Inventory 10025
Ceylon · 503 pages · 164 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
§16. We inclined all the more to that opinion, as in matters like these it is not uncommon for things to gain more or less weight in the eyes of the ringleaders in proportion to the importance people appear to attach to them. As long as no extraordinary measures were employed, matters might still settle themselves without trouble. Many things could appear to be ignored, and the ringleaders could, without great fear of the consequences, abandon their designs and turn back. By appointing a commission immediately, the instigators would acquire a new personal interest in keeping the people they had stirred up together as their support, and in inciting them more and more. §17. For this reason we considered the dispatch of a commission for the present entirely unadvisable, and the more so since the Galle servants, by their letter of 21 April, forwarded to us a letter from the dessave of Mature, written on 19 April, stating that in the Gangebaddepattoe everything was again virtually in order, and that in the Belligam Korle too matters seemed to be settling into tranquility; which reports were not contradicted by the Galle servants in their aforesaid letter. §18. These grounds by which we have been guided contain the reasons why we countermanded the Galle commission and caused them to return. As to the commendable view that Commander Sluijsken may have had in dispatching this commission with such haste as occurred, we presume to pass no judgment; but that it effected no good whatsoever, we are still very much inclined to believe. That it was also among the commander's intentions to prevent violent measures, to that we can give no other answer than that we not only did not recommend the use of violent measures, but that we even wrote very firmly to Gale that it was our intention not to have them employed unless all other means should be found to be useless. §19. Upon the first report made to us by the commander of Gale concerning the beginnings of these rebellious movements, we had already written to him that he had done well not to decide upon sending a commission to Mature unless the dessave should request it. And when the servants presented to us the request of the dessave of Mature, made in the name of himself and his chiefs, that a commission might be sent from Kolombo, we wrote to them that we would take this request into further consideration. Nor did we resolve upon the immediate dispatch of this commission until after the Galle servants informed us by letter of 26 April that an ola had been received by them from the chiefs of the discontented, whereby, following an earlier example, they requested a commission from Kolombo, and they now submitted this request to us further, as appears from an extract from the aforesaid Galle missive that is transmitted among the appendices, with the translation of the aforesaid ola sent to us alongside it. §20. That we still considered the sending of a commission for the time being somewhat questionable was therefore known to the Galle servants. They did not yet know whether we would send the requested Kolombo commission, and in any case the matter was not in such a state, as we have already had the honor to observe above, that the sending of a commission could not be delayed by a single twenty-four-hour period, which alone was needed to receive our answer. For the rest, we very gladly leave it to the highly enlightened judgment of Your High Noblenesses whether the decisions as to what ought to occur in such circumstances must be taken by us, or by servants subordinate to us, who are so close to Kolombo that one can write back and forth within twice twenty-four hours. §21. That we did not, in our first reports to Your High Noblenesses, give an account of the aforesaid actions of the Galle servants and of the reasons why we could not approve the sending of the Galle commission so promptly, and that we had therefore caused it to return, occurred solely because we thought these details belonged more properly to the general report of affairs that was to be submitted to Your High Noblenesses, than to the preliminary reports made to Your High Noblenesses by our letters of 7 May and 27 August last. §22. We do not know what credible reports they can be that have served to inform Your High Noblenesses that the inhabitants, through the conduct of the Mature Dessave and his native chiefs, have become despondent because no hearing was given to their continual complaints, nor what kind of olas they can be, on hand with Your High Noblenesses, from which one could sufficiently have discovered the true cause of the rebellion and a plan, devised by the inhabitants with much moderation and deliberation, for the redress of their grievances without disturbing the public peace. §23. But since these pieces appear to have served Your High Noblenesses as evidence that we and our commissioners [illegible]
Dutch transcription
§16. We neigden te meer tot die gedagten, m d in zaeken als deze het niet zeldzaam is dat de duigen in het oog nu de hoofd lijdert, een minder of meerder gewigt „krijgen, na maete van het belang dat men daer in whijnt te stellen zoo lang er geen buyten gewoone middelen wierden tewerk gesteld; konden de dinge nog zonder Mlat zig tot recht schikken. Men konde veele duigen schijnen te ignoreeren en de hoofd belijdens konden, zonder groot weese voor de gevolgen, nut hunne mit drijn, nog teurg Heer Met aanstonds een kommissie te benoemen, kreegen de belkamelt een nieuw perkoneel belang om het door hun opgerokkend volk, hun apuij bij malkanderen te houden, en het meer en meer te annimeeren: §07. Hierom hieden we het zenden van een kommissie voor eerst nog geheel ontj en zulx te meer, uijl de Goelse § 18. Deeze gronden waar na wij ons hebben besteerd, bevatten de reedenen, waarom wij de Gaalse kommissie hebben afgehuurd, en mits die domn terug Meeren over het prijslijk inzigt, dat de kommandeur sluijsken kan hebben gehad om deeze kommissie te doen vertrokken, met zulk een spoid als is geschied, maatigen we ons geen oordeel aan dog dat ze vooral geen nut gedaan heeft zijn we als nog zeer geneigt te gelooen. Dat ook onder 's kommandeurs oogmerken heeft behoord om geweldadige middelen te prevenieeren, daar op weeten we niets anders te antwoorden, van dat we het orffag van geweldadige bediendens bij hun brief van den 21. april ons „toekenden een brief nu den dessave van Mature, geschreeven den 19. ' April houdende dat in de Gangebaddepattoe alles weeder zoo goed als in nutt was, en dat ook in de belligam Korl de duiger zig scheenen tot rust te schikken, welke berigte door de Gaalse bediendens bij voorn: kunnen brief niet wierden weedersprooken. bediendens. middelen e middelen niet alleen niet hebben gerekommend maer dat we zelfs zeer stellig naar Gale geschreeven hebben, dat het onze intentie om die niet te doen emploijeeren ten zij alle andere middelen mogten worden bevonden nutteloos te weeken. §19. op het eerste berigt ons door den kommander nu Gale gedaan, nan de bezinkelen dezer opvoerige beweeginge, hadden wij hem reeds geschreeen, dat hij welgedaen hadde van niet te besluit tot het zeiden van een kommissie na Mature, ten zij den Dessave daarom mogt verzoeken, en toen de bediendens ons voordroegen het verzoek van den Der Jave van Mature, ge„ „daen uijt naam van hem en zijne Hoofd dat er een kommissie van Kolombomof gezondn worden, schreeven we hun, dat we dit verzoek zouden neemen en nadere overweeging. ook hebben we tot het daalle „lijk zenden van deeze kommissie niet §20. Dat wij het zenden van een kommissie voor eerst nog wat bedenkelijk hield, wisten mids dien de Gaalse bediendens. te wisten nog niet of wij de gevraagde Molombose kommis„ „sie zeuden zouden, en in allen geval was de zaak niet in die ter men, zoo als we dat hier boven reeds de eere hebben gehad aantemerken, dat het zenden na een kon„ missie met een inkeld etmaal, dat alleen noodig was om ons antwoord te ontfangen, konde worden uijtgesteld. we laeten het beslooten, dan na dat de Gaalsche bediendens ons bij brief van den 26. April bedeelden, dat bij hun ontfangen was een ola van de Hoofde der mis„ noegden, waer bij te nu een voorgaande voor beeld, een kommissie van Kolombo verzogt en ons dit verzoek nu naeder voordroege, blij„ „kens een Extrakt uijt voorsz: Gaalsche Missive dat onder de bijlaagen overgaet, met het translaet der voorsz: ola ons daer nevens ge„ zoude. beslooten. voor voor 't overige zeer gaarne aan het zeer verli oordeel van uwe Hoog Edelheeden over, of de besluijten wat in zulke gelegentheeden dant te geschieden, moeten worden genoomen bij ons, of bij aan ons ondergeschikte bedie die zoo digt bij kolombo zijn, dat men twee mael 24. uuren over en weder schrijven §21. Dat we bij onze eerste berichten aan uw Hoog Edelheden, geen verslag gedaan hebben van de voorsz: handelinge der Gaelsche bed en van de reedenen, waarom we niet hebben kunnen goedkeurn het zoo spoedig af zenden der Gaalsche kommissie, en dat w die mids dien hadde dom te rug keeren is alleen geschied, om dat we deze bezon derheeden meer dagten te behooren tot het generaal verslag der zaeken, dat aan uwe Hoog Edelheed stond te worden Gu dan tot de voorloopende berigten aan uw Hoog Edelheeden gedaan, bij onze nede„ brieven van den 7:' Maij en den 27. aug:s passato §23. Dan wijl deze slukken bij uw Hoog Edelh: schijnen te hebben gestrekt tot beuijken, als of wij en onze gekommitteerdens, in §22. We weeten niet wat geloofwaardige berigten het zijn kunnen, die gestrekt hebben om uw Hoog Edelheeden te informeen, dat de ingezetenen door het gedrag van den Ma„ „terise Dessave in desselfs inlandse hoofden, moedeloos zijn geworden, om dat men geen gehoor heeft willen geee aan hunne ge„ duurige klagten, nog wat voor olaksin, het zijn kunnen, bij uw Hoog Edelheden aan hand, waar uijt men genoegzaam zoude hebben kunnen ontdikken, de wage oorzaek muden opstand en een door de ingezetenen met veel bezadigt tijd en overleg, beraamd plan tot redres hun„ ner bezwaeren, zonder Htooring den open„ baare rust. we de kan. .
English
the reports made to Your Right Excellencies, we have not acted dutifully, we request that we may be sent not only a copy of these, but also of the aforesaid reports, and that it may be made known to us who made these reports. We make this humble request with all the more boldness, and we trust that Your Right Excellencies will be so good as to order that it be fulfilled in the fullest sense, since our honor and good name are concerned therein. Paragraph 24. We have always sought to fulfill our duties as honest servants. The first undersigned Governor, who has the honor to be one of the oldest members of Your Right Excellencies' assembly, has had the honor to serve the Company now in his 36th year, and he has sought during all that time to serve with zeal, unblemished fidelity, and all possible goodwill. Moreover, the post entrusted to us is far too important to be under the slightest suspicion with Your Right Excellencies, into which we seem to have been brought by the aforesaid reports, that we would have wanted to avoid a thorough investigation, or to manipulate and arrange matters in such a way that the true circumstances could be concealed. This would be an act entirely contrary to our oath and duty. We have reported matters to Your Right Excellencies in our respectful letters of 7 May and 27 August past, as we truly and in all conscience thought about them. We testify to this upon the oath taken by us to the country. All incoming documents we have placed and ordered to be placed in the hands of our commissioners, to be investigated publicly and with the greatest accuracy, and these our commissioners subsequently placed the same, with their findings, by our order, into the hands of the Commandeur Sluijsken. Paragraph 25. That the sending of a commission from Colombo was also requested by the chiefs of the rebels, we have already had the honor to note above; and as to the assertion that we excluded the Galle Commandeur and Council, or made any arrangements that could have prevented our commissioners, whenever it might have been necessary, from acting communicatively with the Galle Commandeur and Council, we request permission to refer to what appears in this regard in our secret Resolution on the Report of the Commandeur Sluijsken, which is inserted in the Resolution, and in which it is very clearly demonstrated that this did not occur. Paragraph 26. The Dissave van Angelbeek and his subordinate chiefs even expressly requested that the commission being sent might be instructed to conduct a thorough investigation into the causes of the insurrection, so that the guilty might be punished as an example to others. This was also instructed accordingly in the instruction given to the commissioners sent from here, a copy of which was sent to Your Right Excellencies. In this Instruction they are ordered in so many words, that if any complaints were made against the Dissave van Angelbeek, to investigate them with all accuracy, conscientiously, and most strictly, in accordance with the express request made by himself to that end. The same orders were set down in the aforesaid Instruction regarding the native chiefs. Besides these recommendations in the Instruction, we further wrote to our commissioners in a letter of 16 May, to place the complaints that might come in against the Dissave van Angelbeek into his hands for his answer, and to send these to us with their considerations. Paragraph 27. During the commission of our aforesaid commissioners, no complaints were received against the Dissave van Angelbeek other than those appearing in the minutes kept by the aforesaid commissioners at Matara on 24, 25, 26, and 27 May, and 7, 8, and 9 June, and which were clarified and refuted by the Dissave van Angelbeek, both in writing and orally, as appears from the notes in the margin of those complaints themselves. From these clarifications and refutations by van Angelbeek—which throughout, and so far as the nature of the matters permitted, are substantiated with authentic documents and testimonies submitted under oath—it not only appears that these complaints were completely sought out and fabricated, but all these things are also contradicted by various advices received from the Matara Dessavony and sent to us by the Galle servants, wherein the chiefs of the country as well as the lesser chiefs and the most prominent of the inhabitants give the most favorable testimony of the administration maintained by the Dissave van Angelbeek during all the time he held governance in Matara. And they not only praise him in the highest terms, but also declare as with one voice their desire that he might be sent back, as Your Right Excellencies will see from the copies of these advices, which are transmitted in a separate bundle among the appendices. Paragraph 28. Regarding what also appears concerning these things in the often-mentioned report of the Commandeur Sluijsken, we request permission to refer to what on the complaints
Dutch transcription
de berigten aen uw Hoog Edelheden gedaan niet pligtmaetig zoud hebben gehandelt zo verzoeken wij dat ons niet alleen kop min deze vlasse mogen worden toegezonden maar ook van de voorsz: berigten, en dat ons daer bij mag worden bekent gemaakt, wie deze berigten hebben geda we doen deze nedrige verkoeken niet te meer vrijmoedigtijd, en vertrouwen zal uw Hoog Edelheden zo goed zullen zijn van te beveelen, dat in den volsten zin daer aan word voldaen; wijl onze eere en goede naam daar bij zien geinters„ zeert. §24. We hebben altoos onde pligten als eerliesh dienaer zoek te vervullen. De eerst ond geteekende Gouverneur, die de eere heeft teweezen een der ondsrte leeden van uwer Hoog Edelheeden vergadering, hue de eere de Komp: tans in het 36 e te dienen, en Wij heeft geduurende al dien tijd zoeken te dienen met ijver, ongekreukte trouw, en alle mogelijke wel menenthijd. Boven dien is de post ons toevertrouwt al te gewigten om bij uw Hoog Edelheeden te zijn onder de aller minste verdenking, waer in we door de voorsz: berichten schijnen te zijn gebragt, dat wij een naauwkeurig onderzoek zoud hebben willen eviteern, of de zaeken zodaenig plooijen en schikken, dat de waere toedragt verbloamd konde worden. Dit zoude eene handeling zijn ten eenemael strijdende met onzen eed en pligt. we hebben aan uw Hoog Edel„ heeden bij onze eerbiedige brieve van den 7. Maij en 27. aug: pass=o de zaeken zodalnig bericht, als we werkelijk en in gemoede daer over dagten we betuigen dit op den eed voor ons aen den lande gedaen. Alle ingekomene stukken hebben we gesteld en doen stellen in handen van onze gekommist„ teerdens, om publiek en met de grootste noeukeurighijd te worden onderzogt, en deze onze gekommitteerdens hebben vervolgens dezelve dezelve met hunne bevindinge, op onze e last gesteld in hunden van den Kommandeu sluijsken Pr §25. Dat het zenden van een kommissie van kolon ook door de Hoofden der oproerige is verkogt hebben we hier bonn reeds de eere gehad ae te merken, en wat aen goet dat wede Gaalsche Mommandeur en Raad zouden re uijtgeslooten, of eenige bestellinge zou den gedaan hebben, welke zouden hebben kun voortsbrungen dat onze gekommitteerdens, war „neer het waare noodig geweest, niet k „munikatief met den Gaalsche Kommande en Raad zouden zijn te werk gegaan, b „zoeken we virlof ons temoogen gedraagen het geene daar omtrent voorkomt bij onze schreete Rezolutie op het Rapport van den kommandeur sluijtken, dat bijde Rekol: is geinserreert, en waer bij hee duidelijk is aangeweezen dat dit niet geschied. §26. De Dessave van Angelbeek en zijne vil „sche hoofden hebben zelfs zeer expns verzogt, dat de kommissie die gezonden wierd, mogte worden aanbevooln, om een naaukeu„ rig onderzoek, te doen na de oorzaeken van den opvoer, op dat de schuldige tot exempel van andere mogte worden gestraft. Dit is ook zodanig aan bevoolen bij de pottruk„ „tie, gegeen aan de van hier gezondene gekommitteerdens, waer van aan uw Hoog Edelheeden een kopij gezonden is. Bij deeze Jnstruktie zijn dezelve met zoo veel woorden gelast, om zoo er eenige klagten ge„ „daan wierden tegens Den DesJave van Angelbeek, die overeenkomstig met het expres var zoek door hem zelve daar toe gedaen, met alle naaukeurighijd, gemoede„ „lijk en op het scherpst te onderzoeken. Dezelfde beveelen zijn bij de voorsz: Jnstruktie gesteld omtrent de Jnlandse Hoofd. Behalv deeze aanbeveelingen bij de Jnstruktie, hebben we onze e gekomm: gekommitteerdens zedert nog aangeschreeven brief van den 16. Maij, om de klagten de teegens den DesJave van Angelbeek mogten inkoomen, hem ter beantwoord in handen te stellen, en die met hun konsideratien aan ons tezenden. §27. Geduurende de kommissie van voorm: on ze gekommitteerden zijn er geene klagten teegens den Des Jave van Angelbeek ingekoomen, dan die geene die voorkomen hij de gehoude aantekeningen bij voorm: gekommitteerdens Mature op den 24. 25. 26. en 27. Maij, 7.8 9. Iunij, en die door den Dessave van Angelbeek, zoo in geschrifte als mond ling, opgeheldert en wederlegt zijn, blijke het geannoteerde in margine van die kla zelfs, uit welke ophelderingen en weder leggingen door van Angelbeek doorgaan en voor zoo verre de natuur der zaken het toeliet, met authontike stukken en onder Eede overgelegde getuijgschriften gestaaft, niet alleen bleikt, dat deeze klagten allekints gezogt en opgeruapt zijn, maar worden ook alle die dingen weder sprooken door verschijde advissen uit de Materesche Des savonie ontfangen, en door de Gaalssche bediendens ons toegezond, waer bij de Hoofden des lands zoo wel, als de mindere Hoofden en de voornaamste der ingezeetenen, een aller voordeeligst getuigen is geeven van het bestier door den Dessave van Angelbeek gehouden, geduurende al den tijd dat wij te Matire het bewind gehad heeft, en dat „niet alleen ten hoogsten roemen, maer ook als uit eenen mond betuijgen hun verlangen, dat hij mogte worden terug gezonden, zoo als uw Hoog Edelheeden dat zien zullen bij de kopijen deezer adrissen, die in een apport bondeltje onder de bijlaagen overgaan. § 28. op het geen van deeze dingen ook voorkomt, bij het in deezen meermeld rapport van den kommandeur sluijtken, verzoeken we ons te moogen gedraegen aan het op den klagten s 6.
English
and note what was recorded thereof in our resolutions adopted thereon on the 12th and 21st of August past, and merely observe in addition that Commander Sluijsken, in proposing it and amidst the various doubts spread through his report regarding the conduct of the Dessave van Angelbeek, in our view ought to have paid somewhat more attention to that which serves for the clarification and refutation of all these matters, as appears in the above-mentioned notes of our commissioners, than seems to have occurred. In particular, it appears to us that these things are stated therein in a tone that is far from fitting, especially when one speaks in one's public capacity. We consider this same observation to be even more applicable to what appears in this regard in the Commander's separate secret letter of the 20th of October last, written in reply to a separate secret letter written from here on the 20th of September, in which, by virtue of what appears in his separate letter of the 5th of August, namely that if we had wished to be malicious we could bring not only more, but even much more, to the charge of the Dessave van Angelbeek, he was ordered to state clearly and without any further reserve whatever we might have to bring to the charge of the Dessave van Angelbeek. Section 29. Instead of complying with this, Commander Sluijsken in his aforesaid secret letter merely presented a multitude of matters in the form of questions, as possible things that one might have allowed oneself if one had wished to be malicious. As for what appears in the said letter of Commander Sluijsken besides these things, being matters of no urgency or upon which what was necessary has already been noted, at least provisionally, in our aforesaid secret resolutions of the 12th and 21st of August and the secret letter of the 17th of September last resulting therefrom, we have left this letter unanswered until the arrival of the advice which the Dessave van Angelbeek requested to submit to us by resolution of the 27th of August, which was also granted to him by that resolution. It will not be amiss to remark here that this letter, at least in certain places, deviates considerably from the customary style. In replying thereto, we shall further take into consideration to what extent any decisions may be necessary to keep the servants on that point as well within the bounds in which they ought to remain. Section 30. By virtue of all the foregoing, and particularly because it is evident from the above-mentioned addresses that both the chiefs of the country, the lesser chiefs, and the best part of the inhabitants of the Maturese Dessavony desire that the Dessave van Angelbeek may be sent back and may resume this post of his, we have deemed it proper to make no difficulty in altering again the exchange of offices made according to our resolution of the 14th of June past, as was done by our resolution of the 9th instant, an extract of which is included among the annexes, and accordingly to let the Senior Merchant Raket resume his post of Chief Administrator, and to the Senior Merchant van Angelbeek his post of Dessave of Mature, since the reasons for this exchange of offices having been made, to which the Senior Merchant Raket had consented upon the Governor's proposal and request for such reasons as are mentioned in our aforesaid resolution of the 14th of June, no longer existed. Section 31. We felt all the more obliged to arrive at this decision because, when a provincial ruler in circumstances such as these is shown not to have rendered himself guilty, and especially when it appears that he possesses the esteem and the affection of the chiefs of the country and the best part of the people, the service of the Company also requires that he be continued.
Dutch transcription
rand daer van aangeteekende, bij onse daer op genomene rezolutien van den 12. en 21. Aug=o passo en merken daer bij nog alleen aen, dat de kommandeur sluijtken, bij het voorstele daer van, en bij de verschijde twijffeling over het gedrag van den Dessave van Angelbeek, in zijn rapport verspreijd naar ons inzien wel eenige meerdere ay had moogen geeven, op het geene ter opheldering en nederlegging van alle de dingen, bij de hier boven gem: aantekenin van onke gekommitteerdens voorkomt dan schijnt te zijn geschied, in zonderhijt kant het ons voor, dat deeze dingen daer bij gezegt worden op een toon, die al te wel voegt, voornamentlijk wan iemand spreekt in zijne publieke kwaliteid. Deeze zelfde aanmerking danken we nog veel meer toepasselijk te zijn, op het geene derwegens voorkomt bij skommandeurs apporte sekreete bi van den 20' otober VoLeed, geschreven in antwoord van een afporte zekreete brief, han den 00. ' 7ber: van hier geschreeen, en waer bij hem, uijt hoofden van het geene voorkomt bij zijnen apparten brief van den 5. augustus dat zoo wij book„ „aardig hadde willen zijn wij niet alleen meer maar zelfs veel meer, ten laste van den Dessare van Angelbeek zoude kunnen inbrengen, is gelast om duidelijk ein zonder eenige verdere reserve op te geeven, het geene wij ten laste van den Dessave van Angelbeek zoude hebben in te brengen. § 29. In steede nn daar aan te voldoen, heeft de kommandeur sluijsken bij voorsz: zijn sekreete brief een meenigte van zaeken alleen vraagende wijze voorgesteld, als mogelijke dinge, die wij zig zoude hebben kunnen permitteeren, zoo wij boosaardig hadde willen zijn. Het geene buiten deeze dingen bij gem: brief van den komman„ „deur sluijtken voorkomt, zaaken zijnde die geen haust hebben, of waarop reeds het noodige ten minsten voorloopend, is aangemerkt bij onze voorsche sekreete Rezolutien vn den antwoord. 12: 6 12. en 21. aug: ende daer uijt voort gevloeijde zek „te brief van den 17. ' september Vleed, hebb we dezen brief onbeantwoord gelaaten, tot dat zal zijn ingekoomen het adves, dat de DesJave van Angelbeek bij Rezolu„ van den 27:' augustus verzogt heeft aan ons te doen, en ook bij deze Rezolutie aen hem is toegestaen. Het zal niet zijn hier aan te merken, dat dezen brief, ten min hier en daar vrij wat loopt buiten den gewo stijl. Bij het beantwooren daar van zullen we tevuit in overweging neemen, in hoe verre kun nodig zijn eenige besluiten om de dienann ook op dat stuk, te houden binnen de palen waar in te behoren te blijven. § 30. uijt hoofde nan al het voorschrevene, en in zonder „heid wijl het uijt de bomegem: adritsen klaarden „kelijk is, dat zoo wel de hoofden des lands de de mindere hoofden, en het beste gedeelte der ingeszetenen van de Materische Des Cavonu verlangen dat de Dessave van Angelbeek mag worden terug gezonden, en wij deeze zijn post mag hemeenen, hebben we gemeend geene zwaerighijd te moeten maeken, om de verwisseling va Aneptan gedaan volgens onze rezolutie vand 14' Junij p=o wederom te veranderen, gelijk geschied is bij onze rezolutie van den 9:' dezer die n Extrakt onder de bijlangen overguet, en om niet dien den opperkoopman Raket telaten hemenen zijn post van den Hoofdad„ ministrateur, en aan den opperkoopman van Angelbek zijn post van DesJave van Matur, uijt hoofde de redenen deezer gedaane verwisseling van ampte„ die zig den opperkoopman Raket, om zoodanige reedenen als bij voorsz: inze Rezolutie van den 14 Junij zijn vermelt, op 's Gouverneur voorstal en verzoek, zig heeft laeten welgevallen, nu niet naer bestonden. §31. we hebben temeer gemeend tot dit besluit temoeten koomen, om dat wanneer een Land regent in gelegant„ heeden als deeze, blijkt zig niet te hebben schuldig gemaakt, en voor al wanneer het blijkt, dat Wij de agting en de genegenthijd van de hoofden des lands in het bestegedeelte van het volk bezit, den dienst meede komp: het vorderd dat men hem sontineerd. mag
English
Section 32. Unless the state of the country absolutely requires other arrangements, it would be ill-advised and make the petty rascals only bolder to see that such a servant, despite his sustained good administration, was removed from his office, which in our view could foster these dangerous notions among the ill-disposed, notions which we think already exist only too much in the Matara Dissavony; that whatever outcome matters may take, it still remains in their power to make such a native chief lose his post. To act otherwise would cause the native chiefs themselves, who are not keen to lose their posts, to be noticeably intimidated in keeping the inhabitants to their duty, when they saw that, being innocent, they ran the risk of becoming the victims of a faction of vile people, who can easily venture this because they generally have not much to lose. Section 33. We shall, however, leave our aforementioned resolution concerning Senior Merchant van Angelbeek undertaken and executed, until we shall have received your Excellencies' further approval on the matter. Section 34. To conclude this, we have still to report that Madugodde Appu, having made himself so notorious in the late Matara disturbances, after having done everything in his power, according to the entry in the secret resolution of 15 November, which is transmitted among the appendices, to incite a new rebellion, and after having sought refuge in Kandy in vain, so that finally no resources were left to him, has written an ola to Commander Sluysken, a copy of which is enclosed herewith, stating that he undertook to prove that the native chiefs mentioned therein were the cause of the late Matara disturbances and the continuation thereof. With such a villain, who has made himself guilty above many others in the late Matara disturbances, and who had in the most insolent manner boasted of being the head of an insurrection, and having now again conducted himself so criminally, we would not have involved ourselves any further. We would have let him go with all the contempt he deserves and would have left his ola unanswered until he could be apprehended at one time or another in order to deliver him to justice, were it not for what is found dispersed here and there concerning this accusation by Madugodde Appu in the writings of Commander Sluysken, in such a manner that by leaving these matters as they were, these accusations might gain some credit in the opinion of the common people, which would constantly leave the chiefs accused by him under this blemish. Therefore, we thought it necessary for the welfare of these people themselves that we open the way for them to clear themselves publicly. We have therefore authorized the Galle officials to promise Madugodde Appu that if he duly proved his accusations, complete pardon for his crime would be granted to him. Commander Sluysken thereupon wrote him the ola, a copy of which is enclosed herewith, and he has since been examined at Galle and subsequently here in Colombo itself, as appears from the documents concerning this transmitted among the appendices, to which we request permission, on account of their prolixity, to refer ourselves here, merely noting that everything appearing therein is essentially nothing other than a repetition of what appears in the report of the Secretary van Albedijke, which is bound behind the report of Commander Sluysken. According to our resolution of 27 November 1790, an extract of which is enclosed herewith, two members of the Matara Landraad have been appointed to conduct the aforesaid investigation, and we shall have the honor to inform your Excellencies further of the outcome thereof. We commend your Excellencies and the interests of the Company to God's holy protection and remain with all respect and fidelity, High Mighty, Most Honorable, Far-Ruling Lord and Right Honorable, Stern Sirs, your High Excellencies' humble and very obedient servants. Signed: W. J. van de Graaff, Mr. P. A. Raket, D. C. van Drieberg, D. F. F. C. van Angelbeek, J. Reintoux, A. Samlant, J. A. Vollenhoven. In the margin: Colombo, 27 January Anno 1791. Agrees: Wijbrands, sworn clerk. D. V. Wageman I am now writing in detail to the Nabob, and enclose herewith a copy of the English translation thereof. I request permission to refer to it, and merely remark from it that however much I have, in this letter of mine, tied the leasing of the pearl fishery, in case the present inspection should again turn out unfavorably, to the request that he disclose to me who the informers are of the malicious rumors that have been conveyed to him, I shall nonetheless, whether the Nabob complies with this or not, allow the leasing to take place, in order to remove once and for all all the bad thoughts of which His Highness seems unable to be cured in any other way. Because I would nevertheless like the Nabob to name these people to me, I request that my final decision to allow the leasing to proceed in any case and however things might turn out may remain between us. Subscribed: Extract from a private letter written by the Governor van de Graaff to Mr. Buchanan, Agent of the Nabob Mahomet Ali Khan, 10 February 1790. Checked. No. 1. Agrees. Signed: P. C. de Vos, sworn clerk to the Governor. Agrees: Sijbrands, clerk.
