VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10299

Malabar · 758 pages · 140 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10299_0339 view scan ↗

English

Thus they recollected themselves at once and distorted their words, saying that they had paid towards the Attinga debt, insofar as the item of the captured ordnance stands on the general account, which account was usually called the Attinga Account; and more such chicaneries, then turning the matter around again, saying that our calculation of the pepper delivered against the captured ordnance was much too low, amounting not to Rop:s 13553. 8/48, but to Rop:s 16504. 7/48, thus making a shortfall of Rep:s 2951 1/18, whereby that remaining debt should not be rop:s 7861:½, but Rop:s 4910. 7/48, for, they said, the pepper had been delivered at Coilang, thus to the south; for which the Company, according to the Contract, paid Rep:s 65: per Candijl, though the Company had calculated the same at Rop:s 55:, over and besides that His Highness was then also deducted the toll on it, which belongs to His Highness on the pepper, of which they framed an Account that came out roughly in this manner: 123079: lb at Rop:s 65. the 500: lb - - - - - - - - - - - - - - Rop:s 16000. 3/48. The toll at 4: golden ragias at 15 7/25. stivers per the 500: lb - - - - „ 504. 4/48. When the Pepper with its toll amounts to - - - - - - - - - Rop:s 16504. 7/48. Added to this, paid in Cash - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 6600: —. — would have been paid - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Rop:s 23104. 7/48. which amount deducted from the amount of the captured ordnance - - - - - „ 28014: 8/48. so His Highness would then only be in arrears upon it Rop:s 4910: 1/48. For, they said, otherwise His Highness would rather have given money and received much more money for that pepper; but, they continued, His Highness, knowing that the Company preferred pepper to money and could also gain much money on the pepper at rop:s 65:— the Candijl, had given pepper to accommodate the Company; yet, they said, if the Company could not accept that pepper for rop:s 65. the Candijl, His Highness would gladly take the same back again and give money in its place. The Commander, having listened to all this with patience, asked them seriously whether they were not ashamed, after having had that Account for so long already and never having made these objections, to come forward with it now, and that too with so much fuss, without remembering that the Company, preferring to have the ordnance restored in kind rather than in money to make use of it, had nevertheless been so generous as to leave the same in the hands of His Highness for cash, and that for so civil a price that the Company could easily have obtained twice as much for it from others. But they stuck to their point, would listen to nothing, repeating continually everything they had previously said more than once; which one had to listen to with patience, and wherein each of the envoys was equally zealous, so that the one sometimes interrupted the other, in order to say it with more emphasis than the other: and everything usually came down to the miscalculated pepper, and to the lack of genuine proofs. Until the Commander's patience almost ran out and he said with a certain earnestness in substance: are these the first fruits of the King's resolution, already at the beginning of my administration! is that the singular affection which His Highness has for me! I have already demonstrated the reasonableness of our claim clearly and circumstantially enough; better proofs I do not have, nor are they necessary; but if the proofs are not convincing enough to His Highness's taste, then let one show and prove the contrary to me with authentic documents; namely that our claim is not lawful, or else I request that one would please declare categorically whether one wishes to acknowledge the debt or not, as a special article of that momentous Contract, whereby His Highness made so much progress through the Company's neutrality; and would not have made it otherwise, had the Company not sacredly kept its word in everything, and for which it stipulated virtually only in recompense the settlement of the old debt and the delivery of the contracted pepper; not to mention how little has been fulfilled so far in the one as well as the other, whereas it is nevertheless known that other nations get plenty of pepper. To this as well as the other they said almost nothing, except that the authenticity of the debt had nevertheless not been sufficiently proven to them; but the earnestness and seriousness with which the Commander had spoken the foregoing to them made them somewhat embarrassed; they looked at one another and spoke among themselves alone. The Commander, seeing this, gave them more opportunity to do so by walking back and forth; they made use of this opportunity, and said, when the Commander returned, they knew how he had not yet eaten, that they had already eaten before their arrival and were accustomed to take that meal in the evening which the Dutch take at noon: that the Commander would please go and eat, that in the meantime they would confer further with one another to give the Commander as much satisfaction as possible: that it would be a pity to have spoken with each other for so long and still to have made no progress. The Commander said that it all depended on themselves and went outside. When they had spoken with each other for fully a long quarter of an hour, and one could perceive that their conversation was finished, the Commander returned to the audience hall. Whereupon the envoys, and especially the first, addressed the Commander with singular friendliness, beginning again after the Malabar manner with a tedious and flattering preface. It was

Dutch transcription

Soo recolleerden zij zich, ten eersten en verdraaijden hunne woorden, zeggende: dat zij op de Attingase schuld betaald hadden, voor zoo verre de post van het veroverd geschut op de algemeene reekening staat, welke reek: doorgaans de Attingase Reek: genaamd wierd; en diergelijke Chieaanen meer, grooijende het toen weder over een andere boog, zeggende: dat onse bereekeninge van de peeper op 't veroverde geschut, geleevend veel te weinig, geen Rop:s 13553. 8/48. „ maar Rop=s 16504. 7/48. dus een minderheijd van Rep:s 2951 1/18. uitmaakte, waar door die restant schuld dan niet rop:s 7861:½. maar Rop:s 4910. /40. moest zijn, want zegdense de Peper was op Coilang geleeverd, dus om de zuijd; waar voor de Comp: volgens 't Contract betaalde Rep:s 65: per Candijl, door de Comp: echter deselve bereekend had, teegen Rop:s 55:, buijten en behalven dat zijn hoogheijt dan ook noch de tot daar bij afgehouden was, die zijn hoogheijt op de peper toekomt, waar van sij een Reek: gormeerden, die omtrent op deese wijse uitkwam. - 123079: lb a Rop:s 65. de 500: lb. - - - - - - - - - - - - - - Rop:s 16000. 3/48. De tot 4: goude ragias â 15 7/25. stvr:s per de 500: lb „ 504. /48. Wanneer de Peper met sijn tol beloopt - - - - - - - - - Rop=s 16504. /48. Hier bij gevoegd aan Contant betaalt - - - - - . . „ 6600: —. — soude betaald zijn - - - - - - - - - - - - - - - - Rop=s 23104. /48. welk bedragen afgetrokken van 't bedragen van 't veroverd geschut - - - - - - . . . . . . „ 28014: 9/48. soo 123: 3/48. 7861. 9/48. no 985 /40. h 70 1 85 /48. /48. zoo zoude zijn hoogheijt daar op dan maar ten achteren staan Rop:s 4910: 1/10. Want zegden zij anders had zijn hoogheijt liever geld gegeeven en voor die peper vrij meer geld gekregen dog vervolgden zij, peper als geld had en ook op de zijn hoogheijt weetende, dat de Comp: liever Peper â rop:s 65:— 't Candijl veel geld winnen kon, ter believinge van de Comp: peeper gegeeven had; doch zegden ze indien de Comp: die peeper voor geen rop=s 65. 't Candijl kon accepteeren, zoude zijn hoogheijt deselve gaarne weder willen neemen, en geld in plaats geeven. — De Commandeur dit alles met gedult aangehoort hebbende vroeg hun serieuselijk af, of zij zich niet schaamden, na dat zij nu al zoo lange die Reekening gehad, en nooit de excepties gemaakt hebbende, nu daar meede voor den dag te komen, en dat noch met soo veel ophefs, zonder zich te herinneren, dat de Comp: liever het geschut natuur als in geld gerestitueerd willende hebben; om haar gebruijk daar van te maaken, evenwel soo genereus is geweest, het zelve in handen van sijn Hoogheijt voor Contant, en dat voor soo een civiele prijs te laaten, dat de Comp: wel eens soo veel van andere daar voor zoude hebben kunnen krijgen. Doch sij bleeven op hun stuk staan, wilden nergens na hooren, repeteerende bij continuatie, alles watse bevoorens meer als eens gezegd hadden; het geen men met gedult moest aanhooren, en waar in ieder der zendelingen eeven ijverig was, zoo dat de eene den anderen somtijds in de reeden viel, om het met meer nadruk als den andere te zeggen: en alle 't kwam doorgaans doorgaans uijt op de te mis bereekende peper, en op het manquement van echte bewijsen. Tot dat des Commandeurs gedult, bij na ten einde liep en met een seekere ernst in substantie zegde; zijn dat de eerstelingen van s konings Cordaatheijd, al in den beginne mijner regeering! is dat die sonderlinge genegendheijd, die zijn hoogheijt voor mij heeft! ik hebbe reeds duijdelijk en omstandig genoeg de redelijkheijd onser pretentie vertoond; beter bewijsen hebbe ik niet, en zij zijn ook niet noodig; maar zijn de bewijsen niet bondig genoeg na zijn hoogheijt smaak, laat men mij dan maar met echte stukken het teegendeel toonen en bewijsen; namentlijk dat onze pretensie niet wettig is, of anders versoeke ik dat men zich maar Cathagorisch geliefde te declareeren, of men de schuld erkennen wild, of niet, als een speciaal articul van dat gewigtig Contract, waar bij zijn ho:t door s. Comp:s neutraalheijd zoo veel progressen gemaakt heeft; en anders niet zoude gemaakt hebben, indien d. Comp: niet in alles heilig haar woord gehouden had, en waar voor ze genoegzaam maar alleen in re „compens bedongen heeft, de afdoening van de oude schuld en de leverantie van de gecontracteerde peper„ geswijge hoe weijnig zo in het een als ander tot nog toe voldaan is, daar men echter kennisse draagd dat andere Naties peper genoeg krijgen. Op dit een soo wel op het ander zegden zij bijna niets als dat hun eevenwel de echtheijd van de schuld p:s 4910. 1/48. gegeeven den zij op de â rop=s 65: — de t nu met Comp: en, krijgen. nergens se r Kwam schuld niet genoeg beweesen was; doch de ernst en sericusheijd waar meede de Commandeur hun het voorige gezegd had, maakte hun eenigsints verleegen zij keeken malkander aan, en spraaken met elkander alleen. De Commandeur dit ziende gaf hun daar toe meer gelegendheijd met eens om en weer heen te gaan van deese Gelegendheijd bedienden zij zich, en zegde, toen de Commandeur weder kwam, zij wisten hoe hij nog niet gegeeten had, dat zij reeds gegeeten hadden voor hun komste en gewoon waaren des avonds die maattijd te doen, die de hollanders s, middags doen: dat de Commandeur tog maar geliefde te gaan eeten, dat zij intusschen met elkander nader spreeken zoude, om den Commandeur soo veel mogelijk genoegen te geeven: dat het Jammer zoude zijn, zoo lange met elkander gesprooken te hebben en nog niets ge= „vordert te zijn. De Commandeur zegde dat het alles van hun zelfs afhing en ging na buijten. Als zij nu wel een groot quartier uur met el „kander gesprooken hadden, en men bemerken kon dat hun gesprek geindigd was, kwam de Commandeur weder in de audientie zaal. Als wanneer de gezanten en inzondheijd de eerste den Commandeur met een sonderlinge vriendelijkheijd aansprak, beginnende na de Mallabaars manier weder met een lastige en vleijende voorreeden. het was

NL-HaNA_1.04.02_10299_0343 view scan ↗

English

was indeed a pity; his highness had so much respect for the Commander, there was such a good harmony between them both, this was an entirely old and entangled matter, about which they had never properly come to negotiate; this was the first and possibly the last time: his highness was also not displeased to settle that matter out of the world to mutual satisfaction, therefore sent this considerable Commission expressly, did not refuse payment, but only demanded something that one cannot refuse his highness, (authentic proofs) that had always been the stumbling block; there it was stumbling again now: his highness, seeing that the Commander immediately and so strongly insisted upon that affair, thought that he had genuine and better proofs, and therefore promised to settle that affair: but they are nothing but the old proofs, and thus the matter would now be again as before; but because the Commander says that he will judge by the settlement of this debt how much greater his highness's affection is for them than for others, his highness wishes indeed to give the Commander the opportunity, and do him that pleasure, to settle in his administration a matter upon which they have already worked in vain for over 70. years, they wished to proceed even further with their preamble. Yet the Commander interrupted them, saying that it was bad enough that that matter had remained unsettled for so long through refusal, and it had thus become more than time to make an end of it, requesting that they would please just come to the point. Then it partly came out: if the Commander was willing to enter into an Agreement, then they would make a proposal: the proposal was: the account had to be changed, the under-calculated amount on the delivered pepper deducted, and then the entire amount divided into five parts as follows: on account of the three items of the old debt - - - Rop:s 23123: 9/48. Remaining debt of the captured artillery - - - - - - - 4910. 7/48. Rop=s 28034. 5/48. 5. / Rop=s 5606. 5/16. Which fifth part amounting to rep:s 5606. 5/16. they would pay and that immediately in Cash, provided the Commander then once and for all considered that debt settled thereby, and indemnified his highness in writing concerning it. The Commander said, as long as he was Commander, he would never proceed to such a disgraceful and paltry agreement: whether they were not ashamed! if the Company was willing to forgive so much of that which is so justly due to it, it would then much rather forgive the entire debt as an act of grace than receive such a trifle, that the Company actually was not concerned so much about that money, but because it does not wish to know that it is in Contract with a prince who does not fulfill special articles thereof; but if they truly had authorization to enter into a reasonable and fair agreement, the Commander, although not authorized thereto, would nevertheless at his peril enter into it, and negotiate with them about it, provided it was acceptable and might bear the name of an accommodation, solely to give his highness a proof of his willingness to do everything that is only possible and reasonable. They said they had authorization to enter into an agreement, and to pay something on the debt, provided it was not much and then everything be settled thereby, requesting that the Commander would please express his thoughts about it. The Commander seized this opportunity, saying that he was indeed willing to enter into a fair agreement, but not until beforehand the remaining debt of the captured artillery amounting to Rop=s 7861. ½ be decided and satisfied, as a Condition sine qua non, and that he would then negotiate with them regarding the remaining three items amounting to Rop:s 23123. 13/40. and see whether they could understand one another concerning that. About this there was a long debate, and they said that they would not agree to that. And the Commander said that otherwise he would come to no agreement, but rather leave it at that, break off the negotiations, place the debt directly on his highness's pepper account of last Year, and write to his highness about this and that. However, things went completely off the rails now and then in this conference, it was then as they said, the Commander could do what he wanted: enter into no agreement, break off the Conference and write to his highness about it, even complain about them; but to place the debt on the pepper Account of last Year, from that his Honour should please stay away; Coemara Poele the pepper supplier was then the principal one who flared up: they said openly: his highness was not so much in want of money last Year, at least his highness could manage then with the money that he had received, delivered nevertheless a considerable quantity of pepper more than he had money for, thinking that that pepper was as Good as money and as secure with the Company as with him, and he could have it whenever he merely sent for it: this would have to make his Highness resolve henceforth to bring no pepper to the scale for which he does not yet have Money: out of fear that one would always lay hands on it under one pretext or another, just as now under pretext of debts that are not proven, the king demanded his money for the delivered pepper, prompt and higher payment his highness could get from anyone to whom his highness merely wished to deliver pepper; and if the Company wished to have the Attingal debt paid, they should please merely prove the legitimacy thereof: on the Pepper account nothing else should

Dutch transcription

was immers Jammer; zijn hoogheijd had zoo veel respect voor den Commandeur, daar was zoo eene goede harmonie tusschen hun beijde, dit was een geheel oude en verwaarde zaak, waar over men nooit recht ter verhandelinge gekomen was; dit was de eerste en mogelijk de laatste maal: zijn hoogheijt was ook niet ongenoegen, om die zaak tot weder„ zijdsch genoegen uijt de wereld te hebben, zond daarom expres deese aansienelijke Commissie, weigerde geene betaalinge, maar vergde alleen iets dat men zijn hoogheijt niet weigeren kan, / echte bewijsen) daar had het altoos aangehappend; daar happer de „weer het nu „ aan: zijn hoogheijt ziende dat de Commandeur al ten eersten en zeo sterk op die affaire stond„ dagt dat hij ichte en beetere bewijsen had, en beloofde daarom die affaire te zullen afmaaken: dog het zijn niet als de oude bewijsen, en dus zoude de zaak nu weer als bevoorens zijn maar om dat de Commandeur zegd dat hij aan de afdoeninge deser schuld zal beoordeelen, hoe groot zijn hoogheijt genegendheijd voor hen meer als voor andere is, zoo wild zijn hoogheijt den Commandeur wel gelegendheijd gee„ „ven, en dat plaisier doen, om in zijne regeeringe een zaak aftedoen daar nu al over de 70. Jaaren te vergeefs aangewerkt is, zij wilden met hun voor-reeden noch al verder gaan. Doch de Commandeur viel hun in de reeden, zeggende dat het slecht genoeg was, dat die zaak door aan ken gen ma deur eerste 2 door weigeringe soo lange onvereffend is gebleeven, en het dus meer als tijd geworden was, een einde daar aan te maaken, versoekende dat zij toch maar ter zaak wilden koomen. Toen kwam het er gedeeltelijk uijt: indien de ƒ Commandeur tot een Accoord wilde treeden, aan zouden ze een propositie doen: de propositie was: de reekeninge moest verandert, het te weinig bereekende op de geleverde peper afgetrokken, en dan het geheele bedraagen in vijf deelen gedeelt worden als volgt: weegens de drie posten van de oude schuld.- - - . Rop:s 23123: 9/48. Restant schuld van 't veroverd geschut - - - - - - - „ 4910. 7/48. Rop=s 28034. 5/48. 5. / Rop=s 5606. 5/16. Welk vijfde groot rep:s 5606. 5/16. zij betalen zoude en dat aanstonds in Contant, mids de Commandeur dan eens voor al die schuld daar meede afgedaan hield, en zijn hoogheijt derweegens schriftelijk indemneerde De Commandeur zegde, soo lange hij Commandeur weel, zoude hij nooit tot zoo een schandelijk en kruijme„ „lagtig accoord overgaan: of zij zich niet schaamden! als de Comp: soo veel kwijt wilde schelden van het geen haar zoo rechtmaatig toekomt, zij dan nog veel liever de geheele schuld als een genade gifte, quijtschelden zoude alssoo een bagatel te ontvangen, dat het de Comp: eigentlijk zoo zeer niet te doen was, om dat geld maar omdatse niet weeten wil datze met een vorst in Contract staat, die speciaale artikels daar 7 daar van, niet voldoet; doch als zij waarlijk qua „lificatie hadden om tot een redelijk en billijk accoord te treeden, de Commandeur schoon daar toe niet Eequalifi „ceerd, egter ten zijnen pericule daar toe wel zoude treeden, en met hun daar over handelen, mids het door den beugel kon en de naam van een accomede „ment draagen mogt, eenelijk om zijn hoogheijt een bewijs te geeven, van zijne willigheijd, om alles te doen, wat maar mogelijk en redelijk is. zij zegden qualificatie te hebben om tot een accoord te treeden, en iets op de schuld te betaalen, mits niet veel en dan alles daar meede vereffend zij, versoekende dat de Commandeur desselfs gedagten. daar over geliefde te uiten. De Commandeur nam deze gelegendheijd waar„ zeggende dat hij wel tot een billijk accoord wilde treeden, dog niet dan na dat alvoorens de restant schuld van 't veroverd geschut Groot Rop=s 7861. ½ gedecideerd en voldaan zij, als een Conditie sine qua non, en dat hij dan met hun noopens de overige drie posten bedragende Rop:s 23123. 13/40. handelen en zien zoude, of men elkander daar omtrent verstaan Hier over was een lang debat, en zegden dat zij daar toe niet treeden zouden. En de Commandeur zegde, dat hij anders tot geen accoord koomen, maar het er liever bij laaten de verhandelingen afbreeken, de schuld direct op zijn hoogheijt bleeven, daar aan zaak z 1 de zouden ninge draagen 3: 9/48. 0. /48. /48. de. a met kels ti Kkon. hoogheijts peper reekening van verleeden Jaar stellen en aan zijn hoogheijt over het een en ander schrijven zoude. Doch ging het in deese conferentie nu en dan eens heel van de rooster, het was toen. s ze zegden, de Commandeur kon doen wat hij wilde: tot geen accoord treeden, de Confe „rentie afbreeken en aan zijn hoogheijd daar over schrijven, Ja over hun klaagen; maar de schuld te stellen op de peper Reekening van verleeden Jaar daar geliefde zijn Agtb: van afte blijven; Coemara Poele de peper leve „rancier was toen de voornaamste die in de bogt sprong: zij zegden opentlijk: zijn hoogheijt was verleeden Jaar soo seer niet om geld verleegen, ten minsten zijn hoogheijt kon het toen stellen, met het geld dat hij genooten had, leeverde eevenwel eene aansienelijke quantiteijt peper„ meer als hij geld had, denkende dat die peper soo Goed als geld en bij de Comp: soo secuur als bij hem was, en hij het hebben kon, als hij er maar om zond: dit zouw zijn Hoogheijt moeten doen resolveeren, voortaan geen „peper ter schaal te brengen daar hij nog geen Geld voor heeft: uijtbedugtinge dat men altoos onder 't een of 't ander pretext er de hand opleggen zoude, gelijk nu onder pretext van schulden die niet bewijsen zijn, de koning begeerde zijn geld voor de geleverde peper prompte en meer betaalinge kon zijn hoogheijt van ieder krijgen, aan wie zijn hoogheijt maar peper leve- „ren wilde; en als de Comp: de Attingase schuld wilde betaald hebben, geliefde zij de wettigheijd daar van maar te bewijsen: op de Peper reekeninge moest niets anders

NL-HaNA_1.04.02_10299_0347 view scan ↗

English

otherwise come, except the delivered pepper of that year, and the advance received upon it also of that year; no Commander in all those past years had ever dared to do this: and if the Commander were now to do that, they would leave immediately, leave the pepper account as it is, not speak another word about the old debt, but give notice thereof to their master, who would certainly know how to get his money for the delivered pepper; leaving the consequence of both directly to the Commander's account, and similar chicanery and gasconades more: making gestures of goodwill to leave and break off the conference. The Commander laughed, interrupted them, asked whether they were now raving, whether they were men or children! saying that his Highness owed that money, and absolutely had to pay it; that it was merely pure kindness when one proceeds to an agreement, that the Commander was willing to take the responsibility of putting it on the account upon himself, although according to their statement no Commander had ever done so: that this in any case does not prove that the Commanders could not have done such a thing: but that until now one had been too good and too yielding in that regard: that they made quite a large fuss about the extra pepper delivered from last year, when money had been advanced on it: that the Company [illegible] so often advances considerable sums before pepper is delivered for it, and in order to divert them from this matter, the Commander continued, just as if he were speaking with them in private and in confidence, that the Company having to incur such considerable costs of garrison and expenses on the Malabar in order to protect his King's land against the attack of others, and not having been an obstacle to the King in expanding his realm: yet for all that has never received the contracted pepper, but on the contrary believes it knows that the pepper leaves by bulk and large amounts through other routes, which the Company, if its patience were ever to run out, would know very well how to prevent, or at least make difficult; that one could no longer look upon such things with indifferent eyes, that all the expressions of friendship and harmony are beside the point, but that there ought to be actions: would you believe, the Commander continued, if I were to draw up an account of all the pepper that was delivered short each year, and had to be delivered according to the contract; not to mention an account of profits thereon, then one would see what a considerable sum the Company could still claim, and it would not be good for me to remind the Company of this, and therefore it is not good that one takes such great offense at what I believe I must do in order to cause the Company to come into its own: but what do these mutual debates help, the sum we are currently negotiating about is surely too small to talk so much about; his Highness has indeed already paid so much without objection for the captured artillery, why now be so petty about that small remainder! and once we agree about that remainder, then the rest will surely follow: and on my side I will also certainly let something drop from it. And with this that storm subsided; they asked how much the Commander would then concede. The Commander said that once the item of the captured artillery is decided, he would then declare himself, because the entire settlement depended on that. They declared once again that they had not been instructed on that preliminary and had also not expected it; yet finally they consented thereto: in the hope that such would indeed be found on the other sum of Rop=s 23123. 13/40., promising then that they would first pay the sum of Rop:s 7861:½ in advance. Then the Commander said that he would now gladly negotiate with them concerning the remaining Rop=s 23123. 9/40., and was eager to know how much they now wanted conceded on that, recommending them to make it reasonable. And then they offered again to pay a fifth part of those Rop=s 23123. 9/180., amounting [illegible] ropias 4624. ¾ r=m. The Commander said: that this was far too little, and nowhere near sufficient, the more so as what he let drop on it was at his peril; yet to show that he wished to do everything on his part that was possible, he also promised to drop a fifth of that sum, amounting to Rop=s 23123: 39/40., and pointed out to them that they then still had to pay on that sum only Rop=s 18499: 1/8. Striking their chests with their hands, they declared that under the eyes of their king they would not dare to go so far, if they truly did not have anywhere near such authorization. The Commander said that he had no authorization at all, and nevertheless at his peril dropped such a sum, which the Company was yet so justly entitled to, and that they had better just come straight out and say to what extent they truly had authorization, that he would also frankly declare to them whether it was acceptable, that one would then nevertheless part in friendship, but that all that bidding and bargaining could not help after all. They consulted with each other, inspected some olas, just as if they were checking their instructions, and said agreed then to half; and now no more. The Commander had the prudence to request that they please further clarify regarding that half

