lb. was delivered here, and that we have therefore charged the 2 pieces delivered short to the ship's officers for compensation. That 17 skeins of sail yarn, 12 bundles of double and 32 bundles of single drum lines were spoiled, and as the crates were brought in good condition, we have had them sold for what they would fetch and had the lower yield written off. That among the flints, 325 pieces of fragments were found, which we have decided to send back for the examination of your Honors. That on the 20 large jackscrews dispatched with this vessel, 54 numbers were found short, since only ten of them are large and the rest ordinary jackscrews, wherefore we have decided to have the amount of the aforementioned numbers received short charged back to your Honors' Chamber according to the invoiced price of 2 guilders per number, as we could find no other account for it. We furthermore take the liberty to present herewith to your Honors the sworn certificate of the commissioned judicial members who were present at the opening of the crates with glassware, together with the packing slips that were found in the said crates, while the General Memorandum concerning the Findings of the cargo of this vessel is to follow with the second dispatch. As we have not yet received the report of the Galle officials on the Findings of the cargo delivered from this vessel there, we have authorized the officials to make a direct report thereof to your Honors. With regard to the regiment de Meuron, upon receipt of the letter from the Honorable High and Mighty Lords Seventeen, dated 3 December 1789, we have made such dispositions as are fully recorded in our currently departing respectful letter to their Honorable High Mightinesses, of which we have the honor to present herewith a copy to your Honors, and to which we take the liberty most humbly to refer: with further report that instead of Major Morak, whose appointment as Major in the National troops was communicated to the Lords Seventeen in a separate letter departing simultaneously with this one, upon the proposal of the chief of the Regiment van Meuron, approval has been given to the appointment of Captain Henri David de Meuron de Motier as Major, and to the appointment of Captain-Lieutenant Francois Montandon as Captain, in the place of the just-mentioned de Meuron de Motier. Concerning the aforementioned appointment of Captain-Lieutenant Montandon as Captain, the Captain-Lieutenant of the regiment van Meuron des Bordes, who is garrisoned in Trincomalee, has lodged a complaint with us by a petition forwarded among the enclosures, claiming, for such reasons as are stated in that petition, that he cannot be considered to be included under the order that commands that no officers other than Dutchmen, Swiss, and Germans may be promoted in the regiment. We have placed the petition into the hands of Colonel Meuron, who has answered us thereupon, as appears from his letter forwarded among the enclosures, that in his view, without departing from the aforementioned order, he could not nominate the said Captain-Lieutenant des Bordes as Captain, because he is a born Frenchman. Not knowing whether the status of citizen of Amsterdam, to which the said Captain-Lieutenant des Bordes appeals, and his having served the Republic for a time, might allow an exception in this case, we thought it best to bring this matter to the attention of your Honors and to await your own highest decision thereupon. Honorable Esteemed Sirs, Your Honors' Obedient Servants, D. van de Graaf Joof Frets C. van Angelbeek J. Heintous D. van Litter D. Hemlant Mollenhove We commend your Honors to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, Colombo, the 2 November, in the year 1790.
Dutch transcription
ment van in en afschrijving voor spillagie is toegelegd, heb „ben laaten afschrijven, om dat het vaatwerk, waarin deselve gevuld waaren, wel geconditioneerd is uijtgele „verd, en men daar en boven ook concidereeren moet, dat deselve op eene zoo lange rijze eene grooter indrooging on „derworpen zijn, dan bij vervoe van de eene plaats na de ander in Jndie geleegen. Dat we de bevondene minderheid op het kooper, lood, Eijzer staat spijkers vleesch de natte waaren en smeekoolen, den scheeps overhee „den, na aftrek van de bij regte„ „ment voor spillagie toegelegd p:r Centos, ter vergoeding hebben opgelegd. Dat we de bevondene minderheid of het glaswerk, als ontstaan zijnde uijt de gebrokene partijen, heb„ „ben laaten afschrijven, om dat de kassen, waar in ze zijn uitge „sonden, wel geconditioneerd zijn aangebragt, dat egter van de gebrookene ruijten, zoo veel tot een klijnder formaat zijn versneeden als heeft kunnen geschieden, die ook ten voordeele van de gebrookene partijen zijn ingenoomen: dog insteede van kloklanthaarns en groote karbassen, zijn in de kassen ge „vonden vaas lanthaarns en klijne karbassen, die waarschijn „lijk niet zullen kunnen worden verkogt voor de aangereekende prijzen. Dat op het breed everdoek, zijldoch en graauw hennipdoek, groote minderheeden zijn bevonden, die we hebben laaten afschrijven om dat de kassen wel geconditioneerd zijn uijtgeleeverd. uijt Dat 1 „ 58 - Dat in steede van 3. speerhaaken weegende 187. lb: alhier niet meer geleeverd is dan een stuk weegende 82: lb: en dat we daarom de minder geleverde 2. stux, den scheeps overheeden ter vergoeding hebben opgelegd. Dat 17. strengen zeijl-gaaren, 12. bos„ „schen dubbelde en 32: bosschen en „kelde tromlijnen verstikt zijn gewee en wijl de kassen wel geconditio neerd zijn aangebragt, hebben w deselve voor het geldende laeten verkoopen en het minder rendewan laaten afschrijven. Dat onder de vuursteenen 325. stuxva stukken zijn bevonden, die we besto „ten hebben tot uwer wel Edele Acht „baare speculatie terug te zenden Dat op de 20. groote dommekra„ ten, die met deesen bodem zijn uijtgezonden, 54. nom mers zijn temin bevonden, vermits daar van maar thien groote, en de rest ordinaire dommekragten zijn, weshal„ „ven wij beslooten hebben, om het bedraa„ „gen van de voorsz: temin ontvangene nom„ „mers, na uwer wel Edele Achtbaare kamer te laaten te rug reekenen volgens de aangerekende prijs van 2. guldens de nommer wijl we daar op geene andere reekening hebben weeten te vinden. Wij neemen voorts de vrijheid, om het be-eedigd certifikaat van de gecom„ „mitteerde Justitieele leeden, die bij het openen van de kassen met glaswer„ „ken present zijn geweest, met de af„ pakbriefjes, die in gemelde kassen zijn gevonden, uwel Edele Achtbaare hier nevens aante bieden, terwijl de Generaale Memorie, wegens de Bevinding van de laading deezes bodems, met de tweede bezending staat te volgen. Wijl we de dispositie van de gaalsche bedienden, op de Bevinding van de aldaar uijtgeleverde ladding deeses bodams, nog niet hebben ontvangen, hebben we den bedienden gequalifi„ „ceerd, om daar van direct verslag te doen aan uwel Edele Acht „baaren. ordinaire sen Ten aanzien van het regiment de Meuron hebben we, op den ontvang van de Missive van de wel Edele Hoog Acht „baare Heeren Zeventienen, de dato 3: December 1789. , zodaenige dispositien gemaakt als ampel vermeld staan bi onzen thans afgaanden eerbiedigen brief aan