Inventory 10311
Malabar · 988 pages · 181 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
of the Travancore and Cochin Nairs begins, sometimes remains floating and turning in the water right in full view of those people, and sometimes even washing ashore against the riverbank, remains lying there, and for which reason everything that comes off the cattle beast must be buried outside the camp in a pit in the ground and covered with sand. That there must be an appointed slaughterer, who must have his premises somewhat secluded, at least out of sight of the camp of the Nairs. That the slaughtered animal must not be hung outside on display, and even less so the pieces carried away openly and bare, but that anyone who desires meat may have it brought to his dwelling lightly covered, and for which reason the necessary warnings must be given to the caterers, who are usually the slaughterers themselves, to observe this whenever they cook meat or pottage for the people. And because the native Christians lie closest to the aforementioned Nairs and they act in this respect just as indiscreetly as our Europeans, the necessary precautions against this must be taken especially in the camp of the native Christians. Article 15. At least the ministers of Travancore and Cochin have assured me that if these orders are observed, no difficulties are to be expected, all the more because the Nairs not only camp in a separate corner, but even, as a characteristic of their caste, keep away from our camp and do not come there to look or walk, as our people are indeed accustomed to doing among them, which latter must also be prevented as much as possible, for a Nair is defiled if he has merely been in a native village or a Christian neighborhood, and would remain unclean if he did not immediately wash himself; these are trivial matters in themselves, but they must be observed to prevent great difficulties, and therefore the aforementioned must be observed without any deviation, as the commandant will otherwise be held responsible for it and corrected as a fault in his duty, since it depends on him to give the necessary orders to that end and to punish the offenders. Article 16. Regarding the defense of Ayacotta, one must take into consideration that musket fire is of no use there, at least cannot be of use until the enemy, having dared and been able to withstand the cannon fire, begins to approach so closely that one can fire with muskets from the entrenchment, so that the commandant can meanwhile and until then employ a good portion of the infantrymen at the cannons, in order that our cannon may act all the more swiftly and deliver both a continuous and terrifying fire; provided, however, that some infantrymen keep watch here and there along the entrenchment with their muskets, besides the reserve corps, which can be strong here, but must always remain out of range. Article 17. As soon as our cannon begins to fire, Your Honor must see to it that one or two tubs of old tamarind water are at hand, in order to cool the pieces with it after they have been fired eight or ten times, and for which reason, by the regulations of 9 July last on the management of Ayacotta, the necessary quantity of old tamarind has been allocated for this purpose. Article 18. Furthermore, the entire entrenchment must be occupied by the native troops, who, by reason of the great number of the Travancore and Cochin Nairs, if the enemy should come close, could make such an enterprise cost him dearly enough with their shooting and, upon scaling the breastwork, with their bayonets /:for the troops both of Travancore and Cochin stationed there have European muskets with bayonets, both English and Dutch:/. Article 19. The commandant must know how to interact with the chiefs of the Travancore and Cochin people according to the custom of the country: he must also, with the aid of an interpreter, converse with them now and then about the danger there is for the enemy in crossing, if one only stands firm and does not yield, as happened in the beginning when the enemy made an attempt to cross. Article 20. Yet, in order not to make their retreating, indeed I may well say their running away on that occasion, serve as a reproach to them, because all displeasing treatment of them ought to be avoided, Your Honor can, as it were, gloss over their retreat of that time with the reminder that the Nairs stood exposed there then, since no breastworks with parapets had yet been raised along the river, adding that since Ayacotta is now entrenched in places where there is no muddy ground, the enemy cannot possibly push forward now, even if he had already approached before the breastworks, if one merely relies on one's bayonet and stands firm, besides the fact that the cannons from the flanks of the battery can still massacre with canister and grapeshot everything that shows itself outside the breastwork; I say this because in a certain respect it is also the truth, but primarily because one can put heart into them with this, just as I, speaking once in that very manner with the ministers of Travancore and Cochin, had the pleasure of seeing them begin to speak fiercely and courageously, adding that they indeed wished that an attack might now be made by the enemy on that side once again, that they would attend that affair in person, and would instantly run down the first Nair who merely turned his head, let alone made a move to retreat, etc., although I nevertheless believe that
Dutch transcription
van de Trevancoorse en Cochimse Nairossen begind, zomtijds voor het gezigt van dat volk daar in het water blijft leggen draaijen, en zomtijds zelfs tegens den oever van de revier aanspoelende, daar leggen blijfd, en waarom alles wat van het koebeest afvald buijten het Camp in een kuijl onder de Grond begraven en met zant bedekt, moet worden. Dat er een vaste slagter moet zijn, die zijn opstal wat agter af, ten minsten buijten het gezigt van het Camp der Nacrossen moet hebben. Dat men het geslagte beest niet buijten ten toon hange en nog minder de stukken opentlijk en bloot wegdrage, maar dat de geene, die vleesch begeerd het zelve ligtelijk bedekt na zijn wooning kan la„ ten halen, en waar toe aan de schafbaazen, die doorgaans de slagter selfs zijn, de nodige waar„ schouwinge moet gedaan worden, om wanneer ze voor het volk vlees of poespas koken, zulx te observeeren. en dewijl de inlandse Christenen het naast bij de voorsch: Nairossen leggen en zij ten deezen opzigte al ruijm zo onbeschijden handelen als onze Europeezen, zo moet voor al in 't Camp van de Jnlandse Christenen de nodige voor„ zienige daar tegen gedaan worden. Art 15. Art: 15. ve Ten minsten de Ministers van Trevancoor en Cochim hebben mij verzeekert, dat als deeze orders g'observeerd worden er dan geene moeijelijkheeden te wagten zijn, temeer om dat de Nairossen niet alleen in een afzonderlijke hoek Campeeren, maar ook zelfs als een eijgenschap van Hunne Casta, zig van ons Camp onthouden en niet daar komen kijken nog wandelen, gelijk ons volk wel gewoon is bij Hun te doen, welk laatste ook zo veel mogelijk moet belet worden, want een Nairo is ontheijligt, als Hij maar in een Negerij „hij of een Christen buurt geweest is, en zou onzijn blijven; als Hij zig niet aanstonds wasse: het zijn op zig zelfs klijnigheeden, maar men moet ze in agt neemen om groote moeijelijkheeden voortekomen, en daarom moet het voorsch: zonder eenige afwijken g'observeerd worden, alzo de Commandant anders daar voor aanspre„ kelijk gestelt en als een fout in zijn dierst gecorrigeerd zal worden, dewijl het van Hem dependeert, om de nodige orders daar toe te ge„ ven, en de overtreeders te straffen. Art: 16. Nopens de defensie van Aijkotta moet men in aanmerkinge neemen, dat het mus„ het vuur daar van geen nut is, ten minsten niet niet eer van nut kan worden, voor dat de vijan het vuur van het Canon hebbende durven en kunnen uijtstaan, zo na bij begind te naderen dat men uijt het retranchement met geweer vuuren kan, zo dat de Commandant een goed gedeelte van de Jnfanteristen intussen en tot zo lange bij de Canons emploijeeren kan, op dat ons Canon des te geswinder ageere en zo wel een Continueel als verschrikkelijk vuur geve„ mits egter eenige jnfanteristen hier en daar met het geweer langs het retranchement oppas„ sen, behalven het Corps de reserve, het welk hier sterk weezen kan, dog altoos buijten schoot moet blijven. Art: 17. Zo dra ons Canon begind te vuuren, moet VE: zorgen dat er een of twee balijs met oude Tammerinde water bij de hand zijn, om de stuk¬ ken na dat dezelve agt of thien maal zijn af„ geschooten, daarmeede te verkoelen, en waarom bij Reglement van 9. Iulij j„t leeden op de huijs„ houdinge van Aijkotta daar toe de nodige quan„ titeijt oude tammerinde bepaals is. Art: 18. Voorts moet het geheele retranchement door de Jnlandse troupes bezet worden, die om de wille wille van het groot getal der Trevancoorse en Cochimse Naijrossen, den vijand wanneer Hlij na bij mogt komen, met Hun schieten en bij het opinteren tegen de borstweeringe, met Hunne ba„ jonets, zo een onderneminge, nog duur genoeg betaald zouden kunnen zetten /:want de troupes zo wel van Trevancoor als van Cochim die daer leggen, hebben Europeeze geweeren met bajonetten zo wel Engelse als Hollandse:/ Art: 19. De Commandant moet met de Hoofden van het Trevancoorse en Cochimse volk na slands wijze wat weeten omtegaan: Hij moet Hun ook door behulp van een Tolk nu en dan eens onderhouden, over het gevaar, dat er voor de vijand is om overtekomen, indien men maar blijft staan en niet wijkt, gelijk in het begin, toen de vijand een tentamen deed om overtekomen. Art: 20. Dog om Hhun het retireeren, ja ik mag wel zeggen, het wegloopen bij die gelegentheid, niet als een verweijt te doen strekken, om dat men alle ongaarne bejegeningen met Hun diend te vermijden, zo kan VE: het retireeren van dien tijd, quasie bewinpelen, met de her„ inneringe, dat de Nairossen toen daar blood stonden stonden; dewijl er toen nog geene borstweeringen met parapets langs de revier opgehaald waren, met bijvoeginge, dat dewijl Nijkotta nu geretran„ cheerd is, ter plaats; waar geen modder grond is, de vijand nu onmogelijk opdringen kan, al was Hij al voor de borstweeringen genadert, indien men maar zelfs alleen zig op zijn bajonet verlaat en staan blijft, behalven dat de Canons uijt de flanken van de Batterije met schroot en druijven, alles wat zig buijten de borstweering vertoond nog kan massakreeren; ik zegge dit, om dat het in zekere opzigt ook =de waarheid is, maar voornamentlijk, om dat men hiermeede Hun een riem onder het hart kan steeken, gelijk ik met de Ministers van Trevancoor en Cochim op die zelfde wijze eens spreekende het vermaak had, om te zien datze vuurig en Coeragiens begonden te spree„ ken, met bijvoeginge, datze wel wenschten dat er nu maar aan die kant weer eens een attacque door de vijand mogt gedaan werde, datze zelfs in perzoon die affaire bij woonen„ en de eerste Nairos, die maar de kop om„ draijde, laat staan beweeging maakt van te reticeeren, op het ogenblik onder de voet zouden steeken etc:, schoon ik evenwel geloove, dat
English
that in a serious affair one must be mindful to make the people of Trevancoor and Cochim stand firm, but such negotiations and conversations with them can nevertheless do no harm. Art: 21. If Nijkotta should thus be attacked, the non-commissioned officer of that guard stationed at and around the Trevancoor and Cochim troops must watch carefully whether disorders and fear take place, without however taking any action against it himself, but immediately notifying the Commandant thereof, who, when he notices that they are beginning to fall into confusion, must send a detachment there to encourage them not to lose heart, adding that there is no difficulty and that they will be helped; but if the Commandant sees that such persuasions and encouragements do not help, he must rather let them go than, through their cowardice, cause our native troops also to waver, and defend themselves to the utmost, in which case it would still cost the enemy effort enough enough to cross over and mount the entrenchment, because the enemy is exposed to everything, and a number of 350 heads standing behind the parapet with both their muskets and cannon can make it hot enough for an enemy who must approach over the water in small vessels. Art: 22: Yet through whatever chance it might be that the Commandant cannot hold off the enemy but must absolutely retreat, he must nevertheless not retreat without having previously warned Cranganoor thereof by a signal, because the loss of Cranganoor depends directly on the loss of Nijkotta, and the Commandant of Cranganoor can then take his measures accordingly. Art: 23. During the retreat, the Commandant will also have to ensure that the artillery which he cannot take with him is spiked and the carriages disabled, but above all he must be mindful to take the retreat along the beach, from where the mud on the beach begins to cease. Art: 24. Checked. Furthermore, I attach hereto some extracts from the instructions for the chief and the Commandant of Cranganoor, specifically those dealing with the mutual signals and the retreat, to serve for Your Honour's information, and which I therefore consider as if they were inserted word for word herein. Art: 25. Finally, these instructions must be kept secret, and no one except the senior officer after Your Honour may know where they lie, in order that he may find them and read them immediately in the event that something should happen to Your Honour. Cochim, 14 August 1780. signed: A: Moens J: Schemering Agreed J:J Dannclieus J Le Crets Batavia To His High Honour N: V. The High Noble and Right Honourable Lord Mr. Willem Arnold Alting Governor General. Together with The Right Honourable and Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies High Noble, Right Honourable, Far-Ruling Lord and Right Honourable and Valiant Lords! By the ship 's Compagnies welvaaren I had the honour to receive Your High Honours' separate letter addressed to me and my successor successor, to whom upon his arrival here I shall immediately give a reading thereof, and which I now have the honour preliminarily to answer upon the departure of the General Description of this trading post. In accordance with Your High Honours' esteemed intention, I immediately placed the necessary orders to acquire once again a parcel of Cardamom plants, which properly ought to be gathered in the rainy season and kept ready against the fair monsoon. With the recruitment of the 300 sepoys requested by Your High Honours, I am already occupied and hope, by shipping opportunities, to be able to provide the greater part thereof and possibly even the full 300 during this sailing season, on the conditions that Your High Honours were pleased to send hither; I am writing this, however, as yet by this separate missive in order, under the present local circumstances, to make it as little public as possible and to keep it concealed from the native that that they are so hard-pressed for manpower in Batavia. Since my last letter, which I had the honour to write to Your High Honours, dated 27 October 1780, sent in both the original and duplicate by the private ships the Hercules and the Concordia, the Nawab Hyder Ali Khan still appears to be making progress in the Carnatic, as is further reported in today's general letter. Meanwhile, this invasion has thus far had no beneficial influence on this side, as the Nawab has not yet diminished his force in this vicinity. The Zamorin's Nairs have recently shown themselves again, and, as I hear, are now being encouraged and even supported by the English; the reminder that Your High Honours gave me regarding their conduct, namely not to engage with them any further than the utmost caution permits, and especially if any appearance of peace negotiations should present itself, will be observed with all due care.
Dutch transcription
dat men in een serieuse affaire bedagt zal moe„ ten zijn om het volk van Trevancoor en Cochim te doen staan, dog diergelijke onderhandelingen en gesprekken met hun kunnen egter geen kwaat zijn. Art: 21. Indien dus Nijkotta mogt g'attacqueerd worden, zo moet de onder officier van die wagt die bij en omtrend de Trevancoorse en Cochimse troupes legd, wel toezien, of en dis„ orders en vreeze plaats hebben, zonder egter zelfs daar tegen iets te doen, maar ten eersten daar van aan den Commandant laaten kennis„ se geven, die als Hij gewaar word, datze begin„ nen in het hondert te loopen, een Commando daar na toe moet zenden, Hun laaten aan„ moedigen, om den moed niet telaten zakken, met bijvoeginge, dat er geen swarigheid is en dat men Hun helpen zal; maar als de Commandant ziet, dat diergelijke persuatien en aanmoedigingen niet helpen willen, dan moet zij thun liever maar laten heen gaan, als door hunner laciteijt onze inlandse troupis ook maar aan het wankelen te bren„ gen, en zig zelfs tot het uijtterste verweeren, als wanneer het den vijand nog moeijte genoeg genoeg zou kosten, om overtekomen en tegen het Retranchement op te enteren, om dat de vijand de aan alles blood gesteld is, en een getal van 350: koppen zo met Hun geweer als met Canon, agter de borstweeringe staande, een vijand die over het water moet aankomen, met klijne vaartuijg„ jes, het heet genoeg maken kan. Art: 22: Dog het zij nu door welk toeval het mogt zijn dat de Commandant de vijand niet afhouden kan maar absolut retireeren moet, zo moet Hlij egter niet retireeren, zonder alvoorens met een seijn Cranganoor daar van gewaarschout te hebben, om dat aan het verlies van Nijkotta, teffens het verlies van Cranganoor afhangt, en de Com mandant van Cranganoor als dan zijne maat„ regelen daar na neemen kan. Art: 23. Bij de retiraite zal de Commandant ook dienen te zorgen, dat het geschut, het geen Hij niet meede kan neemen, vernageld en de affuijt onbequaam gemaakt worden, maar voor al moet Blij verdagt zijn, om de retiraite langs het strant te neemen, van daar alwaar de modder aan het strand begind optehouden. Art: 24. Art: 24. Nagezien Wijders voege ik hier bij, eenige Extracten uijt d' Jnstructie voor het opperhoofd en den Commandant van Cranganoor, en wel voornamentlijk, die van de wederzijtse seijnen en van de retiraite spreeken, om te dienen tot VE: narigt, en dewel„ ke ik daarom houde even als ofze bewoordelijk in dezen g'insereert zijn. Art: 25. Eijndelijk moet deeze Instructie geheim ge„ houden worden, en aan niemand als de oudste officier na VE: mag weeten, waar dezelve legd, ten eijnde Hij dezelfde zoude kunnen vinden en ten eersten gaan leezen, ingevalle VE: iets mogt overkomen. Cochim Den 14. Augustus 1780. — /:was getekend:/ A: Moens J: Schemering Accopbeert J:J Dannclieus J Le Crets Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd N: V. Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer M: Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal. Benevens. De Wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren! Per het schip 's Compagnies welvaaren hebbe d' eer gehad te ontfangen uw Hoog Edelheedens aparte, gerigt aan mij en mijs Copia Apart. Súccesseur Súcesseúr aan wien ik met Desselvs komst alhier, daarvan ten eersten lectura zal geven en dewelke ik tans bij het afgaan van de Ge„ „neraale beschrijvinge dezes Comptoirs, d'eer hebbe prealabel te beantwoorden Jngevolge uw Hoog Edelheedens ge¬ „eerde intentie, heb ik onmiddelijk de nodige bestellinge gedaan, om weder nog een parthij Cardamom plantjes magtig te worden, die eijgendlijk in den regen tijd dienen verzameld en klaar gehouden te worden, tegen de goede mousson. Met het aanwerven van de door uw Hoog Edelheedens gerequireerde 300. sipais, ben ik reeds bestig en hoope bij scheeps gelee„ „gendheeden, het grootste deel daar van en mo„ „gelijk wel de volle 300: in deze vaarbaaren tijd nog te zullen kunnen bezorgen op de Conditien die uw Hoog Edelheedens her„ „waards hebben gelieven te zenden; ik schrij„ „ve dit egter als nog bij deze aparte missive„ om, voor „ in deze tijds omstandigheeden alhier, zo min mogelijk, publik te maken en voor den Jnlander verborgen te houden dat .. dat men te Batavia zo zeer om volk ver„ „leegen is. zedert mijn laatste die ik d'eer had aan uw Hoog Edelheedens te schrijven, geda„ „teerd den 27: 8ber: 1780:, zo in origineel als Duplicaat per de particuliere scheepen de Her„ „cules en de Concordia afgezonden, schijnd de Nabab Haijder Alij Chan in het Carnatische tot als nog progressen te maken, gelijk bij de Gemeene briev van heden nader gemeld word. Intussen heeft deze invasie tot als nog geen influentie ten goede aan deze kant, alzoo de Nabab zijn magt die hier omstreeks is, nog niet vermindert. De Sammorijnse Nairossen hebben onlangs zig weder laten zien, en zo als ik hoore, worden ze nu door de Engelsen aangemoe„ „digd en zelfs ondersteund: de herinneringe die uw Hoog Edelheedens mij nopens hun doen namendlijk om ons met hun niet verder intelaaten als de uijtterste voorzigtigheijd toelaat en bijzonder als er eenige apparentie tot de vreedenshandelinge zig mogt opdoen, zal met alle zorgvuldigheijd in agt te neemen worden
English
be handled, which article I flatter myself to have treated here as prudently as accords with the intention of Your High Nobilities, and that the same will not serve as the slightest hindrance to the so greatly desired settlement of affairs; toward the achievement of which objective I have left nothing untried, but to my grief and regret I have found that all my attempts have proved fruitless, that everything amounts to cunning and deceit, and that the Nabab's intention hitherto is not only to keep what he holds, but also, if he only sees an opportunity, to take even more in the future than he holds, unless he is in one way or another reduced, or should finally come to die. I have, however, taken a test of the present circumstances and of his invasion into the Carnatic, and now that he is engaged with the English, to see whether he might not yet be willing to come to terms; for as his General and Governor of the conquered kingdoms and lands hereabouts, the well-known CharderChan, had on this occasion returned from Jallicherij to Calicoet to attend to some affairs there, I have (in view of the Nabab's assurance that he desires no war with the Company, and while pointing out that he indeed had orders to settle affairs, but perhaps has delayed so long on account of other preoccupations) attempted to move him now to a negotiation; yet I see nothing follow from this, any more than from other prior attempts made both with the courtiers at Seringapatnam and with this commander himself. From the general letter dispatched today, it appears that the Nabab's naval force has been dealt a sensible blow by the English: if this is the truth, then his naval force would be greatly diminished, at least his best vessels gone, except for those still lying here and there in his harbors, and two new small vessels being built at Calicoet and Baipour; so that, apart from these, his remaining vessels would then consist only of some paalen and galwets: the former a sort of two-masted gurab, lying low in the water; and the latter mere single-masted vessels that sail fast and can row at the same time, but, drawing little water, can creep very close under the shore, carrying no more than a single piece or bow chaser; and thus I shall now well be in a position, with one ship and our two cruising vessels, to cover Baipin and secure the bombaras coming from the sea to the roadstead, unless I should be assured that the loss of the Nabab's vessels might not be as great as the account of the English dictates—who have been found more than once to relate their affairs in the most favorable light—or necessity should require it, and that I might foresee this with some certainty, in which case I shall then correspond with the Governor of Ceylon, Mr. Falck, concerning another ship or two armed sloops; just as at the end of the past bad monsoon, learning of such preparations at Calicoet and in the harbors of the Nabab which made us fear that they intended to undertake something with the opening of the good monsoon, I requested an armed chaloup from Ceylon, which is now hitherto not needed. It is meanwhile probable that the English will indeed undertake something against the Nabab on this side during the present good monsoon; it is still believed to be well known that the English have orders to make peace absolutely with the Marathas, which their present situation also requires, and yet I have received news these days that they are said to have taken Bassain; it is therefore apparent that, in order to make Haijder Alij chan evacuate the Carnatic, they will soon create a diversion here; for if the English are finished with Bassain, they could very easily take Mangaloor with their ships and troops, whereupon the Canarese Empire would lie open to them, which is the richest and best land among Haijder Alij chan's conquered realms, and then he would indeed have to return home; to which is also added that if it is true that the English hold Bassain—which they absolutely want to have in order not to let the French nestle in that harbor—it is then very apparent, as I have moreover learned here in conversation from some English, that only then will they truly begin to work toward peace with the Marathas, even if they were to return a good part of what they have taken from them; at least it is believed that within a few weeks we shall hear of some change in one respect or another, especially if the French should not arrive in the meantime, in which case affairs could certainly take a different and more disagreeable turn. Regarding the correspondence between Haijder Alij chan and the Candian Court, nothing further has appeared to me since, and my emissaries who were at Seringapatnam for the last time have also
Dutch transcription
worden, welk articul ik mij flatteere hier zo voorzigtig behandeld te hebben als met de intentie van uw Hoog Edelheedens overeen„ komt en dat het zelve tot geen de minste hinder zal kunnen strekken in de zo zeer verhoopte afdoeninge van zaaken; ter berijking van welk oogmerk ik niets onbezogt gelaten, dog tot mijn verdriet en leedweezen ondervon„ „den hebbe, dat alle mijne tentamens vrug„ „het „teloos uijtgevallen zijn, dat alles op list en bedrog uijtkomt, en dat 's Nababs intentie tot als nog is, om niet alleen te houden het geen Hij heeft, maar ook als hij er maar kans toe ziet in 't vervolg nog meer te nee„ men als hij heeft, indien Hij op d'eene of andere wijze niet klijnder word, of eijnde„ „lijk eens mogt komen te sterven. Ik heb egter van de tegenswoordige omstandigheeden en van zijne invasie in het Carnatische en nu Hij met d' Engelsen aan den gang is, een preuve genomen, of Hij nu nog niet wild bijkomen, want bij ge¬ „leegendheijd zijn Generaal en Bestierder der overheerde Rijken en Landen hieromstreeks, de de bekende CharderChan, van Jallicherij na Calicoet was terug gekomen, om daar eeni¬ „ge bestellinge te doen, zo heb ik (uijt aan„ „merkinge van de verzeekeringe van den Nabab dat Hij met de Comp: geen oorlog wild hebben, en onder vertooninge dat hij wel order om de zaaken aftedoen gehad, dog mo„ „gelijk mits occupaties zo lange getraineerd zal hebben) getragt hem als nu tot een onder„ „handelinge te beweegen, dog ik zie hier op zo min als op andere anterieure tentamens, zo bij de Hovelingen te Seringapatnam, als bij dezen veldheer zelvs gedaan, niets volgen Bij de heden afgaande Gemeene briev blijkt, dat 's Nababs zeemagt door de Engelsen een gevoelige slag is toegebragt: in¬ dien dit de waarheijd is, dan zou zijne zee magt zeer verminderd, ten minsten zijn beste vaartuijgen weg zijn, uijtgenomen die nog hier en daar in zijn havens leggen, en twee nieuwe scheepjes die te Calicoet en Baipour onder handen zijn; zo dat buijten deze zijne overige vaartuijgen dan nog maar zouden bestaan in eenige paalen en Galwets: d' eerste een een zoort van twee mastige Goeraabs, die laa op het water leggen; en de laatste slegs een „mastige vaartuigen, die snel zeijlen en ter „fens roeijen kunnen, dog niet diep gaande zeer naa onder de wal kunnen kruijpen, maar niet meer dan een enkel stuk of Jager vooruijtvoeren, en dus zal ik nu wel in staat zijn, om met een schip en on twee kruijsvaartuigen Baipin te dekke en de Bombarassen die uijt zee na de rheed komen te bevijligen, ten waare ik mogt verzeekerd worden dat het verlies van 's Nababs vaartuigen zo groot niet mogt zijn, als 't verhaal der Engelsen dicteerd, die meer als eens bevonden zijn Hunne zaaken op zijn schoonst te verhaalen, of dat de nood„ „zaakelijkheijd het mogt vereijsschen, en dat ik zulx maar met eenige zeekerheijd voor¬ uijt zien mogt, als wanneer ik dan over nog een schip of twee g'armeerde sloepen, met den Heer Ceilons Gouverneur Falck Cor„ respondeeren zal, gelijk ik in 't laatst van de gepasseerde quaade mousson te Calicoet en in de Havens van de Nabab zulke preparaties verneemende e verneemende die wij deeden dugten, dat men daar voorneemens was om met het openen van de goede mousson iets te onderneemen, een g'armeerde Chialoup van Ceilon ver„ „zogt hebbe, dewelke nu tot als nog niet no„ „dig is. Het is intussen waarschijnlijk, dat de Engelsen in de prezente goede mousson aan deze zijde wel iets tegen den Nabab zullen onderneemen; Men meend als nog zeer wel teweeten, dat d' Engelsen order hebben om absolut met de Maratters vreede te maken, het geen ook hunne zaak tans mede brengd, en egter erlang ik dezer dagen tijdinge dat ze Bassain zoude in¬ „genomen hebben, dus is het apparent dat ze om Haijder Alij chan het Carnatische te doen ruijmen, hier wel haast een afwen„ „dinge zullen maaken, want zo d' Engelsen met Bassain klaar hebben, zouden ze met Hun scheepen en troupes Mangaloor veel ligt kunnen wegneemen als wanneer het Cannareesche Rijk voor Hun open lag, dat het Rijkste en beste Land van Haijder Haijder Alij chans geconquesteerde Rijken is en dan zou hij wel na Huijs moeten, waarbij ook komt, dat als het waar is dat de Engel„ „sen Bassain hebben, het geen ze absolut willen hebben, om de fransen in die Haven niet te laaten nestelen, het dan zeer apparent is, gelijk ik zulks buijten des hier, van eenige Engelsen discursive verstaan hebbe, dat ze als dan eerst regt zullen gaan arbeiden aan den vreede met de Maratters, al zouden ze Hun ook een goed deel wederom geven, van het geen ze Hun afgenomen hebben; ten min„ „sten men meend, dat we binnen eenige weeken wel eenige veranderinge in het een of andere opzigt zullen hooren, voorna¬ „mendlijk indien de fransen intussen niet mogten uijtkomen, in welk geval de zaaken zeekerlijk een andere en misselijker keer zouden kunnen neemen. Nopens de correspondentie tusschen Haijder Alij chan en het Candiasche Hoff is mij zedert niets nader gebleeken, en mijn zendelingen die voor de laatste maal te Seringapatnam geweest zijn, hebben ook
