Inventory 10312
Malabar · 1,900 pages · 387 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
87. Saturday the 14th of April 1781. The presentation of the Commander fixed for the 18th instant. Resolution, and to order the same to the outer stations. to give him a seat at this table, and to have him invited and escorted into the assembly from the outer hall, where he had already been appointed, by two members of this Council; with which the Commander and Members having agreed, he was conducted into the assembly by the members Vernede and Van Haeften, and given a seat at this Table, after having first taken the oath prescribed for members of the policy council; Subsequently, on the proposal of the Governor, it was approved to fix the day of the public presentation of the Commander for the 18th of this month, or next Wednesday, and for this ceremony to have a draft ceremonial drawn up by two members of this Council, to which the Honorable Messrs. Van den Busch and Beijts have been appointed, and so that this presentation may also take effect at the outer stations, it was likewise approved and agreed to notify the servants of this arrangement by a circular missive. Saturday the 14th of April 1781. Determination of the departure of the Governor. Report of the Secunde concerning the regulation of equipment goods made at Batavia for a two- or one-masted vessel. Furthermore, the departure of the Governor, at His Honour's pleasure, as well as the dispatch of the ship Compagnie's Welvaren, has been fixed for the 18th of this month of April. Hereafter was read a report from the Secunde and Head Administrator Reinier van Harn, stating that, in compliance with the resolution of the 23rd of January last, he has compared the report of the Master of Equipment at Batavia, Ian Diederik Schreijver, in which it is indicated which equipment goods are required in a full year by a reasonable assessment for a two-masted bark or brigantine, or other one-masted vessel, against the regulations made here in the sessions of the 16th of September 1772 and the 3rd of July 1779, and found such surpluses and shortages as the report specifically demonstrates, beside which the said Head Administrator indicates that, having consulted the Master of Equipment in this regard, the latter had indeed declared that he could manage with the provisions of the Batavia report, but that he, and also the Head Administrator, understood that the sailcloth specified therein was meant to serve for the repair of damaged sails, but not for the making of new sails; furthermore, that according to the regulations made here, some items have also been specified of which nothing is found in the Batavia report, but which do not actually belong under equipment goods, but should be issued again in place of unserviceable ones, as is demonstrated in the report. 89. Saturday the 14th of April 1781. The Master of Equipment has declared that he can manage with the amount determined therein, but believes that the sailcloth must serve not for new, but for the repair of damaged sails. In the regulations made here, some goods are also granted in place of the unserviceable ones. Whereupon, having deliberated and noted that in the Batavia report only 1½ rolls of sailcloth are listed, and no everdoek at all, and likewise no bolt-ropes, both of which articles are nevertheless absolutely required for new sails; the Council was also of the opinion that those 1½ rolls of sailcloth must be understood to be designated for the repair of sails, but not for making new ones, although with the inclusion of these 1½ rolls of sailcloth and ½ roll of grey cloth and ¼ roll of carrel (in the regulation for the two-masted vessel) it is written or printed at the back, for new sails; and hereupon it was approved and agreed to let the report received from Batavia serve for compliance regarding the provision of the annual equipment goods; but to lay the aforesaid objection regarding the sailcloth most respectfully before Their Right Excellencies, and to request their esteemed approval, as well as authorization to continue providing some small items indicated in the report of the Head Administrator, which are not listed in the Batavia report, but nevertheless ought to be issued in place of unserviceable ones; and it is further agreed to insert the report of the Head Administrator here. 91. Saturday the 14th of April 1781. Insertion of the report of the Honorable Secunde. To the Right Honorable, Highly Esteemed Mr. Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Malabar Coast, with its dependencies. Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Lord! Pursuant to the resolution of the 23rd of January, the undersigned was handed the report of the Commander and Master of Equipment J: D: Schrijver, in which it is indicated which equipment goods are required in a full year by a reasonable assessment for a two-masted bark or brigantine, or other one-masted vessel, and being at the same time instructed to
Dutch transcription
87. Saturdag den 14: April 1781. De voorstelling van den Heer Com„ besluijt, en na de buijten Comptoiren zulx meede te ordonneeren aan deeze tafel te geven, en hem door twee leeden dezes Raads van de buijten=zaal, waar denselven reets was g'appoincteert, in de ver„ „gaderinge te laaten noodigen en geleijden; waarmeede zig de Heer Commandeur en Leeden geconfirmeert hebbende, is den sel„ „ven door de leeden vernede en van Haehten in de vergaderinge geconduijseerd, en zit. „plaats aan deeze Tafel gegeven, na alvoorens den Eed, voor de leeden van politie beraamt, te hebben afgelegt; Vervolgens is, op den voorstel van den Heer „mandeur bepaald op den 18 Courant Gouverneur, goedgevonden, den dag der public„ „que voorstellinge van den Heer Comman„ „deur te bepaalen op den 18:' dezer, of op woensdag aanstaande, en tot deeze plegtigheid, door twee leeden deezes Raads, te laaten formeeren een project Ceremoniëel, waar toe benoemt zijn, de E=s van den Busch en Beijts, ende opdat deeze voorstellinge ook effect sorteere, op de buijten Comptoi„ „ren, is teffens goedgevonden en verstaan, den Saturdag den 14. April 1781. vaststelling van het vertrek van den Heer Gouverneur Bericht van den secunde, Noopens de bepaaling der Equipagie goederen op Batavia, gemaakt, omtrend een twee of een Een mastig vaartuijg den Bediendens van deeze schikkinge kennis„ „se te geven, bij een Circulaire missive. Voorts is het vertrek van den Heer Gouver„ „neur, op zijn Edeles goedvinden, als meede de depeche van het schip Comp:s welvaren, vastgesteld op den 18. ' dezer maand April. Hier na is geleezen, Een Berigt van DE secunde en hoofd administrateur Reinier van Harn houdende, dat Hij in voldoe„ „ning van het besluijt van den 23:' Januarij J:o Leeden, het Berigt van den opper Equi„ „pagiemeester te Batavia Ian Diederik schreijver, waar bij aanwijsing werd gedaan welke Equipagie goederen bij een gemoede„ „lijke bepaaling voor een twee maste Bark of Brigantijn, of ander een mast vaartuijg in een rond Jaar benoodigt zijn, heeft ge„ confronteert, tegens de hier gemaakte bepalingen ter sittingen van den 16. 7ber: 1772: en 3:' Julij 1779, en bevonden zoodanige meer en minderheeden, als het berigt spe„ „cificque aantoont, waar benevens gemelte hoofd bij 89 Saturdag den 14 April 1781 den Equipagiemeester heeft betuijgt kunnen rondschieten dog meent dat het zeijldoek tot geen „nieuwe, maar tot herstelling van de beschadigde zeijlen moeten dienen „ten zijn eenige goederen nog toe ge„ wordende hoofd administrateur te kennen geeft, dat met het daar bij bepaalde te zullen hij den Equipagiemeester derweegens onder„ „houden hebbende, den selven wel had ver„ „klaard met het bepaalde bij het Batavias Berigt te kunnen rond-schieten, dog dat denselven, en ook hij hoofd administrateur, in begrip was, dat het Zeijldoek, daar bij bepaald, tot herstellinge van beschadigde Zeijlen moeste dienen, maar niet tot aan„ „maaken van nieuwe Zeijlen, wijders dat bij de hier gemaakte Reglemen, volgens de hier gemaakte reglementen „ligt in steede van de onbequame ook eenige dingen zijn bepaald, waar van bij het Batavias berigt niets word gevon„ „den, dog welke eijgentlijk niet onder Equi„ „pagie goederen behooren, maar in steede van onbequaame weder dienen verstrekt te werden, zoo als bij het berigt werd aangetoont. Waar op gedelibereert en aangemerkt zijnde, dat bij het Batavias berigt maar 1½. roll Zeijldoek bekent staat, en in het geheel geen Everdoek, mitsgaders ook is„ k Saturdag den 14: April 1781 Va Raad dat het zeijldoek bij het Batavias „ratie der Zeijlen besluijt het Batavias berigt hier ter op „servantie aan te beveelen en voor haar Hoog Edelheedens de beden„ en te versoeken eenige kleenigheeden. meer hier te moogen blijven verstreecken ook geene lijktrossen, welke beijde articu„ „len dog tot nieuwe zeijlen absoluijt be„ aanmerkingen, gevoelen van den „ hoeven; zoo was den Raad ook van gevoe„ de berigt gemeld, moet dienen tot Repa„len, dat die 1½ roll Zeijldoek verstaan moest werden, tot reparatie van Zeijlen, dog niet tot het aanmaken van nieuwe, be„ „paald te zijn, schoon met afklamping van deeze 1½. roll Zeijldoek en —½. roll graauw doek „doek en –¼. roll Carrel (bij bepalinge op het twee-mast vaartuig agter aangeschreeven of gedrukt staat, tot nieuwe Zeijlen, en is hier op goedgevonden en verstaan, het van Batavia ontvangen Berigt op de verstrek „king van de Jaarlijkse Equipagie goederen, tot observantie te laaten strekken; dog de voorenstaande bedenkinge eerbiedigst „king omtrent het seijldoek opente leggen voor Haar Hoog Edelheed=s open te leggen, en derselver g'eerd goedvinden te versoeken, mitsgaders ook qualificatie, tot het blijven verstrekken van eenige kleene dingen, bij het berigt van den hoofd administrateur aangeweesen, die bij 't Batavias berigt niet zijn 91. Saturdag den 14: April 1781. Jnsertie van het berigt van den E: sekunde zijn bekent gestelt, dog egter in steede van onbequame dienen verstrekt te werden, en is nog verstaan, het berigt van den hoofd administrateur hier inte lijven Aan den wel Edele groot Agtb Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders Gouverneur en directeur der Custe mallabaar, met den ressorte van dien Wel Edele, Groot Achtbaaren, Hoog gebiedende Heer! Ingevolge besluijt van den 23:' Ianuarij. den teekenaar, deezes 't berigt van de Com„ „mandeur en opper Equipagiemeester J: D: schrijver, waar bij aanwijsing werd gedaan welke Equipagie goederen bij een gemoede„ „lijke bepaling voor een twee maste Bark of Bregantijn, of ander een mas te vaar¬ „tuig in een rond Jaar benodigt, zijn, ter om hand gesteld, en teffens gelast zijnde die aan
English
Saturday the 14 April 1781. instruction, to confront against the provisions made here regarding the yearly issue of equipment goods, at the session of the 16 September 1772 and 3 July 1779, and thereupon to serve with a report indicating the surplus and deficit, with the addition of his considerations; in fulfillment of the first, he has the honor to submit herewith the note of the surplus and deficit, and concerning the second to state that he has spoken about this matter with the Master of Equipment Blankenberg, who, with the undersigned, is of the opinion that what the Commander and Upper Master of Equipment at Batavia has stated in his report can reasonably stand, and even under these circumstances of the times, if they remain so, only said Blankenberg points out that the 1½ bolts of sailcloth, ½ bolt of grey cloth, and ¼ bolt of cavel cloth specified therein must be understood to serve not for the making of new, but for the repair of the sails, since from that quantity no new sails can be made, not even if several years of issue were taken together with the others, just as neither duck nor bolt-ropes are specified, which are nonetheless principally required for making new sails. By the aforementioned regulations, some items are also specified of which no mention is made in said report, because they properly do not belong under equipment goods and thus could be issued separately, or in place of unserviceable ones. 93 Saturday the 14 April 1781. According to general Resolution of 25 August 1780 | According to the provisions of the Cochin resolutions of 3 July 1779 | According to general resolution of 25 August 1780: Surplus | Deficit For the snow De Nehalennia or a two-masted brigantine or other similar vessel. 30 | 20 | 10 | — | pieces blocks of various sorts 4 | 2 | 2 | — | wheel hawsers 4 | 2 | 2 | — | white lines 4 | 2 | 2 | — | bundles houseline 4 | 5 | — | 1 | bundles marline 6 | 15 | — | 9 | hides pump leather 6 | 8 | — | 2 | pieces tar brushes 6 | 2 | 4 | — | pieces tarred lines 1 | 2 | — | 1 | pieces lead lines 10 | 6 | 4 | — | pieces soundings 2 | —½ | 1½ | — | [illegible] —5/8 | — 3/8 | —¼ | — | [illegible] 5 | — | 5 | — | [illegible] Saturday the 14 April 1781. According to general Resolution of 25 August 1780 | According to the provisions of the Cochin Resolution of 3 July 1779 | According to General Resolution of 25 August 1780: Surplus | Deficit 30 | 20 | 10 | — | pieces toggle pins 12 | 8 | 4 | — | pieces belaying pins 2 | — | 2 | — | pieces sail covers 100 | 30 | 70 | — | pieces flints 10 | — | 10 | — | bundles rattans 4 | 6 | — | 2 | [illegible] 12 | 10 | 2 | — | pieces handspikes 12 | 10 | 2 | — | pieces capstan bars 30 | 25 | 5 | — | lb soot 8 | 6 | 2 | — | pieces sail needles 1 | — | 1 | — | pieces heavy anchor rope 1 | — | 1 | — | piece, for buoy ropes 1 | — | 1 | — | pieces, for cat-tackle falls —½ | — | —½ | — | piece port-cloth 50 | 36 | 14 | — | lb paints of various sorts 8 | 4 | 4 | — | pieces paintbrushes 4 | 12 | — | 8 | pieces water buckets 12 | 6 | 6 | — | pieces ballast shovels 6 | 5 | 1 | — | lb pump nails 10 | 31 | — | 21 | lb nails of various sorts 1 | 79 | — | 78 | barrels pitch —½ | —½ | — | — | barrels pitch 15 | — | 15 | — | barrels blacking 30 | 24 | 6 | — | jugs linseed oil 3 | — | 3 | — | jugs cases 110 | — | 110 | — | [illegible] —½ | — | —½ | — | [illegible] — | — | — | — | [illegible] 95. Saturday the 14 April 1781. According to general Resolution of 25 August 1780 | According to the provisions of the Cochin Resolution of 3 July 1779 | According to General Resolution of 25 August 1780: Surplus | Deficit This is a requirement that should be issued separately each year. These articles should only be issued in place of unserviceable ones. —¼ | — | —¼ | — | barrel rosin 20 | — | 20 | — | roll sheet lead 4 | — | 4 | — | lb sheet copper 25 | — | 25 | — | pieces Chinese planks 15 | — | 15 | — | pieces Jassem beams 3 | — | 3 | — | pieces hooks and thimbles 1 | — | 1 | — | lb emery 15 | — | 15 | — | pieces ballast baskets 3½ | — | 3½ | — | pieces iron hawsers 24 | 22 | 2 | — | pieces coir ditto 7 | 7 | — | — | pieces shroud trucks ¼ | —¼ | — | — | shrouds of 5 inches for porteur lines 1 | 1 | — | — | piece coir spring of 8 inches ¼ | —¼ | — | — | heavy old rope 1/10 | —¼ | — | — | corges hides 5 | — 1/10 | — | — | ream large format paper 5 | — 1/10 | — | — | ditto small format ditto 2 | —½ | 1½ | — | bundle quills 2 | 2 | — | — | pieces Malabar linen 50 | — | 50 | — | pieces earth baskets 30 | — | 30 | — | pieces gunny sacks 5 | — | 5 | — | pump leathers 5 | — | 5 | — | ditto buckets 3 | — | 3 | — | pieces muskets 8 | — | 8 | — | pieces parrel staples 15 | — | 15 | — | ditto rings 2 | — | 2 | — | pieces steward's pumps 6 | — | 6 | — | anchor buoys 1½ | — | 1½ | — | [illegible] 1 | — | 1 | — | [illegible] —½ | — | —½ | — | [illegible] ¼ | — | ¼ | — | [illegible] 6 | — | 6 | — | [illegible] Saturday the 14 April 1781. According to general Resolution of 25 August 1780 | According to the provisions of the Cochin resolution of 3 July 1779 | According to General Resolution of 25 August 1780: Surplus | Deficit For the small vessel De Verwagting or a one-masted chaloupe 4 | 1 | 3 | — | pieces wheel hawsers 2 | 1 | 1 | — | pieces tarred lines 4 | 1 | 3 | — | pieces white lines 30 | 2 | 28 | — | pieces lead lines 6 | 1 | 5 | — | pieces [illegible] 16 | 1 | 15 | — | pieces mamierings 442 1/3 | 69 | 373 1/3 | — | lb bombaras linen 21½ | 21½ | — | — | pieces laid lines 332½ | — | 332½ | — | pieces water casks for the ports 17 1/3 | — | 17 1/3 | — | lb Dutch sailcloth 2 | — | 2 | — | pieces grey cloth 2 1/8 | — | 2 1/8 | — | pieces cavel cloth 17 | — | 17 | — | lb duck, for new sails 1½ | — 3/24 | 1 11/24 | — | lb sail twine 2 | 2 | — | — | pieces bolt-ropes — | 3 | — | 3 | pieces Dutch lines — | — | — | — | barrels tar 11½ | — | 11½ | — | pieces awnings in 3 years — | — | — | — | pieces sails for the boat in 3 years — 24 | — | — 24 | — | barrels tar 2 | — | 2 | — | pairs coat of the mast 3 | — | 3 | — | ditto pumps 6 | — | 6 | — | ditto bowsprit
Dutch transcription
Saturdag den 14 April 1781. aanwijsing, tegens de hier gemaakte bepa„ „lingen op de Jaarlijkse verstrekking van Equipagie-goederen, ter sitting van den 16: September 1772: en 3: Julij 1779, te Confron„ „teeren, en derweegens te dienen van berigt aantonende de meer en minderheid, met bijvoeging zijner Consideratien, ter voldoe„ „ning aan 't eerste, heeft hij d' Eer hier over„ „teleggen de Notitie van de meer en minder„ „heijd, en nopens 't tweede te seggen, dat hij met d' Equipagiemeester Blankenberg over deeze zaak gesprooken heeft, en die, met de ondergeteekende, van gevoelen is, dat 't geen de Commandeur en opper Equipagiemeester te Batavia bij zijn berigt heeft opgegeven genoeg bestaan kan, en zelfs in deeze tijds„ „omstandigheeden, zo zij zo blijven, eenelijk geeft gem: Blankenberg te kennen, dat de daar bij bepaald 1½. rollen Zeijldoek, -½ rol grauwdoek en -¼. rol Cavel doek, niet tot t maken van nieuwe, maar tot ver„ „stellen der Zeijlen diend verstaan te werden, vermits uijt die quantiteijt geene nieuwe zijlen konnen werden gemaakt, zelfs niet als eenige Jaaren verstrekking bij de an„ „dere 93 Saturdag den 14 April 1781. volgens het be. volgens generaale volgs generaal Resolutie van paalde bij Co„ resolutie van den „chimse reso¬ 25: aug=o 1780 „luties van den 3. Julij 179. meerder „dere genomen werd, zoo meede dat ook geen Everdoek en lijktrossen bepaald, dat egter tot maken van nieuwe Zijlen voornamentlijk benodigt is, Bij voorschreeve reglementen zijn almeede eenige posten bepaald, waar van bij gem: be„ „rigt geen gewag gemaakt is, om dat Eijgent„ „lijk niet onder Equipagie goederen gehooren en dus appart, of in steede van onbequaame, kon„ „nen verstrekt werden den 25: aug=s 1780 minder 3½. 2. —. 2. — 2 — 5 — 15. —. —½. 5. —. —. —. P:s blokkens in zoort wiel-trossen —. –. „ witte lijnen 1. — —. –. bos huijsing 1. –. —. —. „ marlijn — 3/8. —. —. huijd pompleer 8. –. —. —. p:s theer quasten 2. - —. —. „ geteerde lijnen 2 - —- -. „ lood lijnen 6. —. —. - „ loodings Wor de Snauw de Nehalennia of te Een twee mast Brigantijn of ander diergelijke vaartuig. 30 20. —. 4. —. 4 —. 4. —. 4 6. 6. 6: 1. 10. —. 2 —5/8. 5 „ —.„ Saturdag den 14: ' April 1781. volgs generaal Resolutie van den 25: aug=o 1780 volg:s het volgens Generaale bepaalde bij Resolutie van den Cochimse 25. aug=s 1780 Resolutie meerder minder van den 3. Julij 1779. 30. —. 20. —. 10. —. —. —. P:s bloknagels 12. -. 8. -. 4. -. —. -. „ Covij nagels 2: —. —. —. „ zeijl kleedjes —. —. 2 —. 100. —. 30. –. 70. —. —. : „ vuursteenen 10 —. —. -. bossen Rottings 4. – 6. —. 12. — 10. –. 2 - —. –. p:s handspaken 12. — 10. –. 2. - —. -. „ wind v. 30. —. 25. -. 5—. —. -. lb: Roeth 8 —. 6 —. 2. -. —. —. p:s zeijl naalden 1 -. —. —. 1. —. —. —. „ swaar anker touw 1. —. —. —. Ent, tot boeij reeps —1 — — - „ „ draaij d:o —. —. —. ½. —. —. stuk poort-Laken 36. —. 14. —. —. —. lb: verwen in zoort. 4. —. —. —. p=s verfquasten —. —. 12 —. —. —: „ water putzen —. —. 6. —. —. —. „ ballast schoppen 5. –. 5. —. —. —. lb: pomp-spijkers 31 —. 79 — —. —. „ spijkers in zoort — ½. —. —. vat Pik 15. –. . —. —. 15. —. —. —. tonn:s swartsel 30. –. 24 — 6. —. —. —. kann: Lijn olij 3. —. —. —. 3. —. —. —. „ keesjes 1. —. —. —. —½. 50. —. 8 —. 4 — 12. —. 6. —. 10. —. 1. —. —½ — 110. —: — ½. —. —. 95. Saturdag den 14. April 1781. volgts generaal 23: aug=o 1780 volg: het bopa Resolutie van Resolutie van den den 3 Julij 179 25 aug=s 1780 meerdr Resolutie van den de bij Cochimse volgens Generaale dit is eene benoo„ „digheid die Jaar„ Clijks dient appart verstrekt te wer„ deeze artikels dienen alleenig in Steede van onbeq: verstrekt te werden —¼. 20 —. 4. 25. 15. 3 —. 1 . - 15. —. 3½. 24 7. —. ¼. 1. ¼. /10 5. —. „ 5. —. 2. —. —. —. —.½. —. —. Vat harpuijs —¼. —. —. rol plat:lood —¼. —. —. lb: plaat-koper —. —. 20 —. —. —. p:s Chinase planken 4. - —. - „ Jassemse balkjes - 25 —. —. „ haken en kousen —. –. lb: Ameril —. –. p:s ballast mantjes ½. „ ijzer trossen 22 -. „ Caier v=o 7. –. „ wand klooten . -. —¼. „ wand van 5 d:m tot portuurlijns —. —. 1. —. . „ Caier spring van 8 d=m —. — — ¼ „ swaar oud touw —. —. —¼. Corg:s huijden —. —. — 1/10 riem groot formaat papier — 1/10 —. —. — 1/10 v: kleen v: v. —½. —. —. —½ bos penne schagten - - - - . den 2. –. P:s Mallabaars Linnen 50. —. —. —. 50 —. „ aardmandjes 30. —. —. —. 30. –. „ goenij sakken —. —. 5 -. „ pomp schoenen 5. –. „ v: Emmers 3. — —. —. 3. -. „ mosquijlen 8. —. —. — 8 —. „ raak krammen 15. —. —. —. 15. —. „ v: ringen 2. —. —. —. 2 -. „ botteliers pompen 6. –. „ anker boeijen 1½ 1. „ —½: ¼. „ .—. . —. „ Minder -. —. —. — ¼ 2. —. . 6. —. —. —. —— Saturdag den 14:' April 1781. volgens het volg=s generaale bepaalde bij Resoluitie van den 25: aug:s 1780 cochimso reso. „lutie van den 3. Julij 1779 volgens Generaale Resolutie van den 25. aug. s 1780. Meerder, Minder 4 2 4. 30. 6:— 16 442. 1/3. —. —. 21½. 332.½. 17. 1/3. 2. —. 2 1/8. 17 Voor 't Smal schip De verwagting of Een Chialoup met Een Mast 1. —. —. —. P:s wiel Trossen 1. —. —. -. „ getheerde Lijnen 1. —. —. „ witte Lijnen „ Loodlijnen 2. —. 1. —. 1 — 69. — 21½. 4. –. „ Mamierings 30. –. lb: bombaras Linnen 6. –. p:s opgeslaage lijnen —. —. 16. —. „ Leggers voor de poorte - 373 1/3 lb: Zeijldoek hollands —. –. „ Grauw doek -. -. „ Carl doek 332.½. „ Everdoek 17. /3. lb: Zijlgaren 2. –. p:s Lijk trossen 2 1/8 „ Lijnen hollands — 3/24. vat theer - - - 2. –. p:s zonne tenten in 3. Jaaren 3. – „ Zeijltjes voor de schuijt in 3. Jaaren tot nieuwe Zijlen —½. vaten theer P:r broekings voor de masten _: pompen „ boegspriet 1. ½. 2. —. —. — —. — 11½ —. —. —. —. — 24. —. —. 2. —. 3. —. —. —. 11½. „ 6. -. „ —. —-
English
97 Saturday the 14th April 1781. According to the general resolution of 25 August 1780 | According to the determination by the Cochin resolution of 3 July 1789 | According to the General Resolution of 25 August 1780 More Less 8 pieces tar brushes | 1 40 block nails | 6 6 hammocks | 2 25 lbs paint of various sorts | 4 40 pieces paint brushes | 8 8 | 5 cans linseed oil | 4 80 | 24 16 pieces flints | 2 8 | 5 bundles split rattan | 2 8 | 60 lbs nails of various sorts | 1 8 | pump nails | 84 2 | flat heads | 1/2 20 | pieces tarpaulins | 17 10 | 4 lbs sail twine | 2 10 | 2 pieces small cheeses | 2 2 | 4 bundles marline | 15 5 | 1/4 barrel pitch | 1/4 10 | 1/4 barrel rosin 15 | pieces hooks and thimbles 4 | sailcloths 20 | lbs emery 3 | pieces ballast baskets 20 | Chinese planks 4 | Trincomalee ditto 12 | 5 pieces shroud trucks 6 2 | 1/2 iron hawser for preventer line, lanyards, and strops 30 10 | 15 pieces coir hawsers 4 2 | 1/2 1/2 hide pump leather 1 piece Saturday the 14 April 1781 According to the general resolution of 25 August 1780 | According to the determination by the Cochin resolution of 3 July 1729 | According to the general Resolution of 25 August 1780 More Less 1 piece coir spring of 6 inches | 1/5 | 1/2 1/4 piece old rope | 1 | 1 1/2 hide buoy leather | 1 1/5 corge hides | 1/4 1/2 barrel tar | 1 1/10 ream large format paper; this is a requirement that should annually be supplied | 1/10 | 5 1/10 ream small ditto | 1/10 1/2 bundle quills | 1/2 2 pieces glass panes | 2 50 earthen pots | 50 2 ballast shovels; these items should only be supplied in place of unserviceable ones | 2 8 handspikes | 8 8 wind vanes | 8 20 gunny sacks | 20 16 lbs soot | 16 5 pieces pump shoes | 5 5 buckets | 6 2 wash tubs; these items should only be supplied in place of unserviceable ones | 2 6 yard staples | 6 12 yard rings | 12 1 auger with brace | 1 2 steward's pumps | 2 2 draw buckets | 2 6 water ditto | 16 6 anchor buoys | 6 4 breeching ropes for the pumps | 6 16 scupper flaps | 2 99 Saturday the 14 April 1781. According to the general resolution of 23 August 1780 | According to the determination by the Cochin resolution of 3 July 1779 | According to the general Resolution of 25 August 1780 More Less 328 | 4 pieces manirings for the pumps | 4 25 lbs bombazine linen | 25 282 pieces Dutch sailcloth | 46 11 1/2 pieces duck canvas | 11 1/2 196 1/2 pieces raven's duck for new sails | 196 1/2 11 1/4 lbs sail twine | 11 3/6 14 pieces bolt-rope hawser | 1 1/24 1 1/3 pieces Dutch twine | 1/3 17 3/48 barrel tar | 1/48 1 piece awning for 3 years, of 100 ells sailcloth | 1 2 pieces Malabar linen | 2 3 pieces small sails for the boat for 2 years | 3 He has the honour to remain with all high esteem, below stood, Right Honourable, Highly-Commanding Sir, your Right Honourable humble and obedient servant, was signed, R. v. Harn, in the margin, Cochin the 13th April 1781. Further was produced a written report from the merchant and fiscal Mr. Nicolaas Wendelin Beijts, whereby he as collector of the lease monies of the Company's gardens and lands, report of the merchant and fiscal regarding a defaulting tenant of the Company's two gardens, which tenant, together with his sureties, is a fugitive, insertion of the report, makes known that the tenant named Bengacherij Thome is in default regarding two gardens, the one located north of Saint Andrew, and the other at Saint Andrew, the one leased for 80 and the other for 120, or both together for 200 rupees, and that the said tenant together with his sureties, the Christians Croesinkal Bastiaan and Pollo Barki, are not only fugitives, but also could not be apprehended, as appears from the following report: To the Right Honourable Sir Adriaan Moens, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara and Vingurla. Right Honourable, Broadly-Commanding Sir: 101. Saturday the 14 April 1781. The undersigned finds himself obliged, as collector of the lease monies of the Company's gardens and lands, to bring to your Right Honourable's knowledge that the tenant named Bengacherij Thome is in default regarding the lease monies of the year 1780, namely: For the piece of land lying north of Saint Andrew on this side of the stream towards Manicoorde: rupees 80. And for the garden at Saint Andrew and Carcarpallij: rupees 120. Together: Rupees 200. And that the same and his sureties named Croesinkal Bastiaan and Pollo Barkie are not only fugitives, but also could not be apprehended. Wherewith I give myself the honour to remain with respect, below stood, Right Honourable Broadly-Commanding Sir! Your Right Honourable very humble and obedient servant, was signed, N. W. Beijts, in the margin, Cochin the 10 April 1781.
