VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10027

Ceylon · 494 pages · 137 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10027_0302 view scan ↗

English

Examined Suratta J: Wn & rakens e Bengale Kormandel Some time ago, it was heard that in the Kandyan upper lands, and particularly in Kandia itself, quite a few movements were being made which seemed to indicate hostile intentions. In addition, it was learned that several court dignitaries were preparing to come down to the King's lower lands west of the mountains, for which rest houses had even already been built here and there. Upon our inquiry after the reasons thereof, the Court answered quite intricately, and at the same time brought up certain demands, which it had advanced over several years with lesser or greater urgency according to the circumstances of the times, now more closely into discussion in a manner as if the Court had resolved to push them through now with great emphasis. Upon making this inquiry, we took at the same time such measures as seemed necessary to us on this occasion, in particular in particular to preserve the peace in the Company's possessions, as it has indeed remained undisturbed thereby up to this day, and which measures seem to have brought the Court at least so far to reflection that it keeps quiet up to now without having committed any acts of aggression against the Company. Even the best reports that we have been able to obtain state that the threatening activities with which they appeared to keep themselves passionately occupied in Kandia for a time have markedly diminished thereupon, and for the present would only consist of a few insignificant things, so that we have many reasons to believe that these things will have no further consequences for the peace of the land. If nevertheless, contrary to our hope and expectation, the outcome should be otherwise, we shall have the honor to inform Your Honors thereof at the earliest. For the rest, after friendly greetings, we remain /underwritten:/ Your Honors' willing friends and servants /was signed/ W: J: van de Graaff; P: C: von Drieberg; C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter and A: Samlant. In the margin: Kolombo, the 15th of April 1791 Agrees Dijbrands Clerk No. 22 Examined A nr Lourenk Duplicate Copy of dispatched secret and separate letters to various places in this year 1791 No. 21½ Secret Gale To the Honorable Pieter Sluijsken Commander together with the Council there. Valiant, Prudent, Discreet The intention of our secret letter of 14 December last was not that the shahbandar should be examined on the accusation of the Korale Mudaliyar and the former Mohandiram Mandenaike, but rather that he should be heard on what he himself, according to your secret letter of the 1st of the said month, brought forward to Commander Sluijsken regarding the aforementioned Korale Mudaliyar and the said Mohandiram. The reasons which appear in Your Honors' letter of the 16th following are by no means of such a nature that they ought to impede the execution of our orders given in the repeatedly mentioned letter. To the same as before We therefore order you further by this to comply still strictly with, and cause to be complied with, what was commanded in our repeatedly mentioned letter of 14 December, and to that end to have a complete copy thereof delivered to the junior merchants Martheze and De Lij, so as to serve for their information and to govern themselves accordingly insofar as it concerns them. For the rest, after greetings, we remain /underwritten/ Valiant, Prudent, Discreet, your good friends /was signed/ W: J: van de Graaff, C: van Angelbeek, J: Reintous, and B: L: van Zitter /in the margin/ Kolombo, the 12th of January 1791. We have resolved to write to Your Honors, as is done by this, to order the provisional Lieutenant Disava Von Schuler that he must summon to him the accused Matara chiefs mentioned in the extract of the secret resolution of 27 November sent to Your Honors with our letter of 9 December past, and announce to them in our name that by the information which we have received of the investigation conducted and by the candid written answer given by them on 16 December past, we consider ourselves satisfied, and that since we therefore consider it unnecessary to let the investigation proceed any further, we have ordered the aforementioned investigation to be considered concluded herewith. The Lieutenant Disava Von Schuler must also be ordered, after this declaration shall have been made by him, subsequently as if from himself in a confidential and friendly manner, further to add to it that he expects of the chiefs that they will not further look askance at, or bear any displeasure against, any of those, whomever it might be, whether they are subordinate to them or not, who have taken part in these things in any manner.

Dutch transcription

Nagezien Suratta J: W„n & rakens e Bengale Kormandel Een tijd lang geleeden hoorde men dat er in de kandias che boven landen, en inzonderheid in kan„ dia zelve vrij wat beweegingen gemaakt wierden die hostite oogmerken scheenen aanteduijden. Hier bij vernam men, dat verscheide Hofsgrooten zig gereed maakten, om na 'skonings benede landen bewesten het gebergte aftekoomen, waar voor zelfs hier en daar reeds rus thuijsen gebouwt waeren. op onze vraege na de reedenen van dien, ant„ woorde het Hof vrij wat ingewikkeld, en bragt te gelijker tijd zeekere eisschen, door het zelve zeedert verscheijde Jaaren, maete van de om„ standigheeden van tijden, met mindere of meer„ dere aandrang voortgebracht, nu naader ter spraak op eene wijze, als of het Hof hadde voorgenoomen, die nu met groote nadruk door te dringen. Bij het doen deezer vraage naamen we te gelijker tijd zoodanige maatregelen, als ons in deeze geleegentheid noodig scheenen, in„ zonderheid zonderheid om in scomp=s bezittingen de rust waaren, zoo als die ook tot heeden daar door on gestoord gebleeven is en welke maatregelen het Hof ten minsten in zoo verre tot nadenken so nen te hebben gebragt, dat het zelve zig tot na toe stil houd zonder eenige daadelijkheeden te gens de komp=e te hebben bestaan, zelfs zegge de beste berichten die we hebben kunnen inkr gen, dat de drijgende verrigtingen waarmeede men in kandia zig een tijd lang driftig gescheenen beezig te houden daarop merkelij zijn verminderd, en voor het tegenswoordige alleen zouden bestaan in eenige wijnig bed den de dingen, zoo dat we veele reedenen hebb te gelooven, dat deeze dingen geene verdere gu gen zullen hebben op de rust des lands. Zoo nogtans teegens onze hoope en verwagting uitkomst, anders zijn mogte zullen we de eer hebben UwelEd=s dat ten eersten te bedeelen. Wij blijven voor het overige na vriendelijk groet /:onderstond:/ uwer wel Edelens Dienstwillig vriend en Dienaaren /:Was getekent) W: J: van de Graaff; P: C: von Drieber C: van Angelbeek. J. s Reintous O B: L: van Zitter en A: Samlant, margine:/ kolombo den 15=e April: Abo Akkorseert Dijbrands Greerk No. 22 Nagezien A nr Lourenk Duplicaat Kopia afgegaane sekreete en Aparte Breeven naar Diverse Plaatsen In dit Iaar 1791 N:o: 21½ Secreet Gale Aan den Heer Pieter Sluijsken Commandeur nevens den Raad aldaar. Manhaften voor Zienigen Diskre„ „ten Den intentie van onzen secreeten brief van den 14 December Joleeden, was niet dat den sabendaar zoude worden geexamineerd op de beschuldiging van den korl modliaar en den geweezen Mohan „diram Mandenaike, maar wel dat hij zoude worden gehoord op 't geen hij zelve, volgens Uwen secreeten brief van den 1. van gem: Maandze opzigte van voorsz: korl Mooliaar en gen: mo„ „handiram, bij den heer Commandeur sluij„„ „ken heeft ingebragd De reedenen die voorkoomen bij uwe EEd brief van den 16. daar aan zyn geenzints van dienaard dat ze de uijtvoering van onze bij meerm: frief Ge Aan als vooren gegeeven beveelen behooren te verhinderen wij gelasten uw derhalven door deezen nade„ als nog stiptelijk te voldoen en te doen voldan 't aan bevoolene bij meerm: onzen brief van d December, en ten dien Eynde een volleeding daar van te laaten afgeeven aan de onde kooplieden Martheze en de Lij, om zo o hen aangaad te strekken tot hun narigte daar na te richten. wij bleijven voor 't overigens na geroete /: onder Manhaften voorzienigen diskreeten rm de vrinden /:was geteekend:/ W: J: van de Gra C: van Angelbeek, of: Reintous, en B: L: zitter /:in margiene:/ kolombo den 12. J 1791. Wij hebben beslooten uwelEd aan te schreijven „lijk geschied bij deeze, om den p:l Luijtenands „ve van Schuler te gelasten, dat hij de bes digde Matureesche hoofden vermeld bij 't onzen brief van den 9 December passato uwelEd toegezonden extract se creete resolu van den 27. November moet bij zig ontbi en hun uijt onzen naam aan zeggen, dat wij door de invormaatsien die wij ontfangen heb„ „ben van 't gedaane onderzoek en door het rond borstig schriftelijke andwoord door hun ge geeven op den 16. December passato ons houden voor voldaan, en dat wijl we 't mits dien en noodig agter te onderzoeken verder te laaten voortgaan we bevoolen hebben 't voorsz: onderzoek hier meede houden voorafgeloo„ „pen Den luytenand Dessave van schuler moet nog worden gelast om naa deeze verklaaring door hem zal zyn gedaan vervolgens als uijt zig zelven op een vertrouwelijke en vrindelijke wijze nog daar bij te voegen dat hy van de hoofden verwagt, dat ze niemand der geenen wie het ook zou moo„ gen zijn, 't zij ze aan dt hun onderge¬ „schikt zijn of niet die op eeniger han de wijze aan deeze dingen deel gehad heb„ „ben daar op verder zullen aanzien of daar over eenige ongenoegen teegens hun be 9

NL-HaNA_1.04.02_10027_0308 view scan ↗

English

To the same as before, show further, provided that everything shall be regarded as forgotten and wiped from memory, as if those things had never happened, so that mutual good trust may be restored thereby in the most fitting and complete manner. The papers concerning the Matara inquiry must, after they have been sealed by the two members who conducted the investigation, be brought to Colombo by our First Sworn Clerk Fijb. We shall subsequently send them to the Commander. All the investigations conducted at Galle relating to actions during the recent unrest must likewise be considered concluded, and the declarations or whatever other writings may relate thereto must be put away sealed in the secret chest. This must likewise be done at Matara. We remain otherwise, after greetings, underneath stood, Valiant, Prudent, Discreet, Your Honours' good friends, was signed, W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Drieberg, C: van Angelbeek, J: Reijntous and B: L: van Zitter. In the margin: Colombo, the 8th of February Anno 1791. A beginning has already been made here with the dividing of the cleared and planted cinnamon lands, both in the Maradana of Ekele and at Ratmalana and Moratuwa, without my noticing that this causes any sensation among the people of the Korales; and I suspect all the less that this will cause any displeasure among them, since they have never shown any reluctance even to accommodate cinnamon peelers in their gardens as long as they are busy peeling the standing cinnamon there. If there are now in the Galle Korale and in the Matara Dissavony such lands belonging in ownership to the Company, which Your Honours suspect will be disagreeable to the people of the Korales to see handed over to cinnamon peelers, it is best to skip those matters for the present and even to leave them undivided as a whole, in order to have the cinnamon standing thereon peeled on the same footing as has been done hitherto. What has primarily inclined me toward this arrangement is that it becomes almost impossible to keep such extensive cinnamon lands, as have been cleared in the Colombo Dissavony and now already amount to more than 5000 morgen, continuously clean and properly cared for; and to this impossibility is added that, notwithstanding all precautions taken, it has been found impossible to prevent a great deal of cinnamon on these lands from being continually cut down by the cinnamon peelers stationed in the neighbouring forests, which would not matter much if it did not happen without regard to whether the cinnamon is peelable or not, whereby a very great deal of cinnamon is consequently lost. Here in the vicinity there are several cinnamon peelers who have planted so much cinnamon on their own lands or lands expressly obtained for that purpose that they can now already peel their quota thereon, and for which they show very great attentiveness. I am, after friendly greetings, Valiant, Prudent, Discreet, Your Honours' good friend, was signed, W: J: van de Graaff. In the margin: Colombo, the 24th of April 1791. To the same as before, Because of the various difficulties set forth in Your Honours' secret letter of the 6th of this month, the Commander is excused from the order given in our secret letter of the 4th of this month to make a tour through the Matara Dissavony. Regarding the news mentioned in your aforesaid letter, that several persons have been summoned by the Maha Mudaliyar from the Matara Dissavony, we order Your Honours hereby to conduct a strict investigation, which must be sent to us as soon as it is concluded. We remain otherwise, after greetings, underneath stood, Valiant, Prudent, Discreet, Your Honours' good friends, was signed, W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Drieberg, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samland, T: A: Vollenhove. In the margin: Colombo, the 8th of May 1791. On board the ship Demerary is the Brahmin Sii Sanka Sarie, to cross over with it to Batavia, for which the ordinance is enclosed herewith, which Your Honours must cause to be handed to Captain Paardekooper. The Aratchi and three Lascorins who arrived with him from Tuticorin must be sent hither. We remain for the rest, after greetings, underneath stood, Valiant, Prudent, Discreet, Your Honours' good friends, was signed, W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: van Drieberg, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter and A: Samland. In the margin: Colombo, the 16th of May 1791. Pursuant to our secret letter of the 8th of February last, we send Your Honours herewith the papers of the inquiry that, according to what was written in our secret letter, were signed...

Dutch transcription

Aan als vooren betoonen nog, behouden maar dat alles bij zal worden gehouden voor vergeeter en geheugen gewischt, als of die dingen nooij „beurd waaren ten Eijnde daar door op de koomenste en volleedigste weijze word hersteld 't onderlings goed vertrouwen. De papieren nopens 't matureesche onde moeten door onzen Eerste Gesw: klerk fijb na dat ze door de twee leeden onderz hebben zyn verzeegeld, worden meede „bragd na kolombo. wij zullen ze ver „gens aan de heer Commandeur toe „den: Alle de te gale gedane onderzoek betrekking hebbende tot bedreijven in Jongste on lusten moeten insgelijks „den gehouden voor geeiijndigd en de „klaaring of wat voor andere geschrift het mogten zijn daar toe betrek moet verzeegeld worden weggelegd secreete Cas dit moet in der zelver w Met het verdeelen der schoongemaakte en verdeelde aangeplante Caneel gronden is hier reeds een begin gemaakt zoo in de Marandaan van Ekele, als te Rat „malane en te Morottoe zonder dat ik kan merken, dat zulks eenig op„ zien baard bij de korls volkeren, en ik vermoede te minder dat dit bij de zelve eenig ongenoegen zal te weege brengen, wijl deeze nooijd getoond heb „ben eenige teegen zin, om zelfs in hun „ne tuijnen kanneel schillers te doen te Mature worden gedaan wij bleyven voor het overigens na groete /:onderstond:/ Manhaften voorzienigen die kreeten UwE: goede vrinden /:was geteekend/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Drieberg, C: van Angelbeek J: Reijntous en B: L: van Zitter. /:in margiene:/ kolom „bo den 8 februarij A=o 1791 te huijs huijsvesten, zoo lange ze met het schillen dan in staande Caneel beezig zijn. zijn er naij in de gale korle en in de Maturee scha „savonij zulke gronden de Comp: in eijs „dan toe hoorende waar van UE: verm dat het de korls volkeren zullen onaan „genaam weezen, die aan kanneel sch „lers te zien afgeeven is het best die s ken voor eerst over te slaan en zelfs i geheel en verdeelt te laaten ten Eijn de daar op staande kanneel te laat schillen op dien voed als dat tot hier is geschied. Het geen mij voornaamendlijk tot de schikking heeft doen neijgen, is dat bij na onmoogelijk word zulke uijtg „te Caneel gronden als er in de kol bosche Dessavonij zijn schoongema en nu reeds meer dan 5000. moi bedraagen op den duur te doen schoon en daar voor na behooren te doen zor „gen en dat bij deeze moogelijkheijd nog komt, dat niet teegenstaande alle aan„ „gewende voorzorgen het niet moogelyk be„ vonden is om te beletten dat een mee„ „nigte kanneel op deeze gronden steds wyze word gekapt door de kanneel schillers in de nabuurige bosschen ge„ plaatst waar aan wel niet veel zoude geleegen zijn zoo dat niet geschied zon„ „der te zien of de Caneel schillers is of niet waar door mits deezen dien heel veel Caneel verlooren gaad. Hier in de nabyheid heeft men ver„ scheijde kanneel schillers die op hun eijge of daar toe expres verkreegene: gronden, zoo veel kanneel hebben/: aangepland, dat ze tans reeds daar op hun verpligting schellen kunnen en Aan als vooren. Aan als vooren en waar voor ze zeer groote op letter heijd toonen te hebben Ilk ben na vrindelyke groete sonder h Manhafte voorzienige Diskreete U goede vrind /:was geteekend:/ W: J: van de Ge /:in margiene:/ kolom den 24 Apri 1744 Aan als vooren Om de verscheijde swaarigheeden die wor op gegeeven bij uwelE: secreeten brief van de 6. deezer word den heer kommandeur g'e „kuseerd van de ordre gegevene bij enzen sch ten brief van den 4. deezer om een ton te doen door de matureesche Dissaronij Nopens de teijding vermeld bij voorsz: uwen dat verscheijde perzoonen door den Ma modliaar uijt de Matureesche dessaronij de zijn op ontbooden, gelasten we uwer door deezen scherp onderzoek te doen, welk zoo draa het is afgeloopen ons m worden toegezonden wij bleyven voor het overigens na ge /:onderstond:/ Manhaften voorzienigen kreeten uwE: goede vrinden / /:was getekend:/ W: F: van de Graaff; M: P: Raket, D: C: von Drieberg, J: Reintous van B: L: van Zitter A: Samland, T: A: Vol„ lenhove, /:in margine:/ kolombo Den 8. Maij 1741. Op het schip Demararie bevind zig den Bra„ „min sii sanka Sarie, om daar meede na Batavia overtevaaren, waar toe de ordonnan„ 2 „tie hier neevens gaat die uwelEd: aan Capitain Paardekooper moet doen ter hand stellen. 1a De Arraatje en drie Laskorijns die met hem van Tutucorijn zijn aangekoomen, moe„ ten herwaards worden gezonden. Wij blijven voor 't overige na groete. (:onder„ ter stond:/ nanhafte voorzienige diskreete uweE: Eij goede vrinden /:was getekend:/ W: I: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: van Drieberg, b: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter en A: Pamland: /: in margine:/ Holom„ „bo Den 16. Maij 1791. Jn gevolge onze sekreete brief van den 8. Februarij J=o leeden zonde wij uwelEd. hier nevens de papieren van 't onderzoek dat volgens 't aangeschreevene bij onsen secree„ geteeken te - .

NL-HaNA_1.04.02_10027_0311 view scan ↗

English

Apart Secret letter To the same as before To the same as before of December 9 past was conducted by the commissioned members of the Landraad at Mature. The letter of February 8 past These papers must, according to what was stated in our aforesaid letter, be claimed and then preserved in the secret chest at Mature. For the rest, after greetings, we remain below stood Valiant, Provident, Discreet Your Honours' Good Friends was signed W. J. van de Graaff, M. P. Raket, B. L. van Zitter, A. Samland, J. A. van Vollenhoven in the margin Colombo, May 17, 1791. You must request and demand in a sealed package from Mature, and immediately send to us, the papers concerning the inquiry held there by the Landraad members Beijen and Brinkman, assisted by the First Clerk Tijbrands, into the accusation against some of the prominent native chiefs, which were sent to you along with our letter of May 17 past, so that the Lord Commander could peruse them and subsequently they may be filed in the secret chest at Mature. For the rest, after greetings, we remain below stood Valiant, Provident, Discreet, Noble Your Honours' good friends was signed W. J. van de Graaff, M. P. Raket, C. van Angelbeek, P. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samland in the margin Colombo, November 29, 1791. For the rest, after greetings, we remain below stood Valiant, Provident, Discreet lower Your Honours' good friends was signed W. J. van de Graaff, M. P. Raket, P. Reintout, B. L. van Zitter Colombo, December 25, 1791. Their High Excellencies have observed, as appears from the enclosed extract from their respected secret dispatch of June 27 past with regard to the recent disturbances in Mature, that you repeatedly complain that no settlement of the grievances is pursued and that the provisions of the mandate are not complied with. We therefore order you to state clearly to us, in reply to this, what has given cause for this repeated complaining. Agreed, Wijbrands, First Clerk. Tutucorijn To the Honourable Martinus Mekern, Senior Merchant and Resident there. Honourable, Discreet. Upon further deliberation on the proposal made to us by Mr. Buchanan to pay 25,000 to 30,000 Pagodas in cash into the treasury at Tutucorijn, for the receipt of which funds we authorized Your Honour in our letter of December 29, we have resolved to abandon this transaction. Consequently, if Mr. Buchanan should offer money to you against bills of exchange to the Netherlands, Your Honour must tell his honour in the most courteous manner To the same as before tell him that it does not suit the Company to receive any money on the proposed terms. For the rest, after greetings, we remain below stood Honourable, Discreet Your Honour's good friends was signed W. J. van de Graaff, D. C. van Drieberg, J. Reintous, B. L. van Zitter in the margin Colombo, January 14, 1792. We have received your secret letter of January 29 past and approve the conduct pursued by you regarding the incidents mentioned therein with the Mannegaars of Mannapaat, Kailpatnam, and Meloet. The letter from Mr. Torin shows very clearly that if one were to engage with him on the nature of our rights and privileges regarding the disputes that form the subject of his letter, this would entangle us in insurmountable difficulties. This must therefore, insofar as it can possibly be avoided, not happen, and if the reply that Mr. Torin has promised you, after he has investigated the specifics of the matters about which you have complained, should not be satisfactory, or if you find it necessary to reply to him further, so as not to appear to acquiesce in his way of thinking, it is best merely to point out to him simply that we have been from time immemorial in the possession and actual exercise of these rights and customs, on which it depends in this instance and for the infringement of which we seek redress, adding, insofar as you think it necessary, that you will inform us of everything and await our further orders. We would be reluctant to lodge complaints immediately with the Government of Madras; we would be all the less willing to do so at present because it appears not to be at all certain yet whether the Nabob will not be restored again. Things could, however, develop in such a way that it became absolutely necessary to write to Madras about it without delay, especially in order thereby to prevent unfavourable conclusions from being drawn against us from a long silence, and we have therefore resolved to do this at once in such an event. You must consequently draw up and send to us a memorial of that which to the Government of Madras