Hunne wel Edele Hoog Achtbaare, waar van we de eere hebben uwel Edele Achtbaare hier ne„ „vens een Copij aan tebie„ den, en waar aan we de vrijheid neemen ons nee„ „drigst te refereeren: met verder berigt dat insteede van den Majoor Morak, wiens aan „stelling tot Majoor bij de Nationaale troupen werd bedeeld aan Heeren Zeven„ „tienen bij een afzonderlij „ken brief, die met deeze te gelijk afgaat, op voordragt van den chef van het Regiment van Meuron, het agrement gege„ „ven is tot de aanstelling van den Capitain Henrij David de Meuron de Motier tot Ma„ „joor, en tot de aanstelling van den Capitain luijtenant Francois Monlandon tot Capitain, in steede van den even genoemden de Meuron de Molier Over de voorsz aanstelling van den Capitain luijtenant Mon„ „tandon tot kapitein, heeft zig bij een request, dat onder de bijlaagen overgaat, aan ons beswaart de kapitain luijte„ „nant van het regiment van Meuron des Bordes, die te Trinkonomale in garnisoen legt, beweerende om zodanige redenen, als bij dat request zijn vermeld, niet te kunnen van g'agt Kolombo den A„o 1.740. gagt worden te zijn begreepen onder de order, die beveeld, dat geene andere officieren in het regiment avanceeren moogen, dan Nederlanders, zwit „sers en duitsers. We hebben het requst gesteld in handen van den kollonel Meuron, die ons daar op heeft geantwoord 2. November blijkens zijn brief, die onder de bijlaagen overgaat, dat hij gem: kapitain luite„ „nant: des Bordes, zonder zig naar zijn inzien te ecarteeren van de voorsz order, niet heeft kunnen benoemen tot kapitain, wijl hij is een gebooren fransman. Niet weetende, of de kwaliteit van borger van Amsterdam, waar op gem: kapitain luijtenant des Bordes zig beroept, en dat hij de republiek een tijdlang gediend heeft een uitzondering in deezen zoude moogen toelaaten, heb„ ben we best gedagt deeze zaak te brengen onder het oog van uwel Edele Achtbaare en daarop aftewagten hoogst der „zelver decisie Edele Achtbaare Heeren Uwel Edele Achtbaare. Gehoorzaame Dienaaren D: vande Graa Acht Joof Frets Wij beveelen uwel Edele Achtbaare in de bescherming des Allerhoogsten en blijven met alle hoog achting C: van Angelbeek JHeintous D Vvan Litter. D Hemlant Mollenhove Wij
English
2. Duplicate of the dispatch of 22 May current year, written by and to the same as above. 3. Copy of the letter written to the Right Honourable Gentlemen Seventeen, under today's date. No. 1. Original dispatch of today, written by and to those named in the header of this document. Register of the papers belonging to the letter which, by order of the Right Honourable Willem Jacob van de Graaf, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies, is sent via Galle by the ship De Unie, consigned to the Honourable Directors of the General Chartered Dutch East India Company at the Chamber of Zeeland. No. 2. No. 4. 5. Brief muster of the ship De Unie. 6. Report from the captain of the ship De Unie, Laurentius, stating that he encountered no extraordinary events during the voyage, and concerning the provisions supplied to him. 7. Copy of the report from Captain-at-Sea Andringa and Captain-Lieutenant Edema regarding the examination of the logbook of the ship De Unie, together with the aforementioned logbook. 8. Copy of the report from Chief Surgeon Knaus and Surgeon-Major Wolkers, regarding the examination of the surgeon's logbook of the aforementioned ship. 12. Extract from the resolutions adopted in the Council of Ceylon on the 9th instant, containing the decision on the findings concerning the unloaded cargo of the ship De Unie, annexed with a sworn certificate from the commissioned judicial members who were present at the opening of the crates containing glassware, and six unpack slips found in the aforementioned crates. 11. Copy of the roll of 13 discharges of the Regiment de Meuron on 15 September, containing the decision on an indent submitted by the captain of the ship De Unie, Laurentius, regarding the requirements for the return voyage. No. 9. Extract from the resolution adopted in the Council of Ceylon on 27 November, containing the decisions on the report regarding the examination and settlement of the inventories and consumption accounts of the ships Gouverneur Generaal Mossel and De Unie. No. 4. Copy of letters to the Honourable Directors of the respective Chambers and the Cape ministers. No. 9. No. 13. 10. — No. 13. Copy of a French letter written by the Honourable Colonel de Meuron to the Governor on 23 August, concerning deliberations held on the matter. 14. Extract from the resolution adopted in the Council of Ceylon on the aforementioned letter. 15. Copy of the petition from Captain-Lieutenant de Bordes of the Regiment de Meuron, garrisoned at Trincomalee. 16. Copy of a French letter from Colonel de Meuron in response to the aforementioned petition. 17. An invoice of arms account of today's date, amounting to 111 guilders and 5 stivers. Colombo, 12 November 1790. Furthermore, we cannot fail to bring to your Right Honourable attention that Their Excellencies, the Supreme Government of the Indies at Batavia, have been pleased graciously to release the first undersigned Commander, the Honourable Nicolaas Tadama, from the chief direction of this Government at his request submitted on account of his infirm condition, and have likewise benevolently seen fit to nominate as his successor, as Senior Merchant and Commander of this Coast, the second signatory hereof, the Honourable Jacob Eilbracht, lately Merchant of Trade, Bookkeeper, and Dispenser in Bengal; his Honour, together with his wife and four children, having arrived here only on 24 September last, aboard the packet boat De Expeditie, which was expressly dispatched by Their Excellencies from Batavia to that Directorate for his transport. Extract of the dispatch dated 7 October 1790, written from Palamecotta to Colombo. Dated 16 August. Examined. This late arrival was caused on the one hand by the fact that the said chosen Commander, the Honourable Eilbracht, who intended to undertake the voyage hither on 20 August, was afflicted ten days prior by a severe and no less dangerous bilious fever; and on the other hand because, on account of the continuous south-westerly and south-south-westerly winds and counter-currents encountered, the voyage was adverse and took several days longer than was otherwise to be expected, as your Right Honourable might, if it pleases, learn from the commander of that vessel, Captain-Lieutenant Zoeteman and company, either from himself or by requisitioning his logbook for examination, from 28 August to the aforesaid 24 September. While furthermore the aforementioned Supreme Government of the Indies was pleased to instruct us in their highly revered dispatch of 11 May of this year to forward the aforesaid packet boat De Expeditie to Ceylon as soon as possible upon arrival, in order to undertake the voyage to the Netherlands from there, if feasible, by the first of this month. But since, for the aforementioned reasons, the orders just mentioned became impossible to execute, the said vessel departs thither today under cover of this dispatch. Some supplies have been furnished here to that vessel.
