Inventory 10311
Malabar · 988 pages · 181 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
it must remain so now that the Nabob is master of the Chettua, Paponetty, and Cranganore district, for the present establishment, for guidance, until matters return to their former state. There it is still much greater than it was previously established by a standing regulation, per resolution of 16 September 1772, according to which the Cranganore specifications and accounts were then examined; this increased establishment will also absolutely have to continue for some time, at least as long as the Nabob remains in possession of the so-called Sandy Land, namely the Cranganore, Paponetty, and Chettua district. Why it was therefore deemed necessary to frame a temporary regulation for the present household at Cranganore, against which the monthly accounts are confronted, so that at a glance the slightest arbitrariness and excesses in the provisions can be detected, which, however, shall lapse again as soon as the present establishment is reduced according to circumstances, or is even brought entirely back to the former footing, whereupon the old regulation would then naturally come into force again. And since the invasion of the Nabob into our possessions, a post was also established at Aykotta, and consequently a household also had to take place there, which up to the present cannot well be more or less than it is now, consisting of half a company of Europeans, 20 artillerymen, a company of sepoys of 100 men, and two companies of native Christians, also each of 100 men. Which establishment at Aykotta must absolutely remain for just as long as the present establishment at Cranganore, since this post is so closely hooked to that of Cranganore, that the preservation of the one place depends upon the preservation of the other, and that these both are the keys to the north of our present possessions, as well as the only two places where the Nabob has been checked in his advance; so we have likewise deemed it necessary to frame a temporary regulation for Aykotta as well, in order to be able to examine the monthly accounts accordingly, for as long as Aykotta must remain occupied in its present state; to which end two regulations were drafted, previously read among us, and further resumed at the session of 15 June of the past year, when we judged that Cranganore and Aykotta are garrisoned strongly enough according to the present condition; and it was then unanimously approved to put these regulations into effect, to send them to the officials at Cranganore and Aykotta, and also to have them delivered to the trade officials; to the former, in order to regulate themselves accordingly, and to the latter, in order to confront and examine the specification accounts accordingly, and upon the discovery of any larger sums of money or goods entered than the regulation dictates, to give notice thereof to the Governor, which regulations are inserted in the aforementioned resolution; and to which we respectfully refer. The dangerous circumstances of the times exceedingly requiring that the necessary orders be given and arrangements made for everything in good time, a general order or regulation has been framed for the military, artillerymen, seafaring personnel, Company clerks, craftsmen, and burghers, in order to regulate themselves accordingly in case of alarm; such a regulation having indeed been drafted here in former times, but which through time required alteration and improvement; which improved regulation was adopted after resumption in our meeting of the aforementioned 15 June and incorporated there. The administration of the Timber Yard, or properly the administration over the general works, together with the masonry and house carpentry, was for some time, in order to reduce the administration as much as possible, joined to the administration of the shipyard, which is outside the town at Callewetty; but since it has since been found that the overseer of the shipyard cannot well conveniently be away from the yard every time, and also the present overseer could not handle masonry and house carpentry very well, the house carpenter Job Vijverberg was generally made to assist with that work; from which, however, many difficulties and headaches have arisen because a difference and misunderstanding continually arose between the overseer of the shipyard and the said Job Vijverberg; in order to remove which, and to make the work progress, we have deemed it necessary to separate the administration of the Timber Yard again from the shipyard, and to assign it as an administration to the often-mentioned Job Vijverberg, who is a skilled craftsman and alert, where
Dutch transcription
het moet zo blijven nu de Nabab meester van het Chettuase Papo„ „nettijse en Cranganoorse district voor de tegenwoordige ommeslag tot narigt zaken tot de voorige stand komen. aldaar als nog weel Grooter als dezelve bevoorens na een Vast Reglement, ter Resolutie van den 16. September 1772. gesteld is, waar na de Cranganoorse specificaties en Reekening toen g'exami„ neert wierden, deese meerdere ommeslag zal ook absoluit nog eenigen tijd moe„ „ten plaats hebben, ten minsten zoo lang de Nabab blijfd in de possessie van het zoo genaamde Zandigland, namentlijk het Cranganoorse „ Paponettijse en Chettuase district. Waarom men dan nodig g'oordeelt is een timpesreel regtement gemaakt, heeft een Tempoceel Reglement te formeeren, op de tegenswoordige huijs hou¬ „dinge te Cranganoor, waar na de maan„ „delijkse Reek: geconfronteert werden; de, met een opslag van het oog de geringste willekeurigheijd en excessen het geen vervallen zal zoo dra de in de verstrekkinge kunnen ontwaard worden, dat egter weder vervallen zal, zoo is Denoo ganoor„ post zoo dra tegenswoordige ommeslag na bevind van zaken verminderd, of ook wel ten eenemaal weder op den voorigen voet zal gebragd worden, wanneer het oude Reglement als dan wee¬ „der van zelfs zoude stand grijpen. En dewijl zedert de inval van den Nabab in Onse bezittingen, te Aijkotta ook een Post gelegt is en gevolgelijk daar ook een Huijshoudinge heeft moeten plaats hebben, die tot als nog niet wel meer„ „der of minder kan zijn, als ze tans is, bestaande in een halve Compenie Euro„ peesen, 20. Arthilleristen, een Comperie sipais van 100. man, en twee Compenien Jnlandse Christenen, ook ider van 100. man. Welke ommeslag te Aijcotta abso¬ van deese luit even zoo lange als de tegenswoordi„ „ge omslag te Cranganoor moet blijven plaats hebben, alzoo deese post zoo zeer aan die van Cranganoor g'ac„ kotte „crocheerd voor Nijkotte is ook een Temporeel Reglement gemaakt tot de huishou¬ in welke Resolutie die twee Re„ „glementen zijn g'aprobeert. erocheerd is, dat het behoud van de eene plaats van het behoud van de andere afhangd, en dat deze beijde de sleutels zijn om de noord van onse tegens woor„ „dige bezittingen, zoo wel als de twee eenigste plaatsen, alwaar den Nabab in zijn vaart gestuijt is, zoo hebben wij almeede nodig G'oordeelt ook een Temporeel Reglement voor Aijkotta te om de maandelijkse Reeke¬ formeeren, daar na te kunnen Examineeren, „ning tot zoo lange Aijkotta in zijn tegens„ woordige staat zal moeten bezet blijven, waar toe dan twee Reglementen„ ontworpen, bevoorens onder ons geleesen en ter sitting van den 15. Junij Anno passato, nader Geresumeert zijn, wanneer we g'oordeelt hebben, dat Cranganoor en Aijkotta na den tegenswoordige toestand sterk genoeg bezet zijn, en is als toen unaniniter Goedgevonden, deese regle„ „menten „ding. De Bedindend da en ook die van 't Negotie Compttoir zijn aanbevoolen na dezelve zig te reguleeren. is ook een Reglement geformeert Zeevaarende en z: in deese stad, in Cas van Allarm „menten te laaten stand grijpen, deselve Crangemooden ij kotte de Bediendens te Cranganoor en Aijkotta toetesenden, en ook aan de Negotie Bedien„ dens te laaten afgeeven; aan de eerste, om zig daar na te reguleeren en de andere, om daar na de Specificatie Reekeningen te Confronteeren en te examineeren, en bij ontdekking van meerder opgebragte gelden of goederen, als de bepaalinge dicteert, daar van aan den Gouverneur kennisse te geven, welke Reglementen ter voormelte Resolutie zijn g'insereert; en waar aan wij ons eerbiedig gedragen. De Dangereuse tijds omstandighee„ voor de milstaren, An willeristen den ten hoogsten vereijsschende, dat op alles bij tijds de nodige ordres gesteld en schikkingen werden gemaakt, zoo heeft men geformeert een Gene„ rale ordre of Reglement voor de Militairen, Arthilleristen, Zeevaart Com De administratie van d' houtthuijn is van de scheeps timmerwerff gescheij„ „den, en den huistimmerman job vijverberg opgedragen. Compagnie Pennisten, ambagtslieden en Burgers, om zig in las van allarm daar na te reguleeren, zijnde hier wel in voo„ rige tijden een zodanig Reglement ontworpen, maar 't welk door den tijd veranderinge en verbeeteringe nodig had„ welk verbetert Reglement in onse vergaderinge van voormelten 15. Junij na Resumptie is g'arresteert en aldaar ingelijft. D'administratie van de Houtthuijn of eijgentlijk de administratie over de algemene werken, benevens het metzel en Huistimmerwerk, is voor eenigen tijd om de administratie ge¬ zoo veel mogelijk te verminderen, voegd bij de administratie van de die buijtten de scheeps timmerwerff stad op Callewettij is, maar dewijl men het zedert bevonden heeft dat de opsiender van de Scheeps tim„ Timmerwerf niet wel voegelijk telkens van de werff kan afzijn, en ook de tegens„ woordige opziender met het Metzel en Huijstimmerwerk niet zeer wel kon omgaan, zoo heeft men den huijs„ Timmerman Tob vijverberg door„ „gaans bij dat werk laaten assisteeren, dog waar uijt veele moeijelijkheeden en Hoofdbreekens zijn ontstaan door dat bij Continuatie verschil en mis¬ verstand ontstond, tusschen den op„ siender der Scheepstimmerwerff en gemelde Job Vijverberg, om de¬ welke wegteneemen, en het werk voort¬ gang te doen hebben, wij nodig ge„ oordeelt hebben, de administratie van de Houtthuijn weder te separeeren van de scheepstimmerwerf en als een administratie op te dragen an meermelte Gob Wijverberg, die een kundig ambagts-man en allert is, waar
English
From the Council of Justice, the former member has been discharged, and the beach master Bos appointed in his place. The changes made in the lesser colleges, in which resolution to find, the Curator ad Lites and the secretaries of justice and orphan chamber have rendered account, proof, and reliqua, to which we then decided at our session of 6 March anno passato. In the Council of Justice, this change has occurred: that the Bookkeeper and Former Dispenser Hendrik Dirksz has been discharged therefrom, and in his place appointed again as a Member therein the Bookkeeper and Beach Master Johannes Bos, as is recorded in our Resolution of 17 November anno passato; and the changes made in the lesser colleges are to be seen in the Resolutions of 8 January, 25 March, and the aforementioned 17 November anno passato. The Curator ad Lites has not taken charge of any estates in the past financial year. The Secretaries of Justice and the Orphan Chamber have duly rendered account, proof, and reliqua of the funds administered by them, as shown by the Reports inserted into the Resolutions of 25 March and 10 September anno passato, in which latter Resolution is also recorded a Report from the Chief Administrator Reijnier van Harn, giving notice that the auction account stood balanced as of the last day of August anno 1779, and that the auction proceeds from the sales in the past financial year 1779/80 were duly collected, amounting to 12,450 ropias for the sold ship of Ade Ragia, and 16 ropias for some unsuitable sold timber works. Divine Service is duly performed here by the Minister Pieter Cornelisz, who deemed the former Syrian Priest Georgius Carolus of Candanate qualified to take his examination, for which reason we, by letter of 30 September anno passato, requested the Honorable Governor of Ceylon, Mr. Jman Willem Falck, to be pleased to depute and send hither one of the Ceylon Ministers to attend the examination and ordination of this cleric on behalf of the Ceylon church council. The Ceylon Ministers promised us by letter of 28 October to send a Minister hither at the first opportunity, which could not take place with the Pepper Ship because that vessel was too overcrowded with passengers, having taken on and conveyed military personnel for Tutucorijn. The Deacons of the Reformed Congregation and Outside Regents of the Leper House at Paliaporto have, according to the annual custom, publicly in the presence of Two Members of our Council rendered proof of the Poor and Leper funds administered by them during the financial year 1779/80, of which the received Report is inserted into the Resolution of 17 November anno passato, showing that the Capital of the Poor as of the last day of August anno passato amounted to 14,000 ropias, and that of the Lepers to 6,009 ropias. At the annual census and inspection of the households within this city by two members of the Fire and Ward Masters, assisted by the Chief Surgeon Harmanus Leijtner and the Native Physician Gansena Landiet, Three Persons—namely: a free Malay named Meij, a slave boy named Fortuijn belonging to Sergeant Nederschild, and a slave boy named September belonging to the timber measurer Jan Bartels—were found to be infected with the grievous disease of leprosy. These infected persons were immediately transported outside the city and beyond the Company's limits, with the prohibition to enter therein again; the Leper House at Paliaporto having so little income that those among the Company's servants who are afflicted by this grievous disease and placed there can barely be maintained. Of the Roman Catholics, we have only to report that the old Bishop at Warapolij, Francisco De Palis, has departed from this Malabar Coast, and the Bishop who succeeded in his place, Fre Carlos van Ischt, is residing at Warapolij. The Correspondence with the Western Offices has been maintained as required, but yields no matter to make special mention of here. The Price Current, according to which the administrators are inclined and have agreed to provide the necessities in their administrations for the financial year 1779/80, was reviewed and approved at our meeting of 13 October passato, and
Dutch transcription
uijt den Raad van Justitie is den ge„ Lid ontslagen, en den strandwagter Bos in died plaats aangested de verschansingen in demindere Collegies gemaakt, in welke Re„ Poblitie te venden De Curator ad Lites en de secre„ „tarissen van justitie en wees„ „kamer hebben reek: bewijs en reliqua gedaan. waar toe wij dan ter onser sitting van den 6. Maart anno passato heb„ „ben beslooten. In den Raad van Justitie, „weesen Dispensaier Dirksz: als is deese veranderinge voorgevallen, dat den Boekhouder en Geweesen Dispencier Hendrik Dirksz daar uijt is ont¬ slagen en in desselfs plaats weder als Lid daar in aangesteld den Boekhou„ der en Strandwagter Johannes Bos, zoo als aangeteekend staat bij onse Resolutie van den 17. November A:o pass. o en de verschanssingen in de mindere Collegien gemaakt, zijn, te zien bij Resoluties van den 8:— Januarij, 25. Maart en voormelten) 17. November A. o pass. o De Curator ad lites, heeft in het verloopen Boek„ jaar geene Boedels aanvaart, De De Secretarissen van de vendu penn: oorlijk behoort binnen gekomen Justitie en Weeskamer hebben behoorlijk Reekening Bewijs en Reliqua gedaan van de Gelden door hen g'admi¬ nistreert, uijtwijsens de Rapporten, ter Resoluties van den 25. maart en 10. Zeptember anno passato G'in„ „sereert, bij welke Laatste Resolutie ook ingeschreeven is, een Berigt van den Hoofd-administrateur Reijnier van Harn, houdende te kennen gevinge dat de vendu Reek: met ultimo Augustus anno 1779:— heeft effen gestaan, en dat de vendu penningen van het verkogte in het afgeloopen Boekjaar 17 2/80. behoorlijk zijn binnen gekomen met ropias 12450: —. voor het verkogte schip van Ade Ragia, en met Ropias 16. van eenige onbeqúame verkogte Houtwerken De De Godsdienst, word hier Jood dienst werd na e overigt tot de ordening van den suriaan sen priester georgius Carolus is van na behooren verrigt door den Predikant behooren Pieter Cornelisz, die den geweesen Juriaans Priester Georgius Carolus van Candanate, in staat g'oordeelt heeft zijn Examen te doen, waarom wij bij brief van den 30. September an„ Ceilon een predekant g'eijscht no: passato den Edelen Heer Ceilons Gouverneur Mr: Jman Willem Falck hebben versogt een der Ceijlon„ „se Predikanten te willen Commit„ „teeren en herwaarts zenden om de Examinatie en ordening van deese Geestelijke, van wegens den Ceijlonse kerkenraad bij tewoonen; de Ceilonse Menisters hebben ons bij briev van den 28e October daar aan beloofd, een Predikant bij eerste gelegentheid te zullen herwaarts zenden; hebben¬ de zulx met het Peperschip niet kunnen geschieden, om dat dien bodem te en hebben van de arme De Di en zeprooze middelen beuijs gedaan. se grot hutmwe Capitalen zijn. te veel is opgepropt geweest met Passa¬ giers, als hebbende Militairen voor Tutucorijn opgehad en overgebragt De Diaconen der Gere„ formeerde Gemeente en Buijten Regenten van het Leprosen Huijs te Paliaporto, hebben na Jaarlijkse Gewoonte in het openbaar, ten overstaan van Twee Leeden uijt onsen Raad bewijs Gedaan van de Arme en Leproose Middelen, ge„ „duurende het Boekjaar 17 3/80. bij hen g'administreert, waar van het ingekomen Rapport, ter Resolú¬ tie van den 17. November Anno passato g'insereert, aantoonende, dat het Capitaal der Armen onder ultimo ^geweest Augustus anno passato groot is— Ropias 14000:—. En dat van de Leproosen Ropias 6009:— Bij Bij den opneem der huisgesinnen zijn Drie jnlandse persoonen besmet met de Lazernigje bevonden Die menschen zijn buiten sComp Limieten gesteld. Bij den Jaarlijksen opneem en visita„ „tie der Huijsgesinnen binnen deeser steede, door twee Leeden van Brand en wijkmeeste„ „ren, g'assisteerd door den Opperchirurgijn Harmanus Leijtner en den Inlands Geneesmeester Gansena Landiet, zijn Drie Persoonen, als: een vrij Maleijer Genaamt Meij, een Slaave jongen gent: Fortuijn toebehoorende den Sergeant Ne„ „derschild, en Een slaave jongen gen:t September toebehoorende den Balk„ meeter Jan Bartels, met de bedroef¬ „de ziekte van Lasernije besmet be„ „vonden, welke besmette persoonen, ten eersten Getransporteert zijn buijten de stad en van 'sComp:s Limiet, met ver„ bod, daar weeder inne te koomen; heb„ bov bende het Leprosenhuijs te Palia porto zoo weinig inkomen, dat de geene die uijt 'sComp.s Dienaren deese bedroefte ziekte overkomt, en daar geplaatst werden De Roomse Bitschop Francisco de salos is van deze Cust vertrokken, en den Bisschop tre & Carlos van ischt in zijn plaats geheeden reijsch De Corres onderhoud den interkopen goederen is g' inserert werden naauwlijks kunnen werden onderhouden. Van de Roomsgesinden valt ons alleen te melden dat den ouden Bisschop te Warapolij Fransisco De Palis van deese Mallabaarse Cust is vertrokken, en den in zijne plaats getreedene Bisschop Fre Carlos vanischt te warapolij verblyf houd¬ respondentie, Cor De met de Westersche Comptoiren is na verEijsch onderhouden, dog Levert geene stoffe uijt om in deesen daar van specia¬ „der te gewagen. De Prijs Courant, na dewel„ Jn welke Resolutie de prijs Couranthe de administrateurs geneegen zijn en aangenoomen hebben de benoodigt„ u heeden in hunne administratien voor het boekjaar 17 38/10. te besorgen, is in onse bij eenkomst van den 13. october passato Geresumeert en g'approbeert en
English
The King of Trevancoor has requested 130000 Ropias. And because a good portion of pepper had already been delivered, that amount was handed over to His Highness, and entered into the resolution of that day. Domestic Affairs. The King of Trevancoor, in the month of August of the past year, requested an advance of a sum of 130000 Ropias on his pepper delivered by then. And since His Highness had already delivered well over 800000 lb of pepper at Porca and had also brought about 200000 lb to Calicoilan, which was stored in the drying house, we decided at our meeting of 5 August of the past year to have this sum paid out, to be settled upon finalizing the annual account with the delivered pepper, at which time His Highness will even still have some balance due to him. The account of the King of Cochim has been closed, and what was due to him has been furnished to him, as appears from the accompanying account. The account of the King of Cochim was closed at the end of August of the past year, whereby the amount of the revenues of the Coesipallij lands was charged to His Highness and settled; whereupon His Highness was still owed for his share in the tolls 11273: 43 Ropias, as appears from the account accompanying this, which amount was handed over under receipt to the King's envoys. Gifts presented from the first of January until the end of December of the past year amount to the sum of ƒ 637: 12: 8 purchase value and ƒ 1029: 8: 8 sales value, and thus ƒ 274: 7: 8 purchase value and ƒ 447: 14: 8 sales value less than the previous year, as appears in more detail from the following presentation: Anno 1780. Purchase value. Sales value. In the month of April, given to the envoys of the King of Trevancoor who came here to close the pepper account: ƒ 36: 4: 8 purchase value, ƒ 387: 7: 8 sales value. June, given at the wedding celebration of the Princess of the Kingdom of Cochim: ƒ 187: 15: 8 purchase value, ƒ 426: 10: – sales value. August, given at the funeral ceremonies of the Paljetter: ƒ 97: 19: 8 purchase value, ƒ 150: 12: – sales value. October, given to the Paljetter on his first arrival: ƒ 15: 13: – purchase value, ƒ 56: 19: – sales value. Total: ƒ 637: 12: 8 purchase value, ƒ 1029: 8: 8 sales value. Given in the preceding year: ƒ 912: –: – purchase value, ƒ 1477: 3: – sales value. Thus less: ƒ 274: 7: 8 purchase value, ƒ 447: 14: 8 sales value. Foreign Nations. The hostile actions of the Nabob Heijder Alij against the English have already been reported. The Nabob Heijder Alijchan attacked the English on the Coromandel Coast and also here at Tallicherij, which was already mentioned in our letters written to the Motherland under date of 30 September of the past year. What has happened on the Coromandel Coast since then, we have not been able to ascertain with certainty, but according to common rumors, the English suffered a great loss, estimated at 5 to 6000 men, because the Nabob intercepted and defeated, after brave resistance, a corps of 4000 troops that was to join the main army of the English, after this corps had been reinforced with circa 2000 men from the main army; of which 6000 men little or nothing survived, but almost all were killed or captured. And upon this, the surrender of Arkaddoe, the capital of the Carnatic Kingdom, to Heijder Alijchan is said to have followed. Tallicherij remains besieged by land. At sea, some English ships have relieved that place and defeated part of Heijder's naval force. Tallicherij remains besieged by land, and the English are increasingly cornered there. A fleet of 9 to 10 ships of that nation, undoubtedly coming from Madras, sailed along this coast in December and called at Tallicherij, but could not help lift the siege, although it provided Tallicherij an opening by sea and drove off the Nabob's vessels. Likewise, according to incoming reports, north of Cananoor it met part of the Nabob's naval force and dealt it a severe blow by capturing the largest ship thereof and sinking several vessels. A list of foreign ships and vessels that have arrived here is forwarded among the annexes, noting where they came from and whither they departed. Private Navigation and Trade. Private Dutch vessels have called here. The private Dutch grab De Snelheijd came here from Batavia and departed for Bombaij, and subsequently arrived here and is currently lying in the river. The grab De Snelheijd, coming from Batavia and intending to go to Souratta, arrived here on 1 February of the past year and departed again on the 3rd following, but instead of to Souratta to Bombaij, from where that keel reappeared here in the roadstead on 7 April, and on the 11th following sailed on to Batavia; in November, namely the 25th of that month, this vessel arrived once again in this roadstead from Maskattij and subsequently sailed into the river to be repaired of some defects.