Dutch transcription
§ 32. Wanneer de mst des lands andere schikkingen niet volstrekt nodig maakt zoude het kwalijk geze en minstige knaaps, te Houtmoediger maaken te zien dat zulk een bediende, niet tegenstaande 2 gehouden goed bestier, van zijn ampt wierd verlaate het geen waar ons inzien bij kwaadwilligeligk deeze dangereuse begrifpen zoude kunnen voort gen, en welke we denken dat in de Matereze Dessavonie niet dan reeds te veel bestaan; d wat uijtkomst ook de dingen hebben, zo het nog in heen vermoogen hebben, om zulk een Land gent zijn post te doen verlies. Anders te h „delen zoude de Landregenten zelve, die nie gaarne hunne posten willen missen, merker intimideer, om de ingezeetenen te houden hunne pligt, wanneer te zagen, dat de onschuldig, gevaarliepe van te worden het slag offer nu een partij slegt volk, dat deezed ligt waagen kan, om dat het doorgaans veel te verliesen heeft § 33. We zullen egter voorsz onze Rezolutie zo aangevat de opperkoopman van Angelbeek en uit gevoerd laaten, tot dat we daar op uw Edelheeden nader goed vinden zullen hebben § 34. Tot slot deezes hebben we nog te bedeelen dat den zig in de Jongste Maturekhe onlusten zoo be„ „rucht gemaakt hebbende Madoegodde appoe„ na dat hij volgens het aangeteekende ter sehre„ te Resolutie van den 15:' November, die onder de bijlaagen overgaat, alles hadde gedaan wat hem mogelijk was om een nieuwen opstand teverwekken, en na te vergeefs gezogt te hebben om in kandia heul tevinden, zoo dat hem nu eijndelijk geene resoucees meer over schooten, aan den kommandeur sluijtken geschreeven heeft de ola, die in kopij hier neemt gaat, houdende dat hij aannom te berijt dat de inlandsche Hoofden daar bij vermeld, oorzaak geweest. zijn van de Jongste Matoresche onlisten, en van de voortduuring daar van Met zulk een bootwigt, die zig bove veele anderen heeft schuldig gemaakt, zig in de Jongste Matescha ontfangen, en den gewekene visitateur Berghuijs, aan wien we reeds op zijne herhaalde verzoeken, uijt hoofde van zijne hooge Jaar en de bile toestand, die hem deeden verlangen om voortaan zijn nust teneemen, uijt 's komp:s dienst ontslag hadden gegeen de Mate„ „resche Dessavonie doen waarneeuen. ontfangen onlusten. onlusten, op eene aller insaleutste wijze heeft dier beroemen teweezen het Hoofd van een oproer zig nu op nieuw wederom zoo misdaadig gelv had, zouden we ons ons niet verder hebben gewoen we zouden hem niet al de verachting die hij vir hebben laaten loopen, en zijn ola, on beantwoord ge hebben, tot dat men hem de eene of de andere tijd konde in hunden krijgen, om hem aan het ge recht ons te geen was het niet om het geen men hier en daar, nopens deze beschuldiging van Madoegodda Appoe versprijd vind, in de ge„ schriften van den kommandeur sluijtken op een wijze dat met die dingen zoo te laaten, dan beschuldigingen in de opinie van het gemeen een kudiet konde krijgen zie de door hem beschuldigde Hoofden gestaadig zouden doen blijven deezen blaam en dat we daarom gedagt hebben dat het tot wel zijn nudeeze luijden zelve noodig was dat we hun den weg open den om zig opentlijk te zu we hebben daarom de Gaalsche bediendens gequalifi om Madoegodde appoe temogen toezeggen, dat de bij zijne beschuldiginge behoorlijk bewees, hem dermael uitwissing van misdaad zoude word gegeven De kommandeur sluijsken heeft he daarop geschreeen de ola die in kopij hier nevens gaat, en is hij zeedert te Gale en naderhand hier te kolembo zelve gehoort, blijkens de stukken die daar van onder de bijlaagen overgaan, en waar aan we verlof verzoeken om derzelven wijdloopig„ „heid, ons hier te moogen gedraagen alleen daar bij aanmakkende, dat al het geen daar bij voor komt hoofd zaakelijk niets anders is, dan een repetitie van het geene voorkomt bij het bericht vanden zekreters van Albedijke, dat ingebonden is agter het rapport van den kommandeur sluijtken volgens onze rezolutie van den 27. ' November 1790. , die in Extrakt hier nems gaat, zijn twee leeden van de Matereesche Landraad benoemd, om het voorsz: onderzoek te doen, en zullen wede eere hebben uw Hoog Edelheeden den uijtslag daar nn nader te bedeelen. wij beveelen uw Hoog Edelheeden ende belangen der Maatschaffij in Godes heilige hoede en blijvn met alle eerbied en trouwe : /onderstond:/ Hoog Edele Groot Achtbaare wijd Gebiedende Heer en wel Edele Gestrenge, Heeren, uwer Daar Hoog Hoog Edelheeden onderdanige en zeer Gehoorzamer Dienaer /:was getekent:/ W: J: van de Graa„ M:r P:s Raket, D: C: van Driberg, D: F: F: C: van Angelbeek, I: Reintous, A: San lant, I: A: Vollenhove /:Inmargine:/ kole Den 27. Januarij Anno 1791. Accordeert Wijbrands Egkeerk D V: Wageman Jk schrijve tans omstandig aan den Nabab, en zend hier in geslooten een kopij van de Engelsche Traduc„ tie daar van Jk verzoeke mij daer aan te moogen gedraegen gedraegen, en merke daer uijt alleen aan dat hoe zeer ik ook bij deeze mijn brief het verpagten van de Paarl visserij ingeval de tegenwoordige visitatie wederom ongunstig uitvallen mogt, heb verbonden aen het verzoek om mij te ontdekken wie de aanbrengers zijn van de boosaardige spargementen die hem zijn aenge„ dient, jk, het zij de Nabab daar aan voldoet of niet, nogtans de verpagting zal laeten geschieden, om eenmael weg teneemen alle de quaade gedagten waar van zijn Hoogheid op geene andere wijze schijnt te kunnen worden geneesen Wijl ik nogtans gaarne wilde dat de Na„ bab mij deese menschen noemde, zo ver„ zoek ik dat mijn finaal besluijt om de Extrakt uijt een partikuliere brief geschreeven door den Heer Gouver„ neur van de Graaff aan den Heer Buchanan, Agent van den Nabab Machmet Alichan den 10„e ge„ bruarij 1790. verpagting Nagezien No 1. verpagting in allen gevalle en hoe de dinge ook mogten uitkoomen, te laaten geschieden mag blijven onder ons /:onderstond:/ Akk deert /:was geteekend /: P:r C:s de Vos g kler bij den H:r gouvern:r Amkorseert Sijbrands greerk
English
Official To the Right Honorable James Buchanan, Agent of His Highness the Nabob of Karnatika in the province of Tirnevelle. Right Honorable Sir, I have had the honor to receive the letter with which I was favored by your Honor on the 25th of January, accompanying a letter from His Highness the Nabob of Karnatika, and a letter for Mahomned Allam Chan, which I caused to be delivered to him. By an earlier letter I already had the honor to represent to His Highness the Nabob that, for a single occasion, I had gladly consented to Abdul Kader himself conveying the letter of His Highness to Kandia, but that according to my instructions I had to request His Highness, as I did at that time, to be pleased to address himself to me whenever there might be anything concerning his service in Ceylon. I also said this to Chaik Rama Iulla and Abdul Kader and offered them to have the letter and the presents for the King of Kandia properly delivered if they would hand them over, and that I would let them have the answer as soon as I had received it. They have done this, and I have since sent the letter with the presents, whereupon I will deliver the expected answer as soon as it arrives. I shall likewise write this to His Highness the Nabob in reply to the aforesaid letter which your Honor was so good as to send to me. Whether Abdul Kader has any part in the reports that were made to His Highness regarding the Manaar pearl banks, and concerning which I recently informed His Highness very circumstantially, I do not know; but the day after his departure from here, pearls were brought to me which were publicly shown here on the bazaar by two Moors as if they had been found during the inspection of the banks currently underway. Upon inquiry, these Moors testified that these pearls were handed to them by Abdul Kader to show them to various people. In order to know the truth of this, I sent our second secretary to Abdul Kader, who let me know through him that these were pearls brought by him from the Tutukorin fishery; that he had given them to the aforesaid Moors as pearls found in the Manaar inspection now underway, so that they would display them, in order thereby to arouse among interested parties the desire to farm the Manaar fishery. I prefer to refrain from all reflections on this and leave the same deferred to your Honor's own judgment, Sir; meanwhile, it would be very agreeable to me if His Highness would no longer employ this man in the future in any commissions to Ceylon. I have the honor to be with all high esteem, Underneath was written: Right Honorable Sir, your Honor's humble servant Signed: W. J. van de Graaff In the margin: Kolombo, the 28th of February 1790. Agreed: Dijbrands, First Clerk. Register of the following diverse translated Sinhalese report olas and letters which, along with Galle letters, dated 6, 13, 17, and 24 December 1790 and successively 12 January 1791, were received, containing many praises in honor of Mr. van Angelbeek, in which various peoples in the Matara district mainly request to be allowed to have his Honor again as Dessave there; namely: 1 Translated Sinhalese ola addressed to the Right Honorable Governor of Ceylon, Willem Jacob van De Graaff. This ola was signed by the collective fishermen and chandoes of Goyapane or up to the river Koembocganoye, besides numerous other inhabitants. 1 Translated Sinhalese letter ola, addressed as above and signed by 62 persons. 1 Ditto report ola, addressed as above and signed by various mohandirams, arratches, kangaans, and a multitude of inhabitants. 1 Ditto, ditto, addressed as above and signed by the Head of the timber-hauling and the further people belonging under him. 1 Ditto, addressed as as before and signed by the first and second head of the Morrua Korle, together with a large number of further inhabitants. 1 Ditto report ola, addressed as before and signed by the mohandiram Abewitten Goenesegre, arratches, vidanes, kangaans, and other lesser heads and inhabitants of the Gangebadde. 1 Letter ola addressed as before, and signed by Abewitkreme Goenesegre, Gangebaddepattoe mohandiram appuhamy, with the prior knowledge of the other heads. 1 Translated Sinhalese letter ola, addressed as before and signed by a multitude of inhabitants from the Lordship of Belligam. 1 Ditto report ola addressed as before, signed with the prior knowledge of the collective smiths of the coast and Walebadde of the Matara Dessavony by the first Head of the place and further inhabitants. 1 Ditto, addressed as before, signed by all the Heads of the craft-fellows in the Matara Dessavony. 1 Ditto, ditto, addressed as before and signed by the collective Washers belonging under Matara. 1 Ditto report ola, addressed as before and signed by the muttedon, Head of the collective naindes of the fortification works. 1 Translated Sinhalese letter addressed as before, and signed by all the inhabitants of the Wellebaddepattoe. 1 Ditto, addressed as before, signed by various arratches, kangaans, and appoos, the mayorals of Naimbele, of Kittele Baijgam, of Oedoewe Baijgam, and of Wittiele.
Dutch transcription
officeel Aan den wel Edelen Gestrengen Heer James Buchanan Agent van zijn Hoogheid de Nabab van kaanatika in het landschap Tirnevelle wel Edele Gestrenge Heer Ik heb de eere gehad te ontfangen den brief waer mee„ de ik door U welEd: Gestr: op den 25. e Januarij ben begenstigt ten geleede van een brief van zijn Hoogheid de Nabab van karnatika, en een brief voor Mahomned Allam Chan, die ik aen hem heb doen bezorgen. Bij een vroegere brief heb ik reeds de eere gehad aen zijn Hoog„ heid de Nabab te vertoonen, dat ik ea voor een en keld maal gaarne in hadde bewilligt dat Abdul kader zelve de brief van zijn Hoogheid na kandia overbragte, dog dat ik volgens mijne Jnstruksie zijne Hoogheid moeste ver„ zoeken zoo als ik dat te dier tijd heb gedaen, om wanneer er op ceilon iets van zijn dienst zijn mogte, zig aen mij te willen addeesse„ ken. Aan Chaik Rama Iulla en Ab„ dul kader heb ik dit ook gezegt en hun aengebooden om de brief en de presenten voor den koning van kandia behoorlijk No. 2. te zullen Nogezig Va Gijzel te zullen doen bestellen indien zij ze aen overgaven, en dat ik hun het antwoord da zoude laeten toekoomen zoo daa ik het zoud hebben ontfangen Ze hebben dit gedaen, en heb ik de brief met de presenten zeedert zouden waer op ik het verwagt wordende antwoord, zoo dra het inkomt bezorgen jk zal dit insgelijks aen zijn Hoogheid de Nabab schrijven in antwoord van den voorsz brief die uwel Ed: Gestr: zoo goed is geweest aen mij te zenden. Of Abdul kader eenig deel heeft in de berigte die men aan zijn Hooghijd noopens de Man sche paarlbanken heeft gedaen, en waar ik zijn Hoogheid onlangs zeer omstandig der houden heb, weet ik niet, dog sdaags zijn vertrek van hier wierden mij gebragt paerlen die door twee mooren hier op de bak publiek zijn vertoond als of ze gevonden w bij de tans onderhanden zijnde visitatie banken. Bij navraage betuigde deeze mooren dat hun deze parels door A kader waeren ter hand gesteld om ze aen ze en geene te vertoonen. Jk heb om te weeten wat hier van de waerheid onze tweede sekretaris gezonden bij Abdul kadra die mij door hem heeft laeten we dat dit parels, waeren door hem mede gebragt uijt de Tutukorijnsche visserij; dat hij ze aen de voorsz: mooren gegeeven had als parels ge„ vonden in de nu onder handen zijnde Man„ naaasche visitatie, op dat zij te zouden ver„ toonen, ten einde daer door bij de liefhebbers op te wekken de lust om de Mannaarsche visserij te pagten. Jk onthoude mij hier over liefst van alle reflectien en laete dezelve aen uwelEd: Gestr: eige oordeel gedefereert Mijn Heer, intusschen zoude het mij zeer aengenaem zijn, indien zijn Hoogheid deezen man voor den aenstaende niet meer wilde gebruiken in eenige kommissien na Ceilon. Jk heb de eere van met alle hoogagting te zijn /: onderstond:/ wel Edele Gestrenge Heer uwel Ed: gestr: ootmoedige Dienaer /:was getekend:/ W: J: van de Graaff /:in margine:/ kolombo den 28=en februarij 1e90:. Accordeert Dijbrands Egklerk dat 1 Translaat Zingaleesche ola gericht aan den wel Edelen Groot achtb: Heer Ceijlons Gouverneur willem Jacob van De Graaff„ Deeze Ola was geteekend van de geza„ mentlijke vissers en sjandos van Goij„ opane of tot aan de revier koemboe„ ganoije buijten veelvuldige andere ingezeetenen 1 Translaat Zingaleesche brief ola, gerigt aan als even en geteekend door 62: per zoonen en do rapport ola, gerigt aan als even d geteekend door verschijde mohandi„ rams arratjes kangaans en een me„ nigte inwoonderen. d=o — d=o gerigt aan als even en, geteekend/ door het Hoofd der houtsleeperij, en de verdere onder hem sorteerende volkaren d=o gerigt aan als vooren en getee„ kend door het eerste en tweede hoofd der morrua korle, neffens een groot getal verdere ingezeetenen. Register der Volgende diverse translaat Zingaleesche rapport olassen en brieven die neffens Gaalsche brieven, de dato 6: 13. 17: en 24. December 1790 en successive ly 12 Januarij 1791 „ ontfangen zijn, be„ hebsende veele loftuigen ter eere van den Heer van Angelbeek, waar bij verschijde volkeren in t Maturee„ sche hoofd zaekelijk verzoeken, om zijn E: als dessave aldaar weederom te moo„ gen hebben; als 1 do 1 d o 1 do do 1 do 1 do do 1 do d=o do. gerigt aan als vooren en geteek door den mohandiram abewitten Goenesegre, arratjes, widaans, hen gaans en andere mindere hoofden ingezeetenen van de Gange badd aan brief ola gerigt als vooren, en ge kend door Abewitkreme Goeneseg Gangebaddepattoe mohandiram poehamie met voorkennis van de dere hoofden. 1 Translaat Zingaleesche brief ola, gerigt aan als vo en geteekend door een menigte ingeke nen uit de Heerlijkheid van Bellig d=o rapport ola gerigt aan als voor geteekend met voorkennisse der g mentlijke smeeden der kostael en walebadde van de matureesche savonie door het eerste Hoofd van plaats en verdere ingezeetenen en gerigt aan als vooren geteeke door alle de Hoofden van de am gezellen te matureesche Dessavon 1 d=o — d=o — gerigt aan als vooren en geteek door de gezaementlijke Wassers ta onder Mature zorteerende rapport Ola, gerigt aan als vo en getekend door den motkedon Hoofd der gezamentlijke nainde de fortificatie werken 1 Translaat Zingaleese brief gerigt aan als vooren, en getee„ kend, door alle de ingezetenen van den Wellebaddepattoe d=o gerigt aan als vooren, geteekend door verschijde arraatjes kangaans, en appoes de majoraals van Naimbele„ van kittele Baijgam, van Oedoewe Baijgam en van Wittiele. 1 do — 1 do do toe do do
English
The arable lands, which for several years before the arrival of the very learned and virtuous Mr. Christiaan van Angelbeek as our Great Dissava had been entirely uncultivated, His Honour, since his administration of this Dissavany, caused to be sown through salutary admonitions and good orders, and brought to such prosperity that the Honourable Company profited thereby thousands of amunams of paddy, and the poor and needy inhabitants were greatly satisfied. Over and above those very great profits in paddy, the cinnamon, areca, pepper, coffee, sappan, and teak plantations laid out through His Honour's diligence and good order, which were flourishing equally with those of Colombo, would have yielded great advantages to the Honourable Company had not unrest arisen in the meantime. That such a worthy, very wise, and benevolent gentleman as Mr. van Angelbeek, who has promoted the welfare of the Honourable Company as well as of its inhabitants, may be appointed as our Great Dissava of Matara, we, the collective washer caste, and especially the undersigned Don Louis Wickremetoenge Samerevatne Mohandiram, together with the other minor headmen of the washer caste, humbly request. Thus this ola was written, signed, and delivered in the year 1790, on the 7th of December, at Matara by Don Anthonie Karoenaratne Poelie Jajesinge Arachchi, Billiwatte Sammerestatne Patabandige Jajewardene Arachchi, Don Philippoe Jojewardene Tinnekoon Vidane Henaya, Don Michiel Wiekremapoelie Kankanam, Michiel Karoenappoelie Kankanam, Siman Mandappoelie Kankanam, Don Joeron Jazenardene Sammerekoon Karoenaratna Vidane of the Four Gravets, Joean Wieresinge Patabendige Second Vidane of the Radabadde, and Aban van Wierekoon Abevatne Vidane Kankanam of the Jojekharebadde. Below stood: For the translation, was signed: J. M. Walter, sworn clerk. In the margin: For the translation, signed: D. S. Senaratne, sworn second interpreter. Below stood: Agrees, was signed: J. M. Walter, sworn clerk. Agrees: Dijbrands, sworn clerk. Examined: Arentsz. Examined: de Haan. Translation of a Sinhalese report ola addressed to the Honourable, Highly Esteemed Mr. Willem Jacob van de Graaff, Governor of the Island of Ceylon, together with the Honourable Members of the Political Council. After customary compliments: Since the in all respects virtuous Mr. Christiaan van Angelbeek was appointed Great Dissava of Matara and administered the same, His Honour has not only promoted all the interests of the Honourable Company, but has also conferred many benefits and favours upon the poor and needy inhabitants, whereof we previously gave notice in a report to the said Honourable, Highly Esteemed Governor; for which reason, as well as because that worthy gentleman has not caused us and our subordinates the slightest harm but only good, we pray that the said Mr. van Angelbeek may again be chosen as our Great Dissava. Thus, with the knowledge of the collective blacksmiths of the Kottalbadde and Dewalebadde of the Matara Dissavany, this report was submitted in the year 1790, on the 7th of December, by the first head of the Kottalbadde and Dewalebadde, Don Dinees Wiedjesoereendre Abenarasen Mahavidane Mohandiram; Attoerellise Badalge Joean Naide, residing at Ambalantota; the messenger of the said two baddes, Witaerne Bale Appu; ditto Wattu Naide; Kottepolle Naide of Berlepanatara; ditto Pattabandige Kiriapu Naide; Madolgodde Gan Achari Naide of Berlepanatara; Berlepanatara Gan Acharige Tittu Naide; Welliwe Morawaka Gan Acharige Rien Naide; Welliwe Mirisse Badalge Naide; Dediyagala Acharige Wattu Naide; Simbelagodde Hevavitte Sittrage Joean; Narandeniye Acharige Bade Naide; Kottepolle Tantrige Kalu Naide; Kottepolle Badalge Babe Naide; ditto Kapuge Naide; Kosmodara Acharige Wattu Naide; Udowaka Mattugobbe Udawela Badalge Tittu Naide; ditto Pingelle Acharige Tittu Naide; Pallegama Acharige Bale Naide; Pallegama Waduge Dingi Appu Naide; Hiembalagodde Galwaduge Loku Naide; Dediyagala Acharige Tambi Naide; Dankoluwe Sittrage Adriaan; Hevavitte Sittrage Siman; Welluwe Acharige Bastiaan; Telijjawila Diviture Badalge Wattu Naide; Rotumba Kittehanwalle Naide; Dampahala Loku Appu Naide; ditto Achari Setu Naide; Ganegama Acharige Babe Naide; Nawankanda Achari Setu Naide; Kireme Pitiyelelle Badalge Kottepolle Kankanam.
