Inventory 10307
Malabar · 814 pages · 135 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Demands of the servants of Chettua regarding the 20-year rights and money of the Zamorin. A further elucidation is requested from the army commander and a protest is made against the hostilities. Half of the Nabab's people remain at Chettua. The other half in the Company's conquest at Paponetty burn, rob, and plunder. The Resident retires with the Company's money to Cranganore. The army commander takes up residence in the residency. The army commander sends an ola written in the Canarese language to the servants of Cranganore. Complains about two letters being left unanswered. Says he has orders from his master to march into the Company's lands. Declares that his master wishes to live in friendship with the Company. Desires free passage past Cochin to attack Trevancore. If not, the friendship is ended. The answer thereto: his declaration of friendship is satisfactory. Yet one finds what occurred on the Company's territory very strange. And hopes that he will cease all hostilities and spare the Company's territory. And his troops keep out of cannon range. Mediation is offered between the Nabab and Trevancore. Trevancore is notified of the intention of the Nabab's army commander. What occurred until now could be viewed as a consequence of his alleged intention. Since, wishing to break in from that side, he must necessarily pass through our territory. demanding the twenty-year rights and the money of the Zamorin, which ambiguous demand we, being unable to comprehend, requested of the army commander by an ola that he would clearly declare what his actual desire was, and furthermore protested against this hostile conduct. But before this ola could reach the army commander, we received a report from the Paponetty Resident Breekpot that half of the Nabab's people had remained near Chettua and the other half had fallen upon the Company's conquest and were busy burning and robbing, and that the Resident had left the Paponetty residency and retired with the Company's money to Cranganore, after having instructed the interpreter to remain at the residency, who, not daring to risk it, had likewise proceeded to Cranganore. Shortly thereafter we received further report that the army commander Charder Chan had taken up his quarters in the Company's residency at Paponetty, had the Company's warehouse broken open, and caused several houses standing around the residency to be burned down. The following day this army commander came with a part of his troops into the Cranganore area and sent to the servants there an ola for the first signatory, written not in Malayalam like his previous and subsequent olas, but specifically in the Canarese language, for which with great difficulty we found someone to translate it for us. The same contained that he had long ago written two letters to the Governor concerning the Sandy land, but had received no answer to them; that he had notified the Nabab, his master, of this and had received orders to march with his army into the Company's lands, without mentioning anything about the ola sent to him, which he nevertheless must already have received by then; yet declaring in that letter that the Nabab his master wished to live in friendship with the Company, but that he had to have free passage over the Company's territory and past its forts and even past beneath the city of Cochin in order to wage war against the King of Trevancore, declaring that otherwise the friendship was ended. To this we answered him that we knew of nothing else than that the Dutch Company stands in friendship, peace, and a completely good understanding with the Nabab, and that we saw with pleasure the further assurance that he, the army commander, gave us thereof by his ola; but that we meanwhile could not refrain from declaring that what occurred on the Company's territory appeared very strange to us; that we trust he will cause all hostilities to cease, spare the Company's territory for the future, and especially take care that, in order to prevent all misunderstanding, the Nabab's troops keep themselves out of range of the cannon of the Company's fortifications and towns; and that, as regards the dispute of his master with the King of Trevancore, we would gladly employ our good offices to have it settled, if possible, in an amicable manner, the more so as the Nabab during his previous descent in the year 1766 once requested of us the mediation of the Company regarding the King of Trevancore. Of this, notice was also immediately given by express letter to the King of Trevancore, so that His Highness might at least see how devoted we were to his interests. What occurred on the Company's territory could, up to that time, to some extent be viewed as a consequence of his alleged intention, namely to march against Trevancore, since, wishing to break in from that side, he necessarily had to pass through our territory, and during such transit there usually [illegible]
Dutch transcription
eisschen van de chettuasen Bediendens 20: Jaarige Gereg„ Sammorijn. men vraagd een nader elu„ protesteerd tegen de vijande„ „lijkheeden. de helfte van 's Nababs volk blijft te Chettuan. „quest Paponattij branden roven en plunderen. de Resident netineerd met sComp:s geld na Cranganoor Het Legerhoofd neemt ver„ blijf in de residentie. het Legerhoofd zend een ola in de Cannareeze taalge„ „schreeven aan de Bedien„ „dens van Cranganoor scomp s G „woord twintig Jaarige geregtigheeden en het geld van de Sam„ tigheeden en het geed van den „morijn, welken dubbelzinnigen Eisch, wij niet kun„ „nende begrijpen, zo hebben wij bij een ola aan het Leger„ rcidatie van 't Legerhoofden „ hoofd verzogt, dat wij zig duijdelijk wilde declareeren, wat eigendlijk zijn begeeren was, en voorts geprotesteerd klaagt tegens dit vijandelijk bedrijf, dog al eer deze ola bij het Legerhoofd konde zijn, kreegen wij berigt van den Papo„ „nettijse Resident Breekpot, dat de helfte van 's Nababs volk bij Chettua was gebleeven en de overige helften in de andere helft in 't Con„ 'sComp:s Conquest gevallen, en met branden en rooven bezig was, dat Wij Resident de residentie Paponettij verlaaten en zig met 's Comp:s Geld na Cranganoor geretireerd had, na den Tolk aanbevoolen te hebben, bij de Residentie te blijven, die zulks niet durvende wagen, zig mede na Cranganoor had begeeven. zo niet, kort daarop kreegen wij nader berigt, dat „schapj het Legerhoofd Charder chan zijn Logement had genomen in 's Comp:s Residentie te Paponettij 'sComp:s heta t Pakhuijs laaten openbreeken, en verscheide huijzen om en bij de Residentie staande doen afbranden. 'sdaags daaraan quam dit Legerhoofd met kindscha een deel troupen in het Cranganoorse, en zond aan de Bediendens aldaar een ola voor den Eerstgetee„ kenden, geschreeven niet in 't Mallabaars, gelijk zijne desselvs queeren. Cochin om betuijgt de Comp: leeven. meest zegt voorigen brieven Landen begeerd vn genoegen klaagt over het onbeant„ „woord laaten van twee brieven. zegt ordre te hebben van zijn meester om in 'sComp:s Landen te trekken. betuijgt dat zijn meester met de Comp: in vriendschap wil leeven. begeerd vrije passagie over cochin om Jrevancoor te attac„ „queeren. — „schap uijt. — het antwoord daarop desselvs betuijging van vriendschap strekt tot genoegen. voorige en volgende olas, maar juist in de Cannareeze taale, waartoe wij met veel moeite iemand vonden, om ons die te vertaalen; dezelve behelsde, dat Hij al voor lange twee brieven aan den Gouverneur over het Zandigland geschreeven, maar daarop geen antwoord ontfangen had, dat wij daarvan aan den Nabab, zijn Meester, kennisse gegeven en ordre ontfangen had, om met zijn Leger in 'sComp:s Landen te trekken, zonder iets te gewaagen van de aan hem toegezondene ola, welke hij egter toen al moeste ontvangen hebben; betuij„ „gende egter nog bij die briev, dat den Nabab zijn meester met de Comp: in vriendschap wilde leeven, scomp:s Grond gebied en voorbij maar dat Hij vrije passagie moest hebben over 'sComp:s Gronden, en langs haare forten en zelfs onder de stad van Cochim voorbij, om den koning van Trevan„ zo niet, was de vriend„ „ coor te be-oorlogen met verklaaring dat anders de vriendschap uijt was. Hierop hebben wij hem g'antwoord van niet beeter weeten, als dat de Nederlandsche Maat„ „schappij met den Nabab staat in vriendschap, vreede„ en een volkomen goede verstand houding, en dat wij met genoegen zagen de nadere verzeekering, die Hij Legerhoofd ons bij zijn ola daarvan deed, dog dat we ondertusschen niet voorbij konden, te betuijgen, dat het s dog men vind het voorge„ „vallena op 'sComp:s grond zeer vreemd. „teiten zal doen ophouden en sComp:s grond gebied mena„ „geeren. buijten het bereik van het Canon. men prezenteert de media„ „tie tusschen de Nabab en „trevancoor. men geeft aan Trevancoor kennisse van het voornee„ „men van 's Nababs Leger„ „hoofd. men kon het voorgevallene tot nu toeaanzien als een voornoemen. alzoo Hij van die kant willende inbreeken ons grond gebied noodzaakelijk pas„ „seeren moet. het voorgevallene op 's Comp:s Grond gebied ons zeer vreemd voorkomt, dat we vertrouwen, dat wij alle hos„ en hooft dat wij ale hostili, „ tiliteiten zal doen ophouden, 's Comp:s grond gebied voor den aanstaande menageeren, en inzonderheijd zorgen, dat, ter voorkooming van alle misverstand, 's Nababs trou„ en zijne troupen zig houden „ pen zig houden buijten het bereijk van het Canon van 's Comp:s vestingen en steede, en dat wat aangaat de questie van zijn meester, met de koning van Trevan„ „coor, we onze goede officien gaarne wilden aanwenden, om die, des mogelijk, door den weg der minne tedoen bijleggen; temeer de Nabab in zijne voorige afkom„ „ste in A:o 1766: de mediatie vande Comp: omtrent den koning van Trevancoor, van ons eens verzogt heeft. Hier van gaf men ook ten eersten bij een expresse briev kennisse aan den koning van Jrevan„ „coor, op dat zijn Hoogheijd ten minsten zien zoude, hoe zeer wij zijne belangens toegedaan waaren. Het voorgevallene op 'sComp:s grond ge„ gevolg van zijn voorgegeven „ bied, kon tot die tijd toe, eeniger maaten worden aan„ „gezien als een gevolg van zijn voorgegeeven voornee„ „men, namendlijk om teegens Crevancoor op te„ „trekken, wijl hij van die kant willende inbreeken ons grond gebied noodzaakelijk passeeren moest, en er bij diergelijk doorpasseeren doorgaans wel eenige daar „daadig „van de ignora eer dit „stelt zij hebben Changa omcing dezelve „vegt zelve do bezet van daan, en bloedde Clander na en zegt in dant van heeft ht
English
Some outrages are being committed, of which the army commanders feign ignorance; at least we believed that up to that time we still had to pretend that we believed this. Yet before this answer could be delivered to him, we received further report from Cranganoor that the Nabab's troops, and among them a party of cavalry, had approached the fort under arms and had attempted to surround it; that our garrison had thereupon fired one or two cannon shots at them, merely as a sort of warning, but because they had thereupon approached further and had even begun to fire upon them, whereby a European was shot dead, they proceeded to fire upon them with the cannon, and even later, upon further advance, to use small arms to keep them from the walls; that the Nabab's men, having thereby sustained several dead and wounded, finally withdrew. With this report we simultaneously received a further letter from Charder Chan, containing the statement that the sandy land belonged to his master, the Nabab, as possessor of the Zamorin's realm, and that he had accordingly placed himself in possession of it, from which it was then clearly seen that not only the few gardens and rights in the vicinity of Chettua, which were taken into sequestration from the Zamorin, were included in his demand, but also the entire conquest of Paponetty, and probably the entire tract of land from Cranganoor to Chettua, since the same belonged to the Zamorin's realm in ancient times. He further demands by this letter the dues which the Company has enjoyed from these lands over the past 20 years, which he claims belong to his master. It is possible that someone has informed him that the contract with the Zamorin concerning the reconquest in the year 1758 is unsigned, according to what was communicated to Your Excellencies by secret missive of 25 April of the same year, and he grounds his pretension on this. Further, he demands a piece of land measuring 15 miles, which he says the Company possesses, and from which he demands that the paddy and the money be sent to him; what he really means by this is beyond our guessing. In a letter received on the 15th of this month, he finally demands tribute from the Honourable Company. First he had written to us that he wished to make war on Travancore, and to that end required free passage through the Company's lands and past its forts; yet in the said letter he denies this again, so that it sufficiently appears from this that his intention has been to mislead us by such pretexts and to find an opportunity to take the fort of Cranganoor by surprise, which has initially failed him because one has sufficiently seen from all their actions that they are not to be trusted. Since the matter had now entirely changed its character through these demands and hostilities committed, one could no longer doubt that the Nabab's troops had come to attack the Honourable Company. The situation in which we found ourselves had thus fallen entirely outside the terms of Your Excellencies' orders on the matter of neutrality. The question was now no longer whether we should help others, but whether we could leave the matter to our own power, or whether we ought to reinforce ourselves with the aid of Travancore and Cochim; we had to come to a new decision. Chettua and Cranganoor are both places which, however much they have been fortified according to ability and the circumstances of the time, can only hold out for a short while; the lack of provisions alone is enough to make them surrender quickly, as we are not able to support them properly. Cochim by itself, it is true, is fairly strong, especially against
Dutch transcription
daar worden eenigen bal„ „daadigheeden gepleegd waar„ ignorant houden. eer dit antwoord kon be„ „stelt zijn. hebben 's Nababs troupen Cranganoor getragt te omcingelen dezelve raaken in ge„ „vegt met de onze. de bezetting verjaagt ze van onder de munren van daan, en zend ze met be„ bloedde koppen terug. — Charder chan schrijft een nadere brief. en zegt dat wij om reeden in den text zig in de possessie heeft. eenige baldaadigheeden gepleegd worden, waarvan de „van de Legerhoofden zig LegerHoofden zig ignorant houden, ten minsten wij meenden ons tot die tijd toe, nog te moeten houden, dat wij zulks geloofden. Dog eer nog dit antwoord aan Hem kon zijn besteld, kreegen wij nader berigt van Cranganoor, dat's Na„ „babs troupen en daaronder een parthij ruijterij het fort gewapenderhand genadert waaren, en hetzelve hadden ge„ „tragt te omcingelen; dat onze bezettingen daarop een of twee Canon schooten op hen had gedaan, alleen als een zoort van waarschouwing, dog wijl dezelve daarop verder waren genadert en zelfs hadden op hen begonnen te vuuren, waarbij een Europees dood geschooten was, ze voortgevaa„ „ren waaren, met het Canon op hen tedoen lossen, en zelfs naderhand bij verdere aannaderinge het hand ge„ „weer te gebruijken, om ze van de muuren tehouden; dat de Nababse hier door verscheide Dooden en gekwetsten bekomen hebbende, eijndelijk waaren afgetrokken. Met dit berigt kreegen wij teffens een nadere briev van Charder Chan, behelschende, dat aan zijn Meester, de Nabab, als bezitter van het Sammorijnse Rijk toebehoorde het zandigland, en dat hij zig dienvol„ van het zandigland gesteldt gens in de possessie daarvan gesteld had, waaruijt men als toen duijdelijk zag, dat niet alleen het wijnigje thuijnen men zach toen dat het gehee„ „le Conquest Paponettij, zo van Cranganoor tot Chettua was. — eischt nog daaren boven 20: Jaarige geregtigheijd van die Landen. beweert dat die aan zijn meester behooren. reeden waarop die Eisch zoude gegrond zijn. van de Comp: groot 15: mijlen zo mede de Nelij en 't geld dat de Comp: daarvan ge„ „nooten heeft eijndelijk eischt Hij fi„ „naal Contributie. nu was travancoo met de met eigen thuijnen en geregtigheeden in de nabijheijd van Chettua„ 't Legerhoof passagie mede de geheele Landstreek die van den Sammorijn in sequestratie genomen zijn, den verzogt in zijnen eisch begroepen maar ook het geheele Conquest Paponettij in zijnen Eijsch begreepen was, en waarschijnelijk de heele Land„ „streek van Cranganoor tot Chettua, alzoo dezelve in all' oude tijden aan het Sammorijnse Rijk heeft behoord; Hij eijscht voorts nog bij deze briev de geregtigheeden, die de zaak de Comp:, in de Jongste 20: Jaaren, van deze Landen genoo„ „ten heeft, die hij beweert dat aan zijn Meester behooren; mogelijk is htem door dezen of geenen bekent gemaakt dat het Contract met den Sammorijn, wegens de her„ lites „overing van het Conquest in anno 1758:, ongeteekend is, volgens het bedeelde aan uw Hoog Edelheed=s bij secreete missive van den 25: April desselvigen Jaars, Hij eischt nog een stuk Land en Hij hierop zijn pretentie grond; verder eijscht Wij nog een stuk Land groot 15: mijlen, dat wij zegt, dat de Comp: bezit, en waarvan Hij wil, dat aan Iem de Nelij in het geld zal worden toegezonden; wat hij hiermeede Crangano wel ver „ is meend „ bij ons niet te raaden: Bij een op den 15: dezer ont„ houden. „fangene Briev eijscht Hij finaal Contributie vand' E: Comp:; Eerst had wij ons geschreeven, dat Hij Crevan wagins „coor wilde be-oorloogen, en ten dien eijnde moesten hebben vrije passagie over 'sComp:s Landen en onder Coeli ee haare forten; dog bij gem: briev ontkent Hij dit van gedaa kunnen Lev eenin en was buiten de weder zijn om „r „de te ag passagie over 'sComp:s Lan„ zijn, den den verzogt heeft. om Cranganoor te over„ „rompelen. de zaak veranderde dus van gedaante. buiten de termen van neutra„ liteit nu was de vraag of men met eigen magt dan wal met de versterking van trevancoor en Cochim dien„ „de te ageeren. Cranganoor en Chettua zijn wel versterkt, maar kunnen het niet lang houden. wegens het gebrak aan Levensmiddelen. Cochim is vrij sterk tegen een inlandsen vijand. 't Legerhoofd ontkend dat wij weder, zo dat daar uijt genoegzaam blijkt, dat zijn oogmerk is geweest ons door diergelijke voorwandsel te mislijden, en geleegendheid te vinden van het fort Cranganoor zijn oogmerk is geweest te overrompelen, dat hem voor eerst mislukt is, om dat men uijt al hun doen genoegzaam heeft gezien dat ze niet te betrouwen zijn. Dewijl nu de zaak door deze Eijsschen en gepleegde vijandelijkheeden, in het geheel van gedaante veranderden, kon men niet langer twijffelen, of 's Nababs troupen en was dus gekomen geheel waren gekomen om d'E: Comp: aantetasten: het geval, waarin wij ons bevonden, was dus gekomen geheel buij„ „ten de termen van Uw Hoog Edelheed=s ordre op het stuk van de neutraliteijt; Dequesti was nu niet meer, of wij anderen zouden helpen, maar of wij de zaak op onze eijge magt konden laaten aankomen, dan wel ons dienden te versterken met de hulp van Trevancoor en Cochim; wij moesten tot een nieuw besluijt komen; Chettua en Cranganoor zijn beide plaatzen, die, hoe zeer na vermoogen en omstandigheijd des tijds ver„ „sterkt, zig niet dan voor een korte wijl houden kun„ „nen: alleen het gebrek aan levensmiddelen is genoeg„ om ze schielijk te doen overgaan, wijl wij niet vermo„ „gende zijn, om ze na behooren te secundeeren; Cochim voor zig zelve, het is waar, is vrij sterk, inzonderheijd tegen
English
The Kingdom of Cochin ran the risk of having to choose the side of the Nabob. The shortage of provisions would also soon be felt in Cochin, because one was surprised unexpectedly, and will still fall into it if the Nabob's troops break through to Vypeen. The Nabob's troops have devastated the paddy of Paponetty, and likewise in the northern lands of Cochin. Against a native enemy; but the Kingdom of Cochin, which is already as good as subject to the Nabob, needed nothing more to openly take his side than that we had remained idle for a few more days. Most people here are also accustomed, so to speak, to providing themselves with provisions from one day to the next, because these are brought in daily from outside, and in such a case this was cut off from us by a small and negligible corps of troops. The mere name that there are Nabob troops was enough to cause everyone to flee. We were taken completely by surprise, and thus would also quickly have fallen into great distress from that quarter, and still will be, if the Nabob's troops break into Aycotta and thus arrive on Vypeen, or on the opposite side of the river, for then all our opportunity to obtain provisions from outside was immediately hindered, aside from the fact that the paddy that had been standing in the fields in the conquest of Paponetty, which was otherwise our granary here, has been totally devastated by the Nabob's troops, just as the crops in the northern lands of Cochin have likewise been destroyed by the said troops during their invasion there, from where otherwise quite a lot of paddy was brought in for the community here. It was decided, together with Travancore and Cochin, to prevent the further advance of the Nabob's troops. Travancore and Cochin offer their help and request to know what needs to be done. Their goodwill is greater than their capacity, considering the poor condition of their troops. It was decided to reinforce Aycotta in order to prevent the enemy from crossing over to Vypeen. All of which having been taken into consideration by us on the 13th of this month, we took a resolution to prevent, as far as possible, together with Travancore and Cochin—of whose inclination to assist the Company we were completely assured—the further advance of the Nabob's troops. Almost during the meeting, so to speak, we received olas from the Minister of the King of Travancore, who directs the affairs of war on this side, and from the Paliath Achan, first state official of the King of Cochin, whereby they communicated to us, in the name of their masters, a similar resolution taken by them, and only requested that one would just point out to them what needed to be done. Their goodwill was nevertheless greater than their capacity, considering the poor condition of their troops. However, in order not to let these good feelings cool down, we immediately ordered Captain Lieutenant Bekker to depart for Aycotta, with Lieutenant Van den Busch and our surveyor, to see how the post of Aycotta could best be reinforced to prevent the Nabob's troops from crossing over to the island of Vypeen. Some troops of Travancore cross over to Aycotta. The Nabob's troops make preparations to cross the river. A detachment of 198 men was sent to Aycotta. The small vessel De Verwagting was dispatched to cruise along the beach of Vypeen. The Nabob's troops retreat back to Paponetty. An earthen fortification was raised. The Travancore ministers, seeing this, in the meantime had a part of their troops cross over to Aycotta to prevent the Nabob's people from crossing over; and whereas the enemy, after a failed enterprise on the opposite side, came to camp on the reef across from Aycotta and made preparations to cross the river nonetheless and land on Aycotta, to which end already around 50 chamboks (a sort of vessel that can each transport 20 native warriors) had come from the north by sea and were to be seen before the sea entrance of Aycotta, we had to resolve, out of apprehension that the Travancoreans might not be able to hold back the enemy, to send a detachment from our garrison, as indeed immediately 198 men, among whom 80 Europeans, and the remainder Malays and sepoys, were sent thither; while further our small vessel De Verwagting was also immediately dispatched to drive the vessels away from there and further to cruise along the beach of Vypeen, but mostly to keep before the sea entrance of Aycotta, which measures taken have had such success that the Nabob's troops have retreated from the reef back to Paponetty. We have in the meantime also caused an earthen fortification to be raised at Aycotta, so that their crossing over is made quite difficult. The resolution sent to his... will also be added to the text.