Dutch transcription
97 Saturdag den 14:' April 1781. olg:s generaale volg:t het be„ volgens Generaale pralde bij Co„j Resolutie van den Resolutie van „chimse reso„ „lutie van den 25. aug s 1780 ten 25 aug:s „ 3. Julij 1789 Meerder Minder 1780 8 -„ 40 — 6 —. 25 — 40. — 8 80 — 8 8: — 8 2 20 - 10— 10 — 2. 5— 10— 15 4 20 3 20 4 12 6. -. 2 30 – 10. 4.. 2 -. p:s theer quasten —. – „ blok nagels „ Cooij a=o —. - lb: verwen in zoort —- p:s verf quasten 5 —. - kann: Lijn zaat olij 24. -. 16 — —. -. p:s vuursteenen 5 —. - bossen bindrottings 60 - —. -. lb spijkers in zoort — „ pomp. spijkers —. – „ plat koppen —. – p:s presennings 4 —. - lb: Zijl gaaren 2- —. –. p:s keesjes 4 —. -. bossen lordings —¼ —. - vat pik —¼. —. — „ harpuijs —. – p:s haken en kousen —. – „ zeijlkleeden —. - lb: ameril —. - p:s ballast manden —. – „ chinase planken —. „ Tinkanse v= 5 - „ want klooten —½ „ ijzer tros tot portuur. lijn, legen en stroppen 15. –. „ Caier trossen —½. —½ —. —. huijd pompleer 1. p:s 781. 1: — 6 — 2— „ 4:— 8. - 4 2. - 2 1 . — -:- 84 —½ 17 2 —. —„ 2 15 ¼. oup Saturdag den 14. April 1781 volg: 't bepaal„ volg=s generaale de bij Cochimse resolutie van den resolutie van 25: aug:s 1780. den 3: Julij 1729 den 25. aug:s 1780 „part verstrekt volgens generale Resolutie van Meerder Minder 1. . p:s Caier spring van 6. dm —¼. „ oud touw —½ huijd boeij leer — 1/5. Corg=s huijden —½ vat theer — 1/10 riew groot formaat papier dit is eene benoo„ „digheit die Jaar„ —1/10 „ klein v=- a= „lijks dient ap„ —½ bos schagten 2 –. p=s glaase ruijten 50. – „ aardmandjes 2 - „ ballast schoppen deze artikels dienen 8 – „ handspaken (alleenig in Steede van (onbequame verstrekt 8 - „ wind v= te werden —. - 20 — „ Goenij zakken —. - 16 - lb: roeth 5 - p:s pomp schoenen 5. – „ v: Emmers 2 - „ mos kuijlen deeze artikels dienen alleenig in 6 - „ raa krammen steede van onbequaam 12 - „ raak ringen verstrekt te wer„ 1 — „ boor met omslag „den 2 - „ botteliers pompen 2 - „ slag-putsen 6 - „ water _= 6 - „ anker boeijen 4- „ broekings voor de pompen —. - 16 — „ spugats klappen te werden 1/5. 1½. „ 1/10 „ —1/10 —½. 2 — 50 — 2 — 8 — 8 — 20 — 16 — 5 — 2 — 6 — 12 — 1 2 — 2 — ½. 1. — 1. — —¼. 1. —. — —. — —. — —.— —. 5 — —.— —. — —. — —. — 6 16— 6 6 — 2 99 Saturdag den 14. April 1781. volgs generale volg=s 't bepaal volgens generaale resolutie van den de bij Cochim„ Resolutie van „se resolutie den 25 augs: 1780 23. aug=s 1780. van den 3e: Meerd: Mind. Julij 1779 328. Bericht van den koopman en fiskaal s Comp:s twee thuijnen 4- p:s manierings voor de pompen 25 - lb: bombaras Linnen - - 282 - „ Zeijldoek hollands —. — 11½. —. -. „ Carldoek 196½. „ Everdoek —. — 11¼ lb: Zijlgaren 14. p:s lijk tros 1 1/3. „ lijn hollands - — 3/48. vat thier 1 - p:s zonne tent in 3. Jaaren, van 100 @b Zeijldoek —. – 2 —. „ Mallabaars Linnen 3. –. „ seijltjes voor de schuijt in 2: Jaren Hij heeft d' Eer van met alle hoogagting te zijn /:onderstond:/ wel edele, groot Agtb: Hooggebiedende Heer uw wel Edele groot Agtb: ootmoedige en gehoorsamen die„ „naar /:was getekend:/ R: v: Harn /: in margine:/ Cochim den 13. ' April 1781. Wijders wierd geproduceerd een weegens een wanbetaalige pagter van schriftelijk berigt van den koopman en fiskaal M:r Nicolaas wendelin Beijts„ waar bij hij als invorderens der pagt pen„ „ningen van 'sComp:s thuijnen en landerijen, zeilen tot nieuwe 196½ te 781 „ 46 — 11½ 11 3/6 1 1/24. —. — 17 — 1/48. 1. 2— 3— —. —. —. — —. — 1/3 —. — —. — —. —. — 4 25 benoo„ Jaar„ tap„ trekt en de van strekt: begua te wer¬ —. — Saturdag den 14. April 1781. die pagter is, neevens zijne Borgen voor t' vlugtig Jnsertie van het berigt te kennen geeft, dat de pagter in name Bengacherij Thome wanbetaling is we„ „gens twee Thuijnen, de eene geleegen benoor„ „den S:t Andries, en de andere op S=t An„ „dries, de eene verpagt voor 80. en de andere voor 120: ofte beijde te samen voor 200 ro„ „pias en dat gem: pagter nevens zijne borgen de Christen Croesinkal Bastiaan en Pollo Barki niet alleen voortvlug„ „tig zijn, maar ook niet agterhaald heb„ „ben kunnen werden, zoo als blijkt bij het ondervolgend Berigt Aan den wel Ed: groot agtb Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van neder„ „lands Jndia, mitsgaders Gouver„ „neur en directeur der Custe mal„ „labaar, kanara en wingurla. Wel Edele Groot Achtb: wijd gebiedende Heere: Den l 101. Saturdag den 14. April 1781. Den ondergeteekende vind zig verpligt als in vorderaar der pagt penn: van 's Comp:s Thuijnen en landerijen uw wel Edele groot Agtb: ter kennisse te brengen, dat den pag„ „ter gen=t Bengacherij Thome wanbetaling is, wegens de pagt penningen van anno 1780. als. Voor 't stuk land leggende benoorden S=t Andries aan dees zijde van de spruijt - - - - - rop:s 80. — na Manicoorde- En voor de thuijn op St. Andries en Carcarpallij - Tesamen Rop:s 200. –. En dat dezelve en zijne borgen in namen Croesinkal Bastiaan en Pollo Barkie niet alleen voortvlugtig zijn, maar ook niet hebben kunnen agterhaalt werden. Waarmeede mij de eere geeve met eer„ „bied te blijven /:onderstond:/ wel Edele groot Agtb: wijdgebiedende Heer! uw wel Edele groot Agtb: Zeer on„ „derdanige en gehoorzamen dienaar /:was getekend:/ N: w: Beijts /:in mar„ „gine:/ Cochim den 10 April 1781. , - - - - „ 120. — Waar
English
Saturday the 14th of April 1781. Decision to farm out the gardens again and to recover the arrears of the leaseholder from the goods of the leaseholder and his guarantors. Petition of the Dispenser Vernede, in which he indicates that, upon the collapse of a floor in the dispensary, he suffered great damage to the rice. Whereupon it was approved to farm out the leases anew, and to recover the arrears of the leaseholder, both for the lease of the past year 1780 and for the already expired 3½ to 4 months of this year; as well as the damage that the Company might suffer in case of a lower yield upon farming out, from the goods of the leaseholder and his guarantors, insofar as these can be traced and are sufficient, concerning which the Fiscal was enjoined to inquire into their possessions and to sell the same for the benefit of the Company. Furthermore was presented a petition from the Junior Merchant and Dispenser Abraham Jean Scipion Vernede, wherein he makes known that the rice floor of the grain warehouse collapsed, with the result that 7243 packs of rice packed in straw, which lay upon it, by order of the Chief Administrator, with all haste and the force of coolies, in order to prevent the further collapse of the building, had to be transferred; partly to the floor above the dispensary and the remainder into two separate lodgings taken for that purpose within the city; from where they were subsequently transferred back into the grain warehouse; that thereby a great number of bales of rice were broken, causing a loss of 40741 pounds of rice, or 7½ percent, and thus 4½ percent above the permitted write-off; and whereas this loss occurred through no fault of his own, he requests that he may be relieved of the entire loss. Whereupon, having deliberated, and the Governor having declared that the floor of the rice warehouse had partly collapsed in the month of October of the past year, and that the rice that had lain upon it had to be moved and transferred to other places, the meeting was indeed of the opinion that much spillage and loss must have been caused thereby, but at the same time of the opinion that, whereas this was an extraordinary matter for which no provision is made in the regulations, one could not decide upon it, but that it was most proper to present the matter as it stands to Their High Excellencies and to request a favorable decision; which decision to let it be done in such manner was passed by unanimous vote, and it was further understood to insert the petition here. Insertion of the Petition. To the Honorable, Most Venerable, Widely Commanding Lord! Adriaan Moens; Governor and Director of the Malabar Coast, with its dependencies. Honorable, Most Venerable, Widely Commanding Lord, The undersigned takes the liberty to bring to the attention of Your Honorable, Most Venerable, that in October of last year, the rice floor resting under his administration broke, with the result that he had to transfer the considerable quantity of rice of 7243 packs, which lay upon it, according to the custom of the country packed solely in straw, after first having received orders to that effect from the Honorable Chief Administrator, with all speed and the force of coolies, in order to prevent the further collapse of this building, partly onto the floor above the dispensary and the remainder into two separate lodgings taken for that purpose within the city, in which the same remained until, having made some distributions, he made room in the lower warehouses, and then had to transfer them back again; and as he has now suffered a great loss and heavy spillage, through the breaking of a great number of bales at the falling of the floor, and the moving of the rice which had to occur twice, notwithstanding all care and effort that he exerted to prevent the same; as now appears, after the same has been distributed, and according to the most accurate record kept thereof, amounts to a sum of 40741 pounds or 7½ percent on that quantity that was on the floor, and thus 4½ percent more than that which is credited to him by the regulation of write-offs by the Honorable Company; he has the honor humbly to request Your Honorable, Most Venerable, to take into consideration that this loss occurred through no fault of his, and he has already had many expenses on account of it, and also that which he otherwise could have retained on his write-off with an economical and proper preservation of this grain, he has now lost entirely, and that it thus
Dutch transcription
Saturdag den 14. April 1781. Besluit de thuinen weder te ver„ pagter te verhalen op de goederen van den pagter en zijne borgen Request van den Dispencier vernede waar bij te kennen geeft, bij 't instor„ „ten van een solder in de dispens groo„ „te schade op de rijst te hebben ge„ „kreegen: Waar op goedgevonden is, de pagten op nieuw en „pagten, en heb agterweesen van den te laaten verpagten, het hat agter weesen van den pagter, zo op de pagt van het verloo„ „pen Jaar 1780 als de nu reets verloopen 3½ a: 4: maanden van dit Jaar; zoo meede de schaade die de Comp: in Cas van minder rendement bij verpagting mogte komen te leijden, te verhaalen op de goederen van den pagter, en zijne borgen, voor zo verre die te agterhaalen en toerijkende zijn, waar om „trent den fiscaal geinjungeert wierd, zig dat om na de bezittingen derzelve te informeeren en dezelve ten behoeve van de Comp: te ver¬ „kopen. Nog is geproduceert een Request van den onderkoopman en Dispencier Abra„ „ham Jean Scipion vernede, waar bij denselven te kennen geeft, dat de Rijst zolder van het graan Maguazijn is ko„tuij dat „men te breeken, met dat gevolg dat 7243 pakken rijst in stroo g'emballeert, die en te 103. Saturdag den 14:' April 1781. om hij versoekt te mogen werden ont„ kreeven „etuijging van den heer Gouverneur dat bij die instorting de rijst heeft moeten werden verwenkt er op hebben geleegen, ter ordre van den hoofd administrateur, met alle spoed en magt van Coelijs, om het verder instorten van het gebouw voor te komen, hebben moeten overgedragen werden; gedeeltelijk op de sol¬ „der boven het dispens in de rest in twee daar toe genomene aparte logies binnen de stad; waar uijt dezelve vervolgens we„ „der in het graan maguazijn zijn overge„ „bragt, dat daar door een menigte van balen rijst zijn stukkend geraakt, en veroor„ dat het selve bedraagd 7½. per C=to waar zaakt is een verlies van 40741. ponden rijst of te 7½. percento en dus 4½ p=r C=to boven de gepermitteerde afschrijvinge, en dewijl dit verlies buijten zijne schuld is voortge„ „komen, zoo verzoekt denzelven dat hij van het gantsche verlies mag werden ontheven: Waar op gedelibereert en door de Heer Gouverneur verklaart zijnde, dat de zol¬ „der van het Rijst Pakhuijs in de maand october anno pass=o voor een gedeelte was in Saturdag den 14:' April 1781. gevoelen van den Raad dat daar door wel groote spillagie moest zijn ver„ oorsaakt nen oordenglts de zake Getra ordinai d en draagt deselve aan Haar Hoog ve Edelheedens voor en het request te inseereren Jnsertie van het Requst ingestort, en dat de Rijst, daar op geleegen heb„ „bende, heeft moeten werden verwerkt en na an„ „dere plaatsen overgebragt, zoo was de vergaderin„ „ge wel van gevoelen, dat daar door veel spilla„ „gie en verlies moest zijn gecauseert, dog tef„ „fens van oordeel, dat dewijl dit een Extra or„ „dinaire zaak was, waar op bij de reglemen„ „ten geene bepalinge is gemaakt, men daar op niet konde disponeeren, maar dat het ge„ „voeglijkste was, de zaak, zo als ze legt, Hlaar Hoog Edelheedens voor te dragen en een gunstige dispositie te verzoeken, hoedanig Besluijt zulks te laaten geschieden dan het besluijt met een parige stemmen is gevallen en wijders verstaan, het re„ „quest hier te insereeren. Aan den wel Edelen groot Agtb wijdgebiedende Heere! Adriaan Moens; Gouverneur en Directeur der kuste Mallabaar, met den „ressorte van dien. wel 105 Saturdag den 14:' April 1781. Wel Edele, Groot Achtb: wijdgebiedende Heere De ondergeteekende neemt de vrijheid uwel Edele groot Achtb:, onder het oog te brengen, dat in october Jongst leeden, de rijst zolder onder zijne administratie be„ „rustende, is koomen te breeken, en wel met dit gevolg, dat hij de aanmerkelij„ „ke partij rijst van 7243. pakken, dewel„ „ke daar op lag, volgens 's lands gebruijk enkel in stroo ge-emballeerd, na alvoo„ „rens daar toe ook order van de E: Hoofd administrateur ontfangen te hebben, met alle spoed en magt van Coelijs, om het verder instorten van dit gebouw voor te koomen heeft moeten overbrengen ge„ „deelte, op de solder boven het dispens en de rest in twee daar toe genoomene ap„ „parte logies binne de stadt, waar in de„ „zelve gebleeven zijn, tot dat hij eenige verstrekkinge gedaan hebbende, in de onderste pakhuijsen plaats heeft gemaakt, en dezelve doen weederom heeft Saturdag den 14:' April 1781. heeft moeten overbrengen, en alzo hij nu door het breeken van een meenigte baalen bij het vallen van de solder, en de verwer„ „king van de rijst die twee keeren heeft moe„ „ten geschieden, een groot verlies en zwaare spellagie, niet teegenstaande, alle zorgen moeite die hij aangewend heeft, om het zelve voor te komen; heeft ondergaan, ge„ „lijk nu blijkt, na dat dezelve verstrekt is, en volgens de naauwkeurigste aantee„ kening daar van gehouden, eene somma van 40741. ponden bedraagt of 7½. p=rs op die quantiteijt, die op de solder was en dus 4½ p:r C=t meer, als het geene hem bij reglement van afschrijvinge door de E Com„ werd te goed gedaan, heeft hij de eere uwel Edele groot Agtb:, onderdaniglijk te verzoeken, in aanmerking te neemen, dat dit verlies buijten zijn schuld is voort gekomen en Hij alreeds daar bij veel ongelden heeft gehad, en ook het geene hij anders bij eene Zuinige en behoorlijke be„ waaring van dit graan op Zijne afschrij¬ „ving hadde kunnen overhouden nu ten eenemaal verlooren heeft, en dat het dus
English
107. Saturday the 14th of April 1781 that it may graciously please Your Right Honorable Worships to relieve him of the further loss, for which he will always maintain the greatest gratitude and appreciation. Below stood: Which doing. Signed: A: J: S: Vernede. In the margin: Cochim the 4th of March 1781. Thus done, resolved and decreed in the Council of Malabar, in the City of Cochim, on the day, month and year aforementioned. Signed: M: Moens; I: G: van Angelbeek; F: v: Busch; N: W: Beijts; I: L: v: Spall; C: G: Seijffer; A: J: S: Vernede; W: v: Haeften; I: M: Daemichen. Wednesday the 18th of April 1781. In the morning at six o'clock All Present Except for the Honorable Second, Reinier van Harn, due to indisposition. Wednesday the 18th of April 1781. The Commander is brought to the Government House, from where the entire Council proceeds to the assembly hall. The Governor takes the oath of not having engaged in private trade for the elapsed 8½ months of this financial year. Pursuant to what was decreed at the session of the 14th of this month, today being the designated day to publicly introduce the incoming Commander, Mr. Johan Gerhard van Angelbeek, and to confer the administration of affairs upon him, the members proceeded in a body with carriages to the residence of the Commander, fetched His Honour, and escorted him to the Government House, from where the entire Council subsequently proceeded indoors to the ordinary assembly hall and took their seats. Thereupon the Governor announced that, before commencing with the ceremony of the introduction, His Honour was inclined to take the oath for fidelity in the trade of the Honorable Company during the seven and a half months of this current financial year. Upon this it was declared by the Governor that during the aforementioned seven and a half months he carried on no private trade whatever, 109 Wednesday the 18th of April 1781. Promotion of the sailor-writer Frans Hendrik Schuurman to junior assistant. The Commander takes the oath in the hands of the Governor. and conducted that of the Honorable Company with the required fidelity, both with regard to the goods which the Company sent here for sale, and those purchased privately and resold for the Company by him and the Second. His Honour confirmed this declaration with a solemn oath, of which it was agreed to keep this record. Furthermore, on the proposal of the Governor, it was resolved, in commemoration of this introduction and without establishing a precedent, to promote to junior assistant at ƒ 16:-. - the sailor-writer Frans Hendrik Schuurman, as being a person who conducts himself well in the service and has already written at the secretariat for many years. After which the Governor had the Secretary read aloud the open deed of commission of the aforementioned Commander, and subsequently the oath framed for the Commanders, which oath the Commander willingly took in the hands of the Governor, Wednesday the 18th of April 1781. as the members also took the oath of fidelity to the Commander in the hands of the Governor. The Governor presents the General Transfer and thanks the members for the good advice given in the service. Whereupon the customary compliments having been exchanged on both sides, the Governor delivered over to the Commander the General Transfer, the Memoir, and the keys of the city and powder magazines, and announced that he and his family would proceed on board the ship Compagnies Welvaren in order to undertake therewith, under God's blessing, the voyage to the chief Indian seat of Batavia; that His Honour meanwhile most courteously thanked the members of this assembly, each in particular, for the good and well-meaning advice they had given concerning the service of the Honorable Company during his presence and authority at this place. 111. Wednesday the 18th of April 1781. Which is answered in fitting terms. The entire assembly proceeds outside, where the public introduction is performed. An address by the Governor pertinent to the matter, and mutual congratulations. Which compliment was answered by the assembly in fitting terms, and having wished His Honour God's blessing, health, and a safe voyage to Batavia, the entire assembly proceeded from the Council chamber, and from there down the stairs, outdoors in state, to the Commandery, where the public introduction then took its course according to custom. The same was concluded by a fine address, pertinent to the matter, by the Governor to the Commander and also to the people, after which the Commander was congratulated by the retired Governor, the Council, the members of the collegial bodies, and further qualified servants and principal officers of the Burghery.