Dutch transcription
De Zaaijlaare Landen die eenigen jaaren voor de komste van den zeer geleerden en Deugdzaa„ „men heer M:r Christiaan van Angelbeek als onzen groot Dessave ten eenemaal onbebouwd geweest heeft zijn wel edele zedert hoogst des„ „selfs bestiering deezer Dessavonie door heil zaa„ „me vermaningen en goede ordres laaten bezaaien en zodaanig in fleur doen brengen dat de Ede„ „le kompenie daar door Duizenden van Amm:s Nelij geprofiteerd en de arme en noodlijdende Ingezeetenen zeer versadigt zijn geworden, Bui„ „ten en behalve die zeer groote profijten aan Nelij zouden nog met de door zijn weledelens moeite en goede ordre aangelegde kanneel, Arreek, Peper, Kaffij, sappan en Kiate plan„ „tagien die in een goede fleur waaren gelijkstandig Na voorgaande Complimenten. Translaat Singaleesche Rapport ola gericht aan den wel Edele getr: groot achtbaare heer Gou„ „verneur en de wel Edele Heeren Raaden van Politia. met Nagezien Arentsz met die van kolombo groote voordeelen va D E: komp. hebben kunnen opgebragt werden indien in die tusschen tijd de onlusten niet „staan waaren. Een Dusdanigen Braaven, zeer wijzen en goed aan „gen heer van Angelbeek die het wel zijn va D E: komp: zo wel als haare Ingezeetenen b „hartige heeft om tot onzen groot Dessave van Mature te moogen aangesteld worden verzoel wij gezamentlijke wassers kaste en wel spec lijk de ondergeteekende Don Louis wich metoenge Sammere vatne Mahandiram nevens de verdere mindere Hoofden van t Wasschers geslagt. Aldus deze ola geschreeven, geteekend en ord „gelegd in het jaar, 1790. den 7. December door Matere Do Anthonie Karoenaratne poelie Ja jesinge Aratji, Billiwatte Sammerestatne par Jajewardene Aratji, Don Philippoe Jojeward Tinnekoon vidaan Pedia, Don Michiel Wie „poelie kangaan, Michiel karoenappoelie kangh Siman Mandappoelie kangaan, Don joer Jazen ardene Sammerekoon karoenaratna 1 „daan der vier gravetten, Joean Wieresinge p „segere Tweede vidaan der Radabadde en Abi „ van Wierekoon Abevatne viedaan aangaan van Jojekharebadde /:onderstond /: voor de Translaatie. /:was geteekend/: I: M: Walter gesw: klerk /:in margine:/ voor de vertaaling /:geteekend /: D: S: Senerab gesw: Sek: Tolk: /:onderstond /: Akkordeerd /: was geteekend /: I: M: Walter gesw: klerk Accordeert Dijbrands egkeerk van d Haan Nagezien Translaat Singaleesche Rapport ola gericht aen den Wel Edele Groot Achtbaaren heer Willem Jacob van de Graaff Gouverneur van 't Eiland Ceilon nevens de wel Edele Heeren Raeden van de Politie Na voorgaande komplimenten van dat den in alles Deugdzaemen Heer M=r Christiaan van Angelbeek tot groot des„ Jave van Mature aengesteld en dezelve besteerd heeft gehad, heeft zijn wel Edele niet alleen alle de voordeelen van de Edele Comp: behar„ „tigd, maer ook veele weldaeden en gun= „sten aen de arme en noodlijdende in ingezeetenen toegebragt, waer van wi wel eer bij een rapport aen wel gem: wel Edele Gestr: Groot Achtb: Heer Gouverneur kennis gegeeven hebben, om welke reeden zo wel als om dat dien braeven Heer ons en onze ondergeschikten geen de minste leed maer alles goeds toegebragt heeft gehad, sma ken wij dat wel gem: Heer van Angelbeek weder tot onzen groot Dessave mag verkoo„ „ren worden. Dusdaenig met voorkennis van de gezaementlijk smeeden der kottal en Dewalebaddoe van de Matureesche Dessavonie is dit rapport in 't Jaer 1790. den 7: december overgelegd door het eerste Hoofd der kottal en Dewale badde Don Dinees wied Jesoereendre Abenarasen Mahavidaen Mohanderam, den te Ambe totte woonagtigen Attoerellise Badalge Joean nainde, de boodschaploper van gem: twee baddes witaerne bale appoe, d=o wattoenainde kottepolle nainde van Berlepanaterre, d=o patte „bendige kiriappoe nainde, Madolgodde gan aatjari nainde van Berlepanaterre, Berlepanaterre Ganaatjarige Tittoe nainde, welliw emorrewokke ganaatjarige Riennainde, welliwe Mirisse badalge nainde, De dijegalle aatjarige wattoenainde, Siem belagodde heuwowitte Sietterege Joean, Naran denieze aatjarige bade nainde, kottepolle Tantrige kalloe nainde, kottepolle badalge babenainde, d=o kappoegenainde, kosmodeaatjarige wattoe nainde, oedoewokke Mattoegobbe oedewele ba„ „dalge Tittoenainde, d=o pingelle aatjarige tittoe nainde, Pallegamme aatjarige bale nainde pallegamme wadoege Dingi appoenainde, Hiembelagodde Galwaddoege Lokoe nainde, De„ „disegalle aatjarige Tambienainde, Dankoloewe Sietterege Adriaan, heuowitte sittrege Siman, welluwe aatjarige Bastiaan, Tallahagamme Diwitoere badalge wattoenainde, Rottoembe kiettehanwallenainde, Danpahale Lokoe appoe nainde, d=o aatjari setoenainde, Gienelieje aatjarie babe nainde, Nawankande aatjari setoe nainde, kirembe Pietelelle badalge kotte polle kankanan
English
Checked J: W: Rynders Kankanan Nainde, Kirembe and Godde Aatjarige Nainde, Kirembe Handoegelle Ganaatjarige Nainde Hamie Nainde, Dewalegamme Aatjarige Dinginamnde, Galettoembe Witaernege Bale Nainde, Gallehittije Gamaatsjarige Nainde, Gallehittije Badalge Nainde, Henegamme Ganaatjarige Wattoenainde, Diekgaha Aatjarige Nainde, Akkurasse Siettappadige Nainde, and Labboegamme Mane Aatjarge Anegie Nainde. At the bottom was written: For the translation, was signed: M: F: Palm, authorized. In the margin: For the translation, signed: D: S: Senerat, sworn secretarial interpreter. At the bottom was written: Agrees, signed: M: F: Palm, authorized. Since the very virtuous gentleman Mr. Christiaan van Angelbeek was appointed as Grand Dessave of Mature and governed the country, His Honour not only procured numerous advantages for the Honourable Company, but also brought many benefits and favours to the poor inhabitants. Notwithstanding all these good qualities, some ungrateful, malicious persons have banded together and sought to tarnish His Honour's good name, and thereby seek to promote the ruin of those who meant well by His Honour. But whereas the aforementioned worthy gentleman Van Angelbeek, who during His Honour's administration at this place brought countless benefits to the inhabitants of this dessavony, is now in Colombo, and we sit plunged in the utmost sorrow, and all the more now that the gentleman Dessave Raket, who has been here since, has also departed for Colombo, we therefore humbly request that the aforementioned After Preceding Compliments. Translation of a Sinhalese Report ola. Addressed to the Right Honourable, Rigorous, Highly Esteemed Gentleman Willem Jacob van de Graaff, Governor and Director of the island of Ceylon, together with the Honourable Gentlemen of the Council of Policy. Agrees, Wijbrands, First Clerk. Right Honourable gentleman Van Angelbeek, who brought and demonstrated many advantages to the Company and many benefits to us, his subjects, may again be chosen as our Grand Dessave and sent hither, so that our heavily oppressed spirits may be refreshed, with such notification that the Interpreter Mohanderam, who is currently under arrest, has not caused us the least harm. That report was signed by the Head of the Morowak Korale Wickremerante Ammerkoon Ekenaike Modliar; the second head of that Korale, Adewakere Wirekoon Mahabarne Mohanderam Apoehamie; Chottombe Don Siman Widgesoendere Chaberne Atro; Denepittieje Roepesinge Aratje; Batteanderre Don Siman Wedjesoendere Wierekoon Aratje; Oedoe Wokke Etdesoendere Weerekoon Widane Apoehamie; Ramboekana Wieresekere Widane Kangaan; Morewokke Widjediewardene Korl Vidaan; Pahoeroetolte Bammoenosinge Aratje Kangaan; Gin-elleje Weekreme Aatje Kangaan; Pattije Ammerkoon Kangaan; Pannielkande Widjerederie Kangaan; Roettoembe Widjenaike Kangaan; Dindellieze Kangaan; the Vidaan of Oeroebokkoe Danpahale Koeletoenge Wiedane Aatje; Gin-ellieze Wiedane Aatjele; Pasgodde Begarnoewe Wiedane Aatjele; Williewe Morrewokke Lammeresinge Widane Aatjile; together with the other lascarins, chavaals, naindes, etc. At the bottom was written: For the translation, was signed: M: F: Palm, authorized. In the margin: For the translation, signed: D: S: Senerat, sworn secretarial interpreter. Sijbrands Agrees First Clerk Checked J: W: Rynders Translation of a Sinhalese Report ola addressed to the Right Honourable, Highly Esteemed Gentleman Governor and the Council of Policy. After Preceding Compliments. All such arable lands in this dessavony that had been uncultivated for several years, the very wise and virtuous Gentleman Dessave van Angelbeek, since His Honour's administration in this dessavony, has caused to be cultivated and sown through wholesome orders and good admonitions, and through vigilance has brought all of them into good prosperity, so that the Honourable Company has thereby profited by thousands of amunams of paddy, and the poor and needy inhabitants have been relieved in their necessity. Besides these considerable profits of paddy, the cinnamon, areca, pepper, coffee, sappan, and teak plantations laid out by His Honour's efforts and good orders, which were in a flourishing state just like those of Colombo, would have yielded great advantages for the Honourable Company if the unrest had not arisen in the meantime. And while such a magnanimous and very good-natured gentleman, who not only attended to all the advantages of the Honourable Company but also brought many favours and benefits to its poor and needy inhabitants, is now removed from us, so that we languish here like fatherless children, for which reason, as well as because the Gentleman Dessave Raket, who has been here since, has departed for Colombo, we jointly request that the aforementioned Gentleman Van Angelbeek may be chosen as our Grand Dessave and sent hither. Thus was this written, signed, and delivered in the year 1791, on the 3rd of January, by the Mokkerra and Head over the collective naindes of the fortification works residing in the korales, pattus, and gravets, Floris Jansz; the kangaan over the aforementioned naindes, Don Joean Widjesoendere Widane Kangaan; the former Vidaan Kangaan residing at Oejangodde, Widjediere; the former Sammeresinge Kangaan of Borregamme; together with the 64 naindes of the fortification works. Was signed: Floris Jansz, together with three illegible signatures and 64 characters. At the bottom was written: For the translation, was signed: M: F: Palm, authorized. In the margin: For the translation, signed: D: S: Senerat, sworn secretarial interpreter. At the bottom was written: Agrees, signed: M: F: Palm, authorized. Agrees Wyjbrands Clerk
Dutch transcription
Nagezien J: W: Rynders kankanan nainde, kirembe & godde aatjarige Nainde, kirembe handoegelle ganaatjarige nainde hamie nainde, Dewalegamme aatjarige Dinginamnde, galettoembe witaernege bale nainde, Gallehittije gamaatsjarige nainde„ Gallehittije badalge nainde, Henegamme ganaatjarige wattoenainde, Diekgaha„ aatjarige Nainde, Akkurasse Siettappa dige nainde, en Labboegamme Mane aatjar ge Anegie nainde /:onderstond:/ voor de over„ zetting /:was geteekend:/ m: f: Palm geauth: /:in margine:/ voor de vertaeling /:geteekend:/ D: S: Senerat gesw: sekr: tolk /:onderstond:/ Accor deert /:getrekend:/ M: f: Palm geauth: van dat de zeer deugdzaamen heer M=r Christiaan van an„ gelbeek als groot Dessave van mature aangesteld is, en het land bestierd heeft gehad, heeft zijn Edele niet alleen menig„ vuldigd voordeelen aan de E kamp: bezorgt maar ook veeld weldaden en gunstenaan de arme ingesetenen toegebragt, niet tegenstaande alle deze goeddanighedens, hebben eenigt ondankbaare quaadgezinde lieden, zig te zamen gerot en getragt om zijn Edelens goede naam te bekladden en daar door den ondergang van die geenen die het met zijn welEdele wel gemeend hebben, zoeken te bevorderen Dan dewijl welgem: braaven heer van Angelbeek die geduuren„ de zijn wel Edelens beltier te dezer plaatse onnoemelijke weldaaden aan de ingezetenen dezen dessavonie heeft toegebragt tans te kolombo zig bevind en wij inde uitter„ ste droefheid gedampeld zitten en alle nu den alhier ze„ dert geweest zijnde heer dessave Raket na kolembo meede vertrokken is, zo verzoeken wij oolmoedigs dat meer melden Na Voorgaande Complimenten. Translat Singaleese Rapport olas. gerigt aan den weledelen gestr: groot agtb: heer Willem Jacob Van de Graaff Gouverneur en Decrecteur van het eijland Ceijlons nevens de Wel Edele heeren raaden van de Politie. Akkordeert Wijbrands VEijklerk wel edele heer van Angelbeek, die veele voordeelen aan d Comp: en veele weldaden aan ons zijne onderdaanen t gebragt en beweesden heeft weder als onzen groot desl mag verkooren en dit heen toegezonden worden, op die onze zeer bedrukte gemoederen mogen verkwcht word dus danig onder te kennen geeving dat de tanste go in arrest zijnde tolk chohanderam ons geen de minst leet heeft toegebragt is, dat Rapport geteekend, door t hoofd van de choruakorle wickremerante Ammerho Ekenaike chodliaar, het tweede hoofd dier kerle A dewakere Wirekoon Mhabarne Mohanderam Apoe mie, Chottombe. Don Siman Widgesoendere chaberne Atro Denepittieje Roepesinge Aratje Batteanderre Den man Wedjesoendere wierekoon Aratje, oedoe wokke et soendere weerekoon widane Apoehamie, Ramboe kin wieresekerd wie dane kangaan, Morewokke widjediere wardene korl vidaan Pahoeroetolte Bammoenosinge a kangaan, Gin-elleje weekreme aatje kangaan Pattij Ammerkoon, kangaan pannielkande widjererie ha gaan Roettoembe widjenaike kangaan, Dindellieze he gaan, den vidaan van oeroebokkoe Danpahale koeletoen ge wiedane aatje gin-ellieze wiedane Aatjele Pas godde be garnoewe wiedane aatjele, williewe chorre wokke Lamme resinge widane aatjile nevens de verdere lakorijns cha vaals naindes Et=a /:onderstond:/ voor de verzetting /:was ge kend:/ h: D: Palm geauth: /: In margine voorde voertaling geteekend:/ D: S: Senerat gehw: sehr: tolk Sijbrands Akoordeert Egklerk Nagezien J: W Rijnder Translaat Singaleesche Rapport ola gericht aan den wel Edelen Groot Achtbaaren Heer Gouver„ „neur en de Raaden van Politie Na voorgaande Complimenten Alle zodaanige zaaijbaare landen in deese Dessavonie de„ „welke verscheide Jaaren onbebouwd geweest zijn heeft den zeer wijzen en deugdzaame Heer Dessave van Angelbeek zedert zijn wel Edelens bestiering ter deezer dessavonij door Heilzaame orders en goede vermaningen laaten bebouwen en bezaaijen mitsgaders alle dezelve door vigilantie in goede fleur gebragt, zoo dat daar door de Edele Comp: duijzenden van amm=t nelij geprofiteerd en de arme en noodlijdende ingezeetenen in hunne nooddruft zijn geholpen geworden, buiten deezer aanmerkelijke profijten van nelij, zouden nog de door zijn wel Edelens moite en Goede ordres aangelegde kanneel, arreek, peper, koffij sappan en kiate plantagien welke in een goede fleur waaren, evengelijk die van kolombo, groote voordeelen voor DE: komp: hebben kunnen opbrengen indien in die tusschen tijd de onlusten niet ontstaan En terwijl een dusdanigen Edelmoedigen en zeer goed aardigen Heer die niet alleen alle voordeelen voor DE: komp: behartigd maar ook veele gunsten en weldaa„ „den aan haare arme en noodlijdende ingezeeten toegebragt heeft, als nu van ons verwijderd is zoo dat wij als onderloose kinderen alhier zukkelen, om welke reeden zo wel als dewijl den zedert alhier waaren. geweest geweest zijnde Heer Dessave Raket na Kolom vertrokken is, wij gezaamentlijk verzoeken dat we gem: Heer van Angelbeek tot onzen Groot Dap mag verkoosen en dit heen geschikt worden. Dusdanig is dit geschreeven geteekend en overgegeeven in 't Jaar 1791. den 3. den Januarij door de Mokkerr en Hoofd over de gezamentlijke naindes van de fortifikatie werken dewelke in de korles pattoese zechaaven woonagtig zijn Floris Jansz: , de ka „gaan over gem: naindes Don Joean wiedjes widane kangaan, de te oejangodde woonagtig wiedjediere gewezene vidaan kangaan, Bo „regamme gew: sammeresinge kangaan ne„ vens de 64. naindes van de fortifikatie werk /:was geteekend:/ Floris Iansz:, nevens drie on„ leesbaare handteekeningen en 64. karakters /:onder „stond:/ voor de oversetting /:was geteekend:/ M: J Palm geauth:d /:inmargine voor de vertaaling /:geteekend:/ D: S: Seirerat gesw: sekr: tolk /on„ „derstond:/ Akkordeert /:geteekend:/ m: f: Pam „ geauthoriseerde Akkordeert Wyjbrands klerk
English
Examined J: W Rynders Translation of a Sinhalese report ola addressed to the Right Honourable, Right Worshipful Lord Governor and the Right Honourable Lords of the Council of Policy. After preceding compliments. Ever since the very wise and virtuous Lord Mr. Christiaan van Angelbeek arrived as Grand Dissave of Mature, His Honour has, for the benefit of the Honourable Company, caused plantations of cinnamon, areca nut, and pepper, etc., to be established, and furthermore, through the beneficial orders issued, caused the work of the sowers to be so advanced that thousands of amunams of paddy have thereby been collected to the advantage of the Honourable Company, and many needy people of the community and poor residents have been satisfied thereby. And since such a useful and benevolent gentleman now resides in Colombo, we find ourselves here destitute of all help. Wherefore we most humbly and most lowlily request that all the reasons cited above may be taken into favourable consideration, to the refreshment of our very sorrowful minds, and that to this end Your Right Excellencies may magnanimously be pleased to reappoint the aforementioned Lord van Angelbeek, for the well-being of a countless community here, as Grand Dissave of Mature and to let him return hither. If unexpectedly any faults should have been committed in this by us, we most humbly ask for forgiveness, and this report has been thus signed and submitted in the year 1790 on the 10th of December by the head of the timber haulers of Matere Wickremeratne Bandernaike, together with the Happoegodde Sedere Aratchi, Naaimene Wakkieste Aratchi, Ransegodde Mallewirre Aratchi, and Polwatte Henperoeme Aratchi subordinate to him. Beneath stood: for the translation, signed: M: F: Palm, authorized. In the margin: for the translation, signed: D: L: Senerat, sworn secretary interpreter. Beneath stood: Agrees, signed: M: J: Palm, authorized. Hijbrands First Clerk Agrees. Examined Adtamsz. On the occasion that the Right Honourable and Rigorous Lords, the Dissave of Colombo Fretsz and Samlant, came here to hear and settle the complaint matters of the nestlings, we submitted a report in which we made known that the Noble Lord Dissave van Angelbeek never did us the least harm, much less any injustice, and that His Honour was entirely innocent; likewise, we then sent a similar report to our Right Honourable, Right Worshipful Lord Governor. We who have signed the reports jointly request that this report ola, which has also been signed by us, may be presented to our Right Honourable, Right Worshipful Lord Governor. And this report was thus dispatched with the knowledge of the lesser headmen by Abewickremegoene Legere, Gangabaddepattoo Mohandiram Appuhamy. At the top of the ola stood 17 6/90 and signed D: Abran. Beneath stood: for the translation, Matara the 6th of December 1790, was signed: M: F: Palm, authorized. In the margin: for the translation, was signed: D: C: D: S:r Dissanaike, sworn interpreter. Beneath stood: agrees, was signed: M: F: Palm, authorized. After preceding compliments. Translation of a Sinhalese letter ola addressed to the Right Honourable and Rigorous Lord Lieutenant Dissave of Mature. Agrees Sijbrands First Clerk 1 Examined dHaar Translation of a Sinhalese ola addressed to the Right Honourable, Right Worshipful Lord Willem Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, and to the Lords of the Political Council. After preceding compliments, we respectfully make known that: 1. From the time that the in all things virtuous Lord van Angelbeek was appointed Dissave of Mature, His Honour did and strived for everything that could only serve to the benefit of the Honourable Company and the well-being of its subjects and residents. Yet, notwithstanding all this, several ungrateful, ill-disposed people—to whom, however, none of us of both classes mentioned below have associated—have tried to cast a stain upon His Honour's good name and to defame His Honour, and thereby aimed at the ruin of those who genuinely meant well with His Honour. That we, the undersigned, have demonstrated the benefits as well as other matters promoted by the aforementioned Lord van Angelbeek for the Honourable Company as well as for the residents in a previously submitted report ola of five articles. Wherefore, as well as because the Lord Dissave of Mature Raket has now departed for Colombo, we most humbly request that the often-mentioned Lord van Angelbeek may be appointed as our Grand Dissave of Mature and, through the high favour of Your Right Excellency, may be granted to come over to us as soon as possible. 2. That without paying heed to the power of the Honourable Company as well as to the goodness of the rulers, the malicious vellalas have now for sixty years, since thirty years, and subsequently now again in this year, attempted to cause and show the Honourable Company much damage and disrespect, and moreover have attempted to subject us fishers and chandoes to much contempt. All this we have especially made known in 27 articles to the Right Honourable, Right Worshipful Lord Governor, the Right Honourable and Worshipful Lord Commander, and to the Right Honourable and Rigorous Lord Dissave Raket in three identical reports, whereupon we implore a just order.