Dutch transcription

anders komen, als de geleeverde peper van dat Jaar, en 't genootene daar op ook van dat Jaar, dit had nog geen Commandeur in alle die gepasseerde Jaaren durven doen: en zouw dat nu de Commandeur doen zij zouden aanstonds heen gaan, de peper Reek: laaten zoo als se is: over de oude schuld geen woord meer spreeken, maar daar van hun meester kennisse geeven, die zijn geld voor de geleverde peper wel zoude weeten te krijgen; laatende het gevolg van het een en ander direct voor s, Commandeurs Reekening en diergelijke Chieanen en Gasconaders meer: maa= „kende voor goed minne om heen te gaan, en de Conferentie aftebreeken; De Commandeur lachte eens, viel hun in de reeden, vroeg ofse nu raasden, ofse mannen of kinderen waaren! zeggende dat zijn hoogheijt dat geld schuldig was, en het absolut betaalen moest, dat het maar een pure goedheijd is, als men tot een accoord overgaat, dat de Commandeur de verand„ „woordinge van het op de reken te stellen gaarne op zich neemen wilde, schoon volgens hun zeggen geen Commandeur dat ooit gedaan heeft: dat dit in alle gevalle niet bewijst dat de Commandeurs zulx niet hebben kunnen doen: maar dat men tot dus lange daar omtrend te goed en te toegeevende is geweest: dat zij al vrij wat grooter op het maakten over de meer geleeverde peper van verleeden Jaar, als er geld op voor uijt gegeeven is: dat de Comp: soo stellen en Zo 41 e titeij peper„ ten heijt ijven er wilde van t soo menigmaal aansienelijke sommen vooruijt geeft, eer er peper voor geleverd word, en om hun van dit stuk afteleijden, vervolgde de Commandeur /even als of hij met hun in 't particulier en in vertrouwen sprak; / dat de Comp: zulke aansienelijke kosten van staed en korten op de Mallabaar moetende doen, om s. konings land teegen den aanval van andere te bewaaren, en de koning in het uitbreiden van zijn rijk niet hinderlijk geweest zijnde: egter voor dat alles nog nooit de Gecontracteerde peper gekreegen heeft, maar in tegendeel meend te weeten dat de peper bij grof en groot andere weegen uitgaat, het geen de Comp: als haar gedult eens ten einde mogt loopen, zeer wel zoude weeten te beletten, ten minsten moeilijk te maaken, dat men sulx niet wel langer met on- „verschillige oogen kon aansien, dat alle de uijt „drukkingen van vriendschap en harmonie niets ter zaak doen, maar dat er daadelijkheeden dienden te zijn: zoud Gijlieden wel gelooven vervolgde de Commandeur, als ik eens een Reek: opmaakte van alle de peper, die er Jaarlijks 's minder gelee„ „verd is, en volgens 't Contract moest geleverd worden; geswijge van een winst Reek: daar op, dan zoud men eens zien, welke Considerabele somma de Comp: nog soude kunnen pretendeeren, en het zoude niet Goed zijn dat ik de Comp: dit hirinnerde, en daarom is het niet goed, dat men zoo seer Gestomacheerd is over het geene ik meene te moeten doen, om de 8 de Comp: aan het haare te doen koomen: dog wat helpen die wederzijdsche debatten, de somma waar over wij thans handelen is immers te gering, om er soo veel over te spreeken, zijn hoogheijt heeft op 't veroverd geschut immers nu al zoo veel zonder teegenspreeken betaald, waarom nu zoo kruijme „lagtig op dat klein restantje! en als wij het eens zijn over dat restantje, dan zal de rest wel volgen: en ik zal aan mijne zijde ook wel iets daar op laaten vallen. En hier meede was die stormbuij bedaard; zij vroegen hoe veel de Commandeur dan wel zoude largeeren. De Commandeur zegde, dat als de post van het veroverd geschut gedecideert is, hij zich dan declareeren zoude, want dat daar aan de geheele afdoeninge hing. zij betuijgden mogmaals dat zij op die pracli „minaire niet g'instrueerd en ook niet verdagt waaren geweest; dog eindelijk bewilligden zij daar in: in hoop dat zulx op de andere somme van Rop=s 23123. 13/40. wel soude gevonden worden, beloovende toen dat sij te somma van Rop:s 7861:½. eerst voor uijt betaalen zouden: Toen zegde de Commandeur dat hij nu gaarne met hun nopens de overige Rop=s 23123. 9/40. handelen wilde, en begeerig was te weeten, hoe veel zij daar nu op wilden Gelargeerd hebben, recommandeerende hun om het schappelijk te maaken. En toen presenteerden zij weder een vijfde ge„ „deelte van die Rop=s 23123. 9/180. te sullen betaalen, bedragende rep=s uijtgeeft, als van zijn den ropias 4624. ¾ r=m De Commandeur zegde; dat dit al te weinig was, en nergens na gebleek, te meer het Geen hij daar op liet vallen ten zijne pericule was; dog om te toonen dat hij alles aan zijne zijde wilde doen wat mogelijk was beloofde hij ook een vijfde van die somma Groot Rop=s 23123: 39/40. te zullen laaten vallen, en hield hun voor dat zij dan op die somma nog maar te betaalen hadde Rop=s 18499: 1/8. sij betuijgen onder het slaan met hunne handen onder het oog van hunne koning op de borst dat ^ zij daar toe straaden dat niet zoude durven komen, indien ^ zij waarlijk op verre na zulke qualificatie niet hadden. De Commandeur zegde dat hij in 't geheel geene qualificatie had, en evenwel ten zijne pericule soo een somma lietvallen, die de Comp: echter zoo rechtveerdig toekwam, en dat zij liever maar recht uitkoomen en zeggen wilden, tot hoe verre zij dan waarlijk qualificatie hadden, dat hij huen ook oopenhar= „tig zoude declareeren, of het door de beugel kon, dat dat men dan evenwel in vriendschap scheiden zoude, maar dat al dat looven en dingen tog niet helpen kon. sij overlegden met elkander, zagen eenige olassen na, even als of zij hunne Jnstructie na zaagen, en zegden fiat dan de helfte; en nu ook niet meer De Commandeur had de voorzigtigheijd om te versoeken, dat zij zich noopens die helfte nader geliefde

NL-HaNA_1.04.02_10299_0351 view scan ↗

English

pleased to declare and say what and how much they understood by that half; and this question turned out to be necessary from the outcome. For they said and swore by all that was dear, that they were not allowed to go above half of the entire sum, as being the ultimatum, so that they would then give Rop=s 15492. 3/40., including therein the captured artillery. But the Commander said that they surely knew well that the remaining debt on the captured artillery had already been settled, that one must not touch that any more, that that sum of Rox:s 7861. ½. had been accepted as a precondition to be paid, without being allowed to back out of it, but that one was now treating of the actual old debt amounting to Rop:s 23123 39/18., that if out of that, over and above the aforementioned Rop s 7861:½., they offered half, it would then begin to look somewhat like it, although that would still not be enough. To this they seemed not to dare proceed, and one could clearly see that their commission now did not extend any further either, but that they nevertheless gladly wished to have the honor of settling the matter to mutual satisfaction. They said the Commander ought surely to use consideration, after all nothing had ever come of the old debt, and nothing would ever have come of it either, had the planets (as they are accustomed to speak) not impressed a singular affection into the heart of His Highness for the Commander; what would His Highness now have to think of the Commander's flexibility and modesty: His Highness had ordered them first to make a mediocre proposal, under the conception that the Commander would rather have something than nothing, and if the Commander were then still not satisfied, then to divide the debt, and that each should drop an equal amount from his side, in the firm trust that the Commander would eagerly accept that, and also regard it as the first and most real proof of his particular affection for him; now the Commander spurned this ample and generous offer, but now all hope was also gone ever to treat about that again, even if the Company after this wished to content itself not with the offered half, yea with a fourth; it must now be on, or off. The Commander, who from fatigue could hardly speak any more, answered the various points briefly: said also that he could say and do no more than he had already said and done, referring them back to that, adding thereto that he was uncommonly sorry not to have been able to come to an equitable agreement, yea that he thought he would almost burst with regret when he remembered what assurances he had given to Batavia about this affair, that one must now think in Batavia that he is a trifler; why (said the Commander with a kind of vexation) did His Highness not rather just reply to my messages and applications that His Highness would have Your Excellencies or someone else confer with me about it; but why does the King let me know and declare that His Highness would settle the old debt, and during my administration would not delay with exceptions and pretexts of not being indebted or of having already paid: whereas all arguments nevertheless come down to that again; They declared as yet to be neither able nor daring to proceed to that, but requested to be allowed to consider it for a while, and then at a further opportunity to come to an audience again, persisting in the meantime with the bid they had made, and it was then already near five o'clock in the afternoon. The Commander said very gladly, and requested that they please consider it maturely, because very much depended on this settlement. Yet when they were about to leave, while standing they requested to propose still another matter, but the Commander must not take it amiss of them, and that again with a heap of compliments. The answer was that they were pleased to speak freely. Then the request was for the Paliath Achan, free lord of Vypin, and Prime Minister of the Cochin King, who during the latest disturbances was declared a rebel; they said he was a good friend of theirs; he had prayed them so much to please put in a good word for him; had now already written four petitions to the Commander, with the request to be accepted again, and a promise not to give the Company any more displeasure, but on all those letters had not been allowed to receive a single letter of reply; after all he was a minister of his king, after all he could not serve two masters, when the Company got into a dispute with the King, he surely had to remain faithful to his master; the King of Travancore had heard that the Commander was a compassionate gentleman towards people who are in adversity and grief: His Highness had therefore recently also had a good word put in for the Paliath Achan; the King of Cochin had also had the same done once and again, oh yes, even done it once in person: and

Dutch transcription

geliefden te verklaaren en te zeggen, wat en hoe veel zij door die helfte verstonden; en deeze vraag bleek bij de uijtkomste noodzakelijk te zijn. want ze zegden en swoeren bij al wat dierbaar was, dat zij niet booven de helfte van de Geheele somma mogten koomen, als zijnde het ultimatum, zoo dat se dan Rop=s 15492. 3/40. zouden geeven daar onder gereekend 't veroverd geschut. Maar de Commandeur zegde, datse immers wel wisten, dat de restant schuld op 't veroverd geschut reeds afgehandelt was, dat men daar niet meer aan moest komen, dat die somma van Rox:s 7861. ½. als een voorbeding g'accepteert was te betaalen, zonder daar van te mogen resilieeren, maar dat men thans over de effective oude schuld Groot Rop:s 23123 39/18. handelende dat als zij daar van buijten en behalven de voorsz: Rop s 7861:½. de helfte aan= „booden het er dan eenigsinds na zoude begin= „nen te gelijken, schoon dat nog niet genoeg zoude zijn. Hier toe scheenen zij niet de duaven treeden, en men kon duijdelijk zien dat hunne Commissie nu ook niet verder ging, dog dat zij egter gaarne d' Eere wilden hebben, de affaire ten wederzijdsche genoegen uijt de wereld te helpen. - zij zegden, de Commandeur mogte toch Consideratie gebruijken, daar was immers nooit iets van de oude schuld gekoomen, en daar souw ook nooit iets ng om iets van gekoomen zijn, hadden de planceten /gelijkse gewoon zijn te spreeken / niet een sonder= „linge genegendheijd in het hart van zijn hoogheijt voor den Commandeur gedrukt; wat zoude zijn ho=t nu van s, Commandeurs rekkelijkheijd en bescheij „derheijd moeten denken: zijn hoogheijt had huen gelast eerst eene mediocren voorslag te doen, in begrip dat de Commandeur liever iets als niets zoude willen hebben, en als de Commandeur dan nog niet te vreeden was, als dan de schuld te verdeelen, en dat ijder van zijne zijde eevenveel zoude laaten vallen, in vast vertrouwen, dat de Commandeur dat greetig zoude accepteeren, en ook aanmerken als het eerste en re-eelste bewijs, van zijne bijsondere genegentheijd voor hem; nu versmaade de Commandeur deese ruime en Genereuse aanbiedinge, dog nu was ook alle hoop weg, om ooit meer daar over te handelen, al waare het dat de Comp: na deezen zich miet de aangebode helfte Ja met een quart wilde vergenoegen het moest nu af, of aan zijn. - De Commandeur die van vermoedheijd bijna niet meer spreeken kon, beantwoorde het een en ander kortelijk: zegde ook dat hij niet meer zeggen en doen kon, als hij reeds gezegd en Ge „daan had, renvooijeerende hun daar na toe, daar bij voegende, dat het hun ongemeen spiet tot geen billijk accoord te hebben kunnen koomen, Ja Ja dat hij bijna van spijt meende te laasten, als hij zich herinnerde, wat verseekeringe hij na Batavia van deese affaire gedaan had, dat men nu te batavia denken moet, dat hij een beuse„ „laar is waarom /zegde de Commandeur (met een soort van verdrietelijkheijd heeft zijn hoogheijt op mijne boodschappen en aansoekinge niet maar liever geantwoord, dat zijn Hoogheijt mij daar over door vE: of een ander soude laaten onderhou= „den; maar waarom laat de koning mij weeten en aanzeggen, dat zijn hoogheijt de oude schuld afdoen, en zig in mijne regieringe niet ophouden zoude met excepties en uijtvluchten, van niet schuldig te zijn of van reeds betaald te hebben: daar alle argumenten evenwel daar weder op uitkonmen; sij betuijgden als nog daar toe niet te kunnen nog te durven treeden, maar versogten, zich daar over eens te moogen bedenken, en daen bij nadere Gelegendheijd weeder ter audientie te koomen, blijvende intusschen persisteeren bij hun gedaan bod, en toen was het reeds bij vijf uuren in de namiddag. De her Commandeur zegde seer gaarne, en versogt, datze zich rijpelijk geliefden te bedenken, om dat aan deeze afdoeninge seer veel geleegen lag. Dog doe zij heen zouden gaan, versogten zij al staande l staande nog een zaak voortedraagen, maar de Commandeuur moest het hun niet kwalijk nee„ „men, en dat al weeder met een hoope Complimenten. Het antwoord was dat zij vrijelijk geliefden te spreeken. Toen was 't versoek voor den Paljetter, vrij heer van Baijpin, en Eerste minister van den Cochimsen Koning, die bij de Jongste onlusten als Rebel verklaard is; zij zegden, hij was een goed vriend van hun; hij had hun zoo seer gebeeden, om tog voor hem een Goed woord te doen; had nu al vier smeekschriften aan den Commandeua geschreeven, met versoek weeder aangenoomen te worden, en belofte om de Comp: geen ongenoegen meer te geeven, maar op alle die brieven niet een lettiatje ant„ „woord mogen hebben; hij was immers een minister van zijn koning, hij kon immers geen twee heeren dienen, toen de Comp: met de koning in onmin raakte, moest hij im= „mers zijn meester Getrouw blijven, de koning van Trevancoor had gehoort, dat de Commandeur een medelijdend heer was, omtrent lieden die in tegenspoed en droefheijd zijn: zijn hoogheijt had daarom enlangs ook een goed woord voor den Paljetter laaten doen; de koning van Cochim had het selve ook eens en andermaal laaten doen, oja selfs eenmaal in persoon Gedaan: en

NL-HaNA_1.04.02_10299_0355 view scan ↗

English

and precisely regarding that article the Commandeur had remained so unyielding; His Highness had told them to speak on this occasion once more in favor of the Paliatter; His Highness did this not by virtue of any pretended right, nor with an intention to interfere in the affairs of another, as the Commandeur had recently intimated when Coemara Poele spoke with him about the Paliatter for the first time; no, it was merely a private request made in friendship; the Commandeur could refuse it or grant it; but in the latter case he would give His Highness a proof of his attention to His Highness, and the Paliatter gave them no peace at present either, and thus they requested that the Commandeur would be pleased to receive him again and permit him to pay a visit to the Commandeur. The Commandeur then said that the Paliatter was a man who did not deserve such intercessions, that the Honorable Governor Senff had treated him even too mercifully, and that he had deserved to be declared an outlaw: however, that had occurred before the Commandeur's time; it is true, the Commandeur further said, he has already written four letters, but in his first three letters, however submissive they might be, he continually made protestations of innocence, which is as much as to say that the Honorable Governor Senff had punished him undeservedly, whereas it is well known that the Paliatter had agitated quite a bit at that time and could have behaved very differently, so that I could pay no attention to his writings, much less answer those letters, not wishing to correspond with any rebel; yet his last letter is humble, and I cannot deny that I was touched by it and moved to compassion; also, I would gladly do the King of Travancore a pleasure in this regard, but I will first consider it and declare myself as soon as the matter of the Attingal debt is settled to mutual satisfaction. They earnestly requested that they might nevertheless have the pleasure of letting him know this glad tiding this very evening; But the Commandeur, hoping thereby to gain somewhat more or less toward the settlement of the Attingal matter, said that he would see, but could not give his word until the Attingal debt had been concluded. And herewith they departed, leaving in the same manner as they had come. And since the palace of the King of Cochin, where the envoys were lodging and where the Paliatter was also staying, lies less than half an hour from the city, the Commandeur secretly received news that evening that the envoys had first intended to prolong their stay somewhat, but under pretext of illness not to appear at the audience, but rather to ask for further orders from their master; but that the Paliatter had exerted himself extraordinarily and had persuaded the envoys to offer at least half of the disputed sum amounting to rop:s 23123. 19/10, with the promise that he would make it good, or, in case of the contrary, pay that excess out of his own purse, surely out of self-interest, in order to be received back into favor; and that the envoys intended to send someone on their behalf to the Commandeur the following day to speak about it once more and then offer that half; whereupon the Commandeur that very evening summoned the members of the Council to his presence to deliberate further on this matter. The 23rd of July, being Tuesday, the envoys sent someone to speak in confidence with the Commandeur concerning the matters of yesterday, and offered to him, besides the full remaining debt of the captured artillery amounting to the sum of Rop:s 7861. 1/2, also the full half of the remaining Rop:s 23123. 19/48, amounting together to Rop:s 19423 39/10, in expectation that the Paliatter might now be pardoned, and that the Commandeur would, with that offer, also consider the entire matter settled, and if he would promise such, that they would then return to audience to pay the money as soon as it suited him; The Commandeur said that in the meantime he considered this offer as having been made, but did not accept it, wishing rather to speak about it with the envoys themselves; that he was not disinclined to confer about it, provided he could bring the matter to mutual satisfaction, and thus help clear up that old debt with His Highness, but that, in order to do His Highness a pleasure, he would indeed let the Paliatter come to him, and to that end would write to him this very day; whereupon the Commandeur dispatched the following letter. Concept ola written by the Honorable Esteemed Commandeur Adriaan Moens to the Paliatter, the 23rd of July Anno 1771: I have received Your Honor's four olas; the last one has moved me; it is well; Your Honor may then come inside; the time when this is convenient to me, I shall let Your Honor know further. God preserve Your Honor. (Below was written) Thus translated by me into Malabar, Cochin, date as above. (Signed) S. v. Jongeren, Sworn Translator.

Dutch transcription

en Juist omtrend dat articul was de Commandeur zoo hard gebleeven; zijn hoogheijt had hun gezegd, om bij dese gelegendheijd noch eens voor den Zaljetter ten Goede „deed te spreeken; zijn hoogheijt „ dit niet, uijt hoofde van eenig pretens recht, en ook niet uit een oogmerk om zich met een anders zaaken te bemoeijen, gelijk de Commandeur dat laatst te kennen gaf, toen Coemara Poele hem over den zaljetter voor de eerste maal onderhield, neen het was maar een particulier versoek in vriendschap; de Commandeur kon het weigeren of toestaan; dog zoude in het laaste geval zijn hoogheijt een bewijs geeven, van desselfs attentie voor zijn hoogheijt en de zaljetter liet hun thans ook niet met rust, en zij versogten dus, dat de Commandeur hem weder wilde aannee„ „men, en permitteeren om bij den Commandeur een visite afteleggen. — De Commandeur zegde doen, dat de zaljetter een man was die sulke aanspraaken niet verdiende, dat de heer Gouverneur Serff hem nog te genadig gehandelt, en hij verdiend had vogel vrij ver= „klaard te worden: echter 't was voor 's Commandeurs tijd geschied; 't is waar zeijde den Commandeur alverder, hij heeft reeds vier brieven geschreeeven, dog bij zijne drie eerste brieven hoe submis ook, deed hij bij Continuatie betuijgingen van onschuld het geen zo veel te zeggen is, als of de heer Gouverneur serff hem onverdiend gestraft had, daar het bekend is N aa nee, en. is dat de Paljetter in die tijd al vrij wat gewoeld heeft, en zig geheel anders had konnen gedraagen zo dat ik geen attentie op sijn schrijvens slaan, veel min die brieven beantwoorden kon als met geen rebel willende Correspondeeren, dog zijn laatste brief is de moedig en ik kan niet ontkennen dat ik daar door aangedaan, en tot medelijden bewoogen ben; ook wil ik den koning van Trevancoor, ten dien belange wel plaisier, doen, dog ik zal mij daar over eerst bedenken, en declareeren zoo dra de affaire van de Attingase schuld ten wedersijdschen genoegen vereffend is. sij versoeken toch seer dat zij het genoegen mogten hebben, om hem desen avond nog die blijde tijdinge te moogen laaten weeten; Dog de Commandeur hoopende hier door tot de afdoeninge der Attingase saak ook nog min of meer iets te profiteeren, zegde, dat hij eens zien zoude, dog zijn woord niet geeven kon, voor dat de Attingale schuld afgehandelt was. — En hier meede gingen zij heen vertrekkende op deselfde wijse als zij gekoomen waaren. — En dewijl het pleis van den koning van Cochim„ alwaar de sendelingen logeerden, en de Paljetter ook was, geen half uur van de stad legt, kreeg de Commandeur in den avond nog hijmelijk tijdinge, dat de zendelingen eerst gemeend hadden heen verblijf nog wat uijt te rekken dog onder preter Den 23: preter Patze rehter niet ter audientie te komen. maar nader ordre van hun meester te vraagen, dog dat de Paljetter ongemeen in de bogt sprong, en de zendelingen had bewoogen, om toch maar de helfte van de questieuse Somma Groot rop:s 23123. 19/10. aan te bieden, met belofte dat hij zulks wel zoude goed maken, of in cas van tegendeel die meerderheijd uijt eijge beurs betalen, seeker maar „eijgen uijt „ belang, om weder aangenomen te worden, en dat de sendelingen voorneemens waaren des anderen daags iemand van wegens hun na den Commandeur te zenden, om daarover nog eens te spreeken, en dan die helfte aantebieden; waar op de Commandeur nog die zelvden avond de leeden van de Raad bij zig liet komen nu hier over nader te delibereeren. van ziekte Julij se dingsdags zonder de sendelingen iemand, om in vertrouwen met den Commandeur te spreeken, over de zaaken van gisteren, en lieten toe„ hem behalven de volle restant schuld van 't veroverd geschut ter somma van Rop:s 7861. ½. ook nog de volle helfte van de overige Rop=s 23123. 19/48. te samen Rop:s 19423 39/10. aanbieden, in verwagtinge dat de Zabjetter nu mogt Gepar= „doneerd worden, en dat de Commandeur met dat aanbod dan ook de Geheele affaire voor af„ „gedaan zoude houden, en als hij zulx wilde belooven eld sijd chen gen ge belooven, datse dan zoo draa het hem geleegen kwam, weder ter audientie zoude komen, om het Geld te betaalen; De Commandeur zegde dat hij intusschen dit aanbod wel voor aangebooden hield, dog niet accep„ „teerde, maar liever, met de sendelingen zelfs daar over wilde spreeken; dat het hem niet verveelde daar over te confereeren, als hij de zaak tot we- „derzijdsche genoegen maar kon afdoen, en dus dingen met zijn hoogheijt die oude schud uijt de wereld helpen, dog dat hij om zijn hoogheijt plaisier te doen, den zaljetter wel eens bij hem laaten koomen, en ten dien eijnde sulks nog heeden aan hem schrijven zoude, waar op de Commanduur de onder„ „volgende brief liet afgaan. „oncept ola door den wel= Edele Agtb: heer Commandeur Adriaan Moens gesz: aan den Zaljetter den 23:' Julij A:o 1771: Ik hebbe vE: vier olassen ontvangen, de laat „ste heeft mij bewogen: het is Goed; vE: kan dan eens binnen komen: de tijd wanneer wij zulks convenieerd, zal ik VE: nader aaten weeten. God bewaar uE: /:onderstond/ zoodanig door mij in 't mallabaars overgezet Cochim dato als boven /was getekend / S. v. Jongeren Getw: Grans lateur. — Den red De

