VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10306

Malabar · 618 pages · 114 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10306_0208 view scan ↗

English

101 Specification of the cargo of the bearer of this. The cargo consists of the following articles, namely: From the Trade Warehouse: 50 lb in 1 piece copper calibrated test weight, which goes back again From the Medical Shop: 40 lb sem Cardamom at ƒ 2. 2. — the lb: ƒ 84. — 30 lb Rad Calumba at ƒ 2. 8. the lb: ƒ 72. — 3 Gourds aq: rosarum at 24: — each: ƒ 72. — — ƒ 228. — Charges: — ½ piece Gerras: ƒ 1. 4. — 1 packcloth: ƒ 3. — — Charges: ƒ 4: 4: — Total: ƒ 232: 4: — From the Equipment Warehouse: 25000 ½ lb Malabar coir rope costs: ƒ 900: 1. 8. Charges: 20 rupees for coolie wages upon receipt, salting, weighing, and shipping at rupees 2/5 per candy: ƒ 24. —. — 12 ½ parras salt consumed for preserving the said coir: ƒ 4: 10. — Total charges: ƒ 28: 10: — Subtotal: ƒ 928. 11. 8. 30000 pieces Capok stones of ¼ cobido for ballast at rupees ¼ or ƒ 2. 2. – the hundred pieces: ƒ 630. — — 100,000 lb Persian sulphur earth at ƒ 11: — the 100 lb: ƒ 11000. — — For 2 percent Cochin charges on ƒ 12758: 1: 8 is: ƒ 255: 3. — Sum Total: ƒ 13066: 18. 8. Examined by Johann Wolff Wherewith we have the high honor to remain with the utmost respect and high esteem, was underwritten: Right Honorable, Highly Respected, Widely Commanding Lord, and Honorable Sirs, your Right Honors' humble and obedient servants, was signed: A: Moens, W: J: van de Graaf, J: H: Medeler, R: van Harn, P: C: Saffen, J: L: van Spall, A: R: Schutz, C: G: Seijffer, and A: J: S: Vernede. In the margin: Cochin, the 4th of January Anno 1776. Agrees, H. Schutz, secretary. 102 Separate Copy. Batavia. To His Right Honor, the Right Honorable, Highly Respected Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Honorable Lords Councilors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Highly Respected, Widely Commanding Lord, and Honorable Sirs. Per the ship Zeeduijn I have had the honor to receive your Right Honors' separate dispatch of the last of September of the past year; and I thank you very respectfully for the favorable approval with which your Right Honors have been pleased to honor my transactions of the preceding year. My last separate letter to your Right Honors was of the 1st of January of the past year; while upon the departure of Zeeduijn I now have the honor to let this serve, both in answer to your Right Honors' aforementioned honored dispatch, and in continuation of my just-mentioned latest separate letter. In the Zamorin Kingdom everything still continues more or less on the footing that I have had the honor to impart to your Right Honors in my earlier letters. The Nabob Hyder Ali Khan still stays in or around Seringapatam, where it is said that he has gathered an army with him; but with what intention is still unknown; the most probable conjecture made about it is that he wants to wait upon time to see what turn matters take, in order to be quickly at hand to adjust his measures accordingly. Meanwhile, according to your Right Honors' honored order, whatever outcome the matters may have, I shall continue to observe a strict neutrality, and seek to preserve the Company's authority and prestige uninjured as much as possible. 103 Since my repeatedly mentioned last separate letter of the 1st of January of the past year, the Nabob's army chief and Governor of Calicut has informed me that the Nabob is at Seringapatam and eagerly awaits our commissioners there, and that they will even, for safety's sake, be properly escorted to the Nabob, although a main road from Seringapatam through the forests and the mountains has now been made in a straight line and is nearly completed. For this commission I have appointed the Junior Merchant Saffin and the Resident of Chettua. The first was also on a commission to the Nabob in the year 1766 and therefore knows the connection of matters, and the second went recently to Calicut with the intended return gift from which this commission further arose, so that he also knows what is necessary. Furthermore, I shall not fail to provide them with clear instructions in order that they may conduct themselves prudently; and so they are to depart in the next few days, in the hope that I shall soon be able to communicate a good result of that commission to your Right Honors. Concerning the Kings of Cochin and Travancore, I have informed your Right Honors at length in my previous letter of the 1st of January of the past year; since then, nothing of note has occurred with these princes. For the favorable approval of the recruited Corps of Sepoys, and your Right Honors' highly esteemed authorization to still enlarge the same somewhat according to the circumstances of the times, I humbly thank your Right Honors, as well as for the order given to Ceylon to reinforce Cochin, if possible, with some European troops, as has indeed already occurred. It also obliges me particularly that your Right Honors have been pleased to accommodate the fact that, amidst the uncertain times before receiving your Right Honors' honored authorization, I caused a beginning to be made on the retrenched place of arms before the curtain, between the bastions Holland and Gelderland, whereby the two lines of sight of these bastions, which lay outside the fire of the fortress, are now reasonably well defended. With the deepening of the moat, I am proceeding gradually and in such places where it is first and most necessary, along with the first necessities for the projected work outside

Dutch transcription

101 specificatie van de Lading van Brenger beser De Lading bestaat in de volgende Articulen, als: Uijt 't Negotie Pakhuis 50. lb: aan 1. p:s koper g'Eijkt proef gewigt, dat wederom te uijt de Medicinaale winkel 40. „ sem Cardamom â ƒ 2. 2. — 't lb. . ƒ 84. — 30. „ Rad Calumba „ „ 2. 8. „ „ - - „ 72. — Calbassen ag: rosarum „ 24: — ider - „ 72. — — ƒ 228. — 3. ongelden. uijt 't Equipagie Pakhuis. 900: 1. 8. 25000 ½. lb Caierdraat mallabaars kosten ongelden. 20 - ropia aan Coelij loonen bij den ontvang zouten weegen en afscheepen â Rop: 2/5 prsCand:r ƒ 24. —. — 12.½ parr:s zout tot Conserveeren van gem: Caijer verbruijkt - – - - „ 4: 10. — „ 28: 10: —„ 928. 11. 8. Capoksteenen van ¼. Cobido tot ballast á 30000: — p:s 630. — — rop:s — ¼. of ƒ 2. 2. – 't Cento pees — „ - 100'000:— lb: persiaanse swavelaarde â ƒ11:- — de 100. lb. — – „ 11000. – – voor 2: p=rs C:t Cochimse ongeldn of ƒ 12758:1: 8. is. „ 255:3. — Somma - - ƒ13066: 18. 8. — ½. p:s Gerras - - - - - - - - ƒ 1. 4. — 1. – pakkas - - - - - rug gaat - - - - - - - - - - 4:4:—„ 232: 4:— 21. —. — Waar „ 3. — —„ „ Nagelien door Johann Wolff Waar meede ons de Hooge eere geven van met de uijtterste eerbied en hoog agting te blijven. /:onderstond:/ Hoog Edele, Groot Achtbaare, wijd gebiedende Heer, en wel Edele Heeren: vw Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorsame Dienaaren. /:was getekend:/ A: Moens, W: J: van de Graaf, J: H: C: Saffen Medeler, R: van Harn, P: J: L: van Spall, A: R: Schutz, C: g: Seijffer, en A: J: S: Vernede. /:in margine:/ Cochim den 4. Januarij A:o 1776:- H Schutz Accordeert. — secret:s F 4. — 11. 8. 1 18. 8. 2 Copia Apart 102. Aan zijn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen, Groot Agtbaaren Heer Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia Hoog Edele, Groot Agtbaare, Wijd gebiedende Heer En Wel Edele Heeren Per het schip Zeeduijn hebbe de eere gehad te ontvangen uw Hoog Edelheedens apparte missive van den laatsten zeptember des verleeden Jaars; en bedanke zeer eerbiedig voor de gunstige goedkeuringe, waarmeede Batavia 170 uw Hoog Edelheedens mijne verrigtingen van het voorgaande Jaar hebben gelieven te vereeren. Mijn laatste apparte aan uw Hoog Edel„ „heedens is geweest van den 1:' Janu: J:o leeden; terwijl bij vertrek van Zeeduijn thans de eere hebbe dezen te laaten dienen; zo ter bant „woordinge van voorsz: u Hoog Edelheed:s g'eerde missive, als ter vervolge van mijne evengem: Jongste apparte In het Sammorijnse Rijk Continueerd nog alles min of meer opdien voet, als ik de eere gehad hebbe uw Hoog Edelheed=s bij mijne vroegere brieven te bedeelen De Nabab Haijder Alijchan houd zig nog op in of omstreeks Jiringapatnam, alwaar men zegd, dat hij een armée bij zig verzameld heeft; dog met wat inzigt is nog onbekent; het waarschijnlijkste, wat men daar van gist, is, dat hij van de tijd afwagten wild, wat keer dezaaken krijgen, ten eijnde, schielijk bij dehand tezijn, om zijne maat regulen daar na te kunnen neemen. Jk zal ondertusschen volgens uw Hoog Edelheedens g'eerde ordre, wat uijtkomst ook de zaaken hebben moogen, een stipte neu„ „traliteijt blijven in agt neemen, en zo veel mogelijk Comp:s gezag en aanzien onge krengt 103 „krenkt zoeken te bewaaren zederd meerm: mijn laatste apparte van den 1:' Janni J:o leeden, heeft mij 's Nababs Leger Hoofd en Gouverneur van Calicout laaten weeten:, dat de Nabab zig te siringa patnam bevind en onze Gecommitteerdens met verlangen aldaar verwagt en dat zij zelvs vijligheijds halve, behoorlijk tot bij den Nabab zullen g'escorteerd worden, schoon ind er thans een groote weg van siringapatnam doorde bosschen en het Gebergte Liniae recta gemaakt en bij na voltooijd is: tot deeze Commissie hebbe ik benoemd, den onderkoop„ „man Saffin en den Resident van Chettua: de Eerste is a:o 1766: ook bij den Nabab in Commissie geweest en weet dus de connectie van zaaken, en de tweede is laatst met het bew: Contra geschenk na Calicout geweest waar uijt deeze Commissie verder voortgevloet is; zodat deeze ook het noodige weet, buijten des, zo zal ik niet manqueeren thin een duijdelijke Jnstructie meede tegeeven, ten eijnde zig voorzigtig te kunnen gedraagen; en dus staan zij eerstdaags te vertrekken, in Hoop dat ik uw Hoog Edelheedens eerlang een goed effect van die Commissie zal kunnen bedeelen. Nopens de koningen van Cochim en Fre„ „vancoor „vancoor, hebbe ik uw Hoog Edelheedens breed„ „voerig onderhouden, bij mijn voorgaande van den 1:' Januarij J:o leeden; zedert is 'er met deeze vorsten niets van naam voorgevallen . voor de Gunstige goedkeuring van het aangeworvene Corps Sipalis, en de Hoog g'eerde qualificatie van uw Hoog Edelheeden om het zelve natijds omstandigheeden nog eenigzints temoogen vergrooten; bedanke ik uw Hoog Edelheeden ootmoedig, zo wel, als voor de gegevene last na Ceijlon, om Cochim des mogelijk met eenige Europeese Man„ „schappen te versterken, gelijk ook reeds geschied is. Ook verpligt het mij bijzonder, dat uw Hoog Edelheeden hebben gelieven in te schikken dat ik mids de onzekere tijden voor den ontvangst van uw Hoog Edelheedens g'eerde qualificatie een begin hebbe doen maaken met de geretrancheerde wapenplaats voor de gordijn, tusschen de punten Holland en gelderland, waar door de twee gezigtslijnen dezer punten, die buijten het vuur der vesting lagen, nu redelijk wel gedefendeerd zijn: Met het uijtdiepen der gragt, doe ik gaande weg en op zulke plaatzen, daar het eerst en meest nodig is, voortgaan, benevens het eerst noodige, tot het geprojecteerd werk buijten

NL-HaNA_1.04.02_10306_0227 view scan ↗

English

104. outside the Boom Gate, until I have been provided with your High Noble Excellencies' final orders regarding the plan of the engineer De Graaf, sent to your High Noble Excellencies for that purpose by separate letter of 18 June of last year; the parapets of the main ramparts are also being repaired here and there, insofar as this can be done without great expense: the points Gelderland, Holland, and the Galjoen are practically finished and the other points are also about to be taken in hand, in order to comply with the authorization obtained in this regard by separate letter of 25 September 1772. The sale of Pepper, to which your High Noble Excellencies have been pleased to consent insofar as it is not needed for Ceylon, will certainly greatly promote trade with the natives: most of the northern merchants who arrive here are looking for pepper and also need it, and although they might get the pepper somewhat cheaper at Calicut, Onore, and other places in that vicinity, this price difference cannot make up for the inconvenience of calling at another port expressly for this single commodity, whether coming or going, which for them is always accompanied by some expenses; I shall therefore ensure that there is an ample supply of pepper for Ceylon, more than half above the requirements for one year, as soon as I have received word from the Ceylon Ministers regarding their remaining stock and how much they will need for the following year; Of your High Noble Excellencies' honored authorization to purchase Pepper at Calicut, Ponnani, and other places to the north at such prices that it can be sold again here with a moderate profit, I shall make all possible use as opportunities arise, and I flatter myself that this will succeed and that something will be left over from it, since this pepper would otherwise only fall into the hands of foreigners, and everything that might come of it will therefore be pure profit. It also does not seem impossible to me to persuade the northern merchants to import such linens as the Company purchases at Surat, both for the Netherlands and for the Indian trade; which would at the same time also greatly promote the Company's active trade at this place, 105 if the aforementioned merchants, who are accustomed to trading at Surat or in that vicinity, could import and sell such goods here instead of cash, and if your High Noble Excellencies please to authorize me to make a trial of this, I then request that the samples of the aforementioned linens, along with the prices that the Company pays for them at Surat, be sent to me at the next opportunity. It also pleases me that the trial made by me (namely, whether trade in various articles could not be conducted with some profit for the Company) was so agreeable to your High Noble Excellencies: the return on what was profited from it in the most recent year, I sent to your High Noble Excellencies with my repeatedly respectful letter of 1 January: and although a good part of the sailing season had already passed when I received your High Noble Excellencies' approval in that regard, I nevertheless do not doubt that it will turn out even more to the satisfaction of your High Noble Excellencies this year, as I leave nothing untried to let the Company profit from all that it can profit from here; In proportion as the trade for the Company increases here, the shipping from all sides will also grow here accordingly; which will also cause this city, as well as the trade of the community, to flourish, and therefore, as a natural consequence, the Company's import and export duties will also increase, for where many vessels arrive and depart, much is also bought and sold: it is known to your High Noble Excellencies that the King of Cochin has from of old participated in these dues, and from the following statement it appears how his share therein, which in the financial year 1739/40 to 1744/45 inclusive (not to speak of earlier times) amounted to only 6456 rupees in total, has increased from time to time to such an extent that in the last five years it already amounts to 60200 rupees, or well over 12000 rupees a year, and thus, even including the 3 percent on the pennies that he previously enjoyed and the 2 percent on the fanams when they were struck, has more than tripled. Statement of what the King of Cochin has received from the Honorable Company in 35 years, both in import and export duties, and on account of what has been paid to him

Dutch transcription

104. buijten de Boompoort, tot dat ik met uw Hoog Edelheed.s finaale ordre nopens het bij apparte missive van den 18:' Junij J:o leeden aan uw Hoog Edelheed:s ten dien belange toe„ „gezonden ontwerp van den Jngenieur de graaf zal zijn gemunieerd: ook worden de borstweeringen der Hoofdwallen hier en daar verholpen, voor zo verre buijten groote kosten te doen is: depunten gelderland; Holland en het Galjoen zijn genoegzaam klaar en de andere punten staan ook onderhanden genomen teworden, ten eijnde tevoldoen aan de derweegens erlangde qualificatie bij apparte briev van den 25:' septemb:r 1772. Den verkoop van Peper, waar in ver Hoog Edelheedens hebben gelieven te consenteeren in zo verre die voor Ceilon niet noodig is, zal den Handel met de inlanderen re„ „kerlijk zeer bevorderen: De meeste Noordse kooplieden, die Hier aankomen, zoeken de peper en hebben dezelve ook noodig, en schoon zij de peper op Calicout, onor, en andere plaatsen daar omstreeks, wel wat beeter koop mogten krijgen; zo kan dit verschil der paijs egter niet goed maaken, de ongelegentheijd van alleen om dit ar„ „tikel, het zij in het gaan af komen, expres een andere haaven aantedoen, het geen geen voor Hun altoos met eenige ongelden verzeld gaat; Dus zal ik zorgen dat 'er voor ceilon, boven de benodigtheijd voor een Jaar ruijm de helfte peper in voorraad zij, zo dra ik van de Ceilonse Ministers berigt zal hebben ontvangen, nopens Hun Res„ tant en hoe veel ze voor het volgend' Jaar zullen noodig hebben; Van uw Hoog Edelheedens g'eerde qualificatie tot het inkoopen van Peper te Calicout Pananij en andere plaatsen om de noord tegen zulke prijzen, datze met een matig voordeel hier wederom kan worden verkogt, zal ik na maate van de gele „gentheijd alle mogelijke gebruijk maaken en ik vlije mij, dat zulks wel gelukken zal en daar op nog al iets kunnen over„ „schieten, alzo deze peper tog anders maar kwam in handen van vreemdelingen en het dus alles zuijver winst zal zijn, wat daar van mogt komen. ook komt het mij niet onmoogelijk voor, om de Noordse koopluijden te be„ „weegen, tot het aanbrengen van zodanige lijwaaten als de Comp:e te souratta zo voor Nederland als de Jndiase Handel doet inkoopen; het geen teffens den activen Handel van de Comp: te dezer plaats ook zeer 105 zeer zoude bevorderen, indien de voorsz: koop„ „luijden, die op souratta of daaromstreeks gewoon zijn te handelen; zulke goederen in steede van Contanten hier konden aanbren„ „gen en verkooper, en indien uw Hoog Edel„ „heedens mij gelieven te qualificeeren, om daar van eens een preuve teneemen, dan verzoeke dat mij per naaste gelegentheijd de monsters der voorsz: lijwaaten met de prijzen die de Comp: tesouratte daarvoor besteed mogen worden toegezonden. Het verblijd mij ook, dat de door mij ge„ „nomene preuve (namentlijk, of 'er in deeze en geene artikelen niet met eenig voordeel voor de Comp: te handelen zij / uw Hoog Edelheedens zo welgevallig geweest is: Het Rendement van het geene in het Jongste Jaar daar op is geprofiteerd; hebbe ik bij mijn meerm: eerbiedige van den 1:' Janu: aan uw Hoog Edelheedens gezonden: En schoon er reeds een goed gedeelte van de vaarbaare tijd verstreeken was, toen ik uw Hoog Edel„ „heedens genoegen derweegens ontving, zo twijffele egter niet, of het zal deezen Jaare nog meer ten genoegen van uw Hoog Edelheedens daarmeede afloopen, alzo ik niets onbezogt late om de comp:e tedoen profiteeren van all het geen zij hier pro „fiteeren kan; Na Na maate nu de Handel voor de Comp:e hier toeneemd, namaate zal hier ook devaart van alle kanten aangroeijen; het geen deeze stad, zowel als den Handel van de gemeente ook zal doen floreeren, dies zullen ook als een natuurlijk gevolg, de in en uijtgaande regten van de Comp: daar door accresseeren, want, alwaar veel vaar„ „tuijgen af en aankomen, word ook veel gekogt en verkogt: Het is uw Hoog Edel„ „heedens bekent, dat de koning van Cochim van ouds in deze geregtigheeden participeert en uijt de ondervolgende aanwijzinge blijkt hoe zijn aandeel daar in het geen in 't boekjaar 17 9/4: tot 17 4/15. ingesloten (:om van geen oudere tijden te spreeken:) tesamen maar bedragen heeft rop:s 6456:/ van tijd tot tijd zodanig is g'accresseert, dat het in de Jongste vijf Jaaren al 60200:- ropias of ruijm 12000: ropias 's Jaars beloopt en dus zelfs met de 3: p:r C=tos op deppen: die hij eer„ „tijds genoot ende 2: p:r C:to op de fan:s als die geslagen zijn ruijm getripliceert is, Aanwijzing van het geen den koning van Cochim in 35: Jaaren genoten heeft vand' Ecomp: zo aan inkomende en uijtgaande regten, als weegens de aan Hem tot

NL-HaNA_1.04.02_10306_0231 view scan ↗

English

106 from the year 1740/1 to 1744/5 inclusive, in import and export duties: 6456:— ditto ditto ditto on account of 3 per cent on the imported pepper: 7933 2/3 ditto ditto ditto on account of 2 per cent on the assessed fanams: 3516 1/5. 17905 2/5 from the year 1745/6 to 1749/50 inclusive, in import and export duties: 13650 1/5 ditto ditto ditto on account of 3 per cent on the imported pepper: 7983: 7/20 21634 3/20 from the year 1750/1 to 1754/5 inclusive, in import and export duties: 24964 1/6. ditto ditto ditto on account of 3 per cent on the imported pepper: 1736 1/12. ditto ditto ditto on account of 2 per cent on the assessed fanams: 441: 5/6. 27142 1/2 from the year 1755/6 to 1759/60 inclusive, in import and export duties: 25002 1/15 ditto 1760/1 to 1764/5 ditto: 24262 1/5 ditto 1765/6 to 1769/70 ditto: 36969 3/4 ditto 1770/1 to 1774/5 ditto 60200:— in 5 years on average paid up to the year 1752/3 the percentages of 3 per cent on the pepper collected here, as well as 2 per cent on the assessed fanams, calculated over each 5 years on average, namely The Kingdom of Cochin has for a long time been ruled by indolent kings, as can also be said of the currently reigning monarch; and this is the reason that nothing is done for the welfare of the realm, which otherwise still possesses considerable resources; and this is likewise the reason that everything (except that which the monarch needs for his personal maintenance, which in reality is not much) is spent on trivial and needless expenses, such as, for example, holding large festivals, feeding a crowd of idle Brahmins, and similar vain extravagances, as is fully known here; so that it would have not the least influence on the prosperity of the realm, nor on the confirmation of the present government, even if the income that the king derives from the import and export duties were quadrupled; for if this could contribute anything toward it, the Company, with the present tranquil manner of governing, would find itself sufficiently interested to be willing to contribute something toward its confirmation; but since nothing can avail in this regard, the thought has occurred to me whether it would not be better to buy out this right from the king for a fixed annual sum, by way of a gift, even if a sum were fixed for this purpose above what he now enjoys annually, rather than continuing any longer with the old method: the principal reason that has brought me to this thought, and seems to advise no less in favor of it, is this, that if 107 the Kingdom of Cochin, through the vicissitudes of time, should ever happen to fall into the hands of a powerful monarch, such a monarch might easily, from the right to participate in the aforesaid revenues, also seek to deduce and prove the right to take part alongside the Company in the farming out as well as in the means of collection thereof, and wish to manage the administration thereof together with the Company; to say nothing of all kinds of chicanery with which a powerful and troublesome conqueror of the Kingdom of Cochin might continually harass us: I know well that this would be a far-fetched right, yet experience has taught that sometimes quite unfounded things have been maintained and pushed through by those who possessed sufficient power to assert them. At the least, I have found myself obliged to submit this respectfully to Your Excellencies' consideration, and if Your Excellencies should think fit to authorize me to make a trial of this, I shall not fail to do so in the most cautious manner. At the ports of Chettua and Cranganore, for the present nothing needs to be done other than daily repairs, for which, in a regulation drawn up and inserted in our resolution of the 16th of September 1772, I have determined a fixed sum of money for each place, which is very little, with which they nevertheless must make do, and also can effectively make do, if only they adhere to it through good and daily supervision, which thus accords with their own interest, and to which I otherwise also cause strict attention to be paid; and since at Coilan, according to the plan approved by Your Excellencies from the second in command, Van de Graaff, and the other commissioners, the new cut on the seaside only needs to be made when that part of the fortress, which will undoubtedly prove untenable, comes to collapse, provisionally nothing of importance needs to be done at this place either, apart from some small repairs, except that the sea quay outside the Gate should be faced, and the stone facing of the main rampart on the landward side (which, although otherwise still firm and strong, looks somewhat dilapidated) must be somewhat repaired, all of which, together with the cleaning of the moat and the clearing away of the ruined faussebraye, I shall, as opportunity permits, cause to be done gradually and as inexpensively as possible, pursuant to

