Inventory 10312
Malabar · 1,900 pages · 387 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
whereby one can have double service from this Company, and what it brings about besides. The Company of Grenadiers, as I have raised and voluntarily engaged them here, namely to allow themselves to be instructed and exercised in the Artillery as well for a free uniform, to know how to handle the guns, shoot a ball, and throw a bomb wherever one desires, with the promise that in case of siege or attack, as long as they act as Artillerymen in such an event, they will enjoy greater pay, or strictly speaking the pay of Artillerymen, which can only seldom happen, and for this they allow themselves to be exercised in the exercise period four times a week, and furthermore once every fourteen days, outside the ordinary Military exercise, so that one can have double service from this Company, while in any case it is very good that a soldier also understands the Artillery, in the field as well as in a siege; and besides this, it also has another use, namely that these Soldiers, out of ambition or even just out of a kind of game, purposely apply themselves to surpass the effective Artillerymen, while the Artillerymen on the other hand, not liking to see that they are surpassed by the Soldiers, also apply themselves with more diligence to their trade, whereby the two outdo one another, which I have seen several times with pleasure. Trial made with using native Christians in the Artillery. These people satisfy the purpose passably. Ease of deserting from here. And to make a virtue of necessity even further in these critical circumstances of the times, I recently made a trial by employing native Christians in the Artillery, as they are used with the Military, in which respect I refer to what was written about this to Batavia, by separate letter of the 6th of January last, and I have the pleasure of seeing that these people, in their own way, satisfy the purpose passably well, so that it will be necessary to continue to keep a hand over them. After Navigation, Militia, and Artillery, it will perhaps be best to let follow the article of: Desertion, being an evil that in this place seems impossible to prevent, since here one has an open country, and the men, whom one cannot keep locked up at all times, having a free day, can make off as easily as anywhere in the Indies: they are no longer taken into service by the King of Cochin, and I do not even believe that Travancore now still detains our deserters, unless it were an occasional one who is an artisan, or can be of some special service to Him; for if He were to detain any deserters of importance, such could not remain hidden here. Where our men generally desert to. Desertion is currently checked here, however. So that our Deserters generally desert to the English at Anjengo, Tellicherry, or Mahe, but what is most to be wondered at is that this one and that one have even deserted to the Nabob, notwithstanding it is well enough known among the men how badly the Europeans are treated and paid there. Yet I must at the same time confess that, in proportion to the greater number of Soldiers who have now been stationed here for some time, and the opportunity they have to get away, the Desertion has not however been great; at least, I dare vouch for it that the men are not pinched here, nor wronged. One has the pleasure of hearing from the returned deserters that they had it nowhere as good as with the Company. Wherefrom their desertion mostly arises. I have always taken care that the Head of the Militia, besides what the Company assigns to Him, has some income in accordance with his Character, without burdening the common man, so that He might not out of straitened circumstances be led into such pinching of the soldier as sometimes takes place, which I have always strictly forbidden; and I have even had the pleasure that, whenever any returned from the English, French, or from the Nabob on promise or in hope of Pardon, they always told among their comrades that the great talk of higher pay with other Nations is only a chimera, as at the final reckoning they scarcely enjoy half of what is declared, and also that they had it poorly everywhere, and nowhere as good as with the Honorable Company, and that their Desertion was mostly caused by fear, when having had something in their head and not having come Home on time, thus being fearful of Correction, they hid themselves even longer, and subsequently realizing too late that their punishment increased through that longer absence, finally sought safety in flight out of fear.
Dutch transcription
389 waar door men dubbelde dienst van deeze Comp: hebben kan. en wat niet de zelve almeer te weege brengt. de Compagnie Grenadiers, zo als ik die hier opgerigt en vrijwillig ge-engageert hebbe, namentlijk om voor een vrije mon„ „teeringe zig bij de Arthillerij ook te laa„ „ten onderrigten, en te excerceeren, te wee„ „ten met het geschut omtegaan een ko„ „gel te schieten, en een bom te werpen, waar men begeerd, met belofte, dat ze in cas van beleg of attacque zo lange te in zo een geval als Arthilleristen ageeren, meerder of eijgentlijk gagie van Arthilleristen zullen genieten het geen maar zelden ex„ „teeren kan, en hier voor latenze zig in de excerceer tijd, vier maal ter weeken voorts alle veerthien dagen, eens, excerceeren buij„ „len de ordinaire Militaire excercitie, zo dat men van deze Companie dubbelden dienst kan hebben, terwijl het in allen gevalle zeer goed is, dat een militair ook de Arthillerij verstaat, zo wel in 't veld als in een beleg„ en dit heeft ook buijten des nog een andere nut, namentlijk, dat deze Militaire uijt ambitie of zelfs maar uijt een zoort van een spelletje zig expres toeleggen, om de effective Arthilleristen te overtreffen, ter„ wijl de Arthilleristen daar in tegen niet gaarne ziende, datze door de Militairen overtroffen n preuve genomen met inland„ se Christenen bij de Arthillerie te gebruiken deeze menschen voldoen tame„ lijk aan het oogmerk. gemakkelijkheid om van hier te deserteeren. overtroffen worden, zig ook met meer vlijd op Hun metier toeleggen, waar door te beij„ „de elkander de loef koeken aflesteeken, het geen ik verscheijde maalen met vermaak gezien hebbe. En om in deze Criticque tijds omstandig„ heeden, al verder van de noord een deugd te maaken zo heb ik onlangs een preuve ge„ „noomen en Jnlandse Christenen met dat nuet bij de Arthillerij te gebruijken, als te bij het Militaire gebruijkt worden, ten wel„ „ke opzigte, mij refereere aan het geen daar over na Batavia geschreeven is, bij aparte gesarteert briev van den 6. Januarij J=t leeden, en ik heb het genoegen te mogen zien, dat dee„ ke menschen in hun zoort nog al lamelijk aan het oogmerk voldoen, zo dat het nodig zal zijn verder de hand aan Hun te houden. Agter de Zeevaart, Militie en Arthil„ lerij zal, wel het best zijn te laaten vol„ „gen het articul van Dezertie, zijnde een quaat, dat ter de D dezer plaats niet schijnd belet te kunnen niet worden dewijl men hier, een openland heeft, en het volk dat men tog altoos bekribbel niet paar he 391 paar heen ons volk doorgaans onserteert. de Desertie is thans hier egter bekribbeld. niet opgeslooten kan houden, eens een vrij„ „en dag hebbende, zo gemakkelijk als op een plaats in Jndien, zig weg kan maa„ „ken: bij de koning van Cochim worden te niet meer in dienst genomen, en ik geloof zelfs niet dat Jrevancoor, tans onze De„ „certeurs ook meer aanhoud, ten waare ee„ „ne enkelde, die een kunstenaar is, of van een bijzonderen dienst voor Hem kan zijn. want indien Hij eenig Deterteurs van be„ „lang mogt aanhouden, zo zoude zulks hier niet verborgen kunnen blijven. zo dat on„ ze Dezerteurs doorgaans na de Engelse te Ansjenga, Jallicherij of Mahe dezer„ teeren, dog waar over men zig het meest moet verworderen is, dat zelfs deeze en geene na de Nabab gedezerteerd is, niet te„ „genstaande het genoeg onder het volk be„ „kend is, hoe slegt de Europeezen daar behandelt en betaalt worden dog ik moet teffens bekennen, dat na maate van de meerdere Militairen, die hier nu eenigen tijd gelegen hebben, en de gelegentheijd die„ ze hebben om weg te geraaken, de Dezertie niet groot in het volk word niet egter niet groot geweest is, ten minsten, daar durve ik voor instaan, dat het volk hier niet beknibbelde nog te kort gedaan g men, heeft, het genoegen van de te datze het nergens zo goed aes waar uit hunne desertie meest ontstaat. gedaan word, ik hebbe altijd gezorgt, dat het Hoofd van de Militie, buijten het geen deComp: Ilem toelegd, eenig inkomen heeft, na maate van zijn Caracter, buijten lasten van de gemee„ „ne kan, op dat Hij uijt bekrompenheijd niet mogt vervoerd worden tot zulke beknibbelin„ „ge van den zoldaat als zomtijds wel eens plaats heeft, het geen ik altoos op de serieu„ rug gekomene deserteurs te hooren ste wijze verbooden hebbe; en ik heb zelvs het bij de Comp: gehad hebben. genoegen gehad, dat wanneer er eenige van de Engelse, fransche of van de Nabab, op belofte of in hoop van Pardon, te rug kwamen, zij al„ „loos onder Hunne makkers verteld hebben, dat het groot geroep van meerder bezoldinge bij andere Naties maar schemeriek is, alzo ze bij slot van reekeninge, pas de helfte ge„ nielen van het geen er van oppegeven word, zo meede datze het over al slegt, en nergens zo goed als bij D E: Comp: gehad hebben, en dat hunne Dezertie meest uijt vrees veroor„ zaakt is, wanneer te wat in 't Hoofd, ge„ had hebbende, en niet op zijn tijdt Thuijs gekomen, dus voor Correctie bedugt geweest zijnde, zig nog langer verschuijlden, en ver„ volgens te laat begrijpende, dat door dat langer uijtblijven thun straf verzwaarde, ein„ „delijk uijt vreeze een goed heenkomen ge„ zogt e
English
393 Remedy against it, which one ought to maintain, and why. had sought, regarding which latter point I do believe that this takes place with some, but experience simultaneously teaches that several of them have gone away while sober and after prior agreement with one another, so that desertion may for the greatest part be attributed to a kind of trait that was even seen to occur among soldiers in Europe: namely, that he, so to speak, simply gets it into his head to desert without any reason. And thus, against desertion, I know nothing better than that one continue with the present practice, namely to set a bounty of 10 rops and also de facto pay it to the native who catches a sailor or soldier at a certain determined distance, which bounty he then pays back again. For the men know how far they may go, and that if they are caught beyond that, they will be apprehended by the natives, who watch for this greedily. And one must maintain this so strictly that, even if it should happen for an individual gentleman that a fellow was indeed apprehended beyond the determined distance while sober, who nevertheless from all circumstances 394 does not appear to have wanted to run away, one must nevertheless, to prevent all exceptions, have the bounty paid, especially because he, having known how far he was allowed to go and having been sober, thus acted with his full knowledge in doing that which he knows he is not allowed to do. For otherwise, the zeal and earnestness with which the Malabars watch for the deserters for the sake of the bounty would diminish and in the end fall away completely. Therefore, as soon as a fellow is found absent, whether at roll-call or otherwise, or is held suspect of desertion, an immediate report must be made thereof, and one must not wait with it until morning. For then a commander can still have notice given in the countryside before the closing of the gate that a sailor or soldier is absent, which is then spread like wildfire among the Malabars, who then scent it out even at night, just as if they are going on a hunt. As it has indeed happened that they went out after it with an entire troop and brought in the absentee in a few hours, and divided the money among 395 The collection of products is the principal interest of the Company here. How the collection of pepper takes place here. one another. And by the setting of this bounty, very many are still brought in who had either wandered off through drunkenness or would have deserted if they had not been apprehended. Now I should also report specifically here on the Company's interests, although such has already been done briefly at the beginning of this, or rather under the main chapter on the Malabar in general. Among the interests that the Company has here, the collection of products certainly belongs. Formerly, the Company had here the collection of various articles, which since then, having been found to be of no real importance, have been written off, including the collection of Malabar textiles. So that now, for the greatest part, what comes into consideration is the collection of pepper, which here consists of two kinds, namely in contract pepper or in pepper that one purchases privately. By the first is understood that pepper which the king of Travancore, according to the latest contract of 1753, namely 396 How much Travancore is obligated to deliver. What people here have thought about the private purchase of pepper. 3000 candyls from his hereditary lands at 65 rupees the candyl of 500 lb, and 2000 candyls from his other conquests at 55 rupees, must deliver. But since I have already mentioned what is necessary regarding the contract pepper under the article on the king of Travancore, I refer to that, and shall only speak here of the private collection, through which one can still obtain quite a bit of pepper, provided one immediately pays the people in cash without any deductions and does not haggle on the weight upon delivery, against which one must issue strict orders and cannot be watchful enough. People have sometimes thought that the private collection would tend to the detriment of the contract pepper, out of apprehension that, if we pay private individuals much more and Travancore should happen to learn of this, he would then also desire as much, or at least much more than the contract states. But Travancore knows very well that he is not the only one on the Malabar in whose land pepper grows, and that therefore enough pepper can be bought, and is indeed truly bought, apart from him.
Dutch transcription
393 middel daar tegen. 't welk men diend te mainti„ neeren, en, waarom. „zogt hadden, Nopens welk laatste ik wel geloove, dat dit omtrent eenige plaats heeft, maar de ondervindinge leerd lef„ „fens, dat deesze en geene nugter zijnde, en na voorige afspraak met elkander heen ge„ „gaan zijn, zo dat de Dekertie voor 't grootste gedeelte wel mag toegeschreeven worden, aan een zoort van eijgenschap, die men zelfs in Europa bij den zoldaat liet plaats hebben. namentlijk dat Hij het, zo genaamd, eens in zijn Hoofd krijgt om te dezerteeren, zonder eenige reeden; en dus weete ik tegen de De„ „zertie niet beter als dat men Continuee„ „re bij de tegenswoordige usantie nament„ „lijk een premie van 10: rops te stellen en ook defacto te betaalen aan den Jnlander die op zekere bepaalde distantie een Hat„ „troo, of Militair attrapeert, welke premie „lij dan weer indiend, want het volk weet, hoe verre het mag gaan, en dat het daar buijten geattrapeerd wordende, opgevat word door de Jnlanders, die daar greetig oppassen, en dit diend men zo sterk te maintineren dat schoon het al eens voor een enkelde heer mogt gebeuren, dat een kerel in der daad nugter zijnde, buijten de bepaalde distantie opgevat word, die egter uijt alle omstandigheeden het to omstandigheeden niet schijn te hebben willen heen gaan, men egter om alle ex„ cepties voortekomen, de premie moet laten betalen, voor al om dat hij geweeten heb„ bende, hoe verre hij maar mag gaan; en nugteren geweest zijnde, dus met zijn vol„ komene kennis gedaan heeft, het geen Hij weet, dat hij niet doen mag: want anders zouden de ijver en ernst, waar meede de Mallabaaren, om de wille van de premie op de Dezerteurs passen, verminderen en op 't laatst wel geheel te niet raaken; zo dra derhalven een kerel, het zij bij rollieken als anderzints absent gevonden of aan De „tertie suspect gehouden word, dan diend daar van immediaat rapport gedaan en daar meede niet gewagt teworden tot smorgens, want dan kan een Gebieder nog voor het sluijten van de poort in het land kennis laten geven, dat er een Mattroos of Mililair absent is, het geen dan als een lopend-vuurtje verspreijd word onder de Mallabaaren die er dan, zelvs des nagts op uijt snuijven even als of ze op de Jagt gaan, gelijk het dan ook wel ge„ „beurt is, datze er met een geheele troup op uijt gingen, en de geabsenteerde in weijnig uuren opbragten, mitsgaders het geld onder hoedan elkander het de peper 395. de Jnzaam van producten is het voornaamste belang van de Comp: hier. hoedanig d' insameling van peper hier geschied. elkander verdeelden, en door het stellen van deze premie worden nog al zeer veele op„ „gebragt, die of door dronkenschap gedwaalt of gedezerteerd zouden zijn, indien te niet op„ „gevat waaren Nie diende ik ook nog specificq van Compagnies Belangens al„ hier te melden, schoon zulx reeds, in het begin dezes of eijgentlijk onder het Hoofd-deel van de Mallabaar in 't algemeen, kortelijk gedaan is: onder de Belangens die de Comp: hier heeft, behoord zeekerlijk ook de Jnzaam van Produclen: bevoorens heeft de Comp: hier Jn zaam gehad van verscheijde articulen, die 't zedert als van geen receel belang gevonden zijnde, afgeschreeven zijn, tot den Jnzaam van Mallabaarse Lijnwaaten in Clusive zo dat tans voor het grootste gedeelte in aanmerkinge komt; Den Jnzaam van Peper, dewelke hier bestaat in tweeder„ leij namentlijk in Contract Peper of in Peper die men particulier inkoopt, door de eerste verstaat men, die Peper dewelke de koning van revancoor volgens het laatste Contract van 1753. namentlijk 3000. 6 Hoe veel, Jrevancoor gehou„ den is te leveren. wat men hier van de particu„ lieren inkoop van peper ge„ meent heeft 3000. Candijlen uijt zijn Erflanden tegens 65: ropijen tCand=l van 500: lb: en 2000: Candijlen uijt zijn andere Conquesten tegens E5. Ropijen leveren moet: maar dewijl ik onder het ar„ „ticul van den koning van Jrevancoor, reeds het noodige van de Contract Peper gemeld heb„ „be, zo refereere mij daar aan en zal hier maar alleen spreeken, van den Particulieren Jnzaam, waar door men nog al wat Peper magtig kan worden, indien men de lieden maar aanstonds zonder eenige kortinge Contant betaald en bij de leverantie in 't gewigt niet beknibbelt, waar tegen men scherpe ordres stellen moet, en niet genoeg waken kan. Men heeft wel eens gemeend dat de Par„ ticulieren jnzaam tot nadeel van de Con„ „tract Peper zoude strekken, uijt bedugtin„ „ge dat wij aan particuliere veel meer betaalende en frevancoor zulks eens ko„ „mende te weeten, de ze dan ook zo veel ten minsten veel meer als het Contract luijd, begeeren zoude, dog Crevancoor weet zeer wel dat Hij de eenigste niet is op de Mallabaar, in wiens land peper groeid, en dat 'er dus genoeg peper buijten Hem kan gekogt worden, en ook waarlijk gekogt word
English
397 Trevancoor has time and again been paid well enough for the contract pepper. Trevancoor must be held to the contract. Furthermore, I have also given His Highness to understand and repeatedly made him comprehend, and roundly declared, that the contract pepper which he must deliver is still paid for well enough by us, if he only remembers what a great favor and advantage he has received from the Company in return, namely, that the Company has not stood in his way to master so many princes and beautiful pepper lands, from which he now enjoys large revenues, besides the expenses of garrison and fortifications, which even in times of peace we must bear here for the security of His State; so that I am of the opinion that we must endeavor, as far as possible, to hold Trevancoor to the contract regarding the pepper deliveries, and besides this, to purchase privately as much pepper as can possibly be done through industry and mercantile means; for why should we, having the opportunity to do so, let it slip and thus let it fall into the hands of others? And in any case, I would find no difficulty in it even if His Highness knew about it, because those from whom we buy the pepper for more money do not have that obligation to us which this prince has to the Company. And therefore I would never be in favor of giving him one doit more for his pepper than he has contracted for. And he must not receive a doit more for the pepper than the contract states, for reasons. Authority has been granted to spend 100 ropijs for private pepper. By which letters authorization is granted. It might go well for the first year or two or three, but he would nevertheless remain negligent in the complete fulfillment of the contract, as long as he did not receive the highest price from us that he can get for it from others; besides that the slightest change in the contract would only give him cause to effect further changes to his liking. The contract, it seems to me, is favorable enough for him and not one iota more should be changed in his favor. It is with this just as with someone who keeps his teeth as long as he has not lost a single one, but as soon as he has one pulled, he feels the one next to it also becoming loose. We have, meanwhile, by separate letters from Batavia dated 20 7ber 1775 and 11 9ber 1776, obtained authorization to purchase private pepper up to 100 ropijen per candil of 500 lb, provided that this purchase does not take place under the eye of Trevancoor, but towards the North; and 399 How much pepper the Governor has purchased privately here during his administration. To which letters he refers concerning that purchase. Cardamom requested from the Netherlands by repetition. then the Company can always still get 120 to 130 ropias from the Bombarasses for it here, which is quite an easy profit to take, and can at the same time serve as a lure to cause the Bombarasses to come here. During my administration I have purchased privately here 764667 lb, which, though not very much, is nevertheless in any case better than if that quantity had fallen into the hands of others. Furthermore, regarding the purchase of pepper, I refer to what has been further treated concerning this in the separate letters written from Batavia to this place on 17 7ber 1765, 31 8ber 1766, 25 xber 1770, 1 8ber 1771, and 30 7ber 1774, 20 xber 1775, and 11 9ber 1776; as also to the separate letters written from here to Batavia on 15 April 1766, 6 April 1767, 31 March 1768, 7 Janu 1772, and 4 Janu 1776. Yet, although the collection of pepper is the great chief matter here, one must nevertheless not forget the collection of cardamom, because the same is still very emphatically recommended to us by repetition from the Netherlands. The cardamom is a well-known fruit, whereof Yet it is currently difficult to obtain the same. In the Cochin Kingdom cardamom also grows, but not as good as the northern sort. Two picols of that sort have nevertheless been ordered to be sent to the Netherlands as a sample. the best sort grows on the mountains in the country of Cotteatte, which is now tributary under the Nabab Haijder Alijchan, so that it is currently difficult to obtain it; nevertheless, this is an article that must not be lost sight of. Further, I refer here to what was set down in the reply to the Patria Extract of 7 October 1779 in our latest general dispatch to Batavia of 6 Janu past. Meanwhile, another though much inferior sort grows here in the Kingdom of Cochim, which is smaller, and of which the husk or shell becomes brownish over time, whereas the other, or Northern, usually appears cleaner and yellow. But although only the first sort is requested, which we cannot get at present, I have now ordered a quantity of two picols of that other sort, at least the Company's merchants David Rhabbij and Anta Chettij have taken upon themselves the delivery thereof, in order to send the same solely as a sample to the Netherlands via Ceilon divided over two separate ships, to see what that cardamom might fetch there. I have contracted for it here
Dutch transcription
