Inventory 10025
Ceylon · 503 pages · 164 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
statement stated, and which likewise ought to be reported annually in order to be entered into the booklet, should it at that time amount to so much. The remainder could serve to be applied to the benefit of the surplus fund. Section 204. The overseer of the korle at Gale has reported for his income rd:s 2432. 4. An overseer of the korle also incurs many expenses through his travels through the country, and must maintain a lifestyle before the eyes of the native population that is more or less costlier than that of other servants. Thus, if hereafter the items of income reported by him might rise to 3500. rd:s, these could well be left to him. Should they yield more than 3500. rd:s, the remainder ought to be applied to the benefit of the surplus fund. For this reason, the overseer of the korle should also report his income annually. Section 205. The fabric of Kolombo has reported for his income rd:s 356., salary and board money included; according to this statement his income as fabric amounts to only rd:s 48. per year. Section 206. Previously the fabrics had a small income from the oeliammers of Kaltere, but because of the scarcity of working people, the present fabric has not enjoyed this. If he supervises properly, however, something will likely be left over for him from the 5 percent of the worked building materials; but against that, through a certain arrangement with the blacksmith, cooper, and house carpenter shops, which was made by resolution of 27 April last and of which we shall report further, his share from the 5 percent that these master artisans have enjoyed until now falls away. Section 207. If that which he can retain annually from the aforesaid 5 percent of the worked building materials does not amount to 300. rd:s, the remainder could well be given to him annually as a gratuity from the Company's treasury, for keeping a faithful account of the materials that he receives and delivers again, and among which must now also be included the timber works that are delivered from the country, in order to be issued by him again to the house carpenter and cooper shops. Section 208. To calculate this gratuity, the fabric should also report his income annually and specify the amount of that which he has retained from the 5 percent on the building materials. Section 209. The tombo-keeper at Jaffanapatnam has reported for his income rd:s 1179. 26., salary and board money included therein, which after deduction thereof is rd:s 972. 2. Through the present arrangements with the oeliammers, this post, which has always been of great importance, has become even more important. The income of this post might also well be set at 1500. rd:s, and in so far as the income reported by the tombo-keeper for the latest year to the amount of rd:s 792. 2. might not amount to so much, this deficiency could well be supplemented from the revenue of the fine moneys of the oeliammers who pay the same instead of coming to work. Section 210. The residents of Punto Pedro and Kaits, of whom the first has reported for his income without salary and board money rd:s 450. and the latter rd:s 486. 12., might well be placed on an equal footing with what has been proposed here above regarding the heads of Negombo and Kaletine. Section 211. Everything that might remain after all the aforesaid deductions from the surplus of which mention has been made should, as a matter of course, be collected for the benefit of the Company. The booklet wherein all the incomes of the servants are entered could, after it has been properly balanced, be sent with the annual trade books to Batavia. Section 212. If our humble proposals may be favorably approved by Your High Mightinesses, it would be highly equitable that all the aforesaid servants annually take the oath of purification before the Governor, before any of them shall be entitled to enjoy the aforesaid gratuities, differing more or less according to each one's particular position, and for the rest holding in substance: 1. That each to the best of his ability has sought to advance the interests of the Company and the welfare of its inhabitants, and that they have also done so in good faith. 2. That by virtue of their offices and public capacity, under whatever name or title it might be, they have enjoyed nothing beyond that which... [illegible] nor taken presents from whomever it might be, whether under whatever denomination it might be, except for some provisions consisting of trifles that could not have been refused for reasons of decorum, not only not from their subordinates, but not even from whomever it might be of which they could in any respect have thought, or have since come to know, that they would have been given to them by virtue of their office or to obtain any favor or privileges from them in their public capacity. 4. That they have taken no fines for their profit contrary to the intention...
Dutch transcription
opgaave vermeld, en welke insgelijks saa lijks zouden dienen te worden opgegeeven om bij het boekje te worden ingenoomen indertijd zoo veel bedraagen De rest kond dienen tekoomen ten voordeele van het oversa §204. De op ziender van de korl te Gale heeft voor zijne inkomsten opgegeeven rd:s 2432. 4 En opziender van de korl heeft ook veel onkosten door zijn rijzen in het land, en moet voor het oog van den Inlander een levens wij ze houden die min of meer kostbaarderis dan van andere dienaen zoo ook na deezen de door hem opgep vere posten van inkomsten mogten klimmen tot 3500. rd:s zouden hem de wel moogen worden gelaaten Meer doed dan 3500. rd:s zoude de rest dient te k men ten behoeve van het overschot Hier om zoude ook opziender van de korl Jaarlijks zijn inkoomen mat opgeeven. §205. De fabriek van kolombo helft voor zij inkoomen opgegeeven rd:s 356. de gagie en kostgeld meede gereekend volgens dea„ ze opgave bedraagd zijn inkoomen als fabriek maar rd:s 48. sJaars § 206. voor deezen hadden de fabrieks een klijn inkoomen uit de oeliammers van kaltere doch om de schaarsheid van het werk volk, heeft de tegenswoordi„ ge fabriek dat niet genooten zoo Wij egter wel toeziet kan hem uit de 5: p:r C: van de vermerkt wordende bouwstoffen waarscheijnlijk wil iets overschieten doch daar en teegen vervalt door sekere schikking met de smits kuij„ en pers en Huijstimmermans winkel, die bij resolutie van 27. april JLeeden ge„ maakt is en waar van we nader ver„eld slag zullen doen zijn gedeelte uit de 5. p:r C:to, die deeze baasen tot hier toe genooten hebben. §207. zoo het geene Hij uit de voorsz: 5. p:r C: der verwekte bouw stoffen Jaarlijks kan overhouden, geen 300. rd:s bedraagt zou„ de hem wel de rest tot een douceur en Jaarlijks Jaarlijks uit skomp kas moogen worden geeven, voor het houden van een getouwd te tigt over de materiaalen, die Wij ontfant en wederom vertrekt, en waar onder nu ook zullen moeten gehooren de houwtwerken die uit het land gelee„ verd worden, om daar hem wederom te worden verstrekt aan de Huijstimmer„ mans en kuijpers winkel 5208. dit douceur te bereekenen diende ook de J briek Jaarlijks zijn inkoomen en ppak„ aal op te geeven het bedraagen van het geen Wij van de 5. p.r C. to op de bouwstofen heeft overgehouden. § 209. De Thombohouder te Jaffena williamt heeft voor zijn inkoomen opgegeeven rd=s 1179. 26. , gagie en kostgeld daar on„ der begreepen, zijnde na aftrek daar van rd:s 972. 2. –. Door de teegenswoordige schikkingen met de oeleammers is deze post die steeds van veel aan geleegent hed g„ weest is, nog aangelegener geworden wat inkoomen van deeze post mogte ook wel op 1500. rd:s worden gebragt en voor zoo verre de inkomsten door den Tom„ bohouder voor het jongste Jaar op gegee„ ven ten bedraegen van rd:s 792. 2. met zoo veel bedraagen mogte dit man„ keerende wel worden gesuppleerd uit het inkoomen der boete penningen van de oeliammers die dezelve betaalen in steede van te werk te koomen. § 210. De residenten van Piinto Pedro en kaits waar van den eersten voor zijn inkoomen zonder gagie en kostgelt, heeft op gegee„ ven rd. s 450. en den laatsten rd:s 486. 12. — zouden wel moogen worden gelijk gesteld met het geen hier booven noopens de hoofden van Negombo en kaletine is voorgesteld. § 213. Alles wat na alle de voorsz: aftrekking van het overschot, waar van deeze ge„ sprooken is mogte overschieten zoude zoo als dat van zelve spreekt moeten „weest worden worden ingenoomen ten behoeve van de komp: Het boekje waar bij alle de inkomsten der dienaaren worden in genoomen zoude na dat het zelve be„ hoorlijk afgeslooten is met de Jaarlijk negotie boeken kunnen worden gesonden na Batavia. § 212. wanneer onze nedrige voorstellen door m Hoog Edelh: gunstig moogen worden goed gekeurd, zoude het ten hoogsten bellijk zijn dat alle de voorsz: dienaaren va den gouverneur of Jaarlijks doen den eed van zuijvering, voor dat een ek hunner zal geregtigd zijn om de voorsz douceurs te genieten min of meer na een elks bezondere betrekking geschild en voor het overige heefd zaekelijk houdende. Dat een elk naar zijn beste vermoog de intresten van de komp: en het be„ lang van haare ingezeetenen hebben zoeken te bevorderen, en dat ze dat ook ter goeder trouw hebben gedaan 2. Dat te uit hoofde van huen ampten publie„ ke kwaliteid, onder wat benaeming of tesel het ook zoude moogen weezen niets genooten hebben buijten het geene pre„ senten hebben genoomen van wie het ook zoude moogen zijn, het zij onder wat benaaming het ook zoude moogen weesen, uit gezondert eenig leevens middelen in klijnig heeden bestaende die welvoegelijkheids halven niet heb„ ben kunnen worden gewijgert, niet al„ leen niet van hunne ondergeschikten, maar zelfs niet van wie het ook zoude moogen zijn waar van ze in eenig op zigt hebben kunnen denken, of ze„ dert zijn te weeten gekoomen dat te aan hun zouden zijn gedaan uijt hoof„ de van hun ampt of om eenige gunst of voor regten van hun te verwerven in hunne publieke kwaliteid. 4. ) Dat te geene boetens tot hun pro fijt heb„ ben genoomen, strijdende met de inten„ Dat tie
English
tion of the edict of the 29th of October 1785, and that they have surrendered their share in the fines, not conflicting with the intention of this edict, to be included in the ordinary revenues, and that the remainder has been divided by them according to the laws and edicts. § 213. In this manner, all the above-mentioned servants would be reasonably provided for. Each could, in proportion to his office, subsist decently and even put aside a small amount if they are frugal; hereby, everyone will enjoy his income as an honest and legitimate livelihood. As far as the Honourable Company is concerned, it is very likely that the resources from which the revenues of the servants mentioned above consist will improve over time, and even if the Company does not enjoy any notable benefits from it in due course, our present proposals will at least not be detrimental to your Honours; and we think therefore, and because having a sufficient and moderate means of subsistence will naturally have a favourable influence upon the servants, to conscientiously recommend these arrangements of ours to your High Noblenesses. § 214. Whether the servants who hold authority at a post, be it large or small, ought to be continuously permitted to trade is something that we prefer to leave deferred to the higher and wiser opinion of your High Noblenesses; we are inclined to believe that it would be better if they did not do so, both so that they can spend all their time in the service of the Company, and also because, however reasonable they may be, the simple opportunity of being able to promote trade above all others always makes them, to a greater or lesser degree, subject to suspicion among their subordinates. § 215. The head of the Madurese coast and the further Madurese servants have their income from the 5 percent allocated to them, which is greater or lesser in proportion to the size of the collection and the success of the sales, and which revenues, consequently, cannot be brought under any regulation. § 216. Nor do we think that any regulations are necessary for all the remaining servants, the statement of whose revenues is likewise enclosed herewith. § 217. In the Regiment de Meuron, upon the nomination of its Chief, we have granted the agreement for the appointment of Captain Henri David de Meuron de Mortier as Major, in place of the above-mentioned de Morack, and for the appointment of Captain Lieutenant Francois Montandon as Captain, in place of the aforementioned de Meuron de Mortier. The post of Captain Lieutenant vacated thereby will, according to the communication in our respectful letter of the 27th of August last, be left unfilled until the receipt of further disposition from the Lords Majors. § 218. Colonel de Meuron has complained that we have granted the free workers money only to the subaltern officers and not to the Captain Lieutenants, as we reported to your High Noblenesses in our respectful letter of the 27th of August last. That we did not grant any free workers money to the Captain Lieutenants of this Regiment was done because the national Captain Lieutenants have never enjoyed free workers money. Since, however, the Captain Lieutenants of the aforesaid regiment ought to be treated at least on an equal footing with the national First Lieutenants of each Company, we have resolved, pursuant to the request of Colonel de Meuron, to have 6 rixdollars provided monthly to the eight Captain Lieutenants who are still currently with the regiment, just as to the First Lieutenants of the national Companies, being the amount for two free workers. § 219. Colonel de Meuron has furthermore complained because we have equated the assistant surgeons of the regiment, who have always enjoyed the emoluments of an ensign according to the communication in our aforesaid respectful letter, with the national surgeons, who receive nothing beyond their wages other than rixdollars 3. 9½ for board money; the said Colonel being of the opinion that the assistant surgeons of the regiment, who hold their commissions from the Lords Directors and also rank next to the junior officers of the regiment, cannot be equated with the surgeons of the Company, who hold the rank of non-commissioned officers. We must confess that since these assistant surgeons are considered as officers in the Regiment, and earn not more than 22 guilders in wages, this great reduction must fall hard upon them, the more so as they do not have the prospect, like the national surgeons, of having their wages increased upon the expiration of their term; since, however, the difference between the board money of a national surgeon and the emoluments of a national ensign is too great, we have not dared to take it upon ourselves to grant the request of Colonel de Meuron that to the assistant surgeons of the regiment
Dutch transcription
„tie van het plakaat van den 29. oktober 1785. en dat te hun aandeel in de boetens niet strijdende met de intentie van dit plakaat, hebben opgegeeven om bij de gewoone inkomsten te worden inge„ noomen en dat de rest volgende met„ ten en plaakaaten door hun is ver„ deeld. § 213. Op deeze wijze zonder alle de hier boven gem: dienaaren tamelijk zijn bedae Een elk zoude na maate van zijn am fattoenelijk konnen bestaan en zelfs een klijnigheid opleggen wanneer ze tuijnig zijn hier bij zal een ieder zijn inkomsten als een eerlijk een gewet tigd middel van bestaan genieten wat de E: komp: aangaat het is heer g loopbaar dat de middelen, waar uijt staan de inkomsten der die naaren hier booven vermeld door den tijd zulle verbeeteren, en zoo ook al de komt: daar door geene merkelyke voordeelen indertijd geniet zullen onze nadrigen voorstellen, ten minsten aan haar Edele niet schaadelijk zijn, en we denken daer om, en dat het hebben van een toerij„ kend en gemeltigt middel van bestaen op de dienaaren natuurlijker wij„ ze van een gunstigen in vloed zijn zal uwe Hoog Edelh: deze onze schik„ kingen in gemoede te worden aan„ prijzen. § 214. of het aan de dienaaren die op een plaats het zij groot of klijn het gezag voeren bij voorlduuring behoort te worden toe„ gelaaten om te moogen negotieeren is iets dat we liefst aan het Hoog wijzer gevoelen van uwe Hoog Edel„ heeden laaten gedefereert wij zijn ge„ niegt te gelooven dat het beeter wae„ re dat ze het niet deeden zoo op dat ze dan al hun tijd besteeden kunnen in den dienst van de komp: als ook om dat hoe reedelijk dezelve ook zijn, de enkelde geleegentheid dat te kun„ nen handel kunnen bevorderen boven voorstellen alle alle andere hun altoos min of meersij hun ondergeschikten doet in verder king koomen § 215. Het opperhoofd van de Madureesche kutt ende verdere Madureesche bediendens hebben hun inkoomen van de 5. p:r C:o aa hun toegelegt, de meerder of minder zijn, na maate dat den inzaam groot is en de verkoopinge wel uitvallen en welke inkomsten mits dien onderge bepaaling kunnen worden gebragt. § 216. Ook denken we niet dat er eenige bepaa lingen noodig zijn voor alle de over dienaaren, waar van de opgave der inkomsten insgelijks hier neevens ook gaan. § 217. Bij 't Regiment de Meuron, hebben we of voordragt van dies Chef, 't agrement gegeeven tot de aanstelling van den Capitein Henrij David de Meuron de tier tot Majoor, in plaats van den ho vooren vermelden de Morack en tot den aanstelling van den Capiteen Luijtenant van Cois Montandon tot Capi„ tein, in steede van den evengenoemden de Meuron de Mortier. De heer door vacemt geraate plaats van Capitain Luijtenant zal, volgens 't bedeelte bij onzen eerbie„ digen van den 27. aug:s fleeden worden om ervuld gelaaten tot den ontvang van de nadere dispositie van de Heeren Majores. § 218. De Collonel de Meuron heeft zig bezwaerd over dat we alleen aan de subalterne of„ ficieren, en niet aan de Capitain Luij„ tenants, het vrijwerkers geld hebben toe„ gelegd, gelijk we dat aan uwe Hoog Edelh: hebben bedeeld bij onzen eerbiedigen van den 27. Augustus JLeeden. Dat we aan den Capitain Luijtenants van dit Regiment geen vrijwerkergeld hebben toegelegd, is geschied om dat de nationaale Capitain Luijtenants, nimmer vrijwerkers geld genooten hebben. wijl nogtans de Capi„ tain Luijtenants van 't voorsz: regiment, Luijtenant ten ten minsten gelijkstandig met de natio naale eerste Luijtenants van elke Comp dienen te worden behandelt, hebben wede slooten, om ingevolge het verzoek van de Colonel de Meuron, aan de agt Capitains Luijtenants, die zig tans nog bij 't regi„ ment bevinden even als aan de eerste de tenants van de nationaele Companien, maandelijks te laaten verstrekken 6. rd zijnde het bedraegen van twee vrijwerken § 219. Nog heeft de Collonel de Meuron zig betro om dat wa de aide Chirurgijns van het regiment die altijd genooten hebben de emolumenten van een vaandarig volgens 't bedeelde bij onzen voorsz: eerbiedigen hebben gelijk gesteld met de nationaale Chirurgijns, die buijten hunne gagie niet anders genieten dan rd:s 3. 9½. aan kostgeld meenende gem: Collonel, dat de aide Chirurgijns van 't regiment die hunne acten hebben van de Heeren Bewindhebberen en ook de rang naast de Jongste officieren van het regiment hebben niet gelijk kunnen gesteld worden met de Chirurgijns van de Comp: die de ranghebben van onder officeeren. wij moeten bekennen dat daer deeze aede Chirurgijns, bij het Regiment als officieren worden geconsidereerd, en met meer dan ƒ 22. aan gagie winnen, hun deeze groote vermindering haad moet vallen, te meer daar ze het vooruit zigt niet hebben, om gelijk de nationae„ le Chirurgijns, waar tijds expiratie, in gagie te worden verbeeterd wijl nog„ tans het verschil, tusschen 't kostgeld van een nationaale Chirurgijn en de emolumenten van een nationaale vaandrig te groot is, hebben we het op ons niet durven neemen, om in 't verzoek van den Collonel de Meuron dat aan de aide Chirurgijns van 't hebben regiment
English
To as before regiment, the emoluments of a national ensign, excluding the free worker's money, should be granted, and we therefore take the liberty to bring this request to the attention of Your High Excellencies and to request Your High Excellencies' disposition thereon. We commend Your High Excellencies and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity, was undersigned and signed: as before in the margin: Kolombo, the 15th of October 1748. Concerning the report requested from the Jaffanapatnam servants by letter of the 23rd of September last, an extract of which is annexed hereto, regarding the complaints of the inhabitant of Plolie Welaij Joan Alwaan, Vellala caste, mentioned in the copy of the petition sent to us by Your High Excellencies, the servants have answered in their letter of the 7th of this month, which we have just received, and of which an extract accompanies this, among other things, that he is a poor man who has served for his food; that in the year 1788 he bid for the Jaffanapatnam customs farm here for 42,000 lbs., as he claimed at the instigation of a Brahmin named Waijtien Kunne Wadie Aijer, who however denied this; that because he could provide no sureties for this farm, according to their resolution of the 18th of October 1788, of which an extract also accompanies this, this farm was put up for auction again and bid for by another for 40,100 rixdollars, thus 1,900 rixdollars less; and that therefore, because he was not in a position to make up this shortfall according to their said resolution, they had placed him under civil arrest until they should have received our order in that regard, but that he had escaped therefrom even before the receipt of our reply. The servants further state in their aforesaid letter that for thirty years, or since the time the customs farm increased in price, propertied Europeans have always been accepted as sureties for that farm; and finally also, that this Vellala Joan Alwan is unworthy to hold any office, in corroboration of which they have sent us a secretarial declaration from the notables and village headmen of the church of Point Pedro, under which district he falls, which we also have the honour to present herewith to Your High Excellencies. As regards his assertion that a Sinhalese mudaliyar had not only approached him here to transfer this farm to Waijtelingam Pillai, but had also placed him under arrest upon his refusal to do so, nothing of this sort has appeared in the least here, and it seems to us highly improbable. If the complainant appears and indicates who that mudaliyar might be, we shall nevertheless have that investigated. Furthermore, we take the liberty with respect to him to refer to our resolutions of the 15th of August and the 11th of November 1788, and to our letters written concerning him to Jaffna on the 17th of August, the 15th of October, and the 21st of November 1788, as well as to the replies received from there, from which it appears that after he had bid here for the aforesaid customs farm for a sum of 42,000 rixdollars, we sent him to Jaffna because he could provide no sureties, where he likewise could provide no sureties, as has already been shown from the above report of the Jaffanapatnam servants. The Jaffanapatnam servants have, in their aforementioned letter of the 7th of this month, requested that the frequently mentioned complainant, both for his false complaint and for having bypassed his immediate superiors contrary to the standing orders and addressing Your High Excellencies on the matter, may be punished in Jaffanapatnam itself. And we shall await Your High Excellencies' pleasure thereon, and in the meantime ensure that if he returns to Ceylon, no harm is done to him. Upon the report sent to us by the Commander and Master Attendant there concerning the stowage of the return ships, which accompanied Your High Excellencies' respected missive of the 18th of June last, we have received an address from the Master Attendant of Galle, Aons, wherein he demonstrates that the construction of shifting bulkheads in the Ceylon return ships to lay the packs of linen in between has never been in use and would not be necessary, because the packs of linen are screwed down so tightly with jacks that it is impossible for them to move, and that instead of sailcloth bags, the coffee at Galle is placed in matting sacks to prevent it from mixing with the pepper, as they do not have so much old sailcloth on hand here for that purpose; and since our Master Attendant Andringa is also of the opinion that the shifting bulkheads in the Ceylon return ships are not necessary, and that the Ceylon double straw sacks are just as good for the coffee as the sailcloth bags, we have resolved, in order to avoid needless costs, to submit the reports of both the aforesaid Masters Attendant to the disposition of Your High Excellencies, as we have the honour to do herewith; and we have in the meantime authorized the servants to continue with the stowage of the return ships on the footing customary there until Your High Excellencies' further order. We commend Your High Excellencies and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity, Undersigned: High Noble, Great and Respectable, Far-Ruling Lord and Right Noble, Valiant Lords, Your High Excellencies' humble and most obedient servants, Signed: W. J. van de Graaff, C. van Angelbeek, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant In the margin: Kolombo, the 16th of October, Anno 1789. Agrees, First Sworn Clerk Cornelis Johannes vander Beek