Dutch transcription

Apart sekreeten brief Aan als vooren Aan als vooren van den 9: December pass:o door gecommitteerde landraeds leeden te mature gedaan is. de brieff van den 8: februarij v=orleeden ver Deeze papieren moeten vol„ geld in de secreete Caste Mature worde baa gens het aan-Wij blijven voor 't overige na groete /:onder geschreevene stond:/ Manhafte voorzienige Diskreeten bij onzen voorsz: uwE: Goede vrinden. /:was geteekend:/: W: S: van de Graaff, M: P: Raket, B: L: van Zitter, A: Samland, J: A: „ Vollenhove /:in margine:/ Colombo den 17. Maij 1797. „opeieschen UE moeten van Matuure verzegeld eessolven en zod aen met toesenden de papieren van het door de bo raeds leden Beijen en Brinkman geassisteerd van d Eertte Klerk Tijbrands aldaer gedaen onderzoek m de beschuldigiging teegen eenige der voore naam inlandsche livofden welke nevens onsen brief van de 17. Maij JL: aen uE zijn toegesonden op dat den Heer Kommandeur daer van lectura konde neem en vervolgens te Mature in de skreete kaste worden geseponeert. wij blyven voor het overige na groete /onderstond:) manhafte voorzienige Dukreeten Hlagt UwE goede vrienden /was geteekend:/ W: J. van de Graaff: M P Baket, C van Auges P Reintous B L: Van Putter A Samlan /in margine/ Kolombo den 29e Novem 1741 Wy blyven voor het overige na groete /onderstond Manhafte voorzienige Dukreete /lager UdE. goede vrienden /was geteekend / wd J van de Graeffer M P Maket I. Reintout, BL: van Putter Bolombo den 25 xber 1791. Hunne Hoog Edelheeden hebben blykens 't inleg= ane „gende Extract uit hoogst derzelver gerespiee= teerde secreete missive van den 27 Juny Hhn a met betrekking tot de Jongste Maturesche onlusten opgemerkt, dat udE herhaald klaagt ten dat men geen afdoening der klachten betrackt en het voorgschreevene by de mandaat dla niet word nagekoomen wy gelasten uds mitsdien, om ons in antwoord, deezer duydelyk op tegeeven, wat oorzaak gegeeven Va heeft tot dit herhaald klaagen Akkordeert Wijbrands GKlerk 2 ij Tutucorijn Aan de E: Martinus Mekern, opperkoopman en apperhoofd aldaar Eerzaame Diskoeeten. Bij nadere deliberatie over het voor„ ten „stel ons door den Heer Buchanan 17 gedaan, om te Tutucorijn 25. tot 30'000. Pagooden in Cas te tellen, va en tot het ontfangen van wel, ke gelden wij uwel Ed: bij onzen 't brief van den 29. December hebben ver gequalificeerd, hebben we besloo „ten van deese Negotiatie afte„ „zien: wanneer mits dien de Heer Buchanan geld aan uwE mog„ 1k „te presenteeren op assignatie na Nederland moeten uwE zijn Edele op op zijn welvoegelijkste wijze zeggen Aan als vooren zeggen, dat het de Comp. e niet Convenieerd om eenige penningen op den voorgestelden voet te ond vangen. Wij blijven voor het overige na gr „te /:onderstond:/ Eerzaame dis„ kreeten uwE: goede vrinden /wi geteekend:/ W: I: van de Graaff: D: C: van Drieberg, I: Rein tous„ B: L: van Zitter /:in margine Kolombo den 14. Jannuarij 1792. wij hebben ontfangen uwen secreeten brief van den 29. Jan nuarij J:o leeden en approbeeke 't door het uw gehouden beleijd om „trend de daar bij vermelde voor, van na „vallen met de Mannegaars. van Mannapaat Kailpatnam, ten en Meloet Het schrijven den i 17 Heer Torin, toont heel duijdelijk aan, dat zoo men zig met Na hem in liet over de natuur onzet 3 regten en voorregten, Nopens 't ver de kwetsien die het onder rij werp van zijn brief uijtmaa„ „ken zulks ons zoude inwik, te kelen in ondoorkoomelijke kwetsien. Dit moet mits dien zoo veste het eenigzins te ont„ 18 trend weijken n9 te „wijken is, niet geschieden en zoo het antwoord dat de Heer Torin UE. heeft toegezegd, na dat hij de speciaaletijte, der din gen, waar over uwE: geklaagd heeft zoude hebben onderzogt niet mogte voldoende zijn of dat uwE vind hem nader te moete „schijnen antwoorden, om niet te schrijve in zijne wijze van denken te beze „ten, is het best, hem voorts eenvo dig te vertoonen dat was zedert on heugelijke tijden zijn in ret bezit en de dadelijke oeffening dese regten en gebruijken waar op het in deeser aankomst en op weke in breuke we herstel vragen met bijvoeging in zoo verre UE: het nodig denkt dat uE: van alles aan ons zal kennis geeven en onze na dere orders afwagten. Wij zouden ongaarne nu aanstons klagten willen doen aan het gouvernement van Madras we zouden dit te minder gaar ne doen, tans dat het scheijnd in het geheel nog niet zeeker te zijn of de Na „bab niet wederom zal worden hersteld De dingen konden egter zoo loopen dat het volstrekt noodig wierd om daar over zonder uijtstel na Madras te schreij ven in zonderheijd om daar door te voor koomen dat uijt een i lang stil sweijgen geene ongunstige gevolgen te „gens ons wierden afgelijd en we heb ben daarom beslooten dit in zulk een geval ten eersten te doen uE: moet mits dien een Memorie op maaken en ons toezenden van het geene aan het gouvernemend van in Madras

NL-HaNA_1.04.02_10027_0315 view scan ↗

English

Madras for the present ought to be presented, in case the actions of Mr. Torin continue to be such that it is necessary for us to address ourselves to Madras about it. In such a memorial we think it is best for now to bring up nothing else than only those points in which we find ourselves wronged regarding these and other matters of that nature, concerning which the earlier agreements are not too clear and must indeed be considered to have been included in the latest treaty of the Nabob, which in the general confirmation of the Company's rights and privileges, though nevertheless not expressly stated therein, it is best to make use mainly of the right of possession in which we have been for such a long time; for although those things, whenever people wished to cause us trouble, have not entirely remained without opposition, and even now and then actual infringements were made upon them, nevertheless, when such difficulties had passed, they returned of their own accord to the old and customary footing. In such a memorial it must therefore be demonstrated in the best possible manner how the matters, for the demonstration of which it must serve, have been of old and have been exercised by us, whenever infringements upon them were not made in an unlawful or violent manner. If the message concerning the 3000 Sjakkerons presented by Mr. Buchanan has been sent to the banker Casinadoe Taseker in accordance with what was written in our letter of 29 December, and no answer to it has yet been received, or even if this message might not have been delivered to the said banker on account of what was communicated in your letter of 9 January, the questionable 300 Sjakkerons may in both of these cases be paid out to Mr. Buchanan upon such proof as His Honour, according to our letter of 27 December, offered to furnish; and as soon as the payment has been made, notice thereof must be given to the aforementioned banker in such a manner as Your Honour shall judge most suitable. For the rest, after greetings, we remain, underneath was written: Honourable, discreet, your good friends, was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. von Drieberg, C. van Angelbeek, B. L. van Zitter. In the margin: Colombo, 7 February, anno 1791. To the same as before. We have received Your Honour's separate letters of 8 and 25 February past. Your conduct pursued on the occasion that Mr. Torin requested to be allowed to export a parcel of linens meets very much with our approval. As long as the Company itself, through lack of money, is unable in the long run to provide work for the weavers, we ought to be all the more accommodating in all such matters to which one can somewhat turn a blind eye without it infringing upon our exclusive right. As far as one can counter those matters, or at least render them fitting, without falling into greater inconveniences, it ought nevertheless to be done, particularly in order not to arouse a desire for it; but when, as in the aforementioned case, it is unavoidable, we authorize Your Honour, as long as the Company continues to remain in this moneyless state, to proceed with the same moderation regarding the private export of linens as was done in this case. We send Your Honour herewith the copy of an English letter, with the copy of our answer thereto, which goes herewith, and must request Mr. Torin to send it to Madras. For the present we have considered this sufficient to answer the question put therein, among other things concerning the documents upon which the Company's exclusive right in the linen trade is grounded. We do not think so, but should the English wish to make clear infringements upon this right, it must be effectively maintained; and if the English then use force, which one cannot prevent either because of superior strength or other reasons, nothing remains but to protest against it in the most cogent manner, in order to be able to seek redress either from the General Government in Bengal or in Europe itself from the Directors of the English Company. It having been unavoidable to arrive at some explanation with Mr. Torin regarding our jurisdiction over the Paravars, inhabitants of Tuticorin, we are well pleased with it, and it was very agreeable to us that your letter about it was of good effect. As long as matters remain on a bearable footing, there is certainly no cause to complain, and in all matters which can themselves be cleared out of the way in a friendly manner, it is good to continue to keep that course. The required Memorial is only necessary whenever the Company's rights are challenged and it is necessary that addresses are made by us to Madras concerning it; until such time, it may remain dispensed with. Since Mr. Buchanan does not seem to wish to pursue his claim to the 3000 Sjakkerons any further with us, and he, as well as the banker Casinadoe Taker, are foreigners not subject to our

Dutch transcription

Madras voor het teegenswoordige zoude behoore te worden vertoond ingevalle de handelen van heer Torin bij voortduuring zodanig zijn dat nodig is dat we ons daar over na Madrasad seeren o zulk een memorie denken we da het best is voor eerst niets anders te brenge dan alleen die pointen, waar in we onse „den verongelijkt omtrend deeze en ande dingen van dien aard waar omtrend de gere over eenkomsten niet alte duijdelijkz en bij het jongste tracklaad van den Na wel moet geacht worden te zijn begreepe die in de algemeene bevestiging van sCom„ rechten en voorrechten, dog nogtans da bij niet stelling zijn uijtgedrukt is het best zig hooftzaakelijk te bedienen van het recht van possessie waar in zedert zoo een geruijmen tijd zijn want schoon wel die dingen, wanneer ons heeft willen moeijten aan doen v geheel zijn gebleeven buijten teegen Sp en ook zelfs nu en dan werkelijke inbreuken daar op zyn gedaan, zyn nogtans, wanneer zulke moeijelijkheeden zyn overgeweest dezel„ „ve wederom van zelfs gekoomen op den ou„ „den en gewonen Voet. Bij zulk een memorie moet midsdien op de best moogelijke wijze worden aange„ weezen, hoe de dingen tot betoog van de welke ze dienen moed, van ouds zijn ge„ „weest en door ons geoeffend zijn, wanneer op geen onwettige of fiolente wijze daar op inbreuken zijn gedaan. zoo aan den bankier kan sinadoe Tase„ „ker gezonden is de boodschap nopens de door den heer Buchanan gepresten„ teerde 3000. Sjakkerons volgens het aan geschreevene bij onzen brief van den 29. December en daar op nog geen and„ woord is ontfangen, of ook zelfs zoo deeze boodschap aan gem bankier en uijt uijt hoofde van het bedeelde bij uwen brief van den 9. Januarij niet mogte zijn gedaan, mooge in bij de Deeze gevallen de questieuse 300 spak „kerons aan den Heer Buchanan worden uijtgekeerd op zodanige beweijs als zijn E: vrl „gens onzen brief van den 27. December heeft aangebooden te verleenen, en moet zodra de uijt betaaling gedaan is daar van aan meer „melde bankier worden kennis gegeeven op zulk een wijze als uwel Edele dat wel voe voegelykst oordeelen zal. wij bleyven voor het overige na groete /:onderstond:/ Eerzaame zeskreete uw E: goede vrinden /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff M:s P: Raket, D: C: von Drie„ „berg, C„ van Angelbeek B: L van zitter /:in margiene:/ kolombo Den 7. februarij A:o 1791. Aan als vooren wij hebben ontfangen UE: apparte brief van den 8 en 25 februarij J:o leeden. uw gehouden belijd ter geleegendheid dat de heer Forin heeft verzogt, om een partij lijwaat ten te moogen uijtvoeren; is zeer van onze appro„ batie zo lang de Comp: zelve door geld gebrek onver„ moogens is om de weevers op den duur werk te vers schaffen dienen we te meer wat inschikkelijk te zijn in alle zulke dingen waar op men de oogen wat kan toedoen zonder dat het in„ „breuk maakt in ons Exklusief recht zoo veel men die dingen zonder in grootere ons gelegendheeden te vervallen, kan tegen gaan of ten minsten voegelijk maaken, diend het nogtans te geschieden in zonderheijd om de lust daar toe niet op te wekken dan wan„ „neer dat, gelijk in 't voorsz: geval niet te ontweijken is, qualificeeren we UE: om zoo lang de Comp: in deeze geldeloozen staad bleijf verceeren, omtrend den partukulieren dezelfde uijtvoer van lijwaaten met „ ees gemae„ tigheid te werk te gaan als in dit ge„ val is geschied Wijzenden UwE: hier nevens de kopij van de „een 6 lingeandt een Engelse brief, met de kopij van ons a „woord daar op, dat hier nevens gaad, en aan de heer Torin moed verzoeken om te „den na Madras voor Eerst hebben we dit „leedig geagt op de vraage daar bij aan gedaan onder andere nopens de stuk waar op gegrond is sComp:s exckusief r in den lynwaat handel wij denken het niet dog mogten de Eng schen kennelijke in breukene willend op dit recht moet 't zelve feijtelijk worde gemaintineerd, en doen dan de Engels geweld: dat men of om de overmagt, of andere redenen niet kieren kan sche er niets over dan daar teegen te pro te steeren op de bondigste wijze, ten Eij„ de daar van het stel te kunnen zo ken het zij bij het genneraal gou vernemend te bengale dan wel in de ropa zelve bij bewindhebberen van de Engelse komp: Het niet te ontweijken geweest zynde, met den Heer Torin te koomen tot eenige uijtleg„ Jngezeetne ging, nopens ons regts gebied over de parthkas „ van Tutukorijn, laaten we ons dat welgevallen en was het ons zeer aangenaam, dat uwe brief daar over is geweest van goede uijtwer„ „king zoo lange de zaaken bleijven op een draaglyken voet is er zeker geen oorzaak om zig te beswaaren en in alle dingen die daar zelve op een vrindelijke wijze kunnen worden uijt den weg geruijmt is het goed dien roed bleijven behouden. De gevorderde Memorie is alleen Nodig wan„ „neer 'skomp:s regten worden aangevogtend en dat het nodig zij dat daar over addressen door ons gedaan worden na Madras tot zoo lange kan ze bleijven geExkuseerd: Wijl de heer Buhanan zyn recht op de 3000 Sjakkerons, bij ons niet verder scheijd te willen vervolgen, en hij zoo wel als de bankier kasinaden taker vreemde lingen zijn niet onderworpen aan met onze

NL-HaNA_1.04.02_10027_0318 view scan ↗

English

our jurisdiction, we maintain that in order to divest ourselves entirely of this matter and to prevent all unpleasantness on that account, it is best to offer the money in question to Mr. Torin and to request His Honour to make a decision upon finding the state of affairs. At this offer, it is well to bring to Mr. Torin's attention in passing that, should His Honour deem it fit to give the aforesaid money to the banker, it would perhaps be of service if it took place under cautio de restituendo, in case Mr. Buchanan might institute a further claim on it. In order not to have overly large disputes about holding a fishery on the recently inspected Tuticorin pearl banks, we authorize Your Honour, if Mr. Torin can absolutely not be persuaded to postpone the fishery for another year, to then consent to the holding of the same, and to make such arrangements with Mr. Torin in that regard as Your Honour shall find necessary. We cannot send Eastern troops on this occasion. Your Honour must therefore manage as best as possible, and if necessary, Your Honour may enlist some more sepoys, or some lascars. The arrangement in appointing commissioners, if a fishery is held, we hereby leave deferred to Your Honour. The enclosed letter for the Malabar Governor van Angelbeek must be forwarded to Cochin as soon as possible. For the rest, after greetings, we remain, underneath stood: Honourable, discreet, Your Honour's good friends, was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, P. van Angelbeek, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samland, and J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, 10 March 1791. To the same as before. We send Your Honour herewith, for Your Honour's information, an extract secret missive written to us by the Noble High Indian Government on 6 December of last year, containing their highest disposition on an annexed copy of a report from the Visitor-General concerning the question regarding the calculation of coin species, and we charge Your Honour to send us as soon as possible Your Honour's considerations and report thereon, especially regarding the indication made in the aforementioned report of the calculation of a certain 10,000 rupees in the year 1770/1774. For the rest, after greetings, we remain, underneath stood: Honourable, discreet, Your Honour's good friends, was signed: W. J. van de Graaff, M. Raket, C. van Angelbeek, B. L. van Zitter, A. Samland. In the margin: Colombo, 19 March 1791. We have received Your Honour's separate letters of 9 and 31 March of last year. To the same as before. The arrangement according to which the holding of the pearl fishery is postponed until next year is very pleasing to us, just as it is also agreeable to us that matters with Mr. Torin had provisionally arranged themselves to the reasonable satisfaction of the Company. The writing of the Nawab regarding the 3000 chakras is indeed, in the circumstances in which the Nawab is at present, not of such a nature that all doubt on this matter would be removed by it. However, because it will greatly offend Mr. Buchanan and the Nawab himself if the aforesaid writing of the Nawab does not produce the desired effect with us, and as it appears all too clearly from the copy of the letter from the Governor of Madras delivered to Your Honour by Mr. Buchanan, with the Nawab's answer thereto, how much disservice it would be to the Company if Mr. Buchanan and the Nawab, when these matters come further under discussion, were to play into the hands of the English Government, we have resolved to authorize Your Honour, as is done hereby, to make the actual payment of the aforesaid 3000 chakras to Mr. Buchanan. In order that this disposition of ours may have the desired effect all the more, Your Honour must write to Mr. Buchanan at once that, on account of what was written by the Nawab, we have found no further difficulty in having His Honour paid immediately, and this payment must also be carried out in effect as soon as possible. If Your Honour thinks it necessary and proper, then also write an answer to the Nawab, stating that upon his given authorization the 3000 chakras will be paid to Mr. Buchanan. If our letters for Malabar sent to Your Honour on 31 March and the 7th of this month with the sloops Chinsura and Colombo should not yet have arrived there, Your Honour must forward the enclosed letter for Malabar at once; otherwise it must be returned to us. For the rest, after greetings, we remain, underneath stood: Honourable, discreet, To the same as before. Your Honour's good friends, was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. van Drieberg, C. van Angelbeek, J. Reintous, and A. Samland. In the margin: Colombo, 10 April 1791. Separate. The Brahmin Sri Jan Kasarie, mentioned in the separate letter of the first undersigned Governor of 5 September past, we have resolved to send to Batavia with the ship Demerary. Your Honour must therefore have him embark on the aforesaid ship, and provide him in a decent manner with whatever he needs during the voyage, and one or at most two servants may also be given to accompany him. To Captain Paardekooper Your Honour must give the necessary order for his embarkation as far as Galle. With the bark the Chinsura we have received today the duplicate of Your Honour's separate letter of 26 April of last month. Before we dispose upon the address of Mr. Torin regarding the petition of the banker Kasinaden Taker, Your Honour must send a copy of the letter written by the Nawab to Your Honour, to satisfy the questionable 3000 chakras to Mr. Buchanan, to the said Mr. Torin, and ask him whether the recommendation made therein by the Nawab can be satisfied or not. Meanwhile, it is well that Your Honour has provisionally retained this money.

Dutch transcription

onze Jurisdictie, sustineeren wij dat om ons van ze zaak te eenemaal te ontdoen, en alle on genaam heeden derweegens te voorkoome het best is, 't geld in questi den heer toun aa te bieden, en aan zijn E: te verzoeken om over na bevinding van zaaken uijtspra te doen bij deeze aanbieding is het go den heer Torin en pasand te doen opm „ken dat zo zijn E: mogten goedvind voorsz: geld aan de bankier afte geev het misschier van dienst zoude zij zoo het geschied onder Cautie de re„ tituende of de heer Buhanan daar op Nader pretentie mogte institueeren Op geen alte groote verschillen te hebben over het houden van ee visserij op de enlangs gevisitee de tutu Corijns paarl banken qualifiseeren UW E: om, wanneer De heer Torin volstrekt niet te beweegens is, om de visscherij nog een Jaar uijt te stel „len en als dan in het houden der zelve te moogen bewilligen en daar omtrend met den heer torin zodanig schik„ kingen te maaken als uE noodig vir„ den zal. Oostersche Militairen kunnen we te deezer geleegendheid niet zenden UE: moet zig dus zoo goed mogelijk behel„ pen, en is het nodig, kan UE: eenige meer„ dere sipaijen in dienstneemen, dan wel eenige laskorijns De schikking in 't benoemen van gekommitteerdens zoo er een visscherij gehouden word, laaten we door dezen aan UE: gedefereerd De ingeslotene brief voor den heer Mallabaarsch gou„ verneur van Angelbeek, moet ten spoedigsten na koetsiem worden voortgeschikt wij blijven, voor het overige na groete /:onderstond:/ Eerzame Distreete UE: goede vrinden /was getekend:/ W: J: van de Graaff, M: P:r Baket, P: van Angelbeek, J: Beintous, B: L: van Zitter, A: Camlant en J: A: vollenhove in margine kolombo den 10 maart Aan 1791. Aan als vooren wij zenden UE: hier nevens tot uE: narigt, een Extr secreete missive door de Edele Hooge indische Rage ring den 6. December J:ol: aan ons geschreven, houden „de hoogst derzelver Disposietie op een in Co„ „pia hier nevens gaande berigt van den vil tateur Generaal, over de questi omtrend de bereekening der mund spesien en w belasten UwE: ons ten spoedigsten daarop te zendere uw E: kensideraatsien en berig spiciaal nopens de bij gem: berigt gedaa ne aanweijzing de bereekening van zeker 70 10'000 ropijen in het Jaar 17 7/4: Wybleyven voor 't overige naa groete /:onderstond:/ Eerzaame Diskreeten UE goede vrinden /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff M: Paket C: van Angelbe B: L: van Zitter A: Samland, /: in mar„ „giene:/ Kolombo Den 19 Maart 1791— wij hebben ontfangen uE: apparte brieve van den 9. ' en 31. Maart J=o Leeden De schikking volgens welke het houde Aan als vooren van de paarlvisscherij is uijtgesteld tot het aan staande Jaar is ons zeer aange naam gelyk ons ook welgevallig is dat zig de dingen met de Heer Torin bij voorraad tot tamelijke genoegen van de Comp: hadden geschikt. Het schrift van den Nabab over de 3000 Sjakerons is wel in de om standigheijd waar in de Nababtans is niet van dien aard dat alle tweijfeling op dit stuk daar door zoude zyn wegge nomen dan wijl het den heer Buchanan magtige stooten zal en de Nabab zelve zoo het voorschreeve voorschreij„ ven van den Nabab bij ons niet doet de verlangde uijtwerking en dat het uijt de kopij brief van van van de gouverneur van Madras door den heer Buhanan aan uE: bezorgt met serababs andwoord daar op maar al te klaar bleijkt van hoe veel on„ indien dienst het de Comp: zoude zijn ierde heer Buchanan en de Nabab wan„ neer die dingen verder ter spraak koomen het Engelsche gouverne „mend wilde in de hand werken hebben we beslooten om UE: te kwa „lificeeren zoo als geschied door deeze tot de daadelyke uijt betaaling der voor schreevene 3000 sakkerons aan den heer Buchanan op dat deeze onze disposietie te meer doe het verlangde effeckt moet uwE: den heer Buchanan ten eersten aan schreijven dat we uijt hoofde van het geschreevene door den Nabab geen verder swarigheid hebben gevonden zijn E. dadelijk te doen betaalen, en moet ook deese betaaling zoodra mogelijk in effekte worden gedaan. zoo uE. het noodig en welvoegelijk denkt dan schrijf ook een antwoord aen den Nabab, dat op zijne gegeve au„ zolisatie de 3000: sjakorans aan den Heer Buchanan zullen worden betaeld. zoo onze brieven voor de Malla„ baar aan uE: den 31. Maart en 7 deezer met de sloepen Chinsura en kolombo gezonden, nog niet aldaar mogte aen„ gekoomen zijn, moet uE den inleg„ genden brief voor Mallabaar ten eer„ 6„ sten voortzenden, anderzints moet dezelve ons terug gezonden worden: wij blijven voor 't overige nagroete /:onderstond:/ Eerzaame diskreete geen uwE Aan als vooren uwE. goede vrinden /:was getekend/ W: I: van de Graaff M: P: Raket. D: C: van Drieberg C: van Angelbeer I: Reintous en A: Samland. /: in ma gine:/ kolombo den 10. April 1791. apart Den Bramine frie Jan Kasarie vermet bij den aparten brief, van den eerste ondergetekenden Gouverneur van de 5. 7ber: pass„o, hebben we beslooten met 't schip Demerarie te verzen den na Batavia UE: moet hem mitsdien op voorsz: schip doen em„ barqueeren, en hem op een ordente lijke wijze voorzien van het gee hij geduurende de rijse nodig heeft en mag ook aan hem één of ten hoogsten twee bedienden worden meede gegeven. Aan den Capitain Paardekoper moet uE tot zijn ambarquent, de nodige ordonnantie geven tot na Gale Met de bark de sinsura hebben wij heden ontfangen het duplicaat van uE: aparte brief van den 26. April J:o L:„ Alvoorens wij op het addres van den Heer Torin, noopens het request van den barcier kasinaden Taker, dispo„ „neeren, moet uE een Copij van den brief, door den Nabab aan uE geschree„ „ven, om de questieeuse 3000. sjakkae„ „rons aan den Heer Buckanan te voldoen, aan den der Heer Torin toe¬ zenden, en hem vragen of aan de aan„ bevieling door den Nabab daar bij gedaan kan worden voldaan dan niet. Jntusschen is het wel, dat uE dit geld voor eerst heeft aange„ Paarde koper houden

