VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10402

Malabar · 438 pages · 84 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10402_0114 view scan ↗

English

The 12 February In the city of Cochin. which the Right Honourable shall determine for taking the oath, we will personally present ourselves in expectation thereof, bringing along the aforementioned nairs; signed by His Highness, underneath stood for the translation Cochin, date as above, was signed B: Bles sworn under-interpreter. Presently the Right Honourable wrote two olas, one to the king of Cochin, and the other to the king of Travancore, communicating that with the arrival of the Batavia ship, he had received news that the Right Honourable would still continue in the authority over this coast as Governor and Director, to be read in further detail below. Draft ola by the Right Honourable Mr. Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Commander and Supreme Authority of the Coast of Malabar, Canara, and Vengurla, to the king of Travancore, the 12 February anno 1774. Since I, with the arrival of the Batavia ship anno 1774, have received news that I continue in the authority over this Coast as governor and director, I could not fail to give Your Highness notice of this herewith, in the hope that I shall thus still have the opportunity to do Your Highness pleasure and to see our mutual harmony increase more and more. God preserve Your Highness. NB: of this same content another ola was dispatched to the King of Cochin, underneath stood: this and that translated by me into Malabar, Cochin, date as above, was signed: B: Bles sworn under-interpreter. Shortly thereafter, the Right Honourable received a letter from the king of Travancore, requesting 30,000 rupees together with 6 pepper and 2 areca passes, as appears below. Translation of ola written by the king of Travancore to the Right Honourable Mr. Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Commander and Supreme Authority of the Coast of Malabar, Canara, and Vengurla, received the 19 February anno 1774. Whereas we presently have various expenses, we therefore request that on account of the delivery for this year 1774, 30,000 rupees be disbursed to Ananda Mallen, taking a receipt from the same; of the pepper passes that we received in the past year for this present year 1774, one of them remained left behind, which we now send thither, with the request to have the same renewed, as well as to deliver the 6 pepper passes of this year and two areca ditto to the said Ananda Mallen. Written by Balia Melesetta Ananja Paroe Maal in the year of Kollam 949, the 20th of the month of Makaram or the 27 January anno 1774, signed by His Highness, underneath stood for the translation Cochin date as above, was signed B: Bles sworn under-interpreter. Also on that date was received here an ola from the king of Cochin, whereby the same comes to offer a cordial felicitation to the Right Honourable upon his elevation to Governor and Director of this Coast, to be read more fully below. Translation of ola written by the king of Cochin to the Right Honourable Mr. Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Vengurla, received the 19 February anno 1774. The dispatched ola we have received, read, and understood its content; it was very pleasing and agreeable to us to see therein that the Right Honourable, with the arrival of the Batavia ship, had received news of higher advancement; we wish that the Right Honourable may step up even further, and it would also not be unknown to the Right Honourable of our longing in that state, as we had also indicated many times, and now upon receiving this news we have become very rejoiced. On the 3rd of this month or 10th of this current, with the return of our regidors to Chenotta, they reported to us that they met and spoke of all necessary matters with the Admiral of the Nawab at Calicut, whereof we have clearly had presented to the Right Honourable through David, trusting that the Right Honourable, taking everything to heart, will on this occasion come to our aid with the necessary assistance; therefore, we will without delay send the Paliath Achan thither to confer extensively on everything with the Right Honourable, at which time everything that is yet further to be shared shall be done by the same. Signed by His Highness, underneath stood for the translation Cochin date as above, was signed B. Bles under-interpreter. The 18 February In the city of Cochin anno 1774: Friday, with the return of Ananda Mallen from the South, he brought for the Right Honourable a letter from his master, containing the reasons for the neglected shortfall in the delivery of the pepper, to be read more fully below. Translation of ola written by the king of Travancore to the Right Honourable Mr. Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Vengurla, received the 18 February anno 1774: The letter that the Right Honourable sent to us per Ananda Mallen we have received, read, and understood its content; we saw therefrom that the latest delivery of pepper had not taken place according to the promise that our Sarvadhikariakar had made, and that the Right Honourable was very affected thereby; regarding that matter, we have had our Sarvadhikariakar Kumara Pillai and Ananda Mallen fetched here

Dutch transcription

Den 12 Februarij In de stad Cachim. die zijn wel Ed: Groot agtb: tot het presteeren van eed komt te bepallen zullen wij persoonlijk tot dies verwagting laten vinden mede brengende gem: naijros; getekend bij zijn ho=t /:onderstond:/ voor de trans„ latie Cochim dato als boven /:was get: B: bles: geswoore ondertolk Rheeden schreef zijn wel Ed: groot agtb: twee olas de eene aan den koning van Cochim, en d'andere aan den koning van Trevancoor Commanniceerende dat met de komste van het Batavias schip tijding Erlangt hadde, dat zijn welEd: Groot agtb: in het gesag over dese kuste nog zoude blijven kontunuee„ ren als Gouvernur en directeur nader hier bemeden te leesen. Concepte ola door den wel Ed: groot Agtb: heer Adriaan Moen„ Raad extra ordinair van neder„ lands india, mitsgaders Comman„ deuren oppergebieder der Custe mallabaar Cannara en wingurla aan den koning van Trevan„ coor den 12: fber: anno. 1774. vermits ik met de komste van het Batavias Ao. 17748 schip 73 Den 12. Februarij In de stad Cochim Ao. 1774 schip tijding Erlang hebbe, dat ik in het gesag over dese Custe nog blijve kontinueeren, als gouver„ neur en directeur zoo hebbe ik niet konnen af zijn uw ho=t hier van bij dese kennis te geven in hoope dat ik dus nog gelegentheijd zal hebbe om uw ho=t plassier te doen en onse wederzijdse harmonie meer en meer te dien toenemen god bew: uho=t NB van dne desen inhoud gaat af nog een ola aan den Koning van Cochim /:onderstond zoodanige door mijn het een en ander in het mallabaars overgeset Cochim dato als boven was get:/ B: bles geswoore on„ dertolk kort daar op ontfing zijn welEd: groot agtb: een brief van den koning van Trevancoor, versoekende om 30'000. Rop=s benefens 6: peper en 2: arrekpassen als hier onder blijkt. Translaat ola door den koning van Trevancoor gesz: aan den welEd: groot agtb: heer Adriaan Moens Raad extra ordinair van nederlands India, mitsgaders Commandeur en oppergebieder Den 12. Februarij In de stad Cochem Ao. 1774 Oppergebieder der Custermal„ labaar Canara en wingurla ontf: den 19.' 7ber: anno: 1774. Dewijl thans wij verscheijde onkosten, hebbe Zoo versoeke wij ons op reek: van de leverantie deses Jaars 1724. 3000 ropias aan Anada Mallen af tegeven ligtende van den selven een quitantie, de peper passen die wij in vergange Iaar ont„ fangen hebbe voor dit presente Iaar 1774: is een daar van blijve overleggen, den welke wij thans na derw=s oversenden, met versoekt om deselve te laten vernieuwen zoo meede de 6: peper passen van dese Jaar en twee arreeks d=o aan gem: Ananda Mallen overtegeven geschn door balia melesetta ananja paroe maal Jn het Jaar Coylan gag den 20 van de maand maga„ ram of te den 27: Januarij a=o 1774 getekend bij zijn hooghe=t /:onderstond:/ voor de translatie Cochim dato als boven /:was getekend:/ Bbles geswoore ondertolk. Nog is op dien datum alhier ontfangen Een ola 75. den 12. Februarij In de stad Cochim. N Ao 1774 C 19. ola van den koning van Cochim waar bij den selven een Cordiaale felecitatie aan zijn welEd: Groot„ agtb: komt te doen met desselfs verheffing, tot gou„ verneur en Directeur deser Custe, breeder hier bene„ den te leesen. Translaat ola door den koning van Cochim gesz: aan den welEd: Groot agtb: heer Adriaan Moens Raad extra ordinair van nederlands Jndia mitsgaders Gou„ verneur en Directeur der Custe mal„ labaar Canara en wingurla. ontf: den 19. de feber: anno 1779. De gezondene ola hebben wij ontf=n geleesen en dies inhoud verstaan, het was ons zeer lief en aangenaam geweest daar bij te sien dat uwEde Groot agtb: met het arrivement van het Bataviase schip tijding erlangd hadde, van hoo„ gere advancement, wij wenschen dat uwelEd: Groot agtb: nog verder op treeden mag, en 't zoude ook bij „ ca A=o. 1774 Den 19: Februarij In de stad Cochim a bij uwelEd: Groot agtb: niet onbewist zijn van onse „verlangen in die staad gelijk wij veel maals ook te kennen gegeeven had, en nu bij bekoming van dese tijding zijn wij zeer verblijd geworden op den 3. van dese maand ofte 10. ' deeser met de terug komst van onse ragiadoors tot Chenolta hebben ons Ge„ rapporteert dat zij van al het noodige met den admiraal van den Nabab te Calicut ontmoe„ ten en gesproken hebben, waar van wij door David duijdelijks aan uwel Ed Groot agtb: heeft la„ ten voorhouden in vertrouwen dat uwelEd: Groot agtb van alles ter herte nemende, bij dese Geleegentheijd ons met de noodige adjude zal te gemoet komen derhalven zullen wij zonder uijtstel den paljetter naar derwaarts senden, om van alles met uwel Ed: Groot agtb: breedvoerig te onderhouden, als wanneer ook van alle 't geen nog verder te bedeelen staad door den selven sal Gedaan werden Get:/ bij J zijn ho=t /:onderstond voor de translatie Co„ chim dato als boven /:was getekend B bles ondertolk Den 18 en 10 47 Den 18. Februarij In de stad Cochim Ao 1774: Vrijdag met de te rug komst van Ananda Mal„ len van de Zuijd bragt hij voor zijn welEd: Groot agtb: een brief van zijn meester vervattende de reeden van de versaakte minderheijd in de leveran„ tie van de peper, breeder hier beneden te leesen Translaat ola door den koning van Trevancoor gesz: aan den welEd: Groot agtb: heer Adri¬ aan Moens raad Extra ordi„ narie van nederlands Jndia mitsgaders Gouverneur en direc„ teur der Custe Mallabaar Canara en wingurla, ontfg: den 18.:' 7ber: anno 1774: De brief die uwelEd: Groot agtb: per ananda mal„ len ons toe gesonden heeft, hebben wij ontfggeleeden en dies Jnhoud verstaan, wij zagen daar uijt dat de Jongste leverantie van de peper niet geschied was volgens belofte die onse sarwadicariacaren gedaan had, en dat uwel Ed: Groot agtb: daar over seer aangedaan was, wij hebben over die zaak onse sarwadica„ riacaren Coemara Poela, en ananda mallen hier laten halen

NL-HaNA_1.04.02_10402_0120 view scan ↗

English

The 18 February in the city of Cochin Ao 1774: fetch, and demanded of him the reason why a change had been made to the promise that had been made to Your Right Honourable, whereto he gave us for an answer that anno passato he had made an advance of money to the merchants and had expected that they would have provided pepper for it, and in that hope he had made that promise to Your Right Honourable; but when the delivery was made to the Honourable Company, the merchants who had enjoyed money for the pepper delivery said that they had spent two-thirds of the received cash on pepper, and that the third part remained in their possession and they had not been able to spend it because pepper was not to be obtained there, on account of the bad crop, and that he was constraining those merchants to provide the pepper. We thereupon had all our Ragiadoors summoned and inquired into the matter, who testified to us that because of crop failure the merchants could not spend the received cash to collect pepper, thus we are convinced that this decrease in the delivery happened due to crop failure, but not due to 79 The 18. February in the city of Cochin: dereliction of duty or otherwise. Now we have written everywhere to bring in, without fail this year, all the pepper, and Your Right Honourable shall find that the Company will duly receive their share. It has been very dear and pleasant to us that the present which we sent on the marriage of Your Right Honourable's daughter was accepted with affection; we have also seen that with the departure of the Paliat Achan to this place Your Right Honourable would send his envoys; upon their arrival here we will let Your Right Honourable know all matters in detail. Ananda Mallen has handed over to us the portrait of Your Right Honourable, which we have longed for so long; we have viewed the same with great pleasure and delight. We have seen that the pepper account of anno passato has been settled and that the money remaining to our credit was sent to us, and that on the pepper account of this year, under receipt of Ananda Mallen, were supplied 1000 pieces of muskets with Ao. 1774 The 18. February in the city of Cochin: Ao. 1774. 28. bayonets and 6 pieces of copper drums. We request Your Right Honourable to let us have another 1000 muskets under receipt of Ananda Mallen. It has appeared to us that Your Right Honourable has written for Turkish horses, and we hope to receive the same shortly through the favorable diligence of Your Right Honourable. Written by Balia Melesette Canaka Ananja Poroemaal and signed by His Highness. Underneath stood for the translation, Cochin date as above. Was signed: S: v: Tongeren sworn translator. Monday His Right Honourable received a further letter from the King of Travancore, containing the receipt of the present that His Right Honourable had sent to His Highness, as is recorded here below. 3. Translation of an ola written by the King of Travancore to the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Member of the Council of Dutch 81 The 28th February in the city of Cochin Ao 1774 India, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Canara and Vingurla, received the 28 February 1774: The first interpreter and the tree-counter have, upon their arrival here, duly delivered to us Your Right Honourable's letter, together with a present of a headdress set with twenty-one brilliants, a piece of gold cloth, and a small bottle of cinnamon oil, all of which we have received with great affection. From Your Right Honourable's letter we have seen that there was a great decrease in the latest delivery; we have already written concerning that matter the cause thereof to Your Right Honourable by letter which we had previously sent via Ananda Mallen, and which Your Right Honourable will have received and understood the contents thereof long before this; we have also let Your Right Honourable know those circumstances in further detail through the first interpreter. Furthermore, we learned that two vessels from Tuticorin, arriving off the latitude of Triconopose, were detained The 28: February in the city of Cochin Ao 1774 and that 6 rupees were reportedly extorted from them. That district belongs under the King of Repolim, and our people have no knowledge of that. We are presently writing an ola to the King of Repolim to refund those rupees and punish the scoundrels. We have also sent orders to correct according to merit the toll collector of Trikakare, who detained the Company's compass timbers and received toll for them under the issuing of a receipt. In order to settle the dispute over the boundary demarcation of the garden at Toembollij, we have sent orders to Tanoewapoela Sarwadicariacaren and Ananda Mallen to go there with eight elderly and locally knowledgeable men and put a final end to it. We hope that Your Right Honourable will be pleased to use his best endeavors to make the old friendship between our Realm and the Honourable Company increase and grow more and more. Written by Ballia Meltesetta Canaka Ananja Peroemaal and signed by His Highness. Underneath stood for the translation, Cochin date as above. Was signed: S: v: Tongeren sworn translator.

Dutch transcription

Den 18 Februarij In de stad Cochim A=o 1774: halen, en deselve de reeden afgebragt warom verande„ ring gemaakt was aan de belofte die aan uwelEd: groot agtb: gedaan hadde, waar op hij ons ten ant„ woord gaff, dat hij arno passato voor uijt verstrek¬ „king van penn: aan de kooplieden gedaan en ver„ wagt had dat zij daar peper voor zoude bezorgt heb„ ben, en in die hoope had hij uweld groot agtb: die belofte gedaan; dog toen de leverantie aan de EComp: gedaan wierd, seijden de kooplieden die Geld op de peper leverantie genooten hadden, dat zijn van de genootene Contanten tweederde aan peper besteed hadde, en het derde gedeelte onder haar berustende was, en niet hadde konnen uijt geven„ om dat daar peper niet te bekomen was, ter zake van het slegt gewas, en dat hij die kooplieden was Oonstringeerende op de peper te besorgen, wij hebben daar op alle onse Ragiadoors laten roepen, en daar na g'inquireert, die ons betuijgt hadden dat door misgewas de kooplieden de ontfangen Contanten niet konden uijtgeven om peper in tesamelen, dus zijn wij overtuijgt dat door misgewasch die verminderinge in de liverantie is geschield, maar niet door plagt 79 Den 18. Februarij In de stad Cochim: pligt versuijm of andersients nu hebben wij over al gesz: om, sonder fout van dit Jaar alden peper aantebrengen, en uwel Ed: groot agtb: zal onder„ vinden dat de Comp=e haer aandeel behoorlijk krijgen Het is ons zeer lieffen aangenamen geweest, dat het geschenk dat wij op het huwelijk van uwelEd: Groot agtb: dogter gesonden hebben met genegent„ heijt is g'acepteerd geworden; ook hebben wij gesien dat met het vertrek van den Paljetter naar herwaarts uwelEd: Groot agtb: desselfs sendelins„ „gen senden zoude, met hun komste hier zul len wij alle de zaaken omstandig aan uwelEd Groot agtb: laten weeten Ananda mallen heeft het portract van uwEd: Groot agtb: ons overhandigt waar na wij soo lange verlangt hebben, wij heb¬ ben het selve met veel genoegen en vermagk aanschout wij hebben gesien dat de peper reek: van anno pass=o is verlessent in dat het te goed behoudende Geld ons toegesonden was, en dat op de peper reek: van dit Jaar onder quitantie van anan„ da mallen verstrekt waren 1000 p=s geweiren met e Ao. 1774 sal. Den 18. Februarij In de Stad Cochim: Ao. 1774. 28. met bajonets en 6: p:s kopere trommels wij versoe„ ken uwelEd: groot agtb: ons nog 1000 geweiren onder quitantie van ananda mallen te laten toekomen, het is ons gebleeken dat uwelEd: groot agtb: om turkse paarden gesz:, en wij verhoopen deselve door de gunstige delligentie van uwel Ed: groot agtb: Eerst dags te krijgen, gesz: bij balia melesette Canaka ananja Poroemaal en get: bij zijn ho=t /:onder stond:/ voor de translatie Cochim dato als boven :/was Getekend /: S: v: Torgeren geswoore translateur Maandag ontfing zijn welEd: Groot agtb: een nader brieff van den koning van Trevan„ coor, Jnhoudende den ontfangst van 't geschenk¬ dat zijn welEd: groot agtb: aan zijn ho=t gesonden had, als hier onder Coristeert. 3. Translaat ola door den ko„ ning van Frevancoor gesz: aan den welEd: Groot agtb: heer Adriaan Moens Raad Extra ordinaar van neder„ lands 9 81 Den 28e Februarij In de stad Cochim Ao 1774 Den eerste tolk en den boomteller hebben met hun aankomst alhier ons behoorlijk de„ steld uwelEd: Groot agtb: brieff, met ende benevens een geschenk van een hoofdciersel met Een= „entwintig briljanten besset, een stuk Goud laken, en een flesje Caneel olij, het welk een en ander wij met groote genegentheijd ontfangen hebben, uijt uwel Ed groot agtb: schrijvens hebben wij gezien dat op de Jongste Leverantie een groote mindering is geweest, wij hebben over die materie reest de oorsak daar van aan uweld: Groot agtb: gesz: bij brief die wij bevoorens per ananda mallen gesonden hadden, en dewelke uw Ed: groot agtb: al lang voor de„ sen sal ontf: en dies Jnhoud begreepen hadden, ook hebben wij dies omstandigheeden door den eerste tolk aan uwel Ed: groot agtb: nader laten weeten, voorts verstonden wij dat twee vaartuijgen van tutuco„ rijn op de hoogte van Triconopose komende aan„ „lands Jndia, mitsgaders Gouver„ neur en Directeur der Custe „mallabaar Cannara en win„ gurla ontf: den 28: febr: 1774: gehouden Den 28: Februarij In de stad Cochim Ao 1774 gehouden en van deselve 6: rop:s zoude zijn affge„ perst, dat district gehoort onder den k=o van Repolim, en ons volk heeft daar geen kennisse van, wij schrijven thans een ola aan den k=s van Repolim, om die rops te vergoeden en de boos„ wigten te straffen ook hebben wij ordre geson„ den om den tholheffer van Trikakare die sComp=s Kromhouten gearresteerd en onder het passeeren van Een recepisse daar thol voor ontfangen had„ de naar merite te Corrigeeren om het verschil van de limiet scheijding van de thuijn op toem„ „bollij af temaken hebben wij ordre gesonden aan Tanoewapoela Sarwadicariacaren en ananda mallen om met agt oude en landkundige menschen daar na toe te gaan en daar een finalle Eijn„ „de van te maken, wij verhoopen dat uwel Ed Groot agtb: desselfs Goede best zal gelieven aantewenden om de oude vrindschap tussen ons Rijk en de E Comp: meer en meer te doen toenemen en aan groeijen, gesz: bij ballia meltesetta Canaka ananja peroemaal en getekend bij zijn ho=t onderstond voor de translatie Cochim dato als boven was getekend: S: V: Tongeren gew: transla teur

NL-HaNA_1.04.02_10402_0125 view scan ↗

English

83 The 28th of February In the city of Cochim. Shortly thereafter, an Arabic letter was brought here by the Sultan of the Maldive Islands, Mahamet Hassen, addressed to his Right Honourable, as appears below. Translation of an Arabic letter written by the Sultan of the Maldive Islands, Mahamet Hussen, to the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Cannara, and Wingurla, received the 28th of February, Anno 1774: My vessel now departs thither under the supervision of the Nachoda Malamij Hebrahim; therefore, I have the honour most humbly to request your Right Honourable to render him all possible assistance, so that he may undertake his journey with all speed. If there is anything for the service of your Right Honourable, please let us know. May God preserve the person of your Right Honourable for long years in good health. Beneath was: the seal of the Sultan printed with black ink. Beneath was: for the translation, according to what was made understood by the Jew Aijen Cabaaij, Cochim, date as above, was signed: S: v: Songeren, sworn translator. By order of the King of Trevancoor, Ananda Mallen came inside today with the Tarrehars of Trikakare to offer proper satisfaction to his Right Honourable regarding the audacity which the toll collector of that place had committed, in demanding one Rop: for the Company's compass timbers; and to have that toll collector brought before his Right Honourable, tied to the post, and given a swift flogging, besides handing back the received Rop:. His Right Honourable answered them thereupon, that it was enough that the King knows what 85 The 28th of February In the city of Cochim Anno 1774 what is going on in the country, and that his Right Honourable was completely satisfied with the arrangement that His Highness had made, and that it was therefore not necessary that the toll collector be brought inside or punished; thus his Right Honourable gave them the freedom to punish him outside themselves in such a manner, and to exchange the ropia for boesoeroeken and distribute it to the poor, wherewith they departed to the outside. Furthermore, the Commissioners who had been sent to the Trevancoor Court delivered the following Report to his Right Honourable: To the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Canara, and Wingurla. Right Honourable, widely commanding Anno 1774 Widely commanding Lord. The 28th of February In the city of Cochim. In compliance with your Right Honourable's highly venerated order, we departed on the 1st instant for the South, and arrived on the 7th at Tiroewandaporram, where we understood from the Crown Prince that the King of Trevancoor had departed for the eastern interior lands to perform certain ceremonies in the pagodas situated there, and that he would return to Tiroewanandaponram within 3 to 4 days, and that we would therefore do well to remain there until His Highness came back. Thus we remained waiting for His Highness's arrival, who then arrived on the 13th thereafter at Tiroewanandaporam; upon which report we immediately notified His Highness of our arrival, who the following morning sent the Sarwadicariacar of the court to us in the church of Retorra, where we took our lodgings, and had us welcomed and also determined the day when we would receive an audience with the King, which was fixed 87 The 28th of February In the city of Cochim Anno 1774 was fixed for the 15th thereafter, when early in the morning a servant of the court came to us and announced that the King was ready to speak with us in the house of the Baliya Sarwadiacariacar, because a large number of Brahmins were gathered inside the court to perform certain wedding ceremonies for the Princess. We immediately hurried to that house, and arriving before the same, the Sarwadicariacar received us at the front gate with a number of armed Coenje Coettas, and brought us to the King. As we came before His Highness, we made our compliments and handed over the letter that had been given to us; after which performance we thanked His Highness kindly for the honour that His Highness had shown to your Right Honourable by expressly sending congratulations on the marriage of his daughter, presenting the young people with a gold chain and a diamond ring. Subsequently, we presented to His Highness the gift brought along, consisting of a head ornament set with twenty-one brilliants, a piece of gold cloth, and a small bottle of Ceylon cinnamon oil, with the request The 28th of February In the city of Cochim Anno 1774 request that His Highness please accept these things as a token of affection. His Highness admired the head ornament greatly, and could not behold it enough, and received the things with special esteem, and requested us to thank your Right Honourable heartily for that affection, and stated that it will always be pleasant for His Highness to learn that the young people in Suratta might be in good prosperity. This having been handled thus far, we said to His Highness that we were instructed to converse with His Highness about some other matters as well; whereupon His Highness let the bystanders go outside and closed the door, remaining inside that apartment with His Highness's Prime Minister and the Sarwadicariacar of the Court. We then made a start with the article of the pepper, and the King granted us the freedom to speak openly, and so we told His Highness all the details of that matter and how at the latest settlement of accounts it had appeared to great surprise