Dutch transcription
107. Saturdag den 14. April 1781 dus uwel Edele groot Agtb: goedgunstig„ „lijk believen mag, hem van het meerder verlies te ontheffen, waar over hij ook al¬ „toos de grootste dankbaarheijd en erkente„ „nisse zal blijven overhouden /:onderstond:/ 'T welk doende /:was getekend:/ A: J: S: vernede /:in margine:/ Cochim den 4:' Maart 1781. Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Malla„ „baar, ter Steede Cochim ten dage, maand en Jaare voormeldt /:was getekend:/ M: Moens; I: G: van Angelbeek; - - F: v: Busch; N: W: Beijts; I: L: v: Spall C: G: Seijffer; A: J: S: vernede; W: v: Haeften I: M: Daemichen. Woensdag den 18 April 1781. smorgens ten ses uuren Alle Present Dempto D' E: Heer Sekunde Reinier van Harn door in disposiesie Volgens oe a dus Woensdag den 18. April 1781. De kommandeur word in t Goever„ „Raad zig naar de vergader zaal begeeft De Goeverneur presteerd den Eed van te hebben, voor de verlopende 8½. maanden van dit Boekjaar Volgens het Gearresteerde ter Sitting van „nement gebragt, van waar de gantsche den 14. deezer, Heden den bestemden dag Zijnde, om den Heer aankomende komman„ „deur Johan Gerhard van Angelbeek publik voor te stellen, en het bewind van zaaken op te dragen, zo hebben zigde Lee„ „den en Corps met rijtuijgen vervoegd, aan de woon van den Heer Commandeur en zijn Edele afgehaald, en in het Gouverne„ „ment geleijd, van waar vervolgens de gant„ „sche Raad zig binnen door na de ordinaire vergader Zaal heeft begeeven, en zit plaats genomen, wanneer de Heer Gouverneur geen Handel partikulier gedreven te kennen gaf, dat zijn Edele alvoorens met de plegtigheid van de voorstellinge te beginnen; geneegen was den Eed te pres„ „teeren voor de getrouwigheijd in den Han„ „del van D' E: Comp: geduurende de seven en een halve maanden van dit Loopende BoekJaar, en is hier op door de Heer Gou„ verneur verklaard, dat Hij geduurende de Frans Bevo voorm: Jong 109 Woensdag den 18. April 1781. Bevordering van den Matroos bij de Pen, Frans Hendrik Schuurman tot Jong assistent De kommandeur Presteerd den Eed in handen van den Gouverneur voorm: seven en een halve maanden, geent: particulieren Handel gedaan, en dien van. D'E: Comp: met de vereijschte trouwe gedree„ „ven heeft, zoo ten aansien van de goederen die de Comp: hier ten verkoop heeft gesonden, als die door Hem en den secunde voor de Comp: particulier ingekogt en weder verkogt zijn, welke verklaaringe zijn Edele met solem¬ „nelen Eede heeft bevestigt, en waar van verstaan is, deese aanteekening te houden. Zijnde voorts nog, op de Propositie van den Heer Gouverneur geresolveert, ter gedagte„ „nisse van deese voorstellinge, buijten Con„ „sequentie, tot Jong Assistent met ƒ 16:-. - te bevorderen den Mattroos bij de pen Frans Hendrik Schuurman, als Zijnde een persoon, die zig in den dienst, wel Comporteert, en reets veele Jaaren ter secretarije geschreeven heeft. Waar na de Heer gouverneur door den Secretaris heeft laaten opleesen, de opene acte van Commissie van welmelten Heer Com„ 781. van a„ „ Woensdag den 18. April 1781. kommandeur De Goeverneur legt over het Generaal Transport en bedankt de Leeden voor de gegevene goede advisen in den dienst Commandeur, en vervolgens de Eed, voor de Commandeurs beraamt, welken Eed de Heer Commandeur in handen van de Heer Gouver 'Twelk word „neur met bereijdwilligheijd heeft afgelegd als ook de Leeden voor de trouwe aan den gelijk de Leeden ook den Eed van getrouwig heijd, aan de Heer Commandeur, aan handen van den Heer gouverneur hebben gepresteer waar op de gewoonelijke Complimenten over en weer afgelegd zijnde, de Heer gou„ „verneur aan den Heer Commandeur het generaal Transport, De Memorie, en de sleutels van de stad, en kruijtkelders. heeft over, en te kennen, gegeven, zig met de zijne te sullen begeeven aan boord van het schip Compagnies welvaren, om daar meede, onder Godes Zegen, de reijs aanteneemen, na de Jndiase Hoofdplaats Batavia, dat zijn Ed: inmiddens de Leeden deeser verga„ „dering, ieder in 't bijsonder beleefde„ „lijkst bedankte, voor de goede en welmenende advijsen die zij Con¬ „ten de wa „ler„ Thiee w aan zaa ove 111. Woensdag den 18. April 1781. 'Twelk in gepaste termen b'andwoord word de gantsche vergadering begeeft zig bui„ „waar de Publieke voorstelling gedaan word aansprake door de Goeverneur ter zaake dienende, en gelukwensingen over en weer. „Concerneerende den dienst der E: Comp: geduurende desselfs aanweesen en ge„ „sag te deeser plaatse, hadden gegeven; „ „welk Compliment door de vergadering in gepaste termen beantwoord, en zijn Ed: Gods Zeegen, gesondheijd en een behou„ „de reijs na Batavia toegewenscht heb„ „bende, heeft de gantsche vergadering „ten om na het kommandement al„ zig uijt de Raad kamer, en van daar de trappen af, buijten om, in statie bege„ „ven, na het Commandement, alwaar de Publicque voorstelling vervolgens, na den gebruijke haaren voortgang gehad heeft; werdende deselve g'eijndigt door een fraaije, ter zaake dienende, aan„ „spraak van de Heer gouverneur, aan de Heer Commandeur, en ook aan den volke, waar na den Heer Commandeur van den afgegaane Heer Gouverneur, den Raad, de Collegianten en verdere ge„ „qualificeerde Dienaren en voornaam„ „ste officieren der Burgerije, geluk is ge„
English
Wednesday the 18th of April 1781. wished success with the administration assumed by His Honour, for which compliment the Lord Commander, having politely offered thanks, the aforementioned Lord Governor was escorted by the Lord Commander and Council, along with the lesser officials, out to the quay of the River Gate, where His Honour, having once more taken a friendly farewell with his spouse, boarded the courier boat to sail therewith on board the aforementioned vessel, 's Compagnies Welvaren; none of the members having gone along as a deputy, because the Lord Governor was pleased to decline, and expressly requested to go on board alone with His Honour’s beloved. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar in the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J: G: v: Angelbeek; F: v: d: Busch; N: W: Beijts; I: L: v: Spall; C: G: Seijffer; A: J: S: Vernede; W: v: Haeften; J: A: Daimichen. Resolution 113 Resolution Proposal for the giving of a gift to the King of Cochin. Friday the 4th of May 1781. Taken in the Council of Malabar in the city of Cochin. Present: The Right Honourable and Esteemed Lord Commander and Supreme Ruler Johan Gerhard van Angelbeek, The Esteemed Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Reinier van Harn, The Esteemed Captain-Lieutenant and Head of the Military Fredrik van den Busch, The Esteemed Merchant, Fiscal, and Cashier Mr. Nicolaas Wendelin Beijts, The Esteemed Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seijffer, The Esteemed Junior Merchant and Purser Abraham Jean Scipion Vernede, The Esteemed Junior Merchant Willem van Haeften, and The Esteemed First Junior Merchant and Secretary of Policy Johan Andries Daimichen. Absent: The Esteemed Junior Merchant and Warehouse Master Jan Lambertus van Spall. The Lord Commander made it known that, according to custom, shortly after the first meeting of an incoming Ruler with the King of Cochin, some gifts ought to be presented to His Highness, and showed how much the gift had amounted to in the time of the three most recent former rulers, namely: Friday the 4th of May Anno 1781. At the first meeting of the Lord Commander Breekpot: Purchase price ƒ 302:6:—; Sale price ƒ 496:15:8 Of the Lord Governor Senff: Purchase price ƒ 872:9:8; Sale price ƒ 1021:13:8 Of the Lord Governor Moens: Purchase price ƒ 706:—:—; Sale price ƒ 844:9:8 Whereupon the Lord Commander produced a proposal for several goods, together to the value of ƒ 555:7:— at purchase price and ƒ 737:15:8 at sale price, and proposed to have that gift delivered to the King of Cochin, and to have the goods mentioned therein: 8 cubits of red velvet at roughly 7 Rupees the ell, or the eight ells for: Rupees 56:—. 1 piece of silk fabric with silver flowers for: Rupees 90:—. 1 piece of silk fabric: Rupees 45:—. 4 pieces of armozeen at 14 Rupees: Rupees 56:—. or to have all these four items, as they are not in stock, purchased for: Rupees 247:—. 115 Friday the 4th of May 1781. Resolution: To deliver the gift according to the proposal and to have the missing items purchased. Insertion of the proposal. Which having been deliberated upon, it was approved unanimously to have the gift delivered to the King of Cochin according to the aforesaid proposal, and to have the goods specified hereinbefore that are not in stock purchased at the prices cited therein, and also to insert the proposal below. Proposal for a gift for the King of Cochin on the first meeting of the Right Honourable and Esteemed Lord Commander Johan Gerhard van Angelbeek, namely: Purchase price / Sale price 8 lb cloves: ƒ 2:14:— / ƒ 33:12:— 8 lb nutmeg: ƒ 17:—:— / ƒ 19:4:— 8 lb mace: ƒ 4:1:— / ƒ 41:12:— 1 piece fine gilded musket: ƒ 28:17:8 / ƒ 50:10:8 1 pair fine chased pistols: ƒ 26:5:— / ƒ 45:19:— 1 pair gilded pistols: ƒ 35:4:8 / ƒ 61:13:— 1 canasser of powdered sugar, set at 450 lb: ƒ 32:8:— / ƒ 60:15:— 1 ditto candy ditto 450 lb: ƒ 94:10:— / ƒ 94:10:— 8 ells of red velvet: ƒ 67:4:— / ƒ 67:4:— 1 piece Chinese fabric with silver flowers: ƒ 108:—:— / ƒ 108:—:— Brought forward: ƒ 400:11:— / ƒ 582:19:8 Friday the 4th of May 1781. Purchase price / Sale price Brought forward: ƒ 400:11:— / ƒ 582:19:8 1 piece Chinese silk fabric: ƒ 54:—:— / ƒ 54:—:— 4 pieces double armozeen: ƒ 96:—:— / ƒ 96:—:— Subtotal: ƒ 550:11:— / ƒ 732:19:8 For linen for wrapping: ƒ 4:16:— / ƒ 4:16:— Together: ƒ 555:7:— / ƒ 737:15:8 Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar in the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J: G: van Angelbeek; R: v: Harn; F: van den Busch; N: W: Beijts; C: G: Seijffer; A: J: S: Vernede; W: v: Haeften, and J: A: Daimichen. Monday the 7th of May 1781. All present, except Jan Lambertus van Spall and Willem van Haeften, being out of town with permission. The [illegible]
Dutch transcription
Woensdag den 18. April 1781. vertrek na Boord van het schip komp: welvaren gewenscht, met sijn Ed:s overgenoomen bestier, voor welk Compliment de Heer Commandeur beleefdelijk bedankt hebbende, zo wierd welmelte Heer gouver„ „neur door den Heer Commandeur en Raad benevens de mindere gequalificeerdens uijt„ uitgeleide aan de Goeverneur en zijn, geleijd gedaan, tot buijten aan de Kaaij van de Rivier poort alwaar zijn Ed: met desselvs gemalinne nogmaals vrien„ „delijk afscheijd genomen hebbende, over„ „gestapt is, in de Postlooper, om daar mee„ „de aan boord van voorm: bodem, 's Compagnies welvaren, te varen; Zijnde niemand van de lee¬ „den, als gecommitteerde, mede gegaan, om dat den Heer Gouverneur, daar voor heeft gelieven te bedanken, en Expresselijk begeert, met zijn Edeles beminde alleen na boort te gaan. Aldus Gedaan, Gerezolveerd en Gear„ „resteerd in Raade van Mallabaar ter Stee„ „de hoetsiem, ten dage, maand en Jaare voorm: /:was getver/. . . . . . . . J: G: v: Angelbeek - - F v: d: Busch; N: W: Beijts; I: L: v: Spall; C: G: Seijffer; A: J: /: vernede; w: v: Haesten: J: H: Daimichen Susoluuitsie 113 Resoluutsie voorstel top het doen van een gescherk aan den koning van Koetsiem Den wel Ed: Achtb: Heer koormand:r en oppergebied Johan Gerhard van Angelbeek, Den E: Heer opper koopman, sckunde en Hoofd- administrateur Reinier van Harn, Den E: kapitain Luitenant en Hoofdder Milietsie Fredrik van den Busch, Den 6: koopman Fiskaal en kassier M=r Nicolaas wendelin Beijts, Der E: onderkoopman en Soldij Boekhoud=r Coenraad George Seijffer, „ Den E: onderkoopman en dispensier Abraham Jean Scipion vernede, Den E: onderkoopman Willem van Haeften en Den E: P„r onderkoopm: en Sekretaris van Polietsie Iohan Andries Daimichen Absent Den E: onderkoopman en Pakhuismeester Ian Lambertus van Spall. De Heer kommandeur gaf te ken„ „nen, dat volgens gebruik, kort na de eerste ontmoeting van een aankomend Gebieder met den koning van Koetsiem aan zijn Hoog „heid eenige geschenken dienen te werden, Vrijdag den 4 Mai 1781. Present. Genoomen in Raade van Mal¬ „labaar ter steede koetsiem. gedaan, „ 3 Hoe groot de schenkasie bij drie voorige gebieders is geweest Propositsie tot den inkoop van eenige daar toe ontbreekende, goederen gedaan, en vertoonde, dat die ten tijde van Be de drie Jongste voorige gebieders, hadden be„ lasten „dragen als Vrijdag den 4:' Mai Ao 1781. Bij de eerste ontmoeting van den Heer kommandeur inkoops uijtkoops ƒ 302:6:—: ƒ 496: 15: 8 Breekport - - - - van den Heer gouverneur serff „ 872:9:8. „ 102: 13: 8. van den Heer gouverneur Moens „ 706:—. —. „ 844: 9: 8: Waar benevens de Heer Kommandeur pro „duseerde, een projekt van eenige goederen te samen ter waarde van ƒ555: 7:- in, den ƒ 737:15:8. uitkoops, en proponeerde die schenkasie aan den koning van Koetsiem te laaten afge„ „ven, en de daar bij vermelte 8: Ca: rood fluweel tegens R o/a 7: de, el ofte de acht ellen voor - - - - - - Rop:s 56. —. 1: p:s zijde stof met zilvere bloemen tegens - - „ 90. —. 1:– „ zijde stof - - - - - - - - - - „ 45: —. 4. – „ Armozijnen â 14: rop:s - - - - - „ 56: —. of alle deeze vier artikulen, als niet in voorraad zijnde, te laaten in koopen voor Rop: 247:—. waar 115. Vrijdag den 4. Mai 1781. Besluit, 't geschenk volgens Projekt 't „len te laten in kopen Insertsie van't Prsekt. Waar op gedelibereert zijnde is, met een en belaten afgeven en de mankeerende artike „parige stemmen goedgevonden, het geschenkt na het voormelt Projekt, aan den Koning van Koetsiem te laaten, afgeeven, en de niet in voorraad zijnde hier vooren gespesifiseer„ „de goederen tegens de daar bij aangehaalde prijzen te laaten in koopen, mitsgaders het Projekt hier onder te insereeren Projekt Geschenk voor den Koning van Koetsiem bij de Eerste ontmoetinge van de wel Edele Achtb Heer Kommandeur Johan Gerhard van Angelbeek, als Jnkoops uitkoops - - -ƒ 2. 14: — ƒ 33. 12: —. - - „ 17. –. „ 19. 4. -. - - - - „ 4. 1. - „ 41. 12. -. 50. 10. 8 45. 19. . -. 61. 13. — - - - - „ 67. 4. -„ 67. 4. - - - - „ 35. 4. 8. „ 8 - lb: Nagulen - - 8. „ Nooten - 8 „ foelij - - - - - 1 1 paar Pistooren „ vergulde— 1. knasser poeder suiker, stelle 450: lb: - - - - „ 32. 8 —„ 60. 15. 1 _:o kandij do „ 450 „ - - - „ 94. 10. -„ 94. 10. -. 8 lb: Rood fluweel - 1. p:s sinas stof met zilvere Bloem - - - „ 108. —. – „ 108. –. – Transporteere ƒ 400. 11. . ƒ 582. 19. 8. 1. - p:s snaphaan fijne vergulde - - - - - - - - „ 28. 17. 8„ v. uijtgekapte - - - - - „ 26. 5. —. „ van eur - - — -: Vrijdag den 4.:' Mai 1781. Jnkoops uijtkoops P:r Transport - - - ƒ 400: 11:-. ƒ 582: 19:8 1: P:s Sinase stof zijde - - - - - „ 54: —. —. „ 54: —. —. 4. „ Armozijnen dubbelde - - - „ 96:—. -. „ 96:—. — Teld - - - ƒ 550:11:—. ƒ 732:19:8: voor Linnen tot afpakken - - - „ 4: 16. –. „ 4: 16:—. Te Samen - ƒ 555: 7:—. ƒ 737:15:8 Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Mal„ „labaar ter steede Koetsiem, ten dage„ maand en Jaare voormeldt /:was getelt:/ J: G: van Angelbeek; R: v: Harn; F: van den Busch; N: W: k: Beijts; C: G: Seijffer; A: J: S: vernede; w: v: Haeften, en I: A: Daimichen Maandag den 7. Mai 1781. Alle Present Demptis De Jan Lambertus van Spall, en willem van Haeften, als zijnde met konsent buijten de stad Het Suri me
English
117 Monday the 7th of May 1781. The Commander gives notice that the Syrian Priest has converted to the Reformed Religion, and what the purpose regarding it is. Passage regarding this read from the general Batavia letter of 24 September 1779. It is known to the Members, said the Lord Commander, that about two years ago a Syrian Priest, named Georgius Carolus of Kandanatte, converted to the Reformed Religion, and that the purpose is to make of this man a Native Preacher to proclaim the word of God fruitfully among his countrymen, as appears from the honored letter of the Noble High Government of the Indies dated 24 September 1779, of which the following passage was read aloud: To request the Honorable Lord Governor of Ceylon, Mr. Iman Willem Falck, through the Cochin Ministry, with notification of Their High Honor's honored Resolution, to commission one of the Ceylon Preachers and let him cross over to Cochin to attend, on behalf of the Ceylon church council, the ordination of the Syrian Priest, who has already made his Confession, and thereupon to have that man Examined by the church council—reinforced in this case with some of the most knowledgeable and prominent members of the congregation—and, being deemed competent to proclaim the word of God fruitfully to his countrymen, to let the ordination proceed and to appoint him as Native Preacher, for the filling of the Holy ministry and administration of the Sacraments among the Natives, provided nevertheless that He shall remain subordinate to the Cochin church council, without his being permitted for the time being to be a Member of the Same. Whereupon the Lord Commander gave notice that on the 3rd of this month the Preacher Manuel Morgappa arrived here from Ceylon via the Tuticorin Overland Route, in order, according to the instructions of the Ceylon Government, in a Postscript of their letter of 29 March last, to help Examine and confirm in the holy ministry the aforementioned Georgius Carolus of Kandanatte on behalf of the Ceylon church council. And He further Proposed, in compliance with the Honored order of the aforementioned High Government of the Indies, to nominate some of the most prominent and knowledgeable Members to reinforce the church council. Whereupon, having deliberated, it was approved and understood, upon the proposition of the Lord Commander, to let the Examination and ordination proceed, if he be found competent, and to commission the Cochin church council for this purpose, assisted by the aforementioned Preacher Manuel Morgappa, and to reinforce that consistory further with two members of this Council, Namely with the Junior Merchant and Warehouse Keeper Jan Lambertus van Spall, and the Junior Merchant and Dispenser Abraham Jean Scipion Vernede; together with the Members, The Bookkeeper and First Clerk of Police Adriaan Poolvliet, the Bookkeepers Willem van der Sloot and Jeremias Zeizing, and the Surgeon Daniel van der Sloot, they being deemed the most competent for this purpose among the congregation; furthermore, to give notice of this arrangement to the church council by Extract hereof, in order to set a date for the execution of the one and the other as soon as possible and to act in that regard according to the Honored order of the Noble High Government of the Indies. Furthermore, the Lord Commander gave notice that since the interim Head of the Militia, Captain Lieutenant Fredrik von den Busch, was chosen and appointed at the session of 7 April last as an effective Head of the Militia, it was not fitting that he should any longer have a seat as a Member in the Council of Justice, and proposed therefore to dismiss him therefrom and to fill the vacancy created thereby with the Extraordinary Lieutenant of the Artillery and overseer of the armory Andries van Eijk; which, being unanimously agreed to by the Members, it was further understood to have an Extract hereof delivered to the Council of Justice. Thus Done, Resolved and Decided in the Council of Malabar, at the city of Cochin, on the day, month and Year aforementioned. Was signed: I. G. van Angelbeek, R. v. Harn, F. v. d. Busch, N. W. Beijts, C. G. Seijffer, A. J. C. Vernede, J. A. Daimichen.
Dutch transcription
117 Maandag den 7. Mai 1781. De kommandeur geeft te kennen, dat de meerde Rrelisie is overgegaan trent is. Periode dien aangaande uit de gene„ „rale Bataviasche missive van den 24. 7ber: 1779 opgeleezen 81. Het is de Leeden bekent, zeide de Suriaansche Priester, tot de gerefor„ Heer Kommandeur, dat voor omtrend twee Jaaren eene Sijriaanse Priester, genaamt Georgius Carolus van Kandanatte tot de gereformeerde Relisie is overgegaan, en dat het oogmerk is, om van deezen man„ in wat het oogmerk daar om „ eenen Landprediker te maken om het woord Gods met vrucht onder zijne land„ „genooten te verkondigen, zoo als blijkt bij g'eerde missive der Edele Hooge Jndiase Regeeringe de dato 24. September 1779:, waar van de volgende periode wierd op geleezen: Den wel edelen Heer Ceilonse Gouver„ „neur M:r Jman willem Falck, door het koetsiemse Ministerie, onder kennis geving „ van Hoog derzelver g'eerde Disposietsie, „ te verzoeken, een der Ceilonse Predikanten „ te kommitteeren en naar hoetsiem te laa„ „„ ten overgaan om van weegen den Ceilonsen „kerkenraad de ordening bij te woonen van den 8: se Predikant Morgappa is van Ceilon „pen Examineeren en bevestigen Maandag den 7. Mai 1781. „den Sijriaanschen Priester, die bereets zijn „ Beleidenis heeft afgelegt, en die man ve „„volgens door den kerkenraad, in dit geval „ met eenige der kundigste en aansienlijks „leeden van de gemeente te versterken, te „ doen Examineeren, en bekwaam g'oordeel wordende, het woord Gods met vrucht aan Pro „ zijn landsgenooten te verkondigen, de orde „„ning voortgang te laaten neemen en hem „ aan te stellen tot Land-Prediker, ter be „kleeding van het Heilich dienst werk „ en bediening der Sakramenten onder „ den Jnlander, zoo nog tans dat Hij gesie „„bordineert zal moeten bleeven aan den „koetsiemsen kerkenraad, zonder dat Bes „ hij voor eerst een Lid van de Zelve zal m „„gen weezen„ Waar na de Heer kommandeur te hier aangekomen, omgem. Priester te hel kennen, gaf, dat den 3. deezer van Ceilon over den Tutukorijnsen Landwech, hier in da koel siste aangekoomen was den Predikant Mar gap eenig „el Morgappa, om volgens aanschrei vens 119 Maandag den 7. Mai 1781. Besluijt de Examinaatsie en or„ „dening te laten voortgang hebben koetsiemschen kerkenraad geas„ gappa, met versterking van nog eenige der kundigste Leedematen „vens van de Ceilonse Regeeringe, bij Post scriptum van hun brief van den 29 Maart Jongst leeden, voormelten Georgius Ca„ „volus van kandenatte, van weegens den Ceilonsen kerkenraad te helpen Exami„ „neeren en in den heiligen dienst te be„ Proposietsie dien aangaande „ vestigen. En Proponeerde voorts, ter vol„ „doeninge aan de G'eerde ordre van wel„ „melte Hooge Jndiasche Regeeringe, te benoemen eenige der aanzienlijkste en kundigste Leeden, tot versterkinge van den kerkenraad, waar op gedelibe„ „reert zijnde, is, op de proposietsie van den Heer Kommandeur, goedgevonden en ver¬ „staan de Examinaatsie en ordening, zoo den zelven bekwaam bevonden werd, voortgang te laaten neemen, en daar toe den koetsiemsen kerkenraad te kommit„ „teeren, g'assisteerd door voormelten Pre„ en daar toe te kommitteeren den „ dikant Manuel Morgappa, en dat „sisteerd door gem Predikant Moer„ konsistorie nog te versterken met twee lee„ „den deeses Raads, Namentlijk met den onder¬ 781. der Om te e vens en zulx op een, door gem: kerken„ „raad, te bepalene dag Te kennen geving dat het niet wel voegde dat den tot Hoofd der Mi„ van Den Busch, langer sessie in Raade van Justietsie had. Maandag, den 7. Mai 1781. onderkoopman en Pakhuismeester Jan Lambertus van Spall, en onderkoop„ „man en Dispensier Abraham Iean Scipion vernede; mitsgaders met de Leedemaaten, Den Boekhouder en Eerste klerk van Polietsie Adriaan Pool„ „vliet, de Boekhouders willem van der sloot en Jeremias Zeizing en den Chirurgijn Daniel van der Sloot, als de bekwaamste daar toe onder de ge„ meente G'oordeelt zijnde, voorts van deese schikkinge den kerkenraad bij Extrakt deezes kennisse te geven; ten einde, ter vol„ „brenging van het een en ander, hoe eer hoe liever een dag te bepaalen en daar omtrend na de G'eerde ordre der Edele Hooge Jndiase Reegeeringe te hande „len. — Voorts gaf de Heer kommandeur te „lietsie aangestelde kapt„n Luit kennen, dat vermits het Prointerim Hoofd der Milietsie den Kapitain Liei „tenant Fredrik von den Busch, ter sitting 121 Maandag den 7. Mai 1781. denzelven word daar uit ontslagen, ordinair Luit der Arthillerie van Eijk sitting van den 7. April J=o Leeden tot een effektief Hoofd der Milietsie is ver„ „kooren en aangestelt, het niet wel voeg„ „de den zelven langer als Lid in den Raad van Justietsie sessie had en proponeerde en zijn plaats vervult met den Extro derhalven den zelven daar uit te ontslaan en de daar door vakant geraakte plaats te vervullen met den Extra ordinair Lieute„ „nant der Arthillerije en opsiender der wapenkamer Andries van Eijk; het welk bij de Leeden een parig toegestemt Zijnde, is verder verstaan hier van Extrakt aan den Raad van Justietsie te laaten afgeeven; Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Malla„ „baar, ter steede Koetsiem, ten dage, maand en Jaere voormeld /:was getekend::/ I: G: van Angelbeek, R: v: Harn; F: v: d: Busch N: W: Beijts, . . .. C: G: Seijffer A: J: C: vernede, - . . . J: A: Daimichen Maandag ng
English
Monday the 21st of May 1781. Production of an extract of a church resolution. The former Syrian priest Georgius Carolus examined, but found unqualified for the office of proponent. Request of the church council to appoint him as catechist or schoolmaster, or to send him to Ceylon. Produced and read was an extract of a church resolution dated the 15th of this month, stating: that the Syrian priest Georgius Carolus had been examined in the Cochin church council, assisted by the Reverend Morgappa on behalf of the Ceylon church council, and augmented with two members of the Council of Policy and four congregation members proficient in the Malabar language, but was found unqualified for the office of proponent, and that for this reason it was approved by the said church council not to proceed with the ordination, and whereby the said church council makes a request that this Syrian priest might be appointed as a catechist or schoolmaster under the supervision of the church council to qualify himself in time for a higher ecclesiastical office, or that he might be sent to Ceylon for further qualification. All present. Monday the 21st of May 1781. His unwillingness to go to Ceylon. Decision to appoint him as schoolmaster. Whereupon the Commander made known that, this Syrian priest having been questioned on this matter, he declared that he did not understand the Tamil or High Malabar language, and that therefore going to Ceylon could be of no use to him; but that he was inclined to accept the office of schoolmaster, promising that he would continue to practice the foundations of our religion and make himself more proficient therein. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed to accept the first part of the church council's request, appointing Georgius Carolus in this instance as schoolmaster, in such manner as to instruct his countrymen and their youth in the true Reformed religion and lead them under the supervision of the Cochin church council, insofar as he himself has been taught. Monday, the 21st of May 1781. Remark on the receipt of twenty-five rupees per month. Decision to let him retain them until further orders from the High Government. As a consequence of which, it was further made known by the Commander that this Georgius Carolus had been granted a monthly salary of twenty-five rupees by the right honorable, highly respected Adriaan Moens, departed Governor and Director of this Coast, and that this allowance had also been approved and confirmed by the High Government of the Indies, but that it was questionable whether this man, now that he was found unqualified to be a native proponent, might continue to enjoy this salary. Whereupon, having deliberated, it was unanimously approved and agreed that the twenty-five rupees per month granted to him ought to be left to him, pending further disposition of the High Government of the Indies, and that the extract of the church resolution in this matter be inserted. Monday the 21st of May 1781. Insertion of the extract of the church resolution. Extract of the church resolution of the 15th of May, anno 1781. As the task of examining the Syrian priest Georgius Carolus had been assigned to the Reverend Morgappa in the preceding session, His Reverence, after invoking God's holy name, proceeded to this immediately and questioned the aforementioned priest for the full duration of two hours, in the presence of the church council and the two members of the Council of Policy deputed for that purpose, as well as the four members proficient in the Malabar language, on the principal points of sacred theology. After the examination was concluded, it was approved, because the aforementioned priest was not found qualified for the office of proponent, not to proceed with the ordination as a native preacher, and to give notice of our proceedings to the High Authority, but at the same time to request of the very same that he might be appointed as a catechist or schoolmaster, being able to qualify himself in time under the supervision of the church council for a higher ecclesiastical office; or that he be sent to Ceylon for further qualification. Underneath stood: Agrees. Was signed: P. Cornelisz, president and secretary of the synod. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar, at the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J. G. van Angelbeek; R. v. Harn; F. von den Busch; N. W. Beijts; J. L. v. Spall; C. G. Seijffer; A. J. C. Vernede; W. v. Haeften; I. A. Daimichen. Monday the 4th of June 1781. All present. The Commander produced a separate letter from the Chief of Quilon.