NL-HaNA_1.04.02_10027_0322 view scan ↗

English

Tutucorijn For the rest, after greetings, we remain, underneath stood, Honorable, Discreet, very good friends, was signed, W: I: van de Graaff, M: P: Raket, J: Reintous, B: L: van Zitter, and A: Samland, in the margin, Kolombo, the 1st of Maij 1791. To the Political Council there. We have received a separate letter from the Honorable Chief Mekern, dated the 25th of Maij last. Regarding what appears therein concerning the attached money for the barkier, we shall explain ourselves further. The order issued by the Honorable Mekern to be executed in case linens are shipped from Baipaar and Sipekolam is indeed in accordance with our orders given in that regard, but because upon further consideration we have judged it more advisable, under the present circumstances where for lack of money we cannot ourselves put the weavers to work, not to assert our right to the exclusive trade too strongly, we instruct you to leave unexecuted the order given by the Honorable Mekern, both to you in his Memoir and to the commander of the cruising vessel, to seize by force the linen if Mr. Jorin should ship it without permission and inspection. On the other hand, when permission is requested to ship linen from the aforementioned two places, you must grant it, provided that the same is inspected according to custom; and if Mr. Jorin submits to this, this inspection must take place with discretion, more to demonstrate our right thereto than to seize forbidden linens. But if Mr. Jorin will not permit the inspection, you must indeed refuse permission for the shipment, but for the rest do not concern yourselves with whether the shipment takes place or not. If the shipment is nevertheless made without permission and inspection, you must act as if you have no knowledge thereof, and in order to be able to do this with greater plausibility, you must instruct the commander of the cruising vessel to keep somewhat to one side. You must follow this same rule when the shipment is undertaken not by Mr. Jorin himself, but by other people who might have purchased the linen from Mr. Jorin. For the rest, after greetings, we remain, underneath stood, Good friends, your good friends, was signed, I: G: van To the Honorable Martinus Mekern, Senior Merchant and Chief there. Honorable, Discreet, In response to the letter in which the Nabab has requested that the disputed 3000 Sjakkerons be paid to Mr. Buchanan, you must write in reply that you request that the Nabab arrange that a similar notification as was made to you be made to Mr. Jorin, in order to prevent all difficulties. For the rest, after greetings, we remain, underneath stood, Honorable, Discreet, your good friends, was signed, W: I: van de Graaff, Mr. P: Raket, C: van Angelbeek, B: L: van Zitter, and A: Samland, in the margin, Kolombo, the 16th of Junij 1790. Mallabaar Separate and secret C: van Angelbeek, J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samland, and I: A: Vollenhoven, in the margin, Kolombo, the 20th of Julij 1741. We are sending the soldier Fredrik August Wagenaer of Frankhausen back on the Packet Boat De Stat. He must remain assigned there and not be sent back here again. He has received his rice ration here until the end of the month. For the rest, after greetings, we remain, underneath stood, Honorable, Discreet, your good friends, lower, by order of the Right Honorable, highly esteemed Governor Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceilon with its dependencies, was signed, B: L: van Zitter, Secretary, in the margin, Kolombo, the 23rd of Augustus 1791. Tutucorijn, as before. Some time ago, certain rumors began to spread here, as if the first State Adigaar, suspected of being too great a friend of the Company, was beginning to lose his credit more and more, and that his opponents, strong drivers for the earnest reclamation of the shores, began to gain more and more ground against him. The rumors of the agitations of the latter increased from time to time, and upon the reports that arrived on the 30th and 31st of Januarij last, we decided to write the letter to Kandia about this, which is annexed hereto in copy. To the Honorable Sir, Joan Gerrard van Angelbeek, Ordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director over the Company's Establishments on the said coast, at Koetsiem. Noble, Right Honorable, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Sir!

Dutch transcription

„Tutucorijn Wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ Eerzaame Diskreete re goede vrinden /:was getekend:/ W: I: van de Graaff, M: P: Rakel, J: Rein„ „tous, B: L: van Zitter en A: Samland /:in margine:/ Kolombo den1 Maij 1791. sehiet Aan den Politieken Raad aldaar. Wij hebben ontfangen een apparte brief van 't E: opperhoofd Mekern, van den 25 Mai JoL: ontfangen. Nopens 't geen daar bij voorkomta, betrekkelijk tot 't gearresteerd geld vo den barkier, zullen we ons nader verklaaren. De gestelde order door den E: Mekern om te worden geexecuteerd ingevalle et lijwaaten van Baipaar en sipe „kolam worden afgescheepte, is wel overeenkomstig met onze derweegen gegevene beveelen, maar wijl we bij n „dere overweeging raadzaemer hebben ge„ oordeeld, om in deeze tijds omstandigheeden, dat we bij gebrek van geld niet zelve de weevers aan werk kunnen helpen, ons regt tot den exclusiven k: hoop handel niet, zeer sterk te doen gelden, gelasten wij uE: om de order van den E: Mekern, zoo aan UE bij desselfs Memorie, als aen den gezaghebber van de kauistonig gegee„ „ven, om indien de heer Jorin lijnwaet zonder verlof en visitatie afscheepte, 'ts zelve fijtelijk aantehaalen, buijten uitvoering te laaten Daar en teegen moeten UE;, wanneer er verlof word gevraagt om lijwaat afte scheepen van de voorsz: twee plaatsen, het toestaan, mits dat 't zelve volgens gewoonte word gevisiteerd; en zoo de 7. „ daar Heer Torip zig aan onderwerpte, moet deeze visitaatsie met discretie gschie„ den, meer „ ons regt daar toe te toonen, dese dan 13½ dan om verbooden lijwaaten de agter haa doch zoo de Heer Jorin de visitatie niet wil toelaaten; moeten uE: 't verlofs den afscheep wel weijgeren, maar zig Tutucorijn voor 't overige niet bekreuwen, of de afscheep geschied dan niet. Indien de a scheep des niet te min, zonder verlof visitatie, gedaan wood, moeten uE zich houden, als of uE daar van geen kennis draagen, en moeten uE: om dit met mee schijn te kunnen doen, den gezaghebber van de kruistonij gelasten, om zig wat een een kant te houden. Deeze zes de regel moeten UE: volgen, wanneer de afgeheap niet door den Weer Jozin zelve, maar door andere luijden, de 't Lijwaat van den heer Jorin moijt gekogt hebben, word ondernoomen. Wij blijven voor 't overige na groete pa derstond:/ Goede vrienden uE goede vrienden. /:was getekend:/ I: G: van Aan den E: Martinus Mekern opperkoopman en opperhoofd aldaar Eerzame Diskrete /3 op den brief waar bij de Nabab heeft gerequireerd, dat de questieuse 3000 „ Sjakkerons aan den Heer Buchanan 't worden betaald, moet uE in andwoordt schrijven dat uE verzoekt dat de ttig Nabab te wege brengt, dat een dier„ „gelijke aanschuijving als aan uE is geschiedt, als aan den Heer Jorin geschie„ te de, om alle moeijelijkheeden te voorkoomen. E„ wij blijven voor tot overige na groete nen /:onderstond:/ Eerzame Diskreete uE goede vrienden. /:was getekend:/ W: I. re„ van de Graaff Mr P: Raket, Angelbeek, C: van Angelbeek, B: L: van Zitter en A: Samland /: in margine:/ kolombo den 16. Junij 1790. apart Angelse Cvan isse, „„ Nollabaar Appart en secreet C: van Angelbeek, J. Reintous, B: L: van Zitter, A: Samland en I: A: vollenhoo„ /:in margine:/ Kolombo den 20 Julij 1741 apart Den zoldaet Fredrik August Wa¬ genaer van Frankhausen, zenden we met de Pakket Boot de stat terug- Wij ma aldaar bescheijden blijven, en niet we„ der dit heen gezonden worden. Hij heeft randsoen rijst alhier genooten tot ult=o da „ter. wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ Eerzame Diskreete UE gr „de vrienden /: lager:/ ter ordonn: van den Wel Edele groot achtb. Heer Gouverneur Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinair van Nederlands Jondia Gouver„ neur en Directeur van 't Eijland Ceilon met dies onder hoorigheeden /:was getekend:/ B: L: van Zitter fet:s /: in margine ko„ lombo den 23. augustus 1791. Tutucorijn aen als vooren Reeds wat geleeden, begonden zig hier eenige geruchten te versprijden, als of de eerste Rijks Adigaar, verdagt van te weezen een alte groote vriend van de komp:e, zijn krediet meer en meer begon te verliezen, en dat zijne partijen, sterke drijvers tot het ernstig te rug vraagen der stranden, meer en meer veld tegens hem begonden te winnen. De geruchte der woelingen van deezen laetste naemen van tijd tot tijd toe, en op de bezich„ „ten, die den 30. en 31. Januarij Jz: in kwaamen, beslooten we daar over te schrijven den brief na Kandia, die deezen in kopij is bij ge„ Aan Den Edelen Heer! Ioan Gerrard van Angelbeek. Raad ordinair van Nederlands Jndia Gou„ verneut en Direkteur over skomp. s Etablisse, menten ter gem: kust, te koetsiem. Edele Erentfishe Manh: wijze voorz: zeer Diskreete Heer! Wijbrands D Akkosseert voegd eirlen

NL-HaNA_1.04.02_10027_0325 view scan ↗

English

added. Yesterday we received the answer thereto, which is also enclosed herewith, along with a copy of our reply thereto which departed today. From the first document it appears that the Kandians are testing what effect the threat of resorting to violent means might have upon us to recover the beaches, or perhaps the court even has the intention of actually resorting to violent means if that threat does not help. Given the uncertainty of what outcomes these things might have, we are dispatching this with the packet boat the Zeemeeuw, with the friendly request to kindly send back to us therewith, and with one of the ships that are currently at Cochin, the ammunition goods sent from our stock to Cochin, which are further mentioned in the enclosed lists. In one of them it is indicated what we need most urgently for now, and we request that this be sent to us with the packet boat, as far as it can be held therein. With the packet boat and the ship we also request the return of the company of the Regiment de Meuron and the Ceylonese Easterners who are still at Cochin, and we request with the greatest urgency that these our urgent requests may be fulfilled as soon as possible. At Hangwelle we shall reinforce the post that is already stationed there to 400 men. At Puttalam and Chilaw we have had to place a garrison in each, consisting of a company of Europeans and a company of Easterners, for which we must therefore miss 800 men from the garrison. We mention this principally to show that we have the utmost need of our troops. From Europe, 4 tons for the administration were promised to us via Batavia, but Their High Excellencies have not been able to send them to us. Besides that our treasuries are in a bad state everywhere, we also have absolutely no gold or silver specie; it would therefore be a great service to us if Your Honour could assist us in this inconvenience with a sum of money, as large as is in any way possible. We request that the packet boat be sent back with all possible haste, as we intend to send it to Europe as soon as it returns from Cochin, should circumstances with the Kandians require us to give direct notice of the state of affairs to the Gentlemen Masters. The company of the Regiment de Meuron could come over with it so that it may be here all the sooner. For the rest, after friendly greetings, we remain, Noble, Honourable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir, Your Honour's humble friends and servants, was signed, W. J. van de Graaff, M. P. Raket, C. van Angelbeek, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samland, and J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, the 10th of February 1791. We have had the honour of receiving Your Honour's secret dispatch of the 4th instant, and it was very pleasing to us to learn therefrom that Your Honour has been pleased to arrange with the holder of the bond of 50000 rupees charged to this Government to wait another year for payment. We enclose herewith for Your Honour's consideration an extract of a dispatch written to us by the Noble and Respected Directors of the Amsterdam Chamber on the 29th of April 1784, whereby Your Honour will see that they order us to assist Your Honour with artillery, cannonballs, and bombs when inevitably required, which we shall endeavour to fulfill when the occasion arises, according to the extent of our own necessity. Also enclosed herewith is the duplicate of our secret letter of the 10th instant. To the same as before. We remain, for the rest, after friendly greetings, Noble, Honourable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir, Your Honour's humble friends and servants, was signed, W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. von Drieberg, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samland, and J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, the 17th of February 1791. Separate - Secret In continuation of our secret letter of the 10th instant, we can communicate nothing concerning Kandy other than what appears in our secret letter dispatched on the 18th instant to Their High Excellencies, a copy of which is enclosed herewith. According to rumours, drilling still continues in Kandy, but in the lowlands everything is quiet, and we had therefore already intended to reduce the post at Hangwelle noticeably, but having since received a somewhat intricate answer from Kandy, we thought it better to leave this postponed for a while, as Your Honour will see from the draft of our latest letter dispatched to Kandy, accompanying this. The first undersigned Governor communicated in our meeting that, since Cochin can spare no money for us pursuant to the request made to Your Honour in our separate letter of the We remain, for the rest, after friendly greetings, Noble, Honourable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir, Your Honour's humble friends and servants, was signed, W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. von Drieberg, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samland, and J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, the 25th of February 1791. Postscript: This being sealed, also the duplicate of our last secret dispatch of the 17th instant.

Dutch transcription

„voegd- Gisteren ontfangen we daar op het antwoord, dat nog hier neevens gaat, met 6 een kopij van ons weeder antwoord daar op dat noch heeden is afgegaan uijt het eerste stuk blijkt dat de kandiaanen, probeeren wat het drijgen van te zullen koomen tot 6 geweldige middelen bij ons zoude kunnen 1 tot 't terug kreegen der stranden of misschien uitwerken ^ de Minschen wil zelfs het oogmelt hebben, om met derdaad tot geweldige middel te koomen zoo zig dat drijgen niet helpen ke sodde onzeekerheid wat uijt komsten die dinge zouden kunnen hebben, zenden we deezen af met de pakket boot de zeeneuw, met ze vriendelijk verzoek, om ons daar meede en met een der scheepen, die tans te koetsiem zijn„ te willen terug zenden de ammonitie goe deren uijt onzen voorraad na koetsiem ge„ zouden, welke breeder voormeld zijn bij de inleggende lijsten. Bij een derzelver is aan„ geweezen, wat we voor eerst het noodigste hebben, en dit verzoeken we ons met de paket boot te zenden, voor zoo verre het daar in kan worden afgehonden, Met de paket boot en het schip verzoeken we, ons ook terug te zender de komp. e van het Regiment van Meuron ende Ceilonsche oosterlingen, die nog op koetsiem zijn, en we verzoeken met het grootste em„ dat „pressement „ aan deeze onze instantien hoe eer zo beeter mag worden voldaan„ op Hangewelle zullen we de Post, die daer reeds legt, doch versterken tot 400. Man„ Putulang, en silauw hebben we elk een bezitting moeten geeven, van een komp. e Europeesen en een komp:e oosterlingen, waer toe we dus 800. Man uit het guarnizoen moeten missen. We melden dit hoofdzaa„ „kelijk ten blijke dat we onze troupes te hoogsten noodig hebben. Uijt Europa waaren ons over Batavia toegezegd 4. tonnen voor de huishouding, doch Hunne Hoog Edelheeden zijn niet in staet geweest om ze ons toe te zenden. Behalven hebben Teyaaan dat Mallabaar sekreet dat onze kassen overal slegt gesteld zijn, zo hebben we ook geheel geen goude nog silvere specien,e zoude ons dus een groote dienst geschieden, indien uwel Ed: ons in deeze ongelegendheid met een sthui„ ver geld konden bijstaan, zo groot als dat eenig„ zinds moogelijk is. De Paket boot verzoeken we dat met alle moogelijke spoed mag worden terug gezonden, wijl we dezelve voorneemens zijn te zenden na Europa, zo dra ze van koetsiem zal terug zijn wanneer de omstandigheeden met de kan„ diaanen mogten vorderen, om van den toestand der zaake aan de Heern Meesteren direkt kennis te geeven e De kompe van het Regiment van Meuron zoude daarmeede kunnen overkoom op dat ze te spoediger kan hier zijn. wij blijven voor het overige na vriendelijke groete /:onderstond:/ Edele Erentfeste Manh: wijze voorzienige zeer Diskreete Heer uw wel Ed. Dw. vriend en Dienaaren /:was getekend/ W. J: van de Graaff, M: P: Roket, C: van Angelber„ J: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samland en J. H. vollenhove /:in marg:/ kolombo den 10. Febr: 1791. Wij hebben de eere gehad te ontfangen uwel wel Edelens secreete missive van den 4. dee„ zeer, en het was ons zeer aangenaam daar uijt te verneemen, dat uw welEdelens den houden der obligatie van 50000. copijen, ten laste van dit Gouvernement, hebben gelieven te disponeeren, om nog een jaar na betaaling te wagten. Wij voegen hier bij tot uwer wel Edelens spe„ cutatie een extrakte missive door de Edele Achtb, Heeren Bewindhebberen, ter kamer Amsterdam, den 29. April 1784. aan ons ge„ schreeven, waarbij uw wel Edelens zullen zien dat hoogst dezelven als de commandee„ „ren, om wanneer het onvermijdelijk word vereijscht uwel Edelens te assisteeren met geschut, koegels en bommen, waar aan wij bij voorkoomende gelegendheed, naar maa„ „te van onze eijge benoodigdheid, zullen tragten te voldoen Nog gaat hier neevens het duplicaat van onzen secreeten brief van den 10 deezer. gegaan wij Haa als vooren Aan als vooren Aan als vooren wij blijven, voor het overige na vrindelijke groete. /onderstond:/ Edele Erntfeste Man„ „hafte wijze voorzienige zeer Deskree „te Heer, uw welEd: DW: vriend en Dienaa„ „ten /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket D: C: van Drieberg, jo Reintous B: L: van Zitter A: Janland en J: A: Vollenhove, /:in margine:/ kolombo den 17. Februarij 1791. apart - secreet Ten vervolge van onzen secreeten brief van den 10. deezer kunnen we omtrend kandia niets anders bedeelen dan het geene voor„ „komt bij onzen secreeten brief den 18: dezer aan hunne Hoog Edelheeden afgevaardigd, waarvan een Copij hier ingeslooten gaat. vol„ gens de geruchten blijft in kandia nog voort gaan met Exerceeren, dog in de beraeeden lands is alles stil en hadden we daarons ook reeds het voorgenoomen om de post te Aangewelle merkelijk te verminderen dog of wat een ingewikkeld te vermiender & ant¬ De eerst ondergeteekende Gouverneur heeft in onze vergadering gecommuniceerd, dat wijl Coetseem geen geld kan missen om ons, ingevolge 't daar toe aan uwel Edele ge„ daar verzoek bij onzen apparten brief van Apart „woord zeedert van kander ontfangen, hebben we beet gedagt dit nog wat uitge„ steld te laaten, zoo als uwel Edele dat zien zal bij het koncepts van onzer jongsten afgegaane brief na kandia hier neevens gaande Wij blijven voor het overige na vrindelijke groete /:onderstond:/ Edele Erntfeste Manhaften wijze voorzienige zeer Diskreete Hier, uwel Edele Dw: vrienden Dienaaren /:was C getekend:/ W. J: van de Graaff, M: P: Rakst, D: C: von Drieberg, I: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samland en J: A: vollenhove /:in margine:/ kolombo den 25 febr: 1791. — /:lrger:/ P: S: Deesen verzegeld nog het Dupli„ „laat onsen laatste brief secreete missive van den 17 deezer. woord den

NL-HaNA_1.04.02_10027_0328 view scan ↗

English

To the same as before on the 10th of February last, to oblige us therewith, Your Honour will see if it can be made possible to obtain for us a loan of 50000 ropijen, in case we bind ourselves to repay this money upon the arrival of the Baakse ships. In the uncertainty of what turn affairs with the Court of kandia will take, as everything is still on the same footing as we informed Your Honour in our separate letter of the 25th of the said month, we shall be greatly served by Your Honour's aforesaid kind offer. We therefore very kindly request Your Honour to please accommodate us with the aforesaid offered 50000 ropijen; we shall not fail, upon the arrival of the forthcoming Baakse ships, to repay the amount thereof in gold or silver coin. For the rest, after friendly greetings, we remain. Below stood: Noble, Valiant, Manly, Wise, Prudent, Very Discreet Sir, Your Honour's humble friends and servants. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samland, and I. A. vollenhove. In the margin: kolombo, the 10th of March 1790. Separate and secret. In the uncertainty of what outcome things with kandia might have, and considering that acting merely defensively would give kandia too great advantages over us if it should come to a rupture with the Company, and could also serve to inspire very faint-hearted thoughts in our own inhabitants, the first undersigned Governor proposed in our council to designate for the present a corps of 500 men, for which the field equipment is being prepared, in order that as soon as kandia might take a step whereby the peace is broken, to let the same, if circumstances at all permit, march onto the King's territory and soil, and therewith take up a post for the present at Roeanelle; and the Governor has thereby revealed to the council that in such an event it is his intention to place himself in person at the head of that corps. If things come to that pass, the presence in this Government of a Minister as experienced and capable as Your Honour would be of the very greatest weight for the interests of the Company, and we have accordingly, on the proposal of the first undersigned Governor, decided that as soon as kandia makes a movement from which it can be determined with sufficient certainty that the Court really has the intention of coming to hostilities with the Company, to request Your Honour to cross over to Ceilon for a campaign, in order to devise and put into effect together with us all such measures as will then be necessary and can serve the best interests of the Company, and to preside over our council during the absence of the Governor, as well as, should anything human happen to His Honour in the meantime, to assume the authority over Ceilon until Their High Mightinesses shall have made further arrangements in that regard. We very much hope that the circumstances of Your Honour's own Government will, in the aforesaid case, permit coming over to Ceilon in accordance with the intention of our aforesaid resolution, of which we have the honour to give Your Honour preliminary notice herewith, with a very courteous request in the meantime and until our further writing to direct affairs in such a manner that Your Honour can cross over hither as soon as we make a request to that effect. At the end of this month or the beginning of April it will probably be possible to determine with much certainty whether it will come to hostilities with kandia or not. We shall keep a sloop ready to sail by that time to convey our letters to Tuticorin, to be brought from there to Cochin. With kandia affairs remain in the same uncertainty. To a further letter dispatched on the 23rd of February, which, together with the letter to which it serves as an answer, accompanies this in copy, we have received no answer up to now; and although in the lowlands everything still remains in quietness, one nevertheless hears that in kandia they continue making powder and balls, drilling a body of men, and registering the guns of the inhabitants. However, so far as one can rely upon the authenticity of a report that we received today from kandia—we hope that Your Honour will have already received our letter of the 16th of this month; the reports that we have since received from kandia, secret—everything would for the present be nothing more than threats to see what effect that might have in furtherance of their prospects of recovering the coasts. For the rest, after friendly greetings, we remain. Below stood: Noble, Valiant, Manly, Wise, Prudent, Very Discreet Sir, Your Honour's humble friends and servants. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. von Drieberg, C. van Angelbeek, I. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samland, and I. A. vollenhove. In the margin: kolombo, the 16th of March 1791. Lower: P.S. The copies of the aforesaid further letters exchanged with kandia have already been presented to Your Honour with our letter of the 26th of February last.