Dutch transcription
2. Duplikaat missiven van den 22 Maij J:o C: door en aan als even geschreeven. 3. Afschrift van de brief aan de Wel Edele hoog agtb: 17=en ge„ schreeven, onder hedigen datum N:o 1. orgineele missiven van heden door en als in den hoofden dezes geschreeven. Register der papieren gehoo„ =rende tot den brief die ter order van den W: Edele Groot achtb: Heer Willem Jacob van de Graaf Raad ordinair van Nederlandsch Indien, Gou„ verneur en Directeur van het Eyland Ceilon met dies onderhoorigheeden over Gale met het schip D' Unie word verzonden, gekonsigneerd aan de Edele achtbaaren Heeren, bewind heb„ =beren van de generaale Nederland„ schen g'oktroijeerden oost=Jndische kompenie ter kamer Zeeland. No. 2. No 4. „ 5. korte sterkten van het schip de Unie. „. 6. berigt van den kapitijn van het schip de unis: Laurentius, dat dat hy geene buijten gewoone ontmoetingen op de reisen gehad heeft en nopens de hem meede gegevenen provisien; „ 7. kopia berigt van den kapityjn ten Zee Andringa en kapitin Luijtenant Edema wegens de examinatie van het scheeps Journaal van het schip de Unie nevens. Evengemelde Journaal. „ 8. kapia, bercht van den oppermeester knaus en Chirurgij= Majoor Wolkers, wegens de examinatie van het Chirurgins Journaal van voor gemelde schip. „ 12. Extrakt resolutien genomen in rade van Ceilon op den 9 dezen, houdende dispositie op de bevinding den uitgeleverde laading van het schip de unie annex. Een b'eedigde Certifikaat van de gecom„ „mitteerden Justitiaele leeden die by 't open nen van de kassen met glaswerken zyn, prezent geweest, en ses stuks afpak„ „briefjes die in gem: kassen zyn gevonden „ 11. kopia Naamlyst van 13 verlossens van het regement Meuro„ op den 15 7ber houdende dispositie op een ingediende Eijsch van den kapitijn van het schip de Uni Laurentius wegens de benodigtheeden voor de tehuijs reizen N:o 9. Extracht resolutie genoomen in rade van Ceilon op den 27. Hber„ houdende dispositien op het bericht wegens de examinatie en vereffening van de Jnven„ taressen en Consumptien reekeningen, van de scheepen de Gouverneur Generaal Mossel en de Unie. pectiven kameren en die kaabsche ministers „ N:o 4. kopie brieven aan de E: agtb: Heeren bewindhebberen van de res„ No: 9. No 13 „ 10. — - - - N:o 13. kopia fransche brief door den E: kolonel de Meuron„ aan den Heer Gouverneur geschreeven 23 aug:s waar bij gedelibereerd is over „ 14 . Extracht resolutie genoomen in raden van Ceilon op den evengemelde brief. „ 15. kopia request van den kapitijn Luijtenant bij t regan de Meurons, in garnisoen te Brinkens „male de Bordes. „ 16. kopia Fonanschen brief van den kolouel de Meurom in andwoord op voorm: request. „ 17. Een faktur van armaekening van hedigen datum gert ƒ 111: 5. —. Kolombo den 12. ' November 1790. Voorts kunnen wij niet afzijn uwel Edele Groot nen Achtb: bij deesen ter g'eerde kennisse te brengen, dat het hunne Hoog Edelheeden, de Edele hooge Indische Regeering te Batavia behaagd hebben, den eerst„ „geteekende gezaghebber DE: Nicolaas Tadama op zijn Ed: daar toe gedaan verzoek om zijnen ziekelijken toestand, gratienselijk uijt het hoofd bestier deeses Gouvernements te ontslaan, en hebben even zo goedgunstig goedgevonden, tot desselfs vervanger als opperkoopman en gezaghebber deezer Custe te nomineeren, den tweeden teeke„ „naar deses D' E Iacob Eilbracht, laast koopman Negotie, boekhouder, en dispencier in Bengale, zijnde sijn Ed=e nevens huijs„ „vrouwe, en vier kinderen eerst op den 24. Zep„ „tember Iongstleeden, met de door hunne Extrakt missive de dato 7. ok„ „tober 1790. van Palleacatta na kolombo geschreeven. Hijbrands Hoog ged:t 16 aug:o. Jol: Egklerk ingelnd Nagezien hoog Edelheeden tot desselfs transport van Batavia, na die directie expres afgevaardigd Paket boot De Expeditie alhier gearriveerd Deese laate aankomst is eensdeels veroorzaakt door dien gemelden g'eligeerden gezaghebber DE: Eilbracht, voorneemens geweest zijnde den 20. aug=s de reijze dit heen te onderneemen tien daagen te vooren aangelast wierd door een heevige, niet min gevaarlijke galkoort en ten anderen, door dien mits de Continuele gehad hebbende Z: W: en Z: Z: W: winden en tegenstroomen, de reize is tegen gevallen, en eenige dagen langer aangeloopen, als an „ders is te verwagten, gelijk uwel Edele Groot Achtb: des behaagende zulks zouden kunnen verneemen, van den ge„ „zagvoerder op dat kieltje, den kapitain Zoeteman C: S: het zij van Luijtenant hem zelve, ofte door op Eijssching van zijn Journaal ter Examinatie, zeedert 28. aug=s tot 24. zept: voormeld: Terwijl wijders welmelde Edele Hooge Jndia„ „sche regeering ons bij hoogst derzelver zeer gevenereerde missive van den 11. Meij deeses Jaar hebben gelieven te gelasten, om de voorsz: paket boot de Expeditie bij aankomst zoo spoedig mogelijk na Ceilon voorttezenden, ten eijnde van daar„ is 't doenlijk, met primo deeser maand de reise na Nederland te kunnen aanneemen Dan dewijl om voorsz: reedenen hoogst der„ zilver zoo evengem: gegeevene last on„ doenelijk is geworden, zoo vertrekt ge„ „melde kieltje heeden onder gelijde deeses na derwaards Aan dat kieltje zijn, hier eenige verstrek„ hem „kingen
English
No. 8. Checked D. Gerritjsz rations etc. were done, as appears from the extract of our resolutions of the 28th of September last, to which was inserted the petition presented to us to that end by the commanding sea captain-lieutenant, Jacob Zoeteman; the amount thereof is recorded in detail on the expense account, which we now offer to Your Right Honourable along with all further papers relating to this vessel, as well as those received from Bengal, as noted in the attached register, to serve for such purpose as Your Right Honourable shall deem fit. Friday the 5th of November 1790. Extract of Resolution taken in the Council of Policy at Gale Agrees. Wijbrands First Clerk By circulation, a report of the Honourable Equipage Master Aems and the list of necessities annexed thereto for the packet boat the Expeditie was reconsidered, both reading as follows: To the Right Honourable Sir, Peter Sluijsken, Commander of the City and Lands of Gale, Mature, etc. Right Honourable Sir, The undersigned captain and equipage master has the honour to present herewith to Your Right Honourable a requisition of the necessities for the packet boat the Expeditie, which are required for undertaking the voyage to the Netherlands, all of which items requested therein ought to be supplied and repaired, provided that all is under the responsibility of its captain. Wherewith the undersigned has the honour to be, with all respect, Right Honourable Sir, Your Right Honourable's very obedient servant, signed L. Aems in the margin: Gale the 5th of November 1790. List of required goods for the packet boat the Expeditie for undertaking a voyage to Europe: 1 cable 5 inches 1 buoy rope 5½ inches 1 hawser 9-thread on strands 2 lines 14-thread 2 ditto 9-thread 1 line 6-thread dozen nails in it 1 hide of grease leather 1 main top-studdingsail ½ roll of sailcloth ½ roll of Flemish linen some sails to be altered ½ anker of linseed oil, 3 lb of lampblack 2 two-fifth blocks 9 inches 1 buoy lighter, not on remaining balance 2 gangway