Dutch transcription
Aan als vooren regiment de emolumenten van een nationaale vaandrig, uitgenoomen het vrij werkers geld moeten worden toegelage te bewilligen, en we neemen derhalve de vrijheid, om dit verzoek door de te brengen onder 't oog van uwe wao Edelh en daar op te verzoeken hoogst derzelver dispositie. Wij beveelen uw Hoog Edelheeden en de belon gens der Maatschappij in Godes veilige de en blijven met alle eerbied en trouw /:onderstond:/ en geteekend:/ als voor /:in margiene:/ Kolombo den 15 oktob 1748. Op dat bij brief van den 23. 7ber: verzeek waar van Extract hiernevens gaat van de Jaffenascha bedienden gevordert berigt nopens de klagten van den in„ woonder van plolie welaij Joan Al„ waan, Casta bellale, vermeld bij't woor inde Hoog Edelht aan ons toegezonden Copij request hebben de bedienden bij hun„ na brief van den 7. deezer, die we zoo even ontvangen, en waar van een Extrakt deezes verzeld, onder anderen geant¬ woord dat hij een aren man is, die voor de kost heeft gedient dat hij in het Jaar 1788 de Jaffenasche Alphandigo pagt alhier gemeijnd hebbende voor 42000: lb: zo hij voorgaf op aanraading van eenen Brataman waijtien kunne wad die Aijer, die dit egter ontkende, deeze pagt, wijl hij daar van geen borgen„ konde stellen volgens hun besluijt van den 18. oktober 1788. , waar van ook een Extrakt deeze verzeld, weder wat op geveijld en door een ander gemeijnd voor 40:100 rd:s dus 1900 rd:s minder, en dat ze daar om hem wijl hij niet instaat was om dit rendement op te brengen mte. volgens volgens gemelde hun besluijt tot dat ze daaromtrend onze order zouden hebben ontvangen, in Civiel arrest gesteld hadden dog dat hij daar uit, nog voor den ont„ vang van ons antwoord, was ontole Nog zeggen de bedienden bij voorsz: kin ne brief dat zedert 30 Jaaren of van den tijd af dat de alphandige pagt in prijs gesteegen is altijd gegoed Europer als borgen voor die pagt genoomen zijn en eindelijk ook, dat deeze weler Jaar Alwan onwaardig is om eenig amptte bekleeden tot adstructie van 't welk ze ons eene secretarieele verklaaring hebben toegezonden, van de recibelenr en majoraels van de kerk Pints R dro onder welk district bij sorlaen en die wede eer hebben inden Hoog Edelh. hier nevens aan tebieden. wat aangaat zijne voorgaave dat eene singalam modliaar niet alleen hem alhier had aangesprooken om deeze pagt aan waijtelingen silliaar over„ te laten maar ook dat hij hem op zijne weijgering om dat tedoen, in arrest had gezet daar van is hier min meer iets gebleeken, en komt ons ook ten hoogsten onwaarscheijnlijk voor. als den klaager komt en hij aan„ wijzing doet wie die modliaar zou„ de zijn zullen we dat met te min doen onderzoeken. we neemen voorts de vrijheid ons noopens hem te gedraegen aan onze resolutien van den 15. ' aug:s en 11. 9ber: 1788: en aan onze brieven over hem na Jasfena geschreeven den 17. aug:s 15.' october en 21. 9ber: 1788. als meede aan 't van daar ontvangen ont„ woorden, waar uijt blijkt dat hij de Singalam voorschreeve voorschreeve alphandigo pagt heer gemeind hebbende voor eene somma van rd:s 42000. wij hem wijl hij gaen borgen stellen konde hebben gestonden na Jassena, daar hij dan insgelijks geene borgen heeft kunnen stallen zoo als dat uit het hier vooren staande berigt der Jaffenase bedien dens reets is aangeweesen. De Jaffenasche bedienden hebben bij voormelde hunne brief van den 7. deezer verzogt dat de meermedd klaager zoo over zijn gedaane valsche klagte, als van dat hij wet voor bij geing zijner onmaddelijk overigheid zeg teegens de daar tee gen leggende orders aan uwe Hoog Edelh: daar over heeft geaddresseerd op Jaffenapatnam zelve mag worden op het nevens uwer Hoog Edelheeden zeer gelende missive van den 18. Junij Jozeeden aan ons toegezonden berigt van den Commandeur en opper Equipagiemeester aldaar nopens de stuagie van de Re„ tar scheepen hebben we ontvangen aen addres van den Gaalschen Equipa„ d meesten Aons, waar bij hij vertoond, dat 't maaken van flinger schotten in de Cuilonsche retour scheepen, om er de liywaats pakken tusschen in te leggen, nooit ingebruik geweest is, en ook niet nodig zoude zijn, wijl de Lywaats pakken met domme kragten gestraft en we zullen daar op uwer Hoog Edelheeden goedvinden afwagten, en in¬ tusschen zorgen dat zoo hij op Ceilor terug komt, hem geen deel word aan„ gedaan gestraft zoo zoo vast worden in geschroeft, dat ze on moogelijk in beweeging kunnen koomen en dat in plaats van sijl doekde sakke te Gale de koffij in matte zakken woorden gelegd, om voortekomen dat zekig met de peper niet vermengd, wijf men hier daar toe zoo veel oud sijl doek niet aan handen heeft: en vermits onse Equ pagimeester Andringa meede van oo deel is, dat de flinger schotten in de Co„ lonsche retourscheepen niet nodig zijn en dat de Ceelonsche dubbelde stroozak even zoo goed zijn voor de koffij, als de sijldoeksche zakken, hebben we tot voor„ kooming van nodeloose kosten beske„ ten, de berigten van bij de de voorsz: Equipagimeesters, ter dispositie te za„ den aan uwe Hoog Edelheeden, zoo dl we dat de eere hebben te doen door dee„ zen; en hebben we intusschen de pallet Ackordeert gezeeklerk wij beveelen uw Hoog Edelheeden en de belangen der Maatschappij in Godes veilige hoode en blijven met alle eerbied en trouwe /:onderstond:/ Hoog Edele groot Achtb: wijd gebiedende Heer en wel Edele gestr: Weeren inder Hoog Edelheeden onderdanige en zeer gehoorsaeme dienaren /:was geteekend:) W: J: van de Graaff, C: van Angelbeek„ J: Reintous, B: L: van Zilter, A: Samlant, /:in margiene:/ kolombo den 16. 8ber: Anno 1780. — bedienden gequalificeerd, om met 't stie„ wan der retour scheepen, tot uwer Hoog Edelheeden nader order, te laaten voort„ vaaren op den aldaar gebruijkelijken voet. bedienden Corns: Johanv: Seeé
English
That a Malabar, who occupied himself with all kinds of deceit and wandered around everywhere, arrived in Colombo, was communicated to the Court; whereupon it was answered from here what should be done with him. Then it was written to us again that the Right Honourable Lord Governor thought that it was not good to keep the man here, nor to let him return to his country, but rather to send him to another country. Upon this, it was written from here that what the Right Honourable Lord Governor had devised was very good, and people were very well satisfied with it. Now a month or two ago, notice was given to us that preparations were being made to send this man promptly to Batavia; nevertheless, it is now heard here that he does unheard-of things there, which your Honour yourself upon reflection will find to be contrary both to the orders of His Imperial Majesty and to mutual friendship and the Buddhist doctrine. Translation of a Kandyan ola written by the Disava of the Three Korales, Lewke Ralahamy, to the Great Disava of Colombo and fellow member of the council of the Right Honourable Lord Governor, who is a faithful friend of His Imperial Majesty. After preliminary compliments. At the time that disagreements arose on both sides, military personnel were placed on the borders of the country; but since the peace was concluded, this has not happened. Now it is heard, however, that military personnel have arrived at Fatuaka and at other border separations. Previously, even if a small cooling occurred in the mutual friendship, that was not done. Why does this happen now at a time when we are on very good terms with each other? Does one perhaps think that it is not necessary to maintain friendship with us? If one wishes to live in friendship with us henceforth, please write promptly that such unusual matters shall no longer occur, and that in the future one will act according to the old customs. It will therefore be good that your Honour informs the Right Honourable Lord Governor of this, so that a prompt answer is sent hither. Signed at the head of the ola with an illegible signature, underneath stood, for the translation, Colombo the 17th of November 1790. Was signed: D. D. Perera. Agrees. Hijbrands, First Clerk. Examined, Wm Beukman. The two letters written by your Honour to me I have received and read. On the occasion that the Honourable Envoy recently arrived and made a request for permission to peel cinnamon, the court dignitaries told his Honour on behalf of the Court that they were at a loss as to how they could permit it, because the cinnamon peelers, going to peel in forbidden places, commit outrages there. The Honourable Envoy thereupon assured that care would be taken that such would no longer happen in the future, and that he answered for this. Upon this it was further told to his Honour that the cinnamon peelers, provided they remain on the other side of the river Maha Oya, could peel in places situated on the other side of the mountain. The reason for this is that the cinnamon peelers otherwise, passing by the cinnamon-bearing places, go and stay at the foot of the mountain and subsequently peel cinnamon in forbidden places on top of the mountain, because they cannot find any other forests there. After preliminary compliments. Translation of a Kandyan ola written by the Disava of the Three Korales, Lewke Ralahamy, to the Great Disava of Colombo and fellow member of the council of the Right Honourable Lord Governor, who is a faithful friend of His Imperial Majesty. I find in your Honour's letter that trouble was said to have been caused to the cinnamon peelers; this was done according to custom by the people who are stationed to watch the forests when someone comes there, however no harm shall come to anyone who peels cinnamon in places situated below the mountain. The cinnamon peelers now also have the same freedom provided they remain on the other side of the aforementioned river. During the presence of the court dignitaries in Colombo, and also when the Honourable Envoy recently arrived from there at the Court, the scarcity of pagodas and rupees was discussed, and that they are no longer to be had in such quantity as previously. Then it was promised to us that they would ensure that these would circulate more shortly, which however has not been done up to now. It will therefore be good that your Honour informs the Right Honourable Governor of this so that it happens promptly, and that your Honour please communicate this to me. Signed at the head of the ola with an illegible signature, underneath stood, for the translation signed, D. D. Perera. Colombo the 9th of December 1790. Agrees. Hijbrands, First Clerk. No. 36. Examined, G. Spaar. No. 21 1/2. Incoming Secret and Separate Letters from various places, of the Year 1790, for Amsterdam.
Dutch transcription
Dat een Mallabaar, die zig met allerhande bedriegerijen op gehouden, en overal rondgezwoaven heeft te kolombo. is aengekoomen, is aen het Hof bedeeld; waar op van hier is geantw: wat met hem moeste wor„ „den gedaan. Toen is weeder aan ons geschreeven, dat de wel Edele Groot agtb: Heer Gouverneur dagte, dat het niet goed was, om den Man hier te houden, en ook niet om hem na zijn land te laaten terugkeeren maar wel om hem na een ander land te verzenden. - Hier op is van hier ge„ schreeven; dat het geen de wel Edele groot achtb: heer gou„ =verneur hadde uijtgedagt, heel goed, en men daer meede heek wel te vreeden was. Nu een maand of twee geleeden is aan ons kennis gegeven dat er gereedheijd gemaakt wierd om deezen Man spoedig na Batavia te zenden; des niet tegens„ staande hoort men tans hier, dat Wij aldaara. ongehoorde dingen doed, die uwel Edele zelve bij nadenking zal bevinden strijdig te weezen zoo teegens de beveelen van zijne keijzerlijke Majesteijd als tegens de weeder zeidsche vrind„ schap, en de Boedoesche Leere. Translaat kandiasche ola geschree„ „ven door den Dessave der Drie korles Leeuwke Ralehamij aen den groot Dessave van kolombo en meede Lid van de vergadering van den wel Edelen Groot agtb: Heer Gouverneur die een getrouwe vrind is van zijne keijserlijke Majisteid. Na voor afgaande komplimenten. Ten D Ten tijde dat er aen weerskanten oneenigheeden sijn on staen, zijn militairere geplaast op de limielen van het land; maer zeedert dat de vreede geslooten is, is het niet geschied, Nu hoort men egter, dat ero Militairen gekomen zijn op Fatuaka en op andere limiet schijdingen. Bevooren, al kwamer ook eene klijne verkoeling in de weeder zeijdsche vriendschap, is dat niet geda Waarom gebeurt zulks tans in een teijd, dat men heel wel is met malkanderen. Denkel men misschien dat het niet niet noodig is met ons vriendschap te onderhouden, Jndien min voortaan in vruendschap niet ons leeven wil„ gelieft dan spoedig te schrijven, dat zulke ongewoone zaaken niet meer zullen geschie„ den, en men in den aenstaende na de oude gewoontens zal handelen. Wat zal daerom goed zijn dat uwel Edele den wel Edelen groot achtb: Heer gouverneur hier van kennis heeft op dato een spoedig antw: na herwaards gezonden word. Aan het hooft der ola geteekend, met een onleesbaare hand„ teekening /:onderstond:/, voor de translaatie kolom„ ba den 17. 9ber: 1790. /:Was geteekend:/ D: D: perera Hijbrands Accordeert. Eklerk Naget Wm Beukman De twee brieven door uwel Edele aan mij geschreven heb ik ontfan„ gen en geleesen. bij gelegentheijd dat de E: gezant laast ^ gekoo„ men is, en verzoek gedaan heeft om verlof tot het schillen van kannoel hebben de hofsgrooten aan zijn Ed: van wegens het hof gezegt, dat men verleegen was hoe men het zoude toestaan wijl de kanneelschillers op de verboodene plaatsen gaande schillen aldaar baldadigheeden pleegen DE: gezant heeft daar op verzekert, dat er zoude gezorgd worden dat zulks in den aanstaande niet meer zouden geschieden, en dat hij daar voor instond. Hier op is aan zijn Ed: nader gezegt; dat de kanneelschillers mits ze blijven aan de overkant van de revier van Mahaoje, konden schillen op plaatsen geleegen aan den anderen kant van den berg De reeden daar van is, dat de kanneelsChillers anders de kanneel gevende plaatsen voor bij gaande, zig gaan ophou„ den aanden voet van den berg en vervolgens op ver„ boodene plaatsen boven op den berg kanneel schillen, wijl ze dan daar geene andere bosschen kunnen vinden. Na voor af gaande komplimenten. Trnslaat kandiasche dla geschre„ ven door den dessave der drie korles„ Leeuwke Ralehamij aan den groot dessave van kolombo en meede Lid van de vergadering van den wel Ede„ len Groot agtb: Heer Gouverneur, die een getrouwe vriend is van zijne kijserleijke majesteid —. J1 Ik vinde in uwel Edele brief dat aan de kannelschillden over last zoude zijn geschied dit wond volgens gewoon„ „te gedaan door de luijden die gesteld zijn, om op de bos„ „schen tepassen wanneer daar imand komt, egter zal niemand eenige leed. overkoomen, die kanneel schuld op plaatsen geleegen beneeden berg. De kanneel schillers hebben nu ook de zelfde vrijheijd mits ze blijven aan de overkand van voorsz: revier —. Bij het aanweesen van de goofsgrooten te kolombo en ook toen laast de E: gezant van daar aan het hof gekoomen is, is „ gesprooken van de schaarsheld van pagooden en ropijen en dat die zoo veel niet meer te krijgen zijn als voor hem. Toen is ons belooft, dat men maaken zoude dat die binnen korten meer rou seeren het geen egter tot nog toe niet is gedaan. Wet zal daar om goed zijn; dat uwel Edele den wel Ede len groot agtb:s gouverneur hier van kennis geeft op dat het spoedig geschied, en dat uwel Edele mij zulks gelieven tebedeelen. Aan het hoofd der ola geteekend met een onleesbaar handteekening /:onderstond:/ voor de translatie gete ken D: D: Perera —. Kolombo den 9. december 1790. Accordeert Hijbrands Gkeerk No„ 36. Nagezien G„ Spaar. N:o 21½: Aankoomende Secreete en aparte Brieven van diverse plaatsen, de Anno 1790: voor Amsterdam
English
Separate. Colombo. To the Right Honourable Noble Lord! Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies. Yesterday afternoon I received from the Right Honourable Lord Commander of Jaffna the enclosed, with orders to send the accompanying two persons, Tamoderen pulle and kane wadie aijer, who were sent here with a dhoney under escort of a corporal, two Europeans and 2 sepoys, to that place with one of the boats, which is hereby done, also under escort of a corporal and 4 common sepoys, who have received rations for 8 days, with the very humble presentation of the copy of the order that was sent. For the rest I have the honour to be with deep respect, beneath stood, Right Honourable Noble, High- born Lord!, your Right Honourable Noble's humble and obedient servant, was signed, C: F: Ebell, in the margin, Mannaar the 9th January Anno 1790. Right Honourable Noble, High-Commanding Lord! To To as before. According to your Right Honourable Noble's honoured wish, I shall not let the Nayakkars leave until further orders from your Right Honourable Noble; they are not treated unkindly; they told me that they had nothing to live on. As soon as I had received your Right Honourable Noble's honoured letter of the 25th of February last, I wrote to the Lord Dessave Schreuder to appoint Lieutenant Gron as second lieutenant to the detachment for the pearl fishery. The Broker Waijtelingen recently had the silver and copper bells made and provided the necessary ornaments for the elephant that your Right Honourable Noble had sent to the Nabob. I asked him what they had cost; he told me that he could not state this until after his arrival at Jaffna, and that I had to request from your Right Honourable Noble 12 pounds of red broadcloth; I request your Right Honourable Noble to procure the same for me so that the elephants may be decorated. I have the high honour to be with all respect, beneath stood, as before, was signed, B: J: Raket, in the margin, Mannaar the 8th March 1790. Agrees, P: Ad Loorman Extraordinary clerk. Separate. Colombo. To the Right Honourable Noble Lord! Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies. Right Honourable Noble, High-Commanding Lord! I hereby respectfully present to your Right Honourable Noble a statement given by Tamoderen pulle concerning the complaint cases of the Vanniya against him, and for the rest I have the honour to be with all respect, beneath stood, of Right Honourable Noble, High-Commanding Lord! your Right Honourable Noble's humble and obedient servant, was signed, B: J: Raket, in the margin, Jaffanapatnam the 14th January 1790. To as before. I hereby respectfully present to your Right Honourable Noble the report of the commissioners who inspected the elephants that were brought here the day before yesterday from Colombo, in which in which are noted the height and defects of the same, and I also report that the two merchants who have remained here desire to select and purchase the elephants. Yet because, even by lot, although it was done in the past, they do not wish to buy the unremarkable elephants together with the remarkable ones, and your Right Honourable Noble instructed me by a letter to sell the unremarkable together with the remarkable elephants, I therefore humbly request your Right Honourable Noble to give me further orders soon as to how I must conduct the sale of the same. If the merchants were not given the freedom to select and purchase the elephants, then in the future no merchants would wish to come here; and if one were to do so, then they and other elephant merchants upon their arrival here would always want to make use of it, and the unremarkable elephants would remain unsold, and serve as a burden to the Honourable Company; yet to revive the trade thereof, one ought, I think, subject to your Superior wiser judgement, to give that freedom to them, or at least until the trade shall have revived, keep in hand no other elephants for trade than such of which I have written to your Right Honourable Noble in the Company's letters of the 27th of November 1788 and 14th of May 1789. Mr Tompson showed me a copy of a letter written by your Right Honourable Noble to Mr Fallofield, whereby permission was given to Mr Tompson to be allowed to marry, and on that account he requested permission from me to proceed with the solemnisation of his intended marriage; yet because I wish to do nothing without authorisation from your Right Honourable Noble, I therefore request your Right Honourable Noble to inform me whether I shall allow the marriage of Mr Tompson to be solemnised. I am with deep respect, beneath stood, and signed, as before, in the margin, Jaffanapatnam the 30th January 1790. To as before. Enclosed herewith I present to your Right Honourable Noble himself in
Dutch transcription