NL-HaNA_1.04.02_10299_0359 view scan ↗

English

On Wednesday, July 24, the envoys sent a request to come tomorrow for a further audience and to bring the Paliath Achan with them, all of which was set for tomorrow at nine o'clock. On Thursday, July 25, they arrived at the appointed time, with the same honors as before, bringing the Paliath Achan with them. The Commander, having been informed of the Paliath Achan's pride and audacity, had feared that he might, upon emerging from the orembai at the river gate, wish to step into the carriage with the state minister of His Highness of Travancore, and thus enjoy equal honors; he had specially instructed the first interpreter, Van Tongeren, not to permit this, but to have him come to the audience in his palanquin just like Kumara Pillai. Yet he showed not the slightest inclination toward anything resembling that; on the contrary, he appeared subdued, and upon entering the audience chamber, he made as humble a compliment in the manner of the country as he had perhaps ever done; he congratulated the Commander on his accession to the government, commended himself to his favor, and wished that the Malabar princes and grandees, as well as the inhabitants of the land, might enjoy a peaceful life during his administration. The Commander, who deemed it absolutely necessary not to give him the slightest rein, thanked him simply and said that it was well, and nothing more. Throughout the entire audience his eyes never left the Commander, and he made every display of humility and modesty; and whenever he wished to speak to the envoys during the conference, he did so in a very withdrawn manner. Meanwhile, the envoys began to speak, saying that after long deliberation, yet not without great fear of their master's displeasure, they took it upon themselves—besides the remaining debt for the captured artillery amounting to 7861:½ Rupees—to also pay a full half of the remaining disputed debt amounting to 23,123. 9/48 Rupees, in the hope that the Commander would not only be fully satisfied with this, but would view this step of theirs as following the Commander's example in taking something upon their own peril, solely to show the Commander how gladly they would see this old affair settled under his administration, and thus the friendship between him and their master grow ever greater, along with more compliments of that nature. The Commander then said that such an offer began to look better than the previous one, and that he did not doubt that they would soon reach an agreement if they proceeded in this manner. At this remark, they interrupted the Commander in astonishment, asking whether he rejected this offer of theirs; if so, that nothing more could be done about it now; that the Commander then seemed to have abandoned all discretion and consideration; that it was not good at all, and even less capable of producing good harmony, if the Commander wished to act in that manner. The Commander, seeing that they had greatly mistaken themselves and had assumed that he would now strike the bargain, and also noticing from their actions that they, contrary to the custom of the Malabars, were becoming heated and even spiteful, interrupted them, saying with a smile that their offer was not rejected at all; that on the contrary, one had to admit that it now began to resemble an agreement; but that they should remember that whatever was remitted on it, however little it might be, was an actual loss for the Company; but that whatever His Highness paid less on it, however little it might be, was pure profit, indeed like found money for His Highness; that since a fifth of the sum had already been remitted, they, the envoys, could thus certainly return home with a profit for their master, and the Commander had already brought great accountability upon himself; that they could therefore easily understand that he dared remit nothing more now, but that he nevertheless did not doubt that they would soon reach an agreement. Then they admitted that they could well understand that the Commander was somewhat restricted in this matter; yet they said at the same time that if the Commander wished, he could certainly do it, that it depended solely on him; and that if they had known that the Commander would not grant this offer, they would not have made it, but would rather have left the matter as it was. It is too tedious, nor does it serve any purpose, to report all the conversations that were held back and forth concerning this, which consisted more of repetitions of the previous arguments than of new observations, with which a good deal of time was again consumed; the Commander, however, noted this throughout all the debates: that one can, may, and must speak the truth to them earnestly, provided it happens at the proper time, and if it goes too far, one simply talks around it again as if in jest with, as they say, cockroach chatter; or else that one concludes an earnest manner of speaking with a gentle tone or a friendlier phrasing; for if one knows how to yield and haul in according as they become overbearing or embarrassed, one can still say quite a lot that would otherwise not be feasible to do; but this is in passing, for information. While a great deal was thus spoken on both sides concerning this matter, it was clearly seen that the Paliath Achan was thoroughly embarrassed: he sat fidgeting in his chair and shifted into all sorts of postures; then

Dutch transcription

Den 24. Iulij Woensdags lieten de zendelingen versoeken, om morgen ter nadere audientie te komen, en den Paljetter meede te brengen, welk een en ander teegen morgen ten negen uuren vastgesteld wierd. Den 25: Iulij Donderdags kwamen ze op de bestemde tijd, met het zelfde honneur als bevoorens, meede brengende den Paljetter. De Commandeur onderricht zijnde van 's Paljetters trotsheijd, en stoutheijd, was bedugt geweest, dat hij somtijds aan de rivier poort uijt de orangbhaaij koomende, met den staats Minister van zijn Trevancoorse hoogheijt in de koets zoude willen stappen, en dies profiteeren van een equaal honneur, had den eersten tolk van Tongeren wel speciaal gelast, om zulx niet toetestaan, maar hem even gelijk Coemare poele; met zijn draagzetel na de audientie te laaten komen. Doch hij maakte geene de minste mine tot iets, dat daar na geleek; in teegendeel hield hij zich als neerslagtig, en maakte bij het inkomen van de audientie zaal, een zoo nedrig Compliment na 'slands wijze, als hij mogelijk nog ooijt gedaan heeft; feliciteerde den Com- „mandeur met deszelfs aangevaarde regeeringe, recom= „mandeerde zich in zijne Goede gedachten, en wenschte dat de Mallabaarse vorsten en Grooten, zoo wel als de ingezeetenen des lands, Geduurende zijne regeeringe een gerust leeven mogten hebben. — De Commandeur, die het absolut noodzakelijk oordeelde, hem geen de minste toom te geeven, be „dankte n „dankte hem eenvoudig en zegde dat het wel was, zonder meer. Geduurende de geheele audientie was zijn oog niet van den Commandeur, en maakte alle vertooningen vae nedrigheijd en beschaamheijd; en als hij onder de Confe= „rentie eens wilde spreeken tegen de zendelingen, deet hij dat zeer Geretireerd. Intusschen begonden de zendelingen te spreeken, en zegden, dat zij na lang beraad, doch ook niet dan met Groote vreeze voor ongenoegen, van hun Meester, op zich namen, om / behalven de restant schuld van het veroverde geschut Groot Ropias 7861:½. van de overige questieuse schuld Groot Rep=s 23'123. 9/48: ook noch de volle helfte te betaalen, in hoop dat de Commandeur hier meede niet alleen ten vollen te vreeden zijn, maar deeze stap: van hun aanmerken zoude als een navolginge van den Commandeur, om ook iets ten hunnen pericule te neemen, eenelijk om den Commandeur te toonen, hoe gaarne zij zouden zien, dat deeze oude affaire, onder zijne regeeringe afgedalen, en dis de vriendschap tusschen hem en hun meester hoe langer hoe grooter wierd, en meer andere Complimenten van die natuur. - De Commandeur zegde doen, dat diergelijke presentatie er beeter na begon te gelijken, als de voorige; en dat hij niet dwijffelde, of men zoude nu wel haast eens worden, als ze zoo voort gingen. - Op dit zeggen vielen zij den Commandeur met ver= „baastheijt „baastheijt in de reeden, vraagende: of hij deeze hunne presentatie verwierp! zoo Ja: dat er dan ook nu niet meer aan te doen zoude zijn; dat de Commandeur dan alle bescheijdentheijt en Consideratie scheen afgelegt te hebben; dat het Gantsch niet goed was, en noch minder een Goede harmonie kon geeven, indien de Commandeur op die wijze handelen wilde. De Commandeur ziende, dat zij zig zeer vergist en vastgesteld hadden, dat hij nu de koop zoude toeslaan, en ook aan hunne acties bemerkende, dat zij teegen de gewoonte der Mallabaaren driftig, en zelfs spijtig wierden, viel hun in de reeden, met een lachje zeg= „gende, dat men hun aanbod in 't geheel niet ver- „wierp; dat men in teegendeel zelfs moest betuigen, na dat het nu a een accoord begon te Gelijken; doch dat zij zich wilden herinneren; dat al wat er op gelargeert wierd, hoe weinig het ook weesen mogt; een receel verlies voor de Comp:; maar dat al wat zijn hoogheijt er minder op betaalde, hoe weinig het ook zijn mogt, zuivere winst, Ja als gevonden Geld voor zijn hooghuijt was; dat men reeds al een vijfde van de Somma gelargeert hebbende, zij zendelingen dus secuur met winst, voor hun meester, te huis konden komen, en de Commandeur zich reeds groote verantwoordinge op den hals had gehaalt; dat zij derhalven lichte„ „lijk begrijpen konden, dat hij nu niets meer largeeren durfde, dog dat hij echter niet twijffelde, of men zoude wel haast eens worden. — Toen deel en die tie Toen bekenden zij, dat zij wel konden begrijpen, dat de Commandeur in deezen, wat bepaalt was; doch zij zegden teffens, als de commandeur wilde, dat hij het wel doen kon, dat het van hem maar dependeerde; en dat als zij geweeten hadden, dat de Commandeur deeze aanbie „dinge niet zoude inwilligen, zij dan dezelve niet zouden gedaan; maar liever de zaak daar bij gelaaten hebben. Het is, te verdrietig en het diend ook niet ter zaak, alle de gespreekken, die daar over en weder gehouden wierden, te melden, dewelke meer in repetities van de voorige ar= „gumenten, als in nieuwe aanmerkingen bestonden, waar meede al weder een mooije tijd heenging; dit heeft echter de Commandeur in en onder alle de debatten gemerkt; dat men hun wel eens ernstig de waarheijd kan, mag en moet zeggen, mids het geschiede op zijn tijd, en men, als het te hoog loopt, er quanswijs maar weder over heen praat, met een /gelijk men zegt/ kakkerlaks praatje; of ook wel dat men een ernstige manier van zeggen met een zagten toon, of vriende„ „lijker periode, laat eindigen; want als men weet wat te vieren, en in te palmen, na mate zij door draaven, of verleegen worden, kan men noch al wat zeggen, dat anders niet wel voegelijk te doen zoude zijn; /:doch dit is in 't voorbijgaan; tot narigt:/ Terwijl over deeze zaak dan wederzijds zeer veel gesprooken wierd, zag men duidelijk dat de Paljetter recht verleegen was: hij zal te krevelen op zijn stoel, en zette zich in allerlei postuuren; dan Reek

NL-HaNA_1.04.02_10299_0363 view scan ↗

English

he looked once at the Commander, then again at the emissaries, at whom he repeatedly shrugged his shoulders: he would indeed, in order to make himself agreeable to the Commander, speak in favor of the Company's cause, yet he feared the emissaries; nor did he dare to please the emissaries out of fear of the Commander. When the Commander now saw that he could gain nothing more, for they had more than once repeated and assured him, in the name of their master, that if the matter were not decided and settled now, his Highness would never pay a single duit toward it, indeed would not even want to hear about the debt anymore, he said at last that if it came down to generosity in any case, he, flattering himself with the generosity of his masters, would perhaps take another small step, yet even then would not yield any further at all; solely to let his Highness see once more how much he was willing to do for his Highness, provided his Highness would kindly oblige him again in the delivery of Pepper. Immediately they interrupted the Commander, asking what the ultimatum was, then, to which he would come. The Commander, pretending as if he had reconsidered, and thus being continuously urged by the emissaries to just state it, said thereupon, just as if it were being dragged from his mouth: "Behold, I shall then concede another fifth, and thus two-fifths, so that I shall then content myself with 13874 1/3 Rupees of the disputed sum, added to the remaining debt on the captured artillery of 7861 ½ Rupees, thus together 21735 5/6 Rupees; and if the gentlemen envoys do not promptly resolve now, then we shall simply leave it at that," while the Commander acted as if he wished to examine some papers, to give them freedom, and departed for a while. Whereupon the emissaries conferred uncommonly earnestly with one another, examined their olas, and made notes or calculations upon them, while one could see in their gestures and actions a sort of perplexity, yet at the same time a discontent. The Commander, coming inside and seeing that they were so earnestly occupied, kindly proposed to them whether they wished to have some more freedom and be alone for another period, saying that they did not need to feel embarrassed on his account; that he would find occupation in the meantime; that they might please reflect; that he would now not concede another hair's breadth; that he would not even like to see them conclude an agreement against their will; that it was then better rather to suspend the negotiations over it; that the Company would not lose that money on account of it; that if one were to conclude an agreement, it ought to happen with mutual inclination and cordiality, but not with reluctance; that his only concern was to assure his Highness of his respect and affection; praising at the same time the intellect of their King, and boasting of the harmony that resided between his Highness and him, the Commander, and the good consequence that this could have. Whereupon he went outside and had them secretly spied upon, merely to know whether they had in fact already gone beyond their commission. Yet they were so cautious as to speak little Malabar, but mostly a sort of court language, properly a language that the Brahmins use in their teaching, and which is therefore considered just like the Latin language among us, which not everyone here understands; they even had their servants remain outside as well, except for one or two who remained standing off and on in the audience hall; for it is the custom among the Malabar envoys, just as with the Kandyan ones on Ceylon, that they bring their servants and betel-bearers along and have them stand behind them. All that could be spied of them were the gestures and heated debates among one another, in which the Paliath Achan was certainly the most active, and, as the Commander has since been informed from good sources, made the Commander's offer appear acceptable, indeed, seeing that they absolutely did not dare, would have brought it so far that they would not yet break off the negotiation, but would once more request time for deliberation; that he would then see to learn in the meantime whether the Commander could not be moved to the concession of half, and if not, that there was always still time to cease the negotiations over it altogether and depart; at least

Dutch transcription

keek hij de Commandeur eens aan, dan weder de zen= „delingen, teegens welke hij eens en andermaal zijne schouders ophaalde: hij wilde wel, om zich bij den Commandeur aangenam te maken, de zaak van de Comp: voorspreeken, doch hij vreesde voor de zendelingen: ook durfde hij de zendelin, „gen niet believen, uijt bedugtinge voor de Commandeur. Doe de Commandeur nu zag, dat hij niets meer winnen kon, /.want zij hadden meer als eens gerepeteerd en verzeekerd, uit naam van hun meester, als de zaak nu niet gedecideert, en afgedaan wierd; dat zijn hoogheijt en dan nooijt, een duit op zoude betaalen; Ja zelfs van de schuld niet meer hooren willen:/ zegde hij op 't laatste, dat als het in allen gevalle op genereusheijd aankwam, hij zich met de Genereusheijd van zijn meesters vleiende, dan ook nog wel een stapje, doch ook dan in 't geheel niet nader komen zoude; eenelijk om zijn hoogheijt eens te doen zien, wat hij al voor zijn hoogheijt overhad, ingevalle zijn hoogheijt hem, in 't leeveren van Peper, maar weder plaizier wilde doen. — onmiddelijk vielen zij den Commandeur in de reeden, vraagende wat dan het ultimatum was, waar toe hij komen zoude. De commandeur zich gelaatende als of hij zich weer bedagt had, en dus door de zendelingen bij Continuatie aangezet wordende, om het tog maar te zeggen, zegde daar op, eeven als of het hem uit de mond getrokken wierd; zie daar ik zal er dan noch een vijfde, en dus twee vijfde largeeren, zoo dat ik mij dan te vreeden zal houden met Rop:s 13874. 1/3. van de questieuse somma, gevoegd en en gevoegd bij de restant schuld op 't verovert geschut rop=s 7861:½. dus te zaamen Ropias 21735. /6. en als nu de heeren gezanten, niet schielijk resolveeren, dan zullen wij het er maar bij laaten, terwijl de Commandeur zich gelief, als of hij eenige papieren, wilde nasien, om hun vrij„ „heijd te geeven, en noging voor een tijd heen. Als wanneer de zendelingen ongemeen ernstig met elkander besoigneerden, haare olassen na zagen, en op deselve aan- „teekeningen, of uijtreekeningen hielden, terwijl men aan hunne gebaarden en der daad, een soort van verlegentheijd, dog teffens een onvergenoegdheijd zien kon. De Commandeur binnen koomende, en ziende dat zij zoo ernstig beezig waaren, praesenteerde hun op eene vriendelijke wijze of zij noch wat vrijheijd wilden hebben, en nog een tijd alleen zijn, dat zij zich, om hem niet behoefden te chineeren; dat hij intusschen wel occupatie zoude vinden; dat zij zich wel geliefden te bedenken; dat hij nu geen hair breed meer zoude bijkomen; dat hij zelfs niet gaarne zouden zien, dat zij teegen hun zin, accord sloo„ „ten; dat het dan beeter was liever de verhandelingen daar over te staaken; dat de Comp: daarom dat geld niet quijt zoude zijn, dat als men een accoord mogt sluijten, het met wederzijdsche Genegendheijd en harte „lijkheijd, maar niet met teegen zien, diende te geschieden; dat het hem maar te doen was, om zijn hoogheijt van zijn respect en genegentheijd te verseekeren; prijzende met een het verstand van hun koning, en roemende op de harmonie, die er tusschen zijn hoogheijt en hem Commandeur Commandeur resideerde, en het goede gevolg dat sulx hebben kon; waar op hij na buijten Ging en hun heimelijk liet bespieden, om toch maar te weeten, of zij in der daat alreeds buijten haare Commissie gegaan waaren. — Doch zij waaren zoo voorzigtig van weinig Mallabaarsch, maar meest een zoort van hoftaal /:eijgentlijk een taal die de bramineesen in hun onderwijs Gebruijken, en dies even als bij ons de latijnse taal aangemerkt word:/ te spreeken, die ieder een hier niet verstaat; zelfs lieten zij hunne bediendens ook buijten staan; behalven een à twee; die af en- aan in de audientie zaal, bleeven „het staan :/ want „ is bij de mallabaarse gezanten, even gelijk bij de Candiase op Ceilon, het Gebruijk, dat zij hunne bediendens en betel-dragers meede brengen en achter zich laaten staan:/ als wat men van hun kon bespieden, waaren de gebaarden en heevige debatten onder elkander, waar bij de Paljetter wel het meeste in de weer was, en /zoo als de Commandeur 't zeedert van Goeder hand geinformeert is, / het aanbod van den Commandeur aannnemelijk gemaakt, Ja ziende dat zij absolut niet durfde, het zoo verre gebragt zoude hebben, dat ze de onderhandeling, als noch niet afbra„ „ken, maar noch eens verzoeken zouden, om tijd van beraad, dat hij dan in die tusschen tijd zoude zien te verneemen, of den Commandeur niet te beweegen zoude zijn, tot de largatie van de helft, en zoo neen, dat er dan altoos noch tijd was, om de verhandelinge, daar over, ten eenemaal te staaken, en heen te gaan; ten minsten 1 aan ; n sloo„ van

NL-HaNA_1.04.02_10299_0366 view scan ↗

English

at least they remained alone for a considerable time, and repeatedly checked to see whether the Commander was waiting for them, who, however, had other business in his office, until they finally understood one another and made up their minds. Whereupon the Commander, coming to them, requested to know how the matter now stood. Then they said with great composure that they were heartily sorry that they could not agree to this, and even more that His Highness, on account of the Commander's lack of accommodation, would now form entirely different opinions of him; they on their part had done all that they could and were permitted to do; the Commander would do well to reconsider, and might perhaps hereafter wish that he had only accepted this offer; but then it would be too late: but they would still give the Commander time for consideration, and return shortly for the last time; and then they hoped that he would in the meantime allow himself to be advised for the best. But the Commander said that he needed no time for consideration, and requested that they please declare themselves this very day; unless they themselves wished to consider further, in which case he would gladly give them as much time as they themselves pleased. Yet they seemed unwilling to admit that they wanted to consider, but wished to make the Commander understand that they wanted to give him time for deliberation. In short, the Commander, not wishing to have any dispute about this, then agreed with them that they would now part, and meet together once more, in which intervening time anyone could reconsider who needed further consideration. At this they smiled, and then left fairly content, with the same marks of honor as they had arrived, and by then it had already become three o'clock in the afternoon. The 26th of July, Friday, and the following days passed without them returning. However, the Commander did not fail, in that intervening time, to have them closely watched and to inform himself of how they were faring, who visited them, and why they tarried so long; and he had also prepared himself, in case they should wish to leave secretly, to prevent this in time and not let it come to that; just as he then obtained such accurate reports of everything that he dared to press the matter a little further with an easy mind, and had no need to run after them, but could wait tranquilly until they came themselves. And thus he learned, among other things, how Coemara Poele strongly urged the First Minister of State to demand nothing more, made the most forceful representations regarding the invalidity of the debt, interpreted the tenacity of the Commander in the most serious light, acted quite passionately, and even incited the First Minister of State not to let himself be delayed any longer; as well as that the first minister, being apprehensive that Coemara Poele would give him a bad name at court, was quite embarrassed; that they had finally taken the decision not to depart secretly, but to ask for an audience for the last time, take their leave, and let the matter rest there, with a protest against the consequences of the Commander's refusal; that the saljetter had begged and implored them not to leave yet, and had submitted to their consideration that he would again run the risk of falling into disgrace, that his antagonists would make the Commander believe that he, having been with them daily, had given them bad advice; that he had proposed to them rather to communicate the matter circumstantially to His Highness as it was, and to mention therein among other things that the Commander would not grant a single penny more, had taken what was already granted upon his own account, and was very distressed after having given such assurances to Batavia; that they had seen from all circumstances that the Commander held great esteem for His Highness; that they could advise His Highness privately to let the Commander have his way this time, because His Highness would always be able to make some requests hereafter as well, and then press them with the reminder of this concession; that the envoys had ultimately embraced that proposal, but that Coemara Poele had precisely not yet been willing to agree, in order

Dutch transcription

minsten zij bleeven, een geruimen tijd alleen, en lieten telkens zien, of den Commandeur op hun wachte, die echter, in zijn Comptoir, andere beezigheeden had, tot zij eindelijk elkander verstaan, en zich bepaalt hadden. - Als wanneer de Commandeur bij hun komende, versogt te moogen weeten, hoe het nu met de zaak geleegen was. Toen zegden zij met veel bedaartheijd. het deed hun har„ „telijk leed, dat zij daar toe niet treeden konden, en nog meer dat zijn hoogheijt uijt scommandeurs weinige inschikke „lijkheijd, nu geheele andere gevoelens van hem zoude krij „gen; zij hadden aan hunne zijde gedaan, al wat zij konden en mogten; de Commandeur Geliefde zich wel te bedenken, en zoude mogelijk na deezen wel wenschen, dat hij deeze aanbiedinge, maar geaccepteert had; maar dan zoude het te laat zijn: maar zij zouden, den Commandeur nog tijd van bedenkinge geeven, en eerstdaags voor de laatste maal wederkomen; en dan hoopten ze, dat hij zich in „tusschen ten beste zoude laaten raaden. Maar de Commandeur zegde, dat hij geen tijd van be„ „denkinge noodig had, en verzogt, datze zich maar heeden geliefden te declareeren; ten waare zij zig nog wat wilde bedenken; als wanneer hij hun gaarne zoo veel tijd wilde geeven, als zij zelfs beliefden. Doch zij scheenen, niet te willen weeten, dat zij zich wilden bedenken, maar wilden gaarne den Commandeur doen begrijpen, dat zij hem tijd van beraad wilden Geeven kort om, de Commandeur daar over geen disput willende hebben, spraak dan met hun af, dat men nu nu scheijden, en nog eens bij elkander komen zoude, in welke tusschen tijd een ieder, zich bedenken kon: die een nader bedenking noodig had. Hier grimlachten zij eens over; en gingen doen tamelijk vergenoegt heen; met dezelfde eerbewijsinge als zij gekomen waaren, en toen was het in de namiddag al weder drie uuren geworden. Den 26: Iulij Vrijdag, En de verdere dagen liepen door, zonder dat ze weder kwamen. Doch de Commandeur manqueerde niet, in die tusschen tijd, hun excact gade te laaten slaan, en zig te informeeren: wat zij leeden: wie wil bij hun kwam, en waarom zij zoo lang vertoefden; en had zich ook al geprepareerd, om ingevalle zij met een stille trom zouden willen vertrek„ „ken, zulx bij tijds te prevenieeren, en het daar toe niet te laaten komen; gelijk hij dan van 't een en ander zulke naauwkeurige berichten erlangde, dat hij gerust, de zaak noch wat durfde pousseeren, en hun niet behoefde na te loopen, maar tranquel wagten kon, tot ze zelfs kwamen. En dus kreeg hij onder andere te weeten, hoe Coemara poele den Eerste staats minister sterk aanzette, om niets meer te requeeren, de kragtigste vertoogen deed noopens de invaliditeijt van de schuld, de vasthoudentheijd van den Commandeur ten ernstigsten uijtlegde; al vrij wat passieus ageerde, Ja zelfs den eersten staats minister opstookte, om zich niet langer te laaten ophouden lieten die zij sogt har„ eer„ ke Krij- houden en ch 1 tijd wilde ophouden; zo mede dat de eerste, bedugt zijnde dat de „mara poele, hem aan 't hof een quaade naam zoude geeven, regt verleegen was; dat ze eindelijk het besluijt genomen hadden, niet, om met een stille trom te vertrekken, maar om voor de laatste maal audientie te laaten vaaa„ „gen, afscheijd te neemen, en de zaak daar bij te haaten, met protestatie teegen de gevolgen van 'S. Commandeurs weigeringe, dat de saljetter hun gebeeden en gesmeekt „heen had, om nog niet „ te gaan, hun in bedenkinge gegeeven had, dat hij weeder gevaarlief om in ongenade te komen, dat zijne anthagonischen den Commandeur zouden doen gelooven, dat hij, als dagelijks bij hun geweest zijnde, hun quaden raad gegeeven had, dat hij hun Gepreeponeert had, om liever de zaak zoo als ze was aan zijn hoogheijt omstandig te bedeelen, en daar bij onder andere te melden, dat de Commandeur geen penning, meer zoude largeeren, het gelargeerde voor zijne reekening genomen had, en zeer bedroeft was, na Batavia zulke verzeekeringe gedaan te hebben, datze uijt alle omstandigheeden hadden gezien, dat de Commandeur groote agting voor zijn hoogheijt had, dat zij zijn hoogheijt in 't particulier aanraaden konden, om den Commandeur ditmaal maar zijn zin te geeven, om dat zijn hoogheijt altoos na deezen, ook eenige verzoeken zoude kunnen doen, en dezelve als dan, met de herinneringe van deeze afdorninge, aandringen; dat de zendelingen dien voor „stil op 't laatst, g'amplecteerd hadden, doch dat Coemara Poele Juist nog niet had willen treeden, om