Dutch transcription
Maandag den 21 Mai 1781. Productie van Een Extracht ker„ „kelijke Resolutie de geweese Sijriaansche Priester Georgius Carolus g'examineerd, dog tot het Levaarsampt niet bequaam bevonden Katechizeer of Schoolmeester aante„ „stellen, om naar Ceilon te zenden Is geproduceert en geleezen een Extrakt kerkelijke Resoluutsie de dato 15. deezer, houo naa „dende: dat de Sijriaansche Priester Geor„ „guus Carolus in den koetsiemschen ker„ „kenraad, geassisteert door den Predikant Morgappa, van wegens den Ceilonschen kerkenraad, en versterkt met twee Leden van Polietsie en vier Ledemaaten, kundig in de Mallabaarsche taale geexamineerd, doch tot het Levaars-ampt niet bequaam be„ „vonden was, en dat daar omme bij gem: ker„ bes „kenraad was goedgevonden de ordeninge geen voortgang te laaten hebben, en waar bij wel. verzoek van den kerkenraad hem als „ gemelde kerkenraad verzoek doet, dat deeze Sijriaansche Priester, tot katechizeer, of Schoolmeester, mogt worden aangesteld ons onder opsigt van den kerkenraad, o met 'er tijd zig bequaam te maaken, tot een aan„ „zienlijker kerkelijk ampt, of dat hij ter verdere bequaam wordinge naar Chilon Alle Present mogte 123 Maandag den 21. Mai 1781. naar Ceilon te gaan besluit hem als schoolmeester geen aantestellen mogte worden gesonden. —. Waar bij de Heer kommandeur te kennen gaf, dat deese Sijriaansche Priester hier over hou ongenegentheid van denselve om onderhouden zijnde, verklaard had, dat hij de Tamulsche, of hoog Mallabaarsche taal„ niet verstond, en daarom het overgaan naar Ceilon van geen nut voor hem konde zijn; doch dat hij geneegen was het Schoolmees„ „ters-ampt te aanvaarden, onder belofte, dat hij verder voortwaaren zoude, met zich in de gronden van onzen godsdienst te oefenen en daar in bequaamer te maaken Waarop gedelibereert Zijnde, is goedgevon¬ „den en verstaan, het eerste Lid van het ver„ „zoek van den kerkenraad te amplekteeren, in deezen Georgius Carolus tot School. „meester aantestellen, om zoodanig onder het opzigt van den koetsiemsen kerken „raad, zijne landgenooten en de Jeugd derzel„ „ve in den waaren gereformeerden Godsdienst te onderwijsen, en aan te leeven, zoo verre als hij selvs geleert is. zijnde 1781. Kt kt h ker„ Maandag, den 21. Mai 1781. aanmerking over het genot van vijf en twinting Rop: smaands besluit hem die te laten behouden tot nadere ordre van de Hoog Re„ „gering zijnde, als een gevolg van dien, door den Heer kommandeur nog te kennen gegeven, dat deezen Georgius Carolus, door den welede„ „len groot achtbaaren Heer Adriaan Moens afgegaanen Goeverneur en Direk„ „teur deezer kuste, tot eene maandelijkse be„ „soldinge vijf en twintig ropijen waaren toe„ „gelegt, en dat deeze toelage ook door Haar Edelheedens de Hooge Jndiase Regeeringe was goedgekeurd en G'approbeerd, doch dat het zijn bedenkinge had, of deezen man, nu hij tot inlandsch Levaar niet bequaam. was bevonden, deeze besolding mogt blijven genieten. waar over gedelibereert zijnde, is eenparig goedgevonden en verstaan, dat den zelven de hem toegelegde vijf en twintig ro„ „pijen 's maands behooren te worden gelaaten, tot nadere disposietsie van de Hooge Jndische Regeering, mitsgaders het Extrakt Ker„ „kelijke Resoluutsie in deezen te in„ „sereeren. Extrakt 125 Maandag den 21. Mai 1781. Jnsertsie van het Extrakt kerklijke Resoluutie Extrakt kerkelijke Resoluut„ sie van den 15 Mai A=o 1781. Selijk 't werk van 't Examen van den Sij¬ „riaanschen Priester Georgius Carolus in de voorgaande Zitting, aan den Eerw Heer Morgappa was opgedragen, zoo ging zijn Eerw: na aanroeping van Gods heiligen naam terstond hier toe over, en ondervroeg boven gemelden Priester den tijd van twee volle uuren, in de tegenwoordigheid van den kerkenraad en de daar toe gekommit„ „teerde twee leden van den Politiken Raad, als meede van de in de Mallabaarsche taal kundige vier Ledemaaten, over de voor„ „naamste stukken der heilige God geleert„ „heid. Na eindiging van 't Examen wierd goed„ „gevonden, dewijl voorm: Priester niet bekwaam„ bevonden wierd tot het Levaar- ampt, de orde„ „ning tot Landprediker geen voortgang te doen hebben, en van onze verrigting ken„ „nisse te geven aan de Hooge Overigheid, dog teffens hoogst dezelve te verzoeken, dat hij Maandag den 21. Mai 1781. hij tot katechizeer, of Schoolmeester, worde aangesteld, kunnende onder het opzigt van den kerkenraad met 'er tijd zich be„ „quaadmaken tot een aanzienelijker ker„ „kelijk ampt; of dat hij ter verdere bequaam „making naar Ceilon gezonden worde. (:onderstond:) akkordeert (was geteekend:) P: Cornelisz sijn: praes: et scr: Aldus Gedaan, Geresol„ „veerd en Gearresteerd in Raade van Mallabaar, ter steede Koetsiem, ten dage, maand en Jaare voormeldt /:was getekent:/ J: G: van Angelbeek; R: v: Harn; F: von den Busch; N: W: Beijts J: L: v: Spall; C: G: Seijffer; A: J: C: vernede„ W: v: Haeften „ I: A: Daimichen hee Maandag den 4. Juni 1781. het Alle Present. De Heer kommandeur produceerde een aparte missive door het hoilangs opper„ hoofd dat om sent dat dat de
English
127 Monday the 4th of June 1781. Production of a letter from Koilang, stating that the King of Trevankoor wished to come there to meet the resident, that the resident had declined this because he had no gifts to present, that the King had sent word that he would come later to inspect Koilang, which the resident undertook to communicate to Koetsiem and to provide the answer. Resident Rosier has written to His Honour under date of 30 May last, stating that the King of Trevankoor arrived at Koilang on 19 April last en route to Mawalikare, and had indicated that he wished to meet him; but knowing that one cannot do so empty-handed or without giving a present, he had sought to excuse himself from this. However, the King's ministers had thereupon indicated that the King, upon his return from Mawalikare, hoped to have the pleasure of meeting the resident and of being able to inspect Koilang, for which His Highness had a great desire. That he, the resident, being unable decently to excuse himself any longer from that visit, had undertaken to make known to His Honour His Highness's desire to meet him and inspect Koilang, and to communicate the answer to His Highness. Monday the 4th of June 1781. Request of the resident for some gift goods. Resolution to grant the King's request and to send some gift goods to the resident. The resident further requested that he might be sent a gift of such goods as are deemed most appropriate for this purpose to present to the King. Whereupon, having deliberated and considered that the resident has undertaken to communicate His Highness's desire hither and to inform His Highness of the answer, it was judged that one cannot well refuse His Highness the meeting with the resident and the inspection of Koilang, and therefore it was resolved to authorize the resident for both matters, as well as to send as a present for His Highness: 8 lb. Mace 8 lb. Cloves 8 lb. Nutmegs 100 lb. Powdered Sugar 4 bottles of Rosewater and 25 lb. Sandalwood; and since the last two items are not in stock, 129 Monday the 4th of June 1781. and what is not on hand for this purpose, to have purchased here. The King of Trevankoor requests fifty thousand rupees. to authorize the Chief Administrator to purchase the same at the lowest prices. Thus done, resolved and determined in the Council of Mallabaar at the city of Koetsiem, on the day, month and year aforesaid. (Was signed:) I: G: van Angelbeek; R: v: Harn; F: van den Busch; N: W: Beijts; I: L: v: Spall; C: G: Seijffer; A: J: C: Vernede; W: van Haeften and I: A: Daimichen. Friday the 29th of June 1781. All Present. The Lord Commander, by a written circular, brought to the knowledge of the members that the King of Trevankoor had already repeatedly asked for some money, and yesterday specifically had requested fifty thousand rupees, with the promise Friday the 29th of June 1781. how many pounds of pepper were brought in at Porka and Kalikoilang up to the middle of this month. Proposal and resolution to have thirty-six thousand rupees furnished. of an ample delivery of pepper; that the arrival of that grain up to the middle of this month had amounted to two hundred and seventy-five kandijlen at Porka, and two hundred and twenty-five kandijlen at Kalikoilang, and further arrivals were still continuing daily. And therewith proposed to have thirty-six thousand rupees furnished to the King, with which proposal the members jointly agreed. Thus done, resolved and determined in the Council of Mallabaar at the city of Koetsiem, on the day, month and year aforesaid. (Was signed:) I: G: van Angelbeek; R: v: Harn; F: von den Busch; N: W: Beijts; I: C: v: Spall; C: G: Seijffer; A: J: S: Vernede; W: v: Haeften; and I: H: Daimichen. 131 Thursday the 19th of July 1781. Production of a report concerning the inspection of the covered way, the glacis and the ramparts. Regarding the glacis. In the forenoon at ten o'clock, all Present. The Lord Commander produced a written report from the specially appointed commissioners, the Head of the militia, Frederik van den Busch, the Military Captain, Iobst Hendrik Daniel Stipp, and the Captain-Lieutenant and Head of the artillery, Iohannes van Asbeek, who, pursuant to the resolution of 17 February of last year, inspected and surveyed the covered way, the glacis and the ramparts here, from which it appeared that the city ramparts and walls, both inside and outside, are clean and sound, but that there are many holes in the defective condition of the covered way which need to be repaired. Further, that the parapet of the covered way and the city moat need to be faced with new sods, because the weed called goat's foot has overgrown the works completely wild, to great detriment.
Dutch transcription
127 Maandag den 4. Iuni 1781. produksie van een koilangse brief, inhoudende dat de Koning van om het opperhoofd te ontmoeten dat het opperhoofd zulks had gedeklineerd senteeren dat de koning had laaten weeten na„ „derhand te zullen komen om koilang te bezigtigen: het geen het opperhoofd aangenoomen heeft naar Koetsiem te bedeelen, en het antwoord te besorgen „hoofd Rosier aan zijn Ed: geschreeven, onder Irevan hoor aldaar had willen komen, dato 30 Mai J=o leeden, houdende; dat de ko„ „ning van Trevankoor, op den 19. April be„ „voorens te koilang was gekomen om naer Mawalikare te gaan, en hadlaaten te kennen geeven hem te willen ontmoeten om dat geene geschenken had om te pre, maar dat hij weetende dat men zulx niet kan doen met leedige handen, of zonder een present te geeven, getracht had zig daar van te exkuseeren, dog dat de ministers van den koning daar op hadden te kennen gegeven, dat de koning bij te rug komste van Mawali„ „karre, verhoopte het plaizier te hebben, om het opperhoofd te ontmoeten, en koilang te kunnen bezigtigen, waar toe zijn Hoog„ „heid groot verlangen had. Dat hij opperhoofd zig niet wel gevoeg„ „lijk langer van die visite hebbende kun„ „ „nen Exkuseeren, aangenoomen had, zijn Hoog„ „heids begeerte, om hem te ontmoeten en koilang te bezigtigen; aan zijn Ed: bekent te maken, en zijn Hoogheid het antwoord 781. Maandag den 4. Iuni 1781. Verzoek van het opperhoofd om eenige en geschenk goederen besluit het verzoek van den ko„ „ning in te willigen, en aan het opper„ „ hoofd eenige present goederene te zende, te laaten aandienen, versoekende het op„ „perhoofd voorts, dat hem mogte werden toegezonden een present van zodanige goe„ „deren, als men gevoeglijkst daar toe oordeeld om aan den koning te kunnen afgeeven, Waar op gedelibereerd en aangemerkt zijnde, dat het opperhoofd, heeft aangenomen zijn Hoogheids begeerte naar herwaarts te bedeelen en het antwoord aan zijn Hoogheijd te zullen laaten weeten, zoo is, g'oordeelt, dat men zijn Hoogheid de ontmoeting van het op„ „perhoofd en de besigtiging van koilang niet wel kan weigeren, en daarom goedgevonden het opperhoofd tot het een en ander te quali„ „fiseeren, mitsgaders tot een present voor zijn Hoogheid toe te zenden. 8. lb: Foelij 8 „ Nagulen 8 „ Nooten. 100. „ Poeder Zuiker, 4. flessen Roosewater en 25. lb: sandelhout; en vermits de twee laaste en arti„ 1 heeft 129 Maandag den 4: Iuni 1781. en wat men, daar toe niet aan handen heeft, hier te laaten in koopen De koning van Trevankoor verzoekt om vijftig duisend kopijen artikulen niet in voorraad zijn, den Hoofd „administrateur te qualifiseeren, dezelven voor de minste prijzen in te kopen. Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Malla„ „baar ter steede koetsiem, ten dage, maand en Jaare, voormeld /:was getek:/ I: G: vare Angelbeek; R: v: Harn; F: van den Busch; N: w: Beijts; I: L: v: Spall; C: G: Seijffer; A: J: C: vernede; w: van Haeften en I: A: Daimichen Vrijdag den 29:' Iuni 1781. Alle Present. De Heer Kommandeur heeft bij een „schriftelijke omvrage de leden ter kennisse gebragt, dat de koning van Trevankoor reets een en andermaal om eenig geld, en giste„ „ren bepaaldelijk, om vijftig duisend ropijen had laaten versoeken, onder be„ „lofte Vrijdag den 29: Iuni 1781. hoeveel ponden peper er te Porka en kali„ „koilan onder medio dezer was aange„ „bragt Proposietsie en besluit om ses- en dertig duisend ropijen te laten verstrekken „lofte van een ruime peper leveransie Dat de aanbreng van dien korl onder medio deezer had bedragen, te Porka twee hondert en vijfen seventig, en te kali„ Prode „koilang twee hondert en vijf en twin„ht „tig kandijlen, en de verdere aanbreng nog dagelijx voortgang had. En daar bij geproponeert, om aan den koning zes en dertig duisend ropijen te laaten verstrekken, met welke pro„ „posietsie de leden zich gezamentlijk heb„ „ben gekonformeert. be Aldus Gedaan, Geresolveerd en G'arresteerd in Raade van Mal¬ „labaar ter steede Koetsiem, ten dage, maand en Jaare voormeld /:was getekend:/ I: G: van Angelbeek; R: v: Harn; 2 F: von den Busch, N: W: Beijts; I: C: v: spall; C: G: Seijffer; A: J: S: vernede„ w: v: Haeften; en I: H: Dai„ „michen; Donderdag ge 131 Donderdag den 19:' Iuli 1781. Produkitsie van een raport wegens de bezichtiging van den bedekten weg n het glaeis en de wallen wegen het glaeis des voormiddags ten tien uuren, alle Present. Produceerde de Heer Kommandeur een Schrif¬ „telijk rapport van expresse gekommitteerden, het Hoofd der milietsie, Frederik van den Busch, den Kapitain militair, Iobst Hendrik Daniel Stipp, en den kapitain luitenant en Hoofd der arthillerie Iohan„ „nes van Asbeek, die, volgens besluit van den 17:' febr: A=o pass=o, den bedekten weg, het glacis en de wallen hier hebben bezichtigd en opgenoomen, waar bij is koomen te blijken dat de stadswallen en muuren, zo wel bin„ „nen als buiten zuiver en schoon, doch in gebrekkige gesteldheid van den bedekten den bedekten weg veele gaten zijn, welke dienen verholpen te worden. Wijders dat de borstweering van den bedekten weg, en de stads-gracht met nieuwe zooden dienen te worden bekleedt, door dien het kruid, gend bokke pooten, ten eenemaal in het wild over de werken is gegroeid, tot groot na„ „deel dag
English
Thursday the 19th of July 1781. having himself inspected them further and found that the weed bokkepooten on the covered way was harmful, will declare in a secret discussion, has, by order of the Commander, stated part of the same, for which reason the same ought to be eradicated and new sods laid in its place; whereby the Lord Commander made known that, upon that received report, he had himself inspected those works further and found that the aforementioned weed bokkepooten upon it was not only useless, but even harmful and also an impediment to the defense of the covered way, but that His Honor, after handling the ordinary matters, would declare himself further regarding this in a secret discussion; furthermore, that His Honor had called to account the Master Journeyman of the Carpenters Job Vijverberg, who had undertaken the annual maintenance, regarding the holes and defects in the covered way and had ordered him to remedy the same, which had thereupon also been done; but that this Job Vijverberg had on that occasion declared that in the last six months he had already spent seventeen thousand fanums or eight hundred fifty rupees on the contracted work, 133 Thursday the 19th of July in the year 1781. and thus spent nearly as much as he received for it in a whole year, thereby making a request, in order to prevent further damage, to be released therefrom; offering that, if it were required, he was ready to maintain his statement regarding the costs spent thereon under oath. Whereupon, having deliberated and taken into consideration that this Job Vijverberg did indeed undertake the maintenance of those works, but not for a fixed number of years, and that he is a man of modest means who cannot long bear such losses; it was approved and agreed by unanimous vote to let the aforementioned contractor be paid for the maintenance of the said works during the last six months what was allotted to him for it by the aforementioned resolution of this table, but to release him from the contract for the future, as well as to insert the report in this matter. To the Right Honorable Worshipful Lord, Lord Johan Gerard van Angelbeek, Commander and Supreme Ruler of the Malabar Coast with its dependencies. Right Honorable Worshipful, Ruling Lord. In compliance with your Right Honorable Worshipful's most highly honored order, we the undersigned, as specially appointed commissioners, have proceeded to the city ramparts and around the city, covered ways, glacis, and there, according to the extract resolution of Thursday the 17th of February in the year 1780, accurately inspected and surveyed as follows: That the slope of the covered ways and city moats must be revetted with new sods. We also respectfully make known hereby that the weed named bokkenpooten has overgrown the works completely, and the same, as being highly harmful, ought to be rooted out and sods laid in its place. The city ramparts and walls, both inside and outside, are all clear and clean. However, this is further to be noted, that in the covered ways 135 Thursday the 19th of July in the year 1781. there are many holes, which in due course and during cleaning will appear even worse, and therefore need to be repaired. This being that which we the undersigned have observed, we hope herewith to have complied with your Right Honorable Worshipful's highly honored orders; in this trust, we assume the honor to call ourselves with all high esteem. Below was written: Right Honorable Worshipful Ruling Lord, your Right Honorable Worshipful's humble and most obedient servants. Was signed: F: v: den Busch, I: H: D: Stipp, and I: v: Asbeek. In the margin: Cochin, the 28th of May in the year 1781. Hereafter was brought to the table a written report of the specially appointed commissioners who, according to annual custom, inspected the sailing and rowing vessels present here, reading as follows: To the Right Honorable Worshipful Lord, Johan Gerard van Angelbeek, Commander and Supreme Ruler on the Malabar Coast, with its dependencies. Thursday the 19th of July in the year 1781. Right Honorable Worshipful, High Ruling Lord. Pursuant to your Right Honorable Worshipful's highly esteemed order, we have accurately inspected the vessels to be named hereafter and discovered the following defects, as we have the honor in all humility to demonstrate: The Snow De Nehalennia needs to be heavily careened this year to repair the double planking here and there, and to inspect the lower gudgeons of the rudder; and should anything more appear during the careening, we shall submit a further report thereof. Regarding the spars and further stores, nothing else was found unfit except: the bowsprit rotted inside due to age, the main topgallant mast cracked, both topgallant cap-pieces chafed, and the spindle of the capstan decayed, one pump cracked, one anchor stock, three deadeyes, two hatches between decks, the
Dutch transcription
Donderdag den 19:' Iuli 1781. zelfs nader bezichtigd en bevonden dat het kruid bokke pooten op den bedek„ „ten weg schadelijk was „kreete verhandeling zal verklaaren heeft, op ordre van de kommandeur „steld „deel van dezelven, waarom het zelve diend uitgeroeid en in dies steede nieuwe zooden ge„ De Heer kommandeur heeft die werken „ legd te worden, waar bij de Heer kommandeur te kennen gaf, op dat bekoomen rapport die werken zelfs nader te hebben bezichtigd en bevonden, dat het gemelde kruid bokkepooten daar op niet alleen onnut, maar zelfs schade„ „lijk en ook hinderlijk was, voor de defensie van den bedekten weg, maar dat zijn Edele, waaromtrent zich nader bij eene se: na het afhandelen der ordinaire zaaken, bij eene sekreete verhandeling zich hier omtrend nader zoude verklaaren; voorts dat zijn Edele den Meester Knecht der Timmerlieden Job vijverberg, die het Jaarlijxe onderhoud op zich genoomen had, over de kuilen en gebree„ den aanneemer Jol vijverberg „ ken in den bedekten weg te rede gesteld en de Kuilen en gebreeken daar in het geordonneerd had, dezelven te verhelpen, het geen daar op ook geschied was, doch dat deeze Tob vijverberg bij die geleegenheid verklaard. had, de laatste zes maanden reets zeeventien duizend fanums ofte agthondert vijftig ropijen aan het aangenoomen werk te heb„ ben oe der slaag king voor „hem 133 Donderdag den 19:' Iuli Ao 1781. ock betuigd in de laas te ses maanden heel veel daar aan veronkost te hebben vlaagen te worden. kinge daar over besluit het verakkordeerde voor de laaste ses maanden van 't kontrakt te ontslaan „ben veronkost en dus bij na eens zo veel, als hij in een Jaar daar voor kreeg, doende mits diens verzoek om, tot voorkooming van meerder schaade, daar van te moogen worden ontslaagen; onder aanbieding dat verzoekt van dat welk omt hij als het gevergt wierd, bereed was zijne opgave we„ „gens de daar aan besteede kosten met eede gestand te doen, Waar op gedelibereerd en in aanmerking genoo„ geliberatie en anner, „ men zijnde, dat deeze Job vijverberg de onderhou„ „ding van die werken wel heeft aangenoomen, doch niet voor een bepaald getal Jaaren, en dat hij een Man van geringe middelen is, die zulken schaade niet lang kan draagen; zoo werd met een paarige stemmen goedgevonden en verstaan, aan meermel„ „hem te laten voldoen en „ den aanneemer voor het onderhoud der gemelde werken, geduurende de laaste ses maanden, het geen hem daar voor, bij voormelde resoluutsie deezer tafel toegelegd is, te laaten voldoen, doch hem van het kontrakt voor het vervolg te ontslaan, mits„ Jnsertie van het Rapport „gaders het rapport in deezen te insereeren Aan den weledelen achtbaaren Heer ben Donderdag den 19. ' Iuli A=o 1781. Heer Johan Gerard van An„ „gelbeek kommandeur en opperge„ „bieder der kuste Mallabaar met de resorte van dien. Wel edele Achtbaare, Gebiedende Heer. In nakoming van uw wel edele Achtbaare zeer Hoog Geëërde order, hebben wij ondergeteekendens als Expresse gekommitteerdens vervoegt op de stads wallen en rondsomme de stad, bedekte wegen glassie, en al„ „daar, volgens Extrakt resoluutsie van Donderdag den 17: febr: Ao. 1780. , nauwkeurig nagesien en opgenoomen als, Dat de Doceering van de bedekte wegen stadsgrae met nieuwe zooden bekleed moet worden. Wij geeven ook in eerbied hier bij te kennen, dat het onkruit genaamt bokken pooten ten heelen„ „maal over de werken gegroeit is, en zulks, als ten hoogsten schaadelijk, diende wel uitgevoerd en in des steeden zooden gelegt. De stads wallen en muuren, zoo wel binnen als buiten, zijn allemaal zuiver en schoon. Echter is dit nog aantemerken, dat in de bedekte wegen 135 Donderdag den 19:' Juli A:o 1781. Produktsie van het bericht. nopens de bezigtiging der Jnsertsie van het zelve wegen, veele gaaten zijn, dewelke bij geleegenheid, en bij het schoon maaken zich zal nog slegter ver„ „toonen, en dienen daarom gerepareert te worden. Dit het geene zijnde, wat wij ondergeteekendens hebben ontwaard, verhoopen hier meede aan uw wel edelen Achtbaaren hoog geëërde orders te heb„ „ben voldaan, in dit vertrouwen maatigen wij ons de eere aan, met alle hoog achting ons te noe„ „men. /:onderstond:/ wel edele Achtbaare gebie„ „dende Heer: uw weledele Achtb: onderdaanige en zeer gehoorsaame Dienaaren /:was getekend:/ F: v: den Busch; I: H: D: Stipp, en I: v: Asbeek. /: in margine:/ Koetsiem den 28:' Mai Ao 1781. Hier na is ter tafel gebragt een schriftelijk be„ dsgraekzell en roeivaartuigen „ richt van expresse gekommitteerden, die, naar Jaar„ „lijksche gewoonte, de hier aan handen zijnde zeil„ en voer vaartuigen hebben bezichtigd, luidende als volgt. Aan den wel edele Achtb: Heer JIohan Gerard van Angelbeek, kommandeur en opperge„ „bieder ter kuste Mallabaar, met den resorte van dien. wel zeer den noomen wegen Juli A=o 1781. Donderdag den 19. Wel edele Achtbaare Hoog gebiedende Heere. Ingevolge van uw wel edele Achtb: hoog geachte ordere hebben wij de natenoemene vaartuigen naauw¬ „keurig besigtigt en de volgende gebreeken ontdekt, gelijk wij de eer hebben, in alle onderdanigheid aan te toonen dat De Snauw De Nehalerinia dient van dit Jaar zwaar gekielt te werden om de dubbelhuid hier en daar wat te repareeren, en de onderste vingerlinge van het voer na te sien, en zoo der met het kielen sich iets meer mochte op doen, dan zullen wij daar na„ „der van rapport indienen, aangaande de rondhouten en verdere goederen is niets anders onbequaam ge¬ „vonden, als: de boegspriet van binnen vermulmt, door ouderdom„ de groote bramsteng gekraakt. de beide bram-Ezels-hoofden geschuurt en de stander van het gang spil vergaan een pomp gescheurd een anker stok drie putting Juffers twee Luiken tusschen deks de
English
137 Thursday the 19th of July 1781. the hood over the rudder, two eye bolts for the rudder tackles, three hinges for the scuttles, six hinges for the benches in the cabin with two locks, and new ones ought to be made instead of the aforementioned unserviceable items. Breast pieces also need to be made on the gun ports. As for the boat of the said vessel, it is entirely unserviceable. The smalschip De Verwagting needs nothing except to be caulked and greased inside and out, the timber heads of the taffrail to be fitted here and there with bands and plates, and a new ring bolt in the deck, as one is unserviceable. As for its spars, nothing is unserviceable except the topsail yard, for which a new one ought to be made instead. De Vliegende Vis needs nothing except to be caulked. The large cargo gamel No 1 needs nothing except to be caulked and greased, a new foredeck, and a mast. The Thursday the 19th of July Anno 1781. The cargo gamel Letter F needs to have a piece of plank here and there in the solid and double hull, as well as in its ceiling, a new foredeck, and five cleats, and furthermore to be caulked and greased. The cargo gamel Letter L needs to have a new plank here and there in its outer skin, a new rudder, some cleats, a new ceiling, and a mast, furthermore to be caulked and greased, and two gudgeons for the rudder. The city water gamel needs nothing except to be caulked and greased. The two large and two small scows need nothing except to be caulked from time to time. The post runner or sailing boat needs nothing except to be caulked and greased, and two new small masts. The three war gamels need nothing. For the flagstaff a new topmast truck must be made, as the old one is unserviceable due to age. With which we have the honor to call ourselves in all submission, below stood, honorable, worshipful, high and mighty Lords, your honorable and worshipful 139 Thursday the 19th of July 1781. obedient and very humble servants, was signed, J: v: Blankenberg, Sr Zeeberg, J: Smit, and Jan de Lange. In the margin: Cochin the 11th of June Anno 1781. And after deliberation it was approved and agreed to have all the discovered defects on the vessels repaired, to have a new boat made for the snow De Nehelenia, and to have a new topmast truck placed on the city flagpole. Furthermore, a report was produced by the commissioners, in compliance with the order by resolution of the 28th of October 1771, that all the cannons and carriages in use, together with the gates, barriers, and doors of the city bastions, as well as the cargo and other vessels, and also the bridge of Calvethy, were properly tarred in the month of May last, of which it was approved to make this note. Next, the Lord Commander gave notice that the lease period of the Company domains coming to expire at the end of August next, the notices for a new lease ought to be published and posted, and a day for the auction ought to be determined, and on this it was approved and agreed to set the auction for Wednesday the 15th of August next. Thursday the 19th of July 1781. Furthermore, the Lord Commander gave notice that three pieces of land, which were granted in Anno 1761 for the period of twenty years for cultivation and are now planted with coconut trees and turned into small gardens, namely one lying behind Ayacotta, one lying on Saint Jago by the seaside, and one lying on the north side of the Company garden on Castella, ought now to be leased out due to the expiration of the said period; and since the other gardens of the Company were recently leased out at the end of December for twenty years, it was, upon the further proposal of His Honor, approved and agreed 141 Thursday the 19th of July 1781. to lease out the aforesaid three gardens on the fixed lease day for the period of nineteen years and four months, so that after the expiration thereof, they can be leased out simultaneously with the remaining Company gardens. Furthermore, a report by the junior merchant and chief interpreter Simon van Tongeren regarding the commission entrusted to him with the King of Travancore was read, and it was agreed to insert the same into this document. To the honorable and worshipful Lord Johan Gerrard van Angelbeek, Commander and Supreme Governor of the Malabar Coast. Honorable, worshipful, widely commanding Lord! In compliance with Your Honorable and Worshipful highly revered order, the undersigned departed on the 4th of this month for Quilon.
