Inventory 10307
Malabar · 814 pages · 135 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
With the repair of Ouwerkerken they were finished on the 27th, but our Batavia ship having not yet appeared, we were indeed forced, pursuant to our resolution of that same day, to detain the same for a few more days, to see whether our Batavia ship Cook or another relief from Ceilon arrives. On 20 December last, 200 Sipaijs arrived here under their officers, with a European ensign and drillmaster, whom the Cormandel Ministers sent to us at our request, and we have requested them to send 300 more for the time being, since we cannot obtain any Sipaijs on this side at present. With our last letter, we presented to Your High Nobilities the copy of the letter which the first signatory wrote to the Nabab; now we have the honor to present to Your High Nobilities the copy of a further letter sent to him, together with the Nabab's reply to both, which, however sterile and laconic its contents may be, clearly shows that he effectively desires all our possessions between Cranganoor and Chettua, and to which an answer has been given, as also goes over here in copy. In our several aforementioned last writings we have also informed Your High Nobilities how the Nabab's general has made continuous urgings to send someone to him to negotiate over the matters, and that it was well known that this would be of no effect, and we did not want to expose ourselves to further insults knowing that they would merely mistreat our envoys, which is also why we could not have gotten anyone from the Company's servants to do so, except by force and coercion; however, recently the Jewish merchant Jzaak Surion offered himself for that purpose, who then also spoke with the general; this Surion, who otherwise is well known both to the Nabab and his general, after having undergone some disparagement, returned without having accomplished anything; for his guidance, the necessary instructions had been prescribed for him in the Portuguese language (because he, besides the Moorish and Hebrew, only understands the Portuguese language), not by way of an instruction, but on an unsigned paper, of which a copy goes over among the enclosures, together with the letter written to the army commander on that occasion. This had been done at his express request, so that he could best remember, and check on the way now and then, what he had to say; but he had taken that paper out of his pocket during the conversation with the general to look at something that came up during the talk, upon which the general took it from him and forced him to sign it with a declaration that he had received the aforementioned instructions in Cochim in order to speak with the general according to their contents, upon which the general kept that paper in his possession and refused to give it back. Meanwhile, the general simply wrote in reply to the first signatory that he would inform the Nabab of what was discussed with Jzaak Surion, and Izaak Surion testifies that the army commander spoke with him of virtually nothing else than several lakhs of rupees which the Company was said to owe to the Nabab. While giving ourselves the high honor to remain with the utmost respect and high esteem. Beneath stood: High Noble, Great Honorable, Far-Ruling Lords and Right Honorable Lords! Lower: Your High Nobilities' humble and obedient servants. Was signed: A:n Moens, R: van Harn, - - - - - - , S: E: Saffin, I: L: van Spall, - - - - - - and A: I: S: Vernede. In the margin: Cochim, 2 January Anno 1777. Agrees J Danneclan Instruction for the Master of the ship Hoolwerff, Pleun van der Kuijl, and the Military Lieutenant Iobst Hendrik Daniel Stipp, to govern themselves accordingly in relieving Chettua. Necessity requiring that the Fort of Chettua be relieved and provided with some necessities, Your Honors are commanded to carry this out, if possible, in the following manner: We place under Your Honors' command 138 military heads, first plan: being 58 Europeans, 55 Easterners and 25 common Sipaijs, with 2 gunners and 6 helpers. With these, Your Honors are to proceed with the ship Hoolwerff to Chettua. The small vessel De Verwagting shall also go thither and meet Your Honors on the way, with two armed almadies, and as many vessels or ballams as we have been able to get together. Coming directly before the fort of Chettua, the ship... that some vessels be left there, then Your Honors may hand over five to six vessels to them and notify the owners that they will be paid here. If there are wives and children of the Company's servants in the fort and circumstances permit, Your Honors may also take them on board, as they are only a burden there and needlessly help diminish the supply of provisions. After these activities, Your Honors may remain there another one or two twenty-four-hour periods, according to the circumstances of time and matters, and see what happens there and whether the servants might send Your Honors a letter for us; but in the meantime Your Honors must immediately inform us by one of the best rowing vessels how Your Honors have succeeded in that commission. All this is assigned to Your Honors to carry out on the supposition that there will be no significant number of enemies in that place, at least no such number that will be able to prevent Your Honors' landing; but if against our expectation it should be found otherwise and the matter is judged impracticable, Your Honors will have to desist from it, but only when it is absolutely not feasible. We wish good success in this Your Honors' undertaking and remain. Beneath stood: Your Honors' good friends. Was signed: A:n Moens, R: van Harn, J: H: Madelen, Sassen, I: L: van Spall, A: R: Schutz and A:
Dutch transcription
Met de reparatie van ouwerkerken was men den 27: klaar gekomen, dog ons Batavias schip, nog niet opge„ „daagd zijnde, zo zijn wij, ingevolge ons besluijt van dien zelvden dag wel genoodzaakt geweest, het zelve nog eenige daagjes aante houden, om te zien of ons Batavias schip Cook wel een ander ontzet van Ceilon komt. Den 20: December J:to leeden, zijn alhier aangekomen 200: Sipaijs onder hunne officieren, met een Europeeze vaandrig en Drilmeester, dewelke de Cormandelse Mi¬ „nisters ons op ons verzoek toegeschikt hebben, en we heb„ „ben hun verzogt, om voor eerst nog 300: tezenden, al„ „zoo wij tans aan dezen kant geene Sipaijs kunnen magtig worden. Bij onze laatste briev, hebben wij uw Hoog Edelhee„ „dens aangebooden het afschrift van de Briev die de Eerst „geteekende aan den Nabab geschreeven heeft; thans hebben wij d'eere uw Hoog Edelheed=s aantebieden het af„ „schrift van eene nog nadere briev, aan hem afgegaan, beneffens het antwoord van den Nabab op beide, dewelke, hoa stiriel en Laconisch, dies inhoud ook zij, duijdelijk aan „toond, dat Hij effectief alle onze bezittingen tusschen Cran „ganoor en Chettua begeerd en waarop men geantwoord heeft, zo als hier meede in Copia overgaat. bij Bij meerm: ons laatste schrijvens hebben we uw Hoog Edelheed:s ook bedeeld, hoe 's Nababs veldheer geduurige instantien gedaan heeft, om iemand bij hem tezenden, om over de zaken te handelen, en dat men wel wist, dat zulks van geen effect zoude zijn, en wij ons aan geen verdere insultes wilde exponeeren als weetende, dat wij onze zen„ „delingen, maar mishandelen zoude, waarom we ook niemand, van 'sComp:s dienaaren, als met geweld en ge„ „forceerd, daartoe zouden hebben kunnen krijgen, dog on„ „langs heeft de Joods koopman Jzaak Surion, zig daar „toe aangebooden, die dan ook met den veldheer gesproo„ „ken heeft; dezen Surion, die anders zo wel bij den Nabab als zijn veldheer bekend is, is, na eenige klijnagtinge ondergaan te hebben, onverrigter zaake terug gekomen; men had hem tot zijn narigt in de Portugeeze taal „Moorse en, (om dat Hij behalven de „ tebreeuwse, maar alleen por„ tugeeze taal verstaat) het nodige voorgeschreeven, niet bij wijze van een Jnstructie, maar bij een onge„ „teekende papier, waarvan Copia onder de bijlagen overgaat, benevens de briev, die men bij die geleegend„ „heijd aan het Legerhoofd schreef. Dit had men op zijn expres verzoek gedaan, op dat wij best zoude kunnen onthouden, en onderweege nu en dan eens nazien, wat hij zeggen moest; dog dat papier had wij onder het spraeken met 27: Nagezien „na met den veldheer eens uijt zijn zak gehaald, om iets t zien dat onder het spreeken te pas quam, waar op de veldheer Item hetzelve afnam, en dwong om het zelve te teekenen met eene verklaaring, dat Hij voorschreeve Jnstructien te Cochim ontfangen had, om volgens dies inhoud met de veldheer te spreeken, en waarop de veldheer dat pa„ „pier onder zig hield en weigerde weder tegeeven. Jntusschen schreev de veldheer aan den Eerstgetee„ „kende, eenvoudig tot antwoord, dat hij het verhan„ „belde met Jzaak Surion aan den Nabab zoude bedeelen en Izaak Surion betuijgd, dat het Legerhoofd, met hem genoegzaam van niets anders gesprooken heeft, als van verscheide Lakken ropijen, die de Comp: aan den Nabab schul„ „dig zoude zyn. Terwijl ons de hooge eere geeven van met de uijt„ „terste eerbied en hoog agting te blijven. /onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtb: wijdgebiedende Heere! en wel Edele Heeren ! /:lager:/ uw hoog Edelheed=s onderdan„ „nige en gehoorzaame dienaaren /was geteekend/ A=n Moens, R: van Harn, - - - - - - , S: E: Saffin I: L: van spall, - - - - - - en A: I: S: Vernede, /:in margine:/ Cochim den 2 Januarij A:o 1777:— Accordeerd J Danneclan Schemering Cere 23. Instructie voor den Schipper van het schip Hoolwerff Pleun van der Kuijl, en den Luite¬ „nant Militair Iobst Hendrik Daniel Stipp, om zig daarna te regu¬ „leeren, in het ontzetten van Chettua De noodzaakelijkheid verEisschende dat het Fort van Chettua ontzet en met eenige Benoodigtheeden voor„ „zien werde, zo werden VE: gecommandeerd, om zulks, des mogelijk, ter uitvoer tebrengen op de volgende wijze wij stellen onder VE: Commando 138: koppen Mi„ „litairen primo plan: als. 58: Europeezen, 55: oosterlingen en 25: Gemeene sipaijs, met 2. Canoniers en 6: handlangers. hiermeede hebben VE: zig met het schip Hoolwerff te begeeven na chettua. Het Smalschip De verwagting zal mede der„ „waarts gaan en bij VE: op weg aankomen, met twee gearmeerde Almedias, en zo veel vaartuigen of Ballangs als wij bij den anderen hebben kunnen krijgen. Vlak voor het fort hettua komende, zal het schip a te zien schul„ dat aldaar eenige vaartuigen wierden gelaaten dan kunnen VE: vijf à ses vaartuigen aan hen overgeven en de eigenaars adverteeren dat ze hier zullen voldaan werden. zo in 't fort vrouwen en kinderen van 's Comp:s dienaaren zijn en de geleegendheid het toelaat kunnen ver„ hen mede na boord neemen alzo dezelve daar maar tot last zijn, en de voorraad van provisien nodeloos hel„ „pe verminderen. UE: kunnen na deze verrigtingen nog een of twee Etmaal, na tijds en zaaks omstandigheeden, aldaar blij„ „ven en zien wat daar passeerd en of de Bediendens VE: een briev voor ons mogten toezenden; dog moeten ons in„ „tusschen ten eersten per een der beste roeij vaartuigen ken„ „nisse geven hoedanig VE: in die Commissie geslaagt zijn Dit alles werd VE: opgedragen ter uitvoer te brengen in veronderstelling dat aldaar ter plaatse geen merkelijk getal vijanden zullen zijn ten minsten geen zodanig getal dat VE: de Landing zal kunnen be„ „letten, dog indien tegens onze verwagting het anders mogte werden bevonden en de zaak onuitvoerlijk word ge-oordeelt, zal VE: daarvan moeten afzien, dog niet als wanneer dezelve absoluit niet doenlijk is. Wij wenschen een goed succes in deeze VE: onder„ „neeming en verblijven /:onderstond:/ UE: goede =vrienden /was geteekend:/ A:n Moens, R: van Harm ^ J: H: Madelen Sassen, I: L: van Spall, A: R: Schutz1 en A: „
English
and A: L: S: Vernede. In the margin: Cochim the 10th of November 1776. Lower: P.S. A letter for the Chettua personnel is handed to Your Honour, to be delivered to them along with the goods. Checked. Agreed. J. Jannicheus 2 24 Note of what had to be delivered to Chettua: 50 pieces muskets 6 scrapers 600 bundles of cartridges 400 pieces flints 200 priming needles 100 worm boxes 1000 lb carwaat 150 pieces cartridges filled with 6 lb 150 pieces ditto 3 lb 120 pieces grapeshot 6 lb 120 pieces ditto 3 lb 50 bundles coir rope 6 ditto ditto Bengal 100 bundles large native tobacco 1000 coconuts 50 lb wax candles. Packs with betel, areca, lime; chewing tobacco, cotton, native spices consisting of turmeric, ginger, coriander seed, garlic, onions, chillies, as well as other such things as are necessary for the household. D. Schemering Agreed. J. Jannicheus Checked. 25. Chettua To the Ensign Ian Andries Lindzer, in command, and the Bookkeeper Carel de Riberto, Resident there. We have received a considerable number of troops from Ceylon and are preparing ourselves for the march; but as a few days will still pass before we are ready, and we think that Your Honours are lacking in many things, we have thought it necessary in the meantime to attempt to reinforce Your Honours' fortress with some men and the following goods: 50 pieces muskets, 6 pieces scrapers, 600 bundles of solid cartridges, 400 pieces flints, 200 priming needles, 100 worm boxes, 1000 lb carwaat, 150 pieces cartridges filled, of 6 lb, 150 pieces ditto of 3 lb, 120 pieces grapeshot of 6 lb, 120 pieces ditto of 3 lb, 50 bundles coir rope, 6 ditto ditto Bengal, 100 bundles large native tobacco, 1000 coconuts, and 50 lb wax candles. The ship Hoolwerf is proceeding thither to that end with the small vessel De Verwagting, two armed almadies, and several vessels or ballangs. On board are placed 138 soldiers to land on the reef right in front of Chettua; to haul the vessels over it into the Chettua river, and then to transfer the aforementioned goods to Your Honours. It goes without saying that Your Honours must facilitate this as best as possible. What Your Honours might have further absolute need of, for example rice, salt, pepper, vinegar, sweet oil, firewood, lamp oil, wax candles, Your Honours may request from Captain van der Kuijl and Lieutenant Stifp; if the opportunity allows it at all, they have orders to deliver it to Your Honours. 25 sepoys of the detachment will enter Your Honours' fort and remain there as garrison, and if Your Honours should deem any vessels necessary there, they will be left to Your Honours. He has also been ordered, if there is any opportunity at all, to bring the women and children who are in the fort over to here, insofar as they are not needed there and would otherwise only needlessly help consume the provisions. We hope that this undertaking may meet with good success, and Your Honours may thus obtain the reinforcement, and furthermore that Your Honours will conduct yourselves as men of honour and courage. We shall do everything possible to hasten our march. If Heaven blesses our undertakings, Your Honours will soon be saved from those anxious circumstances and will discover that we are generous rewarders of faithful and honour-loving servants. In the meantime, commending Your Honours to God's protection, we remain, after greetings, Your Honours' good friends. Was signed: A: Moens, A: van Harn, I: H: Medder, S: C: Saffin, I: L: van Spall, A: R: Schutz, and A: L: S: Vernede. In the margin: Cochim, the 10th of November 1776. Lower: P.S. The ship shall remain there for twenty-four hours after the aforementioned operation. Agreed. J. Dannicheus 1 not being able to get what was planned to cover the landing into its proper position; to postpone the same until morning, which, however reluctantly, was done. On the morning of the 13th at daybreak, after orders had been given on board to put all the men under arms, I went in person with the said officer in the boat and the armed vessels toward the shore; and placed the same so close to the beach that the enemy fired with muskets over the boat and vessels. This being done, I went on board and immediately began embarking; and as the weather was fine and calm, though there was some swell running on the shore, they departed from the ship at 12 o'clock noon; and fairly successfully all came ashore where they encountered some resistance; but seeing them from on board marching toward the fort, seeing and hearing them fire continuously, but also seeing that a considerable body of men, probably around 2000 men, came from the side out of the woods, and being surrounded by them, some were killed, but the majority taken prisoner; of the 168 men, including the seamen among them, as far as I know to date, 4 men returned on board. 10 ballangs also remained stranded. Opposite the fort they brought up 2 heavy pieces and
Dutch transcription
en A: I: S: verneden /:in margine:/ Cochim den 10: november 1776: /lager/ Ps: Een briev voor de Chettuase bediendens word VE: ter hand gesteld, om aan Hen met de Goederen te bezorgen Nagezien Accordeerd J Jannicheus Heere 2 Schemering dan aar hel„ loo twee in„ 1 24 Notitie van het geen op 50: p:s snaphaanen 6: „ kratsers 600: bossen pattroonen 400. p„s vuursteenen 200. „ ruijm naalden 100. „ wormbakjes 1000: lb: Carwaat 150: p„s Cardoesen geveld van 6: lb: d=o. . „ 3. „ 150: „ d=o 120. „ druijven - „. - . . „ 6. „ 120. „ d=o. . . . . „. . . „ 3. „ 50. bossen Caijrlond 6. d=o d=o Bengaalsche 100: bossen /: Groote / Jnlandsche Jabak 1000: klappers 50: lb: waxkaarsen. - . . pakken met betel, Arreek, kalk; kauw-tabak catoe Jnlandse specerijen, bestaande in borrie borrie, Gember, Corianderzaat, Look, uijen, risjes, mits„ „gaders andere diergelijke wat tot de huijshou„ „ding noodig is. — Chettua moest bezorgt worden D Schemering Accordeerd J Jannicheus CClerer Nagezien - 25. Chettua Aan den vaandrig Ian Andries Lindzer in Commando en Den Boekhouder Carel de Riberto Resident aldaar wij hebben een aanmerkelijke getal troupen van „tot Ceilon bekomen en prepareeren ons „ den optogt; maar dewijl nog eenige dagen zullen verlopen een wij klaar zijn, en wij denken dat VE: aan veele dingen gebrek hebben; zo hebben wij vermeend, intusschen temoeten onderstaan of wij VE: fortresse niet kunnen ver„ „sterken met eenige manschappen en de volgende goederen 50: - p:s snaphanen, 6: p:s kratzers, 600: bossen vaste pattroonen, 400: p:s vuursteenen, 200: „ ruimnaalden, 100: „ wormbakjes, 1000. lb karwaat, 150: - p:s Cardoeseen gevield, van 6: lb 150: „ d=o 120: „ druijven - - - - „ 6: „ do „ 3. „ do 120: - „ d=o 50: „ „ 3. „ 50: - bossen Caijerlond 6: d=o d=o bengaalse 100: bossen /: groote :/ Jnlandse tabak 1000: klappus en 50: lb waxkaarsen. Het schip Hoolwerf gaat ten dien einde derwaards met het smal schip de verwagting, twee ge-armeerde Almedians en verscheijde vaartuijgen of Ballangs, Daar op zijn geplaatst 138: militairen om vlak voor Chettua op het Rif telanden; De vaartuijgen daar over te haalen, tot in de Chettuase revier en dan de voorm: goederen na VE: overtebrengen Het spreekt van zelvs dat VE: dit na ver„ „mogen moeten faciliteeren: wat VE: meer absolut noodzakelijk mogten hebben bij voorbeeld Rijst„ zout, Peper, Azijn, zoeten olij, Brandhout Lampolij waxkaarsen, kunnen vE: van schipper van der kuijl en den Lieutenant stifp vragen, indien de geleegentheij het maar eenigzints toelaat, hebbenze ordre het aan VE: te besorgen.. 25: sipaijs van het Detachement zullen in VE: fort trekken, en daar blijven guarnizoen houden, en zo VE: eenige vaartuijgen daar mogten nodig oorder „len, zullen VE: die werden gelaten. ook is hem gelast vrouwen en kinderen in het fort zijnde herwaarts overtebrengen, zo daartoe eenigzints gelegentheijd Nagezien gelegentheijd is, voor zo verre die ginter niet nodig zijn, en anders maar de provisien nodeloos helpe verconsumeeren wij hoopen dat deeze onderneeming van een goed succes mag zijn, en VE: dus de versterking mogen erlangen, en voorts dat VE: zig als mannen van eer en moed zullen gedragen; wij zullen alles doen wat mogelijk is, onsen oplogt te verhaaften; Jndien den Hemel onze ondernee„ „mingen zeegent, zullen VE: haaft gered zijn uit die kommerlijke omstandigheeden en ontwaaren dat wij Edelmoedige belooners zijn voor getrouwe en Eerlievende dienaaren Jntusschen vEgode ter bewaaringe beveelende, blijven wij na groete. /:onderstond:/ VE: goede vrienden /:was getekend:/ A: Moens, A: van Harn, I: H: Medder, S: C: Saffin, I: L: van spall, A: R: schutz, en A: L: S: vernede. /:in margine:/ Cochim den 10:' 9ber: 1776: /:lager:/ P: S: Het schip zal na de voormelte verrigting, nog vier en twintig uuren aldaar vertoeven Accordeerd J Dannichee e Schemering aards wa e fons UE 1 tot dekking voor het landen geprofecteerd waaren niet op zijn behoorlijke plaats kunnende krijgen; het zelve tot smorgens uijt te stellen, gelijk zulx ook egter met teegezin geschiet is, den 13=de smorgens met dag ben ik met gemeld officier na dat ordre aan boord gesteld waar al het volk in de wapene te brengen in perzoon met de schuijt ende ge-armeerde vaartuijgen na dewal gegaan; en hebbe dezelve zo digt aan het strant gelegt, dat den vijand met snaphaanen over de schuijt en vaartuijgen heen schooten, zulks verrigt zijn „de; ben na boord gegaan en aanstonds begonnen met Jnbarcqueeren en zijn dezelve dewijl het mooij stil weer was, dog wat Rolling aan de wal liep. om 12: uuren op de middag van boord gegaan; en Reedelijk alle gelukkig van het land gekomen daar eenige tegen= „stand gevonden, dog ziende van boord dezelve op Mar „ceeren, na het fort. zien en hoorende zelve Continu „eelijk vuuren, dog zien meede, dat een Considerable hoop volk, denkelijk wel 2000: Man van ter sijden uijt het bos quamen, en zijnde door dezelve om „zingeld, een partij gedoodt, dog meerendeels gevan „gen genomen, daar zijn van de 168: koppen met de zeevarende daar onder, zo als tot dus verre niet beeter weet 4: Man weeder aan boord gekomen. zijnde meede 10: balangs in de loop gebleeven, tegen over 't fort hebben zij 2: zwaare stukken aangebragt en
English
Examined and fired heavily upon the narrow ship, the almadies, and my boat, having had great difficulty, due to the calm and the strong northward current, in bringing the vessels out of range; and as I am now very depleted of men and can accomplish nothing here, I have resolved with my officers to turn southwards with the vessels under my command and to return to Cochim as soon as possible, unless your Right Honourable Worships should be pleased to send me other orders en route, wherewith we hope to have complied with your Right Honourable Worships' intention. Thus we remain, with all esteem and respect. Below stood: Right Honourable, Highly Commanding Sirs! Your Right Honourable Worships' humble and most obedient servant. Was signed: P:l van der Kuijl. In the margin: Aboard the ship Hoolwerff, the 13th of November 1776, at 12 o'clock at night. Agreed J Sannicheus Clerk J Schemering 27. Instruction for the guidance of the Honourable Major and Head of the Militia Jan Hendrik Medeler, presently departing as Commander of the Expedition to Cranganoor and Aijcotta, to regulate himself accordingly. Due to the hostile invasion into our lands and possessions, principally our conquest Paponettij, by the Nabob Haider Alij Chan's army commander Charder Chan, we have been brought into such perilous circumstances that we might soon have this predatory enemy upon our necks, or so to speak before our gates, if he were not checked and halted in what appear to all eyes to be far-reaching designs; the more so because we have been enabled to do this by the substantial relief received from Ceilon, consisting of 3 companies of Europeans and 2 companies of Easterners, namely: The company of Body-Riflemen, commanded by the Honourable Captain Wolfaart, strong: 141. The company of Captain Frankena, strong: 141. The company of Captain Tilenius, strong: 141. Easterners: The company of Moendoe, strong: 100. The company of Kepping, strong: 100. Heads in total: 623. Item, a corps of artillerymen of 50 heads, and with it a very good field artillery of 6 pieces of metal 3-pounder cannon, as well as two howitzers and the ammunition belonging thereto. Over this substantial corps, and furthermore all the military forces of ours already stationed in the field at Aijcotta and garrisoning the small fort of Cranganoor, together with whatever shall be added thereto by the kings of Cochim and Frevancoor according to their promise, the general command is assigned to Your Honour, and in Your Honour's absence through illness or other occurrences, to the Honourable Captain Wolfaart. We say in Your Honour's absence, because it might happen that Your Honour's presence here was occasionally deemed necessary, and in that case Your Honour, upon being summoned, must appear here immediately; just as Your Honour shall also be free to come hither without being summoned as often as the weight of matters shall require it, whether to give us verbal report ourselves or to ask for further and special orders; and in such cases the general command shall remain in the hands of the aforementioned Captain Wolfaart, who shall then also have to adhere strictly to this Instruction. Regarding now Your Honour's operations in this expedition, we cannot well formulate an extensive and distinct plan thereof, for although this present military force of ours, combined in part with that of the two aforesaid kings, appears to be reasonably large and substantial to undertake something against the enemy, we have nevertheless, for various weighty reasons and considerations, as well as some fatal occurrences, decided for the present to restrict ourselves merely to defense. Accordingly, Your Honour's greatest task and care shall be to defend and preserve with all attention and vigour Cranganoor and Aijcotta, as the barrier to prevent the enemy from penetrating further, and being the places of our depot for this campaign. To that end, Your Honour shall proceed with a sufficient force to Cranganoor, Aijcotta being already entrenched and garrisoned along the river, and since that place cannot contain many men, position yourself there under the artillery, have a good and strong entrenchment thrown up with all haste, and the same having been mounted with the necessary artillery, remain covered therein for the present, and keep the enemy Examined keep the enemy away from you with the utmost courage, and act in such a manner as a vigilant and experienced commander can and must do on such occasions. This then also implies that one must let no opportunity slip by if one, without recklessly exposing oneself, can deal the enemy any sensible blow; for the rest we leave everything to Your Honour's prudence and good conduct, wish Your Honour every success, and remain, below stood: Your Honour's Good Friends. Was signed: A:n Moens, R: van Harn, S: C: Saffin, I: L: van Spall, Ak: schutz, and A: J: S: Vernede. In the margin: Cochim, the 19th of November 1776. Agreed Schemering J Sannicheus Clerk
