Inventory 10027
Ceylon · 494 pages · 137 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
resolution decided, provisionally for that vessel, to have prepared the equipment goods that are usually supplied to a return ship, and which are stated in an indent inserted in the aforementioned extract. The ship 't Meeuwtje was therefore sent to Gale to be at hand if the Doggersbank did not appear in time. The latter finally arrived at Gale on the 14th of this month, but because the Master Attendant Aams, upon the question we had put to him as to which of these two ships could be ready first, so early that it might still depart two or at most three days after the appointed sailing date, declared that 't Meeuwtje can be ready sooner, we have designated this ship, instead of the Doggersbank, as a return vessel for the Chamber of Zeeland. To this ship at Gale, after it had been surveyed by a special commission, such provisions and supplies have been made as appears from the resolution of the Gale servants of the 25th of this month, of which a copy is annexed hereto. Since we have thus far received no report that the Surat ship has arrived at Gale, we have written to the servants ordering them to ship first aboard the vessel Christophorus Columbus the Madurese linens and further return goods on hand, and subsequently to cause the same to be fully laden with cinnamon and as much of the pepper on hand as is needed for dunnage; with orders, however, that if meanwhile the Surat ship should arrive in such good time that the Surat linens can still be laden into the ship Christophorus Columbus, so that the ship can be fully laden by the 2nd of February at the latest in order to be able to commence the voyage on the morning of the 3rd, then to have the Surat linens also shipped therein, and consequently to detain this ship for that purpose for another 2 days after the appointed sailing date, and also to act in the same manner if the Coromandel linens, which the ministers promised us in their letter of 29 October of last year, an extract of which is included among the annexes, are brought in early enough, and consist of so many bales that it is worth the trouble of detaining the ship for that purpose for a couple of days at most. We have furthermore instructed the servants that if the Surat linens, as previously stated, are brought in so early that they can be laden into the ship Christophorus Columbus, then to have shipped aboard the vessel 't Meeuwtje the remaining linens, cinnamon, and pepper, provided that 't Meeuwtje can be laden at the same time as the ship Christophorus Columbus on the 2nd, so as likewise to be able to commence the voyage on the 3rd of the coming month, since we have decided, if it should have to be later, to abandon the dispatch of this small vessel to Europe, and to leave the remaining return goods until next November. We have sent 19 samples of the usable kinds of timber found in the Colombo Dessavony to Gale, to be dispatched to the Netherlands with the ships now departing, of which the list is enclosed among the annexes hereto, and the servants at Gale have been instructed to add to these also the samples of similar timbers from the Gale Korle and from the Matara Dessavony. Also sent on this occasion are a sealed square case from the first-undersigned Governor, labeled Ceylon medicinal seeds, to the highly honorable and noble Mr. Fredrik Alewijn, Burgomaster and Director at Amsterdam, and two oblong small cases from the Jaffnapatnam Commander Raket, sewn in sailcloth, sealed and marked C. B. W., labeled shells and addressed to the well-born, noble, and honorable Carel Balthazar Wieling, Council member in the City Council of the city of Utrecht, and deputy on behalf of the same to the General Audit Office, as well as Domain Councilor to His Serene Highness, the Lord Prince of Orange and Nassau at The Hague. We humbly request Your Noble Worships that these cases may kindly be delivered according to their address. On this occasion we have granted passage to the Netherlands to the following persons, namely: To the Captain in the Regiment of Wurtemburg, Bender, who has taken his discharge from the aforementioned regiment. We have caused three months' salary to be paid to him, on condition that his successor shall receive nothing during that time. To the Lieutenant in the Regiment de Meuron, Grandcourt, who likewise his
Dutch transcription
lutie beslooten, bij provisie voor dien bodem in gereedheid te laaten brengen de Equipagie goederen, die gewoonlijk aan een retour schip worden ver„ streekt, en vermeld staan bij een in gem: Extract g'insekeerden Eysh. 'T schip 't Meeuewtje is mits dien naar gale gezonden, om bij derhand te zijn indien de Doggersbank niet in tijds quam opdagen 't zelve is eijndelijk den 14. dezer te Gale aangekoomen, doch wijl de Equipagimeester Aams, op de vraage die wij dan hem hebben laaten doen, welke van deeze bijde scheepen 't eerste zoude kunnen klaar komen, zoo vroeg tijdig dat 't twee of uitterlijk drie dagen na den bepaal„ den zijldag nog zoude kunnen ver„ trekken, verklaard heeft, dat 't Meeuwtje eerder kan klaar komen, hebben we dit schip, in plaats van de Doggersbank, tot een retour bodem voor de kamer Zeeland aangelegd. Aan dit schip zijn te Gale, na dat 't zelve door eene Expresse Commissie was, opgenomen, zodanige voorzieningen en verstrekkingen gedaan, als blijkt bij de resolutie van de gaalsche bedienden van den 25. dezer, waar van Copij onder de Bijlaagen deszes ge„ voegd is vermits wij tot nog toe geen berigt hebben, dat 't souratsche schip te gale aangekoo„ men is, hebben we den bedienden aange„ schreeven, in 't schip Christophorus Co„ lumbus ten eersten te laaten afscheepen de aan handen zijnde Madureesche lij waaten en verdere retouren, en 't zelve vervolgens te doen vollaaden met kanneel en zoo veel van de aanhanden zijnde eerder peeper, peeper, als tot bestorting nodig is; met last egter, om zoo onder wijlen 't sou„ vatsch schip zoo tijdig mogte aankomen dat de souratsche lijwaaten nog in 't schip Christophorus Columbus kunnen worden afgelaaden, zoo dat 't schip uit„ terlijk den 2. februarij kan volladen zijn om den 3. smorgens de rijze te kunnen aantreeden, als dan de souratsche lijwaa„ ten meede daar in te doen afscheepen en mits dien dit schip daartoe nog 2. dagen na den bepaalden Zijldag opte„ houden en ook inzelver voegen te hande„ len indien de Cormandelsche lijwaaten, die de Ministers ons hebben toegezzegd bij hunnen brief van den 29:' october p:r J: waar van Extract onder de Bijlaagen gaat, tijdig genoeg worden aangebragt, en uit zoo veel pakken bestaan, dat 't der moeite waardig is, om het schip daar na uitterlijk een paardagen of te houden we hebben den bedienden daarbij gelast, indien de souratsche lijwaaten, gelijk voor zegt, zoo tijdig worden aangebragt, dat ze in 't schip Christophorus Columbus kun„ nen worden afgelaaden, als dan in 't schip 't Meeuwtje te laaten afscheepen de over„ schietende lijwaten kanneel en peper, mits dat 't Mieuwtje te gelijk met het schip Christophorus Columbus Aen 2:e kan zijn belaaden ten einde insgelijks den 3:e van de aanstaande maand de rijze te kunnen aantreeden wijl we beslooten moeten wor„ hebben, zoo 't laater zoude den, van de zending van dit scheepje na Europa afte zien, en de overschietende retouren te laaten leggen tot Novem„ ber aanstaande. We hebben 19. monsters van de bruik„ baare zoorten van houten die in de daar Kolombosche Kolombosche Desjavonij vallen, naar Gale gezonden, om met de tans vertrekkende scheepen naar Nederland te verzenden, waar van de Lijst onder de Bijlaagen dezes overgaat, en zijn de bedienden te Gale gelast, daarbij ook te voegen de mon„ sters van diergelijke houten, uit de gale korle en van de matureeesche Desjavonij. ook gaan bij deeze geleegendheid over een verzegelde vierkante kasse van der eerst ondergeteekenden Gouverneur, beschre„ ven Ceilonsche medicinaale zaaden aan de hoog Ed gestr: heer Mr Fredrik Alewijn Burgermeester en Bewindhebber te am„ sterdam, en twee langwerpige kasjes van den Jaffenapatnamschen Commandeur Raket, in Zijldoek benaaid, verzegeld en gem: C: B: W:, beschreeven schulpen en geaddresseerd aan den wel Ed: geb: gestr: heer Carel Baltha zar wieling raad in de vroedschap der stad utrecht, en van wegens de zelve gedeputeerd ter generali„ teids reekenkamer, mitsgaders Domain raad van zijn Doortugtige Hoogheid, den Heere Prince van Oranje en Nassauw te sHage. we verzoeken uwel Ed: achtb: nedrig dat deze kasses gunstiglijk mogen worden afgegeeven, volgens der zelver addres. Bij deeze geleegendheid hebben we Transport naar Nederland geaccordeerd aan de vol„ gende perzoonen, namelijk: Aan den Capitain in 't Regiment van wurtemburg- Bender, die zijne demis„ sie van gem: Regiment. heeft genoomen. wij hebben aan hem drie maanden ap„ poinktementen laaten verstrekken, on„ der Conditie dat zijn opvolger geduu„ rende dien tijd niets zal genieten. Aan den luitenant in 't regiment de Meuron grandcourt, die insgelijks in zijne
English
has taken his discharge from this regiment, and To some non-commissioned officers and privates of the regiment de Meuron who have served out their enlistment term, and of whom the muster roll will be delivered to Your Right Honourables by the French servants. In the regiment de Meuron, upon repeated request of its colonel, as appears from the resolution concerning the Military Department of 31 January last, we have accepted as captain-lieutenants the lieutenants Renaud and Doozel, provided that they shall enjoy no more than lieutenants' allowances, until the receipt of the disposition of Your Right Honourables regarding the proposal made to the same according to the resolution of 23 August last, to abolish the captain-lieutenants' positions in the regiment: The aforementioned Colonel having demonstrated to us that the dispersal of the regiment and the present circumstances made him foresee many difficulties, on account of the few officers he had, with the request to grant him the sub-lieutenants, who had once been granted, but had again been reduced to the pay of sergeants: we have, in consideration that the regiment in these present circumstances requires more subaltern officers to perform the service properly, and that the sub-lieutenants could not decently subsist on sergeants' pay, as appears from the resolution of 14 March last, decided, for this time only, to deviate from our resolution of 23 August 1790, whereby it had been determined to grant the sub-lieutenants, until further orders from Your Right Honourables, no higher allowances than those of sergeants, and have consequently consented that the sub-lieutenants who were appointed to fill the then vacated posts might enjoy the allowances of ensigns. On that basis, upon the nomination of the said colonel, at the session of 25 March last, we have accepted as sub-lieutenants Jean Baptiste Vautier, Balthazar Heussy, Jean Frederich de Montmollin, and David Guissant. Likewise, upon the nomination of the repeatedly mentioned Colonel, as appears from the resolutions concerning the Military Department of 14 March and 24 December of the past year, we have accepted as lieutenants the ensigns Bergeon, Jacques Dubas, Henry Droz, and Louis Sabert, and the sub-lieutenant Francois Henry de Meuron Bayard; and as ensigns the sub-lieutenants Abram Louis Tuller, Elie Fredrich Wolff, and Henry de La Harpe. The Colonel de Meuron has requested of us that a warrant upon the Cashier might be granted for the payment of the increase of four guilders in pay granted by our resolution of 2 November 1790 for the soldiers of his regiment who, having served out their first enlistment, had re-enlisted for another five years. Their High Honourables' authorization given by dispatch of 18 July 1768 to increase the pay of national soldiers who, having served out their first enlistment, wished to re-enlist for five years, from ƒ 9 to ƒ 13, was indeed a temporary permission, only for as long as the weakness of the military force in this Government should require it, in order to divert the troops from the voyage home through such an extraordinary improvement; yet this basis of improvement has nevertheless been in practice here for over 23 years now, and one will continually have to proceed with it so as not to weaken the European militia too much, since one never receives as many recruits from Europe as are needed to fill the number of those who die annually or repatriate after completing their term of service. As long, therefore, as the national soldiers are improved on the basis of ƒ 9 to ƒ 13, one cannot properly refuse to improve the pay in the same manner for the soldiers of the regiment de Meuron who, after serving out their term, wish to bind themselves again for 5 years, because under the 18th article of the Capitulation it is very explicitly stipulated that the officers and soldiers of this regiment in the Indies shall also enjoy all advantages of the other troops of the Company, howsoever named, and because on the other hand it is also necessary to divert the soldiers of this Regiment, just like the former, from the voyage home through extraordinary improvements: It is also in any case more advantageous for the Company to keep the soldiers here in the country by granting a couple of guilders more per month, than to let those who have served out their term repatriate and send others from Europe in their place, since the transport of the repatriating and outbound soldiers costs the Company considerably more than the two guilders that are given to those remaining behind here, above the ordinary improvement of ƒ 11. We finally hoped that Your Right Honourables will not disapprove of the improvement in pay from ƒ 9 to ƒ 13 for the soldiers of the aforementioned regiment who re-enlist for 5 years, following the example of the national soldiers, since the Right Honourable and Right Worshipful Lords Seventeen have already granted the added increase in pay from ƒ 9 to ƒ 11 to the soldiers of the said regiment who re-enlist for
Dutch transcription
zijne demissie van dit regiment heeft geno„ men. en Aan eenige onder officieren en gemeenen van 't regiment van Meuron die hun ver„ band hebben uitgedient, en waar van de naamlijst door de gaalsche bedienden aan uwel Ed: Achtb: zal worden bezorgd. Onder 't regiment de Meuron hebben we„ op herhaald verzoek van dies colonel, blijkens resolutie over 't Militair de„ partement van den 31. Januarij pass=o tot Capitain luitenants geagreerd de Luite nants Renaud en Doozel, mits dat ze niet meer dan luitenants appoinktementen zullen genieten, tot den ontvang van de dispositie van uweledele agtb:, op de vol„ gens resolutie van den 23. aug:s pass=o, aan hoogst dezelven gedaane propositie om de Capitain Luitenants plaatzen bij 't regiment intetrekken: voorm: Colonel aan ons vertoond hebbende, dat de versprijding van 't regiment en de teegenswoordige omstandigheeden, hem veele zwaarigheeden deesen voor uit zien, wegens de wijnige officieren die hij had, met verzoek om hem de sous lui„ tenants toetevoegen, die eens geaccordeerd geweest, dog weder gereduceerd waren tot de gagie van Zergeants: hebben we uit aanmerking, dat 't regiment in deeze tijds omstandigheeden meer subalterne Officieren nodig heeft, om den dienst naar behooren te verrigten, en dat de sous luitenants van zergeants gagie niet ordentlijk konden bestaan, blij„ kens resolutie van den 14. Maart Jass=o beslooten, alleen voor dit maal aftegoemn van ons besluit van den 23. aug:s 1790. waar bij gearresteerd was aan de sous luitenants, tot nadere order van uwel„ Ed: achtb:, geene hoogere appoinctemen„ ten goed te doen dan die van zergean„ ten, en mits dien bewilligd dat de sous de Luitenants t luitenants, die aangesteld wierden ter ver„ vulling van de toen gevaceerd hebbende plaatsen, mogten genieten de appoincte„ menten van vaandrigs. Op dimn voet hebben we, op de voorbragt van gem: colonel, ter sessie van den 25 maart pass=o, tot sous luitenants geagreerd Iean Baptiste vautier, Balthazar Heussij, Jean Frederich de Montmollin en David Guissant. Insgelijks hebben we op de benoeming van meerm: Colonel, blijkens resolutien over 't Militair departement van den 14. Maart en 24. xber: P: L:, geagreert tot luitenants, de vaandrigs Bergeon, Jac„ ques Dubas, Henrij Droz: en Louis sa„ bert, en den sous luitenant francois Wen„ rij de Meuroir Baijard; en tot vaandrijs„ de sous Luitenants Abram Louis Tul„ ler, Elie fredrich wolff en Henrij de La Warpe. De Colorel de Meukon heeft ons verzogt, dat ordonnantie op den Cassier mogte wor„ den verleend, ter uitbetaaling van de bij onse resolutie van den 2. 9ber: 1790. geaccordeerde verhooging van vier guld:s in gagie, voor de zoldaaten van zijn regiment, die hun eerste ver„ band uitgediend hebbende, zig op nieu voor nog vijf Iaaren hadden g'engageerd Hunner Hoog Edelh: gegeevene qualifica„ tie bij missive van den 18. Juli 1768. , om de nationale zoldaten, die hun eerste verband uit gediend hebbende zig op nieu voor vijff Jaaren wilden engageeren, in gagie te moogen verhoogen van ƒ 9. tot ƒ 13. was wel eene temporeele vergunning, alleen voor zoo lange de swakheid van de Militai„ re magt in dit Gouvernement het zoude vereijsschen, door eene diergelijke extra or„ dinaire verbetering 't krijgsvolk van de thuis rijze te diverteeren, dog deze voet De van van verbetering is egter zedert nu ruim 23 Jaaren, alhier en train geweest, en men zal ook bij voortduuring daarbij moet continueeren, om de Europeesche Militie te veel te verzwakken, vermits men nooitz veel recauten uit Europa bekomt, als nodig zij ter vervulling van 't getal der geener, die Jaar lijks sterven of na uitgediend verband repa trieeren. zoo lange derhalven de nationale zoldaten of de voet van ƒ 9. tot ƒ 13. verbeterd worden, kan men niet gevoeglijk wijgeren de zoldaaten va 't regiment van Meuron die na uitgediend vo band zig weder voor 5. Jaaren willen verbinden„ op de zelfde wijze in gagie te verbeeteren, wijl bij 't 18. artikel van de Capitulatie zeer Expres bepaald is; dat de officieren en zol daaten van dit regiment, in Jndien meede zullen genieten alle voordeelen van de ande„ re troupen van de Comp:, hoe ook genaamt, en wijl het ten anderen ook noodzakelijk is de zoldaaten van dit Regiment, even als deeze door Extra ordinaire verbeeteringen van de thuis rijze te diverteeren: 'T is ook in allen gevalle voor de Comp: voor deeli„ ger de zoldaaten, onder toevoeging van een paar gulden meer smaands hier in't land te houden, dan de zulken die hun verband uijtgge„ diend hebben te laaten repatrieeren, en daar voor andere uit Europa te zenden, wijl de Trans„ porten van de repatrieerende en uitkomende zoldaaten de Comp: vrij meerder kosten, dan de twee guld:s die aan de hier terug blijvende worden gegeeven, boven de ordinaire verbeete„ ring van ƒ 11. Wij hoopten eijndelijk, dat uwel Ed: achtb: de verbeetering van de zoldaaten van 't voorsz: regiment, die zig weder voor 5. Jaaren en ga„ geeven, van ƒ 9. tot ƒ 13. in gagie, naar 't voor„ beeld van de nationale zoldaaten, niet zullen dis approbeeren, daar de wel Ed: hoog achtb: heeren Zeventienen reets, de toegevoegde ver„ hooging in gagie van ƒ 9. tot ƒ 11. aan de zol„ Oaaten van gem: regiment, die zig op nieu door voor
English
bound for three years, by missive of 3 December 1789 have approved, notwithstanding this improvement to f 11 was likewise not specially stipulated in the Capitulation, but granted similarly following the example of the national soldiers, and by virtue of the aforesaid general stipulation in the 18th article of the said Capitulation. All these motives have caused us, in the hope that Your Honours and Their High Excellencies will favorably be pleased to approve the same, to decide in the session of 25 October last to have the warrant formerly requested by Colonel de Meuron issued. Under the Regiment of Wurtenburg, of which four companies have already arrived here, both from Batavia and from the Cape of Good Hope, we have, on the proposal of Colonel de Hughel, approved the Captain Lieutenant of the Colonel's Company, Hopman, as Captain Commandant of the vacant company of Veldnagel instead of Captain Stelwaags, who commanded this company and died on the voyage from Batavia hither. Because by the stepping down of the hereinbefore mentioned Captain Binder, who was first regimental quartermaster, the second regimental quartermaster, who is on Java, has stepped up to first, we have in his place, on the proposal of Colonel de Hughel, approved as lieutenant and second regimental quartermaster the First Sergeant Canzleitter. By our resolution of 18 January 1789, of which we offered Your Honours an extract alongside our letter of the 26th of the said month, Your Honours will have seen that of the weapons that were given there to the dispatched soldiers on the ship the Gouverneur Generaal de Klerk, no more than precisely half was delivered here, and that consequently the ship's officers had accounted for 50 flintlocks and bayonets, 50 cartridge pouches, 50 cutlasses, and 20 pairs of sword belts less, which we, according to the said resolution, have all charged to their pay accounts, although they testified not to have received more than was delivered here by them. In the past year Captain Lieutenant Frans van Vlaanderen complained to us that he had been charged on his pay account for the third part of the deficient goods in the cargo of the aforesaid ship, which charge he maintains should have been placed on the pay account of Captain Lieutenant Cornelis Clement, who had sailed out on that vessel in that capacity and was thus also liable for the cargo received in the Netherlands, but not he, the petitioner, who was promoted to Captain Lieutenant only after the said Clement had died on the voyage, and thus shortly before his arrival here, and consequently had done nothing else with regard to the cargo than helping to deliver the same here. Since the said Van Vlaanderen, through a misunderstanding of our pay clerks, was charged for it, we gave notice thereof to Their High Excellencies by our letter of 25 March 1791, whether Their High Excellencies might perhaps be pleased to discharge him, Van Vlaanderen, from that charge: Their High Excellencies replied to us by letter of 23 August that no redress could be made therein at Batavia because the pay account of the aforesaid Clement was already closed and sent to the Netherlands; with instructions to us, however, to confer further with Your Honours regarding the aforementioned difference found between the charged and delivered number of weapons, and to request therewith that in case the less accounted-for quantity of those goods should have remained behind in Zeeland, the charge against the ship's officers for it may then be retracted. We therefore take the liberty to respectfully comply with the said recommendation of Their High Excellencies by this present letter. We commend Your Honours to the protection of the Almighty and remain with all high esteem /was signed below/ Honourable Sirs, Your Honours' obedient servants /was signed:/ W J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: v Drieberg, D: F: Fretz, C: van Angelbeek /in the margin/. Colombo, 30 January 1792. Agrees Sijbrands Clerk Delft To the Honourable Gentlemen Directors of the General Dutch East India Company for the said Chamber Honourable Sirs We have the honour to offer Your Honours herewith the duplicate of our letter of 12 November last, of which the original was dispatched with the ship the Draak, which departed from Gale on the 16th of the said month. Since then, the ships Christophorus Columbus and the Meeuwtje have arrived safely here, the first on 2 December and the latter on the 7th of this month, with which we had the honour to receive Your Honours' very esteemed missive of 27 October anno 1790. For the second shipment we have scheduled both aforementioned ships, namely Christophorus Columbus for the Chamber of Amsterdam and the Meeuwtje for the Chamber of Zeeland; yet it is still uncertain whether the last-mentioned ship will be able to go, not only because it was taken in hand somewhat late, but also because neither the Surat returns nor the linens promised to us by the Coromandel ministers have yet been brought in, as aforesaid