Dutch transcription
137 Donderdag den 19. Iuli 1781. de kap over het Roer twee oogbouts voor de voer talies drie hengsels voor de Lugt poorten ses hengsels voor de banken in de kamer met twee slooten en dient voor gem: onbequaam goederen nieuwe in steede aangemaakt te werden. Ook diend aangemaakt te werden borst stuk„ „ken aan de Schut-poorten. Wat de schuit van gem: boodemtje aangaat, is ten eenemaal onbequaam Het Smalschip De verwagting heeft niets noodig als binnen en buiten boords gekalfaat en gesmeert, de bolders van de staart-stukken hier en daar te versien met banden en plaaten en een nieuwe ringbout in het dek, door dien der een onbequaam is. aangaat zijn rondhouten is niets onbequaam als de topzeilrhaa; waar een nieuwe in steede voor gemaakt dient te werden. De vliegende vis, heeft niets noodig als ge„ „kalfaat te werden. De groote Losgamel No 1. heeft niets noodig als gekalfaat en gesmeert te werden, een nieuwe voorpligt en een mast De Donderdag den 19. Iuli A. o 1781. De losgamel L:r F. dient hier en daar een ent plank in de vaste en dubbelhuid te heb„ „ben, als meede ook in zijn buikdelling een nieuwe voorplegt en vrijf klampen voorts ge„ „kalfaat en Smeeren. De losgamel Lr L: diend hier en daar een nieuwe plank in zijn dubbelheid te hebben, een nieuwe voer eenige vrijfklampen, een nieuw buikdelling en een mast, voorts gekalfaat en smeeren, en twee vingerlingen voor het voer. De stads water gamel heeft niets noodig als gekalfaat en gesmeert te werden. De Twee groote en twee kleine schouwen hebben niets noodig, als nu en dan rijs gekal„ „ge „faat, te werden. De Postlooper of zeilschuit heeft niets noo„ „dig als gekalfaat en gesmeert te werden, en twee nieuwe mastjes. De drie oorlogs gamellen hebben niets noodig Voor de vlagge steng diend een nieuwe trom„ „melstok gemaakt te werden, door dien de oude onbequaam is, door ouderdom. Waar meede wij de eer hebben in alle onder¬ „danigheid te noemen /:onderstond:/ wel edele, bepa Achtb: Hoog gebiedende Heere, uw wel edel / komp Achtb: 13.9 Donderdag den 19:' Iuli 1781. verhelpen en het nieuw benoodigde te laaten aanmaaken Produktsie van het raport van de teerin„ „ge der kanons, affuiten en z: bepaling van den verpachtingsdag van komp: domainen Achtbs onderdanige en zeer gehoorzaame die„ „naaren /:was getef:/ I: v: Blankenberg, S. r Zeeberg, I: Smit, en Jan de Lange. /:in mar„ „gine:/ Koetsiem den 11. Junij A=o 1781. en is na deliberaatsie goedgevonden en verstaan besluit de gebreeken daar aan te laaten alle de bevondene gebreeken aan de vaartuigen te laaten verhelpen, een nieuwe schuit voor de Snauw de Nehelenia te laaten aanmaaken en een nieuwe trommel stok op de stadsvlag„ „ge mast te laaten opzetten. Voorts werd geproduceerd een rapport van gekommitteerden, ter voldoening aan de order bij resoluutsie van den 28:' oktober 1771. dat alle de in gebruik zijnde kannons en af„ „fuiten, nevens de poorten, hekken en deuren van de stads-bolwerken, mitsgad:s de los en andere vaartuigen, als mede de brug van galwette in de maand Mai J=o leeden, be„ „hoorlijk geteerd zijn, waar van goedgevonden is deeze aanteekening te houden. 2 Vervolgens gaf de Heer kommandeur te ken„ „nen, dat de verpachtings-tijd van skomp:s domainen, ieuwe n noo„ oude Donderdag den 19. Iuli 1781. expiraatsie van den tijd van drie in A=o 1761. ter benefietsie afgegevene stukjes waar dezelven geleegen zijn dienen thans verpacht te worden domainen met ultimo Aug=o aanstaande, koomende te exspireeren, de biljetten tot eenpac nieuwe verpachting gepubliceerd en geaffi„ „geerd en daar toe een dag tot de verpachting bepaald diende te worden, en is hier op goed„ „gevonden en verstaan, de verpachting te be„ „paalen op woensdagh den 15 Augustus naabt„ „koomende, Verder gaf de Heer kommandeur te ken„ „nen, dat drie stukjes land, die in A=o 1761. voor den tijd van twintig Jaaren, ter bequaam making, uitgegeeven en nu met klapper„ „boomen beplant en tot tuintjes gemaakt zijn, als een leggende agter Aikotta, een leggende op S:t Iago aan de zee kant en een leggende aan de Noordkant van 'skomp tuin op kastella, thans mits exppiraatsie van ge„ „melden tijd, dienen verpacht te worden; en vermits de verdere tuinen van de kompanie nu onlangs onder ultimo December voor twin „tig Jaaren verpacht zijn: zoo is, op de nadere pro„ „posietsie van zijn Edele, goedgevonden en ver„ pertolk opged staan land Inde si van ektu Jaar 141 Donderdag den 19. Iuli 1781. pachten voor den tijd van negentien Jaaren en vier maanden lektura van een bericht van den op„ „pertolk van Tongeren wegens de hem opgedragene kommissie bij den koning van Trevankoor Insertsie van 't bericht proposietsie en besluit deselvers te ver„staan, de eevengemelde drie tuinen op den vast, gestelden verpachtings=dagh, voor den ng tijd van neegentien Jaaren en vier maanden 's te verpachten om na verloop van dien, met de overige 'skomp=s tuinen te gelijk te kunnen worden verpacht. Wijders is geleezen een bericht van den onder„ koopman en oppertolk Simon van Tongeren weegens de Hem opgedraagene kommissie bij den koning van Trevankoor en verstaan het zelve in deezen te insereeren. Aan den weledele Achtb: Heer Iohan Gerrard van Angelbeek, kommandeur en oppergebieder der kuste Mallabaar. Achtbaare Wel edele - wijdgebiedende Heere! In naarkoming van uwel edele Achtb: Hoog gevenereerde order, vertrok den onder„ „geteekend den 4:' kourant naar koilan. om aast
English
Thursday the 19th of July 1781. to welcome his Highness of Trevantioor, who was to arrive there to view the fort, on behalf of your Right Honorable, and furthermore to attend the discussions that would be held on that occasion between his Highness and the resident there, the Honorable Rosier; arriving at Koilang the undersigned understood that the king was still at Mawellijkare, but upon his Highness's arrival at Koilang, his Highness sent a Ragiadoor to the resident, requesting that one should come to his Highness's Court situated close to Koilang to speak with his Highness, as was done, and arriving there, the resident welcomed his Highness on behalf of your Right Honorable and handed over the present that was sent; the king was very satisfied therewith, and regarded it as a token of true and sincere friendship, requesting us to assure your Right Honorable in the strongest terms of his Highness's high esteem and true goodwill. Meanwhile, an affable conversation was held between the king and the Honorable Rosier 143 Thursday, the 19th of July 1781. about indifferent matters, especially about his Highness's desire to view Fort Koilang sometime, just as his Highness promised that he would come inside in person on the following day. While in the meantime the undersigned pointed out to his Highness the poor delivery of pepper this year, and that this grain was mostly brought to Anjenga to the English; his Highness's answer thereto was that your Right Honorable could rely upon his Highness's given word, with the assurance that this year he would provide a noteworthy quantity of pepper to the Honorable Company, which will only become apparent at the closing of the pepper account. Furthermore, speaking about the impoverished state of the king of Kranganoor, his Highness said that the said prince has been assisted several times by his Highness, which his Highness would still continue, as the opportunity presented itself. Finally we took our leave of his Highness and returned very content to the fort. The following morning the resident received Thursday the 19th of July 1781. Production of two reports of judicial members, namely one regarding the conducted general muster a message that his Highness was very much indisposed with a headache, and therefore could not come into the fort, and that in his place he sent the prime minister of state of the court to view the fort and the outer gardens, just as the same arrived shortly thereafter in the fort, and viewed everything both inside the fort as well as outside of it, and made a report of everything to his master. And after the departure of his Highness to the south, the undersigned undertook the journey hither, and arrived here today. Wherewith the undersigned hopes to have carried out his commission to satisfaction and claims the honor to remain with profound respect, /was below:/ Right Honorable, wide-ruling Sir, your Right Honorable's humble and very obedient servant, /was signed:/ Simon van Tongeren, /in the margin:/ Cochin the 26th of June 1781. The Lord Commander further produced two reports, namely one 145 Thursday the 19th of July 1781. and the other concerning the conducted confrontation of the muster rolls against the pay books. Insertion of both reports one from two commissioned judicial members, who in the presence of the merchant and fiscal Mr. Nikolaas Wendelin Beits, conducted the general muster of all the Company's servants here in this place, whereby, pursuant to the resolution of the 13th of August 1772, are specified the names of such salaried persons who, due to indisposition, did not appear at the muster, but of whom the commissioners are aware that they are still alive; and the other from the same commissioners regarding the conducted confrontation of the muster rolls against the pay books, whereby it appears that the same were found to agree with the books; whereupon it was approved and agreed to insert the said reports into these records. To the Right Honorable Sir Iohan Gerard van Angelbeek Commander and Supreme Ruler of the Coast of Thursday the 19th of July 1781. Coast of Mallabaar, with the jurisdiction thereof Honorable Right Honorable Wide-ruling Sir Pursuant to the resolution taken in the Council of Mallabaar dated the 13th of August anno 1772, we the undersigned judicial members have the honor hereby to serve with a written report that by us, in the presence of the merchant and fiscal Mr. Nicolaas Wendeling Beijts, the annual general muster has taken place, and there have not appeared due to illness the following salaried persons, to wit: The former ensign Hendrik Joseph Vaakum ditto Johan Philip Kring lieutenant Philip van der Kruisen ship's carpenter Pieter van Veen Yet we have good knowledge that all these persons are still alive. Hoping to have fulfilled this our commission according to the honored intention of your Right Honorable, we claim 147 Thursday the 19th of July 1781. the honor to be with the dutiful respect, /was below:/ Right Honorable, wide-ruling Sir, your Right Honorable's humble and faithful servants, /was signed:/ W: v: Haeften and I: Bos, /in the margin:/ Cochin the 30th of June 1781. /Lower, in my presence, /was signed:/ N:s W: Beijts. To the Right Honorable Sir Johan Gerard van Angelbeek, Commander and Supreme Ruler of the Coast of Mallabaar, with the jurisdiction thereof. Right Honorable, Wide-ruling Sir! Pursuant to what was resolved in the Council of Mallabaar dated the 13th of August anno 1772, we the undersigned judicial members, in the presence of the merchant and fiscal of this commandery, have confronted the general muster roll of this year with the necessary attention against the
Dutch transcription
Donderdag den 19. ' Iuli 1781. om zijn Hoogheid van Trevantioor, die al„ „daar stond te komen om het fort te bezien uit name van uwel edele Achtb: te ver„ „welkomen en voorts de gesprekken bij te woonen die tussen zijn Hoogheid en het op„ „perhoofd aldaar d'E: Rosier bij die gelegent. „heid gehouden zoude worden; op koilang ko„ „mende verstond den onderget: dat den ko„ „ning nog op Mawellijkare was, dog met zijn hoogh=ds komste op Koilang, sond zijn hoogheid een Ragiadoor bij het opperhoofd, verzoekende, dat men aan zijn Hoogheids Hof digt bij koi „lang staande soude komen, om met zijn hoog„ „heid te spreeken, gelijk geschied is, en aldaar komende, heeft het opperhoofd uit de naam van uwel edele Achtb: zijn Hoogh=d verwel„ komt, en het gesonden present overgegeeven; den koning was daar over seer voldaan, en merkte het aan als een teeken van ware„ en opregte vriendschap, ons verzoekende uwel edele Achtb: op het kragtigste te verzee„ „keren van zijn hoogheids hooge achting en ware welmenentheid. Ondertussen is een minsaam discours tussen den koning en d' E: Rosier gehou„ „den 143 Donderdag, den 19:' Iuli 1781. den, over onverschillige zaken, spesiaal over zijn hoogheids verlangen om het Fort Koilang eens te bezien, gelijk zijn hoogheid beloofde des daags daar aan in perzoon binnen komen zoude. Terwijl intussen den onderget: zijn ho=t voor¬ „hield, de slegte leverantsie van de peper in dit Jaar, en dat dien korl meest op Anjenga bij de Engelsen gebragt wierd; Het antwoord van zijn hoogheid daar op is geweest, dat uwel edele Achtb: aan zijn hoogh=ds gegeeven woord staat maken konde, met verzekering dat van dit Jaar een naamwaardige quanti„ „teit peper aan d' E: komp: bezorgen zoude, het welk bij het sluiten van de pper: ree„ „kening eerst blijken zal. Voorts over de armoedigen staat van den koning van Kranganoor spreekende, seijde zijn ho=t dat gem: vost verscheijde kieren door zijn ho=t is g'assisteert geworden, waar bij zijn hot nog Continueeren zoude, na dat de gelegenth:d zig op deed„ Eijndelijk namen wij ons afscheijd van zijn ho=t en keerden seer vergenoegt na het fort Des morgens daar aan kreeg het opperhoofd een Donderdag den 19: Iuli 1781. Produktsie van twee raporten van Justiet„ „sieele leden, als een weegens de gedaane generaale monstering een boodsz: dat zijn ho=t met de hoofd pijn seer g'incommodeert was, en daerom in het fort niet konde komen en dat in desselfs plaats de eerste staats-minister van het hof sond om het fort en de buiten thuinen te bezien, soo als denselven kort daar op in het fort quam, en alles zoo wel binnen het fort als daar buiten bezien, en van alles aan des„ „selfs meester Rapport gedaan heeft. en den onderget: is naar het vertrek van zijn ho=t naar de zuid, de reijse dit heen bij der handgenomen, en quam heeden alhier te arriveeren. Waarmeede verhoopt den onderget des„ selfs Commissie ten genoegen te hebben volbragt en matigt zig de eere aan van met diepschuldig eerbied te verblijven /:on„ „derstond:/ Wel Ed: agtb: wijd gebiedende Heere, uwelEd: agtb: ootmoedigen en seer ge„ „hoorsamen Dien=r /:was gett:/ Simon van Tongeren /:in margine:/ Koetsiem den 26. Juni 1781. , Noch produceerde de Heer kommandeur twee rapporten. als een 145 Donderdag den 19. Iuli 1781. en het andere van de gedaane konfron„ „tautsie der monster vollen tegen de soldij boeken. Jnsertsie van beide raporten een van twee gekommitteerde Justietsieele Leden, dewelken ten overstaan van den koop„ „man en Fiskaal M=r Nikolaas wendelin Beits, de generaale monstering van alle skomp: Dienaaren hier ter steede hebben gedaan, waar bij, ingevolge besluit van den 13.:' aug=o 1772. gespecificeerd zijn, de naamen van zodaanige gegaseerde persoonen, die, mits indisposietsie, niet bij de monstering zijn ver„ „scheenen, doch waar van zijn gekommitteer„ „den kennisse dragen, dat noch in leven zijn. en het andere van dezelve gekommitteerden wegens de gedaane konfrontaatsie der mon„ „ster rollen, teegen de soldij boeken, waar bij blijkt, dat dezelven, met de boeken akkor„ deerende zijn bevonden; waar op goedgevonden en verstaan is, gemelde rapporten in deezen te insereeren. Aan den wel edelen Agtb. Heer Iohan Gerard van Angelbeek kommandeur en oppergebieder der kuste des„ deur Donderdag den 19. Iuli 1781. kuste Mallabaar, met den Resorte van dien Achtbaare Wel ecele wijd gebiedende Heere In gevolg het genomen besluit in Raade van Mallabaar de dato 13. ' aug=s anno 1772: hebben wij ondergeteekende Justitieele lee„ „den de Eere bij desen van schriftelijk Rap„ „port te dienen dat door ons, ten overstaan van den koopman en fiskaal M:r Nico„ „laas wendeling Beijts, de Jaarlijkse ge„ „neraale Monstering is geschied en aldaar door ziekte niet verscheenen zijn, de ondervolgende G'gagieerde persoonen te weeten. Den gew: vaandrig hendrik Joseph vaakum _:o Johan philip Kring. - „ „ luitenant philip van der Kruisen „ scheepstimmerman pieter van veen Dog wij dragen goede kennisse, dat alle dee„ „se persoonen nog in leeven zijn. Verhoopende dese onse kommissie na de g' Eerde Jntentie van uweledele Achtb: te hebben volbragt, zoo matigen wij ons „ de 147 Donderdag den 19 Iuli 1781. de eere aan van met verschuldigste Res„ „peet, te zijn /:onderstond:/ wel edele, Achtb: wijdgebiedende Heere, uwel Ed: Achtb: on„ „derdanige en trouwschuldige Dienaaren /:was getekend:/ W: v: Haeften en I: Bos, /: in margine:/ Cochim den 30. ' Juni 1781. /:Lager, Ten mijnen overstaan /:was getekend:/ N:s W: Beijts... Aan den weledele Achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek, kommandeur en oppergebieder der kuste Mallabaar, met den resorte van dien. Wel edele, Achtbaare, wijdgebiedende Heere! Ingevolg het geresolveerde in raade van mallabaar de dato 13. augustus A=o 1772. hebben wij ondergeteekende Justietsieele Leden, ten overstaan van den koopman en fistiaal dezes kommandements; de gene„ „raale Monster rolle van dezen Jaare met de noodige attentsie gekonfronteert teegens de Raade 17 1772: m dee„ b ƒ
English
Reading of the report of the and of a report of the head surgeon Leitner and native physician the inspection of the inhabitants the pay books and found the same to agree; Thursday the 19. Iuli 1781. we furthermore have the honour with due respect to sign ourselves. /:was written beneath:/ Right Honourable, Worshipful wide ruling Lord, Your Right Honourable, Worshipful humble and faithful servants. /:was signed:/ W: v: Haeften, and I: Bos. /:in margin:/ Koetsiem the 19. Iuli, 1781. /:Lower:/ In my presence /:was signed:/ N: W: Beijts Also was read the report of the annual census of the households of this town, by two fire and ward masters, as well as a report of the head surgeon of the Company hospital Harmanus Leitner and the native physician Ganasa Pandiet, who have gone around with the aforementioned commissioners in order also, pursuant to the resolution of the 13th aug:s 1772, to perform an exact inspection of the inhabitants, from which it appears that no one was found to be infected with the distressing disease of leprosy, and it was approved and agreed to insert both reports into these minutes. 149 Thursday the 19 Iuli 1781. Insertion of both reports To the Right Honourable, Worshipful Lord Iohan Gerard van Angelbeek, Commander and Supreme Ruler of the Coast of Mallabaar. Right Honourable, Worshipful, ruling Lord! The undersigned as commissioned members of the College of Fire and Ward Masters together with the secretary, have as of the end of June last made an accurate census and description of the households within this town, when they found in the same 297 households and together 2642 souls. Furthermore we deem it our bounden duty to inform Your Right Honourable, Worshipful that the head master of the Company Hospital Harmanus Leitner and the native physician Ganasa Pandiet have gone around with us, and have seen them make an exact inspection in passing, regarding what was demanded of them by the Koetsiem Political Council resolution of the 13. Aug:s 1772, of which findings they shall serve Your Right Honourable, Worshipful with notice in a separate report. Herewith we hope to have properly completed our commission, so we assume the high honour of being with all high esteem /:was written beneath:/ Right Honourable, Worshipful ruling Lord! Your Right Honourable, Worshipful's very obedient and humble servants /:was signed:/ And:s van Eijk and Jan Hendrik Vogt. /:in margin:/ Koetsiem the 19 Juli A:o 1781. /:Lower:/ In my presence /:was signed:/ A: Martensz: Secret:s. To the Right Honourable, Worshipful Lord Iohan Gerrard van Angelbeek, Commander and Supreme Ruler of the Coast of Mallabaar. Right Honourable, Worshipful, ruling Lord! In compliance with Your Right Honourable, Worshipful's highly revered order, contained in the Extract Resolution taken in the Council of Mallabaar under 151 Thursday the 19. Iuli 1781. The Honourable Head Administrator serves with a report concerning charged from Kolombo for the second time f 52. 16. 8. under date of the 13th Aug:s 1772, we the undersigned Harmanus Leitner head master of the Company hospital here and Ganasa Pandiet native physician, have, as of the end of June past, gone around with commissioners of the College of Fire and Ward Masters, and after an exact inspection found no person infected with the distressing disease of leprosy. We hope herewith to have complied with the highly esteemed intention of Your Right Honourable, Worshipful and assume the honour of being with deep respect /:was written beneath:/ Right Honourable, Worshipful ruling Lord! Your Right Honourable, Worshipful's humble and faithful servants /:was signed:/ H:s Leitner and with some Canarese characters written by Ganasa Pandiet himself /:in margin:/ Koetsiem the 19. Juli 1781. A report having been submitted by the Honourable Head Administrator Reinier van Harn, stating that by invoice dated end of April last past, from Kolombo was charged hither f 52:16:8 for 156½ lb of Frisian Thursday the 19. Iuli 1784. Resolution to charge back said f 52. 16. 8 thither Insertion of the report Frisian butter, which should have been furnished at Gale to the ship Ceres, to supplement what had been advanced on the voyage from Koetsiem thither to one hundred thirty-nine riflemen and twenty-five recruits; and that that very same item was already charged to this command from Kolombo in the month of November anno passato, so it was after deliberation approved and agreed to authorize the Honourable Head Administrator hereby to charge said item of f 52:16:8 back thither again, and furthermore to insert the report here. To the Right Honourable, Worshipful Lord Iohan Gerard van Angelbeek, Commander and Supreme Ruler of the Coast of Mallabaar, with the resort thereof. Right Honourable, Worshipful, ruling Lord! By invoice dated end of April last past
Dutch transcription
Lektuura van het raport van den en van een raport van den opperchirur„ „gijn Leitner en inlandsch genees„ de visilaatsie der inwoonderen de zoldij boeken en deselve akkordeerende bevon„ „den; Donderdag den 19. Iuli 1781. wij hebben overigens de Eere met verschuldigde ontsag ons te onderteekenen. /:onderstond:/ wel„ edele, Achtbaare weid gebiedende Heere, uwel ed: Achtb: onderdanige en trouw schul„ „dige dienaaren. /:was gete:/ W: v: Haeften, en I: Bos. /:in margine:/ koetsiem den 19. Iuli, 1781. /:Lager:/ Ten mijnen overstaan /:was getex:/ N: W: Beijts Ook is geleezen het rapport van den Jaarlijxen Jaarlijxen opneem der huisgesinnen opneem der huisgezinnen deezer steede, door twee Branden wijkmeesters, zo meede een rapport, van den opperchirurgijn van Skomp: hospitaal Har„ „manus Leitner en den inlandschen geneesmee„ „meester ganasa pandieb weegens „ ster Ganasa Pandiet, die met de voorschree„ „ve gekommitteerden zijn rond geweest om almede, ingevolge besluit van den 13:' aug:s 1772. , een exakte visitaatsie der inwooneren te doen, waar bij blijkt, dat niemand is bevonden bes met te zijn, met de bedroefde ziekte van melaats„ „heid, en is goedgevonden en verstaan, beide rap„ „porten deezen in te lijven. Aan. 149 Donderdag den 19 Iuli 1781. Jnsertsie van beide raporten Aan den weledele Achtbaare Heer Iohan Gerard van Angelbeek, kommandeur en oppergebieder der Kuste Mallabaar. Weledele, Achtbaare wel gebiedende Heer! De ondergeteekendens als gekommitteer„ „de leden van Brand en wijkmeesters kollegie nevens den sekretaris, hebben onder ultimo Juni J=o leeden een naauwkeurig opneem en beschrijving der huisgezinnen binnen deezer steede gedaan, als wanneer men in dezelven bevonden heeft 297. Huisgezinnen en te zamen 2642. koppen. Verder agten wij van ons schuldige pligt uwel„ „edele Achtb: ter kennisse te brengen, dat den oppermeester van 's komp: Hospitaal Har„ „manus Leitner en den inlands geneesmee„ „ster Ganasa Pandiet met ons meede zijn, Rondgeweest, en hebben dezelve empassant een exakte visitaatsie zien doen, weegens het aan hen gedemandeerde bij Koetsiemse Poli¬ ticq „ de 1 get:/ li lijxen Aan Donderdag den 19:' Iuli 1781. „ticq Raads besluit van den 13. Aug=s 1772. van welke bevinding ze bij een apart rapport aan uweledele Achtb: van bericht zullen dienen: Hier meede verhoopen wij onze kommissie na behooren te hebben volbragt, zoo matige wij de hoge eer aan, van met alle Hoogag„ „ting te zijn /:onderstond:/ weledele, Achtb: welgebiedende Heer! uweledele achtb. zeer gehoorsame en onderdaanige Dienaa„ „ren /:was getvet:/ And:s van Eijk en Jan Hendrik vogt. /:in margine:/ koet„ „siem den 19 Juli A=o 1781. /:Lager:/ mij pre„ „sent /:was geteekend:/ A: Martensz: Secret:s. Aan den weledele Achtb: Heer Iohan Gerrard van Angelbeek, kommandeur en oppergebieder der kuste Mallabaar. Weledele, Achtbaare, welgebiedende Heer! In naarkoming van uw weledele Achtb: Hoog gevenereerde order, vervat bij Extrakt Re„ „soluuitsie genomen in Raade van Mallabaar onder Den E: Ho berecht tweeden „kende ƒ5 151 Donderdag den 19. Iuli 1781. Den E: Hoofdadministrateur diend van berecht weegens van kolombo ten „kende ƒ 52. 16. 8. onder dato 13=de Aug:s 1772. , hebben wij onder„ „geteekendens Harmanus Leitner oppermee„ „ster van 'skomp: hospitaal alhier en Ganasa Pandiet Jnlands geneesmeester, onder ult=o Ju„ „ni J=t weeken, met gekommitteerdens van Brand- en wijkmeesters kollegie, Rond geweest en na een exakte visitaatsie geen perzoon met de bedroefde ziekte van Molaatsche bevonden te zijn. We hoopen hier meede te hebben voldaan aan de hoog g'eerde intentsie van uw wel„ edele achtb: en matigen ons de eere aan, van met diep ontzag te zijn /:onderstond:/ wel edele Achtb: welgebiedende Heer! uw wel edele Achtb: onderdanige en trouwschuldige Dienaaren /:was geteekend:/ H:s Leitner en met eenige kanarijnse karakter door Ganasa Pandiet selfs gesteld /:in margine:/ Koetsiem den 19. Juli 1781. Door den E: Hoofd administrateur Rei„ tweeden, maale herwaards aangeree, „ nier van Harn ingediend zijnde, een be„ „richt, houdende, dat bij faktuur, gedateerd ultimo April Jongst leeden, van holombo dit heen aangereekend zijn ƒ 52:16:8. over 156½. lb: vriesche Donderdag den 19. Iuli 1784. besluit gem: ƒ 52. 16. 8. wederom naar derwaards te rug te reekenen Jnsertsie van 't berecht vriesche boter, die te gale aan het schip Ceres hadden moeten worden verstrekt, tot supplement van het voor uit verschootene op de reize van Koetsiem naar derwaards aan honderd neegen en dertig Jagers en vijf en twintig Rekruuten; en dat die eigenste post reets in de maand november anno passato van kolombo dit kommandement ten laste is gebragt, zoo werd na deliberaatsie goed„ „gevonden en verstaan, den E: Hoofd-administra„ „teur bij deezen te qualifiseeren, om gemelde post van ƒ52:16. 8. wederom naar derwaards te rug te reekenen, en voorts het bericht hier te insereeren Aan den wel edele Achtbaare Heer Iohan Gerard van Angelbeek. kommandeur en oppergebieder der kuste Mallabaar, met den resorte van dien. Wel edele, Achtbaare wel gebiedende Heer! Bij faktuur, gedateerd ultimo April Jongst Cleeden
