VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10310

Malabar · 572 pages · 93 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10310_0222 view scan ↗

English

and the remainder, on account of His Highness's share in the tolls, handed over to his envoys how much was given in gifts during the past financial year 127. and the remainder on account of the share of His Highness of Cochim in the tolls, amounting to ropias 11028 4/40, or ƒ13233. 19. -, handed over to the envoys under receipt. Gifts have been given since the first of January until the end of December anno passato to the sum of ƒ 912. —. — prime cost and ƒ1477. 3. — selling price, and thus ƒ2160. 5. 8 prime cost and ƒ1952:8. – selling price less than the preceding year, as appears from the following memorandum. In the month of February given to the envoy of the king of Jrevankoer - ƒ 13. 1. 8. ƒ 123. 16. — selling price ditto April to the pepper suppliers of the king of Jrevankoer, who arrived here for the closing of the pepper accounts - 76. 8. —. 42. 12. 8 selling price July at the mourning ceremony of the Paliettere - 296: 11: 8 47: 15: 8 prime cost September: To the king of Cochim, on the occasion that he came to pay his first visit to the Right Honorable Governor within this city - 559. 14. 8. 829. 3. 8 Total - - - - - ƒ 912. —. — ƒ1477: 3. Thus less - - ƒ 2160. 5. 8 ƒ 1952. 8. —. given in the past year - - - - - - - 3072. 5. 8. 3429. 11. —. Regarding Anno 1792 per appointment of a second Captain over the native Christians. Over the collective native Christians on this coast sorting under the Dutch protection and obedience, which consist of fully 20 parishes and live dispersed and far from one another, a general head with the title of Captain was appointed by Cochim resolution of the 25th September 1769, to ensure that the laws and regulations and orders of the Honorable Company, already made and still to be made, were not violated, the dues to the sovereign properly paid, the communities kept in good peace and tranquility, and all minor disputes arising among them settled with equity by this head and the heads of the individual parishes. Experience has shown that such a single head, especially in these present circumstances, 128. continuation expression of thanks for the legitimation of the children of the second and head administrator here. cannot watch over them and maintain good order, wherefore we, at our meeting of the 3rd July anno passato, deemed it advisable and have appointed over those Christians two heads, namely, the former Captain solely as head over the native Christians who live on the other side of the Cochim river towards the mountains, and another head as Captain over the Christians living on this side of the Cochim River towards the sea, for which was appointed the Lieutenant of the Christians Odampallij Matthaij, which has had the good result that the Christians live more harmoniously and are kept in better order than before. For the benevolent legitimation of the two children of the second and head administrator here, he expresses his humblest the fine determined by the Council of Justice has been paid. concerning the suspected Englishman, shall serve for guidance. concerning the foreign ships etc. a list is transmitted. gratitude; the Council of Justice has fixed the fine for the same at ropias 500, which have also already been paid. Regarding the notification concerning the foreign nations, we shall let serve for our guidance the note concerning the suspected Englishman Johan Gordon, who previously was here with a Dutch flag; he arrived here again from Bombaaij on the 11th December last, but with an English flag, bound for China. Regarding the foreign ships and vessels that have been here, the list is transmitted among the appendices, in which is noted from where they came and whither they departed, to which 129. one is informed which foreign ships with Dutch flags have been here. expression of thanks of the confirmed and promoted servants we respectfully refer. Concerning private shipping and trade, we note that on the 18th October anno passato there appeared here at the roadstead a private Dutch ship, named De Concordia, commanded by David Mulder, coming from Bombaij and intending to go to Batavia, whither it continued its voyage on the 24th following. The private Dutch ship De Hercules, commanded by Pieter Haverkamp, arrived here at the roadstead on the 16th December last from Batavia, bound for the North, whither it sailed on the 20th following. Servants who have been benevolently confirmed in their appointed offices by Your High Noblenesses as also from the minister Cornelisz The grenadiers who are employed with the artillery will not be given double pay. recommendation of the Master of the Equippage van Blankenberg to obtain the quality of titular skipper express their humble gratitude to Your High Noblenesses, likewise also the promoted military officers, as also the minister Cornelisz for the allowance of perquisites granted to him; all of them respectfully assure that by energetic zeal and loyalty in the service they will strive to make themselves worthy of these high favors. To the grenadiers who are henceforth employed with the artillery, according to Your High Noblenesses' much respected order, double pay shall no longer be given, but only that pay shall be assigned which they would be able to earn if they were effectively gunners or bombardiers. The present Master of the Equippage here, Johannes van Blankenberg, conducting himself very well in that office and giving complete satisfaction in every respect, we request Your High Noblenesses to be pleased to honor and favor him with

Dutch transcription

en 't restant, wegens zijn Hoogh=ts aandeel in de thollen, aan zijne zen„ „delingen afgelangt hoe veel in 't afgelopen boekjaar verschonken is 127. en het Resland wegens het aandeel van zijn Cochimse Hoogheijd in de thollen; ten be„ drage van ropias 11028 4/40. of ƒ13233. 19. -. aan de zendelingen onder quitantie afgegeven Geschenken zijn zedert primo Janua„ arij tot ultimo december anno passato ge„ „daan ter somma van ƒ 912. —. —. in, en ƒ1477. 3. —. uijtkoops, en dus ƒ2160. 5. 8. in en ƒ1952:8. –. uijtkoops minder als het Jaar bevoorens, blijkens de ondervolgende memorie. In de maand Februarij aan den sendeling van den koning van Jrevankoer verschonken - ƒ 13. 1. 8. ƒ 123. 16. —: _=o April aan de peper leveranciers van den koning van Jrevankoer, die tot 't sluijten der peper Reek: hier zijn aangekomen„ Julij op de Rouw Cerimonie van den 7ber: Aan den koning van Cochim, ter gelegendheid dat denselven zijn Eersten visite aan den welEdele groot agtb: Heer gou„ verneur binnen dese stad is komen afteleggen „ 559. 14. 8. „ 829. 3. 8: Teld - - - - - ƒ 912. —. — ƒ1477: 3. Dus Minder - - ƒ 2160. 5. 8 ƒ 1952. 8. —. vergangen Jaar verschonken - - - - - - - „3072. 5. 8. „ 3429. 11. —. paljetter - - - - - - - - - - „ 76. 8. —. 42. 12. 8„ 296: 11: 8 „ 47: 15: 8: uijtkoops „koops Over A„o 179. 2 2 do P aanstelling van een tweede Capi„ „tain over de Jnlandse Christenen. Over de gesamentlijke Inlandse Chris„ „tenen, ter deeser Custe onder de Neder„ „landse bescherming en gehoorsaamheijd sorteerende, welke wel in 20. Carspellen bestaan en verdeelt en verre van malkander woonagtig zijn, is bij Cochims besluijt van den 25. Zep„ „tember 1769. gesteld een generaal hoofd met den Titul van Capitain, om te besorgen dat de bereets ge„ „maakte en nog te makene wetten en Reglementen en ordres van 'SE: Comp: niet werden overtreeden, de geregtigheeden aan den Landheer behoorlijk voldaan, de gemeen„ „tens in goede Rust en vreede ge„ „houden en alle kleene verschillen onder hen ontstaande, door dit hoofd„ en de hoofden der bijsondere kerspe„ len na billijkheijd afgedaan werden. De ondervinding heeft geleert dat zoo een enkeld hoofd voornament¬ „lijk in deese tijds omstandigheeden, deselve 128. vervolg dankbetuijging voor de legitimatie van de kinderen van den secunde en hoofd„ „administrateur alhier. deselve niet kan gade slaan en de goede ordre onderhouden, waarom wij ter onser sitting van den 3. Julij an„ nopassato raadsaam g'oordeelt en over die Christenen gestelt hebben twee hoofden, als, den geweest zijnde Capitain, alleen als hoofd over de Jnlandse Christenen die aan de over„ zijde van de Cochimse revier na het gebergte toe woonen, en een an„ der hoofd als Capitain over de Chris„ tenen aan deese zijde der Cochimse Revier na de zee toe woonagtig, en waar toe aangestelt is den Luite„ nant der Christenen odampallij Matthaij het welk van dat goed gevolg is geweest, dat de Christenen eendragtiger leeven en in een beter ordre werden gehouden als bevorens Voor de goedgunstige Legitimatie van de twee kinderen van den se¬ cunde en hoofd=administrateur al„ hier betuijgt denselven zijn oot „moedigste de door den raad van Justitie, bepaal„ de boete is voldaan. ten Engelsman, zal tot narigt strek„ ken. van de vreemde scheepen t=o gaat een lijst over. „moedigste dankbaarheijd; Den Raad van Justitie heeft de boete voor desel„ „ve bepaald op ropias 500. , welke ook reets voldaan zijn. Betreffende De vreemde Natien zul„ het aangeschrevene nopens den suspe, „ len wij tot onse narigt laaten strek„ „ken, het genoteerde nopens den sus„ „pecten Engelsman Johan Gordon die bevoorens met een hollandse vlag„ „ge is hier geweest; denselven is den 11. December J„o leeden wederom van Bombaaij hier aangekomen, dog met een Engelse vlag gedistineert na China. van De vreemde scheepen en vaar„ „tuijgen hier aangeweest zijnde, komt de lijste onder de bijlagen over, waar bij aangeteekent staat, van waar deselve gekomen, en wer„ „waarts vertrokken zijn, waar aan 6 129. men bedeeld welke vreemde scheepen met hollandse vlaggen hier aange„ weest zijn. dankbetuiging der bevestigde en bevorderde Dienaren aan wij ons eerbiedig refereren. Nopens De Particuliere vaart en Handel, notieren wij, dat den 18. octo„ „tober anno passato, hier ter rheede ver„ „scheenen is, een particulier hollands schip, genaamt DeConcordia, gecom„ „mandeert bij David Mulder, komende van Bombaij en de wil hebbende na Batavia, werwaarts het zelve zijne reijse op den 24. daar aan heeft vervolgd. Het Particulier Hollands schip De Hercules gecommandeert bij Pie„ „ter Haverkamp, is den 16. Decem„ „ber Jongstleden van Batavia hier ter Rheede g'arriveert gedestineert na de Noord, werwaarts het zelve den 20: daar aan is voortgeseijlt Dienaaren die door UW Hoog Edelheedens goed gunstiglijk zijn be„ vestigt in hunne aangestelde bedie „ningen Of De ls ook van den predikant Corne„ list De granadiers, die bij de arthillerije g'emploijeerd werden, zal men geen dubbelde gagie geven. voordragt van den Equipagiemeester de qualiteit van schipper Titulair „ningen, betuijgen hunne ootmoedige dankbaarheijd aan UW Hoog Edelhee„ „dens, insgelijks ook de g'advanceerde mi„ „litairen officieren, als ook den predi„ „kant Cornelisz voor de hem toegestaa„ ne toelage van Emolumenten; alle deselve verseekeren eerbiediglijk dat ze door voortvarende ijver en trouwe in den dienst zig deese hooge gunsten zullen tragten waardig te maaken. Aan de Granadiers, die voorthaan bij de Arthillerije worden g'emploijeert, zal volgens UW Hoog Edelheedens veel g'eerde ordre geen dubbelde gagie meer, maar alleen de gagie toegelegd werden; welke zij zouden mogen winnen in„ „dien ze effectief kanoniers of Bombardiers waren. Den tegenswoordige Equipagie=meester van Blankenberg ter vrlanging van alhier Johannes van Blankenberg, zig in die bediening zeer wel Comportee„ rende en in alle deele genoegen gevende, versoeken wij UW Hoog Edelhedens. denselven te willen honoreeren en begunstigen D

NL-HaNA_1.04.02_10310_0228 view scan ↗

English

and of the ordinary fireworks worker to lieutenant of the artillery. 130. One shall improve the privates and the corporals according to the received extract of the resolution. And one requested to be informed whether this order shall also apply to the artillerymen and seafarers. favor, with the rank of titular skipper, which dignity was granted to his predecessor, the late Lourens Buijs, in anno 1768 by Your High Noble Lordships. The ordinary fireworks worker and overseer of the blacksmith shop, Andries van Eijk, requests Your High Noble Lordships by the accompanying petition humbly to be promoted, in view of the ample expiration of time, to lieutenant of the artillery with the pay pertaining thereto; which request we support with our intercession. According to the received extract from the minutes of what was resolved in the Council of India, on 7 September 1779: we shall increase the privates to ƒ16. —. and the corporals to ƒ18. –. per month in pay, as long as the extraordinary shortage of personnel continues, and we humbly request to be informed by Your High Noble Lordships' much esteemed order, whether this order also The number of servants is recorded. shall also apply to the artillerymen and seafarers, namely to privates, gunners, and quartermasters, because requests of that nature have already been presented to us. In compliance with the much esteemed order of Your High Noble Lordships, we record herein the number of the present servants, with each one's occupation and rank, such as they truly are under the present date, showing in a separate column the number that was fixed by Your High Noble Lordships for this office. Present here / According to the establishment / More / Less Of the Administration and Commerce, as 1. Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director — 1. — —. 1. Senior Merchant, Head Administrator, and Secunde — 1. — —. 1. Merchant, Fiscal, and Cashier — 1. — —. 6. Junior Merchants, of whom 1 Titular — 4. — 2. — 1. Head Interpreter — —. 1. — —. Commander — 1. — 1. 6. Bookkeepers with junior merchant's emoluments — 3. — 3. — 28. Clerks — 20. 8. — 28. Clerks, as 13. Bookkeepers, of whom one junior interpreter and one junior interpreter 13. Assistants 2. Junior Assistants 28. Clerks Ecclesiastical Servants, as 2. Comforters of the sick, including 1 provisional — 2. —. —. —. 1. Minister — 1. —. —. —. Military 1. Major — 1. —. —. —. —. Captain — 1. —. —. 1. 1. Captain Lieutenant — —. —. 1. — 3. Lieutenants — 2. —. 1. — 3. Ensigns, of whom 1 Adjutant — 2. —. 1. — 2. Under-adjutants — —. —. 2. — 21. Sergeants — 8. —. 13. —. —. 20. Corporals — 8. —. 12. —. —. 1. Garrison Writer — 1. —. —. —. 1. Drum Major — 1. —. —. —. 2. Captains of Arms — 2. —. —. —. 12. Fifers and drummers — 12. —. —. —. 128. Privates, as 97 Europeans and 31 Natives 128 Privates — 213. –. —. –. 85. – Eastern Military 1. Captain — 1. — — — 2. Lieutenants — 2. — — — 2. Ensigns — 2. — — — 10. Sergeants, of whom 1 European drillmaster — —. — 10. —. —. 10. Corporals — —. —. 10. —. —. 2. Fifer and drummer — —. —. 2. —. — 85. Privates — —. —. 85. —. — Sepoys 133. 4. Captains — —. — 4. — — 4. Lieutenants — —. — 4. — — 7. Ensigns — —. — 7. — — 27. Sergeants, of whom 4 European drillmasters — —. — 27. — — 7. Fifers and drummers — —. — 7. — — 31. Corporals — —. — 31. — — 288. Privates — —. — 288. — — Marines, both ashore and on the sloops and lesser vessels 1. Chief Mate and Master of the Equipage — —. —. 1. —. —. —. Lieutenant and Master of the Equipage — 1. —. —. 1. 9. Quartermasters — 3. —. 6. —. —. 1. Chief Sailmaker — 1. —. —. —. —. 2. Coopers — 1. —. 1. —. —. 86. Sailors — 50. –. 36. –. —. Moors 3. Boatswains — —. —. 3. —. —. 1. Under-boatswain — —. —. 1. —. —. 1. Third-watch — —. —. 1. —. —. 2. Sarangs — —. —. 2. —. —. 35. Sailors — —. —. 35. —. —. 1. Tindal — —. —. 1. —. —. Artillerymen 1. Captain Lieutenant — 1. —. —. —. —. —. Extraordinary Lieutenant — 1. —. —. —. 1. 2. Ordinary Fireworks Workers — 1. —. 1. —. —. 2. Extraordinary Fireworks Workers — 1. —. 1. —. —. 4. Bombardiers — 4. —. —. —. —. 9. Gunners — 5. —. 4. —. —. 3. Gun-carriage Makers — 3. —. —. —. —. 26. Matrosses — 18. —. 8. —. —. Servants of Medicine and Surgery 2. Surgeons — 1. —. 1. —. —. 2. Head Surgeons — —. —. 2. —. —. 9. Under- and Third-surgeons — 12. –. —. 3. —. Craftsmen 1. Overseer of the House Carpenters — 1. —. —. —. —. 1. Overseer of the Ship Carpenters' Yard — 1. —. —. —. —. —. Master over all — 1. —. —. —. 1. 5. Ship Carpenters — 4. —. 1. —. —. 3. Masons — 4. —. —. —. 1. 13. Blacksmiths — 6. —. 7. —. —. 2. Coppersmiths — 1. —. 1. —. —. —. Carpenter — 1. —. —. —. 1. 1. Brass Founder — 1. —. —. —. —. 1. Glassmaker — 1. —. —. —. —. 1. Saddler and Tawer — 1. —. —. —. —. 3. House Carpenters — 3. —. —. —. —.

Dutch transcription

en derz ordinair vuurwerker van luit„ der arthillerij. 130. men zal de gemeene militairen en tract Resolutie verbeteren. en men verzocht om te mogen werden gemunieert of dese ordre ook betrekke„ lijk zal zijn op de arthilleristen en Zeevarende. begunstigen, met de qualiteijt van schipper Titulair, welke waardigheijd zijnen voorzaat, wijlen Lourens Buijs, in anno 1768. door Uw Hoog Edelhedens is toegevoegd. Den ordinair vuurwerker en opsiender Eijk versoekt om bevordering tot der Smitswinkel Andries van Eijk, versoekt UW Hoog Edelheedens bij over„ „komend Request ootmoediglijk om mits ruijme tijds Expiratie bevordert te mogen werden tot Luitenant der Arthillerije met de daar toe staande gagie; welk versoek wij met onse voorspraak on„ „dersteunen. Volgens het ontvangen Extract uijt Corporaals volgens 't ontvangen Ex„ de Notulen van het geresolveerde in raa„ de van Jndia, op den 7. September 1779: zullen wij de gemeene militairen tot ƒ16. —. en de Corporaals tot ƒ18. –. smaands in gagie verhoogen, zoo lange het buijten gemeen volks gebrek Continueerd, en wij versoeken ootmoedig met UW Hoog Edelheedens veel g'eerde ordre te mogen werden gemunieert, of deese ordre ook verhet getal der dienaren word geno„ „teerd. weesen. ook betrekkelijk zal zijn op de Ar„ „thilleristen en zeevarende namentlijk op gemeene, Canoniers en quartiermees„ „ters om dat ons reeds verzoeken van die natuur zijn voorgekomen. Jn voldoening van de veel g'Eerde ordre van UW Hoog Edelheedens nooteeren wij in deesen het getal der aanweesende Dienaren, niet ieders beroep en quali„ „teijt, zodanig als deselve onder dato deeses in waare weesen zijn, met aantooning in een apart Colom, het getall dat door UW Hoog Edelhee„ „dens voor dit Comptoir is bepaalt. volgensde bepaling Meer Minder Van de Politie en Commercie als 1. Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia gou„ verneur en directeur 1. opperkoopman hoofd-administrateur en secude 1. koopman fiscaal en Cassier - - -- 6. onderkooplieden daar van 1 Titulair - 1. hoofd tolk - - —. Commandeur -- 6. Boekhouders met onderkoopmans Ema„ lumenten - - - 28. pennisten 80 alhier in — —— 4. — 2. — 1. 3. — „ —. „ 3. — — — —. 1. 1. —. 28. Pennisten als 13. Boekhouders daar van een ondertolk 13. adsistenten „ 2. Jong assistenten 28. pennisten kerkelijke Bediendens, als 2. krankbesoekers daar onder 1: provisioneel 1. predikant. - - 1. Majoor - - —. kapitain - - 1. kapitain luitenant - - 3. luijtenants - - - 3. vaandrigs daar van 1. adjudant - - - 2. onder adjudants - - 21: sergeants - - - - - - - - - - 20. korporaals - - - - - 1. guarnisoen schrijver - - 1. tamboer majoor - - - 2. kapitain des armes - - 12. pijpers, en tamboers - 128. gemeenen, als 97. Europeesen en 31. Jnlanders 128. gemeenen 1. -. kapitain 2. luijtenants - - - - Oosterse Militairen 2. vaandrigs Militairen _=o „ „ Jong Tolk bepaling Meer Minder alhier in weesen volgens de 20. 8. —. .. —. — 2. —. 1. 1. — —. —. — —. 1. — 1. —. 2. —. —. 8. -. 13. —. —. „ - —. — 2. 2. — 1. 1. - - „ — -- :- — - — — - - —. —. — —. — —. 12. —. —. 2. —. —. 1. —. —. 1. — 8. — —. —. —. — 12. — - 1 — —. —. 2 1. 213. –. —. –. 8. 5. – 1.— 2. —. — — —. — ƒ e — — — — - - — — - - 10. korporaals - - - 2. pijper en tamboer - - - - 10. Sergeants daar van 1: Europiese drilmeester - - —. - 10. —. —. 2. vaandrigs 85. gemeenen - - - - - - - Sipaijen 133. 4 kaptins - 4: Luijtenants - 7. vaandrigs 27. Sergeants daar van 4. Europeese drilmeesters - —. - „ 27. 7. pippers en tamboers - - - - - 31. korporaals - - - - - - - - - - - - -. 31. 288. . gemeenen - - - - - - - - . . .. - -- -- Marines soo aan land als op de Chia„ loupen en Mindere vaartuijgen 1. . opperstuurman en Equipagiemeester - - - . - —. Luijtenant en Equipagiemeester - - - - 1. — 9. quartiermeesters - - 1. opperzeijlmaker - - 2. kuijpers - - - - - : 86. mattroosen - - - - 3. boodslieden - - - - 1. onder _=o - - - 1. derde waak - - - - - - - 2. Sarangs - - - - - - 35. Mattroosen - - - - 1. handel - - - - - - Mooren -. -. 1. — – - – – – – - 2. — -. -. 35. — . —. 4. - —. —. 85. — — —. — 2. — bepaling Heer Minder Arthilleristen Ulhier in weesen — — — — - - - — — — – – —. –. 10. —. —. —. -. . 2. —. — volgens de „ -. —. 7. 4. — —. —. — - –– – – – – – – – –. – – – – – – – – – –. – . —— —— —. 28. 8. — —. - 7. 1. —. -. 1. 1.„ —. 3. 1. —. —. —. 1. 1. . 1. - – – 50. –. 36. –. — -- - -- - -- - — — - - —— 6 -- 1 6: — 3. — —. — —. — — — — — -— — — - 80 # —. alhier in Arthilleristen 1. kapitain luijtenant - - - - - 4. -. bombardiers 9. - Canoniers 3. affuijtmakers - 26. handlangers - 2. - Extra ordinair vuurwerkers - - - - - - - 1. — Extra ordinair luijtenant - - - - - - - 1. —. —. —. 1. 2. ordinair vuurwerkers - - - - - - - - - - 1. - 1. — —: Bediendens van de Geneeskunde en Chirurgie 2. –. Chirurgijns 9. onder en derde Chirurgijns - - 2. -. oppermeesters - - - - - - - - - -- Ambagtslieden 1. opsiender der huijstimmerlieden - - - - - -. -. _=o „ scheepstimmerwerf - —. - Baas over alles - - - - 5. . scheepstimmerlieden - - 3. -. metselaars - - 13. – smits - - 2. - koperslagers - - - -. -. timmerman - - - 1. –. geelgieter - - - 1. -. glasemaker - - - - 1. –. sadelmaker - - - - 3. huijstimmerlieden —. — volgens de bbepaling Meer Minder —: _=o en leertouwer - - weesen — - — - - - - - — - - —. — 4. — 5. —. 3. — 18. —. — —. —: 4. —. —. 1. —. —. 1. —. —. —. — - alhi 8. —. 1. — 1. — 4. — 5. — 1. 1. - .- -- - -- - —— - 12. – „ —. — 1. — 1. —. 1. -. 2. —. —. 4. . . 9. —. —. —. 1. —. —. — -. - 1. —. —. —. — - — - — 1. —. —. 1. —. —. 1. —. —. 1. e — - —. — —. —. —. 1. 7. 1. 1. —. —. — 1. —. 1. — - -- - - - - - 1. — -