Dutch transcription
Het Cochimse Rijk liep ge„ „vaar om swababs parthij te moeten kiezen. de verleegendheid om Le„ „vensmiddelen zoude te Co„ worden. om dat men op het onver„ „wagts overrast wierd. „raaken, zo 's Nababs trou„ „ben sNsababs troupen ver„ „voest. Landen van Cochim. tegen een inlandse vijand; dog het Cochimse rijk, dat reeds zo goed als de Nabab onderdanig is, had, om het opendlijk zyn parthij te doen neemen, niet meer nodig eada dan dat wij nog wijnige dagen werkeloos waaren ge„ „bleeven; de meeste menschen zijn ook hier gewoon, zig, om zo tespreeken, van den eenen dag tot den an„ „chim ook schielijk bespourt„ deren van levensmiddelen te voorzien, om dat die dagelijks van buijten aangebragt werden, en dit was in zo een geval door een klijn en niet noemens waardig Corps troupen ons aftesnijden; de naam alleen dat 'er Nababse troupen zijn, was genoeg om alles te doen vlugten; wij waaren op het alleronverdagts over„ „rast, en zouden dus ook van die zijde schielijk hier in groote ongeleegendheijd zijn gekomen, en zullen het men zal nog daarin ge„ nog zijn, zo 's Nababs troupen inbreeken op Aijcotta, „pen op daipin doorbroeken en dus op Baipin komen, of aan de overzijden van de rivier, want dan was ons alle geleegendheijd om provisie te krijgen van buijten aanstonds belet, „ de Nelij van paponatij heb,„ behalven dat de te velde gestaan hebbende Nelij in het Conquest Paponettij, dat hier anders onze koornschuur was, door 's Nababs troupes ten eenemaal verwoest is, gelijk ook het gewas in zo meede in de noordelijke het noordelijke Land van Cochim door gem: troupes bij hun indrang aldaar insgelijks vernield is, van waar man heeft van coor„ denver Frevanco Vne kant „pe en ver weeten worden. hun goed dan hun de slegte vanhun te daar Aijkotta de vij na van coor ten Cochim te zamen den verderen indrang van 's Nababs troupen te beletten Trevancor en Cochinder prezenteeren hunne hul„ „pe en verzoeken temogen weeten, wat er gedaan moet worden. hun goed wil is grooter dan hun vermogen gemerkt van hunne troupen daar wierd beslooten Aijkotta te versterken om de vijand het overgaan na Baipin te beletten. waar anders nog al veel Nelij voor de gemeente alhier men heeft beslooten met fre„ aangebragt wierd: all' het welke bij ons op den 13: dezer in overweeging genomen zijnde, zo hebben wij een be„ „sluijt genomen, om met Trevancoor en Cochim, van welkers geneegendheid, om de Comp: bij te springen, wij volkomen verzeekert waaren, tezamen den verderen indrang van 's Nababs troupen, na mogelijkheijd, te beletten, genoegzaam staan de vergadering, om zo te spreeken, ontfingen wij olassen van den Minister van den Koning van Jrevancoor, die de zaaken van oorlog aan deze kant bestierd, en van den zaljetter Eerste Rijks Bediende van de koning van Cochim, waarbij ze een diergelijk bij hun genomen besluijt, ons uijt naam Hunner meesteren bedeelden, en alleen verzogten dat men hun maar wilde aanwijzen water moest werden gedaan; hunne goede wil was egter grooter dan de slagte gesteartheijd staat hun vermogen, gemerkt de slegte staat, van hunne troupen: om egter deze goede gevoelens, niet te laaten verhonden, hebben wij den Capitain Lieutenant Bekker aanstonds, na Aijkotta laaten vertrekken, met den Lieutenant van den Busch en onze Landmeeter, om tezien hoe de post van Aijkottan best te versterken was, om 's Nababstroupen, het overgaan op het Eijland Baipin te beletten; de Juevancoorse Ministers dit ziende om de voorgaan over na Aijkotta 's Nababs troupen maken toestel om de revier over„ „tekomen. d' een detachement van 198: „ man ward na Aijkotta gezonden. Het smalschip De verwagting werd gedepecheert om langs het strand van Baipin te kruijssen. 's Nababs troupen retineeren wederom na Paponettij. een sterkte van aarde werd opgeworpen. hun eenige troupes van Jrevan ziende lieten intusschen een deel hunner troupen op Hij„ kotta overgaan, om 's Nababs volk het overkomen beletten; en dewijl den vijand, na een mislukte onderneeminge aan de overkant, op het rif over Aijkotta kwam Cam„ „peeren, en toestel maakte, om de revier evenwel over„ „tekomen, en op Nijkotta, te landen, ten welken eijnde al in de 50: Chamboks /: een zoort van vaartuijgen die ieder 20: inlandse krijgers kunnen transporteeren:/ van de noord over zee gekomen, en voor het Zeegat van Hijp „kotta tezien waaren, zo moesten wij resolveeren, uijt be„ „dugting dat de Trevancoorse, den vijand niet mogten kunnen tegen houden, een detachement uijt ons Guar„ „nizoen te zenden, zo als ook ten eersten 198: mannen, waaronder 80: Europeezen, en de overige Maleijers en sipaijs derwaards zijn gezonden; Terwijl voorts ons smalschip de verwagting ook onmiddelijk gedepe= „cheert wierd, om de vaartuijgen van daar te verdrijven en voorts langs het strand van Baipin te kruijssen dog zig meest voor het Zeegat van Aijkotta op te hou„ „den, welke genomene maatregulen, van dat succes zijn geweest, dat 's Nababs troupen zig van het lif weder na Paponettij hebben geretireert: wij hebben intusschen ook een sterkte van aarde op Aijkotta doen opwerpen, zo dat hen het overkomen vrij moeijelijk 't besluj aan zijn ook wer schik zal aan den „giadoor toegevoogt den text. de van trevan aan bsluijt
English
An officer was assigned to the Travancore Rajadore for reasons in the text. The Travancore people seem pleased that someone from our side is with them. Trevancoor was also sent an embassy to his Highness. will happen, if Trevancoor conducts himself as we expect of him. At the request of the Travancore Rajadore for an officer to serve him as advisor, we have assigned Captain Lever to him, both to comply with their request and thereby imperceptibly gain a hand in their military operations, and if possible, ensure that they undertake nothing without general consultation and contrary to our intention, which one might otherwise never be able to obtain and set in motion with this king; and it seems that so far they are very well pleased that someone from our side is with them. We have also notified the King of Jrevancoor of our aforementioned resolution de facto by an express letter, drafted in such a way as if it were now a matter of course that in this case one must help each other, and the following day sent on an embassy the members Saffin and Vernede, with the First Clerk Daijmichen, with the aim of convincing the King of the Company's sincere goodwill, and at the same time engaging him to contribute his share with all emphasis; as well as demonstrating in the most emphatic manner that nothing but faithful goodwill and speedy execution of resolutions with united forces alone are capable of preserving the Mallabaar from its threatening ruin; in which latter His Highness has as much, indeed more interest than anyone. This commission was accomplished. The King, understanding very well what danger threatened him, although not yet attacked in a hostile manner, made good promises to act jointly with the Company and the King of Cochim against the enemy to counter the further intrusion of the Nabob's troops, and to give further orders to that effect to his ministers, and also to send two ministers to us to devise what is necessary, as well as to send more men to this side, and also after the conclusion of a certain festival then being celebrated, to come closer to Cochim to Culdn to be able to correspond better with each other. His Highness also declared that, being a tributary of Mahomet Alij, he had already given notice to him and the English gentlemen of the invasion of the Nabob's troops into the Kingdom of Cochim and the danger threatening him, and that His Highness had received as an answer that he must wait until he was attacked, when we would soon receive help; that he therefore could not attack the Nabob's troops on another's territory because he would then breach the contract made between Mahomet Alij, the English, and Heijder Alijchan, in which His Travancore Highness is included. That he would, however, give further notice of the increasing danger to Mahomet Alij and share the answer with us. Yet, concerning the prevention of the further intrusion of the Nabob's troops across the Cranganore river, onto Baijpin or elsewhere, he believed he was permitted and obliged to take action, because this belonged to his lines, and otherwise the enemy, bypassing his lines, would find the country open to them. Herewith the King also declared that, if the Honorable Company would bring together such a force as it recently had in the Ceylon war, His Highness would then immediately be ready to join all his forces with those of the Company and act offensively against the Nabob Heijder Alijchan to expel him from the Malabar coast, provided the Company secures his beaches against an invasion by sea through cruising, and makes no separate peace with the Nabob, but together with His Highness. Our delegates simply listened to this last point and reported it to us, without giving any declaration or answer to it. From this it can now well be gathered that the King not
Dutch transcription
aan den Jaevancoorsen Ra„ „giadoor werd een officier toegevoogt om reeden in den text. de trevancoorse schijnen in hun schik te zijn dat iemand van ons bij hun is. aan Trevancoor werd van ook werd een gezandschap aan zijn Hoogheijd gezonden. zal vallen, indien Trevancoor zig zodanig gedraagt als wij van hem verwagten. wij hebben ook op het verzoek van om een officier de Trevancoorse Ragiadoor, om Hem tot Raadsman ten dienen, aan hem toegevoegt den Capitain Lever, zo om aan hun verzoek tevoldoen, als om daar door teffens ongevoelig de hand te krijgen in hunne krijgs verrig„ „tingen, en zo 't mogelijk is, te zorgen, dat ze niets buij„ „ten algemeen overleg, en tegen onze intentie onder„ „neemen, hetgeen men naderhand, bij dezen koning mo„ „gelijk nooit zoude kunnen verkrijgen en in train brengen; en het schijnd dat ze tot nog toe zeer wel in hun schik zijn, dat er iemand van ons bij hun is. Aan den koning van Jrevancoor hebben wij 't besluijt kennisse gegeven. van ons voorm: besluijt defacto insgelijks per een expresse briev kennisse gegeven, en dezelve zodanig ingesteld, als of het nu eene zaak was, die van zelfs spreekt, dat men in dit geval elkander helpen moet en 'sdaags daaraan in gezandschap gezonden, de Leeden Saffin en vernede, met de Eerste Clerq Daijmichen, met oogmerk om den koning te overtuijgen van 'sComp:s oprechte welmeenendheijd, en teffens te engageeren, om met alle nadruk het zijne te Contribueeren; mitsgaders op het nadrukkelijkste aantetoonen, dat niets dan een ge„ „trouwe welmeenendheijd en spoedige uijtvoering der besluijten de koning doed goede belof„ „ten om met de Comp: en den Cochinder tezamen zal twee Ministers zen„ „den om het nodige te beramen nis gegeven aan Mahomed e Dellijchan en de Engelschen. krijgt belofte van hulpen besluijten, met vereenigde kragten, alleen in staat zijn, om de Mallabaar voor zijne drijgende ondergang te bewa„ „ren; in welk laatste zijn Ho=t zo veel, Ja meer „ belang „de koning zeer wel begrijpende heeft als iemand; deze Commissie is volbragt: „ wat kennisse med tegen den vijand te ageeren, gevaar Hem ook drijgde, schoon wel nog niet vijande„ „lijk aangetast, beloofde met de Comp: en den koning van Cochim, gezamenderhand, den verderen indrang van Nababs troupen te zullen tegengaan en daartoe ver„ „dere ordres aan zijne Ministers te zullen geven, en ook twee Ministers bij ons te zullen zenden, om het nodige te beramen, mitsgaders meerder volk na dezen kant tezenden, en ook na het eijndigen van op zeeker toen gevierd werdend feest, digter bij Cochim op culdn te zullen komen, om beeter met elkander te kunnen Trevanvoor had raadsken „ Correspondeeren; zijn Hoogh=d verklaarde ook, dat Hij Tributair van Mahomet Alij zijnde, reeds kennisse aan denzelven en de Heeren Engelschen had gegeeven van den inval, van 's Nababs troupen in het Cochimse Rijk, en het gevaar dat hem dreijgde, en dat als wij geattacqueerd wierd zijn Ho=t tot antwoord bekomen had, dat hij moest af„ „wagten, tot dat hij ge-attacqueert wierd, wanneer Wij spoedig hulpe zoude erlangen; dat wij dus op een anders grond des Nababs troupen niet kon attac„ „queeren om dat Hij als dan zoude verbreeken het Contract trevanc vergroot Diel zal in troupen helpen be de koning propon willen de magt bij een en dat kruijs wil apa rema en 32 trevancoor zal van het vergrootend gevaar nader med Dillijchan zal egter den verderen indrang van 's Nababs troupen over Baipin helpen beletten. de koning van Jrevancoor proponeert offensier te de magt die in den oorlog op Ceilon geweest is, wil bij een brengen. en dat de Comp: door be„ kruijssing zijne stranden aparte vreede maaken remarques over de voorstel„ „len van Jrevancoor. Contract tusschen Mahomet Alij, de Engelschen en Heijder Alijchan gemaakt, waarin zyn Jrevancoorse Hoogh=ds begreepen is; dat hij egter van het vergrootend kennisse geven aan Maho„ gevaar, nader aan Mahomet Alij kennisse geeven en het antwoord aan ons bedeelen zoude; dog wat aan„ „ging het beletten van den verderen indrang van 's na„ „babs troupen over de Cranganoorse revier, op Baij„ „pin of elders, dat hij daartoe vermeende temogen en te moeten treeden, om dat dit tot zijne linie behoor„ „de, en den vijand anders zijne linie voorbijpasseerende, het Land voor hen open zoude hebben; Hierbij verklaarden willen ageeren als de Comp: de koning nog, dat bij aldien, d' E: Comp: zodanige magt wilde brengen, als ze onlangs in den Ceilonsen oorlog gehad heeft, zijn Hot als dan aanstonds gereed zoude zijn alle zijne mag¬ „ten bij die van de Comp: tevoegen, en offensiev te ageeren, te„ „gens den Nabab Heijder Alij chan, om hem van de Mal„ „labaarsen Eerst te verdrijven, mits de Comp: door bekruijs„ will beviligen, en geen „singe zijne stranden voor een inval over zee bevijlige, en geen bijzondere vreede met de Nabab, maar met zijn„ „Hoogh=d tzamen, maaken zouden, welke laatste onze Gecom„ „mitteerdens eenvoudig aangehoord, en aan ons gerappor„ „teerd hebben, zonder daarop eenige verklaaringen of ant„ „woord te geeven. Hieruijt is nu wel nategaan, dat den koning niet
English
For now it is enough that we will help to prevent the further intrusion. They decide on joint defense. They will remain in a defensive state until relief arrives from Ceylon. will not march with us if we were to act offensively without a considerable force from the Honorable Company; but we believe that for now it is enough that the king has undertaken to prevent the further intrusion of the enemy with combined forces, to which end His Highness has also already had more troops march to Aykotta and his fort Coeriapally; the promised ministers have also appeared here with the Paliath Achan and have negotiated the joint defense and decided upon it; but they also proposed whether we should only continue in that defensive state or cross the river and act offensively, adding that in such a case they would make some proposals regarding it; to this they were answered that for the present it would be best to remain in that defensive state at least until we have received relief from Ceylon, and when we believe we must act offensively or cross the river and drive the enemy out of Chettuwa, we would then correspond further with them about it, with which they were very satisfied, so that the king of Travancore since now also seems willing to march outside his lines and resist the enemy. We have not been able to take any other decision and measures. One must choose between two extremes. On grounds of our inability, the Company's ruin here is to be foreseen. A letter was dispatched to the Nawab and informed him of what occurred. It was hoped that the Nawab would disapprove of the actions of his army commander. The letter was sent by means of the Paliath Achan because the Nawab's army commander was distrusted. We have not been able to take any other measures today in this entirely unforeseen matter, regarding which no orders exist: one had to choose between two extremes here; one had to either make use of the help of Travancore and Cochin, as good and bad as it is, or resolve to defend oneself alone as best as possible, from which latter, on grounds of our absolute inability, nothing else could be foreseen than a total ruin of the Company's position on this Coast. We have, under date of the 17th of this month, dispatched a letter to the Nawab Hyder Ali Khan and informed him of the hostile actions of his general against the Honorable Company, and expressed that the Dutch Company is inclined to live in friendship with him, the Nawab, and that we hoped that he, the Nawab, would still have the same disposition of friendship as before toward the Honorable Company, and therefore would disapprove of the hostilities committed by his general; what the result of this will be, we must await in time; this letter was dispatched through the channel of the Paliath Achan inland behind Palghat, and not sent to the Nawab's general as has usually been done, because this time we were apprehensive that he would have detained it in the meantime to see how far he succeeded in his enterprise: the duplicate An attempt was made to send the duplicate over sea, but fruitlessly. The exchanged letters are sent over in copy. The army commander holds the clerk and interpreter of Chettuwa prisoner. He seeks to mislead us, against which we are on guard. For that reason it is judged unadvisable to send someone to the army commander. Nothing good can be expected from that negotiation. An attempt was made to send the duplicate of it over sea to Mangalore to obtain further address from there, but our manchu, with which that letter departed, was chased back between Chettuwa and Cranganore by armed small vessels of the enemy, who fired upon it: these letters, the exchanged letters with the army commander, we accompany herewith in copies; Your High Noblenesses will perceive from some of the army commander's that, amid many extravagant demands and boastings, he still makes many protestations of friendship; but nonetheless we cannot even obtain from him that he releases the clerk and interpreter of Chettuwa, whom he holds prisoner contrary to the law of nations, and those protestations also occur for no other purpose than to mislead us, against which we shall, as much as possible, be on our guard; he does indeed request to send a qualified person to enter into negotiations with him, but as long as he has not released the aforementioned clerk and interpreter, we do not judge it advisable to send anyone to him, since he would just as well take that person prisoner as the clerk of Chettuwa, who was also sent to him by the Resident; we can also promise ourselves nothing else from those negotiations than that he will present a bunch of impertinent demands, since [illegible]
Dutch transcription
het is voor eerst genoeg dat wij den verdaren indvang wil helpen beletten. men besluijt tot de gemeene defentie. men zal in een verweerende staat blijven dat secours van Ceilon komt. de bedrijv niet met ons optrekken zal, indien wij offensier mogten men heeft heeden gee len weeten ageeren, zonder een aanmerkelijke magt van d' E Comp: dog wij vermeenen, dat het voor eerst genoeg is, dat den me uijtters koning aangenomen heeft met samen gevoegde magt den verderen indrang van den vijand te beletten, ten welken eijnde zijn Ho=t ook reeds meerder troupen na Aijkotta en zijn fort Coeriapallij heeft laten trekken; de beloofde minis„ „ters zijn hier ook met den Paljetter verscheenen, en hebben over de Gemeene defensie gehandelt en daartoe beslooten; dog te bragten ook in voorstel of men in dien verweerenden staat alleen zoude blijven Continueeren, dan wel over de revier gaan en offensievageeren, met bijvoeginge dat ze in zulken gevalle eenige voorstellen derweegens zoude doen; hierop is hen geantwoord dat het voor als nog, best zoude zijn, om in dien verweerenden staat te blijven ten min„ „sten tot wij secours van Ceilon ontvangen zouden hebben, en wanneer wij meenen, offensiev te moeten ageeren, of over de revier gaan, en den vijand uijt het Chettuase ver„ „drijven, men met hen daarover dan nader zoude Corres „ den baljett om dat „pondeeren, waarmeede zij zeer voldaan waaren, zo dat zegenhoof den koning van Trevancoor 't zeedert nu ook wel geneegen schijnd, buijten zijne linie te trekken, en de vijand te „keer te gaan. de brievis Wij hebben geen ander besluijt en maatregulen men hoop hoofden van daaruijt weeten zig alleen „gang. Men heeft Nababla hem het voor „hoofd heeden geen anderen maatrege„ len weeten te neemen. men moet van twee uijtterste kieken. hoofden van ons onvermogen „gang hier te voorzien. Men heeft een briev aan den Nabab laaten afgaan en hem kennis gegeven van het voorgevallene. men hoopte dat den Nabab de bedrijven van zijn Leger„ „hoofd zoude disapprobeeren de briev is door middal van om dat men 's Nababs men heeften dezen omstandig„ weeten teneemen, in deze geheele onvoorziene zaak, waaromtrend geene ordres leggen: men moest hiervan twee uijttersterkiezen, men moest zig of van de hulp van Trevancoor en Cochim zo goed en quaad als ze is, zig alleen te verweeren uijt bedienen of besluijten, zig alleen zo goed als mogelijk was daaruijt was'sComp:s onder, te verweeren, van welk laatste, uijt hoofden van ons abso¬ „lut onvermogen, niet wel iets anders te voorzien was, dan een totaale ondergang van 's Comp: staat op deze Cust.„ Wij hebben onder dato 17: dezer, een briev aan den Nabab Heijder Alij chan laaten afgaan, en aan denzelven kennis gegeven, van de vijandelijke bedrijven zijnes veld¬ „heers tegens d' E Comp:, en betuijging gedaan, dat de Hollandse Comp: genegen is met Hem Nabab in vriend„ „schap te leeven, en dat wij verhoopten, dat hij Nabab nog dezelfde geneegendheid van vriendschap, als bevoorens, voor d'E: Comp: zoude hebben, en daaromme de bedreeven vijandelijk„ „heeden door zijnen veldheer disapprobeeren; wat het gevolg daarvan zijn zal, moeten wij van den tijd afwagten; deze den baljetten verzonden, briev is afgegaan, door het Canaal van den Paljetter bin„ zegerhoofd mistrouwde „ nen 's lands agter Palcatcherij om, en niet gezonden aan 's Nababs veldheer, gelijk doorgaans geschied is, om dat wij ditmaal bedugt waaren, dat wij dezelve zoude opgehouden hebben, om intusschen tezien hoeverre Hij in zijne onderneeminge succedeerde: Het Duplicaat daar den over Zee te zenden, dog vrugteloos. de gewisselde brieven komen in Copia over. Het Legerhoofd houd den gevangen. Hij tragt om ons te mis„ „leiden, waartegen men op hoede is. men oordeeld uijt dien hoofde niet raadzaam om iemand na 't Legerhoofd tezenden. men kan zig ook van die goeds belooven. man heeft getragt het dup=t daarvan hebben we over zee na Mangaloor willen zonden om van daar ook verder addres te erlangen, dog onze mansjou, waarmeede die briev afging, is tusschen Chettua en Cranganoor door ge-armeerde klijne vaartuijgen van de vijand, die er opschoot, terug gejaagd: deze brieven de gewisselde brieven met het Legerhoofd, laaten wij dezen in Copijen verzellen; uw Hoog Edelheed=s zullen bij zommige van het Legerhoofd ontwaaren, dat Hij onder veele buijtenspoorige eijsschen en snorkerijen, nog veelen vriendschaps betuijgingen doed; dog des niet temin kun„ „nen wij niet eens van denzelven verkrijgen, dat hij den scriba en Jolk van Chettua scriba en Jolk van Chettua, die Hij, tegens het regt der volkeren, gevangen houd, largeert, en die betuijgingen geschieden ook tot geen ander eijnde, als om ons te mis„ „lijden, waar tegen wij, zo veel mogelijk, op hoeden zullen zijn; hij verzoekt wel om een gequalificeert perzoon tezenden, om met hem in onderhandeling te treeden, maar zo lange wij den voormelde scriba, en tolk niet los gelaten heeft, oordeelen wij niet raadzaam iemand. bij hem tezenden, alzoo wij die perzoon zo wel zoude ge„ „vangen neemen, als den scriba van Chettua die ook door den Resident aan Hem gezonden is; wij kunnen ons ook onderhandeling niets van die onderhandelinge niets anders belooven, als dat Wij een parthij impertinente Eijsschen zal voorbrengen, dewijl Cor Vligend de aan de laten de pr „ a het schij een atta de bed zelve oor het Fort n Janur
English
The correspondence concerning sending or not sending someone has been purposely dragged out, because he cannot hold any reasonable grievance against the Honorable Company. This correspondence about sending someone to talk about the matter was kept going on purpose merely to gain time, to somewhat delay him in his impetuous designs, and in the meantime to put ourselves as much as possible in a state of defense. Lately, he offered the Governor that, if he wished to write to the Nabab, he would deliver that letter to Seringapatnam so swiftly that an answer would return within four days, which is completely impossible. The Governor, however, put this to the test and wrote such a letter in which it mattered not whether it was delivered or opened and suppressed by the commander. Nevertheless, we will also try to deliver the duplicate to His Highness by another route. From the contents of the letter from the commander received here today, it appears that an attack has also taken place at Chettua. We have no reports from the servants regarding this, because the roads from there are closed. However, we have learned that the Nabab's forces, having approached too close under the cannon under one pretext or another, our people fired upon them, with the result that they retreated somewhat further, but they nevertheless still keep the fort surrounded. In these circumstances of the time, we have addressed the Ceylon Ministers and requested assistance, as well as indicated that the Nabab might well send vessels in front of the river to prevent all help from outside, and that it would thus be good if two ships, or one ship and two sloops, or else the bark De Valk were to come here to secure the roadstead. We await this assistance with longing. In the meantime, as appears from the accompanying Secret Resolution of the 17th instant, we have also decided to take more sepoys into service: for the present another 200 men, and if necessity should require it, more, indeed up to 1500 men. We have already requested the Nagapatnam Ministers to continue recruiting 200 men for us and to send them hither, as we are informed that well-trained sepoys can be obtained on that Coast. Supported by this force and that of Travancore, we believe that if the Nabab should seriously intend to rob the Honorable Company of its possessions, we can keep the Island of Baipin and this city in safety. However, to force the Nabab into a peace that is secure for us, if he does not desire it of his own accord, a rather considerable force would be required. Yet, against this, it is also to be considered that it is unthinkable that the Nabab would dare to send the largest part of his force so far to this side, but must keep it in the upper lands out of fear of an invasion by the Marattas or Nizam Ali. But if we wish to make peace with him without resorting to an offensive war, we fear and foresee that this cannot be obtained without renouncing the conquest of Paponetti and all our further rights to the territory from Cranganore to Chettua, without us yet knowing what he means regarding the 15 miles of land, the revenues of which he once demanded, although since then he has mentioned nothing more of it in his letters. Also, one would then always have to remain in a state of defense here, since otherwise he will surely take his chance sooner or later, so to speak, to dispossess us of the remainder; for no reliance can be placed on his assurances and promises, and his friendship turns into enmity without any reason as soon as he believes that such serves his interest. Nothing is safe from him except that which can withstand his violence; experience has taught this, and he has acquired all his extensive possessions through cunning and violence.