English
153 Thursday, the 19th of July 1781. past, charged from Kolombo to this place, being ƒ52: 16. 8 for 156½ lb. of Frisian butter, which should have been supplied at Gale to the ship Ceres as a supplement to what was advanced on the voyage from Koetsiem thither to 139 riflemen and 25 recruits, but due to a shortfall was credited to the expense account of that vessel to be received at the Cape of Good Hope, which accordingly was charged to Kolombo by the Gale invoice of the ultimate of August last past to be referred hither, I have the honor to inform Your Right Honorable that the aforesaid amount has already been debited to this command by invoice dated the ultimate of November anno passato, and by Your Right Honorable's pleasure should be recalculated back thither. For the rest, I have the honor to be with true high esteem, underneath stood, Right Honorable, commanding Lord! Your Right Honorable's very obedient servant, was signed, P: v: Aarn, in the margin, Koetsiem, the 4th of July A:o 1781. Thursday, the 19th of July 1781. Reading of a report regarding five unserviceable cannons that were sent, which still remain on the books with their monetary amount. Insertion of the report. Resolution to allow five cannons to be written off. Also read was a report from the said Honorable Senior Administrator, stating that five unserviceable iron cannons were sent to Batavia on the ship 's Kompagnies Welvaaren, which still remain on the trade books with their monetary amount, requesting authorization to write off that amount to prior-year charges and expenses; on which, having deliberated, it was approved and understood to grant authorization for the writing off of the said five unserviceable cannons, and to insert the report here. To the Right Honorable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Commander and Supreme Ruler of the Malabar Coast, with the dependencies thereof. Right Honorable, commanding Lord. 155 Thursday, the 19th of July 1781. Owing to the continuous indisposition of the head of the artillery Van Asbeek, to entrust that administration pro interim to the Lieutenant of the artillery Jacob Kraus. The undersigned has the honor to inform Your Right Honorable that recently, per the ship 's Kompagnies Welvaaren, five unserviceable iron cannons were sent to Batavia, namely three pieces of twelve and two pieces of three lb., which were brought here from Kranganoor and, according to the report of the commissioners dated the 25th of January last past, were found to be such. And since the same still remain on the trade books with their monetary sum, I request Your Right Honorable's esteemed authorization to write off that amount to prior-year charges and expenses, and I have the honor to be with the highest esteem, underneath stood, Right Honorable, commanding Lord! Your Right Honorable's very obedient servant, was signed, R: v: Harn, in the margin, Koetsiem, the last of June A:o 1781. Lastly, on the proposal of the Lord Commander, it was approved and understood, owing to the continuous indisposition of Thursday, the 19th of July 1781. of the Artillery Captain Lieutenant Johannes van Asbeek, to entrust the command over the artillerymen and the supervision over the ammunition house, as well as the administration of the entire establishment, pro interim, and until the recovery of the said Van Asbeek, to the Lieutenant of the artillery Jakob Kraus; and to that end to have everything transferred to him under the ultimate of this month, according to the report of the inventory that is presently being conducted upon special order of the Lord Commander by the Commandant of the Militia, the Honorable Fredrik von den Busch, the Military Captains Gerrit Frankena and Iobst Hendrik Daniel Stifp, the aforementioned Lieutenant Iakob Kraus, and the Extraordinary Lieutenant of the artillery Andries van Eijk. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar, at the city of Koetsiem, on the day, month, 157 Thursday, the 19th of July 1781. and year aforesaid, was signed, J: G: van Angelbeek, R: v: Harn, F: von den Busch, N: W: Beijts, I: L: v: Spall, C: G: Seijffer, A: J: S: Vernede, W: v: Haeften, I: A: Daimichen. Wednesday, the 15th of August 1781. Leasing of the Company's Domains. All present, as also the Chief of Kranganoor, the Honorable Iohan Adam Cellarius; demptis the Honorable Coenraad George Seijffer, Iohan Andries Daimichen, and Willem van Haeften, the latter due to indisposition, and the first two being on a commission to the King of Trevankoor. According to the published placards, today being the appointed day for the leasing of the Company's domains, the following rights were successively put up for auction and leased for such sums
Dutch transcription
153 Donderdag den 19. Iuli 1781. leeden, van Kolombo dit heen aangereekend zijn„ „de ƒ52: 16. 8. over 156½. lb. Boter vriese, die te gale aan het schip Ceres had moeten werden ver„ „strekt, tot suplement van 't voorgeschootene op de reise van koetsiem naar derwaarts, „aan 139. Jaagers en 25. rekruiten, doch mits manquement op de onkost-reekeninge van dien bodem bevoordeelt, om aan kaab de goede Hoop te ontvangen, welk oversulx bij gaalse faktuur van ult=o Aug:s Jongst leeden kolombo is aangereekend, om na herwaards overgeweesen te werden, zoo heb d'eere uw weledele Achtb: te berigten, dat voorsch: bedraagen, reeds bij faktuur in dato ulti„ „mo November anno passato dit komman„ „dement ten laste gebragt is, en met belie„ „ven van uw wel edele Achtb: weederom na derwaarts dient te rug gereekend te werden. Overigens heb d' eere met waare Hoogagting te zijn /:onderstond:/ wel edele, Achtb:;, wel gebiedende Heer! uw wel edele Achtb: seer gehoorsaamen Dienaar /:was getekend:/ P: v: Aarn, /:in margine:/ koetsiem den 4. Juli A=o 1781. Noch ent st den Donderdag den 19. Iuli 1781. Lektura van een berecht nopens vijf onbekwaame verzondene kanons dewelke noch met derzelver geldzom bij de boeken voortloopen „ven Jnsertsie van 't berecht Noch is geleezen een bericht van gem: E: Hoofd„ administrateur, houdende, dat met het schip 's komp: welvaaren vijf onbequaame ijzere kanons naar Batavia zijn gezonden, dewel„ „ken noch met derzelver geldsom bij de negootsie boeken voortloopen, met verzoek om qualifi„ „kaatsie, dat bedraagen op voorjaarige lasten besluit vijf kanons af te laaten schrij en ongelden te moogen afschrijven, waar op gedelibereerd zijnde, zoo werd goedgevonden en verstaan, tot de afschrijving van gemelde vijf onbequaame kannons qualifikaatsie te ver„ „leenen, en het bericht hier te insereeren. Aan den wel edele Achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek kommandeur en oppergebieder der kuste Mallabaar, met den resorte van dien Achtbaare. Wel edele welgebiedende Heer. aan den Den „ Hoofd minist kraus den 1ilei1 155 Donderdag, den 19. Iuli 1781. mits de geduurige ongestelheid van het hoofd der arthillerie van Asbeek, die ad„ „ministraatsie pro interim op te dragen kraus Den ondergeteekende heeft de eere uw wel edele Achtb: van berigt te dienen dat Jongst p„r het schip 'skomp:s welvaaren na Batavia versonden zijn, vijf p:s onbequaame ijzere ka„ „nons, als drie p:s van twaalf en twee p:s van drie lb:, die van Kranganoor alhier aange„ „bragt, en blijkens rapport der gekommitteer„ „dens van den 25. Januarij Jongst-leeden dusdanig bevonden zijn. En vermits dezelve als nog bij de negootsie boeken met hunne geld-somma voort-loo„ „pen, zoo versoeke uw wel edele Achtb: g'eerde qualifikaatsie, om dat bedraagen op voor„ „jaarige lasten en ongelden af te moogen schrijven, en heb de eere met de meeste Hoog agting te zijn /:onderstond:/ wel edele, Achtb: welgebiedende Heer! uweledele Achtb: seer gehoorsaamen Dienaar /:was geteek:/ R: v: Harn /:in margine:/ Koetsiem den Laatsten Juni A=o 1781. Laastelijk is op de proposietsie van den Heer kommandeur goedgevonden en ver„ aan den luit: der arthillerie Jacob „ staan, mits de geduurige ongesteldheid van rl Donderdag, den 19. Iuli 1781. van den Artillerij kapitain luitenant Jo„ „hannes van Asbeek, het kommando over de Artilleristen en het opzicht over het am„ „monietsie huis, mitsgaders de administraatsie van den heelen omslag, prointerim, en tot de beterschap van gemelden van Asbeek toe„ op te draagen aan den Luitenant van d'ar„ „tillerij Takob Kraus, en tot dat einde aan denzelven, onder ult=o deezer van alles te laaten transport doen, navolgens het rapport van den opneem, die op speciaale order van den Heer kom„ „mandeur thans gedaan word, door den kom„ „mandant der Milietsie d' E: Fredrik von den Busch, de Kapitains Militair Ger„ „rit Frankena en Iobst Hendrik Da„ „niel Stifp, den evengemelden Luitenant Iakob Kraus en den Extra ordinair Luite„ „nant der arthillerie Andries van Eijk. Aldus Gedaan, Geresolveerd en G'arresteerd in Raade van Malla„ „baar, ter steede Koetsiem, ten dage, maand„ verpack 157 Donderdag den 19. Iuli 1781. Verpachtinge van 'skomp Domainen en Jaere voormeld /:was gete:/ J: G: van Angelbeek, R: v: Harn; F: von den Busch N: w: Beijts, I: L: v: Spall, C: G: Seijffer, A: J: S: vernede; w: v: Haesten; I: A: Dai„ „michen. Woensdag den 15. aug:s 1781. Alle Present, als meede het kran„ „ganoors opperhoofd DE: Iohan Adam Cellarius, Demptis D' E' Coenraad George Seijffer, Iohan Andries Daimichen en willem van Haeften, de laaste door indisposietsie, en de twee eerste, als zijnde in kommissie naar den Koning van Trevankoor. Volgens de gepubliceerde biljetten, heeden de bestemde dag zijnde tot de verpagting van 'skomp: Domainen; zoo zijn deselve na den anderen opgeveilt en verpacht geworden de volgende geregtigheeden, voor zoodanige sommas
English
Wednesday the 15th of August 1781. Insertion of the Return, which leases have been held back, sums and increases and decreases as follows below. Import and export duties of Kranganoor: Rupees 1960. in the past year, leased for 1665. this year, decrease of 295. The Beer Measure: leased for 200., in the past year 230., decrease of 30. Town Inn: 400., in the past year 400. Suri and arrack inside the town: 4700., in the past year 4700. Suri and arrack outside the town: leased for 705., in the past year 1160., decrease of 453. Suri and arrack on the Island of Waipin: leased for 320., in the past year 400., decrease of 80. Tobacco lease inside and outside the town: leased for 2210., in the past year 3150., decrease of 940. Tobacco lease on the Island of Bendverti: leased for 60., in the past year 255., decrease of 195. Tobacco lease at Kranganoor: leased for 1710., in the past year 2000., decrease of 290. Duty of the ferry to Waipin: leased for 203., in the past year 235., decrease of 32. Duty of the ferry to Anjekaim: leased for 110., in the past year 60., increase of 50. The collection of the duty on the transport of slaves assigned to the Fiscal. Observation why so little was bid for the two remaining leases. Resolution to make an attempt whether more could be negotiated for them. The leases of the import and export duties of the Koetsiem River as well as those of the duty of the Koilan Bay and the duty on the transport of slaves having been held back, because for the first two leases considerably less was bid than the previous year, namely for the import and export duties of the Koetsiem River only Rupees 13100:-, and for the Koilang Bay duty, a very small sum, and for the duty on the transport of slaves no interested party appeared at all; wherefore it was decided to have this branch of revenue collected and accounted for again by the merchant and fiscal, Mr. Nikolaas Wendelin Beijts, as has taken place already for several years past, but to see to disposing of the two first-mentioned leases for larger sums; it being noted regarding this that the war declared by England against the State and already known here was the cause thereof, but it was also simultaneously understood that an attempt must be made whether more could be negotiated for them, to which the Lord Commander declared he would use all efforts, and at a subsequent meeting bring to the knowledge of the members how far he has succeeded in this, in order to then form a general return thereof and insert it into the resolution. Appointed to examine and confront the notes against the granted transport permits for slaves: Vernede and Van Haeften. Leasing of three pieces of land given in beneficial lease in the year 1761. Where they are located and for how much they were leased. Furthermore, pursuant to the resolution of the 16th of September 1772, it was resolved to commission the members of this meeting, Abraham Jean Kipion Vernede and Willem van Haeften, to examine and confront the notes against the granted transport permits for slaves from the first of September 1780 to the end of this month. After which, according to what was enacted at the session of the 19th of July past, the leasing was proceeded with of the three pieces of land which are planted with coconut trees and turned into gardens, and of which the term of the beneficial lease has expired, which leases were put up for auction one after another for the term of 19 years and 4 months, in order to be leased together with the other Company gardens after the expiration of that term, and were knocked down for the following sums per year, namely: A garden lying behind Aikotta on the beach, with a length of 200 rods and a width of 125 rods, knocked down for: Rupees 310. A garden lying on St. Jago on the sea side: 25. A garden lying on the north side of the Company's garden on Kastella: 11. Thus done, resolved and enacted in the Council of Malabar, at the city of Koetsiem, on the day, month and year aforesaid. Was signed: I: G: van Angelbeek; R: v: Harn; F: von den Busch; N: W: Beijts; I: L: v: Spall; A: J: C: Vernede. Wednesday the 22nd of August 1781. All present, as also the Chief of Kranganoor, Johan Adam Cellarius. After the conclusion of the secret matters, Reading of a Koilan letter. The servants indicate thereby that they cannot sell 1200 parras of paddy higher than five chakrams per parra. And that half of the roof of the ammunition house has slid down. Deliberation and observation concerning the paddy. was read a Koilang letter dated the 15th current, whereby the servants give notice that they cannot sell the twelve hundred parras of paddy, for the sale of which they were qualified by letter of the 9th of this month, for a higher price than five chakrams a Company parra, making only about four Koetsiem fanams, or slightly less than a fifth of a rupee, for the reason that this paddy has already lain for four years and has become bitter through age. The said servants also giving notice by that letter that the roof on one side of the ammunition house had slid down because the nails together with the laths had decayed, and that this roof cannot be repaired without laths and nails being provided thither. Hereupon it was deliberated, and in consideration that, the paddy having lain at Koilang for four years, as appeared upon inspection of the papers relevant thereto, it must indeed
Dutch transcription
Woensdag den 15: Aug=s 1781. anno pas deeze „sato geren Jaare meer„ min„ „deert gemeind „ der der. 295. —. 1960. De in en uitgaande rechten van Kranganoor. rops 1665. - 230. 200. De Biermaat - - - - - - „ 400. - 400. „ stads Herberg - - —. „ suri en arak binnen de stad- - - „ 4700. „ 4700. „ suri en arak buiten de stad - - - - „ 705. - 1160. – 453. „ suri en arak op 't Eiland waipin - - - - „ 320. — 400. - 80. - „ Tabakspacht binnen en buiten de stad - - - „ 2210. — 3150- 940 — „ Tabaks pacht op het Eiland Bendverti – – „ 60 - 255. 195. „ Tabaks pacht te kranganoor - - - - - - „ 1710: 2000: 290 Gerechtigheid van het veer tot waipin - - „ 203. — 30. 235 Gerechtigheid van het veer tot Anjekaim. . „ 110. — —. - 50. 60. — zijnde de pachten van de in en uitgaande Rechten van de koetsiemsche Revier als mee„ „de, die van de geregtigheid van de koilansche Baaij, en de gerechtigheid van den ver„ „voer van slaven opgehouden, om dat voor de twee eerste pachten merkelijk minder als het voorige Jaar, is gebooden, Namentlijk voor de in en uitgaande rechten van de koetsiemsche —. sommas en meer en minderheeden als hier onder volgt. Jnsertsie van het Rendement welke pachten opgehouden zijn Revier „ —. — 30. kaal op den ver De invor aammer overige esluit een niet meer 159 Woensdag den 15. Augustus 1781. De invordering van de geregtigheid van kaal op gedragen aanmerkinge waarom voor de twee overige pachten zoo min is gebooden esluit een proeve te neemen, of daar voor niet meer te bedingen zal zijn Revier maar Ropijen 13100:- en voor de koilangs baaijs gerechtigheid, een heel geringe somma den vervoer van slaven aan den Tis, en tot de gerechtigheid van den vervoer van slaven heeft zig in 't geheel geen liefhebber opgedaan, waarom verstaan is, deese tak van inkomsten wederom, gelijk al eenige Jaaren bevoorens heeft plaats gevonden, door den koop„ „man en fiskaal M=r Nikolaas wendelin Beijts te laaten invorderen en verantwoorden, dog de twee eerstgemelte pachten voor grootere sommen zien aan de man te helpen; zijnde hier omtrend wel aangemerkt, dat uit den oorlog, die door Engeland aan den staat is gede„ „klareert en hier reets bekent geraakt, daar van de oorzaak, dog ook teffens verstaan, dat men een proeve moeste neemen of daar voor niet meerder tebdingen was, waar toe de heer kommandeur verklaarde alle de voiren te zullen aanwenden, en bij nader vergaderinge de leeden ter kennisse brengen, hoe verre hier in is geslaagt, ten einde als dan een generaal rendement daar van te formee„n ren vier Woensdag den 15. Augustus 1781. Tot het examineeren en konfronteeren der aanteekeningen tegen de verleende vernede en van Haeften Verpachtinge van drie stukjes gegeeven waar dezelven geleegen, en voor hoe veel verpacht zijn „ren en in de resoluutsie te insereeren. Voorts is verstaan, ingevolge het besluit van vervoerbrieven van slaven benoemd Db: den 16. September 1772. , tot het examineeren en konfronteeren der aanteekeningen tegen de verleende vervoer brieven van slaven ze¬ „dert primo zeptember 1780. tot ultimo deeser te kommitteeren, de leeden deezen vergade„ „ving Abraham Jean kipion vernede en Willem van Haeften. Waar na, volgens het g'arresteerde ter grond in A=o 1761. ter benefietsie af. sitting van den 19. Juli passato, is getreeden tot de verpachting van de drie stukjes land die met klapperboomen zijn beplant en tot thuinen gemaakt en waar van de tijd der benefietsie ten einde gelopen is, welke pachten na den anderen zijn opgeveilt voor den tijd van 19. Jaaren en 4. maanden, om na ver„ „loop van dien tijd, met de andere skomp=s thuinen verpacht te kunnen werden, en gemeint geworden, voor de volgende som„ „mas 's Jaars, als Een thuin leggende agter Aikotta aan de strand ter 161 Woensdag den 15. Augustus 1781. ter lengte van 200. roeden en breed 125. roeden - - - - - - - Rop: 310. –. gemeind voor Een thuin leggende op st. Jago aan de zeekant - - - - - - - - „ 25. —. Een thuin leggende aan de noordkant van 's komp=s thuin op Kastella - - „ 11. –. Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Mallabaar, ter steede koetsiem, ten dage, maand en Jaere voormeld. /:was getekend:/ I: G: van An„ „gelbeek; R: v: Harn; F: von den Busch, N: W: Beijts; I: L: v: Spall; A: J: C: vernede Woensdag den 22: Aug=s 1781. Alle Present, zoo meede het Kranga¬ „noors opperhoofd Johan Adam Cellarius. Na het afhandelen der sekreete zaaken is. Woensdag den 22. Augustus 1781 Lektura van een Koilansche missive de bediend en geven daar bij te kennen datze 1200 parra'sneli niet hoger dan voor vijf sjakrons de parra kunnen verkopen. en dat het halve dak van 't ammonuut„ „die huis is afgegleeden Deliberaatsie en aanmerkinge over de Neli is geleezen een koilangsche missive gedateerd 15. kourant, waar bij de bedienden kennis gee, besluit voor „ven, dat ze de twaalf-hondert parras neli, tot welker verkoop ze bij brief van den 9. dezer gequalificeerd zijn, voor geen hoogeren prijs kunnen verkoopen als voor vijf sjakrons een komp:s parra, maakende maar circa vier koetsiemsche fanums, of iets minder als een vijfde ropij, om redenen die neli reets vier en het Jaaren heeft geleegen en door ouderdom bitter is geworden. vijf leggen Gevende gemelde bedienden bij die missive ook te kennen dat het dak van de eene zijde van het Ammonietsie, huis was afgegleeden door dat de spijkers met de latten vergaan waren, en dat dit dak niet kan worden hersteld, zonder dat latten en spijkers derwaarde werden besorgt. Hier op is gedelibereert, en uit aanmerkinge, dat de neli te koilang vier Jaaren geleegen hebbende, zoo als bij 't nazien der papieren, daar toe betrekkelijk, kwam te blijken, wel moet
English
163 Wednesday, 22 August 1781 must be bitter and virtually unserviceable; resolved to have the paddy sold for five sjakrons the parra, rather than let it spoil even further; with an instruction, however, to the servants at Koilang, that it would be desirable if there were a possibility of stipulating something more than five sjakrons for it; it being furthermore resolved, with regard to the slipped half-roof, to leave it lying as it is for the time being, since almost all the ammunition from Koilang has been transferred to Koetsiem. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar, at the city of Koetsiem, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: I. G. van Angelbeek; R. v. Harn; F. v. d. Busch; N. W. Beijts; I. L. v. Spall; C. G. Seijffer; A. J. S. Vernede; I. A. Cellarius; W. v. Haeften; I. A. Daimichen. Thursday, 23 August 1781. All present, as well as the Chief of Kranganoor, the Honorable Johan Adam Cellarius; absent, the Honorable Major and Head of the Militia, Fredrik von den Busch. The Commander informed the members that an indigenous vessel belonging to the English Company at Talliseri had arrived in this river, and proposed to declare and hold this vessel, together with whatever might be found therein, as good prize on account of the declared war by the English against the state, as well as to have both sold, with which the members collectively concurred. And on the further proposal of the Commander, it was agreed to appoint as permanent commissioners for the inventorying and selling of this and further captured vessels, along with their appurtenances and other goods, the Honorable members Coenraad Gorge Seijffer and Abraham Jean Scipion Vernede. 165 Thursday, 23 August 1781. The Commander further made known that the King of Trevankoor had again requested an advance of 10,000 ropijen on the delivery of pepper, and that this delivery had meanwhile proceeded vigorously, such that the King would be entitled to considerably more money from the Company upon settlement than he has received; His Honor therefore proposing to have the said ten thousand ropijen disbursed, with which the members collectively concurred. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar, at the city of Koetsiem, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: I. G. van Angelbeek; R. v. Harn; N. W. Beijts; P. L. v. Spall; C. G. Seijffer; A. J. S. Vernede; I. A. Cellarius; W. v. Haeften; and I. A. Daimichen. Friday, 31 August 1781. All present, except the Honorable Fiscal, Mr. Nicolaas Wendelen Beijts, being out of town. It is known to the members, said the Commander, that the lease of the import and export duties of the Koetsiem River was held back at the auction for 13,100 ropijen; since then, I have in vain sought to find takers for the prices of recent years; the war frightens all bidders away from it; however, the old farmer from last year, being the Banyan Boganta Sjetti, has still agreed to take up that lease for fifteen thousand ropijen under this promise: that in case a Batavian ship with merchandise arrives this year, as in other years, and the export thereof is not prevented, he will then pay the full lease of last year, being twenty-four thousand eight hundred fifty ropijen.