Dutch transcription

Aan als vooren den 10. februarij J„o L: daar meede te gerie„ ven, uwel Edele het zal zien mogelijk te maaken, om voor ons te doen een leening van 5000. ropijen, ingevalle we ons verbin„ „den om dit geld met de komste der Baakse scheepen te restitueeren. Jn de onzekerheid wat keer de zaaken met het Hoff van kandia zullen neemen, wijl alles nog op den zelfden voet is, als wij uwer wel Edelens bedeeld hebben bij on„ zen apparten brief van den 25. van gem: maand zal ons met voorz: uwel Edele genegene aanbieding te groote dienste ge„ schieden: we verzoeken uwel Edele derhalven zeer vriendelijk, om ons met de voorsz: aangeboodene 50'000. ropijen te willen ge„ zieven, zullen niet nalaaten, bij de komst van de aanstaande baarsche scheepen, 't tedraagen daar van in goude of zilvere spetien weeder te restitueeren wij blijven voor 't overige na vrindelij „ke groete. /:onderstond:/ Edele Erntfeste Manhafte wijze voorzienige zeek Dis„ „keete Heer, uw wel Edelens Dw: vriend In de onzekerheid wat uitkomst de dingen met kandia zoude kunnen hebben, en in aanmerking dat alleen deffensief te ageeren, kandia zoo het met de komp:e tot een rup„ tuur koomen mogte, te groote avantages op ons geeven zoude en tevens zoude kunnen strekken en om aan onze eige ingezietenen heel twijffelmoedige gedagten te inspireeren, heeft de eerst ondergeteekende Gouverneur in onze vergadering voorgesteld, om voor eerst te bestemmen een korpe van 500. Man, waar voor de veld equipage word gereed gemaakt, ten einde zo dra kandia een staf mogte doen, waar, door de vreede ver„ brooken word, het zelve, wanneer de omstandigheeden het eenigsints kunnen toe„ en Dienaaren /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket J. Reintous, B: L: van zitter, A: Samland en I: A: vollenhove /:in margine:/ kolombo den 10. Maart 1790. apart en secreet laaten 76 laaten, te laaten Marcheeren of skoning grond en bodem, en daar meede voor eerst post te vatten op Roeanelle en heeft de Ed: daar bij ter vergadering opening gedaan dat het in zulk een geval desselfs voorne men is om zig in perzoon te stellen aen het hoofd van dat korps. zoo de dingens daar toe koomen, zoude de pr „sentie van een zoo ervaaren en kundug Minis als uwel Edele in dit Gouvernement voord belangens van de komp:e van het aller gr ste gewigt zijn, en hebben we mits dien op de propositie van den eerst ondergetekende Gouverneur beslooten, om zo dra kandia weeginge maakt waar uijt men met ge noegzame zekerheid bestemmen kan, da het Htof werkelijk het oogmerk heeft om met de komp:e te koomen tot de delijkheeden, uwel Edele te verzoeken on voor een spaingtogt na Ceilon te willen overkoomen, ten einde met ons te zaa„ „men te beraamen, en te werk te stelle alle zodanige maatreegelen, als dan zullen nodig zijn en strekken kunnen ten meesten dienste van de komp:e en om geduurende de afwezigheid van den Gouverneur in onze vergadering te presideeren, mitsgaders om„ zoo zijn Ed: intusschen iets menschelijks mogte overkoomen het gezag over Ceilon te aanvaarden tot dat Hunne Hoog Edelheeden daar over naader zullen hebben beschikt. We hoopen heel zeek dat de omstandigheeden van uwEd: eigen Gouvernement, het in het voorsz: geval zullen kunnen boe„ laaten, om naar Ceilon overtekoomen over„ „eentekoomstig met de Intentie van voorsz onze Rezolutie, waar van we de eer hebben uwel Ed: door deezen voorloopend kennis te geeven, met zeer gedienstig verzoek, om intusschen en tot ons nader schrijven de dingen daar heen te willen derigeeren, dat uwEd: zo dra we daar toe verzoek doen na herwaards overstappen kan In het laast van deeze maand of be„ „7 an 62 alle gen gin van April zal men het vermoedel Vreg met „ veel zekerheid kunnen bestemmen of het met kandia tot daadelijkheeden zal koomen of niet: We zullen teegens dien tijd een sloep zijlvaardig houden te overbrenging van onze brieven na Jubb Carijn, om van daar te worden overgebragt he „koetsiem. Met kandia blijven de dingen nog in de zelfde onzekerheid. op een naderen brief den 23. febr: afgevaardigd, die met de brief waar op ze in antwoord diend, deze in kopij verzelt, hebben we tot nog toe geen andwoord ontfangen, en schoon wel in de beneden landen alles tot nog toe in stelte blijft, hoort men nogtans dat in kandia word voortgevaaren, met het maken van kruit en kogels, het exercae Mallabaar „den van een partij volk, en het of schrijv staa als vooren der geweeren van de ingezeekenen. voor zoo velte men nogtans of de echtheid van een berigt dat we heden uijt kandia ontfa we hoopen dat uwel Edele gestr: onsen brief van den 16. deeser reeds zal hebben ontfangen. De beruchten die we zedert van kandia ontfan„ secreet gen hebben, staat maaken kan, zoude alles voor het teegenswoordige niet meer zijn dan drijgen om te zien van wat efersekt dat zijn kan ter bevordering van hunne uijt„ zigten tot het terug krijgen der sranden Wij blijven voor het overige na vriendelijke groe„ „te /:onderstond:/ Edele Erentfeste Manh: wijze voorzienige, zeer Diskreete Helt uwel Edele Dw: vriend en Dienaaren. /:was. &E getekend:/ W I: van de Graaff, M: P: Rakkel, D: C: von Drieberg, C: van Angelbeek, I: Reintous, B: L: van Zitter, A: Samland en I: A: vollenhove, /:in margine kolombo Den 16. Maart 1791. /:lager:/ P: S: De Copij en van voorsz: wet kandia gewisselde nadere brieven, zijn reeds uwel Edele aangebooden bij onsen brief van den 26 febr: J:o Leeden Z: gen gen

NL-HaNA_1.04.02_10027_0331 view scan ↗

English

we have, are virtually the same as those we already had the honor to communicate to your Right Honorable Sir; neither have we yet received any answer to our last letters sent to the Court, copies of which have already been offered to your Right Honorable Sir. On the other hand, we are informed that the Dessaves of Oewa, Matule, and Wallasse have gone to their Dessavonies, and also that the gravets here and there are said to be closed. However, on this latter report one cannot yet rely, as other reports contradict it. Our Right Honorable highly esteemed Lord Governor, who went into the country on the 28th of this month to make a tour through the nearby korles, wrote us yesterday the letter of which we have the honor to present a copy herewith to your Right Honorable Sir. The information contained therein is indeed not yet decisive enough to determine with certainty from it whether the Court of Kandy will finally resort to hostilities; yet, as the rumors persist that if it should come to a rupture, this will be after the Sinhalese New Year, and since the dispatching of the Dessaves, now that the New Year is so close at hand, seems to lend some plausibility to these rumors, we are fully of the opinion, along with our said Lord Governor, that in view of the shortness of the remaining navigable season, we must not delay any longer in requesting your Right Honorable Sir, in accordance with what was stated in our aforesaid letter, as we take the liberty humbly to do by this letter, that your Right Honorable Sir would be so good, if the Company's interests on the Malabar Coast can in any way permit it, as to come over here for a spring trip, for all such ends as we have had the honor to propose to your Right Honorable Sir in our aforementioned letter. And if it might suit your Right Honorable Sir to comply with the wish of our Lord Governor and this our humble request, then we wish that we may soon see your Right Honorable Sir arrive here in perfect health, and that the voyage this way may be prosperous and pleasant. It would be most agreeable to us if we could be assisted with a company of the Cochin sepoys, and we therefore request your Right Honorable Sir, if they can be spared there, to be so good as to send the same this way by the first sea opportunity. For the rest, we have the honor to be with all high esteem, below stood: Right Honorable Valiant, Wise, Prudent, and very Discreet Sir, your Right Honorable Sir's obedient servants, was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, D. C. van Drieberg, C. van Angelbeek, I. Reintous, B. L. van Zitter, and A. Samland. In the margin: Colombo, the 31st of March 1791. The agent of the Nabob of the Carnatic, Mr. Buchanan, has, by a letter written on the 18th of January 1790 to the first-undersigned Governor, made known that the aforesaid Nabob had communicated to him that it had been reported to him that the Chief of Manaar, during two months, had employed 21 vessels to fish on the pearl banks, and that he is said to have taken the pearls and caused the shells to be thrown into the sea in order to cover up that illicit trade, and that His Highness consequently not only suspected that what was stated in the reports of recent years was not true, namely that the oysters are not ripe, but even believed he could be assured that the banks were in such a good condition that a fishery could be held there for four consecutive years; whereto the said Mr. Buchanan further added that he himself, around the same time, had received a similar report regarding the illicit diving on the Manaar pearl banks. We have requested to know who the informant of the aforesaid report was, but have hitherto received no answer thereto; and since Their High Mightinesses have meanwhile, by secret missive of the 30th of September last, instructed us not only to have the Manaar Chief account for himself regarding the accusation of the Nabob, but also to conduct a strict investigation among those who performed and attended the inspection concerning the conduct of the said Chief during the inspection of the banks, we therefore send you herewith an extract from the said missive, with orders to comply promptly and accurately with Their High Mightinesses' aforesaid instruction, and subsequently to furnish us with a report of the outcome thereof. Below stood: For the rest, after greetings, we remain, Valiant, Prudent, and Discreet Sirs, your good friends, was signed: W. J. van de Graaff, M. E. Raket, D. C. van Drieberg, C. van Angelbeek, J. Reintous, B. L. van Zitter, J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, the 7th of March 1790. To the Valiant, Prudent, and Discreet Sir, Mr. Bartholomeus Jacobus Raket, Commander, alongside the Council there. Agrees, Wijbrands, Clerk.

Dutch transcription

„gen hebben, zijn genoegzaam dezelfde, als we reets de eer gehad hebben uwel Edele gestrenge te bedeelen: ook hebben weoop nog geen antwoord op onze gezondene laat„ „ste brieven aan het Hoff waar van de koper „en uwel Edele gestr reeds zijn aangebooden; daar en teegen zijn we bezicht, dat de Dessa„ „ves van oewa, natule en wallasse na hunne „Dessavonien zijn gegaan, en dat ook de gra„ vetten hier en daar zouden zijn geslooten, door op dit laatste bericht zijn geslooten kan men nog geen staat maaken, wijl andere be„ rigten dat wederspreuken. Onse wel Edele Groot achtb Heer Gouverneur, die den 28. deeser na 't land is gegaan, om een tour dor de na bijgelegene kotles te doen, heeft ons gisteren geschreeven den brief, die wij de eer hebben uwel Edele gestr: een Copia hier nee„ vens aan te beeden 't berigt dat daar bij voor „komt is wel nog niet beslissend, om da uijt met zekerheid te kunnen besterwen 0 9 of 't Hof van kandea, eindelijk tot de lykheeden zal overgaan; doch daar de geruchten testendig blijven, dat zoo het tot een reptuure mogte koomen, dit na 't singaleesch nieuwjaar zal zijn, en daar het uijtzenden van de Dessaves, nu dat 't Nieuwjaat zo na op handen is, aan deese getuchten eenigs voorschijnlijkheid schijnt bij te zetten, zijn we met gem: onsen Heer Gouverneur ten volle van begrip, dat we mits de kortheid van den nog vaarbaaren tijd, niet langer moeten draale, om uwel Edele gestr: overeenkom„ stig met het gepreadurteerde bij voorsz: onzen brief, ten verzoeken, gelijk wij de vrijheid neemen nedrig te doen door dee„ „zen, dat uwel Edele gestr: zoo goed geliefd te zijn, om indien komp:s belangens ter ter kuste Mallabaar dat eenigzing kun„ „nen gedoogen voor een springtogt dit heern 46 lijkheeden tewillen secreet Caffenapatnam/ „spoedig en ge„ en dat we tewille, overkoomen, tot alle zoodanige eindens als we de eet gehad hebben, uwel ^bij meermelte onsen brief voortestellen, en zoo 't uwEd: Giest Edele gestr: ^ mogte Convenieeren, aan den wensch van onsen Heer Gouverneur, en dit ons ne„ drig verzoek te voldoen, dan wenschen we, dat Prijse na het„ uwer wel Edelen gestr: seerlange in volmaakte waerts voor„gezondheid al hier mogen zien aanlande „lustig mag zijn Het zoude ons ten hoogsten aangenaam zijn uwel Ede gestr: zo we konden worden geassisteerd met een komp:e van de Coetsiemse sipahis, ene we verzoeken uwel Edele gestr: derhalven, om zoo ze daar gemist kan worden, dezelve met de eerste zees gelegendheid dit hun tewillen zenden Wij hebben voor het overige de eer met alle hoogagting te zijn. /:onderstond:/ wel Edele Erntfeste Manh: wijze voorzienige zeek Diskreete Heet uwer wel Edele gestr: or¬ danige Dienaaring /: was getekend:/ W: J: van de Graaff:, M: P: Raket, D: C van Driebo C: van Angelbeek, I: Reintous, B: L: van Zitter en A: Samland. /:in margine:/ Kolom bo den 31. Maart 1791. De agent van den Nabab van Karnatica de heer Buchanan, heeft bij een brief, dn 18. Jann: 1790. aan den eerst ondergetekenden Gouverneur geschreeven, te kennen gegeeven, dat voorn: Nabab aan hem hadde bedeeld, dat hem was aangediend, dat de Cheff van Manaar, g'duurende twee maanden, 21. vaartuigen hadde g'emploijeerd, om of de baerlbanken te visschen, en dat hij de Parels zoude hebben genoomen, en de schulpen doen sijten in zee, om dien kwaaden handel te bedekken, en dat zijn hoogheid mitsdien niet alleen ver„ Manhafte voorzinige Dis„ kreeten. Aan Den Heer Bartholomeus Jacobus Raket kommandeur Nevens den Raad aldaar Akkordeert Wijbrands „moedde Grlerk „moedde, dat 't niet waar zij, 't geen bij d rapporten van de jongste Jaaren was op gegeeven, dat namentlijk de oester niet 9 rijp zijn, maar zelfs ook meend zig ver kerd te moogen houden, dat de banken zouden zijn in een zo goede staat, dat daar op vier jaaren aan malkanderen zouden kunnen worden visscherij gehouden: waer bij gem: Heer Bucanan nog heeft gevou„ dat hij zelve, omtrend ter gelijker tijd, een diergelijke berigt had bekoomen, we gens 't beduiken der Mannaarsche Paek banken. Wij hebben verzogt te moogen weeten wie de aanbrenger van voorsz: beregt was, dog hebben tot nog toe daar op geen ant„ woord ontfangen; en wijl Hunne Hoog Edel reedsn ons intusschen, bij secreete Missive van den 39. M: 7ber: pass:o hebben aanbe voolen, om niet alleen 't Manaarsch opper„ hoofd zig te laaten verantwoorden, wee„ gens de beschuldiging van den Nabab, maar ook een streng onderzoek te doen bij de geene, die de visitatie gedaan en b bijgewoond hebben, nopens 't gedrag van 't gem: apperhoofd, bij de visitatie der 106 banken: zoo zenden we uE hierneevens een Extrakt uijt gem: Missive, met last om aan hunner Hoog Edelh: voorsz: aanbeveeling ten eersten naukeurig te voldoen, en ons vervolgens van de uit„ „slag daar van berigt te suppediteeren. /onderstond:/ wij blyven voor 't overige na groete Manh: voorsz: Diskreeten, uE: goede vrienden /:was getekend:/ W. J. van de Graaff M: E: Raket, D: C: van Driebergj, C van„ Angelbeek J: Reintous, ) B: L: van Zitter, „ J. A: vollenrove /in margine/ kolombo den 7. Maart 1790. voolen Aan

NL-HaNA_1.04.02_10027_0334 view scan ↗

English

Separate Jaffnapatnam Decree To the same as before To the same as before By a separate letter, you must order the junior merchant Ebell in our name that he show not the slightest unkindness whatsoever to the complainants mentioned in the general letter that departs simultaneously with this one, whether their complaints be well-founded or not, with an express notification that we shall take this matter very seriously to heart if this recommendation of ours is not complied with in the strictest manner. For the rest, after greetings, we remain, beneath stood: Valiant, Prudent, Discreet, your good friends, was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, B: L: van Zitter, A: Samland, and J: A: Vollenhove, in the margin: Colombo, the 21st of March 1798. The accusation of the Nabob against the Mannar resident concerning the diving of the pearl banks has likewise appeared very strange and incomprehensible to us, and we have therefore already repeatedly demonstrated the improbability thereof to Their High Excellencies. Nevertheless, since they expressly desire it, you must demand an explanation regarding this from the Mannar resident Ebell, and further cause a careful investigation to be made among those who conducted and attended the inspection, and have a declaration passed by them regarding the conduct of the said resident during this inspection. For the rest, after greetings, we remain, beneath stood: Valiant, Prudent, Discreet, your good friends, was signed: W: J: Van de Graaff, M: P: Raket, J:s Reikbous, A: Samland, and J: A: Vollenhove, in the margin: Colombo, the 15th of April, Anno 1791. Jaffnapatnam 1 Jaffnapatnam Secret To the same as before per resolutions of the 5th of March 1789 and We can scarcely conceive that the vessel named Chandernagore, of which it is said in your letter of the 14th of April that it is a King's corvette, can be a warship belonging to the King of France, as it is laden with 800 bags of rice for trade. Nevertheless, you ought immediately to have asked Lieutenant Le Liedic about this, and in case it is a warship, to have executed immediately regarding the same the order of Their High Mightinesses contained in Their High Mightinesses' circular secret letter of the 11th of September 1790 sent to you. And in answer to this we shall expect your justification as to why you failed to do so. If this corvette is found by you upon investigation to fall under the terms of the aforesaid highly honored order, the same must still be executed if it has not already been done. If, on the contrary, this vessel is not in the actual service of His Most Christian Majesty, and must therefore be considered a merchant vessel, you may permit the captain to sell his rice for the Company's benefit, provided this takes place within a short term that you must set for him, with the notification that the standing orders prohibit the wintering of foreign vessels except in cases of extreme necessity, and that he must consequently depart again after the expiration of the term granted to him. In the meantime, you must keep a watchful eye and effectively prevent any correspondence that the crew of this vessel might at any time seek to maintain with the Kandians, as well as ensure that none of them travel inland. For the rest, after greetings, we remain, beneath stood: Valiant, Prudent, Discreet Sirs, your good friends, was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, I: Reitous, B: L: van Zitter, A: Samland, and I: A: Vollenhove, in the margin: Colombo, the 5th of May 1791. Taking the communication regarding the operations of the English frigate and brigantine as information, we recommend that you continue to be attentive to all such enterprises of foreigners and inform us thereof at the earliest opportunity. Secret For the rest, after greetings, we remain, beneath stood: Valiant, Prudent, Discreet, your good friends, was signed: I: G: van Angelbeek, M: P: Raket, B: L: van Zetter, A: Samland, J: A: Vollenhove Agrees Sybrands Sworn Clerk We Coromandel Secret We have had the honor to receive Your Honors' secret missive of the 14th of February last, and we thank Your Honors kindly for the communication given therein of the reports received concerning England and Spain, of which we shall also give notice to the Honorable Ministers at Cochin. For the rest, after friendly greetings, we remain, beneath stood: Honorable Sir and Particular Good Friends, Your Honors' obedient friends and servants, was signed: W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Drieberg, and B: L: van Zitter, in the margin: Colombo, the 16th of March 1791. Honorable Sir and Particular Good Friends, To Mr. Jacob Eilbracht, senior merchant and commander over the Company's trade and affairs on the coast there, together with the Council at Pulicat. Agrees Sybrands Sworn Clerk Batticaloa Secret By the general letter that departs alongside this one, we have denied the request of the native chiefs to be exempt from paying the tithe duty on the produce of the muttettus of their fields, and we would like to see the matter rest there; yet if the said chiefs nonetheless further press their request, and you judge that some satisfaction ought to be given to them in this regard, we hereby authorize you to do so and to make such arrangements therein as you shall find equitable. For the rest, after greetings, we remain, beneath stood: Honorable, Pious, your good friends, Honorable, Pious, To the Junior Merchant Jacob Burnand, resident there

Dutch transcription

apart Jaffenap=m decreet Aan als vooren Aan als vooren Bij een apakte brief moet uE de onderkoop„ man Ebell uijt onse naam beveelen, dat hij de klagers vermeld bij de gemeene brief die met deezen tegelijk afgaat dat zij dat hun klagter gefundeerd zijn of niet, geene de aller minste onvriendelijkheeden zal hebben te bewijzen met expresse aankundiging dat we 'er ons zeer aan zullen laaten geleegen leg„ „gen wanneer aan deese onse recommandatie niet in den allerstriksten zig word voldaan, wij blijven voor 't overige na groete /:onderstond:/ Manh: voorz: Deskreeten UE goede vrienden /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket B: L: van Zitter, A: Samland, en J: A: vollenhove /:in margine kolombo de 21. Maart 1798. De beschuldiging van den Nabab teegens 't Mannaasch opperhoofd, over 't beduiken van de paeslbanken, is ons meede zeer vreemt in onbegrijpelijk voorgekoomen, en we hebben daarom de onwaatschijnlijkheid daar van reeds bij herhaaling aen hunne Hoog Edelh: vertoond; niet te min moeten uE, wijl hoogst: dezelve dat Expres begeeren, van 't Manaarsch opperhoofd Ebell derwegens verantwoording vraagen, en voorts een naukeurig onderzoek laaten doen bij de gene die de visitatie ge„ daan en bijgewoond hebben, en door hun een verklaring laaten passeeren, nopens 't gedrag van gem: opperhoofd bij deeze visitatie. wij blijven voor 't overige na groete /:onderstond:) Manh: voorsz: Diskreeten, uwE goede vrinden /:was get:/ W: J: Van de Graaff:, M: P: Rakhet, J:s Reikbous, A: Samland, en J: A: vollenhove /:in margine/ Kolombo den 15. April A„o 1791. 7 affenafn Jaffenap=m 1 Jaffena p=m se creet Aan als vooren „ver resolutien van den 5. Maert 1789. en we kunnen naauwelijks denken, dat het vaartuig genaamd Chandernagoot, waar van bij uE brief van den 14. April word gezegd, dat het is een konings korvet, kan zijn een schip van ootlog toebehoorende aan den koning van Frankrijk, wijl het is belaaden met 800. Aakken rijst voor Negotie. UE hadden niet te min de luit: Le Liedic dat aanstonds moeten afvraagen en ingevalle het is een schip van oorlog ten aanzien van het zelve daadelijk doen exekuteeren de ordre van Hunne Hoog vervat bij Moogende jaar uE: gezonden nevens onz Hoogst derzel„ Cirkulairen sekreeten brief van den 11. sep„ tember 1790. en zullen we in antwoord deeses verwagten UE: verantwoording, waar „om uE nagelaaten hebben dat te doen. zoo deeze kowvert door uE bij onderzoek word bevonden te vallen in de termen van voorsz: Hoog g'eerde ordre; moet dezelve als nog worden uijtgevoerd zoo het niet bereeds is geschied. Indien daar en teegen dit vaartuig niet is in werkelijke dienst van zijne aller Christelijkste Majesteit, en midsdeen moet worden aangemerkt als een koop vaarder, mogen uE aan den kaptein toestaan, om zijn Rijst ten rewvent te moogen verkoopen, mids dit geschied binnen een kort termijn, dat uE hem daar toe moete stellen, onder aan kon„ „diging dat de leggende ordres verbieden het overwinteren van vreemde scheepen buiten hooge noodzaakelijkheid, en dat hij mids dien na verloop van het aan hem gestelde ter mijen wederom moet vertrekke. UE moeten intusschen een waekend oog zouden en met der daad beletten alle korrespondentsie die de Equi„ van pagie Aan als vooren „pagie van dit vaartuig zomtijds zoude kunnen zoeken te houden met de kan„ diaane, gelijk ook dat niemand van het zelve zig landwaard in begeeft. wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ Manh: voorsz: Diskr Heer uwE goede vrienden /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, I: Rei„ tous, B: L: van Zitter, A: Samland en I: A: Vollenhove /:in margine:/ kolom„ bo den 5. Maij 1791. Het bedeelde nopens de verrigtingen van 't Er„ gelsch Fregat en Brigatijn voor Comminicaati neemende, recommandeeren wij uE, om bij voort duuring op alle diergelijke onderneemin„ „gen van vreemde attent te zijn, en aan ons daar van ten eersten kennis te geeven so Creet Wij blijven voor het overige na groete /onderstond/ Manhaften voorzienigen Diskreeten, uwE Goede vrienden, /was getekend:/ I: G: van Hor„ Gekbeek, M: P: Raket, B: L: van Zetter, A: Samland, J: A: Vollenhove Akkordeert Dijbrands VEeklerk Wij Cormandel ebreet Wij hebben de eere gehad te ontfangen uwer Edelens secreete Missive van den 14 febr: J: L:, en we bedanken uwEd:s vreendelijk, voor de daar bij gegevene Communicatie van de ontfan„ „gene narigten, betreffende Engeland en spanje, waar van we ook kennis zullen geeven aan de Heeren Ministers te koetsiem. Wij blijven voor 't overige na vriendelijke groete- /onderstond:/ E: Heer en Bijzondere goede vrien,„ „den, uwel Ed: DW: vriend Dienaaren. kwas getekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Drieberg en B: L: van Zitter; /:in margine:/ kolombo den 16. Maart 1791. E: Heer en Bijzondere goede Vrienden„ Aan den Heer Jacob Eilbracht opperkoopman en gezaghebber over skomp:s handel en ommeslag ter kusse aldaar, Nevens den Raad: te Paleakatta. Akkordeert Hijbrands Vegklerk Batisaloa secreet Bij de gemeene brief, die nevens deezen afgaet, hebben we ontzegd 't verzoek van de lands„ „hoofden, om ontslaagen te zijn van 't opbren„ „gen der tiende gerechtigheid, van 't gewasch der moetottes van hunner velden en we zouden gaarne zien dat 't daar bij konde blijven; doch zoo gem: hoofden hun verzoek nogtans nader aandringen, en uE oordeelt, dat aan hun daar omtrend eenig genoegen diend gegeeven te worden, dan qualificeeren wij uE. door deezen, om dat te moogen doen, en daar in zoodanige schikkingen te maaken, als uE billijk zal vinden wij blijven voor 't overige na groete /onderstond:/ Eerzaame vroome uE goede Eerzaeme Vroome Aan den onderkoopman Jacob Buirnand opperhoofd aldaar vrienden