Dutch transcription
men heeft over 't zenden of niet zenden van iemand de Correspondentie draalende gehouden om reeden de brieven van de Gouvern:r laten bestellen. de Gouvern:r heaft een preuve daarvan ge„ „nomen. het schijnd dat te Chettur ook zelve door hun geschut van het fort wat verder doen retireeren. dewijl Hij geen eene reedelijke, ten lasten van d' E: Comp: kan hebben: deze Correspondentie over het zenden van iemand om over de zaak te spreeken heeft men expres aan den gang gehouden, om daarmeede maar tijd uijttewinnen, tem in zijne driftige desseinen wat te doen vertragen en ons intusschen, zo veel mogelijk, in staat van 't Lege hoofd presenteert tegenweer te stellen; op 't laatst presenteerde hij den Gou„ aan den Nabab tezullen „ verneur aan, om als Hij aan den Nabab schrijven wilde, die briev zo spoedig na seringapatnam te zullen bezor„ „gen, dat 'er binnen vier dagen antwoord op zoude komen, hetgeen volstrekt onmogelijk is: de Gouverneur, heeft egter hiervan een preuve genomen, en schreef zodanig een briev, waaraan niets geleegen legd, of ze besteld word of door de veldheer geopend en verduijsterd mogt wor„ „den: egter zal men het duplicaat door een anderen weg aan zijn Ho:t ook zien te bezorgen. Uijt den inhoud van de briev van de veldheer, een attacque is voorgevallen heden hier ontfangen, schijnt het, dat te Chettua, ook een attacque voorgevallen zoude zijn; wij hebben van de Bedie¬¬ „dens geen berigten derweegens, om dat de weegen van daar geslooten zijn, egter hebben wij vernomen, dat de Na„ „babse onder 't een of ander pretext, te na onder 't geschuk de bediendens hebbende „ gekomen zijnde, de onze op hun geschooten hebben, met dat gevolg, dat ze wat verder geretireerd zijn, dog egter egter blijft het fort nog ingeskooten. men heeft de Ceilonse mi„ „zogt. men heeft de ministers teffens verzogt om 2. scheepen. dan wel de Bang de Jalck om de rheede te beveiligen men heeft ook beslooten te neemen. 200: zijn van Nagapat„ „nam verzogt. men meend met al die magt den Nabab van „nen houden. Om een verzeekerde vreede van den Nabab te verkrijgen word een aanzienlijk magt vereijscht. egter het fort nog ingeslooten houden. wij hebben ons in deze tijds omstandigheeden gead„ de Nabab „nisters om assistentie ver„„dresseert aan de Ceilonse Ministers, en om assistentie ver met dit „zogt, mitsgaders tekennen gegeven, dat den Nabab wel vaartuijgen voor de revier zoude kunnen zenden om alle te hulp van buijten (beletten, en dat het dus goed zoude zijn of 1. schip en 2. chialoupen indien twee scheepen of een schip en twee Chialoupen dan wel de Bark de Falck dit heen kwamen, om de rheede te bevijligen; wij wagten met verlangen na dezen bijstand; intusschen hebben wij, blijkens overkomende meerder sipaijs in dienst Secreete Resolutie van den 17: Courant ook beslooten om meerder sipaijs indienst teneemen; voor eerst nog 200: koppen, en zo het de nood mogt vereijsschen, meerder en wel tot 1500: man, 200: man hebben wij reeds van de Nagapatnamse Ministers verzogt voor ons tewillen blijven aanwerven en herwaards zenden, als onderrigt zijnde dat daar ter Custen wel gedresseerden sipaijs te bekomen zijn, met welke magt ondersteunt zijnde door die van Baipin en deze stad tekun„ frevancoor, wij vermeenen, de Nabab indien Hij met ernst mogt meenen, d' EComp: van haare bezittingen te beroven, van het Eijland Baijpin en deze Stad in vijlig „heijd te kunnen houden. Maar om den Nabab te noodzaaken tot eene voor ons zeekere vreeden, indien Hij die van zelfs niet be¬ grootste op' „geert indien „sier ageen van de Crangano moeten men we Hij land la„ menu deffensive is geen ie Ne als wat tegen tte ad„ de Nabab derfegter het grootste deel zijner magt ver niet dit heen zenden. indien men niet offen„ „sier ageenen wil, zal men van de Landstreek van Cranganoor tot Chettua moeten afzien. men weet nog niet wat Hij verder met de 15: mij„ lands „len „ meend. men zoude altoos in een deffensiven staat moeten blijven. op 's Nababs vriendschap is geen staat te maaken. niets is voor hem vijlig als wat zijn geweld kan tegenstaan. „geert, zoude vrij aanmerkelijken magt vereijsschen; dog hier tegen komt ook in bedenking, dat het niet te denken is, dat de Nabab het grootste deel zijner magt, zo verre na dezen kant zal durven zenden, maar die in de boven landen moet houden, uijt vreeze voor een inval van de Marattas of Nisam Alij; Dog indien wij, zonder tot een offensiven oorlog te komen, met hem de vriendschap maa„ „ken willen, zo vreezen en zien wij vooruijt, dat dit niet te vinden zal zijn, zonder van het Conquest Paponettij en al ons verder regt op de landstreek van Crangandor tot chettua aftezien, zonder dat wij nog weeten, wat Hij met de 15: mijlen Landsmeend, waarvan wij ook eens de inkomsten gevraagd, schoon 't zedert niet meer daarvan bij zijne brieven gerept heeft; ook zoude men dan hier altoos nog in een staat van defentie moeten zijn, dewijl Wij anders tog de eene of ander tijd zijn slag, om zo te spreeken, waarneemen zal, om ons van het overige te ontzetten; alzoo op desselvs verzeekeringen en beloften niets te vertrouwen is, en zijne vriendschap van vriendschap (zonder eenige reeden in vijandschap veran„ „derd, zodra tij vermeend, dat zulks voor zijn belang goed is; niets is voor hem vijlig, als het geen zijn geweld kan wederstaan; dit heeft de ondervinding geleerd, zijne uijtgestrekte bezittingen heeft wij alle door List en geweld verkreegen. een de
English
The Kings of Trevancoor and Cochim are inclined to act together with the Company offensively against the Nabab, provided the Honorable Company brings together a reasonable force; but one will not be able to rely on them for the main part, as most would have to be accomplished by the Company's force. We request that your High Excellencies please honor us soon with your respected orders on how we shall conduct ourselves and what we are to do in these precarious circumstances of the times, and that we may obtain such assistance of men and ships as are necessary to carry them into execution. While giving ourselves the high honor to remain with the utmost respect and high esteem. Below stood: High Noble, Right Honorable, Widely Ruling Lord and Noble Lords! Your High Excellencies' humble and obedient servants. Was signed: A:n Moens, W:m J:b v:n de Graaff, I: H: Medeler, R: van Harn, S: C: Saffin, I. L: van Spall, A: A: Schutz, and A: I: S: Verneden. In the margin: Cochim the 28th of October, year 1776. Agreed: I. Schemering, J. Daunichus, Clerks. To the Nabab Haider Alijchan. In my latest letter, which I had the honor to dispatch to Your Highness on the 16th of December of last year, I had, among other things, the honor to inform Your Highness of the reasons why, by the ships that had arrived here from Batavia at that time, the reply to Your Highness's letter to the late Lord Governor-General had not yet been received, which I am now expecting daily via Ceylon or by our usual ships. I have therefore postponed writing to Your Highness, which I otherwise would have done already, especially regarding a letter that I received on the 28th of the past month from the army commander of Your Highness's army, Charderchan, in which he asks me some questions about the borderland of Chettua, as he calls it, and on which I immediately elucidated him; yet if I had in any way been able to suspect what is happening now, I would not have left it postponed for a single moment. I am brought by this into the utmost astonishment, because on the one hand, through the declarations that Your Highness has had the goodness to make to me repeatedly of your sentiments of friendship for the Dutch Company, I believe I must be completely assured that we live with Your Highness in peace and good understanding, while on the other hand I find myself unexpectedly attacked hostily by the said army commander of Your Highness's army, Charderchan, who on the 9th of this month crossed the river at Poelicarro near Chettua with a considerable party of armed men, there took prisoner the postholder and other servants who are usually stationed there, and notwithstanding all protests of our servants, not only seized the few lands that the Company holds in pledge from the Zamorin, but also all its further possessions north of Cranganoor, where he is causing all kinds of devastation to be carried out. According to the servants' report, he has summoned our fort of Chettua to surrender, and he has hostily attacked our fort at Cranganoor, and although our garrison there first warned him to withdraw by a couple of cannon shots, as much out of a kind of uncertainty as to what to think of this as especially out of deference to Your Highness, he did not desist from approaching it to within range of musketry; thus our garrison was compelled to make him recoil by force. At first he wrote a letter to me stating that it was not aimed at the Company, and that he had orders from Your Highness to attack the King of Trevancoor, but in a subsequent letter he clearly says that all these hostilities against the Dutch Company are committed by express command of Your Highness. I send, in proof thereof, the copies of his letters, and as evidence of the restraint with which I have handled the matter until now, also the copies of my letters dispatched to him, mainly aimed at persuading him to send someone with whom I can speak, for to send someone to him, that I absolutely cannot do without exposing myself to new insults. He has already, contrary to all good faith and the law of nations, arrested one of the Company's servants sent to him by the Chettua garrison to speak with him, and still keeps him imprisoned. He keeps our fort at Chettua blockaded, and in short does everything that an enemy could do in an open war. We do not know that we have given Your Highness from our side any reason or cause to have such hostilities committed against the Honorable Company; our neutral conduct ought to have freed us from all hostile attempts, and we therefore still live in the confidence that all this was done without the order and intention of Your Highness by the said army commander, and that Your Highness will not approve of this conduct, but will please issue such orders that not the
Dutch transcription
„de koningen van Jrevancoor en Cochim zijn genegen met dog men denkt dat het meeste door 's Comp:s magt „rigt. men verzoekt om spor„ „dige ordras. en assistentie van volk ter uijtvoer te brengen. Nagezien De Koningen van Trevancoor en Cochim zijn genegen de Comp: offensier te ageeren m met de Compagnie tzamen ook offensier tegens de Nabab te ageeren; zo d' E: Comp: maar een tamelijken magt bij een brengd, maar op hen zal men het voor„ zou moeten werden ver„„naamste niet kunnen laaten aankomen, het meesten zoude moeten werden verrigt, door 'sComp:s magt. Wij verzoeken dat uw Hoog Edelheed=s ons spoedig gelieven te verreren met Hoog denzelver gerespecteerde ordres, hoe wij ons zullen gedragen, en wat ons te doen staat in deze hachelijke tijds omstandigheeden, en dat en scheepen om dezelve wij zodanige assistentie van volk en scheepen mogen er„ „langen, als nodig zijn, om dezelve ter uijtvoer te bren„ „gen. Terwijl ons de hooge eere geven van met de uijtterste eerbied en hoog agting te blijven. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heere en wel Edele Heeren! uw Hoog Edelheed:s onderdanige en ge „hoorzaame dienaaren /was geteekend:/ A=n Moens, Wmn W:m J:b vn de Graaff, I: H: Medeler, R: van Harn, S: C: Saffin, I. L: van Spall, A: A: Schutz en A: I: S: verneden /:in margine :/ Cochim den 28: 8ber a:o 1776:— Acgordeerd ISchemering JDaunichus Cler Aan de Nabab Haider Alijchan. Bij mijn Jongste briev, die ik de eer gehad heb den 16:' xber: J:o leden aan UHto:t aftevaardigen, heb ik onder anderen, de eere gehad uHo:t te berigten, de reedenen, waarom met te dier tijd van Batavia alhier aangekomene scheepen nog niet ontvangen was, het antwoord op UHo=t briev aanden over„ „leedene Heer Gouverneur Generaal, dat ik nu dagelijks verwagte over Ceijlon of met onze gewoone scheepen. Jk heb daarom uijtgesteld, om aan vioHo:t te schrijven, dat ik anderzints reets zoude hebben gedaan, inzonderheijd over Een brief die ik den 28:' der verleede maand ontvangen heb, van het Legen„ „hoofd, van vwto:t arme Charderchan; waarbij wij mij eenige vragen doet over het randigland van het Chettua, zo als wij noemt, en waarop ik hem daadelijk heb g'elucideert, zo ik egter eenigzints had kunnen vermoeden het geen nu gebeurt, zoude ik het geen oogenblik hebbe uijtgesteld gelaten Jk ben hier door gebragt in de uijtterste verwon„ „dering, wijl ik aande eene zijde door de betuijgin„ „gen, die uwto:t de goedheijd gehad heeft, mij temeermalen tedoen, van Hoogst desselfs gevoelent van vriendschap Hoog geboore Heer voor No voor de Nederlandsche Maatschappij meen volkomen verzekert temoeten zijn, dat we met ulto:t in vreede en goed verstand leeven, aan de andere zijde vind ik mij op het onverwagts vijandelijk aangetaft door het gem: Leger Hoofd van V No:t armee Charderchan, die den 9:' dezer te Poelicarro bij Chettua met een goede parthij gewapend volk over de revier getrokken is, daar bij de posthouder en verdere bediendens, die daar gewoonlijk zijn, heeft gevangen genomen, en niet tegenstaande alle pro„ „testatien onzer bediendens, niet alleen de wijnige gronden die de Comp: van den sammorijn in pand heeft, maar ook alle haare verdere bezittingen benoorden Cranganoen heeft ingenoomen, alwaar hij allerhande verwoestingen doet aanregten: ons fort Chettua heeft wij volgens den bedien„ „dens berigt doen opeijsschen, en ont fort te Cranganoor heeft wij vijandelijk aangetast, en schoon onze bezette„ „lingen aldaar hem eerst door een paar Canon-schooten waarschouwde om aftetrekken, zouijt een zoort van onzekerheijd, wat hier van temoeten denken, als inzon„ „derheijd uijt menagement voor Uw Ho:t, heeft hij niet afgelaten het zelve tenaderen tot onder het bereijk van het handgeweer; dus onze bezetting genoodzaakt is geweest is, tem met geweld te doen deijnsen: Eerst schreef hij aan mij een briev dat het op de Comp: niet gemunt was, en Wij ordre had, van uHto:t om de koning van Jrevancoor aante lasten, dog bij een nadere briev zegt hij hij duijdelijk dat alle deze hosteliteijten tegens de Neder„ „landse Comp:s op expres bevel van VHo:t worden gepleegt: Jkzend ten bewijze daar van de Copijen van desselfs brieven en ten blijke van het menagement, waarmeede ik de zaak tot nog toe heb behandelt, ook de Copijen van mijne brieven aan hem afge„ „vaardigt, voornamentlijk gerigt om hem te bewee„ „gen dat hij iemand zend, waarmeede, ik spreeken kan, want om aan htem iemand tezenden, dat kan ik volstrekt niet doen, zonder mij aan nieuwe insultes bloot testellen. Hij heeft reeds, tegens alle goede trouwe en het regt der volkeren, een van 'sComp:s bediende door de Chettuase bezetting aan htem afge„ „zonden om met hem tespreeken in arrest genomen, en houd hem nog gevangen. ons fort te Chettua houd wij geblokkeerd, en doet, kortom, alles wat een vijand in een openbaaren oorlog zoude kunnen doen, wij weeten niet uHo:t van onzen kant eenige reden of aanlijding gegeven te hebben om tegens de EComp: zulke vijandelijkheeden te laten pleegen, ons Neu„ „traal gedrag had ons behooren te bevrijden van alle vijandelijke attentaten, en leven derhalven als nog in vertrouwen, dat dit alles buijten ordre en intentie van viso:t is gedaan, door gem: Leger„ „Hoofd, en Vlto:t dit gedoente niet zal approbeeren maar zodanige ordre gelieve te stellen, dat niet de
English
Examined. the hostilities begun against the Honorable Company are ceased, but also that the troops are withdrawn from the Company's lands. I hope that Your Highness will not be pleased to have conceived any displeasure against the Company over the long delay of the answer to Your Highness's letter written to Batavia; this has been caused by Heaven's dispositions, which a human cannot alter, just as I have already informed Your Highness, that due to an unprecedented long voyage, the ship on which that letter was sent arrived so late in Batavia that no more dispatches could go to our region in that monsoon. I wish from the bottom of my heart that the friendship between Your Highness and the Honorable Company may endure, and I live in the hope that by Your Highness's order all the aforesaid acts of force and open hostilities may soon cease, rather than allowing their further progress to continue. I wish that Heaven may continuously bless Your Highness with health, and furthermore I have the honor to be with the most perfect high esteem, High-born Lord, Your Highness's humble and obedient Servant, A.n Moens Cochin, the 17th of October 1776. Agrees: J Damieclen S Schemering E E Clercq Translation of the letter written by Charder Chan. I have heard from several persons that the sandy land of Chettua belongs to the Calicut territory, and I have had the olas and proofs thereof that are here brought to me. Therefore, I request Your Right Honorable Worship to send me the writings and proofs that are there, concerning which, should any delay occur, the troops and the cavalry will invade the country and destroy the same. I write this as a token of our friendship; therefore, I request Your Right Honorable Worship to send me at the earliest the account and proofs of the Chettua sandy land. About this matter it has been written once or twice, but no answer followed, and if it happens likewise now, the country will become destroyed. I must make a report to my master on the affair of Cochin, and must also write about the sandy land, for I have received express orders from my master to settle the matter of the Chettua sandy land once and for all, and if I do not make an end of it, it will not be well. Therefore, I request that an end may be made of it. Written to the Right Honorable Lord Governor, received the 28th of September 1776. Signed by Charder Chan. Below stood: For the translation, Cochin, date as above. Was signed: S. van Jongeren, Sworn Translator. Examined: J. Schemering Agrees: J Hannichee, Clerk. To the Army Commander Charder Chan. How matters stand with the sandy land of Chettua is sufficiently known to everyone; not the sandy land itself, but some small gardens therein, lying scattered here and there, and of which some yield only protection dues, belonged to the Zamorin, and these were taken over by the Honorable Company for a debt of the deposed king's predecessor, amounting to rupees 12116 23/50. Your Honor requires an account, writings, and proofs thereof, under threat that in case of any delay the troops and the cavalry will invade the country and destroy the same. Your Honor says you write this as a token of friendship, but I consider that it is by no means friendly to add threats to requests. Your Honor has never written to me about these small gardens, as Your Honor says; at least I have never received any letter from Your Honor about it in which any mention thereof is made. If I had received writings from Your Honor about it, I would not have failed to answer them as required, just as I do now. I have already said above that those small gardens were taken over by the Honorable Company for a debt of rupees 12116 23/50; that was in the year 1763, and since then the dues and protection moneys have been collected yearly therefrom, both in money and paddy, which, after deduction of expenses, amount yearly to more or less rupees 490, and thus not even the interest on the capital. In all those years a total of rupees 5914 12/40 has been collected, and there thus still remains to be paid on the principal sum the amount of 6202 39/48 rupees, as is evident from the account annexed hereto, extracted from our trade books. From the income of those scattered small gardens and plots of land, Your Honor can easily perceive that the same are of little importance and not worth making much commotion over. I also annex hereto a list of the collections, and request that Your Honor will be pleased to give a faithful report thereof to your Master, and to cooperate so that the Company, until the remaining sum shall be cleared by the collection of the dues, may not only continue to administer those small lands, but that they may also remain with Her Honor forever, because they are so trifling. I myself have even long intended to write to the Lord Nawab about this, but postponed it until our answer from Batavia arrived; and now that Your Honor writes to me about this matter, I would also gladly take this opportunity to write to the Lord Nawab about it, but expecting our Batavia ships any day now for certain, I will also postpone it a little until their arrival, because I hope then to be able to present His Highness, along with this, also with pleasant matters; of which, to my regret, I have had to remain deprived due to the unfortunate and long voyage of our ship, and the death of the Lord Governor-General of Batavia which occurred in the meantime. Below stood: Thus translated by me into Malabar, Cochin, date as above. Was signed: S. van Tongeren, Sworn Translator. Cochin, the 30th of December 1776. Examined: Schemering Agrees: Danniclaer, Clerk.
Dutch transcription
Nagezien de vijandelijkheeden tegens d' Ecomp: begonnen werden gestaakt, maar ook de trouppes terug getrokken uijt sComp:s Landen zal Ik hoop niet dat Vlt:t eenig misnoegen hebben gelieven optevatten tegens de Comp: over het lang uijtblijven van het antwoord op 170 Ho:ts briev na Batavia geschreeven; dit is veroorzaakt daor door 'sHemels schikkingen, die een mensch niet veranderen kan, zo als ik uHo:t reeds ter kennisse heb gebragt, dat door een ongehoorde lange reijs, het schip daar die briev niet is verzonden, zo laat te Batavia is ge„ „komen, dat en geen depeches meer in die mousson na onzen kant konden gaan. Jk wensch van harten dat de vriendschap tussen ulto:t en d' Ecomp: mag blijven stand houden, en heb in hoope, dat door UNto=ts ordre alle de voorsch: dadelijkheeden en openbaare vijandelijkheeden spoedig mogen ophouden, tot nog Van alleen den verderen voortgang daar laten tekeen gaan. Jk wensch dat den Hemel utto:t bij aanhoudent„ „heijd wil zegenen met gezondheijd, en heb voorts de eere met de volmaakste hoog agting tezijn /:onderstond:/ Hoog geboore Heer, uw Hoogheijts onderdanige en gehoorzame Dienaar /:was gete:/ A:n Moens /:in margine:/ Cochim den 17:' 8ber 1776: Accondeert J Damieclen S Schemering EEClercq Translaat old door Charder Clar Jk heb van verscheide gehoort, dat het zandigland van chettua gehoort aan het Calicoetse, en ik heb de olas en bewij„ „zen daarvan, die hier zijn bij mij laten brengen, dierhalven verzoeke ik uwelEd: Gr: Agtb:; de Geschriften en bewijzen die daar zijn, mij telaten toekomen, waaromtrend eenige tandan„ in 't Land „ce geschiedende, zullen de troupes en de ruijterij vallen, en hetzelve verdestrueeren; Jk schrijve deze tot teeken van onze vriendschap, dierhalven verzoeke ik uwelEd: Gr: Agtb: de reekening en bewijzen van het Chettuase zandig„ „land mij ten eersten te laten toekomen, over deze materie is eenmaal of twee geschreeven, maar daar geen ant„ „woord opgevolgt, en zo het nu ook zo geschied, zal het land verdestrueert raken; jk moet rapport aan mijn meester doen van de zaak van Cochim, en moet ook over het zan„ „digland schrijven, want ik heb van mijn meester ex„ „presse order gekreegen, om de zaak van het Chettuase zandigland ook uijt de wereld te helpen, en wanneer ik daar geen eijnde van maak, zal het niet goed zijn; dierhalven verzoeke dat daar een eijnde van gemaakt geschreeven aan den WelEdelen Groot Agt¬ baaren Heer Gouverneur, ontfangen den 28: Septb:r 1776. mag 2 mag werden, geteekend bij Charder Chan /:onderstond:/ voor de translatie, Cochim dato, als boven /:was getee„ „kend:/ S: van Jongeren Gezwoore Translateur Nagezien J: Schemering Accordeerd J Hannichee Clerc Aan het Legerhoofd Charder Chan. Hoe het met het zandigland van Chettua geleegen is, is bij een ieder genoegzaam bekend; niet het zandigland, maar eenige thuijntjes daarin, hier en daar verspreijd leg„ „gende, en waarvan sommige maar prolectie geragtighee„ „den geeven, hebben aan het sammorijnse behoort, en deze zijn bij d'E Comp: aanvaart voor eene schuld van des verdreeven konings voorzaat, groot rop:s 12116 23/50:—: uwEd: requireert daarvan reekening, Geschriften en be„ „wijzen, onder bedrijging, dat bij eenige tardance de troupes en de ruijterij in het Land vallen, en hetzelve verdestru„ „eeren zullen, dit zegt uwEd te schrijven tot teeken van vriend„ „schap, maar ik meene dat het gantsch niet vriendelijk is, bij verzoeken dreijgementen tevoegen; uwEd: heeft mij nooit geschreeven over deze thuijntjes, zo als uwEd: zegd, ten minsten ik hebbe nooit geen briev van uw Ed: daarover ontfangen, waarin eenige melding daarvan word gemaakt„ indien ik daar over schrijvens van uwEd: bekomen had, dan zoude ik niet nagelaaten hebben, daarop te antwoorden na vereijsch, zo als ik tans doe„ Hiervooren hebbe ik reeds gezegt, dat die thuijntjes bij d'EComp: zijn aanvaart voor eene schuld van rop: 12:16 3/0 dat 3 dat is geweest in a:o 1763:, en zedert is daarvan Jaarlijks ingevordert de geregtigheijd en protectie gelden, zo aan geld als Nelij, welke, na aftrek van ongelden, Jaarlijks bedragen min â meer rop. s 490:-, en dus niet eens den intrest van het Capitaal, in het geheel is is in al die Jaaren ingevordert ro„ „pias 5914 12/40:, en resteert dus nog aan de hoofdsom om te betaalen de somma van 6202 39/48: rop:, zo als Consteert bij de reek: hiernevens gevoegd, getrokken uijt onze Negotie Boeken, uijt het inkomen van die verspreijde thuijntjes en landjes, kan uwEd: gemakkelijk nagaan, dat dezelve van wijnig impontantie, en niet de moeijte waardig zijn, daarover veel beweeginge temaaken; Jk voege hier ook nevens een Lijste van de invorderinge, en ver„ „zoeken, dat uw Ed: daarvan een getrouw verslag aan zijn Meester, geliefd te doen, en mede te werken, dat de Comp: tot de resteeren de Somma, door de invordering der geregtigheeden zal zijn Verëffent die Landjes niet alleen blijve beheeren, maar ook voor altoos aan Haar Ed: mogen blijven, om dat ze zo gering zijn Jk hebbe zelvs al lange voorneemens geweest om hierover eens aan den Heer Nabab te schrijven, dog zulx uijtgestelt, tot ons antwoord van Batavia kwam, en nu uw Ed: mij over deze zaak schrijft, zoude ik bij „Heer deze geleegendheijd ook gaarne daarover aan den „ Nabab wel willen schrijven, maar tans alle dagen onze Batavia„ „se scheepen voor zeker tegemoet ziende, zo zal ik het Cochim den 30: xber: 1776: e Nagezien het nu ook nog wat uijtstellen tot het arrivement, om dat ik hoop, zijn Hoogheijd als dan, nevens deze, ook met zw aangenaamen stoffen te zullen konnen opwagten; waer„ van ik tot mijn leedweezen door de ongelukkige en lange reijze van ons schip, en de intusschen voorgevallene dood van den Heer Gouverneur Generaal van Batavia, hebben moeten versteeken blijven. /:onderstond:/ zodanig door mij in 't Mallabaars overgezet, Cochim dato als even /:was ge„ „teekend:/ S: van Tongeren geswoore translateur Schemering Accordeerd Danniclaer Clerc voor @
English