NL-HaNA_1.04.02_10299_0369 view scan ↗

English

to write that last period of acceptance; to which he, however, had been persuaded at the very last; that in consequence thereof, they had also immediately written to His Highness in that manner, and dispatched that ola by express messenger in all haste, and that the Paljetter would also have written to His Highness about that affair; that in the meantime, so as to give the Commander no reason for suspicion, they had agreed, namely, that the first envoy would feign illness, then perform a ceremony after the manner of the heathen, and subsequently, having become somewhat better, would go to visit an old and sickly friend around here, and that Coemara poela, as the chief pepper supplier, would come in at the last with the writings to confront and examine the pepper accounts of last year, and in the meantime also come privately to the Commander to speak about other articles about which His Highness had ordered them to confer with the Commander before their departure, all of which then turned out for the greatest part and virtually in the same manner, for a few days after the audience the Commander received news that the first envoy was somewhat fatigued, subsequently somewhat indisposed; furthermore, having become somewhat better, had gone to pay a visit to the land of Repolin, to its lord, who lay very sick, and who is still from former times called King of Repolin. The 8th of August, Thursday. In accordance with what was noted above, Coemara Poele also came in with the accounting writings to confront and examine last year's pepper accounts; in which accounts he discovered an error to the disadvantage of his master, as the flints enjoyed by His Highness had been charged at too high a price; wherefore the Commander immediately had this redressed, as can be seen in the ordinary daily register and the common Resolution of today; on which occasion Coemara poele also very earnestly related that the first envoy had become somewhat better, and had now gone to pay a visit to an old good friend of noble house around here; that he was expected to return soon, and that he, Coemare poele, would gladly speak with the Commander alone tomorrow, which was granted to him; as he then also, The 9th of August, Friday, without ceremony, just as yesterday, came in and spoke with the Commander about the tobacco trade and the smuggling of pepper, articles that were nothing new, but brought up more often, and were therefore also answered by the Commander in such a manner as can also be seen in more detail in the ordinary daily register of this day. On this occasion, the Commander spoke as little as yesterday about the old debt, just as if he did not care about it, but merely asked when the envoys intended to depart, in order to be able to have the ordinary gift brought into readiness by that time. The answer was that they had determined to depart yesterday already, and to request the final audience for that purpose; but that the first, having had no inclination to attend the pepper accounts, had preferred to extend his visit with his old friend somewhat, and so as not to detain the Commander too long at the farewell audience, had requested him, Coemara Poele, to come in today and speak about the aforesaid articles, which otherwise would have taken place in the farewell audience; that he was now merely awaiting the arrival of the first, and if he came tomorrow, they would then come to take their leave the day after tomorrow; so that virtually everything corresponded with the report that the Commander already knew of beforehand. In the meantime, towards evening, the Commander unexpectedly received news that an ola had arrived from the court, and that the Zaljetter had been hastily called to them by the envoys; an hour later the Commander received a message that the first envoy had just arrived home, and whether it would suit the Commander to grant them the farewell audience tomorrow; who immediately sent word yes, but at the same time secretly received counter-intelligence that the envoys had received orders to make another attempt, and if that would not succeed, to simply let it pass on account of the slight difference between three-fifths and one half, but if the Commander should retract his word and want to stipulate anything more, a manner of acting with which the Malabars are not unfamiliar, and therefore think that another would also be so shameless, then to simply return, but that His Highness had not been able to approve that they had allowed themselves to be talked out of the remaining debt, apart from the questionable debt on the captured artillery, and that the zaljetter would undoubtedly have to reimburse the envoys out of his own pocket; however, this last was not reported with such firm assurance as the rest. The 10th of August, Saturday, the envoys came in again in the same manner as they had appeared before, and asked whether the Commander had now reconsidered. The Commander said that he had had no need to reconsider, and that he was therefore sorry that they would depart without a settlement, acting as if he firmly believed this, and as if he had no difficulty in getting the debt paid in full hereafter; giving orders in their presence to prepare the gift goods of the envoys according to rank, following the list thereof, without asking whether they had reconsidered. Thereupon, however, they began to speak of the debt and made a further and serious attempt for good; consisting of the same old tune, and thus again

Dutch transcription

om die laatste periode van aanvaardinge te schrijven; waar toe hij echter op 't laatste overgehaalt was; dat zij ingevolge van dien, ook ten eersten op die wijze aan zijn hoogheijt zoude geschreeven, en die ola per Expresse en in allerijl afgezonden en dat de Paljetter over die affaire ook aan zijn hoogheijt zoude geschreeven hebben; dat zij intusschen, om den Com= „mandeur geen nadenken te geeven, afgesprooken hadden, namentlijk, dat de eerste zendelingen zich wat onpasselijk zouden houden, daarna een Ceremonie /na de manier der heidenen:/ zoude doen; vervolgens wat beter geworden zijnde, hier om streeks een oud, en ziekelijk vriend zoude gaan bezoeken, dat Coemara poela, als hoofd peeper leverancier met de schrijvens op 't laatste binnen zoude komen, om de peper Reek: van verleeden Jaar te confronteeren, en natesien, ook intusschen eens appart bij den Commandeur komen, om over andere articult te spreeken, waar over zijn hoogheijt hun gelast had, voor hun vertrek den Commandeur te onderhouden, welk alles dan ook voor het grootste gedeelte en genoegzaam op dezelfde wijze, uit „viel, want eenige dagen na de audientie kreeg de Comman- „deur tijdinge, dat de eerste zendeling wat gefattigeert, ver- „volgens wat onpasselijk was; wijders wat beeter geworden zijnde, na het land van Repolin, bij dies land heer, een visite was gaan afleggen, die zeer ziek lag, en als nog van voorigen tijden, genaemt word koning van Repolin. Den 8: Augustus Donderdag Conform het voorwaards genoteerde; kwam de De— ven, n, vaar„ n, s smeekt geeven komen doen zij nde, t de„ a kwam dan ook Coemara Poele, met de Reek: schrijvens binnen, om de verleeden Jaarse - peper-Reek: te Confrontie an en natezien; bij welke reek: hij een foul ontdekte; tot nadeel van zijn meester; alzoo de door zijn hoogheijt genootene vuursteenen, te hoog in prijs, aangereekent waaren; waarom de Commandeur zulx ten eersten liet redresseeren; gelijk dat te zien is, bij het ordinair dag-register, en de gemeene Resolutie van heeden; bij welke gelegentheijd, Coemara poele ook zeer serieuselijk verhaalde; dat de eerste zendeling wat beeter geworden, en nu bij een oud goed vriend van goeden huijse, hier om streeks, een visite was gaan afteleggen; dat hij haast weder stond te komen, en hij Coemare poele, gaarne den Commandeur morgen eens alleen wilde spreeken, het geen hem geaccordeert wierd; gelijk hij dan ook Den 9: Augustus, Vrijdag, zonder statie, eeven als gisteren, binnen quam; en met den Commandeur sprak: over de tabaks negotie, en het smiokkelen van Peper, articuls, die niets nieuws, maar meer te berde gebragt, en daarom ook zodanig door den Commandeur beantwoord zijn, als bij het ordinair dag register van deezen dag, ook nader te zien is. Bij deeze Gelegendheijd sprak de Commandeur, zoo min als gisteren, over de oude schuld, eeven als of hij er zich niet aan kreunde, dog vroeg eenelijk wanneer de zendelinge meenden te vertrekken; om de ordinaire schenkagie, teegens dien tijd in gereedheijd te kunnen laaten brengen. — het Het antwoord was, dat ze zich bepaalt hadden, om gisteren al te vertrekken, en daar toe, de laatste audientie te versoeken; maar dat de eerste geen liefhebberij gehad hebbende, om de Peper Reek: bij te woonen, liever een visite bij zijn oude vriend, wat had willen verlengen, en om bij de afscheijds audientie den Commandeur niet te lange op te houden, hem Joemara Poele versogt had, om heeden binnen te komen, en over de voorsz: articuls te spreeeken, het geen anders in de afscheijds audientie zoude na geschied zijn; dat hij nu maar de komste van den Eersten wagte, en als die morgen kwam zij dan over„ „mogens souden komen afscheijd neemen /: zoo dat genoeg. „zaam alles over een kwam, met het bericht dat de Commandeur van 't een en ander reeds vooraf wist:/ Intusschen kreeg de Commandeur teegen den avond„ op het onverwagst tijdinge, dat er een ola dito Tito van 't hof gekomen, en dat de Zaljetter door de zendelingen schielijk bij hun geroepen was; een uurtje daar na kreeg de Commandeur een boodschap; dat de eerste zendeling zoo even te huis gekomen was, en, of het den Commandeur geleegen zoude komen, om hun morgen de afscheijds audientie te geeven; die onmiddelijk liet weeten van Jja, dog teffens in het hijmelijke wederkenries kreeg, dat de gezanten ordre hadden gekreegen, om noch eens een tentament te doen, en als die niet lukken wilde, het dan maar te laaten slippen, uit hoofde van 't Geringe different, tusschen drie- vijfde, en de helfte, maar indien de Commandeur zijn woord mogte te schrijvens onfrontie aen tot it ent ten air lijk om het den aks n te rug haalen, en maar iets meerder wilde bedingen, /een manier van doen daar de Mallabaaren niet vreemd van meenen zijn; en daarom reren dat een ander ook zoo onbe „schaamd zoude zijn:/ als dan maar te rug te komen, dog dat zijn hoogheijt niet had kunnen approbeeren, dat zij de restant schuld, buijten de questieuse schuld, op het verovert geschut, zich hebben laaten ontpraaten, en dat de zaljetter die ongetwijffel, uit eijgen beurs aan de zendelingen, zoude moeten restitueeren; doch dit laatste, wierd met die vaste verzeekeringe, niet berigt: als wel het overige. Den 10. Augustus, Zaturdag, kwamen de zendelingen weeder met het zelfde fatzoen binnen, als zij nu eens en andermaal verscheenen waaren, en vroegen of de Commandeur zich nu bedagt had. De commandeur zegde dat hij zich niet had behoeven te bedenken, en dat het hem derhalven speet, dat zij zonder afdoeninge zoude vertrekken, zig houdende, als of hij „zulks e„ vast geloofde, en als of hij geen zwarigheijd maakte om de schuld na deesen, wel ten eenemaal betaalt te krijgen; geevende in hunne presentie ordre om de schenkagie goederen der zendelingen na den rang, volgens de lijst daar van klaar te leggen, zonder te vraagen of zij zich bedagt hadden. — Doch toe begonden zij over de schuld te spreeken leeden voor goed een nader- en ernstig- tentamen; bestaande in het oude en voorige deuntje, en dus weder

NL-HaNA_1.04.02_10299_0373 view scan ↗

English

again quite long-winded, with the exertion of all their faculties, which caused a great deal of back-and-forth speaking; during which the Commandeur, speaking in his turn, showed the utmost friendliness and virtually no sternness, knowing that this was now not necessary; yet he remained steadfast in what he had said; until they finally, in order to avoid all further talk and tedious repetitions, with a great display of their resoluteness and generosity, took upon their own account whatever they were to pay beyond half of the entire debt, and thus promised, over and above the remaining debt for the captured artillery, to pay another two-fifths of the questionable Attingal or old debt, amounting together to Rps 21735 5/6. Whereupon the Commandeur congratulated them on the profit they gained by this settlement, and lamented the accountability that he had brought upon himself by this; saying that his only hope was to make this good with the Company through the delivery of very much pepper, and that he had taken this step solely in that confidence. They smirked a little at the expression of congratulation on the profit, but promised to do their best to see that much pepper would be delivered, but then requested, as if in confidence, in the most friendly manner, that the Commandeur, in the answer he was to write to his Highness's letter, might also give and complain therein of their firmness; they said that they had particular reasons for this, and at the same time they requested two separate receipts; namely, one for the remaining debt for the captured artillery, and one for the three-fifths of the questionable debt; in order to be able to account for themselves with these, and at the same time to prove that something had indeed been yielded on the latter, but nothing on the former. The Commandeur promised this as well; he had two receipts drawn up by the chief interpreter according to the custom of the country, which they approved, and in the meantime the Commandeur drafted the letter to his Highness, so that after their departure it could still be translated in time. Furthermore, they instructed the agent Ananda Mallen to count and hand over the said Rps 21735 5/6 immediately. With one thing and another time passed; a casual conversation on indifferent matters was also held; meanwhile the money was counted; at the same time the receipts were signed by the Commandeur and delivered to the envoys, while the Commandeur received the money and had the ordinary gifts presented to them, all of which took place with the utmost friendliness. Yet on this occasion, the Commandeur reminded them once more to encourage his Highness to a greater pepper delivery, adding that if his Highness does not deliver a considerable quantity, and even more than his Highness is bound to according to the contract, his Highness would not do well, and the Commandeur would then not know how he would make good the remission of two-fifths of the debt, and more other persuasive arguments. They replied to this that they would not express themselves any further now on the term remission, see how attentive the Malabars are, that the matter was now settled; that they would also have enough work to account for themselves to their master; but that they would not fail to bring his Highness into a further favorable opinion of the Commandeur, and to present the matter of the pepper favorably. And since it had today already become three o'clock in the afternoon, and they noticed the Commandeur's fatigue, they thanked him for the courtesy enjoyed and the trouble he had shown and taken for them during their long stay; then took their leave in a particularly friendly manner, and departed with the same honor with which they had arrived and departed on the previous occasion. Yet in the evening, around seven o'clock, the Commandeur received a further and private message from the envoys, in which they once again sent him a polite compliment and most earnestly requested that he indeed complain in the letter to his Highness about their tenacity. After which the Commandeur sent the following letter, which in the meantime had been translated, to the agent Ananda Mallen, in order to deliver it to the envoys. Draft ola, written by the Honorable Worshipful Commandeur Adriaan Moens To the King of Travancore, written on the 10th of August in the Year 1771: On the 13th of July I received your Highness's letter from the hands of your Highness's Balia Sarwadhikariakar Lattare Oenij and Sarwadhikariakar Coemara Poele, who, coming to me in the city at that time, declared that they had a commission to close the pepper account of the past year and finally settle the old debt, and because that debt according to the Company's account, of which your Highness has a copy, amounts to Rps 30985 7/18, I thought that this sum of Rps 30985 5/48 would now be paid off. Yet when I read your Highness's letter and spoke about it with your Highness's envoys, I had to see with astonishment that exceptions were made regarding it; for although, after long debates, we did agree on the last item of our account, I mean the remaining debt for the captured artillery to the sum of Rps 7861 1/2, your Highness's envoys have continuously made exceptions to the remaining sum of Rps 23123 3/48, which constitutes the three other items of our aforesaid account.

Dutch transcription

weder vrij langdraadig, met inspanninge van alle hunne vermogens, welk een en ander dan veel over en wederspree „kers veroorsaakte; en waar bij de Commandeur, op zijn toer spreekende, de uitterste vriendelijkheijd, en genoegzaam geen ernst liet blijken, als weetende dat die nu niet noodig was; doch vast bij zijn gezegde bleef; tot zij ein- „delijk /om alle gesprekken en verdrietige Repetities te vermijden:/ met een grooten ophef van hunne geresol„ „veerdheijd, en genereusiteijt het voor hunne reek: namen„ al wat zij meer als de helfte van de geheele schuld zoude betaalen, en dus beloofden: buijten en behalven de restant schuld op 't veroverd geschut nog 2/5. van de questieuse Attingase- of oude-schuld te zullen betalen. bedraagende te zaamen Rep=s 21735. 5/6. Als wanneer, de Commandeur hun feliciteerde met de winst die zij bij deeze afdoeninge hadden, en zich beklaagde met de verantwoordinge die hij hier door zich op den hals gehaalt had; zeggende, dat hij maar alleen hoope had, om zulx bij de Comp: goed te maaken, door de leverantie van zeer veel peper, en dat hij ook eenelijk in dat vertrouwen, deezen stap gedaan had. zij kokermuilden eens, over de uijtdreukkinge van felicitatie met de winst, dog beloofden hun best te zullen doen, dat er veel peper geleverd wierd, maar verzogten toen als in secretessen, op het vriendelijkste, dat de Commandeur het antwoord, dat hij op zijn hoogheijts brief zoude schrijven, toeh meede mogt ingen van en dat niet der lgens 9 e mogt geeven, en daar bij over hunne handhoudentheijd klagen; zij zegden, dat zij daar bijzondere reeden toe hadden, en teffens verzogten zij, om twee onderscheijdene quitanties; als, een van de restant schuld; van 't veroverd geschut, en een van het 3/5. van de questieuse schuld; om zich daar mede te kunnen verantwoorden; en teffens te bewijzen, dat er wel op de laatste iets, maar op de eerste niets, gelangeert was. De Commandeur beloofde dit ook; liet door den eerste tolk na 'slands wijze, twee quitanties opstellen; dewelke zij approbeerden en de Commandeur concipieerde intusschen de brief aan zijn hoogheijt, om na hun vertrek, noch in tijds, te kunnen getranslateert werden. Wijders gaaven zij aan den agent Ananda Mallen last om gem: rop=s 21735. 5/6. aanstonds te tellen, en over te geeven. Met het een en ander ging de tijd door; ook hield men een discoursje over onverschillige zaken; intus „schen was het geld geteld; teffens wierden de quitanties door den Commandeur geteekend, en aan de zendelingen afgegeven, terwijl de Commanduur, het geld. ontfong, en de ordinaire geschenken aan hun liet afgeeven, welk alles met de uitterste vriendelijkheijd geschiede. Doch bij deese Gelegendheijd, herinnerde de Commandeur hun nog eens: om zijn hoogheijt togn tot eene meerdere peper leverantie opte wekken, met bijvoeginge dat als zijn hoogheijt niet een Considerable quantiteijt, en zelfs niet meer leverd, als zijn hoogheijt volgens Contract gehouden gehouden is; zijn hoogheijt dan niet wel zoude doen, en dat de Commandeur dan niet weeten zoude, waar meede hij zoude goedmaken de quijtscheldinge van het 2/5. van de schuld, en meer andere persuasive argumenten. zij gaven hier op ten antwoord, dat zij zich over de uijtdrukkinge van quijtschelden /:ziet eens hoe attent de Mallabaaren zijn:/ nu niet verder zouden uitlaaten; dat de zaak nu afgedaan was; dat zij ook werks genoeg zouden hebben, om zich bij hun meester te verantwoorden; dog dat zij niet manqueeren zouden, om zijn hoogheijt in een verder goedgevoelen van den Commandeur „ brengen; en het articul van de peper, favorabel voortedraagen. En dewijl het heeden, al weeder drie uuren, in de namiddag geworden was, en zij scommandeurs ver= „moeijtheijd bemerkten, zoo bedankten zij hem voor de genootene beleeftheijd, en de moeijte, die hij geduurende hun lang verblijf, aan hun beweezen en gedaan had; namen vervolgens, op een bijzondere vriendelijke wijze afscheijd, en vertrokken met het zelfde honneur, waar meede zij de voorige reize gekoomen en heen gegaan waaren. Dog in den avond, omtrent zeeven uuren, kreeg de Commandeur een nadere en particuliere boodschap van de zendelingen, waar bij zij hem nogmaals een beleefd Compli- „ment lieten maaken, en op 't kragtigste versoeken, om in de brief aan zijn hoogheijt, tog over hunne vast= „houdentheijd, te klaagen. Waar na de Commandeur de ondervolgende brief, die intusschen getranslateert was, aan den Agent Ananda Mallen zond dewelke intesschen och in llen te zelfs en traet zond; om deselve aan de zendelingen te bezorgen. — Concept ola, door den Wel-Edelen Agtb: heer Commandeur Adriaan Moens Aan den koning van Jrevancoor, geschreeven den 10: Aug=s A=o 1771:— Den 13. Julij hebbe ik uw hoogheijts brief ont- „vangen, uijt handen van uw hoogheijts Balia Tarwa „dicariacaren Lattare Oenij, en Carwadicariacaren Coemara Poele, dewelke toen, bij mij in de stad ko „mende, betuijgden, Commissie te hebben, om de Peeper reekening van anno passato de sluijten, en de oude schuld finaal aftedoen, en om dat die schuld volgens 'sComp=s reek:, waar van uw hoogheijt Copij heeft rop:s 30' 985. 7/18: bedraagd, zo dagt ik dat die somma van Rop:s 30985: 5/48: nu zoude afgelegd worden. Dog doe ik uw hoogheijts brief las, en met uw ho=ts sendelingen daar over sprak, moeste ik tot verwonderinge zien, dat daar omtrend excepties Gemaakt wierden; want schoon wij na lange debattens, wel het eens ge „worden zijn, over het laatste artikel, van onze reeke„ „ninge, ik meere de restant schuld van het veroverd geschut ter somma van Rop:s 7861:½, zo hebben uw hoogheijts zendelingen, op de overige somma van Rop:s 23123. 3/48. dewelke de drie andere artikels van voorsz: onse reek: uijtmaaken, bij aanhoudinge Excepties

NL-HaNA_1.04.02_10299_0377 view scan ↗

English

exceptions were made, and our account was not accepted as authentic, but better proofs thereof were demanded. And although I demonstrated in the most forceful manner that there could be no other proofs than the Company's trade books, because this matter had already been kept dragging on for nearly 80 years, through which the olas and other papers must absolutely have perished, they nevertheless absolutely demanded other proofs from me, and refused to settle that sum of Ropias 23123. 9/48. I only regret that I wrote so hastily to Batavia that Your Highness would settle the old debt, and people in Batavia will now know no better than that there is not the slightest dispute regarding that sum; now people in Batavia must think that I am writing untruths, and thus I was indeed compelled to concede something on my own account upon that questionable sum of Rop=s 23123. 7/48, understanding that they would have been satisfied with a small or moderate reduction. But to my astonishment I had to see once again that I found myself deceived in that regard as well, since they made such a paltry offer that I was even ashamed of it; until finally, after long and continuous conferences, they absolutely would not agree to anything other than that I concede 2/5, that is Rop=s 9249: 7/40, and should receive only 3/5, that is rop=s 13874. 1/3, together with rop=s 7861½ for the captured artillery, thus in total only rop: 21735. 5/16. [illegible] Sum Over this I hesitated for a long time, out of fear that I would not be able to justify this, but because I have the pleasure of being permitted to live in such good harmony with Your Highness, and we have also promised each other to maintain the mutual friendship between Your Highness and the Illustrious Company in the most visible manner, I finally consented to it, accepted the last-mentioned sum of Rop:s 21735. 5/6 from the hands of Ananda Mallen, and thereof, at the request of Your Highness's emissaries, granted two distinct and specific receipts, namely one for rop=s 7861. 9/40 and one for rop=s 13874: 1/48. Now I also request that Your Highness please cause to be delivered not only the full contracted quantity of pepper, but also even more than has been contracted, so that I may therewith somewhat justify this step taken, and people in Batavia may thus be convinced of what I have already written, and now intend to write again, namely: that when one acts resolutely and generously with Your Highness, Your Highness, on your part, is no less resolute and generous. The pepper account of last year has also been closed, in which Your Highness had a credit of rop:s 29820: 7, which sum was delivered to Ananda Mallen under receipt. Your Highness's emissaries have also conferred with me concerning the smuggling of pepper, as well as concerning the sale of Palcatcherij tobacco, and concerning the trade in Jaffenapatnam tobacco; these are matters of great scope, regarding which I might sometimes make a mistake; thus I shall inform myself regarding these matters, and most notably: how this has been handled from of old. On the delivery of this year, there have also been handed over to Ananda Mallen under receipt Rop:s 25000: –, together with 1000 guns, which guns will be brought to Your Highness's account, as is noted in the latest contract; but brass drums I have not given, for I had no others than those made here, and Your Highness's emissaries said that they were too heavy, and therefore I shall requisition others from Batavia or Ceilon. May God protect Your Highness. /below stood/ thus translated into Malabar by me, Cochim date as above /was signed/ J. van Jongeren, Sworn Translator. While with relation to this note it is further recorded: That in the same, neither language nor style was attended to, but that the same was recorded immediately after the conferences, while what was transacted was still fresh in the memory, noted down at first in several places as spoken, and for the greatest part also left just as it had flowed from the pen. That during these conferences, which generally lasted from 9 o'clock in the morning until deep in the afternoon, more conversations and debates occurred than have been recorded, because one was not able to note everything during the conferences, or to keep it in memory, all the more so since the Malabars in such cases generally have long preambles, use great circumlocutions, and continually imperceptibly deviate from the matter itself, while one had work enough to record during and under the debates the principal points and what actually served the matter, and at the same time to consider good answers; all the more because the Commander, being only new in authority, could be far less astute regarding that old affair, and much less regarding the chicaneries of the Malabars, than otherwise. That after reading, rereading, and taking information, both from the members of the council and from people who have long been here regarding this affair, he could obtain no further elucidation than that it was an old, confused, and wretched matter, of which one had no other proofs than those that had already long ago been shown to the King, and which His Highness has also always declined, so that the Commander, being somewhat put to the test by these emissaries for lack of better proofs, only tried as best he could to extricate himself from it, and yet not to let slip this opportunity /which otherwise might possibly not come so close again/, without first taking what one could now obtain from it. That