English
nor have I heard anything further of it, while the French Officer, with whom I am in correspondence according to the note in my separate letter of the 7. May last, has also departed with the Nabab to Carnatica, and thus is not in Seringapatnam, from whom I can likewise learn nothing up to this anxious moment; as soon as I should hear anything of that nature again, however, I shall immediately give notice thereof to Ceylon, being convinced that this is now even more necessary than when I thought, in my separate letter of the 7. May, that he could directly do no harm to Ceylon for the present, so long as Mahomed Alij is in the way, as he is now not only actually at work with the English, but also attacks Mahomed Alij in his realm with so much earnestness and success, just as Your High Nobilities have already foreseen, reminding me therefore of what far-reaching consequences it would have if Mahomed Alij could not hold out against Haijder Alij Chan. With the King of Travancoor I maintain up to the present an amicable and close understanding, and His Honor does not fail to share with me through his Agent the slightest news that he hears, and likewise continually to ask what news we have here, which I then also share with him each time. Among other things, since the Nabab's invasion into the Carnatic, I have repeatedly made His Honor understand what danger his realm would be exposed to if Mahomed Alij cannot hold his ground and Haijder Alij Chan thus also penetrates into the Madurese realm, showing that he therefore needs to look after not only his Northern, but also his Southern Lines, so that Haijder Alij Chan does not break through there either; and this he has solemnly promised me, for although it is not yet in those terms, that Haijder Alij Chan has subjugated the Carnatic and Madurese realms and maintains himself therein, in such a case Haijder Alij Chan might find less work to get through Travancoor's Southern Lines than through his Northern Lines near Cranganoor, as we would not be able to assist him at his Southern Lines, situated near Cape Commorin; he therefore has his Southern Lines strengthened here and there, and in addition also has a fort thrown up outside the same; and as regards The King of Cochin, I continuously make him understand, and he now also wishes to believe very well, that his preservation depends on a faithful union with the Company and the King of Travancoor, while I can assure Your High Nobilities for your peace of mind that taking cognizance of the principal state affairs of that monarch by one of his State Ministers is intended for nothing other than in so far as it can serve us for information and relates to the present circumstances of the times, because the King of Cochin, being far from a shrewd monarch, might sometimes not be well advised by his court grandees; indeed, he is also willing to know that this is a proof that the Company is well-intentioned toward him, and thereby shows that it takes a great interest in his welfare, without my being able to notice up to now that, however suspicious the Malabars are, the courtiers have any suspicion that the Company seeks through this to intrude into their private affairs and interests, which will also be further guarded against pursuant to the warning given by Your High Nobilities in that regard, although it is nonetheless necessary to keep a quiet watch on his courtiers in an unobtrusive manner, without their needing to notice it. Concerning Fort Chettua, whether to demolish it or let it stand in case of restitution, I shall speak further and seriously with my successor upon his arrival here, while in the meantime I refer to what has been set down in that regard by me and the Council, in the now forwarded answered Patria Extract of the 7. October 1779, wherein our Lords and Masters have specifically written about it. The fortifications are now all in good condition, and it is not to be thought that for the present many more significant expenses will need to be made for the improvement thereof, except that they will have to be maintained so as not to let them fall into decay, which also costs more or less money, unless some necessities should yet be found that I have not thought of, or that might have escaped my attention according to the small knowledge that I possess, as has happened since I informed Your High Nobilities that I thought nothing more was to be done at Cranganoor, as an absolutely necessary improvement then still occurred to me, and on account of which I did not dare wait a moment to put it into effect, namely a compact and bomb-proof gunpowder cellar instead of the powder house that stands in it: the The importance of Cranganoor, along with the danger of a powder house, and that in so small a fort that there is barely room for the present garrison, argues so strongly for the necessity of such a powder cellar that I flatter myself that Your High Nobilities will be pleased to approve the construction thereof; it will be finished at the end of this month and cost only about 1500 / say / fifteen hundred rupees, as the cellar could not nor needed to be large. Furthermore, what was recommended by Your High Nobilities concerning the administration of the Roman Catholic churches that are under the Company here will be strictly observed, especially in these circumstances of the times; but to bind the Moorish Sailors, who from the very beginning have only wanted to engage themselves for a short time, to a contract of three years right away will be somewhat difficult; I shall nonetheless also strive to give Your High Nobilities satisfaction in this regard
Dutch transcription
ook daarvan niets nader gehoord, terwijl de franse Officier, met wien ik volgens het ge„ „noteerde bij mijn aparte van den 7. Meij J:t leeden in Correspondentie ben, met de Nabab mede na Carnatika vertrokken, en dus niet in seringapatnam is, van wien ik tot dus bange tot nog toe ook niets ver¬ „neemen kan; zo dra ik egter maar iets van die natuur weder mogt hooren, zal ik ten eersten na Ceilon daarvan kennisse geven als overtuijgt zijnde, dat dit nu nog te noodzaakelijker is, als toen ik bij mijn aparte van den 7. Meij meende, dat Hij Ceilon voor eerst direct geen quaad kan doen, zo lange Mahomed Alij Item in den weg is, alzo hij nu reeds niet alleen met d' Engelsen werkelijk aan den gang is, maer ook met zo veel ernst en succes Mahomed Alij in zijn Rijk aantast, gelijk uw Hoog Edelheedens zulx reeds vooruijt gezien „ van hebbende, mij daarom herinneren „ welke uijtzigtelijke Gevolgen het zouden zijn, in„ „dien Mahomed Alij het eens tegen Haijder Alij Chan niet houden kon. met Met de koning van Trevancoor houde ik tot als nog een minnelijke en nauwe verstandhoudinge, en zijn HoogE=d manqueerd ook niet de minste tijding die hij hoord, door zijn Agent mij te bedeelen, en mij teffens ook geduurig te laten vragen welke tij„ „ding wij hier hebben, die ik hem dan ook telkens bedeele ik heb zijn Hot: onder an¬ „dere 't zedert 's Nababs inval in het Car„ „natische eens en andermaal doen begrij„ „pen aan welk gevaar zijn Rijk g'exponeerd zoude zijn, indien Mahomed Alij geen stand kan houden en Haijder Alij Chan dus in het Madureesche ook doordrong met aantooninge dat Hij derhalven niet alleen voor zijne Noorder, maar ook voor zijne zuijder Linie diend te zorgen, op dat Naider Alij Chan, daar ook niet door„ breeke; en dit heeft hij mij plegtig beloofd, want schoon het nog niet in die termen is, dat Haijder Alij Chan het Carnatise en Madureeze Rijk overheerd heeft, en 'er zig in soutineerd, zo zou Haijder Alij Chan in zo een geval mogelijk minder werk werk vinden om door Trevancoors zuijder lienie te komen, als door zijne Noordse lienie bij Cranganoor, alzoo wij hem bij zijne zuij¬ „der lienie, als bij Caap Commorijn leggende niet zouden kunnen bijspringen; Hij laat derhalven zijne zuijder linie hier en daar versterken, en doed buijten dezelve ten over¬ vloede ook nog een sterkte opwerpen; en wat betreft De Koning van Cochim, dezen doe ik bij Continuatie begrijpen, en Hij wild ^ nu het ^ ook zeer wel gelooven dat zijn behoud afhangd van een getrouwe vereeniginge met de Comp: en den koning van Trevan„ „coor, terwijl ik uw Hoog Edelheed=s tot gerust stellinge verzeekeren kan, dat het kennis neemen der voornaamste Rijkszaaken van dien vorst, door een van zijn staats Ministers niet anders bedoeld als voor zo verre ons tot na„ „rigt kan strekken en op de prezente tijds omstandigheeden relatie hebben, om dat de koning van Cochim op verre na geen schrander vorst zijnde, zomtijds door zijn Hofs Hofs grooten niet wel zoude kunnen geraaden worden; trouwens Hij wild ook wel weeten dat dit een bewijs is, dat de Comp: het met hem meend, en daar door toond in zijn be„ „lang grootelijk deel te neemen, zonder dat ik tot nog toe kan bemerken, dat hoe agterkousig de Mallabaaren ook zijn, de Hovelingen eenig vermoeden hebben, als of de Comp: hier door, in Hunne bijzondere zaaken en belangens zoekt intedringen en waar voor ook verder gezorgd zal wor¬ „den ingevolge de door uw Hoog Edelheed:s ten dien opzigte gedaane waarschouwinge schoon het egter noodzaakelijk is, om op een ongevoelige wijze zijn Hovelingen in de kaart te zijn, zonder dat ze het be„ „hoeven te bemerken. ^ om hetzelve Nopens het fort Chettua ^ in Cas van restitutie te demolieeren of te laaten staan zal ik met mijne successeur hier komende, nader en serieus spreeken, ter„ „wijl ik mij intussen refereere aan het geen derweegens door mij en den Raad ter nedergesteld is, bij het tans overgaande b'antwoord beantwoord Patriasche Extract van den 7. 8ber: 1779, waarbij onze Heeren en Meesters speciaal daarover geschreven hebben. De Fortificatien zijn nu alle in een goede staat, en het is niet te denken, dat er voor eerst veel meer ongelden van belang ter verbee„ „tering van dezelve zullen behoeven gedaan te worden uijtgenomen dat 'er a de hand aan zal moeten gehouden worden, om dezelve niet te doen vervallen, het geen ook min of meer geld kost, ten waare er nog eenige noodzaake¬ „lijkheeden mogten bevonden worden, waaraan ik niet gedagt hebbe, of die mijn attentie vol„ „gens de geringe kennisse die ik hebbe, mogten ontslipt zijn, gelijk plaats gehad heeft, zedert ik uw Hoog Edelheed=s. bedeeld hebbe, hoe ik meende dat 'er nu aan Cranganoor niet meer te doen was, alzo mij toen nog eene absolute noodzaakelijke verbeteringe is bijgevallen en waarmeede ik uijt hoofde van dien, geen ogenblik hebbe durven wagten, om het zelve werkstellig te maaken, namendlijk een Compendieuze en bom vrije kruijt kelder in steede van het kruijt huijs, dat 'er in staat: de De aangeleegendheijd van Cranganoor benevens het gevaar van een kruijthuijs, en wel in een zo klijn fort, dat 'er maar effen plaats is voor de tegenswoordige bezettinge, plijt zo zeer voor de noodzaakelijkheijd van zo een kruijt kelder dat ik mij flatteere dat uw Hoog Edelheed:s de aanmakinge van dezelve wel zullen ge¬ „lieven goed te keuren: dezelve zal in 't laatst van deze maand klaar komen en omtrend maar 1500:/ zegge / vijfthien honderd rop:s komen te staan, alzo de kelder niet groot heeft kunnen nog moeten zijn. Wijders zal het door uw Hoog Edel„ „heed:s gerecommandeerde nopens het be„ „stier der Roomse kerken, die onder de Comp alhier „staan, voor al in deze tijds omstandigheeden stipt g'observeerd worden; maar om de Moorse Mattroozen die zig al al van den beginne af, maar voor éen korte tijd hebben willen engageeren nu al aanstonds tot een verband van drie Jaaren te bepalen zal wat moeijelijk zijn; ik zal egter hierom„ „trend uw Hoog Edelheed:s ook tragten ge„ „ noegen de
English
to give satisfaction, at least to try to bring it so far that, if they cannot yet be persuaded this time to a term of three years, they will at least now be willing to engage for two years, in order to bring them all the more easily to three years hereafter. I promise Your High Nobilities to do everything regarding this that depends in any way on me. With my last separate letter I had the honor to inform Your High Nobilities that I would arrange the sepoys at once according to my proposal made therein, and in continuation thereof I now have the honor to inform Your High Nobilities that this has already taken effect; but because we also have so few artillerymen at the same time (besides the few who are still detached here from Ceylon, upon whom one cannot always rely, especially if they should be requisitioned back), I have, in order to make a virtue of necessity in this regard in these critical circumstances of the times, tested whether one could not also make a kind of artillerymen out of the natives, and employ them just as they are employed for military service, provided they are not sepoys, because this is a people that (belonging at home everywhere here around the west of India) now and then changes masters, which is not so much to be expected from the natives and inhabitants of this country, and even less from Malabars, who are much more enslaved to their native country than any other native nation, and will not leave a country, indeed even a district, in which they were born, unless forced. I have organized this corps more or less as the sepoys are organized, and to that end I have found a good opportunity by placing our surveyor Krause over them as commander, who not only served in the artillery in Europe, but has also made the Malabar language so familiar to himself here that he can speak anything with the Malabars and also knows properly how to deal with them, and to whom I have also attached a gunner, being a topaz, who was long stationed as such at Nagapatnam, and having come here from there as a gunner, also understands the Malabar language. And if I see that this goes well, and that they apply themselves to the service and that one can have actual service from them, then I will increase that corps, which now already consists of 25 men and receives only as much pay as those who perform military service, according to necessity, for which enough will be found, just as the aforementioned 25 from among those who served here with the military voluntarily offered themselves for the artillery service. I say expressly from among those who served here with the military, since I allow no others to transfer to the artillery than such, because they are already disciplined by the military service and accustomed to being under strict command, all the more as it is good in any case that an artilleryman also understands the handling of the musket; but if I see that the kite will not fly, and that they do not fulfill the good intention, then I will let them return to the military service, although I, as well as the officers present here who know this people, have good expectations of them. In the meantime I have the high honor to remain with the greatest respect. /:below stood/ High Noble, Right Honorable, Wide-ruling Lord and Right Noble, Valiant Sirs: (lower Your High Nobilities' humble and obedient servant /was signed/ A:m Moens /:in the margin:/ Cochin the 6th of January 1787. Agreed. J: A Dainickeu de Crets e 00 N 4. Register and short summary or concise contents of the resolutions taken successively concerning various matters and affairs relating to the service of the General Company in the Council of Malabar, beginning the 2nd of January 1780 and ending the 29th of December thereafter: 1780 The 2nd of January Resumption and signing of the general letter for Batavia - - folio 1 Likewise of one pro patria, one for Colombo, and one for the Cape of Good Hope, and one for Galle - - - - - - - - - - folio 2 The Lord Governor and Secunde take the oath of purgation - - folio 3 Dismissal of Major Wohlfarth as a member from this assembly - - folio 3 The same is due to depart via Ceylon to Batavia - - - folio 3 Congratulations on the capture of the city of Cochin - - - - folio 4 Introduction of Major Englert as a member of the Political Council - - - - folio 5 The same takes the oath devised for that purpose - - - - folio 5 Resumption of the specifications of the respective colleges - - folio 6 Appointment of Leitner in place of Martinsart in that of the orphan masters - - folio 6 Continuation of the members of the church council - - folio 6 The collective collegians take the annual oath and are exhorted to observe their duties - - - - folio 6 The civic officers are notified that they will continue in their respective charges - - - - folio 6 17th of February Production of a report concerning various open credit items in the camp at Cranganore - - folio 7 Insertion - - folio 8 folio 8 verso
Dutch transcription
„noegen te geven, ten minsten het zo verre zien te brengen, dat zo ze al ditmaal niet tot een tijd van drie Jaaren te beweegen mogten zijn, ze als dan nu voor eerst voor twee Jaaren zig willen verbinden, om hun in het ver„ „volg des te gemakkelijker tot drie Jaaren te brengen: Jk beloof uw Hoog Edelheed=s. hieromtrend alles te zullen doen, wat van mij maar eenigzinds afhangd. Bij mijn laatste Aparte heb ik d'eer gehad uw Hoog Edelheed:s te bedeelen, dat ik de sipaijs al ten eersten op mijnen daar bij gedaanen voorstel zoude inrigten, en ik heb ten vervolg van dien nu d'eeren uw Hoog Edel„ „heed te bedeelen, dat zulks ook reeds zijn beslag erlangd heeft; maar om dat w' ook teffens zo wijnig Arthilleristen hebben, ( buijten de wijnige die van Ceilon hier nog gedetacheerd zijn, waarop men niet altoos reekenen kan, voornamendlijk wanneer dezelve terug ^ mogten gerequireerd ^ worden) zo heb ik om in deze Critique tijds omstandigheeden ten dezen op„ „zigte ook van de nood een deugd te maken, eens beproefd, of men van d' Jnlanders ook ook geen zoort van Arthilleristen zoude kun„ „nen maaken, en dezelve gebruijken zo wel als men ze tot de Militairen dienst gebruijkt, mits geene sipais, om dat dit een volk is dat # (als hier om de west van Jndien over al te„ „huijshoorende, nu en dan wel eens van mees„ „ter veranderd, hetgeen men van de naturellen en inwoonders dezes Lands, zo zeer niet te wagten heeft, en nog minder van Mallabaa„ „ren, die veel meer als eenige andere Jnland¬ „se Natie aan Hun Geboorte Land zeer ver„ „slaaft zijn, en niet als geforseerd een Land Ja zelfs een district, waar in ze gebooren zijn zullen verlaaten: ik hebbe dit Coor inge„ „rigt min of meer zo als de sipais inge„ „rigt zijn, en daar toe heb ik een goede gelee„ „gendheijd gekreegen, met onzen Landmee„ „ter krause als Commandant over Hun te stellen, die niet alleen in Europa bij Artil„ „lerij gediend heeft, maar ook zig hier de Mallabaarse taal zo eijgen gemaekt heeft kan dat Hij met de Mallabaaren alle s spreeken en ook met hun regt weet omtegaan en waarbij ik ook een Cannonier gevoegd hebbe hebbe, zijnde een toepas, die lange zodanig te Nagapatnam beschijden geweest is, en van daar hier als Cannonier gekomen zijnde, ook de Mallabaarse taal verstaat: en als ik zie dat dit wel gaat, en dat ze zig op den dienst toeleggen en dat men van hun een wezend„ „lijken dienst kan hebben, dan zal ik dat Coor dat nu reeds uijt 25. man bestaat en maar evenveel bezolding krijgd, als die den Mili¬ „tairen dienst doen, na maate van noodzaa„ „kelijkheijd vermeerderen en waar toe 'er zig genoeg zullen vinden, gelijk de voorsch: 25. uijt de geene die hier bij het Militaire dienden, zig vrijwillig tot de Arthillerij dienst aangebooden hebben: ik zegge ex„ „pres uijt de geene, die hier bij het Mili„ „taire dienst deeden, vermits ik er geen andere tot d'Arthillerij late overgaan, als de zulke, om dat die reeds door de Militairen dienst gedeciplineerd en gewoon zijn, onder stipte Commando te staan, te meer het in allen gevalle goed is, dat een Arthillerkst ook de behandelinge van het geweer verstaan, maar als ik zie dat de vlieger niet op wild wild, en dat dezelve aan het goede oogmerk niet voldoen, dan zal ik ze weder tot de Mili¬ „tairen dienst laten overgaan, schoon ik zo wel, als de hier zijnde officieren, die dit volk kennen goede verwagting van Hun hebben Inmiddels hebbe de hooge eere met de meeste eerbied te verblijven. /:onderstond/ Hoog Edele Groot Agtb: wijdgebiedende Heer en wel Edele Gestrenge Heeren: (lager uw Hoog Edelheedens onderdanige en gehoor¬ „zame Dienaar /was geteekend/ A:m Moens /:in margine:/ Cochim den 6. Januarij 1787. Accordeerd. J: A Dainickeu de Crets e 00 N 4. Register en korte te„ 1780 Den 2: Janu: „samentrekking of Sommieren in„ „houd van de Resolutien successive over verscheide zaaken en Affaires, Concerneerende den dienst van de Gene„ „raale Compagnie genomen in Rade van Mallabaar beginnende den 2: Januarij 1780: en Eijndigt den 29. xber: daar dan: Resumptie en tijkening van de geleraale briev voor Batavia - - fo 1 Zoo meede van Een pro patria, een voor Colombo en een voor de Cabo de goede Hoop en een voor Gale - - - - - - - - - - . „ 2 De Heer Gouverneur en Secunde presteeren den Eed van purge. . - - „ Ontslaging van den Majoor wohlfarth als lid uit dese ver„ - - „ 3. Den selven staat over Ceijlon na Batavia te vertrokken - - - „ —. Gelukwenschingen over de verovering van de Stad Cochim - - - - „ 4. Jntroductie van den Majoor Englert als lid van Politie - - - - „ 5. Den selven presteert den Eed door toe beraamt - - - - . „— Resumtie der specificaties van de Respective Collegien. . . „ Aanstelling van Leitner in plaats van Martinsart in dat van weesmeesteren - - Continuatie der Leden van de kerken Raad- De Gesamentlijke Collegianten presteeren den Jaarlijkse Eed en werden g'adhorteert tot het waarneemen van hunne plichten - - - - „ De burger officieren werden g'adverteert dat ze in hunne respective Charges blijven Continueeren - - - -- 17. Februarij Productie van een berigt nopens diverse Credit lopende pos„ „ 7. „ten in 't Camp te Cranganoor- „gadering - - - - - - - - - „ 6. Jnsertie „8 8 v=o - „ -
English
the 17th of February Insertion of the report folio 8. Thereby notice is given of what caused that surplus folio 12. Resolution to have those goods with their amounts entered to the benefit of the Camp of Cranganore folio 13. Production of a report concerning various items charged from Batavia folio 13. Resolution to enter the same into the books and to write them off folio 13. Insertion of the report folio 14. Production of a report concerning coffins and hospital expenses charged back from Ceylon to here, amounting to the sum of ƒ736:7. folio 18. Resolution to have that amount charged to the account of Cochin folio 18. Insertion of the report folio 18. Production of a petition from the overseer of the armory van Eijk folio 20. And a warrant, showing that 72 firearms were erroneously entered to the charge of his administration, and that he actually supplied others in exchange folio 20. Resolution to relieve the said van Eijk of those 72 firearms. folio 20. And to reprimand him, van Eijk, in order to encourage a sharper attention, with a fine of one month of wages for the military fund folio 22. Production of the findings concerning the Cape provisions brought by the ship De Ganges folio 26. The shortages are written off folio 26. Sale of the pledged ship of Adi Raja folio 26. Insertion of the petition folio 26. Specification of the same folio 21. Insertion of the findings folio 26. the 17th of February The same was sold with all its appurtenances for 12450 Rupees folio 27. Resolution to credit the amount exceeding 9000 Rupees to Batavia folio 27. The King of Travancore has caused a request to be made for 50000 Rupees, 700 flintlocks, and 15000 lb of Japanese copper folio 27. Resolution to have these various items supplied folio 28. The Lord Governor makes known that the covered way and the glacis could fall into decay if care is not continuously maintained. And that the house carpenter Vijverberg had offered to maintain the same for the least expense folio 29. Desires to maintain and keep clean the covered way and the glacis, and also at the same time the ramparts, with 12 daily coolies folio 29. Deliberation and remark thereupon folio 29. Resolution to have these various matters performed by the aforesaid Vijverberg, and to grant him 12 coolies per day, and for that 432 Rupees per year folio 30. Provided that he supplies the necessities listed in the margin, under the restrictions mentioned in the text. The six fixed coolies at the artillery, for keeping the ramparts clean, are abolished folio 31. The Lord Governor gives notice of the unreasonable conduct of the coolies who carry palanquins folio 31. His Honour produces an advertisement, whereby their wages are determined folio 31. Resolution to let the regulations made by the advertisement take effect folio 31. Insertion of the draft folio 31. Production and reading of a report on the tarring of the gun carriages, wheels, cannons, etc. folio 32. the 6th of March Receipt and reading of the duplicates of the general and secret Batavian dispatches of the 24th of September 1779. folio 36. Some time ago the administration of the timber yard was joined to that of the shipyard folio 37. The present overseer cannot manage well with the masonry and house carpentry work folio 37. The house carpenter Vijverberg is assisting with that work. folio 37. Proposal to separate the timber yard from the shipyard again, and to have it administered independently by Job Vijverberg folio 38. The members concur with that proposal folio 38. Reading of two received dispatches from Colombo and Tuticorin folio 39. The Ceylon ministers request to have the ship Concordia call at Ceylon upon departure, in order to ship coir there for Batavia folio 39. And the Tuticorin servants request to have the said vessel head for Punnaikayal to take in a cargo of rice for Ceylon folio 39. Resolution to dispatch the ship upon departure to Punnaikayal, in order to cross over from there with the rice to Ceylon folio 39. Reading of a further Ceylon dispatch whereby a request is made for 100000 lb of powdered sugar and 3000 lb of candy sugar folio 40. Resolution to send the powdered sugar to Ceylon with the aforementioned ship, the candy sugar being sold out and none having been brought with Concordia folio 40. Resumption of the findings concerning the delivered cargo of the ship Concordia folio 40. Resumption of the findings regarding the delivered provisions and firearms of the sloop Sunda folio 43. Insertion of the same folio 43.