Debit The King Zamorin. Examined. 166 1763: For that which His Highness still owes in arrears on account of war expenses - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ro/a 12116. 7/60 1765: on account of expenses incurred in collecting the revenues of the lands placed under sequestration mentioned on the Credit side, namely: In the book years 1761/3: 1763/4. and 1764/5: - - - - - - - - - - - - - 274 1/10 1766: item for expenses - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 69 1/20 1767: ditto ditto - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 69 ½ 1768: ditto ditto - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 69½ 1769: ditto ditto - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 17 1770: ditto ditto - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 69:— 1771: ditto ditto - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 70 3/10 1772. ditto ditto - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 67¾ 1773: ditto ditto - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 74 1774: ditto ditto - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 17 67 1775: ditto ditto - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 17 6711 1/49 1776. ditto ditto - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 17 10 67 3/4 6714 7¾ 674 ¼ 17 17 17 NB: The parras mentioned in this account are the Company's parras of paddy, of which one is equal to two Malabar parras of paddy, which serves for information. Schemering Total Ro/a: 13140:¾ Cochin the last of August A:o 1776: /:was signed:/ J:n A:s Scheidz Agreed. J Jannicheus First Clerk Credit. 1763: the lands of the Zamorin in the sandy land at Chettua having been taken under sequestration and the revenues thereof collected for the first year to 861¾ pieces of gold fanams and 763¼ Company's parras of paddy amounting in money as: 861¾ pieces of gold fanams at 1/5 rupee each - - - - - - - - - - ro a: 172 7/20 763¼ Company's parras of paddy at 2/5 rupee each - - - - - - - - - per 307 p pieces 477 3/80: 27 496 1/60 45 494 3/10. 1764: for collected revenues of 915 pieces of gold fanams and 783 5/8 parras of paddy - - - - - - - - - - 45 49 79/48 1765: item collected to 915 pieces of gold fanams and 779 3/8 parras of paddy - - - - - - - - - - 60 22 499 9/8 1766 ditto ditto 914 ditto 778 7/8 ditto 743 498. — 1767 ditto ditto 917 ditto 793½ ditto 500 9/60 495 60 1768 ditto ditto 907 ditto 784¾ ditto 494 1/60 1769 ditto ditto 916¼ ditto 791¾ ditto 39 1770 ditto ditto 906 ditto 791¾ ditto 1 0:¾ 1771 ditto ditto 905 5/6 ditto 810¾ ditto 505 14/13 48 4/18 1772 ditto ditto 897 1/16 ditto 78 1/44 ditto 494 14/18. 543 1773 ditto ditto 906 14 ditto 796 1/10 ditto 499 1/10 67¾ 671: 40 1774 ditto ditto 899 17/16 ditto 795 7/40 ditto 43 67 10 67 /40 1775 ditto ditto 856 2/3 ditto 792 1/5 ditto 18 67 14 1776 ditto ditto 882 3/16 ditto 798 3/40 ditto 495 9/8. 27 /40 1776 ult:o August: that which His Highness on this date still remains in deficit: 6202 1/1. 19 Total ro/ao 13140 14/4 List of the received Zamorin revenues in paddy and gold fanams in the years 1775/6. parras of paddy gold fanams Pattatil Coijlpaddoen - - - - - - - - —. —. 8: —. In the limit Eddamotton - - - - - - - - - - - - - - —. — 10: —. Natinga - - - - - - - - - - - - 44: —: 15: — Cargatallij - - - - - - - - - - - - - 53. — 6. — ditto ditto willoer - - - - - - - - - - - - - - - 19: —. —. —. ditto ditto Negerije - - - - - - - - - - - 143: —. 3: — ditto ditto Caramatton - - - - - - - - - - - —: —: 4: —: triponattij - - - - - - - - - - - - - - 107¾ 44½. ditto Calicolengre - - - - - - - - - - 245 1/10 11: — Jringemtoertij - - - - - - - - - 23½. 96¼ toddingel - - - - - - - - - - - - - 358:¼: 81:½. Ariapinie - - - - - - - - - - 61. —. 49½. ditto Eddacherij - - - - - - - - - - 61.½. —. — ditto Jttij Catoe - - - - - - - - - 194: —. 209½ ditto Engadoer - - - - - - - - - - 140. —. 140½. ditto Coendoer - - - - - - - - - - - - Coerloer 32½ —. —. ditto ditto Paliporam - - - - - - - - - - - - - - - - —: — 21: —: ditto Madanapalie - - - - - - - - - 195: ¾: 101: —. The whole sum of this year is in paddy and gold fanams 1597 1/20 882¼ Chettua the last day of May 1776: was signed: C=l De Riberto NB: the parras of paddy mentioned herein are Malabar parras, of which two go to one Company's, which serves for information. SSchemering Examined Agreed J annichen First Clerk To the Army Commander Sardar Khan To your Honour's latest ola, I have sent an answer with the same person who delivered your Honour's ola, and attached thereto an account of collected Zamorin revenues in the sandy land of Chettua undertaken by the Honourable Company for the debt of the King Zamorin, therefore we do not doubt that said ola was received by your Honour, although I almost would have to doubt its receipt, because an attack followed upon it that I naturally could not expect therefrom. By the Chettua Resident De Riberto I was informed that your Honour with your Honour's troops has arrived at the Company's post Poelicarro, and has taken prisoner the Company's servants stationed there, as well as the interpreter and clerk who were sent on a commission to your Honour to inquire after the reason for your Honour's invasion into the Company's lands; that your Honour subsequently broke camp with his troops and encamped near the Company's fort Chettua, as well as virtually invested that place; we know not to have given any reason or cause for this hostile attack, and even less to reconcile these actions with the promise that your Honour's master made us so
Dutch transcription
Debit Den Koning Nagezien 166 1763: Over het geen zijn Hoogheijd wegens oorlogs ongelden nog ten agteren staat - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ro/a 12116. 7/60 1765: wegens ongelden gevallen bij het invorderen der Geregtig„ „heeden van de in sequestratie genomen landen aan de Credit zijde vermeld, teweeten Jnde Boekjaaren 176 /3: 176/4. en 176 4/5: - - - - - - - - - - - - - „ 1766: item aan ongelden - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ NB: De parras in deze reek: vermeld, zijn 's Comp:s parras Nelij, waarvan een zo veel is, als twee Mallabaars parras Nelij, 't welk diend tot narigt Schemering Somma Ro/a: 13140:¾ Cochim den Laaste 274 1/0 69 1/20 69 ½ 69½ 17 69:— 70 3/10 ƒ 674 74 17 67 17 6711 1/49 17 10 67 /4 6714 7¾ 674 ¼ 1767: d=o d=o - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1768: „ - - - - „ - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1769: „ - - - - - „ - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1770: „ - - - - - „ - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1771: „ - - - - „ - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1772. „ - - - - „ - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1773: „ - - - - „ - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1774: „ - - - - - „ - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1775: „ - - - - „ - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1776. „ - - - - - „ - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 17 17 17 Sammorijn. Credit. 27 496 1/60 45 494 3/10. 1763: zijnde de landen van den Sammorijn in 't zandigland te Chettua in sequestratie genomen en de geregtigheeden daarvan voor 't eer„ „ste Jaar ingevordert tot 861¾. p. s goude fanums en 763¼ 'sComp:s parras Nelij bedragende in gelden; als 861¾. p. s goude fanums á 1/5: rop: ider - - - - - - - - - - ro a: 172 7/20„ 763¼. 's Comp:s parras Nelij â 2/5: rop: re - - - - - - - - - p„r 307 p p:s 477 3/80: 1764: over ingevorderde geregtigheeden aan 915: p:s goude fan: en 783 5/8: parr: Nelij„ 60 1765: item ingevorderde tot 915: p. s goude fanums en 779 3/8. parras Nelij-„ 1766 „ d–o „ 914 – „ d–o - - „ 778: 7/8: d–o. . . „ – – - „ – – – – „ 917: –„ – – „ - - - - - – „ 793½. – – „ - - - - - „ 500 9/60 1767. 1768: „ - - - „ - - - - „ 907.–„ – – „ - - - - - - „ 784¾. – - -„ - - - - -„ 1769: „ - - - „ - - - - „ 916¼. „ - – „ - - - – – „ 791¾. – – „ - - - -„ 1770. „ - - - „ - - - - - „ 906:-„ - - „ - - - - - „ 791¾. - -„ - - - -„ „ 1771 „ - - - „ - - - - „ 905 5/6. „ - - „ - - - - - „ 810¾. - - „ - - - - „ 505 14/13 1772: „ - - - „ - - - - „ 897 1/16„ - - -„ - - - - - „ 78 1/44 - - -„ - - - - „ 494 14/18. 67¾ 671: 1773: „ - - - „ - - - - „ 906 14. „ - - -„ - - - - „ 796 1/0: - - „ - - - - „ 499 1/10 1774. „ - - - „ - - - - „ 899 17/16. „ - - - „ - - - - „ 795740. - - „ - - -„ 67/ 10 67 /40 1775. „ - - - „ - - - - „ 856 2/3. „ - - – „ - - – „ 792 1/5. – –„ - – –„ 67 14 27 1776: „ - - - „ - - - - „ 882 3/16. „ - - - - „ - - - - „ 798 3/40. - - „ - - – „ 495 9/8. 1776: ult:o Aug: het geen zijn Hoogheijd onder dato dezes nog te quaat blijft „ 6202 1/1. 19 Somma ro /ao 13140 14/4 Laasten Augustus A:o 1776: /:was geteekend:/ I:n A:s Scheidz /40 Acordeerd 45 49 79/48 22 499 9/8 743 498. — 49560 494 1/60 39 JJannicheus EClerck „ 1 0:¾ 48 4/18 543 40 43 18 No De geheele Sommina van dezen Jaar is aan Nelij en Goude fanums - - - - - - - - - - - - - 1597 1/20. 882¼ e Chettua adij ultimo Meij 1776: —. /was geteekend:/ C=l De Riberto AB: de parras Nelij in dezen vermeld, zijn mallabaarse parras, die twee op een 'sComp:s gaan, 't welk diend tot narigt Pattatil Coijlpaddoen - - - - - - - - Jn de limiet Eddamotton - - - - - - - - - - - - - - —. — 10: —. Natinga - - - - - - - - - - - - Cargatallij - - - - - - - - - - - - - „ „ willoer - - - - - - - - - - - - - - - „ „ Negerije - - - - - - - - - - - „ d=o . Caramatton - - - - - - - - - - - —: —: 4: —: triponattij - - - - - - - - - - - - - - „. Calicolengre - - - - - - - - - - Jringemtoertij - - - - - - - - - 23½. toddingel - - - - - - - - - - - - - Ariapinie - - - - - - - - - - „ Eddacherij - - - - - - - - - - „ Jttij Catoe - - - - - - - - - „ Engadoer - - - - - - - - - - „ Coendoer - - - - - - - - - - - - „ „ Paliporam - - - - - - - - - - - - - - - - —: — 21: —: „ Madanapalie – – – – – – – – – 195: ¾: 101: —. SSchemering Accordeerd 6. — Lijste der ontvangen Sammorijnse Geregtigheeden aan Nelij en Goude fanums in den Jaaren 1775/6:—. parras goude„ fanums —. —. 8: —. 44: —: 15: — 53. — 19: —. 143: —. 3: — 107¾ 44½. 245 1/10 96¼ 358:¼: 81:½. 61. —. 49½. 61.½. 194: —„ 209½ 140. —. 140½. Coerloer - - - - - - - - - - - - 32½ —. —. —. —. - J annichen J Nagezien EClercq „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ Nelij —. —. —. — 11: — „ Aan het Legerhoofd fharder Chan Op uw Ed: Jongste ola, hebbe ik antwoord gezonden met dezelvde perzoon die uwEd: ola aangebragt heeft, en daarbij gevoegd een reekening van ingevorderde sam„ „morijnse Geregtigheeden in het Zandigland van Chettua„ bij d' EComp: voor schuld, van den Koning Sammorijn aanvaard, dierhalven twijffelen niet of dien ola is bij uwEd ontvangen, hoewel ik bij na aan dies ontfangst wel zoude moeten twijffelen, om dat daarop een attentaat gevolgd is, dat ik natuurlijkerwijzer wijlee daarvan niet kon verwagten. Door den Chettuasen Resident De Riberto is mij berigt, dat uwEd: met uwEd: troupen is gekomen op 's Comp=s post Poelicarro, en de aldaar zijnde 's Comp:s dienaaren gevan„ „gen genomen heeft, als meede den Tolk en scriba, die bij uwEd: in Commissie zijn gezonden, om de reeden van uwEd: inval in 's Comp:s Landen te verneemen; dat uw Ed: vervolgens met zijne troupen is opgebrooken, en zig bij 's Comp:s fort Chettua geleegerd heeft, mitsgaders die plaatse genoegzaam insluijt, wij weeten niet eenige reeden of aanleiding gegeven te hebben tot dit vijandelijk attentaat, en nog minder dit gedoente over een tebrengen met de belofte die uw Ed: meester ons zo
English
has given so many times, of wishing to live in friendship with the Honourable Company and to leave its possessions unmolested; the aforementioned Resident has also informed us that Your Honour claims twenty years of rights from the Zamorin or the money of the Zamorin; I do not understand what kind of money or rights Your Honour claims: the Lord Nabab has never written to us about this, nor did he even mention anything of it to our deputies, thus we must presume that some malicious people have misled Your Honour in this regard and made you believe great falsehoods: the Honourable Company has not been indebted to the expelled King Zamorin, but on the contrary the same is still indebted to the Honourable Company, as will have clearly appeared to Your Honour from the sent account; we therefore do not know what Your Honour's claim consists of, and thus cannot explain our position on it; we request that Your Honour please explain yourself further, whereupon we shall send Your Honour a proper reply; meanwhile we emphatically protest against this intrusion into the Company's lands, the occupying of its fort, the taking prisoner of its Honourable servants, the robbing and plundering of its subjects, as has already been put into effect at the Bazaar of Chettua and on the border, leaving the consequences Cochin the 11: October 1778. Examined arising herefrom to Your Honour's responsibility before your Master, the Lord Nabab, to whom we shall make the necessary representations concerning this this very day; meanwhile, to avoid further calamities, we deem it necessary to warn Your Honour that the Chettua personnel have orders to fire their cannon upon Your Honour's troops, should the same come within range of the artillery of Chettua. below stood: translated as such by me into Malabar, Cochin date as above was signed Sr: van Jongeren, Sworn Translator. Agrees A Dairn San E Clercq Schemering I make known to Your Right Honourable, that I have now arrived with my encampment in the sandy land of Chettua; previously I wrote two letters to Your Right Honourable, but received no answer to them, having made which known to my master the Nabab, His Highness sent me orders to march through the land of the Honourable Company with the force under my command to the land of the King of Travancore, therefore I request Your Right Honourable to take this matter into consideration and let me have an answer to it, and in the event of default of the same, or refusal of a free passage, I have orders from the Nabab to march with my people past the city of Cochin and the Company's lands to the King of Travancore; the Nabab lives in sincere friendship with the Dutch Company, therefore I request Your Right Honourable to consider that matter well, and to send me a speedy reply; as well as to send the necessary orders to its chiefs and Commandants of the fortresses Translation of Canarese Letter written by Charder Chan to the Right Honourable Lord Governor received the 11: October 1776:— Examined to grant me a free passage, and in default of the same, I have orders from my Master to pursue my journey by land as well as by sea and to make a landing at Colletje; I request Your Right Honourable to take that matter to heart, and to let me have a speedy reply, but in default thereof, our friendship is at an end, and I shall, after certain ceremony days, begin my march thither. I write Your Right Honourable this matter in detail in order that we may conserve and increase our good friendship. below stood: for the translation, Cochin date as above. was signed: S: van Jongeren, Sworn Translator. Agrees J Hannicheu Clerk Schemering 8. To the Army Chief Charder Chan. I have received the letter that Your Honour wrote to me on the 11: of this month. From my latest previous letter of the 30: September, in which I elucidated Your Honour regarding the sandy land, Your Honour will have already seen that I have not received the two letters mentioned in Your Honour's aforesaid missive, nor the one to which my aforementioned latest letter served as an answer. The Dutch Company fully trusts to live in peace, friendship, and good understanding with His Highness, the Lord Nabab Haider Alij chan Baader, and the special assurance that Your Honour gives me thereof in the aforementioned missive further confirms me therein, and I rest upon the same. I cannot meanwhile refrain from testifying that the news I have received of what occurred on the Company's territory appears very strange and entirely unexpected to me. The Dutch Company shall maintain a strict and most absolute neutrality, and I trust, on account of the good Friendship and understanding that subsists between the aforementioned
Dutch transcription
zo veel maal heeft gegeven, van met d' E Comp: in vriendsch tewillen leeven, en haare bezittingen ongemolesteerd te zul „len laten; Gem: Resident heeft ons ook berigt dat uw Ed: be„ „geerd twintig Jaarige geregtigheeden van den Sammorij of het geld van den sammorijn; Jk begrijpe niet wat voor geld of Geregtigheeden uwEd: begeerd: De Heer Nabab heeft nimmer daarover aan ons geschreeven, zelfs tegen onze gecommitteerdens daarvan niets gesprooken, dus moeten wij veronderstellen, dat deze of geene quaa „aardige Lieden, uwEd: in dit opzigt misleijd en groote onwaarheeden wijs gemaakt hebben: D' E: Comp: is niet schuldig geweest, aan den verdreeven koning Sammori maar denzelven is integendeel aan d' EComp: nog debit zo als uw Ed: bij de gezondene reek: duijdelijk zal geblee „ken zijn; wij weeten dierhalven niet waarin uw Ed: pa „tentie bestaat, en kunnen ons dus daarop niet verklaar wij verzoeken dat uwEd: zig nader gelievd te verklaaren wanneer wij uw Ed: daarop behoorlijk antwoord zullen laten toekomen; Jntusschen protesteeren wij nadrukke„ „lijk tegens dezen indrang in 'sComp:s Landen, het bezet „ten van derzelver fort, het gevangen neemen van Haar Ed:s dienaaren, het beroven en plunderen van haare onder „daanen, zo als dat reeds op de Bazaar van Chettua en in de Limiet is te werk gesteld, latende de gevolgen„ hier Cochim den 11: 8ber: 1778. Nagezien hieruijt spruijtende, ter uwEd: verantwoording bij zijnen Meester, den Heer Nabab, aan wien, wij daarover nog heeden de nodige vertoogen zullen doen; intusschen meenen wij, ter vermijding van verdere onheilen, uwEd: te moeten adverteeren, dat de Chettuase Bediendens ordre hebben, hun Canon te lossen op uw Ed: troupen, indien dezelve on„ „der het berijk van het Geschut van Chattua mogten komen. /:onderstond:/ zodanig door mij in het Malla„ baars overgezet, Cochim dato als even :/was geteekend/ Sr: van Jongeren. Gezw: translt: Accordeerd A Dairn San E Clercq Schemering Ik maake uwel Ed: Groot Agtb: bekend, dat ik tans in het zandigland van Chettua met mijn Campement ben gekomen; bevoorens heb ik twee brieven aan uwelEd: Groot Agtb: geschreeven, maar geen antwoord daarop bekomen, hetgeen ik aan mijn meester den Nabab bekent gemaakt hebbende, heeft zijn Hoogheid mij ordre gesonden, om door het Land van d' EComp: met mijn onder hebbende magt, naar het land van den koning van Crevancoor optetrekken, dierhalven verzoeken ik uwelEd: Gr: Agtb: deze zaak in overweeging te neemen en mij daarop ant„ „woord te laaten toekomen en bij tandance van 't zelve, of weijgering van een vrije passagie, heb ik order van den Na„ „bab, om met mijn volk langs de stad van Cochim en 's Comp:s landen, naar den Koning van Trevancoor optemar„ „cheeren; Den Nabab leevd met Hollandse Comp: in een opregte vriendschap, daarom verzoeke ik uwelEd: Gr: Agtb: die zaak wel te considereeren, en mij een spoedig antwoord telaten toekomen; mitsgaders de nodige ordre aan des„ „selvs opperhoofden en Commandanten van de fortressen Translaat Canareeze Brief door Charder Chan aan den WelEdelen Groot Agtb: Heer Gouverneur geschreven ontfangen den 11: October 1776:— Nagezien tezenden, om mij een vrije passagie te verleenen, en bij manquement van dezelve, heb ik ordre van mijn Meester mijn reijze over Land, als ter zee te vervolgen en op Colletje een Landing te doen; Jk verzoek uwelEd: Gr: Agtb: die zaak ter herte teneemen, en mij een spoe„ „dig antwoord te laaten toekomen, dog bij manquement van dien, is onze vriendschap uijt, en ik zal, naar zekeren Ceremonie dagen, mij opmarsch naar derwaarts begeeven Jk schrijve uwel Ed: Groot Agtb: deze zaak omstandiglijk ten eijnde onze goede vriendschap te mogen Conserveeren en vermeerderen. /:onderstond:/ voor de translatie, Cochin dato als boven. /:was geteek:d/ S: van Jongeren, gesm: Translateur. Accordeerd J Hannicheu Cler Schemering 8. Aan het Legerhoofd Charder Chan. Ik hebbe ontfangen de briev, die uwEd mij den 11: dezer heeft geschreeven. Bij mijn Jongste voorgaande van den 30: septb:r, waarbij ik uwEd: wegens het zan„ „digland heb g'elucideert, zal uwEd: reeds hebben gezien, dat ik niet heb ontvangen de twee brieven, vermeld bij voorschreeve uwEd: missive, en bij die, waarop voorm: mijn Jongste in antwoord gedient heeft De Nederlandsche Comp: vertrouwd volkomen van met zijn Hoogheijd, den Heer Nabab Haider Alij chan Baader, te leven in vreeden, vriendschap, en goede verstandhouding, en de speciaale verzeekering die uwEd: bij voorm: missive mij daarvan dood, be„ „vestigd mij nader daarin, en ik beruste in dezelven. Jk kan ondertusschen niet voorbij, te betuijgen, dat de tijdingen die ik gekreegen heb, van het voorgevallene, op 'sComp. s grond gebied, mij zeer vreemd en geheel onverwagt voorkomen. De Nederlandse Comp: zal een volstrekte en alles volkomenste onzijdigheid bewaaren, en ik vertrouwe, úijt hoofde van de goede Vriendschap en verstandhouding die er subsisteert tusschen wel„ ee „gem: e
English
the said Lord Nabab and the said Company, that Your Honour will take care that the Company's territory remains unmolested, especially that Your Honour will prevent the troops of the Lord Nabab from entering within range of the cannon of the Company's fortresses and towns, in order to avoid all misunderstanding. The necessary orders for neutrality have already been dispatched to the chiefs and commanders of the forts. I am obliged to Your Honour for the good intention with which Your Honour's letter is drawn up, namely that thereby our mutual friendship may be preserved and increased, towards which I, for my part, will likewise gladly contribute everything that may depend on me. In the past, His Highness the Lord Nabab requested the mediation of the Dutch Company in the disputes between His Highness and the King of Trevancoor, which the Company accordingly took upon itself. I likewise offer the same on this occasion with great willingness, and I shall very gladly employ my good offices to settle the present disputes between the said His Highness and the King of Jrevancoor by amicable means. The King of Travancoor will also have this same offer made, and will also give notice thereof to His Highness the Nabab. I have commissioned the Chief of Cranganoor, Coenraad George Seijffer, and the Resident of Paponettij, Joost Broekpot, on behalf of the Dutch Company, to enter into negotiations with Your Honour in my name regarding this matter, and have therefore instructed them to propose an oral conference to Your Honour, which I hope may be agreeable to Your Honour. [beneath was written] Thus translated by me into Malayalam, Cochim, date as above [was signed] S: van Jongeren, Sworn Translator. Examined. Agreed. J. Sannicheus. P. Schemering. 8. 9. Translation of an ola by Charder Chan, written to the Right Honourable and Highly Esteemed Lord Governor, received the 13: 8ber: 1776: The ola sent via Ande I have received, read, and understood its contents; from Calicoet I had a letter written by Aijderoos Coettij, and I have even written two or three times myself, but the Pattarees who carry the letters cannot obtain passage because they are detained by the Company's guards, even though they say that they want to go to Cochim, and when a letter is delivered there, it takes as much as 10: to 20: days before an answer is received; and to date no qualified person has come to me who could speak about these matters, and I have had to be patient for 18: months, so I cannot delay any longer in advancing the business of my Master, and how far the friendship between the Nabab and the Honourable Company extends is very well known. I have now arrived in the sandy land of Chettua to attend to the business of my Master; the Honourable Company has its fort with its limits there on that land, but the whole land has been conquered by me on behalf of the Nabab; the dues of the Samorin for the period of 20: years, both in fanums and nelij, have been collected by the Honourable Company itself, which by right belong to the Nabab, and to collect the same I have come here. I wrote a letter to Your Right Honourable and Highly Esteemed Lordship, which was detained by the Company's people, wherefore I sent the Killidar Ramagirij with 10: to 20: horsemen to Cranganoor, who forwarded the letter-bearers to Cochim. It will probably take 10: to 15: days before the answer from the Nabab arrives, and every day I have 50,000 rupees in expenses, and remaining here so long, I do not know who will pay me that money. Besides this land, I have understood that Your Right Honourable and Highly Esteemed Lordship still holds in possession 15: miles of land; I request that the nelij and fanums thereof also be sent to me, and if I receive word in writing that the same does not belong under Your Right Honourable and Highly Esteemed Lordship's possession, then I shall demand the same from the possessors of those lands. I request Your Right Honourable and Highly Esteemed Lordship to send a trusted person here to speak about these two matters and settle them as quickly as possible; otherwise, I will do my best to obtain that money, which I thought proper to bring to the knowledge of Your Right Honourable and Highly Esteemed Lordship, as can be seen in my last letter. My scribe is not present here, and therefore I have had this written by another, which Your Right Honourable and Highly Esteemed Lordship will please not take amiss. Signed by Charder Chan. [beneath was written] For the translation, Cochim, date as above [was signed] S: van Jongeren, Sworn Translator. Examined. P: Schemering. Agreed. Sannicheus, Clerk. 10. Translation of an ola by Charder Chan, written to the Right Honourable and Highly Esteemed Lord Governor, received the 15: October 1776: I have received Your Right Honourable and Highly Esteemed Lordship's ola and understood its contents. The Nabab has understood with much pleasure the possession by the Dutch Company of the lands of Chettua and those lying around it, but I have learned with surprise that Your Right Honourable and Highly Esteemed Lordship had sent orders to the servants of the fort of Chettua to fire upon my troops if they should come close to it; also, I have seen with surprise therein the mediation that Your Right Honourable and Highly Esteemed Lordship comes to offer me regarding the disputes with the King of Trevancoor. The Nabab lives in good friendship with the Dutch Company, and therefore I do not intend to conspire with the Portuguese nation and attack the forts of the Honourable Company. Your Right Honourable and Highly Esteemed Lordship please be informed that the Nabab is now master of the entire land of Calicoet, and the dues belonging thereto belong to my Master, and I have received orders from him to demand the dues and revenues from all those who possess the lands belonging to the Calicoet territory, and to which end I am
Dutch transcription