Dutch transcription

excepties gemaakt, en onze Reekeninge niet voor egt geaccepteerd; maar betere bewijsen daar van begeerd; en alhoewel ik op de kragtigste wijze aantoonde, dat er geene andere bewijzen van zijn konden, dan 'sComp:s Negotie Boeken, om dat die zaak nu al bij de 80:: jaaren sleepende gehouden was, waar door de olassen en verdere papieren wel absolut moesten vergaan, zo hebben zij egter absolut andere bewijzen van mij begeerd, en die somma van Ropias 23123. 9/48. niet willen afdoen: het spijt mij maar, dat ik zo schielijk na Batavia, geschreeven hebbe, dat uw hoogheijt de oude schuld zoude afdoen, en men zal de Batavia nu niet beeter weeten, of nopens die somma, is geen het minste verschil; nu moet men te Batavia denken, dat ik onwaarheijd schrijve, en dus ben ik wel genoodsaakt geweest, op die questieuse somma van Rop=s 23123. 7/48. voor mijne reekeninge iets te largeeren, en begrip, dat men met een wijnig of mediocren afslag zouden te vreeden zijn geweest, dog ik moest tot verwonderinge al „weder zien, dat ik mij daar omtrent ook al bedroogen vond; alzoo zij een zo kruijmelagtig bod deeden, dat ik er zelfs beschaamd overwierd; tot dat zij eijndelijk, na lange en geduurige Conferenties absolut niet anders accordeeren wilden; als dat ik 2/5. dat is Rop=s 9249: 7/40. largeeren, en maar 3/5. dat is rop=s 13874. 1/3. benevens rop=s 7861½. we „gens 't veroverd Geschut, dus te samen maar, rop: 21735. 5/16. ontvangen zoude. hier a— ld 985. 3/18: 30985. /48: who inge „ ikels houdinge Somma Hier over hebbe ik lange in beraad gestaan, uijt bedugtinge, dat ik zulks niet zoude kunnen verant= „woorden, dog om dat ak het genoegen hebbe, met uw hoogheijt in eene zo Goede harmonie te mogen leeven, en wij ook elkander beloofd hebben, om de weder „zijdse vriendschap, tussen uw hoogheijt en de door „lugtige Comp: op de sigtbaarste wijze, te onderhouden, zo hebbe dan eijndelijk daar in Gecontenteerd, laatst genoemde somma van Rop:s 21735. 5/6. uijt handen van Ananda Mallen geaccepteerd, en daar van, op versoek vanuhoogheijts zendelingen, twee on= „derescheijdene en specificque quitanties, als een rop=s 7861. 9/40. en een van rop=s 13874: 1/48 verleend. Nu verzoek ik ook, dat uw hoogheijt, niet alleen de volle Gecontracteerde quantiteijt Peper, maar ook „nog meer als „gecontracteerd is, gelieve te laten leveren; op dat ik deese Gedane stap, daarmede eenigzinds mag verant „woorden, en men te Batavia dus overluijgd werde, van het Geen ik reeds Geschreeven hebbe, en nu alweder meene te schrijven, namentlijk: dat wan= „neer men Cordaat en Genereus met uw hoogheijt handeld, uw hoogheijt aan zijne zijde, niet minder Cordaat en Genereus is. — De Peper reek: van verleeden Jaar is ook geslooten, waar bij uw hoogheijt te Goed had rop:s 29'820: 7. welke somma aan Ananda Mallen onder Quitantie afgegeven is. Ook hebben uw hoogheijts sendelingen mij onderhouden: over over de sluijkerij van peper, zo mede over het verkoopen van Palcatcherijse Jabak, en over de Negotie van v de Jaffenapatnamse Jabak; dit zijn zaaken van veel uijtzigt; waar omtrend ik mij somtijds zoude kunnen vergissen: dus zal ik mij na het een en ander informeeren: en wel voor„ „namentlijk: hoe zulks van ouds af, behandelt is. — Op de leverantie van dit Jaar, zijn ook aan Ananda Mallen„ onder Quitantie, afgegeeven, Rop:s 25000: –. benevens 1000: geweeren, welke geweeren uw hoogheijt in Reek zullen gebragt worden; gelijk bij het Jongst Contract bekent staat; dog kopere Trommels, hebbe ik niet gegeeven, want ik had geen andere, als die hier aangemaakt worden, en uw hoogheijds zendelingen zegden, dat die te swaar waaren, en daarom zal ik andere van Batavia of Ceilon Eijsschen; God bew: uw hoogheijt. /:onderstond/ zoo „ in 't mallabaars „danig door mij „ overgezet, Cochim dato als boven /was getekkend) J. van Jongeren, Gesw: Translateur. Terwijl met relatie tot deeze aanteekeninge, nog Ge= „noteert word: Dat in dezelve, nog op taal, nog op stijl gelet is; maar dat dezelve telkens, onmiddelijk na de Conferen „ties, wanneer 't verhandelde nog versin de Gedagten lag, ten eersten gehouden, op verscheijden plaatsen als sprekende, ter neder gesteld, en voor 't grootste gedeelte, ook maar zodanig gelaaten is, als ze uijt de pen gevloeijd was. Dat bij deese Conferenties, die doorgaans van smorgens ten 9. uuren, tot diep in de namiddag, geduurt hebben lleen ook ik t den: t hebben, meer gesprekken en de batten voorgevallen, als aangeteekend zijn; om dat men niet in staat is Geweest, alles in de Conferenties te noteeren, of in het Geheugen te houden, te meer: de mallabaaren in zulke gevallen doorgaans lange voor-reedenen hebben, groote omweegen gebruijken, en geduurig ongevoelig van de zaak zelfs afwijken, terwijl men werk's genoeg gehad heeft, om het voornaamste en wat eijgentlijk ter zaak diende, in en onder de debatten aanteteekenen; en zich teffens te bedenken, op goede antwoorden; te meer de Command:r nog maar nieuw in het Gezag zijnde, op die oude affaire„ veel min op de Chicanen der mallabaaren, zoo gevat kon zijn; als wel anders. Dat hij, na leezens, herleezens, Genomene infor= „matie, zoo bij de leeden van den raad, als bij menschen die hier lange geweest zijn, nopens deeze affaire, geen nader elucidatie kon krijgen, als dat het een oude verwarde, en misselijke zaak was, waar van men geene andere bewijzen had, als die men reeds lange aan den koning vertoont had, en die zijn hoogheijt ook altoos Gedeclineert heeft, zoo dat de Commandeur bij gebrek van beetere bewijzen, door deze zendelingen, eenigsints op de proef gesteld zijnde, maar getracht heeft, zoo goed hij kon, zich daar door heen te redden, en evenwel deeze Gelegentheijd /:die anders mogelijk zoo dicht niet meer komen zoude:/ niet te laaten slippen; zonder eer van te neemen, wat men er nu, van krijgen kon. Dat

NL-HaNA_1.04.02_10299_0381 view scan ↗

English

That he (although one certainly, in such cases, has need of almost the patience of Job) nevertheless in this conference now and then acted somewhat more difficult and serious than he was in fact; partly because he was reliably informed that the emissaries had special instructions not to weary the Commander too much, and also how far their commission more or less went, and during these negotiations he had discovered many particulars that could serve for his information, but principally because at the beginning of one's administration one can generally push a bit further with the native princes than afterwards, when the novelty of the new chief authority has worn off. That although he did not write to the Supreme Indian Government, namely that His Highness was said to have promised to satisfy the entire claim, and he nevertheless in his debates parried with it so much, this statement is nonetheless not invented, as he indeed, but only in private, gave prior notice of how he had promise and hope of possibly succeeding in the Attinga affair; which the Commander merely records so that it may not be imputed to him that he practiced an untruth for the best, as this appears from no Company's letter to Batavia; although this nevertheless possibly contributed just as much to the settlement as the continuous admonitions and forceful representations that the Commander made at the beginning of his administration, precisely at a time when His Highness wished to flatter the Commander somewhat; although he well knows that this is merely a quibble, and possibly he will not be able to have the pleasure of always remaining such good friends with the King of Travancore; towards which he nevertheless, as well as to maintain the respect and prestige of the Company, will exert all his abilities. On Thursday, 27 September, the King of Travancore sent a letter to the Commander, in which His Highness among other things declared himself regarding the aforesaid settlement in the following manner: Extract translation of an ola, written by the King of Travancore to the Honorable Commander Adriaan Moens, received 27 September 1778. The letter which Your Honor sent to us by Ananda Mallen, we have received, read, and understood its contents; to liquidate and settle the old debt in which we were in arrears to the Dutch Company, we sent our balia sarwadicariacaren, the sarwadicariacaren, the scribes, and Ananda Mallen to Cochin, who upon their arrival there were with Your Honor and examined that account, consisting of the old debt of Attinga, the debt of the merchants, and the outstanding balance on the captured cannon, and in accordance with the contents of the contract made, accurately calculated everything, and found that it amounted to a total of 30,985 ¼ Rupees, of which after mature deliberation with one another, a sum of 9,250 Rupees was remitted to us; thus we must pay the remaining 21,735 ¼ Rupees to the Honorable Company; just as Your Honor, having received that amount for the account of the Honorable Company, had granted a receipt for it; which we have read in detail from Your Honor's letter, and must testify that this arrangement is disadvantageous to us; but since it has been concluded to Your Honor's satisfaction, we are content with it, although we had to suffer a loss in that matter; yet we hope that all our affairs in the future will turn out more advantageously; and since Your Honor has thus brought that matter to an end, we are completely content with it. And with which that old and tangled affair is now settled: all that was transacted in the aforementioned conferences having been translated by me into the Malabar language. Cochin, 27 September Anno 1771. J. V. Jongeren, translator. No. 6. Register and short demonstration of the papers concerning the Attinga debt, showing its origin, progression, and how it was transferred to the King of Travancore. 1: Extract letter from Cochin to the Fatherland, written 26 December 1694, containing the bad conduct of the Queen of Attinga, namely the seizure by her of the Company's vessels and goods, as well as an elephant, item the despoiling and plundering of the Company's lodge at Tengapatnam, and that the said Queen, having been addressed about this by the Commander, promised satisfaction. 2: Extract letter from Batavia to Cochin, written 4 January 1695, containing that the Commissioner De Roo has been provided with Their Excellencies' orders on how to conduct himself regarding the disorderly behavior of that Queen. 3: Extract from the memorandum left by the Commissioner Paulus De Roo to the Commander Adriaan van Ommen, dated 11 April 1695, containing the recommendation to insist seriously with the said Queen on the point of satisfaction. Extract of a letter from Cochin to Batavia, written 27 February 1695, containing further communication regarding the despoiling of the residency at Tengapatnam by the nairs of the Queen of Attinga, that complaint was made about it to the King of Travancore, because Tengapatnam fell under the realm of Travancore, but without result; that the Commander thereupon departed for the south with troops, and entered into negotiations with the said Queen concerning the damage that the Honorable Company suffered, which was specifically demonstrated: and that the outcome of the negotiations will be communicated at the earliest opportunity. No. F: Extract letter from Batavia to Cochin, written 12 September 1695.

Dutch transcription

Dat hij, (schoon men zeekerlijk, in zulke gevallen, bijna Job:s gedult noodig heeft) echter in deeze Conferentie, zich nu en dan wel wat moeje„ „lijker en ernstiger gelaaten heeft, als hij wel in der daad was; deels om dat hij secuur geinformeert „hoe was, „ de zendelingen speciaale last hadden, om den Commandeur niet te zeer te vermoejelijken, ook in hoe verre hunne Commissie min of meer ging. en hij geduurende deeze onderhandelinge, achter veele bijzonderheeden was gekomen, die hem tot naricht konden streekken, maar voornamentlijk; om dat men in den beginne van zijn bestier, door gaans bij de Jnlandse vorsten, nog wel iets meer kan door „draaven, als naderhand, wanneer het nieuwtje van 't nieuw hoofd-Gezag, af is. Dat schoon, hij wel niet aan de hooge Jndiase regeeringe geschreeven heeft, namentlijk, dat zijn hoogheijt beloofd zoude hebben, de geheele pre„ „tentie te zullen voldoen, en hij evenwel, in zijne debatten, daar zoo zeer meede geschermd heeft echter dit zeggen niet verzonnen is, alzoo hij wel degelijk, dog maar in 't particulier, prealabel kennisse gegeeven heeft, hoe hij be= „lofte, en hoop had, om in de Attingase af„ „faire, mogelijk te zullen reusseeren; het geen de Commandeur eenelijk aanteekend; op dat men hem niet moge nageeven, dat hij een onwaarheijd om best wil gepractiseert heeft, alzoo zulks bij llen Ge st, als len gen teffens mmand. r de affaire, gevat h 1 eene ik en bij Geene 'sComp:s brief, na Batavia blijkt; schoon dit echter, mogelijk al zo veel tot de afdoeninge Gecontri- „bueert, heeft, als de Continueele aanmaaninge, en kragtige insinuaties, die de Commandeur met den aanvang van zijn bestier, gedaan heeft, Juijst in een tijd, waar in zijn hoogheijt den Commandeur wat wilde flatteeren; schoon hij wel weet dat dit maar een Chicane is, en mogelijk dat plaizier niet zal kun „nen hebben, om altoos met den koning van Trevancoor zulke Goede vrienden te blijven; waar toe hij egter, zoo wel, als om het respect, en het aanzien van de Comp: te bewaaren, alle zijne vermoogens, in 't werk sal stellen. Den 27. September Donderdags, zond de koning van Crevancoor een brief aan den Commandeur, waar bij zijn hooghijt onder andere zich noopens de voorsz: afdoeninge declareerde; op de volgende wijse. Extract Translaat ola, door den koning van Trevancoor, aan den wel Edele Agtbaaren heer Commandeur Adriaan Moens gesz, ontfangen den 27: september 1778 De brief die uwel Edele Agtbaare per Aanda Mallen, ons toegesonden heeft, hebben wij ontfangen geleesen en dies Jnhoud verstaan, om de oude oude schuld die wij bij de hollandse Comp: ten agteren stonden te liquideeren, en te vereffenen, hebben wij onse balia sarwadicariaceeren, sarwadicariacaren, de schrijvers en Ananda Mallen, naar Cochim gesonden, dewelke met hun aankomst aldaar bij uwel Edele Agtbaare zijn geweest, en hebben die Reekening nagegaan, bestaande in de oude schuld van Attinga, de schuld van de koop= „lieden, en het agterstallig restant op het ver- „ overt Canon, en ingevolge den Jnhoud van het gemaakt Contract, alles nauwkeurig uitge= „reekent, en bevonden dat deselve bedroeg een montant van 30985. ¼. Rop:s, waar van naar rijpen overleg, met den anderen, aan ons Gelargeert zijn, een somma van 9250:-rop=s; dus moetten wij de overige 21735.¼. Rop=s aan D' E. Comp:e voldoen; d Gelijk uwel Edele Agtb: dat bedragen, voor Reekening van D' E. Comp:, ontvangen hebbende, daar op een quitantie had verleend; 't geen wij omstandig geleesen hebben uit uwel Edele Agtb: brief, en moeten betuijgen dat die schikking schadelijk voor ons is; maar dewijl dezelve, ten genoegen van uwel Ed: Agtb: is afgedaan, soo zijn wij daarmeede te vreede, schoon wij in dat stuk schaade hebben moeten lijden; dog wij verhoopen, dat alle onse zaken in den aanstaande, voordeeliger zullen uijtvallen; en dewijl uwel Ed=e Agtb: die zaak, dus ten eijnde gebragt heeft, zoo zijn wij daarmeede, volkomen te vreede. En zal tij a ber 1771 agen En waar meede dan nu, die oude en verwarde affaire, vereffend is: zijnde alle het verhandelde in voorschreeve Conferenties, door mij, in de Mallabaarse taal vertolkt. - Cochim den 27: September A=o 1771. J.V. Jongeren translr. de in se ren sl N„o 6. Register en Korte aanthooning der Papie„ „ren Raakende de Attingase Schuld waar bij blijkt derselver Oorspronk, voortlopinge, en hoe deselve is Overge„ „gaan op den Koning van Trevancoor. 1:o 1: Extract Brief van Cochim na 't La„ „tria gesch: den 26: xber: 1694. behelschende het slegt Comportement van de Koninginne van Attinga„ dat het arresteeren door de„ „selve van 'sComp:s vaartuigen en goederen, Mitsgaders een Eliphant, item het laten spoljeeren en uitplunderen van 'sComp:s Logie tot Tengapas„ „nam, en dat gem: koninginne door den Commandeur daer over onderhouden zijnde, satiffact 2: Extract Missive van Batavia na Cochim Gesch: den 4. Januarij 1695. behelschende, dat den heer Commissaris De Roo met Haar Hoog Edelens Ordre is voorsien, hoedanig zig te Gedragen omtrend het Spoorloos Gedrag van die koninginne. 3: Extract uijt de Memorie door den Heer Commissaris Paulus „aan De Roo, Nagelaaten „ den Commandeur Adriaan van Ommen Ged=t 11: April 1695. , vervattende recommandatie, om op het poinct van satisfactie bij gem: Coninginne, met ernst te staan. Brief van Cochim na Extract Batavia geschreeven den 27. Februarij Patisfactie beloofd heefd. 1695. 1695. behelschende nader Communicatie wegens het spoljeeren van de Residentie Tengapatnam door de naijros van de Koninginne van Attinga, dat daar over bij den koning van Trevancoor, om dat Sengapatnam onder het Rijk van Trevan„ coor sorteerde, is geklaagt dog zonder vrugt; dat den Commandeur daar op met Militie na de Zuid vertrok„ „ken was, en met de Geur: Koninginne in onderhande„ „ling is Getreeden, over de schaade die D' E: Comp: heeft geleeden, welke specifique werd vertoont: en dat den uitslag der handelinge per naasten zal werden bedeelt. N: F: Extract Missive van Batavia na Cochim Gesch den 12: 7ber: 1695

NL-HaNA_1.04.02_10299_0396 view scan ↗

English

1695. Whereby was considered as a hasty and imprudent conduct the departure of the Commander with militia to demand satisfaction from the Queen of Attinga on account of sustained damage and insult. No. 6: Extract of a letter from Cochin to the Netherlands written the last day of January 1696, containing a full exposition of all the damage that the Queen of Attinga has successively inflicted on the Honourable Company and its merchants; likewise what measures were employed to induce that Queen to satisfaction; that thereupon it was agreed with the same to pay 80,000— Note: each fanum galjoen is 5 1/17 stuivers Indian. 80,000 fanums Galjoens or rixdollars 9411 1/7 to the Company; that thereupon some plundered goods were returned, but from the payment of the said fanums Galjoens, and also from the surrender of the elephant, nothing has materialized. No. 7: Extract of a missive from Cochin to Batavia written the last day of June 1695, whereby notice is given that the show of force made by the Commander with militia to the south took place for no other purpose than to bring the Queen of Attinga to a reasonable settlement; that she was also brought by it to promise a compensation of 80,000 fanums galjoens; but that after the militia withdrew and the fear departed from her, she had not fulfilled that promise, and she could only be constrained to satisfaction by means of force. No. 8: Extract of a letter from Cochin to Batavia written the last day of February 1697, containing that the Queen of Attinga was addressed by the chief interpreter regarding satisfaction of her debt to the Honourable Company, but fruitlessly; that instead of the owed 80,000 fanums Galjoens, an elephant, and four pieces of cannon from a lost sloop detained by the Raja of Martha, she had presented no more than 3,000 fanums Galjoens, and those were not accepted. No. 9: Extract of a missive from Batavia to Cochin written 4 September 1697, containing that Commissioner De Roo has paved the way to the settlement of the Attinga disputes. 10: Extract of a missive from Cochin to Batavia written 10 December 1697, whereby it is communicated that the aforementioned Queen had requested to meet the Lord Commissioner; but that such was refused because there was after all no prospect that she wished to pay her debt to the Honourable Company, whereby also several reasons for and against attacking her were put forward; and finally it was judged that she must be constrained by force of arms to the payment of that debt. No. 11: Extract of a missive from Cochin to Batavia written the last day of December 1698, containing notification that the Queen of Attinga had passed away and was succeeded by her niece, and that by the same not even a thought is given to the claim of the Honourable Company. No. 12: Extract of a missive from Cochin to Batavia written 29 December 1699, whereby was demonstrated the indifference of the Queen of Attinga with regard to the Honourable Company; that the same makes no effort to provide satisfaction to the Honourable Company regarding the plundering of the lodge at Tengapatnam; that she has been exhorted to the payment of the still unpaid 80,000 fanums Galjoens, but without effect. 13: Extract of a missive from Cochin to Batavia written the last day of May 1700, containing that a scribe of the Queen of Attinga has written an ola to the interpreter at Coilan, and requested to inform Junior Merchant Vockestaart that the Queen is inclined to pay the 80,000 fanums Galjoens, provided that the Honourable Company offers her a helping hand against the grandees of her country. 14: Extract of a missive from Cochin to Batavia written the last day of December 1700, whereby it is stated that nothing has come of the offer of the Queen of Attinga to pay the 80,000 fanums Galjoens to the Honourable Company. No. 15: Extract of a missive from Batavia to Cochin written 4 November 1701, containing Their High Excellencies' concession to flatter the Queen of Attinga with the requested assistance in order thereby to get her arrears paid. 16: Extract of a missive from Cochin to Batavia written 5 April 1702, containing that attempts were made in every way to obtain payment of the 80,000 fanums galjoens from the Queen of Attinga, but without success. No. 17: Extract of a missive from Batavia to Cochin written 7 November anno 1702, whereby Their High Excellencies desire to be informed whether it would not be more expedient to withdraw the residency of Tengapatnam and leave only 2 to 3 natives there as long as the disputes with Attinga are not settled. 18: Extract of a missive from Batavia to Cochin written 29 October 1703, whereby was disapproved the proposal made to cause a diversion in the trade of the Attinga subjects and to prevent any salt from outside being brought into the Attinga territory, in order thereby to compel the Queen to satisfy the debt, the collection of which is nevertheless recommended. No. 19: Extract of a missive from Cochin to Batavia written the first day of November anno 1703, containing that the Queen of Attinga had desired that a good portion of the 80,000 fanums Galjoens might be deducted, and then the remainder settled with the customs due to Her Highness from the trade; that such of the