Dutch transcription
voor drie Jaaren verbinden, bij missive van den 3: xber: 1789. hebben geapprobeerd, niet teegen„ staande deeze verbeetering tot ƒ 11, meede bij de Capitulatie niet speciaal bedongen, maar insgelijks naar 't voorbeeld der nationale zoldaaten, en uit kragte van de voorsz: alge„ meene bepaaling bij 't 18. artikul van gemelde Capitulatie, geaccordeerd was. Alle deze motiven hebben ons, op hope dat uwel„ Edele Agtb: en Hunne Hoog Edelheeden zulx gunstig zullen gelieven te approbeeren, ter sese van den 25. oktober pass:o doen besluiten, de vost door Colonel de Meuron verzogte ordonnantie te laaten expedieeren. Onder 't Regiment van wurtenburg, waar van reeds vier compenien, zoo van Batavia als van de Caab de goede Hoop, alhier aangekoomen zijn, hebben we op de voordragt van den Colo„ nel de Hughel, den Capitain luitenant van de colonels Compenie Hopman, geagreerd tot Ca„ pitain Commandant van de vacante komp: van veldnagel insteede van den Capitain stelwaags, die deze Comp: gecommandeerd heeft, en op de rijzt van Batavia na herwaards overleeden is. wijl door 't afgaan van den hier vooren verm: Capitain Binder die eerste regiments kwar„ liermeester geweest is, de tweede regiments kwartiermeester, die zig op Iava bevind, tot eerste opgetreeden is, hebben we in zijn plaats, op 't voorstel van Colonel de Hug„ hel, tot luitenant en tweede regiments kwartier meester geagreerd den premier Zergeant Canzleitter. Bij onze resolutie van den 18. Januarij 1789: waar van wij uwel Edele agtb: een Extract hebben aangebooden nevens on„ zen brief van den 26. van gem: maand, zullen uwel Ed: agtb: hebben gezien, dat van de wapenen, die aldaar zijn meede gegeeven aan de uitgezondene Militai„ van ren ren met 't schip de Gouverneur Gene„ raal de klerk, hier niet meer dan Juis de helfte was uitgeleeverd, en dat mits dien de scheeps overheeden hadden minder verantwoord 50: snaphanen en bajonst 50. pattrooietassen, 50. houwers en 20. prn te peezen, die we alle volgens gem: resolu tie, op hunne zoldij reekeningen hebben da belasten, schoon zij betuigden niet meer ontvangen te hebben, dan door hun hier waaren uitgeleeverd. Jn't voorleeden Jaar heeft de Capitain lui tenant frans van vlaanderen zig bij on beklaard, dat hij op zijne zoldij ree„ kening was belast geworden, voor 't derde deel van de minder bevonden Goederen op de lading van voorsz: schip welke belasting hij sustineerd, dat hadde moeten zijn gesteld op de zol„ bij reekening van den Capitain luite„ nant Cornelis Clement, die in die qua„ liteit met dien bodem was uitgevaaren en dus ook aanspreekelijk was geweest voor de in Nederland ontvangene la„ ding, maar niet hij supp:t, die eerst na dat gem: Clement op de riste overlee„ den was, en dus kort voor zijne arri„ ve alhier, tot Capitain luitenant was bevorderd, en mits dien aan de lading niet anders gedaan had, dan dezelve hier te helpen uitleeveren. vermits gem: van vlaanderen, uit mis verstand van onze zoldij bedienden, daar voor was belast, hebben we daar van aan Hunne Hoog Edelh: kennis gegee„ ven bij onzen brief van den 25. Maart. 1791. , of hoogst dezelven zomtijds mog„ ten goedvinden, hem van vlaanderen van die belasting te doen onttreffen: Hunne Hoog Edelh: hebben ons bij brieve nant van Nagezien Aeling van den 23. aug:s daar aan geantwoord, dat daar in te Batavia geen redresken de gedaan worden, om dat de zoldij ree„ kening van voorm: Clement reeds af gesloten en naar Nederland gezonden was; met last egter aan ons uwel Ed: agtb: nader te onderhouden over 't vorst bevonden verschil in 't aangereekend en uitgeleeverd getal van wapenen, en daar bij te verzoeken, om ingevalle de minder verantwoorde quantiteit van die goederen, in Zeeland mogt terug gebleeven zijn, dan de belasting der scheeps overheeden daar voor te moo„ gen intrekken. wij neemen der hal„ ven de vrijheid, aan gem: aanbeve„ ling van Hunne Hoog Edelh: door deezen eerbiedig te voldoen. Wij bevelen uwel Edele Agtbaare in de be„ „scherminge des aller hoogsten en blijven met alle Hoog achting /onderstond/ Edele Achtb. Heeren uwel Edele Achtbaare gehoorzame dienaaren /:was getekend:/ W J: van de Graaff, M: P: Raket D: C: v drieberg, D: F: Fretz C: van Angelbeek /in margine /. Kolombo den 30. Jannuarij 1792—. Akkordeert Sijbrands egreerk wij Delft Aan de Edele agtb: heeren Bewind hebberen. van de Generale nederlandsche oostindische Comp: ter gem: kamer Edele Achtbaare Heeren Wij hebben de eere uwel Edele agtb: hiernevens aantebieden 't duplicaat van onzen brief van den 12. November J: L: waar van 't. origeneel afgezonden afgezonden en is met 't schip de draak 't welk den 16 van gem: maand van Gale vertrokken is zedert zijn alhier behouden g'arriveerd de scheepen Chris„ tophovus Columbus en 't neuww je 't eerste op den 2 decem„ ber en 't Laatste den 7. dezer waar meede wij de eere hebben gehad te ontvangen uwer„ wel Ed: agtb: zeer g'eerde Mis„ sive van den 27. october A=o 1790. voor de tweede bezending heb„ ben we aangelegd de bij de voorm: Scheepen, namelijk Chris¬ tophorus Columbus voor de kamer amsterdam en 't Meeuwtje voor de kamer Zeland; dog 't is nog onzeeker om 't laatst gem: schip zal kunnen gaan ^dat niet alleen om het zelve wat laat onder handen genoomen is, maar ook om dat de souratsche retou„ ven, nog de lywaaten die ons door de kormandelsche mi„ nisters zijn toegezegd, nog niet aangebragt zijn, zoo voorm als
English
Hoorn Examined as your Honors will find detailed more fully in our despatches to the Honorable and Most Respected Gentlemen Seventeen, a set of which we have the honor to present herewith, and to which we take the liberty humbly to refer ourselves. We commend your Honors to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, below stood, Noble and Respected Gentlemen, your Honors' obedient servants, was signed, W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Drieberg, D: F: Fretsz, and C: van Angelbeek, in the margin, Kolombo the 30th of January, in the year 1792. Noble and Respected Gentlemen, To the Noble and Respected Gentlemen Directors of the General Dutch Chartered East India Company for the aforementioned Chamber. We have the honor to present herewith to your Honors the duplicate of our letter of the 12th of November last, of which the original was dispatched with the ship De Draak, which departed from Gale on the 16th of the said month. Since then, the ships Christophorus Columbus and 'T Meeuwtje have arrived here safely, the first on the 2nd of September and the last on the 7th of this month, which we have both designated for the second shipment, namely Christophorus Columbus for the Chamber of Amsterdam, and 't Meeuwtje for the Chamber of Zeeland; but it is still uncertain whether the last-mentioned ship will be able to depart, not only because it was taken in hand somewhat late, but also because neither the Surat return goods nor the textiles that were promised to us by the Coromandel ministers have yet been brought in, as your Honors will find detailed more fully in our despatches to the Honorable and Most Respected Gentlemen Seventeen, a set of which we have the honor to present herewith, and to which we take the liberty most humbly to refer ourselves. We commend your Honors to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, below stood, Noble and Respected Gentlemen, your Honors' obedient servants, was signed, W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Drieberg, D: F: Fretsz, and C: van Angelbeek, in the margin, Kolombo the 30th of January, in the year 1792. Agrees: Wijbrands, First Clerk. Enkhuijzen To the Noble and Respected Gentlemen Directors of the General Dutch Chartered East India Company for the aforementioned Chamber. Noble and Respected Gentlemen, We have the honor to present herewith to your Honors the duplicate of our letter of the 12th of November last, of which the original was dispatched with the ship De Draak, which departed from Gale on the 16th of the said month. Since then, the ships Christophorus Columbus and 't Meeuwtje have arrived here safely, the first on the 2nd of December and the last on the 7th of this month, which we have both designated for the second shipment, namely Christophorus Columbus for the Chamber of Amsterdam, and 't Meeuwtje for the Chamber of Zeeland; but it is still uncertain whether the last-mentioned ship will be able to depart, not only because it was taken in hand somewhat late, but also because neither the Surat return goods nor the textiles that were promised to us by the Coromandel ministers have yet been brought in, as your Honors will find detailed more fully in our despatches to the Honorable and Most Respected Gentlemen Seventeen, a set of which we have the honor to present herewith, and to which we take the liberty most humbly to refer ourselves. Below stood: We commend your Honors to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, below stood, Noble and Respected Gentlemen, your Honors' obedient servants, was signed, W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Drieberg, D: F: Fretz, C: van Angelbeek, in the margin, Kolombo the 30th of January 1792. Agrees: Wijbrands, First Clerk. Examined: G: G: vanderlen. Rotterdam To the Noble and Respected Gentlemen Directors of the General Dutch Chartered East India Company for the aforementioned Chamber. Noble and Respected Gentlemen, We have the honor to present herewith to your Honors the duplicate of our letter of the 12th of November last, of which the original was dispatched with the ship De Draak, which departed from Gale on the 16th of the said month. Since then, the ships Christophorus Columbus and 't Meeuwtje have arrived here safely, the first on the 2nd of December and the last on the 7th of this month, with which we had the honor to receive your Honors' highly esteemed letter of the 11th of October 1790. We thank your Honors dutifully for the information given therein regarding the return ships that have arrived in the harbors of the Fatherland. For the second shipment, we have designated both aforementioned ships, namely Christophorus Columbus for the Chamber of Amsterdam and 't Meeuwtje for the Chamber of Zeeland; but it is still uncertain whether the last-mentioned ship will be able to depart, not only because it was taken in hand somewhat late, but also because neither the Surat return goods nor the textiles that were promised to us by the Coromandel ministers have yet been brought in, as your Honors will find detailed more fully in our despatches to the Honorable and Most Respected Gentlemen Seventeen, a set of which we have the honor to present herewith, and to which we take the liberty most humbly to refer ourselves. We commend your Honors to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, below stood, Noble and Respected Gentlemen, your Honors' obedient servants, was signed, W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: van Drieberg, D: F: Fretz, C: van Angelbeek, in the margin, Kolombo the 30th of January, in the year 1792. Agrees: Wijbrands, First Clerk.
Dutch transcription
Hoorn Nagezien als uwel Edele agtb: 't een en ander breeder beschreeven zul¬ len vinden bij onze adviesen aan de wel Edele Hoog agtb: Heeren zeventienen, waar van wij de eere hebben een stel hier nevens aantebieden, en waar aan wij de vrijheid neemen ons needrig te gedraagen Wij beveelen uwel Edele Achtbaere in de bescheeming des aller hoogsten en blijven met alle hoogachting /:onderstond:/ Edele Achtbaere Heeren uw wel Edele Achtbaare gehoor zae„ me Dienaaren /:was getekend:/ w: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Drieberg, D: T: Fretsz: en C: van Angelbeek /:in margine:/ kolombo den 30:e Januarij a:o 1792:— We hebben de eere Uwel Edele Achtb: hier nevens aan„ te bieden 't duplikaat van onzen brief van den 12=e 9ber: JLeeden, waar van 't origineel afgezonden is met schip de Draak 't welk dan 16=e van gem: maand van gale vertrokken is. zeedert zijn alhier behouden gearriveerd de scheepen Christophorus Columbus en 'T Meeuwtje, het eerste op den 2=e 7ber: en het laaste den 7=e deser, die wij bij den voor de tweede bezending hebben aangelegd, na melijk Christophonus Columbus voor de kamer Amsterdam, en 't Meeuwtje voor de kamer Zeeland dog 't is nog onzeeker, op het laatst gemelde schip zal kunnen gaan, niet alleen om dat 't zelve wat laat onder handen genoomen is, maar ook om dat de souratsche retouren, noch de lijwaaten die Edele Achtbaare Heeren! Aan De Wel Edele Achtbaare Heeren Bewindhebberen Van de Generaale Nederlandsch g'oktroijeerde oost= Jndische Comp=e ter voormelde kamer Akkordeert Wijbrands Egklerk Edd„s Spaar ons Ons door de kormandelsche ministers zijn, toegezegd nog niet aangebragt zijn. zoo. als uwel Edele Achtb. het een en ander breeder beschreeven zul„ len vinden bij onze adviesen aan de wel Edele Hoog Achtb: Zeventhienen, waar van wij de eere hebben een stel hiernevens aan te bieden, en waar aan wij de vrijheid neemen ons nedrigst te gedragen Wij beveelen uwel Edele Achtbaare in de besch ming des aller hoogsten en blijven met alle hoog achting /:onderstond:/ Edele Achtb: Heeren: Uwel„ Edele Achtbaare gehoorzaame Dienaaren /: was getekent:/ W: P: van de Graaff M: P Raket D: C: von Drieberg D: F: Fretsz: en van Angelbeek /:in margine:/ Kolombo den Januarij A=o 1792 Akhordeert Wijbrands gkeerk L„ A Maas en„ Enkhuijzen Aan de Edele Achtbaere Heeren Bewindhebberen van de Generaale Nederlandsche g'oktroijeerde oost-Jndische kompagnie ter voormelde kamer Edele Achtbaare Heeren! We hebben de eere uwel Edele Agtb: hiernevens aentebieden 't duplicaat van onzen brief van den 12=e November J=oleden, waar van 't origineel afgezonden is met 't schip de Draak, 'twelk den 16=e van gemelde maand van Gale vertrokken is. zedert zijn alhier behouden gearriveerd de scheepen Christophoaus Columbus en 't Meeuwtje, het eerste op den 2=e December en het laatste den 7=e deezer, die wij bijden voor de tweede bezending hebben aangelegd, namelijk Christophoaus Coleumbus voor de kamer Amsterdam, en 't Meeuwtje voor de kamer Zeeland, dog 't is nog onzeeker, op het laatstgemelde schip zal kunnen Nagezien Nagesien G: G: vanderlen kunnen gaen, niet alleen om dat 't zelve wat laat onder handen genoomen is, maar ook om dat de souratsche retouren, nog de lijwae ten die ons door de kormandelsche minister zijn toegezegd, nog niet aangebragt zijn, zoo als uwel Edele Agtb: het een en ander breeder beschreeven zullen vinden bij onze adviesen aan de welEdele Hoog Achtb: Heeren Zeven„ tienen, waer van wij de eere hebben een stel hier nevens aen te bieden, en waer aen wij de vrijheid neemen ons nedrigst te gedraegen /Ondestond:/ wy beveelen UWelEdele Achtbaare in de bescherminge des aller hoogste en blyven met alle hoog achting /:onderstond:/ Edele Achtb: Heeren UwelEdele Achtb: gehoorzaame Dienaar en /:was geteekend/ W: J: van de Graaff M: P: Rakel, D: C: v Drieberg D: F: Fretz: C: van Angelbak, / in margine:/ kolombo den 30 Jannuary 1792- Akkordeert Dijbrands Gklerk Rotterdam Aan de Edele Agtb: Heeren. Bewindhebberen Van de Generaale nederlandshe Geoctroijeerde oost Indische Comp=e ten voormelde Kamer Edele Achtbaere Heeren. Wij hebben de eer uwel Edele Achtbar„ re hierneevens aante bieden, 't duplicaate van onsen brief van den 21. November Jongstleeden, waar van 't orgineel afge„ zouden is met 't schip De Draak 't welk den 16: van gemelde Maand van Gale vertrok is. Sedert zijn alhier behouden gearriveerd de scheepen Christothoois Columbus en 't Meeuwtje 't Eerste op den 2. December en 't Laeste den 7. Deser, waarmede wij de Eere hebben gehad te ontvangen uwer 6: uwer Wel Edele Achtbaare zeer g de missive van den 11. 8ber: 1790: wij danken u wel Edele Achtbaare eer dig voor de daar bij gegevene Communi tie wegens de retour scheepen die de havenen van 't vaderland zijng arriveerd. Voor de tweede besending hebben w aangelegd de beijde voormelde scheepe namentlijk Christophorus Colum voor de kamer Amsterdam en 't Me je voor de kamer Zeland, dog 't is no onzeeker, of 't laatst gemelde sch zal kunnen gaan, niet alleen om da 't zelve wat zaat onder handen ge noomen is, maar ook om dat de souratsche retourren, noch de Leij waaten die ons door de kormandels Ministers zijn toegezegd, noch aangebragt zijn zoo als uwel Edele Achtbaare 't Een en ander breeder besth ven zullen vinden bij ande revieden aan de Wel Edele Hoog Achtbaare we decelen uwel Edele agtb: in de be„ scherminge des aller hoogsten en blijven met alle hoog agting /:onderstond:/ Edele agtb: Heeren: uwel Edele agtb: gehoorzaame Dienaaren. /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff M: P: Rakel :C: van Driberg D: F: fretz: C: Men 3 Angelbeek /:in margine:/ Kolombo den 30. Januarij A:o 1792. heeren seventienen, waar van wij de eere hebb een stal hiernevens aantebieden, en waar aan wij de voijheijd neemen ons nedrigst te gedraagen. Atetcondeerd. Dijbrands Eklerk heeren
English
Cape of Good Hope. To the Honorable Joannes Izaak Rhenius Senior Merchant and Second-in-Command administering the management of affairs, together with the Council there. Valiant, Prudent, Discreet Sirs. With the ship De Draak, which departed from Galle on the 16th of November past, we dispatched to Your Honors our letter of the 11th of the said month, of which the duplicate accompanies this. Since then, by the ships Christophorus Columbus, Zeeland and 't Meeuwtje, we duly received Your Honors' esteemed missives of the 10th of July and the 6th, 20th and 30th of September past. We thank Your Honors for the communication given concerning the departure of Governor Van de Graaff and concerning the arrival and departure of the ships and packet boats that had returned from this Government. Likewise, we thank Your Honors very kindly for the goods sent therewith, and in particular for the considerable reinforcement of military personnel promptly sent, which important service we shall always be prepared to acknowledge. The frigate De Meermin has not arrived here, and should it be under the necessity of seeking Ceylon, although we nevertheless hope the contrary so that the distressed ship 't Slot ter Hooge might be assisted all the sooner, we shall comply with Your Honors' request as far as possible. The ship Zeeland was dispatched to Batavia on the 18th of this month, but the ships De Erfprins and the Maria Cornelia have not yet appeared. We have designated the ships Christophorus Columbus and 't Meeuwtje as return vessels for the second shipment, the first for Amsterdam and the latter for Zeeland; but since the last-mentioned ship was taken in hand somewhat late, it might happen that it does not go, because we have ordered the servants at Galle not to dispatch it if it cannot be dispatched under full sail together with the first-mentioned ship. To the Lieutenant on the ship De Doggersbank, Claas Peters, we have granted, upon his request and on account of his sickly condition, permission to transfer with stopped pay to the Cape of Good Hope, provided that during the voyage he remains at no expense to the Company. Furthermore, on this occasion we send the cinnamon peeler Tallapatte Gabappa, whom we have resolved to banish for some time to Robben Island as a suspicious subject. For the rest, we refer to the reports from the servants at Galle which will be sent to Your Honors on this occasion, from which it will also appear what could be fulfilled regarding Your Honors' latest requisition. Agreed. After dutiful greeting, we have the honor to be with great respect, Valiant, Prudent, Discreet Sirs, Your Honors' obedient friends and servants, was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. van Drieberg, D. G. Frets, C. van Angelbeek. In the margin: Colombo, the 30th of January 1792. Wijbrands HEgkeerk Duplicate General letter written to Their High Mightinesses on the 12th of January 1792. No. 12. Batavia. To His Excellency The Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting on behalf of the state of the free United Netherlands, and the General Chartered Dutch East India Company, Governor-General, and the Honorable, Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord and Honorable Stern Lords! With the ships De Draak, Doggersbank, Kandia, the Indus and Willem the Fourth, we have had the honor to receive Your High Mightinesses' esteemed missives of the 27th of June, 9th of July, 23rd and 25th of August, 4th of October and 1st of November of last year, to which we request permission to defer the reply until a further opportunity. 2. Meanwhile, we have the honor most respectfully to congratulate the Honorable Lord Van Stokkum on His Excellency's confirmation as Director-General of the Netherlands Indies, and to wish His Honor in the most cordial and sincere manner the best of Heaven's blessings; likewise we congratulate the Lords Eysberg and Van Welgevaaren in the most sincere manner on their promotion, the former to Councillor-Ordinary and the latter to Councillor-Extraordinary of the Netherlands Indies. 3. The ship De Draak arrived here on the 15th of September, and we sent it on the 9th of October to Galle, from where this ship departed for the Netherlands on the 16th of November, consigned to the Amsterdam Chamber, with a cargo costing at prime cost loaded with expenses f 153203:16:—, as appears from the brief invoice accompanying this, together with the copies of the letters and other papers that were dispatched therewith, both from here and from Galle, to the Netherlands and the Cape of Good Hope. 4. As the captain of the said vessel, Hendrik Spijkerman, had died on the voyage from Batavia to this place, we have, upon the request made to us by the Captain-Lieutenant and former commander on the packet boat De Zeemeeuw, Petrus Muntz, entrusted the command of that vessel to him, since he as Captain-Lieutenant was the senior officer present on that vessel. 5. Regarding the repairs and provisions made for this ship at Galle, we take the liberty to refer to the resolutions.