397 Trevancoor is eens en andermaal Contract peper duur genoeg betaalt revancoor moet bij het Con„ tie gehouden werden. word, beven dien, zo heb ik zijn Ho=t ook eens te verstaan gegeeven dat hij zijn en andermaal doen begrijpen en ronduijt, ver„ klaart, dat de Contract peper, die Hij lee„ „veren moet nog duur genoeg door ons betaald word, indien Hij zig maar eens herinnerd welk een groot faveur en voordeel Hij daar voor van de Comp: gekreegen heeft, nament„ „lijk, dat de Comp: Item niet in den weg is geweest, om zig meester te maken van zo „veele vorsten en schoone Peper landen, waar van Hij tans groote inkomsten heeft, behal„ „ven de onkosten van Guarriezoen en forti„ ficatien, die we zelvs in vreedens tijden, tot zekerheijd van zijn sto=t hier moeten dragen, zo dat ik in begrip ben, dat wij tract nopens de peper lweran, maar moeten tragten zo veel mogelijk is, frevancoor bij 't Contract te houden en buij„ „ten des, zo veel peper Particulier intekopen als door industrie en merkantile middelen maar eenigzints te doen is, want waarom zouden wij de gelegentheijd daar toe hebben„ „de, dezelve laaten vaaren, en dus in han„ „den van andere laten vallen, en ik zou er in allen gevalle zelfs geen zwarigheijd in vinden, al wist zijn Ho=t het, want die geene, van wie wij de Peper, voor meer geld kopen, hebben aan ons die verpligtin„ „ge 65: krijgt. ar en hij moet geen duit meer voor tragt luijt om reeden. is verleend 10. rop:s vooren and=e peper te mogen besteeden. ge niet, die deze vorst aan de Comp: hieft en de peper hebben dan het Con„ daarom zou ik nooijt van gevalen zijn, om hem een duijt meer voor zijn Peper te geven, als Hij er voór gecontracteerd heeft, het mogt voor het eerste Jaar of twee à drie goet gaan, maar hij zou evenwel nalatig. blijven in de Compleete voldoe „ning van het Contract, zo lang Hij van ons de hoogste prijs niet kreeg, die Hij van andere daar voor krijgen kan, behalven, dat de minste veranderinge in het Contract Htem maar aanlijdinge zoude geven, om verder veranderinge na zijn zin te bewerken, het Contract, dunkt mij is favorabel genoeg voor Hem en daar dien't geen Jota meer in zijn faveur bij verandert te worden, Het gaat daar meede, gelijk met imand die zijn tan„ „den behoud; zo lange men 'er nog geen eene quijt is, maar zo dra hij de eene laat uijt„ trekken, de daar naast aan staande ook bij welke brieven qualificatie voeld, los raaken, wij hebben intusschen bij aparte brieven van Batavia onder da „tis den 20. 7ber: 1775. en 11. 9ber: 1776. qua„ lificatie erlangd om Particuliere peper inte kopen tot 100. ropijen 'tsandijl van 500. lb: mits die inkoop niet in het oog van frevancoor, maar om de Noord geschiede, en dan ar uit 399 hoe veel peper de Heer gouverneur culier hier heeft ingekogt. oop wille brieven met zigre„ fereert nopens dien inkoop uit Nederland gerequireerd: dan kan de Comp: hier altoos nog 120. tot 130. ropias van de Bombarassen daar voor krijgen, het geen nog al gemakkelijk meede te neemen is, en teffens strekken kan, tot een lokaas, om de Bombarassen, hier na toe te doen komen: Geduurende mijn bestier geduurende desselfs gestir parti„habbe ik hier particulier ingekogt 764667. –. lb: het geen schoon niet zeer veel egter in allen gevalle nog beter is als dat die quantiteit in handen van andere gevallen zoude zijn voorts refereere mij nopens den inkoop van Peper aan het geen daar over verder verhan„ deld is, bij de aparte brieven van Batavia dit heen geschreeven den 17. 7ber: 1765, 31. 8ber: 1766. 25. xber: 1770. 1. 8ber. 1771. en 30. 7ber: 1774. 20. xber: 1775. en 11. 9ber: 1776. zo meede aan de aparte brieven van hier na Batavia geschreeven den 15. april 1766. 6. April 1767. 31. maart 1768. 7: Janu: 1772. en 4. Janud: 1776: Ian Schoon De Jnzaam van Peper hier de Groote Hoofdzaak is, te mag men egter ook niet vergeeten den Jnzaam van Cardamon werd bij ruliratie Cardamom, om dat dezelve, ons als nog uijt Nederland bij reiteratie zeer na„ „drukkelijk gerecommandeert word, De Cardamom is een bekende vrugt, waar van h t, le dog is beswaarlijk dezelve than magtig te werden. in het Cochimse Rijkvalt ook Cardamon, dog zo goed niet als de noordse. van die zoort zijn egter twee ¶na Nederland gezonden te wer„ „den. van de beste zoort groeit op de gebergtens in het land van Cotteatte, dat nu tributair onder de Nabab Haijder Alijchan is, zo dat het tans bezwaarlijk is, dezelve magtig te worden, egter is dit een artikel, dat men tog niet uijt het oog verliezen moet, wijders refereere mij hier, aan het geen is ter neder„ gesteld bij het beantwoord Patriaas Extract van den 7. october 1779. bij onze Jongste Gene„ „raale beschrijvinge na Batavia van den 6. Janu: J„oleeden. Jntusschen vald er hier in het Rijk van Cochim een andere, dog veel minder zoort, welke klijnder is, en waar van de schil of bast door den tijd bruijnagtig word, daar de andere of Noordse, zig doorgaans schroonder en geel vertoond: dan alhoewel de Eerste zoort maar alleen Gerequireerd word, die we tans niet krijgen kunnen, zo heb ik nu van die an„ picols besprooken, om ter preuve Zere zoort een quantiteijd van twee picols besprooken ten minsten 'sComp=s kooplieden David Rhabbij en Anta Chettij hebben de leverantie daar van ' zig genomen, ten eijnde dezelve over Ceilon op twee onderscheijdene scheepen verdeeld, na Nederland eenelijk ter preuve te zenden om te zien, wat die Car„ damom daar mogt behaalen, ik hebze hier bedongen en een wel hier
English
and stipulated for the pound one and one quarter ropias. It is incomprehensible how it is collected here. Stipulated for 1¼ rop=s the l:, which Your Honour will please keep in mind when the pepper ship arrives here. Furthermore, cowhides are also collected here for the service of Ceylon, for the packing of the cinnamon. One might ask how it is possible that cowhides are collected on Mallabaar on this Coast, where no cattle at all are slaughtered, except only among us, and which must then specially be bred for that purpose or cleverly stolen, since a heathen will not sell his ox or cow to a Christian, Jew, or Moor for anything in the world, out of fear that the animal will be slaughtered; and yet many hides are obtained here nevertheless. However, these are actually collected from the deceased cattle of the heathens, as the country here swarms with them and thousands do not matter, so that one sees nothing more here than cattle; thus it is natural that where there are so many animals, very many also die, at which point the heathens make no objection to having the hides flayed. Besides this, there is yet another thing, which I initially considered merely a tale, but later found to be true, namely that a certain low caste is permitted to eat carrion and deceased cattle. These people secretly venture to smear the grass or the places where the cattle graze with a certain liquid which is a poison to these animals, causing them to languish and die, so that by this, as well as by natural death, a multitude of cattle die annually; but the King of Trevancoor, having discovered this trick, has recently put a stop to it in his Kingdom by an order that no deceased cattle may any longer be eaten in his Kingdom by the aforementioned low caste, but must be buried immediately, because of which somewhat fewer cowhides are currently brought in than previously. But since that prohibition may perhaps hold firm at first, yet over time, owing to the multitude of cattle, might well fall into oblivion again, somewhat more cowhides will accordingly be brought in again. However, the collection of cowhides also depends greatly on the extent to which trade flourishes here; the more it flourishes, the fewer cowhides one can collect, because the Bombaras-traders and all others whose vessels are without decks pack their goods, but chiefly the sugar, only in cowhides and pay considerably more for them than the Company; wherefore the collection for the Company must then decrease, since one cannot force the people to give their wares to the Honourable Company for a lower price than they can get from others; and it is also not advisable to prevent the Bombaras from purchasing those skins, if one does not wish to cause a stagnation in trade, since they cannot do without them. The hides of the cattle that are obtained around here are therefore bought up by everyone, in order to sell them to the merchants in the good monsoon, so that we can only obtain those that come from far from the city, except to the North, as those are bought up by the Pannanij and Calicut merchants; while those from the south are bought up at Porca and Calicoilan by our Residents there and delivered to the Honourable Company for two ropias the corgie, excluding the charges of transport or shipment; so that if Calicoilan and Porca were not situated so far from the city, or if there were also a trading place to the south just as at Pannanij, six hours north of Chettua, we might possibly be able to collect far fewer hides. I have taken much trouble to increase that collection, but found that such is impossible. Gunny, for making gunny bags and other services, is also collected on this Coast, but likewise only at Porca and Calicoilan, in so far as one needs them, for I do not believe that one could acquire more than is needed here in the service, at least not to make large shipments of them; at purchase they cost 3/8 rop: the piece, and by regulation 13 pieces of gunny are determined for one bag, so that a bag comes to twelve stuijvers.
Dutch transcription
401 en voor het pond bedongen Een en een quart ropias. het is onbegrijpelijk hoe dat hier werd ingezameld. welke Huijden het zijn die hier ingekamelt worden. bedongen voor 1¼: rop=s het l: waar aan UWEd: als het peper schip hier komt gelieve te denken Voorts heeft men hier ook den Jnzaam van Koehuijden ten dienste van Ceilon tot het Emballeeren van de Canneel. Men zou kunnen vraagen, hoe het moge„ op Mallabaar koehuijden nog „ lijk is, dat de Jnzaam daar van geschiet ter dezer Custe, alwaar in het geheel geen koebeesten geslagt worden, als alleen onder ons en dewelke dan nog daar toe expres moeten aangefokt of behendig gestolen worden, al zo een Heijden om geen ding ter wereld, zijn os of koe aan een Christen, Jood, of Mahome„ laan verkopen zal, uijt bedugtinge, dat het best geslagt zal worden, en even wel vallen hier nog al veel huijden, dog dezel„ ve worden eijgentlijk ingezameld van de gekreveerde beesten der Heijdenen, alzo het hier te lande daar van krield, en het op geen duijzenden aankomt, zo dat men hier niets meer ziel, als koebuesten, dus is het natuurlijk, dat waar zo veele beesten zijn ook zeer veele komen te sterven, als wanneer de Heijdenen geen zwarigheijd maaken dezelve de huijd te laten af„ trekken. Buijten s ir n„ - hoe dat het komt dat veele koebeesten hier sterven. waar tegen Crevancoor ordre in zijn Rijk heeft gesteld. waar door den inzaam van huijden vermindert is. Buijten des, zo is 'er nog iets anders, het geen, ik in het eerste maar als een vertel„ seltje geconsidereerd, dog naderhand als waar„ „heijd bevonden hebbe, namentlijk, dat 'er een zoorl van laag geslagt, gepermitteerd is, dood aas en gekreveerde koebeesten te eeten. deze menschen onderstaan heijmelijk het gras of de plaatsen, alwaar het veegraald met zeeker vogt te besmeeren, het geen een gift voor deze dieren is, waar door te kwij„ „nen en sterven, zo dat hier door zo wel als door de ordinaire dood Jaarlijks een mee„ nigte van koebeesten sterven; dog de koning van Crevancoor agter dit loopje gekomen zijnde, heeft onlangs in zijn Rijk daar een scholje voor geschoten, door een order, dat geene gekreveerde koebeesten in zijn Rijk door voorm: laage Casta meer moogen gegeeten, maar onmiddelijk begraven moeten worden, waar door 'er tans wat minder koehuijden aangebragt worden, als bevoorens, dan de„ wijl dat verbod mogelijk in het eerste wel wat stand zal grijpen, dog met 'er tijd weegens de veelheijd van koebeesten wel weder in het vergeet boek zoude kun„ „nen geraaken, zo zullen dan ook na maate van dien, weder wel wat meer koehuijden 403. na maate den handel hier breng van kochuiden. want de zuiker werd door de bombaras vaarders in huiden g'emballeert. en het is niet raadsaam hen koehuijden aangebragt werden. Egter hangd de Jnzaam van koehuijden floreerd vermindert den aan„ ook veel af na maate de Handel, hier flo„ „reert, hoe meer dezelve floreert, hoe min„ der koehuijden men kan inzamelen, om dat de Bombaraas-vaarders en alle an„ „dere, wier vaartuijgen zonder dek zijn, hunne goederen, dog voornamentlijk de zuijker, alleen in koehuijden Emballeeren. en dezelve vrij duurder betaalen als de Comp: waarom dan de Jnzaam voor de Comp: moet verminderen, dewijl men de lieden niet dwingen kan, hunne waa„ „ren voor minder prijs aan DE: Comp: tege„ ven, als zij bij anderen krijgen kunnen den inkoop van huiden te beletten, en het ook niet raadzaam is, de Bom„ barassen den inkoop dier vellen te be„ „letten indien men geen stremming in den Handel veroorzaaken wild, de„ „wijlze deselve niet ontbeeren kunnen. de huijden der koebeesten die hier om„ streeks vallen worden derhalven van ider een opgekogt, om in de goede mous„ „sen aan de Mandelaars te verkoopen io dat we maar alleen die geene kun„ nen krijgen, die verre van de stad komen, behalven om de Noord, alzo die het ar„ n het aald onzen inzaam geschied, thans te pias 't Corgie. onmogelijkheid om dies insaan te vergrooten. Goenies werden op Calicoilan en porca ingekamelt de goeny tot een zak kost 12. stuivers. die door de Pannanijse en Calicoetse kooplieden porca in Caliecilan tegens 2. ro„ opgekogt worden, terwijl die van de zuijd te Porca en Caticoilan door onze Residenten, al„ „daar opgekogt en aan DE: Comp: gelevert wor„ „den, voor twee ropias tCorgie, buijten de ongel„ „den van vervoer of afscheep, zo dat indien Ca„ licoilan en Porca niet zo verre van de stad lagen, of indien er om de zuijd ook zo wel een Handel plaats was, als te Pannanij zes uuren benoorden Chellua, wij mogelijk nog veel min„ „der huijden zouden kunnen inzamelen, ik hebbe mij veel moeijte gegeven om die inzaam te doen vergrooten maar bevonden dat zulx onmogelijk is Goenies, tot het maaken van Goenij zakken, en andere diensten, worden ter dezer Custe ook ingezamelt, dog almeede maar alleen te Por„ „ca en Calicoilan, voor zo verre men dezelve nodig heeft, want meer als men hier in den dienst nodig heeft geloove ik niet, dat men zoude kunnen magtig worden, ten minsten niet om 'er groote verzendinge van te doen, ze kosten bij inkoop - 3/8. rop: het stuk en bij reglement is voór een zak bepaald 13. p=s goenij zo dat een zak komt te staan op twaalf stuijvers. Buijten heeft erlang
English
Authorization has been obtained to collect samples here; the samples and their prices were recently obtained from souratta. Besides this, there are still very many articles occurring here that belong to those trifles with which the petty trade is conducted, and to which the Company has not much relation. However, one could still bring under the article of collection: The Collection of Surat Linens, not so much because such linens are collected here, but because it could happen that collection here might have to take place as a trial of Surat linens, since the High Government at Batavia, upon my proposal in a separate letter of 10 February 1775, authorized me to take a trial thereof, in order to be able to resort to this in case it should no longer be convenient for the Company to remain in souratta due to the vexations of the Moorish Government and the underhand dealings of the English, and thus nevertheless obtain Surat linens by means of the northern merchants who fetch sugar, spices, and other domestic trade goods here. For this purpose, we recently obtained the samples with the purchase prices from souratta, and some merchants also undertook to bring along such linens as a trial. But it has stalled; at least, until now nothing has come of it, as appears from what has been written regarding this to and from Batavia in the General Rescripts and descriptions of this Settlement. But in case it might have been the fault of those particular persons with whom we tried it, I have now requested other northern merchants to bring along similar linens for once. It is possible that nothing will come of that either, and that the traders will find no interest in it as long as they can bring their linens to market at souratte. However, if the situation should ever arise that no more sugar, bar copper, or spices were brought to souratta, then the northern merchants, who would still have to come and fetch those articles here, would undoubtedly bring along such linens of their own accord, or could well be compelled to do so by us if they wished to have the aforesaid articles from us here, which they do not seem able to do without. Nevertheless, this matter is well worth the effort to keep trying in the meantime; for to the extent that one finds this possible while we still reside in souratta, and where it is to be hoped that we may and can continue to reside, to that extent one could rely upon it in the opposite case. Among the further interests of the Company here also belongs: The Trade, which is currently on such a good footing that Mallabaar, far from being a burdensome post, is a profit-yielding Settlement, provided one does not experience here any unfortunate accidents to which all countries and places are exposed, especially when one does not find oneself in such circumstances as those in which we have already been since October 1776 on account of the Nabob Huijder Alij Chan. The trade books of some years past show that the profits of Mallabaar (to say nothing of the profit in the Netherlands on the Pepper) have far surpassed the expenses, whereas in earlier times the expenses generally surpassed the profits. That trade here is going better than in former times appears not only from the greater turnover of Cloves, as was shown in the general letter of 5 January 1779 written to Batavia, but also from the higher prices, especially for sugar, which is the true indication of whether a trade flourishes or not. I know that for a long time it has been a shibboleth whether the sugar trade at Mallabaar is detrimental to the trade at suratta or not, and to what extent the one relates to the other; indeed, that a great deal has been thought and written about this, both by our Lords and Masters and by various ministers of ability and enterprise who have been stationed at souratta and here. But as to how far that trade here is not detrimental to the Surat trade, and to what extent the Company can effectively gain quite as much on its sugar here as at suratta, I refer regarding these two propositions to what has been written from here to Batavia on the matter, under dates of 25 March 1773 and 2 January 1777, in the answered Homeland Extracts of 2 October 1771 and 29 December 1775, especially in the first-mentioned. Furthermore
Dutch transcription
405 men heeft qualificatie erlang hier te mogen in zamelen de monsters en de prijzen daar van heeft men onlangs van souratta erlang. Buijten des heeft men nog zeer veele arti„ „kuls, die hier vallen, behoorende tot die klij„ „nigheeden, waar meede de smalle Handel Ias gedreeven word, en waar toe de Comp: zo zeer geen Relatie heeft, egter zoude men nog on„ „der het artikul van Jnzaam kunnen bren„ „gen, De Jnzaam van Souratse Lijnwaaten, niet zo zeer om dat er hier zulke Lijwaaten ingeka„ melt worden, maar om dat het zoude kun„ nen gebeuren dat 'er hier Jnzaam zoude „om ter pruuve souratse lijwaaten moelen geschieden, dewijl de Hooge Regeerin„ „ge te Batavia mij op mijn voorslag bij apparte brief van den 10. febr: 1775. gequalificeert heeft om daar van een preuce te neemen, ten eijnde daar toe secours te kunnen neemen inge„ „valle de Comp: het eens in souratta, wegens de vefalies van de Moorse Regeeringe, en de onderkruijpinge der Engelse niet langer mogt Convenieeren, daar te blijven om dus evenwel suratse Lywaaten magtig te worden door middel van de Noordse koop„ lieden, die hier zuijker specerijen en andere inlandse handelwhaaren haalen, waar toe we de Monsters met de inkoops prijzen enlangs uijt souratta erlangd, en eenige kooplieden lieden r een n maar de kooplieden die beloofd, zijn agter uijt gebleeven. „daar zijn andere noordse koop„ brengen dog men twijffelt of ze wel zullen komen egter kooplieden ook aangenoomen hebben om ter Jing hebben lijwaaten te brengen preuve zulke lijwaaten meede te brengen, dog het is blijven steeken ten minsten tot nog toe is er niets van gekomen, gelijk dat blijkt uijt het geen derweegens van en na Batavia bij de Generaale Rescripties en beschrijvingen van dit Comptoir geschree„ „ven is, dan off het ook aan die enkelde perzoonen, waar meede we het geprobeerd hebben, mogt manqueeren, zo heb ik nu an„ „dere noodse kooplieden verzogt om dier„ 't lieden verzogt lijwaaten hier te gelijke lijwaaten eens meede te brengen, mogelijk dat daar ook niet van zal komen en dat de handelaaren 'er geen belang in zul„ „len vinden, zo lange zij hunne lijwaaten te souratte kunnen te mark brengen dog als het geval egter, eens mogt efleeren, en dat er te souratta geen zuijker, staaf ko„ „per of specerijen meer aangebragt wierd dan zouden de noordse kooplieden, die ar„ tikuls tog hier moetende komen haalen, ongetwijffeld wel van zelfs zulke Lijwaa„ „ten meede brengen, of ook door ons daar toe wel kunnen genoodzaakt worden, in„ dienze voorsz: artikuls van ons hier wilde hebben, dewelke zij tog niet schijnen te kunnen ontbeeren, egter is dit artikul wel 407 egter mag men deeze zaak wel nog probeeren. de handel, staat hier op een goeden voet ter wel de moeijte waard, om het intusschen nog te probeeren; want namaate men zulx mogelijk vind, terwijl we te souratta nog woo„ „nen, en alwaar het te hoopen is, dat we mo„ „gen en kunnen blijven woonen, na maate van dien, zou men 'er op kunnen reeke„ nen in Cas van het tegendeel. Onder de verdere Belangens van de Comp: alhier, behoort ook De Handel, die tans op zo eenen goe„ „den voet is, dat de Mallabaar wel verre van een last post, een winst geevend Comptoir is indien men hier geen ongelukkige toevallen heeft, waar aan alle landen en plaatsen ge-ex„ „poneert zijn, inzonderheijd, wanneer men zig niet in zulke omstandigheeden bevind als waar in we reeds tzedert october 1776. om de wille van de Nabab Huijder Alij Chan geweest zijn, alzo de Negotie boeken van eenige Jaaren herwaards aantoonen dat de winsten van Mallabaar /:getwijge van de winst in Nederland op de Peper: verre de lasten gesurpasseerd hebben, daar in vroegere tijden, de Lasten doorgaans de winsten surpasseerden Dat de mandel hier beter gaat als in vor„ rige dog het toe ƒ ijt en zul waar uit het blijkt dat den handel hier beeter gaat als in voorige tijden. over den handel in zuiker tus„ schen Cochim en souratta is veel gedagt en geschr: bij welke brieven aangetoond ds wierd op de zuiker als te souratta. rige tijden blijkt niet alleen uijt den meer„ „deren vertier van Nagulen, gelijk dat aange„ „toond is bij gemeene brief van den 5. Januarij 1779. na Batavia geschreven, maar ook aan de Hoogere prijzen inzonderheid op de zuijker het geen het waare kenmerk is of een Mandel floreert of niet. Jk weet dat het van langen tijd, een schibbolet is geweest, of de zuijker Handel op de Mallabaar, voor den Handel te su„ „ratta, nadeelig is of niet, en in hoe verre de„ eene Relatie op de andere heeft, ja dat hier over zeer veel gedagt en geschreeven is, zo door onze Heeren en Meesters als door verscheijde Ministers van kundigheijd en onder„ neminge, die te souratta en hier gelegen hebbenb dog in hoe verre die handel hier, niet nadee„ lig is, voor den suralsen Handel en in hoe verre de Comp: hier op haare zuijker effectie/ ruijm zo veel winnen kan als te surat„ „ta, refereere mij nopens deze twee stellin„ gen, aan het geen derweegens van hier „sdat de Comp: hier ruim zo veel na Batavia geschreven is, onder datis den 25. maart 1773. en 2. Janu: 1777. bij de beantwoorde Patriase Extracten van 2. 8ber: 1771. en 29. xber: 1775. inzonderheijd bij de eerste genoemde. Voorts
English