Dutch transcription

106 van het Jaa 174/ tot 174/5 ingest: aninkomende en uijtgaande regten r/„ 6456:— _=o d:o „ d:o wegens 3: p:r C:to op de ingekomene 1per: - . „ 7933 2/3 _o _ — d:o „ „ „ 2: „ „ „ „ aangeslagene fan:s - . „ 3516 1/5. „ 17905 2/5 van het Jaar 174 7/6 tot 174 7/50 ingesl: aan inkomende en uijtgaande regten „ 13650 1/5 _=o d:o „ V„o wegens 3 p:r C:to op de ingekomene pper. . . . „ 7983: 7/20 „ 21634 3/20 van het Jaar 175 3/. tot 175 2/5 ingesl: aan in komende en uijtgaande regten. „ 24964 1/6. _-o do „ d:o wegens 3: p:r C:to op de ingekomene pper: „ 1736 1/12. _=o „ „ „ „ 2: „ - - „ „ aangeslagene fan: „ 441: 5/6. „ 27142½½ van het Jaar 17557/6 tot 17 3/80 ingest: aan in komende en uijtgaande regten. . „ 25002 1/15 _=o 176/1 „ 176 2/5 __o _o 176 5/6 „ 17 3/20 _o _o O _=o 177% „ 177 2/5 _=o - - - - „ 24262 1/5 _o - – - - „ 36969/¾ Het Cochimse Rijk is reeds langen tijd, be„ „stierd, door indolente koningen, gelijk van den thans Regeerende vorst, ook kan gezegt wor¬ „den; en dit is de oorzaak, dat 'er ook niets gedaan werd, tot wel zijn van het Rijk, dat anderzints nog al eenige recoursen heeft; en dit is teffens oorzaak, dat alles (behalven - _o in 5: Jaaren door malkanderen tot den Jaar 1752/3 betaalde Ctos 3: p:r C=to op de alhier ingeza „melde Peper, mitsgaders 2:— p:r C:to op de aangeslaagene fa„ „nimo, elke 5: Jaaren door mal¬ „kanderen geslagen, teweeten het „ „ i„ t an aan tijd dus 60200:— het geen devorst tot zijn perzoneel onderhoud nodig heeft, en inweezen niet veel is) besteed word, aan nietige en nodelooze uijtgaven, als bij voorbeeld, het houden van groote feesten het voeden van een parthij luije bramineesen en meer diergelijke ijdere verkwistingen, gelijk dat hier ten vollen bekend is; zodat het op de welstand van het Rijk, nog op de beves„ „tiging van de tegenswoordige Regeering geen de minste invloed zoude hebben, al wierd ook, het inkomen, dat de koning van de in en uijtgaande regten heeft, viervoudig ver„ „dubbeld; want indien dit daartoe iets konde bij brengen, zo zoude de Comp:e bij de tegenswoor dige geruste wijze van Regeeringe zig genoeg ge interreseert vinden, om ter be„ „vestiginge daarvan, iets tewillen bijbren„ „gen; dog vermits hier toe niets doen kan zo is mij in gedagten gekomen, of het niet beter zoude zijn, dit regt van den koning aftekoopen voor een Jaarlijkse vastgestelde som, bij weegen van een present, al was het ook, dat decar toe vastgesteld wierd een somma boven het geen wij thans Jaarlijks geniet; als langer bij de oude methode te Continueeren: de voornaame reeden, die mij tot deeze gedagten gebragt heeft, en niet minder daar toe schijnt te raaden, is deeze, dat indien het 107 het Cochimse Rijk bij verwisseling van tijden eens inhanden van een magtigen vorst komen mogt, zo een vorst ligtelijk uijt het regt om in voorsz inkomsten te participeeren, ook zoude willen aflijden en bewijzen, het regt om zowel in de verpagting als in de middelen ter invordering daarvan nevens de Comp=e temogen deel neemen, en met de Comp: daar in de bestellinge willen doen; gesuijge van allerleij chikaanen, waarmeede een mag „tige en quastige overwinnaar van't Co„ „chinse Rijk, ons bij Continuatie zoude kunnen quellen: Jk weet wel, dat dit een verre gezogt regt zoude zijn, dog de onder„ „vindinge heeft geleerd, dat somtijds vrij ongegronder dingen zijn staande gehouden en doorgedrongen, door zulke, die magt genoeg hadden, om dezelve te doen gelden ten minsten ik hebbe mij verpligt gevonden uw Hoog Edelheedens dit eerbiedig in beden„ „king tegeven, en indien uw Hoog Edelheedens mogten goedvinden mij te qualificeeren om zulks eens te beproeven, zo zal ik met manqueeren dat op de voorzigtigste wijze te doen Cranganoor Aan de porten Chettua en behoeven voor eerst niet als dagelijkse Repa„ „ratien teworden gedaan, waar toe ik bij ge„ „maakte „maakte Reglement, g'insereert in onse Re„ „solutie van den 16:' 7ber: 1772: voor ijder plaats een vastgeld bepaalt hebbe, dat zeer wij „nig is, waarmeede zij egter moeten toekomen en ook effectiev kunnen toekomen, indien zij door een goed en dagelijks toezigt de hand daar maar aanhouden, het geen dus met hun eijge belang over eenkomt, en waar op ik buijten des ook nauwkeurig laate agt geeven; en wijl te Coilan volgens het door uw Hoog Edelheedens goedgekeurd ontwerp van desecunde van de graaff, en verdere gecommitteerden, de nieuwe afsnijding, aan ge„ de zee kant maar eerst behoefd teworden „maakt, teweeten, wanneer dat gedeelte der vesting, dat ongetwijffeld niet te houden zal zijn, komt inte storten, zo is bij provisie aan deeze plaats, buijten eenige klijne reparatien, ook niets van belang tedoen, als dat dezee kaaij buijten de Poort bekleed, en het steene bekleed¬ sel van de Hoofd wal aan de land zijde /dat schoon anderzinds nog hegt en sterk is, 'er wat haveloos uijtziet / wat moet verholpen worden, all' het welk mitsgaders het schoonmaaken der gragt en het wegruijmen van de vervallene fausse braaij, ik naar maate het de gelegent„ „heijd permitteerd, lang zamerhand en zo min kostbaar als mogelijk is, zal laten geschieden, ingevolge

NL-HaNA_1.04.02_10306_0235 view scan ↗

English

pursuant to the favorable authority which your Right Excellencies were pleased to grant me for that purpose. The work contracted out to the Engineer and Surveyor De Graaff, between the points stroomburg and overijssel, as well as that which had to be done to the last-mentioned bastion itself, has been completely finished, and examined by the second-in-command, the Head of the Militia, the Captain of the Artillery, the Master of Equipage, and the overseer of the armory, people who have knowledge of such work and of construction, as appears from the report made to me thereof, a copy of which is enclosed herewith. From this it appears that the execution thereof completely satisfies the specifications upon which the contract was undertaken; and I dare assure your Right Excellencies that this work could not have been made more sufficient, even had more money been spent on it. Experience has shown me that with good planning, one can build fairly cheaply here, and at the same time solidly and strongly. If now the remaining part of the curtain wall, which along sloterdijk to stroomburg still consists of only a single wall, is also provided with a wall on the inside and filled up with earth, then that entire curtain wall from overijssel to stroomburg would obtain good communication with each other and at the same time a proper strength, whereas otherwise that single wall could now easily be shot down from the opposite side of Baijoin. And because this is the only thing that, in my opinion, would then still be lacking to the city, I shall give my thoughts further consideration as to whether that might not also be done for a modest and bearable sum, of which I shall then have the honor to report further to your Right Excellencies. Furthermore, I have handed over to the second-in-command van de Graaff your Right Excellencies' further orders in the matter of Pieter Jzaaks, along with a copy of the report of the Visitor General Dormieux and the Bookkeeper General Fillietas, in order to provide me with a report concerning this, which I shall have the honor to present to your Right Excellencies along with my considerations regarding it, by the ship Princes van orange, which is still expected. Regarding the matter of the Rice recommended to me, I shall make every possible effort so that your Right Excellencies' esteemed intention in this regard may be fulfilled. About two months ago, it was heard here that the English had taken it into their minds to make themselves masters of some Maratha places situated in the vicinity of Bombay, and shortly thereafter we received news that they had indeed made an invasion onto the Island of salsette, and were said to have taken the fort of Jana situated thereon by storm after a siege of a few days, and furthermore to have subjugated the entire Island. What cause the Marathas have given them for this is unknown to me; at the very least I think that the favorable situation of the Island of salsette before Bombay, of which it is the pantry, is the principal reason for it. At least it is certain that this undertaking must have occurred on the express order of the Government in Bengal, which possibly did not want to neglect this moment when the Marathas are not on the best of terms with one another, in order to subjugate this place so important to them. Some believe that the Maratha Governor of Jana is suspected of disloyalty by the Court of Poona, and this is somewhat confirmed by the unexpected reinforcement that the Maratha Government threw into it just before the city of Jana was besieged by the English. This had the effect that more men were killed on the side of the English, who, as is claimed, thought that the city was not occupied by so many men, than they had expected, among whom was also Commander watson, whose loss is greatly lamented by the English Government, it being known that this gentleman served the English Company with great loyalty and vigilance on various occasions. The revenues of salsette are reckoned at 6 to 7 lakh rupees a year, so that this is a most momentous gain for the English. It is said that after having subjugated salsette, the English also want to attack the Marathas on the mainland, and those who believe themselves to be somewhat informed of their intentions think that this would not happen with any view of wanting to possess more places from the Marathas, but solely, if possible, to get something more from them into their hands, so as to induce them more easily to the cession of salsette through the return thereof when they come to an agreement with them. Furthermore, I have the high honor to remain with the greatest respect, undersigned, Right Noble, Highly Honorable, Far-Ruling Lord, and Right Noble Lords! Your Right Excellencies' humble and obedient

Dutch transcription

108 ingevolge de gunstige qualificatie die uw Hoog Edelheeden mij daar toe gelieven te verleenen Het aan den Jngenieur en Landmeeter De Graaff aanbesteede werk, tusschen de punten stroomburg en overijssel en het geen aan laatst gem: bolwerk zelve moest werden gedaan is geheel volbragt, en door den secunde, het Hoofd der Militie, de Capitain van de Ar„ „thillerij, de Equipagiemeester ende opziender van de wapencamer, /lieden die kennisse van zulk werk en van het bouwen hebben/ g'exa„ „mineerd, blijkens het daar van aan mij gedaan berigt, dat in Copia hier neevens gaat, waar bij blijkt, dat de executie daar van volkomen voldoet, aan het bestek, waar op de aanneeming gedaan is; en ik durve vw Hoog Edelheed:s wel verzeekeren, dat dit werk niet sufficanten heeft kunnen gemaakt worden, al was het ook voor meer geld aan besteed: de ondervindinge heeft mij doen zien, dat men met een goed overleg hier nog al tamelijk goed koop, en teffens hegt en sterk bouwen kan indien nu het overige gedeelte van de gordijn het welk nog langs sloterdijk tot stroomburg maar uijt een enkelde muur bestaat (aan de binnen zijde ook met een muur voorzien en met aarde opgevuld word, dan zoude die geheele gordijn van overijssel tot stroomburg een n een goede Communicatie met elkander en teffens een behoorlijke sterkte erlangen, daar anders die enkelde muur nu van de over„ „kant van Baijoin, ten eersten zoude kun„ „nen om verre geschooten worden; en om dat dit het eenigste is, dat namijne gedagte, dan nog maar aan destad zoude man„ „queeren, zo zal ik mijne gedagten daar over nog eens, nader laten gaan, ofdat ook niet voor een modicque en draagelijke somma tedoen is, en waar van ik dan de eere zal hebben, ua Hoog Edelheeden nader verslag tedoen Voorts hebbe ik den secunde van de Graaff uw Hoog Edelheedens nadere ordre in de zaak van Pieter Jzaaks, met een Copij van het rapport van den visitateur Generaal Dormieux en den Boekhouder Generaal Fillietas ter hand gesteld, om mij derweegens tedienen van berigt, het welk ik de eere zal hebben uw Hoog Edelheeden benevens mijne Consideratien derweegens aantebieden, per het nog verwagt werdend schip de Princes van orange. Nopens het mij aanbevolene artikel van de Rijst, zal ik alle mogelijke devoir aan„ „wenden op dat aan uw Hoog Edelheedens g'eerde intentie derweegens werde voldaan omtrent twee maanden geleden hoonde men hier, dat de Engelschen in gedagten genomen hadden, zig meester temaaken, van 109 van eenige Marhattase plaatsen, in de nabij„ „heijd van Bombaij gelegen, en kort daar aan, kregen wij tijding, dat zij met 'er daad een inval op het Eijland salsette gedaan, en het daar op gelegene fort Jana, na een beleg van weijnig dagen stormenderhand zouden ingenomen, en zig voorts het geheel Eijland zouden onderworpen hebben; wat oorzaak de Marhattas hier toe aan hun gegeven hebben, is mij onbekend, voor het naaste denke ik, dat dewel gelegentheijd van het Eijland saljette voor Bombaij, waar van het de spijskamer is, de voornaamste reeden daar van is, ten minsten het is zeker, dat deeze ondernee„ „ming zal geschied zijn, op Expres bevel van de Regeering in Bengale, welke mogelijk dit tijdstip dat de Marhattas het met mal„ „kanderen niet al te eens zijn, niet hebben willen verwaarlosen, om ten deeze voor Hun zo aangelegen plaats, te onderwerpen sommige meenen dat de Marhattase Gouver„ „neur van Jana bij het Hoff van Poena verdagt gehouden word, van ontrouw, en dit word eenigzints bevestigt, door de onverwagte versterking, die de Marhattase Regeering even voor dat de stad Jana door de Engelsen belegerd wierd, daar in heeft doen werpen, het geen van die uijtwerking is geweest, dat daar van de kant der Engelschen (die zo als men x schip erde men wil, meenden dat de stad met zo veel volk niet bezet was) dus meer volk als zij gedagt hadden, gesneuveld is, onder dewelke zig ook bevond de Commandeur watson waarvan het verlies bij de Engelsche Regeering zeer word beklaagd, zijnde het bekend, dat deeze Heer in verscheijde gelegentheeden de Engelse Comp:e met groote trouw en wakkerheijd ge„ „dient heeft; De revenuen van salsette worden op 6: â 7: lak ropijen 's Jaars gerekent, zo dat dit een allergewigtigste aanwinning voorde Engelschen is: men zegt, dat de Engelsen naar zig saljette te hebben onderworpen; de Marhattas aan de vaste wal ook willen gaan aantaften en de geene die hier van hunne oogmerken eenigzints meenen onderrigt tezijn, denken, dat dit niet zoude geschieden, met eenig inzigt om van de Marhettas meer plaatsen tewillen bezitten, maar alleen, om des mogelijk, nog wat van Hun inhanden tekrijgen, ten eijnde hun doorde terug gave daarvan, wanneerze met hun tot een ver„ „gelijk komen, te ligter tot den afstand van saljette te beweegen. voorts hebbe d' Hooge Eere met de meeste Eerbied te verblijven /:onderstond:/ Hoog Edele groot Agtb: wijd gebiedende Heer, en wel Edele Heeren! Uw Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorzame

NL-HaNA_1.04.02_10306_0239 view scan ↗

English

obedient Servant /:signed:/ A:n Moens (:in the margin:) Cochim the 10th of Feb: 1775: /:lower down:/ P:S:, Major Medeler has handed over to me a roll of names of forty-five Eastern soldiers, who believe they still have wages due from the Company and who therefore caused me to be requested that what is due to them might be paid to them; before I declared myself on this matter, I handed that roll of names to the pay bookkeeper, who thereupon served me with a report, a copy of which is transmitted herewith, in which he indicates that he cannot say with any certainty whether these Easterners are still in credit, because they are not formally registered here, but that he believes, from what they have already received on Ceylon, they cannot well have any credit, which I caused to be announced to them; but now upon the departure of Zeeduijn they have, not in an irreverent, but in a very polite, yet at the same time forceful manner, caused to be requested that I should at least inform Your High Excellencies of their request, as they flatter themselves that it will clearly appear over there what they still have due from the Company, and the said Major believes that, if their request is refused, they will insist upon their discharge thither, which I could not refuse them, the less so as they, having the country open before them, might well desert and take service with the Nawab or other native princes, and thus I have found myself obliged to inform Your High Excellencies hereof. agrees Adriaan Bootbiek Examined J Sannicheus E Clercx .. 111. To the Honorable, Highly Esteemed Lord Adriaan Moens Extraordinary Councillor of Dutch India, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar with its dependencies. Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord. The undersigned, pursuant to Your Honorable High Esteem's honored written order, have examined the work completed by the Ensign and Surveyor de Graaff on the curtain wall between the bastions Stroomburg and Overijssel, as well as the enlargement and repairs done to the last-mentioned bastion, and have the honor hereby to report to Your Honorable High Esteem that everything has been properly carried out by the said Ensign de Graaf according to the specifications upon which this work was accepted by him, and that it has been fulfilled by him in every respect, while for the rest we have the honor to be with all high esteem and respect. /:lower down stood:/ Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord, Your Honorable High Esteem's very humble and obedient servants /signed:/ W: J: v: de Graaff, D: H: Medeler, I: v: Asbeek, L: Buijs and A: v: Eijk /:in the margin Cochim the 30th of January 1775. Agrees J: Sannickens A Clerck W: Wolff To the Honorable, Highly Esteemed Lord Adriaan Moens Extraordinary Councillor of Dutch India, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Canara and Wingurla Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! The undersigned pay bookkeeper, having been handed by Your Honorable High Esteem a list of names of 45 Eastern soldiers whereby they make request to be allowed to receive the wages which they still have due from the Honorable Company, from the year 1757 to 1761, when they departed for Ceilon; the humble signer of this has with the utmost attention examined the Eastern books of those years up to the date hereof and found that of the men who arrived here from Batavia anno 1757 and were sent to Ceilon in 1761, from whence they returned hither again in the year 1766, there are still 42 heads stationed here, of whom however several names do not agree with those that were given by them, the list of names being annexed hereto as they run here in the books with such detail as could be investigated here in order to serve for elucidation. I further find myself obliged to elucidate to Your Honorable High Esteem that the aforesaid 42 heads of Eastern soldiers, since their arrival, which was in anno 1757 in the month of December, until their departure, have earned more wages than has been paid out to them, since, according to the order of Their High Excellencies the High Indian Government, no more than half pay was provided to them, the receipt of which was also successively charged to their debit accounts and thus sent to Ceylon, because Easterners have never arrived here with formal pay accounts but always continue to run at the capital Batavia, consequently one cannot know whether upon their departure from Batavia they stand in credit or in debit. I must also make known hereby that to the aforesaid Easterners upon their request /:according to the received missive from the Colombo ministers dated the 11th of October 1766:/ was provided there 2/3 of the monthly pay they had in credit here, and another 3 months in reduction of the remaining 1/3, so that even if upon departure from Batavia they had been in debit for no more than the ordinary advance payment of two or four months, they could not possibly have in credit that which has been stated by them. In the hope of having fulfilled this assigned charge according to the highly esteemed intention of Your Honorable High Esteem, I assume the honor to be with the utmost high esteem and most dutiful respect /:lower down stood:/ Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord, Your Honorable High Esteem's humble and very obedient servant /signed:/ K: G: Ceijffer /in the margin:/ Cochim the 11th of November 1774: —. Agrees. J Dannichen C Clercq

Dutch transcription

gehoorzame Dienaar /:was getekent A:n Moens (:in margine:) Cochim den 10:' feb: 1775: /:lager:/ P: S:, De Majoor Medeler heeft mij overgegeven een naam rolle van vijf en veertig oosterse Militairen, dewelke meenen bij de Comp:s nog gagie tegoed te hebben en die mij dus lieten verzoeken, dat hetgeen zij te goed hebben, aan hun mogt afgegeven worden; alvoo„ „rens ik mij daarop verklaarde, hebbe ik die naamrolle ten hand gesteld aan den zoldij boekhouder, die mij daarop van berigt gedient heeft, dat hier neevens in Copia overgaat, waarbij tekennen geeft, dat hij met geene zeker„ „heijd zeggen kan of deeze oosterlingen nog tevooren staan, om datze hier niet formeel loopen, dog, dat hij vermeent datze na het geen ze reets op Ceijlon genooten hebben, niet wel tegoed kunnen hebben, het geen ik hun hebbe doen aankundigen; dog nu bij het vertrek van zeeduijn hebben rij, niet op eene irreverente, maar zeer beleefde, dog teffens kragtige wijze laten verzoeken, dat ik tog ten minsten van Hin verzoek aan uw Hoog Edelheedens zoude kennis geven, alzo zij zig flatteeren, dat ginter wel blijken zal wat zij nog bij de Comp: tegoed hebben, en gem: Majoor meend, datze in hun verzoek met reuzeerende, zullen aanhouden, om hunne verlossinge na Ginter, het geen ik Hin niet 110 ete niet zoude kunnen weijgeren, teminder zij het land voor zig open hebbende, deegelijk kunnen dezerteeren en bij den Nabab of andere inlandse vorsten dienst neemen, en dus hebbe mij verpligt gevonden uw Hoog Edelheedens hiervan kennis te geven. accordeert Adriaan Bootbiek Nagezien J Sannicheus EClercx .. 111. Aan den wel Edelen Groot Agtb: Heer Adriaan Moens Raad extra ordinair van Neder„ „lands Jndia, mitsgaders Gouverneur en directeur der Custe mallabaer„ met dies resorte. Wel Edele Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer. De ondergeteekende hebben ingevolge uwel Edele Groot Agtb: g'eerde schriftelijke ordre gexamineert het door den vaandrig en landmeeter de Graaff volbragte werk aan de gordijn tusschen de boewerken stroomburg en overijssel, mitsgaders de vergrooting en reparatien aan laatstgem: bolwerk gedaen en hebben de eere uwel Edele Groot Agtb: door deesen te berichten dat alles door op gem: vaandrig 18 Nagesien door vaandrig de Graaf behoorlijk is volvoert volgens het bestek, waar op dit werk door hem aangenoomen is, en dat door hem in allen deele daar aan is voldaan, terwijl re voor het overige de eere hebben van net alle hoog agting en eerbied te zijn. /:onderstond wel Edele Groot Agtb: Hoog gebieden„ „de Heer uwel Edele Groot Agtb: Zeer onderdanige en Gehoorsaame dienaaren /was Getekend:/ W: J: v: de Graaff, D: H: Mede„ „ler, I: v: Asbeek, L: Buijs en A: v: Eijk /:in margine Cochim den 30: Januarij 1775. Accordeert J: Sannickens ƒ AClerck ƒ ƒ W: Wolft ƒ Aan den wel Edelen Groot Agtb: Heer Adriaan Moens raad extra ordinair van Neder„ „lands Jndia mitsgaders Gouverneur en directeur der Custemallabaar Canara en Wingurla Wel Edele Groot Agtb:, Hoog Gebiedende Heer! Den ondergeteekende zoldij boekhouder door uwel Edele Groot Agtb: ter hand gesteld zijnde, een naam lijst van 45. Oosterse militairen waar bij deselve versoek doen, om te mogen ontvangen die gagie welke zij bij de E: Comp: nog te goed hebben gehouden, 't zedert Jaar 1757: tot 1761 als wanneer na Ceilon zijn vertrocken; den nedrige tekenaar deses heeft met de uijtterste attentie de oosterse boeken van die Jaaren nagesien tot dato deses en bevonden dat van die manschappen dewelke anno 1757: alhier van Batavia zijn aangekomen en 1761: naceilon gesonden van waar deselve het Jaar 1766: wederom herwaards zijn overgekomen als nog alhier bescheiden zijn 42. koppen, waar van egter verscheidene naamen niet accordeeren met die, dewelke door haarlieden zijn opgegeven zijnde Zijnde de naam lijst desen annex zoo als de„ „selve alhier bij de boeken loopen met zodanige Extentie, als men alhier heeft konnen nagaan om tot Elucida „tie te konnen streeken. vinden mij verders verpligt uwel Edele Groot Agtb: te Elucideeren, dat voormelde 42. koppen oosterse militairen 't sedert hun komst dat geweest is a:o 1757: in de maand xber: tot hun vertrek meer gagie te goed gemaakt hebben als aan haarlieden afbetaald is, nademaal aan deselve volgens ordre van Haar Hoog Edelens de hooge indiase regering niet meer dan halve gagie is verstrekt welkers genot successivelijk ook op haar schuld reekenings is belast en sodanig na Ceijlon gesonden, om dat alhier nooit Oosterlingen met formeele zoldij reek: zijn aangekoomen maar altoos op de hoofd plaats Batavia blijven voortloopen, gevolglijk men niet weeten kan of deselve bij hun vertrek van Batavia te goed of te quaad staan. Nog moet bij deesen bekent stellen dat aan voorm: oosterlingen op hun versoek /:volgens ontvangene missive van de Colombo„ „se ministers gedateert den 11: 8ber: 1766: / aldaar is verstrekt 2/3. van de alhier te goed gehad hebbende maandgelden en nog 3: maanden in afkorting van de resteerende 1/3. zoo dat alwas Neggetien door Johaan Wollt al was 't deselve bij vertrek van Batavia niet meer dan de ordinaire voor uijt verstrek„ „king van twee of vier maanden hadden te quaad gestaan deselve onmogelijk konnen te goed hebben 't geen door haarlieden is opgegeven. Jn hoope dese opgelegte last na de Hoog g'eerde Jntentie van uwel Edele Groot Agtbaren te hebben voldaan, zo matige„ mij de Eere aan van met de uijtterste hoog agting en verschuldigste ontsag te zijn /:onder„ „stond:/ wel Edele Groot Agtbare Hoog Gebiedende Heer; uwel Edele Groot Agtbare onderdanigen en zeer gehoorsa„ „men dienaar /was Getekend:/ K: G: Ceijffer /in margine:/ Cochim den 11: November 1774: —. Accordeert. J Dannichen CClercq

