VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10027

Ceylon · 494 pages · 137 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10027_0238 view scan ↗

English

That it is no unusual matter that the Coromandel sloops, during their overwintering at Jaffanapatnam, are employed there in the service of the Company, and that we consider that no inconvenience is thereby caused to Coromandel, provided care is taken that the necessary carpentry and provisioning are done to these sloops, and that the same are sent back thither in due time. The employment of one of these sloops this year, for cruising the Ceylon beaches, is an ordinary case. That from statements of the Equipment Master and of the master carpenter at Jaffanapatnam, which accompany this in copy, it appears that the necessary repair and provisioning was done to the sloop, and that we consider that it would have been the duty of the commander, if he thought that anything was still lacking, to give notice thereof directly to the Commandeur at Jaffanapatnam; and we would like Your Honours to examine the commanders of both sloops that were recently at Jaffanapatnam, to hear whether they have acquitted themselves of this their duty. Regarding the letter written by the Jaffna servants to Your Honours on 21 April, we request to know in what consists the unfriendliness that Your Honours noticed therein. That the envelope of this letter was addressed solely to the commander Eilbracht, certainly occurred without intention and merely through inattention of the writer, and we have therefore instructed the servants at the Jaffna secretariat to exercise greater attention in the future. The received letter packet for the Noble High Indian Government will be forwarded to Batavia at the first available opportunity. We add hereto a copy of a further petition submitted by the arrested bookkeeper Bronsveld, with the copies of the annexes submitted alongside it. For the rest, after greetings, we remain, was signed as before, signed W: J: van de Graaff, M: P: Raket, B: L: van Zitter, A: Samlant, and J: A: Vollenhove. In the margin, Kolombo, 23 August 1791. Lower, P.S.: We also offer Your Honours herewith the duplicate of our last of 15 July last, and a letter from Batikalva received for Your Honours. Regarding & To 0 To as before To as before. We have duly received Your Honours' esteemed missive of 1 December last. From Batavia there have arrived here these days for Coromandel three chests of gold, namely with the ship De Draak one chest containing 220 marks or 169 lb 4 oz 10 dwt in 11 bars, and with the ship De Doggersbank two chests containing 360 marks in 18 bars. The two last-mentioned chests we are now sending via Mannaar to Jaffanapatnam, for further forwarding to Paleacatta, but the chest brought with De Draak we have had to detain, in order to be employed for the procurement of piece goods on the Madura coast, since the ships we expect from the Netherlands have not yet arrived, and thereby the procurement on the said coast would have had to come to a complete standstill for lack of cash. We shall, however, as soon as the gold destined for Ceylon is brought, provide an equal quantity thereof to Your Honours. Meanwhile, a copy of the Batavian account of the aforesaid detained chest is enclosed herewith, for Your Honours' inspection. Since the dispatch of our letter of 18 November last, of which the duplicate is enclosed herewith, we have received a consignment of gold both from the Netherlands and from Batavia, and we shall therefore send 220 marks thereof to Jaffanapatnam for further delivery to Your Honours, in satisfaction of that which, according to the communication in our aforesaid letter, was detained here from the consignment received for Your Honours. We also offer Your Honours herewith two letter packets addressed to Your Honours, and a small packet with the bill of lading invoice of the aforesaid two chests of gold brought with Doggersbank, along with the small bundle of keys mentioned therein sealed in cerecloth, all as received from Batavia for further delivery to Your Honours. We also add hereto the duplicate of our latest letter of 23 August along with an invoice amounting to ƒ 22. 18. —, and a letter from the Council of Justice of this Castle to the court of justice there. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed, as before. In the margin, Kolombo, 18 November 1791. Still e

Dutch transcription

Dat het geen ongewoone zaak is, dat de kormandelsh sloepen, geduurende derzelver overwintering te Jaffanapatnam, daar in den dienst van de Comp: voor„ geemploijeerd, en dat we vermeenen dat hier door gee„ ongeleegendheid aan kormandel, word toegebragt wanneer er gezorgd word, dat aan deeze sloepen de nodige vertimmering en voorziening worden gedaan, en dat derzelve ter behoorlijke tijd der„ =waards worden terug gezonden het emploi„ van een deezer sloepen in dit Jaar, tot het bekruijten van de Ceilonsche stranden, is en brin gewoon geval. Dat uit verklaaringen van den Equipagie ovr zichter en var den baas timmerman te Jaffanapatnam, die in Copia deezen verzellen, blijkt, dat aan de sloep de verstelling gedaan is de nodige reparatie en voorziening, en dat we vermeenen, dat het de pligt van den gezaghebber was geweest, zoo hij dagte dat 'er nog iets aan ontbrat daar van direct kennis tegeeven aan den heer Com mandeur te Jaffanapatnam; en we zouden gaarne zien, dat iwedelens de gezaghebbers van beide de sloepen, die onlangs te Jaffanapatnam ge= =weest zijn, wilden doen hooren, of ze zich van deeze hun plicht gekweeten hebben. Nobens den breeff, door de Jaffanasche bedienden den 21. april aan uweld=s geschreeven, verzoeken we te mogen weeten, waar in het onvriendelijke bestaat, dat inredelens daarbij hebben optgemerkt. Dat de omslag van deezen brief alleen was beschreeven aan den heer gezaghebber Eilbracht, is zeker zonder oferzet en alleen m attentie van den schrijvert geschied, en wij hebben daarom den bedienden ter Jaffanasche secretarij, meerder attentie voor den aanstaande doen aanbevoolen. Het ontvangene brief paket voor de edele hooge Jndische Reekjering, zal bij eerst voorkoomende geleegendheid na Batavia worden voortgeschikt. wij voegen hier nog bij copij van een nader addres„ door den gearresteerden boekhouder Bronsveld ingediend, met de afschriften van de daarnevens overgelegde bijlaegen. wij blijven voor het overige na groete /onderstond/ als vooren /was geteekend/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, B: L: van Zitter, A: Samlant en J: A: vollenhove /:in margine/ kolombo den 23. Aug=s 1791. /lager P: S: wij bieden uwelEd:s hiernevens nog aan het dieplicaat onser laatsten van den 15:' Julij J„o leeden en een brief van Batikalva voor unh:s ontvangen. Nopens & Aan 0 Aan als vooren Aan als vooren. Wij hebben wrdelens g'achte missive van den 1: 2ber JS: wel ontvangen van Batavia zijn alhier deezer dagen voor a Cormandel aangebragt thied kisten met goud, namelijk met 't schip De Draak een kist inhou„ dende 220. inkl:s of mktp. 169: 4: 10. aan 11. baren, en met t: schipp: de Doggersbank twee kesten in„ houdende 360: mk:s en 18: bharen. De twee laatst gem: kisten zenden we tans over Mannaar na Jaffenapatnam, ter verdere voortschik= =king na Paleacatta, dog de kist met de Draak aangebragt hebben we moeten aanhouden, om tot den inzaam van Lijwaeten op de kuste Madure te worden geemploijeerd, vermits de scheepen, die wij uit Nederland verwagt nog niet zijn aangekoomen, en daar door de inzaam ter gem: kuste bij gebrek van Contanten, geheel„ zoude hebben moeten stil staan. we zullen egter, zoo dra het voor Ceilon bestemd goud aangebragt word, daar uit een gelijke quantitid aan uw Edelens bezorgen. Jntusschen gaat hier„ nevens een Copij van de Bataviasche aanree„ kening van de voorsz: aangehoudene kist, tot uwer Edelens speculatie zedert het afgaan van onzen brief van den 18. November J:=L:, waar van het duplicaat hier„ „nevens gaat, hebben we zoo uit Nederland als van Batavia een parthij goud ontvangen, en zullen we derhalven 220 marken daar van naar Jasfenapatnam zenden ter verdere bezorging aan uwEdelens, in voldoening van het geen, volgens het bedeelde bij voorsz: onzen brief, uit de voor uwEdelens ontvangene partij hier aangehouden is. Nog bieden wij uwEdelens hiernevens aan twee brief, paketten aan middelens geaddresseerd, en een paketje met de Cognossement factuur van de voorsz: met Doggersbank aangebragta twee kisten goud, nevens t daar bij vermelde bondeltje met sleutels in war„ doek verzegeld, alle zodanig van Batavia ont„ „vangen ter verder bezorging aan wwEdelens Wij voegen nog hier bij 't duplicaat van onzen Jongsten brief van den 23. aug:s nevens een factuur groot ƒ 22. 18. —. en een brief van den Raad van Justitie deezes Casteels aan den geregte aldaar wij blijven voort overige na vriendelijke groete /:onderstond/ en geteekend:/ als vooren /:in margine/ kolombo den 18:' 9ber: 1791. Nog e

NL-HaNA_1.04.02_10027_0240 view scan ↗

English

To the same as before. The Jaffna servants have been ordered, for the dispatch of this gold as well as of the two chests mentioned in our aforementioned letter, to employ one of the two cruising boats available there, should no more convenient opportunity present itself to them. We would indeed have ordered them to send all this gold to Nagapatnam, to be transported from there overland to Paleacatta, but we did not dare proceed with that, because we do not know whether the transport by land can take place without danger. However, since the monsoon does not permit transport by sea for the time being, we request your honors to inform us in answer to this in what manner the aforesaid gold, in your honors' opinion, could most suitably be sent: namely, by sea directly to Paleacatta, or to Nagapatnam to be forwarded by land to Paleacatta. In the first case, we would like your honors to be able to send one or two vessels to Jaffna for that purpose, since no more than one vessel can be spared there, and it will be rather too much of a venture to risk the three chests of gold on it all at once; but if your honors prefer the transport thither by land via Nagapatnam, we request your honors to take such measures for that purpose as your honors shall find to be sufficient. We request you to send a copy of the answer to this to the Jaffna servants, as they have been ordered to act accordingly, provided they have had no opportunity in the meantime to dispatch the aforesaid gold. Furthermore, we enclose herewith two packets of letters that we received for your honors from the Netherlands, together with a packet for the ministers in Bengal, which your honors please forward thither by a secure opportunity as soon as it can be done. For the rest, after friendly greetings, we remain. Was signed: as before. In the margin: Colombo, the 5th of December 1791. To the same as before. The Noble High Indian Government, by dispatch of the 8th of July last, whereof an extract accompanies this, has ordered us to require security from the testamentary executors or heirs of the late junior merchant Geeke for the amount of the damages that the Company has already suffered on the Danish muskets, which were purchased by him, Geeke, in the year 1782 for this government at Tranquebar, in order to restitute these damages to the Company should the Lords Majors see fit. We therefore send your honors herewith an indication of the amount of the aforesaid damages, and kindly request you to have the security required by Their High Nobilities provided there by whom it concerns, and to procure an act thereof for us. For the rest, after friendly greetings, we remain. Was signed: as before. In the margin: Colombo, the 17th of September 1791. Lower down: L.S. We also present herewith to your honors the duplicate of our last of the 5th of this month. To Gerbert Johannes Westhuzius, who came out on the ship Christophorus Columbus as gunner's mate, we have, upon his request, granted permission to go to the Coromandel Coast on a trading voyage with written-off wages. He now departs accordingly on the English ship Astraea, commanded by Captain Johan Gibaut, for Madras, and this serves solely to inform your honors thereof. For the rest, after friendly greetings, we remain. Was signed: as before. In the margin: Colombo, the 31st of December 1791. Hijbrands, sworn clerk. Agrees. Duplicate. Ceylon. To the Noble Lord Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of Netherlands India, as well as Governor and Director of the said island and the jurisdiction thereof, together with the Council at Colombo. Noble, honorable, valiant, wise, prudent, and very discreet Lord and friends. Since the dispatch of our last letter of the 27th of August, the duplicate of which is enclosed herewith, we have found ourselves honored with your honors' dispatch of the 26th of July preceding, accompanied by the annexes mentioned therein. What was communicated therein concerning the misfortune that befell the snow The Crofts and the transshipment of a portion of the chanks laden therein for the Company into another vessel that brought them here to Bengal, was already known to us, as appears from our letter of the 9th of July last, and from what was written by the junior merchant Blume in his letter to the right honorable Lord van de Graaff under the date of the 30th of July of this year. In this latter letter, it was further communicated how the state of that matter then stood, and that nothing could be done in it before the arrival of Captain Elliot, who was daily expected; the chanks that Captain Newton took over from The Crofts and brought to Bengal having been delivered, by his order, to Mr. Allardice at Calcutta, who refused to hand them over without receiving special orders or further notice in that regard from the said Captain Elliot. Thus that matter remained in expectation of Captain Elliot's arrival until the end of the previous month, when the junior merchant Blume presented to us a pro memoria, a copy of which is enclosed herewith, in which, among some remarks, the letters concerning these chanks received by him from the aforesaid [illegible] are briefly dealt with.

Dutch transcription

Aan als vooren De Iaffenasche bedienden zijn gelast, ter verzen =ding van dit goud zoo wel, als van de twee kiste vermeld bij meerm: onzen brief, te emploijeeren een van de twee kruisboots, die daar aan handen zijn, indien hun daar toe geen bequamer geleegd „heid mogten voorkomen. wij zouden hun wel gelast hebben, al dit goud na Nagapatnam tezenden, om van daar over land na Paleacatta teworden getransporteerd, maar hebben we daar toe niet durven treeden, om dat we onkundig zijn of het Transport te lande, buiten gevaar geschieden kan. wijl egter de mousson het Transport over zee voor eerst niet toelaat, verzoeken wij uwelEd:s ons in antwoord deezes tewillen bedeelen, op welke wijze het voorsz: goud, naar uw Edelens inzie„ bequaamst zoude kunnen worden gezonden, na„ =melijk over zee direct naar Paleacatta, dan wel naar Nagapatnam om te lande naar Pa„ leacatta voortgeschikt teworden. In 't eerste geval zouden wij gaarne zien, dat uw Edelen een â twee vaartuigen ten dien eijnde naar Tassena konden zenden, wijl aldaar niet meer dan een vaartuigen kan worden De Edele Hooge Jndische Regeering heeft bij missive van den 8. Julij Jo leeden, waar gemist, en het wat veel gewaagd zal zijn de drie kisten goud daar op tegelijk te resi= keeren, doch zoo uwelEd:s het Transport na derwaards te lande over Nagapatnam prefereeren, verzoeken wij uwEdelens daar toe te neemen zulke maatregelen als uwEdelens willen bevinden toerijkende te zijn wij verzoeken van het antwoord hierop, een Copij tewillen zenden aan de Jaffenasche bedienden, wijl zij gelast zijn zich daar naar te rigten, zoo ze intusschen geen geleegendheid mogten gehad hebben het voorsz: goud aftezenden. Nog voegen wij hier bij twee brief paketten, die wij voor uw Edelens uit Nederland ontvangen hebben nevens een paket voor de Ministers in Bengale, het welk uwEdelens bij eene secuure geleegendheid derwaards gelieven voortte schik„ =ken zoo spoedig het geschieden kan. Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond / en geteekend / als vooren /in margine/ kolombo den 5=e December 1791—. gemist van Aan als vooren, Nagezien Jaco enot: bicek eoder van Extrakt dezen verzeld, ons gelast, door de testamentaire executeurs of erfgenaamen van wijlen den onderkoopman Geeke, Cautie te laeten stellen voor 't bedraagen van de schade, die de Comp:s reeds geleeden heeft op de deensche geweesen, die door hem „ in 't Iaar 1782, Geeke „ voor dit Gouvernement te Tranquebaar zijn ingekogt, om deeze schade aan de Comp=e te restitueeren indien de Heeren Majores dat mogten goedvinden. wij zenden uw Edelens derhalven hiernevens eene aanwijzing van 't bedraagen der voorsz: schade, en verzoeken vriendelijk, de door Hunne Hoog Edelh: gerequireerde Cautie aldaar door dien t'incumbeerd tewillen doen stellen, en ons daar van eene acte te bezorgen; wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /onderstond/ en geteekend/ als vooren / in margine/ kolombo den 17. 7ber: 1791. /lager/ L: S: wij bieden uwelEd:s hier nevens nog aan het duplicaet van onsen laatste van den 5. deezer. Aan Gerbert Johannes Weshusius, die met schip Christophorus Columbus als Constabels= =maet is uitgekoomen, hebben we op sijn verzoek toegestaan, met afgeschreevene gagie voor een sprintogt te gaan naar de Cust Cormandel. Wij vertrekt thans mitsdien met het Engelsch schif Astroea, gecommandeert door Capitain Johan Gibaut, naar Madaas, en is deeze eenelijk gerigt, om uwelEdelens daarvan te informeeren; wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete (onder„ stond/ en geteekend / als vooren /in margine/ kolombo den 31. December 1791: —. Hijbrands Vegklerk Akkordeert. vertrekt Duplicaat Ceilon Aan den Edelen Heer Willem Jacob van de Graaff„ Raad ordinair van Nederlands India mitsgrs: Gouverneur en directeur van het gemelde Eiland en den Ressorte van dien. neevens Edele, Erntfeste Man„ „hafte, wijze, voor„ „zienige zeer dis„ „creete Heer en vrien„ „den. zeedert het afzenden onzer jong„ „ste van den 27. Augustus, welkers duplicaat desen bijgevoegd is, heb„ „ben wij ons vereerd gevonden met uwer Edelens missive van Den Raad Kolombo geo te den 26e Julij bevoorens verzeld van de daar in vermelde bijlaa¬ „gen. - Het bij dezelve bedeelde nopens 't ongeluk de snaauw de crofts overkoomen en 't overschee„ „pen van een gedeelte der daar in voor de Comp:e afgelaadene Chiankossen in een ander vaar„ „tuijg dat dezelve hier in Ben„ „galen gebragt heeft was ons reeds bekend blijkens onse brief van 9. Julij j=o leeden, en het door den onderkoopman Blume Geschreeven bij de sij¬ „ne aan den welEdele Gest: Heer van de Graaff: onder 30. Julij dezes Jaars. - Bij deese laat¬ „ste wierd verder bedeeld hoeda„ „nig den staat dier zaake toen was, en dat er niets in konde gedaan werden voor de komst van Capt:n Elliot die dagelijks verwagt wierd, zijnde ter zijner or„ „der de Chiankossen die Capt: neuton uit de Crofts overgenomen en naar Bengale gebragt heeft af„ „gegeeven aan de Heer Allardice te kalkatta welke weigerde desel„ „re overtegeeven, zonder dat speciaa„ „le last of nadere naricht derwee„ „gens van gedagte Capt Elliot kreeg; Dusdanig is die zaak in af„ „wagting van Capt: Elliots komst verbleeven tot in 't laast der voorige maand wanneer den on„ „derkoopman Blume ons over„ „gaf, een pro Memoria in Co„ „pia deze bij gevoegd waar bij onder eenige aanmerkingen kortelijk verhandelt werden de brieven over deese Chiancos, „sen door hem van voormelde komst Helkens 1.1 „

NL-HaNA_1.04.02_10027_0245 view scan ↗

English

Mr. Allardice and a Mr. Campbell, authorized by Capt. Elliot, received up to 16 August 1790 and furthermore fully inserted. First, a letter from said Mr. Allardice dated 15 October, in which he offers to deliver the chank shells, provided that he is paid the f:o 7: 3500 agreed to with Capt. Elliot by contract—item, another 5 to 600 rupees more for freight from Madras, warehouse rent, and other charges. Secondly, the answer of Blume thereto under the 17th of that month, in which he asks him, Allardice, who previously declared himself unaware of any obligations entered into by Capt. Elliot with the Company, how he has now become acquainted with that contract, and by what power and authority he could receive monies on the same for that captain. Thirdly, the reply of the frequently mentioned Mr. Allardice dated the 19th thereafter, principally containing that he, besides other good reasons, held the chank shells as a security for his claims on Capt. Elliot, of whose engagements with the Company nothing else was known to him other than what Blume had told and shown him regarding this, adding further that if Capt. Elliot were in Bengal himself, he could not get the chank shells without fully satisfying him, Allardice, for his claims. The Company asking, he, Blume, asking in this pro memoria what is now to be done in this matter. How to act in this seemed very critical to us, since Your Honours' letter of 11 March 1790 directs to pay the freight money after Capt. Elliot will have fulfilled his obligation, namely to deliver the chank shells here, although nothing is stated in the contract other than simply that bills of exchange would be granted for it, which made us suppose that those bills of exchange are conditional and could read to be paid after delivery has been made; in which case we judged that no more of that freight money ought to be paid than in proportion to the quantity of chank shells that was about to be received; and this all being decided, it also seemed precarious to us to pay that freight money to said Mr. Allardice without the order or authority of Capt. Elliot, since if he were to appear later in such a case, he might demand the same again as being due to him according to contract. We understood well that the claim of Mr. Allardice on those chank shells for his private pretension against Capt. Elliot would not hold if we were to take the matter to court; since proceeding before the English court is so expensive that we feared we might possibly have to pay more in charges than the salvaged chank shells are worth, we could not take that path; and to wait further for the arrival of Capt. Elliot also seemed dangerous, both on account of what Mr. Allardice says in his letter of 15 October, namely that he would otherwise be obliged to look out for his own interest and security, from which we understand that he intends to regard the chank shells as the property of Capt. Elliot and to sell the same as such, and also because we fear that those chank shells will spoil by lying in the warehouses any longer. For all of which reasons, before coming to any decision in this delicate affair, we have deemed it best to present the case in its entirety to some of the principal merchants in Calcutta and to request their opinion on it, as well as what they think best in order to remove this dispute with Mr. Allardice amicably and thus without resorting to legal proceedings. We shall meanwhile be very obliged to Your Honours to communicate to us as soon as possible what you think about this, and to inform us whether the entire agreed-upon freight of p:s 7: 3500, or only a part of it, proportionate to the quantity of chank shells that we are to receive, must be paid; as well as whether Your Honours judge it expedient to pay the freight money to Mr. Allardice and thus obtain the salvaged chank shells, or whether one shall let the matter take its course and await the arrival of Capt. Elliot in order to address him about it then and compel him to fulfill his contract; regarding which latter point, however, besides the considerations already cited above, we must further note having learned that he, Elliot, is [illegible] and therefore there is nothing to be obtained from him. With a speedy answer to this, Your Honours will oblige us most greatly; having to add here, to our regret, that the bond regarding the chank shells transshipped into the snow de Beurs, which according to the aforesaid letter of Your Honours of 26 June last was to be sent to us by the Tuticorin servants or their agent Mr. Kindersley in Madras, has not been received here; had we received the same, then the dispute now pending with Mr. Allardice would likely not have occurred. We have the honor to be with the greatest respect, [at the foot was written] Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Gentlemen Friends, [underneath was written] Your Honours' very obedient friends and servants, [was signed] Mr. J Titsingh, J: w:t J van Haugwitz: B:r Levien A: G: kraijenhoff, L: R de Bas, J: C: Heijning, F: wiema [in the margin] Hooghly, 4 November 1790. [lower down, P.S.]