Dutch transcription
Nagezien en sterk op het smal schip, de Almadies en mijn bood geschooten, hebbende veel moeite gehad door de stilte en sterke stroom om de Noord de vaartuijgen buijten schoots te krijgen; alzo nu zeer ontblood van volk ben, en hier niets kan verrigten, hebbe met mijn officieren geresolveerd met mijn onderhebbende kieljes zuijd= „waarts te wenden, en weder ten spoedigste na Cochim te komen, ten zij uwelEd: groot agtb: mij onder weegen andere ordre gelieft te laten toekomen, waar meede verhoopen aan uwelEd: groot agtb: intentie voldaan te hebben. zo verblijven met alle agting en Eerbied. /:onderstond:/ wel Edele groot Agtbaare Hoog gebie= „dende Heere! uw welEd: groot agtbaare onderda= „nige en zeer ootmoedige Dienaar /:was geteekend:/ P:l van der Kuijl /:in margine:/ Jn 't schip Hoolwerff den 13: November 1776: Nagts om 12: uuren. Accordeerd J Sannicheus Ger J Schemering waaren voord tuijgen het de zijn li g op m an 27. E: Majoor en Hoofd der Militie Jan Hendrik Medeler, gaande tans als Commandant der Expeditie naar Cranganoor en Aijcotta, om zig daarna te reguleeren. Instructie tot Narigt van den Door de vijandelijken inval van 's Nababs Haider Alij Chans Legerhoofd Charder Chan, in onze Landen en be„ „zittingen, principaal ons Conquest Paponettij, zijn wij inde hachelijke omstandigheeden gebragt, dat men dien roofzieken vijand wel schielijk op den hals, of om zo te spreeken voor onze poorten zoude hebben indien dezelve in zijne na allen oogenschijn, verregaande desseinen niet wierde tegengegaan en gestuit, temeer, om dat we daar toe zijn instaat gesteld door het ontfangene aanzien„ „lijk secours van Ceilon, bestaande in 3. Comp: Europee„ „zen en 2. Comp. oosterlingen; als. De Comp: Lijfjagers Gecommandeert door den E: Capitain Wolfaart Sterk - - - - - - - - - - - - - - - - - 141. De Comp: van Cap:tn Frankena sterk . . . . . 141:— De Comp. van Cap.t Tilenius - - „ - - - - - - - 141. – Oosterlingen De Comp. van Moendoe - - - „ - - - - - - 100:— 100: De Comp: van Kepping - - - - „ - - - - - - Koppen tezamen 623: item Item een Corps Arthilleristen van 50. koppen en daarbij eene zeer goede veld Arthillerij van 6. stuk „ken metaale Canons van 3: lb: bals als meede twee Haubitsers en de daartoe gehoorende Ammonitie Over dit aanzienlijk Corps, en voorts al het krijgs volk hetwelk van ons reeds tevelde op Aij¬ „cotta en in het fortje Cranganoor in bezetting legd mitsgaders het geene door de koningen van Cochim en Frevancoor volgens de belofte daar zal worden bijgevoegd, word VE: opgedragen het generaale Com„ „mando en in VE: absentie bij ziekte of andere toevallen aan d' ECapitain wolfaart. wij zeggen, in VE: absentie, want het zoude kunnen gebeuren dat men VE: prezentie, hier zomwijlen nodig oordeelde, en in dat geval zal VE: op ontboden zijnde, hier ten eersten moeten verschijnen, gelijk het VE: ook zal vrijstaan zonder op ontbod herwaarts te komen, zo dik„ „maals het gewigt der zaaken het zal vereis„ „schen, om 'tzij ons zelvs mondeling berigt te geeven, dan wel nadere en speciaale ordres tevragen, en in zodanige gevallen, zal het Generaale Commando verblijven in handen van voornoemde Capt: Wolfaart die zig dan ook stipt aan deeze Instructie zal hebben tehouden betraffande Betreffende nu VE: verrigtingen in deze expe„ „ditie, zo kunnen wij daarvan niet wel een breedvoe„ „rig en distinct plan formeeren, want schoon deeze onze prezente krijgsmagt, gecombineert voor een gedeelte, met die der voorengem: beijde koningen al reedelijk groot en aanzienlijk schijnt te zijn om er iets op den vijand meede te onderneemen, zo hebben wij ons nogtans, om verscheide gewig¬ „tige reedenen en bedenkingen, mitsgaders eenige fataale toevallen, voor eerst nog maar willen be„ „paalen tot de defensie. Dienvolgens dan zal VE: grootste werk en zorge zijn, om Cranganoor en Aijcotta, als de barriëre, voor den vijand om niet verder inte dringen mitsgaders de plaatsen zijnde van onse depost, tot deeze veldtogt met alle attentie en vigeur te de„ „fendeeren en te bewaaren. VE: zal zig dan ten dien einde:/: Aijcotta langs de Revier reets verschanst en bezet zijnde:/ met eene suffiçante magt na Cranganoor begeeven, en ver„ „mits die plaats niet veel volks kan bevatten zig aldaar onder het geschut posteeren een goed en sterke retranchement met er haast laten opwerpen, en hetzelve, met de nodige Arthillerij beplant zijnde, daar in voor eerst bedekt en den vijand Nagezien vijand met de meeste moedigheid van zig afhouden mitsgaders zodanig ageeren, als een wakker en bedreeven veldheer in diergelijke occagien kan en moet doen. Dit dan ook in zig sluitende, dat men geene geleegendheid moet laten voorbij gaan, als men, zonder zig roekeloos te exponeeren, de vij„ „and eenige gevoeligen slag kan toebrengen; laten wij voorts alles over aan UE: voorzigtigheid en goed beleid, wenschen VE: alle goed successen en verblijven /onderstond:/ UE: Goede vrienden /:was geteekend:/ A:n Moens, R: van Harn, S: C: Saffin, I: L: van Spall, Ak: schutz, en A: J: S: Vernede /:in„ „margine:/ Cochim den 19: November 1776. — Accordeerd Schemering JJannicheus lerc
English
28 To the Nabab Haider Alijchan High-Born Lord! My last letter to Your Highness was of the 17th of this month, wherein I gave preliminary notice of such public undertakings of Your Highness's army commander Charder Chan against the Dutch Company as I can never believe occurred with Your Highness's foreknowledge, much less by Your Highness's own order, on account of the special friendship that subsists between Your Highness and the Dutch Company. I wished to dispatch the duplicate of the said letter to Your Highness by sea, but the manchu with which the letter was sent was driven back between Cranganoor and Chettua by some manned vessels that fired upon my manchu, so that my letters, even to Your Highness, are no longer safe, which is why I have since dispatched that duplicate inland by the interior route, just like the original. However, as Charderchan requested of me the other day that whenever I had something to write to Your Highness, I should send my letter to him, promising that the answer would arrive within 210 Malabar hours, or four days, at least as he writes to me, I wished to give this a trial, and thus I request to be informed whether this letter has been received by Your Highness. Furthermore, I hope that Your Highness will be pleased to reflect upon my recent writings regarding the Dutch Company, for although I do not know what Charderchan has written to Your Highness, I nonetheless assure Your Highness that what I have written to Your Highness is the pure truth. And I trust in Your Highness's wisdom that Your Highness will perceive all these matters far more clearly than Your Highness's army commander, concerning whose strange and unheard-of conduct the more I let my thoughts wander, the more I must believe that he has been made to believe all manner of untruths and completely misled by wicked and deceitful persons. In the meantime, may God preserve Your Highness for many years in health and all further wished-for blessings. While, with the most perfect sentiments of high esteem, I have the honor to be, High-Born Lord! Your Highness's humble and obedient servant. Was signed: A:n Moens In the margin: Cochim, the 31st of October 1776. Agrees: Denmicheu G. Schemering 29 Translation of a Canarese letter Written by the Nabab Heijder Alijchan to the Honorable, Highly Esteemed Lord Governor, received the 26th of November 1776. I have received two letters from Your Right Honorable and thereby understood the entire matter, particularly how Charder chan made an incursion into the lands, surrounded the fort of Chettua, and invaded the sandy land, requesting that I write to the said Charder Chan to cease those hostilities. I have understood that the sandy land belongs to the territory of Calicut and that Your Right Honorable has no right to it, but that the same belongs to the king Zamorin; therefore, it is equitable that Your Right Honorable cedes the same to me, since Your Right Honorable has no right to keep the said sandy land in possession. However, should Your Right Honorable desire to hold that land in ownership henceforth, Your Right Honorable will have to come to an agreement with Charder Chan for such an amount of money as Your Right Honorable thinks to pay for it, and send that sum to Calicut in proportion to the revenues and benefits thereof. The writings that are sent hither I cannot get properly translated; therefore, I request Your Right Honorable to compose your letters henceforth in the Persian or Marathi languages, so that I will be able to obtain the translation thereof promptly. Below stood: For the translation, Cochim, date as above. Was signed: S: v: Jongeren, sworn translator. Agrees: Schemering Jannicheus E. Clercq Examined. 30. To the Nabab Heijder Alijchan. High-Born Lord! I have found myself honored with Your Highness's esteemed letter, wherein Your Highness is pleased to state that Your Highness has understood that the sandy land of Chettua belongs to the Zamorin's Realm, and that the Dutch Company consequently had to relinquish it. I presume that Your Highness received these reports from your army commander Charder Chan, and that he received the same from other ill-intentioned persons, for it is known to all the world that we possess that land with good right and have done so for 59 years already, as the same was ceded to us in ownership by a lawful treaty by the former kings of the Zamorin's Realm. This treaty was concluded in the year 1717 according to our style, and must certainly be found among the archives of the Zamorin's Realm. We presented to the said army commander of Your Highness an authentic copy of that treaty, with the further offer that if he wished to send hither two persons knowledgeable in the Malabar language to collate that copy against the original contract
Dutch transcription
28 Aan de Nabab Haider Alijchan Hoog Geboore Heer! Mijne laatste aan uwHo:t is geweest van den 17:' dezer, waar bij ik voorsto:t kennis gegeven hebbe van zodanige publicque onderneemingen van Uw. Hots leger¬ „hoofd Charder Chan, tegen de Hollandse Comp: als ik nimmer gelooven kan, met vilto:t voorkennis; veel min op Hoogst desselfs ordre, geschied te zijn uijt Hoofde vande bijzondere vriendschap, die tusschen vir HHo:t ende Hollandse Comp: súbsisteerd; het duplicaat van gem: briev hebbe ik over zee aan vw Ho:t willen laten afgaan, dog de mantjouw, waarmeede de briev afgezonden wierd, is tusschen Cranganoor en Chettua door eenige bemande vaartuijgen, die op mijn mans„ „jouw geschooten hebbe terug gejaagt, zodat mijn brie„ „ven zelfs aan vw Hto:t niet meer veijlig zijn en waarom ik dat duplicaat zedert te lande binnen door, even gelijk het origineel, hebbe laten afgaan: dan dewijl Charderchan mij dezer dagen verzogt heeft; om wanneer ik aan vw Ho t iets te schrijven had, dat ik mijn briev dan aan htem zoude zenden, met belofte dat het ant„ „woord binnen de 210: Mallabaarse uuren of vier dagen komen zal, ten minsten zo als hij mij schrijft; zo hebbe ik zulks gaarne eens willen beproeven Nagezien beproeven, en dus verzoeke temogen weeten of deze briev bij vw Ho:t ontfangen is; voorts hoope ik dat uw Ho:t op mijn Jongste schrijvens ten respecte van de Hollandse Comp: reflectie zal gelieven teslaan want schoon ik niet weet, wat Charderchan aan uwHo: geschreeven, zo verzekere vwHo:t: egter dat het geene ik uwHo: geschreeven hebbe, de zuijver waarheijd is, en ik vertrouwe van vw: Wo=ts wijsheijd, dat vwHto:t alle die dingen vrij verder zal inzien, als vw Ho:t Leger Hoofd, die hoe meer ik mijn gedagten laten gaan, over zijne vreemde en nooijt gehoorde handelwijze; hoe meer ik geloove moet, dat hij door quade en arglistige „menschen allerleij onwaarheeden zal wijs ge„ „maakt, en ten eenemaal misleijd zijn; God bewaare intusschen vwtto:t lange Jaaren met gezondheijd en alle verdere geweenschte zegeningen Terwijl ik met de volmaaktste gevoelens van Hoog agtinge de eer hebbe tezijn. . /:onderstond Hoog geboore Heer!, va Ho=ts onderdanige en gehoorzame dienaar. /:was getver:/: A:n Moens /:in margine:/ Cochim den 31:' 8ber 1776:— Accordeert Denmicheu G Schemering 29 Translaat Cannareese briev Ik heb twee brieven van uwel Ed: groot Agtb: ontfangen, en daar bij de gantsche zaak verstaan, inzonderheijd, hoe dat Charder chan een inval in delanden gedaan, het fort van Chettua: om„ „cingeld, en het zandigland geinvadeert heeft met verzoek gem: Charder Chan te schrijven om met die hostiliteijten te Cesseeren. Jk heb verstaan, dat het zandigland gehoort aan het Calicoetse, en dat uwel Ed: groot agtb: daar geen regt op heeft, maar dat het zelve zoude toebe„ „hooren aan den koning sammorijn; dierhalven is het billijk dat uwel Ed: groot agtb: het zelve aan mij komt aftestaan, alzo uwel Ed: groot Agtb: geen regt heeft; om het gem: zandigland in possessie te houden, dog zo uwel Ed: groot agtb mogt begeeren, dat Land voortaan in eijgendom te houden, zal uwel Ed: groot agtb: met Charder Chan moeten accordeeren, voor zo veel geld, dat vwel Ed: groot agtb: daarvoor meend optebrengen, en dat bedragen, na maate van de Jnkomsten en door den Nabab Heijder Alij„ „chan gepch: aanden wel Edele Groot Agtb: Heer Gouverneur, ontv: den 26:' 9ber 1776: — voordeelen voordeelen daarvan, naar Calicoet zenden. De ge„ „schriften die naar herwaarts gezonden werden, kan ik niet wel vertaald krijgen; daarom zal ik uwel Ed:e Groot agtb: verzoeken, voortaan desselfs brieven in de persiaanse of maratse taalen interigten wanneer ik de vertaaling daarvan ten eersten zal konnen krijgen. /:onderstond:/ voor de Jranslatie Cochim dato als boven /:was getek:/ S: v: Jongeren g' translateur Accordeert Schemering Jannicheus E Clerde Nagezien 30. Aan den Nabab Heijder Alijchan. Hoog Geboore Heer! Ik hebbe mij verëerd gevonden; met uw Hoogh=t veel g'agte briev, waarbij vitte:t gelieft tezeggen, dat un Ho: verstaan heeft, dat het zandigland van Chettua behoort tot het sammorijnse Rijk, en Comp: derhalven daar van afstand de Hollandse moest doen: ik veronderstelle, dat uw Ho=t deeze berigten gekreegen heeft van desselfs tegen Hoofd ChardenChan en dat die, dezelve heeft ontvangen, van andere qualijk g'intentioneerd perzoonen want het is wereld-kundig, dat wij dat land met goed regt en reets 59: Jaaren lang bezit„ „ten, alzo hetzelve ons bij een wettig Tractaat, door de voorige koningen van het sammorijnse Rijk, in eijgendom afgestaan is; dit Jractaat is geslooten in't Jaar 1717: na onze stijl, en moet zekerlijk onder de archiven van het sam„ „morijnse Rijk tevinden zijn; wij hebben gem: vroWo:ts Leger Hoofd gepresenteerd een authenticq Copia van dat Tractaat, onder verdere aanbiedinge dat indien Hij twee perzoonen, de Mallabaarse taal kundig herwaarts wilde zenden, om die Copia, tegen het origineel Contract te Confronteeren
English
to confront them, and that we would lay the original open before him; but to this Your Highness's army commander would not lend his ear. On the contrary, he has continued with hostile actions in that region, where Your Highness's general had entrenched himself and cut off our communication with Chettua, so that we could not pass without engaging in action with his troops, to which we did not wish to proceed because we were still awaiting an answer from Your Highness and hoped that his doings would be disapproved by Your Highness. In order then to avoid hostile actions, we attempted to provide the garrison of Chettua with provisions and some necessities by sea; but this Your Highness's general also prevented, and upon their landing, he hostily attacked the detachment, killing some and taking others prisoner. The garrison of Chettua, lacking everything, since we had relied upon Your Highness's assurances of friendship and had therefore not put that fort in a state to offer resistance for long, were thus forced to surrender the fort to Your Highness's general and to remain prisoners. Thus matters stand at present. Yet Your Highness's general declares that he does not wish to wage war against the Dutch Company; I do not know how to reconcile this. Our right to the aforementioned region is indisputable; only the Zamorin retained for himself some small gardens and rights in and around Chettua, which were taken over by the Company on account of debt. Concerning this, we sent the reasons to Your Highness's army commander at his first inquiry about those small lands, and requested that he make no commotion over their insignificance, but let the Company enjoy those rights; and we even requested his recommendation regarding this to Your Highness. Whether he made this known to Your Highness I do not know, but I think that if the matter had been reported to Your Highness according to the truth, Your Highness would not have allowed the Company to be disturbed in the lawful possession of its land. If the say-so of this or that person, namely that the aforesaid land belongs to the Zamorin, constitutes a reason and is enough to demand its surrender, then no one can any longer claim to possess anything with good right. I request that Your Highness please bestow a fair reflection on this and arrange that the fort of Chettua and what was taken both there and at Papinivattom be returned, and that Your Highness's troops withdraw from the Company's lands and possessions, which truly are so slight that if Your Highness were well informed of the matter, Your Highness would not wish to permit such commotions to be made on their account; and I trust that Your Highness will please understand that I certainly have no liberty to surrender our so lawfully acquired properties. From the letters received from Your Highness's army commander I cannot understand what he actually desires. He speaks of outstanding accounts and payment of money, but why, and for what reason, he does not explain. I sent to him the Jewish merchant Isaac Surion, who has knowledge of many things and also understands the language, to learn what he desires, and for what reason, so that I might faithfully inform my superiors of the actual claim and the reason for it; but upon his return I remained none the wiser, and Your Highness's army commander writes me only that he will make known to Your Highness what was discussed with Isaac Surion. Your Highness mentions having received two letters from me; and since I have written three to Your Highness, I judge it necessary to elucidate Your Highness in this regard. My first letter was of the 17th of October, of which for safety's sake I sent the copy to Your Highness with a small accompanying note of the 19th attached to it; both of these letters were dispatched with letter-carriers of the King of Cochin. Subsequently, on the 31st of October, I wrote once more to Your Highness and sent it to the aforementioned army commander; but this letter he detained because he wanted to know what was written in it, along with other particulars, until he finally wrote to me some days later that he had forwarded it. And I take the liberty of presenting to Your Highness herewith a copy of my latest writing, because I do not know whether Your Highness received that letter. The letter that I received from Your Highness was written in the Canarese language and forwarded to me by Your Highness's army commander. I mention this because Your Highness previously always wrote to me in the French language, and I therefore also wrote to Your Highness in the French language, although Your Highness now requests me to write henceforth in the Persian or Marathi language. We currently have no one here who can write in the Persian or Marathi language, but I have found someone who [illegible]
Dutch transcription
confronteeren, wij het origineel voor Heen zoude openleggen; maar hier toe heeft uwtto=ts legenho het oor niet willen leenen, maar ter Contrarie is wij voortgevaaren, met vijandelijke beduijve op die landstreek, waar in vw Ho:ts Generaal zig had versterkt en ons de correspondentie met Chettua afgesneeden, zo dat wij niet konden pan „seeren, zonder met zijn troupen in actie te gera „ken, waar toe wij niet wilden treeden om dat wij van vw Hot nog antwoord waren afwagten en verhoopten, dat zijn gedoente door vw Wo:t zo „den werden gedisapprobeert, om dan vijande„ „lijke acties te vermijden, hebben wij getragt de besettelingen van Chettua met levensmiddelen en eenige noodwendigheeden overzee te voorzien dog dit heeft in 'tto=ts generaal meede belet, en het Commando, bij zijn landing, vijandelijk aan „getaft en eenige gedood en gevangen genomen, de be „telingen van Chettua aan alles gebrek hebbende, alzo wij op de vriendschaps-verzekeringen van vrotto=ts hebben vertrouwt, en daarom dat fort in geen staat gesteld, van lang te kunnen resistentie bieden, zijn dus genoodzaakt geweest, het fort aan vw Ho=ts Generaal overtegeven, en gevangenen te blijven; zoo staan thans dezaaken; egter ver „klaart van Ho=ts Generaal geen oorlog tegen de Hollandse „dit Hollandse Comp: tewillen voeren; Jk weet niet over een te brengen Ons regt op meerm: landstreek, is onweder„ „spreekelijk, alleen heeft den sammorijn eenige thuijntjes en geregtigheeden, om en bij Chettua voor zig behouden, welke bij de Comp: zijn aanvaart wegens schuld: hiervan hebben wij de reetd: aan vr sto=ts Legen Hoofd, op zijn eerste vraage, over die landjes gezonden, en verzogt, dat hij om dies gering„ „heijd geen beweeginge wilde maaken, maar de comp: die geregtigheeden laaten genieten, en zelfs hebben wij daar over zijn voorschrijvens bij vw Ho:t verzogt, of wij dit aan vw ttot heeft tekennen gegeven weete ik niet, maar ik denke„ dat indien de zaak vwtto:t na waarheijd was berigt, vwsto:t decomp: niet zoude hebbe laten stooren, in het wettig bezit van haarland: in„ „dien het zeggen van deeze of geene, namentlijk dat het voorsz: Land, aan het sammorijnse behoort, een reeden uijtmaakt en genoeg is, om hetzelve temoeten afstaan! dan kan niemand meer zeggen iets met goed regt te bezitten. Jk verzoeke, dat virso:t hier op een billijke re„ fecctie geliefd teslaan en onder te stellen, dat het fort Chettua en het weggenomene zo daar als te paponettij, terug gegeven noord, en vu Ho=ts Troupen 42 Troupen vertrekken uijt 'sComp:s Landen en bezittingen die waarlijk zo gering zijn, dat indien uw Hot wel van de zaak ge-informeert was, vw: Ho:t niet zouden willen toestaan, dat daarom zulke beweegingen gemaakt worden, en ik vertrouwe dat uw Ho:t wel zal gelieven te begrijpen, dat ik immers geen vrijheijd hebbe, om onze zo wettig verkreegen eijgendommen aftestaan uijt de erlangde brieven van visto=ts tegen Hoofd kan ik niet begrijpen, wat hij eijgentlijk begeert, Wij spreekt van uijtstaande reekeningen en beta„ om „linge van geld, maar waarom, en wat reeden, verklaart wij niet; Jk heb den Joods koopman Isaak Surion, die van veele dingen kennisse heeft, en ook de taal verstaat, aan hem gezon„ „den, om teverneemen wat wij begeert, en om welke reeden, op dat ik aan mijne superieuren, de eijgentlijk pretentie en de reeden daarvan, na waarheijd kan bedeelen, dog met zijn terug„ „komst ben ik even wijs gebleven, en uw Wo=ts Legen woord schrijfd mij maar alleen, dat wij het verhandelde met Jzaak Curion, aan vittot zal bekent maken. versto:t meld twee brieven van mij ontvangen te hebben, en dewijl ik en drie aan uw Hot geschreeven hebbe, zo oordeele ik, dat het nodig is vwtto=t derwegens derwegens te elucideeren, mijn eerste briev is geweest van den 17:' 8ber:, waar van ik zeker„ „heijdshalve, de Copia aan vwHto:t nagezonden hebben, met een klijn gelijde briefje van den 19:' daar aan: bijde die brieven zijn afgezonden met brievedragers van den koning van Cochim vervolgens hebbe ik den 31:' 8ber: nog eens aan vwsto:t geschreeven, en dezelve aan meerm: vnt:d Legen Hoofd gezonden; dog deeze briev heeft Hij aangehouden, om dat hij wilde weeten, wat er ingeschreeven stond, benevens meer ander bij„ „zonderheeden, tot dat wij eijndelijk mij eenige dagen daar na geschreeven heeft, dat wij dezelve ver„ „zonden had, en ik gebruijke de vrijheijd vw Wo:t hier nevens aantebieden, Copia van mijn laatste schrij„ „vens, om dat ik niet weet, of in Wo:t die briev ont„ „fangen heeft: de briev die ik van vwHto:t ontvangen hebbe, is in de Canareese taal geschreeven en mij door uw No=ts Legen Hoofd toegezonden; ik melde dit om dat vwto:t voor dezen aan mij altoos in de franse taal geschreeven heeft, en ik daarom ook aan uw Ho:t in de franse taal geschreeven hebbe, schoon uw to:t mij nu verzoekt voortaan in de persiaanse of Ma„ „rettase taal te schrijven; wij hebben tans hier niemand die in de Perciaanse of Marattase taal schrijven kan, dog ik hebbe iemand gekreegen, die hon g avven