NL-HaNA_1.04.02_10306_0251 view scan ↗

English

Roll of names of the following 42 heads of Eastern soldiers, who most respectfully request that they may be paid what is still owed to them by the Honorable Company on account of earned monthly wages since their arrival here, which was anno 1757, the same having been sent from here to Ceilon under a larger number of those warriors in the year 1761, and having returned here again in the year 1766, from which time they have been furnished with full wages monthly, but previously, namely from the year 1757 to 1761, no more than half wages were paid to them here and the other half, according to the honored order of Their High Mightinesses the High Indian Government, remained standing with the Honorable Company, in deduction of which, upon their request in Colombo, during the time that they were stationed in Colombo, 2/3 of what they had been owed was furnished, and further 3 months in reduction of the remaining 1/3 according to the received dispatch from the Colombo ministers dated 11 October 1766, but it cannot well be verified here how much each person would still have due, since the same appears only on debt and their formal account in Batavia. With the ship Amerongen, arrived here from Batavia on 6 January 1757 1. siedien samarang, Corporal 1. Bapa Corsia malaijo, ditto 1. Gadien pakapoerang, ditto 1. Abdul Cadier pakojang, soldier 1. Abdul Jadil Samarang, ditto 1. Aarragman paggerman, ditto 1. Bapa bongso, ditto 1. ditto sakar Campong, ditto 1. Balawa samarang, ditto 1. Bassier loearbatang, ditto 1. Bapa poepan Gamalakan, ditto 1. Badjing paggerman, ditto 1. Bapa Jantalie samarang, ditto 1. ditto suma Campong, ditto 1. draman samarang, ditto 1. dul samarang, ditto 1. dul pakodjang, ditto 1. kad samarang, ditto 1. Jalanie batavia, ditto 1. intje rampot kampong baroe, ditto 1. Joera batoe, ditto 1. Jiawa Campong, ditto 1: panting palamovang, ditto 23 heads carried forward 23 heads brought forward 1. soera samarang, soldier 1. Lampong Clinting, ditto 1. salem Campong, ditto 1. soedie samarang, ditto 1. salim Campong boegies, ditto 1. wangsa pakapoerang, ditto With the ship Lapinnenburg, arrived here from Batavia on 11 December 1757 1. Jaja Campong Jakkatra, sergeant 1. Ciedien Campong, Corporal 1: badjo pamangisang, ditto 1. Carrangassan Campong, ditto 1. dul dampong, ditto 1. Cariem paggerman, ditto 1. mondel Campong, ditto 1. mochomet pagarangan, soldier 1. parat mangadoea, ditto 1. soera mangadoea, ditto 1. salim Clinting, ditto 1. Sarip Calie bata, ditto 42 heads in total Cochim, 11 November 1774. was signed: C: G: Seijffer. Agreed. 1. wexdier, ditto Checked Schemering Jannickens Clerk Separate Copy. 116. The Commission to the Nabob. Batavia To His High Nobility, The High Noble, Highly Respected Lord Pitrus Albertus Van der Parra, Governor General Together with The Honorable Lords Councilors Of the Netherlands Indies. High Noble, Highly Respected, Widely Ruling Lord, And Honorable Lords! In my last separate dispatch of 10 February, of which the duplicate was sent via Cormandel, I informed Your High Mightinesses that the commissioners Saffin and De Riberto were to proceed to the Nabob in the next few days and that I would provide them with the necessary Instruction; I have deliberately delayed this Commission for so long and meanwhile kept the Nabob in good humor and made him look forward with anticipation to our commissioners, by making slow preparations for it, and by corresponding with the Governor of Calicut regarding the condition of the inland regions and the safety of the roads, in order to see what might occur in the meantime that could have any influence on this Commission; however, I dared not postpone the Commission any longer, so that the commissioners might still return before the onset of the bad monsoon. Just before the departure of the commissioners, I was also informed and assured by the Resident of Cranganoor that the petty king of Cranganoor, with great effort, had gathered together the last term of what he still had to give to the Nabob, and to which he had bound himself in writing, having even borrowed from various persons; and has dispatched it to the Nabob, so that that affair is now completed; yet on this occasion I must also note, namely, how I received information in secret that the king of Trevancoor reportedly lent that remaining balance quietly to the Cranganoor petty king, so that the Nabob's people would not, under that pretext, come to make similar movements again as around this time last year, though I act as if I do not know this; yet even if I had not come to know this with certainty, I would nonetheless have assumed it, because I have knowledge that last year, when the king of Cochim collected together his promised two hundred thousand rupees and delayed somewhat with that, the king of Trevancoor not only repeatedly caused it to be advised underhanded to settle that affair promptly, but in the end even lent some money for that purpose in order to keep the Nabob's troops away from that quarter. The commissioners then departed on 23 February with the following instruction, letter, and gifts. Instruction

Dutch transcription

Naam Rolle der ondervolgende 42: koppen oosterse militairen, dewelke Eerbie„ „digst versoeken dat aan hun mag werden afbe„ „taald het geen deselve wegens verdiende maand„ „gelden bij d'E: Comp: nog te goed hebben 't seedert hun komst alhier, dat geweest is anno 1757:, zijn de„ „selve, onder een meerder getal dier krijgers, in 't Jaar 1761: van hier na Ceilon gesonden, en in 't Jaar 1766: wederom herwaards over„ „gekoomen, van welke tijd af, aan haarlie„ den 'smaandelijks volle gagie verstrekt is, dog bevoorens, als van het Jaar 1757: tot 1761: is aan deselve alhier niet meer dan halve gagie afbetaald en de anderhelfte, volgens g'eerde ordre van Haar Hoog Edelhee„ „dens de hooge indiase regering, bij d'E: Comp: blijven staan, in mindering van het selve, is, op haar versoek te Colombo, dier tijd dat op Colombo bescheijden zijn geweest, verstrekt 2/3. van het te goed Gehad hebbende en nog 3. maanden in afkorting van het resteeren „de 1/3. volgens ontvangene missive van de Colombose ministers gedateert den 11: 8ber: 1766., dog alhier niet wel na te gaan is, hoe veel veel een ider nog zoude te goed hebben, vermits deselve alleen op schuld en hun formeel reek: te Batavia loopt. Met 'T schip Amerongen den 6: Januarij 1757: van Batavia alhier g'arriveert 1. siedien samarang - - - - Corporaal 1. Bapa Corsia malaijo - - - - - - - d=o 1. Gadien pakapoerang - - - - - - - - -„ 1. Abdul Cadier pakojang - - - soldaat 1. Abdul Jadil Samarang - - - - - - d„o 1. Aarragman paggerman - - - - - - „ 1. Bapa bongso - - - - - - - - - - - - - „ 1. _„o sakar Campong - - - - - - „ 1. Balawa samarang - - - - - - - „ 1. Bassier loearbatang. . . . - - „ 1. Bapa poepan Gamalakan - - - - „ 1. Badjing paggerman. . . - - - - „ 1. Bapa Jantalie samarang. . . „ 1. d„o suma Campong - - - - - - „ 1. draman samarang - - - - - -„ 1. dul samarang - - - - - - - - - - „ 1. dul pakodjang - - - - - - - - - „ 1. kad samarang - - - - - - - - - - - „ 1. Jalanie batavia - - - - - - - - - - - „ 1. intje rampot kampong baroe „ 1. Joera batoe - - - - - - - - - - „ 1. Jiawa Campong. - - - - - - - „ 1: panting palamovang - - - - „ 23. koppen die Transporteere 23. kopper per Transport 1. soera samarang. - . . . . soldaat 1. Lampong Clinting - - - . . . d=o 1. salem Campong - - - - - - -„ 1. soedie samarang. . . . - „ 1. salim Campong boegies. . . . „ 4. wangsa pakapoerang - - - „ Met 't schip Lapinnenburg den 11: xber: 1757: van Batavia alhier aan„ gekomen. 1. Jaja Campong Jakkatra sergiant 1. Ciedien Campong - - - - - - - Corporaal 1: badjo pamangisang - - - - - d=o 1. Carrangassan Campong. . . . . „ 1. dul dampong - - - - - - - - - - - - - „ 1. Cariem paggerman - - - - - „ 1. mondel Campong - - - - - - - „ 1. mochomet pagarangan - - - - soldaat 1. parat mangadoea - - - - - d„o 1. soera mangadoea - - - - - - - - - - „ 1. salim Clinting - - - - - - - - „ 1. Sarip Calie bata - - - - - - - - „ 42. koppen jesamen Cochim den 11: November 1774. (was gete:/ C: G: Seijffer. F 111 Accordeerd. 1. wexdier - - - - - - - - - - „ Nagezien Schemering G Jannickens Cler ts O Copia Apart. 116. de Commissie na den Nabob. Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen, Groot Agtbaaren Heer Pitrus Albertus Van der Larra, Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Heeren Raden Van Nederlands India. Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heer, En Wel Edele Heeren! Bij mijn laatste apparte van den 10. ' februarij, waar van het Duplicaat over Cormandel is afgegaan, bedeelde ik ik uw Hoog Edelheedens, dat de gecom„ „mitteerdens Saffin en De Riberto eerstdaag na den Nabab stonden te gaan en dat ik Hun zoude voorzien van de nodige Instru „tie; Ik hebbe expres met deze Commissie zo lange getraineerd en den Nabab in„ „tussen in eene goede luijm gehouden en met verlangen na onze gecommitteerdens doen uijtzien, met langraame preparaties daar toe temaaken, en met de gouverneur van Calicut te Correspondeeren over de gesteldheijd der binnen landen en veijligheid der weegen, om te zien wat 'er intusschen mogt voorvallen dat eenigen invloed op deze Commissie konde hebben: dog langer hebbe ik de Commissie niet durven uijt„ „stellen, op dat de gecommitteerdens nog 117 voor het invallen van de quade mousson zoude kunnen terug komen. Effen voor het vertrek van de gecom„ „mitteerdens, is mij ook door den Resident van Cranganoor bedeelt en versekert, dat het koningje van Cranganoor het het laatste termijn van het geen Hij aan den Nabab nog geven moest, en waar toe hij zig schriftelijk verbonden had, met veel moeijte bij elkan„ „ „der gekreegen, zelfs van dezen en geene opgenomen; en aan den Nabab afgezonden heeft, zo dat nu die affaire gedaan is; dog bij deze gelegentheijd moet ik ook noteeren namentlijk, Hoe ik in het geheijm kennisse Ge„ „kreegen hebbe, dat de koning van Trevancoor, in stilte dat restand aan het Cranganoors koningje zoude geleend hebben, op dat het volk van den Nabab, onder dat pretext niet weder zoort gelijke mouvementen zoude komen maken als verleeden jaar omtrend de„ „zen tijd, dog ik houde mij als of ik zulks niet weete. dog indien ik zulks al eens niet met zekerheijd was teweeten ge„ „komen, zo zoude ik het even„ wel en wel verondersteld hebben om dat ik kennis drage dat de koning van Trevancoor verleeden Jaar Cochim toen den koning van dezen zijn beloofde twee lakken ropijen bij den anderen verza„ „melde en daar meede wat trai„ „neerde, niet alleen telkens on„ „der de hand liet aan raaden om tog maar spoedig die affaire aftedoen maar ook op het laatste zelfs eenig geld daar toe geleend heeft om 's Nababs troupes tog maar van die kant aftehouden. De gecommitteerdens zijn dan den 23. februarij vertrok„ „ken met de ondervolgende jn„ „structie briev en geschen„ „ken. Instructie

NL-HaNA_1.04.02_10306_0259 view scan ↗

English

118 Instruction Regarding the purpose of this commission and how your honors must conduct yourselves therein, I have conferred with your honors orally, so clearly and circumstantially, that I do not doubt that your honors are sufficiently informed about everything, and are in a position to fulfill the purpose. Besides this, your honors both have a great advantage in this commission, because the first was also on a commission to the Nabab in the year 1766, namely when his highness was at Calicoet, and the second, recently or actually in the month of July last past, was also at Calicoet with the return gift from Batavia, and of which this commission is actually a consequence. Also enclosed herewith are various incoming and outgoing letters and papers, which will give your honors abundant light and occasion to execute your commission prudently and well. Nevertheless, I have judged it necessary, for the sake of completeness, to prescribe the following further for your honors' guidance. From here your honors depart via Chettua to Calicoet, where your honors must inform the army chief of the Nabab, named Sriniwasa Raijer, that your honors have arrived to undertake the journey from there to the Nabab his master, and 119 and to present a letter together with gifts from the undersigned, with the request that he provide your honors with good guides to show your honors the shortest way to Seringapatnam. Having arrived in Seringapatnam, your honors must properly notify his highness of your arrival there, with the request to be informed when it might suit his highness to grant your honors an audience. Having obtained an audience, your honors must go to meet his highness in the most friendly manner, and after presenting a nazar of gold specie, which are given to your honors for that purpose, compliment him in the Moorish manner. After concluding the customary compliments, your honors must hand over to the Nabab the letter handed to your honors addressed to his highness, while presenting such gifts as are given to your honors for that purpose and are specified on the attached note. Thereafter, after having held some indifferent but friendly discourses, your honors must also request to have the honor of waiting upon the Nabab further, and having obtained permission for that, request leave to depart. Meanwhile, while your honors await the Nabab's further summons, your honors may pay a visit to his highness's prime minister, or the one who according to the general opinion might have the most influence with his highness, and offer such a gift as is likewise specified in the aforementioned note. On that occasion your honors must, in a covert manner and without in any way letting it appear that your honors are seeking to make the least inquiry, try to learn as much as possible from him as to how the Nabab is actually disposed toward the Honorable Company, and to what extent one might come to an agreement with his highness to increase and further confirm the friendship between his highness and the Company even more. If your honors should learn from this or from another minister that the Nabab's formerly expressed affection has cooled, because the correspondence and negotiations begun in the years 1766 and 1767 were not pursued, then your honors must attribute this to the vicissitudes of the times, which for years on end made the correspondence not only unsafe, but even impossible. Having arrived at the audience with the Nabab, your honors must in a polite manner indicate 120 how the Honorable Company is disposed, and remains disposed, to live in good friendship with his highness, and that it will be very agreeable to their honors to increase and further confirm the mutual friendship with his highness, and that since his highness has requested commissioners from me, your honors have thus come to learn what may be of service to his highness, and what the matters are concerning which his highness had to speak. If the Nabab should ask whether the Company might sometimes wish to accommodate him with some weapons and other goods, or also if your honors of your own accord should find a suitable occasion to be able to speak of that, then your honors may well bring this up and say that your honors do not doubt that our Company will be willing to please his highness in this, if his highness on his part would also accommodate the Company with products of the country, in a manner that may serve to mutual satisfaction and advantage, and that his highness could correspond with me about this, in order to understand each other's views more closely and clearly. And in case his highness should desire any disclosure from your honors regarding that, then your honors may declare yourselves in this manner, namely that if his highness will bind himself not to offend or damage the Company and its friends and neighbors, with whom it is effectively in alliance, as well as all those who belong under their honors' protection, the Company, on the other hand, will accommodate his highness to the utmost of its ability with whatever he might need in the way of war equipment and other provisions, against cash payment, along with free commerce back and forth, concerning all of which his highness can then treat further with me. Yet because the kings of Cochim and Trevancoor, as allies of the Honorable Company, are thereby imperceptibly included in the friendship, the Nabab will certainly take no satisfaction in that, at least not regarding Trevancoor, and therefore your honors must convey this article to his highness in the gentlest and most tactful manner, or also leave it entirely untouched with the Nabab, especially if your honors have previously conferred with the prime minister or any other courtier, and might have learned from the same 121

Dutch transcription

118 Instructie Over het oogmerk van die Commissie en hoe vE:s zig daar in moeten gedragen, hebbe ik vE: mondeling, zo duijdelijk en omstandig on„ „derhouden, dat ik niet twijffele, of vE:s zullen no„ „pens alles genoeg ge-informeert, en in staat zijn, om aan het oogmerk te voldoen; buijten des zo hebben vE:s beijde in deeze Commissie veel voor uijt; om dat de Eerste a:o 1766. bij den Nabab ook in Commissie geweest is, namentlijk toen zijn hoogheid te Calicoet was, en de Tweede, nu onlangs of eijgentlijk in de maand Julij Jongstleeden, met het contra geschenk van Batavia ook te Calicoet is geweest, en waar van deeze Commissie eijgentlijk een Consequens is: ook gaan hier nevens verscheijde aange„ „komene en afgegaane brieven, en papieren, die vE: overvloedig ligt en aanlijdinge zullen geven, om uE: commissie voorzigtig en wel uijttevoeren. Egter hebbe nodig ge-oordeelt, VE: ten overvloede„ het volgende nog tot uE: narigt voor te schrijven. Van hier vertrekken uE:s over chettua na Oalicoet, alwaar vE: aan het leger Hoofd van den Nabab gen=t Sriniwasa Raijer, moeten laten weeten dat UE: gekoomen zijn, om de reijse van daar na den Nabab zijnen meester aanteneemen en 119 en te prezenteeren een briev benevens geschenken van den ondergeteekenden, met verzoek, dat hij VE:s goede wegwijsers meede geve, om VE: den koutsten weg na Seringapatnam tewijzen. je seringapatnam gekomen zijnde, moe„ „ten UE: zijn Ad:s van hunne komst aldaar, be„ „hoorlijk laten kennisse geven, met verzoek om temogen weeten, wanneer het zijn H:o gelegen mogt komen, om d.E: audientie te verleenen. Audientie verkreegen hebbende, moeten UE: zijn Ho:t op de vriendelijkste wijze gaan ont„ „moeten, en na het presenteeren van een Nesscher goude spetien, die UE: ten dien eijnde meede gegeven werden, op de moorsche wijze Compli„ „menteeren. Na het eijndigen der gewone Complimenten moeten vE: aan den Nabab overhandigen, den vE: ter hand gestelden briev aan zijn Ho: gerigt, onder presentatie van zodanige geschenken als VE: ten dien eijnde meede gegeven worden en op annexe Notitie bekent staan. vervolgens moeten vE: na eenige indiffe„ „rente, dog vriendelijke discoursen gehouden te„ „hebben, ook versoeken, de eere te mogen hebben, van den Nabab nader temogen opwagten, en daar op toestemminge gekregen hebbende, af„ „scheijd verzoeken. Jntusschen dat VE: 's Nababs nader ontbod afwagten afwagten, kunnen VE: den eersten staads mi„ „nister van zijn Ho:t of den geenen, die volgens het algemeen gevoelen, bij zijn Ho: wel het meeste mogt intebrengen hebben, een visite geven, en zodanig een geschenk aanbieden, als bij voorm: notitie almede gespecificeert staat. Bij die gelegentheijd moeten VE:s op eene bedekte wijze, en zonder op eenigerhande ma„ „nier te laten blijken, dat VE:s de minste na„ vorlinge zoeken tedoen, zo veel mogelijk van hem tragten teverneemen, hoe den Nabab omtrend D' E: Comp: eijgentlijk gezent is, en in hoe verre men met zijn hoogheid zoude kun„ „nen over een komen, om de vriendschap tusschen zijn Hoogheid en de Compagnie nog al meer te doen toenemen, en nader te bevestigen. Jndien VE:s uijt deezen of wel een anderen Minister mogten verneemen, dat 's Nababs voormaals betuijgde genegentheid, verflauwt is, om dat in anno 1766. en 1767. begonne Corres„ „pondentie en onderhandelinge niet vervolgt is; dan moeten vl:s zulks toeschrijven, aan de wisselvalligheeden des tijds, die jaaren agter een, de correspondentie, niet alleen onvijlig, maar zelfs ondoenlijk hebben gemaakt. Bij den Nabab ter audientie gekomen zijnde, moeten UE:s op een beleefde wijze, te„ „kennen te 120 kennen geeven, hoe d'E: Comp: geneegen is, en blijfd, om met zijn hoogheid in een goede vriendschap teleeven, en dat het Haar Ed: zeer aangenaam zal zijn; om de onderlinge vriendschap met zijn Hoogheid te vermeerderen, en nader te bevestigen, en dat vermits zijn Hoogheid mij om gecommitteerdens ver„ „zogt heeft, VE:s dus gekomen zijn, om te verneemen wat van zijn hoogh=t dienst is, en welke zaaken het zijn, waar over zijn hoogh:t tespreeken had. Jndien den Nabab mogt vraagen, of de comp: hem somtijds wel met wat wapenen en andere Goederen zoude willen gerieven, of ook wel, indien vE:s van relts eene ge„ „voegelijke aanleijdinge mogten vinden, om daar van te kunnen spreeken dan mogen VE:s zulks wel op het Chapiter brengen en zeggen, dat VE: niet twijffelen, of onze Comp:s zal zijn Ho:t hier in, wel willen plaizier doen, indien zijn Hd:t van zijne zijde, de Comp: ook zoude willen doen gerieven met 'slands produc„ „ten, op eene wijze, die strekken kan, tot we„ „derzijds genoegen en voordeel, en dat zijn Ho:t daar over met mij zoude kunnen correspon„ deeren, ten eijnde elkanders meenige nader en duijdelijker teverstaan. En bij aldien zijn Ho:t van uE:s daar„ omtrent omtrent eenige openinge mogt begeeren, dan kunnen VE:s zig verklaaren op deeze wijze, namentlijk, dat indien zijn Ho:t zig wild verbinden om de Comp: en Haare vrienden en buuren, waarmeede ze effectieve in Bondgenoodschap staat, zo meede alle de Geene die onder Haar Ed: protexie behooren, niet te beleedigen, nog te beschaadigen, de Comp: daar en tegen zijn Ho: na uijtterste vermo„ „gen zal gerieven met het geen Hij aan oorlogs gereedschap en andere behoeftens mogte nodig hebben, teegens contante betaaling, benevens een vrije commercie over en weder, over„ welk een en ander zijn Ho:t met mij dan nader Handelen kan: Dan dewijl daar bij de koningen van Cochim en Jrevancoor als bondgenooten van d E: Comp: ongevoelig meede in de vriend„ „schap geslooten worden, zo zal de Nabab zee„ „kerlijk daar geen genoegen inneemen, ten minsten niet omtrend Jrevancoor, en daarom moeten VE:s zijn Ho:t dit articul op de sagtste en gevoelijkste wijze, teverstaan geven, ofte ook wel geheel onaangeroert laaten, bij den Nabab, inzonderheid, wan„ neer VE:s bevoorens, met den eersten staads Minister of eenig ander hoveling gecon„ „fereerd, en van den zelven mogten ver„ „staan 121

NL-HaNA_1.04.02_10306_0264 view scan ↗

English

have understood that this proposition is disagreeable to the Nabab, as I recall also took place in the year 1766. But if His Highness, regarding Trevancoor, might still be willing to be accommodated conditionally, and thus declared absolutely that the ruler of Trevancoor must first settle his outstanding matters with him, as is customary to call it among the native rulers, then Your Honors may say that if His Highness pleases to declare which outstanding matters he has with Trevancoor, and in what manner His Highness would wish to settle them amicably, the Company would then gladly speak with Trevancoor about this and wish to use its best endeavors to clear those matters out of the way. But then Your Honors must at the same time give the Nabab to understand that the Honorable Company will all the more gladly lend itself to that mediation, partly in order on our side to do the Nabab, as our friend, every possible service, and on the other hand because the Company has entered into exclusive treaties with the said kings of Trevancoor and Cochim and thereby enjoys many of the country's products, and that this is also the reason why we request that the Nabab would also let these kings enjoy his friendship. Yet in case Your Honors should receive no desired answer to this, or should indeed notice that this will not fly and that His Highness was displeased by it, then Your Honors need not press further on the matter, but may undertake to make a further report thereof to me. If the Nabab should ask Your Honors how the Honorable Company would conduct itself if he should wish to extend his conquests further southward, Your Honors may then answer thereto in general terms: that the Honorable Company is not accustomed to concern itself with the disputes of the native powers, so long as its interests and prerogatives do not suffer thereby. However, in case it should be specifically asked what the Company would actually do if he, the Nabab, wished to subjugate the king of Trevancoor, Your Honors may then reply that Your Honors are not instructed to that extent so as to be able to answer thereto with certainty; at the same time indicating in mild terms that contracts have been made between the Honorable Company and the king of Trevancoor, tending to mutual advantage, and whereby the Honorable Company on its part enjoys the country's products and other benefits; and that the Honorable Company expects from the generosity of the Nabab, and is in the firm confidence, that he, the Nabab, will not wish to make any change therein or cause any injury to the Honorable Company. I must expressly repeat once and again that the Company is under contract with Trevancoor, and that the Company thereby enjoys on its part the country's products and many benefits, because if this cannot be brought up appropriately in the one instance, it must then be spoken at another suitable opportunity when that critical and delicate article might be discussed with Your Honors, as Your Honors see that the above sentences lead thereto; although, because of the delicacy and importance of the matter, I would rather that the Nabab did not test Your Honors too hard regarding it, but wished to correspond with me about it. Furthermore, Your Honors' commission consists in this: 1. To present to the Nabab the privileges and prerogatives that the Honorable Company holds in the kingdom of the Samorin, namely, free trade throughout the entire country, and the liberty to erect lodges for storing merchandise, both at Pananij, Calicut, and elsewhere, with the request that the Nabab, as conqueror of the kingdom of the Samorin, may be pleased to confirm the aforesaid ancient privileges. 2. To request the Nabab in friendly terms that he will meanwhile be pleased to give orders that none of his troops shall henceforth enter the region of Chettua and Cranganoor, as being under the Company's sovereignty, nor any other territory of the Honorable Company, in order to prevent the Company's lands from being molested again as happened recently; and that we meanwhile gladly trust that this happened without the foreknowledge and order of the Nabab, and for that reason in particular we have thought it best to defer our grievances in this regard until this opportunity. 3. Further to demonstrate in friendliness to His Highness that the little king of Cranganoor, being under the Company's special protection, has recently also suffered much offense, and that we hope His Highness will be so good as to make provision against this in the future. After the foregoing has been discussed, Your Honors must also inform the Nabab that recently, two two-masted vessels and six galwets of His Highness having arrived in the roadstead of Cochim, their commander behaved very unfriendly and caused many difficulties; that he intercepted all vessels coming to Cochim from the south and north, searched them, [illegible]