Dutch transcription

heer Allardice en eene m:r Campbell gemachtigd van Capt: Elliot ontfangen gaande tot 16. aug: 1790. en voorts geheel geinse„ „reerd sijn. Eerstelijk, een brief van gedagte Heer Allardice in dato 15. oc„ „tober waar bij hij aanbied de Chiancossen afteleeveren, mits hem betaald werden de aan Capt:n Elliot bij contract geaccor„ „deerde f:o 7: 3500. — item nog 5 a 600. ropijen meerder voor vragt van Madras Bakhuis Huur en andere ongelden. Ten tweden 't antwoord van Bla„ „me daar op onder den 17. dier maand, waar bij denselven vraagd hoe hij allandice, die bevoorens verklaarde onkun„ „dig te zijn van eenige verbinte„ „nissen door Capt:n Elliot met de Comp: aangegaan als nu bekent geraakt was met dat contract en uit welke magt en authori„ teit hij gelden op 't zelve voor die capt konde ontfangen. Ten derden, Het weder antwoord van meermelde Heer Allardice gedateerd 19. daar aan, voor„ „namentlijk behelsende, dat hij buiten en behalven andere goede Reedenen de chiancossen hield als een waarborg voor zij„ „ne pretenties op Capt:n Elliot van wiens engegamenten met de Comp: hem niets anders bekend was, als 't geene Blume hem hier omtrend gesegd en getoond had, daar nog bijvoegende, dat als Capt. -Elli„ „ot zelf in Bengale was, hij de Chi„ ancossen niet konde krijgen zon„ „der hem allardice te vollen te voldoen voor zijne pretenties Compe vragende om d nis vragende hij Blume bij die Bro memoria wat nu hier in te doen Hoedanig hier in te handelen, kwam ons zeer bedenkelijk voor nadien uwer Edelens Brief van den 11. maart 1790. luijd om de vragt penningen te betaalen naa dat Capt: Elliot aan sijne verbintenis namentlijk om de Chiankossen hier te leeveren zal hebben voldaan, schoon daar van bij 't contract niets en en„ „kel bekend staat dat daar voor wissels zouden verleend worden het geen ons deed vermeenen dat die wissels conditioneel zijn en luiden konden om taald te werden naa gedaan leevering, in welk geval wij oordeelden dat van die vragt„ „penningen niet meerder be„ „hoorden te werden voldaan naa eevenreedigheid van de quan„ „titeit Chiancossen die men stond te ontfangen en dit al gedecideert zijnde quam 't ons meede hagchelijk voor om die vragtpenningen aan gedagte heer Allardice te betaalen zonder last of qualificatie van Capt: Elliot wijl die naderhand eens koome„ „de op daagen in zoo een geval dezelve nog eens zoude kunnen eeijssche als hem volgens Con„ „tract toekoomende. - Wij begreepen wel dat den Eisch van de Heer Allardice op die Chiadoossen voor zijne particu„ „liere pretentie op Capt: Elliot niet bestaanbaar zoude zijn, indie wij de zaak voor de Rech„ „ten betrokke van daar 't pro„ „ceedeeren voor de Engelsche Rechtbank zoo kostbaar is, dat naa wij „ e s P wij weesen mogelijk meerder aan on„ „gelden te zullen moeten betaa„ „len als de gesausteerde chiancossen waardig zijn, konde wij dien wegniet inslaan en om verder naa de komst van Capl: Elliot te wagten scheen ook gevaarlijk zoo uit hoofde van 't geen de Heer Allardice bij zijn brief van 15. Actb: zegd nam=t „ dat „ hij anders verpligt zoude weesen voor zijn eijgen belang en zeekerheid te zorgen waar uit wij begrijpen dat hij voorneemens is de Chi„ „ancossen als een iegendom van Capl: Elliot aantemarken en deselve als zoodaanig te verkoopen, als oo dat wij wreesen dat die Cli„ ancosse door nog langer in de pakhuisen te leggen zullen beder„ „ren. - om alle welke Reedenen wij, alvoorens in deeze neetelig affaire tot eenig besluit te koom best geoordeeld hebben het geval in zijn geheele omstandigheid voortestellen aan eenige der voornaamste kooplieden te kal„ „katta en hun gevoelen daar over te verzoeken mitsgaders wat zij denken best te zijn om dit geschil met de Heer Allardi„ „ce in der minne en dus zonder middel van Rechte uit de weg te Ruime. Wij zullen intusschen uwelEd: zeer ver„ „plicht zijn onste spoedigste te wil„ „le bedeele wat dezelve hier over„ „denken en ons optegeeven of de ge„ 50 „heele bedongene vragt van p:s 7: 3500:— dan wel maar een gedeelte van dig eevenreedig aan de quantiteit Chianfosse die wijstaan te ont„ „fange, moet betaald werden, mitsgrs: of uwelEdelens ooirbaar oordeelen de vragtpenningen aan de best Heer „ Ns 6 Heer Allardice te voldoen en dus de gesauveerde Chiancosse mag „tig te werden, dan wel of men de zaak op zijn beloop laaten en af „wagten zal de komst van Capt Elliot om denzelve als dan daar over aantespreeken en tot voldoe „ning van zijn Contract te no „zaake, omtrend welk laatste we echter, buiten de Hier vooren reet aangehaalde bedenkingen, nog m „te aanmerke vernoomen te hebb aam dat Hij Elliot aan en er dus niet van hem te haale is. Met een spoedig antwoord op de „ze zullen uwel Edelens ons te meeste verplichte; tot ons leede „ze hier nog moetende bijvoeg dat het verband schrift we gens de in de snaauw de Beu overgescheepte Chiancosse 't welk volgens voorn: uwer Edelens missive van 26. Junij J:o l:n ons door de Tutu„ „korijnse bediendens dan wel hun Commissiant de Heer kenderslijte madras zoude toegezonden worden, hier niet ontfangen is hadde wij t zel„ „ve bekomen dan zoude waarschijn„ „lijk k nud met de Heer Allardi„ „ce hangende verschil geen plaats hebben. wij hebben de Eere met de meeste agting tezijke /:onderstond Edele Erntfeste man„ „hafte wijze voorzienige zeer Discreete Heeren vrienden /:on„ 60 „derstond/: uwer Edelens zeer Dienst„ „willige vriende Dienaaren was„ „getekend M:r J Titsingh, J: w:t J van Haugwitz: B:r Levien A: G: t. kraijenhoff L: R de Bas J: C: Heijning F: wiema /:in margine houglij de 4:e november 1790. /:lager P: s: overgescheepte wij Nots „

NL-HaNA_1.04.02_10027_0249 view scan ↗

English

To the same as before We also offer Your Honour a letter addressed to the Right Honourable and Respected Mister van de Graaff by the junior merchant Blume concerning the matter mentioned herein, and request further forwarding for the enclosed packets for Malabar, Surat, and Galle. After the dispatch of our last of 4 November 1790, of whose delivery we have knowledge, we have been successively honoured with Your Honour's letters dated 5 and 11 August, 30 September, and 12 November 1790, as well as 22 January, 6 and 15 April 1791, and have thus also received the various letter packets for the conveyance of which some of the same were serving. Since we, pursuant to what was communicated in the aforementioned letter of 4 November 1790 and through the instances made by Your Honour by letters of the 12th of that month and 22 January 1791, have entrusted the management of the entire chank affair, both regarding the receipt and sale of those shells and that which pertains to the insurance taken thereon, to the junior merchant Johan Carel Lodewijk Blume, with the handing over of the papers relative thereto, and the same has since informed us that he has not failed to provide the Noble Mister van de Graaff with the necessary information on the state of that matter, we shall, to avoid useless prolixity, let the matter rest there for the present and postpone giving Your Honour a full report thereof until such time as he, Blume, shall have provided a final report on the subject. Meanwhile, we direct this both to express our thanks to Your Honour for the delivery of the aforementioned packets and to answer the points in your letters which require it. The requisition dated Colombo, 23 December 1790, which came to us along with Your Honour's note of 6 April 1791, we have put out to tender, and it will be fulfilled as promptly and as closely as possible, namely regarding the silk, silk fabrics, and linens, as we see no prospect of finding shipping opportunities to transport the gunnies, which will therefore have to be excused this time. We thank Your Honour very much for the communication given in the letter of the 15th of the said month of April regarding the dreaded unrest with the Candian Court, and cannot refrain from congratulating Your Honour on the successful outcome of the vigilant and resolute efforts undertaken to preserve peace. From the bottom of our hearts, we wished we could give no less favourable reports regarding the state of this Directorate, but to our regret, we can do nothing but continually complain about the ever-increasing lack of money and the resulting total decay of trade; our advices to the Lords and Masters and the Noble High Indian Government are virtually filled with it. At the first shipping opportunity, we shall send the usual copies thereof, and then also comply with Your Honour's request regarding the ten cancelled bonds of Captain Hollings. We have the honour to be, with the highest esteem, signed as before. Hooghly, 21 June 1791. P.S. For the enclosed to the Right Honourable and Highly Respected Lords Directors deputed to the meeting of the Seventeen, we request a favourable delivery, as well as for those to the Ministers at Surat and Malabar, whilst we also add here a packet handed over to us by the junior merchant Blume for the Noble Mister van de Graaff. To the same as before The junior merchant Blume having, on the 18th of this month at our meeting, served us with a final report concerning the commission entrusted to him regarding the so unfortunately concluded consignment of chanks to this Directorate, we now have the honour, pursuant to the promise made in our letter of 21 June last, the duplicate of which accompanies this, to inform Your Honour that this affair, so far as could be done here in Bengal, has been completely brought to a conclusion. The report of Blume, which has already been sent by him to the Noble Mister van de Graaff together with the appendices belonging thereto, and which now accompanies this again, describes the entire course of the matter; we refer to that, and pursuant thereto have the honour to inform Your Honour that the First Signatory, in accordance with the proposal made therein, has enabled him properly to institute the arbitration or prosecution of the insurers at Madras, by the passing of the necessary acts of substitution.

Dutch transcription

Aan als Vooren wij bieden uwel Edele nog aan een brieff aan de wel Ed: Gest: Heer van de Graaff gerigt, door den onderkoopman Blume over de Affaire in deeze e meld en verzoeke verdere adresje voor de ingeslootene Pakkette voor Mal „baar, souratta en Gale Na de afzending onzer Jongste van den November 1790, van welkers bezorging wijken „nis draagen, zijn wij successive vereerd geworden met uwerEdelens brieven in datis 5. en 11. augustu 30. September en 12. November 1790. item 22. Janu 6. en 15. April 1791. en hebben dus ook ontvangen de diverse brief paketten ten geleide waarva eenige derzelve dienende waaren. Daar wij ingevolge het bedeelde bij voorsz: „ze brief van 4. 9ber: 1790. en door uwer Edelen gedaene instancien bij brieven van den 12. dier maar en 22=e Januarij 1791. de beheering der geheele ch =kos affaire, zoo wat betreft den ontvangst en verkoop dier hoorens als het geen tot de da op gedaene assurantie betrekking heeft hebben opgedraagen aan den onderkoopman Johan Carel Lodewijk Blume, onder ter handstelling van de daar toe relative papieren, en den zelve ons berigt seedert niet ingebreeke gebleeven te zijn den Edelen Heer van de Graaff„ van den toedragt dierzaeke de nodige informatie te geeven, zullen wij, ter vermeerdering van nutteloose wijdloopigheid, het voor eerst daar bij laeten berusten en uitstellen uwer weledelens daar van volleedig verslag te doen tot tijd en wijle hij Blume ten sujette zal hebben gediend van uitvindig bericht. - Intusschen richten wij deeze zoo om uwEdelens onzen dank te betuigen voor de bezorging der voorsz: pakketten als ter be= =antwoording der poincten in uwe brieven welke zulx vereischen. Den Eisch gedateerd Colombo den 23. xber: 1790. _. ons geworden neevens uwEdelens briefje van den 6. April 1791. hebben wij doen aanbesteeden en zal zoo spoedig en zoo na moogelijk voldaan worden, te weeten wat de zijde, zijde stoffen en Lijnwaeten belangd, wijl wij geen kans zien scheeps geleegent„ =heid op te spooren om de Goenijs over te voeren, die dus ditmaal zullen moeten worden geexcuseert. Wij bedanken uw Edelens zeer voor de bij brief van den 15:e der gepagte maand April gegeevene hebben Commu¬ „ e Communicatie betreffende de gedugte onlusten met het Candiasche Hof en kunnen niet afzijn uw Edelen te Congratuleeren over den goeden uitslag der rigelanten Aan als vooren. en Cordate pogingen, tot behoud der wreede in het werk gesteld- van harte wenschten wij niet min voordeelige berigten te kunnen geeven noopens den „staat deezer Directie, dan tot ons leedweezen kunnen wij niet anders dan bij aanhoudendheid klaagers over het meeren meer toeneemend ge„ brek aan geld en daar uit voortvloeijend totaa verval van handel- onze advesen aan de Heeren en meester en de Edele Hooge Indische regeering zijn daarmeede als opgevuld. Bij de eerste scheeps occasie zullen wij daar van de gewoone Copijen overzenden en dan teevens ook voldoen aan uwel Ed:s verzoek nopens de Thien gearnulleerde. obligatien van Capten Hollings wij hebben de eene met de meeste hoogagting te zijn /onderstond:/ en geteekend / als vooren /inmarg Houglij den 21. Junij 1791. /lager/ L: S: voor de inleggende aan de welEdele Hoog Achtb: Heeren puteerde Bewindhebben gedepecheerd ter vergadering van zeventhienen verzoeken wij een gunstige bestelling, zoo wel alsvoor die aan de Ministers te souratta en Mallabaar, terwijl wij hier nog bijvoegen een, Den onderkoopman Blume, op den 18=e deezer. ter onser vergadering gediend hebbende van uiteindig bericht, nopens de hem opgedragene Commissie betreffende de zo ongelukkig afgeloo= =pene bezending van chankossen na deze Directie, hebben wij ingevolge promessie bij brief van den 21. Junij J:o L:, waar van het duplecaet deeze verzeld, thans de eere uwer uwelEdelens te berichten, dat deeze affaire, voor zoo verre dit hier in Bengale heeft kunnen geschieden, Compleet ten einde gebragt is - Het bericht van Blume, dat door hem nevens de daartoe gehoorende bijlaegen bereets aan den Edelen Heer van de Graaff verzonden is, en deze nu weder verzeld, beschrijft den geheelen toedragt der zaake; wij gedraagen ons daaraan, en hebben de eere ten vervolge van dien uwelEdelens te bedeelen dat, den Eersten teekenaar, ingevolge de daar bij gedaanen voorslag, hem in staat gesteld heeft de Aabitrage of vervolging der Assura„ deurs op Madaas behoorlijk in stand te brengen, door het passeeren der nodige acten van door den onderkoopman Blume aan ons overge„ geevene Laquet voor den Edelen heer van de Graaff. door sub=

NL-HaNA_1.04.02_10027_0251 view scan ↗

English

Duplicate No. 16. Examined Jacob Senras, Master Fedden Bengal substitution unto the Gentlemen Nathaniel Kindersley, Michael and Henry Chicheley at Madras, by virtue of the power granted to his Honour by Mr. Mekern, by procuration dated the 29th of January last; for the rest, the balance of the current account drawn up by Blume, amounting to Sa. Rs. 11,137, has been duly deposited into the treasury by him and thus entered in the books of this factory in favor of Your Honours' Government. We have the honour to be, with the highest esteem, [below was written] and signed [as above] [in the margin] Hooghly, 30 August 1791. Noble, Valiant, Manly, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends. To the Noble Sir Mr. Isaac Titsingh, Extraordinary Member of the Council of the Dutch Indies, Director over the Company's trade and establishment, together with the Council at Hooghly. Agreed Wijbrands Junior Clerk We have had the honour to receive the duplicate of the letter with which we were favoured by Your Honours on the 1st of November, and thank Your Honours for the trouble taken to inform us in detail of the dispute that has arisen with Mr. Allardice concerning the chanks that were transshipped from the snow the Croft into the ship The Peruton, and which are now, through the direction of Captain Elliot, in the hands of Mr. Allardice. When negotiating the freight, Captain Elliot was told that the same would be paid to him in Bengal, with which Captain Elliot was satisfied; and although no express agreement was made as to how it would go with the payment of the freight should Captain Elliot's snow meet with an accident, as has happened, we nevertheless think that it is inherent in the nature of the matter that if he had successfully completed the voyage, he would not have been able to claim the actual payment of the freight before he had delivered in Bengal the cargo for which the freight was agreed upon; at the very utmost, he ought reasonably to be content with a proportional freight. To conduct a lawsuit over this matter would, as Your Honours justly remark, cause significantly more costs than the entire case is worth, and it is therefore with our full approval that Your Honours have decided, regarding that and concerning what further relates to the aforesaid chanks under Mr. Allardice, to take the advice of some Calcutta merchants; which advice, as we hope, will at the same time have served to inform Your Honours to what extent the rights of the Company to these chanks can be settled, without prejudice to its rights against the primary insurers who insured all the chanks that were loaded in the snow the Croft, and which insurers, in our view, according to the contents of the issued policy of insurance, are bound to pay. We hope that Your Honours, along with our letter of the 12th of November last, will have received the copy of the insurance policy sent to Your Honours, and we hereby repeat the requests made to Your Honours in that letter, while for the rest we profess to be with high esteem. [below was written:] Noble, Valiant, Manly, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends; Your Honours' affectionate friends and servants [was signed] W. J. van de Graaff, C. van Angelbeek, D. C. von Drieberg, J. Reintous, M. L. van Zitter, and A. Samlant. [in the margin:] Colombo, the 22nd of January 1791. To the same as above. We have the honour to present to Your Honours herewith a requisition of necessities for the use of this government, with the friendly request to kindly have it fulfilled as closely as possible. Herewith also goes a packet of letters, received from Surat for you. For the rest, after friendly greetings, we remain, [below was written] as above [was signed] W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. von Drieberg, J. Reintous, B. L. van Zitter, and J. A. Vollenhove. [in the margin] Colombo, the 6th of April 1791. To the same as above. In the uncertainty of whether our letters of the 12th of November and 22nd of January last, which were dispatched in triplicate, have been delivered to Your Honours, we send herewith for the sake of redundancy authenticated copies thereof, and of the enclosures sent with them. For the rest, after friendly greetings, we remain, [below was written] and signed [as above] [in the margin] Colombo, 11 April anno 1791. To the same as above. Following the receipt of Your Honours' esteemed letter of the 4th of November past, we have received no further letters from Your Honours regarding what has since been undertaken in relation to the insurance granted at Madras on the chanks that were laden in the vessel the Croft. We therefore request Your Honours hereby to please inform us, the sooner the better, how this matter stands and in what state it currently is. We hope that our letters dispatched to Your Honours on the 12th of November, 22nd of January, 6th and 11th of April last have been duly delivered. For the rest, after friendly greetings, we remain, [below was written] and signed [as above] [in the margin] Colombo, the 2nd of October 1791. We direct this solely to accompany three letter packets which we received from the Netherlands for Your Honours, and which are enclosed herewith; and we further add hereto the duplicates of our letters of the 6th and 11th of April and the 2nd of October of this year, together with the duplicate of our requisition dispatched with the first-mentioned letter, and an invoice for postage amounting to f 8: 4. —.

Dutch transcription

duplicant No: 16. Nagezien Jacob Senras Mes. Fedden Bingale substitutie op de Heeren Nathaniel kindersla„ Michiel en Henrij Chickleij te Madras uit krachte der aan zijn Edele door den Heer Mekern ver„ =leende macht, bij procuratie van den 29. Januar Jongstleeden; zijnde overigens het saldo der door Blume opgemaakten reekening Courant ten bedragen van se v:s 11137. behoorlijk door hem in Cassa gesteld en dus bij de Boeken van dit Comptoir ten faveure van uwelEdelens Gouvernement ingenomen. Wij hebben de eere met de meeste hoogactting te zijn /onderstond/ en geteekend / als vooren /in margine / Hoegli den 30: aug:s 1791. wij hebben de eere gehad te ontfangen het duplikaat der missive, waarmeede we door uwel Edelens op den 1. November zijn beguas= „tigt, en bedanken uwel Edelens voor de genoomene moeijte om ons omstandig te onder„ =rigten van het different dat ontstaan is met den Heer Allardice over de chankooten die uit de snaauw de Croft zijn overgescheept in het schip De Peruton en door de bestiering van kapleijn Elliot tans in handen zijn van den heer Allardice Bij het bedingen van de vragt is aan kapp=n Elliot gezegt dat hem dezelve zoude worden betaelt in Bengale, waarmeede kaptijn Elliot is te vreede geweest, en schoon 'en wel geen uitdrukkelijke beding gemaakt is, hoe het met de betaeling van de vragt Edelen Erntfesten Manhaften wijze voorzienigen zeer Diskreeten Heer en vrienden. Aan den Edelen heer M:r Isaak Fitsing, raad Extra ordinair van Nederlands In dien direkteur over skomp:s handel en ommeslag nevens den Raad te Houglij Akkorbeert Wijbrands Negklerk zoude zoude gaen indien de snauw van kap Elliot een ongeluk over kwam, zoo gebeurt is, denken we nogtans dat he in den aard van de zaak opgeslooten dat hij die zoo hij de wijze geluckkigh volbragt, de daadelyke betaeling der vra niet zoude hebben kunnen pretendeeren voor dat hij in Bengale hadde uitge =rent de laeding waer voor de vragt bedon was, ten aller hoogsten genomen zig na billijk „heid zoude moeten te vreede houden met een propoationeele raagt om over deeze queste proces te voeren, zoude zoo als uwelEd:s dat met regt aanmerking zontijk meer kosten maaken dan de geheele zaaken =dig is, en is het daarom van onze volkom „ne goedkeuring dat uwwelhd:s beslooten h daer over en over het geene de voorsz: Ch =koozen onder de Heer Allandice verder gaet, in teneemen het advies van eenige kalkatze kooplieden, en welk advies zo van als vooren. we hoopen, tevens zal hebben gestrekt o uwelEd:s te onderrigten in hoe reure de regt van de komp:e of deeze Chanzooken kunne wij hebben de eere uwelEd:s hier nevens aan„ =tebieden een Eijsch van benodigdheeden, ten be„ =hoeve van dit gouvernement, met vreen„ =delijk verzoek, daar aan zoo na mogelijk worden geveffend, zonder benadeeling van haare regten teegens de eerste assuradeurs die geassureert hebben alle de Chankoosen die in de snauw de Croft zijn afgelaaden geweest, en welke assuradeurs na ons inzien na den inhoud der verleende polis van de assurantie, gehouden zijn te betaelen. De kopij assurantie brief aan uwelhd:s gezonden hoopen, we dat uwelEd:s nevens onzen brief van den 12. 9ber: Jz: zullen hebben ontfangen, en we herhaelen bij deezen de verzoeken bij dien brief aan uwel Ed:s gedaen, terwijl we voor het overige betuigen met hoogagting te zijn. /onderstond:/ Edelen, Erntfesten, Manhaften, wijzen voorzie„ nigen zeer Diskreeten Heer en vrienden; whd:s Dw: vriend: en Dienaeren /was getekend/ w: J: van de Graaff, C: van Angelbeek, DCvondrieberg, J: Reintous, M: L: van Zitter en A samlant, /:in margine:/ kolombo den 22. Januarij 1791. —. worden 1 ed Aan als vooren Aan als vooren. Aan als Vooren te willen laeten voldoen Nog gaat hiernevens een brief paket, voor uw van Suratta ontfangen. wij blijven voor het overige na vriendelijk groete /onderstond / als vooren /was geteekend/ w J van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von drieberg, J: Reintous, B: L: van Zitter en J: A: vollenhove /in margine/ kolombo den 6. April 1791: In de onzeekerheid of onze breeven van den 12 9ber: en 22. Januarij JZ:, die in triplo zijn af „gegaan, aan uwelEd:s besteld zijn, zenden we hier nevens ten overvloede duthenticqt Copijen daarvan, en van de daar nevens ge„ zondere Bijlaegen wij blijven voor het overige naar vriendelijke groot ./:onderstond/ en geteekend/ als vooren /:in margine kolombo den 11. April A. o 1791. Na den ontvang van uwer welEd:s g'acht missives van den 4. November pass=o, hebben geene nadere brieven van uwelEd:s bekoomen nopens het geene zedert is te werk gesteld m betrekking tot de te madras verleende ass Wij rigten deezen eenelijk ten geleide van drie brief paketten, die wij uit Nederland voor uwelEdelens hebben ontvangen, en in deezen geslooten overgaan; en voegen nog hier bij de duplicaaten van onze brieven van den 6. en 11. April en 2. ok= =tober dezes Jaars, nevens het duplicaat e„ van onzen met eerst gem: brief afgezondenen Eijsch, en een factuur van brief porten groot ƒ 8: 4. —. ma ten =rantie op de Chankosen, die zijn gelaaden ge„ weest in het vaartuig de Caafts. we verzoeken uwelEd:s daarom door dezen, ons hoe eer zoo beeter tewillen onderrigten, hoe het met deeze zaak geleegen zijn, en in wat termen de„ „zelve tans staat onze aan uwelEd:s afgevaardigde brieven op den 12:' November, 22. Januarij, 6. en 11. April J:o Leeden hoopen we dat wel zullen zijn besteld. wij blyven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond/ en geetekend / als vooren /in margine/ kolombo den 2. oktober 1791. —. =nantie d wij C 5 2