Dutch transcription
Nagezien J: W Rynders Translaat singaleesche rap„ port ola gericht aen den wel Edelen Gestr: Groot Achtb: Heer Gouverneur en de wel Edele heeren raeden van Politie Na voorgaande komplimenten. zedert dat den zeer wijzen en Deugdzaemen Heer Mr. Christiaan van Angelbeek als groot dessave van Mature aengekoo= men is, heeft zijn wel Edele ten profijte van de Edele komp: plantagien van Kan„ neel, Arreek en Peper &c=a laaten aen leggen en daer en booven door de gegevene heilzaeme ordres het zaaijers werk zodaenig doen voortzetten, dat daar door duijzenden van Ammonams. nelij zine 8 nelij ten voordeele van de E: Comp: zijn in „gekoomen en veele noodlijdende gemeente arme Jngezeeten daer door verzadigt zi geworden. En dewijl een zoo een mitbaaren en goedaerdig heer tans te kolombo zig ophoud, bevonden wij ons hier ontbloot, van alle hulpe. waer omme wij ootmoedigst en diepnedrigst verz ken dat alle de hier vooren aengehaalde reedenen in gunstige aenmerking moogen genoomen worden, tot verkwikkinge van onze zeer bedroefde gemoederen en dat ten dien einde uw Hoog Edelheeden Edelma diglyk gelieven te behagen wel gemelde heer van Angelbeek tot wel zijn van een ontelbaere gemeente alhier, weder tot groot Dessave van Mature aentestellen en dit heen te laeten te rug keeren. zo in deesen onverhoops eenige fouten door oo mogten begaen zijn verzoeken wij ootmoe digst om verschooning, en is dit rapport dus= danig geteekend en overgelegd in het Jaer 1790. den 10: December door het hoofd der houtslepe„ rij Matere wickremeratne Bandernaike nevens de onder denzelven zorteerende hap„ „poegodde sedere Aratji Naaimene wakkies= „te Aratji Ransegodde Mallewirre Aratji en Polwatte Henperoeme Aratji /:onder„ stond:/ voor de overzetting /:geteekend:/ M: F: Palm geauth: /:in margine:/ voor de vertaeling /:geteekend:/ D: L: Senerat gesw: sekr: tolk /:onderstond:/ Accordeert /:geteekend:/ M: J: Palm geauth: Hijbrands Egkeerk digst. Accordeert. Nagezien Adtamsz. Wij hebben bij geleegendheid dat de Wel Edele gestrenge Heeren De Dessave van Kolombo Fretsz en Samlant hier gekoomen waaren om de klagtzaaken der nuistelingen te aanhooren en beslassen, een rapport ingediend waar bij wij te kennen gaven, dat de Edele Heer Dessave van Angelbeek ons nimmer eenig Jageen de minste leed veel min, onregt aangedaan heeft, en dat zijn wel Edele gantsch onschuldig was insgelyks hebben wij toen een diergelijke rapport aan onzen wel Ed: Groot Achtbaaren heer Gouverneur gezonden, wij die de Rapporten geteekend hebben verzoeken gezaament„ lijk dat deeze rapport ola die door ons almeede geteekend zijn, aan onzen Wel Edelen groot Achtbaaren Heer Gouverneur mag gepresenteerd worden. En is dus danig dees Rapport met voor kennis van de min„ der hoofden afgezonden door Abewickremegoene legere Gange baddepattoewe Monhandiram appoehamie Aan het hoofd der ola stant 17 6/ 90 en geteekend D: Abran /: onderstond:/ voor de translatie Mattiore den 6 December 1790. /:was geteekent:/ m: f Palmgeant h=a /: in margine:/ voor de vertaaling /:geteekent:/ D: C: D: S:r Dissanaike ges: Tolk /:onderstond /: accordeert /:was geteekent:/ m: f: Palmgeauth=e Na voorgaande Komplimenten. Translaat singaleesche Briefola gerecht aan den WelEde„ en Get: Heer Luitenant Dessave van Mature. Accordeert Sijbrands Egklerk 1 Nagezien dHaar Translaat singaleesche ola gericht aen den Wel Edelen Groot Achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff, Gouverneur en Di= rekteur van 't Eiland Eeij= lon net dies onderhoorig„ heeden en aen de Heeren van den Politiken raed. Na voorgaande komplimenten geeven met eerbied te kennen dat 1 van die tijd af dat de in alles deugdzaemen Heer van Angelbeek tot dessave van Ma„ „ture is aengesteld, zijn wel Edele alles gedaan en getragt heeft gehad wat maer tot voordeel van de Edele Companie en het wel zyn haaren onderdaenen en ingezeetenen strekken konde. Dog 8 C Dog niet teegenstaende dit alles zoo hebben verscheide: ondankbaere kwaat gezinde lieden, waer toe egter geene van ons hier onder vermelde beide klassen getreeden zi getragt om zijn Edeles goede naem een vlek aente vrijven en zijn Edele te beklad den, en daarmeede den ondergang der geenen die het met zin Edele opregtge meent hebben bedoeld. Dat wij ondergeteekenden, de voordeele als andersints die door welgem: Heer van Angelbeek aan DE: Comp: zoo als aen de ingezeetenen behartigd een wel eer overgelegd rapport ola bij ven artikels aengetoond hebben. waer omme wij zo wel als om dat de Heer Dessave van Mature Raket tans kolombo vertrokken is ootmoedigst zoeken dat meerm: Heer van Ango beek als onsen grooten Dessave van ture aengesteld en door de hooge gunste van uw hoog Edelheid mag vergunt worden om spoedigst tot ons overtekoomen. 2: Dat zonder aen de magt van de Edele Comp=e zoo wel als aen de goedheid van de gebieders agt te slaen de quaadaardige wellales nu sestig Jaaren zedert nu dertig Jaeren en vervolgens nu weeder in deesen Jaere getragt hebben De Edele Comp: veele schaade en klein agtig toete„ brengen en te bewijzen en daar en booven aan ons vissers en 's jandos getragt heb„ „ben veele minagtingen te doen dit alles hebben wij bezonderlijk bij 27: arti= kels aen de wel Edele Groot agtb: heer Gouverneur, de wel Edele agtb: Heer kommandeur en aen den wel Edelen geb: Heer dessave Raket bij drie eensluijden„ de rapporten tekennen gegeeven waar op wij een billijke ordre afsmeeken. ture 3. 8
English
Yet notwithstanding all this, several ungrateful, ill-disposed persons, to whom however none of us belonging to the two classes mentioned below have joined themselves, have sought to cast a blemish upon his Honour's good name and to defame his Honour, and thereby intended the ruin of those who have acted sincerely toward his Honour. That we, the undersigned, have demonstrated the benefits and otherwise that were promoted by the aforementioned Mr. van Angelbeek for the Honourable Company as well as for the inhabitants in a previously submitted ola report of five articles; wherefore we, both for this reason and because the Lord Dissave of Mature, Raket, has now departed for Colombo, most humbly request that the frequently mentioned Mr. van Angelbeek may be appointed as our Great Dissave of Mature and, through the high favour of your High Honour, be granted permission to come over to us as speedily as possible. 2. That without paying heed to the power of the Honourable Company as well as to the goodness of the rulers, the malicious Wellales sixty years ago, since thirty years ago, and subsequently again in this year have sought to inflict much damage and disrespect upon the Honourable Company and to demonstrate the same, and moreover have sought to show much contempt toward us, the fishers and Chandoes; all of which we have made known especially in 27 articles to the Right Honourable Lord Governor, the Right Honourable Lord Commander, and to the Right Honourable Lord Dissave Raket in three identical reports, whereupon we implore an equitable order. 3. Since, on account of the absence and the long stay in Colombo of Mr. van Angelbeek, who shone like a full moon in this extensive land of Mature, we find ourselves like withered and drooping flowers that mourn; therefore we beseech that, through the universally renowned generosity of the Right Honourable Lord Governor, within fifteen days the aforementioned Mr. van Angelbeek may be appointed to his Honour's former office and dispatched hither, in order that our sorrowful hearts may thereby be cheered. Thus this ola was written, signed, and submitted in the year 1790 on the 20th of November, with the prior knowledge of all the fishers and Chandoes residing from Goyapane up to the river Koemboegandse, by us, the lesser headmen, by name: Don Simon Abesinge Goeneratne Porrewekare Aratchy, Don Louis de Peroemaal Wiedjeraane Seneratne Gajeman Aratchy, Elias the same Sammerewikkreme Vidane Aratchy of Baddoele, Don Amedoor Samerewiere Aratchy, Don Adriaen Soesite Kolesegere Dieresinge Aratchy, Don Louis Wingapoelie Aatje Rannetoenge Kangaan of the seigniory, Don Andries Abesinge Wikkremeratne Lienne Aratchy of the Tangalle warehouse, Don Joean Wikkremesinge Moettoekoemare Lienne Aratchy of the warehouse at Dikwelle, Don Adriaan Poejite Koelesegere Dieresinge Aratchy's son Andries, Don Philippoe Sammerewiere Vidane Aratchy of Oedoegangattere, Don Andries Abesinge Goenewardene Lienne Aratchy of Koemboegansje, Don Samuel Abesinge Pattieje Aratchy, Don Andries Abesinge Goenesegere second Pattije Aratchy, Abediere Widsesinge Lienne Aatjele, Kamboevoegme Lakagigenege Gabriel third schoolmaster of the school at Walgam, Abram Wiedjewiere Goenewardene Wiekkremeratne Mahavidane, Don Joan De Zielve third schoolmaster of the school at D'ondure, Pallemalele Wieresoerige Mademan Aratchy of the Magampattoe, Welletoepane Wiedjerame Wikkremeseegre Aratchy, Hoholankalle Sammerewikkreme Aratchy, Abram Wiemelle Goeneratne Jajewiere Pattebenda, Adriaan Goenesegere Niellewiere Pattebenda, Hendrik Sielve Abesoerije Pattebenda, Abewiere Louis former third schoolmaster of the school at Belligam, Don Simon Jajesoerieje Araatse Pattebenda, Don Bastiaan Jajewiereratne Koeroendoe Pattebenda, Don Joan Sammeretoenge Aroekattie Pattebenda, Jantjie Perere Sattambie Louis, Don Simon Wiede Jetoenge Lienne Aatjele of the seigniory of Belligam, Daniel Abewiere Sieriewardene Walliwelle Vidane Aatjele, the present Kangaan of the seigniory of Belligam Soeddie Wellikaddege Janies, the former Lienne Aatjele of the seigniory of Belligam Bastiaan de Zielve Ratnewiere Pattebenda, Matere Don Mattees Samerewiere Amedoor Pattebenda, Don Siman Sammerewiere Vidane Aatjele of Ettelegamme, Hera Siman Jan Louis Jasesoerije Halmeniele Pattebenda, Michiel Perera Wiereratne Soerije Pattebenda, Wiedjenaike Wiereratie Pattebenda, Daniel Ediriewiere Koottegodde Pattebenda, Warnewiere Dodanpahare Pattebenda.
Dutch transcription
Dog niet teegenstaende dit alles zoo hebben verscheide ondankbaere kwaat gezinde lieden, waer toe egter geene van ons hier onder vermelde beide klassen getreeden zij getragt om zijn Edeles goede naem een vlek aente vrijven en zijn Edele te beklad den, en daarmeede den ondergang der geenen die het met zin Edele opregt ge meent hebben bedoeld. Dat wij ondergeteekenden, de voordeelen als andersints die door welgem: Heer van Angelbeek aan DE: Comp: zoo als aen de ingezeetenen behartigd een wel eer overgelegd rapport ola bij ven artikels aengetoond hebben. waer omme wij zo wel als om dat de Heer Dessave van Mature Raket tans kolombo vertrokken is ootmoedigst zoeken dat meerm: Heer van Angel beek als onsen grooten Dessave van ture aengesteld en door de hooge gunste van uw hoog Edelheid mag vergunt worden om spoedigst tot ons overtekoomen. 2: Dat zonder aen de magt van de Edele Comp=e zoo wel als aen de goedheid van de gebieders agt te slaen de quaadaardige wellales nu sestig Jaaren zedert nu dertig Jaeren en vervolgens nu weeder in deesen Jaere getragt hebben De Edele Comp: veele schaade en klein agtig toete„ brengen en te bewijzen en daar en booven aan ons vissers en 'sjandos getragt heb„ „ben veele minagtingen te doen dit alles hebben wij bezonderlijk bij 27: arti= kels aen de wel Edele Groot agtb: heer Gouverneur, de wel Edele agtb: Heer kommandeur en aen den wel Edelen geb: Heer dessave Raket bij drie eensluijden„ de rapporten tekennen gegeeven waar op wij een billijke ordre afsmeeken. ture 3. 8 3:) Dewijl wij ons door de afweezigheid en het lang verblijven te kolombo van den Heer van Angelbeek, die als een volle maan in deese wijd uijtgestrekte land van Mature gescheenen heeft als verles„ „te en neerhangende, bloemen dewelke treu„ „ren bevinden; oversulks smeeken wij dat door de alom beroemde genereusiteit van den wel Edelen Groot Achtb: Heer Gouver neur binnen vijftien dagen welgem: heer van Angelbeek in zijn wel Edelens voorige ampt aengesteld en na dit heen mag toegeschikt worden op dat daer door onze bedroefde gemoederen te kun „nen verblijven. Dusdaanig deeze ola geschreeven geteekend en overgelegd in 't Jaar 1790. den 20: no„ vember met voorkeunis van de ge„ zaementlijke vissers en 's jandos dewel „ke van Goijapane af tot aen de rivier koemboegandse woonagtig zijn door ons minder hoofden met naamen Don Si= mon Abesinge Goeneratne Porreweka„ „re araatje, Don Louis de Peroemaal wiedjeraane Seneratne Gajeman araat„ „je, Elias dezeelve Sammerewikkreme vidaan araatje van baddoele, Don Ame„ door Samerewiere aratje, Don Adriaen soesite kolesegere Dieresinge aratje Don Louis wingapoelie aatje ranne„ toenge kangaan van de heerlijkheid, Don Andries Abesinge wikkremerat„ „ne Lienne aratje van het Tangaalsch pakhuijs, Don Joean Wikkremesinge Moettoekoemare lienne aratje van het pakhuijs te dikwelle, Dan Adriaan poe= Jite koelesegere Dieresinge aratjege Andries, Don Philippoe Sammerewiere vidaen araatje van oedoegangattere, Don Andries Abesinge goenewardene Liene Koemboegansje xatjele aatrjele Don Samuel Abesinge Patieje aratje, Don Andries Abesinge Goen segere tweede Pantije aratje, Abediere widsesinge lienne aatjele, kamboevoeg „me Lakagigenege Gabriel derde School meester van 't School te walgam, Abra wiedJewiere Goenewardene Wiekkremeri „ne Mahavidaan, Don Joan De Zielve derde schoolmeester van het School te a ondure, Pallemalele wieresoerige Ma deman aratje van de Magampattoe, „ letoepane wiedjerame wikkremeseeg „re aratje, hoholankalle Sammer wikkreme aratje, Abram wiemell Goeneratne Jajewiere pattebenda, A „ aan Goenesegere Niellewiere patte da, Hendrik Sielve Abesoerije patte „benda, Abewiere Louis gew: derde sch „meester van 't school te belligam, Dor Simon Jajesoerieje Araatse patte ben Don Bastiaan Jajewiereratne koeroendoe pattebenda Don Joan Sammeretoenge Aroekattiepattebenda; Jantjie Perere sattambie louis Don Simon wiede Jetoen„ „ge Lienne aatjele van de Heerlijkheid van Belligam, Daniel Abewiere Sierie= wardene walliwelle vidaan aatjele, de presente kangaan van de Heerlijkheid van Belligam soeddie wellikaddege Janies, de gew: Lienne aatjele van de Heer„ „lijkheid van Belligam Bastiaan dezielve Ratnewiere pattebenda, Matere don Mat„ „tees Samerewiere Amedoor pattebenda, Don siman Sammerewiere vidaan aatjele van Ettelegamme, hera Siman Jan Louis Jasesoerije halmeniele pattebenda, Michiel Perera wiereratne Soerije patte„ benda, wiedjenaike wiereratie pattebenda, Daniel Ediriewiere koottegodde pattebenda, warnewiere Dodanpahare pattebenda, Don D'ondure
English
Examined D'ondure Niellewiere Poentje pattebenda Meddeoe Jan godde Claasie Sammerewikke me wied jeraame aratje van het rand Jagereeros, Matere Jajewiere Amedoor J tebenda, Matere Jajewiere Moettire p tebenda, Don Louis Rajepasse Etgaal aatjele, Philippoe Abesinge kangaen, Ja wikkreme kattadiekangaan, Ioean De zielve Tweede schoolmeester van Kotta wegodde te Mature, Edriewire widm kangaan en Donatoe Abesinge Sam merewiere paatije kangaan underwritten the translation was signed M: F: Palm opa in the margin for the translation was signed D: S: Senerat sworn secretarial interpreter underwritten Agrees was signed M: F: Palm authorised underwritten Agrees was signed W: Brechman sworn clerk From that time that the Honorable Mr. Van Angelbeek was appointed as Dessave of Mature, His Right Honorable has handled all matters properly and fairly and did and contributed everything in his power that could only serve to the benefit of the Honorable Company, and the welfare of its subjects and inhabitants. But notwithstanding all this, ungrateful and ill-disposed people have sought to cast a stain upon His Honor's good name, and to defame His Honor, and thereby intended the downfall of those who were uprightly devoted to His Honor, such as His Honor's second interpreter situated at Galle, Mohandiram Wickrematroe, and the other three persons who are also at Galle, whom they have ruined; also, because of these their unjust complaints, the Dessave Mr. Van Angelbeek has departed for Kolombo, although completely innocent, while we sit here like a child that does not know how to save itself, whose father, by whom it was so dearly loved, has been carried away. Whereas the Honorable Dessave Rahat, who has been here in the meantime, After Previous Compliments Translation of a Sinhalese ola letter To His Honor the Governor Willem Jacob van de Graaff and the Gentlemen of the Political Council Agrees. Sijbrands sworn clerk W J Ledulf sworn clerk has returned to Kolombo, so we pray and beseech Your High Honors, that we may receive back here in His Honor's place the Honorable Mr. van Angelbeek, who has always done us essential good, and we beseech that this precious favor may be granted as soon as possible, and that His Honor may come over to us; we, your subordinates, request this most humbly, as we confirm this with our signatures from the Seigniory of Belligam Don Matthees Sammeresinge Abewick zeme palligj goevoege tottemoene Aratje Polwatte Widjesini Saijewardene Wiereman Aratje Blwatte Abejesirie Goenen ardere Henperoemse Aratje Son Daniel Abedcriwardene Wickhemaratne viede Aratje Secretary of the Seigniory of Bellig Don Simon Abejewardene Lammerewieke Banken Don Gabriel Sammereringe, Jajen ordere Wierdem peoeme kankaan Don Louio Widjetoenge kangaan Abewardene Pottemoene kankeneme Don Simon Pottemoene Liejene Aabjele Miresse Daniel de Sielve Abejeratne Mahaviedaan Welligamme Magnus Perera Wiesesegene Geansh Mahaviedaan. Mivisie Don Joan Wierewardene k odefille Cattebaur Miresse Matthees Goeneralne Wienselas oedi prattih Doto Abraham Aboisinge Aratje Pattebenda. Minisve Adriaan Goeneregere Nielewiere paltebenda Welligamme Widjenaike Wiereratie pattebenda Welligamme Hendrik de Sielva Moesoerie pattebenda Ton Simon Jacsoerije Aratje Pattenbenda Bartiaan de sielve Ratnewiese Pattebenda Don Bortiaan Jajewiehe koeroendoe pattebendar Polvatte Don Abraham Wiemeles oerie Jasegere Patteben de Don Andries Aboiewickreme Poellane Wiedane aaljile on the cover was written: in order to be delivered to the Right Honorable Governor, this was handed over on the 11th of December 1790 to Abviesinge Jacwaerdene former Liejennaatjile underwritten for the translation Mature the 2nd of December 1790 was signed M. F Palm Authorized In the margin for the translation signed D C D Dissanaike sworn Interpreter underwritten Agrees signed M: F: Palin Authorized — Agrees Dijbrands sworn clerk J W: Rynders Examined Since the in all things virtuous Gentleman Mr. Christiaan van Angebeek was appointed as Grand Dessave of Mature and has administered the same, His Right Honorable has not only looked after all the interests of the Honorable Company, but has also extended many benefactions and favors to the poor and destitute inhabitants, on which ground, as well as because that worthy Gentleman has not done the least harm to us, the undersigned, and our subordinates, we have, with mention of His Honor's fame and praise, recently presented a report to the aforementioned Right Honorable Strict Grand Respected Governor, wherein we completely humbly requested that the repeatedly mentioned Right Honorable Ruling Gentleman van Angelbeek may be reappointed After previous Compliments Translation of a Sinhalese Report ola directed to the Right Honorable Strict Grand Respected Governor, together with the Right Honorable Gentlemen of the Political Council as our Mature Grand Dessave. Thus this Report was signed with the prior knowledge of all the craftsmen of the Dessavony of Mature, in the Year 1790, on the 5th of December, by their Chiefs Mature Don Joean Dewesvereendre Mohandiram, the overseer of the Smith's shop and Timber yard Don Bastiaan Deweendre Wiedjeendre master Mohandiram, The Marividaan Mohandiram of the Kottal and Doubadde Don Dinees Wiedje Soereendre Abrajene, Don Diogoe Wiedge naragene nadere aratje, Don Adriaan Dewe Soerdre araatje, Don Joean Dantenarayen vidaan, aratje of the silversmiths and Cornelis De Costa Abeserinarajene second master of the carpenters underwritten for the translation was signed M: J: Palm authorized in the margin for the translation signed D: S: Seneratn: sworn secretarial interpreter underwritten Agrees was signed M: f: Palm authorized Agrees Sijbrands sworn clerk
Dutch transcription
Nagezien D'ondure Niellewiere Poentje pattebens Meddeoe Jan godde Claasie Sammerewikk „me wied jeraame aratje van het rand„ Jagereeros, Matere Jajewiere Amedoor J „tebenda, Matere Jajewiere Moettire p „tebenda, Don Louis Rajepasse Etgaal aatjele, Philippoe Abesinge kangaen, Ja wikkreme kattadiekangaan, Ioean De zielve Tweede schoolmeester van Kotta wegodde te Mature, Edriewire widm kangaan en Donatoe Abesinge Sam merewiere paatije kangaan /:onderstond:/ de Translatie /:was geteekend:/ M: F: Palm opa /:inmargine:/ voor de vertaeling /was geteek D: S: Senerat gesw: sekr: tolk /:onderstond:/ cordeert /:was geteekend:/ M: F: Palm geaut /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ W: Brechman g: klerk: Van dien tyjd af dat de Heer Van Angelbeek tot Desiaue van Mature is Aangesteld, heeft zyn Edel Gebiedende alle zaaken hein en huwer Getracteert en alles gedaan en trnsuyten toegebragt, wat maad tot voordeel van d'Edeer kompaire, en het welzin haarer onderdaanen en inge= =zeetenen wrekken konde, Dog niet teegenstaand dit alles zo hebben ondankbaare en kwaad geziende lieden getragt om zyn Edeles goede naam een vlek aantenryven, en zyn Edele te bekladelen, en daarmeede bedoeld de onder= =geing der geenen, die het met zyn Edele oefwecht gemeent hebben, als daad zyn VE ds Gale zig bevindende tweede tolk Mohandiram Wickrematroe en de overige drie persoo= „nen welke meede op gale zyn, welke huin zy bedordert hebben, ook is de Heer Desave van Angelbeek, om deese haare onrechtvaardige klagten wille, hoe wel Gantiels onschuldig naar kolombo vertrokken, terwyl wy hier zitten, gelyk een kind dat zig zelve niet weet te hedden wiens vader (daar het helvde ho van is geliefd gekoort geworden:/ men weggevoerd heeft. Torwyl de alhier intusschen geweest zyn de Heer Depare Na Voorgaande Complimenten Translaat Singaleesch briefola Aan zin Edelheid der Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff en de Heeren van den Pohtken Raad Accordeert. Sijbrands gklerk W J Ledulf Rarket Rahet naar kolombotering gekeerd is, zoo bide en sweeken wyj Uw Hoog Edelheeden, dat wij in ge Eds plaats alhier weder mogen krygen de Heer v Angelbeek, die ons altoos veezenlen goedt gedaan hee gehadt, en wylmeeken dat deese dierbaare Guntel spoedigste mag vergunt worden. en zyn Eds tot ons overkomen mag, wyen onze ondergesteld en verzoek hier om ootmoedigit, gelyk wy dit met onse handto keningen bekrachtigen uit de Heerlykheid Belligam Don Matthees Sammeresinge Abewick zeme palligj =goevoege tottemoene Aratje Polwatte Widjesini Saijewardene Wiereman Arntje Blwatte Abejesirie Goenen ardere Henperoemse Aralj Son Daniel Abedcriwardene Wickhemaratne viede Aratje Schryven van de Heerlykheid van Bellig Don Simon Abejewardene Lammerewieke Banken Don Gabriel Sammereringe, Jajen ordere Wierdem peoeme kankaan Don Louio Widjetoenge kangaan Abewardene Pottemoene kankeneme Don Simon Pottemoene Liejene Aabjele Miresse Daniel de Sielve Abejeratne Mahaviedaa Welligamme Magnus Perera Wiesesegene Geansh Mahaviedaan. Mivisie Don Joan Wierewardene k odefille Cattebaur Miresse Matthees Goeneralne Wienselas oedi prattih Doto Abraham Aboisinge Aratje Pattebenda. Minisve Adriaan Goeneregere Nielewiere paltebenda Welligamme Widjenaike Wiereratie pattebenda Welligamme Hendrik de Sielva Moesoerie pattebenda Ton Simon Jacsoerije Aratje Pattenbenda Bartiaan de sielve Ratnewiese Pattebenda Don Bortiaan Jajewiehe koeroendoe pattebendar Polvatte Don Abraham Wiemeles oerie Jasegere Patteben de Don Andries Aboiewickreme Poellane Wiedane aaljile /op het zonvertstond:/ om aan den Hoog Edelen Heer Gouverneur te bezorgen is dit afgegeeven op den 1ite December 1790. aan Abviesinge Jac= =waerdene gew: Liejennaatjile /onderstond/ voor de Translatie Mature den 2 December 1790 /was geteekend / M. F Palm Gearth: /In margine voor de vertaaling /geteek„d:/ D C D Dissanaike gesw: Tolk /onderstond:/ Akkordeert /geteekend M: F: Palin Geaulh: — Accordeert Dijbrands Vegkeert J W: Rynders Nagezien Van dat de in alles deugdzaamen Heer M:r Christiaan van Angebeek tot groot Dessave van Mature aangesteld en dezelve bestierd heeft gehad, heeft zijn wel Edele niet alleen alle de voordeelen van D' Edele komp: behar¬ „tigd, maar ook veele weldaaden en gunsten aan de arme en noodlijdende ingezeetenen toegebragt, uit welken hoofde zo wel als om dat dien braaven Heer ons ondergeteeken„ „den en onze ondergeschikten geen de mins„ „te leed gedaan en heeft, zoo hebben wij on„ „der vermelding van zijn Edelens roem en Lof onlangs een rapport aan welgemel„ „de wel Edelen gestr: groot agtbaaren Heer Gouverneur gepresenteerd waar bij wij gants demoedigst verzogten, dat meerm: wel Edelen gebiedenden Heer van Angelbeek weder tot onzen Matureesche groot Dessave mag Na voorgaande Complimenten Translaat Singaleesche Rapport ola gericht aan den wel Edelen gestr: groot agtbaaren Heer Gou„ verneur nevens de wel Edele Heeren van den Politiken Raad aanges aangesteld worden. Aldus is dit Rapport met voorkennis de gezaamentlijke ambagtsgezellen d Matureese Dessavonie in het Jaar 1790. de 5. December geteekend door hunne Hoofden Mature Don Joean Dewesvereendre Moh „diram, de opziender van de Smits winkel en Timmerwerf Don Bastiaan Deweend Wiedjeendre baas Mohandiram, De Mari vidaan Mohandiram der Rottal en Dou badde Don Dinees Wiedje Soereendre Ab „rajene, Don Diogoe Wiedge nara gene nadere aratje, Don Adriaan Dewe Soer dre araatje, Don Joean Dantenarayen vidaan, avaatje der silversmeeden en Co nelis De Costa Abeserinarajene tweede „ter der timmerluiden /:onderstond /: voorde on „zetting /:was geteekend /: M: J: Palmg /:in margine /: voor de vertaaling /:geteekend D: S: Seneratn: gesw: sekr: tolk: /:onder/ Akkordeert /: was geteekend /: M: f: Palm geauth: Accordeert Sijbrands Egklerk
English
Examined dHaar Translation of a Sinhalese palm-leaf letter To the Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff, and the Gentlemen of the Political Council. After preceding compliments. From the time that the Honorable Lord van Angelbeek was appointed Dissave of Mature, His Honor in command has handled all matters purely and cleanly, and has done and contributed everything that could possibly serve the benefit of the Honorable Company and the well-being of its subjects. Yet, notwithstanding all this, ungrateful, ill-disposed people have sought to defame His Honor and to stain His Honor's good name, and thereby also promoted the ruin of those who meant well by His Honor. The Honorable Dissave van Angelbeek nevertheless, notwithstanding His Honor having done all good here, completely innocent of these injustices, or on account of unjustified complaints, has had to return to Colombo; and we have remained here like a helpless child that had enjoyed the love of its father, but has now been separated from him. While the Lord Dissave Raket, who was here in the meantime, has departed again for Colombo: so we pray and beseech Your Right Honors that we may receive here again in his place the Lord van Angelbeek, who has always done so much good for us; and we pray that this high favor may be granted to us as soon as will be possible. And this has been signed by us with our knowledge on the 12th of November 1790. Wimelegoenesegere Aratchy Attoekoorle Aratchy of Kirinde walleka Sammeresinge Kangan under the Randjes of Baigam Sammeresinge Kombppoe Kangan Hewa Kobbeddoewe Gammege Appoe Hewa Jasinge Appoe Hewa Walgammege Appoe Hewa Pellewatte Appoe Hewa Hemeragoddege Appoe Hewa Hallembe Gammege Appoe Hewa Liezenwege Appoe Hewa Pattinagodde Appoe Hewa Sammeresinge Appoe Hewa Willalege Appoe Hewa Hoelappoe Aljele Hewa Kekkoeloege Donne Hewa Kalloe Hekkoeloege Tittoewe Hewa Hirmdege Adriaan Hewa Kompeniege Jantje Hewa Kakadoegodde Pankanige Wattoewa Hewa Himpellege Laira Hewa Kandanige Wattoewa Sammeali Wellekettiege Hewaya Kandewattege Hewaza The Majorals of Naimbel Don Joean Wallahooloe Pattirannahe Wickueme Aatji Pattirannahe Koelesegere Kakanan Gammeaatzile Koeroendoewege Mannahe Kittele Baigam Siman Razepasse Pattirannahe Karoenakete Pattirannahe Abezegoenesegere Pattirannahe Watte Pattirannahe Mahatonterie Gammeaatzile Dammoelle Gammeaatzile Joean Mannahe Oedoewe Baigam Siriwardene Wiedaane Pattirannahe Don Joaan Diddoewen Widjewickreme Dahannike vn. Allieatolle Mannahe Note: next to most of these names an illegible character was also placed. In the margin: on the envelope stood: Delivered on the 1st of December by Naimbele Wickreme Aatgi Pattirannahege Louis, Polheege Kirmde Adriaan, to be addressed to the Right Honorable Lord Governor. Below stood: For the translation, Mature, the 2nd of December 1790. Was signed: M. T. Palm, authorized. In the margin: For the translation signed: D. C. D. Dissanaike, sworn interpreter. Below stood: Agrees. Signed: M. T. Palm, authorized. Wittielle Lammerewickreme Wiedane Aatzela Widjesegere Pattirannahe Wedjewickreme Liejenneaatzile Wietaarne Pattirannahe Tihegodde Gammeaatzile Meddegodde Jatoenge Kankaneme and Jasinghan Gaan Agrees. Hijbrands Wittialle Agrees. Examined J. W. Rynders Translation of a Sinhalese report on palm-leaf addressed to the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Governor of the Island of Ceylon, alongside the Council in Colombo. After preceding compliments. From the time that the in all respects virtuous Lord Dissave van Angelbeek arrived at Mature, His Honor has done and contributed everything that could possibly be devised for the benefit of the Honorable Company and for the well-being of its subjects. Notwithstanding this, various ungrateful and malicious people have sought to defame His Honor's good name, on account of which unreasonable and unjust complaints the well-remembered Lord van Angelbeek departed for Colombo, where His Honor still resides at present; whereby we all find ourselves like children who have been torn away from their father. Wherefore, as well as because the Lord Dissave Raket who was here in the meantime has departed again for Colombo, we deeply and most humbly pray and beseech Your Right Honors that it may generously please Your Right Honors to reappoint the aforementioned Honorable Lord van Angelbeek again as our Great Dissave and cause him to return here, as we otherwise shall not be able to have any contentment in all the days of our lives. If unexpectedly any errors should be found in this our report, we request that this may be forgiven us for God's sake. Thus this report was written, signed, and submitted in the year 1790 on the 26th of November by Abezegoeneratne Dissanaike, Mohandiram of the Adigar Mandu; Jacobus Sammeretoenge Bannesonge, Aratchy of the said Mandu; Don Joeanies Abelegere Rannetoenge, Aratchy of the same; Wickremesegere, Kangan of the same, of Weeregampitte; Don Joean Lammernaike, Kangan of the same, of Batgamme; Hittisin, Kangan of the same; alongside the Lascars of the aforementioned Mandu by names: Leenedoewe Koedage Hewa Kiriappoe, Napege Appoe, Maddewelle Liezenegd Bastiaan, Bovalege Siman, Nedoengoddege Siman, Roepesingei Wattoewe, Wellakkege Matthees, Madoeroedoewe Kankanange Kaloe Appoe, Lenedoegoddeyd Wattoewe, Oendoepittieze Plesinge Wattoewe, Dammoeroegodde Sammeresinge Appoe, Lokoe Loenoewillege Goemnies, Pahale Gaallege Gabriel, Ihelde Gaallege Louis. Thus.
