Inventory 10417
Surat · 674 pages · 98 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Number 6. Number 7. and Council to Your Right Honourable of the 31st preceding under flying seal, which I have the honour to offer to Your Right Honourable under [illegible], solely with this remark, that although the said letter at first glance might indeed seem to dictate as if the undersigned had requested the continuation of a trading post at Brootchiar from the Bombay Council as an extraordinary favour, this must solely be attributed to its framer the secretary and some of the members, and the weakness of the Governor to prevent or alter such etcetera, since the report of the Committee was never of such a nature, and the letter of which I enclose a copy under number 7 clearly demonstrates that I demanded this stay as a right grounded on our firmans; and although I did not fail to complain about this treatment to the Gentlemen of the Committee, and they could not deny that the said letter was not drawn up fully in accordance with what had been transacted, just as it was also not co-signed by two of the Commissioners, a multitude of political reflections, not unknown to Your Right Honourable, nevertheless forbade me to make further public representations against it, which also at that time would likely have made little impression upon a nation that through an incomprehensible prosperity is puffed up to such an extent that it considers everything beneath itself, and under a government that is full of all kinds of factionalism and void of any subordination. Hoping thus, Right Honourable Sirs, that these my actions will be followed by Your Right Honourable's approval, I must request permission to now further serve Your Right Honourable with a report regarding the commission further entrusted to me by the same. That is, after having previously had the honour, by my letter of 26 February, to forward to Your Right Honourable a missive from the Lord Bombay Governor to the Surat Chief, Mr Price, intended to bring the latter thereby, if possible, to the terms of an amicable accommodation regarding the Surat disputes and sought-after quarrels, I subsequently, as evidenced by my obedient letters of 7 and 13 March, did not fail to set everything in motion in private that I judged could be of any service toward the complete clearance of the aforementioned disputes; and it could not do otherwise than stimulate my zeal when I perceived from Your Right Honourable's ever-honoured letter of 7 March that what had been transacted here by myself and the Honourable Holmberg had had the good fortune to carry away Your Right Honourable's approval, while the same wished to test whether there might possibly be an opportunity here to clear all disputes out of the way through an amicable accommodation. When Your Right Honourable, by your letters of the 12th of the just-mentioned month, was pleased to order me to urge upon the Lord Governor and Council in the most emphatic manner, to the end of moving Their Honours to give their consent and to send orders to Surat to have all the disputes settled by Mr Price alone and without interference from his Council with the Nawab, I took the liberty, in my letter of the 19th following, to present to Your Right Honourable the manifold reasons that had caused me to postpone the execution of this order until further instructions; and Your Right Honourable having furthermore ordered me, by your missive of 16 March 1773, to request in public that the impediments brought against the cotton gathering and sale be revoked, as well as to persuade the Lord Governor to recommend to the Surat Nawab by letter to arrange matters with us amicably, I had to postpone the first matter once again, as the postscript of that letter informed me that the impediments to the gathering had been revoked, the matter of Boetasa was on a good footing, and that of the Parsee would be settled; and in the second matter, with all trouble and solicitations, I was unable to succeed, as the Lord Governor told me that such