Dutch transcription

83 Den 28 Februarij In de stad Cochim. teur Kort daar op is alhier aangebragt een arabise brief door den sultan der maldivose Eijlanden Mahamet Hassen aan zijn welEd: Groot agtb: gerigt als hier onder Consteert. - Translaat arabise briev door den sultan der maldivose Eijlan„ den Mahamet Hussen gesch: aan den welEd: Groot agtb: heer Adriaan Moens. Raad Extra ordinair van ne„ derlands Jndia, mitsgaders Gou„ verneur en Dierecteur der Custe mallabaar Cannara en win„ gurla ontf: den 28. febr: An„ no 1774: Thans vertrekt mijne vaartuijg naar derwaarts onder opsigt van den Nachoda Malamij Hebra„ „him derhalven de Eere hebbe uwEd: Groot agtb: seer ootmoedig te versoeken om aen den selven alle A=o 1774: A=o 1774: Den 28. Februarij In de stad Cochim alle mogelijke adjude te bewijsen op dat hij zijne reijse met aller spoed diet heen bij der hand te kon„ nen neemen is er iets van uwel Ed: Groot agtb: dienst gelieft ons te laten weeten, de persoon van uwel Ed Groot agtb: god bew: lange jaaren met ge„ sondheijd /:onderstond:/ het zegul van den sultan met swart Jnkt Gedrukt onderstond voor de translatie volgens verstaan geven van den Jood Aijen Cabaaij Cochim dato als boven was getekend S: v: Songeren geswoore translateur Op het bevel van den koning van Trevancoor is heeden Ananda mallen met den Tarreharen van Trikakare binnen gekomen om een behoor„ „lijke satiffactie aan zijn welEd: Groot agtb: te besorgen wegens de assurantie die den tholhef„ fer van die plaats gepluegt hadde, van een Rop: te vorderen voor 's Comp: Kromhouten van die tholheffer voor zijn welEd: agtb: te laaten bren„ gen aan de paal te binden, en snel voor de billen te slaan niet weder over gave van ontfangen Rop: zijn wel Ed: Groot agtb: antw: haar daar op, dat het genoeg was dat de koning weet wat 85 Den 28 Februarij In de stad Cochim Ao. 1774 wat er in het land omgaat, en dat zijn welEd: groot agtb: volkomen voldaan was met de schik„ king die zijn hot gemaakt had, en dierhalven niet nodig was dat die tholheffer binnen gehaalt nog gestraft wierd, dus zijn welEd: groot agtb: haar de vrijheijd liet hem zodanig daar buij„ ten selfs te straffen, en de ropia tot boesoeroe„ ken te verwisselen, en aan de armen uijtte dee„ „len waar mede zij na buijten vertrocken zijn Voorts hebben, de Commissianten die aan het Trevancoors Hoff gesonden waren aan zijn wel Ed: groot agtb: het ondervolgende Rapport overgelevert Aan Den wel Ed: Groot agtb: heer Adriaan Moens. Raad extra ordinaar van Neder„ lands Jndia mitsgaders Gouver„ neur en Directeur der Custe Mallabaar Canara en Win„ gurla. WelEdele Groot Agtbaare wijd gebiedende Ao 17742 Wijdgebiedende Heer. Den 28. Februarij In de stad Cochim. In naarkooming van uwelEd: groot agtb: hoog Gevenereerd bevel vertrokken wij den 1: Cou„ rant na de Zuijd, en quamen den 7 op Tiroe„ wandaporram te arriveeren, alwaar wij van den kroonprins verstonden dat den koning van Tre„ vancoon naar de oosterlijke binnen landen ver¬ trocken was, ter verrigtinge van zekere Cere„ monien in de pagooden aldaar leggende, en dat hij binnen 3: â 4. dagen wederom op Tiroe„ wanandaponram zoude retuurneeren en wij dierhalven wel zouden doen aldaar zo lang te blijven tot dat zijn ho=t te rug quam; dus bleven wij naar zijn ho=ts komste wagten die dan op den 13: daar aan op Tiroewananda poram arriveerde; op welk berigt lieten wij ons aankoms ten eersten aan zijn ho=t weeten, den welken des morgens daar aan den arwadicariacaren van het hoff bij ons in de kerk van retorra sond daar wij ons logies namen en liet ons ver„ wellekomen en teffens den dag bepalen wanneer wij audientie bij den koning zoude krijgen het geen vast 87 Den 28. Februarij Tro de stad Cochim Ao. 17748 vast gesteld was op den 15 daar aan gelijk des 'smorgens vroeg een bediende van het hoff bij ons quam, en be„ kent maakte, dat den Koning klaar stond, om met ons te spreeken in het huijs van den baliasar wa„ diacariacaren om dat binnen 't hoff Een Groot ge„ deelte bramineezen vergadert waren om zeekere trouw Ceremonien van de Princesse te verrigten, wij spoeden ons ten Eersten na dat huijs en voor het zelve komende recipieerde den Sarwadicaria„ caren ons aan de voorpoort met een deel gewapende Coenje Coettas, en bragte ons bij den koning zo als wij voor zijn Hot quamen makte wij ons Compliment„ en overhandigden de briev die ons mede gegeven was, naar welkers verrigting bedankten wij zijn Hot vriendelijk voor de Eere die zijn Ho=t aan uwelEd: Groot agtb: aan gedaan had om met het Huwelijk van desselfs Dogter expres te laten feliciteeren de Ionge lieden met een goude ketting en een Diamante ring toe beschenken. Vervolgens presenteerden wij aan zijn Ho=t het mede gegeven present bestaande in een Hoofd Ciereel met een en twintig briljanten beset het stuk Goud laken en een flesje met Eijlonse Caneel olij met verzoek Den 28: Februarij In de stad Cochim Ao. 1774 verzoek, dat zijn Ho=t het een en ander Gelievde te accepteeren als een bewijs van Genegentheijd, zijn Ho=t admireerde het Hoofd Ciereel Zeer, en kan het niet genoeg beschouwen en heeft het „een en ander met een bij zondere agting gereci„ pieert en ons verzogt uw Ed Groot agtb: Harte„ lijk te bedanken, voor die affectie en dat 't zijn Ho=t altoos aangenaam zal zijn te verneemen dat de Jonge lieden te suratta in een goeden welstaand mogten zijn, dit dus verre afgehandelt Zijnde zeijde wij aan Zijn Hot dat wij last hadden om zijn Ho=t over nog eenige andere zaken te onderhouden als wanneer Zijn Hot. de omstan¬ „ders naar buijten liet gaan en de deur sluijten„ blijvende binnen in dat vertrek zijn Ho=t Eerste staads Minister en der Sarwadicariacaren van het Hoff. Wij maekten daar meede een begin met het articul van de peper, en den Koning gaf ons vrijheijd dat wij open hartig zoude spreeken, en dus zijden wij aan zijn Ho=t alle de omstandighee„ den van die zaak en, hoe dat bij de Jongste af„ reekening tot groote verwondering was geblee„ ken

NL-HaNA_1.04.02_10402_0131 view scan ↗

English

89 The 28th of February In the city of Cochim. Year 1774 that so much was lacking from the promised pepper, and we then added everything that was prescribed in our instructions, whereupon His Highness became very embarrassed, and turning his eyes heavenward said to us that it was not his fault that the reduction in the delivery had been caused, as he had given the necessary orders to deliver the full quantity of 3000 Candijlen to the Honorable Company, and that His Highness had learned with great sorrow that the delivery had not followed in accordance with the promise made; saying further that since Coemara Poela has complete knowledge of the handling of this matter, His Highness would have him summoned and gather information as to how this reduction in the delivery was caused, promising us that upon the arrival of Coemara Poela His Highness would have us summoned again to speak about this matter and at the same time employ all means to give satisfaction to Your Right Honorable; after which His Highness asked us whether Your Right Honorable in fact had taken the reduced pepper delivery and the other things that occurred so The 28th of February In the city of Cochim so amiss, and whether Your Right Honorable had not expressed himself further about this to us; but we replied that Your Right Honorable speaks little about such matters but nevertheless thinks much, and that we are too humble servants to speak with Your Right Honorable about any matters; His Highness then replied that everything happened without his doing, and that His Highness relied too much on Your Right Honorable's goodness and the friendship between him and the Company; that the advantages he drew had to be considered as if they went into the Company's treasury because he and the Honorable Company are one and not two, and more such words with which the Malabar princes always come forward; we said to His Highness upon that that by that reasoning His Highness would find himself deceived, as Your Right Honorable, however good-natured of temper otherwise, was nevertheless unyielding in his measures; His Highness, hearing that, remained quiet for a while, and finally said to us that His Highness would arrange all those matters in such a way that Your Right Honorable would continue to persevere in the good sentiments Year 1774. 91. The 28th of February In the city of Cochim. sentiments of the sincere alliance with His Highness, and that he consequently would leave no opportunity unexplored to give satisfaction and to deliver more pepper, of which Your Right Honorable would obtain proofs, and thus the governance of Malabar would serve to Your Right Honorable's great pleasure. After this, His Highness broke off the discourse and then spoke about the garden of Toembollij and undertook to issue the necessary orders therein to settle that matter finally. And regarding the violence committed against two vessels of the Resident of Tutucorijn by the toll collector of Tengapatnam, as well as there by the toni crewmen of Trikonapose, His Highness undertook to provide proper satisfaction: by punishing the aforementioned Tengapatnam toll collector according to his merits, and regarding the toni crewmen of Trikonaposse, being a district of the King of Repolim, to write to that prince and ensure satisfaction therefor. — Likewise Year 1774 The 28th of February In the city of Cochim Year 1774 Likewise His Highness has undertaken to have the toll collector of Trikahare, who seized the Company's curved timbers and received toll from them, brought into the city and punished in Your Right Honorable's presence. But regarding the cancellation of the lease on the coir His Highness did not wish to grant a hearing, as tending to the detriment of his revenues, and although we demonstrated that this was contrary to justice, this found no acceptance at all with His Highness; His Highness did say that the coir which the Company needs in daily service and is consumed in the city shall not be subjected to any lease. In just the same manner it went with the article of the Christians living in the Company's gardens who are forced to pay head money, so that they are beaten and taken into custody; great debates arose over this, and the King desired that they should pay head money, putting forward these reasons: that if the Christians were liberated from it, all the Christians of his land would go settle on the Company's territory 93 February In the city of Cochim The 28th settle in order to be freed from that payment; we replied thereto that such was not the intention, but only for the Christians who from olden times have lived on the Company's gardens and lands; which was then finally granted and established: that they should remain free from the payment of head money. The fanums for the huts that are built there at St. Andries at the time of the feast of St. Bastiaan is fixed there at 2 fanums, and the Regiadors will be warned not to take a single doit more for it. Item, the guard houses built on the beach of Manicoorde towards the south shall be ordered under heavy penalties not to commit any more outrages against the Lascorins, nor to hold up the letters. His Highness has also undertaken to send orders to his Regiadors to send the native Christians or Mukkuvars on the side of St. Andries to the city to work as much as the Honorable Company had need of, and that without any the least failure, and at the same time to recommend them, upon the encounter upon the encounter of any disputes, to the Year 1774

Dutch transcription

89 den 28. Februarij In de stad Cochim. A=o. 1774 ken, dat er zo veel aan de beloofde peper manqueer„ de, en wij voegden toen alles daar bij waat in onze Instructie voorgeschreven was, waar op zijn Hot zeer verleegen wierd, en zijne oogen Heemelwaards op slaande tegens ons zeijde dat het zijn schuld niet En was, dat de mindering in de leverantie is veroorzaakt alzo Hij de vereijschte ordres gesteld had om de volle, quantiteijd van 3000 Candijlen aan D' E: Comp:e te leveren, en dat Zijn Ho:t met Groot liedweezen verstaan had dat volgens de Gedaen belofte de leverantie niet is gevolgt zeggende wijders dat nadien Coemara Poela volkomen ken„ nisse van de behandeling van deze zaeke heeft zijn Ho=t den zelven zoude laten roepen, en Jn„ „formatie nemen hoedanig deze mindering in deleverantie is veroorzaakt ons beloovende, dat zijn Ho=t met de komste van Coemara Poela ons nader zoude laten roepen, om over deze zaak te spreeken en teffens alle middelen in het werk stellen om uwel Ed: Groot agtb: genoegen te geven waar na zijn Ho=t ons vroeg of uwelEd Groot agtb: de mindere peper liverantie en de andere dingen die geexteerd zijn in der daat zoo n Den 28 Februarij In de stad Cochim zoo qualijk genomen had, en of uw Ed Groot agtb: Zig daar over tegens ons niet verder uijtgelaten heeft dog wij antwoorden, dat uwel Ed Groot Agtb: over zulke zaken wijnig spreekt maar des niet te win veel denkt, en dat wij te geringe Die„ naaren zijn om met uwel Ed groot Agtb: over eenige zaaken te spreeken zijn Ho=t antwoord toen dat alles buijten zijn toedoen is geschied en dat zijn Ho=r te veel vertrouwd op uwel Ed groot agtb: goedheijd en de vriendschap tussen Hem en de Comp: dat de voordeelen die Hij trok gerekent moeste werden als of deselve in 's Comp: Cassa gingen om dat Hij en DE: Comp: een en geen twee is, en diergelijke woorden meer waarmeede de Mallabaarse vorsten altijd op de baan kooen; wij Zeijden Zijn Hot. daar op dat door dat raisonnement zijn Hot Zig bedra¬ gen zoude vinden alzo uweEd: Groot agtb: hoe goedaardig anders van humeur egter onverzettelijk in zijn maatregels was, zijn Hot dat hoorende bleef een poosje stil, en zeijde eijndelijk tegens ons dat zijn Ho=t alle die zaken zodanig zoude schikken, dat uwel Ed: groot agtb: in de Goede gevoelens A=o 1774. 91. Den 28 Februarij In de Stad Cochime. gevoelens van de opregte aliantie met zijn Hot zal blijven volharden, en dat Hij dienvolgende geen gelegentheijd onbezogt zoude laten om genoe„ gen te geven en meer peper te leveren, waar van de uwel Ed: groot agtb: preuves erlangen en dus het bestier van de Mallabaar voor uw Ed: Groot agtb: strecken zoude tot groot vermaak.. Hier na brak zijn Ho=t het discoers aff ten sprak toen over de Thuijn van Toembollij en nam aan daar inne de vereijschte ordre te stellen om die zaak finaal aftedoen En over het geweld gepleegd aan twee vaartuijgen van het opperhoofd van Tutucorijn door den Tol„ heffer van Tengapatnam, als ook daar de Tonijlin„ „gen van Trikonapose nam zijn Ho=t aan een behoorlijk satisfactie te bezorgen; door gem: Ten„ gapatnamse tholheffer na merite te straffen en de Tonijlingen van Trikonaposse Zijnde een district van den Koning van Repolim aan dien vorst te schrijven, en daar voldoeninge van te bezorgen. — Insgelijks Ao. 17745 Den 28 Februarij In de stad Cochim A=o 1774 Insgelijks heeft zijn Ho=t aangenomen om den Tholheffer van Trikahare die 's Comp=s kromhou„ ten g'arresteerd en daar thol van ontfangen heeft te laaten in de stad brengen en in uwelde groot agtb: presentie af te straffen Dog wegens de Intrecking van de pagt op de baijer wilde zijn Hot geen gehoorverleenen, als streckende tot nadeel van zijn inkomsten, en of wij al de monstreerden dat zulks tegen het regt streed vond zulkx geens ingang bij zijn ho=t degeren wel zeijde ho=t dat de Caijer die de Comp: in den dagelijksen dienst modig heeft en in de stad verbruijkt word geen pagt onderworpen zal zijn; Even en indierzelver voegen, ging het met 't articul van de Christenen die in s Comp: Thuij nen woonende welke gedwongen worden om Hoofd Geld te betaelen, sa dat zij geslagen en in arrest genomen worden hier over zijn Groote debesten ontstaan, en den koning begeer„ de dat zij Hoofd geld zoude betaelen brengende dese redenen voor dat wanneerde Christenen daarvan gelibereert werden alle de Christenen van zijn land op 'sComp: territoir zig zoude gaan 93 Februarij In de stad Cochim Den 28 gaan nederzetten om waar bevrijd te werden van die betaling, wij antworden daar op dat Zulkx de Intentie niet en was, maar alleen van de Christen die van oude tijden op 'sComp: Thuijnen en landerijen gewoont hebben 't geen dan eijndelijk toegestaan en vastgesteld is; dat zij vrij blijven zoude van de betaeling van hoofd geld. De fanums van de hutten die daar gebouwt wer„ den op St. Andries ten tijde van het feest van St. Bastiaan is aldaar bepaeld op 2: fanums en de Ra„ giadoors zullen gewaarschouwd worden om daar geen duijt meer voortenemen Item aan de wagthuijsen aan strand van Mani„ coorde naar de zuijd gebouwt zullen op swaare straf„ fe g'ordeneert worden om geen baldadigheeden meer aan de Lascorijns te pleegen nog de brieven op te houden Zijn ho=t heeft ook aangenomen aan Zijne Ra¬ giadoors ordre te zenden, om de Inlandse Chris¬ tenen of mocquassen aan de kant van St. Andries naar de stad te zenden om te arbijden zo veel als d'E: Comp: benoodigt hadde, en zulks zonder eenige het minst manquement, en teffens de zelve te recommandeeren om bij ontmoeting om bij ontmoeting van eenige disputen naar de Ao. 1774

NL-HaNA_1.04.02_10402_0136 view scan ↗

English

The 28 February In the city of Cochim to go to the city and to speak with Your Right Honourable; Upon our arrival at Coilan we inspected the boundaries of the Honourable Company in the presence of the resident there, and walked around everywhere in person and found nothing other than that the wildernesses there have been cleared away, the pits and holes filled in, and some walkways and pleasure houses built, by which neither the Honourable Company nor the King can suffer any harm. We gave notice thereof to His Highness and said that Your Right Honourable was surprised why His Highness lodged a complaint against the resident of Coilan, as he had undertaken nothing that merited any reproach. The King said in response that he had been informed otherwise, and if those roads and buildings do not tend to any disadvantage on either side, that the resident could just proceed, provided he took care that he constructed nothing on the territory of His Highness. Yet of the Nabab His Highness asked nothing, nor did any of his ministers speak to us about that, otherwise we would Anno 1774 95. The 28. February In the City of Cochim Anno 1774 have adhered strictly to Your Right Honourable's orders. After the discussion of all these affairs the King said to us that upon the arrival of Coemara Poela His Highness would have us called again to speak about the reduced delivery of the pepper, and that in the meantime we could go rest at the church of Retorra, as we then did. The second day after that Coemara Poela came to our lodgings and said that he was called expressly by His Highness to speak about the matters of our commission, and that the King had charged him to come to us and to deliberate with us about it, adding that he had not deserved to be so branded by his master as had happened to him, as if the reduced delivery of the pepper was caused by his conduct, without taking into consideration that such depended on the good and bad harvest. We said to him that he comes at an inopportune time to Your Right Honourable with such excuses, that all those evasions cannot help with Your Right Honourable. He then confessed February In the city of Cochim The 28. Anno 1774 that he was sorry, and yet to correct those faults and bring everything back into good order he knew of no recourse. We then proposed to him that such could be remedied if what was lacking of the 3000 Candijlen were delivered very quickly. He said in response that such would take place immediately if pepper were at hand. We replied to him that if he applied his best efforts to it, the means would indeed be found. Herewith he went again to the King to speak further about that point and to bring us word. It took fully 2 to 3 days that we received no answer from the King, much less from Coemara Poela, so we had His Highness requested that we might be dispatched. Thereupon Coemara Poela came to us again and informed us that the King was so afflicted with the fever that he could not speak a word, much less come into the open air. We had to exercise patience until His Highness became recovered, which did not happen until 97 The 28 February In the city of Cochim Anno 1774 on the 22nd of the last passed month, when His Highness, toward eight o'clock in the morning, came to be in a separate palace and we were conducted to His Highness. At that time the King gave us the letter for Your Right Honourable and also said that he was too weak to speak about the matters with us, other than that he would gladly have the deficiency on the last delivery of 3000 Candijlen delivered in full with the new harvest, and at the same time apply his best efforts subsequently to deliver 3000 Candijlen of pepper every year, indeed even more if the harvest were advantageous and permitted such; but if, contrary to all expectation, he could not deliver the full number, that Your Right Honourable might in that case exercise consideration that such did not happen through malice. And with respect to the other matters His Highness said that on that account he had written an ola each to the King of Repolim, to his sarwadiacariaren, and to anande mallen, in order to have them settled, handing those olas over to us for delivery with this addition: that because of the vastness of his realm he could not well know everything that transpired, therefore he remained heartily The 28 February In the city of Cochim Anno 1774 thankful to Your Right Honourable for the communication made in that regard, considering the same as a token of true friendship that resides between him and Your Right Honourable. And since we saw that the King was genuinely ill and very indisposed, we did not wish to trouble him further, thus politely taking our leave, at which point he repeatedly requested us to give assurance to Your Right Honourable of his true and upright intention to preserve a close and unfeigned friendship with the Dutch Company. We in like manner reciprocally assured His Highness of the goodwill on the part of Your Right Honourable, after which, having been escorted out again by Colmara Poela as far as that gate, we subsequently set out on our journey and arrived here today. Wherewith we hope to have fulfilled Your Right Honourable's command, and have the honour to subscribe ourselves with deeply dutiful respect, Right Honourable, widely commanding Sir, Your Right Honourable's humble and very obedient servants, signed: S: Van Tongeren and

Dutch transcription

Den 28 Februarij In de stad Cochim de stad te gaan en met uwelEd groot agtb: te spreeken; Met onze aankomste op Coilan hebben wij delimieten van de EComp: ten bijwezen van het opperhoofd aldaar beztigtigd, em over al in perzoon rond geloopen en niet anders bevon„ den als dat aldaar de wildernissen zijn wegge„ kapt, de kuijlen en gaten gedempt, mitsgaders eenige wandelweegen en lusthuijsjes gebouwt zijn, waar door DE: Comp: nog den Koning eenige nadeel lijden kan wij gaven daar kennisse van aan zijn ho=t en zijden dat uwel Ed: Groot agtb: verwondert was, waarom zijn ho=t over het opperhoofd van Coilan klagtig vil; daar den zelven niets had ondernomen dat eenige re„ proche meriteerde, den koning zeijde daar op dat hij anders geinformeert was, en indien die weegen en gebouwen niet strecken; tot eenig¬ nadeel van weers kanten, dat het opperhoofd maar zijn gang konde gaan, mits zorge dra„ gende dat hij op het Terrain van zijn ho=t niets fabriceerde. Dog van den Nabab heeft zij Hot. niets gevragt en ook hebben geen van zijn mi„ nisters ons daar over onderhouden, anders zou„ den Ao 1774 95. Den 28. Februarij In de Stad Cochim A=o 1774 den wij ons stipt aan uw Ed: Groot agtb: ordres gedragen hebben. Naar de verhandeling van alle deze affans zeijde den koning tegens ons dat met de komste van Coe„ mara Poela zijn ho=t ons nader zoude laten roe„ pen, om over de mindere leverantie van de peper te spreeken, en dat intuschen wij naar de kerk van Retorra konden gaan rusten, gelijk wij daar na toe gegaan zijn. Den tweeden dag daar na quam Coemara Poela in ons logement, en zeijde dat hij expres door zijn ho=t geroepen was, om over de zaken van onze Commisse te spreeken, en dat den koning hem belast had, om bij ons te komen en met ons daar over te besoigneeren, met bijvoeging dat hij niet verdient had zodanig bij zijn Meester gebranid„ „merkt te werden gelijk het Hem geburt was even als of de mindere leverantie van de peper veroorzakt was door zijn gedrag zonder in overweging tenemen dat zulx afhangde van het goed en slegt gewas wij zijden tegens hem dat Hij verkeert tepas komt bij uwel Ed Groot agtb: met zulx excusen dat alle die uijtvlugten bij welEd: Groot agtb: niet helpen kunnen hij beken„ de Februarij In de stad Cochim Den 28. A=o 17746 de toen dat het hem leed deed en dog om die fouten te verbeeteren en alles weder op den goede plooij te brengen wist hij geen raad wij sloegen hem daar op voor dat zulks te remedieeren was wanneer het manqueerde op 3000 Candijlen ten spoedig geleverd wierd, hij zeijde daar op dat zulks somediaad zoude gescheiden indien 'er peper bij der hand was, wij repliceerden hem daar op dat wanneer hij zijn best daar toe aan wende wel middel daar toe te vinden zoude we„ zen Hier meede ging hij weder na den koning om over die poinct nader te spreeken en ons be„ scheijt te brengen het duurde wel 2: â 3: daagen dat wij geen ant¬ woord van den Koning kreegen veel min van Coemara Poela, dus lieten wij zijn Ho=t verzoe¬ ken, dat wij mogten afgedepecheert werden: daar op quam Coemara Poela weder bij ons en maak„ te ons bekent dat den koning zodanige met de koorsz: bevangen was dat hij niet een woord spreeken veel min„ in de lugt komen konde wij moesten gedult oeffenen tot dat zijn Ho=t Eersteld raakte het gunt niet geschiede als op 97 Den 28 Februarij In de stad Cochim A=o 1774 op den 22 der Iongst gepasseerde maand dat zijn ho=t tegens agt uuren smorgens in een afgesondert pallijs quam staan en wij bij zijn ho=t geluijd wierden als wanneer den koning ons de briev voor uwel Ed: Groot Agtb: heeft mede gegeven en teffens gezegt dat hij zo swak was om over de zaaken met ons te spreeken, als eenlijk dat hij gaarn het manqueerende op de Iongste leverantie van 3000: Candijlen met het nieuw gewas zoude laten vol leveren en teffens zijn best aan wenden om vervolgens alle Jaaren 3000 Candijlen peper te leveren Ia wel meer als het gewas voordeelig was, en sulks quam te permit„ teeren dog bij aldien tegens alle verwagting hij het volle getal niet konde leveren uw Ed groot Agtb: hem in dat geval Consideratie mogte gebruijken dat zulx niet door moet wil geschieden, en ten opzigte van de andere Zaken Zeijde Zijn ho=t dat hij dierwee¬ „gen aan den koning van Repolim aan zijn sarwadiacariaren en anande mallen ieder een ola geschreeven had, om haar beslag te doen erlan„ gen gevende ons die olassen in bestelling over met dese bijvoeging dat door de uijtgestrektheijd van zijn Rijk hij alles niet wel weeten konden, wat er passeerde dierhalven Hij uwelEd: Groot agtb: Hartelijk Den 28 Februarij In de stad Cochim Ao. 17745 Hartelijk dankbaar blief voor de gedane Commu„ nucatie dien aangaande, merkende dezelve aan als een teken van waare vriendschap die tusschen hem en uwEd: Groot agtb: resideert, en dewijl wij zagen dat den koning wezendlijk ziek, en zeer geincornodeert was; wilden wij hem niet verder las„ tig vallen neemende dus beleefdelijk ons afscheijt, als wanneer hij eens en andere maal ons verkogte verzekering aan uw Ed groot agtb: te geven van zijne waare en opregte intentie om met de hollandse Comp: een nauwe en ongevijnsde vrindschap te conserveeren, wij hebben indier„ voegen reciproque aan zijn hot van weegens uw Ed: groot agtb: wel meenentheijd, verzekert waar na wij door Colmara poela tot aan die poort weder uijtgelijt gedaan zijnde, gingen wij vervolgens op rijse en quam en heden alhier te arriveeren. Waar meede wij verhoopen voldaan te hebben aan uw Ed: Groot agtb: bevel en hebben de eere ons met diepschuldig eerbied te onder schrijven welhEdele groot agtb: weijd gebiedende hier uwEEd groot agtb: onderdanigen en zeer gehoor¬ zamen Dienaaren /:was get:/ S: V:n Tongeren en