Dutch transcription
De koning van Trevancoor heeft om 130000. Ropias laten verzoek doen. en wijl een goed deel Peper reeds was geleverd, is dat bedrragen aan zijn hoogheid afgelang — en in de Resolutie van dien dag ingeschreeven. Inlandse Zaaken. Den koning van Grevan coor heeft in de Maand Augustus a:o pass:o om verstek¬ kinge van een somma van 130'000. Ro„ „pias laten versoeken op zijn toen reeds geleeverde Peper, en vermits zijn hoog„ „heijd toen reets te Porca ruijm 800'000:—. le Peper gelevert en te Calicoilan ook min â meer 200'000:— lb had laaten aanbrengen, die in het broeijhok was opgelegt, zoo hebben wij ter onser Sitting van den 5. Augustus anno passato beslooten, deese somma te laaten afgeeven, om bij het afmaken der Jaarlijkse Reeke„ „ning met de geleverde Peper ver Ef„ „ fent te werden als wanneer zijn Hoog„ „heijt dan zelvs nog wat te goed zal De Reek: van den koning van Cochim is geslooten en wat den selven te goed had, aan hem verstrekt, blijkens bover„ komende eek. hoe veel oken et verschont minder als Jjaars „draagt, en hoeve bevoorens. zal hebben. — De Reekening van den Koning van Cochim, is onder ultimo Augustus anno Passato gesloo„ is het bedragen van arbij de Revenuen van de Coesipallijse zijn Hoogheijd ten laste Landen gebragt en vverreekent; wanneer zijn Hoogheijd nog wegens zijn aandeel indtollen te vooren stond Ropias 11273: 43. Blijkens Ree„ „kening deesen versellende, welk montant aan de sendelingen van den koning onder quitantie afgelangd Geschenken, zijn ze„ „dert Primo Januarij tot ultimo De„ anno passato gedaan ter cember ƒ 637: 12: 8. in, en ƒ1029:8:8. somma van uijtkoops, en dus ƒ 274:7: 8. in en ƒ 447:14. 8. uijt„ De vijandelijke bedrijven van den Nabab Heijder Alij tegens d' Engel„ schen is reeds bedaelt 1780. Jnkoops. uijtkoops. in de Maand April Aan de zendelingen van den koning van Trevancoor die tot het sluijten van de peper Reekening alhier zijn . - . . . ƒ 36: 4:8. ƒ 387: 7: 8. gekomen - - - Junij op de trouwfeest van de Princes van 't Cochimse Rijk verschonken „ 187: 15: 8. „ 426:10. – aug:s op de rouw feesten van de paljetter verschonken - - - - - 97. 19. 8. „ 150. 12. — 8ber: aan den Paljetter op desselfs 56. 19. — 15. 13. —„ Eerste binne komst verschonken„ Teld - - - ƒ637: 12. 8. ƒ 1029. 8. 8. „ 912: –. – „ 1477. 3. –. vervangen jaar is verschonken Dus minder - - ƒ 274: 7: 8. ƒ 447. 14. 8. Vreemde Natien. De Nabab Heijder Alijchan heeft de Engelschen ter Custe Cormandel en ook hier te Pallicherij vijandelijk aange„ „tast, hier van is reets gewaagd, bij onse na het Patria, onder dato 30. Zeptember uijtkoops, minder als het voorgaande jaar zoo als nader Consteert bij de volgende vertooninge: Anno groote schaade ef 2e Engelschen hebben Cust. Carnatisa de stad Arkaddoe door beijde ijder verover anno passato geschreevene missiven, wat zedert ter Custe Cormandel is voorge¬ vallen, hebben wij niet met zeekerheid geleden en veel volk verlooren op de kunnen verneemen, dog volgens de al„ „gemeene gerugten, zouden de Engelschen een Groot verlies dat op 5. â 6000. man¬ „nen word geschat, geleeden hebben, door dat den Nabab een Corps troupen van 4000. – mannen dat met de Hoofd armée der Engelschen zoude Conjun„ geeren, heeft afgesneeden en na dap„ pere tegenweer geslagen, na dat dit Corps nog Circa 2000. mannen van de hoofd armeer was tot secours gesonden, van welke 6000: mannen weinig ofte niet te regt is gekomen, maar zijn meest alle gesneuvelt of gevangen geraakt, en hier op zoude de overgave van Arkaddoe, de Hoofd stad van het ,aan Heijder Alijchan Carnaticase Rijk Tallicherij blijft gevolgd zijn; als Tallichei blijft nog belegert aan delandkant. ter zee hebben eenige Engelse scheepen die plaats ontzet een de deel van sleijders zeenaagt geslagen. Een Lijst van hier aangekrmnge vreemde scheepen en vaartuigen ko„ „men over. als nog te lande belegert en de Engelschen raaken daar hoe Langer hoe meer in het naauw, Eene vloot van 9. á 10. Schee¬ „pen van die natie komende ongetwijf¬ feld van Madras is in December langs deese Cust geseijlt en heeft Talli¬ cherij aangedaan, dog het beleg niet kunnen helpen opslaan, hoe wel het Tallicherij ter Zee openinge heeft besorgt, en 's Nababs vaartuijgen verdreeven. Gelijk deselve ook be„ noorden Cananoor volgens ingeko¬ „mene Berigten, een deel van 's Nababs zeemagt heeft ontmoet en dezelve een gevoelige neep toegebragt, door het Grootste Schip, daar van tenee¬ men en eenige vaartuijgen in de grond te schieten. Van de Vreemde Scheepen en vaartuigen die hier aange„ weest zijn, komt de Lijste onder de bijlagen Goerab De Particuliere hollandse De snelheid is van Batavia hier gekomen en na Bombaij vertrokken. gekomen en vervolgens hier legts trans in de Revier. everi reverentelijk bijlaagen over, waar bij aangeteekent staat, waar deselve gekomen, en werwaarts ver„ „trokken zijn waar gedragen. Particuliere Vaart en Handel. Particuliere Hollandse vaartuijgen zijn Hier aangeweest. De Goerab De Shelheijd, komen„ de van Batavia, en de wil hebbende na Souratta, zijnde den 1: februarij des ver„ „gangen Jaars hier aangekomen en den 3: — daar aan weder vertrokken, dog in steede van na Souratta na Bombaij, van waar dien kiel den 7. April weder hier ter rheede is verscheenen, en den 11: daar aan na Batavia is voortgezeijlt; in November ofte den 25e dier maand is deesen bodem van Maskattij andermaal op deese rheede gekomen en vervolgens de revier binnen gezeijlt om van eenige gebreeken verholpen te
English
The private ship De Hercules arrived here on 29 March of the past year from Muscat and departed on 5 April following for Batavia. On 23 October thereafter, the same vessel arrived here once again from Muscat and sailed on 31 October for Batavia in company with the private ship De Concordia, which had arrived here in the roads on the aforementioned 26 October from Bombay. Three two-masted private Dutch vessels currently sail from Cochin to Mocha, Muscat, Coromandel, and Bengal, one belonging to the Jewish merchant Eliko Rabbi, one to the Jewish and Company merchant Efrahim Cohen, and one to the Banyan and Company merchant Nande Chetty. The first signatory expresses to Your High Excellencies his humble gratitude for the very honorable manner in which Your High Excellencies have been pleased to relieve him of the administration of Malabar in order to take a seat at the High Table. He awaits his replacement, Mr. van Angelbeek, and shall in the meantime have everything prepared that is necessary to effect the transfer, as well as deliver a memorandum to His Honour upon departure in accordance with Your High Excellencies' much-esteemed orders, and thereafter advance on his voyage to Your High Excellencies. The merchant and fiscal appointed by Your High Excellencies for this office, Master Nicolaas Wendelin Beyts, is expected by us via Ceylon. Meanwhile, the outgoing merchant and fiscal Samuel Constantin Saffin expresses his humble gratitude to Your High Excellencies for obtaining his discharge and transfer to the Indian capital. Passage for the same will be arranged either via Ceylon or with one of the Surat ships to Batavia, and his duties will be performed by another in the interim. The extraordinary lieutenant of artillery Andries van Eyk and ensign Johan Philip van Koldewey also express their humblest thanks to Your High Excellencies for their obtained promotions, with the humble assurance that they shall endeavor to make themselves worthy of this favor through faithful and zealous service. Lieutenant Johan Fredrik van Struve is still expected from Surat. The bookkeeper and former dispenser Hendrik Dirksz has by petition requested to be discharged from the Company's service on account of an infirm physical constitution, which we granted him at our session of 17 November of the past year. Captain-Lieutenant Etienne Guinot passed away on 25 November of the past year. He had transferred from the Ceylon military to the Cochin garrison as a supernumerary, which is why we do not nominate anyone in his place. The bookkeeper and Resident of Calicoilan, Hendrik Anthony Medeler, passed away on 28 October, and on 29 October thereafter the bookkeeper and shahbandar Jacobus Coenraadsz was appointed Resident in his place, having made a request to that effect and possessing the required capability and knowledge. The post of shahbandar has in turn been filled by the bookkeeper and sworn clerk Johannes Bos, who very well merits this post on account of the satisfaction he has given during his eight years of service with the first signatory. In fulfillment of the esteemed order contained in the extract from the minutes of the resolutions taken in the Council of India on 11 September 1780, we shall, on a future occasion, present to Your High Excellencies our humble reflections regarding on what basis we, subject to correction, believe that some improvement can and ought to be made in the conditions of the military service, and specifically in those of the soldiers, for which other pressing business in the short time since the ship's arrival has not permitted sufficient leisure. Meanwhile, in compliance with Your High Excellencies' much-esteemed orders in this regard, the number of servants on this coast is hereby recorded.
Dutch transcription
het Particulier schip D' her„ twee keeren aangekomen en na Batavia vertrokken. het Particulier schip De Con„ cordia Drie Particuliere hollandse twee mattige: vaartuigen vaaren van Cochin. te werden. Het schip De Hercules is den 29:- „cules van Masquette alhier Maart Anno passato van Maskattij hier aangekomen en den 5. April daar aan na Batavia vertrokken; den 23. october daar aan is het zelve andermaal van Maskattij hier gearriveert en den 31. october na Batavia voortgezeijlt„ komste alhier en vertrek van in geselschap van het Particulier Schip De Concordia, dat den 26. october voor„ „melt van Bombaij hier ter rheede was aangekomen van Cochim vaaren thans Drie twee mastige Particuliere Hollandse vaar„ tuijgen na Mocha Maskattij, Cormandel en Bengale, een toebehoorende, aan den Joodskoopman Eliko Rabbij, een aan den Joods en 's Compagnies koopman Efrahim Cohen en een aan den Ben„ „Jaars en 'sComp.:s koopman Nande Chettij. Dienaren Dienaren Dank eerde Gouverneur voor ontslag. een Memorie afgeeven. nieuwen fiscaal tten vervang van sassen, die dank betuijgt voor het erlangt ontslag. Den Eerste Teekenaar betuijgt aan Vw Hoog E„ heer Edelheedens zijne ootmoedige Dankbaarheid, voor de zo honorable wijze; waar meede Hoog Edelheedens Hem uijt het Malla„ „baars bestier hebben Gelieven te ontslaan, om aan de Hooge Tafel te assisteeren: Hij is zijn vervanger den Heer van Angelbeek verwagtende en zal intussen alles laaten klaar maken, wat, tot het doen van Transport nodig is, zoo meede volgens zal volgens ordre bij vertrek Uw Hoog Edelheedens veel g'eerde ordre een Memorie aan zijn Ed. overgegeven, en daar na de reijse tot Uw Hoog Edelheedens vervorderen. Den koopman en door Uw Hoog Edel„ men verwagt over Ceilon denr heedens voor dit Comptoir aangestelden fiskaal M:r Nicolaas Wendelin Beijts, verwagten wij over Ceilon, intusschen betuigt de afgaande koopman en fiskaal Samuel Constantin Saffin zijne nedrige Dank„ „baarheid Den fiskaal saffin zal over Ceilon of met een sourats schip na Batavia vertrok„ Dankzeggingen van den Extra van Eijk en vaandrig van Coldewij voor de bij hen g'obti„ „neede at van cemertz. den Luit= struve verwagt men nog van souratta de sewete disfacie deckt is op sijn versoek uijt drert dan eigen baarheyd aan Uw Hoog Edelheedens voor het g'obtineert ontslag en verlossing na de Jndiase Hoofdplaatse, den selven zal Transport of over Ceijlon of met een der Souratse scheepen na Batavia besorgd en zijn Bedieninge zoo lange door een ander waargenoomen werden. Den Extra ordinair Lieutenant der ordinaehd lijtenant den At tillem t hillerije Andries van Eijk en vaandrig Johan Philip van Koldewij bedanken Uw Hoog Edelheedens meede op het nedrigste voor hunne g'obtineerde advancementen; on„ „der ootmoedige verseekeringe dat ze zig deese gunste door getrouwe en ijverige dienste zullen tragten waardig temaken, Lieutenant Johan wordende den Fredrik van Struve nog van Souratte verwagt Den Boekhouder en voormaals Gewee„ „sen Dispencier Hendrik Dirksz heeft bij request versoek gedaan, om mits gebe sComp:s „kige „ken. ine Jainst Den Cap: Luit: erleden De Resident van Calicoilan Medeler is overleeden en in„ zijn plaats aangesteld den van daar Coduraadsza Coenraadsz: in plaats van is Ros als sabandaar aan„ gesteld. „kige Lighaams gesteldheijd uijt 't Compagnies dienst temogen werden ontslagen, het welk wij hem ter onser sitting van den 17. November a:o passato hebben g'accordeert. Den Capitain Lieutenant Elienne Gui„ not is den 25. November anno passato overleeden, denselven was, van de Ceilonse militie in het Cochims guarni„ „soen overgegaan en Supernumerair waarom wij geen ander in zijn plaats voordragen Den Boekhouder en Calicoilanse Re„ Hendrik Anthonij Medeler, is sident den 28. October overleeden, en in zijne plaats den 29. daar aan als Resident aangestelt den Boekhouder en Sabandaar Jacobus Coenraadsz, die daarom versoek heeft gedaan, en daar toe de verEijschte be„ „tewaamheijd en kundigheid bezit, den dienst van Sabandaar is weder vervuld met den Boekhouder en Geswoore Schriba Johs: gebrek Rigd De Consideratien omtrend weezen, zal men bij nader ge„ „legentheijd suppediteeren. het getal der Dienaren hier ter kuste werd aange„ Johannes Bos, die deese Post zeer wel meriteert door het genoegen dat hij gegeven heeft in zijn Agtjarige dienstdoening bij den Eerste Teekenaar. In voldoening aan de g'eerde ordre ver„ de Conditien in het militanren vat bij Extract uijt de Notulen van het Geresolveerde in Raade van Jndia, op den 11. 7ber: 1780. zullen wij bij een nader ge„ „legentheid onse nedrige Consideratien op wat voet, wij onder verbeeteringe vermeenen dat in de Conditien van het Militaire wesen, en speciaal in die der zoldaaten eenige verbeetering kan en behoort tewer„ „den Gemaakt, voor uw Hoog Edel„ heedens open te leggen, waar toe andre pressante bezigheeden in den korten tijd dat het schip g'arriveert is, geen tijd hebben vergunt Intusschen word in opvolging van Uw Hoog Edelheedens veel ge„ eerde ordre in deesen genoteert, het toond.
English
Present here. 1 Minister — Captain The number of present Servants, with each person's profession and quality as they truly are under the date of this document, showing in a separate column the number determined by Your High Nobilities for this Office. According to the regulation. More. Less. Civil Administration and Commerce. 1 Extraordinary Councilor of Netherlands India, Governor and Director Commander 1 Senior Merchant, Chief Administrator and Second 1 Merchant, Fiscal and Cashier 6 Junior Merchants, including one Titular: 3. 3. 1 Chief Interpreter 4 Bookkeepers with Junior Merchant Emoluments: 4. 28 Clerks, namely: 15 Bookkeepers, including 1 Assistant Interpreter 1 Junior ditto 10 Assistants 3 Junior ditto 28 Clerks Ecclesiastical Servants, namely: 1. 2 Comforters of the Sick: 2. Military 2 Captain-Lieutenants: 1. 1. 2 Lieutenants: 6. 2. Present here. According to the regulation. More. Less. 6 Ensigns, of whom 1 Adjutant: 1. 3 Under-Adjutants: 3. 26 Sergeants: 12. 14. 26 Corporals: 2. 4. 1 Drum-Major: 1. 3 Captains of Arms: 3. 14 Fifers and Drummers: 14. 229 Privates, namely: 213. 16. 199 Europeans 30 Natives 229 Privates Eastern Military 1 Captain: 2. 2 Lieutenants: 2. 2 Ensigns: 9. 9 Sergeants, of whom 1 European drillmaster: 10. 10 Corporals: 2. 2 Fifers and Drummers: 8. 18. 93 Privates: 93. Sepoys. 3 Captains: 3. 4 Lieutenants: 4. 5 Ensigns: 5. 27 Sergeants, of whom 7 European drillmasters: 27. 31 Corporals: 31. 9 Fifers and Drummers: 9. 253 Privates: 253. Marines both on land and on the sloops and smaller vessels, namely: Present here. According to the regulation. More. Less. 1 Chief Mate and Equipment Master: 1. — Lieutenant and Equipment Master: 1. 3 Boatswains: 3. 8 Quartermasters: 4. 7. 1 Chief Sailmaker: 3. 1 Assistant ditto: 1. 2 Coopers: 6. 2. 76 Privates: 50. 26. Moors. 75 Sailors: 1. 1. 2 Tandels: 4. 2 Sarangs: 2. Artillerymen. 1 Captain-Lieutenant: 1. 1 Extraordinary Lieutenant: 1. 1 Ordinary Fireworker: 1. 1 Extraordinary Fireworker: 1. 3 Bombardiers: 1. 4 Gunners: 1. 15 Matrosses. 1 Sailor with the ditto. Medical and Surgical Servants. 2 Chief Masters. 2 Surgeons. 4 Assistant and Third Surgeons: 1. Artisans. Present here. According to the regulation. More. Less. 1 Overseer of the House Carpenters: 1. 1 Overseer of the Ship Carpenter Yard: 1. 7 Ship Carpenters: 1. 1. 13 Smiths: 4. 9. 1 Brass Founder: 1. 2 Coppersmiths: 1. 1. 1 Saddler: 1. Ditto and Harness Maker: 1. 3 House Carpenters: 3. 1 Chief Mandor: 1. 2 Stock Makers. Turner. Block Makers. Cartridge Pouch and Scabbard Makers. 2 Gun Carriage Makers. Master of everything: 12. Carpenter: 1. 5 Masons: 1. 1 Glazier. In Various Services. 1 Court Messenger. — Messenger and Bookbinder. 1 Bookbinder. 1 Trumpeter: 1. 1 Provost: 1. 1 Surveyor and Extraordinary Fireworker: 1. Military from Colombo detached in the city, namely: 1 Junior Merchant: 4. 1 Lieutenant: 3. 1 Ensign: 76. Bookkeeper. 1 Extraordinary Fireworker. 2 Sergeants. 8 Drummers and Fifers. 3 Privates. 1 Third Master. Artillerymen from Colombo, detached there; namely: 1 Bombardier. 4 Gunners. 13 Matrosses. Gunner. Corporals. Matrosses. 1 Ensign. 1 Captain of Arms. 4 Corporals. 3 Fifers and Drummers. 76 Privates. Artillerymen. 2 Matrosses in the hospital. At Cranganore. 1 Captain: 1. 2 Lieutenants. 4 Sergeants. Present here. According to the payment. More. Less. 1 Ensign. 2 Sergeants. 1 Captain of Arms. 5 Corporals. 5 Privates. 1 Drummer. At Aycotta. From the garrison, Military. 1 Ensign. 4 Sergeants. 1 Bombardier. 1 Gunner. 2 Privates. 8 Matrosses. 3 Third Surgeons. Artillerymen from Colombo detached there, namely: 1 Extraordinary Lieutenant. 3 Bombardiers. 8 Gunners. 10 Matrosses. European Military from Colombo detached; namely: 1 Lieutenant. 3 Sergeants. 2 Corporals. 1 Fifer. 42 Privates. Sepoy Military. 2 Captains. Military from Colombo detached there, namely: Present here. According to the regulation. More. Less. 2 Lieutenants. 4 Ensigns: 2. 2 European Drillmasters: 4. 11 Sergeants: 2. 14 Corporals. Drummer. 124 Privates. At Cochin. 1 Junior Merchant: 2. Merchant. 1 Bookkeeper: 4. Scribes: 2. Comforter of the Sick. 1 Under-Master: 1. Gunner. 2 Gunners: 2. Matrosses: 1. 1 Ensign: 3. 3 Sergeants. 5 Corporals. 1 Drummer: 1. 31 Privates, namely: 1. 59. 27 in the fort. At Great Aywika. At Tengapatnam. At Calicoilan. 31 Privates on payroll. At Calicoilan. Bookkeeper: 90. At Porca. Bookkeeper: 2.
Dutch transcription
alhier in weesen. 1 Predikant —. Kapitain- het getal der aanweesende Dienaren, met ieders beroep en qualiteijt zoo als de„ „zelve onder dato deeser in waare wee„ „zen zijn, met aantooning in een apar„ te Colom, het getal, dat door Vw. Hoog s Edelheedens voor dit Comptoir volgens de bepaling. Meer. Minder bepaalt. Van de Politie en Commercie. 1: Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, Gou„ „verneur en Directeur - - - - - - - - - - - Commandeur – – – – – – – – – 1. Opper Coopman hoofd-administrateur en Secunde 1. koopman fiscaal en Cassier — -- 6. onderkooplieden, daar onder een Titulair — 3. 3. — 1 hoofd Tolk - - - - - - - 4. Boekhouders met onderCoopmans Emolumenten 28. Pennisten, als: 15. Boekhouders, daar onder 1. ondertolk 1. Jong d. o 10. Assistenten 3. Jong _„o 28: Pennisten - Kerkelijke Bediendens, als: 1. — Militairen 2. krankbesoekers 2: Capitain Lieutenants - 2 6 Lieutenants waardt taire ten - - - - – – – - -. - -- - -- - - „ 2„ 1. 1: 1. — 2. - 1. — 4 . 1: — alhier in weesen 6: vaandrigs daar van 1. adjudant - - - - - - - 3. onder adjudants - 26. sergeants - 26. Corporaals - Jam boer majoor 1. 3. Capitain des armes 14. pijpers en Jamboers - 229. Gemeene als 199 - Europeesen 30. inlanders 229. Gemeenen - - --- -.. 213. 16. Oosterse Militairen 1. Capitain- 2 2. Lieutenants - - - 2. 2. vaandrigs - - - 9. 9. sergeants daar van 1. Europeese drilmeester- 10 10. Corporaals 2. pijpers en Tamboers 93 93. gemeene - - Sipaijen. Capitains 3. Lieutenants - - - 4. 5. vaandrigs - - 27. sergeants, daar van 7. Europeese dril„ — 27 9. pijpers en Tamboers — 253 253. Gemeenen - meesters - - - - - - - - - 31. Corporaals - - - - - - - - - Marines Zoo aan Land, als op de Chialoupen en — 1. 3. 12. 14. 2. 4. —. volgens de bepaling. Meer Minder mindere ———. —. ---. - —. —. — - — 14. - - -. 8. 18. - — 3. - — - --- mindere vaartuigen, als: alhier weesen. volgens de bepaling. Meer Minder. 1. Opperstuurman en Equipagiemeester — —. Lieutenant en Equipagiemeester 3. Boodslieden - - - - - - 8. quartiermeesters - - - 1. opper Zeijlmaker - - 1. onder _„o - - 2. kuijpers - - - - - - 76 - gemeene - - - - - - - - - Mooren. Arthilleristen 75. mattroosen - - - 2. Tandels - - - - 2. Sarangs - - - - - - - - - 1. Capitain Lieutenant - - 1. Extra ordinair Lieutenant - 1. ordinair vuurwerker — 1. Extra ordinair vuurwerker 3. Bombardiers - - 4. Canoniers handlangers. 15. Bediendens van de Genees¬ kunde en Chirurgie. 2. Oppermeesters 2. Chirurgijns 4: onder en derde Chirurgijns — 1. mattroos bij de 1 1. — 1. — 3. — 4. 7 3. . 6. 2. — 1 1. 50: 26: 1. —. 1. 4. — — - - . - - - - -- -. – – – – – – — 1 „o 1. — — —. 1. —. volgens Ambagtslieden „ling. de bepa alhier. in weesen 1. opsiender der Huijs Timmerlieden - - -- „ scheeps Timmerwerff - - - -- 1. d„ 1. 7. scheeps Timmerlieden - - -- 1 1. 13. Smits - 4. 9 geel gieter — 1. 1. 2. koperslagers — 1. 1. sadelmaker. — 1. d:o en zeer touwer — 3. huijs Timmerlieden — 3. oppermandoor— 1. Lademakers - 2. Draijer - Blokmakers — pattroontas en scheedemakers affuijtsmakers 2. Daas over alles - - - - - - - — — 12. Timmerman - - - - - - - - - 5. Metselaars - – – – – – — — — 1. 1. glasemaker - - - - - - - - - In Diverse Diensten) 1. Geregtboode — Boode en boekebinder Boekbinder — 1. Trompetter — 1. 1. 1. Landmeeter en Extra ordinair vuurwerker geweldiger - – – — 1. Meer. Minder Militaire - - - — - - -- - - - -: 0 - — — - wee Militairen van Colombo blies in in de stad Gedetacheerd, als: 4. 3. 76„ — onder Coopman 1. 1 Lieutenant - vaandrig ƒ Boekhouder — Extra ordinair vuurwerker „ 1. 2. Zergeants & Tamboers en pijpers 3. Gemeenen 1 Derde meester Arthilleristen van Colombo, aldaar gedetacheerd; als: 1. Bombardier 4. Canoniers 13. handlangers - Canonier - - korporaals - - - - - - - handlangers - - - - - - volgens de bepaaling. Meer Minder 1. vaandrig - 1. Capitain des Armes 4. Corporaals - - - . 3. fluijters en Tamboers 76. gemeenen - Arthilleristen handlangers in het hospitaals 2. Te Cranganoor 1. Capitain 2. Lieutenants - - 4. Zergeants - — - – — - - — Militair weesen. : - - - - - – – – – — -- -- — - -- - -- -- - - - —— — - -- 1 alhier in weesen 1: Naandrig 2. Zergeants - - - 1. capitain des armes - - Corporaals - - - 5. gemeene — 5. 1. Tamboer - - - - - Te Aijcotta. van 'T guarnisoen, Militairen. 1. vaandrig - - 4. zergeants — 1. Bombardier - 1. Canonier - 2. 2. gemeenen - 8. handlangers - - 3. Derde chirurgijns — Arthilleristen van Colombo aldaar gedetacheerd, als: 1. Extra ordinair Lieutenant 3. Bombardiers - - - - - 8. Canoniers- - - 10. handlangers - - Europeese Militairen van Colombo gedetacheerd; als: 1. Lieutenant 3. Zergeants 2. Corporaals 1. pijper. — 42. gemeneeren Dipaijs Militairen Capitains 2. Militairen van Colombo aldaar gedetacheerd, als volgens de betaling. Meer. Minder -- - - - - — -- - — -- - — - - - - - -- in weesen. Alhier 27. in 't fort tot groot aijwika „ Jengapatnam Calicoilan Zeza 31. gemeenen 2. Lieutenants 4. vaandrigs 2. Europeese Drilmeesters - 11. Zergeants 14. Corporaals tamboer 124. gemeenen. Co Te onder koopman 1. koopman 1. Boekhouder — - schribenten— „ kranbesoeker - -. 1. ondermeester - . Constabel - Canoniers - - 2. handlangers 1. vaandrig - - 3. Zergeants - - - - 5. Corporaals - - - - 1. tamboer - - 31. gemeenen als Le Calicoilan Boekhouder Te Porca. khouder 90. 2. - 2. - . 1. 2. - —. 1. 2. 14 volgens de bepa„ „ling- Meer. Minder gegagierd. - — — - -- - 2. 4. 2 - 1. 2. 1. 3 - - - 1. . 1. — 59.