conflicted with the regulations of the English service. Pursuant to the order contained in Your Right Honourable's honoured letter of the 18th of the same month, I presented to the said Lord Governor, on the 23rd ditto—after I had made public and most forceful representations to the Lord Governor and Council on the preceding day, to the end that the Company's trade here be permitted unhindered progress while all disputes were being settled according to equity—the letter dispatched by Your Right Honourable to His Honour and Council in the case of Deanaat; while at the same time I did not fail to substantiate the same to His Honour and the members of the meeting through powerful representations, namely those contained in Your Right Honourable's missive of the 16th aforementioned; and this being resumed even further by me when Your Right Honourable, in your letters of 20 March, was pleased to inform me of the unfaithfulness that Mr Price had shown in the affair with Boetasa, I had the misfortune of being afflicted by a dangerous throat illness, which me
Dutch transcription
369 Num: 6. No 7. en raad aan uw wel Edele Agtb: van den 31:e bevoorens onder Cachet volant welke ik d' Ee heb uwel Ede Agtb: onder Nutw: E: aan te biede ro„ eeniglijk nog met deze remarque, dat schoon ged:te brief in den eersten opslag wel soudte schijnen te dicteeren als of den ondergeteekende de aanhouding van een Comptoir te Brootchiar van den Bombaijsen Raad hadde versogt als een buijten gewone Gunst bewijs, sulx alleen moet werden toegeschreeven aan dies in„ „steller den secretaris en sommige der leeden en de swakheijd van den Gouverneur om sulx te verhinderen ofte veranderen ensz:, also het rapport van het Committs nimmer dusdanig is geweest, en de brief van dewelke ik een afschrift deeze bijvoege onder num: 7 klaarlijk aantoond, dat ik dit verblijf als een Regt op onse Tismans gegron „det gevorderd hebbe, en schoon ik niet heb na „gelaten over dese behandeling bij de Heeren van de Commissie te klaagen, en sij niet honder Haam ontkennen t schip 6 Heer 317 Tren ban Cot Sgae 4 ontkennen dat deselve brief niet ten vollen na het gehandelde was ingesteld, soo als ook door twee der Commissarissen niet meede Gelee „kend is, soo hebben eene meenigte politicque „eflectien uwel Ed:e Agtb: niet onbekent mij verboden daar teegens nadere openbaare instantien te doen, en die ook toe mogelik van weijnig indruk souden sijn geweest, bij eene natie die door eenen onbegrijpelijke woorspoed dermaten opgeblasen is, dat sij alles beneeden sig schat, en bij eene Begeeringe die vol van allevleij partijschappen en buijten eenige subordinatie is. — Dus dan verhopende welEd: Agtb: Heeren dat dit mijn Gehandelde met uwel Ed: Agtbaare Goedkeuringe agtervolgd worden sal, moet ik permissie vraagen, om uwel Ed: Agtbaare nu voorts ten reguarde van de mij door deselve verders opgedragene Com„ „missie te dienen van Rapport. Dat 371 Dat esn na alvoorens bij mijnen brief van den 26: februarij d'eer te hebben gehad van uwel Ed: Agtb: te doen toekomen een missive van den Heere Bombaijsen Gouverneur aan den soudatsen Cheff de heer Price sullende strekken om deeze laatste daar door soo mogelik te brengen in de termes van een minnelijk accorodement ten reguarde van de souratse oneenigheeden en gesogte querelles vervolgens blijkens mijne Gehoorsaame letteren van den 7.„e en 13:e maart niet heb nagelaten alles in 't particuliere in het werk te stellen, wat ik ter uijtede wel ruijming van voorn: geschillen maar van eenige dienst oordeelden te kunnen sijn en het konde niet anders als mijnen ijver opwekken wanneer ik bij uwel Ed:e Agtbaare altoos g'eerde van den 7„' maart ontwaarde dat het door mijen den E: Holmberg alhier gehandelde, het geluk hadde gehad uwel Ed: Agtb: goedkeuring, wdeg te dragen, anmiddels, dat Faen ban Rau dezelve 2 t: schip 16 517 Agad 208 2 deselve wilde beproeven of en hier mogelijkke „heijd soude sijn om alle geschillen door een min „nelijk acconodement uijt den weg te ruijmen. Wanneer uwel Ed: Agtbaare mij be„ derselver letteren van den 