Dutch transcription
Kabo de Goede Hoop. Aan den heer Joannes Jzaak Rhenius opp er koopman en seclinde waarneemende de ma„ neance van zaaken, nevens den raad aldaar Met 't Schip de Draak het welk den 16e: Novem¬ ber pass„o van Tale vertrokken is, hebben we Manhaften voor Dienigen Discreeten. aan aan uw Edelens afgevaardigd onzen brief van den 11. van gem: maand, waar van het duplicaat dezen Verzeld. Zedert hebben we met de scheepen Christophorus Columbus, Zeeland en 't Sleeuwtje, wel ontvan¬ „gen uwEd: geachte Missives van Den 10. Julij en 6. 20. en 30. Zeptember pass„o Wij bedanken uw Ed: voor de gegeevene Communicatie van 't vertrek van den Heer Gouverneur van De Graaf„ en van de aankomst en 't Vertrek van de Scheepen en paket boots, die van dit Gouvernement waaren geretourneerd. Insgelijks bedanken wij uw Edelens zeer vrindelijk voor de daarmeede gezondene goederen en inzonderheid voor 't spoedig toegezonden aanzienlijk ontzet van Militairen, welke gewigtige dienst wij altijd berijd zullen zijn te erkennen. tregat de Meermin is alhier niet aangekomen, en zoo 't Zelve in de noodzakelijkheid mogte zijn 'T Schip Zeeland is den 18. ' dezer naar Batavia gedepecheerd, dog de Scheepen De Erfprins en de Maria Cornelia komen nog niet op dagen. Wij hebben de scheepen Christophorus Colombus en 't Meeuwtje aangelegd tot retour bodems voor de tweede bezending, 't eerste voor Amster¬ „dam en 't laatste voor Zeeland, dog vermits 't laast gemelde schip wat laat onderhanden ge„ noomen is zoude 't kunnen gebeuren dat 't zel„ „ve niet gaat, wijl, we den bedienden te Pale ge„ „last hebben het zelve niet aftezenden indien 't niet te gelijk met het eerst gem: schip kan worden op de prseils gedepecheerd. Ceilon opte zoeken, hoewel wij egter 't teegendeel wenschen, op dat 't noodlijdend schip 't slot ter Hooge te spoediger konde geholpen worden, zul„ „len we zoo veel moogelijk aan uwEd: verzoek vol„ „doen. Ceilon Aan Aan den Luitenant op 't schip De Doggers= bank Claas Peters, hebben we op zijn ver= „zoek toegestaan, om mits zijnen ziekelijken toestand, met afgeschreeven gagie naar de Caab De Goede Hoop overtegaan, mits blijvende geduurende de rijze buijten laste van de Compenie. Nog zenden wij bij deeze geleegendheid den Can„ neel schiller Tallapatte Gabappa, dien wij beslooten hebben als een verdagt subject voor eenigen tijd op 't robben Eiland te relegeeren. Voor 't overige gedraagen wij ons aan de berigten van de Paalsche bedienden die bij deezer ge¬ leegendheid dan uw Ed: zullen worden toe„ „gezonden, en waar bij ook blijken zal wat op uw Edelens Jongsten Eijsch heeft kunnen worden voldaan. Akkordeerd. wij hebben de eere na gedienttige groote met agting te zijn /:onderstond:/ Manhaften voor= =zienigen Discreeten uwel Edele D: W: vrind en Dienaaren: was ge„ teekend:/ W: J: van de Graaff M: P: Raket D: C: van Driberg D: G: Frets. C: van Angelbeek. /:inmargine:/ kolombo den 30. Ja„ nuarij 1792. Hijbrands wij HEgkeerk Duplicaat kopen gemeene brief aan hunne Hoog Edelhieden geschreeven den 12. Januarij 1792. No: 12: Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren wijd Gebiedende Heer M:r Willem Arnold Alting weegens den staat der vrije Vereenigde Nederlanden, en de Generaale Nederlandsche Geoctroijeerde oostindische kompagnie Gouverneur Generaal De wel Edele Gestrenge Heeren raaden van Nederlands India Hoog Edele Groot Achtb: Wijd Gebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren.! Met de scheepen De Draak, Doggers„ bank, kandia, de Indus en willem de en 13 de vierde, hebben we de eere gehad te ontvangen uwer Hoog Edelh: zeer g'eerde Missives oa den 27. Junij, 0. ' Julij, 23. ' en 25. ' Augus„ tus, 4:' oktober en 1. ' November Jo: L:, waar op wij verlof verzoeken, het antwoord tot een nadere geleegentheid te mogen uitstellen 12: Jntusschen hebben we de eere den Edelen Heer van Stokkum op het eerbiedigst te vergelukken met Hoogst deszelfs bevestiging als Directeur Generaal van Nederlands In„ dien en zijn Edele op de hartelijkste en wel„ meenenst wijze toetewenschen de beste van 's Hemels Zegeningen zoo vergelukken w „siberg en insgelijks den heeren „ Wwelgevare op het welmenenste met deszelfs promosie tot ^ Raad ordinair en onrerd Raad extra ordinair van Nederlandsch India. §3: 'T schip de Draak is den 15. ' 7ber: alhier gearriveerd, en hebben we het zelve den 9' oktober na Gale gezonden van waar dit schip den 16. ' November na Neder„ land vertrokken is, geconsigneerd aan de kamer Amsterdam, met eene lading kostende inkoops met de ongelden bezwaart ƒ 153203:16. —. , blijkens de korte factuur die deezen verzeld nevens de Copijen van de brieven en verdere papieren, die daar„ meede zoo van hier als van Gale naar Nederland en de Caab de Goede Hoop zijn afgezonden. §4: Vermits de Capitain van gem: bodem Hendrik Spijkerman, op de rijze van Batavia, na herwaards was overleeden, hebben wa op 't daar toe aan ons gedaane verzoek van den capitain Luitenant en gew: gezag heb„ ber op de paket boot de Zemeeu Pircus Muntz, 't Commando over dien bodem aan hem opgedraegen, wijl hij onder Capitain Luitenant was dan de eerste officier, die zig op dien bodem bevond. §5: Weegens de vertimmeringen en verstrek„ kingen, die te Gale aan dit schip gedaan zijn, neemen we de vrijheid ons te refereeren aan de resolutien kostende van e
English
from the Galle servants, of 22 October and 4 November of the past year, which have been approved by us and accompany this in copy. Section 6: From the last-mentioned resolution it appears that upon taking up the sails from the sail room, several sails were found wet and in various places rotted due to leakage, and since we had not received the accounting demanded on that account by the Galle servants from the ship's officers in time enough to be able to decide upon it directly, we ordered them, if this accounting was not found satisfactory to clear the ship's officers of all liability on that account, to send the same to the Gentlemen Majores, and pending their further disposition, to have the pay accounts of the ship's officers debited for all that might be furnished and consumed for the repair of the said sails, as has indeed been done, as appears from the Galle resolution of 14 November, which likewise accompanies this in copy. 17: At the request of the chief master of the said ship, and because the chief surgeon of the Dutch Hospital here, after examination of the Surgeon's Journal kept on board, reported that this ship had exceptionally many sick people on the voyage from Batavia to this place, we caused such medicines to be provided to it in supplement of the excess consumed, as appears from our resolution of 27 October, which accompanies this in extract. 18: The consumption account of this vessel has been properly accounted for, according to the report received on that account from the Galle administrator van der Spar, which is inserted in the Galle resolution of 7 November, of which an extract likewise accompanies this. Section 9: With this ship we have been able to send no more than 136 packages of linens and cotton goods from the Madure coast, and we would not even have been able to procure this small amount if the Malabar Governor van Angelbeek had not found means to negotiate 50000 rupees on account of this Government at Koetsiem, on condition that they would immediately be repaid from the money then still expected from the Netherlands, and which rupees, as soon as they were received here, we immediately sent to Tutukorijn, whereby it was also prevented that the linen trade on the Madura coast at least did not come to a complete standstill, as would otherwise inevitably have happened. Section 10: To make up for this shortage of linens, we have taken the consignment of cinnamon sent with this vessel somewhat more generously than usual, and we did this all the more because the cinnamon harvest thus far turned out rather well, and we shall therefore in time be able to send with the ships of the second consignment fully 1000 bales with each ship. Having seen from the received price currents that double arrack had been sold for good prices in the Netherlands, we therefore sent with the aforesaid ship two leagers of the best Ceylon double arrack as a trial, to see whether it might please the Gentlemen Majores that a consignment thereof be procured annually for trade, whenever the ship's space permits. This arrack was purchased at 36 rixdollars per 400 cans, excluding the casks. Section 12: With the aforesaid vessel we have, among others, granted passage to the Extraordinary Lieutenant of the artillery Carel Lodewijk Godlaeb von Krause, who was stationed at Koetsiem and was released to the Netherlands by Your High Excellencies. Section 13: The ship De Doggersbank arrived here on 3 November of the past year, and on the 28th thereafter we sent the same to Koetsiem to collect a cargo of pepper. On this ship the Ordinary Councillor of the Dutch Indies and Malabar Governor van Angelbeek returned to Koetsiem; and according to Your High Excellencies' destination, we shall employ the said vessel as a return ship for the second consignment, and consign it to the Chamber Middelburg in Zeeland if it returns in time for that purpose; otherwise we shall put in its place the ship 'T Meuwtje, which will be spoken of below. Section 14: The ship Kandia arrived here on 30 November, and is to return to Batavia shortly, with which, or otherwise with the ship expected from Suratta, we shall send to Your High Excellencies the 200 bales of cinnamon demanded in the latest requisition. Section 15: On 2 December of the past year, the ship Christophorus Columbus from the Netherlands arrived here. According to the accompanying brief muster roll, the same sailed from Texel on 20 February with 357 heads, and arrived in False Bay on 17 June with 352 heads, having had only one death and
Dutch transcription
van de Gaalsche bedienden, van den 22:' oktober en 4:' November J:o L: die door ons geapprobeerd zijn en in Copia hiernevens gaan. §6: Bij laatst gem: resolutie blijkt, dat bij 't ophaalen van de zijlen uit de zeilkooij, diversche zijlen door lek kagie nat en op verscheide plaetsen verrot bevonden waaren, en wijl we de door de Gaalsche bedienden der weegens gevorderde verantwoor„ ding van de scheeps overheeden niet tijdig genoeg hadden ont„ vangen, om direct daar over te kunnen disponeeren, hebbe we hun gelast, indien deze verantwoording niet voldoende wierd bevonden, de scheeps overheeden van alle aan„ spraak derweegens vrij te kennen, dezelve als dan aan de Heeren Majores toetezenden, en tot hoogst den zelver nadere dispositie, de zoldij reekeningen van de scheeps overheeden te doen belasten voor al het geen, tot reparatie van ged: zeilen mogte verstrekt en verbruikt worden, gelijk dat ook geschied is, blijkens gaalsche resolutie van den 14:' No„ vember, die meede in Copia deezen verzeld. 17: Op 't verzoek van den oppermeester van gem: schip en wijl de opperchirurgijn van 't Nederlands Hospitaal alhier, na examinaatsie van het aan boord gehouden Chirurgijns Journaal heeft berigt, dat dit schip extra veel zieken op de rijze van Batavia na herwaards gehad heeft, hebben we daar aan zodaenige medicamenten; tot supplement van het meerder verbruikte, laaten verstrekken, als blijkt bij onze resolutie van den 27. ' october, die in Extrakt dezen verzeld. 18: De Consumtie reekening van dezen bodem is behoorlijk verantwoord, vol„ gens het derweegens ingekoomen overheeden berigt berigt van den Gaalsch administrateur van der spar, het welk g'insereerd is in de Gaalsche resolutie van den 7. ' Novem„ ber, waar van insgelijks een Extrakt dezen verzeld. §9: Met dit schip hebben we niet meer dan 136. –. pakken lijwaeten en kattoen gde ren van de kuste Madure kun„ nen verzenden, en zouden we zelfs niet in staet geweest zijn om ook dit wijnige te bezorgen, zoo niet de heer Mallabaarsch Gou„ verneur van Angelbeek middel hadde weeten te vinden, om 50000. nopijen voor reekening van dit Gouvernement op koetsiem te ne„ gotieeren, op Conditie dat ze uit het toen nog verwagt wor„ dende geld uit Nederland, ten eersten zouden worden te rug betaald, en welke ropijen we zoodra ze hier ontvangen zijn, ten eersten hebben gezonden na Tutukorijn, waar door ook tevens is voorgekoomen, dat de lijwaats handel op de Maduresche kust ten minsten niet zoo ten eenemaal heeft stil gestaan, als buiten dien onvermijde„ lijk zoude zijn geschied. §10: Om dit gebrek van Lywaaten te sup„ pleeren hebben we de parthij kan„ neel, die met deezen bodem ver„ zonden is, wat nuimer genoomen dan na gewoonte, en dit hebben wij te meer gedaan, om dat de kanneel oegst tot dus verre tame„ lijk wel was uitgevallen, en we daarom verloopen in staat te zul„ len zijn om met de scheepen van de tweede bezending; nog ruim 1000. baalen te zullen kunnen zenden met elk schip. -. Bij de ontvangene prijs couranten gezien hebbende „ dat de arrak dubbelde in Nederland voor goede prijzen verkogt was, hebben we daarom met voorm: schip verzonden twee leggers van de beste Ceilonsche arrak dubbelde tot is een een proef, of het de heeren Majores mogte behagen, dat daar van Jaarlijks, wan„ neer de scheeps nuimte het toelaet„ een partij tot den handel word bezorgd. Deeze arrak is ingekogt tegens 36. rd:s de 400: kannen, buiten de fusten. §12: Met voorm: bodem hebben we onder ande„ ren Transport verleend aan den Extra ordinair luitenant van de artillerij Carel Lodewijk Godlaeb von krau„ „se, die te koetsiem bescheiden is „geweest en door uwe Hoog Edelh: naar Nederland verlost was. §13: T: schip De Doggersbank is den 3:' No„ vember J:o L: alhier gearriveerd, en hebben we het zelve den 28:' daar aan na koetsiem gezonden, ter af„ haal van een lading peeper Met dit schip is de heer Raad ordina„ ir van Nederlandsel India en Mal„ labaarsche Gouverneur van Angel„ beek naar koetsiem te rug gekeerd: en zullen we gem: bodem volgens uwer Hoog Edelh: bestemming, em„ ploijeeren tot een retour bodem voor de tweede bezending, en consigneeren aan de kamer Middelburg in Zeeland zoo het daar toe tijdig genoeg te rug komt, anders zullen we in plaetse daar van aanleggen het schip 'T Meuwtje waar van hier onder staat te worden gesprooken. §14: 'T schip Kandia is den 30:' November alhier aangekoomen, en staat eerst daags naar Batavia te rug te keeren, waarmeede of anders met het verwagt wordend schip uit suratta wij aan uwe Hoog Edelh: zullen toesenden de bij den jongsten Eeisch gevorderde 200. baelen kanneel. §15: Den 2:' december J:o L: is het schip Christophorus Columbos uit Nederland alhier gearriveerd. Het zelve is blijkens de nevens gaande korte sterkte, den 20. ' Februarij uit Texel gezeild met 357. koppen, en den 17:' Junij in de baaij fals gearriveerd met 352. kop„ pen, hebbende slegts een doode gehad ploijeeren en
English
and four deserters who absented themselves at S:t Jago. On the 21st of July the same departed from False Bay with 341 persons, suffered four deaths on the way, and arrived on the 7th of November in the roads of Koetsiem with 337 persons, of whom 108 men were sent ashore there, namely 30 seafarers, 63 national military men and 15 of the Regiment van Meuron, who were all heavily afflicted with scurvy, except only 25 national soldiers whom the ministers have posted to reinforce their artillery, but whom they have promised us to send back with the pepper ship. The aforementioned ship subsequently departed from Koetsiem on the 16th of November, and as stated here before, arrived here on the 2nd of December with 229 persons, including 139 seafarers, 40 national military men and 46 of the Regiment van Meuron, besides 4 passengers, being the ministers Arnold Engelbert van den Broek and Gerrardus Philipsz, and the assistants Jan Lambert van Buuren and Anthonij Theodoor Bogart, the latter of whom is destined for Bengal, as appears from an extract shown to us by him from the resolutions of the Gentlemen Majores of the 11th of August 1790, a copy of which accompanies this. Paragraph 16: The ship and surgeon journals kept during the voyage on this vessel, along with the notes of the weekly meetings held, have been examined by express commissioners, and according to the reports received thereof, which accompany this in copy, both the ship's officers and the chief surgeon have properly observed their duty in everything and complied with the orders. Paragraph 17: We shall have the honor to present further reports concerning this ship to Your High Nobilities on a later occasion, and in the meantime humbly report that, in accordance with Your High Nobilities' authorization, we shall employ the said vessel as a return vessel for the second consignment for the Chamber of Amsterdam, as the same already departed for Gale on the 31st of December of the past year in order to be prepared for this purpose. Paragraph 18: The ship de Indus arrived here on the 17th of December, and after the delivery of the personnel and necessities sent therewith for Ceylon, departed for Koetsiem on the 21st thereafter. Given the weakness of our European naval force, we were unable to place more than 17 European sailors upon it, but we have additionally added 9 natives who were recruited here solely for the voyage to Koetsiem at three rixdollars per month each and the usual ship's rations, and we have furthermore written to the ministers at Koetsiem, sending an extract from Your High Nobilities' highly esteemed letter of the 4th of October, to place a crew of Moorish seafarers on the aforementioned vessel upon its return to Batavia. To this ship, upon the request of its chief surgeon, and because the chief surgeon of the Dutch Hospital here, after examining the journal kept on board, declared that it had had many sick and thus most of the medicines had been consumed, such a supply of medicines was made here as appears from the accompanying extract from our Resolution of the 24th of December of the past year. Paragraph 19: On the 30th of December of the past year, the ship Zeeland arrived at Gale. This ship is destined from the Netherlands to Batavia, and was employed by the ministers at the Cape of Good Hope to transport a company of fusiliers of the Regiment van Wurtenburg hither. According to the ministers' letter of the 20th of September of the past year, which accompanies this in copy, we are still expecting from there the ships de Erfprins and de Maria Cornelia, the first with a company of jaegers and the latter with another company of fusiliers, both of the aforesaid regiment. Paragraph 20: Since we have already received through the goodness of Your High Nobilities three companies of fusiliers of the same regiment from Batavia, we have, for the reasons stated more fully in our secret letter accompanying this, resolved to retain from the aforementioned Cape troops only the company of jaegers and to let the two companies of fusiliers proceed to Batavia. Paragraph 21: Consequently, the ship Zeeland, being the bearer of this, is now departing with the one company that was brought along with it; and the Gale servants have been ordered to communicate to Your High Nobilities the supplies that were provided to them there. Paragraph 22: To the said ship, upon the request of its captain, some supplies and provisions were made at Gale, as appears more fully from the resolution of the Gale servants of the 5th of this month, which accompanies this in copy. Paragraph 23: We have ordered the Gale servants to have shipped on this vessel, if there is sufficient room for it, the coir and whatever else might be on hand there for Batavia; and on the other hand to remove from the same 25 sailors, whom we shall employ to reinforce the crew of the ship Kandia. Paragraph 24: The Colonel of the Regiment van Wurtenburg, Deobald van Hughel, who arrived with the aforesaid ship Zeeland, having chosen to postpone his further voyage to Batavia until a later opportunity, we have, in the hope of Your High Nobilities' favorable interpretation, consented thereto. Paragraph 25: The ship Willem de Vierde is on the 2nd of this month
Dutch transcription
en vier deserteurs, die zig te s:t Jago he ben geabsenteerd. Den 21:' Iulij is het zelve van de baaij fals vertrokken met 341: koppen, heeft onderweegs vier door den gehad, en is den 7:' November ter rheede van koetsiem gearriveerd met 337. koppen waar van 108. man aldaar aan de wal gezonden zijn, namelijk „ 30: zeevaerenden, „ 63. nationaele Militairen den 15:' van het Regiment van Meuron, die alle sterk met de scurbutie behebt waa„ nen, behalven alleen 25. nationaele zoldaeten, die de Ministers hebben gelegt tot versterking van haare arthillerij, dog die ze ons beloofd hebben met 't peeper schip te zullen te rug zenden voorm: schip is ver„ volgens den 16. ' November van koet„ siem vertrokken, en gelijk hier vooren gezegt den 2.:' December alhier gearri„ veerd met 229. koppen, waar onder 139. Zeevaerenden, 40. nationale mili„ tairen en 46. van 't Regiment van Meuron nevens 4. passagiers, zijnde de predi„ kanten Arnold Engelbert van den Broek„ en Gerrardus Philipsz:, en de assis„ tenten Jan Lambert van Buuren en Anthonij ^ Bogart, waar van de laatste ^ theodoor voor Bengale bestemd is, blijkens een door hem aan ons vertoond Er„ trakt uit de resolutien van de hee„ ren Majores van den 11:' augustus 1790. , waar van een afschrift deezen verzeld. § 16: De scheeps en Chirurgijns Journaalen, die ge„ duurende de rijze op deezen bodem gehouden zijn, nevens de aanteekeningen van de weeke„ lijks gehoudene vergaderingen, zijn door expresse gecommitteerden geëxamineerd, en volgens de daar van ingekoomene berig„ ten, die dezen Copieelijk verzellen, heb„ ben zoo wel de scheeps overheeden als de oppermeester, in alles hun pligt be„ hoorlijk betragt, en aan de orders vol„ daan. §17: De verdere berigten nopens dit schip, zul„ len we de eere hebben uwen Hoog Edelh: bij eene nadere geleegentheid kanten aantebeeden G aantebieden, en melden intusschen nedrigst¬ dat wij ingevolge uwer Hoog Edelh: quali„ ficalie, gemelden bodem zullen emploij„ eeren tot een retour bodem voor de tweede bezending voor de kamer Amsterdam, zoo als het zelve reets den 31:' Decem„ ber J:oL: na Gale is vertrokken, om daar toe in staat gesteld te worden. §18: 'T schip de Indus is den 17:' Decem„ ber alhier aangekoomen, en na de af„ gaeve van de daarmeede voor Ceilon gezondene manschappen en benoodigt„ heeden, den 21:' daar aan na koetsiem vertrokken. Mits de zwakheid van onse Europeesche marine, hebben we„ niet meer dan 17. Europeesche mattroo„ zen daar op kunnen plaetzen, dog wij hebben daar bij nog gevoegt 9. in„ landers die hier zijn aangeworven alleen voor de rijze na koetsiem tegens drie rd:s smaands ieder en de gewoone scheeps kost, en hebben ne voorts de ministers te koetsiem onder toezending van een Extrakt uit uwer Hoog Edelh: zeer g'eerde missieve van den 4. ' oktober aangeschreeven, om op voorm: bodem bij retour naar Ba„ tavia te plaetsen eene ploeg moorsche Zeevaerenden. Aan dit schip is op 't versoek van dies oppermeester, en wijl de oppermeester van 't Nederlandsch Hospitaal alhier, na examinatie van 't aan boord gehouden Jour„ naal verklaerd heeft, dat het zelve veele zieken gehad had, en dus de meeste medi„ camenten verbruikt waeren, alhier zooda„ nige verstrekking van Medicamenten ge„ daan, als blijkt bij nevens gaande Ex„ trakt uit onse Resolutie van den 24:' De„ cember J:o Leeden. § 19: Den 30:' December J:o Leeden is 't schip Zeeland te Pale aangekoomen. Dit schip is uit Nederland gedestineerd naar Batavia, en door de Minis„ ters aan de Caab de Goede Hoop geëm„ ploijeerd, om eene Compenie fieseliers van 't regiment van wurtenburg herwaards over te brengen. volgens der uwer ministers E §23: ministeren schrijvens van den 20.:' September J:o Leeden in Copia hiernevens gaat, ver„ wagten we nog van daar de scheepen de Erfprins en de Maria Cornelia het eerste met eene Compenie Jaagers en het laatste met nog eene Compenie fuseliers, bijde van voorsz: regiment § 20: Vermits wij reets door de goedheid van uwe Hoog Edelh: drie compenien fu„ seliers van 't zelfde regiment van Ba„ tavia bekoomen hebben, hebben wij, zoo om aeden als dat breeder vermeld word bij inzen secreeten brief die nevens dezen over„ gaat, beslooten, van de voormelde Caab„ sche troupes alleen aantehouden de compenie Jaagers en de twee compeni„ en fuseliers te laeten overgaan naar Batavia. §21: Jngevolge van dien vertrekt tans het schip Zeeland zijnde de brenger dezes met de eene Compenie die daar meede aangebragt is; en zijn de Gaalsche bedienden gelast aan uwe Hoog Edelh: te bedeelen de verstrek„ kingen die aldaar aan dezelve gedaan zijn. §22: Aan gem: schip zijn op 't verzoek van dies Capitain, te Gale eenige verstrek„ kingen en voorzienigen gedaan, gelijk dat breeder blijkt bij de resolutie van de Gaalsche bedienden, van den 5. ' de„ zer, die in Copia dezen verzeld. Wij hebben de Gaalsche bedienden gelast, in dezen bodem, indien 'er ruimte genoeg toe is, te laaten afscheepen de kaijer en het geen verder aldaar voor Batavia aan„ handen mogte zijn; en daar en teegen van het zelve te ligten 25. Mattroozen, die wij emploijeeren zullen ter verstreking van de Equipagie van 't schip kandia. §24: De Colonel van 't regiment van wur„ tenburg Deobald van Hughel, die met voorsz: schip Zeeland overgekomen is, verkoosen hebbende zijne verdere nij„ ze na Batavia uittestellen tot eene nadere geleegendheid, hebben we in hoope van uwer Hoog Edelh: gunstige welduiding, daar in bewilligd. §25: 'T schip willem de vierde is den 2. ' kingen dezer 8