Dutch transcription
den 17 Febr. Jnsertie van 't berigt fo. 8. Den Daar bij word te kennen gegeven waar door die meerderheijd ver„ oorsaakt is - - - - - - - - -- „ 12. - Besluijt die goederen met hunne bedragen ten voordeele van 't Camp van Cranganoor te laten inneemen - - - - - - - „ 13. Productie van een berigt nopens diverse van Batavia aangeree„ „kende posten - - - - - - - - - - - - - - - „— Besluijt deselve bij de boeken in te neemen en af te schrijven - - - „ — Jnsertie van 't berigt - - - - - - - - - - - - - „ 14. Productie van een berigt, wegens van Ceijlon na herwaards te rug gereekende Doodkisten en hospitaals ongelden ten be„ „dragen van ƒ736:7. - - - - - - - - - - - - - - „ 18. Besluijt dat bedragen ten lasten van Cochim te laten brengen - - „ — Jnsertie van 't berigt - - - - - - - - - - - - „ — Productie van een Reg=t van den opsiender der wapenkamer - - - - - „ 20 van Eijk - - - - En een ordonn:, ter aanthoning, 72. geweiren abusive ten lasten van zijne administratie ingenomen zijn en hij waarlijk an„ „dere in luijling verstrekt heeft - - - - - - - - - - - - „ — Besluijt gem: van Eijk van die 72. geweiren te ontheffen. „ — En hem van Eijk tot opwekking van een bittere attentie te bekeuren in een boete van een maand gagie voor de krijgskassa - Productie van de bevinding van de per 't Schip de Ganges aangebragte Caabse provisien - - - - - - - - „ 26. De minderheeden worden afgeschreeven - - - - - - - „— Verkoping van het veronderpande schip van adij Ragia - - - - „ — Jnsertie van 't Request - - - - - - - - - - - - - - „— Aanwijsinge van dien. . . . . . . . . . . . . „ 21. Jnsertie van de bevinding - - - - - - - - - - - - „ — - - - - - - - - - - - - - „ 22. den 17. Febr: 'T zelve is met al zijn toebeh: verkogt voor Rop=s 12450 - - - - fa 27. Besluijt het meerdere bedragen dan Rop: 9000. batavia ten De Koning van Trevancoor heeft versoek laten doen om 50000 Rop: 700 snaphanen en 15000 lb: Japans koper - - - - - - „ —. Besluijt, het een en ander te laten verstrekken - - - - - „ 28. De Heer Gouverneur geeft te kennen dat de bedekte wegen„ glasie zoude kunnen vervallen indien er de hand niet aangehouden werd. En dat de huijstimmerman Vijverberg zig aangebodem had om 't zelve voor 't minste gelden te onderhouden - - - - - „ 29. Wil met dagelijkse 12. Coelijs de bedekte weg en de glasie, en ook teffens de wallen, onder houden en schoon houden - - - „ —. Deliberatie en aanmerking daar over - - - - - - - - - - „ —. Besluijt het een en ander door voorsch: vijverberg te laten doen en hem 12. Coelijs 'sdaags, en daar voor Rop:s 432. Mits besorginge de ter seijden staande benoodigtheeden, onder de in den text gemelde restrictien. - - De ses vasta Coelijs bij de arthillerij, tot Schoon houder der De Heer Gouverneur geeft het onreedelijk gedoente van de Coelijs die palenkijns dragen te kunnen - - - - - - - - - - - „ —. zijn Ed: produceert een advertissement, waar bij derselver loonen Besluijt de bepalingen, bij het advertissement gemaakt, te laten stand grijpen - - - - - - Productie en lectura van een raport van de teeringe van de af„ „fuijten, wielen, Canons enz:- Insertie van 't Concept - . . . . . . . . „ —. goede te brengen - - - - - - - - - - - - - „ 's Jaars, toe te leggen - – – – – – – – – – – – „ 30 wallen, afgeschaft - - - - - - - - - - - - „ 31. bepaald werden - - - - - - - - - - - - - - „ —. „ Den — — - - . „ — - - - - - - „ 32. - - - - - - - - - - - - - „ 35. v. 25 v: den 6. Maart Ontvangst en lectura van de duplicaaten der gemeene en se„ fo. 36. „creete Bataviase missives van den 24. 7ber: 1779. -. Voor eenigen tijd is de administratie van de houtthuijn gevoegt bij die van de scheepstimmerwerf - - - - - - - - - - „ 37. De tegenswoordige opsiender kan niet wel met het metzel en .„ huijstimmerwerk omgaan - - De huijstimmerman vijverberg is bij dat werk assisteerende. „ —. Propositie om de houtthuijn weder van de scheepstimmer„ „werf te separeeren, en door Job vijverberg op zig selfs te laten administratien - - - - - De leeden Comfirmeeren zig met dien voorstel - - - - - - „ — Lectura van twee ontvangene missives van Colomboen Ju„ - - - - - - - - - – - - - - - - „ 39. „tucorijn- De Ceijlonse miliisters versoeken om het schip Concordia bij vertrek Ceijlon te laten aangieren om daar in Caijer voor Batavia af te scheepen - - - - - - - - - - - „ — En de Tutucorijnse bediendens versoeken om gem: bodem na ponnecoil te laten steevenen om een lading rijst Besluijt het schip bij vertrek na ponnecail te depecheeren om van daar met de rijst na Ceijlon over te steevenen - - - - - - „— Lectura van een nadeere Ceijlonse missive waar bij versogt word om 100'000 lb: poeder zuijker en 3000 lb: Candij Zuijker - - - „ 10 Besluijt met voorm: schip de poeder Zuijker na Ceijlon te versen„ „den, zijnde de Candij zuijker uijtverkogt en met Concordia geene aangebragt- - - - Resumptie van de bevinding van de uijtgeleverde lading van Resumptie van de bevinding op de uijtgeleverde provisien en geweiren van de chialoup Sunda - - - - - - - - - - „ 43 voor Ceijlon in te neemen - – – – - - - - - - „ — het schip Concordia - - - - - - - Insertie van deselve - - - - - - - - - - -„ - - - - - „— —. - - - „ 38. In„ - . . „— &
English
folio 43 Resumption of a memorandum of received and shipped pepper by the warehouse master van Spall 45. Decision to validate the customary 1½ percent and to have the then still unaccounted for 787 lb of pepper paid from the treasury by way of redemption at ƒ 24 Dutch per 100 lb Resumption of a Memorandum of received and shipped Decision to validate the customary 1½ percent write-off, and to have the 2022½ lb of pepper delivered in excess accordingly, paid to the Resident from the treasury at ƒ 24 Dutch per 100 lb Resumption of the reports of the Curator ad lites and of the Secretaries of Justice and the Orphan Chamber 18. Resumption of the report on the stamped papers 49. Insertion of the 3 reports and the report The administrator of the timber yard Job Vijverberg appointed as member of the Board of Fire and Ward Masters in place of Paulus Kip 56. 29 April Resumption of a letter from Colombo The Colombo ministers request to send the ship Concordia with pepper to Gale And the chaloup Sunda with sugar to Tonnicail to fetch Decision to dispatch Concordia to Gale with the remaining pepper and ordered sugar 57. And to let the sloop Sunda depart for Tutucorin with the pepper it contains 25 March Insertion of the same Insertion of the memorandum pepper at Calicoilan They also request 50,000 rupees Insertion of the Memorandum fetch rice 58. depart 29 April To excuse the remittance of specie because it is needed here itself folio 59. The skipper of the ship Concordia requests some necessaries for his vessel under his command 60. The Master Attendant van Blankenberg has found that the various items are needed, except for 3 pieces of flag bunting 61. Decision to have the various items carried out according to the report of the Master Attendant 62. Insertion of the Request Insertion of the Report Resumption of the current account of the King of Travancore 64. The aforementioned balance has been handed over to His Highness's envoys 67. Insertion of the account 68. An ensign is lacking in the Cochin garrison 70. Proposal to appoint Under-Adjutant Coldewij as commanding sergeant and to nominate him to be advanced to ensign Confirmation of the members regarding this Dispatch to Batavia of another 100 Sepoys Commanding them will depart the lieutenant of the company of Captain Leever, Hofman 71. In his place, to nominate to Their High Excellencies as lieutenant for that company the ensign in Ceylon Jan Christoffel Groos And in place of the said Groos to nominate as ensign the Under-Adjutant Aldebijl 7 May Resumption and signing of a letter for Batavia 72. Decision to dispatch the same And folio 72. 7 May And to dispatch the ship Concordia without delay. 15 June Reading of a Colombo letter dated 6 May past 73. Grievance of the ministers that 4 percent loss has been deducted on bills of exchange drawn here on Ceylon Citation of the Batavia orders, whereby 2 percent is stipulated The trade officials ordered to provide a report on this matter 74. They comply with this The Batavia orders are inspected with regard to this aspect 76. And it is found that the stipulation is essentially only 2 percent on bills of exchange from here to Ceylon And that 4 percent only applies to bills of exchange to Batavia Decision henceforth to have bills of exchange for Ceylon calculated at 2 percent, and to credit Ceylon for the 2 percent overcharged on three bills of exchange 77. Insertion of the report Report of the annual inspection of the vessels belonging here at this station 78. Indication of the defects they have Poor condition of the flagpole Decision to have the vessels repaired without delay To let the unserviceable scow sink under the bastion Stroomburg And to have a new flagpole erected Insertion of the Report 79. Report of the tarring carried out on the cannon carriages, etc. 83. Notification that the lease period of the Company's domains is due to expire at the end of August Decision to hold the leasing thereof on 8 August next 84.
Dutch transcription
fo 43 Resumptie van een memorie van ontvangen en afgescheepte peper door den pakhuijsmeester van Spall - - - - - „ 45. Besluijt de gewoone 1½ p=r C=to te valideeren en de als dan nog te min verandwoorde 787. lb: peper uijtkoops tegens ƒ 24: Ne„ „derlands de 100 lb: in cassa te laten betalen - - - - - - „ Resumptie van een Memorie van ontvangene en afgescheepte Besluijt de gewoone 1½. p=r C=to afschrijvinga te valideeren, en de volgens dien over uijtgeleverde 2022: ½. lb: peper, aan de Resi„ „dent uijt kassa tegens ƒ 24. nederlands de 100 lb: laaten beta„ Resumptie van de raporten van den Curator adlites en van de Secretarissen van Justitie en de weeskamer - – – – - - „ 18. Resumptie van 't berigt van de Zegul papieren - - - - - - - „ 49. Jnsertie van de 3. rapporten en 't berigt-. - Den administrateur van de houtthuijn Job vijverberg als lid in 't Collegie van brand en wijkmeesteren aangesteld in Steede van Paulus Kip - - v: 29.: April Resumptie van een Colombose briev- - - - - - De Colombose ministers versoeken om het schip Concordia met peper na gale te zenden - - - - - - - - - - - - „ — En de chialoup sunda met zuijker na Tonnicail ten af„ besluijt Concordia na gale met de restant peper en g'richte zuijker te depecheeren -- - - - En de sloepsunda met de inhebbende peper na Jutucorijn te laten Den 25 Maart Jnsertie van deselve - - Insertie van de memorie. . . . . . . . peper te Calicoilan. - - - - - - - - Versoeken ook om 50'000 rops - - - - - - - - - - - - „ —. Insertie van de Memorie - . . . . „ „ „haal van rijst - - - - - - - - - - - - - - - „ 58. vertrekken - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —. „len - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ „ 56. „ 46. - „ 57. „ „ - den 29:. April De versending van Contanten te excuseeren om de wille men desel„ „ve hier selfs benoodigt heeft - - - - - - - - - - - - f=o 59. De schipper van het schip Concordia versoekt om eenige noodwen„ „digheeden voor zijn onderhebbende bodem - - - - - - - „ 60 De Equipagie opsinder van Blankenberg heeft bevonden dat het een en ander benoodigt excepto 3 ps vlaggedoeken . - „ 61. Besluijt het een en ander te laten geschieden na het rapport van den Equipagie opsiender- Jnsertie van het Request- Insertie van het Rapport- Resumtie van de reekening Courant van den koning van Trevancoor- Het te vooren staande saldo is aan zijn hoogheid sendelin„ „gen afgelangt - - - - Insertie van de reek: „ 68. Een vaandrig manqueert in het Cochims guarnisoen - - - - „ 70 Propositie om den onderadjudant Coldewij tot Commandee„ „rende sergeant aanstellen en voor te dragen om tot vaandrig Confirmatie der leeden daar omtrend - - - - - - - - - „ —. sending na batavia van nog 100 Sipais - - - - - - - - „ — Daar over zal als Commandant vertrekken den luijtenant van de Comp: van Capitain Leever, Hofman - - - - - „ 71. Jn dies plaats aan Haar Hoog Edelheed=s voor te dragen als lieutenant tot die Comp: den vaandrig te Ceijlon Jan Christoffel groos - - - - - - - En in plaats van gem: Groos voor te dragen tot vaandrig den onder adjudant Aldebijl- 7. Maij Resumtie en tijkening van Een briev voor Batavia - - - - „ 72. Besluijt deselve te laten afgaan - g'advanceert te werden - - - - - - - - - - - - . „ — .. . . „ — -- - - - - „— -„ 67. - - - „ 62. -- - - - - „ — En -- - - . - - - - „ 64. „ - fo. 72. den 7. Meij En het schip Concordia ten eersten te depecheeren.- v: 15 Junij Lectura van Een Colombose briev gedateerd 6. maij J:o Leeden - - - - „ 73. beswaarnisse der ministers over dat 4. p=r C=to verlies op wissels die hier op Ceijlon werden getrokken is gekort - - - - - „ aanhaaling van de Bataviase ordres, waar bij 2. p:r C=to zijn be„ de Negotie bediendens gelast derwegens te dienen van berigt. . . „ 74. deselve voldoen daar aan - . . . . . . . . . „ —. men ziet de Bataviase ordres ten dien aspecte na. - - - - - „ 76. en bevind dat de bepaaling weesentlijk maar is 2. p:r C=to op en dat 4 p„r C=to alleenlijk plaats heeft omtrend wissels na Batavia - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ besluijt voortaan de wissels voor Ceijlon met 2. p„r C=to te laten bereekenen ende te veel bereekende 2 p=r C=to van drie wissels Ceilon ten goede te laten brengen- - - „ 77. Rapport van de Jaarlijkse visitatie der vaartuijgen hier thuijs aanthooning der gebreeken die deselve hebben - . - - - - „ 78. slegte gesteldheijd van de vlagge mast - - - - - - - - „ —. besluijt de vaartuijgen ten eersten te laaten verhelpen - - - „ —. d' onbekwaame schouw onder de punt Stroomburg te laten en een nieuwe vlagge mast te laten opsetten - - - - - - „ —. Jnsertie van het Rapport - Rapport van de gedaane Theering der Canons affuijten en2. - „ 83. kennis geeving dat den verpagtings tijd van 's Comp=s Domainen met ult=o aug=o staat te Expireeren - besluijt de verpagting daar van te houden op den 8. wissels van hier na Ceijlon - - - - - - - - - - - - „ —. Jnsertie van het berigt - - - - - - - - - - - - - - - „ —. hoorende - - - - - - - - „paalt - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —. aug=o aanstaande - - - - - - - - - - - - „ 84. Linken - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — –– – – - - „ 79 - - - - - „ — de -- - - - - - - „ —.
English
the 15th of June the Lord Governor makes known that the camp at Cranganore has been withdrawn, and the garrison of Cranganore reinforced for Cranganore folio 84. How the expenditure there is currently greater than was determined by the Regulation of 16 September 1772. And that it must remain so as long as the Nabob's troops are around there that care has been taken until now that nothing was entered in the specifications except what was necessary but nevertheless considered it necessary to draw up a new Regulation folio 86. demonstration of how large the garrison at Aycotta is Connection of this post with Cranganore folio 87. Necessity to also establish a regulation for the household management production of two regulations for Cranganore and Aycotta Confirmation of the members with the arrangements made by the Lord Governor regarding this resolution to give effect to the same and to provide the officials there and of the Trade Office with extracts for their guidance Insertion of those regulations production of a general order in case of Alarm the members also confirm this and resolve to have extracts thereof issued to the heads of the Corps and others Insertion of the said General order the same 5th of August: Receipt of a packet of papers from the fatherland folio 110. the same was opened and found therein a missive from the Lords Majors, and further annexes folio 111. the 5th of August: the orders and remarks contained therein shall serve for observation and guidance Production of a Report of the general muster here in this city Likewise of one of the comparison made between the muster rolls and the pay books folio 112. Insertion of both reports At the request of the King of Travancore, 130000 Rupees advanced to his Highness on the delivered pepper folio 114. Reading of a report of the census of the households and folio 115. Of one of the inspection made by the chief surgeon Leitner and the native physician three persons were found infected with leprosy the Governor has given orders to transport the same outside the city of the Company's limits Insertion of both Reports folio 116. Resumption of a memorandum of received and shipped pepper, by the warehouse master van Spall folio 119. How much was received, and how much less was shipped resolution to validate the usual 1½ per cent write-off, and to have the 99½ lb of pepper still unaccounted for paid into the treasury at redemption value Insertion of the memorandum Resumption of a memorandum of received and shipped pepper at Porca folio 120. The Resident requests that the usual write-off be validated and that 9776 lb of pepper be reimbursed to him at redemption value folio 121. the 5th of August: resolution to let him enjoy the same out of the treasury at 24 Dutch florins at Porca folio 121. Insertion of the Memorandum The Sergeant frans van Mulseren requests a pension folio 122. Resolution to grant his request and to pension him at 12 florins per month folio 123. Insertion of his petition and the attestation auction and leasing out of the Company's Domains folio 126. The same yielded 2080 Rupees more than the past year For the duty on the export of slaves, nothing was bid folio 127. Insertion of the Yield To examine and compare the records against the issued transport permits for slaves, the members vernede and van Haeften are appointed folio 128. 10 September: Report regarding the comparison made of the transport permits for slaves folio 129. how much more was received on that account than last year Insertion of the Report Report of the Curator ad lites that he has accepted no estate folio 131. Two Reports regarding proof rendered by the secretaries of Justice and the orphan chamber report of the Chief Administrator of the stamped paper Insertion of the Reports and Report Report that the auction moneys of the sold goods have come in folio 139. Insertion of the report folio 140. 13 October: Report of the inspection and examination of the covered way, the glacis, and the ramparts folio 141. resolution
Dutch transcription
den 15. Junij de Heer Gouverneur geeft te kennen dat het Camp te Cranga„ „noor ingetrokken, ende bezitting van Cranganoor verstrekt Hoe de ommeslag aldaar thans grooter is als bij het Reglement van 16 7ber: 1772. is bepaald. En dat die sodanig diend te blijven zoo lange 's Nababs troupen daar om het zijn - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -„ dit tot dus lange sorge is gedraagen dat niets bij de specificaties is opgebragt dan wat noodzakelijk was - - - - -- maar even wel nodig agte een nieuwe Reglement te formeeren -- - – – – – „ 86. aantooning hoe groot de bezetting op Nijcotta is - - - - - - - „ — Connexie van deese post met Cranganoor - - - - - - - - „ 87. Noodzakelijkheid om ook een reglement tot de huijshouding te productie van twee reglementen voor Cranganoor en Aijcotta - - - - „ Confirmatie der leeden met de schikkingen door den Heer Gou„ „verneur daar omtrend gemaakt - - - - - - - - - - besluijt deselve te laten stand grijpen en de bediendens aldaar en van het Negotie Comptoir tot hun narigt extracten te Jnsertie van die reglementen - - - - - productie van een generaale ordre in Cas van Alarm- - de leeden Confirmeeren zig daar meede en besluijten door van extracten te laten afgeeven aan de hoofden der Corpsen en andere Insertie van gem: Generaale ordre - - - - - d=o 5. august:s Ontvangst van een pacquet patriase papieren - - - - - - - „ 110. 't selve werd g'opent en daar in bevonden een missive van de Heeren Majores, en verdere bijlagen - - - - - - - - „ voor Cranganoor - . - - - - - - f=o 84. besorgen - - - - - - - - - - - formeeren - - - - - - - - - - - - - - - - - De 5 is - -- – – – – – 28 fo. 111. den 5. aug„s de ordres en Remarques daar bij vervat zullen tot pe vr observantie en narigt strekken - - Productie van een Raport van de generaale monstering hier ter steede - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Jnsgelijks van een van de gedaane Confrontatie der monster rolle tegens de soldij boeken - - - - - - „ 112. Jnsertie van beide raporten - - - - - - - - - - - - - „ — Op het versoek van den Koning van Trevancoor 130000 Ropias op de geleverde peper, aan zijn Hoogh:t verstrekt – – – – – – – – – – — 1 – – – „ 114. Lectura van een raport van den opneem der huijsgesinnen en -„ 115. Van een van de visitatie, door den opperchirurgijn Leitner en Jnlands geneesmeester gedaan - - - - - - „ drie personen zijn met lasernij besmet bevonden - - - - „ —. de Gouverneur heeft ordre gestelt om deselve buiten de stad van 's Comp=s limiet te Transporteeren - - - - „ —. Jnsertie van beide Raporten - — — — — — — - „ 116. Resumtie van een memorie van ontvangen en af„ „gescheepte peper, door den pakhuijsmeester „van Spall - - - - - - - - - - - - - - - „ 119. Hoe veel ontvangen, en hoe veel minder afgescheept heeft -„ besluijt de gewone 1½. pr C=to afschrijving te valideeren, en de als dan nog te min verandwoorde 99½. lb: peper, uijtkoops in Cassa te doen betalen - - - - „ —. Jnsertie van de memorie - - - - - - - - - - - - - - - „ —. Resumtie van een memorie van ontvangen en afge„ „scheepte peper te Porca - - - - - - - De Resident verzoekt dat de gewone afschrijving ge„ „valideert en aan hem 9776 lb: peper, uijtkoops mag vergoed werden - - - - - „ 121. -„ 120. besluijt 8 den 5. aug=s besluijt hem deselve tegen ƒ 24 Nederlands te Porca uijt Cassa te laten genieten - - - - - - - fo 121. . . „ Insertie van de Memorie Den Zergiant frans van Mulseren versoekt om gagement - . „ 122. Besluijt zijn verzoekt toe te staan en hem te gagieeren met ƒ12. per maand - - - - - - - - - - - - „ 123. Insertie van desselfs Reqt. en d'attestatie „ —. opveijling en verpagting van 's Comp: Domainen - - - - „ 126. Deselve hebben 2080. Rop=s meer gerendeerd dan a=o pass=o - - „ —. Voor de geregtigheijd van den uijtvoer van slaven is niets geboden. - „ 127. -- - „ —. Jnsertie van 't Rendement- Tot het Gamineeren en Confronteeren der aanteekeningen tegens de verleende vervoer brieven van slaven, benoemt de leeden vernede en van Haeften - - - - - – – - „ 128. 10 7ber Rapport wegens de gedaane Confrontatie van de ver„ „voer brieven van slaven - - - - - - - - - - „ 129. hoe veel der weegens meerder is ingekoomen als verlee„ „den Jaar - - - - - - - - - - - - -„ —. Jnsertie van het Rapport - - - - - - - - - - - - „ —. Rapport van den Curator adlites dat geen boedel heeft aanvaard- „ 131. Twee Rapporten weegens gedaan bewijs door de secretarissen van Justitie en weeskamer - - - - - - - - - - - - „ bericht van den Hoofd administrateur van het zegul papier - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — Jnsertie der Rapporten en Bericht - - - - - - - - „ — Bericht dat de vendu penn: van de verkogte goederen binnen 139. gekomen zijn - - - - - - - - - - - - -„ Jnsertie van het bericht - - - - - - - - - - - - - - „ 140. „ 13. 8ber: Rapport van de bezigtiging: en visitatie van de bedekte weg de glasis en de wallen - - - - - - - - - - - - „ 141. besluijt v=o 8 v= „ den
English