NL-HaNA_1.04.02_10027_0341 view scan ↗

English

To the same as before Friends /:was signed:/ W: J: van de Graaff, M: C: Raket, D: C: vom Drieberg, C: van Angelbeek, B: L: van Zitter and A: Samland. /:in the margin:/ Colombo, 18 March 1791. Secret By secret resolution of 4 August 1764, it was among other things resolved to have paid to those who deliver up such foreigners as are mentioned therein, or even merely give notice of their presence in such manner that they are overtaken and apprehended, a bounty of two hundred Pagodas, and for the intercepting and handing over of letters from such foreign guests, to have given a proportionate gift, as you will see by the extract from the aforesaid resolution, which for the rest accompanies this solely for your information. This resolution, insofar as it concerns the order quoted therefrom above, we have decided to renew, and we hereby accordingly authorize you to pay, for the overtaking and delivering up of such foreigners as are mentioned therein, or even merely for indicating them in such manner that they are overtaken and apprehended, a bounty of two hundred Pagodas, or the value thereof, the Pagoda calculated at 17 schellings, and for the intercepting and handing over of letters from such foreign guests, a proportionate gift. For the rest, after greetings, we remain /:underneath stood:/ Honorable, Pious, your Good Friends /:was signed:/ W: J: van de Graaff, M: P: Rathat, D: C: von Drieberg, C. van Angelbeek, J: Reintous, B: Z: van Zitter, A: Samland and J: A: Vollenhove. /:in the margin:/ Colombo, 6 May 1791. Agrees Sijbrands Resolution Chief Clerk Trincomalee Secret To the Honorable Johan George Fornbauer, Titular Major and ad interim Chief, together with the Council there. Valiant, Discreet, By secret resolution of 4 August 1764, it was among other things understood to have paid to the natives who deliver up such foreigners as are mentioned therein, or even merely give notice of their presence in such manner that they are overtaken and apprehended, a bounty of two hundred Pagodas, and for the intercepting and handing over of letters from such foreign guests, to have given a proportionate gift, as you will see by the extract from the aforesaid resolution, which for the rest accompanies this solely for your information. This resolution, insofar as it concerns the order quoted therefrom above, we have decided to renew, and we hereby accordingly authorize you From the same as before Secret. to pay, for the overtaking and delivering up of such foreigners as are mentioned therein, or even merely for indicating them in such manner that they are overtaken and apprehended, a bounty of two hundred Pagodas, or the value thereof, the Pagoda calculated at 17 schellings, and for the intercepting and handing over of letters from such foreign guests, a proportionate gift. For the rest, after greetings, we remain /:underneath stood:/ Valiant, Discreet, your Good Friends /:was signed:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Drieberg, C: van Angelbeek, J. Reintous, B: Z: van Zitter, A: Samland and J: A: Vollenhove. /:in the margin:/ Colombo, 6 May 1791. We approve that you, according to what was communicated in the secret letter of 19 July last, have admitted the English warships and sloops mentioned therein into the inner bay, trusting that these ships found themselves in those circumstances under which the admission of foreign warships was permitted by their High Mightinesses' resolutions of 5 March 1789. For the rest, after greetings, we remain /:underneath stood:/ Valiant, Discreet, your Good Friends, /:was signed:/ J: G: van Angelbeek, M: P: Raket, B: L: van Zitter, A: Samland and J: A: Vollenhove. /:in the margin:/ Colombo, 25 August 1794. Agrees Sijbrands Sworn Clerk To Mullaitivu Secret To the Honorable Thomas Nagel, Captain and Land Regent there. Valiant, Pious, By secret resolution of 4 August 1764, it was among other things understood to have paid to the natives who deliver up such foreigners as are mentioned therein, or even merely give notice of their presence in such manner that they are overtaken and apprehended, a bounty of two hundred Pagodas, and for the intercepting and handing over of letters from such foreign guests, to have given a proportionate gift, as you will see by the extract from the aforesaid resolution, which for the rest accompanies this solely for your information. This resolution, insofar as it concerns the order quoted therefrom above, we have decided to renew, and we hereby accordingly authorize you to pay, for the overtaking and delivering up of such foreigners as are mentioned therein, or even merely for indicating them in such manner that they are overtaken and apprehended, a bounty of two hundred Pagodas, or the value thereof, the Pagoda calculated at 17 schellings, and for the intercepting and handing over of letters from such foreign guests, a proportionate gift. For the rest, after greetings, we remain /:underneath stood:/ Valiant, Pious, your Good Friends. /:was signed:/ W: J: van de Graaff, M: P: Raket, D: C: von Drieberg, C: van Angelbeek, J: Reintous, B: Z: van Zitter, A: Samland and J: A: Vollenhove. /:in the margin:/ Colombo, 6 May 1791. Sijbrands Sworn Clerk Agrees

Dutch transcription

Aan als vooren vrienden /:was getekend./ w: J: van de Graaff M: C: Raket, D: C: vom Drieberg, C: van An„ gelbeek, B: L: van Zitter en A: Samland. /:in margine:/ kolombo den 18. Maart 1791. secreet Bij secreete Resoluutie van den 4. aug:s 1764 is onder anderen, die zodaanige vreemdelingen als daar bij zijn vermeld, overleeveren, of ook maar van hunne aanwerzendheid ken nis geeven, zodanig datze agterhaald en geapfre rendeert worden, te laaten betaalen een pramie van twee hondert pagooden, en voor 't opvatten en overgeeven van brie„ „ven van zulke vreemde gasten, te laaten geeven een geschenk na rato, zoo als uE dat zullen zien bij 't Extrakt uijt de voorsz: resolutie, dat voor 't overige alleen tot riw speculatie hier nevens gaat. Deeze resoluntie, in zo verre de hier booven daar uijt aangehaalde ordre aangaat, hebben we beslooten te vernieuwen, en qualificeeren we UE mits dien door deezen, om voor 't agter„ haalen en overleeveren van zodanige vzeem„ delingen, als daar bij zijn vermeld, of ook maar voor 't aanwijzen der zelve, zodanig dat 'te worden agterhaald en geapprehendeerd, te moogen betaalen een premie van twee honderd Pagooden, of de waarde van dier„ de Pagood gereekend teegens 17. schell:, en voor 't opvatten en overgeeven van brieven van zulke vreemde gaste, een geschenk na rato. wij blijven voor 't overige na groete /:onderstond/ Eerzaame vroome, uwE Goede vrienden /: was getekend:/ W: J: van de Graaff M: P: Rathat, D: C: von Drieberg, C. van Angelbeek, J: Reintous, B: Z: van Zitter, A: Samland en J: A: vollenhove /:in margine:/ kolombo den 6. Maij 1791. Akkordeert Sijbrands resolutitie Hgreerk TrinConomale ebreet Aan Den E: Johan George Farmbauer p. l Majoor en adinitrim Chef Neevens den Raad. aldaar Manhaften Diskreeten Bij secreete Resoluutie van den 4. aug=s 1764. , is onder anderen verstaan, om aan de Jnlanderen, die zodaniege vreemdelingen als daar bij zijn vermeld over leeveren, of ook maat van hunne aanweezentheid kennis geeven, zodanig dat ze agterhaald en geeppre„ rendeert worden, te laaten betaalen een premis van twee Honderd Pagooden, en voor 't opvatten en overgeeven van brieven van zulke vreemde gasten, te laaten geeven een geschenk na rato zo als uE dat zullen zien bij 't extrakt uijt de voorsz: resoluutien, dat voor 't overige alleen tot uw speculatie hier neevens gaat. Deeze Resoluutie, in zoo verre de hier booven daar uijt aangehaalde ordre aangaat, hebben we beslooten te vernieuwen, en qualificeeren we uE mitsdien door deezen Van als vooren secreet. deezen, om voor 't achterhaalen en overleeve van zoodaanige vreemdelingen als daar b zijn vermeld, of ook maar voor het aan „zen derzelve, zodanig dat ze worden agter en geapprezendeert, te moogen betaalen, premie van twee honderd Pagooden, of d waarde van dien, de Pagood gereekend terg 17. schell: en voor 't opvatten en overgeev van brieven van zulke vreemde gast een geschenk na rato. wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ Manh: Diskreete: UE: goede vrienden /:was getekend:/ W: J: vande Jaa„ M: P: Raket, D: C: von Drieberg, C: van Angelbeek, J. Reintous B: Z: van Zil A: Samland en J: A: Vollenhove. /in „margine:/ kolombo den 6: Meij 1791. — Wij passeeren dat uE, volgens het bedeelde bij secreete brief van den 19. Julij J:o L:, de daar bij vermelde engelsche oorlog scheepen en sloepen in de binnen baaij hebben ge„ accepteerd, in vertrouwens dat deese scheepen zig bevonden hebben in die omstandigheeden, waar in de admissie van vreemde oorlog schee„ „pen, bij hunner Hoog Moogenden resolutien van den 5 Maart 1789. is toegelaaten. wij blijven voor het overige na groete /:onderstond:/ Manhaften Diskreeten, uwE: Goede vrienden, /:was getekend:/ T: G: van Angelbeek, M: P: Raket, B: L: van Zitter, A: Samland en J: A: vollenhove /:in margine:/ kolombo den 25:e Augustus 1794. Adkegibert Sijbrands Veikeert Aan Moellitievoe secreet Aan Den E: Thomas Nagel kapitain en landregent aldaar Manhafte Vroome Bij secreete resolutie van den 4. aug=s 1764 is onder andren verstaan, om aan de in„ landeren, die zodanige vreemdelingen als daar bij zijn vermeld overleeveren, of ook maar van hunne aanweezendheid kennis geeven, zodanig dat ze agtertaald en geapprehendeert worden, te laaten be„ taalen een premie van twee honderd Pa„ gooden, en voor 't opvatten en overgeeven van brieven van zulke vreende goster, te laaten geeven een geschenk na rato„ zo als uE dat zullen zien bij 't Extraklt uijt de voorsz: resolutie, dat voor 't over„ „ige alleen tot uw speculatie zier neevens gaat. Deeze resoluutie, in zoo verre de hier booven daar uit aange„ „haelde „haalde ordre aangaat, hebben we beslootn te vernieuwen, en qualificeeren wezb mits dien door deezen om voor 't agterhaa „len en overleeveren van zodanige vreemdeling gen, als daar bij zijn vermeld, of ook maer voor het aanwijzen derzelve zodanig dat ze worden agterhaald en geapprehendeert te moogen betaalen een paemie van twee honderd Pagooden, of de waarde van dien de Pagood geteekend teegens 17. schelt: en voor 't opvatten en overgeeven van briev van zulke vreemde gasten, een geschenk nag rato. wij blijven voor 't overige na groete /:onderstond:/ Manh: Vroome, uE: Goede Vrienden. /:was getekend:/ W: J: van de Jan M: P: Raket, D l van Drieberg, C: Van Angelbeek, J: Reintous, B: Z: van Zitter, A: Samland en J: A: vollenhove /:in margine:/ Kolombo den 6. Maij 1791. Wijbrands Segklerk Akzordeert

NL-HaNA_1.04.02_10027_0346 view scan ↗

English

Mannaar widened By secret resolution of 4 August 1764, it was understood, among other things, to have paid to the natives who deliver such foreigners as are mentioned therein, or even only give notice of their presence such that they are overtaken and apprehended, a bounty of two hundred Pagodas, and for the interception and handing over of letters from such foreign guests, to have given a gift pro rata, as you will see by the extract from the aforesaid resolution, which otherwise accompanies this solely for your perusal. This resolution, in so far as the order cited from it above is concerned, we have decided to renew. Honorable, Pious, To the Junior Merchant Carel Fredrik Ebell, Chief there: and we hereby qualify you to be allowed to pay a bounty of two hundred Pagodas, or the value thereof, the Pagoda calculated at 17 schellings, for the overtaking and delivering of such foreigners as are mentioned therein, or even only for pointing them out such that they are overtaken and apprehended, and for the interception and handing over of letters from such foreign guests, a gift pro rata. For the rest, after greetings, we remain, underwritten: Honorable, pious, Your good friends, signed: W: J. van de Graaff, M: P: Raket, D: C van Drieberg, C. van Angelbeek, I:s Reintous, B: L: van Zetter, A. Samlant, and J: A: Vollenhove. in the margin: Colombo, 6 May 1791. Agrees, Sijbrands, sworn clerk. Tammerawille To the Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of Dutch India, Governor and Director of the Island of Ceylon, with its dependencies. Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, High Commanding Lord, We had the honor to receive Your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed's very esteemed letter of yesterday, and express our humble thanks for the report given therein concerning the further incoming tidings about the movements of the court of Kandy. We are, with Your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, fully of the opinion that, however uncertain the true intention of the court still is, the incoming reports are nevertheless of such a nature that, given the short remaining navigable season, one can no longer delay making the immediate request to the Noble Malabar Governor van Angelbeek to come here for a short trip. To this end, we have resolved today in an extraordinary meeting held for this purpose, and such a letter is about to be sent to His Honor about this as we have the honor to present a copy of herewith to Your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, and in which we have also requested him, if feasible, to assist Ceylon with a company of Cochin sepoys. Said letter is to be sent itself with the vessel the Chunsura to Tuticorin with orders to forward it with the utmost speed. For the rest, we wish Your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed much pleasure in the journey granted to him, and we further take the honor to subscribe this with all high esteem and respect. underwritten: Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, High Commanding Lord, lower: Your Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed's humble and obedient servants, signed: M: P: Raket, D. C. von Drieberg, C: van Angelbeek, J: Reinhous, B: L: van Zetter, A: Samlant. in the margin: Colombo, 31 March 1791. Agrees, Sijbrands, sworn clerk. Jaffnapatnam, the Wanni and Mannaar, Galle and Matara, Wolfendhal, Negombo, Chilaw and Kalutara, Tuticorin, Trincomalee, Batticaloa, Kalpitiya and Puttalam, To the respective authorities there: Valiant, Prudent, Discreet, Honorable and Valiant, Discreet, and Honorable, Pious. To the Postmaster and whomever this may further concern, you must order: 1. That no letters, from whomever they may be, that are addressed to the Coast of Coromandel, to the Madura Coast, or to the Malabar Coast, may be received by them, but that all those who bring letters addressed to any of these places must be directed to you, in order to

Dutch transcription

Mannaer gebreet Bij secreete resolutie van den 4. Aug.s 1764. is onder anderen verstaan, om aan de Inlan„ deren, die zodanige vreemdelingen als daer bij zijn vermeld overleeveren, of ook maer van hunne aanweezendheid kennis geeven zodanig dat ze agterhaald en geapprehendeert worden, te laaten betaalen een premie van twee honderd Pagooden en voor 't opvatten en overgeeven van brieven van zulke vreemde gasten, te laaten geeven een ge„ schenk na rata, zoo als uE Dit zal zien bij 't Extrakt uijt de voorsz: reso„ luutie, dat voor 't overige alleen tot uw speculatie hier neevens gaat. Deeze resoluutie, in zo verre de hier booven daar uijt aangehaalde ordre aangaat, hebben we beslooten te vernieuwen Eerzame Vroome Aan den onderkoopman Carel Fredrik Ebell opperhoofd aldaar: en qualificeeren we uE mitsdien door deezen, om voor 't agterhaalen en overle veren van zodanige vreemdelingen, als daer bij zijn vermeld, of ook maar voort aan wijzen derzelve, zodanig dat ze worden agterhaald en geapprehendeerd te moogen taalen een premie van twee hondert b „gooden, of de waarde van dien de Pagi gereekend teegens 17. schell: en voor 't opvatten en overgeeven van brieven va zulke vreemde gasten, een geschenk na te Wij blijven voor 't overige na groete /:onderstond:/ Eerzaame vroome uwE. Goede vrienden /:was geteeken W: J. van de Graaff, M: P, Raket, D: C van Drieberg, C. van Angelbeek, I:s Reintous, B: L: van Zetter, A. Samlan en J: A: vollenhove, /. in margine:/ ko lombo den 6. Maij 1791. Arrogdeert Dijbrands egkeerk Tammerawille Aan den wel Edelen gestrengen groot Achtbaere Heer Willem Jacob van de Graaff Raad, ordinair van Nederlands Jndia Gouver„ neur en direkteur van het Eijland Ceijlon, met dies onderhorigheeden. wel Edele Gestrenge groot Achtbaere Hoog gebiedende Heer Wij hebben de Eer gehad te ontfangen uwel Edele gestr: groot Achtb: zeer geeerde missiv van gisteren, en betuijgen onse oolmoedige dank voor het door bij gegeven bericht, wegens de nader ingekomene tijding nopens de beweegingen van t hof van kandia. wij zijn met uwel Edele gestr: groot Achtb: ten vollen van begrip, dat hoe en seker ook 't waare oogmerk ^de ingekoomelij berigten nogtans van dien aartj zijn, dat men van 't hof tot nog toe i^ mits de nog kort onigen ver„ baeren tijd, niet langer kan draelen met het doen van 't daedlijk versoek aen den Edelen Heer Mallabaarsch gouverneur van Angelbeek, om voor een sprintogt dit heen te komen. Hier toe hebben wij mits dien heden in een expres gehoudene vergadering besloten en staet aen zijn Ed: daer over zodanigen brief aftegaen als we de een hebben uwel Edele gestr: groot Achtb: hier neevens een Copia aentebieden en waer bij we ook hoogst denselven hebben versogt om des doenlijk, Ceijlon met een Comp: hoekien sche sipahis te willen assisteeren. gemelde brief staet wilden wilden zelve met de boek de Chunsura na Tutukorijn te worden afgesonden met aenschrijvens om te ten aller spoedigsten voortschikken. Voor het overige wenschen wij uwel Edele gestr: groot verleen achtb: veel genorgen in hoogst desselfs worden totht en matigen ons wijders de Eere den deezen met alle hoogachting, en eerbied te onderschrijven. /onder„ stond:/ wel Edele gestrenge groot Achtbaere hoog gebiedende Heer /lager:/ uwer wel Edele gestr: groot Achtb: orderdanige en gehoorzaeme Dienaeren /:geteekend M: P: Raket, D. C Von Drieberg, C: van Angelbeek J: Reinhous, B: L: van Hetter, A: Sambant, /in Margine:/ kolombo den 31. Maert 1791. Akkordeert Sijbrands Vegklerk Iaffenapatnam, de Wannie en Mannaar Pale, en Matura vulsdoop. Ngombo, Silauw en kaltere Tutukorijn Trin konomaele Battikaloa kalpettij en Putulang van de respektivve gebiedens aldaar Manhaften Voorzienigen Diskreeten Eerzaamen en Manhaften Diskreeten en Eerzaamen Vroomen. Aan den Postmeester en die dit verder kan aangaan moet uE: bewteelen. 1. Dat geene brieken van wie het zi, die geadresseerd zijn na de kust van kormandel na de Madureesche kusten na de kuste Mallabaar, bij hun mogen worden ontfangen, maar dat alle de geene die brieven brengen, geaddresseerd na een van deeze plaatsen aan uE: moeten worden overgeweezen, om tot het Verzenden

NL-HaNA_1.04.02_10027_0351 view scan ↗

English

to ask permission for the dispatch thereof. 2. That all letters brought from places situated outside the island, with the exception of letters coming from the Netherlands and from Batavia with the Company's ships, must be delivered to Your Honour. Only to such of the Company's servants and other residents upon whose good faith Your Honour thinks one can rely, may Your Honour permit the sending of their letters, taking into consideration only regarding those in respect of whom Your Honour deems it necessary that Your Honour trusts their letters contain nothing other than their own private affairs, or at least no matters in which the Company or the concerns of this Island are in any way interested. On the envelope of such letters it must be noted that they are dispatched with Your Honour's knowledge and permission, which must be signed by Your Honour. To all others Your Honour must refuse the dispatch of their letters, unless they open their letters in Your Honour's presence and allow Your Honour to read them. If they do so, and Your Honour, after having read them, finds that they contain nothing why they should not be sent, the owners must close them again in Your Honour's presence and hand them over to Your Honour, in order to endorse upon them, in the manner aforesaid, the permission for their dispatch; after which these letters must be handed over by Your Honour personally to the Postmaster, with orders to dispatch them by the first following mail, without being permitted to let them out of his hands in the meantime. Regarding incoming letters from outside this Island, with the exception of letters coming from the Netherlands and from Batavia with the Company's ships, Your Honour must act in the same manner. Only to such of the Company's servants or other residents upon whose good faith Your Honour thinks one can rely, may Your Honour deliver the letters unopened. To all others Your Honour must say that they can receive their letters, provided that when they first open them in Your Honour's presence and allow Your Honour to read them; such in which there is nothing that should prevent it may be delivered to those to whom they belong. All those, on the contrary, that contain anything which might appear questionable to Your Honour, Your Honour must immediately send to me under Your Honour's cover, as also the letters of those persons to whom they belong who are unwilling to open them in Your Honour's presence in the manner aforesaid. With which, after greetings, remains beneath stood Valiant, Prudent, Discreet, Honourable and Valiant, Discreet and Honourable we remain Your Honour's good Friends was signed W: J: van de Graaf, in the margin Kolombo the 27. December 1791. We have received Your Honour's letter of the 21. December last, and cannot understand how Your Honour has been able to give credence to the report appearing therein, and which we are ashamed to repeat here, and that to such an extent that Your Honour has deemed it necessary to request us to inform Your Honour what there may be of the matter, in order that Your Honour, in devising measures regarding trade, might be guided accordingly. We remain with all respect beneath stood Noble Sir and Special Good Friend and Your Honour's Friends and Servants was signed W: J: van de Graaff, M: P: Cater, F: Drieberg, J: C: van Zitter, A: Camlant, J: A: Vollenhove, in the margin Kolombo, the 25: January 1792. Noble, Sir and Special Good Friend. Sadleapatnam To the Gentleman J: Eilbracht: Senior Merchant, and Governor over the Company's Important trade, and administration on the Coast of Coromandel. Agrees, Hybrands Clerk Examined Freetz. Checked 513 Duplicate No. 22 Copies of Secret and Separate Letters Received from Various Places In the Year 1791. Secret Kolombo To the Right Honourable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord Willem Jacob van de Graaff Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon and the Coast of Madura, Together with the Council. Right Honourable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, I have had the honour to receive Your Right Honourable, Highly Esteemed, most respected separate letter of the 19: December 1790; to which serves in respectful answer: that according to the calculation of the most knowledgeable men, the pearl fishery on the recently inspected seven banks, even if the oysters had reached full maturity,