NL-HaNA_1.04.02_10310_0233 view scan ↗

English

establishment according to the determination More Less actual 3 house carpenters 1 chief mandoor 2 stock makers 1 turner - blockmaker 3 cartridge pouch and scabbard makers In diverse services - messenger and bookbinder Soldiers detached from Colombo into the city, namely 7 Corporals Artillerymen 1 bookbinder 2 trumpeters 1 Captain Lieutenant 1 Captain of Arms 6 fifers and drummers 1 court messenger 1 Land Surveyor 1 provost 2 captains 2 lieutenants 1 ensign 5 Sergeants 107 privates 1 assistant in the hospital At Cranganoor 1 junior merchant 1 captain lieutenant 3 ensigns - bookkeeper 1 bombardier present here 1 2 1 1 1 1 1 1 2 1 5 1 7 6 107 1 1 1 2 1 1 6 1 1 2 1 1 3 1 1 3 1 establishment according to the determination More Less present here actual 1 Bombardier 4 gunners 4 Sergeants 1 captain of arms 5 Corporals 4 drummers and pipers 115 privates 1 assistant - assistant surgeon detached there from Colombo 1 ordinary lieutenant 4 gunners 1 bombardier 27 assistants 27 Sepoys of the garrison detached there. 1 lieutenant 7 sergeants of which 1 European drillmaster 2 ensigns 8 Corporals 1 Captain 4 pipers and drummers 82 privates At Hijcotta Soldiers from the garrison 1 ensign 1 Sergeant 3 Corporals 4 132 1 1 2 3 4 30 85 4 3 1 1 1 1 1 2 7 8 4 82 1 1 3 1 1 1 actual present here 3 Corporals 4 pipers and drummers 3 privates Artillerymen detached there from Colombo 1 Extraordinary lieutenant 2 Bombardiers 12 assistants European Soldiers detached from Colombo 2 lieutenants 1 ensign 4 Sergeants 1 captain of arms 100 privates Sepoy Soldiers 2 ensigns 1 European drillmaster 7 sergeants 4 Corporals 3 gunners 1 lieutenant 10 Corporals 1 drummer 84 privates 1 Captain 1 piper 1 10 establishment according to the determination more less At Coilan 4 1 4 1 2 12 6 3 2 1 4 3 3 100 84 1 1 1 1 2 1 7 At Coilan present here 1 junior merchant - merchant 1 bookkeeper - clerks - visitor of the sick 1 assistant surgeon - Gunner 2 gunners 5 assistants 1 ensign 3 Sergeant 4 Corporals 1 drummer 39 privates, namely 35 in the fort 1 at Great Aijwika 1 Lengapatnam 1 at Palicoilan 1 Peza 39 privates At Calicoilan Bookkeeper At Porca 1 Bookkeeper establishment according to the determination more less actual 1 6 1 2 3 1 1 1 1 1 2 1 2 1 1 1 2 1 51 90 1 1 The 1 133 makes a report regarding the sickly Ensign Klinkhamer, who was discharged via Ceylon. continuation. Ensign Klinkhamer, who, as noted in our humble letter of 25 April 1779, was afflicted with a paralysis on his right side, and thereby rendered unable to perform duty, has since, notwithstanding all applied remedies, been unable to obtain any improvement, much less restoration to health; he has addressed himself to us by Petition and made known this desolate state of his, adding that there was no hope left for him to regain his health in these lands, and made a request for his discharge to Europe via Ceylon, with the further petition that, if possible, his wages might continue during the voyage on account of his impoverished condition; we have deliberated upon this request at our session of 24 November continuation anno passato, and indeed took into consideration that this man's contracted term had not yet expired, but also on the other hand considered that he has already been suffering from paralysis for over a year and in all that time has been unable to perform any duty; that also, according to his own statement, there is virtually no likelihood that he will recover in these lands, and that thus this man on the one hand is of no service, and on the other hand is merely a burden to The Honourable Company; wherefore we have resolved to grant him his requested discharge to the Netherlands via Ceylon; however, with pay discontinued, while submitting this request of his to the Lords Majors in Europe and intimating that he, as long as he remained healthy,

Dutch transcription

bepaling Heer Minder weesen 3. huijstimmerlieden - - 1. oppermandoor - - - 2. –. lademakers - 1. draijer - - -. -. blockemaker -- 3. –. pattroontas en scheedemakers - - - In diverse diensten —. boode en boekebinder - - - Militairen van Colombo in de stad gedeta„ cheerd, als. 7. -. Corporaals - - - - - - Arthilleristen 1. boekebinder - - - — — 2. trompetters - - - - - 1. Capitain Luijtenant - - - - - - - -. 1. . Capitain des armes - - - - - - - —: 6. fluijtersen tamboers - - - - - - - -. - 1. geregtsboode - - - - - - 1. Landmeeter - - - - - - - - - - - 1. -. geweldiger — - - - - - - - - 2. kapitains - - - - - - - - - - 2. - luijtenants - - - - - - - - - 1. - vaandrig - - - - - - - - 5. -. Zergeants - - - - - - - 107. –. gemeenen - - - - - - - - - - —. - 1. handlanger in het hospitaal - Te Cranganoor 1. onderkoopman - - - 1. kapitain luitenant - - - 3. vaandrigs - - - - --„ boekhouder - - - - - 1. bombardier alhier in - — — — - - - - —— . 1. — 2. — — —. —— —. 1. — 1. 1. — 1. —.„ 1. —. — —. — 2. —. —. 1. 5. 1. 7. 6: 107. 1. — —. 1. 1. „ —. 2. . — 1. —„ — 1. —. —. D - — — -- -- 6 1 -. - – – – – —. – —— —. — -- —. — 1. „ —. 2. —. 1. 1. 3. —. —. —. — 1. 1. 3. —. —. — —. — 1. —- volgens de —— -- ——— 1 — - — — —. — —. — - alhier in weesen 1. Bombardier- - - - 4. -. kannoniers - 4. Zergeants - - - - - 1. -. kapitain des armes - - - -- /5. . Corporaals - - - - 4. -. tamboers en pijpers - - - - 115. gemeenen - - - - - - - 1. - handlanger - - - - - - - - - - —. – ondermeester - - - - - - van Colombo aldaar gedetacheerd 1. ordinair luijtenant - - - - - - - -- 4. -. kannoniers - - - - - - - - - - - 1. bombardier - - - - - - - - - - - -. 27. handlangers - - - - - - - - - - - - . 27. —. —. Sipaijen van 't guarnisoen aldaar gedelaceerd. 1. . luijtenant - 7. . sergiants daar van 1. Europese drilmeester - 2. vaandrigs - - 8. -. Corporaals - - - 1. . Capitain - - - - - - 4. pijpers en Jamboers - 82. gemeenen - - - - - - - - - - Te Hijcotta van 't guarnisoen Militairen 1. vaandrig - - - - - - - - - - - - —: — 1. Sergiant - - - - - - - - - - - - - - 3. Corporaals 4. — volgens de bepaling Heer Minder 132. - - — -- 1. 1. — —. —. 2. —. 3. —. —. -. 4. —. —. 30. —. 85. –. —. 4. —. —. —. 3. - 1. —. —. —. —. —. —. —. 1. — 1. —. — — —. 1. —. 1. — 2. . . —: 7. —. —. 8. —. —. 4. — —. 82. —. —: —. — —. —. —. —. — —. — -- - - - - -. — - - - - - —:— ƒ --- - — . 1. 1. —: —. 3. . —. 1. 1. — 1. —. weesen alhier in 3. - Corporaals - 4. –. pijpers en tamboers - 3. . gemeenen - Arthilleristen van Colombo aldaar gedetacheerd. 1. -. Extra ordinair luijtenant - - - - - 2. Bombardiers - - - - 12. –. handlangers - - - - Europeese Militairen van Colombo gedetacheerd 2. luijtenants - - - 1. -. vaandrig - - 4. -. Zergeants - - 1. kapitain des armes - - - - -- 100. gemeenen - - Sipaijs Militairen 2. –. vaandrigs - - - 1. - Europeese drilmeester - - - - - - 7. sergeants - - - 4. -. Corporaals - - - - - 3. kannoniers - - - - - 1. luitenant - - - -- 10. Corporaals - - - - - - 1. lamboer - - - - - - 84. gemeenen - - - - - 1. Capitain - - - - - 1. pijper - – – – – – – – – – – „ 1. —. — - – – - – . – 10. —. —. volgens de bepaling meer minder Te Coilan — - — — - - - - -. —. — —. —. 4. 1. — 4. — 1. 2. —. —. — – – —. –. 12. –. —. —: 6 --- --- . - —. — —. — 3. —. 2. —. 1. — — —. 4. —. —. 3. —. 3. — —. —. —. —. — - .. —. —. —. -. . 100. — - -. — — - - -- - — — - - - —— — - — -- — —. —. 84. —. —. —: 1-. 1. —. —. —. —. — —. — —. — —. — —. — 1. — 1. – „ —. 2. —. — 1. — 7. —. —. — — — Te Coilan alhier in 1. onderkoopman - –. - koopman 1. - boekhouder -. schribenten –. -. krankbesoeker 1. –. ondermeester —. -. Constabel 2. kannoniers - 5. handlangers - 1. vaandrig 3. - Zergeant 4. -. Corporaals - 1. . tamboer 39. –. gemeenen als 35. in 't fort 1. tot groot aijwika 1. lengapatnam 1. tot Palicoilan 1: peza 39. gemeenen - Te Calicoilan Boekhouder- Te Porca 1. Boekhouder - - volgens de bepaling meer minder weesen. - - „ — — — — - — — — 1. 6. 1. 2. . 3. — 1. 1. 1. — „ —. 1. „ 1. 2. — 1. 2. —. — 1. - —. —. — 1. ƒ 1. —. 2. 1. —. -. 51. 90. —.— 1. — 1. — Den 1. 133. „nen doed verslag nopens den ziekelij„ ken en over Cijlon verlsten vadur„ drig Klinkkamer. vervolg. Den vaandrig Klinkhamer die vol„ „gens het genoteerde bij onse nedrige let„ teren van den 25. April 1779. met eene lammigheijd aan zijne regter zijde behebt was, en daar door buij„ „ten staat om dienst te doen, zedert, niet tegenstaande alle aangewende mid„ „delen, geene beterschap veel min her„ „stellinge tot gesondheijd hebbende kun„ „nen bekomen, heeft zig bij Request aan ons g'addresseert en deesen zij„ „nen desolaten staat te kennen ge„ „geven met bijvoeging dat 'er geene hoope voor hem over was, om in deese landen weder tot zijne gesondheijd te geraaken, en versoek gedaan om zij„ „ne verlossing na Europa over Cei„ „lon, met verdere instantie, om zoo het zijn kon met Courshouding van gagie geduurende de reijse, uijt hoofde van zijnen soberen staat; op dit versoek hebben wij gedelibereert ter onser sitting van den 24. Novem„ „ber el vervolg „ber anno passato, en wel aangemerkt dat deese man zijn verbonden tijd nog niet was g'expireert, dog ook aan de andere zijde in agtinge ge„ nomen dat denselven nu al over het Jaar aan lammigheijd laboreert en in al dien tijd geen dienst heeft kunnen doen, dat er ook volgens zijn eijgen zeggen genoegzaam gee„ „ne apparentie is, dat hij in deese lan„ „den zal herstelt raaken, en dat dus deese man aan de eene zijde van geen dienst en aan de andere zijde, maar tot een last van DE: Compagnie is, waarom wij dan ter Resolutie zijn getreeden, denselven zijne versogte verlossing na Ne„ derland over Ceilon te accordeeren; egter met afgeschreeven gagie, on„ „der voordraging van dit zijn ver„ „soek aan de heeren Majores in Euro„ „pa en te kennen geving, dat den„ „selven zig zoo lang gesond is geweest als

NL-HaNA_1.04.02_10310_0239 view scan ↗

English

134 the number of pensioners which persons placed under the same behaved as an honest man, as was also done in the missive dispatched by us today to Europe; this man having been sent pursuant to that resolution with the ship De Ganges to Ceilon, in order to obtain further transport from there to Europe; in whose place, however, we nominate no other as ensign because of what was ordered by Your Right Honourables regarding him by letter of 15 September 1778 and recorded in our Resolution of 24 November last. Pensioners here on the Coast consist of a number of 30 heads according to the accompanying name list, among whom are included the sergeants Christoffel Lodewijk and David Bade, and the soldiers Casper Heug, Abram Cramer, Pieter de Reber, Jacob Altenberg, and Jacob Liep; who, according to our Resolutions of 5 May, 3 July, and 5 August of the past year, have been placed among the retired servants on account of long years of service, advanced age, and bodily infirmities; of whom the soldier Casper Heug has since died. The aforementioned 30 persons still living most humbly request Your Right Honourables for the continued enjoyment of their retirement pension. Lepers maintained at Paliaporto are eight infected persons, of whom the name list accompanies this. Deserters here on the Coast from the first of January until the last of December 1779 were 16 heads, namely: 11 Europeans 3 natives and 2 topasses. 135 The four Bantam and four Palambang pilgrims have arrived here and have already continued their journey from here to Mecha. Of the nine exiles to Ceilon, only four arrived here with the Concordia, who have already been transported to Ceijlon with the ship De Ganges; four of the remainder died on the voyage, regarding which the officers have submitted the declarations included among the annexes, and one, or the ninth, skipper Wessling says did not come on board, but died on the island of Edam. We do ourselves the high honour to remain with the utmost respect and high esteem, Right Honourable, highly esteemed, wide-ruling Lord and Noble Lords, Your Right Honourables' humble and obedient Servants, signed: H: Moens, R: van Haan, E: E: Wohlfarth, S: E: Sassin, A: I: S: Vernede, and I: A: Daimichen, in the margin: Cochim the 2nd of January Anno 1780. J: A: Dannickens, Secretary. Agrees. Register of the copy secret papers which are now sent from here via Ceijlon to the Netherlands to the Chamber of Zeeland, namely: No. 1. Copy separate letter written by the Councillor Extraordinary of the Dutch East Indies, as well as Governor and Director of this Coast, Adriaan Moens, to Your Right Honourables at Batavia, dated 25 April 1779. No. 2. Copy separate letter written by and to as before, under the same date. No. 3. Copy separate letter written by and to as just stated, dated as above, Annex: L: A: A copy report regarding the condition of the Southern Mud Bay, and L: B: A map of the said Mud Bay. No. 4. Copy separate missive written by as above, dated 5 May 1779. No. 5. Copy separate letter written by and to as before, dated 20 October last. No. 6. Copy separate letter written by and to as before, under today's date, Annex: L: A: A copy report of the condition of the vessel De Vliegende Vis. Cochim the 2nd of January Anno 1780. J: A: Dannickens, Secretary. Batavia. To His Right Honour, the Right Honourable and Highly Esteemed Lord Reijnier De Klerk, Governor-General, together with the Noble Lords Councillors of the Dutch East Indies. Right Honourable, Highly Esteemed, Wide-Ruling Lord and Noble Lords! Since the dispatch of my last separate letter of 5 January last, the duplicate of which now comes under the general duplicate annexes, I had the high honour, with the safe arrival of the ship De Mentor on 17 March, to receive Your Right Honourables' venerated separate missive of 19 November of the past year, whereby I am tasked with providing some cardamom plants for cultivation at Batavia and on Java. I shall not fail to apply all possible diligence to procure the same, which, however, will not be able to take place earlier than during the coming sailing season, since the plants must be taken out and brought down in the rainy season, as they would otherwise die or perish. The cardamom hills are indeed in the power of the Nabob Haider Alijchan, but through natives and other channels I will manage to get those plants, and then send them to Your Right Honourables at the first opportunity, even if it were via Ceijlon. Since my aforementioned respectful letters of 5 January, nothing of importance has occurred here; the Nabob's troops have undertaken no further hostilities against us, so that in this regard I can only inform Your Right Honourables that everything is still in the same state as it was then, or was described. The fort Cranganoor is completely finished; the quay on the river side is properly provided and raised again, the faussebraye is everywhere solid

Dutch transcription

134 het getal der gegageerdens welke personen onder deselve gestelt als een eerlijk man heeft gecompor„ „teert, zoo als ook bij de op heeden door ons afgevaardigde missive na Euro„ „pa is geschied; zijnde deese man ingevolge dat besluijt met het schip De Ganges na Ceilon versonden, om van daar verder Transport na Europa te Erlangen; in wiens plaats we egter geen ander tot vaandrig voor„ „dragen uijt hoofde van het door Uw Hoog Edelheedens ten zijnen op zigte g'ordonneerde bij brief van den 15. Zep„ „tember 1778. en genoteerde bij onze Resolutie van den 24. November Jongstleeden. Segagieerdens hier ter Custe bestaan in een getal van 30. koppen uijt„ „wijsens de overkomende Naamlijste, daar onder zijn begreepen de zerge„ ants Christoffel Lodewijk en David Bade, en de Zoldaten Cas„ „per Heug, Abram Cramer, Pie„ „ter De din „ t 8. leprosen worden te paliaporto on„ derhouden. hoe veel perzonen er gediserteert „ter de Reber, Jacob Altenberg, en Ia„ „cob Liep; welke blijkens onse Resolu„ „ties van den 5. maij, 3. Julij, en 5. au„ „gustus annopassato om de wille van lang jarige diensten hoogen ouderdom en lichaams gebreeken, onder de rus„ „tende dienaren zijn gestelt; waar van den zoldaat Casper Heug zedert reets is komen te overlijden. de voormelte nog in weesen zijnde 30: persoonen versoeken UW Hoog Edelheedens ootmoedigst om het verder genot hunner rust gagie. Leproosen werden te Paliaporto onderhouden acht besmettelingen, waar van de naamlijst deesen verselt. Deserteurs zijn zedert primo Jannuarij, tot ultimo December 1779. hier ter Custe geweest. 16. koppen als. 11. Europeesen 3. oosterlingen en 2. toepassen zijn 135 De vier Bantamsche en vier Pa„ „lambangsche Bedevaartgangers, zijn hier aangekomen en hebben hunne reijse reets van hier vervolgt na Mecha. Jan de Negen Bannelingen na Ceilon zijn maar vier met de Concordia hier aangekomen, welke reets met het schip De Panges na Ceijlon getrans„ „porteerd zijn; vier van de overigen zijn op de reijs overleden, waar van ƒ de overheeden de onder de bijlagen overkomende verklaringe hebben over„ „gelegt, en een of de Negende zegt den schipper Wessling is niet aan boord ge„ „komen, maar ten Eijlande Edam over„ „leden. Wij geeven ons de hooge Eere van met de uijtterste eerbied en hoog agtinge te blijven /:onderstond:/ Hoog Edele groot Agtb: wijdgebiedende Heer en Wel Edele r Edele Heeren, UW Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorsamen Dienaren /:was getl:/ H: Moens. R: van Haan E: E: Wohlfarth, S: E: Sassin, A: I: S: Vernede, en I: A: Daimichen, /:in margine:/ Cochim den 2. Ianuarij A„o 1780. —. JA Dannickenf Secrets Accordeerd 3. No 1 _„o 2. 3. Register der Copia Secreete Papieren, Welke thans van hier over Ceijlon na Nederland wer„ den verzonden aan de kamer zee, „land als Copia aparte briev door den heer Raad Extra ordi„ naar van Nederlands Jndia, mits„ „gaders Gouverneur en directeur dezer kuste Adriaan Moens aan hun Hoog Edelhee„ „dens te Batavia geschreeven onder dato 25. April 1779. Copia aparte briev door en aan als vooren gesch: onder Even gem datum. Copia aparte briev door en aan als even gesch: gedagteekent als boven, Annex L: A: Een Copia Rapport nopens de Gelegentheijd van de Zuijder Mod„ „derbhaaij en L:a B: Een kaart van Gem Modder„ „bhaaij. No 4. _ No 4. Copia aparte missive door als boven geschi onder dato 5. ' Meij 1779. ^ en aan Copia aparte briev door ^ als vooren gesch: onder dato 20:' October J„o leeden Copia aparte briev door en aan als vooren gesch: onderhedige datiu Annex L:a A: Een Copia Rapport van de gesteldheijd van het Vaar„ „tuijg de vliegende vis Cochim Den 2. ' Januarij Anoo 1780 J: A Dannickens Secrets _„o 5. onder N=o 1 6„ Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Reijnier De Klerk Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heer Wel Edele Heeren! en zedert het afgaan van mijne laaste apparte van den 5: Januarij Jongstleeden, waar van het duplicaat thans onder de gemeene duplicaat bijlaagen overkomt, heb ik met het behouden arrivement van het schip de Mentor op den 17=de Copia Apart Maart Maart de hooge eere gehad te ontfangen uw Hoog Edelheedens gevenereerde aparte missive van den 19:=de 9ber: anno passato, waar bij mij opgedraagen word de bezorging van eenige Cardamom plantjes ter voortkweeking te Batavia en op Java; ik zal niet manqueeren, alle mogelijke vlijt aantewenden, om deselve te besorgen, het welk egter niet eerder als in de aanstaande openvaart zal kunnen ge= „schieden; alzo de plantjes in den reegen tijd, moeten uijtgenomen en afgebragt werden, dewijl ze anders sterven of vergaan; de Cardamom bergen zijn wel in de magt van den Nabab Haider Alijchan, maar ik zal door inlanders en andere Canaalen, die plant„ „jes wel weeten te krijgen, en uw Hoog Edelheedens dan met de eerste gelegentheijd, al ware het over Ceijlon toezenden. zedert mijne voorm: eerbiedige letteren van den 5: Januarij, is hier niets van belang voorgeval „len; de Nababse hebben geene verdere vijandelijk= „heeden tegens ons ondernomen; zo dat ik ten dien belange, uw Hoog Edelheedens alleen kan bedee= „len, dat alles nog in den selvden staat is, als het toen was, of beschreeven is. Het fort Cranganoor is ten eenemaal klaar, de kaaij aan de revier kant is behoorlijk voor= „zien en weder opgehaald, de fauce braij is overal aswaar

NL-HaNA_1.04.02_10310_0261 view scan ↗

English

where it had collapsed was raised up, the parapets in the fort have been properly heightened and provided with banquettes, and everything else that required improvement and repair has been remedied, both regarding the fortification itself and the guardhouse, powder magazine, and other buildings standing inside it: the moat has been properly deepened, so that even at the lowest water it still has six feet of water: this moat extends, measured through the middle from one corner to the other, 1015 feet; from the top of the edge of the moat to against the faussebraye it is 91 feet wide: I have also had a kind of covered way formed around it, and made the glacis run as far as the layout would at all permit; also, just outside the entrenchment, on the left side of the fort, there was a large pit in which a great many men could place themselves, and though not bomb-proof, it would nevertheless be cannon-proof, being a remnant of an old inlet or small bay where in earlier times manchuas and similar vessels used to bring provisions, but which place, through the long passage of time, silted up and has now become a large round pit, about 400 feet in diameter and fully 14 to 15 feet deep: this this pit I also had filled and had most irregularities on the plain leveled, so that now the plain before the fort, for the distance of a cannon shot, cannot practically be approached without being seen and swept from all over the fort; I had not thought in the beginning that there would have been so much work involved, as became evident to me when the work was properly underway; but I managed to finish it with a large workforce, though not without the help of the Ministers of Trevancoor and Cochim, who with their coolies, under the supervision of their own chiefs, took on and executed the work on the moat and the aforementioned pit by parcels, just as the moat around our city was also deepened in such a manner: all this, both in labor wages and in materials, and including what had already been spent on it last year, costs together 22000 ropias: on average it amounted to a good hundred ropias less, and therefore, in the hope of a favorable reception, I made it the aforementioned round sum, in order to give the little bit that was still lacking, by way of a tip, to a Topas, Manuel Nunes, who assisted with it for well over a year and regularly made himself available in the water and in the mud to provide proper proper directions for that work, in which he is knowledgeable, to which is also added that, understanding the Malabar language, he could also speak with the people; and since I had promised him a gratuity in the beginning, provided he paid good attention, I intended this for him, and I assure Your High Nobilities that nothing was glossed over, but that everything was thoroughly carried out: Major Wohlfarth and the provisional Captain Lieutenant Stipp repeatedly went to inspect it, as did I, as much as my time and health permitted, and the Junior Merchant Cellarius, as chief of Cranganoor, who also has a reasonable knowledge of engineering and is very attentive, had the daily supervision over that work. Everything is finished, and whoever would now wish to capture Cranganoor would find quite a task in it, and as soon as the rainy season now arrives, the camp will be withdrawn, the fort garrisoned, and everything placed in such a state as I had the honor to state in my respectful separate dispatch of 24 April 1778, with only this difference (since, when the camp is withdrawn, we will then still have enough sepoys) that in addition to the companies of Europeans and Malays, I will post another company of sepoys, if only for the present, so as not to cause the enemy and also our allies Trevancoor and Cochim to form a disadvantageous impression by calling up too many people; the company of grenadiers, which this year has again drilled both with the artillery and with the battalion, I will send to Cranganoor, since they also handle the guns and, should it come to it, can also serve as artillerymen: Major Wohlfarth has already gone to Cranganoor to make the necessary arrangements. In such a state, I shall continue to wait and see what the Nabab intends to do further, since there is simply no way to be found to enter into negotiations with him and to bring the matter to a conclusion; the Paliath Achan, (who had thought that through his emissaries he would have been able to bring the Nabab to negotiations and a settlement of the matter, and if not that, at least sound out what he actually wants) also declares that nothing can be achieved at the court of the Nabab; I certainly do not place much reliance on the Paliath Achan, for more than one reason, but I know for sure through certain channels that he has made every effort to accommodate me in this, but that even his emissaries could not speak of it without being dismissed with contempt; and it is impossible to say what means I have already employed