„gem: Heer Nabab en welgem: Comp:, dat uwEd: zorg zal, dat 's Comp:s grond gebied blijft verschoont, inzon„ „derheijd dat uwEd: verhoeden zal, dat de troupen van den Heer Nabab zig, ter vermijding van alle misver „stand, zullen houden buijten het bereijk van het Canon van 's Comp:s Vestingen en Steede. Aan de opperhoofde en Commandanten der forten is het nodige bevel tot de neutraliteijd reeds afgegaan. Jk ben uw Ed: verpligt voor het goede voornee„ „men, waarmeede uwEd: briev is ingesteld, nament „lijk op dat daar door mogen blijven geconserveert en vermeerdert worden, onzer wederzijdse vriendschap waartoe ik van mijn kant insgelijks gaarn zal toe„ „brengen, alles wat van mij afhangen kan. Eertijds heeft zijn Hoogheijd, den Heer Nabab, de tusschen spraak van de Nederlandsche Comp: gevraagt in de verschillen tusschen zijn Hoogheijd en de koning van Trevancoor, die ze ingevolge van dien ook op zig geno „men had. Jk biede dezelve insgelijks ter dezer gelee„ „gendheid met groote bereijdwilligheijd aan, en ik zal goeder zeer gaarne myne officien aanwenden, om de tegen „woordige verschillen tusschen welgem: zijn Hoogh=d en de koning van Jrevancoor, door den weg der mijnn bij teleggen. De koning van Travancoor zal ook deze Cochim den 12: 8ber: 1778: Nagezien deze zelfde aanbieding laten doen, en zal hier van ook kennis geven, aan zijn Hooghd de Nabab. Het opperhoofd van Cranganoor Coenraad Ge= „orge seijffer en de Resident van Paponettij Joost Broekpot, heb ik van wegens de Nederlandse Comp: gecommitteerd, om uijt mijn naam UwEd: der„ „weegens in onderhandelinge te treeden, en heb hen dierhalven gelast, om aan uwEd: een mond gesprek te doen voorstellen, het geen ik hoope dat uwEd: welge„ „vallig zijn mag. /:onderstond:/ zodanig door mij in het Mallabaars overgezet, Cochim dato als even /:was geteekend:/ S: van Jongeren Getw: Jransl=a Accordeerd J Sannicheus er Schemering 8 9. Translaat ola door Charder Chan De olaper Ande gezonden, heb ik ontfangen, geleezen: en dies inhoud verstaan; van Calicoet heb ik door Aijderoos Coettij laten schrijven, en ik heb zelvs twee à drie malen ge„ „schreeven, maar de Pattareezen die de brieven meede neemen, konnen geen doortogt krijgen, om dat zij van sComp:s wag„ „ters aangehouden worden, schoon zij zeggen, dat ze na Co„ „chim willen, en wanneer een briev daar aangebragt werd, duurt het wel 10: a 20: dagen eer men antwoord krijgd; en bij mij is ook tot nog toe geen bequaam perzoon gekomen, die over de zaken spreeken konde, en ik heb 18: maanden lang mij moeten patienteeren, dus kan ik niet langer talmen met de zaak van mijn Meester, een voort„ „gang temaken, en hoe verre dat de vriendschap tusschen den Nabab en D' EComp: zig strekt, weet men zeer wel; Jk ben nun in het zandigland van Chettua gekomen, om de zaak van mijn Meester te betragten; d'E: Comp: heeft daar op het Land HaarEd: fort met dies Limieten, maer het gantsche Land is, van wegens den Nabab, door mij ver„ „meestert, de geregtigheeden van den sammorijs geduur„ geschreeven aanden wel Edelen Groot Agtbaaren Heer Gouverneur, ontfangen den 13: 8ber: 1776: „rende „rende de tijd van 20: Jaaren zo aan fanums als Nelij heeft dE Comp: zelvs ingevordert, dewelke van regtsweegen den Nada toekomt, en om dezelve intevorderen ben ik hier gekomen; ik heb aan uwelEd: Gr: Agtb: een briev geschreeven, dewelke aan gehouden is geworden door 's Comp:s volk, daarom heb ik den killidaar Ramagirij met 10: â 20: ruijters, naar Cran„ „ganoor gezonden die de brieve dragers naar Cochim voort „gezonden hebben, het zal wel 10: â 15: dagen duuren, eer het antwoord van den Nabab komt, en ieder dag heb ik 50'000 rop:s aan onkosten, en hier zo lang te vertoeven, waet ik niet wie mij dat geld betalen zal, behalven dit Land heb ik ver „staan, dat uwel Ed: Gr: Agtb: nog in bezitting heeft 15: mijlen Lands, de Nelij en fanums daarvan, verzoeke mij ook te zenden, en wanneer ik aanschrijvens krijge, dat dezelve onder uwelEd: Gr: Agtb: bezitting niet en hoort, dan zal ik dezelve vorderen van de bezitters van die Landen. Ik ver„ zoeke uw welEd: Gr: Agtb: een vertrouwt perzoon hier tezen „den om over die twee zaaken te spreeken en ten spoedigsten afte „maken, in Contrarie gevalle, zal ik mijn best doen om dat Geld intekrijgen, hetgeen ik goed gedagt hebbe uw „welEd: Gr: Agtb: in kennisse te leggen, zo als tezien is bij mij laatste briev; Mijn schrijven is hier niet prezent; en daaro heb ik deze door een ander laten schrijven, 't geen uw welEd: Gr: Agtb: niet gelieve qualijk te neemen. Geteekend bij Nagezien bij Charder Chan /:onderstond:/ voor de Translatie, Cochim dato als boven /:was geteekend:/ S: van Jongeren Gezw: Translateur. P: Schemering Accordeerd Sannicheus Clere 10. Translaat ola door Charder uwwelEd: Gr: Agtb: ola heb ik ontfangen, en dies inhoud verstaan; Den Nabab heeft met veel genoegen verstaan, de possessie van de Hollandse Comp: van de Landen van Chettua en daar om herleggende, maar ik heb met verwondering verstaan, dat uw welEd: Gr: Agtb: aan de Bediendens van het fort van Chettua ordre gezonden had, om op mijn troupeslos te branden, wanneerze daar digte bij mogte komen; ook heb ik daarbij met verwondering gezien de mediatie die uw welEd: Gr: Agtb: mij komt aantebieden, wegens de verschil„ „len met den koning van Trevancoor; Den Nabab leevd met de Hollandse Comp: in een goede vriendschap, en dierhalven ben ik niet van voorneemens met de Portugeeze Natie teza„ „men te spannen en de forten van d' EComp: te attacqueeren; uw welEd: Gr: Agtb: gelieve teweeten, dat den Nabab thans meester is van het Gantsche Land van Calicoet, en de gereg„ „tigheeden daarvan toebehoorende, komen mijn Meester toe„ en ik heb van denzelven order bekomen, om van alle de geene die de Landen bezitten, toebehoorende aan het Calicoetse, de Geregtigheeden en inkomsten te vorderen, en ten welken eijnde Chan geschreeven aan den welEdelen Groot Agtbaaren Heer Gouverneur ontfangen den 15: October 1776:— ben
English
I have departed from Calicoet to collect the revenues. First, I went into the lands of the King of Cochim with my troops, where I made such a determination regarding the incoming revenues of the Nabab as conforms with the circumstances of the matters; the land of Cartanattij has also been brought under contribution in that manner. The people who live in the sandy land of Chettua have not yet come to me to pay their dues; therefore, I went there with my troops to compel them to do so, but those people declared to me that they have paid those dues to Your Right Honourable Worships. I know that Your Right Honourable Worships possess good conduct, and for that reason I have written two or three times about this and requested that Your Right Honourable Worships might have the goodness to put an end to this: this matter is so interlinked that I am not able to put everything down on paper, and that was the reason why I wrote and requested Your Right Honourable Worships two or three times to send someone here to speak about that account, and to see what the arrears are that Your Right Honourable Worships should still pay, and subsequently to be allowed to retain the land in peace and quiet; but it has not pleased Your Right Honourable Worships to send any person here who could settle the matters amicably. I incur fifty thousand ropias in expenses every day, and it grieves me to have to sit idle here; therefore, I marched out with my troops to see the condition of those territories. Coming before the fortress of Cranganoor, the commander of the aforementioned fort, who is not well in control of his memory, fired upon me with cannon and small arms, so that I must conclude from this how heavy he weighs; and in that case I moderated myself as best as I could, and I must tell Your Right Honourable Worships that in my life I have experienced more such passages of heavy artillery and small arms, but had I wished to capture the fort, I would, by God's blessing, have brought it under my power within the space of an hour, or I would have blown it into the air by means of a mine. The officers of the fort had the pleasure of firing upon me with cannon and small arms; I am very pleased about that, as it will cost me little effort to capture the fort, but it were better that one comes, the sooner the better, to settle the outstanding account before one provokes the Nabab to indignation, and when the account is settled and payment is made, then friendship shall remain as before. The lands of Chawacattij and its surroundings have been brought under contribution, and likewise the sandy land ought to be brought; if Your Right Honourable Worships wish to preserve the friendship with the Nabab, Your Right Honourable Worships will do well to send a competent person to draw up the accounts of the demanded dues, and to provide proper satisfaction for them; in the contrary case, I shall be forced to send troops out myself to make the collection; time passes without accomplishing anything, as Your Right Honourable Worships clearly see, for without being paid, the Nabab will not sit idle; delays will be of no use, and may Your Right Honourable Worships also give no credence to the words of wicked men. The lands of Mangaloor, Tellicherij, Mahe, and Calicoet, where the hat-wearers have settled, pay tribute, as Your Right Honourable Worships will have heard. I request once more that Your Right Honourable Worships please send a person to me to dispose of this matter. I am not afraid of Your Right Honourable Worships' cannon, for I shall yet overpower the same, and I am already accustomed to dealing with cannon, and I flatter myself that by God's blessing I shall fire upon Your Right Honourable Worships with that very same artillery; and Your Right Honourable Worships must by no means doubt this; therefore, it will be better that Your Right Honourable Worships send persons to settle the matter as swiftly as possible. I do not know what reason Your Right Honourable Worships have to write to me about the affairs of Trevancoor. I wrote to Your Right Honourable Worships about the dues of the sandy land of Chettua, and instead of sending a categorical reply to that, Your Right Honourable Worships write concerning the mediation of the disputes of the King of Trevancoor. I do not know who entertained Your Right Honourable Worships about that, and what reason Your Right Honourable Worships have to write about it, for I have no commission to treat on those matters, and it would be beyond my scope if I were to begin with that; and I request that Your Right Honourable Worships no longer write to me on that subject, but rather on the point about which I wrote to Your Right Honourable Worships, namely to accommodate the matter of the sandy land of Chettua, and to pay the arrears remaining in the possession of Your Right Honourable Worships to the Nabab within the space of two or three days. It will take too long to write about this to Patna to the Nabab and request an answer; I will not wait for that, for incurring fifty thousand ropias in daily expenses and sitting idle will cause that account to run up too high; but if Your Right Honourable Worships are willing to undertake to pay 50,000 ropias daily to the Nabab, I shall sit idle here, otherwise Your Right Honourable Worships must immediately send someone to bring that matter to an end; for I will not spare any friend or ally in case of the Nabab's interest. May God preserve Your Right Honourable Worships for many years in good health. At the foot: for the translation, Cochim, date as above. Signed: S: van Jongeren, Sworn Translator. Agreed: Schemering, J Sannicheus, Clerk.
Dutch transcription
ben ik van Calicoet vertrokken om de geregtigheeden te bren„ „gen. Eerst ben ik in de Landen van den koning van Cochim ge„ „weest met mijne troupes, alwaar ik zodanige bepaling ge„ „maakt heb van de inkomende geregtigheeden van den Nabab als met de omstandigheeden van de zaaken overeenkomen; het land van Cartanattij is ook op die wijze in Contributie ge„ „bragt, de Luijden die in het zandigland van Chettua woonen, zijn bij mij tot nog toe niet gekomen, om Haar Geregtigheeden te betaalen, over zulks ben ik met mijne troupes daar natoe gegaan om dezelve daartoe te diringen, maar die menschen hebben mij verklaard dat ze die geregtigheeden aan uwwelEd: Gr: Agtb: hebben opgebragt. Ik weet dat uw wel Ed: Gr: Agtb: goede Conduite bezit, en daar om heb ik twee a drie maalen daarover geschreeven en ver„ „zogt, dat uwwelEd: Gr: Agtb. de goedheijd mogte hebben, daarvan een eijnde temaaken: deze zaak is zo aan mal„ „kander geschakeld, dat ik niet in staat den alles op het papier neder tezetten, en dat was de reeden waarom ik uw welEd: Gr: Agtb: twee a driemaalen geschreeven en verzogt heb, om iemand hier te zenden, en over die reeken„ „ning te spraeken, en te zien wat de agterstallen zijn, die uwwelEd: Gr: Agtb: nog zoude moeten opbrengen, en ver„ „volgens het Land met rust en vreede te mogen behouden, maar het heeft uw welEd: Gr: Agtb: niet behaagd, eenig perzoon perzoon herwaards te zenden, die de zaken zoude kunnen „in der minne „bijleggen. Ik heb ider dag vijftig duijzend ropias aan on„ „kosten, en 't verdriet mij hier stil te moeten zitten, daarom ben ik met mijne troupes opgemarcheert om tezien de en gesteldheijd van die landschappen; voor het fortres van Cran„ „ganoor komende, heeft het opperhoofd van het gem: fort die zijne memorie niet wel magtig is, op mij met het grofgeschut en hand geweer geschooten, zo dat ik daaruijt moet besluijten, hoe swaar dat hij weegd, en ik heb mij in dat geval zodanig gemodereert, als ik had konnen doen en ik moet uw welEd: Gr: Agtb: zeggen, dat ik van mijn leven meer zulken passagie van Grof geschut en handge„ „weer gehad heb, maar had ik het fort willen inneemen dan zoude ik, door Godes zeegen, binnen de tijd van een uur, onder mijn magt gebragt hebben, of dat ik door mid„ „del van een meijn in de lugt zoude hebben laaten sprin„ „gen; De officieren van het fort hebben het plaizier gehad, van op mijn met grof geschut en hand gewaer te schieten; Ik den daarover zeer verblijd, het zal mij weinig moeiten kosten, om het fort inteneemen, maar het was beter, dat men, hoe eer hoe liever, de uijtstaande reekening komt eer men den Nabab tot Jndignatie verwekt vereffenen, en wanneer de reek: vereffent en de betaling„ geschied, dan zal de vriendschap, als van tevooren, blijven. De Landen van Chawacattij en daaromstreeks zijn onder onder Contributie gebragt, en insgelijks diend 't Zandigland gebragt te werden; zo uw wel Ed: Gr: Agtb: de vriendschap met de Habab wild Conserveeren, zal uw welEd: Gr: Agtb: wel doen van een be„ „quaam persoon tezenden, om de reekenings van de inge„ „vorderde geregtigheeden op temaken, en daarvan behoorlijk voldoening te bezorgen, in Contrarie gevallen, zal ik genood„ „zaakt weezen zelvs volk daarop uijttezenden om de in„ „vordering te doen; de tijd verloopt zonder iets te verrig„ „ten, gelijk uw welEd: Gr: Agtb: duijdelijk ziet, want zonder te betaalen zal de Nabab niet stil zitten, de talmerijen zullen van geen nut zijn, en uw welEd: Gr: Agtb: ge„ „lieve ook aan de woorde van quaade menschen geen ge„ „loof teslaan. De landen van Mangaloor, Tallicherij Mahe en Calicoet, daar de hoede-dragers zig neder gezet hebben, betaalen contributie, gelijk uwwelEd: Gr: Agtb: zal gehoort hebben, jk verzoek nogmaals dat uw wel Ed: Gr: Agtb: een perzoon bij mij gelieve te zenden om dese zaak uijt de wereld te helpen. Jk ben niet bang voor uw wel Ed: Gr: Agtb: Grof geschut, want hetzelve zal ik nog overmees„ „teren, en ik ben al gewend met Grof geschut om tegaan, en ik vlije mij, dat ik door Godes zegen met hetzelve grof Geschut op uwwelEd: Gr: Agtb: zal losbranden; en uwwelEd: Gr: Agtb: moet daaraan geenzints twijffelen, daarom zal beter zijn, dat uw welEd: Gr: Agtb: perzoonen zend om Am om de zaak ten spoedigsten aftemaken. Jk weet niet wat reeden uw welEd: Gr: Agtb: heeft, om over de zaken van Trevancoor aan mij te schrijven; Jk heb aan uwwelEd: Gr: Agtb: geschreeven over de geregtigheijd van het zandig„ „land van Chettua, en in plaats, van daarop, een Catha„ „gorus antwoord te zenden, schrijft uwwelEd: Gr: Agtb: wegens de mediatie van de verschillen van den koning van frevancoor, ik weet niet wie uw welEd: Gr: Agtb: daar over onderhouden heeft, en wat reeden uw welEd: Gr: Agtb: heeft om daarover te schrijven, want ik heb geen Commis„ „sie om over dien zaken te handelen, en het zal buijten mijn bestek zijn, indien ik daaraan wilde beginnen, en ik ver„ „zoek dat uwwelEd: Gr: Agtb: over die materie niet meer aan mij komt te schrijven, maar wel op het articul waarover ik aan uw welEd: Gr: Agtb: geschreeven heb, teweeten om de zaak van het zandigland van Chettua te accommodeeren, en de agterstallen, onder uwwelEd: Gr: Agtb: berustende, aan den Nabab te betaalen bin„ nen de tijd van twee a drie dagen: Het zal telang aan„ „loopen daarover na Patna aan den Nabab te schrijven en antwoord te verzoeken; jk zal daar niet na wag„ „ten, want dagelijks vijftig duijzend ropias aan onkos„ „ten te doen, en stil te zitten, zal dien reek: te hoog op stok loopen, maar zo uwwelEd: Gr: Agtb: op zig neemen wil om Nagezien om 's daags 50'000: rop:s aan den Nabab te betaalen, zal ik hier stil zitten, anders moet uw wel Ed: Gr: Agtb: ten eersten iemand zenden om die zaak ten eijnde te brengen; want ik zal geen vriend of Bondgenoot in Cas van 's Nababs: intrest ontzien. God bewaare uwwelEd: Gr: Agtb: lange Jaaren met gezondheijd. /:onderstond:/ voor de Cranslatie, Cochim dato als boven. /:Geteekend:/ S: van Jongeren: Gezw: Translateur Accordeerd Schemering J Sannicheus Clercq
English
1. Cochin the 16th of October 1776. Checked To the Army Commander Charder Chan. Yesterday I received an ola from Your Honour, in which Your Honour among other things asks me to send someone to Your Honour to speak with Your Honour: I am well inclined to such an oral discussion, the more so because translating Your Honour's letters and my reply always wastes much time. I have no opportunity to send anyone of mine to Your Honour, but if Your Honour pleases to send someone for that purpose to Cranganoor, the chief has orders, upon Your Honour asking for it, to grant safe conduct for Your Honour's envoys, provided that the request for this, as goes without saying, is made by a few and unarmed men. Underneath stood: translated as such by me into Malabar, Cochin, date as above. Was signed: S: van Jongeren, Sworn Translator. Agrees J Jannicheus First Clerk S Schemering 12. Translation of an ola written by Charder Chan to the Right Honourable Lord Governor, received the 18th of October 1776: Checked On the 17th instant I received Your Right Honourable's ola, read it, and understood its contents; whereby I have seen that Your Right Honourable has no opportunity to send anyone to me, but that, if I wished to send someone to Cranganoor for that purpose, the chief has orders, upon request, to grant safe conduct for my envoys. It is not necessary that I send armed or unarmed men, and if I were to send armed men, such ought to happen against my enemies, but to send unarmed people, to negotiate the matters, and to balance the accounts, I do not need to send people for that; yet I cannot understand why Your Right Honourable writes to me that I should not send people with arms; I do not mind if Your Right Honourable sends armed men to negotiate about the matter, or if unarmed ones come, for I have nothing that necessarily requires me to send people, and to negotiate about it: I have come here to carry out my commission and to demand an account from Your Right Honourable of the dues collected for so many years from the sandy land, it would be better if that account were settled amicably; regarding the matter of the fort and the land, Your Right Honourable will do well to have communication with the Lord Nabab about it, and to deliver his disposition to me, which I will obey; in this manner the Nabab has granted places to several Woededgers to allow trade there, and if Your Right Honourable wishes to place your trust in the Nabab in that manner, then the Nabab will also act accordingly, but if Your Right Honourable wishes to retain the forts, I request to deliver the orders of the Nabab to me for that purpose, which I shall obey, but if Your Right Honourable wishes to keep the land with the forts, I request to deliver the order of the Nabab to me as well, for in all matters good friendship ought to have preference, but the advantage of the Nabab must also be observed; should the contents of this ola appear unclear, I request to excuse such. Signed by Charder Chan. Underneath stood: for the translation. Cochin, date as above. Was signed: C: van Jongeren, Sworn Translator. Agrees J Jannichen Schemering Clerk 13. Cochin the 20th of October 1776. To the Army Commander Charder Chan. I have received Your Honour's reply to my last ola. What I have written to Your Honour about the sandy land is literally how matters stand with it. I have also already written about that and about what has occurred these days to His Highness the Nabab Haider Abij Chan Baader, and it would certainly be good that everything also remained suspended until the further reply from His aforementioned Highness arrives, when I keep myself assured of the cessation of all further acts of hostility, because His Highness, the Nabab, has repeatedly given me the strongest assurances of His very own friendship for the Dutch Company. It will be agreeable to me if in the meantime the oral discussion proposed by me can proceed, in order to prevent all further misunderstanding. Underneath stood: translated as such by me into Malabar, Cochin, date as above. Was signed: S: van Jongeren, Sworn Translator. Agrees Schemering Checked J Daminchens Clerk 14. Translation of an ola written by Charder Chan to the Right Honourable Lord Governor, the 23rd of October 1776: I have received Your Right Honourable's ola, read it, and understood its contents; I see from it that Your Right Honourable has written to the Nabab what has occurred at Chettua in the sandy land, and that Your Right Honourable had hoped that good orders would arrive in that regard, to cease all further acts of hostility, and that if in the meantime an oral discussion could proceed, it would be good; it will also be pleasant and agreeable to me when good orders are given in this, for to incur so much expense and to sit idle in those lands is truly not advantageous for the Nabab; I would gladly cede those lands, provided that what is due on them is satisfied. As for sending a person thither, I cannot do that, but when Your Right Honourable pleases to send a person hither to speak about the matter, I will also send a person thither as a token of our good friendship, for it must be regulated in that manner, therefore I request that such means may be employed to settle the matter to
Dutch transcription
„1. Cochim den 16. 8ber: 1776. Nagezien Aan het Legerhoofd Charder Chan. Gisteren heb ik een ola van uw Ed: ontfangen, waar bij uwEd: mij onder andere vraagt om uwEd: iemand tezenden om met uw Ed: tespreeken: tot zulk een mondge„ „sprek ben ik wel genegen, temeer dewijl het overzetten van uwEd: brieven en mijn antwoord altijd veel tijd ver „spilt. Jk heb geen geleegendheijd om iemand van mij aan uw Ed: tezenden, dog zo uwEd: iemand tot dat eijnde gelieve tezenden na Cranganoor, heeft het opperhoofd ordre om uw Ed: daarom vragende, vrijgeleide te geven voor uwEd zendelingen, mits dat het verzoek daartoe, gelijk het van zelve spreekt, geschied door wijnig en onge„ „wapend manschappen. /:onderstond:/ zodanig door mij in 't Mallabaars overgezet, Cochim dato als even /:was geteekend:/ S: van Jongeren Gezw: Translateur Accordeerd J Jannicheus VClere SSchemering 12. Translaat ola door Charder Den 17: Courant heb ik uw welEd: Gr: Agtb: ola ont„ „fangen geleezen en dies inhoud verstaan; waarbij ik gezien heb, dat uw welEd: Gr: Agtb: geen geleegendheid heeft, om iemand bij mij tezenden, maar dat, wanneer ik tot dat eijnde iemand na Cranganoor wilde zenden, het opper„ hoofd ordre heeft, daarom vragende vrij geleide te geven voor mijne zendelingen. Het is niet nodig dat ik gewa„ „pende of ongewapende manschappen zend, En als ik gewapende manschappen zoude zenden, diend zulx tegenen„ „schieden tegens mijne vijanden, maar om ongewapende volkeren tezenden, de zaken te tracteeren, en de reek: te balanceeren, hoeve ik daartoe geen volk tezenden; dog ik kan niet begrijpen, waarom dat uw welEd: Gr: Agtb: mij komt te schrijven, dat ik geen volk met wapens zoude zenden; jk mag wel lijden dat uw welEd: Gr: Agtb: ge„ wapende manschappen zend, om over de zaak te trac„ „teeren, of dat er ongewapende komt, want ik heb niets dat noodzaakelijk vereijscht, dat ik volk zenden moet, en om daarover te handelen: Jk den hier gekomen om mijne Chan geschreeven aan den Wel Edelen Groot Agtb: Heer Gouverneur, ontfan„ „gen den 18: 8ber: 1776: Commissie Nagezien Commissie te verrigten en van uw wel Ed: Gr: Agtb: ree kening te vorderen van de geregtigheeden die zo lange Jaar van het zandigland getrokken heeft, 't was beter dat dien reek: in der minne vereffend wierd; over de zaak van het fort en het Land, zal uw wel Ed: Gr: Agtb: wel doen daarover aan den Heer Nabab telaten onderhouden, en desselvs dispositie aan mij te bezorgen, die ik obedieeren zal; op deze wijze heeft den Nabab aan verscheide Woeded „gers plaatzen vergund, om daar negotie te mogen drijven ^ op die manier zijn vertrouwen, op den Nabab en zo uwwelEd: Gr: Agtb: rwild vestigen dan zal den Nabab ook zodanig handelen, maar wild uwwel Ed: Gr: Agtb: de J „ten behouden, verzoeke mij daartoe de ordres van den Naba te bezorgen, dewelke ik gehoorzaamen zal, dog zo uwwel Ed Gr: Agtb: het Land met de forten wild houden, verzoeke mi ook de ordre van den Nabab te bezorgen, want in allen zaaken diend de goede vriendschap preferentie te hebben maar het voordeel van den Nabab moet ook betragt: we „den; Jndien den inhoud van deze ola onduijdelijk mogten voorkomen, verzoeke mij zulx te verexcuseeren. /:gete „kend bij Charder Chan. /:onderstond:/ voor de transla„ „tie. Cochim dato als boven /:was geteekend:/ C: van Jon „geren Gezw: Translateur. Accordeerd JJannichen Schemering Clercq 13. Cochim den 20. 8ber: 1770. Aan het Legerhoofd Charder Chan. UwEd: antwoord op mijn laatste ola hebbe ik ont„ „vangen. Hetgeen ik uw Ed: over het zandigland geschreeven hebbe, is letterlijk zo als het daarmeede geleegen is. Jk heb en over ook reeds daarover hetgeene dezer dagen gebeurt is, geschreven aan zijn Hoogheijd de Nabab Haider Abij Chan Baader, en het zoude zeekerlijk goed zijn, dat ook alles bleef uijtge„ „steld tot het nader antwoord, van welgem: zijn Hoogh=t komt, wanneer ik mij verzeekerd houden, van het Ces= „seeren van alle verdere daadelijkheeden, want zijn Ho:ts, den Nabab, mij te meermaalen de kragtigsten verzeekeringe gegeven heeft, van Hoogst Desselvs vriendschap voor de Nederlandsche Maatschappij. Het zal mij aangenaam zijn, zo intusschen het door mij voorgestelde mondge„ „sprek kan voortgang hebben, ter voorkoming van alle verdere misverstand. /:onderstond:/ zodanig door mij in 't Mallabaars overgezet, Cochim dato als even /:was geteekend:/ S: van Jongeren Gezw: Jransl=r Accordeerd Schemering Nagezien J Daminchens Clercx 14. Jk heb uw welEd: Gr: Agtb: ola ontfangen, geleezen, en dies inhoud verstaan; ik zie daaruijt dat uw welEd: Gr: Agtb: aan den Nabab geschreeven heeft, hetgeen op Chettua in het zandigland gebeurt is, en dat uwwelEd: Gr: Agtb: ver„ „hoopt had daaromtrent goede ordres komen zoude, om alle verdere dadelijkheeden te cesseeren, en dat zo intus„ „schen een mond gesprek konde voortgang hebben, het goed zoude zijn; wet zal mij ook lief en aangenaam zijn, wanneer daarinne goede ordres gestelt werden, want zo veel onkosten te doen, en in die Lande stil te zitten, is immers niet voordeelig voor den Nabab; Ik wilde die landen wel afstaan, mits men voldoet, het geen dat daar op staat. Om een perzoon naar derwaarts te zenden kan ik niet doen, maar wanneer uwelEd: Gr: Agtb: een perzoon dit heen gelieve tezenden, om over de zaak te spreeken, zal ik ook een perzoon naar derwaarts zenden tot teeken van onze goede vriendschap, want het moet op die wijze gereguleert worden, daarom verzoeke, dat zodanige mid„ „delen mogen in het werk gesteld worden, om de zaak Translaat ola door Charder Chan geschreeven aan den welEdelen Groot Agtbaaren Heer Gouverneur den 23: October 1776: ten