NL-HaNA_1.04.02_10402_0141 view scan ↗

English

99 The 28th February In the city of Cochim Anno 1774 and Stolsenberg in the margin Cochim the 26th February 1774. The 1st March, Tuesday, an ola was brought here sent by aijderoos Coettij to the King of Cranganoor, which having been translated was found to be of the following contents: Translation of the ola written by aijderoos Cotij to the King of Cranganoor, received the 1st March anno 1779. In order to live in good friendship with the Nabab aijder alihan, I have previously proposed the means to Your Highness, but Your Highness has sent me no answer thereto, and I have meanwhile received an ola from the Nabab with the recommendation to settle that matter at once, and in the event of encountering any unwillingness, that I should de facto give notice thereof to His Excellency; therefore I request Your Highness to look at the example of other lands and kings, and to dispose oneself to send at least half of the promised cash to His Excellency at Seringapatnam The 1st March In the city of Cochim patnam with a trusted person, and in the event of neglect thereof, Your Highness will have to experience many inconveniences, and to avoid these troubles, I write this again to Your Highness because I have too much respect for Your Highness and his realm; I await the answer from Your Highness in order to write to Seringapatnam on that account; may it please Your Highness to be cautious and to give no credit to wicked men who seek the downfall of Your Highness's lands. Not signed. Below stood: for the translation, Cochim, date as above. Was signed: S. v. Tongeren, sworn translator. Tuesday, the Right Honorable received a letter from the King of Trevancoor, containing congratulations on the Right Honorable's elevation to Governor and Director of this Coast, as appears below: Translation of the ola written by the King of Trevancoor to the Right Honorable Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of Anno 1774 8. 108. The 8th March In the city of Cochim Anno 1774 of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Wingurla, received the 8th March 1774: From Your Right Honorable's letter we have seen with great pleasure that with the arrival of the Batavian ship Your Right Honorable had received news that Your Right Honorable would still continue in the authority over this Coast as Governor and Director; we are very pleased and delighted about this elevation, and hope that through the efforts to be applied by Your Right Honorable the friendship between the Honorable Company and the Kingdom of Trevancoor will increase and grow more and more. Written by balia melesetta Canako ananja Peroemaal, and signed by His Highness. Below stood: for the translation, Cochim, date as above. Was signed: S. v. Tongeren, sworn translator. The 24th, Thursday, an ola was brought here from the King of Cranganoor addressed to the Right Honorable concerning a certain dispute between His Highness and the house of Coettocatto, to be read more fully below: The 24th March In the city of Cochim. Anno 1774 below to read: Translation of the ola written by the King of Cranganoor to the Right Honorable Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Wingurla, received the 29th March anno 1774. We have placed the Menon Cottecatto and his family in the administration of our lands situated to the north, named Caneancolom, but they have made such abuse of our kindness that it was intolerable for us, for they have not only neglected our lands, but also sold and alienated a part thereof, as well as taken such extravagant steps that we were forced to form our action against them; but 109 The 24th March In the city of Cochim. Anno 1774 they cared little about that and persisted in their stubbornness; on which account we take the liberty to request Your Right Honorable to give orders that we may be put in possession of our lands. These Cottecattos were divided in ancient times into four branch houses, and all those four branch houses have committed offenses in the alienation of our lands, and in one of those four, named Nambrattil, there was a person named Coenjen who was assaulted and wounded by a party of vagabonds, with the destruction of his dwelling and goods, whereupon the wounded person having made his complaint to Your Right Honorable, it had pleased Your Right Honorable to have that matter investigated, wherewith progress has been made so far that the parties were ordered to clear themselves by the performance of an oath, to which end the Brahmins being assembled for the oath by the dipping of the fingers in hot oil, they made use of circumventions and excuses to remain exempted from the oath; wherefore March In the city of Cochim. Anno 1774 The 24th: they were arrested in the city; these people ought to be punished according to their merits and as an example to others. Signed by His Highness. Below stood: for the translation, Cochim, date as above. Was signed: S. v. Tongeren, sworn translator. Wednesday, the Right Honorable writes an ola to the King of Cranganoor, announcing that the Right Honorable had sent orders to Cranganoor to investigate the matter between His Highness and Cotta Catto, as appears here below. Draft ola written by the Right Honorable Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Wingurla, to the King of Cranganoor, written the 30th March anno 1774. I

Dutch transcription

99 Den 28. Februarij In de stad Cochim Ao. 1774 en Stolsenberg /in margine/ Cochim den 26: feb: 1774:— Den 1. Maart Dingsdag wierd alhier aangebragt een ola door aijderoos Coettij aan den koning van Cran¬ ganoor gesonden, dewelke overgeset zeijnde bevondt men van den volgende Jnhoud te zijn Translaat ola door aijderoos Cotijgesz: aan den koning van Cranganoor ontf den 1: maart anno 1779. Om met den Nababaijder alihan in goede windsz: te leeven heb ik bevoorens de middelen aan uho=t voorgesz: maar uho=t heeft mij daar op geen antwoord toegesonden, en ik heb intussen een ola van den Na„ bab ontfangen met Recommandatie die zaak ten eersten te accommodeeren, en bij ontmoeting van Eenige onwilligheijd dat ik daar van de facto kennisse aan zijn Excellentie soude geven, daarom versoeke uho=t het voorbield van andere landen en koningen te zien, en zig te dispon„ neeren ten minsten de helfte van de beloofde Contanten aan Sijn Excellentie naar Seringa patnam Den 1 Maart In de stad Cochim patnam met een vertrouwde persoon te senden, en bij nalatigheijd van dien sal uho=t veele onge„ „makken moeten beleeven, en tot vermijding van die onlusten schrijve ik, dese wederom aan uho=t om dat ik te veel agting voor uho=t en des¬ selfs rijk hebbe, ik verwagte het antwoord van uho=t om dierwegen na Seringapatnam te schrijven uho=t gelieve voorsigtig te wezen en geen geloof te slaan aan quaade menschen, die den ondergang van uho=t landen soeken niet getk: / onderstond:/ voor de translatie Cochim dato als boven /:was getekend:/ S: v: Tongeren geswoore translateur „: Dingsdag ontfing zijnde wel Ed groot agtb: een brieff van den koning van Trevancoor, behelsende felicitatie met zijn wel Ed: groot agtb: verheffing tot gouverneur en Dierecteur deser Custe als hier onder blijkt Translaatola door den ho: van Trevancoor gesz: aan den welEd: Groot agtb: heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Ao. 1774 8. 108. Den 8. Maart In de stad Cochim Ao. 1774 van nederlands India mitsgaders gouverneur en Dirrecteur der Custe mallabaar Cannara en wingurla ontfz: den 8: maart 1774: Uijt uwEd: groot agtb: brief hebben wij met veel genoegen gezien dat met de komste van het bata„ viase schip uw Ed: groot agtb: tijding erlarigt hadde dat uwelEd: Groot in het gezag over deze Cust nog soude blijven Continueeren als gouverneur en directeur, wij zijn seer verblijd, en verheugt over dese verheffing, en verhoopen dat door uw Ed: groot agtb: aantewendene poogingen de vrindschap tus„ sen de EComp: en het Trevancoorse Rijk meer, en meer sal toeneemen en aangroeijen gesz: bij balia melesetta Canako ananja Peroemaal, en get: bij zijn ho=t /:onderstond /: voor de translatie Cochim dato als boven /:was geteken S: V: Ton„ geren geswoore translateur. — _=o 24. _=o Donderdag is alhier aengebragt een ola van den koning van Cranganoor gerigt aen zijn wel¬ Edele Groot agtb: over zeeker: questi tussen zijn ho=t in het huijs van Coettocatto breder hier beneden Den 24 Maart In de stad Cochim. A=o 111746 beneden te leesen Translaat ola door den ko: van Cranganoorgesz; aan den wel Ed: groot Agtb: heer Adriaan Moens Raad extra ordinair van ne„ derlands Jndia, mitsgaders gouverneur en directeur der Custe mallabaar, Canara en wingurla, ontf: den 29: ' maart anno 1774 Wij hebben de manon Cottecatto en zijn familie gesteld in de administratie van onse landen ge„ leeden om de noord, ende gent. Caneancolom, maar zij hebben van onse goedheijd soodanig misbruijk gemaakt, dat het voor ons onverdragelijk was, want zijn hebben onse Landen niet alleen verwarloost maer ook een gedeelte verkogt en ver¬ alianeert, mitsgad=s zoodanige buijtenspoorige stappers gedaen, dat wij genoord zaakt zijn ge„ weest onse actie tegens deselve te formeeren dog 1039 den 24: Maart In de stad Cochim. Ao. 1774 dog zij stoorden zig daer weijnig aan en bleeven bij hunne hartnekkigheijd persisteeren over zilx nemen wij de vrijheijd uwelEd: Groot agtb: te ver„ soeken ordre te stellen dat wij in de possessie van onse Landen mogen gesteld werden dese Cottecattos sijn in oude tijden verdeelt geweest in vier stamhuijsen, en alle die vier stamhuijsen hebben zig vergreepen aan de vervreemding van onse Landerijen en in een van die vier met name nambrattil is een persoon geweest genaamt Coenjen die aange„ daan en gequest is geworden door een partij vagebonden, met destruatie van zijne wooning en goederen, waar over den gequetst zijne klag„ te aan uwEd: groot agtb: gedaan hebbende het uwEd: groot agtb: behaagt hadde, die zaak te laten onderzoeken, waar mede zoo verre gevordert is dat de parthijen geordoneert wierd zig met het presteeren van een Eed te suijveren, ten welken fine de bramineesen vergadert zijnde om den Eed door hed doopen van de vingers in heete olij, zoo hebben deselve zig met omweegen en Excu„ sen zig bediend, om van den Eed bevrijd te blijven waaromme Maart Jn de Stad Cochim. Ao 1774 Den 24: waaromme zij in de stad garresteert zijn gewor„ den, dese menschen dienen na: merite en tot Exempel van andere gestraft te worden, get bij zijn ho=t onderstond voor de translatie Cochim dato als boven was geteken: S: V: Iongeren geswoore translateur. Woensdag schrijft zijn wel Ed Groot agtb: een ola aan den ho: van Cranganoor, bekende maken„ de dat zijn wel Ed groot agtb: ordre naar Cranganoor gesonden had, om de zaak tussen zijn ho=t en Cotta Catto te ondersoeken, als hier onder fons„ teert. — Concept ola door den welEd: groot agtb heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Neder„ den lands Jndia mitsgaders Gouver„ neur en Directeur der Custe mal¬ labaar Cannara en wingerla aan den ko: van Cranganoor gesz: den 30 maart anno 1774. Ik „

NL-HaNA_1.04.02_10402_0147 view scan ↗

English

30 March In the city of Cochim A=o 1774 I have received your Highness's ola concerning the dispute between your Highness and the house of Cotta Catto, and since I am inclined to do your Highness justice in this matter, it will be best that honest arbitrators be chosen on both sides, as well on the part of your Highness as on that of the house of Cotta Catto, and sent to the fortress of Cranganoor, as the Resident together with another person from here have been commissioned on behalf of the Honourable Company to report to me after inquiring into the matters, whereupon I shall be better able to judge the dispute and do justice regarding it; God preserve your Highness. Beneath stood: Translated as such into Malabar by me, Cochim, date as above, was signed S: v: Tongeren, sworn translator. 5 April Tuesday, his Right Honourable and Most Respected wrote a letter to the Sultan of the Maldive Islands, Mahamet Hassen, as appears below. Draft of an Arabic letter written by the Right Honourable and Most Respected Mr. Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Netherlands India as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Cannara, and Wingurla, to the Sultan of the Maldive Islands, Mahamet Hassen, written 5 April 1774. With the arrival of the Nakhoda Malimij Ibrahim we had the honour of receiving your Highness's letter, from which Nakhoda your Highness will be able to learn that we have not failed to render him the necessary assistance; God preserve your Highness for many years in good health. Beneath stood: Translated as such into Malabar by me, Cochim, date as above, was signed S: V: Tongeren, sworn translator. After this his Right Honourable and Most Respected received an ola from the High Zamorin, containing a request to obtain free passage for himself and his family through the Cranganore country to the land of Trevancoor, as can be read below. 5 April In the city of Cochim Ao. 1774 Translation of an ola written by the King Zamorin to the Right Honourable and Most Respected Mr. Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Netherlands India as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Cannara, and Wingurla, received 5 April 1774. We recently wrote to your Right Honourable that Sriniwasa Raijer was about to march down with the army by the way of Mangaram, and that in the meantime we intended to retreat to the south side. The army arrived at Calicoet and completely destroyed the whole country, and subsequently built fortresses in several places, everywhere placing their men to extort money from the inhabitants. The 1st of the month Minan, or 11 March, Sriniwassa Raijer marched with the army towards North Cottatta. We find it very difficult to remain here any longer; therefore we intend to go with the whole family to take up our residence in the land of Trevancoor. We request your Right Honourable to give orders that when we arrive at Cranganoor we may obtain a free passage until we have entered the Trevancore country. The other matters our envoys Atjasietta Chatta and Panga will make known to your Right Honourable verbally, with the request to send them back here as soon as possible with a favourable answer. Regarding the maintenance of the good friendship between our kingdom and the Honourable Company, no failing will be found on our side. Signed by his Highness. Beneath stood: For the translation, Cochim, date as above, was signed S: V: Tongeren, sworn translator. 7 ditto Thursday, his Right Honourable received an ola from the King of Cranganoor, making known that he had received a letter from the general of the Nabob Hijder Alikhan named Chiandra Raijer and an ola from Aijdroos Coettij, formulating a demand for 100,000 Ropias and an elephant; to be read more fully below. 7 April In the city of Cochim Ao. 1774 Translation of an ola written by the King of Cranganoor to the Right Honourable and Most Respected Mr. Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Netherlands India as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Cannara, and Wingurla, received 7 April 1774. After the arrival of the army of the Nabob Hyder Alikhan at Calicoet, we received olas two times from the Moor Aijdroos Coettij of Chawacattij, containing that we should provide some money and an elephant to the Nabob, which we made known to the Resident of Cranganoor so that he might give notice thereof to your Right Honourable, which he did not fail to do. On 29 March there arrived here two Pattarees, 9 Sepoys, and 4 Moors, bringing along a letter from Chiandra Raijer and an ola from Aijderoos Coettij, formulating a demand for 100,000 Ropias and an elephant, and declaring the arrest of our person, which we made known to the Resident, but have received no satisfactory answer thereto. In former times the Honourable Company has always protected us, and when the army of the Nabob previously came to Calicoet in the year 1766, Canjonoissa of Chawacattij wrote an ola to us and made a demand for some cash and an elephant. We gave notice thereof to the then Honourable Commander, who wrote a letter about it and cancelled that claim. We request that your Right Honourable may have the goodness to take such measures that this formulated claim may be stopped and ceased; and after the 12th instant we shall come to the city in person to speak with your Right Honourable on such day as your Right Honourable shall be pleased to appoint. Signed by his Highness. Beneath stood: For the translation, Cochim, date as above, was signed S: v: Tongeren, sworn translator. 11 ditto Monday, around 10 o'clock in the morning, the ordinary Regidors of the High Zamorin entered this city.

Dutch transcription

105 9 den 30 Maart In de stad Cochim A=o 1774 Ik heb uho=t ola ontfangen over de questie tussen uho=t en het huijs van Cotta Catto en dewijl ik gene„ gen ben om uho=t daar omtrent regt te doen zoo zal het best zijn dat soo wel van wegens uw ho=t als van wegens het huijs van Cotta Catto weder zijds Goede mannen Gekosen en nade fortresse Cran„ ganoor gezonden worden, alsoo den Resident met nog een ander persoon van hier van wegens de EComp: gecommitteerd zijn, om na ondersoek van zaken mij Rapport te doen, als wanneer ik over de questie beter zal konnen oordeelen, en daar om„ trent regt doen; God bew: uho=t /:onderstond:/ zodanig door mij in 't mallabaars overgeset Cochim dato als boven was geteken S: v: Tongeren geswoore translateur den 5. April Dingsdag schreef zijn welEd: groot agtb: een brieff aan den sultan der maldivose Eijlanden mahamet Hassen, als hier onder consteert. froncept arabise briev door den wed: groot agtb: heer Adriaan Moens Raad extra ordinair van foris Ao 1774 Den 5 April In der stad Cochim. van nederlands India mitsga„ ders Gouverneur en Directeur, der Custe mallabaar Cannara en wingurla Aan den Sultan der maldivose eijlanden Mahan met Hassen gesch; den 5. ' April 1774. Met het arrivement van den Nachoda malimij Ibrahim hebben de eere gehad te ontfangen uho=t brief, van welke nachoda uho=t sal konnen vernemen dat hij niet gemanqueert hebben om hem de noodige assistentie te bewijsen, God bew: uho=t lange Iaaren met gesondheijd /:onderstond, soodanig door mij in het mallabaars overgeset Cochim dato als boven was getekent, S: V: Tonge¬ ren geswoore translateur. Hier na ontf: zijn wel Ed: Groot agtb een ola van den ho: Sammorijn, Inhoudende versoek om vrije passagie voor hem en zijne familie te mogen erlangen door 't Cranganoorse naar, het land van Trevancoor gelijk hier onder te leesen is. Translaat an 107. 89 den 5: April In de stad Cochim Ao. 1774 Translaat ola door den koning elle van Samorijn gesz: aan den welEd Groot agtb: heer Adriaan van Moens, Raad extra ordinair van Cou„ nederlands India mitsgaders Gou„ verneur en Directeur der Custe mal„ labaar Cannara en wingurla, ontf: den 5: April 1774. Wijs hebben laatst aan uwEd Groot agtb: gesz: dat Sriniwasa Raijer met 't leger over de weg van manga„ „ram stond of te komen, en dat wij voornemens waren Jntussen naar de zuijd kant te retiree„ ven 't leger is op Calicct gekomen, en heeft het gantsche Land verdestrueert, en vervolgens op verscheij¬ de plaatsen fortressen gebouwt, stellende over al haar volk om geld van de Jnwoonders af te perssen; Den 1: van de maand minan ofte den 11: maart is sriniwassa Raijer met 't leger naar noorder an Cottatta op getrocken wij vinden groote swaarigheijd om langer hier te verblijven, daarom zijn wij van sints met de Gantsche familie naar het Land van Trevancoor ƒ Den 5 April In de stad Cochim A=o 1774 5: Trevancoor ons verblijff te gaan neemen, wij versoeken uwEd: groot agtb: ordre te stellen dat wanneer wij op Cranganoor komen een vrije passagie mogen Erlangen tot wij in 't Trevan„ coors Land sullen gekomen wezen, de overige Za¬ ken zullen onse sendelingen Atjasietta Chat„ ta, en Panga uwel Ed groot agtb: mondeling bekent maken, met versoek deselve met een goed antw dit heen ten spoedigsten tesenden omtrent het onderhouden van de goede vrindsz: tussen ons Rijk en de EComp: sal aan onis kant C. V: geen manquement werden gevonden, getl:/ bij zijn ho=t onderstond voor de translatie Cochim dato als boven was geteken S: V: Jongeren geswoore translateur. _=o 7. _=o Donderdag ontfing zijn uw Ed: Groot agtb: n ola van den ko: van Cranganoor, bekend makende dat hij een brief van den veld heer van den Na„ bab Hijder alithan met name Chiandra Kaijs „en en een ola van aijdroos Coettij ontfangen had, onder het formeeren van een Eijsch: van 10'0000 Ropias en een Eliphant; breeder hier betieden te leesen Den 7 - 109 Den 7 April In de stad Cochim Ao. 1724 Translaat ola door den koning van Cranganoor gesz: aan den welEd groot agtb: heer Adriaan Moens, Raad extra ordinair van nederlands India mitsgaders Gou„ verneur en Directeur, der Custe mallabaar Cannara en wingur„ la, ontf: den 7:' april 1774: Naar de afkomst van het Leeger van den Nabab ader Alichan op Calicoet, ontfingen wij vâ 2: keeren olas, van den moor Aijdroos Coettij van Chawacat„ tij, behelsende, dat wij eenig geld en een Eliphant aan den nabab zoude besorgen gelijk wij sulx aan den resident van Cranganoor bekent gemaakt hebben, om daar kennisse van aan uwEd: Groot agtb: te geven, 't geen hij niet gemanqueert had te „doen, Den 29 maart zijn alhier gekomen, twee pattareesen 9: sipaijs, en 4: mooren mede brengende een brieff van Chiandra raijer, en een ola van aijde„ roos Coettij, onder het formeeren van een Eijsch van 10'0000 Ropias en een Eliphant, en het aanseg„ gen van het arrest op ons persoon gelijk wij zulx aan Den 7: April In de stad Cochim aan den resident bekent gemaakt dog daar op geen voldoenend antwoord bekomen hebben, Jn houde tijden heeft de EComp: ons altijd Gepr te geert, en toen het leger van den nabab bevoorens in het Iaar 1766 op Calicoet quam schreef Canjon oissa van Chawacattij een ola aan ons en deed een Eijsch van eenige Contanten, en een Eliphant wij Gaven daar kennisse van aan den toenmali„ gen Ed: heer Commandeur, die daar over een brieff schreef, en die pretentie te niet deed; wij versoe„ ken dat uw Ed: groot agtb: de goedheijd gelieve te hebben zodanige maat regels te nemen, dat dese geformeerde pretentie mag werden opgehouden en gecesseert; en naar den 12: Courant sullen wij persoonelijke in de stad komen, om met uwEd: groot agtb: te spreeken, op soodanigen dag als uw Ed: groot agtb: sal gelieven te bepalen get: bij zijn ho=t /:onderstond:/ voor de translatie Cochim dato als boven was Getekent S: v: Songeren geswoore translateur _=o 11: _=o Maandag omtrent 10 uuren 's morgens quamen binnen dese steede de ordinaire Ragiadoors van den Ho A=o 17745

NL-HaNA_1.04.02_10402_0153 view scan ↗

English

The 11th of April In the City of Cochim Anno 1774 the King of Cochim, namely Narana Menon and Coenja Menori, and after they had paid their respects on behalf of their master and the Paliath Achan, they said to His Right Honorable that His Right Honorable would hear of the measures that His Highness had taken with regard to the Nabab Aijder Alichan, and would therefore kindly approve that arrangement; and if His Highness should have taken any missteps in that regard, that His Right Honorable might correct him and guide him on the right path. His Right Honorable, having heard all this, replied that on their return to their master they could offer a reciprocal compliment on behalf of His Right Honorable and tell His Highness that His Right Honorable hoped that everything His Highness had done might produce good effects; but as far as the missteps were concerned, His Right Honorable must state that among the Dutch there was a proverb that when one first considers well before beginning a matter, one will never have reason to repent of missteps. With this, they went outside again. The The 11th of April In the City of Cochim. 1774 Today, a Tamil letter written by the commander of the Nabab Hader Alichan, named Sandra Raijer, to the King of Cranganoor was translated here, of the following content. Translation of a Tamil letter written by the commander of the Nabab Haijder Alichan, named Sandra Raijer, to the King of Cranganoor, received here the 11th of April, Anno 1774. After the customary compliments: Thank God, I am reasonably healthy, and long to know whether Your Highness is also well. Everything Your Highness made known to me through Aijderoos Coettij, I have understood well. It is four months ago that the Nabab took possession of the lands of Calicoet, but Your Highness has not been here in all that time and has not communicated concerning your country's affairs, the reason for which I do not know. The last time when the Nabab came here, The 11th of April In the City of Cochim. Anno 1774 14. Your Highness agreed to give one lakh of rupees and one elephant, so that the friendship on both sides may be lasting, and Your Highness may govern and rule his small kingdom in peace and tranquility; which I heartily wish for. And when Your Highness comes here and speaks with me, I shall arrange all matters according to your wish. Renga will make the rest known to Your Highness orally. If there is anything here that may be of service to Your Highness, please let me know. Below the translation stood: Cochim, date as above, was signed S. v. Tongeren, Sworn Translator. On Friday, a draft ola written to the commander of the Nabab Rijder Alichan, named Sandra Raijer, by the King of Cranganoor was brought here, as appears below. Draft ola written to the commander of the Nabab Aijder Alichan, named Sandra Raijer, by the King of Cranganoor and received here the 14th of April 1774: Your Honor's letter and that of Aijdroos Coettij were brought here by two The 14th of April In the city of Cochim Anno 1774 two Pattarees, 4 sepoys, and 4 Moors, stating that I should send a lakh of rupees and 1 elephant to Your Honor, to which end they have kept me under arrest and inflicted many pains upon me. I have neither money nor an elephant to send to Your Honor. This is a free place of the idol Sricoeroemba, standing under the protection of the Honorable Company and extending no further than 2 to 3 miles of land, and I rule the land according to the oracle of that idol. I can barely cover my expenses from it. I must suffer great want and am not in a position to defray the expenses of the 10 persons whom Your Honor has sent. Upon inquiry Your Honor will certainly learn the state of my misery. I have a few lands outside the kingdom, from which so many dues were previously paid upon the approach of the army, and now dues are again demanded from them, which I cannot fail to raise. In former times, when Moeradani Chak sent troops here, I wrote and made known my condition, and thereupon the troops were immediately The 14th of April In the city of Cochim. Anno 1774 recalled. It cannot be unknown to Your Honor how matters stand here, therefore I request Your Honor to recall the people who were sent here and not to cause me any further troubles. The bearer of this will relate to Your Honor orally in what sad circumstances I find myself. Furthermore, His Right Honorable wrote an ola to the King of Cranganoor, making known that Resident Lucas would confer further with His Highness, on account of which the personal meeting remained postponed for the present; see the draft below. Draft ola written by the Right Honorable Mr. Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Wingurla, to the King of Cranganoor, the 14th of April 1774. To me