English
Pensioners who are among whom a sergeant most recently pensioned, this their request for the further enjoyment seven lepers are still supported: how many persons have deserted These amount to a number of 28 heads, according to the transmitted list of names, among whom is included the sergeant Frans van Mulser, who for his long and good services, great age and bodily infirmities, as appears from the Resolution of 5 August of the past year, was placed among the retired servants with 12 guilders per month; all of them request the continued receipt of their pension. Lepers At Paliaporto, 7 infected persons are maintained, of whom the list of names accompanies this. how many pensioners here still who Deserters. From 1 January until the end of December 1780, according to the transmitted list of names, Examined Gottfried Dannicken List of the Company's servants on this Coast who have deserted to others: 12 heads, namely 11 European soldiers, and 1 native. We have the great honour to remain with the utmost respect and high esteem, below stood: Right Honourable, Highly Esteemed, Far-commanding Lord, and Honourable Sirs! Your Right Honours' humble and obedient servants, was signed: A. Moens, R. A. Harn, P. C. Pafsin, G. L. van Spall, C. G. Seyffer, A. J. S. Vernede, W. van Haeften, and J. A. Dannicken. In the margin: Cochin, 16 January 1781. Agrees J. A. Dannicken Secretary Register of the secret copies of papers that are now being sent from here to Ceylon, in order to be forwarded from there to the Netherlands to the Zeeland Chamber in Middelburg. Copy of a separate letter written by the Councillor-extraordinary of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of this Coast, Adriaan Moens, to their Right Honours in Batavia, dated 31 March of this year. Annexes: No. 1: Copy translation of the petition of the Carmelite Roman Catholic priest Jose de Soledade, Episcopal Governor, dated 11 February last. No. 2: Copy translation of the letter of the retired Portuguese Governor of Goa, Governor Dom Joze Pedro de Camara, dated 9 November 1779. No. 3: Copy translation of the letter of the currently governing Portuguese Governor in Goa, Dom Frederico Guilherme de Souza, dated 9 November. No. 4: Copy translation of the patent of the aforementioned Roman Catholic priest Joze de Soledade, dated Goa, 18 November 1779. No. 6: Copy of the written reply from the aforementioned Governor and Director of this Coast delivered to the said Roman Catholic priest, dated 1 March of this year. II: Copy of a separate letter written by the same Governor and Director to the said Right Honours, dated 7 May last. III: Copy of a separate letter written by and to the same as above, on 22 June last. Copy of a separate letter written by and to the same as above on 27 October 1780. Annexes: No. 1 No. 3: Copy of secret letters as above, sent to Tuticorin, dated as before. No. 4: Account concerning the English sloop Bombay Merchant taken by the French. No. 5: Copy of instructions for the Chief and the Commander of the militia at Cranganore. No. 6: Copy of instructions for the Commander at Ayacotta. Copy of a separate letter written by and to the same as above, under today's date, Cochin, 6 January 1781. 7 No. 2: Copy of a secret letter written from Cochin to Colombo, on the 12th of the said month. No. 1: Copy of a secret Resolution dated 10 September last. No. 1. Separate Copy Batavia To His Right Honour The Right Honourable, Highly Esteemed Lord Reynier de Klerk, Governor-General, together with The Right Honourable, Valiant Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable, Highly Esteemed, Far-commanding Lord and Right Honourable, Valiant Lords! In my separate letter of 20 October sent by the private ship Concordia, I sent over thither one lieutenant, one sergeant, one corporal, and 33 private sepoys, with the request that I might soon learn Your Right Honours' pleasure regarding this before the end of the fair monsoon, in order then to send on as many sepoys as I could gather together during this monsoon. We still have a full month's time before the fair monsoon ends, and thus I may perhaps be honoured with Your Right Honours' further instructions in that regard before the departure of our ship; but since a similar opportunity to the last now presents itself again, namely with the private ship Hercules, which, returning under our flag and passport from Muscat to Batavia, called at this place, and its master, Pieter Haverkamp, likewise declared himself willing to take some sepoys along from here, provided I merely supplied him for them with provisions, water, and firewood, I have therefore, in the hope of Your Right Honours' approval, again dispatched on her one ensign, 2 sergeants, 2 corporals, and 50 private sepoys, together with a European drillmaster; and if in the meantime I receive no counter-orders, then I hope to be able to send another 100 men with our ship Concordia, under the supervision of Lieutenant Hofman, a very good officer, who otherwise
Dutch transcription
Gegagieerdens zijn waar onder een zergeant jongst gegagieert dis. hun versoek om het verder Genot seven Leprosen werden nog onderhouden: hoe veel persoonen gedeser„ „teerd sijn Dezelve bestaan in een Getall van 28. koppen, uijtwijsens de overkomen, de Naamlijste, waar onder begreepen is, den Zergeant Frans van Mul„ „ser die om zijne Lang jarige Goede dienste, Hoogen ouderdom en Lichaams gebreeken, blijkens Resolutie van den 5. Augustus A:o pass:o onder de rus„ tende Dienaren is gesteld met ƒ 12. — — ter maand, alle dezelve versoeken om het verder genot van hunne rust gagie. Leprosen te Paliaporto worden 7. besmettelingen onderhouden, waar van de Naamlijst deesen verselt hoe veel gegagieerdens hier nog die Deserteurs. E Zedert Primo Januarij tot ultimo Decem¬ ber 1780. zijn blijkens overkomende naam„ Lijste Nagezien Go lf Drinicken Lijste ter deeser Custe van 'sComp: Dienaren tot anderen overgeloopen 12. koppen, als 11: Europeesen zoldaten, en 1. Jnlands „ Wij Geven ons de Hooge Eere van met de uijtterste Eerbied en Hoog agtinge teblijven /:onderstond:/ Hoog Edele, Groot Agtbaare, wijdgebiedende Heere, en wel Edele Heeren! Uw Hoog Edelheedens on„ „derdanige en Gehoorsame Dienaren /:was getekend:/ A: Moens, R: A: Harn, P: C: Pafsin, g: L: v. Spall, C: G: Seijffer, A: J: S: vernede, W: v: Haeften) en J: A:s Daimichen /in margine/ Cochim den p6. Januarij A. o 1781. Accordeert J: A Dannicken LLeCrets Register der Copia Secreete papieren, welke thans van hier na Ceilon werden ver„ „sonden om van daar na Ne„ derland aan de kamer Mid„ „delbeurg in Zeeland te werden voortgeschikt. Copia aparte brief door den Heer Raad Extra or„ dinair van Nederlands Jndia, mits„ „gaders Gouverneur en directeur deezer kuste Adriaan Moens, aan hun Hoog Edelheedens te Batavia geschreeven onder dato 31: Maart deses Jaars. Aner, als Bijlagen. N:o 1: Copia Translaat versoek schrift/ van den Carmelits Roomsen pries„ „ter Jose de solidade Bisschop„ pelijke gouverneur, ged„t 11: febr: JLeeden.. N„o 2: Copia Translaat brief van den afgegaanen Goas portugeesen v Gouverneur 35 Gouverneur Dom Joze Pedro de Camara, ged„t 9: November 1779 Copia Translaat brief van den N„o 3 thans Regeerende portugeesen Gouverneur te Goa Dom Federike Guilherme de Souza gedagte„ kent 9. November. N„o 4: Copia Translaat Patent van den meerm: Roomsen priester Joze de Soledade ged„t Goa den 18 November 1779: „o 6: Copia schriftelyk antwoord van den welm: heer Gouverneur en directeur deeser kuste aan voort Roomsen priester overgegeven de dato Eerste maart deses Jaar 11: Copia aparte brief door even gem: Heer Gouver neur en directeur aan welmolte hun Hoog Edelheedens geschr: onder dato 7: meij VoLeeden 111: Copia Aparte brief door en aan als vooren q:4 schreeven op den 22e: Junij 19/4e passer „aan Copia Apartie brief door en als vooren gesz: op den 27: 8ber: A:o 1780. Annex Annex, als Bijlagen. N„o 1 N 3: Copia secreeten brieven van als even, na Tutucorijn gesz:, de dato als vooren. N: 4: Relaas wegens de door de fran„ „sche genomen Engelse Chialoup Bombaij Marce. N„o 5: Copia Jnstructie voor 't opperhoofd en den Commandant der militie te Cranganoor. N„o 6: Copia Jnstructie voor den Commandant te Aijcotta. Copia Aparte brief door en als vooren geschr: onder hedigen datum Cochim den 6=e Januarij Anno 1781. 7 N„o 2: Copia secreete brief van Cochim na Colombo gesz: den 12: der even gem: maand N„o 1: Copia Secreete Resolutie de dato 10: 7ber: Joleeden. N o 1. Copia Apart Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Reijnier De Klerk Gouverneur Generaal beneffens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele, Groot Agtbaare, Wijd gebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren! Bij mijn aparte van den 20:' 8ber: per het Parti„ „culier schip de Concordia, hebbe na ginter gezonden een Lieutenant een zergeant een Corporaal en 33: gemeene sipais, met verzoek om uw Hoog Edelheedens goedvinden derweegens nog spoedig temogen temogen weeten voor het eijndige van de goede mousson, ten eijnde, als dan zoveel sipais nate„ „zenden, als ik in deze mousson, bij elkander zoude kunnen krijgen: wij hebben nog een groote maand tijd, eer de goede mousson ge-eijndigd is, en dus zal ik mogelijk nog voor het vertrek van ons schip met uw Hoog Edelheedens nader onder ten dien opzigte vereerd kunnen worden; maar dewijl zig tans weder een diergelijke gelegent„ „heijd als laatst, opdoed, namentlijk met het particulier schip de Hercules, dat onder onze vlag en pas van Maskette na Batavia re„ „tourneerd, deze plaats aangedaan en dies schipper Pieter Haverkamp insgelijks verklaard heeft genegen tezijn, eenige Sipais van hier meede teneemen, mits ik hem voor dezelve maar Randzoen water en Brandhout bezorgde zo hebbe ik in hoop van uw Hoog Edelheedens goedkeuring daarmeede weder afgezonden een vaandrig, 2: sergeants, 2: Corporaals en 50: gemeene Sipais, nevens een Europeeze driemeester, en als ik intussen geene Contra ordres erlange, dan hoope ik met ont schip de Concordia nog wel 100: man te zullen kunnen zenden, onder opzigt van den Lieutenant Hofman, een zeer goed officier, die buijten des
English
who understands the Moorish language and has for a long time, both on Cormandel, Ceylon, and here, dealt with sipais, so that we could be used by your High Nobilities with confidence to maintain supervision over those people yonder. While writing this, looking over my aforementioned separate letter of the 20th of October of last year, I notice an error regarding the last post concerning the descent of Charderchan at Calicoet, where it slipped from the pen that he had indeed driven off the Samorijnse Nairossen, but with the loss of fully half of his people, whereas the loss amounted to only a quarter of his people; and although I since, or rather on the 2nd of January following, in detailing that case once again to your High Nobilities in the context of affairs, stated that loss to be a quarter, as it indeed was only a quarter and not half, I nevertheless find myself obliged hereby to point out that error, in the hope that your High Nobilities will not hold this against me. The affair with the Nabab is and remains as before, and whatever I devise and undertake in that regard, everything is fruitless; it is as if he will listen to nothing, just as if we are not even worthy of his attention, although it is at the same time the truth that since the action of the 3rd of March 1778 he has undertaken not the least thing against us anymore and even keeps his people far from Cranganoor; but that is only because he does not dare to risk coming so close again, and because for the present he sees no opportunity to break through further. The Collastrijse Nairos are still stirring against the English at Tallicherij, behind which curtain the Nabab sits secretly, which the English also know very well; but openly he undertakes nothing yet against the English, who meanwhile are on the march to Poena to establish their favorite Ragaboij in the Maratta Empire, and according to received news have found no resistance in their march yet, but on the contrary have already brought two lesser princes situated in their path into their interests; and it appears that this is currently the chief affair of the English here. At least in the beginning of this month, three more ships from Madrast called here, full of troops, to take the same to Suratte as well and to pursue their expedition with greater vigor, as their fleet, which had remained away long against their expectation, finally arrived in February at Madrast, consisting of eight warships and thirteen Company ships; but no French ships are seen on this side yet, and it is believed hereabouts and everywhere that the Nabab Haijder Alijchan is waiting to see how the cat jumps, and wishes first to wait and see to what extent the English succeed in their march to Poena, and whether French relief will also come from the Mauritius, in order to take his measures accordingly; at least, this and that have hitherto had not the least influence for the better on us. And as for the Samorijnse Nairossen: these do nothing of consequence anymore, without one being able to say with certainty whether they are now abandoning their cause entirely, or rather wish to await a better time. Meanwhile, in this good monsoon the Nabab has again had a ship built, and besides this, these days under some fabricated pretext or other made himself master of a three-masted private ship named De Natalia, which last year had departed with a Danish flag and pass from Bengalen to Suez, and returning from there, touched at Calicoet, without it being known yet for what reason, though undoubtedly because he must have taken a liking to the ship, which is argument enough for him, as he spares no one, but makes himself master of everything where he only sees a chance; at least he immediately had this ship heavily manned and sent to cruise before Calicoet. Now, since he is not to be trusted after all, and I do not know what he might want to undertake in the upcoming year, I dare not risk it with a single ship anymore. It is true, last year, because I know that the Company attaches so much importance to a prudent and economical employment of its ships, and because we then dared not demand more than one cargo of sugar, I then also requested only one ship, under the comprehension that I would manage with it in that manner as was demonstrated to your High Nobilities then, just as such succeeded this year, and wherefore I especially had it spread abroad that yet a second ship was to come again, as in the two preceding years, or since the Nabab attacked our possessions, which I know was also firmly believed at Calicoet; but for the second time I would not be able to make him believe such, and he might at times, when the single ship had to unload here at the roadstead, suddenly surprise our sloops with his fleet, as he continually has small vessels lying at certain distances from each other between Calicoet and here, of which the southernmost observes everything that goes on at our cruising post before Aijkotta, and thus with signals can be warned at Calicoet virtually in an instant of whatever they wish to know there; and therefore I dare no longer take it upon myself to request only a single ship. Therefore I request that your High Nobilities will kindly be so good as to send two ships again, and that as early as your High Nobilities can possibly do with any feasibility; the unavoidable necessity thereof obliges me to urge this so strongly. Recently
Dutch transcription
des de moorse taal verstaat en een langen tijd zo op Cormandel, als Ceilon en hier, met sipais omgegaan heeft, zo dat wij door uw Hoog Edel„ „heedens met gerustheijd zoude kunnen gebruijkt worden, om het toezigt over dat volk ginter te houden. Onder het schrijven dezes, mijne voorsz: apparte van den 20:' 8ber: J:o leeden naaziende, ontwaare ik een abuijs bij de laatste post, nopens de afkomst van Charderchan te Calicoet, alwaar uijt depen gevallen is, dat hij de sammorijnse Naijrossen, wel verdreeven had, dog met verlies wel van de helfte van zijn volk, daar het verlies maar een quart van zijn volk be„ „draagen heeft, en schoon ik zedert, of eijgent„ lijk den 2:' Janu: daar aan uw Hoog Edel„ „heedens dat geval nog eens in den samenhang van zaken bedeelende, dat verlies toen op een quart bekent gesteld hebbe, gelijk het ook in der daad maar een quart, en niet de helfte is geweest, zo vinde mij egter verpligt bij dezen van dat abuijs aanwijzinge te doen, in hoope, dat uw Hoog Edelheed:s mij dit ten goeden zullen houden. De affaire met de Nabab is, en blijft als bevoorens, en wat ik ook ten dien belange uijt denke uijtdenke en onderneeme, alles is vrugteloos: het is of wij na niets hooren wild, even als op we zijne attentie niet eens waardig zijn, schoon het teffens de waarheijd is, dat hij zedert de actie van den 3:' maart 1778: niets het minste tegen ons meer ondernomen heeft en zelfs zijn volk verre van Cranganoor laat blijven, dog dat is ook maar om dat hij het niet weder wagen durvd zo na bij tekomen, en om dat hij voor als nog geen kans riet om verder doon te breeken De Collastrijse Nairos woelen nog al tegen de Engelse te Tallicherij, agter welke gardijn, de Nabab hijmelijk zit, het geen de Engelse ook zeer wel weeten, dog opentlijk onderneemd hij nog niets tegen de Engelse, die intussen in op„ „marsch zijn na Poena, om hun favoriet Ra„ „gaboij in het Marattase Rijk te stellen en volgens erlangde tijdinge in kunne optogdt nog geen tegenstand gevonden, maar integen„ „deel zelvs reets twee in hun weg gelegen hebbende mindere vorsten, in hunne belan„ „gens gebragt hebben, en het schijnd dat dit tans de Hoofdzaak der Engelse alhier is, ten minsten in't begin van deeze maand, zijn hier van Madrast nog drie scheepen aange„ weest „geweest vol met troupes, om dezelve ook na suratte te brengen, en hunne Expeditie met meer„ „der vigeur doortezetten, alzo hunne vloot die tegen hunne verwagtinge lange uijtgebleeven was, eijndelijk in februarij te Madrast ge-ar„ riveerd is, bestaande in agt oorlog scheepen en derthien Compagnie scheepen, dog men ziet nog geen franse scheepen aan deze kant, en men meend hier omstreekt en over al, dat de Nabab Haijder Alijchan dekat uijt de boom ziet; en eerst afwagten wild, in hoe verre de Engelse in hunne optogd na Poena reuseeren, en of 'er ook van de Mauritius frans ontzet zal komen, om daar na zijne maatregulen teneemen, ten minsten, dit een en ander heeft tot als nog geen de minste influentie ten goede op ons En wat de sammorijnse Nairossen aangaat: deze doen niets van belang meer, zonder dat men met zekerheijd kan zeggen ofze nu hunne zaak geheel opgeven, dan wel nog een beeter tijd afwagten willen: Intusschen heeft de Nabab in deze goede mousson weder een schip laten bouwen, en buijten des dezer dagen onder het een of ander gefabriceerd pretext zig meester gemaakt van een driemastig parti„ „culier „culier schip gen:t De Natalia, dat verleede Jaar met een Deensche vlag en pas van Bengalen na suez vertrokken was, en van daar retour„ „neerende, Calicoet heed aangedaan, zonder dat men nog weet, om welke reeden, dog onge„ „twijffeld omdat hij zin in het schip zal gehad hebben, het geen voor hem een argument genoeg is, alzo hij niemand ontziet, maar zig van alles meester maakt, waar toe hij maar kans ziet, ten minsten hij heeft dit schip aanstonds sterk laten bemannen en voorCali„ „coet laaten kruijssen Dan dewijl hij tog niet te vertrouwen is, en ik niet weet wat hij zomtijds aanstaande Jaecr zoude willen onderneemen, zo durve ik het niet meer met een enkeld schip wagen, 't is waar ik heb verleede Jaar, om dat ik weet dat de comp: zo veel gelegen legd, aan een overleggend en zuijnig emplooij van haare scheepen, en om datwe toen niet meer als een ladinge zuijker durvden eijsschen, toen ook maar om een schip verzogt, in beguip dat ik het daarmeede wel stellen zoude op die wijze als uw Hoog Edelheedens toen vertoond is, gelijk ook zulx dit Jaar gelukt is, en waar„ „om ik wel speciaal hebbe laten uijtstroogjen dat dat er weder nog een tweede schip stond te ko„ „men, gelijk de twee voorige Jaaren, of zedert de Nabab onze bezittinge aangetast heeft, het geen ik weet, dat men te Calicoet, ook vast gelooft heeft, maar voor de tweedemaal zoude ik hem zulks niet kunnen wijsmaken, en hij zou zomtijds, wanneer het enkele schip hier ter rheede moest ontlossen, onze Chia„ „loupen met zijn vloot, schielijk kunnen overrassen, alzo wij bij continuatie tussen Calicoet en hier klijne vaartuijgen op zekere distanties van elkander leggende, heeft, waar van het zuijdelijkste alles observeert; wat op onse kruijspost voor Aijkotta omgaat, en 'er dut met zeijnen, genoegzaam in een ogenblik op Calicoet kan gewaarschouwt worden, het geen men daar weeten wild; en daarom durve ik het niet meer op mij neemen, om maar een enkel schip te ver„ „zoeken, derhalven verzoeke ik, dat uw Hoog Edelheedens tog zo goed gelieven tezijn, om weder twee scheepen tezenden, en dat zo vroeg als uw Hoog Edelheedens maar met eenige mogelijkheijd doen kunnen: de onvermijdelijke noodzakelijkheijd daar van verpligt mij hier op zo sterk aantedringen onlangs
English
Recently arrived here from Goa is an ecclesiastic under the title of Father Governor, bearing letters of recommendation from the outgoing and incoming Governor-General of the Portuguese possessions in India, residing at Goa, and provided with a patent from the Archbishop of Goa, which father presented me with a written request, principally containing the petition to exercise spiritual governance over the Roman churches of the Company; translated copies of both of which are transmitted herewith. Since the Company conquered its possessions here from the Portuguese, the Roman clergy have indeed not been hindered in converting heathens and serving the Roman churches, but for good reasons it has always been sought to keep the Portuguese clergy out of the jurisdiction of the Company and out of the governance over the Roman churches of the Company, and it is not unknown how very much the Portuguese clergy have nevertheless always sought to insinuate themselves here imperceptibly again and to gain a following, which is easier for them to do than for those clergymen who are openly permitted here according to what was noted in my separate letters to the Netherlands of 12 October 1776 and 2 January 1777, sent in copy to Your Right Noblenesses. I say that the Portuguese clergy can easily gain a following here because all the Topasses, most of the white burghers, and very many inhabitants here still have the old Portuguese blood in them and are still Portuguese in their heart, which can best be observed whenever Portuguese ships arrive here, either from Europe or from Goa or from Macau, at which times one clearly sees the truth of the proverb, blood is thicker than water; so that I deemed it necessary to refuse this request immediately out of hand, the more so because we can rightly maintain this, as the Roman churches of the Company were formerly churches that were built by the Portuguese themselves, and thus, since the transition of the Portuguese possessions, have become lawful churches of the Company and have since also been governed by the Company. Therefore, I replied to this Father Governor in writing to his request, so that he might understand me correctly and might not make a wrong report to Goa, and for that reason I also gave this reply both in Portuguese and in Dutch, of which a copy is likewise transmitted herewith; while to the General of Goa I simply replied regarding the matter that in this regard I refer to the answer that I have given to the Father Governor. Meanwhile I have the high honor to remain with the greatest respect, beneath stood, Right Noble, Highly Esteemed, Far-ruling Lord, and Right Honorable, Valiant Sirs! Your Right Noblenesses' humble and obedient servant, was signed, A:n Moens. In the margin: Cochin, 31 March 1780. Agreed. J: A Dannicheus, Secretary. No 1: Right Noble, Highly Esteemed Lord! Presents to Your Right Noble, Highly Esteemed Lordship, Frei José da Soledade, Carmelite, Governor of the Diocese of Cochin, on behalf of her Sovereign the Queen of Portugal, which always belonged to the Bishop of Cochin, sent by His Most Faithful Majesty into the spiritual jurisdiction of the churches situated and located within the territory of the Noble Dutch Company, after the Dutch gentlemen took it; these lands which they lawfully possess; it being many years ago that these churches and these Christians have been outside their spiritual jurisdiction, submitting themselves to the Lord Bishop of Verapoly, and whereas the said Lord Bishop is prepared to hand over these churches in spiritual matters, well knowing that they belong to the Diocese of Cochin, provided that Your Right Noble, Highly Esteemed Lordship grants permission thereto. Therefore I request Your Right Noble, Highly Esteemed Lordship, upon the recommendation that we have from His Most Faithful Majesty, to have the goodness to grant that license, ordering that the said churches may be spiritually governed by us, declaring that we shall make no change in the secular authority and governance of the Noble Lords States of Holland, of whom we acknowledge to be vassals in temporal matters. Beneath stood: For the translation, Cochin, 11 February 1780. Was signed: S: v: Jongeren, Sworn Translator. Agreed. Adriaan Booteliek, First Clerk. No 2: To the Right Noble, Highly Esteemed Lord Adriaan Moens. Although by this same clergyman who is the deliverer of this letter I have had the honor to send to Your Right Noble, Highly Esteemed Lordship my other letter, in which I requested Your Right Noble, Highly Esteemed Lordship for the latter's final commands for my destination, which I go to seek at the Court of Portugal, I repeat that request anew with eagerness, it being my particular wish to have an opportunity to pay my respects to Your Right Noble, Highly Esteemed Lordship. At this same time I must tell Your Right Noble, Highly Esteemed Lordship that the said clergyman, who goes to govern the Christians of the diocese there, being sent by his own chief who has been appointed by my High Sovereign to remain here governing the Archdiocese, has requested me to recommend him to Your Right Noble, Highly Esteemed Lordship's worthy protection, which Your Right Noble, Highly Esteemed Lordship favorably knows how to bestow upon those who deserve it; and whereas that request touched me deeply, and I being persuaded of Your Right Noble, Highly Esteemed Lordship's friendship which has given me so much credit, I could not refrain from recommending him.