Dutch transcription
Nagezien dHaar Translaat singaleesch brief ola Aan den hoog Edelen heere Goeverneur Willem Jacob van de Graaff, en de heeren van den Politiken Raad. Na voorgaande Complimenten. van den tijd af dat E heer van Angelbeek tot dessave van Mature aangesteld was, heeft zijn Edel gebiedende alle zaaken rein en ziijver ge„ „tracteerd, en aller gedaan en toegebragd, wat maar tot voordeel van de Ed=s kompanie, en het wel zijn zijner onderdaanen, strekken kond. Dan, niet tegenstaande dit alles, zoo hebben endank„ „baare, kwalijk gezinde lieden, getracht, om zijn Edele te bekladden en zijn Edeles goeden naam te bevlekken, en daarmelde tevens den ondergang der geenen bevorderd, die het wel, met zijn Edele, gemeint hebben, de Ed: dessave van Angelbeek heeft nogtans, niet niet tegenstaande zijn Ed: alles goets „hier gedaan heeft, gautsch in schuldig„ deezer onregtvaardigheeden, ofte onder om vaardige klagten wille, naar kolombom „ten keeren: en wij zijn hier gebleeven alh reddeloos kind, dat van zijnen veeder gelu „koost, dog tans afgeschieden heeft. Terwijl de intusschen tijd alhier geweest z heer dessave Raket, weder na holembe „trokken is: zoo bidden en smeeken wij hoog Edelheeden dat wij in dies plaats „ van „hier weder ontvangen mogen den heer „ Ange „beek, die ons zoo veel goeds altoos geda heeft gehadt: en wij smeeker dat deeze hooge gunste, ons zoo spoedig mag gegunt worden, als doenlijk zal zijn En is deeze met kennis van ons door ons „zoo onderteekend den 12:' November 1790. .wimele goene segere Aratje Attoekoorle Aratji van Kirinde walleka sammeresinge kangaan onder de Randjes van Baigam sammeresinge kombppoe kangaan. Hewa kobbeddoewe gammege Appoe „hewa Jasinge Appoe „hewa wal gammege Appoe hewa Pellewatte Appoe „hewa hemeragoddege Appoe „hewa hallembe gammege Appol hewa Liezenwege Appoe hewa Pattinagodde Appoe„ hewa Sammeresinge Appoe hewa willalege Appoe hawa hoelappoe Aljele hewa kekkoeloege Donne hewa kalloe hek koeloege Tittoewe hewa hirmdege Adriaan. hewa kompeniege jantje hewa kakadoe godde pankanige wattoewa hewa him pellege laira hewa kandanige wat toewa Sammeali e welle nettie ge welle kettiege hewaja o kande watte ge hewaza De Mazoraats van Naimbel Don Joean walla hoeloe Pattirannahe wickueme aatji Pattirannahe koelesegere kakanan gammeaatzile „koe roen doe wege Mannahe Kittele Baigam Siman Razepasse Pattirannahe. karoenakete Pattirannahe. Abeze goenesegere Patttirannahe. watte Pattazannahe Mahat onterie gamme aatzile dammoelle gamme aatjile Joean Mannahe oedoewe Baigam siriwardene wiedaane Pattirannahe Don Joaan did doewe n Widjewickreme Dahannike vn. Allieatolle Mannahe. NB: zijnde meest bezeiden deze name tevens een inleesbaard har akter gesteld. /:Jnmargene:/ op het Couvert /: stond:/ Den 1. ' December bezorgd Naimbele wickreme aatgi Pattirannahege Louis Polheege kirmde adriaan te Addresseeren Aan den hoog Edelen heer Goeverneur. /: onderstond /: voor de overzitting Mature Den 2:' December 1790. /:was getekend /: M: T: Palm geauth: /: In margine /: voor de vertaling /:gete„ „kend /: D: C: D: Dissanaike gesw: tolk /:onderstond Akkordeerd /:getekend: M: F: Palm geauth:d wittielle Lammere wickreme wiedane Aatzela widjesegere Pattirannahe wedjewickreme Liejenneaatzile wietaarne Pattinanna he Tihegodde gamme aatzile Meddegodde Jatoen ge kan kaneme en Jasinghan gaan Akkordeert. Hijbrands wittialle egreert Nagezien J: W: Rynders Translaat singaleesche Rap„ „port ola gerigt aan den welEdelen groot Agtb: heer willem Ja„ cob van de Graaff goeverneur van 't Eiland Ceilon nevens den Raad te Kolombo. Na voorgaande komplimenten. van de tijl af dat de in alles deugzaamen heer dessave van Angelbeek te Mature aangekoomen is, heeft zijn welEdele alles gedaan en toegebragt wat maar tot voordeeld van de Edele pompenie en tot wel zijn van haare onderdaanen bedagt konde worden Des niet teegens„ „taande hebben overschiede ondankbare en quaataardige lieden getragt om zijn welEdelens goede naam te be¬ „kladden, om welke onreedelijke en onregtvaardig klagten wel gedag¬ „te heer van Angelbeek na kolembo vertrokken vertrokken is alwaar zijn wel edelen zig tot als nog op houd waar door alle, ons gelijk kinderen, die van h nen vader afgerukt zijn bevinden w „omme wij zoo wel als om dat de int schen alhier geweest zijnde heer de „save Raket weder na kolembo vertrek is uw hoog Edelheeden diep nedrigst bu „den en smeeken dat het uw Hoog Edel heden Edelmoelijk gelieven te behaa„ meerm: welEdelen heer van Angelbeek weder als onzen groot, dessave aan testat en dit heen te doen weeder keeren alzoo wij anderzinst geen vergenoegen in alle onze leefdaagen zullen kunnen helb zoo onverhoops in dit onse Rapport eenig fouten mogten bevonden worden verzo „ken wij dat ons zulks om de wille God mag verschoond worden. Aldus dit Rapport geschreeven, getekend en overgelegd in het Jaar 1790. den 26: No„ vember door Abezegoene ratne Dissanaike Mogandiram van de Adigarie mandoe„ jacobus sammere toenge Bannesonge aratje van gem: Mandoe Don Joeanies Abelegere Rannetoenge aratji van als even, wick„ remesegere kangaan van d=o weere gampitte Don Joean Lammernaike kang: van d=o Bat„ „gamme hittisin kang: van d=o nevens de Lascorijns van meerm: Mandoe met namen leene doewe koedage hewa kiriappoe, Na„ „pege Appoe Mad-dewelle lieze negd Bastiaan Bovalege Simaiu, Nedoen goddege Siman, Roepesingei wattoewe, wellakkege Mat„ „thees, Madoeroedoewe kankanange kaloe ap„ „poe, lene doegoddeyd wattoewe oendoepittieze Plesinge wattoewe Dammoeroegodde sam„ meresinge Appoe, lokoe loenoewillege goe„ „mnies Pahale gaallege gabriel, Jhelde gaallege Aldus Louis
English
Translation of a Sinhalese ola letter addressed to the Honorable, Highly Esteemed Governor and Director of Ceylon, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch East Indies, alongside the Council at Colombo. From the time that the in all respects virtuous Mr. Christiaan van Angelbeek was appointed Dissave of Matara, His Honor has done everything that could possibly be conceived to serve the benefit of the Honorable Company and the welfare of the inhabitants of this Dissavony. Yet some ungrateful and ill-disposed persons, without paying any regard to this, have sought to tarnish His Honor's good name, and at the same time to bring about the ruin of those who earnestly strive to promote what is good with His Honor. Because of these unfounded complaints, the Honorable, Commanding Lord Dissave van Angelbeek presently finds himself in Colombo, where His Honor remains for so long to all our great sorrow, while we find ourselves here collectively like children torn away from their tenderly beloved father, living helpless. Since the Honorable, Commanding Lord Dissave has presently departed for Colombo, we pray, yea, we beseech Your Honors most humbly, that this high favor may be granted unto us: that we may once again receive the Honorable, Commanding Lord van Angelbeek, who has overwhelmed us with favors and good deeds, as our great Dissave. If unexpectedly anything should have been perpetrated herein by us in any way, then we beseech that Your Honors, for the love of God, will not take this amiss of us. Submitted by us at Matara, 1 December 1790. Signed: 1. Cammeresinge Wijesekere Mohandiram Ekenaike Appuhamy of the Atapattu 2. Wickremesinge Ammeresekere Appuhamy 3. Abeyegooneratne Dissanaike Mohandiram of the Kaarmandal 4. Siriwardene Mohandiram of the Gajanayake 5. Don Joean de Silva Wijesiriwardene Dissanaike, Korale Mudaliyar 6. Don Constantijn de Silva Dissanaike Appuhamy, Interpreter 7. Don Simon Senerat Appuhamy, Sworn Secretary, Interpreter 8. Wijesesinge Mohandiram, former Bannaka of Dondra 9. Don Theodorus Appuhamy, Interpreter of the Rambo of Wellaboda Pattu 10. Don Simon Abeyewardene, Aratchi of the Atapattu 11. Ammerewire Kannetoenge, former Aratchi 12. Timeresiriwardene, Kadawatha Aratchi 13. Wittesinge, Guru Vidane Aratchi of Godagama 14. Don Dinees Abeyewickreme Rannesinge Aratchi 15. Don Simon, former schoolmaster outside the gate of the fortress 16. Wiedjewiere Gooneratne, Maha Vidane Mohandiram of Dondra 17. Iswerege Simon, Vidane of the Four Gravets 18. Wickremetoenge Aratchi, Kadawatha Kankan 19. Don Abran Abeyewardene, Kankan 20. Baddekerrenne, former Wieresoerie Kankan 21. Don Matthees Ammeresiri Goenewardene, Atapattu Kankan 22. Don Louis Rannemoeke, Atapattu Kankan 23. Ammerewickreme Abeyesinge, Kankan 24. Don Matthees Jayewardene Abekoon, former Kankan 25. Kannetoenge, former Kankan 26. Koolesegere Dissanaike, Kankan 27. Pangwillege, Kankan 28. Don Samuel Hittiaratchi Appu 29. Don Joean Jatoenge Appu 30. Don Joean Kadakoetti Appu 31. Don Simon Kandare Appu 32. Don Abran Wittesinge Appu 33. Don Philippus Jasinge Appu 34. Don Simon Galmnege Appu 35. Jantje Perera Goenewardene, Pattikara Vidane 36. Dissanaike Wikaneatjege Dinees, Mayor of Hilletieje 37. Edirisoerieje Battirannahe, Mayor of the said village 38. Gammege Bastiaen, Mayor of Godagama 39. Dorembe Kanankege Don Fransies Appu 40. Denepittige Ballige Goeroege Michiel 41. Don Adriaen Manamperie Appu 42. Ambese Kanganige Joean 43. Eewa Pillemboerege Louis 44. Battegoddege Santje 45. Magallagoddege Siman 46. Bamberande Walgammege Adriaan 47. Rannewiere Kandege Bastiaan 48. Patterennege Aberan 49. Mimenege Loku Appu 50. Matrellege Madduma Appu 51. Raigamkoralege Appu 52. Wewwe Kandambige Joean 53. Ballihakkarege Joean 54. Koswattege Joean 55. Kellidoewege Siman 56. Sahabandoege Louis Louus, Noepe Jndiekettiezegd Dienese, Galdgammegd Abram, Toedawe Hewage Migkon de Moellege Baleappoe, Oezangdikattoepottege Bale Appoe, Toekkinige Joean, Sielwattege Loku Appu, Gallegmegd Siman, Parnegewattoewe, Galdinger Appu, Rannetoengei Dienees, Boralegei Dienees, Kendarammege Appu, Loenoswillege Joean, Fangallego Andries, Kappoegammie Gigengei Andries, Fahalle Gazenaikege Philippsoe, Foedhige Andries, Willale Hewagd Abram, Kapperehanangd Siman, Wittielle Gaals Siman, Nauroewnegei Louus, Oerapelege Dontoewe. Note: In addition to and besides the aforementioned lascorins of the three ranks of the Adigar Mandu, there are yet more who were unable to sign the said report because they were not present on the occasion when the same was signed, being partly occupied in the Company's service and partly in their own affairs. Nevertheless, all such people have expressed to us their complete assent to the aforementioned request; therefore, this is presented to the Honorable, Commanding Lord Dissave van Schuler with the humble request to bring the same to the attention of the Honorable, Highly Esteemed Governor and the Gentlemen Councillors of the Police mentioned in the heading. Beneath was written: For the translation, signed: M. F. Palm, authorized. In the margin: For the translation, signed: D. S. Seneraat, Sworn Secretary. Beneath was written: Agreed, was signed: M. F. Palm, authorized. Agrees: Sijbrands Egkeert
Dutch transcription
Louus, Noepe Jndiekettiezegd Dienese gald gammegd Abram, Toedawe hewage Mig kon de moellege Baleappoe, oezangdi kattoepottege Bale appoe, Toekkinige Joean siel wattege lokoe appoe galleg megd Siman Parnege wattoewe, gal dinger Appoe, Rannetoengei die nees, Boralegei dienees, kendarammege l Appoe loenoswillege Joean, Fan gallego Andries kappoegammie gigengei Andrie Fahalle gaze naikege Philippsoe Foed „hige Andries willale hewagd Abram kapperehanangd siman wittielle gaals siman Nauroewnegei louus oerapele ge„ Dontoewe NB: buijten en behalven de hier voor vermelde lascorijns van de drie Randen van de Adigarie mandoe zijn er not meer die gem: Rapport niet heeft kunnen onderteekend hebben door dien ze bij geleegendheijd hetzelve ondertekend wierd niet presend waaren alzo gedeel te„ „lijk in sComp: dienst en gedeeltelijk in hunne eigd diensten grokkeipeerd waaren Egter hebben alle zulke lieden voor ons hunne volkoomen bewilliging in voorm: verzoek betuijgd, overzulks werd dit aan den weledelen gebiedende heer dessave van schuler gepresenteerd met ootmoedig verzoek het zelve onder het oog van den in den hoofde vermeld welede een Groot Achtb: heer goeverneur en de heeren Raaden van De Politie te brengen. /: onderstond /: voor de Translatie /: was„ „getekend /: M: F: Palm g'auth:d /: inmargine /: voor de vertaling /:getekend /: D: S: Sene „raat gesw: sekr: toth /:onderstond /: Akhordeerd was getekend /: M: F: Palm geauth: Accordeert kunnen Sijbrands Egkeert van die tijd af dat de in alles deugdzaamen Heer M„r Chresti„ „aan van Angelbeek tot Dessaue van Mattire aangesteld is geworden, heeft zijn wel Edele alles gedaen, wat maer bedagt konde worden, te konnen strekken tot voordeel van de Edele kompenie en nut der ingezeetenen van deeze Dessavonie. Dog zommige ondankbaare en kwaalijk gezinden, hebben zonder eenige reguard daar op te gever zijn Edelens goeden naam zoeken te besmelten, en tegelijk de ruin den geever dewelke het met zijn Edele wel meerder tragten te Door deze onge gronde klagten, bevind zig den wel Ed: geb: Heer dessave van Angelbeek tans te kolombo daar zijn Edele zig tot ons aller groote leedweezen dus lange ophoud, ter wij ons hier gezaementlijk als kinderen bevinden, die van hunnen teder geliefden vader afgescheurd, hulpeloos wijl de wel Edele geb: Heer dessave Raket Tans na kolombo vertekken is, bidden Ja smelken wij uwe Edele heeden zeer ootmoedig, dat ons deese hooge gunste mag gedaan worden, dat wij den Edele geb: Heer van Angelbeek, die ons met gunsten en weldaaden overlaaden heeft gehad, weder tot onzen grooten dessave moogen erlangen Bij aldien onverhoops door ons ergens in, in deezer mogte geperpetreert zijn: Dan smeeken wij dat uw Edelheeden ons zulks, om de liefde gods niet ter kwaaden gelieven te duiden: Mature 1. December 1790. door ons overgelegd /:was geteekent:/ bevorderen. leeven Translaet Singaleesche brief ola gericht Aan den wel Edelen Groot Achtb H:eer Ceilons gouverneur en dierecteur Willem Iacob van de Graaff Raad ordinair van Ne„ derlandsch. India, benevens den Raad te Nagezien aan kolombo. 1. Cammeresinge mijesekere Mohandiram Ekenaike of „ramie van de attepattoe 2. wiekremesinge ammeresekere Appoehamie 3. Abeje goeneratne Dissanaike Molandiram van de Kaarmandal 4. Siriwardene Mohandiram van de gaienaik 5: Don Joean de Zilva Wijesiriwardene Dissanaike g korlmodliaar. 6. Don Constantijn de Zilva Dissanaike Appoehamie Folk 7. Don Simon senerat afpoehamie secretarij tolk 8. wisesinge mohandiram geeeesen bannak van d. on 9. Don Theodorus appoehamie Tolk van de Rombo van welle baddepattoe 10. Don Simon Abejewardene aratje van de Attepatt 11. Ammerewire kannetoenge gew: Aratje 12. timeresiriwardene kaddewette aratje 13. wittesinge geur vidaen aratje van goddegamme 14. Door Dinees Abejewickaeme Rannesinge Anatje 15. Don Simon gew: schoolmeester buijten de poort des fortresse 16. wiedjewiere goeneratne mahavidaen Mahandiram van d'ondune 17. Iswerege Simon vidaen van de vier gravetten 18. wickremetoenge aratje kaddewatte kang aen 19. Don Abran Abejewardene kangaen 20. Baddekerrenne gew: wieresoerie kangaen 21. don Matthees ammeresiri goenewardene atte pattal kangaen 22. Don Louis Rannemoeke Attepattoekan gaan 23. Ammerewiekreme Abejesinge kang aen 24. Don Matthees Jajewardene Abekoon gew: kang 25. Kannetoenge gewezen kang aan 26. koelesegere Dissanaike kangaen 27. Pangwillege kangaen 28. Don Samuel hittiaratje appoe 29. Don Joean Jatoenge apsal 30. Don Joean kadakoetti appol 31. Don Simon kandare appoe 32. Don Abran Wittesinge affal 33. Don philippae Jasinge afsal 34. Don Simon Galmnege affal 35. Jantje Perera goenewardene pattikare vidaen 36: Dissanaike wikaneatjege Dinees Majoraal van Hilletieje 37. Edirisoerieje Battirannahe majoraal van D=n dorp 38. gammege Bastiaen Majoraal van goddegamme 39. dorembe kanankege Don Fransies zal 40. Denepittige Ballige goeroege Michiel 41. Don Adriaen Manamperie affol 42. Ambese kanganige Joean, 13. Eewa Pillemboerege Louis 44. Batte goddege santje 45. Magallagoddege Siman 46: Bamberande walgammege Adriaan 47. Rannewiere kandege Bastiaan 48. Patterennege Aberan 49. Mimenege Lokoe appoe 50. Matrellege maddbema appae 57. Raigamkoorlege affal 52. wewwe kandambige Joean 53. Ballihakkarege Jtean 54- koswattege Joean 55. kellidoewege Siman 56. Sahabandoege Louis oete oferte. 8
English
57. Edoewege Naida appal 58. waangige Nikolaas 59. Walgamme kellidoewege affal 60. Baljemmege Lokoe affal 61. Mieroeppege nainde 82. Hannas gammeliennege wattoe We, the aforementioned persons, request you, the Right Honorable Lord van Schuler, to be pleased to submit this our first petition to Colombo. Below stood: for the translation Matara the 11th of December 1790. Was signed: M. F. Palm, authorized. In the margin: for the translation, signed: D. S. Generat, sworn interpreter. Below stood: Agreed. Was signed: authorized. Thus is this signed in the year 1790 on the 24th of November by Matara Gangaboda Pattuwa Abewickrime Goenesegere Mohandiram Appuhamy, Sirilat Ramewickreme of the said Gangaboda Pattuwa, Attudawe Don Louis Wickremeratne Goenepale Vidane Arachchi, the Vidane of Kirinda Walakada Salman Amerewickreme Goenetilleke Pattinaike Kodi Arachchi, Palatuwa Don Juan Sammeresinge Dissanaike Vidane Arachchi, the Atukorale Arachchi of 18 villages of Hewagam and Kirinda Walakada Don Constantino Ammerewickreme Sammeresinge, the acting Vidane of Karagoda Uyangoda Don David Sammeresegere Liyana Arachchi, Aparakka Walakada Abesewickreme Widjewante Vidane Arachchi, the Mayor and Schoolmaster of Kottegoda Don Juan Welikala Tammernaike Vidane Arachchi, the inhabitant of Meda Uyangoda Claas Sammewickreme Widjerame Arachchi of the troop of Chalia hunters, Palla Aparakka Don Abram Wijewickreme Hetti Arachchi, the Mayor of Kapuduwa Wittesinge Don Siman, Matara Don Siman Abewardene Japahami, the inhabitant of Urumutta Don Simon Siriwardene Jayasinghe Arachchi, the Mayor of Aparakka and First Schoolmaster of the Matara Grand School Abesewickreme Goeneratne, and Gangaboda Pattuwa Don Siman Edirisoerie Korale Vidane Arachchi. Was signed with 17 legible and illegible signatures and characters. Below stood: for the translation Matara the 6th of December 1790. Was signed: M. F. Palm, authorized. In the margin: for the translation, signed: D. C. D. S. Dissanaike, sworn interpreter. Below stood: Agreed, signed: M. F. Palm, authorized. Agreed, Sijbrands, sworn clerk. Inspected, Van Geezel. After the preceding compliments. Before the altogether virtuous gentleman, Mr. Christiaan van Angelbeek, had arrived at Matara, all the dams, tanks, and sluices of arable lands had been completely uncultivated, but since His Honor's arrival, all of them have been brought into a complete state of repair, having, to the benefit of the Honorable Company and of the inhabitants, caused thousands of amunams of paddy to be harvested, and moreover, by ordering the planting of cinnamon, pepper, areca nut, and all other products of the country, greatly promoted the Company's benefit. And since such a gentleman, who has done much good to countless people, is now staying in Colombo, we find ourselves collectively like children who, abandoned by their tender, beloved father, live in isolation. Therefore, we request that these our sighs may deserve a sympathetic consideration, and that Your High Honors may generously be pleased to reappoint the aforementioned brave and noble gentleman van Angelbeek as our Grand Dissave and of the lands of Matara, and to read this throughout. Translation of a Sinhalese report ola addressed to the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Willem Jacob van de Graaff, Governor of the Island of Ceylon, together with the Council at Colombo. Agreed, Sijbrands, sworn clerk. Inspected, Adamsz. From the very beginning that the gentleman van Angelbeek was appointed Dissave of Matara, His Honor has handled all matters purely and cleanly, and has done and contributed everything that could possibly be conceived for the benefit of the Honorable Company and for the welfare of its subjects. But notwithstanding all this, ungrateful and malicious people have sought to defame His Honor's good name, and thereby at the same time promoted the ruin of those who meant well with His Honor. The gentleman Dissave van Angelbeek has also, on account of these their unjust complaints, although completely innocent, departed for Colombo, and we have remained sitting here like a child that cannot help itself, which was fondly cherished by its father, but has now been separated from him. After the preceding compliments. Translation of a Sinhalese letter ola addressed to the Right Honorable Lord Governor Willem Jacob van de Graaff, together with the Gentlemen of the Council. Whereas