Dutch transcription

111. Den 11. April In de Stad Cochim Ao. 1774 den Ko: van Cochim, met name Narana menon; in Coenja menori; en naar dat zij het Compliment van wegens hunne meester, en den Paljetter gemaakt hadde, seijden zij aan zijn wel Ed: groot agtb: dat de maat regulen die zijn ho=t genomen hadde ten op zigte van den nabab aijder alichan zijnde welEd: groot agtb: sal gehoort, en dierhalven die schikking wel soude willen goed keuren, en soo zijn ho=t daar omtrent eenige quaade stappen mogte gedaan hebben, dat zijn wel Ed groot agtb: hem daer over mogte Corrigeeren, en op den regten wegleijden, zijn wel Ed groot agtb: dit alles aangehoort hebbende, diende daar op dat zij een Contra Compliment met hun„ te rug komst bij hun meester wegens zijn wel Ed: groot agtb: konde doen, en aan zijn ho=t zeggen dat zijn welEd groot agtb verhoopte dat alles wat zijn ho=t gedaan had van goede effecten mogten zijn; dog wat de quaade stappen aangat zijn welEd: groot agtb: betuijgen moet dat onder de hollan„ „ders een spreekwoord was dat wanneer men eerst wel versent eer men een zaak begint, men nooijt reeden zal hebben over quaade stappen te bevou„ wen, hier mede gingen zij weder na buijten. Den Den 11:e April In de Stad Cochim. 1774 Heeden is alhier overgeset een Tamoelse brieff door den veld hier van den Nabab hader alichan in na¬ me sandra Raijea gesz: aan den Ho: van Crangenoor„ van de volgende Jnhoud. Translaat Tarnoelse brief door den veld heer van den nabab haij„ der Alichan gen=t Saudra Raijva gesz: aan den ho: van Cranganoor alhier ontf: den 11: april, anno 1774. Naar de gewoonelijke Complimenten: Ik den god Zijdank redelijk gesond, en verlange te mo„ gen weeten off uhot ook welvaarende is, alle het gee¬ ne uho=t door aijderoos Coettij mij heeft laten weeten, heb ik wel begreepen het is vier maanden geleeden dat den nabab possessie genomen heeft van de lan den van Calicoet, maar uho=t is in al die tijd hier niet geweest en heeft over zijne lands zaaken niet laten onderhouden, waar van de reede ik niet weeten mag, de laatste maal toen den nabab hier quam heeft 113 Den 11 April In de Stad Cochim. Ao. 1774 14. heeft uho=t aangenomen een lak rop: en een Eli„ phant te geven, op dat de vrindsz: van weerskanten bestendig zijn, en uho=t met rust en vreede desselfs klen rijk regeeren en bestieren mag; het geen ik van har„ „ten toewensche, en wanneer uho=t hier komt, en met mij spreekt zal ik alle de zaken na wensch beschikken, het overige zal Renga uho=t monde„ ling bekent maken, hier iets van uho=t dienst zijn„ de gelieve mij te laten weeten /:onderstond voor de translatie Cochim dato als boven was getekent S: v: Tongeren geswoore Translateur. — ==o Vrijdag wierd hier aangebragt een Concept ola aan den veld hier van den Nabab Rijder alichan, in na„ me sandra Raijer door den ko: van Cranganoor gesz: als hier onder Consteert. Conceptola gesz: aan den veld hier van den nabab Aijder Alichan in name Sandra Raijer door den ko: van Cranganoor en alhier ontf: den 14:' april 1774:~ uw Ed brieff en die van aijdroos Coettij hebben twee Den 14. April In de stad Cochim Ao. 17740 twee pattareesen 4. sippaijs; en 4: mooren hier gebragt Jnhoudende dat ik een lath Ropiasen 1: Eliphant aan uEd zoude toeschikken, ten welken fine zij mij in arrest gehouden en veele smerten toe ge„ bragt hebben, Jk heb geen Geld nog Eliphant om aan uEd toe te sinden dit is een vrije plaats van den afgod sricoeroemba staande onder de protectie van de EComp: en strekkend zig niet verre als 2. â 3 mijlen lands, en ik gebied het land naar het orakel van dien afgod, mijn onkosten kan ik ten nauwer nood daar uijt halen Jk moet groot gebrek lijden en den niet in stadt de guastus van de 10 persoonen die uwEd gesonden heeft tegeven uEd zal bij ondersoek wel te weeten krijgen; de ge„ steldheijd van mijne miscrie ik heb wijnige lande„ rijen buijten het rijk daar van zijn bevoorens met de aannadering van het leger zoo veel gereg„ tigheijd betaald, en nu word er alweder daar gereg„ ligheijd van afgesordert het geen ik niet marcqueeren kan op te brengen in voorige tijd toen moeradani Chak hier volk sond heb ik mijne gesteldheijd. gesz: en bekent gemaakt en daar op is het volk ten eers„ ten 115 Den 14. April In de stad Cochim. A=o 1774 ten terug geroepen, uld kan niet onbekent zijn hol„ danig het hier gesteld is daarom versoeke uw Ed: het volk dat hier gesonden is te laaten roepen en mij geen onigemakken verder toe te brengen, brenger deses sal uldmondeling verhalen in wat voordroe„ rige omstandigheeden ik mij bevinde Wijders schreef zijn wel Ed: groot agtb: een ola aan den ko: van Cranganoor bekent makende, dat den Resident Lucas zijn ho=t nader zoude on„ derhouden waarom de personeele ontmoeting voor eerst nog uijtdgesteld bleef; vide het Concept hier beneden Concept ola door den wel Ed Groot agtb: heer Adriaan Moens Raad extra' ordinair van nederlands Jndia mitsga„ ders Gouverneur en Directeur der Custe mallabaar Canara en wingurla, aan den ko: van Cranganoor gesz: den 14. april 1774. Mij N76

NL-HaNA_1.04.02_10402_0158 view scan ↗

English

The 14th of April In the city of Cochim. Year 1774 There has been delivered to me the ola in which Your Highness informs me regarding a letter written to Your Highness by the army commander of the Nabob Ayder Alichan. The Resident Lucas has already conferred with Your Highness regarding this matter and will now confer further with Your Highness about it, and at the same time make known why the personal meeting remains for the time being postponed. May God preserve Your Highness. Below stood: translated thus into Malabar by me, Cochim, date as above, was signed: S. V. Tongeren, Sworn Translator. Shortly thereafter, His Honorable Grand Respectable received an ola from the Paliath Achan concerning the arrival of the Nabob at Cottatte, and stating that he was very much occupied with an embassy thither, to be read more fully below. Translation of an ola written by the Paliath Achan to the Honorable Grand Respectable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Dutch India as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Canara and Vengurla, received the 19th of April 1774. David 117 The 19th of April In the City of Cochim. Year 1774 David Rabbi wrote me a letter and made known that Your Honorable Grand Respectable had a matter to discuss with me, and that I should therefore come to the city immediately. I hear that the Nabob has arrived at Cottatte, and I have received written orders that I should send a Regidor from here to the Nabob with a portion of the promised cash, and an elephant. I am at present very occupied with that embassy, and cannot well absent myself from here. The Nabob has come in person with a large force to Cottatte, and I receive written communications two to three times every day about these and other matters, and I must arrange the answers thereto immediately; therefore I cannot break away from here. The news that I have received from Calicut I am now sending to David for the consideration of Your Honorable Grand Respectable. My business is extensive, as Your Honorable Grand Respectable can well understand; but if Your Honorable Grand Respectable has anything particular to tell me, please tell it to David and send him over here for a quick trip, with whom I shall speak The 14th of April In the city of Cochim. Year 1774 No. 22. speak about it and give the required answer. I am sorry that I cannot leave here on account of my business, and I request that Your Honorable Grand Respectable please send David here. Signed by the Paliath Achan. Below stood for the translation: Cochim, date as above, was signed: S. v. Tongeren, Sworn Translator. Friday, an ola was brought here from Cranganore from the King of Cranganore, addressed to the resident there and the tree-counter Stolzenberg, requesting to have the lands of which an investigation was made, as appears below. Translation of an ola written by the King of Cranganore to the resident of Cranganore and the tree-counter Stolzenberg, received the 22nd of April 1774. After the investigation of the matter concerning the lands in question, the same have not been handed over to us to lease out to others; for now is the 519. Cochim The 22nd of April In the city time that the lands must be leased out. Therefore we request you to give notice thereof to the Honorable Grand Respectable Lord Governor and to request orders to give those lands to us, in order that we may lease them out. Signed by the King of Cranganore. Below stood for the translation: Cochim, date as above, was signed: S. v. Tongeren, Sworn Translator. No. 27. Wednesday, an ola written by the Paliath Achan to the King of Cranganore was brought here, which, having been translated, was found to be of the following content: Translation of an ola written by the Paliath Achan to the King of Cranganore, received here the 27th of April 1774: My master the King of Cochim has received a letter from the Nabob Hyder Alichan containing that the King and princes, as well as the queens and princesses, of the Zamorin are on the march toward the southern lands, and should those princes obtain passage through our lands, it would become very troublesome for us, Year 1774. The 27th of April In the City of Cochim Year 1774 us, and that to prevent this we should place men and guards everywhere in our lands. I hear from all sides that those princes intend to undertake the journey this way; therefore I have placed guards everywhere to prevent this. May Your Highness also issue such orders that they can obtain no passage through Cranganore nor the Sandy Land; for otherwise one shall have to undergo great troubles. Therefore I send this forewarning to Your Highness. Below stood for the translation: Cochim, date as above, was signed: S. V. Tongeren, Sworn Translator. No. 28. Thursday, a Portuguese letter was sent here from Cranganore from the field commander of the Nabob Ayder Alichan, named Chandra Rao, written to the Resident there, containing principally concerning the matter of the King of Cranganore as appears below. Translation of a Portuguese letter written by Chandra Rao to the Resident of Cranganore, received the

Dutch transcription

Den 14 April In de stad Cochim. A=o 17749 Mij is besteld de ola waar bij uho=t mij kennisse geerd wegens een brief door het leger hoofd van den nabab aijder alichan aan uho=t gesz: De Resident Lucas heeft uhot. reeds desen aangaande onderhouden en zal uho=t nu nog nader derwegens onderhouden, en teffens te kennen geven waarom de personeele ontmoetinge voor eerste nog uijt gesteld blijft, god bew: uho=t onderstond soodanig door mij in het mallabaars overgeset Cochim dato als boven was getk: S: V: Torigeren geswoore Translateur kort daar op ontfing zijn welEd: groot agtb: een ola van den Paljetter behelsende het arrivement van den nabab op Cottatlo, en dat hij seer veel geoccupeerd was, met een besending naar derwaarts, breeder hier onder te leesen. Translaat ola door den Paljet„ ter gesz: aan den welEd Groot agtb: heer Adriaan Moent, Raad extra ordinair van nederlands India mitsgaders Gouverneur en Directeur der Custe mallabaar Cannara en wingurla ontf: den 19: april 1774. David 117 Den 19. April In de Stad Cochim. A=o. 1774 David Rabbij heeft mij een brieff gesz:, en bekent gemaakt dat uw Ed: groot agtb: een zaak met mij te spreeken had, en dat ik daarom ten eersten in de stad zoude komen; ik hoore dat den nabab op Cottatte is gearriveert en ik heb aanschrijvens ontf: dat ik een Ragiadoor van hier na de nabab soude moeten senden met een gedeelte van de be„ loofde Contanten, en een Eliphant, ik ben tegen„ woordig seer g'occupeerd met die besending, en kan niet wel van hier vaceeren, Den nabab is in perzoon met een groote magt op Cottatta gekomen, en ik krijg alle dagen 2. â 3: malen aanschrijvens over desen en geene zaken en dienie 't antw: daar op ten eersten te besorgen, daar„ om kans ik van hier niet afbreeken, de nouwelles die ik van Callicoet gekreegen heb,sende ik thans aan david tot speculatie van uwelEd: groot agtb: mijne besigheeden zijn groot gelijk uw Ed groot agtb: selfs begrijpen kan, dog zoo uw Ed groot agtb: mij iets bijsonders te zeggen heeft, gelieve zulx aan david te zeggen en den selven dit heen voor een springtogt te senden, met wien ik daar over spreeken Den 14: April In de stad Cochim.- A=o 17749 _=o 22. spreeken en het verEeijsht antw: geven zal het spijt mij dat ik van hier niet gaan kan, om de wille van mijne besigheeden en versoeke dat uw EEd: groot ugtb: David dit heen gelieve te senden, ge= bij den Paljetter onderstond voor de translatie Cochim dato als boven was getekend S: v: Son„ geven geswoore translatier Vrijdag is alhier van Cranganoor aangebragt een ola van den ko: van Cranganoor, gerigt aan den resident aldaar, en den boomteller stolsenberg, versoekende om de landerijen te mogen hebben waar van onder„ soek gedaen is als hier onder blijkt Translaat ola door ko: van Cranga noor gesz: aan den resident van Cranganoor, en den boom„ teller Stolsenberg gesz: ontf: den 22:' april 1774. Naar het ondersoek van de Zaak over de Landerijen in questij zijn, deselve aan ons niet overgegeven om aan andere in pagt te geven. want nu is de 519. Cochim Den 22 April In de stad tijd dat de landerijen moeten verpagt worden, der„ „halven versoeken ul=t daer kennisse van aan den welEd groot agtb: heer Gouverneur te geven en ordre te ver¬ soeken om die landerijen aan ons te geven, ten eijnde wij deselve in pagt mogen uijt geven getv: bij den Ho: van Cranganoor onderstond voor de translatie Cochim dato als boven was getekent S: v: Tongeren geswoore translateur: _=o 27. _=o Woensdag is alhier aangebragt een ola door den Pal„ jetter aan den ko: van Cranganoor gesz:, dewelke overgeset Zijnde, bevond men te zijn van de volgende Jnhoud als. Translaat ola door den Paljetter gesz: aan den ho: van Cranganoor al„ hier ontf: den 27: april 1774: Mijn meester den Ho: van Cochim heeft een brief van den nabab Hijder alichan ontfangen Jnhouden„ „de dat de ko: en princen, mitsgad=s koning enne en princessen, van sammorijn op de togt zijn naar de Zuijdse landen, en wanneer die vorsten passagie door onse landen mogten verkrijgen, het voor ons e Ao 1774. Den 27e: April In de Stad Cochim A=o. 17774 ons heel beswaarlijke zoude vallen, en dat wij tot dies verhindering in onse lande over al volk, en wagters zoude stellen Jk hoore van alle kanten dat die vorsten de reijse dit hien van voornemens zijn te ondernemen, daarom heb ik over al wag„ ters gesteld om zulx te beletten u ho=t gelieve ook zoodanige ordres te stellen dat zij door Cran„ janoor nog het zandigland geen passagie konnen te krijgen want/ anders zal men groote onge„ makken moeten ondergan, daarom sende ik dese preadvertentie aan uhot. onderstond voor de translatie Cochim dato als boven was getekend: V: Jongeren Geswoore translateur _=o 28. _=o Donderdag wierd van Cranganoor dit heen Ge„ sonden een Portugeese brief van den veld heer van den nabab ayder alichan, met name Chander Raijer aan den Resident aldaar gesz: Jnhou„ dende ten principalen over de Zaak van den Ho: van Cranganoor als hier onder blijkt. Translaat portugeese brieff door Chandra Raijer gesz: aan den Pie sident van Cranganoor ontf: den

NL-HaNA_1.04.02_10402_0163 view scan ↗

English

121 The 28 April In the city of Cochim I have received your Honour's letter with esteem, and all the more so because your Honour is in good health and communicates his friendship. I am obliged to answer your Honour regarding the contents of your Honour's letter concerning what your Honour proposes to me regarding the King of Cranganoor. There is no doubt that I had sent some men to that Highness to pay to the Lord Nabab the tributes, just as the Highness of Cochim and others have paid, as I have no order from the said Lord to excuse him from that tribute. In this case, if the said King is protected by the Dutch Company, he must present his reasons to the aforementioned Lord Nabab. I cannot cease my diligence unless other orders contrary to those I have are shown to me, as I cannot fail to carry out what the said Lord has ordered me. Having now seen what your Honour writes to me, I shall make this known to the Lord Nabab, and the Dutch Company could do likewise, for I do not seek the 28 April 1774. to break and Anno 1774 The 28 April In the city of Cochim to break the good friendship that is maintained between the Lord Nabab and the Dutch Company. Concerning what your Honour says that the men I had sent had crossed over armed into the districts of the Dutch Company, I will assume that it was so, but I cannot believe that they would have committed the least hostilities against the Dutch Company, nor can I understand that there should be any difficulty in crossing through there in consideration of the friendship between the Dutch Company and the Lord Nabab, as your Honour comes to write. Thus I have to declare to your Honour that I remain with true respect, your Honour's friend, signed Chandra Raijer, in the margin Calicoet the 22 April 1774; below stood for the translation, Cochim, date as above, was signed S. v. Tongeren, sworn translator. Anno 3 May, Tuesday morning, the Regiadors of the King of Cochim, named Narana Menon and Coenje Menon, came again within this city and paid their respects to the Right Honourable Anno 1774 123. The 3 May In the city of Cochim. Anno 1774 and having paid their respects, stated that the King was very pleased thereat, and that they had today received an ola from their master with charge and order that they should come to the Right Honourable and speak concerning a vessel that was stranded on Baijpin in order to know whether His Highness had any right to it. The Right Honourable hearing that, showed himself very displeased thereat, answering that this was another attempt, asking how they could come to the Right Honourable with such a question, when they well knew that the said vessel had come from Tutucorijn, belonging to the Company's subjects and carrying the Company's flags and passes, to which the King had not the least right, just as was recently demonstrated to His Highness by a similar example of the vessel of Anthoni de Croes, and that it was not pleasant for the Right Honourable to constantly experience such secret encroachments from His Highness. The Regiadors, having heard all this, sought to give their words another meaning, but that being of no avail, they very humbly requested The 3 May In the city of Cochim Anno 1774 pardon, with the promise to be more cautious in the future, and herewith they departed outside. Anno 4, Wednesday, the Right Honourable dispatched a letter in the Tamil language to the Nabab Aijder Alichan, as appears here below. Draft of a Tamil letter by the Right Honourable Adrian Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, to the Nabab Aijder Alichan of Cannara and Wingurla, written the 9 May anno 1774. When Your Excellency's commander recently punished the Samorin, who was already conquered by Your Excellency in anno 1766, on account of his disobedience, and Your Excellency subsequently also drove away his remaining enemies, we firmly thought that Your Excellency would afterwards have come in person to Callicut, 125 Cochim The 9 May In the city Anno 1774. as in the year 1766, which we would gladly have seen, because we would then also have complimented Your Excellency, just as at that time, and conversed about some matters, which we must now postpone until the opportunity thereto presents itself. However, we meanwhile congratulate Your Excellency hereby on his latest victories over Your Excellency's further enemies, in the hope that Your Excellency's arms may always be accompanied by continuous victories. Yet, since something recently occurred here regarding a vassal of the Company, and we must conclude, from the assurances that Your Excellency gave in anno 1766 of his good affection and goodwill towards the Dutch, that this occurred outside Your Excellency's direct orders or through a misunderstanding of Your Excellency's servants, we have deemed it necessary to elucidate Your Excellency regarding this, all the more so as the Resident of Cranganoor, who has also written about it to Your Excellency's commander, possibly that

Dutch transcription

121 Den 28 April In de stad Cochirve Ik heb uwEd brief ontfangen met Extim en destermeer om dat uw Ed: zig in een Goede Gesondheijd bevind, en zijne vrindsz: Communiceert. Ik den verpligt uwEd te antwoorden den Jnhoud. van uEd brieff belangende het geen uEd mij voor„ slaat, wegens den ko: van Cranganoor daar is Geen twijf: „fel dat ik eenig volk bij die ho: gesonden had, om aan den heer nabab te betalen de tributen, soo als den Ho: van Cochim en andere betaald hebben, alsoo ik geen ordre van gem: heer hebbe om hem van die tribuit te Excuseeren, in dit Geval wanneer gd=te koning van de hollandse Comp: geprotegeert werd moet hij aan voorm: heer nabab zijne reedenen pre„ „senteeren, ik kan, met mijne dilligentie niet op houden, off men moet mij andere ordre verthoonen Contrarie die ik hebbe, alsoo ik niet nalaten kan ter uijtvoering te brengen 't geen mij gem: heer geordoneert heeft, en thans gezien hebbende 't geen uEd mij schrijft zal ik daar kennisse van, aande hier nabab geven en de hollandse Comp: konde zulx ook doen, want ik betragte niet den 28: april 1774. te breeken en A=o 1774 Den 28 April In de stad Cochim te breeken de goede vrindsz: die geconserveerd werd, tus¬ efen de heer nababende hollandse Comp: wat be„ treft 't geen uEd zegt dat het volk dat ik geson„ den had met wapens soude overgekomen zijnde en de districten van de hollandse Comp:, wil ik wel voor onderstellen dat zoodanig was, maer ik kan niet gelooven dat zij de minste hogtili„ teijten aan de hollandse Comp: soude gepleegt heb„ ben en ik kan ook niet begrijpen dat er eenige swaarigheijd zoude zijn om daar over te gaan uijt aanmerking van de vrindsz: tussen de holland„ se Comp: en de heer nabab zoo als uEd: komt te schrijven, dus heb ik de heere uwEd te betuijgen dat ik met ware agting blijve uEd vrind get: Chandra Raijer in margine Calicoet den 22: april 1774: onderstond voor de translatie Cochim dato als boven was geteken s: v: Tongeren ge„ swoore translateur _=o 3: Meij Dingsdag smorgens quamen de Ragia„ doors van den koning van Cochim met name narana menon en Coenje menon, weder binnen dese steede en maakten zijn wel Ed groot Ao. 1774 123. Den 3: Meij In de stad Cochim. Ao 1774 groot agtb: afgelegt hebbende den ko: daar over seer verblijd was, en dat zij heeden een ola van hun meester ontfangen hadde met last en ordre dat zij bij zijn wel Ed groot agtb zoude komen en spree¬ ken over een vaartuijg dat op baijpin gestrand was om te mogen weeten off zijn ho=t daar eenig regt op had, zijn wel Ed groot agtb: dat hoorende hield zig daar over zeer te onvreeden antwoordende dat weder een tentamen was vragende hoe dat zij met soodanig een vrage bij zijn wel Ed groot agtb: konde komen daar zij wel wisten dat gem: vaartuijg van tutucorijn was gekomen toebehoorende sComp: onderdanen en voerende 's Comp: vlaggen en Pasce, waar op den koning geen het minst regt had gelijk zulx onlangs aan zijn ho=t ge„ demonstreert is bij een diergelijk voorbeld van het vaartuijg van anthoni de Croes en dat het zijn welEd: groot agtb: niet aangenaam was te lekens te moeten onder vinden sulke heijmelijke onderkruijpingen van sijn ho=t de Ragiadoors dit alles aangehoort hebbende sogten hare woorden een ander sin te geven maar zulx niet konnende helpen versogten zij seer de„ moedigt Den 3: Meij In de stad Cochim Ao. 1774 moedigt Excus met belofte van in den aan„ stande voorzigtiger te zijn en hier mede ver„ trokken zij na buijten. - _=o 4: _=o Woensdag vaardigde zijn wel Ed groot agtb: af een brieff in de tamoelse tale aan den nabab aijder alichan als hier onder blijkt. Concept Tamoelse brieff door den welEd: groot agtb: heer Adri„ aan Moens Raad- extra or„ dinair van nederlands Jndia mitsgaders Gouverneur en Directeur der Custe mallabaar „aan den Nabab Aijder Alichan Cannara en wingurla gesz: den 9: meij anno 1774. Toen uw Exellenties veldoverste den sammo¬ rijn die a=o 1766: reeds door uw Exelentie overwon„ „nen is, onlangs wegens desselfs ongehoorsamheijd gestraft en uw Exetl: vervolgens desselfs overige vijanden ook verdreeven heeft, dagten wij vast, dat uw Exell: daar na in persoon op Callicut Zou„ de 125 Cochim Den 9: Meij In de stad A=o 1774. „de gekomen zijn, gelijk in het Jaar 1766 het geen wij gaerne gesien hadden om dat wij dan uw Exel„ lentie: ook even als te dier tijd zouden hebben la„ „ten Complimenteeren en over eenige zaken onderhouden 't geen wij nu moeten uijtstellen tot dat zig daer toe de gelegentheijd zal op doen, egter feliciteeren wij uw Exebl: intussen bij desen met desselfs Iongste overwinnige op uw Exell: ver„ „dere vijanden in hoop dat uw Exelt: wapenen al„ „toos met geduurigen overwinnigen mogen ver„ „seld gaen. - Dog dewijl er onlangs hier iets geschied is omtrent een rasal van de Comp: en wij uijt de verseekeringe die uw Exell: a=o 1766 van desselfs goede genegent„ heijd en welmenentheijd omtrent de hollanders gedaan heeft, besluijten moeten dat zulks ge„ „schiede is op buijten uw Exelentie die reet ordre of door misverstand van uw Exell: bedien„ „dens, zoo hebben wij nodig g'ordeelt uw Exelt: daeromtrent te Elucideeren te meer de Resi¬ „dent van Cranganoor die den uw Excell: veld overste ook daar over gesch:. heeft, mogelijk die