Dutch transcription
onlangs is van Goa alhier aangekomen een geestelijk Perzoon onder den titel van Pater Gouverneur, met voorschrijvinge van den afgaanden en aankomende Gouverneur Gene„ „naal van de portugeeze bezittingen in Jndien, Resideerende te Goa, en voorzien van een patent van den Aardsbisschop te Goa, welke pater mij ter hand stelde een schriftelijk verzoek, voornamentlijk inhoudende, om het geestelijk bestier te oeffenen over de Roomse kerken van de Comp: van welk een en ander hier nevens de getranslateerde af„ schriften overgaan zedert de Comp: haare bezittingen alhier van de portugeezen veroverd heeft, heeft men wel net de Roomse Geestelijkheijd in het bekeeren van Heijdenen en het bedienen der Roomse kerken belet, maar altoos om goede reedenen getragt, de Portugeeze Geesti„ „lijken uijt de Jurisdictie van de comp: en uijt het bestier over de Roomse kerken van de comp: te houden, en het is niet onbekend hoe zeer de portugeeze Geestelijken egter altoos getragt hebben hier ongevoelig weer inte„ „kruijpen en aanhang temaken, het welk door hun ligter tedoen is, als door die geestelijken, dewelke dewelke hier volgens het genoteerde bij mijn aparte na Nederland van den 12:' 8ber: 1776: en 2:' Janu: 1777: aan uw Hoog Edelheedens in copia toegezon„ „den, hier opentlijk gepermitteerd zijn, ik— zegge dat de Portugeeze geestelijkheijd hier ligten aanhang kan maaken, om dat alle de toepassen, de meeste blanke burgers, en zeer veele ingezetenen alhier, het oude portugeeze bloed nog in zig hebben en in hun haat nog portugees zijn, het geen men best kan ont„ „waaren, wanneer hier portugeeze scheepen, of uijt Europa odvan Goa of van Maccauw aankomen, als wanneer men duijdelijk het spreekwoord bewaarheijd ziet, het bloed kruijpt daar 't niet gaan kan, zodat ik nodig oordeelde, dit aanzoek maar ten eersten voor de vuijst weg te ontzeggen, te meer wij zulks met regt kunnen soutineeren alzo de Roomse kerken van de comp: bevoo„ „rens kerken zijn geweest, die door de Portu „geezen zelvs gebouwt, en dus zedert het over„ „gaan van de portugeeze bezittingen, wettige kerken van de Comp: geworden en zedert ook door de comp: bestierd zijn. Dus hebbe ik dezen Later Gouverneur op zijn verzoek schriftelijk geantwoord, op dat Hij mij mij regt verstaan, en geen verkeerd Rapport na Goa mogt doen, en daarom hebbe ik ook dit antwoord, zowel in't portugees als in't vol„ „lands gegeven, waar van hier nevens intge„ „lijks een afschrift overgaat; terwijl ik aan den Generaal van Goa, nopens de zaak een„ „voudig geantwoord hebbe, dat ik mij ten dien belange refereere, aan het antwoord, dat ik den pater Gouverneur gegeven hebbe Inmiddels hebbe de hooge eere met de meeste Eerbied te verblijven. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heer, en wel Edele Gestr: Heeren! uw Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorzame Dienaar /:was getekent:/ A:n Moens /:in margine:/ Cochim den 31:' Maart 1780: — accordeerd J: A Dannicheus Le Crets N„o 1: Wel Edele Groot Agtb: Heer! Vertoond aan Uwel Edele Groot Agtb: Fre Jeze da Solidade, Carmeliet, Gouverneur van het Bisdom van Cochim, van weegen haare souverain de konin„ „ginne van Portugal, die altoos toebehoorde aan den Bisschop van Cochim, gesonden door zijn alder Getrouwste Majesteit in de Geestelijke Jurisdictie van de kerken staande ende Geleegen in het Jerrein van de Edele Hollandse Comp:, na dat de Heeren Hollanders het genomen hebben; deeze landen die zij wettiglijk possideeren; zijn veele jaaren geleeden dat die kerken en die Christenen buijten haare Geeste„ „lijk Jurisdictie zijn, zig onderwerpende aan den Heer Bisschop van Warapollij, en dewijl gem: Heer Bisschop bereijd is die kerken in het Geestelijk overtegeven, wel weetende dat zij Com„ „piteeren aan het Bisdom van Cochim. mits dat vwel Edele Groot Agtb: daar toe permissie verleend Derhalven versoeke vwel Ed: Groot agtb: /: op de recommandatie die wij hebben van zijn alder getrouwste Majesteit / de goedheijd te hebben die licentie te verleenen, ordonnee„ „rende „rende dat gem: kerken door ons in het geestelijk mogen werden bestiert, betuigende dat wij geen verandering maken zullen in het wereldlijk gezag en bestier van de Edele Heeren Staaten van Holland van wien wij erkennen te zijn vassalen in het wereldlijk. /:onderstond:/ voor de Translatie Cochim den 11. februarij 1780. /: was getekend:/ S: v: Jongeren G: Translt: Accordeert. Adriaan Booteliek Ly klerk N„o 2: Aan den wel Edele Groot Achtb: Heer Adriaan Moens Alhoewel ik per deesen selfden geestelijk welke den bestelder deses is, d'eer gehad heb aan uwel Edele Groot Achtb: te doen toekoomen mijnen anderen brief bij welke ik uwel Edele Groot Achtb: versogte om den selver laatste beveelen, in mijne distinatie, welke ik gaa zoeken in het hof van Portugaal, zoo repeteer ik dat versoek op nieuws met empressement, als zijnde mijn bijsondere wensch na gelegentheid om uwel Edele Groot Achtb: te eerbiedigen ter deser selvertijd moet ik uwel Edele Groot Achtb: zeggen dat gem: geeste„ „lijk dewelke gaat om de Christenen van het bisdom aldaar te regeren werdende gesonden door desselfs eijgen opperhoofd dat door mijne hooge souveraine is benoemt alhier het aardsbisdom te blijven bestieren mij heeft versogt, hem te recommandeeren in uwel Edele Groot Achtb: waardige protexie, welke uwel Edele Groot Achtb: gunstiglijk weet indagtig te zijn, den geenen die het verdienen dan dewijl dat versoek mij zeer ontroerde, en ik gepersuadeert van uwel Edele Groot Achtb: vriendschap welke mij zoo zeer heeft g'acrediteert zoo heb ik niet moogen afzijn, om hem
English
to promise him to take this trouble upon myself, assuring Your Right Honourable Sir that whatever Your Right Honourable Sir does for him will be of great use. I shall not only regard all the favours that Your Right Honourable Sir shows him as well spent, but believe also that the same will oblige me as well as him to a particular debt of gratitude, under a continuous declaration of how much I am indebted, to testify with all due consideration that I am, was written below, Your Right Honourable Sirs faithful friend and humble servant, was signed, D: Joze Pedro da Camara, in the margin, Goa, the 9th of November 1779, was written below, for the translation, was signed, J: van Jongeren, sworn translator. Agrees, Adriaan Bootliek, Second Clerk. Number 3: To the Right Honourable Sir Adriaan Moens. Having taken over the possession of the Government of the Portuguese states of India and Asia, I proceed to make known to Your Right Honourable Sir that I have been shown the attention and readiness with which Your Right Honourable Sir has kindly favoured the vassals of the high and mighty state, and assisted them in whatever pertained to them. Expressing my acknowledgement and gratitude to Your Right Honourable Sir, I assure Your Right Honourable Sir that you will find in me a corresponding correspondence. The Most Faithful Queen of Portugal, my sovereign, has now sent the Bishop of Cochin, though according to royal right, of the clergy to be found among Christianity, and in the churches of Asia. He remains here to administer the Archdiocese by order of Her Majesty, and sends a Governor to the aforesaid Bishopric, who is a clergyman who will call at the city of Cochin, to exercise the ecclesiastical jurisdiction in the said Bishopric, and is adorned with intellect and other virtues suited to his character. I request Your Right Honourable Sir to be pleased especially to grant and accord him your kind protection, help, and favour, so that he may be obeyed by the clergy and Christians, and that he may peacefully and freely exercise his ministry without hindrance; and I wish for an opportunity to show Your Right Honourable Sir my readiness, constantly offering my attention concerning the subjects of the united state and of Their High Mightinesses. Having information that the Captain of Sea and Land Nicolao Delgado Figueira de Cunha Dena, and his ship named Madre de Deos, have been assisted by Your Right Honourable Sir with that which he had requested as relief, the same shall be paid for by the frigate that is about to depart to escort the Macao ship. May God preserve Your Right Honourable Sir for long years. Was written below: Your Right Honourable Sirs very ready servant. Was signed: D: Federico Guilherme de Souza. In the margin: Goa, the 9th of November Anno 1779. Was written below: For the translation. Was signed: J: van Jongeren, sworn translator. Agrees, Adriaan Pootvliet, Second Clerk. Number 4: Dom Brother Manoel a Santa Catharina, Discalced Carmelite Religious of the Order of the Ever-Virgin Mary of Mount Carmel, and of the Reform of Santa Theresa, by the grace of God and of the Holy Apostolic Faith Bishop of Cochin, and Governor of the Archdiocese of Goa with all the ordinary jurisdiction without excluding anything, of the Council of His Most Faithful Majesty, whom God preserve, etc. To all our subordinates, and especially the inhabitants and residents of the territory of Cochin and its environs, health and blessing. We make known that, considering the cares and occupations in which we are placed as Governor and Administrator of the Principal Archdiocese of Goa, and we not being able personally to govern our Bishopric of Cochin, and to perform our inevitable duty toward those sheep with spiritual nourishment and salutary instruction, we let the same be governed by the person who could perform our pastoral duty; and trusting in the learning, virtues, and abilities which the person of the Reverend Brother Joze de Soledade, Discalced Carmelite Religious, possesses, and that he would be able to govern exactly in spiritual matters the aforesaid sheep of our Bishopric of Cochin, as befits the service of God and of us, and justice, we have thought proper, so long as we send no contrary order, to elect and appoint him as Episcopal Administrator and Spiritual Governor of our Bishopric of Cochin and the neighbouring lands, and as such we give all the ordinary jurisdiction that is required for the exercise of that office, which he shall exercise in all its territory belonging to its true administrators, judging all matters concerning spiritual law, visiting in person and through his visitors all the places of his jurisdiction belonging to our Bishopric, appointing Staff Vicars, suspending the elected ones if it is necessary, and presenting to all the churches the benefices that pertain to our name, and that of the King our Lord as Governor and Perpetual Administrator of the Knighthood and the Order of our Lord Jesus Christ, and at the same time examining and punishing all the crimes that can be recognized before spiritual courts, granting appeal to the parties in case
Dutch transcription
hem te belooven deese moeijte op mij te zullen neemen versekerende ik uwel Edele Groot Achtb: dat het geen uwel Edele Groot Achtb: aan hem doed van nut te zullen zijn. — ik zal alle de gunsten die uwel Edele Groot Achtb: aan hem bewijst niet alleen aan„ „merken als wel besteed, maar geloofd ook, deselve mij zoo wel als hem zal verpligten tot een bijsondere verpligting tot dankbaarheijd, onder een steeds duu„ „rende verklaaring hoe zeer ik verschuldigt ben, te betuijgen met alle verpligte Consideratie dat ik ben /:onderstond:/ uwel Edele Groot Achtb: ge„ „trouwe vriend en ootmoedigen dienaar /was getek:/ D: Joze Pedro, da Camara /:in margine:/ Goa den 9: November 1779: /:onderstond:/ voor de Translatie /was get:/ J: van Jongeren geswoore Translateur Accordeert Adriaan Bootliek Agklerk N„o 3: Aan den wel Edele Groot Agtb: Heer Adriaan Moens. Overgenoomen hebbende de possessie van de Regeering der Portugeeze staaten van India en Azia, gaat ik over vwel Edele Groot Agtb: bekent te maaken dat mij vertoond is de attentie en bereijdvaardigheid met welke wel Edele Groot Agtb: goedgunstiglijk heeft begunstigt de vasalen van den hoog magtigen staat, en hen behulpsaam Geweest in het geen hen toe„ „behoorden, onder demonstratie mijner erkentenisse en dankzegging aan Vwel Edele Groot Agtb: verseekere ik vwel Edele Groot Agtb: in mij te zullen vin„ „den een Gelijkstandige Correspondentie. De allergetrouwste koninginne van Portugaal mijne vorsten heeft thans gezonden den Bisschop van Cochim, dog volgens koninglijke Regt, van de Geestelijken te vinden onder het Christendom, en in de kerken van Azia. Hij blijft de Aards„ „bisdom alhier administreeren op ordre van haare Majesteit, en send een Gouverneur na voorsch: Bis„ „dom, welke is een Geestelijk perzoon die de stad Cochim zal aandoen, om te Exerceeren de kerkelijke Jurisdictie in Gem: Bisdom, en is verciert met verstand en andere deugden, gelijkstandig zijn Caracter. Jk versoek uwel Ed: Groot Agtb: hem specialijk te willen vergunnen en toestaan desselfs goedgun„ stege „ „stige protectie, hulp en gunst, op dat gehoorsaamt mag worden door de geestelijken en Christenen, en dat hij vreedig, en vrijelijk exerceeren mag zijne bediening, sonder hindernis, en ik wensche na Gelegentheijd om vwel Ed: groot Agtb: te toonen mijne bereijdvaardigheijd, onder aanbieding steeds mijner attentie, omtrend de onderdaanen van de gunieerde staat en van Hún Hoog Mogende. Kundschap hebbende, dat den Capitain ter Zee en Lande Nicolao Delgado Figueira de Cunha Dena, en zijn schip Gent: Madre de Deos, door vwel Edele Groot Agtb: is g'adsisteert met het geen den selven tot onderstand had versogt, zullen deselve werden voldaan per het fregat dat staat te vertrekken om het Macaos schip te Conduceeren. God bewaare vwelEd: Groot- Agtb Lange jaren. /onderstond:/ V wel Edele Groot Agtb: zeer bereijdvaardigen Dienaar. /: was getekend:/ D: Federico Guilherme de Souza. /:in mar„ gine. /. Goa den 9. November A:o 1779. /:onder S: V: „stond:/ voor de translatie. /:was getekend:/ Jongeren. Gesw: Translateur. Accordeert Adriaan Pootvliet Dyklok N„o 4: D Fr. Manoel à Sta Catharina Rele„ „gieus Carmeliet, barvoeter van de ordre van de altijd maget Maria van den berg Carmelle, en van de re„ „formatie van S=ta Theresa door gods genade, en van het heilig apostolijk geloof bisschop van Cochim, en gouver„ „neur van het aerdsbisdom van Goa met alle de ordi„ „naire Jurisdictie sonder iets uit te sluijten uijt de vergadering van zijn alder getrouwste Majesteit die God bewaare &=a Aan alle onze onderhoorige, en speciaal de Jnwoon„ „ders, en habitanten van het territoir van Cochim en zijne nabuuren, gezondheijd en zeegen wij maken bekent dat overweegende de sorge, en occupatien waar in wij gesteld zijn als Gouverneur en administrateur van het hoofd aardsbisdom van Goa, en wij niet in staat zijnde per„ „soonelijk teregeeren onse bisdom van Cochim, en onsen onvermijdelijke pligt te betragten omtrent die scha„ „pen met het geestelijke voetsel, en de heilsaeme onder„ „wijsing, laeten wij het selve regeeren, door de persoon, die onse herderlijke pligt zoude konnen waernemen en vertrouwende, op de Letters, deugden, en bequaemhee„ „den, die de persoon van den Eerw Jr Joze de Soledade religieus relegieus Carmeliet bardoeter bezit, en dat hij Exact zoude konnen regeeren in het geestelijk, de voorschreeven schae„ „pen van onsen bisdom van Cochim, zoo als den dienst gods, en ons, ende Justitie betaemt, hebben wij goed ge„ „vonden, zoo lange wij geen Contrarie ordre senden, hem te Eligeeren, en aan te stellen als bisschoppelijke ad„ „ministrateur, en geestelijke Gouverneur van onse bis„ „dom van Cochim, en de nabuurige landen en als zulx geven wij alle de ordinaire Jurisdictie die precis is tot Exercitie van dat ampt. welk hij Exerceeren zal in alle zijne territoir toebehoorende aan zijne egte ad„ „ministrateurs, oordeelende alle de zaaken rakende het geestelijk regt, visiteerende voor zig, en voor zijne visitateurs alle de plaetsen van zijn Jurisdictie toe„ „behoorende aan onse bisdom, stellende vicarissen van staff, suspendeerende de g' Eligeerde, zoo het noodzae„ „kelijk is, en presenteerende aan alle de kerken de wel„ „daden, die op onse naem aangaan, en die van den ko„ „ning onsen heere als Gouverneur en Euwige admini„ „strateur van de Cavallerie, en de ordre van onsen Heere Jezus Christo, en teffens Examineerende en straffende alle de Crimen die voor geestelijke regten kan erkent werden, verleenende appel aan de parthijen ingevalle
English
they wish to summon before our court, for which we grant all jurisdiction as is customary in law, all of which we do in the royal name of his majesty; and he, the administrator, shall be permitted to exercise all functions belonging to his office, except those that are essentially episcopal, such as blessing the holy oil and conferring orders; and within all the aforesaid jurisdiction, our administrator, in case of lawful impediment or absence, may appoint competent subjects to attend to those duties, upon whom we also confer the aforesaid jurisdiction, in so far as they do not report to us to be confirmed; all of which we do because we understand that upon the said episcopal governor and his appointees we shall be all the better able to rest our conscience; and there shall also remain attached to that administration all revenues and benefits belonging thereto, and which his predecessors enjoyed; and thus we order, under penalty of excommunication ipso facto, and five hundred Cruzaden for the benefit of our principal church and the bull of the crusade, to all the inhabitants of Cochim and its jurisdiction, that they must recognize the said Fr: Joze de Solidade as their lawful prelate and obey him in everything that concerns his office, he first taking the oath upon the Holy Gospels in the presence of some vicars or ecclesiastical persons who reside in our diocese, whom we command to be pleased to receive it in our name with the witnesses who shall have signed the act of the oath, which shall be placed in the book of our Episcopal Chamber, where it shall be registered word for word, as well as our Bulls, upon which oath, touching the Holy Gospel, it shall serve for the well-being and faithful governance of his jurisdiction; and the same shall also be practiced regarding the ecclesiastic who, due to lawful impediment, should act in his place until such time as we confirm it or make other provision; and this same shall be received for the execution of the aforesaid orders which our aforesaid actual governor has received; and so that we might have notice of everything, we have let this pass. Given in the court of Goa at our residence under our signature and the great seal of our arms, the 18th of November 1779. I, Father Joze Francisco de Albiquergue, by order of his Excellency, have caused this to be written /:signed:/ Bishop of Cochim, Governor of Goa /:underneath was signed:/ Joze Francisco de Albuquerque: Provision whereby his Excellency sees fit to nominate as episcopal administrator and ecclesiastical governor of the diocese of Cochim with its dependencies, the Reverend Frei Joze de Soledade, Barefoot Carmelite, and in his absence the priest whom he shall appoint, all for the above-mentioned reasons /:underneath:/ For the translation, Cochim the 11th of February 1780 /:was signed:/ S: van Jongeren, sworn translator. Agreed. First Clerk, Adriaan Boobvliek. No. On the request of Father Governor Fre Joze da Soledade, namely, that I should permit the Roman churches belonging to the Dutch Company here, and which are assumed to be under the spiritual care of the Bishop of warapolij, to be handed over to the said Father Governor, as something to which the Bishop of warapolij would be willing; let it serve: That Portuguese ecclesiastics have never been tolerated in the lands under the Dutch Company, and that much less has any authority over churches been granted to them therein. That his predecessors, who indeed styled themselves Bishops of Cochim, nevertheless never made such a request, but exercised their ecclesiastical dignity over their diocese outside the jurisdiction of the Honourable Company. That the Bishop of warapolij has not the least ecclesiastical authority over the churches of the Dutch Company, since those churches are governed solely by the Dutch Company, and even the vicars of those churches are appointed thereto by the Company through written deeds, and that we also have no knowledge that the Bishop of warapolij exercises any ecclesiastical authority over the churches of the Company, since we would otherwise have to prevent him from doing so. That therefore the Bishop of warapolij cannot transfer what he himself does not possess, unless he might understand thereby an imaginary authority or the supply of ecclesiastics from the seminary of warapolij, because the Chief Commander here sometimes avails himself of the Bishop of warapolij in appointing a vicar, namely to seek out a competent vicar. That since we have no order from our High Superiors to let Portuguese ecclesiastics interfere, directly or indirectly, with churches that stand under the Dutch Company, I am therefore under the necessity of declaring that I cannot grant the aforesaid request; but That for the rest, the Father General may govern his diocese, the seat of which is properly Poetencherra, as his predecessors have done, wherein no hindrance will be caused to him on the part of the Dutch Company. Cochim the first of March 1780: /:was signed:/ A:n Moens. Agreed. Arriaan Pooteliek, First Clerk. No 11. Separate Copy Batavia To his High Nobility The High Noble Great Honourable Lord Reijnier De Klerk Governor General Together with The Right Noble Rigorous Lords Councillors of Dutch India High Noble, Great Honourable, Widely-ruling Lord, Right Noble Rigorous Lords! In continuation of my last of the 2nd of January, I now have the honour to inform your High Nobilities that the stockades between Cranganoor and Aijkotta mentioned therein have recently been entirely completed, and that in such manner that although and
Dutch transcription
zij voor onse regtbank willen betrecken, waar toe wij alle de Juriddictie toestaan, zoo als bij de regten ge„ „bruijkelijk, het welk wij alle doen uijt de koninglijke naam van zijn majesteijt, en hij administrateur zal mogen Exerceeren alle de functien, aan zijn chargeer, Compiteerende uijtgesondert de welke wesentlijk bis„ „schoppelijk zijn als de heilig olij te Zegenen, en de ordres tegeven, en in alle de voorschreeven Jusisdictie mag on„ „ze administrateur door wettelijke verhindering, of absen„ „tie noemen, bequaeme subjecten om die pligten waarte„ „nemen, aan wien wij ook de voorschreeven Jurisdictie verleeven, zoo verre zij bij ons niet melden om geconfir„ „meert te worden, alle het welke wij doen om dat wij verstaan, dat op gem: bisschoppelijke Gouverneur en zij„ „ne aantestellene wij onze giwisse des te beter zullen konnen rusten; en zal bij die administratie ook an„ „nex blijven alle de inkomsten en voordeelen daar toe„ „behoorende, en dewelke zijne voorzaeten genooten hebben; en dus ordonneeren wij, subpeene, van Excom„ „municatie ipso facto, en vijf hondert Cruzaden ten voordeele van onse hoofd kerk, en de bulle van de kruijs„ „togt aan alle de Jnwoonders van Cochim, en dies ressort, moetende gem: Fr: Joze de Solidade. Erken„ „nen „nen voor hunne wettige prelaet, en in alles gehoorsa„ „men, wat zijn officie betreft, doende Eerstelijk den Eed op de heilige Evangelie in presentie van eenige vica„ „rissen of terkelijke persoonen, die in onse bisdom huijs houden, wien wij beveelen te willen ontfangen uijt onse naam met de getuijgens, die de acte van den Eed zullen getekent hebben, dewelke zal gesteld worden in het boek van onse Episcopale kamer, alwaar zal geregistreert worden van woord tot woord. als ook onse Bullen, op welkers Eed met aanraking van het heilige Evangelium zal het strekken tot wel zijn en getrouwlijk regeering zijne Jurisdictie, en het selve zal omtrent de geestelijk ook geprac„ „tiseert worden, die door de wettelijke verhindering zijne plaets zoude fungeeren tot zoo lange wij niet Con„ firmeeren, of andere providentie geeven, en dit selfde zal werden ontvangen ter uijtvoering van voorschreeven ordres, die voorsz: onse actueele Gouverneur ontvangen heeft, en op dat wij van alles notitie zoude bekomen hebben wij dit laeten passeeren. Gegeven in het hoff van Goa in onse residentie onder onse hand te„ „kening en groot Zegel van onse wapenen den 18:' No„ „vember 1779. ik den pater Joze Francisco de Albiquergue ter ter ordre van zijn Exellentie heb laten schrijven /:getekend:/ bisschop van Cochim Gouverneur van Goa /:onderstond/ getekend:/ Joze Francisco de Albuquerque: Provisie waar bij zijn Excellentie goed vind te nomineeren bis„ „schoppelijke administrateur, en kerkelijke Gouverneur van het bisdom van Cochim, met dies onderhoorig„ „heeden, den Eerw: Frei Joze de Soledade Carmeliet barvoeter, en in zijn absentie den priester die hij be„ „noemen zal, alles om de boven gem: motiven /:on„ „derstond:/ voor de Translatie Cochim den 11. Febr: 1780 /:was getekend:/ S: van Jongeren g:' transl:t Accordeert Egklerk Adriaan Boobvliek N„o. op het verzoek van den Pater gouverneur Fre Joze da Soledade, namendlijk, dat ik zoude permitteeren, dat de Roomse kerken, aan de Nederlandsche Compagnie alhier toebehoorende, en die verondersteld worden, onder de Geestelijke zorge van den Bisschop van warapolij te staan aan Item Pater Gouverneur overgegeven werden, als iets waar toe, de Bisschop van warapolij bereijdwillig zoude zijn; zo diend Dat de portugeese Geestelijken nimmer ge= „tollereerd zijn, in de landen, onder de Nederland= „se Compagnien staande, en dat Hun veel min daar in eenig gezag over kerken toegestaan is. Dat zijne voorzaaten, die zig zelfs wel Bis= „schoppen van Cochim hebben getituleerd, egter nimmer diergelijken verzoek gedaan, maar Hun kerkelijke waardigheijd over Hun Bisdom ge-oeffend hebben, buijten de Jurisdictie van de ECompagnie. Dat de Bisschop van warapolij geene het minste kerkelijk gezag heeft over de kerken van de Nederlandsche Compagnie, alzo die kerken alleen door de Nederlandsche Comp: bestierd bestierd worden, en zelvs de vigaires van die kerken, door de Comp: bij schriftelijke actens daar toe aangesteld worden, en dat wij ook geen ken= „nisse dragen dat de Bisschop van warapolij eenige kerkelijke gezag voert over de kerken van de Compagnie alzo wij htem zulks anders zoude moeten beletten. Dat derhalven de Bisschop van warapolij niet transporteeren kan, het geen Mij zelfs niet heeft ten waare Hij daar door mogt ver= „staan, een imaginair gezag of de Leverantie van geestelijken uijt het seminarium van warapolij, om dat de Hoofd Gebieder alhier in de aanstellinge van een vigair zig zomtijds wel eens van den Bisschop van warapolij be= „diend, namendlijk om een bekwaam vigair uijttezoeken. Dat dewijl wij geen order van onze Hooge superieuren hebben, om Portugeezen geestelijken direct nog indirect zig te laten bemoeijen met kerken, dewelke onder de Nederlandsche Compagnie staan, ik derhalven in de noodzaa= „kelijkheijd ben, om te verklaaren, dat ik het voorschr: verzoek niet kan toestaan; dog. Dat Dat de Pater Generaal voor het overige zijn Bisdom, waar van de zeetel, eijgendlijk is Poe= tencherra kan gouverneeren, zo als zijne voorzaaten hebben gedaan, waar in Item van wegens de Nederlandse Compagnie geen hinder zal werden toegebragt Cochim den Eersten Maart 1780: /:was geteekend:/ A=n Moens. accordeerd Arriaan Pooteliek Lijklank No 11. Copia Apart Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Reijnier De Klerk Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndia Hoog Edele, Groot Agtbaare wijdgebiedende Heer, Wel Edele Gestrenge Heeren! Ten vervolge van mijn laatste van den 2: Janu: hebbe tens de eere uw Hoog Edelheedens te bedee= „len, dat de daar bij vermelde paggerjes tusschen Cranganoor en Aijkotta dezer dagen ten eene= „maal ge-absolveerd zijn en wel zodanig, dat schoon en