English
Checked who understands the Canarese language; thus I hope that your Highness will be satisfied that this is written in the Canarese language. I wish that your Highness may prosper, and that the friendship between your Highness and the Dutch Company may be unchangeable. Below stood: High-born Lord! Your Highness's humble and obedient Servant. Was signed: Adriaan Moens. In the margin: Cochin the 8th of December 1776. Lower: P.S. The original of this letter I have sent to your Highness addressed by the Paliat Achan via Palghat, and this one goes via Tellicherry in order to test which is the shortest route. I also forgot to write in my letter that your Highness's Army Commander, when Isaac Surion went to him on my behalf, first arrested him and showed him contempt, and subsequently, after having made him stand in the sun for a long time, only then let him come before him; Isaac Surion is a man of advanced years, and a man who has had the honor, more than once, of appearing before your Highness and being kindly received. I report this so that your Highness might see from this how your Highness's Army Commander has acted in everything, and whether one should not therefore be reserved about sending anyone else from here, in order to prevent further insults. Schemering Agrees A Sannicheus Clerk 31. For the instruction of Isaac Surion Your Honor must say, after paying the customary compliments, that you are sent on behalf of the Company to inquire what the Field Commander Sardar Khan desires from the Dutch Company, why he has hostily attacked their possessions, opened Their Honors' warehouses, taken the goods out of them, and furthermore plundered the country and set fire to several dwellings of the inhabitants. Possibly he will say that he only desired passage to attack Travancore; to this Your Honor can reply that it would then not have been necessary to keep Chettway surrounded, to break open the warehouse at Papinivattom, and to march with his entire force, and even with cannon, close under our fort Cranganore; that this is never done by anyone who has no intention of attacking or taking a place by surprise. However, if he says that he has orders from his Master to also collect tribute from the Company's lands and still desires it, then Your Honor can reply to that that Your Honor does not believe that we will ever accede to this, but that if he, the Army Commander, desires tribute, he will then have to present this clearly to us. Furthermore, Your Honor must say on our behalf that the region from Cranganore to Chettway was ceded by the King Zamorin to the Dutch Company by a legal contract of the year 1717, and that the Zamorin retained nothing in it except some insignificant little gardens and rights, of which the list has been sent to him, the Army Commander, with an account showing that the Zamorin is still in debt to the Company on the debit for which those lands were accepted. And in case he might say that he previously wrote two olas concerning this to the Governor and received no answer to them, then Your Honor can reply that those olas were never received by the Governor, but that Haider Ali Khan was long ago elucidated on this by the Chettway Resident, and the Army Commander was also engaged and informed on this on my behalf by Your Honor himself as to what a trifle those revenues amount to, and that they do not even cover the interest on the capital that the Zamorin owes to the Company; and that since then no further inquiries were made about it until recently by him, the Army Commander, by an ola to the Governor, which the Governor immediately answered with the necessary elucidation. But possibly he will say that we advised the minor king of Cranganore not to pay tribute; to this Your Honor can reply that we may do this with good reason: Firstly, because this minor king falls under the Company and has no connection with the Zamorin's Kingdom, and that we therefore also cannot understand on what grounds or by what right tribute could be demanded from him. Secondly, because the Lord Nawab promised us both while in Calicut in the year 1766 and recently to our envoys that the king of Cranganore would be left in peace and quiet. In case he further says that we must send a person to the Nawab, then Your Honor can reply that we expect our ship from Batavia any day with a letter and presents for the Nawab, and we would then, if matters are so disposed, gladly send someone along, but that we will first request a letter of safe conduct from the Nawab in order not to expose ourselves again to such insults as were inflicted upon us by Sardar Khan by the imprisonment of the clerk and interpreter at Chettway, who were sent to him in friendship. For the rest, Your Honor will have to listen to what the Army Commander has to say, and undertake to make it known to me, and promise to bring an answer to it. Agrees Checked Bekemering J Sannicheus Clerk
Dutch transcription
Nagezien die de canareese taal verstaat; dus hoope dat vir genoegen zal neemen, dat deze in de Cananees taal geschreeven is Jk wensche dat vwHo:t welvarende, en dat de vriendschap tusschen vn Ho:t en de Hollandse Comp: onveranderlijk mag zijn. /:onderstond:/ Hoog geboore Heer! uw Hoogh=ts onderdanige en Gehoor„ „zame Dienaar /:was getekent:/ A„n Moens /:in margine:/ Cochim den 8:' decemb: 1776: /:lager/ P: S: Het origineel van dezen briev hebbe door ad„ „dresse van den Paljetter over Palcatcherij aan vw Ho: afgezonden en deeze gaat over Jallicherij om te be„ „proeven welke de kortste weg is. Jk hebbe bij mijn briev nog vergeeten te schrijven, dat un Wo=t Leger Hoofd Jzaak Surion, toen bij van weegens mij, bij hem is geweest, eerst ge-arresteerd en klijn„ „agtinge aangedaan, en vervolgens na htem een tijd lang in dezon te hebben doen staan, eerst bij item heeft laten komen; Izaak surion is een man van Jaaren, en een man die de eere gehad heeft, meer als eens, bij vn to:t temogen komen, en vriendelijk gerecipieerd te zijn ik melde dit, op dat uwso:t hier uijt zoude kunnen Leegerhoofd zien, hoe vro tto=ts in alles gehandelt heeft, en of men dus niet geretireerd moet zijn, om iemand meer van hier te zenden, ter voorkominge van verdere affronten Schemering Accondeert A Saimichen lere 31. Tot narigt van Izaak Surion VE: moet zeggen, na het afleggen vande gewoone Complimenten, van wegens de Comp: gezonden te zijn, om te verneemen, wat de veld Heer Charder Chan van de Hollandse Comp: begeert, waarom wij derzelver bezittingen vijandelijk heeft ge-attacqueert, Haar Edele Pakhuijsen geopent de goederen daar uijt genomen en voorts het land uijtgeplundert, en verscheijde wooningen der ingezetenen in den brand gestooken Mogelijk zal wij zeggen, dat hij maar passagie begeert heeft om Trevancoor te attacqueeren; hier op kan VE: dienen, dat het dan niet nodig was geweest, Chettua omcingelt te houden, het Pakhuijs te Papo„ „nettij opentebreeken en met zijn geheele, magt, en zelfs met Canon, digt onder ons fort Cranga„ „noor tetrekken; dat het nimmer door iemand gedaan word, die geen intentie heeft, om een plaats te attacqueeren, ofte overrompelen Dog indien Hij zegt, dat Hij van zijn Meester ordre heeft om ook van 'sComp:s Landen Contributie tehaalen en die als nog begeert, dan kan VE daarop dienen dat VE: niet gelooft, dat wij in der Eeuwigheijd hier toe zullen treeden, dog dat indien Hij Leger Hoofd contributie begeert, Hij zulx dan aan ons duij„ „delijk „delijk zal dienen voortestellen voorts moet uE onzentweegen zeggen, dat de Landstreek van Cranganoor tot Chettua bij een wettig Contract van a:o 1717: door den koning sam„ „morijn aan de Hollandse Comp: is afgestaan, en dat de sammorijn niets daarop gehouden heeft als eenige niet noemenswaardige Tuijntjes en geregtigheeden, waar van htem legen Hoord de lijste is toegesonden, met een reek: ten blijke, dat de sammorijn nog aan de Comp: te quaad is, op het debet waar voor die landen zijn aanvaart En Jndien Hij mogt zeggen, dat wij bevoorens derweegens twee olassen aan den Gouverneur geschree „ven en daar op geen antwoord ontvangen heeft, dan kan VE: daar op dienen, dat bij de gouverneur die olas nimmer ontfangen zijn, maar dat Aij„ „deroos Coettij door den Chettuasen Resident der„ „weegens reeds lange ge-elucideerd, en het Legen „Hoofd, door VE: zelfs daar over van mijnent„ „weegen ook onderhouden en onderrigt is, wat een geringheijd die inkomsten bedragen, en dat dezelve niet eens uijtmaken, den intrest van het Capitaal dat de sammorijn aan de compagnie schuldig is„ en dat 't zedert daar over niet meer na vraage gedaan is, als nu onlangs door hem Leger Hoofd bij 6. bij een ola aan den gouverneur dewelke de Gouver„ „neur ten eersten met de nodige elucidatie beant„ „woord heeft. Maar mogelijk zal wij zeggen, dat wij het Cranganoors koningje hebben afgeraaden geen Contri„ „butie te betaalen, hier op kan VE: dienen, dat wij dit med goede reden mogen doen Eerstelijk, dewijl dit koningje onder de Comp=e zorteerd, en geen Connexie heeft, met het sammo„ „rijnse Rijk, en dat wij derhalven ook niet konnen begrijpen, uijt wat hoofde of met wat regt van heer hem contributie kon begeert worden. sweedens omdat de Heer Nabab, ons zo wel in a:o 1766 te Calicoet zijnde, als Jongst aan onze afge„ „zanten heeft beloofd, dat de koning van Cranganoors; in rust en vreede zouden werden gelaten Bij aldien hij verder zegt, dat wij een perzoon bij de Nabab moeten zenden; dan kan VE: daar op Wij dienen, dat alle dagen ons schip van Batavia verwagten, met een brief en presenten voor den Nabab, en wij als dan, indien dezaken daar na gesteld zijn, wel iemand meede zoude willen zenden, maar dat wij voor eerst van den Nabab een vrijgeleijde brief zullen verzoeken, om ons niet weder te Exponeeren aan zulke insultes„ als ons door Charderchan aangedaan zijn, door 17 het 1 de Sam het gevangen houden vanden scriba en tolq te Chettua dewelke in vriendschaep bij hem gezonden zijn voor het overige zal VE: moeten aanhooren wat het Legen Hoofd te zeggen heeft, en aanneemen 't aan mij bekent temaaken, en belooven daar op antwoord te zullen brengen Accordeerd Nagezien Bekemering J Sannickeus Clercq
English
To the Nabob's Army Commander, Sardar Khan. Since Your Honour writes in your latest ola that Your Honour has received no relevant answer to what Your Honour writes to me, I must suppose that we do not understand one another well, just as I can truly declare that I have not yet understood nor comprehended from Your Honour's olas what Your Honour actually desires from the Dutch Company; and since Your Honour desires that I send Your Honour a capable person, I am sending thither to Your Honour the Jewish merchant Isaac Surion, who is known to Your Honour, to speak with Your Honour about these matters, and to learn what Your Honour desires; I request that Your Honour explain clearly to him what Your Honour's intention and desire actually are. I have explained to him my intention so far as I have been able to conceive what might be useful to the matter, but since I do not know what Your Honour will actually desire, I also do not know whether he will be able to answer Your Honour's proposal; but if Your Honour explains Your Honour's intention to him, and he comes hither and makes it known to me, then he shall return once again and be able to give Your Honour a proper answer on everything. I shall not express myself on what Your Honour says, that Your Honour's people were first fired upon from Cranganore; I must only say that Your Honour's preceding actions provide abundant evidence that the hostility began on Your Honour's side. Meanwhile, I wish that Your Honour may be and remain in good health. Below stood: Thus translated by me into Malabar, Cochin, date as above. Was signed: S: van Tongeren, sworn Translator. The 16th of November 1776. Examined: J: Schemering. Agreed: Sannickeus. No. 3. Batavia. To His High Honour, The High Noble, Most Worshipful Lord Jeremias van Riemsdijk, Governor-General, together with The Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Most Worshipful, Sovereign Lord, and Right Honourable Lords! Since the Nabob Haidar Ali Khan (however much I tried to keep him in a good humour and in discussion as long as was in any way possible, until the reply from Your High Honours to him might arrive) has finally dropped the mask publicly and hostilely attacked the Company's possessions, I have made the communication of these matters, under the date of the 28th of October last, and now under the date of this letter, once again together with all the Members, as the affairs of the Nabob are now no longer secret, and the Members have knowledge of everything transacted therein, and I inform them of everything and take their advice. However, since I am not yet furnished with Your High Honours' order and rescript to my separate letter of the 12th of May 1775, I have at present nothing separate to write to Your High Honours, except the following: Namely, that the kings of Travancore and Cochin have a plan, together with the two remaining, but already expelled, Malabar princes, namely the Zamorin and Kolathiri, and also the Moorish Regent Ali Raja (which latter also seems to grow weary of the yoke of the Nabob), to drive the Nabob from the Malabar coast together with the Company; that for this purpose each shall contribute a certain number of troops to be determined, provided that some ships are sent from Batavia to secure this coast, and that, if matters should not be settled in the coming year, those ships would not have to leave on account of the bad monsoon, but could remain in the mud bay, so as to be at hand as soon as the Nabob—who over the past year has had several large and small ships built, and whose ships at Mangalore and at other places could always be at hand—might undertake anything at sea; that if the Company, in joining with them in this manner, might dread the costs, the Malabar princes will then bind themselves to discharge these through the delivery of pepper; and that besides the contract pepper of Travancore, there would also be delivered at Chetwai as much pepper and at such a price as can be agreed upon and further determined; that for all this, the king of Travancore will specifically stand as surety; and that in the meantime the kings of Travancore and Cochin will remain allied together with the Company and resist the violence of the Nabob. And since I do not doubt that the aforesaid princes will shortly address themselves directly to Your High Honours to that end, I have deemed it necessary to give Your High Honours timely notice thereof, and to submit my humble thoughts regarding it, as far as matters appear to me at present, unless through a change of time and circumstances some further reflections should arise in me, in which case I shall take the liberty to submit the same further to Your High Honours. It seems to me that the Company's interests do not entail raising the bloody flag here and staging a theatre of war, the outcome of which, in any case, is uncertain, especially because one cannot rely on the native princes, who would merely let the Company bear the brunt of the battle and keep their engagements no longer than their interests dictate, something the Company has experienced all too often everywhere and here on the Malabar coast; both with the kings of Travancore and Cochin, and with the Zamorin, Kolathiri, and Ali Raja, of which the old papers yield plenty of unpleasant material; so that their plan to drive the Nabob from the Malabar coast seems solely and exclusively aimed at their own security, with the prospect that, once all fear of the Nabob has been removed from the way and the Company has spent great sums of money, they will default under all kinds of pretexts.
Dutch transcription
32 Aan 'S Nababs Legerhoofd Charder Chan. Dewijl uw Ed: bij zijn laatste ola schrijft, dat uw Ed geen applicabel antwoord erlangd, op het geen uwEd: mij schrijft, zo moet ik veronderstellen, dat wij elkander niet wel verstaan, gelijk ik ook met waarheijd kan verklaaren, dat ik als nog niet verstaan nog begree„ „pen hebben, uijt uw Ed: olassen, wat uw Ed: eijgendlijk van de Hollandse Comp: begeerd; en dewijl uwEd: Eenen be„ „geerd, dat ik uwEd: een bequaam perzoon zoude zenden zo zende ik uwEd: den Joodskoopman Jzaak Surion derwaards, die bij uwEd: bekend is, om met uwEd: over de zaaken tespreeken, en te verneemen wat uwEd: begeerd; ik verzoeken dat uw Ed: hem duijdelijk wil verklaaren wat eijgendlijk uwEd: intentie en begeeren is, ik hebben Hem mijne intentie verklaard voor zo ver ik heb kunnen besetfen, wat ter zaake dienelijk kan zijn, maar dewijl ik niet weet, wat uwEd: eijgendlijk zal begeeren, zo weet ik ook niet of Hij op uw Ed: voor„ „stel zal kunnen antwoorden; maar zo uwEd: aan„ hem uwEd: intentie verklaard en wij herwaarts komt, en mij die te verstaan geeft, dan zal Hij andermaal terug keeren, en uwEd: op alles be„ hoorlijk bescheijd kunnen geeven Jk zal mij niet uijtlaten, over het geen uwld thien . Cochim uwEd: zegt dat van Cranganoor eerst op uwEd: volk ge„ „schooten is; alleen moet ik zeggen dat uwEd: voor afge„ „gaanen be drijven overvloedige blijken uijtleeveren, dat den vijandschap van uwEd: zijde begonnen is; Jk wensch intusschen dat uwEd: welvaarende mag zijn, en blijven. /onderstond:/ zodanig door mij in 't Mallabaars over„ „gezet, Cochim dato als even /:was geteekend:/ S: van tongeren gezw: Translateur. den 16: November 1776. Nagezien J: Schemering Accordeerd. Sannickeus G er 2 N„o 3. Batavia. Aan zijn Hoog Edelheijd. Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer Jeremias van Riemsdijk, Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia. Hoog Edele, Groot Agtbaare, wijdgebiedende Heer. en Wel Edele Heeren! Dewijl de Nabab Haider Alij chan (hoe zeer ik ook getragt hebbe hem zo lange maar eenigzints mogen„ „lijk was in een goede luijm en aan de praat te houden, tot dat het antwoord van uw Hoog Edelheed=s aan Hem mogt komen ) eijndelijk het masken, publicq afgelegt, en 's Comp:s bezittingen Bezittingen vijandelijk aangetast heeft, zo hebbe de b „deelinge van het een en ander, onder dato den 28: 8e J:t laeden, en nu onder dato dezes, weder met de Geza„ „mendlijke Leeden gedaan, alzoo de zaken vande Na nu niet meer secreets zijn, en de Leeden van all' het daarbij verhandelde kennisse dragen, en ik hun ov van alles kennisse geve, en derzelver advis inneem Dan nademaal ik nog niet gemunieert ben, met uw Hoog Edelheed=s order en rescriptie of mijne aparte briev van den 12: Meij 1775:, zo hebbe tans niets aparts aan uw Hoog Edelheed:s te schrij „ven, als het volgende: Namendlijk, dat de koningen van Prevan „coor en Cochim, een project hebben, om met de twee overige, dog reeds verdreevene Mallabaarse vorst teweeten Sammorijn en Collastrij, en ook de Mon Regent Adij Ragia (welke laatste 't Juk van den Na# ook schijnd moede teworden) benevens de Comp: te zam den Nabab van de Mallabaar te verdrijven, dat da toe een ieder zeker te bepaalenen getal troupes zal lo „tribueeren, mits dat van Batavia eenige scheepen ge „zonden worden, om deze Cust te bevijligen, en dat, „dien de zaaken aanstaande Jaar niet mogten geda „deert worden, die scheepen tegen de quade mousson zouden zouden moeten vertrekken, maar in de modderbhaaij ren verblijven, om bij de hand te zijn, zo dra de Nabab, die ar nu 'tzedert een groot Jaar verscheide, zo groote als m klijne scheepen heeft laaten „ douwen, en wiens scheepen te Mangaloor, en op andere plaatsen altoos bij de hand lon zijn, op zee iets mogt onderneemen; dat als de Comp: en met hun, op die wijze t'ezamen doende, de kosten ont„ „zien mogt, de Mallabaarse vorsten zig dan verbin„ „den zullen om die te voldoen, door leverantie van peper„ en dat buijten de Contract peper van Jaevancoor, op Chettua ook zoude werden geleeverd, zo veel peper ts en tegens zodanigen prijs als men zal kunnen over„ „eenkomen en nader vast stellen; dat voor dit alles de koning van Trevancoor zig speciaal als borge zal stellen, dat intusschen de koning van Crevancoor en Cochim met de Comp: tezamen zullen verbonden, blijven, en het geweld. van den Nabab tegenhouden. En dewijl ik niet twijffelen of voorschreeve vorsten zullen zig aan uw Hoog Edelheed=s daartoe eer lang direct addresseeren, zo hebbe nodig geoordeeld uw Hoog Edelheed:s daarvan in tijds te prevenieeren, en derweegens mijne geringe gedagten optegeven, voor zo verre mij de zaaken tans toeschijnen, ten waare 't zeedert door veranderinge van tijds en zaaks om„ „standigheden zouder z „standigheeden, eenige nadere bedenkinge bij mij mog„ „ten ontstaan, als wanneer ik de vrijheijd gebruijken zal, dezelve ook nader aan uw Hoog Edelheed:s opte„ „geeven. Het komt mij voor, dat 's Comp:s belangens niet meede brengen, om hier de bloed vlag te laaten waaijen en een toneel des oorlogs aanteregten, waarvan de kans, in alle gevallen, onzeeker is, inzonderheijd om dat men op de Jnlandse vorsten geen staat maaken kan, die de Comp: maar het spit zouden laaten af„ „bijten, en hunne verbintenissen, niet langer hou„ „den als hunne belangens mede brengen, het geen de Comp: overal en hier op de Mallabaar al te zeer ondervonden heeft; zo met de koning van Trevan„ „cooren Cochim, als met den Sammorijn, Collastrij„ en Adij Ragia, waarvan de oude papieren genoeg on„ „ aangenaame stoffen uijtleeveren, zo dat hun pro„ „ject, om den Nabab van de Mallabaar te verdrij„ „ven, eenlijk en alleen maar schijnd te doelen op hunne eijge zeekerheid, met dat uijtzigt, om wan„ „neer alle vrees voor de Nabab mogt uijt den wag geruijmt zijn, en de Comp: groote sommen gelds gespandeert hebben, onder allerleij pretexten in gebroeke te blijven Jan
English
Indeed, I already see from now on that (although Travancore, according to what was noted in our latest separates of the 28: 8ber:, then indeed seemed inclined to move outside his lines and resist the enemy, yes, even since, or when our reinforcement from Ceylon arrived, agreed to let his troops advance northwards with those of the King of Cochin in order to alarm the enemy there, and if possible to cross the river into the Papinivattom territory) we nevertheless have no great help to expect from him; while one has even less to expect from the Cochin ruler, who is allied with us more in name than in deed; yes, I discover more and more their anxiety and embarrassment, wanting everything from the Company, just as if one could simply shake ships and regiments out of one's sleeve; it is impossible to describe how much they are fortifying their northern places, one sees almost nothing on that side but entrenchments and breastworks, on which more work is still being done daily, for which they use the best coolies and give us the worst and emaciated ones, which is why the throwing up of our entrenchment before Cranganore is taking so long, since on that side one can obtain no other coolies than through the help of Travancore or Cochin. And I, for my part, now know and feel best by experience what patience I must exercise, how much they trouble me daily with messages and letters about trifles and make mountains out of molehills, of which Malabar tricks and chicanery they make use, how suspicious and mistrustful they are, perhaps out of fear that we are as they are. It is true, if one could depend on them firmly, and if one were assured that they would act faithfully and candidly in everything, then the Company could certainly, under these present circumstances, strike a blow that is great, and introduce mastery over the whole of Malabar, or at least place itself in possession so as, just as of old, to maintain the equilibrium among the Malabar princes and keep them in our interests; yet I cannot vouch for this, and I therefore dare not favorably present their project to your High Excellencies. Thus I am of the opinion that, since we are united with Travancore and Cochin, we ought also to remain united only with those princes: that Travancore will thus be more closely bound to us, and less led away from us by the English: that if one informs the kings of Travancore and Cochin that we, being joined with them, need no other princes to prevent the Nabab from his further intrusion, this will flatter them, and they will then likely cease any further solicitation; that it is nevertheless useful and at the same time necessary that the expelled Malabar princes find the opportunity to restore themselves again in their realms; that this happening can very easily have as a consequence that more other princes north of Malabar, also expelled by the Nabab, likewise restore themselves or attempt to restore themselves, all of which, however little success it might have, would more or less cause a diversion and give the Nabab his hands full; that one ought even to give them occasion for this in an imperceptible manner, and if it were possible, even to accommodate them underhand with one thing or another, since the Nabab, by his hostile conduct, has declared himself an open enemy of ours and now no longer needs to be spared; just as I also already correspond in secrecy with the Zamorin through trusted persons, and secretly have the head of the Moorish faction at Calicut, the notorious Ayderoos Coettij, in my interests, who until now has been used by the Nabab under the title of Head of Chavakkad for the furnishing and extorting of money both in the Chavakkad district and thereabouts, but now also begins to fear for his own person, and thus, although indeed for the sake of his own interest, wants to abandon the Nabab, he can nevertheless be of use to us, even if he could render us no direct service, which is also not necessary as long as he and his adherents secretly remain well-disposed to us and cause us no hindrance, or proceed only sluggishly in the execution of the Nabab's orders: That our union with Travancore and Cochin, and the movements that the other princes might make toward their restoration, could easily cause Ayder Alij chan to become somewhat more manageable, and possibly resolve to settle the matter and make an exception thereon, namely that his army commander acted beyond his orders, and that we were also misled by his army commander, just as I, for that reason, have treated matters in those terms from the very beginning, and still maintain them, and for that very reason also, as soon as hostilities began, wrote to the Nabab in those same terms, to which he also seems to have accommodated himself, because his answer is also framed in such a way, for he does not say that the invaded possessions belong to the Zamorin realm