Dutch transcription

verzenden daar van permissie te vraagen 2. Dat alle de brieffen die van plaatsen buiten het Eiland geleegen worden aangebragt uitgezondert te bree„ ven koomende uit Nederland en van Batavia met 'skomp:s scheepen, bij uE: moeten worden gebragt Alleen aan zulke van skomp:s bediendens en an„ dere ingezeetenen op wiens goede trouwe UE: denkt staat te kunnen maaken, mag uE: toestaan het verzenden van hunne brieven onderaanmen„ king alleen omtrent zullen ten aanzien van dewelke uE: dat noodig agt dat uE: vertrou van hunne brieven niets inhouden dan hunne eige„ ne aangeleegentheeden of ten minsten geene zaaken waar bij de komp: of de aangelegen heden van dit Eiland, op eeniger hande Wijze zijn geinteresseerd op het koustert van zulke brueken moet getlet worden, dat ze met uE: kennisse en toestemming verzonden worden het geen door uE: moet worden onderteekend. Aan alle andere moet UE het verzenden van hunne brieven wijgeren ten zijze hunne brieven in uE: presentsie openen, en uE: die laaten boese Manneca zo dat doen, en dat uE: na genoomene lecture bewind datte niets bestatten, waarom te niet zoude behooren te worden verzonden, moe„ ten digenaars dezelve in UE: presentsie wee„ der toemaaken en aan uE: overgeesten, ten einde op derzelve, invoegen voorsz: het verlof tot het verzenden daar van tezetten, waar na deeeze brieven door uE: zelfs aan den Postmeester moeten worden overgegeeven, met last om ze met de eerste volgende post te verzenden, zon„ der, zo intusschen wederom te moogen geeven uijt zijne handen. omtrent de aankomende brieven van buiten dit Eiland, uitgezondert de brieven koomende uit Nederland en van Batavia met 'skomp scheepen, moet uE: esden en inzelver Voegen handelen Alleen aan zulke van 'skomp: dienaaren, of ander ingezeetenen op wiens goede trouwe UE: denkt te kunnen staat maaken, mag uE: de brievven ongeopent afgegeerven Aan Alle andere moet uE: zeggen, dat ze hun„ ne brieven kunnen krijgen, mits dat ze Wanneer dezelve Aspart Nagezien Freetz. dezelve alvoorens in uE: presentsie openen en toestaan, dat uE: ze loest zulk waar in niets staats dat dit behoord te beletten mogen aan die geene aan wie zie houden, worden afgegeeven Alle de geen daar en teegen die iets bevatten het geen UE bedenkelijk mogten voorkoomen moet uE: ten eersten onder uE: kousvert aan mij zenden, gelijk ook de brieven van wier de geene aan wien te houden, ongeneegen zijn die invoegen voorsz: in uE presentsie te openen waarmeede na groete blijke /:onderstond:/ Man„ haften Voorzienigen Diskreeten Eerzaame en Manhaften Diskreeten en Eersaame woomen uwE: goede Vrienden /:was geteekend/ W: J: van de Graaf, /:in margine:/ kolombo den 27. December 1791 Wij hebben ontvangen uwel Edele brief van den 21. xber: Jongst:, en kunnen heeft niet begrijpen hoe uwEd: kunnen geloof slaan aan de tijdting daar bij voorkoomende, en welke toe ons Chaamen hier te herhaalen, en zulks in zoo verre dat uw Ed: het heeft kunnen noodig vinden, ons ten versoeken uwEd: te willen Heer, en Bijzonder Goede Vriend. Sadleakatta Aan den Heer J: Eilbracht: opperkoopman, en Gezaghebber over sComp:s Jmportanten handel, en ommedag ter kuste Kormandel Akkordeert Hijbrands Egreerk informeeren informeeren wat daar van zij ten eijnde uwEd: in het beraamen van middelen omtrend den handel daar na te kunnen bestieeren. Hij zijn met alle agting (:onderstond E: Heer en Rijzendere Goede Vriew ^ uwel Eet die den ^ en Dienaaren /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, M: P: Cater r: Drieberg, J: C: van Zitter A: Camlant, J: A: Vollenhove /: in margine:/ Kolomdo, den 25: Januarij 1792. Akkoibeert Hijbrands Ekelerk Cledulx Nagezegn 513 duplicaat No. 22 kopea ontvangene B sekreete en Apparte Brieven van Diverse Plaatsen In het Iaar 1791. sekreet Kolombo Mua den Weledelen Groot Achtaaren Hoog Gebiedenden Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndien Gouverneur en direkteur van het Eijland Ceijlon en de kuste Madure E Nevens den Raad Weledele Groot Achtbaare Hoog Gebiedende Heer Ik heb de eer gehaa te ontvangen, uweldele groot Achtbaare hoogst g'eerde apparte letteren van den 19: december 1790; waarop in eerbiedig antwoord diend: dat volgens de bereekening van de allerkundigste menschen, de paarlvischarij op de onlangs gevisiteerde seven bankjes, wan„ neer ook de oesters tot volledige rijpheijd naaren gekoomen

NL-HaNA_1.04.02_10027_0359 view scan ↗

English

reached, would not be worth 33500 rixdollars, for which the fishery was leased in 1787, and then much less 50000 chakrams, at which the same was valued by the merchants and money-changers of Tirunelveli. I have however, according to the order of Your Noble Great Right Honourable, given notice to Mr. Torin that Your Noble Great Right Honourable had consented to the holding of a pearl fishery if the merchants and money-changers obligated themselves to give at least 50000 chakrams for it, because if their calculation rested on good grounds, they ought to be able approximately to secure the calculated sum, which I also caused Mr. Torin to notice; but seeing that this proposal met with too much opposition and that we also could not persist in a calculation that according to our own grounds was erroneous, I further proposed to Mr. Torin that the lease of the fishery should not run lower than a certain sum, which should be determined by both partners, not only to prevent the damage that we would suffer at present from the lease running so very low, but principally because the pearl fisheries, which formerly have always been considerable articles, would fall entirely into discredit through an all too low leasing, and that I would think for our share that the lease ought very nearly to equal the leasing of the year 1787, which amounted to 33500 rixdollars, which make very nearly 16000 pagodas. Mr. Torin has replied to this by an English letter dated the 3rd of this month, whereto he has attached a French translation, which I have the honour to offer herewith to Your Noble Great Right Honourables along with the further exchanged letters. Your Noble Great Right Honourable will see from this that Mr. Torin To as before Torin has asked for the orders of the government of Madras, and that he has only provisionally replied that although he does not believe that his superiors desire a fishery if the same does not yield a considerable sum, he is nevertheless assured that the same will never consent to restrictions such as we have proposed. I have the honour to remain with all respect and fidelity, was undersigned, Noble Great Right Honourable Highly Commending Lord, Your Noble Great Right Honourable's humble and faithful servant, was signed M. Mekern, in the margin Tuticorin, the 9th of January 1791. Although the English superintendent at Tirunelveli, Mr. Torin, has recommended moderation and fairness to the new Maniyakkars appointed by him in the interest of our and our subordinate inhabitants, as the Maniyakkar of Melur has made known to myself, this has nevertheless not been able to bring about that the Maniyakkars entirely desist from their habits of seizing all opportunities to increase their revenues, whether lawful or unlawful. One observed, however, a noticeable difference in the manner in which their demands were made, there being used much more circumspection and less violence. At the first perception of the demands of the Maniyakkars, which were of little value, I have sought to remove the same out of the way with themselves, and when this could not be done, to overlook trifles, partly because complaints about such trifles, when they occur too frequently, soon lose all force, and partly because I knew for certain that upon the occurrence of every complaint our rights and our competence to make such complaints would be investigated most accurately; but in these rules proposed to myself, I thought I should restrict myself only to such trifles as were not of that importance that they could have a detrimental influence on our prerogatives and privileges, and by no means to such deviations through which our privileges would be entirely destroyed if we did not wish to oppose them. In such cases I thought it to be my unavoidable duty to make reasonable representations against them, although, as I just said, I foresaw that this would imperceptibly pave the way to have our rights and privileges tested most closely, which now that the administration of the Nawab's lands has come into English hands must sooner or later once happen regarding all our rights and privileges. The Residents at Manapad gave notice by letter of the 11th of December that the merchants of the Company at Manapad had annually paid to the Maniyakkar of Kulasekharapatnam a present of one hundred twenty-five fanams, and that although the Maniyakkars changed, they nevertheless paid this present no more than once a year; that the merchants had paid this present in the month of August to the new Maniyakkar, and that the Maniyakkar appointed shortly thereafter by Mr. Torin had demanded the same present, and to press this demand had arrested four kanakkuppillais of the merchants at Kulasekharapatnam; that the weavers in the same manner had annually paid to the new Maniyakkars a chela of seven or eight fanams; about that 9

Dutch transcription

gekomen, geen 33500: rd.„s, waar voor in 1787. de visscherg verpagt is, zolde waardig zijn, en dan veel minder 50000 sjakkerons; waar op dezelve door de kooplieden en misselaars van firnevelle is gewardeerd: Jk heb echter, volgens het bevel van uwel Edele groot achtbaare aan den heer Torin kennis gegeeven, dat uwel Edele groot acht in het houden van een paarlvisscherij had bewe ligd indien de kooplieden en wisselaars zich verpligten om daar voor ten minsten 50'000 sjakkerons te groven, wyl indien hunne reekeening op goede gronden ruste, zij te naasten bij de gekal„ kuleerde som behoorden te kunnen verzoekeren 't welke ik aan den heer Torin ook heb doen opmerken; maar ziende, dat deeze voor„ =stelling te veel tegenstand vond en dat wij ook niet zouden kunnen blijven staan op eene bereekeening, die volgens onze eijgene gronden abusief was, heb ik den heer Torin nader voorgesteld dat de pacht van de visscherij niet laager zoude loopen, dan tot een zekere som, die door beijde deolgenooten zoude worden bepaald, niet alleen om voortekoomen de schaade, die wij bij het alle laag loopen van de pacht voor het tegenwoordige zouden lijdden maar voornaa„ mentlijk wijl de paarlvisscherijen, die te vooren altoos aanmerkelijke artikelen zijn geweest door een al te laage verpachting geheel in diskreviet zouden koomen en dat ik voor ons denken aandeel zouden dat de pacht heel na by zoude moeten evenaaren #### de verpagting van het jaar 1787:, die bedragen heeft 33500. rd„s, die heel na 16000: pagooden uit maaken. De heer Torin, heeft hier op geantwoord bij een Engelschen brief gedateert den 3. deezer; waarbij hij een fransche vertaa= „ling heeft gevoed, welke ik de eer heb uweledele groot achtbaaren met de verdere gewisselde brieven hier nevens aantebieden uwelEdele Groot achtbaare zal daar uit zien dat de heer laager Torin Aan als vooren Torin de ordres van het gouvernement van Madras gevraagd heeft en dat hij alleen bij voor „raad heeft geantwoord; dat hoewel hij niet gelooft dat zijne superieuren een vissche rij verlangen, indien dezelve niet een aanmer= kelijke som opbrengt, hij echter baarbij ver zekert is, dat dezelve nimmer zullen bewilligen in restriksien, zo als wij die heb ben voorgesteld. Ik heb de eer alle eerbied en trouwe te blijven /onderstond/ weledele Groot achtbaare Hoog Gebiedende Heer Uwer weledele Groot Not baare onderdanige en getrouwe dienaar /:was geteekend/ M: Mekern /in margine/ Tu„ tukorijn den 9. Januarij 1791. Hoewel de Engelsche superintendant te Firnevelli, de heer torin, aande nieuwe door hem aangestelde Manigaars moderaatje en billijkheijd ten belange van onsen de ons ondergeschikte inwoonders heeft aanbevoolen zo als de manigaar van meeloer dit aan my zelve hoeft bekend gemaakt heeft dit echter niet kunnen te weege brengen om de Manigaars geheel te doen afzien van hunne gewoonten; om alle gelegentheden tot vermeerdering van hunne inkomsten het zij wettig of onwettig, naartenemen Mei„ bespeurde echter een merkelijk onderscheijd in wijse op welke hunne eijsschen wierden ge„ daan zijnde daar bij veel meer omzigtigheijden minder geweld gebruijkt Jk heb de eerste ontwaaring van de vorderingen der manigaars die van wynig waarde waaren getragt om dezelve met hen zelven uit den weg te ruijmen en wanneer dit niet geschieden konde kleijnig= heden als over het hooft gezien, eensdeels; om dat de klagten over zulke kleijnighee„ den, wanneer dezelve te menigvuldig geschieden haast alle kragt verliezen en ondergeschikte ander anderdeels wijl ik zeker wist dat bij voorkom van elke klagte onze rechten en onze bevoegd„ heijd tot het doen van zulke klagten op het nauw= keurigste zouden worden onderzogt; maar in deeze mij voorgestelde regelen heb ik gemeend mij alleen te moeten bepaalen tot zulke kleij„ nigheden die niet van dat belang waeren dat ze een naadeeligen invloed op onse voorrechten en previlesien konden hebben en geensins tot zulke afwijkingen waar door onze previ„ lesien ten enemaal zouden worden vernie= tigd indien wij ons daartegen niet wilden versetten. In zulke gevallen heb ik gemeend het mijne onvermijdelijke pligt te weesen daartegen billijke vertoogen te doen, schoon ik zo als ik straks zijnde voorsag, dat dit ongevoelig den weg zoude baanen om onze rechten en previlesien op het naauwste te doen toetsen 't welk nu de administraatsie van 's Na babslanden in Engelsche handen iykoomen omtrent alle onze rechten en previlesien vroeg of laat, eenmaal zal moeten geschieden. De Residenten te Manapaart gaven bij brief van den 11:e december kennis, dat de koop lieden vande kompenie te Manapaar Jaar= lijks aan den Mannigaar van Koellese getxpa„ „nam hadden betaald eene paresse van een„ honderd vijf en twintig fanums, en dat schoon de Manigaars verwisselden zij echter deese paresse niet meer dan eenmaal in 't jaar betaalen; dat de kooplieden deeze paresse in de maand Augustus aan nieuwen Manni„ „gaan betaald haaden, en dat de kort daar op door den heer Torin aagestelde Mannigaar dezelve paresse hadt g'eijscht, en om deeze eijsch aantedringen vier kannekappels van de kooplieden te kolleserepatnam ge-arres„ teerd; dat de wevers in zelver voegen Jaarlijks aan den nieuwen Mannegaars hadden betaald een sjela van seven of agt fanums; omtrent Dat 9

NL-HaNA_1.04.02_10027_0362 view scan ↗

English

that, because some of them found themselves in difficulty, they had in the month of August offered a parasse of fifteen fanums, but that he had rejected this; that now the new Mannigaar appointed by Mr. Torin demanded a paresse of thirty fanums, and thus four times as much as these people had paid previously; and that the Mannigaar, in order to compel the weavers to this payment, had caused four of them to be seized at the bazaar in Santangoddie, where they were to purchase yarn, and brought under arrest to Kollesegerepatnam; furthermore, that the Mannigaar of Kailpatnam had demanded a paresse of ten rijksdaalders from one of the Manapaar merchants who had his household in Kailpatnam. We wrote hereupon to the Residents at Manapaar that they should try to make such obvious contradictions of the old customs understandable to the Mannigaars themselves, and arrange such matters with them; but to this they gave us in reply that in this case nothing was to be done with the Mannigaars, who asserted that in August the paresse was paid to the Mannigaars of the Nabab, but that they now demanded the paresse as Mannigaars of the English Company, and that Mr. Torin had expressly ordered them to demand this paresse; while, however, the kannekappels of the merchants were released upon their warning that if they were kept under arrest any longer, the merchants would provide themselves with other kannekappels; and while it has occurred to us on several occasions that the Mannigaars, when they see that their demands are not granted, abandon them of their own accord, I looked into it for some time yet; but upon the further assurance that the Mannigaars themselves insisted upon writing about this matter to Mr. Torin, and that we therefore had no change to expect from them, I, by letter of the 7th of this month, represented to Mr. Torin the unfairness of the demands of the Mannigaars regarding the merchants and weavers, and added thereto several other complaints of lesser importance, which I had held back until a suitable occasion. Mr. Torin has not yet answered this officially, but only gave notice by a private letter that after having properly investigated everything, he would inform me of his findings. Meanwhile, the Mannigaar Pietchande Sittij has departed, and been replaced by another, Pandavan Sittij, a much more moderate man who shortly after his appointment paid a visit to the first Resident at Manapaar to settle all that had occurred. The arrested weavers he had already released beforehand, and regarding the paresse of the merchants he declared that he would be satisfied whether they wished to give him something, yes or no. At Tutukorijn, around the same time, an incident occurred which I could not pass over in silence without seeing a path prepared along which our entire authority would be undermined. A good month ago, the Mannigaar of Meeloer forbade the carpenters who live inside the city of Tutucorijn to work, giving as the reason that their tributes had not been paid. Upon investigation, I find that the carpenters actually still owed a few fanums, for the payment of which I immediately gave orders. I at the same time sent word to the Mannigaar that when the workmen did not promptly pay their tributes, he only needed to let me know, whereupon I would arrange for the payment; but that it did not befit him to give orders within our jurisdiction, and especially such orders that would serve as the means to bring the workmen into the absolute impossibility of fulfilling their tributes. The arrears of the tributes were paid, and the workmen continued their labor without hindrance, but about fourteen days thereafter, two carpenters within the city were unexpectedly seized by the people of the Mannigaar and taken to Meeloer, where they were placed in prison. I thereupon had the Mannigaar asked for the reasons for this apprehension, and at the same time remarked to him that it conflicted with old customs and our privileges that he used force within the city; to which the Mannigaar answered that the carpenters had been summoned several times one after the other to work, but that they had not come, and that he would punish them as he saw fit, as indeed he actually had the two arrested carpenters severely punished and subsequently riveted into irons. The remaining carpenters having been heard on this, said that they had never failed to come at the summons of the Mannigaar to work, but that for the present, since two of them had been severely punished without any reason, they were afraid to appear before the Mannigaar, fearing to be punished in the same manner as their comrades. That this reason of the Mannigaar was now a mere pretext to extort money from these poor people contrary to the previous customs appeared very clearly, while the Mannigaar, after answering the

Dutch transcription

dat zij om dat eenigen van hen zich in moeielyk heijd bevonden, in de maand Augustus een parasse hadden aagebooden van vijftien Jannua maar dat hij dit hadt afgeweezene; dat nu de nieuwe door den heer Torin aangestelde Ma nigaars eijschte een paresse van dertig vannums, en dus viermaal zoo veel dan en dat deese menschen te vooren betaald hadden de Mannigaar, om de weevers tot deeze betaalin te nood zaaken vier van hen op de baazer daar te santangoddie, ze zich bevonden om gaaren te koopen, hadt doen opvatten, en in arrest brengen na kolle segerepatnam, dat voorts de Mannigaar van kailpatnam van een der Mannapaarsche kooplieden die zijn huijshouding te kailpatnam had, gevorderd had een paresse van tien rijksdaalders. wij schreeven hier op aan de Residenten te Manapaar, dat zy zulke zigtbaare strij„ digheeden tegen de oude gebruijken de Mannigaars zelven moesten tragten begrijpelijk te maaken, en zulke zaaken met het zelven arrangeeren; maar zij gaven hier op aan ons tot andwoord; dat in dit geval niets te doen was met de Mannigaars, die beweerden, dat in Augustus de paresse betaald was aan de Mannigaars van den Nabab; maar dat zij tans de paresse vorder den als Mannigaars van de Engelsche kompenie, en dat de heer Torin hen espresselijk belast had om deese paresse te vorderen wijl echter de kannekappels van de kooplieden op hunne ver looning, dat indien zij langer gearresteerde wier„ den gehouden, de kooplieden zich van andere kannekappels zouden voorsien, ontslagen wierden en wijl het ons te meermaalen is voorgekomen, dat de Mannigaars, wanneer zij zien, dat hunne eijsschen niet wierden ingewilligd de„ zelve uit eijge beweeging laaten vaaren heb ik het nog eenigen tijd ingezien; maar op de nadere versekering, dat de Mannigaarser zelfs op Mannigaars aandrongen aandrongen, om over deese zaak aan den heer Torin te schrijven, en dat wij dus bij hen geen verandering te wagten hadden, heb ik bij brief van den 7:e deeser, aan den heer Torin de onbillijkheijd vande eijsschen der Manni= gaars, omtrent de kooplieden in weevers voor gesteld, en daar bij gevoegd nog eenige verscheijde andere klagten van minder aanbelang, die ik tot een bekwaame gelegenheijd had te rug gehouden. De heer Torin heeft hier op nog niet ministerieel geandwoord, maar alleen bij een partukulieren brief kennis gegeeven dat hij na op alles behoorlijk ondersoek te hebben gedaan mij van zijne bevinding zoude kennis geven Jntusschen is de Man„ nigaar pietchande sittij afgegaan, en vervan„ gen door eenen anderen Pandavan Sittij een veel gemaatigder man die kort na zijne aanstelling een visite bij den eersten Resident te Manapaar heeft afgelegd, om al t voorgevallene aftedoen. De gearresteerde weevers hadt hij reeds te vooren ontslagen, en om„ trent de paresse der kooplieden verklaarde hij zich te vreede te zullen houden, of zij hem wat wilden geeven Ja dan neene Te Tutukorijn gebeurde omtrent ter zelver tijd een geval, 't welk ik niet konde met stilswijgen voor bij gaan, zonder een weg te zien baanen, langs welke onze geheele authoriteit in 't voetzand zoude raaken Een groote maand geleeden, liet de Mannigaars van Meeloer de timmerlieden die binnen de stad Tutucorijn woonen, verbieden om te werken, voor reeden geevende, dat hunne Tribute niet betaald waaren. Bij ondersoek bevind ik dat de timmerlieden nog werkelijk eenige weijnig fanums schuldig waaren tot welker betaaling ik aanstonds last gaf Jk liet tedens aanden Mannigaars zeggen dat wanneerde werklieden hunne tributen niet prompt betaalden hy det maar aan mij behoefte te om laaten laaten weeten, wanneer ik voor de betaaling zoude zorgen; maar dat 't hem niet betaamde om ordres te geeven binnen onse Jurisdiksie, en wel zulke ordres, die het middel zoude weesen om de werklieden in de volstrekte om mogelijk„ heijd te brengen hun treebuten te voldoens He agterstal van de trubuten is betaald, en de werklieden hebben hunnen arboid, zonder verhundering vervolgd, maar omtrent veertien dagen daar na wierden op het onverwagtst binnen de stads twee timmerlieden door dat volk van den Mannigaar opgevat, en na Meeloer gebragt daar ze in gevangenis wierden gesteld Jk liet hier op den mannigaar vraagen, na de redenen van deese anderen „neeming, en hem ter gelijken tijd op mermer„ ken dat, 't streedt tegen de oude gebruijken en onse previlesien, dat hij geweld gebruijkte binnen de stad; waar op de Mannigaar antwoorde dat de timmerlieden na den ande„ ren verscheijde maalen waaren geroepen om te niet werken, maar dat ze waaren gekoomen. en dat hen zoude streffen, zo als hij't goedvond, zo als hij ook werkelijk de twee gearresteerde timmerlieden strengelijk heeft laaten straffen en dezelven vervolgens in de ketting klinken. De overige timmerlieden hier op gehoord zijnde, zeijden dat zij nooit ge„ mankeerd hadden, om op de ontbieding van den Mannigaar om te werken, te koomen; maar dat zij voor het tegenwoordige dat er twee van hen zonder eenige reden streng„ lijk gestraft waaren bekoomen waaren voor den Mannigaar te verscheijnen, vreesende op gelijke wijse als hunne makkers te zullen worden gestraft. Dat nu deese reden van den Mannigaar, een loutere voorwendsel was, om deese arme menschen tegen de voorige gebruijken geld afte persen bleek zeer duidelijk, wil de mannigaar na antwoorde de