Dutch transcription

1695. waar bij als een voorbaa„ „rige en onvoorzigtige Con„ dueite is op genoomen, het vertrek van den Commandeur met Militie om voldoe„ „ning te Eisschen van de Koninginne van Attinga, weegens Geleeden Schaade en hoon N:o 6: Extract Brief van Cochim na Neder „land Gesch: den Laatsten Januarij 1696. , vervatten„ „de, eene ample ver„ „thooning van alle de Schaa „de die de Koninginne van Attinga Succes„ sive aan D' E: Comp:e en haare kooplieden heeft toegebragt; zoo meede wat de middelen aangewend waren, Om die koninginne tot voldoeninge te beweegen, dat daar op met de zelve is veraccordeert om 80'000: Nota ieder fanum galjoen is 5 1/17. stuivers, indias. 80'000: f:s Galjoens of„ rd:s 9411: 1/7 aan de Comp: te voldoen; dat daar op eenige Geroofde Goederen zijn Gerestitueert, dog van het betaalen der Gem: Canums Galjoens, en nog van de overgave van den oliphant, niets ge„ „komen is. N:o 7: Extract Missive van Cochim na Batavia Gesch: den Laatsten Junij 1695, waar bij kennisse word gegeeven, dat de Gemaak„ „te parade van den Com„ „mandeur met militie om de Zuid, ten geenen anderen Eijnde was geschied, als om de ko„ ninginne van Attinga tot een reedelijk accom„ „modement en„ E 00 „modement te brengen; dat zij ook daar door Gebragt is, om eene vergoeding van 80'000 f.:s galjoens te Belooven; Maar dat na de Militie afgetrokken, en de Vreese van haar geweeken was. zij die belofte niet had vervuld en alleen door dwang Middelen tot de voldoening zoude te Constringeeren zijn. N: 8: Extract Brief van Cochim na Batavia geschreeven den Laatsten februarij 1697. , behelschende dat de koninginne van Atinga door den hoofd Tolk is Onderhouden, om voldoe„ „ning van haar Schuld D'E: Comp:, dog aan D vrugte„ vrugteloos, dat zij in steede van de verschuldigde 80'000: fan:s Galjoens, Een Eliphant en vier stukken Canon van een Gebleeven sloep door de Ragia van de Martha aangehouden niet meer had Gepresenteert als 3000. fan:s Galjoens, en die niet g'accepteert waren. N:o 9: Extract Missive van Batavia na Cochim Geschreeven den 4: September 1697. behelschende, dat den Commissaris De Roo, den weg gebaant heeft, tot het vereffenen der Attingase Geschillen. 10: Extract Missive van Cochim na Batavia ugte„ Batavia Geschreeven den 10: December 1697. , waar bij gecommuniceert word, dat de Meerm: Koninginne den heer Commissaris versogt had te ontmoeten; dog dat zulx van de hand was Geweesen, om dat er tog geen uijtzigt was, dat zij haar debet aan D' E: Comp: wilde voldoen, waar bij ook verscheijde reedenen, voor en tegen om deselve te beoorgen werden- bijgebragt; en Laatstelijk g'oordeelt, dat ze door de wapenen tot voldoenige dier schuld, moeste werden g'constringeert N:o 11: Extract Missive van Cochim na Batavia gesch: den laatsten December December 1698. , behelschende bekentmaaking dat de koninginne van Attinga overleeden en opgevolgt was door Haar Nigt, en dat bij deselve niet eens gedagt word, aan De pretentie van D' E: Comp: N:o 12: Extract Missive van Cochim na Batavia Geschreeven den 29: December 1699. , waar bij Gedemonstreert werd, de onverschilligheid van de koninginne van Attinga, ten opsigte van D' E: Comp: dat deselve geen werk maakt satisfactie aan D'E: Comp: te besorgen, we„ „gens het spoljeeren vande Logie te Tengapatnam, dat ze tot de voldoeninge van de nog onbetaalde 80'000: fan:s Galjoens ge„ cember 14: 13: Extract Missive van Cochim na Batavia Gesch: den Laatsten Meij 1700:, behelschende, dat een schrijver van de Koningin„ „ne van Attinga, een ola aan den Tolk tot Coilan heeft geschreeven, en versogt den onder Coopman Vockestaart bekent te maaken, dat de koninginne Geneegen is de 80000 fan:s Galjoens te vol„ „doen, mits D'E: Comp: haar de behulpzaame hand bied„ tegens haare Lands grooten. Extract Missive van Cochim na Batavia Gesch: den Laatsten December 1700: waar bij gezegd word, dat van de aanbieding van de ko„ geadhorteert is, dog zonder effect. ninginne N:o 15: Extract Missive van Batavia na Cochim Geschreeven den 4: 9ber: 1701. vervatten„ „de, Haar Hoog Edelens Concessie, de Koninginne van Atinga te moogen flatteeren, met de versogte Assistentie om daar door Haar agterstal voldaan te krijgen 16: Extract Missive van Cochim na Ba„ „tavia Gesch: den 5. april 1702. behelschende, dat in alle manieren Getragt is, de 80'000: fan:s galjoens van de koninginne van Atinga voldaan te krijgen, dog sonder succes. — „ninginne van Attinga om de 80'000: fan:s Galjoens aan D' E: Comp: te voldoen, niets gekoomen is. N:o 17. ne gin N:o 17: Extract Missive van Batavia na Cochim Geschreeven den 7: November anno 1702. waar bij Haar hoog Edelens begeeren g'informeert te zijn, of het niet dienstiger zoude weesen, de Residentie Tengapat„ „nam te Ligten en alleen maar 2: â 3. Jnlanders aldaar te Laaten, zoo lang de Geschillen met Attinga niet afgedaan zijn 10 Extract Missive van Batavia na Cochim geschreeven den 29: October 1703. waar bij g'improbeert werd, den Gedanen voor„ „stel om een diversie te rg maken in den Handel van de Attingase onder„ daanen, „daanen, en te beletten dat geen zout in het Atingase, van buijten werd aangebragt, om daar door de koningin„ „ne te noodzaaken, tot voldoening der schuld„ waar van de invorderin„ „ge egter word aangere„ „commandeert N=o 19: Extract Missive van Cochim na Batavia geschreeven den Eersten November a:o 1703., behelschende, dat de koningin„ „ne van Atinga had begeert, dat een goed deel van de 80'000: fan:s Galjoens mogt ver„ „mindert, en dan de Rest vereffent werden, met de geregtigheid Haar Hoog„ „heid van den handel Com„ „peteerende, dat zulx van de at„ daan an,

NL-HaNA_1.04.02_10299_0406 view scan ↗

English

was rejected, furthermore a proposal whether one may take reprisals against Her Highness's subjects in order to obtain the Company's money, for which purpose one to two sloops are deemed sufficient to be capable. No. 20: Extract of a letter written from Batavia to Cochin on 23 August 1704, stating that Their High Excellencies cannot see fit to embrace the proposed measures to thereby compel the aforementioned Queen to compensate for the stolen goods. 21. Extract of a letter from Cochin to Batavia, written on 26 November 1704, stating that the 80000 fanums galjoens are still unpaid, and that no effort was neglected to keep that debt and the arrears of the merchants active. No. 22: Extract of a letter written from Batavia to Cochin on 22 December 1705, containing a reiteration that the old claim of Attinga, amounting to 80000 fanums galjoens, remains unpaid. 23. Extract of a letter written from Cochin to Batavia on 19 November 1705, wherein the ministers testify that there is little prospect of obtaining payment of the 80000 fanums galjoens from the Queen of Attinga unless other measures were employed for that purpose. No. 24. Extract of a letter written from Batavia to Cochin on 1 October 1706, wherein it is stated that one will wait for a favorable opportunity to get the Attinga debt and that of the merchants paid. 25: Extract of a letter written from Batavia to Cochin on 20 September 1707, containing a recommendation not to interfere in the rebellion and unrest in Trevancoor between the Ragia of Peritalij and a Prince from Colastrij, and that it was not yet the time to assert the old Attinga claim. No. 26: Extract of a letter written from Batavia to Cochin on 10 August 1709, by which Their High Excellencies approve that the Prince of Colastrij was refused the requested aid against Prince Chettrij to be King in Trevancoor, and recommend keeping in mind the previously given orders concerning the kingdoms of Atinga and Trevancoor. 27: Extract of a letter written from Cochin to Batavia on 26 April in the year 1710, stating that the troubles in the Trevancoor Kingdom among the prince pretenders for supreme authority still continue, and that the aid requested by both of them had been refused, although each had promised in such case to pay out the 80000 fanums galjoens which according to contract were still unpaid on account of the despoliation of the Tengapatnam lodge. No. 28: Extract of a letter written from Cochin to Batavia on 24 May 1711, containing communication that the princes Chetrij and Colastrij together with the Queen of Atinga had requested the King of Cochin and the Commander as mediator, but were refused because the 80000 fanums galjoens were not yet paid; that shortly thereafter the Prince of Colastrij was chosen as King of Trevancoor and Prince Chetrij as second of the Kingdom by the Poelemaars, and that on their behalf an urgent request was made to send a Resident back to Tengapatnam. No. 29: Extract of a letter written from Batavia to Cochin on 22 December 1711, containing Their High Excellencies' approval that the Company's mediation was refused to the Queen of Atinga because she had not yet paid the 80000 fanums galjoens, furthermore orders not to send a Resident to Sengapatnam too hastily. No. 30: Extract of a letter written from Batavia to Cochin on 21 September 1714, containing a reiteration regarding the non-payment of the debt of Attinga. 31: Extract of a letter written from Batavia to Cochin on 20 September 1715, stating that Their High Excellencies hope that the Prince of Trevancoor or the King will pay the old debt of Attinga amounting to 80000 fanums galjoens. No. 32: Extract of a secret letter written from Batavia to Cochin on 28 September 1721, containing a recommendation to be prudent not to become involved in the Malabar affairs, and repeating that the account with those of Attinga was not even cleared up yet. NB. In this interim period that old debt seems to have fallen almost completely into oblivion, as no mention at all of it is to be found in the papers of those years. 33: Extract of a letter from Cochin to Batavia written on 16 May in the year 1740. This extract shows that the King of Trevancoor was approached regarding the debt of Attinga, and that an account, being an extract from the trade journals, concerning that debt had already been sent to Their High Excellencies. No. 34: Extract from the memoir left behind by the Honorable Julius Valenthijn Stein van Gollenesse to Commander Reinicus Siersma; from this it appears from what the well-known debt of Atinga, amounting to 52742.96 guilders, has arisen. 35. Extract of a secret letter written from Cochin to Batavia on 20 October 1753, stating that 13000 rupees were retained on account of the debt of Attinga during the settlement of the account between the Honorable Company and the King of Trevancoor, but that this King objected to this and demanded first proofs of that debt, as well as a respite of three years to pay within that time; furthermore that a memoir of that debt, as was to be found in the trade books, was sent to that King. No. 36: Extract of a secret letter written from Batavia to Cochin on 8 October in the year 1754, stating that Their High Excellencies consider well done the

Dutch transcription

de hand geweesen is, wijders eene propositie of men represalle zal moogen zy neemen, van Haar hoog „heids onderdaanen, ter Erlanging van 'sComp:s geld, waar toe Een â twee„ „chaloupen genoegsaam G'oordeelt. „in staat word N:o 20: Extract Missive van Bataviana Co„ „chim geschreeven den 23: Aug:s 1704:, behelschend dat Haar Hoog Edelens niet kunnen Goedvinden te amplecteeren, de voor„ „gestelde middelen, om de meerm: koninginne daar door te noodzaaken, tot vergoeding van het ge„ „roofde. 21. Extract Missive van Cochim na Batavia, Gesch: den 26: 9ber: 9ber: 1704. , behelschende, dat de 80000: fanums galjoens nog onbetaald zijn, en niet nagelaten werd die schuld en de agterstallen, van de koop„ lieden Levendig te houden N:o 22: Extract Missive van Batavia na Cochim gesch: den 22: xber: 1705; vervat„ „tende, eene herhaaling dat de oude pretentie van Atinga, Groot 8'0'000 fanums Galjoens, on„ „voldaan blijft. 23 Extract Missive van Cochim na Batavia geschreeven den 19: November 1705. waar bij de Ministers betuigen, weinig apparen„ „tie te weezen, de 80'000: fanums ers n et No: 24 Extract Missive van Batavia na Cochim Geschreeven den 1: October 1706, waar bij gesegt, word, dat men wagten zal na een Gunstige Gelegentheid, om de attingase schuld en die van de kooplieden voldaan te krijgen. 25: Extract Missive van Batavia na Cochim Geschreeven den 20. 7ber 1707;, inhou„ dende recommandatie om zig in den opstand en onlusten in Trevancoor fanums Galjoens te zullen voldaan krijgen vande koninginne van Attinga„ ten waare andere midde„ len, daar toe wierden in 't werk gesteld. tusschen tussen de Ragia van Peritalij en een Prins uit Colastrij¬ niet te mesleeren en dat het de tijd nog niet was, om de oude Attingase pretentie te doen gelden. N:o 26: Extract Missive van Batavia na Cochim geschreeven den 10: aug:o 1709; bij welke ryx Haar Hoog Edelens Goed„ „keuren, dat aan den prin„ „ce van Colastrij, geweigert is de verzogte hulpe tegens de Prins Chettrij om Koning te weesen in Trevancoor; en recommandeeren de voorige Gegeevene Ordres, noopens de Rijken van Atinga en Trevancoor, in geheugen te houden 27: Extract Missive van Cochim na Batavia tasfelen Batavia geschreeven den 26: april a:o 1710. , behel„ „schende, dat de Troubelen in het Trevancoors Rijk, onder de Princen preten„ „denten om het oppergesag nog al duuren, en dat de door hen beide verzogte hulpe van de Hand ge„ „weesen was, schoon ieder in zodanig geval beloofd had uit te keeren de 80000 fanums Galjoens„ die wegens het spoljeeren der Tengapatnamse Logie, volgens Contract nog onbetaalt waaren. N:o 28: Extract Missive van Cochim na Batavia geschreeven den 24. Meij 1711:; behelschende: Communicatie dat de princen Chetrij en Colastrij nevens neevens de koninginne van Atinga, de koning van Cochim en den Comman„ deur als Mediateur heb„ „ben verzogt, dog van de hand waren geweesen om dat de 80000 fanums Galjoens, nog niet voldaan waaren; dat kort daar Op den Prins van Colastrij tot koning van Trevan„ coor, en de Prins Chetrij tot Tweede van het Rijk door de Poelemaars verkooren, en dat van wegens hen instantie ge„ „daan was, een Resident na Tengapatnam we„ „der te zenden N:o 29: Extract Missive van Batavia na Cochim Geschreeven den 22: xber: 1711. vervattende Haar den chende. lastrij vens . 31: Haar Hoog Edelens Goed„ keuring, dat aan de ko„ „ninginne van Atinga 'sComp:s bemiddeling, ge„ weigert was, om dat zij nog niet voldaan had de 80'000: fan:s Galjoens, wijders ordre, om niet te schielijk een Resident na Sengapatnam te senden. — N:o 30: Extract Missive van Batavia na Cochim Gesch: den 21: 7ber: 1714. , inhoudende herhaaling, nopens het onvoldaan blijven vande schuld van Attinga. Extract Missive van Batavia, na Cochim Geschreeven den 20: 7ber: 1715. , behelschende, dat haar hoog Edelheedens hoopen N:o 32: Extract Secreete Missive van Batavia na Cochim Ge„ 1721. schreeven den 28: 7ber: in houden„ „de recommandatie, om voor„ zigtig te zijn niet betrokken te werden inde Mallabaarse affaires, en herhaal dat „ reeken„ met die van Attinga selfs nog niet Gedemesleert was. NB. in deese tusschen tijd schijnd die oude schuld genoegsaam in het vergeetboek Geraakt te zijn, alsoo in't geheel geen gewag daar van bij de papie„ „ren in die Jaaren te vinden is. Extract Missive van Cochim na Batavia Gesch: den 16. maij A:o 1740, dit Extract thoond hoopen dat de Prins van Jrevancoor, of den koning zal betaalen de Oude schuld van Attinga Groot 80000: f:s Galjoens. Aan ia de na „ 33: de, s en aan, dat den koning van Trevancoor onderhouden is Geworden, over de schuld van Attinga; en dat aan vyp haar Hoog Edelheedens reets toegezonden was een berigt, /:zijnde Een Extract uijt de Negotie Journalen:/ wegens die Schuld. N:o 34: Extract uijt de Nagelaaten Memo„ rie door den Edelen Heer Julius Valenthijn Stein van Gollenesse, aan den Commandeur Reinicus Sirsma; hier bij blijkt, waar uijt de bekende schuld van Atinga Groot ƒ52742. 96: voortgesprooten (is — 35. Extract Secreete Missive van Cochim na Batavia ge„ schreeven „schreeven den 20: October 1753; behelschende, dat 13000 Ropias wegens de schuld van Attinga bij het afmaaken van de reek: tusschen D'E: Comp: en de koning van Trevancoor waren aangehouden, dog dat dien koning daar tegen had, on begeerende eerst bewijsen van die schuld, en ook respijt van drie Jaren, om binnen die tijd te voldoen; voorts dat aan dien koning toege„ „zonden was een Memorie van die schuld, zoo als bij de Negotie Boeken tevinden was. N:o 36: Extract Secreete Missive van Batavia na Cochim Geschr: den 8: oc„ „tober a:o 1754. , behelschende, dat haar hoog Edelens voor welgedaen houden, de van Memo¬ 2 in s 52742. 96. Schuld ven reeven

NL-HaNA_1.04.02_10299_0416 view scan ↗

English

the withholding of 13000 at the settlement of accounts with Trevancoor for the debt of Attinga, but were apprehensive whether the memorandum sent from the Trade Books would convince the king, desiring therefore to know whether the aforementioned amount has been withheld or returned. N:o 37: Extract from the Secret Missive from Cochim to Batavia written on the 24th of March 1755, from which it appears that the withheld 13000 Ropias have been returned to the king, because he did not wish to regard the Memorandum from the Trade Books as authentic proof of that debt, but that on account of the captured cannon, with the consent of that king, ƒ 9900. –. has been withheld. N:o 38: Extract from the Secret Missive from Cochim to Batavia written on the 24th of July 1762, containing that the settlement of the debt of Attinga could have no result, because the king of Trevancoor had departed from Angecaimaal directly for his Court before commissioners on behalf of the Company could have been sent to him. 39. Extract from the Secret Missive from Cochim to Batavia written on the 31st of March 1763, containing communication that owing to the continuous stay of the Trevancoor king in the South, no occasion had arisen to confer with him regarding the discharge of the debt of Attinga. N:o 40: Extract from the Report submitted by Sweers de Landas and three political members concerning their investigation made into the Cochim Trade Books, dated 15th of February 1768, regarding the outstanding debt entries, in which was also shown the debt of the Queen of Atingen and her merchants, which are considered desperate unless the king of Trevancoor satisfies the same according to the agreement; likewise the captured cannon and mortars, to an amount of [illegible]. N:o 41. Extract from the Secret Missive from Cochim to Batavia written on the 28th of March 1764, by which it appears that the king of Trevancoor, at the insistence of the Lord Commander, had promised to satisfy the debt of Atinga whenever copies of the proofs thereof were delivered to him. 42: Extract from the Secret Missive from Cochim to Batavia written on the 20th of September 1765, containing that the Lord Commander had spoken with the Dellawa of the King of Trevancoor concerning the negligence in satisfying the Atinga debt and of the amount of ƒ 42021. 18. 8., on which he had already paid ƒ 30229. 13. 8., and received for answer that he had no knowledge of that matter, but would confer with his Master about it and subsequently send an answer concerning it. N:o 43. Extract from the Secret Letter from Batavia to Cochim written on the 17th of September 1765, showing thereby that Their High Excellencies trust that through the good friendship and shown accommodating attitude to the king of Trevancoor, he will settle the still outstanding disputes between him and the Honourable Company. 44: Extract from the Missive from Batavia to Cochim written on the 8th of November 1765, ordering to keep alive the claim of the Coilan farmer, the payment of the Atinga debt, and the determination of the limits of Bitsjoer and Saint Andries. N:o 45: Extract from the Secret Missive from Cochim to Batavia written on the 15th of April in the year 1766, stating thereby that the Ministers, pursuant to Their High Excellencies' order, shall attempt to terminate the outstanding matters between Trevancoor and the Honourable Company, such as the satisfaction of the Atinga debt, the restoration of the altered boundary line of the limits at Bitsjoer and Saint Andries, and the claims of the Coilan farmer. 46: Extract from the Notes of Governor Christiaan Lodewijk Senff regarding what occurred and was transacted with the King of Trevancoor, dated 25th of February 1770, containing that, speaking with the envoy of the aforementioned king about the satisfaction of the debt of Atinga, he had declared he knew no otherwise than that it had already been paid, but, being convinced of the contrary, had undertaken to confer with his Master about it; that the King thereupon wrote that the debt was settled at the time of Commander Cunes with the envoy Loko Moessa, and that he would look up that account and have it delivered. N:o 47: Extract from a translation of a Malabar letter written by the King of Trevancoor to Governor Senff on the 19th of January 1770, in which that prince says, as is cited above, that the debt of Attinga was already settled at the time of Mr. Cunes. 48: Extract from a Letter by Governor Senff written to the Prime Minister of the King of Trevancoor on the 14th of February 1770, stating thereby that the aforementioned prime minister was further conferred with in order to make an end of the settlement of the debt of Attinga. 49: Extract from the Secret Missive from Batavia to Cochim written on the 3rd of August 1770, in which Their High Excellencies approve that Governor Senff has earnestly insisted with Trevancoor upon the settlement of the debt of Attinga, and desire at the same time to be informed of the difference between the statement of Commander De Jong and that of the Visitor General. N:o 50: Extract from an ola written by Governor Senff to the King of Trevancoor on the 19th of December 1770, giving to understand thereby to that king that having spoken with his State Ministers about the debt of Attinga and other things, matters had progressed so far that

Dutch transcription

de aanhouding van 13000 „ bij afreekening met Trevan„ Coor voor de schuld van Attinga, dog bedugt waaren, of de toegezonde memorie uijt de Negotie Boeken, den koning accrediteeren zal„ begeerende Overzulks te weeten, of gem: bedraagen aan„ gehouden of terug gegeven is. N:o 37: Extract Secreete Missive van Cochim na Batavia Gesch: den 24. maart 1755; waar bij komt te blijken„ dat de aangehouden 13000: Ropias aan den koning weder terug gegeven zijn, om dat den selven de Memo„ rie uijt de Negotie Boeken niet heeft willen aan„ merken, als een authenticq bewijs van dat debet, dog dat wegens het verovert Canon net met toestemming van dien koning, ingehouden zijn ƒ 9900. –. N:o 38: Extract Secreete Missive van Cochim na Batavia gesch: den 24. Julij 1762. , behelschende dat de vereffening der schuld van Attinga Geen Gevolg heeft kunnen neemen, om dat den koning van Trevan„ „coor van Angecaimaal direct na zijn Hof vertrocken, was, voor dat 's Comp:s weegen Gecommitt:s tot hem had„ „ „den kunnen werden gesonden. 39. Extract Secreete Missive van Cochim na Batavia Gesch: den 31. Maart 1763. in houdende Commu„ nicatie, dat door het Conti„ „nueele verblijf van den Trevan Coorse ren aan„ art tic on met N:o 40: Extract uijt het Berigt door den „ Sweers de Lan„ das en drie politique Leeden overgelegt, nopens hun gedaan onderzoek, bij de Cochimse Ne„ gotie Boeken, ged:t 15. febr: 1768. „Rakende „kapens de openstaande debet posten, waar bij ook aan„ „gethoond werd, de Schuld van de Koninginne van Atingen en der selver kooplieden, „welke ken voor Disperaat gehouden werden, ten zij den koning van Trevancoor, volgens ac¬ coord deselve voldoed; gelijk meede het verovert Canon en Mortieren, tot Een Trevancoorse koning om de Zuid, geen occasie voor gekoomen was, om den selven over de afdoening van de schuld van Mttingj onderhouden. Montant secunde N:o 41. Extract Secreete Missive van Cochim na Batavia Gesch: den 28: Maart 1764: bij welke komt te blijken, dat den koning van Trevancoor, op het aanhouden van den heer Commandeur beloofd had, de Schuld van Atinga te zullen voldoen, wanneer Copia bewijsen daar van, aan hem besorgt wierd. „ 42: Extract Secreete Missive van Cochim na Batavia Gesch: den 20: 7ber: 1765. behelschende, dat den heer Commandeur Den Dellawa van den Koning Trevancoor had gesprooken, over de nalatig„ heijd in het voldoen, van de Atingase Schuld, en van den montant van ƒ42021. 18. 8. waar op al bereets ƒ30229. 13. 8. betaalt had, selven g ng van ingen tant non N:o 43. Extract Secreete Brief van Batavia na Cochim Gesch: den 17. 7ber: 1765. , blijkende daar bij, dat vyn Haar Hoog Edelens vertrou„ „wen, dat door de Goede vriend„ schap en betoonde Gerieflijkhed aan den koning van Trevan„ „coor, den selven de nog onafge„ „daane Geschillen tusschen hem, en D'E: Comp: zal afmaaken. „lecrgete 44: Extract Missive van Batavia na Cochim gesz: den 8. November 1765. , Ordonneerende, de pre„ tentie van de Coilanse-pagter, selven tot antwoord bekomen, dat hij geen kennis van die zaak had, maar dat daar over zijn Meester onderhouden en vervol„ „gens derwegens andwoord Zenden. de de betaling der Atingase schuld en de bepaaling der Limieten van Bitsjoer en S:t Andries Levendig te houden N:o 45: Extract Secreete Missive van Cochim na Batavia Geschreeven den 15. April a:o 1766. Consteeren„ „de daar bij dat de Ministers in Gevolge Haar hoog Edelens ordre tragten zullen de uijt„ staande zaaken tusschen Tre„ „vancoor en D'E. Comp:, als de voldoening der Atingase schuld, het herstellen der verzette Grensscheijding vande Limieten te Bitsjoer en S:t: Andries, ende Pretenties van den Coilanse Pagter te termineeren 46: Extract uijt de Aanteekeningen van den heer Gouverneurs Christiaan a 7ber: trou„ heid na a gter, de —. Christiaan Codewijk Sen J nopens het geen voorgevallen en verhandelt is, met den Koning van Prevancoor Ged:t 25. febr: 1770. , behelschende, dat met den afsendeling van gem: koning over de voldoening van de schuld van Atinga spreekende, de¬ „selve betuigd had, niet an„ „ders wiste die was reets betaald, dog van 't tegendeel Overtuigt zijnde, aangenoomen had, zijn Meester daar over te onderhouden, dat den Koning daar op heeft ge„ „schreeven, dat de Schuld ten tijde vanden Command:r Cunes, met den afsendeling Loko Moessa vereffent was, en dat die reekening zoude opzoeken en be„ sorgen laten No: 47. N:o 47: Extract uit Een Translaat Mallabaarse briev, geschreeven door den Koning van Trevancoor, aan den heer Gouverneur Senff den 19: Januarij 1770; waar bij dien vorst zegt, zoo als hier boven is aangehaalt, dat de Schuld van Attinga, al ten tijde van de Heer Cunes vereffent is. 48: Extract Brief door den heer Gouverneur sentf„ aan den Eersten staats„ Minister van den Koning van Trevancoor Gesch: den 14. febr: 1770:, Consteerende daar bij dat gem: staats-ministers nader onderhouden is Ge„ „worden, om een eijnde te maken, met de afreek: der Schuld van Attinga: 49: Extract secreete Missive van Batavia na se sen en ing febr: ng schuld Over a d ing 4 na Cochims Gesch: den 3. aug:s 1770, waar bij Haar hoog 177 Edelens approbeeren, dat den heer Gouverneur Senff ernstig heeft aangedrongen bij Trevan„ „coor, op de vereevening der schuld van Attinga, en begeeren teffens g'informeerd te zijn, van het different tusschen de opgaav vanden Commandeur De Jong, en die vanden Visitateur Generaal. N:o 50: Extract uijt een ola, door den Heer Gouver„ „neur Sent, aan den Koning van Prevancoor Geschreeven den 19: xber: 1700, gevende daar bij te kennen aan dien koning, dat met desselvs Staats Ministers, over de schuld van Attinga en andere dingen gesproken hebbende, zoo verre gevorderd was,