NL-HaNA_1.04.02_10402_0168 view scan ↗

English

May 4 In the city of Cochim Ao. 1774 will not have presented that matter clearly enough. We are actually referring to the little kingdom of Cranganoor, a petty prince who only bears the title of king, but is not sovereign, rather having been a subject of the Dutch Company ever since the year 1717, though only with respect to his little realm at Cranganoor, situated sufficiently beneath our fortress there and extending scarcely 1 1/2 hours in length and breadth. From this little king, Your Excellency's army commander has demanded a considerable contribution, and to collect the same has sent armed men through the Company's lands to the court of Cranganoor. Through the resident of our fortress of Cranganoor we indeed made known to Your Excellency's aforementioned army commander how matters stand with the petty king of Cranganoor, and that ever since the year 1717 he has had nothing in common with the Zamorin realm, whereby that prince was placed directly under the Dutch Company by a legitimate peace treaty, and that this petty king could therefore not be subjected to any contribution with respect to the Cranganoor realm; but that as regards the lands which this petty prince might possess in the Zamorin district, we have already given him to understand that he must come to an agreement with Your Excellency's ministers on that account, in the understanding that the contribution was also demanded on account of the lands in the Zamorin district and not with respect to the Cranganoor realm. However, Your Excellency's army commander answered our aforementioned resident that he has no order from Your Excellency to exempt the little king of Cranganoor from contribution, without however saying positively that he has orders from Your Excellency to burden this petty king with contribution with respect to the Cranganoor realm, but that he, the army commander, would write to Your Excellency about it; and as for sending armed men over and into the Company's lands, that he does not think there is anything improper in that, in view of the friendship between Your Excellency and the Dutch Company. Your Excellency, who is a wise prince, surely knows better that sending armed men indeed has a place in the land of enemies, but not in the land of friends, just as we, as friends of Your Excellency, for that reason have also not involved ourselves with the Zamorin nor paid heed to his applications ever since Your Excellency had him driven out again for his disobedience; so that we remain assured that all of this occurred through a misunderstanding and without Your Excellency's order, and therefore give Your Excellency notice of this herewith, with the request and confidence that Your Excellency will now be pleased to issue the necessary orders that the claimed pretension, namely on the Cranganoor realm, shall cease and that no armed men shall any longer be sent into our lands. The friendship will hereby remain sincere and enduring, to which we on our part have contributed everything, and will also show further proof thereof if there should be anything here for Your Excellency's service and you would be pleased to charge us with it. Furthermore, we wish that Your Excellency's days of life may be multiplied and blessed with prosperity, honor, and wealth. And so that this letter might not go missing but reach Your Excellency's hands, we have sent the same to the aforesaid army commander in order to deliver it securely to the place where Your Excellency may be found. Underneath stood: Thus translated by me into Malabar, Cochim, date as above. Was signed: S. V. Tongeren, sworn translator. May 5, Thursday. By order of the Right Honorable, an ola was written by the first interpreter van Tongeren to the Sarvadhikariakar Coemara Poela concerning a certain theft committed in the warehouse of the Company's merchant Nanoe Chettij at Colletje, to be read more fully below. Draft ola by order of the Right Honorable Mr. Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies and Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Vingurla, written by the first interpreter to the Sarvadhikariakar Coemara Poela, May 5, 1774. The Right Honorable has received complaints here that the factors of the Honorable Company's merchant Nanoe Chettij at Colletje, having realized cash for the trade goods sent from here, had locked that cash in a chest and kept it in the rented warehouse; and that thieves came there by night, broke into the aforementioned warehouse, forced open the chest, and stole and carried off that cash, consisting of all kinds of specie to the amount of 1500 rupees; which the servants of the aforementioned Nanoe Chettij noticing, they went to give notice thereof to the regidor of Colletje, who immediately had the thieves arrested and subsequently took their confession, whereupon it became evident that they had made themselves guilty of that theft; thus the servants of the aforementioned Nanoe Chettij did

Dutch transcription

Den 4: Meij In de stad Cochim die zaek niet duijdelijk genoet zal hebben opgegeeven. — Wij doelen eijgentlyk op het koningse van Cranganoor een vorstje die maer den Titul van ko: voert dog niet souveram maer al„ 't Zeedert den Jaare 177 een onderhoorige van de hollandse Comp: is, dog alleen met opzigt tot zijn rijkje te Cranganoor genoeg„ zaem geleegen onder onse fortresse aldaar, en meer 1: ½ uuren langen breed van dit koningje heeft, uw Exell: leger hoofd begeerd, een aen merki„ lijke Contributie en om deselve op te halen gewapende volkeren door 's Comp=s landen aen het hof van Cranganoor gesonden, wij hebben wel door den resident van onse fortresse Changanoor aen voorm: uw Exell: leger hoofd laten weeten hoe het met het Cranganoorse koningse geleeden is, en dat hij al zeedert a=o 1717: niets gemeens meer heeft met het sammorijnse rijk waer door die vorst bij een wettig vriedens tractaat direct on„ der de hollandse Comp: is gesteld, en dat dit koningje derhalven geen Contubutie kon sub„ ject gemaakt werden, ten opsigte van het Cran„ ganoorse Ao. 1774 127. Den 4 Meij In de Stad Cochim Ao. 1774 ganoorse rijkse maer dat wat aen belangt de lan„ „den die dit vorstje in het Sammorijnse district mogt besitten wij denselven reeds hebben te verstaen gegeven dat hij zig derwegens met uwErd„ lentie ministers moest verstaen, in begrip dat ook de Contributie uijt hoofde van de landen in het sammorijnse district en niet ten op„ sigte van het Cranganoorse rijkje wierden g' eijscht, dog uw Exelt: veldoverste heeft daer op, ain voorm: resident geantw: dat hij geen ordre van uw Exell: heeft om 't koningje van Oranga„ noor van Contrabutie te libereenen Zonder egter positief te seggen dat hij ordre van uw Exeell:. heeft om dit koningje ten opzigte van het Cranga„ noorse rijkje met Contrabutie te belasten, dat hij leeger hoofd Egter daer over aen uw Exelentie soude schrijven, en wat aengaat het zenden van gewapende volkeren over en in 's Comp: landen dat hij niet denkt dat daer iets ongereijmds in steekt uit aenmerkinge van de vrindschap tusschen uwErett: ende Holland„ se Comp: uw Exell: die Een verstandig vorst is, weet immers beter dat het zenden van gewapende Den 4: Meij In de stad Cochim Ao. 1774 gewapende volk wel plaats heeft in het land van onvrienden maer niet in het land van vrienden, gelijk wij als vrienden van uw Excell: ons daerom ook niet gemelleerd hebben met den samm: nog op zijne aenzoekinge agt gegee„ ven het zeedert uw Exell: hem voor zijn onge„ hoorsaemheijd weder heeft laten verdrijven; zoo dat wij ons verzeekert houden dat het een en ander door mis verstand en buijten uw Exell: ordre geschied is, en derhalven uwEzel„ lentie hier van bij desen kennisse geven met versoek en vertrouwen dat uw Excell: nu de noodige ordre zal gelieven te stellen dat de geformeerde pretentie te weeten op het Cran„ ganoorse rijkje Cesseeren en dat geene gewa„ pende volker en meer in onse landen werden gesonden de vrindschap zal hier door opregt en bestendig blijven waer toe wij van onse zijde al„ lis gecontribueert hebben, en daar van ook ma„ der blijken zullen toonen, indien hier iets van uw Excell: dienst mogt zijn en ons daer meede geliefde te belasten. Voorts wenschen wij dat uw Excell: levens dag 129. Den 9: Meij In de stad Cochim Ao 1774. degen vermeenigvuldigt en met voorspoed eere en rijkdom gesegend mogen werden: En op dat dese brieff niet mogt absent raken maer in uw Exetl: handen komen, zoo heb„ ben wij deselve aen voorsz leger hoofd geson„ den om de selve tog secuur te besorgen ter plaetse alwaar uw Exell: zig tog mogt bevin„ de onderstond sodanig door mij in het mallabaars overgetek Cochim dato als boven was getekent S: V: Tongeren gesw: translateur _=o 5 _=o Donderdag is ter ordre van Zijn wel Ed Groot agtb door den eerste tolk van Jongeren een ola gesz aan den sarwadiacariaren Coemara Poela over zeker diverije gepleegt en het Pakhuijs van 'sComp: koopman Nanoe Chettij te Colletje breeder hier beneden te leesen. ~ Concept ola ter ordre van den wel Ed Groot agtb: heer Adri„ aan Moens Raad extra ordi„ naer van nederlands Jndia misgaders Gouverneur en Di„ recteur Ao. 1774. Den 5: Meij In de stad Cochim. recteur der Custe mallabaar Cannara en wingurla door den Eerste tolk gesz: aan den sar„ wadiacariacaren Colmara Poela den 5 meij 1774 zijn wel Ed groot agtb: heeft hier klagten gekre„ gen, dat de makolaars van des EComp=s koop„ man nanoe Chettij op Colletje de van hier ge„ sondene negotie goederen te gelde gemaakt heb„ bende, die Contanten in een kist geslooten en in het gehuurt Pakhuijs bewaart hadde, en dat de dieven bij nagt aldaar zijn gekomen gem. Pakhuijs in gebrooken, de kust opengesla„ gen en die Contanten bestaande in alle vande spetien dog ten bedrage van 1500. rop=s gestoolen en weggebragt hadden, 't geen de dienaaren van gem: nanoe Chettij gewaar werdende, gin„ gen daar kennisse van geven aan den Ragi„ adoors van Colletje daar ten eersten de dieven. liet opvatten en vervolgens hunne Confes„ sie afnam als wanneer gebleeken is, dat zij zig schuldig gemaakt hadden, aan die die„ verije dus deeden de dienaaren van gem: nans Chettij e

NL-HaNA_1.04.02_10402_0173 view scan ↗

English

131. The 5th of May in the city of Cochim. Anno 1774. Chettij gave a report of this to the King of Trevancoor, who had promised him to have the stolen money restored, ordering his Highness's servants that they should put the thieves in irons and compel them to make restitution of the stolen cash, which has not happened up to now, notwithstanding that the aforementioned brokers had made their representations to the court several times on this account. Therefore your Honour is requested in the name of his Right Honourable Sir to do his utmost so that the aforementioned Nano Chettij comes to receive satisfaction of the aforesaid cash. God preserve your Honour. Below was written: Translated as such by me into the Malabar language. Cochim, date as above. Was signed: S. v. Tongeren, sworn translator. The 7th ditto, Saturday. His Right Honourable Sir received an ola from the King of Cochim accompanied by a copy of an ola from his Highness's Regidores at Inemaka, making known that the King Zamorin with his family and about 2000 The 7th of May in the city of Cochim. Anno 1774. 2000 Nairs has arrived via the road from Chawacattij at Poelicarro, see the translations below. Translation of an ola written by the King of Cochim to the Right Honourable Sir Adriaan Moens, Extraordinary Member of the Council of the Dutch Indies as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Cannara, and Wingerla, received the 7th of May 1774. By the ola written by the Paliath Achan to David Rabbi and by the copies of the olas that have arrived from the north, your Right Honourable Sir will have seen the state of affairs in that region. The Regidores of our fort at Inemaka have written to us that the King Zamorin with his family and about 2000 Nairs has arrived via the road from Chawacattij at Poelicarro, 133. the 7th of May in the city of Cochim. Anno 1774. and from there made his entrance into the Sandy Land. We have stationed in our districts about 4000 Nairs with the necessary Regidores from the mountains down to Tallapallij to keep a good watch so that the Zamorin should not pass. Now the Zamorin has come through his own land as far as Chawacattij, from where he betook himself to Poelicarro, and subsequently into the Sandy Land, after having first engaged in battle with the people of the Nabob at Chawacattij. For that reason we have received a written notice that 500 horsemen and some sepoys were about to come down. One may not overrun the land of another without consent in this manner, whether out of fear or otherwise. The Zamorin and his princes have committed violence against the people of the Nabob, and after that they came into the Sandy Land. If they were to remain there or depart from there, it will be very disadvantageous for the Honourable Company and for us. And so that the aforementioned Zamorin, being in the Sandy Land, might not escape by sea with vessels, may your Right Honourable Sir be pleased to write to the Residents of The 7th of May in the city of Cochim. Anno 1774. the Sandy Land and other necessary persons not to give them any vessels. Also, may your Right Honourable Sir be pleased to write an ola to the Zamorin and send a capable person to him to warn him that he must not leave by sea nor remain in the Sandy Land, but return again at the earliest. We request your Right Honourable Sir to use all means to make the Zamorin depart and go back. We have given orders to our servants to keep a good watch with 2 to 3000 Nairs at Innamaka and Tripperattij. The King of Trevancoor has sent orders to grant no free passage to the Zamorin and his princes, and upon arrival of the same, if they will not listen, just to shoot them in the head. Upon that order, the necessary guards have been stationed from Coeriapallij down to Nedoencotta. We have stationed a company of our Nairs at Palliporto to keep watch that they 11 135. the 7th of May in the city of Cochim. Anno 1774. might not come onto Baypin. The Zamorin and his princes are at present in the Sandy Land, and the horsemen and sepoys will follow them, therefore may your Right Honourable Sir be pleased not to let them remain there for a minute, otherwise great harm could arise from it, as your Right Honourable Sir well knows yourself. Therefore we request your Right Honourable Sir to send the necessary orders to all the Residents to prevent the passage of the Zamorin and his princes, and if there are not enough people there, we request your Right Honourable Sir to send some Lascars to the Sandy Land. Signed by his Highness. Translation of an ola written by Itti Regidores of Inemaka to the Paliath Achan, date aforesaid. The Zamorin with his princes has arrived at Chawacattij and subsequently at Poelicarro, from there they entered into the Sandy Land. At Pattoer they were stopped by 20 horsemen and a party of sepoys, where they broke through, and there 3 horsemen and 5 sepoys were killed. One hears The 7th of May in the city of Cochim. Anno 1774. that the Zamorin has about 3000 Nairs with him, but Christna Tambaan has not yet arrived up to now. When they came to Poelicarro they wanted to commit violence against the people of Chettua. The Moors procured vessels at Poelicarro and made rafts of them, and with those they crossed over and are at present staying at Paneancollangare. The third prince is at Wanmenatto with 2000 Nairs, and Christna Tambaan is coming down with 1000 Nairs. These are reports that I have received from Chettua. Below was written for the translation of the various matters: Cochim, date as above. Was signed: S. v. Tongeren, sworn translator. Shortly thereafter an ola was delivered here from the King of Cranganoor written to the Resident there, containing communication regarding the arrival of the Zamorin with his family and a party of people at the Court Poediacowil, as appears below. Translation of an ola by the King

Dutch transcription

131. Den 5: Meij In de stad Cochim. A=o 1774: Chettij daar rapport van aan den ko: van Tre„ vancoor, die haar beloofdt hadde het gestoolen geld te laten ristitueeren, gelastende aan zijn ho=t bediendens dat zij de dieven in de ketting klinken en Constringeeren soude tot de visti„ tutie van de gestoolene Contanten, het geen tot nog toe niet geschied is, niet tegenstande de makelaars voorm: dierweegen verscheijde ma„ „len hare representaties aan het hoff gedaan hadden dierhalven werd uw Ed uijt de naam van zijn wel Ed groot agtb: versogt desselfs beste te adhibeeren dat gemt nano Chettij voldoening van voorsz: Contanten komt te krijgen; god: bew: uEd onderstond soodanig door mij in het mallabaars overgesekt Cochim dato als boven was geteken S: v: Tongeren geswoore transla teur _=o 7: _=o Saterdag ontfing zijn wel Ed groot agtb: een ola van den koning van Cochim verselt van een Copia ola van zijn hog=t Ragiadoorst tot Jnemaka bekent makende dat den ko: sammorijn met zijn familie en omtrent 2000 Den 7: Meij In de stad Cochim Ao. 1774 2000: maijros over de weg van Chawachttij op Poelicarro is gekomen, vide de translaten hier beneden. Translaat ola door den Ko: van Cochim gesz: aan den wel Ed Groot agtb heer Adri„ aan Moens Raad extra ordinaer van nederlands Jndia mitsgaders Gouverneur en directeur der Custe mal„ labaar Cannara en wingerla ontf: den 7: meij 1774. — Bij de ola van den Paljetter aan David Rabbij gesz: en bij de Copias van de olas die van de noord gekomen sijn, sal uwEd groot agtb: gezien hebben de omstandigheeden van de zaken aan die kant de Ragia„ doors van ons fort tot Jnemaka heeft ons gesz:, dat den ko: sammorijn met zijne familie en omtrent 2000 naijros over de weg van Chawacattij op Poelicar„ ro 133 den 7. Meij In de stad Cochim.. Ao. 1774 vo is gekomen, en van daar zijn in 'treede gedan¬ had, in het Zandigland, wij hebben in onse dis„ „tricten omtrent 4000 naijros met de noodige ragi„ „adoors van het gebergte af tot Tallapallij toe gesteld a„ om goede wagt te houden, dat den sammorijn niet soude passeeren, nu is den sammorijn door zij ne eijgen land tot op Chawacattij gekomen van waar hij zig begeeven had naar Poelicarro, en vervolgens in het Zandigland naar alvoorens hij slaags is geweest met het volk van den nabab op Chawacattij„ dierhalven hebben wij aanschrijven bekomen dat er 500 ruijters en eenige sippais stonden af te komen, men mag in het land van een ander sonder Consent zoo niet overloopen het zij door angst off andersints, den sammorijn en zijne princen hebben tegens het volk van den nabab geweld gepleegt, en daar na zijn zij in het Zandigland gekomen soo zij daar mogten blijven off daar van dan gaan sal het voor de EComp: en voor ons seer nadelig zijn, En op dat gem: sammorijn in het Zandigland wesende met vaartuijgen over zee niet mogte weg komen gelieve uw Ed groot agtb: aan de Residenten van Den 7: Meij In de stad Cochim- A=o 1774: van het Zandigland en andere noodige Per„ zonen te schrijven aan deselve geen vaartuij¬ gen te geven, ook gelieve uw Ed Groot agtb: een ola aan den sammorijn te schrijven en een bequaam persoon bij hem te senden, om hem te waarschouwen, dat hij over zee niet mogten weggaan nog in het zandigland blijven; maarten Eersten weder terug te keeren, wij versoeken uw Ed Groot agtb: alle middelen in het werk te stellen om den sammorijn weder te rug te laten vertrekken, wij hebben ordre gegeven aan onse bediendens om met 2 a 3000 naijros Goede wagt te houden op Innamaka en Tripperattij den ko: van Trevancoor heeft ordre Gesonden om geen vrije passagie te Celeenen aan den sammorijn en zijne princen en bij aankomst van deselve wanneer zij niet hooren willen, maar voor de kop te schieten op dat bevel heeft men van Coeriapallij aff tot nedoen„ cotta toe de noodige wagters Gesteld, wij heb„ ben op Palliporto een Compagnie van onze naijros Gesteld om wagt te houden dat zij 11 135 den 7: Meij In de stad Cochim. A:o 1774: op Baijpin niet mogten komen den sammo„ „rijn en zijne princen zijn thans in het zandig„ „land en de ruijters, en sippais zullen haar vol„ gen daarom Gelieve uwe lEd: groot agtb: deselve geen Cla„ munit aldaar te laaten blijven anders zal daar„ Groot quad van konnen ontstaan, get uw Ed Groot agtb: selfs wel weeten dierhalven versoeken wij wel Ed Groot agtb: aan alle de Residenten de noo„ dige Ordres te senden om de doortogt van den Sam¬ morijn en zijne prinsen te beletten, en soo daar de¬ Geen volk Genoeg is versoeken wij uw Ed Groot agtb: eenige Lascorijns naar het Zandigland te senden Get bij zijn ho=t. Translaat ola door Jttij Ragia,e „doors van Jnemaka gesz: aan den Saljetter dato voorm. Den sammorijn met zijne princen zijn op Cha„ wacattij Gekomen en vervolgens op Poelicarro, van daar traden zij in het Zandigland in, op Pattoer wierden Zij tegen Gehouden door 20 Ruijters en Partije sippaijs, waar zij sloegen door, En daar zijn 3: ruijters en 5 sippais dood gebleeven met hoort Den 7: Meij In de stad Corhim A=o 1774: hoort dat den sammorijn omtrent 3000 naijros bij zig heeft, maar Christna Tambaan is tot nog toe niet Gekomen, Toen men op Poelicarro quam wilde men geweld pleegen tegens het volk van Chettua, de mooren hebben vaar„ tuijgen op Poelicarro besorgt, en daar vlotten van Gemaakt en daar mede zijn zij overge„ komen en houden zig thans op Paneancollan¬ gave, den derden prinsisop wanmenatto met „2000 naijros, en Christna tambaan komt af„ met 1000 naijros; dit zijn berigten die ik van Chettua bekomen heb, onderstond voor de trans„ latie van 't een en ander Cochim dato als boven was geteken S: v: Tongeren geswoore translateur. Kort daar op is alhier aangebragt een ola van den ho: van Cranganoor gesz: aan den Rresident aldaar, behelsende Communcatie wegens de komste van den sammorijn met zijn familie, en parthij volk in het Hoff Poediacowil als hier onder Consteert. — Translaat ola door den Mo:

NL-HaNA_1.04.02_10402_0179 view scan ↗

English

11. 137 The 7 May In the city Cochim Anno 1779: King of Cranganioor to the Resident of Cranganoor written; received here the 7 May anno 1744 The 6th of this month in the evening around 7 o'clock the King of Sammorijn with his family and a party of people arrived at the court Poediacowil, we made the orders known to them in a strict manner, but they gave us the answer that they would stay here two days, and then undertake the journey to the south; they have come with armed people, and we are not in a position to drive them away from here, as Your Honour well knows; we request that Your Honour please make all this known to the Right Honourable Lord Governor, and ensure that we may remain without any molestation; the order that Your Honour receives in this regard, please let us know; Signed by his Highness Below stood for the translation Cochim date as above was signed S: V: Tongeren sworn The 7 May In the city Cochim. Anno 1774: sworn translator No 11. Wednesday was brought here a note from the lascars who were sent to Calicoet with the letter for the nabob Hyder Ali Khan granted at Chettua, to be read more fully here below. Note given by the Lascars who went with the letter from the Right Honourable Lord Governor for the nabob, namely: — The Lascars went with the letter to seek the nabob; arriving at Calicoet the nabob had already departed for Seringapatnam; inquiring after his General Chandra Raijer to have accurate information whether the nabob had truly departed for Patnam or not, they understood that the said Chandra Raijer had also departed from Calicoet for Pananij; the lascars came back to Pananij and spoke to the General, who told them that the nabob had departed for Serinagapatnam; 139 11. The 11 May In the city Cochim Anno 1774: and requested the letter with great, respectful politeness; the lascars handed the same over; at that very moment the letter was sent to Siringapatnam and the General gave a receipt regarding the delivery to the Lascars. - The field commander Chandra Raijer The Lascars answered asked the Lascars for the that there are rivers. name of the Lord Resident, and one of his servants asked the Lascars whether from Chawattij along the beach to the South there were any rivers that one must cross. Chandra Raijer forbade his The lascars answered regidors that question, that they had not much knowledge as it was unnecessary, because of that, as they did not they intend to pass over the belong at Cranganoor. eastern land road, as between the nabob and the Honourable Company great friendship resides and therefore could not molest them. Chandra Raijer further asked whether the King of Cranganoor had many people. The lascars answered Chandra Raijer also asked whether, when one took the journey over the eastern that they would have to pass through deep and broad rivers. - The 11 May In the city Cochim roads to go to the lands of the King of Cranganoor, one would have to cross any rivers, and whether the cavalry would be able to cross. - Further asked whether the King of Sammorijn and his princes were still at Cranganoor, or whether they had passed into the land of the King of Trevancoor. — The lascars answered that they had no knowledge of that. Finally he asked whether the fort of Coeriapallij lay on the river side. Answer of the lascars that the fort of Coeriapallij borders the river side. — The lascars have also noted that in the company of Chandera Raijer from Calicoet as far as Chawacattij, they had seen 150 Cavalry, 2000 men with firearms, the Moors of the country, and of Pattena, and 200 Moors with shields and swords, with another 300 Nairs with weapons, being soldiers of the King of Cochim; and there is word that more people would come; Aijdroos Coettij, and Alicottij Moepa have also arrived at Chawacattij. Anno 1774: 141. The 11 May In the City Cochim Anno 1774 Chettua the 11 May anno 1774. Below stood: Recorded thus by me, was signed Lourens de Favia, interpreter. Below stood for the translation: Cochim date as above, was signed S: v: Tongeren sworn Translator. No 12. Thursday His Right Honourable received a Tamil ola from the field commander of the nabob Hyder Ali Khan named Chandera Raijer, of the following contents: — Translation of the Tamil ola written by the field commander of the nabob Hyder Ali Khan, named Chandera Raijer, to the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Vingurla, received the 12 May anno 1779: The 12 May In the city Cochim Anno 1774: The 10th of the current month I find myself, God be praised and thanked, reasonably healthy, and wish to know the well-being of Your Right Honourable. The King of Sammorijn with his family departed the 9th of this month from Calicoet after he had set fire to 3 to 4 provinces of Calicoet, taking with him all his treasures and a number of 2000 Nairs, and proceeded close to Cranganoor into the land of Your Right Honourable, where they have settled in rest and peace, without fearing any troubles. It is not just that Your Right Honourable provides shelter to the people who have taken flight from the land of the nabob with so many treasures, after they had committed such hostilities here in the country, and if Your Right Honourable detains them there any longer, no good will come of it, as Your Right Honourable can well understand. The Governor of Mahe has interfered at Calicoet with our people to the detriment of the nabob, of which the Right Honourable