lanterns 20 lb of soot, 20 lb of lard 6 paint brushes 6 balls of oakum Not on remaining balance 1 large bundle of moss 2 half-hour glasses the ship to be caulked Done on board the aforesaid packet boat the Expeditie, the 4th of November 1790, anchored in the bay of Gale, signed: J. Zoeteman Whereupon it was approved to let the required goods for the packet boat the Expeditie, insofar as they are in stock here, be supplied under the responsibility of its captain-lieutenant in accordance with the aforesaid report of the Honourable Aems; item also, instead of the requested three pounds of lampblack, to let three small barrels be supplied, as they are recorded here in the books, and further to have the necessary repairs made to the sails, and also to have the said boat properly caulked. Wednesday the 10th of November 1790. Extract of Resolution taken in the Council of Policy at Gale Agrees. Wijbrands First Clerk Checked lb. oz. dr. By circulation, two lists of necessities for the packet boat the Expeditie, which Commander Zoeteman submitted, were reconsidered and are of the following content: List of Medicaments for the packet the Expeditie, manned with 24 men for the voyage home: - ½ - - Radix Rhei - 2 - - ditto Jalappa - 3 - - ditto Ipecacuanha - ¼ - - ditto Althaea - ½ - - ditto Liquiritiae - ½ - - ditto Sarsaparilla - 2 - - ditto Saxifragae 2 - - - Cortex Peruvianus 2 - - - ditto Simarouba - ½ - - ditto Cinnamomi - 2 - - ditto Granatorum - 1 - - Gummi Arabici 1 - - - ditto Aloes - 1½ - - ditto Myrrhae - - 2 - ditto Scamonii No. 4. Checked Monday the 8th of November 1790. Extract of Resolution taken in the Council of Policy at Gale By circulation, a report of the sailmakers Boogaars and Amons was reconsidered, containing as follows: To the Right Honourable Sir, Peter Sluijsken, Commander of the City and Lands of Gale, Mature, etc. Right Honourable Sir! The undersigned Hendrik Michiel Bogaars and Andries Amons, shore sailmakers, having been ordered by the sea captain and equipage master, the Honourable Lucas Aems, to betake themselves to the sailmaker's workshop and there to examine the defects of the sails of the packet boat the Expeditie and to state their condition; to that end, the undersigned, having betaken themselves to the square and there, in the presence of the said Honourable Aems and the captain of the said vessel, the Honourable J. Zoeteman, having accurately inspected and surveyed, found to be needed for repairing the following sails: 50 pieces of karldoek, of which: 30 for a fore-topgallant sail 20 for a main staysail 60 ells of Dutch sailcloth, double: 20 for a foresail 40 for a main topsail 25 ells of broad raven's duck for 2 topgallant sails. Furthermore, the seams, hems, and bolt-ropes of the said sails should be repaired. 1 piece of new main top-studdingsail should be made and supplied in accordance with the requisition. Wherewith the undersigned have the honour to be, with all respect, Right Honourable Sir, Your Right Honourable's very obedient servants, signed: H. M. Boogaars and marked with a cross: this is the mark of Andries Amons in the margin: Gale, the 7th of November 1790. lower down: In our presence, signed: L. Aems and J. Zoeteman. Whereupon it was unanimously resolved to let the fifty ells of karldoek, sixty ells of Dutch sailcloth, and twenty-five ells of broad raven's duck, which were found necessary for repairing the sails of the packet boat the Expeditie, be supplied, and also to let the seams, hems, and bolt-ropes of those sails be repaired, as well as to let the one piece of new main top-studdingsail be made and supplied, all conforming to the aforesaid report. Agrees. Wijbrands First Clerk
Dutch transcription
No: 8. Nagezien D: Gerritjsz kingen van randzoenen EtC=ra gedaan blijkens het Extrakt onser resolutien van den 28. 7ber: I: Leeden waar bij geinsereerd is het request door den daar op Commandeerende Capitain luijtenant ter Zee, Jacob Zoek „man, ten dien eijnde aan ons geprezen„ „teerd; het bedraagen derzelve is omstan„ „dig genoteerd op de onkost reekening, die wij uwel Edele Groot Achtb: met alle de verdere papieren tot deesen bodem be„ „trekkelijk, nevens de ontvangene van Bengalen, zoo als op het bij gelegde re„ „gister bekend gesteld zijn thans aanbieden omme te dienen ten zodaenigen eijnde als Uwel Edele Groot Achtb: zullen oordeelen te behooren. Is door Rondzending geresumeerd een berigt „en van den E: Equipagiemeester Aems „ de daar aan annexe lijst van benodigdhee„ den voor de Bakket boot de Expiditie luijdende de beijde aldus Aan den wel Ed: agtbaaren Heer Peter Sluijsken Commandeur der Stad en landen van Gale Matur etc: Wel Ed: achtb: Gebiedende Heer De ondergeteekende kapitain en Equipagie meester heeft de eer uwel Ed: achtb: hier neevens aante bieden Een eijsch van de benoodigdheeden voor de Paquet bood de Expiditie die tot het doen der rijse Vrijdag Den 5. ' November 1790. Extrakt Resolutie genoomen in raade van Politie te Gale Hijbrands Accordeert. na Egklerk op na nederland welke een en ander da ar bij gevraegd diend verstrekt en gerepareerd te worden mits alles ter verantwoording van dies kapitein Waarmeede de ondergetekende de Eere heeft met alle agting te zijn /:onderstont:/ wel Edele Achtb: gebiedende heer uwel Ed: agtb: zeer gehorzaame Dienaar /:was geteekend L: Aams /:in margine:/ Gale den 5. 9ber: 1790.. Lijst der benodigde goederen voor de Paquet boot De Expiditie tot het doen van een Reijse na Europa Een Cabeltouw 5. d=m Een boeijreep 5½. „ Een tros 9. draet op strenge 2. lijnen 14. dr:t 2. d=o 9 „ Een lijn 6 „ Dozijn nagels in't. Een houijt smeer Leer Een boove lij zijl ½. rol zijl doek ½. rol vlaems Linne Waar op goedgevonden is de benodigde goe„ deren voor de Paquet boot de Expeditie voor zo verre se hier in voorraad zijn te laaten verstrekken ter verantwoording van dies kapitein Luijtenant overeen„ komstig voormeld berigt van den E: Aems ietem ook, in steede van de gevraegde drie eenige zijlen verstelt worden ½. anker Lijn olie 3. lb: zwartzels 2. twee vijfde bloks 9. d=m Een buijs ligter niet per Restant 2. valreeplantaarn 20. lb: roet 20. lb: Reuzel 6. verf kwasten 6. kluw werk- Niet per restant Een groote bos moes 2. half uure Glaesen het schip ge calfater worden Actum aan boord bovengem Paquet Bood de Expiditie den 4. 