NL-HaNA_1.04.02_10027_0254 view scan ↗

English

To the same as before. Examined For the rest, after friendly greetings, we remain, was undersigned and signed, as before, in the margin: Kolombo, the 5th of September 1791. The assistant Anthonij Theodoor Boogaart, who has arrived here from the Netherlands on the ship Christophorus Columbus, has shown us an extract from the Resolutions of the Gentlemen Seventeen of 11 August 1790, from which it appears that he was engaged for service in Bengal, and we have therefore, at his request, permitted him to depart for Madras on the English ship Astraea, commanded by Captain Johan Gibaut, and from there to continue his journey to Hooghly on any available occasion: of which we give Your Right Honorable worships notice by this letter, which is given to him in person for delivery. For the rest, after friendly greetings, we remain, was undersigned and signed, as before, in the margin: Kolombo, the 31st of December 1791. Agrees. Jacob Staars, sworn clerk Hybrands, sworn clerk Kolombo To the Right Honorable, Highly Respected Sir, Duplicate No. 17. Willem Jakob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Island of Ceylon, the Coast of Madura, and its dependencies. Alongside the Council. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends. We had the honor on 12 November last to receive at the same time Your Right Honorable's and Your Honors' much-respected dispatches of 30 March, 2 May, 30 June, 31 July, and 9 August, all of this year. For sending the mail packets received therewith from the fatherland, the Cape, and Paleacatta, we express our respectful thanks, but we most humbly request that we may likewise be honored with copies of Your Right Honorable's and Your Honors' letters to the Most Noble and Highly Respected Lords Majores and to Their High Noble Mights, the last copies that have reached us being those from 20 January to 8 November 1788, while we have also not received those from 20 May 1786 to the first-mentioned date. However gladly we wish to comply with Your Right Honorable's and Your Honors' desires, it is currently utterly impossible for us to send the rice requested in Your Right Honorable's and Your Honors' aforementioned dispatch of 30 March, not only as we had the honor to pre-advise Your Right Honorable and Your Honors in our letter of 2 August last, but the great scarcity of grain, which threatens us with a terrible famine of which we already experience the beginnings, makes it impossible for us to send the small quantity of Juari, Basseri, horse beans, and wheat, since the first three mentioned items are absolutely not to be bought for any money; however, the requested 200 lb of kapok seeds are sent over with the bearer of this letter, and we also accompany this with a memorandum or description of the manner in which the same and the wheat are cultivated and handled here, in the hope that it will be found satisfactory. The ship Voorschoten now departing from here, we have loaded into it for transport to Galle linens, cotton yarns, etc.: for the fatherland to an amount of ƒ 228725:1 and for the Cape to ƒ 50947:14 and for the Government of Ceylon, in satisfaction of Your Right Honorable's and Your Honors' requisition of 9 December 1789, an amount of ƒ 1620 of all of which the invoice and bill of lading, together with the memorandum of gross weights, have been addressed according to order to the ministers at the aforementioned Commandment; we also send by the same vessel a detachment of Malays, consisting of a sergeant, two corporals, a drummer, and twenty-five privates, who were placed by the gentlemen ministers of Cochin on the ship Vredenburg, which arrived here, for its protection against pirates, with the request to send them back to Galle. And as we have no officer at hand here over our sepoys, we have retained their drillmaster, the sergeant Johannes Meijerink. While we have the honor also to transmit herewith to Your Right Honorable the copies of our respectful letters sent to the Lords Majores and to the High Government under the dates of 19 December 1789 and 15 January of this year, we request Your Right Honorable and Your Honors to grant transport to the Netherlands with one of the first ships to depart, upon payment of the usual transport money to the Company, to the wife and little daughter of the first signatory and a little son of the Bookkeeper and First Sworn Clerk Abraham Leopoldus Gratiaan, named Jan, with one male slave and one female slave, who are crossing over to Galle with the bearer of this letter; and to let repatriate on the same ship the sergeant Johannes Wolter, to whom we, upon his request made to that end, have granted his discharge to the Netherlands, retaining his rank but with struck wages. Wherewith we have the honor to be with great respect, was undersigned: Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends! Your Right Honorable's

Dutch transcription

Aan als vooren. Nagetien Wij blijven voor 't overige na vriendelijke groot /onderstond / en geteekend / als vooren /inmargin kolombo den 5. 7ber: 1791. . — De assistent Anthonij Thedoor Boogart, die met het schip chalstophorus Columb uit Nederland, alhier aangekoomen is, heeft aan ons vertoond een Extrakt uit de Reste =tien van de Heeren Zeventhienen, van de 11. ' augustus 1790. , waarbij blijkt dat hij in dienst genomen is voor Bengale, en we hebben hem daarom, op zijn verzoek, t =gestaan met het Engelsch schip Astroea gecommandeert door Capitain Johan Gibaut, naar Madaas te vertrekken en van daar bij voorkoomende ge= leegentheid zijne reize naar Houglij te ve vorderen: waarvan wij uwelEd:s kennis geen door deeze, die aan hem zelve ter bestelling word meede gegeeven. Wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /onders en getekend / als vooren / inmargine:/ kolomb den 31. xber: 1791. Akkordeert —. Jacob Staars. Weck. sidder Hijbrands VEijklerk Kolombo Aan den Wel Edelen Groot Achtbaaren Heer Duplicaat N:o: 17. Willem Jakob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands India„ mitsgaders Gouverneur en Directeur van het Eiland Ceilon, de kust van Madura en dies onderhoorigheeden. Nevens den Raad Edelen, Erntfesten, Manhaften wijsen, voorzienigen zeer Discreeten, Heer en vruenden. Wij hebben de eer gehad op den 12. 9ber: laatstleeden te gelijker tijd te ontvangen uwer wel Edele Groot achtb: en Ed:s veel gerespecteerde missives van den 30. Maart, 2. Meij, 30:e Junij, 31. Julij en 9. e aug. s alle deezes Jaars. Voor de toezending van de daar benevens ontvan„ „gene brieve paketten van het vaderland, de kaab en Paleacatta, betuigen wij onze eerbiedige dankzegging, dog versoeken zeer gedienstig dat we insgelijks met de afschriften van uwel Edele Groot achtb: bij en Ed:s brieven aan de Hoog Edele Groot Achtb: Heeren Majores en aan haar Hoog Edelheedens mogen worden vereerd, . . vereerd, de laatste kopien die ons zijn toegeko zijn die van den 20. Januarij tot den 8. 9ber: 1788. terwijl wij die sedert den 20. ' Meij 1786. tot eerste „melde datum meede niet ontvangen hebben. Hoe gaarn wij ook wenschen aan uwel Ed: Groot ach en Ed:s verlangens te voldoen, is het ons thans vol „strekt onmogelijk om de bij uwel Ed: Groot achtb„ Ed: missive van den 30. Maart voormeld, gevraag„ rijst te zenden, zoo als wij de eer hadden uwel Edel Groot achtb: en Ed:s te preadverteeren bij onzen brie van den 2. aug:s laatstleeden niet alleen, maar de groote schaarsheid van graanen, die ons met een gedugte hongersnood dreigd, van welke we de be„ „gindselen reets ondervinden, steld ons buiten staat om de geringe quantiteid Juarij, Basserij, paarde boonen en tarwe te zenden, daar de drie eerstgemel articulen volstrekt voor geen geld te kopen zijn, dog gevraagde 200. lb: kapok pitten gaan met den breng dezes over, en wij doen desen also verzeld gaan van een memorie of beschrijving van de wijse op wel dezelve en de tarwe alhier gecultiveerd en behan worden, in hope deselve voldoende zal worden bevonden Het schip voorschooten thans van hier vertrekken hebben wij daar in ter overbreng na Gale afgeladen lijwaeten katoene garen enz: voor het vaderland tot een bedragen van ƒ228725:1 en voor de kaab tot - - - - - - - „ 50947. 14 mitsgaders voor het Gouvernement van Ceijlon in voldoeninge van uwel Ed: Groot Achtb: en Ed„s peti van den 9. December 1789. een montantjen van ƒ 1620 van al het welke de factuur en Cognossement, mi „gaders de memorie der bruto gewigten aan de mi „ters ten voorsz: Commandemente na de ordre zij geaddresseerd, ook zenden wij met denselven bo een Detachement maleijers, bestaande uit een ge„ sergeant, twee korporaals een lamboer en vijf en twintig gemeenen, welke door de Heeren ministers uw„ van Cochim, op het alhier g'arriveerde schip vreden, ards „burg, ter bescherming van hetzelve tegen de zee heid rovers zijn geplaatst geweest, met verzoek wve ren om die na Gale te rug te zenden, En also wij alhier geenen officier over onze sipaijs m aan handen hebben, hebben wij den Drilmeesters, van deselve den sergeant Johannes Meijerink ge aangehouden. Terwijl de eer hebben uwel Edele Groot achtb: nog hier nevens te laten toekomen de afschriften van onze aan de Heeren Majoresen aan de Hooge regeering sub datis 19. December 1789. en 15. Jann: b: dezes Jaars afgevaardigde eerbiedige letteren, soo verzoeken wij uwel Edele Groot achtb: en Ed:s om aan de huisvrouw en dogtertje van den eerstgetekenden en een soontjen van den Boek„ „houder en Eerste geswooren klerk Abraham Leopoldus Gratiaan gen:t Jan, met een mans slaaf en eene slavin, soo met brenger dezes na Gale overgaan, te verleenen transport na Nederland met eene der Eerst te vertrekkene scheepen, onder betaling van het gewoone trans„ „port geld aan de kompagnie, en om met hetzelve schip te laten repatrieeren den sergeant Johannes ar volter die wij op zijn daar toe gedaane versoek zijne verlossing na Nederland hebben geaccordeerd, behoudens zijn qualiteit dog met afgeschreeven gagie waar Waarmede de eer hebben met veel respekt te zijn, (:onderstond:/ Edelen, Erntfesten, Manhaften, wijzen, voorzienigen zeer Diskreeten Heer en vrienden! g een uwelEd. „ i ed 6

NL-HaNA_1.04.02_10027_0257 view scan ↗

English

To the same as before Your Right Honourable and Honourable Sirs, very humble and willing servants, was signed, A: J: Sluijsken, M: Monte, E:s Meijer, C: Lijnis, B: L: Leman, C: Roef, in the margin Souratta the 15th of December 1740. Beside the duplicate of our obedient last of the 15th of December of the previous year, we have the honour to send to Your Right Honourable and Honourable Sirs the copies of a missive written under date of the 12th of this month by the English Chief and Governor of the castle here to the first-signed, and the request annexed thereto of a certain merchant and inhabitant of this city, Bannabaaij Rettun Gokul, with the translations of the same; and it is not only the request made in the aforesaid letter by the said chief, but also the interest of the Noble Company, that compels us to request Your Right Honourable and Honourable Sirs, as obligingly as urgently, to be pleased to persuade by all possible means the Bouwmandje Marchergie mentioned therein, adopted son and instituted heir of the deceased broker Marchergie Gorseedsen, if he still finds himself in Ceylon, to come hither as soon as possible, and in person to put in order the administration and recovery of the estate and inheritance of his aforementioned father by adoption. A request which we are obliged to make with all possible urgency, since the arrival hither of the said Bouwmandje is the only means for the Company to obtain, at least in part, its claim upon the deceased brokers, and to keep the same out of feared complications with the native Government; while it is now no longer a riddle whether the brother of this Bouwmandjen, named Edeltjen Kautjen, seeks under pretext of being his attorney to conceal the entire estate and inheritance in fraud of the creditors; and in order to encourage the said Bouwmandjen in every possible way to come hither, we take the further liberty to request Your Right Honourable and Honourable Sirs to represent to him and assure him in our name that we are very well disposed and willing to assist and protect him in everything that is feasible to the aforesaid end, and especially to take care that no unlawful proceedings are instituted against him on behalf of the Government here, and that he remains free from all personal liability or violence. Finally, we still solicit Your Right Honourable and Honourable Sirs' reply to our letters of the 21st of February and the 2nd of August of the past year concerning the subject of the said Bouwmandjen Mandchergie. With which we have the honour to be with much respect, was underwritten and signed as before, in the margin Souratta the 19th of February 1791. On the 28th of the past month of December we had the honour to receive Your Right Honourable and Honourable Sirs' missive of the 21st of July of this year with its enclosures, and to reply thereto at this first opportunity. That we have already received here in cash on the 15th of February of the past year from the Bania merchant Kissoerdas Kassendas the sum of Rop:s 3264. 24 mentioned in Your Right Honourable and Honourable Sirs' missive. And that the first-signed Director, now that he is reassured by that same missive that the bond which he passed in the year 1781 on behalf of one Kissoerdas Kissendas has been handed over by Boumandjen to Your Right Honourable and Honourable Sirs, has immediately paid in cash what was owed thereon, with the interest, to an amount of Rop:s 13312. 32. Wherefore we request that the aforesaid original bond may now be sent hither as soon as possible. And as the debt of the deceased brokers Mandchergie and Gouenram by these payments, amounting together to Rop:s 16577. 8., has decreased to Rop:s 21083. 5., assuming that it pleases Their High Mightinesses to allow to be validated in the account of the aforesaid brokers such a sum of Rop:s 40240 7/8 as has been demonstrated by them that they had paid more to the Company in the years 1771 and 1772 than was credited to their benefit, caused by the then Director Bosman having received that sum from the money changer and taken it for his own use without letting their account be credited therefor, as we may assume, given the favourable manner in which Their said High Mightinesses were pleased to explain themselves in that regard in their separate letter to the then Director, the Honourable Mr. van de Graaff, of the 15th of August 1777; and that Your Right Honourable and Honourable Sirs have accepted and received into their cash half of that sum, or rather Rop:s 10542. 3., being slightly more, from the said Bouwmandjen; so we shall seek by all possible means to persuade the heir here of the also deceased broker Gouvenram, being the present third broker Praamsinker, to the payment of the remaining Rop:s 10541. 2., without however thereby receding from the right that the Company might retain against Bouwmandjen in case of insolvency of the said Praamsinker, in so far as it could be maintained that the brokers, in case of default, are liable one for the other jointly and severally. In the meantime, we have already caused to be lifted and released the attachment and seizure placed by us on such monies as the Turkish merchant Salee Tjellebie owes to the estate of Mandchergie; whilst, to avoid prolixity, we let this be accompanied by an extract from our resolution of the 28th of December last taken concerning this entire matter. With which we have the honour to be with much respect, was underwritten and signed as before, in the margin Souratta the 3rd of October 1791. Agrees, Hijbrands

Dutch transcription

Aan als vooren uwel Ed: Groot achtb. en Ed:s zeer ootmoedige, en Die „willige Dienaaren (:was geteekend:/ A: J: Sluijsken M: Monte, E:s Meijer, C: Lijnis, B: L: Leman C: Roef, (:inmargine:) Souratta den 15. December 1740. Nevens het Duplicaat van onze gehoorzame laatste van den 15. December des voorgaanden Jan hebben wij de eer uwel Edele Groot achtb: en Ed:s to „zenden de kopien van eene door den Engelschen chi en Gouverneur van het kasteel alhier aan den Eerste „tekenden, sub dato 12. dezes geschreevene missive en het daarbij gevoegde request van zekeren koop „man en inwoonder dezer stad Bannabaaij Rettun„ Gokul met de translaten van deselve, en het is niet alleen het bij de voorsz: brief gedaane verzoek van den gedagten chef, maar tevens het belang van Edele Comp:e, dat ons dwingd, uwel Ed: Groot act en Ed: zoo gedienstig als instantig te verzoeken om den daar bij vermelden Bouwmandje Mar „chergie, geadopteerden zoon en g'institueerden Erfgenaam van den overledenen makelaar Mar „chergie Gorseedzen, bij aldien zig als nog te ceil bevind, tewillen persuadeeren, door alle mogelik middelen, om zoo eerder zoo beter na herwaards Aan als vooren komen, en in perzoon order te stellen op de behee en redding van den boedel en nalatenschap va zijnen voormelden vader bij adoptie. Een versoek, het geen wij genoodzaakt zijn met mogelijke aandrang te doen, alsoo de herwaards komst van geseide bouwmandje het eenige mid is, om de Compagnie ten minsten voor een gedeelte e verkrijgen, haare pretentie, op de overledene mak „laars, en deselvelve te houden buiten te vreesen brouilleries met de inlandse Regeering, terwijl het nu niet meerder een raadzal is, of den broeder van deezen Bouwmandjen, gen:t Edeltjen kautjen zoekt onder pretext van zijnen gevolmagtigde, den geheelen boedel en nalatenschap in fraudem Creditores te verbergen, en ten einde geseiden Bouw„ „mandjen op alle mogelijke wijse tot zijne herwaards komste te animeeren; neemen wij alverder de vrijheid uwel Edele Groot achtb: en Ed:s te versoeken, denselven uit onzen naame voor te houden en te versekeren dat wij zeer gedisponeerd en gewillig zijn, om hem ten einde voorschreve in alles wat doenlijk is, bij te staan en te protegeeren, en speciaal zorge te dragen, dat hem van wegens de Regeering alhier, geene onregtmatige proceduires aange „daan worden, en hij voor alle personeele aan „spraak of violentie bevrijd blijve; eindelijk solliciteeren wij nog, om uwel Edele Groot achtb: en Ed: rescriptie, op onze brieven van den 21. fe„ „bruarij en 2. aug:s des voorledenen Jaars over het onderwerp van gedagten Bouwmandjen Mandchergie. Waarmeede de eer hebben met veel respeckt te zijn (:onderstond:/ en /geteekend:/ als vooren (:inmargine:) Souratta den 19. febr. 1791. Op den 28. der gepasseerde maand xber: hebben wij de eer gehad te ontfangen uwel Edele Groot achtb: en Ed: missive van den 21. Julij dezes Jaars met dies bijlaagen, en om hetsen deeze eerste gelegendheid daarop te rescribeeren. Dat wij al bereeds op den 15. februarij des voorleede„ „nen Jaars alhier in Cassa hebbe ontfangen van den benjaaris koopman kissoerdas kassendas de bij uwel Edele Groot agtb: en Ed:s missive vermelde somma nu van van rop:s 3264. 24. En dat den Eerstgetekenden Directeur, nu hij de dieselve missive gerust word gesteld, dat het har schrift, het geen hij in den Jaare 1781. ten behoeve eenen kissoerdas kissendas heeft gepasseerd, dot Boumandjen aan uwel Ed: Groot achtb: en Ed:s over „geven is, datelik in kassa betaald heeft de daarop verschuldigde, met de Jnteressen, tot een bedragen van Rop: 13312. 32. Weshalven wij versoeken, dat de voorschreeve origineele obligatie als nu, ten eersten mag worden herwaards gezonden. En daar de schuld der overledene makelaars Mandchergie en Gouenram door deese afbeta„ „lingen, tesamen bedragende Rop:s 16577. 8. , gedaeld is, tot op rop:s 21083. 5. (:onderstend:/ dat het haar Hoog Edelheedens behaagd, om in de rekening der voorschreeve makelaars te laaten valideeren so„ „daane summa van Rop:s 40240 7/8. als door haar „lieden betoogd geworden is, dat zij in de Jaaren 1771. i 1772. meerder aan de Maatschappije hebben betaeld gehad, als ten haaren voordeele is gebragt, veroirsaakt door dat den toenmaligen Directeur Bosman die summa van de wisselaar hadde ontfangen en tot eigen gebruik genomen, sonder haare rekening daar voor te laaten Crediteeren, soo als wij moogen onderstellen, aangezien de gunstige wijse op dewelke zig Hoogst dezelve dien aangaande hebben gelieven te expliceeren bij Haaren aparten brief aan den toenmaaligen Directeur, den Edelen Heer van de Graaff van den 15. aug:s 1777:/ en dat uwel Edele Groot agtb: en Ed: de helfte van die summa, dan wel Rop:s 10542. 3. zijnde iets meerder van geseide Bouwmandjen in haare kassa hebben g'accep„ „teerd en ontfangen; soo zullen wij den hier zijnden erfgenaam van den meede overleden makelaar Gouvenram, zijnde den presenten derden makelaar Praamsinker, tot de betalinge van de nog res„ „terende Rop:s 10541. 2. door alle mogelijke middelen zoeken te persuadeeren, sonder daar door egter te Eijklerk resilieren van het regt, dat de Compagnie op Bouwmandjen behouden mogt, in ral van on„ „vermogen, van geseiden Praamsinker, voor zoo verre zoude kunnen worden gesustineerd, dat de makelaars, in cas van wanbetaling, den een voor den anderen in solidum aanspreekelijk zijn; Ondertusschen hebben wij het door ons ge„ „legde arrest en beslag op sodaane gelden, als den lurks koopman Salee Tjellebie aan den boedel van Mandchergie schuldig is, bereets doen op„ „heffen en libereeren; terwijl wij ter voorko„ „ming van uitgebreidheid, deesen laaten verseld gaan van een Extract uit onse resolutie van den 28„e zber, laatstleeden, omtrend deeze geheele saeke genomen. Waarmeede de Eer hebben met veel respect te zijn (:onderstond:/ en (:geteekend:/ als vooren /:inmarging) Souratta den 3. ' oktober 1791. —. Akkordeert Hijbrands resiliëren

NL-HaNA_1.04.02_10027_0259 view scan ↗

English

Checked Duplicate No: 18. Souratta Visser To the Honorable Sir, Mr. Abraham Jolias Sluijsken, Director of the Company's trade and establishment, together with the Council there. Honorable, Most Stern, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends. Since the dispatch of our last letter of 9 August past, we have successively received Your Honors' respected letters of the 2nd of the said month and of 15 December last. We thank Your Honors kindly for the payment made on our issued draft to the English Captain John Lawtie. The goods sent with the ship Voorschooten have all been properly delivered at Gale, and we are very much obliged to Your Honors for what was sent along with it for this Government. In the invoice of this cargo, a miscalculation was discovered, as appears from the enclosed copy of the report received in that regard from the Gale Administrator, and we have therefore authorized the officials at Gale to have the overcharged amount credited back to Souratta. The Eastern military men sent back with the aforementioned ship have arrived safely at Gale. To Mrs. Sluijsken and her Honorable daughter, as well as to the little son of the First Clerk Gratiaan and the sergeant Volter, we have, according to Your Honors' request, granted passage to the Netherlands. We offer Your Honors herewith our requisition of necessities for this Government, which we request may be fulfilled as much as possible. Furthermore, this is accompanied by an invoice of 17. — along with a packet of letters from Paleacatta received for Your Honors. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath stood, Honorable, Most Stern, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends, Your Honors' willing friends and servants, was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, J:s Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant, and J: A: vollenhove. In the margin: Kolombo, 7 April 1791. Duplicate To as before At Your Honors' request by letter of 19 February last, we charged the Honorable Fiscal Vollenhove with the commission to persuade Boumandje Mandchergie to proceed thither. Whereupon the said Honorable Fiscal submitted a report accompanied by a petition from the aforementioned Bouwmandje Mandchergie, in which he says that he has given his brother, who is in Suratta, full power and authority to manage and settle his affairs, and that it is thus not necessary that he himself cross over to Soratta in person. As regards the claim of the Company on his adoptive father and the also deceased broker Gouervian Roederam, he says that this claim, after deduction of two paid sums indicated in the aforementioned petition, now amounts to only ropias 37661. 7. -, and requests that in deduction thereof may serve a certain remaining debt mentioned in his aforementioned petition, amounting to ropias 13312. 16. -, of which he has handed over the bond to us, and another ropias 3264. 15. collected from the Banyan merchant Kressoerdas Kassendas, amounting together to ropias 16577. 1. After deduction of this sum, the debt of the aforementioned brokers would amount to only ropias 21084. 6. -, of which he offers to count out half, or ropias 10542. 3. -, for the share of his aforementioned adoptive father here into the Company's treasury. He further requests in the said petition that the attachment laid by Director Sluijsken on what the Turkish merchant Sake Tjeleebie owes to his father may be lifted, so that his brother can receive this money to satisfy his creditors, which request we have agreed to propose further to Your Honors in case it can be consented to. Furthermore, we have decided provisionally to accept the sum of ropias 10542. 3. - offered by him into the Company's treasury here, and send herewith copies of the aforementioned report and petition, and of the bond submitted by him. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath stood, as before, was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, C: van Angelbeek, J:s Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant, and J: A: vollenhove. In the margin: Kolombo, 21 July 1790. Duplicate To as before We direct this only to accompany the enclosed packet of letters which we have received from the Ministers at Paleacatta for Your Honors; to which we further add the duplicate of our letter of 7 April last, with the duplicate of our requisition of necessities sent alongside it. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath stood, as before, was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Druberg, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samlant, J: A: vollenhove. In the margin: Kolombo, 10 May Anno 1791. To as before Lower, P: S: We offer Your Honors herewith also a Gale invoice of 17 June last amounting to ƒ 2700. —: —. We have had the honor to receive Your Honors' respected letter of 3 October last, to which we shall reply further, and in the meantime let this serve to accompany the accompanying two letter packets received with the ship Christophorus Columbus from the Netherlands for Your Honors, to which we further add an invoice of postage amounting to ƒ 1. 11. —. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath stood, as before. In the margin: Kolombo, 4 December 1791. Agrees Sijbrands First Clerk No: 19. Checked A Dd: Woutersz Duplicate Copy of Received Letters from the Malabar In the Year 1791. No: 20.