Dutch transcription

staan hebben, dat deeze voorstellinge bij den Nabab onaangenaam is; gelijk mij voorstaat, anno 1766. ook plaats gehad te hebben. Dog indien zijn ho:t zig nopens frevancoor, nog wel conditioneel wilde laten vinden, en dus absolut verklaarde, dat de Trevancoorse vorst eerst zijne uijtstaande zaaken (zo als men dat onder de inlandse vorsten gewoon is tenoemen), met hem „kunnen VE:s zeggen dat Nabab moet afmaaken, dan „ indien zijn ho: zig gelievd te declareeren, welke uijtstaande zaaken, Hij met faevancoor heeft, en op welke wijze zijn Hd:t die in der minne wilde bijleggen, de Comp: dan gaarne met Joevancoor daar over spreeken en Haar devoir aanwenden wild, om die zaa„ „ken uijt de wereld te helpen. Maar dan moeten VE: ook teffens aan den Nabab te verstaan geven, dat dE: comp: zig tot dat mediateurschap, des te gaarne zal laten vinden, deels om aan onze zijde, den Nabab als onzen vriend, alle mogelijke dienst te doen, en anderdeels, om dat de Comp:e met gem: koningen van Trevancoor en Cochim exclusive tractaten heeft aangegaan en daar door veele slands producten geniet, en dat dit ook de reeden is, waarom wij verzoeken, dat den Nabab deeze koningen van zijne vriend„ „schap ook wild laaten jouisseeren. Dog ingevalle uE: hier op geen gewensch antwoord :. antwoord mogten bekomen, of ook wel bemerken mogten, dat die vlieger niet op zal gaan, en zijn Ho: zulx mis haagde, dan behoeven VE:s daarop niet verder aantedringen, maar kun„ „nen aanneemen, daar van aan mij nader verslag tedoen. Jndien de Nabab, VE:s mogt vraagen, hoe dE: Comp: zig zoude houden, Jndien hij zijne conquesten verder zuijdwaarts mogt willen uijtbrleijden, dan kunnen VE: daar op in Ge„ „neraale Jermen antwoorden; dat d'E: Comp: niet gewoon is, zig de geschillen der jnlandse mogentheeden, aantetrecken, zo lange haare Belangens en prerogativeis daar bij niet lijden. Maar ingevalle speciaal gevraagt mogt werden, wat de comp: effectief zoude doen, in„ „dien hij Nabab, den koning van Jrevancoor aan zig wilde onderwerpen; dan kunnen VE:s daar op dienen, dat VE:s zo verre niet geinstrueert zijn, om daar op met zekerheid te kunnen antwoorden; teffens in sagte termen tekennen gevende dat tusschen d' E: Comp: en den koning van Trevancoor Con„ „tracten zijn gemaakt, strekkende tot weder„ zijds voordeel, en waar door d'E: Comp: aan haare zijde 'slands producten, en andere voordeelen geniet; en dat d E: Comp: van de Edelmoedigheid van den Nabab verwagt, en 122 gewenseh en in het vast vertrouwen is, dat Hij Nabab daar in geen veranderinge zal willen maaken ofte eenig nadeel aan d' E: Comp: toebrengen; Jk moet expres, eens en andermaal repeteeren, dat de Comp: met Jrevancoor in contract staat, en dat de Comp: daar door van Hare zijde stands producten en veele voordeelen geniet, om dat zulks, in het eene geval eens niet te pas kunnende gebragt worden, dan bij een andere gevoegelijke gele„ „gentheid zal moeten gezegt worden, wanneer 'er over dat criticque en teeder articul tegen VE: mogt gesprooken worden, gelijk uE: zien, dat de bovenstaande perioden daar heen leijden schoon ik om de teederheid en aangelegentheid der zaak liever zag, dat de Nabab uE:s daar omtrent niet testerk toetste, maar met mij daar over wilde Correspondeeren. Verders bestaat VE: Commissie hier in 1. Om den Nabab voortehouden de voorregten en prerogativen die d' E: Comp: in het sammo„ „rijnse Rijk heeft, teweeten, den vrijen handel, door het geheele Land, en de vrijheid om Logies opteregten, tot het opslaan der Negotie whaaren, zo te Pananij, calicut als elders, met ver„ „zoek, dat de Nabab, als overwinnaar van het sammorijnse Rijk, voorsz: oude voor„ „regten gelieve te bevestigen. 2. 123 2. Om den Nabab in vriendelijke termen, teverzoeken dat hij intusschen ordre gelieve testellen, dat geene zijner troupen op de landstreek van chettua en Cranganoor (als onder 'sComp:s oppersteeaschappije staande / voortaan meer komen, zo min als op eenig ander territour van dE: Comp: ter voor„ „koming, dat 'sComp:s landen weder werden Gemo„ „lesteert, gelijk onlangs geschied is, dat wij on„ „dertusschen gaarne vertrouwen, dat zulks buij„ „ten voorkennisse, en order van den Nabab ge„ „schied is, en wij inzonderheid ook daarom best gedagt hebben, onze beswaarnisse derweegens tot deeze gelegentheijd uijtgesteld telaten: 3. zijn Ho:t verder in vriendelijkheid tevertoonen, dat het Cranganoorse koningje, onder 'sComp:s speciaale protexie staande, onlangs ook veel aanstoot heeft geleeden, dat wij hoopen dat zijn Ho:t zo goed zal zijn, hier tegen in den aanstaande tevoor„ zien. Na dat het voorenstaande verhan„ „delt zal zijn, moeten uE:s den Nabab ook tekennen geven dat dezer dagen twee twee mas„ tige vaartuijgen en ses Galwets van zijn Ho:t ter Cochimse rheede gekomen zijnde, het hoofd derselve zig zeer onvriendelijk heeft gedraagen, en veele moeijelijkheeden veroorzaakt; dat bij alle vaartuijgen van de zuijd en noord na Cochim komende, heeft laten opvangen, dezelve gevisiteert n haar ven„ van oor„ ren,

NL-HaNA_1.04.02_10306_0268 view scan ↗

English

inspected and subsequently released, yet seldom without seizing something from them; that this conduct has tended to the detriment of shipping and trade from and to Cochim, and that the esteem of the Honorable Company has also been injured thereby; that it is also entirely improper that the naval force of one power, on the coasts of another with whom it lives in friendship, commits such acts against trading nations that are not in open enmity with His Highness, much less that such should take place even on the roadstead itself. That the aforementioned squadron, having departed from this roadstead, has also seen fit to have a vessel provided with a pass from the Dutch Company seized south of the Cochim roadstead, under the pretext that His Highness needed the iron that was inside it, and therefore this iron had to be sold to the naval commander; that this case occurred at your departure, without knowing whether this vessel was subsequently released or taken along. Whereupon you must then request that His Highness please give orders that such unfriendly actions occur no longer in the future, to prevent the misfortunes that could arise therefrom; just as already, although through a misunderstanding, a fight has arisen between His Highness's aforementioned squadron and the Portuguese; of which you can then give the account just as it occurred, and is known to everyone as well as to you. And in case His Highness should ask you about the lands of the King of Samorin that are under sequestration with us, and of which we enjoy the revenues (for without necessity this article must not be mentioned), then you must show the Nabab that the Samorin, now more than 10 years ago, was still in arrears to our Company for over 12000 rupees and that on that account he placed these lands into the hands of the Company, the revenues of which are so small that they cannot cover the interest on the principal; but if you further notice that the Nabab seems to have it in mind to ask for those lands back, then you must show His Highness how they are of no or little importance to him, and then further request that the same may remain in the hands of the Company as before; being careful not to let it be noticed that we enter the revenues of those lands into our books in reduction of the principal, and I recommend you to use all the more caution and circumspection in this regard, because it would not suit the Company now to hand over those lands to the Nabab, even if he were to pay what we were to have from the Samorin before taking possession of those lands, because one ought to keep everyone as far as possible from the region between Chettua and Cranganoor, and in particular this so dangerous and formidable neighbor. I have also been informed that the other European nations, such as the English, French, Portuguese, and Danes, recently also sent delegations to the Nabab, and that the Nabab had expected that the Dutch would have followed suit, indeed that he even sneered at it and interpreted it as a slight. If the Nabab should speak of this, you must answer him that this was all the easier for the aforementioned nations to do the further north they lie, but that however long I have already had a mission to His Highness in mind, I have not been able to do this sooner because, being located further away, I could send no person of distinction before the season was so far advanced that one can be certain about the weather, and especially not before having first informed myself of the roads and of the opportunity for undertaking such a journey. And if it should be suitable in the conversations, and the European nations in general are spoken of, you may make the Nabab understand the nature of the Dutch, namely that they seek to live with everyone in peace and friendship, and always maintain strict fidelity toward their special friends and allies, to whom they gladly render all conveniences and services; while in these regions, as far as concerns themselves, they primarily aim only to continue and promote their trade by honest and proper means. The Jewish merchant Jzaak Surion is also traveling to Seringapatnam on his own business; he has offered his services on behalf of the Honorable Company, just as he also went along in the same manner in the year 1766; he is known to the Nabab and, should you need anything, could be of service; and even at Seringapatnam he could facilitate access for you to one or another who [illegible]

Dutch transcription

gevisiteert vervolgens wel weder Gelargeert, dog zelden, zonder het een of ander van dezelve te begeeven; dat dit gedoente strekkende is ge„ „weest, tot nadeel van de vaart en Handel van en na Cochim, en dat ook de agting van d'E„ Comp: daar door is geledert; dat het ook ten eenemaal ongevoeglijk is, dat de zee magt van eene mogentheijd; op de Custen van een ander daarze mede in vriendschap leefd, dier Gelij„ „ke dingen pleegd aan Handel drijvende Na„ „ties, die met zijn Hoogheid in geen open„ „baare vijandschap zijn, veel min dat zulx op de rheede zelfs zoude mogen plaats vinden. Dat het voormelt Esquader van deeze rheede vertrokken zijnde ook heeft kunnen goedvinden, een vaartuijg voorzien met een pasce van de Hollandse Comp: bezuijden de Cochimse rheede te doen ophaalen, onder voor„ geven, dat zijn hoogheit het ijzer, dat daar in was, noodig had, en daarom dit ijzer aan den zee voogt moest verkogt worden; dat dit geval gebeurt is, bij VE: vertrek, zonder teweeten of dit vaartuig, vervolgens gelaxgeert, dan wel meede genomen is. Waar bij VE: dan moeten verzoeken dat zijn Ho:t ordre gelieve te stellen dat zulke onvriendelijk bedrijven voortaan niet meer exteeren, ter voor „koming van de onheijlen, die daar uijt zoude kunnen 124 kunnen ontstaan; zo als reets ook al, hoe wel door mis verstand een gevegt ontstaan is tus„ schen voorm: Esquader van zijn ho:t: en de Portugeesen; waar van VE: dan het verhaal kunnen doen zo als het is voorgevallen, en een ider zo wel als VE: bekent is. En ingevalle zijn Ho: VE:s mogte vragen, na de landen van den koning van Sammorijn die bij ons in sequestratie zijn, en waar van wij de Jnkomsten genieten /:want buijten nood moet van dit artikel niet gerept worden :/ dan moeten vE: den Nabab ver„ „toonen, dat de sammorijn nu ruijm 10. Jaaren geleden, aan onze Comp: nog ten agteren stond over de 12000. rop:s en dat Hij daar over deeze landen gesteld heeft in handen van de Comp:, waar van de Jnkom„ „sten zo gering zijn, dat zij de interessen van het Capitaal niet kunnen goedmaken: dog indien VE:s voorts bemerken, dat de Nabab, in gedagten scheijnd te hebben genomen, om die landen terug tevragen, dan moeten VE:s zijn Ho:t vertoonen hoeze voor hem van geen of weijnig belang zijn, en dan verder verzoeken, dat dezelve gelijk voor hem inhanden van de Comp: mogen blijven; voor zig„ „tig zijnde van niet telaten merken, dat wij de Jnkomsten van die landen in minderinge van het capitaal bij onze boeken inneemen en ik recommandeere VE: hier omtrent, des temeer alle voor - en omzigtigheid te gebruijken om 125 om dat het de Comp: nu niet zoude Conveniee„ „ren die landen, aan den Nabab overtegeven schoon hij al eens betaalde, het geen wij voor d' aanvaardige dier landen van den Sammorijn moesten hebben, om dat men zo veel mogelijk ijder een van de Landstreek tusschen Chettua en Cranganoor diend te houden, en in zonder„ „heid, dezen zo gevaarlijken en Gedugten buur„ „man. Ook ben ik ge-informeert, dat d' andere Europeeze naties, gelijk de Engelse, Fransche, Portugeezen en Deenen, onlangs ook bezen„ „dingen aan den Nabab gedaan hebben, en dat de Nabab verwagt had, dat de hollanders zulx ook nagevolgt zouden hebben, ja dat Hij zelvs daar op gesmeeld, en zulks als een minagtinge uijtgelegd heeft. Jndien de Nabab hier van mogt spreeken, dan moeten VE:s daarop dienen, dat zulx de voorm: Natien na mate zij verder om de Noord leggen, te gemakkelijker geweest is tedoen, dog dat hoe zeer ik ook reeds lange eene bezendinge aan zijn Ho:t in gedagten genomen hebbe, ik dit niet eerder hebbe kun„ „nen doen om dat wij verder afgelegen zijnde, ik niemand van aanzien zenden kon, voor dat het saijsoen zo verre gevorderd was, dat men omtrent het weer zeeker kan gaan, en inzonderheid niet, dan na mij al„ voorens 126. voorens van de weegen en van de Gelegent„ „heijd tot het doen van zo een togt te hebben laaten informeeren; En als het in de gesprekken mogt te pas komen, en 'er van de Europeeze Naties, in 't generaal gesprooken word, dan mogen VE:s den Nabab, wel eens doen begrijpen, de ge-aartheijd van de Hollanders, nament„ „lijk dat zij met ijder een in voelde en vriendschap zoeken te leeven, en altoos een naauw gezette trouwe houden tegens hun„ „ne bijzondere vrienden en Bondgenooten, aan dewelke zij gaarne alle gerieffelijk„ „heeden en dienst bewijsen; terwijl zij in deeze gewesten, wat hun zelven aangaat, voornamentlijk beoogen, om alleen hun„ „nen handel door eerlijke en betaamelijke middelen voorttezetten, en te bevorderen. De goodskoopman Jzaak Surion trekt ook op, na Seringapatnam, om zijn eijgen zaaken, Hij heeft zijne diensten, ten behoeve van d' E: Comp: aan gebooden; gelijk Hij A:o 1766. ook zodanig meede is geweest; Hij is bij den Nabab bekent, en zoude vE:s het een en ander nodig hebbende, van dienst kunnen zijn; ook zelfs wel te seringa„ „patnam, vE:s den toegang kunnen fa„ „ciliteeren, tot den eenen of anderen, die venee„ ge voor in k „ en die der den zijn al

NL-HaNA_1.04.02_10306_0272 view scan ↗

English

who can be of further service to Your Honours; thus Your Honours may also use him as an interpreter, but must otherwise be cautious with him, and reveal nothing more of our intention to him than what is absolutely necessary; since, being a merchant and finding his living in the lands of the Nabob, he seeks to make himself esteemed and beloved by the Nabob; and thus might imperceptibly seek to work to grant requests of the Nabob that please the Nabob very well, but would not at all suit the Company, which is why Your Honours must maintain a prudent distrust regarding this person, without, however, letting it show, so that he does not withdraw himself from Your Honours, and Your Honours thus remain deprived of the opportunity to learn through him various particular details for Your Honours' information, although he speaks much with exaggeration, and sometimes pretends to have accomplished things through his skill and power to which he contributed nothing in the world, or which did not even take place; and since the second named in the heading of this somewhat understands the Moorish language, he will have to be attentive regarding regarding the translation of Jzaak Surien, so that he does not mix and negotiate his own affairs with those of the Honourable Company. Furthermore, I recommend to Your Honours (in case His Highness should ask Your Honours any critical questions relative to the present state of affairs, whether concerning Mahomet Alij, the Marhattas, or any other European as well as native rulers of note, or also concerning Your Honours' present commission, in order, if possible, to take Your Honours by surprise and, as they say, scrape the tongue) that Your Honours should then simply answer with modesty that you know nothing of it, or are not instructed thereon; but in case His Highness should nevertheless speak of things that are too well known, and regarding which it would look too clumsy to continually play the ignorant, then Your Honours must simply and as far as possible answer in general terms that can give no offense. Finally, Your Honours should continually remember in your commission that the Nabob is a shrewd and politic ruler, who is willing to listen to unpleasant words, provided they are spoken to him with politeness and friendliness; that, besides this, possessing the characteristic of all native rulers, possessing it both in his questions and answers, he usually proceeds step by step, and when he must reluctantly answer something to which he cannot decently refuse an answer, he only answers by halves, or actually only to that part which matters least to the case, merely to lead someone imperceptibly away from the subject; according to all of which Your Honours are then to conduct yourselves. After Your Honours shall have completed your commission, Your Honours must politely request your dismissal, and having obtained it, depart hence, rendering us an account of Your Honours' proceedings by report in writing. Meanwhile, Your Honours may nevertheless write to the undersigned, if there is an opportunity, how far Your Honours have advanced, and what has been done or has occurred, but Your Honours must be very circumspect in this regard, that nothing be noted in those letters about which the Nabob might reasonably be offended if he should come to know the contents thereof; since it could easily happen that Your Honours' letters are opened on the way. For the rest, I commend to Your Honours in everything the utmost secrecy and wish Your Honours good success in the commission, both for the welfare of the Company and for Your Honours' own honour and satisfaction. Grido 128. I hope that my previous letters, together with the counter-gift from the Lord Governor-General of Batavia, will have been received by Your Highness in good health; at least, I have long had news from Your Highness's army commander at Calicout that the gift was about to be sent up, and that Your Highness, on account of many occupations and absence from Seringapatnam, had not yet been able to answer my letters. However, since the said army commander has also written to me that Your Highness would have liked the persons who delivered the aforesaid counter-present at Calicut to have brought it to Your Highness at Seringapatnam in order to speak with them about matters of importance, I was very pleased about that, since I also have long desired an opportunity to enter into close friendship and correspondence with Your Highness, although it was then the rainy season, and one cannot then decently have gentlemen of rank undertake such a long journey; so that I had to postpone the dispatch of the commissioners until the rainy season had passed Letter To The Nabob and the unhealthy land winds that blow fiercely in the months of December and January had ceased. And since I have now recently also received the pleasant news from the said army commander of Your Highness that Your Highness is back at Seringapatnam, I have the pleasure of now sending up to Your Highness the Junior Merchant and Warehouse Keeper as well as Member of my Council Samuel Constantin Saffin, together with the Resident of our fort Chettua Carel De Riberto, to give Your Highness further assurance of our sincere goodwill and good intentions, with the request to be pleased to make further disclosure, either to my said deputies or in a letter addressed to me, of whatever else may be of service to Your Highness, so that I may then negotiate and correspond further with Your Highness about it. As a further token of high esteem and affection, the said commissioners will also have the honour of offering to Your Highness on our behalf such gifts as are listed in the accompanying separate note, which we hope Your Highness will accept with affection. Furthermore, I wish Your Highness all prosperity and blessing, and especially I wish that the fame which Your Highness has gained through your bravery

Dutch transcription

die VE: verder van dienst kunnen zijn; dus mogen vE: hem ook wel als tolk gebruijken dog moeten voor 't overige met hem voorzig„ „tig zijn, en hem niets meer van onze in„ „tentie openbaaren, als het geen absoluts noodig is; alzo sij een koopman zijnde, en zijn bestaan vindende, in den landen van den Nabab, zig bij den Nabab zoekt, geagt en bemind temaken; en dus Com„ tijds ongevoelig zoude willen arbeijden, om instantien van den Nabab intewilli, „gen, die den Nabab zeer wel behagen, dog de Comp: in 't geheel niet Convenieeren zouden, waarom vE:s een voorzigtig wan„ „trouwen, omtrend dezen persoon moeten houden, zonder zulks egter te laaten blijken op dat Hij zig niet van VE:s retireere, en vE: dus versteeken blijven van de gelegentheijd, om door hem nog al deze en geene specia„ „liteijten tot VE:s narigt te weeten te komen, hoe wel Hij veel bij vergrooting spreekt, en zomwijlen voorgeeft, door zijne bequaam „heijd en vermoogen, dingen uijtgevoert te hebben, daar wij niets ter wereld toe ge„ contribueert heeft, of die zelfs niet eens voorgevallen zijn; en dewijl de tweede in dels Hoofde dezes, de moorse taal eenigzints verstaat, zal hij oplettende moeten zijn, omtrend omtrend de vertaaling van Jzaak Surien, op dat Hij zijne zaaken niet met die van d' E: Comp:e menge en verhandele Voorts recommandeere VE:s (ingevalle zijn Ho: vE: eenige Caiticque vragen relatief tot de praesente tijds gesteldheijd mogt doen, het zij nopens Mahomet Alij, de Marhet„ „ters of eenige andere zo Europeese als jn„ „landse vorsten van aanmerkinge, of ook wel nopens VE: tegenswoordige Commissie, om waare het mogelijk VE:s te overvassen, en gelijk men zegd de tong te schrabben/ dat VE:s dan maar met beschijdentheid moeten antwoorden, daar niet van te weeten, of niet op ge-instrueert te zijn; dog ingevalle zijn Hd:t egter mogt spreeken, van dingen, die te bekent zijn, en waarop het al telomp zou„ „de staan, telkens den ignoranten te speelen, dan moeten VE:s maar en zo veel mogelijk in Generaale termen antwoorden die geen aanstoot kunnen Geven. Eijndelijk dienen VE:s in hunne Commissie zig telkens te hevinneren, dat de Nabab een schrander en staatkundig vorst is, die wel een haatelijke taal wild aanhooren, mits datze hem met beleefdhijt en vriendelijkheid gezegt word; dat sij buijten des de hoedanigheijd van alle jnlandse vorsten bezittende den 127 t zi in 8 bezittende, zo in zijn vragen als antwoor„ „den, doorgaans trapswijze voortgaat, en als Hij iets ongaarne moet antwoor„ „den, waarop Hij niet wel voeglijk antwoord wijgeren kan, dan maar ten halve antwoord, of eijgentlijk maar op dat gedeelte, het geen minst ter zaa„ „ke doet, alleen maar, om iemand onge„ „voelig, van het stuk aftelijden; Na welk een en ander VE: zig dan ook tegedraagen hebben. Na dat VE:s hunne Commissie zullen hebben volbragt, moeten VE:s hun afscheijd be„ „leefdelijk verzoeken, en bekomen hebbende, zig dit heen begeven, ons verslag doende van vE:s verrigtingen bij Rapport in scriptis. Jntusschen kunnen VE: egter aan den ondergetekenden, indien er gelegentheid is, schrijven, hoe verre vE:s g'advanceert zijn, en wat verrigt of voorgevallen is, dog VE:s moeten hier omtrend zien ontrend zeer omzigtig zijn, dat niets in die brieven genoteerd werd, waar over de Nabab, met reeden gestoort kan zijn, indien Hij den inhoud, daar„ van mogt komen teweeten; dewijl het ligt zoude kun„ „nen gebeuren, dat UE:s brieven, op weg g'opent worden. Voor het overige beveele ik vE:s in alles de uijtterste secretesse en wensche vE:s een goed succes in de commissie zo tot wel zijn van de Comp: als tot VE:s eijge Eer en satisfactie. Grido 128. Ik hoope dat mijne voorige brieven benef fens het Contra geschenk van den Heer Gouver= neur Generaal van Batavia bij utto=t in goede welstand zullen ontvangen zijn ten minsten ik hebbe al lange tijdinge van utto=ts leger Hoofd te Calicout dat het geschenk stond opgezonden teworden en dat utto=t wegens veele occupaties en af¬ wezigheijd van Seringapatnam mijne brieven nog niet had kunnen be-antwoor= „den. Dan nadien gem: Leger Hoofd mij ook geschreeven heeft, dat uWto=t gaarne gezien, had, dat de perzoonen die het voorsz: Contra prezent te Calicut bezorgd hebben, het 3 zelve te seringapatnam bij utto=t gebragt hadden om met dezelve te kunnen spreeken, over zaaken van aangelegendheijd, zo ben ik zeer verblijd daar over geworden, ver mits ik ook al lange verlangd hebbe na ge= leegendheid om met intto:t in een nauwe vriend„ schap en Correspondentie te treeden schoon het „toen in de regen tijd was, en men dan niet welvoeglijk Heeren van aanzien, zo eene lange rijze kan laten doen; zo dat ik de af= zendinge van gecommitteerdens hebbe moeten uijtstellen, tot dat de regen tijd verstreeken Briev Aan Den Nabab is t woor„ . van hier met daar„ 1 den. d bab is en de ongezonde landwinden die in de maan „den December en Januarij hevig waaijen op hoe „den. en dewijl ik nu onlangs ook van gem: utto= leger Hoofd de aangenaame tijdingen ontvan „gen hebben dat ulto=t weder te beringapatnam zig bevind zo hebbe het genoegen om thans na utto=t telaaten opgaan, den onderkoopman en Pakhuijsmeester mitsgaders Lid van mijnen Raad Samuel Constantin Saffin benevens den Resident van ons fort Chettua Carel De Riber „to om utto=t nader verzeekeringe van onze welmeenendheijd en goede intentie tegeven met verzoek, om van het geen er verder van utto=t dienst kan zijn, aan gem: mijne afgezondene dan wel in een briev aan mij gerigt nadere openinge te willen doen op dat ik dan daar over nader met utto=t hande „len en Correspondeeren kan Tot een nader blijk van hoog agtinge en genegentheijd zullen gem: gecommitteerdens ook de eer hebben ulto=t van wegens ons aan tebieden zodanige geschenken als bij nevens gaande apparte notitie vermelt staan de welke wij hoopen dat utto=t met genegentheij zal accepteeren voorts wensche ik ulto=t alle Heijl en zegen toe, en inzonderheijd wensche ik dat den roem die utto=t door desselfs dapperheij