English
of this month, and the ship 'T Nieuwtje, destined from the Netherlands for Ceilon, arrived here in the roads on the 7th of this month; and we shall send the usual reports regarding the last-mentioned vessel to Your High Noble Honors at a later date, while in the meantime having the honor to present herewith the copies of the letters received alongside it. § 26: The finding on the goods delivered here from the Batavia cargo of the ship de Draak is inserted in our Resolution of the 14th of October of last year, which accompanies this in extract, and we request permission to refer thereto, as we have nothing special to remark upon it. § 27: Regarding the finding on the cargo of this vessel delivered at Gale, the officials there made provision by their Resolution of the 5th of November of last year, which also accompanies this in extract and has been approved by us, only with this alteration: that the ships officers must be debited in their pay accounts for the heavy cable of 19 d:m which they did not account for at Gale, because they signed for its receipt here on the bill of lading and ought to have watched what they received, and that they must, on the other hand, be credited for the cable of 18 d:m which they delivered there in its place; likewise that they must be debited not only for the 16916 lb: of rice less accounted for, but also for the 6700 lb: of spoiled rice delivered, pending further disposition of the Lords Majores, and that the debiting of both parcels must take place at 67½ Rd:s per last of 3000 lb:, because at this price the spillage on the rice delivered here was made good to them by our aforementioned Resolution of the 14th of October. § 28: We shall have the honor to make the report concerning the delivered cargoes of the remaining ships destined for this Government on a subsequent occasion. We commend Your High Noble Honors and the interests of the Company into Gods safe keeping and remain with all respect and fidelity. Below stood: Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Commanding, Severe Lord and Honorable Lords, Your High Noble Honors humble and very obedient servants. Was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Rake, D: C: von Duberg, D: F: Fretz, C: van Angelbeek, I: Reintous, B: L: van Bitter, and A: Samlans. In the margin: Kolombo, The 12th of January, Year 1792. Checked: Visseu. Agrees: Wijbrands, First Clerk. Duplicate Short detail of the most remarkable events that occurred in the Madurese, Marruase, and Trevancore Kingdoms in the year 1791, respectfully dedicated to the Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island Cylon and the Coast of Madura, etc., etc., etc., alongside the Council, by Marthienus Mekern. Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord: The Kingdom of Madura, according to what was cited in our respectful compendium of the last of August of last year, like all other lands belonging to the Kingdom of Karnatika, still stands under the administration of the English East India Company, which issues orders therein and collects all revenues, for and on behalf of the Nabob Machmed Alicham, who, however, as is now generally held for certain, will be restored to the government of his lands as soon as the war with Tipoe Sultan shall have ended; the Nabobs agent, Mr. Buchanan, being expected for this purpose in Tirnevillij in the upcoming month of January. The inspection of the pearl banks with which Your Honorable, Highly Esteemed Lord charged us by missive of the 23rd of August of last year has been properly performed, and the report thereof presented to Your Excellency in our respectful missive of the 30th of November of last year. Of the seven inspected banks, five banks, named Waantieuw Aroepagep, Nageriepaar, Octipaar, Oedoedewipaar, and Klatiepaar, were not only found in the same state in which they were in the previous year, but the divers have this time found even more oysters on them than they discovered last year; however, the two remaining banks, Paddoetan Markanpaar and Koeritjanpaar, situated in the vicinity of Patnamadoor, were found to be more scarcely populated with oysters than in the previous year, when these small banks, however, were already of little importance, since, according to the report then, no more than half a day could be dived on both small banks, with 60 tonies and 300 divers. The oysters are currently judged for the most part to be six years old and ripe to be harvested, and the pearls that came out of them having been valued, it has become apparent that, according to the usual fishery calculation, they exceed the value which the oysters must have in order to be harvested. The Armanese divers asserted that on these seven banks could be fished for twenty-five days with the remaining
Dutch transcription
dezer, en het schip 'T Nieuwtje, uit Ae„ derland voor Ceilon gedestineerd, is den 7. ' dezer alhier ter rheede gearriveerd; en zullen we de gewoone berigten wegens laatst gem: bodem, uwen Hoog Edelh: nader doen toekoomen, terwijl entus„ schen de eere hebben de Copijen van de daarneevens ontvangene brieven hier nevens aantebieden. § 26: De bevinding op de alhier uijtgeleeverde goederen uijt de Bataviasche lading van het schip de Draak, is g'insereerd in onze Resolutie van den 14:' oktober J:o Leeden, die in Extrakt dezen verzeld, en wij versoeken verlof ons daar aan te moogen gedraegen, wijl wij daar op niets bijzonders aantemerken hebben. §27: Op de bevinding van de te Gale uijtgeleeverde la„ ding van dezen bodem, hebben de bedienden al„ daar gedisponeerd bij hunne Resolutie van den 5. November J:o L: die meede in Extrakt hier„ nevens gaat en door ons geapprobeerd is, alleen met deeze verandering, dat de scheeps overhee„ den hunne zoldij reekening moeten worden belast voor het swaartou van 19: d:m, dat ze niet te Gale hebben verantwoord, wijl zij voor dies ontvangst hier bij het cognossement geteekend hebben, en hadden moeten toezien wat zij ontvingen, en dat ze daar en teegen moeten worden bevoordeeld Voor het touw van 18. d:m, het welk zij in dies plaets aldaar uijtgeleeverd hebben; zoo meede dat zij niet alleen voor de minder verantwoorde 16916. lb: rijst, maar ook voor de bedurven uijtgeleeverde 6700: lb: rijst moeten worden belast, tot nadere dispositie van de Heeren Majores, en dat de belasting van bij de parthijen moet geschieden teegens 67½. Rd:s het last van 3000. lb:, om dat teegens dezen prijs aan hun bij onze hier vooren vermelde Resolutie van den 14:' oktober, goedge„ „vom is de spillagie op de alhier uijtge„ „gedaan leeverde rijst. §n 28: Het verslag over de uijtgeleeverde ladingen van de overige voor dit Gouvernement ge„ destineerde scheepen, zullen we de eene hebben bij eene nadere geleegentheid te doen. Wij beveelen uE: Hoog Edelheeden en de belangens der maatschappij in Godes vijlige hoede en blijven met alle eer„ te E bied nagezien bied en trouwe. /:onderstond:/ Hoog Edele Groote Achtbaaren wijd Gebiedende „gestrenge Heer. en wel Edele „ Heeren. uwer Hoog Edelhedens onderdaenige en zeer Gehoorsaeme Dienaeren /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Rake D: C: von Duberg, D: F: Fretz: C: van Angelbeek, I: Reintous, B: L: van Bitter en A: Samlans /:in margine:/ Kolombo Den 12:' Januarij A=o 1792. Visseu Akkordeert Wijbrands Egklerk Duplicaat Kort De tail van de aanmerke lykste gebeurte nissen in de Ma„ dureesche, Marruasche, en tre =van koerse Rijken in het Jaar 1791 voor gevallen, in eerbied, op gedraagen aan den WelEd: Groot Achtb: hoog gebiedende Heer Wil lem oJacob van de Graaff, raad ordinair van Nederlands india gouverneur en Dierec„ „teur van het Eijland Cylon en de kuste Madura eC:t eC:t eC=t nevens den raad door Marthienus Mekern wel Edele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer Het Ryk van madura, staad nog volgens het aangehaalde bij ons eerbiediegen kom „pendium van den laaste aug:ts J=o Leeden gelyk alle andere landen tot het rijk van karnatika gehoorende onder Administra tie van de Engelsche oostindische Comp: die daar in beveelen steld, en alle in komsten invorderd, voor en van weegen den den Nabab Machmed Alicham, die echt zo als tans algemeen zeeker gesteld word in regeering van zyne landen zal herstelde den, zoo dra de oorlog met tipoe sult zal g'eEndigd weezen, wordende 'S Naba agend de heer Buchanan tot dit eins in de aanstaande maand Januarij ru tirneVillij verwagt —. De viesitaatie van de paarl banken uwel Edele Groot Achtb: belast, bij wis ve van den 23. aug:s J=o Leeden is behoor volbragt, en het rapport daar van aan hoogst dezelven aangeboden bij onsen eerbiedigen van den 30 November J=o Leeden Van de zeven gevisiteerde banken zyn vijf banken genaamd waantieuw Aroepagep Nageriepaar, octipaar, oedoedewi paar en klatiepaar, niet alleen in den zel ven staad gevonden waar in dezelve in het voorleeden Jaar waaren, maa de duykers hebben daar op dit maal zelfs meer oesters gevonden, als ze voor leeden Jaar ontdekten, dog de twee overige banken Paddoetan Markan paar en koeritjanpaar in de nabuurschap van patnamadoor geleegen zijn, schraal der met oesters bezet bevonden; als in het voorleeden Jaar wanneer deeze bankjes echter reeten van weijnig belang zijn geweest alzoo volgens het rappord toen op beijde bankjes niet meer dan een halve dag konde gedooken wor den, met 60 tonies en 300 duijkers de oes; ters zijn tans voor het meeren gedeelte ge oordeelt ses Jaaren oud te weezen en rijp om te worden opgerist, en de paarlen die daar uijt gekoomen zijn gewardeert zijnde is koomen te bleij „ken, dat de zelve volgens de gewoo ne visscherij reekening te boven gaan de waarde welke de oesters moeten hebben, om te kunnen worden gerist de Armaneesche duykers boreerden dat op deezze zeven kanken veyf en twintig daagen konden gevist worden overige met
English
with 60 tonies and 300 divers; and thus five days more than they had stated in the past year, which was certainly remarkable since the oysters could hardly have increased. On the contrary, our commissioners and divers declared that, taking everything into account, fishing on the aforementioned banks could not be done for more than fifteen days with 60 tonies and 300 divers, and attributed the difference between their statement and that of the commissioners of the Carcar to the fact that the latter had paid insufficient attention to the difference between the location and depth of the banks currently populated with oysters and of Tolaiyrenpaar, where the most recent fishery was held. This was not only because the former, lying close to and within sight of Tutucorijn, allow the tonies to arrive there very early in the morning and dive throughout the entire day while still returning to shore in good time, whereas at Tolaiyrenpaar, lying very far and out of sight of the shore, the tonies arrive later on the bank and must leave the bank earlier to return to shore before evening; but also because the banks on which fishing will now take place lie at only 6 and 7 fathoms of water, where they can thus dive twice, compared to once at Tolaiyrenpaar, which lies at a depth of 9, 10, and 11 fathoms of water, and that consequently, on the currently occupied banks, twice as many oysters can easily be gathered in a day as on Tolaiyrenpaar. Because of these differing statements, we conducted further inquiries with the divers and the most knowledgeable locals to see if, in finding a middle ground, the diving days could not be extended from 15 to 20; however, they only agreed that one could ultimately be certain that the tonies will not find oysters for fifteen full days, because the location of the banks is so advantageous that the divers are able to bring half a tonie's load of oysters to shore daily. And since, in a lease, the lessee might reasonably assume that as many oysters will be found on the banks as will allow him to fish for as many days as are leased, and thus whatever conditions were made to the contrary the lessee would later still raise objections against payment, we presented to Mr. Torin, the English Superintendent of Tirnevelij, on 25 November, the difficulties that prevented us from accepting the statement of the Nabab's people as a basis for the fishery, with the request that he provide his thoughts on the matter, as appears from the copy of the said letter which we had the honor of submitting to your Right Honorable Worships alongside our respectful letter of 30 November. Mr. Torin replied to this by letter of 29 November, which we had the honor of presenting to your Right Honorable Worships in original with our respectful letter of the 19th of this month, that he had no objections to holding the fishery according to the advice of our commissioners and divers for fifteen days with 60 tonies and 300 divers, but that he wished only to make this stipulation: that the oysters remaining on the banks after the expiration of the fifteen days of fishing should be sold for the benefit of our Company and the Cercar, each for one half. This condition we readily accepted as being entirely equitable; we only submitted to Mr. Torin that we hoped he would only desire a second lease of the banks if the oysters remaining on the banks after the 15 diving days were of significant quantity, and not otherwise, since until now we had made no use of such a lease after the conclusion of a fishery, as we were of the opinion that scraping the banks excessively was detrimental to them. To lose no time, we had already sent in advance on 28 November and the 1st of this month a draft for a publication to Mr. Torin, as well as a draft of the conditions upon which, in our opinion, the lease ought to take place. But Mr. Torin replied by letter of the 5th of this month that he found many objections both in the publication and in the conditions, about which he wished to speak with the Chief in person, and that he proposed a meeting for that purpose at Alwakerenevillij, which subsequently took place on the 13th of this month. During the negotiations held there, of which the Chief provided a detailed report to your Right Honorable Worships by separate letter of the 19th of this month, it was agreed that the pearl fishery will be publicly auctioned at Colombo and at Tutucorijn on 28 January; that at Madras and at Ternevellij offers will be received by sealed bids; and that Mr. Torin will arrive at Tutucorijn with these sealed bids on 1 February and open them in the presence of the Chief, and that whoever is found to have made the highest bid, whether at the auction or by sealed bids, will be accepted as lessee. The advertisement for making known
Dutch transcription
met 60 tonies en 300 duijkers; en dus veyg daagen meer als zij in het voorleeden Jan hebben opgegeeven 't geen zeeker op merk lijk was wijl de oesters dog niet wel konde vermeerdert worden daar en teegen verklaarden onze gecommitteerden en duijkers dat op voorsz: banken op het kan genoomen niet meer dan veyftien daa gen konde gevist worden, met 60 tonies„ en 300 duijkers en schreeven hunne ver schildende op gaave met die van de ge „committeerden van den Carcar hieraan toe, dat de laasten niet genoeg hadden gelet op 't verschil, tusschen de legging en de diepte van de tans met oesters besette banken, en van tolaijren, paar waar op de Jongste visscherij gehou den is, niet alleen om dat de eerste digt bij en in 't gezigt van tutu Corijn leggende de tenies daar op 'smorgens h vroeg aan komen en den geheelen dag door duijken kunnen, om nog tijdige aan de wal te weezen, daar de totaij renpaar, zeer ver en uyt het gezigt van de walleggende tonies later op de bank kunnen koomen en vroeger moeten van de bank gaan, om nog voor den avond aan de wal te weezen, maar ook, om dat de banke„ waar op tans zal gevist worden, eenelyke op 6 en 7. vadem water leggen, waar op zij dus tweemaal kunnen duijken, teegens eenmaal op lolaijrenpaar die op de diepte legt van 9. 10. en 11. radem water, en dat derhalven, op de tans bezette ban„ „ken gemakkelyk op een dag eens zo veel oesters kunnen gedooken worden, als op Tolaijken paar, om deeze verschillen „de opgaaven, hebben wij nader bij de duijkers en de meest kundige in lan„ „ders onderzoek gedaan, of om een mid del weg te vinden de duijkdaagen niet zouden kunnen worden ver„ lengt van 15 tot 20 maar alleen zijn ze daar in overeengekoomen dat men laast zeeker konde weezen dat de tonies geen veijftien vollen daggen oesters zullen vinden van wijl wijl de legging der banken zoo voor deelig in dat de duikers in staad zijn, om dagelijks een halve tonies lading oesters aan de wal te brengen en wijl de eene verpagting de pagter billik mogt staat maaken dat op de banken zo veel oesters zullen gevonden worden, dat hij zoo veel daagen daar op met s „cis kan visschen, als er verpagt worden, en dus welke kon die tezien men ook daar teegen maakte de pachter naterhand dog altoos teegen de betaaling zoude Excipieeren, hebben wij op den 25 Novembr den Engelsche Superintendent van tirmeve „lij den heer Torin voorgehouden, de Zwaa righeeden, die ons hebben belet om de op gaave van siNababs volk aan te neemen tot een grondslag van de visscherij met verzoek om ons daar omtrend zyne gedagten te willen opgeeven, bleyken de kapij van gem: brief, die wij de ern gehad hebben uw wel Ed Groot Achtb: aan „te bieden nevens onze eerbiedige lette ren van den 30. November, de heer Torin heeft hier op bij brieve van den 29.:' November die wij de eere gehad hebben uwelEd: groot Achtb: by onsen eerbiege gen letteren van den 19 deezer in oizage„ „oneel aan te bieden, geandwoord, dat hij geen opjectien konde maaken om de visscherij te houden volgens het advies van onze gecommitteerdens en duij kers voor veyftien daagen met 60 to„ nies en 300 duykers maar dat hij alleen deeze stipulatie wilde maaken dat de oesters die nog op de banken mogten bleijven na het afloopen van de visscherij voor veijftien daagen zou den worden verkogt, ten proveijte van onze kompenie, en den Cercar elk voor de helft deeze kendietsie; heb„ het wij gereedelyk aangenoomen als alle zents in billijkheijd bestaan de, eenelyk hebben wij den heer Torin voorgehouden dat wij hoop ten dat hij alleen een tweede verpagting Torin van 2 van de banken zoude verlangen wanneer de oesters die er mogten overbleijven op de banken na de 5. duykdaagen van aanmerking va ten weezen, en anders niet wijl wij tot nu van zulk een verpagting na het afloopen van een visscherij geen gebruyk hadden gemaakt om dat wij in de verbeel ding zyn geweest, dat het al te veel schraapen op de banken aan den zelven nadeelig was, om geen tijd te verliezen hadden wij bij voorraad reeds den 28 November en 1. deeze aan den heer Torin toegezonden een Concept tot eene pubilicaatie en tevens een Concept van de kondutien waar op na onze ge dagten de verpagting zoude behooren te geschieden, maar de heer Forinant woorde bij brief van den 5 deezer dat zijn E: ze bij de publikaatsie als bij de kondietien veele aanmerkingen vond, waar over dezelve in perzoon met het opperhooft verlangde te spreeken en dat hij daar toe voorstelde eene te zaamen komst te Alwakerene villij die sedert op den 13. deezer heeft gevolg gehad By de onderhandeling aldaar gehouden waar van het opperhooft aan Uw: Ed: Groot Achtb: in het breede verslag gedaan heeft, by apparte betteren van den 19 deezer, is over een gekoomen dat de paare visscherij publiek zal worden opgeveuijd te Kolembo, een te tutucorijn der 28. Januarij dat te madras en te ternevel „lij aanbiedingen zullen worden ont fangen bij gezeegelde belzetten en dat de heer Torin, met deeze gezee„ gelde bilzitten, den 1. februarij te tu„ „tucorijn zal koomen en de zelve in preszentsie van het opperhoofft openen en dat die bevonden word het hoogste bod te hebben gebooden het zij bij de verpachting het zij bij gezeegelde bilzetten, als pagter zal worden aan genoomen het Advertissemend tot bekendmaking zaamen van
English
of the upcoming fishery, which was established in the manner aforesaid, have caused it to be affixed here, and for the same purpose have also sent it to kormandel and mallabaar, as well as offered it to Your Right Honourable in our letter of the 19th of this month, with the request also to have it affixed on Ceijlon, while at the same time presenting a copy of the conditions which have been regulated by Mr. torin, in order thereafter to lease out the fishery. In that respect, regarding the provision of sureties, it has been stipulated that each party shall be responsible for the payment of its subjects who may become lessees, and that the hollanders shall therefore be satisfied with the declaration of the fercar that the highest bids have been made by a qualified person who has given sufficient security, while the Cercar shall be satisfied with similar declarations on the part of the hollanders; and furthermore, that the party to whom the lessee is subject shall be obliged to receive the payment from the lessee and to divide the same with the other party two months after the conclusion of the fishery. At the meeting at Alternevellij, Mr. torin explained himself further regarding the oysters that might remain after the expiration of the fifteen diving days, saying that it was by no means his intention to make any further attempts on the banks if the remaining oysters should be few and of no consequence; but that his intention was, if after the conclusion of the fishery any oysters of consequence should remain, to use all the dhonies and divers to have them fished up and sold for the account of both parties. The chief answered to this that, if Mr. torin insisted on this, he would make no difficulty in consenting to it, although a matter of that nature could not possibly be overseen by us, as we would not be able to watch over the numerous thefts, and that he was therefore of the opinion that in such a case it would be better to lease out anew the right to fish the remaining oysters on the banks, since the location of the pearl banks on which the upcoming fishery will be held is so advantageous for easily fishing up the oysters found thereon and bringing them quickly ashore, that there is not the slightest probability that the fishery will be able to last a full fifteen days, and much less that oysters of consequence would remain on the bank after that time. And since this will become clearly apparent in the course of the fishery, the undersigned chief has agreed with Mr. torin to postpone this matter until the end of the fishery, hoping in the meantime to receive the approval of Your Right Honourable, which was requested in a separate letter of the 19th of this month in the event that oysters of consequence should remain after the expiration of the fifteen diving days. Furthermore, it has been agreed with Mr. torin to sign an act stating that all the aforementioned arrangements shall only take place for the upcoming pearl fishery, and thus shall not be drawn into consequence in the future, or if it should happen that the respective principals should not be pleased therewith. Knowing that the pearl banks were provided with ripe oysters, we had the banks guarded by a cruising dhoney as soon as the south winds abated a little, and after it appeared from the inspection of the banks that they were visible, we immediately added a second dhoney, for lack of sloops, with which we were not provided. As long as the calm weather lasted, this could suffice, and the banks could probably be better protected with dhonies, which can visit all the banks from time to time, than with sloops, which cannot make headway against wind and current as the dhonies can with rowing; but as soon as the weather turned somewhat bad and the sea began to rise, the dhonies could not hold out at the bank, and they had to stay at the islands and visit the banks from there from time to time. When the sloop which Your Right Honourable promised us by letter of the 17th of this month shall have arrived, we shall use the same for guarding the pearl banks, and yet also let the dhonies serve for that purpose, since one sloop cannot visit all the banks. From the side of the Nabob two dhonies have also been sent, which likewise assist in guarding the banks. Nothing of consequence has occurred with the Teuver and the King of trewankoer. We have the honour to remain with all respect and fidelity, (beneath was written:) Right Honourable, Noble and Most Respected Sir, Your Right Honourable's humble and faithful servants, (was signed:) M: Mekern, A v: d: wal, D: van den driesen van Spall and Fr: Damman. (In the margin:) tuthe Corijn the last of December 1791. Jacob Jerars Diek Fedder. Copy of letters received from Paleacatta in the year 1791. Agrees. Hijbrands, Clerk. No 14. N. 13. To the Right Honourable Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of Netherlands India, Governor and Director of the Island of Ceilon, the Coast of Madura, Inchiado, etc., etc., etc., together with the Council at Colombo. Right Honourable Sir and Gentlemen! Honoured with the much-esteemed letters of Your Right Honourable and Honours dated the 29th of August and the 30th of September, this serves in reply that the packet for Mr. Jones in Madras mentioned in the former has been securely delivered by order of the late Commander Tadema, but no answer to the same has been received. Concerning the change that has taken place in the government
Dutch transcription