NL-HaNA_1.04.02_10299_0425 view scan ↗

English

Number 51: Extract from the Resolution taken in the Council of Mallabaar on the 1st of March 1771, by which it is known that the Lord Governor Serff had placed the amount concerning the debt of Attinga to the account of the King of Trevancoor, and that it has been undertaken by the Lord Commander Moens to attempt to get that debt settled, but without placing it directly on the account of that King this time. 52: Extract from the Secret Letter from Cochim to Batavia, written on the 30th of March 1771, by which it is made known that the Lord Governor has caused the account of the King of Trevancoor to be charged with the debt of Attinga, amounting to f 464782. 53: Extract from the Native Daily Register under the date 5 April 1771, containing the serious admonition that the Lord Commander caused to be given to the King of Trevancoor to settle the debt of Attinga. 54: Extract from the Native Daily Register under the date 19 April 1771, by which it appears that finally the King of Trevancoor approached and caused a declaration to be made that the debt of Attinga was not yet settled, but requests a term of 10 years to pay the same. Number 55: Extract from the Native Daily Account under the date 22 April 1771, containing that the debt of Attinga was discussed further once again with the emissaries of Trevancoor. Number 56: Extract of a letter written by the Lord Commander Moens to the King of Trevancoor on the 23rd of April 1771, by which the Commander expresses his satisfaction with the declaration of the King that the Attinga debt is not yet settled, and that His Highness gives a promise to settle it. The 20th of October, Anno 1778 Jochum Jot Sannicken Clerk Number 1. Extract of a Letter from Cochim to the Motherland, written the 26th of December, Anno 1694. Particularly the settlement of the differences that have dragged on for so long with the Queen of Attingen concerning breaches of treaty, including the calling in and admitting of the English into her realm for the continuation of a free trade, as well as many other improprieties and acts of violence repeatedly inflicted upon the Honourable Company, both by the arresting and detaining of several passing vessels and goods of the Company as well as an elephant, which had been sent over from Jaffanapatnam on the Company's behalf by the Zamorin, and lastly, which weighs the heaviest, the despoiling and plundering of the Company's lodge at Tengapatnam, belonging under the realm of Trevancoor, the outermost southern boundary mark of this our Commandery, having occurred on the 28th of August of this year by order and command of the aforementioned stubborn Queen, causing that dwelling or place of residence to be swiftly surrounded by a Regiadore and 50 armed Nairs expressly dispatched for that purpose, and furthermore carrying off by force as plunder all of the Honourable Company's assets and effects consisting of: 3257 Rixdollars in cash 809 lb net tin 1001 lb ditto spelter 20 pieces Chianderwanis 20 ditto Roedeawanis Besides the household furniture amounting in money to f 108: 8: 12, and our Resident Johan Bartels remaining inside there as a prisoner, without knowing by whom among the Company's servants cause might have been given for such a presumptuous deed and overt hostile action. For when we approached the King of Travancore named Kelorma by way of protest, as the matter took place within his territory, he absolutely denied having any knowledge whatsoever of what had transpired or having permitted the same. Consequently, it must necessarily have occurred by command of the Princess of Attinga, and we do not hold the slightest doubt thereof, knowing her fickle nature and unrestrained conduct, having cast aside all reason, modesty, and respect for the Honourable Company and retaining no further fear; for which she would well deserve a lawful punishment or a severe rebuke. But just as their High Excellencies in Batavia would prefer to see and have been pleased to recommend to us that the discrepancies and disagreements with the Malabar rulers be assuaged and accommodated through good management, by way of amicability rather than the use of weapons, as best accords with the interest of the Honourable Company and mercantile style, which is indeed truly the case and must be understood and carried out by us; the Commander has thought proper, in order to attain that good aim and in observance of their High Excellencies' aforesaid intention, to send an ola letter to that Princess, upon communication with the Council.

Dutch transcription

N:o 51: Extract Resolutie genomen in Raade van Mallabaar op den 1=ste Maart 1771. bij welke bekend staat, dat de heer Gouverneur serff, het bedragen wegens de Schuld van Attinga, op de Reekening van den Koning van Trevancoor gesteld had, en dat door den heer Commandeur Moens aangenoomen is, te zullen tragten die Schuld voldaan te krijgen; dog sonder de„ „selve ditmaal nog direct op Reekening van dien koning te stellen. 52: Extract Secreete Missive van Cochim na Batavia was, dat de peper Reekening Gesloten konde werden, en versoekt daarom den reek: houder. rd n die ve e an elvs Re erd ge„ G: 3 3: 54. Geschreeven den 30: Maart 1771; waar bij te kennen word: ge„ „geven, dat den Heer Gouver„ „neur, de Reekening van den koning van Trevancoor, heeft laten belasten, met de schuld van Attinga, groot ƒ 464782: Extract uijt het Jnlands Dag register onder dato 5. April 1771. vervattende, d'ernstige aan„ „maninge die den Heer Commandeur, den koning van Trevancoor heeft laten doen, om de schuld van Attinga af te maken. Extract uijt het Jnlands Dag, registe„ onder dato 19: april 1771. waar bij blijkt, dat eindelijk den Koning van Trevancoor bij gekoomen is, en ver„ „klaaring heeft laten doen, dat N „ 56: N:o 55: Extract uijt het Jnlands Dag verhaal„ Onder dato 22: april 1771:, behelschende, dat met de zendelingen van Tre„ „vancoor nog eens nader gesprooken is, wegens de Schuld van Attinga. Extract Missive door den Heer Commandeur Moens, aan den koning van Tre„ „van Coor geschreeven den 23. April 1771. , waar bij den Commandeur zijn genoegen betuigt, over de verklaring van den Koning, dat de Attingase dat de schuld van Attinga nog niet was voldaan, dog verzoekt een Termijn van 10: Jaaren, om dezelve te voldoen schuld 71. ul 782:— ter ster ik schuld nog niet voldaan is, en dat zijn hoogheijd be„ lofte geeft, die te zullen vereffenen Den 20 e. october Anno 1778 Jochum Jot Sannicken Clerc Extract Brief van N„o 1. Bijsonderlijk het afdoen der zoo lan„ „ge Gedraalde verschillen met de koninginne van Attingen, over bond breuke, met het inroe¬ „pen en admitteeren der Engelse in haar rijk tot eer voortsettinge van een vrij negotie, als veel andere onbehoorlijkheeden en Gewelde warijen meer, succes„ „sivelijk D' EComp: toegebragt, zoo wel door het arresteeren en aanhouden van verscheijde sComp:e passeerende vaertuijgen en Goederen mitsg:s een Eliphant, welke door den Sammorijn Comp:s weegen uijt Iaffanapatnam overgezonden was, en Laastelijk 't gunt wel 't swaarfte komt te weegen het spolieeren en uijt plunderen van des Comp: Logie tot Jengapatnam, gehoorende onder het Reijck van Trevancoor de uijtter„ „ste zuijder Limiet paal van dese onse Commandeaije, Geschiet zijnde op den 28: Aug:s dezes Jaars, door ordre en bevel van voorm: halster„ Cochim na 't Patria Gesz: Den 26: December Anno 1694. — rige „rige koninginne, doende door een Ragiadoor en 50: —. Gewapende Nairos ten dien eijnde Expressen aff „gerigt die bewooning ofte Residentie plaatse schielijk becingelen, en voorts alle DEComp: middel en effecten bestaande in 3257. —. rd:s in Contant 809. –. lb: netto Thin 1001. –. d:o spiauter 20. –. p:s Chiander wanijs 20. —. d:o Roedeawanijs Behalven nog de huijsmeubelen bedragende in Gelde - - - - - - - - - ƒ 108: 8: 12: Daar uijt Geweldelijk ten Roove wegh Gedaa„ „gen en onsen resident Johan Bartels als Gevangen daar binnen blijven, zonder te kennen weeten door wien haar onder 'sComp: bedienden reedenen tot zulk een vermeeten daad, en openbaare vijandelijke actie gegeven mochte wezen, want wanneer wij den koning van Jaevankoor genaamt kelorma; als onder wiens Gebied de saake voorgevallen wezende, dier wegen pro„ „teerende= wijse kwaamen aan te spreeken absoluitelijk Jgnoreerde van dat Gepasseerde eenige de minste kennisse ofte tot zulx toe gestaan te hebben dien volgende volgende noodzakelijk door last van de Attingse voorstinne Geschied moeste zijn, en wij ook daar aan geen de minste twijffel stellen, als kennende haar wispeltuurigen Aard, en spooreloose heden, met alle reeden bescheijdenth:d en ontzag voor d'E: Comp: aan een zeijde gesteld en Geen vreese meer overrigh te hebben; waar over wel meriteeren soude een regtmatige straffe, ofte Gevoelige neep, maer gelijcker wijs haar hoog Ed: a: tot Batavia lieft zaagen en ons beliefd hebben aan te bevelen, de discrepantien en onEenigheeden met de Mallab: Landvoasten, door een goede directie, weder bij wee„ „gen van minnelijkheijd dan het gebruijk der wa„ „penen g'assopieert en de verdragen wierden, als best met het intrest van D' EComp:, en koopmans steijl over een komende, het geen ook in der daad zoodanigh is, ende bij ons moet begreepen ende werk„ „stelligh gemaak werden, zoo heeft het den Comman„ „deur Goet Gedacht tot berijck van dat Goet oog with en in observantie van wel gem: haar Hoog Ed: Agtb: intentie een ola brief, met Com„ „municatie van Raade aan die voorstinne te en ddele daagende beda ge door tot zulk actie den Koning wiens wegen pro„ lutelijk minste dien lgende en

NL-HaNA_1.04.02_10299_0432 view scan ↗

English

to be dispatched, having been drawn up in the form of an Insinuation, whereby Her Highness is admonished in gentle terms of her evil deeds as mentioned before, and is requested to return to reason, to give the Honorable Company proper satisfaction, and furthermore to ensure that henceforth a sincere friendship and harmony may be maintained between Her Highness and the General Company according to the contents of the contracts concluded successively, or else to await the misfortunes that were bound to result to the detriment of her realm and subjects. In such manner, Your Right Honorables will find further evidence from the accompanying copy translation of that letter numbered 7, as will also appear from the reply received thereto transcribed under the same number, Her Highness's willing offer to give the Honorable Company satisfaction in all matters, which was also further confirmed and corroborated by the king of Travancore, Kelorma, in his ola written to the Commander on the 13th of this month, which is likewise added here in copy. Which having been taken into consideration by us, and the matters having been well deliberated, we have deemed it advisable, in view of the fact that the king of the Samorin is also interested in the matters regarding the withholding of his elephant, not only to speak with the aforesaid envoy of His Majesty on that account, but also to write to the same upon the dispatching back of that envoy, and to present therewith the offer of the king of Attingal, requesting that His Majesty, in order to come to a treaty, please send hither as soon as possible two of his trusted regidors, since we could not confer with him in person due to the aforementioned impediments, in order to make a wholesome resolution having conferred with one another, and then, proceeding with the matters, to bring them to the best possible conclusion. What decision is now to follow upon this, time will tell, and will be awaited by the Commander, in order then, according to his intention and following the dispatch of this, to transport himself personally to the South, and being present there, to take in hand the required means to settle and resolve the disputes with the Queen of Attingal amicably and in the best manner, which we hope will be followed by good success, and that we shall have the honor of announcing the same to Your Right Honorables at the earliest opportunity, as also that through our mediation the arisen unrest and quarrels between the Princess of Attingal, the free lord Poeloe de Bariatte, and the kings of Kayamkulam and Signatty will be removed, and the parties, having already erupted into hostilities of arms and still continuing, will be reconciled. Written the 4th of January Anno 1695. No. 2. Extract of a Letter from Batavia to Cochin. The further matters contained in your letter of August 25, 1694, to which it had indeed been our intention to provide the necessary answers on this occasion, we have been forced by a certain circumstance to postpone until the next occasion, or to refer to the investigation and findings of our Commissioner, the Honorable Paulus de Roo. Merely adding here only that the treatment by the Princess of Attingal appears to us so outrageous and insolent that the same, without compromising the Company's respect regarding other Malabar princes and grandees, can no longer well be suffered or tolerated. For, besides what has been advised for some time in your successive letters regarding her acts of violence, as our friends in Ceylon have further brought to our notice and as appears in more detail from the accompanying copy letter from the Chief of Tuticorin, Alexander Bergaigne, written to Governor van Rhee and the Council at Colombo on September 5 of last year, she has furthermore dared to undertake to plunder and rob our lodge at Tengapatnam, and to expel our servants from there, wherefore, as said, it will be highest necessity to check her somewhat in that wantonness. However, we shall not prescribe to you the manner and method by this letter, but leave the same referred to the deliberation of our said Commissioner, who regarding this, following the advice taken from the Governor and Council at Colombo, will be able to take in hand what is necessary to the Company's greatest benefit, as has already been ordered and commended to him by instructions for that and the further settlement of the confused matters regarding the Malabar princes and grandees. Extract from the Memoir left by Commissioner Paulus Roo to Commander Adriaan van Ommen, dated April 11, 1695. To speak now of the above in orderly fashion, it should be noted here that the greatest claim is that which the Company has against the Queen of Attingal, and although the same, upon the Insinuation made by you and the sending of the deputies to her court, as well as the mediation of the King of Cochin, will decrease considerably, provided Her Highness complies with and fulfills what she has offered, as the King of Cochin has wished to assure us, it is nevertheless certain that the Company cannot thereby

Dutch transcription

te laten afgaan, Gericht zijnde bij forma van een Jnsinuatie, waar bij haar Hoogh:t in sagte ter„ „men van voor aangetoogen hare kwade bedrij„ „ven vermaand, ende verzogt werd tot de redelijkh:t te keeren, D' EComp: een behoorlijke Genoegh doe„ „ninge te geven, en de wijders te betragten dat voortaan tusschen haar Hoogh:t en de Generale Comp: navolgens den inhoude der succesive opgerichte Contracten, een oprechte vriendschap, en harmonie mogte werden onderhouden, soo niet and:s wilde of wagten, d' onheijlen die ten nadeelen van haer rijck„ en ondersaaten stonde te resolveeren, Invoegen uwEd: Hoog agtb: uijt het nevens gaande Copia Translaat van dien brieff genomb:t 7. nader aankomen te blijcken, als mede bij het daar op bekoomen antwoord onder de zelvde nomber bij een Gecappieert blijcken zal, haar hoog:t bereid„ „willige aanbiedinge om D'EComp: in alles satisfactien tegeven, werdende ook nader bevestigt en de Geconfirmeert van de Trevancoors koning kelor„ „ma bij zijn ola op den 13. dezes aan den Com„ mandeur Gesch: en dezen almede in Copia bij bij gevoegt, het geen bij ons in Consideratie getrocken, en de zaaken wel overlegd zijnde ge „raden hebben g'acht, ten aansien den koning Cammorijn mede in de zaaken is g'intres„ „seert in Cas der onthoudinge van zijn Eliphant met voor gedagten afgezant van zijn magesteijst niet alleen dier wegen te spreeken, maar ook aan den selven met het te rugh depescheeren van dien afgezant te schrijven en de presen„ „tatie van den koning van Attingen daar bij te vertoonen, met verzoek dat zijn Maij:t, om tot een tractatie te komen, hoe Erder best twee van zijne vertrouwe ragiadoors, Jerwijle met hem selfs om voorw:ts Gementioneer„ „de beletselen niet mochten Confereeren, her„ „waarts beliefde afteschikken, om met den anderen G' abouscheert hebbende een hijlsaam besluijt te maken, en dan met de saken voortvarende daar van ten beste doenelijk een Eijnde temaken; wat bescheijd nu nie lde k der ctie kelor„ Copia nu daar op staat te volgen, zal den tijd Leeren, en zal bij den Commandeur werden af „gewagt om als dan na zijn E: voorne¬ „men; en het afvaardigen dezes, zigh, per„ sonelijk na de Zuijt te Transporteeren en aldaar aanwesende, de verEijschte midde¬ „len bij der hand te nemen, de Geschillen met de Koninginne van Attingen inder„ „minne, en bestervoegen bij te Leggen en te beslissen, en 't welk wij willen verhoopen van een goed succes zal achter„ „volgt werden, en wij d' eere zullen hebben uwE: Hoog Agtb: sulx ten naasten te mo„ „gen verkondigen, gelijk ook dat door onse mediatie de onstaane onsusten en krach „len tusschen de voorstinne van Attingen den vrij heer Poeloe de Bariatte, de koningen van Calicoilan en signatij, zullen wegh genomen, en de parthijen bereijts tot feitelijkheit van Gesch: den 4. Januarij Anno 1695. N„o 2. van wapen en uijt Gebarsten zijnde, en nog Continueerende te doen vereenigen Extract Missive van Batavia na Cochim De verdere saaken begreepen in UE: missive van 25: Augustus 1694. waar op onse Jntentie wel geweest is het noodige bij dese gelegentheijd meede te antwoorden, zijn wij door sekere toeval genoodzaakt geworden tot de naaste Gelegentheijd uijt te stellen, of wel aan het onderzoek en bevindinge van onsen Commis„ „ saris D'E: Paulus de Roo te defereeren: Eenelijk hier nog maar bij voegende, dat ons de behandelinge van de vorstinne van Attin„ „gen, soo buijten sporig en stout te vooren komen, dat dezelve behoudens 'sComp: respect omtrent heit i van omtrent andere Mallabaarse vorsten en Grooten, niet wel Langer Geleden ofte Gepasseert zullen konnen werden: hebbende deselve boven 't Geene in UE: successive brieven van haare Geweldenarijen nu Eenigen tijd Ge=advisseert is, volgens 't geen ons de vrunden op Chijlon nader ter kennisse hebben Gebragt, en bij het nevens gaende Copia briefje van het opperhooft tot Tutucorijn Alexander Bergaigne, aan den Gou„ „verneur van Rhee en raad Tot Colombo Gesz: den 5: 7ber: des voorleeden Jaars, omstandiger komt te blijken, nog derven ondernemen onse Logie tot Tengapatnam te spoljeren, en te beroven, mitsgaders onse bediende van daer te verjagen, waarom het dan als gezegt ten hoogsten no„ „dig zal zijn haar in die Baldadigheijd eens wat testutten dog waar toe wij UE: de wijse en maniere bij deesen niet en sul„ „len voorschrijven, maar dezelve gedefereert laten aan het over„ „leg van Gem: onsen Commissaris, dewelke dien aangaen de na Jngenomen advis van heer Gouverneur en raad tot Colombo, het noodige tot 'sComp: meeste nutte zal konnen ter hand nemen, Gelijk hem dat ende verdere vereffeninge van de verwarde saaken omtrent de Mallabaaase vorsten en Grooten, reets bij Jnstructie g'ordonneert en aanbevoolen is Extract Extract uijt de Me„ N„o 3. morie door den heer Com„ „missaris Paulus Roo nagelaten aan den Command:r Adriaan van Ommen Gedateert 11. April 1695. —. Om nu van het voorenstaande met ordre te spreken, staat hier te noteeren, dat de Groot„ „ste pretentie is, de Geene de welke De Comp: heeft tegen de Koninginne van Attinga en hoe wel dezelve op de door UE: Gedaane Insinuatie en het senden der gecommit„ „teerde aan haar hof, als bemeddeling van den koning van Cochim, al vrij veel vermin„ „deren zal, bij aldien Haar Hoogheijd nakomt en voldoet 't geen zij heeft aange„ „presenteert, gelijk ons den koning van Cochim dat heeft willen verzeekeren, soo staat Egter vast, De Comp: daar mede niet , in den hooft gou„ 7ber: van te stullen sul„ over„ aen h -

NL-HaNA_1.04.02_10299_0438 view scan ↗

English

No. 4. shall not be fully indemnified for the suffered damage, nor satisfaction given for the received affront and insult at Tengapatnam and Pottate, wherefore Your Honor, upon the arrival of Her Highness's envoys at Cochim whom she has promised to send, must stand with earnestness upon the point of full satisfaction. Extract of a letter written from Cochim to Batavia, 27 February A:o 1695: Hereinbefore we briefly mentioned that we would report to Your Right Honorable Excellencies with humble submission regarding the design against the Queen of Attinga, wherewith we now make a beginning and state that this malicious Queen did not hesitate on 28 August of the recently departed year to have the Company's lodge and effects at Tengapatnam violently despoiled and carried off as plunder by two aagiadoors and fifty armed Nairos, and to keep our Resident Johan Bartelsz: as a prisoner inside the lodge amidst countless insults and affronts, as well as the plundering and robbing of his goods, without our being able to comprehend the reason Her Highness had for this hostile action or that any had been given by any of the Company's servants. And therefore the Political Council at Cochim, as this lawlessness occurred within the territory of Trevancoor, dispatched an ola in the form of a protest to King Keloama, and therein demonstrated that whereas we had hoped, according to His Highness's great promises, that the contract recently concluded between the Right Honorable Lord Commissioner Hendrik Adriaan van Reede and His Highness would be firm and enduring, it is now seen to be entirely frustrated and trampled upon by these doings, while at present His Highness has even greater power to preserve the same than the Queen, seeing that upon the demise of the King of Trevancoor, being absolutely confirmed in that majesty, he wielded the scepter over that realm, and consequently could well have prevented such things if it were otherwise to be believed that it was executed by order of the Queen without the knowledge of His Highness; requesting, since Tengapatnam is subject to the realm of Trevancoor, that an exemplary punishment be enacted upon the perpetrators, and all the stolen goods, consisting of the following, namely: 3257. —. Rds in cash 809. –. lb net tin 1001. –. do spelter 20. –. pieces Chianderwanijs 20. —. pieces Roederwanijs besides also the household furniture amounting in money to ƒ 108. 8. 12., be restored to the Honorable Company along with the lodge, free of cost and damage, and thus satisfaction be made. However, the Council received in reply, amidst protestations of his affection and desire to maintain a good harmony, that his mother, as the southern Malabar princes commonly title the Queen of Attinga, having learned that the servants at Coilan had suddenly thrown up and erected a stronghold or saramb provided with cannon pieces, had become so inflamed with anger over it that she caused the lodge at Tengapatnam to be robbed and disturbed the Company's established possession. This being truly a very frivolous and ridiculous pretext, for nothing was ever less thought of anywhere than making a stronghold or saramb, or that the Honorable Company had ever entangled and involved itself between the quarreling parties, namely Signattij and Poela de Barietta, as was first alleged: that our jola Johan Fernando was supposed to have shot or cannonaded at the stronghold of Poela de Barietta, as appears more fully from the accompanying extracts of the letters between the Political Council and the servants at Coilan, as well as the olas exchanged with some princes in this regard, marked No. . Meanwhile, we consider it to be our duty to give Your Right Honorable Excellencies, with deep respect, some information and report regarding these disputing parties, the Queen of Signattij on the one hand and Poela de Barietta on the other, for the greater elucidation of this matter, as well as how the ruler of Calicoilan managed to join in this game, namely: the realm of Peritalij was, so to speak, split and divided into two lordships, the one Peritalij, the other Eledenta Sourewaan. Over the latter, after the death of the lawful rulers, a war having arisen between the King of Trevankoor and Signattij, as both claimed to be entitled, the same was settled through the mediation of the King of Calicoilan, with the understanding, however, that Trevancoor as the first, and Peritalij as the second in rank and territory should rule over that part. And this alliance remained firm until the recently deceased King