12„e van even gem: maand gelieden te gelasten om bij den Heere Gouverneur en Raad op 't nadrukkelijkste aan te dringen, ten eijnde hun Edele te beweegen tot het geeven van hunne toestemminge, en het senden van ordres na souratta om alle de differenten door den Heere Price alleen en sonder be „moeijenisse van sijnen Raad met den Nabab te laaten verevenen, nam ik de vrijheijd uwel Ed: Agtb: bij mijne brief van den 19„e daaraan voortedragen de meenigvuldige reedenen welke mij de uijtvoeringe van desen last hadden doen verschuijven tot nader aan „schrijven, en uwel Ed: Agtbaare mij alverders bij haare missive van den 16„e maart 1773: hebbende g'ordonneert, om in het publicq te te versoeken, dat de verhinderingen aan den Lijwaat Jnsaem en verkoop toegebragt, in „getrokken wierd, als mede om den Heere Gouverneur te persuadeeren om den sourassen Nabab bij brief te Recommandeeren om de saaken met ons in het minnelijke te schik vero„ heb ik het eersten alweeder moeten uijtstellen, alsoo mij het P: s: van die brieff bedeelde dat de verhenderingen aan den Insaam waaren ingetrokken, de saak van Boetasa op een goede voet was, en die van den persie soude worden afgedaan, en in het 2=de heb ik met alle moeijte en sollicitatien niet kunnen ruisseeren, alsoo den Heer Gouverneur mij seide sulx te strijden teegens de Regulen van den Engelschen dienst. — Jngevolge de ordre vervat bij uwel Edele Agtb: G'eerde brief van den 18„e van dieselve maand, heb ik op den 23„e dito na dat ik des daags bevoorens bij den Heere Gouverneur en Toen bart Maa Raad 13 Schip 373 517 A gal te 1. 208 e raad publicque en allersterkste Instantien hadde gedaan, ten eijnde aan 's Comp:s Negotie alhier een onverhinderden voortgang, gelaate wierd, intusschen dat alle verschillen na de billijkheijd wierden afgedaan, aan gemelde Heer Gouverneur gepresenteerd, de aan sijn Ed: en Raad door uwel Edele Agtbaare afgevaar „digde brief in de saak van Deanaat terwijl ik terselver tijd niet naliet om deselve aan sijn Ed:e en de leeden der vergadering door Kragtdadige vertooningen wel die bij uwel Ed: Agtb: missive van den 16„e hier voorengem„t vervatted sijn te adstrueeren ende dit nog nader bij mij hervatted sijnde wanneer uwel Ed: Agtb: mij bij derselver letteren van den 20„e maart geliefden te bedeelen de ontrouw die M:r Price in de affaire met Boetasa had betoond, had ik het ongeluk door een gevaarlijke keelsikte te woorden aangelast, het geen mij
English
No. 8. and 9. 10. obliged me to write on the 25th ditto to one of the members of the Council who enjoyed the principal confidence of the Lord Governor the letter No. 8, and he answering me under No. 9 that they would do nothing in the matters without seeing the Company's firmans, I replied thereto that very same day with the missive No. 10. And when I fully perceived from the answer received thereto of the 27th ditto under No. 11 that they had resolved to force us, cost what it might, to produce the Company's privileges, I went the following day to the Lord Governor, and receiving almost the same answer here, I did not deliberate a moment longer, but immediately wrote to the Governor and Council the letter under No. 12, thereby requesting, for many reasons, to interpose their authority, in order that the Surat Council, as Castle Governor, oblige the Nabab to desist from all violent proceedings, and to allow the trade of the Honorable Company to proceed undisturbed, while we had time to ask the pleasure of our High Superiors regarding the production of the firmans, while in the meantime I employed all solicitations and arguments with these and other of the most accredited Council members, as appears from No. 12 2nd 2nd. And subsequently, when this letter was left unanswered, I dispatched separately to the Lord Governor on the 3rd of April the missive under No. 13, and although the answer received thereto, number 14, as well as that from the same governor under No. 15, seemed to notify me that they did not wish to abandon this point, the outcome nevertheless showed that for the present they have