409 Japanese copper is also now and then sold here for a higher price than in Souratta. The sale of iron, tin, lead, etc. does not amount to much now. Considerations regarding the sale of pepper. The usefulness of that sale is somewhat demonstrated. Furthermore, the sale of Japanese copper here also goes reasonably well, and we have now had the fortune on more than one occasion to sell it for a higher price than could be bargained for it in Souratta. But apart from the sale of spices, Japanese copper, and sugar, the other articles, such as iron, tin, lead, and vermilion, currently do not amount to much, since they are brought in abundance along this coast by other European nations; at least for some time now, there has been no demand for them. On the other hand, the sale of pepper has now for some time been an article of trade, but at the same time also of consideration; at least it has been recommended at one time and then withdrawn again, so that I felt obliged to give my thoughts on this in detail and to further demonstrate the usefulness of that sale, as was done circumstantially in its connection with the allegation of the retro-acts pertaining thereto, in my separate letters written to Batavia on 12 April 1773 and 28 March 1774. And qualification for this was obtained. To what extent that sale takes place. Why one needs to know the remainder of it on Ceilon. The Ceilon ministers have received orders for this from Batavia. Why the sale of pepper cannot be of much significance here. And upon which disposition and qualification were received by separate letters of 30 September of the year 1773 as well as of the year 1774. Yet, because this sale only takes place as far as the quantity permits, beyond what is necessary for loading the Ceijlon return ships, one must always know how much pepper has remained as a surplus on Ceilon after the departure of the return ships, and how much more than that surplus is thought to still be needed there for the next shipment; for which the Ceilon ministers, according to what has been noted, have received the necessary orders by separate letter written there from Batavia under date of 30 December 1774. Besides, anyone who holds authority here and is reasonably attentive can generally estimate in good time whether the pepper collection will be more or less. This being taken into consideration, the sale of pepper here can be of very great benefit to trade, partly because, calculated in the merchant manner, it yields as much profit as if it had been transported to Cormandel, and partly because it contributes very much to attracting the traders here and selling spices, as was demonstrated in my aforementioned separate letters. 411 Suitability of this place for trade. Reason why. With whom most trade is conducted. Meanwhile, this place is as well suited for trade as perhaps any place in these regions, being virtually the center of the west of the Indies, whither all foreigners are drawn as if by themselves. Few foreign ships pass by here from Bengale or Suratte without putting in here in one way or another, even if only to provide themselves with provisions, which are cheap and in abundance here, or also to inquire after news or after the prices of goods, whereby one can then reciprocally inquire from them after news and the prices of goods from those places from which they come, such as from Mocha, Persien, Suratta, Sindy, Maskette, Bombaij, Cormandel, Mallakka, Bengale, and elsewhere; so that one can know here the prices of goods from virtually all places, and by which putting in, moreover, one thing and another is traded, either in barter or with cash, and the farmer also profits. Curious build of the bombaras. Those of Masquette have increased in number. The correspondence with the prince of Masquette should be maintained. But most trade is actually conducted here with the bombaras coming from the north, such as from Sindij, Mandvi, Cutch, and Porbandar, lying far above Suratta or properly on the Gujarati coast, as also from Goa, in the Gulf of Cambaije, and finally from Maskette on the Arabian coast. These vessels are of curious build and have some resemblance to the vessels of ancient times. They have only one mast, which stands raked forward instead of aft, and also only a single, but large and heavy sail, resembling a lateen sail, which, because the mast rakes forward, always hangs reasonably full, however little wind there is. These vessels are remarkably sharp both aft and forward, and are therefore able to sail very swiftly. Those of Masquette have now increased in number quite considerably, since I have had the opportunity to enter into private correspondence with the prince of Maskette, which one should maintain by sending him a small gift on a single occasion, but above all by offering a helping hand to his vessels that come here, as this prince himself conducts trade and generally
Dutch transcription
409 het Jappans koper is ook nu en den alhier voor hooger prijs als te souratta verkogt dog den vertier van ider thin, lood, zeggen. bedenkingen omtrend den ver„ koop van peper. de nuttigheid van dien verkoop is iets aangetoond. Voorts gat het met den vertier van 't Jap„ pans koper alhier ook redelijk wel, en we„ hebben nu al eens en andermaal het geluk ge „had, dat wij het zelve voor hooger prijs hebben kunnen verkopen, als men er in souratta kunnen voor heeft „ bedingen. Dog buijten den verkoop van specerijen Cap„ en vermilpen wil thans net val pans koper en zuijker willen de andere arti„ „kuls, als ijzer, thin, lood en vermiljoen, tans niet veel meer zeggen, vermits dezelve door andere Europeeze Naties langs deze kust in overvloed aangebragt worden, ten minsten nu Ze „dert eenigen tijd, is 'er geen aftrek van geweest. Maar daar en tegen, zo is. De verkoop van Peper nu eenigen tijd een artikul van Negotie, dog ook teffens van bedenkinge geweest, ten minsten ze is dan eens aanbevoolen en dan eens weder inge „trokken, zo dat ik mij verpligt vond, mijne gedagten daar over omstandig optegeven en de nuttigheijd van dien verkoop nader aanteloonen gelijk zulx met allegatie van de retro-acta daar toe spicteerende, in zijne Connectie omstandig gedaan is; bij mijne apparte brieven van den 12. april 1773. en den 28. maart 1774. na Batavia geschreeven „ en daar toe qualificatie er„ 10 langt. ha in hoe verre dien verkoop maar plaats heeft. 2, waarom men 't restant daar van op Ceilon diend te weeten de Ceilonse ministers hebben daar toe ordres van Batavia er langt waarom den verkoop van peper geschreeven en waar op dispositie en qualifi„ „catie gekomen is, bij apparte brieve van den 30. September zo wel van het Jaar 1773 als van het Jaar 1774. Dan dewijl deze verkoop maar plaats heeft voor zo veel de quantiteijt toelaat, buijten het geen 'er tot het bestorten van de Ceijlonse Retourscheepen noodig is, zo dient men altoos te weeten, hoe veel peper per restand op Ceilon gebleeven is na het vertrek der retour schee„ „pen, en hoe veel men daar denkt, dat er boven dat restand voor de volgende bezendinge, dan nog nodig zal zijn, waar toe de Ceilonse Mi„ nisters, volgens, het genoteerde, bij aparte brief van Batavia onder dato den 30. xber: 1774 dit heen geschreven, de noodige ordre erlangd hebben, behalven dat iemand, die hier het gezag heeft, en maar wat attent is doorgaans in tijds-reekenen kan, op een minder of meerder, peper Jnzaam Dit dan in agt genomen zijnde kan de hier van veel niet kan weesen. verkoop van peper hier van zeer veel uit voor den Handel zijn, eensdeels om dat dezelve volgens koopmans stijl bereekend zo veel winst geeft als of deselve na Cormandel was vervoert, en anderdeels om dat dezelve m zeer veel Contribueert om de Mandelaars ge hier „ 411. geschiftheid deezer plaats tot den handel reeden waarom met wien de meeste handel gedreven word. hier te lokken en specerijen te verkoopen, gelijk dat bij voorschreeve mijne apparte brie„ ven aangetoont is. Jntusschen is deze plaats zo wel geschikt tot den Handel, als mogelijk eenige plaats in deze gewesten, als zijnde genoegzaam het middel punt van de west van Jndiën werwaards alle vreemdelingen, als van zelfs getrokken worden, weijnig vreemde scheepen passeeren hier van Bengale of suratte zonder om en wier hier aantegieren al was het ook maar om zig van provisien te voorzien, die hier goed koop en in overvloed zijn, of ook wel, om na eenige tijdinge of na de prijzen der goederen te verneemen, waar door men dan ook reci„ „proque van Hun verneemen kan, na tij„ „dinge en de prijzen der goederen van die plaatsen, van waar zij komen, als van Mocha, Persien, suratta, suck, Maskette, Bom„ „baij, Cormandel, Mallakka, Bengale en el„ „ders zo dat men hier genoegzaam van alle plaatzen de prijzen der goederen weeten„ kan, en door welk aangieren dan teffens nog al het een en ander, het zij in trocque of met Contant genegotieerd word, en de pagter ook profiteerd. „Maar de meeste mandel word eijgentlijk hier ardige maaksel der bomba„ assen. die van masquette, zijn in ge„ tal vermeerdert de Correspondentie met den werden onderhouden. hier gedreven met de Bomberassen, die van de Noord komen, als van Sindij, kelsman„ „du Cadje in Torbandaar, leggende verre boven suratta of eijgentlijk op de Guzurat„ se Cust, zo meede van Goa in de Gelff van Cambaije, en eijndelijk van Maskette, op de Arabise Cust Deze vaartuijgen zijn aardige maaksels en hebben wel wat over een komste met de vaartuijgen van den a ouden tijd te hebben maar een mast die in steede van agter over, voor over staat, ook maar een enkel dog groot en zwaar zeijl, gelijkende na een emmer zeijl, het geen dewijl de mast voor over staat, hoe weijnig wind er ook is, altoos ge„ „noegzaam volhangd: deeze vaartuigen zijn zo wel van agteren als van vooren bijzonder scherp, kunnende daarom zeer vaardig zeilen Die van Masquette zijn tans in getal al vrij wat vermeerdert, zedert ik gelegentheijd ge„ kreegen hebbe, om met de Masketsen vrost in particuliere Correspondentie te komen, dewel„ ke men diend te onderhouden, met hem voor vorst van masquette diend te een enkele rijze een klijn geschenkje te zen„ „den, maar voor al met zijn vaartuijgen die hier komen de behulpzaame hand te bieden alzo dese vorst zelfs handel drijft en door„ „gaans
English
treatment concerning the bombarassas. From Rajapore near Goa the Haars come here, from where the other native inhabitants generally have more or less of a share in the vessels, which is not the case with the other Bombarassas. Furthermore, one ought to treat all the Kombarassas kindly, to free them from all extortions, and to ensure that they are not disadvantaged in weight upon receiving the goods. Also from Rajapore, near and around Goa, comes a kind of vessel called sibaars, having the same rigging as the bombarassas, though much smaller and of a much clumsier build. Next, one also has somewhat smaller vessels coming, of the native vessels coming from Barssaloor, Mangaloor and Manjeseram, situated between Mangaloor and Cannanoor. Similar vessels also come from Cannanoor, Jallicherij, Badagare, Calicoet, Janoor and Pannanij. From the South native vessels also come here, namely from Coilan, Ansjenga, Tengapatnam, and Colletje, sometimes even two or three times in the good monsoon. Further along, from Manapaar, Tutucorijn, Kilkare, Caijlpatnam, Jaffanapatnam and Nagapatnam inclusive, native vessels also come. From Adjien a ship comes here now and then, and from Maccauw annually 2 to 3 ships. All mentioned vessels generally bring goods, and some bombarassas bring money, for trade here. From Rozien even a two-masted ship comes here now and then for Trade. Even from China or actually from Maccauw generally come annually two to three three-masted ships, which first try to sell their goods here for some time and then subsequently, under convoy of a Portuguese frigate that expressly comes here from Goa around that time, go further northwards to Calicoet, Mahe, Jallicherij and sometimes even as far as Mangaloor, where they sell more of their goods, fetch pepper and sandalwood, and then descend here again to sell the remainder of their trade goods and to purchase necessities. All these vessels generally bring goods that are produced in their regions; a few individual ones, namely of the Bombarassas, also sometimes come empty and then bring some Venetian ducats. I shall, for greater clarity and convenience, provide below an indication of what the Bombarassas and the other vessels generally, one time more and the other time less, each separately bring and take back with them. Thus the Muscat Bombarassas bring amber, sulfur, frankincense, asafoetida, poewala or madder root, mansjaalcana or gallnuts, licorice, shark fins, fish maws, raisins, almonds, pistachios, rose water, glass beads, small alkali, Ormuz salt, salep, myrrh gum, aloes, auripigmentum, Joetia a kind of medicine for eye ailments, small pearls, Chalijs, bluestone, gum arabic and saltpetre. And the other Bombarassas kapok, cotton yarns, sailcloths, coarse bedspreads, coarse chintzes, woolen cloths, blankets, Gissiapatt, Niquanias, fenugreek seed, coriander seed, cumin seed, mustard seed, katjang, grain, cardels a kind of nutritious beans, borax, Ajowan or onion seed, putchuk root, sesame seed, sesame oil, castor oil, mustard oil, paparakaar a kind of salt that is prepared from garlic, fennel seed, urad beans, garden cress seed, sal ammoniac, addewidigam root, trivrit or Trikoolpakonnouwstel, ashwagandha root, kargaronij root, aratta root, aniseed, korkeljaan or horse medicine, kowij or sand earth, gallnuts, Cossij Mocha variety, soap, also now and then chanks, being a marine growth that occurs in Mocha and Jedda. Furthermore, the sibaars from Rajapore generally bring cotton of various sorts, raw lacquer, salt, coriander, kowij or sand earth, urad, onions and saltpetre. And the vessels from Barssaloor, Mangaloor and Manjeseram bring rice, katjang, horse beans, sesame seed, urad beans, sandalwood, white dried areca, fresh areca, Chelas, Roemaals, kanjauw leaves and jaggery. While those from Cannanoor, Jallicherij, Badagare, Calicoet, Janoor and Pannanij bring cardamom, native iron, sappanwood, peelen jika beans, calamus, garlic, arretta root, white tobacco, trivrit white and black root, Ruuwal, Chikani areca and fresh areca. From Coilan, Ansjenga, Tengapatnam and Colletje are brought linens, tamarind, jaggery sugar and coir yarn. From Manapaar, Tutucorijn, Kilkare, Kailpatnam are brought diverse linens such as bedspreads, chintzes, skirts, stockings, cambays, handkerchiefs, kaatjes, Joepeties, Chelas, Roemaals, as well as tobacco, salt, onions, writing olas, karupatti or native sugar.
Dutch transcription
413 behandeling omtrent de bom„ barassen. van Rajapoer bij Goa komen hier de Haars van waar d' andere inlandse „gaans in de vaartuijgen min of meer deel heeft, het geen bij de andere Bombarassen zo geen plaats heeft Voorts diend men alle de Kombarassen vriendelijk te behandelen van alle kneve„ „larijen te bevrijden, en te zorgen, dat ze bij het ontfangen der goederen in 't gewigt niet benadeelt worden. Ook komen van Rajapoer, bij en omtrend Goa een zoort van vaartuijgen gen„t si„ „baars hebbende dezelve Zijlagie als de bom„ „barassen, dog veel klijnder en van een veel lomper maaksel. Vervolgens heeft men ook nog wat klijn„ kleendere vaartuigen al komen, der inlandse vaartuijgen komende van Bars„ „saloor Mangaldor en Manjeseram, leggende cussen Mangaloor en Cannanoor Diergelijke vaartuijgen komen ook van Cannanoor, Jallicherij, Badagare, Calicoet Janoor en Pannanij. van de Luijd komen ook hier inlandse vaar„ tuijgen namentlijk van Coilan, Ansjenga, Jengapatnam, en Colletje zomtijds wel twee of drie maal in de goede mousson, Verder op, van Manapaar, Jutucorijn, kil kare, Caijlpatnam, Jaffanapatnam en Nagapatnam inclusive, komen ook inlandse vaartuijgen -. van adjien komt hier nu en dan den schip en van Maccauw Jaarlijks ½. a 3. scheepen. alle gem: vaartuigen brengen doorgaans goederen en sommi ge bombaras geld meede vaartuijgen hier ten handel. van Rozien komt zelfs, nu en dan een twee mastige schip hier ten Handel zelfs uijt China of eijgentlijk van Maccauw komen doorgaans Jaarlijks twee a drie, drie mas„ „tige scheepen, die hier eerst eenigen tijd zien stuu„ „ne goederen te verkoopen en dan vervolgens on „der Convooij van een portugies freguat, dat tegen die tijd van God expres hier komt, verder noordwaards. gaan, na Calicoet, Mahe, Jal„ „licherij en zomtijds ook wel tot na Man ra „galoor, alwaar ze verder Hun goed verkoopen peper en zandelhout haalen, en dan weder dit heen afzakken om de rest van hunne Negotie te verkoopen en benodigtheeden in„ tekoopen Alle deze vaartuijgen, brengen doorgaans goederen meede, die op hunne plaatsen vallen eenige enkelde, te weeten van de Bombara sen komen ook wel eens ledig en brenge, dan wat venetiaanse ducaaten meede, ik zal tot meerder ligt en gemak hier laten vol„ gen, een aanwijzinge, van het geen de Bon „barassen en de andere vaartuijgen, doorgaan de eene tijd meer en de andere tijd min, ijder afzonderlijk meede brengen, en weder meede neemen. Dus de 415 en wat de andere bomba„ rassen. Dus brengen de Masquetse Bombarassen mede Jamber, swavel, wierook, assafeetida poewala of Ruinas Wortel, mansjaalcana of galnooten soethout, Haijvinnen, viscar„ „men, kismis, amandelen, pastasjes, Rozewa„ ter, Glaze Coraalen klijne alkalijven, ormus zout salep, mirra gomma, Aalwe, aurum pigmentum Joetia een soort van medicijn voor oogkwaalen klijne paarlen, Chalijs, blaauw steen arabische- Gom en salpeter. En de andere Bombarassen kapok, Cattoene gaarens; zeijlkleedjes, Grove spreijen, groove Chilsen, wolle doeken, Combaarsen, Gissiapatt Niquaniassen, oelwa raad, Evriander Raad, Co„ mijn raad, mosterd-zaad, kaljang, graan Car„ „dellen een soort van voetsaame boontjes, bo„ „raks, Ajoewan, of ajuijnraad, poetjoekwortel Jerkelijn zaad, Jerkelijn, olij, amenika olij, „mosterd olij, paparakaar een zoort van zout die van Look geprepareerd werd, verkel„ raad, oerielaboonen, assasalie of sterkers zaad, salarmoniach, addewidigam wortel, frinettij of Trikoolpakonnouwstel, ammeko„ ronwontel, kargaronij wortel, aretta wortel, Jarwe annijs zaad, korkeljaan, of paarde me„ „dieijn kowij of zandel aarde, galnooten, Cossij mochase zoort, zeep, ook nu en dan Chancosen, zijnde - wat door de sibaars aange„ „bragt werd. zo meede dat de ander kleen„ zijnde een Zee-gewas, dat in Mocha en Jedda vald. Voorts brengen de sibaart van Rajapoer doorgaans mede katoe in zoort, Ruwlak, zout koriander, kowij of zandel aarde, orida, wijen en salpeter. En de vaartuijgen van Barssaloor, Manga„ dere vaartuigen aanbrengen, hoor en Manjeseram, brengen meede Rijst, ladjang, paarde boonen, Jerselijn zaad, onda boo„ „nen, zandelhout, witte drooge arreek, verse ar„ reek, Chelas, Roemaals kanjauw bladeren en Ja„ „ger kana Terwijl die van Cannanoor, Jallicherij Bada„ „gare, Calicoet, Janoor en Pannanij aanbrengen Cardamom, Jnlands ijzer, sappanhout, peelen jika boonen, kalmoets, knoftook, arretta wortel wit te Tabak frivellij witte en swarte wortel Ruuwal, Chikenij arreek en verse arreek. van Coilan, Ansjenga, Jengapatnam en Col„ letje werden aangebragt lijwaaten, Jamme rinde, Jager zuijker en Caijerdraad. Van Manapaar, Tutucorijn, kilkare kailpat„ nam werden aangebragt diverse lijwaaten als spreijen, Chitsen, rokken, kousen, kam„ baijen neusdoeken, kaatjes; Joepeties, Chelas, Roemaals, zo meede Tabak, zout, uijen, schrijf„ olas, karspittij, of inlandse zuijker. Van a die watda masque baar
English
417 Goods from Adjen brought here. Those from Maccauw. What on the other hand was transported from here to Masquetta. What other bombaras and sibaars take along. From Adjien, rosin, deodar wood, sappanwood, benzoin, patchouli, raw camphor, eaglewood, white dried areca, gambier, sago, and binding rattans. From China or Maccauw, silk of various colors, raw silk, silk fabrics, languins, sugar, spelter, quicksilver, camphor, alum, radix China, kencur root, porcelain, tea, boeijans, iron pans, star anise, musk, rat poison, rosin, copper works, silk and yarn stockings, candied ginger, parasols, all kinds of paper, even a kind of writing paper, and pedermani, a kind of medicine for eye ailments. On the other hand, there is transported back to Masquette sugar, spices, spelter, iron, steel, lead, tin, pepper, sandalwood, cardamom, woodwork, dry ginger, turmeric, nerbale beans, musk, porcelain, rice, coconuts in the husk and without the husk, eaglewood, benzoin, camphor, cubebs, patchouli, Palcatcherijse linens, cowries, coir yarn, and ditto ropes. To the other distant places by the other bombaras, sugar, spices, Japanese copper, spelter, lead, tin, quicksilver, camphor, raw Chinese silk, sappanwood, alum, What those of Barssaloor transport. alum, pepper, cardamom, Bengal silk fabrics, Chinese silk fabrics, Palcatcherijse chialauw, Bengal long pepper, and ditto root, friaat root, porcelain, cubebs, rosin, dry ginger, turmeric, coconuts both with and without husks, woodwork, arrowroot and flour, marmansjel nerbale beans, coir yarn and ropes, janaparil or whetstones, froeijta kansara, froeita maltapesie, kollenjaar or wild ginger, caliatourwood, and dry areca. To Rajapoer, spices, sugar, alum, spelter, arrowroot, coconuts in the husks and without husks. To Barssaloor, Mangaloor, and Mansseseram, spices, sugar, Japanese copper, tin, and lead, steel, spelter, Bengal long pepper and ditto root, Bengal silk fabrics, Colletjese and Manapaarse blue salempores and white caatjes, Malacca rosin, deodar wood, caliatourwood, benzoin, camphor, Chinese silk fabric, quicksilver, vermilion, Chinese iron pans, kencur root, radix China, raw silk, alum, copra oil, tamarind, honey, dry ginger, and comblemas. To Cannanoor, Jallicherij, Badagare, Calicoet, 419 And what was transported to Cannanoor, Jallicherij, Badagare, Calicoet, and other places besides. Calicoet, Janoer, and Pannanij, spices, sugar, Japanese copper, lead, tin, and spelter, camphor, benzoin, deodar wood, Malacca rosin, caliatourwood, Manapaarse and Colletjese linens, tamarind, Manapaarse onions, writing olas, jaggery, Ruuslak armozeen, Batavian arrack, Ceylonese arrack, Cochin ditto, karkapoeli fruit, sole and upper leather, magadollijs, Bengal saltpeter, cubebs, Malacca long pepper, coconut oil, comblemas, altij, and tripillij fruit. To Coilan, Ansjenga, Tengapatnam, and Colletje were transported spices, sugar, Japanese copper, iron, lead, tin, spelter, steel, cotton, as well as all the northern goods brought by the bombaras and sibaars, item paddy and rice. To Manapaar, Tutucorijn, Kilkare, Kailpatnam, Jassanapatnam, Nagapatnam, and Adjien were transported chikenij areca, coir yarn, copra, and coconuts, nerbale, sandalwood, poelensika, dry ginger, turmeric, froeijta kanssera, angely planks, and most of the northern goods brought by the bombaras and sibaars. To China or Maccauw, sandalwood, pepper, cotton, How trade is conducted here. The manner in which the Company's trade is currently conducted with the merchants is better than before. cotton, putchuk root, gum mera, gum halwe, gum olibanum, sulfur, saltpeter, ambergris, asafoetida third sort, fish teeth, elephant tusks, shark fins, fish maw, rhinoceros horn, gum arabic, Surat cambays, gingham, bedspreads, blankets, and sometimes some cloves, lead, and tin. This trade is mostly conducted by barter, and our merchants generally take care to have in stock the aforesaid return goods, both those produced here and those brought from elsewhere, and to resell the goods they take over or be able to send them elsewhere, while they take over from the Company the spices, Japanese copper, sugar, and, in a word, those articles which the Company sells, for such prices as can be agreed upon with them. The manner in which the Company's trade is currently conducted with the Company's merchants, who now bid on the entire cargo, is much better than what took place previously, for then the merchants bought no more from the Company than they could sell and had agreed upon with the traders, and thus they always had secure profits and left the Company stuck with the rest, and therefore one should them
Dutch transcription