NL-HaNA_1.04.02_10027_0365 view scan ↗

English

having kept the two punished carpenters under arrest for about fourteen days, has released them, demanding from each now a further fine of twenty-four fanums because they had not obeyed the order not to work, and that the carpenters, who until now had only paid a tribute of seven fanums a month, should henceforth pay twenty-five fanums a month, saying that he had the power to demand as much tribute as he saw fit, and that he would have the rest of the workmen seized and punished in the same manner as he had done to the other two. Concerning this case, I complained in peace by letter of the 18th of this month and requested redress. Mr. Torin replied to this by letter of the 20th that, without entering into particulars, he had to inform me that the Circar is not accustomed to consider the Parruas or other inhabitants of the city outside the walls of the fort of Tutukorijn as being exempt from its authority, even though their tributes have been paid, since as tributaries of the Nabab they are at all times subject to all demands of the renters of Tutukorijn; that he did not, however, wish to justify the conduct of the renter, since he was not currently informed of the reasons he had had for the punishment, but that for the present he only spoke for his right to do so if occasion required it, with the promise that he would inquire into the reasons of the renter and make the outcome known to me. Since this letter now rejects all our rights over the inhabitants of Tutukorijn and even over the Parruas, and consequently over the city itself, in the same manner as was done by the English commissioners at the restitution of our possessions after the peace in the year 1785, I thought I should not remain silent on this, having briefly pointed out to Mr. Torin by letter of the 23rd that from time immemorial until now we have been in the possession of the exercise of government, not only over the Parruas but also over all other inhabitants of the city, without any competition with the servants of the Circar, the tributes alone excepted; regarding which we always took care that they were paid promptly, and were even sometimes paid in advance, and that, since by the latest treaty with the Nabab His Highness had confirmed all our privileges, we were well assured of the good disposition of our friends and allies, and in particular of Mr. Torin, that we would be protected therein. To this I received a very extensive letter from Mr. Torin dated the 25th of this month, wherein he further asserts that the Nabab has always contested the government which we claim to have over the inhabitants, which, if it were so, would not prejudice our right; and that the Nabab under the word privileges certainly could not have understood the power of government. And since in this letter, which I have the honor to enclose herewith in original, other points also appear regarding which I am not fully provided with orders from Your Right Honorable, I thought it best to postpone the reply to the said letter until I shall be provided with Your Right Honorable's high commands regarding the exchange of the treaty with the Nabab, and regarding the settlement of points about which a dispute has arisen for some time. From the letter of Mr. Torin it will be sufficiently evident to Your Right Honorable that the Nabab will very probably be restored to the government of his lands, and thus the question now seems to arise whether we shall deal on all these matters with the English government or await the restoration of the Nabab. On these questions, which have much for and against them, I shall in particular await Your Right Honorable's high orders. Mr. Torin has further reported by his said letter of the 25th that for seven days now no tappal has arrived from Madras, and that the final disposition of the government of Madras concerning the pearl fishery might easily remain on the way for some days yet; but that since he was informed that their intention was to hold the fishery this year, he would wish that I should inform Your Right Honorable of this, and at the same time make the necessary preparations. Your Right Honorable will see from this that the English do not wish to bind themselves to any conditions to keep the rent at a fixed price, but seem to wish to let the rent go as low as it will; and since Your Right Honorable in a separate letter of 19 December last was pleased to recommend that if Mr. Torin would not consent to a stipulation that the rent should not run lower than approximately the amount of the pearl fishery held most recently, I should in such a case have to declare myself not qualified to proceed further, I request also regarding this to be provided with Your Right Honorable's further orders. After drawing this up, I have had the honor

Dutch transcription

de twee gestrafte timmerlieden nog omtrent veertien dagen ge-arresteerd te hebben ge„ houden, deselve heeft ontslagen, eijsschende van elk nu nog een boete van vierentwintig fannums om dat zij niet hadden gehoorsaame de ordre om niet te werken, en dat de tim„ merlieden, die tot nu toe alleen een tribul van seven fanums smaands betaald hadden voortaan zouden betaalen vijfentwintig fanum smaands, zeggende dat hij 't vermoogen hadt om zo veel tribut te vorderen, als, hij goed„ gevonden, en dat hij alleen de overige werk lieden zouden laaten opvatten en op de zelve wijse straffen, zo als hij de twee anderen gedaan hadt. over dit geval heb ik bij brief van den 18 dezer in t vreede geklaagd en om reparaatsie versogt. De heer Torin heeft hier op bij van den 20 geantwoord, dat hij zonder te treeden in de particu„ lariteiten mij moest informeeren, dat de Cercur niet gewoon is om de parruas of andere inwoonders van de stad buijten de vallen van 't fort van Tutukorijn te konsidereeren als uitgesloten te zijn van desselfs authori„ teit schoon hunne tributen ook betaald zijn vermits zij als tributarissen van den Nabab ten allen tijde onderworpen zijn aan alle broe„ pingen van pachters van Tutukorijn; dat hij echter niet wilde Justificeeren het gedaag„ van den pachter, vermits hij tans niet onderrigt was van de redenen, die hij voor de bestraffing hadte gehad maar dat hij eenlijk voor het tegen woordige sprak voor zijn recht, om zo te doen indien de gelegenheijd het vorderde, met belofte dat hij zich zoude informeeren na de reedenen van den pachter, en mij den uitslag bekend maa„ „ken Daar nu deese brief alle onse rechten over de in woonders van tutukorijn en zelfs over de Parruas. en gevolgelijk over de stad zelve verwerp, op deselve wijsen als dit geschied Cercar is is door de Engelsche kommissarissen bij de restituutsie van onse besittingen na aen vreede in 't jaar 1785 heb ik gemeend, hier op niet te moogen zuijgen, hebbende ik bij brief van den 23. den heer Torin kortelijk voorgehouden dat wij zedert onheugelijke tijden tot nu toe waaren in de possesie van de oeffening van het gouvernement, niet alleen over „de parruas maar ook over alle andere in„ woonders van de stad zonder eenige con„ curentie met de bedienden van den circa de tributen alleen uitgesonderd; waar omtrent van wij altoos zorg droegen, dat ze prompt betaald wierden en zelfs zom„ tijds bij voorraad betaald waaren, en dat, daar bij het laatste traktaal met den Nabac„ zijn Hoogheijd alle onse privelesien had bevestigd, wij wel versekerd waaren van de goede disposietsie van onse vrienden en bondgenooten, en in 't bijsonder van den Heer Torin, dat wij daar in zouden worden beschermd Heer op heb ik een zoer uitgebreiden brief ontvangen van den heer Torin gedateerd 25 deezer, waar bij hij nader beweerd, dat de Nabab het gouvernement 't geen wij beweeren over de in geseetenen te hebben, altijd heeft tegenge„ sprooken 't geen indien het zo waare, ons recht niet benadeelen zoude; en dat de Nabab onder het woord privilesien zekerlijk niet kan verstaan hebben de magt van het gouvernement En vermits bij deesen brief die ik de eer heb in origineel her bij te voe„ „gen ook andere punten voorkoomen, waar om„ trent ik niet volliedig voorsien ben. van ordres van uwel Edele groot achtb, heb ik best gedagt, om het antwoord, op den gemelden brief uittestellen tot dat ik van uwel Edele groot Achtb. hooge beveelen zal voorsien zijn; omtrent de uitwisseling van het traktaal met den Nabab, en omtrent het regelen Heer van van punten; waar over sedert eenigen tijd verschil is ontstaan. Bij den brief van den heer Torin zal uwel Edele groot achtb„ genoegsaam blijken, dat de Nabab. zeer naarschijnlijk inde Regeering zijner landen zal hersteld worden, en dus schijnt tans de vraage te ontslaan of wij over alle deese. zaeken met de Engelsche Regeering zullen handelen dan wel de herstelling van den Nabab zullen afwagten! op dese vraagen, die veel voor, en tegen heeft, zal ik in 't bijsonder uwel Edele groot achtb. hooge ordre afwagten De Heer Torin heeft bij zijn gemelden brief van den 25:e verder gemeld; dat 'er nu reeds sedert seven dagen geen Jappal van Madras was gekoomen; en dat de finaale dispolitie van het gouvernement van Madras wegens de paarlvisserij ligtelijk nog eenige dagen onder weg zoude blijven; maar dat vermits hij gein„ „formeerd was, dat derselver intentsie was om de Visscherij in dit jaar te houden, hij zoude wenschen, dat ik hier van aan uwel Edele groot achtbaare zoude kennis geeven, en te gelijk de nodige toebereidselen maaken, uwElEdele groot achtb: ziet hier uit, dat de Engelsche zich aan geene kondietsien, om de pacht op een bepaalden prijs opte houden, willen binden; maar de pagt schynen te willen laaten afloopen zo laag als het wil; en vermits uwel Edele groot achtb: bij Aparte brief van den 19=e December J=o Lee„ den heeft gelieven aantebeveelen om indien de heer de Tovin niet welde bewilligen in eene vaststelling, dat de pagt niet laager zoude. loopen, dan omtrent het bedraagen van jongst gehoudene paarluisscherij ik in zodanig ge„ val zoude moeten verklaaren niet gequalifi= coerd te zijn, om verder te kunnen gaan versoek ik ook hier omtrent met uwel Edele groot achtb: nadere nadere ordre te worden voorsien. Na het instellen deses heb ik de eere gehad de over

NL-HaNA_1.04.02_10027_0368 view scan ↗

English

via Manaar to receive Your Right Honorable's highly respected separate letter of the 14th of this month, containing your decision to refrain from the negotiation of 25 to 30000 pagodas proposed by Mr. Buchanan. I shall duly comply with what Your Right Honorable has commended to me in this regard; but at the same time I take the liberty respectfully to point out to Your Right Honorable that, apart from a very small remainder among the merchants, curators, and weavers, for which linen is still being delivered gradually, our entire remainder of money, outside of the fanams, consists of more or less 2000 pagodas, which must most necessarily remain for provisioning; that I have absolutely no prospect of obtaining money by bill of exchange or at interest, because the English at present can easily transfer money among their own nation itself, and because it was even announced by the last courier that one can get money remitted to Madras in a very advantageous manner at the office of Messrs. Amos and Bonden, and because the ways and means through which we have for some time obtained money on loan here have now been completely removed by the change of government; so that if Your Right Honorable does not devise means to provide us with money, the linen trade will have to stand entirely still until the arrival of our ships from the fatherland. That this is the most unfortunate thing that could befall us on this coast, I have repeatedly taken the liberty to point out to Your Right Honorable, because our exclusive right of trade is thereby brought into the greatest danger; for if we wish to maintain our right to an exclusive trade, then we must at least keep the principal looms somewhat at work, and if we cannot do this, To the same as before then we cannot with any reasonableness continue to insist on the persistence of our right. We know how much this privilege of ours is an eyesore to the English, and that they will let no opportunity pass to undercut us in it. Mr. Torin, who is a very sharp man, has very close watch kept on the looms. I request that Your Right Honorable may kindly accommodate my repeating this matter perhaps too often and too extensively, because I think that I would fall short in my duty if I did not repeatedly place before Your Right Honorable's eyes the threatening danger of the loss of so valuable a privilege for the Honorable Company, and because, I will not deny it, I am in constant anxiety that I shall have to endure the shame and displeasure of seeing this happen in my time. The day after dispatching my respectful secret letter of the 29th of January, I received a letter from Mr. Superintendent Torin dated 28th of January, in which he requested of me in a rather haughty tone an order to the Residents at Manapaar to let pass unhindered such linens as he wished to send. I found myself not a little embarrassed upon the receipt of this letter already at the beginning of the standstill of our collection of linen, because if Mr. Torin absolutely wished to export linen, I found myself without the power to be able or dare to prevent him. I have the honor to remain with all respect and fidelity, Right Honorable High Commanding Lord, Your Right Honorable's humble and obedient servant, was signed: M: Mekern. In margin: Tutucorin the 29th of January 1791. Because I was informed, however, that a parcel of linens was being prepared on account of Mr. Torin, consisting of such fabrics as were not reserved for the Company and which have always been exported by private individuals, I wrote by letter of the 30th of January to Mr. Torin that before answering his proposal I requested to have a statement of the quantity and the sorts that he wished to transport; whereupon Mr. Torin answered in a private letter of the 2nd of this month that he did not know the quality and that he also did not believe that knowledge thereof was necessary for us, without mentioning the sorts, repeatedly requesting the order first asked for. I have hereupon also, in a private letter dated the 4th of this month, pointed out to Mr. Torin that granting an order without any reservation that he could export as much linen as he wished without undergoing the customary inspection would be equivalent to relinquishing our privilege of the exclusive trade; but that since he said there was great haste in the dispatch, I requested him to submit his linens to the customary inspection, in which case I would give orders that the inspection should take place with an extraordinary decency and in a manner that would not impede the shipment, adding that for the present this would be the readiest means to satisfy the desire of Mr. Torin, without prejudice to the privileges of our Company. I have herewith instructed the Residents at Manapaar this time not to conduct the inspection strictly

Dutch transcription

over Manaar te ontvangen uwel Edele groot agtb: hoogst g' eerde apparte letteren van den 14. deeser behelsende hoogst derselver besluijt om afteklien van de negootsiaatsie van 25 â 30000 pagooden door den heer Buchanan Voorgesteld. Jk zal behoorlijk voldoen aen het geen uuwel Edele groot achtb: mij daar bij heeft aanbevoolen; maar ik neeme tevens de vrijheid uwel Edele groot achtb: eerbiedig te vertoonen; dat buijten een heel klein restant onder de kooplieden kuratooren en wevers; waar over nog langzamerhand lijn waat geleverd word ons geheel restand van geld, buijten de fannumstans bestaat in min of moer 2000 pagooden die hoogst nood= zaaklijk voor de verstrekking dienen te blijve dat ik volstrekt geen uitsigt heb om geld op wissel, of op introst te bekoomen, wijl de En„ gelschen tans bij hunne naatsie zelve gemak„ kelijk geld kunnen overmaaken, en wijl zelfs bij den laatsten koerier is bekend gemaakt, dat men te Madras op een zeer voordeelige wijse geld geremitteerd kan krijgen ten komptoire van de heeren Amos en Bonden, en wijl de middelen en wegen; waer door wij sedert eenigen tijd alhier geld ter leen hebben bekoomen, door de verandering van Regeering tans geheel zijn weggenoomen. zo dat indien uwel Edele groot achtb: geen middelen be„ raamt, om ons van geld te voorsien, de lijwaat handel geheel zal moeten stilstaan tot de konst van onse schepen uit het vaderland Dat dit het allerongelukkigste is het welk ons op deese kust wedervaaren konde, heb ik te meer maalen de vrijheijd gebruijkt uwel Edele groot agtb: te vertoonen; wijl daar door ons exclusief handelrecht in 't allergrootst gevaar word gebragt want indien wij ons recht tot aen exclusiefen handel willen maintineeren, dan moeten wij ten minsten de voornaamste weefgetouwen eenigermaate aan het werk hou„ den, en indien wij dit met doen kunnen dat dan Aan als vooren dan kunnen wij met geen redelijkheijd op de voortduuring van ons recht blijven staen wij weeten hoe zeer dit ons previlesie, den Engelschen in 't oog steekt, en dat zij geene gelegenheijd zullen laaten voorbijgaan, om ons daar in te onderkruijpen. De heer Torin die een heel snedig man is, laat heel na agt geeven op de weefgetouwen; Jk versoek dat uwel Edele groot achtbaare gunstig gelieve inte schik„ ken dat ik deeze zaak mogelijk te dikwils en te wijdloopig herhaale, wijl ik denke, dat ik aan mijn pligt zoude te kort doen indien ik uwel Edele groot achtb: het drijgend gevaer van het verlies van een zo kostelijk privelesie voor de Edele kompenie niet bij herhaling voor ogen stelde, en wijl ik, ik wil het niet ont„ kinnen in een geduurige bekommering ben, dat ik de schande en het displaisier zal moeten ondergaan, om dit nog in mijn tijd te zien gebeuren. Daags na het afzenden van mijnen eerbiedigen sekreten van den 29: Januarij ontving ik een brief van den heer superintendant Torin gedateert 28. Jannuarij waarbij hij mij op een wij hoogen toon verzogt om een ordre op de Rese„ denten te Manapaar ten eijnde onverhinderd te laaten passeeren zoaanige lijnwaaten als hij t verzenden wilde jk vond mij niet weijnig verloegen op den ontvangst van deezen brief reeds in 't begin van 't stil staan van onze inzameling van lijnwaat wijl ik indien de heer Torin volstrekt lijnwaat wilde uitvoeren, mij buijten het vermogen bevond, om 't hem Ik heb- der eer met alle eerbied trouwe te blijven /onderstond:/ Wel Edele Groot achtbaare Hoog gebiedende Heer Uwel Edele Groot Achtbaare onderdanige en Gehoorzaame Dienaar (was geteekend:/ M: Mekern /:in margine/ Tutu„ Korijn den 29=e Januarij 1791. IK te te kunnen of te duroen beletten. wijl ik echter onderrigt was dat 'er voor reekening van den heer Torin een partij lijnwaaten wierden in ge„ reedheijd gebragt die in zulke stooven be„ stonden welke voor de kompenie niet geresomeerd waaren en die altoos door partukulieren zijn uitgevoerd schreef ik bij brief van den 30:e Jan„ nuarij aan den heer Torin; dat ik alvoorens op zijn voorstel te antwoorden verzogt te hebben aen opgave van de quantiteijt en de soorten die hij wilde vervoeren; naar op de heer Torin de bij een partikulieren brief van den 2=e deezer antwoorde dat hij de qualiteijt niet wist en dat hij ook niet geloofde dat de ken„ nis daar van voor ons noodzaakelijk was zonder van de sootten te resipen versoekende bij herhaaling om de eerst gevraagde ordre Jkhs hier op ook bij een partikulieren brief gedateerd den 4. deezer den heer Torin doen opmerken; dat het verleenen van een ordre zonder eenige reservaatsie dat hij konde uitvoeren zo veel lijnwaat, als hij wilde zonder de gewoone visitaatsie te ondergaan even zo veel zoude weezen, als aftestaan van ons previlesie van den exclusiven handel; maar dat vermits hij zijde dat 'er bij de verzen„ ding grooten haast was, ik hem verzogt dat hij zijne lijnwaaten wilde onderwerpen aan de gewoone visitaatie, wanneer ik zoude ordre stellen, dat de visitaatsie zoude i: geschieden met een buijtinge woone decentsie en op een wijse die de afscheep niet zoude verhande„ ren met byvoeging, dat dit voor het tegen„ woordige het gereedste middel zoude weesen, om aan het verlangen van den heer Torin te voldoen, zonder benaadeeling van de previlesiën van onze kompenie. Ik heb hier bij de Residenten te Manapaar voorgeschreeven om dit maal de visitaatsie niet nauw„ Doen keurig

NL-HaNA_1.04.02_10027_0371 view scan ↗

English

to be carried out accurately; and thus more as proof that we are entitled to this inspection than to discover whether there were indeed linens among them that are reserved for the company. Mr. Torin replied to this in a letter dated the 5th of this month that he, in a matter that concerned him personally, could not dispute our privileges with me, and that he had therefore ordered his servants to submit all his linens to our inspection, although he could not refrain from saying that this was an unpleasant matter for the allies and friends of the Nabob, and that he did not believe that the exclusive privilege to which I had appealed could be tolerated. In this way, the matter has been settled this time by turning a blind eye somewhat, without prejudice to our privilege of the exclusive trade. Mr. Torin does not yet seem to have noticed that our collection has come to a complete standstill; as soon as he notices this, he will certainly bring it forward as new proof of the untenability of our exclusive trading right, and I fear that Mr. Torin will not only continue his commenced trade, but that he will also gain more followers among his nation, because the linens from this coast are increasingly drawn away due to the devastations on Kormandel. I humbly request that the Right Honourable please provide me with specific orders as to how I specifically shall behave further in this interest, as without the strict orders of Your Right Honourable, I find it difficult to undertake anything hostile against the English, who currently have the government of the country itself in hands, and of which I fear the consequences will always To as before always turn out to our disadvantage, as the power of the English, who are complete masters of these lands, exceeds our power to such an extent that we cannot stand against them by force. By the last treaty with the Nabob, the export of fine linens and those not reserved by our company has remained free for the subjects of the Nabob, and now that the English are the rulers of the country, their subjects also seem to be entitled to the same freedom as the subjects of the Nabob. I enclose herewith the letters exchanged with Mr. Torin; and I have the honour to be with due respect and fidelity / below was written / To as before / was signed / M: Mekern / in the margin / Tutukorijn, the 8th of February 1791. I have had the honour of receiving Your Right Honourable's most esteemed separate letter of the 7th of this month. Because the letter from Mr. Torin could by no means be left unanswered without somewhat acquiescing in his positions, I answered it, as far as possible, in general terms, with this single addition: that it had never appeared to me that the Nabob had rejected our jurisdiction over the Parruas and other inhabitants of Tutukorijn; but that even if this were so, it would not diminish a right that we had acquired through long-standing possession. To this letter, of which I have the honour to enclose a copy herewith, Mr. Torin has not answered further; nor has he sent the answer that he had promised to send after he had investigated the complaints I had submitted to him. But instead, Mr. Torin informed me by a private letter that he deemed it unnecessary to Honourable me - write to me further on these matters ministerially, as My Lord Cornwallis had already written to Your Right Honourable about it, and I would soon receive orders regarding it from Kolombo. Meanwhile, we are not disturbed in our possessions. The Mannigaar of Kollesegerepatnam has waived his claims on the merchants and weavers of Manapaan; and the Mannigaar of Mee has also abandoned his demand for an increase in tribute, and leaves the workmen and other inhabitants unmolested. Although Mr. Torin has not answered me, we can nevertheless attribute the accommodating attitude of the Mannigaars to nothing other than his good arrangements, and I would therefore not think that we could at present have reason to complain about Mr. Torin. As soon as this is necessary, I shall, according to Your Right Honourable's order, transmit a memorial pointing out the points about which we complain and the evidence upon which we base our right. The banker Kasinaden Taker has, by letter of the 26th of Jannuarij, made a further request to release the arrested three thousand chakkrams, and I have presented to him through our interpreter the evidence that Mr. Buchanan has brought forward in support of his pretension. Without entering into this, he has again demanded the money, under the threat that he would otherwise complain in Madras, to which I subsequently had him answered by the interpreter that he was free to complain wherever and however he saw fit, but that I could not surrender the money upon which a judicial arrest lay. Mr. Torin has since also spoken with me about the matter, and informed me that the banker was intending to complain in Madras. Right if about