Dutch transcription

7. onwaar ze ingevallen was opgehaalt, de borstweerin= „gen zijn in het fort behoorlijk verhoogt, en met ban= „quets voorzien, en alles wat verder verbeteringe en reparatie nodig had, is verholpen, zo aan de fortificatie zelfs, als aan de daar binnen staande wagt, kruijt huijs, en verdere gebouwen: de gragt is behoorlijk uijtgediept, zo dat dezelve met het aller laagste waater, nog zes voeten waters heeft: deze gragt strekt zig uijt, van de eene hoek tot de andere midden door gemeeten 1015: voeten, van boven van de rand der gragt, tot tegen de fauce braaij, is ze breed 91: voeten: ook hebbe ik rontom deselve een zoort van bedekte weg laten for= „meeren, en de glacij zo verre doen loopen als het bestek, maar eenigzints toeliet; ook was effen buijten het retranchement, aan de linker zijde, van het fort, een groote Kuijl, daar zeer veel volk zig in kon plaatsen, en schoon wel niet bom vrij, egter kanon vrij, zoude zijn, zijnde een over= „ blijfsel van een oude in-ham, of klijne baaij, al= „waar in vroegere tijden, de mansjouws en dier= „gelijke vaartuijgen, levensmiddelen gewoon waaren aantebrengen, dog welke plaats, door lang duu= „righeijd des tijds, verland en nu tot een groote ronde kuijl geworden is, omtrend 400: voeten in haar diamieter en wel 14: â 15: voeten diep: deze deze kuijl hebbe ik ook laten vullen en de meeste oneffenheden op de vlakte doen plaineeren, zo dat nu de vlakte voor het fort, een Canon schoot ver, genoegzaam niet te naderen is, of men kan over al uijt het fort gezien en bestreeken worden; ik had in den beginne niet gedagt, dat er zo veel werk aan zoude geweest zijn, gelijk het mij gebleeken is toen het werk regt aan den gang was; maar ik hebbe het met magt van volk klaar gekreegen, dog niet zonder behulp der Mi= „nisters van Trevancoor en Cochim, dewelke met hunne Coelijs, onder opzigt Hunner eijge Hoofden, het werk van de gragt en voorschr. kuijl met perceelen aangenomen, en, verrigt hebben, gelijk de gragt rontom onze stad ook zodanig uijtgediept is: Dit alles zo aan arbeijts loon, als aan materia= „len, en daar onder gereekend, het geen er verleede Jaar al aangedaan is, kost tesamen 22000: ropias: het bedroeg door elkander een groote honderd ro= „pijen minder, en daarom hebbe ik, in hoop van welduijdinge er voorschr: ronde som van gemaakt, om het wijnigje, dat er nog aanmanqueerde, bij wijze van een footje tegeven, aan een Toepas Manuel Nunes, die al verre over het Jaar daar bij ge-assisteerd en zig doorgaans in 't water en in de Modder heeft laten vinden, om behoorlijke 8. behoorlijke aanwijzinge van dat werk tedoen, waar op wij zig verstaat, waar bij ook komt, dat hij de Mallabaarse taal verstaande, ook met het volk spreeken kon; en dewijl ik htem in den beginne een douceur beloofd had, mits Hij wel op= „paste, zo hebbe ik hem dit toegedagt, en ik verzee= „kere uw Hoog Edelheedens, dat er niet over heen geloopen, maar dat alles wel uijtgewerkt is: de Majoor wohlfarth en de p:l Capitain luijtenand stipp, hebben er telkens na gaan zien, en ik ook, zo veel mijn tijd en gezondheijd toegelaten hebben, en de onderkoopman Cellarius, als opperhoofd van Cranganoor, die ook eene tamelijke kennisse van de genie heeft en zeer oplettend is, heeft het dage= „lijks toezigt op dat werk gehad. Alles is klaar en die Cranganoor nu wegwild neemen, zou er al vrij werks aanvinden, en zo dra de regen tijd nu aankomt, word het Camp inge= „trocken, het fort bezet, en het een en ander in dien staat gesteld, als ik bij mijn Eerbiedige ap= „parte van den 24: April 1778: de eere gehad hebbe op tegeven, alleen met dit onderscheijd (dewijl, als het Camp ingetrocken is, wij dan nog sipais ge= „noeg hebben) dat ik bij de Compenien Europeezen en Maleijers, nog een Compenie sipais zal plaatsen, al was het ook maar voor eerst, om den vijand en en ook onze bondgenooten Trevancoor en Cochim door het oproepen van veel volk geen nadeelige denkbeeld tedoen formeeren; de Companie granadiers; die dit Jaar weder zo wel bij de Arthillerij als bij het batail joen ge-excerceerd heeft, zal ik na Cran= „ganoor zenden, dewijl deze ook met het geschut omgaan, en als het er op aan mogt komen, ook als Arthilleristen kunnen dienen: de Majoor wohlfarth is reeds na Cranganoor, om de nodige bestellinge te doen Jn zodanigen staat, zal ik blijven afzien, wat de Nabab verder doen wild, dewijl er tog geen weg tevinden is, om met item in onderhandelinge en tot afdoening der zaake te komen; de Paljetter, (die gemeend had dat hij den Nabab door zijne zende= „lingen tot onderhandelinge en afdoening der zaake zoude hebben kunnen brengen, en zo dat al niet, ten minsten laaten ondertasten, wat Hij eijgentlijk hebben wild/ verklaard ook, dat aan het hof van de Nabab niets uijttevoeren is; ik maake wel Juijst niet veel staat op den Paljetter, om meer als eene reeden, maar ik weet door zekere Ca= „naalen sicuur, dat Hij alle moeite gedaan heeft, om mij hier in tebelieven, maar dat zelvs zijne zendelingen, er niet van hebben kunnen spreeken, zonder met veragtinge afgeweezen teworden; en het is niet te zeggen welke middelen ik al in 't werk gesteld

NL-HaNA_1.04.02_10310_0265 view scan ↗

English

have placed myself, even if it meant that I would have had to make use of that full authority which I hold from Your High Mightinesses and which, I must confess, is as ample as one can possibly be. But whatever attempts I have made toward that end, everything has been in vain; he refuses to listen to anything and does not even deign to take notice of it, just as if we were not worthy of his attention, which grieves me deeply. Besides this, I also suffer the sorrow that he has conceived a personal hatred against me, suspecting me that an answer to his last letter to Your High Mightinesses—and thus also authorization to enter into such an alliance with him as he had actually sought, and to which it seems he still seeks to force us—would have arrived here in good time, but that I supposedly detained Your High Mightinesses' letter and gifts, meanwhile writing vigorously against it and bringing it about that a different letter arrived, and that this was supposedly the reason why his letter was left unanswered for so long, or rather, why he did not receive Your High Mightinesses' letter sooner. Your High Mightinesses know how innocent I am in this regard; and although his dissatisfaction over the long delay of that answer is merely a far-fetched pretext to give some name or semblance of reason to his enterprise against the Company, it would nevertheless grieve me deeply if that personal hatred were to be the cause of his refusing to settle the matter with me. Although, to speak quite frankly, I believe that even if he had settled the matter with the Company, he would nevertheless be just as little, and even less, to be trusted than before; and that if he could achieve his aim, he would truly not refrain from it, even if we were the best of friends, so that we would then, by a public renunciation, have lost the so-called sandy land forever and would still have to keep ourselves in a good posture of defense, not to mention that he would then, under the name of friend, make all kinds of burdensome demands upon us. Whereas now we retain our claim to the aforesaid region and do not need to grant him the slightest request. And whether he is now alive or dead: in the first case, humanly speaking, he cannot live much longer anyway, and the Marhettas as well as the other northern princes in those parts will never leave him in peace; and in the latter case, affairs must naturally take a different turn. The widespread rumor that the Nabab has passed away still persists; but be that as it may, if the Nabab is not dead, he must be ill, or find plenty of work with his enemies in the upper country, for the Samorin Nairos have already been playing the master in the Samorin country for several months. The Nabab's troops do hold the strongholds, but the Samorin forces, being masters of the field, collect all the revenues, and the Nabab sends no reinforcements to his people. It is very likely that the Samorin forces will in time also make themselves masters of some, if not all, of the strongholds. Their force is quite large, especially at Calicoet, where the Nabab's troops are fully 2000 men strong, and yet dare not march out against them. In my previous letter, I respectfully informed you that the English still intended to proceed with the expedition to Poena and to place Ragabooij on the throne. They have since undertaken this, and in the month of February last, they caused a corps of 5000 sepoys and 600 Europeans from Bombaij to march via Chaul, accompanied by Ragabooij; but this expedition did not turn out as desired. These troops did indeed advance to within a few hours of Poena, but were there so obstructed and attacked by the Marattas that they were forced to retreat. In the beginning, the English nevertheless boasted greatly of it, as though they had more or less achieved their aim; but I have found the following account to correspond most closely with the truth. The English, lying encamped with their army against the Marattas and suffering a great lack of provisions, resolved to beat a retreat. Ragabooij, being with them in the army and perceiving this, pleaded with them and fell at their feet, begging that they would not do so, reminding them that they had, after all, always beaten the Marettas up to this point and thus far, and that it was therefore necessary to stand firm and not to retreat. But the English would not listen to this, saying that they had to retreat and could not stand firm for the aforesaid reason. Ragabooij requested and pleaded with them once more that if they must and would retreat, they should do so by day, but not by night; assuring them that if they undertook the retreat by night, they ran the danger of being surrounded by the Marattas, cut off from one another, and defeated. Yet all these pleas and warnings

Dutch transcription

gesteld hebbe, al was het dan ook, dat ik mij zou= „de hebben moeten bedienen, van die volle qualifi= „catie, dewelke ik van uw Hoog Edelheedens hebbe en die /:ik moet het bekennen:/ zo ruijm is, als er een wezen kan, maar welke tentamens ik daar toe gedaan hebbe, zo is alles te vergeefs; Hij wild na niets hooren, en verwaardigt zig niet eens er notitie van teneemen, even als of wij zijn Coulair niet waardig zijn, het geen mij zeer spijt, en waar bij ik ook dat verdriet hebbe, dat hij een perzoneele haat tegen mij heeft opgevat, en mij verdenkt, dat er op zijn laatste briev aan uw Hoog Edelheedens reets in tijds hier antwoord en dus ook qualificatie zoude geweest zijn, om met Hem zo een alliantie aantegaan als Hij eijgentlijk gezogt had, en waar toe wij, zo het schijnt ons als nog zoekt te dwingen, maar dat ik uw Hoog Edelhee= „dens briev en geschenken zoude aangehouden, in= „tusschen daar tegen kragtig geschreeven en be= „werkt hebben, dat er een andere briev gekomen is, en dat dit de oorzaak zoude zijn, waarom zijn briev, zo lange onbeantwoord gelaten is, of eijgent= „lijk, waarom Hij uw Hoog Edelheedens briev niet eerder ontvangen heeft; uw Hoog Edelheedens weeten, hoe onschuldig ik hier omtrend ben; en schoon zijn onvergenoegtheijd over het lang uijtblijven van dat antwoord 10. antwoord, maar een heel verre gezogtheijd is om quasi een naam of eenige schijn van reeden, aan zijn onderneeminge tegens de Comp: tegeven, zo zoude het mij egter zeer bedroeven, indien die perzonee= „le haat, oorzaak mogte zijn, dat Hij de zaak met mij niet wilde bijleggen, schoon ik om het maar regt uijt tezeggen, geloove, dat schoon Hij de zaak met de Comp: al eens bijgelegd had, Hij egter al zo min en nog minder als bevoorens te betrouwen zoude zijn, en dat, als wij zijn oogmerk berijken kon, wij het waarlijk niet laten zoude, al waaren wij nog zulke goede vrienden, zo dat wij dan het zo genaamde zandigland, door publi= „ke afstand, voor altoos quijt zouden zijn, en ons evenwel in een goed postuur van defentie moeten houden, geswijge dat Hij ons onder de naam van vriend, dan allerlij lastige verzoeken zouden doen, „ wij terwijl „ nu tog onze pretentie op voorschr: land= „streek blijven behouden, en hem geen de minste verzoeken behoeven toetestaan: en Hij zij nu le= „vende of dood; in 't eerste geval, kan hij men= „schelijker wijze tog niet veel langer meer leven en de Marhettas zo wel als de verdere noordse vorsten daaromstreeks, zullen Item nooijt met vreede laten; en in 't laatste geval, moeten de zaken van zelfs een anderen plooij krijgen. Het Het verspreijd gerugt, als of de Nabab overleeden zoude zijn, blijft als nog duuren; maar het zij hoe het wil; is de Nabab niet dood, zo moet hij ziek zijn, of in de booven landen veel werk vinden met zijne vijanden, want de sammorijn= „se Nairos, speelen al eenige maanden, den baas in het sammorijnse land; de Nababse hebben wel de sterktens in bezit, maar de sammorijnse meester in 't veld zijnde, heffen alle inkomsten, en de Nabab zend geen secours aan de zijne, en het is zeer apparent, dat de sammorijnse in der tijd zig ook, zo niet van alle, van eenige sterk= „tens zullen meester maaken; hunne magt is ta= „melijk groot, voornamentlijk te Calicoet, alwaar de Nababse wel 2000: Man sterk zijn, en egter tegens hen niet derven uijttrecken. Bij mijn voorige heb ik eerbiedige kennisse gegeven, dat de Engelsen nog van intentie waaren om de Expeditie na Poena voort, en Ragabooij op den throon tezetten: dit hebben ze zedert ondernomen, en in de maand februarij Jongstleeden een Corps van 5000: sipaaijen en 600: Europeesen van Bom= „baij over Chaul op Marsch doen gaan; verselt van Ragabooij; maar deese Expeditie is niet na wensch uijtgevallen; dese troupes zijn wel g'avanceert, op weijnige uuren na van Poena, dog daar door de Marrattas 13. Marrattas zodanig belemmert en aangevallen, datze hebben moeten retireeren: in het begin gaven de Engelschen er egter nog veel van op, en als of ze hun oogmerk min of meer bereijkt hadden, maar het volgende verhaal heb ik bevonden het naaste met de waarheijd over een tekomen. De Engelse met hun leger tegens de Marat= „tas gecampeert leggende, en groot gebrek aan provisien hebbende, beslooten om de retiraite te neemen; Ragabooij, bij hen in het leger zijnde, zulks gewaar werdende, bad hen en viel hen aan de voeten, datse zulks niet zouden doen, onder herinneringe datze immers de Maret= „tas tot hier en tot nog toe altijd geslaagen hadden, en het dus nodig was, stand te houden en niet te retireeren; maar de Engelsen wil= „den daar na niet hooren, zeggende, datse moes„ „ten retireeren en geen stand konden houden, om reeden: voorm:t; Ragabooij verzogt en bad hen andermaal, als ze dan moesten en wilden retireeren; datse het dan bij dag, maar niet bij nagt zouden doen; onder verzeekeringe, zo ze de retiraite bij nagt ondernamen, dat ze dan gevaar liepen, om van de Marattas omringt, van den anderen afgesneeden en ge= „slaagen tewerden: dog alle dese beeden en vermaningen

NL-HaNA_1.04.02_10310_0269 view scan ↗

English

The admonitions of Ragabooij had no effect on the English, and in accordance with their intention and decision, they decamped with their army by night and retreated. This had the disadvantageous consequence that they were surrounded by the Maratta army and thus engaged in battle with one another, in which on the side of the English, in both killed and wounded, there were 79 Europeans, among the first-mentioned one colonel, two captains, and 9 lieutenants as well as ensigns, together with 50 sipahis, both killed and wounded. How many fell and were wounded on the side of the Marattas cannot be determined with certainty, although they suffered a much greater loss in killed and wounded than the English. The English, seeing no chance of continuing the fight with success, ended it and immediately entered into negotiations with the Marattas, in which it was agreed that Ragabooij would be surrendered to the Marattas, which was also carried out. But Ragabooij, thus seeing himself forced to surrender to his enemies, gave himself up to the Maratta chief of the province of Geria, under whose command stand 40,000 horsemen, refusing to surrender to his own castes, namely the Brahmin chiefs of the Maratta army, in whom he, Ragabooij, placed not the slightest trust. The Marattas subsequently gave two hostages to the English as assurance that no harm would come to Ragabooij, and on the part of the English it was conceded that all the lands and places taken from the Marattas by the English since anno 1772 should be restored to the Marattas, such as Salsette, Brootchia, Jamboeser, and Carrinchar. For the fulfillment of this, the English gave Mr. Farner and the ensign Stuart to the Marattas as hostages. Subsequently, an embassy was sent from Poena to Bombaij in order to have the English carry out what had been promised, namely the restitution of the aforementioned lands and places. But the English governor at Bombaij gave as an answer to this embassy of the Marattas upon their arrival there that they could go and take possession of the said lands and places. But the ambassadors replied that those who currently possess these lands and places on behalf of the English would not surrender them without special orders, and that they, the ambassadors, therefore requested that the necessary order be given for that purpose. Whereupon the governor of Bombaij gave them a letter of this content, which the ambassadors could hand over to Mr. Hims, commandant of the fortress Tanna on the island of Salsette: On behalf of the Marattas, an embassy now arrives alongside this to take possession of the fort Tanna from Your Honour, but Your Honour must give them as an answer that Your Honour will keep the place for the Marattas. This then is the outcome of that enterprise, in which the army that departed from Bengale anno passato took no part. Where it has been in the meantime has not become known, but it is now known with certainty that this army, 10,000 men strong, arrived at Souratta in the late part of February, and will march from there to Bassain to wrest that place from the Marattas if possible, and if one is to believe the rumors, they are already encamped before it. During these disturbances in the north, the English of Madras have caused a corps of 6,000 sipaijs and 6 to 800 Europeans to march from the Coromandel Coast to Ansjenga, and transported them from there with ships and vessels to Tallicherij, where in the meantime all necessary ammunition had been delivered from Bombaij to attack the French fort Mahe. Trevancoor granted these troops free passage through his country and gave me notice thereof, adding that these troops, as they arrived, would immediately embark and be transported. The transport of these troops lasted fully a month, because on Trevancoor's insistence they marched through his country only in detachments and not all at once. When everything had been transported to Tallicherij, the siege of Mahe began immediately, and on the 21st of March last that place was surrendered by capitulation to the English after two to three days of siege. The European military personnel, who numbered only 150 men, and other servants have been transported to Bombaij to be further conveyed to Europe as prisoners of war. The citizens have received the freedom to continue living there, and Mahe will remain standing for the time being, pending further orders from Madrast. The French governor, Mr. Picot, had

Dutch transcription

vermaningen van Ragabooij vermogten op de Engelsen niets, en ze zijn, volgens hun voornemen en besluijt met hun leeger bij nagt opgebrooken en geretireerd, 't welk van dat nadeelig gevolg geweest is, datse van het Marattase leger om= „cingeld, en dus met den anderen in gevegt ge= „raakt zijn, waar in van de zeijde der Engelse, zo aan dooden, als gekwetsten zijn geweest 79: Europeezen, onder eerst gem: Een Collonel twee Capitains en 9: zo Luijtenants als vaandrigs, mitsgaders 50: sipahis zo dooden als gekwesten; Hoe veel er van de zijde der Marattas gebleeven en gekwest zijn, is met zekerheijd niet tebe= „palen, hoe wel deselve een veel grooter verlies aan dooden en gekwetsten, dan de Engelse gehad hebben, de Engelsen geen kans ziende om het geregt met goed gevolg voortezetten, eijndigden het selve, en kwamen onmiddelijk met de Marattas in onderhandeling, waar in over een gekomen wierd, dat Ragabooij aan de Marat= „tas zoude overgegeven werden, 't welk ook zijn gevolg genomen heeft; dog Ragabooij zig dus genoodzaakt ziende om zig aan zijne vijanden overtegaan, gaf zig zelfs aan het Marattas opperhoofd van de provintie Geria over, onder wiens bevel 40'000: Ruijteren staan; weijgerende zig gen 12. zig overtegeeven aan zijne eijgene Castas, nament= „lijk; De Bramineese hoofden van het Marat= „tase Leeger; in dewelke hij Ragabooij geen het minste vertrouwen stelde. De Marattas gaven vervolgens tot verzekering, dat Ragabooij geen leed geschieden zoude, twee Gijselaars aan de Engelse; en van de zijde der Engelse wierd toe= „gestaan, dat aan de Marattas wederom zouden ingeruijmt werden, alle de landen en plaat= „sen zedert anno 1772: hen Marattas door de Engelsen ontnomen, als salsette, Brootchia, Jamboeser, en Carrinchar; tot naarkominge van het welke de Engelse aan de Marattas tot Gijselaars hebben gegeven M:r Farner en den vaandrig stuart; vervolgens is een ambassade van Poena na Bombaij gezonden, ten eijnde het beloofde door de Engelse zijn gevolg tedoen heb= „ben, namentlijk, de restitutie van voormelde landen en plaatsen, dog de Engelse Gouverneur te Bombaij, gaf aan dese ambassade der Ma= „rattas met hunne komst aldaar, ten ant= „woord, datze konden heen gaan, en gemelde landen en plaatsen in bezit neemen; dog de ambassadeurs repliceerden, dat de geene, die deeze landen en plaatsen thans van wegens de Engelse in bezit hebben, dezelve zonder speciale speciale orders, niet zouden overgeven, en dat zij Ambassadeurs daarom verzogten, dat daar toe de nodige order mogt gegeven worde; waar op de Gouverneur van Bombaij Hun een brief gaf, die de ambassadeurs aan de Heer hims Commandant der fortresse Tanna op het Eijland salsette, konde overhandigen, van desen inhoud. „ van wegens de Marattas komt thans, ne= „vens deese, een ambassade om van vE: het „ fort Tanna in bezit te neemen, dog vE: „moet hen ten antwoord geeven, dat VE: de „plaats voor de Marattas zal bewaaren. Dit is dan den uijtslag van die onderneeming, waar aan het leeger dat anno passato uijt Ben= „gale vertrocken is geen deel heeft gehad; waar dit intusschen is geweest, is niet bekent geworden; maar thans weet men met zekerheijd, dat dit leeger sterk 10'000: Man in 't laatst van febru: te souratta is aangekomen; en van daar na Bassain zal marcheeren, om des doenlijk, die plaats de Marattas afhandig temaken; en zo men aan de gerugten wild geloof slaan; zouden deselve reets daar voor leggen. onder deese woelingen nu om de noord hebben de Engelschen van Madras een Corps van L: 6000 t= = 13. 6000: Sipaijs en 6: â 800: Europeesen van de Cust Cor= „mandel na Ansjenga doen marcheeren; en van daar met scheepen en vaartuijgen overgevoert, na Tallicherij, alwaar intusschen alle nodige ammo= „nitie van Bombaij was bezorgt, om 't franse fort Mahe te attacqueeren; Trevancoor heeft dese troupen de vrije passagie door zijn land toegestaan en mij daar van kennisse gegeven, met bijvoeginge dat die troupes, zo als ze aankwamen, ten eersten te scheep zouden gaan en vervoert werden: het Transporteeren dier troupen, heeft wel een maand lang geduurt, om dat deselve op Trevancoors aan= „houden, maar bij detachement, en niet tegelijk, door zijn land zijn gemarcheert, toen alles na Tallicherij was overgevoert, is ten eersten de belege= „ring van Mahe begonnen, en den 21:ste Maart Jongstleeden die plaats na twee â drie daagen belegs, aan de Engelschen bij Capitulatie overge= „gaan; de Europeese Militairen die maar 150: kop: „pen hebben uijtgemaakt, en andere dienaaren zijn na Bombaij getransporteerd, om verder als krijgs gevangen na Europa vervoert tewerden, de burgers hebben vrijheijd bekomen daar te blijven woonen, en Mahe zal voor eerst blijven staan, tot nader ordre van Madrast. De france Gouverneur de Heer Picot, had Mare

NL-HaNA_1.04.02_10310_0273 view scan ↗

English

greatly reinforced Mahe, at least, since the hostile operations between France and England he had work done on the fortification works, and yet this place was surrendered after a three-day siege. Governor Picol had requested from the Nabab Haider Alijchan the 160 French heads who were sent to Cheringapatnam anno passato, and in addition assistance from his troops, but the Nabab did not wish to give back the French troops, though likewise promised assistance; but nothing else came of that except that the Nabab gave orders to the King of Colastrij to come to the aid of the French, in case they were attacked by the English. Colastrij indeed gathered as many as 2000 Nairos and 1000 native Moors from the Collastrij and Cotteatte peoples, and with them occupied a camp close to Mahe; but these peoples were not of the least use to the French, because upon the arrival of the English troops, the Cotteatte people, separating themselves from the Colastrij people and having been assisted by the English with powder and lead, attacked the Colastrij people (who subsequently also abandoned the camp) and put them to flight, with this result: that the King of Colastrij had to flee into a pagoda, and was kept surrounded there for some time by the Cotteatse Nairos, whose expelled ruler departed upon this news to his land and is now pretty much master again of his lands, which thus far had been given by the Nabab to Colastrij under payment of tribute; but how long it will last and how it will turn out with Collastrij, time must tell. The English were very apprehensive that the Nabab would assist the French in earnest, and therefore let so many men go to Mahe, though this nevertheless did not go further than has already been reported. Meanwhile, the assistance that the English showed to the Cotteatse Naiyros by supplying powder and lead was taken so ill by the Nabab's Governor at Calicoet that he caused the English resident at Calicoet to depart from there; yet I cannot yet report with any certainty whether anything of consequence will arise from it. I have used every effort to send a noteworthy number of Moorish seafarers to Batavia with the ships now returning, but have not been able to succeed in this; I have only been able to obtain 20 heads who are coming over with the ship de Concordia. The Syrian Priests, of whom I had the honor to make mention in my last separate letter of 5 January recently past, have since made their confession and also already taken communion in our church, being currently busy being taught and instructed again, so that he would be able to instruct others. I likewise had the compendium that was drawn up over there by the Reverend Mr. Vermeer presented through an interpreter in Malabar, and had the pleasure of seeing that he listened to it with attention, and testified that such a work, in his thoughts, among his people from whom he had departed, could be of great use, and that he also hoped in due course to make use of it with much fruit, because no difference is found in it. Said booklet I shall have translated here into Malabar and written on olas, since we have no printing press here, and the Malabar letters here differ very much from those letters that are used in Ceilon and Cormandel; otherwise I would not have failed to request from Ceilon to have some copies of it printed there, and I promise myself much good from that edifying booklet, both among the congregation here and among the native. Meanwhile I have the high honor to remain with the greatest respect. Was written below: Right Honorable Highly Esteemed Wide-Commanding Lord and Most Noble Lords! Your Right Honors' obedient and humble servant. Was signed: An Moens. In the margin: Cochim the 25th of April 1779. Agrees: A Dannicheu Secretary Examined: ADos First Clerk Separate 15. Batavia To His Right Honor The Right Honorable Highly Esteemed Lord Reinier de Klerk Governor-General And The Most Noble Lords Councillors of Netherlands India Right Honorable Highly Esteemed Wide-Commanding Lord And Most Noble Lords! Pursuant to Your Right Honors' reiterated order, contained in the Extract of the General Resolution of the Castle of Batavia taken in the Council of India on 19 December 1777, I insert herein a short strength of the general number of servants at this office, with a comparison of the same against the latest regulation, and in which is also noted the brass and iron cannon on hand, the supply of muskets, cutlasses and shot, as well as the tally of the existing vessels. At this office there are at present in service the following servants: Heads in total, Europeans, including Native children, Mohammedans and sepoys: From the civil service down to junior assistants inclusive: 22. 22. The ecclesiastical: 3. 3. Medical: 13. 13. Artillery: 132. 109. 23. Militia: 1669. 665. 47. 957. Maritime: 93. 52. 41. Trades: 44. 28. 16. Various serving: 12. 6. 4. 2. Totaling: 1988. According to the latest regulation: 533. Or now more: 1455. Further: 45 pieces of brass cannon 231 pieces of iron cannon 8281 pieces of muskets 2987 pieces of cutlasses and swords 48429 pieces of round and langrage shot 85720 lb of powder And the following vessels: 1 snow 1 smalschip 7 gamels 1 orang-baai and 3 scows. Wherewith I give myself the high honor of remaining with the utmost respect and high esteem. Was written below: Right Honorable Highly Esteemed Wide-Commanding Lord, and Most Noble Lords, Your Right Honors' obedient and humble servant. Was signed: A: Moins. In the margin: Cochim the 25 April Anno 1779. Agrees: J: A Dannickens Secretary