desisted from this demand to the extent that they ordered hither not to cause any further hindrances to our Trade, in so far as it was necessary for the dispatch of the ship, although it is not without fear that they will revive the same after the departure of this vessel, or perhaps when an opportunity presents itself. Meanwhile, while this occurred regarding the firmans, I, in accordance with Your Right Worshipfuls' further orders contained in your honored letter of the 24th of March received by me on the 29th thereafter and serving in answer to my obedient letter of the 19th previously, indeed tried to induce the gentlemen there to issue, as if of their own accord, an order hither whereby the settlement of all disputes would be demanded of Mr. Price alone, without his Council, but the distrust that prevails among the members of the English Council as well as the bad harmony, and the desire that one has to ruin the other, have made success in this commission impossible for me. In like manner, to my particular regret, it was impossible for me to have the disputes with the Banyan merchant Dianaat transferred to our Court of Justice, as this is a point in which the said Bombay Government, however just it may be, will never consent, and since I clearly saw that all solicitations therein were of no avail, I declared that Your Right Worshipfuls had resolved to let the ship depart empty for Batavia, and to leave the damages and consequences thereof to the English gentlemen, and I further pretended to be about to depart without having accomplished anything, to which end having already taken leave of the Lord Governor, I received from a Council member and his factotum on the evening of the 5th of April the letter annexed hereto, number 16. And having dispatched my missive No. 17 that very same night in response thereto, I still hoped that it would have brought about some change in this point, when at last on the 6th ditto I was informed by the letter number 18 that the Bombay Council had resolved to let our affairs here proceed in such a manner that the ship could depart laden, provided the cases of Deanaat and Boetusco were left to an impartial arbitration. Unable then to accomplish anything more here, I took the decision to undertake the journey hither the following day, as I then indeed commenced it from there on the 7th of this month, after having previously given notice thereof, and of what had come to my knowledge, to Your Right Worshipfuls, having received along the way Your Right Worshipfuls' missive of the 6th of this month. And having then subsequently reappeared on the evening of the 17th at [illegible] and on the 19th in Your Right Worshipfuls' meeting, I now have the honor to present this my report, wishing nothing more fervently than that my actions and weak efforts made will merit and obtain Your Right Worshipfuls' approval, while I request Your Right Worshipfuls to do me the justice to be assured that I am with the greatest respect. Below stood: Right Worshipful Honorable Gentlemen, lower: Your Right Worshipfuls' very obedient and humble servant, was signed: J:s Sluijsken, in the margin: Surat the 22nd of April 1773, still lower: Agrees, was signed: W:r Spiereje p:l 8. g: Clerk.
Dutch transcription
No. 8. en 9. 10. mij noodsaakte om op den 25„e dito, aen een der leeden van den Raad die het voornaamste vertrouwen van den Heede Gouverneur hadde te schrijven het briefjen N„o 8. en deze mij seib N„o 9. antwoordende, dat mets niets in de saaken doen souden, sonder 'sComp:s Tirmans te sien, rescribeerden ik daar op dien selven dag nog de missive N„o 10. en wanneer ik uijt het daar op ontfangene antwoord van den 27„e dito sub n„o 11. ten vollen ontwaarden dat men beslooten had, om ons, het koste wat het wilde te dwingen tot de productien van 'sComp:s previlegien, sond ik den volgenden dag bij den Heer Gouverneur, en hier bij na het selvde antwoord ontfangende, bleef ik geen ogenblik langer inberaad, maar schreef immediaat aan Gouverneur en Raad den brief onder N„o 12. daarbij om veele reedenen versoekende, om haar gesag te interponneeren, ten einde den Couratsen Raad als Casteels a Gouverneur schip 375 692 16 517 Taen- Banc 1ot N7a 1e0 8„ vanel 2 a 10. Gouverneur den Nabab verpligten om van alle geweldige proceduures aftesien, en den handel van D' E Comp: een ongestoorden voortgang te laaten hebben, immiddels dat we tijd hadden, om omtrend de productie der firmans het welbehagen onser Hooge Gebiederen te vragen, terwijl intusschen alle sollicitatien en betoogens bij deeze in geene der het meeste Gecrediteerde Raads Lieden in het werk stelde, blijkens N„o 42 N„o 12. 