Dutch transcription
Ia ik zie zelvs van nu af aan al, dat ( schoon Jue„ „vancoor, volgens het genoteerde bij onze laatste appar„ „ten van den 28: 8ber:, toen wel geneegen scheen te zijn om buijten zijne linie te trekken en den vijand te keer ten gaan, Ja zelvs 't zeedert, of toen ons renfort van Ceilon kwam, aangenomen heeft, om zijn troupes met die van den koning van Cochim noordwaards te laaten op„ „trekken, om den vijand daar te allarmeeren, en des mogelijk over de revier in 't Paponettijse overtegaen) wij egter geene groote hulpe van hem tewagten heb„ „ben; terwijl men van den Cochimer nog minder iets tewagten heeft, die meer om de naam, als om de daad met ons ge-allieerd is; Ja ik ondekke hoe langs hoe meer hunne benaauwdheijd en verlee„ „gendheijd, willende alles van de Comp: hebben, even als of men maar scheepen en Regimenten uijt de mouw te schudden had, het is niet tezeggen, hoe zeer ze hunne noordelijke plaatsen versterken, men ziet bij na aan die kant niets als verschansingen en borst„ weeringen, waaraan dagelijks nog al meer gearbeijd word, waartoe zij de beste Coelys gebruijken, en ons de slegtste en uijtgemergelde geeven, waardoor het op wer„ „pen van ons Retranchement voor Cranganoor zo lange duurt, vermits men aan die kant geene andere Coelijs als als door behulp van Trevancoor of Cochim krijgen kan en ik voor mij weet en gevoele tans het beste bij onder „vindinge, wat geduld ik moet oeffenen, hoe zeer ze mij dagelijks met boodschappen en brieven lastig vallen over bagatellen en van klijnheeden grootheeden maaken, van welke Mallabaarse streeken en Chikanen, zij zig bedienen hoe wantrouwig en agterkouzig ze zijn, mogelijk uijt bedugting dat wij zo zijn, als zij zijn: 't is waar indien men op hun vast staat kon maaken, en indien men verzeekerd was, dat ze in alles getrouw en voor de vuijst tewerk zouden gaan, dan zoude de Comp: zeekerlijk in deze tijds omstandigheeden een Coup kunnen doen, die groot is, en het Meesterschap over geheel Mallabaar kunnen invoeren, ten minsten zig in de possessie stellen, om even, als van ouds, het eguilibrium onder de Mallabaar „se vorsten, en hun in onze belangens, te houden, dog ik kan hier niet voor instaan, en ik durve derhalven uw Hoog Edelheed:s hun project niet favorabel voor„ „dragen. Dus ben ik van begrip, dat dewijl wij met Jre„ vancoor en Cochim vereenigd zijn, wij met die vorsten ook maar alleen dienen vereenigd te blijven: dat fre„ „vancoor dus meer aan ons zal ge-accrocheerd, en door de Engelschen minder van ons afgeleijd worden: dat als als men, de koningen van Crevancoor en Cochim te kennen geefd dat wij met hun geconjungeerd zijnde, geen andere vor¬ „sten nodig hebben, om de Nabab zijnen verderen indrang te beletten, hun zulks flatteeren zal, en zij het verder aanzoek dan wel staaken zullen; dat het egter nuttig en teffens noodzaakelijk is, dat de verdreevene Mallabaarse vorsten geleegendheid vinden, om zig weder in hunne rijken te her„ „stellen; dat zulks geschiedende zeer gemakkelijk tot een gevolg kan hebben, dat meer andere vorsten benoorden Mallabaar, door den Nabab ook verdreeven, zig insge„ „lijks herstellen of tragten te herstellen, welk een en ander van hoe wijnig reusitie zulks ook mogte zijn, min of meer een afwendinge zoude veroorzaaken, en de Nabab de handen volgeeven; dat men zelfs daartoe op een onge„ „voelige wijze hun diende aanleijdinge te geven, en in„ „dien het mogelijk was, zelfs daarin onder de hand met het een of ander te gemoed te komen, dewijl de Nabab door zijn vijandelijk gedrag, zig als openbaare vijand van ons verklaard heeft, nu niet meer diend ontzien teworden gelijk ik dan ook reeds in secretesse met den Sammorijn door vertrouwde perzoonen Correspondeere en het hoofd van de Moorse factie te Calicout, de berugte Aijderoos Coettij al heijmelijk in mijne belangens hebbe, die bij den Nabab tot dus lange gebruijkt is, onder den titul van Hoofd van als van Chawacattij, tot het fourneeren en afpersen van geld zo in het Chawacattijse district, als daaromstreeks, dog nun voor zijn eijge perzoon ook al begind te vreezen, en dus schoon wel om de wille van zijn eige belang, de Nabab wild afvallen ons egter van nút kan zijn, schoon wij ons al eens geen directen dienst kon bewijzen, hetgeen ook niet nodig is, als hij maar met zijn aanhang ons heij„ „melijk toegedaan blijft, en ons geen hindernisse toe „brengd, of in de uijtvoering van 's Nababs ordres maar slapjes tewerk gaat: Dat onze vereeniginge met Jrevancoor en Cochim, en de mouvementen die de andere vorsten tot hunne herstellinge mogten maken, ligtelijk zoude kunnen veroorzaaken, dat Aijder Alij chan, wat handelbaarder worden, en mogelijk wel resolveeren zal, om de zaak bij teleggen en daarop exipieeren, namend„ „lijk dat zijn Legerhoofd buijten zijn ordre gegaan, en dat wij ook door zijn Legerhoofd misleijd is, gelijk ik daarom al van den beginne af, de zaken in die termen hebben behandeld, en nog houden, en even daarom ook, zo dra de vijandelijkheeden begonnen in die zelfde ter„ „men aan den Nabab geschreeven hebbe, het geen Hij ook schijnd zig te hebben laten aanleunen, om dat zijn ant„ woord, ook zodanig ingerigt is, want hij zegt niet, dat de ge-invadeerde bezittingen tot het Sammorijnse rijk E
English
belong to the realm, nor that he had given orders to attack us hostilely, but simply says that he has heard that the so-called Zandigland belongs to the Calicut territory, and that if we wish to retain that land, we ought to furnish him with the revenues thereof, just as I also replied to him in those terms, merely to give him the opportunity, if he wishes, to disentangle himself in that manner; and although I dare not say it with certainty, nor shall I count upon it in taking our further measures, I nevertheless believe, from certain circumstances and secret channels, to be able to perceive that he now in hindsight wishes he had never started with the Company, because he presently has less hope of being able to surprise Travancore than otherwise, since if we had left him in peace, he would undoubtedly have slipped past Cranganore with his force and invaded south of the Northern Lines, without anyone having been able to prevent him from doing so, not to say dared or wished to prevent him, on account of the neutrality so strongly recommended and most suited to the Company; yea, I even believe I have noticed that he would rather see that he could come away from it with honor, than to let the matter with the Company proceed any further; but that we, being too proud and too triumphant to show it, do not wish to make the first overture. He has truly offended the Company far too much for us, now that we have already brought him to a halt and checked his further intrusion, to make the first overture. Moreover, I do not know it for certain, and were I to make the first overture and he paid no heed to it, this would tend even more to the disrespect of the Company, besides which he would then become once again as proud and insufferable, whereas if he approaches us first, we would have a better opportunity than otherwise to insist upon compensation for damages. Yet because I nevertheless comprehend that the sooner the matter can be settled, the better it is, and that it would not be advisable to risk the certain for the uncertain, I shall also not let slip by the very first good and suitable opportunity that might present itself to that end, but make use of it in the best possible manner; and an opportunity for this might perhaps present itself in case the Batavia ship and Your High Excellencies' reply should arrive shortly, before we undertake anything further, because this reply, the gifts, or a commission or a correspondence might bring about a means whereby the matter could be settled in time, if only the Nabob were in any way inclined thereto, although I fear that even if he desists from his further enterprises and settles the matter with us, he will still be difficult to move to the restitution of the tract of land between Chettua and Cranganore. In the beginning, I had flattered myself that the English, for the sake of their own interest, would cause some diversion, if not directly then at least indirectly, to prevent the Nabob from succeeding in his designs, since they know very well that the Nabob is eager for the pepper lands and the entire kingdom of Travancore; that having conquered the Travancore territory, he would be the nearest and most dangerous neighbor of their Nabob Mahomet Alij; that Haider Alij Khan would then swiftly invade the Madura kingdom to achieve his chief object, with which he has long been pregnant, namely to diminish Mahomed Alij, and if possible to subdue him, which invasion of Madura would then be considerably easier for him than otherwise, because he would then be master of Travancore's southernmost line, which on that side is the defense of the Travancore kingdom; and I am convinced that, arriving in the Madura country, he would spare the Company's possessions there as little as here, for he has grand projects in mind which one would never expect of a native prince. But however much I had thought that the English in this regard would have opened their eyes, or would have wished to open them, it seems on the contrary that they are even laughing in their sleeves. This I know from their private conversations and other circumstances, notwithstanding that I have in various ways tried to make the English gentlemen here in the neighborhood understand how greatly the Nabob's success and further advancement tend to their greatest prejudice. I am aware that the Chief of Anjengo is very tranquil about it, and laughing, as if it were something pleasant, tells the passing English mariners that the Dutch are engaged in the dance with Haider Naik (for so the English call him); and our commissioners, who were with the King of Travancore in the month of October and en passant also at Anjengo, were clearly able to notice that the English watch the game with amusement, however much they must be convinced that it has virtually become their own affair.
Dutch transcription
rijk behooren, ook niet, dat Hij ordre gegeven heeft, om ons vijandelijk aantelasten, maar zegt eenvoudig, dat Hij gehoort heeft, dat het zo genaamde Zandigland tot het Ca„ „licoutse behoord, en dat wij dat land willende behouden hem de revenuen daarvan dienen te bezorgen, gelijk ik daarom ook in die termen weder ge-antwoord hebben, om Htem maar de geleegendheijd tegeven, om als hij wild op die wijze zig er uijttewikkelen, en alhoewel ik het niet met zeekerheijd durve zeggen en ook in het nee„ „men van onze verdere maatregulen, daar op niet ree„ „kenen zal, zo meene ik egter uijt eenig omstandighee„ „den en geheijme Canaalen te kunnen bemerken, dat Hij nu van agteren wel wenscht, dat Hij met de Comp: maar niet begonnen had, om dat hij tans minder hoop heeft om Trevancoor te kunnen overrassen als anders, dewijl Wij ons met rust gelaten hebbende, ongetwijffeld, met zijne magt voorbij Cranganoor zoude doorgeslipt en be„ „zuijden de noorder Linie ingevallen zijn, zonder dat men hem zulks zoude hebben kunnen beletten, om niet tezeggen durvan of willen beletten, uijt hoofde van de zo zeer aanbevoolene en de Comp: best convenieerde neu„ „traliteijd; Ja ik meene zelfs, gemerkt te hebben, dat Hij liever zag, dat Hij er met eere van afkomen kon, als de zaak tegen de Comp: verder telaten doorstaan; dog dog dat wij als te trots en te zegepralend zijnde, om zi te laten merken, niet eerst aanzoek wild doen: Hij he de Comp: waarlijk al te zeer, belaedigd, om nu wij hem reeds tot staan gekreegen en zijnen verderen indrang „let hebben, het eerste aanzoek te doen, buijten des zo weeten ik het niet zeeker, en ik eens eerst aanzoek doende, en Hij er niet nahoorende, zo zoude zulks meer tot disrespect van de Comp: strekken, behalven dat wij dan nog wel eens zo trots en onverdragelijk zoude worden, daar Hij ons eerst aanzoekende, wij be als anders geleegendheijd zoude hebben om op schaven „goedinge aantedringen; dan dewijl ik agter teffens „grijpen, dat hoe eerder de zaak gevonden kan worden, hoe beter zulks is, en het niet geraden zoude zijn, h zeekere aan het onzeekere tewaagen, zo zal ik ook aller eerste goede en gevoegelijke geleegendheijd, die daar toe mogt opdoen, niet laten voorbijgaan, ma mij daarvan op de best mogelijkst wijze bedienen en hier toe zoude zig mogelijk geleegendheijd op doen ingevallen het Batavias schip en uw Hoog Edelheed antwoord, eerstdaags nog mogt komen, alvoorens wij iets verders onderneemen, om dat dit antwoord de Geschenken of een Commissie of een Correspondentie zoude kunnen teweege brengen, waarbij de zaak zo „tijds d „tijds zoude konnen gevonden worden, indien de Nabab maar eenigzints daartoe geneegen mogte zijn, alhoewel ik vreeze dat Hij van zijne verdere onderneeminge afzien¬ „de, en de zaak met ons bijleggende, tog nog moeijelijk te beweegen zal zijn, tot de restitutie van de Landstreek tus„ „schen Chettua en Cranganoor. In den beginna hadde ik mij algevlijd, dat de En„ „gelschen, om de willen van hun eige belang zo niet direct ten minsten indirect wel eenige afwendinge zouden ver„ „oorzaaken, om den Nabab in zijne oogmerken te doen reuseeren, alzoo zij zeer wel weeten dat de Nabab ver„ „lekkerd is op de peper Landen en het geheele rijk van Trevancoor, dat wij het Trevancoorse overwonnen hebbende, de naaste en de gevaarlijkste buurman van hunnen Nabab Mahomet Alij zoude zijn; dat Haider Alij chan dan schielijk in het Madureeze Rijk zoude vallen ter berijkinge van zijn hoofd oogmerk, waar„ „meede Hij al lange swanger gegaan heeft, namendlijk om Mahomed Alij klijnder te maaken, en waar het mogelijk te onder tebrengen, hetgeen namendlijk het invadeeren van Madure, hem dan vrij maekelijker zoude zijn, als anders, om dat hij dan meester zoude zijn van Jaevancoors zuijdelijkste linie, dewelke aan die kant de defentien van het Jaevancoorse rijk is; vn ti 20 en ik houde mij verzeekerd, dat hij in het Madureeze komende, 's Comp:s bezittingen aldaar zo min verschon zoude, als hier, want Hij heeft groote projecten in het die men nimmer van een Jnlandse vorst denken zoude dog hoe zeer ik gedagt had, dat de Engelsche ten dezen hunnen oogen zouden open gedaan hebben, of hebben willen opendoemn, zo schijnd het dat zij integendeel zelfs in hun vuijsje lachgen; dit weet ik uijt hunne particuliere discoursen en andere omstandigheeden niet tegenstaande ik op verscheide wijzen getragt hebben de Heeren Engelschen hier in de buurt te doen be „grijpen, hoe zeer 's Nababs voorspoed en verdere voorde „ringe, tot hun grootste prejuditie strekt. Jk drage kennisse dat de Chef van Ansjenga er zeer tranquil omtrend is, en aan de passeerende Engelsche scheepelingen al laetgende, even als iets aangenaams vertelt, dat de Hollanders, met Han „der Naijk (want zo noemen de Engelschen Htem) aan den dans zijn, en onze Gecommitteerdens, die in de maand 8ber: bij den koning van Jaevancoor en em„ „passant ook te Ansjenga geweest zijn, hebben duij „delijk kunnen merken, dat de Engelse met vermaak het spel aanzien, hoe zeer ze moeten overtuijgt zijn dat het genoegzaam hun eige zaak geworden is. de
English
The Chief of Tellicherry is privately very embittered against the Nawab, because when this chief recently sent his three children along the coast in a native vessel to depart via Lisbon for England with the Portuguese frigate wintering here in the mud bay, the predatory vessels of the Nawab, which were then roaming between Chetwai and Cranganore, captured this vessel with money and goods, and brought the little children inland to Paponetty to Sardar Khan, who sent them back to Tellicherry some time later, with the loss of some money and goods, under the pretext of not having known that it was an English vessel. I had thought that this would at least have had some consequence, but nothing came of it. The English, both at Anjengo and at Tellicherry, had already spread the word with pleasure that our city was surrounded and in distress, although the former undoubtedly would have happened if the fort of Cranganore had not defended itself bravely, and especially if our detachment, which we ordered to march out in all haste, had not arrived in the nick of time at Ayacotta. One had even, so to speak, deliberately spread the news so unfavorably in Tellicherry in order to frighten off the northern traders so that they would not go further than Tellicherry, with the purpose of establishing trade there, just as I also fortunately received news that several Bombay vessels, which had put in at Tellicherry (as they often do), remained there because they had been assured there that they could not come here on account of the siege of the city, so that this Chief intended to take advantage of the present circumstances and buy all the cotton from those traders, and also lure merchandise from here, particularly sugar, to accommodate the Bombay vessels. Upon which news I immediately managed to obtain in secret a well-sailing native vessel that dared to venture somewhat deep into the sea, and with it sent letters through the Company merchants, and also through the Bombay traders present here, to the Bombay traders at Tellicherry, conveying the message that everything was well here and there was not the least hindrance in trade, which had the consequence that all the Bombay vessels that were at Tellicherry likewise stood far out to sea and arrived here without any hindrance. I discovered this trick even more clearly from a letter of the aforementioned Chief, written to me under date of the 24th of October, of which the passage, according to the English translation, was as follows: It is with the utmost sorrow that I have heard that Your Honour's government has become engaged in war with a fortunate conqueror. In case Your Honour intends to bring any goods or merchandise to safety, please address them to me, but only by English ships, and I assure Your Honour that I will take all possible care of them that depends on me, for I warn Your Honour that it is not unlikely that the vessels from Muscat and from the Persian Gulf, out of fear, will not come further along this coast than this harbor, in which case Your Honour's Batavia cargoes will remain unsold this year. To prevent this, please send the Batavia ship here; I will buy all your goods, or have them sold, have the cargoes brought ashore, and trade them again with all possible prudence and faithfulness as if it were for my own nation or shipowners. Your Honour may possibly ask upon what security! I have nothing else to offer than my known character. And to which I replied to him on the 6th of November: Yesterday I had the honour to receive Your Honour's esteemed missive of the 24th of October last, and thank you very much, both for the sympathy that Your Honour is pleased to take in the interests of our nation with regard to the troubles caused to us by the Nawab's army commander, and for Your Honour's kind offer in that respect, although matters are not of such a nature that trade is halted thereby, as the merchants with their vessels can safely depart and arrive. Your Honour rightly remarks that the Nawab is a fortunate conqueror. It seems as if he sets no bounds to his lust for power, but wants everyone to bow before his arms, and no longer even respects the European nations; so that it has become more than time that they open their eyes and check him in his undertakings. At least we are busy here resisting him, and it is not without likelihood that, when he is attacked in earnest, his progress will not last forever, since until now he has met with no resistance of importance in his victories. It is truly a shame that the insolence of his people goes so far that it
Dutch transcription
De Chef van Tallicherij is in zijn prive wel zeer ver„ „bittert, op den Nabab, om dat deze chef onlangs zijne drie kinderen met een Jnlands vaartuijg langs de wal dit heen zendende, om met het hier in de modderbhaij overwintend hebbende Portugees freguat over Lissabon na Engeland te vertrekken, de roofvaartuijgjes van den tuijg Nabab, die toen tusschen Cheltua en Cranganoor Zworv„ „den, dit vaartuijg met geld en goed genomen, en de kin„ „dertjes landwaards in tot Paponettij bij Charder Chan gebragt hebben, die dezelve eenigen tijd daarna te Jallij„ „cherij terug gezonden heeft, met verlies van eenig Geld en Goed, onder voorgeeven, niet geweeten te hebben dat het een Engelsch vaartuijg was; ik had gedagt dat dit ten minsten van eenig gevolg zoude geweest zijn, dog daar is niets van gekomen; de Engelschen zo wel te Ansjenga als te Jallicherij hadden al met vermaak versprijd, dat onze stad omcingelt en in nood was, hoe„ „wel het eerste ongetwijffeld zoude ge-exteerd zijn, indien het fort Cranganoor zig niet deftig verweert had, en voor al, indien ons Detachement, dat wij in alle haast lieten uijtrukken, niet effen van pas ta Aijkotta gekomen was; men had zelfs, om zo te spreeken, met studie te Tallicherij de zaken zo nadeelig gespargeerd, om de noordse handelaars afteschrikken, op dat die niet niet verder als Tallicherij zouden gaan, ten eijnde daar den Handel te vestigen, gelijk ik ook per geluk tijdinge kreeg, dat er al verscheide Bombarassen die te salli„ „cherij (gelijk ze veeltijds doen) aangegierd hadden, daar bleeven leggen, om dat men hun daar verzeekerd had, datze hier mits de beleegeringe vande stad niet konde komen, zo dat die Chef voorneemens was, zig van de prezente omstandigheeden te bedienen en all' de Capon van die Handelaars te kopen, en ook koopmanschappan van hier telokken, voornamendlijk zuijker, om de B „banassen te gerieven; op welken tijdinge ik ten eersten in 't hijmelijke, een wel bezeijlt Jnlands vaartuijgje wist te krijgen, dat wat diep in zee durvde steeken en daarmeede door 'sComp:s kooplieden, en ook door de hier zijnde Bombarassen, brieven aan de Bombarassen te sallicherij, het afgaan, ter Communicatie, dat hier alles wel, en geen de minste hinder was in den Han „del, hetgeen van dat gevolg is geweest, dat daar op alle de Bombarassen, die te tallicherij waaren, van daar ook diep in zee staken, en zonder eenigen hinder hier quamen; Deeze streek ondekte ik nog duijdelijke uijt een briev van gem: Chef, onder dato den 24: Oc„ „tober aan mij geschreeven, waarvan de pario „de volgens de Engelsche vertaalinge aldus was. het Het is met het uijtterste leedweezen, dat ik gehoort heb, dat uwel Ed: Gouvernement in oorlog geraakt is met een gelukkig Conquerant; ingevalle uwelEd: van voorneemens is, eenige Goederen of koopman„ „schappen in zeekerheijd te brengen, zo geliefd dezelve, maer met Engelsche scheepen aan mij te addresseeren en ik verzeekere uwelEd: dat ik alle mogelijke zorg, die van mij dependeert, daarvoor dragen zal, want ik waar„ „schouwa uwelEd: dat het niet onwaarschijnelijk is, dat de vaartuijgen van Masquetta, en uijt de Golf van Persien, uijt vreezen, niet verder langs deze kust zullen komen, dan in deze haven, in welk geval uwel „Ed: Bataviase Cargasoenen, dit Jaer onverkogt zullen blijven leggen; om dit voortekomen, gelieve uwelEd: het Bataviase schip hier te zenden, ik zal alle uwe Goederen kopen, of laaten verkoopen, de Cargasoenen aan de wal laaten brengen, en wederom verhandelen met alle mogelijke omzigtigheijd en trouwe als of het voor mijn eijgen natien of Rheeders was; uw„ „welEd: zal mogelijk vraagen op wat voor zeeker„ „heijd ! jk heb niet anders te offereeren als mijn bekend character. En waarop ik Htem den 6: November antwoorden. gisteren ke het Gisteren hebbe d'eer gehad te ontvangen uwelEd: ger „agte missive van den 24: 8ber: J:t leeden, en bedanke wel zeer, zo voor het deel, dat uwelEd: geliefd te neemen in den belangens van onze natie, met betrekkinge tot de mooi„ „elijkheeden, die ons door het Legerhoofd van den Nabab aangedaan zijn, als voor uw Ed: vriendelijke offerte ten dien opzigten, schoon de zaaken van dien aard niet zijn, dat den handel daar door stil staat, alzoo de koop„ „lieden met hunne vaartuijgen vijlig kunnen af- en aankomen. Teregtmerkt uwelEd: aan, dat de Nabab een gelukkig Conquerant is; Het schijnd, als of Hij geen palen aan zijn heers zugt steld, maar een ider voor zijne wapens wild doen bukken, en zelvs de Europeezen naties, niet meer ontziet; zo dat het meer dan tijd geworden is, dat deze Haar oogen opendoen, en hem in zijne onderneeminge stuijten; ten minsten wij zijn hier bezig om hem tegen te gaan, en het is niet buijten apparentie, wanneer bij eens met ernst aangetast word, zijne progressen niet al„ „tijd zullen duuren, dewijl hij tot nog toe in zijn overwinninge geen tegenstand van belang ge„ „vonden heeft; Het is waarlijk schande, dat de on„ „bescheidentheijd van zijn volk zo verre gaat dat het
English