Appart Kolombo. Aan den wel Edelen Groot Agtbaaren Heer! Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Neederlands Jndia, Gouverneur en Direkteur des Eijlands Ceijlon en dies onder hoorigheeden. Fisteren middag ontvange ik van den Wel Ed: Agtb: heer Jaffenas commandeur inleggende met ordre neevensgaande twee perzoonen Tamoderen pulle en kane wadie aijer, die dit heen met een tonij on¬ „der escorte van een korporaal, twee Eurtopeesche en 2. Chipahils gezonden zijn, met een van de boots na ginder te zenden, het geen mits deesen geschied, meede onder esoorte van een korporaal en 4: gemeene chipahies die voor 8. daagen randsoen ontvangen hebben, met zeer needrige aanbiedinge van de Copia vande gesondene ordre. Jk heb voor het overige de eere met diep ontzag te zijn /:onderstond:/ wel Edele Groot Achtb: Hoog Geb: Heere.! uw wel Edele Groot Achtb: onderda „nigen en gehoorzaamen Dienaer /:was geteekend:/ C: F: Ebell /:in margine:/ Mannaar den 9:' Januarij Anno 1790. — Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! Aan Aan als vooren. Jk zal volgens uwel Ed: Groot Agtb: g'eerde lust de Naijkers niet laaten gaan tot nadere ondre van uwel Edele Groot Agtb:, ze worden niet on :G: „vriendelijk behandeld, ze hebben mij gezgt dat ze niets hadden om te leeven - . zoo als ik ont„ „vangen had uwel Ed: Groot Agtb: g'eerde schrijven van den 25e: februarij JL:, heb ik den Heer Disser Schreuder geschreeven om den Luijtenant Gron te benoemen tot twee de Luijtenant bij 't deta „chement voor de paarl visschirig. De Maakelaar Waijtelingen heeft laast de sil„ „vere en kopere klokken laaten maaken ende noodige Ciraaden voor de oliphant die U „ wel Ed: Groot Agtb: aan den Nabab gesonden had, besorgt. -. Jk heb hem gevraagd wat deselve gekost hadden, wij heeft mij gezegt, dat hij die niet eerder opgeeven konde, dan na zijn komste te Jaffana, en dat ik van uwel Ed: Groot Agtb: requireeren moest 12 @ rood lakten, jk verzoeke uwel Edigroot Ag om het zelve mij te bezorgen zoo de oliphant m vercierd werden. Ik heb de hooge Eer van met al ontzag te zijn /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend:/ B: J: Raket /:in margine:/ Mannaak den 8:e N 1790. P: Ad Loorman Accordeert Exter: kleek. Appart. Holombo. Aan den wel Edelen Groot Agtbaaren Heer! Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia; Gouver„ „neur en Directeur van 't Eijland Ceijlon met dies onderhorigheeden. Wel Edele Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer! Jk biede uwe Wel Ed: Groot Achtb: hier neevens in eerbied aan, eene verklaaring, die Tamoderen „pulle gegeeven heeft, noopens de klagt zaaken van 't wannetje, teegen hem, en heb voor het overige de eere met alle ontzag te zijn /:onderstond:/ van Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer! uwer wel Edele Groot Agtb: onder= „danigen en gehoorzaamen Dienaer /:was geteekend/ B: J: Raket /:in margine:/ Jaffanapatnam den 14. Januarij 1790. Aan als vooren. Jk biede uwel Edele Groot Agtb: hierbij in Eerbied aan, 't Rapport der gekommitteerden, die de oliphanten, dewelke op EErgisteren van kolombo alhier aangebragt zijn, bezigtigd hebben, waar waar bij bekend staan de hoogte en gebreeken van deselve, en melde teffens dat de twee koop „lieden, die hier gebleeven zijn, begeeren de de „phanten uijttezoeken en te koopen. Dan dewijl zij, zelfs bij loosing, hoe wel het voormaals geschied is, de onaanzienlijke met de aanzienlijke oliphanten niet koopen willen„ en uwel Edele Groot Achtb: mij bij eenen brief gelast heeft, om de onaanzienlijke met de aan„ „zienlijke oliphanten te zaamen te verkoopen zoo verzoek ik uwel Ed: Groot Achtb: odom= „dig, om mij spoedig nader te beveelen, hoedanig ik den verkoop van de zelve houden moet. zoo men de kooplieden geene vrijheijd mgte geeven, om de oliphanten uijtte zoeken en te koopen, dan zoude in den aanstaande geene kooplieden hier willen aan koomen, en zoo me„ 't mogte doen, dan zouden ze, en andere oli= „phants kooplieden met hunne aankomste al hier altoos er van 't gebruik wille, maaken¬ en de onaanzienlijke oliphanten onverkogt Vlij„ „ven, en tot last van D: E: Comp: strekken, dog om den handel er van te doen opluijken, hou„ „de men, denk ik, behoudens Hoogst der„ „zelver wijzer gevoelen, die vrijheijd aan hen moe „ten geeven, of ten minsten tot dat de handel. zal opgeluijkt zijn, geen andere oliphanten tot de negotie aan handen houden, dan zulke„ waar van ik uwel Ed: Groot Achtb: geschreeven heb bij 'sComps: brieven van den 27 9ber: 1788: en 14: Maij 1789. —. De heer Tompson heeft mij vertoond eenen kopi„ „a brief door uwwel Edele Groot Achtb: aan den heer Fallofield geschreeven, waar bij aan den heer Tompson permissie gegeeven is om te moogen trouwen, en verzogt om uijt dien hoofde van mij verlof te moogen heb= „ben tot 't voltrekken van desselfs voorgenoo= „men huwelijk, dog dewijl ik niets doen wil, buij„ „te kwalifikatie van uwel Ed: Groot Achtb: zoo verzoek ik uwel Ed: Groot Achtb: om mij te bedeelen, of ik 't huwelijk van den heer Tomp¬ „son zal laaten voltrekken. Jk ben met diep ontzag. /:onderstond:/ en /: ge„ „teekend:/ als vooren /:in margine:/ Jaffa„ „napatnam den 30. ' Januarij 1790. Aan als vooren. Hier ingeslooten biede ik uwel Ed: Groot Agtb: „zelven in
English
To the same as before. and respect, an account rendered by a lascorijn of the King of Kandia, who with two other lascorijns, whose names are also known from the account, has arrived here from the coast, and I most humbly request that you inform me what I must do concerning them. I have the honor to be with all high esteem, was signed as before, in the margin: Jaffanapatnam the 25th of January 1740. To the same as before. We humbly report to your Right Honorable Worships herewith, that the remainder of gunpowder on the ultimo of January last has consisted of 16982 and a half lb. And we further profess to be with all due high esteem, was signed as before, in the margin: Jaffanapatnam the 18th of February 1790. To the same as before. We have the honor to present herewith to your Right Honorable Worships a copy of our Resolution of the 22nd of this month, containing the decision to bring to your Right Honorable Worships' attention that one ought to sell the elephants remaining unsold to our brokers and residents, even if it were at a loss of 50 percent according to the current price, because transporting them to the Coast would cause that trade to fall into decay; but that one should wait with this until the months of May and June, as that is the time of the arrival of the merchants, upon which we await your Right Honorable Worships' esteemed approval, and we subscribe this with all due high esteem, was signed as before, was signed: B. J. Raket, C. F. Schreuder, G. Mooijaart, G. Frankena, J. v. Ebbenhorst, J. C. van Sprang, D. J. De Moor, in the margin: Jaffanapatnam the 25th of March 1790. To the same as before. Since I have already ordered the gift elephants to be handed over to the servant of the Nabab named Abdul Kader, in order to be separated from the remaining elephants that had to be sold, and were sold on the 5th of this month to the elephant merchants, I humbly request your Right Honorable Worships to inform me further whether I shall nevertheless have those elephants taken back from Abdul Kader and handed over to Schaik Rama Tulla. I am with all respect, was signed as before, was signed: B. J. Raket, in the margin: Jaffanapatnam the 8th of April 1790. To the same as before. We have the honor to present herewith to your Right Honorable Worships a copy of our Resolution of yesterday's date, containing the decision to dispatch to Paleakatta as speedily as possible the ammunition goods and artillerymen requested by the gentlemen Ministers there, and as many cannons and mortars with the requested number of cannonballs and bombs of other available calibers instead of the 4 pieces of cannons of 18 lbs and 4 lb balls, as well as 2 pieces of mortars and 200 bombs, upon which we await your Right Honorable Worships' esteemed approval, and we further profess to be with all due high esteem, was signed as before, was signed: B. J. Raket, C. F. Schreuder, G. Mooijaart, G. Frankena, J. v. Ebbenhorst, J. C. van Sprang, F. Williamsz, and D. J. de Moor, in the margin: Jaffanapatnam the 12th of April 1790. To the same as before. The Paleakatta Ministers have not given us any opportunity to deliver the ammunition goods and artillerymen requested by them. Weather and wind permitting, we shall nevertheless send them to Paleakatta with the boat the Jonge Willem. Even though that boat is being used, Trinkonomale will nevertheless be accommodated with cash by means of other vessels. We remain with all sentiments of high esteem, was signed as before, in the margin: Jaffanapatnam the 29th of April 1790. To the same as before. I have the honor to present herewith to your Right Honorable Worships the submitted report of the Honorable Mooijaert and Williamsz, concerning the investigation conducted into the accusations mentioned in the petition, which I received alongside your Right Honorable Worships' esteemed missive of the 23rd of December past, and I am for the rest with deep respect, was signed as before, was signed: B. J. Raket, in the margin: Jaffanapatnam the 6th of May 1790. To the same as before. We have the honor to present herewith to your Right Honorable Worships a copy of our Resolution taken today,
Dutch transcription
Aan als vooren. en Eerbied aan, een Relaarts verleend door eene laskorijn van den koning van Kandia, die met nog twee Caskorijns, wier naamen me „de bekendstaan bij 't Relaas, van de kist alhier aangekoomen is, en verzoeke hoogst deselve mij te bedeelen wat ik omtrend ten doen moet. Jk heb de eer van met alle hoogagting te zijn /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in ma „gine:/: Jaffanapatnam den 25:' Januarij 1740 Aan als vooren. ij berigten uwe l Ed: Groot Agtb: bij deesen needrig, dat 't restant buskruijt onder ulto„ Januarij Jol: heeft bestaan in. 16982. ½. lb: En betuijgen overigens te zijn met alle verschul¬ „digde hoogagting /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Jaffanapatnam den 18: febr: 1790: Aan als vooren. wij hebben d' eere uwelEd: Groot Agtb: hier „nevens aan te bieden kopia onser Resilutie van den 22. ' deeser, houdende besluijt, om uuwe „Ed: Groot Achtb: onder 't oog te brengen dat Wijl ik de geschink Eliphanten bereeds aan den bedien „de van den Nabab geheeten Abdul kader heb laaten overgeeven, om van de overige oliphanten die verkogt moesten worden, en op den 5'. deeser aan de oliphants kooplieden verkogt zijn, te worden afgezondert zoo verzoek ik uwel Ed: Groot Achtb: oodmoedig om men de onverkogt blijvende oliphanten aan onse maakelaars, en ingeseetenen verkoopen moeste, al was 't met Een verlies van 50: p=r C=o: na de prijs Courant, dewijl bij het vervoeren van deselve na de Cust, die handel in verval raaken zoude, dog dat men daarmeede wagten moeste tot de maanden Maijen Junij, als zijnde deselve de tijd vande overkomste der kooplieden, waarop we uwel Ed: Groot Agtb: g'eerde goedkeuring insteeren, en onderschrijven deese met alle verschuldigde hoogagting /:on„ „derstond:/ als vooren /:was geteekend:/ B: J: Raket, C: F: Schreuder, G: Mooijaart, G: Frankena, J: v: Ebbenhorst, J: C: van Sprang D: J: De Moor /:in maagine:/ Jasfanapat= „nam den 25. Maart. 1790: men mij e Aan als vooren. Aan als vooren. mij nader te bedeelen, of ik des niet teegenstaande die oliphanten van Abdul Kader zal laaten terug neemen en aan Schaik Rama Tulla overgeeven. Jk ben met al ontslag /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend:/ B: J: Raket, /:in margijne:/ Jaffanapatnam den 8. April 1790: Wij hebben de eere uwel Ed: Groot Achtb: hurn „vens aantebieden, kopia onser Resolutie van gisterigen datum, houdende besluijt, om ter spoedigsten na Paleakatta te verzenden, bedo aldaar de heeren Ministers gerequireerde Ammont Aan als vooren. goederen en arthilleristen, en zoo veel kanons en mortieren met 't gevraagde getal koegels in bommen van andere aan handen Zijnde kalibers insteede van de 4. p=s: kanons van 18 lb=s en 4 lb: koegels, mitsgaders 2. p=s mortiers en 200. h „me, waarop wij uwel Ed: Groot Agtb: g'eerde „probatie insteere, en betuijgen overigens te zijn met alle verschuldigde hoogagting /:onderstond:/ al vooren /:was geteekend:/ B: J: Raket, C: F: Schreu G: Mooijaart, G: Frankena, J: v: Ebbenhorst, van Sprang, F: Williamsz, / en D: J: de Moor /: in margine:/ Jaffanapatnam den 12:e April 1790 wij hebben de eere uwel Ed: Groot Achtb: hiernevens za aan te bieden kopia onser op heeden genomene Jk heb de Eer uwelEd: Groot Achtb: hiernevens aan E „te bieden, het ingekomen rapport van D Ed: Mooijaert en Williamsz:, nopens 't gedaan onderzoek van de beschuldigingen vermeld bij het request, dat ik bezijden uwel Edele Groot Achtb: g'agte missive van den 23=e Xber: passato ontvangen heb, en ben voor het overige met diep ontzag /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend:/ B: J: Raket /:in margine:/ Jaffanapatnam den 6 Meij 1790: De Paleakatsche Ministers hebben ons geene geleegenheijd gegeeven tot 't besorgen van de door deselve gerequireerde ammonitie goedereen Arthil= „leristen. wij zullen bij toelaating van wind en weer egter deselve met de boot de Jonge willem na Pale„ „akatta senden. Trinkonomale zal, schoon die bood gebruijkt word; egter door middel van andere vaartuijgen met kontanten gerieft raaken. wij blijven met alle gevoelens van hoogagting /:on= „derstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margi= „ne:/ Jaffanapatnam den 29: April 1790. _. Aan als vooren. Aan Resolutie,
English
To the same as before. To the same as before. To the same as before. Resolution, containing the decision to send from here thither by a hired vessel the ammunition, goods, and artillerymen requisitioned by the gentlemen Ministers at Paleakatta, whereupon we await Your Right Honourable and Highly Esteemed approval and testify further to be with all sentiments of high esteem. Below stood: as before. Was signed: B: J: Raket, G: Mooijaart, G: Frankena, J: B: Teken, J: v: Ebbenhorst, and D: J: de Moor. In the margin: Jaffanapatnam, the 13th of May 1790. We have the honour to present to Your Right Honourable: Copy of our Resolution taken today, containing the decision to send thither, instead of the 50 European and 50 Eastern military personnel with their officers requisitioned by the ministers at Paleakatta, 32 heads of European military personnel and 78 heads of Easterners, together with their officers, along with their weapons, and to have the Company's burghers perform service for the reinforcement of the garrison here, with the customary pay, whereupon we await Your Right Honourable and Esteemed approval. Two letters from the said gentlemen Ministers, which we have received for Your Right Honourable. We remain for the rest with all due high esteem. Below stood and was signed: as before. In the margin: Jaffanapatnam, the 29th of May 1790. Because we neglected yesterday to inform Your Right Honourable that the vessel of Mr. van Halm, with the ammunition goods, artillerymen, and military personnel requisitioned by the gentlemen Ministers at Paleakatta and mentioned in our Resolutions of the 11th of April and 29th of May last, departed thither on the 7th of this month, we do so by this letter, Testifying further to be with all due high esteem. Below stood and was signed: as before. In the margin: Jaffanapatnam, the 11th of June 1790. I respectfully present herewith to Your Right Honourable a translation of a Tamil letter of the 1st of May last, written by Moettaija Moodelliar to the envoys of the Nabob of Carnatica, and as the last-mentioned have requested to pay to them the expenses of their Sepoys on the Company's account, I request Your Right Honourable to write to me whether I must pay them or not. I am with deep respect. Below stood: as before. Was signed: R: J: Raket. In the margin: Jafnapatnam, the 8th of July 1790. We ordered the Honourable Chief of Mannaar Ebell on the 15th of this month to send 2 corporals and 41 privates of the half company of Sepoys hither; yesterday we received Your Right Honourable and Esteemed letter of the 10th preceding, and immediately ordered the said Honourable Ebell that, should those Sepoys be on the road hither, to recall them immediately and to send them to Kalpetti with the remaining half of the half company. We testify further to be with all due high esteem. Below stood: as before. Was signed: B: J: Raket, C: J: Schreuder, G: Mooijaart, G: Frankena, B: Tijken, I: v: Ebbenhorst, D: J: De Moor. In the margin: Jafnapatnam, the 19th of July 1790. To the same as before. To the same as before. The Honourable Chief of Mannaar Ebell has written to me in a separate letter dated the 20th of this month that some Moors of Mooselij and Nogete had offered to deliver pepper to the Honourable Company at 6 stivers per pound, and asked whether he might accept it. I humbly request Your Right Honourable to write to me at the earliest convenience whether it meets with Your Highest and Esteemed approval that the said Honourable Ebell be authorized thereto by a resolution. I am with deep respect. Below stood: as before. Was signed: B: J: Raket. In the margin: Jafnapatnam, the 26th of August 1790. Agrees, G: As: Lootman Sworn Clerk. Secret Ceylon To the Honourable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of that island and the coast of Madure, together with the Council, at Colombo. Noble, Valiant, Gallant, Wise, Provident, and most Discreet Gentlemen and Friends! One expects now at any moment that Tipu Sultan will commence hostilities against Travancore, and if this happens, there is great reason to fear that he will meet with little resistance from Travancore's undisciplined troops, and when they have been driven from the field, he will attack our fortress with his greatest force. And because our garrison is by far not sufficient to defend the same properly, we take our refuge in Your Honours and request prompt and emphatic assistance, upon which the preservation of this establishment will principally depend. Because everything in Europe, at least as far as our state and its allies are concerned, is at rest and peace, and Ceylon therefore has nothing to fear, we rest assured that
Dutch transcription
Aan als vooren. Aan als vooren. Aan als Vooren. Resolutie, houdende besluijt om de door de heeren Ministers. te Paleakatta gerequireerde Ammonitie goederen en Artilleristen, per een huur vaartuijg van hier, na derwaarts te verzenden, waarop wij uwel Ed: Groot Agtb: g'eerde approbatie insteeren en betuijgen overigens te zijn met alle gevoelens van hoog agting /:onderstond:/ als vooren /:was getekend B: J: Raket, G: Mooijaart: G: Frankena, J: B: Teken, J: v: Ebbenhorst, en D: J: de Moorjmma „gine:/ Jaffanapatnam den 13:e Maij 1790. — Ran wij hebben de Eere uwelE. Groot Agtb: heman aan te bieden. Kopia onser op heeden genoomene Resolutie houdende besluit om, insteede van de door de ministers te Pa„ „leakatta gerequireerde 50. Europeesche en 50. ostersch Militairen met hunne officieren, 32. koppen Eiera„ „peese militairen en 78. koppen oosterlingen, met hunne officieren te zaamen, beneffens hunne wa„ „pens na derwaards te zenden, en tot versterking van het garnisoen alhier de komp=e tjgurgers te laaten dienst doen, met de gewoone bevolding waar op wij uwel Ed: Groot Agtb: g'eerde godkuring insteeren. Jk biede uwel Edele Groot agtb: hiernevens in eer— „bied aan, Een translaat Pamulschen brief van den 1. maij Jongstlieden, geschreeven door Moettaija mod=z: aan de Sendelingen van den Nabab van Karnatika, en wijl de laast gem: verzogt hebben, om aan den zel „ven de onkosten van hunne Sipaijs 'sComp=s wegen Wijl wij 't versuimt hebben Uw wel Edele groot agtb: op gisteren tebedeelen, dat 't vaartuijg van den Heer van Halm, med de door de Heeren Ministers te Paleacatta gerequireerde, en bij onse Resoluties van den 11: April en 29. Maij Jongstleeden vermelde Amo¬ „nitie goederen, Artilleristen, en Militairen, op den 7. ' deser d na derwaards vertrokken is, zoo doen we zulks bij deezen, Betuigende overigens te zijn met alle verschuldigde hoogagting. /:onderstond:/ en /:getekend:/ als vooren /:in margine:/ Jaffanapatnam den 11:' Junij 1790 — Twee brieven van gem: heeren Ministers, die wij voor uwel Ed: Groot Agtb: ontvangen hebben. wij blijven voor het overige met alle verschuldigde hoog agting /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Jaffanapatnam den 29=e Maij 1790: Twee tevoloren tevoldoen, zo verzoek ik uwel Edele Groot Agtb: om mij te schrijven, of ik die voldoen, moet, aan niet, Ik ben met diep ontzag, /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend:/ R: J: Rakel, /:in margine:/ Jafnapatnam den 8. Julij 1740. — Wij hebben op den 15. ' deezer 't E: Mannaar opperhoofd 3bell gelast om 2. korponaels en 41. gemeene van de halve komp: Sippaijs dit he tezenden; op gisteren ontvangen uwel Ed: groot Agtb: g'agten brief van den 10: bevoorens, en ten eersten den gem: E: Ebell gelast om, wan= „neer die sipaijs mogte op den weg hier na toe zijn, onmiddelijk terug te roepen en na kal„ „pettij met de overiger helfte van de halve hoo te zenden. wij betuigen overigens te zijn met alle verschuldigse hoog agting. /:onderstond als vooren: /: was geteken B: J: Rakel, C: J: Schreuder, G: Morijaart G: Frankena, B: Tijken, I: v: Ebbenhoven, D: J: De Moor. /:in mat gine:/ Jafnapa „nam den 19. ' Julij 1790 Aan als Vooren 'S E: Mannaaas opperhoofd Ebel heeft mij lis Aan als vooren. een Aparten brief ged=t: 20. ' dezer geschreeven, dat eenige mooren van moeselij en Nogete denzelven aengebooden hadden peper aen DE: komp: te leeveren tegens. b. stv=s Z: lb: —. engevraegd of dezelve die accepteeren mogte. Jk verzoek uwel Ed: groot Agtb: oot moedig om mij ten spoedigsten te schrij= „ven, of 't miet hoogst deszelfs g'eerde goed keuring is, dat gem: E: Ebell bij een besluit daer toe gequa„ „lificeert word. —. ok ben met diep ontzag. /:on= „derstond Als vooren: /:was geteekend:/ B: C: Raker,„ /:in margine:/ Jafnapatnam den 26: aug=s 17 1790. 2 Accordeert G: As: Lootman Getw: Klerk. sekreet Ceilon Aan den Edelen Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndien, Gouver„ „neur en Direkteur van dat Eijland en de kuste Madure neevens den Raad te kolombo Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze voorzienige zeer Dis„ „kreeke Heer en vrienden! sen verwagt thans alle oogenblikken dat Tipoe sultan de vijandigheeden teegen Trevankoor beginnen zal, en als dit gebeurd, heeft men groote reedenen van te dugten t dat hij aan Trevankoors ongereffende troepen geringen teegenstand ontmoeten, en als dezelven uijt het veld geslaagen zijn, met zijne grootste magt op onze ves„ „ting aanvallen zal. En wijl onze bezetting op verre na niet toerijkende is, om deselve behoorlijk te defendee„ „ren: zoo neemen wij onze toevlugt tot uweled:s en ver„ „zoeken spoedige en nadruklijke hulpe, waarvan het be„ „houd van dit etablissement voornaamlijk zal afhangen. Wijl alles in Europa, ten minsten wat onsen staat en des„ „selfs geallieerden aangaat, in rust, en vreede is, en Ceilon dus niets te vreezen heeft: zoo houden wij ons verzeekerd, dat
English