9 - folio 142. verso satisfied - - - — Summary of a finding of discovered deficits in the delivery and transport of goods from and to the outer offices in the past financial year - -: - - decided to place the dispositions in the margin thereof and to insert them into this - - - - - - - - - - folio 143. Reading of a report concerning discovered differences in the transport of the Ayacotta encampment - – folio 151. Insertion thereof with the decisions thereupon - - - - - - - folio 152. Report concerning provisions issued to Moorish sailors, and request from the head administrator to be allowed to charge the issued goods to Batavia - - - - - - - folio 157. decided to grant the aforementioned request - - - - - - - - folio 157. Insertion of the report - - - - - - - - - - - - - - folio 158. Summary and approval of a price current for the financial year 1780/1781 - - - - folio 159. - decided to lease out anew 9 pieces of the Company's gardens and lands - - folio 163. Announcement of the death of the Resident of Calicoilan, Medeler. . . . . . . . . . folio 164. And that the Shahbandar Coenraadsz has applied for that post - --- folio 164. decided to grant the request of Coenraadsz to be appointed Resident of Calicoilan - - - - - - - - folio 165. Proposal by the Governor to appoint the bookkeeper Bos as Shahbandar in place of Coenraadsz - - - - - - - - folio 165. Agreed to by the members folio 165. 17 November: Report from the head administrator concerning an error made in the trade books of the year 1779/1780. 13 October: Decided to leave the maintenance agreed upon for that purpose. folio 166. request : 8. folio 166. No 29. 17 November: request from the same for authorization, to allow the same decided to grant this - - - - - - - folio 167. Insertion of the report — - - - - Summary of various write-off papers concerning discovered deficits among the administrators – - - - - - - - - - - folio 169 decided to insert all those papers into this and to make known the disposition thereupon in the margin - folio 170 Insertion of the same - - - - - - - - - - - - - folio 170. Report from the head administrator, wherein requested, for the amount of the merchandise brought in by the Concordia and taken over by the merchants, to be permitted to open an account in the books - - - - - - - - - - - - - folio 179. remark of the council regarding this - - - - - - - folio 180. decided to grant that request — - folio 180. 22 - -- Insertion of the report folio 180. Request of the former Dispenser Dirksz to be discharged from the Company's service with cessation of salary - folio 181 decided to grant the request and to have his salary written off as of today's date – – – - - - - - - - folio 182. Insertion of the petition - - - - - - - - - - - folio 182. appointment of the beach master Bos as member of the Court of Justice in place of Dirksz - - - - - - - - folio 181 the bookkeeper Willem van der Sloot became member of the Orphan Chamber, in place of the aforementioned Dirksz - - - folio 181. Reading of a report concerning the rendered account of the poor relief funds by the deacons of this city - - - folio 184. to be allowed to redress - - - - - - - - folio 167. Insertion of the report - - - - - - - - - folio 184. The 6th 83 guilders 0 folio 184. folio 184. 6 December: Summary of a finding of the delivered Cape provisions brought by the ship Amsterdam - - - - folio 186. the dispositions made thereupon placed in the margin thereof - - folio 187. . Finding of repairable and unserviceable goods discovered during the inventory - - - - - - - - - - - – – folio 188. A piece of broadcloth damaged with moth holes – – – – - - - - folio 188. decided to sell the broadcloth at auction - - - - - - folio 188. And to place the dispositions on the other goods in the margin of the finding - - - - - - - - - - - - - - - folio 188. Insertion of the finding. . . . . . . - - - - - - folio 189. Report from the head administrator regarding discovered surplus and deficit balances in the encampment at Cranganore - - - - - folio 216. how much those surpluses and deficits amount to - - - - - - folio 216. remark regarding this - - - - - - - - - - - - - - folio 217. and judgment that the deficits should be offset against the surpluses - - - - - - - - - - - - - folio 217. decided to have the surpluses and deficits settled to the credit and debit of war expenditures - - - - - - - - folio 218. Insertion of the report - - - - - - - - - - - - - - folio 218. production of a list of all purchased goods in the financial year 1779/1780 - - - - - - - - - - - - - folio 228. — decided to send copies of the same to the Netherlands and Batavia. - folio 228. remark that regarding the purchased 12 pieces of cannons the necessary elucidation has already been provided - - - - - - - - - - folio 228. Insertion of the list - - - - - - - - - - - - - - - folio 229 the members Saffin and Vernede appointed to examine the trade books of the year 1779/1780 - - - - - - - - folio 232. appointment of the members Vernede and Van Haeften to inspect the pay books - - - - - - - - - - - - - - folio 233. Insertion of the same - - - - - - - - - - - - - - - - folio 233. Summary 9
Dutch transcription
9 - f:o 142. v=o voldaen - - - — Resumtie van een bevinding van ontwaarde minderheeden bij aanbreng en vervoer van goederen van en na de buiten Comptoiren in 't afgeloopen Boekjaar - -: - - besluijt de disposities in margine van deselve te stellen en in deesen te insereeren - - - - - - - - - - „ 143. Lectura van een berigt wegens ontdekte differenten bij het Transport van het Ajcottase Comp - – „ 151. Jnsertie daar van met de besluijten daar op - - - - - - - „ 152. Bericht nopens verstrekking aan moorse mattroosen, en versoek van den Hoofd administateur het ver„ „strekte Batavia te moogen aanreeken - - - - - - „ 157. besluijt het gem: versoek te accordeeren - - - - - - - - „ Jnsertie van het bericht - - - - - - - - - - - - - - „ 158. Resumtie en approbatie van een prijs Courant voor 80 het boekJaar 1781 - - - - „ 159. - besluijt 9. 7. stuks s Comp: Thuijnen en landerijen op nieuw te verpragten - - „ 163. Bekentmaaking van het overlijden van den Calicoilan„ „sen Resident Medeler. . . . . . . . . . „ 164. En dat den Sabandaar Coenraadsz om die post ver„ soek heeft gedaan - --- „ besluijt het versoek van Coenraadsz tot Resident van Calicoilan aan te stellen - - - - - - - - „ 165. Propositie van den Heer Gouverneur om in steede van Coenraadsz als sabandaar aante stellen de boekhouder Bos - - - - - - - - „ —. Word door de leeden toegestemt „ 17 9ber: Berigt van den hoofd administrateur wegens een abuis bij de Negotie boeken van Ao 17 7/3. den 13: 8ber: Besluijt het tot onderhoud daar voor bedongene te laten. begaan - - - - - „ 166. versoek : 8. „ No 29. den 17. 9ber: versoek van den selven om qualificatie, het selve besluijt zulx te accordeeren - - - - - - - „ Jnsertie van het berigt — - - - - Resumtie van diverse papieren van afschrijving wegens ontwaarde minderheeden bij d' ad„ „ministrateurs – - - - - - - - - - - „ 169 besluijt alle die papieren in desen te insereeren en de dispositie daar op in margine bekent te stellen - „ 170 Jnsertie van deselve - - - - - - - - - - - - - „ Berigt van den hoofd administrateur, waar bij ver„ „sogt, voor het bedraagen van de koopmanschap„ „pen per Concordia aangebracht en door de koop„ „lieden overgenomen een Reek: bij de boeken te mogen geven - - - - - - - - - - - - - „ 179. aanmerking van den raad daar over - - - - - - - „ 180. besluijt dat versoek toete staan — - 22 - -- Insertie van het bericht Versoek van den geweesen Dispencier Dirksz om met Htil„ stand van gagie in 't sComp: dienst te mogen werden ontslaagen - „ 181 besluit het versoek toe te staaan en zijn gagie onderhedigen „ datum te laten afschrijven – – – - - - - - - - „ 182. Jnsertie van het Request - - - - - - - - - - - „ aanstelling van den strandwagter bos tot lid van Justitie in steede van Dirksz - - - - - - - - f=s 181 den Boekhouder willem van der sloot werd lid van de weeskamer, in plaats van Dirksz voorm: - - -„ Lectura van Een Rapport weegens gedaane Reek: van d'ar„ „me middelen door Diaconen deser Steede - - - „ 184. te mogen redresseeren - - - - - - - - f=o 167. Jnsertie van het Rapport - - - - - - - - - „ — Den 6 ed 83ƒ 0 „ „ den 6 xber: Resumtie van Een bevinding van de uitgeleeverde Caapse provisien per het schip Amsterdam aangebragt - - - - f=o 186. de disposities daar opgevallen in Margine van deselve gesteld - - „ 187. . Bevinding van Reparable en onbekwaame goederen bij den op„ „neem ontwaard - - - – - - - - - - – – „ 188. Een stuk laken met mot gaatjes geraakt – – – – - - - - „ —. besluijt het laaken per vendutie te verkoopen - - - - - - „ —. En de disposities op d' andere goederen te stellen in margine van de Bevinding - - - - - - - - - - - - - - - „ —. Jnsertie van de bevinding. . . . . . . - - - - - - „ 189. Berigt van den hoofd administrateur nopens ontwaarde meer en minder Restanten in het Camp te Cranganoor - - - - - „ 216. hoe veel die meer en minderheeden bedragen - - - - - - „ aanmerking daar omtrend - - - - - - - - - - - - - - „ 217. en oordeeling dat de mindere met de meerdere dienen te werden gerescontreert - - - - - - - - - - - - - „ besluit te meer en minderheeden ten faveure en nadeele van oorlogs ongelden te laten vereffenen - - - - - - - - „ 218. Jnsertie van het berigt - - - - - - - - - - - - - - „ —. productie van een Notitie van alle ingekogte goederen in het boekjaar 17 3/80 - - - - - - - - - - - - - „ 228. — besluit deselve in Copia na Nederland en Batavia te senden. -„ aanmerking dat weegens de ingekogte 12. p=s Cannons reets de nodige Elucidatie is gegeeven - - - - - - - - - - „ Jnsertie van de Notitie - - - - - - - - - - - - - - - „ 229 de leeden saffin en vernede benoemt tot het Examinee„ „ren der Negotie boeken van Ao 17 3/80 - - - - - - - - „ 232. benoeming van de leeden vernede en van Haeften tot het vi„ „siteeren der soldtij boeken - - - - - - - - - - - - - - „ 233. Jnsertie van deselve - - - - - - - - - - - - - - - - „ Re„ 9
English
the 6th of December: Resumption of the Closed Account of the King of Cochin, folio 239. Decided to insert the same into these minutes. Leasing out of 27 parcels of gardens and lands, folio 234. How much less this leasing yielded compared to the year 1760, folio 235. Note that five gardens were destroyed because of the hostilities of the Nabob, folio 238. And that, on the other hand, six leases were added, of which one has already run on informally for eight months, and now that lease will be paid for that expired time. How much the destroyed leases brought in and how much those leased since then yielded, folio 239. The actual shortfall in yield of the leasing. Reasons for the lower yield, folio 240. Arrival of the ship Company's Welvaren, folio 241. Receipt and reading of Their Right Honorables' General Reply of the 30th of September of this year. Decided to let the remarks and orders contained therein serve for guidance and compliance. By a circular missive of the 5th of September 1780, the decease of His Right Honorable Reinier de Klerk is reported, folio 242. And that in his place, the Honorable First Councillor and Director General Mr. Willem Arnold Alting has been elected Governor General. Order to present His Right Honorable publicly to the people in that high office. The condolences and congratulations mutually exchanged in this regard, folio 243. And the Junior Merchants Van Spall and Vernede commissioned to draw up a draft for the presentation. the 20th of December: Decided to give notice hereof to the subordinate offices, folio 244. And resolved to observe deep mourning in this assembly for six weeks. Agreed to have the Boards submit nominations of a double number of persons, folio 245. Likewise the Church Council. Resumption and approval of the submitted draft for the presentation of His Right Honorable Mr. Willem Arnold Alting, folio 246. Fixing of the presentation on the 29th of this month and decision to appear in colored clothes on that day. Resumption of the report along with a memorial of the inspection of the trade books, as well as a report from the Chief Administrator. Decided to authorize the bookkeeper to close the books, folio 247. Insertion of the reports and the memorial. Resumption of the Report of the inspection of the pay books, folio 258. Authorization to close the same. Insertion of the Report. The Honorable Chief Administrator gives notice by a report of some credit-running entries, folio 261. Authorized to settle the same in the general account, folio 262. Insertion of the report. Production of three bonds of administrators for their offices, folio 263. Decided to have the same put aside with the other bonds, folio 264. Resumption of a Report on the tarring of the cannon carriages, vessels, etc., whereby it appears that the same was done properly. The Honorable Governor and Second take the oath of purge, folio 265. the 29th of December: Presentation of His Right Honorable Mr. Willem Arnold Alting as Governor General of the Netherlands Indies, folio 266. Reading of the circular missive, deed of authorization, and the formula of the Oath, folio 267. Insertion of the aforementioned deed and the formula, folio 268. The Honorable Governor and the members take the oath, folio 274. Appearance of the board members and further persons in the assembly; the deed of authorization and the formula are read to them, and it is announced to them that they shall continue in their functions under their taken oath, folio 275. The Honorable Governor and Council proceed to the balcony and publish the deed of authorization and the formula of the oath. Address by His Honor to the assembled crowd regarding this event. Answered by the same with a cheerful vivat, and the artillery around the ramparts fired, folio 276. Congratulations on this presentation. Promotion of the sailor at the pen Willem Russel to Junior Assistant. To the commonalty. folio 1 Resumption and signing of the general letter for Batavia. The Honorable, Right Respected Councillor Extraordinary of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director, Adriaan Moens, The Honorable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Reinier van Ham, Major and Head of the Militia Christiaan Constantin Wohlfarth, Merchant, Fiscal, and Cashier Samuel Constantin Saffin, Junior Merchant and Dispenser Abraham Jean Scipion Vernede, Provisional Junior Merchant and Secretary of Police Johan Andries Daemichen. Absent: The Junior Merchant and Warehouse Keeper Jan Lambertus van Spall, The Honorable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seyffer, and The Honorable Junior Merchant Willem van Haften, the first being on an expedition to Ceylon, and the last two on a commission to Porca. The Honorable Governor, having convened the members of this assembly in order to discuss the annual General Reply for Batavia with the same. Thursday, the 2nd of January, the year 1780. Present. Resolution passed in the Council of Malabar in the City of Cochin:
Dutch transcription
den 6 xber: Resumtie van de Geslooten Reek: van den koning van Cochim fo 239. der 2 besluijt deselve in desen te insereeren - - - - - - - „ — verpagting van 27. stuks thuijnen en Landerijen - - - - - „ 234. hoe veel deese verpagting minder heeft gerendeert als A„o 1760 - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 235. annotatie dat vijf thuijnen vernietigt zijn om de wille van . den de vijandelijkheeden den Nabab - - - - „ 238. En dat er daar en teegen weeder ses pagten zijn bijgekomen- - waar van een al agt maanden zoo maar heeft voorgeloopen, en nu die pagt voor die verloopen tijd zal voldaan werden.„ hoe veel de vernietigde pagten hebben opgebragt en hoe veel de 't sedert verpagte hebben afgeworpen - - - - - - „ 239. het weesentlijk minder Rendement der verpagting - - - - „ —. redenen van het minder Rendement - - - - - - - - „ 240. Arrivement van het schip Comp: welvaren - - - - „ 241. Ontvangst en lectura van haar Hoog Edelheedens Generaale Rescriptie van den 30 7ber: deeses Jaars - - - - - „ besluijt de Remarques en ordres, daar bij vervat tot narigt en observantie te laten strekken - - - - - - „ Bij een circulaire missive van den 5. 7ber: 1780 word gemeld het overlyden van zijn Hoog Edelh=:d Reinier de Klerk - - „ 242 En dat in desselvs plaatse tot gouverneur Generaal ver„ „koren is den Heer Eersten Raad en Directeur Gene„ „raal M=r willem Arnold Alting„ ordre om in die hooge waardigheijd zijn Hoog Edelheijd den volke publicq voor te stellen - - - - - -„ de Condoleantien en felicitatien weder der wegens over en -„ 243. weder afgelegt . . . . En de ondercooplieden van spall en vernede gecommitteerd om te formeeren een ontwerp tot de voorstellinge „ —. Den 20 2„n 20 v v: 239. den 20. xber: besluijt hier van na de subalterna Comptoiren kenns te geven f=o 244. — En goedgevonden den Swaren Rouw, bij dese vergadering, voor ses weeken aan te neemen – – – – – – – – – „— Verstaan de Collegies te laten dienen van nominatien van een minatien. dubbeld getal perzonen - „ - - „ 245. Zoo meede den kerkenraad5 Resumptie en goedkeuring van het ingediend ontwerp tot de voorstelling van zijn Hoog Edelheid M=r willem Arnold Alting - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 246. bepaling van de voorstelling op den 29. deser en besluijt om dien dag in gekleurde kleederen te verschijmen - - - - „ —. 1n2 Resumptie van 't berigt annex een vertoog van de visitatie der negotie boeken - – – – – - - - - – – - - „ als meede van een berigt van den hoofd administrateur - -„ besluijt om den houder der boeken te qualificeeren, de boeken te sluijten - - - - - - - - - - - - - - - - „ 247. en Jnsertie van de berigten en het vertoog - - - – - - - - - „— Resumptie van 't Raport van de visitatie der soldij boeken - - „ 258. Qualificatie om deselve te sluijten - - - - - - - — - - - „ —. — — — — „ — Jnsertie van 't Raport - - - - - - - - Den E: hoofd administrateur geeft bij een berigt kennis van eenige Credit lopende posten - - - - - - - - - „ 261 werd gequalificeerd deselve op 't generaal te vereffenen - — - „ 262. Jnsertie van 't berigt - - - - - - - - - - - - „ —. Productie van Drie borgtogten van administrateurs voor haare bedieningen - - - - - - - - - - „ 263. besluijt deselve bij de andere borgtogten te laten seponeeren - - „ 264. Redumtie van een Raport van de teeringe der Canons affuijten vaartuijge ent „— daar bij blijkt dat deselve na behoren is gedaan - - - - „ — De heer Gouverneur en secunde presteeren den Eed van purge - - - „ 265. Den n 27. —. ½ den 29 xber: Voorstelling van zijn hoog Edelheijd M=r Willem Arnold Al= „ting als Gouverneur Generaal van Nederlands Jndia - - - - f=o 266. Lectura der Circulaire missive, acte van authorisatie en 't forme„ - - - - „ 267. „lier van den Eed. - 3 Jnsertie van gem: acte en 't formulier - - - - - - - - - „ 268. De Heer Gouverneur en De leeden presteeren den Eed - - - - - „ 274. Verschijning van de Collegianten en verdere personen in de vergadering„ de acte van authorisatie en 't formulier word deselve voorge„ „lesen en aangekundigt datze op hunnen gedanen Eed in derselver functien blijven Continueeren - - - - - - „ 275 De heer Gouverneur en Raad begeven zig na 't Balcon en publi„ „ceeren de acte van authorisatie en 't formulier van den Eed –„ aanspraak van zijn Ed: aan de vergaderde menigte wegens dit evenement. . . . . - – – werd met een vrolijk vivat door deselve beantwoord en 't ge„ - - - - - – – „ 276. „schut om de wallen gelost—— felicitatie over dese voorstelling— Bevordering van den mattros bij de pen willem Rus„ „sel tot Jong assistent— aan 't gemeen - - - - - — dede - 2 2 20 - „ - fo 1 Pesumptie en lijkening van de gene„ raale brief voor Batavia Den wel Edelen groot Achtb: Heer Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia„ Mitsgaders Gouverneur en Directeur Adriaan Moeris, Den E: Heer opperkoopman, secunde en Hoofd administrateur Reinier van Ham „ Majoor en Hoofd der Militie Christiaan Constantin wohlfarth „Coopman, fiscaal en kassier Samuel Constantin Saffin, „ ondercoopman en Dispencier Abraham Jean Scipion vernede, „ P=l ondercoopman en Secretaris van politie Johan Andries Daemichen Absent Den 6: ondercoopman en Pakhuijsmeester Jan Lambertus van Spall, „ E: ondercoopman en Zoldij Boekhoud= Coenraad George Seijffer en E: onder Koopman Willem van Haften Als zijnde de Eerste, voor een springtogt na Ceijlon, en de twee Laatste in Commissie na Porca Den Heer Gouverneur de Leeden deeser verga¬ „dering hebbende laaten Convoceeren om de Jaar„ „lijkse Generaale rescriptie voor Batavia met Dondag, den 2. Januarij Ao 1780. Present Resolutie genomen in Raade van Mallabaar ter Steede Cochim: Deselve
English
Sunday, the 2nd of January Anno 1784 Also of one for the fatherland, one for Cape of Good Hope, and one for Galle. The Honorable Governor and Second take the oath of purge. to resume and sign the same, it was found, after putting this into effect, that a proper report had been made of everything that has occurred and been performed here in the service since the last rescription; Furthermore, a letter for the Fatherland was resumed, serving to accompany the ordinary annual enclosures, a letter for Colombo, a ditto for the Cape of Good Hope, and one for Galle, the latter also serving to accompany the papers for the Fatherland and Batavia, which it was understood should be forwarded with the ship De Ganges to Galle, in order to be dispatched from there with the return ships to Europe. Subsequently, it was made known by the Honorable Governor and Honorable Second van Harn that they were inclined and prepared to take the oath for the past financial year regarding fidelity in the trade of the Honorable Company, and they declared, one by one or one after the other, that during the recently completed financial year of 1778/1779 3 Sunday, the 2nd of January Anno 1780: Discharge of Major Wohlfarth as a member of this assembly, the same about to depart via Ceylon to Batavia; they had engaged in no private trade, and had conducted that of the Honorable Company with the required fidelity, both with regard to the goods which the Company sent here for sale, and those purchased privately and resold by them for the Company; which declaration they confirmed, each in particular, with a solemn oath, and of which it was understood this record should be kept. After which the Honorable Major and former Head of the Militia of this Coast, Christiaan Constantin Wohlfarth, was discharged from this assembly, with friendly expressions of gratitude for his advice rendered and assistance shown up to this point during his seat in this assembly, in order to depart with the ship De Ganges to Ceylon and from there obtain further transport to Batavia, and with which this assembly was dismissed; Thus done, resolved, 3 Sunday, the 2nd of January Anno 1780. Congratulations on the conquest of the city of Cochin. and enacted in the Council of Malabar at the city of Cochin, on the day, month, and year aforementioned. Was signed: A. Moens, R. van Harn, S. C. Saffin, A. J. C. Vernede, and J. A. Daimichen. Saturday, the 8th of January 1780. All present. Also the Honorable Major Johan George Englert. Except the Honorable Jan Lambertus van Spall, as being on a short excursion to Ceylon. Whereas it is today 117 years since this city of Cochin was conquered from the Portuguese by the Noble Dutch Company, the usual mutual congratulations were exchanged on that account, with wishes for God's blessing upon this and all other establishments of the Dutch Company. Hereafter, the Honorable Governor made known that 5 Saturday, the 8th of January Anno 1780. Introduction of Major Englert as a member of policy; the same takes the oath prescribed for it. Resumption of the specifications of the respective boards. that the Honorable Major Johan George Englert, appointed here as Head of the Militia by Their High Mightinesses, who arrived here on the 16th of December last with the ship De Ganges, ought to be given a seat in this assembly instead of the discharged Honorable Major Wohlfarth, and that His Honor had already appointed him thereto, proposing at the same time to have him invited into the assembly by two members of this Council; with which the members having fully agreed, the members Vernede and van Haeften were appointed to fetch the said Honorable Major from the residence of the Honorable Governor and escort him into the assembly hall, as indeed occurred; whereupon the same took the oath prescribed for the members of Policy with all willingness, and took a seat at this table. Whereafter, having resumed the received specifications and nominations of the respective boards Saturday, the 8th of January 1780. Appointment of Leitner in place of Martinsart to that of the Orphan Masters. Continuation of the members of the church council. The assembled board members take the annual oath and are exhorted to observe their duties. boards of Orphan Masters, Petty and Matrimonial Affairs, as well as Fire and Ward Masters, it was understood to make no change in the Council of Justice and the Board of Civil Affairs, nor in that of Fire and Ward Masters; but to discharge from that of Orphan Masters, upon his request made, the Chief Surgeon Louis Guintin Martinsart, and to appoint in his place to the Board the Chief Surgeon Harmanus Leitner. Likewise was resumed an extract of the church resolution dated the 21st of December last, containing the nomination made of new elders and deacons, together with a request that the present members may continue, which it was understood to grant, and to give notice thereof to the said board by extract of this. Subsequently, the Council of Justice and the above-mentioned boards of Orphan Masters and Petty and Matrimonial Affairs were called inside, one after the other, and the oath of purge prescribed for each board was willingly taken by them, and they were exhorted to the proper observation of their duties.