417 goederen van adjen die hier aangebragt werden. die van Maccauw wat daar en tegen van hier na masquetta werd vervoerd. wat andere bombaras si„ baars meede neemen Van adjien, Harpuijs, Divedaarhout, Sappanhout, Bensium, paatje pat, Camphur ruwe, aquil„ hout „ witte gedroogde arreek gatte gamber, sa„ goe en bind rottangs. Van China of Maccauw, zijde diverse Coleu„ „ren, Ruwe zijde, zijde stoffaegies, Languins, zuij„ „ker spiaalter, quikzilver, Camphur alluijn radix China, Cantjoor wortel, porcelijnen, thee, boeijans, ijzere pannen, anijsbloemen, kastoerij, Rottekruijd, harpuijs, koper werken, zijde en gaarene kousens, geconfijte gember, quiper„ „sools, allerleijsoort van papier, zelfs een zoort van schrijfpapier en Pedermanij een zoort van medicijn voor oog-quaalen. —. Iaar en tegen word weeder na Masquette vervoerd, zuijker, specerijen, spiaulter, ijzer staal, lood, Chin, Peper, zandelhout, Carda, „mom, houtwerken, drooge Gember, Curcuma neerbale-boonen, kastoerij, Porcelijnen, Rijst, kokers in de schil en zonder de schil, ager, „hout, bensium, Camphur, staart peper, paat„ Japat, palcatcherijse lijwaaten, kauris, Caij erdraat en d=o touwen Na de overige verre plaatsen van de andere Bombarassen, zuijker, specerijen Japans koper, spiaulter, lood, Thin, quikzilver, Cam„ „phur Ruwe zijde Chinase, Sappanhout, al„ luijn wat die van Barssaloor vervoeren. „luijn, Peper, Cardamom, bengaalse zijde na cherij, Ba stoffen, Chinase zijde stoffen, palcatcherij„ en andere voerd „se Chialauw, bengaalse lange peper, en dito wortel, friaat wortel, porcelijnen, Haarlpe„ „per, harpuijs, drooge gember, kurkuma, ko„ kus zo met als zonder schillen, Houtwer„ „ken, koewa wortel en meel, marmansjel= „neerbale boonen, Caijerdraat en touwen, Jana„ „paril of slijpsteentjes, froeijta kansara, froci„ „ta maltapesie, kollenjaar of wilde Gember„ kalliatourshout en droog arreek. Na Rajapoer, specerijen, zuijker, alluijn. spiaulter, koewa, kokers in de schillen en zonder schillen. „Na Barssaloor, Mangaloor en Mansseseram, Mangaloor en Manjesram specerijen, zuijker, Jappans koper, Chin en lood, staal, spiaulter, bengaalse lange peper en dito wortel, bengaalse zijde stoffen, Collet„ jese en Manapaarse blaauw salem poeris en witte Caatjes, Mallaksharpuijs, Divedaar„ hout, kaliatoershout, bensiim, Camphur, Chinase zijde stoffagie, quiksilver, vermil„ joen, Chinase ijzere pannen, Cantjoorw or„ „tel, Radix China, Huwe zijde, alluijn, koppera olij, Jammerinda, Koning, drooge Gember en kommelmas. Na Cannanoor, Jallicherij, Badagare, Cali„ „coet 419 en wat na Cannanoor, Jalli„ cherij, Badagare Calicoet, tander en andere plaatsen meer ver„ „voerd werd. coet, Janoer en Pannanij, specerijen, zuij„ ker, Jappans koper, lood, Chin en spiaulter, Camphur Bensium, Divedaarhout Har „puijs malax Caliatoershout, Manapaarse en Colleljese lijwaaten, tammerinde, Man„ „napaarse uijen, schrijfolas, Jager kana, Ruus „lak armozijnen, Bataviase arrak, Ceilon„ „se arrak, Cochimse dito, karkapoelij vrugt, zool en overleer, magadollijs, bengaalse salpeter, staart peper, Mallakse lange peper, kokus olij, kommelmas altij en Tripillij vrugt. Na Coilan, Ansjenga, Jengapatnam en colletje werden vervoerd, specerijen zuij„ „ker Jappanskoper, ijker, lood, thin, spiaul„ ter, staal Cattoen, zo, meede alle de noord„ „se whaaren, die de Bombarassen en si„ baars aanbrengen, item Nelij en Rijst Na Manapaar, Jutucorijn, kilkare, kail„ „patnam, Jassanapatnam, Nagapatnam, en Adjien werden vervoerd, Chikenij arreek Caijerdraad, koppera, en kokus, nierbale, zandelhout, poelensika, droogegember kur„ „kuma froeijta kanssera, angelika planken en de meeste Noordse wharen, die de Bomba„ „rassen en sibaars aanbrengen. Na China of Maccauw, zandel, Peper„ Cattoen hoedanig den handel hier gedreeven word. de wijze, zo als 'sComp:s han„ del thans met de kooplieden gedreeven werd is beeter dan„ bevoorens. Cattoen, poetjoekwortel, Gomma mera, Gomma Halwe, Gomma olibanum, swavel, salpeter Jamber katoe assafietida 3=de Zoort, vistanden, Eliphantstanden Kaaijvinnen, visdarmen, aba„ „da Hoorn, arabische Gom, suratse Cambaijen, gingam, spreijen, Combaarsen en zomtijds wel wat, Garioffel nagulen, loot en thin. Deze Handel geschied meest in 'trocque en onze kooplieden draagen doorgaans zorg, dat ze de voorsz: Retouren, zo die hier zelfs val„ „len als van elders aangebragt worden, in voorraad hebben, en de goederen die te over„ neemen, weder verkoopen of ergens heen kun„ „nen zenden, terwijl te de specerijen, Jappans koper, zuijker en met een woord, die artikuls welke de Comp: verkoopt, van de Compever„ „neemen, voor zodanige prijzen als men met hun accordeeren kan. De wijze zo als 's Comp:s handel tans. ge„ dreeven word met 's Comp„s kooplieden die de geheele ladinge nu aanslaan, is veel beeter als die bevoorens plaats had, want toen kogten de kooplieden van de Comp: niet meer als te konden verkopen, en met de hande„ laars veraccordeert hadden, en dus hadden te altoos secuure winst, en lieten de Comp: zitten met de rest, en daarom diend men hun„ daar ren de hier me
English
421 One must always inform oneself how trade stands to the north, in order then to direct trade here accordingly. There are presently four Company merchants here. To hold to this, namely to have the entire cargo appraised for a reasonable and as advantageous a price as can be negotiated according to the circumstances of the times, except for the spices, upon which there is otherwise once and for all a fixed price. Then, to be able to know rightly how far one can stand firm on the price, and for how much the Company merchants, who, as has been said, generally trade in barter, can resell the goods, one must always accurately inform oneself how trade stands to the north; and then it is always better not to look at a single penny with the merchants, since the Company is then immediately rid of all its goods and risks nothing, because our merchants are wealthy people, which is much better than the Company sometimes being able to negotiate 1/4 or 1/8 ropia more per hundred pounds for a single parcel, and in the meantime having to remain stuck with the remnants, as has happened here more than once previously, but has no longer occurred since the year 1770. Here one has four merchants, namely two Jews and two Banyans; the Jews are named David Rahabi, son of the well-known Company merchant Ezechiel Rahabi, and Ephraim Cohen; and the Banyans are named Anta Chetty and Nannu Chetty. Ezechiel Rahabi previously bore the name of Company merchant alone. The previous rulers had considered this and begun to make changes therein. Character of Ezechiel Rahabi. Considerations regarding trade. And was virtually master of trade. The aforesaid Ezechiel Rahabi was previously virtually the only merchant here; at least he alone bore the name of Company merchant, and if this or that person, whether Jew, Canarese, or Banyan, also took some goods from the Company to sell to traders, this nevertheless took place through the channel or indeed by permission of Ezechiel Rahabi, so that this old man was virtually master of trade here, which, to tell the real truth, did not accord with the Company's interest; wherefore my predecessor, just before my arrival here, had already reflected upon this and had even begun to make changes therein, concerning which your Honours may please consult what was written from here to Batavia under date of 31 March and from Batavia hither under date of 1 October 1771, although this Jew otherwise fundamentally possessed a good and honest character, and still had much influence with the native princes and their grandees of the realm, as 423 Considerations about wanting to keep Ezechiel out of trade in his old age. Yet showed how trade should be conducted. Which he admitted, but died shortly thereafter in the year 1771. Since then, trade has been conducted with the aforesaid four merchants. To keep a balance among these merchants is necessary. one must also confess that this Ezechiel was often and in various instances of use to the Company; thus it would have grieved this old man very much if, in order to prevent dominance in trade, one had wished to keep him out of trade in his old age and in the final moments of his life, and therefore I had resolved to do this imperceptibly and by degrees, as I had indeed spoken with him more than once about this point and showed him that trade ought to be free, and that it could no longer properly be conducted as it had been conducted hitherto, and that someone who wishes to have the name of being the Company's merchant must not buy the Company's goods in parcels after he has first obtained buyers, since the Company can easily do that itself, but that a merchant must take on an entire cargo, and that no trade can be conducted without risk; and I had at the same time made him understand the necessity in general, and the convenience for himself in particular, that to this trade also this and that other person should be, as it were, introduced by him and admitted by the Company alongside him as permanent merchants of the Company; and I had the satisfaction that the old man did not contradict it, but on the contrary admitted it; but because he died in the month of October 1771, and thus even before the arrival of the first Batavian ship in my time, the reason to introduce that change gradually fell away, so that I could then direct that matter more expeditiously according to my wishes; and since then I have conducted trade with the aforesaid four merchants up to the present in that manner, although I must nevertheless confess that my predecessor had already laid the foundation for it; and it is of the utmost necessity not to employ Jews alone and also not Canarese or Banyans alone as merchants of the Company, so that neither the one nor the other nation may become master of trade, or could practice a monopoly, for the Jews, Canarese, and Banyans are considerable antagonists of one another; and although the trading Jews indeed have more means and are generally more honest than the Canarese or Banyans, the latter are again far more knowledgeable in matters of trade.
Dutch transcription
421 men diend zig altoos te informee„ de noord staat om den handel dan hier daar na te rigten. men heeft hier thans vier 's Comp:s kooplieden. daar bij te houden, namentlijk om de geheele ladinge te doen aanslaan voor een redelijke en zo voordeelige prijs, als na de tijds om„ standigheeden bedongen kan worden, behal„ ven de specerijen, waar op buijten des eens voor al een vaste prijs is Dan ons regt te kunnen weeten, hoe verre ven hoe het met den handel om men op de prijs kan blijven staan, en hoe veel 's Comp:s kooplieden die gelijk gezegd is, doorgaans in 'troeque negotieeren, de goederen weder kunnen verkopen, moet men zig al„ „loos nauwkeurig informeeren hoe het met den Handel om de noord staat, en dan is het altoos beter, op een, enkelde penning bij de kooplieden niet te zien, alzo de Comp: dan al Haar goed ten eersten quijt is, en niets risiqueerd, dewijl onze kooplieden, gegoede lieden zijn, het geen veel beter is, als dat de Comp: op de hondert pond zomtijds -¼. of — 1/8. ropia voor een enkelde parthij, meer zoude kunnen bedingen, en intusschen met de Restanten moeten blijven zitten, gelijk hier bevoorens meer als eens, dog 't zedert 't Jaar 177 „de niet meer ge-exteerd is. Hier heeft men vier kooplieden, nament„ „lijk twee Jooden en twee Benjaanen, de Jooden zijn gen„t David Rhabby zoon van den Ezechiel Rchabbij droeg bevoo„ rens alleen de naam van 'sComp s koopman. van den handel de voorige gebieders had dat ring daar in te maken. Caracter van Ezechiel Rhab„ dog verloo den bekenden Comp:s koopman Ezechiel Schabby, en Ephrahim Echen, en de Ben„ „saanen zijn gen=t Anta Chellij en Nannoe Chellij. De voorsz: Ezechiel Schabbij was bevoo„ Considera chiel in rens hier genoegzaam de eenigste koopman handel ten minsten Hij droeg alleen de naam van 's Comp:s koopman en indien deeze of geene Ozij Jood, Cannarijn of Benjaanen van de Comp: ook wat goederen nam om aan de Handelaars te verkopen, zo geschiedde zulks tog door het Canaal of ook wel bij vergun„ en was genoegzaam meester„ ninge van Ezechiel Rhabbij, zo dat die oude Man, hier genoegzaam Meester van den Handel was, het geen om de regte waarheid te zeggen met 's Comp=s belang niet Conveni„ eerde gelijk daarom mijn Antecesseur, even voor mijn komste alhier, zulks reeds gere„ „flecteerd, en zelvs daar in al veranderinge heeft beginnen te maaken, ten welken be„ gelieft lange UWEd:s natezien het geen van hier na„ gereflecteert en begon verande „ Batavia onder dato den 31. maart en van Batavia dit heen onder dato den 1: october 1771. geschreeven is, schoon deze Jood anders in den grond een braav en eerlijk Character betal, en nog al veel influentie bij de in„ „landse vorsten en dies Rijksgrooten had, ge„ lijk „bij del 423 Consideratien over dat men Eze„ chiel in zijn oudendag buiten den handel had willen houden dog vertoond hoe dat den han„ „del diend gedreven te worden „lyk men dan ook bekennen moet, dat deze Exechiel veelmaals en in verscheijde geval„ „len voor de Comp: van niet is geweest, dus zoude het dien oude Man zeer bedroefd hebben, indien men, om het meesterschap in den han„ „del te beletten, Hem in zijn ouden dag, en in de laatste ogenblikken van zijn leven, buijten den Handel had willen houden, en daarom had ik mij bepaald, om zulks ongevoelig en Gradatim te doen, gelijk ik hem dan ook al eens en andermaal over het artikul gesprooken en vertoond had, dat de Han„ „del diende vrij te zijn, en dat dezelve niet„ wel voegelijk langer zodanig kon gedreeven wor„ den, zo als ze tot nu toe gedreeven was, en dat iemand, die de naam wild hebben van 's Cons=s koopman te zijn s Comp=s goed niet bij gedeel„ tens moet kopen, na dat hij eerst kopers gekreegen heeft, alzo de Comp: zulks zelfs wel doen kan, maar dat een koopman een gehee„ le ladinge moet aanslaan, en dat 'er geen handel zonder risico kan gedreeven worden, en ik had stem teffens aldoen begrijpen de noodzakelijkheijd in 't algemeen, en het Ge„ „mak voor zig zelfs, in 't bijzonder dat tot dien Handel ook nog deze en geene andere als permanente kooplieden van de Comp: 6 quasi 't welk hij avoneerde dog over„ leed kort daar op in A„o 1771. zedert dien is met voorsz: dreeven. tevenwigt onder deze koop„ „kelijk. quasi door Iem aangeleerd en door de Comp: benevens Hem geadmitteerd wierden, en ik had het genoegen dat de oude Man het niet tegensprak, maar integendeel avoueerde, dog dewijl hij in de maand october 1771. en dus nog voor de komst van het eerste Bataviase schip in mijn tijd overleed, zo verviel de ree„ „den om die veranderinge langkamer hand intevoeren, zo dat ik dat artikul toen spoe„ „diger na mijn zijn kon dirigeeren en zedert Jvier 4. kooplieden den handel ge„ hebbe ik den Handel met voorsz: kooplie„ „den tot nu toe, op die wijze gedreeven, al„ hoewel ik egter bekennen moet, dat mijn Antecesseur reeds, den grondslag daar toe ge„ „legd had, en het is van de uijtkerste noodza„ „kelijkheijd, om niet Jooden alleen en ook niet Cannarijns of Benjaanen alleen als kooplieden van de Comp: te gebruijken lieden te houden is nood zo,„ op dat zo min de eene, als de andere Ntatie Pleester van den Mandel worde, of Thonopolie zoude kunnen, drijven, want de Jooden; Can„ narijns en Benjaanen zijn zijmelijke on„ „chagonisten van elkander, en schoon de Handel=drijvende Jooden wel meer midde¬ „len hebben en doorgaans eerlijker zijn, als de Cannarijns of Benjaanen, zo zijn de laat„ „ste in het stuk van den Handel weder vrij kundiger ver voor hand die selfde toevallen en geen maakn
English
425 treated several inconveniences. Those same and yet other incidents still exist now and then. more knowledgeable, and in all other respects much shrewder, and this is also a reason the more why one should allow these, just as little as the Jews, to become masters of the trade; and I dare say that maintaining the balance among the merchants is one of the principal requisites for properly directing the trade here. Furthermore, in the papers from previous times, several difficulties and inconveniences have been raised that either obstructed trade or made it arduous; and I also acknowledge that almost nothing is exposed to so many contingencies as the trade here, and that people here have generally had to struggle with many difficulties indeed. For at times it was the troubles to the North that were detrimental to trade; then it was impeded by pirates; then the lack of money among the merchants caused a stagnation in trade; then the importation of sugar by the Macau traders was problematic; and then again there was a lack of prompt draining of the sugar. And I also cannot deny that those same and yet other incidents now and then still exist. I must also confess that I would know of no fixed rule to prescribe how one can overcome such and other inconveniences that can be caused by the slightest circumstance. But the only and best rule that I know for this is that simple secret which in all undertakings is the best rule, namely, that one adapts to the circumstances of the times, and above all conducts the trade for the Company as if it were one's own trade, and as if one were doing it directly for one's own account. And then I assure you that one will know how to overcome all those mountains of difficulties much better than otherwise. I need not prove this further; let someone merely trade for himself, and one will see that by giving and taking, at one time a little more and at another time a little less, according to the circumstances of the times, he knows how to save himself through all difficulties, just like the one to whom, according to the proverb, the cow belongs, is the first to leap forward and seize the animal by the horns. Here I should now also speak of the 427 private trade, by which I understand that trade which the commanders here previously conducted for themselves, and the Company now conducts. However, this trade has caused me more or less unpleasantness, because the monopolists, whose way of coercing the trade here has thereby been cut off, have instilled a mistaken notion thereof in the ship's crews. For this reason, I shall explain this a little from the ground up. To that end, one ought to know that the commanders here previously generally traded, either directly in person or indirectly through others whom they employed for that purpose, whereby a kind of monopoly or coercion in trade took place, so that people only paid as much for the goods as they wished to pay for them, and the ship's crews had to let their goods go for what was offered to them, because no one else, for the sake of the commander, wanted or dared to offer money or bid on any goods. This consequently caused a secret discontent among others here, who therefore did not fail to make known to the ship's crews, if not directly then at least indirectly, that they too would like to buy the goods and even at a higher price, but that they did not dare do so in order not to displease the commander; over which the ship's crews then, as is natural, complained. However, when a commander did not trade, the ship's crews were again exposed to an even worse monopoly, which they would still experience if the monopolists, being in secret agreement with one another, had free rein again. For example: one of them then offers money, as much as has been agreed among them; the ship's crews, wishing to have a better price, at first still insist on a higher price; but then the following day a second one comes who, instead of something more, actually offers something less, just as the Jews do in Amsterdam with the sailors when they come home. And thus the seaman, under this manner of proceeding, would suffer quite as much as under the monopoly of a commander when he trades himself. At least, the price of powdered sugar here has generally been only 10, or at most 10¼, or sometimes 10½ ropias the picol, and as far as I know, not higher.
Dutch transcription
425 verscheide inconvenienten be„ handel. die selfde en nog meer andere toevallen exteeren nu en dan nog maaken. kundiger, en in alle andere opzigten, veel schranderder, en dit is ook un reeden te meer, waarom men deze, zo min als de Jooden Meester van den Handel moet laten, en ik durve wel zeggen, dat het evenwigt onder de kooplieden te houden, een van de voornaamste requisiten is, om hier den Mandel wel te dirigeeren. Voorts zijn bij de Papieren van voorige voorens g'oppert nopen den tijden verscheijde zwarigheeden en inconve„ „nienten opgegeven, die den Handel of strem„ „den of moeijelijk maakten, en ik bekenne ook, dat 'er bij na niets aan zoo veel wis„ „selvalligheeden ge-exponeerd is als de Han„ „del alhier, en dat men doorgaans hier waarlijk met veel moeijelijkheeden te worstelen gehad heeft, want dan waaren het de troubelen om de Noord, die den Han„ „del nadeelig waaren, dan wierd dezelve belemmert door de zee rovers, dan ver„ „wekte de geldeloosheijd onder de kooplieden eene stremming in den Handel, dan wat de aanbreng van zuijker door de Maccauws= vaarders Kinderlijk, en dan wederom man¬ gueerde het aan het schielijk siroopen van en geen vaste regel is daar op de de zuijker, en ik kan ook niet ontkennen dat die zelfde en nog meer andere toeval„ len de beste Regul is, dat men zen schikt en den Handel voor de Comp: drijft de Gebiede gen, om dat geld durfde onaange „len nu en dan nog exteeren, ook moet ik be kennen, dat ik geen vasten regel zoude weeten voorteschrijven, hoedanig men dier „gelijke en meer andere inconvenienten die door de geringste omstandigheijd kunnen ver„ „oorzaken, kan te boven komen, maar de eenigste en beste regel, die ik daar toe kenne is, dat eenvoudig geheim het geen in alle zig na de tijds omstandighee„ verrigtingen de beste regel is, namentlijk, dat men zig na de tijds omstandigheeden schikt, en voor al den Handel voor de Comp: drijve, als of te zijn eijge Handel zij, en als of men dezelve voor zijn eijge reekening hier direct doe, en dan verzeekere ik, dat men alle die bergen van zuarigheeden vrij beter zal wee„ „ten te boven te komen, als anders, ik behoeve dit niet nader te bewijzen, laat iemand maar eens, voor zig zelfs negotieeren, men zal zien, dat Hij met geven en neemen; de eene tijd eens wat meer en de andere tijd weer wat minder, na tijds omstandig„ heeden zig door alle moeijelijkheeden weet te redden, even gelijk iemand, wien, volgens toe het spreekwoord, de koe behoort, het eer„ ste toespringd en het dier bij de hoorens vast Hier diende ik nu ook te spreeken van den „tieerd. tot nadeel Particulieren in het Handel 427 Particulieren Handel, waar onaangenaamheeden ontmoet Handel voor de Comp: de Gebieders hebben bevoorens hier direct of indirect genego„ tieerd. tot nadeel, van de scheepelin„ gen, om dat anderen Hen geen geld durfden bieden. in het doen van den particulieren door ik versta, dien Handel dewelke de Ge„ bieders hier bevoorens voor zig zelfs gedaan hebben, en de Comp: nu doed, dog deze Handel heeft mij min of meer onaangenaamheeden gebaard, om dat de Monopolisten welken, daar door den weg afgesneeden is, om den Handel alhier te dwingen, den scheepelingen een ver„ keerd denkbeeld daar van ingeboezend heb„ ben, waarom ik dit een weijnig uijt de grond zal ophaalen sen dien eijnde diend men teweeten, dat de Gebieders hier bevoorens doorgaans genego„ „tieerd hebben, het zij direct in perzoon of indirect door andere, die ze daar toe gebruik„ „len, waar door dan een zoort van Monopolie of dwang in den Handel plaats had, zo dat men voor de goederen maar zo veel geef als men 'er voor geven wilde, en de scheepa„ lingen hun goed moesten laten slippen voor het geen Hun gebooden wierd, om dat een ander, ten gevalle van den Gebieder geen geld bieden, of eenig goed aanslaan wilde of dunde, dit baarde dus een heijmelijk onge„ „noegen bij andere alhier, die dus niet man„ „queerden, den scheepelingen zo al niet di„ reet, ten minsten indirect te kennen te ge„ van be ƒ dezelve waaren aan nog ergere Monopolie onderwor„ pen als de gebieders niet negotieerde. hoedanig dan de Monopolis en hen alzoo zeer deed zug„ ven, datze de goederen ook wel zouden wil„ „len koopen en zelfs wel voor hooger prijs, maar datze zulks om den gebieder niet te missagen niet duurden doen, waar over de scheepelingen dan, gelijk dat natuurlijk is zig beklaagden. Dog wanneer een Gebieder niet negotieerde dan waaren de scheepelingen weder geëxpo„ neerd, aan eene nog ergere Monopolie, deete als nog ondervinden zouden, wanneer de Mo„ „nopblisten het met elkander heijmelijk eens zijnde, de baan weer ruijm hadden, bij voor„ „beeld; een van Hhun bied dan geld zo veel onder Hun afgesprooken is; de scheepelingen gaar„ ne beter prijs willende hebben blijven dan ten met hen te werkgingen voor eerst nog wat op hooger prijs staan, maar dan komt den volgende dag een tweede die in steede van iets meer eijgentlijk iets minder bied, gelijk de Jooden doen in Am„ „sterdam met de scheepelingen, als deze te huijs komen, en dus zou de zeeman, onder deeze wijze van doen, ruijm zo zeer zugten als onder de Monopolie van een gebieder, wanneer Hij zelfs negotieerd, ten minsten de prijs van de poeder zuijker is hier doorgaans maar 10. of uijtterlijk 10¼. of wel eens 10½. ropias het picol geweest, en zo veel ik weet, niet hooger 1 be me ging 2 en Secun drij provisie niet ten.