Dutch transcription
163 Woensdag den 22. Augustus 1781 vijf sjakrons de parra zoo er niet meer voor te bedingen zal zijn leggen, om rieden in den text moet bitter en genoegsaam onverstrekbaar sgee, besluit de creli te laaten verkoopen voor zijn; goedgevonden de neli voor vijf sjakrons de parra te laaten verkoopen, liever als die noch meerder te laaten bederven; onder aan schrijving echter aan de koilangsche bedienden, dat het aangenaam zoude zijn zo er mogelijkheid was om er iets meer als vijf sjakrons voor te bedingen zijnde verders, en het dak bij provisie zoo te laaten ten opsichte van het afgegleeden halve dak, be„ „slooten, het zelve bij provisie zoo te laaten leg„ „gen, dewijl doch de ammonietsie van koi„ „lang op heel weinig na, naar koetsiem word overgebracht Aldus Gedaan, Geresolveert en gearresteerd in Raade van Mallabaar, ter steede koetsiem, ten daege, maand en Jaare voormeld /:was getekend:/ I: G: van Angelbeek; R: v: Harn; F: v: d: Busch; N: W: Beijts; I: L: v: Spall; C: G: Seijffer; A: J: S: vernede I: A: Cellarius; w: v: Haeften; I: A: Daimi„ „chen; Donderdag itter aards ge, Donderdagh den 23. aug„s 1781. Aankomst van een engelsche vaartuig van Salleserie goede prijs te verklaaren en verkoopen van dit en meerder aangehaald werdende vaartuigen DE: seijffer en vernede gekommitteerd Alle Present zoo meede het kranga„ „noors opperhoofd D'E Johan Adam Cellarius, absent DE Majoor en hoofd der milietsie Fredrik von den Busch De Heer kommandeur gaf de Leden ken„ „nis, dat in deeze rivier aangekomen was een in zijn „landsch vaartuig, behoorende aan de Engel„ „sche komp: te Talliseri, en proponeerde dit vaar„ „tuig, met het geen er in mogt gevonden worden, mits den verklaarden oorlog door de Engelschen besluit Proposietsie en besluit het zelve voor aan den staat, voor goede prijs te verklaaren en te houden, mitsgaders het een en ander te laaten verkopen, waar meede de leden zig gesaamentlijk hebben gekonformeert, en is, op de verdere proposietsie van den Heer kom„ tot het inventariseeren en verkoopen „ mandeur, verstaan, als vaste gekommitteer„ „den tot het inventariseeren en verkoopen van dit en meerder aangehaald worden„ „de vaartuigen; met hun toebehooren en verdere goederen, te benoemen D E: Leden Coenraad Gorge Seijfferen Abrahan Jean peper scipion De konin om 10000 afgeeven 165 Donderdag den 23. Augustus 1781. De Koning van TrevanKoor verzoekt om 10000. Ropijen pepes al vrij meerder te goed afgeeven Scipion vernede Verder gaf de heer kommandeur te kennen dat de koning van Trevankoor weder had laa„ „ten verzoek doen om een verstrekkinge van 10'000. ropijen op de Leverantsie van peper, en dat die intusschen sterk was voortgeset in zijn Hooght heeft door leverantsie van zoodanig, dat den koning al vrij meerder geld bij afreekening van de komp: zoude kompe„ „teeren, als hij genooten heeft, proponeeren„ „de zijn Edele derhalven, gem: thien dui„ hen desluit gem: 1000 ropijen te laaten „ send ropijen te laaten afgeven, waar meede zig de leeden gesamentlijk hebben gekon„ „firmeert; Aldus Gedaan, Geresolveert en gearresteerd in Raade van Malla„ „baar, ter steede koetsiem, ten daege, maand en Jaare voorm: /:was getekend:/ I: G: van Angelbeek; R: v: Harn; N: w: Beijts; P: L: v: Spall; C: G: Seijffer: A: J: f: vernede I: A: Cellarius; w: v: Haeften; en I: A: Daimichen. Vrijdag „ g„ ar Vrijdag den 31. August:s 1781. De pacht van de koetsiemsche rivier geen liefhebbers zijn daar toe te vinden geweest voor de voorJaarige prijzen de oude pachter van voorleeden Jaar wil die pacht voor 15000 rop: neemen, met Negootsie goederen komt en dies uit„ „voer niet belet word, als dan de pacht besluit de en op de Alle Present. dempto DE fis„ „kaal M:r Nicolaas wendelen Beijts als zijnde buiten de stad. Het is de leden bekent, zeide de Heer kom„ is opgehouden voor 13100 Ropijen „mandeur, dat de pacht van de in en uitgaan„ „de rechten van de koetsiemsche rivier bij de verpachting is opgehouden voor ropij en 13100. , zeder hebbe ik vergeefs getracht daar toe liefhebbers, voor de prijzen van de Jongste saa„ „ren, te vinden, de oorlog schrikt alle liefheb„ „bers daar van af, echter heeft de oude pachter van voorleeden Jaar, zijnde de Benjaan Bogan„ „ta 'sjetti, zich noch laaten vinden, om die pacht voor vijftien duizend ropijen aanteneemen belofte, zoo er een bataviasch schip met onder deeze belofte, dat hij, ingevalle er dit Jaar, van voorleeden Jaar te zullen betaalen gelijk in andere Jaaren, een Bataviasch schip met negootsie goederen komt en de uitvoer daar van niet verhindert word, hij als dan de volle pacht van voorleeden Jaar, zijnde vieren„ twintig duizend agt hondert vijftig ro„ „pijen, betaalen zal. gevoelen raisonnem Hier pachter af et de pacht tigheid is verkla omtrent ring
English
167 August 1781. Friday the 31st. Opinion of the Commander and reasoning hereupon, and to grant it to the old farmer on the aforementioned promise. No one can be found for the lease of the duties of Koylang Bay; declaration of the old farmer concerning this. Resolution to grant the lease for 15,000 rupees. Hereupon the Commander declared that he judged this bid to be acceptable under the present circumstances, and that he also knew of no other means to dispose of this lease more profitably. This having been reasoned upon, and the members sharing the same opinion with the Commander, it was resolved to grant the lease for fifteen thousand rupees and the promise stipulated therein to the old farmer Boganta 'sjetti. Subsequently, the Commander gave notice that no one could be found for the lease of the duties of Koylang Bay; that the old farmer had declared that the English at Anjengo had recently seized vessels of Travancore subjects laden with linen, and that the small traders of this coast had thereby been deterred; that it was also known that the pepper vessels of Travancore, which bring back tobacco, had been taken by the English in the roads of Nagapatnam, and thus there was no hope that Friday the 31st of August 1781. The same is considered. Resolution to have this duty collected this time by the old farmer Koetti Kammotti and to grant him five percent for his trouble. And to have the Resident at Koylang keep an account of this collection. that Jaffanapatnam tobacco will be imported. All this having been taken into consideration, it was unanimously judged to be best to have this duty of Koylang Bay collected this time on the Company's account by the old farmer Koetti Kammotti, and to grant him five percent for his trouble, as well as to order the Koylang Resident Rosier to keep accurate note of all that this collector receives in duties, in order to confront this record against the collector's account and to discern whether he renders a true account or not. And since one cannot know at present what will be received for this lease and from the lease of the import and export duties of the Cochin River, and thus the usual comparison of the increase and decrease cannot be presented, it was agreed to dispense with this showing for now and to report on it in the future. 169 Friday the 31st of August 1781. The commissioners Seijffer and Vernede. An English vessel from Tellicherry has been seized; aboard it was found the second in command of that place. As well as cash, of which 7,000 rupees belong to the English Company and the remainder to local inhabitants. The vessels have been sold and the ammunition and so forth delivered to the administrators to be accounted for. Insertion of the report. Thereafter was read and reviewed a report from the Honorable members Seijffer and Vernede, who were appointed as standing commissioners at the session of the 23rd of this month to inventory and sell the captured English prizes; by which report it appeared that since then another English Company vessel from Tellicherry has been seized, aboard which was found an English Company civil servant named Mr. Ferth, being the second person of Tellicherry and Senior Merchant in rank, and that in both of these vessels various sums of cash were found, of which 7,000 rupees belong to the English Company and the remainder are addressed to inhabitants of this city in payment of debts; as well as that both vessels and some appurtenances have been sold, but the ammunition, grapnels, and what else were delivered to the Company's administrators to be accounted for, as further appears by the report inserted below: To the Right Honorable, Venerable Mr. Johan Gerard van Angelbeek, Commander and Governor of the Malabar Coast, with its dependencies, together with the Political Council. Right Honorable, Venerable, Broad-ruling Sir and Honorable Gentlemen! Pursuant to the resolution taken in the Council of Malabar dated the 23rd of this month, it having been assigned to us to inventory and examine the goods found in the sequestered English shibar that arrived here in the river from Tellicherry on that day, and likewise to act similarly in the future should such or other vessels under the English flag arrive here, we have the honor, in compliance with that resolution, to submit a written report to your Honor, Right Venerable, as follows: In the first seized shibar was found by us as follows: 171. Friday the 31st of August 1781. Delivered to the Ammunition House: 3 pieces of iron swivel guns, namely: 1 piece of ½ lb. 2 pieces of 1 lb. 282 pieces of round shot, assorted 1 piece filled hand grenade 1 piece filled bomb 177 pieces of grape shot, assorted 1 powder horn with powder 1 cartridge ladle, unserviceable 3 sponges and rammers 1 copper ladle and scraper 590 fixed cartridges 48 filled cartridges, assorted 50 lb. loose powder in a chest 4 lb. sulfur 2 pieces of iron cannon scrapers Delivered to the Armory: 16 pieces of flintlocks with 8 bayonets 8 worm-holders 8 cartridge boxes 56 lead musket balls Delivered to the Equipment Wharf: 2 pieces of grapnels with ropes 1 half-hour glass 1 compass 2 pieces
Dutch transcription
167 Augustus 1781. Vrijdag den 31. Gevoelen van de Heer kommandeur en raisonnement hier over en op de voorsch: belofte, aan den ouden pachter af te staan ot de pacht van koilangs-baais gerech„ tigheid is niemand te vinden verklaringe van de oude pachter daar omtrent Hier bij verklaarde de heer kommandeur, dat hij oordeelde, dit bod in deeze tijds omstandig„ „heeden aanneemelijk te zijn, en dat hij ook geen ander middel wist om die pacht voordee„ „liger aan den man te helpen, hier over gerai„ zijnde, „sonneerd en de leden met den heer komman„ besluit de pacht voor 15000, ropijen „ deur in een selfde gevoelen staande, is beslooten de pacht voor vijftien duizend ropijen en de daar bij bedonge belofde aan de oude pachter Boganta 'sjetti aftestaan. Vervolgens gaf de heer kommandeur ken„ „nisse, dat tot de pacht van koilangs-baais ge„ „rechtigheid niemand was te vinden; dat de oude pachter verklaard had, dat de Engelschen te Ansjenga laast vaartuigen van Trevan„ „koorsche onderdaanen, met lijwaat beladen, aangeslaagen hadden, en daar door de smalle handelaars ter deezer kuste afgeschrikt waa„ „ren; dat het ook bekent was, dat de peper vaar„ „tuigen van Trevankoor, die tabak terug brengen door de Engelschen op de rheede van Nagapat„ „nam genomen zijn, en erdus geen hoop was, dat Vrijdag den 31: Augustus 1781. 't zelve word overvoogen besluit deeze gerechtigheid ditmaal door den ouden pachter koetti kam„ 9 „ motti te laten invorderen en hem 9 vijf ten honderd voor zijne moeite toe te leggen en 't opperhoofd te koilang van dies invorde„ „ring aanteekening te laten houden dat er Jaffanapatnamsche Tabak zal worden aangebragt. Dit alles in overweeging genomen zijnde, is met eenpaarige stemmen g'oordeelt, het beste te zijn, deeze geregtigheid der koilangsche baai„ ditmaal voor reekening van de komp: te laaten invorderen door den ouden pachter koetti Ka„ „motti, en hem toeteleggen vijf ten hondert voor zijne moeite, mitsgaders het koilangs op„ „perhoofd Rosier te gelasten, naaukeurige aan. „tekeninge te houden van al het geen deeze in, daar „vorderaar aan gerechtigheeden ontvangt, ten einde deeze annotaatsie teegen des invorderaars reekening te konfronteeren en te ontwaaren, of dezelve goede reekening doet, dan niet. En alsoo men thans niet kan weeten, wat voor deeze pacht en van de pacht van de in en uitgaande rechten van de Koetsiemse rivier„ zal inkoomen, en dus de gewoonlijke vergelij„ „king van de meer en minderheid niet kan wor nuutsie „den vertoont, zoo is verstaan deese aanthoning tiuns ter te exkuseeren en daar van in het vervolg ver„ als meede de vaartui slag D geven een aan van de En¬ ingezeet 169 Vrijdag den 31 Augustus 1781. De gekomitteerd=e seijffer en vernede een engelsch vaartuig van Talleserie is aangeslagen van de Engelsche Komp: en de overige aan„ ingezeetenen alhier behooren de vaartuigen zijn verkocht en de ammo„ teurs ter verantwoording afgegeeven. „slag te doen Hier na is geleezen en geresumeert een be„ geven bij een berechs te kennen dat noch, recht van D'E=s leden Seijffer en vernede die, als vaste gekommitteerden, ter setting van den 23. deezer zijn benoemt, om de aange„ „haald wordende Engelsche prijzen te inventa„ „riseeren en verkoopen; bij welk bericht kwam te blijken dat zeder noch een Engelsch kompanies vaartuig van Jalliseri is aange„ „slaagen, waar op zig heeft bevonden een En„ daar op bevind zich de schunde van die plats. gelsch komp=s politiek bediende genaamt M=r Ferth, zijnde de tweede persoon van Talliseri en senior merchand in qualiteit en dat in beide die vaartuigen zijn bevonden diversche kontanten, waar van 7000 ropijen de Engel„ als meede kontanten waar van 7000 Ropijen „ sche kompanie behooren en de overige aan ingesetenen deezer steede zijn g'addresseert in voldoeninge van schulden, mitsgaders dat de beide vaartuigen en eenig toebehooren zijn verkogt, doch de ammunietsie, dreggen niutsie en wesmeer, aan de administra- en weesmeer aan 's komp:s administrateurs zijn afgegeven ter verantwoordinge, nader blijkende is Augustus 1781. Insertsie van 't berecht Vrijdag den 31. blijkende bij het bericht hier onder g'insereert Aan den weledele Groot Agtbaare Heer Johan Gerard van Angelbeek, kommandeur en oppergebieder der kuste Mallabaar, met de ressorte van dien, beneevens DE Politiquen Raad Wel edele Groot. Agtbaare, wijdgebiedende Heer en E: Heeren! Jngevolg het genomen besluit in rade van Mallabaar de dato 23=te deser, aan ons opge„ „dragen zijnde, om op teneem, en na te gaan de goederen als er bevonden word, in de ge„ „sequesteerde Engelse sibaar dien dag van Pal„ „licherij alhier in de revier gekoomen, zoo mee„ „de in 't vervolg, als diergelijke of andere vaar„ „tuigen met Engelse vlag alhier mogte komen almede soodanig te handelen, hebben wij dan bij desen de Eere, in nakoming van dat besluit, uweledele, groot Agtb: van schriftlijk Rap„ port te dienen als! In de Eerste aangeslagene sibaar is door ons bevonden als volgt; af. 171. Vrijdag den 31. Augustus 1781. afgegeven aan 't Ammunitie huijs 3. p:s ijsere druibassen als 1. p van ½. lb: 2. „ „ 1. „ 282: p:s Rondscherp in soort 1. „ gevulde handgranaat 1. „ _o „ Bom 177. „ Druijven in soort 1. „ kruijt hoorn met kruijt 1. „ kardoes leepels onbeq: 3. „ wissers en aansetters 1. „ kopere Leepel en kratser 590. „ vaste pattroonen 48. „ gevulde kardoesen in soort 50. lb: Los kruit in een kiste 4. „ swavel 2. p:s ijzere kanon kratzers Aan de wapenkamer afgegeven 16. p=s snaphaan met 8. bajonets 8 „ woombakjes 8 „ pattroon tasse 56: „ Loode snaphaan kogels Aan de Equipagie werf afgegeeven 2. p=s dreggen met touwen 1. „ halve uurglas 1. „ kompas 2 ps
English
Friday, 31 August 1781 2 pieces deep-sea lead lines 1 tin hand lantern Sold by public auction: 1 shibar with 4 sails 19 rowing oars 3 copper cook's kettles 2 ditto ditto small 2 water casks 3 English blocks 1 double-sheaved gin block 4 loose sheaves 11 oar blades 1 iron hammer 6 leather draw buckets 8 sepoy cutlasses, of which 3 pieces with silver 9500 silver rupees, of which, according to the statement of the clerk, 7000 pieces belong to the Company and 2500 are on consignment to Samuel Abrahams from Mr. Firth! Found in the shibar arrived here from Tellicherry on the 25th of this month: Delivered to the ammunition store: 10 lb gunpowder in a small box 4 pieces swivel guns of ½ lb 1 pouch barrel 82 pieces filled cartridges 538 fixed cartridges 14 round shot To the armory: 10 pieces muskets with bayonets 10 cartridge pouches To the equipment yard: 4 grapnels 1 compass Sold by public auction: 1 piece shibar with its oars, spars, and 4 sails 2 half-casks 1 whole cask 1 half-trunk 1 copper kettle 1 small ditto 2 marlinspikes 1 handsaw 7 augers 1 tin lantern Some carpenter's tools In cash: 286 ½ rupees and 1 Spanish dollar from 2 Canarese who came hither with the vessel, but reside in Tellicherry. 100 sent to the Topass L. Quelje for the purchase of necessities. 50 pagodas and 608 ½ silver rupees belonging partly to the clerk of Mr. Firth himself, partly taken on bottomry. 699 consigned under Mr. Firth, received from several persons in Tellicherry, given for the purchase of necessities; 1 parcel in mats containing 2000 rupees, together with an ola, from which it appears that the same was sent by the Moor Moesa to the Moor Make. Expecting that we have thus far fulfilled the charge imposed upon us according to the honorable intentions of your Right Worshipfuls, we have the honor to be, with due respect; below stood: Right Honorable, Grandly Esteemed, Widely Ruling Sir, and Honorable Sirs: your Right Worshipfuls' very obedient and humble servants; was signed: C. G. Seijffer; and A. J. S. Vernede; in the margin: Cochin, 29 August 1781. Whereupon having deliberated and taken into consideration that for many years it has been the custom among the European nations that in similar cases as this, private individuals are left their property, it is resolved to have the 7000 rupees belonging to the English Company transferred into the Company's treasury, as also the proceeds of the vessels and the goods sold therewith, and likewise to have the ammunition and other goods handed over to the administrators charged to their respective administrations for the benefit of the Company, but to allow the cash addressed to private individuals to be delivered to them. Whereupon the Lord Commander having made known that the aforesaid Mr. Firth, who has been detained as a prisoner of war, had requested permission to be allowed to walk outside the city from time to time on his word of honor not to violate his arrest, and that an allowance for maintenance might also be granted to him, it was approved to grant him the requested liberty and to allocate to him for maintenance such monthly salary as he enjoyed in Tellicherry in time of peace, of which a written statement shall be required of him by the aforementioned commissioners, in order to draw up the warrant accordingly. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar, in the town of Cochin, on the day, month, and year aforesaid; was signed: I. G. van Angelbeek, F. van den Busch, R. v. Harn, I. L. v. Spall, C. G. Seijffer, A. J. S. Vernede, W. v. Haeften, and I. A. Daimichen. Tuesday, 25 September 1781. All present. After concluding secret affairs, a report from the Merchant and Fiscal Mr. Nikolaas Wendelin Beijts was read, whereby he gives to understand that, pursuant to the resolution of this board of 14 April past, he proceeded to the possessions of Bengacherij Thome, defaulting tenant farmer [illegible]
Dutch transcription
Vrijdag den 31. Augustus 1781 2. p=s dieploode 1. „ blikke hand Lanthaarn Per vendietie verkogt 1. „ sibaar met 4. zeijlen 19. „ voeij riemen 3. „ kopere koks ketels 2. „ _=o „ „ kleene 2. „ water leggers 3. „ Engelte bloeken 1. „ twee scheijvige geijn block 4. „ Losse scheijven 11. „ riem bladen 1. „ ijsere hamer 6. „ Leer slag putzen 8. „ Sipais houwers, waar van 3. p:s met silver 9500 „ silvere Ropias waar van, volgens opgave van den Schrijver, 7000: p:s van de komp: en 2500: „ in bestelling aan Samuel Abrahams van Mr. Firth zijn! In de sibaar op den 25: deser van Tallicherij alhier aangekoomen bevonden als, Aan 't Ammunitie huis afgegeeven 10. lb: kruit in een Latje 4. p=s draijbassen van ½. lb: 1. „ beursvatje 22 82. p=s 173 Augustus 1781. Vrijdag den 31. 82. p:s gevulde kardoesen 538 „ vaste pattroonen 14. „ rondscherp Aan de wapenkamer 10. p=s geweiren met bajonets 10. „ pattroon tasse Aan de Equipagie werf 4. „ dreggen 1. „ kompas Per vendutie verkogt 1. p:s sibaar met zijn riemen, rondhout, en 4: zeijlen 2. „ halve leggers 1. „ heele v= 1. „ halve stam 1. „ kopere ketel „ kleene 1. „ „ 2. „ marlpriem 1. „ handzag 7. „ boorens 1. „ blikke Lantharn Eenige timmermans gereetschap Aan kontanten 286. ½. rop:s en 1. spaanse mat van 2: kannarijns die met 't vaartuig zijn herwaards gekoomen, dog op Tallicherij woonagtig zijn. „ Aan den toepas L: quelje gesonden tot in„ 100: „koop Vrijdag den 31. Augustus 1781. Deliberaatsie en aanmerking daar over in 'skomp kassa te laten overbrengen, als ook het geproflueerde van de vaartuigen en goederen „koop van benoodigtheeden 50: Pagooden en van den schrijver van M=r Firth, gedeelte hem zelfs toebehoorende, gedeelte op bodemarij 608:½. ropias silvere /genoomen. onder bestelling van M=r Firth, ont¬ 699: — vangen van verscheidene persoonen te Tallicherij gegeeven tot inkoop van benoodigtheeden;— 1. pakje in Matte inhouden 2000: ropijen nevens Een ola, waar uit blijkt, 't selve gesonden is, door den moor Moesa aan de moor Make. Inverwagting wij ons opgelegde last tot dus veer aan de g'Eere intentsie van uweledele groot Agtb: hebben voldaan zoo hebben wij de Eere met verschuldigde respect te zijn; /:on„ „derstond:/ weledele, groot Agtb:r, wijdgebie„ „dende Heer, en E. Heeren: uw weledelens groot Agtb: seer gehoorzaamen en onder„ „daanigen Dienaaren /:was getekend:/ C: G: Seijffer; en A: J: S: vernede; /:in margine:/ Koetsiem den 29. Augustus 1781. Waar op gedelibereert en in aanmer„ „kinge genoomen zijnde, dat nu al veele Jaa„ „ren bij de Europeesche Naatiën in gebruik is, dat in soortgelijke gevallen, als deeze, den besluit de 7000 ropijen van de engelsche komp partikulier zijn goed word gelaaten, zoo is verstaan, de 7000: ropijen, de Engelsche kom„ het zoo meed „panie „sien te en hoo verzoek bij wijlen wandelen „den toe 175 Vrijdag den 31:' Augustus 1781. gegeevene ten lasten haarer administraat„ „sien te laten inneemen en de gelden, aan onderdaanen hier be„ „hoorende, te laaten afgeeven bij wijlen buiten de stad te mogen gaan „den toegelegd het een en ander word toegestaan „panie toebehoorende, in 'skomp: kassa te laaten overbrengen en ook het geen de vaartuigen en de daar bij verkochte goederen hebben ge„ zoo meede het aan de administrateurs af. „ rendeert, mitsgaders de, aan de administra„ „teurs overgegeeven, ammonietsie en andere goederen ten voordeele van de komp:, en ten lasten van ieders administraatsie, te laaten inneemen, doch de aan partikuliere g'addresseerde kontanten, aan deselve te laaten volgen. Waarna door den Heer kommandeur te kennen gegeven zijnde, dat de voormelten M=r Verzoek van M:r Ferth om vrijheid, om Ferth, die als krijgsgevangen is g'arresteerd, had abandelen, en dat hem onderhoud mag wor versocht om vrijheid te mogen hebben, van bij wijlen buiten de stad tegaan wandelen, op zijn woord van eer, van het arrest niet te zullen violeeren en dat hem ook onderhoud mogt werden toegevoegd, zoo is goedgevonden, hem de versochte vrijheid te vergunnen en hem tot onderhoud toeteleggen zodanige maan¬ „delijxe gasie, als hij te Talleseri, in vreedens tijd heeft genooten, waar van hem door meer„ „melde ri Vrijdag den 31. Augustus 1781. Lektura van een bericht nopens de Thome „melde gekommitteerden eene schriftlijke op„ dezelve ropij „gave zal afgevorderd worden, om daar na de or„ „donnansie te maaken. Aldus Gedaan, Geresolveert en gearresteerd in Raade van Mallabaar, ter het steede koetsiem, ten daege, maand en Jaare voorm: /:was getekend:/ I: G: van Angelbeek, ¶ F: van den Busch R: v: Harn, I: L: v: Spall; C: G: Seijffer: A: J:S: vernede, W: v: Haeften, en I: A: Daimichen Dingsdag den 25. September 1784 e offic Alle Present Na het afhandelen der sekreete zaaken, wanbetaligen Pochter Bangacherij is geleezen een bericht van den koopman en Fiskaal M=r Nikolaas wendelin Beijts, waar bij deselve te kennen geeft dat hij, ingevolge besluit deezer tafel van den 14. April J=o leeden, zich na de bezit„ „tingen van Bengacherij Thome wanbeta„ tenvoo „ligen „daan 75. vr0 „te af