To the same as before. That Your Honours will send us as soon as possible a considerable reinforcement of European Militia, and among them as many artillerymen as possible, in addition to which we also make a request for twenty thousand pounds of good gunpowder, as our stock is not sufficient for a siege. In the uncertainty whether the country's frigates are still at Eijp, we enclose herein a letter to Commander De Vaillant; whereby we urgently request his Honour, and Your Honours please support this our request by your intercession if the frigates are there, but otherwise return the letter to us. Wherewith, after friendly greetings, we remain. Below stood: Noble, Stern, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Sirs and Friends! Your Honours' obedient friends and servants. Was signed: J: G: van Angelbeek, J: L: V: Spall, G: G: Gebhardt, J: W: W: van Rossum, A: Lunel. In the margin: Koetsiem, the 28th of December 1789. The hostilities which Tipoe began on the 29th of this month have since been continued. The day before yesterday and yesterday he attacked the Lines three times, and three times he was beaten back by the people of Trevankoor, without assistance from the English, who are still stationed near Paroe. This morning from four to six o'clock we again heard heavy cannon fire and discharges of small arms, but the outcome thereof is still unknown. However, although the brave conduct of the Trevankoor troops exceeds our expectations, one must nevertheless assume that they will not be able to stand against the great superior force in the long run, and that Tipoe will thus achieve his aim to that extent and will advance before this city. In such a case, women and children would not only be very much in our way and a burden to us during the siege, but also, if the fortress should fall, become the victims of his inhuman cruelty; for which reason we hereby kindly and urgently request Your Honours to send us as many ships and sloops for the transport of women and children as is possible. Wherewith, after friendly greetings, we remain. Below stood and signed as before. In the margin: Koetsiem, the 31st of December 1789. To the same as before. We have had the honour to receive Your Honours' esteemed missive of the 30th of December last, and thank you kindly for the letter sent along with it from the Government of Madras addressed to Your Honours, which we immediately answered in such manner as appears from the accompanying copy. Furthermore, we thank you for the precautions Your Honours were pleased to take by meanwhile informing the said Government of Madras regarding the groundlessness of Tipoe Sultan's pretences concerning Kranganoor. The watchword sent to us for the Ceiser we have duly received sealed, and shall make use of it when it is necessary. Wherewith, after friendly greetings, we remain. Below stood, signed as before. In the margin: Koetsiem, the 2nd of February 1790. We offer Your Honours herewith a copy of our letter to the General English Government in Bengale, which we wrote at Your Honours' request in answer to the letter that that government had sent to Your Honours with respect to the war of the Nabab Tipoe Sultan against the King of Trevankoor, and add thereto a copy of our secret resolution, wherein the reasons are set forth which moved us to propose therein a closer defensive alliance with the last-mentioned king under the guarantee of the English Company. From the answer of the frequently mentioned English Government, also accompanying this in copy, Your Honours will see that this our proposal was declined in a very polite manner. And since the English Army under the command of General Medows has since begun operations against Tipoe Sultan with good success, and has already conquered the entire landscape of Koimbatoer, and is currently busy conquering the Province of Dindoegal, and since also in the approaching good monsoon a second army consisting of the troops of Bombai will take the field against him from this side, while at the same time he is to be attacked from two other sides by the Maratsen and the King of Golkonda,
Dutch transcription
Aan als vooren dat uwel Edelen ons ten aller spoedigsten een aan zi „lijk renfort van Europeesche Milietsie, en daar zoo veel artilleristen, als moogelijk is, zullen toeke waar en booven wij ook om twintig duijzend pond goed bus=bruijt verzoek doen, wijl onse voorraad voor eene „beleegering niet toereijkende is. Jn de onzeekerheijd, of slands Fregatten zig nog op Eijp bevinden, sluijten wij eenen brief aan den Heer komma „dant De vaillant hierin; waarbij wij zijn E: onbe „stand verzoeken, uw wel Edele gelieven dit ons verzoeke dien de Fregatte ginter zijn, door hunne voorspraak ondersteunen, dog anders den brief aan ons terug teha waarmeede na vriendelijke groete blijven. /:onderston Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze voorzien zeer Diskreete Heer en Vrienden ! uwer wald DW: Vriend en Dienaaren /:was geteekend:/ J: G: va Angelbeek, J: L: V: Spall, G: G: Gebhardt J: W: W: van Rossum, A: Lunel /:in margin Koetsiem den 28=e december 1784. De vijandigheeden, die Tipoe op den 29:' deeser begonne n worden zeeder voortgezet, Eergisteren en gisteren heeft„ driemaal de Linie aangelast en driemaal is hij „rug geslaagen, door het volk van Prevankoor, zonder bijstand van de Engelschen, die nog bij Paroe staan, wee„ „den morgen hebben wij van vier tot ses uur weer zwaare kanon schooten en decharges uijt het kleen geweer ge„ „hoord, dog de uijtkomst daarvan is nog onbekend. Dog of schoon het dapper gedrag van de Trevankoorse troepen onse verwagting te booven gaat; zoo moet men dog veronderstellen, dat zij teegen de groote overmagt op den duur niet zullen kunnen bestaan, en dat Tipoe dus zijn oogmerk in zoo ver bereiken, en tot voor deese stad aanrukken zal; Jn zulk een val zouden vrouwen en kinderen ons niet alleen geduurende de be„ „leegering zeer in den wegen tot last zijn, maar ook, in, „dien de vesting mogt overgaan, de slagt offers van zij„ „ne onmenschlijke wreedheijd worden, weshalven wwij uw„ „wel Ed: bij deesen vriendelijk en instandig verzoeken, ons zoo veel scheepen en sloepen tot transport van mrou„ „wen en kinderen toetezenden, als moogelijk is. Waarmeede na vriendelijke groete blijven /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ koetsiem den 31=e December 1789. Aan als vooren Wij hebben de eer gehad te ontvangen uwer Edelen geagte te missive van den 30. December J: L: en bedanken, vrien„ „delijk voor den daar meede toegezondene brief van de Regeering van Madras aan uwelEdelen gerigt, da Lijsland die Aan als vooren. die wij ten eersten zoodanig beandwoor hebben als de hierneevens gaande kopij blijkt. Voorts bedanken wij voor de voorzorge die uwe Edele „ben gelieven te gebruijken door intusschen gem: Rega „ring van Madras te informeeren, noopens de ongegro „heijd van Tipoe sultans voorgeeven weegens krangano Het aan ons toegezonden slag woord voor het Ceiser ne „ben wij behoorlijk verzeegeld ontvangen en zullen d het noodig is daar van gebruijk maaken. Waar meede na vriendelijke groete blijven /: onderstond : /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Koetsiem den 2:e Februarij 1790: wij bieden uw Ed:s hier nevens een afschrift aan van onzen brief aen het Generael Engelshalb „vernement in Bengale, die wij op uw Ed:s w „zoek geschreeven hebben in antwoord van de bru die dat gouvernement niet betrekking tot de oorlog van den Nabab Sipoe Sultan tegen der Koning van Trevankoor aan Uw Ed=s gezont had, en voegen daarnevens eene kopij van onze secreete resolutie, waer bij de nederen geexponeerd zijn, die ons bewagen hebben, daer bij eene nadere defensive alliance met laast gem: ko= „ning onder garantie vand' Engelsche komp: voor te stellen uit het deezen meede in kopij verzellende ant= „woord van meerm: Engelsche Regeering zullen uw„ „Ed=s zie, dat deeze onse voorstel op eene zeer beleefde wijze is gedeklineerd. En wijl de Engelsche Armee onder bevel van Ge= „nerael Aledorrs de opperaeldien tegen Tipoe Sul- „tan zeder met goed succes begonnen en het heele landschap koim batoer reets veroverd. heeft en zig thans met het konquesteeren van de Provincie Dindoegal beezig houst en wijl ook in de op hande zijnde goede mousson een tweede leger uit de troepen van Bom- „bai bestaende van deeze kant teegen hem te velde trekken zal, terwijl hij ter zelver tijd door de Maratsen en den koning van Golkonda van twee andere kanten staet aengelast geenboneerd te
English
to be: so one may take it as sufficiently certain that he, if not completely subdued, will at least be so greatly humbled and at the same time so enclosed within his inland provinces that these Lowlands, and consequently also the Company and its allies, will have nothing further to fear from him. We shall therefore send back the troops with which Your Honours have so worthily assisted us in the upcoming monsoon, but we hope that the disturbances that had recently arisen among the Sinhalese subjects have since been quelled, and that we shall thus be able to postpone the sending back of the said force until we have the Company's ships and vessels at hand for that purpose; for to let a part of the same march through the country of Trevankoor to Tutu Corijn would in the present bad monsoon be utterly impossible and after the rainy season extremely difficult, on account of the great shortage of coolies, because the same have partly perished in the war and the still continuing smallpox epidemic, and for the rest are being used by Trevankoor in the service of the English army, so that, if circumstances over there should require it, it would be much more advantageous to send the people over with hired vessels. In any case, we request you to let us know whether a part of the same may be sent to Gale with the pepper ship tomorrow, and which companies Your Honours would be pleased to choose for that purpose. Upon the request of Your Honours in the secret missive of 11 October 1785, we have, for the service of the Ceylon Government, negotiated fifty thousand rupees at the interest of one percent from natives under the name of Anta Sittij, and we are now being called upon for that capital, but are utterly incapable of raising the same and therefore compelled hereby to request Your Honours to enable us to make the payment; since it is not probable that Your Honours will be able to obtain some Surat rupees over there, this serves to inform you that here the piastre is current at 2 1/10 rupee or 63 stuivers and the Tutucorin pagoda at 3 2/6 rupee or 102 stuivers. For the rest, after friendly regards, we remain, /:below was signed:/ as before /:in margin:/ Cochin the 22 August 1788. Agrees P. d. Loorman Sworn Clerk. From the reports of the gentlemen Ministers of Cochin it will have appeared to Your Right Honourable that Tipu Sultan, who had for a considerable time been staying in southern Malabar with a very large army, attacked the lines of the King of Trevankoor on 30 December and captured a part thereof, but that he was driven out of them and back with great loss by the King's troops. Since this event, the reports are unanimous that Tipu is reinforcing himself more and more in Malabar, that he wishes to penetrate into the Kingdom of Trevankoor with greater force, and that his cavalry stands ready to invade everywhere into the Kingdom of Carnatica and into the lands of Madura and Tirnevelli. Right Honourable Noble High Commanding Lord! To the Right Honourable High Commanding Lord No. 16 Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and the Coast of Madura etc. etc. etc. Together with the Council.
Dutch transcription
te worden: zoo mag men het genoegzaem seeke stellen, dat hij, zoo met geheel te ondergebre ten minsten zoo zeer vernederd en tevens binnen zijne bovenlandschap Provincien zoodanig inge „slooten zal worden dat deeze Beneden lande dus ook de tComp: en haere Brond genooten van hem verder niets te vreezen hebben Wij zullen derhalven de troepen, waermeede uwE ons zoo wierdelijk geassisteerd hebben i de no „staende mousson te rug zenden, dog hoofen da de onlusten, die onlangs onder de singaleesche onderdaenen gereesen waeren zeeder zullen gedampt zijn, en wij dus het terug zenden, van gem: taaf zoo lange zullen kunnen uit stellen, tot dat w daertoe 's komp:s scheepen en vaertuigen aan handen krijge; want om een gedeelte van de se „ven door het land van Trevankoor naer Iu„ „tu Corijn te laeten marcheeren, zoude in de tee„ „genwoordige quaede mousson volstrekt onder „lijk en na den regen tijd ten uitersten be„ „zwaerlijk weezen, wegens het groote gebrek aen koelies door dien dezelve gedeeltelijk in den oorlog ende nog al voort woedende kindersiekte ongekoomen zijn, en voor 't overige van Dre van koor ten dienste van 't Engelsche leger gebruikt wor= „den, zoo dat het indien de omstandigheeden gin ter zulks vereischen mogten veel voordeeligea zijn zoude, het volk met gehuurde vaertuige over te zende. In allen gevaelle verzoeken wij, ons te willen mel„ „den, af den gedeelte van het zelve met het P=o „per schip naer Gale zal morgen gezonten worden en welke kompanien uw Ed=s daer toe gelieven te verkiezen. op het verzoek van uw Ed=s bij secreete missive van den 11=e 8ber: 1785. hebben wij ten dienste van het Ceilonse Gouvernement viftig duizzend ropijen tegen den in laest van een percent van Jnlanders onder den naem van Anta Sittij gene„ „gootsieerd,e wij worden thans om dat kapi= „Zupenlijk „tael sekreet Kolombo „tael aengesprooken, dog zijn volstrekt on„ „vermoogens, het zelve op te brengen e derzelve genoodzaekt uw Ed=s bij deezen te verzoek, en tot de afbetaeling en staet te stellen, wijl het niet waerschijn lijk is, dat uwEd=s ginter some soeratsche rapijen zullen kunnen bemagtigen: zo diend tot narigt, dat hier de piasteus heys 2 1/10. ropij of 63. stui v=s en de Tutucorijnsch pagood teegen 3 2/6. ropij op 302. stuiv=s gang „baek zijn. Wij blijven voor het overige na vriendelijke pre „te /:onderstond en geteekend:/ als vooren /:i mar„ „gine:/ Koetsiem den 22: Augustus 1798. io Accordeert P: d: Loorman Getw: kleek. Uijt de berigten van de heeren Ministers van Koetsiem zal uwel Ed: Groot Achtb: zijn gebleeken, dat Jipoe sul„ „tan, die zig zeedert een geruijmen tijd met een zeer groote armee op zuijder Mallabaar had opgehouden, op den 30e december de linien van den koning van Trevankoor aangetast, en een gedeelte daar„ „van bemagtigd heeft, maar dat hij door 's koningen troepen met groot verlies daaruijt en te rugge is ge„ „dreeven. seedert dit voorval zijn de berigten eenstem„ „mig, dat Tipoe zig op de Mallabaar meer en meer versterkt, dat hij met meerder kragt in 't Rijk van Trevankoor wil indringen, en dat hij met meerder krag„ in 't Rijk van Trevankoor wil indringen, en dat zijne kavallerij gereedstaat, om over al in 't Rijke van karnatika en in de landen van Madure en Groot Achtbaare Wel Edele Hoog Gebiedende Heer! Aan den Wel Edelen Groot Achtbaaren Hoog Gebiedende Heer No. 16 Willem Jacob van de Graaff staad Ordinair van Nederlands Jndien, Gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceijlon en de Kuste Madure etCa. etca etca. Neevens den Raad. Tirnevelli
English
to invade Tirnevelli, and to join those who are waiting for this in the old Theuversche and in several other regions. Whether such movements are caused solely by the fear of the devastating army bands of Tipoe Sultan, or whether the English, who consider the peace violated by the attack on the King of Trevankoor, intend to invade the lands of Tipoe, it is certain that Tipoe Sultan has had his cavalry march up to the borders, and that the English are making great preparations everywhere and gathering all their troops at the assembly points, having left in Madure and Paleapxkotter only as few men as are barely necessary to guard these strongholds, whereby, if anything should occur, the entire country of Madure and Tirnevelli lies open to the raiding bands of Tipoe Sultan. As far as I can judge the converging circumstances, it has not yet appeared to me that Tipoe Sultan has any further objective than to subjugate Trevankoor; but should he succeed in breaking through, on the one hand the undertakings of the mighty Sultan will be hard to contain, and on the other hand the English will in such case probably invade the lands of Tipoe Sultan, and in both cases the neighboring lands of Madure and Tirnevelli will not escape the rapacity of Tipoe Sultan. I have judged it my duty to inform your Right Honourable and respectfully to request your highest orders in time, since if the case were to arise, this might easily be too late. After our renewed alliance with England, it is not to be believed that Tipoe will leave us unmolested, even though we wished to remain neutral. Our entirely defenseless factories should therefore, in my view, be evacuated as soon as the arrival of Tipoe's troops is certain. Provisionally, I have given orders to settle the accounts with the merchants as closely as possible, and upon the arrival of the first sloop I will have all remaining goods brought from there; and even if the news should make this necessary, to remove everything from there, leaving behind a native servant to guard the lodge. But as for Tutukorijn, although the fort cannot withstand a siege, I would nevertheless be of the opinion that, as long as we only had raiding bands to fear, it should not therefore be abandoned, but on the contrary put in a state to defend itself against them. At the restoration of our offices after the peace, Tutukorijn was not provided with artillery and ammunition as it was before the war, but only with as much artillery and powder as to be able to fire a salute. The relations in which we stood with France at that time exposed us to being overpowered at the first rupture; but the new alliance with England has removed this difficulty, and if Tutukorijn is to defend itself against his raiding bands in the event of an unexpected invasion by Tipoe Sultan, then I request to be enabled to do so. In the last war with England, according to a plan by the late Captain Brohier, a walled cemetery on the southwest corner of the city and the washers' lodge on the northwest corner of the city were fortified, and for the rest the city was enclosed with lines; but besides the expenses this would cause, too many men would be required for it; however, if we must leave the city with its residences to their fate and limit ourselves only to the fort, and your Right Honourable would be pleased to grant authorization to repair the small entrenchment which was constructed in 1780 close to the fort, and of which a part has remained standing, this would give greater strength to the fort and also sufficient space to house as many men as we would need for such a defense, since the church then serves as a barrack, and the open space still provides room to accommodate more men; but then we would first of all, in addition to the garrison we currently have, need at the very least: a second infantry officer a sergeant a corporal twelve European privates an artillery officer two gunners twelve assistants twelve cannons, whereof six of six to eight lb caliber three of three to four ditto fuses, shot, and loading tools. One hundred muskets with iron ramrods, since we currently have not a single musket besides those issued to the men. One hundred cartridge molds. Two hundred flints. Two thousand lb powder, whereof fifteen hundred coarse and five hundred fine. Four reams of cartridge paper. If the entrenchment were repaired in the manner described above, there would also be means to remain
Dutch transcription
Tirnevelli te vallen, en zig te voegen bij de mitnag „den, die in 't oeder Theuversche en in verscheijdene andere strecken hierop wagten. Of niu zulke lijlinge alleen veroorzaakt worden voor de vreese van de verwoestende leegerbenden van Tipoe sultan, dan wel of de Engelschen, die door het aanvallen van ee koning van Trevankoor den vreede voor geschonden houden, voorneemende zijn in de landen van Tipoe te vallen, zeeker is 't, dat Tipoe sultan zijne ka „vallerij heeft laaten marcheeren tot op de grensen, en dat de Engelschen over al groote toeberijdselen maat en al hunne troepen op de waapenplaatsen ver „zaamelen, Zijnde in Madure en Paleapxkotter weijnig volk gelaaten, als maar eeven noodig is, deese sterkten te bewaaren, waardoor dan indien er iets mogt voorvallen; het geheele land van Madal en Tirnevelli voor de Stroopende benden van Jippoe Sull open legt. zoo verre ik de zamen loopende omstan „digheeden beoordeelen kan, is het mij nog niet voor„ „koomen, dat Jipoe sullan- verder oogmerk he dan om frevankoor eijnsbaarte Maaken; maar in indien het hem mogt gelukken om doortebreeken, aan de eene zijde de onderneemingen van den magtigen sultan kwalijk te beperken zijn, en aan de andere zijde, de Engelschen in zulk geval vermoedelijk in de landen van Tipoe Sultan zullen vallen, en in beijde gevallen de nabuurige landen van Madure en Tirnevelli de roofzugt van Tipoe sultan niet zul„ „len ontwijken, heb ik het van mijn pligt geoordeeld uwe„ „Edele Groot Achtb: van deese omstandigheijd kennis te geeven, en bij tijds om hoogst derzelver beveelen eerbie„ „dig. te verzoeken, alsoo indien het geval exteerde dit ligt te laat zoude kunnen weesen. Ma onze ver„ „nieuwde alliancie met Engeland is het niet te ge„ „looven, dat Tipoe ons ongemoeijd zal laaten, schoon we ons ook neutraal wilden houden. Onze geheel weer„ „loose faktorijen, zouden dus na mijn inzien, zoo dra men van de aankomst van de troepe van Tipoe ver„ „zeekerd waare, behooren opgebrooken teworden. Bij voorraad heb ik last gegeeven, om de reekeningen met de kooplieden zoo na moogelijk te verevenen, en ik zal bij de komst van de eerste sloep alle restanten van daar laaten haalen; en ook zelfs indien de tijdingen dit mogten noodzaakelijk maaken, alles van daar ligten, met agterlaating van een inlandsch bedien„ „de, om de losien te bewaaren, maar wat Tutuko„ „rijn betreft, schoon het fort geen beleegering kan uijtstaan, zoude ik egter van gevoelen zijn, dat 't zelve, zoo lang wij alleen voorstroopende benden te vreesen hadde, daarom niet behoorde velaaten teworden, maar daar en teegen, in staet gesteld om in met derzelver af om zig daarteegen te verweeren. Bij de hiersteligvan on kantooren na den vreede is Jutukorijn, niet voor zien van ge„ „schut en ammonietsie, zoo als het voor den oorlog isge„ „weest, maar alleen van zoo veel geschut en kruijt om een salut te kunnen doen. De betrekking vaar „in we ter dier tijd stonden met Frankrijke stelle ons bij de eerste ruptuur bloot om te worden overmes „tert; maar de nieuwe alliancie met Engeland heeft deese zwarigheijd weggenoomen, en indien Jutukonijn zig bij een onverwagten inval van Tipoe sultan te„ „gen zijne roofbenden zal verdeedigen, dan verzoek „ daar toe teworden in staat gesteld. Jn den laaste oor„ „log met Engeland heeft men na een plan van wijlen kapitain Brohier een bemuurd kerkhof op de Zuijd„ „westhoek van de stad, en de wasschers losie op de woonw „hoek van de stad versterkt, en voor het overige de stad met linien ingeslooten; maar buijten de vosten die dit veroorzaaken zoude, zoo zoude daartoe te v volk vereijscht worden; dog indien wij de stad met Residentien aan hun nood tot moeten overlaaten, en alleen bij 't fort bepaalen, en uwel Ed: Groot Act geliefde qualifikatie te geeven, om 't kleijne retran „chement, 't welk in 1780. is aangelegt en de her aan 't fortslegt, en waarvan nog een gedelte is blijven staan, te herstellen, zoo zoude dit aan 't fort een meerdere sterkte geeven, en ook een genoegzaame ruijmte om zoo veel volk te bergen, als we tot zooda„ verdeediging zouden noodig hebben wijl de kerk dan diend tot een kasean, en de opene ruijmte nog plaats geeft om meer volk te bergen; maar dan zouden wij voor eerst bij 't garnisoen, 't geen we tans hebben, nog op het minste noodig hebben een tweede infanterij officier een sergeant een korporaal twaalf Europeesche gemeenen een artillerij officier twee kannoniers twaalf handlangers twaalf kannons, daarvan Ces van ses a: agt lb: kaliber drie „ drie „ vier do „fuijten scherp en laad gereedschap. Een hondert snaphaanen met ijzere laadstokken, wijl we tans geen enkele snaphaan hebben, buijten die op de man leggen. Eenhonderd pattroon malletjes. Twee hondert vuursteenen Twee duijsend lb: kruijt daarvan vijftien honderd grof en Vijf honderd fijn Vier riemen pattroon papier Wanneer het retranchement invoegen voorschreeven wierd hersteld, dan zoude er ook middel weesen, om blijven
English