Dutch transcription

nagezien Duplicaat No: 18. Souratta Visser Aan den E: Heer. M:r Abraham Jolias Sluijsken Directeur over Comp: handel en omslag Nevens den raad aldaar E: E: Erntsten Manhaff„ „ten wijzen voorzienigen zeer Diskreeten Heer en vrienden seedert het afgaan van onzen Jontgsten brief van den 9. ' augustus pass„o, hebben we successive ontvangen uwel Edelens g'achte Missives van den 2. van gem: Maand en van den 15. december laatst„ leeden We bedonken uwel Edelens vriendelijk, voor de gedaane betaaling op onze verleende assignatie aan den Engel„ „schen Capitain John Lawtie. De gezondene goederen met 't schip voorschooten zijn alle behoorlijk te Gale uitgeleeverd, en wa zijn uwel„ Edelens zeer verpligt voor 't geen daar bij voor dit Gouvernement is toegeschikt. Jn de faktuur van deezen bading 5 7: Duplicaat Aan als vooren Aan als Vooren lading is eene mis-reekening on dekt, gelijk blijkt bij 't ingesloot afschrift van 't dewweegens inge men berigt van den Gaalschen ministrateur, en hebben we daaro den bedienden te Gale gequalificee om 't te veel aangereekende na sou ratta te laaten terug reekenen. De met voorm: schip terug gezonden oostersche Militairen, zijn te Gale houden aangekoomen Aan Mevrouw Sluijsken en haar Ed: tertje, zoo wel, als aan 't zoords van den Eersten klerk Gratiaan en den sergeant Volter, hebben we v gens uwerwel Ed:s verzoek Transpor na Nederland verleend. Wij bieden uwel Edelens hiernevens aan onze Eisch van benoodigd hee voor dit Gouvernement, waar aan wij verzoeken dat zoo namoogel mag worden voldaan. Nog verzeld deezen een factuur 17. — groot nevens een brief pa„ ket van Paleacatta voor uwel Ed: ontvangen. Wij blijven voor 't overige na vriend ke groete /onderstond/ E: E: Erntfe Op uwel Edelens verzoek bij missive van den 19. februarij Jongstleeden hebben Wij rigten deezen alleen ten gelyde van 't ingeslooten brief paket, 't welk we van de Ministers te Paleacatta voor uwel„ „Edelens hebben ontvangen; waar bij we nog voegen 't duplicaat van onzen brief van den 7. April J:L:, met 't duplicaat van onzen daar„ nevens gezondenen Eijsch van be„ noodige heeden. Wij blijven voor het overige na vrien„ delijke groete (onderstond/ als vooren/ /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff, M: I: Raket, D: C: von Druberg, J: Rein„ Cous, 13 L: van Zitter, A: Samlanten J: A: vollenhove /inmargine:/ Kolom„ „bo Den 10. ' Maij Anno 1791. Manhaften wijzen voorzienigen zeer Diskreeten Heer en vrienden uw Ed:s Dwillige vrienden Dienaeren /was ge„ teekend:/ w: J: van de Graaff, M: P: Ra„ ket, J:s Reirtous, B: L: van Zitter, A: Samlant, en J: A: vollenhove /in„ margine/ Kolombo den 7. April 1791. — Manhaften we 1 . arrien Duplicaat we den E: fiscaal vollenhove de Commissa opgedroegen, om Boumandje Mard„ „chergie te persuadeeren dat hij zig na derwaards begeeft waarop gemeld E: fiskaal heeft ingediend een berigt verzeld van een addres van voorn: Bouwmandje Mandchergie waar bij deeze zegd dat hij zijnen Broeder die zig te suratta bewind volkoomen last en authoriteijd heeft gegeven, om sijn saeken waarteneemen en afte doen, en dat het dus niet nodig zij dat hij zelfs in perzoon na Soratta over gaet wat aangaat de pretentie van de Courp, op zijnen geadopteerden va¬ der en den meede overleedenen ma¬ kelaar Gouervian Roederam, zegd hij dat deese pretentie na aftrek van twee bij voorsz: aldres aange¬ weesene afbetaelde sommen tans nog maar groot is 2 op:s 37661. 7. - en verzoekt dat in mindering daar van mag dienen zeeker restant schuld bij voorsz: zijn addus vo „meld, bedraegende ropia ƒ13312. 16. - wa van hij de obligatie aan ons heeft overgegeeven, en nog ropias 3264. 15. van den benjaars Koopman Kressoerdas Kassendas ingevorderd zijn uitmakende bezaemen ropias 16577. 1. Na aftrek van deezes om soude de schuld van de voorsz: makelaars nog maar bedraegen ropias 21084. 6. –. waarvan hij aanbied de helfte of ropias 10542. 3. -, voor het aandeel van zijne meerm: geadopteerden vader alhier in 's Comp: Cas tetellen. Wij verzoekt nog bij gem: addres dat het door den heer Direkteur sluijsken gelegt arrest, op het geen de luijks koop„ man sake Tjeleebie aan zijnen vader, schuldig is mag worden geligt, op dat zijn broeder dit geld kan ontvangen om zijn krediteuren tevoldoen en welk verzoek we aangenoomen hebben, aan uw E: nader voortedraegen ingevalle daarin kan worden bewilligt. Voorts hebben we beslooten bij provisie de door hem aangeboodene som van ropias 18542. 3. – in sComp: Cas alhier te accepteeren en zenden hiernevens Copijen van voorsz: berigt en addres, en van de door hem overgelegde obligatie. wij blijven voor 't overige navriendelijke groete /onderstond / als vooren /was getee„ kend / w: J: van de Graaff, M: P: Raket„ C: van Angelbeek, J. s Reintous, B: L: van Litter, A: Samlant, en J: A: vollen„ „hove /in margine:/ Kolombo den 21. Julij 1790. van /Lager/ Aan als vooren /Lager / P: S:/ Wij bieden uw wel Ed:e hierne vens nog aan een Gaals faktuur van den 17. ' Junij J: L: groot ƒ 2700. —: —. Wij hebben de eere gehad te ontvangen uwel Edelens g'achte missive vand 3. ' october J:L:, waar op wij nader zul antwoorden, en laaten intusschen dezen dienen ten geleijde van d nevens gaande twee brief paketten met het schip Chiistophorus Colum „bus uit Nederland voor uwel Ed: ontvangen, waarbij wij nog volgen een factuur van brief porten gen Wij blijven voor het overige na vriendel „ke groete /onderstond/ als vooren (in margine/ Kolombo den 4. ' xber: 1791 Adkordeert Sijbrands Eiklerk ƒ 1. 11. —. No: 19. Nagezien A Dd: Woutersz Suplicaat Kopia ontvangene Brieven van de Mallabaar In het Jaar 1791. No: 20.

NL-HaNA_1.04.02_10027_0265 view scan ↗

English

Ceylon To the Noble Lord Willem Jacob van De Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the island and its dependencies, together with the Council at Colombo. Noble, stern, valiant, wise, prudent, most discreet Lord, and friends. The ship the Gouverneur Generaal Mossel arrived here on the 14th of November, and on the 11th of this month the narrow-ship de Verwagting, by which and overland we have successively received your Honour's esteemed letters of the 29th of September, the 22nd and 29th of October, as well as the 2nd and 28th of November. The Colombo ell sent hither is being returned, and has been confronted by two judicial members against the Cochin one, and it was found that the latter is one sixty-fourth longer, as shown by the copy of the report accompanying this. We cannot comply with the demand for 4000 bags of saltpetre, because there is none in stock here and we also have no hope of being able to obtain any for the time being. The pepper harvest has turned out so poorly this year that in the bringer of this, the Gouverneur Generaal Mossel, no more has been loaded than 181776 lbs, to which, in satisfaction of your Honour's demands, are also sent: 32 pieces of cheek-pieces for gun carriages, 1 package with diverse medicines, 30 chests with wax candles, 89 barrels with American beef, 5 ditto English ditto, 1 whole leaguer with raw wax, 131 corges of hides. The aforementioned 89 barrels of American and 5 barrels of English beef we are sending thither, in the hope that they can be distributed there. With this ship we also send back the artilleryman Jan de Waal of Scheveningen, matross, for whom we request the closed pay accounts. In his stead have been placed with the same, namely: with the company of Captain Koch: Jan van der Linde, corporal. The two European companies of Captain Koch and Weerman, and the detachment of artillerymen of Lieutenant Ducaoe, with names and pay known by the accompanying list; of these companies the following persons have remained here, namely: From the company of Captain Koch: Karel Godlieb Steine, corporal, Arnoldus Fransen, soldier, Johan Koenraad Herneus, ditto, Pieter Dalman, ditto, Lourens Herswingels, ditto, Jacob Joost Herman, ditto. From the company of Captain Weerman: Johan Frederik Sohtman, second surgeon, Jan Janssen, soldier, Dirk Setje, soldier, Willem Amstrom, soldier, Adriaan Antonis, soldier, Willem Lin, soldier, Carel Julianus Domarl, soldier. With the company of Captain Weerman: Johan Andreas Willem Gerrard, cadet. With the artillerymen: Woltert Geuken Kramer, matross, whose closed pay accounts accompany this. From the company of Captain Weerman, there died here recently: Christiaan Harze, ensign, on the 9th of this month, and Karel Jurik Olphaal, soldier, on the 12th of November; and from the company of Malays of Abictum Sluyt, deserted on the 5th of this month, a private named Kabo of Galle. We also send further thither with this ship, with closed pay account, the extraordinary fireworker Johan Anthonij Brochet, who since his arrival here has always been ill and cannot recover. On this occasion also departed with closed pay accounts for the Netherlands the relieved extraordinary lieutenant of artillery Carel Lodewijk Godlob von Krausen, with three more soldiers named: Hendrik Holshuisen, Barend Jansen van Oosten, Gerrit Althuisen. The aforementioned von Krausen has permission from the High Indian Government to take along his wife and two children free of transport costs. We also send with this ship nine convicts, whose names are mentioned in the accompanying lists, of whom the eight natives are sentenced to the material house at Colombo, and the one European to Robben Island; which latter we request you will be pleased to forward. The soldier Johan Kosper Ulrich of the detachment of Captain von Struwe, earning 9 guilders, requests upon the expiration of his term to be increased to 13 guilders for five years, and for the customary gratuity. The captain of the company of the Regiment of Swiss of Meuron stationed here has made a request that on the Company's behalf free coffins might be provided to the deceased of his men, alleging that such is done in Colombo; we request you will be pleased to inform us whether this is so, or whether the regiment must pay for the coffins. The uniform pieces sent hither for the detachment of Captain Koch are now being returned, with the exception of the blue and red cloth, which is retained here. We also now send an astrolabe, which was received without glass and magnetic needle, and two drawing pens whose steel points have been consumed by rust, and request as before to have the same repaired and sent hither. We enclose herewith four packets for the Netherlands, and two for the Cape of Good Hope, requesting that you will be pleased to dispatch them divided among the ships. Furthermore, the following enclosures accompany this: On the 17th of January last we had the honour of receiving your Honour's esteemed letters of the 11th of that month; consequently, upon the arrival of Maldivian vessels, we shall purchase the cowries brought with them and issue the necessary receipts to the sellers. An invoice of account amounting to 87 guilders and 12 stuivers. Two military reports of the company of Captain Koch. A bill of lading of the cargo in the ship the Gouverneur Generaal Mossel. An invoice of that cargo amounting to 39639 guilders and 18 stuivers, and the expense accounts of that ship. Wherewith, after friendly greetings, we remain, below stood: Noble, stern, valiant, wise, prudent, most discreet Lord, and friends, Your Honour's obedient friends and servants, was signed: J. G. van Angelbeek, H. van Spall, G. G. Gebhardt, J. B. H. van Rossum, I. A. Cellarius, J. W. Hasten, Arnold Lunel, and P. M. Eversdyck. In the margin: Cochin, the 18th of December, 1790.

Dutch transcription

Ceilon Aan den Edelen Heer Willem Jacob van De Graaff. Raad ordinair van Nederlands Jndien, mitsgaders gouverneur en Direkteur van hal Eijland en desselfs onderhoorigheeden, nevens den Raad ten . kolombo Edele Erntfesten Manhafte wijse voorzienige zeer diskreete Heer, en vrienden. Het schip de Gouverneur generaal waossel, is den 14' November en den 11:' deezer het smal „schip de verwagting alhier aangekoomen, daar meede en over den landweg hebben wij suk= . „sessieve ontvangen uwer wel Edelen geagte let= „teren van den 29=' September 22„' en 29' okto= ƒ „ben, mitsgaders 2=e en 28. November. De herwaards gezondene kolombosche el gaat weder terug, en is door twee Justie „sieelen Leden gekonfronteerd tegen de koetsiemscheen en is bevonden dat de laaste een vier en zesensestigste lan„ gezies . ƒ „gen is, blijkens het rapport in kopij hier„ gaande. Zakken Aan den eisch van 4000 Zalpeeten kunne wij niet voldoen, wijl hier niets in voorra en wij ook geen hoope hebben voor eerst „zelve te zullen kunnen opdoen. De peper inzaam is dit jaar zo slegt „gevallen dat in brenger dezen het= de Gouverneur generaal mossel nie meer is afgelaaden dan 181776:— waar bij in voldoening op uwEdelen „schen noch gezonden worden. 32. – p=s swalpen voor affuiten, 1: – pakkas met diverse medicamenten 30: — kisten met waxkaarsen. 89:— vaaten met amerikaane vleesch, 5: — d=o „ Engelse d=o 1:– heele Leggen met ruw wax, 131. korgies huijden De bovengem: 89 vaaten amerck aan en 5 vaaten Engelsch vleesch zende wij naar derwaards, in hoope dat daan verstrekt zullen kunnen wr Met dit schip zende wi ook te van De Artillerist Ian de waal van schevelingen hand= „langen, van wien de afgeslootene soldij ree„ „keningen versoeken. Daar en teegen zijn bij dezelven we= „den geplaast; teweeten: bij de Comp:e van kap: koek Jan van der Linde - - - - - korporaal de twee Europeesche koppanien van ka pitain koch en Weerman, en het De tasement Artelleristen van den Luij= „tenant Ducaoe met naamen en genot bekent bij de nevensgaande lijste van deeze kompagnien zijn hien verblee„ „ven de volgende persoonen. als„ van De Compenie van kapit=n koch karel Godlieb Steine - - korporaal, Arnoldus Fransen - - - soldaat Johan koenraad Herneus - - - d=o Pieter Dalman - d=o Lourens Herswingels do Jacob Joost Herman - - d=o van de komp=e van kapit=n Weerman Iohan Frederik Sohtman tweede meester de Jan soldaa Jan Janssen- - - Dirk Setje Willem Amstrom- - Adriaan Antonis Willem Lin Carel Inlianus Domarl- - -„ bij de Comp=e van kapit=n Weerman Johan Andreas willem Gerrand kade bij de Artilleristen Woltert Geuken kramer; handlanger welkers afgeslootene soldijreekeningen nevens gaan. van de komp: van kapit: Weerman zyn deze daagen alh den overleeden drat Christiaan harze, vaandrig den 9 deezer en kaael Ju „rik olphaal, soldaat den 12 November, en de Comp=e Maalaiers van abictum sluijt, den 5:' dezer gedeserteert, een gemeene gen kabo van gale. Wijzende met dit schip oijk vreder na derwaards met afgeslootene zoldijr kening den Extra ordinair vuurwerk Johan Anthonij Brochet, die van „ne komste alhier altoos ziek is, niet tot verhaal kan koomen Met deze gelegendheid waaren ook met afgesloo„ tene soldij reekening over de naar Nederland verloste Extra ordinair Luijtenant van de arthillerij Carel Lodewijk Godlob von kiause met nog drie zoldaaten met naamen. Hendrik Holshuisen Barend Jansen van oosten Gerrit Althuisen, Even gem: von krausen heeft van de hooge Jndiasche regeering verlof om zijne vrouw en twee kinderen vrij van transport te moo „gen meedeneemen. Wij zenden met dit schip ook nagen geconden „neerden, met naamen vermeld bij de ne„ vensgaande lijsten, waar van de agt inlan= „ders verweesen zijn naar het matriaal huijs te kolombo, en de eene Eene Europeesch naar het robben Eijland; welke laaste wij versoeken te willen verzenden De zoldaat Johan kosper ulrich van het detachement van Capit=n von struwe win „nende ƒ 9:—: — versoekt mits tijds Experatie tot ƒ13, teworden verbeekert, voor vijff Jaa„ „ren, en om het gewoone douseur Met De - : „ „ „ ƒ De kapitain van de hier zijnde kompenie van het regiement zwitsers van meuron heeft verzoek gedaan, dat 's Comp=s weegen aan de overleedenen van van zijn volk vrije doodkisten mogte verstrekt worden voorgeevende dat zulks te kolombo geschie wij versoeken ons tewillen onderrigten of dit zodanig is, dan wel of het regiment de doodkisten betaalen moet. De herwaards gezondene monteering stukken, voor het delagement van kapitain kock worden tans terug gezonden uijtgezondert het blauw en rood laa „ken dat hier aangehouden word. ook zende we tans een astrolabium, het= „welk zonder glaasen naaldwijsern ontvangen is, en twee trekpennen waar van de staale- punten door de roest verteerd zijn, en versoe tan als vooren „ken dezelven te willen laaten repareeren en herwaards zenden. Wij voegen hier bij vier paketten voor neder„ „land, en twee voor de kaap de goede hoop met verzoek dezelven op de scheepen verdeeld te willen afsenden Voorts gaan hier nevens de volgende bijlaagen Den 17:' Januari JoL=o hebben wij de Eer gehad uwer welEdelen geachte letteren van den 11— dien maand te ontvangen, dienvolgende zul„ van „len wij bij aankomst maldivosche vaar„ tuigen de kauris, die daar meede aange= „brangt worden, inkoopen en daar van de nodige quitansies aan de verkoopers ver= Een faktuur van aanreekening groot ƒ 87:12:—. twee militaire rapporten van de kompenie van kapitain koch. Een kognosement van het geladene in het schip de Gouverneur Generaal mossel, Een Caktuur van die laading groot ƒ39639:18:— en de onkostreekeningen van dat schip„ Waar meede na vriendelijke groete blijven /:onderstond:/ Edele Erntfeste Manhafte wijse 1 voorzienienige, zeer Diskreete Heer, en vrienden uwer welEdelen dienswillige vriend en dienaa„ „ren /:was geteekend:/ J: G: van Angelbeek, H, van Spall, G: G: Gebhaadt, J: B: H: van Rossum, Eng I: A: Cellarius, J W Hasten, Arnold Lunel, en P: M Eversdyck, /: Jn margine:/ koetsiem den 18=e December, 1790. leenen

NL-HaNA_1.04.02_10027_0269 view scan ↗

English

lend, stating how much must be paid in Colombo. The High Indian Government has informed us that the bacon, meat, wine, butter, oil, stationery, etc. requisitioned by us, as well as the goods sent out from the Netherlands for our government with the ships for Ceylon, will be sent. We therefore send our narrow-ship De Verwagting thither to collect them, with a friendly request to return this vessel therewith as soon as possible, as it is needed here for patrolling the seas. With the ship Leijden, 50 Simanappers were sent hither from Batavia for Colombo, of whom one died on the voyage. We send the remainder across on this occasion, whose names and emoluments are stated in the accompanying two receipt rolls. The assistant Henrik van Os, of The Hague, who remained behind ill in our hospital from the Ceylon detachment, requests permission to remain here and that his finalized pay account may be sent hither. The soldier Nicolaas Denies of Aminsdie, of the company of Captain Koch, who also remained behind in the hospital, died on the 2nd of this month. Captain Willem Weerman has been confirmed as captain by Their High Noble Excellencies. We send herewith the deed received for him. Furthermore, we enclose herewith a packet received from Batavia with the ship Leijden for Your Honors. A packet of pay papers. A memorandum of account amounting to ƒ 63: 1: —. A bill of lading for sixteen full leaguers that were furnished to the bearer hereof for storing drinking water for the Malays crossing over, regarding which we mention that they are the same ones we received from over there on the occasion when the military detachments came across. Wherewith, after friendly greetings, we remain. Signed: as above. In the margin: Cochin, the 4th of February 1791. Lower down: per Postscript: Herewith goes a muster roll of the seafarers appointed to the said vessel, stating what each receives. To the same as above. With the packet boat De Zeemeeuw we had the honor of duly receiving Your Honors' esteemed dispatch of the 10th of this month. The requisition for lamp oil, candles, and sandalwood will be fulfilled as nearly as possible with the ship Demerarie, which departs thither in a few days, to which we shall also add as much Batavian arrack and butter from the motherland as we shall be able to spare. We shall place Second Lieutenant Salomon Willem de Graaff on the ship Demerarie, as a second lieutenant is lacking on it. The packet boat now returns with such cannon and other artillery goods as are stated in the bill of lading, wherewith we also send across sixty men of the company of the Regiment de Meuron located here, consisting of: 1 Captain 1 Lieutenant 1 Quartermaster 3 Sergeants 6 Corporals 1 Fifer 2 Drummers, and 45 Privates The remainder will follow with the ship Demerarie, as this vessel can hold no more men, wherewith also the Ceylon company of Malays will cross over. For the storage of drinking water and provisions for the crossing military personnel, some cooperage has been furnished on loan to the bearer hereof, which is specified on the bill of lading and must be delivered there. In the chest received with the said packet boat No. 16, there were found here more items than were stated on the bill of lading: To the same as above. 20 Steps of Youth 12 Arts of Letters 8 M: B: C: books, and 6 A B C booklets. We presume this must be a clerical error in the bill of lading, and request that you elucidate us further in this regard. We enclose herewith the duplicate of our last of the 4th of this month, the expense accounts of the bearer hereof, and a packet of pay papers, and remain for the rest, after friendly greetings. Signed: as above. In the margin: Cochin, the 21st of February 1791. Our narrow-ship De Verwagting arrived here on the 26th of February last with Your Honors' esteemed letters of the 11th before. We send this vessel thither again, and therewith the other half of the company of the Regiment de Meuron, with names and emoluments known by the accompanying list. Your Honors' esteemed dispatches of the 25th of February, 16th and 18th of March, we have had the honor to receive duly. We also send therewith five hundred lbs of sandalwood, further specified according to Your Honors' requisition in the accompanying bill of lading, to which we add the duplicate of our last of the 21st of February sent off with the packet boat De Zeemeeuw, a packet from Batavia brought here for Your Honors with the private ship Javas Welvaaren. While we, after friendly greetings, remain. Signed: as above. In the margin: Cochin, the 1st of March. Lower down: Postscript: The Reverend Minister Johannes Lambertus Hofman, who arrived here from Batavia with the ship Demerarie, now departs thither. There also goes herewith a muster roll of the seafarers appointed to the said vessel, stating what each receives.