Dutch transcription

Mahe veel versterkt, ten minsten, hij had zedert de vijandelijke bedrijven tusschen frankrijk en En= „geland, aan de fortificatie werken laaten arbeij= „den en egter is deese plaats na drie daagen belegs overgegeven; de gouverneur Picol had van den Nabab Haider Alijchan de 160: koppen fransen die anno passato na Cheringapatnam gezonden waaren, terug verzogt en daar en booven assistentie van zijne troupen, maar de Nabab heeft de franse troupes niet willen terug geegen, dog item assisten= „tie beloofd; maar daar van is ook niet anders gekomen, als dat de Nabab aan den koning van Colastrij, ordre heeft gegeven, om de fransen bijte= „springen, in geval ze van de Engelschen g'attac= „queerd wierden; Colastrij heeft ook wel 2000: Nairos en 1000: inlandse mooren, uijt het Collas= „trijse en Cotteattese volkeren vergadert, en daar meede een Camp betrokken digte bij Mahe; maar deese volkeren zijn den franschen van geen het minste nut geweest; dewijl op de aankomst van de Engelsche Aroupes, de Cotteattese volkeren, zig van de Colastrijse afzonderende, en door de Engelsen met kruijt en lood g'assisteerd zijnde, de Colastrijse, /die vervolgens ook het Camp ver= „lieten ) attacqueerden, en op de vlugt dreven, met dit gevolg, dat de koning van Colastrij in een pagood 14. pagood moest vlugten, en daar eenigen tijd omcin= „geld gehouden is, door de Cotteatse Nairos, welker verdrevene vorst, zig op deese tijding na zijn land begaf en thans genoegzaam weder meester is van zijne landen, die dus lange door de Nabab aan Colastrij, onder betaling van Contributie zijn ge= „geven; maar hoe lange het duuren zal en hoe het met Collastrij zal afloopen, moet den tijd leeren. De Engelschen waaren zeer bedugt, dat den Nabab met ernst de fransen zoude assisteeren, en hebben daarom zo veel volk na Mahelaten gaan, dog dit heeft egter niet verder gegaan als reeds ge= „meld is; intussen is de assistentie die de Engelse aan de Cotteatse Naijros beweezen hebben met het bijzetten van kruijt en lood bij 's Nababs Gou= „verneur te Calicoet zo qualijk genomen, dat hij de Engelse resident te Calicoet, van daar heeft doen vertrecken; dog ik kan nog met geene zekerheijd opgeven, of daar uijt iets van consequentie ont= „staan zal. Jk heb alle de voiren aangewend, om met de thans terug keerende scheepen, een naamwaardige getal moorse zeevaarende na Batavia teversen= „den, maar hebbe daar in niet mogen slagen; alleen heb ik maar 20: koppen kunnen magtig worden die met het schip de Concordia overkomen. De De suriaanse Priesters, waar van ik bij mijn laatst aparte van den 5: Januarij Jongstleeden de eere had temelden, heeft zedert zijn belijdenisse afgelegd en ook reeds in onze kerk gecommuni= „ceerd; zijnde Aans bezig om weder geleerd en onder= „weezen teworden, op dat Hij andere zoude kunnen onderwijzen: Jk hebbe item het kort begrip, dat ginter door den Eerwaarden Heer vermeer opgesteld is, door een Tolk in 't Mallabaars laten voorhou= „den, en hadde het vermaak om tezien, dat Wij er met oplettentheijd na luijsterde, en betuijgde, dat zo een opstel na zijn gedagten onder de zijne, waar van Mij uijtgegaan was, van veel nut konde zijn, en dat Hij er zig ook met veel vrugt in der tijd van hoopte te bedienen, om dat er geen verschil in gevonden worden: gemeld boekje, zal ik hier in 't mallabaars doen Translateeren, en op olassen schrijven, dewijl wij hier geen drukkerij hebben, en de Mallabaarse letters, van hier met die letters, welke op Ceilon en Cormandel ge= „bruijkt worden zeer verschillen; anders zoude niet gemanqueert hebben, na Ceilon te verzoe= „ken, om aldaar eenige exemplairen daar van te laten drukken, en ik beloove mij van dat stigte= „lijk boekje veel goeds, zo onder de gemeente alhier, als onder den Jnlander. Inmiddels n Jnmiddels hebbe de Hooge eere met de meeste Eerbied te verblijven. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heer en wel Edele Heeren! uw Hoog Edelheedens gehoor= „zame en onderdanige dienaar /:was getek:d/ A=n Moens /:in margine:/ Cochim den 25: =ste April 1779:— accordeert A Dannicheu SeCrets Nagezien ADos gClerq Apart 15. Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele Groot Agtbaaren Heer Reinier de Klerk Gouverneur Generaal En De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Groot Agtbaaren wijdgebiedende Heer En Wel Edele Heeren! In opvolging van UW Hoog Edelheedens ge„ „renereerde ordre, vervat bij Extract Generaale Resolutie des Casteels Batavia genomen in Rade van Jndia op den 19. December 1777. inse„ reere in deesen Eene korte sterkte van Het generaal t No 2. generaal getall der dienaaren ten deesen Comptoire, met een vergelijkinge van deselv tegens de Jongste bepalinge, en waar bij ook genoteert staat, Het aan handen zijnde met en ijzer Canon, den voorraad van snapha „nien, Houwers en schepp, als meede Het gele der aanweesende vaartuijgen. Op dit Comptoir zijn op heeden in we „sen de volgende Dienaaren koppen te za„ waar onder Jnlandse Mahometan men Europeesen kinderen en sipais 22. 3. 13. 8. - 5. 109. 23. 132. 665 47. 957. 1669. 93. 52. 41. 28. 12. 16. —. 44: Van De politie tot J„o assistenten inclusive de kerkelijke geneeskunde Arthillerie militie zeevaart. ambagten- diverse dienst doende Te samen bedragende 1988. volgens de laatste bepaling 533. of nu meerder - 1455 Voorts „ ... - — — -- - 6. 4. 2. 3. 22. 16. Voorts 45. p„s metaale Canons 231. „ ijsere Canons 8281. „ snaphanen 2987. „ Houwers en degens. 48429. „ Rond en lang scherp 85720. lb: kruijt En de volgende Vaartuijgen 1. snauw 1. smalschip 7. gamels 1. Orangbaaij en 3. schouwen. Waar meede mij de Hooge Eere geve van met de uitterste Eerbied en Hoog agting te blijven. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtb: Wijdgebie„ „dende Heere, en Wel Edele Heeren, UW Hoog Edelheedens en gehoorsaame onderdaniege dienaar /:was getl: /: A: Moins /:in margine:/ Cochim den 25. April A„o 1779. accordeert J: A Dannickens Secrets

NL-HaNA_1.04.02_10310_0283 view scan ↗

English

No 3. 27. Batavia To His High Nobility The High Noble Great Honorable Lord Reijnier De Klerk Governor-General And The Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies High Noble, Great Honorable, Far-ruling Lord, Honorable Lords! In fulfillment of Your High Nobilities' esteemed order contained in Your secret Resolution of 9 December 1777, after attentive consideration of the annexed copy of the draft document by the High Noble Great Honorable Lord Governor-General, entitled Considerations on the present state of defense in the Indies, I have the honor to submit herewith to Your High Nobilities such arrangements and proposals as I, according to my local knowledge and humble expertise in matters of this nature, deem capable of serving for the best defense of this department entrusted to me and for the mutual assistance of Ceylon, Coromandel, and Malabar. Owing to the hostile invasion by the Nabob Haider Alijchan into the Company's possessions, we are currently here on the Coast in a reasonably good state of defense, in which we must also remain for the present, so as not to be further surprised at one time or another by that treacherous prince, who, even in the midst of the friendship that existed between us and him, attacked us treacherously and hostilely. I would not know what more I could implement here locally for a better defense, other than merely increasing the native troops for lack of Europeans, especially if Ceylon recalls its Europeans, which would certainly happen as soon as the news might arrive that our Republic is at war, as Governor Falck has already indicated to me. Because of this, Cochin would retain only few Europeans and must be defended against a European enemy by native troops, who, if one wishes to have good service from them, must nevertheless be supported in proportion to their numbers by Europeans in courage and fidelity, so that a reinforcement of European military personnel is very necessary here. Cochin in itself is fairly strong, being able to endure a siege by a European power for a long time. Since the greatest ability of the person who has to defend a place consists of this, namely to prolong the siege for an enemy, it is above all necessary that this capital place be provided, as it is presently provided, with everything that can be calculated for defense and maintenance for one year, in order to delay an enemy until the bad monsoon, at which time he must depart on his own. Regarding the provisions, one must count not only on the garrison and on all others in service, but also on various residents from outside, whom in case of need one could not properly refuse to allow into the city, such as the Company's merchants with their families, other merchants and well-to-do people, the principal Jews, especially the white ones, not to mention many poor people who would appear during a siege. It is true there are certain precautions one can take, for example that anyone who wishes to come or remain in the city would have to show proof of their provisions for a certain time, that timely warning be given of this, and similar preventive measures. But times and circumstances can be of such a nature that such precautions can have no effect, for experience has shown more than once that one has miscalculated in that regard, and that when the place becomes truly distressed, many come forth whom one cannot, without being barbarous, let starve or drive out of the city after having first given them permission to stay. And what would driving them away help? The enemy would drive them back again, and mistreat them on top of that; thus one would have to let them die or shoot them dead. May the good God preserve me from resorting to such severity; and thus one would have to feed them. At least when the movements of the Nabob Aider Alijchan began to appear suspicious to me about three years ago, I also took that into account in procuring provisions for the city. The Coast here is navigable from mid-October to mid-May. A fleet will not easily appear or remain here much earlier or later. In this intervening period, an enemy must execute his design, for during the remaining time no army can remain in the field due to the continuous heavy rain. Cochin lies on a fairly deep river, but the bank lying before it has only 12 to 13 feet of water, and into it sloops or vessels drawing eleven feet can enter in good weather, but no ships or deeper-draft vessels, so that it is not conceivable that an enemy Cochin

Dutch transcription

N=o 3. 27. Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Reijnier De Klerk Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia Hoog Edele, Groot Agtbaare, Wijdgebiedende Heer, Wel Edele Heeren! Ter voldoening van uw Hoog Edelheedens g'eerde ordre vervat bij Hoogst Derzelver secreete Rezolutie vanden 9:e xber: 1777:, hebbe ik, na aandagtige Resumtie van het daarbij gevoegde Copia ontworpen schriftuur door den Hoog Edelen Groot Agtb: Heer Gouverneur Generaal, ge-intituleerd Consideratien over den Copia Apart presenten en presenten staat van defentie in Jndien, de eene uw Hoog Edelheed:s bij dezen voortedragen, zodanige schikkingen en propositien, als ik na mijne locaale kennisse en geringe kundigheijd in dingen van die natuur oordeele te kunnen dienen, tot de meeste defentie van dit mijn toebetrouwd de partement en tot onderlinge assistentie van Ceilon, Cor„ „mandel en Mallabaar. Mits den vijandelijken inval van den Nabab Haider Alijchan in 'sComp:s bezittingen, zo zijn wij tans hier ter Custe in een tamelijken goeden staat van defentie, en waar in we ook voor eerst nog moeten blijven „ om niet de eene of andere tijd, verder overvallen teworden, door dien trouwloosen vorst, dewelke zelvs in 't midden van de vriendschap, die 'er tussen ons en hem plaats had, ons verradelijk en vijandelijk aangerand heeft, en ik zou niet weeten, wat ik hier ter plaatse, meerden zoude kunnen in het werk stellen, tot beeter de„ „tentie, als alleen het vermeerderen der inlandse troupes, bij gebrek van Europeezen, inzonderheijd als Ceilon zijne Europeezen terug eijscht, het geen zeker„ „lijk geschieden zou, zo dra de tijding mogt komen, dat onze Republicq in oorlog is, gelijk de Heer Gouverneur Falck mij reets tekennen gegeven heeft; waar door Cochim maar wijnige Europeezen zoude overhouden, en tegens een Europees vijand gedefendeert moet werden, door inlandse troupes, dewelke, indien men van dezelve goede dienst wild hebben, egter na rato van hun getal, door Europeezen in moed en getrouwigheijd dienen 18 A: De Land gesteld en daar na geschikte defentie in cas dienen ondersteunt teworden, zodat eene versterkin„ „ge van Europeeze militairen hier zeer benodigt is. Cochim op zig zelfs is tamelijk sterk, kunnende van attacque etc:a een beleg van een Europeeze mogendheijd al lang ver„ „duuren; en dewijl de grootste bequaamheijd van de geene, die een plaats te defendeeren heeft, hier in bestaat, namentlijk om het beleg, voor een vijand langduurig temaken, zo is voor al nodig, dat men deze Hoofdplaats voorzie, gelijk ze tant voor zien is, met alles wat tot defensie en onderhoud voor een Jaar kan gereekend worden, om een vijand tot in de quaade mousson optehouden, als wanneer hij van zelfs verhuijzen moet: omtrend de provisien diend men niet alleen te reekenen, op het guarnisoen en op alle andere, die men in dienst heeft, maar ook op verscheijde ingezetenen van buijten, die men in Cas van nood niet wel voegelijk zouden kunnen wijgeren, in de stad telaten komen; gelijk 'sComp:s kooplieden met hunne families andere kooplieden en welge„ „stelde menschen, de voornaamste Joden inzonderheijd de blanke, geswijge van veele arme lieden, die men in een beleg zoude zien te voorschijn komen; 't is waar daar zijn zekere precauties, die men kan gebruij„ wild „ken, bij voorbeeld, dat een ider die in de stad ^ ko„ „men of blijven, aanwijzinge zoude moeten doen van zijn provitie voor zekeren tijd, dat zulks in tijds gewaarschouwt werde, en diergelijke voor behoedselen meer Hoog zelve heijd 9 19. meer; maar de tijden en omstandigheeden kunnen van dien aard zijn, dat zulke precauties geen effect kunnen hebben, want de ondervindinge heeft meer als eent geleert, dat men zig indat articul mitreekent heeft, en dat, wanneer de plaats regt benauwd word veele voorden dag komen, die men, zonder barbaarsch te zijn, niet van honger kan laten sterven, of uijt de stad Jagen, nadat men hun eerst verlof om te blijven gege„ „ven heeft, en wat zoude het weg Jagen helpen! de vijand zoudeze weder terug drijven, en nog boven dien mishan„ „delen; dus zoude men hun moeten laten sterven of dood schieten; de goede God beware mij om tot zo een hardig„ „heijd overtegaan; en dus zoude men hun te eeten moeten geven; ten minsten toen mij de beweeginge van de Nabab Aider Alijchan nu omtrend drie Jaaren geleden, suspect begonden voortekomen, hebbe ik in't bezorgen van pro„ „visie voor de stad, daar op ook gereekend. De Cust is hier bevaarbaar, van medio 8ber: tot medio Maij: veel vroeger of laater zal niet ligt eene vloot hier verschijnen of blijven; in desen tusschen tijd, moet een vijand zijn oogmerk uitvoeren, want in den overigen tijd, kan geen leeger in het veld blijven door den geduurigen sterken reegen: Cochim legt aan een tamelijk diepe revier, maar de bank, die er voorlegt heeft, maar 12: â 13: voeten water, en daar in kunnen bij goed weer Chialoupen ofvaartuijgen binnen komen, die Elff voeten diep gaan, maar geene scheepen of dieper gaande vaartuijgen, zodat 't niet denkelijk is, dat een vijand Cochim

NL-HaNA_1.04.02_10310_0287 view scan ↗

English

Wishing to attack or besiege Cochim, the river will be entered with light vessels and exposed to the cannon of the bastions Holland and Gelderland, the bastion behind my residence, the bastion Stroomburg, the bastion Overeijssel and the Galjoen, from which the vessels can be fired upon with good effect, if the artillerymen have the required skill; for Holland has 5 and Gelderland 4 eighteen-pounders, the bastion behind my residence 3 six-pounders and 1 four-pounder, Stroomburg 2 eighteen and 4 twelve-pounders, Overeijssel 2 eighteen and 4 twelve-pounders, and the Galjoen 5 twelve-pounders, thus together 30 cannons, which all sweep the river as well as the Island of Baijpin and are also pointed as such, besides which Holland and Gelderland each still have a face of 5 and thus together of 10 twelve-pounders, which sweep the mouth of the river. On the north and south sides, five miles more or less towards Cochim, one has good mud bays: the one to the north is only small and not suitable for large ships, but the one to the south is the best, in which it is easy to land. Yet in the northern mud bay, even if it were larger, I do not think an enemy will do so, because being then on Baijpin, he has the river of Cochim before him, which would be quite difficult for him to cross, so that an enemy knowledgeable of the condition of the country would undoubtedly choose the southern Mud Bay to land, from where he has an easy road to Cochim; but this cannot be counted upon with certainty; the circumstances of the time may advise an enemy otherwise; besides, it will mainly depend on who our friend or enemy might be, according to which the measures would then have to be taken, which would be very different on this Coast; for let one suppose that the English might be our enemies, then they could also bring a force hither overland from Coromandel itself, which is capable of pressing us hard and reducing us to extremity, as has been shown at Pondicherij, and as shortly thereafter they sent a considerable number of troops overland from Madras to Ansjenga, to be sent on from there subsequently to Tallicherij to besiege Mahé, to which is also added that we would then possibly have the native also as an enemy, or at least not for assistance, since Trevancoor would undoubtedly be forced by Mahomet Alij, who is not wrongly called in common parlance the English Nabob, to act together with him, or at least to remain neutral and grant him passage through his country. Yet if the French were our enemies and we might be joined with the English, then the circumstances here would be more favorable, since we would then probably have Trevancoor on our side, both for the sake of his engagement with Mahomet Alij and the English, and because from former times he still bears no good will toward the French, which I have noticed more than once and especially now, since the English and the French have become open enemies, very clearly among Trevancoor's principal Ministers; and since the French would thus have to come and land by sea, they could meet with very much resistance and hindrance, unless Haider Alijchan, acting together with them, should come hither overland from the North, which is however not to be thought of, as long as the French do not have a power that surpasses that of the English, and the Nabob can have well-founded hope that by his joining them, he will advance his own ambitious designs. In case the French, wishing to attack us, should land in the southern mud bay, and Trevancoor wished to prevent this, then I consider it best, according to the measure of the force at hand, to join a part of the military with those of Trevancoor, and prevent the French from landing there, or at least inflict as much damage upon them as is possible, and I think that those troops could, in case of need, easily retreat to Cochim, if only we have the native as a friend. Coilan is to the south the only stronghold on this coast and lies somewhat far from this Head place to be able to expect assistance from it; yet to abandon this fort so lightheartedly would not be my opinion; on the contrary, I would think that one should try to maintain it as long as possible, yet the different manner of wishing to maintain it also depends on the kind of enemy we might have. For if we have the English as a friend, one could provide the little fort with one or rather two good officers, and a proportionate garrison with everything needed for defense and maintenance for half a year, and let it be defended as long as is possible, and finally, in the utmost distress and impossibility of further defense, let them seek a safe retreat across the river to Cochim, or try to conclude an honorable capitulation; the former of which could very well happen, because we would then have the native as a friend. Yet if we should get into enmity with the English, then I consider it best to leave Coilon occupied only with a few native troops, much rather as a token of possession than for defense, and

Dutch transcription

Cochim willende attacqueeren, of belegeren, de revier zal binnen komen met ligte vaartuijgen en zig bloot geeven aan het Canon van de punten Holland en gelder„ „land, depunt agter mijne wooninge, de punt stroom„ „burg, de punt overeijssel en het Galjoen, waar van de vaartuijgen met goed effect kunnen beschooten wer„ „den, zo de arthilleristen de vereijschte bekwaamheijd hebben; want Holland heeft 5: en gelderland 4: ag„ „tien ponders, de punt agter mijn wooninge 3: zes ponders en 1: vier ponder: stroomburg 2: agtien en 4: twaalf ponders, overeijssel 2: agtien, en 4: twaalf pondens, en 't galjoen 5: twaalf ponders dus tesamen 30: Canons, die alle derevier bene„ „vens 't Eijland Baijpin bestrijken en ook zodanig gepointeerd zijn, behalven dat Holland en gelder„ „land ijder nog een face hebben van 5: en dus tesa„ van „men van 10. „ twaalf ponders, die demond van de revier bestrijken Aan de noord en ruijd zijde vijf mijlen min of meer na Cochim, heeft men goede modderbaaijen: die om de Noord is maar klijn en niet geschikt voor groote scheepen, dog die om de zuijd is de beste, in welke gemakkelijk telanden is, dog in de noorder modderbaaij, schoon die al grooten was, denke ik niet, dat een vijand zulks zal doen, om dat hij dan op Baijpin zijnde, de revier van Cochim voor zig heeft, die hem vrij moeijelijk zoude vallen te passeeren, zodat iemand die de gelegentheijd des lands kundig vijand kundig is, ongetwijffeld de zuijder Modderbaaij zoude verkiezen om telanden, van waar hij een gemak „kelijke weg na Cochim heeft; maar dit kan zo zeeker niet gerekent werden; de tijds-omstandighee„ „den kunnen een vijand anders aanraaden, buijten des, zo zal het voornamentlijk hier op aanko„ „men, wie onze vriend, of vijand mogt zijn, waar zouden moeten werden na dan de maatregulen genomen, die ter dezer Custe zeer verschillende zouden zijn; want men veronderstelle eens, dat de Engelse onze vijanden mogten zijn, dan zouden deze ook zelfs overland van Cormandel, een magt kunnen herwaarts brengen, die bequaam is om ons te benaauwen en tot het uijtterste te brengen, zo als dit aan Pondicherij gebleeken is, en gelijk re kort daar na van Madras nog een aanzien, „lijk getal troupes overland na Ansjenga ge„ „zonden hebben, om van daar vervolgens na Jallicherij verzonden teworden, om Mahé te bele„ „geren, waar bij ook komt, dat wij dan mogelijk den inlander mede tot vijand ten minsten niet, tot assistentie zouden hebben, alzo Trevancoor onge„ „twijffeld, door Mahomet Alij, die niet ten onregt„ door de wandelinge de Engelse Nabab genoemd word, genoodzaakt zoude werden, met hem te samen te doen, often minsten neutraal te blijven en hem passagie door zijn land te vergunnen Dog indien de franschen onze vijanden en wij net 20. met de Engelschen geconjungeert mogten zijn, dan zouden de omstandigheeden hier favonabeler zijn alzo wij dan waarschijnelijk Trevancoor aan onze zijde zouden hebben, zoom de wille van zijn enga„ „gement met Mahomet Alij en de Engelschen, als om dat hij nog van voorige tijden den franschen geen goed hart toedraagt, hetgeen ik meer als eens en inzonderheijd, nu 'tzedert de Engelschen en de Franschen openbaare vijanden geworden zijn zeer duijdelijk aan strevancoors voornaamste Ministers gemerkt hebbe; en dewijl dus de franschen terzee zouden moeten komen en landen, zo zouden zij zeer veel tegenstand en hinder vinden kunnen, ten waare Haider Alijchan met hun tesamen doende, zedan van de Noord overland dit heen kwamen, het geen egter niet te denken is, zolange de franschen niet eene magt hebben, welke die der engelschen overlreft, en de Nabab gegronde hoope kan hebben, dat hij met zijne tesamen -voeging, zijne eijgen heersch-rugtige desfeijnen, zal bevorderen. Jngevalle dan de franschen ons willende be„ „springen, inde zuijder modderbaaij mogten landen, en Trevancoor zulx wilden beletten, dan meene ik het best tezijn, na maate van de aanhanden zijnde magt, een gedeelte militairen, bij die van Trevancoor tevoegen, en den franschen, aldaar het landen te beletten ofte ten minsten zo veel schaade toetebrengen, als mogelijk is, en ik denke, dat die troupes troupes, zig des noods wel zouden kunnen retireeren na Cochim, als wij den inlander maar tot vriend hebben. Coilan is om de zuijd de eenigste vastigheijd aan deeze kist en legt wat verre van deze Hoofd plaats, om er bijstand van te kunnen verwagten; Dog om dit fort zo goeds-moets te verlaaten, zoude mijn ge„ „voelen niet zijn; integendeel zoude ik denken, dat men het zoude moeten tragten te behouden, zolange mogelijk is, dog de onderscheijdene wijze om het tewillen behouden, hangd ook af, van de soort van vijand die wij mogten hebben. want indien wij de Engelschen tot vriend hebben, zoude men het fortje met een of liever twee goede officiers, en een geproportioneerd Guarnisoen met alles wat tot defensie en onderhoud, voor een half Jaar nodig is, kunnen voorzien, en het zelve laaten defendeeren, zo lang als mogelijk is, en eijndelijk in de uijtterste nood en onmogelijkheijd van verdere defentie, een goed heen komen over de revier na Cochim laaten zoeken, of een hono„ „rable Capitulatie zien te sluijten; welk eerste nog wel zoude kunnen geschieden, omdat wij als dan den inlander tot vriend zouden hebben. Dog indien wij met de Engelschen in vijandschap mogten raaken, dan denke ik best tezijn, Coilon alleen met wijnige inlandse troupen bezet te laaten, veel eer tot een blijk van possessie, als tot defentie, en