English
although the islands of Moetoecoenoe are here and there marshy and also separated from each other in several places by creeks, the palisades nonetheless now have good communication with each other by means of dams and the laying of trees; I have even constructed three palisades instead of two, so that, in view of the great distance between Cranganoor and Aijkotta, they might all the better support one another: the marshy grounds, which had to be filled in at several places, and the multitude of trees, which had to be felled on the opposite side and brought over here, have delayed the work somewhat, and I began toward the end to fear that it would not be completed before the onset of the bad monsoon, which would have severely disarranged me; but through force of manpower and especially through the aid of Trevancoor and Cochim coolies, everything was completed in time: and since in the river between Cranganoor and Aijkotta there lie islets that were densely overgrown and could be of use to the enemy, I have not only had the thickets and undergrowth on them cleared away, but also had them torn out of the ground with roots and all, so that they might not quickly grow again; so that those islets now stand completely bare and barren, and no one can remain upon them without being seen from the palisades: all this together cost rop:s 6880:; Majors wohlfarth and Engelert have been there repeatedly; Captain Lieutenant stipp has had virtually the daily supervision of it, and the Surveyor krause has remained with it from the beginning to the end, as this last-mentioned person indeed took great pains there and had to walk in the sun for whole days; I myself inspected all this more closely in recent days, but it appeared so well to me that, in order to make a round sum of rop:s 7000: of it, in the hope of Your Right Excellencies' favorable approval, and to somewhat encourage such a person in his service, I gave the remainder, amounting to rop:s 120:—, to the Surveyor for his extraordinary trouble, instead of double board money, which truly would have been too small in this commission, since he alone has worn out more in clothes than his double board money would have amounted to; and now I know of nothing more that is required here for improvement and reinforcement. Furthermore, I find myself obliged to inform Your Right Excellencies that on 9 April last, from Patna, the residence of Haider Alijchan, I received word from a French officer (with whom I have been in correspondence for some time and whom I have also brought so far into my interests that he imparts to me everything he hears there) that a nephew of the Candian prince had arrived there and requested aid from the Nabab against the Dutch, and also that the nephew of the Nabab Machomet Alij, who some time ago (this is a known matter) absented himself from his uncle and recently stayed at goa, had also arrived at Patna to see the Nabab, with a request for the Nabab's protection against his uncle, without it being known what effect both those petitions have had; all of which, especially the petition of the Candian prince, I immediately thereafter imparted overland, or rather via Tutucorijn, to the Ordinary Councillor and Governor of Ceilon Falck, and that of Machomet Alij's nephew to the Governor of Cormandel van vlissingen. I can well believe that an application has been made to the Nabab on behalf of the Candian prince, and that he will not turn down the Candian prince, but will, as they say, keep him in tow, but I cannot see that he can directly harm Ceilon for the present, so long as Machomet Alij is in his way, all the less so as his naval force is not large enough to undertake something across the sea so far from home; I have, however, immediately had a special inquiry made concerning this, and I daily await further news thereof, since I have managed to secure not only one Brahmin, but, besides the one who was there recently, now also a second Brahmin, who, going around behind the mountains by almost unknown routes, not only go to Patna and spy for me, but also allow themselves to be used in the correspondence with the aforementioned French officer: and if I should hear anything further concerning the request of the Candian prince, I shall likewise immediately impart it to the aforementioned Mr. Falck. Meanwhile, matters between the Nabab and us still stand as before, or as I last reported in my separate letter of 31 March. In my separate letter of 2 Janu: last, I informed Your Right Excellencies that the brother
Dutch transcription
schoon de Eijlanden Moetoecoenoe hier en daar moerassig en ook verscheijde plaatsen door spruijten van elkander gescheijden zijn, de paggers egter door dammen en het leggen van boomen met elkan= „der nu een goede Communicatie hebben; zelvs hebbe ik in steede van twee, wel drie paggers aangelegd, op dat dezelve uijt hoofde van de groo= „te distantie, die er tussen Cranganoor en Aijkotta is, des te beter elkander zouden kunnen secundee= „ren: de mourassige gronden, die op verscheijde plaatsen gedempt en de menigte van boomen, die aan de overkant gekapt en dit heen gebragt moesten worden, hebben het werk wat lange tegen gehouden, en ik begon op 't laatst al bedugt teworden, dat het niet klaar zoude gekomen zijn, voor het invallen van de quade mousson, het geen mij zeer zoude gederangeerd hebben, maar door magt van volk en inzonderheijd door behulp van Trevancoorse en Cochimse Coelijs, is alles nog in tijds klaar gekomen: en dewijl in de revier„ tussen Cranganoor en Aijkotta Eijlandjes leggen, die digt bewasschen en voor de vijand van nut zouden konnen zijn, zo hebbe ik de bosschagies en ruijgten van dezelve niet alleen laaten weg= „kappen, maar ook met wortels en al uijt den grond doen rukken, op datze niet weder in korten mogten mogten aangroeien; zo dat die Eijlandjes nu ten eenemaal bloot en kaal staan, en er zig nie= „mand op onthouden kan, zonder uijt de paggers gezien teworden: dit een en ander, kost tesamen rop:s 6880:; de Majoors wohlfarth en Engelert hebben er eens en andermaal na toe geweest; de Capitain Lieutenant stipp heeft er genoegzaam het dagelijks toezigt opgehad, en de Landmeeter krause, is er van den beginnen af, tot op het eijnde toe, bijgebleeven, als hebbende deze laatste daar, in der daad veel moeite gedaan en geheele dagen in de zon moeten loopen; ik hebbe het een en ander dezer dagen zelvs nog eens nader be= „zigtigd, dog het is mij zo wel voorgekomen, dat ik, om er een ronde som van rop:s 7000: van temaken, in hoop van uw Hoog Edelheedens guns= „tig welduijden, en om zo iemand in zijn dienst wat aantemoedigen, het overige ten bedrage van rop:s 120:— aan den Landmeeter voor zijn extra ordinair moeijte gegeven hebbe, in steede van dubbeld kostgeld, dat waarlijk in deeze Commissie te gering zoude geweest zijn, alzo Hij alleen aan kleederen meer versleeten heeft, als zijn dubbeld kostgeld zoude bedragen hebben; en nu weet ik niets meer, dat ter verbeete= „ringe en versterkinge alhier nodig is. wijders wijders vinde mij verpligt uw Hoog Edelhee= „dens kennisse tegeven, dat ik den 9: April J:o leeden uijt Patna de Residentie plaats van Haider Alijchan van een Frans officier (met wien ik zedert eenigen tijd in Correspondentie ben„ en wien ik ook, zo verre in mijne belangens gekreegen hebbe, dat Hij mij alles bedeeld, wat wij daar hoord / narigt gekreegen hebbe, dat daar een Neef van den Candiasen vorst zoude gekomen zijn, en van den Nabab hulpe verzogt hebben, tegen de Hollanders, zomeede dat de Neef van den Nabab Machomet Alij, die over eenigen tijd (dit is een bekende zaak ) zig van zzijn oom ge-absenteerd en zig laatst te goa opgehouden heeft, ook te Patna bij den Nabab zoude gekomen zijn, met verzoek, om 's Nababs protectie tegen zijn oom, zonder teweeten, van wat effect bijde die aanzoeken geweest zijn; welk een en ander, inzonderheijd het aanzoek van den Candiasen vorst, ik daar op onmiddelijk overland of eijgentlijk over Tutucorijn aan den Heer ordi= „nair Raad en Ceilons gouverneur Falck, en dat van Machomet Alijs Neef, aan den Heer Cormandels Gouverneur van vlissingen bedeeld hebbe. Jk wil wel gelooven, dat er van wegens den Candiasen Candiasen vorst aanzoek gedaan is bij de Nabab, en deze, den Candiasen vorst niet afwijzen, maar gelijk men zegt, op sleeptouw houden zal, dog ik kan niet zien, dat Hij Ceilon, voor eerst direct quaad kan doen, zo lange Machomet Alij Hem in den weg is, te minder zijne zeemacht, niet groot genoeg is, om over zee zo verre van hounk iets te onderneemen; ik heb egter, hier om= „trend ten eersten speciaal onderzoek laaten doen en ik verwagte dagelijks nadere tijdinge daar van, dewijl ik niet alleen een braminees, maar behalven de geen, die er laatst geweest is, nu ook nog een tweede braminees hebbe weeten aan de hand te krijgen, die agter het gebergte om, door bij na onbekende wegen, voor mij niet alleen na Patna gaan en spioneeren, maar ook in de Correspondentie met gem: Frans officier, zig laaten gebruijken: en als ik no= „pens het aanzoek van den Candiasen vorst iets nader mogt hooren, zal ik zulx almeede ten eersten aan evengem: Heer Falck bedeelen. Jntussen staat het met den Nabab en ons nog als bevoorens of zo als ik laatst bij mijn aparte van den 31: Maart opgegeven hebben. Bij mijn aparte van den 2: Janu: J:o leeden hebbe ik uw Hoog Edelheedens bedeeld dat de Broeder
English
Brother or successor of the deceased Paljetter had gone on a distant journey and was daily expected to return, but just recently news has arrived that he has passed away on his return journey, and the king has also, according to custom, notified me thereof by an express letter, so that according to the Mallabaar custom his sister's son, a youth of 15 years, succeeds, during whose minority the affairs will continue to be administered, as I had the honour to mention to Your Right Excellencies in the aforementioned separate letter of the 2nd of January. Having received no counter-orders regarding the sending of sipais thither, pursuant to my last separate letter of the 31st of March last, I have the honour to send to Your Right Excellencies at present another 100 voluntary and brisk sipais, consisting of 1 Captain, 1 Lieutenant, 1 Ensign, 4 Sergeants, 6 Corporals and 87 Privates under the command of the Lieutenant of the Ceylon Company of Captain Lever, Christoffel Fredrik Hofman; he has requested me for advancement, but I have referred him with this request to Your Right Excellencies and merely promised that I would submit his request to Your Right Excellencies: I can with reassurance give that testimony of him, which I have already given of him in my last separate letter, and I take the liberty to request advancement for him from Your Right Excellencies, since he has willingly undertaken this voyage solely on that hope, and I know no one better for these people than him: they are young and healthy people, who for the most part are accustomed to the smell of gunpowder, and if only some return who can tell how well off they are over there, then I hold myself assured that one will be able to obtain enough good sipais here who will gladly want to go thither; at least I send them with a good intention, because I know that Your Right Excellencies are so very destitute of people, and otherwise would not have demanded sipais from Nagapatnam, where one may have only been able to get poor folks; but I can assure Your Right Excellencies that these, and those already sent, are the right sort of sipais, and thus I hope that my good intention may carry Your Right Excellencies' approval. I have for some time now perceived an intrigue here of three brothers, somewhat related to the landlords named the Paijencherij Nairos, who secretly and without the knowledge of their family, not only correspond and associate with the Nabab's servants, but also let themselves be used to bring in, as if being expelled yet faithful subjects of the Company, various so-called secret reports, which the Nabab's ministers actually want spread abroad merely to keep our inhabitants in constant fear; yet although the Nabab's ministers will neither alarm me nor make me careless thereby, the conduct of these lads is nevertheless punishable and dangerous, and therefore I have long made efforts to catch them in the trap, which has also succeeded for me these days with one of the three, named Cunjo Caijmal, on the occasion that he had again been out so-called spying and came to deliver reports that were palpable disseminations and gasconades of the Nabab's servants, which person I have therefore deemed best not to leave here any longer, but to send to Your Right Excellencies, to be placed if not at the Cape then somewhere else, where he cannot do that evil which he can do here: his one brother I would almost have caught too, but he died just before, and the other brother, having got wind of it, has absented himself out of fear not only of me, but also of his family, who, having discovered his intrigue, are themselves tracking him down and wish to hand him over to me, so that for the present he too can do no more evil. On the list of the Moorish seafarers who have been placed on the Concordia, the last 10 individuals are struck off merely with this addition: without contract to remain yonder, for they are evildoers and intriguers from the Paponettij district, as is well known from the Mallabaar papers, that in the Paponettij there have always been Moors who occupied themselves with stealing and robbing, known under the name of Paponettij thieves: these, living as it were in the Paponettij, have remained living there and roam back and forth, robbing and stealing in and near the Cranganore area everything they can get, and do not even shrink from crimping our people and causing them to enter the service of the Nabab, which is why I have deemed best, when these people are apprehended, instead of letting them labour here on the public works, to let them serve on the vessels in the shipping season to learn the ship's work; and such are properly the 10 individuals who are now taken into service as Moorish sailors and placed on the ship, yet are excluded from the others, so that they should not, like the others (who have bound themselves for one year), be placed again on the Mallabaar ships and sent hither, but be placed on the ships to the east for as long as Your Right Excellencies please, since they can be of service there, and otherwise only do evil here; and with Your Right Excellencies' pleasure I shall henceforth always deal in such manner with those people who only do evil here and meanwhile are good for the sea service yonder. Meanwhile I have the high honour to remain with the utmost respect. At the foot was: High Noble, Right Honourable, Far-ruling Lord, and Well-born, Rigorous Lords! Your Right Excellencies' humble and obedient servant. Was signed: A.n Moens. In the margin: Cochim the 7th of May 1780. Lower: PS: so
Dutch transcription
Broeder of successeur van den overleden Paljetter op een verre togd gegaan was en dagelijks terug verwagt wierd, dog nu onlangs is er tijdinge ge= „komen, dat hij op zijne terug reijze overleeden is, en de koning heeft mij ook na usantie daar van met een expresse briev kennis gegeven, zo dat volgens de Mallabaarse usantie zijn zus= „ters zoon een Jongeling van 15: Jaaren succe= „deerd, geduurende wiens minder Jarigheijd, de zaaken zullen blijven bestierd worden, zo als ik bij voorschr: aparte van den 2: Januarij de eer had uw Hoog Edelheedens temelden. Jngevolge mijn laatste aparte van den 31=te Maart J:o leeden, geene Contra orders nopens het zenden van sipais na ginter, erlangd heb= „bende, zo hebbe de eere uw Hoog Edelheedens tans toeteschikken, nog 100: vrijwillige en flukse si= „pais, bestaande in 1: Capitain 1: Luijtenand 1: vaan= „drig 4: zergeants 6: Corporaals en 87: Gemeenen onder Commando van den Luijtenand bij de Ceijlonse Compenie van Capitain Lever, Chris= „toffel Fredrik Hofman; Wij heeft mij ver= „zogt om advancement, dog ik heb Htem met dit verzoek aan uw Hoog Edelheedens over= „geweezen en eenelijk beloofd, dat ik zijn ver= „zoek aan uw Hoog Edelheedens voordragen zoude zoude: ik kan met gerustheijd, dat getuijgenis van Item geven, het geen ik reets bij mijn laatste aparte van Hem gegeven hebbe, en ik be= „vrijmoedige mij om bij uw Hoog Edelheedens voor hem om advancement te verzoeken, alzo Mij eenelijk op die hoop gewillig deze Reijs aange= „nomen heeft, en ik niemand beter voor dit volk kenne als Hem: het is Jong en gezond volk, dat voor het grootste gedeelte de rauk van het kruijt gewend is, en als er maar eens eenige terug komen, die vertellen kun= „nen, hoe wel ze het ginter hebben, dan houde ik mij verzekert, dat men hier goede sipais genoeg zal kunnen krijgen, die gaarne na ginter willen gaan; ten minsten ik zendeze met een goed oogmerk, om dat ik weet, dat uw Hoog Edelheedens zo zeer om volk verleegen zijn, en anders van Nagapatnam geen sipais zouden ge-eijscht hebben, alwaar men mogelijk maar slegt volkje heeft kun= „nen krijgen; maar ik kan uw Hoog Edelhee= „dens verzekeren, dat deze, en de reets gezon= „dene het regte soort van sipais zijn, en dus hoope ik, dat mijn goede intentie uw Hoog Edelheed:s goedkeuring zal mogen wegdragen. Jk hebbe hier al eenigen tijd een gekonkel ontwaard ontwaard van drie Broeders, eenigzints geparen= „teerd aan de Landheeren gen:t de Paijencherij Nairos, die hijmelijk en buijten weeten van hun= „ne Familie, niet alleen net NNababs Bedien= „dens Correspondeeren en omgaan, maar zig zelvs ook laaten gebruijken, om quasie als ver= „drevene, dog getrouwe onderdanen van de Comp: deze en geene szo genaamde secreete berigten aantebrengen, die 's Nababs Ministers eijgentlijk willen uijtgestrooijt hebben, om onze ingezeetenen maar gedurig in vreeze te houden; dan schoon 's Nababs Ministers mij daar door niet zullen allarmeeren, nog zorgeloos maken, zo is egter het gedrag, van deze knaapen strafwaardig en gevaarlijk, en derhalven hebbe ik al lange moeite gedaan, om hun in de knip te krijgen, het geen mij dan ook dezer dagen gelukt is, met een van die drie, gen:t Cunjo Caijmal, bij gelegentheijd Hij weder zo genaamd uijt spionee„ „ren was geweest en berigten kwam aanbren= „gen, die handtastelijke spargementen en gasco= „nades van 's Nababs bediendens waren, welke persoon ik daarom best geoordeelt hebbe, niet langer hier telaten, maar aan uw Hoog Edelhee= „dens te zenden, om zo al niet na de Caab, dan ergens elders geplaatst teworden, alwaar wij dat 3: dat quaad niet kan doen, dat Mij hier doen kan: zijne eene Broeder, zoude ik bij na ook gekree= „gen hebben, maar die is effen tevooren overleeden, en de andere Broeder de snuf in de neus gekree= „gen hebbende, heeft zig ge-absenteerd uijt bedug= „tinge niet alleen voor mij, maar ook voor zijn Familie, die agter zijn gekonkel gekomen zijn= „de, Htem zelvs opspoord en mij overgeven wild, zo dat Hij nu ook voor eerst geen quaad meer doen kan. Bij de Lijst der Moorse zeevaarende, die op de Concordia geplaatst zijn, staan de laatste 10: stuks afgerakt eenelijk met deze bijvoeginge zonder verband om ginter teblijven, want ze zijn quaad doendens en konkelaars uijt het Paponettijse distrikt, gelijk uijt de Mallabaar= „sepapieren genoeg bekent is, dat er in het Paponettijse altoos mooren geweest zijn, die zig ophielden met steelen en rooven, bekend onder de naam van Paponettijse dieven: deze als in het Paponettijse woonende zijn daar blijven woonen en dwaalen over en weer, roo= „vende en steelende in en bij het Cranganoorse, alles wat ze krijgen kunnen, en ontzien zig zelfs niet, om ons volk te ronselen en in dienst van den Nabab tedoen overgaan, waarom ik ik best geoordeeld hebbe, dit volk, wanneer het opgepakt word, in steede van hier aan de alge= „meene werken te laten arbijden, in de scheepe tijd op de vaartuijgen te laten dienst doen, om het scheepswerk teleeren; en de zulke zijn eijgent= „lijk de 10: stuks, dewelke nu als Moorse mat= „troosen in dienst genomen, en op het schip ge= plaatst, dog van de andere uijtgezondert zijn, op dat zij niet, gelijk de andere (die zig voor een Jaar verbonden hebben) weder op de Malla= „baarse scheepen zoude geplaatst en dit heen ge= „zonden, maar zo lange als uw Hoog Edelhee= „dens believen, om de oost op de scheepen geplaatst zoude worden, dewijl ze daar van dienst kun= „nen zijn, en hier anders maar quaad doen; en ik zal met uw Hoog Edelheedens believen voortaan altoos met dat volk zodanig hande= „len, dat hier maar quaad doet en ginter in= „tussen goed voor den zee dienst is. Jnmiddels hebbe de hooge eere met de meeste eerbied te verblijven. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heer, en welEdele Gestrenge Heeren! uw Hoog Edelheedens onderdanige en Gehoorzame Die= „naar /:was geteekend:/ A=n Moens /:in mar= „gine:/ Cochim den 7: Meij 1780: /:Lager:/ PS: szo
English
Just as I was about to close this, I was further assured of what I had already heard a few days ago, though at that time regarded it only as a loose rumor, namely, that the Nabob's Governor of Calicoet has also seized a Macao ship there that came to fetch pepper, and is still detaining it. He had reproached the captain that the Macao traders sell their best goods at Cochim and only come to Calicoet to fetch what they cannot get at Cochim, and that he would certainly break them of that habit. And it is believed that he seeks to keep this ship just as well as the Danish ship, of which I reported in my separate letter of 31 March. Meanwhile, he is becoming master of fine ships in such a manner, and it appears as if he respects no one, but appropriates everything that pleases him, wishing to turn Calicoet into a robbers' nest. I fear that in the upcoming good monsoon he will not only lie in wait for the bombaras coming here, but also undertake something against our naval force stationed before Aijkotta. However, I have meanwhile had warnings sent everywhere to the North that the vessels that might come here to trade in the upcoming good monsoon should remain deep at sea, at least out of sight of the shore, and not come out of the sea before they are at the latitude of Aijkotta or our roads. I therefore find myself obliged hereby to repeat my recently made request, namely that two ships may indeed be sent, and that as early as is whatsoever possible, whereby I find myself obliged further to request Your High Excellencies that the ships, if possible, may be provided with a sufficient number of capable European seafarers, since, there being a lack thereof, we would not be able to supply them in case of need; and since on our two vessels here, namely the snow the Nechellenia and the sloop de Verwagting, there are only boatswains who might sometimes be at a loss if something should occur, I request that Your High Excellencies also be pleased to send here two capable naval officers who are accustomed to cruising and would know how to manage if something should occur. They could remain posted here as long as necessary, or also be sent back with the departure of the ships, since they can easily be spared here during the bad monsoon, or as Your High Excellencies might deem fit. The lack of capable seamen compels me to make this request of Your High Excellencies. Agrees, J: A Daimichen Secretary No. 111. Separate Copy Batavia To His High Excellency The High Honorable and Most Venerable Lord Reijnier De Klerk Governor-General Together with The Honorable and Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies High Honorable, Most Venerable, Widely-Commanding Lord, and Honorable and Valiant Lords! On the occasion of our duplicate papers departing via Cormandel, I have the honor to present to Your High Excellencies the duplicate of my last separate letter of 7 May past, in which I promised Your High Excellencies to give notice if I should learn anything further concerning the request of the Candian prince to the Nabob Haijder Alijchan, namely for assistance against the Dutch. But since then I have learned nothing further about it, as the aforementioned French officer has indeed since confirmed the aforementioned request, but has again declared that he has not yet been able to discover what answer was given to it, although I still think that it will only have been a delaying answer. In the postscript of my separate letter just mentioned, I informed Your High Excellencies how the Governor of Calicoet had seized a Macao ship, and he indeed detained it until the end of the good monsoon, but after exacting a certain sum of money, only released it just as the bad monsoon was about to break, so that the ship barely had time to leave this coast. I find myself obliged to inform Your High Excellencies of this at this first opportunity, as well as that I have since been informed by a private correspondent of mine in Calicoet, and also by the cargo, that an extraordinary amount of trouble, solicitations, and gifts had to be made in addition to the aforementioned demanded sum for the release, and that without them, and if the bad monsoon had not been so near at hand and therefore there was no opportunity to send the ship to the port of Mangaloor, it would, despite all offers of money, have been released just as little as the Danish ship that is also detained there. Concerning that ship, I have since been further informed by the passengers who were on it that the Governor of Calicoet, knowing that the owner, or the one in whose name it ran, had died, and that a sort of disagreement existed among the officers, therefore seized the ship and immediately wrote to the Nabob about it; and that the Nabob approved the seizure of that ship, however with the addition that if the owner of that ship should in time come to demonstrate that the ship truly belongs to him in ownership, he would then declare himself further on the matter. The Collastrian Nairs, secretly supported by the Nabob, are still stirring against the English at Tallicherij, where the latter, through the raids and sallies that the Nairs, despite the