English
At Batavia it is also not unknown how private trade went on here, and for that reason the Commander and the Second were forbidden from carrying on the same, with the grant of commission fees. A demonstration that this gratuity was not sufficient. higher, and this alone proves sufficiently that the ship's people now receive more for their sugar than before. Be that as it may, whether the governing officers engaged in trade forced the trade here, or indeed agreed with another for a large sum of money for which they then simply let them have their way, just as was readily offered to me after my arrival here as well, so one will nevertheless have known at Batavia how things actually went with private trade here, and from this it undoubtedly arose that the Commander and the Second were finally forbidden from engaging in trade, directly or indirectly, but in return were permitted commission money, or three per cent on the sale of the Company's trade goods, provided they take an annual oath that they have carried on no private trade, directly or indirectly. Permission to carry on private trade, which was granted. Refusal of this and request for another means of subsistence, and of what nature. Observation on this permission. But my predecessor demonstrated that this gratuity was not sufficient, as indeed it is not for a Ruler here who knows how and tries to live in a decent manner, and seeks somewhat to uphold the honour of the Nation before foreigners here, requesting therefore that he might be permitted to conduct private trade, just as all other servants here are allowed. But when their High Excellencies were to decide upon that, authority over Malabar was entrusted precisely to me, and I was permitted to conduct private trade, with the ordinary restriction of that which is contraband. Behold here an open field in which I could have struck my blow, had I held my own interest dearer than that of my Masters. But I considered that the Company actually sits here as a merchant, and that if a Ruler here may do for himself what he must do for the Company, namely trade, self-interest might at times carry him so far that he would care first for his own interest and only thereafter for that of the Company. So the then Second and present Lord Extraordinary Councillor and Director of Surat Van de Graaff, who was of the same mind as I, just as I, declined it, and we preferred to request another means of subsistence for ourselves, namely five per cent instead of the previously agreed three per cent, namely five per cent commission money on the trade goods which the Company sells. Which was granted. The field became thereby wide open for the monopolists. Project in the secret reflections to carry on trade for the account of the Company. Hearty words regarding that in the secret reflections. Proposal to the supreme government to trade for the Company, which was approved and recommended further. which the Company sells, as also on the collected pepper, which was granted to us, except for the five per cent on the collection of pepper, on which three per cent was assigned to us. Behold there the interest of the Ruler and the Second hitched to the interest of the Company, for the more trade goods and for the higher price they are sold, and the more pepper is gathered, the greater our advantage is. Yet at the same time the field was wide open for the monopolists, being in agreement with one another, to force the ship's people to a low sales price for their sugar and arak. But upon arriving here and being obliged to carry out such capital repairs to the Company's buildings and fortifications, as has already been shown, I foresaw clearly that however frugally the Company might be served in that matter, they would nonetheless cost much money, and I was even afraid that one might at times for that reason alone abandon them. I had also seen among the Malabar papers, particularly in the secret reflections of the late Lord Ordinary Councillor Schreuder, a project to conduct a kind of trade for the account of the Company as well, and to buy goods from the traders arriving here and resell them, although since then difficulties were raised from here against it and representations made, whereupon that trade was abandoned. But reading in the said reflections among others these hearty words of Lord Schreuder: "In summary, the Company can not only do everything that private persons can do, but even much more when it is faithfully served, and its affairs are treated with as much understanding and prudence as one's own," I was encouraged to attempt the same on my part, and proposed to the Supreme Indian Government to do for the benefit of the Company that which the Rulers had previously done for themselves, namely to trade, and thus to buy up certain articles here and to sell them, upon which I might believe some profit could be gained as found money for the Company. I at once made a trial of it, which succeeded very well, and was not only approved but also further recommended, and thus the monopoly here received its death blow, because the Company always paid somewhat higher.
Dutch transcription
429 op: Batavia is 't ook niet on„ met den particulieren Handel en daarom de Commandeur en secunde verbooden dezelve te drijven onder toelegging van provisie penn: aantooning dat dat douceur niet toerijkende was. hooger en dit bewyst alleen genoeg, dat de scheepelingen tans meer voor mun zuijker krijgen als bevoorens. hiet, zij nu, dat de gebieders negotieerende bekent geweest hoe dat hier den Handel dwongen of ook wel met een ander voor een gronde somma accordeerden waar voor ze dan de zulke maar Hun gang lieten gaan, gelijk mij na mijn komst alhier ook al schielijk aangeboden wierd, zo zal men egter te Batavia wel geweeten hebben hoe het Effectief met den particulieren Handel al„ hier loeging en hier door zal ongetwijffeld onstaan zijn dat den Commandeur en se„ cunde eijndelijk verbooden is, direct nog indirect Handel te drijven, maar daar en te„ „gen toegestaan, provisie penningen of drie p„rCento op den verkoop van 'sComp:s Handel„ „whaaren mits Jaarlijks den Eed doende datze direct nog indirect geen particulie„ ren Handel gedreven hebben; Maar mijn Antecesseur toonde aan, dat dit douceur niet toerijkende was /: gelijk het ook in der daad niet is voor een Gebieder alhier, die op eene honette wijze weet en tragt te leeven, en de eer van de Natie hier„ voor vreemdelingen eenigzints zoekt opte„ houden /:verzoekende derhalven, dat Hem het wil„ ging. del te mogen drijven, dat toe ge„ staan is. „gunning dermiddel van bestaan ver„ zogt en hoedanig. king om voor Project bij de baanw in verstogt om particuliere kan, het doen van den Handel zo wel mogt ge„ „permitteerd worden als alle andere dienaa„ „ren alhier, Maar toen door haar Hoog Edelhee„ „dens daar op zoude gedisponeerd worden wierd juijst mij het gezag over de Mallabaar op ge„ „draagen en gepermitteerd om particulieren stan„ „del te drijven, met de ordinaire Restrictie van het geen Contrabande is, zie hier een aanmerking over deze ver„ open veld, waar in ik mijn slag had kunnen slaan, indien ik mijn eijge belang liever ge„ had had, als dat van mijn Meesters, maar ik Consideereerde, dat de Comp: eijgentlijk hier als een koopman zit, en dat indien een Gebieder al„ „hier voor zig zelfs mag doen, het geen Hij voor de Comp: moet doen, namentlijk Negoti„ eeren, het eijge belang Hem zomtijds zo verre zoude kunnen vervoeren, dat Hij eerst voor zijn eijge intrest en daar na maar eerst voor dat van de Comp: zorge, zo dat de toen„ malige secunde en tegenswoordige Heer Ex„ tra ordinair Raad en Direkteur van Suratte van de Graaff (:die met mij van 't zelfde be„ daar voor bedankt en om een an„grip was: zo wel als ik daar voor bedank„ mid„ len en liever voor ons verzogten een ander „Namentlijk vijf pC„to del van beslaan „ in steede van de bevoorens ge„ accordeerde drie prC=to namellijk vel p Cruta provisie penningen van de handelisharen der ace die . voor de mon perticulier 431 dat g'accordeerd is. de baan wierd, daar door ruim voor de monopolisten. sepject bij de secreete beden„ particulier handel te drijven. die de Comp: verkoopt, zo meede ook van de in„ „gezamelde peper, het geen ons geaccordeerd wierd, behalven de vijf pC=to op den Jnzaam van Te„ „per, waar op ons drie p„rCento toegevoegd wierd, zie daar het belang van den Gebieder en se„ cunde geaccrocheert aan het Belang van de Comp: want hoe meerder Handelwharen en voor hoe hooger prijs, dezelve verkogt worden, en hoe meerder peper men infameld, hoe meer ons voordeel is, dog teffens de baan ruijm voor de Honopglisten om met elkander het eens zijnde de scheepelingen te dwingen tot een laage verkoop prijs van Hun zuijzer en arak Maar ik hier komende en genoodzaakt zijn„ de, zulke Capitaale Reparaties te doen, aan 's Comp:s gebouwen en fortificatien als reeds aangetoond is, zag ik wel voor uijt dat hoe zuij„ „nig de Comp: in dat artikul ook mogt bediend worden, dezelve egter veel geld zouden kosten en ik was zelfs bedugt, dat men zomtijds om die reeden alleen daar van zoude afzien, ik hadde ook bij de Mallabaarse Papieren in zon„ king om voor reek: van de Comp: derheijd, bij de secreete Bedenkinge van wijlen den Heer ordinair Raad schreuder gezien, een project, om ook voor reekening van de Comp: een zoort van Handel te drijven, en van de ƒ ƒ hartelijke woorden nopens dien bij secreete bedenking. voorslag aan de hooge regie„ ring om voor de Comp: te negotieeren e werd goedgekeurt en ange 2 recommandeert de hier komende handelaars goederen inte „koopen en weder te verkoopen, schoon t zedert van hier zwaarigheeden daar tegen gemaakt en vertoogen gedaan zijnde, men daar op van dien Handel afgezien heeft, maar bij gem: bedenkingen onder andere deze harte„ „lijke woorden van den Heer Schreuder leezen„ „de Jn somma DE: Comp: kan niet alleen alles doen, dat de particuliere kunnen doen, maar zelvs veel meer wanneer te ge„ trouw gedient word, en men haare zaaken met zo veel verstand en overleg tracteerd als zijn eijgene wierd ik opgewekt om zulks van mijne zijde eens te beproeven en sloeg de Hooge Jndiase Regeeringe voor om ten voordeele van de Comp: dat te doen, het geen bevoorens de Gebieders voor zig ge„ „daan hadden, namentlijk te negotieeren en dus zekere articulen hier intekopen, en der Monop te verkoopen, waar op ik mogt meenen eenige winst te kunnen behaalen als een gevonde geld voor de Comp:e k nam er ten eersten al een preuv van, het geen zeer wel gelukte en niet alleen goed gekeurt maar ook verder aangerecommandeert wierd, en dus kreeg de Honopolie alhier de doodsteek om dat de Comp: altijd wat de dit was tot 12. rof den van 10½ de scheep
English
433 The crew members receive up to 12. rops per picol of sugar instead; this was a thorn in the flesh of the monopolists. can give a little more than another, and because no matter how small the profit is, it is just like found money and easily taken along; for, to speak now only of the sugar, the price of it was sometimes 10½. rop:s, the same being, as has been said, generally Ropias 18. 10¼. or at most 10½. per pikel here; but according as the circumstances of the times were, I generally offered the crew members so much that no one could give so much, let alone more, for it, until I even bought the sugar from the crew members for 12: rop:s per picol at times, according as I saw that it could be given for it, and that some profit could still be made on it as well; and one would say that the crew members must now have been particularly pleased, but this trade being a thorn in the flesh of the monopolists, they made every effort to give the crew members the idea that they might perhaps be willing to give even a bit more for it, but were restrained from doing so because the Company also offers money for it, just as if one were so heartily devoted to the Company that one would not gladly hinder it in its interests. Their agitations in that regard. hindered. Truly, the Company would be fortunate if this were the main system of all the Company's servants and residents in the Indies; but it was entirely something else. Meanwhile, the crew members, who are generally accustomed to offering their permitted cargoes to the Company, had complete freedom to inform themselves of the market price of the goods and also to sell them to whomsoever they wished; but after I, together with the second in command, had finally examined the circumstances of the times and considered what we might be able to give as the utmost limit, so as at the same time to still be able to gain something on it for the Company, which after all has the advantage over private individuals in bringing ashore, warehouse rent, and the calculation of interest on capital; and after which I then authorized the second in command to present that bid to the crew members and also to honor it if they liked the price, while they then still had the freedom to inquire whether anyone else now wished to give them something more; this they then did too, but lo and behold, after a preceding maneuver, 435 Three shipmasters have discovered the snake in the grass and have declared themselves frankly about this. maneuver, namely with the shrugging of shoulders, they received this sinister answer: "Sir, I would take your sugar, but I cannot." When asked again why one cannot give a little more, the answer was again: "I would be willing to give a little more, but I cannot say so." When asked at last whether they were not permitted to buy the sugar, the conversation was cut short by saying: "Sir, I beg to be excused from declaring myself on that." I ask whether this must not cause an indelible prejudice among the crew members, and whether in this way even the most modest shipmaster could ever be talked out of the notion that nobody outside the Company dared to buy the sugar here. I know this so closely that I can even name those people, however much they believe that I do not know it; besides that, once three shipmasters who had opened their eyes and noticed what snake lay hidden in that grass declared this frankly to me, adding the tricks and evasions Remarks on this. with which people here seek to mislead and persuade the crew members to complain in Batavia to their interested parties about the coercion in selling their permitted cargoes. Truly, a fortunate coercion for the crew members, that more can be offered to them by the Company, and indeed more is offered, than by others, who must reckon with the expenses of bringing ashore, warehouse rent, and interest on their capital. From this and other things one can now easily understand that they sought nothing else than merely to make me desist from that trade, and then to leave the field of monopoly open to them, assuming that I would no longer wish to bear that hateful name among the crew members and would rather abandon that trade, as being after all only for the Company and not for myself, or at least not treat it with that seriousness as if it were my own trade, whereupon the poor sailor who has to earn his bread so dearly would open his eyes too late; but no, I have learned to do well and not look back; let the enthusiasts just try to offer a single farthing 437 Specification of that which has been gained cleanly through that trade. How much has been obtained from the sugar alone. farthing more for the sugar than the Company, and let them see whether they will not find buyers. Meanwhile, I append below a short specification of what has been cleanly gained for the Company through that trade since I began to carry it on here, and of which the specific returns have been sent yearly to Batavia. ƒ Rop:s Gained on powder sugar . . . . . . . . . . . . ƒ 60559. 14. 8. 50466. 21. - Candy sugar ditto . . . . . . . . . . . . . . 5166. 18. -. 4305. 36. - Arrack Api . . . . . . . . . . . . . . . . . 1176. -. -. 980. -. - Arrack Ceylon . . . . . . . . . . . . . . . . 1027. 4. -. 856. -. - Kapok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 63275. 2. -. 52729. 12. - Raw Chinese silk gained . . . . . . . . . . . 8387. 2. -. 6989. 12. - Spelter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2744. 14. -. 2287. 12. - Alum ditto . . . . . . . . . . . . . . . . . 3070. 10. -. 2558. 36. - Sappanwood . . . . . . . . . . . . . . . . . 1198. 19. 8. 999. 7. - Sandalwood . . . . . . . . . . . . . . . . . 5004. 6. 8. 4170. 13. - Total . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ151610. 10. 8 126342. 5. - From which it appears, among other things, that on the powder and candy sugar alone there has been gained rop:s 54772: 9, besides the sugar of this year, the return of which is only to come in around the end of August, the
Dutch transcription
433 de scheepelingen krijgen instee„ tot 12. rops voor ides: picol zuiker dit was een doorn in't vlees der Monopolisten. wat meer kan geeven, als een ander, en om dat hoe gering de winst ook is, dezelve even als gevonde geld en ligtelijk meede te nee„ men is, want om nu maar alleen van de zuijker te spreeken, zo was de prijs van den van 10½. rop:s wel somtijds, dezelve, gelijk gezegt is hier doorgaans Ro„ pias 18. 10¼. of uijtterlijk 10½. het pikel, dog ik bood de scheepelingen, na maate de tijds omstandigheeden waaren, doorgaans zo veel, dat niemand zo veel, getwijge van meer, daar voor, kon geven, tot dat ik zelfs de zuijker van de scheepelingen wel eens voor 12: rop:s het picol gekogt hebbe, na maate ik zag, dat er voor kon gegeven, en ook nog wat op kon gewonnen worden, en men zoude zeggen, dat de scheepelin„ „gen nu bijzonder in hun schik moesten geweest zijn, maar deze handel een Doorn in 't vlees zijnde voor de Monopolisten zo deeden deeze alle moeite, om de schee„ pelingen in een denkbeeld te brengen, dat zij er mogelijk nog wel wat meer voor zouden willen geven, dog daar toe gere„ tireerd zijn, dewijl er de Comp: ook geld voor bied, even als of men de Comp: zo har„ telijk toegedaan is, dat men haar niet gaarne in Haare belangens wild hin„ „derlijk hunne woelingen daar om„ trend. „derlijk zijn waarlijk de Comp: was geluk„ kig, indien dit het Hoofd Tijsthema van alle 'sComp:s dienaaren en ingezetenen in Jndien was:/ maar het was geheel iets anders, intusschen hadden de scheepelin„ „gen, die doorgaans gewoon zijn, hunne ge„ „permitteerde lasten de Comp: aantebieden volkomen vrijheijd, om zig te informeeren na de Markt prijs der goederen en dezelve ook te verkoopen aan de geene aan wie ze wilden, dog na dat ik dan eijndelijk met den secunde de tijds omstandigheeden ingezien en overlegt had, wat we wel het uijtterste zouden kunnen geven, om er dan teffens ook nog iets op te kunnen winnen voor de Comp: die het aan de wal brengen, pakhuijsgeld, en de beree„ „kening van intrest op het Capitaal, bo„ „ven particuliere tog voor uijt heeft, en waar na ik den secunde dan qualifi„ ceerde, om den scheepelingen dat bod te presenteeren en ook gestand te doen, in„ „dien hun de prijs aanstond, terwijl te dan nog vrijheid hadden om te vernee„ „men of er nu nog iemand, Hun iets meer wilde geven, dit deeden ze dan ook, maar ziet, dan kreegen ze na een voorgaande Manheuvre drie agter hier 435 drie schippers hebben den slang agter het gras ontdekt en zig hier over obenhartig verklaard. Manheurre te weeten met het ophaalen van de schouders dit sinister antwoord, Mijn Heer ik zouw uw zuijker wel nee„ men, maar ik kan niet wel weder ge„ vraagt, waarom men niet iets meer geeven kan, dan was weder het antwoord, Jk zou wel wat meer willen geven, maar ik kan dat zo niet zeggen vroeg men dan eijndelijk, of te de zuijker niet ko„ „pen mogten dan wierd het gesprek, kort afgebeeten net te zeggen. Mijn Heer ik verzoeke ge-excuseert te zijn mij daar over te verklaaren. Jk vraage of dit niet een onuijtwisbaar voor- oordeel, bij de scheepelingen moest veroorzaken en of op die wijze de bescheijdenste schipper wel ooijt uijt het hoofd te praaten was, dat hier niemand buijten de Comp: de zuijker durde koopen. Jk weet dit zo na bij, dat ik die lieden zelvs met naa„ „me kan noemen, hoe zeer te meenen, dat ik het niet weet, behalven dat wij ook eens drie schippers, die hunne oogen open gedaan en gemerkt hadden, wat slang agter dat gras verborgen zal, mij dit openhartig verklaard hebben, met bij voeginge, van de loopjes en draaijerijen waar aanmerkinge hier over waar meede men de scheepelingen hier zoekt te misleijden en te persuadeeren, om te Ba„ „tavia bij Haare ge=interesseerdens over den dwang in 't verkoopen hunner gepermit„ teerde lasten te klaagen, waarlijk uw ge lukkigen dwang voor de scheepelingen, dat hun van de Comp: meer gebooden kan wor„ „den en ook werkelijk meer geboden word, als door andere, die op onkosten van aan de wal brengen, pakhuijs geld, en intrest op hun Capitaal moeten reekenen. uijt dit een en ander kan men nu ligte„ lijk begrijpen dan men niet anders zogte, als mij maar te doen afzien van dien Handel, en dan de baan van Monopolie voor hun overtelaaten in begrip, dat ik dien haatelijke naam bij de scheepelingen niet langer zoude willen dragen en dien „handel als tog maar voor de Comp: en niet voor mij zijnde, liever laaten vaaren, ten minsten niet met dien ernst behandelen als of het mijne eijge Handel was, als wan„ neer de arme Zeeman die zijn brood zo zuur winnen moet, te laat zijne oogen open zoude doen; maar nien, ik hebbe geleerd, wel te doen, en niet om te zien, laaten de Liefheb„ „bers het maar eens probeeren een enkelde penning speci ha hoe haal 437 specificatie van 't geene door dien handel zuiver gewonnen is. hoe veel de zuiker alleen be„ haald is. penning meer te bieden voor de zuijker, als de Comp: en laatenze eens zien, of zij geen kopers zullen zijn. Jnlussen laat ik hier onder volgen een korte specificatie van het geen door dien Randel voor de Comp: zuijver gewonnen is, 't zedert ik dezelve hier begonnen heb„ „be te drijven en waar van de specificque Rendementen Jaarlijks na Batavia gezon„ „den zijn. Rop:s op Poeder zuijker gewonnen. . . ƒ 60559.14. 8. 50466. 21. - „ Candij Kuijker d=o. - . „ 5166. 18. -. 4305. 36. -. Arak Apij - „ 1176. –. -. 980. – Arak Ceijlons „ - „. 1027. 4. -. 856. - kapok. . . . . „ . . . . „ 63275. 2. -. 52729. 12. - Ruwe Chineeze zijde gewonnen „ 8387. 2. -. 6989. 12. -. „ 2744. 14. -. 2287. 12. - ƒ Spiauller - - - - - „ 3070. 10. -. 2558. 36. Sappanhout. . . . . „ . . „ 1198. 19. 8. 999. 7. Zandelhout - - - „ - - „ 5004 6. 8. 4170. 13. Somma - - - ƒ151610. 10. 8 „ 126342. 5. Alluijn. . . do Waar uijt onder anderen blijkt dat er al„ leen op de Poeder en Candij zuijker gewon„ nen is rop:s 54772: 9. behalven de zuijker van dit Jaar, waar van het Rendement on„ „der ult„o augustus eerst staat intekomen het
English
as in many other items. Since then, the lease of the import and export duties has increased, which is quite easy for the Company to take along with it, and to which Her Honour is surely just as entitled as anyone else. Aside from this, there are still so many other items of trade here, as specifically stated above, and for that reason it is also teeming with buyers and sellers here, both in wholesale and in retail. Thus it is a pleasure to see how everyone here—Jews, Moors, Canarins, Banians, Malabars, and even the Company's servants down to the pen-pushers and even lower classes inclusive—the one more and the other less, the one trading in one thing and the other in another, earns a living through trade. This now differs greatly from former times, in which monopoly prevailed here so much that practically everything was to the liking of the Commander or of his clients. Because of this, the lessee did not dare to demand his lease with that freedom as he does now, now that trade is open freely and unconditionally to everyone, which is why the lease of import and export duties has also risen greatly since then and still increases annually. And why should the Company not buy and sell here, especially in items in which Her Honour also trades, just as well as others! Partly on account of the profit to be made on it, and thereby to recover as much as possible the percentages that the Commander and the Second now enjoy from the Company's trade. And partly to keep the price of those same items—which the Company, alongside spices and slave-trading, also purposely sends here as much as the hold space permits—at a good market level, and to be able to be somewhat master of the price, if one does not wish to see monopolists spoil the market through their monopoly. Having managed to obtain those items cheaply, and thus also being able to sell cheaply again, they get rid of their goods first, and the Company is then more or less forced to follow the market that private individuals have made. And for that reason, when considering the permitted cargo of the ship's crew, the thought has sometimes occurred to me whether it would not be good if the crew were obliged to turn over their permitted cargo here to the Company, consisting precisely of those items in which the Company also trades, namely sugar and arrack, for a fixed average price on which they could always make a steady profit. However, I think that the present method is better and more advantageous for the crew, because now, depending on whether the items are high, middling, or low in price, they not only receive from the Company what another would give for it, but even more than another can give for it. Although it is at the same time a matter for consideration whether the Company, by whose ships those permitted cargoes are after all transported, should not in any case have preference at an equal bid, without being strictly bound to give slightly more than another each time. I have nevertheless generally done this to show the crew that they fare better by selling their permitted cargoes to the Company than by selling them to others. And in addition, I have attached among the appendices some extracts of letters and resolutions, marked No. 8, which further demonstrate the actual origin and resumption of the present private trade, in the trust that one will see from them with what good intention and success the same was begun and is still continued. The revenues of Paponetty and Chettua are not enjoyed by the Company at present, as long as the aforementioned conquest and fort remain in the hands of the Nabob. And since mention has been made of the revenues of what we lost during the invasion of the Nabob in the secret resolution of 5 March 1777, and also in the secret letter to Batavia of the 7th following, as well as herein under the headings of Cranganoor, Ayroor, Cartamana, and the Payencheri Nairs, I refer to those and proceed to: The revenues of the Company's remaining gardens and lands along this coast. Under the section on the Company's possessions, I have already stated where they are located and how scattered they lie. The said gardens and lands are leased out for 13,674 rupees, and that for 20 consecutive years. This is done intentionally so that the lessees—who are obliged not only to maintain them in the state in which they are, but also to plant new trees in place of old and non-fruit-bearing ones—might still have some years of usufruct from those newly planted trees before