English
Examined to settle this as quickly as possible, but if it cannot be settled amicably, I shall have to do my best until I receive further orders, for I must carry out without fail what has been instructed to me, wherefore I wish that this matter may come to an end as soon as possible. Signed by Sardar Khan. Below stood: For the translation. Cochin, date as above. Was signed: S. van Jongeren, Sworn Translator. Agreed. Schemering J. Dannicheus Clerks 15 Translation of an ola by Sardar Khan, written to the Right Honourable Lord Governor, received 23 October 1776. It is known to Your Right Honourable that the King of Cochin must pay some money to the Nawab, as well as some elephants, and that for this purpose the Nawab's people have been sent to Chenotta to the Paliath Achan. I have received a report from him that the Chief of Cranganore has reportedly forbidden any correspondence to be maintained back and forth through the writing of olas or otherwise, and whether there is any truth in this, I cannot know, for if a prohibition has been placed regarding the delivery of four lakh rupees and 4 elephants that the Nawab must have, the people sent by the Nawab will not be able to come from these places with good information. I must know for certain how these matters stand in order to inform the Nawab thereof, and whether a prohibition has really been placed or not; yet if it is untrue, I must also know in order to convince the people who come with such reports and stir up disputes. It is known to everyone that the King of Cochin must pay money and elephants. The people of the King of Travancore will cause no obstruction therein. I request that a speedy reply to this may be sent to me, even by Tuesday. Signed by Sardar Khan. Below stood: For the translation. Cochin, date as above. Was signed: S. van Jongeren, Sworn Translator. D. Schemering Examined. Agreed. J. Sannicheus Clerks 16 To the Nawab's Army Commander Sardar Khan. Yesterday evening I received two olas from Your Honour, the one in reply to my latest and the other concerning a report that was made to Your Honour that the Chief of Cranganore has reportedly forbidden any correspondence by word of mouth or olas with the Paliath Achan, and since Your Honour asks me for a speedy answer to this, I reply to this latter one alone with this. To the other I shall likewise reply to Your Honour soon, but I send this one in advance so as not to delay it afterwards. The report that was made to Your Honour that the Chief of Cranganore has sought to oppose the aforementioned correspondence in any way is a complete untruth. I assure Your Honour that there is nothing to it, and Your Honour can rely upon this with peace of mind. Neither the aforementioned Chief, nor anyone of the Company's servants has meddled in the aforementioned matter in any manner, much less has any prohibition been placed by me or my subordinates against the delivery of the money mentioned in the aforementioned two olas. Rely completely upon this assurance of mine. Below stood: Translated as such by me into Malabar. Cochin, date as above. Was signed: S. van Jongeren, Sworn Translator. Agreed. S. Schemering J. Daninckens D. E. Clerck Examined. Cochin, 23 October 1776. 17 To the Nawab's Army Commander Sardar Khan. I informed Your Honour this morning that I had received two olas from Your Honour. The one dealing with what was reported to Your Honour, namely that the Chief of Cranganore had caused some hindrance to Your Honour's correspondence with the Paliath Achan, I have already answered, and I trust that Your Honour will thereby be convinced that this is a complete untruth. In the second, which I am answering now, Your Honour tells me that you will send a person to speak about the matters, provided that I send someone to Your Honour on my part. Such an oral conference I find increasingly necessary in order to prevent all further misunderstanding, for from the aforementioned ola, which, as I said just now, I have already answered to Your Honour this morning, I see that Your Honour has been misled by grave untruths, and what has been done in this one case convinces me completely that Your Honour has also been ill-informed in many other matters, to which I must therefore attribute what has happened; and to convince Your Honour of my readiness to contribute everything that can serve to bring an end to further acts of violence, I shall appoint someone for such an oral conference. Yet, because up to now the assistant of Chettuva and other servants of the Company, sent by the Commandant of that fort to speak with you or the one who commands the troops of the Nawab there, have been arrested and are still being detained, contrary to all equity and contrary to the custom prevailing among all nations, I cannot send anyone from my side to Your Honour unless this assistant and the other servants of the Company with him are released and returned again to the Commandant of Chettuva; and when proof thereof is brought to me by a letter from the said Commandant, I shall immediately show that I wish to cooperate by all possible means to prevent all further acts of violence through amicable negotiations. Letting people return freely who have been sent to hold an oral conference, like the assistant of Chettuva and the other Company's servants mentioned above, is so equitable and entirely in accordance with the law of all nations that I trust Your Honour will not delay in giving orders that he and those who are with him be released immediately. Below stood: Translated as such by me into Malabar. Cochin, date as above. Was signed:
Dutch transcription
Nagezien ten spoedigsten aftemaken, maar zo zulks in der minne niet bijgelegt kan worden, zal ik mijn best moeten doen, tot dat ik nader ordre kome te krijgen, want ik moet zou„ „der fout ter executie stellen, het geen mij belast is daar wensche ik dat deze zaak ten spoedigsten een einde mag Chan neemen. Geteekend bij Charnder /onderstond:/ voor de Jrans„ „latie. Cochim dato als boven /was geteek:d/ S: van Jongeren Gestr: Translatr. Accordeerd Schemering JDannicheus Clev 15 Translaat ola door Charder Het is uw wel Ed: Gr: Agtb: bekend, dat den koning van Cochim eenig geld aan den Nabab moet opbrengen, als ook eenige Eliphanten, en dat ten dien eijnde des Nababs volk, op Chenotta bij den Paljetter gezonden is; Jk heb van denzelven berigt bekomen, dat het opperhoofd van Cranga„ „noor zoude verbooden hebben eenige Correspondentie over en de weder te mogen onderhouden door het schrijven van olas als anderzints, en of daar iets aan vast is, kan ik niet weeten, want zo er verbod mogt gelegt wezen om„ „trent den overbreng van vier Lak ropias en 4. Eliphanten „ naar die den Nabab hebben moet, zal het volk dat den Nabab gezonden is, met de berigten van deze plaatsen met geen goed bescheijd konnen komen; ik moet vast weeten hoe dat die zaaken zitten, om daar kennisse van aan den Nabab te geven, en of daar verbod wezendlijk gelegt is, of niet, dog zo het onwaar is, moet ik ook weeten, om de Luijden te overtuijgen, die met zulke berigten komen en 't wist te verwecken; het is een ijder bekend, dat den koning van Cochim geld en Eliphanten opbrengen moet. Chan geschreeven aan den welEdelen Groot Agtb: Heer Gouverneur ontfan¬ „gen den 23: 8ber: 1776: het Het volk van den koning van Trevancoor zal daarinnen geen verhindering toebrengen. Jk verzoeke dat mij hier op een spoedig antwoord tegens Dingsdag zelvs mag ge¬ „zonden werden. Geteekend bij Charder Chan (onderstond/ voor de translatie. Cochim dato als boven /:was geteekend/ S: van Jongeren gezw: Translateur. D Schemering Nagezien Accordeerd J Sannicheus Clercx G @ 16 Aan 's Nababs Legerhoofd Charder Chan. Gisteren avond heb ik twee olassen van uwEd: ont„ „vangen, de eene in antwoord van mijn Jongste en de andere over een berigt dat men aan uwEd: gedaan heeft, dat het opperhoofd van Cranganoor zoude verbooden hebben eenige Correspondentie bij monde of olassen met de Paljetten, en wijl uw Ed: mij hier op spoedig bescheijd vraagt, be-antwoord ik deze laatste hiermeede alleenig. Op de andere zal ik uw„ „ld: insgelijks spoedig antwoorden, dog ik zend dezen voor af om die daar na niet optehouden. Het berigt dat men uwEd: heeft gedaan, dat het opperhoofd van Cranganoor de voorschreeve Correspon„ „dentie op eenigerhande wijzen zoude hebben zoeken tegen „tegaan, is een volkomene onwaarheijd. Jk verzeekera uw Ed: dat daar niets aan is, en uw Ed: kunt hier op gerust staat maken. Nog het voorsz: opperhoofd, nog iemand van 'sComp:s Bedienden heeft zig in de voorsz: zaak op eenigerhanden wijze gemengt, veel minder is er eenig verbod door mij of mijne onderhoorige ge„ „legt tegens het overbrengen van het geld bij voorsz: twee olassen vermeld. Maakt op deze mijne verzeeken„on„ „ring volkomen staat. /onderstond:/ zodanig door mij in ve Cochim den 23: 8ber: 1776: in 't Mallabaars overgezet, Cochim dato als even /:m „geteekend:/ S: van Jongeren Gezw: Transl=t Accordeerd SSchemering J Daninckens DEClerck Nagezien 17. Aan 's Nababs Legerhoofd Charder Chan. Ik heb uw Ed: van de morgen bedeelt, dat ik van uw Ed: ontfangen had twee olassen. De eene handelende over het geen men uwEd: heeft aangediend, dat namendlijk het opperhoofd van Cranganoor eenige hindernisse zoude toegebragt hebben in uw Ed: Correspondentie, met de Paljetten heb ik reeds be-antwoord, en ik vertrouw dat uw Ed: daar door zal zijn overtuijgt, dat dit eene vol„ „die „komene onwaarheijd is. Bij de tweede ik nu beant¬ woorde, zegt uw Ed: mij een perzoon te zullen zenden, om over de zaaken tespreeken, mits dat ik van mijne zijde iemand aan uw Ed: zend: zulk een mondgesprek vind ik hoe langer, hoe noodzaakelijker, om alle verdere misverstand te voorkomen, want ik uijt de voorsz: ola, die ik uw Ed;, zo als ik daadelijk zeijden, van de morgen reeds de antwoord heb, zie, dat men uw Ed: door grave onwaarheeden heeft misleijd, en het geen men in dit eene geval gedaan heeft, overtuijgt mij volkomen, dat men uw Ed: ook in veele andere zaaken qualijk heeft berigt, waaraan ik dus moet toeschrijven hetgeen en gebeurt is, en om uw Ed: te overtuijgen, van mijne gereedheid, om alles toetebrengen wat dienen kan om v om de verdere dadelijkheeden te doen ophouden zal ik iem benoemen, tot zulk een mondgesprek, dog wijl tot nog toe d assistent van Chettua en verdere 'sComp:s Bedienden door den Commandant van hetzelven fort afgezonden, om met uw of den geenen die de troupen van den Nabab daar Comma „deert, tespreeken, in arrest genomen, en nog gehouden wor„ tegens allen billijkheijd en tegens de gewoonte die bij alle volkeren plaats heeft, zo kan ik niemand van mij aan uwEd: zenden, ten zij dat deze assistend en de verdere ma hem zijnde 'sComp:s Bedienden ontslaagen en wederom aan de Commandants van Chettua werden overgegeven en als mij daarvan, door een brieven van gem: Comman„ „dant bewijs gebragt word, dan zal ik aanstonds toone„ dat ik door alle mogelijke middelen wil meede wer om door minnelijke onderhandelingen voortekomen alle verdere dadelijkheeden. het vrij laaten wederke van Luijden, afgezonden, tot het houden van een mondge„ „sprek, gelijk de assistent van Chettua en verdere 'sComp Bedienden hier boven genoemd, is zo eene billijk en ten eenemaal overeenkomstig met het regt aller volke dat ik vertrouw, dat uw Ed: niet uijtstellen zult om ordre te stellen, dat wij, en die met hem zijn, daadelijk werden ontslaagen. /:onderstond:/ zodanig door mij 't Mallabaars overgezet, Cochim dato als even /:was
English
Cochin the 28th of October 1776 was signed S. van Jongeren Sworn Translator Agreed JDamisaus Clerk Checked S. Schemering Translation of an ola written by Charder Chan to the Right Honorable Lord Governor, received the 24th of October 1776. I sent the answer to Your Right Honorable ola on the 22nd of this month, by the very person who brought the ola, and I detained one person here, but I have not received an answer to it up to now. The person whom I detained here, I am now sending back. I request that an answer be sent to me regarding all the present matters. They went from here to Cranganore to return within half an hour, but I do not see them up to now. The Paliath Achan has also sent me no answer to my writings. I have understood that my dispatched Pattarees have been detained at Cranganore, so I have no more people to send olas and letters, for it is not well done that the letter carriers are detained, but when the power of the Nabob comes descending, the detainers of the letters will no longer be found, and no harm can be brought to the Nabob by detaining those letters, but that will solely be the cause for the power of the Nabob to come down very swiftly. I would wish indeed that all the misunderstandings may be removed from the world, and the dispatched men be released, giving the required orders that those who pass and repass with olas and letters may obtain free passage. Signed by Charder Chan. Below stood for the translation Cochin date as above was signed J. van Tongeren, Sworn translator. Checked J. Schemering Agreed J. Sannicken Clerk Translation of an ola written by Charder Chan to the Right Honorable Lord Governor, received the 25th of October 1776. I have received Your Right Honorable ola, and understood its contents, by which I saw that the chief of Cranganore, nor any of the Company's servants would cause any hindrance in the transferring of the Nabob's money or any letters and writings on his behalf, as Your Right Honorable had given the necessary orders for that purpose, and that Your Right Honorable would write to me further regarding the matter of the sandy land of Chettua. I am convinced that Your Right Honorable will cause no hindrance in the matter of the Nabob, therefore I request once again to write about this once more to the chief of Cranganore, as well as to let me know as soon as possible how it will be with the matter of Chettua. I have seen that Your Right Honorable has written to the Nabob about this, and I have also written in the most favorable manner to the Nabob, but the Nabob is too far away, and therefore it will take too long before the matter comes to an end, as Your Right Honorable well knows. I request Your Right Honorable to write to me clearly in what manner this matter is to be accommodated. When the money is sent over, I request Your Right Honorable to send a person along with it, and to write to me what is necessary concerning the further matters. In the matter of the Nabob and the Dutch Company and their good friendship, all efforts should be made, as I likewise shall do, when I hope that the matter can be brought about. I request the affection and friendship of Your Right Honorable and I will show myself ready in every respect. When Your Right Honorable sends a person hither, I shall also send my people thither, for in that regard one must make no distinction. I request Your Right Honorable to write to me the necessary concerning all matters and to work so that our good friendship may be increased. Signed by Charder Chan. Below stood for the translation Cochin date as above was signed S. van Jongeren Sworn Translator Agreed Schemering Gn Sanncheus Clerk Translation of an ola written by Charder Chan to the Right Honorable Lord Governor, received the 25th of October 1776. From Your Right Honorable ola, I have seen that Your Right Honorable has given orders regarding the passing and repassing of the letters and olas, but regarding the sending of a person to negotiate over the matters, Your Right Honorable could not proceed without those who are arrested at Chettua being released, yet that Your Right Honorable is inclined to contribute everything that can serve to cause the further acts of violence to cease, and that one should not believe the bad reports of this person and that. Concerning the matter of the sandy land of Chettua, being at Calicut, I have written several times before to Your Right Honorable, and likewise I also did when I arrived at Trichur, but Your Right Honorable has given me no distinct answer to that, much less sent any people to confer about it, so I arrived at Pulikkara and have done my best there too, but no one came to negotiate over the matter, and then I crossed to the other side with my army
Dutch transcription
Cochim den 28: 8ber: 1776: /:was geteekend:/ S: van Jongeren Gezw: fransl=n Accordeerd JDamisaus Clor E Nagezien S Schemering 18 Ik heb het antwoord op uw wel Ed: Gr: Agtb: ola den 22: dezer gezonden, per dezelvde perzoon, die de ola gebragt had, en hebbe een perzoon hier aangehouden maar het ant„ „woord daar op hebbe ik tot nog toe niet gekreegen. de perzoon die ik hier aangehouden heb, zende ik tans weder terug, ik verzoeken mij antwoord te zenden op alle de prezenten zaaken, zij zijn hier van dan na Cranganoor gegaan om binnen een half uur terug tekeeren, maar ik zie dezelve tot nog toe niet: Den Paljetter heeft mij ook geen antwoord op mijn schrijvens gesonden; Ik heb verstaan dat mijn (uijtgezonden Pattareezen op Cranganoop zijn aangehouden geworden, dus heb ik geen volk meer om olas en brieven tezenden, want het is niet wel gedaan dat de brieve duar„ „gers aangehouden worden, maar als de magt van den Nabab komt afzakken, zullen de aanhouders van de brie„ „ven niet meer tevinden weeken, en aan den Nabab kan geen schaade toegebragt worden, door het aanhouden van die brieven, maar dat zal al teniets oorzaak weezen, dat de magt van den Nabab heelschielijk zal afkomen. Jk var„ winschte wel dat alle de misverstanden uijt de wereld Translaat ola door Charder Chan geschreeven aan den wel Edelen Groot Agtb: Heer Gouverneur ontfangen den 24: 8ber: 1776:— mogen te mogen geholpen, en de uijtgezondene manschappen gelar„ „geert worden, gevende de vereischte ordres, dat de gene die met olas en brieven passeeren en repasseeren vrijen passagie mogen krijgen. Geteekend bij Charder Chan. /onderstond/ voor de Translatie Cochim dato als boven /:was geteekend:/ J: van Tongeren, Gezw: translateur: — J: Schemering Accordeerd J Sannicken Clerc Nagezien Ik heb uwelEd: Gr: Agtb: ola ontfangen, en dies inhoud verstaan, waarbij ik zag dat het opperhoofd van Cran„ „ganoor, nog niemand van 's Comp:s Bediende eenige ver„ „hindering zoude toebrengen, in het overbrengen van 's Nababs geld of eenige brieven en Geschriften van wegens den zelven, alzoo uw welEd: Gr: Agtb: daartoe de nodige ordres gesteld had, en dat uwwelEd: Gr: Agtb: mij nader zoude schrijven over de zaak van het zandigland van Chettua; Jk ben over„ „tuijgt dat uw welEd: Gr: Agtb: in de zaak van den Nabab geen verhindering zal toebrengen, daarom verzoeke ik nogmaals daarover nog eens aan het opperhoofd van Cranganoor te schrijven, mitsgaders mij ten spoedigsten te laaten weeten, hoedanig het met de zaak van Chettua„ wezen zal. Jk heb gezien dat uw welEd: Gr: Agtb: hier over aan den Nabab geschreeven heeft, en ik heb ook op de favorabelste wijze aan den Nabab geschreeven, maar den Nabab is te verre van de hand, en daarom zal het te lang aanloopen eer de zaak ten eijnde komt; ge„ „lijk uwwelEd: Gr: Agtb: zulks wel weet. Jk verzoeke Translaat ola door Charder Chan aan den WelEdelen Groot Agtb: Heer Gouverneur geschreeven, ontfangen den 25: 8ber: 1776: uw Nagezien uw welEd: Gr: Agtb: mij duijdelijk te schrijven op wat wij die zaak te accommodeeren is; als het geld overgezonde word, verzoeke uw wel Ed: Gr: Agtb: een perzoon daar bij zenden, en mij over de verdere zaken het nodige teschr In de zaak van den Nabab en de Hollandse Comp: en denzelver goede vriendschap, diend alle poogi „gen aangewend te werden, gelijk ik insgelijks doen zo wanneer ik hoope dat de zaak teweegen zal konnen ge „bragt worden. Jk verzoeke de geneegendheid en vrien „schap van uwwelEd: Gr: Agtb: en ik zal mij daartoe allen deele laten vinden, wanneer uwwelEd: Gr: en een perzoon dit heen zend, zal ik mijn volk ook naar derwaards zenden, want daaromtrent moet men geen onderscheid gemaakt worden. Jk verzoeke u welEd: Gr: Agtb: mij over alle zaaken het nodige te schr „ven en te bewerken, dat onze goede vriendschap verme „dert word. Geteekend bij Charder Chan /:onderstond voor de translatie Cochim dato als boven /:was getek S: van Jongeren Gezw: Translateur Accordeerd Schemering Gn Sanncheus Elerc 6 20. Translaat ola door Charder Chan Uijt uw welEd: Gr: Agtb: ola, heb ik gezien, dat dat uw„ „welEd: Gr: Agtb: ordre gestelt heeft in het passeeren en repassee„ „ren van de brieven en olas, maar omtrent het zenden van een perzoon om over de zaaken te tracteeren, uw wel Ed: Gr: Agtb: niet konde treeden, zonder dat de geene, die op Chettua ge-arresteert zijn, los gelaten wierden, egter dat uwwelEd: Gr: Agtb: geneegen is, om alles toetebrengen wat dienen kan, om de verdere dadelijkheeden te doen ophouden, en dat men aan de quaade berigten van dezen en geene niet moeste geloven; Jk heb over de zaak van het zandig„ „land van Chettua, te Calicoet zijnde, verscheide keeren bevoorens aan uwwel Ed: Gr: Agtb: geschreeven, en intge„ „lijks heb ik ook gedaan, toen ik op Tritsjoer quam, maar uw wel Ed: Gr: Agtb: heeft mij daarop geen distinct antwoord, veel min eenig volk gezonden, om daarover te onderhouden, dus ben ik op Poelicaro gekomen, en hebben daar ook mijn best daartoe gedaan, maar daar is nie„ „mand gekomen om over de zaak te tracteeren, en toen ben ik met mijn armee aan de overkant gepasseert geschreeven aan den Wel Edelen Groot Agtb: Heer Gouverneur, ontfangen den 25:ten 8ber: 1776: verwagt
English
having expected that a person would be sent to speak about the matter, but seeing no one arrive, I arrested those people with the intention that someone would be sent to negotiate the matter; however, those people have their freedom to go and come as they please. I consider the fort of Chettua as mine, which is why I did not wish to overpower it, but I will have the garrison come to me and subsequently send them thither. Previously, before the troops marched, I sent my pattamar to the fort of Cranganoor to negotiate the matter, and those of the fort attempted to seize him, but he escaped. Thereupon the troops advanced, and while an attempt was made to enter into a parley, those of the fort fired 50 shots at my men, which is entirely inconsistent with right and justice. Without the express order of the Nabab, I will not proceed to invade another’s land, nor to conquer the same, as it is in no way consistent with reason. The Nabab resides in distant lands, and I am also a stranger here; therefore I regret that over such a small piece of land any rupture should be caused in the good friendship with the Honourable Company, Checked J: Schemering Company; and in these circumstances everyone seeks to brew trouble between us, as I have well understood. The King of Cochim must give money and elephants to the Nabab, and to that end I wrote an ola to the Paliath Achan, but those of the fort prevented this and thus seek to cause difficulties by stationing the Kunji Kuttis of the King of Travancore. Regarding the sandy land of Chettua, no one has been sent so far to speak about it, as it is a matter in which the requisite elucidations and proofs ought to be produced, and whereby all these troubles have not only arisen, but good friendship has also been violated, and great damage and disadvantage caused. I request that such measures may be devised for the settlement of the disputes and the increase of friendship, for to put the Nabab to expense while sitting still will only make matters worse and worse. Therefore I request once more that everything necessary may be contributed toward an amicable accommodation; the longer I remain here, the greater expenses must be incurred, and I shall then receive orders to claim all those expenses as well, which will make things even worse. Signed by Charder Chan. Below stood: For the translation, Cochim, date as above. Was signed: S: van Jongeren, sworn translator. H. Varmichen, E. Clercq, agreed. 21. To the Nabab’s army commander, Charder Chan. Yesterday I received two olas from Your Honour in succession, so that, in order to lose no time, I shall answer both of them at once. Your Honour still seems to believe that the commander of Cranganoor is hindering Your Honour in Your Honour's correspondence. He has orders to duly receive and deliver all letters that are brought, addressed to me as well as to anyone else, wherever they ought to go, just as he always sends me all the letters that Your Honour writes to me at once by an express lascar or courier; thus I cannot understand in what the hindrance to Your Honour's correspondence could consist. Chenotta lies close to Cranganoor, and whenever Your Honour wishes to write letters thither, the commander of Cranganoor will de facto deliver them thither, unless Your Honour would not care to have your letters for Chenotta handed over to the Cranganoor commander, in which case someone from Chenotta will come in person to Cranganoor to receive the letters from the hands of Your Honour's letter-carriers, so that in that respect not the slightest hindrance is caused to Your Honour's correspondence. On the contrary, I have reason to complain that not a single sepoy dares to carry letters from me to Your Honour any longer, because they are mistreated, threatened, and accosted with all kinds of ugly abusive words by Your Honour's men—a manner of proceeding entirely contrary to all customs, although I am willing to believe that this happens without Your Honour's prior knowledge. The first letter I received from Your Honour regarding the sandy land of Chettua was on the 28th of the past month, in which Your Honour wrote to me of having heard from various people that the sandy land of Chettua belongs to the Calicut territory. Thereupon I immediately had our papers examined and had transcribed what is known to me about it and what appears in our trade books, of which I sent Your Honour the copy with my letter of the 30th thereafter, with all the elucidation that I know regarding it, although the Lord Nabab never spoke to me about it, nor uttered a word thereof to our commissioners who were in Patna last year, undoubtedly because His Highness well knew that the debt of the Zamorin was not yet paid. On the contrary, His Highness at that time and since then has given the strongest assurances in various letters of his special friendship and affection for the Company. Your Honour, however, has recently written of 20 years of revenue of the Zamorin, and then again of 15 miles of land that we are said to have in possession.