van de aanstaande Visscherij 't welki „voegen voorsz: gearresteerd was hebben alhier affigeeren en ten zelven eijn„ ook naar kormandel en mallabo gezonden mitsgaders bij onzen eers digen van den 19. deezer uwelEd Groot baare aangebooden met verzoek om het „ve op Ceijlon meede te laaten affigeeren onder aanbieding teffens van een afschrift van de konditisien die n guleerd, den heer torin zijn geregulreerd op daarna de visscherij te verpachten zyn de daar bij ten belange van het len van borgen vastgesteld dat elke tij zal verandwoordelyk weezen voor de betaaling van zyne onderhoorigen, mogten pagter worden en dat dus de h landers zullen te vreeden weezen met de verklaaring van den ferca dat de hoogst aanbiedingen gedaan zijn door een geschikt voorwerpen die genoegzaame zeekerheijd heeft gegeeven terweijl de Cercar zal te vreeden weezen met de dergelyke verklaaringen van de zyde der hollanders en dat voorts de partij aan wien de pachter onderhee rig is zal verpligt weezen om de betaa ling van den pachter te ontfangen en dezelve twee maanden na het of looper van de visscherij met de andere partij te verdeelen Bij de te zaamen komst te Alternevel „lij heeft den heer torin zig omtrend de oesters die na het afloopen van de veyftien duyk daagen mogten overbleij „ven nader verklaard, zeggende dat het geenzins zyne meening was om eenige verdere pogingen op de banken te doen wanneer de overblyvende oesters wij „nig en van geen aanmerking mog maar „ten weezen, wanneer dat zyn E oog merk was om indien er na het afloopen van de visscherij noch eenige oesters van aanmerking gegeeve mogten wa mogten overbleijven alle de tonie en sluij kers te gebruijken, om de zelve te laaten opvisschen en voor reekening van byde partijen te laaten verkoopen het op perhooft antwoorde hier op, dat hij indien de heer torin hier op stond geene swaarigheijd zoude maaken om er in te bewelligen schoon een zaak van die natuur door ons on mooge lijk konde worden nagegaan wijl wij op de menig vuldige die vereijen niet zoude kunnen letten, en dat hij daar om van gevoelen was, dat het in zulk beter zoude weezen om op nieuw te verpachten het recht om de over gebleevene oesters op de banken te vissen wijl de geleegendheijd van de paarlbanken waar op de aanstaande visscherrij zal gehou der worden, zoo voor deelig is om de daar op gevonden wordende oesters gemakkelyk op te visseschen en spoedig aan de wal te brengen dat er geen de minste waarscheynlyk heijd is, dat de visscherij volkoomen veyf tien daagen zal kunnen duurren en veel minder dat er na dien tijd nog oesters van aanmerking op de bank zouden overbleijven en wyl dit in den loop van de visscherij duijde lijk zal bleijken, is het ondergetee„ „ken opperhoeft met den heer torin over een gekoomen om deeze zaak tot op het einde van de visserij uijt te stellen; hoopende intusschen hier op te ontfangen de goed vinden den van uw Ed: Groot Achtb: 't welk bij aparte brief van den 19 deezer van hoogst dezelve is gevraagd in 't geval dat er na het afloopen van de veyftien duijk daagen nog oesters van aanmerking mog ten overbleijven; voorts is met den hier torin over een gekoomen dat omr om een acte te teekenen dat alle de vooren gem: schikkingen alleen lyk zullen plaats hebben voor de aan staande paarlvisscherij en dus nie worden ingevolg getrokken, in de aan staande of 't mogt gebeuren dat weederzeydsche prinsipaalen daar in geen genoegen moeten neemen weetende dat de paarlbanken met voorzien reipe oesters waaren; hebben wij 7C Zuij zoo dra de zij de winden een vij nig bedaaren, waaren de banken door een kruijs tonie laaten bem ken, en na dat hij viesitatie van de banken gebleeken was dat de zelve zigt baar waaren hebben wij er dadelyk een tweede Aorie by gevoegd bij gebrek aan stoepen waar van we niet voorzien wa ren zoo lang het stille weeder duurde konde dit aangaan en de banken waar scheijnlijck beter bewaard worden met toniers die alle de banken van tijd tot tijd kun nen besoeken, dan met sloepen die teegen wind en stroom niet kunnen opkoomen gelyk de tonies met roeijzen kunnen doen, maar zo dra het weeder wat slegt en de zee begon te staan, konden de tonies bij de bank niet uijt houden en zij hebben zigmoeten op houden aan de Eylander en van daar van bezogt tijd tot tijd de banken wanneer de sloep die uweld Groot Achtb. ons bij brief van den 17 deezer hebben toegezegt zal weezen aangekoo men, en zullen we de zelve tot het bewaaken van de paarl ban ken gebruijken en echter de tonies daar toe ook laaten dienen, weijl een sloep alle de banken niet bezoeken kan; van de zeijde van den Nabab zijn ook twee tonies beter ge duplicant Napten gezonden die tot het bewaaken van de banken meede assisteeren Met den Teuver en den koning van trewankoer is niets van aan mer„ king voorgevallen wy hebben de eere met alle eerbied en trouwe te bleijven /:onderstond:/ wel Edele Groot Achtb: hoog geb: heer uwer welEd Groot Achtb: onder dani„ ge en getrouwe dienaaren /:was„ „geteekend:/ M: Mekern, A v: d: wal D: van den driesen van Spall en Fr: F Damman /:in margiene:/ tuthe Corijn den laasten December 1791 Jacob Jerars Diek Fedder Kopia ontvangene Brieven van Paleacatta Jn liet Iaar 17915 Akkordeert. Hijbrands Eklerk No 14. N. 13. Aan den wel Edelen Groot Achtb: heer: Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia Gouverneur en Directeur des Gewelden Eijlaands, ter Custe Madure Jarchia do Et: El: Etc: Neevens Den Raad. Tex Colombo Wel Edele Groot Achtbaare Heer, en Heeren! vereerd met uwer wel Edele Groot Achtba„ „res en Edelens veel geachte brieven de datis 29. ' Augustus en 30. Septem„ „ber zeeden diend tot antwoord, dat het bij de eerstgemelde vermelt pa„ „ketje aan den heer Jones te Ma„ „dras door beschikking van den Heer afgegaan Gezachhebber Tadema, secuur bezorgt, maer op het zelve, geen antwoord ontvangen is. Van de voorgevallene verandering in het bestier Ceilon
English
administration of this Government and the assumption of authority by the undersigned, having had the honor on 13 November to inform your Right Honorable Sirs and Honors, we thank you most dutifully for the prompt dispatch of the packet consigned to us per the ship Berkhout from the Honorable High Government of the Indies, as well as two others with private letters from the Netherlands, and finally another packet for the Gentlemen Administrators in Bengal, to whom we have forwarded the same directly. We humbly request that the enclosed packet to the Honorable High Government of the Indies may be dispatched with the first departing ship to Batavia, as it is of importance to promptly reach the attention of their High Honors. In the future, we shall not fail to write to your Right Honorable Sirs and Honors every three months and to render a short report regarding what is occurring here, or take the liberty to report what is necessary ourselves to the Lords and Masters and the aforementioned High Government of the Indies, in which case requesting a favorable forwarding address for the packets we send. Regarding the uncertain state of affairs with Tipu Sultan and the English, we continually receive various reports, sometimes gloomy and then again of a different aspect. What people here on the coast wonder at the most is that the English, with a formidable force, have thus far accomplished nothing against the opposing party, while the latter seems to keep them constantly in uncertainty regarding his actual designs, which cost them dearly enough, if one may rely on the reports that it is rumored more than a lakh of Pagodas is involved. This seems certain, that in and around Tanjore the disputes will be decided sooner or later, since the arrival of Lord Cornwallis from Bengal did not take place to sit still or to squander more expenses at the cost of unhappy Bengal, which is being exhausted and ruined to make good the general finances, which must look very meager if one may give credit to the particulars received from Madras in that regard, one of which we have the honor to enclose herewith. Also enclosed herewith goes the second set of bills of exchange and letters of advice from the Gentlemen of the state frigates Zephijr and Havik, of which the first was sent along with our previous letter under date of 7 October. We commend your Right Honorable Sirs and Honors to God's protection, having the honor to be with the highest esteem, was written below, Right Honorable Sir and Sirs, Your Right Honorable Sirs and Honors' very humble servants, was signed, Eilbracht, P. E. V. Walm, J. S. de Roeff, J. J. Winckelmans, B. Brouwer, F. W. Bloeme, J. J. Hatz, in the margin, Palliacatta in Fort Geldria, 18 December 1790. We very humbly request that the enclosed packet to the Honorable High Government of the Indies may obtain dispatch with the first ship to depart for Batavia, to the exceptional obligation of those who have the honor to be with the highest esteem, was written below, Right Honorable Sir and Sirs, Your Right Honorable Sirs and Honors' very humble servants, was signed, J. Eilbracht, J. S. de Roeff, J. J. Winckelmans, F. W. Bloeme, J. J. Hasz, in the margin, Palleacatta in Fort Geldria, the last day of January 1791. We have the honor to let this serve to accompany seven small cases in which our customary annual papers for the Netherlands and Batavia are packed, which we kindly request may be forwarded according to their addresses. We also accompany this with our copies of advice to the Right Honorable Gentlemen Directors and their High Honors under dates of 26 March, 26 September, 7 and 21 October of the past year, as well as the last day of January of this year, together with two packets for Cochin and Surat, which we
Dutch transcription
bestier deezes Gouvernements en de vaarding van het gezach door den „geteekende, op den 13 November de eere gehad hebbende uwel Edele G Achtbaare en Edelens Kennisse geeven, bedanken wij zijn zeer zoorzaamst voor de spoedige toek ding van het per het schap Berkl aan ons geconsigneert paket van de Edele Hooge Indische Regeer item twee andere met particulee brieven uit Nederland, en laastelijk noch een paket voor de Heeren A nisters in Bengale, aen wien wij het zelve direct hebben toegezonden Wij verzoeken ootmoedig dat het h nevens gaande paket aan de Edele Hooge Jndische Regeering, met het eerste vertrekkene schip naer B tavia mag worden versonden, al zijnde van aengelegenheit om sp dig ter kennis van hun Hoog Ed „heeden te geraeken. Wij zullen, voor het vervolg, niet in gebreeke blijven alle drie maen„ „den aen uwel Edele Groot Achtb Edelens te schrijven en, wegens he exteerende alhier een kort verslag doen, dan wel de vrijheit een kist veo„ stag doon, danr wal de neemen om zelf het nodige te berichten aan de Heeren en Meesters en welmelde Hooge Indische Regeeringen, in zoo een geval, voor onze tezendene pak„ ketten een gunstig addres verzoeken. van den onzekeren toestant van zaeken met Jipoe sulthan en de Engelschan ontvangen wij geduurig verschillen„ „de naristen, dan eens zwaermoedig en dan weder van een andere aan schou. Het meest daer men zich alhier op de kust over verwondert, is, dat de Engelschen met een for„ midable macht, tot nu toe, niets tegen Parthij uitgericht hebben, ter„ wijl deeze ten steeds in het onzee„ kere schijnd te laeten aengaende zijne eijgenlijke desseinen, welke hen ge„ „noeg kosten, zoo men mag aen of aen op de berichten dat daer meede smaande over het lak Pagooden gemoeit is. dit schijnd zeeker, dat zich in en omstreeks Tansjour de verschillen veroeg of loet zullen decideeren wijl de overkomst van lord Cornwallis uit Bengale niet geschied is om stil exteerende te Aan als vooren. te zitten, of meer ongelden te verspill tot kosten van het ongelukkig Ben „le dat uitgeput en geruineert word ter goedmaeking van de generale gi„ nancien waermeede het zeer schrael moet inkomen zoo men Cresliet mag geeven aen de van Madras ontvan„ gene particulariteiten derwegen wel„ „ken was de eene hebben hier in te sluiten ook gaen hier nevens het tweede stel„ wissels en advies brieven van de Hee„ ren van slands Fregatten de sephuijse Havick, waer van het eerste nevens onze voorige sub 7 october is versonden Wij bevelen uwel Edele Groot Achtbaere en Aan als vooren Edelens in Godes bescherming: de Eere hebbende met de meeste hoog-agting te zijn /:onderstond/ wel Edele Groot Achtbaere Heer en Heeren UwerwelEde„ „le Groot Achtb: en Edelens zeer ootmoe„ dige Dienaaren /was geteekend/ Eilbracht, P: E: V: Walm, J: S: de Roeff„ J: J: winckelmans, B. Brouwer, F w: Bloeme, J: J: Hatz: /in margine Palliacatta Jn 't Geldria den 18: De„ cember 1798. Wij verzoeken zeer ootmoedig dat het nee„ vensgaande paket aan de Edele Hoogh„ Jndische Regeering met het eerst te vertrekkene schip naar Batavia adresse mag erlangen ter zonderling ge verplichting van die de eere heb„ ben met de meeste hoog agting te zijn; /onderstond/ wel Edele Groot Achtbare Heer en Heeren. Uwel Ede„ „le Groot Achtb: en Edelens zeer vermoedige Dienaaren /was geteekend/ J: Eilbracht, J: S: de Roeff, J: J: Winc„ kelmans, F: w: Bloeme, I: I: Hasz, /in margine/ Palleacatta Jn het fort Geldra ultimo Januarij 1791. — Wij hebben de eere deeze te laeten dienen ten geleide van seven kasjes, waer in onze gewoone Jaerlijksche papieren voor Nederland en Batavia zijn af„ gepakt, welke wij vriendelijk ver„ „zoeken dat volgens hunne adressen mogen verzonden worden. Wij laeten deeze noch verzellen onze Copia adviesen aan de welEdele Hoog Achtbaare Heeren Maijoves, en haer Hoog Edelheeden, onder datis 26. Maart 26:' September 7. en 21. october des gepasseerden, mitsg:s ult:o Januarij deezes jaars, benevens twee pakketten voor CoChim en souratta, welke Jndische wij
English
To as before we also intend to send thither. We long very much for an answer to our letters of anno passato, and especially to that of 20 9ber concerning the bankrupt Bronsvelt. Wherewith, after friendly greetings, we remain with all high esteem. Signed as before: J: Eilbracht, I: D: Simons, J: S: de Haeff, I: I: Winckelmans, F W: Bloeme, I: I: Hasz. In the margin: Palliacatta in Fort Geldria, the 31st of March anno 1791. Lower: P: S: We attach hereto the duplicate of the expense account of the packet boat De Expeditie, which called here in April, together with the memorandum of charges of the same amounting to ƒ 314. 15. 8., and another memorandum of provisions supplied to the Ceylon boat No 2 to the amount of ƒ 4933. 14. —, with which we request Your Right Honourable and Honourable Sirs that they may be dealt with as appropriate. On the 8th of the past and the 5th of this month we were particularly honoured with the joint and separate letters of Your Right Honourable and Honourable Sirs, dated the 16th of March and the 15th of April last. We rejoice over the glad tidings contained in the latter that the unfavourable reports which had been circulating for some time from Ceylon, as if the Honourable Company, unfortunately, ran the risk of getting into war again with the Candians, had taken such a favourable turn that there was hope of seeing peace preserved. We wish with all our heart that the wise measures taken by Your Right Honourable and Honourable Sirs to that end may meet with the best success, and that a flourishing peace and prosperity of this blessed region may for long years be the lot of our, alas heavily, burdened Company. The first undersigned also most obediently expresses his sensible gratitude for the kind congratulations upon his assumption of authority over Coromandel, which shocks like the most recent ones could hardly have endured any longer without succumbing under it. We are Your Right Honourable and Honourable Sirs' Honourable Sirs likewise obliged for what has been communicated with respect to the bookkeeper Bronsvelt, and shall, as well upon the representation of affairs made by Your Right Honourable and Honourable Sirs as upon our own to the Noble High Indian Government, respectfully await the pleasure of the same, as also with respect to the answer to our request for the transfer of the funds collected at the Indian capital and elsewhere in the east, with a reasonable interest for the interested needy persons. We have the honour to enclose herewith under cachet volant the answer of the Court of Justice of this Government to the interrogatories in the matter of Surgeon Major Frans Wolkers. The received requisitions of necessities for the current year 1791 we shall endeavour to fulfill in due time. We give thanks for the packet sent to us from Suratte and humbly request a favourable address for the accompanying one to the Honourable Gentleman and Council at Cochin, as also that we may kindly be informed in a few lines whether our general report to Europe and Batavia, sent recently via Jaffanapatnam on the last of March, has yet found an opportunity to be forwarded, and when. As shown by an enclosed copy of a letter of the 19th of March last to the Commandeur and Council at Jafnapatnam, we made a request for our sloops, but have received no answer thereto up to now, regarding which it were to be wished that one never had to complain about the scarcity of a few letters more or less in the correspondence. Since or on the 2nd passato the boat De Zwaengebout, built at Batticaloa, arrived here from Trincomalee, but for a new vessel, as it ought to be, it has not too few defects for us not to bring them to the notice of Your Right Honourable and Honourable Sirs in a time when all extraordinary expenses, such as must be incurred on this vessel to be able to make use of it, entail the utmost accountability. We take
Dutch transcription
Aan als vooren wij almeede insteeren derwaerts voor te schikken Wij verlangen zeer na antwoort op on brieven van Anno passato, en intor „derheit op die van 20. 9ber: over den gefailleerden Bronsvelt. Waermeede na vriendelijke groete me alle hoogagting verblijven. - /onderst /als vooren / J: Eilbracht, I: D: Simons J: S: de Haeff, I: I: winckelmans, F W: Bloeme, I: I: Hasz, /inmargine Palliacatta Jn 't fort Geldria Den 31. Maart Anno 1791. /Laager / P: S:/ wij voegen hier nevens de weder gade van de onkostreekening van de in Ap:o alhier aangeweest zijnde Pakkel bood De Expeditie nevens de memorie van aanreekening van dien groot ƒ 314. 15. 8. , en een andere Memorie van gedaene verstrekking aan de Ceijlon„ sche boot N=o 2. ten bedraegen van ƒ4933. 14. —. , met welk een en ander wij uwel Edele Groot Achtb: verzoeken, dat na behooren mach werden ge„ handelt. Op den 8. der gepasseerde en 5. deezer maand zijn wij bijzonder vereerd geworden met uwel Edele Groot Achtbaere en Edelens gemeene en aparte letteren de datis 16. Maart en 15. April JLeeden. 2 Wij verheugen ons over de in de laeste vervatte blijde tijding dat de ongunsti„ „ge berichten welke zich zeedert eenige tijd van Ceilon hadden verspreit, als of de E: Maatschappij, ongelukkiglijk, gevaer liep van weder in oorlog te geroeken met de kandiaenen, zich zoodaenig hadden ten besten geschikt, dat men hoope had van de Rust be„ waert te zien. wij wenschen van herte dat de wijze moetregelen van uw Ede„ „le Groot Achtb, en Ed.:s ter dien fine ge„ noomen mogen zijn van het beste sul „ces en dat eene bloeijende vreede en welhaart van deezen gezegenden oord lanige Jaeren het deel van onze, relaeste zwaer, gecolterde Compag„ nie mag zijn. ook betuijgd de Eerstgeteekende aller„ gehoorzaemst zijn gevoelige dank„ baerheit voor de geneegene vergeluk„ king met de aenvaerding van het gezach over kormandel, dat schok„ ken als de jongste, weinig meer zou hebben konnen verduuren, zonder er bij te beswijken— Wij zijn uEdele Groot Achtbaere en Edelens Edelens Edelens ingelijks verplicht voor bedeelde met opzicht tot den boek houder Bronsvelt en zullen, zoo s uwer wel Ed: Groot Achtb: en Ed:s als onze gedaene voordracht van zaeken aan de Edele Hooge Jndische Regee„ „ring, het welbehoegen van Hoogstde„ zelve, eerbiedig afwachten, als ook in opzicht van het antwoord op ons ver„ zoek ter overmaeking van de, op Jndische Hoofdplaets en allest om de oost, gecollecteerde gelden met een bil„ lijke interest voor de geinteresseerde behoeftigen. Wij hebben de eere onder Cachet volant hier nevens te voegen het antwoord van de Raad van Justitie deezes Gouvernements op de interrogatorias en der zaeke van den Chirurgijn Majoor Frans Wolkers. De ontvangene Eisschen van benodigt„ heeden voor het loopende Jaar 1791. zullen wij trachten in der tijd te voldoen. Wij bedanken voor het ons toegezonden paket van souratta en verzoeken ootmoedig een gunstig addres voor het nevens gaende aen den Edelen heer en Raed te koetsjem, als meede dat ons goed gunstiglijk bij eenige weinige regels mag worden opgegeeven, of ons Jongst over Jaffenapatnam op ultimo Maart gezonden generaal verslag naar Europa en Batavia, noch geleegenheit heeft aangetroffen om verzonden te konnen worden en wanneer. Uitwijzens een hier ingeslooten Copij van een brief den 19. ' Maart jongstleeden aan den Heer Commandeur en Raed te sassand hebben wij verzoek gedaen om onze sloepen, maer daer op, tot nu toe, geen antwoort ontvangen, waer„ omtrent het te wenschen ware dat men nooit te klagen had over de karigheit van eenige Letters meer of min bij de Correspondentie zeedert ofte den 2. passato is van Tin„ konemale alhier aangekomen de boot ten De Zwaengebout te Battikaloa, doch voor een nieuw vaertuig, als het behoord te zijn, niet te veel gebreeken, om die niet te brengen onder het oog van u Edele Groot Achtb: en Edelens in een tijd dat alle extraordinair on„ gelden, gelijk die aen dit vaertuig gedaen moeten worden oner dienst van te kunnen hebben, de uiterste verantwoording na zich sleepen- wij neemen
English
We take the liberty of enclosing herewith a copy of the report of the inspection and findings concerning the vessel. From Jaffanapatnam, the sloop De Herstelling returned here on the 22nd of the preceding month of April. The purpose for which the vessels are sent thither in October is principally to have their defects promptly repaired and to be sent back here so early that they can arrive in the latter part of February or in the beginning of March. For this reason, even on 16 December 1790, when the distress was pressing because of the roaming robbers of Tippu Sultan, regarding the necessity thereof, we also addressed the Jaffanapatnam ministers and demonstrated this, without their deigning to grant us even a single letter in reply. Meanwhile, it now appears from the attached declaration that our sloops, instead of being aided immediately, are employed for other services, such as De Herstelling for the transport of palmyra timber to Mannar, so that time easily falls short for necessary repairs and they subsequently merely rid themselves of them promptly in such a manner as the declaration shows, not knowing to date the costs of the aforementioned boat De Zwaan. We do not complain out of reluctance, but Your Right Honourable and Worshipful Sirs are yourselves too fond of good order, and the care for it is too dearly commended to us for us to presume that this our representation would be regarded as anything other than necessary, and be favoured with a disposition that can achieve the desired purpose and bring about greater promptness. We also take the liberty to give notice of the request made on the 3rd of this month to the aforementioned Commander and Council at Jaffanapatnam to kindly send a sloop here as soon as possible to fetch the detachment that has served here to our assistance until now under the command of Captain Kahle. We hope that those gentlemen will not delay us in this matter either, for by the end of this month we would see no possibility of paying the troops any longer, being destitute of money. We humbly give thanks for the assistance shown to us thereby, and consider it a pleasure to be able to add here that we seem to have surmounted all difficulties from Tippu Sultan, now that the English have captured the strong frontiers of the Mysore country such as Bangalore and Dharwar and have joined with the Nizam and the Marathas to overpower Seringapatam and subsequently the usurper, and to reduce him to such a state as corresponds with his birth. We have the honour to remain with all high esteem. Signed: I. Eilbracht, I. D. Simons, J. S. de Roeff, I. I. Winckelmans, F. W. Bloeme, and I. I. Hasz. In the margin: Sadras in Fort Geldria, 6 May 1791. Postscript: After this was transcribed, we received on the evening of the 6th a letter from Jaffanapatnam, ostensibly in reply to our letters of 19 and 31 March, of such a strange and unfriendly content that we believe we have the right to complain thereof to Your Right Honourable and Worshipful Sirs, for which reason we enclose an authentic copy thereof. It was also addressed on the outside solely to the first signatory without necessity, and reads inside strictly to us alone. We find ourselves very honoured by Your Right Honourable Sirs' esteemed letters dated 27 April and 13 May last. As since the first-mentioned month the previous difficulty of hostilities by Tippu Sultan had already ceased, we made a request on the following 3rd of May, when by virtue of the capture of Bangalore we had reason to be reassured, to the Commander and Council at Jaffanapatnam to kindly send us a sloop to fetch the troops belonging to their garrison, since we then had not a single vessel at hand. We received in response thereto, by letters of the 19th following, delivered here on the 7th of this month, the reply that they had no sloop to spare, but had requested authorization from Your Right Honourable Sirs for the hiring of vessels to fetch the men, which would be sent directly upon receipt thereof.