Dutch transcription
zo als ik dezen wilde sluijten, word mij nader verzekerd, het geen ik reeds over eenige dagen gehoord, dog toen maar als een los gerugt aan= „gemerkt had, namentlijk, dat 's Nababs Gou= „verneur van Calicoet aldaar een Maccauwsschip, dat daar peper kwam halen, ook in beslag ge= „nomen heeft en tot nog toe aanhoud; wij had den Capitain verweeten, dat de Maccauws vaar= „ders, hunne beste goederen te Cochim verkopen en maar alleen na Calicoet komen, om daar tehalen, het geen ze te Cochim niet krijgen kunnen, en dat Hij hun dat wel verleeren zoude; en men meend, dat hij dit schip zo wel zoekt tehouden, als het Deensche schip, waar van ik bij mijne aparte van den 31. Maart gemeld hebbe; intussen word Hij op diergelijke wijze meester van kloeke scheepen, en het schijnt als of hij niemand ontziet, maar zig alles toe-eijgent wat Hem behaagt, en van Calicoet een roof nest wild maken: ik vreeze dat Hij aanstaande goede mousson niet alleen op de Bombarassen, die hier na toe komen, zal passen, maar ook iets tegen onze voor Aijkotta geplaatst wordende zee= „magt onderneemen; dog ik hebbe intussen om de Noord over al laten waarschouwen, dat de de vaartuijgen die hier in den aanstaande goede mous= „son ten handel mogten komen, diep in zee ten min= „sten uijt het gezigt van de wal dienen te blijven, en niet eer uijt zee tekomen, voor datze de hoogte van Aijkotta of onze rheede hebben: ik vinde mij derhalven verpligt, bij dezen te repecteren, mijn laatst gedaan verzoek, namentlijk dat er tog twee scheepen mogen gezonden worden, en dat zo vroeg als maar eenigzints mogelijk is, waar bij ik mij verpligt vinde uw HoogeEdelheed:s nog te verzoeken, dat de scheepen, indien het mogelijk is, mogen voorzien werden met een genoegzaam getal bequaame Europeeze zeevaarende, dewijl daar aan gebrek szijnde, wij in kas van nood het zelve niet zouden kunnen suppleeren; en dewijl op onze twee vaartuijgen, die hier zijn, namentlijk de snauw de Nechellenia en de sloep de verwagtin= maar boodslieden zijn, die zomtijds verleegen zoude staan, wanneer er iets mogte voorvallen, zo ver= „zoeke, dat uw Hoog Edelheedens ook dit heen gelie= „ven tezenden, twee bequaame zee officiers, die het kruijzen gewoon zijn en zig zouden weeten te behelpen, als er eens iets voorviel: ze zouden hier zo lange kunnen beschijden blijven als het nodig is, of ook wel met het vertrek der schee= „pen terug gezonden worden, dewijlze in de quade mousson hier wel te missen zijn, of zo als uw Hoog Edelheedens mogte goedvinden; het gebrek aan bequaame zeelieden, noodzaakt mij uw Hoog Edel= „heedens dit te verzoeken accordeert J: A Daimichen Secret„s No 111. Copia Apart Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Reijnier De Klerk Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndia Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heer, en Wel Edele Gestrenge Heeren! Bij gelegentheijd onze duplicaat papieren over Cormandel afgaan, hebbe de eere uw Hoog Edelheedens aantebieden duplicaat van mijn laatste aparte van den 7: Meij J:o leeden, waar bij ik uw Hoog Edelheedens beloofde kennisse te zullen geven, of ik zedert iets naders mogt vernemen us= vernemen, nopens het aanzoek van den Candia= „sen vorst, bij den Nabab Haijder Alijchan, na= „mentlijk om assistentie tegen de Hollanders, maar ik hebbe zedert derwegens niets naders vernomen, alzo de bew: Franse officier voorschr: aanzoek zedert wel nader geconfirmeerd, dog andermaal betuijgt heeft, nog niet te kunnen ondekken, wat antwoord er opgegeven is; schoon ik als nog denke, dat het maar een uijtstellend antwoord zal geweest zijn. Bij het naschrift van even gemelde mijn apar= „te, bedeelde ik uw Hoog Edelheedens hoe de Gou= „verneur van Calicoet een Maccauws schip in beslag genomen had, gelijk wij het ook tot op het laatste van de goede mousson aangehouden, dog na het invorderen van een zekere somma gelds, maar eerst gelargeerd heeft, zo als de quade mousson stond door tebreeken; zo dat het schip maar effen tijd gehad heeft, om deze kust te kunnen verlaten, het geen ik mij verpligt vinde„ uw Hoog Edelheedens bij dezen eerste gelegentheid te bedeelen, zo wel, als dat ik door een particulier Correspondent van mij, te Calicoet en ook door de Carga 't zedert ge-informeerd ben, dat er onge„ „meen veel moeite sollicitaties en schenkagies buijten de voorschr: ge-eijschte som, voor de largatie largatie, hebben moeten gedaan worden, en dat zonder dezelve, en indien de quade mousson niet zo na ophanden en daar door geen occagie geweest was, om het schip na de haven van Mangaloor tezenden, het zelve ongeagt alle aanbiedinge van geld, even wel zo min zoude gelargeerd zijn geworden als het Deense schip, dat daar ook aangehouden is; nopens welk schip ik zedert door de passagiers, die er op geweest zijn, ook nader ge-informeert ben, dat de Gou= „verneur van Calicoet, weetende, dat de eijge= „naar, of de geen, op wiens naam het liep, over= „leeden was, en dat er onder de officieren een soort van oneenigheijd plaats had, daarom be= „slag op het schip gelegd en ten eersten derwegens aan den Nabab geschreeven; en dat de Nabab het aanslaan van dat schip geaprobeerd heeft, egter met deze bijvoeginge, dat als de eijge= „naar van dat schip met er tijd zal komen aantoonen, dat item dat schip waarlijk in eijgendom toekomt, wij zig dan daar over nader verklaren zouden. De Collastrijse Nairossen, hijmelijk onder= „steund door de Nabab; woelen als nog tegen de Engelse te Tallicherij, alwaar deze door de strooperijen en uijtvallen, die de Nairos (ongeagt de i
English
during the present bad monsoon on good days emerge from the forests and disturb the surrounding countryside, must continually be kept on the alert and remain in toil, so as not to be taken by surprise and attacked. And further, everything here is still in that state as was last reported to Your High Noblenesses, since nothing of particular note has occurred since that requires communication. Meanwhile, I have the high honour to remain with the greatest respect. Was signed: High Noble, Greatly Honorable, Far-Ruling Lord and Right Honorable, Stern Sirs! Your High Noblenesses' humble and obedient servant. Signed: Adrian Moens. In the margin: Cochin, the 22nd of June 1780. Lower: Postscript: As I am about to close this, I receive intelligence that the English, together with the Nabob Mahomed Ali, have marched out from Madras against Hyder Ali Khan to wage war upon him, and that the latter has marched with his army to meet them as far as Bangalore; but as this requires further confirmation, I cannot yet report the same as a certain truth. Agrees A. Dainicken Secretary. Batavia. To His High Nobleness. Separate Copy. The High Noble Greatly Honorable Lord Reynier De Klerk Governor-General Together with The Right Honorable Stern Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble Greatly Honorable Far-Ruling Lord and Right Honorable Stern Sirs! On the occasion of the private ship The Hercules belonging to Batavia, arriving here from Muscat to depart for there, I could not fail to give Your High Noblenesses notice of how the Nabob Hyder Ali Khan recently, eastwards from behind and through the mountains with two armies, unexpectedly invaded the Carnatic and Madurai realms, of which the former has already had a detachment plunder the Company's residency at Porto Novo and carry off the Resident to the army, whereby everything in the Carnatic and Madurai is in an uproar out of fear of further disadvantageous consequences, to such an extent that the Ceylon ministers, upon that intelligence, have already sent two and a half companies of Malays and sepoys to Tuticorin and granted the servants there authorization to request from us the remaining two weak Ceylon European companies here, together with the few remaining artillerymen, and which servants, pursuant thereto, have for the present requested one company of Europeans and the artillerymen, which we have not been in a position to satisfy, since everything sent to us from Ceylon after the enemy invasion has already been reclaimed and sent back, except for the artillerymen, who originally comprised barely 40 men, so that we could dispense with them no more than the two weaker Ceylon companies remaining here from earlier times without exposing the Company's possessions here to the utmost danger, which we believed we ought not to do for the sake of Fort Tuticorin; it is true that we are reasonably well provided with native soldiers, whom we have recruited successively, for besides two companies of Malays we have five companies of sepoys and seven companies of country troops, consisting of Christians and Chegos, but of Europeans we are very poorly provided, not to mention many decrepit and defective men among them who are scarcely able to stand sentry and who yet, as the saying goes, cannot be driven into the ditch, all of which may be seen more fully in the accompanying copy of the secret resolution of the 10th of December last and the copies of our letters written concerning this to Colombo and Tuticorin, to which I respectfully refer, and from which it also appears that, in order nevertheless to do everything possible on our part, we have sent a fourth part of the Ceylon artillerymen here to Tuticorin, to be received back, however, as soon as this shall be possible. The great shortage of Europeans and the difficulty that still seems to exist in supplying that shortage from the Netherlands as quickly as is necessary and wished for, but above all the danger to which the Company's possessions are thereby exposed, not to mention the impossibility of concealing our weakness from the European nations and the native princes, who are becoming more and more aware of it, and which latter might very easily thereby be enticed to take one thing after another from the Company, have caused me to ponder this earnestly and seriously, especially since we must indeed make a virtue of necessity and must absolutely make use of native troops, in order then at least to draw all the benefit from them that can in any way be drawn, just like the English, who with their sepoys
Dutch transcription
de tegenswoordige quade mousson bij goede dagen/ uijt de bossen doen en het land daar omstreeks ontrusten, bij Continuatie in het harnas gejaagt worden en in het labeur moeten blijven, om niet overrast en besprongen teworden. En voorts is hier alles nog in dien staat, zo als laatst aan uw Hoog Edelheedens bedeeld is, alzo er zedert niets bijzonders voorgevallen is, het geen Communicatie vereijscht. Jnmiddels hebbe de hooge eere met de meeste Eerbied te verblijven. /:onderstond:/ Hoog Edele groot Agtbaare wijdgebiedende Heer en welEd: Gestrenge Heeren! uw Hoog Edelheedens on= „derdanige en Gehoorzame Dienaar /:was getek:d) A=n Moens /:in margine:/ Cochim den 22: Junij 1780: /lager:/ Ps: zo als ik dezen wil sluijten, erlange ik tijdinge, dat de Engelse met den Na= „bab Machomet Alij, van Madrast zouden opge= „trokken zijn, tegen Haijder Alijchan, om hem te beoorlogen, en dat deze met zijn leger Hun tegemoed getrokken is, tot na Bengaloer; dan dewijl dit nader Confirmatie vereijscht, zo kan ik het zelve nog, als geene vaste waarheijd op= „geven. Accordeert A Dainicken Secrets. Batavia. Aan zijn Hoog Edelheijd. Copia Apart. Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Reijnier De Klerk Gouverneur Generaal Benevens. De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India. Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren! Bij geleegendheijd het particulier schip De Her„ „cules te Batavia te huijshoorende, van Maskatte hier aangierd, om na ginter te vertrekken, hebbe niet mo„ „gen manqueeren uw Hoog Edelheedens kennisse te geven, hoe de Nabab Haijder Alij Chan onlangs oost„ „waards agterom, en door het Gebergte heen met twee Legers, op het onverwagts in het Carnatise en Madureese rijk No 11. te Rijk gevallen is, van welk eerste een Detachement 's Comp:s Residentie Portonovo reeds geplundert en den Resident naar het Leger gevoerd, heeft, waar door het in het Carnatise en Madureeze alles in rep en roer is, uijt bedugtinge voor verdere nadeelige gevolgen, in zo verre dat de Ceilonse Ministers op die tijdinge al twee en een halve Compenien Malijers en sipais na Julukorijn gezonden, en den Bediendens aldaar qualificatie verleend hebben, om van ons de hier nog resteerende twee zwakke Ceilonse Europeeze Com„ „penien, benevens de resteerende wijnige Arthille„ „risten te vragen, en welke Bediendens ingevolge van dien, voor eerst om d' eene Compenie Europeezen en de Arthilleristen verzogt hebben, waaraan wij niet in staat geweest zijn te voldoen, vermits alles wat ons van Ceilon na den vijandelijken inval gezonden was, reeds weder terug g'eijscht en terug gezonden is, uijtgenomen de Arthilleristen die maar pas 40. Man primo plan uijtmaakten, zo dat wij dezelve zo ^zwakker min als de twee ^ Ceilonse Compenien, die hier nog van vroeger tijd over zijn, niet konden missen, of wij zouden 'sComp:s bezittingen hier aan het uijtterste gevaar ge-exponeerd hebben, het geen wij meenden dat w' om de wille van het fort Tutucorijn niet mogten doen; 't is waar van inlandse Militairen, zijn wij tamelijk wel voorzien, dewelke wij successiven aan„ „ twee „geworven hebben; want buijten „ Compenien Malijers zo hebben wij vijf Companien Sipaijs en seven Comp: lands troupes, bestaande uijt Christenen en Chegossen maar van Europeezen zijn wij zeer gering voorzien, gezwijge van veele Caduke en gebrekkige onder dezelve dezelve, die pas in staat zijn een schildwagt te doen, en die men egter, gelijk men zegd niet op den dijk kan Jagen, welk een en ander nader te zien is; bij de hier nevensgaande Copia secreete Resolutie: van den 10: zber: J:t leeden en de Copias van onze brieven na C:olombo en Tutucorijn daarover geschreeven, waaraan mij eerbiedig refereere, en waarbij tef„ „fins blijkt, dat w' om van onze zijde egter alles te doen wat mogelijk is, een quart gedeelte van De hier zijnde Ceilonse Arthilleristen na Tutucorijs gezonden hebben, egter om weder terug te erlangen zadra zulks mogelijk zal zijn. Het groot gebrek aan Europeezen, en de moeijelijkheijd die er tot als nog schijnd plaats te hebben om dat gebrek uijt Nederland zo spoedig te suppleeren, als wel nodig en te winschen is, maar voor al het gevaar waaraan 's Comp:s be„ „zittingen daar door g'exponeerd worden, Gezwijge van d' onmogelijkheijd, om onze zwakheijd te ver„ „bergen voor d' Europeeze Naties en de Jnlandse vorsten die daar van, hoe langer hoe meer kennisse dragen, en welke laatste veel ligt daar door alleen wel zouden belust worden, om de Comp: maar het eene voor en het andere na afteneemen, zo heb ik hier over mijne gedagten ernstig en serieus laten gaan, voornamendlijk (dewijl we tog van de nood een deugd dienen te maken, en ons wel absolut van inlandse troupes moeten bedienen/ om er dan ten minsten all' dat nut van te trek„ „ken, wat 'er maar eenigzints van te trekken is, even gelijk d' Engelsen, die met hunne sipais hier na aan„ lijers Compt. Regosse zien, onder zelve
English
accomplish a great deal here in the Indies, which no one who is acquainted with the west of the Indies can deny. However, their organization is different from ours, and it is on account of the urgent necessity to make the required redress in that matter without delay that I find myself obliged to confer with Your High Excellencies on this occasion, and to request authorization to arrange all our native troops on that footing in accordance with my plan set forth below. With us, each company of natives has (besides the officers and non-commissioned officers of those same people) only one European non-commissioned officer, under the title of drillmaster, who has special supervision over such an entire company, from the officers down to the privates, exercises them daily in the use of arms, and must teach them the further military service they require. This is utterly impossible for one man alone. Two non-commissioned officers would have enough work simply with the daily supervision of those people; and because they do not, like other non-commissioned officers in European companies, occasionally have a relief or a day of rest, but must always be at hand and at work, it is also natural that unless these non-commissioned officers are encouraged by extra compensation, not the least of them are stationed among these people except with reluctance, and most would rather serve among their peers. On the contrary, with extra compensation they would volunteer for it of their own accord and consider it, so to speak, a choice post; and instead of merely seeking to get rid of it, they would strive through diligence and attentiveness to remain with those people, with the prospect of eventually becoming an officer therein, namely in that very same company, as I shall presently have the honor to explain further. Of these two non-commissioned officers, in order not to make them equal, one could be a sergeant and the other a corporal, which corporal should then also, in the event of a vacancy, be next in line to become sergeant. But these two non-commissioned officers are still not enough to exercise authority and command over such an entire company. Moreover (with regard to the sepoys), if they are of the right kind, they are people of a good caste (a matter one must never lose sight of with the natives) and also people of ambition, who very much dislike seeing the command and high authority over the entire company, that is, from the officers down to the privates, conferred upon a European non-commissioned officer. Therefore, each company individually should also have a European officer, either a lieutenant or an ensign, as permanent commander, just as in Europe, with the Croats and Calmucks among the Imperials and the Cossacks among the Russians, undoubtedly no such benefit would be derived as is derived from them if German or other civilized officers did not command them. These officers and non-commissioned officers would always have to be present with their companies, or at least generally so; above all, these officers would have to drill their men daily with the assistance of the non-commissioned officers. They would also do this with pleasure if they knew that these were their permanent companies. Indeed, out of affection for his own company and out of ambition or honorable jealousy toward the officers of the other companies, every officer would strive to make his company excel above the others. Everyone would boast of his company, and none would concede anything to another company in activity, neatness, executing maneuvers, and matters of discipline. Meanwhile, through this, all the companies together would be trained to the highest standard in friendly rivalry, and their value would thereby be enhanced. These officers and non-commissioned officers, through daily intercourse with those people, would also come to know every man quite intimately, understand the capabilities of their men, and even imperceptibly learn their language, at least as far as the service requires (a point that is truly invaluable regarding native troops). These officers and non-commissioned officers, taking the field with their own companies, would also always know what they can demand of their men, and how far they can rely upon them. But then these officers must also be rewarded proportionately well, so that, as they say, it is worth their while to devote themselves to those people as aforesaid, to hold the command over the same
Dutch transcription
hier in Jndien al zeer veel uijtvoeren, het geen door niemand, die om de west van Jndien bekend is, kan ontkend worden, dog hunne inrigtinge is anders als de onze, en het is uijt hoofde van de hooge noodzaakelijkheijd, die 'er is om in dat articul spoe„ „dig het vereijschte redres te maken, dat ik mij ver„ „pligt vinde uw Hoog Edelheedens bij deze gelee„ „gendheijd hier over te onderhouden en qualificatie te verzoeken om volgens mijn ondervolgend Pro¬ „ject onze gezamendlijke Jnlandse troupes op dien voet te schikken. Bij ons heeft men bij ijder Compenie Jn„ „landers (behalven de officiers en onder officiers van dat zelfde volk) maar een Europees onder„ officieren, onder de naam van Drilmeester, die over zo een geheele Comp:, van de officiers af„ tot de Gemeene toe, het speciaal opzigt heeft hun dagelijks in den wapenhandel exerceerd en den verderen Militairen dienst, die ze nodig hebben, moeten aanleeren: dit is volstrekt on„ „mogelijk voor een Man alleen; Twee onder offi„ „cieren hebben alleen aan het dagelijks toezigt over dat volk werks genoeg, en dewijl zij niet gelijk andere onder officieren, bij Europeeze Com„ „penien nu en dan eens een aflossinge of een dag ruste hebben, maar altoos bij de hand en in het labeur moeten zijn, zo is het ook natuurlijk dat indien die onder officieren niet door extra be„ „looninge g'animeerd worden, de minste niet als ongaarne bij dat volk geplaatst worden en de meeste liever onder Hunsgelijken willen dienst 2 dienst doen, daar zij integendeel door extra belooninge van zelfs daarom zouden solliciteeren en zulks om het zo uijttedrukken als een baantje aanmerken, en in steede om 'er maar van aftekomen integendeel trag„ „ten door vlijt en oppassens bij dat volk te mogen blijven, met uijtzigt om 'er zelvs eens officier op te worden, en wel bij die zelvde Compenie, zo als ik aanstonds d'eer zal hebben nader te vertoonen: van deze twee onder officiers om Hun niet eguaal te doen zijn, zoude de eene zergeant, en de andere Cor„ „poraal kunnen zijn, en welke Corporaal dan ook bij vacature de naaste tot sergeant diende te zijn, maar deze twee onder officiers zijn ook nog niet genoeg om het gezag en het Commando over zo een geheele Comp: te voeren, behalven dat (met relatie tot de sipaijs) deze indien ze van de regte zoort zijn een volk is van een goede Casta (een articul dat men bij de Jnlander nimmer uijt het oog moet verliezen/ en ook een volk van ambitie, dat niet dan zeer ongaarne ziet, dat het Commando en hoogen gezag over de geheele Comp:, dat is van officiers tot de Gemeene toe, aan een Europees onder officier gedefereerd word; derhalven diende ook bij ijder Comp: afzonderlijk nog een Europees officier het zij Lieutenant of vaandrig als vast Comman„ „dant te zijn, gelijk in Europa bij de keijzerlijke van de kroaten en kalmukken, en bij de Russen van de korzakken ook ongetwijffeld, dat nut niet zoude getrokken worden als 'er van getrokken word, in„ „dien 'er geen Duijtse of andere beschaafde officiers het Commando over hadden: Deze officier en onder officiers Officiers zouden altoos bij Hunne Comp: moeten pre„ „zent zijn, ten minsten doorgaans, voor al zouden deze officiers hun volk dagelijks met behulp der onder Officiers moeten exerceeren; Dit zouden ze ook met plaizier doen als ze weeten dat het Hun„ „ne vaste Compenien zijn, Ja een ijder officier zoude ^ambitie of uijt liefde voor zijne eijge Comp: en uijt ^ honette Jalougie op de officiers van d' andere Compenien tragten zijne Comp: boven d' andere te doen uijt„ „munten, ijder zou op zijn Comp: roemen, en de een zou de andere in activiteijd, properheijd, het doen van d' manheuvres en in 't stuk van de deci¬ „pline een andere Comp: niets willen voorgeeven en intussen zouden hier door de gezamendlijke Compenien, omstreijd het best geleerd, en daar door in waarde verbeeterd worden: deze officier en onder officieren zouden dus ook door den dagen„ „lijkse omgang met dat volk ijder Kerel genoeg„ „zaam van na bij leeren kennen, de force van hun volk weeten, Ja zelfs hunne taal, ten minsten zo veel den dienst aangaat ongevoelig aanleeven een articul dat met relatie tot Jnlandse trou„ „pes waarlijk onbetaalbaar is) deze officiers en onder officiers met hunne eijge Compenien te velde trekkende, zouden ook altoos kunnen weeten, wat ze van hunne volk kunnen ver„ „gen, en hoe verre men zig op hun kan verlaaten; maar dan dienen deze officiers ook na proportie zo wel beloond te worden, dat het, gelijk men zegd voor Hun de moeijte waard is, zig op dat volk als voorschr: toeteleggen, het Commando over hetzelve te
English