Dutch transcription
verwagt hebbende gehad, dat er een perzoon zoude gezo „den worden, om over de zaak te spreeken maar niemand ziende komen, heb ik die Luijden ge-arresteert, met dat oogmerk dat er iemand zoude gezonden worden, om over de zaak te tracteeren, dog die menschen hebben haare vrij „heijd tegaan en tekomen waar zij willen; het fort van Chettua merk ik aan als het mijne, daarom heb ik het niet willen overmeesteren, maar ik zal de bezettelingen bij mij laten komen, en vervolgens dezelve naar der„ „waarts zenden; bevoorens heb ik mijn pattaroes naar het fort van Cranganoor gezonden, eer de troupes op mar„ „cheerde, om over de zaak te tracteeren, en die van het fort hebben getragt Hem optevatten, maar Hij is het ontkomen, daarop trokken de troupes op, en terwijl men tragte tot een mondgesprek te treeden, gaven die van het fort 50: schooten op mijn volk, het geen gants niets overeenkomt met het regt en de billijkheijd, buijten, de speciaal Last van den Nabab zal ik niet overgaan om een anders Land te invadeeren, nog dezelve te conquesteeren, alzoo het geenzints met de reedelijk„ „heijd overeenkomt; den Nabab houd zig op in verre landen, en ik ben ook hier vreemd, daarom doed het mij leed, dat over zo een gering stuk Land, eenig kreuk zoude verwekken in de goede vriendschap met d' E: Comp: c Nagezien J: Schemering Comp: en in die omstandigheid zoekt ieder een quaad te brou„ „wen tusschen ons, gelijk zulks wel begreepen heb; Den koning van Cochim moet aan den Nabab geld en Eliphanten geeven, en ik heb ten dien eijnde een ola aan den Paljetter geschreeven maar die van het fort hebben zulks verhindert en zoeken dus moeijelijkheeden te verwekken, door het stellen van de Coenje Coettas van den koning van Juevancoor; over het Zandigland van Chettua is en tot nog toe niemand gezonden, om daer over te spreeken, alzoo het een zaak is, die de vereijschte elu„ „cidaties en bewijzen dienen geproduceert teworden, en waardoor alle die onlusten niet alleen zijn ontstaan, maer goede ook de vriendschap geschonden, en groote schaade, en nadeel toegebragt; Ik verzoek dat zodanige maatregulen mogen werden beraemt, tot deslissing van de geschillen en de ver„ „meerdering van de vriendschap, want de Nabab op onkos„ „ten te Jagen en stil te zitten, zal het hoe langer hoe erger worden; dierhalven verzoeke ik nogmaals dat alle het nodige mag gecontribueert worden, tot een vriendelijk accommodement, hoe langer ik hier vertoef hoe grooter onkosten moeten gedaan werden, en ik zal dan ordre krij„ „gen om alle die onkosten ook te vorderen, het geen dan nog slimmer worden zal. Geteekend bij Charder Chan /:onderstond:/ voor de translatie, Cochim dato als boven /was„ „geteekend:/ S: van Jongeren Gezm: translateur H Varmichen EClercq accordeerd. 21. Aan 's Nababs Legerhoofd Charder Chan. Gisteren hebbe ik twee olassen van uwEd: agter elkan„ „den ontvangen, zo dat ik, om geen tijd te verliezen, dezelve beijde tegelijk beantwoorden zal uwEd: schijnd nog te gelooven, dat het opperhoofd van Cranganoor uwEd: hinderlijk is in uwEd: Correspondentie; Hij heeft onder, om alle brieven die aangebragt worden, zo wel aan mij, als een ander gerigt, behoorlijk overtenee„ „men en te bezorgen, daar ze weezen moeten, gelijk Hij dan ook alle de brieven die uwEd: aan mij schrijft, altoos ten eersten met een expresse Lascorijn of boodschaplooper, mij toezend, en dus kan ik niet begrijpen, waarin den hinder in uw Ed: Correspondentie zoude kunnen bestaan: Chenotta, legt dig t bij Cranganoor en wanneer uwEd: brie„ „ven daar na toe wild schrijven, zal het opperhoofd van Cranganoor dezelve de facto na derwaarts bezorgen, ten waare uw Ed: desselvs brieven voor Chenottan niet gaarne in handen van het Cranganoors opperhoofd wilde laten overgeven, in welk geval dan iemand van Chenotta op Cranganoor zelfs komen zal, om de brie„ „ven te ontfangen uijt handen van uw Ed: brieve dragers „er zo dat „ ten dien opzigten geen de minste hinder in uw Ed Correspondentie toegebragt word, integendael, zo hebbe ik reeden van klagen dat er geen een sipaij meer brieven van van mij aan uwEd: durfd brengen, om dat ze door zn allerlije leelijke: „Ed: volk mishandelt, gedrijgd, en met scheldwoorden bejegend worden; een handelwijze ten eenemaal strij „dig tegens alle uzanties, schoon ik wel gelooven wil„ VWEd dat zulx buijten voorkennisse geschied. De eerste briev die ik van uwEd: gekreegen hebben over het zandigland van Chettua is geweest den 28: van de gepasseerde maand, waarbij uw Ed: mij schreef van verscheide lieden gehoort te hebben, dat het zandigland van Chettua aan het Calicoetse behoord, en daar op hebb ik ten eersten bij onze papieren laten nazien, en doen uijtschrijven, het geen mij daarvan bekend is, en bij onzen Negotie Boeken blijkt, en waarvan ik uwEd: de Copie toegezonden, hebbe bij mijn briev van den 30: daar aan, met alle de elucidatie, die ik daaromtrend weet, „hoewel den Heer Nabab mij nimmer daarover onder „houden, nog tegen onze Gecommitteerdens, die verla Jaar te Patna geweest zijn, geen woord daarvan gest „ken heeft, ongetwijffeld, om dat zijn Wo=t wel wist dat d schúld van den Sammorijn, nog niet voldaan was; in „tegendeel heeft zijn Ho=t te dier tijd en 't zedert bij v „scheide brieven de kragtigsten verzeekeringe gedaan, desselvs bijzonder vriendschap en geneegendheid voor de Comp: uw Ed: heeft egter dezer dagen nog geschreeven van 20: Jaarige inkommsten van den sammorijn, en da nog eens van 15: mijlen Lands, die wij in bezitting zo hebben
English
have, of which Your Honour also demands the revenues; matters that appear so obscure to us that we cannot possibly understand them, and about which His Highness has also never spoken or written, which is why I have written in detail about this to His Highness on behalf of the Dutch Company, and we remain assured of His Highness’s generous sentiments, that His Highness, out of respect for his friends the Dutch, will certainly reflect upon this, and we assume that what Your Honour has done was caused by the untruths made believe to Your Honour by wicked people who do not like to see His Highness living in such good friendship with the Company. Since then, Your Honour has requested me to settle what has happened amicably, and to have a trusted person speak with Your Honour about it; thus I have immediately made known to Your Honour my inclination to do so, all the more because I cannot comprehend in what Your Honour’s claim properly consists, and why such strange things have been committed in that regard. Your Honour has also requested of me to send someone to Your Honour to speak about it. I have also made known to Your Honour my inclination to do so, but at the same time communicated how impossible this is for me, because people who were sent to Your Honour from Chettua have been taken prisoner, and that I nevertheless still gladly wish to send someone to speak about those matters as soon as it shall have been communicated to me by the Resident of Chettua that the persons sent to Your Honour and imprisoned have been released, and thus I still wish to have the opportunity to have someone speak with Your Honour about it. The Dutch Company has never had any other intention than to maintain friendship with the Lord Nabab, and as soon as the Batavia ships shall have arrived, I do not doubt that His Highness will receive further proof thereof from the new Lord Governor-General, so that it would indeed be a pity if in the meantime troubles were to arise again, about which all right-minded nations would form strange opinions. I have learned that Your Honour is a gentleman of great intellect, and I therefore request that Your Honour please take all these matters to heart, and ensure that nothing more may happen that is contrary to the exceptionally good friendship between His Highness and the Company. Underneath stood: Thus translated by me into Malabar. Cochin, date as above. Was signed: S: van Jongeren, Sworn Translator. Agreed J Damnichen L Schemering Horen Examined Cochin the 26th of October 1776. 22. Translation of an ola written by Charder Chan to the Right Honourable Lord Governor, received on the 28th of October 1776: I have received Your Right Honourable’s ola and understood its contents. The letters that are sent from here I do not wish to be transported by Your Right Honourable’s people, but rather that my letter-carriers themselves should deliver those letters; I request Your Right Honourable not to cause any hindrance in that regard. Concerning the matter of the sandy land of Chettua, if it does not belong to that of Calicut, and whether there is another sandy land that borders on it, I request that a person be sent to me here who could point that out, whereupon I shall settle the matter. About this Your Right Honourable has written to Patna, and the Nabab has two to three times one hundred thousand places of greater importance, which does not come into comparison with this; therefore I hope that a settlement will indeed be found. I understand that all necessities are being brought via the overland route, about which I am not at all troubled. As for the good news that is expected with the Batavia ships, it will be pleasing to me to hear of it through the good diligence that Your Right Honourable has been pleased to employ. Of the persons who are detained here, one has become somewhat indisposed, which is why I wrote to my people to send the invalid to the fort of Chettua and the other one over here, in order to be transported to Cochin. My people made this known to those of Chettua, whereupon the garrison fired a total of 20 shots at my people; they asked those of Chettua for what reason they had fired those shots, whereupon they were answered that this was done as a sign of joy. Two of those shots were fired with live ammunition, and I showed those bullets to Your Right Honourable’s people. I am not intimidated by 50,000 such shots, and even if the Nabab’s force were too small, they would still be able to cause little damage to our men. Up to now I have received no order to take the fort, and that is the reason why I have fired no return shots, but as soon as I am provided with the necessary orders to capture the fort, I shall make quick work of it in a moment. The fort of Chettua is virtually in my hands, and if the garrison is in distress, I will gladly
Dutch transcription
hebben, waarvan uw Ed: ook de inkomsten vraagt; zaken die ons zo duijster voorkomen dat wij dezelve onmogelijk kunnen verstaan, en waar over zijn Ho:t ook nimmer of gesproken geschreeven heeft, waarom ik daarop, uijt naam van de Hollandse Comp:, aan zijn Bo:t daarover omstandig geschre„ „ven hebben, en wij houden ons verzeekerd van zijn Ho=ts edolmoo„ „dige sentimenten, dat zijn Ho:t ten respecte van zijne vrienden de Hollanders, daarop wel reflexie zal slaan, en veronderstellen, dat het geen uwEd: gedaan heeft, ver„ „oorzaakt is door de onwaarheeden, die uwEd: wijsge„ „maakt zijn, van quaade menschen, die niet gaarne zien dat zijn Ho:t met de Comp: in die goede vriendschap leefd: zedert heeft uw Ed: mij verzogt om het gepasseerde in der minne bij teleggen, en daar over door vertrouwde perzoon met uw Ed: te laaten spreeken; dus hebbe ik uwEd: ten eersten mijne geneegendheijd daartoe bekend gemaakt, temeer, om dat ik geen begrijp kan krijgen, waarin uw Ed: pretentie eijgendlijk regt bestaat, en waarom er zulke vreemde dingen daarover gepleegd zijn; UwEd: heeft van mij ook verzogt, om iemand bij uw Ed: tezenden, om daarover te spreeken, ik hebben uw Ed mijne geneegendheid, daartoe ook te kennen gegeeven dog teffens bedeeld, hoe onmogelijk zulks voor mij is, om dat Lieden, die van Chettua bij uwEd: gezonden zijn, gevan„ „gen zijn genomen, en dat ik evenwel als nog gaarne iemand zenden wil, om over die zaken te spreeken, zo Ora ke: hebb hebben Cochim den 26: 8ber: 1778. dra mij door den Resident van Chettua zal zijn bedeelt, dat de bij uwEd: afgezondene en gevangene perzoonen gelargeerd zijn, en dus wensche ik als nog geleegendheid te hebben, om met uwEd: daarover te laten spreeken: De Hollandsche Comp: heeft nooit geen andere intentie gehad, als om met de Heer Nabab de vriendschap te onderhouden, en zo dra de Bataviase scheepen zullen gekomen zijn, dan twijffele niet of zijn Ho:t zal door den nieuwen Heer Gouverneur Generaal daarvan nog nader bewijzen erlangen, zo dat het immers Jammer zoude zijn, indien in die tusschen tijd weder moeijelijk„ „heeden mogten ontstaan, waarover alle welden kender Natien wonderlijke gedagten zoude formeeren: Jk hebben vernomen, dat uwEd: een Heer is van veel verstand, en ik verzoeke derhalven, dat uw Ed: alle dezen zaken ter herte gelieven te neemen, en tog tezorgen, dat er niets meer mag geschieden, dat strijdig is tegen de bijzondere goede vriendschap tusschen zijn Bo=tse en de Comp: /:onderstond :/ zodanig door mij in 't Mallabaars overgezet. Cochim dato als even /:was geteekend:/ S: van Jongeren Gezwoore Translateur. Accordeerd J Damnichen L Schemering Horen Nagezien 22. Translaat ola door Charder Ik heb uw welEd: Gr: Agtb: ola ontfangen en dies inhoud verstaan, de brieven die van hier afgezonden worden, begeere ik niet, dat door uw welEd: Gr: Agtb: volk zouden getransporteerd worden, maar wel dat mijne brieve dra„ „gens zelfs die brieven zouden gaan bestellen; ik verzoeke uuwwelEd: Gr: Agtb: daaromtrent geen verhindering toete„ brengen: belangende de zaak van het zandigland van Chettua, zo hetzelve aan het Calicoetse niet en hoort, en of daar een ander zandigland is, dat daar aangrenst, Verzoeke mij een Persoon hier te zenden die daar aanwijzing van zoude kunnen doen, wanneer ik de zaak accommodeeren zal, Hierover heeft uwwel Ed: Ger: Agtb: na Patna geschreeven, en den Nabab heeft twee à drie maal hondert duijzend plaatzen van grooter gewigt, het geen hier bij niet in aanmerkinge komt, daarom hoope ik dat er een accommodement wel gevonden zal werden, ik verneeme, dat over den Land weg alle benodigtheeden werden aangebragt, waarover ik gants niet verleegen ben; wat aangaat de goede tijding die met de Bataviase scheepen verwagt werd, zal het mij Chan geschreeven aan den welEdelen Groot Agtb: Heer Gouverneur, ontfan„ „gen den 28: 8ber: 1776: liet lt, lief zijn tehoooren door de goede dilligentie die uuwwel„ „Ed: Gr: Agtb: heeft gelieve aantewenden; van de perzoo„ „nen die hier gearresteert zitten, is een wat onpasse„ „lijk geworden, daarom heb ik aan mijn volk geschreeve om den impotent naar het fort van Chettua en den ander hier na toe tezenden, ten eijnde naar Cochim ge„ „transporteerd te werden, mijn volk heeft zulks aan die van Chettua bekent gemaakt, als wanneer de be„ zettelingen een getal van 20: schooten gedaan hebben op mijn volk; zij vroegen aan die van chettua om wat reeden zij die schooten gedaan hadden, als wanneer haar tot antwoord gediend wierd, dat zulks geschied was tot tee„ „ken van blijdschap, twee schooten daarvan zijn gedaan met scherp, en die kogels heb ik aan uw welEd: Gr: Agtb: volk vertoont, ik ben niet verwaart voor zulke 50000: schoo„ „ten, en schoon de magt van den Nabab te klijn is, zo zouden daarmeede wijnig schaade aan de onze konnen toebren„ „gen: ik heb tot nog toe geen ordre gekreegen om het fort inteneemen, en dat is de reeden waarom ik geen Contra schooten gedaan heb, maar zo dra ik met de no„ „dige ordres zal zijn gemunieert om het fort te over„ „meesteren, zal ik in een ogenblik daarmeede gedaan werk krijgen: Het fort van Chettua is genoegzaam in mijne handen, en zo de bezettelingen in nood zijn, wil ik gaarn
English
gladly assist those people with all necessities upon the written request of Your Right Honourable Great Esteemed, and allow them to continue in the fort, but should Your Right Honourable Great Esteemed desire that I send those garrison members over there, I shall, out of respect for our good friendship, upon the written request of Your Right Honourable Great Esteemed, have those people come to me and subsequently send them over there. I have come here by order of the Nabab to conquer lands and collect tributes, wherefore I wish to know whether Your Right Honourable Great Esteemed has given orders to fire upon me, in which case I shall see what is to be done. Yet if such has occurred through the lack of understanding of the Commander, I shall overlook it, and I request that the necessary precautions be taken to prevent such misconduct in the future, and that our good friendship may remain enduring and means may be devised for an amicable accommodation; if Your Right Honourable Great Esteemed thinks that it will take too long before the reply arrives from Pattana, I request that this letter be addressed to me, in which case I shall ensure that the reply arrives here within the time of 210 Malabar hours, or 4 days. I request that Your Right Honourable Great Esteemed please take these matters into consideration and proceed to a resolution, either to await the letter of the Nabab, or to send persons of distinction here and have the matter accommodated as soon as possible through an oral discussion, and as a token of sincere loyalty, I am gladly willing to deliver such necessities to Chettua as Your Right Honourable Great Esteemed would wish to transmit to them, and provide a receipt for the same; yet should Your Right Honourable Great Esteemed not yet place firm trust in me in this regard, I am gladly willing to show other proofs that Your Right Honourable Great Esteemed might wish to demand of me; I wish to know the well-being of Your Right Honourable Great Esteemed and must at the same time say that the people of Your Right Honourable Great Esteemed have repeatedly fired upon me, and that my people have not fired a single shot up to now. Signed by Charderchan. Underneath was written: for the Translation, Cochim date as above. Was signed: S. van Jongeren, Sworn Translator. Agrees: Clerk D. Sammchen Schemering. No. 2. Batavia. To His High Honour, The High Noble Great Esteemed Lord Jeremias van Riemsdijk Governor General. together with The Right Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Great Esteemed, wide-commanding Lord! and Right Noble Lords! Our last separate letter was of 28 October last, of which the duplicate accompanies this. Since then we received, on 4 November following, from Ceilon a prompt and substantial relief of two ships, Honkoop and Hoolwerff, with which, besides various provisions, 6 iron cannons of 12 lbs, six metal ones of 3 lbs, and two howitzers, together with a corps of artillerymen of 50 heads effective strength, there also arrived three companies of Europeans and two companies of Malays, the former each of 141 heads, and the latter each of 100 heads effective strength. The enemy had meanwhile entrenched himself from Chettua to Cranganoor behind stockades and fortifications, concealed everywhere in ambushes, and continuously patrolled through the woods, so that we were not foolish and reckless enough to risk the aforementioned troops immediately and to send them out without the necessities for an expedition against the enemy, whose numbers were increasing continuously, and expose them to being cut off or surrounded. Nevertheless, our intention was not only not to let the enemy advance further than he already had, but also to make him move back to the north out of our conquest, and if possible to deal him a severe blow, so as to avenge the insult inflicted by him upon the Company. To achieve that objective, the troops of Trevancoor and Cochim were to advance northward between Cranganoor and Chettua, on the other side of the river, to alarm the enemy from the east side, and if possible, even cross the river into the Paponetty district with native vessels, at which time we would advance from the south side, or rather from Cranganoor, under cover of our field artillery, not divided, but with combined force; while from the north side, or Chettua, which we then first intended to reinforce somewhat, movements would also be made, and our ships would take position on the west side between Cranganoor and Chettua, and make landing maneuvers there as well. For this purpose it was thus first necessary to have the ammunition, provisions, tools, and other necessities prepared for the march from Cranganoor, so as to lack nothing while in the field, which required quite a great deal if one wished to undertake something with certainty; but which required some time here, since everything here in the shops and in the administrations is very restricted for the sake of economy. While the orders for this were being placed, the Resident of Chettua, which fort was kept so closely invested that no one could go in or out, nevertheless found a means to notify us by a small note, which a native had hidden in the hair of his head and delivered to us, that he
Dutch transcription
gaarn op het aanschrijvens van uwwel Ed: Gr: Agtb: aan die menschen met alle benodigtheeden assisteeren, en dezelve in het fort laten Continueeren, maar zo uwwelEd: Gr: agtb: mogt begeeren, dat ik die bezettelingen naar derwaarts zoude zenden, zal ik uijt agting van onze goede vriendschap op uw wel Ed: Gr: Agtb: aanschrijvens die menschen bij mij la„ „ten komen en vervolgens naar derwaarts overzenden. Jk ben hier gekomen uit last van den Nabab om landen te con„ „questeeren en tributen intevorderen, dierhalven wenschen ik temogen weeten of uwwel Ed: Gr: Agtb: ordre gegeven heeft, om op mij teschooten, in welk geval ik dan zien zal wat mij tedoen staat. Dog zo zulks geschied is door onver„ „stand van den Commandant, zal ik zulks door de vingeren zien, en ik verzoeken, dat de nodige voorzorge mag gebruijkt „worden, tot voorkominge van zulken wanbedrijven in den aanstaande, en dat onze goede vriendschap bestendig blijven en op middelen bedagt mag werden tot een vriendelijk accommodement; zo uwwelEd: Gr: Agtb: denket dat het te lang aanloopen zal eer het antwoord van Pattana zal komen, verzoeke ik die briev aan mij te addresseeren wanneer ik bezorgen zal, dat het antwoord binnen de tijd van 210: mallabaarse uuren, ofte 4: dagen hier komen zal, ik verzoeke dat uw welEd: Gr: Agtb: die zaken in „overwoeging gelieve te neemen, en tot een besluijt te treeden wel„ ik aar Nagezien troeden, om de briev van den Nabab telaten komen, dan wel perzoonen van distinctie hier te zenden en de zaak door een mondgesprek ten spoedigsten te laten accommodeeren, en tot teeken van een opregte trouwe, wil ik gaarne zo„ „danige benodigtheeden op Chettua bezorgen, die uwwel Ed Gr: Agtb: aan dezelve zoude willen overmaaken, en daar„ „van een recopissen laten toekomen; dog zo uwwel Ed: Gr: App: daaraan nog geen vast vertrouwen op mij mogte vestigen wil ik gaarn andere bewijzen toonen, die uwwelEd: Gr: Agtb: van mij zoude willen vorderen; ik wensche te mogen weeten, den welstand van uwwelEd: Gr: Agtb: en moet teffens zeggen, dat uw wel Ed: Gr: Agtb: volk op mij telkens geschooten heeft, en dat mijn volk tot nog toe geen schoot gedaan heeft. Geteekend bij Char„ „derchan /onderstond:/ voor de Translatie, Cochim dato als boven /:was geteekend:/ S: van Jongeren Getw: Translateur. Accordeerd Clorc D Sammchen Schemering No: 2. Batavia. Aan zijn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer Jeremias van Riemsdijk Gouverneur Generaal. benevens. De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India. Hoog Edele, Groot Achtbaare, wijdgebiedende Heere! en Wel Edele Heeren! Onze laatste apparte is geweest van den 28: october laatstleeden, waarvan het Duplicaat dezen verzelt. 't zeedert hebben wij op den 4: November daaraan van Ceilon erlangd een spoedig en aanzienlijk ontzet van twee„ scheepen, Honkoop en Hoolwerff, waarmeede, behalven ver„ „scheide „scheide provisien, 6: ijzere Canons van 12: ld:s, ses metaale van 3: ld:s, en twee haubitsers, beneffens een Coor Arthile „risten van 50: koppen primo plan, ook nog overgekome zijn, drie Comp: Europeezen en twee Comp: Maleijers, d eerste ieder van 141: koppen, en de laatste ider van 100: „pen primo plan. De vijand had zig intusschen van chettua tot „ganoor agter paggers en sterktens verschanst in hinder „lagen over al verborgen en pattroilleerde, bij continua door de bosschen, zo dat wij niet dwaas en onvoorzigtigg „noeg waaren, om voorschreeve troupes zo maar ten eerst te waagen, en zonder het nodige tot een expeditie op den vijand, wiens getal algaande weg vergrootte, te laten a „gaan, en aan afsnijdinge of omcingelinge te exponeere Egter was ons voorneemen om den vijand niet al niet verder te laaten komen, als hij reeds was, maar ook uijt ons conquest weder na de noord te doen verhuijzen en waare het mogelijk een gevoelige neep te geven, om dus te wreeken den hoon die de Comp: door hem is aan „gedaan. Ter berijkinge van dat oogmerk zouden de tro „pes van Trevancoor en Cochim noordwaards tusschen Cranganoor en chettua, aan de overzijden van de revier trekken, om den vijand van de oost zijde te allarmeeren vn en zo het mogelijk was, met inlandse vaartuijgjes zelvs over de revier in 't Paponetlijse overgaan, als wanneer wij van de zuijd zijde, of eijgendlijk van Cranganoor onder fa„ „veur van onze veld Arthillerije niet verdeeld, maar met tzamen gevoegde magt zouden oprukken; terwijl van de Noordkant, of Chettua, dat we dan eerst, wat meen„ „den te versterken, ook beweegingen zoude gemaakt wor„ „den, en onze scheepen zouden aan de west kant tusschen Cranganoor en Chettua gaan leggen, en daar ook mouve„ „menten van landinge maken. Hiertoe was dus eerst nodig, om de Ammuni„ „tie, Provisien, Jnstrumenten, en verdere benodigtheeden, tot den opmarsch van Cranganoor te laaten vervaardigen, om in het veld zijnde, aan niets gebrek te hebben, waartoe al vrij wat behoorden, indien men iets zekers wilde onder„ „neemen; dog waartoe hier eenigen tijd vereijschten, alzoo hier alles op de winkels, en in de administraties, om de wille van de menage zeer bepaald is. Terwijl men hier toe de bestellinge deed, had de Resident van Chettua (welk fort zo naauw ingesloo„ ten gehouden wierd, dat er niemand uijt of in kon egter een middel weeten tevinden, om ons met een klijn briefje, dat een Jnlander in zijn hoofd hair ver„ „borgen en aan ons besteld had, kennisse tegeeven, dat hij als