9ber: 1790 geankerd in de baaij van Gale /:was, geteekend:/ J: Loeteman eenige Bonden 5 Nagezien lb: onc: drag:/( wijn Ponden zwartzel, maar drie Tonnetjes, gelijk se hier bij de boeken bekend staan te laeten verstrekken en voorts de noodi„ „ge voorziening aan de zeijlen te laaten doen en ook gemelde boot naar behooren telaaten kalvaeten Woendag Den 10. ' November 1740. Zijn door Rondzending, geresumeerd twee Lijsten van benoodigdheeden voor de paket boot de Expeditie die de gezag voerder Zoeteman in„ „gediend heeft en van den volgenden inhoud zijn Lijst van Medicamenten voor den Rakel De Expeditie, be„ „mand met 24. koppen voor de te huijs reijs —½ —. —. Radix Rhei — 2 — d=o Jalappa — 3. — d-o Specanuanha —¼ — — do Althea —½ — — d=o Liquiritie —½ — — d-o salsapparella — 2 —. d=o Saxandere 2. — — Corten Peruvianus 2. — d=os Sumaruba —½ — — d=o Cinamomi„ — 2 — d=o grana torum — 1. — Gummi Arabice do Aloes — 1½ — d=o Mirrha in raade van Politie te Gale Extrakt Resolutie Genomen Akkordeert. Wijbrands VEijklerk Maas — 1. — — — 2. d=o seamoniuw op Nagezien Maandag Den 8:' November 1790. Is door Rondzending, geresumeerd een Rappors van de Zijlemaakers Boogaars en Amons„ inhoudende als volgd. Aan Den wel Edelen Agtb: Heer. fluijsken Peter Kommandeur der stad en Landen van Gale, Mature Etc:a Achtbaare Wel Edele Gebiedende Heer! De ondergeteekendens Hendrik Behiel Bogaars en Andries Amons, zeijl„ „makers van de wal, door den kapitein der zee en Equipagiemeester UE: Lucas Atems gelast zijnde zig tevervoegen voor de zeijlmakers winkel en aldaar op de„ neemen de gebreeken van de zeijlen van de Paquet boot De Expeditie en, de gesteldheid daar van op te geeven, ten dien eijnde de ondergeteekendens zig vervoegd Extrakt Resolutie Genoo„ men in Raade van Politie te Gele hebbende A Haas N:o 4: op hebbende op het plijn en aldaar ten over„ staan van gem: E: Aems en den Kapit van gem: bodem 8E I: Soeteman Ppaks en nauw keurig gevisinteerd en bevonden tot 't repareeren van de volgende zeijle benoodigt te zyn. 50. ps karedoek daarvan 30. Ø tot een voor maazeijl 20. „ „ „ groot stag zijl. 60. l Hollands Zeijldoek. tweeten. 20. p tot een fok 40. „ „ „ groot marzeijl E Breed Everdoek tot 2. Bram zeijlen. voorts dienen de naaden soomen en Lijk van gem zeijlen voorzien tewerden. p:s Nieuwe boven leijzeijl diend aange„ maakt en verstrekt teworden in wed „ning van den Eijsch waarmeede de ondergeteekendens de Er heeft met alle agting te zijn /onderston wel Edele Agtbaare Gebiedende wan uwel Edele Agtbaare zeer Gehoorsam Dienaaren /was geteekend:/ W: E: Boope en met een kruijs daaromme gestol dit is 't merk van Andries Amon /:in margine:/ Gale Den 7. ' 9ber: 1790: 25. /:lager:/ Ten onzen overstaan /:geteekend/) 2: Aems en J. Zoeteman. Waar op eenparig verstaan is de vijftig Ellen karldoek, sestig Ellen Hollandsch zeije„ „doek en vijf en twintig Ellen breed Even„ doek, die tot het verstellen van de zijlen van de Baker. Boor De Expeditie noodig bevonden zijn, te laaten verstrekken en ook de Naaden, soomen en lijken dier zeijlen telaaten voorzzien, zoomeede het eene pees nieuwe booven zeij zijl telaa„ ten aanmaaken en verstrekken alles conform voormeld Rapport. Accordeert. Hijbrands gklerk /lager
English
No 5. Inspected van Charlet Extract Resolution Taken in Council of Policy at Galle: Thursday the 11th of November 1790. Patria Upon circulation, a report was resumed from the Honorable Administrator van der Spar, regarding the examination of the consumption account of the packet boat de Expeditie, reading as follows: To the Right Honorable, Worshipful Sir, Peter Sluijsken, Commander of the city and Lands of Galle, Matara, etc. Right Honorable, Worshipful, Commanding Sir. The officers of the packet boat de Expeditie have submitted their consumption account, and the undersigned has found, upon examining the same, that they still have remaining: 308 5/16 lb meat and bacon, which they must account for here in kind. And in return, the following provisions should be credited to them in kind, which they have consumed in excess, namely: 58 – jugs of arrack 46 1/10 jugs of vinegar 9 5/8 lb sugar 23 – lb Java salt 100 9/10 jugs of wine 1192 – lb rice and katjang 369 1/2 lb tamarind, and 15 1/10 jugs of olive oil. Wherewith he, the undersigned, has the honor to subscribe this with all due respect. Below stood: Right Honorable, Worshipful, Commanding Sir, Your Right Honorable Worship's entirely humble servant. Was signed: M: van der Spar. In the margin: Galle, the 11th of November 1790. Whereupon it is agreed to cause the officers of the packet boat de Expeditie to account in kind for all that they still have remaining, and in return to let them be credited in the same manner for the provisions accounted for in excess, all conforming to the proposal in the aforesaid report. Agreed. Sybrands First Clerk LV: Linde No 6: Inspected Extract Letter dated 27 August 1790: written from Bengal to Colombo. This goes over with the packet boat de Expeditie, which was sent hither expressly by the Noble High Indian Government to transport the second signatory, elected by the aforesaid High Government as governor of Coromandel, to that government. The Captain-Lieutenant commanding thereon having presented to us his necessities for ballast for that small keel, and we being unprovided with iron that could serve for that purpose and which he actually requested, we resolved to that end to leave as much saltpeter therein as was necessary, and pursuant thereto have shipped therein 340 bags of that salt; as this vessel is suited to repatriate directly from Ceylon, and for that purpose is to come from Pulicat to Your Honors' government, we judged it best to leave it to Your Honors' disposition, whether to cause the same to remain therein or to employ it elsewhere, on which account also the amounts thereof have been charged to Your Honors' government in an invoice annexed hereto. Agreed. Sybrands First Clerk No 7: Swiss Regiment de Meuron Roll of the men of the said Regiment, who are to be discharged from the Garrison of Galle, to embark aboard the Packet Boat L' Expeditie. Names | Rank | Date of their arrival at the Cape | By which vessel Jean Klepper | sergeant | 2 March 1784 | Le six Frères Jean Menard | fusilier | 7 February 1783 | Le Fier Louis Besançon | fusilier | 7 February 1783 | Le Fier Louis Athanase Le Gendre | fusilier | 7 February 1783 | Le Fier Charles Paret | fusilier | 23 December 1783 | L'Harmonie Jean Dupuis | provost | 23 December 1783 | L'Harmonie Colombo this 15th of November 1790. Signed: P: F: de Meuron Agreed. Inspected Maas Sybrands First Clerk No 8: Patria To the Right Honorable, Worshipful, Wise, Provident, Very Generous Gentlemen Directors at the Assembly of the Seventeen, representing the General Netherlands Chartered East India Company at the Presidial Chamber Amsterdam. Right Honorable, Worshipful, Wise, Provident, Very Generous Gentlemen! Pursuant to that communicated in our respectful letter of the 12th of this month with the ship de Unie, we now let the packet boat de Expeditie return for the Chamber Amsterdam, in fulfillment of the order of the Noble High Indian Government. The reasons why this vessel did not arrive here early enough to repatriate on the first of October, according to Their High Nobles' intention, are stated in an accompanying Extract Letter written to us by the Ministers at Pulicat on the 7th of the aforesaid month, to which we take the liberty to refer. Upon the request made by the Captain-Lieutenant and commander of this vessel, in three lists that are inserted in the Galle Resolutions of the 5th and 10th of this month, of which extracts accompany this, the officials decided to let the requested necessities be supplied thereto, as well as to let the sails that needed mending be repaired, and also to let the vessel be caulked. The report of the inspection of the aforesaid sails is inserted in the Galle Resolution of the 8th of this month, which likewise accompanies this in extract. The expense accounts of the supplies...