Dutch transcription

N o 4. niet ten vollen Gegarandeert zal wee¬ „sen van de Gelede schade nog Genoeg Gedaan over de ontfange Zoon en Smaat op Tengapatnam en Pottate, weshalven uE: bij aankomste van haar Hoog heijds Gezanten tot Cochim die zij be„ „looft heeft te zenden met ernst op het poinct van volle satisfactie moeten staan. — Extract Grief van Cochim na Batavia Geschr: Den 27: Februarij A:o 1695: Hier voorwaarts hebben wij met een woord aangehaald, van het dessein tegen de komin „ginne van Attinga uhoog h Ed:e Agtb: onderdanigheid te zullen berigten, waar meede dan een aen -: aenvank maaken en seggen, dat die quaa„ tige koning: sigh niet ontsien heeft op den 28: Au„ „gustus des Jong afgeweeken Jaars sComp: Logie en effecten tot Tengapatnam, door twee aagia„ „doors en vijftig gewapende Nairos geweldelijk te laten spoljeeren en de ten roove wegh„ „draagen, en onsen Resident Johan Bar„ „telsz: binnen de Logie, onder ontalijke smaet„ „heden en Hoon, mitsgaders het plunderen en ro„ „ven van zijn goederen, als gevangen houden, sonder dat wij niet konde besetten, de Reeden die haar hoog:d tot dese vijandelijke actie gehad heeft of door ie„ „mand van 'sComp: dienaren, gegeven te zijn, en dierhalven heeft den politicquen Raad tot Cochim als zijnde dese spooreloosheijt Geschied onder het gebiet van Trevancoor aan den koning keloama een ola bij forma„ van protest, afgevaardigh, en daar bij verthoons dat wij verhoopt hebbende, volgens zijn hoog:s groote beloften het onlangs opgerigte Contract tusschen den Hoog Edele heer Commissaris Hendrik Adriaan van Reede en ief hr: rij konin b: in dan n een en zijn hoogheijt vast, en bestendig te sullen wesen nuu door dit Gedoente te eenemaal verijdelt en onder de voet te sien, daar het nog thans sijn hoogh:t tegenwoor„ „dig meerder magt hadde om 't selve te Conserveeren als door de Koninginne mits het afsterven van den koning van Trevancoor, absoluit in die maij:t bevestigt zijnde, den shepter over dat rijk swaaijde, ende dien volgende zulx wel hadden konnen verhinderen soo soo het maar anders te geloven was, dat het door Last van de koninginne buijten kennisse van zijn hoog:t is uijt gewaocht geweest, met verzoek de „wijl Tengapatnam onder het rijk van Trevanck Portabel is, een Exemplaare straffen te statueeren over de daad schuldige; ende al 't Geroofde bestaan in 't volgende Namentlijk. 3257. —. Rd:s in Contant 809. –. lb: netto Thin 1001. –. d:o spiauter 20. –. p. s Chianderwanijs 20. —. „ Roederwanijs. — Behalven Behalven noch de huijs meubelen bedragende in gelden - - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ ƒ 108. 8. 12. Aan D'E: Comp: met de Logie kost, en schadeloos te restitueeren, ende alzoo genoegh te doen, maar den Raad kreegh weeder ten antwoord onder betuijging van zijn Genegentheijd, ende wensch om een goede har„ „monie te onderhouden, dat zijn moeder /:hoedanigh d' zuijder mallabaarsz: vorsten de koninginne van Attinga, in 't Gemeen tituleeren:/ verstaan hebbende dat de bedienden tot Coilan op 't staand een vastigh:t of sa„ „ramb, met Canon stukken voorsien hadde op Gewor„ „pen en Gemaakt, daar over soodanigh in toorn ont„ „steeken was geworden, zij d' Logie tot Jengapatnam heeft laaten berooven, en 'sComp:s vaste possessie ont„ „rusten, sijnde dit voorwaar een seca frivool en redi„ „culeux pretexen, want nooijt is 'er ergens op min„ „der Gedagt, als op het maaken van een vastigheit, off Caramb, dan wel dat D' E: Comp: tusschen d' twis„ „tende partheijen Namendlijk signattij en Poela de Barietta, sigh ooit hadde ingewikkelt, en ingelaa„ „ten gelijk eerst het voorgeven was; dat onsen Jola Johan Fernando, op de vastigheijt van Poela de Bariatte wesen, nu den woor¬ eeren estigt dien zijn bestaan alven Barietta: soude geschooten off Gecannoneert gehad hebben, breder Consteerende bij d' nevens gaande Extracten der brieven tusschen den politicquen raad ende de bediendens tot Coilan, als d' olas met eenige vorsten dierwegens verwisselt; Geteekend N:o . —. agtende ondertusschen onse pligt te wesen u hoog:t Ed:s Agtb: va dese optwistende parthijen de koninginnen van signat„ „tij ter Eenre en Poela de Barietta ter ander zijde, met diep respect eenig kondschapp, en berigt tot des te meerder Eulucidatie van dese zaak te ge¬ „ven, als hoe de Calicoilander sig in dit spel mede heeft weten te voegen, namentlijk het rijk van peritalij was soo men wilde, Gesplits, en verdeelt in twee heerschappijen, d' eene peritalij d'andere Eleden „ta Sourewaan, over welke Laatste na het afsterven van de wettige beheerders oorlogh tusschen den koning van Trevankoor en signattij, als beijde sustineerde ge„ „regtigd te wesen ontstaan zijnde, is dezelve door be„ „middeling van den koning van Calicoilan g'assopieert met dien verstaande Egter dat Jacvancoor als de Eerste, en peritalij de tweede in rangh en gebiet over dat gedeelte soude heerschen, en dit verbont is, soo lan„ „ge bestendig Gebleven, tot dat den Jongst aflijvigen koning

NL-HaNA_1.04.02_10299_0443 view scan ↗

English

king of Peritalij had mounted the throne, who through his courage and political governance annexed to his crown not only this province but also the realm of Trevankoor; and since this prince had no legitimate successors, he in the beginning adopted for that purpose several princes from the house of Moetang situated in the realm of Cochim. However, afterwards, considering their power to be small and the estates of the realm to be fickle and unstable, and also foreseeing that the ambition of the princess of Attinga was increasing ever more and thereby anticipating a decline of the realm, he chose, in addition to those princes of Moetan, several others from the neighboring realm of Signattij. In the meantime, the queen of Attinga, being forced to look upon these proceedings with a favorable eye, only waited for a suitable advantage and then to play a trick on the princes of Signattij that would not be easy to compensate for, as indeed happened; for, the king of Taevancoor having departed this life and gathered himself with his ancestors, the queen of Attinga presented herself with an [illegible] army on the soil of Peritalij. Against this, the princes of the deceased's realm and the Rajah of Calicoilan, being the Maijpa or Mombaar of Signattij, also joined together in order to stem the advances of Attinga at the outset, which after much squabbling vanished into smoke again; since the mourning ceremonies, through which the heir must prove to be entitled to the realm according to the laws of this country, had to be celebrated immediately after the decease, just as after great disputes, too long to discuss in this document because each of the competitors strived eagerly for it, the matter was finally brought so far that king Kelorma, under promise to take up arms against the realm of Calicoilan and Signattij, was invested, absolutely confirmed, and recognized as king of Taevancoor and Peritalij by the queen of Attinga. And the other parties, now seeing that the power of the queen was greatly increased by this, took their retreat to Coilan; whereby the queen, having no invasion to expect, not only contented herself with the possession of these two realms, but ordered ordered King Kelorma to march with an army to the frontiers of Attinga, being the lands of Poela de Barietta, who is a tributary or feudal prince of the realm of Attinga, and to attack the Rajahs of Calicoilan and Signattij. For this purpose, Her Highness arrived in person at Coilan de Sima with a considerable force. However, the skirmishes that occurred between the two sides brought little advantage to Her Highness, and consequently served to bring little glory to such a quarrelsome woman. Yet, to preserve the same unblemished, the shame was shifted onto the cowardice of her general, and the enemies, without any further encounter of significance, each remained in their stronghold; the fortress of Signattij lying a musket shot, and that of Poela de Barietta, or rather the King of Attinga, a cannon shot from our fortresses. In such manner affairs stand to this day in South Mallabaar, wherein the English, of whom mention will be made hereafter, who possess a permanent holding at Bettae and Ansjenga, have in these troubled waters seized and gathered the bulk of the pepper falling here. All of this, along with the arrival of the Commander here on the coast, has induced us, in compliance with your Highly Honorable Lordships' deeply revered orders contained in the instructions of the late Commissioner Blom, to serve notice by ola upon the Queen of Attinga to give the Honorable Company satisfaction for so many inflicted adversities and open hostile acts contrary to the established contracts and treaties, so that henceforth good harmony might be maintained between both and continued on friendly terms. To this, Her Highness answered us that she was willing to do so, requesting that several envoys and experienced men on behalf of the Company and the realm of Cochim be sent to Her Highness to settle the matters. This we embraced, judging that this opportunity, which seemed favorable to see the Company's authority honorably restored, ought not to be neglected, but that the Commander, under the pretense that the Honorable Company had now finally become in earnest over the so frequently inflicted affronts and adversities with Her Honors' vessels at sea and textiles at

Dutch transcription

koning van Teritalij op den troon was Geklommen, wien door zijn manmoedigheijt en politicq bestier niet alleen dit Landschap maar ook het rijk van Irevankoor aan zijn kroon heeft Gehegt, en alzoo deesen prince geen wettige successeurs hadde, heeft bij daar toe in den beginne eenige princen uijt het huijs van moetang in 't rijk van Cochim Gelegen, g'adopteert, maar naderhand Considereerende hun magt Gering en de rijck-stenden veranderlijk en onbestendigh te wesen, ook dat de heer schrugt, van de Atingse vorstin„ „ne hoelangs soo meer, accresseerende, en daar door een verval van het rijck voorsiende, koos hij, ne„ „vens die princen van Moetan noch eenige andere uijt het naast geleegen rijk van Signattij, in tusschen de koninginne van Attinga dit Gedoente met goede oogen genoodzaakt zijnde te beschouwen, wagtede eene„ „lijk na een bequaame advantagie en thans om de princen van signattij een trek te speelen dat niet ligt te Compenseeren soude weezen, Gelijk ook ge„ „schiede, want; de koning van Taevancoor dit Lee„ „ven verlaaten, en sig bij zijn voor ouderen versamelt hebbende, verthoonde d' Atingse koninginne zig met een C Leir Eleder sterven ning van Ge„ door be„ pieert als de ove dat soo lan„ lijvigen ing Heirkragt op den booden van peritalij; waer tegen sig de princesn van des overleedens rijk, en den Ragia„ van Calicoilan, als Maijpa off Mombaar van signattij zijnde, meede te samen Conjangeerende, om de progressen van Atinga, in den beginne te stutten, 't Gunt na veele haspelings, weder in rook verdween; vermits de rouw Ceremonien, waar door den erfgenaam moet doen blijken tot het rijk Geregtigt te weesen volgens dees Lants wetten ten Eersten na de aflijvigheit, moes„ „te Gecelebreert werden, Gelijk na Groote Stribbelings /:te Lang om in deesen te verhandelen, dewijl een ie„ „der van de Competiteurs om 't seerst daar na ston„ den:/ Eijndelijk het werk soo verre is Gebragt, dat den koning kelorma onder belofte van de wapenen tegen 't rijk van Calicoilan, en signattij op te vat„ „ten door de koninginne van Attinga tot koning van Taevancoor en peritalij Gehult, absoluitelijk bevestigt en daar voor eakent Geworden is ende andere phaa„ „teijen nu siende dat de magt van de koninginne hier door seer vermeerdert was, namen hun retrait na Coilan; mits welken de koninginne Geen Jnvasie te verwagten hebbende haar niet alleen met de possessie van dese twee rijken vergenoegde maar beval beval den koning kelorma met een Leger na de fron„ „tieeren van Attinga, zijnde Landen van Poela de Barietta, wien een Chijnsbaar off dienst Appter vorst is van 't dijk van Attinga, te trekken ende Ragias van Calicoilan, en signaltij te attaqueeren, ten welken Eijnde haar hoogh:t selfs in persoon op Coilan de Sima, met een aansienelijk magt was gekomen, maar de schermutselingen, tusschen beide voorgevallen, is voor haar hoogh:t van weijnig advantagie geweest, en dien volgende strekken voor soodaanige kreigelige wijff tot weijnig Glorie om dezelve Egter ongekreukt te houden, wierd de Schanden op de Lafhartigheijt van haar velt over„ „ste Geschooven, en de d' vijanden, zonder verdere rescontre van Eenigh belangh, een ieder in sijn vastigheijt Gebleeven; Leggende de sterkte van signattij een musquets, en die van Poela de Ba„ „rietta, off Liver koning van Attinga een Canon schoot van onse fortressen; dusdaanigh staen tot heden de zaaken op Zuijder Mallabaar, en waar onder de Engelsz: /: waar van in 't vervolg zal werden gewaagt :/ die een vaste possessie op bettae gens moes¬ it ston„ dat gt inne trait asie t maar den bettae en Ansjenga besitten, in dit troubel waater het Gros van den pper: alhier vollende aangeslaagen en ingezaamelt hebben, welk een en ander met den komst van den Commandeur alhier ter Custe ons heeft Gepermoveert in naarkominge van uw hoog Ed: Agtb: groot g'agter ordre in de instructie van den heer Commissaris Blom, zaliger vervat, de koninge en Attinga bij Ola te Insinueeren, D' E: Comp: over soo veel aangedaane weder waardigheeden, en open „bare vijandelijke acties strijdig tegen de opgeregt Contracten en verbonden, Genoeg te doen, op dat voortaan, een Goede harmonie tusschen beijden mog „ten onderhouden, en in een goet verstant geconti„ „nueert werden, waar op haar Hoog: ons antw=de sig daar toebereijtwillige te wesen, met verzoek eeni „ge gezanten en Ervaren mannen van 'SComp:s weegen, en het rijk van Cochim om over de saa„ ken te accommandeeren, haar Hoogh:t te bestellen, 't gunt wij amplecteerde en oordeelende dese kans„ die ons schoon toesagte om sComp:s agtbaarheijt reputatieuselijk herstelt te sien niet diende veragtloost te werden, maar dat den Commandeur onder Camblant als off te D' E: Comp: nu eenmaal ernst geworden was, over de soo meenigvoudige Gedaane affronten en weeder waardigheeden, met haar Ed: vaartuijgen ter zee, en Lijnwaaten ten

NL-HaNA_1.04.02_10299_0447 view scan ↗

English

to strike by land, to take revenge upon Her Highness, and to demand adequate satisfaction for the displayed reluctance and disposition of the Queen of Attinga; in order to satisfy the Honourable Company concerning the disputes and open acts of violence that have been delayed for so long, to proceed with the main body of the militia to Coilan, so as to facilitate the work through awe and to move Her Highness all the sooner to come to the realization of reason and to place matters in southern Malabar on a good footing and in a peaceful state; on the understanding, however, that if, contrary to expectations, the Queen of Attinga remained equally stubborn and came to disappoint His Honour, and after all practicable amicable means had been put into effect to conclude a new treaty of friendship with Her Highness according to the good intentions of Your Right Honourable, and not wishing to help clear all discrepancies out of the way, then to trouble the harbors of Attinga on the seaward side with our cruisers, in the hope that the two Attinga lineage lords and other merchants, having to suffer the greatest interest through their complaints, would move Her Highness thereto. The Commander departed on the 15th of January last, after the militia and ammunition of war had been sent ahead, and arrived here two days ago; and immediately making a beginning with the intended design, His Honour informed the Poela de Barietta by ola to select capable persons to come to an agreement with each other, since he had arrested a sampan belonging to the Honourable Company and had taken several parcels of paddy belonging to the Company at the time of the late Commander van Dielen of blessed memory from the hands of the interpreter J. Fernando, the authorized agent of the Company's merchant Abuga Gorboe, without ever having shown any inclination toward a settlement, notwithstanding that our servants had requested this several times and had shown those grains to be the Company's own, as we had at that time obtained a large quantity from Coromandel on hand according to the draft of the Right Honourable Commissioner; but this prince objected against it, claiming that the said Abuga owed him something, against which he had to secure himself and thus settle that account; but now seeing that the Honourable Company came to persist therein, he sent his Regidor to negotiate with the Commander about the one thing and the other, which also soon took effect, bringing as compensation and satisfaction a sum of 2500 Rajah fanams. Meanwhile, upon the arrival of the mediators or Regidors of the King of Cochin, who, as mentioned hereinbefore, had also been requested by the Queen, we deemed it most advisable, before undertaking anything by land regarding the Queen, to have them inquire of the King of Travancore, Kelorma, how he might be inclined; after which execution it was found that the aforesaid prince was inclined to stand with the Honourable Company through good and ill, and that he had not only dispatched one of his Regidors to the Queen to bring Her Highness to reason if possible and all the sooner, but also intended to depart thither in person for that purpose; so the aforesaid mediators departed for Rettura to the court of the Queen of Attinga, named Jiaoe Wananda Poeram. Having arrived there and been received in audience by the Queen, they requested us in the name of the Queen to delegate thither the Junior Merchant Louis Taijspil and the interpreter, together with a person who can state the grounds of the Company's claim, in order to come to an agreement in the matter; pursuant to which the merchant Jan Grootenhuijs and the aforesaid Louis Taijspel, together with our chief interpreter Bartholomeus Vaas, were chosen for that purpose and ordered by instructions, a copy of which accompanies this under No. 26, to demand satisfaction from the Queen on the following points, namely: Firstly, the restitution and restoration, free of cost and damage, of the Company's lodge and effects, as well as the goods and cash of our resident at Tengapatnam. Secondly, for a phaag, likewise seized by Her Highness's order, laden with areca, coir, etc. Thirdly, for a sampan laden with 95 packs of tobacco. Fourthly, for another two sampans seized and detained at Tengapatnam in the name of King Kelorm, laden with parcels of tobacco. Fifthly, for an elephant which had been sent from Jaffnapatnam on behalf of the Company for the Zamorin. The whole being roughly calculated and estimated at 22,856 rixdollars 34¾ stivers, besides the elephant, which she will actually have to restore to the Honourable Company, or another in its place, both to satisfy the Zamorin, who is very offended over this, and to maintain the Company's dignity and standing. The items that the Queen of Attinga has robbed from time to time consist of the following summary, namely: The goods of the resident Jan Bartelse, estimated at 3000 rixdollars. The stolen linens, gunny, coir ropes, floor tiles, and cash from Tengapatnam, mounting, according to the memorandum, together to 3038 rixdollars 18¾ stivers. Still some other defects, estimated at 150 palmist, making 3188 rixdollars 18¾ stivers. Twelve packs of linens seized at Kovalam, valued at 25 rixdollars. Parcels of linens and paddy stolen both by water and by land while being brought hither, amounting according to the memorandum to 3744 guilders, 16 stivers, 8 pennings, or 1248 rixdollars 16 stivers.

Dutch transcription

te Lande aan te slaan, op haar hoogh:t te revengieeren en een Genoegh doende satisfactie te vorderen op de betoonde sugt en Genegentheijd van de koninginne van Atlinga, om D'E: Comp: over de dus Lange Ge„ „draalde oneenigheeden, en openbaare Geweldena„ „rijen genoegh te doen met het Gros van de Militie na Coilan te begeven, om het werk door ontzagh te faciliteeren, ende haar Hoogh:t des te Eerder te beweegen tot het beseff, van reeden te koomen ende de saaken op zuijder Mallabaar op een goeden voet en in een Gerusten stand te brengen, met dien verstande nog„ „thans, dat indien tegen vermoede, de koninginne van Attinga, eeven hart nekkig bleeff, ende zijn E: kwam teleur te stellen, en na dat alle practi„ „ble minnelijk middelen waaren werk stellig Gemaakt, om een nieuw verbond van vriendsz: na de Goede intentie van uw hoog Ed: Achtb: met haar hoogh:t te tresfen, ende alle discrepantien uijt den weg te ruijmen niet willende helpen, als dan aan de zeekant; de haavenen van Attinga met onse kruijssers te bekommeren, onder die hoo„ „pen dat de twee Attingase stam Heeren als andere koopl:, door hunne klagten, als 't meeste Intrest te leijden hebbende, haar hoogh:t daar toe soude bewegen. Den Commandeur vertrok den 15. Janu: pass:o /:na dat de militie en Ammunitie van gen e over open regt mog Conti zoek eenig rheijt diende mandeur eenmaal oudige eden. aaten kans, van oorlogh voor af was versonden:/ en kwam twee daagen geleeden alhier te arriveeren, ende ten Eers„ „ten een aanvank met het voorgenomen dessein maakende, liet zijn E: den Poela de Barietta bij ola adverteeren, bequaame Luijden te verkiesen om met malkanderen te verdraagen, aangesien hij een Chiampan van D'E: Comp: hadde, g'arresteeren en parthijen 'sComp:s nelij ten tijden van den over„ „leeden heer Commandeur van Dielen zaliger uit handen van den Tolk J: Fernando Gemagtigde van 'sComp: koopman Abuga Gorboe hadde Ga„ „nooten, sonder oijt tot afreekening sig Genegen te hebben bethoont, onaangezien daarom diverse reijsen door onze bedienden was verzogt, ende aangethoont die Graanen 'sComp:s Eijgen te weesen, alsoo men doenmaals een Groote Quanti „teijt van Chormandel, voor den hand. volgens Concept van den Hoog Edele heer Commissaris bekoo„ „men hadden, maar dese vorst wende haar tegen, dat Gem: Abuga aan hem ijts schuldig wesende daar aan zig moeste guarandeeren en die reek: alzoo verepfenen, dogh nu siende dat d'E: Comp: daar bij quam te presisteeren, sont zijn Ragia„ „door om met den Commandeur over 't een en ander te tracteeren, 't welk ook kort om Effect sortee„ „rende, brengende tot vergoedinge en satisfactie een een somma van 2500: fanums Ragias op; onder„ „tusschen hebben wij bij aankomste van de media„ „teurs off Ragiadoors van den koning van Cochim die Gelijk hier voorwaarts, staat gewaagt door de konin„ „ginne meede verzogt zijn geweest raatsaamst G'acht, eer men ijts bij der Land nam omtrent de Coninginne door haar den koning van Jrevankoor Kelorma te laten on„ „derlasten, hoedanig hij zig g'Jnclineert mogte wesen na welkers verrigtinge bevindende dat voorm: vorst genegen was met D' EComp: goet en quaat Gemeente staan, ende dat hij mede niet alleen een sijner ragiadoors na de koninginne hadde afge„ „vaardigt om bij mogelijkheijt, en des te Eerder haar hoogh:t tot reeden te brengen, maar ook ten dien einde in perzoon stond te vertrekken, soo zijn voorm: mediateurs na rettura aan het hov: na de koning: van Attinga, gen:t Jiaoe Wananda poeram, vertrokken, aldaar aangekomen, en bij de koning: ter audientie ingehaalt wesende, verzogten zij ons uijt de Naame van de koning: den onderkoopm: Louis Taijspil, en den Tolk, nevens een perzoon, die reeden kan Geven van 'sComp: pretentie om in de saake over een te komen na derwaarts teeren uit koo„ en, ende reek: Comp: E: Comp Ragia„ ander sortee„ isfactie te Committeeren, Gelijk ook ingevolge van dien den koopman Jan Grootenhuijs, en voorm:t Lduis Taijspel nevens onsen hooft tolk Bartholomeus vaas daar toe wierde verkooren, en bij Jnstructie welkers Copia onder N:o 26: desen verselt g'ordon„ „neert van de koninginne satisfactie te vorderen van den volgende poincten Namentlijk. Ten Eersten de ressitutie en herstellinge kost en schaadeloos van 'sComp: logie en effecten als de Goederen en Contanten van onsen resident tot Jengapatnan Ten Tweeden van een phaaa, Insgelijk door haar hoogheijt ordre aangeslaagen belaaden met arreek Cair &:a Ten Derden van een Chiampan belaaden met 95: packen Tabak. Ten vierde, van noch twee Chiampans tot Jengapatnam op den naam van den koning kelorm aangeslaagen en in beslagh gehouden belaaden met partheije Tabak. Ten vijfden van eeen Eliphant welke uijt „ 's Comp:s Jjaffanapatnam „ weegen voorden Sammorijn oo „gezonden was. zijnde zijnde het een en ander, Grosso modo gecal„ „culeert en de geschat op 22'856. –. rd:s 34¾. stuijv=s bhal„ „ven den Eliphant die zij Effectivelijk off een ander in desselfs plaatsz: aan d' E: Comp: weder zal moeten restitueeren, soo wel om den fam: die daar over zeer gebelgt is, te vergenoegen, als om 'sComp: agtbaarh:t levendig en in haar figeur te houden bestaande het geene de koninginne van Attinga van tijd tot tijd heeft berooft, in de volgende korte te saamen trekkinge te weeten De Goederen van den resident Jan Bartelse Geschad op rd„s 3000. –. De Geroofde Lywaten, goenij Caijer trossen vloersteenen, en Contanten van Jenges= „patnam monteerende, volgens me„ „morie, te saamen - - - - - - rds 3038. – ds 18: 14. Nog Eenige ander deffecten Geschat op - - - - - - -. pmst 150. —. „ —. — „ 3188: 18¾: — 14 Twaalff pakken Lijwaaten op Coewelang Partheijen Lijwaaten, en nelij soo wel te water als te Landen in het herw:ts brengen Geroort Emporterende volgs memorie ƒ 3744. 16. 8: off- B „ 1248. 16i1/ aangeslaagen - - - - - - - - - „ 25. —. „ uis deren kost met en tot Belorn met a s uijt ke

← previousnext →