Dutch transcription
wie in veele andere articuls zedert is de pagt van d'in en uitgaande regten g'accresseert het geen voor de Comp: nog al gemakke„ „lijk meede te neemen is, en waar toe Haar Edele immers zo na is, als een ander, be„ „halven dat hier buijten des, nog zo veele andere articuls van Negotie zijn, gelijk hier boven specifica is opgegeven, en het ook daarom hier krield van kopers en verkopers, zo in groot als in 't klijn zo dat het een vermaak is, om te zien, hoe hier ider een Jooden Mooren Cannarijns, Ben„ al Negotieeren en een broodje win„saanen, Mallabaaren zelfs 's Comp:s Die„ „naaren tot Pennisten en nog minder Clas„ sen inclusive, de eene meer, en de andere min, de eene in het eene, en de andere in het andere negotieerd, en met den Han„ „del een broodje wind, het geen thans veel verscheeld van vroegere tijden, in welke de Monepolie hier zo zeer veerschte, dat ge„ „noegzaam alles de gading was van den Gebieder of van zijne Clienten, en waar door dan de pagter met die vrijheijd, zijn Pagt, niet durvde vragen, als tans, nu den Handel vrij en onbepaald voor ieder een open is, waarom de pagt der in en uijt„ „gaande regten ook 't zedert zeer gereezen is, en nog jaarlijks accresseerd: En waar om zou de Comp: voor al articuls waar in nen. „ mit haar en niet a29 439 argament waarom de Comp: hier en verkopen zoude, in 't geen waar haar Ed: in negotieerd. ingevalle gedagten over de gepes„ in Haar Edele ook negotieerd hier zo wel niet koopen en verkoopen als andere! eendeels om de winst die is op zit, en daar door, zo veel doenlijk uijttewinnen de per„ „Centos die de gebieder en de secunde nu van 's Comp:s Handel genieten en ander„ deels om de prijs van die zelvde articuls, dewelke de Comp: benevens de specerijen en slaafkoper, zo veel de scheepsruijmte toelaat ook expres dit heen zend, op een goede markt te houden, en eenigzints meester van de prijs te kunnen zijn, als men niet zien wild, dat de Monopolis„ ten door Hunne Monopolie, die articuls niet zo wel als andere koopen goed koop hebbende weeten magtig te worden, en dus ook weder goed koop kun„ nende verkoopen, de markt bederven, Hun goed het eerst kwijt raaken, en de Compagnie dan min of meer genoodzaakt word, die markt te volgen, die particulie „re gemaakt hebben, en daarom ben ik mitteerde lasten der scheepelingen wel eens op de gedagten gevallen, of het niet goed zoude zijn, dat de scheepelingen Hunne gepermitteerde lasten, als bestaan„ „de Juijst in die articuls, waar in de Comp: ook negotieerd, namentlijk zuijker en arak aan de Comp: hier moesten over„ laaten men oordeelt egter daar omtrend/ bedenkingen over het koopen der gepermitteerde, lasten. aanwijzing van den oorsprong en hervattinge van den han„ „laaten voor een vaste gemiddelde prijs waar op te altoos vast winnen kunnen, dog ik den„ de tegenwoordige wijze de beste„ ke egter, dat de tegenswoordige wijze beter en voordeeliger voor de scheepelingen is, om dat ze nu na maate de articuls hoog medicker of laag in prijs zijn, niet alleen van de Comp: krijgen het geen er een ander voor zoude geven maar zelvs nog meer als een ander 'er voor geven kan, schoon het teffens zijne bedenking heeft, of de Comp: met welker scheepen, tog die gepermitteerde lasten overgevoerd worden, in al„ „len gevalle, bij een gelijk bod, de preferentie niet zoude mogen hebben, zonder juijst gehouden te zijn, telkens iets meer als een ander te geven het geen ik egter doorgaans gedaan hebbe, om de scheepelingen te toonen, dat ze bij het ver„ „koopen van hunne gepermitteerde Lasten aan de Comp: beeter vaaren als bij het verkoopen van dezelve aan andere. En ten overvloede, hebbe onder de Bijlagen de„ zel gevoegd eenige Extracten van brieven en Resoluties gem„t N=o 8. die den wekentlijken oorsprong en hervattinge van den tegenswoordige particulieren Handel nader aantoonen, in vertrouwen dat men daar bij zien zal met welk een goed oogmerk en succes dezelve be„ „gonnen is en tot nog voortgezet word. „del. 441 De Jnkomsten van Iaponettij de inkomsten van Paponettij en Chettua genoet de Comp: thans „oe veel de inkomsten van dragen. plicht van de pachters en Chettua worden door de Comp: tans niet genooten, zo lange voorsch: Conquest en Fort in handen van den Nabab blijft, en dewijl over de Jnkomsten, van het geene wij bij de invasie van den Nabab verlooren hebben bij secreete Resolutie van den 5. maart 1777. en ook bij secreete Brief na Batavia van den 7. daar aan, zo meede in dezen onder de posten van Cranganoor, Aijroer, Cartama, „na en de Paijencherij Nairos meldinge gemaakt is, zo refereere mij daar aan en gaa over tot De Jnkomsten van 's Comp:s overige 's Comp:s tuinen en Landerijen be, Thuijnen en Landerijen ter dezer Custe: onder het articul van 's Comp:s bezittinge hebbe reets opgegeven waar te gelegen en hoe„ „danig te verstrooijd leggen. de te Thuijnen en Landerijen zijn verpagt voor ropias 13674. –. en dat voor 20. Jaaren lang, agter elkander het geen expres geschiet, op dat de pagters (:die verpligt zijn dezelve niet alleen te houden in dien staat waar in ze zijn, maar ook in steede van oude en geen vrugtdragende boomen, weder nieuwe aanteplanten :/ van die nieuwe geplante boomen nog eenige Jaa„ „ren vrugt gebruijk zoude kunnen hebben voor
English
for their trouble and expense, and treat the said lands or gardens with attentiveness and care, knowing that they may possess them for at least 20 years. This keeping a close watch over the Company's gardens and lands does not take place everywhere, as some lessees neglect rather than improve them. For this purpose, one must repeatedly send the person who has oversight thereof, usually called here the Tree Counter, into the country, and besides this, have all gardens and lands specially surveyed once a year and have a written report submitted thereof, in order to know whether the gardens and lands are kept in a good state and further planted. It is true that it takes effort and expense to plant coconut trees here because of the multitude of cattle seen everywhere, as it is known that these animals eat nothing more gladly than the young branches of freshly sprouted coconut trees, and that as soon as a young coconut tree has had even a single bite from a cow, it languishes and cannot recover, so that if one wishes to plant young coconut trees with any certainty, one must make sufficient fences or palisades through which the cattle cannot pass. The lessees try now and then to request a deduction under the pretext of a barren year, or else that some trees have blown down, or that the crop in the field has been partly destroyed and eaten away by wild animals and partly by cattle, but this must once and for all be flatly refused, as one would otherwise be constantly exposed to such requests. It would also be unreasonable that the Company, even if accidents had indeed occurred for which Their Honours are not the direct cause, should suffer a disadvantage thereby; for a lessee who leases gardens and lands for so many consecutive years reckons on accidents of weather and wind, rain and drought, fertile and barren years. He also knows that when the crop stands in the field and begins to ripen, one uses precautions against animals according to the custom of the land. Besides this, he also knows that what is lost in one year can be won back in another, and if one year has been somewhat less fertile, such is made good again by the greater fertility of the other. It is also well known that if it has not been a profitable year, the lessees exaggerate it far worse than the actual truth is, while having good years, they speak not a word. The only thing that could be done in their favour without prejudice to the Company, if one actually knew that it had for once been a bad year, is in such a case to grant some deferment of payment in proportion to the bad harvest, but no deduction; and which deferment must also not take place except in the highest necessity, so as not to make a habit of it. But when the Company itself is the cause of accidents that cause damage, then it is equitable that one indemnifies the lessees proportionally, as happened recently at Aijkotta, Baijpin, and here near the city, where out of necessity one had to chop down trees and level the ground. There also rests in the secretariat a record of some pieces of waste lands which likewise have been given out for cultivation for some years, some more and others less, in order to lease them out also for the benefit of the Company after the expiration of those terms. Yet in this regard I must warn Your Honour about something: on the corner of Aijkotta on the west side, nature has made the land inaccessible through heavy mud. The native always hankers to obtain that ground for cultivation, since it would provide fine sowing fields; but because the strength of the post of Aijkotta would thereby be very much weakened, I must remind Your Honour by no means to give off that strip of land for cultivation. And so that no one might secretly and imperceptibly appropriate that ground into sowing land, as the natives are generally accustomed to do, I have specially ordered the Tree Counter to make clear mention in his annual report that that ground is neither built upon nor cultivated, much less surrounded with dikes. The Domains or Manorial Rights are publicly leased out here annually at the end of August, and consist of the following:
Dutch transcription
dog sommige versuimen het de boomteller moet zulx gaade slaan. moeite die er is om klapper„ bomen te doen opkomen. voor Hunne gedaane moeite en kosten, en gedagte landen of Thuijnen met oplettend„ „heijd en zorgelijk behandelen, als weetende datze dezelve ten minsten 20. Jaaren lang kunnen bezitten. Doe dit wel gaade slaan, van 'sComp:s Thuij om af nen en Landerijen heeft niet bij alle plaats alzo sommige pagters, dezelve eer verwaar„ losen als verbeteren. Hier toe moet men telkens den geenen die het toezigt daar over heeft, en hier door gaans genoemt word, den Boomteller, in het land zenden, en buijten des nog eens Jaarlijks alle Thuijnen en Landirijen speciaal laaten opneemen, en daar van schriftelijk rap„ „port doen indienen, om te kunnen weeten, of de tuijnen en landerijen in een goeden staat gehouden en verder aangeplant werden Het is waar dat het moeite en onkosten hier is klapperboomen aante planten door de mee„ nigte van koebeesten, die men over al ziet als zijnde bekent dat die beesten niets lie„ „ver als Jonge takken van vers- opgeschote kokus boomen eeten, en dat zo dra een Jon„ ge klapperboomen, maar een enkelde beet, wijl van een koebeest gehad heeft, dezelve kwijnd der en niet tot zijn verhaal kan komen, zo „slaan men te op het dat 8 443 op het verzoek van de pagters„ slaan. „wijlze wat, ze in't eene Jaar kof„ der winnen kunnen. dat men, met eenige zekerheijd Jonge klap, „perboomen willende aanplanten sufficante heijningen of paggers moet maaken waar door de koebeesten niet heen kunnen. De pagters probeeren nu en dan wel eens, om afslag, moet men geen reflectie om afslag te verzoeken, onder voorgeven van een onrugtbaar Jaar, of ook wel, dat 'er eenige boomen omgewaaijt, zijn, of dat het gewas te velde gedeeltelijk door het wild gedierte en gedeeltelijk door de koebeesten verwoest en afgevreelen is, maar dit moet eens voor al glad uijtgewijgert worden, de„ „wijl men anders telkens aan diergelijke verzoeken ge-exponeert zoude zijn en het zou ook onreedelijk zijn, dat de Comp: schoon er al eens in der daad toevallen mogten plaats gehad hebben /waar van Haar Ed: geen directe oorzaak is :/ daar bij nadeel moest lijden, want een pagter, die tuijnen en landerijen voor zo veele Jaaren agter elkander pagt, reekend op toevallen van weer en wind, reegen en droogte, vrugtbaare en onvrugtbaare Jaaren, Hij weet ook, dat als het gewas te velde staat en rijp be„ „gind te worden, men na slands wij ze pre„ men te verliesen in 't ander we„cauties gebruijkt, tegen het gedierte, buijten des zo weet Hij ook, dat als het eene Jaar wat in welk geval de pagters dienen afslag te hebben. woeste gronden die ter Culti„ veering afgegeven zijn. wat minder vrugtbaar is geweest, zulx weer door de meerdere vrugtbaarheijd, van het an„ „dere gevonden word, ook is het genoeg be„ kent, dat als het eens geen voordeelig Jaar is geweest, de packers zulx vrij erger uijt„ „meeten, als wel de wezentlijke waarheid is, terwijl te goede Jaaren hebbende, geen woord spreeken. Het eenigste dat men buij„ „ten nadeel van de Comp: in Hun faveur zoude kunnen doen, als men in der daad kennis droeg, dat het eens voor een elkelde reijs een slegt Jaar was geweest is, mun in zo een geval eenig uijtstel van betaalinge na maate van het slegt gewas te verleenen, maar geen afslag, en welk uijtstel ook niet, als bij de hoogste noodzakelijkheijd zal moeten geschieden, om 'er geen gewoonte van te maaken Maar wanneer de Comp: zelfs oorzaak is van toevallen, die schaade veroorzaken, dan is het billijk, dat men de pagters na pro„ „portie schadeloos stelle, gelijk dat ook laatst geschied is, op Aijkotta, Baijpin en hier bij de stad, alwaar men uijt hoofde van Nood„ zakelijkheijd, boomen heeft moeten om ver kappen en den grond plaineeren. Ook berust ter secretarije een aanteekeninge van eenige stukjes woeste gronden, die almeede voor 445 een stuk aangespgeld land op raeden ter Gultiveering niet af„ gegeven werden. specificatie van de Domainen voor eenige Jaaren de eene meer en de andere min, ter Cultiveeringe afgegeven zijn, om na ver„ loop van die termijnen, ook ten voordeele van de Comp: te verpagten. Dog ten dezen moet ik UWEd: iets waarschou„ de hoek van aijkotta moet om wen, op de hoek van aijkotta aan de west zij„ „de heeft de natuur door zwaare modder het land door ontoegankelijk gemaakt; de inlan„ „der hunkert alloos, om die grond ter Cultivee„ ringe te erlangen, dewijl de zelve schoone Zaije„ velden zouden geven, maar om dat de sterkte van de post Rijkotta daar door zeer verzwak„ ken zoude, zo moet ik UWEd: herinneren, om die strook gronds tog niet ter Cutteveeringe aftegeven en op dat niemand heijmelijk en ongevoelig weg, die grond zoude kunnen tot Zaaijland approprieeren, gelijk de inlanders doorgaans gewoon zijn, zo heb ik den Boom„ „teller wel speciaal gelast, om bij zijn Jaar„ „lijkse Rapport wel duijdelijk melding te doen, dat die grond niet bebouwd nog geculliveerd, veel min met dammen belegt is. De Domainen of Geregtighee„ „den worden hier jaarlijks onder ult=o aug:s Publicq verpagt en bestaan in de on„ dervolgende De 1
English
For how much they were recently farmed out. Reasons why they have successively increased. The import and export duties of Cochim. The import and export duties of Coilan. The import and export duties of Cranganoor. The transport of slaves. Beer measure. The town inn. Suri and arrack inside the town. Suri and arrack outside the town, ditto on the island of Baijpin. Tobacco farm inside and outside the town. On the island of Bendoerlij. Ditto at Cranganoor. Right of the ferry to Baijpin. Ditto to Angecaimaal. These having recently been farmed out, except for that of the transport of slaves, for 41,750 rupees, of which that of the import and export duties is the largest, and of which the King of Cochim properly enjoys half; it is actually this farm that has successively increased each year for some time now, which at the same time proves that this place is flourishing, or at least not declining, through the import and export of trade goods, especially when one considers that only five percent is paid here, which attracts many merchants here, One must ensure that the farmer does not treat the merchants badly, but the farmers must also be maintained in their rights. What one must observe concerning the farmers. so that a farmer, paying 24,800 rupees for the import and export duties after deducting his expenses and servants, means that at least 500,006 rupees worth of goods must have been brought in or transported. And because so many foreigners and merchants arrive and depart here, it is above all necessary to ensure that the farmer treats the merchants not brusquely, but politely and reasonably, as much depends on this to attract the merchants here or to make them averse to this place. But on the other hand, one must firmly support the farmer if that which is due to him is withheld from him, for the slightest leniency in that regard would soon give rise to a reduction of this farm; since it is natural that every merchant would gladly haggle off as much of the toll as he possibly can. Furthermore, one must always observe who bids for the farms, and that he be a known person; but above all, one must not allow servants of a commander or secunde or other qualified persons of any influence to become farmers, since these are sometimes feared by the community, These farmers also sometimes request a reduction, but do not receive it. How one must therefore inform them at the holding of the lease-auction. Forcing them to take farms is not good. and the people, not daring to complain about them, would leave one ignorant as to whether the merchants are being mistreated. These farmers also occasionally try to ask for a reduction, but I have once and for all warned them plainly that they must never count on a reduction from me, as long as the Company itself is not the cause of the damage they claim to have suffered; and since then I have had no more requests of that nature, nor do I know of any farmer of the Company's domains who has suffered a loss in my time. And therefore, it is good that at the lease-auctions they are reminded of this, and also that no one, out of a mistaken ambition to raise the bids, forces people either directly or indirectly to bid on a farm. I highly commend, and indeed find it necessary, to encourage the farmers in general for all farms and to show them the hope and prospect of making a profit from it, under the promise of reasonable support; but I do not consider it dealing in good faith to drive the people to it, or through other channels force them to it prematurely, for by this one makes them and their guarantors miserable. Our noble The right of the transport of slaves is collected by the fiscal. How the retrenchment ought to be regarded. Company is not served by the ruin of its inhabitants. The revenues of the farms are so well known that whoever is inclined to take the farm will make the highest bid, so as not to let another walk away with it; for one cannot demand more for it than can truly be given for it. Besides this, it does not suit the Company to levy all dues itself. However, the transport of slaves has now for several consecutive years not been farmed out, but is collected by the fiscal, as there have been no bidders for it for some time; in which collection, however, such precaution and care are exercised that the Company cannot be prejudiced by a single penny, but in fact enjoys everything that comes from it, as can be seen in further detail in the resolution of 16 September 1772 and in the letter written to Batavia under the date of 25 March 1773. With this I now proceed to the article of the retrenchment, which one is obliged to observe, not only because it is so earnestly and continually recommended to us, but also because the retrenchment is effectively
Dutch transcription
voor hoe veel ze Jongst ver„ pagt zijn. „ reedenen waarom ze succes sive toegenomen zijn De Jn en uijtgaande Regten van Cochim. De Jn en uijtgaande Regten van Coilan De Jn en uijtgaande Regten van Cranganoor. De vervoer van slaven Biermaal „ stads Herberg „surij en Atrak binnen de Stad. „surij en Arak buijten de stad, _=o op het Eijland Baijpin „jabaks pagt binnen en buijten de stad. op t Eijland Bendoerlij. „ te Cranganoor. Geregtigheijd van het veer tot Baijpin 5=o „ Angecaimaal ƒ. zijnde laatst, uijtgenomen die van der ver„ voer der slaven, bepagt voor 41750. rop=s waar van die van de in en uijtgaande regten de groot „ste is, en van dewelke den koning van Co„ „chim eijgentlijk de helfte geniet, deze pagt is het eijgentlijk, die nu zedert eenigen tijd successive Jaarlijks toegenomen heeft, het geen ter teffens bewijst, dat deze plaats door den aanbreng en afhaal van Handel=whaaren floreert ten minsten niet afneemt, inzon„ „derheit, wanneer men in aanmerking neemt, dat hier maar vijf p„r C=to betaald word, het geen veele handelaars dit heen lokt ter „lijk dier 447 men diend te zorgen dat de pag„ „lijk behandelt. dog de pagters moet in zijn regt ook gemaintineerd werden. wat men omtrent de pag„ ters observeeren moet. lokt, zo dat een pagter voor de in en uijtgaan„ „de regten na aftrek van zijn onkosten en be„ „diendens 24800. rop:s betalende dan ten min„ „sten voor 500006. ropijen aan goederen moeten aangebragt of vervoert zijn. En dewijl hier zo veele vreemdelingen en „ter de kooplieden niet kwa„mandelaars af en aankomen, zo is het voor al nodig te zorgen, dat de pagter de kooplie„ „den niet brusque maar vriendelijk, en na„ reedelijkheid handele, alzoo daar veel van af„ hangd om de handelaars hier na toe te lok„ ken of van de ze plaats afkeerig te maaken. haar aan de andere zijde moet men weder den pagter kragtetadig maintineeren als Hem onthouden word, het geen Hem toekomt, want de minste toegewendheijd daar omtrend zoude spoedig aanlijdinge geven, tot verminderinge van deze pagt; dewijl het natuurlijk is, dat ider handelaar van den Jhol, gaarne zo veel zoude afknibbelen als wij maar kan. Voorts diend men altoos, te letten wie de pagten meijne, en dat Hij een bekende zij„ maar voor al diend men niet toetestaan dat bediendens van een Gebieder of secunde of andere gequalificeerde perzoonen van eenige influentie, pagters worden, dewijl deeze zomtijds van de gemeente ontzien worden deze pagters verzoeken ook 't niet. hoe men daarom hen advertee„ ren moet bij het ouden van den verpagting hen te forceeren tot het ne„ men van pagten is niet goed„ worden, en de lieden over hun niet durvende klagen, men dan ignorant zoude blijven, of de handelaars qualijk behandeld worde. - Deeze pagters probeeren ook wel eens om zomtijds, om afslag dog krijgen afslag te vragen, maar ik hebbe hun eens voor al rond uijt gewaarschouwt, dat ze bij mij nimmer op afslag reekenen moeten, io lang de Comp: zelfs de oorzaak niet is van de schaade dieze voorgeven, geleeden te hebben, en ik hebbe ook zedert geen verzoeken van die natuur meer gehad, en ik weet ook niet, dat 'er in mijn tijd een pagter van 'sComp:s Domainen iets te kort is gekomen, en daarom, is het goed, dat men bij de verpaglingen Mun zulx herinnert en ook niemand, uijt een verkeerde eertugt om de pagten te doen reijzen, de lieden, direct nog indirect, tot het mijnen van een pagt forseert ik prijze het zeer, en ik vinde het zelvs nood„ „zakelijk, de pagters in het algemeen tot alle pagten aantemoedigen en te vertoonen de hoop en het uijtzigt om 'er bij te zullen of te kunnen profiteeren, onder belofte van billij„ ke maintencie, maar ik vinde het niet ter goeder trouw gehandelt, de lieden er toe aantezet„ len of door andere Canaalen tijmelijk daar toe, te forceeren, want hier door maakt men „tien en Hunne borgen ongelukkig, onze no „bele de gecoll Roe te de 449 de geregtigheid van den vervoer gecollicteert. Hoedanig de menagie diend te werden aangemerkt. bele Comp: is niet gedient met de ruwe van Haare ingezetenen, de Jnkomsten van de pag„ „len zijn zo wel bekent, dat de geen die ge„ „needen is, de pagt te neemen, het hoogste bod wel doen zal, om er geen ander meede te laa„ „ten heen gaan, want men kan er niet al „leen, niet meer voor vergen, als 'er waar„ „lijk voor kan gegeven worden, buijten des, zo Convenieerd het de Comp: niet om alle gereg„ tigheid zelfs te laaten heffen, egter is de ver„ voer der slaven, nu eenige Jaaren agter el„ kander, niet verpagt maar door de fiscaal van slaven word door den fiscaal gecollecteerd, dewijl nu eenigen tijd geen lief„ „hebbers daar toe geweest zijn, bij welke Collecte egter zodanig precautie en voor„ korge gebruijkt werd, dat de Comp: daar bij geen enkelde penning benadeeld kan worden, maar in der daad daar van, alles geniet wat er van komt, als nader te zien is bij rezolu„ tie van den 16. Septb:r 1772. en bij brief na Batavia geschreeven onder dato den 25. maart 1773. Hier mede nu ga ik over tot het articul van Te Menagie, dewelke men verpligt is te betragten, niet alleen om dat ons dezelve zo zeer bij Continuatie en met ernst aanbe„ voolen word, maar ook om dat de menagie effectief