Dutch transcription
N:o 5. Nagezien van Charlef Is door Rondzending geresumeerd een Berigt van den E: Administrateur van der Apar, weegens de Examinatie van de konsumtie reekening van de Pakket boot de Expeditie, luijdende aldus Aan den wel Edelen Achtb: Heere Peter Sluijsken, Commandeur der stad en Landen van Gale, Mature Etc=a WWel Edele Achtbaaren Gebiedende Heer. De overheeden van de Paket Bood de Expe„ =ditie hebben hunne Consumtie reekening overgelegd, en de ondergeteekende heeft Extrakt Resolutie Genoomen in Raade van Politie te Gale: Donderdag den 11. November 1790. bij Pattia e bij het nagaen der zelver bevonden, dat zij nog per restant hebben. 308. 5/16. lb: vleeschen spek, welke zij alhier in natura verantwoorden moeten En daar en teegen dienen aan hen in natu goed gedaen teworden de volgende Provis die zij meerder verconsumeerd hebbe Namentlijk: 58. – kannen Arrak: 46. 1/10. „ Azijn 9 5/8. lb: zuijker 23. - „ Zoutjavas. 100. 9/10: kannen wijn 1192 —. lb: Rijft en kadjang 369: ½: „ Jammerinde en 15. 1/10. kannen olijven olie Waar meede hij ondergeteekende de Eere heeft deezen met allen verschuldigde her„ „bied te onderschrijven / onderstond/ wel Akkordeert. Edele Achtb: Gebiedende Heer, uwer welEd: Achtb: gantsch onderdanigen Dienaer (was getekend/ M: van der spar (in margine) Gale den 11. November 1790. waar op verstaen is door de overheeden van de pakket Boot de Expeditie en Natura te doen verantwoorden al het geen sij nog per Restant hebben en hen daar en teegen de meerder verantwoorde Provi„ sien inzelver voegen te laeten goeddoen, alles Conform voorstel bij voormeld Bericht. Dijbrands S lejklerk Edele LV: Linde N:o 6: Nagezien Deese gaat over met de paket boot de expeditie die door de Edele Hooge Jndische regeering expres herwaards is gesonden, om den tweede teekenaar door welmelde Hooge reegering tot gezaghebber van kormandel geeligeerd, naar dat gouvernement over te voeren, de daar op Commandeerende Capitain Luitenant ons zijn benoodigdheeden vertoonende om onder„ laag voor dat kieltje en wij van ijzer dat daar toe dienen konde en waarom hij eigentlijk versogt onvoorzien zijnde, hebben wij besloten ten dien einde daar in zoo veel salpeter te laaten als noodig was, en ingevolge van dien daar in afgescheept 340. zakken van dat ziet; daar dit vaartuig geschikt is, om van Ceilon direct te repatrieeren, en daartoe van Paliacatta naar uwer Edelens gou„ Extrakt Missive de dato 27: Aug:s 1790: van Bengale na kolom„ bo geschreeven vernement vernement staat te koomen hebben wij best geoordeelt aan uwer Edelens dispositie v te laaten, het zij om het zelve daar in te doen verblijven dan wel elders te emploijeeren, uit welken hoofde ook heb bedraagen daar van uwel Ed: gouverne ment werden aangereekend bij een Ja tuur deesen bij gevoegd. Akkordeert Wijbrands Eiklenk No 7: Regiment Suisse de Meuron Controle des hommes du dit Regiment, qui doivent congédies de la Garnison de Gale, pour s'embarquer à Bord du Paquet- Boot L' Expeditie Noms Datte 3„ Parquel vais= de leur arrivéé Grade N „seau aucap Le six Tréres 2=e mars 1784. 6=e Jean Klepper sergent Jean Menard Jusilier 7:. Fer=n 1733. Le Fier „ Louis Besancon Louis athanase Le Gendre 5. chales Paret 16. 1 Jean Dupuis Prevolt Colombo ce 15:e 9=ber 1790. /:signe:/ P: F: de Meuron 7. „ „ 7„oe „ „ 23„e d=mre „ L: Harmonia Accordeert Sijbrands Nagezien Maas „ „ Egklerk N:o 8: Patria Aan de Wel Edele Hoog Achtbaare Heeren. Bewindhebberen Ter vergadering van 35 VE N I H H N N. Representeerende de Generaale Nederlandsche G'oktroijeerde. Oost=Indische kompenie ter Presidiaele. kamer. Amsterdam Wel Edele Hoog Achtbare Wijze voorzienige zeer Genereuse Heeren! Volgens 't bedeelde bij onzen eer¬ biedigen van den 12=e deezer met 't schip de Unie, laaten we tans de Paket boot de Expeditie Ean ter voldoening aan de order van de Edel hooge Indische Regeering, retourneeren voor de Kamer Amsterdam. De reedenen, waarom dit vaar¬ tuijg niet tijdig genoeg hier is aengekoomen, om volgens Hunner Hoog Edelheeden intentie, met primo okto„ ber te repatrieeren, staan vermeld bij een hiernevens gaande Extrakt Missive door de Ministers te Pa„ leakatta den 7=e van ge„ melde maand aan ons geschreeven, waar aan wij de vrijheid neemen ons te refereeren. Op 't verzoek door den Kapitain Luitenant en gezag voerder van dit vaartuig gedaan, bij drie Lijsten, die geinsereerd zijn in de Gaalsche Resolutien van den 5. en 10=e deezer, waar van Extrakten deezen verzellen, hebben de bedienden beslooten, om daar aan te laaten verstrek= ken de gevraagde benoodigd= heeden zoomeede te laaten repareeren de Sijlen die versteld moesten worden, en ook het vaartuig te laa„ ten kalvaaten. Het Rap= port van den opneem der voorsz: zeilen is g'insereerd in de Gaalsche Resolutie van den 8=e deezer, die meede in Extrakt hier nevens gaat. De onkostreekeningen van de van verstrekkingen. 1 1 5
English
No. 9 Amsterdam To the Noble Honorable Lords Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the said chamber. Noble Honorable Lords, According to what was communicated in our respectful letter of the 12th of this month with the ship De Unie, we are now letting the packet boat De Expeditie return for your Noble Honorable chamber, in compliance with the orders of the Noble High Indies Government. The reasons why this vessel did not arrive here in time to repatriate on the first of October according to Their High Excellencies' intention are mentioned in an annexed extract dispatch written to us by the ministers at Paleakatta on the 7th of the said month, to which we take the liberty to refer. Upon the request made by the captain lieutenant and commander of this vessel, in three lists that are inserted in the Galle resolutions of the 5th and 10th of this month, extracts of which accompany this letter, the officials resolved to have supplied to it the requested necessities, as well as to have repaired the sails that needed mending, and also to have the vessel caulked. The report on the survey of the aforesaid sails is inserted in the Galle resolution of the 8th of this month, which also accompanies this letter in extract. The accounts of expenses for the supplies that have been provided in the aforesaid manner at Galle, as well as for the supplies provided at Batavia, Hougli, Paleacatta, and Trinconomale, will be presented to your Noble Worships by the Galle officials. The commander of this vessel has requested, on account of the indisposition of his surgeon, to be allowed to have another, and also to be allowed to have six sailors to fill the missing number in his crew; and we have authorized the Galle officials to comply with this request, provided that the said commander makes his petition in writing, indicating therein where the missing sailors have ended up, and provided also that the surgeon is examined by two chief surgeons, and that they declare that he is not capable of making the voyage to Europe and performing his duties during the same: wherein we have ordered the officials to deliver to your Noble Worships the petition that the commander submits regarding this, along with the certificate of the aforesaid chief surgeons. The consumption account of this vessel has been examined at Galle, and the report received concerning it has been inserted into the Galle resolution of the 11th of this month, which is attached hereto in extract, whereby the officials have resolved to have the officers make restitution in kind for a few provisions that were consumed in excess of the ship's stores. Upon the request of the commander of the aforesaid vessel to be allowed the necessary ballast for it, the Bengal ministers, according to their letter of the 27th of August last, which