Dutch transcription
57. Edoewege Naida appal 58. waangige Nikolaas 59. Walgamme kellidoewege affal 60. Baljemmege Lokoe affal 61. Mieroeppege nainde 82. Hannas gammeliennege wattoe Wij voornoemde perzoonen verzoeken u de wel gebiedende Heer van schuler deeze onse Eerst verzoek naar kolombo tewillen voordraagen om stond:/ voor de Translatie mature den 11. decem 1790. /: was getekend:/ M: f: Palm geaut: /: in mar voor de vertaaling /:getekent:/ D: S: Generat gel sekr: Volk onderstond /Atkordeerd / was getekend:/ ha geautho Dusdanig is dit onderteekend in het Jaar 1790. den 24. November door Matere gangebaddebattoe Abewickrime goenesegere Mohandizam Appoe„ Na voorgaande komplimenten Eer de in alles deugdzaamen heer M=r Christiaan van Angel, „beek te mature was aangekoomen, waaren alle de Dam„ „men- Tanken en sluijsen van zaaijbaare gronden, ten eene„ maal onbebouwd geweest, dog zedert zijn wel Edelens aan„ „komste zijn alle dezelve in volkoomen staat gebragt, hebbende ten voordeele van d' E: komp: en van de Jngezee„ „tenen, duizenden van Ammonams Nelij laaten moegsten en daar en booven door het laaten aanplanten van kanneel, Peper, arreek en alle andere slands produk„ „ten 'sComp:s voordeel grotelijks behartigd. En vermits een zodanigen heer die aan ontelbaare menschen veel goeds gedaan heeft gehad zich thans te kolombo ophoud, bevinden wij ons gezamentlijk gelijk kinderen, die van hunne tedere beminden vader verlaaten afgezonderd leeven: Des verzoeken wij dat deeze onze zugtingen eene meede leidende aanmer„ „kingen moogen verdienen, en het uw Hoog Edelheeden Edelmoedig mogen gelieven te behaagen van meergedag„ „te Braaven en Edelen heer van Angelbeek tot onzen grooten dessave en der Landen van Mature weeder te creëëren en dit heen toelezen„ Translaal Singaleesche Rapport ola gerigt aan den wel Edelen Groot Achtb: Heer Willem Jacob van de Graaff, Gouverneur van het Eiland Ceilon nevens den Raad te kolombo Akkordeerd Sijbrands Egklerk Nagetien Adamsz „hamie „den. „hamie, sirilat Ramewickreme Pattoeve A„ van gemelte gangebadde pattoe; Attoedawe Do Louis wickremeratne goenepale wiedane Ara den vidaan van kirindawaklekadde Salman merewickreme Goenetilleke Pattinaike kodi Aratje, Paletoewe Don Joean Sammeresinge „sanaike viedaan Aratje, Den Attoekoorle Ara van 18. dorpen van hewagan en Kirinda wallen Don Constantinoe Ammerewickreme Sammere „ge, Den waarnemenden vidaan van karregod„ oejan godde Don David Sammeresegere Lie „aatjele, Apperakkaw alle hadde Abesewicht widjewante viedaan aratje, De Majoraal en „meester van koottegodde Don Joean, wel Tammernaike vied aan Aatje, den inwoonder Mende oejan godde Claas Sammewickreme Wid „raame Aratji van het Randje Jagereroes e „Corijns, Palle apperakke Don Abram wil wickréme hittie Aatzilé, den Majoraal kappoedoewe wittesinge Don Siman, Ma „ne Don Siman Abewardene Japaham den Jnwoonder van Oeroemoette Don Simo Siriwardene Jasinge Aratje, de majoraa van Apperakke en Eerste schoolmeester de Matureese groote school Abezewick goeneratne en Gangebaddepattoewe Dor Siman Edirisoerie Koorle vidaan A /:was geteekend:/ met 17. Lees- en onlees-baar „handteekeningen en karakters /:onderstond voor de overzetting Mature den 6. December 1790. /:was geteekend:/ M: F: Palm geauth= /:in margine:/ voor de vertaaling /:geteekend:/ D: C: D: S: Dissa„ „naike gesw: tolk /:onderstond:/ Akkordeert /:geteekend:/ M: F: Palm geauthoriseerde Accordeert Sijbrands Egklerk voor Van Geezel Nagezien Van eersten af aan dat de heer van Angelbeek tot Dessave van Mature is aangesteld geworden, heeft zijn Edele gebiedende alle zaaken rein en zuiver getracteerd, en alles gedaan en toe„ „gebragt wat maar tot voordeel van de Edele komp: en tot wel zijn haarer onderdaanen bedogt konde worden. Dan niet tegenstaan„ „de dit alles, zoo hebben ondankbaare en kwaadgezinde lieden getragt om zijn Edelens goede naam te bekladden, en daarmeede tevens den ondergang der geenen die het met zijn Edele welgemeind hebben bevordert. ook is de heer Dessave van Angelbeek om deeze haare onregtvaardige klagten wille hoewel gantsch onschuldig naar kolombo ver„ trokken, en wij zijn hier blijven zitten, gelijk een kind, dat zig zelven niet redden kan, wel„ „ke van zijnen vader geliefd koost dog, nu daar van afgeschieden heeft. —. Na voorgaande Complimenten Translaat singaleesch brief ola gerigt Aan den Hoog Edelen Heere Gouverneur Willem Ja¬ cob van de Graaff, nevens de Heeren van den Raad. Deweil
English
Since the Dessave Raket, who had been here in the meantime, has returned to Colombo on high orders, we pray and beseech Your High Noble Lordships to be pleased to give us once again the right honorable and esteemed Lord van Angelbeek as our great Dessave, as we have always enjoyed nothing but good from His Honour, and we request that this may be done very speedily. This having been written and submitted by us as subordinate chiefs with the approval of all the inhabitants of Wellabaddepattoe in the year 1790 on the 20th of November, and signed by: Don Bastiaan Wieretoenge, Pattoewe Aratchy Don Diogoe Wickremesekere Kappoegamme Aratchy Don Siman Sammeresinge Widjesekere Ratnaikert Sammere Wickreme Talalle Vidane Straat Don Philipoe, schoolmaster of Nandoenne Don Simon, schoolmaster of Bamberende Owitte Gammoewe Widjesekere Rannetoenge Dane Araatje of Poehoelwellau alle kabde Moettoekoemare Liezencaatje, writer of the warehouse at Diekwelle Apperakke Jaantje Wieretoenge, Vidane Aratchy Janies de Sielve Abewickreme Lejenne Abiejoraal of Tallalle Pategamme Don Toeseeuw Debejesirie Navajene, Master Carpenter Nainde Kangan Wietaarnege Pedroe, Majoraal of Pategomme Rappoegamme Manikege Don Siman, Vidane Atchy of Paroewaheroe and Pategamme Weediere Senerathamie, Majoraal of Mandoena Wietaroen Korrene Gamme Aatje, ditto The writer of the said village Lokkoe Appoe, grain measurer there Koditoeakkoege Lokoe Appoe, ditto The Nainde of the said village named Dienasa ditto ditto Babontja Newa Matthees De Gammege Joean ditto ditto Samme-ela gamme Koottoegodde Wiedaan Aatjege Don Diogoe Poehoelwelle Sammere Sieuwe Siriwardene, Master Nainde Pottoewilege, former Vidane of Welligan Gottere Koottoe Godde Ediriewiere Widjesoerije Aratjege Aberam Dikwelle Dissanaike Araatjege Lokoe Appoe Bamberende Kankanie Wassan Koerene Bale Appoe Don Michiel Ammeresiriewardene Japaatje Kankanen Ammeresegere Kanganange Abram, second schoolmaster of Bamberende Mabogoddege Don Siman, former Vidane of Pategamme Pategamme Don Siman Dewesirie Navajene, ditto Pietellege Simauwa Pietellge Matthees Toenejagammege Joean Maddoemage Wattoewe Parnemanege Dingie Appoe Parnewitaarnege Bale Appoe Wiedanege Bastiaan Hiellege Wattoewe Kahakandege Dingie Appoewe Pattirennege Maddoema Appoe Siegenege Joean Appoe Nekkettige Dinga, and NB: between some of these names and the end of this ola, signed with several illegible characters. Below stood: For the translation, Matara the [illegible] of December 1790. Was signed: M. F. Palm, authorized. In the margin: For the translation, D. S. Generat, sworn secretary-interpreter. Below stood: Agreed. Was signed: M. F. Palm, authorized. Examined to be correct. Agreed, Sijbrands, clerk. No. 3. Amsterdam To the Noble and Worshipful Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the aforementioned Chamber. Noble and Worshipful Sirs, The ship De Unie departed from Gale for the Netherlands on the 16th of November last, and the packet boat De Expeditie on the 19th thereof, both consigned to the Chamber of Amsterdam. The packet boat Maria Louisa also departed for the Cape of Good Hope on the 20th of December, and we take the liberty to present herewith to Your Noble Worships the duplicate of our letter sent therewith on the 19th of the said month. The ships Berkhout and Leviathan, appointed by the Noble High Indian Government as return vessels via Ceylon, arrived here on the 26th of September and the 7th of October last, and were subsequently sent to Gale to be put in condition for the homeward voyage. We have destined the Berkhout for the Chamber of Amsterdam and the Leviathan for the Chamber of Zeeland; and since we have not been able to obtain any saltpetre this year, we have ordered the officials at Gale to ballast these ships with cliff stones and the available unserviceable goods. Besides the coffee and sappanwood that were sent from Batavia for these two ships, we count on so many return goods that each ship can be loaded with approximately 400 bales of Surat and Maduran linens and cotton goods, and 1200 bales of cinnamon; and we furthermore take the liberty to refer to the report that the Gale officials will have the honor of presenting to Your Noble Worships. The ship Berkhout having been inspected at Gale by specially appointed commissioners, the reports received thereof were inserted into the officials' resolution of the 30th of November, of which an extract is included among the annexes hereof, and by which the said officials decided to have the repairs and supplies carried out on it that were specified as necessary by the aforesaid commissioners. The Gale officials have also decided, by their resolution of the 28th of December last, to have certain equipment goods and other necessities requested by the officers of this ship supplied to it; and we take the liberty to present to Your Noble Worships, among the annexes hereof, an extract from the said resolution, which has been approved by us. Likewise, the ship the Leviathan.
Dutch transcription
Deweil de intusschen alhier geweest zijnde Dassave Raket op hooge order weer naar „lombo gekeerd is, zoo bidden en smeeken i uwe Hoog Edelheeden, ons den weledelen ge „denden heer van Angelbeek weder als on grooten Dessave te willen geeven, alzoo van zijn Edele altoos alles goeds genoote hebben, en dit verzoeken wij dat zeer schie meugde gedaan worden. zijnde dit door ons als minder hoofden goedkeurig van alle de Ingezeetenen van wellebaddepattoe aldus geschreven en gelegd in het jaar 1790. den 20. November en geteekend door. Don Bastiaan wieretoenge Pattoewe Araalje Don Diogoe wickreme sekere kappoegamme Ar Don siman sammeresinge Widjes ekere Ratnaikert Sammere Wickreme Talalle viedaan straat Don Philipoe schoolmeester van Nandoenne Don Simon schoolmeester van Bamberende owitte gammoewe widje sekere Rannetoenge dane Araatje van Poehoelwellau alle kabde Moettoekoemare Liezencaatje schrijver van h Pakhuis te Diekwelle Apperakke Jaantje Wieretoenge vidane atgib Janies de Sielve Abewickreme Lejenne abie joraal van Tallalle. Pategamme Don Toeseeuw debejesirie Navajene o waddoe Meestrie Nainde kangaan. Wietaarnege Pedroe Majoraal van Pategomme Rappoegamme Manikege Don Siman Widaane aatje van Paroewaheroe en Pategamme weediere Senerathamie majoraal van Mandoena Wietaroen korrene gamme aatje d=o „ De schrijver van gemelte dorp. Lokkoe appoe graanmeeter aldaar koditoeakkoege Lokoe appoe d=o De namde van gem: dorp gen:t Dienasa d=o do. . . Babontja Newa Matthees De gammege Joean d=o. d_o - - - - - - - „ Samme-ela „gamme. koottoegodde wiedaan aatjege Don Diogoe Poehoelwelle Sammere Sieuwe Siriwardene Meestrienainde Pottoewilege gewesen vidaan van Welligan Gottere Koottoe godde Ediriewiere widjesoerije Aratjege Aberam Dikwelle Dissanaike Araatjege Lokoe appoe Bamberende Kankanie Wassan Koerene Bale appoe Don Michiel Ammeresiriewardene Japaatje Kankanen Ammeresegere Kanganange Abram tweede school- meester van Bamberende. Mabogoddege von siman gew: vidaan van Pate„ Pategamme Don siman Dewesirie navajene Fate Pietellege - „ do Nagezien testaan Pietellge Matthees Toenejagammege Joean Maddoemage Wattoewe Parnemanege Dingie appoe Parnewitaarnege Bale affve Wiedanege Bjastiaan Hiellege wattoewe kahakandege Dingie afpoewe Pattirennege Maddoema appoe Siegenege Joean appoe Nekkettige Dinga en NB: tusschen sommige deezer naamen en het einde van deze ola met verscheide onleesbaare karacters geteekend. /:onderstond:/ voor de Translaatie Mature de December 1790. /:was geteekend:/ M: F: Palm geauth: /:inmargine:/ voor de vertaaling D: S: Generat gesw: sekr: tolk /:onderstond akkordeerd /: was geteekend:/ M: F: Palm geauth: Simauwa Accordeert Sijbrands gkeerk do No. 3. Amsterdam Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen van de Generaale Nederlandsche Geoktroijeerde oost- Indische komp: ter voormelde kamer. Edele Achtbaare Heeren Het schip De Unie is den 16. J Leeden, en de Paket November boot de Expeditie den 19 daar aan van Gale na Nederland ver„ trokken, beide geconsigneerd aan aan de kamer Amsterdam onk is de Paket boot Maria Louisa den 20 December na de Caas de goede Hoop vertrokken, en nemen we de vrijheid, het de plicaat van onze daarmeede afgegaane brief van den 19. van gemelden maand, uwel Edele Achtb: hiernevens aan te bieden De scheepen Berkhout en d Leviathan, door de Edele hoog indiasche regeering tot retour bodems over Ceilon aangelegd zijn den 26. 2ber: en den 707 7. October J Leeden alhier aen gekoomen, en vervolgens na Gale gezonden, om tot d te huijs reijze te worden instaan gesteld. Berkhout hebben we bestemd voor de kamer Amster„ dam, en de Leviathan voor de kamer Zeeland, en wijl we dit jaar geen salpeter hebben konnen bekoomen, hebben we den bedienden te Gale Gelast, om deeze scheepen met klip„ steenen en de aanhanden zijnde onbequaame goederen te doen baballasten Behalven de koffij en het sappanhout, die voor deeze twee scheepen van Bata„ via zijn gezonden, reeke„ nen we op zoo veel retou„ ren, dat aan elk schip zullen kunnen werden in„ gegeven min of meer 400. Pakken suratsche en Ma„ voor dureesche dureesche lijwaaten en toen gaaten en 1200 baa te gedragen aan 't be„ dat de Gaalsche bedu de Eere zullen hebben van aan wwel Edele te doen Het schip Berkhout Gale door expresse ge¬ mitteerdens gevisiteerd zijn de daar van inge mene raapporten g'inser in der bedienden reso van den 30. November waar van Extrakt de bijlaegen dezes get is, en waar bij de bedo „den hebben beslooten Canneel, en neimen voorts vrijheid, ons dezwe aan te laaten doen de repa„ ratien en verstrekkingen, door de voorsz: gecommitteer„ dens als noodzaekelijk opge„ geven Nog hebben de Gaalsche bedien den bij hunne resolutie van den 28. December Jzeeden, be slooten, om eenige door de overheeden van dit schip gevraagde Equipagie goede„ ten en andere benodigd= „heeden, daar aan te laaten verstrekken, en wij nemen de vrijheid een Extrakt uit gem: resolutie, die door ons is geapprobeert, uw wel Edele Achtb. onder de bylaegen dezes aente bieden Jnsgelijks is het schip de Levi aan. athan 2
English
Leviathan at Gale was inspected by special commissioners, the reports of which are inserted in the servants resolution of 7 December of the past year, whereby they decided to have the repairs and supplies deemed necessary carried out on it. This resolution was approved by us and is forwarded as an extract among the annexes. The mainmast of this ship was found here to be affected by white ants, and we therefore ordered the Gale servants to have it inspected closely. According to a submitted report, a copy of which is annexed hereto, the wood was found sound and good, and the mast was deemed fit, with a minor provision, to undertake the voyage to the Netherlands. We therefore, according to our resolution of 30 9ber of the past year, ordered the Gale servants to carry out on it and on the remaining spars of the said ship the provisions specified as necessary in the aforementioned report. Furthermore, the Gale servants decided in their resolutions of 30 December and 8 of this month to have certain equipment and other goods requested by the officers of the ship De Leviathan supplied to that vessel, and we have approved these resolutions, extracts of which are added to the annexes of this letter. Upon the incoming reports from the Gale administrator van der Spar concerning the examination of the consumption account of the aforementioned two ships, the Gale servants made dispositions in their resolution of 13 of this month, which was approved by us and is added as an extract among the annexes. To the packet boat de Zeeuw, at the request of its master, various repairs and supplies were made at Gale, as appears from the servants resolutions of 23 and 25 2ber of last year, extracts of which are added to the annexes of this letter, together with copies of two reports submitted by him, both regarding the outward voyage and the trips made within this government. The chief surgeon of the ship Berkhout, Stutzer, went with leave on a short journey to Koetsiem, promising to return in time to still repatriate with that ship. Since, according to a report from the Gale servants, he had not yet arrived there by 21 of this month, we ordered the servants, if he does not return by 26 or at the latest 27 of this month, to remove his pay account from the ship books, with the write-off of wages, and to place on Berkhout as chief surgeon in his stead the garrison surgeon there, van Alken, who was examined by four chief surgeons and found qualified for the post. In place of the boatswain of this ship, Herman Fredrik Swarts, who on account of a sickly condition remains behind here for the present with written-off wages according to his request, we have transferred the boatswain Jan Gerritsz Holsgaat, who stayed ashore on account of indisposition from the packet boat de Expeditie, to Berkhout with his earning wages, but without bounty. Upon the request of the chief surgeon of the ship De Leviathan, Dirk Haiting, we granted him permission to remain behind at Gale with written-off wages until a post on one of the ships shall again be vacant, and in his place we have transferred the surgeon of the packet boat de Expeditie, Petrus Maas, who remained behind there, according to the request made by him to that effect, to serve as chief surgeon, with his earning wages and the rank of chief surgeon during the homeward voyage, but without bounty. With the aforementioned ships we have granted passage to the following persons, namely: The wife of the Surat Director Sluijtken, together with her young daughter, taking along one male slave and one female slave, for all of whom the customary transport and board money has been paid. The young son of the former Gale Commander Kragenhoff, who, on account of having had the children disease, could not go along on the ship de Unie, this child being excused from the payment of the customary transport and board money upon the favorable pleasure of your Right Honourables. The two sons of the junior merchant Johan Fredrik Conradie, named Hendrik Gerard and Willem Fredrik Conradie, taking along a slave boy, provided they pay the stipulated transport and board money for all, these children having been allowed a five-foot chest for storing clothes. The former captain in the regiment of Luijtenburg, Nicolaas Dominique De Legrevisse. The lieutenant de La Raitrie, who took his discharge from the regiment de Meuron, taking along a native servant. He enjoyed his appointments here until ult:o February of this year, and 15 1/2 months on top of that, and has nothing more to claim. The extraordinary lieutenant of the artillery Carel Lodewijk Godlob van Krause, who arrived from Koetsiem, taking along his wife and two children, who are excused by the Supreme Government of the Indies from the payment of customary transport and board money. The young son of the provisional lieutenant land-regent of Matiere van Schuler, named Johan Hendrik van Schuler, provided he pays for it.