To as before in order to place all the European servants inside our fort and on the Island Allelande, where a detachment of soldiers would also be necessary. One would only need a ample supply of casks for this purpose, so as not to run short of water on the Island. The walls of the fort are all still fairly strong, but the curtain between the bell and flag bastions is weak and will eventually need to be renewed. To remedy this defect as much as possible, one could, if it proved to be a serious threat, construct a dry ditch in front of these two bastions and curtain, with a glacis on the outside, which would also make storming the place more difficult. I have the honor to remain with all respect, [subscript:] Right Honorable High Ruling Sir! Your Right Honorable's humble and faithful Servant, [signed:] M: Makern [in the margin:] Tuticorin, the 20th of January 1790. I have had the honor to receive Your Right Honorable's highly respected separate and secret letters of 31 December 1789 and 9 February, the contents of which I shall take for my dutiful guidance. Shortly after dispatching my respectful secret letter of 20 January, the English commander of Palamcottah, Colonel Bridges, informed me that Tipu Sultan had apologized to the Government at Madras for the attack of 29 December against Travancore, stating that it had occurred without his knowledge and that he was inclined to live in peace; and since then Tipu Sultan has indeed undertaken nothing further, so that it is presently considered that he has for now abandoned his warlike designs. I have therefore, apart from a single notification to the Residents to balance the merchants' accounts as much as possible, not deemed it necessary to put anything in the least into operation, everything thus remaining in the state in which it was before, without the least thing having been spent, or to be spent, if the feared invasion by Tipu Sultan, as is now thought, will have no consequences. The ammunition goods received will then also be returned at the first opportunity. Immediately after receiving Your Right Honorable's order, I notified the Nawab of the proclamation of the Mannar pearl fishery based on the report to be submitted from the inspection, requesting that he declare, in accordance with the 4th article of the treaty, whether he prefers his share in money or in tonies, and that a copy of this declaration may be sent promptly to the chief at Mannar, where the leasing will take place this time. I have sent a copy of this letter to the Nawab's agent, Mr. Buchanan, and I respectfully present herewith to Your Right Honorable the copies of the letters, with the reply of Mr. Buchanan, and the further letter written by me in response thereto. I have had the advertisements concerning the proclamation of a pearl fishery published along this coast, wherever and in such manner as is customary. I have the honor to remain with all respect and fidelity, [subscript and signed:] as before [in the margin:] 3 chests of cloves, which were bought from the Company at Cochin. On the 5th of this month, a tonie belonging to the burgher Meijer returned here from Cochin, with a pass granted by the Ordinary Councillor and Malabar Governor van Angelbeek. The said Meijer immediately upon the arrival of his vessel came to give notice that, besides the goods mentioned on the pass, several other goods were to be found in his vessel, which the Government on behalf of the King of Travancore at Ananda Padmanabhapuram had put on board by force and compelled the tindal to take in, adding that these were goods of the Aramane, sent by the Land Regent of Tirunelveli for the Nawab to Madras, for which purpose they wished to hire his vessel. These goods consist of the following, namely: 16 packs of wild Malabar cinnamon 132 bags of pepper 3 bags of cardamom 9 puckies of oil 100 bundles of copperas 20 bundles of dried ginger A very simple man, who is the watchman over these goods, To as Before Tuticorin, the 2nd of March 1790. says,
Dutch transcription
Aan als vooren om al de Europische bedienden binnen ons fort en op 't Eijland Allelande, daar ook een Commando militairen zoude noodig weesen, te plaatsen. Alleen zoude men daartoe noodig hebben een ruijme vooren van vaatwerk, om op 't Eijland niet verlege te aa„ „ken van water. De muuren van 't fort zijn alle nog vrij sterk, maar de koertiene tusschen de klokke en vlaggepunt is zwak, en zal eenmaal dienen vernieuwd te wor „den. Om dit gebrek zoo veel moogelijk te verkbe„ „teren zoude men indien 't bleek, dat 't ernstwas, vo deese twee bastions en koertiene een drooge gragt kunnen maaken, met een glacie aan den buijten kant, waar door ook het bespringen van de plaat moeijelijker zoude gemaakt worden. Jk heb de eer met alle agting te zijn /:onderstond:/ Wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiederd weer ! Iuw WelEd: Groot Achtb: onderdanige en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ M: M „kern /:in margine:/ Cutukorijn, den 20. „nuarij 1798. Jk heb de eer gehad te ontvangen uwelEdele Groot hoogst g'eerde aparte en sekreete letteren van den 31 p 1789. en 9. febr, welkers inhoud ik tot mijne schul „narigt zal laaten strekken. kort na het afzenden van mijnen eerbiedigen sekreeten van den 20=e Januarij, gaff mij de Engelsche kom„ „mandant van Paleamkotte de heer Collonel Bred„ „ges kennis, dat Tipoe sullan zig bij het Gouver„ „nement te Madras weegens de attacque van den 29=e december teegen Trievankoor verontschuldigd had, zeggende dat deselve buijten zijn voorweeten was geschied, en dat hij gezind was in vreede te leeven, en seedert heeft Tipoe Sultan ook werkelijk niets meer ondernoomen, zoo dat men het tans daar tegenwoordige voor houd, dat hij voor het thans daar voor houd, dat hij voor het teegenwoordige van zijne oorlogs zugtige oogmerken heeft afgezien. Ik heb daarom buijten een enkelde aanschrijving aan de Residen„ „ten, om de schulden der kooplieden zoo veel moogelijk te verevenen, niet noodig geoordeeld, om iets het alderminste in het werk te stellen, zijnde dus alles gebleeven in den staat, waarin het tevooren was, zonder dat er iets het alderminste is ver„ „onkost, of veronkost worden zal, indien de gedugte inval van Tipoe Sultan, zoo als men nu dentel geen gevolg zal hebben. De ontvangene ammunist naaij „ sie „sie goederen zullen als dan ook met de eerste glegen„ „heijd worden te rugge gezonden. Jk heb straks na den ontvangst van uwelE: Gomn: Agtb: bevel aan den Nabab kennis gegeeven van de uijtschrijving van de Manaarsche paarlischarij op het rapport, 't geen van de visitaatsie staatin „koomen, met verzoek om zig volgens het d=e atbe van 't traktaat te verklaaren, of hij zijn aandeel in geld dan wel in tories verkiest, en dat een ke pij van deese verklaaring spoedig mag gezonden worden aan het opperhoofd te Manaar, daar de verpagting ditmaal zal geschieden. Ik heb van deesen brief een kopij gezonden aan 's Nabals aant den heer Buchanan en ik biede uuwel Ed: Grot Achtb: hierbij in eerbied aan de afschriften van de brieven, met het andwoord van den heer Bucha „nan, en den naderen brief door mij daarop t andwoord geschreeven. De advertissementen waar de uijtschrijving van eene paarlvisschenij heb ik op deese kust laaten publiceeren, daar en zoo als het gebruijkelijk is. Jk heb de eer met alle eerbied en trouwe te blijven /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /: in margin 3. kisten nagelen, die van de Comp: te koetsiem gekogt zijn. Den 5:e deeser kwam alhier van koetsiem terug een tonie van den burger Meijer, met een pas verleend door den Heer Raad ordi„ „nair en Mallabaarsch gouverneur van Angelbeek, ge„ „melde Meijer kwam oogenblikkelijk na de komst van zijn vaartuijg kennis geeven, dat buijten de goederen bij de pas vermeld nog verscheijdene goederen in zijn vaartuijg te vin„ „den waaren, die de Regeering van weege den koning van Trevankoor te Annende pappenade poentore met geweld had aan boord gezonden en den tandel gedwongen om intenee„ „men, met bijvoeging, dat dit goederen waren van den Arma„ „ne, die door den Landregent van Tirnevelli gezonden wierden, voor den Nabab na Madras, waartoe zij zijn vaartuijg wilden huuren. Deese goederen bestaan in de navolgende, als: 16. pakken met wilde Mallabaaasche kanneel 132. Zakken pepper 3. Zakken kardamom 9. pakkaijten olie 100. bondels koperas. 20. bondels gedroogde gember. Een heel een voudig man, die als oppasser bij deese goederen is, Aan als Vooren Tutukorijn den 2. Maart 1790. Tietuekorije zegt,
English
To everyone says that his father-in-law and a Patani who is coming overland have ordered him to look after the aforementioned goods, without him knowing how much and what is there, but that everything belongs to the Land Regent at Tirrievelli. I have found myself obliged to give notice of this occurrence to Your Right Honourable Worships, and to respectfully request of the same, for the time being and until the receipt of Your Right Honourable Worships' further orders, I have issued orders that the goods may not be diminished, unloaded, or transported. I would have had the same deposited in the Company's warehouse, but I feared that this regent, who is presently busy delivering paddy, on that account would immediately halt the delivery, and that I would easily offend him as well as the Nabob by arresting the mentioned goods, which is why before doing anything I preferred to await the orders of Your Right Honourable Worships, which in this case can happen all the more easily since those who are tasked with the care of the goods have not yet appeared here. I have the honour to be with due respect and fidelity, was signed as before in the margin Tutukorijn the 10. April 1790. — Before Yesterday evening I received report from the English commanders, and this morning from the Resident of Cape Comorin, that Tipu Sultan on the 15th of this month at six o'clock in the morning had made himself master of the lines of Travancore, that the troops of the Raja had retreated to Chinotte, situated about four hours from the lines, uniting themselves with the two English battalions, which until now have lain encamped there quietly and without meddling in anything; and that one would therefore soon have to expect a new attack on this post. Nothing is mentioned by the English of the circumstances that took place at the conquest of the lines, but the Resident of the Cape writes, as appears from his letter which accompanies this in original, that according to the rumours there, only few of the king's people had been saved. If Tipu succeeds in overcoming the remainder of the king's troops at Chinotte, which almost no one doubts, he will, outside of Cochin, find little resistance left in the Travancore country, since the king has not a single defensible place, and there is thus no doubt that with the cavalry which he has with him and which is estimated at six thousand men, he will plunder the entire country in a few days. In such a case, and since the war with England is now inevitable, it seems more than certain that the realm of Madure, stripped of troops, and the entirely exposed province of Tirnevelli, will suffer the first onset from the troops of Tipu, who find an open road from Cape Comorin to Dindigul through a country in which it is said that many inhabitants, who yearn for a change, will receive them with open arms. On the one hand it is not to be believed that the English would so far neglect their own interest that they would summon no means to oppose the undertakings of Tipu Sultan, but on the other hand it is also certain that the statesmanship of a man like Tipu is inimitable, since they, as well as all natives, often have an eye more to their rash passions than to their real interest. It would therefore not be such a strange thing that, although the English might invade the lands of Tipu with their numerous army, he meanwhile with the people he has in Malabar plunders the defenceless lands of Madura and Tirnevelli. This was the manoeuvre which the father of Tipu made in the year 1769, when, while the English had invaded his country, he fell with his army into the lands of the English, and almost upon the glacis of Madras forced them to peace. Out of precaution I had already beforehand sent a dhoni to Cape Comorin, which I hope will have arrived there by now, and I will attempt to send one or two more, and I will furthermore write to the Resident to accept all linens, money, or goods that he can obtain from the merchants toward settling their arrears, and to hold himself in readiness, upon the first certain news of the arrival of Tipu's troops, to come hither with whatever of value is still in the lodge, after having handed the lodge over to a native servant. The weaving mills and all trade and commerce in the Travancore country are entirely at a standstill, since all men are being pressed. In this circumstance, and since the inhabitants of Travancore themselves are beginning to flee, I do not see that it could disadvantage us if we withdraw our European servants with the most valuable goods from the Cape, even though the troops of Tipu might not come there. With respect to Kilkare, I would likewise find no objection, even if somewhat early, to breaking up the lodge in the same manner as at Cape Comorin, since this has happened there several times; but regarding Tutukorijn, Mannapaar, and Punnaikayal, I find myself all the more embarrassed, since it is now the time that the collection of linen necessarily ought to be started, as the cotton has fallen to reasonable prices, and the workmen are already earnestly coming to request work, and since we, wishing to preserve our exclusive trade right, must either keep the weaving mills at work or permit that others collect linen, which would surely happen soon, since many, even if they had no objectives of profit, along this
Dutch transcription
Aan als zegt, dat zijn weer en patanie, die overland komt heeft gelast op voorm: goederen te passen, zonder dat hij weet hoe veel en wat er is, maar dat alles toebehoord aan den Landregent te Tirrievelli. Jk heb mij verpligt gevonden om uwel Ed: Groot Actb: v dit voorval kennis te geeven, en om Hoogst derzelver „veelen diendweegen eerbiedig te verzoeken, voor eerst en tot de ontvangst van Uwel Ed: Groot Achtb: nader ondr hab ordre gesteld, dat de goederen niet zullen moogen vermindel gelost of vervoerd worden. Jk zoude deselve in komp:s fa „huijs hebben laaten opleggen maar ik vreesde, tat dele „regent die tans beezig is, om nelie te leeveren, oor schuld aanstonds de leverancie zoude staaken, en t ik hem zo wel als den Nabab ligtelijk zoude verstoon met het arresteeren van de gemelde goederen waarom alvoorens iets te doen liefst de ordres van uwelEd: g Achtb: wilde afwagten, 't welk in dit geval te ligter o geschieden, wijl de geenen, die met de bezorging van de goederen belast zijn, alhier nog niet verscheenen zijn Ik heb de eer met verschuldige eerbied en trouwe te zijn /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine Tutukorijn den 10. April 1790. — Vooren Gisteren avond heb ik van de Engelsche kommandanten, en morgen van den Resident van kaab kommorijn, naigt „vangen, dat Tipoe sultan zich op den 15=e deeser des mor„ „gens om ses uuren van de linien van Trevankoor had meester gemaakt, dat de troepen van den Raja waaren ge„ „relireerd tot Chinotte, ongevaar. vier uuren van de linie geleegen, zich vereenigende met de twee Engelsche battal„ „jons, die tot nu toe stil en zonder zich met iets te moeijen aldaar gekampeerd hebben geleegen; en dat men dies eerlang een nieuwe attacque op deese post zoude moeten verwagten: van de omstandigheeden, die bij de verovering van de linie hebben plaats gelad, word door de Engelschen niets gemeld, maar de Resident van de kaap schrijft, zoo als blijkt bij zijnen brief, die in origineel hierneevens gaat, dat volgens de gerugten aldaar maar weijnig van 's konings volk was be„ „houden gebleeven. Indien het Tipoe gelukt, om 't overschot van 'skonings troepen te chinotte te overmeesteren, waaraen haast niemand twijffelt, zal hij buijten koetsiem in het Trevankoorse land wijnig teegenstand meer vinden, wijl de koning geen enkele verdeedigbaare plaats heeft, en daar is dus niet aantetwijffelen, of hij zal met de kavallerij, die hij bij zich heeft en die op sesduijsend man begroot word in weijnig daagen het geheele land uijtplunderen. In zulk ge„ „val, en vermits de oorlog met Engeland als nu onvermijde„ „lijk is schijnt het meer dan zeeker, dat het van troepen ontblootte rijk van Madure en de geheel openleggende pro„ „vintie Tidnevelli de eerste aanstoot zal lijden van de troepe vangen van tot het doen. sten. van Tijpoe, die aen gehaanden weg vinden van de kaar „kommorijn tot Tindikal door een land waarin men zegt„ dat veel inwoonders, die na verandering haaken, hnd met opene armen zullen ontvangen. Aan de eene zijde is het niet te gelooven, dat de Engelschen hun eijgen belang zoo vaer zouden verwaarloosen; dat zij geen middelen zouden krarmen„ om teegen te gaan de onderneemingen van Tipo sullen, van leger dien maar aan de andere zijde is het ook zeeker, dat de staa „kunde van een man als Tipo onnavolgbaar is, wijl sij zoo wel als alle inlanders dikwils meer hunne onbesonne driften dan hun werkelijk belang in het oog houden, H zoude derhalven geen zoo vreemde zaak weesen, dat schoo de Engelschen met hunne talrijke armée in de landen vo Tips mogten vallen, hij intusschen met het volk, 't geen de Mallabaar heeft, de weerhooze landen van Madule Tirnevelli uijtplunderd. Dit was, het maneuwe 't welk de vader van Tipo maakte in 't jaar 1769. , wanneer terwijl de Engelsche in zijn land gevallen waare, met leger viel in de landen der Engelschen, en schier op d glacie van Madras hen tot vreede dwong. Ik had reeds bij voorraad uijt voorzigtigheijd een tonie na d kaap kommouijn gezonden, die ik hoope dat er nog bijk zal zijn gekoomen, en ik zal het beproeve, om er nog een twee te zenden, en ik zal voorts den Resident aanschrijk om alle lijnwaaten geld of goed, die hij van de kooplide krijgen kan tot verevening van hun agterstal aanteneemen, en zich gereed te houden, om op de eerste zeekere tijding van de aankomst van de troupen van Tipo, met 't geen in vng nog van waarde is, herwaards te koomen, na de losie aan een inlandsch bediende te hebben overgegeeven. De weverije en alle handel en wandel in het Trevankoorsche land staat geheel stil, wijl alle mannen geprest worden, In deese omstandigheijd en daar de inwoonders van Trevankook zelve beginnen te vlugten, zie ik niet, dat het ons zoude kunnen benaadelen, dat wij onze Europeesche bedienden met de meestwaardige goederen, van de kaap ligten, schoon ook de troepen van Tizo daar niet mogten koomen. Met be„ „trekking tot kilkare zoude ik insgelijks geen zwaarigheid vinden, om schoon wat vroegtijdig de losie op gelijke wijze als de kaap kommozijn optebreeken, wijl dit daar meermaels is geschied; maar omtrent Tutukorijn, Mannapaar en Ponnekail vinde ik mij te meer verleegen, daar het tans de tijd is, dat de inzaam van lijnwaat noodzaa„ „kelijk zoude moeten begonnen worden, wijl 't kattoen tot reedelijke prijsen is gedaald, en de werklieden reeds kragtig koomen verzoeken om werk en wijl wij ons exklusief han„ „delregt willende bewaaren, of de wiverijen moeten aan 't welk houden of toestaan, dat anderen lijnwaat inzaa„ „melen, 't geen voorzeeker haast zoude geschieden, wijl vee„ „len, zoo ze al geen oogmerken van winst hadden, langs krijgen deese
English
this way their fanums, with which they would not seek to realize any profit. And since with the advancing of money for the linen trade in these times there is such great danger that neither I nor anyone else can be responsible for it, I request the direct orders of Your Right Honourable Greatness on how we must behave in these circumstances, and especially whether we must advance money for linen, and if so, whether we shall have to be responsible for it in the event of an unexpected casualty. In the latter case, one can be certain that not a single duit more will be put out; for although it is uncertain whether the troops of Tipo will indeed advance into these lands, it would nonetheless be ill-advised to let it come to that, because it is so easy for Tipo, once he is master of Trevankoor, to plunder this land, that judging from his way of thinking, as mentioned before, it is not to be expected that he would not do so; and his cavalry travels with such speed that they very often bring the first news of their arrival themselves, so that it seems ill-advised to let matters come to the utmost extremity with these funds. The English remain entirely quiet through all of this, allowing their ally to be brought completely under, very likely with the intention of being all the better able afterwards to force him into a submission to which he has not wished to bind himself until now. In the latest courier from Madras it was posted with much fanfare that the army under Colonel Milgraave had marched on the 10th of this month from Walajabad to Wandrebassie, but this is only a small army, which was perhaps moved to find provisions and fodder for the horses. The main army of the English still lies motionless at Fritsjenapali. Only it is said that this army will break camp on the first of May and march to the capital of Tipo, and that Colonel Wareldij is expected to come over from Bombaij to Koetsiem with a thousand Europeans and five battalions of Sepoys, which I heartily wish may prove true; while I furthermore have the honour to remain with due respect and fidelity, undersigned and signed as before, in the margin Tutucorijn the 25th of April 1790. I have had the honour to receive Your Right Honourable Greatness's most esteemed secret and separate letters of the 21st of April and the 2nd of this month. After my humble letter of the 10th of April had departed, the country regent sent someone here to receive the goods mentioned in the said missive from the vessel of the burgher Meijer and transship them into another to forward them further to Madras. I granted permission for the transport of all the goods, except for the wild cinnamon and pepper, which I declared I could not allow to pass, being contraband goods, unless we were sufficiently assured that they belonged to the Nabab. Whereupon the country regent, by a letter of the 30th of April, of which a copy is attached hereto, declared that these goods were requested from the King of Trevankoor by order of the Nabab and truly belong to the Nabab, requesting to allow them to pass without hindrance, as has since been done, in accordance with Your Right Honourable Greatness's most esteemed order by missive of the 21st of April. The arrival of a reinforcement of English troops on the coast of Mallabaar will hinder Tipo Sultan from further extending his operations in the kingdom of Travancore, especially since the heavy rains which occur continuously in that country during the next few months, and which make the roads and rivers almost impassable, virtually forbid this by themselves. We therefore probably have nothing to fear from that quarter in the course of this year; but from the direction of Tindikal, where a large detachment of his cavalry is posted, the difficulty remains the same. From there they can ravage this entirely flat country without any danger, which, along with all the rivers, is completely dry until the month of October or November, because all troops have been withdrawn from there and placed with the main army, leaving inside Madure and Palamkotte only as few men as is barely necessary to defend the places against a cavalry attack. One would certainly have to think that, since the English stand ready to invade the lands of Tipoe Sultan with a very large army, which, however, is postponed from time to time, and since they also assure that the Marathas and Nizam Ali will assist them therein, Tipoe would have the utmost need for his troops to defend his own country; but on the contrary, it is asserted that Tipoe, if he can only move the Marathas to neutrality, to which end he is continually busy employing all his power, is not concerned about the English, and that his real intention is that, following the example of his father, a detachment of his cavalry will invade the lands of Mahomet Ali, or of the English, which amounts to the same thing, as soon as the English make a move to march into his territories. That this is no loose conjecture, but a well-founded apprehension, should be deduced from the stay of so much cavalry of Tipoe at Tindikal, a defenceless place where the English will find not the least resistance; and one should further be assured of it from the conduct of the English and the Nabab's regents themselves, who, knowing the intentions of their enemy best, arrange all their public as well as private affairs accordingly.