is included in extract among the annexes, had 340 bags of saltpeter shipped into it, and we thought it best to let the same remain in it. The account for this will be presented to your Noble Worships by the Galle officials. Furthermore, we have had 20 bales of linens for the Cape of Good Hope shipped in this vessel; six soldiers of the Regiment of Meuron, who have served out their five-year term of enlistment and whose name list accompanies this letter, are also crossing over on it; they have enjoyed their salaries until the end of this month. After the departure of our aforesaid respectful letter of the 12th of this month, we received from Galle the officials' letter of the 11th of this month, a copy of which is attached hereto, along with a written opinion taken from four chief surgeons by the former Galle commander Kraijenhoff, which also accompanies this letter in copy. And since the said chief surgeons intimate in this opinion that neither the wife of the said Kraijenhoff nor her two youngest children, who recently had the smallpox, can go with the ship De Unie without fear of spreading contagion of this disease on board the ship, we have thought fit to acquiesce in that opinion, and we have therefore written to the officials at Galle to act in accordance with it. We commend your Noble Worships, along with the weighty interests of the Company, to God's safe keeping, and have the honor to remain with due respect, Noble Honorable, Wise, Prudent, Most Generous Lords, Your Noble Worships' humble and faithful servants, Kolombo, The 15th of November, Anno 1790. B. V. van de Graaf C. van Angelbeek B. van Zitter D. W. Caes J. Heinous Veemland Examined D. Rentel
Dutch transcription
verstrekkingen, die invoegen woort te Gale zijn gedaan zoo wel als van d gedaane verstrekkingen te Batavia Houglie, Paleakatta en Trinconomale zullen door de Gaalsche bedienden uw wel Edele Hoog Achtbaa re aengebooden worden. De gezagvoerder van dit vaar„ tuig heeft verzogt, om mits de indispositie van zijn Chirurgijn, een ander te moogen hebben, en ook om ses mattroosen te ma gen hebben, ter vervulling van het ontbreekend getal aan zijne Equipagie; en heb¬ ben we den Gaalsche be= dienden gequalificeerd, om aan dit verzoek te voldoen, mits dat ge„ melde gezagvoerder zijne instantie in geschrifte doet, en daer bij aenwijst waar de ontbreekende Mattroossen beland zijn, en mits dat ook de Chirurgijn door twee oppermeesters g'examineerd word, en dat deeze verklaeren en dat hij niet in staat is om de reis na Eu„ ropa te doen, en geduurende dezelve zijn dienst te verrigten: waer bij wij den bedienden hebben gelast, om 't verzoekschrift, dat de gezagvoerder derweegens overlegd, met 't altest van voorsz: oppermeesters, aan uwel Edele Hoog achtb: te bezorgen. De consumtie reekening van dit vaartuig is te Gale ge-exami„ neerd, en 't daer van ingekoomen berigt is ge-insereerd bij de Gaelsche aan Resolutie Resolutie van den 11e deezer, die in extrakt hierneevens gaat, waar bij de bedienden heb ben beslooten, om eenige weinig provisien, die boven den scheep voorraad zijn verconsumeerd aan de overheeden in natura te laaten goeddoen. Op 't verzoek van den gezagvoorde van voorsz: vaartuig, om de noodige onderlaag daer voor te moogen hebben, hebben de Bengaalsche Ministers, volgen derzelver brief van den 27=e Augustus Jongstleeden die in Extrakt onder de bijlaege gevoegd is, 340. zakken Sulpeetor daer in doen afscheepen, en we hebben best gedagt dezelve daeri te laaten blijven. De aanreekening daar van zal door de Gaalsche bedienden Uwel Edele Hoog achtbaere worden aengebooden. Noch hebben we in dit vaartuijg laaten afscheepen, 20. pakken Lijwaaten voor de Kaab de Goede ook vaaren daarmeede over ses soldaaten van 't Regiment van Meuroor, die hun vijf Jaerig ver„ band hebben uitgediend, en waar van de naamlijst hier„ nevens gaat zij hebben hunne af„ poinktementen genooten tot ulti„ mo deezer. Na 't afgaan van onzen voorsz: eer„ biedigen van den 12:e deezer, hebben we van Gale ontvangen der bedienden Hoop— te brief Kolombo Den 15=e November Anno 1790. uwel Edele Hoog Achtbaare onderdaanige en Trouwschuldige brief van den 11=e deezer, die hiernee„ vens in kopij gaat, nevens een door den gew:e gaalsch gezaghebber kraijenhoff, ingenoomen schrifte lijk advies van vier oppermees= „ters, 't welk meede deezen in kopia verzeld, en wijl gem: op„ permeesters bij dit advies sin tineeren dat de huisvrouw van geme: Kraijenhoff, nog haare twee Jongste kinderen, die onlangs de kinderpokken hebben gehad, met 't sc de runie niet kunnen gaan, zonder bedugting voor aansteeking van deeze ziekte aan Scheepsboor hebben wegemeend in dat advieste m berusten, en hebben we mits dien den bedienden te Gale aengeschreeven om oe eenkomstig daermeede te handelen. Veemland C: van Angelbeek Hen DWCaes J: Heinous. Bvvande Graaf Dienaeren. Wij beveelen uwel Edele Hoog Achtbaare nevens de swaerwigtige belangens der maat= =schappij in godes vylige hoede en hebben de eer met verschuldigde respect te blijven. Wel Edele Hoog Achtbaare wijze voorzienige zeer Genereuse B Van Zitter. u Heeren. d Nagezijen D rntel Amsterdam Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen. van de generaale Nederlandsche geoktroijeerde oost- Jndische Compenie ter gemelde Edele Achtbaare Heeren: Volgens 't bedeelde bij onzen eerbiedigen van den 12. deezer, met 't schip de rinie, laaten we tans de paket boot de Expeditie, ter voldoening aan de onder van de Edele Hoog Indische Regeering, retourneeren voor uwer wel Edele No. 9 Achtbaere kamer: Achtbaare kamer De reedenen, waarom dit vaartuig niet tijdig genoeg hier is aangekoomen, om volgens Hunner Hoog Edelheeden inlem met primo oktober te repatrieeren, vermeld bij een hiernevens gaende Ei =trakt Missive, door de Ministers te Paleakatta den 7. van gem: maand aan ons geschreeven, waar aa wij de vrijheid neemen ons te refereeren op 't verzoek door den Capitain Luite „nant en gezagvoerder van dit vaar tuijg gedaan, bij drie Lijsten, die gins „reerd zijn in de Gaalsche resolutien van den 5 en 10. ' deezer, waar van Extracten deezen verzellen, hebben de bedienden beslooten, om daar aan te laaten verstrekken de gevraagde benodigdheeden, zoo mede te laeten resp „reeren de seijlen die versteld moesten worden, en ook 't vaartuijgte laeten kal„ =vaaten. T rapport van den overneem der voorsz: zeijlen is g'insereerd in de Gaal= =sche Resolutie van den 8. deezer, die meede in Extrakt hier nevens gaat. De onkostreekeningen van de verstrek= kingen, die invoegen voorsz: te Gale zijn gedaen, zoo wel, als van de gedaa„ „ne verstrekkingen te Batavia, Hougli, Paleacatta en Trinconomale, zullen door de Gaalsche bedienden. uwel Edele Achtbaare aangebooden worden. De gezagvoerder van dit vaartuig heeft verzogt, om mits de indispositie van zijn Chirurgijn, een ander te moogen hebben, en ook om ses mattroosen te moogen hebben, ter vervulling van 't ontbreekend getal aan zijne worden Equipagie;
English