NL-HaNA_1.04.02_10310_0291 view scan ↗

English

and to have everything of the best transported to Cochim, because the people stationed there would only be lost or taken prisoner of war; which is why those who are there as a token of possession should also have orders to spike the cannon upon the approach of the enemy and further destroy whatever is possible, and then seek a safe retreat to Cochim. Chettua and Paponettij are currently in the hands of the Nabab; but if those places should be returned to the Comp: or recaptured, then I am of the opinion that the former ought to be razed, as being of no use to us, regarding which I refer to what I have written to your High Excellencies in this respect in my separate letter of the 7:th March 1717:, but in case it should not be razed, then I think that the Resident and Commander ought to receive instructions in good time so that, if they should see that a landing was being made, they save the Company's papers, spike the artillery if it cannot be carried away, destroy or throw into the water all ammunition, weapons and military stores, and retreat with the men, namely along the beach to the point opposite Aijcotta, as the shortest and safest route: Paponettij does not come into consideration other than that the resident should seek to bring the Company's papers or money into safety, as was also done recently. The fort Cranganoor, as long as Trevancoor remains a faithful ally of ours, is of great importance, and in the state to which it has now been brought it can also offer much resistance, and give an enemy a great deal of trouble. It is situated at the end of the region, or of that island which is commonly called the sandy land, on the eastern corner and virtually in a corner, so that having the river to its advantage on its right, left, and rear, it cannot be outflanked; it can also prevent enemy forces from coming down the river with a multitude of small craft to surround the fort on the river side, by means of the cannon sweeping the river, and by placing armed flat-bottomed craft, just as I have already had three so-called war-gammels constructed here, which can do a great deal of damage, to which is added that the forts of Trevancoor that lie in its line can also sweep the river; and in case of necessity, or if the fort should eventually no longer be held due to a long and heavy siege, then the garrison would have to retreat across the river, either with a kind of pontoon bridge using flat-bottomed craft, gamels, or Padies, and if at all possible cross over to Aijkotta or Moetoecoenoe, from where they can be ferried across from the western end of this small island to Aijcotta, or else row across the river around behind Moetoecoenoe and then cross over to Aijcotta, or even across the main river or along the island of Moetoecoenoe directly to Aijcotta, especially if the retreat takes place at low tide, when one might have less difficulty from the artillery of Cranganoor than in crossing to the creek. On the aforementioned Aijcotta (:being the north point of the island of Baijpin, of which island the south point also belongs to the company:), during the recent hostile incursion of the Nabab Haider Alichan, I had an entrenchment thrown up on the aforementioned north point, or Aijcotta, provided with 11: cannons and stationed there the necessary soldiers and artillerymen to prevent the enemy's enterprise against the aforementioned island of Baijpin: as long as Cranganoor is in our power, this can take place, because the Nabab cannot easily bring a multitude of craft past Cranganoor, nor cross over with them from the Cranganoor territory to Aijcotta; but when Cranganoor is gone, then the enemy can bring as many light craft from Calicut and Pannanij into the Chettua channel and across the river as he pleases, and then cross over from Cranganoor to the island of Moetoecoenoe, establish batteries there, and force the passage across the river, and also at the same time attack from the Cranganoor side on the north: the distance from the point of Aijcotta to Paliaporto (that is to say, that distance which could be fired upon by the enemy from Moetoecoenoe, and which we would have to defend in case we lost Cranganoor and the enemy had thus arrived on Moetoecoenoe) is very extensive, being fully three quarters of an hour, if not a whole hour's walk, calculating from Paliaporto to the last battery of Aijcotta, where the muddy ground begins, and thus it would be very difficult to defend with a small force against a large one; therefore I judge it best that, if one had to retreat from Cranganoor, one should then also abandon Aijcotta, so as not to expose the men to the danger of being slaughtered; for in case the passage across the river should be forced, then it would be by mere chance if the greatest part of the troops were not slaughtered or captured, as one may well assume

Dutch transcription

en all' het beste na Cochim tedoen transporteeren, de„ „wijl het volk, dat 'er legt, maar verlooren zouden gaan, of krijgs gevangen worden; waarom dan ook de geene, die 'er als een blijk van possessie zijn, ordre zouden moeten hebben, om op de aan „nadering van den vijand, het Canon te vernagelen en verder te vernielen wat mogelijk is, en dan een goed heen komen na Cochim te zoeken. Chettua en Paponettij, zijn thans in handen van de Nabab; dog indien die plaatsen aande Comp: weder gegeven of hernomen mogten worden, zo ben ik in begrip, dat het eerste diende geslegt te „worden, als zijnde ons van geen nut, waar„ omtrent ik mij refereere, aan het geen ik der„ „weegens uw Hoog Edelheedens geschreeven hebbe bij mijne apparte van den 7:' Maart 1717:, dog in „gevalle het niet mogt geslegt worden, dan denke, dat de Resident en Commandant bij tijds Jnstruc„ „tie zoude moeten krijgen, om als ze mogten zien, dat 'er geland wierd, Compagnies papieren te redden, het geschut, zo het niet weg te brengen is, te vernagelen, alle ammonitie, wapens en wapen goederen te vernielen of in't water te wer„ „pen, en met het volk te retireeren, en wel langst de strand, tot den uijthoek tegen over Aijcotta, als de kortste en vijligste weg: Paponettij komt niet 25. tie niet anders in aanmerking als dat de resident 'sComp:s papieren of geld, in zeekerheijd zoude moeten zoeken te brengen, gelijk laatst ook geschied is„ Het fort Cranganoor, zo lange Trevancoor een trouwe bondgenoot van ons blijvd, is van veel belang, en kan ook in dien staat, waar in men het tans gebragt heeft, al veel tegenstand bieden, en een vijand al vrij wat werks geeven Het legd aan 't eijnde van de landstreek, of van dat Eijland, dat doorgaans gen:t word het zandigland, op de oostelijk hoek en genoegzaam in een hoekje, zo dat het zelve regt, lings, en van agter derevier, inzijn voordeel hebbende, niet kan omvleugeld worden; het kan ook beletten dat niet met een menigte van klijne vaartuijgen, vijandlijk volk de revier afkomt, om het fort aan de revier kant intesluijten, met het kannon dat de revier bestrijkt, en door het plaat„ „sen van ge-armeerde plat gebodemde vaartuijgen gelijk ik hier reeds drie zo genaamde oorlogs-gam„ „mellen hebbe laten vervaardigen, die al vrij veel kwaad kunnen doen, waarbij ook komt, dat de forten van Trevancoor die in zijn linie leggen, de revier al meede bestrijken kunnen; en in Cas van nood, ofdat men het fort door een lang, en zwaar beleg, eens niet langer houden kan, dan zoude het guarnisoen of met een soort van schip-brug met platte platte vaartuijgen, gamels, of Padies over de revier moeten retineeren, en zo 't eenigzints mogelijk is na Aijkotta ofte Moetoecoenoe oversteeken, van waar ze van 't westelijke eijnde van dit eijlandje kunnen overgezet worden naitijcotta, dan wel over de revier agter Moetoecoenoe omroeijen en dan na Aijcotta oversteeken, ofte ook wel zelfs, over de groote revier of langs het Eijland Moetoecoenoe direct na Aijcotta, voornamentlijk, als de retraite geschied bij aflopend water, wanneer men mogelijk minder swarigheijd voor het geschut van Cranganoor zoude hebben, als in het oversteeken na de spruijt op voorsz: Aijcotta (:zijnde de Noordhoek van het Eijland Baijpin van welk Eijland de comp=e de zuijdhoek ook toekomt:/, hebbe ik bij den Jongste vijandelijken inveel van den Nabab Haider Alichan„ op de voorsz: noordhoek, ofte Aijcotta, een rentran„ „chement laten opwerpen met 11: cannons voorzien en daar geplaatst de nodige militairen en artil„ „leristen om te beletten, 's vijands onderneeming op voorsz: Eijland baijpin: zolang als Cuanganoor in onse magt is, kan dit geschieden, omdat de Nabab zoligt geene meenigte van vaartuijgen voorbij Cranganoor brengen, nog daarmeede van het Cranganoorse land, na Aijcotta oversteeken kan, maar als Cranganoer weg is, dan kan de vijand zo veel ligte vaartuijgen van Calicut en 22. en Pannanij, het zeegat van Chettua in, en over de revier brengen, als hij wild, en dan van Cranganoor na 't Eijland Moetoecoenoe oversteeken, aldaar battrijen aanleggen, en de passagie over de revier forceeren, en ook teffens tegelijk van het Cran„ ganoorse, aan de noordkant aanvallen: de distantie van de hoek van aijcotta af tot Balia„ „parto toe (dat is te zeggen, die distantie, dewelke door de vijand van Moetoecoenoe zoude kunnen beschooten worden, en dewelke wij zouden moeten defendeeren, ingevalle we Cranganoor kwijt waren en de vijand dus op Moetoecoenoe ge„ „komen was/ is zeer uijtgestrekt en wel drie quart, zo geen geheele uur, gaans, als men reekend van Paliaporto tot de laatste Batterij van Aijcotta, alwaar de modderige grond be„ „gind, en dus zoude dezelve met een geringe magt, tegen een groote, zeer bezwaarlijk te de„ fendeeren zijn; denhalven oordeele ik best, dat als men van Cranganoor moest retireeren, men dan ook Aijcotta diende te verlaaten, om het volk in geen gevaar te stellen, van ter neder gemaakt tewerden; want ingevalle de passa„ „gie over de revier geforceert mogt worden, dan zoude het niet als maar bij geluk zijn, indien het grootste gedeelte, der troupen niet afgemaakt wierd, of gevangen raakte, alzo men wel ver„ „onderstellen

NL-HaNA_1.04.02_10310_0295 view scan ↗

English

may suppose that if the enemy forces the passage, we would find ourselves together in one place, whereas, on the contrary, our troops would be spread out over a full hour's march and, through the confusion and consternation, would not easily be brought into order, which can only be expected of seasoned troops hardened in the fire of war, but not of those who have seen little fire as yet. And this applies as much to the present circumstances with the Nabob Waijder Aeijchan as to a European enemy who might wish to attack Cranganoor first, although it is not to be thought that a European enemy would linger there and not first attack the capital, because the rest would afterwards be mastered with less trouble. The best course then, in my opinion, in case of war with a European enemy, would be to leave Cranganoor moderately garrisoned and to draw the remaining troops, as well as those of Aijcotta, to Cochim as soon as one obtains knowledge of the approach of the enemy. In order to be able on this Coast to confront an enemy, or at least to check him in his undertakings and to defend the capital, then according to my understanding the following should always be ready and complete here, both for garrisons and manpower: 23. B: Militia Three companies of Europeans at 141 men with surgeon, Europeans: 423 heads. One company of artillery, consisting of: 1 Captain 1 ordinary Lieutenant 1 extraordinary ditto 1 ordinary fireworker 1 extraordinary ditto 10 bombardiers 20 gunners 50 matrosses totaling 86 heads. Field artillery in terms of ordnance for Cranganoor and Coilan: 12 three-pounders 3 howitzers of 4 inches 3 mortars Summary of ready forces: European Infantry: 423 Ditto Artillery: 86 6 Companies of sepoys at 100 men: 600 3 ditto Javanese at 100: 300 4 ditto Christians at 100: 400 3 ditto Chegossen at 100: 300 Native total: 1600 Total heads: 2109 From the Native troops, some can always be detached to Crangan: and to Coilan and rotated every month, likewise also to Aijcotta, as long as affairs with the Nabob are not settled and no European enemy appears. Seafarers, besides those on the sloops and ordinary vessels, at least: Europeans: 50 Natives: 50 Total heads: 2209 Burghers: of these, only very few live in and close to the city, but most live further away, scattered here and there in the country; thus it is questionable whether all of them would indeed come into the city in time of need and not partly absent themselves. It will be best to count on at least half of them, and at the utmost one could obtain no other service from them than to stand sentry here and there in the city at places where watch must be kept for deserters or similar necessary matters; for to let them stand at places where one only needs to guard against surprise attacks, let alone to use them on the ramparts under fire, they are too cowardly and too fearful for that. However, if dire necessity should arise, and they had heard and seen firing for a few days, they might perhaps get used to it; and thus I count on the Burghers up to: 250 Total heads: 2459 Vessels: Besides ordinary as well as war-equipped gamels, padies, and some large manchouas, which one can hire for that time at the lowest cost, there should at least be stationed here one two-masted and two one-masted, well-sailing and armed vessels, and two other small but also armed vessels that can sail exceptionally well, to serve as advice-yachts, partly to cruise along the coast to the north and south, and partly to go swiftly with dispatches to Colombo, Tutucorijn, or Nagapatnam. Now that we have the Nehalenma, a two-masted vessel, we would only lack such a sloop as our sloop De Verwagtinge; and I am presently in negotiation with an English gentleman at Bombaij who has an incomparably well-sailing small vessel, which I have seen sail here extraordinarily close to the wind, as swiftly as I have ever seen any vessel sail; if I can agree with him for a reasonable price, I will try to buy it. The succor that can be counted upon in the different monsoons: From Ceijlon alone this Coast can expect succor, namely from the end of October until mid-May at the latest; and since during the bad monsoon, which lasts from mid-May until the end of October, no hostilities of importance are to be expected here, neither by land nor by sea, one could, at the end of the bad monsoon, assist Ceilon or Cormandel, whichever might be in need, from here with some men, provided we could have the same back at the beginning of the good monsoon. And since one must assume that in a war with a European power, Ceilon will certainly be attacked, and it is of too much importance to an enemy to prevent Ceilon from sending succor to Mallabaar, or Mallabaar to Ceilon, it remains certain that if one wishes to retain Mallabaar, Cochim must be provided so strongly with men, Artillery, ammunition, etc., that one could at least save oneself for some time, and in case of necessity support Ceilon, in which latter case the above

Dutch transcription

onderstellen mag, dat als de vijand den overtogt wind, wij zig op een plaats bij elkander zoude bevinden daar integendeel onze troupes wel een uur gaans verdeelt en door de confusie en Consternatie, niet gemakkelijk in ordre tebrengen zoude zijn, het geen men maar alleen verwagten kan, van oude in het oorlogs vuur verharde troupen, dog niet van die, dewelke het vuur nog weij„ „nig gezien hebben; En dit heeft zowel zijn betrekking, omtrend de tegenswoordige omstan„ „digheeden met den Nabab Waijder Aeijchan, als omtrend een Europeese vijand, die Cranganoon eerst mogt willen aantaften, hoewel het niet tedenken is, dat een Europeese vijand zig daar ophouden en niet eerst de hoofdplaats aanvallen zoude, omdat het andere daar na met minder moeijte zoude te vermeesteren zijn; het beste dan na mijne gedagten zoude zijn, in cas van oor„ Cranganoor matig „log met een Europeeze vijand, bezet te laaten en de overige troupes als ook die van Aijcotta na Cochim te trecken, zodal men kennisse van de aannadering van den vijand erlangd om ten dezer Custe in staat te zijn een vijand het hoofd tebieden, often minsten in zijn onder„ „neemingen te stuijten en de hoofdplaats te de„ „fendeeren, dan dienen na mijn begrip hier altoos zo tot bezettingen als mansch Compleet vaardig 23. B: Militie Drie Companien Europeezen á 141: man met Europeesen - - - - - - - - koppen 423: Chirurgijn - Een Companie arthillerie bestaande uijt een 1: Capitain 1: ordinair Luijtenant 1: Extraord: _=o 1: ordinair vuurwerker 1: Extraordin: _-o 10: bombardiers 20: Canoniers 50: hand langers voor Cranganoor en Coilan Aan veld Arthillerie ten opzigten van geschut 12: drie ponders 3: Haubitsen à 4: d=m 3: mortiers Europeese Jnfanterie. . . . - - - - „ d=o anthillerie - - - - - - - „ 6: Comp:s sipais à 100: man - - - - - - „ 3: d=o Javanen „ 100: „ - - - - - - - - „ 4: - - „ Christanten „ 100: - „ - - - - - - - „ 3: - . „ Chegossen „ 100: „ - - - - - - - „ koppen 2289:— 300:- 400: – 600:- 150: 86:- vaardig te zijn Inlanders Somma van 86: koppen - - - - - - - -- „ 30:— 300:– koppen 2289: 50: 50: Van de Jnlandse troupen kunnen altoos eenige te Crangan: en te Coilan gedeta„ „cheert en om de maand verwisselt wor„ „den, insgelijks ook te Aijcotta, zolange de zaken met den Nabab niet gevonden zijn, en zig geen Europeeze vijand vertoont Zeevaarende, behalven die op de Chialoupen en ordinaire vaartuijgen zijn ten minsten Europeezen - - - - - - - - - - - - - - „ Jnlanders - - - - - - - - - - - - - „ Burgers, van deze, woonen maar zeer wijnige in, en digt bij de stad, maar de meeste woonen verder weg, hier en daar in 't land verspreijd; dus heeft het zijn beden„ „king, of dezelve altemaal in tijd van nood wel in de stad zouden komen, en zig niet voor een gedeelte absent houden; het best zal zijn op de minste de helfte derselve te reekenen, en men zoude ten uijtersten genomen van Hun geen anderen dienst kunnen hebben als hier en daar in de stad opschild wagt te staan op plaatsen, daarmen voor overloopers ofdiergelijke nodige dingen moet laten waaken, want om hun telaten staan op plaatsen waar men 2 slegts dkoppen 2389. – 89 24. 2389: — Vaartuijgen slegts maar voor overrompelinge diend te waken, gezwijge van hun op de wallen bij 't vuur te gebruijken, daar zijnze te lafhartig en te bevreest toe: egter als de nood aande man mogt komen, en zij eenige dagen hadden hooren en zien vuuren, zouden ze het mogelijk wel gewend worden, en dus reekene ik op de Burgers tot - - - „ 250: — Koppen 2639: — Behalven ordinaire, als ook tot oorlog toe„ „geruste Gamels, padies en eenige groote mans„ „jouws, die men om de minste kosten, voor die tijd in huur neemen kan; zodienen en ten minsten een twee mastig en twee een mastig wel be„ „zeijlde en G'armeerde vaartuijgen hier teleggen en twee andere klijne maar ook g'armeerde vaartuijgen, die extra wel zeijlen kunnen, tot advies-Jagten, deels om langs de kust om de noord en zuijd te kruijsen en deels om schielijk med depeches na Colombo, Tutucorijn, of Nagapatnam tegaan; nu we de Nehalenma, een twee mastig vaartuijg hebben, zo zoude ons dan nog maar zo een chialoup manqueeren als onse Chialoup de verwagtinge is, en ik ben tans in onderhandelinge met een Engels Heer koppen te Het secours waar op in de gereekend kan wor„ te Bombaij, die een weergaloos wel bezijld klijn vaartuijg heeft, hetgeen ik hier ongemeen scherp bij de wind, zo ras hebbe zien zeijlen, als ik nog ooijt een vaartuijg hebbe zien zeijlen: indien ik met hem kan over een komen voor een tamelijke prijs, zal ik het zien te koopen Van Ceijlon alleen kan deze Cust secours ver„ differente Mousson wagten en wel met het eijnde van octob: tot uijterlijk medio Meij, en dewijl men in de quade Mousson, die van medio Meij tot het eijnde van october, hier geen vijandelijkheeden van belang tewagten heeft zo min telande als ter zee, zoude men, met het eijndigen van dequade Mousson Ceilon of Cormandel, het geen in nood mogt zijn, van hier wel met wat volk kunnen assisteeren, mits we hetzelve met het begin van de goede mousson konden terug hebben; en dewijl men veronderstellen moet, dat bij een oorlog met een Europeese magendheijd, Ceilon vast zal aangetast worden, en 'er een vijand alteveel aangeleegen is, om te beletten, dat Ceilon secourt van de Mallabaar, of de Mallabaar na Ceilon zende, zo blijft het vast, dat wanneer men de Mallabaar behouden wil, Cochim zo sterk van volk, Arthillerie, ammonitie etc:a, diend voorzien te zijn, dat men zig ten minsten eenigen tijd lang zelfs zoude kunnen redden, en bij noodzakelijkheijd Ceilon secondeeren, in welk laatste geval, het boven „den. —.

NL-HaNA_1.04.02_10310_0300 view scan ↗

English

NB: This is a clerical error, and must be from mid-October to mid-December. The above-mentioned number is still far too small to be able to spare anything of significance. Nagapatnam, where there is a bad monsoon only from mid-May to mid-August, has no personnel of significance, and thus can also spare nothing of significance if we were to be at war. However, Nagapatnam could help us by recruiting sepoys for us, but whom one can obtain better here at no small expense, as I have recently experienced from behind, if one, seeking to entice the deserters to take service with the Company, has some persons secretly keep watch on the borders of the Travancore territory or also to the north, to recruit deserters; in which case one should spare no money; besides that the sepoys whom we received from Coromandel were generally only poor and gathered-up people, who partly ran home along the way, and partly lamented for a discharge, so that of the 500 sepoys whom we received from Nagapatnam, very few remain here. Otherwise, I must acknowledge that during the invasion of the Nabab Haidar Ali Khan, Coromandel also readily assisted us with some artillerymen and a company of Malays, besides the aforementioned 500 sepoys. If then Ceylon, Coromandel, and Malabar are to be able and obliged to assist one another in case of need, then it will above all be necessary that a well-armed fleet remain stationed around these regions, and indeed in the bay of Trincomalee, because it can sail out from there throughout the entire year and steer for such a place as the need requires. This fleet should also be somewhat comparable in strength to that of the enemy, as it would otherwise be too great a risk to bring reinforcements of troops with it. One could, in my opinion, make use here of similar signals as the Count of Bijland prescribes in his naval tactics, above all of the numeral signals, especially with and for those vessels that belong here or are stationed here for a time. For the mutual identification of arriving vessels, one could provide the skippers and commanders with a sealed order, which they would not be permitted to open earlier than in sight of Colombo, Nagapatnam, or Tuticorin, namely when they depart from here, and vice versa the skippers and commanders coming from the said places should have a similar other order; for example: all vessels from Ceylon coming into sight here would require a red flag from the main top; all vessels from Cochin coming here or into sight of another place, a white flag from above; all vessels from Nagapatnam, a blue flag. Which signals, however, ought to be changed monthly, which can best be done if one has them changed in advance for all months in the year, but sealed and described on the back with the month in which that flag shall fly, so that every month a skipper would only have to open a different signal letter, which signal letters, however, would have to be changed again in the following year. For example, one could arrange the signals as follows; although here it is only necessary for six months and not for an entire year. Factory / Janu: / Febr: / March / April / May / June / July / Aug: / Sept: / Oct: / Nov: / Decemb: Ceylon: Red 1: / blue and white / red and blue / blue 3. / blue and white / red 1: / white 2 / blue 3. / white 2. / blue 3. / white 2. / red 1: / white 2. / blue 3. / and blue / red and white / white / blue Malabar: white 2. / blue and red / red and white / white 2. / blue 3. / blue 3. / red 1: / blue 3. / white 2. / blue 3. / red 1: / and red / white 2. / blue 3. / red and blue / red Coromandel: blue 3. / red and blue / blue and white / blue 3. / and white / white 2. / and white / blue 3. / red 1. / red 1: / red and white / red 2. / white 2. / red 1: / red 1: / white 2. / Red and white / blue / blue 3. / white / blue These flags could be made at the least expense by taking two breadths from an ordinary flag, but upon entering the roadstead the national flag should always fly from the flagpole besides that. For the identification of the vessels themselves, one should mutually agree on what color of pennant each vessel shall carry, but it ought to be a settled matter that these identification signals must always fly from the main top, or foretop, or another always visible place, in order to be able to see them clearly on every occasion; for example, The Nehalennia a red pennant, the smalschip a blue and white pennant, once as wide as ordinary, but not so extraordinarily long. Ships or smaller vessels coming already into sight of Coulang should hoist their identification flags and pennants, with the national flag, because sometimes the ships, or sloops, can still get into difficulties between Coulang and here, the commander at Coulang being required to report hither immediately that a ship, or other vessel, has been seen with such a flag and pennant from above. I shall send these signals to the Governors of Ceylon and Coromandel, and if I receive no other regulation concerning this in the meantime, or if the said Governors have not proposed any other regulation of signals and flags to your Right Excellencies, your Right Excellencies may count on it that these signals proposed above hold force here. Faithful