English
He began to lack many things, that he even had very little gunpowder left; that he was in the utmost distress, and could no longer hold the fort. The relief and preservation of this fort was of the utmost importance, because if it fell into the hands of the enemy, it would severely hinder our operations and further undertakings, whereas remaining in our power, it could be of great use to us, and one could then count on being master of the situation to a great extent, because Chettua lies at the northern and Cranganoor at the southern end of that island, or the so-called Sand Island, the enemy found themselves between these strongholds and thus had no other retreat than to the west across the sea, and to the east across the river. Thus nothing was so necessary as to relieve Chettua by sea without any loss of time; we say by sea, because this could not be done overland, since the enemy, as stated, had thrown up fortifications everywhere, entrenched themselves behind them, and lay in ambushes in various places, all the more because the relief of Chettua, once we had received help from Ceilon, was very easy to accomplish by sea, as can be clearly seen in the new map of Mallabaar drawn by the late surveyor De Graaff, the duplicate of which resides with Your High Nobilities. With how much caution we arranged that expedition appears from the attached instructions, to which is added the letter that we wrote at the same time to the Chettua officials, wherein, among other things, it was very specifically ordered that as soon as the commissioners arrived before Chettua, the landing had to take place and that they had to bring the supplies over the reef into the river before Chettua, and subsequently deliver them into the fort, for if this order had been fulfilled, the expedition would have succeeded, because precisely at that time there were only few enemy troops before Chettua, and the main force was with the army commander Charder chan at Paponettij, who was preparing there to make another attempt on Cranganoor, and (however much he otherwise has his spies everywhere) nevertheless knew not the least of this expedition to Chettua, so that our ship and other vessels arriving before Chettua, he only first received notice of it in the evening by an express messenger who rode by post from Chettua to Paponettij, whereupon he de facto departed with his main force for Chettua, entrenching himself at night in all haste on the reef between the fort and the beach in the sand and behind brushwood that grows there, for which he would have had no time if the landing had taken place immediately, or on the first day. How fatal this expedition (which in the instructions was also, for good measure, specifically recommended not to be undertaken if there was no possibility of success) has turned out, appears from the attached copy of the letter from the master of the ship Hoolwerff dated 13 9ber, wherein he indicated to us that the landing took place the day after the arrival of the ship before Chettua, and that the entire detachment appointed for the relief was surrounded, partly killed, and partly taken prisoner, although the supplies sent therewith remained on board and were preserved, although we nevertheless have reports from more than one side from the native that about 30 men of the detachment may have reached Chettua. Master Van der Kuijl wished to further assure us that the landings could not take place on the first day because there was too much surf at that time. The officer of the commission who is still a prisoner of the enemy, and who could best inform us why this expedition failed, should first be heard; yet, as much as we have been able to gather from the reports received, our men would still have fought their way through if their cartridges had not become wet, because of which they were able to fire very few shots, as the native boats during the landing, seized by panic and fear among the coolies, were not well steered, but capsized in the surf against the shore, and thus the men became wet. This misfortune has been all the more fatal for us because two days later, Chettua surrendered to the enemy, who immediately reinforced themselves there, erected their magazines, and also took away all possessions from the inhabitants, including women and children, subsequently brought them to Calicoet, and keeps them there in strict custody. We have indeed understood that Chettua was surrendered by the officials on condition that the garrison would march out freely to Cranganoor, but that the Nabob's general, contrary to his given word, keeps them prisoner; whether this is the truth or not, we cannot yet say, because the prisoners do not have the freedom to write to us as they wish. Chettua is a small square fort with four demi-bastions, armed with 12 iron cannons, namely 6 of 6 lb and 6 of 3 lbs, and supplied with the following ammunition: 1286 lb of gunpowder. 299 pieces of bar-shot, namely: 180 pieces of 6 lb 119 pieces of 3 lb 1200 pieces of round shot, namely: 600 pieces of 6 lb 600 pieces of 3 lb 240 pieces of lead grape-shot, namely: 120 pieces of 6 lb 120 pieces of 3 lb 60 pieces of canister cases, namely: 30 pieces of 6 lb 30 pieces of 3 lb 360 pieces of linen cartridges, namely: 180 pieces of 6 lb 180 pieces of 3 lb 160 bundles of fixed cartridges 250 lb of musket balls. According to the regulations made by the late Extraordinary Councillor Senff during his administration here, the following persons were to be stationed there: 1 Bookkeeper and Resident. 1 Assistant 1 Junior surgeon
Dutch transcription
Hij aan veele dingen gebrek begon te krijgen, dat Hij zelvs maar zeer wijnig kruijt meer had; dat Hij in d' uijtterste nood was, en het fort niet langer houden kon. Het ontzetten en behouden van dit fort was van de uijtterste aangeleegendheijd, dewijl het zelve in de hand van de vijand komende, ons zeer hinderlijk zoude zijn in onze opperaties, en verdere onderneemingen, daar het in onze magt blijvende, ons van groot nut konde zijn, en men dan reekenen kon, voor een groot gedeelte van de zaak meester te zijn, om dat Chettua aan het noordelijk en Cranganoor aan het zuijdelijke, eijnde van dat Eijland, of het zo genaamde Zandigland leggende, de vijand zig tusschen deze sterktens bevond en dus geen andere re„ „tiraite had, als ten westen over de zee, en ten oosten over de revier. Dus was er niets zo noodzaakelijk als Chettua zonder eenig tijd verzuijm te ontzetten over zee, wij ze „gen over zee, om dat zulks overland niet geschieden konde, alzo de vijand, gelijk gezegd over al vastigheeden opgeworpen, en zig daar agter verschanst had, en op verscheide plaatsen in hinderlagen lag, te meer het ont „zetten van Chettua, toen wan secours van Ceilon gekree„ „gen hadden, over zee zeer faciel te doen was, gelijk dat in de nieuwe Caart van de Mallabaar door den overleedens overleedenen Landmeeter De Graaff geteekend, en waar van de weedergaan bij uw Hoog Edelheedens berust duij„ „delijk tezien is. Met hoeveel voorzigtigheijd, wij die expeditie heb¬ „ben besteld, blijkt uijt de nevensgaande Jnstructie, waar bij gevoegt is de briev, die wij teffens aan de Chettuase Bediendens schreeven, waarbij onder anderen wel speci„ „aal gelast werd, dat zo dra de Commissianten voor Chet„ „tua mogten gekomen zijn, de landinge moest geschie„ „den en dat zij de benoodigtheeden over het riff in de re„ „vier voor Chettua moesten brengen, en vervolgens „was in het fort bezorgen, want indien aan deze ordre „ vol„ „daan, zo zouden de Expeditie gereuseert zijn, om dat er Juist te dier tijd maar wijnig volk van den vijand voor Chettua en de meeste magt bij het Legerhoofd Charder chan te paponettij was, die zig daar prepareerde om weder een tentamen op Cranganoor te doen, en (hoe zeer Hij ook anders over al zijn spions heeft) egter van deze Expeditie op chettua, niet het minste wist, alzoo ons schip en verdere vaartuijgen voor Chettua komende, e Hij daarvan des avonds maar eerst kennisse kreeg, per een expresse die te Post van Chettua na Paponettij reed, waar op Hij der facto met zijne meeste magt na chettua vertrok, zig des 'snagts in aller ijl op het riff tua leedens riff tusschen het Fort en het strand in het zand en agter ruijgtens, die daar groeijen, begraafde, waartoe Hij geen tijd zoude gehad hebben, indien de landinge aanstonds, of op den eersten dag, geschied was. Hoe fataal nu deze expeditie (dewelke bij In¬ „structie ten overvloeden ook speciaal gerekomman„ „deert was niet te onderneemen, indien er geene moge „lijkheijd toe was ) uijtgevallen is, blijkt bij de nevens„ „gaande Copia briev van de schipper van het schip Hoolwerff onder dato den 13: 9ber:, waarbij Hij ons bedoelde, dat de landinge 'sdaags na de komst van het schip voor Chettua geschied was, en dat het geheele Detachement tot het ontzet geschikt, omcingelt, ge„ „deeltelijk omgebragt, en gedeeltelijk gevangen ge„ „nomen was, schoon de daarmede gezondene benodig„ „heeden aan boord verbleeven en behouden waaren, hoe „wel wij egter van meer, dan van eenen kant door den inlander berigten hebben, dat er nog wel in de 30: ma van het Detachement in Chettua zoude gekomen zijn. Schipper van der Kuijl heeft ons nader willen verzeekeren, dat de landingen op den eersten dag nie heeft kunnen geschieden, om dat er toen te veel branding stond. De officier van de Commissie die nog nog bij de vijand gevangen is, en die ons best zoude kunnen opgeeven, waardoor deze expeditie mislukt is, diende men eerst tehooren, dog zo veel wij uijt de erlangde berigten hebben kunnen opmaken zou ons volk nog wel doorgeslagen hebben, indien hunne pattroonen niet nat geworden waaren; waardoor ze maar zeer wijnig schooten hebben kunnen doen, alzoo de Ballings bij de landinge door de Coelijs met schrik en vrees bevangen niet wel bestierd, maar dwars zee aan strand gekentert zoude zijn, en dus het volk nat geworden Dit ongeluk is voor ons des te fataalen geweest alzoo twee dagen daarna, Chettua aan den vijand overge„ „gaan is, die zig daar ten eersten versterkt, zijne magua„ „zijnen opgeregt; mitsgaders de bezittinge, tot vrouwen en kinderen inclusive, alles afgenomen vervolgens na Calicoet gevoerd heeft, en aldaar in striete bewaa„ „ringe houd Wij hebben wel verstaan dat chettua door de Bedien„ „dens zoude zijn overgegeven, op voorwaarde dat het Guar„ „nizoen vrij uijt zoude trekken na Cranganoor, dog dat 's Nababs Generaal hetzelve tegen zijn gegeven woord gevangen houd: of dit de waarheijd is of niet, kunnen wij nog niet zeggen, dewijl de gevangenen geen vrijheijd heb„ „ben, om ons te schrijven wat ze willen. Chettua is een vierkant Cortje met vier halven t punten an ille punten, gemonteerd geweest met 12: ijzere Canons teweeten 6: van 6: lb, en 6: van 3: lb:s en voorzien met den ondervolgende Ammonitie. 1286: lb: Buskruijt. 299: p:s Langscherp; als: 180: p:s van 6: lb: 119: „ - - „ 3: „ 1200: p:s Rondscherp; als: 600: p:s van 6: lb: 600: „ - - - „ 3: „ 240: p. s Loode druijven; als: 120: p:s van 6: lb: 120: „ - - „ 3: „ 60: p:s schroot kokers; als 30: p:s van 6: lb: 30: „ - - „ 3: „ 360: p Linne Cardoezen; als 180: p:s van 6: lb: 180: „ — - „ 3: „ 160: Bossen vaste pattroonen 250: lb: snaphaan kogels. Volgens Reglement, door wijlen den Heer Extra or„ dinair Raad Senff, in deszelvs bestier alhier gemaakt moesten daar in bescheijden zijn, d' ondervolgende perzoonen 1: Boekhouder en Resident. 1: Assistent 1: ondermeester
English
1 Sergeant. 4 Corporals, of which 1 at the post at the sea inlet. 1 drummer 36 Privates, namely 24 Europeans and 12 Natives. 1 Bombardier 2 Assistant gunners. and 1 Interpreter 49 heads. Yet since times here began to become critical, that number was increased as much as our weak garrison permitted, so that, before Chettua was encircled, the following persons were present in the aforementioned little fort. 1 Bookkeeper and Resident 1 assistant, 1 ensign. 2 Sergeants, 4 Corporals, of which 1 on Poelicarro and 1 at the sea inlet 1 drummer. 22 soldiers 1 Bombardier 1 Gunner 3 assistant gunners. Easterners 1 Sergeant 2 Corporals 12 soldiers. Sepoys 1 ensign 1 sergeant 2 Corporals 24 soldiers. 1 Surgeon and 1 Interpreter. 82 heads altogether This little fort was also well supplied with paddy, as there were remaining as of the end of August 2265 parras; but after the encirclement there certainly cannot have been much other provisions; it is also claimed that the greatest shortage was of firewood, and from the Resident we had secretly received news, as has been said, that he lacked everything, and especially gunpowder, and would not be able to hold the fort much longer: yet if there was a shortage of gunpowder, then much must have been uselessly expended, as the enemy, as far as we can gather from the reports of the Natives, remained most of the time out of reach of the cannon; we cannot yet investigate this, nor whether the fort was properly defended, and whether faintheartedness contributed to the surrender, because all those who were inside are still with the enemy. These fatal and unfortunate events have caused us to decide to keep our forces together, for the time being to act only defensively, to cover Cranganoor, to secure the island of Baijpin, and thus to prevent the enemy from breaking through any further, until we, having in the meantime strongly entrenched ourselves before Cranganoor, have the opportunity and possibility to undertake something further. For this purpose, by Resolution of 19 November last, the command for Cranganoor and Aijcotta was assigned to Major Medeler, and such instructions were issued as are transmitted in copy among the annexes hereof. The entrenchment before Cranganoor is expected to be completed daily, and is so strong that quite a large force would be required to attack it, and we shall determine our further course in the coming days as we receive intelligence of the enemy, what more we can do, and attempt whether we cannot drive the enemy away and get Chettua back into our possession. In order to secure the island of Baijpin, Aijkotta or the northern part of the island of Baijpin was already entrenched some time ago, and so that the enemy could not land behind Aijkotta on the island of Baijpin with small vessels inside the reef that lies before the river of Aijkotta, out of reach of the field artillery stationed there, our narrow-ship, properly fitted for war and provided with some militia, lay between the aforementioned reef and the point of Aijkotta, while we have sent the ships Honkoop and Hoolwerf to cruise outside the shoal before the island of Baijpin, and to prevent a landing with the Nabab's fleet, which fleet is at sea, but on account of our two ships has not dared to bear down until now; both these ships were somewhat weakened by the sailors who perished in the expedition to Chettua, which we have supplemented as much as possible with some soldiers and artillerymen, in order to be able to act with success should it come to an engagement. The ship Honkoop was projected by the Ceylon ministers as a return ship, and also to collect the pepper for the return ships: one ship is absolutely not enough to secure the island and our roadsteads against the fleet of the Nabab, who over the course of a good year has had several two- as well as three-masted ships fitted out for war and built in his ports, and thus currently has a sizeable fleet at sea, yet still does not dare to risk it against our two ships, as was said, so that, because of the importance of Honkoop taking in pepper and returning home, we were longing very much for our Batavia ship, or else for the bark De Falck, or some other relief of that nature from Ceylon. Yet by chance, on the afternoon of the 7th, the ship Ouwerkerken, destined for Suratta, arrived here from Batavia to take in water and to repair some defects, among which a major one to the trestletrees of the mainmast, which necessitated this vessel remaining here for some time, whereupon we had Ouwerkerke lie in the place where Honkoop had been lying; while in the meantime the repair of Ouwerkerke proceeded, and Honkoop was summoned to the roadstead and loaded with everything (except for the pepper that lay at Porca) that had been requisitioned from Ceylon; in the meantime the cowhides from Calicoilan had been brought here, so that Honkoop would only need to call at Porca to take in pepper, and thus not need to call at Calicoilan as well from there to take in the cowhides that had been there.
Dutch transcription
1: Zergeant. 4: Corporaals, daarvan 1: op de post aan 't zeegat. 1: tamboer 36: Gemeenen teweeten 24: Europeezen en 12: Jnlanders. 1: Bombardier 2: Sandlangers. a 1: folx 49: koppen. Dog 't zedert de tijden hier Criticq begonden te worden zo is dat getal zo veel ons zwak Guarnizoen toeliet ver„ „meerdert, zo dat, voor dat Chettua omcingeld wierd, in gemelde fortje zig bevonden hebben, de ondervolgende perzoonen. 1: Boekhouder en Resident 1: assistend, 1: vendrig. 2: Zergeants, 4: Corporaals, waarvan 1: op Poelicarro en 1: op 't zeegat 1: tamboer. 22: zoldaaten 1: Bombardier 1: Canonier 3: standlangers. Oosterlingen t 1. Zergeant 2. Corporaals 12: zoldaaten. 1: vaandrig 1: zergeant 2: Corporaals 24: zoldaaten. 1. Chirurgijs en 1: Tolk. 82: koppen tezamen Van Nelij is dit fortje ook wal verzien geweest, als zoo onder ult=o Augustus daar per restant geweest zijn 2265: parras; dog andere provisie zal er zekerlijk, na het insluijten, niet veel geweest zijn, men wild ook, dat het grootste gebrek zoude bestaan hebben, aan Brand= „hout, en van den Resident hadden wij gelijk gezegd is„ in het geheim tijding erlangd, dat Hij aan alles; en voor„ namendlijk aan Kruijt, gebrek had, en het fort niet lang meer zoude kunnen houden: dog indien het aan Kruijt mogt gehapert hebben, dan moet er veel nutti „loos verschooten zijn, alzoo de vijand, voor zo verre wij uijt de berigten van de Jnlanders kunnen opmaaken Sipaijers Oosterlingen. meester meesten tijd buijten het bereijk van het Canon is gebleeven; wij kunnen dit, en of het fort na behooren is gedefendeert, en flaauwhartigheijd tot de overgaaff heeft gecontribueert, nog niet onderzoeken, om dat alle die er in geweest zijn, nog bij den vijand zijn. Bij deze fataale en ongelukkige gebeurtenissen hebben ons doen besluijten, om onze magt bij een te houden, voor eerst maar defensiev te ageeren, Cranganoor te dekken, het Eijland Baijpin te bewaaren, en den vijand dus het ver„ „der doorbreeken te beletten, tot dat we ons intusschen voor Cranganoor sterk verschanst hebbende, geleegendheijd en mogelijkheijd zullen hebben, om iets verder te onderneemen. Hier toe is bij Resolutie van den 19: novemb=r Jongst leeden aan den Majoor Medeler het Commando na Cran„ „ganoor en Aijcotta opgedragen, en zodanige Jnstructie verleend, als onder de bijlaagen dezes in Copia overgaat. Het Retranchement voor Cranganoor staat dagen„ „lijks klaar te komen, en is zo sterk, dat er al een vrij groo„ „te magt toe vereijscht word, om het zelve aantelasten, en wij zullen eerstdaags, ons nader bepaalen na maate wij berigten van den vijand krijgen, wat wij verder doen kun„ „nen, en beproeven, of we den vijand niet kunnen verdrij„ „ven en chettua weder in ons bezit krijgen. Om En Om het Eijland Baijpin te bewaaren is Aijkotta of het noordelijken gedeelte van het Eijland Brijpin al over eenigen tijd verschanst, en op dat den vijand binnen het riff dat voor de revier van Aijkotta legd, buijten het bereijk van de daar staande Veld Arthillerij met klijne vaartuijgen agter Aijkotta op het Eijland Baijpin niet zoude kunnen landen, zo lagd ons Smalschip, wel ten oorloge en met wat Milis„ „tie voorzien, tusschen voorschreeven riff en de hoek van Aijkotta, terwijl we de scheepen Honkoop en Hoolwerf gezonden hebben, om buijten de bank voor het Eijland Baij„ „pin te kruijssen, en de Landinge met 's Nababs vloot te beletten, welke vloot in zee is, dog om de wille van onze twee scheepen, tot nog toe niet heeft durven afko„ „men; Bijde deze scheepen, waaren wat verzwakt door de zeevaarende, die bij de expeditie op chettua gebleeve zijn, het geen wij zo veel mogelijk gesupleard hebben met eenige Militairen en Arthilleristen, om als het er op aan mogt komen, met succes te kunnen ageeren. Het schip Honkoop, was door de Ceilonse Minis¬ „ters geprojecteert tot een retour schip, en om teffens de peper voor de retour scheepen aftehaalen: een schip is Baijpin volstrekt niet genoeg, om het Eijland en onze rheeden te bevijligen tegen de vloot van de Nabab, die nun in een groot Jaar nog verscheiden zo twee als drie mas „tige „tige scheepen ten oorloge toegerust, in zijne haavens heeft laaten bouwen, en dus tans een tamelijk vloot in zee heeft, dog egter het tegen onze twee scheepen, gelijk gezegd, nog niet wagen durvd, zo dat we, om de aange„ „leegendheijd dat Honkoop peper innam en repatri„ „eerde, zeer verlangden na ons Batavias schip, dan wel na de Bark de Falck, of eenige andere ontzet van die natuur, van Ceilon. Dog toevallig quam hier den 7: nademiddag van Batavia het schip ouwerkerken, na suratta gedesti„ „neerd, ter inneem van water en ter verhelping van eenige Gebreeken, waaronder een Capitaale aan de langzaalings van de groote mast, hetgeen deze Bodam eenigen tijd hier moest doen verblijven, waar op wij ouwerkerke lieten leggen, ter plaatsen waar Honkoop geleegen had; terwijl intusschen de reparatie van ouwer„ „kerke voortgang had, en Honkoop op de rheede ontbo„ „den en alles /:behalven de peper die op Porca lag:/ inge„ „geven wierd, het geen van Ceilon gerequireerd was; men had intusschen de koehuijden van Calicoilan hier laten, komen, op dat houkoop maar alleen Porca tot het inneemen van Peper zoude behoeven aante doen, en dus niet nodig hebben om van daar Calicoilan ook nog aan„ te doen, ter inneem van de daar geweest zynde koehuijden. t met tige