Dutch transcription

„leenen, met bekendstelling hoeveel aan de te kolombo moet betaald worden. De hooge Jndiasche regeering heeft ons aange„ „schreeven, dat de door ons geeiste spek, vl wijn, boter, oli, schrijfgereedschappen enz: mitsgaders de goederen, die uit nederlan voor ons gouvernement uijtgezonden zijn met de scheepen voor Ceilon, zullen gezon „den worden, wij zenden derhalven ons smalschip de verwagting naar derwaard om dezelven aftehaalen, met vriendelijk „versoek dit vaartuig daarmeede ten eer „ten tewillen terug zenden, wijl het hier tot de bekruising zeen nodig is, met het schip leijden zijn 50, Simanappers van Batavia voor kolombo herwaards „gezonden, waar van eene op de reise over„ „leeden is, wij zenden de overige met de „ze geleegendheid over, die met naamen en genot bekend staan bij de nevensgaan „de twee quitansie rollen. De handlanger Henrik van os, van 'Shage„ die van het ceilonsche detachement in ons hospitaal ziek verbleeven is ver= „zoekt alhier te mogen blijven en dat zijn afgeslootene zoldijreekening, herwaards mag gezonden worden. De soldaat Nicolaas Denies van aminsdie, van de komparie van kapitain koch, meede in het hos„ „pitaal is verbleeven, is den 2:' dezer overleeden. De kapitain Willem Weerman, is door hunne hoog „Edelheeden als kapitain bevestigd, wij zenden de voor hem ontvangene akte hiernevens, voorts voegen wij hier bij, een paket met het schip leijden van Batavia voor uw wel Edelen ont= „vangen. Een paket met zoldij papieren Een memorie van aanreekening groot ƒ 63: 1: — Een kognossement van sestien heele leggers die aan brenger dezes verstrekt zijn, tot het bergen van drinkwaaten voor de overgaande „malaiers, waaromtrent wij aanhaalen, dat het dezelven zijn, die wij van ginter ontvangen hebben ter geleegenheid dat de militairen ditaschementen overkwaamens Waar meede na vriendelyke groete blijven /:onderstond:/ en geteekend: als vooren /:in margine/ koetsiem den 4:' Februarij. 1791. /:lager, per s' Noet gaat hier nevens een naam rolle soekt van aan als vooren van de zeevaarende die op gem: keelteje besc zijn, met bekendstelling van het geen een geniet. Met de paket boot de zeemeouw hebben w eer gehad uwer wel Edelen geachte missiev van den 10:' deezer wel te ontvangen. De Eijsch van Lampoli, kaarsen en sandel zal zo na mogelijk met het schip de „rarie, het welk over eenige daagen naar derwaards vertrekt voldaan worden, wa bij wij wij ook voegen zullen zo veeli Bataviasche arak, en vaderlandsche Boter wij zullen kunnen missen„ De sousluijtenant Salomon Willem de Graaff zullen wij op het schip Demerain plaatsen, wyl daar op een sousluijtenant mankeerd. De paket bood keerd thans terug met zoda nige kanon en verdere artillerij goede „ren als bij het kognossement: ver= meld staan, waarmeede wij ook over „zenden, sestig koppen van de hier zijn de kompanie van het resiment men „ron bestaande in. 1. kapitain 1. Luijtenant 1. Pourier 3. sergeants 6. korporaals 1. Fluijter 2. Tamboers, en 45. gemeenen De overige zullen met het schip Demerarie volgen, alzo dit vaartuijg geen manschap meer bergen kan, waar mede ook de Ceilonsche kompanie malaiers overgaan zal. Tot het bergen van drinkwaater en randzoen voor de overgaande militai„ ren zijn aan brenger deezer eenige raatwerken ten leen verstrekt die op het kognossement bekend gesteld zijn, en aldaar moeten uijtgeleeverd worden Jn de ontvangene kas, met de paket boot gem:t N 16: zijn meer dan op het kognossement bekend stond alhier bevonden. aon 20 Cirrg Aan als vooren Aan als vooren 20. trappen der Jeugd 12. letterkonsten 8. M: B: C: boeken en 6 A B: boktjes. wij veronderstellen dat dit een schrijf „fout bij het kognossement zal wer „sen, en versoeken ons daaromtrent u der te willen Elusideeren. wij voegen hier bij het dupliscaat van onse laasten van den 4:' deezer, de on„ kostreekeningen van brenger deezen en een paket met zoldij papieren, en blijve voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ en geteekend als voor „ren /:Jn margine:/ koetsiem den 21:' febr: 17 Ons smalschip de verwagting is den 26. ' februarij J=l=o alhier aangekoomen met uwer wel Edelen geachte letteren van den 11. bevoorens. wij zenden dit vaartuijg weeder naar der „waards, en daar meede de andere helfte van de Companie van het resiment van meuron, met naamen en genot Uer wel Edele geachte missieve van den 25: februarij 16:' en 18' maart hebben wij de eer gehad wel te ontvangen bekend bij de nevensgaande lijste. ook zenden wij daarmeede vijfhonderd lb: sandelhoud, op uwer wel Edelen eisch na „der vermeld, bij het nevensgaand kog „nossement waar bij wij voegen het duplikaat van onsen laasten van den 21. ' febr: met de paket boot de zee neeuw afgezonden een pakel van batavia met het partikulier schip Javas welvaaren, voor uEdelen alhier aange „bragt, „vriendelijk terwijl wij na groete blijven /:onderstond:/ en geteekend als vooren /:in margine:/ Hoetsiem Cing den 1' maart /:lager:/ P: s= de Eerwaarde predikant Johannes Lambertus Hofman, die met het schip Demeraaie van batavia hier aangekoomen is vertrekt tans naar derwaards, nog gaat n evens een naam rolle der zeevaaren hier „de die op gem: kieltje bescheiden zijn met bekendstelling van het geen een ider geniet,e iel bekend Wij

NL-HaNA_1.04.02_10027_0272 view scan ↗

English

We now permit the ship Demerarie to depart thither, with the following goods for your Right Honorable government, namely: 4190 cans coconut oil 7310 lb Dutch meat 5745 lb Dutch bacon 2980 lb Frisian butter 2825 lb Surat butter 30 leagers arrack api 3137 lb tamarind, as well as, 24 lb iron shot 8 metal cannons which your Right Honor loaned to us last year, with their carriages and further accessories. The wax candles are sent with the ship Leiden, which with the pepper collected at Porca goes direct to Gale. We also send, upon your Right Honor's request made for that purpose, thirty thousand rupees in three chests, and request that sum to be restored to us upon receiving relief. Of the 1226663 lb of rice brought from Batavia with this ship, only 969646 lb have been unloaded here, and the remainder left therein, for the service of your Right Honorable government. We request that after the unloading of that ship there, you will please dispose of the entire delivery of the rice and give notice thereof to Their High Honors the High Indian Government. In accordance with what has already been communicated by separate letter of the first undersigned, of the 15th of this month, sent over to Gale with an English cutter, his Honor now departs thither with the bearer of this. We send with this ship the detachment of soldiers of Captain van Struve, consisting of 26 Europeans and 28 Malays, over whom, during the voyage to Colombo, we have assigned the command to the Ensign Gerrit van der Voort, relieved from here to Batavia. The Sergeant Johan Vuijstman of Amsterdam The Corporal Maars Eggers of Fredrikstad To the same as before stad and The Soldier Andries Baltuer of Straatsburg, of whom we request the closed pay accounts. In contrast, there have been placed with the same again: The Sergeant Albertus Pulard of Amsterdam, The Corporal Johan Christiaan Besing of Baukenau, and The Soldier Jan van de Voort of Leiden, whose closed pay accounts accompany this. The sergeant of the Swiss regiment of Meuron who remained behind here sick, named Charles Fredrik Bakbezat, has recovered and also crosses over with this opportunity. The advocate Mr. Johannes Henricus Schipter, who came here for a short trip, returns again with the bearer of this. We offer herewith the copies of our letters written to the Right Honorable Gentlemen Seventeen in the Netherlands, and to the High Government at Batavia, dated 16 October and 18 December 1790, as well as the 17th of this month, and furthermore all the following enclosures: Two packets brought from Surat for your Right Honor. Two packets with pay documents. The bill of lading of what has been loaded into the bearer of this for Colombo. The invoice thereof and of diverse accounts totaling f 71334:2:-. Two identical Batavian expense accounts of this ship. Two identical Cochin expense accounts. An inventory of that vessel. A catalog of the medicines. While we, after friendly greetings, remain signed as before In the margin: Cochin the 19th April 1790. To the same as before To the same as before In accordance with what was communicated in our last of the 19th of this month, of which the duplicate is enclosed, the ship Leiden now departs for Gale with all the pepper that was collected here in this last harvest, in which for your Right Honorable and Honorable government have been shipped: 2000 bags of year-old rice of 150 lb net each, 4600 lb wax candles in 40 chests. Therewith we also send back the company of Malabars of Captain Abitum Fluijt, and the detachment of Malays of Lieutenant Bongol, of which latter a private named Ceela of Ceylon deserted before the men went on board, and has not yet been apprehended. We report hereby the good receipt of your Right Honorable and Honorable esteemed letters of the 7th of this month, requesting you to please dispatch the enclosed duplicate packet for Batavia with the ship Demerarij, and remain with much high esteem as before was signed: H: van Spall, qq:, Gebhard, J: B: H: van Rossum, J: A: Cellarius, J: W: Hasten, A: Lunel, and P: A: Ewersdijck. In the margin: Cochin the 23rd April 1791. On the 6th of this month we received your Right Honorable and Honorable esteemed letters of the 10th of April last, and will forward the letter for the Director at Surat with the first occurring opportunity. We had the honor duly to receive your Right Honorable and Honorable esteemed letters of the 10th of May last, and thank you kindly for the communication given of the happy arrival there of our Highly Esteemed Lord Governor, and for sending... Furthermore we let this serve to accompany the small vessel De Verwagting, wherewith five chests with unserviceable goods are sent, for shipment to the Netherlands, further mentioned in the accompanying bill of lading, whereto we add a muster roll of the persons appointed to that vessel, a packet with pay documents, and the duplicate of our last of the 23rd of April. While we remain with high esteem and signed as before In the margin: Cochin the 13th May 1791. To the Right Honorable Honorable

Dutch transcription

wij laaten het schip demerarie thans naar derwaards vertrekken, met de volgende „deren voor u wel Edelen gouvernement, als 4190: kannen kokus oli= 7310: lb: hollands vleesch 5745: „ hollands spek, 2980: „ vriesche boter 2825: „ soeratsche boter 30: legg=s Arak apij 3137: lb tamerinde, mitsgaders, 24: „ ijzergen 8: metaale kanons die uw wel Edelen w „leeden Jaar, aan ons geleend hebben met denzelver affuijten en verder toebehooren. De waxkaarsen worden met het= schip leiden gezonden het welk de te porka ingezaamelde peperd „rekt naar gale gaat. ook zenden wij op u welEdelen daar toe gedaan versoek dertig duijsen „ropijen in drie kisten, en versoeken die „zom by bekooming van ontzet weeden aan ons te restitueeren. van de met dit schip van Batavia aangebragte 1226663: lb rijst, zyn hier maar 969646— lb: gelost teee en de overige daar in gelaaten, ten dienste van uw welEdele gouvernement, wij versoeken na ont„ „lossing van dat schip aldaar over de geheele uijt-gt leevering van de rijst te willen disponeeren en daar van aan Hunne Hoog Edelheeden de ex A Hoog Indiasche Regeering kennis geeven. de Jngevolge het reeds bedeelde bij aparten brief van den Eerstgeteekenden, van den 15=e deezer, met een engelsche kotten naar over gale afgezonden, vertrekt zijn Ed: thans met brenger deezer naar derwaards. Wij zenden met dit schip het detachementling militairen van kapitain van struve be= „staande in 26: Europeeschen en 28. ' ma= „laiers, waar over wij geduurende, de reise naar kolombo het kommando opgedraa= „gen hebben, aan den van hier naar Ba= „tavia verlosten vaandrig Gerrit van der voort. De sergeant Iohan Vuijstman van am= „sterdam De korporaal maars Eggers, van Fredrik Van stad aan als vooren stad en De soldtaat Andries Baltuer van Straatsch van wien wij de afgeslootene soldijreeken „gen versoeken„ Daar en teegen zijn bij het zelve wede „geplaats. pe De sergeant Albertus Pulard van amsterdam. De korporaal Johan Christiaan Be„ „sing van Baukenau, en De soldaat Jan van de voort van leijd welkers afgeslootene soldij reekeningen hier nevens gaan. De alhier ziek agtergebleevene serjant van het regiment zwitzers van meu „ron met naame Charles Fredrik Bak„ „bezat, is hersteld en vaart ook met deeze geleegendheid over. De advokaat M„r Johannes Henricus Schi „ter, die voor een springtogt hier ge= koomen is, keerd met brenger deezer weeder terug. Wij bieden hiernevens aan de kopijen onder brieven aan de Hoogachbaare Hee„ Jngevolge het bedeelde bij onsen laasten van den 19 Deezer, waar van het duplikaat, hierne= =vens vertrekt tans het schip Leijden naar gale „ren zeeventienen in Nederland, en aan ont de hooge Regeering te batavia geschree, staa „ven gedateerd 16' oktober en 18: Decem „ber 1790, mitsgaders 17. deezer en voorts al de volgende bijlaagen twee paketten van souratte voor u wel Edelen aange-er „bragt. twee paketten met zoldij papieren Het kognossement van het gelaadene in dis„ brenger deezes voor kolombo. De Taktuur daar van en van diverse aan „reekeninge groot ƒ71334:2: —. twee eensluijdende Bataviasche onkostree=ling „keningen van dit schip Duix eensluidende j koetsiems de onkostreekeningen Een Jnventaaris van dien bodem Een Cathalogus der medicamenten terwijl wij na vriendelijke groete blyven /:onderstond:/ en geteekend als vooren /:in margine kolttiem den 19:' april 1790 ken met eds Aan als vooren Aan als vooren met al de peper die deezen de laaste verzaa ^ hier aldaar ingezaameld is, waar in ^ voor uwer welke „le gestr: en VEd=e gouvernement afgescheept ze 2000. zakken overjaarige rijst van 150: lb netto ider, 4600 lb waxkaarsen in 40 kisten Daarmeede zenden wij ook terug de kon „panie malavers van kapitain Abitum Fluijt, en het detachement malaiers van Luijtenant Bongol, van welk laaste een gemeene genaamd Ceela van Ceilon Jing voor dat het volk aan boord is gegaan ge= niet deserteerd, en tot nog toe agterhaald is, Wy melden hier bij den goeden ontvange van uwer werEdele gestr: en Ed=s g'eerde lette: „ren van den 7. deezer, versoeken het inge= „slooten duplikaat paket voor batavia met het schip Demeraaij te willen afzenden en blyven met veel hoogachting /:onderstond: als vooren /:was geteekend:/ H: van Spal: qq: „ Gebhand: J: B: H: van Rossum: J: A: Cellarius — J: W: Hasten: A: Lunel, en P: A: Ewversdijck /:Jnmargine:/ koetziem den 23:' April 1797. Den 6. ' deezer hebben wij weder wel Edele ge= Wy hebben de Eere gehad uwer welEdele gestaen „ge, en Ed=s geachte letteren van den 10 mai JL=o wel te ontvangen, en bedanke vriendelyk voor de gegeevene komminukaatsie van de ge„ „lukkiege arrive aldaar van onse Hoogge= eerden, Heere Gouverneur, en voor de toezending „staenge en Ed=s g'eëerde Letteren van den 10 Apri ont„ laastleeden ontvangen, en zullen den brief voor teil den Heer Directeur te souratte met de eerst voorkoomende geleegendheid voortschikken at Voorts laaten wij deezen dienen ten geleide van het smalschip de verwagting, waar= meede vijf kisten met onbekwaame goederen worden gezonden, ter verzending naar de Nederland, nader vermeld bij het ne= is „vensgaand kognossement, waar bij wij is voegen een naamrolle van de op dat waar„ tuijg bescheidene perzoonen, een paket met zoldij papieren, en het duplicaat Cing van onsen laasten van den 23:' April terwijl wij met hoogachting blijve /:onderstond:/ en geteekend als vooren /:Jn margine:/ koetsiem den 13:' meij 1791. strenge Aan Ed

NL-HaNA_1.04.02_10027_0275 view scan ↗

English

To as before To as before To as before to as before of the letter from the Right Honourable to us, while we request that you kindly have the enclosed packet delivered to his own person, The packet sent to us for Soudat was forwarded immediately, and we have the honour to remain with much respect. It was signed as before. In the margin Koetsiem, the 1st of June 1791. We send this simply to accompany a packet to our Noble Lord Governor van Angelbeek, with the request to have it delivered to the Right Honourable. and remain with much respect. It was signed as before. In the margin Hoetsiem, the 30th of June 1791. While presenting the duplicate of our last of the 30th of June last, we request you to forward the enclosed packet to our Noble Lord Governor, and remain with respect. It was signed as before. In the margin Koetsiem, the 16th of July 1791. We had the honour to receive duly your Right Honourable's esteemed letter of the 21st of July last and kindly thank you for the small packet from our Noble Lord Governor sent to us, while the packet for Suratta is scheduled to be dispatched tomorrow. We have instructed our storekeeper to answer for the poor condition of the Frisian butter sent from here to there with the ship Demerari and shall communicate our decision on this to your Right Honourable at the next opportunity. Having requested a kind delivery for the enclosed packet to our Noble Lord Governor, we have the honour to remain with much respect. It was signed as before. In the margin Koetsiem, the 8th of August 1791 We have the honour hereby to present to your Right Honourable two reports from our storekeeper with three declarations regarding the eight barrels and two half aams of Frisian butter, which were shipped from the provisions store here on the ship Demerari for Ceilon, shipped and found bad at Gale, from which it appears that those butter barrels were bored upon shipment, the butter was sampled and approved by the lieutenant of that ship, van Goor, himself, and that the barrels were thereafter weighed gross and received by him with the net pounds calculated. Since the declarations sent to us from the officers of the ship Demerari concerning this butter were sworn by them, and because the declarations obtained by our storekeeper to the contrary prove the opposite, we could not have these latter sworn; all the more so, because the cadet Pronk says in his sworn declaration that he was present at the receipt of the butter, and our delegates in the provisions store here, as well as the cooper who bored the barrels, declare that Pronk was not present, but that the butter was sampled and received by Lieutenant van Goor alone. We have therefore also been unable to make any decision regarding this butter, but leave the disposition thereof to your Right Honourable. While presenting the duplicate of our last of the 8th of August last, we have the honour to be with much respect. It was signed as before. In the margin Koetsiem, the 10th of September 1791. Pursuant to the order received to that end from our Noble Lord Governor, we have recruited here for your Right Honourable Government a battalion of native soldiers consisting of one company of Rajputs, one company of Sheikhs, one company of Christians, and one company of Moors, further specified with their officers, European commanders, and drill instructors in the accompanying copy of the brief strength report. For the transport of these troops, we have now found an opportunity with the arrival here of the English ship Surat Castle, which we have chartered for twelve thousand rupees to transport them to Gale, since the captain could not be persuaded to call at Kolombo, according to the agreement concluded herewith. We were forced to consent to this, since the men began to desert heavily, which increased so much from time to time that we had to forbid them the gates by placing two European non-commissioned officers at each gate, which caused most of them to become so dissatisfied that we had reason to fear they would have turned to mutiny. To lighten the freight, we have also shipped on this vessel 1529 cans of coconut oil in forty-one whole and fourteen half aams, which were also purchased for Ceilon by order of the aforementioned Noble Lord Governor. Thirty-four persons of this battalion remain behind, of whom some are on recruitment and others are ill, who with those we might further recruit with a Noble To

Dutch transcription

Aan als vooren Aan als vooren Aan als vooren aan als vooren van den brief van zijn wel Edele gestaenge Grnt achtb: aan ons, terwijl wij verzoeken het nevens gaand paket aan hoogst dtenzelven genegendlyk te willen laaten bestellen, Het aan ons toegezonden paket voor soudat is ten eersten voortgeschikt, en wyj hebben de Eer met veel achting te blijven /:onder stond en geteekend als vooren /: Jn margine koet= Siem den ste Junij 1791. Wy laaten deezen eerlijk dienen ten gelijde van een paket aan onsen Edelen Heer Gouverneur van Angelbeek, met verzoek het zelve aan zijn welEdele Gestaenge groot achtb: te willen doen toekoomen. en blijve met veel achting /:onderstond:/ en geteekend als vooren /:in margine:/ Hoetsiem den 30 Juni 1791. — onder aanbieding van het duplicaat onser laasten van den 30 Juni I L=o ver„ soeken wij het ingeslooten paket aan on= zen Edelen Heer Gouverneur te willen laaten toekoomen, en blyven met achting /:onderstond/ en geteek:/ als vooren /:in margine:/ koet= Siem den 16. ' Juli 1791. Wij hebben de eer uwel Edele Gestr: en Ed: hiernevens aantebieden twee berichten van onzen dispencier met drie verklaaringen nopens de agt vaten en twee halve aamen vriesche boter, die uit de dispens alhier in het schip Demerarij voor Ceilon Wy hebben de Eer gehad uwer welEed: gestaenge en Ed=s geachte letteren van den 21. Juli J=L wel te ont„ „vangen en bedanke vriendelijk voor het aan ons tae „gezonden paketje van onzen Edelen heer Gouver „neur terwijl het paket voor suratta morgen staat afgezonden te worden. Wy hebben onzen dispenciern opgelegd zidh te ver„ andwoorden nopens de slegte gesteldheid der met het schip Demerari van hier naar derwaards gezondene faarsche boter en zullen onze dis „posietsie daar op met de naaste geleegenheid aan UW wel Ed: gest: en Ed=s bedeelen. Voor ingeslooten paket aan onzen Edelen Heer Gouverneur eene geneegene bestelling verzocht hebbende. hebben wi de eer met veele achting te blijven. /onderstond:/ en geteekend als vooren /:Jn margine:/ koet „siem den 8. e augustus 1791 aan afgescheept. afgescheept en te Gale slecht bevon „den zijn, waar bij blijkt, dat die boten vaten bij den afscheep geboord zijn, de boter door den luitenant van dat schip van Goor, zelfs geproefd en voor goedge „keurd is, mitsgaders dat de vaten daar na bruto gewoogen en de netto ponden be „reekend door hem ontvangen zijn. Nadien de aan ons gezondene verklaarin „gen van de officieren van het schip Deme „rarij nopens deeze boter, door dezelven zijn b.eedigd: zoo hebben wij vermits de door onzen dispencier daar teegen ingewon„ „nene verklaaringen het teegendeel bewijzen, deeze laasten niet kunnen laaten beedigen; temeer, wijl de kadet Pronk bij zijn b'eedigde verklaaring zegd, bij den ontvangst van de boter present ge „weest te zijn en onze gekommitteerden in de dispens alhier, mitsgaders de kui„ „per die de vaten geboord heeft, verklaa„ „ren, dat Pronk daar bij niet tegen„ woordig geweest, maar de booter door den luitenant van Goor alleen geproefden ontvangen is. wij blijnen hebben dus ook nopens deeze boter geen besluit kunnen neemen maar laaten de disposietsie daar op aan uwel Edele Gestr: en Ed over onder aanbieding van het duplicaat onzer laasten van den 8. aug:s J:oleeden, hebben wij de eer met veel achting te zijn (:onderstond) en (:geteekend:) als vooren (:inmargine:) koetsiem den 10. ' 7ber: 1791. en op de daartoe bekoomene order van onzen Edelen Heer Gouverneur, hebben wij voor uwel Ed: Gestr: en Ed: Goevernement alhier aangeworven een battaljon inlandsche sollaaten bestaande uit een kompenie Raspoeten, een kompenie sjegos, een kompe „nie kristanten en een kompenie Mooren nader met hunne officieren, Europeesche kommandanten en driemeesters gespecifi„ „teerd bij de nevensgaande kopij kort sterkte„ Tot transport van deeze troepen, hebben wij nu geleegenheid gevonden met de aankomst alhier van het Engelsch schip Surat Castle„ het welk wij voor twaalf duizend ropijen bevragt hebben om dezelven naar Gale overte„ „brengen, alzoo de kapitain niet te disponeeren is geweest kolombo aan te doen volgens het hiernevens leggend gemaakt akkoord wij zijn genoodzaakt geweest hier toe te treeden, vermits het volk sterk begon te deserteeren, die van tijd tot tijd zoo sterk toenam dat wij aan het zelve de poorten hebben moeten verbieden, door het stellen van twee Europeesche onder offi„ „ciers aan elke poort, waar door de meesten zoo misnoegd geworden zijn, dat wij ree„ „den hebben gehad te weezen dat ze tot muiten overgeslaagen zullen hebben. Tot verlichting van de vragt hebben wij in dit schip ook afgescheept 1529. kannen kokus olie in een en veertig heele en veertien halve aamen die meede op order van welm: Edelen Heer Goeverneur voor Ceilon ingekocht zijn. vieren dertig perzoonen van dit battaljon blijven achter, waar van eenigen opwerving en andere ziek zijn, die met de geanen die wij verder rekruteeren mogten met Edelen een Aan