Dutch transcription

11. 137 den 7: Meij In de stad Cochim A=o 1779: ho: van Cranganioor aan den Resident van Cranganoor gesz: alhier ontf: den 7: meij anno 1744 Den 6 deser des avonds omtrent 7: uuren is den ko: van Sammorijn met zijn familie en partij volk in het hoff Poediacowil Geko„ men, wij hebben de ordres aan deselve op een strikte wijze te verstaan gegeven, maar zij Gaven ons tot antwoord dat zij twee dagen hier souden blijven, en dak de reijse naar de zuijd onderneemen, zij zijn gekomen met gewapende volkeren, en wij zijn niet in staat„ om deselve hier van dan te verdrijven gelijk uEd wel weeten wij versoeken dat uw Ed: dit alles aan den welEd: Groot agtb: heer Gouverneur gelieve bekent maken, en te besorgen dat wij sonder eenige mollestien mogen blijven de ordre die uw Ed: dien aangaande krijgt gelieve ons te laten weeten; Get: bij zijn ho=t onderstond voor de translatie Cochim dato als boven was getekent S: V: Tongeren geswoore Den 7 Meij In de stad Cochim. A=o 1774: geswoore translateur _=o 11. _=o Woensdag wierd alhier aangebragt een Notitie van de lascorijns die naar Calicoet Gesonden wa„ ren met de brief voor den nabab stijder alichan op Chettua verleend breeder hier bereden te leesen. Notitie door de Lascorijns Gege„ ven die met de brief van den wel Ed: Groot agtb: heer Gouver„ neur voor den nabab gegaan zijn te weeten. — De Lascorijns zijn met de brieff ge„ „gaan om den nabab op te soeken, op Calicoet komende was den nabab al vertrocken na Seringapatnam verneemende naar desselfs Ge„ neraal Chandra Raijer om regte notitie te hebben off: den nabab waarlijk na Patnam was vertrokken off niet, verston„ den zij dat Gem: Chandra Paij„ „er ook vertrokken was, van Calicoet na Pananij, de lasco„ wijns Quamen weder te rug op Pananij en spraken den Ge„ neraal aan, die haar seijde dat den nabab vertrocken was na Serinagapatnam 139 11. den 11: Meij In de stad Cochim nagapatnam; en versogte „brief met Groote agtigen beleeft„ den de lascorijns Gaven desel„ over; op dat eijgenste moment de brieff na Siringapatnam versonden en den Generaal gaff en bewijs wegens den ontfangst in de Lasconijns. - n veld ooverste Chandra Raij. De Lascorijns hebben geant„ Gege„ „vroeg aan de Lascorijns naar „woord dat er revieren zijn naam van de heer Resident n een van zijne bediendens vroeg an de Lascorijns off van Chawa„ ttij langs strand naar de Zuijd nige reveeren waeren daar in over moet. handra Raijer verbood aan De lascorijns hebben geantwoord ijne ragiadoors die vraag: te dat zij daar van geen veel notitie ven alsoo het onsnodig was, want hadden, alsoo zij op Cranganoor ij zijn voornemens om over de niet 't huijs hoorven „sterlijke land weg te passeren soo tussen den nabab ende EComp: roote vrindsz: Resideerd en aarom met de selve niet konde pollesteeven Chandra Raijer voeg wijders of den ko: van Cran„ anoor veel volk had. De lascorijns hebben geantwoord Chandra raijer vroeg ook off wan„ nier men de reijse over de ooster„ dat door diepe en breeder lijke. Crevier Ao 1774: Den 11 Meij In de stad Cochim „lijke weegen sloeg om naerde lan, revier zouden moeten pas„ „den van den ko: van Cranganoor seeren. - te gaan eenige revieren soude moeten passeeren, en of de ruij„ „ters zoude konnen overgaan. - Vroeg wijders off den ho: Sammo„ De lascorijns antwoorden rijn en zijne prince nog op Cran, dat zij daar geen notitie van ganoor waren of dat zij naar hadden. het land van den ko: van tre„ vancoor gepasseert waren. — Eijndelijk vroeg hij off het antw: van de lascorijns dat het fort van Coeriapallij aan de re„fort van Coeriapallij aan vier kant lag. de revier kant grenst. — De lascorijns hebben ook notitie Gegaan dat in Compagnie van Chandera Raijer van Calicoet off tot chawacattij toe, gezien hadden 150: Ruijter 2000 manschappen met Gewei„ ren, de mooren van het land, en van pattena, en 200 mooren met schilden swaard, met nog 300 naijros met wapens zijnde soldaten van den ho: van Cochim en daar is notitie dat er meer volk ko„ men zoude; aijdroos Coettij, en alicottij moepa zijn ook tot Chawacattij geko„ men A=o 1774: 141. Den 11 Meij In de Stad Cochim A=o 1774 „men C„ Rettua den 11: meij anno 1774. /: onderstond:/ door mij soodanig opgenomen was getekend Lou„ „rens de favia tolk onderstond voor de transla„ tie Cochim dato als bovens was get:/ S: v: Ton„ geren gesw Translateur _=o 12: _=o Donderdag ontfing zijn wel Ed Groot agtb: een tamoelse ola van den veld heer van den nababaijder alichan met name Chande„ ra Raijer van Jnhoud als volgt. — Translaat tamoelse ola door den veld hier van den na„ bab Aijder aliehan in natre Chandera Raijer gesz: aan den wel Ed groot agtb heer Adriaan Moens Raad extra ordinair van nederlands Jndia mitsgad ders Gouverneur en Directeur der Custe mallabaar Canna„ ra en wingurla ontf: den 12: meij anno 1779: Den. Den 12. Meij In de stad Cochim A=o 1774: Den 10 Courant bevinde ik mij God zijn loff en dank redelijk Gesond, en wensche te mogen weeten den wetstand van uwel Edele Groot agtb: Den ho: van Sammorijn met zijne famielier is den 9: deser van Calicoet vertrokken naar dat hij 3: â 4: provincien van Calicoet in de brand gestooken had, mede nemende alle zij„ ne schatten en een Getal van 2000: naij„ ros en begaff zig digt bij Cranganoor in het land van uwEd Groot agtb: alwaar zij haar in rust, en vreede zig neder gezet hebben, son„ der te vreesen voor eenige ongemaaken; Het is niet billijk dat uw Ed Groot agtb: her„ „berg verliend aan de luijden die uijt het land van den nabab met soo veel schatten de „vlugt genomen hebben, naar dat sij sulke Hostilitijten hier in het land gepleegt hadden, en wanneer uw Ed Groot agtb: deselve aldaar nog langer aanhoud sal daar geen Goeds van komen, gelijk uwel Ed Groot agtb: zulx wel begrijpen kan De Gouverneur van mahe heeft op Calicoet zig Gemelleert met ons volk tot nadeel van den nabab waar van wel Ed Groot

NL-HaNA_1.04.02_10402_0185 view scan ↗

English

The 12th of May in the city of Cochim Anno 1774: Your Right Honourable will have obtained knowledge. In all matters one must first deliberate well before proceeding thereto, especially regarding this present matter, for the preservation of the good friendship that is maintained with the Nabob. Therefore I request Your Right Honourable to have the aforementioned King and princes, together with their entire families and their treasures, apprehended and sent hither, and when this comes to pass, the friendship with the Nabob will increase and grow more and more over time, and whereby Your Right Honourable will also oblige me to reciprocal service. Wherefore I request Your Right Honourable to have those King and princes, with their treasures, packed up without loss of time and sent hither; if we come down from Chawacattij with force to apprehend the same in Your Right Honourable's land, difficulties will certainly have to arise. Therefore I request Your Right Honourable very amicably to send the answer to this matter, and at the same time to write to me whether there might be anything here of service to Your Right Honourable on this side. Underneath The 12th of May in the city of Cochim: Anno 1774 stood for the translation: Cochim, date as above, was signed S: v: Tongeren, sworn translator. Ditto 13th, Friday, His Right Honourable wrote an ola to the army commander Chandra Raijer, as appears here below. Draft of a Tamil letter by the Right Honourable Mr. Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Cannara, and Wingurla, written to the field commander of the Nabob Aijder Alichan, by name Chandra Raijen, the 13th of May Anno 1774. On the 12th of this month I received Your Honour's letter, and therewith saw with pleasure that Your Honour is in good health; as for me, I can inform Your Honour that I am also in a desirable state of health. Your Honour The 13th of May in the city of Cochim Anno 1774: Your Honour informs me that the King Zamorin with his family, besides a number of 2000 Nairs and all his treasures, has proceeded close to Cranganoor into the Company's territory and settled there in peace and quiet without fear of troubles. Your Honour further complains that it is not equitable that we grant shelter to people who have fled from the Nabob's land with so much treasure. It surprises me that Your Honour accuses us of something of which we are completely innocent; Your Honour must certainly have been brought to such impressions by ill-intentioned persons, for far from shelter or protection having been given by us to the fleeing King Zamorin in the Company's lands, we immediately upon arrival caused that prince to be notified that he would have to withdraw from the region of Cranganoor up to Chettua, or else we would compel him to do so. This has also had the result that, according to news received from Cranganoor yesterday, he has left the Cranganoor area The 13th of May in the city of Cochim Anno 1774: left, and retreated northwards, and as soon as we receive report that he might still be in that region, we shall not fail to compel him to depart from there. The Dutch Company has no obligations toward this expelled King, and our intention is not at all to take up his interests, nor the protection of his person. We had already beforehand given the necessary orders to our people to keep the Zamorin away from the territory of Paponettij, and this would certainly also have happened had he not crossed over so suddenly with such a large force of between 2 to 3000 armed Nairs, against which no precautions could be taken, all the less because Your Honour being already complete master of the Zamorin's kingdom and the King fleeing toward the north, no one could have thought that he would all of a sudden appear with such a force The 13th of May in the city of Cochim Anno 1779: and push through all Your Honour's guards and posts. If this could now happen while Your Honour is armed in the field, it is no wonder that this fleeing King has penetrated into our territory and could not be driven out of it all of a sudden, since living in peace with everyone we have no army in the field, and must first make the necessary preparations for that. As regards the treasures which the King Zamorin is said to carry with him, of that we have heard nothing; if Your Honour, however, has knowledge that the same have truly been brought into our lands and remained there, we shall not fail to be helpful to Your Honour in obtaining them. Your Honour will easily understand from this our good intentions toward Your Honour's master, and can rest assured that we favor the Nabob's affairs as much as the circumstances of the times and our sentiments of equity and humanity permit, which is also why we not only hope that the friendship between The 13th of May in the city of Cochim between Your Honour's master and the Dutch Company will remain permanent, but also grow more and more, of which I flatter myself to find evidence in a letter in reply from the Nabob, which I look forward to receiving through my deputy and sent through Your Honour. If there might be anything here of particular service to the Nabob or Your Honour, please let me know; it will be my pleasure to be able to show tokens of affection and friendship. Underneath stood: Thus translated by me into Malayalam, Cochim, date as above, was signed S: v: Tongeren, sworn translator. Ditto 19th, Saturday, His Right Honourable dispatched a protest ola to the army commander Chandra Raijer, of the following content: Draft of an ola by the Right Honourable Mr. Adriaan Moens, Extraordinary Councillor Anno 1774.

Dutch transcription

143 Den 12 Meij In de stad Cochim A=o 1774: Groot agtb: kennisse sal bekomen hebben Jn alle zaken moet men eerst wel over„ leggen Eer men daar toe overgaat, voornament„ lijk omtrent deze voorhanden zijnde zaak tot Conservatie van de goede wrindsz: die met den nabab onderhouden word. Derhalven versoeke uw Ed Groot agtb: gem: koning en princen mitsgad=s de Gantsche familien met hare schat„ „ten te laten op vatten, en herwarts te senden en wanneer zulx komt te Geschieden, sal de vrindsz: met den nabab hoe langer her meer toenemen, en aan groejen, en waar door uw Ed groot agtb: mij ook tot weder dienst zal verpligten over zulx verzoeke uw Ed Groot agtb: die ho: en princen met hare schatten sonder tijd versuijmte laten oppakken en herwaarts tesenden, wanneer wij van chawacattij met magt affkomen om desel„ „ve in uw Ed Groot agtb: land op te vatten, sullen daar zeekerlijk moeijelijkheeden moeten onstaan Derhalven versoeke uw Ed groot agtb: seer vrinde„ „lijk het antwoord op dese zaak te laten toekomen en teffens mij te schrijven of hier iets van uw Ed Groot agtb: dienst aan desen kant zal zijn onder„ stond Den 12: Meij In de stad Cochim: A=o 1774 „stond voor de translatie Cochim dato als boven was getekend S: v: Tongerin geswoore trans„ lateur. d=o 13: _=o Vrijdag schreeff zijn wel Ed Groot agtb: een ola aan het leger hoofd Chandra Raijer als hier onder blijkt. Concept Tamoelse brieff door den wel Ed groot agtb: heer Adriaan Moens. Raad Extra ordinair van ne„ „derlands Jndia mitsgaders Gouverneur en Directeur, der Custe mallabaar Cannara en wingurla, gesch: aan den veld overste van den nabab aijder alichan in name Chandra Raij„ en, den 13: meij anno 1774. — Op den 12: deser heb ik ontfangen uw Ed. brieff en daer bij met vermaek gesien dat uw Ed welva„ „rende is, mij belangende, kan ik uw Ed bedeelen dat ik meede in een Gewenschte staad van gesondheijd verseere) Uwelld 145 Den 13: Meij In de stad Cochim.. A=o 1774: UwelEd bedeelt mij dat den ho: sammorijn met zijne familie benevens een getal van 2000: naijros en alle zijne schatten, zig heeft begeven „digt bij Cranganoor in 's Comp: land en daar in Rust en vreede needer geset sonder vreese voor ongemacken, uw Ed beklaagt zig verders dat het niet billijk is wij herberg verleenen aan luijden die uijt het land van den nabab met soo veel schatten gevlugt zijn, het verwondert mij, dat uw Ed ons beschuldigt met iets, daer wij geheel vreemd van zijn, uwEd moet zeekerlijk door qualijk G'intentioneerd menschen in zulke Gevoelens werden gebragt, want wel ver„ re dat door ons aan den vlugtenden Ko: van samm: herberg ofte bescherming in 's Comp: landen zoude zijn gegeven zoo hebben wij terstond bij aankomste dien voorst laten aan„ zeggen, dat hij van de landstreek van Cran„ ganoor tot Chettua toe zoude hebben te ver„ strekken, of dat wij anders hem daer toe zouden noodzaken dit is ook van dat gevolg geweest dat hij volgens erlangde tijdinge van Cranganoor van gisteren het Cranganoorse verlaaten. Den 13: Meij In de stad Cochim A=o 1774: verlaten, en zig noordwaerts Geretireerd heeft, en zoo dra wij berigt erlangen dat hij zig nog in die landstreek mogts bevinden: zullen wij niet nalaten hem te verplig„ ten van daar te vertrekken DE: holland„ sche Comp: heeft geene verpligtinge aan dese verdreven ko; en onse mening is ook gantsch niet, om zijne belangens nog de beschermig van zijn Persoon aan te nee„ men wij hadden voor af reeds de noodige ordres Gegeven aan de onsen om den sammo¬ rijn van de lanstreek van Paponettij of te houden en dit zoude zeekerlijk ook zijn geschied indien hij niet met zoo een Groote magt van tussen de 2: â 3000 gewa„ pende naijros soo schielijk was overgekomen waer tegens Geene voorsorge is kunnen Genomen worden, te mindere, om dat uwEd reets volkomen meester van het samm: rijk en den Ko: op de vlugt, na de noord zijnde niemand konde denken dat hij eens klajes met soo Eenen magt zoude ten voorscheijn komen Cen 147. Den 13: Meij In de stad Cochim A=o 1779: en door alle uE wagten en posten heen dringen heeft dit nu kunnen Geschilden daer uw Ed Ge„ wapend in het veld is, zoo baard het Geene verwon„ deringe, dat die vlugten de ko: in ons gebied is Ge„ drongen, en daar uijt zoo eens klaps niet heeft kunnen werden verdreeven, dewijl wij in vreede met een ieder leevende Geen leeger te weld heb„ ben, en daar toe eerst de noodige toeberijdse„ „len moeten maken. - Wat aengaat de schatten die den ho: sammo„ zijn zoude met zig voeren, daar van hebben wij niets vernoomen, indien uwEd egter ken„ nisse dragt dat deselve waerlijk in onse lan„ den gebragt en gebleeven, zijn zullen wij niet nalaten uw Ed in het bemagtigen derselve behulpsam te sijn uw Ed zal hier uijt onse welmenentheijd omtrent uw Ed meester lig„ telijk begrijpen, en zig verseekerd kunnen houden dat wij s: nababs zaken, zoo veel de tijds omstandigheeden en onse gevoelens van billijkheijd en menschelijkheijd per„ miteeren begunstigen, waerom wij dan ook niet alleen hoopen dat de vrindschap tusschen Den 13: Meij In de Stad Cochim tussen uwEd meester en de hollandse Comp: bestendig zal blijven maer ook meer en meer aengroeijen waer van ik mij vlije blijken te sullen vinden, bij een antw: brieff van den nabab die ik op mijn afgevaardigde en door uwEd: versondene te gemoet zie Zoo hier iets van nababs of uw Edele bij„ „mogte weesen sondere dienst „ gelieft het mij te laten weeten het zal mij plaisier zijn; blijken van Genegentheijd en vrindschap ter kun„ „nen toonen onderstond zoodanig door mij in het mallabaarse overgeset Cochim dato als boven was getekend S: v: Iongeren. geswoore translateur. — _=o 19. _=o Saturdag vaardigde zijn wel Ed: Groot agtb: aff een Protest ola aan den veld heer Chiandra Raijer van de volgende Jnhoud Concept ola door den wel Ed Groot agtb: heer Adriaan Moens Raad extra or„ dinair Ao 1774.

NL-HaNA_1.04.02_10402_0191 view scan ↗

English

The 19th of May in the city of Cochin, Anno 1774. extraordinary of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Vingurla, written to the army commander of the Nabob named Chandra Raijer, the 19th of May 1774: No sooner had I dispatched my previous letter with your Honor's people, or to my great astonishment I received a report from our Chettua resident de Riberto that not only had 100 armed men of your Honor arrived at Poelicarro, the Company's territory, but also that the Honorable Company's vassals the Payencherrys were being dunned under severe threats to pay a contribution. The strip of land from Cranganore to Chettua has from olden times stood under the Honorable Company, and all who reside there are their Honors' vassals or subjects. I do not know whether this is known to your Honor, but I cannot doubt that your Honor will have obtained the necessary information thereof. All the more do I think that your Honor The 19th of May in the city of Cochin, Anno 1774. cannot be ignorant of the right of the Honorable Company, because the same was presented to the Nabob, your Honor's master, at Calicut by our deputies at that time and recognized by his Excellency, and therefore also left free of all troubles at that time. And because we now must experience the contrary, and that your Honor notwithstanding sends armed troops thither, we must consider this as an undertaking wholly contrary to good friendship, whereto we on our part have given no occasion nor reason at all, and which we also may not tolerate. Thus we protest in the name of the Dutch Company against this undertaking and must leave the consequences that might spring therefrom to the accountability of your Honor, to whom for the rest we wish blessings and health. Below was written: thus translated by me into the Malabar language, Cochin, date as above. Was signed: S. v. Tongeren, The 14th of May in the city of Cochin, Anno 1774. sworn translator. Sunday the 15th, his Right Honorable Worship received an ola from the general Chandra Raijer, as appears hereafter. Translation of an ola written by the general Chandra Raijer to the Right Honorable Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Vingurla, received the 15th of May, anno 1779: The princes of Calicut have departed from there and have taken up their residence at Cranganore. I have written to your Right Honorable Worship to apprehend the same and deliver them to me, but have as yet received no answer thereto. It is now 3 to 4 days ago that I arrived at Poelicarro in order to undertake the The 15th of May in the city of Cochin, Anno 1774. journey to that side, because I see that those princes are not yet being sent over. I have written to the resident of Chettua to furnish me with 10 men and the interpreter, so that I can get over there; and when I undertake the journey by way of the road of Cranganore, I request your Right Honorable Worship to give orders that no hindrance may be done to my people in the Company's territories. I have received orders from my master the Nabob to pursue the Zamorin princes to the lands whereto they have gone and to chastise the same. I request your Right Honorable Worship to detain those princes until I shall have arrived over there. The family of those princes consists of 50 women, and with them is a regiador with 50 bodyguards, 1000 Nairs with muskets, besides others with money as well as with shield and sword. Please let your Right Honorable Worship cause all who are there to be apprehended and delivered to me, The 15th of May in the city of Cochin, Anno 1774. whereupon I shall immediately return with the same to Chavakkad. Doing thus, the Nabob will take great pleasure therein. Below was written: for the translation, Cochin, date as above. Was signed: S. V. Tongeren, sworn translator. Monday the 16th, his Right Honorable Worship wrote a reply ola to the general Chandra Raijer, containing as follows: Draft ola written by the Right Honorable Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Vingurla, to the army commander of the Nabob Hyder Ali Khan named Chandra Raijer, written the 16th of May, anno 1779: Just now I receive a further letter from your Honor, from the contents of which I must conclude that The 16th of May in the city of Cochin, Anno 1774. your Honor has not yet received my answer to your previous writing. I have dispatched your Honor's subadar and his retinue from here with it. The same have departed across the river to Chavakkad, for which I granted them a passport upon their departure. I do not doubt but that the said subadar will already have arrived by now and delivered the letter to your Honor. Your Honor will see from it that, far from granting protection to the Zamorin, we on the contrary have not tolerated the same nor his family on our territory; and as soon as we had learned of his flight from the other side to this side, had him moved on, so that his Highness thereupon retreated northwards from Cranganore, and in the region of Cranganore neither the Zamorin nor anyone of his family is to be found anymore. From the said letter your Honor will also see that if treasures might have been hidden at Cranganore by the Zamorin, we will be helpful in capturing the same. This same will also

Dutch transcription

149 den 19 Mij In de Stad A=o 1774: Cochim dinair van nederlands Jndia Mitsgaders Gouverneur en di„ recteur der Custe mallabaar Can„ nara en wingunla, aan het leger hoofd van den nabab in name Chindra Raijer gesz: den 19: meij 1774: Soodra had ik mijn voorige niet met uw Ed volke„ „ren gedepecheerd off ik ontfing tot groote ver„ wondering berigt van onsen Chettuase Resi„ dent de Riberto, dat niet alleen 100: gewa„ pende manschp van uwed op Poelicarros Comp: territoir waren aangekomen, waer dat ook sComp: rassalen de Paijencherijs onderswaare bedrijgingen werden aangemand tot het beta„ „len van Contrabutie, het strookje land van Cranganoor tot Chettua staad al van oude tijden onder de E Comp: en alle die daar op verblijf houden zijn haar Edele rassalen ofte onderdanen, ik weet niet, of uEd dit bekent is dog kan niet twijffelen off uw Ed zal daar van de noodige Jnformatie hebben bekomen, te meer denk ik, dat uw Ed van het Den 19. Meij Ino de Stad Cochim. A=o 1774: het regt van de E Comp: niet- Jgnorant kan zijn, om dat het selve, den nababuwEd meester op Calucat door onse gecommitteerde te dier tijd is voorgehouden, en bij zijn Ex¬ „cellentie erkent daarom ook te dier tijd buij„ ten alle moeijelijkheeden gelaten, en dewijl wij nu het Contrarie moeten ondervinden en dat uw Ed des niet tegenstaande daar op Gewapende volkeren send zoo moeten wij zulks aanmerken als eene onderneminge ten eenemaal strijdig tegen de Goede wrind„ schap:, waar toe wij van onse kant gants geene gelegentheijd nog reeden gegeven heb„ „ben en hetgeen wij ook niet mogen ge„ doogen dus protesteeren wij uijt naam van de hollandse Compagnie tegens dese on„ „derneeminge en moeten de gevolgen. die daar uijt mogten spruijten overlaten ter verantwoordinge van uEd: wien wrij voor het overige Zegen en gezontijd toe„ wenschen onderstond zodanig door mij in het mallabaars overgeset Cochim dato als boven was Geteken S: v: Ton„ geven 151. Den 14: Meij In de stad Cochim. A=o 1774: _a „Geven geswoore translateur. _=o 15. _=o Sondag ontfing zijn wel Ed. groot agtb: een ola van den veld heer Chandra Raijer als hier on„ der blijkt Translaat ola door den veld heer Chandra Raijer gesz: aan den wel Ed Groot agtb: heer Adri„ aan Moens Raad extra ordinair van nederlands Jndia mitsgaders Governeur en di¬ recteur der Custe mallabaar Cannara en wingurla ontf: den 15: Meij anno 1779: De vorsten van Calicoet zijn van daar vertrokken, en hebben hun verblijf op van Ganoor Genoomen ik heb aan uwEd groot agtb: geschreeven om deselve op te vatten en mij overtegeven, maar hebbe daar op tot nog toe geen antw: bekomen het is nu 3: â 4: dagen Gereeden dat ik op Poelicarro ben Gekomen, om de Creijse Den 15 Meij In de stad Cochim. A=o 1774: reijse na die kant te ondernemen, terwijl ik sie dat die vorsten nog niet overgesonden worden, ik heb aan den Resident van Chettua gesz: om mij 10 manschappen met den tolk bij te zetten, op dat ik gun„ ter komen kan, en wanneer ik over de weg van Cranganoor de Reijse onderneeme versoeke uw Ed groot agtb: ordre te stellen dat op 's Comp: territoiren geen verhinde„ „ring mogt aangedan werden aan mijne volkeren ik heb ordre van Meijn meester den nabab gekreegen om de sammorijnse vorsten te vervolgen naar de landen daer zij na toe gegaan zijn, en deselve te Castij„ „den, Jk versoeke uw Ed groot agtb: die vorsten soo lang aante houden tot dat ik gunter sal gekomen zijn de familie van die vors„ ten bestaande in 50: vrouwen en daar bij is een Ragiadoors met 50 lijftrauwanten 1000 naijros met snaphanen buijten nog andere met geld als met schild en swaarde, alle die daar zijn gelieve uwEd groot agtb: te laten opvatten en mij over„ te geven 153 Den 15: Meij In de Stad Cochim. wanneer ik met deselve ten eersten na Chawacattij zal te rug keeren, dus doende sal den nabab veel plaisier daar in scheppen„ onderstond voor de translatie Cochim dato als boven was, geteken S: V: Fongeren geswoore translateur. — _=o 16: _=o Maandag schreeff zijn wel Ed Groot agtb: een antwoord ola aan den veld heer Chander Raijer Inhoudende aldus. Concept ola door den wel Ed Groot agtb: heer Adriaan Moens Raad extra ordi„ „nair van nederlands India mitsgaders Gouverneur en Directeur der Custe mallabaar Cannara en wingerla, aan het leger hoofd van den nabab aijder alichan in name Char¬ dra Raijer gesch: den 16. meij anno 1779: zoo even ontfang ik een nader brieff van uwed uijt welkers inhoud ik moet vast stellen dat wijl A=o 1774: Den 16. Meij In de stad Cochim: A=o 1774: dat uw Ed mijn antwoord op zijn voorigen gesch: nog niet ontfangen heeft, ik hebbe uwEd soubedaar en zijn gevolg daer meede van hier gedepechieert deselve zijn over de revier na Chawacattij vertrocken, waer toe ik haar op hun vertrock een paspoort heb verliend, ik twijffel niet off gem: soubedaer zal nu al zijn g'arriveert, en de brieff aan uwEd besteld hebben uw Ed zal daar uijt zien, dat wij wel verre van den sammorijn be„ schermige te verleenen integendeel den selven nog zijne familie op ons 't expitoir niet hebben getollereert, en zoo dra wij sijn vlugt van de overkant na dese zijde verstaen had„ de doen gaen zoo dat zijn ho=t daer op Cranganoor noord waerts geretireert en op de landstreek van Cranganoor nog den tho: sammorijn nog niemand van zijne familie meer te vinden is, uijt gemt brieff zal uw Ed ook zien dat indien er te Cranganoor door de sammo: schatten mogten geborgen zijn, wij in het bemagtigen derselve behulpsaem willen zijn dit selfde zal ook 7