it even captures innocent children, which resembles public robbery and ruthlessness; I hope that this fatal occurrence concerning your Honor's children does not grieve your Honor too much, nor be detrimental to your Honor's health. So that it clearly appears that the English have sought to fish in our troubled waters, and would also have fished for good, had one not discovered it in time and prevented it. Yet, because the prosperity of the Nabab nevertheless in every respect conflicts too greatly with the interest of the English, I cannot think otherwise regarding their conduct than that they, on the one hand, are jealous that Travancore is so openly united with us, or that they, on the other hand, suppose that we are indeed capable of holding back the Nabab, or also that they would gladly see the Nabab make us move from here, in the hope of then later jointly with Travancore driving the Nabab away again and thus becoming master of our conquests, in which case they alone would become master of all the pepper of Travancore, which then even more than now would have to dance to their tune; and I am not wholly a stranger to the latter thought, because I know from good authority that the Chief of Anjengo, when things stood this way or that, so that the Nabab's troops were about to break through and arrive at Aycotta, let slip among his people in a cheerful manner in substance: "Let Hyder Naik just tear down the walls of Cochin, then we will not have to do it later." Were I not as certain of this as if I had heard it myself, I would not impart this period to your High Excellencies, which otherwise would only be a mere tale in itself. It is also said that Hyder Ali Khan made an attempt with the Ministry of Madras to obtain assurance that from that side, or properly from the side of Mohamed Ali, one would not hinder him in enterprises that he intended on this side, and that, among other things, two kinds of sentiments, pro and contra, were held on this matter among the members of the aforesaid Ministry. At least it appears to me that one may indeed have a prudent distrust regarding the English gentlemen in this matter, for otherwise it is incomprehensible that they would allow him to break through and invade Travancore, and sit watching such a thing with folded arms, without preventing him from it or effectively supporting Travancore. From the General Letter your High Excellencies will see that the defects of this city have now been repaired, and I flatter myself that your High Excellencies will also be pleased that everything was finished just in time, and that such capital repairs have not cost the Company more than rupees 159,882 5/48, as shown by the following demonstration: The curtain between Overijsel and the River Gate: 30,500:— Ditto from the River Gate to the Stromburg: 7,000:— The raising of the breastworks: 21,780 3/8 The deepening of the moat, the extending of the same, the making of the covered way and the glacis: 52,281:— The outwork or the fortification of the fore-moat outside the Boom Gate: 40,350:— The square flat: 3,114 9/8 The bray at the Bay Gate: 2,275:36:48 The leveling of the plain around the city: 2,580:— Total: Rupees 159,882 17/48 Likewise, I flatter myself that your High Excellencies will be no less pleased that, on the other hand, in order to make good those expenses, in the last three years there has been cleanly gained for the Company with the private trade, namely: Anno 1773/4: Rupees 16,760:— Anno 1774/5: Rupees 23,348:— Anno 1775/6: Rupees 18,364:1 Together: Rupees 58,472:11 So that there is still lacking rupees 101,409 3/48, and thus already a large third of the aforesaid expenses has been earned back; and these would have to be very unfortunate times if within a few years the remaining two-thirds were not recovered from trade, unless one were at the same time pleased to take into consideration at how large a sum the work of Sloterdijk alone was calculated, and yet, that same purpose having been fulfilled with 30,500 rupees, that the aforesaid combined expenses would thus already be recovered from now on. Herewith I enclose the yield of the private trade of the past year; it amounts to rupees 4,983 less than last year, caused because the arrack has not yet been sold, and there were also 317 candies of sandalwood remaining, which latter having only been sold these days, will thus be entered in the yield of this year. In the month of December a frigate from Goa was here. When the captain went on board to depart again for Goa, he sent ashore a sealed bag with letters to the Company's merchant David Rahbij, addressed in Portuguese to the Padre Superior on Ceylon, to be sent to Ceylon at the first opportunity. David informed me of this, while the frigate had departed in the meantime. The bag was somewhat smaller than an ordinary traveling bag, such as people take with them on a journey, and in my opinion there must have been well over a hundred letters in it. They will possibly only be letters from the clergy to one another; but as the correspondence from Goa to Ceylon is evident from this, I placed the said bag, just as it was, into a small chest and sent it to the Honorable Ordinary Councillor and Governor of Ceylon, Falck, in order to be able to act therewith as deemed fit. Meanwhile, I have the high honor to remain with the greatest respect, was signed, High Noble, Grandly Venerable, Wide-Ruling Lords, and Noble Lords, your High Excellencies' obedient and humble
Dutch transcription
het zelfs onnozele kinderen opvangt, hetgeen na pun„ „blique rooverij en onbarmhertigheijd gelijkt; Ik hoope dat dit fataal geval aan uwelEd: kinderen ge-exteerd, uwelEd: niet te zeer bedroeven, nog aan uwelEd: gezondheijd hinderlijk mag zijn. zo dat het duijdelijk blijkt, dat de Engelsche in ons troubel water hebben tragten te visschen, en ook voor goed zoude gevischt hebben, indien men er niet in tijds agter gekomen was, en hetzelve belet had: Dog om dat de voorspoed van den Nabab evenwel in alle opzigten te zeer tegen het belang van de Engel„ „se strijd, zo kan ik nopens hun gedrag niet anders denken als dat ze aan de eene zijde Jalours zijn, dat Trevancoor met ons zo opendlijk vereenigd is, of dat ze aan de andere zijde, veronderstellen, dat wij wel in staat zijn, den Nabab tegen te houden, of ook wel dat ze gaarne zouden zien, dat de Nabab ons van hier kon doen verhuijzen, in hoopa om als dan naderhand ge„ „zamendlijkerhand met Jrevancoor den Nabab weder te verdrijven en dus meester teworden van onze Con„ „questen, als wanneer ze alleen meester zouden worden, van alle de peper van Jrevancoor, die dan nog meer, als nu na hunnen pijpen zoude moeten dansen, en ik ben van de laatste gedagten niet ten eenemaal man Ed: ger eeze eenemaal vreemd, om dat ik van goederhand wees de Chef van Ansjenga, toen het sus of zo stond, da 's Nababs troupes stonden door tebreeken, en op Aij te komen, op een riante wijze onder de zijne zig lie ontvallen in substantie, Laat Haijder Naijk de muuren van Cochim maar afbreeken, dan behoo wij het naderhand niet te doen: was ik hier van zo v niet verzeekert, als of ik zelfs gehoord had, ik z uw Hoog Edelheed=s die perioda niet bedeelen, die an „ders op zig zelvs maar een vertelselje zoude zij ook zegd men dat Haijder Alij chan een tentame zoude bij het Ministerie van Madras gedaan hebben, verzeekeringe te krijgen, dat men van die zijde, of „gendlijk van de zijde van Mahomed Alij, hem nie hinderlijk zoude zijn in onderneemingen, die Hij a deze kant voorneemens was, en dat daarover onder ander ook tweederlij gevoelens pro en Contra bij de Leeden van voorschr: Ministerien zouden plaats gehad hebben, ten minsten het komt mij voor, da men omtrent de Heeren Engelschen ten dezen wel een voorzigtig wantrouwen mag hebben, want anders is het onbegrijpelijk, dat zij htem zouden toelaaten om door tebreeken, en in het Trevancoo te vallen, en zulks met gekruijste armen zitte aanzet 2 aanzien, zonder hem dat te beletten of Gnevancoor met er daad te ondersteunen. Bij de Gemeene Briev zullen uw Hoog Edelheed=s zien dat de Gebreeken van deze stad nu hersteld zijn en ik vlije mij, dat uw Hoog Edelheed=s ook genoegen zullen hebben, dat alles nog effen in tijds klaar is gekomen, en dat zulken Capitaale reparatien, de Comp: niet meer gekost hebben als rop:s 159'882 5/48: blijkens de onder„ „volgende aantooninge ro/a: 3114 9/8: De Gardijn tusschen overijsel en de revier poort - - - „ 30'500:—. d=o. van de Revierpoort tot aan de stroomburg „ 7000:—. 44½ Het verhoogen van de Borstweeringen - - - - - - - „ 21780 3/8: Het uijtdiepen van de Gragt, het verlengen van de„ „zelve, het maken van de bedekte weg en de glassij - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 52281: — p: Het buijtenwerk of de versterkinge van de voorgragt buijten de Boompoort - - - - „ 40350: — De Baug aande Baaijpoort - - - - - - - - - - - „ 2275:36: 48: 2580:— Het plaineeren der vlakte rontom de stad Jun Ropias 159882 17/48: Insgelijks vlije mij dat uw Hoog Edelhoed=s niet minder genoegen zullen hebben, dat daaren= „tegen ter goedmaakinge van die ongelden in de Jongsten Het vierkantplaat - - - - - - - - - - - - - - drie 4 z zouden van en zitte aanzie drie Jaaren met den particulieren handel voor de C „pagnie, zuijver gewonnen is; als A:o 177/¾: - - - - - - - - - - - - - - - E/a:s 16760:- „ 17745: - - - - - - - - - - - - - - - „ 23348:- „ 1775/6. - - - - - - - - - - - - - - - „ 18364:1: tezamen ro/a: 58472:11 zo dat er nog aan manqueert r o/a:o 101409 3/48:, en dus al een groot derde van de voorschreeven ongelden ui „gewonnen is; en het zouden al zeer ongelukkigen tijden moeten zijn, indien binnen wijnig Jaaren uijt Handel het overigen twee derde niet gevonden wied ten waaren men hier bij teffens geliefde in aan„ „merkingen teneemen op hoe groot eene somma het werk van sloterdijk alleen gecalculeert en egter aan dat zelvde oogmerk voldaan zijnde, me 30'500: Rop:s dat de voorschr: Gezamendlijke onkr „ten, dus dan van nu af al zouden gevonden zijn. Hier nevens voege het Rendement van den particúlieren handel des des gepasseerden Jaars, het bedraagt E o/a:o 4983: minder als verleeden Jaar, veroorzaakt om dat de Arak nog niet w „kogt is, en er ook nog 317: Candijlen zandelhout overgeschooten waaren, welke laatste dezer dagen eerst verkogt zijnde, dus bij het Rendement dezes dezes Jaars zullen opgebragt worden. In de maand December is hier een Jreguat van Goa geweest: toen de Capitain na boord ging om weder na Goa te vertrekken, zond Hij aan de wal een verzeegelde zak met brieven aan 's Com„ „pagnies koopman David Rahbij, beschreeven in het Portugees aan de Later superior op Ceilon, om bij geleegendheijd na Ceilon te zenden; hier van gaf David mij kennis, terwijl het freguat intusschen vertrokken was: de zak was iets klijnder, als een ordinaire reijszak, gelijk de Lieden op reijze wel met zig neemen; en na mijn gedagten moeten er vrij meer als hondert brieven in geweest zijn, het zullen mogelijk maar brieven zijn, van de Geestelijk„ „heijd aan elkander; dan dewijl hier uijt blijkt de ne Correspondentie van Goa op Ceilon, zo hebbe ik gem: zak, zo als ze was, in een kasje gedaan, en aan den Heer ordinair Raad en Ceilons Gouverneur Falck gezonden, ten eijnde daarmeede na goedvinden te kunnen handelen. Inmiddels hebbe de hooge eere met de meeste eerbied te verblijven /:onderstond:/ Hoog Edelen Groot Agtbaare wijdgebiedende Heere, en welEdele Heeren: uw Hoog Edelheedens gehoorzame en onder„ „danige o zes de
English
such servant /:was signed:/ A:n Moens /:in the margin:/ Cochim the 2: January A:o 1778: Agreed J Jannickens First Clerk Examined H Schemering 2 3 Yield of such Goods as were purchased from various Merchants for the account of the Honorable Company from the 1st of September last, and sold again during that time, showing the advance in money and per Centos. Purchase cost burdened with all charges | Sale | Profit | per Centos 169 9/1: kand: Sandalwood third sort - - - - - - - - - - - - - - r:o/as 52090:24:3: ƒ: 59193:36:7: p:s 7103:12: 13 1/8:—: 25116: - d=o Candy sugar - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- 3641:36: 4144:—: 502:12: 13¾ r=m 549:- Pik:s Alum - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2882:12: 3294:—: 411: 36: 14¼ 6:- Raw Chinese silk - - - - - - - - - - - - - - 4044:–. 4650: —. 606:—. 14: 7/8: 526166:- lb: Powder sugar - - - - - - - - - - - - - - - - - - 51552:—: 59269:— 7717:— 14:7/8: 587:—. kapok - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- 12880:–. 14904:–: 2024:—. 15 5/8. Total - - - - - - - -Ro/a:s 127090:24: rp:s 145454:36:8: and the purchase deducted from the sale - - - - - - - 127090: 24: so it appears that the profit made on this is - - - - - - - Rps:s 18364:12: or 14½. percent Cochim the Last of August A:o 1776: /:was signed:/ R: van Harn agreed J Sannicheus Clerk 0 N:o 4. Secret Resolution upon The reading of four Chettua letters received one after the other Thursday The 10: October A:o 1776: at five o'clock in the afternoon Present The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Extraordinary Councillor of Dutch India and Governor and Director Adriaan Moens, The Honorable Senior Merchant, Second and Chief Administrator Willem Jacob van de Graaff, The Honorable Major and Commander of the Military Jan Hendrik Medeler, The Honorable Merchant, Fiscal and Cashier Reijnier van Harn, The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper Samuel Constantin Saffin, The Honorable Junior Merchant, Shopkeeper and Dispenser Jan Lambertus van Spall, The Honorable Junior Merchant and Secretary of the Political Council Abraham Rudolff Schutszen, The Honorable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Abraham Jean Scipion Vernede Recorded in the Council of Malabar at the city of Cochim After this meeting was opened with prayer, the Lord Governor stated that he had convened the same specifically to give the Members a reading of four letters that had just arrived here from Chettua one after the other and were dated yesterday, whereby, after reading, it was found that the Resident of Chettua, De Riberto, gives notice of how The troops of the Nabob Haider Alij Chan invade the district of Chettua the Troops of the Nabob Haijder Alijchan very unexpectedly arrived yesterday in great numbers, both cavalry and infantry, from the other side of the Chettua river at the Company's post of Poelicarro, pitched camp there, took up position, and captured the postholder, Poelicarro and four Lascars captured. Corporal Nedman, along with the Lascars who were with him. The Chettua resident sends to Chawacattij to inquire about the reasons for that undertaking. That since some men had already crossed over in the morning under the pretext of remaining there by order of the Nabob, he, the Resident, had sent the Interpreter to the army commander at Chawacattij, with orders to inquire from them the reason for that undertaking. The army commander of the said Troops comes in person into the said district The army commander wishes to speak with the resident himself. That since the Nabob's Army Commander named Charder Chan subsequently crossed over in person to this side with the majority of his troops, and the interpreter had not yet returned, and he, the Resident, had also received news that the said postholder was being held prisoner, he had sent the assistant Harmensz to the army commander, who returned with a message that the army commander wished to speak with him in person, but that he had excused himself from that meeting. Hostilities had already begun by then That meanwhile the said army commander with his troops had approached closer to the fort and hostilities had already begun, with the pillaging of some houses on the bazaar and the Company's limits. The army commander demands the money of the Samorin The resident responds that he has no knowledge of it He also demanded 20 years of rights from the Samorin's lands. And finally that upon his sent ola, the said Army Commander had sent the Interpreter with one of his emissaries to say to him, the Resident, that he demanded nothing other than the money that the Company still holds belonging to the king Samorin. That he, the Resident, had replied thereto that he has no knowledge thereof beyond that which has already been communicated to him, Charder Chan, from Cochim, but that regarding the army commander's claim, he would immediately write to Cochim. The resident further communicated by postscript that he, Charder Chan, made claims regarding the 20 years of revenues of the Samorin's lands.
Dutch transcription
„danige dienaar /:was geteekend:/ A:n Moens /: in m „gine :/ Cochim den 2: Januarij A:o 1778: Accordeerd J Jannickens EClerd Nagezien H Schemering 2 3 Rendement van zoodanige Goederen als enert Compagnie van diverse Handelaaren zijn ingekog„ „vanden in geld en p„r Centos. 169 9/1: kand: zandelhout derde zoort - - - - - - - - - - - - - - 25116: - d=o Kandij zuijker - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- 549:- Pik:s Alluijn - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6:- „ Ruwe Chineese zijde - - - - - - - - - - - - - - 526166:- lb: Poeder zuijker - - - - - - - - - - - - - - - - - - 587:—. „ kapok - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -- Cochim den Laatn als en ert Primo September Jongst leeden voor reekening van d' E: gekogten geduurende dien tijd wederom verkogt met aanwijzing der ad= p„r Ctos verkoop winst inkoops be„ „swaard met alle ongelden - - - - - - - - - - - - - - - r:o/as 52090:24:3:ƒ: 59193:367: p:s 7103:12: 13 1/8:—: 502:12: 13¾ r=m 411: 36: 14¼„ 606:—. 14: 7/8: „ 4650: —. „ 2024:—. 15 /8. „ – – – – - - – - - - - - - - - - - - – – – „ 3641:36:„ 4144:—:„ – – – – – – – – – – – – - – – – „ 12880:–. „ 14904:–: „ – – – – – – - - - - - - - - – – – „ 51552:—: „ 59'269:—„ 7717:—„ 14:78: „ - – - - - - - - - - - - - - - - „ 2882:12:„. 3294:—:„ – – – – – – – - – – – – – - - – – – – „ 4044:–. „ Teld- - - - - - - -Ro/a:s 127090:24:rp:s145454:36:8: 1364:12. en inkoop van den verkoop afgetrokken - - - - - - - „ 127090: 24: 14½. s= zo Consteerd hier op gewonnen te zijn - - - - - - - Rps:s 18364:12: of Laatn Augustus A„o 1776: /:was geteekend:/ R: van Harn accordeert J Sannicheus Cert 0 N„o 4. Secreete Resolutie op Lecture van vier Chetticp bring na den anderen ontvangen Donderdag Den 10: October A:o 1776: 's namiddags te vijff uuren Present Den wel Edelen Groot: Achtb: Heer Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia mitsgad:s Gouverneur en Directeur Adriaan Moens, Den E: Hier oppercop„r fecunde en Hoofdandm=r Willem Iacob van de Graaff, Den E: Heer Majoor en hoofd dermilitie Ian Hendrik Medeler, Den E: koop=n, fiscaal en kassier Reijnier van Harn, Den E: onder B:m en pakhuismeester Samuel Constantin Saffin, Den E: onder k:r winkl=r en Dispencier Jan Lambertus van Spall„ Den E: onder k:m en secretaris van Politie Abraham Rudolff Schutszen Den 6: onderte=rn en zoldij boekhouder Abraham Jean Scipion vernede Na dat deese vergadering door het gebed g'opend was, zeijde de Heer Gouverneur deselve expresse te hebben laaten beleggen om de Leeden lectura te geeven van vier brieven, die zoo even na den anderen van Chettua hier aangebragt en op Genomen in raade van mal„ „labaar ter steede Cochim gesteren Haider Alij Chan vollen in 't district van Chettua Poelicarro en vier Lassorijns gevangen. toek nver Chanabitij en na d roeden van die ondernoeming te verneemen. Tlegenhoofd der gem: Troupes komt in persoon in gem: district gisteren gedateerd zijn, waar bij, na genomene lectura, wierd bevonden dat den Chettuasen De troupes van den Nadal Resident De Riberto kennisse geeft, hoe dat de Troupes van den Nabab Haijder Alijchan op gist „ren zeer onverwagt in een groot getal, zoo ruijters als voet knegten, van de overkant der Chettuase rivier op 'sComp„s post Poelicarro zijn aangekoomen zig aldaar neder geslaagen, Nedman den posthouder van post gevat en den posthouderd Corporaal, met G zijn bij hebbende Lascorijns gevangen genomen hebben Dat vermits 'smorgens al eenige man„ De Chettuape resit kind den schappen waaren overgekoomen, onder voorgee„ ven, om uijt ordre van den Nabab aldaar te verblijven, hij Resident den Tolk naar Chawacattij bij het leegerhoofd had gesonden, met ordre, om van derselver te verneemen, na de reeden van die onderneeming Dat vermitsse Nababs Legerhoofd gen=t Charder Chan, vervolgens in persoon met zijn meeste troupes na deese kant overgekoo „men en den tolk nog niet wederom gekoo„ „men was, en hij Resident ook tijding erlangt hade het legenhoofd wil den resid=t zelfs preeken. De vijandelijkheeden hadden toen al begonnen van den sammorijn De resident dient van antwoord Nog eijschte denselven 20 Jaarige geregtigheijd van de sammorijnse had, dat de gem: posthouder gevangen wierd gehouden, hij den assistend Harmensz aan het leegerhoofd had gesonden, die met een bood„ „schap terug quam, dat het legerhoofd hem zelfs wilde spreeken, dog dat hij zig van die ont= „moeting had Gexcuseerd Dat intusschen het gem: legerhoofd met zijne troupes het fort meer genadert en de vijandelijkheeden al een begin genoomen had„ „den, met het spolieeren van eenige huijsen spee op de bazaar en 'sComp„s Limieten. En eijndelijk dat op desselfs afgesondene ola Het djerhoofd Eijscht het ges het gem: Leegerhoofd den Tolk met een zijner zendelingen had gesonden om aan hem Resident te zeggen, dat hij niets anders eijschte, als het geld dat de Compagnie van den koning sammorijn nog onder zig heeft: Dat hij Resident daar op hadde gediend, daar dat hij daar an geen notitie heeft van geen notitie te hebben buijten het geene hem Charder Chan reets van Cochim be„ „deelt is, dog dat nopens 'sleegerhoofds preten „tie, ten eersten na Cochim schrijven zoude. Nog bedeelde den resident bij postscriptum dat hij Charder Chan van de 20: Jaarige revinuen van gt Lauden.
English
will otherwise ruin the country The governor has already informed the said army commander regarding the Zamorin rights, as well as an account, together with a memorandum on the collection of those rights. spoken or written claims demands an accounting and compensation from the Zamorin lands, under threat of otherwise ruining the country. Regarding which the Governor informed the members that he had already, under date of 30 September last, extensively informed the said army commander regarding the Zamorin rights in the sandy land of Chettua upon his first inquiry made to him in that regard, and had also sent along the Account of the Zamorin, which showed for what sum the mortgaged lands were taken over, how much was received in reduction thereof, and how much was still owed to the Company as of the end of August of this year, together with a memorandum on how those rights were collected; with the request to give a faithful report thereof to his master. That he, the governor, had thought that The Nabob had never spoken about those the said Army Commander would have been satisfied with that, the more so because the Nabob had never written about it, nor spoken anything about it to the Company's commissioners who had been on a mission to the Nabob last year, so that one had to presume that the said army commander had been misled by some malicious people, told great untruths, and that these hostilities were undertaken on these false grounds. That however much neither cause nor reason has been given on the part of the Honorable Company for such hostile actions, and we know nothing other than that we live in good friendship with the Nabob, one is nevertheless uncertain as to what consequences this questionable step may have, and thus one must be on guard against all unforeseen occurrences, Putting it to the question what, under these present circumstances, should best be put into effect for the Company's interests, considering our slight power at hand here and the resulting incapacity. Whereupon, having deliberated and taken into serious consideration what could be put into effect in this critical situation for the preservation of the Company's possessions, it was approved and understood: To write immediately to the Chettua servants to keep the Nabob's men away from there under the cannon of the fort, and to order that in case the Nabob's troops, contrary to expectations, should have approached within range of the artillery of Chettua, they must have them warned in polite terms that they must withdraw from under the cannon, or that they have orders to fire upon them. Further, that the said servants shall let them know that markers will be placed as far as it is understood that the cannon can reach, to prevent misunderstanding: But that if they should not listen thereafter and give a refusing answer, they, the servants, must make use of the cannon and keep them away by force. That as regards the demand of the said Army Commander concerning 20-year rights of the Zamorin lands, or also the money of the Zamorin, they, the servants, may give the said army commander to understand that the same has been presented so obscurely that one does not know what is meant by this, that the expelled king is still indebted to the Company, but not the Company to him. That they, the servants, must therefore request a further explanation or clarification of his demand, notifying him that the Governor already sent a letter and account to him some days ago, and therefore request to be allowed to know whether he has received that letter or not, that the Governor will also write about this to the army commander immediately, under emphatic protest against this intrusion into the Company's lands, the occupation of Her Honors' fort, the capturing of her servants, the robbing and plundering of her subjects, leaving the consequences arising therefrom to his accountability with his master the Nabob, who will be informed of what has occurred. Thus Done, Resolved and Arrested in the council of Malabar at the city of Cochin, on the day, month and Year aforementioned. /was Signed:/ A: Moens, W: I: van de Graaf.