crew; and we have authorized the Galle servants to comply with this request; provided that the said commander submits his petition in writing, and therein indicates where the missing sailors have ended up, and provided also that the Surgeon is examined by two head surgeons, and that these declare that he is not in a condition to make the voyage to Europe and to perform his duties during the same: whereby we have ordered the servants to deliver the written petition that the commander submits in this regard, with the certificate of the aforesaid head surgeons, to Your Honorable Worships. The consumption account of this vessel has been examined at Galle, and the report received concerning it is inserted into the Galle resolution of the 11th of this month, which accompanies this in extract, by which the servants have decided to have the few provisions consumed above the ship's stores made good to the authorities in kind. At the request of the commander of the aforesaid vessel to be allowed the necessary dunnage for it, the Bengal ministers, according to their letter of 27 August last, which is attached in extract among the appendices, had 340 bags of saltpeter shipped aboard it, and we have thought best to let the same remain therein. The accounting thereof will be presented to Your Honorable Worships by the Galle servants. Furthermore, we have caused to be shipped in this vessel 20 packages of linens for the Cape of Good Hope. Also crossing therewith are six soldiers of the Regiment de Meuron who have served out their five-year engagement, and of whom the roll accompanies this; they have enjoyed their pay until the end of this month. After the dispatch of our aforesaid respect of the 12th of this month, we received from Galle the servants' letter of the 11th of this month, which accompanies this in copy, alongside a written opinion entered by the former Galle commander Kraijenhoff from four head surgeons, which also accompanies this in copy; and as the said head surgeons maintain in this opinion that neither the wife of the said Kraijenhoff nor her two youngest children, who recently had the smallpox, can depart with the ship De Unie without fear of communicating this disease aboard ship, we have thought it necessary to acquiesce in that opinion, and have accordingly written to the servants at Galle to act in accordance therewith. We commend Your Honorable Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, Honorable Worshipful Sirs, Your Honorable Worships' obedient servants. Was signed: W. J. van de Graaf, C. van Angelbeek, D. J. Fretz, J. Reintous, B. L. van Zitter and A. Samlant. In the margin: Colombo, the 15th of November, Anno 1790. Agrees: Hijbrands, First Clerk. Cape of Good Hope. To the Honorable Sir, Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Company's important trade and affairs, together with the Council there. Honorable, Steadfast, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Sir and Friends. The packet boat De Expeditie, sent hither by the Honorable High Indian Government via Bengal and Coromandel to repatriate from here, is now departing from Galle, and is accordingly the bearer of this letter. We have written to the servants at Galle to cause to be shipped therein 20 packages of linens for Your Honor's Government. We have also granted passage therewith to that destination to the stepson of the proponent Bernard Abraham Giffening, named Fredrik Willem Maus, provided he pays the usual passage and board money; and we have permitted him to send a slave boy with this child without payment of passage and board money, provided he remains at no expense to the Company during the voyage. For the rest, after respectful service greetings, we have the honor to be, Honorable, Steadfast, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Sir and Friends, Your Honor's affectionate friends and servants. Was signed: W. J. van de Graaff, C. van Angelbeek, D. J. Fretz, J. Reintous, B. L. van Zitter and A. Samlant. In the margin: Colombo, the 15th of November, Anno 1790. Agrees: Hijbrands.
Dutch transcription
Equipagie; en hebben we den Gaalsche be„ „dienden gequalificeerd, om aan dit ver verzoek te voldoen; mits dat gem: gezagvoerder zijne instantie in ge„ schrifte doet, en daar bij aanwijst waar de ontbreekende mattroosen beland zijn, en mits dat ook de Chirurgijn door twee oppermeesters g'examineerd word, en dat deeze verklaaren, dat hij niet in staat is om de reijs na Europa te doen, en geduurende dezelve zijn dienst te verrigten: waar bij wij den be: =dienden hebben gelast, om 't ver= =zoek schrift, dat de gezagvoerder derweegens overlegd, met 't attest van voorsz: oppermeesters, aan uw Edele Achtbaare tebezorgen. De Consumtie reekening van dit waard is te Gale g'examineerd, en 't daar van inge= koomen berigt is g'insereerd bij de gaalsche resololutie van den 11. deezer, die in Extrakt hiernevens gaat, waar bij de bedienden hebben beslooten, om eenige wijnige provisien, die boven den scheeps voorraad zijn verconsu„ meerd, aan de overheeden in natura telaeten goeddoen. Op 't verzoek van den gezagvoerder van voorsz: vaartuijg, om de nodige onderlaag daar voor te moogen hebben, hebben de Bengaalsche ministers, volgens derzelver brief van den 27. ' aug=s Joleeden, die in Extract onder de Bijlaegen gevoegd is, 340. Zakken salpeeter daarin doen afscheepen, en we hebben best gedagt dezelve daar in te laeten blijven. De aanreekening daar van zal door de Gaalsche bedienden uwel Edele Achtbaere worden aangebooden. Nog Nog hebben we in dit vaartuig laeten afscheepen, 20. pakken lijwaeten voor de kaab de Goede Hoop. ook vaaren daar meede over ses zoldaeten van 't regiment van Meuron die hun vijfjaerig verband hebben uitgediend, en waarvan de naamlijft hiernevens gaat zij hebben hunne appoinctementen ge„ nooten tot ultimo deezer. Naa 't afgaan van voorsz: onzen eerbied van den 12. deezer, hebben we van Galo ontvangen der bedienden brief van den 11. deezer, die hiernevens in Copij gaat, nevens een door den gew: Gaal =sche gezaghebber kraijenhoff ingenoem schriftelijk advies van vier oppermeesten 't welk meede deezen in Copia ver„ =zeld; en wijl gem: oppermeesters bij det advies sustineeren, dat de huijsvrou van gem: kraijenhoff, nog haare twee Jongste kinderen, die onlangs de kinderpokken hebben gehad, met 't schip de unie niet kunnen gaen, zonder bedugting voor aansteeking van deeze siekte aan scheepsboord, hebben we gemeend in dat adries te moeten berusten, en hebben we mits dien den bedienden te Gale aangeschreeven, om overeenkomstig daar meede te handelen. Wij beveelen uwel Edele Achtb: in de, bescher„ „minge des Allerhoogsten en blijve met alle hoog achting /:onderstond:/ Edele Achtbaere Heeren, uwel Edele Achtb: gehoorzaeme Dienaeren /was getekend/ w: J: vande Graaf, C: van Angelbeek, D: J: Fretz:, J: Reintous, B: L: van Zitter en A: Jamlant / in margine/ kolombo den 15:e November. A:o 1790. gem: Hijbrands Akkordeert. Vliklerk P„„feijzel Kabo de Goede Hoop Aan den Edelen Heer. Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en direkteur van 'skomp:s jrapor„ tanten handel en omslag nevens den raad aldaar Edelen Erntfesten Man¬ haften wijzen voorzieni, gen zeer Diskreeten Heer en vrienden. De paket boot de Expiditie door de Edele Hooge Jndische Regeering over Bengale en korman „del dit heen gezonden, om van hier te repa„ trieeren, vertrekt tans van Gale, en is de„ „zelve mits dien de brengster deezes. Wij hebben den bedienden te Gale aange„ „schreeven, om daar in te laaten afscheepen 20: Nagezien 20 pakken lijwaaten voor uwer wel Ede„ „lens Gouvernement. ook hebben: we daar meede Transport na derwaards verleend, aan den stiof„ zoon van den proponent Bernand Abraham Giffening, in naame Fre„ drik Willem Maus, mits belaaten „de 't gewoone Transport en kost geld„ en hebben we hem toegestaan om met dit kind een slaeve Jonge temogen zen „zonder „den „ betaaling van Transport en tloot „geld siits hij geduurende de reijse blijf ve buijten laste van de Compenie Voor het overige hebben wij de eere nage„ „agtig te blijve dienstige Groete met „ te zijn /:onderstond Edelen Erntfesten Manhaften, wijsen Heer en Vrisenden voorzienigen zeer Diskreeten ^ uw wel Edelens D.W: vriend en Dienaa„ „ren /:was getekend:/ W: J: van de Graaff C: van Angelbeek, D J: Fretz, J: Rein„ tous, B: L: van Zitter en A: Samlant /: inmargine Kolombo den 15. ' November Anno 1790. Akkordteert Hijbrands VeGalen ren