Dutch transcription

NB: Dit is een schrijvfout, en moet zijn van medio october tot medio december boven gemelde getal, nog veel tegering is, om iets van belang te kunnen missen Nagapatnam, alwaar maar van medio meij tot medio Augustus quade Mousson is, heeft van belang geen volk, en kan dus ook niets van be„ „lang missen, alswe in oorlog mogten zijn, egter zoude Nagapatnam, ons kunnen helpen met sipais voor ons aantewerven, dog dewelke men hier niet wijnig kosten, beter kan krijgen, gelijk ik zulx van agteren laatst ondervonden hebbe, als men de deserteurs zoekende aantelokken, om bij de Comp: dienst te doen neemen, op de limieten van het fre„ „vancoorse of ook om de noord, eenige perzoo„ „nen in het geheijm laat oppassen, om deserteurs aanteneemen; in welken gevalle men geen geld zoude moeten ontsien; behalven dat de sipais, die we van Cormandel gekreegen hebben, door gaans maar slegt en opgeraapt volk was, dat gedeel„ „telijk gaande weg na Huijs liep, en gedeeltelijk lamenteerde om ontslag, zodat 'er van de 500: si„ „pais die we van Nagapatnam gekreegen hebben hier maar zeer wijnige meer zijn, anders moet ik bekennen, dat Cormandel ons bij de invasie van den Nabab Haider Alijchan ook gereedelijk geassisteerd heeft met eenige Arthilleristen en een Compagnie Maleijers, behalven voorsz: 500: sipais Jndien dan Ceijlon, Cormandel en Mallabaar elkander 25. zijnen en vlaggen ter verkenning elkander in Cas van nood zullen kunnen en moeten adsisteeren, dan zal het voor al noodig zijn, dat eene wel g'armeerde vloot, om deze Contrijen verblijf houde, en wel in de baaij van „ het geheele Jaar door, kan Tainkonomale, om dat die daar „ uijt loopen en stevenen na zulken plaats, als de nood ver„ „eijscht: deze vloot zoude ook eeniger maten ge„ „schikt moeten zijn in sterkte, gelijk die van de vijand, dewijl het anders teveel gewaagt zoude zijn om met dezelve secours van troupen aantebrengen. Men zoude, mijns bedunkent, hier gebruijk kun„ „nen maaken, van diergelijke zijnen, als de graaf van Bijland in zijn zee Jactich voorschrijft, voor al van de nommer-zijnen, inzonderheijd met en voor die vaartuijgen, die hier behooren of hier voor een tijd leggen. Tot onderlinge verkenning van aankomende vaartuijgen, konde men de schippers en gezagheb„ „bers met een verzegelde ordre voorzien, die ze niet eerder mogten openen, als in't gezigt van Colombo, Nagapatnam of Tutucorijn, te ,en vice versa„ „weeten als ze van hier vertrecken moesten de schippers afgezaghebbers van gemelde plaatsen komende, een zelfde andere ordre hebben; bij voorbeeld; alle vaartuijgen van Ceijlon hier in 't gezigt komende, zouden een roode vlag van de groote top Eeijsschen; alle vaartuijgen van Cochim Comptoir Ceijlon Cochim hier of in 't gezigt van een andere plaats komende, een witte vlag van boven: alle vaartuijgen van Nagapatnam, een blauw vlag, welke zijnen egter maandelijks dienden verandert teworden, het geen best geschieden kan, als men ze voor uijt veranderen laat, op alle maanden in 't Jaar, dog verzegeld en agter op beschreeven met de maand waar in die vlag waaijen zal, zodat een schipper alle maanden maar een andere zeijn briev zouden moeten openen, welke zeijn brieven egter in't volgende Jaar weder zoude moeten verandert worden, bij voorbeeld, men zoude de zeijnen kunnen beraamen als volgd; schoon hier maar voor zes maanden en niet voor een geheel Jaar nodig is. Janu: Febr: Maart April Meij Junij Julij Aug:o xber: 8ber: Nov: Decemb:r bl: rood rood blaauw rood 1: wit 2 wit 2. wit 2. Rood. 1: en en wit 2. rood 1. wit 2. en en blaauw wit wit bl: bl: 3. rood 1: wit rood bl: 3. bl: 3. bl. wit bl: 3. rood 1: wit rood wit 2. rood 1: bl: wit rood. Mallabaar wit 2. en en bl: 3. bl: 3. blauw 3. en rood rood wit 2. bl: 3. Rood bl: rood 1. wit 2. rood root blaauw bl: bl: 3. bl: 3. rood 1: wit 2. Cormandel blaauw 3. en wit en wit 1. rood en - rood1: Rood blauw wit be: blaauw wit wit rood rood 2. rood 1: wit 2. bl: 3. Deze vlaggen zouden met de minste kosten kin„ „nen gevoert worden, door twee kleeden uijt een ordinaire vlag teneemen, dog in't bezijlen den Rhee zoude 26„ zoude altoos de Nationaale vlag buijten dien van de vlaggestok dienen tewaaijen: tot verkenning der vaartuijgen, zelfs zou men onderling moeten over„ een komen wat voor Couleier van wimpel ider vaar„ „tuijg voeren zal, maar het diende eene uijtgemaakte zaak tezijn, dat altoos deze verken- zeijnen vanden groote top, of voortop, of een andere, altoos zigtbaare plaats moeten waaijen, omze duijdelijk bij alle gelegentheijd te kunnen zien; bij voorbeeld De Nehelenia een roode wimpel, het smalschip een blaauw en witte wimpel, eens zo breed als ordi„ „nair, maar niet zo extra lang: scheepen of min„ „dere vaartuijgen zouden reets in't gezigt van Coilan komende, hunne verken- vlaggen en wimpels die„ „nen te heijsen, met de nationaale vlag, om dat zom„ „tijds de scheepen, of Chialoupen, tussen Coilan en hier nog aan 't zukkelen kunnen raken, hebbende het opperhoofd te Coilan, op 't moment rapport herwaarts tedoen, dat een schip, of ander vaartuijg, gezien is, met diergelijke vlag en wimpel van boven Ik zal deze zeijnen aan de Heeren Gouverneurs van Ceijlon en Cormandel zenden, en indien ik daar„ omtrend intusschen geen andere bepalinge ontvange of welmelde Heeren Gouverneurs uw Hoog Edelheedens geen andere bepalinge van zeijnen en vlaggen hebben voorgesteld, zo zouden uw Hoog Edelheedens hier op mogen reekenen, dat deze hier boven voorgestelde zeijnen hier plaats hebben Getrouwe

NL-HaNA_1.04.02_10310_0304 view scan ↗

English

to be timely informed. D: The means to Q: What capitulation 27. should be stipulated upon surrender. Faithful correspondents, or spies, whom one must know how to place even within the secret archives of other nations, even more than one in the same place, yet without the one knowing of the other, are the best means, among which persons should also be merchants, priests, Jews and other sorts of people whose self-interest compels them to be faithful, as one can derive quite considerable service from such, at least this I have from experience, and through such means I am able to learn many things here that I would not otherwise come to know, though this costs money, which I also know from experience. Regarding this I know of nothing special to propose, because in such a case one must adapt to the circumstances in which one finds oneself; sometimes an enemy can have various reasons to grant a settlement to a place, whether merely to gain possession of it for a depot and stronghold for his further undertaking, or in order not to burden himself with the care of prisoners, or to still take advantage of the remainder of the monsoon, and many other reasons besides, thus one would in case of capitulation, in my view, have to propose to be transported to Ceilon, or to some other place most important to the Company, for to such a place as the enemy might intend to attack, we shall not be permitted to go. Therefore, if one must surrender, one should consider whether one cannot perceive that the enemy, for one of the aforesaid reasons, will have to grant us a good capitulation if one remains steadfast with the stipulated terms; and since favorable capitulations usually consist in this, namely: in a free departure with full honors, to another main settlement, such as here, for example, Colombo, without further condition; a free departure with full honors and transport to a chosen place, under the condition of not wishing to serve for a certain time, or for as long as the war lasts; and a free departure also with all honors to a chosen place, to remain there as prisoners of war, so it goes without saying that according to the aforementioned circumstances one should adapt oneself and seek to negotiate the best thereof, and being unable to do so, be satisfied with the second, and if necessary with the third, in order to prevent a bloodbath: However the capitulation may turn out, I think that care should always be taken to hand over the artillery, ammunition, fortifications, magazines, etc., by way of an inventory, and to make that a condition in the capitulation. Meanwhile I have the high honor to remain with the greatest respect, below was written, Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord and Honorable Sirs, Your High Honors' obedient and humble servant, was signed, A:n Moens, in the margin, Cochim the 25th of April 1779, lower, P: S: Having learned from reliable persons that the southern Mud Bay had washed further to the south than it appears on the old charts, in order to obtain an accurate report on this, I had the same inspected and surveyed by the Master of the Equippage van Blankenberg, the surveyor von krause and the boatswain Jan Smit, and had a map or plan drawn up from their findings, with a report signed by them: I send herewith a copy of it to Your High Honors, showing thereby that the said Mud Bay presently lies to the north at 9 degrees 33 minutes, in the middle at 9 degrees 28 minutes, and to the south at 9 degrees 26 minutes; thus found 4 minutes further south than it is depicted on the old charts; I considered it my duty to inform Your High Honors of this most respectfully, in case Your High Honors might be pleased to make any provisions in that regard. J: Schemering Agrees J: A Dannicheur Secretary 29. To the Honorable, Highly Esteemed Lord Adriaan Moens Extraordinary Councillor of the Netherlands East Indies, as well as Governor and Director of the Malabar, Canara and Vingurla Coast. Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord! In compliance with Your Honorable and Highly Esteemed Lord's esteemed order, we, the undersigned, as commissioners, have surveyed the southern mud bank and found the northernmost part of the same at the northern latitude of 9 degrees, 33 minutes, and the middle of the same at 9 degrees 28 minutes, and the southernmost part at 9 degrees 26 minutes, extending 1½ miles from the shore, so that the middle of the bank is found 4 minutes further south than it is recorded on the chart. Hoping La A. Hoping herewith to have complied with the esteemed order and remaining otherwise, with the utmost high esteem, below was written, Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord! Your Honorable and Highly Esteemed Lord's humble and very obedient servants, was signed, J: v: Blankenberg, C: L: G von krause and J: Smit, in the margin, Cochim the 4th of February 1779. Agrees. Adriaan Poolvlies Sworn Clerk S Schemering Examined L B. [illegible]

Dutch transcription

tijdig verwittigt tezijn. D: De Middelen, om Z: Wat Capitulatie 27. zouden behooren bedongen teworden bij overgave. Getrouwe Correspondenten, opspions, die men zig tot in de geheijme archieven der andere Naties moet weeten te bezorgen, zelfs meer als een, inde zelfde plaats, zonder dat egter, de een van den anderen weet, zijn de beste middelen, onder welke perzoonen ook dienden te zijn kooplieden, Priesters, Jooden en andere zoort van menschen, welker eijge belang hun noodzaakt, getrouw tezijn, alzo men van de zulke nog al veel dienst kan hebben, ten minsten dit hebbe ik bij on„ „dervindinge, en door diergelijke middelen weete ik hier nog al agter veele dingen tekomen, die ik an„ „ders niet zoude teweeten krijgen, dog zulks kostgeld, het geen ik ook bij ondervinge weete. Hier omtrend weete ik niets spiciaal voor te stellen, om dat men in zo een geval zig diend teschikken na de omstandigheeden waar in men is; zomtijds kan een vijand verscheijdene reeden hebben een plaats te accor„ „deeren, 't zij om 'er maar possessie van te krijgen voor een depost en wapenplaats tot zijne verdere onder„ „neeming, of om zig niet met de zorg van gevangene te belaften; of om nog van het overige vande mousson te profiteeren, en veele andere reeden meer dus zoude men in kas van Capitulatie, namijn begrip, moeten proponeeren, om na Ceilon getrans„ „porteert tewerden, of na eenige andere plaats, waar de Comp:e het meest aangeleegen is, want na zul„ „ken plaats, als den vijand voorneemens mogt zijn, om te te attacqueeren, zal ons niet toegestaan werden te gaan. men diend dierhalven, als men zig moet overgeeven daarbij te overleggen, of men niet kan inzien, dat de vijand uijt eene diergem: reeden, ons eene goede Capitu„ „latie zal moeten toestaan, als men standvastig bij de beding-punten beijdt; en dewijl de favorable Capi„ „tulaties, tog doorgaans, hier in bestaan, namentlijk, in een vrije aftrek met volle honneur, na een andere hoofd „plaats als hier b:v: Colombo, zonder verder Conditie een vrije aftogt met volle honneur en transport na een verkoosene plaats, onder conditie om voor een zekere tijd, of wel zolange als de oorlog duurt, niet te„ „willen dienen, en een vrije aftogt ook met alle honneur na een verkoosene plaats, omdaar als krijgsgevangen te blijven, zo spreekt het van zelfs, dat men na voorsz: omstandigheeden zig schipke, en de beste daar van zoeke te bedingen, en zulks niet kunnende, zig met de tweede, en des noods met de derde vergenoege, om een bloed-bad voortekomen: Maar de Capitulatie mag nu uijtvallen zo als ze wil, dan denke ik, dat men altoos, zorge diend tedraagen, om de arthillerije, ammonitie, fortificatie - werkeen, Maguazijns etc:a, bij wijze van Jnventaris overtegeven, en daar van een beding punt in de Capitulatie temaaken. Jnmiddels hebbe de Hooge eere met de meeste Eer„ „bied te verblyven /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtb: wijd 28. Nagezien wijd gebiedende Heer en wel Edele Heeren! uw Hoog Edelheed:s gehoorzame en onderdanige dienaar /:was getekent:/. A:n Moens /:in margine:/ Cochim den 25:' april 1779: /:lager:/ P: S: van geloofwaardige lieden ver„ „staan hebbende, dat de zuijder Modderbaaij verder om de zuijd was gespoeld, als ze zig in de oude kaarten vertoond, heb ik, om hier van een naauw„ „keurig berigt te erlangen, dezelve laaten visiteeren en opneemen, door den Equipagiemeester van Blan„ „kenberg, den landmeeter von krouse en den boods„ „man Jan Smit en van hunne bevinding een kaart of plan laaten formeeren, met een Rapport door hun getekend: Jk zend daarvan hier neevens een stel aan uw Hoog Edelheed:s, blijkende daarbij dat die Modderbaaij thans legt ten noorden van 9: graaden 33: minuten, in het midden op 9: graaden 28: minuten, en ten zuijden op 9: graaden 26: minuten; dus 4: minuten zuijdelijker bevonden, als ze in de oude kaarten is afgeteekent; Jk heb mij verpligt geagt uw Hoog Edelheed:s dit eerbiedigst te bedeelen, of het zaake waare, dat Hoog dezelve daaromtrend eenige voorzieniange mogten gelieven tedoen J: Schemering Accordeert J: A Dannicheur Secrets 29. Aan den Wel Edele Groot Agtb: heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Ne„ „derlands Jndia, mitsgaders Gou„ „verneur en directeur der custe mallabaar Canara en wingurla. Wel Edele Groot Agtbaaren wijd gebiedende Heere! In naarkoming van uw wel Edele Groot Agtb: hoog g'eerde ordre hebben wij ondergeteekende als gecommitteerdens, de zuijden modderbank opge„ „nomen en bevonden, het Noordlijkste van de zelve op de Noorderbreete van 9. Graade, 33. mu nite„ en het midden van de zelve 9. graaden 28. mis„ „niten, en het zuijdelijkste op 9. Graaden 26. mu„ „niten, strekkende 1½. mijlen uijt de wal, zoo dat het midden van de bank 4. muniten zuijdlijker is bevonden, dan het in de kaart bekent staat Verhoopende La A. Verhoopende hier meede aan de g'eerde ordre voldaan te hebben en blijven overigen, met de uijtterste hoog achting /:onderstond:/ wel Edele Groot Agtbaaren wijd gebiedende Heere! uwel Edele Groot Agtb=s onderdanige en zeer Gehoorsame dienaren /was Getekend:/ J: v: Blankenberg, C: L: G von krause en J: Smit /:in margine:/ Cochim den 4. febr: 1779. Accordeert. Adriaan Poolvlies Ggklerk SSchemering Nagezien L B. den V0R5 2 ga 5 2 5: ƒ 25 25 5 55 1 2 22 „ 25 Pr L ½ 7. L. L 5 Et Chaure Chae 5 ½5. ƒ XL 75 ƒ 51 E. 22 Tamboti 22 - 1 2½ EL 2 25 x „ 2: „ 5 FL 5 vi 2 ƒ ƒ 25 5 5 5 5 5 2m 5 25 1 2. - 518½ 5: „2 258 ep perk 1 55 2½ 55 22 de ƒ 5 PAAG 1 5 ^ 2 5 55 55 ke erk ƒ 52 5 7 55 2 25 LWD van 2 55 ^in ½ 2 . . . . . . . . . . . . .. ƒ 6 2 . . . . 5 van ILEVANCOER 2 E. L 2 22 5½ 2½ E½ P. 2 / k Barckke EE 22 25 5 22 5 5 ½ Meppera 55 in nox 55 2622 22 55 e 2½ 5 55 ƒ /22 in 8o ^ in Capelle 52 1 „ 5 5 5. 2 ƒ Rr 55. 22 55 m Mijde de Beut 5 25 . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . .. . . . . . „2 2. 53 .L.

NL-HaNA_1.04.02_10310_0315 view scan ↗

English

No. 4. 35. Batavia To His High Excellency, The High Noble, Right Honorable Lord Reijnier De Klerk, Governor-General, Together with The Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honorable, Sovereign Lord, and Noble Lords! Since the departure of the Concordia, I have obtained another twenty Moorish mariners to cross over with the Mentor, but these were unwilling to enlist except on the special condition that they shall be permitted to return next year. I had to promise them this, since the Mentor otherwise would not have had enough sailors. Therefore, I request that Your High Excellencies will please have the goodness to send these men back here next fair monsoon; and when their comrades see that they return, it might then be possible to enlist several more in that manner, at which time I shall endeavor to enlist them first for two, and then subsequently for three years. The roll of names, as they were examined by the commissioners, is enclosed herewith, along with the duplicate of those who departed per the Concordia. In the meantime, I have the high honor to remain with the greatest respect. Beneath stood: High Noble, Right Honorable Sovereign Lord and Noble Lords! Your High Excellencies' obedient and humble servant. Was signed: A. Moens. In the margin: Cochim, the 5th of May 1779. Agrees. J. Dannicheuf, Secretary. No. 5. 136. Batavia To His High Excellency, The High Noble, Right Honorable Lord Reinier De Klerk, Governor-General, Together with The Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honorable, Sovereign Lord, and Noble Lords. By Your High Excellencies' separate letter of the 19th of November 1778, Your High Excellencies were pleased to require of me some small Malabar cardamom plants for propagation over there; and by mine of the 25th of April last, I promised, notwithstanding the difficulty that currently exists in obtaining them, nevertheless to do my best to acquire some plants. And in recent days I have indeed obtained some, to the number of 42, for I have not been able to acquire more, which I now have the honor to send to Your High Excellencies on this occasion, now that the private ship De Concordia, returning to Batavia under our flag and pass from Bombay, has called at this place, and its skipper David Mulder has willingly undertaken to take them along. I have reminded him to water the plants now and then, and to protect them as much as possible from the strong sun at the hottest time of the day, because the Malabar cardamom does require some shade. From the Coromandel advices it has indeed appeared to me that the dispatch of sepoys to Batavia has been countermanded; but, in the hope of a favorable interpretation and with good intentions, I have made a trial with a small number of sepoys from here, to see whether these might not acclimate better in Batavia than those from Nagapatnam. Thus, in recent days I have taken some into service on the condition of going to Batavia, to which they have willingly enlisted, to the number of 33 privates, whom I am sending over on this occasion, as the aforementioned skipper Mulder was also willing to accommodate them, provided I furnished him only with rations, water, and firewood for them, which has also been done. To this I have further added a lieutenant, a sergeant, and a corporal of our sepoys, together with a European corporal as drillmaster. The lieutenant offered of his own accord to go along as head over these people, and requested me to appoint him as captain; however, I have referred him with his request to Your High Excellencies. He has, according to his statement, been to Batavia once before and has always conducted himself well here. Meanwhile, I take the liberty to submit to Your High Excellencies' consideration whether it would not be good to place these men initially, if not on Java, at least outside Batavia in a healthier climate, so as to accustom them imperceptibly to the climate, and then afterward to be stationed wherever they are needed. And if Your High Excellencies could see fit, after they have been over there for some time, to send some of them back, so that these could tell their comrades here how well they fared over there and how healthy they remained, then I do not doubt that in time one could obtain quite a lot, indeed very many, sepoys from here for Batavia. Therefore, I request to be informed soon, whether via Ceylon or in another manner, of Your High Excellencies' pleasure in this regard, before the end of the fair monsoon here, or by the time that the ship expected from over there must depart from here back to the Coast, in order to send with it then as many more as I shall then still be able to gather together voluntarily. Affairs here are still in that state as was reported in my last letter of the 25th of April last, except that the Nabob's commander-in-chief, General Sardar Khan, that same one who attacked our possessions three years ago, has since arrived at Calicut with some troops, in order

Dutch transcription

N=o 4. 35. Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Reijnier De Klerk Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndian Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heer Wel Edele Heeren! en zedert het vertrek van de Concordia hebbe ik nog twintig moorze zeevaarende bekomen, om met de Mentor overtevaaren, dog deze hebben zig niet anders willen engageeren, als op speciaale Con= „ditie, dat ze aanstaande Jaar wederom zullen mogen komen; ik hebbe Hun dit moeten belooven, vermits de Mentor anders geen mattroozen genoeg Copia Apart had had; dus verzoeke, dat uw Hoog Edelheedens de goedheijd gelieven te hebben, deze menschen aanstaan „de goede mousson weder dit heen tezenden, en als Hunne makkers zien, datze wederom komen, dan zouden er mogelijk nog wel eenige meer op die wijze te engageeren zijn, als wanneer ik tragten zal, Hun eerst voor twee, en dan ver= „volgens voor drie Jaaren, te engageeren: de naam= „lijst zo als ze door gecommitteerdens ge-exami= „neerd zijn, legd hier nevens met de wederga van de geene, die per de Concordia afgegaan zijn. Jnmiddels hebbe de Hooge eere met de meeste eerbied te verblijven. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heer en wel= „ Edele Heeren! uw Hoog Edelheedens gehoor= „zame en onderdanige Dienaar /:was geteekend/ A=n Moens /:in margine:/ Cochim den 5: Meij 1779: accordeert J Dannicheuf J: Lecrets N„o 5. 136, Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer Klerk, Reinier De Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Heeren Raaden Van Nederlands Jndia. Hoog Edele, Groot Achtbaare, wijdgebiedende Heer, En Wel Edele Heeren. Bij uw Hoog Edelheedens aparte van den 19: November 1778:; hebben uw Hoog Edel= „heedens van mij gelieven te requireeren, eenige Apart plantjes plantjes mallabaarse Carbainom ter voortplan= „tinge ginter, en bij de mijne van den 25: April J:o leede hebbe ik beloofd /:ongeagt de moeilijkheijd die thons. ter bemagtiginge daar van plaats heeft, egter:/ mijn best te zullen doen om eenige plantjes mog „tig te worden, en ik hebbe er ook deeser doagen eenige gekreegen, ten getalle van 42: (:want meer hebbe ik niet kunnen magtig worden :/ dewelke thans de eere hebbe uw Hoog Edelheedens bij dese gelegendheijd toeteschikken, nu het particuliere schip De Concordia, onder onse vlag en pas van Bombaij, na Batavia retourneerende, dese plaats aan„ „gedaan en dies schipper David Mulder gewillig op sig genomen heeft deselve meede te neemen; Jk hebbe denselven herinnerd om de plantjes, nu en dan met wat water te begieten, en zoo veel mogelijk voor de sterke zon, op het heetste van den dag te beveijligen om dat de mallabaarse Car= „dam om wel wat schadewse wild hebben. Uijt de Cormandelse advisen is mij wel gebleeken, dat de versendinge van sipais na Batavia afgeschreeven is, maar ik hebbe, in hoop van welduijdinge en met een goed oogmerk, eens een preuv genoomen, met een wijnigje sipais van hier, om te sien of deese te Batavia niet 137. niet beeter zouden aarden als de Nagapat= „namse, dus hebbe deeser daagen eenige in dienst genoomen met beding om na Batavia tegaan„ waar toe zij zig gewillig g'engageert hebben ten getalle van 33: gemeene, dewelke bij deese gelegentheijd overzende, alsoo voorsz: schipper Mulder zig daar toe ook gaarne liet vinden, mits ik hem voor deselve maar randsoen, water en brandhout bezorgde, het geen ook geschied is, waar bij ik nog gevoegd hebbe, een Luijtenand, een sergeant en een Corporaal van onse Sipaijs, benevens een Europeese Corporaal als drilmeester: de Luijtenant heeft zig van zelfs aangebooden, om als hoofd over dit volk meede te gaan, en mij verzogd, om hem tot Capitain aantestellen; dog ik hebbe hem met zijn versoek aan uw Hoog Edel= „heedens overgeweezen: Hij is, volgens zijn zeggen; bevoorens nog eens te Batavia geweest en heeft zig hier altoos wel gedraagen, Jntusschen gebruike de vrijheijd uw Hoog Edelheedens in be= „denkinge te geven, of het niet goed zoude zijn, dese menschen ten eersten, zoo al niet na Java„ ten minsten buijten Batavia, in een gesonder lugt streek te plaatsen, om hun dus ongevoeling & ongevoelig aan het Climaat te gewennen, en dan naderhand geplaatst te kunnen worden, waar men ze noodig heeft: en als uw Hoog Edelheedens konden goedvinden, om, na dat ze eenigen tijd ginter geweest zijn, eenige van hun terug tezenden, op dat deese hunne makkers hier zouden kunnen ver= „tellen hoewel zo het ginter gehad hebben, en hoe gesondze ginter geweest zijn, dan twijffele niet, of men zou met er tijd nog al veel, Ja zeer veel, sipais van hier voor Batavia kunnen kreijgen: dus versoeke nog spoedig; het zij over Ceilon of op een andere wijse, uw Hoog Edelheedens goedvinden hier omtrend te moogen weeten, voor het eijndigen van de goede mousson alhier, of teegen dat het van ginter verwagt werdende schip van hier weder na Costij vertrekken moet, om als dan daar meede nog zoo veele te zenden als ik dan nog vrijwillig bij elkander zal kunnen krijgen. De zaaken zijn hier nog in dien staat als bij mijn laatste van den 25: April J:o leeden ge= „meld is, uijtgenoomen dat 's Nababs veldheer Gen=d Charder Chan /: die zelfde, die nu drie Jaaren geleeden, onse besittingen aangetast heeft :/ 't zedert met eenige troupes na Calicoet afgekoomen is„ om