NL-HaNA_1.04.02_10402_0197 view scan ↗

English

155. The 16th of May In the city of Cochim. Anno 1774: also take place regarding other goods, if there should be any, and if Your Honour is reliably informed of this, Your Honour may send some persons, but no armed men, to point them out or carry out a search, in which people of ours shall accompany them, and ensure that they encounter no hindrance in their search and that, if anything is found, it will be placed under their authority, and this is surely all that one could claim from nations living in friendship with one another; however, that Your Honour has requested the resident of Chettua to furnish Your Honour with 10 men together with the interpreter appears strange to us; we certainly hope that the Resident will not have done so, as that man would otherwise make himself subject to severe accountability, for we are and remain in that firm confidence that no armed men will enter the territory of Cranganoor, as the lands of neutral powers must be respected, and our conduct has also been such The 16th of May In the City of Cochim. Anno 1774: that we may expect this from the Nabob, all the more so as His Excellency, in the year 1766, when we gave His Excellency clearly to understand our relation to the territory of Cranganoor and Chettua, gave all too great assurances of his special affection for the Dutch, and that His Excellency will never have any intention of offending the Company in the slightest, so that the Company relies on that word as on a sacred word, and we therefore cannot believe that such a renowned and prudent prince will act contrary to his promise, and still less permit unallowable things to be done which are never practiced among nations maintaining friendship. In the meantime, after offering my services, I remain. Underneath stood: Thus translated by me into Malabar, Cochim, date as above. Was signed: S. v. Tongeren, sworn translator. The 19th ditto, Thursday, an ola was brought here 157. The 19th of May In the city of Cochim Anno 1774: by the king of Cranganoor written to His Right Honourable Worship, as can be read below: Translation of the ola written by the king of Cranganoor to the Right Honourable Worshipful Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Vingurla. Received the 19th of May 1774: By order of the Nabob, Chander Raijer has arrived across from Paneacolangare with Aydroos Coetty, along with a number of sepoys, Moors, and cavalry, with the intention of invading the sandy land of Chettua, for which purpose some rafts have been made, and thereafter they will attack Cranganoor, and we have received an ola from Aydroos Coetty stating that I should send my ragidors with all haste to speak about the payment in cash, The 19th of May In the city of Cochim Anno 1774: or else we, along with our subjects, would have to suffer great distress; we have therefore given notice to the Resident of Cranganoor, who had told us that he would write about this to Your Right Honourable Worship and procure an answer for us, but until now I have heard no conclusive word regarding this. If the necessary measures are not taken in this state of affairs, we shall not be able to survive; the intention is to pass through the Honourable Company's sandy land with the sepoys and the cavalry. We and our ancestors have placed our trust in the Honourable Company, and Her Honour has always protected us; but under these circumstances I have written once or twice to Your Right Honourable Worship and several times to the Resident of Cranganoor, and made everything understood in personal meetings, but we receive no redress in this matter; when they depart from Taneancollangare they will soon come here and set everything on fire; 159. The 19th of May In the City of Cochim Anno 1774: our land is protected by the Honourable Company, and when another sovereign demands a contribution, who will be able to resist it? The Resident of Paponetty has sent people to the Princess's palace and caused many insolences to be committed there against us and our subjects; may it please Your Right Honourable Worship to take all this to heart and protect us as of old, or otherwise let us know what we must do; hereupon we await a speedy reply. Signed by the king of Cranganoor. Underneath, for the translation, stood: Cochim, date as above. Was signed: S. v. Tongeren, sworn translator. Shortly thereafter, the Ragidor of the court named Narana Menon entered this city and handed to His Right Honourable Worship an ola from his master, being the reply to the letter that His Right Honourable Worship had recently sent to his master, and at the same time informed His Right Honourable Worship that the general Chandra Raijer had sent a request to His Highness to confer with His Right Honourable Worship as to whether His Right Honourable Worship would allow a search to be carried out in the sandy land for the goods and treasures that the Zamorin's

Dutch transcription

155. Den 16: Meij In de stad Cochim. A=o 1774: ook plaats vinden omtrent andere goederen indien zee mogten zijn, en als uw Ed hier van sicuur onderrigt is, kan uw Ed eenige persoonen senden dog geen gewapende om daer van aenwijsieng of na soek te doen, waer bij mij volk van ons zullen volgen, en besorgen datze geen hinder in hun na„ „soek ontmoeten en dat zoo het een en an„ der gevonden werd het in hunne magt gesteld werde, en dit is immers alles wat men zouden konnen pretendeeren van noties die met elkander in vrindsch: leven, dog dat uw Ed den resident van Chettua heeft versogt om uw Ed 10 man met den tolk bij te setten komt ons vreemd voor, mij hoope immers dat de Resident sulks niet zal gedaen hebben alsoo die man zig anders swae„ „re verantwoording subject soude maeken want wij zijn en blijven in dat vast vertrou„ wen dat geen gewapend volk op de landstreek van Cranganoor sal komen; alsoo de landen van neutrale mogentheeden moeten ont„ zien worden en onze handelwijse ook zooda„ nig Den 16 Meij In de Stad Cochim. A=o 1774: „nig geweest is, dat wij dit van den nabab mogen verwagten, te meer zijn Exelt: ons in het Jaar 1766: toen wij onse betrekkin„ „ge op het Cranganoorse en Chettuase aan zijn Exett duijdelijk te verstaan gegeven heb„ „ben al te groote verseekeringe van desselfs bijzondere genegentheijd voor de hollanders gege„ „ven heeft, en dat zijn Exelts nooijt eenige ge„ „dagten zal hebben om de Comp: in het mins„ „te te beleedigen, zoo dat de Comp: op dat woord als op een heijlig woord staat maakt, en wij derhalven niet konnen gelooven dat soo een roemrugtig en verstandig vorst tegen desselfs belofte sal handelen en nog minder ongeper„ „miteerde dingen laten doen die bij geene vrind houdende Noties ooijt gepracticeert worden ik ben in tussen na presentatie. van dienst (:onderstond soodanig door door mij in het mallabaars overgeset Cochim dato als boven was getekent /: S: v: Tongeren geswoore translateur _=o 19: _=o Donderdag is alhier aangebragt een Cola 157. Den 19: Meij In de stad Cochim A=o 1774: ola door den koning van Cranganoor aan zijn wel Ed Groot agtb: gesz: als hier onder te leesen is. — Translaat ola door den ko„ ning van Cranganoor gesz: aan den wel Ed groot agtb: heer Adriaan Moens Raad extra ordinair van nederlands Jndia mitsgaders Gouverneur en directeur der Custe malla„ baar Cannara en wingurla ontf: den 19: meij 1779: Op het bevel van den nabab is Chander Raijer met aijdroos Coettij nevens een partije supaijs, mooren en ruijters aan de overkant van Paneacolangare gekomen met intentie om in het Chettuase Zandigland te vallen waar toe eenige vlotten zijn gemaakt, en daar na zullen zij op Cranganoor vallen en wij hebben een ola van aijdroos Coettij ontf: dat ik met alle spoed mijne ragiad=s zoude senden, om over de betaling van de Contanten Den 19: Meij In de stad Cochim A=o 1774: Contaniten te spreeken of dat wij neevens onse onderdanen groote ongemakken zoude moeten lijden, wij hebben dierweegen aan den Resident van Cranganoor ken „risse gegeven, die ons gezegt hadde, dat h daar over aan uw Ed groot agtb: zoude sch „ven en ons antwoord besorgen, maar ik hoore tot nog toe daar geen uijtsluijtsel van Jn dese omstandigheeden van zaaken de noodige messures niet nemende zullen wij niet konnen bestaan, de intentie is om door het Zandigland van de EComp: d sippaijs en de Ruijters te passeeren Wij en onse voorzaten hebben ons vertrouw op de EComp: gesteld, en haare Ed=e heeft on altoos beschermt, maar bij dese omstandig heeden heb ik 1: â 2: malen aan uw Ed groot agtb: en verscheijde keeren aan den residen van Cranganoor gesz: en bij perssoneele ontmoeting alles te vorstaan gegeven verne men daar op geen redres wanneer zij van Taneancollangare vertrekken dan Zulle zij haast hier komen en alles in den brand 159. Den 19 Meij In de Stad Cochim A=o 1774: brand steeken, ons land werd beschermt door de EComp: en wanneer een ander souverain Contrabutie vraagt wie zal daar tegen konnen houden den Resident van Paponettij heeft volk naar het Pallijs van de Prinssesse ge„ sonden en laten daer veele Jnsollentien tegens ons en onse onderdanen pleegen, uw Ed groot agtb: believe dit alles zig ter herten te laten gaan en ons als van ouds te beschermen off anders ons te laten weeten wat wij doen moe„ ten, hier op verwagten wij een spoedig antw: get. bij den ko: van Cranganoor. — onderstond voor de translatie Cochim dato als boven was geteken S: v: Tongeren geswoore translateur: kort daar op quam den Ragiadoor van het hoff in name narana menon binnen deser steede en overhandigde aan zijn wel Ed Groot agtb: een ola van zijn meester, zijnde het antw: op het schrijvens dat zijn wel Ed groot agtb: laatst aan zijn meester Gesonden had, en maakte teffens zijn wel Ed Groot agtb: bekent dat den veld heer Chandra Raijer aan zijn hoog„ heijd een versoek had laten doen om zijn welEd groot agtb: te onderhouden off zijn wel Ed groot agtb: soude willen toestaan dat er een na„ „soek in het Zandigland mogt gedaan werden van de goederen en schatten die de sammo„ rijnse 8

NL-HaNA_1.04.02_10402_0202 view scan ↗

English

The 19th of May In the city of Cochim Anno 1774. princes of [illegible] would have harbored there; that 32 men of the Honorable Company, as many from Cochim as from Chiandra Raijer, so that he, after carrying this out, might depart again from Poelicaro; His Right Honourable worship thereupon told him that this proposal had already been made to the same in a letter that His Right Honourable worship had recently written to him and which he had not yet received at that time, which the Ragiadoor had undertaken to make known to his master as soon as possible; further requesting a speedy reply to the ola that he had also brought with him, to which His Right Honourable worship served him with the answer that once the ola had been translated into the Dutch language and a reading thereof had been taken by His Right Honourable worship, he would first see whether it required any further answer, in which case it would be sent to him later, and that he could in the meantime pay His Right Honourable worship's compliments to His Highness, wherewith he also departed. The ola that he had brought is of the following content, namely: Translation of the ola written by His Highness of Cochim to the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Dutch India, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Canara, and Wingurla. Received the 19th of May, anno 1774: We have received Your Right Honourable worship's ola, read it, and understood its contents, in which Your Right Honourable worship writes to us that Chandra Raijer has arrived at Poellicarro with some troops, and that if he invades the sandy land, troublesome consequences must certainly arise therefrom, wherefore Your Right Honourable worship wishes to know whether we will call back our nayros who are in the field or not, when the people march into the sandy land. We think that Your Right Honourable worship has no reason to doubt our conduct in that point, for we have never had it in our minds to contemplate the detriment of the Honorable Company; our realm and that of the Honorable Company is one, and we will surely not seek detriment for our own realm. Our efforts are nothing other than to arrange everything for the best according to the circumstances of the times of the retreat of that power. No sooner had the army arrived at Palcatcherij than we The 19th of May In the city of Cochim Anno 1774. sent our Ragiadoors Suamij with 100 men to the army chiefs to treat on all necessary matters and to remain there; and when we heard that Chandra Raijer had come with the army with the intention of invading the sandy land, our Ragiadoor Christra went to Chandra Raijer and informed him that the fleeing princes were not in the sandy land, since the Honorable Company had informed them that they should depart from there immediately, just as they have retired from the sandy land, wherefore it was unnecessary to go thither, in order to prevent troubles that might otherwise easily arise therefrom. Christra said all these matters with such emphasis to Chandra Raijer that he then made this request, namely that 32 men of the Honorable Company, 32 of Chandra Raijer, and 32 of ours might be sent to the sandy land to conduct a search, and upon the receipt of that report he would depart again for Chawacattij, just as he, Chandra Raijer, had written in a letter and sent with his messenger in the company of our Suamij. Anno 1774. The 19th of May In the city of Cochim Suamij, which letter, once translated, Your Right Honourable worship will be able to understand everything better. As soon as that search is conducted, no reason for discontent will be able to be brought forward, and the army will then have to pull back. Suami will tell Your Right Honourable worship everything in detail. Therefore, we request Your Right Honourable worship to send the answer to Chandra Raijer as speedily as possible; and at the same time to send 32 men of the Honorable Company, 32 of Chander Raijer, and 32 of ours, to conduct that search, and on that account to send a letter to each of the Residents of Cranganoor, Paponettij, and Chettua. The matter being handled in this manner will not be able to produce any discontent. His Highness of Cranganoor has promised to give one lakh of rupees and an elephant to the Nabab, and they are demanding that money strongly; we shall do our utmost best to settle that matter to satisfaction. All the news that we receive, we do not fail to impart to Your Right Honourable worship, and we take God as our witness what trouble we have taken in these matters. All the letters that we have successively received, we shall send to Your Right Honourable worship The 19th of May In the city of Cochim Anno 1774. as soon as our occupations come to an end. Signed by His Highness. Below the translation was written: Cochim, date as above; was signed: S. V. Jongeren, sworn translator. Friday, after the translation of that letter, His Right Honourable worship received news that 100 armed Moors from Chawacattij had arrived in the region of Cranganoor, whereupon His Right Honourable worship had the aforementioned messenger called into the city. Upon his arrival, His Right Honourable worship told the same that the contents of the letter brought by him did not at all agree with the verbal message that he had delivered, and in addition, His Right Honourable worship had just received news that some armed Moors from Chawacattij had arrived in Cranganoor, so that His Right Honourable worship, from these contradictory writings, message, and doings, did not know what to think of it. The messenger continued to persist in what he had said, with this addition nonetheless: that Chandra Raijer had instructed him to assure His Right Honourable worship

Dutch transcription

Den 19: Meij In de stad Cochim A=o 1774: „rijnse vorsten daar soude geborgen hebben; daar 32 mansch: van de EComp soo veel van Cochim als van Chiandra Raijer, op dat hij na dies ver„ „rigting weder van Poelicaro vertrekken mog zijn, wel Ed Groot agtb: seijde hem daar op dat die presentatie reets aan den selven gedaan was, bij een brieff die zijn wel Ed groot agtb: laatst aan hem gesz: en dewelke hij toen nog niet ontfangen had, 't geen den Ragiadoor aangenomen had aan zijn meester ten eersten bekent te maaken; versoekende wijders spoedig antwoord op de ola die hij meede Gebragt had waar op zijn wel Ed: Groot agtb: hem diende, dat wanneer de ola in de Nederduijtse tale over geset en lectura daar van bij zijn wel Ed Groot agtb: genomen zijnde eerst zoude zien off daar eenige nader antw: op verijschte in welk geval het hem nader gesonden zoude worden, en dat hij Jntussen 't Compliment van zijn wel Ed Groot agtb: bij zijn ho=t kon¬ de doen waar mede hij ook vertrokken is de ola die hij gebragt had, is van den volgende Jnhoud als Translaat ola door den ho: van Cochim gesz: aan den wel Ed groot agtb: heer Adriaan Moens: Raad 161. A=o 1774: Den 19: Meij In de stad Cochim Raad extra ordinair van nederland India mitsgaders Gouverneur en directeur der Custe malla„ baar Carnara en wingurla. ontf: den 19: meij anno 1774: Uw Ed Groot agtb ola hebben wij ontfangen geleesen en dies Jnhout verstaan, waar bij uwEd Groot agtb: ons schrijft dat Chandra Raijer met eenig volk op Poellicarro is gekomen, en dat wanneer hij op het zandigland valt, daar uijt zekerlijk moeije„ „lijke gevolgen moeten spuijten, dierhalven uwEd Groot agtb: gaarn weeten wil off wij onse naijros die in het veld zijn te rug roepen zullen of niet, wanneer het volk in het Zandigland optrekt, wij denken dat uw Ed: Groot agtb: geen reeden heeft in dat poinct op ons gedrag te twijffelen, want wij hebben nooijt in onse gedagten gehad het nadeel van de EComp: te betragten, ons Rijk en daar van de EComp: is een, en wij zullen Jmmers geen nadeel voor ons Eijgen Rijk soeken, onse poogingen zijn anders niet als alles ten goede te schik„ ken naar tijds omstandigheeden van den aftogt van die mogentheijd zoodra was het leger op Palcatcherij niet gekomen of wij (hebben Den 19. Meij In de stad Cochim A=o 1774: hebben bij de leger hoofden onze Ragiadoors sua„ „mij met 100 mannen gesonden om over alle de noodige zaken te tracteeren en daar te blij„ ven, en toen wij hoorden dat Chandra Raijer met het leger was gekomen met Jntentie om in het Zandigland te vallen gingen onse Ragiadoors Christra bij Chandra Raijer en berigte de hem dat de vlugtende vorsten op he „zandigland niet en waren alsoo de EComp. haar hadde laten weeten dat zij ten eersten daar van dan zouden vertrekken, gelijk zij van het Zandigland geretireert zijn, over zulx het onnodig was daar na toe te gaan tot voorkoming van moeijlijk heeden die an„ ders daar uijt ligtelijk zoude konnen onts„ „taan, alle dese zaken heeft Christra met zoodanig nadruk tegens Chandra Raijer gezegt dat hij toen dit versoek deed, te weeten dat 'er 32: manschpp: van de EComp: 32: van Chandra Raijer, en 32: van ons naar het Zandigland mogt worden gesonden, om een nazoek te doen, en bij den ontfangst van dat berigt hij weder na Chawacattij zoude vertrekken, gelijk hij Chandra Raijer zulx zulx bij een brief gesz: en met zijn boo„ de gesonden heeft in geselschap van onse suamij 163 A=o 1774 Den 19: Meij In de stad ochim suamij, welke brieff overgeset zijnde, sal uw Ed groot agtb: alles beter konnen verstaan zoo dra die nazoek gedaan is sal men geen reeden van ongenoegen konnen voorbrengen in het leger sal als den terug moeten trecken suami sal uw Ed groot agtb: alles omstandig zeggen, derhalven versoeken wij uw Ed Groot agtb: het antw: aan Chandra Raijer ten spoedigsten te senden; en teffens 32: manschp: van de EComp: 32: van Chander Raijer, en 32 van ons te senden, om die nasoek te doen, en dienweegen aan de Residenten van Cran¬ „ganoor, Paponettij, en Chettua ider een brieff te senden de zaak op die wijse behan„ „delt werdende, zal geen ongenoegen kon„ nen baren den ho: van Cranganoor heeft belooft een lak rop=s en een Eliphant, aan den nabab te geven, en men maant sterk om dat Geld wij zullen onse uitterste best aan werden om die zaek ten genoegen uijt de wereld te helpen, alle de notitie die wij krijgen, laten wij niet na, uwEd: groot agtb: te beedeelen, En wij nemen God tot getuijgen wat voor moeijte wij in dese zaken aange„ „went hebben alle de brieven die wij successi„ „ve ontf: hebben zullen wij aan uw Ed Groot agtb: Den 19 Meij In de stad Cochim A=o 1774: _=o 20.— _o agtb: senden soo dra onse occupatien een Eijnde nemen zullen, geteken bij zijn ho=t /:onderstond voor de translatie Cochim: dato als boven was Getekent S: V: Iongeren geswoore translateur. - Vrijdag na de overzetting van die brieff, krug zijn wel Ed Groot agtb: tijding, dat 100: gewaa„ „pende mooren van Chawacattij op de land„ streek van Cranganoor waren gekomen, waar op zijn wel Ed Groot agtb: voormelde boode binnen de stad liet roepen, met wiens komste seijde zijn welEd: Groot agtb: aan den selven, dat den Jnhoude van de door hem me¬ „de gebragte brieff gants: niet over een quam met de mondelinge boodschap, die hij gedaan had en daar bij had zijn wel Ed Groot agtb: zoo even tijding ontfangen hoe dat soo ge„ waapende mooren van Chawacattij op Cvan„ ganoor gekomen waaren overzulx zijn welEd: Groot agtb: uijt die Contradeerende schriften; boodschap, en gedoente niet wiest wat daar van dinken zoude, de boode bleef bij zijn gezegde Persisteeren met dese bijvoe„ „ging nogtens dat Chandra Raijer hem ge„ „last had, aan zijn wel Ed groot agtb te versee„ keren

NL-HaNA_1.04.02_10402_0207 view scan ↗

English

165. Year 1774: assuring that he would send no armed forces to the region of Cranganoor, and he said this with so much readiness that one was obliged to believe it, while the Governor at the same time had a record kept of the message delivered by him, so that if in the meantime things should turn out quite differently he would have to account for himself. The incoming letter and the answer to it read as follows: The 20th of May In the City of Cochim Translation of an ola written by the commander Chandra Raijer to the Right Honorable Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Cannara, and Wingurla. Received the 19th of May 1774: On the 17th of this month I find myself reasonably healthy and wish to know of the welfare of Your Right Honorable. From Your Right Honorable's letter I have well understood the matters, and at the same time seen that, by virtue of the good friendship between the Nabab and the Honorable Company, Your Right Honorable The 20th of May In the city of Cochim Year 1774: Your Right Honorable had already sent orders to keep the Sammorijn and his Ragiadoors away from the Company's territories, and that Your Honor would not tolerate the said princes, their Naijros, and treasures in the Company's lands. I wish that Your Right Honorable would do just as Your Right Honorable has written. I have heard that some of the Sammorijn princes who were in the Company's land have departed by sea on vessels; this could not have happened without the foreknowledge of the Company's servants. The contents of Your Right Honorable's letter do not agree with the departure of those princes by sea without anyone having known about it. When I came with my force from Chawacattij to Poelicarro, I had the Resident of Chettua summoned to me and told him to surrender to me the Sammorijn princes who are staying in the Company's territories, according to the order of Your Right Honorable to all the Residents; and on the following day I requested the Resident to surrender to me the Sammorijn Naijros who were found there. 167. The 20th of May In the city of Cochim Year 1774: The Resident replied that he had received those orders from Your Right Honorable, that if the Sammorijn princes should be found in the district of the Honorable Company, they would deliver the same over to me along with their goods, and that in this regard no failure would be found, promising to provide me with 10 men along with the interpreter, just as he did give me the interpreter with 10 men. And they have brought up to me some people from Chawacattij who out of fear had fled to the sandy land; but the Sammorijn princes, Ragiadoors, Naijros, and other goods that are to be found there have not been surrendered up to now, and I also do not believe that the Resident will surrender those princes to me. I have orders from my master the Nabab, as well as writings from Priniwasa Raijer, to seize with my force the Sammorijn princes in whatever region they might find themselves, as well as to demand from the King of Cranganoor one Lakh of Rupees and 4 Elephants. The King of Cranganoor has not made any visit to me up to now, and the Sammorijn princes with their goods who are in the Company's territories I do not receive up to now. The 20th of May In the City of Cochim Year 1774: The Nabab maintains a constant friendship with the Dutch Company; therefore it would not be fitting that I should go with my force to seek out the Sammorijn princes, since many inconveniences could arise from that. I have now already been at Poelicarro for 3 to 4 days, and must necessarily go to Cranganoor to attend to the affairs of the Nabab, and there at Cranganoor the Sammorijn people are present; therefore I cannot make that march without force, with the assurance that I shall cause no disorder in the Company's territories, and as soon as I have received the Rupees and performed the other affairs of the Nabab, I shall go back. Further, I refer to the message of the bearer of this. If there is anything here for Your Right Honorable's service, please let me know. I assure Your Right Honorable that the friendship between the Nabab and the Honorable Company will grow and increase more and more if Your Right Honorable should deliver up the remaining Sammorijn princes. Below stood: For the translation, according to the reading and interpretation of Moetto Rama, Cochim, date as above. Signed: S: V: Tongeren, sworn translator. Draft 169. Year 1774: The 20th of May In the City of Cochim. Draft ola written by the Right Honorable Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Cannara, and Wingurla, to the army chief of the Nabab. Written the 19th of May 1774: Your Honor's letter of the 17th of this month I received on the 19th following, and saw from it that Your Honor was in good health, which was pleasing to us. From the contents of that letter I must conclude that Your Honor receives incorrect reports concerning our conduct regarding the fleeing King Sammorijn, his family, and people. Your Honor can be assured that, to our knowledge, none of them is present in the region of Cranganoor; those who report otherwise to Your Honor must have evil intentions and wish to disrupt the friendship between us and the Nabab. The bearer of Your Honor's letter has informed me verbally that Your Honor requests that a search may be made in the region of Cranganoor