Dutch transcription
neemen de vrijheit van Copia Rasse ten der visintatie en bevinding va het vaertuig hier in te sluiten. van Jaffanasm is op den 22. van voor /m maand April, de sloep De Herstelling alhier geretourneert. Het oogmerk waerom de vaertuigen in october„ derwaards worden gezonden is voor¬ naemelijk om spoedig van haeren gebreeken verholpen en weeder zo vroeg herwaards gezonden te worden dat hier konnen zijn in het laast van februarij of in het begin van Maert, waarom we, zelfs den 16. De„ „cember 1790. toen de nood prangde wo„ „gens de zwervende Roovers van Jip „poe sultan over de benodigtheit der„ „zelve, ons ook aen de Jaffanap=m Mi„ nisters geaddresseert en zulks ver„ „toont hebben, zonder ons daerop, mee„ „de, meede eenig Lettertje tot antwoort te verwaerdigen intusschen blijkt nu uit de hier nevens gevoegde verklae„ ring dat onze sloepen in steede van aenstonds geholpen tot andere diersten geexerploijeert worden gelijk De Eerstel ling ter overbreng van Palmeeren na Mannaer, zoo dat 'er ligtelijke tijd te kort schiet tot noodzaekelijke Reparatie en men 'er zich daer na maer spoedig van ontdoet, op eene zoo wijze, als de verklaering aen„ toont, weetende tot natoe, niet het kostende van voorm: boot De Zwaen. — Wij klagen niet tegenzin maer uE„ dele Groot Achtbaere, en Edelens zijn zelve te zeer gesteld op goede opder en de zorg daer voor is ons ook te duur aenbevoolen, dan dat we mogen vermoeden deeze onze vertooning anders als noodzaekelijk aengemerkt, en begunstigt te zien met eene dis„ positie die het gewenscht oogmerk kan bereiken, en eene meerdere prompti„ teide uitwerken. Wij bevrijmoedigen ons tevens kennis te geeven van het op den 3. deezer aen den Heer Commandeur en Raad te Jasfanapm voor„ melt gedaen verzoek om ten spoedigsten herwaerds te willen zenden een sloep ter afhael van het detachement, dat tot nu toe ter onze assistensie alhier gemiliteert heeft onder Commando van Captein Kahle. wij hoopen dat die Heeren ons ook hier in niet opmogen houden want we zouden met ult:o deezer geen kans zien, de Manschappen langer te betae„ Reparatie „len „len, als ontbloot van gelt zijnde. Wij bedanken ootmoedig voor de hulp ons daarmeede geweezen en achten het tot vermaek hier noch te kunnen bijvoe„ „gen dat we alle zwaerigheeden van Jippoe sultan schijnen te boven ge Aan als vooren raakt te zijn nu de Engelschen te seterken frontteren van het Majoer schegelijk Bangeloer en Derwar verover ten zich geconjugeert hebben met den Nezamen Marattas om Siringapatnam en ver„ volgens usurpateur te overmeesteren en tot dien staet te doen afdaelen als overeenkomst met zijne geboorte. Wij hebben de eere met alle hoog agting verblijven. /onderstond/ als voor en'/ I: Eilbracht, I: D: Simons, J: S: de Rgeff, I: I: winckelmans, F: W: Bloeme, en I: I: Hasz; /inmargine / Sal„ „leacatta jn het fort Geldria Den 6. ' Maij 1791. /Laager/ P: S:/ Na dat deeze was afgeschreeven ontfangen wij de 6. 'savonds, en brief van Jaffanapatnam quasi tot antwoort op onze brieven van 19. en 31. Maart, waer van een zoo wonderlijken ondriendelijken inhout dat we vermee„ „nen met recht ons daer over aan uw Ed: Groot Achtb: en Ed:s te beklagen en waer„ om wij Copia autenticq daar van hier Wij vinden ons zeer vereerd met uwel Edele Groot Achtbaaes geachte letteren de da„ „tit 27. april en 13. Mei jongstleeden. Gelijk zeedert de eerstgemelde maend de voorige zwaerigheid van vijandelijkhee„ den door Jipoe sultan bereets gecessenrt:/ was, zoo hebben wij den 3. Mei daeraen, wanneer mits het inneemen van Bee„ galoen we reeden hadden ons gerust te stellen, aen den Heer Commandeur en Raed te Jaffenapatnam verzoek gedaen, om ons een sloep te willen zenden tot het afhaelen der Manschappen, be„ hoorende tot haer Garnisoen, dewijl wij toen geen enkel vaertuig aenhanden hadden. Wij ontvingen daer op bij brieven van den 19. ' daer aen, alhier bestelt den 7' deezer, tot antwoord dat men geen sloep te missen maer van uwel Edele Groot Achtbaere qualificatie ver„ zocht had tot het inhuuren van vaertui„ gen om het volk aftehaelen gelijk bij ontvangst van dien direct zouden worden gezonden. nevens voegen. zoo was buiten op aan den Eerst geteekenden alleen sonder noodzaakelijkheit geaddresseert en luid van binnen zenr aen ons alleen. — neven Wij
English
We cannot understand what the obstacle is that those vessels have not appeared, and we have thus been disappointed in our hope of being relieved, if not by the end of May, then at least by the middle of June, of the burdensome expenses for the maintenance of the aforementioned Corps. We are all the more astonished at this, because the said Lord Commander and Council dispatched our sloop De Zeerob hither on May 23rd, without noting anything regarding the expecting or not expecting of the said vessels, which, in our opinion, ought to have been done, because, had we been informed of this through the duplicate of their letter sent overland, we certainly would not have given orders to Nagapatnam, where that sloop put in, to call at Sadraspatnam during its further journey hither in order to take in freestone, whereby it dragged on until the 15th of this month before the same appeared here in the roadstead, and the first-signatory noticed from the verbal account of its Master that the detachment was expected at Jaffanapatnam with this sloop, and thus they seemed to have no order or intention to send the vessels that they intended to charter. We have therefore, learning this, caused the sloop to be unloaded of the stones with the greatest speed, and reloaded with the ammunition and artillery goods belonging to the detachment commanded by Captain Kahle, which we are sending forward immediately with the aforementioned sloop De Zeerob to Jaffanapatnam with the necessary documents, serving to indicate the number of men and their pay and allowances up to the end of this month, apart from what is necessary for the journey. We have learned with the utmost regret of the misfortune that befell our recently dispatched advices to the Netherlands and Batavia during the transit from Jaffanapatnam to Colombo. In view of the heavy and arduous labor that was bound up with the production of so much extraordinary clerical work, we can do nothing other than deeply lament that this has turned out so unfortunately, that the boxes, during their entire journey, encountered such heavy rains that, notwithstanding they were all wrapped with tarpaulins and lashed down, they became so wet that they apparently all had to be opened and aired, to no small delay in conveying the so highly necessary knowledge of affairs to Their High Excellencies. We hope to be informed as soon as possible regarding the further condition of the papers, in order that, if any, besides those consigned to the Amsterdam Chamber, should have become unusable and unfit for transmission, we may provide for this as far as we are able, as soon as possible, by producing others. Beside the last of Your Noble Grand Honours' honored missives, we have also received the accounts of the cost of the boats De Schildpad and De Zwaen, built at Kolpettie and Batticaloa for this Government, the one amounting to f 4010: 8: and the other f 2176: 17: . We shall dispose of them after the examination and the report that we expect concerning this. But since we have already felt obliged, while transmitting the necessary proof, to give proper notice to Your Noble Grand Honours that De Zwaen is by no means to be considered a brand-new vessel, and has arrived here with several extraordinary defects, so we now find ourselves again under the necessity of enclosing herein a copy of a report showing how the boat De Schildpad was recently found upon its return from Jaffanapatnam and after the repairs made to that vessel there, as well as a copy of a declaration made under offer of oath as to what occurred regarding the repairs to the sloop De Zeerob, to serve as proof that those expenses and those provisions, without use or profit, are extremely heavy, burdensome expense items for the Coromandel Government, which are all the more to be lamented when, for the construction of new vessels, like the aforementioned boats, such a bad sort of wood is employed that when one thinks one is provided with good vessels, the same, after one or two years of sailing, are found to be eaten through by worms and unfit. We have the honour to remain, with all high esteem,
Dutch transcription
Wij kennen niet begrijpen waer het aen pert dat die vaertuigen niet zijn opge„ daegt en zijn dus in onze hoop van za niet met ultimo Mei, ten minsten met medio Junij, van de drukkende ongelden tot onderhoud van het voorsz Corps ontslagen te raeken, gedisappoin„ teert geworden. Wij zijn te meer hier oor verwondert, wijl gem: Heer Commandeu en Raed den 23. Mei onze sloep De Zee rob herwaerds depecheeren, zonder iets te noteeren aengaende het verwachten of niet verwagten van de ged: vaertuigen het welk, na onze meening welhadde behoort om dat, indien wij zulks hadden mogen verneemen door het Duplicaat van haere brief over land, we zeeker neer Nagapatnam, alwaer die sloep is aen gegiert, geen ordre zouden hebben ge„ „steld om, in dies verdere herwaerds reize, sadraspatnam, tot het innee„ „men van Arduin steenen, aentedoen„ waer door het is aengeloopen tot den 15. hujus eer dezelve alhier ter rheede is verscheenen, en de eerstgeteekende„ uit het mondeling verhael van dies Gezachhebbert bemerkte, dat men het Detachement met deeze sloep, te Jaffanapatnam was verwachtende, dus geen ordre ofte intensie scheen te hebben tot afzending van de vaer„ „tuigen diemen dacht inte huuren. Wij hebben derhalven, dit verneemende, de sloep met de meeste spoed van de steenen doen ontlossen, en weeder be„ laden met de ammonitie en artillerij goederen behoorende tot het detachement, gecommandeert door kapitein Kahle, dat wij reeden met meerm: sloep De zee„ 2ob laeten wisvorderen naar Jassenaf=m met de nodige bescheiden, dienende ter aenwijzing van het getal der Manschappen haer genot tot ultimo deezer, buiten het nodige voor de reis. Wij hebben met het uiterste leedweezen vernomen het ongelukking tot dat onze Jongst afgevaerdigde Advisent naar Nederland en Batavia, bij de verzending van Jassenap=mn, naar Kolom„ „bo is te beurt gevallen. wij kunnen niet anders doen dan, uit hoofde van de zware en moeijelijke arbeid die 'er aen het vervaerdigen van zoo veel extra ordinair schrijfwerk, is vast geweest, ons ten hoogsten te be„ klaegen, dat dit zoo ongelukkig is uitgevallen, dat de kassen, geduuren„ de hoere gantsche reis zulke zwaere 't dus reegens wegens hebben getroffen, dat niet te „genstaende ze alle met presennings onwonden en gesjort waeren, zoo nat zijn geweest, dat men ze apparent alle heeft moeten openen en laeten lughten tot geen merkelijke veragtering in de zoo hoog nodige kennis van zae„ ken aen Hun Hoog Edelheeden. Wij hoopen weegens de verdere bevinding der Papieren, zoo spoedig mogelijk te wor„ „den geinformeert, om, indien 'er, buiten de geconsigneerde aen de kamer Amster„ dam, noch andere omhandelbaar en on„ bequaam ter verzending mochten ge„ raekt zijn daerin, na vermogen, zoo dra mogelijk te voorzien, door het vervaerdigen van anderen. — Neven de laaste van voorm: uwel Ed: Groot Achtb: geeerde missives, hebben we ook ontvangen de aanreekeningen van het kostende der te kolpettijen Ballikaloa voor dit Gouvernement getimmerde Booten De schildpaden De Zwaen, de eene groot ƒ 4010. — 8. , en de andere ƒ2176: 17. — Wij zullen daer over disponeeren na de examinatie en het Rapport dat we derweegen verwach„ „len. Dan nadien we ons reets hebben verplicht gacht uwel Edele Groot Acht„ baere, onder toezending van het nodige bewijs behoorlijk kennisse te geeven dat dat de zwaen voor geen nagel nieuw vaertuig te houden, en alhier aengekoomen is met verscheide extra ordinaire gebree„ ken, zoo vlenden we ons thans weeder in de noodzaekelijkheid hierin te sluiten, Copia van een bericht aentoonende hoe de Boot de schidpad, nu Jongst, bevonden is, bij dies Retour van Jaffenapat„ „nam en na de aldaar aen dat vaer„ tuig gedaene reparaetsie, als meede een Capia verklaering onder presen„ tatie van Eede hoedaenig het zich met de reparatien aan de slaep De Leerob heeft toegedraegen, ten bewijze dat die ongelden en die der werstrekkingen, zonder niet of vrucht, voor het kor„ mandelsch Gouvernement ten uiterste zwaer drukkende last posten zijn, wel„ „ke te meer zijn te beklagen als tot het aenbouwen van nieuwe vaertui¬ g „gen, gelijk de voorsz: boots; zulk slegt 250 soort van hout word geemploijeert dat wanneer men deukt van goede vaertuigen voorzien te zijn dezelve, na een a: twee Jaeren vaerens, van de worm door knaegten onbequaem worden bevonden. Wij hebben de eere met alle hoog achting baere te
English
To the same as before to remain. was written below: as before signed J: Eilbracht, J: S: de Raeff, J: J: Winckelmans, F: w: Blaeme, L: A: De Brueijs, and I: I: Hasz in the margin: Palliakatta in fort Geldria the 21st of June Anno 1791. On the 3rd of this month we were very honored with Your Right Honorable and Honorable Sirs' highly respected letters of the 2nd of the past month of June. We express our obligation for the communication made therein of the reasons for the handling of affairs at Kolombo by the Honorable Mr. van Angelbeek, and heartily wish that the Court of Kandia, either through reason or through arms, may soon be brought to peaceful and suitable terms for the Honorable Company. At present it is, so to speak, at rest here, or at least no longer unsafe from the robbers of Tipoe Sulthan, whose subjugation, it is said, was expressly ordered from Europe, and to that end not only a considerable reinforcement of troops was sent, but very ample authority was granted to Lord Cornwalles to draw bills of exchange on England to make good the enormous expenses. According to the latest reports, the united armies of the English are quartered at Bangeloor, in order, as soon as the season changes and the rainy season has passed, to march against Siringepattam, the capital of the Mysore region, and make it bow before their power. Having heard nothing of any vessels or sloop from Jaffanapatnam up to the 21st of June for the collection of the detachment that was stationed here under Captain Kahle, we had the same proceed on its journey thither on that day with our own sloop the Zeerob, both because we judge those men to be more needed there or elsewhere in Ceylon than with us, and because it was not possible for us to cover the expenses of the same any longer. We hope that those troops will already have arrived at their destination, given the good opportunity of wind and weather thus far. For the packet enclosed herewith to the Honorable High Indian Government, we very humbly request the first opportunity for dispatch to Batavia: hoping soon to learn how matters stand with our previous general reports to Their High Honors, and when it was possible to dispatch them, which we also very kindly request to be allowed to know concerning this small packet. We commend Your Right Honorable and Honorable Sirs, along with the Company's interests, to God's keeping, having the honor to be with all respect, was written below: Right Honorable Sir and Sirs, Your Right Honorable Sirs' very dutiful friends and servants, was signed: I: Eilbracht, I: S: de Raaf, I: W: Winckelmans, F: W: Bloeme, L: A: de Bruijes, I: I: Hasz: in the margin: Palliacatta in fort Geldria the 8th of July 1791. lower: P.S. We also have the honor to add hereto a pay note of the deserted and deceased Eastern soldiers of the Jaffna detachment and of the discharged, dispatched, and deceased Europeans of the same. We dare not give positive assurances, but shall do our best toward the fulfillment of the received Ceylon demand dated Kolombo the 23rd of December 1790 in duplicate, which will mainly depend on the assistance of money on our demand from the High Indian Government, since we are in great anxiety even to get together what is needed for Europe and India, because there is absolutely no sale for Japanese bar copper and cloves, with which articles we are otherwise still amply and broadly provided. To the same as before To the same as before. We are obliged to Your Right Honorable and Honorable Sirs for the communication contained in the honored letters of the 15th of July last concerning the dispatch of our papers to the Netherlands and Batavia, with which matters turned out even more fortunately than we had dared to flatter ourselves from the first report concerning that. The received papers concerning 27 chests of spices, which were sent to Jaffanapatnam in late 1787 for further forwarding hither, have been handed over to the storekeeper to serve as a report thereon, which, according to Your Right Honorable and Honorable Sirs' intention, we shall not fail to communicate to the Honorable High Indian Government at the nearest opportunity. We have the honor to be with all respect, was written below: and signed: as before. in the margin: Palliakatta in Fort Geldria the 1st of December 1791. On the 24th of December we had the honor to receive Your Right Honorable and Honorable Sirs' letters of the 23rd, and two days later those of the 6th of August, which the Junior Merchant Kanter Visscher brought along from Jaffanapatnam. We were surprised at the contents of the latter. We had sent Canter Visser to Ceylon by order of the Honorable High Indian Government to do so with all servants who were superfluous or could be spared, and had given him a letter along to the Commandery where he was first to arrive, namely to the Mr. Commander and Council of Jaffanapatnam, which seemed proper and sufficient on the footing that the first undersigned found the correspondence between both governments. That Canter Visscher is judged to belong at Ceylon, we base on the fact that he was never registered under this government as a junior merchant, nor was an act for that capacity received for him here, but probably in Ceylon, where in the year 1788 he is found in the Indian Name Register at Kolombo among the junior merchants out of employment. We have communicated all this to the Honorable High Indian Government and requested to be informed where he shall remain stationed henceforth, while in the meantime we shall retain him here for that duration. With pleasure we learn of the return of the Jaffanapatnam detachment that has been here for our assistance for one year.