Dutch transcription
deese weg hunne fanums, waarmeede zij geen wig i 7 zouden zoeken te retiliseeren. En vermits bij het voorse 6 van geld tot den lijnwaat handel in deese tijd een zoo grot „vaar is, dat ik nog niemand anders daar voor dnd „woordelijk kan weezen, verzoek ik de direkte bevel uwel Ed: Groot Agtb:, hoe wij ons in deese omstandig zullen moeten gedraaggen, en inzonderheijd, of wij geld vor lijne zullen moeten voorschieten, en zoo ja, of wij daar voor zul moeten. verandwoordelijk weesen bij een onverwagt towel„ 't laatste geval kan men zeeker weezen, dat 'er geenduij meer zal worden uijtgezet; want hoewel het wij en is, op de troepen van Tipo wel in deese landen zullen so zo zoude het dog ongeraaden weezen, om het daarop te la „ten aankoomen, wijl het Tipo, als hij eens meester is van Trevankoor zo gemakkelijk is, om dit land uijtte „plunderen, dat het van zijne wijze van densken an Aan als Vooren. te verwagten is, dat hij het niet zoude doen, en zijne kavallerij reijst met zoo veel spoed, dat zij heel de „wils de eerste tijding van hunne komst zelfs aanbren zo dat het ongeraden schijnt om het met deese gesten to het uijterste t te laaten aankoomen. De Engelschen houden zich bij dit alles geheel stil, lasten hunnen bondgenoot geheel te onder brengen, zeer wan „delijk met het oogmerk, om hem daarna des te kelten kunnen noodzaaken tot eene onderwerping, waartoe ij hij tot nie toe niet heeft willen verbinden. In den laasten koerier van Madras is met veel ophief geplaast, dat de armee on„ „der kollonel Milgraave den 10:e deeser was gemarcheerd walajabad na wandrebassie, maar dit is maar een klijn legertje, 't welk moogelijk verplaatst is, om leevensmid„ „delen en voeder voor de paerden te vinden. Het groot leeger van de Engelschen legt nog onbeweeglijk te Fritsjenapali„ Alleen zegt men, dat dit leeger den eersten Meij zal opbree„ „ken, en marcheeren na de hoofdplaats van Tipo, en dat van Bombaij na koetsiem staat overtekoomen de kollo„ „nel Wareldij met duijzend Europeeschen en vijf battaljons Lipahis, 't welk ik hartelijk wensche, dat bewaarheijd mo„ „ge worden; terwijl ik voorts de eer heb met verschuldigde eerbied en trouwe te zijn /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/: Tutucorijn den 25:e April 1790. Jk heb de eer gehad te ontvangen uwel Ed: Groot Achtb: hoogst g'eerde sekreete en apparte letteren van den 21:e April en 2:e deeser. Na dat mijnen eerbiedigen van den 10:e April was afgegaan, zond de landregent iemand alhier, om de goederen, vermeld bij„ gem: missive, uijt het vaartuijg van den burger Meijer te ontvangen, en in een ander over te scheepen, om deselve verder na Madras te verzenden. J:k gaf verlof tot 't vervoeren van alle de goederen, buijten de wilde kanneel en peper, die ik verklaarde, als kontrabande goederen zijnde, niet te kun„ tot laaten laaten volgen tenwaare wij woldende was gebedelen ete „zelve aan den Nabab gehoorden: Wierop heeft de Landegne bij een brief van den 30e April, welke in Copij huimuur gaat, verklaard dat deese goederen op bevel van den Nabab van den koning van Trevankoor gevraagd zijn enaen de Nabab werkelijk gehooren, met verzoek, om deselve sond te laaten passeeren, zoo als zeedert geschied is, overeen den „stig uwel Ed: Groot Achtb: hoogst g'eede ordr bij misi van den 21. April. De aankomst van een versterking Engelsche troeke, op de kust van Mallabaar, zal Tipo Sultan hinderlijk weezen, om zijne operaatsien in het Rijke van Teventemn verder uijttebreijden, inzonderheijd daar de zwaare regns„ die men in de eerstvolgende maanden in dat land quam „lijk heeft, en die de weegen en rivieren haast onbruijl„ „baar maaken, dit genoegzaam van zelve verbieden, wij hebben dus in den loop van dit Jaar van dien kant von„ „moedelijk niets te vreezen; maar van den kant van Tindikal, daar een goede partij van zijne kavaleij gepa „teerd legt, blijft de zwaarigheijd deselve. van daar hen dit geheel vlakke land, 't welk tot de maand oftoder of November, neevens alle rivieren geheel droog is, zonde eenig gevaar doorstroopen, wijl alle troupen daar uij zijn geligt, en bij de armee geplaatst, zijnde binnen Madure en Palamkotte, zoo weijnig volk gelaaten, als even meijs, i„s, om de plaatsen te verdeedigen, teegen een aanval van kavallerij. Men zoude zeeker moeten denken, dat, daar de Engelschen gereed staan, om met een zeer groote armee in de landen van Tipoe sultan te vallen, 't geen echter van tijd tot tijd word verschoven, en daar zij daarbij ver„ „zeekeren, dat de Maratten en Nisam Ali hen daarin zul„ „len bijstaan, Tipoe zijne troupen hoog noodig zoude hebben„ om zijn eijge land te verdeedigen; maar daarenteegen verzee„ „kerd men, dat Tipoe, indien hij de Maratten slegts tot neu„ „traliteijd kan beweegen, waartoe hij onop houdelijk beezig is al zijn vermoogen in het werk te stellen, voor de En„ „gelschen niet bekommerd is, en dat het zijn werkelijke intenisie is, dat, na het voorbeeld van zijnen vader, een partij van zijne kavallerij in de landen van Mach„ „ met Ali, of van de Engelschen 't geen op het zelve uijtkomt, zal vallen, zoo dra de Engelschen beweeging maaken, om in zijne landen te trekken. Dat dit geen losse gissing, maar een wel gegronde bedugting is, zoude men moeten opmaaken, uijt het verblijf van zoo veel ka„ „vallerij van Tipoe te Tindikal, een weerloose plaats, daar de Engelschen geen de minste teegenstand zullen vinden en men zoude er verder van moeten verzeekerd worden, uijt het gedrag van de Engelsche en de Nababs regenten zelven, die de oogmerken van hunnen vijand best kennende; alle hunne, zoo publicke als bijzondere zaaken inrigten
English
in such a manner, that one must be almost convinced that an invasion of the troops of Tipoe sultan into these lands is to be expected, the local ruler having already made covert inquiries as to whether, in case of emergency, he would be able to find safety in Tutucorijn or on the islands. They also make no secret of this rumor, but they are not entirely agreed among themselves, some believing that the Coromandel Coast will be the object of Tippoo's rapacity, while others think that Tipo primarily has his eye on this coast, because it remained free from plunder in the last preceding war, and thus it may be assumed to have the most affluent inhabitants. In this uncertain state of affairs, it is difficult to foresee what turn events may take. If the English will have brought the Raja of Travancore to that alliance and submission which they seem to have proposed to themselves, then it is thought that they will come to terms with Tipo without the sword leaving the scabbard, and in this case, all anxiety on this Coast will cease; but if the English, as they pretend, march with their force into the lands of Tipo, then it is held to be almost certain that their cavalry, along with the marauders of Tipo, will invade these lands. How far these maraudings will extend is impossible to determine; but it may be stated as sufficiently certain that if we postpone the measures for securing our factories and our trade until the danger reveals itself before our eyes, it will then be too late, because the Cavalry of Tipo will surprise the defenseless factories with such speed that all must be considered lost. And since in this uncertain state of affairs it would not be possible, even for the most discerning eye, to determine the exact time of the approaching danger, I would respectfully request of your Right Honorable a clear instruction as to how long we must wait before breaking up the factories, and whether anything may be ventured for the preservation of our rights and our trade, or whether the utmost caution must be employed for the preservation of our money and property. It would indeed be safest to advance no money for linen for the present; but as long as the invasion of Tipo was not certain, we could not omit this without fear that others would seize this opportunity and take over the procurement in our stead. There seems to be no middle way. We must, if we wish to preserve our exclusive trade right, keep the looms going to some extent, even if something were to be risked, or we must allow others to make use of the weavers. The instruction in your Right Honorable's letter of the 9th of February, that affairs must be kept in full swing, seems indeed to have been given with this aim, to maintain us in our exclusive trade right; but since the outcomes of a war with Tipo cannot be determined, I request to be provided with a clear instruction from your Right Honorable as to whether we, in the circumstances as they now are, must proceed with the gathering of Linen, and if so, I request for myself and the Residents that, in the event of an invasion by Tipoe sultan, we may not be held responsible for any damage that may be caused to the Linen trade, but that this damage shall remain wholly and entirely for the account of the Company; for that I have advanced money to the merchants this year was done solely to prevent interlopers, who seek to intrude into our trade, from finding any suitable pretext for doing so, and at the same time every possible precaution was taken, it having been prescribed to the merchants that they should only disburse in small sums, ensuring that linen is delivered promptly for it. The commanders of Tipo, in the event of an invasion into these lands, will certainly have specific orders as to how they must conduct themselves toward the European nations that are not involved in the war, and thus all proposals in that regard might very likely be fruitless; but nevertheless I take the liberty of submitting to your Right Honorable's consideration whether it is not advisable to send a mission of one or two natives to the army commander who invades these lands, to inform him that we will observe a strict neutrality, and that we therefore expect the same from Tipoe sultan, adding an indication of our possessions. When Sadras was plundered by the troops of Haider Ali in 1780, the army commander said that this had been our own fault, as we had not informed him that it was a place belonging to the Dutch, which he could not have known. After this was written, news arrived that Cranganore was abandoned on the 17th of this month by the people of the Raja, and that the people of Tipoe sultan had taken possession of it, virtually in sight of the English encampment which lies near Ayacotta, without their doing anything. I have the honor to remain with all respect and fidelity, (below was:) and (signed:) as before, (in the margin:) Tutucorijn the 15th of May 1790. To
Dutch transcription
op een weijse, dat men schier overluijgd met wezen een inval van de troepen van Tipoe sultan in da landen verwagten, hebbende de landregent reis on de hand laaten verneemen, of hij in val van 't nood te Tutucorijn of op de eilanden veiligheijd zouk z „nen vinden. zij maaken ook van deese buijten E „ting geen gehum, maar zijn het daarover onder„ niet volkomen eens, meenende eenigen, dat de keu kormandel, 't voorwerp van Tippoos roofzugt z weezen, terwijl anderen meenen, dat Tipo voorm „mentlijk het oog heeft op deese kust, om dat „selve in den laast voorgaanden oorlog van de pl „dering is vrij gebleeven, en dus verondersteld mag„ „den de mieste vermoogende inwoonders te Jn deese onzeekere omstandigheijd van zaaken het kwalijk te voorsien, wat keer de zaaken m zullen. Jndien de Engelschen den Raja van Tra „koor, tot die verbintenis en onderwerping zullen „ben gebragt, die zij zig schijnen te hebben voorgest dan denket men, dat zij zig met Tipo zullen vers „gen, zonder dat 't zwaard uijt de schede komt, in dit geval zal alle bekommernis op deese Br ophouden; maar indien de Engelschen, zoo als zij „geeven, met hunne magt in de landen van Tiks dan word het genoegzaam zeker gehouden, dat on kavallerij met de rovers van Tapo in deese landen, vallen, tot hoe ver zig deese roverijen zullen uijtstrekken is onmoogelijk te bepaalen; maar genoegzaam zieken mag men stellen, dat indien wij de middelen tot beveij„ „liging van onze faktorijen en onzen handel uijtstellen, tot het gevaar zig voor onze oogen openbaerd, het dan te laat weesen zal, wijl de Kacallerij van Tipo met zulk een snelheijd de weerloose faktorijen zal overvallen, dat alles voor verlooren zal moeten worden gehouden. En wijl het in deese onzeekere omstandigheijd voor het door„ „tzigtigste dog niet moogelijk zoude weesen, om den Juij„ „sten tijd van het aannaderend gevaar te bepaalen, zou„ „de, ik uwel Ed: Groot Achtb: eerbiedig verzoeken, om een duijdelijk voorschrift, tot hoe lang het zal moeten worden ingezien, om de faktorijen op te breeken, en of ter bewaaring van onze rechten en onzen handel iets zal mogen worden gevraagd, dan wel of de uijterste voorzigtigheid, ter bewaaring van ons geld en goed zal moeten worden in „ 't werk gesteld. Wet zoude wel veiligst weesen, om voor eerst geen geld voor lijnwaat uijtteschieten; maar zo lang en de inval van Tipo niet zeeker was, zouden wij dit niet kunnen nalaaten, zonder vreese, dat anderen dee„ „se geleegendheijd zoude waarneemen, en den inzaam in onze plaats opvatten wier schijnt geen middelweg te weezen. wij moeten, indien wij ons efklusief handelregt Wilsen Kaerelle willen bewaaren, de weefgetouwen eenigermaate aan den gang houden, al zoude 'er ook iets gewragd me of wij mooten toelaaten, dat anderen van de wervorije gebuij maaken. Het voorgeschreevene bij uwelEd: Groot Agb: m „sive van den 9:e februarij, dat de zaaken een vollen hop moeten houden, schijnt wel met dit oogmerk te zijn „schiedt, om ons in ons exklusief handelragt te bijve maintineeren; maar vermits de uijtkomsten van een oorlog met Tijdoe niet te bepaelen zijn, verzoek ik met een duijdelijk voorschrift van uwel Ed: EGrt Achtb: te worden voorzien, of wij in de omstandighe zoo als die nu is, zullen moeten voortvaaren, met he „zaamelen van Lijnwaat, en zoo ja, verzoek ik vor mij en de Residenten, dat wij bij een inval van Tip sultan niet verandwoordelijk moogen wezen wan schaade, die aan den Lijnwaat handel mooge worde toegebragt; maar dat deese schaade geheel en alh blijven voor reekening van de komp:s; want dat in dit Jaar geld aan de kooplieden heb voorgeschr is alleen geschied; om voortekoomen, dat waar hals die zig in onzen handel zoeken intedringen, geen bekeea voorwendzel daartoe vijnden, en daarbij is teffens moogelijke behoedzaemheijd gebruijkt, als zijnde de kop voorgeschreeven, dat zij niet als bij klijne sommen uijtzatgen draage, dat daar voorspoedig lijnwaten geliever worden De kommandanten van Tipo, zullen bij een inval in deese landen, voorzeeker bepaalde ordres hebben, hoe zij zig moeten gedraagen, omtrent de Europische naatsch die niet in den oorlog gemengd zijn, en dus zullen alle voorstellen dien aangaande veel ligt vrugteloos weesen; maar echter neem ik de vrijheijd UwelEd: Groot Achtb„ in bedenking te geeven, of het niet raadzaam is, om een bezending van een of twee inlanders te zenden aan 't leger hoofd, het welk in deese landen valt, om hem ken„ „nis te geeven, dat wij een stipte neutraliteijd zullen, in acht neemen, en dat wij dus het zelve verwagten van Tipoe sultan, met bijvoeging van eene aanwijzende van onze bezittingen. Toen Sadras in 1780. door de troe„ „pen van Waider Ali was uijtgeplunderd, zeijde het legerhoofd, dat dit onze eijgene schuld was geweest, wijl wij hem geen kennis hadden gegeeven, dat het een plaets van de hollanders was, 't geen hij niet had kunnen weeten. Na dat deese was ingesteld, komt er tijding, dat kranga„ „noor, op den 17:e deeser door 't volk van den Raja ver„ „laaten was, en dat 't volk van Tipoe sultan er bezit van had genoomen, genoegzaam in 't gezigt van het Engelsch kampement, 't welk bij Aikotte legt zonder iets uijt„ 7„ tevoeren. / on Ik hebde eer met alle eerbied en trouwe te blijven /:onderstond:/ en /:ge„ „teeken:/als vooren/:n margine:/ Tutukorijn den 15:e Maij 1790. Aan
English
To the same as before. To the same as before. To the same as before. This morning I received a letter from the Commander of Palam kotte, Colonel Bridges, reporting that Tipoe Sultan left the country of Trevankoor on the 12th of this month without leaving a single man behind. I have the honor to be with all respect and fidelity, was signed as before, in the margin, Tutucorijn the 21st of May Anno 1790. I have had the honor to receive your Right Honorable Most Respected secret letters of the 19th of June and 18th of this month, and shall let what was commanded therein serve for my dutiful guidance. I have the honor to be with all respect and fidelity, was signed as before, in the margin, Tuticorijn, the 22nd of July 1790. I have had the honor to receive your Right Honorable Most Respected secret letters of the 24th and 31st of July, in respectful reply whereto serves that, although it is true that Company military personnel march back and forth to the posts subordinate to this coast, it is also true that these detachments have hitherto consisted only of such soldiers as are needed at the Residencies, and who usually did not exceed in number what decent travelers in this country use for their retinue. Of such considerable detachments as your Right Honorable has now summoned from Koetsziem, we have no precedent. Even if there were a precedent that previously such a large detachment had marched through the lands of the Nabab without permission from the native government, it would nevertheless not be advisable to follow such a precedent now, because previously we had to deal with native rulers who showed much accommodation for the sake of their own interest in the Company, whereas we now have to deal with shrewd European servants who better understand territorial law and also pay more attention to it. Two years ago we were sent from the English government at Madras a permit from the Nabab to let a detachment of troops march from Tutucorijn to Koetsiem; and although we made no use of it at that time, it nevertheless provides in my view proof on the one hand that the English and the Nabab consider that we need such a permit to send troops across the Nabab's territory, and on the other hand that we have somewhat acknowledged this ourselves by accepting the aforementioned permit without any remark. In the past year the sloop Colombo drifted with a detachment of 58 Malays near Cailpatnam, being able to make neither Tutucorijn nor Ponnekail because of stiff northerly winds. And since the vessel was in want of water and provisions, the Malays were put ashore. The intention was to disembark them at Wirandepatnam, but due to strong winds one thoni came ashore near Tritssandoer and one between Tretscandoer and Alandaley. The Nabab's agent, Mr. Buchanan, who was in the field, did not fail to make remarks about this; but upon the representation that the disembarkation in the manner aforesaid had occurred out of utmost necessity, forestalling the orders that had been given from here to disembark the Malays at Manapaer, a Company village, it was left at that at that time. But I believe I must hold myself well assured that this same agent would not let it pass unnoticed if we let the detachment expected from Koetsiem march through the Nabab's lands without permission, and that most probably unpleasantness would arise from that. I therefore thought it proper, in accordance with your Right Honorable's order, to address myself to the Nabab and to request his permission for the passage of our troops, as I have done, as appears from the letter written to the Nabab, which I have the honor to offer herewith in copy to your Right Honorable. I shall dutifully comply with your Right Honorable's order regarding the melted gold. From the first minting, which yielded 33015 pagodas, I have only paid off 7000 pagodas, which some time ago, due to lack of money, I had taken up without interest and distributed to the merchants. The remaining money, apart from what was needed for provisions, has been distributed among the merchants. From the second minting, with which a start will now be made, I shall pay off the ten thousand pagodas that Mr. Bouchanan has advanced, since it was explicitly agreed
Dutch transcription
Aan als vooren. Aan als vooren: Aan als vooren Heeden morgen heb ik een briof ontvangen van den H „mandant van Palam kotte den heer Kollonel Bri „ges meldende, dat Tipoe sultan op den 12:e dar het land van Trevankoor verlaaten heeft zonde een enkeld man agtertelaaten. Jk hebde eer met alle eerbied en trouwe te zijn /oonde „stond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:in margine:/ Tutucorijn den 21:e Maij A:o 1740. — Jk heb de eer gehad te ontvangen uwel Edele gro Agtb: hoogst geeerde secreete letteren van den 19=e Junij en 18=e deezer, en zal het daer bij aanbert „ne tot mijne schuldige narigt laeten steekken Jk heb de eer met alle eerbied en trouwe te zijn /:onder stond:/: s geteekend als vooren. /: in margi Tutit Corijn, den 22:e: Julij 1790. —. Jk het de eere gehad te ontvangen uwel edele gro agtb: hoogstdeerde secreete letteren van de 24=e en 31=e Julij waerop eerbiedig in antwoord die dat, wel is waer kompenies militaire op de na deeze kust ondergeschikte posten afen aan man „ren; maer 't is ook waer dat deeze de tachemn tot nu toe alleen bestaen hebben in zulke militairen, die op de Residentsien nodig zijn, en die doorgaens niet meer in getal uitmaakten „ als fat zoende„ lijke reijzigers hier te lande tot hunne staet= „sie gebruijken van zulke aanmerkelijke detache„ „menten als uwel Edele groot Agtb: tans van koetsziem heeft op ontboden, hebben wegeen voorbeeld, „zo er ook een voorbeeld mogte weezen, dat te vooren zulk een groot detachement zonder verlof van de inlandsche Regieering door de landen van den Nabab was gemarcheerd, zoude het dog niet geraa„ „den weezen, om tans zulk een voorbeeld te volgen, wijl wij te vooren te doen hadden met inlandsche regenten, die om hun eijge belang voorde kompe= „nie veel inschikkelijkheid gebruikten; daer wij tans te doen hebben met snedige Europische bedien= „den, die het territoriael, regt beter verstaen, en daer= „op ook meerder agtgeeven voor twee Jaaren is ons van wegen het Engelsch goevernement te Madras toege= „zonden een verlof van den Nabab om een detachement troepen van Cutucorijn na koetsiem te laeten marcheeren; en hoewel wij daer van ter dier tid geen gebruijk hebben gemaekt, zo legt daerin na mijn inzien tot inzien dog een bewijs aan de eene zijde, dat de Engelahen en de Nabab meenen, dat wij zulk een verlop om troepen over 'snababs grond gebied te zenden, nodig hebben, en aan de andere zijde, dat wij dit selve en„ „germnaa te erkent hebben, door 't voorm: verlof„ zonder eenige aanmerking aan te neemen. sn't voorledene Jaer verviel de sloep holombo met een de tachement van 58: Maleijers omtrent Cail pat „nam, kunnende wegens stijve noordelijk winden nog Tutu corijn nog Ponnekail bezeijlen. en wij 't vaertuig gebrek had aan water en provisie sijnde Maleijers aan de wal gezet. Toogmerk was omde „zelve te ontscheepen te wirand epatnam; maer door sterke wind kwam een tonie ter hous b Tritssandoer en een tusschen Prets Candoer en Alanda 's Nababs agent de heer Buchanan die Cuijt u was, versuijmde niet om hier over aanmerkinge te maeken; maer op de vertooning, dat de onts „ping invoege voorsz: was geschiet uit hoogp bij voorkooming van de ordres, die van hier w „ren gegeeven, om de Maleijers te Manapaer, e komp: dorp, te ontschepen, is het ter dier tij hier bij gebleeven; maet ik meen mij wette n „gen verzekerd houden dat deeze zelve agent het niet ongemerkt zoude laeten voorbij gaen in= „dien wij het van koetsiem verwagte detachement zon„ „der verlof door 's Nababs landen lieten marcheeren, en dat daer uit zeek vermoedelijk onaangenaemheden zouden voortkoomen- Ik heb derhalven gemeent over eenkomstig uwel Ed: groot Agtb: bevel mij aan den Nabab te moeten addresseeren, en om desselfs verlop tot de passasie van onze troepen te ver= „zoeken, zo als ik gedaen heb, blijkens den brief aan den Nabab geschreeven welke ik de eer heb uwel Ed: groot agtb: in kopij hier nevens aantebieden. Uwel Ed: groot Agtb: bevel ten opzigte van 't uit= „gebragte goud zal ik schuld pligtig na koomen van de eerste vermunting, die uitgeleverd heeft 33015. pagoden, heb ik alleen afbetaeld 7000. pagoden, die ik voor eenigen tijd wegens gebrek aan geld zonder is= „trest had opgenomen, en aan de kooplieden uit= „gedeeld. Het overige geld is buijten 't geen nodig was voor de verstreking onder de kooplie den uitge= deeld. van de tweede vermunting waermeede tans een begin zal worden gemaekt, zal ik afleggen de tien duijzend pagooden, die de heer Bouchanan heeft voorgeschoten, wijl het uitdrukkelijk be„ donge het