NL-HaNA_1.04.02_10310_0323 view scan ↗

English

138. Checked to drive away the Zamorin Nairs, which he also succeeded in doing, though not without the loss of fully half of his men, as the Nairs fought like madmen, though they could hold out no longer and have thus retreated again into the forests, from where they still make sallies at night and at unseasonable times, troubling the enemy more or less. Meanwhile I have the great honor to remain with the greatest respect, was undersigned, Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord and Honorable Lords, Your Right Honors' obedient and humble servant, was signed, A: Moens, in the margin, Cochin, 20: October 1779. J A Danincher Agrees First Secretary J: Schemering 9: No. 6. Separate 139. Batavia To His Right Honor, The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Reijnier De Klerk, Governor General Together with The Honorable and Severe Lords Councillors of Netherlands India Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord! and Honorable and Severe Lords! On the occasion of our General Description and our respectful reply to Your Right Honors' General letter of the 24th of September 140. September last, I have the honor hereby to reply to Your Right Honors' highly respected Separate letter of that same date, addressed to me alone. The King of Travancore still conducts himself as I last had the honor to report to Your Right Honors, so that this monarch is still in close intelligence with us, while for the further cultivation of that good understanding I do not fail, on my part, to contribute everything possible to me. The King of Cochin, according to the well-known circumstances in which he finds himself, also behaves well, and takes diligent care to pay his contribution to the Nawab, whereby his northern lands also remain unmolested. The present King, who came to the throne just before the hostile invasion of the Nawab, and since that time had mostly resided in his ordinary palace at Tripunithura, has recently lodged for about a month in the nearby palace called Cochin Cochin Decima, on which occasion His Highness paid me a formal visit in the city; and because I wished to speak with him alone, since his prime minister, the Paliath Achan, had passed away in the month of June last, which I had privately conveyed to him, he thereupon paid me an informal visit outside in the garden, on which occasion I kindly reminded him of the difficulties which the Company formerly had with other princes, especially with the Zamorin, on account of the Kingdom of Cochin, and how this Kingdom, which was previously so considerable, gradually and imperceptibly fell into that state in which the Kingdom now finds itself, through the inconstancy and continual intrigues of the Cochin kings, without listening to the admonitions of the Company, and even by embarking on various paths without the Company's knowledge; I added to this that I reminded him of such only in passing, as matters that are past, but that I used this opportunity to advise and admonish His Highness 141. Highness now seriously to help oppose the further passage of the Nawab powerfully and faithfully together with the Company and Travancore, with the assurance that upon that depends his preservation or his complete ruin. The King admitted frankly that everything was the truth, and that being now in this situation, he needed to adapt to the circumstances of the times, but he also solemnly promised that he would help oppose the further breakthrough of the Nawab with all his power, being convinced that he would otherwise be a lost man. And because the deceased Paliath Achan was a clever Minister, who managed the affairs of the kingdom virtually alone, I also spoke with His Highness about the necessity that, on account of the absence of the successor to that dignity, everything should nevertheless be properly ordered in the meantime. The Paliath Achan is actually a petty prince in his own right, being the Lord of Vypin, and who must also always per se be Prime Minister of 2 of the Kingdom of Cochin, according to the fundamental laws of the kingdom; so that the brother of the deceased Paliath Achan must succeed, who indeed does not possess the ability and calmness of his brother, but nevertheless has knowledge enough for the rest to manage affairs. Having had high words with him not long before his brother's death, he went immediately thereafter on a distant journey, and as is said, even to the Ganges, from where he is daily expected back, so that the administration of the kingdom began to run somewhat into disarray, because the lesser Ministers took advantage of this vacancy and, as the saying goes, seized their chance, which cost me a great deal of trouble due to the daily complaints of the native Christians and other difficulties that naturally had to arise from this, which I clearly showed to His Highness. The King understood this as well, and has therefore, upon my advice, entrusted the management of affairs for the time being to the third crown prince, who is indeed the most sensible of the three crown princes

Dutch transcription

138. Nagesien om de sammorijnse Nairossen te verdrijven, het geen hem ook gelukt is, dog niet als met verlies wel van de helft van zijn volk, dewijl de Nairos„ „sen als dolle menschen gevogten hebben, dog ze hebben het niet langer kunnen houden en zijn dus weder in de bossen geweeken, waar uijt ze 'snagts en bij ontijden somtijds nog uijtvallen doen, en de vijand min of meer ontrusten. Jn middels hebbe de hooge Eere met de meeste Eerbied: te verblijven /:onderstond:/ Hoog Edele, Groot Achtbaare, wijdgebiedende Heer en wel Edele Heeren: uw Hoog Edelheedens Gehoorsaame en onderdanige dienaar /was Getekend:/ A: Moens /:in margine:/ Cochim den 20: October 1779. J A Danincher Accordeert SSeCrets. J: Schemering 9: No. 6. Apart 139. Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer Reijnier De Klerk, Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndia Hoog Edele Groot Achtbaare Wijdgebiedende Heer! en Wel Edele Gestrenge Heeren! Bij geleegentheijd van onze Generaale Be„ „schrijvinge, en ons eerbiedig antwoord op uw Hoog Edelheedens Gemeene briev van den 24. september E 140. Septem der jongst leeden, hebbe de eere bij dezen te beantwoorden uw Hoog Edelheedens zeer ge„ „respecteerde Aparte van dien zelfden datum, aan mij alleen gerigt. De Koning van Trevancoor gedraagd zig als nog, gelijk ik laatst de eer had vios Hoog Edelheedens temelden, zo dat die vorst als nog met ons in een naauwe intelligentie is, terwijl ik tot meerdere aankweekinge van die verstandhoudinge, aan mijne zijde niet manquee„ „re, alles toe tebrengen wat mij mogelijk a. De Koning van Cochim gedraagd, na maate van de bekende omstandigheeden, waarin Hij is, zig ook nog wel, en zorgd vlij„ „tig om zijne Contributie aan den Nabab opte„ „brengen, waar door zijne noordelijke landen dan ook ongemollesteerd blijven. De tegenswoordige Koning, die even voor den vijandelijken inval van den Nabab aan den kroon gekomen was, en zedert dien tijd zig meest in zijn ordinair Paleijs te fri„ „pontaire opgehouden had, heeft onlangs om„ „trend een maand lang gelogeerd geweest, in het hier na bij geleegene Palijs, genaemt Cochim Cochim desima, bij welke geleegendheijd zijn Hoogheijd mij een staatige visite in de stad gegeven heeft; en om dat ik htem gaarne eens alleen wilde spreeken, dewijl zijn eersten staats Minister de Paljetter in de maand Junij Jongst leeden overleeden was, dat ik hem onder de hand had te verstaan gegeven, zo heeft Hij daarop, mij een familiaire visite buijten in de tuijn gegeven, bij welke Geleegendheid ik Hem in 't vriendelijke herinnerde, de moeijelijk„ „heeden die de Comp: met andere vorsten, in zon„ „derheijd met den sammorijn, om de wille aan het Cochimse Rijk, wel eer gehad heeft, en hoe dit Rijk, het geen bevoorens, zo aanzienlijk was, door de ongestadigheijd en continueele woe„ „linge van de Cochimse koningen, zonder na de vermaningen van de Comp: te luijsteeren, Ja zelfs door deze en geene weegen, buijten weeten van de Comp: inteslaan, gaande weg en ongevoelig tot dien staat vervallen is, waarin het Rijk zig tans bevind: jk voegde hier bij, dat ik blem zulks alleen maar als empassant herinnerde, als zaaken, die gepasseert zijn, maar dat ik mij van deze geleegentheijd bediende, om zijn Hoogh=d 141. Hoogheid nu serieuslijk te raaden en te vermanen, om met de Comp: en den Jrevancoor, den verderen doortogd van den Nabab, kragtdadig en Getrouwe„ „lijk te helpen tegengaan, onder verzeekering e dat daar van zijn behoud of vorderen geheelen ondergang dependeerd. De Koning bekende volmondig, dat alles de waarheid was, en dat Hij nu in het geval zijnde, zig daarin, na de tijds omstandigheeden, diende te schikken, maar vlij beloofde teffens plegtig, dat wij het verder doorbreeken van den Nabab, met all' zijn vermogen zoude helpen tegengaan, als overtuijgt zijnde, dat hij anders een verleore man zoude zijn. En om dat de overleedene Paljetter een schran„ „der Minister was, die genoegzaam alleen de zaaken van het rijk bestierde, zo onder hield ik zijn Hoogh:d ook over de noodzakelijkheijd, dat 'er wegens de absentie van den successeur in die waardigheijd, zo lange tog op alles goede onder gesteld werde. De Paljetter is eijgentlijk een kleijne vorst op zig zelv, als zijnde vrij Heer van Baijpim, en die teffens altoos perse, Eerste staats minister van 2 van het Cochimse Rijk moet zijn, volgens de grondwetten des rijks; zo dat de Broeder van den overleedene Paljetter succedeeren moet, die de bequaamheid en bedaardheijd van zijne broeder wel niet bezit, maar egter voor het overige ken„ „nisse genoeg heeft, om de zaaken te bestieren: Deze niet lange voor zijn Broeders dood hooge woorden met blem gehad hebbende, is onmid„ „delijk daarna, op een verre togt gegaan, en zo men wild, zelvs na de ganges, van waar Hij dagelijks terug verwagt word, zo dat de be„ „stieringe van het rijk, wat in het ried begon te loopen, door dien de mindere Ministers zig van deze vacature bedienden, en gelijk men zegd tun slag sloegen, het geen mij een hoope hoofdbreekens koste, wegens de dagelijkse klagten van de inlandse Christenen en andere moeijelijk„ „heeden, die daaruijt natuurlijk moesten voort„ „komen, het geen ik zijn Hoogh:d duijdelijk vertoonde. De Koning begreep dit ook, en heeft daarom op mijne aanradinge, den derde kroon Prins, die wel de verstandigste van de drie kroon poinsen is, zo lange de bestieringe van zaaken aan„ „bevoolen

NL-HaNA_1.04.02_10310_0332 view scan ↗

English

142. commanded, until the Paliath Achan arrives, and during the aforementioned informal visit of the king I have gained so much that I am informed of the principal affairs of the realm, whereby I now have more opportunity than usual to keep an eye on things, which particular circumstance I find myself obliged to communicate to Your High Noblenesses. Regarding the Nabab Haijder Alij Chan, I can report nothing other than what I last reported about him, as he has undertaken nothing further to date, and behaves as if nothing had happened, without coming to an agreement, regardless of the measures I have pursued for that purpose and with which I am continually occupied. Yet since one may well conclude from his conduct that he is merely lying in wait to attack us again whenever he sees a safe opportunity, or should perceive any carelessness on our side, I shall, in accordance with Your High Noblenesses' esteemed recommendation, in no way trust him, but continue to pay close attention to what he does, does, steadily observe his movements with vigilance, and in the meantime avoid all public actions as far as is in any way practicable; but in case fort Chettua should fall into our hands again, I shall immediately demolish the same according to Your High Noblenesses' order, for if Chettua were not there, there would still be an prospect of keeping that strip of land, otherwise called the sandy land, in respect by our fort Cranganoor, which is currently so formidable and well-supplied, which is now impossible as long as Chettua remains in the hands of the enemy. And with regard to the spread rumors of the death of Haijder Alij chan, I have the honor to inform Your High Noblenesses concerning that matter that I have managed to dispatch a certain person from here, under the guise of going to search for herbs and natural curiosities in the country, by a wide detour eastward behind the mountains, incognito dressed as a Brahmin, and in the company of an actual Brahmin (who allowed himself to be employed for this), to Seringapatnam, or for short Patna, who also 143. arrived there safely, inquired closely into various matters, and saw the Nabab not only repeatedly at his palace but also going to his seraglio, and upon his return related to me, among other things: That the Nabab himself spread the rumor of his death, in order to capture by artifice the stronghold of a certain mountain prince (before which he had long lain in vain, and which stronghold had always stood in his way whenever he had to deal with the Marattas), and indeed in this manner: that he had secretly ordered some of his generals to feign being openly malcontent with him, and finally to desert at night in silence to Sitadroe (this is the name of that mountain realm), which also happened, where they were received with favor; that a few days later he caused rumors to be spread that he was deceased, and upon this had his troops withdraw all at once, so that in Sitadroe they lived peacefully and merrily; but that by arrangement, during a certain great festival which he knew was to be held at that time by that mountain prince, he unexpectedly marched back again, and thus surprised Sitadroe, as his deserted generals, through the credit they had obtained, commanded most of the troops of Sitadroe, and with them defected to the Nabab. That at Patna, from the preparations being made there, it was the general opinion that the Nabab intended to undertake something against the English, or rather against the Nabab of Carnatica, Mahomed Alij, in which opinion one was all the more confirmed because at the very time my emissary and the aforementioned Brahmin were in Patna, the Lutheran missionary from Tranquebar, the Minister Swarts, had arrived there on a mission from the English, and had departed again having accomplished nothing; which has since also been further confirmed to me by an English gentleman. To which was also added that a certain French officer in the service of the Nabab, who once passed through here, at that same time, with a compliment for the courtesies enjoyed here, sent news from Patna to this effect: that he believed the Nabab would go at the English (this was his expression), with this addition, that he did not doubt that the English would feel the effects of it, because he knew from experience that if the Nabab cannot triumph by arms, he well knows how to triumph either by artifice or by money. And I must confess that recently I hardly doubted any longer that the bomb was about to burst daily between the English and the Nabab, all the more as the Nabab's governor at Calicoet had already begun to seek various quarrels with the English at Tellicherry and Mahé under one pretext or another, and the Nairs of the Kolattiri kingdom (presently being tributary to the Nabab) also began to vex the English at the aforementioned places, to such an extent that the latter recently had to use force against those Nairs, since which time they have kept quieter; but up to now I see nothing substantial coming of it; yet it were to be wished that all things might have some influence in our favor. Meanwhile, Mahé has been razed and abandoned by the English, but I am informed that the English 144.

Dutch transcription

142. „bevoolen, tot dat de Paljetter komt, en ik hebbe bij voorschreeve familiaire visite van den koning zo veel verworven, dat mij van de voor„ „naamste zaaken van het rijk kennis word ge„ „geven, waar door ik nu meer als anders gelee„ „gendheijd hebbe, een oog in 't zijl te houden, welke bij zonderheijd, ik mij verpligt vin de uw Hoog Edelheedens te bedeelen. Nopens de Nabab Haijder Alij Chan Kan„ ik niet anders melden, als het geen ik laatst daarvan gemeld hebbe, alzo Hij tot als nog, niets verder ondernoomen heeft, en zig houd, als of 'er niets gepasseerd was, zonder tot een vergelijk te„ „komen, ongeagt de wegen die ik daartoe hebbe ingeslagen, en waarmeede ik als nog bij Conti„ „nuatie bezig ben. Dan dewijl men uijt zijn gedrag wel besluij„ „ten mag, dat Hij maar op zijn luijmen legd, om wanneer hij de kans vijlig ziet, of eenige zorgeloosheijd aan onze zijde mogt gewaar worden, ons weder te bespringen, zoo zal ik hem„ ingevolge uw Hoog Edelheedens ge-eerde recom„ „mandatie in geenen deele betrouwen, maar nauwkeurig blijven agt. geven op het geen Hij doed doed, zijne beweeginge gestadig met oplettent„ heijd gade slaan, en intusschen alle publicque acties, zo verre eenigzints doenlijk is, vermijden, dog ingevalle het port Chettua weder in onze handen mogt komen, zal ik het zelve volgens uw Hoog Edelheedens ordre ten eersten demolice„ „ren, want indien Chettua 'er niet was; dan zou er nog wel apparentie zijn, om die strook lands/ anders gezegd het zandigland, in respect te houden, door ons fort Cranganoor, dat thans zo dugtig en wel voorzien is, het geen nu on„ „mogelijk is, zo lang Chettua in handen van den vijand blijft. En wat betreft de Gespargeerde dood van Haij„ „der Alij chan, zo hebbe de eere uw Hoog Edel„ „heedens ten dien belange te bedeelen, dat ik een zeeker perzoon alhier, onder den naam van kruijden en natuurlijke zeldzaamheeden in het Land te gaan zoeken, door een verre omweg oostwaards, agter de gebergtens om, incogiito als een braminees gekleed, en in Gezelschap van een effective braminees, (die zig daar toe heeft laten vinden), na Seringapatnam, of bij verkortinge gezegd Patna, hebbe weeten te krijgen, die 'er ook 143. ook gelukkig gekomen is, zig na het een en ander nauwkeurig ge-informeerd, en de Nabab niet alleen eens en andermaal aan zijn Paleijs maar ook na zijn saraijl heeft zien gaan, en met zijn retoer mij onder andere gerelateerd. Dat de Nabab zelfs zijn dood uijtgestrooijt heeft, om de vastigheid van een zeekere berg vorst (waar voor Hij al lange te vergeefs gelee„ „gen had, en welke vastigheid stem altoos in den weg is geweest, wanneer hij met de Marattas te doen had) met list te vermeesteren, en wel op deze wijze; dat Hij eenige van zijne Generaals in het hijmelijke ge-ordonneerd had, om zig opentlijk malcontent tegen Hem te reijnzen, en eijndelijk 'snagts in de stilte na Lita droe (:dit is de naam van dat Berg rijk/ te dezertee„ „ren, het geen ook geschiede, alwaar ze met genee„ „gendheijd ge-accepteerd wierden; dat Hij eenige dagen daarna liet spargeeren, dat Hij overlee„ „den was, en hier op zijne troupes eens klaps liet aftrekken, zo dat men in sitadroe ge„ rust en woolijk laetde; maar dat Hij volgens afspraak op zeeker Groot feest, dat Hij wist, dat bij dien Bergvorst te dier tijd stond gehouden te worden teworden, weder onverwagts terug getrokken is, en sitadroe dusdanig overrompeld heeft, alzo zijne Gedezerteerde Generaals door hun verkree„ „ge Crediet, de meeste troupes van Litadroe Com„ „mandeerden, en daarmeede den Nabab toevielen. Dat men te Patna uijt de preparaties, die daar gemaakt wierden, en het algemeen van begrip was, dat de Nabab iets tegen de Engelse wilde onderneemen, of eijgentlijk tegen den Nabab van Carnatica Mahomed Alij, in welk gevoelen, men daar te meer bevestigd, wierd, om dat te dierzelver tijd, dat mijn zen„ „deling en gem: Braminees te Patna waaren, aldaar in Commissie van de Engelse aange„ „komen, en onverrigter zaake weder vertrok„ „ken was, de Luterse Missionaris van Granque„ „baar de Predicant swarts, het geen mij 't zeedert door een Engels Heer ook nader bevestigd is, waar bij ook quam, dat zeeker Frans offi„ „cier bij den Nabab indienst, die hier eens ge„ „passeert is, tedier zelver tijd met een Compliment over alhier genootene kleefdheeden, uijt Patna dit heen als een Nouvelle bedeelde, dat Hij meende dat de Nabab op de Engelse zoude lot los gaan (dit was zijne uijtdrukkinge :/ met deze bijvoeginge, dat hij niet twijffelde, of de Engelse zouden 'er gevoel van hebben, om dat Hij bij ondervindinge wist, dat als de Nabab met de wapens niet kan tacumpheeren, Hij dan of met list, of met geld wel weet te tricun„ „pheeren: En ik moet bekennen, dat ik op 't laatste bij na niet meer twijffelde, of de bom stond tusschen de Engelse en de Nabab dagelijks te bersten, temeer 's Nababs Gouverneur te Calicoet al verscheide quevellen met de Engelse te Gallicherij en Mahé, onder deze en geene pretexten begon te zoeken, en de Nairos van het Collastrijse rijk, (zijnde tans tributair aan den Nabab, de Engelsen ter voorschr: plaatsen, ook al begon„ den te kwellen, in zo verre, dat de laatste on„ „langs geweld tegen die Nairos hebben moeten gebruijken, zedert welken tijd ze zig stilder gehouden hebben; maar tot nog toe zie ik 'er niets weezendlijks van komen: egter was het te wenschen dat alle dingen maar eenigen in„ „vloed in ons faveur mogten hebben. Jntussen is Matie geslegt en door de Engelse verlaaten, dog ik ben geinformeerd dat de Engelte 144.

NL-HaNA_1.04.02_10310_0337 view scan ↗

English

English, both at Madrast and at Bombaij, are very perplexed and uneasy that their fleet, consisting of 6 warships and 12 Company ships, has not yet appeared. After the Zamorin Nairs had maintained themselves for some time since my last report concerning that matter, the Nabab finally, after the conquest of Litadroo, dispatched his general Charder Chan, the same one who attacked our possessions in the late part of the year 1776, with a corps of 5 to 6000 men. Although the Zamorin Nairs had occupied all the roads, he fought his way through, arriving at Calicoet, albeit with a loss of fully a quarter of his force, in order to secure the country there against the violence of the Nairs. Whereupon the latter have returned into the forests again, showing themselves now and then, but daring to undertake nothing of importance and awaiting better times. I greatly respect the recommendation of Your High Noblenesses not to involve myself any further in this than the utmost caution permits, and I can assure Your High Noblenesses in that regard that I proceed in this matter with such caution and precautions, namely through the means and channels of merchants, seemingly without my knowledge, with the deposed petty princes, Prince Cartamana, Paijencherij Naijros, and others who have interests in the restoration of the Zamorin Kingdom. I say with such caution and precaution that even the Zamorin prince does not know of it, and we, if necessary, could still appeal to our discretion against the Nabab, namely that we, still believing that the Nabab has been misinformed by malicious people concerning our possessions, have not united with the Zamorin nor made common cause with him, as a discretion which other nations might not have exercised. Furthermore, I shall adapt myself according to the circumstances of time and affairs regarding the disposition at Cranganoor, where the Chegosses are still encamped under the artillery of the Fort and also maintain their outpost unmolested. Further, I shall let serve for my dutiful guidance Your High Noblenesses' remarks on the plan of defense here, and thus not only, as has already been mentioned, demolish and level Chettua if it should come into our hands again, but also, on the other hand, keep Cranganoor in view as a post of great importance and not cause it to be abandoned except in the utmost emergency. Cranganoor and Aijkotta are mutually dependent upon one another, and experience has shown that these two places are our salvation, as the Nabab's general Charder Chan, having met with a rebuff before Cranganoor, then intended to cross over to Aijkotta, as he was indeed already engaged in doing with a mass of vessels, and in which he would undoubtedly have succeeded, since the Nairs of the Grevancoor and the Zaljetter were already giving way, had I not detached everything that could possibly be brought together to Aijkotta and sent our small craft de Verwagting to the point of Aijkotta. Which detachment and small craft arrived at that very moment at the place where each needed to be, whereby the enemy ceased his undertaking and retreated, and on account of which I have also since that time entrenched Aijkotta. However, because Cranganoor lies fully an hour from Aijkotta, and a resolute enemy might at times undertake to cross over onto Moetoecoenoe between Aijkotta and Cranganoor out of range of the artillery of those two posts, I am engaged in constructing a couple of small palisades of coconut trees there and placing there three to four long swivel-guns, alongside some soldiers and artillerymen and some natives, by way of a post detached from Aijkotta or Cranganoor. And if one takes into consideration that the east point of Moetoecoenoe can be swept by our Fort Cranganoor and the other or west point by the post Aijkotta, it is easily understood that such a post on the middle part of Aijkotta, as mentioned above, can be of great utility. I have already purchased a fast-sailing vessel from Mr. Moor, master attendant at Bombaij, I dare say cheaply, namely for 2500 ropias, being completely sheathed underneath, as far as it lies in the water, with red sheet copper, an infallible preservative against the well-known harmful worms that here in the river continually bore heavily through the vessels. The vessel sails uncommonly fast, three points off the wind; it is named de Vliegende visch. The quality and dimensions of the same, and what further belongs to it, is recorded in the accompanying report from our master attendant, the overseer of the shipyard, and the commanders of our vessels. And besides the main purpose for which it was purchased, namely to carry tidings anywhere in case of emergency, it is also of very great use in the roadstead to hail ships, to run errands ashore, and to transport small items to and from aboard. The ship de Concordia has made the signal approved by Your High Noblenesses for the Mallabaar in sight of the roadstead, and I have the honor [illegible] Your High Noblenesses the opened [illegible]