to have, and to remain with them: at least in this manner it is arranged among the English with the sepoys, in one place their organization is indeed a little different from another place, and so it is also with the gratuity, which depends on the dearness or cheapness, or also indeed the taste of the military chiefs, but as I have stated here, namely with a European officer as commander and with two European non-commissioned officers to assist them, and a decent gratuity added to each according to his rank, is actually the organization of the English; indeed, anyone who has merely the slightest notion of military service and of the native troops here in this country easily understands that this organization is considerably better than ours, and that the English therefore discipline their sepoys better than we do, and can accomplish more with them than we can with ours. The English also have in addition in their organization that they form battalions out of their native companies, and then have over each battalion again a European captain as commander of such a battalion, and so forth up to regiments; however, this is in my opinion not necessary if each company is only well disciplined as aforesaid, and should the formation of battalions be absolutely necessary, then such could always be arranged for that time in the field. Your High Nobilities may perhaps ask whether our sepoys are not then drilled by officers; to this I can safely answer yes, and that I have even, in proportion to the number of our ordinary European officers here, entrusted to them not only the supervision over the sepoy companies, but even over those of the native Christians and Chego; however, this is only their secondary work and even to the burdening of their service; besides, this cannot have the same effect as when they are permanently placed over such a company and remain permanently with such a company, not to mention that each European officer has enough work with his own company, and also in case of marching or detaching must remain with his own company. The English, besides the sepoy captain, have instead of three subaltern sepoy officers, as we have, only two, and thus they save one subaltern officer, which we could also do: the English have two European non-commissioned officers to assist the officer, both sergeants in rank; we have only one sergeant, and my proposal is to add another corporal to this, and then the entire difference would only consist in that we would have one European officer and corporal more, and one subaltern sepoy officer less than otherwise. For the sake of clarity, I request permission to let follow below, first a specific demonstration of how the companies of sepoys are currently arranged among us, a second demonstration of how in general the companies of sepoys are organized among the English, and finally a third demonstration such as I take the liberty to propose to Your High Nobilities, in which it will simultaneously appear what each organization actually costs. In the Dutch Company: Europeans: 1 sergeant as drillmaster, enjoying besides his wages and board money as a gratuity per month - - - - - - - rop:s 4 2/5. Natives: 2 ensigns at 16 rop:s each, together - - - - - - - 32:—. 6 sergeants at 12½ rop:s - - - - - - - - - - - - - - 75:—. 1 subedar or captain - - - - - - - - - - - - - - - - 26:—: 8 corporals at 10½ rop:s - - - - - - - - - - - - - - 84:—:— 1 lieutenant - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 20:–. 1 piper - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6:—. 1 drummer - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6:—. 1 private - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6:—: together Rop:s 259 4/5. With us, one parra of rice per month is also provided to each sepoy, but not with the English, who on the other hand give the commanders, besides their wages, a fixed allowance to keep the men in uniform, so that the men know no better than that they receive free uniforms, which amounts to virtually the same thing, because with us each man pays for his uniform himself and thus also knows down to the penny what it costs, and also spares it as much as he can. The European sergeant or drillmaster truly has too little gratuity; for 4 4/5 rop:s he can barely pay for his boots or shoes, for such people must always be at labor; the captains or subedars also receive too little in proportion to the subaltern officers: they are after all captains of their companies: on the other hand, our non-commissioned officers, the havildars and naiks, receive too much in proportion to the
Dutch transcription
te hebben, en er bij te blijven: ten minsten op deze wijze is het bij de Engelse met de sipaijs geschikt, op de eene plaats is hunne inrigtinge wel een wijnig anders als op d' andere plaats, en zo is het ook met het douceur welk een en ander afhangd van de duurte of goedkoop„ „heijd, of ook wel de smaak der Militaire Chets, maer zo als ik hier opgegeven hebbe namendlijk met een Europees officier als Commandant en met twee Eu„ „ropeeze onder officiers tot hun hulp en aan een ijder na zijn qualiteijd, een ordentlijk douceur toegevoegd is eijgendlijk de inrigtinge van de Engelsen; Trou„ „wens die maar het geringste denkbeeld van de Mi„ „litairen dienst en van d' Jnlandse troupes hier te lande heeft, begrijpt ligt dat deze inrigtinge vrij beter is als d' onzen, en dat d' Engelsen daarom Hunne sipais beter deciplineeren als wij, en en meer mede kunnen uijtvoeren als wij met d' onze„ D'Engelsen hebben ook nog bij hunne inrigtinge dat zij uijt hunne inlandse Companien Battaljonse formeeren, en dan over ijder Battalyon weder een Europees Capitain als Commandant van zo een Bat„ „taljon hebben, en zo vervolgens tot Regimenten toe„ dog dit is mijns bedunkens niet nodig als ijder Comp: maar wel gediciplineerd is als voorschr: en het formeeren van Battaljons absolut nodig mogt zijn, dan zoude zulks altoos voor dien tijd in 't veld wel kunnen geschikt worden. uw Hoog Edelheedens zullen mogelijk vra„ „gen, of onze sipais dan niet door officiers g'exerceerd worden; Hierop kan ik gerust antwoorden van Ja, en dat ik zelfs na maate van het getal onzer ordinaire europeeze Europeeze Officieren alhier aan dezelve ook wel het toezigt niet alleen over de sipaise Compenien, maer zelvs over die der Jnlandse Christenen en Chego opge„ „dragen hebbe; dog dit is maar hun bijwerk en zelfs tot verzwaringe van Hunnen dienst; buijten des zo kan dit zo geen effect hebben, als wanneer ze vast over zo een Comp: gesteld zijn, en bij zo een Comp: vast blijven, gezuijge dat ijder Europees officier zijn werk genoeg heeft bij zijn eijge Comp:, en ook in Cas van marcheeren of detacheeren bij zijn eijge Comp: moet blijven: D' Engelsen hebben buijten de sipaise Capitain in steede van drie subaltern sipaise officiers, gelijk wij hebben, maar twee, en dus winnen zij een subaltern officier uijt, het geen wij ook zouden kun¬ „nen doen: d' Engelsen hebben twee Europeeze onder officiers tot hulp van den officier, beide sergeants in qualiteijd; wij hebben maar een sergeant, en mijn voorstel is om daarbij nog een Corporaal te voegen, en dan zou het geheele different maar bestaan, dat wij een Europees Officier en Corporaal meer, en een subaltern sipais officier minder zouden hebben als anders; Jk verzoek verlof duijdelijkshalve hier onder te laten volgen, eerst een specifick aantoo„ „ninge, hoe de Compenien sipais tans bij ons ge„ „schikt zijn, een tweede aantooninge, hoe over het al„ „gemeen de Compenien sipais bij de Engelsen inge„ „rigt zijn, en eijndelijk een derde aantooninge zo als ik de vrijheijd gebruijke uw Hoog Edel„ „heedens voortedragen, waarbij teffens blij„ „ken zal, wat ieder inrigtinge eijgendlijk kost. bij Bij de Nederlandse Compagnie d' Europeezen. 1: sergeant als Drilmeester, genietende buijten zyn gagie en kostgeld voor een Douceur 'smaands - - - - - - - rop:s 4 2/5. Inlanders 2. vaandrigs â 16. rop:s ijder, tezamen - - – – – – - „ 32:—. 6. sergeants „ 12½. „ - - „ - „ - - „ - - - - - - - „ 75: —. 1. soebedaar of Capitain - – – - - - - - - - - - – – – „ 26:—: 8. Corporaals „ 10½. „ - - - „ - - - „ - - - - - - - - „ 84: —: — 1. Luijtenand - – – – – – – – – - – – – – – – „ 20:–. 1: Pijper - - - - - – – – – – – – – – – – – – „ 6:—. 1. Gamboer – - - - - - - - - - - - - - - „ 6: —. tezamen Rop:s 259 4/5. Bij ons word nog aan ijder sipaij 's maands een parra Rijst verstrekt, dog niet bij de Engelsen, die daaren tegen aan de Commandants buijten de Gagie nog een vast geld geven, om het volk in monteering te houden zo dat het volk niet beter weet, of het krijgt vrije mon„ „teeringe, het geen genoegzaam op het zelve uijtkomt, dewijl ijder man bij ons zijn monteering zelvs betaald en dus ook tot op een penning toe weet wat ze kost, en dezelve ook spaard, zo veel Hij kan: de Europeezen Sergeant of Drilmeester, heeft waarlyk te wijnig douceur, voor 4 4/5. rop:s kan Hij effen zijn Laarsen of schoenen betaalen, want zulke Lieden moeten altoos in 't labeur zijn; de Capitain of soebedaars genieten ook te wijnig na proportie van de subalterne offi„ „cieren: ze zijn tog Capitains van hunne Compenien: daaren tegen genieten onze onder officiers de obel„ „daars en Ameldaars weder te veel na proportie van 1. Gemeene - - - - - - - - - - - - - — „ 6: —: de un 1
English
the private: also we could manage just as well with 4 instead of with 6 sergeants like the English. With the English. Europeans 1 European subaltern officer, either Lieutenant or Ensign, as Commander of the Company, enjoying, besides his ordinary pay and emoluments, as a bonus per month: 60:— rop:s. 2 sergeants as Drillmasters, over and above their ordinary pay and board allowance, each 16 rop:, together: 32:—: Natives 1 Subedar or Captain: 50:—. 2 Jemadars or subaltern officers at 14 ropias each, together: 28:— 4 Havildars or sergeants at 10 rop:s each, together: 40:— 8 Amaldars or Corporals at 8: 64.—. 1 Private: 6:— 1 standard bearer: 6:—: 1 water carrier: 6.—. 1 fifer: 7½. 1 drummer: 4½. Together ro/a. 304.-. The bonus to the English European officers and Drillmaster is, in my opinion, far too much, though possibly suited to their expensive way of living, or because in Bengal, at Madras, Bombay and Surat life is expensive: at least our officers can manage with considerably less, yet it should also not be too little, for otherwise it would, as they say, not be worth the trouble for them to aspire to the burdensome command over a people with whom one has so many headaches and must practice so much patience: also our sepoy Captains can easily make do with less pay than those of the English; a standard bearer and water carrier, which are with the English, we can also easily do without. My Project. Europeans. 1 European subaltern officer, either Lieutenant or Ensign, as Commander of the Comp:, as a bonus over and above his ordinary pay and emoluments per month: ro/a. 20:— 1 Sergeant as Drillmaster over and above his ordinary pay and board allowance: 8:—. 1 Corporal as second Drillmaster over and above his ordinary pay and board allowance per month: 5:— Natives 1 Subedar or Captain: 30:—. 1 First Jemadar or Lieutenant: 20:—. 1 second ditto or Ensign: 16:—. 4 Sergeants at 10 rop.s each: 40:—. 8 Corporals at 8 each: 64:—. 1 Private: 6:— 1 piper: 6:–. 1 drummer: 6:—. together ro/a. 221:—. I could well put two Ensigns here instead of a Lieutenant and an Ensign, as with the English, and thereby save four rop:s, but having a Lieutenant awakens ambition in the Ensign and hope to become Lieutenant. From this it appears, then, that a company of sepoys according to my proposal would not only cost less than with the English, but even less than a Company comes to cost in the manner as has been arranged with us hitherto; but since here are not counted the pay, board allowances and emoluments of a European Ensign and a European Corporal, all of which those two effectively enjoy from the Company over and above the aforementioned statement, for which I calculate: The Ensign. for pay f 40:-. or: rop:s 20:—. board allowance: 7 2/3. house rent: 4 4/5. Emoluments: 2:– The Corporal. Pay f 14:—. or: 7.— board allowance: 1 13/60. one parra of Rice calculated at: 1:—. together ro/a. 43¾. and added here to the aforesaid: 221.—. ro/a. 264.¾, yet it appears that my proposal, 259 2/5, would cost not a full 5: p/a: but properly ro/a 4 19/20 more than our old arrangements. If then our native Companies were to be arranged in this manner, I do not doubt that we could accomplish considerably more with our native troops than otherwise, and since the improvement in that item is at present so highly necessary that it cannot be introduced soon enough, I shall, in the hope of Your High Excellencies' favorable approval, already make an immediate start with the sepoys to arrange our Companies according to my proposal, yet with respect to the Country troops, namely the Native Christians and Chegos, wait until I shall be further qualified thereto by Your High Excellencies, unless in the meantime circumstances should make such an arrangement unavoidable, in which case I flatter myself that Your High Excellencies would even expect that I, having the critical and anxious circumstances of the time here at first hand, and also being able to see the urgent necessity coming sooner than Your High Excellencies, would do what is necessary, instead of through a misplaced scrupulousness neglecting what is necessary under the pretext of first having to have orders. Among necessities of that nature I have also understood to be a very slight increase in the pay of our country troops: at the first recruitment, in order on my part to consider everything for the Company in the most economical way, I engaged these men and managed to satisfy them with 3¾ ropias per month, even without Rice, which I must attribute to their initial zeal and willingness, but it has become clearly evident to me that this is too little, for they can now take up no other livelihood and must live solely from these 3¾ rop:s: most of them have
Dutch transcription
de Gemeene: ook zouden wij het zo wel met 4. in steede van met 6: zergeants afkunnen als de Engelse. Bij de Engelsen. Europeezen 1. Europeeze subaltern officier, het zij Luijtenant of vaan„ „drig als Commandant van de Compenie, genietende behalven zijne ordinaire Gagie en Emolumenten, als een Douceur 'smaands. . . . . . - - rop:s 60:—. 2. sergeants als Drilmeesters, buijten hunne ordinaire gagie en kostgeld ied:r 16. rop: tezamen „ 32:—: Inlanders 1. soebedaar of Capitain – – – – – – – – – – „ 50: —. 2. Jemedaars of subaltern officiers â 14. ropias ijder tezamen — – — — — — — — – – – „ 28: — 4. obeldaars of sergeants â 10. rop:s ied: s, tezamen - „ 40:— 8. Ameldaars of Corporaals á 8. „ - - „ - - - - „ - - - „ 64. —. 6: — Tezamen ro/a. 304. -. Het Douceur aan d' Engelse Europeezen officiers en Drilmeester is mijns bedunkens al te veel, schoon mogelijk geschikt na Hunne kostbaare wijze van leven, of om dat in Bengale, te Madras, Bombaij en suratte een duurkoop leven is: ten minsten ont officiers kunnen het met vrij minder af, dog het diend ook niet al te wijnig te zijn, want anders zou het voor hun, gelijk men zegd, de moeijte niet waard zijn, om het lastige Commando te ambieeren 1. Gemeene - - - - - - - - - - - - 1. vaandel drager - - - - - - - - - - „ 6: —: 1. waterdrager - - - - - - - - - - - „ 6. —. 1. fluijter - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 7½. 1. Jamboer - - - - - - - - - - - - - - - „ 4½. over over een volk, waarbij men zo veel hoofdbreekens heeft, en zo veel geduld moet oeffenen: ook kunnen onze sipaise Capitains het wel met minder gagie stellen, als die der Engelsen; Een vaandel drager en waterhaalder, die bij d' Engelsen zijn, kunnen wij ook wel missen. Mijn Project. Europeezen. 1. Europeeze subaltern officier het zij Luijten. t of vaan„ „drig als Commandant van de Comp: tot een Douceur buiten zyne ordinaire gagie en Emolumenten 1. Sergeant als Drilmeester buiten zijn ordin:e 1. Corporaal als tweede Drilm:r: buiten zijn ordin e gagie en kost geld 'smaands - - - - - „ 5: — Inlanders 1. Eerste Jemedaar of Luijtenant – - - - „ 20:—. 1. tweede d=o. of vaandrig - - - „ 16: —. 1. pijper - - - gagie en kostgeld - – – – – – – – – – „ 8: —. 1. soebedaar of Capitain – – – – – – – – – „ 30: —. 4. Zergeants á 10. rop. s ied. s. - - - - - - „ 40: —. 's maands - - - - - - - - - - - ro/a. 20:— 8. Corporaals „ 8. „ „ - - - - - - „ 64: —. 1. Jamboer – – — – — — — — - — „ 6: —. tezamen r o/a. 221:—. ik zoude hier wel kunnen stellen twee vaandrigs in steede van een Luijtenant en een vaandrig, gelijk bij de Engelsen, en daar door vier rop:s uijtwinnen, maar als 'er een Luijtenant is, dat verwekt zulks bij den vaandrig ambitie en hoop om Luijtenant 1. Gemeene - - - - - - - - - - - -: 6:— - – – – – „ 6:–. te e - te worden. Hier uijt blijkt dus, dat een Compenie sipais vol„ „gens mijn voorstel niet alleen minder zoude kosten als bij de Engelsen, maar ook zelvs nog minder dan een Compenie te staan komt, op die wijze als tot dus verre bij ons is ingerigt; dan dewijl hier onder niet gereekend is, de Gagie kostgelden en Emolumen„ „ten van een Europeeze vaandrig en een Europeeze Corporaal, welk een en ander die twee buijten voorsz: opgave van de Comp: ook effectief genieten waarvoor ik reekene. De vaandrig. „ Emolumenten - - - De Corporaal. 7. — „ kostgeld – – – – – – – – – – – – – – „ 1 13/60. „ een parra Rijst bereekend op - - - - - „ 1: —. tezamen ro/a . 43¾. „ 221. —. en hier bij gevoegd de voorschr: --- ro/a. —. 264. ¾, zo blijkt evenwel dat mijn voorstel „ -„ 259 2/5. Geen volle 5: p/a: maar eijgendlijk - - r o/a 4 19/20. meer zoude kosten als onze oude inrigtingen. Jndien dan onze inlands Compenien op deze wijze mogten ingerigt zijn, dan twijffele ik niet of we zouden met onze inlandse troupes vrij meer kunnen uijtvoeren als anders, en dewijl de verbeete„ „ringe in dat artikul tans zo hoog noodzaakelijk is „ Gagie ƒ 14:—. of - - - - - - - - - „ aan gagie ƒ 40:-. of - - - - - - - - - - rop:s 20: —. „ kostgeld – – – – – – – – – – – – – „ 7 2/3. „ huijshuur - - - - - - - - - - „ 4 4/5. dat - – – – – – – „ 2:– dat dezelve niet vroeggenoeg kan ingevoerd worden, zo zal ik in hoop van uw Hoog Edelheedens gunstig approba„ „tie met de sipais reeds dadelijk een begin maken, om onze Compenien na mijn voorstel interigten, dog met betrekkinge tot de Land troupes namendlijk de Jnlandse Christenen en Chegossen wagten, tot dat ik van uw Hoog Edelheed:s daar toe nader zal gequalificeerd zijn, ten waare intussen de omstandigheeden eene zodanige inrigtinge onvermijdelijk mogten maaken, in welk geval ik mij vlije, dat uw Hoog Edelheed=s zelvs zouden verwagten, dat ik, die de Critique en zorgelijke omstandigheeden des tijds hier, uijt de eer„ „ste hand hebbende, en ook vroeger dan uw Hoog Edelheed:s de dringende nood kunnende zien aan¬ „komen, het nodige zoude doen, in steede van door eene verkeerde schrupuleusheijd het nodige te ver„ „zuijmen, onder pretext van eerst order te moeten hebben Onder noodzaakelijkheeden van die natuur hebbe ik ook begreepen te zijn, een zeer geringe ver„ „meerderinge in de bezoldinge van onze landstrou„ „pes: Bij de eerste aanwerwinge heb ik Hun, om aan mijne zijde alles voor de Comp: op het zuij„ „nigste te overleggen, deze menschen g'engageerd en te vreede weeten te stellen met 3¾. ropijen 's maands, zelvs zonder Rijst, het geen ik moet toe„ „schrijven aan hunnen eersten ijver en willigheijd, dog het is mij duijdelijk gebleeken, dat dit te wij„ „nig is, want zij kunnen nu geen andere kost winninge bij de hand neemen, en moeten alleen van deze 3¾. rop:s leeven: de meeste hunner hebben v
English
have wives and children; there is far too great a disparity between a sipaij and them, the former receiving not only 6: ropijen, but on top of that also a parra of Rice; to this is also added that now Paponettij, our former granary, is in the hands of the enemy, and the monthly distribution of Rice to the Garrison is now rather larger than before, whereby Rice, the principal part of Provisions here, becomes daily more expensive, and those people, however willing they may otherwise be, must manage far too straitened; I have also noticed that their enthusiasm almost began to fail them, and that it also began to become somewhat difficult (whenever some die, to keep the Companies full) to recruit others voluntarily in their place; this became even more apparent to me during the recent bad monsoon, and as I was apprehensive that these people might imperceptibly slip away from me, I was brought by the conviction that they truly deserve more, and also ought to enjoy more, to the necessity of giving them 1/4. ropij more, and that under the name of a special token of favor: They are willing people who are concerned for the safety of their own Country, and from whom one has no desertion to fear; they are already so far trained in the handling of weapons that they not only perform all Garrison duties daily, but also already know all the maneuvers with the Musket, and Annually at the General drill of our combined troops, both Europeans as well as Natives, drill along just about as well and as briskly as the sipaijs: with this slight increase of 1/4. ropij, these people have become so contented and cheerful that if it were necessary, as could very easily happen, to recruit even more of those people, I would now succeed therein more easily than otherwise. Herewith I have the honor to present to your High Noblenesses an Account of the 7th instant, from which it appears that here two French privateers from Mauritius captured on the 6th preceding a two-masted English small vessel, amounting with the cargo and Cash on board to about 4. Lak ropias, which also until now stay off this Coast: When they had dropped off the Passengers here, they departed southward again to Ansjenga, and there, with a vessel (that came to hail them), sent two English mates ashore; I have taken care that this might be made known at once on Ceilon and Cormandel; the two-masted one stays so far off the shore that one can just barely see the topmasts in clear weather, and the three-masted one again so far seaward from the first that they can nevertheless warn each other with signals if they see anything: off Coilan the two-masted one was also hailed, under an English flag, by a fishing vessel: there he gave himself out to be an English Snow, coming from Bombaij, and intending to go to Bengale: He also asked the fishermen whether they did not know what kind of ship that three-master was that showed itself deeper seaward from Him, and whether they did not know if any French ships had been seen along this coast, to which the fishermen answered no: the passengers and the English mates who were put ashore here and at Ansjenga have since related that there were not only very many Caffres, but also, besides the French crew, several fortune-hunters, even Dutch and English among them; nevertheless I think that they will no longer dare to linger around here, because on the 15th instant the bad monsoon begins on Cormandel, and the English naval force that lies there must then come to Bombaij and would encounter Them, unless the expected French Fleet should yet arrive, which, however, as far as I know has not yet appeared in the Indies, although much is spoken of it and the Nabab Haijder Alij chan must at least have had a promise of it, since He, precisely around the time it was expected, invaded the Carnatic and Madura and also, some time before, openly and with so much violence had the English fort Tallicherij attacked, that if Tallicherij had not been heavily reinforced with men during the past good Monsoon, it undoubtedly would already have surrendered, whereas it nevertheless holds out to this day, although the English are beginning more or less to doubt holding it any longer; at least that the Nabab must have a promise of the arrival of a French fleet has become even more apparent to me, because I have been informed from a very good source, not only that the Rice is being stored to the North and the transport thereof is being made difficult, but also that the Nabab has sent orders to Mangaloor to hold ready a Lak, that is One hundred thousand packs of Rice of 80: lb:, NB: for the French Fleet. I also make use of this opportunity to present to your High Noblenesses Copies of two Instructions that I recently granted concerning the defense of our posts Cranganoor and Aijkotta to the chief and the Commandants there, and from which it appears that if those posts, as they are now reinforced and retrenched (provided they are only well defended, and the Commandants guard against all surprises), can give the enemy quite some work, especially when one takes into consideration that, lying only half a day, or actually about six hours from here, one can always at once send assistance of men, and that although Cranganoor as a small fort cannot contain more men within itself, room would nevertheless in case of need and for that time still be found therein, if only to relieve the weakened men and supply the fort in their place with fresh men. In the meantime I have the high honor to remain with the greatest respect. /underneath stood/ High
Dutch transcription