NL-HaNA_1.04.02_10306_0277 view scan ↗

English

and conduct already obtained may continually be increased, and that my commissioners, returning soon, will be able to inform me that they found and left your Excellency in good health. List of presents 4 long fine flintlocks 2 fine pistols with silver mountings 2 ditto ditto double-barreled 2 cutlasses with gilded mountings and two small pistols attached to each side of each blade 1 gold watch with a chased case and gold chain 1 cane, 4 feet and 5 inches long, with a gold chased knob on top, set with a large amethyst 1 water basin with gold mountings 20 pieces of silk fabrics with gold flowers 1 gold bodidar of the heaviest and finest sort 20 pieces of gold lace with tinsel 2 Japanese gilded large water basins with tin lids 4 ditto smaller 1 coach coupe, fitted on the inside with velvet, also gold lace and ditto fringes, and heavily gilded on the outside along with the undercarriage 1 large parasol of green satin with white copper mountings 25 lb mace 25 lb nutmeg 25 lb cloves 3 lb 2 5 cinnamon oil 1½ ounce mace oil 1½ ounce clove oil 1 perspective box with its magnifying mirror and 36 illuminated views, both on glass and on paper 1 air rifle with its accessories 2 jars of candied nutmegs For the First Minister of State of the Nabab: 1 saber with gilded mountings 1 roll of Chinese fabric 1 gold bodidar, medium sort 2 pieces of armozine 1 piece of batiste or fine Dutch linen One ream of paper with gilt edges 2 lb red sealing wax A small bottle with cinnamon oil The said commissioners subsequently arrived at Seringapatnam on 19 March, after a very fatiguing journey, and, as they reported to me, were received by the Nabab with uncommon friendliness, in a distinguished manner far above the other European nations that have visited him on a commission until now, so that one could clearly see that he truly longed for our commissioners and was especially pleased with their arrival. Outside of their arrival and departure, they were even permitted to see the Nabab several times and pay visits to him, on which occasions he sought to provide them with every pleasure and entertainment. First, as I had ordered them by instruction, they assured the Nabab in general terms of the Company's inclination to continue living in friendship with him and to further confirm this friendship. Next, they presented him with various grievances and at the same time requested that he confirm the Company's old privileges and those in the Zamorin's realm conquered by him. Furthermore, they also gave him to understand that the Company would not be disinclined to provide him with munitions of war if he, on his part, would accommodate us with the products of his country. This last point seemed not disagreeable to him, and to the rest he answered to reasonable satisfaction. But the purpose for which he requested the commissioners turned out to be the same that he had already proposed to our commissioners of that time in the year 1764, though with this distinction, that he now did so with greater earnestness and emphasis, and even drafted the points of an offensive and defensive treaty. Yet regarding the kings of Travancore and Cochin, as well as the broken correspondence with him since the year 1766, and likewise that I did not send commissioners to him upon his last descent as other nations did, he did not speak a single word, not even about the failure to send a return present, notwithstanding that I had instructed the commissioners orally regarding the latter as far as was necessary to explain this in a modest manner. On the contrary, he said as if of his own accord that he would not speak of old matters, just as he also seems to have intentionally left my previous letters unanswered, among them even the one accompanying the return present, whereas he, on the contrary, made his return presents quite substantial compared to the ordinary native custom, and most particularly compared to his own manner of gifting, since a robe of honor or a horse without more is usually the most considerable thing given by him. The commissioners returned on 21 April and handed over to me the following report along with two letters written in the French language and the presents mentioned therein, both for His High Nobility the Lord Governor-General and for myself. Report

Dutch transcription

129. en beleijd reets verkreegen heeft steeds mag„ vermeerdert worden, en dat mijne ge= Committeerdens spoedig terug komende mij zullen kunnen bedeelen dat zij / utto=t in goede welstand gevonden en gelaaten hebben. en Notitie der geschenken 4: lange fijne snaphaanen 2: fijne pistoolen met zilver beslag 2: d=o d=o „ twee loopen 2: Houwers met verguld beslag en twee pis= tooljes aan ijder zijde van ijder kling gehegd 1: goud Horologie met een gedreeve kas en goude ketting 1: rotting lang 4: voeten en 5: duijmen met een goud gedreeve knop van boven met een groote amatist bezet 1: water kom met goud beslag 20: C@: zijde stoffen met goude bloemen 1: goude bodidaar van de zwaarste en eerste zoort 20: @: goud passement met klinkant 2: Japanse vergulde groote water bekkens met tinne dekzels 4: d:o klijnder 1: koets Coeper van binnen met flu= weel item goud passament en d=o franjes uijtgemonstert en van buij= ten ma aan m a eg heij er ten nevens het onder stel swaar verguld 1: groote Lammoreel van groen satijn met wit koper beslag 25: lb: foelij 25: „ Noten 25: „ Nagelen lb: 3 — 2: 5. Canneel olij 1½: oorc foelij olij 1½: „ Nagel olij 1: elumineere kas met dies vergroot spiegel en 36: geblumineerde. vertoo= ninge zo op glas als op papier 1: windroer met dies toebehooren 2: potten met geconfijte Nooten voor den Eerste staats Minister van den Nabab 1: sabel met verguld beslag 1: rol Chineeze stof 1: goude bodidaar middel zoort 2: p:s armozijnen 1: stuk patist of Hollands fijn linnen „ papier - „ papier Een riem „ verguld „ op snee 2: lb: rood lak Een flesje met Canneel olij gem. 130 gem: Gecommitteerdens zijn vervol„ „gens na een zeer fatigante reijze, den 19. ' maart te seringapatnam aangekomen, en zo als re mij verhaald hebben, door den Nabab met ongemeen veel vriende„ „lijkheijd ontvangen, op eene gedistinqueer„ „de wijze, verre boven de andere Europeeze Naties, die tot nog toe bij hem in Commissie geweest zijn, zo dat men duijdelijk zien kan„ dat Hij regt na onze gecommitteerdens verlangt heeft, en met hunne komste bij„ „zonder in zijn schik was, zelfs hebben zij buijten hunne komste en afscheijd eens en andermaal den Nabab mogen zien, en bij hem visites afleggen, bij welke gelegentheijd, hij hun alle plaijzien en vermaak heeft tragten toetebrengen. Eerst hebben zij, zo als ik hun bij Jnstructie gelast had, den Nabab in alge„ „meene termen verzekerd van sComp=s genegendheijd, om met hem in vriend„ „schap te blijven leeven, en de vriend„ „schap nader te bevestigen: vervolgens hebben zij hem deze en geene beswaar„ „nissen t uld groot too ter 131 „nissen voorgesteld, en teffens verzogt dat Hij 's Comp:s oude voorregten en het door Item overheerde Sammorijnse rijk wilde bevestigen: voorts hebben zij hem ook te kennen gegeven, dat de Comp: niet ongeneegen zoude zijn, stem met oorlogs behoeftens: te voorzien indien Hij ons van zijne zijde met deproducten van zijn land wil„ „de gerieven. Dit laatste scheen stem niet onaan „genaam te zijn, en op het overige heeft Htij tot redelijk genoegen g'antwoord; dog het oogmerk waarom Hij gecommit„ „teerdens verzogt heeft, is gebleeken, het zelfde te zijn, het geen Hij Ao 1764 al aan onze gecommitteerdens van die tijd, voorgeslagen heeft, egter met dit onderscheijd, dat Hij zulx nu met meerder ernst en nadauk ge „daan en zelfs de poincten van een offensiev en defensiev tractaa ontworpen heeft; dog wegens dek „ningen van Trevancoor en Cerhim Cochim, item de afgebrooke Cor„ „respondentie met hem, zedert het jaar 1766. zo mede dat ik stem bij zijn laatst afkomst niet ge„ „lijk andere Naties gecommit„ „teerdens toegezonden hebbe, heeft Hij geen enkeld woord gesprooken, zelfs niet over het uijtblijven van het contra present, niet tegenstaande ik de gecommit„ „teerdens nopens het laatste in zo verre mondeling ge- instru„ „eerd had, als nodig was om zulx op een beschijdene wijze te ontleggen, integendeel zo heeft hij als uijt zig zelfs gezegt dat Hij van geen oude dingen spreeken zoude gelijk hij dan ook mijne voorige brieven, waar„ onder zelfs die ten geleijde van het Contra geschenk met op„ „zet og aan „zet schijnd onbe-antwoord gela„ „ten tehebben, daar Hij integen„ „deel zijne Contra prezenten„ vrij aanzienlijker gemaakt, heeft, in vergelijk van de ordi„ „naire inlandse manier, en al„ „ler bijzonderst, in vergelijk van zijn manier van beschenken, alzo een eere kleed, of een paard zonder meer doorgaans het aan„ zienlijkst is, dat van Hem ge„ „geven word. De gecommitteerdens zijn den 21. April terug ge¬ „komen en hebben mij overgege„ ven het ondervolgend Rapport benevens twee in de fransche tao „le geschreevene brieven ende daar bij vermelde geschenken, zo voor zijn Hoog Edelheijd den Heere Gouverneur Generaal als voor mij Rapport

NL-HaNA_1.04.02_10306_0283 view scan ↗

English

132 Report. For the prompt fulfillment of your very venerated order, the first undersigned, on the 23rd of February last, together with a detachment of sepoys, a sergeant, a corporal, and 12 lascars, with such gift goods as were handed to him by the same, and an instruction for the guidance of himself and the Chettua resident Carel de Riberto, crossed the river to Chettua, in order to continue the journey from there by the overland route to Chettua and subsequently to Seringapatnam according to the written instruction provided by you, to meet the Nabab Heijder Alijchan. Having arrived at Calicut on the last day of the month, we immediately informed the army commander there, named Priniwaza Raijer, through the interpreter, that we had come to undertake the journey to his master the Nabab, in order to present a letter along with gifts from you, requesting good guides; to which we received the answer that the aforementioned army commander had departed inland with some troops to the south in order to defeat some rebelling Nairs; but that the second in command, named Nargie Rauw, had immediately dispatched a letter to the aforementioned commander and given notice of our arrival, upon which he expected an answer within a few days. We sent daily messages, but in vain, which lasted until the 7th of March, when he let us know that he had received a letter and that the said Criniwaza Raijer was due to arrive within 5 to 6 days; but if we could not tarry any longer, that we might then continue the journey, as the necessary guides were ready for that purpose. We resolved upon this to undertake the march on the 10th, as we were still waiting for some coolies to replace those who had run away and become disabled along the way, and thus departed on the aforementioned date in the company of Jzak Surion, who was already at Calicut before us; and after we had passed a very difficult road, we arrived within the city of Seringapatnam on the 19th at noon, taking up our residence in a dwelling that was assigned by a servant of the Nabab. The next morning we sent the interpreter to the palace, had our arrival announced, inquired after His Highness's health, and at the same time made known that we had come here on behalf of the Dutch Company in order to present a letter along with some gifts from you, with the request to know when it would please him to grant us an audience. We received the answer that the Nabab was in his garden, but as soon as he returned, notice thereof would be given. Subsequently we also had our compliments paid to his prime minister, [illegible] Machan, whereupon in the evening around six o'clock we received a mace-bearer or servant of the Nabab, with the notification to hold ourselves ready to come to the meeting. Shortly thereafter, a person appeared before us named Medij AlijChan, who had recently been to the Coromandel Coast, who informed us that he had been 133 appointed by His Highness to manage the affairs of the Dutch, and as proof of which he showed two letters written in the Dutch language and signed by the Honorable Mr. van Vlissingen, Governor and Director of Coromandel. We requested him to let us know the contents thereof, but he said he had no order to do so, but only to write down the gifts brought along for his master. Having done so, he departed, and shortly thereafter we were requested to come to the meeting; whereupon we immediately went in the company of Surion, the gifts being carried by the Nabab's people. Having arrived within the garden, we were brought before His Highness, made a salaam, presented the nazr brought along, and were seated in the Moorish manner on the ground next to the prime minister. Having been seated, and after having paid our compliments on behalf of you, which was reciprocally answered by His Highness, we presented the letter brought along together with the gifts, upon which that prince handed the letter over to his attending secretary, who having made its contents understood, the chests were opened and the presents inspected, as well as the presents which the last undersigned delivered to the Nabab's general Criniwaza Raijer at Calicut in the month of July of the past year; yet we could see that the chests had already been opened beforehand and merely closed again pro forma. His Highness requested us to hold the illumination box ready, in which latter that prince, together with his grandees, took much delight.

Dutch transcription

132 Rapport. Ter prompte voldoening van uw. . . . . zeer gevenereer„ „de ordre heeft de Eerstgeteekende, zig den 23: februarij Jongst leede nevens een Comando sipaijs een Zergeant een Corpo= „raal en 12: Laskorijns met zodanige schenkagie Goede= ren als door Hoogst Dezelve aan hem ter hand gesteld en een Jnstructie tot narigt van Hem, en den Chettuasen resident Carel de Riberto, over de revier na Chet„ „tua begeeven, ten eijnde van daar volgens de door uw. . . . . . meedegegeevene schriftelijke Instruc„ „tie de reijze over den landweg naChettua en vervol„ „gens na seringapatnam ter ontmoeting van den Nabab Heijder Alijchan te vervolgen: Den laatsten der maand op Calicut g'arriveerd weezende hebben wij ten eersten met de Tolk aan het LegerHoofd aldaar gen:t Priniwaza Raijer laten weeten gekomen te zijn om de reijze na zijnen Meester den Nabab aan„ „teneemen, ten eijnde een briev nevens Geschenken van uw. . . . . . te prezenteeren, met verzoek om goede wogwijzers; waarop tot antwoord kreegen dat voorm: Legerhoofd landwaards in met eenige troupen om de zuijd was vertrocken ten eijnde eenige rebellee„ „rende Nairos te verslaan; maar dat de tweede in naa= „me Nargie Rauw inmediaat een briev aan voorm: Hoofd afgevaardigt en van onze komste Kennisse gegeven had waarop Hij antwoord binnen korte dagen verwagte wij zonden daagelijks boodschappen dog te vergeefs het welk duurde tot den 7. Maart, wanneer Hij onsliet weeten schrijvens erlangd te hebben en dat rak gem: Criniwaza Raijer binnen 5: â 6: dagen stond afte„ in „komen „ e komen, dog indien niet langer konden vertoeven dat wij als dan de reijze kosten voort zetten, alzoo de benoo„ „dig de wegwijzers daartoe gereed waaren; wij resolveerden hierop, den 10: de optogt aanteneemen als wagtende nog na eenige Coelijs insteede van d' onderwaegs weg geloo„ „pene en impotent geraakt zijnde, dan ook op voorm: datum vertrocken in gezelschap van Jzak Surion die reeds voor ons te Calicut was en nadat wij een zeer moi„ „elijke weg gepasseerd hadden, zijn wij den 19:de op de middag binnen de stad Seringapatnam g'arriveerd neemende onze verblijfplaats in een wooning welke door een bediende van den Nabab aangeweezen wierd. 'S anderdaags 'smorgens zonden wij de Tolk na het paleijs lieten onze aankomst bekent maken na zijn Hoogheijds gezondheijd verneemen en teffens teken „nen geeven dat wij van weegens de Hollandse Comp=e hier gekomen waaren ten eijnde een brief nevens g eenige Geschenken van uw. . . . . te prezenteer mets verzoek om temogen waeten wanneer het Hem behaagen zoude ons audientie te verleene wij kreegen tot antwoord, dat den Nabab in zijn th was, dog zo dra Hij terug kwam daarvan kennis zouden gegeeven werden: vervolgens lieten wij ons Compliment bij desselfs eerste minister „sa Machan meede afleggen, waarop des avonds omt ses uuren een stokke draagen of bediende van den Nabab kreegen, met aanzegginge ons klaar te hou om ter ontmoeting tekomen; kort daarna varschei er een bij ons in naame Medij AlijChan Jongst na Cust Cormandel geweest, dewelke ons te kennen) door 133 door zijn Ho: benoemt teweezen om de zaaken der Hollan„ „ders te verrigten, en tot welks bewijs Hij vertoonde twee brieven in de Hollandse taal geschreeven en getee„ „kend door „ welEdelen Heer van Vlissingen Gouver„ „neur en Directeur van Cormandel: wij verzogten Hem den inhoud daarvan temogen weeten; dog Hij zegde geen order daartoe hadde, maar wel om de meede gebragte Geschenken voor zijn meester op te schrijven; na zulks verrigt hebbende vertrok hij en wij wierden kort daar na ter ontmoeting verzogt; waarop wij ten eersten gin„ „gen ingezelschap van Curion; werdende de Geschenken door Seababs volkeren gedragen; binnen de thuijn ge¬ „komen zijnde wierden wij voor zijn Ho:t gebragt maakten een slam prezenteerde de meede gegeevene Nesser en wierden op de moorse wijze op de grond naast de eerste minister geplaatst; gezeeten zijnde en na ons Com„ „pliment uijt naam „ uw. . - - - afgelegt hebben„ „de hetwelk door zijn Ho:t reciproque b'antwoord wierd, prezenteerde wij de meedegebragte briev nevens de Geschenken, waarop die vorst de briev aan desselvs bijweezende Secretaris overgaf dewelke dies inhoud te verstaan gegeeven hebbende, zo wierden de kisten ge-opend, en de prezenten bezigtigd, benevens de prezenten die de laatstgeteek: in de maand Julij des verleeden Jaars op Calicut aan 's Nababs Gener¬ „aal Criniwaza Raijer bezorgd heeft; dog wij konden zien dat de kisten al bevoorens g'opend en weder maar proforma toegemaakt waaren: zijn Hot: verzogt ons om d' Eluminatie kas, klaar te houden in wel„ „ke laatste die vorst nevens zijn Grooten veel vermaak schepten ven dat noo„ eerden de geloo¬ voorm: die og eerd lk na na teken pe va „ ie d v va kennen door na schee ehoud den omtr W Kennis zijnt leend het t ol N ter o

NL-HaNA_1.04.02_10306_0286 view scan ↗

English

took pleasure, principally in the spectacle of the ships engaging in combat; subsequently, he also had dancing performed for us and, after having spoken in the meantime of indifferent matters and also saying that he still knew the first-signed together with Jurion from the previous commission at Calicut, we requested our leave and a further meeting, to which His Highness answered that he would have us summoned the following day; further, after a small spoon of sandalwood oil and betel had been presented to us according to the custom of the country, we obtained our dismissal and were brought home by the Nabab's people with torches. The following day, Jurion going to pay a visit to the first minister of state, we requested to present our compliments and to inquire when it pleased him that we should come to pay our respects; the same reported upon his return that that statesman had requested to wait with that until we had been further with the Nabab, from whom permission for that had to be asked. After having been twice more in vain to an audience, having the first time requested to be allowed to treat of our matters with his minister, which His Highness answered he would do in person, while in the other meeting there was also no opportunity because it was then, as it is called, not an auspicious day, for which reason the transaction of business was still postponed according to the custom of the native. On the 24th, around 7 o'clock in the evening, we were again summoned to the gathering: having offered the ordinary salutation and being seated, His Highness ordered those who were inside to go outside, except the person who fanned him, and at the same time had the aforementioned Medij Alijchan come inside, to whom, as said before, he had entrusted the matters of the Dutch, after which we had to come sit close to him. We opened the conference according to our instruction and informed the Nabab in a polite manner how the Company is, and remains, inclined to live in a good friendship with His Highness and that it will be very agreeable to the Noble Gentlemen to increase and further confirm the same, and that because His Highness had requested delegates, we had come to inquire what was for His Highness's service; to which was received in reply that he, the Nabab, assured the Honourable Company of his true and sincere friendship, which he hoped would increase more from time to time, to which on his part he will also contribute everything, likewise that he would speak of no old grievances as having great esteem for the Dutch, and that he would later indeed tell us what he actually had to speak about, asking at the same time what points we had to present. Firstly, we presented to His Highness the privileges and prerogatives that the Company has in the Zamorin's realm, such as free trade throughout the entire country and the freedom to erect lodges for the storage of merchandise, both at Pananij, Calicoet, and elsewhere, with the request that His Highness, as conqueror of the Zamorin's realm aforesaid, may be pleased to confirm the old privileges. Secondly, we requested in friendly terms that His Highness also be pleased to give orders that none of his troops henceforth enter the region of Chettua and Cranganoor (as being under the Company's dominion) anymore, nor upon any other territory of the Honourable Company, to prevent the Company's lands from being molested again as happened recently, and that your [illegible] willingly wished to trust that such was done without the foreknowledge and order of him, the Nabab, and on that ground thought it best to leave the grievances on that account postponed until this opportunity. Thirdly, we showed His Highness in friendliness that the little king of Cranganoor, standing under the special protection of the Honourable Company, recently also suffered much offense, and hoped that he will be so good as to provide against this in the future. To which first point the prince replied that it was a trifling matter and that because he, the Nabab, had a firm intention to live in a sincere and true friendship with the Dutch Company, he permits all liberties to the Company not only at Pananij and Calicut, but throughout his entire country; and concerning the other two articles he gave in answer that he would give orders that henceforth nothing of that nature should occur anymore and that the Company