English
177 Tuesday the 25th of September 1781. rupees that which was left behind by him was sold for 34 rupees September 1781, the officer made fruitless efforts towards the collecting of a debt of 73 rupees resolution to have the aforementioned 34 rupees counted into the treasury to write off defaulting and fugitive tenant of two Company gardens, one yielding in rent one hundred and twenty and the other eighty rupees per year, the same is in arrears two hundred or together two hundred rupees, and also into those of his fugitive sureties, made inquiries and discovered that they left behind: an enslaved maid, two ola huts, and some trifles; all together having yielded upon sale thirty-four rupees. That a certain Turtikarte owes the fugitive tenant the sum of seventy-five rupees, for the collecting of which to the benefit of the aforementioned tenant, amounting he, the officer, did his best, but could obtain nothing, since this person is a subject of Travancore, and the Minister of the King of Travancore, under whose government he belongs, sends no reply to two olas written concerning this. Whereupon, deliberation having been held, it was approved to have the aforementioned thirty-four rupees counted into the treasury and received to the benefit Tuesday the 25th of September 1781. to apply efforts towards obtaining the aforementioned 75 rupees. Insertion of the report to count in, and the remaining 166 rupees to let of the revenues of gardens and lands, but against that to have written off: one hundred and sixty-six rupees, which were lost on these leases, and to enjoin the aforementioned Fiscal and to have the Fiscal make further efforts to make further efforts towards the recovery of the said 75 rupees, as well as to insert the report herein. To the Right Honorable, Worshipful Sir, Iohan Gerhard van Angelbeek, Commander and Supreme Ruler of the Malabar Coast, with the Jurisdiction thereof, etc. etc. Right Honorable, Worshipful, Far-ruling Sir! The undersigned, having been enjoined as collector of the lease monies of the Company's gardens and lands, by resolution taken in the Council of Malabar on the 14th of April of this year, to inquire into the possessions of Bengacherij Tome, former but now 179 September 1781. Tuesday the 25th. defaulting and fugitive tenant of and for two Company gardens, one situated north of St. Andries and the other at St. Andries, leased by him on the 17th of August 1769, the first for 80 and the second for 120 rupees per year, as well as into those of his likewise fugitive and absconding sureties, the Christians Kroesinkal bastiaan and Polle barkie, and to sell the same for the benefit of the Honorable Company, took all possible pains until, having obtained information on one thing and another, that the following were still left behind by the said tenant or his sureties, to wit: A maidservant with a certain Christian Pattee at Tjakengattij, as also two huts and some trifles specified in the annex marked A; Item, that a certain landlord Turtukarta, subject of and in the Travancore country, owes the said Bengatjerij tome 75 rupees for and on account of a certain kanna or hereditary lease enjoyed from him; the undersigned has received for the aforementioned maidservant from the said Pattee Tuesday the 25th of September 1781. received . . . . . Rupees 20. —. And for the two sold huts etc., annotated in annex A - - - 14. —. Total rupees 34. –. But from the oft-mentioned debt of Turtikarta to the said Benkatjerie Tomie, although two olas were already written concerning this by Anandoe Mala, minister of the King of Travancore here, to his sarvadhikariakar at Manikoorde, nothing could be obtained. Respectfully submitting this report to Your Right Honorable Worship, the undersigned has at the same time the honor to call himself in all humility, below stood: Right Honorable, Worshipful, Far-ruling Sir, Your Right Honorable Worship's humble and obedient servant, was signed: N: W: Beijts. In the margin: Cochin, the 1st of September 1781. Upon received order, I, the undersigned, in the presence of the lascorin, sold publicly the following goods left behind on the Company's territory by Kroesinkal 181 Tuesday the 25th of September 1781. a new lease is unnecessary for reasons in the text Reading of a report concerning the confrontation of the transport certificates of slaves Bastiaan, surety of Benkatjerij Tome, fugitive tenant of a Company garden north and one ditto at St. Andries, to wit: A small house sold for chakrams 220:— old house for - - - 100: — Small uruli - - - 32. —. a little yarn . . . . 13. —. arriva sold - - - - 6. —. Total chakrams 371. — being calculated in rupees at 26 1/2 chakrams, thus comes to Rupees 14. Cochin, the 12th of July 1781. was signed: Ian Lodewijk Stolsenberg. It being for the rest found that with the end of December of the past year, new tenants entered into those leases, and that therefore no more damage was suffered than that of the recently elapsed year, and that a new leasing is unnecessary. Subsequently was read and resumed a report of the commissioned members of this council, who, according to the resolution of the 15th of August
Dutch transcription
177 Dingsdag den 25. September 1781. ropijen het door hem agter gelaaten is verkocht voor 34. ropijen ber 1788, de officier heeft vruchtloose moeite ge„ „daan tot de inpalming van een schuld 73: ropijen besluit voorm: 34. ropijen in kassa te la„ afschrijven „ligen en voortvlugtigen pachter van twee 'skomps dezelve is ten achteren twee honderd tuinen, de eene aan pacht doende een hondert twintig en de andere tachentig ropijen 's Jaars, of te te zamen twee hondert ropijen, en ook na die van zijne voortvlugtige borgen, heeft g' informeerd en ontwaard, dat door dezelven is achter gelaaten, Een lijf-eigen Meid, twee ola„ huisjes en eenige kleenigheeden; bij verkoop alles te zamen gerendeert hebbende vier en= „dertig ropijen. Dat zekeren Turtikarte, aan den voort„ „vlugtigen pachter schuldig is de somma van vijf en seventig ropijen, tot welkers in pal„ ten voordeele van gem: pachter, groot„minge hij officier wel zijn best heeft ge„ „daan, doch niets konnen bekomen, vermits dit is een Trevankoors onderdaan en de Mi„ „nister van den koning van Trevankoor, onder wiens goevernement hij behoord, op twee daar over geschreevene olas geen antwoord zend. Waar op gedelibeert zijnde, is goed ge„ „vonden, voormelde vier en dertig ropijen in „te tellen, ende overige 166. ropijen te laten kassa te laaten tellen en inneemen ten voordeele Dingsdag den 25. September 1781. „ten aanwenden, tot bekoming der voorsch: 75. ropijen. Jnsertsie van 't bericht voordeele van inkomsten van tuinen en Landerijen, doch daar en teegen te laaten af„ „schrijven. een hondert - ses en sestig ropijen die noch op deeze pachten zijn verlooren ge„ „gaan, en den Fiskaal voormelt te injun„ en door den Piskaal nadere de voiren te la„geeven, nadere de voiren tot de invordering van de gesegde 75. ropijen te doen, mitsgaders het bericht in deezen te insereeren Aan den weledele Achtb: Heer Iohan Gerhard van Angelbeek, kommandeur en Oppergebieder der kuste Mallabaar, met den Resorte van dien etc: etc: Weledele, Achtbaare, wijdgebiedende Heer! Den ondergeteekende, als in vorderaar der pacht penningen van 's kompanies Thuinen en Landerijen, bij besluit, genoomen in raade van mallabaar op den 14. April deezes Jaars geinjungeert zijnde, zig na de besittingen van Bengacherij Tome, gewese maar nu wan 179 September 1781. Dingsdag den 25. wanbetaligen en voortvlugtige, pachter van en wegens twee 'skomp:s thuinen de eene gelee„ gen benoorden St. Andries en de andere op S=t Andries, op den 17. augustus 1769. door hem gepacht, de eerste voor 80. en de tweede voor 120 rop=s 's Jaars, soo ook na die van zijne, almede voortvlugtige en latiteerende borgen de Kristenen Kroesinkal bastiaan en Polle barkie t informeeren, en dezelven ten behoeve van de E: kompanie te verkoo„ „pen, heeft zig alle mogeleike moeite gege„ „ven tot dat een en anderen kennisse be„ „kome hebbende, dat van gemelde pachter of dies borgen 't volgende nog waaren agter gelaa„ „ten geworden te weeten Eene meid bij zeekere Christant Pattee te Tja„ „kengattij, zoo meede twee huisjes en eenige klei„ „nigheeden bij bijlagen gem=te A: gespecifiseert Jtem dat zeeker Lantsheer Turtukarta, onder„ „daan van en in 't Trevankoors, aan ge„ „noemde Bengatjerij tome, 75. ro„ „peijen, weegens en voor sekere kan„ „na of Erfpagt, van hem genoten, soude schuldig zijn, heeft de onder„ „geteekende voor de gedagte meid van gemelde Pattee in„ ge der Ruinen Dingsdag den 25. September 1781. En voor de twee verkogte huis. Jes etc: bij bijlagen A: geannoteerd - - - „ 14. —. Somma rop=s 34. –. Maar van de meergerepte schuld van Tur„ „tikarta aan gem: Benkatjerie Tomie, Schoon al, twee olas daar over van Anandoe Ma„ „la minister van de koning van Trevan„ „koor alhier, aan dies servadiekariakaar te Manikoorde zijn geschr:, niets kunnen erlan„ „gen uwel Edele Achtb: hier van eerbiedig„ „lijk verslag doende, heeft den ondergete„ „kende tevens de eere zig in allen ootmoet te noemen /:onderstond:/ weledele, Achtb: weidgebiedende Heer, uw weledele Achtb: onderdanige en gehoorzaame dienaar /:was getekend:/ N: W: Beijts /:in margine koetsiem den 1. ' Zep„ „tember 1781. Op Bekome order heb ik on„ „dergetekende, in presentie van de Laskorijn, publiecq verkogt, de on„ „dervolgende goederen op 's komp: Limiet agter gelaten, door kroe„ fron Lekt gekreegen. . . . . Rop=s 20. —. „sinkal een nieu reeden slave 181 Dingsdag den 25. September 1781. een nieuwe verpachting is onnodig om reeden in den text Lektura van een raport wegens de kon„ frontaatsie der vervoerbrieven van slaven „sinkal Bastiaan borge van Ben„ „katjerij Tome voortvlugtige pagter van een 's komp: thuin benoorden en een do. op St. Andries te weten: Een klijn huis verkogt voor sjakarons 220:— out huis voor - - - v: 100: — Klijn orrilij „ - - - . „ 32. —. weinig gaaren „ . . . . „ 13. —. „ - - - - - „ 6. —. „ arrivaal verkogt„ Somma sjakarons 371. — zijnde aan Rop:s gerekent, tegens 26. ½. sjakarons, dus komt Ropias 14: Cochim den 12. Julij 1781. /:was getekend:/ Ian Lodewijk Stolsenberg zijnde voor het overige bevonden dat met ult=o December anno passato, nieuwe pachters in die pachten zijn getreeden, en dat daarom geen meerder schade als van het Jongst ver¬ „loopene Jaar is geleeden, en dat eene nieu„ „we verpachting onnodig is. Vervolgens is geleezen en geresumeert een rapport van de gekommitteerde leden dee„ „zes raads, die, volgens besluit van den 15: augustus
English
Tuesday the 25th of September 1781. The duty on the transport of the same during the previous financial year amounted to 224 ropijen more. Insertion of the report. August last, having examined and confronted the successive slave transport permits issued in the past financial year against the records kept; whereby it appeared that the transport permits agree with the records, and that two thousand and forty ropijen has been received on account of that duty, and thus more than the previous financial year by two hundred and twenty-four ropijen: whereupon it was agreed to keep this note and to record the report here. To the Right Honorable Sir Johan Gerhard van Angelbeek, Commander and Supreme Ruler on the coast of Mallabaar, with the resort thereof. Right Honorable Sir, Pursuant to your Right Honorable's highly respected order contained in the Extract Resolution of the 15th of August last, the undersigned have presented themselves to the merchant and fiscal Mr. Nikolaas Wendelen Beijts, and examined and confronted with him the records kept according to the resolution of the 16th of September 1772 of all permission slips regarding the transport of slaves, as well as what he, the fiscal, as collector of the said lease, has received, and found that in the past financial year 1780/1781 a total of 255 transport permits were issued, from which the lease money at 8 ropijen per head, amounting to ropijen 2040, was received and paid into the Company's treasury, which sum therefore amounts to 224 ropijen more than was received for the said lease in the past year. Wherewith hoping to have fulfilled your Right Honorable's highly respected intention, we do ourselves the honor to be with the utmost respect and high esteem. At the bottom stood: Right Honorable Sir, your Right Honorable's very humble and obedient servants. Was signed: A: J: S: Vernede and W: v: Haeften. In the margin: Koetsiem the 10th of September 1781. 183 Tuesday the 25th of September 1781. Report of the standing commissioners concerning English affairs. They make known thereby which vessels they have seized: 1 large paal, 6 almedias, and 2 small vessels. Decision to declare the same lawful prizes and have them sold. After this was exhibited a report from two members of this council, who were appointed at the session of the 23rd of August last as standing commissioners for affairs concerning the English, whereby they make known that upon investigation they have found that within the Koetsiem river at the Moorish bazaar have been hauled ashore: 1 large paal, 6 almedias, and 2 small vessels, belonging to English subjects or to inhabitants in Talleserie, and that they, the commissioners, have seized all those vessels. Whereupon, having deliberated, it was decided to declare and hold the same as lawful prizes; and to have all of them sold by the said commissioners; as well as to incorporate their report here. 185 Tuesday the 25th of September 1781. Insertion of the report. To the Right Honorable, Highly Respected Sir Johan Gerard van Angelbeek, Commander and Supreme Ruler of the coast of Mallabaar with the resort thereof. Right Honorable, Highly Respected, Far-Ruling Sir! It has pleased your Right Honorable to deliver into our hands three written passes for an equal number of native vessels, which are hauled ashore here outside the city, belonging to inhabitants in Tallicherij, whereupon we immediately made it our business to seek out the same, and found hauled ashore above the Moorish bazaar and attached by us such vessels as we have the honor hereby to demonstrate to your Right Honorable, namely: 1 large paal, on which carpentry work must still be done, as it is not yet entirely finished. 6 almedies, each with a mast, a sail, 2 grapnels, 1 rudder, 12 oars, and some cordage; 2 small vessels, each with 1 mast, 1 sail, 1 rudder, and 8 oars. In the hope that we have accomplished this our commission according to the respected intention of your Right Honorable, we give ourselves the honor to be with due reverence. At the bottom stood: Right Honorable, Highly Respected, Far-Ruling Sir, your Right Honorable's very humble and obedient servants. Was signed: C: G: Seijffer and A: J: S: Vernede. In the margin: Cochim the 7th of September 1781. Tuesday the 25th of September 1781. Resumption and approval of the price current for the financial year 1781/1782. Insertion of the same. Furthermore was resumed and approved the following annual Price Current, according to which the administrators have undertaken to provide the necessities in their administrations for the current financial year. Price Current for which the administrators undertake the necessities in their
Dutch transcription
Dingsdag den 25. September 1781. de gerechtigheid van derzelver vervoer het vorig boekjaar Jnsertsie van het raport Augustus J=o leeden, g'examineerd en gekon„ „fronteerd hebben de sukcessive verleende vervoer brieven van slaven in het gepas„ „seerde boekjaar tegens de gehoudene aan„ „teekeningen; waar bij bleek, dat de ver„ „voer brieven met de aantekeningen akkordeeren en dat weegens die geregtig¬ „heid ingekomen is, twee duizend en veertig ropijen, en dus meerder, als het voorig heeft 224. ropijen meer bedragen dan boekjaar, twee hondert en vier en twin „tig ropijen: waar van verstaan is, deeze aanteekening te houden en het rapport hier inteschrijven. Aan den weledelen Achtb Heer Iohan Gerhard van Angelbeek, kommandeur en Oppergebieder ter kuste Mallabaar, met den re„ „sorte van dien. Weledele Achtbaare Heer Ingevolge uw weledele Achtb: veel g'ee de 183 Dingsdag den 25 September 1781. „de ordre vervat bij Extract Resoluutsie van den 15. Augustus J=o leeden, hebben de onder„ „geteekendens zig vervoegd bij den koopman en fiskaal M=r Nikolaas wendelen Beijts, en met denzelven g'examineerd en gekon„ „fronteerd de aantekeningen volgens reso„ „licutsie van den 16 7ber: 1772. gehouden. van alle permissie briefjes wegens den ver„ „voer van slaaven mitsgaders het geen hij fiscaal als heffer van gem: pacht ontvangen heeft, en bevonden dat er in het afgeloopen boekjaar 178 5/1. in het geheel verleent, zijn 255. stuks vervoer briefjes waar van de pacht penn: â 8. rop:s per kop ten be„ „dragen van rop: 2040. - ingekomen en in 's komp: Kassa voldaan zijn, welke som„ „ma dus 224. rop:s meerder bedraagd als in A=o passato voor gem: pagt ingekomen is. Waar meede verhoopen aan uw welede¬ „le Achtb: veel g'eerde intentie voldaan te hebbe, ons de eere geeven met de uit„ „terste eerbieden hoogagting te zijn. „ /:onderstond:/ weledele, Achtb: Heer uw weledele Achtb=s zeer onderda„ „nige en gehoorsame Dienaaren /:was getekend 1781. de Dingsdag den 25. September 1781. bericht van de vaste gekommitteerden rakende de Engelsche zaaken dezelven geven daar bij te kennen welke vaartuigen ze in beslag genomen heb. 9. Groote paal, „den besluit dezelven voor goede prijzen te verklaren en te laten verkoopen getekend:/ A: J: S: vernede en W: v: Haeften /:in margine:/ Koetsiem den 10. 7ber 1781. Hier na is g'exhibeert een bericht van twee leden deezes raads, die ter zitting van den 23. Augustus J=o leeden benoemt zijn als vaste gekommitteerden tot de zaaken, raakende de Engelschen, waar bij dezelven te kennen geeven, dat ze bij onderzoek bevonden hebben, dat bin„ „nen de koetsiemsche revier op de Moorse ba„ „zaar zijn opgehaalt. 6. Almedias, en 2. kleine vaartuigen, toebehoorende aan En„ „gelsche onderdanen, ofte aan inwoonders te Talleserie en dat ze gekommitteerden alle die vaartuigen hebben in beslag ge„ „nomen. Waar op gedelibereert zijnde, is beslooten deselven te verklaaren en te houden voor goede prijzen; en alle deselven door gemelte gekommitteerden te laaten verkoopen; mits„ „gaders hun bericht hier intelijven, Aan In 185 Dingsdag den 25. September 1781. Jnsertsie van het bericht Aan den weledele groot agtb Heer: Johan Gerard van Angelbeek kommandeur &=r oppergebieder der kuste Mallabaar met de Resorte van dien. Weledele Groot Agtbaare, wijdgebiedende Heer! Het heeft uweledele groot Agtb: gelieven te behagen ons ter hand te stellen Drie stuk beschrevene passen van een gelijk getaal Jn„ „landse vaartuigen, die alhier buiten de stadt op de wal staan, toebehoorende aan inwoon„ „ders te Tallicherij waar op wij ten eersten ons werk hebben gemaakt deselve op te soeken, en gevonden boven de moorse Ba„ „zaar op de wall zijn gehaald en door ons aangeslagen zoodanige vaartuigen als wij de Eere hebben bij desen uweledelen Groot Agtb: aan te thoonen, te weeten, 1: Groote paal waar aan nog moet werden getimmert, als zijnde nog niet ten eenmaal klaar. 6. Almedies ieder met een Mast een zeijl 1781 ten Dingsdag den 25. Septemb 1781 Resumsie en approbaatsie van de prijs kourant voor 't boekjaar 178½. Insertsie van dezelve 2: Dregge 1: Roer 12. Riemen en eenig tou„ „werk; 2. kleijne vaartuigen ieder met 1. mast 1. zeijl 1. Roer, en 8. Riemen In hoope wij dese onse Commissie na de g' Eerde Jntentie van uweledele groot Agtb: hebben volbragt, zoo geven wij ons de Eere met verschuldigde ontsag te zijn /:onderstond:/ weledelen, groot Agtb: wijdgebiedende Heer, uw weledele groot agtb: zeer on„ „derdanige en gehoorzaame Dienaaren /:was„ getekend:/ C: G: Seijffer en A: J: S: vernede /:in margine:/ Cochim den 7. zeptember 1781. Verder is geresumeert en g'approbeert de ondervolgende Jaarlijxe prijs Kourant, waar na de administrateurs aangenomen hebben, de benodigtheeden in hune administraatsies voor het loopen„ „de Boekjaar te besorgen Prijs Courant waar voor d'administrateurs aan„ „neemen de Benoodigtheeden in hunne