Dutch transcription
„athan te Gale door expresse ge„ Committeerdens bezigtigd, waar van de rapportere ge insereert zijn in der bedien„ den resolutie van den 7. De cember J:o Leeden, waarbij ze besloten hebben, om daar aen te laaten doen de nodig ge„ oordeelde reparatien en ver„ strekingen. Deeze reso„ lutie is door ons geappro„ beert, en gaat in Extrakt onder de bijlagen over De Groote mast van dit schip is alhier van de witte mie„ ren aangedaan bevonden, en hebben we daarom de Gaal„ sche bedienden gelast de zelve naaukiurig te laaten be„ zigtigen volgens een inge koomen rapport, dat in Copia hier nevens gaat is 't hout gaaf en Goed bevonden, en de mast met eene geringe voor„ ziening bequaam gekeurd, tot t: doen der reijze na Neder„ land. Wij hebben derhalven, volgens onze resolu„ tie van den 30: 9ber: J=o: de Gaalsche bedienden ge„ last, om daaraan en aan de overige rondhouten van gem: schip, te laeten doen de voorzeeningen, bij voorsz: rapport als noodig opge¬ geven Nog hebben de Gaalsche bedienden, bij hunne resolu„ tien van den 30. Decem „ber en — 8 deezer beslooten, koomen om om eenige door de overheeden van 't schip De Leviathan gevraagde Equipagie en an¬ dere goederen, aan dien bodem „te laeten verstrekken, en we hebben deeze resoluteen, waar van Extrakten onder de bij laegen deeses gevoegd zijn geapprobeerd Op de ingekoomene berigten ven den Gaalsch administrateur van der spar, weegens de Examinatie van de Consum tig reekening van voorsz: twee scheepen, hebben de Gaalsche bedienden gedisp neerd bij hunne resolutie den 13 dezer, die door on geapprobeerd, en in Extrak onder de bijlaegen dezzel overgelegde rapporten, zoo trakten onder de bijlaagen tien van den 23. en 25. en verstrekkingen gedaan Gale vetscheiden reparatien gevoegd is Aan de Paket boot de Zee„ nieuw zijn, op het verzoek van de uijtrijs, als van de togten in dit gouvernement gedaan De oppermeester van het schip Berkhout stutzer is met verlof voor een springtogt na koetsiem gegaan, onder dezes gevoegd zijn, nevens 2bet: Jongstl:, waar van Ex„ de Copijen van twee door hem van dies gezagvoerder, te blijkens dit bedienden resolu„ roeg gevo belofte belofte van tydig te zullen zug koomen, om nog met der schip te kunnen repatrieeren, d wijl hij, volgens bezigt van de Gaalsche bedienden, tot den 21 deezes aldaar nog niet was a gekoomen, hebben we den be dienden gelast, om zoo hij den 26: of uijtterlijk den 27. dezer niet te zug komt, zyn zoldij reekening uijt de scheep boeken te doen ligten, met dr schrijving van Gagie, en mar plaats of Berkhout als o permeester te plaatzen den Guarnizoen Chirurgijn aldaar van Alken, die door vier op„ permeesters geexamineerd en daar toe bequaam bevon „den is. In plaats van den bootsman van dit schip Herman Fredrik Swarts, die mits ziekelijke toestand, voor eerst met afgeschrevene Gagie„ volgens zijn verzoek, alhier terug blijft, hebben we den bootsman Jan Gerritsz Hols. gaat die mits indispositie van de Paket toot de Expe„ sitie aan de wal gebleven is, op Berkhout laaten overgaan, met zijne winnende gagie, dog zonder premie Op het verzoek van den oper„ meester van het schip De Le„ viathan Dirk Haiting, hebben we hem toegestaan, om met afgeschrevene ga„ „gie te Gale te moogen terug blijven, tot dat er weder en en te een plaats op een der scheepe zal vacant zijn, en hebben we in zijn plaats op de t„ volgens 't daar toe door hem daan verzoek, doen over gaen den aldaar agter gebleven Chirurgijn van de Paket boot de Eyse ditie Petrus Maas om dienst te doen als oppermeester; met zijn winnende gagie, en do rang van den oppermeester geduurende de tehuijs rijze dog zonder premie Met de voorsz: scheepen hebben we Transport verleend aen de volgende perzoonen namelyk De echtgenoote van den Heer Souratsche Direkteur sluijt ken, nevens derzelver dog tertje, meede nemende een slaaf en een slaven, voor alle dewelken het gewoon transport en kostgeld be„ taald is Het zoontje van den gewee„ zen Gaalsch gezaghebber kragenhoff, het welk om de gehad hebbende kinder ziekte, met het schip de U nie niet heeft kunnen meede gaan, zijnde dit kind, op het gunstig wel„ behagen van uw wel Edele Achtb: , geExcuseerd van de betaling van het gewoon transport en kost. geld De twee zoons van den onder„ ken koopman „koopman Johan fredrik „zadie; genaamd Hendrik Ger Ard en Willem fredrik Con¬ slaave jongen, mits betae lende voor allen het bepaald transport en kostgeld; zyn de aan deeze kinderen een vijf voets kist toegestaan tot het betgen van klee deren De geweezen kapitain on het regiment van Luijen burg Nicolaas Domin Que De Legrevisse De luijtenant de La Raitrie die zijne demissee heeft genoomen van 't regie ment de Menron, mee„ de nemende een inland radie, meede nemende een sche bedienden Mij heeft hier teu zijne appoinctemen ten genoten tot ult:o febr: dezes jaars, en nog 151. maanden daar en booven en heeft niets meer te vorde ven De van koetsiem aangekoo„ mene Extra ordinaire luijtenant, der artillerij Carel Lodewijk Godlob van krause, meede nee„ mende zijne huijsvrouw en twee kinderen, die door de Edele hooge indische reege„ king zijn geExcuseerd van de betaeling van 2 gewoon transport en kostgeld. Het zoontje van den p:l Laij. tenand dessave van Matie„ re van Schuler, genaamd Johan Hendrik van Schu„ ler, mits betaelende sche P daartoe e
English
for which transport and board are due. The young son of the Surat first clerk Gratiaan, named Jan, also upon payment of transport and board. The Bookkeeper Ian Blosdeel, who, by expiration of time, travels over while retaining rank and pay. The young son of the Galle Commander Sluijsken, Jan Foseas, also taking with him an enslaved boy, both upon payment of the customary transport and board. The Ensign Daniel Ertman Kool, who, by expiration of time, travels over while retaining rank and pay. Besides the national discharges, of which the Galle servants will report to Your Right Honourables, there are also travelling over with these ships 39 heads of the Regiment of Meuron, who have served out their five-year engagement, and are nominally mentioned in the list which is included among the appendices. They have enjoyed their salaries here until the end of this month and have nothing more to claim. Also travelling over for their board with these ships are the former sailors Ian Hendrik Host and Ioseph Collet, who were criminally prosecuted and punished at Galle for committed theft. We have permitted the Commander of Jaffenapatnam Raket to send to the Netherlands with these ships five small boxes, sewn in canvas and sealed, namely: 2 marked C: B: W: described as shells and addressed to the gentleman Carel Balthazar Wieling, councillor in the town council of the city of Utrecht etc., of which one is 19 inches long, 13 inches wide, and 6 inches high, and another 21 inches long, 15 inches wide, and 7 inches high; 3 marked W: I: M: of which two contain described shells, and one Amboina and margosa oil, and all three addressed to the gentleman Matthias Iacobus Moens, pensionary honorary at Middelburg, one of these being 20 inches long, 13 inches wide, and 6 inches high; one 18 inches long, 13 inches wide, and 6 inches high; and one 12 inches long, 12 inches wide, and 13 inches high; and we humbly request Your Right Honourables that the aforesaid boxes may be delivered according to their addresses. Regarding the findings on some goods unladen here from the Batavia cargo of the ship Berkhout, we have disposed in the session of the 15th of November last, and we take the liberty of offering herewith to Your Right Honourables an extract from our resolution taken thereupon. Your Right Honourables will be pleased to see therein, among other things, that in 5 boxes 519 pieces of porcelain were found broken, notwithstanding that the boxes were brought in good condition; and as the ship’s officers have proven by a sworn statement, which was sent to the Noble High Indies Government, that these boxes were handled carefully on board, we have resolved to let the amount thereof be charged back to Batavia, subject to the esteemed disposition of Their High Nobilities. In the 4 boxes which were transshipped into this vessel from the Amsterdam cargo of the ship Oostzandam, 47 hats less were found, although the boxes were all in good condition. The Captain has declared having received these boxes unopened, but as he signed for the number of hats on the Batavia bill of lading, we have charged the aforesaid found deficit to the officers for compensation, pending further disposition from Your Right Honourables. On the remaining cargo of this vessel delivered at Galle, the servants disposed by their resolution of the 28th of November last, which is added in extract among the appendices of this letter. We have approved this resolution, on which nothing special is to be noted, except that we have stipulated that the spillage on the rice must be credited to the officers at 67 rixdollars per last, and therewith made the servants note for their guidance that the spice chests must not all be opened without necessity, as happened with the 103 chests of cloves brought by this vessel, notwithstanding the warehouse master had agreed to take over the same for his account just as they were brought. The findings on the cargo of the ship De Leviathan delivered here are inserted in our resolution of the 29th of October past, which accompanies this in extract, and to which we take the liberty to refer, as we have nothing special to remark upon it. On the cargo of this vessel delivered at Galle, the servants disposed by their resolution of the 22nd of December last, which was added in extract among the appendices and was approved by us with these few alterations, namely: That the spillage on the tar must not be credited to the officers at two capitals advance, but at 75 percent on the purchase cost. That the short-delivered frame saw and large pear compass must not be set off against the excess delivered pit saws and large iron compass, but that the deficit must be compensated by the officers and the excess credited to them; and That they must still be credited with 54 3/4 lb. of rice on account of the allowed spillage of 100 lb. per koyan of 3200 lb. on the 617,592 lb. remaining on board here according to our aforesaid resolution, after deduction of the 19,245 lb. delivered short at Galle. The findings on the Amsterdam cargo of the packet boat De Zeemeeuw are inserted in the Galle resolution of the 30th of September past, which we have approved, and which is transmitted in extract among the appendices of this letter. We commend Your Right Honourables to the protection of the Almighty, and remain with all high esteem, below stood: Right Honourable Sirs, Your Right Honourables' obedient servants, was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: Driberg, D: T: Fretz, C: Van Angelbeek, I: Reintous, A: Jolant, and I: A: Vollenhove. In the margin: Colombo, the [illegible] January 1791. Agrees, Sijbrands First Clerk
Dutch transcription
daartoe staande transport en kostgeld Het Zoontje van den Sourat schen eersten klerk Gratiaan genaamt Jan, meede onder betaling van transpor en kost geld De Boekhouder Ian Blos „deel, die mits tyds Expi ratie, behoudens qualiteit en Gagie overvaart. Het zoontje van den Gaalsch Commander Sluijsken, Jan Foseas, meede nemende een slaave Jongen, beide onder betaeling van 't ge woon transport en kost geld De vaandrig Daniel Ertman Kool, die mits tijds expirab „behoudens Qualiteijd en Gagie overvaart Behalven de nationaale ver= lossers, waer van de Gaal„ sche bedienden aan Uwel Edele Achtb: berigt zullen doen gaan ook met deese scheepen over 39. koppen van 't regie, „ment van Meuiron, die hun vijf Jarige verband hebben uijtgediend, en nomiatein vermeld staan bij de lijste, die onder de bylaagen over„ „gaat. sij hebben alhier hun„ ne appainctemente, genooten tot ultimo deezer en heeft niets meer tevorderen. Ook gaan voor de kost met deese scheepen over de geweesene mattroosen Ian Hendrik behouden. Host Host en Ioseph Collet, die over gepleegde dieverij te Gale Crim neelijk zijn teregt gesteld en afgestraft. Aan den kommandeur van Ju fenapatnam Raket hebben we toegestaan, om met deese scheepen na nederland temi gen verzenden vijf kasjes, in Zijldoek benaaijd en verzegel namelijk 2: gemerte 'C C: B: W: beschreeven schulpen en geaddresseerd aan den heer Carel Ballhazar wieling, raad in de vroed= schap der stad utregt ens waer van een Lang 19. , bree 13. en hoog 6: duijmen en an lnt 21. breed 15. dn hoog 7. duijven 3. gem: W:I:HI: waar van twee beschreeven schulpen, en een amenika en Margozie olij„ en alle drie geaddresseerd aan den heer Matthias Iacobus Moens, pensionaris honorair te Middelburg, zijnde hier van een lang 20. „ breed 13. en hoog 6. duimen, een lang 18: breed 13. en hoog 6: duimen, en een lang 12:, breed 12 en hoog 13. duij men en wij verzoeken uwel Edele Achtb: needrig, dat de voorsz kasses volgens derzelver ad„ „dressen moogen worden afge„ geeven Op de bevending van eenige al, hier geligte goederen, uijt de Bataviasche lading van het schip Berkhout, hebben we gedisponeerd ter sessie van den een 15 et 15. November Jleeden, en nee„ men wel de vrijheid een Extra uijt onze daerop genoomene resolutie, uwel Edele Achtb hier nevens aentebieden uwel Edele Achtb: Zullen daerbij onder anderen gelieven te zien dat in 5. kassen 519. stuks Por Gelynen gebrooken zijn bevonden niet teegenstaande de kassen wel geconditioneerd zijn aen bragt, en wijl de scheeps over„ heeden met eene be-eedigde verklaaring, die aen de Edele hooge Jndische Regeering is gezonden, hebben beweesen, dat deeze kassen aan boord zoo vuldig zijn behandeld, hebben wo beslooten 't bedraagen daervan ter geEerde dispositie van hunne hoog Edelheeden, na Batavia te laeten terug rekenen Jn de 4. kassen, die uijt de amster„ dainse lading van 't schip oost= zandam, in dit schip zijn over„ gescheept, zijn 47. hoeden minder bevonden, schoon de kassen alle wel geconditioneerd waeren De Capitein heeft verklaard deese kassen ongeopend te hebben ont„ vangen, maar wijl hij bij 't Bataviasche Cognoissement voor 't getal der Hoeden heeft getee„ „kend, hebben we de voorszz: bevondende minderheid tot na„ der dispositie van uwel Edele Achtb:, den overheeden ten ver„ „goeding opgelegd op de overige te Gale uijtgele„ „verde lading van dezen bodem hoog hebben ven hebben de bedienden gedisponeerd bij hunne resolutie van den 28. N „vember J: Z:, die in Extrakt onder de bijlaegen deezes is gevoegd. wij hebben deeze resolutie, waer op nit bezonders w aen te merken valt, ge„ approbeerd, alleen hebben we be„ paald, dat de spillagie op de rijst„ aen de overheeden moet wor„ „den goed gedaan tegens 67:/ rd„s t last, en daerbij den bediende tot hun narigt doen opmerken, dat de specerij kisten niet alle buij „ten noodzaekelykheid moeten wor„ den geopend, gelyk geschied met de 103. kisten nagelen, met Deezen bodem aagebragt, niet teegenstaende de pakhuijs mees ter De zij had aangenoomen, de zelve, zoo als ze aangebragt waren, ter zijner verantwoording overtenemen De bevinding van de alhier uijtge„ leeverde lading van 't schip De Leviathan, is g'insereerd in onse resolutie van den 29 october pass=o die in Extrakt deezen verzeld, en waer aan we de vrijheid wee„ men ons terefereeren, wijl we daarop niets speciaals aente„ merken hebben Op de te Gale uijtgelee„ verde laeding van dee„ zen bodem, hebben de bedienden gedisponeerd bij hunne resolutie van den 22. Decem„ „ber Jongst Leeden, die in Extrakt onder de lylaegen gevoegd en waren door door ons geapprobeerd is met deese wijni= ge veranderingen namelijk Dat de spillagie op de Theer niet met twee Capitaalen advans, maer met 75. pr 0 op 't in= koops kostende, aen de overheeden moet worden goed ge„ daan Dat de minder geleverde Raam zaag en Groote pere passer, niet moeten Gerescontreer worden tegen de meerder overant„ woorde kraanzaagen groote ijzere passer, maar dat het mindere door de overheden vergoed en het meer„ „dere aan hun goedgedaan moet worden; en Dat aan hun nog moeten goedge„ „daan worden 54. ¾. lb: rijst wegens toe„ „gelegde spillagie van 100. lb: per„ Coijang van 3200. lb: op de volgens onse voorschr: resolutie alhier binnen boord verbleevene 617592. lb: na aftrek van de te gale min„ der uijtgeleerende 1924. 5 lb: De Bevinding van de Am„ sterdamsche lading van de Paket boot de Zeemeuw, is geinsereerd in de gaalsche resolutie van den 30:' 7ber: worden pass=o pass=o, die we geapprobeer hebben, en in Extrakt onder de bijlaagen deezes over ge Wij beveelen uw wel Edele Acht in de bescherninge des allerh „sten, en blijve met alle hoog ag onderstond:/ Edele Achtb: Heeren uw wel Edele Achtb: gehoird Dienaeren /:was getekend / W: J: van de Graaff M: P: Rakel D: C Driberg, D: T: Fretz, C Van Angelbeek, I: Reintous, A: Jo lant, en I: A: Vollenhove, in margine kolombo den Januarij 1791. Accordeert Sijbrands Vliklerk
English
Examined Lande Run To the Noble Worshipful Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the said Chamber Delft Noble Worshipful Gentlemen We hope that our respectful letter of 12 November last, dispatched by the ship de Unie, which departed from Gale on the 16th following, will be delivered to your Noble Worships in due time. Presently, for the second consignment, the ships Berkhout and Leviathan are departing, the first for the Amsterdam Chamber and the latter for the Zeeland Chamber, and we take the liberty to refer regarding their crewing and cargo to the documents which the officials at Gale will present to your Noble Worships. Herewith we have the honor to offer your Noble Worships a set of our advices currently being forwarded to the Right Noble High Worshipful Gentlemen Seventeen, together with a copy of the General description of the state of this Government in the past financial year, and of our principal transactions therein, which is due to be sent shortly to the High Indian government, alongside such further papers as are specified in greater detail in the enclosed register. We commend your Noble Worships to the protection of the Almighty, and remain with all high esteem, /below stood/ Noble Worshipful Gentlemen, your Noble Worships' Obedient Servants, /was signed/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Driberg, D: T: Fretz, C: van Angelbeek, I: Reintous, A: Samlant and J: A: Vollenhove /in margin/ Colombo, 27 January Anno 1791. Agrees Dijbrands First Clerk Francke Examined Hoorn To the Noble Worshipful Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the said Chamber Noble Worshipful Gentlemen We hope that our respectful letter of 12 November last, dispatched by the ship de Unie, which departed from Gale on the 16th following, will be delivered to your Noble Worships in due time. Presently, for the second consignment, the ships Berkhout and Leviathan are departing, the first for the Amsterdam Chamber and the latter for the Zeeland Chamber, and we take the liberty to refer regarding their crewing and cargo to the documents which the officials at Gale will present to your Noble Worships. Herewith we have the honor to offer your Noble Worships a set of our advices currently being forwarded to the Right Noble High Worshipful Gentlemen Seventeen, and a copy of the General description of the state of this Government in the past financial year, and of our principal transactions therein, which is due to be sent shortly to the High Indian government, alongside such further papers as are specified in the enclosed register. We commend your Noble Worships to the protection of the Almighty, and remain with all high esteem, /below stood/ Noble Worshipful Gentlemen, your Noble Worships' obedient Servants, /was signed/ W: I: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: Driberg, D: T: Fretz, C: van Angelbeek, I: Reintons, A: Samlant and J: A: Vollenhove /in margin/ Colombo, 27 January 1791. Agrees Hijbrands First Clerk Examined Schaaden Rotterdam To the Noble Worshipful Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the said Chamber Noble Worshipful Gentlemen We hope that our respectful Letter of 12 November last, dispatched by the ship de Unie, which departed from Gale on the 16th following, will be delivered to your Noble Worships in due time. Presently, for the second consignment, the ships Berkhout and Leviathan are departing, the first for the Amsterdam Chamber and the latter for the Zeeland Chamber, and we take the liberty to refer regarding their crewing and cargo to the documents which the officials at Gale will present to your Noble Worships. Herewith we have the honor to offer your Noble Worships a set of our advices currently being forwarded to the Right Noble High Worshipful Gentlemen 17, and a Copy of the General description of the state of this Government in the past financial year, and of our principal transactions therein, which is due to be sent shortly to the High Indian government, alongside such further papers as are specified in greater detail in the enclosed register. We commend your Noble Worships to the protection of the Almighty, and remain with all high esteem, /below stood/ Noble Worshipful Gentlemen, your Noble Worships' obedient Servants, /was signed/ W: I: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: v: Driberg, D: F: Frekz, C: van Angelbeek, I: Reintous, A: Samlant and J: N: Vollenhove, /in margin/ Colombo, 27 January 1791. Agrees Dijbrands First Clerk Examined P: J: Lapo To the Noble Worshipful Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the said Chamber Enkhuijsen Noble Worshipful Gentlemen We hope that our Respectful Letter of 12 November last, dispatched by the ship de Unie, which departed from Gale on the 16th following, will be delivered to your Noble Worships in due time. Presently, for the Second consignment, the ships Berkhout and Leviathan are departing, the first for the Amsterdam Chamber and the latter for the Zeeland Chamber, and we take
Dutch transcription
Nagtzien Lande Run Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen van de Generaale Nederlandsche Geoktroijeerde oost- Indische komp: ter gem: kamer Edele Achtbaare Heeren We hoopen dat onze eerbiedige brief van den 12. e November J: Leeden, afgevaardigd met 't schip de Urrie, 't welk den 16: daar aan van Gale vertrokken is aan uwe lede le Achtb: ter behoorlijker tijd zal worden besteld. Jans vertrekken voor de tweede be„ zending de scheepen Berkhout ende Leviathan „ Delft Nagesien Leviathan, 't eerste voor de kam Amsterdam en 't laaste voor d kamer Zeeland, en we niem de vrijheid, ons noopens dert verbemanning en laadurg refereeren aan de beschijden die de bedienden te Gale ui Edele Achtbaare zullen aanbe Hierneevens hebben we de eere uweledele Achtb: aantebieden een stel van onze tans over gaande adviesen aan de wi Edele hoog Achtb: heeren seven tienen, in een kopij van de Generaale beschrijving van d staat deezes Gouvernement in het gepasseerde boekjaar en van onze voor naamste verrigtingen in 't zelve, we ke eerstdaagd aan de hoog Jndische regeering staat a tegaan, neevens zodanige vel papieren, als breeder vermeld staan bij 't ingeslooten register Wij beveelen uw wel Edele Achtb: in de bescherminge des aller hoogsten, en blijve met alle hoog Achting /onderstond/ Edele Achtbaare Heeren uw wel Edele Achtb: Gehoorzaeme Dienaren /was getekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Driberg, D: T: Fretz: C: van Angelbeek, I: Reintous; A: Samlant en J: A: vollenhove /in margine / Kolombo den 27' Januarij Anno 1791. — Dijbrands Accordeert pa„ Francke Eiklerk Hoorn Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen van de Generaale Nederlandsche Geoktroijeerde oost-indische komagnie ter gemelde kamer Edele Achtbaare Heeren We hoopen dat onze eerbiedige brief van den 12: 9ber: JZ: afgevaardigd met 't schip de Unie 't welk den 16' daar aan van Gale vertrok¬ ken is aan uwel Edele Achtb ter behoorlijker tyd zal worden besteld Jans Tans vertrekken voor de tweede bezende de scheepen Berkhout en de Leviatha het eerste voor de kamer Amsterda en het laaste voor de kamer zeel en we nemne de vrijheid ons nopen derzelver bemanning en lading te tefeteeren aan de beschijden, die de bedienden te Gale uwel Edele Achtbaare zullen aanbieden. Hiernevens hebben we de eere uel Edele Achtb: aantebieden, een van onze tans overgaande adv zen aan de Wel Edele Hoog Achtb: Heeren op nag — en een ko van de Generaale beschrijving va den staat dezes Gouverneu in het gepasseerde boekjaar, van onze voornaamste verrigt gen in het zelve, welke eerst, daags aan de hoege indische reegering staat aftegaan, nevens zo „danige verdere papieren, als brie„ ven vermeld staan bij 't ingeslooten register. Wij beveelen uw wel Edele Achtb. in de be„ scherminge des allerhoogsten, en blijve met alle hoog agting /:onderstond:/ Edele Achtbaare Heeren vorwel Ede„ le Achtb: gehoorzame Dienaaren /:was getekend:/ W: I: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: Driberg, D: T: Fretz:, C: van Angelbeek, I: Reintons, A: Samlant en J: A: Vollenhove :/ in margine Kolombe den 27:' Januarij 1791. Hijbrands VEgklerk regeering er Accordeert Nagesien Schaaden Rotterdam Aan de Edele Achtbaare Heeren. Bewindhebberen van de Generaele Nederlandsche Geoktroijeerde Oost=indische kompagnie ter gemelde kamer Edele Achtbaare Heeren. We loopen dat onze eerbiedige Brief van den 12. 9ber: JL: afgevaardigd met 't schip de Unie 't welk den 16– daar aan van Gale vertrokken is aan Uwel Edele Achtb: ter behoorlijker tijd zal worden besteld Jans vertrek„ ken voor de tweede bezending de schee„ pen Berkhout en de Leviathan het eerste. d Eerste voor de kamer Amsterdam en 't laaste voor de kamer Zeeland, en neemen de vrijheid ons nopens dersel bewaming en lading te refereeren de beschijden die de bedienden te Ge Uwel Edele Achtbaare zullen aan den Hiernevens hebben we de eene Uwel Edele Achtb: aantebieden, een s van onze tans overgaande adviezi aan de wel Edele Hoog agtb: Heer 17=nen en een Copij van de Generaale schrijving van den staat dezes Goo nements in 't gepasseerde boekjaar, van onze voornaamste verrigtingen in 't zelve, welke eerst daags aan Hooge indische regering staat afte nevens zodanige verdere papieren breeder vermeld staan bij 't ingesloo register Wij beveelen uwwel Edele Achtb: in de bescherminge des allerhoogsten, en blijve met alle hoogagting /:onderstond:/ Edele Achtbaare Heeren uwwel Edele Achtb: gehoorzaeme Dienaaren /:was geteekend:/ W: I: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: v: Driberg, D: F: Frekz, C: van Angelbeek, I: Reintous„ A: Samlant en J: N: Vollenhove, /:in margine:/ kolombo. den 27 Januarij Accordeert Dijbrands Vlgklerk 1791. Na gezien P: J: Lapo Aan de Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen van de Generaele Nederlandsche Geoktroijeerde oost-indische kompagnie ter gemelde kamer Enkhuijsen Edele Achtbaare Heeren: We hoopen dat onze Eerbiedige Brief van den 12 9ber: Jleeden afgevaardigd met 12 schip de Unie 't welk den. 1. 6. '. daar aan van Gale vertrokken is aan Uwel Edele Achtb: ter behoorlijker tijd zal worden besteld. thans vertrekken voor de Tweede bezending de scheepen Berk„ houd en de Leviathan het eerste voor de kamer Amsterdam en 't laaste voor de kamer Zeeland, en we neemen De.