Dutch transcription
Sondag Den 2. Januarij Ao 1784 Zoo meede van een pro patria, een voor Hoop en een voor gale de Heer gouverneur en secunde pre„ steeren den Eed van purge deselve te Resumeeren en teekenen, zoo is, zulx effect sorteerende, bevonden dat 'er een behoorlijk verslag is gedaden, van al het geen zeedert de laats rescriptie hier in den dienst voorgevallen en verrigt is; Wijders is geresumeert een briefje Pro Patric Colombo, een voor de Cabo de goede dienende ten geleijde van de ordinaire Jaarlijkse Bijlaagen, een briev voor Colombo, Een dito voor Caabo de goede Hoop en een voor Gale, de laak meede dienende ten geleijde van de papieren voor het Patria en Batavia, dewelke ver„ „staan is met het schip De Ganges na gale voort te senden, om van daar met de natscha „pen na Europa voortgeschikt te werden, Vervolgens is door de Heer Gouverneur en E: Securcunde van Aarn te kennen gegevn dat te genegen en bereijd waren, den Eed, voor het afgeloopen boekJaar, te preesteeren, voor de getrouwigheid in den Handel van d E: Comp en hebben deselve, een voor een, of na den a „deren, verklaard, dat zij geduurende het Jongst afgelegde boekJaar van 177/¾ een der 3 Sondag Den 2. Januarij Ao 1780: Ontsleging van dene Maj or wolfath als lid van dese vergadering der selven gaat over Ceilon na Batavia te vertrekken; geen particulieren Handel gedaan, en dien van d' E: Comp: met de vereijschte trouwe gedreeven hebben, zoo ten aansien der goederen die de Comp hier ten verkoop heeft gesonden, als die door hen, voor de Comp: particulier ingekogt en weder verkogt zijn, welke verklaaring de„ „selve, ider in het bijsonder, met solemneelen Ede hebben bevestigt, en waar van ver„ „staan is, deese aanteekening te houden. Waar na den E: Majoor en geweesen Hoofd der Militie deser Custe Christiaan Con„ „stantin wohlfarth, uijt dese vergade„ „ring is ontslaagen, onder vriendelijke Dank„ „betuiging voor desselfs tot dus verre gegevene advisen en beweesene assistentie geduurende zijne Sittinge in dese vergadering, ten eijnde met het schip De Ganges na Ceilon te ver„ „trekken en van daar verder Transport na Batavia te erlangen, en waar meede deese vergaderinge is gescheiden; Aldus Gedaan, Geresolveert 3 Sondag, den 2. Januarij A„o 1780. Gelukwenschingen over de verove„ „ring van de stad Cochim en Gearresteerd in Raade van Mallabaar ter steede Cochim, ten dage, maand en Jaere voorm: /:was getekend:/ A: Moens, R: van Harn, S: C: Saffin, A: J: C: vernede en J: A: Daimichen Saturdag, den 8. Januarij 1780 Alle Present Soo meede D' E: Majoor Johan George Englert Dempto D' E: Jan Lambertus van Spall, als zijnde voor een springtogt na Ceilon Nademaal het Heden 117. Jaeren zijn, do deese stad van Cochim, bij de Edele Nederland Maatschappije van de Portugeesen is verovert, zo zijn dierwegens de gewoone geluk wenschingen over en weder afgelegd, onder toewenschinge van Gods Zeegen over dit en alle andere Etablissementen van de Nederlandse Comp: Hier na gaf de Heer gouverneur te kennen dat 5 Saturdag den 8:' Januarij Ao 1780 glerd als lid van politie denselven presteert den Eed daar toe beraamt Resumptie der specificaties van de Respective Collegien Jntroductie van den Majoor En dat den door Haar Hoog Edelheedens hier tot Hoofd der Militie aangestelden E: Majoor . Johan George Englert, op den 16. December J„o leeden met het schip De Ganges hier g'ar„ „riveert, in steede van den ontslagen E: Majoor wohlfarth in deese vergaderinge sitting be„ „hoorde te werden gegeven, en dat zijn Edele den selven daar toe reets had g'appoincteert, teffens voor stellende om den selven door twee leeden deeses Raads, in de vergaderinge te laaten noodigen; waar mede de leeden zig ten vollen geconfirmeert hebbende, zijn de leeden vernede en van Haeften be„ „noemd om gem: E: Majoor, uijt de wooning van den Heer Gouverneur aftehaalen en in de vergader zaal te Conduiseeren, zoo als ook is geschied, en wanneer den selven den Eed voor de leeden van Politie beraamd met alle Bereijd= „willigheid heeft afgelegd, en zit plaats aan deese Tafel genomen: Waar na geresumeert zijnde de ingekomen specificaties en Nominaties van de Respective Collegien Saturdag Den 8 Januarij 1780. Aanstelling van Leitner in plaets van Martinsart in dat van weesmeesteren Continuatie der leeden van de ker„ „ken raad De gesamentlijke Collegianten presteren den Jaarlijksen Eed en werden g'adhorteert tot het waarneemen van hunne plichte Collegien van weesmeesteren, kleijn en Huwelijk„ „se zaaken, mitsgaders Brand en wijkmeesteren. zoo is verstaan in den raad van Justitie en het Collegie van Civiel als ook in dat van Brand„ en wijkmeesteren geene veranderinge te maken, dog uijt dat van weesmesteren op sijn gedaan ver„ „soek te ontslaan, den opperchirurgijn Louis Guin„ „tin Martinsart, en in zijne plaatse weder aan de Bu te stellen den opperchirurgijn Harmanus Leijtner. Insgelijks is geresumeerd een Extract kerke„ „lijke Resolutie de dato 21: December Jo Leeden ver„ „vattende de gedane Nominatie van Nieuwe ouderlingen en diaconen, benevens een versoek„ dat de Presente Leeden mogen Continueeren, zoo is verstaan, het zelve te accordeeren, en aan gemelte Collegie, bij Extract deses, daar van ken„ „nisse te geven; Vervolgens den Raad van Justitie en de bo„ „ven gem: Collegies van weesmeesteren en kleijn en Huwelijkse zaaken na den anderen binnen geroepen en den Eed van Purge voor ieder Col„ „legie beraamt door deselve met bereijdwilligheid. afgelegd „teert
English
Saturday, 8 January 1780. having been laid down, they were thanked for their rendered services in the past year, and exhorted to continue to employ their further good offices toward the advancement of the affairs of their respective colleges. Lastly, the principal officers of the European and Topass burghery were also admitted inside, who, under notification that they are continued in their respective charges, were exhorted to faithfulness and strict compliance with the instruction and ordinance delivered to their hands; which having accepted with much willingness and promised to do, they were thanked for their former services and dismissed outside again. Thus done, resolved, and arrested in the Council of Malabar, at the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A: Moens, R: v: Harn, J: G: Englert, S: C: Saffin, C: G: Seyffer, A: J: C: Vernede, W: van Haeften, J: A: Daimichen. Thursday, 17 February 1780. All present, except the honorable Messrs. van Spall and Vernede, the first being on a quick voyage to Ceylon, and the other through indisposition. In compliance with the resolution of this table of 28 December last, passed upon the annual report of the debtors and creditors, as well as the outstanding and forward-running balance accounts continuing in the books, the Honorable Chief Administrator Reinier van Harn has presented the following report regarding the running of various credit entries in the camp at Cranganore. To the Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, with the dependencies thereof, together with the Honorable Political Council. Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord and Gentlemen. The undersigned having been instructed, by resolution of 28 December of the past month, to demonstrate whence it has arisen that the camp at Cranganore runs so much in credit, as well as what these credit-running entries actually consist of and ought to be cleared, and also to request thereon the disposition of Your Right Honorable Worships, to the end that the clearance may take place in the new books; Has, in compliance therewith, the honor to submit hereupon that the credit-running entries have arisen because, during the course of the past financial year 1778/9, the goods mentioned below were supplied, consumed, and sent hither in the said camp, but continue to run among the remaining balances, and are likely some of those which were already written off according to the resolution of 17 March 1779 as consumed, lost, or gone missing in the expedition to Chettua, because they were not found to be less at the inventory of the last of August 1778; they consist of the following: 2 pieces copper ladles of 8 lbs: f 9. -. - 3 pieces cartridge boxes: f 11. 10. - 4 pieces cartridge covers: f 6. 12. - 91 pieces powder barrels of 50 lbs: f 115. -. 8 4 pieces fuse covers: f 7. -. - 4 pieces quoin blocks: f 1. -. 8 11 pieces vent covers: f 6. 12. - 950 pieces bomb fuses: f 65. 4. 8 18 pieces tampions: f 3. 15. - 1 piece leather fire bucket: f 1. 3. 8 6 pieces wooden mallets: f 2. 2. - 17 pieces canvas gun aprons: f 8. 4. 8 2 pieces knives: f -. 7. - 6 pieces cannonballs: f 3. 13. - 3 pieces water tubs: f 8. 7. 8 1 piece bending pliers: f -. 19. - 1 piece anvil: f 4. 2. 8 1 piece Malabar bellows: f 1. 10. - 3 pieces riveting hammers: f 2. 8. - 3 pieces bow saws with frames: f 1. 4. - 1 piece hand vice: f 1. 4. - 27 pieces files of various sorts: f 20. 14. 8 1 piece round iron: f 1. 6. - 1 piece wrench iron: f 1. 2. 8 2 5/8 lbs sewing thread: f 1. 2. - 3 pieces plane irons: f -. 9. - 2 pieces small scrapers: f -. 2. - 2 pieces iron hammers: f 1. 19. - 8 pieces chisels of various sorts: f 3. 18. 8 1 piece tin can: f -. 4. - 1 piece [illegible]: f -. 1. - 6 pieces dressing boxes: f 18. -. - 3 pieces braces with bits: f 2. 12. 8 45 pieces set squares: f 4. 1. - 25 pieces filled bombs of 6 inches: f 45. 2. 8 10 pieces bolts for the yokes: f -. 10. - 9 pieces iron-bound jibs: f 23. 4. 8 3 pieces water buckets: f 6. 4. 8 1 piece pike hook: f 7. 3. - 1680 lbs horse beans: f 40. 6. - 1 piece bellows: f 24. -. - 1 piece nail iron: f 2. 3. 8 1 piece soldering iron: f 1. 9. - Carried forward: f 465. 14. 8
Dutch transcription
Saturdag den 8. Januarij 1780. 780 teert dat ze in hunne respective Charges blijven Continueeren afgelegd zijnde, zo zijn deselve voor hunne gepresteer„ „de diensten in het gepasseerde Jaar bedankt, en vermaand hunne verder goede officien te willen aanwenden, tot bevorderinge van de zaaken hun„ „ner Respective Collegien Laatstelijk zijn nog binnen gelaaten de voor„ „de „naamste officieren van d' Europeese en Toepasse de Burger officieren werden g'adver„ Burgerije, dewelke onder bekentmaking, dat ze in hunne Respective Chargies zijn geconti„ „nueerd, vermaand wierden tot Trouw en stiptelijk Ed: opvolginge der Jnstructie en ordonnantie hen 's ter hande gesteld, het welk deselve met veel be„ „reijdwilligheijd aangenoomen en beloofd heb„ „bende te doen, zoo zijn ze voor hunne voorige diensten bedankt en weder buijten gelaaten. Aldus Gedaan, Geresolveerd en G'urresteerd, in raade van Mallabaar, ter steede in Cochim, ten daege maand en Jaare voormeld: /:was in getvx:/ A: Moens, R: v: Harn; J: G: Englert; S: C: Saffin; C: G: Seijffer; A: J: C: vernede; w: van „Haeften; J: A: Daimichen Donderdag 28 Donderdag den 17 Februarij 1780. diverse Credit lopende posten in 't Camp te Crangenoor Jnsertie van 't berigt Alle Present Demptis DE: van Spall en vernede, de Eerste, als zijnde voor een spring„ „togt na Ceijlon, en den ander door indispositie In voldoening van het besluijt deser tafel Productie van een berigt nopens van den 28: xber: Jongst leeden, geallen op het Jaarlijkse berigt van de debiteuren en Crediteuren, mitsgaders ten agteren en te vooren staande reek: bij de boeken voort loopende, heeft den E: Hoofd administrateur Reinier van Harn gedient van het ondervolgend berigt nopens het Credit lopen van diverse posten, in het Campte Cranganoor Aan den wel Ed: groot Achtbaaren Hoog gebiedende Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders Gouverneur en Directeur der kuste mallabaar, met den Res„ „sorte van dien, benevens de E: politique raad Wel v0 2 Donderdag Den 17: ' Februarij 1780 Wel Edele Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer en Heeren. Den ondergeteekende bij besluijt van den 28 xber: der gepasseerden maand opgedraagen zijnde om aan te thoonen, waar uijt het onstaan is, dat het Camp te Cranganoor zoo veel Credit loopt, als ook waar in deesen Credit loopende posten Eijgentlijk bestaan, en verEffent dienen ten wer„ „den, zo meede daar op de dispositie van uw welEd: groot Agtbaaren te versoeken, ten Eijnde de verEffening bij de Nieuwe boeken plaats kan vinden Heeft in voldoeninge van dien d' Eere hier op te avanceeren, dat de Credit lopende posten ontstaan zijn, uijt hoofde, geduurende den loop van het ge„ „passeerde boekjaar 177 8/9 in gem: Camp de na te meldene goederen verstrekt, verbruijkt, en na her„ „waards gesonden zijn, maar als er bij de Restanten voort loopen, en denkelijk eenige van die geene zijn welke reets volgens besluijt van den 17. Maart 1779. als in de Expeditie na chettua verbruijkt verlooren of absent geraakt, afgeschreeven, om dat deselven bij den opneem van ult=o Aug=s 1778. niet minder Donderdag Den 17. Februarij 1780 minder bevonden zijn, deselve bestaan in als volgd. 2. p=s kopere schullepels van 8 lb:s - - ƒ - 9. -. „ 3. „ Cardoes kisten - - - - - - - - - - „ 11: 10:- . . - - . . . „ 6. 12. — 4. „ Cardoes Jassen - - 91. „ kruijtvaatjes van 50 lb:. - - - - - - - - - „ 115. —. 8. 4. „ Espolet Jassen - - - - - . . . . . „ 7. —. — . - - - - „ 1. —. 8. 4. „ stelhouten - - - - - - - 11. „ schut Capellen - - - - - - - - - - - - „ 6. 12. — 950. „ bombuijsen - - - - - - - - - - - - - - - - „ 65. 4. 8. 18. „ wind proppen. . . . . . - - - - - - - - - „ 3. 15. — 1. „ Leere Brand, Emmer. . . . . . . . . „ 1 38. 6. „ houtte kloppers - „ -- 2. 2. — 17. „ Zeijldoekse kanon klappen - - - - - - - „ 8 4. 8. 2. „ Messen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ —. 7. — 6. „ de klooden - - - - - - - - - - - - - - - „ 3. 13. — 3. „ water balijs - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 8. 7. 8. 1. „ buijgtang - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ —. 19. — 1. „ ambeeld-- . . . . . . . . - „ 4. 2. 8. 1. „ mallabaarse blaasbalg - - - - - - - - „ 1. 10. — 3 „ klinkhamers - - „ 2. 8. — .. - 3. „ Snijvijlen met boogen - - - - - - - - - „ 1. 4. — 1. „ handschroef - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1. 4. — 27. „ vijlen in soorten - - - - - - - - - - - - - - - „ 20. 14. 8. 1. „ Rondijser - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1. 6. — 1. 2. 8. 1 „ wreng ijser - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1. 2. — 2 5/8. lb: Naaijgaaren - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 3. p=s schaafbijtels - - - - - - - - - - - - - - - - „ —. 9. — 2. „ kleene kratters - - - - - - - - - - „ —. 2. — 2. „ ijsere hamers - - - - - - - - - - „ 1. 19. — 8 „ bijtels in soorten - - - - - - - - - - „ 3. 18. 8. 1. „ blikke kan - - - - - - - - - - - - - - „ —. 4. —. 1. „ v= musse - - - - - - - - - - - - - - - - „ —. 1. —. 6. „ verbanddoosjes - - - - - - - - - - - - - - „ 18. —. — 3. „ omslagen met booren - - - - - - - - - - - - - - „ 2. 12. 8. 45. „ winkel haaken - - - - - - - - - - - - - - - „ 4. 1. — 25. „ gevulde bommen van 6 d=m - - - - - - - - - - „ 45. 2. 8. 10. „ bouten voor de Jokken. . . . . . . . . . . . . „ —. 10. —. 9. „ beslaage fokken - - - - - - - - - - - - - „ 23. 4. 8. 3. „ water Emmers - - - - - - - - - - - - „ 6. 4. 8. 7. 3. — 1. „ speerhaak - - - - - - - - - - - - - „ - - - - - – – – – – „ 40. 6. – 1680. lb: paarde boonen - 1. p:s Blaas balg - - - - - - - - - - - - - - - - „ 24. —. — „ Nagel ijzer - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 2. 3 8 9:- Transporteere - - ƒ465: 14.: 8. 1 „ Zooldeef bout - - - - - - - - - 1. .
English
11. Thursday 17 February 1780 5. —. 19. 8. 1 set hammer - 8 sailmaker's needles - - - - - - - - - - - - - 1. 5. —. 1. 6. — 1 drawknife - - 43 double jibs - - - - - - - 139. 18. 8 1 chest of tools - - - - - - 4. 4. —. —. 6. 8. 9 powder kegs of 100 lb - 5 bolster blocks - 8 draw hooks - 4 lateen yards of 18 feet - -. - - 26. 4. — - - 3. 2. — 2 planks of 10 feet - - 5. 10. — 11 draw ropes with their hooks and thimbles - - 2 beams of 10 feet - - - - - - - - 3. 10. 8. 6¾ lb sheet copper - - - - - - - - - - - - - 4: 12. — 1 piece beam of 36 feet - 1 drill - 2 tar brushes - 1 wooden brace - - - 19. —. — 2 feeding troughs - - - - - - - - - - - 4. 12. —. 1. —. — 72. 3. 8. 3. 19. 4 water casks - - - - - - - - . . . . . . 80. —. 23 plain yokes - - - - - - - - - 46. 4. 94. 16. 2 limbers with wheels of 1 lb 33. 12. 8 wooden binnacles - - - - - - - - 26. 10. 122 bayonet scabbards - - 349 filled cartridges of 3 lb with 1/3 charge - - 164. 4. 7 scythes with chains - - - - - - - - - —. — 2 foot rules - - - - - - - - - - - - - - - -. 1 tar barrel - - - - - - - - - - - - - - -. . . . — 21 iron bands of the cheval-de-frise - - - - - — . 247 flat caltrops - - - - - - - - - - 669 round ditto - - - - - Total - - ƒ 1418. 11. — Carried Forward - - - ƒ 465. 14. 8. 2 bench vices - - - - - - - - - - 34. 10. —. 1 swivel mount . . . . . . . . . . . . . 13. 19. — 7 iron thimbles - - - - - - - - - - - - 1 small fire shovel - - - - - - - - - - - - 2 fire tongs - - - - - - - - - - 2 mess tubs - - - - - - - - - - 45. 2. 8. 6 punches - - - - - - - - - - - - - 7. 6. — - - - - - - —. 5. — 10 cleats - - - - - - - - - - 1 field cart - - - - - - - - - - - - - - 3 pieces screw plates - - - - - - - - - - - —. 5. — - - —. 4. — - - - - 59: 9. — - - - - —. 4. — 23¾ iron - - - - - - - - - - - 2. 1. 8 - - 43. 4. —. - - - - - - —: 3. — 5 Thursday 17 February 1780. whereby it is indicated what has caused this surplus. And with regard to how its settlement ought to take place, the undersigned, under correction of your Most Honorable Wise judgment, is of the opinion that, in order to prevent all further errors, the said Camp ought to be credited again for the aforesaid goods, and the settlement thereof be postponed until all remaining items thereof shall have been sent hither, since it is firmly presumed that even more of the goods already written off by the aforesaid resolution will appear, and on the other hand others will again be found wanting. Hoping herewith to have complied with the intention of your Most Honorable, he styles himself with all respect underneath: Right Honorable, Most Venerable, High Commanding Lords, Lords! Your Most Honorable's very obedient and bounden servant was signed: R: van Aarn. in the margin: Cochin 31 January Ao 1780; Which having been read and it having appeared thereby that he indicates that in the past financial year in the aforesaid Camp more of some types of goods were issued and sent from there to Cochin than had remained in E 13 Thursday 17 February 1780 amounts to be entered in favor of the Camp of Cranganore Production of a report concerning various items charged by Batavia Resolution to enter and write off the same in the books remainder, and that this has probably been caused because the inventory at the end of August 1778 was not done well, or not done accurately enough, and as a result more goods were written off, by resolution of this Council of 17 March 1779, as having been consumed, lost, and gone missing in the expedition to Chettua, than were used for that expedition or went missing therein, it has been approved and agreed to have these surplus goods found, specified in the report, together with their amounts, entered again in favor of the Camp of Cranganore, and to approve the further proposal of the said Head Administrator. Thereafter was read and reviewed a report of the said Honorable Head Administrator, notifying that this office has been debited by Batavia by invoice dated 31 August 1779 for various items, with a request for authorization to enter and write off the several items in the accounts mentioned in the report, upon which it was agreed Insertion of the report to grant the request of the Head Administrator as it lies, and to insert the report into these records. Thursday 17 February 1784 To the Right Honorable, Most Venerable, High Commanding Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, and Governor and Director of the Malabar Coast, with its dependencies. Right Honorable, Most Venerable, High Commanding Lord! The undersigned has the honor to serve Your Right Honorable with a report that Batavia, by an invoice dated 31 August 1779, has charged this Government with the following items, with a humble request to authorize him to write off the several items to the debit of the accounts to be named, to wit: To the Debit of the General On Account of
Dutch transcription
11. Donderdag Den 17. Februarij Ao 1780 5. —. 19. 8. 1. „ Zethamer- 8. „ Zeijlnaalden - - - - - - - - - - - - - - „ 1. 5. —. 1. 6. — 1. „ Snijmes - - 43. „ dubbelde fokken - - - - - - - „ 139. 18. 8 1 „ kist met gereedschappen - - - - - - „ 4. 4. —. —. 6. 8. 9 „ kruijtvaatjes van 100 lb: - 5. „ aanset klossen- 8. „ Trekhaaken - 4: „ lattij houten van 18. voeten. - -. - - „ 26. 4. — - -„ 3. 2. — 2. „ planken van 10 voeten - - 5. 10. — 11. „ Trektouwen met hun haken en kousen - - „ 2: „ balken van 10 voeten - - - - - - - - „ 3. 10. 8. 6¾. lb: plaat koper - - - - - - - - - - - - - „ 4: 12. — 1. p=s balk van 36. voeten - 1. „ drilboor - 2. „ Cheerquasten - 1. „ houtte omslag - - - 19. —. — 2. „ vreetbakken - - - - - - - - - - - „ 4. 12. —. 1. —. — 72. 3. 8. 3. 19. 4. „ Leggers - - - - - - - - . . . . . . „ 80. —. 23. „ onbeslage Jokken - - - - - - - - - „ 46. 4. „ 94. 16. 2. „ voorwagen met wielen van 1. lb: 33. 12. „ 8. „ Houtle Nagthuijsen - - - - - - - - „ 26. 10. 122 „ bajonet Rheeden - - 349. „ gevulde Cardoesen van 3 lb met 1/3 Lading - - „ 164. 4. 7 „ Sencen met kettings - - - - - - - - - „ —. — 2. „ voetmaten - - - - - - - - - - - - - - - „ -. 1. „ Theer vat - - - - - - - - - - - - - - „ -. . . . — 21. „ ijsere banden van de spaanse ruijters - - - - - „ — . 247. „ platte voet angels - - - - - - - - - „ - 669. „ Ronde —- v= - - - - - Somma - - ƒ 1418. 11. — P=r Transport - - - ƒ 465. 14. 8. 2. „ bankschroeven - - - - - - - - - - „ 34. 10. —. 1. „ drolvoet. . . . . . . . . . . . . . „ 13. 19. — 7. „ ijsere kousen - - - - - - - - - - - - „ 1. „ kleene vuurschop - - - - - - - - - - - - „ 2. „ vuurtangen - - - - - - - - - - „ 2. „ poespas balijs - - - - - - - - - - „ 45. 2. 8. 6 „ deurslagen - - - - - - - - - - - - - „ 7. 6. — - - - - - - „ —. 5. — 10. „ Swalpen - - - - - - - - - - „ 1. „ veldkar - - - - - - - - - - - - - - „ 3. p=s snij ijsers - - - - - - - - - - - „ „ —. 5. — - - „ —. 4. — - - - - „ 59: 9. — - - - - „ —. 4. — 23¾. „ ijser - - - - - - - - - - - „ 2. 1. 8 - -„ 43. 4. —. - - - - - - „ —: 3. — „ „ - - - .. - .. 5 Donderdag Den 17. Februarij 1780. daar bij word te kennen gegeven waar door die meerderheijd ver„ „oorsaakt is En wat betreft, hoe dies verEffening dient te ge„ „schieden, is d'ondergeteekende onder Correctie van uw „welEd: groot Agtb: wijser oordeel van gevoelen, dat om alle verdere abuijsen voor te komen gem: Camp voor voorsz: goederen wederom diend gecrediteerd en de verEffening daar van uijtgesteld te werden, tot dat alle Restanten daar van sullen na herwaards gesonden sijn, vermits vast onderstellen, dat nog meer„ „der van dan bij voorm: besluijt reets afgeschreeven goederen te voorscheijn sullen komen, en daar en tegen andere wederom te kort bevonden werden. Hier meede aan d' intentie van uwwellet groot Agtb: verhoopende voldaan te hebben, noemt hij sig met alle eerbied /:onderstond:/ wel Edele Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heeren Heeren! uw wel Ed: Groot Agtb: seer gehoor„ „saame, en Trouwschuldige Dienaar /:was get:/ R: van Aarn. /:in margine:/ Cochim den 31. Januarij Ao. 1780; Waar van lectura genomen en daar bij geblee„ „ken zijnde, dat den selven daar bij te kennen geeft dat in het afgeloopen boekJaar in het voorm: Camp van eenige soorten goederen meerder verstrekt en daar uijt na Cochim. versonden zijn, als'er van restant E 13 Donderdag Den 17 Februarij 1780 „dragen ten voordeele van 't lamp van Cranganoor te laaten inneemen Productie van een berigt nopens di„ „verse van batavia aangeree„ „kende posten Besluijt deselve bij de boeken in te neemen an af te schrijven restant hebben geloopen, en dat dit denkelijk ver„ „oorzaakt is, door dat de opneeming onder ultimo aug=o 1778. niet wel, of te accuraat, is gedaan, en daar door meerder goederen, bij besluijt deeser tafel van den 17. ' Maart 1779, als in de Expedi„ „tie na Chettua verbruijkt, verlooren en absent geraakt, afgeschreeven zijn, als tot die Expeditie zijn verorbert, of te daarin te zoek geraakt, zoo Besluijt die goederen met hun be„ is goedgevonden en verstaan, deese bij het berigt gespecificeerde meerder bevondene goederen met hun bedragen, weder ten voordeele van het Camp van Cranganoor te laaten inneemen, en den ver„ „deren voorstel van gemelte hoofd-administra„ „teur te approbeeren. Hier na is geleesen en geresumeert een berigt van gem: E: Hoofd-administrateur, hou„ „dende te kennen geving, dat van Batavia bij factuur gedateert 31:' aug=s 1779, dit Comptoir ten lasten gebragt zijn diverse posten, met ver„ „soek om qualificatie, van het een en ander, op de, bij het berigt, vermelte reekening bij de boeken, te mogen inneemen en afschrijven, waar op ver„ staan Jnsertie van 't berigt „staan is, het versoek van den Hoofd-administra„ „teur, Zoo als het logd te accordeeren en het berigt in deesen te insereeren Donderdag Den 17:' Februarij 1784 Aan den wel Edele Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer Adriaan Moens. Raad Extra ordinair van Nederlands Jn„ „dia, mitsgaders Gouverneur en Directeur der Custe mallabaar, met den Ressorte van dien Wel Edele Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer! Den ondergeteekende heeft d' eere uw wel Edele groot Agtb: van berigt te dienen, dat Joog van Batavia bij een factuur gedateerd 31. aug=s 171 dit Gouvernement ten lasten gebragt zijn, de vol „gende posten, met nedrig versoek om hem te qua „lificeeren dat het een en ander ten lasten dert noemene Reekeningen mogen afgeschreeven w „den, ten weeten; Ten Lasten van 't Generaal Weegens