NL-HaNA_1.04.02_10027_0277 view scan ↗

English

To the same as before To the same as before will be sent by another opportunity. The captain of this ship requested that it should be stipulated in the contract that the men and the goods to be loaded into the ship should be embarked at Gale within two days, and that for the remaining days he would have to remain lying there on that account, compensation should be provided to him above the freight; which we have absolutely refused, but on the other hand promised to request of your Right Honourable, Valiant and Honourable Sirs, as we do hereby, that he be assisted as speedily as possible in order to be able to continue his voyage to Bengale. To the captain and commandant of this battalion Mittmann, we have advanced from the Company's treasury for the making of uniforms four thousand five hundred ropijen, which he must deduct monthly from the men and account for there again to the Honourable Company, the account of which is enclosed herewith. We have the honour to remain with much esteem, /:was signed:/ a (:signed:) as before (:in the margin:) Koetsiem, the 16th of 2ber 1741. We had the honour duly to receive your Right Honourable, Valiant and Honourable Sirs' esteemed letters of the 13th of 2ber last and the 2nd of this month. The requested cartridge paper we shall send as soon as possible by sea or else by the overland route, and we let this present letter serve to accompany four letter chests and two Pursuant to your Right Honourable, Valiant and Honourable Sirs' request, we now send by the overland route to Tutukorijn, due to a lack of coolies, only one hundred and thirty reams of cartridge paper in thirteen packages, sewn with gunny and pitched, as there is no opportunity to convey the same by sea to Kaapkomorijn. chests with trade goods and two with pay papers, together with a packet of private letters for Europe, with a friendly request to be pleased to send the same divided among the ships sailing home from Ceilon, and to place the chests designated for the Chamber of Middelburg on the first ship. The chests have been sewn and pitched to protect them from the rain, which we request to have removed at Kolombo. The board money and emoluments of Captain Ferdinand Kasper Heupner and Sub-Lieutenant Jan Kasper Heupner are, at their request, provided here monthly to the wife of the former, of which we hereby give notice. Furthermore, we add hereto a small packet with pay papers and three invoices amounting to ƒ3606. 4. 8., ƒ11880. —. — and ƒ16057. 9. 8., all dated the ultimate of August last. We have the honour to remain with much esteem, (:was signed:) and (:signed:) as before (:in the margin:) Koetsiem, the 15th of October 1791. To the same as before We have the honour to remain with much esteem, (:was signed:) and (:signed:) as before, /:in the margin:/ Koetsiem, the 23rd of October 1744. Pursuant to the communication in our letter of the 7th of this month, which we sent via Paleamcotta to Tutukorijn and of which the duplicate is enclosed herewith, we let the ship Christophorus Columbus depart thither. The same could not be dispatched sooner because the unusually heavy rains and squalls for this season, and the resulting strong runoff from the river, have caused many hindrances both to the taking off of the sick from, and the providing of provisions and water on board. Upon the declaration of Captain Lundist and his chief surgeon that the greater part of the ship's crew is scorbutic, we have, at the request of the former, in addition to a month's ordinary rations and the daily refreshments, also given along for the voyage eighteen head of cattle and a good quantity of all kinds of vegetables and fruits. The sick who could not possibly make the voyage, we have taken into our hospital, of whom a list of names is enclosed herewith; and for assistance we have also detained the ship's under-surgeon Fredrik Hendrik Bernard Cordesius of Soest, whom we shall send over with the first following opportunity, alongside those who recover. We also send with this ship 91 whole aams of coconut oil, 832 reams of cartridge paper, making together with the 160 reams sent by the overland route to Tutukorijn a total of 992. Since the sepoy recruits further enlisted for Ceilon have been brought to a number of 114, and we fear desertion, we are therefore sending them with this ship thither, consisting of: 1 Lieutenant 2 Ensigns 1 Sergeant 3 Corporals 1 Drummer and 106 Privates, according to the accompanying short strength report. The above-mentioned three officers belong to the battalion already sent thither, of whom two were out recruiting at that time, and the one ensign named Cheg Daut Gale remained behind upon the departure of the same because he was outside the city, but reported immediately and has enjoyed no pay or rations from that time until now. For the equipping of these recruits, we have advanced 666 ropijen to our Adjutant Nikolaas Roje from the Company's treasury, which are now charged by invoice, of which, however, only 70 ropijen have been deducted from them, so the remaining 596 ropijen must be collected there; and we add hereto a list of the equipment, with notification alongside.

Dutch transcription

Aan als vooren Aan als vooren een andere geleegenheid zullen gezon „den worden. De kapitain van dit schip, heeft begeerd dat bij het kontrakt zoude gesteld worden dat het volk en de in het schip telaa „tene goederen in twee dagen te Gale in't „scheept zoude worden en dat voor de overige dagen die hij daarom zoude moe „ten blijven leggen, boven de vragt aan hem vergoeding zoude worden bezorgd het geen wij volstrekt hebben geweigerd doch daar en teegen beloofd aan uwel Ed: Gestr: en Ed: te zullen verzoeken; gelijk wij doen bij deezen, dat hij ten aller¬ „spoedigsten geholpen worde om zijne reize naar Bengale te kunnen voortzette Aan den kapitain en kommandant van dit battalpoon Mittmann, hebben wij tot het maaken van monteerings uit 'skomp:s kas verstrekt, vier duizend vijf honderd ropijen die hij van het volk maandelijks inhouden en aldaar weder aan d E: kompenie verantwoorden moet, waar van de aanreekening hiernevens gaat. Wij hebben de eer met veel achting te „blijven /:onderstond:/ een (:geteekend:/ als vooren (:inmargine:/ koetsiem den 16. 2ber 1741. Wij hebben de eer gehad uw wel Edele Gestr. en Ed: g'achte brieven van den 13. 2 ber: Joleeden en 2 deezer wel te ontvangen. Het gevraagde pastroon papier zullen wij poo naasten over zee, dan wel over den land „weg zenden, en laaten deezen thans dienen ten geleide van vier brieve kassen en twee Jngevolge uwer wel Edele Gestrie Ed„l verzoek zenden wij thans over den land, „weg naar Tutukorijn mits gebrek aan koelies maar een honderd en dertig rie „men pattroon papier in der tien pakken met goenie benaaid en bepikt, alzoo 'er geen geleegenheid is om dezelven over zee naar kaapkomorijn te bezorgen. kassen met negootsie en twee met soldij papieren, mitsgaders een pakket met partikuliere brieven voor Europa„ met vriendelijk verzoek, dezelven op de van Ceilon tehuis vaarende schepen verdeeld tewillen afzenden en de kassen voor de kamer Middelburg beschreeven op het eerste schip te plaatsen. De kassen zijn om ze voor de reegen te be„ „waaren benaaid en bepikt, het welk wij verzoeken te kolombo telaaten afneemen. Het kostgeld en de emolumenten van den kapitain Ferdinand kasper Heupner en den sous luitenant Jan kasper Heup „ner worden op hun verzoek, alhier maandelijx aan de Huisvrouw van den eersten verstrekt, waar van wij bij deezen kennis geeven. voorts voegen wij hierbij een pakketje met soldij papieren en drie faktuuren groot ƒ3606. 4. 8. ƒ11880. —. — en ƒ16057. 9. 8. alle gedateerd ult:o aug. s Jcheeden. Wij hebben de eer met veel achting te blijven (:onderstond:/ e (:geteekend:) als vooren (:inmargine:) koetsiem den 15 ' oktober 1791. kassen Wij - Aan als vooren Wij hebben de eer met veel achting te bei „ven (:onderstond:) en (:geteekend:/ als vooren /:inmargine:/ Koethem den 23. ' Oktober 1744. Jngevolge het bedeelde bij onzen brief van den 7' deezer die wij over Paleam „cotta naar Tutukorijn gezonden hebben en waar van het dupplikaat hiernevens gaat, laaten wij het schip Christophorus Columbus naar derwaards vertrekken. Hetzelve heeft niet eerder kunnen afge„ „depecheerd worden door dien de in deeze tijd ongewoone zwaare reegens en wind „buien en daar door veroorzaakte sterke afwaatering van de revier veel belet„ „zelen toegebragt hebben, zoo wel aan het afhaalen der zieken van als aan het bezorgen der provisien en water aan op de verklaaring van kapitein Lunidst en zijnen oppermeester dat het grootst gedeelte van het scheeps volk scurbutic is, hebben wij op verzoek van den eersten behalven een maand ordinair rantsoen en de dagelijks verversing, noch voor de reize meede gegeeven agtien koebeester en een goed gedeelte alderhande groente en vruchten. De zieken die de reize onmogelijk konden meede doen, hebben wij in ons Hospitaal genoomen, waar van een naamlijst hierne¬ „vens gaat en tot assistentsie ook aange „houden den scheeps ondermeester fredrik Hendrik Bernard Cordesius van Soest die wij met de eerstvolgende geleegenheid boord. nevens de geenen die hersteld worden overzenden zullen. Wij zenden ook met dit schip 91. heele aamen kokus olie, 832. riemen pattroon papier, uit„ „maakende met de over den landweg naar Tutukorijn gezondene 160. riemen te zae„ „men 492. Vermits de voor Ceilon nader aangewor„ „vene sipaische rekruten tot een getal van 114. gebragt zijn en wij voor desertsie vree„ „zen. zoo zenden wij dezelven met' dit schip naar derwaarts, bestaande in 1. Luitenant 2. vaandrigs 1. serjant 3. korporaals 1. tamboer en 106. gemeenen volgens nevensgaande korte sterkte De bovengem: drie officieren gehooren tot het reets naar derwaarts gezonden Bataillon, waar van twee te dier tijd op werving uitgeweest zijn, en de eene vaan„ „drig gen:t Cheg Daut Gale bij het vertrekt van hetzelve als buiten de stad geweest zijnde achter uitgebleeven is, doch zich daadlijk gemeld en van dien tijd tot nu geen gasie of rantsoen genooten heeft. Tot het monteeren van deeze rekruten hebben wij 666. ropijen aan onzen Adjudant Ni„ „kolaas Roje uit 'skompanies kas ver„ „trekt die thans bij faktuur aangeree„ „kend worden, waar van echter van hen maar ingehouden zijn 70. ropijen dus de overige 596. rop:s aldaar dienen ingevor„ „derd te worden; en wij voegen hier bij een lijst van de monteering met bekentstel„ nevens ling

NL-HaNA_1.04.02_10027_0279 view scan ↗

English

To as before stating how much has been deducted from each man. We have opened the private letters, boxes, and parcels brought by the repeatedly mentioned ship Christophorus Columbus and have removed from them the letters belonging to this place, which has been duly recorded in the registers. We additionally attach the following enclosures: A parcel for Soeratta received for your Right Honorable and Honorable. A bill of lading for coconut oil and cartridge paper. An invoice amounting to ƒ 799. 4. -. And a triplicate expense account of the bearer hereof. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed as before, in the margin: Koetsiem, 13 November 1791. The great shortage of Europeans in our Artillery and the circumstances in which we presently find ourselves with the king of Koetsiem have compelled us to draft twenty-five soldiers from the ship Christophorus Columbus to serve therewith for some time, together with a cooper and a sailmaker, all mentioned by name on the accompanying list. We shall send these men back to Ceilon with the ship or other vessel that comes here to collect pepper. We have the honor to remain with high esteem, was signed as before, in the margin: Koetsiem, 13 November 1791. We have had the honor duly to receive your Honors' esteemed letters of 5, 19, 23, and 27 November last, both via Tutukorijn and by the packet boat De Star, the smalschip De Verwachting, the bark De Kreeft, and the ship Doggersbank, with which last the first-signed Governor also arrived here in good health. We kindly thank you for the troops sent to us to remain detached here during the fair monsoon in accordance with the plan of Their High Mightinesses' commissioners. The requested teak planks and beams will be delivered upon the return departure of the aforementioned vessels; we shall also endeavor to fulfill the requisition for 50000 lb of saltpeter and to purchase more saltpeter from passing English ships for the return ships. Of the sick left behind here from the outward-bound ship Christophorus Columbus, the following have died: Florus Idus Steensma, from Harlingen, house carpenter, on 12 November. Bernhard Zeegelaar, from Helsenheim, soldier, on 14 November. Jan Nicolaas Rottermond, from Hamburg, soldier, on 24 November. Jan Voerbag, from Vlaagen, soldier, on 29 November. Karel Hendrik Leverens, from Straalzend, soldier, on the 1st of this month. Diederich Lauterbag, from Rotenburg, soldier, on the 7th of this month. Herman Schreuder, from Dinkelshagen, soldier, on the 16th of this month. David Louis Sandau, from Nieuschaadel, soldier of the Regiment Meuron, on 16 November. Andries Volkers, from Wachim, soldier of the Regiment Meuron, on 22 November. Also, a soldier from the company of Swiss of Captain Gratman, named Johan Anthoni Pedrik from Schwijt, died on the 17th of this month. We request that you be pleased to send hither the pay accounts of the soldier David Scalle from Hanau and of the sailor Pieter van der Vorst from Rotterdam, both of whom came out on the ship Christophorus Columbus. We have the honor to remain with high esteem, was signed as before, was signed J: G: van Angelbeek, J: L: van Spull, G: G: Gebhardt, J: W: H: van Rossum, J: A: Cellarius, W: van Haeften, A: Lunel, J: A: Eversdijck, in the margin: Koetsiem, 18 December 1791. Agrees: Hijbrands, clerk. Checked: Visser. Duplicate Copy of Outgoing Letters To Mallabaar In the Year 1794. No: 21. Mallabaar. To the Honorable Sir, Iohan Gerard van Angelbeek: Ordinary Councilor of the Netherlands Indies, Governor and Director over the Company's Establishments on the said coast, together with the Council at Koetsiem. Noble, Valiant, Martial, Wise, Prudent, and very Discreet Sir and Friends. With the arrival of the ship De Gouverneur Generaal Mossel, we have received your Honors' esteemed missive of 18 December last, and we kindly thank your Honors for the troops returned therewith and the goods delivered. To Lieutenant Extraordinary von Krause, with his wife and children, and to the soldiers Holshuisen, Van Oosten, and Althuijsen, we shall grant passage to the Netherlands; we shall also transport the condemned Johan Emanuel Roenau to the Cape. We have increased the pay of the soldier Johan Kasper Ulrich to ƒ 13. per month, of which the deed is enclosed herewith, and we request your Honors to be pleased to furnish him with the customary gratuity of eight rupees. The

Dutch transcription

Aan als vooren ling hoe veel van ieder man ingehouden is, De met meermelde schip ChriStophorus Columbus aangebragte partikuliere brienen Aan als vooren kassen en pakketten hebben wij geopend en daar uit geligt de brieven die tot deeze plaats gehooren, het welk behoorlijk bij de registers genoteerd is. Wij voegen hier bij noch de volgende bij „laagen. Een pakket voor soeratta voor uwel Edele Gestr: en Ed: ontvangen. Een kognossement van kokus oli en pat „troon papier. Een faktuur groot ƒ 799. 4. -. En een drievoudig onkost reekening van brenger deezer . Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ en (:geteekend:/ als vooren (:inmargine:) koetsiem den 13. 9ber: 1791. Het groot gebrek aan Europeeschen bij onze Arthillerie en de omstandigheeden waarin wij thans met den koning van koetsiem zijn, hebben ons genoodzaakt vijf en twintig soldaaten van het schip Christophorus Columbus te ligten om voor eenige tijd daar bij dienst te doen, mitsgaders ook een kuiper en een zeilmaaker alle met naamen vermeld bij de nevensgaande lijste. Wij zullen deeze manschappen met het schip of ander vaartuijg dat hier komt om peper aftehaalen, weder naar Ceilon terug zenden. Wij hebben de eer met veel achting te blijven (:onderstond:/ en (:geteekend:) als vooren (:inmargine:) koetsiem den 13 November 1791. Wij hebben de eer gehad uwer wel Edelens g'achte brieven van den 5. 19. 23. en 27. November Jongstleeden zoo wel over Tutu¬ „korijn als met de pakketbood de star„ het smal schip De verwachting, de bark de kreeft en het schip Doggers„ „bank, wel te ontvangen, met welk laaste ook de eerstgeteekende Goever„ „neur in gezondheid alhier g'arriveerd is. Wij bedanken vriendelijk voor de aan ons gezondene troepes om overeenkomstig het plan van Hunne Hoogmogenden kommis„ „sarissen geduurende de goede mousson alhier gedetacheerd te blijven. De g'eischte tekke planken en balken zullen bij te rug vertrek van voormelde vaartuigen bezorgd worden ook zullen wij tragten den eisch van 50000: lb: salpeter te voldoen en van de passeerende Engelsche schepen meer salpeter voor de retoer schepen intekoopen. van de alhier verbleevene zieken van het baarsch schip Christophorus Columbos zijn, de volgenden overleeden Florus Jdus Steensma, van Harlingen Huistim, „merman op den 12. November. Bernhard Zeegelaar van Helsenheim soldaat den 14. November Jan Nicolaas Rottermond van Ham„ „burg soldaat den 24. November. Jan voerbag van vlaagen soldaat den 29. November. (:inmargine.) karel Karel Hendrik Leverens van Straalzend soldaat den 1:e deezer. Diederich Lauterbag van Rotenburg sol „daat den 7. deezer Herman Schreuder van Dinkelshagen sol „daat den 16. deezer. David Louis Sandau van Nieuschaadel soldaat van het Regiment Meuron den 16. 9ber Andries volkers van Wachim soldaat van het Regiment Meuron den 22. November, ook is een soldaat van de kompenie zwit „zers van kapitain Gratman met naame Johan Anthoni Pedrik van Schwijt den 17. dezer overleeden. Wij verzoeken te willen herwaards zenden de soldij reekeningen van den soldaat David scalle van Hanau en van den Mattroos Pieter van der vorst van Rotterdam die beide met het schip Christophorus Colum „bus uitgekoomen zijn. Wij hebben de eer met veel achting te blijven (:onderstond:/ als vooren (:was geteekend) J: G: van Angelbeek, J: L: van Spull, G: G: Gebhardt, J: W: H: van Rossum J: A: Cellarius, W: van Haeften, A„ Lunel, J: A: Eversdijck (:inmargine koltsiem den 18. December 1791. Akkordeert Hijbrands gkaenk Nagezien Visser Duplicaat kopia afgegaane Brieven Naar Mallabaar In het Iaar 1794. No: 21. Mallabaar. Aan den Edelen Heer. Iohan Gerard van Angelbeek: Raad ordinair van Nederlandsche Jndia, Gouverneur en direkteur over sComp=s Eta= =blissementen ter gem: kuste nevens den raad te koetsiem Edelen Erntfesten Manhaften wijzen voorzienigen zeer Dis= =kreeten Heer en vrienden. Met de komst van 't schip de gouverneur Gene„ =raal Mossel, hebben we ontfangen uwer wel Edelens g'achte missive van den 18. December J: Z:, en we bedanken uwel Edelens vriendelijk, voor de daar meede terug gezondene troupes en bezorgde goedergo Aan den Extra ordinair luijtenant von krause, met zijne vrouw en kinderen, en aan de soldaeten Holshuisen, van oosten en Althuijsen, zullen we transport na Nederland verleenen ook zullen we den gecondemneerden Johan Emanuel Roe= =nau na de kaal verzenden Den soldaet Johan kasper ulrich hebben we in gagie verbeeterd tot ƒ 13. smaands, waar van de akte hiernevens gaat, en we verzoeken uwel Edelens aan hem tewillen laeten verstrekken het gewoon douceur van agt ropijen Het

NL-HaNA_1.04.02_10027_0286 view scan ↗

English

To the same as before The regiment of Meuron pays here for the chests that are provided to them, by the piece. We shall have the sent astrolabe and drawing pens repaired, and take care to return them at the earliest opportunity. We shall also dispatch the received packets for the Fatherland and the Cape of Good Hope thither with our ships. On the occasion of the recent visit here by the said envoy of the sultan of the Maldive Islands, he stated that it would be very convenient for the Maldives if they were once again permitted to deliver their cowries on their own account to the Company at Cochin, which we have granted him, provided that the payment shall be made at Colombo. If therefore the Maldive traders bring cowries for sale there, we request Your Honours to accept the same for Ceylon, as ballast for the return ships. Here the same are purchased at 90 Indian stivers the kotje of 25 lb clean or 27½ lb unclean, and at Galle the purchase takes place at 90 Indian stivers the 25 lb clean or 28 lb unclean. For whatever they shall come to deliver, we request you to have receipts issued to them there, with a statement of how much money must be paid here at Colombo to the holder of the receipts. We herewith present to Your Honours a requisition for lamp oil and candles, which we very kindly request may be fulfilled as closely as possible and as speedily as can be done. Herewith we request you to be pleased to add as much Batavian arrack as Your Honours shall find can be spared, even if it were 50 leaguers. We do not ask for rice, because we well think that Your Honours will not be able to procure it for us. Should it nonetheless be possible for Your Honours, a great service would be rendered to us if Your Honours could also provide us with a parcel thereof, as large as it can possibly be. Should Your Honours also have any Madeira butter beyond what is necessary for the household, we likewise request to be pleased to send us as much thereof as can be spared by Your Honours. Regarding the assertion of the Tellicherry merchant Choccaria Moosa, mentioned in Your Honours' missive of the 29th September last, the Jaffna servants have transmitted to us a report from the Captain Land Regent of the Vanni, Nagel, which, with the proofs mentioned therein, is transmitted herewith for Your Honours' consideration. From this it appears that the questioned cardamoms and opium were also included among the goods that were sold by the factors of the vessel stranded at Chaletiroe to the said Captain Nagel, and we have therefore referred these factors with their claim to the Court of Justice at Jaffna, but they have declared that they cannot enter into any proceedings without instructions from their principal. As Captain Paardekooper, when he passed by here, wrote to the first undersigned Governor that he had a shortage of officers, we now send with the packet boat the Zeemeeuw, which is the bearer of this letter, the Sub-Lieutenant Salomon Willem de Graaff, so that Your Honours, to fill the vacant officer's post on the said vessel, or on another ship if Captain Paardekooper should already be provided, may dispose of him. He takes his pay account with him himself. We further present to Your Honours herewith two Bengal letter packets, of which one is marked L: B:, together with the following papers, namely: The duplicate of our letter of the 11th January last; Three printed pay vouchers for the Eastern soldiers Samuel, Miedien Bugis, and Koepe; Two pay notes of the 26th November last, with the pay account mentioned therein; and A requisition for 500 lb of sandalwood, the fulfillment of which we kindly request of Your Honours. For the rest, after friendly greetings, we remain, Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends, Your Honours' devoted friends and servants, was signed: W. J. van de Graaff, C. van Angelbeek, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, and J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, the 11th January 1791. Lower: P.S. We herewith further present to Your Honours the duplicate of our last letter of the 23rd November 1790.