English
what false economy would be and what the principal aims thereof are. It is indeed so highly necessary that no household of whatever nature it may be can subsist, provided one practices a true and not a false economy, which latter is just as harmful as the former is otherwise in the highest degree useful and necessary. For example, if for the sake of economy one wanted to reduce the military and artillerymen so absolutely low that one could no longer defend or protect the towns and forts one maintains, and the conquests from which the country's revenues are enjoyed; if one allows the Company's fortification works to fall into such decay that the moats around them silt up over time, the walls fall into ruin, and soak up so much rain that they burst and cause other major defects; if one allows the gun carriages upon the ramparts to spoil through the piercing air, rain, and sunshine, not having them tarred in proper time and having others made in reserve; if one has the gun carriages fitted with iron that is too thin, not proportioned to the shocks that the carriages must endure according to the proportion of the calibers; and 451 the careful supervision that is required therein. and finally, if one allows the Company's buildings and, in a word, the Company's goods that require maintenance to fall into such decay that the buildings begin to collapse and the defects become irreparable, then, in order to restore everything aforementioned to a good state, one is obliged to incur such considerable costs that one must shudder when thinking of it, and thus such false frugality, instead of economy, would be truly ruinous. Economy does not forbid doing what is necessary, and I even think that we would do wrong if we practiced a blind obedience in that regard, for we are supposed to have special and local knowledge of the circumstances of those places where we are. If, therefore, a certain regulation in one matter or another is made from higher authority for the sake of economy, and we are convinced in our conscience that it is truly not feasible, or that such would have detrimental consequences, and if we nevertheless so-called obey, then we would be obeying blindly, indeed even be culpable, or at least answerable, for the consequences. For I believe that it is then our duty, with modesty yet at the same time adequately, to demonstrate the reasons for the impossibility, just as experience also teaches that when one does so, reflection is given to it. At least one has then done one's duty, although with deliberation and, as they say, with some give and take, one can save more expenses than one would think, if only one means it in earnest and treats the matter as one's own. Therefore, by the so highly recommended economy, one must understand that careful and accurate supervision of the Company's effects, buildings, administrations, and further interests that we would have and exercise if it were our own household; just as a good economist, through deliberation and appropriate frugality, knows how to keep his own household running much more properly with far less money than a hireling who is indifferent about it, and who, when his account is checked, insists that it cannot be done for less. Whereas, on the contrary, he who treats the matter as 453 what one must do if one wants to properly look after it. his own, of his own accord without having to be spurred on to it, with all heartiness and pleasure observes that true economy which is also all that is desired by the Company, namely: 1. That everything be maintained in good condition through daily supervision and precaution, and not be neglected. 2. That upon the discovery of defects or decay, such be remedied at once, because such can then be done with a trifle; unless there should be defects that require major repairs, but that one then be assured and convinced both of the bad condition and of the actual necessity of such a repair. For which it is required that one chooses commissioners for this upon whom one can rely, and even sometimes takes ocular inspection thereof oneself, by which latter the commissioners become all the more attentive. 3. That what is made according to regulations for a fixed price, or repaired by contract for an agreed sum, be done properly and fulfill the purpose; that one pays more attention to the continuation thereof sufficiency and durability of a work than to the ornament, so that it is not rushed through, but that good materials are used for it, and that no payment is made before the work has been examined and found satisfactory by knowledgeable and trusted commissioners. And that, both to make the contractors and the commissioners more exact in this matter, one not only goes to inspect such works after completion, but also oneself whilst they are underway, for it cannot be told what the personal presence of a commander can effect; wherefore the proverb holds not unjustly that the eye of the master fattens the horse. 4. That when any work is done for the account of the Company outside of contract (because there may sometimes be works for which one cannot find a contractor) and the account thereof comes in, one examines the same exactly, or as much as can be examined through experience, namely, whether what has been charged for it was truly consumed for it, and also had to be consumed for it, and when one sees that
Dutch transcription
^ datf zondbof. wat verkeerde Menagie zou„ de zijn en welke de voornaamste oog merken daar van zijn. effectief zo hoog noodzakelijk is ^ dezelve dezelve geen huijshoudinge van wat natuur die ook zij, kan staande blijven, mits men eene regte maar geen verkeerde menagie oer„ „fene, welke laatste even zo zeer schadelijk is, als de eerste anders ten hoogsten nuttig en noodzakelijk is. Want bij voorbeeld, indien men om de wille van de menagie de Militairen en Arthilleris„ „ten absolut zo gering wilde bepaalen, dat men de sleeden en Forten, die men aanhoud, men en de Conquesten waar van 'slands inkom„ „sten geniet, daar meede niet defendieren nog beschermen kan, indien men 's Comp:s fortificatie werken zodanig laat verval„ len dat de gragten om dezelve door den tijd verlander, de muuren vervallen, en door de regens zo zeer inwateren datze ber„ „sten en andere Capitaale gebreeken veroor„ raken, indien men de assuijten op de wallen door de penetrante lugt, reegen en zonne schijn laat bederven, dezelve niet ter behoor„ „lijke lijd laat teeren en andere in voorraad doe aanmaaken, indien men de affuijten laat beslaan, met de dun ijzer, niet geproportio„ „neerd, na de schokken die de afsuijten na proportie der Calibers ondergaan moeten, de en daar 451 de naauwkeurige toezigt die daar in vereijscht word. en eijndelijk indien men S Comp:s Gobouwen en met een woord sComp:s Goederen, die onderhoud nodig hebben, zo zeer laat ver„ vallen, dat de gebouwen beginnen inte storten en de gebreeken onherstelbaar worden, dan is men, om alle het voor„ „schreeve weer in een goeden staat te bren„ „gen, verpligt, zulke Considerable kosten daar aan te doen, dat men schrikken moet, als men 'er aandenkt, en dus zoude zulke verkeerde zuijnigheid in steede van menaquis, regt ruineus zijn, de menagie verbiet niet het nodige te doen en ik denke zelfs, dat we misdoen zouden, indien we daar omtrent een blinde gehoorzaam„ heit oessenden, want wij worden veronder„ steld speciale en loeaale kennisse te heb„ ben van de omstandigheeden dier plaat„ „sen waar we zijn indien dus van hooger„ hand zekere bepalinge in het een of ander om de wille van de menagie gemaakt word, en wij in ons gemoed overtuijgt zijn, dat het waarlijk daar meede niet te doen is, of dat zulx van nadee„ „lige gevolgen zoude zijn, en als we dan even wel, zo genaamd obedieeren dan zoude we blind gehoorzamen, Ja selfs zelvs straf schuldig ten minsten aan„ „spreekelijk zijn, wegens de gevolgen want ik meene dat het dan onze pligt is, met bescheijdendheijd dog teffens genoeg doe nend aanteloonen, de reeden van de onmo„ „gelijkheid, gelijk de ondervindinge ook leerd dat als men dat doet, reflectie daar op gesla„ „gen word, ten minsten dan heeft men zijn pligt gedaan, schoon men met overleg, en gelijk men zegt, met wat te geven en te neemen, meer on„ kosten kan uijtwinnen, als men wel den ken zoude, indien men het maar met ernst meend en de zaak als zijn eijge behandeld. Derhalven, moet men door de zo zeer aan„ bevolene menagie verslaan, die zorgelijke en nauwkeurige toezigt op 's Comp:s effecten gebouwen, administraties en verdere belan„ „gens die wij hebben en oeffenen zouden in„ „dien het onze eijgehuijshoudinge was, even gelijk een goed Euconomist, door overleg en gepaste zuijnigheijd met vrij mindere geld vrij geschikter zijn eijge huijshouden weet gaande te houden, als een Huurling, die er onverschillig omtrent is, en wanneer zijne reek: bekeurt word, staande hout, dat het met niet minder te doen is, daar in tegen „deel de Geene, die de zaak behandeld als zijn 453. wat men aldoen moet als men die recht behartigen wil. zijn eijge, van zelfs zonder daar toe aange„ „spoort te moeten worden, met alle harte „lijkheijd en vermaak die regte menagie be„ „tragt, dewelke door de Comp: ook maar begeerd word, namentlijk. 1. Dat alles door een dagelijkse toezigt en voor zorge in een goeden staat onderhouden en niet verwaarloold worde 2. Dat bij de ontdekkinge van gebreeken of bederf, zulks ten eersten verholpen worde, om dat zulx dan met een kleijnigheijd te doen is, ten ware er gebreeken mogten zijn, die groote reparaties vereijsschen, dog dat men dan verzekerd en overtuijd zij, zo van de slegte gesteldheijd, als van de effecti„ ve noodzakelijkheijd van zo een reparatie waar toe vereijscht, dat men gecommit„ teerdens, daar toe wij kieze, waar op men zig verlaten kan, en zelfs zomtijds eens beculaire inspeclie daar van neeme, door welk laatste de gecommitteerdens des te attenter worden. 3. / Dat het geen of volgens reglementen voor een bepaalde prijs gemaakt, of bij aan„ besteedinge voor een ge-accordeerde som; gere „pareerd word, behoorlijk geschiede en aan het oogmerk voldoe, dat men meer op de sufficantheid vervolg daar van sufficantheijd en duurzaamheid van een werk lelle, als op het Cieraat, dat 'er dus niet over heen geloopen werde, maar dat er goede materialen toegebruijkt worden, en dat er geen betaalinge geschiede, voor dat het werk door kundige en vertrouwde gecommitteerdens ge examineert, en wel bevonden zij, en dat men zo om de aanneemers, als om de gecommit„ teerdens in dezen ook te exacter te doen zijn, zulke werken niet alleen na de voltooijin„ den ge, maar geduurende, dat dezelve onderhand zijn, ook zelfs eens Gaa bezien, want het is niet te zeggen wat de personeele tegen„ woordigheijd van een Gebieder kan uijtwerken waarom het spreekwoord niet ten onreg„ le geld, dat het oog van de meester, het paart vet maakt. 4. Dat wanneer eenig werk, voor reek: van de Comp: gedaan word buijten aanbesteeding /:om dat er zomtijds werken kunnen zijn de waar toe men geen aanneemer vinden kan en de reek: daar van inkomt, men dezelve efact nagaa, of zo veel door de ondervindin „ge kan nagegaan worden, namentlijk, of het geen daar voor opgebragt is, ook waar„ „lijk daar toe verbruijkt is, en ook toe heeft, moeten verbruijkt worden, en als men ziet dat
English
455. Example relative to economy. that it has been hacked into with a heavy axe, thus convince one of his dishonest manner of proceeding, and after serious reprimand or correction, according as the matter requires, cause an improved account to be handed over. 5. That no expenses whatsoever be incurred for the Company unless they are effectively necessary and unavoidable, so that no money is permitted to be disbursed from the Company's treasury except with the consciousness of its necessity, just like someone who, giving his own money for something, is aware that he has had what was necessary for it. At least a good economist who has a house built or repaired, or who keeps a close eye on his household, or who carries on trade and receives the bills for one thing and another at home, will do so, and not otherwise. Let one but suppose that we ourselves carry on a trade in company with some persons, that for that purpose we have some vessels, also here and there warehouses, and factors or agents, at the place whereto we send goods and again have goods purchased, and that we give the factors or agents a certain payment, be it a fixed salary And applicable to the Company's servants. or commission money, provided they render proper accounts and settlement of balances. I ask impartially whether, upon examining our accounts, we would permit ourselves to be disadvantaged by our servants, whom we pay honestly and even afford ample opportunity to earn an extra penny outside of that in our service, whether in the repairing of our ships or warehouses, or in trade; and whether we would not carefully investigate whether the repairs could not have been done for less, whether the goods sent were effectively sold for as much, and those purchased were also truly purchased for as much as is stated in the account. Which factors or agents could take that amiss! We too are such factors and agents of the Company, and besides our fixed salary from the Company we also have some other income, some more, others less, according as one is placed, and therefore the Company rightfully demands that one also serve Her as honestly and frugally as anyone in private life is obliged to serve his principal; and if our Company might be served in that manner everywhere, then it cannot 457 Necessity that a commander keeps an eye on everything. fail but that Her interests must in general prosper, and then in individual cases the greater or lesser success of Her interests will merely depend upon the somewhat greater or somewhat lesser understanding, insight, and deliberation of one minister over another, it being known that Providence has not granted everyone an equal amount of talents. It is true that one who holds authority somewhere cannot well be required to go and inspect everything in person, but that notion of authority is merely an imagined grandeur. How many a gentleman of the first standing and of great means who has a house or garden built does not have the inclination to go and inspect it himself constantly. Yea, I am also quite willing to admit that it were to be wished for a chief commander, and that it also ought to be so, namely that he could suffice with having everything reported to him and, according to the reports he receives, make his dispositions, just like someone who has a good watch lets every wheel go its way, and seeing that the movement goes either too fast or too slow, merely sets it Irregularity regarding the distributions that took place here. a little forward or backward. I say once again, it were to be wished that such could also take place in the household of the Company in such a manner that one could rest assured upon all reports, that every wheel worked properly, yea, that everyone did his duty in what he is obliged to do. But experience teaches that even with the most meticulous supervision, and examining everything as if with eagle eyes, one still cannot entirely prevent improprieties from occurring. Yet on the other hand, one ought also to be able to turn a blind eye, as they say, and let people profit a little through industry, deliberation, and frugality in their office, even if one were to lend them a helping hand in it, provided one only does not allow the Company to be disadvantaged. I spoke just now of works and repairs carried out for the Company, either according to provisions under regulations, or for a sum agreed upon by tender, concerning which I still have something to mention. With regard to the regulations, it should be noted that here, although indeed not all, but nevertheless
Dutch transcription
455. voorbeeld betrekkelijk tot de Menagie dat 'er met de grove bijl ingekapt is, zo een van zijne oneerlijke wijze van doen, overtuijge, en na serieuse recommandatie of Correctie na maate de zake het ver„ „eijscht, een verbeelerde reek: doe overleveren. 5. / Dat men geen kosten hoe genaamt voor de Comp: doe, als die effectief nodig en onvermij„ „delijk zijn, zo dat men geen geld uijt 's Comp:s kas laat verstrekken, dan met bewustheid van dies noodzaakelijkheijd, even als ie„ „mand, die zijn eijge geld voor iets gevende kennis draagt, dat Hij het nodige, er voor gehad, heeft. sen minsten een goed en conomist die een Huijs laat bouwen, of doed repareeren of zijn Huijshoudinge wel gaade slaat, ofte Negotie drijft en van het een en ander de reekeninge te huijs krijgd, zal, zoo doen, en niet anders. Men veronderstelle maar eens, dat we zelfs met eenige perzoonen eene Negotie in Comp: doen, dat we daar toe eenige vaartui„ „gen, ook hier in daar pakhuijsen, en Fac„ „toors of gemagtigdens hebben, ter plaats waar we goederen na toe zenden en weder goederen laaten inkopen en dat we de Factoors of gemagtigdens, eene zekere betaa„ „linge geven; het zij een vast tracte ment erk 1 en toepusselijk op 's Comp:s dienlaren. „ment of provisie penningen, mits doende behoorlijke reek: en reliqua, ik vraage on„ „partijdig, of wij bij het nazien van onze reek: wel zoude toelaaten, dat we door onze bediendens, dewelke we eerlijk betalen en zelvs nog al gelegentheijd geven om in onzen dienst buijten des nog een stuijvertje te verdienen, benadeeld werden, het zij bij het repareeren van onze scheepen of Pakhuijzen, of in den han„ „del, en of wij niet naauwkeurig zouden nagaan, of de reparaties niet met minder te doen wa„ ren geweest, of waarlijk de verzondene goederen effectiev voor zo veel verkogt, en de ingekogte ook waarlijk voor zo veel ingekogt zijn als bij de reekeninge opgegeven is, welke Factoors of gemagtigdens zoude ops dat qualijk kunnen neemen! zulke lactoors en Gemagtigdens van de Comp: zijn wij ook en wij hebben buijten ons vast tractement van de Comp: ook nog al eenige ander inkoo„ men, de eene meer de andere min, na maa„ te men geplaatst is, en daarom pretendeerd de Comp: met regt, dat men Haar ook zo eerlijk en menagieus bediene, als iemand in 't particulier verpligt is, zijn princi„ paal te dienen en als onze Comp: op die„ wijze over al mogt bediend worden, dan kan het 457 Noodzakelijkheid dat een het niet missen, of haare belangens moe„ „ten over 't generaal welgaan, en dan zal in enkele gevallen het meerder of minder succes van haare belangens, maar depen„ „deeren, van het wat meerdere, of wat min„ „der verstand, door ligt, en overleg van den eenen Minister boven den anderen, als be „kend zijnde, dat de voorzienigheijd, ijder een niet, even veel talenten verleend heeft. „let is waar, dat iemand, die het gezag er„ gebieder het oog op alles laat, gens heeft wel niet te vergen is, juijst na alles in perzoon zelve te gaan zien, maar dat denkbeeld van gezag, is maar een inge „beelde Grootsheijd, hoe menig Heer van het eerste aanzien en van veel middelen die een huijs of Thuijn laat bouwen, heeft de liehebberij niet, om 'er geduurig zelvs eens na te gaan zien. Ja ik wil ook wel be kennen, dat het voor een Hoofdgebieder te wenschen was, en dat het ook zo diende te zijn, namentlijk dat Hij volstaan kon: met zig van alles rapport te laten doen en na maate van de rapporten, die Hij krijgt, zijne disposities te neemen, gelijk iemand die een goed horologie heeft, ider raad zijn gang laat gaan, en ziende dat het uurwerk of te gaauw of te langzaam gaat het gaan. Jrviguleriteit omtrent de ver„ strekkingen die hier plaats had. het zelve maar een wijnig voor of agter uijt tot, ik zegge nog eens het was te wen„ „schen, dat zulx in de huijshouding van de Comp: ook zodanig kon plaats hebben, dat men op alle rapporten gerust staat kon maa„ ken, dat een ijder rad behoorlijk werkte, Ja dat een ijder in het zijne deed, wat hij doen moet, maar de ondervinding leert, dat men zelfs met de naauwkeurigste toezigt, en als niet arends oogen alles na te gaan, nog niet ten eenemaal voorkomen kan dat 'er onhebbelijkheden geschieden, dog dan diend men aan de andere zijde ook wel te kunnen zien, dat gelijk men zegd, de zon in het water schijne, en dat de lieden door indus„ trie overleg en zuijnigheijd, bij hunne be„ „dieninge wat profiteeren, al zoude men hun zelfs daar in de behulpsame hand bieden mits men maar niet toelaat dat de Comp: benadeeld worde. Ik sprak daar even van werken en repara „ties, die voor de Comp: gedaan worden of vol„ „gens bepalinge bij Reglementen, of voor een bij aanbesteedinge geaccordeerde som, waar omtrend ik nog iets te melden hebbe. Met betrekkinge tot de reglementen, zo diend dat hier schoon wel niet alle, maar egter tot regt bij niet pa
English
459 To prevent which, by which the administrators specified. however, most provisions and further daily necessities, as well as the accounting and/or specifications of minor administrators, were done quite arbitrarily, or at least irregularly and unequally to one another, and sometimes in such a manner that one could hardly make sense of it, while in the matters that were fixed, there was still room for reduction upon proper deliberation; so that I inquired carefully into what, on the one hand, could effectively be spared, and on the other hand, what could not be dispensed with, whereupon I drafted regulations, regulations have been drafted and thereby, as far as was possible, established a fixed arrangement for everything in the management, both here and at the outer offices, according to which the provisions and accounts could be directed, and according to which regulations every minor administrator can now know how he has to conduct himself in his administration, and what everyone can get by with, not strictly defined, everything is truly not calculated to the very narrowest margin, for just as the Divine law forbids muzzling an ox that treads the corn, so a servant of the Company cannot and must not be so strictly constrained that he, How much was previously paid for a what is now paid for it. prices of the separate parts thereof. he, through thrift and good management, might not profit somewhat, provided it is acceptable and can bear the scrutiny of a good conscience, and thus the aforementioned regulations were introduced by resolution of 16 September 1772, and inserted verbatim, as well as approved by Their High Excellencies by letter of 30 September 1773. In the regulation for the overseer of gun carriage here, and the Artillery, there is something of which I must make mention in this document; there was no fixed rate here for the manufacturing of gun carriages, and the carriages, large and small reckoned together, excluding the ironwork, cost the Company over one hundred rupees, which appeared to me to be far too much, and was also proved to be so, since it was subsequently undertaken to make them from the strongest and most durable timber found here, called Jackwood, for 50 rupees on average, and indeed each part thereof separately, because sometimes a carriage is still good, and lacks only an axle or a wheel; thus for a carriage without axle or wheels 20 rupees is paid, for an axle 5 rupees, and for each wheel 12½ rupees. But because I once noticed that they did not give the proper curve and width to the side cheeks according to the caliber, and that out paid 200 that 461 be paid. precautions that must be taken, that a gun carriage is properly fitted with ironwork. that cracked wood had also once been used, which might happen more often in the future, because narrow and cracked wood does not cost as much as broad and sound wood; therefore, in order to be certain once and for all that the gun carriages are made not only to the required dimensions, but also of good and sound wood, orders were given not to pay for any carriage, whether in whole or in part, before the same has been expressly examined by knowledgeable officers how the inspection of the gun carriages is carried out before they are to be against the model of each caliber, and the wood itself well inspected, and being found in good order, and not otherwise, branded with a gauge mark, which latter is done because in the blacksmith's shop there is also an order not to accept, much less to fit with ironwork, any unbranded artillery goods, while a written report of the inspection is submitted, on the back of which report the payment warrant is only then written and signed; and one should not deviate from this custom, or one runs the risk that carriages will be made that could not withstand 25 shots, and derive their strength solely from the ironwork. And in the regulation for the blacksmith's shop there is also something that I cannot pass by without saying something about it separately: in that regulation, the iron for fitting the carriages is also fixed according to the caliber, because this item was also so arbitrary that practically twice as much iron was used or charged as was necessary; but so that now, conversely, not too little iron, or rather said, less iron than the specification allows, would be used on it and yet the specified amount charged, whereby a carriage would be as good as useless. One must also pay close attention to this, since the vigilance of the ordinary commissioners is not always sufficient for it; therefore, the commissioners should continually be earnestly recommended that, although such things cannot be precisely determined in the working, and a pound more or less does not matter, they nevertheless do not allow the iron to be riveted to the carriages before they have seen it weighed; and because this is a matter of such importance, it is not amiss that, in order to accommodate the commissioners and the overseer,