Dutch transcription

165. A=o 1774: „keren dat hij geen gewapende volkeren naar de landstreek van Cranganoor zoude zen„ „den, en dat zeijde hij met soo veel vaardigheijd, dat men daar aan geloof slaan moest, laaten„ de de Gouverneur teffens aanteekening kou„ den van zijn gedane boodsz:, dat wanneer in„ dier tijd heel anders bevindende hij zig zoude moeten verantwoorden, de aankomende brief en het antw. daar op luijd aldus Den 20: Meij In de Stad Cochim Translaat ola door den veld heer Chandra Raijer gesz: aan den wel Ed Groot agtb: heer: A„ driaan Moens, Raad ex„ tra ordinair van nederlands Jndia, mitsgaders Gouverneur en directeur der Custe malla„ baar Cannara en wingurla ontf: den 19: meij 1774: Ik bevinde mij den 17:' deser redelijk gesond„ en wensche te mogen weeten den welstand van uw Ed: groot agtb: uijt uwEd: Groot agtb: brieff heb ik de zaken wel begreepen een teffens gezien, dat uijt kragte van de Goede vrindsz: tussen den nabab, en de EComp: uwEd : „ Den 20 Meij In de stad Cochim A=o 1774: uw Ed: groot agtb: reets ordre gesonden had, om den sammorijn en zijne Ragiadoors van s Comp: temritoiren af te houden, en dat haar Ed gem: vorsten hare naijros, en schatten in sComp: landen niet zoude dulden, ik wensche dat uw Ed: groot agtb zulx deed zoo als uw Ed: groot agtb: gesz: heeft: Eenige van de Sammorijnse vorsten die in Comp: land waren heb ik gehoort dat sij met vaartuijgen overzee zijn vertrokken, het soude niet hebben konnen geschieden buijten voorkennisse van sComp: bediendens den Jnhoud van uw Ed: groot agtb: brief, komt niet over een met het vertrek van die vors„ „ten over zee sonder dat Jemand zullen gewee„ ten heeft, toen ik van Chawacattij met mijn magt op Poelicarro quam heb ik den Resi„ dent van Chettua bij mij laten roepen, en tegens hem gezegt dat de sammorijnse vors„ ten die zig in 's Comp: terretouren ophouden aan mij over te geven, volgens de ordre van uwEd groot agtb: aan alle de Residenten, en en den volgende heb ik aan den Resident versogt om de sammorijnse naijros die zig daar bevonden aan mij te laten overge„ Cven 167. Den 20 Meij In de stad Cochim A=o 1774 „ven den Resident heeft geanwoord dat hij die ordres van uw Ed: groot agtb: ontfangen, had„ dat soo de sammorijnse vorsten in het dis„ trict van de EComp: mogten vinden deselve met haare goederen aan mij souden overlee„ veren, en dat daar omtrent geen manque„ „ment zoude gevonden worden, beloovende mij 10: mansz: met den tolk bij te zetten, gelijk hij den tolk met 10: man mij gegeven heeft en zij hebben mij opgebragt eenige menschen van Chawacattij die uijt vreese naar het zan„ „digland zijn gaan vlugten maar de sammo„ rijnse vorsten, ragiadoors, naijros, en andere goederen die daer te vinden sij werden tot nog toe niet overgegeven en ik geloof ook niet dat den Rresident mij die vorsten sal overgeven, Jk heb ordre van mijn meester den Nabab, als ook aanschrijvens van Priniwasa Raijer om met mijn magt de sammorijnse vorsten op te vatten en wat landstreek deselve zig mogten bevinden, mitsgad=s van den Ho: van Cranganoor een Lak Rop: en 4: Eliphan„ ten te vorderen, den ko: van Cranganoor heeft tot nog toe geen visite aan mij gedaan in de sammorijnse vorsten met hare goe„ deren die in 's Comp: territoiren zijn krijg ik om Den 20 Mey In de Stad Cochim A=o 1774: ik tot nog toe niet; den nabab houd met de hollandse Comp: een bestendige vrindsz: daar om zal het niet passen dat ik met mijn magt zoude gaan om de Sammorijnse vors„ „ten opte soeken, alsoo daer uijt veele ongemak„ „ken zoude konnen ontstaan, jk ben nu al 3: â 4: dagen op Poelicarro, en moet nood zakelijk na Cranganoor gaan, om de zaken van den nabab te betragten, en daer op Cran„ ganoor bevinden zig de sammorijnse vol„ keren, daarom kan ik die togt sonder magt niet doen, onder versekering dat ik op sComp territoiren geen diordre sal pleegen, en soo dra ik de rop: ontfangen, en andere zaken van den nabab zal verrigt hebben, zal ik te rug gaan, wijders gedrage ik mij aan de boodsz: van brenger deses, hier iets van uw Ed groot agtb: dienst zijnde gelieve mij te laten weeten Jk verseekere uw Ed: Groot agtb: dat de vrindsz: tussen den nababen de EComp: meeren meer sal aan groeijen en toeneemen wanneer uwEd: Groot agtb: de overgebleeven sammorijnse vorsten quam te overleeveren onderstond voor de translatie volgens leesing en verstaan geven van moetto Rama Cochim dato als boven /:was getekend S: V: Tongeren geswo„ re translateur Concept 169. A=o 1774: Den 20: Meij In de Stad Cochim. Concept ola door den welEd: groot agtb: heer Adriaan Moens Raad extraordinair van neder„ lands Jndia, mitsgaders Gou„ verneur en directeur der Custe mallabaar Cannara en win„ „gurla Aan het legerhoofd van den nabab gesz: den 19:' meij 1774: Uw Ed: missive van den 17: deser heb ik den 19: daar aen ontfangen, en daer bij gesien, dat uw Ed: wel varende was, dat ons aengenaem is ge„ „weest, ik moet uijt den Jnhoud van die brief op„ „gemaken dat uw Ed: verkeerde berigten, krijgt wegens ons gehouden gedrag omtrent den vlug„ „tenden ko: Sammorijn zijne familie en vol„ keren uw Ed: kan verseekert zijn dat zig niemand derselve onses weetens op de land streek van Cran„ ganoor bevind, die uwEd: anders berigten moeten quaade insigten hebben en de vrindschap tussen ons en den nabab willen stooren. — Den brenger van uw Ed: brieff heeft mij mondeling bekent gemaekt dat uw Ed versoekt, dat er nasoek mag gedaan werden op de landstreek van Cran„ ganoor mijn Swoo„

NL-HaNA_1.04.02_10402_0212 view scan ↗

English

The 20th of May In the City of Cochim. Anno 1774: ganoor for the treasures and other goods that might have been concealed there by the Samorin, by 32 persons from Your Honour, 32 from the King of Cochim, and 32 from us, this the King of Cochim has also made known to us by ola; I conclude from this that Your Honour had not yet received my further missive upon the departure of Your Honour's letter, for I have already made known in my last to you that this search can take place, I am ready to have this carried out; therefore, may Your Honour please let your 32 persons, accompanied by those of the King of Cochim, come to Cranganoor to our resident, I think it is best to begin from there, but if Your Honour understands it otherwise, then Your Honour can send the same to Chettua, but in this case we ought to have notice thereof at the earliest in order to be able to send our people thither; Your Honour can be assured that we shall take care that the people to be sent find access everywhere and that whatever is found shall be handed over to the same. Your Honour still insists upon the contribution from the Cranganoor King, although we have clearly made known to Your Honour that he is no sovereign prince but a subordinate of the Honourable Company, the King of Cochim has made known to us that this petty king promised a present to the Nabab; this the Cranganoor petty king denies, yet if he has made such voluntary promise, we are willing to permit that he fulfills it, Your Honour will certainly take a fair regard here regarding his meager means. This was already ready to be dispatched when I received news that 100 armed Moors from Chawacattij have arrived in the district of Cranganoor, upon this news I had Your Honour's letter bearer come to me, and asked him how this was to be reconciled with his verbal proposal made to me; he answered thereupon that Your Honour had ordered him to make the proposal to me for the search for the treasures and that Your Honour would not send armed folk into our district; this he said with so much readiness that I almost doubt whether these folk had indeed come thither by Your Honour's orders, yet at the same time considering that the Moors would not dare to take that boldness upon themselves, I do not know what I must think of this business, and whether I should let this go as it was drafted or not, the assurances of the bearer of this that Your Honour's intention was good and very desirous of this answer, made me decide to dispatch it without alterations and request a prompt reply hereupon; meanwhile commending Your Honour to God's protection, it was subscribed: translated thus into Malabar by me, Cochim date as above, was signed S: v: Tongeren sworn translator. Furthermore, His Right Honourable wrote an ola to the King of Cochim, as appears here below. Draft ola written by the Right Honourable Adrian Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Vingurla, to the King of Cochim, dated the 20th of May anno 1774. Your Highness's ola having been delivered to us, we have seen thereby that Your Highness's good intentions towards the Honourable Company would remain unalterable, we remain then in confidence that we shall at all times see proofs thereof; Your Highness proposes to us on behalf of the commander of the army of the Nabab to let a search take place in the district of Cranganoor for the treasures of the Samorin, this we have already granted in our previous letter to the army commander; and in the one now departing we write to the army commander that he need only send 32 of his people accompanied by 32 of Your Highness's people to the Cranganoor resident, who will also add 32 heads on our behalf to them and allow the search to proceed, but leaving it to the army commander whether he also wants to begin from Chettua, if so, that notice thereof ought to be given to us at the earliest, in order to make our people also depart for Chettua. Your Highness also writes to us that the King of Cranganoor made a promise to the Nabab to pay a sum of money, Your Highness knows that this petty king is under the Honourable Company and therefore cannot suitably be burdened with any contribution, yet as Your Highness says that the King previously gave a promise thereto, it having happened outside our knowledge, although it is now denied, we are willing to permit that under the name of a present, in proportion to his means, he fulfills his promise; God preserve Your Highness for many years, subscribed: translated thus into Malabar by me, Cochim date as above, was signed S: v: Tongeren sworn translator. The 25th, Wednesday, the first interpreter van Tongeren, by order of His Right Honourable, wrote an ola to the Sarwadhikariakar of Chirtella regarding the detention of the Company's letter by the watchmen of Betteke, as appears here below. Draft ola by order of the Right Honourable Adrian Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Vingurla, by the first interpreter van Tongeren to the Sarwa

Dutch transcription

Den 20 Meij In de Stad Cochim. A=o 1774: ganoor na de Schatten en andere Goederen die van de sammose daer geborgen mogten zijn, door 32: persoonen van uw Ed 32: van den Co„ chim der, en 32: van ons, dit heeft ons ook den ho van Cochim bij ola te verstaan gegeven; ik besluijt hier uijt dat uwEd: mijn nadere missive nog niet ontfangen heeft gehad bij het afgaen uw Ed brieff, want ik heb bij mijne laetste uwe reets te kennen gegeven, dat dit ondersoek ka geschieden, ik ben berijd dit te laten volbrengen derhalven gelieve uEd zijne 32: persoonen verseld van die van den ko: van Cochim, op Cranganoor bij onse resident te laten komen, ik denk het best is van daar te beginnen dog begrijpt uw Ed het anders, dan kan uwEd: deselve te Chet„ tua senden, dog in dit geval dienen wij daer van ten eersten kennisse te hebben om onse volkeren derw=ts te kunnen senden; uw Ed ka verseekert zijn, dat wij sorg sullen dragen, dat de tesendene volkeren over al toegaen vinden en dat zoo 'er gevonden word, aan deselve zal werden terhand gesteld uwEd: blijft als nogstaen op de contrabutie van den Cranganoorse to: schoon vrij aen uwEd: hebben bekent gemaakt, dat hij geen souverain vorst maer een ander hoorige van 6 171. Den 20 Meij In de stad Cochim A=o 1784: van de EComp: is, den ko: van Cochim heeft ons te kennen gegeven, dat dit koningje aan den nabab een present beloofd heeft; dit ontkent het Cranganoorse koningje indien hij egter zulke vrij willige boelof te gedaen heeft, willen wij wel toestaen dat den selven die volbrengt, uwEd: zal hier omtrent zeekert een billijke agting slaan op zijn gering vermogen Desen was bereets klaer om afgegeven te werden wannerik tijding, erlang dat 100: gewapende mooren van Chawacattij op de landstreek van Cranganoor zijn gekomen ik heb op dese tijding uw Ed: brief brenger bij mij laten komen, en hem gevraagt hoe dit over een te brengen was met zijne aen mij gedaene mondelinge voorslag; hij diende daer op dat uwEd hem g'ordeneert had, mij den voorslag ter ondersoek na de schatten te doen en dat wed geen gewapende volk op onse land„ „streek zoude komen; dit zeijde hij met zo veel vaerdigheijd dat ik bij na twijffele of dit volk wel ter uwEd ordre daer was gekomen, dog ter selver tijd overdenken dat de mooren die Houd„ nean „heijd op haar selven niet zouden mogen gebruijk ken, weet ik niet wat ik van dit gedoente denken moet, en of ik deesen zoodanige Cals 8 Den 20 Meij In de stad Cochim A=o 1774: als hij in Conceept was gebragt zoude laten afgaen dan niet, de verseekeringen van den brenger deses dat uw Ed: intentie goed en seer na dit antwoord verlangende was, heeft mij tot afvaardiging sonder veranderinge doen besluijten en versoek hier op een spoedig antw: intusschen uwEd gode ter bewaringe beveelende onderstond zoodanig door mij in het malla„ „baars overgeset Cochim dato als boven was getekend S: v: Tongeren geswoore transla¬ teur. Wijders schreef zijn welEd: groot agtb: een ola aan den ko: van Cochim, als hier onder Consteert. Concept ola door den welEd: Groot agtb: heer Adriaan Moens Raad extra ordinair van nederlands Jndia, mitsga¬ ders Gouverneur en directeur der Custe mallabaar Cannara en wingurla, aan den Ko: van Cochim gesz: den 20 meij anno 1774. ANot=s ola ons besteld zijnde, hebben wij daer bij N - 173 Den 20 Meij In de stad Cochim A=o 1774: bij gesien, dat uho=ts, goede intentie omtrent de EComp: onveranderlijk zoude blijven, wij blij„ „ven dan in vertrouwen dat wij daer van ten allen tijde blijken zullen zien; Eihd=t staat ons van wegens het leeger hoofd van den Nabab, voor om een ondersoek te laten Geschieden, op de landstreek van Cranganoor na de schatten van den Samm:, dit hebben, wij reets, bij onsen voorigen brieff aan het leger„ „hoofd g'accordeert; en bij de thans afgaande schrij„ „fen wij het legerhoofd dat hij maer 32: der zijne verselt van 32: van uho=t volkeren na Cranga„ noor kant senden bij den Resident, die daer bij van onsen wegens Meede 32: koppen zal volgens en het ondersoek laten voortgaang hebben dog aan het legerhoofd gelaten, of hij ook wil van Chettua beginnen indien Ja, dat ons als dan daer van ten eersten kennisse dient te werden gegeven, ten eijnde de onse ook na Chettua te doen vertrekken:— Uho=t schrijft ons ook, dat den ho: van Cran„ ganoor, belofte gedaan heeft, aan den nabab om een somma Geld te betallen, inho=t weet, dat dit koningje onder de EComp: een derhal„ „ven met geen Contributie gevoeglijk kan wer„ „den belast, dog dewijl uho=t segd dat den ko: bevorens Den 20:' Meij In de stad Cochim. A=o. 1774 bevoorens daer toe belofte heeft gegeven het zoo zijnde buijten onse kennisse is geschied, hoe wel het nu word ontkent, zo willen wij wel toestaen dat hij onder de naem van een present na maate van zijn vermogen, aan zijne belofte voldoet; god bew: uho=t lange Iaaren /onderstond:/ soodanig door mij in het mallabaars overgeset Cochim dato als bo„ „ven was getekent S: v: Torigeren geswoore trans„ lateur: _=o 25: _=o Woensdag schreeff den Eerste tolk van ton„ „geren ter ordre van zijn wel Ed: Groot agtb een ola aan den sarwad lacariaren van, Chirtella wegens het aanhouden van 'sComp: brieff door de wagters van betteke, als hier onder blijkt. Concept ola ter ordre van den welEd. groot agtb: heer Adriaan Moens; Raad Extraordinair van Ne„ derlands Jndia mitsgaders Gouverneur en Directeur der Custe mallabaar Cannara en wingurla door den eerste tolk van Tongeren aan den Sarwa

NL-HaNA_1.04.02_10402_0217 view scan ↗

English

175 Anno 1774: The 25 May In the city of Cochim Sarwadiacariacaren of Cher„ talle written the 26 May 1774: a certain lascorijn by the name of Babo of Por„ ca coming with the Company's letter was detained at Bettekel by the guards, with command and order that he should surrender the letter and his sword, and because he would not do so, they struck him with a pike and took his sword away; the Lascorijns must pass and repass that way daily with the Company's letters, and if they are treated in that manner, many mischiefs may arise therefrom; therefore my Noble Supreme Commander has ordered me to write this ola to Your Honour and to ask by whose orders they did so, and if they did it out of wantonness, to punish them according to their deserts, to have the sword of the las„ corijn returned, and to give orders that such a thing should no longer happen; in the contrary case, His Right Honourable will write about this directly to the King and demand an equitable satisfaction. Was written below: Translated by me into Malabar, Cochim, date as above; was signed S: v: Tongeren, sworn translator. The 28 The 28 May In the City of Cochim Anno 1774: Saturday, His Right Honourable issued an ola to the governor at Calicoet, Prini„ wasa Raijer, accompanied by a copy of a letter written to His Excellency the Nabab Aijder Alichan, with the request to grant it a speedy conveyance; one may read the draft below. Draft ola by the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Dutch India, as well as Governor and Director of the Coast of Malla„ baar, Cannara, and Wringurla, To the Governor at Calicut, Priniwassa Raijer, written the 28 May 1774. However much I have desired that Your Honour's master the Nabab should recently have come to Calicut, as in the year 1766, because I would then, just as at that time, have had His Excellency complimented and at the same time have conferred on certain matters which I do not doubt would have been to His Excellency's 174 The 28 May In the city of Cochim Anno 1774 highest gratification; yet His Excellency has, to our regret, not come down, and we must therefore postpone this until a good opportunity presents itself for it, which is greatly longed for. However, since in the meantime something has occurred in the name of the Nabab with the King of Cranganoor, who is a vassal of the Company, we have, on account of the friend„ ship that exists between the Dutch Company and Your Honour's master, informed His Excellency thereof by a letter; but since His Excellency is so far from here, and that letter might also easily have gone astray in these present circumstances, I have deemed it necessary to prepare another letter of the same content, which I now send to Your Honour with the Jew Izaak Surion, with the request to deliver it speedily and securely to His Excellency; but since disorders are once again committed near and on the Company's territory, which may have evil consequences and are undoubtedly practiced through the cunning of some ill-disposed persons, as Izaak Surion will relate to Your Honour in more detail, it is The 28 May In the city of Cochim Anno 1774: my request that Your Honour may be pleased to send such orders to Chawacattij that no further outrages be committed which conflict with the friendship and the trust between the Nabab and the Company; for since His Excellency in the year 1766 gave the Company such strong assurances of his friendship, the Company has also relied upon them with peace of mind and therefore would not meddle at all with the Samorijn, notwithstanding His Highness had given the Company sufficient cause to do so. I have also informed Your Honour's brother Chander Raijer of all these matters. I hope that Your Honour may be in good health, and if there should be anything here to Your Honour's service, I request you to inform me of it, as it will be my pleasure to do Your Honour a favour, and to hear of Your Honour's welfare. Was written below: Thus translated by me into Malabar, Cochim, date as above; was signed S: v: Tongeren, sworn translator. 31 Tuesday, the First Interpreter van Tongeren received 179. The 31 May In the City of Cochim Anno 1774: Tongeren an ola from the Cariacaren of Chertalla, making known that having examined the matter of the detention of the Company's letter, he had immediately punished the guards, as can be read below. Translation of an ola written by the Cari„ acaren of Chertalle to the First Interpreter van Tongeren, received the 31 May anno 1774. Your Honour writes to me that the guards of Bette„ kel had detained, beaten, and taken the sword from the lascorijns who had come with the Company's letter from Por„ ca; I had the guards come to me and examined them, whereupon they declared that when they had called out to the Lascorijn, he would not come, but used some improper words towards the guards and drew the sword; therefore those guards took the sword away. I have punished the guards immediately and had the sword returned, and request that the Lascorijns may also be corrected for railing against the Naijros. Signed by the Cariacaren of Chertalle. Written below: For the translation,

Dutch transcription

175 A=o 1774: Den 25 Meij In de stad Cochim Sarwadiacariacaren van Cher„ „talle gesz: den 26: meij 1774: zeeker lascorijn met name babo van Por„ ca met 's Comp: brieff komende wierd den selven op Bettekel door de wagters aangehou„ den, met last en ordre dat hij de brieff en zijn degen zoude afgeven en om dat hij zulx niet doen woude hebben zij hem met een piek, geslagen en zijn degen afgenomen, de Lascorijns moeten die wegdagelijx met sComps brieven passeeren en repasseeren, en wanneer zij op die wijze bejegent werden zullen daar uijt veele onheijlen konnen ontslaan daarom heeft mijne noblen oppergebiedier mij gelast uEd: dese ola te schrijven en te vragen uijt wins last zij zulx gedaan hebben en zoo zij uijt moedwil het gedaan hadden deselve na ver„ „dienst te straffen, den degen van den las„ corijn te doen te ruggeven en ordre te stellen dat sulkx niet meer quam te gebeuren on„ ^groot agtb Contrarie gevalle zal zijn wel Ed:s daar over direct aan den ko: schrijven en een billijke satifffa„ „tie Eijsschen /:onderstond door mij in 't mal„ labaars overgeset Cochim dato als boven was getekent S: v: Tongeren geswoore translateur. Den 28 Den 28 Meij In de Stad Cochim A=o 1774: Saterdag vaardigde zijn wel Ed: groot agtb een ola aan den gouverneur te Calicoet Prini„ wasa Raijer, verseld van Een Copia brieff aan zijn Excellentie den nababaijder alichan gesz: met versoek deselve een spoedige addres„ se te verleenen men leese het Concept hier beneden. Concept ola door den welEd Groot agtb: heer Adriaan Moens, Raad Extra ordi„ nair van Nederlands Jndia mitsgaders Gouverneur en directeur der Custe malla„ baar Cannara en wringurla Aan den Gouverneur te Calicut Priniwassa Raijer gesz: den 28. ' meij 1774. „ „ Hoe Zeer ik ook verlangd hebben dat uEd meester den nabab onlangs te Calicut zoude gekomen zijn, gelijk in het Jaar 1766: om dat ik dan even als te dier tijd ook zijn Exelt: zoude hebben laten Complimenteeren en teffens onderhouden over zeekere zaken die ik niet twijffel of zij zouden zijn Excelt: ten 174 Den 28: Meij In de stad Cochim Ao 1774 ten hoogsten aangenaam geweest zijn, zo is egter zijn Excell: tot ons leedwesen niet afgekomen en moet derhalven zulks uijtstellen tot zig eene goede gelegentheijd daer toe zal op doen, waer na zeer verlange¬ dog dewijl en intussen met 't koninge van Cranganoor die een rascael van de Comp: is, op den nam van den nabab iets voorgevallen is, zo hebben wij uit hoofde van de vriend„ „schap die er tusschen de hollandse Comp: en uwEd: meester is zijn Excellentie daar van met een brieff kennisse gegeven, maer dewijl zijn Excell: zo verre van hier is en ook die brieff in dese tijds omstandigheden ligtelijk zoude kunnen absent geraakt zijn, zo heb„ be ik nodig geoordeelt nog een brieff van die zelfden inhoud te vervardigen dewelke ik met de Jood Izaak Surion nu aan uw Ed aftende met versoek om de zelve toe spoedig en secuur aan zijn Excell: te besorgen maar dewijl er sedert alweder bij en op sComp: territoir onordentelijkheeden gepleegt worden, die van quade gevolgen konnen zijn en on„ getwijffeld door de list van sommige quaad geziende gepractifeerd worden gelijk / zak surion uwEd: nader verhalen, zal so is my Den 28. Mey In de stad Cochim A=o 1774: mijn versoek dat uw Ed: soodanige ordre na Chawacattij Gelieve te stellen dat er geen onbillijkheeden meer gepleegt werden dewel„ „ke streijden tegens de vrindschap,en het ver„ „trouwen, tussen de Nabab en de Comp: want seedert dat zijn Excell in het Jaar 1766 De Comp: sulke kragtige verseekeringe van zijn vrindschap gedaan heeft, heeft, DE Comp: ook gerust daer op vertrouwd en daerom zig in het geheel met, den samm: niet willen bermoeijen niet tegenstaende zijn ho=t D EComp: Genoeg, aenzaek heeft la„ ten doen. Van alle dese zaken ik ook uw Ed: broeder Chander Raijer kennisse gegeven. Ik hoope dat uwEd Gesond mag zijn en indien hier iets van uw Ed dienst mogt zijn zoo ver„ soeke mij sulks te bedeelen, also het mij aen„ genaem zal zijn uw Ed plaisier te doen, en uw Ed: welstand te verneemen /:onderstond zoodanig door mij in het mallabaars overge„ „set Cochim dato als boven was getekend S: v: Tongeren gesw: translateur _=o 31: _=o Dingsdag ontfing den Eerste tolk van tongeren 179. Den 31 Meij In de Stad Cochim A=o 1774: Jongeren Een ola van den Cariacaren van Chertalla, bekent makende dat hij de zaak van het aanhouden, van 's Comp: brieff g'Exa„ mineert hebbende, de wagters ten Eersten af„ „gestraft had gelijk hier beneden te liesen is. Translaat ola door den Cari„ 20 „acaren van Chertalle gesz: aan 't den Eerste tolk van Tongeren ontf: den 31: meij anno 1774 UE schrijft mij dat de wagters van bette„ „kel de lascorijns die met 'sComp: brieff van Por„ „ca waren gekomen, aangehouden, geslagen, ent den deegen afgenomen hadden; Jk heb de wag„ „ters bij mij laten komen en deselve gexami„ neert als wanneer zij betuijgt hadden dat toen zij de Lascorijn hadden aangeroepen deselve niet hadden willen komen maar eenige onbeta„ melijke woorden de wagterstoegevoegt en de deegen uijtgetrokken daerom hebben die wag„t„ ters den deegen afgenomen, Ik heb de wagters ten eersten afgestraft en de degen laten overgeeven en versoeke dat de Lascorijns ook mogen gecorrigeert worden, over het schel„ den op de naijros, get:/ bij den Cariacaren or„ van Chertalle onderstond voor de trans„ Clatie der P

← previousnext →