English
15 Thursday, the 17th of February 1780 On account of that which has been charged back to the Indian capital by an invoice received from Ceylon dated Colombo, the 25th of August 1778, this amount having been, among other entries in the Batavia invoice of the last day of August 1777, charged to the said government for a 5/8 share of ƒ 13750: 15. —, or as much as was imposed in the year 1747 on the estate and heirs of the Cochin cashier Nicolaas Bowijn by way of compensation for that which the Company fell short during his administration due to bad additions and transfers, to be restituted to the Company by the children of the widow Johanna Cornelia Brug as heirs of the estate of the said Bowijn, one of them being the Bookkeeper and Resident of Kaits Anthonij Mooijaard, for a one-third share out of ƒ 1718:17. - Netherlands money; but whereas the just-mentioned Mooijaard has demonstrated in Ceylon, as appears from a baptismal certificate submitted there, that he is not a son of Johanna Cornelia Brug, but indeed of her sister Alletta Brug, and thus was not an heir to the frequently mentioned estate, so from there, in conformity with the resolution of the Council of Colombo of the 19th of June 1778, this amount has been charged back to the Indian capital, in order to be dealt with further according to the pleasure Thursday the 17th of February In the year 1780. of Their High Excellencies; this subsequently having been disposed of by the Same, so for the cited reasons and since the statement of Mooijaard has been checked here against the books of the Orphan Chamber and found to be in accordance with the truth, after the proposal of the senior merchants of this Castle, Georgius Theoheeren and Gerrardus van Groll, as appears from the invoice submitted by their Honors answered in the margin, it has been resolved to charge the aforesaid debit back to the Government of Malabar, where these wrong heirs were named, in order to be written off there, which is hereby done with ƒ 572:19. —. Item, that which was paid out of the Company's treasury there to the former Resident of Paponetty Joost Breekpot, to serve as formal indemnification for the rupees 990: 1/2 disbursed by him before the last day of August in the year 1776 for the delivery of pepper here, which amount having been restituted to him pursuant to Their High Excellencies' resolution of the 19th of July of the past year, this Government is charged with rixdollars 1243 5/16, making 746 38/80 ducatons, which at ƒ 3. 6. each amounts to ƒ 2462. 16 for 3 1/3 percent discount - - - ƒ 74. 12. 238:45- ƒ 296: 8. — 17 Thursday the 17th of February In the year 1780 on previous year's charges and expenses. For the excess charged beyond the value found there on various ammunition goods recently brought there from this government by the ship De Mentor; which amount, pursuant to Their High Excellencies' resolution of the 19th of August of the past year, was charged back, to wit: Entered in the invoice: 328 pieces of empty gunpowder barrels at 138 sheaves, among which 146 pieces with copper hoops - - - - - ƒ 693. 12. 8. 3 bombs or mortar grenades of 6 inches . . . . . ƒ 3. 13. 8. 2 bombs or mortar grenades of 7 inches - - - - ƒ 3. 5. —. for 2 percent expenses - ƒ 14. —. — ƒ 714. 11. — And found there: 112 pieces of gunpowder barrels of 100 lb., empty - - - - - - - ƒ 179. 4. —. 81 lb. old copper, obtained from 146 pieces of copper hoops . . . ƒ 26. 19. —. 216 pieces of empty gunpowder barrels, unserviceable - . . . . . . ƒ —. —. —. 3 bombs or mortar grenades of 6 inches, unserviceable - - ƒ —. —. —. 2 bombs or mortar grenades of 7 inches - - - - ƒ —: —: —. . ƒ 206. 3. — Which amount being deducted from the above, there results a deficit of a sum of ƒ 508. 8. — He has the honor to be with the highest esteem it was subscribed: Thursday the 17th of February In the year 76 Production of a report concerning the coffins and hospital expenses to the amount of ƒ 736:17 charged back from Ceylon to this place. Resolution to have that amount charged to Cochin. Insertion of the report. it was subscribed: Right Honorable, High and Mighty Lord, Your Right Honorable's humble and obedient servant, it was signed: R: van Harn; in the margin: Cochin, the 31st of January in the year 1780: Furthermore, there was read and reconsidered another report of the repeatedly mentioned Head Administrator, thereby indicating that 15 pieces of coffins and the hospital expenses provided and incurred here for the Ceylon military personnel have been charged back from Ceylon to this place, together amounting to the sum of ƒ 736. 17. —, requesting the disposition of this table thereon; whereupon, having deliberated, it has been decided to have the said sum entered into the books to the debit of this office, considering that it is all the same to the Company whether those charges are borne here or in Ceylon; and to insert the report herein. To the Right Honorable, High and Mighty Lord, Adriaan Moens, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, 19 Thursday the 17th of February 1780: as well as Governor and Director of the Malabar Coast, with its dependencies. Right Honorable, High and Mighty Lord, The undersigned Head Administrator hereby has the honor to provide Your Right Honorable with a report, that he recently received from Colombo an invoice dated the last day of August 1779, by which an amount of ƒ 736:17 was charged back from there to this place, being the 15 pieces of coffins and hospital expenses provided here to the Ceylon military personnel and charged thither by invoice dated the last day of August 1779, since the pay servants there have communicated to the Trade Office by a counter-extract that the aforesaid amount has already been charged thither per debt accounts, and everyone has also been duly debited on account for their own share; yet since this charging has occurred as always, and the Ceylon ministers have now seen fit
Dutch transcription
15 Donderdag„ Den 17. Februarij 1780 Weegens het geene de Jndiase hoofd plaats bij een ontfangene factuur van Ceijlon gedateert Colombo. n„ den 25. aug=s 1778. is te rug gereekend, zijnde, dit bedraagen onder meer andere posten bij Bataviase factuur van ult=o aug=s 1777. gem: gouvernement aangereekend geweest voor 5/8. gedeelte uijt ƒ 13750: 15. —. of zoveel den boedel en erfgenaamen van den Cochimse kassier Nicolaas Bowijn in A=o 174/7. ter vergoedinge is opgelegd, wegens het geene, de Compa„ „grie geduurende zijn administratie door quaade optel„ „lingen en overdraagen is te kort gekomen, om door de kinderen van de weduwe Johanna Cornelia Brug als Erfgenaamen des boedels van gedagte Bowijn, zijnde een van deselve den Boekhouder en Resident van Kaits Anthonij Mooijaard, voor een derde gedeelte uit ƒ 1718:17. - Nederlands geld, aan de Compagnie gerestitueerd te werden, dan dewijl even gemelde Mooijaard te Ceilon heeft aangetoond, blijkens ginter overgelegd Doop be„ „wijs geen Zoon te Zijn van Johanna Cornelia Brug, maar wel van haar Zuster Alletta Brug, en dus geen Erfgenaam van meermelde Boe„ „del is geweest, zoo heeft men van daar Conform Colombos Raads besluijt van den 19:' Junij 1778: dit montant de Jndiase hoofd plaats weder ten lasten doen brengen, om daar meede na het goed vinden Donderdag den 17. Februarij Ao 1780. vinden van Hunne Hoog Edelheedens te werden gehandelt, hier op vervolgens door Hoog deselve gedisponeert zijnde, zoo is om de aangehaalde re„ „denen en vermits de opgave van Mooijaard al„ „hier bij de weeskamers boeken nagesien en met de waarheid, over een komstig is bevonden na den voorstelder Heeren opperkooplieden deses Cas„ „teels Georgius Theoheeren, en Gerrardus van Groll, blijkens de door hun Ed:s ingedien„ „de in margine b'antwoorde factuur beslooten voorsz: belasting het Gouvernement Mallabaar, alwaar deese verkeerde Erfgenamen is opgegeven weder ten lasten te brengen om ginter afgesch: te werden, 't welk bij deesen geschied met ƒ572:19. —. Item het betaalde uijt 'sComp:s Cas„ „sa aldaar, aan den geweesen papo„ „nettijse Resident Joost Breek„ „pot, om te dienen tot formeele schadeloos stelling voor de door hem onder ult=o aug=s A=o 1776. op Leverantie van peper alhier voor uijt verstrekte rop:s 990: /½. welk mon„ „tant aan hem ingevolge Haar Hoog Edelheeds besluijt van den 19 Julij J=o leeden gerestitueerd zijnde, dit Gou„ „vernement werd aangereekent met Rijksd:s 1243 5/16. uijtmaakende 746 38/80 stuk ducatons, die ƒ 3. 6. ider, bedraagd ƒ 2462. 16 voor 3 1/3. percento Rabat - - - „ 74. 12„ 238:45- ƒ 296: 8. — 17 Donderdag den 17. Februarij Ao 1780 op voorJarige Lasten en ongelden. Voor het meerdere aangereekende dan de daar bevon„ dene waarde op diverse ammonitie goederen Jongst per 't schip de Mentor van dit gouvernement aldaar aan„ „gebragt; welk bedragen ingevolge Haar Hoog Edelheed=s besluijt van den 19. aug=s JoLeeden, weeder te rug geree„ „kend, te weeten; Bij 't Factuur aangeschreeven: 328. p:s Leedige kruijtvaatjes aan 138: schooven, waar onder 146 p:s met kopere hoepels - - - - - ƒ 693. 12. 8. „ bommen of mortiergranaten van 6 d=m. . . . . . „ 3. 13. 8. 2. „ Bommen of mortier gra„ „naten van 7. d=m - - - - „ 3. 5. —. voor 2. prCto ongelden - „ 14. —. — ƒ 714. 11. — En aldaar bevonden 112. p=s kruijtvalen van 100 lb. Leedige - - - - - - - ƒ179. 4. —. 81. lb: oud koper, bekomen van 146. p=s kopere hoepels. . . . „ 26. 19. —. 216. p=s Leedige kruijtvaatjes onbeq: - . . . . . . „ —. —. —. 3. „ bommen of Mortier gra„ „naten van 6 d=m onbeq: - - „ —. —. —. „bommen of Mortier gra„ 2. „naten van 7 d=m - - - - „ —: —: —. . „ 206. 3. — Welk montant van de bovenstaande afgetrok„ „ken zijnde, komt voor 't minder Een somma van ƒ508. 8. — Hij heeft d' Eere met de meeste hoog agting te zijn /:onderstond:/ Donderdag Den 17. Februarij A„o 76 Procuctie van een berigt wegens van Ceijlon na herwaards te hospitaals ongelden ten be„ „dragen van ƒ 736:-7: Besluijt dat bedragen ten lasten van Cochim te laten brengen Jnsertie van het berigt /:onderstond:/ wel Edele Groot Agtb: Hoog gebie „dende Heer uw wel Ed: Groot Agtb: onder „danige en gehoorsaame dienaar /:was getekend R: van Harn; /:in margine:/ Cochim den 31 Januarij Ao 1780: Alverder is geleesen en geresumeert een ander t rug gereekende dood kisten en „rigt van meermelten Hoofd-administrateur, daar bij te kennen gevende, dat van Ceijlon he „waards te rug gereekent zijn 15. p=s dood kisten en de Hospitaals ongelden, alhier aan de Ceijlons militairen verstrekt en gedaan, te samen em„ „porteerende de somma van ƒ736. 17. —. versoekende daar op dispositie deeser tafel, waar op gedelibe„ reert zijnde, is verstaan de gem: somma ten last van dit Comptoir bij de boeken te laaten inneemen geconsidereert zijnde, dat het de Comp: om het even is, of die lasten hier of te te Ceijlon werden gedragen; en het berigt hier in te lijven Aan den wel Edelen groot Agtbaaren Hoog gebiedende Heer. Adriaan Moens. Raad Extra ordinair van Nederlands Jn„ „dia 19 Donderdag Den 17. Februarij 1780: „dia, mitsgaders gouverneur en directeur der Custe mallabaar, met den Ressor„ „te van dien Wel Edele Groot Agtbaaren Hoog gebiedende Heer. Den ondergeteekende Hoofd administrateur heeft bij desen d' Eere uw wel Ed: groot Agtb: van berigt te dienen, dat Jongst van Colombo ontfangen heeft Een factuur gedateerd ult=o aug=s 1779. waar bij van daar na herwaards te rug geree„ „kend werd een bedraagen van ƒ736:17. /: zijnde de alhier aan de Ceijlonse militairen verstrekt en bij factuur in dato ult=o aug=s 1779 na derwaards aangereekende 15. p=s dood kisten en Hospitaals ongelden:/ vermits aldaar de soldij bediendens bij Een Contra Extract aan 't Negotie Comptoir be„ „deeld hebben, dat voorsch: montant reeds p=r schuld Reekeningen na derwaards aangereekend, en ook een ider voor het sijne behoorlijk op reekening be„ „last is; dog vermits deese aanreekening gelijk als altoos geschied zijn, en de Ceijlonse Ministers thans goed gevonden
English
Thursday the 17th of February Anno 1780. Production of a petition from the overseer of the armory van Eijk And an order showing that 72 muskets were mistakenly charged to his administration, and that he truly provided others in exchange having seen fit to credit back the said amounts, I therefore very humbly take the liberty to request Your Right Honorable's highly respected ruling on this, and have the honor to be, with true high esteem, below stood, Right Honorable, High Commanding Lord, Your Right Honorable's humble and obedient servant, was signed, R: van Harn, in the margin, Cochim the 31st of January 1780. Next was brought to the table a further petition from the overseer of the armory Andries van Eijk, whereby he repeats his request, made at the session of the 10th of December of the past year, to be relieved of the accountability for 72 pieces of muskets charged to his administration due to his erroneous statement, presenting at the same time an order dated the last of February 1777, to show that he truly provided others in exchange for those 72 muskets; which petition and annexed order, having been read with attention and summarized, it has now fully appeared therefrom, firstly, that the Company of Sepoys, from which those muskets were received, since Thursday the 17th of February 1780 Indication thereof Decision to relieve the said van Eijk of those 72 muskets since its arrival from Nagapatnam has been here in Cochim until the month of April, and only then departed for Hijcotta, and that the same had its full complement of weapons at that time, from which it then notoriously follows that the said Company must have received other muskets in place of those surrendered, which could not have been supplied from anywhere else than the Cochim armory; and secondly, that the aforementioned order also fully proves this, whereby the said van Eijk was ordered to provide 78 muskets in exchange to that Company of Sepoys, the remaining six presumably having been found further unfit upon closer inspection, wherefore it has now been understood to relieve the said van Eijk of the accountability for those 72 muskets and to authorize the Head Administrator to write them back in the books and to insert the petition herein; but it was also considered at the same time that all this trouble and paperwork was caused solely by the incorrect statement of him, van Eijk, and that if he had not neglected to submit the aforementioned order with his first petition Thursday the 17th of February 1780. And to fine him, van Eijk, for the military treasury, to encourage better attention Insertion of the petition to submit, one would have already been in a position at that time to dispose finally thereof, and it has therefore been approved and decreed, to encourage him, van Eijk, to better attention, to fine him in a penalty of one month's salary for the benefit of the military treasury here. To the Right Honorable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, with its dependencies. Right Honorable, High Commanding Lord! The humble undersigned, having been handed the extract from Your Right Honorable's resolution of the 10th of December last, has seen with regret that his respectful request, contained in the petition of the 10th of November last, concerning 72 pieces of muskets received and taken from the Commander of the Sepoy Company under Thursday the 17th of February 1780 under Captain Sek Budin Saib, the Ensign Simon Koks, had been rejected by Your Right Honorable, and that he will have to account for those muskets unless he could more clearly demonstrate that instead of those 72 pieces of muskets, he provided others, by way of exchange, to that Company. For that great favor which Your Right Honorable has been pleased to grant him, to be able to apply once more to Your Right Honorable to prove his innocence, he states beforehand, humbly serving, and takes the liberty in all respect now to bring further to Your Right Honorable's attention, expecting from Your Right Honorable's goodness that you will be pleased to consider: Firstly, that he could not possibly have had the reports of the 13th of January 1777 concerning those muskets in hand if they were not to serve for cleaning and to provide other muskets in exchange; the latter was done upon an order dated the last of February following, but the former was not, and those reports thus fell into his hands during an inquiry by the Trade Office to declare the muskets of the military that were under his custody.
Dutch transcription
Donderdag den 17. Februarij Ao 1780. Productie van een request van den opsiender der wapenkamer van Eijk En een ordonn; ter aanthoning 72: geweiren abusive ten lasten van zijne administratie inge„ „nomen zijn en hij waarlijkan„ „dere in ruijling verstrekt heeft goed gevonden hebben gem: bedraagen wederom terug te reekenen, zo gebruijke zeer nedrig. de vrijheijd hier op uw wel Ed: groot Agtb: Hoog g'Eerde dispositie te versoeken, en heb d' Eer met, waare Hoog ag„ „ting te zijn /:onderstond:/ wel Edele groot agtb: Hoog gebiedende Heer uw welEd: groot agtb: onderdanige en gehoorsame dienaar /:was gett:/ R: van Harn /:in margine:/ Cochim den 31. Januarij 1780: Vervolgens is ter tafel gebragt, een nader Request van den opsiender der wapenkamer Andries van Eijk waar bij den selven herhaald, zijn, ter Zittinge van den 10. ' december A„o vergange, gedaan versoek, om ontheft te worden van de verantwoording van 72. p:r geweiren door zijne abuijsive opgave ten laste zijner administratie in genomen, teffens daar bij overleggende eene ordonnantie, gedateert ultimo februarij 1777. , ter aantooninge dat hij voor die 72. geweiren waarlijk andere in ruijling heeft verstrekt; welk request en g'annexeerde ordonnantie met aandagt geleesen en geresumeert zijnde, is daar uijt als nu ten vollen komen te blyken, Eerstelijk dat de Comp: Sipaijs, waar van die geweiren ontfangen zijn zedert A 21: Donderdag den 17:' Februarij 1780 aanwijsinge van dien Besluijt gem: van lijk van die 72: geweiren te ontheeffen zedert haar komste van Nagapatnam hier te Co„ „chim is geweest, tot de maand April, en als toen eerst na Hijcotta is vertrokken, en dat deselve als toen haar volle geweer heeft gehad, waar uijt dan notoirlijk volgd dat die Comp: andere geweeren in plaats van de afgegevene moet hebben ontfan„ „gen; welke dan nergens anders, als van de Co„ „chimse wapenkamer kunnen zijn verstrekt, en tweedens, dat de voorm: ordonn: dit ook ten vollen bewijst, waarbij gem: van Eijk g'ordonn: is, om 78. geweiren in ruijling aan die Comp:s Si„ „paijen te verstrekken, denkelijk de overige ses nog nader onbequaam bevonden zijnde, waaromme dan als nu verstaan is, gem: van Eijk van de verant„ „woordinge dier 72. geweiren, te ontheffen en den Hoofd-administrateur te qualificeeren, die bij de boeken weder te rug te schrijven en het Request in desen te insereeren; dog is ook teffens geconside„ „reert dat alleen door de verkeerde opgave van hem van Eijk, alle deese moeijte en schrijfwerk is veroorzaakt, en dat zoo hij niet versuijmt had bij zijn eerst versoekschrift de voormelte ordonn: over teleggen Donderdag den 17 Februarij 1780. En hem van Eijk tot opwekking van een betere attentie, te bekeuren in de krijgs kassa Jnsertie van 't Bequest overteleggen, men als toen al in staat zoude ge„ „weest zijn daar op finaal te disponeeren, en is derhalven goedgevonden en g'arresteert, hem van Eijk ter opwekkinge tot eene betere attentie„ eene boete van een mand gagie voor te bekeuren in eene boete van een maand gagie ten behoeven van de krijgs kassa alhier Aan den wel Edelen Groot Agtb: Heer Adriaan Moens. Raad Extra ordinair van Nederlands In„ „dia, mitsgaders Gouverneur en Direc„ „teur der Custe mallabaar, met den Re„ „sorte van dien Wel Edele, Groot Agtbare. Hoog gebiedende Heer! Den nedrige teekenaar ter hand gesteld zijnde Extract uijt uw wel Edelens groot Achtbares resolutie van den 10 xber: JLeeden, heeft tot zijn leedweezen daar bij gesien, dat zijn Eerbiedig versoek, vervat bij request van den 10. ' 9ber: A spreekende van 72. p:s ontvangen en afgepakt geweeren van den Commandant der Sipaise Con onder 23 Donderdag den 17:' Februarij 1780 onder Capitain Sek Budin Saib, den vaan„ „drig Simon Koks, door uw wel Edele groot agtb: van de hand was geweesen, en die geweeren zal moeten verantwoorden, ten zij duijdelijker quam aan te toonen, dat in steede van die 72. p=s gewee„ „ren, andere, bij wijze van ruijling, aan die Comp:„ heeft verstrekt, voor die groote gunste die uw„ wel Edele groot Agtb: hem dan wel hebben willen bewijzen, van zig nog nader aan uw wel Edele groot Agtb:, ter betooning zijner onschuld, te kunnen vervoegen, zegt hij voor af, ootmoedig, diend en neemd in alle Eerbied de vrij„ „heijd, aan uw wel Edele groot Agtb: thans nader onder 't oog te brengen en van uw welEds: Groot Agtb:s goedheid verwagtende wel te zullen willen Considereeren. Eerstelijk dat hij de rapporten van den 13. ' Janu: 1777. van die geweeren handelende, on„ „mogelijk in handen had kunnen hebben Zo se niet zoude dienen ter schuuringe en andere geweeren in ruijling te verstrecken; het laatsten is geschied op een ordonn: in dato ultimo febru„ „arij daar aan, dog het eerste niet, en die rap„ „porten dus bij een afvrage van 't Negotie Comp„ „toir, om op te geeven de geweeren der militaire die onder zijn bewaring waren, in handen ge„ vallen
English
Thursday the 17th of February 1780. having occurred, and it not having come to his mind that other muskets had been provided in exchange for those mentioned therein, he, in order to comply as quickly as possible with that inquiry, reported those muskets in a report of the 13th of January 1777 as still being in custody, and in this manner that erroneous statement arose. Secondly, that the said company of sepoys of Sek Budin Saib arrived here in the month of January 1777 from Nagapatnam and remained here until the following month of April, at which time they departed for Aijcotta with a full complement of muskets, and since 72 muskets of that company were handed in here, the same could not have departed for Hijcotta with a full count of muskets if others had not been issued to them from the armory in place of those handed in; that the muskets which this company brought from Nagapatnam have now been fully accounted for, and that the same departed for Nijcotta with a full count of muskets for the men, is evident from the report of the Honorable Reinier van Harn, Secunde and Chief Administrator of this coast, submitted to your Honorable and Highly Esteemed Assembly on the 10th of December of the past year regarding this matter; and whereas 25. Thursday the 17th of February 1780. whereas this company in the interim between the handing in of the 72 muskets and its departure for Hijcotta was not away from Cochim, neither at Nijcotta nor at any other place than Cochim could muskets have been issued to them for the ones handed in; therefore the petitioner believes it is fully evident from this that the company received others by way of exchange from the Cochim armory for the 72 muskets handed in, so that the warrant attached hereto, dated the last day of February in the year 1777, also further proves the actual issuance in exchange, there having been as many as 78 muskets issued in exchange instead of 72, because from the 13th of January until the following last day of February another 6 muskets of that company became unserviceable and were brought to the armory. He therefore once more most humbly beseeches your Honorable and Highly Esteemed Assembly to release him from the accountability for those 72 muskets, and graciously to forgive his gross inattention, assuring your Honorable and Highly Esteemed Assembly that he will exercise greater attentiveness in the future. underneath stood: Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord! Your Honorable and Highly Esteemed Assembly's humble and most obedient servant was Production of the finding regarding the Cape provisions brought by the ship De Ganges Insertion of the finding. according to invoice and bill of lading according to report Sale of the mortgaged ship of Adij Ragia Whereupon was reviewed a finding concerning the Cape grey peas brought by the ship De Ganges, on which upon delivery only the permitted write-off for the ship officers' deficits was written off and a shortage was found, wherefore it was decided to validate that deficit and to record the finding herein deficiency item in loaded into this vessel: brought in: deficient: 2. Grey peas Being the permitted write-off for the ship officers, according to the regulation of the 15th of August 1764. Cochim, the 31st of January 1780. was signed: R: van Harn lb: 525. lb 514:½ lb 10¼. The mortgaged ship of the late Aderagia, named Abdul Cadier, having been sold to the highest bidder at public auction on the 19th of January of this year, pursuant to a resolution of this table of the 24th of November of the past year, Finding regarding the goods brought from the Cape of Good Hope by the ship De Ganges for this Government Thursday the 17th of February 1780. was signed: And=s van Eijk in the margin: Cochim the 24th of January 1780. 13 27 Thursday the 17th of February 1780 the same, with all its appurtenances, was sold for rop:s 12450. —. to credit Batavia with the remaining rop:s 9000. The King of Trevancore has made a request for 50,000 rop:s, 700 flintlock muskets, and 15,000 lb: of Japanese copper a report regarding this was received from the Honorable Chief Administrator Reinier van Harn, which showed that the hull, with all its appurtenances and some materials, after deducting 50 ropias for the bidding premium for the person who made the highest bid at the auction, was sold for rop=s 12450. —., whereof it was decided to make this record and to authorize the Chief Administrator; Resolution to credit Batavia with the amount in excess of the sum of the rop=s 9000. —., which has already been disbursed to the heirs of the late Honorable Extraordinary Councillor Serff and charged to this office, at the disposal of the Supreme Government of India. Furthermore, the Governor having made known that the King of Trevancore has caused a request to be made for 50,000. - Ropias 700. –. flintlock muskets, and 15,000. –. lb: of Japanese bar copper, to be offset against the pepper already delivered, and that the delivered pepper, already largely dispatched, exceeds