Dutch transcription
459 tot voorkoming van 't welke bij welke de administrateirs paald. egter de meeste verstrekkingen en verdere dage„ „lijkse benodigtheeden, zo meede de reekening en of specificaties en mindere administrateurs al vrij wat willekeurig, ten minsten irre„ „gulier en ongelijk aan elkander gedaan wier„ „den en zomtijds zodanig dat men er bij na niet wijl uijt worden kon, terwijl er in de dingen die bepaald waren; bij goed overleg nog wel wat te verminderen was; zo dat ik mij naauwkeurig informeerde, waar meede het aan de eene zijde effectief al, en aan de andere zijde, weder niet te stellen was, waar op ik reglementen geformeert reglementen zijn geformeerd en daar bij op alles voor zo verre zulx moge„ „lijk was, in de huijshoudinge, zo hier als op de buijten Comptoiren een vaste schikkinge gemaakt hebbe, waar na de verstrekkingen en reekeningen konden gerigt worden, en volgens welke reglementen een ider min„ der Administrateur nu weeten kan, waar na hij zie in zijn administratie te gedraa„ gen heeft, en waar meede een ijder uijt kan, niet ten naauwsten zijn be, alio alles ook waarlijk niet op zijn aller naauwst berekent is, want gelijk de Godde„ lijke wet verbied, een Dorssenden of te muil„ „banden, zo moet en kan ook een Dienaar van de Comp: niet zo strikt bepaalt worden, dat Hij Hoe veel men bevorens voor een mener nu voor betaald. kiszen van de afzonderlijke deelen daar van. Hij bij zuinigheijd en goed overleg niet iets profi„ „teere, als het maar door den beugel en de vraage van een goede Concientie veelen kan, en dus zijn voorschreeve Reglementen ter Resolutie van den 16. 7ber: 1772. ingevoert, en bewoordelijk g'insereert zo meede door Haar Hoog Edelheedens bij briev van den 30. September 1773. geapprobeert Bij het Reglement voor den opziender van afuit hier heeft betaald, en wat de Arthillerij, is iets, waar van ik in dezen diene te melden, op het aanmaken van af„ fuijten was hier geen bepalinge en de affuijteno groote en klijne door elkander gereekend buijten het beslag, kwamen de Comp: te staan over de hondert ropias, het geen mij al te veel voorquam en ook gebleeken is, dewijl men zedert aannam dezelve van het sterkste en duurzaam hout dat hier valt genaamt Jekkenhout, voor 50. ropijen door elkander te maaken, en wel ijder deel daar van afzonderlijk, om dat somtijds een affuijt nog goed is, en er alleen maar of een as of een wiel aanmanqueerd dus word voor een afuijt zonder al of wielen betaald rop:s 20. voor een ast 5. ropijen, en voor ider wiel 12½. ropijen maar om dat ik eens gemerkt had, dat men de behoorlijke bogt en breette niet gaf aan de zijwangen na maate van het Caliber en dat buiten taald 200 dat 461 taald worden. voorzorge die men gebruiken moet, dat een affuit wel beslagen word. dat er ook eens gescheurd hout gebruijkt was, het geen zomtijds meer zoude kunnen ge„ „schieden, om dat smal en gescheurde hout zo veel niet kost, als breed en gaafhout, zo is om eenmaal verzekert te zijn, dat de affuijten niet alleen na de vereijschte maat, maar ook van goed en gaaf hout gemaakt worden, order gegeven, om geen af„ „fuijt het zij geheel of gedeeltelijk te belaten alvoorens het zelve door kundige officiers hoedanig de bezigtiging der af tegen het model van ider Caliber expres g'exa„ buiten geschied voor dat te be„mineerd, en het hout zelve wel bezigtigd, mitsgaders wel bevonden zijnde, en ook an„ „ders niet, met een ijker gebrand werde, welk laatste geschied, om dat op de smitswinkel ook order is, geen ongebrande arthillerij goe„ „deren, te accepteeren veel min; te bestaan terwijl van de visilatie en schriftelijk rapport inkomt, op den dorso van welk Rap„ „port, dan eerst de ordonnantie van betalinge geschreeven en geteekend word, en van die usantie diend men niet aftewijken, of man loopt gevaar, dat 'er affuijten gemaakt wor„ „den die geen 25. schoolen zoude kunnen uijthouden, en eenelijk hare sterkte door het beslag hebben. En bij het Reglement voor de Smits win„ kel „kel is ook iets, het geen ik niet voor bij kan gaan zonder daar van iets afzonder„ „lijk te zeggen: bij dat reglement is het ijzer tot het beslaan van de affuijten na maate van het Caliber ook bepaalt, om dat dit articul ook zo willekeurig was, dat 'er ge „noegzaam eens zo veel ijzer toe gebruijkt of opgebragt wierd als nodig was, maar op dat nu weder niet al te weijnig ijzer ofer lie „ver gezegt minder ijker; als de bepaalinge toelaat, daar aan zoude verbruijkt en even wel het bepaalde opgebragt worden, waar plia door dan een affuijt zo goed als onbequaam zoude zijn; De diend men daar ook wel op„ „teletten, dewijl de voorzorg van ordinaire gecommitteerdens daar toe niet altijd sus„ „ficierd, derhalven diend, men de gecommit„ „teerdens bij Continuatie ernstig te recom„ „mandeeren, om schoon diergelijke dingen in het bearbeijden de naauw niet te bepalen zijn, en het ook op een pond meer of min niet aankomt, egter niet toetestaan dat het ijzer aan de afsuijten geklonken word, alvoorens zij het hebben zien wegen, en om kend dat dit een articul van zo veel aangelee„ „gentheijd is, zo is het niet quaad, dat men om de Gecommitteerdens en den opziender nee ten En duurde van te gemoed
English
463 things that are not yet in the regulations and might later still be required, can be added to them as additions. And if over time some items should become more expensive in price, to accommodate. To make the smithy attentive and cautious in this regard, occasionally have the ironwork reweighed by extraordinary commissioners, or also sometimes have the ironwork of a gun carriage struck off and reweighed. This does not strictly need to be done often, as long as it happens now and then unexpectedly, so that it cannot be counted upon. However, cases may occur which either escaped attention during the making of the Regulations or have taken place since the introduction of the regulations, but then it goes without saying that regarding such items a further determination must be made, as has indeed happened repeatedly by Resolutions by way of addition to those Regulations, all of which regulations, together with the additions made since, are to be found in a separate bundle kept at the secretariat. There may also be items where the administrators in time, due to dearness or the rise in price both of materials and other necessities, would come out too short, but when one is convinced of this, The accounts must first be examined at the trade office. How one must act regarding the entries that are not determined by regulation. is, then it is no more than fair to grant a temporary increase in that regard, but also only by Resolution, provided this also ceases again as soon as the reason for that change ceases. However, I have not yet been brought to that necessity, and one must also avoid changing regulations as long as is at all possible, as one is otherwise continually exposed to all kinds of attempts. Furthermore, one must ensure that the accounts, having first been handed in at the Trade Office, are examined by the Head Administrator and confronted with the ordinances or regulations to know whether they fully agree with them; at least I have always required of the Head Administrator to write in the margin of each entry: agrees either with the regulation or with the written ordinances or as the entries are, and then subsequently to sign for it. But since there are items that one cannot confront with the regulations or ordinances and are only stated by the administrators in good faith, and beside which the Head Administrator then also can write nothing else than according to what has been stated, then. 465 As for example the returning of salutes of ships. Therefore one must inspect such items more closely, or rather issue such orders that no excesses can take place; for example, in the administration of the Artillery, in the recording of salute shots, which shots one could indeed have examined against the daily register in which is generally recorded the number of ships that arrive and depart here every day. But because not all ships salute, and pursuant to the Batavia Resolution of 24 August 1772 no ships are returned a salute except only King's ships, English Company ships, and ships sailing under our flag, I have since ordered that as often as a salute is fired, this shall be recorded in a booklet at the Main Guard, with notification of the number of shots, since a report is always made by the Main Guard regarding those things. This booklet is then handed over to the Head Administrator when the Artillery account comes in, to see whether the recorded salute shots agree with the reports of the Main Guard, whereupon is written next to it: And coolies with the master of the equipage in extraordinary cases. written: agrees with the reports of the Main Guard. Another example of the equipage: the Master of the Equipage has his fixed number of coolies, or rather he may, according to the regulation, record a certain number of native sailors and coolies daily, with whom he performs the ship and yard service, as well as the loading and unloading of the ships, and carries out the regular dispatch of necessities to the outposts along the river. If he proceeds with deliberation in this, namely that he only employs as many native sailors and coolies as the work is more or less busy, then he can manage very well with the allowance. But when the dispatch of necessities to the outposts occurs much more than ordinary, as has happened since the Nabab attacked our possessions and consequently many more people are stationed at Cranganore and Ayacotta than before, whereby the transport of provisions and ammunition goods across the river continuously takes place incomparably more than before, then it goes without saying, since the aforementioned regulations are only calculated and fixed for ordinary and not extraordinary times, that the Master of the Equipage
Dutch transcription
463 dingen die bij de reglementen nog nief staan en naderhand nog mog„ ten vereijsschen, kunnen als am„ „pliaties daar bij worden gevoerd. En zo 'er in den tijd eenige articuls duurder in prijs mogten worden te gemoed te komen. van de smeederije hier in attent en behoed„ „zaam te doen zijn zomtijds eens een beslag door extra ordinaire gecommitteerdens, laat naaweegen, of ook wel eens het beslag van een afuijt laat afslaan en doen naweegen dit behoeft juijst niet dikmaals gedaan te worden, als het maar nu en dan eens onverwagt geschied, dat er niet op kan geree„ „kend worden. Eeter kunnen er gevallen voorkomen die bij het maken van de Reglementen of de attentie ontslipt zijn, of zedert de invoe„ ringe van de reglementen plaats gekreegen hebben, dog dan spreekt het van zelfs, dat omtrend zulke articuls eene nadere bepalinge moet gemaakt worden, gelijk dat dan ook eens en andermaal bij Reso„ luties geschied is, bij wijze van ampliatie op die Reglementen alle welke reglemen„ „ten benevens de 't zedert gemaakte ampli„ „aatsies te vinden zijn, in een apparte bon„ del ter secretarije berustende; — Ook kunnen er wel articuls zijn die iend men de administrateurs met er lijd wegens duurte of het reijzen in prijs 2o van Materialen als andere benodigtheeden te bekrompen zouden uijt„ komen, dog als men daar van overtuigt is de reek:s moeten op het negotie Comptoir eerst g'Examineerd wer„ hoe men handelen moet om„ trent de posten die bij regle„ mentet niet bepaald zijn. is, dan is het niet meer als billijk, eene temporele vermeerderinge daar omtrent te accordeeren, dog ook niet, als bij Resolutie mits zulx dan ook weder Cesseere, zo dra de reeden van die veranderinge Cesseert, egter ben ik tot die nood„ sakelijkheijd nog niet gebragt, en men moet ook het veranderen van reglementen vermijden is lange maar eenigsints mogelijk is, alzo men anders geduurig aan allerlije tentamens ge„ „exponeerd is Voorts diend men te zorgen, dat de reeke„ nings eerst ten Negotie afgegeven, door den Hoofd- administrateur g'examineerd en tegen de or„ donnanties, of reglementen geconfronteert wor„ „den om te weeten of dezelve daar meede in alles accordeeren, ten minsten ik hebbe al„ „toos van den Hoofd=administrateur gevergt in margine van ijder post te stellen, accor„ deerd of met het reglement of met de schrif„ telijke ordonnanties of zodanig als de posten zijn, en dan vervolgens daar voor te teekenen. Maar dewijl er articuls zijn, die men niet tegen de reglementen of ordonnanties kan Confronteeren en maar door de administrateurs op hun goed geloof opgegeven worden, en waar nevens de Hoofd administrateur dan ook niet anders stellen kan, als volgens opgevol dan den. 465 als bij voorbeeld het resuteeren. van scheepen. daas diend men zulke articuls naauwkeu„ riger natezien, of liever zodanig ordres te stellen, dat 'er geen exceslen in kunnen plaats hebben; bij voorbeeld, in de administratie van de Arthillerij, bij het opbrengen van salut schooten, welke schooten, men wel zoude kunnen laaten examineeren, tegen het dag register waar bij doorgaan bekend staat, het getal der scheepen, die idere dag, hier af en aankomen, maar om dat alle sche„ pen niet salueeren, en ingevolge Bataviase Resolutie van den 24. Augustus 1772. ook geene scheepen geresalueert worden, dan alleen 's konings scheepen, Engelse Comp: scheepen en scheepen die met onze vlag vaaren, zo heb ik zedert order gegeven, dat zo me„ „nigmaal is gesalueerd word, zulx aan de Hoofdwagt, in een boekje aangeteekend wor„ „de, met bekend stellinge van het getal der schooten, dewijl tog van de Hoofdwagt altoos nopens die dingen rapport gedaan word, welk boekje dan aan den Hoofd= administrateur afgegeven word, wanneer de reekening van de Arthillerij binnen komt om te zien of de opgebragte salut schooten accordeeren, met de rapporten van de Hoofdwagt, als wanneer daar nevens ge„ schreven En Coelijs bij den Equipagiemees„ „schreven word accordeerd met de rapporten van de Hoofdwagt Nog een ander exempel van de ter bij Extra ordinaire gevallen E quipagie de Equipagiemeester, heeft zijn vast getal Coelijs, of eijgentlijk Hij mag volgens 't reglement 'sdaags een zeker getal inland„ „se Mattrosen en Coelijs opbrengen, waar meede Hij de scheeps en werfdienst, benevens het lossen en laaden der scheepen verrigt en de vaste verzendinge van benodigthee„ „den na de buijten posten, langs de revier doed: als hij hier in met overleg te werk gaat, namentlijk dat Hij maar zo veel inlandse Mattroosen, en Coelijs gebruijkt na mate het werk meer of mindruk is, dan kan Hij met de bepaalinge ruijm uijt, maar wanneer de verzendinge van benodigtheden na de buijten posten veel meer als ordinair voorvalt, gelijk zedert de Nabab onze bezittinge aangetast heeft, en er dus te Eranganoor en Mijkotta veel meer volk als bevoorens legt waar door het trans „port van provisie en ammonitie goederen over de revier bij Continuatie ongelijk meer als bevoorens plaats heeft, dan spreekt het van zelfs, dewijl voorschreeve reglementen maar bereekend en bepaald zijn, op ordinaire en niet extra ordinairen tijden, dat de Equ pagiemeester
English
467. paymaster may charge extraordinary coolies for that, provided that he specifies how many each time and also on which day, but to be certain now that not too many coolies are charged for it, the Chief Administrator should confront those entries with the bills of lading of the successively dispatched goods, whereby one can see not only that the dates agree, but also that the number of coolies charged is more or less proportioned to the size or smallness of the vessels or also to the bulk and quantity of the dispatched goods, since these are specified in the bills of lading; and a Chief Commander should also do this now and then for good measure. But since the establishment of the Cranganore Camp has become more concise, the extraordinary transports there have at the same time also been greatly reduced. And thus there may be more items that cannot be checked against the regulations or ordinances, regarding which one can then employ such domestic remedies as were just mentioned, besides that contracting out works is to be preferred over other ways of working. because work is carried out more expeditiously and more cheaply. provided one has some experience and the right will to examine things properly, one can already quickly see whether crude advantage has been taken or not. Now, as far as the repairing or having built of buildings or works by contracting out or any repairs is concerned, I prefer this over other ways of working, although I think that for the time being no work of importance will occur, and thus for the time being no contracting out will need to take place, if the Company's fortifications and buildings are now only properly watched and well maintained, unless in extraordinary cases, or by reason of emerging necessity, something new had to be built. I say that I prefer contracting out over other ways of working, provided that one employs that good precaution and that supervision as I have stated here before, because the work is then finished more quickly and costs the Company less than otherwise. I say more quickly, because the contractor's interest entails making the laborers work diligently; and cheaper, because the contractor's interest also entails that no more craftsmen and coolies, and also no like one has experienced here. no more materials need to be used and paid for than are effectively necessary for it, according to which the contractors make their calculation, whereas a work being done for the Company's account is not so accurately watched, but rather provides an opportunity for the person who has the supervision over it and must account for it, to cut himself a piece if he is somewhat grasping, while on the contrary a work by contract is calculated to the narrowest margin by several, at least by as many as have an interest in it, not to mention that experience has taught all too much that works made in this way, and not by contracting out, are sometimes poorer and less durable than those made by contract; and in this way so many, and among them also very capital works and repairs, have been performed here with good success in a short time and as cheaply as has ever been done or can be done for the Company, and yet those people who took on the works at that time will have to admit that during that time through deliberation how one should act concerning someone who has taken on a work. greater expenditure that presently takes place due to the invasion of the Nabab deliberation and close supervision, they still earned a living, while the Company was meanwhile served cheaply and quickly. But if one wishes to see that things are taken on for as little as possible, then one must also accommodate the contractors somewhat in the item of the materials, and when they are people without means, privately advance them some money as the work progresses, since such people would otherwise have to take money on interest; at least I have always accommodated the one more and the other less in that manner, and a commander can easily do that, who, seldom having a permanent posting, does not readily put out his cash, but keeps it at hand; and one should also assure the interested parties before they undertake anything that if they take on a work for a reasonable price, they can then expect all help that depends on us, which one must then also indeed do. Under the item of economizing, I should also still mention the greater expenditure in the administration which since the hostile invasion
Dutch transcription
467. pagiemeester Extra ordinaire Coelijs daar voor mag opbrengen, mits Hij specificeere hoe veel telkens en ook op welken dag maar om nu verzekert te zijn, dat daar niet te veel Coelijs, voor opgebragt worden, dan diend de Hoofd-administra„ „teur, die posten te Confronteeren tegens de Cognoissementen van de successive af„ „gezondene goederen, waar bij men zien kan niet alleen dat de datums accor„ deeren, maar ook dat het getal der opge„ bragte Coelijs min of meer geproportioneert is, na de groote of klijnte der vaartuijgen of ook wel na de volumineusheid en quan„ titeijd der afgezondene goederen, dewijl die bij de Cognoissementen gespecificeert staan, en een Hoofd Gebieder diend zulx nu en dan ten overvloede ook eens te doen, dog t zedert de omslag van het Cranga„ „noorse Camp Compendieuser geworden is, zo zijn teffens de extra ordinaire Transpor„ „ten daar ook veel verminderd, en zo kun„ „nen 'er meer artikuls zijn, die niet tegen de reglementen of ordonnanties kunnen geconfronteert worden, waar omtrend „men dan zulke huijsmiddeltjes kan gebruijken, als even gemeld zijn behalven dat het aanbesteeden van werken reeren boven andere wijze van arbeiden. om dat werk spoediger en beter koop geEffectiteerd word. dat men maar wat ondervindinge en de regte wil hebbende, om de dingen behoor„ „lijk nategaan, al schielijk zien kan, of er met de Grove bijl ingehakt is of niet Wat nu het repareeren of laaten maken of eenige reparaties is te prese„ van Gebouwen of werken bij aanbesleedinge aangaat, zo prefereere ik zulx boven andere wijze van arbeijden, schoon ik denke dat 'er nu voor eerst geen werk van belang voorvallen en dus ook voor eerst geene aanbesleedinge zal behoeven plaats te hebben, indien 's Comp:s fortificatien en Gebouwen, nu maar behoor„ „lijk gaade geslagen en wel onderhouden worden, ten waare in Extra gevallen, of uijt hoofde van voor komende noodzakelijkheid iets nieuws moest aangemaakt worden, ik zegge dat ik de aanbesteedinge prefereere boven andere wijzen van arbeijden, mits men die goede voorzorge, en dat toezigt gebrui ken, als ik hier vooren opgegeven hebbe, om dat het werk, dan spoediger klaar komt, en de Compagnie minder kost, als anders ik zeegespoediger, om dat del aanneemers belang mede brengt de arbeijtslieden naar„ stig te doen werken, en Goed-koper, om dat des aanneemers belang ook meede brengt dat er niet meer ambagts-lieden en Coelijs ook niet gelijk 469 gelijk men hier heeft ondervonden. niet meer materialen behoeven gebruijkt en betaald te worden, dan 'er effectief toe nodig zijn waar na de aanneemers hun„ „ne bereekeninge maaken daar een werk voor sCompagnies reekening gedaan wor„ „dende, zo naauwkeurig niet gaade geslagen word, maar veel eer geleegentheid verschaft voor den geenen, die er het opzigt over heeft en er reekening van moet doen, om als Hij wat inhalig is, er een slag in te slaan, terwijl integendeel een werk bij aannee„ „minge door verscheijde, ten minsten door zo veele als er zin in hebben, ten naauwsten uijtgereekent word, gezwijge dat de ondervin„ de maar al te veel geleerd heeft, dat werken op deze wijze, en niet bij aanbesteedinge gemaakt somtijds slegter en min duur„ „zaamer zijn, dan de geene, die bij aannee„ minge gemaakt worden; en op deze wijze zijn hier zo veele en daar onder ook zeer Capitaale werken en reparaties met goed succes in korte tijd en zo goed koop verrigt als mogelijk ooijt voor de Compagnie ge„ „daan is en gedaan kan worden, en even„ wel zullen die lieden, dewelke te dier tijd de werken aangenoomen hebben moeten bekennen, dat ze geduurende dien tijd door overleg hoe men handelen omtrent ie„ nig werk aangenomen heeft. meerder omslag die thans plaats vind, door den inval van der Nabab„ overleg en naauwe toezigt nog al een broot se gewonnen hebben, terwijl de Compag„ nie intussen wel Goed-koop, en spoedig be„ „diend is; dog als men gaarne ziet, dat de din„ „gen voor zo wijnig aangenomen worden, als mogelijk is, dan moet men ook de aannee„ „mers, wat tegemoed komen in het articul datode van de maaterialen en wanneer het onbe„ mand die onbemiddelt is, egie„middelde lieden zijn, Hun gaande weg na dat het werk opneemt, particulier wat geld voor uijt verstrekken, dewijl zulke lie „den anders geld op intrest zouden moeten neemen, ten minsten ik hebbe altoos den eenen meer en den andere min, op die wijze te gemoed Gekomen, en dat kan een gebiederlig telijk doen, die tog zelden een blijvende plaats hebbende, niet ligt zijn Contanten uijtzet maar bij de hand heeft, en men diend ook de lief„ hebbers alvoorens zij iets aanneemen te verzeekeren, dat als te een werk voor een redelijke prijs aanneemen, zij dan alle hulpe te verwagten hebben, die van ons af„ hangelijk is, het geen men dan ook in der daad doen moet Onder het articul van de menagie diende if ook nog te melden van de meerdere omslag in de huishoudinge, welke 't zedert de vijandelijks Miet me inval welke