Dutch transcription
Aan als vooren te verblijven. — /onderstond /: als vooren/ /was geteekend/ J: Eilbracht, J: S: de Raeff, J: J: Winckelmans, F: w: Blae„ me, L: A: De Brueijs, en I: I: Hasz„ /inmargine / Palliakatta in het font Geldris den 21. ' Junij Ao 1791. —. wij zijn op den 3:e dezer zeer vereert met uwel Edele Groot Achtb: en Edelens veel g'achte letteren van den 2:e der gepasseerde maand Iunij Wij betuijgen onze verplichting voor de daar bij gedaene Communicatie der reedenen van het manieren der zaaken te kolombo door den Edelhe Heere van Angelbeek, en wenschen van harte, dat het Hoft van kandia door de reeden of de wapenen Spoedig gebracht mag„ worden tot vreedzaame en geschik te termen voor de E: Maalschappj„ Thans is het alhier om zoo te spreeken in rust ten minsten niet meer on„ veilig voor de rovers van Tipoe Sulthan, wiens onderbrenging, men wil uijt Europa expres g'ordonneert, en ten dien fine, niet alleen een aanzienlijk renfort van troupes gezonden, maar zeer ampele qualificatie op lord cornwalles verleend te zijn, tot het trekken van wissels op Enge„ land ter goedmaking van de Enorme ongelden. De vereenigde armeen de Engelschen bevinden zich na de Iongste berichten te Bangeloor geinquartiert, om zoo dra het Zaij zoen veranderd en de regentijd voor bij is, op Siringepattam, de Hoofd„ stad van het Maisoersche los te rutken, en voor haare macht te doen buijgen. Tot den 21:e Iunij toe van Iaffanapatnam geen vaartuijgen of sloep vernomen hebbende ter afhaal van het detachement dat, on„ der kapitain kahle, alhier is bescheiden geweest hebben wij het zelve, ten dien dage, met onze eijge sloep de Zeerob, derwaart taaten reisvorderen, zoo om dat we oordeelen die manschap al daar„ of te Ceijlon elders nodiger te zijn als bij ons, als om dat het ons niet mogelijk was de ongelden van het zelve langer goed temaken. Wij hoopen dat die troupes bereets ter bestende Voor het hier ingeslooten paket aan de Edele Hooge Indische re„ geering, verzoeken wij Zeer ootmoedig de eerste gelegenheid ter verzending naar Batavia: hoopende haast te verneemen hoe het geleegen is met onze voorige generaale berichten aan Hun Hoog Edelheeden, en wanneer die hebben kunnen worden verzon„ den, dat we ook zeer vriendelijk verzoeken van dit paketje te moogen weeten. Wij beveelen uwel Edele Groot Achtb: en Edelens met te 's Comp:s belang in Godes hoede, de eere hebbende met alle ach„ ting te zijn /:onderstond:/ wel Edele Groot Achtb: Heer en Heeren, uwel Edele Groot Achtb: Zeer Dienst„ willige vriend en Dienaren /:was geteekend:/ I: Eilbracht, I: S: de Raaf, I: W: Winckelmans, F: W: Bloeme„ L: A: de Bruijes, I: I: Hasz: / in margine:/ Pal„ liacatta in, het fort Geldria den 8:e Iulij 1791 /:lager:/ P: S: Noch hebben we de eere hier bij tevoegen eene Zoldij notitie van de gedeserteerde en overleedene oostersche militairen van het Iaffenasche detachement en van ontslagene ver„ zondene en overleedene Europees van het zelve. plaatze zullen gearriveert zijn, mits de goede gelegendheid van wind en weer tot dus verre. Wij durven niet positife verzekeren, maar zullen onze best doen tot de voldoening der ontvangene Ceilonsche Eisch gedateerd kolom„ bo den 23:e December 1790. in duplo zullende dat voornamelijk dependeeren van de assistentie van geld op onze Eisch van de Hooge Indische regeering, dewijl wij om het benodigde voor Europa en India bij elkander te krijgen zelfs in groote bekommering verseeren, door dien 'er volstrekt geen debiet is in Iapansch staafkoper en Nagulen van welke articulen we anders noch ruijm en breed voorzien plaatz Wy zyn. Aan als vooren Aan als vooren. Wij zijn uwel Edele Groot Achtb: en Ed. s verplicht van de bij g'eerde letteren van den 15:e Iulij Jongstleeden vervate Com„ minucatie aangaande de verzending van onze papieren naar Nederland en Batavia waarmeede het dies noch geluttigen is afgeloopen als we oms, uit het eerste bericht derweegen had„ den durven telatteeren. De ontvangene plapieren, betrekkelijk tot 27. kisten spece„ rijen, in het laast aan 1787. ter verdere bezorging herwaarden, naar Iaffanapatnam gezonden zijn, den pakhuijsmee„ „ster ter hand gestelt, om daar op te dienen van bericht, dat wij navolgens uwel Edele Groot Achtb: n Ed:s intensie, niet zullen mankeeren ten naasten de Edele Vooge Indische Regeering meede te deelen. Wij hebben de eere met alle achting te zijn /: onderstond:/ en /:getekend:/ als vooren /:in margine:/ Palliakatta In het ford: Geldria den 1:e xber: 1791 —. Wij hebben op den 24:' xber: de eere gehad te ontvangen uwel Ed: groot agtb: en E:s latteren van den 23:' en twee daegen laeter die van den 6. ' aug:o welke de onderkoopman kanter Visscher van Jaffana= patnam meede gebrachten herft. wij zijn verwondert geweest over den inhoud van de laeste wij hadden Canter visser gezon„ den naar Ceilon op ordre van de Eele hoorge in= dische regeering om dat te doen met alle die naaren, die vertollig ofte te missen waaren, en hem een brief aan het Commandement alwaar hij het eerst terhou moest koomen, ofte den heer Commandeur en raed Aejassanap: meede gegeven, dat eijgen en genoeg scheen te zijn op dien voet, als de eerstgeteekende de Correspondentie vond tusschen beijde de gouvernementen Dat Canter visscher geoordeelt word te Ceilon, thuijs te hooren, gronden wij daar op dat hij dit gouvernement als onderkoopman, nooit aangeschreeven, ofte een acte tot die qualiteit voor hun alhier is ontvangen maar waarschijnelijk te Ceilon, alwaar hij in anno 1788. bij het Jndisch naem boekje te kolombo onder de onderkoopluijden buijten emploij word getronden. wij hebben dit een en ander de edele hooge indische regeering bedeelt en verzogt temoogen weeten, waar hij voor taen zal bescheijden blijven terwijl wij hem in= „tusschen zoo lange alhier zullen aanhouden; Met genoegen verneemen wij de te rug komst van het Jaffanapatnamsche de tachement dat alhier ter onser assistentie een Jaar geweest naeren: is.
English
is. We request that the minor disputes regarding the failure to send a sloop to fetch those troops may be considered settled, as we do not gladly contradict your Right Honorable opinion, unless, with favorable interpretation, it should be necessary for our accountability or defense, just as we consider ourselves obliged with respect to the received counter-representations concerning the expenses paid for the construction or repair of sloops and lesser vessels belonging here. However much it appears that your Right Honorable and Worships correctly observe that the boat de Zwaan was built according to the description thereof sent on 18 July 1788 to Jaffanapatnam, without it being possible at present to resolve who gave cause for it so ignorantly, the reports recently transmitted by us nevertheless show that, besides the boat differing from the aforementioned description in length, breadth, and depth, several other considerable necessities were lacking on it, which had to be paid for here, since without them no cargo could be entrusted to the vessel with any peace of mind; and all this apart from the defects that were found directly on the vessel upon arrival after the dismantling. As regards the other case, or the complained-of leaving unanswered at Jaffanapatnam of our letter dated 16 December 1790, we have found upon closer investigation that on the 29th of that month the receipt of that letter was acknowledged by the Commander and Council; but since ours had been here in fourteen days, it justly causes astonishment that the Jaffna reply remained absent for a month and eight days. This, together with the subsequent letter dated 31 March, according to which only the sloop de Herstelling is sent back instead of all three of our vessels as had been promised, caused us to overlook what was communicated in the first Jaffanapatnam letter; all the more so since, regardless of our emphatically expressed anxiety and concern regarding the pirates of Tipu Sultan, without reflecting upon that or answering anything, they also wrote nothing regarding the detention and employment of the Zeerob as a cruiser, which we learned from Nagapatnam when our complaint about it had been sent off on 19 March. How could we now view this other than as an indifference toward our serious distress regarding our sloops, expressed as early as 16 December 1790, according to which we were expecting them at least no later than March, but rather in February. It is therefore in that sense that we believe we may persist in the complaint that our request for the sloops on the aforementioned 16 December was left unanswered; for all promises signify nothing if they are not actually pursued or if the reason for the impossibility is not communicated in a timely manner. To avoid all unpleasant disputes regarding the proper or poor repairing of our sloops at Jaffanapatnam, we have decided, subject to the approval of the aforementioned Honorable High Indian Government, to refrain from sending them thither, and to let the vessels winter and be rebuilt at Porto Novo; sending herewith, in compliance with your Right Honorable and Worships' requisition, the answer of both the masters of the sloops de Zeerob and de Herstelling, accompanied by a declaration under offer of oath as to how matters stood with the repairs in general and what answer was given to them by the Jaffanapatnam Commander or his Honor's subordinates upon their applications for one thing or another. We also add thereto a note signed by the Master of Equipage of that which had been sent along for the repairs to be made to the Zeerob on its destination to the Fort, and which was unloaded from the sloop at Jaffanapatnam but was not accounted for in the successive expense accounts received. The unfriendliness of the Jaffanapatnam letter dated 21 April last consists, besides what has already been cited, in our opinion, in this: that the Commander and Council, instead of deigning to grant us a single word in response to our demonstrated distress
Dutch transcription
is. wij verzoeken de kleene verschillen over het niet afzenden van een sloep, ter afhael van die troepen temoogen houden voor afgedaen wijl, wij uwel Ed: groot agtb: opinie niet gaarne teegen. spreeken, ten zij dat, onder gunstig welduijd„ mogte nodig zijn, ter onser verantwoording ofte verdeediging, gelijk wij ons verpligt achte ten aanzien van de ontvangene Contra represen„ tatien over de ongelden, bekostigd ter aanmaaking ofte tot reparatie van alhier thuijs hoorende sloepen en mindere vaartuijgen Hoe zeer het blijkt dat uwel Ed: Groot agtbaere en Ed:s ten regten aanmerken dat de boot de zwaan is getimmert na volgens de daar van in dato 18:' Julij 1788: naar Jassanap: gedaene be schrijving zonder dat thans is op te lossen wil daar toe, dus onkundig aanleijding heeft gegeeven zoo toonen egter de Jongst door ons overgezon dene berigten aan hoe, behallen, dat de boot met de voorsz: beschrijving verschilt in lengte breedte en diepte, er verscheijde andere aanmerkelijke noodwendigheeden aan manqueeren, welke 'er alhier aan hebben moeten bekostigd worden, wijl zonder deselve „ het vaartuijg, met geen gerustheijd eenige lading was te vertrouwen en dat alles buiten de gebreeken die na de afta- keling bij arrivement direkt aan het vaartuijg bevonden zijn. Wat belangt het andere geval ofte de beklaegde onbeantwoord lating te Jasfanap: van onse brief de dato 16: xber: 1790. wij hebben bij nader onderzoek bevonden, dat onder den 29:' van die maand door den heer Commandeur en Raad, de ontvangst van die brief erkent is, maar daer de onse en veertien daegen hier geweest is baert het billijk verwondering dat de Jaffanasche rescriptie een maand en agt dagen is uitge bleeven het welk met de daar opgevolgde brief de dato 31:' Maart, volgens welke de sloep de herstalling alleen terug word gezon= „den insteede van alle drie onse vaartuijgen, gelijk belooft was ons het bedeelde bij de eerste Jasfanapatnamsche brief, heeft doen over het hoofd zien, temeer man, onaangezien onse nadrukkelijk tekennen gegeven angst en bekommering voor de roovers van Pipoe sultan zonder daar op te reslekteeren, ofte wijl: iets. iets te antwoorden ook miets schreef nopens 't aanhouden en Emploijeeren van de Zeerob tot een kruijsser dat wij van nagapatnam te weeten kreegen toen onse klagte daar over op den 19:' Maart is afgezonden hoe konden we nu dit anders aanmerken als een onver schilligheijd, omtrent onse zoo vroeg als 16:' xber: 1790. Serieus tekennen gegeven verlegen„ heijd om onse sloepen na maete van dewelke wij ze althans niet laaten als in Maart eerder in februarij waaren verwagtende. Het is dan indien hin, dat we vermeenen temoogen blijven bij het beklag dat ons verzoek om de sloepen, onder den 16:' xber: voormelt onbeantwoord is gelaeten. want alle beloften hebben niets te beduijden zoo ze, met 'er daed niet agtervolgt of de reeden van het onmogelijke tijdig bedeelt worde om alle onaangenaeme verschillen te geiteeren over het wel of qualijke repareeren van onse sloepen te Jassanapatnam, hebben we op appro= batie van welmelde Edele hooge indische regeering beslooten van het zenden, derzelve derwaards afte zien en de vaartuijgen te porto Novr telaaten overwinteren en vertimmeren laetende, ter voldoening aan uwel Ed: Groot agtb: en E:s requi „sit hierneevens gaan het antwoord van beijden de gezaghebbers op de sloepen de zeerob en de Herstelling, bij een verklaring onder presentatie van Eede hoedanig het zig met de reparatie in het algemeen heeft toegedraegen en wat Een, op Hunne instantien om het een of ander, door den heer Jaffanapatnamsche Commandeur ofte zijn agtb:s onderhoorige is geantwoord geworden. wij voegen nog daar „ bij een door den Eqeipagiemeester geteekende de notitie van het geen, tot de tedoene reparatie aan de zeerob bij zijne destinatie naar de Voort was meede gegeven en tejassanap: uit de sloep geligt dog niet verantwoord is bij de successive ontvan gene onkost reekeningen. Het onvriendelijke van de Jaffanap: brief de dato 21:' april Jongst leeden bestaet buiten het reeds aangehaelde, na onse gedachten, hier in dat de heer Commandeur en raed insteede van ons een Enkel woordje te verwaardigen op onse betoonde overwintere. verlegenheijd.
English
embarrassment concerning the sloops, or request reporting regarding the employment of the same in very blunt terms, in the aforementioned letter of 21 April saying, the sloop de Zeerol serves as a cruiser and will be sent upon orders to be obtained for that purpose. De Herstelling has departed and de schilpat will follow. Your Honors, as we hope, will indeed grant us that this is more mocking than friendly, for if correspondence retains its character, then, upon a display of embarrassment, one ought to write directly the reason for not being able to comply with the requested speedy assistance, and that this cannot be gathered at all from the Jaffnapatnam reply of 26 December 1740, by which such ought to have been shown. For the favorable dispatch of our latest packet to the Honorable Supreme Indian Government, as being of the utmost importance, we thank Your Honors most kindly. We request a similar favor for the further packet enclosed herewith to Their High Mightinesses, further letting the same be accompanied by two packets for Your Honors and two for Cochin and Surat received from the Ministers in Bengal. Concerning the copies of addresses and representations received previously and now again recently from the former First Clerk Bronsveld, we take the liberty to refer to the deliberations held thereon today and the extract from our resolution lying enclosed herewith. We also have the honor to inform Your Honors that on the Colombo requisition dated 23 December 1740, recently per the ship de Zeebouwers, there were sent to Batavia: 1 bale of Guinea cloth, ordinary, raw, dyed red 1 bale of the same, bleached 1 bale of salempores, fine, bleached 1 bale of red overleete 1 bale of waxcloth, and 1 bale of drumheads 6 bales altogether. We did not foresee, at the shipment of those goods, the inconvenience into which we see ourselves brought by the non-receipt of the necessary bales from the south and some from the north, of Checked, J. D. Woutersz. sending, by mid-January next at the latest, both or one of our sloops being properly repaired, a considerable quantity of bales for the Netherlands and Batavia, as well as another 3 pieces from Sadras for the Ceylon government, to Galle, in order to be distributed there among the ships that can transport them, just as we humbly request that the Lord Commander and Council there may be written to. We shall then also send over the answered requisition of Your Honors. Meanwhile having the honor to remain with the greatest respect, was signed as before. In the margin: Paliacatta in Fort Geldria, 29 October 1741. Agrees, Sijbrands First Clerk Duplicate Copy of Outgoing Letters to Paleacatta In the Year 1741. No. 15 To the Honorable Mr. Jacob Eilbracht, Senior Merchant and Governor of the Company's trade and administration on the coast there, alongside the Council at Palleacatta. Honorable Sir and Specially Good Friends, We have successively received Your Honors' esteemed missives of 7 October, 13 and 20 November, 16 December, and the last of January past. We congratulate the Lord Governor Eilbracht upon the assumption of the administration of the Coromandel Government, and wish His Honor from the bottom of our hearts the blessing of the Lord and all good success therein, with friendly thanks for his kind proposal for the maintenance of the correspondence existing between the two Governments, to which we shall contribute our part in the friendliest manner. According to Your Honors' request, we have had the bookkeeper Bronsveld taken into custody and placed under military arrest with the provost, and we have also had his goods inventoried and seized by a judicial committee. A copy of the inventory goes herewith for Your Honors' perusal. The said Coromandel.
Dutch transcription
verleegenheijd om de sloepen, ofte reksite melden aangaande het Emploij van deselve in zeer platte stermen, bij de voorsz: brief van 21.:' april zegigen, de sloep de Zeerol dient tot ee kruijsser en zal gezonden worden op daar toe te bekoomene ordre De Herstelling is vertrokken en de schilpat zal volgen. uwel Edele groot agtb en E:s zullen ons gelijk wij hoopen, wel toegeeven dat dit eer trolesch, als vrindelijk is, emmers zoo de Correspontentie haare eijgenschap behout„ dat men dan, bij vertooning van verleegenheijd de reeden van aan de verzogte spoedige hulp niet te koonen voldoen, Direkt dient te schrij„ ven, en dat die uit het Jasfanapatnamsch ant woord van 26:' Xber: 1740. waar bij zulks had behooren te blijken, en het geheel niet is afte neemen. vóor de gunstige verzending van ons jongste paket aan de Edele hooge indische regeering, als van de uitterste aangelegenheijd bedanken wij r Edele groot agtb: en E: op het aller vriendelijkst. we verzoeken een gelijk faveur voor het nader hier bij gevoegde aan hun Hoog Edelheeden, het zelve verder laetende vergezellen van twee paketten voor uwel Ed: groot agtb: en E:s en twee voor koelsien en Souratta van de Ministers in Bengale ontvangen Belangende de te vooren en nu Jongst wederom ontvangene Copia adressen en demonstratien van den geweese Eersten klerk Bronsveld neemen wij de vrijheijd ons te gedraegen aan de daar over op heeden gehoudene bezoigne en hier neevens leg gende Extrakt uit onse replutee. Noch hebben wij de Eere uwel Edele groot achtbaere kennisse te geeven dat op den kolomboschen Eisch gedateerd 23:' xber: 1740 Jongst per het schip de zeebouwers, naar Batavia zijn verzonden. 1. Pak guinees gemeen ruw rood geverft. 1. „ do _. gebleekt 1 „ Salmpoeres fijn gebleekt. 1. „ Rood overleete. 1. „ waxdoek en. 1. „ tromvellen. 6. Lakken tezaemen. Wij voorzoegen bij den afscheep van dat goed niet, de ongeleegenheijd waar in wE door het niet ontvangen der nodige Pakken van de kind en eenige van de Noort ons gebragt zien, van het. uiterlijk. Nagezien, J: D„ Woutersz: uiterlijk medio Januarij aanstaande, beije ofte een van onse sloepen behoorlijk gerepa„ reert zijnde, met een aanzienelijke quantiteijd Pakken voor nederlanden Batavia, als meede noch 3. stuks van Sadras, voor het Ceilons gouvernement, naar Geele te zenden, om aldaar op de scheepen die ze vervoeren konnen, verdeelt te worden gelijk we oodmoedig verzoeken dat den heer Commandeur en raad aldaar mag worden aan„ geschreeven. wij zullen als dan de beantwoorde Eisch van uwel Edele Groot agtb: en E:s ook over= zenden. Inmiddels de eere hebbende van met het meeste respect te verblijven /:onderstont:/ en /geteekend /als vooren /:in margine:/ Palliacatta in het fort Geldria den 29:' october 1791:—. Akkordeert Sijbrands V Eijklerk Duplicaat Kopia afgegaane Brieven naar Paleacatta Jn het Jaar 1791. No. 15 Aan den E: Heer Iacob Eilbracht. opperkoopman en gezaghebber over sComp:s handel en omslag ter kuste aldaar nevens. den raad te Palleacatta E: Heer en Bijzondere goede vrienden wij hebben successive, ontvangen uwer Edelens ge„ agte missives van den 7. oktober, 13. en 20. November 16: December en laatsten Januarij Jleeden. wij vergelukken den heer gezaghebber Eilbracht, met de aanwaarding van 't bestier van 't Cormandels Gouverneurent, en wenschen zijn E: daarin den zeegen des Heeren, en alle goede successe van harten toe, onder vriendelijke dankzegging voor deszelfs geneegene opeale, tot de onderhou„ ding van de tusschen de bij de Gouvernementen subsisteerende Correspondentie, waar toe we 't onze op het vriendelijkst zullen Contribueeren. volgens uwer Edelens verzoek, hebben weden boekhouder Bronsveld doen neemen in ver„ zeekering, en gesteld in Militair arrest bij den provoost, en hebben we ook zijne goederen door eene Justitieele Commissie laeten inventariseeren en en beslag neemen Een Copij van den Inventaris gaat hiernevens tot uwer Edelens speculatie. Gemelde Cormandel. „
English
The aforementioned Bronsveld has submitted two addresses to us, in which he provides a detailed account of his outstanding accounts there, and since he feels aggrieved by the aforementioned addresses to stand trial at Paleacatta and has expressly requested us to bring this to the attention of the Honorable High Indian Government, we have sent copies of the aforementioned addresses to Batavia, for the disposition of Their High Honors, just as we attach copies thereof herewith for Your Honors' consideration. By our letter of 30 April 1788, we already informed Your Honors that, due to a lack of gold and silver specie, we were unable to send the amount of rds 5100: 37. — allocated to the inhabitants of the Coromandel coast who were impoverished by the war, in cash thither, and that this was also the reason why we had the aforementioned amounts credited on the memorandum of 7 June 1785. The same impossibility still persists, since we have received no gold or silver money either from the Netherlands or from Batavia since then: and regarding Your Honors' request that we should allow a fair interest on the aforesaid capital, we must declare that we cannot proceed to do so without the authorization of Their High Honors, since these funds were received into the Company's treasury and expended for Their Honors' service, the interest claimed thereon would have to be charged to Their Honors. We kindly thank Your Honors for the information shared concerning the wartime circumstances on the coast, and for the procured bills of exchange from the Gentlemen Vaillant and Verhulle, as well as for forwarding our letters to Mr. Jones and to the Ministers in Bengal: and we have likewise forwarded the received letters, both from the aforementioned Gentlemen Captains and from Your Honors, to the Netherlands and Batavia. The surgeon-major here, Wolklas, has requested our recommendation to Your Honors, to the end that the Court of Justice there may be recommended to promptly send back hither certain interrogatories that were sent to Their Honors at his request by the Court of Justice of this Castle in the year 1788 for the examination of some witnesses. We offer Your Honors a copy of his petition submitted for that purpose herewith and kindly request that Your Honors, for the advancement of justice, please have a fair regard for his request. For the rest, after friendly greetings, we remain, Honorable Sir and Exceptional Good Friends, Your Honors' obedient friends and servants, was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: Cron Driberg, B: P: van Ditte. in the margin: Kolombo, 16 March 1790. P.S. We also offer Your Honors herewith our requisition of supplies for the current book year 1790, with a friendly request for its fulfillment. A packet of letters from Souratta for Your Honors received, and a letter with an open slip from the servants at Galle. We have the honor to send Your Honors herewith a packet of letters for the Gentlemen Ministers in Bengal, with the request to please forward it at the earliest opportunity. Herewith we attach the duplicates of our secret and general letters of 16 March of the past year and our duplicate requisition for the current book year 1791. Since we are informed that at present on the coast there seems to be no further fear of any hostilities on the part of Tipu Sultan, and that the Jaffna garrison has been noticeably weakened by the troops sent from there to Paleacatta, we request that Captain Khale, with the aforesaid troops sent from Jaffnapatnam in two voyages, both infantry and artillery, may be sent back thither as soon as it can be done. We offer Your Honors herewith the duplicate of our last letter of the 6th of this month and a memorandum dated the last of August 1790 amounting to f 2: 19: 8: For the rest, after friendly greetings, we remain, at the bottom and signed as before, in the margin: Kolombo, 27 April A:o 1791. For the rest, after friendly greetings, we remain, at the bottom and signed as before, in the margin: Kolombo, 6 April 1791.