Dutch transcription
zal ander 't land wijneeren De gouvern:r heeft reets het gen: lagerhoofd aangaande de sam„ „morijnse geregtigheeden onder zoo meede zouden een reekening benevens een notitie van de invorde„ „ring dier geregtigheeden pretentie gesprooken of geschreev van de Sammorijnse landen reekenschap en vergoeding eijscht, onder bedrijging, andersints het land te zullen Ruineeren. welken aangaande den Heer Gouverneur de leeden kennisse gaf, dat hij reets onder dato 30: Zeptember pass=o het gem: legerhoofd aangaan de de sammorijnse geregtigheeden in het zan„ „digland van Chettua op desselfs voor de eerste maal aan hem derweegens gedaane vraage breedvoerig onderhouden en daar neevens ook toege „soulden had de Reekening van den sammorijn, waar bij bleek, voor welke somma de verpande landerijen overgenoomen zijn hoe veel daar op in vermindering ontvangen, en hoe veel de Com„ „pagnie onder ultimo Augustus deses Jaars nog te goed gebleeven is, benevens een notitie hoedanig die geregtigheeden werden inge„ „vordert; met versoek om daar van aan desselfs meester een getrouw verslag te doen Dat hij gouverneur hadde gedagt, dat Nabrb had noijt over die gem: Legerhoofd daar in zoude genoegen genoomen hebben, te meer, den Nabab miin, „mer daar over geschreeven, nog tegen 's Compagnie gecommitteerdens, die verleede Jaar bij den Nabab in „houden. „ven n men verondersteld dat het legerh=d misleijd is. schoon men van de zijde vande geen aanleijding gegeven heeft oot vijandelyjk heeden moet men egter op hoede te zijn omvraage nat er best dient gedaan tewerden. in commissie geweest zijn, iets gesprooken heeft, dat men dierhalven onderstellen moest dat gem: legerhoofd door dese of geene quaadaardig lieden misleijd, groote onwaarheeden wijs ge„ „maakt en op deese valsche gronden deese vijande„ „lijkheeden ondernomen zijn. Dat hoe zeer ook aan de zijde van d' EComp: nog reeden nog aanleijding gegeven is, tot zulke vijandelijke gedoentens, en wij niet beeter weeten; of leven met den Nadab in goede vriendschap men nogthans in 't onzeeker is, welke gevolgen deese bedenkelijke stap hebben kan, en alsoo teegens alle onvoorsiene voorvallen diend op hoede te zijn, Jn omvraage leggende, wat in deese tijds omstandigheeden het beste voor 'sComp=s belangens diend te werden in 't werk gesteld, gemerkt onse geringe hier aan handen zijnde mogt in het daar uijt volgend onvermogen. Waar over dan gedelibireerd en in ernstige overweeging genoomen zijnde, het geen in deese Cretique gesteldheijd, tot Conservatie van 'sComp:s bezittingen, zoude kunnen werden in 't werk gesteld, is goedgevonden en verstaan: De Chettuase m beslut de Chettuaje bediendens aan te schrijven om de Nababse van daar te houden. Men zal teekens stellen weegens de limieken de bediendens hebben last indien het Canon te verdrijven 20: Jarige geregtigheeden ge meent werd: Chettuase bediendens ten eersten aanteschrijven van onder 't Canor van 't fort en te gelasten om ingevalle 's Nababs troupe teegens verwagting tot onder het geschut van Chettua mogten genadert zijn, zij deselve in beleefde termen moeten laaten waarschouwen, dat ze zig van onder het Canon van daan moeten begeeven, of datze ordre hebben om op hen te schiel„ Wijders dat gem: bediendens, dezelve zullen haalen weeten, dat er teekens zullen werden ge„ „steld, zoo verre als men begrijpt dat het Canon kan Rijken ter voorkooming van mis-ver„ stand: Dog dat indien ze daar na niet mogten luijs„ niet willen vertrecken hen mit „ teren en weijgerig antwoord geeven, zij bediendens gebruik moeten maaken van het Canon, en ze met geweld van zzig afhouden. llen Dat wat aangaat den Eijsch van gem: mies wet nit wit guet de Leegerhoofd weegens 20: jaarige geregtigheeden van de sammorijnse landen, of ook het geld van den sammorijn, zij bediendens aan ge„ „dagt leger hoofd kunnen te verstaan geeven, dat deselve zoo duijster voorgesteld is, dat men niet weet wat hier meede gemeent werd, dat de verdreeve koning nog aan de Comp:s schuldig dnd is verklaring van het Legerhooft ver„ en men zal nadrukkelijke protes batieren tegens den intrang in 'sComp„s dnden. is, maar niet de Compagnie aan hem. Dat zij bediendens derhalven een nadere hebeliendens maten en nadere verklaring, of opheldering, van zijnen Eijsch moeten verzoeken, onder tekennen geving, dat de Gouverneur al over eenige daagen een brief en reekening aan hem gesonden heeft, en dier„ „halve versoeken temoogen weeten, of hij die brief ontfangen heeft, dan niet, dat de Gouver„ „neur hier over ook aan het legerhoofd ten eersten schrijven sal, onder nadrukkelijke protestatie, tscip teegens deesen indrang in 'sComp=s landen, het bezetten van Haar Edeles fort het gevangen neemen van haare dienaaren, het berooven en plunderen van derselve on„ „danen, latende de gevolgen, hier uijt spruij„ „tende, voor desselfs verantwoording bij zijnen meester den Nabab, aan wien van het voor„ „gevallen kennisse gegeven zal worden. Aldus Gedaan, Geresolveert en G'arresteert in raade van malla„ „baar ter steede Cochim, ten dage, maand en Jaare voormeld /was Getekend:/ A: Moens v W: I: van de Graaf rek.
English
The troops of the Nabob advance, plundering and burning the residency. Deliberation regarding this. W: I: van de Graaff, I: H: Medeler, R: van Harn, J: C: Saffin, J: L: van Spall, A: R: Schorer and A: J: S: Vernede. Friday the 11th of October 1776 in the morning at 11 o'clock All Present At the opening of this meeting, there were read the reports received from the Paponetty Resident Breekpot, wherein he communicates that a part of the Nabob's troops had invaded the Conquest, commenced robbing, plundering and burning, and had not even refrained from setting fire to the houses around the residency and committing all manner of overt hostilities, as well as that they have broken open the warehouse of the Company, and that the army commander took possession of the residency. The Governor said he had expressly convened this meeting to inform the members of what had occurred, and to deliberate with them on what should best be done, as the matter requires a speedy remedy and it is known to the Members that our present available force is so small and limited that, besides the reinforcements that have already been sent to Cranganore and Chettua, it is practically impossible to undertake anything of importance in the field. That if, however, the further hostilities are not countered and checked, the enemy, noticing our powerlessness or weakness, would make it worse and worse, and could easily cross behind Cranganore out of reach of the cannon onto Aycotta, being the northern end of the Island of Vypeen lying so very close to our town here, which could have very disadvantageous consequences. And finally that it would be unjustifiable if one, leaving it only to our town, in the present case remained passive and looked on with complacency while the enemy acted as they pleased without doing the least duty to counter them and check them in their further undertakings. He therefore proposed whether the council, on the grounds of the compelling reasons alleged, deemed it expedient and necessary with him, the Governor, to have a detachment commanded, equipped with what is necessary, in order, according to further news we might receive, to march out and act upon the first order, as will then be deemed further necessary. Whereupon deliberation was held, and the advice of the Members having been taken, it was found good, in consideration of the reasons alleged by the governor, to conform with his proposal, and consequently resolved that first of all a detachment shall be commanded amounting to 198 men; Europeans to the number of 80 men, the remainder Malays and sepoys under one captain and two officers, besides the officers of the Malays and sepoys, in order to march out upon the first order. Further it is agreed that for the greater reinforcement of the said detachment there shall be added to it three gunners and eight assistants with three field pieces of one, two, and three pound balls, provided with the necessary ammunition. While it was furthermore agreed to communicate what occurred to the Ceylon ministers as quickly as possible, and to request them most urgently to send the requested reinforcement of military personnel, made by the Governor by separate letter of the 27th to the Right Honorable Governor Falck, as soon as possible, and if possible, without the least diminution here. Finally, it was also agreed to recommend most seriously to the servants of Cranganore to be watchful and on their guard, so as not to be suddenly attacked and surprised. Thus done, resolved, and decided in the Council of Malabar, established at Cochin, on the day, month, and year aforesaid. (Was signed:) A: Moens, W: J: van de Graaff, J: H: Medeler, R: van Harn, J: C: Saffin, J: L: van Spall, A: R: Schorer, A: J: S: Vernede. Saturday the 12th of October 1776 in the morning at half past seven All Present In continuation of the discussion regarding the invasion of the troops of the Nabob Hyder Ali Khan into the sandy land of Chettua and Paponetty, the Governor stated that yesterday evening he received a letter from the army commander of the said troops, named Sardar Khan, which was translated during this night in order to be presented in the meeting today. From which it appears, among other things, that the said army commander complains of the letters having been left unanswered which he claims to have written previously regarding the sandy land of Chettua; with assurances nonetheless that his master the Nabob is on friendly terms with the Dutch Company and that it is not aimed at them.
Dutch transcription
De troupes van den Nabas Boven, plunderen in branden van de residentie. deliberatie dien aangaande. W: I: van de Graaff, I: H: Medelea, R: van Harn, J: C: Saffin, J: L: van Spall, A: R: Schutsp en A: J: S: ver„ „nede. Vrijdag Den 11:' October 176: D voormiddags te 11: uuren Alle Present Den aanvang deeser bij een komst wierden valle in't Crijust Expontij geleesen de erlangde berigten van den Paponet„ „tijse Resident Breekpot, waar bij denselven bedeeld, dat een gedeelte der Nababse Troupes in het Conquest gevallen, met rooven, plunderen en branden een begin gemaakt, en zig zelfs niet ontsien hebben, om de huijsen rondom de residentie in brand te steeken, en te pleegen allerhande zodrten van openbaare vijandelijkheeden, zoo meede, dat ze het pakhuijs van de 't segen hoofd namt possessie Compagnie hebben opengebrooken, en dat het legerhoofd possessie van de residentie genomen heeft. zoo zeijde den heer Gouverneur deese ver„ „gadering expres te hebben laaten beleggen, om de De zaak verlescht en spoedig hulp middel. en men is te swrk iets van be„ lang na buijten te onderneemen: zadien bie vijandelijkheden nmit werden gestuijt zal de vijand het eager maaken. en somtijdsagter Cranganoor van Baijpin overkoomen. Het zoude onverantwoordelijk zijn als men niets deede om den vijand tesluijten. de leeden van het voorgevallene kennisse te geven, en met deselve te overleggen; wat best in het werk diende tewerden gesteld, dewijl de zaak een spoedig hulpmiddel vereijscht en het de Leeden bekent is, dat onse presente aan handen zijnde magt zoo geringen bekrompen is, dat het buijten de versterkingen die men reets na Cran„ „ganoor en Chettua gesonden heeft, genoeg= „zaam ondoenlijk is, om iets van belang na buijten te onderneemen. Dat indien egter de verdere vijandelijkheeden niet te keeren gegaan en gestuijt werden, de vijand onse onmagt of swakheijd bemerkende het maar hoe langer hoe erger maaken zoude en ligtelijk van agter Cranganoor buijten bereijk van het geschut zoude kunnen overkoo= „ Aijcotte an 4: moadeijnse, men op Aijcotta, zijnde het noordelijke eijnde van het hier bij onse stad zoo zeer digt leggende Eijland Baijpin, het welk van zeer nadelige gevolgen zouden kunnen zijn. En eijndelijk dat het onverantwoordelijk zijn zoude, indien men het maar alleen op onse stad laatende aankoomen, in het presente geval stil bleef, en met goede oogen aanzag„ dat Den gouvern:r proponeerd om een detachement te laaten Commanderen om op de eerste ordre te kunnen uijtmancheeren. De leeden Conformeeren zij met die voorstel. besluijt een datachement te zenden van 198: man. dat de vijand naar welgevallen handelde zonder het minste devoir te doen om den„ „selven tegen te gaan, en in zijn verdere ondernemingen te stuijten. Proponeerde dierhalven, of den raad, uijt hoofde van de g'allegueerde drang-redenen, met hem Gouverneur met dienstig en noodig oor „deelde om een detachement, met het nodije voorsien, te laaten Commandeeren, om na maate wij nadere tijdinge mogten krijgen op eerste ordre te doen uijttrekken en ageeren, als men dan nader noodig zal oordeelen. Waar over gedelibereerd, en het advis van de Leeden ingenoomen zijnde, is uijt aanmer¬ „king van de door den gouverneur g'allegu„ „eerde redenen goedgevonden, zig met desselfs voorstel te Conformeeren en dien volgende beslooten dat oe ten eersten een detachement zal werden gecom„ „mandeert groot 198: koppen; Europeesen ten getalle van 80: man, Primo plan de overige ma„ „leijers en sipaijs onder een Capitain en twee officier behalven d'officieren van de maleijers en sipaijs ten eijnde op eerste order tekoomen uijtrukken Wijders is verstaan, dat tot meerder verster „king belast met drie veld stukjes en toebehoo Desluit het voorgevallene na silon te bedeelen en op de spoedige ending van 't verfogtn rensent nodige militairen aan te dringen belast om op hoede te zijn „king van gemelde detachement aan het zelve zal werden toegevoegd, drie Canoniers en acht handlan„ van „gers met drie veldstukjes van een twee, en drie pond bals voorsien van de noodige ammunitie him Terwijl alverder verstaan wierd, aan de Ceilonse ge ministers het voorgevallene ten spoedigsten was. te bedeelen, en deselve zeer instantig te versoeken ver„ om het versogte renfort van militairen door den Gouverneur bij aparte brief van den 27: Ued: bel: aan den wel Edelen heer Gouverneur Falck gedaan, zoo spoedig doenelijk, en des mogelijk, zonder eenige deminste demunitie her= „waards tewillen zenden. Eijndelijk is nog verstaan de bediendens de Cananoorp bediendens werd van Cranganoor wel ernstiglijk te recom„ „mandeeren, om waakzaam en op hoede te zijn, om niet zomtijds onvoorsiens overvallen en verrast te worden. Aldus Gedaan, Geresolveert en G'arresteerd Jn raade van Mallabaar ves„ ter stoede Cochim, ten daage maand en Jaare l voorm: /:was Get:/ A: Moens W: J: van vn H Hk de Graaff J: H=k Medeler, R: van Harn J: C: Saffin briev van 's Nababs Legerhoofd onbeandwoord laaten zijner brieven. betuigt egter 's Nababs vriend„ schap met de Comp:e en dat het J: L: van Spall, A: R: Schiet S: C: Saffin A: J: C: Vernede Saturdag Den 12: October 175: 's voormiddags te half Acht Alle Present Ten vervolge van het verhandelde nopens de invasie van de Troupes van den Nabab ontvrangt en tectur gen ee Heijder Alijchan in het zandigland van Chettua van Paponettij geschreuve: en Paponettij zeijde den heer Gouverneur, gisteren avond van het leegerhoofd van Gemde Troupes Gen=t Charder Chan een brief ontvangen te hebben, dewelke van deesen nagt nog getranslateerd was, om nog heeden in vergaderinge te kunnen dienen Waar uijt onder andere komt te blijken, Denselven klaagt over het dat het gem: Legerhoofd klaagt over het on„ „beantwoord laaten van de brieven, die hij voor„ „geeft, nopens het zandigland van Chettua bevoorens geschreeven te hebben; onder betuijginge nogthans dat desselfs meester de Nabab met op haar niet gemunt is de Nederlandsche Compagnie in vriendschap st heeft ƒ 14 Tge
English
has orders to attack Trevancoor. requests free passage over the Company's land. 1766. otherwise the Company's friendship is at an end. The Governor has received no letters. The behavior of the army commander accords little with friendship. other right than that of the strongest. The Nabab's friendship lasts no longer than his interest entails. lives, and that it is not aimed at her. Yet that he had orders to attack the King of Trevancoor, and to that end demands free passage over the Company's lands and even past the city of Cochim. That this demand must be granted to him, the army commander, or else friendship would be at an end. Regarding the first point, the Governor declared that the same contained a complete untruth, as he knew nothing of those letters, and the same have not been received here either. That as far as the second point is concerned, His Honour had to remark upon this that this profession of his master's friendship had little correspondence with the conduct pursued thus far by him, Charder Chan; and that one was thus brought into great suspicion that one can place no great reliance upon this profession of the Nabab's friendship, and that possibly everything, as the saying goes, is merely a pretext, as the Nababs and their army commanders generally recognize no other right than that of the strongest, and that this is further confirmed because, in case of refusal, the mutual friendship is to be broken, just as experience likewise teaches that his friendship lasts no longer than his interest entails. That he has acquired his extensive possessions in this manner, and thus nothing is safe from him that cannot resist his force. That whereas Their High Mightinesses have repeatedly and most earnestly recommended us to observe a strict neutrality, and Charder Chan declares in plain terms that it is not aimed at the Company, and that it can also be taken into consideration that, since the lands and borders of the King of Trevancoor to the north are reinforced and closed off by lines, strongholds, and a good number of troops, what has occurred on the Company's territory up to now could in some measure be regarded as a necessary consequence of his professed intention to march against the King of Trevancoor, because, wishing to break in from that side, he must necessarily pass through our territory, or at least that we may for the present act as if we believed this. Whereupon, after deliberation and having taken the advice of the members, it was resolved: First, for the present, pursuant to Their High Mightinesses' express and repeated order, to maintain absolute neutrality, and to let this resolution serve as a foundation in all further decisions of this government. Secondly, to answer the Nabab's army commander Charder Chan upon his notification that it is not aimed at the Honourable Company, that the Company fully trusts to live in peace, friendship, and good understanding with the Nabab Naijder Alij Chan; that it is further confirmed therein and rests assured by the special declaration made in that respect by him, Charder Chan, in his aforesaid notification; that on the grounds of this friendship and good understanding between it and the Nabab, and on the grounds of the neutrality adopted by it, it trusts that the said army commander will spare the Honourable Company's territory, and will especially ensure that, in order to prevent all misunderstanding, the Nabab's troops must keep out of the range of the cannon of the Company's fortresses and cities; that since the Dutch Company lives in friendship with the King of Trevancoor, and the said Nabab formerly requested the Company's mediation between him and the said King of Trevancoor, we are on this occasion likewise willing to employ our good offices to settle the differences that may exist in an amicable manner through the Company's mediation, and that we will make this same offer this very day to the said King of Trevancoor, and furthermore inform the Nabab directly of everything. And Thirdly, to commission and qualify the Chief of Cranganoor Seijffer and the Resident of Paponetty Breekpot to enter into negotiations with the Nabab's army commander on behalf of this government, should this proposal be accepted, and then to request him that all acts of hostility may remain suspended until it shall have been seen
Dutch transcription
heeft ordreom Trevancoor aan te tasten. versoekt vrije passagie over sComp=s grond. 1766. anders is 't met sComp„s vriend „schap uijt De gouvern=r heeft geen brieven ontvangen. 'T gedrag van 't legerhoofd komt weinig met de vriendschap over d o kan. ander regt dan dat van den vrsterksten. 's Nababs vriendschap duurt niet langer als zijn belang meede brengt leeft, en het op haar niet is gemunt Dog dat hij ordre had, om den koning van Jrevan „coor aantelasten, en ten dien eijnde eijscht een vrije passagie over sComp„s Landen en zelfs voor bij de stad Cochim„ Dat deese eijsch hem Legerhoofd moest werden toege staan, of dat het anders met de vriendschap uijt was. Nopens het eerste poinct verklaarde den gouver„ „neur dat het zelve een volslaage onwaarheijd behelste, alsoo hij van die brieven niets wist, en deselve hier ook niet ontvangen zijn. Dat wat het tweede poinct aangaat, zijn Edele hier op moest aanmerken, dat deese betuijging van zijn meesters vriendschap, weijnig overkomst had, met het gedrag van hem Charder Chan, tot dus verre gehouden; en dat men dus in groot vermoeden werd gebragt, dat men op dese betuijging van 's Nababs vriendschap geen al te groote staat men dus weijnig staat op maken maaken kan, en dat mogelijk alles, gelijk men zegt, op een eagje uijtligt, alsoo de Nababen zijne 's Nodads legunhd kennen geen legerhoofden doorgaans geen ander regt erkennen, dan dat van den sterksten, en dat zulx nader beves„ „tigt werd, om dat in Cas van weijgering, de onder„ „linge vriendschap staat verbrooken tewerden, gelijk tinsgelijks de ondervinding leert, dat desselfs vriendschap een. alle zijne bezittingen heeft hij op een geweldige wijse verkreigen de neufraliteijt is ons van Consideratie omtrend 's Nababs het gepasseerde kan aangemerkt werden als een noodzakelijk gevolg inbreeken moet sComp„s grond gebied passeeren. vriendschap niet banger duurt, als het zijn be„ lang meede brengt. Dat hij zijne uijtgestrekte bezittingen op deese wijse verkreegen heeft, en alsoo niets voor hem veijlig is, wat zijn geweld niet kan tegenstaan„ Dat dewijl Haar Hoog Edelheedens bij herhaaling ons zeer ernstig hebben aanbevoolen, haar hoog Edelheedens aan be„ om een stipte neutraliteijt te observeeren, en„ Charder Chan met ronde woorden verklaart dat het op de Compagnie niet is gemunt, en dat ook in Consideratie kan koomen, dat ver„ voornam, tegen perancoor, mits de Landen en grensen van den koning van Crevancoor om de noord, door lieniën, sterk „tens en een goed getal troupes versterkt en ge„ lees „slooten zijn, het voorgevallene op 'S Comps grond gebied, tot dus verre, eenigermaate konde werden aangesien als een noodzakelijk gevolg van desselfs voorgewend voorgeeven, om tegens den koning van Jrevancoor op te trekken want van die kant, willende dewijl hij van die kant willende inbreeken, ons grond gebied noodzakelijk passeeren moet, ten minsten, dat wij voor als nog ons moo„ „gen houden, als of mij zulx geloofden. Waar over gedelibereerd en het advies van de „voor eg het van de neutraliteijt. het antwoord van 's Nabobs Leger hoofd. de Comp: vertrouwt in vreede sComp„s grond gebied zal menagoe de leeden ingenoomen zijnde, is goedgevon Eerstelijk voor als nog ingevolge hunner besluijt tot het onderhouden Hoog Edelheedens expres en herhaald bevel te houden eene volstrekte onzijdigheijd, en dit besluijt te laaten dienen tot een grond„ „slag in alle verdere besluijten deeser rege„ ring Ten sweeden 's Nababs Leegerhoofd Charder Chan op zijne notificatie, dat het aan d'E: Compagnie niet gemeent is te antwoorden, dat de Compagnie volkomen vertrouwt met de Nabab Naijder Alij Chan te leeven in vreede, vriendschap en goede verstandhouding: Dat ze door de speciaale be lieven met hoider Alijchan verklaaring ten dien opsigte door hem Char„ „der Chan bij voorschreeven zijn notificatie gedaan, daar in nader word bevestigt en daar in berust; Datze uijt dien hoofde van dese vriendschap en goede verstandhou„ „ding tusschen haar in den Nabab, en uijt hoofde van de bij haar aangenoomene neutra„ „liteit, vertrouwt, dat gem: Legerhoofd haar men hoopt dat het legerhoofd Edeles grond gebied menageeren, en inzonder „heijd zorgen zal, dat ter voorkooming van Crin van sComp„s mediatie tusschen den Nababen frevancoor aan te bieden. men zal aan beijde daar van kennisse geven. seijffer en Breekpot gecom„ zegerhoofd in onderhanding betreede mien versoekt dat intusschen de van alle misverstand, 's Nababs troupen zig zullen moeten houden buijten het bereijk van het Canon van 'sCompagnies vestingen en steede: Dat vermits de Nederlandsche Compagnie met den koning van Trevan„ Coor in vriendschap leeft, en gem: Nabab eertijds 'sCompagnies tusschen spraak tusschen hem en gem: koning van Trevancoor heeft versogt, wij bij deese gelegentheijd insgelijks bereijdwillig zijn om onse goede officien aantewenden om door sComp„s tusschen spraak de verschillen, die er zijn moogen door den weg der minne bij te leggen, en dat wij deese zelfde aanbieding nog heeden zullen doen aan gem: koning van Trevancoor, en voorts van alles direct aan den Nabab kennisse te geeven. en Ten derden het opperhoofd van Cranganoor seijffer en den Resident van Paponetlij Breek„ mitteerd om met sesaboos „pot in Commissie te stellen, en te qualificeeren, om zoo deesen voorslag ingang vind, wegens deese regering met 's Nababs legerhoofd daar over in onderling te treeden en denselven als dan te versoeken, dat alle dadelijkheeden mo vijandelijkeden noge Cesseeren gen blijven geweert; tot dat men zal gesien hebben ƒ
English
Reading of two Cranganore letters. The Nabob's men massacre a lascar. They set fire to nine houses at Cranganore. They advance beneath the artillery of Cranganore. The servants cannonade and fire with small arms to repel the enemy. A European soldier is killed. Receipt of a letter from the Nabob's army commander. He complains that as yet no one has come to speak with him. He wishes to proceed with his master's affairs. That the entire land of Chettua was conquered by him. That the dues of the Zamorin belonged to the Nabob. He also claims the dues of 15 miles of land. He requests that someone be sent to him to settle these matters as soon as possible. He will otherwise do his best to collect that money. Reading of a Chettua letter. Chettua is besieged. The postholder at the sea inlet is seized and transported to Chawakkad. The Nabob's force is estimated at 19000 men, also 1000 cavalry. have what can be done through the means of an amicable agreement, and that notice thereof shall at the same time be given to the said army commander in the aforesaid reply. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar in the city of Cochin on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A. Moens, W. J. van de Graaff, J. A. Medeler, R. van Aarn, I. C. Saffin, J. L. van Spall, A. R. Schutz, and A. J. S. Vernede. Sunday, 13 October 1776, at 11 o'clock in the forenoon. All present. Reading having been taken of two letters from Cranganore received here this morning, it appeared from the first-mentioned that the Nabob's people had cut down a Company's lascar who was intending to go to Chettua with a letter, and tore the letter to pieces; furthermore, that the same had burned down nine houses in the native village of Cranganore the day before; and by the second, that yesterday afternoon around half past one o'clock, the Nabob's troops, estimated to be 4 to 5000 men strong, among whom were about 150 on horseback, having with them two cannons, came beneath the artillery of the fort; that the servants had fired one or two cannon shots at them as a kind of warning, but that the said troops did not wish to listen to this and approached closer and closer to the fort, even within reach of small arms; that the servants proceeded first with the cannon and then with the small arms to drive them away from there, and that in that action a European soldier was shot dead by the enemy's fire. And by a further letter from the Nabob's army commander, which had been brought at the same time with the aforesaid report, it was found to contain, among other things, that he had indeed received the Governor's letter, but that up to now no qualified person had come to him to speak about the matters; that he had had to be patient for 18 months, that he could therefore no longer delay in making progress with his master's affairs, and that it was very well known how far the friendship between the Nabob and the Honorable Company extends; that he had now come into the sandy land of Chettua to attend to his master's business; that the Company had its fortress there on the land with its limits, but that the whole land on behalf of the Nabob was now conquered by him; that the Company had itself collected the dues of the Zamorin, both in fanams and nelly, for the period of 20 years; that these rightfully belonged to the Nabob; that he had written a letter to the Governor which was detained by the Company's people; that for that reason he had sent his emissary with 10 to 20 horsemen to Cranganore; that it would take another 10 to 15 days before the Nabob's answer arrived; that he needed 50000 rupees every day for expenses, and that he did not know who would pay him that money; that besides this, he had understood that the Company still has in possession 15 miles of land (although we do not know at all nor can we guess what he means by this), and therefore requests that the nelly and fanams thereof may also be sent to him, and that if he received written notice that those lands do not belong to the Company, he would then demand the same from the possessors of those lands; that he requests that the Governor would send someone to him to settle these matters as soon as possible, since in the contrary case he would do his best to collect that money, which he had thus thought fit to bring to the Governor's knowledge, etc. Furthermore, the Governor produced a copy of a Chettua letter just received, which the Resident De Riberto had managed to send here with great difficulty by a Malabari who had secretly hidden this letter on his body. Copy: The copy is inserted here. Copy of a letter from the undersigned, addressed to the Right Honorable, Highly Esteemed Adriaan Moens, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Vingurla. Dated Chettua, 11 October Anno 1776. We are currently besieged here, by water as well as by land, from all sides, so that no one can venture out of the fort within a pistol shot without falling into the hands of the Nabob's partisans. The corporal and postholder of the sea inlet has been seized and transported to Chawakkad; 6 of our lascars, the assistant, and the interpreter sit as hostages with those people; not a single person nor a letter can be dispatched without being intercepted by them. The force of the Nabob here consists of 19000, as well as 1000 cavalry.