Dutch transcription

Aan als vooren Het regiment van Meuron betaald hier voor de kisten, die daar aan worden verstrekt, tegens het stuk De gezonden astrolabium en trekpennen zullen w laaten repareeren, en bij geleegendheid terdig =zorgen. ook zullen we de ontvangene paketten voor Ach „land en de kaab de goede Hoof, met onze het scheepen na derwaards verzenden. Ter gelegentheid dat onlangs is heer geweest de gem gezant van de sultan van de maldirose Eilan heeft hij gezegt, dat het voor de maldires van zeer konvenent zoude weezen indien hun weeder toegestaan, hunne kaurij voor reekening van l te koetsiem aan de Comp:e te leveren, het geen„ hem hebben toegestaan, mits de betaling zal schieden op kolombo. Jndien dus de Maldiva vaarders aldaar Cauris te koop brengen, ver =ken wij uwelEdelens dezelve voor Ceilon te aanneemen, tot ballast voor de retour pr pen. wier worden dezelve ingekogt teegen 90: indische stx: t kotje van 25. lb: Zuiver of 27½ lb: onzuivere, en te Gale gescheed de ink teegens 90. indische ste: de 25. lb: Zuivere of 28 wij bieden uwel Edelens hiernevens aan een eisch van Lampolie en kaarsen, die we zeer vriendelijk verzoeken dat zoo na mogelijk, en zoo spoedig als het geschieden kan, mag worden voldaan. Hierbij ver„ zoeken we tewillen voegen zoo veel Bataviasche Arrak, als uwel Ed:s zullen bevinden te kunnen missen, als was het ook 50. leggers Rijst vraagen we niet, om dat we wel denken dat uwelEd: ze ons niet zullen kunnen bezorgen. Mogte het wij blijven voor het overige na vriendelijke Groete (onder„ stond:/ Edelen Erntfesten manhaften wijzen. voorzienigen zeer diskreeten Heer & vrienden, welhd: d: w: vriend en dienaeren /was geteekend:/ w: J: van de Goafess, C: van Angelbeek, J: Reintous, i B: L: van Zitter, A: Samlant en J: A: vollenhove. /:inmargine /:kolombo den 11. Januarij 179:/ lager P: S: wij bieden inwelhd:s hiernevens nog aan het duplicaat onser laatsten van den 23. November 1790. onzuivere voor het geen ze zullen komen te leveren verzoeken we hun aldaar kwitantsien te laeten geven met bekentstelling hoe veel geld aan de houder der kwitantsien hier te kolombo moet worden onzuiver _ vwelhd:s betaald. uwelhd: nogtans mogelijk zijn, zoo zoude ons groon dienst geschieden, in dien nhd:s ons ook met een pr daarvan konden voorzien, zoo groot als ze eenig zints vallen kan. Mogte uwelhd: ook eenige ma der boter hebben daar daarvoor de Huijshouden noodig is, verzoeken we intgelijks om ons van zoo veel tewillen toezenden, als bij uwe kan worden gemest. Nopens de voorgaave van den Tellitseerisschen koo =man schoakaria Moesa, vermeld bij uwerwee missive van den 29=e september pass:o, hebben de Jaffanasche bedienden ons toegezonden een berig van den Capitain Landregent van de wann Nagel, het welk met de daarbij verma bewijsen hiernevens tot uwerwelhd:s speculatie overgaat. Daarbij blijkt dat de questieute =nons en amphioen meede begreepen zijn ond de goederen, die door de faktoors van het te s letiroe gestrand vaartuig aan gem: kasite Nagel verkogt zijn, en wij hebben daarom deese factoors met hunne pretentie geren =roijeerd aan den Raad van Justitie te Jaffan dog zij hebben verklaard in geene procedure te kunnen treeden zonder last van hun prin =pael wijl Capitain Paardekooper, toen hij hier pas= =seerde, aan den eerst: ondergeteekenden gouver„ „neur heeft geschreeven, dat hij gebrek had aan officieren, zenden we tans met de Paket boot de Zeemeeuw, die de brenger deezes is, den sousluij= tenant Salomon willem de Graaff, op dat uwelEd:s ter vervulling van de mankerende officier plaats op gem: boodem of een ander schip zoo kapitain paarde koper reeds mogte voorzien zijn, over hen kunnen disponeeren zijn zoldij reekening neemt hij zelfs meede Nog bieden wij uwelEd:s hier nevens aan twee Bengaalsche brief pakketen, waarvan een gemerkt L: B:, nevens de volgende papieren, namelijk: T dupplicaat van onzen brief van den 11. Janua„ „nij J„o Leeden Drie gedrukte soldij bewijsen voor de oostersche Zoldaeten, Samuel, Miedien Boegiesen koepe Kolombo Twee Zoldij Notitien, van den 26=e November pass:o, met de daarbij vermelde zoldij reeke„ ning en Een eijsch van 500 lb: sandelhout, welker voldoening wij uwelEdelens vriendelijk verzoeken. wijl wij

NL-HaNA_1.04.02_10027_0288 view scan ↗

English

To the same as before. We remain, for the rest, after friendly greetings, was signed: as before. In the margin: Kolombo, the 10th of February 1791. Lower: L.S. Furthermore, there is attached hereto: The bill of lading of the cargo loaded into the packet boat De Zeemeeuw. One Jaffna expense account. Three identical Galle expense accounts, with annexes. Two Tuticorin expense accounts. Three identical Trincomalee expense accounts. Three Colombo expense accounts. The narrow vessel De Verwagting arrived here on the 12th of this month, and we had the honor to receive with it Your Honors' esteemed missive of the 4th preceding. The provisions and goods received from Batavia for Your Honors have been sent thither with the packet boat De Zeemeeuw, which departed from here on the 11th of this month, on which account we let the aforesaid narrow vessel depart back thither. We thank Your Honors kindly for the Batavian letter sent, and the surianapers brought with the ship Leijden for this Government. We direct this solely to accompany the following papers, namely: A pay statement of the 24th of this month, with the pay accounts mentioned therein. An invoice amounting to f 13,280:14:8, annexed with a Batavian list of 4 cases of medicines. A letter from the Galle servants addressed to Your Honors, and The duplicate of our letter of the 17th of this month. We remain, for the rest, after friendly greetings, was signed: as before. In the margin: Kolombo, the 25th of February 1791. Herewith we offer Your Honors a pay statement of the 14th of this month, with the required pay account of the assistant Hendrik van Os, to which we also add the duplicate of our letter of the 10th of this month and the duplicates of the two indents sent along with it. We remain, for the rest, after friendly greetings, was signed: as before. In the margin: Kolombo, the 17th of February 1791. Lower: P.S. Furthermore, there is attached hereto the muster roll of the crew assigned to this vessel. To the same as before. To the same as before. With the arrival of the packet boat De Zeemeeuw and the narrow vessel De Verwagting, we had the honor to receive Your Honors' esteemed missives of the 21st of February and the 1st of this month. The military men sent back therewith have arrived here safely, and we thank Your Honors kindly, both for the speedy dispatch of these people and for the promised provisioning of the supplies requested by us. According to the Batavian bill of lading and invoice, the small case No. 16, weighing gross 11 lb, which was brought here from Batavia by the ship De Gouverneur-Generaal Maatzuijker and sent thither with the packet boat De Zeemeeuw, was to contain no more than: 20 Steps of Youth 12 Arts of Letters 8 ABC books 6 ABC slates And in such manner the Colombo bill of lading is also arranged, since the small case was not opened here because it was delivered in good condition. We thank Your Honors for the sandalwood and Batavian letter packet sent to us. To the bearer of this, the lawyer Mr. Johannes Henricus Schroter, we have granted permission upon his request to go thither for a short trip to attend to his private affairs, provided he returns within this sailing season; and this serves solely to give Your Honors notice thereof. We remain, for the rest, after friendly greetings, was signed: as before. In the margin: Kolombo, the 18th of March 1791. And we offer Your Honors herewith the duplicates of our general and separate letters of the 25th of February and the 10th of this month, and two letters received from Bengal for Your Honors and the Ministers at Suratta, which latter Your Honors will please forward further upon opportunity. Furthermore, we let this serve to accompany the narrow vessel De Verwagting, which departs back thither today. We remain, for the rest, after friendly greetings, was signed: as before. In the margin: Kolombo, the 16th of March 1791. Lower: P.S. Furthermore, we offer Your Honors herewith a pay statement of the 15th of this month regarding the seafaring persons assigned to the aforementioned narrow vessel, and a pay statement of today alongside the account mentioned therein of the sailor Harmanus van Manden. To the same as before. To the same as before. Mallabaar. We direct this solely to accompany the enclosed letter for the Ministers at Souratta, which we kindly request Your Honors to forward thither upon opportunity. Furthermore, there is attached hereto a letter from the Deacons at Galle for the Deacons on the Coast, and the duplicate of our separate secret letter of the 31st of March. We remain, for the rest, after friendly greetings, was signed: as before. In the margin: Kolombo, the 7th of April 1791. We offer Your Honors herewith a letter for the Director at Suratta, for which we request to grant further conveyance at the first opportunity. Furthermore, we add hereto the duplicate of our latest letter of the 7th of this month. We remain, for the rest, after friendly greetings, was signed: as before. In the margin: Kolombo, the 15th of April 1791. With the ships Demerary and Leijden we have received Your Honors' pleasant letters of the 19th and 23rd of April last, and we thank Your Honors, both for sending back our remaining troops and for the goods and cash sent to us therewith. We have the pleasure to communicate to Your Honors that the Ordinary Councillor and Governor of Mallabaar, Van Angelbeek, has arrived here in complete good health. The packet sent to us for Batavia we shall send off with the ship Demerary, and we thank Your Honors for the sending of the Sourat packets as well as the copies of Your Honors' dispatched letters to the Lords Directors and the Honorable High Government of the Indies. To the Honorable, Valiant, Prudent and Discreet, the Honorable Political Council there.

Dutch transcription

Aan als vooren wij blijven voor het vrerige na vaeendelijke groete / stond:/ en geteekend / als vooren /:in margine:/ kolomb den 10:' Februarij 1791. /:lager/ L S. nog gaan hierneme 't Cognoissement van 't gelaadene in de paket bon de Zeemeeuw een Caadsche onkostreekening Drie gaalsche eensluijdende onkost reekeninge, Cum annexis twee Jutucorijnsche onkost reekeningen Drie Trinconomaalsche reensluijdende onkostreekening drie kolombosche 'T Smalschip de verwagting is den 12=e deezer alhier geanriveerd, en we hebben de eere gehad daar als vooren daarmeede te ontvangen uwer welEdelens g achte Missive van den 4. bevoorens. De van Batavia vooruwel Edelens ontvangen provesien en goederen zijn met de paket bootd Zeemeen, die den 11. deezer van hier ver„ =trokken is, na derwaards gezonden, weshalv wij't voorsz: smalschip na derwaards taa terug vertrekken. we bedanken uwel Edelens vreendelijk voor de „zondene Bataviasche brief, en de met 't schi wij rigten deezen eenelijk ter gelijde van de volgende papieren, namelijk Een soldij notitie van den 24. dezer, met de daarbij vermelde soldij reekeningen Een factuur groot ƒ 13280:14:8. , annex een Bataviasche lijste van 4. kassen met medicamenten. Een brieff van de Gaalsche bedienden aan uwelEde„ „lens geaddresseerd en J duplicaat van onzen brief van den 17. dezer wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /onderstond:/ en getekend / als vooren in margine:/ kolombo den 25. febr: 1791. Leijden voor dit Gouvernement aangebragte su„ „manappers Hiernevens bieden we uwel Edelens aan eene soldij No= titie van den 14:e dezer, met de gerequireerde soldij reekening van den handlanger Hendrik van os, waarbij we nog voegen t duplicaet van onzen brief van den 10. dezer en de duplicaeten van de twee daar nevens gezondene Eijsschen wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete ;: onderstond/ en geteekend / als vooren. /:in margine:/ kolombo den 17. ' februarij 1791. /lager:/ P: S: Nog gaat hiernevens de naamlijft van de op dit vaartuijg bescheijdene manschappen. Leijden Aan Aan als vooren. Aan als vooren. Met de arrive van de paket boot de Zeemeeu en k„ smalschip de verwagting, hebben we de eere gelad te ontvangen uwer wel Edelens g'achte Missives van den 21. februarij en 1. dezer De daar meede terug gezondenen Militairen zijn hier behouden aangekoomen, en wij bedanken uwelE:d vriendelijk zoo, wel voor de spoedige zending van dit volk, als voor de beloofde bezorging van de door ons gevraagde provisien volgens Bataviasch Cognossement factuur, moest 't kasje N.:o 16. weegende banto 11. lb:, 't welk eper 't schip de gouverneur generaal Maatzuijker van Batavia alhier aangebragt, en met de pa het boot de Zeemeu na derwaards gezonden is; niet meer inhouden dan 20. Trappen der Jeugt 12. Letterkonsten 8. A: B: C: Boeken. 6: A: B: C: bortjes en zodanig is ook 't kolombosch Cognossem ingerigt, wijl 't kasje alhier niet grapen om dat het wel geconditioneerd is uitge verd. wij bedanken uwel Ed:s voor 't ons toegezond sandelhout en Bataviasche brief paker Aan bronger deezes, de Advocaat M:r Johannes Henricus schroter, hebben we op zijn verzoek toegestaan, om ter verrigting zijner particu„ „liere affaires, voor een springtogt na derwaarss te gaan, mits hij nog in deeze vaarbaarheid terug komt; en is deezen eenelijk geregt om en bieden uwel Edelens hiernevens aan de du„ plikaaten van onze gemeene en aparte brieven van den 25. februarij en 10. deezer, en twee van Bengale ontvangene brieven, voor uwel Ed: en en de Ministers te suratta, welke laatste uwel Edelens bij geleegendheid verder gelieven voort te schikken. voorts laeten we deezen dienen ten gelerde van 't smalschip de verwachting, 't welk heeden na derwaards terug vertrekt. wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /onder= stond / en geteekend / als vooren /in margine/ kelombo den 16. maart 1791. /lager / P: S Nog bieden uwel Ed:s hiernevens aan een sol dij notitie van den 15: dezer, napens de zeevaarende perzoonen bescheiden op voorm: smal„ =schip en een zoldij notitie van heeden nevens de daarbij vermelde reekening van den mattroos Harmanus van Manden: Nt. wwelhd. s Aan als vooren Aan als vooren. Mallabaar uwel Edelens daarvan kennis te geeven wij blijven voor het overige na vriendelijke groede /: onderstod en geteekend / als vooren /:in margine:/ kolom bo den 18. Maart 1791. -. wij rigten deezen alleen ten geleijde van den ingestok brieff voor de Ministers te souratta, die we uwe vriendelijk verzoeken, bij geleegendheid na der war tewillen voortschikken. Nog gaan hiernevens een brief van De Diakom te Gale voor de Diakonen â Costi, en het diplipa van onzen apakten sekreete brief van den 31. Maart wij blijven voor't overige na vriendelijke groete /onder stond/en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ kolom den 7: April 1791. —: wij bieden wnwelhd:s hier nevens aan een brief voor Heer Derekteur te Suratta; waar aan wij ver „ken, bij eerste geleegentheid verder transpor tewillen verleenen nog voegen wij hier bij 't duplicaat van onzen Jongsten brief van den 7. deeser. wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /ondertton en geteekend / als vooren /:in margine/ kolombo den 15 A A:o 1791. Met de scheepen Demerarie en Leijden hebben we: ontvangen uw Edelens aangenaame brieven van den 19. en 23 April J:oL:, en we bedanken uw Edelens, zoo voor de terugzending van onze overige troupen, als voor de goederen en con„ „tanten daarmeede aan ons toegezonden. wij hebben 't genoegen uEdelens te Communiceeren, dat de heer raad ordinair en Mallabaarsche Jou„ verneur van Angelbeek, in volkoomen welstand alhier gearriveerd is. 'T aan ons toegezonden paket voor Batavia, zullen we met 't schip Demerarie afzenden, en we bedanken uEdelens voor de toegezonding, zoo wel van de souratsche paketten, als van de Copijen van uwer Edelens afgegaane brieven aan de Heeren Majores en de Edele Hooge Jndische Regeering E: Manhaften voorzienigen en Discreeten. Aan den E: Politiquen Raad aldaar. Aan wij te

NL-HaNA_1.04.02_10027_0291 view scan ↗

English

To the same as before: We enclose herewith the duplicate of our letter of 15 April last, and a letter from the Honorable Ordinary Councillor van Angelbeek addressed to Your Honours, along with the parcel of linen mentioned therein, as well as a packet of letters for the ministers at Suratta, which we request you to forward at the first opportunity. For the rest, after friendly greetings, we remain, was undersigned and signed: as before in the margin: Kolombo, 10 May 1791. We have received Your Honours' esteemed missives of 18 January and 1 June last. Herewith we present to Your Honours a report of the commissioned judicial members who inspected at Gale the Frisian butter brought from Koetsiem on the ship Demekake, indicating its bad condition. From this it appears, among other things, that the aforesaid butter in 8 casks marked from No. 1 to 8 was found mixed with a kind of thick admixture, which, having been separated from the butter and weighed, amounted to 147 lb. Furthermore, according to the said report, in two small casks marked No. 1 and 2, which were also brought with the aforesaid ship and accounted for as Frisian butter, it was found that the butter bore no resemblance to Frisian, but rather to Surat butter. The ship's officers have excused themselves on the grounds that they had received these ten casks of butter unopened and only weighed gross, which testimony is also confirmed by the note on the Koetsiem bill of lading. Nevertheless, we have obtained the necessary declarations from the ship's petty officers, as well as from the commander of the unloading vessel with which this butter was brought ashore at Gale, and from the dispenser at Gale, in order to be assured whether any fraud was committed either during the shipment at Koetsiem, or while it remained on board the ship, or during the discharge at Gale, or after this butter had already been brought into the Gale dispensary. We send Your Honours the original aforesaid declarations herewith, along with all the other papers relating thereto, so that further investigation regarding this matter may be conducted there. We have caused the aforesaid admixture to be thrown away, without having taken any further disposition in this matter. We also add herewith a packet of letters for the ministers at Souratta, for which we request further transport. For the rest, after friendly greetings, we remain, was undersigned and signed: as before in the margin: Kolombo, 21 July 1791. lower down: P.S. Enclosed herewith is also a letter from the Honorable Ordinary Councillor van Angelbeek addressed to Your Honours. We have duly received Your Honours' esteemed missives of 30 June, 6 July, and 8 August last, and the letters sent therewith for the Honorable Ordinary Councillor van Angelbeek have been properly delivered to His Honour. Herewith we forward to Your Honours the invoice of the garden seeds brought with the ship De Gouverneur Generaal Mossel for Mallabaar, and two pay notes of 2 May and 8 August last, along with the three pay accounts mentioned therein. For the rest, after friendly greetings, we remain. We have duly received Your Honours' esteemed missives of 10 and 16 September last. As soon as we have disposed of the reports received concerning the Frisian butter sent with the ship Demeratie, we shall give notice thereof to Your Honours. The English ship Surat Castle was unable to make the bay of Gale, and accordingly the troops sent therewith, for which we thank Your Honours kindly, were disembarked into the galiots; but the lamp oil sent therewith, the captain of the said ship has undertaken to sell in Bengale and to render account thereof to Your Honours, as appears from the enclosed copy of a letter written by him to the Commander of Gale. Since we are in great want of cartridge paper, we request Your Honours to send in reduction of the quantity demanded by us, for the present 200 reams, or at least 100 reams, whether by sea to Cape Comorin or by land directly to Tutucoryn for further transport. After friendly greetings, was undersigned and signed: as before in the margin: Ceolombo, 13 December 1791.

Dutch transcription

Aan als vooren: wij voegen hier bij 't duplicaat van onzen briefv den 15. April J:o Z:, en een brief van den heer Raad ordinair van Angelbeek aan uEdelens gerigt, nevens 't daarbij vermeld linnen pakije zoo meede een brief paket voor de ministers te suratta, 't welk wij verzoeken bij geleegent heid te willen voortschikken. wij blijven voor 't overige na vreendelijke groete /:onderstond / en geteekend:/ als vooren /:in margine:/ kolombo den 10. Maij 1791. — wij hebben uEdelens geachte missives van den 18. Ja en 1. Junij J=o Leeden ontvangen. Hiernevens bieden wij uEdelens aan, een rappor van gekommitteerde Justitieele leeden, die de vriese booter, welke met het schip Demekake van koetsiem is aangebragt, te Gale hebben bezigtigd aanwijzende de slegte gestelden daarvan. Daaruit blijkt onder anderen dat de voorsz: booter in 8. vaeten gem=t van N:o 1. tot vermengd bevonden is met een zoort van dik inmengzel, het welk van de boter gesepp en gewoogen zijnde 147. lb: gehouden heeft. Nog volgens gem: rapport, in twee vaatjes gem: N:r 1 en 2. die meede met voorm: schip aangebrag en voor vriese boter aangereekend is, bevonden dat de booter geen gelijkenis had na vriesche maar wel na suratsche booter De scheeps overheeden hebben zig daar over verschoond, dat se deese tien vaeten booter ongeopend en alleen bruto toegewoogen hadden ontvangen welke be„ =tuiging ook bevestigd word met de aanteeke„ „ning bij het koseemsche kognossement. Niet temin hebben we zoo wel van de scheepsbij officieren, als van den gezaghebber van het los vaartuig waarmeede deese booter te Gale aan de wal gebragt is en van den dispencier te Gale de noodige verklaringen doen inwinnen om verzeekerd te kunnen zijn dat nog bij den afscheep te koetsiem nog geduurende dat deselve aan boort van het schip was geweest dan wel bij de ontlossing te Gale, of na dat deese booter reets in het gaalsch dispens was gebragt, daar aan eenig bedrog is gepleegd. wij zenden uEdelens de voorschreeve verklaeringen in origineel hierneevens met alle de verdere papieren hier van spreekende op dat aldaar der„ =weegens het verder onderzoek kan gedaan wor„ „den het voorsz: inmengzel hebben we laeten weg - en Aan als vooren weg worpen zonder voor het overige in deese zaek te hebben genoomen eenige dispositie: wij voegen hier nog bij een brief paket voor de van als vooren Ministers te souratta, waar voor wij verd transport verzoeken. wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ en geteekend:/ als vooren /:inmanging kolombo den 21. Julij 1791. /lager:/ P: S: Wie =nevens gaat nog een een brief van den Edelen Heer Raad ordinair van Angelbeek aan uwel Ed:s gerigt. wij hebben uwer Edelens g'achte missives van t 30. Juni, 6. Juli en 8. augustus VLeeden wel ontre „gen, ende daar nevens toegezondene brieven voor den Edelen heer Raad ordinair van A gelbeek zijn aan zijn Edele behoorlijk besta Hiernevens laaten we uw Edelens toekoomen dek sche factuur van de tuin zaaden, die met schip de Gouverneur Generaal Mossel voor Mallabaar zijn aangebragt, en twee zoldij Notities van den 2:e Meij en 8. aug:s J:o 2 nevens de daar bij vermelde drie zoldij reek wij blijven voor het overige na vriendelijke wij hebben wEd:s geachte missives van den 10. en 16. 7ber: JoLeeden wel ontvangen. zoodaa wij over de ontvangene berichten nopens de gezondene vriese boter met 't schip Demeratie, hebben gedisponeerd, zullen wij VE: daarvan kennis geeven. Het Engelsch schip suaat Castle heeft de baaij van hij Gale niet kunnen bezeijlen, en zijn mits dien de daar meede gezondene troupes, waar voor wij VE: vriendelijk bedanken, in de galjets ontscheept; doch de daar meede gezondene lampolij heeft de Capitain van gem: schip aangenoomen, in Bengale te verkoopen en daar van reeken„ „schap aan VE: tedoen, zoo als dat blijkt bij 't ingeslooten afschrift van een brief, door hem aan den heer Gaalsch Commandeur geschreeven. vermits wij zeer verleegen zijn om pattroon papier, verzoeken wij VE: om in mindering van de door ons geeijschte quantiteit, voor eerst 200 riemen, of ten minsten 100. neemen, het zij over zee na de kaelkommerijn, dan wel te lande direct na Tutucoryn te willen zenden ter groete /onderstond/ en geteekend / als voore /imargine/ Ceolombo den 13. ' xber: 1791. groete verdere 8

NL-HaNA_1.04.02_10027_0293 view scan ↗

English

To the same as before. To the same as before. further delivery to us The Gentlemen Directors have promoted the gunner's mate Francois Christiaan van Spall to junior merchant, of which the deed is enclosed herewith, accompanied by the duplicate of our latest letter of 13 September, and a letter from the orphan masters at Galle to the orphan masters at the Coast. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed as before, in the margin, Kolombo, 2 October 1791. lower: Postscript. Enclosed herewith is an invoice amounting to f 595.9.-. We direct this solely to accompany the enclosed papers, consisting of: An invoice amounting to f 1109.1.- A memorandum amounting to f 22.5.8. A pay note of 12 October of this year, and A letter from the Galle orphan masters to the orphan masters at the Coast, to which is also added the duplicate of our letter of 2 October last. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed as before, in the margin, Kolombo, 5 November 1791. The packet boat De Star and the smalschip De Verwachting are now departing thither. Pursuant to the plan of Their High Mightinesses' Commissioners, the Gentlemen Vaillant, Verhuell, and Graevestein, to send annually a detachment of the Ceylon troops to Cochin to remain detached there during the good monsoon, we have resolved to send thither two companies of European and two companies of Eastern infantry. Consequently, now distributed over the aforesaid two vessels, the companies of Easterners of the Captains Wiekamangala and Sassaro Wejoijo are departing, the first commanded by Lieutenant Johan Emanuel Vlaaming and the latter by Ensign Louis Hove. The muster rolls of these men, which also record the weapons they have received, are enclosed herewith, and half a month's ration for the voyage has been issued to them here. The two European companies will follow at a subsequent opportunity. Enclosed Your Honour receives the bills of lading for the cargo in the aforementioned two vessels, together with four Kolombo and one Tuticorin expense accounts for the aforesaid packet boat, all in triplicate. We urgently require for our shipyard the following timbers, namely: 150 pieces of teak planks of 2½ inches 150 pieces of the same of 2 inches 100 pieces of the same of 1 inch, and 6 pieces of teak beams of 30 to 36 feet long, 16 to 18 inches thick. Wherefore we kindly request Your Honour to be pleased to supply us therewith as soon as possible. We also add hereto the duplicate of our latest letter sent to Your Honour on the 19th of this month, and a pay note of the 16th of this month. With the pay accounts of the men of the aforesaid two Eastern companies mentioned therein, some, mentioned by name in the two lists also enclosed herewith, have requested that of their salary monthly so much may be paid here to their wives as is recorded in the said lists, wherefore Your Honour will please have them paid so much less there. With the bark De Kreeft, which is now departing from here, the infantry company of Captain Koch is sailing, being one of the two European companies which, according to our letter of the 19th of this month, is destined to remain detached there during the good monsoon. The muster roll of this company, which also indicates their allowances, and the weapons and galley goods that it takes along, is enclosed herein, and half a month's ration for the voyage has also been issued to them here, along with such casks for storing the same as appears from the bill of lading also enclosed herewith. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed as before, in the margin, Kolombo, 23 November 1791. lower: Postscript. We also add hereto a requisition for 50,000 lbs of saltpeter, with which we request to be supplied at the first available opportunity. Furthermore, a pay note of today is enclosed herewith. For the rest, after friendly greetings, we remain, was signed as before, in the margin, Kolombo, 19 November 1791.