Dutch transcription

schepten, principaal in de vertooning der scheepen die slaags waaren; vervolgens liet Hij ook voor ons baljaa„ „ren en na tusschen beide over onverschillige zaaken ge„ sprooken en teffens gezegt te hebben dat hij d' eerst „geteekende nevens Jurion, vande voorige Com„ „missie op Calieut nog kande zo verzogten wij ons afscheijd en een nader ontmoeting waarop zijn Ho:t: antwoorden ons 'sanderdaags te zullen laten roepen wijders na 's lands gebruijk aan ons een laepelt¬ „je sandel olij en betel geprezenteerd zijnde verkreegen wij ons afscheijd en wierden door 's Na„ „babs volkeren met Dammers thuijs gebragt Des anderendaags Jurion een visite bij den eer¬ „ste staats minister gaande afleggen verzogten wij ons Compliment temaaken en te verneemen wan naer het hem behaagde dat wij onze opwagtinge kwamen doen; dezelve raporteerde bij zijn terug komst dat die staatsman verzogt had daarmeede te wagten tot dat wij nader bij den Nabab geweest waar van wien daartoe permissie gevraagt moest werden Na nog twee keeren ter audientie dog te vergaet geweest zijnde als hebbende d' eerste Keer verzogt onze zaaken met desselvs minister temogen verhandel „zijn Ho:t het welk b'antwoorden in perzoon te zullen doen terwijl er in d'andere bij eenkomste ook geen geleegend heijd is geweest omdat het toen zo gen:t: geen goed dag was, waarom de verhandelinge van zaaken na gebruijk van den Jnlander nog uijtgesteld wierd Den 24. omtrend 7. uuren 's avonds wierden wij W „der ter bij aenkomste geroepen: Het ordinair slamgeman halb 134 hebbende en nedergezet zijnde, zo ordonneerde Zijn Hot de geene die binnen waaren nabuijten te gaan excepto de perzoon die Hem waaijde, en liet teffens binnen komen de voormelde Medij Alijchan aan wien Hij gelijk voorzegt, de zaaken der Hollanders had opge= „draagen waarna wij digte bij Hem moesten ko= „men zitten. wij op ende de Conferentie volgens onze Jn= „structie en gaaven de Nabab op een beleende wijze te kennen hoe de Comp: geneegen is, en blijft om met zijn Hot: in een goede vriendschap te leeven en het Haar Edelen heer aangenaam zal zijn om dezelve te vermeerderen en nader te bevestigen en dat ver„ „mits zijn Ho:t om Gecommitt:s verzogt had wij gekomen waaren om te verneemen wat van zijn Ho=ts dienst was, waarop in antwoord erlangde dat Hij Nabab d' EComp: verzeekerde van zijn waare en opregte vriendschap, de welke verhoopte van tijd tot tijd meerder te zullen toeneemen, waartoe aan zijn kant mede alles zal contribueeren zo meede dat Hij van geen oude dingen spreeken zoude als voor de Hollanders groote agtinge hebbende en dat Hij ons naderhand wel zeggen zoude waarover Hij eijgend= „lijk te spreeken had vragende teffens welke poincten wij voortedraagen hadden Eerstelijk hielden wij zijn Hot: voor de voorregten en prerogativen die de Comp: in het sammorijnse rijk heeft als den vrijenhandel door het geheele land en de vrijheijd om logias op ter egten tot het opslaan der Negotie wharen endie baljaa„ zaaken ge„ ij d' eerst Com„ wij ons op ten la zijn oor 's Na¬ nde laepelt¬ roepen zijn eer¬ wij wan¬ tinge te waar gaat gt verhandel terwijl legend een aa wierd. gem hebb wij We kan na goed ijden wharen, zo te Pananij Calicoet als elders met verzoek dat zijn Ho:t als overwinnaar van het sammorijns rijk voorsz: oude voorregten gelieve te bevestigen. sweedens verzogten wij in vriendelijk termen dat zijn Ho:t: ook ordre geliefde te stellen dat geene zijner troupen op de Landstreek van Chettua, en Cranganoor /als onder 's Comp:s heer schappije staande/ voortaan meer komen, zo min als op eenig ander territoir van d' E. Comp: ter voorkominge dat 's Com: „pagnies landen niet wader warden gemolesteerd gelijk onlangs geschied is, en dat uw. .. gaarne wilden vertrouwen dat zulx buijten voor kennisse en ordre van Hem Nabab gedaan is en uijt dien hoofde best gedagt heeft de beswaarnissen derwee„ „gens tot deze geleegendheijd uijtgestelt telaten. Derdens vertoonden wij zijn Hot: in vriendelijkheijd dat het Cranganoorse koningje onder de speciaale protecte van d' E: Comp: staande onlangs ook veel aanstoot gelee„ „den heeft en hoopte dat zo goed zal weeken hiertegen in den aanstaande te voorzien. Op welk eerst poinct de vorst repliceerde dat eene geringe zaak was en dat uijt hoofde Hij Nabab een vast voorneemen hadde om met de Hollandse Comp: in een opregte en waare vriendschap te levvr niet alleen op Lananij en Calicut maar door zijn geheele land alle vrijheeden aande Comp: permitteerd en betreffende de twee andere articuls gaf Hij ten antwoord ordre te zullen stellen dat voortaan ni van die natuur meer geschieden zoude en dat d Comp:

NL-HaNA_1.04.02_10306_0289 view scan ↗

English

Company could be assured of that. Furthermore, we made known to His Highness that recently two two-masted vessels and six galwats belonging to His Highness, having arrived in the roads there, the commander thereof conducted himself very unfriendly and caused many difficulties, having intercepted all vessels coming from the South and North towards Cochim, inspected them, and subsequently indeed released them, yet seldom without demanding one thing or another from them. Which conduct has tended to the detriment of the navigation and trade from and to Cochim, besides that the esteem of the Honorable Company has also been harmed thereby; that it is also entirely improper for the naval power of one sovereign upon the coasts of another, with whom it lives in friendship, to commit such things against trading nations that are in no public enmity with His Highness, and that such should take place even less in the roads. That furthermore, the aforesaid squadron, having departed from the roads, also saw fit to bring up a vessel provided with a pass from the Dutch Company south of the Cochim roads, under the pretext that he, the Nabab, needed the iron that was therein and therefore it had to be sold to the naval commander; and that this indeed occurred in the presence of the first signatory; but that he does not know whether that vessel was subsequently released or taken away; with the request that His Highness would please give orders that such unfriendly acts shall no longer be executed, in order to prevent the mischiefs that might arise therefrom, as already, though through a misunderstanding, a fight has occurred between the aforesaid squadron of his and the Portuguese, of which there have also been witnesses. The Nabab shook his head over this and declared that what had occurred took place without his orders and prior knowledge, adding that he was sorry for it, and that Your [illegible] could be assured that he would give such orders that similar injustices shall no longer occur, and whenever one of his commanders should dare to undertake such a thing again, he will have such a person's head laid at his feet as an example to others. Furthermore, seeing that His Highness left the continuation of the conversation to us and showed himself very friendly, we brought up the subject of munitions of war, and made known to His Highness that we did not doubt but the Honorable Company would accommodate him with some munitions of war, if His Highness, for his part, would also accommodate the Honorable Company with the country's products in a manner that may tend to mutual satisfaction and advantage, and that His Highness could correspond about this with Your [illegible] in order to understand each other's intentions more closely and clearly. Which appeared to be agreeable to the Nabab, and he replied that he would write what he required to Your [illegible], adding that he, in return, would accommodate the Company with as much rice, sandalwood, cardamom, and other goods as the Honorable Company desires and his country produces, with the promise that when he can come to an agreement with the Company, the Honorable Company shall have preference over other European nations; of all which we undertook to make a proper report upon our return to Cochim. On this occasion, we gave His Highness to understand the nature of the Dutch, namely that they seek to live in peace and friendship with everyone and always maintain a strict loyalty toward their special friends and allies, to whom they gladly render all conveniences and services, while for their part in these regions, they primarily aim only to carry on and promote their trade by honest and proper means; in which it seemed to us that he took much pleasure. Whereupon the Nabab, through the aforementioned Madij Alijchan, made known to us the contents of the Coromandel letters, namely that its Governor had offered him his friendship, upon which he had sent the aforementioned person on a commission thither to speak orally about some points of alliance; but since the aforementioned Governor had answered thereto that he first had to write to Batavia about this and could enter into no engagement with him, the Nabab, before and until he had received orders thereto, His Highness had then addressed Your [illegible] and requested commissioners in order to declare also to them his good intentions and benevolence, in the confidence that the points proposed by him, the Nabab, to His High Nobleness, the Honorable and Most Worshipful Governor-General at Batavia, will not only be approved, but may serve for an everlasting treaty of peace and friendship. Subsequently, His Highness said that he would have letters prepared both for His High Nobleness, the Honorable and Most Worshipful Governor-General at Batavia, and for Your [illegible], and as soon as these were ready, would deliver them to us and grant our permission to depart again for Cochim. We expressed our gratitude to His Highness, and herewith this conference came to an end. Regarding the points mentioned in the aforementioned instructions, both in respect of the Kings of Trasancoor and Cochim, the sequestered lands of the King of the Zamorin, and the dispatch of commissioners of the other foreign European nations, His Highness made not the least mention, and on that account we also left the same untouched. Which we hope will meet with Your [illegible] approval.

Dutch transcription

135 Comp: daar verzeekerd van kon zijn. verder gaven zijn Ho:t te kennen dat deezer dagen twee sweemastige vaartuijgen en ses Galwets van zijn Ho:t aldaar ter rheede gekomen zijnde het Hoofd derzelve zig zeer onvriendelijk heeft gedraagen en veele moeijelijkheeden veroorzaakt als hebbende alle vaartuijgen van de zuijd en Noord na Cochim komen„ „de laten opvangen, dezelve gevisiteerd en vervol„ „gens wel weder gelangeert; dog zelden zonder het een of ander van Haar tebegeeren, welke gedoente strek„ „kende geweest is tot nadeel van de vaart en Handel- van en na Cochim behalven dat ook d'agting van d. ' E Comp: daar door geledeert is geworden dat het ook ten eenemaal ongevoeglijk is, dat de zee magt van eene moogentheijd op de Custen van een ander daar de mee„ „de in vriendschap leerd, diergelijke dingen pleegd aan handeldrijvende Naties die met zijn Hot: in geen openbaare vijandschap zijn, en dat zulx nog minder op de rheede mag plaats vinden: Dat ook voorm: Esquader van de rheede vertrocken zijnde ook heeft kunnen goedvinden een vaartuijg voorzien met een pas van de Hollandse Compagnie besuijden de Cochimse rheede te doen ophaalen onder voor„ „geeven dat hij Nabab het ijzer dat daarin was be¬ „Hem „noodigde en daarom aan zee voogd moest verkogt werden en dat hetzelve bij aanweezen van den Eerstgeteekenden welgebourt is; dog dat hij niet waet of dat vaartuijg vervolgens gelargeert dan wel meede genomen is, met verzoek dat zijn Ho:t: ordre gelievde te 8 verzoek lijk ten men 's Com: steerd uijt wee„ to gelee in protectie lijkheijt v er Co te stellen dat zulke onvriendelijke bedrijven niet meerde exteeren ter voorkominge van d' onheijlen die daaruijt zoud kunnen ontstaan gelijk bereeds hoewel door mis verstand een gevegt geschied is, tusschen meerm: Esquader van zijnt en de portugeezen en dat daar ook getuijgen van geweest zijn Den Nabab schuddende hierover het hoofd en betuijgde dat het g'exteerde buijten zijn order en voor kennis geschied is met bijvoeging dat het Hem lei was, en dat um. . . . . . . verzeekert konde waar dat hij zodanige ordres zoude stellen dat diergelijk onbillijkheeden niet meerder en gebeuren en wan „neer een zijner Hoofden zulx wederom durvde ondernee „men dat Hij zo een het Hoofd voor de voeten zal laten leg „gen tot exempel voor anderen Wijders ziende dat zijn Ho: het vervolg van het gesprek aan ons verliet en zig zeer vriendelijk toonden, zo bragten wij op het Chapiter van wapen goederen en gaven zijn Hot: te kennen dat wij niet twe „felde of d' E Comp: zoude Hem wal met wat wappe goederen gerieven indien zijn Hoogheijd van zij „ne zijde d' ECompagnie ook zoude willen doen gerieven met 's lands producten op een wijze die strekken kan tot wederzijds genoegen en voordeel en dat zijn Hoogheijd daarover met uw: zoude kunnen Correspondeeren ten eijnde malkanders meeninge nader en duijdelij „ker te verstaan het geen den Nabab aangenaam scheen te zijn en diende in antwoord dat het geene benoodigd had aan uw. . . . . . . . zoude schrijven bijvolging 136 bijvoeginge, dat Hij daarentegen de Compagnie met zo veel Rijst, sandelhout Cardamom, en andere Goederen meer die d' E Compagnie begeert, en zijn Land voorbrengt is zoude gerieven met belofte, dat wanneer Hij met de Compagnie kan overeenkomen, d' ECom„ „pagnie boven andere Europeeze naties de prefe„ „rentie zal hebben, van welk een en ander wij aange„ „noomen hebben bij onze terug komste op Cochins be„ „hoorlijk verslag te zullen doen. Bij deeze geleegendheijd deeden wij zijn Hoogheijd begrijpen, de ge-artheijd der Hollanders, nament„ lijk dat zij met ieder in vreede en vriendschap zoeken te leeven en altoos een naauw gezette trou„ „we houden tegens hunne bijzondere vrienden en bondgenooten, aan dewelke zij gaarne alle gerief= „lijkheeden en dienst bewijzen terwijl zij in deeze gewesten, van hun zelven aangaat voor namand= „lijk b'oogen om alleen hunnen handel door eer= „lijke en betamelijke middelen voorttezetten, en te bevorderen; waarinne het ons toescheen dat hij veel genoegen nam. Waarop Hij Nabab ons door meerm: Madij Alijchan tekenne liet geeven den inhoud der Cor„ „mandelse brieven namentlijk dat dies Gouver„ „neur Hem zijnen vriendschap had aangeprezen„ „teerd en waarop hij voornoemde perzoon in Commis„ „sie na derwaarts had gezonden om over eenige poinc„ „ten van alliantie mondeling te spreeken, dog door dien hierop van gem: Gouverneur g'antwoord was, dat Hij eerst uijt zoude verstand van zijn t zijn. fden Hem lei de waar lijk wan ee laten l onder en volg van riendelij pen twe e ze nde lij Krij van M bijvoegin t en voor meerde eerst na Batavia daarover moest schrijven en geen engagement, met hem Nabab konden aangaan voor en aleer Hij daartoe order bekomen had, zijn Hoog „heijd als doen zig bij uw. . . . heeft ge-ad= „dresseert en Gecommitteerdens verzogt ten einde aan dezelve zijn goede meening en welmeenent „heijd ook te verklaaren in dat vertrouwen dat de poincten door Hem Nabab aan zijn Hoog Edelheijd de WelEdelen Groot Agtbaaren Heer Gouverneur Ge „neraal te Batavia voorgedraagen niet al„ maar „leen ge-approbeert „ tot een eeuwig duurend ver „bond van vreede en vriendschap zullen moge strekken. Vervolgens zegde Zijn Hots: dat Hij brieven zo voor zijn Hoog Edelheijd, den WelEdele Groot Agtb „ren Heer Gouverneur Generaal te Batavia als voor uw. . . . . in gereedheijd zoude laten breng en zo dra die klaar waaren ons dezelve overha „digen en onze peche weder na Cochim verleenen zoude wij betuijgden zijn Ho:t onze dankbaarheijd en hierm „de nam deze de conferentie een eijnde. Aangaande de poincten bij meerm: Jnstruct vermeld zo ten reguarde van de Koningen van Tras „coor en Cochim de gesequestreerde Landen van den Koning van Cammorijen en de bezending van Gecom „mitt=s der andere vreemde Europeeze naties h zijn Ho:t: geen de minste mentie gemaakt en uijt de hoofde hebben wij dezelve ook onaangeroert gelaat Het welk verhoopen van uw. . . . . approbatie zal 20

NL-HaNA_1.04.02_10306_0293 view scan ↗

English

also that we have not delivered the intended presents for the First Minister to the same, because that statesman no longer seems to be in Nawab's favour as before, and has not been able to do anything to the advantage of our affairs, but that we have delivered the same to the aforementioned Mehdi Ali Khan, who, as said before, was employed for that purpose. After having been to His Highness four more times without obtaining anything regarding our departure, He finally let us know on the 5th of this month, around 9 o'clock in the morning, to come to Him, which accordingly took place. Having made the customary salaam and seated ourselves, His Highness asked whether we were ready to depart, which we answered with yes, after which he handed to us two letters, namely one for His High Honour, the Right Honourable and Highly Esteemed Lord Governor-General at Batavia, and one for your... alongside some presents, with the addition to hand over all of this to His Honour upon our arrival at Cochin, and with the request that your... would have the goodness to send the first-mentioned by the first opportunity to the capital, in order to obtain a prompt reply to it. Furthermore, His Highness also requested that your... would have the goodness to write to Ceylon on behalf of His Highness for 4 to 6 elephants of the largest kind, and if these are to be obtained, to inform Him of it, whereupon He would then send his men alongside the cost thereof to Cochin or Nagapatnam, from where it can best be fetched. Finally, His Highness also requested that your... would be pleased to oblige him with 50 shipwrights and smiths in order to build two or more ships at Calicut, for whose collection his Admiral was to be sent to Cochin with the necessary money; all of which we undertook to make known to your... After this, having been presented by His Highness with a present consisting of a little sandalwood oil and betel, we took our leave, and after having exchanged the customary compliments, we departed for our residence. It being around noon, we immediately had the baggage packed and set out on the journey at 2 o'clock in the afternoon, whereupon, after having endured many fatigues, we arrived at Calicut on the 13th thereafter at twelve o'clock at night, from where we departed again by sea on the 16th and, having arrived at Chettua the following day, had to tarry there until the men and goods had arrived, whereupon we then resumed the journey from there on the 20th and have returned inside this city today. We hope in this our commission to the highly respected intention etc. In the letter to me, His Highness says that he would cause to be handed to the said commissioners, for my information, a copy of that which he writes to Batavia, which however has been neglected; at least the commissioners have assured me that they obtained no copy from the Nawab, but commissioner Saffin has given me a copy of it, which he, on his particular request and for his own study, without the order of the Nawab, had managed to obtain from a French officer whom the Nawab employed to write the aforesaid two letters. The commissioners, who due to the illness and the endured fatigues of the coolies came by sea from Calicut to Chettua in a small native vessel, then experienced such heavy downpours that the vessel was almost constantly full of water, so that, the writing desk of commissioner Saffin having flooded, both letters became very disordered and entirely wet, so that I had to decide to open the Batavian letter immediately in order to have the sheets dried, without which they would have been illegible upon receipt in Batavia, since the sheets, being stuck to one another by the glue-like substance of the Surat paper, yet not being entirely dry, could be separated from one another. The aforesaid letter with its enclosures, of which I have caused copies to be made in the French language in order to send the same with the duplicate of this, are enclosed herewith, as well as the copy of my letter, alongside a copy of that which Saffin obtained, as this latter may serve for some further clarification of the Batavian letter, which is somewhat faded in one place and written somewhat obscurely in another place. According to the translation which has been made here of the aforesaid letters, the same read as follows: To the Lord The Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General of the Indies on behalf of the Noble Dutch Company At Batavia The friendship which has long existed between your respected Company and me will cause me to seek all possible means to maintain it, just as I am assured on the part of your Company, Sir, that you will not seek to break it; your interests and mine must henceforth be the same. I inform you that the Noble Lord of your Company, Mr Adriaan Moens, is sending to me the Gentlemen Samuel Constantin Saffin and Carel de Riberto with orders to treat with me, and their arrival has given me a real satisfaction regarding the affairs which they are charged to settle with me. Sir!

Dutch transcription

137 zomeede, dat wij de geprojecteerde Geschenken voor d' Eer„ „ste Minister niet aan denselven hebben afgegeeven om reeden die staats man niet meer gelijk bevoo„ „rens in schababs gunst schijnt teweezen en nopens onze zaaken niets ten voordeelen heeft kunnen doen maar dat wij dezelve aan mee gecitteerde Medij Alijchan ( dewelke gelijk voorzegt daartoe ge- „emploijeert is geworden/ hebben afgelangt, Na nog vier keeren bij zijn Hot: gewaest te zijn zon¬ „der iets wegens, ons vertrek te obtineeren liet Hij ons eijndelijk op den 5: dezer, smorgens omtrend 9: uuren weeten om bij Hem te komen, het welk ook ten geschiede: na het ordinair slam gemaakt en ons nedergezet hebbende, zo vroeg zijn Ho:t of wij ge„ „reed waaren om te vertrekken, het welk met Ja be- „antwoorden, waarna hij ons intrageerde twee brieven als een voor zijn Hoog Edelheijd, den welEdele groot Agtbaaren Heer Gouverneur Generaal te Bata„ „via en een voor uw. . . . . . nevens eenige Ge„ „schenken met bijvoeging om het een en ander bij onze komst op Cochim aan Hoogst Dezelve te overhandigen, en met verzoek dat uw. . . .. de goedheijd gelievd te hebben eerstgem: per eerste ge„ „leegendheijd na de hoofdplaats te verzenden ten einde een spoedig antwoord daarop te erlangen: Wijders verzogt zijn Hot: ook dat uw. de goedheijd gelievd te hebben voor zijn Ho:t na Ceijlon te schrijven om 4. â 6: Eliphanten van de grootste zoort, en als die te bekomen zijn Hem zulks en geen gaan voor zijn Hoog ge¬ te einde t de den Ge al ver 20 Agtbe als reng he die ad zulks te bedeelen, als wanneer Hij dan desselvs volkeren nevens het kostende vandien na Cochim of No= „gapatnam / van waar het best afgehaald kan worden zenden zoude; eijndelijk verzogt zijn Ho:t: ook, dat uw. . . . . hem gelievde te gerie„ „ met „ven „ 50: scheepstimmerlieden en smits ten eijnde op Calicout twee of meerder scheepen te bouwen ter welker afhaal zijn Zeevoogt met de benoodigde penn: naCochim stond gezonden te werden; welk een en ander wij aannamen uw. . . . . te zullen bekent maken Hierna door zyn Hot: met een prezent beschr „ken een wijnig sandelolij en beetel geprezenteerd zijnde kreegen wij ons afscheijd, en na over en weeder het ordinair Compliment afgelegt te hebben vertro „ken wij na onze Woonplaats; zijnde het op de middag lieten ten eersten de pagagie in packen en namen de reijs om 2. uuren na de middag aan, terwijl we vervolgens na veele fatieques uijtgestaan te hebb op den 13: daaraan 'snagts om twaalf uuren op Cali„ „cout arriveerden van waar den 16: over zee weeder vr trokken en 'S anderdaags op Chettua aangekomen zijnde, aldaar moesten vertoeven tot dat het volk ende Goederen gekomen was, wanneer als doen den 20: van daar weder de reijze aangenoo men hebben, en heeden binnen deze stad gere „verteerd zijn Wij verhoopen in deeze onze Commis „sie aan de vael ge-eerde intentie &:a Jn 138: In de briev aan mij, regt zijn Ho:t dat Hij aan gem: gecommitteerdens tot mijn narigt zoude doen ter hand stellen, Copia van het geen Hij na Batavia schrijft dat egter verruijmd is; ten minsten de gecommitteerdens hebben mij verzekerd dat zij geen afschrifd van de Nabal erlangd hebben, dog de gecommitteerde saffin, heeft mij een afschrift daar van gegeeven, het geen Hij op zijn bijzonder versoek, en tot zijn eijge speculatie, buijten last van den Nabab, had weeten te verkrijgen van een frans officier, die de Nabab tot het schrijven der voorsz: twee brieven gebruijk= heeft. De Gecommitteerdens die wegens de ziekte en uijtgestaane fatieges van de Coelijs met een klijn inlands vaartuijg over zee van calicut tot na Chettua gekomen zijn; hebben toen zulke zwaare stort regens gekregen, dat het vaartuijg bij na gestadig vol water was, zo dat het schrijf laadje van de gecommitteerde Saffin, vol geloopen zijnde, beijde de brieven zeer ontranponeerd en ten eenemaal nat geworden zijn, zo dat ik moest besluijten, om de Bataviase briev ten eersten te openen, ten eijnde de vellen te doen volkeren of No= kan zijn te gerie„ eijnde wen ter noodigde welk te zullen beschr senteerd weeder en vertro demiddag namen wijl we te hebb op Cali weeder va gekomen het neer als ad Commis gere genoo te doen droogen, zonder welk zij bij ont„ „fangst te Batavia onleesbaar zoude geweest zijn, alzoo de vellen door de Lijmagtige stoffe van het surats papier, aan elkander gekleevd dog nog niet geheel droog zijnde, van elkander hebben kunnen geligt worden. Voorsz: briev met haare bijlagen, waar van ik in de franse taal afschrift hebben doen neemen, om dezelve met het duplicaat dezes te versenden, gaan hier nevens, zo wel als het afschrift van mijn briev, benevens een afschrift van het geen Saffin gekreegen heeft, alzo dit laatste voor de Bataviase briev, die op eene plaats wat uijtgegaan en op de andere plaats wat duijster geschreeven is, tot eenige meerder opheldering dienen kan. # bijh volgens de vertaaling die hier ommet over van voorschreevene brieven gemaak in Comp den 9 17 zijn, luijden dezelve als volgt. „heid, Aan „dnt 139 Aan Mijn Heer '#k bij het afschrift staat om met mij te handelen over zaaken raakende komst is mijne toegenegent„ „heid, voor dezelve vermeer„ De Heer Petrus Albertus van der Larra Gouverneur Generaal van Jndien van Weegens de Edele Hollandse Compagnie Te Batavia De vriendschap, welke zeedert lange bestaad tusschen vw: aanzienelijke Maatschappij en mij, zal mij naar alle mogelijke middelen doen uijtzien om ze te handhaaven gelijk ik verzeekert ben van de zijde van uw: Maatschappij Mijn Heer, dat gij niet zoeken zult om ze tebreeken, vw belangens en de mijne moeten voortaan dezelfde zijn. Ik doe vw weeten dat de Edele Heer van uw Comp: Mijn Heer Adriaan Moens aan mij komt tezenden de Heeren Samuel constantin Saffin en Carel de Riberto met ordre 't om met mij te han„ u Comp: en ziedert hunne „ delen, en hunne komst heeft mij een werkelijke voldoening gegeeven weegens de zaaken die ze gelast zijn met mij aftedoene Mijn Heer! voor on t de er maak „ent

NL-HaNA_1.04.02_10306_0298 view scan ↗

English

as stated in the copy, and to fulfill the objectives that you, Sir, have in sending to me Gentlemen Saffin and De Riberto. Previously, Mr. van Vlissingen, Governor of Nagapatnam, had begun to treat on these matters and spoke about them in 1774 with my envoy Madij Ali kan, who made known to him my way of thinking on the subject of the transaction that is now resumed again by Mr. Adriaan Moens, Governor of Cochin. And I am certain, Sir, that the said Mr. van Vlissingen will have shared with you the matters dealt with in various audiences that he granted to my Ambassador. It is on account of these negotiations that I write to you to make known to you my good will to support your objective, as well as that of the Gentlemen Samuel Constantin Saffin and Carel De Riberto, envoys from your Company, who discharged the business they were ordered to negotiate with me with so much modesty and intelligence that I request you, Sir, to kindly keep them favorably in mind whenever there is an opportunity to be able to reward and promote them as they deserve. The interest, I repeat, of your Company and mine requires that we be closely allied, in order to prevent your and my enemies from undertaking disturbances against the one or the other, as Machmet Ali kan did regarding your factory at Naoer, situated in the kingdom of Tansjaoer, a possession that you had legitimately acquired and in which no one was justified in disturbing you, since it was bought with money. My astonishment, permit me, Sir, to say it to you, is very great to see that you have sought by no manner of means to retake possession of the colonies that were forced from you, whether by way of negotiations or by means of deeds, if the former appeared not to be sufficient. Your Company could make use of the power it has spread over a great multitude of factories which it possesses in the Indies. It lacks neither war supplies nor money to be able to wage a long and bloody war, but it perhaps has its own reasons for not having come to this extreme. Fame will undoubtedly have made you aware of the fortunate manner in which Providence caused me to bring to an end the wars that I was compelled to wage against the English and against the Marathas, and how on many occasions I showed them the power of my weapons through the victories that I gained over them, which compelled them to ask me for peace. If I could now see your Company allied with me by a well-secured treaty according to what you have made known to me of your intention, and you send me the articles of the aforesaid alliance with the customary and required formalities according to the draft of the articles enclosed herein, then we, by providing each other mutual assistance, can prevent all our enemies from daring to disturb either one of us in the peaceful possession of our states. As soon as this is received by you, I pray you, Sir, with all the speed that may depend upon you, to send to me the alliance that we are to enter into, signed by you, Sir, as well as by the Gentlemen of the Council and sealed with the arms of your Company, so that I may ratify it with my signature and likewise have it sealed with my arms. I shall always and with the greatest sincerity be the friend and protector of your Person. Sir! Your Faithful friend From Pattanna the 6th day of the month Morouw of the year regire of the flight 1189. The Nabab Hyder Ali kan Bader List of the Goods sent as a present for the Lord General: A sarpech of precious stones, a padack or neck ornament of diamond, a neck ornament of pearls, two rings with brilliants, a piece for a turban, two pieces for a robe or Moorish kabaya, a piece for a sash, a piece of kincob or brocade of Surat.