Dutch transcription
Lectura van 2: Cranganoorse De Naboisse massacreeren een batcorijn hebben wat door de weg van minnolijke overeen„ „komst kan werden gedaan, en dat hier van teffens aan gem: pegerhoofd bij het voorschreeven antwoord kennisse zal gegeven werden Aldus Gedaan, Geresolveert en G'arres„ „teerd in raade van Mallabaar ter steede Cochim ten dage maanden Jaare voorm: /was Getekend:/ A: Moens, W: J: van de Graaff: J: A: Mede„ „ler, R: van Aarn, I: C: saffin, J: L: van Spall, A: R: Schutz en A: J: S: vernede Sondag Den 13: October 1776. 's voormiddags ten 11: uuren Alle Present Eectura genomen zijnde, van twee brieven van Cranganoor heeden morgen hier ontvangen zoo quam uijt de eerstgem: te blijken. dat 's Nababs volk een sComp:s Lascorijn met een brief na Chettua willende, heb„ „ben nedergesabelt en de brief aan stukken gescheurt; wijders dat deselve 's daags bevorens negen brieven. steeken g. huijsen te Cranganoor Naderen tot onder het geschut van Cranganoor. De bediendens Cannonneeren en schieten met handgeweer om den vijand te verdrijken. ontvangst van een briev van s Nabats Legerhoofd. is, om met hem te spreeken. negen huijsen in de negerij van Cranganoor hebben afgebrand, en bij de tweede, dat gister middag omtrend half twee uuren 's Nababs troupes, na gissing 4: â 5000: man sterk, waar onder circa 150: tepaard, bij zig hebbende twee Canons tot onder het geschut van het fort gekomen zijnde, zij bediendens, als een zoort van waar„ „schouwing, een â twee Canon schooten op hen hebben laaten doen, dog dat de gem: troupes daar na niet hebbende willen luijsteren maar het fort meer en meer zijnde genadert, tot zelfs onder het bereijk van het hand geweer, de bediendens. voortgevaaren zijn, eerst met het Canon en daar na met het randgeweia, Een daar onder van daan te verdrijven, en dat bij die Een Europues zoedart sieuweld actie een Europeese zoldaat, door vijands vuur dood geschooten is. En bij een nader brief van 's Nababs legerhoofd, die met voorsch: berigt teffens aangebragt was; wierd bevonden, deselve in te houden, onder anderen, dat hij 's Gouverneurs brief wel ontvangen had, dog dat bij hem tot klaagt dat dedon niemand gekomen nog toe geen bequaam persoon gekoomen was, om over de zaaken tespreeken, dat hij 18: maanden in de brand. 8 Dat 2 vn e 2 den voortvaaren. Dat het gantsche land van Chettua door hem was vermeestert. Dat de geregtigheeden van den sanuorijn den Nabab toeqwani Pretendeert nog de Geregtigheeden van 15: mijle lants. 18: maanden lang had moeten patienteeren, wilmet de zaaken van zijn aas, dat hij dus niet langer konde talmen, om met de zaak van zijn meester een voort „gang temaaken, en dat men zeer wel wist hoe verre dat de vriendschap tusschen den Nabab en D' E: Comp:e zig strekt, dat hij nu in het Zandigland van Chettua gekoomen was, om de zaak van zijn meester te betrachten, dat de Comp:e daar op het land haar fortresse had, met dies vimieten, maar dat het gantsche land van weegens den Nabab door hem nu was vermeestert; dat de Comp:e de geregtighee„ „den van den Sammorijn zoo aan famims als Nelij geduurende den tijd van 20: Jaaren zelfs had ingevordert; dat die van regt „weegen den Nabab toekwamen, dat hij een brief aan den Gouverneur had Geschreeven die door 'sComp„s volk aangehouden is; dat hij om die reeden zijnen zendeling- met 10: â 20: ruijters naar Cranganoor had gesonden, dat het nog wel 10: â 15: daagen duuren zoude eer het antwoord van den Nababkwam dat hij ider dag 50000: Ropias noodig had tot onkosten, en dat hij niet weet, wie hem hebben den 29 om die zaaken ten spoedigsten aftemaaken. Zal anders zijn best doen om dat geld in te krijgen: Lectura van een Chettuase briev hem dat geld betarlen zal, dat hij behalven dit, verstaan had, dat de Compagnie nog in bezitting heeft 15: mijlen lands (schoon we in het geheel niet weeten nog raaden kun „ken wat hij hier meede weert/ en dierhal„ „ven versoekt de Nelij en fanums daar van ook aan hem mogen werden gesonden, en dat wanneer hij aanschrijvens kreeg, dat die landen de Comp: niet toebehooren, hij dan deselve zoude vorderen van de bezitters van versoekt om iem and bij hemn tesen die Landen, dat hij verzoekt dat den gouverneur iemand bij hem wilde zenden om die zaaken ten spoedigsten aftemaaken dewijl hij in Contrarie geval zijn best doen zoude om dat geld inte krijgen, het geen hij dus goed gedagt had, bij den Gouverneur in kennisse te leggen en z: Wijders produceerde de gouverneur nog een Copia Chettuase briev zoo aanstonds ontvan= „gen; dewelke de resident De Riberto met zeer veel moeijte dit heen had weeten te zenden, door een mallabaar, die dit briefje aan zijn lijff op een heijmelijke wijse verborgen had. Copia Copia Briev van den ondergetekenden De Copia werd hier g'insereerd. Chethua is beset De posthouder bij 't zeegat geligt en na Chawacattij vervoert. De magt van de Nabab werd op 19000: man begroot item 1000: ruij gerigt aan den wel Edele Gestrenge Groot Achtbaare Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders Gouverneur en Directeur over de kust Mallabaar, Canara en win= „guala Gedateerd Chittua Den 11: October Anno 1776: Wij zijn thans hier bezet; zoo wel te water als te lande, van alle kant zoo dat niemand, op een pistool schoot na, uijt 't fort kan begeeven, zonder in handen van de Nababs gesinde te vervallen, den Corporaal en posthouder van het Zeegat is opgeligt en naar Chawacattij vervoert, 6: onser Lascorijns, den assistend en den Jolk zit als Gijselaars bij die menschen geen een enkeld persoon, nog een briefje kan afgesonden worden, zonder van haar aangehouden te werden: De magt van de Nabab alhier bestaat aan 19000. Zoo og borgen 1 „ters.
English
The fort of Chettua was demanded by the commander of the Nabab's troops. We were merchants and could not hold territory. The resident requested to send someone to Cochim, which was granted. 19000, both Pathans, Moors, and other castes, as well as 1000 horsemen, the latter of which patrol day and night from all sides. The army chief Chander Chan, as I hear, went yesterday with some troops to Cranganoor. This morning an ola was received from the chief currently governing here in the absence of Chander Chan, stating that he gives us notice to surrender the fortress voluntarily, as all these lands belong to the Zamorin; if that is not done, they will take it without much difficulty, but that we, being merchants, could establish a factory and trade, and that merchants could hold no territory. Whatever protests and written rejoinders we present to them, they nevertheless stick to their point. Finally, the second master resolved, as no letters could be sent toward Cochim, to request of the chief a person to send along with the bearer of this, which was also granted. Whether he will keep his word in this, we do not know; however, using the freedom to let this go at risk. The servants do not know whether the requested person was allowed to pass. The ola clearly states that the hostilities take place on the Nabab's orders. The matter has now changed its complexion. To notify your Right Honorable by this at risk, in hope of a delivery, and I remain with the utmost respect. Below stood: was signed: J: A: Lintzer and C: de Riberto. Lower stood: P: S: As we have learned nothing until this evening at 9 o'clock whether the aforementioned chief sent the prescribed letter, it was judged advisable to remit this with great difficulty by a reliable express to your Right Honorable, Valiant, and Right Venerable. God grant a good delivery. In the ola of the one who holds command here among the troops in the absence of Chander Chan, it is clearly mentioned that the Nabab sent express orders to commit all those hostilities, which was forgotten to be mentioned in the aforementioned letter: departs in the evening at 10 o'clock, date as above. From which, among other things, it appears that the fort is demanded. Whereupon the Governor continued, having not to say: The members now clearly see from this that the matter, through the aforementioned further committed hostilities and exorbitant and utterly unlawful demands, has entirely changed its complexion, and that one can no longer doubt that the troops of the Nabab have come to attack the Company. That the case in which we presently find ourselves has thereby fallen completely outside the terms of Their High Mightinesses' orders regarding the observance of neutrality: That the question is now no longer whether one should help others, but whether one, being now attacked oneself, will leave the matter to our own power, or rather reinforce ourselves with the help of the king of Travancore and Cochin. That Cranganoor and Chettua are both places which, however much reinforced according to ability, cannot hold out but for a short time. That the lack of provisions alone is enough to cause those forts to surrender in a few days if they are only enclosed, since one is unable to support them properly. That it is indeed true that the city of Cochim is presently quite strong and, so far, has nothing of importance to fear from a siege by a native enemy. But that one must fear, if one remained idle for a few days longer, the kingdom of Cochim, which is already as good as subject to the Nabab, would have to declare itself openly for the same. And that in such a case a small and insignificant troop of enemies would be able to cut off all our provisions; since the name alone of the Nabab's troops here is enough to make everyone flee. And that one could therefore also quickly get into great distress from that quarter here, the more so as no one here has the habit of supplying themselves with grains and similar provisions, because they can obtain them fresh in abundance daily; which supply would also cease suddenly, to which is also added that the paddy in our conquest of Paponetty, as well as the paddy in the northern lands of the king of Cochim, which are already at the
Dutch transcription
Het fort van Chettua wegd opgeijscht door het opperhoofd van Nababs Troupen. wij waaren negotianten en konden geen gebied woeren. de resid:t versoekt om iemand na Cochim te zenden 't welke toegestaan werd. 19000: zoo patanders, mooren en andere Casten, zoo meede 1000: ruijters, welke laatste van alle kanten nagt en dag patroolje„ doet, den legerhoofd Charder Chan, zoo ik hoor, is gister met eenige troupen naar Cranganoor begeven. Heeden morgen een ola van den thans alhier in absentie van Chander Chan regeeren „de hoofd ontfangen, behelsende, dat hij ons weten laaten, om het fortres goedwillig overteleveren, wijl deese landen alle aan den Sammorijn toebehooren, zoo dat niet geschied zullen zon„ „der veel moeijte overneemen, dog wij als nigd „tianten zijnde, konde factorij opzetten en negotieeren, en dat de Negotianten geen gebied konde voeren, wat protesten, verhoog schriften wij haar lieden bij brengt, blijvense egter op haar stuk staan, Eijndelijk heeft den tweeden takenaar geresolveert, wijl geen brieven Cochis waards konde oversenden, van den opperhoofd een persoon te versoeken om met brenger deses meede te zenden, en ook toegestaan, of hij daar in zijn woord zal houden, weeten wij niet, egter de vrijheijd gebruikende op aaten „reten deesen op ha zard afgaan de bediendens weeten niet of men versogte persoon heeft laaten passeeren. „de ola staat duijdelijk dat de vijandelijkheeden op 's Nababs nego adre geschieden de zaak is nu van gedaan te ver„ andert 't hazaart bij deesen uw wel Edele Groot Achtb: kennis te geeven in hoop van een bestellingen en blijve met den uijttersten eerbied /:onderstond: /: was Gete:/ J: A: Lintzer en C: de Riberto /lager stond:/ P: S: dewijl tot heeden avond om 9: uuren nog niets vernood„ „men hebben of de voormelde opperhoofd het voorschreeven brief gesonden heeft raadsaam g'oordeelt deese per een vast Expres uw wel Edele Gestrenge Groot Achtb: met groote moeijte te remitteeren. God geeft een goedee bestelling, de bij de olij van de in absentie van Charder Chan alhier onder de troupes het gesagvoert, staat duijdelijk gemelt dat den Nabab uijtdrukkelijk ordre gesonden, om alle die hostiliteijten tepleegen welke vergeeten is, bij het voorschreeven brief temelden: gaat af 's avonds om 10: uuren dato als booven Waar bij onder andere blijkt, dat het fort opgeijscht word. Waar op den hier Gouverneur vervolgde niet tezeggen; De Leeden zien hier uijt nu wel klaar, dat de zaak door voorsch: ge gepleegde Jan min kan niet twijffelen of 's Nababs Compagnie aan te lasten. „den aan de Jneutraliteijt zijn eijgen macht wil laaten aan„ „koomen. doen wel zig versterken. nen het niet langer houden is alleenig genoeg. secondeeren. gepleegde nadere vijandelijkheeden en exorbitan „te en ten uijttersten onregtmatige Eijsschen ge„ heel van gedaante verandert is en dat men nu troupen zijn gekoomen om de niet langer twijffilen kan, of de Troupes van den Nabab zijn gekoomen om de Compagnie aante= „tasten Dat het geval waar in wij ons thans bevinden men kan zig ne naet meer hou„ hier door gekoomen is geheel buijten de termen van Haar Hoog Edelheedens ordre, weegens het observoeren van de Nautraliteijt: Dat het nu niet meer de vraage is, of men de vraag is nu of men het op andere zoude helpen, maar of men de zaak, nu zelfs aangetast zijnde, op onse eijgen magt wil laaten aankoomen, dan wel ons versterken met de hulp van de koning van Treiancoor en Cochim. Dat Cranganoor en Chettua beijde plaat, levens Crangmnoor en Chettur kun„sen zijn die hoe zeer na vermoogen versterkt zig niet dan voor een korte tijd houden kunnen Dat het gebrek aan levensmiddelen alleen het gebrok aan deevensmiddelen genoeg is, om die forten in weijnig daagen te doen overgaan, zoo ze alleen maar inge„ „slooten worden, alsoo men niet vermoogens om dat men hen niet kan is, om deselve nabehooren te secundeeren. Dat 9 noo is de Ne in de Cochin is wel vrij sterk teegen een inlandse vijand. bleef men langer werkeloos zoude 't rijk van Cochim zig voor de Nabab hebben moeten verklaaren. een gering getal troupes van in verlegentheijd geraaken om levensmiddelen. de Nelij in 't Conquest in de is meest vervoet en ge consumeert Dat het wel waar is, dat de stad Cochim die thans vrij sterk is en voor zoo verre voor een beleg van een Jnlandse vijand niets van belang te dugten heeft. Dog dat men vreesen moet, zoo men nog eenige daagen langer werkeloos bleef, het Cochimse rijk„ dat reets zoo goed als aan den Nabab o„saanig is, zig opentlijk voor denselven zoude verklaaren moeten En dat in zodanig geval een kleijn en niet den vijand zonde alles doen vlugten noemens waardige troep vijanden in staat zoude zijn om ons alle provisies aftesnijden; dewijl de naam alleen van 's Nababs troupen hier genoeg is, om alles te doen vlugten. en Dat men dus ook van die zijde hier schielijk min zoude hier dan ook schulijk in groote ongelegentheijd zoude kunnen geraaken, temeer, hier niemand de gewoonte heeft, zig van graanen en diergelijke levensmiddelen te voorsien, om datse deselve dagelijks in overvloed vers kunnen krijgen; welke aanbreng ook eensklaps zoude ophouden, waar bij ook nog komt, dat de Nelij des roeds in ons Conquest Paponettij, zoo meede de Nelij in den oordelijke noordelijke enhider van Cochin landen van den koning van Cochim, die reets aan het
English
The resolution regarding neutrality is thus withdrawn from yesterday and he is the Company's enemy. Resolution to reinforce the post of Aycotta. To send. To prevent the enemy. which was ripening and could have been harvested shortly, has been partly destroyed by the Nabab's troops, and partly consumed by the troops and horses; which having been deliberated upon, it has been approved and agreed: Firstly, to think of our own preservation and thus oppose all further undertakings as far as possible, and therefore to resile from yesterday's resolution regarding the observance of neutrality, since the neutrality now falls away of its own accord and the Nabab has shown by the most evident tokens that he is the Company's enemy, has attacked the same, and the Nabab has thus completely broken the friendship professed hitherto. Secondly, to reinforce the post of Aycotta and, if necessary, the island of Moettoe Coenoe, and to that end immediately to send the detachment already commanded thither to Aycotta under the command of Captain Berskij, in order to prevent the Nabab's troops to the utmost of our power from crossing over to Baypin; because, if they gain a footing on Baypin, they will have a free crossing both to our city and to the kingdoms of Cochim and Trevancoor. If one continues to act alone, the kingdom of Cochim will fall into the hands of the Nabab. Resolved to make use of the aid of the kings of Cochim and Trevancoor, to prevent the enemy from making further inroads into these lands; the ministers of both kings on that side indicate having a similar intention. Thirdly, that since, if we remain entirely on our own, it is certain that the kingdom of Cochim will immediately fall into the hands of the Nabab and the King of Cochim will thus, willingly or unwillingly, have to choose the side of the Nabab against us, and we must therefore soon expect the enemy before the city; it is further agreed to make use of the aid of the kings of Cochim and Trevancoor, and to give notice to the princes immediately of this our resolution, in order jointly and with united forces to oppose the common enemy to the utmost of our power, and to prevent him from making any further inroad into these lands; to which was also added that, while the meeting was still in session, olas arrived from the ministers of the King of Trevancoor who directed the affairs of war on this side, and from the Paliat Achan, first state official of the King of Cochim, whereby they conveyed to us a similar intention on behalf of their masters, and merely requested that we should point out to them what needed to be done. Resolution to send commissioners to the King of Trevancoor to engage his cooperation. Notice will be given of this resolution and of further occurrences to Ceylon, requesting a speedy reinforcement of troops and provisions. Fourthly, for the better attainment of this objective and to convince the King of Trevancoor of the Company's sincere goodwill, and at the same time to engage his Highness to contribute his part with all emphasis, immediately to dispatch commissioners to his Highness, and to demonstrate to his Highness in the most emphatic manner that nothing but faithful goodwill and a speedy execution of the resolutions with united forces alone are capable of preserving Malabar from its threatening ruin, in which the King of Trevancoor indeed has the greatest interest. And finally, fifthly, to give notice of this resolution and of the further occurrences since the dispatch of our last of the 11th instant to the Ceylon government, and now further to request the same to come speedily to our aid to the utmost of their power with a relief force of men, and at the same time to assist us with as much rice and other provisions as can be done without delaying the troops for that reason. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar in the city of Cochim, on the day, month, and year aforesaid. Signed: A: Moens, W: J: van de Graaff, J: H: Medeler, R: van Harn, S: C: Saffin, J: L: van Spall, A: R: Schutz, and A: J: S: Vernede. Secret Resolution taken in the Council of Malabar in the city of Cochim on Thursday, 17 October 1776, in the forenoon at 11 o'clock. Present: The Right Honorable Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director, Adriaan Moens, The Honorable Councillor-Designate, Director Willem Jacob van de Graaf, The Senior Merchant, Second-in-Command, and Chief Administrator, Reijnier van Harn, The Major and Head of the Military, Jan Hendrik Medeler, The Junior Merchant and Warehouse Keeper, Jan Lambertus van Spall, The Junior Merchant and Secretary of Police, Abraham Rudolf Schutz. Absent: The Merchant, Fiscal, and Cashier, Samuel Constantin Saffin, and The Junior Merchant, Shopkeeper, and Dispenser, Abraham Jean Scipion Vernede, being on a commission to the King of Trevancoor. The Governor stated that he had called the members together again to give them notice
Dutch transcription
besluijt de neutraliteit is dus„ van Gisteren getrooken en is Comp„s vijand. besluit de post NijCotta te ver„ „sterken. te senden. aan den vijand te beletten. het rijpen was, en binnen korten, zouden kunnen gesneeden zijn geworden, door 's Nababs troupes gedeeltelijk verwoest, en gedeeltelijk door de troupes en de paarden geconsumeert is, waar op gedelibereerd zijnde, zoo is goedgevonden en verstaan Eerstelijk op ons eijgen behoud te denken vervallen en zoo ok de resolutie daar toe alle verdere onderneemingen zoo veel mogelijk is, tegen te staan, en dus van het besluijt van gisteren nopens het in agt neemen „„te resilieeren dewijl de neutraliteijt der neutraliteijt, nu van zelfs vervald en den Nabab, door de aller Evidentste blijken getoont heeft, dat hij 'sComp„s vijand is, deselve aangetast en de Babab heeft devriendschap dus de tot dus verre betuijgde vriendschap volkoe„ „men gebrooken heeft sweedens de post Aijcotta, en als noodig is, het Eyjland Moettoe Coenoe te versterken, en ten dien eijnde het reets gecommandeerde detachement ten eersten na Aijcotta te en een detochement derwaards en den onder Commando van Capitain Berskij om 's Nababs troupen het overgaan op Baijpin na uijtterst vermoogen te beletten, om den overtogt op Baijin alsoo deselve voet op Baijpin krijgende, een vrijen overtogt hebben, zoo wel na onse stad or als 6 in dese om den „dien mien alleen blijft ageren zal het rijk van Cochim in handen van den Nabab vervallen. besloten om zig van de hulp der door te bedien. om den vijand den verderen indrang in dese Landen te beletten; de ministers van de beijde koningen aan die kant bedeelen een gelijk voornemen te hebben. als na de rijken van Cochim en Crevancoor Ten derden, dat dewijl wij op ons eijgen alleen blijvende, het zeeker is, dat het Cochimse Rijk dadelijk in de handen van den Nabab zal vallen en de Cochimse koning dus willens of onwillens, de parthij van den Nabab tegens ons zal moeten kiesen, en wij dus den vijand ten eersten tot voor de stad tewagten hebben, is wijders verstaan, om ons van de hulp van de koningen van Cochim en Trevancoor te bedienen koningen van Cochim en frevan, en aan de vorsten ten eersten van dit ons be„ „sluijt kennis te geeven om gesamenderhand en met vereenigde kragten, den algemeenen vijand, na uijtterst vermoogen, tegen te staan, en denselven allen verderen indrang in deese landen te beletten, waar bij ook kwam, dat nog staande vergaderinge olassen inkwaamen van de ministers van de koning van Trevancoor die de zaaken van oorlog aan dese kant bestierde, en van de Saljetter eerste Rijks bediende van de koning van Cochim, waar bij ze een diergelijke voorneemen, uijt naam van hun meesters, ons bedeelden, en alleen versogten, dat men haar maar wilde aanwijsen besluijt Committeerdens tot den te zenden. meede werking te ongageeren. men zal van dit besluijt en het kennis geeven. van welk en provisie te versoeken. aaenwijsen wat er moeste werden gedaan. Jen vierden tot betere bereijking van dit oog„ koning, van Crevancoor „ merk en om den koning van Trevancoor te overtuijgen van 's Comp„s opregte welmeerendheijd en 6 teffens te engageeren om met alle nadruk het zijne te contribueeren, ten eersten gecommitteerdens tot zijn hoogheijd aftezenden, en om zijn hoogheijd op om zijn hoogheijd tot een spoedije het nadrukkelijkst aantetoonen, dat niet dan een getrouwe welmenendheijd en spoedige uijtvoering den besluijten met vereenigde kragten, alleen in staat zijn om de mallabaar voor zijne drijgende ondergang te bewaaren, waar in de koning van Crevancoor wel het grootste belang heeft, en eijndelijk en vijfden, om van dit besluijt en het verder verder voorgevallene na Ceilon voorgevallene,/ zedert het afgaan van onsen laatsten van den 11:e Courant aan de Ceilonse regering kennisse te geeven, en deselve als nu nader te versoeken, ons na uijtterst vermoogen spoedig met ontzet van volk bij de springen en teffens om een spoedig renforten ons teffens te assisteeren met zoo veel rijst en andere provisien, als, zonder de Troupen daar om op te houden; geschieden kan, Aldus Gedaan, Geresolveerden Garresteert in in raade van mallabaar ter steede Cochim ten dage maanden Jaare voorm: /was Getekend:/ A: Moens, W: J: van de Graaff, J: A: Medeler R: van Harn, J: C: Saffin, J: P: van Spall A: R: Schutz, en A: J: S: vernede Secreete Resolutie Genoomen in raade van Mallabaar ter steede op Coochims Donderdag den 17: october 1776: 's voormiddags te 11: uuren. Present. Den Wel Ed: Groot Achtbaaren Heer Raad Extra ordinair van Nederlands India mitsgad:s Gouvern=r en Directeur Adriaan Moens, Dn welE: Adhb here : Eligerd Courats Directeur Willem Jacob van de Graaf, Den 6: Heer oppercoopm=rn secunde en hoofd administrateur Reijnier van Aarn, Den E: Heer Majoor en hoofd dermilitie Jan Hendrik Medeler„ Dn E: onder Coopman en Pakhuismeester Jan Lambertus van Spall, Den E: onderCoopman en secretaris van Politie Abraham Rudolf Schutz Absent Den E: Coopman fiscaal en kassier Samuel Constantin Iaffin en Den E: onderCoopman winkl=r en Dispencier Abraham Jean Scipion vernede„ als zijnde in Commissie na den koning van Trevancoor De Heer Gouverneur zeijde, de Leeden wederom bij een te hebben laaten koomen, om deselve ken„ „nisse