English
To the same as before. in order dutifully to inform your Noble Great Right Honourables of this change in the government, and respectfully to request your highest orders as to whether I shall henceforth treat matters concerning the Nawab with the English government. The Nawab's agent, Mr. Buchanan, has declared by letter of 30 August that, owing to the measures of the government of Madras, he no longer considered himself authorized to interfere in any matters, and the native governor was placed under arrest immediately after the publication concerning the transfer of the lands to the English Company. But I also take the liberty to request an early reply from your Noble Great Right Honourables, since the necessary preparations for the inspection of the pearl banks must be made by 15 December, and the chank diving must begin on 1 November, and the leasing must take place some time beforehand. Meanwhile, I have provisionally answered the letter of Mr. Torin in polite terms without committing myself to any matters, as your Noble Great Right Honourables will see from my letter of the 5th of this month, which I have the honour to present herewith. Regarding the warlike operations between the English and the Nawab Tipu Sultan, I have the honour to report that the English have made themselves masters of the extensive province of Coimbatore belonging to the Nawab Tipu Sultan; that Tipu Sultan has assembled his troops in the passes of the mountains to prevent the English from entering the inland countries, occupying himself further with letting cavalry and raiders, known under the name of Looties, forage and plunder along Coromandel. The swelling of the arms of the great river Coleroon has hitherto prevented them from approaching this coast, and the forthcoming north monsoon will also hinder them greatly therein; but toward the month of February one believes these robbers must also be expected on this coast, should the war appear to continue; however, people are beginning to speak of peace. I have the honour to remain with all respect and fidelity. Underneath stood: signed as before. In the margin: Tuticorin, 6 September 1790. I had the honour to receive your Noble Great Right Honourables' highly esteemed separate letters of 9 and 10 September last. In order to fulfill the aim of your Noble Great Right Honourables, I paid a visit to Tinnevelly, which I could do very conveniently as I owed a visit to Mr. Torin; and I judged this the more necessary as the Nawab's agent, Mr. Buchanan, informed me in private that the Nawab had sent an embassy to Lord Cornwallis, upon which everything might easily be reversed and the Nawab restored to the government of his lands. Upon my arrival at Tinnevelly, the conversation with Mr. Torin soon turned to the change of the government, and I took this opportunity to ask him for some explanation of his letter, in which he had informed me that the government of Madras had introduced the English administration in the Nawab's lands. I posed to him these two questions. 1: Whether the English Company now considered itself fully master of the kingdom of the Carnatic, and then in the second place whether Mr. Torin could show me a proof from the Nawab whereby he consented to the administration of the English Company over his lands. Mr. Torin answered frankly that against the will of the Nawab they had put themselves in possession of his lands and that they had even been obliged to use force in some places; that this, however, had not been done with the intention of depriving the Nawab of his lands, nor of arrogating to themselves the sovereignty thereof, but solely to secure the revenues for the discharge of the principal sums for the payment of which the Nawab had bound himself, and in which obligation he had from time to time remained in arrears. Mr. Torin said further that the Nawab until now had even given orders to his servants in the country to make a transfer of accounts to the English, but that this order would probably arrive in a few days, and that, should the Nawab remain entirely obstinate, in such a case more detailed orders would be given by the government, according to which he would have to direct himself in all circumstances as soon as the answer from Bengal should have arrived to the embassy which the Nawab had sent to Lord Cornwallis. Now I considered myself sufficiently informed. I
Dutch transcription
Aan als vooren. om uwel Edele groot Agtb: van deeze verande in de Regeering schuldpligtig kennis te geeven, en om hoogst derzelver bevelen eerbiedig te verzo en of ik voortaen de zaaken den Nabab betaeffende zal behandelen met de Engelsche Regeering 's Nababs agent de heer Buchanan heeft bij brief van den 30: augustus, verklaerd, dat hij do de maet regelen van 't gouvernement van Matra zig niet meer bevoegd achte om zig omtrent eenige zaeken intelaeten, en de Land regent is stratt na de publikaatsci wegens den overgang van de landen aan de Engelsche komp: in arrest genomen Maer ik neeme tevens de vrijheid uwel dd: groot Agtb: om een spoedig antwoord terverke „ken, wijl de nodige toebereidselen tot de visitent „sie van de paarlbanken tegen den 15: xber: di gemaekt te worden, ende SJankoos duijseng den 1=e November beginnen, en nog eenige tijd vooren de verpachting geschieden moet. De wril van den heer Torin heb ik intusschen een verslig zonder mij omtrent eenige zaaken intelaaten civrele termen beandwoord, zoals uwel Ed: mot Agtb: zal zien bij mijn brief van den 5:e deezel, welke ik de eer heb hiernevens mede aantebieden. omtrent de oorlogs bedrijven tusschen de Engelschen en den Nabab sipo sultan, heb ik de eer te melden; dat de Engelschen, zig van de uit gestrekte provintsie kom bo= „toer aan den Nabab sipo sultan gehoorende, hebben meester gemaekt; dat Jipo sultan zijne troepen versamelt heeft in de klooren der bergen, om den En„ „gelschen den ingang is de binnen landen te beletten, zig voorts bezig houdende, om door kavallerij en voorers; onder den naem van Soeties bekend, langs kormandel te laeten vooren en plunderen. De op= „zevelling van de armen van de groote rivier de kole„ „ram heeft hen tot ne toe belet, om deeze kust te naderen, en de aanstaende noord moesson zal hen daerin ook veel kinderen; maer tegen de maand februarij meent men deeze roovers ook op deeze kust te moeten verwagten, indien de oorlog blijkt voortduuren; dog men begint te spreeken van vrede. Jk heb de eer met alle eerbied en trouwe te blijven. /:on„ „derstond: se geteekend als vooren /:in margine:/ Tutic „korijn den 6: September: 1790. —. Ik heb de eer gehad te ontvangen uwel Ed: grot achtb: welke achtb: hoogst g'eerde apparte letteren van den g en 10=e September J:o L:: —. Jk heb om aan 't oogmee van uwel Ed: groot Agtb: te voldoen, eene vesite te Cor „relli afgelegd, 't welk ik heel geroeglijk konke wijl ik eene visite aan den heer Jorie schuldig was: en heb dit te noodzaekelijken geoordeeld, wijl s alt agent de Heek Buchanan, mij in 't part tullien de kennis gegeeven dat de Nabab, aen Lord Cornwallis een ambassade had gezonden waer op ligtelijk alles omgekeerd en de Nabab in de Regeering van zij nend hersteld zoude kunnen worden. Bij mijne komt te firnevelle viel 't gesprek met den heer Sorin straks over de verandering van de regeering in en ik nam deeze geleegendheid waer, om hem tewise eenige verklaaring van zijn brief, waer bij hij mij bedeeld had, dat 't gouvernement van Madras in 's Nababs Landen de Engelsche administraatsie had„ „introduceerd. Jk stelde hier bij voor deeze tweva „gen. 1: op de Engelsche komp: tans zig reekende vollelig na „ter te weezen van het rijk van karnatika, en zem of dan in de tweede plaets de Heer Jorin aan mij Wos vertoonen een bewijs van den Nabeel, waer bij hij ben „ligde in de administraat sie van de Engelsche kom over zijne landen: de Heer Sorin andwoorde vrijuit, dat zij tegen den wil van den Nabab Zigi, de passessie van zijne landen hadden gesteld en dat zij zelfs op som= „mige plaetsen geweld hadden moeten gebruiken, dat dit egter niet geschiet was, met het oogmerk om den Nabab van zijne landen te behooren nog om zig de souvereiniteit daer van aantema tegen; maek alleen om zig te verzekeren van de inkomsten tot voldoening van de kapitaalen, tot welker vol= „doening de Nabab zig verbonden had, en in welke verbintenis hij van tijd tot tijd agterlijk was gebleeven. De Heer Toren zijde verder, dat de Nabab tot nu toe zelfs (order had gegeeven aen, zijne dienaeren in 't land om aen de Engelschen reekeningen trans= „port te doen, maer dat deeze ordre vermoedelijk is weijnige dagen zoude koomen, en dat, zo de Nabab geheel mogte halstarrig blijven, in zulk geval, omstandiger ordres van het gouvernement zoude worden gegeeven, waer na hij zig in alle omstan= „digheden zoude moeten bestieren, zo dra 't antwoord van Bengalen zoude zijn gekoomen op de ambas„ „sade, die de Nabab aan Lord Cornwallis had gezon„ „den, N meende ik genoegzaem onderrigt te weezen Jk
English
I therefore presented to the Nabab's Agent, Mr. Buchanan, who came to visit me some time thereafter, the embarrassment in which I found myself due to the change of government, as I had expected that the Nabab or his Agent would have informed us of the manner in which the government of the country had passed over to the English Company, in order to enable us to conduct ourselves accordingly in the management of affairs, as we did not wish to take any steps that might prejudice the Nabab in his honor or even be displeasing to him. I further submitted to Mr. Buchanan that, having now waited in vain for a considerable time for a complete explanation regarding the state of affairs, I found myself obliged to ask him for a decision as to whether he wished to proceed with us on behalf of the Nabab to the leasing of the chank diving and the inspection of the pearl banks, as time had now advanced so far that I could wait no longer. Mr. Buchanan answered hereto that he had already clearly declared by his letter of the 30th of July that he could no longer enter into any transaction of affairs; to the question of whether orders to that effect had been given to him by the Nabab, he answered no, that ministerially he had not the slightest orders from the Nabab, but that he had seen publicly announced by the courier from Madras that the English government had devised means to assume the administration of the Nabab's lands, that he had seen the same carried into execution, and heard that it had been published that all inhabitants henceforth had to obey the English Company; that he believed he neither could nor was permitted to oppose these measures, and thus further declared that he considered himself unauthorized to enter into any measures with us on behalf of the Nabab. Believing that we were now sufficiently secured with respect to the interests of the Nabab, I again conversed with Mr. Torin concerning the state of affairs, but I have thus far found myself hesitant to invite the English to proceed with us to the inspection of the pearl banks and the diving of the chanks. Mr. Torin even seemed to find himself hesitant to address us on that matter. The pearl banks that we had intended to inspect for this season require only one or two days, and this work can therefore very easily be postponed until 1 November, when the season for it is most suitable; and as far as the diving of the chanks is concerned, that can without prejudice remain unleased until the middle of October, since the diving only begins on the first of November; we might even, in order to give less notice, leave the diving entirely unleased, and let the same take place for the account of our Company for the one half, and for the other half on behalf of those who shall afterward be designated thereto. But now the question arises whether, if affairs between the English Company and the Nabab remain until the beginning of December in the same state in which they currently are, whether, I say, we shall in such case invite the English to the inspection of the pearl banks and to the diving of the chanks, or whether we shall in such case let the inspection of the pearl banks and the diving of the chanks take place without any intervention of the English or of the Nabab. In this regard, I respectfully request to be provided with Your Right Honorable High Orders. Meanwhile, I take the liberty to remark here that, although we have not yet recognized the authority of the English government, and although I have also up to now written not a single ministerial letter to the gentleman superintendent Torin, apart from the single reply to the notification of the change in Government, I nevertheless, in my private correspondence with Mr. Torin and in our verbal conversations, could not avoid requesting redress of several small irregularities, which are still to be regarded as consequences of the unreasonable conduct of the former Regents of the Nabab, and regarding which Mr. Torin has also given me complete satisfaction. In such an extensive jurisdiction and commerce as we have on this coast, disputes very frequently arise with the native servants, which absolutely must be cleared out of the way immediately.
Dutch transcription
Jk stelde derhalven aan P Nababs Agent den Hee Buchanan, die mij eenigen tyd daer na kwam bevzoeken voor, de verlegenheid waer in ik mijbe= „vond, door de verandering van regeering, wijl ik verwagt had, dat de Nabab of zijn Agentaen on zoude hebben kennis gegeeven van de wijze op ne „ke de regeering van 't land aende Engelsde komt: was over gegaen, ten einde ons daer na in de behn„ „deling der zaeken te kunnen besteeren alzo wijngen eenige stappen wilden doen die den Nabab in zijne eer benadeelen, of zelfs onaengenaem weezen honden Jk stelde voorts den Heer Buchanan voor, dat de nu een geruijmen tijd vrugteloos gewagt hebbend op eene volledige verklaering, wegens den stat van zaeken, mij verpligt vond, om hem de decisap af„ „te vraegen, off hij van wegen den Nabab mit ons wilde treeden tot de verpagting van de spantens duijkerij ende visitaet sie van de paarlbanken; wijl de tijd nu zo ver was ingeschoten dat ik niet meer wagten konde. De Heer Buchanan antw „de hier op, dat hij bij zijn brief vanden 30 0Me„ reets duidelijk verklaerd had, dat hij in gene behandeling van zaeken meer konde beeden, op de vraage, of hem daertoe ordres van den Nabab waeren gegeeven, ant woorde hij neen, dat hij ministerieel geen de minste ordres van den Nabab had; maer dat hij bij den koerier van Madras publiek had zien be „kend maeken, dat het Engelsch goevernement mid= „delen beraemd had, om de administraetsie van 's Nababs Landen na zig te neemen, dat hij dezelve had zien ter uitvoer brengen, en gehoord, dat 'er gepubliceerd was, dat alle ingezeetenen voortaen de Engelsche komp: moesten gehoorzaemen, dat hij meende zig teegen deeze maet regelen niet te konnen nog te mogen verzetten, en dus nader verklaerde, zig onbevoegd te agten, om met ons in eenige maatregelen van wegen den Nabab te treeden. Meenende dat wij nu genoegzaem beveijligd waeren ten belange vanden Nabab, heb ik op nieuw den Heer Torin over den staet van zaeken onderhouden, maer ik heb mij voorals nog beswaerd gevonden de Engel„ „schen te noodigen, om met ons tot de visitatie van de paarlbanken ende duikerij vande sjankoos te procedeeren. De Heer Torin scheen zelfs zig beswaard te vinden om ons daer toe aen te spreeken. De paaalbanken, die wij voor dit saek voorgenomen hadden, te vesiteeren, der eijschen slegts een a twesap en dit werk: kan dus heel gemakkelijk tot i sh „vember worden verschooven, wanneer de tijd daerto de bequaemste is; en wat de duijkerij van de spane betreft, die kan zonder benaadeeling tot den hoo „sten october onverpagt blijven, wijl de duijterij eerst den eersten November begint, zelfs souden om minder op zigt te geeven de duijkerijghel vo „verpagt kunnen laeten, en dezelve laeten geschiede voor reekening van onze komp: voor de eene heft en voor de andere helft ten behoeve van de geenen, s daer toe naderhand zullen worden geteekigd bend Maer nu valt de vraage, of indien de zaeken, tusshe de Engelsche komp:e en den Nabab, tot het baar van xber: in den zelven staet waer in ze tant za blijven; of zeg ik, wij in zulk geval de Engeleh zullen nodigen tot de visitatie van de paerlbo „ken en tot de duijkerij van de Pjankoos, dan w of wij in zulk geval ende visitaitsie der pr „banken ende duijteerij der sjankoos, allen n tusschen komst van de Engelschen of van den Nabab zullen laeten geschieden. Hier omtrend verzoek ik eerbiedig miet uw wel Edele groot Agtb: hooge bevee„ „len te worden gemunieerd. Jn tusschen neeme ik de vrijheid hier bij aante merken, dat schoon wij de authoriteid van het Engelsch gouvernement nog niet erkert hebben, en schoon ik ook tot nu toe geen enkelen ministerdeelen brief aan den heer su= „per insten dant Torin heb geschreeven, buiten het en„ „kelde antwoord op de bekendmaking van de verandering in de Regeering, ik egter in mijne par„ „ticuliere brief wisseling met den Heer Gorin, en in onze mondelinge gesprekken het niet heb kunnen ontgaen, om herstelling te vraegen van verschei= „dene kleijne ongeregeldheeden, die nog als gevolgen zijn aante maeken, van de onredelijke behandeling van de voorige 's Nababs regenten; en waer op de heer Sorin mij ook een volkomene voldoening heeft gegeeven: Jn zulk een uitgestrekte Juris diksie en handel als wij hebben op deeze kust, noomen en heel dikwils verschillen voor met de inlandsche bedienden die voldtrekt ten eersten moeten worden uit den tusschen weg
English
cleared away, in order not to obstruct trade. To use an example, I shall cite a single instance. A few days ago, report was received at Punnekail that the export of gunny was impeded, and as we were in want of gunny for the packing of the bales, it was absolutely necessary to confer on this matter with Mr Torin, who immediately gave orders to provide us with gunny, and therewith declared that it was a misunderstanding, as he had not forbidden the export, but had only ordered that gunny be provided for the army. In such and similar cases we must completely address ourselves to those who hold the government of the country in hand, without our being able to investigate whether they hold it by right or not. But whether this same Government has the right to demand from us again the right which the Nabob holds over pearl and chank fisheries, I must leave to the decision of Your Right Honourable Grandeur. In general it is believed that the Embassy of the Nabob to Lord Cornwallis will bring about no change in the decisions of the English government, because General Meadows, who pressed for the deposition of the Nabob, has been appointed Governor General of Bengal; and it is thus to be thought that matters will for the present remain in the state in which they are. There are those, however, who believe that the Nabob will be restored again in Europe; yet since even in this uncertain case we shall have to deal with the English for a considerable time, I thought I should not let this opportunity pass without conferring extensively with Mr Torin regarding our rights on this coast. And I think that we may speak freely and without hesitation with the English, because for many years already they have had their hands so far in the Nabob's affairs that he has had to accommodate everything to their wishes, and because the last treaty with the Nabob was concluded under the mediation of the English Governor, Mr Campbell. Concerning the Parruas, the merchants, and several other matters of less importance, Mr Torin has given me all promises that we shall be fully maintained in our privileges, and that he will give orders to the Maniegaars to direct themselves according to my orders in matters in which no order can be requested from him. But the article of the exclusive trade was a heavy stumbling block, and Mr Torin said that the conduct of the late Governor Campbell on this matter was now much censured. We always appealed, he said, to the pearl and chank fisheries, which were articles of very little importance in comparison with the exclusive trade in linen in the entire country. He told me that Mr Irwin, who was formerly Collector at Tinnevelly, had made proposals to establish a very advantageous trade for the English nation at Kailpatnam, and that the English Company had thereupon requested samples of all sorts of linen; that the procurement thereof had been entrusted to the Paymaster, Mr Oakes, who had indeed brought the required samples together; but that because I had physically prevented the shipment, this matter had come to nothing at that time, as Governor Campbell paid no regard to the representations of Mr Oakes. I thereupon pointed out to Mr Torin that it was an ancient right, which had already been stipulated in the treaties with the Nayak of Madurai; that it was also the Dutch who had brought trade in these countries to the flourishing state in which it presently is. Mr Torin said further that his nation had no intention of prejudicing us in our trade, but only of improving the country in such a way that both the English and the Dutch could benefit from it. But my answer was that, quite apart from the fact that this would conflict with our privileges, if this were to happen, trade would be ruined for both, because the linens, which yield only very small profits, would then immediately be driven up in price and entirely decline, as what was rejected by the one would be accepted by the other. Finally Mr Torin said that although he did not believe the English Company would disturb us in our trade, they would also not wish to deprive themselves of the right to conduct trade in a country of which they themselves were the possessors, should they wish to do so. I have repeatedly taken the liberty, Your Noble