Dutch transcription

t bij het afschrift staat en te voldoen aan de oogmerken die mijn Heer hebben, om aan mij tezenden de Heeren Saffin en de Ri„ „berto. Voor heen had Mijn Heer van Vlissingi gouverneur van Nagapatnam begonnen over deeze zaaken te handelen en heeft daar over gesprooken in 1774. met mijn zendeling Madij Ali kan, die hem heeft tekennen gegeven mijne wijze van denken op het onderwerp der Handeling, die nu weder hervat word door Mijn Heer vivi gouverneur van Cochim en ik ben verzee „kert Mijn Heer dat gem: Heer van vlis„ „singen uw: zal hebben bedeelt de dingen„ verhandelt in verscheijde audienties, die Hij aan mijn Ambassadeur heeft verleent Het is wegens deeze onderhandelingen dat ik aan vw: schrijf om uw: tekennen te „geeven mijne goede wil, om uwe oogmerk te ondersteunen; als meede die van de Adriaan Moens bewogen Heeren Samuel Constantin Saffin en Carel De Riberto afgezanten van uw Maatschappij, en die zig bij mij met zo veel beschijdentheijd en verstand gequeten hebben van het geen ze ordre hadden met mij te verhandelen; dat ik uw: versoek Mijn Heer, om hun ten goede indagtig tewillen weezen wanneer er 140. 'er gelegentheijd zal zijn om hun tekunnen beloonen en bevorderen zo als ze ver„ „dienen. Het intrest, ik herhaale het, van vro Comp:e en het mijne, vorderen dat we naauw verbonden zijn, ten eijnde vive en mijne vijanden te beletten om verstoo „ringen teegens den een of den anderen te onderneemen, zo als Machmet Ali kan heeft gedaan omtrent vw Comp„ „toir te Naoer, gelegen in het koningrijk van Gansjaoer, eene bezitting die gij regt„ „maatig verkreegen had en in dewelke niemand gewettigt was om vw te ont„ „rusten, wijl ze met geld gekogt was. Mijn verwondering, vergunt mij Mijn Heer dat ik het uw: zeg, is zeer groot van tezien dat gij door geenerhande middelen gezogt hebt, om te herneemen de bezitting der Colonien, die uw: zijn afgedwongen het zij bij weege van onderhandelinge of door middel van daaden, zo de eerste blee„ „ken niet toerijkende tezijn, uw Maat„ „schappij konde gebruijk maaken van d' Magt, diesze versprijt heeft op een groote ma„ meenigte volgens het geene gij schijnt te wenschen en gij mij rent naar het voorschrift en den hier in slulijk ten eijnde ons een onderlinge hulp tever„ „leenen, dan geloove ik dat zig niemand zoude een of den anderen van vreedsaame bezitting van onze staaten. meenigte van Comptoiren, welke ze in Jndien bezit; haar mankeert nog oorlogs behoeftens nog geld om een lange en bloedigen oorlog te kunnen voeren, maar ze heeft misschien voor haar zelve reedenen om niet gekomen te zijn tot dit uijt „terste. De paam zal uw ongetwijffelt hebben doen ken„ „nis krijgen van de gelukkige wijze, waar op de voorzienigheijd mij heeft doen ten eijnde brengen de oorlogen, die ik genoodzaakt geweest ben tevoe„ „ren teegens de Engelsen en teegens de Maratten en hoe ik in veele gelegentheeden hen geb doen zien de magt van mijne wapenen, door de over¬ „winningen, die ik op hun heb behaalt, en hun genoodzaakt hebben mij om de vreede „tevraagen Jndien ik nu vw Maatschappij met wij konde zien verbonden door een wel ver„ ik bij het afschrift staat: zeekert Traktaat volgens het geene gij mij de artikels en over eenkomsten hebt doen weeten van vw voorneemen, inhoud der geene die ik en gij mij zend de artikels van voorsz: verbond met de gewoone en vereijschte plag„ willen onderstaan om den tigheeden volgens het opstel der artikelen ons te ontrusten in de in deezen ingeslooten, dan kunnen we door malkanderen onderlinge hulp, te verleenen 8 uijt Latanna den 6.=ten dag van de maand Morouw van het jaar verleenen, alle onze vijanden uijttasten van ons te stooren in devreedzaame bezittingen van onze staaten. 30 dra deeze bij uw zal ontvangen zijn, bidde ik iw: Mijn Heer met alle despoed die van uw: afhangen kan aan mij tezenden het verbond dat we moeten aangaan, getekend door uw: Mijn Heer, als meede door de Heeren Raaden en verzeegelt met de wapens van uw Comp:e op dat ik het bekragtige met mijn hand„ „teekening en insgelijks met mijne waapens doe verzeegelen. Jk zal altoos en met de grootste opregt„ „heijd zijn devriend en de beschermer van uw Persoon. Mijn Heer! vw Getrouwe vriend regire /:der vlugt:/ 189 De Nabab Heder Alikan Bader Lijst der Goederen gezonden tot geschenk voor Mijn Heer De Generaal Een jerieaux van gesteentens, een Padaque of hals Cieraad van diamant, een hals cieraad van paarlen, twee ringen met baillianten, een stuk tot een tulband, twee stukken tot een rok of Moorse kabaaij, een stuk tot een middel„ „band, een stuk quimkube of desteleer van suratte. #k bij het afschrift staat: volgens het geene gij schijnt te wenschen en gij mij rend naar het voorschrift en den hier in sluijt ten eijnde ons een onderlinge hulp tever„ „leenen, dan geloove ik dat zig niemand zoude een of den anderen van vreedsaame bezitting van onze staaten. meenigte van Comptoiren, welke ze in Jndi„ bezit; haar mankeert nog oorlogs behoeftens geld om een lange en bloedigen oorlog te kun voeren, maar ze heeft misschien voor haar reedenen om niet gekomen te zijn tot dit „terste. De paam zal uw ongetwijffelt hebben doen k „nis krijgen van de gelukkige wijze, waar op de voorzienigheijd mij heeft doen ten eijnde baen„ de oorlogen, die ik genoodzaakt geweest ben toe „ren teegens de Engelsen en teegens de Maratten en hoe ik in veele gelegentheeden hen Geb do zien de magt van mijne wapenen, door de „winningen, die ik op hun heb behaalt, en hun genoodzaakt hebben mij om de vreede „tevraagen Jndien ik nu vw Maatschappij me mij konde zien verbonden door een wel ve zeekert Traktaatt volgens het geene gij mij de artikels en over eenkomsten hebt doen weeten van vw voorneemen inhoud der geene die ik en gij mij zend de artikels van voorsz verbond met de gewoone en vereijschte willen onderstaan om den, tigheeden volgens het opstel der artikele ons te ontrusten in de in deezen ingeslooten, dan kunnen u door malkanderen onderlinge hulp, te verleend 8

NL-HaNA_1.04.02_10306_0303 view scan ↗

English

From Latanna the 26th day of the month Morouw of the year Hegira 1189. to grant, to destroy all our enemies who attempt to disturb us in the peaceful possessions of our states. As soon as this shall be received by you, I pray you, My Lord, with all the speed that can depend on you, to send to me the alliance that we are to enter into, signed by you, My Lord, as also by the Gentlemen of the Council and sealed with the arms of your Company, so that I may ratify it with my signature and likewise cause it to be sealed with my arms. I shall always and with the greatest sincerity be the friend and the protector of your Person. My Lord! Your faithful friend The Nabab Heder Alikan Bader List of Goods sent as a present for My Lord The General: A jerieaux of precious stones, a Padaque or neck ornament of diamond, a neck ornament of pearls, two rings with brilliants, one piece for a turban, two pieces for a coat or Moorish cabaya, one piece for a sash, one piece of quimkube or desteleer of Suratte. 141 Articles of the alliance, concerning which the Dutch Company wishes to negotiate with the Nabab Heder Alikan Bader. Art. 1. If the Nabab Heder Alikan Bader finds himself involved in war and asks for aid from the Dutch Company, or from its Representative in the Indies, it shall be obliged to give it, as well as war supplies. Art. 2. Likewise, if the Dutch Company is attacked and asks for aid, the Nabab shall be obliged to give it to them. Art. 3. After the concluded peace between me and the English, it is established in the contract, signed by His Majesty the King of Great Britain, that we shall undertake nothing against each other: if the English on their part do not undertake to disturb me in my states, then I likewise cannot disturb them in theirs. If in the course of time Mamedelikan (Machmet Alikan) seeks to break the peace through ambiguities, the Dutch Company shall be obliged to grant me aid; it shall be in like manner with me with regard to them in such an occasion. Art. 4. I oblige myself to pay to the European soldiers sent to my aid fifteen ropijen each month, and to the sepoys seven and a half ropijen, and to the officers as much as the Lord General shall determine. Art. 5. The Dutch Company shall in like manner pay to the people sent by my order to its aid fifteen ropijen a month for each horseman and seven and a half ropijen for each infantryman. 142. Art. 6. The soldiers requested by me shall be sent to me by order of the Lord Governor-General. Art. 7. Likewise I oblige myself to deliver to the Dutch Company the troops that shall be requested by it or its Representative. Art. 8. The articles stipulated above being accepted, I oblige myself to cause to be delivered to the Dutch Company all the Rice, Cardamom, and sandalwood that can be obtained from the produce of my land of Corque. Art. 9. In payment for the Goods mentioned in Art. 8, I ask that the Dutch Company cause to be delivered to me cannons, balls, and other war supplies. 143 To the Lord Adriaan Moens Governor on behalf of the Dutch Company at Cochim My Lord The Letter that Your Honour has written to me by the Gentlemen Samuel Constantin Saffin and Carel de Riberto has been duly delivered to me, and these Gentlemen have informed me of the perfect well-being that providence grants you. For many Years and until now I have always maintained friendship with your Governor-General of Batavia, and by means of the Gentlemen whom you have sent to me to negotiate with me, I also have the satisfaction of making friendship with you. The said Gentlemen have handed to me all the present goods given along by Your Honour to them for me according to the list that you have sent me. All that you have caused to be asked of me by word of mouth through the Gentlemen Samuel Constantin Saffin and Carel de Riberto for your Company shall be fulfilled, God willing, as I only seek means to keep myself closely allied with it, if My Lord The General of Batavia thinks fit to conclude an alliance with me, of which I send him the draft and the contents of the articles. I send as a present various Goods to Your Honour as well as to My Lord your General. I pray Your Honour to send these, as quickly as can depend on you, to him, and likewise also my letter, so that I may shortly obtain his answer; and as soon as I shall be informed of the ratification of my alliance, I assure you that an unbreakable friendship shall exist between your Company and me; my assistance in case of necessity shall always be ready for its protection, and the produce of my land, such as rice, Cardamom, and Sandalwood, shall be given to your Company before all others. The discreet and sensible manner as well as

Dutch transcription

uijt Latanna den 26. =ten dag van de maand Morouw van het jaar verleenen, alle onze vijanden uijttasten van ons te stooren in devreedzaame bezittingen van onze staaten. 30 dra deeze bij uw zal ontvangen zijn, bidde ik iw: Mijn Heer met alle despoed die van uw: afhangen kan aan mij tezenden het verbond dat we moeten aangaan, getekend door uw: Mijn Heer, als meede door de Heeren Raaden en verzeegelt met de wapens van uw Comp:e op dat ik het bekragtige met mijn hand„ teekening en insgelijks met mijne waapens doe verzeegelen. Jk zal altoos en met de grootste opregt„ „heijd zijn devriend en de beschermer van uw Persoon. Mijn Heer! vw Getrouwe vriend hegire /: der olugt:/ 189 De Nabab Heder Alikan Bader Lijst der Goederen gezonden tot geschenk voor Mijn Heer De Generaal Een jerieaux van gesteentens, een Padaque of hals Cieraad van diamant, een hals Cieraad van paarlen, twee ringen met baillianten, een stuk tot een tulband, twee stukken tot een rok of Moorse kabaaij, een stuk tot een middel„ „band, een stuk quimkube of desteleer van suratte. 141 waar over de Hollandse Compagnie wil handelen met den Nabab Heder Alikan Bader. Art: 1. Artikelen van het verbond, Als de Nabab Heder Alikan Bader zig ingewikkelt vind in oorlog en dat Hij hulp vraagt van de Hollandse Comp:e, of van haar Representant in Indiën, zal hij verpligt zijn die te geeven, als meede oorlogs behoeftens. Art: 2. Insgelijks zo de Hollandse Compag¬ „nie word aangetast en dat ze hulp vraagt, zal de Nabab verpligt zijn haar die te geeven. art: 3. Na de geslootene vreede tusschen mij en de Engelsen is in het contract, getee„ „kent door zijn Majesteijt de koning van Groot Brittanien vastgestelt, dat we niets niets teegens malkanderen onderneemen zullen: zo de Engelsen van hunne zijde niet onderneemen mij te verstooren in mijne staaten, dan kan ik dezelve insgelijks in de hunne niet ontrusten zo in het vervolg van tijd Mamedelikan (:Machmet Alikan:) door dubbelzinnig„ „heeden de vreede zoekt te breeken, zo zal de Hollandse Compagnie zig moeten verpligten om mij hulp te verleenen; het zal inzelver voegen met mij zijn ten aanzien van haar in zulke geleegentheid. Art: 4. Jk verpligt mij aan de Europeese zol„ „daaten gezonden tot mijn hulp te betaalen, elk vijftien ropijen ider maand, en de sipaijen seven en een halve ropij, mits„ „gaders aan de officiers zo veel als de Heer Generaal zal bepaalen. Aat: 5. De Hollandse Comp: zal inzelver voe„ „gen betaalen aan het volk gezonden door mijn 142. Canons, kogels en andere oorlogs behoeftens. mijn ordre tot haar Htulp vijfthien ropijen 'smaands voor elke ruijter en seven en een halve ropij voor elke infanterist. Art: 6. De door mij gevorderde zoldaaten zullen mij gezonden worden uijt ordre van de Heer Gouverneur Generaal. Art: 7. Insgelijks verpligt ik mij om te leveren aan de Hollandse Compagnie de troupen, die door haar of Haar Representant zullen worden gevraagt. Art: 8. De artikelen hier boven gestipuleert aangenoomen zijnde, verpligt ik mij aan de Hollandse Comp: te zullen doen lee„ „veren alle de Rijst, Cardamom en zandel„ „hout, die teneemen zijn uijt de voorbreng„ „sels van mijn land van Corque Art 9. Jn voldoening der Goederen bij art: 8. ge „noemt, vraage ik dat de Hollandse Comp: mij J # bij het afschrift staat doen leeveren Canons en koogels etc=a 't Aan 143 Aan de Heer Adriaan Moens Gouverneur van weegens de Hollandse Compagnie te Cochim Mijn Heer De Brief, die uwel Edele mij geschreeven heeft met de Heeren Samuel Constantin Saffin en Carel de Riberto is aan mij behoorlijk bestelt, en deeze Heeren hebben mij geinfor„ „meert van de volmaakte welstand, die u de voorzienigheijd gunt. Zeedert veele Jaaren en tot nu toe heb ik altoos vriendschap onder„ „houden met Vw: gouverneur Generaal van Batavia, en door middel van de Heeren die gij mij gezonden hebt om met mij tehan„ „delen, heb ik ook de voldoening van met vn vriendschap te maaken. gem: Heeren hebben mij inhandigt alle depresent goederen door uwel Edele aan hem voor mij meede gegeven volgens de lijkt die gij mij gezon„ „den hebb. Al wat gij mij bij monde vande Heeren Samuel Constantin Saffin en Carel de opijen en de Riberto voor uw Compe: hebt doen vra¬ „gen zal vervult worden, zo het god belieft, wijl ik alleen zoek naar middelen om mij met haar naauw verbonden te houden indien Mijn Heer De Generaal van Batavia goetvind om met mij te sluijten een verbond, waar van ik hem zend het opstel en den inhoud der artikelen Ik zend tot geschenk verscheijde Goederen aan uwel Edele als ook aan Mijn Heer vro generaal. Deeze bidde ik uwel Edele zo spoedig als dat van uw afhangen kan, aan hem tezenden, en insgelijks ook mijn brief op dat ik zijn antwoord binnen korten kan erlangen, en zo spoedig als ik zal zijn gein„ „formeert van de bekragtiging van mijn verbond, verzeekere ik uu dat 'er een on„ „verbreekelijke vriendschap tusschen uw Comp en mij bestaan zal; mijn bijstand in ge„ „valle van noodzaakelijkheijd zal steeds gereed zijn tot haar bescherming en de voorbrengzels van mijn land, als rijst¬ „zullen Cardamom en Zandelhout „ aan vw: Comp:e gegeven worden voor alle andere De bescheijdene en verstandige wijze mits„ „gaders

NL-HaNA_1.04.02_10306_0309 view scan ↗

English

144. together with the conduct with which Messrs. Constantin Saffin and Carel de Riberto have looked after the interests of your Company, deserve that you show some consideration for them by writing to the Right Honourable your Governor-General to grant them a gift, as well as a respectable post. These are rewards that their undertaken efforts rightfully deserve, and which I ask your Honour to request on their behalf. I am writing to the Right Honourable your Governor-General of Batavia, and so that you might not be ignorant of the contents, I shall deliver a copy thereof to the ambassadors of your Company in order to communicate them to you. Be assured, Sir, that I shall not fail to inform the Right Honourable the Governor-General of the manner in which it appears that you look after the interests of the Company that you serve, and as often as I can be of any service to you, I shall always be ready to support your objectives. As soon as the negotiations begun by Messrs. Saffin and de Riberto shall have been completed, I will give them their leave so that they do not lose the opportunity of the monsoon. Regarding the goods that I send you as a present, you will give me great satisfaction by letting me know of their receipt, and be assured, Sir, that I have such a special esteem for your merits that I am ready to show you proof of this on all occasions; you may therefore dispose of me with complete confidence. I am, with perfect high esteem, The Nabab Heder Alikan Bader From Latanna, the 27th day of the month Moroum of the Year negire (:of the Flight) 1189. List of presents sent to the Right Honourable the Governor of Cochim: A diamond ring, a piece of Mutubie for a turban, two similar pieces for a coat or Moorish kabay, a piece of white shawl, and a piece of quimkube or Desteleer, a chestnut Arabian horse, and a black Turkish horse with white flecks. 145. However, because I find a small difference here and there in the copy that Saffin gave me, I have indicated the same in the margin for the consideration of Your High Nobilities. It appeared somewhat speculative to me in the beginning that the Nabab now writes in French, and so I inquired more closely into the person who wrote the letters for him, and I learned that it is a Frenchman from Pondicherij, currently a subaltern officer in the service of the Nabab, who, so it seems, was employed for this purpose more by chance than out of habit of being used in such matters. Thus, I think that one should not interpret various expressions, both in the Nabab's letter and in the contract, in too literal a sense; for example, that we, item, shall promise our help in case he might be involved in war, and thus without stipulation whether the war was initiated by Himself or not, whereas they, according to article 2, would only owe us help when we might be attacked by others. The 6th article also provides, among other things, a proof of these thoughts of mine, as the Nabab stipulates therein that the troops for his assistance shall be sent to him by order of the Right Honourable Governor-General, whereas it is nevertheless beyond doubt that this cannot be his real intention, since in case of emergency, he would undoubtedly desire prompt assistance from us, without wishing to wait for explicit orders from Batavia. I must also remark that the country of Corque of which the Nabab speaks in the 8th article of his draft contract is called Coddemaloer here on the Malabar Coast, lying west of Maisoer, having Cottealte to the south and Manjeseram to the north, in which country of Corque or Coddemaloer the best sandalwood, cardamom, pepper, and much grain is produced, and whither the Company formerly sent and sold many spices and Japan copper from Cananoor; all of which I deemed not improper to note for the clarification of the letter. 146. The gift goods, belonging to both letters, are being sent over by the bearer of this in two sealed small boxes marked No. 1 and II, together with two horses, which may possibly be suitable for Japan; for I recall that horses from here were once requested for Japan. The Commissioners have also, upon their return, delivered to me the following specification of what they paid to the coolies and their retinue during their journey to and fro for the account of the Company: For daily wages to 14 native seamen who were on 2 small scows back and forth to Chettua to convey the presents and baggage, for 8 days: rop: 16. 24. For daily wages to 20 native seamen as above who served on 3 manchuas to convey the principal of the commission together with retinue, for 7 days: 21. —. Carried forward: rop: 37. 24. Brought forward: rdps 37. 24. For daily wages to 172 persons who were hired at Chettua to carry the palanquins and baggage by the overland route to Seringapatnam and back, each rop: 6½: 1118. —. Board money for the abovementioned 172 persons, each 3 stivers: 1032. —. Board money for one Arachchi and 12 Lascorins, each 3 stivers: 78. —. The crossing of various rivers, both of the baggage and the people: 10. —. A present to the people who provided lodgings along the way, supplied water and firewood for the folk, as well as oil for night light by the baggage: 89. 10. Guides who were given to us, subject to payment, during the entire journey: 50. —. The Nabab's numerous servants as a gift according to the country's custom: 377. —. Carried forward: rop: 2792. 4.