English
The Governor notes that the Nabab might send more forces, and puts forward for consideration whether a good number of troops ought not to be kept in readiness. The ministers of both kings make a similar request to give notice how, since our resolution of the 13th of this month, it had already come to his consideration that it could easily happen that the Nabab, seeing the seriousness with which the matter is handled by us here, would send more troops, and whether it is therefore not necessary to provide for this in time by having a good number of troops in readiness, in order to counteract all hostile attempts with that much more force and hope of good success, and that the lull in which the Nabab's troops have remained since the encounter before Cranganore must not make us careless; that he had therefore intended to speak further about this with the council at a subsequent opportunity, but that the agent of the Kariakar of the King of Travancore in the north, and of the Paliath Achan, has just appeared, and in their name, has also specifically come to request the same, and that they had this message delivered to request the Company to likewise reinforce its forces on hand by all possible means. Date as above. The Governor proposes to recruit a corps of sepoys, if necessary up to 1500 men, in order to set an example for both kings. The members conform to this proposal. That he could not fail to immediately submit this request to the members and to propose whether they can agree with him, in view of the small force that is on hand here and is expected from Ceylon, to have recruited for the account of the Company a corps of sepoys, if necessary up to 1500 men, in order to set an example for the kings of Travancore and Cochin and to show that the Company is pursuing the matter in all earnestness and is doing everything to help bring the intended objective to a desired end, and especially so that Travancore in particular might not think that we leave it all up to him, but that we ourselves put all oars in the water that are at hand. Thus, after deliberation and considering the importance of the matter, and that the welfare and fortune of all Malabar and of the Company's state in particular here on the coast depends on the enterprises of the Nabab being resisted with all courage and sufficient strength to dare ensure good success, it has been approved and agreed to conform to the proposal of the Governor. Through maintaining these troops, one might sometimes get into difficulties regarding cash. Resolution to negotiate the same with private individuals in case of need for cash. Furthermore, because one might, through the maintenance and payment of these troops and the incurring of other heavy expenses, get into difficulties regarding cash, and furthermore many goods still remain with the Company's merchants which, because of the disputes in the Persian Gulf during the last monsoon, could not be sold and perhaps also in this pre-monsoon cannot yet be collected because of the present circumstances, which will possibly deter foreign merchants, it has further been resolved, in case of difficulties regarding cash, to negotiate such a sum as will be deemed necessary here with private individuals, at such civil and modest interest as can be bargained. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar in the city of Cochin on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A: Moens, W: J: v: de Graaff, R: van Harn, J: A: Medeler, J: L: van Spael, A: R: Schutz. Thursday the 24th of October Anno 1776. All present. The Governor proposes to send Major Medeler to Ayacotta to carry out an inspection to ensure that everything is well arranged and good oversight is maintained. The Governor having made known by a written circular that, in order to be truly certain how matters stand with Ayacotta, Cranganore, and their surroundings under the present circumstances, and whether proper preparations have been made in everything and good oversight is maintained, His Honour was of the opinion that it is necessary to send the Honourable Major and Commander of our militia on a commission thither, to inspect everything with authorization to do what is necessary according to the state of affairs, putting the question whether the members can agree to this proposal; the same have fully conformed thereto. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar in the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A: Moens, W: J: van de Graaf, R: van Harn, J: A: Medeler, C: Saffin, J: L: van Spall, A: R: Schutz, and A: J: S: Vernede. Friday the 8th of November Anno 1776. All present. The Governor makes known that among the Ceylon militia there are several soldiers who only receive pay for effective months; that one must try to prevent them from running away. The Governor having made known in the meeting that among the militia that came over from Ceylon there are several men who only receive pay for effective months; that since the country here is open everywhere, some precautions should be taken to prevent those soldiers from sometimes deserting, because [illegible]
Dutch transcription
De gouvern:r merkt aan dat den Nabab somtijds meerder magt zenden zal. en geeft in bedenking of men niet ook een goed aantal troupes behoord om in geredheijd te hebben. de ministers van de beijde konin„ „gen doen een gelijk versoek „nisse te geeven hoe het zeedert ons besluijt van d 13: deeser bij hem reets in aanmerking was „koomen, dat het lichtelijk konde gebeuren dat den Nabab, ziende met welken ernst de zaak door ons hier behandelt werden meerder Troup zoude afsenden, en of het daarom niet noodig in tijds daar in te voorsien, door een goed aantal troupen in gereedheijd te hebben, om alle ver vijandelijke altentaten, met des te meerder nad en hoope van een goed succes, te kunnen tegen gaan, en dat de stilstand, waar in 's Naber troupen zedert de rencontre voor Crangand blijven ons niet sorgeloos moest maaken, dat hij dus voorneemens was geweest, bij een vol¬ gende gelegentheijd met de vergaderinge daa over eens nader te spreeken, dog dat de zaak besorger van den ragiadoor van den koning va frevancoor om de noord, en van den Palliette zoo even verscheenen is, en uijt naame van deselve, zulx ook speciaal heeft koomen ver„ „soeken, en datze deese bootschap lieten doen, om dleede de Compagnie te verzoeken, door alle mogelijke middelen haar aan handen hebbende macht insgelijks te versterken. best meer 1 1 Dato gouvern=r proponeerdeen Corps en te werven. voorbeed te geeven de leeden Conformeeren zig met dien voorstel. Dat hij niet had kunnen nalaaten rijs des noods van 1500: man dit versoek de leeden als nu ten eersten voorte „draagen en deselve in voorstel te brengen, of ze met hem kunnen goedvinden, om bij de geringe macht die men hier maar aan handen heeft en van Ceilon verwagt werd nog voor Reekening van de Compagnie te laaten aanwerven een Corps sipaijs, des noods tot 76: 1500: man, ten eijnde de koningen van Jre„ hier door de beijde koningen vancoor en Cochim een voorbeeld te geeven en te toonen, dat de Compagnie de zaak met allen ernst behartigt en alles in het ta„ werk steld, om het bedoeld oogmerk tot een gewenscht eijnde te helpen brengen, en inzonderheijd, op dat voornamentlijk fre„ „vancoor niet mogt denken, dat wij het op hem maar laaten aankoomen, maar dat wij zelfs alle riemen te boord leggen die voor handen zijn. Zoo is, na deliberatie en uijt aanmer„ „king van de aangelegentheijd der zaak, en dat de welvaard en het geluk van gantsch mallabaar en van 'sComp„s staat in het bijzon„ „der hier ter Custe afharigt, dat de onder„ neemingen di Men zoude door het onderhouden „legentheijd kunnen geraaken om Contanten. besluit in cas van benodigheijd om Contanten deselve bij particu„ „lier te negotieeren. neemingen van den Nabab niet alle moed en macht sterk genoeg, om zig te durven versee„ „keren van een goed succes, werden tegen gegaan goedgevonden en verstaan, zig met den voorstel van den heer Gouverneur te Conformeeren. Dan dewijl men door het onderhouden en die troupes en z: somtijdsin ver„ afbetaalen deeser troupes en het doen van andere swaare ongelden in vergelegentheijd zou„ „de kunnen geraaken om Contanten, wijder Hee nog veele goederen onder 'Comp„s kooplieden leggen, die om de wille der stribbelingen in de golf van persien in de laatste na mousson niet hebben kunnen verkogt werden en misschien ook in deese voormousson, om de wille van de presente omstandigheeden, die de vreemde kooplieden mogelijk afschrikken zullen, nog niet zullen kunnen werden afgehaald, alverder beslooten, in Cas van ver„ legentheijd, om Contanten, sodanigen somma als men hier zal oordeelen te benoodigen, bij Particulieren te negotieeren, tegen zoda „nigen Civrelen en modiquen intrest, als er te bedingen zal zijn Aldus Gedaan, Geresolveert, De h=r gouvern=r proponeerd om de majoor Medeler na Aijcotta tesenden wel ingezigt is en goede toesigt gehouden werd. en G'arresteerd in raade van mallabaar ter steede Cochim ten dage maand en Jaare voormeld /was Getekend:/: A: Moens, W: J: v: de Graaff, R: van Harn, J: A: Medeler, . . . . - - J: L: van Spael, A: R: Schutz Donderdag den 24: October Ao 1776: alle Present De heer gouverneur bij een schriftelijke om inspectie teneemen op daar alles rondvraage te kennen gegeven hebbende, dat om recht verseekert te zijn; hoe het met Aijcotta, Cranganoor en daar omstreeks in de presen„ „te omstandigheeden geleegen is, en of in alles behoorlijke aanstald gemaakt is, en goede toesigt gehouden word, zijn Edele van oordeel was, dat het noodig is, den E: majoor en Commandant onser militie in Commissie derwaards te zenden, om van alles inspectie teneemen met qualificatie, om na bevind van zaaken het noodige te doen, in onwraa„ „ge leggende, of de Leeden in deesen voorstel kunnen toestemmen, zoo hebben deselve . . De gouverneur geeft te kennen verscheijde goede maands gosten datze niet wegloopen. deselve ziel daar meede volkoomen geconfo„ Aldus Gedaan, Geresolveert en G'arresteerd in raade van mallabaar ter steede Coceim, ten dage, maand en Jaar voormeld /:was Getekend:/ A: Moens, W: J: van de Graaf, R: van Aarn, J: A= Medelea, C: :C: Saffin J: L: van Spall A: R: Schutz en A: J: S: Vernede Vrijdag den 8: Iber: A.o 1776. Alle Present De heer Gouverneur in vergadering te dat ir onder de ceilonse militie kennen gegeven hebbende, dat onder de van Ceilon overgekoomene militie ver„ „scheijde manschappen zig bevinden, die maar alleen goede maanden genieten. Dat dewijl het land hier over al open is, men moet trachten voortekomgen eenige voorzorge dient tewerden in 't werk gesteld, om voortekoomen, dat die militairen zig somtijds niet verloopen dewijl meerd. zijn. die vern
English
to make the same equal to those drawing pay. Importance. Because experience shows that desertion takes place here mostly among those fellows, to which their meager subsistence chiefly incites them out of a foolish reflection that they must still serve so long before they have paid for their transport, and out of a mistaken imagination that they will have it better with others. The Governor proposes, laying it therefore before the meeting, whether the members can agree with him, following what recently happened on the Coromandel Coast as far as they are encamped in the field, to let so much be added to their good months and subsidy so that they stand equal with the soldiers who enjoy pay. That this increase will cost the Company a trifling amount, as three good months at ƒ27 and ƒ24 in 2 Guilders subsidy make together ƒ51, and at ƒ9 per month in 12 months make ƒ108, and that thus those who earn good months will cost ƒ57 per year, or 28½ rupees more than usual. Also whether one shall let that increase be furnished to them out of the Treasury and written off. The members conform to the proposal. To write off under extraordinary expenses, or otherwise directly to the account of war or artillery expenses, as such an account will presently have to be opened in the books anyway. Whereupon, having deliberated and taking into consideration that desertion, especially in these perilous times and circumstances, ought to be prevented and averted by all possible means, the members conformed to the proposal of the Governor, and it was consequently approved and agreed to let the proposed increase be furnished to the aforementioned soldiers and to have the same written off in the books under war or artillery expenses, or under extraordinary expenses, as shall be found appropriate. Thus done, resolved, and determined in the Council of Malabar in the town of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A: Moens, W: J: van de Graaff, R: van Harn, J: A: Medeler, I: C: Saffin, J: L: van Spall, A: B: Schutz, and N: J: S: Vernede. Secret Secret Resolution Reasoning of the Governor regarding the hostile incursion of the Nabob's troops into the Company's possessions. Taken in the Council of Malabar in the town of Cochin. Tuesday the 19th of November Anno 1776. Present: The Right Honorable Extraordinary Councillor of Netherlands India, as well as Governor and Director, Adriaan Moens, The Honorable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator, Reinier van Harn, The Honorable Major and Head of the Militia, Ian Hendrik Medeler, The Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier, Samuel Constantin Saffin, The Junior Merchant and Master of Works, Jan Lambertus van Spall, The Honorable Junior Merchant and Secretary of the Political Council, Abraham Rudolf Schutz, The Honorable Ditto, Market Master, and Dispenser, Abraham Jean Scipion Vernede. After the members had assembled and taken their seats, His Honor opened the meeting by stating that it is known to the members how, through the unexpected hostile incursion of the commander of the army of the Nabob Haider Ali Khan, named Sardar Khan, into the Company's lands. And on. Was well-considered and planned, yet turned out very unfortunately. Upon arrival, but was undertaken the following day. Relief was employed and placed a detachment on that vessel to cover and protect the relief force, and to facilitate the landing on shore and into the fort, provided with as many vessels and ballams as could be gathered in haste, and finally, for greater security of this inevitable undertaking, added and also sent the narrow vessel De Verwagting and two armed almadies or native crafts. That however prudently and after the best consideration the measures for that expedition were planned, and prescribed to the ship's officers and officer of the detachment in an instruction signed by the members collectively, this undertaking nevertheless had a very unfortunate outcome, and through a confluence of fatal circumstances completely failed in execution, since, because the landing did not take place immediately upon their arrival at the destined place on the first day, the enemies had time to. A part of the men with the detachment were killed and wounded and taken prisoner. Chettua thereupon surrendered to the enemy on the 15th. To bury themselves in the sand and hide in strong troops, and to spring unexpectedly from their hiding places upon our detachment, which undertook the landing the following day, or on the 13th instant; as they indeed did, killing and wounding a part thereof, and taking the rest prisoner, together with the officer of the detachment; which proved all the easier for the enemies to do, since upon landing several ballams capsized, powder and muskets became wet, and the soldiers thus became mostly incapable of defending themselves properly, and still less of retreating back on board, because the coolies or rowers, out of fear, pushed off again from the shore immediately after the landing; and whereby it is then also impossible to bring the planned relief to the fort Chettua. That one cannot count on further relief from Ceylon, and that therefore, through this failed undertaking and the subsequent loss of the fort Chettua, which on the 15th there.
Dutch transcription
deselve met die gagie trekken gelijk te stellen. importantie dewijl de ondervinding loert, dat de desertie meesten tijds onder die gasten, hier plaats vind waar toe hun sober onderhoud; voorna„ „mentlijk hen toe aanzet uijt een divaase overdenking dat ze nog zoo lange moeten dienen eerse hun transport hebben betaald en uijt een verkeerde verbeelding, datze het bij andere beeter hebben zullen. „gouverneur proponeerd om Leggende dierhalve in omvraage, of de heeden met hem kunnen goedvinden, om hun na 't geene Jongst op Cormandel gebeurt is voor zoo verre deselve buijten gecampeert leggen:/ bij hun goede maanden en subsidie zoo veel telaaten toevoegen, dotse met de militairen die gagie genieten gelijk staan. Dat die vermeerdering de Comp: een gering din vermeerdering is van wijnigheijd zal kosten, alsoo drie goede maanden ƒ27: in 2: Guldens subsidie ƒ24: ofte zamen ƒ51: en â ƒ 9:— in 12: maanden ƒ 108: uitmaken en dat dus de geene die goede maanden winnen, ƒ 57: in 't Jaar of rop„s 28½: meer dan na gewoonte zullen kosten. zoo meede of men die meerderheijd uijt Cassa aan hun zal laaten verstrekken en afschrijven De leeden Conformeeren zich met den voorstel. afschrijven op onkosten Extra ordinair, of no alsoo eijgen op reek: van oorlogs, of Trains, ongel „den alsoo men thans bij de boeken dog zodanig een reek: zal dienen te formeeren. waar over gedelibereerd en in aanmerking genoomen zijnde, dat de desertie voor al in dese haechelijke tijds omstandigheeden door alle mogelijke middelen diende belet en voorge „koomen tewerden hebben de Leeden zig met den voorstel voor den heer Gouverneur gecon„ „formeert en is dienvolgende goedgevonden en verstaan, aan de voorschreeven militairen de voorgestelde vermeerdering te laaten ver„ „strekken en deselve bij de boeken telaaten afschrijven, op oorlogs of Trains, ongelden, dan wel onkosten extra ordinair, zoo als dat zal bevonden werden te behooren. Aldus Gedaan, Geresolveert en G'arresteerd in raade van mallabaar ter steede Cochim, ten dage, maand en Jaare voorm: /was Getekend:/ A: Moens, W: J: van de Graaff R: van Harn, J: A: Medeler, I: C: Saffin, J: L: van Spall, A: B: Schutz en N: J: S: vernede Secreete Secreete Resolutie Raisomement van den gouvraneur over de vijandelijken invol van '1 Nadats troupen in sComp=s be zittingen Genomen in raade van mallabaar ter steede Cochim Dingsdag Den 19: November A:o 1776: Present Den Wel Edelen Groot Achtbaaren Heer Raad Extra ordinair van Nuerlands Jndia mitsgad„s Gouverneur en Directeur Adriaan Moens, Den E: Heer oppercoopman secunde en Hoofd administ=r Reinier van Aarn Den E: Major en hoofd der militie Ian Hendrik Medeler Den E: Coopman fiscaal en Cassier Samuel Constantin saffin Den Dondercoopman en de Bruismeester. Jan Lambertus van Spall Den E: ondercoopman en secret„s van Politie Abraham Rudolf Schutz„ Den E: d=o, mark: en dispencier Abraham Jlan Caipion vernede„ Na dat de leeden bij een gekoomen waaren en zitplaats genoomen hadden, opende zijn Edele de vergadering met te zeggen, dat het de Leeden bekent is, Hoe door den onverwag„ „ten vijandelijken inval van het leeger Hoofd van den Nabab Aarder Alij Chan, in naame Charder Chan 's Comp„s Landen en Op is wel overlegt en beraamt egter seer ongelukkig uijtgevallen. bij aankomste maar 's daags daar. aan is ondernoomen. ontzet g'emploijeerd en op dien boodem ge„ „plaatst heeft een detachement om het secours te dekken; en te beschermen, en om den afscheep na dewal en in 't fort te faciite „ren zoo veel vaartuijgen en ballangs meed kon gegeven, als men met er haast bij een krij „gen en eijndelijk tot meerder zeekerheijd van deese onvermijdelijke onderneeming da bij gevoegd en meede gezonden het smalsch De verwagting en twee g'armeerde almedie of inlandsche vaartuijgen. Dat hoe omzigtig en na best overleg de maatregulen tot die expiditie. beraamt en den scheeps overheeden en officier van 't detachement, bij een instructie door de ge „zamentlijke lieden geteekend voorgeschre „ven zijn geweest, deese onderneeming egter een zeer ongelukkige uijtslag gehad heeft, en door een tesamen loop van fataale omstandigheeden, in de uijtvos„ „ring ten eenemaal mislukt is, vermits door dat de landing niet terstond de landing, met hun komste ter bestemd plaatse, den eersten dag niet geschied zijnde, de vijanden tijd gehad hebben om mando is gebood en gequestende vangen genomen. Chettua daar op den 15. aan de vijand overgegaan. om zig in het zand te begraaven en bij sterke troupes te verschuijlen en ons detachement„ dat 'sdaags daar aan of den 13: deser, delan„ „ding ondernam, onverwagt uijt hunne schuijl Een gedelte van 't wolk mu't Com„ hoeken. te bespringen, gelijk zij ook gedaan overijge zijn met den officier ge„ en een gedeelte daar van gequest en gedood en de overige, benevens den officier van't Com„ „mando, gevangen genomen hebben, 't welk de vijanden des te ligten is gevallen om te doen dewijl bij het landen, verscheijde ballangs om verslaagen, kruijt en snaphanen not geworden, en de militairen alsoo meest buij„ „ten staat geraakt zijn om zig nabehooren te kunnen deffendeeren nog veel minder om wederom na boord te retireeren, door dien de Coelees of roeijers, uijt vreese, aanstonds na de landing wederom van dewal afgestoo„ „ken zijn, en waar door het dan ook onmoge„ „lijk is, om het fort Chettua het geprojec„ „teerde sicours te kunnen toebrengen Dat men niet rekenen kan op verder ontzet van Ceilon, en dat men dus door deese mislukte onderneeming en het daar op ge„ volgd verlies van het fort Chettua, dat den 15: daar