Dutch transcription

Engelse, zo wel te Madrast, als te Bombaij zeer verleegen en ongerust, zijn dat hunne vloet be„ „staande in 6. oorlogs scheepen, en 12. Comp=s scheepen nog niet opgedaagd is: Na dat de sammorijnse Nairossen zedert mijn laatste berigt dien aangaande zig nog eeni„ „gen tijd gemaintineerd hadden, heeft de Na„ bab eijndelijk na de overwinninge van Lita„ „droe, zijn veldheer charder chan (die zelfde die onze bezittinge in het Laatst van het jaar 1776. aangetast heeft) met een coor van 5. à 6000. Man afgezonden, die schoon de sammo„ „rijnse nairossen over al de wegen bezet hadden, zig doorgeslagen heeft, en dog wel met een quart„ verlies van zijn magt te calicoet aangekomen is, om het land daar te bevijligen tegen het geweld der Nairossen, waar op de laatste we„ „der in de bossen gekeerd zijn, en zig nu en dan wel eens laten zien, maar van belang niets duaven onderneemen, en beter tijd afwagten. Jk eerbiedige zeer de recommandatie van uw Hoog Edelheedens, om mij daarmeede niet ver„ „der inte laten, als de uijtterste voorzigtigheijd permitteerd, en ik kan uw Hoog Edelheedens ten 145. ten dien opzigte verzeekeren, dat ik daar omtrend met die voorzigtigheid en voorzorgen tewerk Jaa, namendlijk: door wegen en canaalen van koop„ „lieden, quali buijten mijn kennisse, met de verdreevene vorstjes, de Prins Cartamana, Paijencherij Naijros, en andere, die belangen hebben in de herstelling van het sammorijnse Rijk, ik zegge met die voorzigtigheijd in voor„ „zorge, dat zelfs de sammorijnse vorst 'er niet eens van weet, en wij ons indien het nodig was, nog tegen den Nabab zouden kunnen beroepen, op onze bescheijdendheid, namendlijk, dat wij als nog in begrip dat de Nabab omtrend onze bezittingen, door quaadaardige lieden verkeerde„ „lijk ge-informeerd is, ons met den sammorijn niet vereenigd, nog tezamen eene zaak gemaakt hebben, als een bescheijdendheid, die andere Naties mogelijk niet zouden geoeffend hebben. Voorts zal ik mij na de omstandigheijd van tijd en zaaken schikken, omtrend de bestellinge te Cranganoor, alwaar de chegossen nog onder 't geschut van 't Fort Campeeren, en hunne voorpost, ook ongemolletteerd houden. Wijders zal ik tot mijn schuldige narigt laten 4. laten strekken uw Hoog Edelheedens aanmer„ „kingen op het plan van defentie alhier, en dus, niet alleen gelijk reeds gemeld is, Chettua, als dat weder in onze handen mogt komen, demo„ „lieeren en planeeren, maar ook Cranganoor daar en tegen, als een post van groote aange„ „legentheid in het oog houden en niet doen verlaaten, als bij de uijtterste nood. Cranganoor en Aijcotta hangen recipro„ „que van malkander af, en dat bij de deze plaatsen ons behoud zijn, heeft de onder vindinge ge„ „leerd, alzo de Nababs veldheer Charder Chan zijn hoofd voor Cranganoor gestooten hebbende, toen op Aijkotta meende overtekomen, gelijk blij ook reets met een hoope vaartuijgen, daar„ „meede bezig was, en daar in ongetwijffeld zoude gereuleerd zijn, dewijl de Nairossen van de Grevan„ „coor en de zaljetter, al aan het wijken woren, indien ik niet, all' wat 'er maar bij elkan„ „der te krijgen was, naar Aijkotta gedetacheerd, en ons smalschip de verwagting na de hoek van Aijkotta gezonden had, welk de taehe„ „ment en smalschip op dat zelfde ogenblik ter plaats quamen, waar ider weesen moest, waar 146. waar door de vijand zijne onderneeminge staakte en retireerde, en waarom ik ook zedert die tijd Aijkotta geretrancheerd hebbe. Maar om dat Oranganoor wel een uur van Aijkotta legd, en een Geresolveerde vijand zomtijds zoude kunnen onderneemen, om tussen Aijkotta en Cranganoor buijten het be„ „reijk van het geschut dier bij de posten op Moe„ „toecoenoe overtekomen, zo ben ik bezig, om daar een paar paggertjes van klapperboomen aanteleggen en daar drie à vier lange draij bassen benevens eenige Militairen en Artille„ risten en wat inlanders, bij wijze van een post gedetacheerd van Aijkotta of Cranganoor te plaatsen; en als men in aanmerkinge neemd, dat de oost hoek van Moetoecoenoe door ons tort Crangan: en de andere of de west hoek de poest Aijkotta, kan bestreeken worden aan laat het zig gemakkelijk begrijpen, dat aan het middelste gedeelte van Aijkotta een zodanige post, als hier vooren gemeld is, van veel nut kan zijn. jk hebbe reets een wel bezeijld vaartuijg van de Heer Moor Equipagiemeester te Bombaij gekogt gekogt, ik durve wel zeggen goed koop, nament„ „lijk, voor 2500. ropias, zijnde van onder ten eenemaal, zo verre het in 't weter legd, met rood plaat koper bekleed, een onteijlbaar, preservatief tegen de bekende schadelijke wermen die hier in de revier de vaartuijgen bij continua„ „tie zeer doorknagen: het vaartuijg zeijld ongemeen snel, drie streeken bij de wind: 't is genaamde de Vliegende visch; de hoedanigheid en de hoe grootheid van het zelve, en wat 'er verders toebe„ „ Rapport „hoord, staat bekend bij het nevensgaande van onzen Equipagiemeester, den opsiender der scheepstimmerwerf, en de Gezagvoerders van onze vaartuijgen; en het is buijten het Hoofd oogmerk, waar toe het gekogt is, namentlijk om in cas van nood, tijdinge ergens heen te„ „brengen, ook nog van zeer veel nut op de rheede om scheepen te verprijen, boodschappen op de thee tedoen, en klijnigheeden van en na boord te brengen. Het schip de concordia heeft het door uw Hoog Edelhed=s voor de Mallabaar ge-appro„ „beerde zijn in 't gezigt van de rheede gedaan, en ik heb de eere uw Hoog Edelheedens het g'opend aij

NL-HaNA_1.04.02_10310_0342 view scan ↗

English

147. to return herewith the opened packet together with the remaining five unopened ones. However, since these signals need to be renewed at the end of this good monsoon, I take the liberty of proposing other signals to Your High Excellencies for the upcoming good monsoon, on which Your High Excellencies could rely, in case I might not be provided with any others by Your High Excellencies, namely: From the 1st of October to the 10th of November: Yellow, blue, and white From the 10th of November to the 15th of December: Red, red, and blue From the 15th of December to the 15th of January: Red and white, white, and white From the 15th of January to the 15th of February: Blue, white, and red From the 15th of February to the 15th of March: Blue, red, and red From the 15th of March to the 15th of April: Blue, blue, and white From the 15th of April to the 15th of May: White, white, and blue I have set it from the middle of one month to the middle of the other month, firstly so that the enemy would be all the less able to count on a whole month, and secondly because the monsoon here generally opens on the 15th of October and ends on the 15th of May. With regard to a capitulation, I had already kept in reserve a copy of the one under which the French fort Mahé, situated nearby here, passed to the English, which agrees very much with 5. with that of Pondicherry, set aside as a model; but now I shall let the copy of the capitulation of Pondicherry sent to me by Your High Excellencies serve as an example in case of unforeseen necessity. Meanwhile, I have the high honor to remain with the greatest respect, [below was written:] High Noble, Grand Honorable, Far-Ruling Lord, and Right Noble, Strict Lords, [lower:] Your High Excellencies' obedient and humble servant, [was signed:] A. Moens. [in the margin:] Cochin, the 2nd of January Anno 1780. Agrees. J. A. Dannicheus Secretary Letter a. Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Vingurla; To the Right Noble Grand Honorable Lord Right Noble Grand Honorable Far-Ruling Lord! In pursuance of Your Right Noble Grand Honorable High Ruling order, we, the undersigned, as special commissioners, proceeded to the native vessel lying in the river, being a pattamar, and inspected the same as well as the equipment belonging thereto; the said vessel is new, being 56½ feet long from stem to stern, 15 feet wide, 4½ feet deep, entirely sheathed with copper underneath, sails uncommonly strongly, sails three points off the wind, and can also be equipped with 8 swivel guns of 1 lb, so that the same is very serviceable for chasing and conveying speedy intelligence; in our conscience, we have found that, as it is, it is worth at least 3,000 rupees. While While, with regard to the goods found on that vessel, we have the honor to report the condition concerning the following goods, namely: 2 pieces grapnels, of which 1 piece weighs 115 lb 1 piece weighs 155 lb 2 old coir ropes for grapnel lines 1 piece large lateen sail of Surat doti, half-worn 1 piece yard sail of Dutch heavy canvas, good 1 small ditto, old 1 jib 22 oars As far as the spars are concerned, they were found to be good. Herewith we take the liberty to call ourselves with deep reverence, [below was written:] Right Noble, Grand Honorable, Far-Ruling Lord; Your Right Noble Grand Honorable's humble and very obedient servants, [was signed:] J. van Blankenberg, J. Smit, J. de Lange, S. Zeeberg, and Christiaan Hendel. [in the margin:] Cochin, the 6th of November Anno 1779. Agrees. J. A. Dannicken Secretary Examined. J. Harbegen. 4. Respectful Answer applied to the adjoining Requisition of Merchandise and Necessities deduced by the Right Noble High Indian Government. To His High Excellency The High Noble, Grand Honorable, Far-Ruling Lord Reinier de Klerk, Governor-General, together with the Right Noble Lords Councilors of the Netherlands Indies. For the Medical Shop: Radix Colombo: to be supplied by the first shipping opportunity. Semina Cardamomi minoris: The same will likewise be sent. For Batavia: Rosewater: Good rosewater is currently not to be had at all. For the Medical Shop: Radix Colombo: 40, that is, forty lb Semina Cardamomi minoris: 40, that is, forty lb For Batavia: Rosewater: 100, that is, one hundred bottles, provided they are of good quality. Requisition of Malabar For the Year 1780: For the Netherlands: Malabar Cardamom: Of this aromatic, nothing of consequence has been brought here for several years now, and for the present it is not apparent that such will happen, notwithstanding all endeavors applied thereto. Thus answered by those who humbly subscribe themselves with due respect. [below was written:] High Noble, Grand Honorable, Far-Ruling Lord and Right Noble Lords! [lower:] Your High Excellencies' very humble and obedient servants, [was signed:] A. Moens, R. v. Harn, C. C. Wohlfarth, S. C. Saffin, A. J. S. Vernede, and J. A. Daimichen. [in the margin:] Cochin, the 30th of December Anno 1779. Cochin, the 30th of December 1779. Agrees: J. N. Schaak Sub-Assistant For the Netherlands: Malabar Cardamom: As much as can be obtained, according to the Extract from the Requisition of returns for the year 1780, decreed on the 9th of October 1778 annexed hereto; this Cardamom must be dispatched via Ceylon. [below was written:] Batavia, in the Castle, the 22nd of September Anno 1779. [was signed:] W. A. Alting. No. 6. Collated. W. Kellens

Dutch transcription

147. geopend pakketje met de overige vijf onge„ „opende hier nevens terug te schikken. Dan dewijl die zeijnen met het eijndigen van dezen Goede mousson dienen vernieuwd te worden, zo gebruijke de vrijheid uw Hoog Edelheed=s weder andere zeijnen voor de aanstaande goede mousson voortedragen, waar op vrie Hoog Edelheed:s zouden kunnen reekenen, ingevalle ik van uw Hoog Edelheed:s met geene andere mogt gemunieerd worden na„ „mentlijk van den 1: eter: van de egt: van ter v:d: 6: Jan: van 8 15 febr: 1: d: 16: maart vand 15. pril tot tot tot tt tot tot tot den 10e 9ber: den 15. xber. den 16. Jannu: de 15. febr: en 15e. maant en 15. april 4 15 meij goet rood, rood wit, wit. blauw rood blaauw blaauw blaauw en en en wit blauw wit rood rood wit ik heb van medig van d' eene maand, tot medio van d' andere maand gesteld, deees op dat de vijand, des te minder zoude kunnen reekenen op een Geheele maand en anderdeels, om dat de mousson hier doorgaans van den 15. ' 8ber: opengaat en den 15. meij eijndigd. Met betrekkinge tot eene capitulatie, zo had ik reeds in voorraad Copia van de Geene, waarop het hier na bij geleegene Franse fort Matié aan d' Engelse overgegaan is, en veel accordeerende met 5. met die van pondicherij tot een model weggelegd, maar nu zal ik de door uw Hoog Edelheed=s de mij toegeschikte Copia Capitulatie van Londicherij tot een voorbeeld in cas van on„ „verhoopte noodzaakelijkheid, laaten strekken Jnmiddels hebbe de Hooge eere met de meeste Eerbied te verblijven /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtb: wijdgebiedende vleer, en wel Edele Gestr: Heeren /lager:/ uw Hoog Edelheedens Gehoorzaame en onderdanige dienaar /:was getekend:/ A: Moens /:in mar„ „gine:/ Cochim den 2. ' Januarij A:o 1780. Accordeert. J:A Dannicheus Secrets La a. Adriaan Moens. Raad Extra ordinair van Nederlands In„ „dia, mitsgaders Gouverneur en Directeur der Custe mallabaar Canara en win„ „gurla; Aan den wel Edele Groot Agtb Heer Wel Edele Groot Achtbaare wijd Gebiedende Heere! In opvolging van uw wel Edele Groot Achtb: Hoog gebiedende ordre hebben wij ondergeteekendens als Expresse gecommitteerdens ons vervoegd op het in de Revier leggende Jnlands vaartuijg zijnde een pattemaar, deselve zoo wel als daar toe ge„ „hoorende Equipagie goederen gevisiteerd, gem: vaar„ „tuijg is nieuw zijnde over steeven lang 56½ , breed 15. diep 4½. voeten van onder heele gaar met koper beslagen zeijld buijten gemeene sterk en zeijld op drie streeken aan de wind en kan ook met 8 stuk„ „ken draaijbassen van 1 lb: beset worden, zoo de selve zeer dienstig is tot Jagen en spoedig tijding overtebrengen, eijgentlijk dat wij ingemoede bevonden hebben, zo als het is ten minsten 3000 ropias waardig is. Terwijl O Terwijl wij met betrekkinge dat de goederen die op dien vaartuijg gevonden zijn de eer hebben te berigten Gesteltheijd weegens de ondervolgende goederen als 2. . pees dreggen daar van 1. p=s weegt 115. lb: v„ 155. „ 1. „ 2. ende vijgertrossen tot dregge touwen oud 1. p:s groote Roezeijl van suratse dodie half versleeten 1. „ Rhaa zeijl van hollands swaardoek Goud 1 „ kluijver „ 22. „ Roeijriemen Wat de Rondhouten aangaat is wel bevonden Hier meede gebruijkt de vrijheijd ons met diep ontsag te noemen /:onderstond:/ wel Edele groot Achtb: wijdgebiedende Heere; uw wel Edele groot achtb onderdanige en seer gehoorsame Dienaaren /:was getekend:/ J: van Blankenberg; J: Smit; J: de Lange S:s Zeeberg en Christiaan Hendel /:in mar„ „gine:/ Cochim den 6. 9ber: A„o 1779. 1 „ kleene — d=o oud Accordeert J: A Dannicken Secrets Nagesien J: Harbegen. 4. Eerbiedig Beantwoording gepast op de neevenstaande Door de Wel Edele Hoog Indiase Regeering P1 E. Eijschten Koopmanschappen en Benoodigtheeden, gededuceerd. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen groot Achtbaaren wijdgebiedende Heere Reinier de Klerk gouverneur generaal beneevens Edele Heeren De Wel Raaden van Neederlands jndia. Voor de Medicinaale Winkel. Radix Colombo: staan per eerste scheeps geleegendheijd tewerden voldaan. Sem: Cardamom minor: De zelve zullen insgelijks gezonden worden. Voor Batavia: Voor Batavia: Roose water Goed Roose water, is thans in 't geheel niet te bekomen. 100: -:/zegge:/ Een honderd flessen mits deugdsaamen zijnde. Sem: Cardamom minoz: 40: — /zege:/ veertig lb: Voor de Medicinaale Winkel: Radix Colombo: 40: /: zegge:/ veertig lb: Eijsch van Mallabaar Voor den Jaare 1780: Voor Neederland: Voor Neederland: Cardamom Mallabaars Cardamom Mallabaars Van dit aromaticq, is reeds eenige jaaren herwaards alhier niet van belang aangebragt en is voor eerst niet apparent dat zulks geschieden zal, niet tegen= „staande alle devoiren daar toe aangewend werden Alzoo b'antwoord door dien zig met de verschuldigde Eerbied submisselijk onder„ schrijven. /:beneeden stond :/ Hoog Edelen groot Achtbaaren wijdgebie„ „dende Heere En wel Edele Heeren ! /:laager:/ uw Hoog Edelheedens: zeer onderdanigen en, gehoorzaame dienaaren /:/was geteekend : A: Moens, R: v: Harn, C: C: Wohlsarth, S: C: Saffin, A: J: S: Vernede en J: A: Daimichen. /:in margine:/ Cochim den 30=e december a„o 1779. Cochim den 30=e december 1779: accordeerd: J N: Schaak Nag: overdraager zoo veel te bekoomen is, volg„s Extract uijt den Eijsch van rethouren voor den Jaare 1780: g'arresteerd den 9:e 8ber: 1778: ten deesen annex, moe„ „tende deese Cardamom over Ceijlon worden afgezonde /:onderstond:/ Batavia in 't Casteel den 22:e september anno 1779 /:was geteekend:/ W. A. Alting. i nen Jan „ N„o 6. Gecollationeerd W: Kellens

NL-HaNA_1.04.02_10310_0359 view scan ↗

English

Average consumption over the last 5 years Consumption during the course of the most recent financial year Remaining stock as of today's date New requisition Requisition of various European necessities that Their High Excellencies by missive of September 24, 1779, have ordered to be requested directly from the Netherlands from now on, and the fulfillment of which is accordingly very respectfully requested from the Noble, Right Honorable Gentlemen Seventeen, on behalf of the Government on the Malabar for the year 1781/1782, namely: Warehouse Necessities 979 3/8 1430 7/8 15374 9000 that is: nine thousand lb of nails for the vessels and consumption in the household, namely: 1113 500 lb schot 500 7-inch 450 563 500 6-inch 1256 1/2 500 5-inch 1089 1500 thick double 1918 2000 thin single 521 1000 ditto double 2042 1/2 triplets 2407 1/2 1500 splice irons 1622 5/8 plungers assorted 1084 1/2 1000 thick single 501 small pump or wiper nails 8054 1/2 pump and English nails 89 1/2 200 that is: two hundred Ca: crape Lampher Cribs 110 Writing Materials 8 1/5 33 40 that is: forty reams of large format paper 38 1/2 45 ditto: forty-five ditto small ditto ditto 44 45 29 1/20 1/8 1/4 1/4 that is: one quarter imperial 3 1/19 1/10 1/4 1/4 that is: one quarter blue scrap paper 1 5/16 1 1 that is: one lb carved pencil and red earth 93 96 29 100 that is: one hundred bundles of pen quills 3 3 6 3 that is: three pieces of whetstones 63 63 97 1/2 60 that is: sixty lb of gall nuts 21 1/2 21 1/2 11 20 that is: twenty lb of gum 11 1/4 11 1/2 11 1/4 12 that is: twelve lb of copperas 6 six pieces of pen knives 7 8 18 in 1 year 2 2 1 6 2 1/2 that is: two ciphering slates ditto 10 10 2 10 that is: ten ditto slate pencils 3 1/2 1 1/8 1/16 25 that is: twenty-five lb of binding thread 8 12 that is: twelve pieces of paintbrushes 177 3/4 1 1 the last Printed Books Average consumption over the last 5 years Consumption during the course of the most recent financial year Remaining stock as of today's date New requisition 10 that is: ten pieces Grammar books 10 10 10 10 ditto: ten Steps of Youth 6 that is: six Communion booklets 20 that is: twenty A: B: C: booklets 20 that is: twenty A: B: C: boards 3 that is: three Examples of Divine Truths by Wellenbroek Weights and Scales: 2 ditto: two pieces of large iron scales to weigh 500 lb Provisions: 48 49 400 1/2 that is: four hundred bottles of sack wine 7 7 4 4 1/2 that is: four barrels of Dutch meat 6 1/2 6 4 3 1/2 three ditto bacon ditto 4 that is: four barrels of butter 2 that is: two half-aums of olive oil 3 1/2 6 4 3 Various Paints: 163 3/4 1000 500 that is: five hundred lb of white lead 549 1/2 64 226 1/2 100 1/2 that is: one hundred small barrels of blacking 5 that is: five lb of Spanish green 25 For the Armory: 105 130 40 50 that is: fifty pieces of drum skins 63 90 40 50 that is: fifty bundles of ditto lines 34 43 25 36 that is: thirty-six ditto cords 22 40 25 36 that is: thirty-six pieces of ditto strips 36 that is: thirty-six ditto hoops 17 1/4 24 1/2 6 50 that is: fifty chamois leathers 28 25 50 that is: fifty Russian leathers 6 that is: six copper drums 50 that is: fifty lb of copper wire 12 that is: twelve lb of emery 5 ditto 10 18 25 1/8 20 26 18 6 6 12 For the Blacksmith's Shop: 35976 35032 48648 60000 that is: sixty thousand lb of iron for consumption in the household, namely: 9520 1/2 12000 lb carriage iron 1808 3/4 shear iron 4329 1/2 scrap iron 8622 4000 square 5-quarters 4217 3/4 6000 ditto 1-inch 5112 1/2 8000 3/4-inch 15037 30000 long plates in 4 years 6 219 6 20 20 20 20 20 average 1779 10 10 10 6 6 6 20 in 1 year 3 1 1 3 3 6 128 in 3 years 8 1/3 30 average the consumption

Dutch transcription

Den vertier in de den verteer Het restant Nieuwen laatste 5: Jaaren geduurende onder dato Eijsch geslaagen. boekjaar door den anderen den loop van deezes 't Jongste heeden, die hunne Hoog Edelheeden bij Missive van den 24:e September 1779: hebben gelast voor= taan direct uijt Neederland te vraagen en welkers voldoening dien volgens van de Edele Hoog Achtb: Heeren XVII. zeer Eerbiedig verzogt werd, ten behoeve van het Gouvernement op de Mallabaar voor den jaare 178½: te weeten Eijsch van diverse Europeese Benoodigt= Pakhuijs Benoeftens 979 3/8:1430 7/: 15374:/: 900:/ zege:/ Neegen Duijsend lb: spijkers tot de vaartuijgen en Consumptie in de huijshouding, als: -. 1113: –. . . . . . . . 500:–. lb: schot 500:-. „ 7: d=ms —: -. - 450: -. . . . . . . . —. -. 563: -. -. . . . . . 500:- „ 6: d=o —. -. 1256½. . . . . . . 500: — „ 5: „ — — 1089: - - - - - - 1500:— „ dikke dubbelde —:— 1918:—. -. - - . -. - . 2000:— „ dunne Enkelde —. -. 521: -. - - - - - - - 1000:—. „ d=o dubbelde —. — 2042½: . . . . . - —. —. „ drielingen — — 2407½: -. . . . . 1500: —. „ Las ijzers —. — 1622 5/8: - - - - - —. —. „ duijkers insoort —. —. 1084½: -. - - -. . „ 1000: —. „ dikke Enkelde —. —. 501: -. . . . . . . —. –. „ kleene pomp of wissers spijkers —. -. 80541. . . . . . . . —. –. „ pomp en Engels spijkers 89½: —. —. 200: — /:zegge:/ twee hondert Ca: floers Lampher Cribs 110:— Schrijftuijgen 8 1/5: 33„ —„ 40: —:zegge:/ veertig riemen groot formaat papier 38½: 45: — /: d:o :/ vijf en veertig d:o kleene do d=o 44:—. 45:—: 29:—. — /20: — 1/8: — ¼: — ¼: /: „ :/ Een quart. . . . . - „ Jmperiaal. . . . . . „. 3 — 1/19: — 1/10: — ¼: — ¼: /: „:/ Een quart - - - - - „ blaauw klad - - - - „. 1 5/16: 1:- 1:-/:„:/ Een lb: gesneede potlood en roodaarde 93: — 96: —„ 29:— 100: —/: :/ Een hondert bossen penne schagten 3:—. 3:- 6:- 3:-: „:/ drie p:s slijpsteentjes 63:- 63: 97½: 60:-/:„:/ sestig lb: galnooten 21:½: 21½: 11:- 20:—/:„:/ twintig „ Gom 11¼„ 11½: 11¼: 12:-: „:/ twaalf „ koperrood 6:—:„: ses p:s penne messen 7. – 8: –. 18:— in 1: Jaar 2:-. 2. - 1:- 6 2:—½ „ :/ twee „ Ceijffer Lijen _=o 10:—. 10:- 2:- 10:—: „ thien „ d=o griffen 3½: 1 1/8: — 1/16: 25:- /: „:/ vijf en twintig lb: bindgaren 8. —. —. —. —. —. 12: —: „:/ twaalf p=s verf quasten 177¾: 1: —. 1 de laatste Gedrukte Boeken Den vertier in den vertier Wetrstant Nieuwen de laatste 5: Jaaren geduurende onder dato Eijsch: door den anderen den loop van deezes geslaagen 't jongste boekjaar 10: /: zegge :/ thien pees Letter konsten 10:-. 10:- 10: 10:—/: d:o:/ thien „ trappen der Jeugd 6:—/:„: ses „ Nagtmaal boekjes 20:—/ „: twintig „ A: B: C: boekjes 20:—: „: twintig „ A: B: C: bortjes 3:—: „ :/ drie „ voorbeelden der Goddelijke waarheeden door Wellenbroek Gewigten en Balancen: 2: –/: d:o twee p:s groote ijzere balancen om 500: - lb: te weegen. —. - Provisien: 48:- 49:- 400:-½ „ :/ vier hondert bottels zecq wijn 7: – 7:- 4:— 4:–½ „ :/ vier vasten vleesch hollands 6½: 6:- 4:— 3:–½ „ drie d=o spek - - - . d_o 4:–/:„: / vier „ booter 2: - /: „ :/ twee halve aamen olijven olij 3½: 6:- 4:— 3:— Verwen Diverse: 163¾: 1000: -. 500: –. /:zegge:/ vijf hondert lb: Loodwit 549½: 64: — 226½ 100:—½ „ :/ Een hondert tonnetjes swartsel 5:—/:„: vijf lb: spaans groen 25:— voor de wapenkamer: 105: - 130:— 40:— 50: –. /:zegge:/ vijftig p:s troi vellen 63: – 90: — 40: — 50: —::„: vijftig bossen d=o Lijnen 34:— 43:- 25: — 36:—. : „ : ses en dertig „. „ snaeren 22:- 40:- 25:- 36:-:„: ses en dertig p„s - „ reepen 36: —/:„ ses en dertig „. „ hoepels 17¼: 24:½: 6:- 50:—/:„: vijftig. . . . . „ zeemleere 28:- 25:- 50: —/:„:/ vijftig. . . . . -. „ Jugtleere 6: — „: ses - - - - - - - „ kopere Trommels 50:—: /: „: vijftig lb: koperdraad 12:—/„: twaalf „ Amaril 5: — —. — D=o 10:- 18: — 25 1/8: 20: – 26:- 18: — 6: — 6: — 12:— voor de Smitswinkel: 35976:—„ 35032: 48648:- 60'000: :/ sestig duijsend lb: ijzer tot Consumptie in de huijshouding als. —. — 9520:½: - - -. . . . 12000:- lb: affuijts —. — 1808¾: - - - - - —. -. „ schaar —. — 4329½: - - - - - - —. —. „ Lomp — - 8622:-. - - - - - - . 4000: —. „ vierkant 5: quartiers —. - 4217:¾. - - - - - - - 6000: - „ d-o 1: d=ms —. — 5112½. . . . . . . 8000: —„ - - - - „ —¾: „. —. — 15037:-. . . . . . - . 30000:—. „ Langplaaten in 4: Jaeren 6: — 219:— 6:— 20:– 20:— 20:– 20:- 20:— door den 1779: 10: —. 10: —. 10:— 6:- 6:- 6:— 20:— in 1: Jaar 3: — 1. — 1. — 3: — 3:— 6:— 128:— in 3. Jaeren 8 1/3: —:— 30:— geslaa Den vert

← previousnext →