Dutch transcription
Donderdag den 17. Februarij 1780. „vallen zijnde, en 't hem niet te binnen gekoo„ „men is, dat voor de daar bij gemelde geweeren aandere in ruijling waren verstrekt, heeft hij om ten spoedigste aan die afvrage te voldoen die geweeren bij een rapport van den 13. ' Janu 1777. opgegeven, als nog in bewaring te hebben, en hier door is die abusive opgave ontstaan. Tweedens dat de gewelte Comp: Sipaijs van Sek Budin Saib hier in de maand Janu: 1777. is aange„ „komen van Nagapatnam en tot de maand April daer aan, is hier overbleeven, waarneer die met Com„ „pleete geweeren na Aijcotta is vertrocken, en de„ „wijl van die Comp 72. geweeren hier zijn afgegee„ „ven, dezelve met geen vol getal geweiren na Hijcotta had kunnen vertrecken indien niet andere in die plaats van de afgegevene, uijt de wapenkamer aan hen waeren afstrekt, dat nu de geweeren die deese Comp: van Naga„ „patnam heeft aangebragt Compleet zijn verantwoord, en dezelve met een vol getal geweeren voor de manschap na Nijcotta is ver„ „trocken, Consteert uijt het berigt van d' E: E: Heer Reinier van Harn, Secunde en Hoofd administrateur deeser kuste in uw welEd: Groot Achtb: afgadering van den 10 xber: a=o pass=to nopens dese zaeke over gelegd, en avermits 25. Donderdag den 17. ' Februarij 1780. vermits deese Comp: in den tusschen tijd van de afgave van de 72. geweeren tot haar vertrek na Hijcotta niet van Cochim is geweest, aan dezelve ook nog op Nijcotta, nog op eenige andere plaats, als te Cochim geweeren voor de afgege„ „vene hebben kunnen werden verstrekt; Zo ver¬ „meent den supp=t dat hier uijt ten vollen Con„ „steert, dat die Comp: voor de afgegevene 72. geweeren, andere, bij wijse van ruijling van de Cochimse wa„ „penkamer heeft ontvangen, invoegen de hier ne„ „vent gevoegde ordonn: de dato ult=o febr: Ao 1777., ook de waare verstreckinge, in ruijlinge, nader aan toond, zijnde in plaatse van 72. wel 78. geweeren in ruijling verstrekt, door dien zedert den 13:' Janu: tot ultimo febr: daar aan, nader 6 geweeren bij die Comp:s onbequaam geworden en ter wapenka„ „mer gebragt zijn: Hij smeekt uw wel Ed: Groot Achtb: dus nogmaals, op 't allerootmoedigste om hem dus van de verantwoording dier 72. p:s geweeren t' ontslaen, en zijne grove snatentie goed gunstiglijk te willen vergeeven, verzeke„ „rende uw wel Ed: groot achtb: in d' aanstaande meerder oplettendheijd te zullen gebruijken. /:onderstond:/ wel Ed: groot Achtb: Hoog ge„ „biedende Heer! uw welEd: groot Achtb: onderdanigen en zeer gehoorzaemen dienaar /:was Broductie van de bevinding van de per 't schip de Ganges aangebragte Caabsa: provissio Jnsertie van de bevinding. volgens factuur volgens en Cognoisse Rapport Verkoping van het veronderpande schip van adij Ragia Waar na geresumeert is een bevinding van de, per het schip De ganges, aangebragte Caas„ „se Grauw Erten, waar op bij uijtlevering, alleen de gepermitteerde afschrijvinge der scheeps overhee„ de minderheeden worden afgeschreven, den te kort is bevonden, wes verstaan is, die minder„ „heid te walideeren, en de bevinding hier in te schrijven mind„r Posto in „ment in desen aange„ quan„ bodem geladen : bragt Vit 2. Grauw Erwten Zijnde de gepermitteerde afschrijving der scheep overheeden, volgens het reglement van den 15 augustus 1764. Cochim den 31:' Januarij 1780. /: was getekend:/ R: van Harn lb: 525. lb 514:½ lb 10¼. Het veronderpande Schip van wijlen Ade „ragia, gen=t Abdul Cadier, volgens besluijt „zer tafel van den 24. ' 9ber: Anno pass=o den 19. ' Januarij deses Jaars bij publicque ven dieto aan de meest biediende verkogt zijnde, zoo Bevindinge op de, per het N schip De Ganges van Cabo de goede Hor voor dit Gouvernement aangebragte Donderdag den 17 ' Februarij 1780. /:was getekend:/ And=s van Eijk /:in margine:/ Cochim den 24:' Januarij 1780. , . 13 Be 27 Donderdag den 17. ' Februarij 1780 't zelve is met al zijn toebehoren. verkogt voor rop:s 12450. —. re p: 9000. batavia ten goede te brengen De koning van trevancoor heeft versoek laten doen, om 50'000 rop:s 700. —. snapharen en 15000 lb: Japans koper is der wegens ingekomen een berigt van den E: Hoofd-administrateur Reinier van Aarn waar bij Consteerde, dat dien kiel, met al zijn. toebehooren en eenige materialen, na aftrek van „ 50: ropias strijk-geld, voor de geene die het Hoog„ „ste bod, bij opslag gebooden heeft, verkogt is voor rop=s 12450. –. , waar van verstaan is, deese aanteeke„ „ninge te houden, en den Hoofd administrateur te qualificeeren; het meerdere bedragen van deese Besluijt het meerdere bedragen den somma dan de rop=s 9000. –. , die reets aan de erfge„ „namen van wijlen, den wel Edelen Heer Raad Extra ordinair Serff zijn uijtgekeert en dit Comptoir aangereekent, Batavia ten goede te bren„ „gen, ter dispositie van de Hooge Jndiase regeeringe. Voorts door de Gouverneur te kennen gegeven zijnde, hoe den koning van Jrevancaar versoek heeft laaten doen, om 50'000. - Ropias 700. –. p=s snaphaanen. en 15000. –. lb: Japans staaf koper, om verreekent te„ „werden met de reets geleverde peper, en dat de geleverde en reets grootdeels versondene peper, meerder
English
Thursday the 17th of February 1730 Resolution to provide various items The Lord Governor announces that the covered way and glacis could decay if not properly maintained amounts to more than this, and taking into account the sums previously received according to the resolutions of the 3rd of July and 5th of August, it was unanimously approved to have the aforementioned sum of money provided, along with the flintlocks and Japanese bar copper; Hereafter, the Governor pointed out that the covered way and glacis that were recently constructed around this city, if not properly maintained, could gradually fall into ruin, both in the fair and in the foul monsoon; in the fair monsoon due to the severe drought, at which time the grass withers, the sand of the glacis continuously slides down, and the sand from the covered way can also collapse into the moat; and in the foul monsoon due to the heavy rains, whereby the moat would then gradually become full again and the covered way would lose its useful function, all of which would cost very much if it had to be restored anew. That he has therefore looked out for someone who would be willing to undertake the maintenance of the covered way and the glacis annually for a fixed sum. Thursday the 17th of February 1780. And that the house carpenter Vijverberg had offered himself to maintain the same for the lowest price. Wants to maintain and keep clean the covered way and the glacis, as well as the ramparts, with 12 coolies daily. Deliberation and consideration thereof. That the house carpenter Job Vijverberg, who undertook and successfully carried out several parcels of the deepening of the moat and the making of the glacis, had offered himself to undertake the maintenance of the covered way and the glacis for the lowest bid, namely if 12 coolies daily might be credited to him instead of 6 coolies, who are now credited daily solely for keeping the ramparts clean, with the promise that with those 12 coolies he will not only maintain the covered way and the glacis in the good condition in which they are now, but also keep the ramparts neat and clean both on the outside and on the inside. Which having been deliberated upon and taken into consideration that this is not only necessary and unavoidable, but also very inexpensive, since 6 coolies a day at 3 ropias each per month for keeping the ramparts clean alone still amounts annually to 216 ropijen, and that thus for a double amount thereof, or properly for ropias 432, the covered way and the glacis would simultaneously also be maintained in a good condition, which would otherwise cost thousands if they were to fall into ruin for just a few years; it was unanimously approved and resolved to accept the proposal of the Governor, Thursday the 17th of February 1780 Resolution to have the various tasks done by the aforementioned Vijverberg and to grant him 422 annually. with 12 coolies daily, and for that ropias. Provided he provides the necessities listed in the side-margin, under the restrictions mentioned in the text. and to have the maintenance of both the covered way and the glacis, and the keeping clean of the ramparts, both on top and on the outside and inside, carried out by the aforementioned Job Vijverberg for 432 ropias annually, provided that therein shall also be included all necessities, such as earth baskets, bamboos, shovels, inchadossen, etc., all of which he himself will have to provide. Likewise, that twice annually, namely at the end of the fair monsoon and at the end of the foul monsoon, two designated and knowledgeable persons will specifically have to inspect and examine the covered way, the glacis, and the ramparts of the city, and submit a written report of their findings to serve in the assembly and thereof be recorded by Resolution, Thursday the 17th of February 1780 The six permanent coolies with the artillery for keeping the ramparts clean abolished. The Lord Governor makes known the unreasonable conduct of the coolies who carry palanquins. His Honour produces an advertisement whereby their wages are determined. and that if it should be found that nothing is amiss, only then, on each occasion, will the six-monthly payment take place; it being furthermore understood that an extract hereof shall be issued to the trade officials and to him, Vijverberg, to regulate themselves accordingly, as well as to the Head of the Artillery in order to have him discontinue the keeping of coolies for the cleaning of the ramparts, and to append the same to the regulations drawn up for the administration of the artillery. Furthermore, the Governor made known how the unreasonableness and insolence of the so-called street or carrying coolies gradually begins to increase more and more, to such an extent that according to their own discretion they daily raise the coolie wages and refuse to carry anyone who will not give them such; that His Honour was reluctant to fix a labourer's wage, but that these coolies behaved so rudely and excessively that measures ought to be taken against it, wherefore His Honour produced in this assembly an advertisement.
Dutch transcription
Donderdag Den 17:' Februarij 1730 Besluijt het een en ander te laten verstrekken De Heer Gouverneur geeft te kennen dat de bedekte weg en glasie zoude kunnen vervallen indien er de hand niet aangehouden werd meerder emporteert als deese, en de reets volgens besluijten van den 3. ' Julij en 5 aug=s bevorens genotene sommas, zo is met een parige stemmen goedgevonden, voormelte somma gelds, met de Snaphanen en Japans Staaf-koper te laaten verstrekken; Hier na vertoonde de Gouverneur dat de bedekte weg en glasie die onlangs hier rontom dese stad gemaakt zijn, indien de hand daar niet aange„ „houden werd weder gaande weg zouden kunnen vervallen, zo wel in de goede als in de quade mous„ son, in de goede mousson door de Zwaare droogte, als wanneer het gras verdort het Zand van de glasie bij Contnuatie afvold en ook het Zanduijt de bedekte weg in de gragt kan storten, en in de quade mousson, door de Zwaare regens, waar door de gragt dan weder gaande weg vol geraaken, en de bedekte weg haar nuttig gebruijk verlie„ „sen zoude, welk alles zeer veel zoude kosten, indien zulx weder op nieuw moest hersteld worden Dat Hij derhalven omgesien heeft na de eenen of ander die het onderhouden van de bedekte wig en E 29 Donderdag den 17. Februarij 1780. En dat de huijstimmerman vij„ „verberg zig aangeboden had, „dende te onderhouden Wil met dagelijkse 12: foelijs de bedekteweg en de glasie, en ook teffens de wallen, onderhouden en Schoon houden Deliberatie en aanmerking daar en en de glasie Jaarlijks voor een vaste somma wilde aanneemen. Dat de huijstimmerman Job vijverberg, die bij om 't selve voor 't minstgel. het uijt diepen van de gragt en het maken van de glasie verscheijde perseelen daar van aangenomen en wel uijtgevoert heeft, zig aangebooden had; om het onderhouden van de bedekte wegen de. glasie, voor het minst geldende te doen, namentlijk indien hem dagelijks 12. Coelijs mogten te goed ge„ „daan worden in steede van 6 Coelijs, die nu dagelijks te goed gedaan worden, eenelijk voor het schoon hou„ „den van de wallen, met belofte, dat Hij dan met die 12. Coelijs niet alleen de bedekte weg en de gla„ „sie, in dien goeden staat zal onderhouden, waar in deselve nu zijn, maar ook de wallen zo van buijten als van binnen Zindelijk en schoon houden. Waar over gedelibereert en in aanmerking ge„ „nomen zijnde, dat dit niet alleen noodzakelijk en onvermijdelijk, maar zelfs ook zeer goed koop is. dewijl 6. Coelijs 's daags á 3. ropias ieders 'smaands voor het Schoon houden der wallen alleen tog Jaarlijks komt te staan op 216. ropijen en dat dus over Donderdag Den 17:' Februarij 1780 vijverberg te laten doen en hem 422:'sJaars toe te leggen benoodigtheeden, onder de in den text gemelde restrictien dus voor een dubbeld bedragen daar van, of eijgent„ „lijk voor rop=s 432. teffens de bedekte wegen de glasie ook in een goeden staat onderhouden wor„ „den, die anders duijzenden zouden kosten, wan„ „neer deselve maar eens eenige Jaaren mogten ver„ „vallen zijn; zo is un aniniter goed gevonden en Besluijt, het een en ander door voorsch: verslaan, de propositie van den Gouverneur te „ 13. Coelijs sdaags, en daar voor rop:s amplecteeren, en het onderhouden zo van de be„ „dekte weg als de glasie, en het schoon houden van de wallen, zo boven op, als buijten en binnen, door voorschr: Job vijverberg te laten doen voor 432. ropias 'sJaars, mits dat daar onder ook be„ „greepen zullen zijn, alle benodigtheeden, gelijk van aardmandjes, bamboesen, Schoppen, inchadossen etc: Mits besorginge de ter seijden staande welk een en ander Hij zelfs zal moeten bezorgen. Zo meede dat Jaarlijks tweemaal, te weeten bij het eijndigen van de goede, en bij het eijndigen, van de quade mousson, twee expresse en kundige perzoo„ „nen de bedekte weg, de glasie en de wallen van de stad, speciaal zullen moeten gaan opneemen en bezigtigen en van hunne bevindinge schriftelijk rapport doen, om in vergaderinge te dienen en daar van 93 63 31. Donderdag Den 17:' Februarij 1780 „De ses vaste Coelijs bij de arthillerij. tot schoon houden der wallen. afgeschaft De Heer Gouverneur geeft het on„ „reedelijk gedoente van de Coelijs, die palenkijns dragen te keunen zijn Ed: produceerd een advertissement waar bij derselver loonen bepaald werden van bij Resolutie aanteekening te werden gehouden, en dat indien bevonden mogt worden, dat 'er niets aan„ „manqueerd, als dan maar eerst bij ijdere gelegend„ „heijd, de zes maandige betalinge zal geschieden; Zijnde verders verstaan hier van Extract aan de Negotie bediendens, en aan hem vijverberg te laaten afgeven, om zig daar na te reguleeren, mitsgaders ook aan het Hoofd der Arthillerije ten eijnde bij hem te doen Cesseeren, het aanhouden van Coelijs, tot Schoonhoudinge der wallen, en het zelve te voegen, bij 't reglement voor de admini„ „stratie van de arthillerije beraamt: Verders Gafde Gouverneur te kennen, hoe de on„ „reedelijkheijd en brutaliteijt, der zoo genaamde straat, of draag Coelijs gaande weg, meer en meer begint toe„ „te neemen, zoo veerre dat ze na eijgen goed-vinden, dagelijks het Coelijs-loon verhoogen en weijgeren te dragen die hen zulx niet geven wil; dat zijn Edele ongaarne een arbeider in zijn loon bepaalde, maar dat deese Coelijs, het zoo grof en groot maakten dat daar tegen ordre diende te werden gestelt, wes„ „halven zijn Edele in deese vergaderinge produ„ ceerde van :
English
Thursday the 17th of February 1780. Decided to uphold the regulations made in the advertisement Insertion of the draft produced an advertisement for the regulation of the coolie wages of palanquin bearers; which having been read and reviewed, the members agreed with the Governor that it was necessary that the coolies be limited in their exorbitant demands for coolie wages; and for which reason it was unanimously resolved to uphold the regulations made in this advertisement, and to have the same published and posted in the usual languages, as well as to incorporate the draft into these minutes. Whereas the unreasonableness and insolence of the so-called street or carrying coolies is gradually beginning to increase more and more, to such an extent that they repeatedly raise the coolie wage at their own discretion, and refuse to carry anyone who does not wish to give as much as they demand; thus, although we are otherwise not inclined to limit a laborer in his wages, provided it is at all tolerable, now that the coolies are carrying it too far, we have deemed it necessary to counter this improper conduct, and in that regard 33. Thursday the 17th of February 1780 to make some regulations, as far as possible. On the one hand, it is known that a permanent coolie receives no more than 2 fanams per day for the entire day, and is also satisfied with that. Yet on the other hand, it is also known that whoever desires coolies, not so much to do any work, but actually to have himself carried somewhere, does such for his convenience and pleasure, and it is also not to be demanded of any coolie to carry a palanquin for an entire day for 2 fanams, since other coolie work, although lasting throughout the entire day, is nevertheless considerably more bearable and easier than running under a palanquin, so that the wage of the palanquin coolies certainly ought to be somewhat more than that of the labor coolies, which is nevertheless difficult to determine equitably in all cases, the more so because this depends greatly on the distance, or the farness of the places to which one has oneself carried. However, in order to maintain a middle course in this matter to some extent, it is therefore that we hereby order that no coolie for a palanquin journey from here out of the city, up to the Jewish village or up to a little beyond the plain of this city, where most of the gardens [illegible] of the general and secret [illegible] the month of December of the past year have been properly cleared, of which it was understood to keep this record. Thursday the 17th of February 1780. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Mallabaar in the city of Cochim on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A. Moens; R. v. Harn; J. G. Englert; S. C. Saffin; C. G. Seijffer; W. van Haeften; and J. A. Daimichen. Monday the 6th of March Ao 1780 All present Except Mr. Vernede due to indisposition Receipt and reading of the duplicates of the Batavia letters of the 24th of September 1779 Over the Tutucorijn overland route, a packet addressed by their Excellencies the High Indian Government at Batavia to this administration having been received here today under covering letters from the Ceylon ministers, the same was in this meeting Expresses 1 1 2 37 Monday the 6th of March Ao 1780 Some time ago the administration of the timber yard was joined to that of the shipyard The present overseer cannot manage carpentry work The house carpenter Vijverberg assists with that work expressly convened for that purpose opened and found to contain the duplicate of the general common and secret letters of the 24th of September of the past year received here under date of the 25th of November of the past year, with some annexes pertaining thereto, whereupon it was understood to keep this record thereof. Furthermore, the Governor made known how the administration of the timber yard, or actually the administration over the public works, together with the masonry and house carpentry work, had some time ago, in order to reduce the minor administrations as much as possible, been joined to the administration of the shipyard which is outside the city on Calwettij, but since the overseer of the shipyard cannot constantly leave the yard, and the present one could not well manage the masonry and house carpentry work, for which reason the house carpenter Job Vijverberg constantly assisted with the work, which continually caused His Honour trouble and headaches with the daily work, primarily because continually Monday the 6th of March 1780 Proposal to separate the timber yard again from the shipyard and have it administered on its own by Job Vijverberg disputes and misunderstandings arise between the overseer of the shipyard and the aforesaid carpenter Job Vijverberg, wherefore His Honour proposed to separate the administration of the timber yard again from the shipyard, and to have it administered again as an administration on its own by the aforesaid Job Vijverberg, who is a skilled craftsman and capable of inspecting everywhere daily, as he also continually does; The members fully agree with this proposal whereupon, after deliberation, the members have fully agreed with this proposal, and it was resolved to entrust that administration to the said Job Vijverberg. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Mallabaar in the city of Cochim on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A. Moens; R. van Harn; J. G. Englert; J. C. Saffin; C. G. Seijffer; W. v. Haeften; and J. A. Daimichen. Saturday 3
Dutch transcription