Dutch transcription

Aan als vooren. Aan als vooren. verdere bezorging aan ons De heeren Majores hebben den Constabelsmaet fran cois Christiaan van Spall tot onderkoopmande vorderd, waar van de acte hier nevens gaaf, ve zeld van het duplicaat van onzen Jongsten drie van den 13. September, en een brief van wees„ =meesteren te Gale aan de weesmeesteren â Costi„ wij blijven voor 't overige na vreendelijke groete /onderstond/ en geteekend / als vooren /inmargine/ kolombo den 2. ' 8ber: 1791. / lager/ P: S: hier, nevens gaat een factuur groot ƒ 595:9 —. wij rigten deeze eenelijk ten geleijde van de n „vens gaande papieren, bestaande in Een factuur groot - - - - ƒ 1109. 1. — Een memorie groot ƒ 22. 5. 8. Een zoldij „notitie van den 12. oktober J:Z: en Een brief van de Gaalsche weesmeesteren aande weesmeesteren à Coste waarbij nog gevoegd 't duplicaat van onzen brief van den 2 =tober Jo Leeden. wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete p stond / en geetekend/ als vooren /in margine/ ke =bo den 5. November 1791. —. De paket boot de star en 't smalschip de verwachting vertrekken tans na derwaarts. overeenkomstig het plan van Hunne Hoog Mogenden Commissarissen, de Heeren raillant, verhuell en Graevestein, om Jaarlijks een detachement van de ceilonsche troupes na koetsiem te zenden, om geduurende de goede mousson aldaar gede„ =tacheerd te blijven, hebben we beslooten twee Com„ penien Europeesche en twee Comp:e oostersche infanterij derwaards te zenden. Jngevolge van dien gaan tans over de voorsz: twee vaartuigen verdeeld, de Comp:e oosterlingen van de Capitains wieka mangala en sassaro wejoijo, gecommandeerd de eerste door den Luitenant Johan Emanuel vlaaming en de laatste door de vaandrig Louis Hove. De naamlijsten van deeze man schappen, waar bij ook hun genoten wapenen, bekend staan, gaan hiernevens, en is ten behoe„ „ve van dezelve alhier een half maand rand„ zoen voor de wijze verstrekt. De twee Compenien Europeeschen zullen bij eene nadere geleegentheid volgen. Hiernevens bekoomen vE: de Cognossementen van 't gelaadene in voorm: twee vaartuigen, nevens Aan viek ge Aan als vooren. vier kolombosche en een Tutucorijnsche onkostee =keningen van voorsz: paker-boot, alle in triplo„ wij hebben voor onze scheepstimmerwerff zeer nodig de volgende houtwerken, namalijk. 150. p:s tekke planken van 2½. d=m _o 150: „ 100. „ _o 6: „ tekke balken van 30. à 36. voeten lang 16. â 18. d=m dik weshalven wij VE: vriendelijk verzoeken o daarmeede zoo spoedig het geschieden kan te villen gekeeven. Nog voegen wij hier bij het duplicaat van onzen Jongst aan uE: afgezondenen brief van den dezer, en een zoldij Notitie van den 16. deeze met de daar bij vermelde zoldij reekeningen van de manschappen van voorsz: twee oosters Compenien, hebben zommige, met naemen ver „meld bij de nog hiernevens gaande twee lijst verzogt, dat van hun tractement maanden alhier aan hunne vrouwen zoo veel ma„ worden verstrekt, als bij gem: Lijsten beken soo veel minder staat, weshalven VE: aldaar „ aan hun gelieven te laatten voldoen 1. „ en Met de bank de kreeft, die tans van hier ver„ trekt, vaart over de Comp:e infanterie van den Capitain koch, zijnde een van de twee euro= peesche Compenien, die volgens onzen brief van den 19:' deezer, bestemd is om geduurende de goede mousson aldaar gedetacheerd te blijven. De naam lijst van deeze Comp:, waar bij ook aangeweezen word haar genot, en de wapenen en Combuis goederen, die zij meede neemt, gaat in deezen geslooten over, en is nog aan dezelve alhier een half maand rand„ zoen voor de reijze verstrekt, nevens zodanige vaatwerken tot 't bergen van 't zelve, als blijkt bij 't nog hiernevens gevoegd Cognossement: wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete sonder„ stond / en geteekend / als vooren /immargine/ kolombo den 23:' 9ber: 1791. /lager / P: S: Nog voegen wij hierbij een eisch: van 50'000 lb: salpeeter, waarmeede wij verzoeken als bij eerst voorkoomende geleegentheid tewillen gekeeven voorts gaat nog hier eene soldij Notitie van heeden, wij blijven voor het overige na vriendelijke groete onderstond:/ en geetekend:/ als vooren /in margine/ kolombo den 19. 9ber: 1791. — ƒ e met „ 2. - „

NL-HaNA_1.04.02_10027_0295 view scan ↗

English

To the Noble Lord, with the enclosures mentioned therein. With the aforementioned bark, the Eastern soldier Sarang Joija is also proceeding thither, belonging to the Company of Captain Wiera Mangala which has departed thither, having received pay until the end of October and rice until the end of the current month. To Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councillor of the Dutch East Indies, Governor and Director of the Company's establishments on the aforementioned Coast, together with the Council at Cochin. Noble, Valiant, Right Honorable, Prudent, Most Discreet Lord and Friends. Via Tuticorin we have received your letter of the 15th of October last. The eight chests with letters and paper mentioned therein were delivered at Galle before the departure of the return ship the Draak, and we have ordered the Administrator there to act in accordance with your request. We are now sending the ship the Doggersbank thither to collect a cargo of pepper and whatever else may be at hand for this Government; and as this ship must depart for the Netherlands at the end of January, we request that Your Honors send it back in a timely manner. The second Draftsman is returning with this ship, and with it we also send the second Company of Europeans mentioned in our letter of the 19th of this month, being of the Regiment de Meuron, commanded by Captain Gradman. The roll thereof is annexed hereto, to which is also added a Note indicating what salary must be paid monthly to each officer, non-commissioned officer, and private, as well as up to what time they have received it here. We also add hereto the duplicate of our letter of the 23rd of this month, and of the requisition for saltpeter sent therewith, together with the following papers of the aforementioned ship, namely: A bill of lading A Batavia inventory A ditto catalog of medicines Two Batavia expense accounts A Colombo expense account in triplicate and A Batavia certificate. To the same as before. The 50,000 pounds of saltpeter requested in our aforementioned requisition are for our powder mills, and we therefore request that you send the same to us with our returning sloops, or by any other direct opportunity. We have no saltpeter remaining in stock for our return ships, both those scheduled to depart in January next and in November next, and it would thus render us a great service if Your Honors could find the opportunity to provide us with a good quantity of saltpeter for the ballasting of the aforementioned return ships. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath stood: as before, was signed: W. J. van de Graaff, J. G. van Angelbeek, M. L. Raket, V. Drieberg, C. van Angelbeek, J. Reintous, B. L. van Zitter, and A. Samlant. In the margin: Colombo, the 27th of November Anno 1791. We have had the honor to receive Your Honors' esteemed letters of the 23rd of October, 7th and 13th of November last, and thank Your Honors cordially for the goods and men sent with the ship Christophorus Columbus, which arrived here yesterday. We request that the men disembarked from it there be sent hither as soon as possible. Herewith we present to Your Honors a requisition of necessities for this Government, which we request you to fulfill as closely as possible, especially the wheat, as we have received none of it from the Cape of Good Hope. Enclosed are three letter packets received from the Netherlands for Your Honors, along with the duplicate of our letter of the 27th of November last, and a letter packet for the ministers at Surat, which Your Honors will please forward thither at the first opportunity; likewise a letter received from Cochin for the Noble Lord Governor van Angelbeek. For the rest, after friendly greetings, we remain, underneath stood: as before, was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, J. Reintous, and B. L. van Zitter. In the margin: Colombo, the 3rd of December 1791. Lower: Postscript: As we are in need of men to complete the crews of the ships arriving from Batavia, cordially

Dutch transcription

Aan den Edelen Heer! met de daarbij vermelde Bijlaegen Met voorm: baak gaat ook naderweaerds de oostensch soldaeten Sarang Joija, gehoorende tot de na der„ waards vertrokkene Comp:s van den Capitein wiera Mangala, hebbende gagie tot ult=o oktob en rijst tot ult=o dezer genooten. Johan Gerard van Angelbeek Raad ordinair van Nederlandsch Jndia =blissementen ter gem: kust, Nevens den Raad te koeksiem. Edelen Eantfesten Manhaften we voorzienigen zeer Diskreeten Heer en vrienden. gouverneur en directeur over sComp:s Ata= Over Tutucorijn hebben we ontfangen uw brief van den 15:' oktober jongstleeden. De daar vermelde acht kassen met brieven en pappier zijn nog voor het vertrek van 't retourschip de Draak te Gale besteld, en wij hebben den Beda aldaar gelast, daarmeede konform uwwel verzoek te handelen. thans zenden wi 't schip de Doggersbank naar derwaarts, ter afhaal van een laading pepe en het geen 'er verder voor dit Gouvernement handen mogte zyn, en wijl det schip ultimo Jan naar Nederland moet vertrekken, verzoeken wij uwel Ed:s 't zelve tijdig tewillen terug zenden. De tweede Teekenaar gaat met dit schip terug, en wij zenden ook daarmede de bij onzen brief van den 19:' deezer vermelde tweede komp:s Europeesen zijnde van 't Regiment van Meuron, gekom„ „mandeerd door den kapitain Gradman. De naamlijst daarvan gaat hiernevens, waarbij ook gevoegd is eene Notitie, aanwijzende hoeda„ „nig traktement aan elk officier, onder officier en gemeene maandelijks moet verstrekt worden, zoo= =meede tot hoe lange zij het hier genooten hebben. Nog voegen wij hier bi 't duplikaat van onzen brief van den 23. deezer, en van den daarnevens ge= zondenen Eisch van salpeeter, nevens de volgende papieren van voormelde schip; namelijk Een kognossement Een Bataviasche Inventaris Een d„o —. katha logus der medikamenten. Twee Bataviasche onkostreekeningen. Een kolombosche onkost reekeningen in tripplo en Een Bataviasch Certifikaat naar De Aan als vooren. De bij voorsz: onzen Eisch verzogte 50'000 ponden salpeter zijn voor onze kruidmolens, en we ver„ darom zoeken dezelve aan ons te zenden met onze terug keerende sloepen, dan wel bij eenige andere direkte geleegentheid. we hebben geen salpeeter bij restant voor onze retour scheepen zoo die in Januarij aanstaande staan te ver„ =trekken, als in November naastkomende, en zoude ons mits dien veel dienst geschieden, onder uwel Ed:s geleegentheid konden vinden, ons een goede partij salpeter tot het ballasten der voorsz: retour scheepen, te bezorgen. wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ als vooren /was geteekend/ W: J: va de Graaff, J. G: van Angelbeek, M: L Raker, v: Drieberg, C: van Angelbeek, J: Reintous, 1: L van Zitter, en A Samlant. /in margine/ koloms den 27. 9ber: A:o 1791. —. Wij hebben de eere gehad te ontvangen, uwel Edel g'achte missives van den 23. oktober, 7. en 13: November J: Z:, en bedanken uwel Edelens na =delijk voor de gezondene goederen en manschappen met 't schip Chrestophouus Colombus, 't welk gisteren alhier g'arriveerd is, De aldaar van 't zelve geligte manschappen verzoeken we zoo spoedig het geschieden kan herwaards te zenden. Hiernevens bieden wij uwelEd:s aan een Eijsch van be„ noodigdheeden voor dit Gouvernement, waaraan wij verzoeken zoo na mogelijk tewillen voldoen. specialijk de tarwe, wijl we daar van niets van de Caab de Goede Hoof hebben ontvangen. Hiernevens gaan, drie voor uwelEd:s uit Nederland ontvangene brief paketten, nevens 't duplicaat van onzen brief vanden 27. November Jleeden, en een brief paket voor de ministers te souratta„ het welk uwelEd=s bij voorkoomende geleegentheid derwaards gelieven voortte schikken, zo meede een brief van koetsiem ontvangen, voor den Edelen Heer gouverneur van Angelbeek. wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /onder„ stond:/ als vooren / was geteekend:/ W: J: vande Graaff, M: P: Raket, J: Reintous, en B: L: van Zitter /: inma„ gine / kolombo den 3. december 1791. /lager / P: S: wijl we verleegen zijn, om welk tot het voltallig maaken van de Equipagie dea van Batavia koomende =delijk scheepen

NL-HaNA_1.04.02_10027_0297 view scan ↗

English

To the same as before. To the same as before. shipping, it would be of great service to us if two gangs of good Moormen could be taken into service for us there and sent hither. As there is still a large remaining stock of cowhides at Gale, we request your honors for the present not to send us any more of them than what may already have been purchased, insofar as your honors cannot dispose of them. The Gentlemen Majors, by General Letter of 11 December 1790, of which an extract accompanies this, have recommended us to take precautions by suitable means against shortages in weight on Malabar rice: wherefore we kindly request your honors to have the rice that will be sent to us in the coming season shipped not in straw bundles, but loose or in sacks, after it has been weighed net to the carriers. This is also accompanied by a pay note of [illegible] with the debt accounts mentioned therein, [illegible] the duplicate of our letter of the 3rd of this month, and the requisition of necessities sent alongside it. The ship the Indus, which was destined for Koetsiem by the High Indian Government, and arrived here in the roads on the 17th of this month for the delivery of the personnel and necessities sent with it for Ceilon, is now departing thither, and this is accordingly directed to serve as its escort. Their High Honors, by letter of 4 October last, of which an extract accompanies this, have ordered us to reinforce the crew of the said vessel, which is manned with only 60 Europeans, with an additional 25 European sailors, and to write to your honors, as is done by this, to place on the said vessel, upon its return to Batavia, a gang of Moorish sailors, who would be sent back from there in the coming year. Owing to the weakness of our European naval force, we have not been able to place more than 17 heads on it, to which we have also added 9 natives, whom we kindly request your honors to please send back hither at the first opportunity. These natives were hired here at three rixdollars per month each, and the usual ship's rations. Their muster roll accompanies this, and they have enjoyed payment here for this past half month, at one and a half rixdollars each, which we have caused to be charged to the ship's expense account. Two of them, named Jambien and Ponjo, have requested that henceforth half of their wages, or one and a half rixdollars per month, might be paid out to their wives, and this will accordingly take place from the 1st of January next; nevertheless, we request your honors to cause their full pay, just as for the other seven, to be charged to the ship's expense account, for all the time that they should have to remain on board. With this ship, their High Honors, as appears from the accompanying three copy muster rolls, have sent 50 convicts for Ceilon, but no more than 29 individuals were delivered here, among whom are two who are not listed on the Batavia muster rolls, as appears from the further Colombo muster roll enclosed herewith, and according to the statement of the ship's officers there are still six individuals on board, whom we have left thereon to perform ship's service during the voyage to Koetsiem, and whom we accordingly request you to please have disembarked there, and sent back hither at the earliest opportunity: just as we also kindly request your honors to demand statements from the ship's officers regarding the convicts that are still missing as to where they have ended up, and to send them to us under oath, which we did not have done here so as not to delay the ship. We further offer your honors herewith the duplicate of our last letter of the 17th of this month, and two letters received from Bengal for your honors. For the rest, after friendly greetings, we remain, /underneath/ and signed:/ as before /in the margin/ Kolombo the 20th of December 1791. /lower down/ L: S: There also accompanies this the Colombo expense account of the ship the Indus in triplicate, amounting to ƒ49. 3. 8. Agrees Wijbrands Clerk Examined Jacob Sraars Bookkeeper Duplicate Ceilon. To the Noble Lord Willem Jacob Van de Graaff, Ordinary Councillor of Netherlands India, as well as Governor and Director of that Island and its dependencies, together with the Council, Kolombo. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sirs, Friends. The ship Christophorus Columbus, destined for Ceilon for the Chamber of Amsterdam, appeared yesterday in our roads due to a lack of drinking water and on account of the many sick who are mostly scorbutic, as appears from the enclosed copy of the reply to the hailing letter: we hasten to give notice of this to your Noble Right Honorable and Noble Worships via the English Post, and as soon as the ship is provided with drinking water and provisions, we shall immediately have it resume its voyage to Ceilon, while the sick who are brought ashore will be sent over at the first opportunity. We have the honor to remain with much esteem, /underneath:/ Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends. Your Noble Right Honorable and Honors' obedient friends and servants. /was signed/ I: L: van Spall, G: G: Gebhard, I: W: H: van Rossum, I: A: Cellarius, W: van Haaften, A:s Lurel, I: A: Everdijck /in the margin:/ Koetsiem the 7th of November Anno 1791. —. Agrees. Wijbrands Clerk

Dutch transcription

Aan als vooren. Aan als vooren. scheeppen zoude ons veel dienst geschieden zoo mast twee ploegen goede mooren aldaar voor ons konden in dienst neemen en herwaarts zenden. vermits te Gale nog een groot restant is van koehuiden, verzoeken wij weledelens ons daar„ van voor eerst niet meer tezenden, dan het geen reets ingekogt mogte zijn, voor zoo verre uwel edelens zich daarvan niet kunnen ontdoen. De Heeren Majores hebben bij Generaale Missive van den 11. December 1790, waar van extrakt dezen verzeld, ons gerecommandeerd, door geschikte med„ delen te zorgen teegen de minwigten op de Mallabaarsche rijsz: weshalven wij uweledelens vriendelijk verzoeken, de rijst, die in den aan„ „staande aan ons word toegezonden, niet in staat stroo bollen, maar los of in zakken, na dat ze de overvoerders netto zal zijn toegewooge te doen afscheepen. Nog verzeld deezen eene zoldij notitie van heef met de daarbij vermelde schuldreekeningen, v 't duplicaat van onsen brief van den 3 dezer, den daarnevens gezondenen Eisch van benodigdheid 'T schip de Indus, het welk door de Hooge Jndiesche regeering na koetsiem gedestineerd, en den 17. dezer alhier ter rheede aangekoomen is, ter afgaave van de daarmeede voor Ceilon gesondene manschappen. en benodigdheeden, vertrekt thans na der„ =waarts, en is deezen mits dien tot dies geleijde gerigt. Hunne Hoog Edelh: hebben ons bij missive van den 4. oktober Jzeeden, waarvan Extrakt deezen ver„ =zeld, gelast, de Equipagie van gem: bodem, die slegts met 60. Europeesen, bemand is, te ver„ sterken met nog 25. Europeese zeevaarende, en uweledelens aante schrijven, gelik geschied door desen, om op voorm: bodem, bij retour naar Batavia, te plaatsen eene ploeg moorsche zeevarende, die in het aanstaande Jaar van daar zoude wor„ =den terug gesonden. Mits de zwakheid van onze Europeese marine, hebben, we niet meer dan 17. koppen daarop kunnen plaatsen, waarbij wij nog hebben gevoegd 9. inlan„ =ders, die wij uweled:s vriendelijk verzoeken, Wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond/ en geteekend:/ als vooren /in margine/ kolombo den 17: xber: 1791. —. Wij bij de eerste geleegentheid, herwaards tewillen terug zenden. Deeze Jnlanders zijn hier aange„ noomen tegens drie rd=s 'smaands ieder, en de ge„ woone scheeps kost. Hunne naamlijst verzeld deezen, en zij hebben hier betaaling genooten voor deeze laatste halve maand, tegens een en een halve ud:s ieder, die wij op de scheeps om„ =kost reek: hebben doen belasten - Twee hunner„ met naemen Jambien en Ponjo, hebben ver„ =zogt, dat voortaan de helfte van hunne gaga of een en halve rds smaands, aan hunne vrouwen mogte worden afgegeeven, en zal dit mits dien van p=mo Januarij aan staande afgeschieden; niet temin verzoeken we uwelEd:s, hun volle traf =ment, even gelijk van de overige seven, op de scheeps onkost reek te doen belasten, voor alde tijd dat ze aan boord zouden moeten blijven Met dit schip hebben hunne Hoogedelh: blijve de nevens gaande drie Copij naamlijsten, 50. gecondemneerdens voor Ceilon gezonden, dog hier zijn niet meer geleeverd dan 29. stuks daar onder twee die op de Bataviase naam =lijften niet bekent staan, gelijk blijkt bij de nog hier nevens geamde gevoegde Colombosche naamlijft, en volgens opgave van de scheeps over„ =heeden zijn 'er nog ses stuks aan boord, die we daar op hebben gelaaten, om geduurende de reize na koet„ siem scheeps dienst tedoen, en die we mits dien verzoeken aldaar tewillen doen ligten, en bij ge„ leegentheid herwaards terug tezenden: gelijk we ook unEdelens vriendelijk verzoeken, nopens de nog mankeerende gecondemneerdens, van de scheeps overheeden verklaaringen waar ze beland zijn, te doen afvorderen, en beeedigd aan ons toetezenden, dat wwe om het schip niet op te houden hier niet hebben laten doen. wij bieden uw welEd:s hiernevens nog aan het duplikaat onzer laaste van den 17. dezer, en twee brieven van Bengale voor uwelEd:s ontvangen. wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete /onder„ stond / en geteekend / als vooren /:in margine / kolombo den 20. 7ber: 1741. /lager/ L: S: Nog verzeld deezen de kolombosche onkost reekening van het schip de Indues in triplo, groot ƒ49. 3. 8. Akkordeert nog Wijbrands egrlerk Nagezien Jacob Sraars Oeck: Seder Duplicaat Ceilon. Aan den Edelen Heer Willem Jacob Van de Graaff. Raad ordinair van Nederlands India, mitsgaders Goeverneur en Direkteur van dat Eijland en deszelfs onderhoorigheeden Nevens den Raad Kolombo. Edele Erntfeste Manhafte Wijze Voorzienige Zeer Diskreete Heeren Vrienden. Het schip Christophorus Columbus voor de Kamer Amsterdam naar Ceilon gedistineerd, is gisteren op onze reede verscheenen wegens gebrek aan drinkwater en om de veele zieke die meest sourbutik zijn, zoo als blijkt bij de ingeslootene kopij van het antwoord op de verpraaij brief: wij haasten ons om hier van aan uwEdele Gestrenge te Gestrenge en Ed:e over de Engelsche Post Kennis te geven en zullen zoo dra het schip van drinkwater en vane„ „sing voorzien is, ten eersten de reize naar Ceilon laaten voortzetten, terwijl de zieken die aan de wal gebragt worden met de eerste geleegendheid zullen worden overgezonden. Wij hebben de eere met veel achting te blijven /:onderstond: Edele Erntfeste Manhafte wijze, voorzienige zeer Diskreete Heer en vrienden. Uwer wel Edele Gesr: en Edelens D:W: Vriend en Dienaaren. /:was geteek„t I: L: van Spal, G: G: Gebhard, I: W: H: van Ros„ Ium, I: A: Cellaring W: van Haaften A:s Lurel I: A: Everdijck /:in margine:/ Koetsiem den 7. Novem A:o 1791. —. Accordeerd. Dijbhands Elerk

← previousnext →