Dutch transcription

keurig te laaten geschiden; en dus meer tot een bewijs dat wij tot deeze visitaatsie gerech„ tigd zijn, als om te ontdekken, of er ook werkelijk lijnwaaten onder waaren die voor de kompenie geresirveerd zijn. De heer Torin heeft hier op bij een brief van den 5. deezer geandwoord, dat hij en in een zaak die hem zelfs aanging; met mij niet konde twisten overonze previlesien, en dat hij daarom zijne dienaaren had bevolen, om alle zijne lijnwaaten aan onze inspeksie te onderwerpen, schoon hij niet konde nalaaten te zeggen, dat dit den verdrietig stuk was voor de geallieerden en vrinden van den Nabab en dat hij niet geloofde, dat het exclusief previlesie, waar op ik mij had beroepen konde geleden worden op deeze wijze is ditmaal met een weijnig oogluiking deeze zaek afgedaan, zonder be„ nadeeling van ons previlesie van den exclu Siven handel. De heer Torin- Schijnt 't nog niet te hebben opgemerkt, dat onze inzameling geheel stil- staat zo dra hij dit opmerkt zal hij het voorzeker tot een nieuw bewijs aanvoeren, van de onbestaan„ baarheijd van ons exclussief handelrecht, en ik vrees dat de heer Tovin niet alleen zijnen begonnen handel zal vervolgen; maar dat hij ook meer navolgers onder zijne naatsie zal krijgen, wijl de lijnwaaten van deeze kust meer en meer getrokken worden door de verwoestingen op korman„ del: Ik versoek ootmoedig, dat Edele groot Achtbaare mij met bepaalde bevelen gelieve te voorzien, hoe ik bepaalde mij ten deezen belange verder gedraagen zal, wijl ik mij zonder de stipte bevelen van uwel Ed: groot Achtb:, bezwaard vinde, om iets ferstelijks te onderneemen tegen de Engelschen, die tans de Regeering van 't land zelve in hande heb„ ben en waarvan ik vreese dat de gevolgen altoos Aan als vooren altoos ten onzen nadeele zullen uitvalden alzo het vermogen der Engelschen die vol„ komen moester van deeze landen zijn, ons vermogen zo ver overtreft, dat wij door geweld niet tegen hun kunnen bestaan. By het laaste traktaat met den Nabab is de uitvoer van sijne lijnwaaten en die niet door onze kompenie zijn gereserveerd voor de onder„ daanen van den Nabab wij gebleeven, en nu de Engelschen bestierders zijn van 't land schr ven ook hunne onderdaanen tot dezelven vrijheijd gerechtigd te zijn, als de onderdaanen van den Nabab Ik voege hierbij de gewisselde brieven met den heer Torin; en ik heb de eer met ver„ schuldigde eerbied en trouwe te zijn / onderstond) Aar als vooren /was getekend/ M: Mekern /in margine/ Tidtukorijn den 8 februarij 1791. Ik heb de eer gehad te ontvangen uwelEd: groot Achtbaare hoogst. g'eerde aparte letteren van den 7:e deezer wijl de brief van den Heer Torin, vol= strekt niet onbeandwoord konde worden gelaaten zonder eenigermaate in zijne stellingen te brusten heb ik den zelven, zo veel mogelijk, in generaal termen beandwoord, met deeze enkele byvoeging, dat het mij nooit was gebleeken dat de Nabab ons rechtsgebied over de Pruas en adere ingezeetenen van Tutukorijn, zoude hebben afgekeerd; maar dat dit ook zo zijnde niet zoude verminderen een regt 't geen wij door een langduurige possessie, verkree„ gen hadden. Op deesen brief waar van ik de eer heb een kopij hier nevens te voegen heeft de heer Torin niet verder geandwoord; en ook heeft hij niet gezonden, het andwoord, het geen„ hij beloofd hadt te zenden, na dat hy klagte die ik hem had voorgedraagen zoude hebben onderzogt. Maar in dies steede, heeft de heer Torin, mij bij een partikulieren brief ken„ nis gegeeven, dat hij het onnodig oordeelde om Achtbaare mij - mij verder „ deeze zaaken ministerieel te schrijven wijl Mijlord Cornwallis daar over reeds aan uwe Edele groot achtbaare had geschreeven, en ik diendwegen haast ordres van kolombo zoude ont„ vangen Jntusschen worden wij in onze prosses„ sien niet gestoord. De Mannigaar van kollese gerepatnam, heeft van zijne eijsschen op de kooplieden en weevers van Manapaan, afstand gedaan; en de Mannigaar van Mee heeft ook van zijnen eijsch om vermeerdering van tribut af gezien, en laat de werklieden en anderen inwoonders ongemoeijd Schoon de heer Torin mij niet geandwoord heeft kunnen wij echter deschikkelijkheid van de Mannigaars, aan niets anders als aan zijne goede schikkingen toeschrijven, en ik zoude dus niet denken, dat wij voor het tegenwoordige met reden over den hier Jorin zouden kunnen klaagen zo dra dit nodig is, zal ik volgens uweledele Groot achtbaare bevel, een memorie oversenden aanwijzende de punten; waar over wyj kaagen en bewijsen; waer op wij ons recht gronden. De Bankier kasinaden Taker, heeft bij brief van den 26:e Jannuarij nader versoek gedaan om de ge: arresteerde drie duijzend spakkerons laaten„ en ik heb hem door onsen Tolk voorhouden de bewijsen, die de Heer Buchanan, tot Htaaring van zijne protentie, heeft voorgebragt. Wij heeft zonder sig hier op intelaaten, nader het geld ge-eijsch, onder bdrijging dat hij naders te Madras zoude klaagen, waar op ik hem na„ der door den Tolk heblaaten andwoorden, dat hij zich vrijelijk konde beklaagen, daar en zoo hij het gedoond, maer dat ik het geld niet konde afgeeven, waar op een gregtelijk arrest lag. De Heer Torin, heeft mij sedert ook nog over de zaak onderhouden, en mij verwettigen, dat de Bankier voornemens was, om zich te Madras te beklaagen Groot inden over„

NL-HaNA_1.04.02_10027_0374 view scan ↗

English

if he did not receive his money. For these reasons, I have postponed the order of your Right Honourable, to deliver the aforementioned three thousand chakrams to Mr. Buchanan, until further orders from your said Honour, which I respectfully request. Mr. Torin, by letter of the 23rd of this month, which I have the honour to enclose herewith in the original, has asked for our decisive determination concerning the pearl fishery, adding that if the fishery were not immediately announced, he would from that moment discharge himself of the loss that the public in general would suffer. He added further that the objections I initially made against holding the fishery were effectively weakened by the subsequent propositions to hold the fishery under certain restrictions to which the Sarkar is not bound. To this I replied to Mr. Torin by a letter of today that there were sound reasons to postpone the fishery for another year, and that we had only consented to the fishery in order to satisfy the desire of the Sarkar, under this very reasonable condition: that a sum be determined beforehand by both parties as to how low the lease could fall, in order not to suffer too much loss from this untimely fishery and not to bring the fishery into discredit; that without special authorization from your Right Honourable, being unable to proceed further, I had requested your Honour’s further orders, which I was still awaiting. I therefore request to receive your Right Honourable’s further orders as soon as possible, as time has advanced so far that we can no longer expect any dhonies, divers, and entrepreneurs from Ceylon, and that it will even be difficult to hold a fishery with only the dhonies and divers of this coast. In particular, I request a distinct order as to whether the lease of the fishery may be allowed to fall to an insignificant sum. Should your Right Honourable consent to holding a pearl fishery according to the proposal of Mr. Torin, I then request at the first opportunity a small detachment of Malays, as the military personnel we currently have does not extend beyond the most necessary sentries in the fort. I have the honour to remain with all respect and fidelity, as above. Signed M. Mekern. In the margin: Tuticorin, 25 February 1791. Since dispatching my respectful secret letter of 25 February, I have, at the proposal of Mr. Torin, had a meeting with his honour at Palayamkottai. My last letter of 25 February seemed to have convinced Mr. Torin very much of the fairness of our proposals concerning the holding of a pearl fishery. At least he showed himself now much more manageable than before, saying that as long as we held the leasing alone at Colombo and at Tuticorin, we could have made such stipulations at the leasing as we now proposed; but that this could no longer properly be done, now that the leasing was held for half on account of the Nawab, because once the leasing was made public, it had to be leased out, even if the lease fell below our expectations. I, on the other hand, said that this stipulation was all the more necessary now, as time had already progressed so far that we would no longer be able to benefit from the dhonies, divers, and entrepreneurs from Ceylon, which latter group alone had hitherto dared to undertake the leasing of the fishery; and that therefore, by missing them, we had to expect that the fishery would fall to an insignificant sum, which would be equally detrimental to both parties. Mr. Torin said that he himself understood that time was far advanced and that it could brook no delay to begin the fishery immediately, if it were still to be held this spring, asking me decisively to that end whether I could consent to leasing the fishery without any restriction. Upon which I showed Mr. Torin that I could mitigate the orders of my superiors according to circumstances, but not completely transgress them; that therefore, if he thought that the price of the last fishery, being about sixteen thousand pagodas, was set too high for the upcoming fishery, I would take it upon myself to moderate it to some extent; but that for no reason could I completely waive this restriction without express orders from the government of Ceylon, which I had indeed requested, but not yet received. This, Mr. Torin said, could be of no avail, as he could not consent to any stipulation at the leasing; adding that, since I was not provided with orders to hold the leasing without conditions, and since, even if this order should arrive in a few days, the season would already be too far advanced to be able to finish the fisheries even with solely the divers of this coast, and that since his instructions regarding this matter were not too clear, he would not press further for the holding of the fishery.

Dutch transcription

indien hij zijn geld niet kreeg: Ik hebom deese reedenen, de ordre van uwel Edele groot achtb. , om de gem: drie duisend sjakkerons aan de Heer Buchanan aftegeeven uitgesteld tot de nadere ordre van hoogst denzelven welke ik eerbiedig versoeke. De Heer Torin, heeft bij brief van den 23=e deser, welk ik de eer heb in origineel hier bij te Voegen gevraagd, onze decisieve diterminatie over de paarlvissche rij, met bijvoeging dat indien de visseherij niet inmediatelijk wierd bekend gemaakt hij zich van dit oogenblik afont„ sloeg van het verlies, 't geen het publiek in 't generaal zoude lijden wij voeg daar verder bij dat de objectien, die ik eerst maakte tegen het houden van de visserij krachtig verzwakt waaren door de volgende propositien om de visscherij te houden onder zekere res„ triksien, waar aan de cercar niet gebonden is. Ik heb den Heer Torin hier op, by een brief van heeden geandwoord; dat 'er gegronde rede„ nen waaren om de visscherij nog een jaar uit te stellen; en dat wij alleen, om aan het verlan„ gen van den Cercar te volden in de Visscherij had„ „den bewilligd, onder deeze zeer billijke kondietsie dat te vooren door wederzijdse partijen een som bepaald wierd, tot hoe ver de pagt zoude afloo„ pen, om bij deese ontijdige visscherij niet al te veel schaade te lijden, en om de visscherij niet in diskrediet te brengen, dat ik zonder speciaale qualifikaatsie van uwel Edele groot achtb:, niet verder kunnen de gaan, hoogst desself nadere ordre had gevraagd, die ik als nog verwagte. Jk versoeke derhalven, uwel Ed: groot achtb: nadere ordre op het spoedigste te moogen erlangen, wijl de tijd zo ver isingschoten dat we geen tonies duikers en antrepreneurs meer van Ceilon kunnen verwagten, en dat het zelfs bezwarlijk zal weezen om nog met de tonies en duikers van deeze kust brief een Aan als vooren een visscherij te houden, Jnzonderheijd ver„ soeke ik eendistente ordre of de pacht van de visschrij tot een niet naamwaardige som zal mogen aflopen. Indien uweledele groot achtb: mogte bewilligen in het houden van een paarvisscherij na het voorstel van de heer Torin, zo versoek ik bijd eerste gelegen„ heijd om een kleijne verstreking van Maleitse wijl de militairen, die wij tans hebben niet verder reikt dan voor de aldernodigste schildmag ten in 't fort: Ik heb de eer met alle eerbied en trouwe te blijven /:onderstond:/ als vooren /was getekend/ M: Mekern /:in margine/ Tutukorijn den 25: Februarij 1791. sedert het afgezonden van mijnen eer biedigen sekreeten van den 25=e februarij, heb ik op voorstel van den Heer Torin een zamen kom met zijn edele gehad te Almattirnevelli Mijn laaste brief van den 25. februarij scheen den heer Torin heel zeer overtuigd te hebben van de billijkheid van onse aanbiedingen, over het hou„ „den van een paarvisscherij Ten minsten be„ toonde hij zich nu veel handzaamen, dan te vooren zeggende, dat wij, zo lang wij te kolombo en te Tutukorijn alleen de verpagting gehou„ den hadden, wijl, sulke stupulaatsien bij de verpagting,„ als we nu voorstelden, hadden kunnen maaken; maar dat dit niet meer met voegelijkheijd konde geschieden, nu de verpagting gehouden wierd voor de helft voor reekening van den Nabab wijl als de verpachting was publiek gemaakt, dezelve moest verpackt wor„ den schoon ook de pacht liep beneden onze begrippen. Jk daar en tegen zijde dat deeze stipulaatsie tans te noodzaakelijken was daar de tijd reeds zo ver was verloopen, dat wij niet meer zouden kunnen profiteeren van de tonies, duijkers en entrepreneurs van Ceilon, Mijn Welke Welke laaste tot nu toe alleen het hadden durven onderneemen, om de visscherij te paek„ ten, en dat we derhalven, door het missen van dezelve te wagten hadden, dat de vissche rij tot op een nietwaardige som zoude af loopen 't geen voor bij de partijen even nadee„ ling zoude weezen. De Heer Torin zijde, dat hij zelve gegreepp, dat de tyjd ver verloopen was dat het geen iitstel konde lij„ den, om de visscherig dadelijk te beginnen, in„ dien dezelve nog in dit voorjaar zoude ge„ houden worden vraagende mij ten dien eynde decisief af, of ik konde bewillingen in 't verpagten vande visscherij, zonder eenige restriksie, waar op ik den Heer Torin vertoonde, dat ik de beveelen van mijne superieuren nagelegenheijd konde verzag„ ten, maar niet ten eenemaale overtreeden dat ik derhalven indien hij meende dat de prijs van de laaste visscherij, zijnde ongevaar sestienduijsend pagooden, voor de op handen zijnde visscherij te hoog was genoomen ik het op mij zoude neemen om dezelve eeniger= mate te moodezeeren; maar dat ik om geene redenen, van deeze ristriksie geheel konde afgaan zonder expresse ordre van 't gouvernement van Ceilon, die ik wel gevraagd, doch nog niet be„ koomen had. Dit konde, zijde de heer Porin niets baaten, wijl hij in geene stipulaatsie bij de verpachting konde bewilligen; met bij voe„ ging, dat, wijl ik niet voorzien was van ordres om de verpagting zonder bepaling te houden, en wijl, wanneer deese ordre ook in wijnige dagen mogt koomen, het jaargetijde reeds te ver verloopen zoude weezen, om ook zelfs alleen met de duijkers van deese kust de visscherijen te kunnen eindigen, en dat wijl zijne instruksien omtrent dit stuk, niet af te duijdelijk waaren, hij op het houden van de visscherij niet verder zoude aandrin„ ongevaar gen

NL-HaNA_1.04.02_10027_0377 view scan ↗

English

to give notice to his superiors that, through lack of authorization, I had not been able to consent to the holding of a fishery without a determination of the sum, and that the suitable time for holding a fishery had, by the delay of the correspondence, passed too far to be able to hold a pearl fishery this spring with hope of success; that he had had to abandon it and postpone the fishery until the coming year, to which I have consented for our share, whereby this matter is settled for this year. I thought that the purpose of our conference had now been fulfilled; but Mr. Torin began to converse with me about matters of far greater importance, reading to me the contents of a letter written a few days ago by the government of Madras to Your Right Honourable, adding that he was also instructed to confer with me about it. My answer was that, since the correspondence concerning this matter had begun between the Governments themselves, I thought that it could best be settled by the said governments, and that I, as a subordinate servant, did not consider myself authorized to act concerning it without express authorization from the government of Ceylon; but that for the present I could only say this: that the disputes between our Company and the Nabab were settled by a treaty concluded in the year 1788 under the mediation of Governor Campbell, who had also taken upon himself the guarantee thereof. Mr. Torin acknowledged the validity of this view, but added, on the other hand, that I, as local head, was best qualified to provide disclosure concerning the rights and privileges which we exercised, but concerning which the government of Madras had many reservations as to whether they were indeed exercised with good right, and whether the manifold disputes that had taken place under the Nabab's Government had not arisen from them; and that he also desired nothing more than to hold a friendly conversation with me about it, in order thereby, if possible, to get an idea of the true state of the dispute, while he could also assure me that the government of Madras was very disposed to show all regard for our equitable claims. Such a conversation, which could not be regarded as ministerial and which was not binding, I could especially not refuse to hold with Mr. Torin, with whom I had for some years held several such friendly conversations, from which I had derived a great deal. I answered, then, that I was very sensible of the good disposition of the government of Madras, but that all disputes were settled by the last treaty. Mr. Torin then said that this treaty was directly contrary to an earlier treaty which the Nabab had concluded with Governor Campbell, who had paid no regard to it, and that of the treaty upon which we relied not the least evidence was found with the government of Madras, asking further, supposing that the latter treaty did not exist, what proofs we could produce for the rights and privileges that we exercised. My answer was that I did not think that more proofs were necessary than that we had been in peaceful possession since time immemorial, since one is sometimes, through the lapse of time, not in a position to point out the origin; that we, however, were very fortunate in the circumstance of being able to do this, because in a lawful war with the King of Spain and Portugal we had driven the Portuguese from this coast and by the Peace were confirmed in all the possessions that we had conquered; that we could not demonstrate item by item all that the Portuguese had possessed, but that we had in good faith succeeded to the possessions and rights that they had had, and that we had remained unmolested in the possession thereof up to the present. All this, Mr. Torin said, was known to him, but there had been certain arrangements between the Portuguese and the princes of Madure, from which their absolute dependence on the Sovereign of the Country appeared; we could take from the Portuguese no more than they themselves had possessed; we ourselves had also always been subject to the Government of the Country; as proof thereof we had, under the Heathen, had to make an annual gift to the Prince by way of tribute, which had been omitted upon the change to the Moorish Government; the Nabab, however, had always and steadfastly declared that he regarded the exercise of our privileges merely as a favour which he could take away from us whenever he saw fit, so that it followed from this that we had exercised all rights and privileges on this coast merely on sufferance, and that they could be taken away from us again at any moment. I said to Mr. Torin that we had no knowledge, and that in our papers no evidence was found either, of agreements between the Portuguese and the Country Sovereigns, but indeed that they had exercised sovereign authority; that we had never made any gifts to the Prince by way of obligation, but that in this century a very modest gift had been made to him two or three times on the occasion when the Prince, on his inland journeys, had passed through Meloer, and to his Prime Minister

Dutch transcription

gen maar aan zijne superieuren kennis geeven dat ik door gebrek aan qualifikaatsie, in het houden van een visscherij zonder bepaaling van de som niet had kunnen bewilligen, en dat de bekwaame tid tot het houden van een vis„ schrij, door het vertraagen vande korrespon„ dentie, te ver was verloopen, om met hoope van succes, nog in dit voorjaar een paarlvisser te kunnen houden, hij daar van hadt moeten afzien, en de visscharig uitstellen tot het aanstaande Jaar, waar in ik voor ons aandeel bewilligd heb waardoor dan deese zaak voor dit Jaar is afgedaan. Ik dagt, dat aan 't oogmerk van onse konferen„ cie nu was voldaen; maar de heer Porin begon mij te onderhouden, over zaeken van vrij meer aanbelang, leekende mij voor dan inhoud van een brief door het gouvernement van Madras, wijnige dagen geleden aan und edele groot Achtb: geschreeven met bijvoeging dat hij tevens gelast was, om daar over met mij te confereeren. Mijn andwoord was, dat wijl de korrespondenten over deese zaak, tusschen de Gouververnementen zelve begonnen was. ik dagt dat dezelve best door gemelde gouver= nementen zoude worden afgedaan en dat ik als een ondergeschikt dienaar, mij niet bevoegd achte, om zonder uitdrukkelijke qualifikaetsie van het gouvernement van Ceilon, daar over te kunnen handelen; maar dat ik alleen voor het tegenwoordige dit konde zeggen dat dat de geschillen, uittusschen onse kompe„ nie en den Nabab waaren afgedaan, bij een traktael, in 't jaar 1788. geslooten, on„ der de mediaatsie van den Heer Gouverneur Campbelle, die de garantsie daar van tevens had op zich genoomen. De heer Torin erkande de gegrondheijd van dit gevoelen; maar voeg„ de er tegens bij dat ik als plaatselijk hoofd het best geschikt was, om opening te geeven Dat omtrent „deregten en prewiligien die wij oesenden dog waar„ „ omtrent„ omtrent„ het gouvernement van Madras veel bedenkingen had of dezelven wel met goed rocht wierden geoeffent, en of daar uit niet waaren voortgekomen de menigvuldige geschillen, die onder de Nabab Regeering hadden plaats gehad en dat hij ook niets meer verlangende, als een Vriendelijke konversaatsie daar over met mij te houden, omdaar door naare het mogelijk, een denkbeeld te krijgen van den waaren staat des geschils terwijl hy meede mij te kunnen verzeekeren dat het gouvernement van Madras zeer gedisponeerd was om alle op„ lettenheijd voor onze billijke pretentsien te betoonen zulke eene konversatie, die niet ministe rieet konde worden geacht, en die niet verbindende was konde ik voor al niet wijgeren te houden met den heer Tovin, met men ik sederd eenige jaaren verscheijdene zulke vriendelijke konversaaatsien had ge„ houden; waar uit ik heel veel niet had getrokken. Jk andwoorde, dan dat ik zeer gewoelig was voorde goede genegendheijd van het gouvernement van Madras; maar dat alle geschillen waaren afgedaan door het laatste traktaal. De Heer Torin zeijde toen dat dit traktaal rechtstreeks strijdig was tegen een vroeger traktaal, 't welk de Nabab had geslooten met den heer Gouver„ neur Campbell, die daar op geen acht had gesla„ gen, en dat van het traktaal; waar op bij wij ons beriepen geen de minst te blijk wierd gevonden bij het gouvernement van Madras, vraagende ver„ „tractaat der gesteld, dat het laatste, niet in weesen was, wel„ ke bewijzen wij konde voorbrengen voor de rechten en previlesien, die wij oefsenden Mijn andwoord was dat ik niet dagt, dat er meerder bewijzen nodig waaren dan dat wij sedert een onheugelijken tijd in het oredige bezit naaren gewest, wijl men zomtijds door verloop van tijd niet in staat is om den voorsprong aantwijzen; dat wij echter zier gelukkig in de omstandigheijd waaren„ Getrokken om om dit te kunnen, doen, wijl wij in een wettigen oorlog met den koning van spanjen en portigen de Portugeesen vandeeze kust hadden verdreeven en bij den Vreede bevestigd waaren in alle de beszl tingen, die wij veroverd hadden. dat wij wijl net van stuk tot stuk konden aantoonen, wat de portigeesen al beleeten hadden; maar dat wij ter go„ der trouwe getreeden waaren in de bezittingen en rechten, die zij hadden gehad, en dat wij inde be„ zittingen daar van, tot nu toe ongeslootedes gabbeeven waaren. Dit alles was hem zyde de heer Pori bekend maar daar waaren tusscen de portugeese en de vorsten van Madure Zekereng schikking geweest, waar uijt hunne volstrekte afhankelijk aan den Landsvorst bleek, wi konden van de Portigeesen niet meer afnemen, dan zij zelve bezeeten hadden wij zelve waaren ook altoos aan de Landsregearing onderworpen geweest wij hadden ten blijke daar van onder de Heijdensche, bij wege van tribut, een jaarlijksch geschenk aan den Vorst mat doen, t welk bij de verandering van de Moorsche Regeering was agterwege gebleeven, de Nabab had echter altoos en standvastig verklaard, dat hij de oeffening van onse privilesien enkeld als een gunst beschouwde, die hij ons konde ontneemen wanneer hij het goedvond, zo dat hier uit volgde dat wij alle rechten en previlesien op deese kust slegts precario geooffend hadden, en dat de zelve elk oogenblik ons weder konden ontnomen wor„ den. Jk zeijde aanden Heer Torin, dat wij geen kennis droegen, en dat bij onze papieren ook geen blijk gevonden wierd van overeekomstron tusschen de portugeesen ende Landsvorsten, maant wel dat zij een souverein gezag gevoerd hadden dat wij nimmer eenige geschenken aan den vorst bij weege van verplichting hadden gedaan maar dat hem in deeze Een twee a: drie maalen een seer matig geschek was gedaan bij gelegenheid, dat de vorst op zijne landrijsen te Meloer was gepasseerd, en zijnen eersten Mi„ Doen „nister

← previousnext →