Donderdag Den 17:' Februarij 1730. Besluijt de bepalingen, bij het ad„ „vertissement gemaakt, te laten stand grijpen Jnsertie van 't Concept „ceerde, een advertissement, ter bepalinge van de Coelij loonen der pallenkijn-dragers; het welk geleesen en geresumeert zijnde, zoo waren de leeden met de Gouverneur van gevoelen dat het noodig was, dat de Coelijs in het buijtensporig eijsschen van Coelij-loonen, wierden bepaald; en waarom„ „me met een parige stemmen is geresolveert, de bepalingen, bij dit advertissement gemaakt, te laaten standgrijpen en het zelve in de gewoo„ „ne taalen te laaten publiceeren en affigeeren, mitsgaders het Concept deese inte lijven. Nademaal de onredelijkheijd en brutaalheijd der zoo genaamde straat of draag-Coelijs: gaande weg meer en meer begind toetenemen, in zo verre, dat zij telkens na eijge goedvinden het Coelij loon ver„ „hoogen, en weijgeren te dragen, den geenen die zo veel niet geven wild, als ze eijsschen; zoo hebben wij schoon anders niet genegen een arbeijder in zijns loon te bepalen, indien het maar eenig„ „sints door den beugel kan, egter nu de Coelijs het alte bond maken nodig g'oordeelt, dat onhebbelijke gedoente tegen te gaan, en daar omtrend 33. Donderdag Den 17. Februarij 1780 omtrend, zo veel mogelijk, eenige bepalinge te ma„ „ken. Aan de eene zijde is het bekend, dat een vaste Coe„ „lij den geheelen dag door niet meer krijgt als 2. fan=s sdaags, en daar meede ook te vreeden is. Dog aan de andere zijde, is het ook bekend, dat de geene e Coelijs begeerd, niet zo zeer om eenig werk te doen, maar eijgentlijk om zig ergens heen te laaten dragen, zulx voor zijn gemaken plaij zier doed, en het ook van geen Coelij te vergen is, om voor 2. fan:s een geheelen dag een palinkijn te dragen, dewijl het andere Coelijwerk, schoon den gheelen dag door duurende, egter vrij dragelij„ „ker en gemakkelijker is, dan onder een palin„ „kijn te loopen, zo dat het loon der palinkijns Coelijs, Zekerlijk wat meer diend te zijn, als van de werk Coelijs, het geen egter moeilijk is, om in alle gevallen even, redig te bepalen, te meer zulx veel afhangt van de distantie, of de verheid der plaatsen, werwaards men zig laat dragen. Egter om in desen eenigzints de middelweg te houden zo is het, dat wij bij desen gelasten, dat geen Coelij voor een palinkijns togd, hier uijt de stad, tot aan de Joods negerij of tot een wijnig over de vlackte deser stad, alwaar de meeste thuij„ „nen „caaten der gemeene en secreete ba„ de maand December J=o leeden behoorlijk geteert zijn, waar van verstaan is, dese aantekening te houden Donderdag den 17:' Febr: 1780 Aldus Gedaan Gersolveerd en Gearresteerd, in Raade van Mallabaar ter steede Cochim ten daege maand en Jaere voormt /:was getekend:/ A: Moens; R: v: Harn, J: G: Englert; S: C: Saffin; C: G: Seijffer; w: van Haeften, en J: A: Daimichen. Maandag den 6: Maart Ao 780 Alle Present Dempto DE: vernede door in dispotie Over den Tutucorijnse landweg op heeden hier Ontvangst en lectura van de dupli„ ontvangen zijnde onder geleijde letteren der Ceij„ „taviase missives van den 24. 8ber 179: , lonse ministers een pacquet door haar Edelheedens de hooge Jndiase Regeering te Batavia aan dit ministerie gerigt, zo is 't Zelve in deese vergadering Expresten 1 1 2 37 Maandag den 6 Maart Ao 1780 Voor eenigen tijd is de administratie: van de houtthuijn gevoegt bij die van de scheeps timmerwerf De tegenswoordige op siender kan niet „merwerk omgaan De huijstimmerman vijverberg is bij dat werk assisteerende Expresten dien eijnde belegt, g'opent en bevonden daar in te zijnd het duplicaat van de onder da„ „to 25. ' November anno passato, hier ontvangene generaale gemeene en Secreete missives van den 24: September anno vergangen, met Eenige bij„ „lagen daar toe specteerende, waar op verstaan is: daar van deese aanteekening te houden. Voorts gaf de gouverneur te kennen hoe de ad„ „ministratie van de houtthuijn of eijgentlijk de ad„ „ministratie over de algemeene werken, benevens het metzel en huijstimmer werk voor eenigen tijd om de mindere administraties; zoo veel mogelijk te verminderen, gevoegd was bij de administratie van de scheeps timmerwerf die buijten de Stad op Calwettij is, maar dewijl de opsiender van de wel scheepstimmerwerff, niet telkens van de werf„ af kan, en de tegenswoordige met het metsel wel met het metzel en huijstim„ en huijstimmerwerk niet wel kon omgaan, daar„ „om de huijstimmerman Tob vijverberg door„ „gaans bij het werk assisteerde, het welk zijn Edele geduurig moeite en hoofdbreekens gaf met het da„ „gelijkse werk, voornamentlijk, om dat er bij Conti„ „nuatie Maandag den 6 Maart 1788 Propositie om de houtthuijn weder van de scheepstimmerwerf te separeeren, en door Job vijverberg! op zig selfs te laten administratien dien voorstel „nuatie verschil en misverstand ontstaat, tus„ „schend de opsiender van de scheeps Timmerwerff en voorsz: timmerman Job vijverberg, waarom „me zijn Edele proponeerde om de administratie van de houtthuijn weder te separeeren van de scheepstimmerwerff, en als een administratie op Zig Zelfs weder te laaten administreeren, door voorsz: Job vijverberg die een kundig ambagts man en ablert is, om dagelijks over al op uijt„ „tesnuijven; gelijk hij ook bij Continuatie doed; De leeden Confirmeeren zig nietm waarop gedelibereert zijnde hebben de leeden Zig met dien voorstel ten vollen geconfirmeert: en is beslooten, die adminstratie aan gemelten Tob vijverberg op tedragen Aldus Gedaan Geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Mallabaar ter steede Cochim ten dage maand en Jaere voorm=t /:was getekend:/ A: Moens„ R: van Harn: J: G: Englert; J: C: Saffin C: G: Seijffer; w: v: Haeften: en J: A: Daimichen Saturdag 3
English
39. Saturday the 25th of March 1780. Reading of two received letters from Colombo and Tuticorin. The Ceylon ministers request to have the ship Concordia touch at Ceylon upon departure, to ship off from there a quantity of coir for Batavia. And the Tuticorin servants request to dispatch the said vessel to Punnaikayal to take in a cargo of rice for Ceylon, and from there to sail over to Ceylon with the rice. Resolution to dispatch the ship upon departure to the roadstead of Punnaikayal, to sail over from there with the rice to Ceylon, when the Ceylon ministers can make use of it, and ship off coir therein for Batavia, whereby both those requests will suitably be fulfilled. All Present. After the saying of the ordinary prayer, two letters were read at the meeting, namely one dated Colombo the 13th of January, and the other Tuticorin the 30th of the same month. In the first, the Ceylon ministers request to have the ship Concordia touch at Ceylon upon departure from here, in order to ship off a quantity of coir for Batavia therein; and in the second, the Tuticorin servants request in the name of the Ceylon Government to have the aforesaid ship sail to Punnaikayal from here, in order to take in a cargo of rice there and bring it over to Ceylon. Upon which, having deliberated, it has been approved and agreed to dispatch the ship upon departure from here to the Punnaikayal roadstead, to sail from there with the rice over to Ceylon, whereupon the Ceylon ministers can make use of it, and ship off coir therein for Batavia, whereby both of those requests will then suitably be fulfilled; Saturday the 25 March 1780. Reading of a further Ceylon letter, whereby is requested 100000 lb of powder sugar and 3000 lb of candy sugar. Resolution to send only the powder sugar to Ceylon with the aforementioned ship, since the candy sugar is sold out and none was brought with Concordia. Resumption of the findings on the delivered cargo of the ship Concordia. Insertion of the same. and since the Ceylon ministers by further letter of the 16th of February, of which a reading was also taken, have likewise made a request for 100,000 lb of powder and 3000 candy sugar, it is thus further agreed to send only the powder sugar to Ceylon with the aforementioned ship Concordia, because all the candy sugar of last year has already been sold to the Company's merchants and this time no candy sugar was brought per the Concordia. Next was resumed the incoming findings on the delivered cargo of the ship Concordia, upon which such resolutions have been taken as stand annotated before each entry in the margin of the findings following below. Findings on the delivered cargo of the ship Concordia, brought here from Batavia on the 24th of November 1779, to wit: In 41. Saturday the 25th of March 1780. In the Trade Warehouse According to invoice and bill of lading laden in this vessel / According to incoming report / Less in quantity / Per Cent / Decisions in the margin: To have these deficiencies written off, as well as the unserviceable leaguers destroyed. lb 200000 / lb 199750 / lb 250 / 1/8 / Japanese copper in bars in 1598 piece chests lb 7000 / lb 6991 1/4 / lb 8 3/4 / 1/8 / Bangka tin in 111 piece blocks lb 30094 / lb 29642 1/2 / lb 451 1/2 / 1 1/2 / Assorted iron in 626 bars lb 1975 / lb 1955 1/4 / lb 19 3/4 / 1 / Nails in 4 casks lb 200 / lb 194 / lb 6 / 3 / Double lock plates at 9 pieces lb 639 / lb 638 1/4 / lb 3/4 / 1/8 / Sheet copper at 22 sheets lb 1065 / lb 1063 3/4 / lb 1 1/4 / 1/8 / Dutch lead at 8 blocks lb 776505 / lb 753210 / lb 23295 / 3 / Powder sugar in 2000 canasters lb 33 / lb 24 1/8 / lb 8 7/8 / 3 / Verdigris lb 1000 / lb 970 / lb 30 / 3 / White lead in 1 case and 2 casks lb 25 / lb 24 7/8 / lb 1/8 / 1/2 / Red lead bottles 200 / bottles 196 / bottles 4 / 2 / Sack wine in 2 cases lb 1000 / lb 980 / lb 20 / 2 / Javanese cotton yarn in 8 bales In the Company's Provisions lb 1840 / lb 1748 / lb 92 / 5 / Dutch meat in 4 casks lb 1500 / lb 1425 / lb 75 / 5 / Dutch pork in 4 ditto lb 1280 / lb 1216 / lb 64 / 5 / Frisian butter in 4 ditto can 1552 / can 1397 / can 155 / 10 / Cape white wine in 4 leaguers can 776 / can 698 1/2 / can 77 1/2 / 10 / Cape red ditto in 2 ditto can 38800 / can 34920 / can 3880 / 10 / Arrack of Batavia in 90 piece leaguers, besides 10 pieces of unserviceable empty leaguers in which the arrack was contained, in very bad condition, most staves pressed in and various staves burst. Saturday the 25th of March Anno 1780. According to invoice and bill of lading laden in this vessel / According to incoming report / Less in quantity / Per Cent In the Medical Shop lb 12 / lb — / lb 12 / — / Terebinthina veneta, leaked out and spoiled, which with the pleasure of Your Right Honourable Grand Worships should serve to be written off. lb — / lb — / lb 11 / — / Unguentum aegyptiacum lb 5 / lb 5 / lb — / — / Flores sambuci lb 5 / lb 5 / lb — / — / Folia sennae In the Artillery pieces 1200 / pieces 1200 / Round shot of 12 lb, of which: 634 pieces found good 558 pieces out of gauge to 11 lb, of which 1 piece unserviceable 5 pieces out of gauge to 10 lb 3 pieces ditto to 8 lb pieces 2000 / pieces 2000 / Round shot of 4 lb, of which 6 pieces unserviceable The round shot out of gauge to 11 and 10 lb, being of false calibre, ought to be sent back to Batavia, as well as the unserviceable of 12 and 4 lb; but the round shot out of gauge to 8 lb could, with the pleasure of Your Right Honourable Grand Worships, be transferred to that calibre and employed. Decisions in the margin: To send the round shot of 12 lb out of gauge to 11 and 10 lb back to Batavia, as well as the 1 unserviceable piece, likewise also the 6 unserviceable of 4 lb; but to retain here the 3 pieces of 12 out of gauge to 8 lb, and transfer them to 8 lb calibre. To write off.
Dutch transcription
39. Saturdag Den 25. ' Maart 1780. „ Loctura van twee ontvangene miss „sives van Colombo en Tutucorijn De Ceijlonse ministers versoeken om het schip Concordia bij vertrek Peijlon te laten aangieven om daar Enele Jutucorijnse bediendens ver„ „soeken om gem: bodem na pon„ laating rijst voor Ceijlon in te nemen ponnecail te depecheeren om van daar met de rijst na Ceijlon over te steevenen. Na het uijtspreeken van het ordinair geled„ zijn ter vergaderinge geleesen twee missives, als een gedateert Colombo den 13: ' Januarij, en de andere Tutucorijn den 30:' derzelve maand, bij de Eerste ver„ „zoekers de Ceijlonse ministers, om het schip Con„ in Caijer voor Batavia af te schee „ cordia bij vertrek van hier, Ceijlon te laaten aan„ „gieren, om daar in een parthij Caijer voor Batavia te kunnen afsteeken, en bij de tweede verzoeken de Tutucorijnse bediendens uijt naam van de Ceijlonse Regeeringe, om het voorsch: Schip van „needel te laten steevenen om een hier na Ponnicail te laaten steevenen, ten eijnde aldaar een laading rijst inteneemen en na Ceijlon over te brengen, waar op gedelibereert Zijnde is goedgevonden en verstaan, het Schip bij vertrek van hier te depecheeren na de Pon„ Besluijt het schip bij vertrek na „nicaelse rheede, om van daar met de rijst na Ceijlon over te stevenen, wanneer de Ceijlonse ministers, daar van gebruijk kunnen ma„ „ken, en daarin Caier afscheepen voor Batavia, waar door dan aan beijde die verzoeken gevoeg„ Alle Present „lijk „pen: Saturdag den 25 Maart 1780. Lectura van een nadere Ceijlonse mis„ lb: poeder zuijker en 3000 lb: Candij zuijker Besluijt met voorm: schip de poeder „de de Candij zuijker uijtverkogt en met Concordia geene aangebragt Resumptie van de bevinding van de Concordia Jnsertie van deselve „lijk zal werden voldaan, en dewijl de Ceijlonse ministers bij nadere missive van den 16. ' feb: „sive waar bij versogt word om 10000 waar van meede lectura is genomen, ook hebben verzoek gedaan om 100'000: lb: Goeder en 3000. „ Candij zuijker, zoo is al verder verstaan met het voormelte schip Corcordia alleen de poeder Zuij„ zuijker na Ceijlon te versenden, zijn, „ ker na Ceijlon te versenden, also alle de Candij zuij„ „ker van verlede Jaar reeds aan 's Comp:s kooplieden verkogt en ditmaal geen Candij zuijker per de Concordia aangebragt is. Vervolgens is geresumeert de ingekomen Be„ uijtgeleverde lading van het schip „vinding op de uijtgeleverde lading van het schip Concordia, waar op zodanige besluijten zijn geval¬ „len als in margine van de hier onder volgende be„ „vinding, vóor ieder post g'annoleert staan. Bevinding op de uijt„ „geleeverde Laading van het schip de Concordia den 24. 9ber: 1779. van Batavia al„ „hier aangebragt, te weeten ƒ In „ 41 Saturdag den 25. Maart 1780. In het Negotie Pakhuijs volgens factuur en Cognoissement Rapport in deesen bodem afgeladen afschrijven deese min„ „der haden te laaten afschrijven als meede de onbequaa„ tigt te wer„ „me leggers om vernie„ volgens ingekom„ Per „ mien Centos mind=r in quantiteijt lb: 200000. lb 199750. lb 250. - 1/8 koper Japans in staaven in 1598. p=s kistjes Thin bankas aan 111: p=s schuijten 7000. – „ 6991¼„ 8¾. —. 1/8. ijzer in Zoort in 626. staaven „ 30094. „ 29642:½2„ 451:½ 1:½ 1975. – „ 1955:/¼„ 19:¾ 1 Spijkers in 4: vaaten. sloot plaaten dubbelde aan 9: p:s 200. – „ 194. – „ 6. - 3. – Plaat koper aan 22. plaaten 639 - „ 638 1/4„ —¾. — 1/8. 1065 - „ 1063:¾. 8:¼ — 1/8. Lood hollands aan 8 schuijten. „ 776505 —„ 753210. „23295 3. - Zuijker poeder in 2000: kanassers 33. - „ 24: 1/8 „ —¾. 3: spaans groen „ 1000. – „ 970. – „ 30. - 3. - loodwit in 1 kas en 2. vaaten 25. – „ 24 7/8„ — 1/8 ½ Roode memi„ 200. . bott 196. botbs 4 -. 2: — 1000. lb 980. lb 20. – 2. 1840. – „ 1748– „ 92. - 5.— 1500 - „ 1425. „ 75. -. 5. – 1280. – „ 1216. – „ 64 - 5. - kann: 1552. kann 1397. tiemn 155. – 10. — 776 – „ 698.½ „ 77½ 10. 38800. – „ 34920. – „ 3880. - 10. In 's Comp:s Dispens Zekwijn in 2: kassen Cattoen gaaren Javaas in 8 ballen vlees hollands, in 4. vaaten spekt _=o „ 4. _=o boter vriesen „ 4. „ Caabse witte wijn „ 4. leggers Caabse roode v= „ 2. d=o arakapij in 90 p=s leggers, beneevens 10. p=s den onbequaame ledige leggers, waar in de ar„ „rak is beslooten geweest, seer slegt gecondi„ tioneerd, de meeste duijgen in gedrukt en ver„ „schijde duijgen gesprongen. „ „ „ bott:s lb: „ Saturdag den 25. ' Maart Ao 1780. volgens factur volgens en Cognoissement rapport in deesen bodem afgelaaden 1200. p=s 1200 „ 2000. „ 2000 ingekomen P=r mind:r Centos In de Medicinaale winkel in quantityd. There bent vineet 2 uijtgeloopen en „ 11 „ — - „ 11 - - -. ungagiphiacum 1 7. bedorven welke met believen van uw wel Ed: groot Agtb zoude dienen afgeschreeven te werden lb: 12: lb: —. — lb 12: —:— 5. – „ 5. „ — - - - - floris Sambuco. . 5. „ 5. - „ —. - - - - - - - folio senna -- In de Arthillerije Rondscherp van 12. lb: daar van het verloo„ 634. p:s wel bevonden „penrond sch „ 558 „ verloopen tot 11. lb: waar van van 12. lb tot 11: en 10: 1: p:s onbeq: lb: als meede het 1: onbeq: 5. „ verloopen tot 10 lb: na Batavia 3. „ v=o „ „ 8 „ te rug senden insgelijks Rondscherp van 4: lb: waar van 6 p„s onb: ook de4 on„ Het verloopen rond scherp tot 11. „beq: van and: 10 lb: als wan caliber zijnde, dienen Ell: dog de „ 3 stuk van Jns na Batavia te rug gesonden te werden, 12. tot 8 lb: verloopen hier Zoo meede ook de onbeq: van 12. en 4. lb: aanhouden en tot 8 lb: dog de verloopen tot 8 lb: zoude met Caliber over„ „schrijven believen van uw wel Ed: groot Agtb: tot dat Caliber konnen overgesch: en g'emploijeede werde ra afschrijven in volgens en Cog In „ „ p s .— - —:— —. — 1 lb:
English
43 Saturday 25 March Anno 1780. Summary of the findings regarding the delivered provisions and arms. Insertion of the same. In the smith's shop: 10 hoeden coal, according to invoice and bill of lading loaded in this vessel 15 hoeden, incoming report 10, less 3½. In the cooper's shop: 1½ hoeden hoop iron, loaded 1000 lb, incoming report 850 lb, less 150 lb. All the remaining goods were received to the satisfaction of the respective administrators according to the reports. Cochin, 22 February Anno 1780. Signed: R: van Harn. In the margin: the percentage agrees with the regulation of 15 August 1764. Signed: J: A: Scheidsz. There was further reviewed a statement of findings on the Cape provisions and arms delivered by the sloop Sunda, brought here from Colombo, and it was resolved to insert the findings into these records, and to set the decisions made on each item in the margin. Findings on the delivered cargo brought here from Colombo by the sloop Sunda, namely: To write off the cabbage casks found spoiled, as well as those found short. In the Honourable Company's Dispensary: Half-aams of cabbage, brought from the Cape of Good Hope to Colombo per the ship Ganges, and brought from there to here per this small vessel, namely: 12 casks Savoy cabbage, of which 2 found spoiled, according to invoice and bill of lading loaded in this vessel 12, incoming reports 10, less 2. 8 casks cauliflower, of which 2 casks found spoiled, loaded 8, incoming reports 6, less 2. 6 casks sauerkraut, among which 2 half full, of which 1 half, one full spoiled. The cabbage found spoiled and short should, by the pleasure of Your Right Honourable, be written off. In the Armoury: To have the flintlocks and bayonets repaired according to the proposal of the Chief Administrator, and to write off the unserviceable bayonet scabbards, and to issue those still usable to the garrison. The following arms, including those brought from Batavia to Colombo per the ship De Triton and from there to here per this small vessel, to wit: 1000 pieces of Grenadier muskets with iron rammers and bayonets, loaded 1000, incoming reports 1000, of which: 954 pieces found good; 1 piece the butt and 1 bayonet unserviceable; 12 pieces the stocks unserviceable; 18 pieces ditto unserviceable; 15 pieces bayonets unserviceable; 26 pieces ditto. For the unserviceable stocks, new ones could, by the pleasure of Your Right Honourable, be made here and the bayonets repaired. 1000 pieces of bayonet scabbards, loaded 1000, incoming reports 1000, of which: 184 pieces eaten through by worms and cockroaches, thus unserviceable; 816 pieces damaged, and only usable for a short time. The unserviceable ones should be written off, and the remaining 816 damaged ones should be issued at the first opportunity. Cochin, 22 February 1780. Signed: R: van Harn. Saturday 25 March 1780. Summary of a memorandum from the storekeeper Jan Lambertus van Spall. Resolved to validate the usual 1½ percent and to have the 787 lb of pepper then still unaccounted for paid into the treasury at the purchase price of 24 Dutch guilders per 100 lb. Furthermore, a memorandum was read and reviewed from the storekeeper Jan Lambertus van Spall, stating that he received 243909 5/8 lb of pepper, and only issued and shipped 239464 lb; that the deduction of 1½ percent amounts to 3658 5/8 lb, and he has therefore, in addition, unaccounted for a shortage of 787 lb. Whereupon it was resolved to validate the usual 1½ percent and to have it written off, but to have the 787 lb then still unaccounted for paid into the treasury at the purchase price of 24 Dutch guilders per 100 lb, and to record the memorandum herein. Saturday 25 March 1780. Insertion of the memorandum. Memorandum of the permitted percentage on the below-mentioned pepper, which was received and re-weighed by the storekeeper, to wit: Received: From the residency of Calicoilan: 211950 lb. From the residency of Porca: 15258 lb. From the fortress of Cranganore: 16675 1/8 lb. From the office of Aycotta: 26 lb. Total: 243909 5/8 lb. Weighed out: Issued for consumption to the sloop De Rudolphina Dorothea: 6 lb. Sent to the Company's post Aycotta: 245 lb. To the office of Coilan: 100 lb. Shipped in the ship De Ganges: 239113 lb. Total: 239464 lb. Thus weighed out less: 4445 5/8 lb. The permitted write-off of 1½ percent on 243909 5/8 lb: 3658 5/8 lb. Thus short: 787 lb. Cochin, the last of February 1780. Signed: J: L: van Spall. In the margin: Seen. Signed: R: van Harn. Below: the percentage agrees with the regulation of 22 August 1764. Signed: J: A: Scheidsz.
Dutch transcription
43 v sulie a is an en : Saturdag den 25.:' Maart Ao 1780 en Cognoisseen= mind=r rapport in deese bodem quantiteyt afgelaaden hoeden 15. hode 3½ 1000. 850. lb 150 Resumptie van de bevinding op de uijtgeleverde provisien en gewei„ Insertie van deselve In de Smits winkel 10. – Smeekoolen In de Kuijpers winkel 1½. Hoepijzer De overige goederen zijn alle /:volgens de Rappor„ „ten:/ ten genoegen der respective Administrateurs ontvangen Cochim den 22:' Februarij Ao 1780. (:was gete:/ R: van Harn /:in margine:/ de prC=to ac„ „cordeert met het reglement van de 15.:' aug=s 1764. /:was getekend:/ J: A: Scheidsz: Nog is geresumeert Een Bevinding op de uijt„ „ren van de Chialoup Sanda „ geleverde Caabse provisien en geweiren met de Chia„ „loup Sunda van Colombo alhier aangebragt, en verstaan, de Bevinding in deesen te insereeren, en de daar op gevallene disposities voor ieder post, in margine te stellen Bevinding op de uijtgele„ „verde Lading van de Chialoup sunda van Colombo alhier aan„ gebragt, Namentlijk afschrijven In 0. lb: 1½ Centos . van hier den 18 lb: Saturdag den 25. ' Maart Ao 1780 volgens factuur volgt ingeko„ en Cognoissement mene kappor meerder mind=r in deese boodem ten „geladen 1000 1000.- In 'sE: Comp:s Dispens de bedorve Halve aamen kool, per het schip de gan„ bevondene vaten kool „ges van Cabo de goede Hoop te Colombo, te laaten af„ en van daar per dit kieltje alhier aan„ „schrijven, als „gebragt, als ook de te min 12: vaten Savooij kool daar van 2: bedorven bevondene 8 v=: bloem Kool v: 2. v= 6 „ suur kool waar onder 2. half vol, waarof 1: half, Een heel vol bedurven De bedurve en mindere bevondent kool dient met believen van uw wel Ed: groot Agtb: te werden afgeschreeven - - In de wapenkamer De Snaphanen en bajonetten De volgende geweiren W=o die van Bata„ na het voor„ „via per 't schip De Criton te Colombo en stel van den hoofd admi„ per dit kieltje van daar alhier aange„ „nistrateur te laaten her„ „bragt, te weeten; stellen, en —. p=s Granadiers geweiren met ijzere stamp:s de onbeq: ba„ „Jonet scheeden en bajonets daar van te laaten af„ „schrijven Be 954. p:s goed bevonden en dit nog 1. „ de kolf en 1. bajonet onbekwam bruijkbaar zijn te aan het quar„ 12. „ „loden „ 12. _ „nisoen te doen 18 „ d=o onbequaam 15 „ „ bajonet v= v verstrekken Voor 26. 26. — —. —. — in deese aae en volgens 45 Saturdag den 25: Maart 1780 volgens polur volgens in en Cognoissem=t gekomene meerder vrind in deese boodem rapporten geladen 1000. 1000. Resumptie van een memorie van ontvangen en afgescheepte peper Besluijt de gewoone 1½. p„rCto te validee„ „ren en de als dan nog te min ver„ „andwoorde 787: lb: peper uijtkoops kassa te laten betalen Voor de onbekwame laden zouden hier met believen van uw wel Ed: groot Agtb: nieuwe kunnen aan„ „gemaakt en de bajonets gerepareert werden p:s Bajonet scheeden, waar van 184: p:s door de wormen en kakerlaken door vreeten dus onbeq: 816 „ beschadigt, en alleen voor een korte tijd bruijkbaar De onbeq: dienen afgeschreeven en d'overige 816 beschadigde bij eerste gelegentheijd ver„ strekt te werden Cochim den 22:' Febr: 1780 /:was get:/ R: v: Harn Alverder is geleesen en geresumeert een memorie door den pakhuijsmeester van spall van den pakhuijsmeester Jan Lambertus van spall houdende, dat bij hem ontvangen zijn 243909 57/8. lb: peper, en maar verstrekt en afge„ „scheept 239464. lb: dat de afschrijving van 1½. p=r C=to bedraagt 3658 1/8 lb: en hij dus boven dien nog te kort heeft verantwoord 787. lb: waar op ver„ tegens ƒ24. Nederlands de 100 lb: in „ staan is, de gewoone 1½. prC=to te valideeren en die te laaten afschrijven, dog de als dan nog te min verantwoorde 787. lb. uijtkoops, tegens ƒ 24. ne„ „derlands „ .. als vooren zijn doen ken Saturdag den 25 Maart 1780. Jnsertie van de memorie „derlands de 100 lb:, in Cassa te laaten betaalen en de memorie hier in te schrijven Memorie van de Gepermitteerde pr Cto „op d'onderstaande Peper, die door den Pak„ „huijsmeester ontvangen en weder af„ „gewoogen is, te weeten lb: 211950. „ 15258. — - „ 16675. 1/8 Ontvangen Van Calicoilan de residentie v= Porca de residentie Cranganoor de fortresse „ Afgewoogen Tot Consumptie, aan de Chialoup De Rudolphi„ „na Dorothea verstrekt . . . . . - lb: 6. — na 's Campte Aijcotta versonden - - - - - - „ 245:— Coilan 't Comptoir v - - - - „ 100. „ .. Jn 't schip De ganges afgescheept - - - - - - - „ 239113. — „ 339464. - Dus minder afgew: lb: 4445 5/8 De gepermitteerde afschrijving van 1½2 p=rC=to op:. - - 243909 5/8 lb: 3658 5/8 787. de Dus te kort lb: Cochim den Laatsten februarij 1780 /:was getekend:/ J: L: v: Spall. /:in margine:/ gesien /:was getekend:/ H: v: Hurn /:lager:/ de prC=to accordeert met 't reglement van den 22:' aug=s 1764. /:was get:/ J: A: Scheidz 'T Campte Aijcotta - - - - - - - - - - - „ 26. lb 243909 5/8. Nog . .. . ten G 1