Dutch transcription

144. „gaders het beleijd, waarmeede de Heeren Constan„ „tin Saffin en Carel de Riberto hebben behar„ „tigt de Belangens van uw Compagnie verdie„ „nen dat gij eenige oplettendheijd voor hun hebt met te schrijven aan Mijn Heer uw Gou„ „verneur Generaal om hun toetestaan een ge„ „schenk, als meede een aanzienelijke post. Dit zijn belooningen die hunne genomene moeijte regtmatig verdient, en die ik uw: bid voor haar te verzoeken. Ik schrijf aan Mijn Heer Uw Gouverneur generaal van Batavia en op dat gij niet on„ „weetende mogt zijn van den inhoud, zal ik aan de Heeren Ambassadeurs van uw Comp:e een Copij daar van ter hand stellen om ze vio te Communiceeren. Weest verzeekert Mijn Heer, dat ik niet verzuijmen zal kennis tegeeven aan Mijn Heer de Gouverneur Generaal van dewijze „behartigt het intrest van de Comp. die gij waarmeede het blijkt dat gij „ dient, en zo dikwils als ik uw tot iets goed zijn kan, zal ik altoos gereed zijn om uw oogmerken te ondersteunen. Zo spoedig als de onderhandelingen be„ „gonnen door de Heeren Saffin en de Riberto zullen vaa„ uijt Latanna den 27:ten dag van de maand Moroum van het Jaar negire (:der vlugt ƒ 1189. zullen zijn afgeloopen zal ik ze hun afschijd geeven op datze de gelegentheijd van demoisson niet verliesen. Belangende de goederen, die ik vw tot geschenk zend, gij zult mij zeer veel voldoening geeven, met mij den ontvangst daar van te bedeelen, en weest verzeekert Mijn Hleer, dat ik een zo bezondere agting heb voor uw verdiensten, dat ik gereed ben om uw bij alle gelegentheeden daar van blij „ken tegeeven, gij kunt dierhalven met volle verzeekertheijd over mij beschikken. Jk ben met een volmaakte Hoog agting. De Nabal Heder Alikan Bader Lijst der Presenten gezonden aan Mijn Heer de Gouverneur van Cochim. Een diamante ring, een stuk Mutubie tot een tulband, twee diergelijke stukken tot een rok of Moorsche kabaaij, een stuk witte chaille) en een stuk quimkube of Desteleer, een rood „hairig arabis Paard, en een swart turks Paard met witte vlokken. Dog 145 Dog om dat ik bij de copia die saffin aan mij gegeeven heeft, hier en daar een klijn differentje vinde, zo hebbe ik dezelve in margine tot speculatie van uw Hoog Edelheedens aangeweezen. Het quam mij in den beginne wat spe„ „culatief voor, dat de Nabab nu in 't fransch schrijvd, en dus hebbe ik mij eens nader g'in¬ „formeerd, na de persoon, dewelke de brieven voor hem geschreeven heeft, en ik ben onder„ „vigh dat het een fransman van Pondicherij is, thans subaltern officier in dienst van den Nabab en die hier toe, zo het schijnd gebruijkt is, meer bij toeval als uijt gewoonte om in diergelijke dingen gebruijkt teworden, zo dat ik denke dat men deeze en geene uijt„ „drukkingen zo wel bij 's Nababs briev als bij het contract, in geen al te letterlijken zin moet verstaan; bij voorbeeld dat wij Item onze hulpe beloven zullen ingevalle hij in oorlog mogt ingewikkeld zijn, en dus zonder bepaaling of de oorlog door Hem zelve aangevangen zij of niet waar tegen sij ons volgens artikel 2. alleen hulpe zoude schuldig zijn wan„ „neer vo Badan „neer wij door andere mogten worden aan„ „getast, gelijk het 6. artikel, van deeze mijne gedagten, onder andere ook een bewijs aan de hand geeft, dewijl de Nabab daarbij bedingt dat de troupen tot zijn hulp hem zullen gezonden worden op ordre van den Heer Gouverneur Generaal daar het nog tans buijten bedenking is, dat dit zijn eijgend „lijke meeninge niet zijn kan, dewijl Hij in„ „gevalle van nood, ongetwijffeld spoedige hulp van ons zoude verlangen, zonder tewillen wagten na expresse ordre van Batavia Nog moet ik aanmerken, dat het land Con „que waar van de Nabab spreekt bij het 8:' aut=l van zijn ontworpen contract, hier op de Mal „labaar genoemd word Coddemaloer, leggende ten westen van Maisoer hebbende Cottealte ten zuijden en Manjeseram ten Noorden, in welk land van Corque of Coddemaloer, heb beste zandelhout Cardamon Peper en veel graan vald, en werwaards de Comp: wel eer van Cananoor veel specerijen en Japan koper gezonden, en aan den man geholpen heeft: welk een en ander ik niet ondiendt g'oordeelt 146 g'oordeelt hebbe tot eclarissement van de brief te noteeren. De schenkagie Goederen, tot beide de brieven gehoorende, gaan per brenger deezes het over, in twee verzeegelde kasjes gem:t N=o 1. en II. benevens twee paarden, die mogelijk goed voor Japan zullen zijn; want mij staat voor dat er eens paarden van hier voor Japan g'eijscht zijn. De Gecommitteerdens hebben ook met Hunne terug komst mij overgegeven d' ondervol„ „gende specificatie van het geen zij geduurende hunne reijze heen en weeder voor reekening van de Comp: aan de Coelijs en hun gevolg be„ „taald hebben. Voor dag huur aan 14. koppen inlandse zeevaaren„ „de die op 2. schouwtjes heen en weder na chettua geweest zijn, ter overbreng der ge„ schenken en bagagie voor 8. dagen rop: 16. 24. Voor dag huur aan 20. koppen als boven die op 3. mansjouws dienst gedaan hebben ter overbreng van den hersten in de commissie nevens gevolg voor 7. dagen - - - - Transporteere ro/ag 37. 24. - - - - „ 21. —. P„r Transport - - rdp:s 37. 24. Voor dag huur aan 172. koppen dewelke op Chettua in dienst aangenomen zijn om de palenquins en bagagie over den landweg na Seringapatnam en terug ider rop: 6½. - - - - - - „ 1118. —. Kostgeld voor booven gem: 172. koppen, ider 3. stvxrs - - - - - „ 1032. — Kostgeld voor een Araatje en 12. Lascorijns ider 3. stxs. „ 78. — Het overvoeren van diverse revieren 3o van de bagagie als volkeren - - - „ 10. — len prezent aan de menschen die onderweegs logies verleend water en brandhout voor het volk bezorgd hebben als ook olij tot nagt ligt bij de bagagie Wegwijzers dewelke aan ons ge„ „geven zijn mits betalende ge„ duurende de geheele reijse - - - „ 50. —. 's Nababs veelvuldige Bediendens tot een geschenk volgens slands gebruijk — „ 377. — ro/ag 2792. 4.- Transporteere 89. 10. „ -- -- „

NL-HaNA_1.04.02_10306_0315 view scan ↗

English

Brought forward: rupees 2792. 4. For 3 hired manchuas which brought us along with the sick and baggage from Chettua to Cochim with their coolies: 40. 15. Sum: rupees 2832. 19. I have examined the account and find the same moderate according to the circumstances of this country and after the long journey, so that I have caused that amount to be paid to them; but their own travel expenses they have not charged, but left to the discretion of Your Right Excellencies, since they kept no record thereof, and are not able to make a specific account thereof, being content to accept whatever might be allocated to them for it; therefore I request that Your Right Excellencies be pleased to determine for me how much I may have given to them for it: It was not a commission like in the year 1766, solely up to Calicut, but it was easily 8 to 9 days further; they have been away for two months, and to live somewhat decently for so long with their retinue requires quite a bit; besides this, I also have knowledge that they endured many fatigues, indeed that in the Zamorin's territory they were not without danger on account of the Zamorin's Nairs who are still discontented and prowl along the roads; so that on their return journey, although people of the Nabob were with them, they were forced to leave most of their baggage behind, which they are still looking out for daily. Now as far as the commission itself is concerned, I have in so far achieved my objective, namely, to remove his coolness and to get into correspondence with him, but the effective objective at which Your Right Excellencies' order actually aims, namely to enter into a contract of friendship with him, has not been achieved: It is meanwhile provisionally so far advanced that I am now in correspondence with him, which I shall certainly keep active: I recently wrote him a complimentary letter, and among other things announced that I shall send the letter and gifts to Batavia at the earliest opportunity; and a day before the commissioners returned, one of his naval commanders arrived here with a small two-masted vessel to engage some craftsmen, as he then also engaged several who could agree with him on the daily wage, with which that naval commander was very pleased; And concerning the Nabob's request, namely for elephants, I shall also endeavor to give him satisfaction. If it ever became time to consider the Company's interests on the Malabar heartily and seriously, it is now, when trade here is beginning to flourish so: both the Nabobs Mahomet Alij and Aijder Alij chan are expanding their power so greatly, and the French as well as the Portuguese seek to restore their affairs in the Indies, yes, now that the English are already actually after our pepper; I need not remind Your Right Excellencies how greatly we would involve ourselves in great difficulties in many ways by such an engagement as the Nabob seeks. He is a suspicious and shrewd prince; he would allow no European nation to dictate terms to him, as Mahomet Alij allows the English to do. He is practically an enemy to everyone; he will never be left in peace. Mahomet Alij, as well as the Marhattas, will always thwart his objectives, and nevertheless he is pregnant with great projects; he is unyielding in his intentions, and being so engaged with us, he might wish to undertake even greater things, at least once he had us on a string, then he would soon know how to get into action with Mahomet Alij, and thus involve us with this prince (in whose lands many of the Company's possessions lie) and also with the English in a war; besides this, experience has taught that the English Company has not spun much silk with its Nabobs, but rather that many of their servants have grown rich thereby, but also at the same time the lands have been exhausted and the people have become poor. However little it may suit us to engage ourselves with him in that manner, it seems to me that one must not let him see our aversion to it too clearly, and that one should rather leave him somewhat in uncertainty concerning it than to deny him such an alliance (at least in so far as it would be solely defensive) so abruptly, regarding which one can still keep him in uncertainty for some time by answering in a procrastinating manner under one pretext or another, as for example, that before concluding such treaties the Directors of the Company must first be consulted, that this will take place at the next opportunity, and that he is provisionally thanked for his cordial offers, and in particular that he has been pleased to give notice of the peace and friendship which he has established by contract with Mahomet Alij, whereby he obliges himself to leave the same undisturbed in his states, just as the latter has reciprocally bound himself thereto: That with the same frankness one cannot refrain from likewise giving him notice of our alliance on this side, both with the King of Travancore and

Dutch transcription

Transport rep:s 2792. 4. Voor 3. gehuurde mansjouws dewelke ons nevens zieken en bagagie van chettua na Cochim gebragt hebben met dies Coelijs - - --„ 40. 15. — Somma rop„s 2832. 19. — Ik hebbe de reekening g'examineerd en vinde dezelve na d' omstandigheeden van dit land, en na de lange reijze, modicq, zo dat ik hun dat bedragen hebbe laten voldoen; dog de reijs onkos„ „ten van Hun zelfs hebben zij niet opgebragt, maar aan het goedvinden van uw Hoog Edelhee„ „dens overgelaaten alzoo zij geen aanteekeninge daar van gehouden, en niet in staat zijn een specificque reek: daar van temaken zullende zig te vreeden houden, met het geen Hun daar voor mogt toegelegt worden; derhalven verzoeke dat uw Hoog Edelheedens mij Gelieven te bepaalen, hoe veel ik aan Hun daar voor mag laaten afgeeven: Het is geen Commissie geweest gelijk in 't jaar 1766. eenelijk maar tot Calicut, maar het is nog wel 8. â 9. dagen verder geweest: zij zijn twee maanden lang uijtgeweest, en om zoo lange met hunnen omslag 37. 24. — 118 —. 10. 50. —. 147 omslag eenigzinds ordentelijk te leeven, daar be „hoord al wat toe; buijten des zo drage ik ook ken „nis, dat ze veel fatieques hebben uijtgestaan, ja datze in het sammorijnse, niet zonder ge„ „vaar geweest zijn, wegens de sammorijnse nai „rossen die nog malcontent zijn, en langs de weegen stroopen; zo datze in hunne terug „reijse schoon 'er volk van den Nabab bij Hun was, genoodzaakt zijn geweest, hunne meest bagagie agter te laaten, daar ze nog dagelijks na uijt zien. Wat nu de Commissie op zig zelfs aangaat zo hebbe ik in zoo verre mijn oogmerk wel berijkt, namendlijk, om zijn koelheijd weg tenee „men, en met hem in corresponetentie te geraak dog het effective oogmerk waarop uw Hoog Edelheedens ordre eijgentlijk doeld, namentlij om met hem een contract van vriendsz: aan „tegaan, is niet berijkt: Het is intusschen bij provisie zo verre, dat ik nu met hem in Correspondentie ben, die ik wel levendig zal houden: jk hebbe hem onlangs een Compli „ment briefje Geschreeven, en onder andere be„ „kent gemaakt, dat ik de briev en geschenken ten ten eersten na Batavia zal zenden; en een dag voor dat de Gecommitteerdens retourneerden quam hier een van zijne zee Hoofden, met een twee-mastig scheepje, om wat ambagtslieden op„ „te doen, gelijk Hij 'er dan ook verschijde opgedaan heeft, die met hem over het dagloon konden eens worden, waarmeede die zeevoogd, zeer in zijn schik was; En omtrent 's Nababs verzoek nament„ „lijk om Eliphanten, zal„r temn ook tragten genoe„ „gen tegeeven. Zoo het ooit tijd is geworden, om s Comp=s belangens op de Mallabaar, hartelijk en ernstig te overweegen, het is thans, nu den Handel hier zo begind opteluijken: beijde de Nababs Mahomet Alij en Aijder Alij chan Hunne magt zo zeer uijtbrijden, en de pransen zo wel als de Portugeezen haare zaaken in Jndien zoe„ „ken te herstellen, Ja nu de Engelschen reeds wer„ „kelijk op onze peper uijt zijn; Ik behoeve uw Hoog Edelheedens niet te herinneeren, hoe zeer wij ons door zo een en„ „gagement als de Nabab zoekt op veelerhande wijze in groote moeijelijkheeden zouden inwik„ „kelen, Hij is een wantrouwing en schrander vorst 148. vorst; Hij zoude rig door geene Europeeze Natie de wet laaten stellen, gelijk Mahomet Alij zig van de Engelsche laat doen, Wij is genoegzaam een vijand van ider een, nimmer zal Hij met ruth gelaaten worden, Mahomet Alij zo wel als de Marhettas, zullen zijne oogmerken altoos dwaas boomen, en even wel gaat blij met groote projecten zwanger; Hij is onverzettelijk, in zijne voorneemens, en met ons zodanig g'engageerd zijnde, zou Hij mogelijk nog al grooter dingen willen onderneemen ten minsten, als hij ons eens aan het lijntje had, dan zou Hij spoedig met Mahomet Alij, aan den gang weeten teraa „ken, en ons dus met deeze vorst, (in wiens lan„ „den veele van 's Comp:s bezittingen leggen/ en ook met de Engelse in een oorlog wikkelen; buijten des zo heeft d' ondervinding geleerd, dat d'Engelse Comp: met haare Nababs niet veel zijde Gesponnen heeft, maar wel dat veele Huw „ner dienaaren daarbij rijk geworden, dog ook teffens de landen uijtgeput, en delieden arm geworden zijn. Dan hoe wijnig het ook ons convenieer zig met hem op die wijze te engageeren, zo dunkt dunkt mij, dat men hem onze afkeerigheid doen daar van niet al te duijdelijk moet zien, en dat men stem liever, derwegens wat in het onzeekere diend telaaten als Item zulk een verbond ( ten minsten voor zo verre het alleen ver„ „dedigend zoude zijn) zo eensklaaps te ontzeg„ „gen, waar omtrent, men hem nog al eenigen tijd in onzeekerheid kan houden, met onder het een of ander voorwendzel op eene uijtstellende wijze te antwoorden, als bij voorbeeld, dat over het sluijten van zulke verbonden, de Directeurs van de Comp: eerst dienen teworden onderhouden dat dit bij de naaste gelegentheid geschieden zal„ en dat men Htem bij voorraad bedankt voor zijne Cordaate aanbiedinge, en in het bijzonder dat Hij om heeft gelieven kennis tegeeven van de vreede en vriendschap die Hij met Mahomet Alij bij contract gemaakt heeft waar bij hij zig ver„ „pligt, om denzelven in zijne staaten ongestoord te zullen laaten, gelijk ook deze, zig reciproque daar toe verbonden heeft: Dat men met dezelvde openhartigheid ook niet kan afzijn hem ins„ „gelijks kennisse tegeeven van onze alliantie aan deze zijde, zo met den koning van Jrevancoor, net i en

NL-HaNA_1.04.02_10306_0320 view scan ↗

English

with whom we have long been in an alliance and have an offensive and defensive treaty, as well as with the kings of Cochim and Cranganore, who have of old been the Company's allies and stand under its special protection: That in the meantime, and until one is able to declare oneself further, one is very inclined to enter into a commercial treaty with him according to the proposals he makes regarding this in articles 8 and 9, and of which a draft could be sent to him, just as he, on his part, has done concerning the manner in which he wishes to bind himself to us; to which could also be added that we will then simultaneously make use of the Nabob's previously made offer to have our old lodge in the Canarese restored, and to resume the trade that was broken off there, which, in such a case, can always be tested in small matters with a single servant to see how he takes it; for even if we can obtain nothing else by it than to keep him talking for a while, to preserve his friendship as much as possible, and to cultivate it, then for the present we are doing enough: He is already an elderly man and, moreover, one does not know what upheavals may occur with him in a short time; in any case, some three years will elapse before we need to declare ourselves further, at which point, if deemed advisable, we can always keep putting him off: perhaps, in the hope of bringing us further, he may provisionally be persuaded to such a treaty, which can be advantageous to us in obtaining the country's products: The accommodations which on that account we might owe him in terms of war supplies can easily be rendered to him, and the observation that one strengthens him by such things is presently of less weight than before, because nowadays all such things are imported and delivered in great quantities by the French, English, and Danes to anyone who merely wishes to buy them: and all that might be granted to him additionally, in case in case one could absolutely no longer avoid it, would be a specified number of European troops, with the express and special condition not to use them against the Company's allies. But it seems especially to be our interest at present that we remain closely allied with Travancore: In the meantime, as matters now stand, this prince cannot sustain himself without powerful support: he understands this very well himself, and has therefore recently addressed your High Mightinesses yourselves by letter, in order to know what he can rely upon from our side. The question to which it here comes down is this: namely, whether it is in the Company's interest to preserve this place with the advantages attached thereto, alongside the share we have hitherto had in the pepper! And this being granted, it follows of itself that one must, if one cannot improve matters, at least keep them on such a footing as they now stand, and even if one were to devote all the other advantages that might be obtained by a change of measures to that end, one would for the present do enough merely by securing our present state, which otherwise might suffer greatly from the changes that are at hand, and I think that one would even do more; for in case we do not sustain Travancore at this juncture and give him no courage, it is natural that he will ally himself more closely with the English and accept their protection, as he will undoubtedly do if we merely give him a refusal, as I have already expressed my fears of in my respectful letter of 1 January last, of which protection the first condition will then beyond doubt be that he must deliver the pepper produced in his lands to them; or if this does not result, then I fear that the Nabob will subjugate the Kingdom of Travancore and with it also the Kingdom of Cochin; and then we run the risk of getting no candy of pepper anymore, except at the highest highest market price, to say nothing of other dreadful consequences that are to be expected from the proximity of such a dangerous neighbor. And even if Travancore should happen to succeed in maintaining himself by his own power without the help of the English, it would in the consequences, at least with regard to the pepper for us, amount to almost the same thing, as it is unthinkable that the king of Travancore, if we directly deny him our help now that he needs us, will further wish to deliver pepper to us for less than he can obtain every day from others, and thus the interest as well as the honor of the Company would require that we care for the preservation of the Kingdom of Travancore; but if one wished to do such with actual help, one should also not resolve to do so except with the firm intention to await this shock, which might sometimes hit rather hard, and for which one would then have to deliberate with Travancore as to what means and resources

Dutch transcription

149 met wien wij 't zeedert lange en bondgenootschap staan en een beschermend en verdedigend trac„ „taat hebben, als ook met de koningen van Cochim en Oranganoor, die van ouds 'sComp=s Bondgenooten zijn en onder Haar speciaale bescherming staan: Dat men ondertusschen en tot dat men zig nader zal kunnen verklaaren, zeer geneegen is, om met blem een tractaat van Commercie aantegaan volgens de voorstellingen die hij bij aat: 8. — en 9. daar van doet, en waar van hem een opstel zoude kunnen worden gezonden, zo als hij dat van zijne zijde over de wijze, waarop Hij zig met ons verbinden wild, gedaan heeft waarbij nog konde worden gevoegd, dat wij dan ook teffens gebruijk zullen maaken van 's nababs voor heen gedaane aanbiedinge om onze oude logie in 't Cannareesche tedoen herstellen, en den aldaar afgebrookene wande te hervatten, het welk in zulken geval, alto met een enkelde bediende in kleenigheeden te probeeren is, om te zien, hoe het opneemd want al is 't dat wij daar door maar niets anders kunnen verkrijgen, dan htem wat aan aan de praat te houden, zijn vriendschap zoo veel mogelijk te bewaaren, en aan te kweeken dan doen wij voor eerst genoeg: Hij is reeds een bejaard man en men weet boven dien niet, wat omkeeringen met hem in korten tijd kunnen voorvallen; in allen gevalle, zo verloo„ „pen 'er een jaar of drie, voor dat wij nodig heb„ „ben ons nader te verklaaren, wanneer wij het met hem altoos des goedvindende verder op de lange baan kunnen houden: misschien laat hij inhoop van ons verder tebrengen zig bij provisie tot zulk een tractaat wel beweegen, het geen ons in het verkrijgen van 'slands pro„ „ducten, voordeelig kan zijn: De gerieflijkheeden, die wij hem uijt dien hoofde in oorlogs be„ „hoeftens, zouden schuldig zijn, kan men hem ligt bewijzen, en d' aanmerkinge dat men blem door zulke dingen sterker maakt, is thans van minder gewigt, als bevoorens, om dat thans alle diergelijke dingen, en menigte door de faanschen Engelschen en Deenen uijt, „gebragt en geleeverd worden, aan alle, die dezelve maar koopen willen: en alles wat Hem meer zoude mogen worden toegeregt in gevalle 150 ingevalle men het volstrekt niet langer ontwijken kon, zoude zijn, een bepaald getal van Europeese troupen, met uijtdrukkelijk en speciaal beding, om dezelve tegens 'sComp=s bondgenooten niet temogen gebruijken. Maar het schijnt inzonderheid thans onze zaak te zijn, dat wij met Jrevancoor nauw verbonden blijven: Deze vorst kan zig onder„ „tusschen, zo als de dingen nu staan, zonder een magtigen onderstand, niet soutineeren: bij zelve begrijpt dit zeer wel, en heeft zig daar„ „om onlangs bij missive aan uw Hoog Edel„ „heedens zelve ge-addresseerd, om temogen weeten„ waarop Hlij van onze zijde staat maken kan De vraage waar op het dan hier aankomt, is deze; of het namentlijk van 's Compagnie belang zij, deze plaats met de voordeelen, die daar aan gehegt zijn, benevens het deel dat wij tot nog toe in de peper gehad heb„ „ben, te behouden ! en dit toegestaan zijnde dan volgd van zelvs, dat men de dingen, kan men ze niet verbeeteren, ten minsten moet houden op dien voet, als zij thans staan, en schoon men al eens alle de man „dere „dere voordeelen, die bij verandering van maat„ „regulen te verkrijgen zijn, daar toe besteede, dan zoude men voor eerst genoeg doen, alleen met onzen tegenwoordigen staat te verzeekeren, die anders door de veranderingen dewelke voor de deur staan, veel lijden kan, en ik denke, dat men zelfs meer zoude doen; want inge„ „valle wij in dit tijdsgewrigt Jrevancoor niet opbeuren en geen moed geeven, zo is het na„ „tuurlijk dat Hij zig nauwer met de Engelschen zal verbinden, en Hunne bescherming aan„ „neemen, gelijk hij ongetwijffeld doen zal, indien wij hem maar een wijgerend antwoord geeven gelijk ik mijne bedugtinge daar voor, bij mijne eerbiedige van den 1 ' Januarij J:o leeden al ter neder gesteld hebbe, en van welke beschermin„ „ge als dan buijten twijffel, de eerste voorwaar„ „de zijn zal, om de peper die in zijne landen valt, aan hun te moeten leeveren; of indien er dit niet uijtvolgd, dan vreeze ik, dat de Nabab zig het Trevancoorse Rijk zal onder„ „worpen en met het zelve ook, het Rijk van Cochin; en dan loopen wij gevaar, van geen Corl peper meer tekrijgen, als voor de hoogste 9 hoogste maakt prijs, geswijge van andere misselijke gevolgen, die uijt de nabijheijd van zo een gevaarlijken duurman tewagten zijn. en indien het Jaevancoor al eens gelukken mogt, zig met eijgen magt buijten hulp der Engelschen staande te houden, dan zoude het in de gevolgen, ten minsten ten aansien van de peper voor ons, bij na het zelvde uijtkomen, alzo het niet te denken is dat de koning van Trevancoor, indien wij Heim nu Hij ons nodig heeft, onze hulp direct ontzeggen, ons verder peper zal willen leeveren, voor minder als Hij alle dagen van andere krijgen kan, en dus zoude het belang zo wel als de eere van de Comp: vorderen, dat wij voor de behoudenis van het Trevancoorse rijk zorgen; dog als men zulx met dadelijke hulpe wilde doen, dan zoude men daartoe ook niet dienen te besluijten als met het vast voorneemen, om deze schok die somtij wat hart aankomen kan, aftewagten, en waar toe men dan met Jrevancoor zoude moeten overleggen wat middelen en vermo„ „gens 151

← previousnext →