Dutch transcription
Gemelde Bronsveld heeft aan ons overgelegd wee „dressen, waarbij hij een detail doet van zijne aldaar uitstaande reekeningen, en wijl hij bij van gem: addressen zig bezwaard om te Pal Catta teregt te staan, en ons expres verzogt heeft, dat te brengen onder 't oog van de Edle Hooge Indische Regeering, hebben we Copijen van gem: addaessen gezonden na Batavia, dispositie van Hunne Hoog Edelh:, zoo als wed Copijen daar van hier nevens voegen, tot uwerEd speculatie Bij onzen brieff van den 30. April 1788. hebben we uw Edelens reeds bedeeld, dat we bij gebrek van goude en silvere speetsen, buijten de moog lijkheid waren, om 't aan de en den oorlog ver =armde ingezeetenen ter kuste Cormandel toegedeeld bedraagen van rd:s 5100: 37. —, in Conta derwaards te zenden, en dat dit ook de reeden was geweest, dat we gem:e bedraagen zaleakal hebben laeten ten goede brengen bij de memorie van den 7. Junij 1785. Dezelfde onmoogelijkheid heeft nog plaats, wijl we 't zedert uit Nede =land nog van Batavia geen goud of silver ged hebben ontvangen: en wat aangaet uw Edelen verzoek, dat we op 't voorsz: Capitael een billij intrest zouden goeddoen, moeten we verklaeren dat we daartoe, zonder de qualificaatie van hunne Hoog Edelh:, niet kunnen overgaan, wijl deeze gelden in 'sComp:s Cas ontvangen, en tot haar Edelens dienst uitgegeeven zijnde, de interest die daarop gepresen„ deerd word, ten laste van haar Edele zouden moeten koomen. wij bedanken uw Edelens vriendelijk voor 't bedeel„ =de wegens de oorlogs omstandigheeden op de kust, en voor de bezorgde wessels van de Heeken vaillant en verhulle, zoomeede voor de voort„ „schikking van onse brieven aan den heer Jones en aan de Ministers in Bengale: en hebben we insgelijks de ontvangene brieven, zoo van de voorm: Heeren Capitains als van uw Edelens, na Nederland en Batavia voortgeschikt. De chirurgijn Majoor alhier wolklas heeft onze voorschrijvens aan uw Edelens verzogt, ten eijnde de raad van Justitie aldaar mag worden aanbevoolen, om zeker interrogatoria„ die ter zijner requisitie, door den Raad van Justa„ tie deezes Casteels in 't Jaar 1788. aan haar agtbaare gezonden is, ter Examinaatie van eenige getuijgens, spoedig herwaards terug te„ zenden. wij bieden uw Edelens een Copij aan zijn dat daartoe Aan als vooren. Aan als vooren. daartoe ingediend request hiernevens aan en verzoeken vriendelijk dat uw Edelens he bevordering van de Justitie, een billijk requard of zijn verzoek gelieven te slaan. wij blijven voor het overige na vriendelijke geo /onderstond:/ E: Heer en Bijzondere Goede vrienden: wwel Edelens Dw: vriend en die„ naeren /wat geteekend:/ W: J: van de Graaff M: P: Raket, D: CronDriberg, B: P: van ditte /:in margine:/ kolombo den 16:' Maart 1790. Cap P:S: wij bieden uw Edelens hiernevens nog aan onzen Eijsch van benodigtheeden voor het loosend boekjaer 1798:, met vreendelijk verzoek om denzelver voldoening Een briefpaket van souratta voor uw Ed=s ontvangen en Een brieff met open slip van de Gaalsche ve =diendens Wij hebben de eer uwEd:s hiernevens aanteken „den een brieff paket voor de Heeren Minister in Bengale, met verzoek hetzelve bij gelee„ „gentheid tewillen voortschikken. Hierbij weg we de duplikaeten onzer sekreete en gemeene wijl waar we geinformeerd zijn, en thans op de kust geen bedugting meer-schijnt te weezen voor eenige vijandelijkheeden van de kant van Tipoe sultan, en dat het Japanasche guarnizoen, door de troupes die van daar naar Paleakatta gezonden zijn, merke„ „lijk is verzwakt, zoo verzoeken we dat kap„ zijn khale, met de voorsz: van Jaffenap=m in twee uijzen gezondene trouppes, zoo infan„ „terie als artillerie, zoo spoedig als het ge„ scheeden kon, na derwaards mogen worden terug gezonden wij bieden uwelhd:s hiernevens aan het duplikaat van onzen laatsten van den 6=e deezer en een Memorie gedateerd ult=o aug:s 1790. groot ƒ2:19: 8: wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /:onderstond / en getekend / als vooren /:in margine/ kolombo den 27=e April A„o 1798. wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ en geteekend / als vooren /:in margine kolombo den 6„ April 1791. brieven van den 16: Maart J„o Leeden en onzen duplikaat Eijsch voor het loopend boekjaar brieven Aan 2 1791.
English
To the same as before. To the same as before. We have received from Jaffanapatnam Your Honours' esteemed missive of 31 March last, with the seven cases of papers mentioned therein. These cases were all brought here wet, and since upon the opening of two of them, as appears from the report of our first clerk, a copy of which accompanies this, the letters and papers contained therein were found to be wet and even partly unmanageable, we have authorized him to have the remaining cases opened as well, and to have the papers that are found to be wet aired and dried, under the express warning that he, if required, shall have to take an oath that he has read none of these papers, nor given anyone a reading of them. The received packets for Cochin and Surat have already been forwarded thither, and we thank Your Honours kindly for the provided copies of your dispatched letters to the Lords Directors and the Noble High Indian Government. We furthermore let this be accompanied by the duplicate of our letter of 27 April last, and two invoices amounting to f 4810. -. 8. and f 2576:17-, whereby, since the suspicious conduct of the Court of Kandy, of which we gave Your Honours notice in our letter of 15 April last, has made it necessary that the Noble Lord Governor van de Graaff had to proceed to the borders of the Company's territory at the head of our troops encamped there, His Honour has handed over the presidency of our assembly and the management of affairs, for the duration of his absence, to the first undersigned, who, upon the request made thereto, has crossed over from Cochin for a short expedition. Upon the received report from the servants of Jaffanapatnam, among other things are charged two boats which we, at Your Honours' request by missive of 19 October 1788, had ordered to be built at Kalpitiya and Batticaloa, and of which one has already been sent thither via Jaffanapatnam, and the other via Trincomalee. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed: as before in the margin: Colombo, 13 May 1791. To the same as before: that Your Honours had requested a sloop from him to send back the Ceylonese troops detached there, we have ordered them to employ the Jaffna sloop Ceylon for that purpose. We kindly request Your Honours to send us as soon as possible the goods requested in our requisition, which was sent to Your Honours in duplicate along with our letters of 16 March and 6 April last. We hereby present to Your Honours the duplicate of our last letter of 13 May and a pay note of the last of that month. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed: as before in the margin: Colombo, 2 June 1791. We have received Your Honours' esteemed missive of 6 May last, and the packet received alongside it for the Minister at Cochin has been duly delivered. The Coromandel papers from the cases that, according to what was communicated in our letter of 13 May, had to be opened here, were found to be in reasonably good condition and properly repacked. The cases for Batavia will be dispatched with the ship Demerary, and the cases for the Fatherland with the packet boat the Zeemeeuw, both of which are due to depart shortly. Concerning the defects discovered on the boat the Zwaan, we have demanded a report from the chief at Batticaloa, and regarding Your Honours' objections against the servants of Jaffanapatnam, we have likewise requested a report from them. Upon a petition of Sea Captain Jan Kraaij concerning the charge made here to his pay account for a shortfall found in the gross weight of 27 chests of nutmeg and cloves, which were brought by him from Batavia here for Coromandel in the year 1787, the Noble High Indian Government, by letter of 2 November 1790, an extract of which accompanies this, has ordered us concerning this
Dutch transcription
Aan als vooren. Aan als vooren. We hebben van Jasfenapatnam ontvangen uwerEd geachte missive van den 31. Maart J: Z:, met de daarbij vermelde zeven kassen met papieren B kassen zijn hier alle nat aangebragt, en wijl bij opening van twee derzelven, blijkens berigt van onzen eersten klerk, dat in Copia deezen vers de brieven en papieren, die daarin waaren nat en zelfs gedeeltelijk onhandelbaar bew zijn, hebben we hem gequalificeerd om ook de overige kassen te laeten openen, en de papieren die nat worden bevonden te doen, lugten en droogen, onder expresse waarschouwing dat hij, des gevraagd wordende; den eed zal moe =ten doen, dat hij geene van deeze papieren geleezen, nog aan iemand daar van recture gegeeven heeft. De ontvangene paketten voor koetsiem en surall zijn reeds na derwaards voortgeschikt, en we bedanken uw Edelens vriendelijk voor de bezorgde Copijen, van derzelver afgezonden brieven aan de Heeren Majores en de Edele Hooge Jndische Regeering wij laeten voorts, deezen verzellen 't duplicaet van onzen brieff van den 27. April Joz:, en twee pak tuuren groot ƒ 4810. —. 8. en ƒ 2576:17- , waarbij vermits t nadenkelijk gedaag van 't Hofva kandia„ waar van wij uw Edelens kennis hebben gegeeven bij onzen brieff van den 15. April J:L: , het nodig gemaakt heeft, dat de Edele heer Gouverneur van de Graaff zich na de grenden van sComp:s gebied heeft moeten begeeven, aan 't hoofd van onze aldaar geleegerde troupes, heeft zijn Edele 't prasedium van onze vergadering en de maneance vanzaaken, voor den tijd van desselfs absentie, overgegeeven aan den eerst ondergeteekenden, die op 't daartoe gedaan ver„ zoek, voor een springtogt van koetsiem is over„ gekoomen. op 't bekoomen berigt van de bedaonden van Jasanaps, onder anderen worden aangereekend en twee boots, die we op uwEdelens verzoek bij missive van den 19:' oktober 1788. , te kalpettij en Baticaloa hebben laeten aanbouwen, en waar van de eene reeds over Jasfenap=m, en de andere over Trinconomaale, na derwaards gezonden is wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond/ en geteekend:/ als vooren /in margine/ kolombo den 13:' Maij 1791. onder dat 3 Aan als vooren: dat uw Edelens van hem een sloep hadden ge„ vraagd, om de aldaar gedetacheerde Ceilon sche troupes terug te zenden, hebben wij hun gelast, om de Jaffenasche sloep Ceilon daar te emploijeeren. wij verzoeken uw Edelens vreendelijk, om ten spoedigsten zoo na moogelijk aen ons tewillen toezenden de gevraagde goederen bij onsen Eijsch, die en duplo aan uw Edelens is boeg zonden nevens onze brieven van den 16: Maart en 6. April J„o Leeden. wij bieden uw Edelens hiernevens aan het dupliemt onzer laatste van den 73: Maij en een zoldij notitie van den laasten dier maand. wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ en geteekend:/ als vooren / inmar„ gene:/ kolombo den 2. ' Junij 1741. —. wij hebben uwer Edelens geachte Missive van den 6: Maij JoL: ontvangen, en het daarne„ vens ontvangene paket voor de Minitter te koeksiem, is behoorlijk besteld. De Cormandelsche papieren van de kassen, die volgens het bedeelde bij onzen brief van den 13:' maij alhier hebben moeten worden geopend, zijn reedelijk wel gesteld bevonden. en weder behoorlijk ingepakt. De kassen voor Batavia zullen met het schip Deme„ rarie, en de kassen voor 't patria met de paket boot de Zeemeen, die bij de eerst daags staan te vertrekken, worden verzonden. Nopens de ontdekte gebreeken aan de boot de zwaam, hebben we berigt gevonderd van het opperhoofd te Baticaloa, en over uwer Edelens bezwaaren tegen de bedienden van Jaffe„ napatnam, hebben dre insgelijks berigt var hun gevraagd. op een addres van den Capitain ter zee Jan kraaij wegens de alhier gedaene belasting op zijne zoldij reekening, voor bevondene minderheid op 't bruto gewigt van 27. kisten met nooten en nagulen, die in 't Jaar 1727. door hem van Batavia alhier zijn aangebragt voor Cormandel, heeft de Edele Hooge Jndische Regeering ons bij brieve van den 2. 9ber: 1790. , waar van Extract deezen verzeld, gelast, derweegens den het
English
...as before. To conduct the necessary investigation, and upon finding that the same have been properly accounted for, to withdraw the tax levied; but since the aforementioned 27. chests of spices were dispatched from here unopened in the latter part of the year 1787. to Jaffpatnam, for further conveyance to Paleacatta, and we therefore do not know whether the net weight of the nutmegs and cloves was found to be proper, we kindly request Your Honours to be pleased to send to Their High Mightinesses the necessary report regarding this, in so far as that may not already have taken place. We enclose herewith in copy the aforementioned address of Capitain kraai, together with the annexes thereof, for Your Honours' perusal. For the rest, after friendly greetings, we remain. Below stood: and signed: as before. In the margin: Kolombo, the 15. Julij 1791. Lower: To as before. P.S. We also offer Your Honours herewith the duplicate of our last of the 2. Junij last. We have received Your Honours' esteemed missives of the 21. Juni and 8. Juli last. The detachment of soldiers that was lent to Your Honours last year from the Jaffna garrison has already returned there safely. That the servants, upon Your Honours' request by letter of the 3. mai, did not immediately dispatch a sloop to fetch the aforementioned detachment, occurred because they had to request our authorization for this beforehand, and they also did this in their letter of the 19. of the said month. In our letter of the 2. Juni we authorized them to do so, but since the servants, a few days after receiving this letter of ours, received Your Honours' missive of the 16. Junij, conveying the communication that the aforementioned detachment would be sent back on the zeenob, Your Honours' own sloop, they naturally had to decide to hold back the sloop requested by Your Honours for that purpose. Concerning the reflections that were made in Your Honours' missive of the 6. mai regarding the boat de zwaan, the Battikaloa chief has sent us a report from the master attendant and master carpenter there, and a declaration from the seafarers who brought the said boat to Palleakatta, both of which documents accompany this in copy, alongside an extract from a letter received on this subject from Chief Burnand, dated the 22. Juli last. Your Honours will see from these: 1. that the aforementioned boat was built in accordance with the description given by Your Honours in your letter of the 18. Julij 1788., written to the servants at Jaffanappatnam, namely without cabin, deck, and bulkheads, but with fore and aft half-decks, and with a continuous ola awning. 2. that the rigging was carried out with European and local materials, in proportion to the stock at Battikaloa, where an abundance of such necessities is never to be found, but that although the spars were somewhat cracked and nailed, they were nevertheless sound and capable of giving long service. And 3. that the defects found on the lanyard, the grapnels, and the rudder arose due to heavy weather on the voyage, as a result of which the outrigger canoe belonging to the aforementioned boat was also lost due to the breaking of the towrope. We also enclose herewith for Your Honours an extract of a letter written to us by the Jaffna servants on the 7. Juli last concerning the objections raised against them by Your Honours in your aforementioned missive of the 6. mai. We refer thereto, and furthermore remark regarding the subjects appearing therein: That the servants clearly demonstrate that they left none of Your Honours' letters unanswered, and specifically that they answered Your Honours' letter of the 16. december 1790. on the 29. thereof. Last year the junior merchant Cantervisser arrived at Jaffanapatnam without any written orders from the Coast of Kormandel. We thought that he had obtained permission from Your Honours for this, but now he requests permission through our servants to make a short trip over there, adding that it had been announced to him by Your Honours that he had to depart thither in order to be stationed here. We can hardly imagine such an order regarding our Government, and have therefore, instead of granting him permission for a short trip, had him informed by our servants at Jafna that he is not stationed here and thus may depart whenever it pleases him, to which end this letter from us is being handed to him. For the rest, after greetings, we remain. Below stood: as before. Was signed: J: G: van Angelbeek, M: 2: Raket, B: L: van Zitter, A: Samlant, and J: A: vollenhove. In the margin: Kolombo, the 6. Augustus 1791.
Dutch transcription
als vooren. Aan het noodig onderzoek te doen, en bij Bevind dat dezelve behoorlijk zijn verantwoord, de gedaane belasting inte trekken: dan wijl voorsz: 27. kisten specerijen in 't laatste van het Jaar 1787. , ongeopend, van hier na Jaff patnam zijn verzonden, ter verdere bezo ging na Paleacatta, en wij dus niet weetn of het netto gewigt van de nooten en nagul„ behoorlijk is bevonden, verzoeken wij uw Edelens vriendelijk om aan Hunne Hoog Edelheeden der wegens te willen zenden het nodige berigt in zoo verre dat niet reeds mogte zijn geschied. Het voorsz: addres van Capitain kraai voegen wij, met de bijloegen daarvan, in Copij hier tot uwel Edelens speculatie wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /onderstond:/: en geteekend/ als vooren /:in margine:/ kolombo den 15. Julij 1791. /lager: / Aan als vooren P:S: Nog bieden wij uw Edelens hiernevens aan het duplikaet onzer laatste van den 2. Junij Jongstleeden. wij hebben ontfangen uwer wel Edelens geachte missives van den 21. Juni en 8. Juli Jleeden. 'T detachement militairen, dat voorleeden Jaar aan uwEdelens uit 't Jaffanasche guarnisoen geleend is, is reets behouden aldaar terug gekomen. Dat de bedienden, op uweredelens verzoek bij brieve van voorleeden Jaar is de onderkoopman Cantervisser zonder eenig aanschrijven van de kust kormandel te Jaffanapatnam aangekoomen. wij hebben gesacht dat hij daartoe van uwEd: had verlof bekomen doch thans doed hij door onze Bedienden, verzoek om verlof tot het doen van een springtogt naar ginter, onder bijvoeging, dat hem door uwE:s aange„ kundigd was dat hij dit heen vertrekken moest om hier bescheiden te zijn. wij kunnen deeze beschikking over ons Gouvernement ons nauwlijx verbeelden, en hebben hem dus, in steede van hem verlof tot een springtogt tegeeven, door onze Bedienden te Jafna laeten aanzeggen dat hij hier niet bescheiden is en dus vertrekken kan, als het hem behaagd, waartoe hem deeze brief van ons word meede gegeeven; wij blijven voor het overige na groete /onderstond/ als vooren /was geteekend/ J: G: van Angelbeek, M: 2: Raket, B: L: van Zitter, A: Samlant en J: A: vollenhove /in margine / kolombo den 6. Augustus 1791. Aan den A den 3. mai, niet daadelijk een sloep hebben afge zonden ter afhaal van voorsz: detachement, is ge„ =schied om dat ze daartoe alvorens onse qualifi„ catie moesten vraagen, en dit hebben ze ook ged bij hunnen brief van den 19. van gemelde maand. onsen brief van den 2. Juni qualificeerden wij hun daartoe, doch wijl de bediende, eenige dagen na den ontvang van deezen onsen brief, hebben ons„ fangen uwerEdelens missive van den 16. Junij, hou =dende Communicatie, dat het voormelde detache„ =ment met uweredelens eige sloep de zeenob zoude terug gezonden worden, moesten ze natuurlijk besluiten, de door uwerEdelens ten dien einde gevraag„ „de sloep terug te houden. Nopens de reflectien, die bij uweredelens missive van den 6. mai zijn gemaakt, ten aanzien van de boot de zwaan, heeft het Battikalvasch opperhoofd ons toegezonden een bericht van den Equipagie op zieste en baastimmerman aldaar, en eene verklaering van de zeevaarenden, die gemelde boot na Palle„ =akatta hebben gebragt, welke beide documenten deezen in copij verzellen, nevens een extract uit een daarover ontvangene brief van 't opperhoofd Burnand, van den 22. Juli Jleeden. wwhdelens zullen daaruit zien dat voorschr: boot is geboud Conform de beschrijving, die door mwedelens gedaan is bij derzelver brief van den 18. Julij 1788. , aan de bedienden te Jaffanappatnam geschreeven, namelijk zonder kajuit, dek en schotten, maar met plegten agter en voor, en met een doorgaande ola tent. 2: dat de toekuiging is geschied met vaderlandsch en inlandsh goed, naar maate van den voorraad te Battikaloa, alwaar nimmer de ruimte van diergelijke benodigdheeden word gevonden, doch dat schoon de rondhouten wat ge„ scheurd en gespijkerd waren, dezelve nochtans deugdzaam zijn geweest, en in staat om lang dienst te doen. en 3. dat de defecten aan 't rijgertou, de dreggen en 't roer be„ vonden, door swaar weder op de rijs zijn ontstaan, waar„ door ook de vlerktonie tot voorsz: boot behoorende, door het breeken van 't sleeptou, verlooren was gegaan. wij zenden uwedelens nog hiernevens een extrakt brief, door de Jaffanasche bedienden den 7: Juli J: L: aan ons ge„ =schreeven, over de door uwedelens tegen dezelven ingebragte beswaeren bij derzelver voorschr: missive van den 6. mai. wij refereeren ons daaraan, en merken voorts omtrent de daarbij voorkoomende onder wer„ pen aan: Dat de bedienden duijdelijk aantoonen, geene uweredelens brieven onbeantwoord gelaaten te hebben, en speciaalijk dat ze uweredelens brief van den 16. december 1790. , den 29. daar aan hebben beantwoord. i/ dat Dat