Dutch transcription
weg geruijmt, om den handel niet te vertwegen Om een voorbeeld te gebruiken zal ik een enkel genl aenhaelen, voor eenige daegen kreeg men te Pome „kail berigt dat de afvoer van goenie belette en wijl we verlegen waeren om goenie tot het en„ „balleeren vande pakken was 't volstrekt nokgem den heer Torin hier over te onderhouden, die aan stonts ordre gaf om ons goenie te bezorgen, en da bij verklaerde dat het een mis verstand was, wijl hij den afvoer niet had verboden, maer alleen b „volen om hen goenie te bezorgen voorde armee, p zulke en diergelijke gevallen moeten we ons volt addresseeren bij de geenen, die de regeering van 't land„ handen hebben, zonder dat we kunnen onderzoeken, of we die met reckt hebben of niet, maer of ne deze st „ve Regeering het regt heeft om van ons wederoa „rig te vraegen 't regt, 't geen de Nabab heeft op paarl= en sjankoos visscherijen, moet ik aen de besa „sing van uwel Ed: groot Agtb: overlaeten sen t „gemeen gelooft men, dat de Ambassade van den Nabab aan Lord Cornwallis, geene verandering Z te weeg brengen in de besluijten van 't Englackhe vernement, wijlde heer Generael Meudons, die het af= „zetten van den Nabab heeft doorgedrongen, tot Gou„ „verneur Generael van Bengalen is benoemd; en 't is dus te denken, dat de zaeken voor eerst zullen blij= „ven in den staet, waer in ze zijn. Daer zijn 'ter egter die meenen, dat in Europa de Nabab weder zal hersteld worden; dog vermits we zelfs in dit onzekere geval een geruijmen tijd met de Engelschen zullen te doen hebben, heb ik gemeend deeze geleegendheid niet te moeten laeten voorbij gaen, zonder den Heer Jorin breed „voerig van onze regten op deeze kust te onderhou= „den, en ik denk dat wij zonder schroom met de Engelschen wrij uit moogen spreeken wijl zij reets sederd veel Jaeren zo ver de handen in 's Nababs zaeken hebben gehad dat hij alles na hunnen zig heeft moe= „ten schikken, en wijl het laetste traktaet met den Nabab onder de mediaetsie van den Engelschen Gou= „verneur den Heer Campell is geslooten. omtrent de Parruas, de kooplieden en verscheidene andere zaeken van minder aen belang heeft de Heer Jorin, mij alle beloften gedaen, dat wij ten vollen in onze privile„ „sien zullen gehand haeft worden, en dat hij aende Man„ „vergemert „nigaers „nig aers zal ordre geeven, om in zaeken, waer inge„ ordre van hem kan gevraegd worden, zig na mijne bevelen te rigten; maer het artikel van den e„ „clusiven handel was een sterke steen desaant en de Heer Torin zijde dat het gedrag van den za Gouverneur Campbell daer over tans zeer bende wierd. Wij beriepen ons zeijde hij altijd op de paaloms „ koos duik erijen, 't geen artikelen waeren van zeer klijn aenbelang, in vergelijk, van den exklusiven handel in lijnwaet in 't geheele land, Hij zeijde mij dat de he Towin, die te vooren Landregent te Tirnerellis g woest, voorstellen had gedaen, om een zeer voordeligen handel voor de Engelsch naatsie op terigten te kailpatt en dat de Engelsche komp: daer op monsters van alle soorten van lijn waet gevraegd had, dat hier van de b „zorging was opgedraegen aen den Heer betall meester o die ook werklijk de gerequireerde monsters heldinge „heid gebragt, maer dat ik den afscheep feitelijk „let hebbende deeze zaek ter dier tijd nat Ai steeken, wijl de Heer Gouverneur Campbellop de repre den laetsien van den heer oakes geen reflegier geslaegen. Jk vertoonde hier op den heer Porin, het een oud regt was, 't geen reeds bij de ondert „taaten met den Naik van Madure was bedongen, dat het ook de Hollanders waeren, die den handel in deeze landen tot den bloeij hadden gebragt waer in dezelve tans is De Heer Torin Zeide voorts dat zijn naatsie geen oogmerk had om ons in onzen handel te benadeelen, maer alleen om het land zo= „danig te verbeekeren, dat ende Engelschen en de Hollan„ „ders beijden daer uit konden gereift worden, maer mijn, E: andwoord was, dat briten en behalven, dat dit zoude „sctrijden tegen onse privilesien, zo daa dit geschiede, de handel voor beijden zoude bedorven weezen, wijl de lijnwaeten, die maer heel gering winsten geeven, als dan aanstonds zouden worden op gejaegd, en geheel en al vervallen, alzo 't geene bij de eene wierd afgewee „zen, bij de andere zoude worden aengenoomen. Eijndelijk zijde de Heer Jorin, dat hy wel niet geloofde, dat de Engelsche komp: ons in onsen handel zoude ontrusten, maer dat zij zig ook niet zouden wilen „len berooren van het regt om handel te drijven, in een land, waer van zij zelfs bezitters waeren, indien zij het wilden doen. Jk heb te meermaelen de vrijheid gebruikt uwel Eve Edele aafte
English
to propose to your Noble Greatly Respected Hon., my conviction that the scarcity of money, with which we have had to struggle for five packages, would put us somewhat in danger of losing our exclusive trade right, but now I find myself obliged to respectfully represent to your Noble Greatly Respected Hon. that a continuous supply of money, in order to keep the looms constantly running, seems to be the only means to preserve our exclusive trade right. The Nabob's Regents paid little attention to the standstill of the looms; but the English will pay very close attention to it, in order to find a reason to be able to participate in this trade. Den Torin has previously among the Nabob's representatives once said to me in a laughing manner that he did not want to disadvantage us in our trade, but that he would only make use of the looms that we left standing idle. Our ultimate need will be money, this granted, and we will need a good sum to keep the trade going until the upcoming month of August. I have therefore, in hope of favorable interpretation, suspended the ordered notification to the Gentlemen Directors of the bank at Madras, in case your Noble Greatly Respected Hon. might see fit to still accept the thirty thousand pagodas from the merchant Hallings, which would come in uncommonly handy. The Noble and Stern Gentleman, Ordinary Councillor and Governor of Malabar van Angelbeek, has informed me by secret letter of 24 September, a copy of which is attached hereto, that his Honour, on account of the small pepper delivery this time, had granted the King of Travancore only six pepper passes instead of ten, but that his Honour feared that the six vessels would take in more pepper than the hundred candies that were permitted to each vessel, with the request, in such a case, to remove the excess pepper from the vessels; and in order to comply with the aim of this requisition, I have prescribed what was required to the cruisers, by an instruction which I have the honor to present in copy herewith to your Noble Greatly Respected Hon. I have the honor to remain with all respect and fidelity, The Gentleman underneath was written: underneath was written: and signed as above in the margin: Tuticorin, 3 October A:o 1790. P: Ad: Lootman C: tavr: Clerk Agrees To the Same as Above I have had the honor to receive your Noble Greatly Respected Hon.'s most esteemed secret missive of 14 October. By letter of the 19th thereof, pursuant to your Noble Greatly Respected Hon.'s most esteemed orders, I proposed to the English Superintendent what arrangements seemed most suitable to him, even if only provisional, so that both the chank diving and the inspection of the pearl banks could take place to mutual satisfaction. Receiving no answer to this, I had the chank diving begin at the usual time, being 1 November, in the same manner as was done previously when the diving was held on account of the Company, and in the same way I had everything prepared to be able to carry out the inspection of the pearl banks, with the aim of actually having it take place as soon as the opportunity for it would be favorable; but on the 4th of this month I received a letter from the English Superintendent, Mr. Torin, wherein, after having excused himself for leaving my letter unanswered for so long, he proposed that the chank diving would be ready, which proposals I
Dutch transcription
Edele groot Agtb: voor te stellen, mijne besligfting dat de schaersheid van geld, waermede wij vijf paken hebben moeten worste lj ons eenmdel in gevaer zul kien„ „gs, om ons exclu siep handel regt te verlesen me tans vind ik mij verpligt, uwel Ed: grot Agt: eerbiedig te vertoonen, dat een geduursaeme vor„ „raed van geld, om de weep getouwen betanig aan den gang te houden, het eenige middel schijnt te zijn, om ons exclusief handelregt te bewaar„ De Nababs Regenten hebben op het stilstae van de weet getouwen weijnig agt geslaegen; maer de Ongt„ „schen zullen daer op zeer naeuw letten, om een grood te vinden, van in deezen handel te kunnen deesen Dende Torin heeft mij te vooren ander 's Nabebs. Rappe meerden eenmael op een lachende wijze gezegd t hij ons in onze handel niet wilde benaadeelen dat hij alleen zoude gebruik maeken van den getouwen die wij lieten stelstaen. ahet ultem zal ons geld weeze, dit gegeeven, en wij ullen da een goede som nodig hebben, om den handel t aenstaende maend Augl: gaende te houd Jk heb daer om, in hoope van wel duiding aen bevolene aenschrijving aan de Heer Dirrecteuren van de bank te Madras uit gesteld, of uwel Ed: groot Agtb: mogt goedvinden om als nog aen te nemen de dertig duijzend pagoden van den koopma„ Hallings die ongemeen zouden te pas koomen De wel„ Ed: gestr: Heer Raad ordinair en Mallabaars Gou„ „verneur van Angelbeek heeft bij secreete brief van den 24: Septemb: waer van kopij hier nevens legt aen mijn kennis gegeeven, dat zijn wel Ed: om de geringe peper leverantie dit mael in „steede van tien maer ses peper passen aan den koning van Trevankoor had verleent, maer dat zijn Ed: dugte, dat de ses vaertuigen meerder peper zouden inneemen dan honderd kandijlen, die den ieder vaertuig vergunt waeren, met verzoek om in zulk geval de meerder pe„ „per uit de vaertuigen te ligten en om aan 't oog= „merk van deeze requisitie te voldoen, heb ik het gerequireerde aan de kriuissers voor geschreeven, bij een instructie welke ik de eer heb uwel Ed: groot agtb: in kopij hier nevens aen te bieden. Jk hebde eer met alle eerbied en trouwe te blijven den Hoor /:onderstond:/ /:onderstond :/ en /:geteekend als voorsz:/in margine Tutit Corijn den 3=en october A=o: 1790. P: Ad: Lootman C tavr: Klerk Accordeert Aan als Vooren Ik heb de eer gehad te onfangen uwel Edele groot agtb: hoogst g'eerde sekreete missive van den 14=e october. Ik heb bij brief van den 19:e daar aan ingevolge uwel Edele groot Agtb: hoogst g' eerde beveelen aan den Engelschen Superint en daaet voorgesteld welke schikkingen hem het bequaamste voorkwamen al waa„ re het ook maar provisioneele, op dat beijden de sjankoos deijn„ kerij ende visitaatsie van den paarlbanken tot weedersijds ge„ noegen geschieden kon. Hier op geen antwoort ontvangende heb ik de sjankoos duijkerij op den gewoonen tijd, zijnde den eer„ sten November, laaten beginnen, op dezelve wijze, zo als te voor en is geschied, toen de duijkerij voor rekening van de kompenie wierd gehouden, en ik heb in zelver voegen alles laaten in gereedheijd brengen, om de visitatie van de paarlban„ ken te kunnen doen, met het oogmerk om dezelve werke„ lijk te laaten geschieden, zo dra de gelegenheid daar toe gun„ stig zoude weezen; maar den 4=e deezer ontfing ik een brief van den Engelschen superintendant den Heer Fo„ rin waar bij hij, na zich verschond te hebben over het lang onbeantwoort laaten van mijnen brief, voorstelde om de sjankoosduijkerij zouden gereed zijn welke voorstellen ik
English
I accepted by letter of the 5th of this month, adding that the donies and everything else necessary for the inspection were in readiness, and that consequently the inspection could take place immediately as soon as the lord superintendent was pleased to declare whether he wished to assist at the inspection in person or by someone else. The embassy that the nabob, according to my respectful letter of the 3rd of October last, sent to Lord Cornwallis has returned. What answer it brought back is not well enough known, but it is certain that the English remain in full possession of the Nabob's lands. The lord superintendent Torin assures me in this regard that according to the general opinion of all Madras there is not the slightest probability that the Nabob will regain his lands, and that the nabob himself now seems to consider this hopeless. On the other hand, there are others who think that after the war with Tippoo is ended, the nabob will be restored to the possession of his lands again. Among these is also the Nabob's agent, Mr. Buchanan, who a few days ago paid an express and very friendly visit to me to inform me in confidence that he had been summoned by the nabob to depart for Europe with dispatches, offering his good services if he could be of use to us with the Nabob or elsewhere. I thanked Mr. Buchanan in like manner for this friendly offer of his and pointed out to him that it was known to him that we had made great sacrifices in the last treaty with the nabob, and that I therefore hoped he would recommend to the nabob to fulfill the treaty completely on his part, and thus to comply with all the points that had been specified to the nabob by Your Right Honorable Worships, particularly to expel the Danish merchant Verwyk from the Marawa country, to restore the tolls at Kilkare to the former footing, and to remove the obstruction regarding the importation of grains at Tuticorin. To all of which Mr. Buchanan promised to do his utmost, and in particular to bring it about that the Danish merchant Verwyk will be denied trade and residence in the Marawa country as soon as the Nabob is restored to the possession of his lands. I have notified the directors of the bank at Madras that the commission which Your Right Honorable Worships had entrusted to the English merchant Hollings to deliver some money into the said bank for the benefit of the Ceylon government had been revoked again by Your Right Honorable Worships, with the request that the directors would therefore not accept any money from the said Hollings on account of the Ceylon government. And the gentlemen directors have replied to this that they would comply with my request, a copy of my letter to the directors, with the original answer to the same, being enclosed herewith. Up to now, I have not had the least opportunity to obtain money from the English at interest and on bills of exchange to the Netherlands. And if the opportunity should arise that the English would wish to pay in money with us for bills of exchange to the Netherlands, it is certain that they would not wish to do so on the terms prescribed by the Supreme Indian Government at Batavia by letter of the 31st of August last. For these terms would turn out to be four percent more disadvantageous than when one actually pays in Dutch money and receives Dutch money back in Europe. And that no one will wish to pay in money with us on these terms will soon become evident when one compares with this the rate at which bills of exchange on Europe are granted in our colonies. Formerly, bills of exchange were granted at Negapatnam, calculating the pagoda at 90 stivers and deducting 4 percent from that, and thus someone who paid in money with us received for 100 pagodas in the Netherlands ƒ 432: ——, but now, according to the order of Their High Mightinesses, he who paid in money with us would receive for 100 pagodas only ƒ 398: ——, and thus less ƒ 33: ——, which would turn out to be a good 7½ percent more disadvantageous than the former exchange rate. G. A. S. Lootman Sworn Clerk. The last bill of exchange of Wilderbeek was granted on the footing as bills of exchange were granted on Europe at that time at Tranquebar, and I very much doubt whether one will now be able to get money on that footing, since the English treasuries receive everything that is offered for Europe, and because the voyages of private individuals under Imperial, Portuguese, and Tuscan flags are increasing more and more, and these private traders, who—and particularly those sailing for Ostend—are very harmful to our Company, accept money on more disadvantageous terms than we can do, because they, reasoning as an individual merchant, are satisfied when they can fill a space that would otherwise have to remain empty with goods on which they can gain twenty or even if it were only ten percent. I have the honor to remain with all respect and fidelity. Below was written: was signed: as before. In the margin: Tuticorin, the 9th of November 1790. Agrees Colombo To the Right Honorable, Highly Esteemed, and Noble Lord Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Member of the Council of the Dutch Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and its Dependencies. Together with the [illegible] Right Honorable, Highly Esteemed, and High-Commanding Lord. We have had the honor to receive Your Right Honorable, Highly Esteemed Worship's honored secret letter of the [illegible] of this month, by which we discover with very great regret that we have been negligent in complying with Your Right Honorable, Highly Esteemed Worship's positive orders given to us by letter of the 26th of October last concerning the Madolgodde Appoe. We therefore request a favorable excuse for this, and to be permitted to obtain the same, we take the liberty herewith to detail which [illegible]
Dutch transcription
ik bij brief van den 5s deeser heb aangenomen, met bijven ging dat de tonies en al het verdere nodige tot de visitatie in gereedheid, was, en dat derhalven de visitatie dadelijk konde geschieden zodra de heer superintendant zich gelijd te verklaren, of hij bij de visitaatsie in perzoon dan wel door een ander wilde assisteeren. De ambassade, die de nabab volgens mijne eerbiedigen van de 3e october I=o leeden, aan dord Cornwallis heeft gezonden, sto rug gekomen, welk antwoort dezelve heeft meede gebragt sme genoeg bekend, maar dat is zeker, dat de engelschen in heb volle bezit van 's Nababs landen blijven. De heer sep vintendant Torin verzekerd mij hier bij dat volgensthelden beeld van geheel Madras 'er geende minste waarschijn lijkheijd is dat de Nabab zijn landen zal terig vrlang en dat de nabab zelve dit tans schijd hoopelos te selen Iaar en tegen zijn er andere die meenen, dat na dat oorlog met Tipo zal g' eijndigt zijn de nabab weder het bezit van zijne landen zal hersteld worden o deeze bevind zich ook 's Nababs agent de heer war nan die eenige dagen geleden een spresse en ze wen lijke visite bij mij heeft afgelegt, om mij als in wertin kennis te geeven dat hij door den nabab was op ontboden, om met depeches na Europa te vertrekken, aanbiedende zijne goede diensten, indien hij ons bij den Nabab ofte elders anders van dist konde weesen. Ik heb den heer Bucha„ nan voor deze zijne vrindelijke aanbieding op gelijke wij„ ze bedank en hem voorgehouden, dat het hem bekend was dat wij groote sacrifices gedaan hadden bij het laaste trak„ taat met den nabab en dat ik derhalven hoopte dat hij den nabab zoude aanbevelen om het traklaat aan zij„ ne zijde volkomen te vervullen, en dus te bewelligen in alle de punten die door uwel Edele groot agtb: van den na„ bab waeren op gegeeven, en wel in het bijzonder, om den deenschen koopman verwijk uit 't charruasche te verjaa„ gen de tollen te kilkare op den voorigen voet te herstellen en de belemmering omtrent den invoet van graenen te Jutu= „kurijn weg te neemen Tot al 't welke de heer muckanan heeft beloofd zijn uitterste best te zullen aanwenden, en inzonderheid te zullen bewerken dat de deensche koop„ „man verwijk den handel en inwooning in 't Marruasch ontsegd word. zo dra de Nabab in 't bezet van zyne lan„ „den zal hersteld zijn. Jk heb aende directeuren vande bank te Madras kennis gegeeven, dat de kommis= „sie die uwel Ed: groot Agtb: aen den Engelschen korpman „Hollings hadt opgedragen, om ingem: bank te bezor„ „gen eenig geld ten behoeve van het Ceijlonsch gouver= nement henni „nement door uwel Ed: groot Agtb: weder was of gezeig„ met verzoek, dat zij directeuren mits die geen ged van gem: Holling geliefden te accepleeken voorreekening van 't Ceilonsch gouvernement, ende heeren directeuren hebben hier op geantwoord, dat zij aan mijn versikt zouden voldoen, gaende een Reprij van mijn brief aan de directeuren, met het antwoord op dezelve ronigineel hier nevens Tot nu toe heb ik geen het minstrutig omgeld op intrest en op assignaet sie naer Nederlandlij de Engelschen te bekoomen, en zo er geleegendheid voogterm „koomen dat 'er Engelschen bij ons geld op assignaetsenar Nederland zouden willen tellen, is 't zeker dat zij dat niet zouden willen doen op den voet, zo als dit door de tael hooge Jndische Regeering te Batavia is voorperhe„ „ven bij brief vanden 31=e aug=o: J:o leeden want deese voot zoude nog vier percent schadelijker uit komen, dan wanneer, men werkelijk Neder land sch geld telle, en Nederlandsch geld in Europas te rug ontving, en dat op deezen voet niemand bij ons geld zal willen tellen, zal haast blijken, wanneer men daer bij vergelijkt de wies op welke in onse kolonien de wissels op Europa worden „leend. Je voren verleende min wissels te Nagapatr de pagodaad rekenende of 90. str=s: en daer van g „trekkende 4. p=r Cent en dus ontving iemand die bij ƒ 132: —— geld telde, voor 100: pagorden 2 Nederland. - maer nu zoude volgens de ordre van hunne hoogedelheeden hij die bij ons geld „ 398:— telde voor 100: pegoote maer ontvangen. 33 G: A s: Lootman Getw: kleek. 't welk nog ruim 7½. pr Cont nadeliger zoude uit„ „komen, dan den voorigen wisselvoet. De laeste wissel van Wilder beek is verleent op de voet, zo als tet diet teid te Tranquebaer wissels wierden verleend op Europa, en ik twijffel heel zeer of men tans op dien voet geld zal kunnen krijgen, wijl de En„ „gelsche kassen alles ontvangen, 't geen voor Eucopa word aengebooden en wijlde raert van partikulieren, onder keisek lijke, portugeesche en Joskaensche vlaggen, meer en meer toeneemt, en deeze particuliere handelaers, die, en inzonderheid die voor oostende vaeken voor onse nompanie zeer schadelijk zijn op schadelijker nondiet „sien geld aenneemen, dan wij kunnen doen, door dig zij als een bijzondere hoopman, redenerende te vreden zijn, wanneer zij een plaets, die anders ledig zou„ „de moeten blijven, kunnen vullen met waeren, waerop zij wij twintig sa al was het maertie percent kunnen winnen. Jk heb de eer met alle eerbied atrouwe te blijven. /:onderstond:/ pl geteekent:/ als vooren /:in margine:/ Tutit Corijn den 9=e November: 1790. en dus minder Accordeert Combo den wel Edelen gestr: groot Agtb: Heer. Willem Jacob Van de Graaff enaar van Nederlandsche Jndia Gous= aa Directeur van 't Eijland Ceilon dies onderhoorigheeden. Nevens den elEdele Gestr: Groot Agtb: Haag Gebiedende Heer. Wij hebbende eend gehad te ontfangen uwel Edele gestrenge groot Agtb: ge eerde secreete brief van den van deesek, waerbij wij met zeer veel leedwezen ont„ ken nalagtig te zijn geweest in het nakoomen uwel Edl: gestr: groot Agtb: stellige bevee„ bij brief van den 26: october Holeeden, aen aende Madolgodde appoe aan ons gegeeven, wij verzoeken des wedgens om eene gunstige verschoo= „ning en nodenen, om deselve te Moogen ver= krijgen de vrijheid bij deese te detail geere, welke