English
Checked The freedom to refer regarding their crew and cargo to the documents that the servants at Galle shall present to Your Honourable Nobilities. Herewith we have the honour to present to Your Honourable Nobilities a set of our current advices passing over to the Honourable and Most Respected Gentlemen, and a copy of the General Review of the state of this Government in the past financial year and of our principal proceedings in the same, which is due to depart shortly to the High Government in Batavia, alongside such further papers as are specified in more detail in the enclosed register. We commend Your Honourable Nobilities to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, [below stood:] Honourable Nobilities, Your Honourable Nobilities' obedient Servants, [was signed:] W: I: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: v: Driberg, D: I: Faetz, C: van Angelbeek, I: Reintous, A: Pamlant, and J: A: vollenhove. [in the margin:] Colombo, the 27th of January 1791. Agrees, Sijbrands First Clerk Honourable [signed:] W. Francke. The Hague. To the Honourable and Respected Gentlemen Directors, Authorized by the Assembly of the Gentlemen 17 for Secret Affairs. Honourable and Respected Gentlemen, We have the honour to present herewith to Your Honourable Nobilities two receipts from Captain Gijsbertus Matthias Uijtzel and Captain Lieutenant Johannes vander Plas, commanding the currently departing return ships Berkhout and Leviathan, for the receipt of two sets of secret and two sets of separate secret orders and signals for the return ships departing from Ceylon after the first of December 1790, forwarded to us by Your Honourable Nobilities. We still have one set of these secret orders and signals in reserve here, which we shall retain to see if they might be of service to us in the course of this year. Herewith we also present to Your Honourable Nobilities a set of these orders and signals sent for the ships departing after the first of December 1787, and two sets intended for the ships departing from Ceylon after the first of December 1789, which erroneously remained behind here. We commend Your Honourable Nobilities to the protection of the Almighty, and remain with all high esteem, [below stood:] Honourable and Respected Gentlemen, Your Honourable Nobilities' obedient Servants, [was signed:] W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: v: Drieberg, D: I: Fretz, C: van Angelbeek, J: Reintous, A: Samlant, and J: A: vollenhove. [in the margin:] Colombo, the 27th of January 1791. Agrees, Sijbrands First Clerk Checked P: J: Sapp Cape of Good Hope To the Honourable Gentleman Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Company's important trade and establishment, together with the Council there. Honourable, Steadfast, Valiant, Wise, Prudent, and very Discreet Gentlemen and Friends, We hope that our letters of the 12th and 15th of November, as well as the 19th of December of the past year, dispatched with the ship De Unie and the packet boats De Expeditie and Maria Louisa, have been safely delivered to Your Honours. Now departing for the second consignment are the ships Berkhout and De Leviathan, the former for the Chamber of Amsterdam and the latter for the Chamber of Zeeland; and we take the liberty to refer regarding their crew and cargo to the documents that the servants at Galle shall present to Your Honours. With these ships we have granted passage to Your Honours' Government to the Lieutenant Colonel of the Regiment of Meuron, namely E: de Meuron Bullot, who is traveling thither for the recovery of his health, taking with him his wife and children, alongside eight slaves, without payment of passage and board, provided that, as far as his wife and children are concerned, they remain at no expense to the Company during the voyage; and regarding his servants we have instructed Galle that this must be arranged according to the 23rd article of the capitulation. We have also granted passage to the wife of the chief surgeon on the ship Berkhout, van Alken, likewise without payment of passage and board. To some passengers traveling to the Netherlands with these ships, we have permitted several slaves to be taken along as far as the Cape of Good Hope, without payment of passage and board, concerning which the Galle servants will provide further details to Your Honours with the usual trade documents. Also traveling over on this occasion is one Johan Emanuel Roenau, whom the ministers of Cochin have requested to be sent thither, having been condemned to be banished to Robben Island. The Fiscal here has indicated, by a report that is enclosed herewith in copy, that the Frenchman Louis Hyppolite Verneuil has confessed that he is guilty of forging bills of exchange, but that he has thereby named certain persons who not only gave occasion thereto, but also shared the received money with him; with the request that he, for that reason as well as because the crime was perpetrated there, might be sent back thither together with the evidence against him. We have granted this request, and the said Verneuil is therefore now returning thither, and we present herewith to Your Honours a copy of the aforesaid report, with the documents belonging thereto. The Colonel Commandant of the Regiment of Meuron has lodged a complaint with us that freight had to be paid there for the linens he had sent for the service of the depot of his regiment, which is located there; yet because what is sent to the aforementioned depot cannot be regarded as private property, we kindly request Your Honours that the paid freight may be refunded, and that for what is currently being sent for the benefit of the said depot
Dutch transcription
Nagesien De vrijheid ons nopens derzelver ben ning en lading te resereeren aan de beschijden die de bedienden te God uwel Edele Achtbaare zullen aa bieden Hiernevens hebben we de Eere Uwel Edele Achtb: aantebieden, een steld onze tans overgaande adviezena de wel Edele Hoog agtb: Heeren en een Copij van de Generaale bescho ving van den staat dezes Gouverneur in 't gepasseerde boekjaar en van onze voornaamste verrigtingen in zelve welke eerst daags aan de indische regering staat afte gaan nevens zodanige verdere papiere als brieder vermeld staan bij 't in slooten register. Wij beveelen uw wel Edele Achtb: in de bescherminge des allerhoogste en blijve met alle hoogag /: onderstond:/ Edele Achtbaare Heeren uwwel Edele Agtb: gehoorzaeme Dienaaren /:was geteekend:/ W: I: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: v: Driberg, D: I: Faetz, C: van Angelbeek, I: Reintous, A: Pamlant en J: A: vollenhove, /:in margine:/ kolombo den 27:' Januarij. 1791. Accordeert Sijbrands VEiklerk Achtb: „ting W. Francke. Haage. Aan de Edele Achtbaare Heeren. Bewindhebberen. Gemagtigd vande vergadering van Heeren 17:mn tot de secreete zaaken. Edele Achtbaare Heeren. Wij hebben de eere uwel Edele Achtb: hiernevens aantebieden twee reci pissen van den Capitain Gijsbertus Matthias uijt „zel, enden Capitain Luijtenant Johan„ „nes vander Plas Commandeerende de tans vertrekkende retour scheepen Berk„ „hout ende Leviathan, wegens den ont„ „vang van twee stux secreete en twee stux apparte secreete orders en seinen, voor de retourscheepen die na primo December 1790. van Ceilon vertrekken, door uwel Edele Achtb: ons toegeschikt. Nog Nog een stel van deese secreete orders en zijnen hebben we hier in voorraad, die w nog zullen aanhouden, of ze ons in den lon van dit jaar mogten te paeskoomen. Wiernevens bieden wij uwel Edele Agtb nog aan, een stel vandeeze orders en zijnen, gezonden voor de scheepen die na primo december 1787. , en twee stellen de stemd voor de scheepen, die na prims December 1789. van Ceelon vertrekken welk alhier abusive zijn terug gebleeven. ij beveelen uw wel Edele Achtb: in de scherminge desaller hoogsten, en blij met alle hoog agting /:onderstond:/ Eder Achtbaare Heeren, uwer wel Edele Ne gehoorzaeme Dienaaren /:was geteekend W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: V: Drieberg, D: T: Fretz, C: van An„ „gelbeek, J: Reintous, A: Samlanten J: A: vollenhove, /:in margiene:/ kolem den 27:' Januarij 1791. Accordeert Dijbrands Eeklerk Nagezien P: J: Sapg Kubo de Goede Hoop Aan den Edelen Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van s Comp:s inpostanten handel en omslag. Nevens den raad aldaer. Edelen Erntfesten Manhaften wijzen, Voorzienigen zeer Diskreeten Heer en Vrienden We hoopen dat onze brieven van den 12 en 15. November, mitsgaders 19. december J:o L: afgegaen met 't schap de Uinie, en de Paket boots de de Expeditie en Maria Louisa, aen uwel Edelens wel zullen zijn besteld. Thans vertrekken voor de tweede bezend de scheepen Berkhout en de Leviatha 't eerste voor de kamer Amsterdam in 't laatste voor de hamer Zeeland en we neemen de vrijheid, ons nopen derzelver bemanning en laeding te re reeren aende beschijden, die de bediend te Gale uwel Edelens zullen aenbieden Met deeze scheepen hebben we Transpor na uwerwel Edelens Gouvernemen verleend aen den luijtenant Colonel var 't regiment van Meukon, als E: de Meuron Bullot, die na der „waerds overvaerd ter herstelling zijn gezondheid, meede neemende zijne huijsvrouw en kinderen, neven agt slaaven, zonder betaeling van Transport en kostgeld, mits blijven„ „de zoo veel zijn huijsvrouwen kinderen aengaet geduurende de rijze buijten laste van de Comp: en hebben omtrent zijnes bedienden na gale gelast dat dits moet geschikt worden Nan het : 23. - artikul daar de kapitu latie Nog hebben we passagie verleend aen de huijsvrouw van den oppermeester op 't „chip Berkhout van Alken, meede zonder betaeling van Transport en kostgeld. Aan eenige passagiers, die met deeze scheepen na Nederland overvaerden, hebben we toegestaen om ettelijke slae= „ven tot aen de Caab de goede Hoop te moogen meede nemen, zonder betaeling van Transport en kostgeld, waer van de Gaalsche bediendens aen uwel Ede „lens bij de gewoone negotie papieren na„ Transport „der „der berrigt zullen doen. Nog gaet bij deeze geleegendheid over een Johan Emanuel Roenau, die de min „ters van hoetsiem hebben verzogt na „waerds te zenden, als zijnde verwoezen om op 't robben Eiland gebannen te b De fiscael alhier heeft bij een berigt, dat in Copia hiernevens gaet, te kennen gegeeven, dat de fransman Louis Hijf de verneuil, geconfesceerd heeft, daat hi schuldig is aen 't maeken van val „sche wissel brieven, dog dat hij daer bij eenige luijden heeft opgenoemd die niet alleen daer toe aenleijdin„ zoude hebben gegeeven, maer o 't ontvangen geld met hem gedeeld met verzoek dat hij daerom zoo wl als ook om dat de misdaed aldaer g. perpeteerd is, met de stukken te ten zijnen laste, na derwaerds mog worden terug gezonden. we hebben in dit verzoek bewilligd, en gaet der halven gem: vermeuil thans na der„ „waerds terug, en we bieden uwel Edelens hier nevens aen een Copij van 't voorsz: berigt, met de daer toe gehoorende stukken. De Colonel Commandant van 't regiment van Meukon heeft zig bij ons bezwaerd, dat aldaer vragt heeft moeten wor= „den betaeld voor de lijwaaten, die hij had gezonden ten dienste van 't depot van zijn regiment, 't welk zig aldaer bevind; dan wijl 't geen voorgem: de pot word gezonden, niet als particu= „liek kan worden aengemerkt, ver„ „zoeken we uwel Edelens vriendelijk, dat de betaelde vragt mag worden gerestitueerd, en dat voor 't geen ten behoeve van gem: depot tans gezonden worden
English
After H: Trancke is or in the future will be requested, no freight may be demanded along with it. Furthermore, we must inform your Honours that the Honourable High Indian Government has disapproved of permitting private goods with the return ships to the Cape of Good Hope, and that consequently our decision to allow this upon payment of freight is cancelled. We have only permitted the second storekeeper of Galle, De Moor, on this occasion, provided he pays freight, to ship 15 packs of linens, for which he had already received permission from us prior to the receipt of Their High Honours' prohibition. The goods which your Honours sent to us with the ships De Gouverneur Generael Mossel and De Unie have all been duly delivered, except only 8 half aams of cauliflower, which turned out black, mushy and practically useless, and were therefore sold by public auction for the going rate, fetching altogether no more than rds 28. 12. —. For the rest, after humble greetings, we have the honour to be with respect, underneath stood, Noble, Honourable, Valiant, Wise, Provident, Most Discreet Gentlemen and friends, your Honours' willing friends and servants, was signed, W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: van Drieberg, D: I: Fretsz, C: van Angelbeek, C: Raintous, A: Samlant and J: N: Vollenhove. In the margin: Colombo, the 27 January 1791. Agrees Dijbrands Mosse First Clerk Copy of outgoing Secret Letters to Batavia, of the Year 1790: No 4. No 8. Secret Batavia To His High Honour The High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord, Mr Willem Arnold Alting On behalf of the State of the Free United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, Governor General, and The Right Honourable and Respected Gentlemen, Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord! Right Honourable and Respected Gentlemen! Upon the request of the Gentlemen Ministers at Cochin to send them as many ships and sloops as possible for the transport of women and children, we summoned the ship Vreedenburg hither from Galle for the aforesaid purpose. Since then we have received the Ministers' letter of the 2 February last, whereby they informed us that the relief sent by us, mentioned in our respectful letter of the 27 January last, had arrived safely there, and that their Honours hoped thereby to be in a position properly to defend that fortress. Upon this report, and upon the further news successively received since then that Tipu Sultan, after his attack on the Travancore Lines had failed, remained quiet and seemingly out of respect for the English dared not pursue hostilities, we deemed it advisable to await further reports from Cochin, so as not to have this ship make an unnecessary voyage thither. Shortly afterwards, the first undersigned Governor received a letter from Mr Buchanan, of the 30 January, in which he wrote that the Government of Madras had received positive orders from Lord Cornwallis to regard the attacks of Tipu Sultan on the Travancore Lines as the beginnings of hostilities against the English, and that the English troops were already in motion to march to the frontiers of the land of Tipu Sultan. We considered it therefore unnecessary to detain this ship any longer or to send it to Cochin, and have therefore ordered it back to Galle to be fitted out for the voyage to Batavia. Yet the first undersigned Governor received some days later a letter from the Malabar Governor Van Angelbeek, of the 13 February, containing a request to send the promised ship thither at the earliest opportunity, as they would have great need of it there in case Tipu, who was daily reinforced, should break through, which the rulers of Cochin and Travancore held as certain, no matter how much the English at Madras spread through the newspapers that he would not begin this week. This request placed us in considerable embarrassment, as we had no other opportunity to offer our annual papers to your High Honours and at the same time to send over the required linens, coir, etc.; but considering that not sending this ship to Cochin could be of the most grievous consequences, and that it had to be inferred from the emphatic request of the Malabar Governor Van Angelbeek that Cochin, due to the inactivity of the English, was not yet out of danger, we decided to send the ship to Cochin, requesting the Ministers nonetheless to send it back quickly if it could be spared there without inconvenience, as has been done. To our letter written to the English Government at Madras regarding the begun hostilities of Tipu Sultan, of which a copy is offered to your High Honours, together with our secret letter of the 27 January last, which now departs at the same time as this our respectful letter, we have received from Madras a letter of the 6 February last, containing the report that our said letter was sent to the Supreme Government in Bengal, as well as a private letter from the first undersigned Governor to Governor Holland, written on the 12 January, [illegible] Madras
Dutch transcription
Nagetien H: Trancke word, of in den aenstaende zal verzo worden, geen vragt meede mag worden geeijscht. Voorts moeten we uwel Edelens berigten dat de Edele Hooge Indische Regeeren heeft afgekeurd, t' permitteeren van particuliere goederen met de retorr scheepen na de kaal de Goede Ho„ en dat dus ons besluijt, om dat toe te staen onder betaeling van vragt vervalt. Eenelijk hebben we aen den Gaalschen tweeden pakhuijsmeester de Moor gepermitteerd, om bij deeze geleegendheid, mits betaelende vragt te moogen verzenden 15. pakken li „waeten, waer toe hij reeds voor den ontvang van Hunner Hoog Edelh verbod van ons verlof heeft gehad. De goederen die uwel Edelens ons met de scheepen de Gouverneur Generael Mossel en de Unie hebben toegezon= „den, zijn alle wel uitgeleeverd, behal= „ven alleen 8: halve amen blom kool, die swart uit geslaegen, pappig en genoeg= „zaem onbruijkbaek zijn bevonden, en zo zijn daer om per publieke ven„ „dutie voor 't geldende verkogt, en heb= „ben te zaemen niet meer gegolden dan rd=s 28. 12. —. voor het overige hebben wij de eere na gedien„ „stige groete met achting te zijn /:onder= istond:/ Edelen Erntfesten Manhaften wijzen voorzieningen zeer Diskreeten Heer en vrinden uwel Edelens Dienst willige vriend en Dienaeseen /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: van Drie „berg, D: I: Fretsz. C: van Angelbeek, C: Raintous, A: Samlant en J: N: vollenhove /:in margine:/ kolombo den. 27: Janu „arij 1791. Accordeert Dijbrands Mosse e EClerk opij afgaande Secreete Brieven naa Batavia, de Anno 1790: N o 4. No„ 8. sekreet Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren wijd Gebiedenden Heer . M„r Willem Arnold Alting Weegens den staat der vrije vereenigde neederlanden en de Generaa„ „le Neederlandsche goetroijeerde oost Indische komperie, Gou„ „verneur Generaal. en De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Neederlandsch Jndien. Hoog Edele Groot Achtbaare Wijd Gebiedende Heer! Wel Edele Gestrenge Heeren! Op het verzoek van de Heeren Ministers te Koetsiem, om hun zoo veel scheepen en sloepen toete zenden als moogelijk was, tot transport van vrouwen en kinderen, hebben we ten eijnde voorsz: het schip vreedenburg van Gale herwaards ontbooden. zeedert hebben we ontfangen der Ministeren brief van den 2. ' februarij J:Z:, waar bij derzelven ons bedeelden, dat het door ons gesonden secours; vermeld bij onsen eerbiedigen brief van den 27. Januarij J:z:, aldaar behouden was aangekoomen, en dat hun Edelens hoo „ten daar door in staat te zijn, om die vesting behoorlijk te desen „deeren. op Op dit berigt, en op de zeedert successive ontvangene praet „re tijding, dat Jipoe Sultan, na dat zijn aanval op linie van Trevankoor was mislukt, zig stil hield, en z scheen uijt ontzag voor de Engelschen, de vijandelijk hed niet dorst voortzetten, hebben we het raadzaam geordeele „re berigten van koetsiem aftewagten, ten eijnde dit schip nodelooze togt na derwaards te laaten doen. kort daar aan ontving de eerstondergeteekenden Gouverneur brief van den Heer Buchanan, van den 30. ' Januarij waar bij hij schreef, dat het Gouvernement van Mada stellige orders van Load Cornwalles had ontvangen, om d aanvallen van Tipoe sullan op de linie van Trevankoor „tezien als beginzels van hostiliteiten teegen de Engelschen m de Engelse troupen reeds in beweeging waaren, om te marck na de frontieren van het land van Jipoe Sultan Wedag„ mits dien onnoodig dit schip langer aantehouden, of we „siem te zenden, en hebben het daarom na Gale terug opz om tot de rijze na Batavia in staat te worden gesteld. Dog de eenszonder geteekende Gouverneur ontring eenige daage, aa een brief van den Heer Mallabaarsch Gouverneur van Am „beek, van den 13. e febr:, houdende verzoek, om het beloofen ten eersten derwaards te willen zenden, wijl men het aldaar noodig zoude hebben, ingevalle Tipoe, die dagelijks sterd door mogt breeken, het geen de vorsten van koelsiemer „vankoor als zeeker stelden, hoe zeer ook de Engelschent Madras, bij de nieuws papieren uijt sthroijden, dat hij niet week zoude beginnen. Dit verzoek vragt ons in merkelijke verleegendheid, wijl we geene andere geleegendheijd hadden, om aan uwe Hoog Edel„ „heeden onze jaarlijksche papieren aantebieden, en teffens de g'eischte lijwaaten, kaijer Etc:a overtezenden; maar overwee„ „gende dat het niet zenden van dit schip na koetsiem, van de droevigste gevolgen konde zijn, en dat 't uijt het nadrukke„ „lijk verzoek van den Heer Mallabaarsch Gouverneur van Angelbeek moest worden afgeleijd, dat koetsiem, weegens de inachivrtijd der Engelschen nog niet buijten gevaar was, heb„ „ben we beslooten het schip na koetsiem te zenden, met ver„ „zoek nogtans aan de Ministers, om hetzelve, indien aldaer buijten ongeleegendheid konde gemist worden, spoedig terug te„ „zenden, gelijk geschied is. Op onze noopens de begonnen vijandelijkheeden van Tipoe sultan, aan het Engelsche Gouvernement te Madaas geschreeven brief, waer van kopij uwen Hoog Edelheeden word aangebooden, neevens onse sekreete brief van den 27:e Jann: J: L:, die nu te gelijk met dee „zen onze eerbiedigen afgaat, hebben we van Madras ontvangen een brief van den 6. ' febr: J:oS: houdende berigt, dat gem: onze brief was gezonden aan het Generaal Gouvernement in Bengale, zo wel als een partikuliere brief van den eerst ondergeteekenden Gouverneur aen den Heer Gouverneur Holland, geschreeven den 12. Jann:., of ze van dienst sonde werzn omde heen in zo presanie eene ed ee Madse
English
in the measures to be taken by him, as far as possible, to take into account whatever might serve for the security of Cochin. This letter is also transmitted among the enclosures. Since then, we have received from the said General Government a letter dated 26 February, and from the Government of Madras a letter dated 17 March last, both of which accompany this in copy, together with the copies of our reply sent thereto. We immediately sent copies of both of these letters to the ministers of Cochin. The Pulicat ministers have requested from Jaffnapatnam twelve artillerymen and some ammunition goods, of which they have also informed us. The Jaffnapatnam servants have thereupon taken a resolution to comply with that request, which we have approved, although we do not think that this place, situated so to speak under the mouth of Madras, has any trouble to fear from Tipu Sultan. By the general letter, which is dispatched simultaneously with this one, it appears that the Nawab of the Carnatic insists most strongly that his commissioners be admitted to the inspection of the Mannar pearl banks, just as and on the same footing as at the inspection of the Tuticorin pearl banks. During the settling of the contract, this was already strongly urged on the part of the Nawab, and on that occasion it was pointed out by Mr. Buchanan that this could not be consented to. The reasons for this are too obvious for it to be necessary to rehearse them here, and even if there were no other reasons against it than merely the inconvenience that one would then often have to wait for the Nawab's commissioners in order to begin the inspection, this reason alone is sufficient not to consent to such a request. However, since the Nawab's agent, Mr. Buchanan, in a letter of 9 April last, which is transmitted among the enclosures, further insists on this matter on behalf of his master in a manner that deserves some consideration, we think that something will have to be done to satisfy the Nawab, in order to obtain what is necessary for the exchange of the ratifications, to prevent a multitude of chicanes that might otherwise be made against us from time to time, and about which matters the Nawab was broadly addressed in a letter of 10 February last, which is transmitted among the enclosures of the general letter dispatched simultaneously with this one. For this reason, we take the liberty humbly to submit to Your High Excellencies' consideration whether Your Excellencies might not see fit to consent that, whenever the Company sees fit to have the pearl banks of Mannar inspected, it shall give notice thereof to the Nawab, at the same time announcing the time when it is approximately to begin; and that, if the Nawab should then see fit to send two or even three of his servants so that they might obtain from the condition of the banks that knowledge which could subsequently subsequently be of service to them in holding the fishery, in their management of the dhonies that are granted to the Nawab during the holding of the fishery, these servants of his will be permitted, solely in person, to accompany the dhonies with which the Company's commissioners go to sea. This seems likely to satisfy the Nawab, since his servants will thereby have the fullest opportunity to learn the condition of the banks through their own observation. To provide greater satisfaction to the Nawab, it could be added that these servants of his, when they so request, will be permitted to be present at the opening of the retrieved oysters, and even at the drafting of the reports, when even all the found pearls could be shown. By expressly warning herewith that the inspection will not wait for the Nawab's servants, and that it will proceed regardless of whether they arrive in time or not, this would merely be a courtesy that, in our humble view, can bring no inconvenience nor unpleasant consequences. One might also stipulate here that when the Nawab's servants are present at the inspection as aforesaid, the relevant article of the treaty will remain without execution if a fishery is held upon such an inspection. Without doing this or something similar, we fear many difficulties on the Madura coast, and we may therefore even have to take it upon ourselves, in the upcoming negotiations with the Nawab concerning the points that must be settled prior to the exchange of ratifications, to grant something of the sort subject to Your High Excellencies' pleasure, solely for the next upcoming inspection, if we cannot amicably make the Nawab understand that the inspection held last spring was carried out with so much accuracy that an inspection for the upcoming autumn is entirely unnecessary. In this Government, thank God, all is in peace and quiet, except that around the middle of the past month a party of inhabitants of the Matara Dissavony gathered together, alleging to have various complaints; they are presently staying above Matara and are doing no other harm than neglecting their obligatory services. In what their complaints actually consist, we do not yet rightly know, but it appears they are somewhat dissatisfied with some native chiefs. We have dispatched the Dessave Fretz and the Trade Bookkeeper Camlant to Matara to investigate their complaints and settle them according to their findings, from which we expect the best effect, since these dissatisfied persons themselves requested a commission from Colombo; we expect this all the more because, as we are informed, there is a large party of people among this gathering who [illegible] difficulties.
Dutch transcription
in zijn te neemene maatreegelen zoovel het geschieden kon, osen agt te neeme 't gen zoude kunnen steken ter bevijliging van de „siem, Deeze brief gaat ook onder de bijlaagen over. zeedert hebben we van gem: Generaal Gouvernement ontvrangen en brief van den 26. febr:, en van het Gouvernement van Mada een brief van den 17:e Maart JL:, die bijde in Copia deesen 2 met de Copijen van ons daarop gezonden andwoord. Beijde za brieven hebben we ten eersten in Copij gezonden aan de waren „nisters van koetsiem. De Paleakatsche Ministers hebben van Jaffanapatnam op twaalf artilleristen en eenige ammonitie goederen, waart ons ook kennis hebben gegeeven. De Jaffanapatnamser „dienden hebben daarop een besluijt genoomen, om aan dat sine voldoen, 't geen we hebben g'approbeerd, schoon we niet den ke deese plaats, als om zoo te spreeken geleegen onder de mun van Madras eenig last van Tipoe stiltan te dugten heep„ Bij den gemeenen brief, die met deesen te gelijk afgaat, slij de Nabab van karnatika op 't sterkst aandringt, dat „ne gecomm:s bij de visitatie van de Mannaarsche paarlbank „den toegelaaten, even en op dien voet als bij de visitatie van t „tukorijnsche paarlbanken. Bij t reguleeren van 't Contract wierd reeds sterk van de ze den Nabab daarop gedrongen en is bij die geleegendheijd wan Heer Buchanan vertoond, dat daarin niet konde wr „willigd. De reedenen daartoe zijn te zichtbaar, dan dat s nodig zijn die hier optehaalen, en al waaren er ook geen andere ree„ „den teegen, dan alleen de ongeleegendheijd, dat men dan dikwils na 's Nababs gecommitteerden zoude moeten wagten om met de visi„ „taatie te beginnen, is deeze reeden alleen genoeg, om in zulk een aanzoek niet te bewilligen, wijl nochtans 's Nababs Agent de Heer Buchanan, bij een brief van den 9:e April J:Z:, die onder de bijlaagen overgaat, op dit stuk uijt naam van zijn Meester nader aandringt, op eene wij„ „ze die eenige bedenking verdiend, denken, we dat men iets zal moeten doen om den Nabab te vergenoegen, ten eijnde te verkrijgen het geen voor de uijtwisseling van de ratificatie noodig is, ter voorkoming van eene meenigte chicanes, die men ons anders van tijd tot tijd kan doen, en over welke dingen de Nabab in 't breede is onderhouden, bij een brief van den 10. Febr: JoL: die onder de bijlaagen van de gemeene brief, met deese te gelijk afgaen„ „de overgaat. Hierom neemen we de wij heijd uwen Hoog Edelheeden needrig in beden„ „king te geeve, of hoogst dezelven niet zouden kunnen goedvinden te bewilligen daarin, dat wanneer de Comp: goed vind de paarl„ „banken van Mannaar te doen visiteeren, ze daar van zal doen kennis geeven aan den Nabab, met bekendmaeking teffens van de tijd, wanneer die ten naasten bij staat te beginnen, en dat wanneer de Nabab als dan mogte goedvinden, twee of zelfs drie van zijne bedienden te zenden, op dat dezelve van de gesteldheijd der banken mogten kunnen verkrijgen die kundigheeden, die hun naderhand naderhand bij het houden van de visscherij zoude kan J van dienst zijn, in hunne directie over de tonies, die tij ht houden van de visscherij aan den Nabab zijn toegestaan, daa zijne bedienden zullen worden toegelaaten, alleen voor hunne „zoonen, om te mooegen meede gaan op de tonies, waarmede sComp:s gecomm:s in zee gaan. Dit schijnt den Nabab te moeten vergenoegen, wijl daar do zijne bedienden de volkoomenste geleegendheijd hebben, om e g „steldheijd der banken door eijgen bevinding te kunnen kennin zoude er tot meerder voldoening van den Nabab kunne „gen, dat deeze zijne bedienden, wanneer ze daartoeverzoek zullen moogen present zijn bij het openen van de oprgedooken „ters, en zelfs bij het beledigen van de rapporte, wanneer zelfs alle de gevondene paarlen zouden kunnen worden ve Met hierbij expres te waarschouwen, dat met de visitei niet zal: worden gewagt na 'siNababs bedienden, en dat „dien daarmeede zal worden voortgevaaren, het zij le tijds komen of niet, zoude dit alleen zijn een condelen „ce, die geene ongeleegendheijd, nog onaangenaame guon na ons needrig inzien hebben kan. Men zoude hierwijs kunnen bedingen, dat wanneer 's Nababs bedienden 1s o voorschreeven bij de visitatie present zijn, 't g:e articulde 't tracaat zal blijven buijten executie, indien er op z eene visitatie eene visscherij gehouden word. zonder dit of iets moogelijks te doen, weezen we voor maen moeijelijkheeden op de madureesche kust, en we zullen het daarom misschien zelfs moeten over ons neemen, om bij de aanstaande handelingen met den Nabab, over de poincten, die voor de uijtwisseling der ratificatien moeten worden geree„ „geld, iets diergelijks op 't welbelaagen van uwe hoog Edelheeden toetestaan, alleen voor de naastvolgende visitatie, indien we den Nabab in het vriendelijke niet kunnen beduijden, dat de in 't Jongst voorjaar gehoudene visitatie, met zoo veel exactitude is gedaan, dat eene visitatie voor 't aanstaende najaar geheel onnoodig is de on zoo sende overend, Ten deezen Gouvernemente is alles God dank in rust en vreede, alleen zijn omtrend met de helft van de Jongst gepasseerde maand, een partij ingezeetenen van de Matureesche Des„ „savonij te zaamen gerot, voorgeevende verschijde klagten te hebben, te houden zig tans booven Mature op, en doen geen ander quaad, dan hunne verpligte diensten te verzuijmen, waer in hunne klagten eijgentlijk testaan, weeten we nog niet regt, dog het schijnt dat ze wat te onvreeden zijn over eenige inland„ „sche hoofden. We hebben den dessave Fretz en den Negotie boekhouder Camlant na Mature gezonden, om hunne klagten te onderzoeken en naar Bevinding afledoen, waar van we het beste effekt verwagten, wijl deese misnoegden zel„ „ve om eene Commissie van Colombo (kogt hebben we dwagte dit te te meer om dat, zoo we g'informeerd zijn zig bij deese zamenrotting een goote pan„ „tij wenschen bevinde, die zigallen it ves dar ij ebe gogd o edeijangj moeijelijkheeden de