hebben wijven en kinderen; Het is al te veel onderscheijd tussen een sipaij en Hun, welke eerste niet alleen 6: ropijen, maar ook boven dien nog een parra Rijst krijgd; hierbij komt ook, dat nu Paponettij onze voorige koorn schuur, in handen van de vijand is, en de maandelijkse verstrekkinge van Rijst aan het Guarnizoen nu vrij grooter als bevoorens is, waardoor de Rijst, het voornaamste gedeelte der Levensmiddelen alhier dagelijks duurder word, en die menschen hoe willig ze anders ook zijn, zig al te bekrompen moeten behelpen; Jk heb ook ge„ „merkt dat hun de lust haast begon te ontgaan en dat het ook al wat moeijelijk begon te worden (wanneer er eenige sterven, om de Compenien vol te houden ) andere in dies plaats vrijwillig te engageeren; dit is mij in de jongste quade mous„ „son nog nader gebleeken, en dewijl ik bedugt was dat dit volk mij ongevoelig mogt ontvallen zo ben ik uijt overtuijginge dat ze waarlijk meer verdienen, en ook meer dienden te genieten in de noodzaakelijkheijd gebragt, om hun ¼. ropij meer te geven en dat onder de naam van een zonder„ „ling gunst bewijs: Het zijn gewillige menschen die voor de viligheijd van Hun eijge Land bezorgt zijn, en van dewelke men geen dezertie te wag„ „ten heeft; ze zijn reeds zo verre in den wapenhan„ „del geoeffend, dat ze niet alléen alle Guarni„ „zoens diensten dagelijks mede doen, maar ook alle de manheuvres met het Geweer reeds ken„ „nen, en Jaarlijks bij de Generaale exercitie van onze gezamendlijke troupes, zo wel Europezen als v als Inlanders mede exerceeren, genoegzaam zo goed en zo fluks als de sipaijs: met deze geringe ver„ „meerderinge van ¼. ropij, zijn deze menschen zo ver„ „genoegd en opgeruijmt geworden, dat als het nood„ „zaakelijk was, gelijk dat zeer ligt zou kunnen ex„ „teeren, om nog meer van die menschen te werven, ik nu gemakkelijker daar in zoude reuseeren als anders. Hiernevens hebbe d' eere uw Hoog Edel„ „heed:s aantebieden een Relaas van den 7. dezer, waar uijt blijkt, dat hier twee franse kapers van de Mauritius den 6.de. bevoorens een twee mastig En„ „gels scheepje, bedraagende met de in hebbende La„ „dinge en Contanten, omtrend 4. Lak ropias ge„ „nomen hebben, dewelk ook tot als nog zig voor deze Cust ophouden: Joen ze de Passagiers hier afgegeven hadden, zijn ze weder zuijdwaarts na Ansjenga vertrokken, en hebben daar met een vaartuig (dat Hun quam verpreijen) twee Engel„ „se stuurlieden aan de wal gezonden; ik heb gezorgd, dat dit ten eersten op Ceilon en Corman„ „del bekend mogt worden; die met twee masten houd zig op zo verre uijt de wal, dat men effen bij helden weer de stengen zien kan, en die met drie masten weder zo verre zeewaards van d' eersten dat ze elkander egter met zeijnen kunnen waarschouwen, als ze iets zien: voor Coilan is die met twee masten ook verpreijd, onder een Engelse vlag door een vissers vaartuig: daar gaf Hij zig uijt voor een Engelse Snaauw, komende van Bombaij, en de wil hebbende na Bengale: Sij de Hij vroeg ook aan de vissers of ze niet wisten, wat voor een schip die drie masten was, die zig van Hem dieper zeewaards vertoonde, en of ze niet wisten of er ook franse scheepen onder deze kust gezien waa„ „ren, het geen de vissers met neen beantwoordeden: de passagiers en de Engelse stuurlieden die hier en te Ansjenga aan de walgezet zijn, hebben 't zederd verhaald, dat er niet alleen zeer veele kaffers, maar ook buiten de franse bemanninge, ook ver„ „scheide fortuijnzoekers zelfs van Hollandse en En„ „gelse op waaren, egter denk ik, dat ze nu niet langer hier omstreeks zig zullen durven ophouden om dat den 15. dezer de quade mousson op Cor„ „mandel begind, en de zee magt van d' Engelse die daar legd, dan na Bombaij moet komen, Hun rencontreeren zouden, ten waaren de verwagt wer„ „dende franse Vloot nog mogt komen, dewelke egter zo veel ik weet nog in Jndien niet ver„ „scheenen is, schoon 'er veel van gesprooken word en de Nabab Haijder Alij chan ten minsten toe„ „zegginge daarvan moet gehad hebben, alzoo Hij Juist tegen die tijd dat dezelve verwagt wierd in het Carnatische en Madureesche gevallen is en ook eenigen tijd bevoorens het Engelse fort Gallicherij opendlijk en met zo veel geweld heeft laten attacqueeren, dat indien Tallicherij in de gepasseerde goede Mousson niet sterk met volk was voorzien geworden, hetzelve ongetwijffeld al zoude overgegaan zijn, daar het egter zig tot nog toe staande houd, schoon d' Engelsen aan het langer houden van het zelve almin, of meer beginnen beginnen te twijffelen; ten minsten dat de Nabab toezegginge van de komst van een franse vloot moet hebben, is mij nog nader gebleeken, om dat ik door een zeer goede hand g'informeerd ben, niet al„ „leen dat de Rijst om de Noord opgelegt en den ver„ voer van dezelve moeijlijk gemaakt word, maar ook dat de Nabab na Mangaloor order gezonden heeft, om een Lak, dat is Hondert duijzend pakken Rijst van 80: lb: bij een te houden, NB: voor de fran„ „se Vloot. Ook bediene mij van deze geleegendheijd om uw Hoog Edelheed=s aantebieden Copia van twee Jnstructies, die ik onlangs nopens de defentie van onze posten Cranganoor en Aijkotta aan het opperhoofd en de Commandants aldaar verleend hebbe, en waarbij blijkt, dat als die posten zo als ze nu versterkt en geretrancheerd zijn (indien ze maar wel gedefendeerd worden, en de Comman„ „dants voor alle surprisen zorgen / de vijand al vrij wat werks geven kunnen, voor al wanneer men in aanmerking neemt, dat ze maar een halve dag, of eijgendlijk een uur of ses van hier leggende men altoos ten eersten assistentie kan zenden van voek, dat schoon Cranganoor als een klijn fortje niet meer volk en zig bevatten kan) zig egter in Cas van nood en voor dien tijd daar in nog wel plaats zoude vinden, al was het ook maar alleen om het verzwakte volk aftelossen en het fort in ^versen dies plaats met fris volk te voorzien. Inmiddels hebbe de hooge eere met de meeste eerbied te verblijven. /onderstond/ Hoog
English
High Noble, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Right Honorable Severe Lords! /lower/ Your High Noblenesses' humble and obedient servant /:was signed:/ A:n Moens /:in the margin:/ Cochim, the 27th of October 1780: /:still lower:/ K: S: It further occurs to me that the necessity of putting our country troops on the same footing as the sepoys now becomes all the greater, because of the hostilities undertaken by the Nabob Hyder Ali Khan against the English and their Nabob Mahomed Ali. For if these do not end soon, Mahomed Ali, as well as the English, will have to recruit very many sepoys, and in order to get many together quickly, according to their custom, offer extra high pay, or even bounty money, through which we could suffer a shortage of sepoys here; and therefore I think that a good arrangement regarding our own troops is now all the more necessary. The English also do not seem to be finished with the Marathas; they spread the rumor that they will become master of it and will be able to bring their client Raghoba to the Maratha throne, but from various circumstances one must deduce that they have by far not yet reached their objective, and it is even believed that they have in fact received orders to come to terms with the Marathas for now as best they can, which goes very much against the grain of the Bombay Ministry (by whom the project to bring Raghoba to the throne was formed). Checked Godef Daimichen Agrees JA Dannichen Le Crets No 1. Secret Resolution Sunday, the 10th of September 1780. Present The Right Honorable, Highly Esteemed Lord, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director Adriaan Moens, The Honorable Senior Merchant, Second and Chief Administrator Reinier van Harn, The Honorable Merchant, Fiscal and Cassier Samuel Constantin Saffin, The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper Jan Lambertus van Spall, The Honorable ditto and Paymaster Coenraad George Seyffer, The Honorable ditto Willem van Haeften, The Honorable ditto and Secretary of Police Johan Andries Daimichen. Absent The Honorable Junior Merchant and Dispenser Abraham Jean Scipion Vernede, due to indisposition. At the beginning of this assembly was presented the letter from the Ceylon Ministers dated the 16th of August last, together with a ditto from the Tuticorin Chief dated the 21st thereafter, both received here the day before yesterday and already circulated among the members for reading; Taken in Council of Malabar at the town of Cochim the first containing that the Nabob Hyder Ali Khan had invaded the Carnatic, and that on the Coromandel coast, Porto Novo, together with a place Kanchipuram, not far from Madurai, had been plundered by the detachments of two armies of the said Nabob, of which one has encamped above Tiruchirappalli, and the other near Dindigul, not far from the fortress of Madurai, whereby the entire country there was thrown into commotion and dismay, since the Nabob Mahomet Ali with the English on that side have only just enough men to garrison their strongholds; and that the servants of Tuticorin had therefore requested a speedy relief, upon which two and a half companies of Easterners and sepoys have already been sent from Ceylon to Tuticorin; but that in case one of the aforementioned armies should descend to the lowlands, European troops would then be necessary, adding that, owing to the critical circumstances of the times, being unable to send Europeans from Ceylon to the opposite coast, they had authorized the Tuticorin Ministers to request, in case of urgent need, the remainder of the Ceylon troops that are still here, on the understanding that, whatever objective Hyder Ali may have, the company of Captain Lever (which is the weakest of the two Ceylon companies) along with the Ceylon artillerymen are, under these circumstances of the times, more needed at Tuticorin than at Cranganore and Ayacotta, with the request that we take into serious consideration what would be more expedient: to strip the lands of the Kings of Travancore and Cochim of troops, or to run the risk of exposing the port of Tuticorin to hostile undertakings; further adding that they assume with good reason that Cranganore and Ayacotta, with the help of the Travancore and Cochim auxiliary troops, run less danger than before, so long as the undertakings of Hyder Ali remain confined to the side of Coromandel and Madurai, since he, also being unable to leave his northern borders unguarded on account of the Marathas, cannot keep any significant force at Calicut and Chettuva; just as the Tuticorin Chief in the aforementioned letter of the 21st of August, although not in the position of having to make the fullest use of that authorization, nevertheless out of apprehension that, should the necessity once exist, it would then be too late, therefore requests from here for the present the company of Captain Lever with some artillerymen, as can be seen in further detail from the aforementioned letters inserted below. Malabar To the Honorable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director over the Company's Important Trade and Affairs, together with the Council, Cochim. Honorable, Valiant, Manly, Wise, Prudent, Highly Discreet Gentlemen! Entirely unexpectedly, we recently received news of the plundering of Porto Novo, and
Dutch transcription
Hoog Edele Groot Agtbaare, wijdgebiedende Heer, en Wel Edele Gestrenge Heeren! /lager / uw Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ A:n Moens /:in margine:/ Cochim den 27. october 1780: /:nog lager:/ K: S: Mij vald nog bij dat de noodzaakelijkheid om onze Lands troupes ook op dien voet te brengen als de sipais, tans des te grooter word, wegens de onderno„ „mene vijandelijkheeden van den Nabab Haijder Alij„ Chan tegens d' Engelsen en Hunne Nabab Macho „med Alij, want indien dezelve niet spoedig eijn„ „digen, dan zal Machonied Alij zo wel, als d' En„ „gelsen zeer veel sipais moeten werven, en om er spoedig veele bij elkander te krijgen, na hun gewoon„ „te extra hooge bezoldinge, of ook wel hand geld aanbieden, waardoor wij hier gebrek aan sipais zoude kunnen krijgen, en daarom denk ik dat een goede inrigtinge omtrend onze eijge troupes tans des te noodzaakelijker is. De Engelsen schijnen met de Maratters ook niet gedaan te hebben, ze spargeeren wel, dat ze het Meester zullen worden en Hun Client Ragobaij op den Maratse Chroon kunnen brengen, maar uijt verscheide omstandigheeden moet men af„ „lijden, dat ze op verre na Hun oogmerk nog niet berijkt hebben, en men meend zelfs, dat ze in der daad order zouden erlangd hebben, om zig tans maar met de Maratters te verdragen, zo goed te kunnen, het geen het Ministerie van Bombaij (bij dewelke het project om Ragobaij op den throon te brengen, geformeerd is) zeer tegen tegen de borst stoot. Clg Nagezien Godef Daimichen Accordeert JA Dannichen Le Crets No 1. Secreete Resolutie Sondag Den 10. ' September 1780. Present Den wel Edelen Groot Agtb: Heer, Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders Gouverneur en Directeur Adriaan Moens, Den E: opperk: secunde en Hoofd administrateur Reinier van Harn, E: kopman, fiscaal en Caffica Samuel Constantin Saffin, „ E: onderkoopman en Pakhuijsmeester Jan Lambertus van Spall, „ E: _=o en zoldij boekhouder Coenraad George Seijffer „ 6: _=o Willem van Haeften 5 „ E: p= D=o en secretaris van politie Johan Andries Daimichen Absent Den E: onderkoopman en Dispencier Abraham Jean Scipion Vernede door Jndispositie. In den beginne dezer bij eenkomste wierd ge„ „produceerd de brief van de ceilonse Ministers ged=t den 16. Aug=o J:o leeden, benevens een dito van het Tutucorijnse opperhoofd ged:t 21. ' daar aan, beijde op eergisteren hier ontvangen en bereets bij Genomen in Raade van Mallabaar ter steede Cochim de op de Leeden ter lectura rond Geweest, de eerste be„ „helschende dat den Nabab Haijder Alijchan, in het Carnattise was gevallen, en ter custe Cormandel, Porto nood, benevens een vlek kan„ „Jepoeram, niet verre van Maduae, uijtgeplun„ „dert waren, door de detachementen van twee Legers van gemelde Nabab waar van een boven Grisjen apallij, en het ander bij Jindikalle zig neergeslagen heeft, niet verre van de vrstinge Madure, waar door het gantsche land aldaar in beweginge en verslagentheijd gebragt was, alzo de Nabab Mahomet Alij met de Engelsche aan die kant maar pas zoo veel volk hebben, datze hunne vaste plaatsen kunnen bezetten, en dat dus de bediendens van Tutucorijn om een spoedig ontzet verzogt hadden, en waar op ook reeds Twee en een halve Compenie oosterlingen en sipaijs van Ceilon na Tutucorijn bezorgd waar „ren, dog dat ingevalle een van voorsch: Legert/ na de beneeden landen mogt afzakken, er dan Europeese troupes zouden nodig zijn, met bij„ „voeginge, dat zij wegens de Criticque tijds om„ „standigheeden, geen Europeesen van Ceilon nade overwal kunnende zenden, de Tutucorijnse Ministers Ministers gequalificeert hadden, om bij doen„ „gende nood, het overschot van de Ceilonse Grou„ „pet, die hier nog zijn, te versoeken, in begrip, dat, welk oogmerk Haijder Alij ook hebben mogt, de Compenie van Capitain Lever /:die de swakste is van de twee Ceilonse Com„ „penien:/ nevens de Ceilonse Arthilleristen in deze tijds omstandigheeden, te Tutucorijn nodiger zijn, als te Cranganoor en Aijkotta, met verzoek dat we, in ernstige overweginge zoude neemen, wat oirbaarder zij, de Lan„ „den van de koningen van Jrevancoor en Cochim van troupes te ontblooten, of gevaar te loopen, om het port van Tutucorijn aan een vijandelijke ondernemingen blood te stellen, met verder bijvoeginge, datze met veel Gronds onderstellen, dat Cranganoor en Aijkotta, met behulp van de Grevancoorse en Co„ „chimse hulp-troupen, minder Gevaar, dan bevoorens loopen, zo lange de onder„ „neminge van Haijder Alij na de zijde van Cormandel en Madure bepaald blijven, vermits Hij zijne noordelijke Grensen, om de wille van de Maratters ook niet onbewaard kunnende kunnende laaten, geen naamwaardige magt te Calicoet en Chettua houden kan, gelijk dan ook het Jutucorijnse opperhoofd bij voorsch: brief van den 21. ' Aug=s, schoon niet in het geval zijnde om van die qualificatie het ruijmste gebruijk te moeten maken, egter uijt bedugtinge dat de noodzakelijkheijd eens exteerende, het dan te laat zoude zijn, dus van hier voor eerst de Compenie van Capitain lever met eenige Arthilleristen verzoekt, gelijk dat een en ander nader bij de voorschr: hier onder g'insereerde brieven te zien is. Mallabaar Aan Den Edelen Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, Gou„ „verneur en Directeur over sComp:s importanten Handel en Ommeslag, Nevens den Raad Cochim Edelen, Erntfesten, Manhaften, wij„ „zen, voorzienigen zeer Discreeten! Gansch onverwagt ontvingen wij, dezer dagen tijding van het uijtplunderen van Porto novo, en
English
and of a creek called Kanjepoeram, which lies not far from Madure. These raids were carried out by detachments from two armies of Haijder Alij, one of which has encamped above Trisjenapali and the second near Dindikalle, not very far from the fortress of Madure. The entire country on the opposite shore has thereby been thrown into commotion and consternation, and the Nabab with his English allies on that side scarcely have enough men to garrison their fortified places. As the country therefore lies open to Haijder, the servants at Tutucorijn have requested prompt relief, regarding the estimation of which we have been all the more perplexed because the news from Europe, as is known to your Honours, is entirely unfavorable with respect to the neutrality of the Netherlands, and we have received one poorly manned ship, without well-founded hope regarding the crew of the second, which, for lack of men, was not to sail until spring. For the present, we are now sending two and a half companies of Easterners and Lipaties to Tutucorijn, with which we hope to be able to turn away the marauding parties; but if one of the two enemy armies, as is feared, descends to the lowlands, European troops, which even the English do not have, will be needed, and we do not know where to find them. Gale and Trinkonamale are weakly garrisoned, and Jaffena no better; nevertheless, the last-mentioned place will have to reinforce the garrison of Manaar considerably if Haijder's troops descend. From Kolombo we dare not detach any European men as long as peace in Europe remains uncertain. Thus no other means remains to us than to authorize the Chief van Angelbeek (as is done today) to request from your Honours, in case of pressing need, the remainder of our troops sent to Mallabaar. We had to resolve upon this all the sooner because it is more than probable that Haijder, keeping two considerable armies in the field on the side of Karnatika and unable to leave his northern borders unguarded on account of the Marattas, could maintain no force worthy of the name around Calicoet and Chettua; thus we may suppose with good reason that Kranganoor and Aijkotta, with the aid of the Travancore and Cochin auxiliary troops, run less danger than before, so long as the enterprises of Haijder remain confined to the side of Kormandel and Madure. The situation of his country does not permit him to send his troops, which stand for the most part near Tritjenapallij and Madure, to the side of Mallabaar so quickly that we, on our part, would not have enough time to adjust our measures to his. But whatever the objective of Haider Alij may be, this is certain: that at least the weakened company of Capt. Lever, with the remainder of the Ceylon artillerymen, are under these present circumstances more needed at Tutucorijn than at Cranganoor and Aijkotta. We request that your Honours take into serious consideration what may be more expedient: to strip the lands of the Kings of Travancore and Cochin of troops, or to run the risk of exposing the port of Tutucorijn, to the grievous shame of the Netherlanders, to the fate of an enemy enterprise. Order has already been given for the abandonment of the small factories if necessity presses. After friendly greetings, we have the honor to remain with much esteem (beneath stood:) Noble, Firm, Valiant, Wise, Provident, Highly Discreet! Your Honours' devoted friends and servants (was signed:) Js. Will. Falck, Daniel de Bok, J. G. Borwater, Gerr. Engelh. Holst, J. de Bordes, and M. Mekern (in the margin:) Kolombo, the 16th August 1780. Cochin To the Right Honorable and Valiant Sir, Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Dutch possessions on the Coast of Mallabaar, together with the Council. Right Honorable and Valiant Sir, Much esteemed friends! An unexpected invasion by Haijder Alij Chan with two mighty armies into the realm of Karnatika, one of which, under the command of the well-known Chander Chan, stands close to Madure and thus seems to have aimed its objective at these lowlands, has thrown the entire country of Madure into turmoil, all the more because the troops of the English and of the Nabab Machomed Alijchan in this land regency are far too weak to withstand that army. Our condition on this coast has thereby become very precarious, as we suspect with much reason that the enemy will spare our establishments here just as little as at Porto Novo, where he not only plundered and devastated everything, but also carried off the Company's servants as prisoners. Upon the reports thereof made jointly by me and the Council to our government, I have, in the answer directed to me alone, been separately authorized to request the remainder of the Ceylon militia from your Right Honorable and Valiant Sirs and Honours when I need them. Up to the present day we do not, it is true, find ourselves in the position of having to make the fullest use of this authorization, but if it should come to pass that this became necessary, it would then, in all probability, also be too late, for our European garrison is so weak and poorly conditioned, and we are so destitute of artillerymen, that we would have to leave our entire defense mostly to native troops; and how hazardous this is, I need not first demonstrate at length to your Right Honorable and Valiant Sirs and Honours. I have therefore, in this situation, for the preservation of the Company's establishments and for the security
Dutch transcription
en van een veek kanjepoeram geheeten, 't welk niet verre van Madure legt. Deze strooperijen zijn gedaan door detachementen van twee Legers van Haijder Alij, welker een boven Jris„ Jenapali, en het tweede bij Jindikalle, niet zeer verre van de vesting Madure, zig heeft nedergeslagen. Het Gansche Land aan de overwal is daar door in beweging en verslagenheijd gebragt, en de Nabab met zijne Engelsche bondgenooten heeft aan dien kant, kwaelijk zo veel volks dat zij hunne vaste plaatsen besetten kunnen, wijl dus het land voor Haijder open legt, heb„ „ben de bedienden van Tutucorijn om een spoedig ontzet gevraagd, omtrent welks begrooting wij te meer verlegen zijn geweest, om dat de tij„ „dingen uijt Europa, zo als vuld: bekend is, gansch niet gunstig zijn ten aanzien van Nederlands onzijdigheijd, en wij een slegt be„ „mand schip hebben uijtgekreegen, zonder ge„ „gronde hoope omtrent de bemanning van het tweede, 't welk, door gebrek aan volk eerst in het voorjaar zoude uijtzeijlen. Wij bezorgen nu, voor eerst, twee en een halve Compenie Oosterlingen en Lipaties na Tutucorijn, waarmeede wij de stropende par„ „tijen hoopen te kunnen afkeeren; maar wan„ „neer een van de twee vijandelijke Legers, zoo als als 'er geducht wordt, na de beneden landen afzakt zullen 'er Euoopische troupen, die zelfs de Engels schen niet hebben, noodig weesen, en wij weeten ze niet te vinden. Gale en Grinkonamale is zwak bezet, en Jaffena niet beter, nogtans zal laatst gemelde plaats het guarnisoen van Ma„ naar, wanneer Haijders troupen afzakken aanmeakelijk moeten versterken. van kolombo duaven wij geen Europische man„ schap detacheeren, zo lang de vreede in Europa onzeker staat. Dus blijft ons Geen ander middel over, dan het opperhoofd van Angelbeek te qua„ „lificeeren /:gelijk heden geschied:/ om bij drin„ „gende nood van uEd: te verzoeken het overschot van onze na Mallabaar gesondene troepen. je eerder moesten wij hier toe besluijten, om dat het meer dan waarschijnlijk is, dat Hlaijder twee aanmerkelijke Legers aan de zijde van kar„ „natika in het veld houdende, in zijne noordelijk Grensen om den wille van de Maratters niet onbewaard kunnende laaten, geen naamwaar „dige macht om en bij Calicoet en Chettua Kon houden: dus wij met veel Gronds mogen onder stellen, dat kranganoor en Aijkotta, met be„ „hulp van de Goevancoorse en koetsjiensche hulp, troupen, minder gevaar dan bevorens loopen zoo lang de ondernemingen van blaijder na de zijde van Kormandel en Madure bepaald bepaald blijven. De Gelegentheijd van zijn land laat niet toe om zijne troupen, die Grooten„ „deels bij Griljenapallij, en Maduae staan, zoo schielijk na de zijde van Mallabaar te zenden, dat wij van onzen kant, geen tijds Genoeg zouden hebben om ook onze maatregulen met de zijne te veranderen. Maar welk ook het oogmerk van Haider Alij zij, dit is zeker, dat ten minsten de verswakte Companie van Cap: Lever met het overschot der Ceilonle Arthilleristen, in deze tijds omstandig„ heeden, nodiger zijn te Tutucorijn, dan te Cranganoor en Aijkotta: wij verzoeken dat vwld: in ernstig overweging neeme, wat oirbaarder zij, de landen van de koningen van Grevancoor en kortssien van troupen te ontblooten, of gevaar te loopen om het port van Tutucorijn tot Grie„ „vende schande, van de Nederlandsrs aan 't lot eener vijandelijke onderneming bloot te stellen. Get het verlaaten van de klijne faktorijen zo de nood dringt, is reeds ordre gegeven. wij hebben d' eer na vriendelijke groote met veel achting te verblijven /:onderstond:/ Edelen Erntfesten, Manhaften, wijzen voorzienigen zeer Diskreeten! uwer wel Edelens D:W: vriend en Dienaaren /:was Getekend:/ Jm: will: Falck, Daniel de Bok, J: bl: Borwater, Gerr: Engl Hollt, J: de Bordes en M. Koetsien Aan Den wel Edelen Gestrengen Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders Gouverneur en Directeur van de Nederlandsche bezittingen op de kust Mal„ labaar, Nevens den Raad Wel Edele Gestrenge Heer. veel g'achte vrienden! Een onverwachte inval van Haijder Alij Chan met twee machtige Legers in het rijk van Karnatika, waar van het eene, onder bevel van den wel bekenden Chander Chan, digt bij Madure staat, en dus het oogmerk op deze bneden landen schijnt gerigt te hebben heeft het heele land van Madure in repen roer Gebragt, temeer wijl de troupen van de Engelschen en van den Nabab Machomed Alijchan in dit Landregentschap veel te M: Mekern /:in margine:/ Kolombo den 16 ' Aug=s 1780. Zwok zwak zijn, om aan dat Leger het hoofd te bieden. onze toestand op deze custe is daar door zeer hachelijk geworden, wijl wij met veel redenen vermoeden dat de vijand onze Etablissementen alhier zo min zal ontsien als te Porto Novo, waar Hij niet alleen alles geplonderd en verwoest, maar ook 'sComp:s Die„ „naaren Gevanklijk weggevoerd heeft. Op de door mij en den Raad tezamen daar van Gedaane rapporten aan onze regeering, ben ik, bij het aan mij alleen Gerigte antwoord, afzonderlijk gequalificeert, om het overschot van de Ceilonse Milietsie van uw wel Ed: Gestr: en Ed:s te versoeken, als ik ze nodig hebbe; Tot heeden toe bevinden wij ons wel niet in het geval, om van deze qualificatie het ruijmste gebruijk te moeten maken, dog als het zoo ver mogt ko„ men, dat dit noodzakelijk wierd, dan zoude het daar toe, naar alle waarschijnlijkheid, ook te laat zijn, want ons Europeesche Guarnn„ „loen is zo swak en slegt gesteld en van Ar„ „thilleristen zijn wij zodanig ontbloot, dat wij onze heele verdediging meest op jnlandsche troepen zouden moeten laaten aankomen, en hoe hachelijk dit zij, duave ik aan uw wel Ed: Gestr: en Ed=n met eerst breedvoerig betoogen. Jk hebbe derhalven in deeze situaatsie tot behoud van 'sComp:s Etablissementen en tot beveijliging