2=den 2=de Enik vervolgens wanneer deesen brieff onbeantwoord gelaaten wierd, op den 3„e april aan den Heer Gouverneur afsonderlijk afvaardigde de missive onder N„o 13. en g' schoon het daar op ons fan „gene antwoord num: 14. gelijk meede dat van den „selve gouverneur „ onder N„o 15. mij scheenen te notificeeren dat men dit point niet wilde boslaaten soo heeft egter het gevolg doen sien, dat men voor eerst van deese vorderinge in soo verre heeft afgesien datse na heswaarts hebben g'ordonneerd om geene verdere „ 13. 14. 1 verdere verhinderingen aan onsen Handel toe tebrengen, soo verre als die tot depeche van het schip noodsakelik was, schoon het niet buijten vrees is, dat sij denselve na het ver „trek van deese Kiel, of mogelik als sig daar toe geleegentheijd voor doet weeder levendig maken sullen. — Intusschen dat dit omtrend de firmaens passeerde, heb ik ingevolge uwel Edele Agtbares nadere beveelen vervat bij derselver gehonnoreerde van den 24=e maart bij mij op den 29„e daaraen ontfangen en strekkende in antwoord op mijne Gehoorsame van den 19„e bevoorens, wel gelragt om de Heeren aldaar te beweegen, om als uijt haar selve een ordre na herwaards aftevaardigen waar bij de afdoeninge van alle verschillen aan M:r Price alleen buijten sijnen Raad gedemandeert wierd, dog het wantrouwen dat onder de leaden van den Engelschen raad heerst soo wel als de slegte Iden bant Lac harmonie ƒ schip 37 377 69 517 17a 444 8 2ade a harmonie, en het verlangen dat den eenen heeft om den anderen te bederven, hebben wie het welslaegen in dese Commissie ondoentik gemaakt. Ingelijker voegers is het mij tot mijn bijsonder leedweesen onmogelik geweest om de verschillen met den benjaans Koopman Dianaat aan onse Begtbank te doen over „laeten, als sijnde een point waarin gemelde Bombaijse Regeerene, hoe regtmatie, het ook sijn mag nimmer sullen Consenteeren, en vermits ik duijdelijk sag dat alle sollicite „tien daarin van geene vrugt waaren, de „clareerden ik dat uwel Edele Agtbaese had „den beslooten om het schip leedig na Batavia te laten vertrekken, en de schaden en gevolgen daar van voor de Heeren Engelschen overtelaaten, en gelief ik mij verders om onverrigter saaken te sullen vertrekken ten welken eijnde bereeds afscheid van den Heer Gouverneur genotren hebbende 379 Nar: 16. hebbende, ontfing ik van een Raadstit en sijnen factolum des avonds van den 5„e April de broef dezen g'annexeerd num: 16: en waar op nog dien selven nagt hebbende g'expecieerd mijne missive N„o 17. Hoopte ik nog dat die in dit point, eenige veranderinge te weege gebragt hebben soude, wanneer ik eijndelijk op den 6„e dito bij het briefje num: 18: geinformeerd wierd, dat den Bombaijsen Raad had beslooten om onse saaken alhier dermaten te laaten voortgaan dat het schip Geladen soude kunnen vertrek ken„ mits de saeken van Deanaat en Boetusco wierden overgelaaten aen een onpartijdige der „bitrage. — Deos dan niet meerder alhier Bunnende ver„ „rigten, nan ik het besluijt om den volgenden dag de reijse na herwaards aanteneemen, so als ik die dan ook op den 7„e deeser maands van daar aanvaard hebbe, na alvorens daar van, en van het tot mijne kennisse gekomene Mau aan Schip 3 Tdena bara gad 1 208 d a 18. Heer 517 aen uwel Edele Agtbaare te hebben kennisse oof geeven, hebbende ik onder ders weg ontfangen uwel Edele Agtbaare missive van den 6„e deezer. En waarop dan vervolgens des avonds van den 17:e op Attioco en den 19„e in uwel Edele ghb vergaderinge te rug verscheenen sijnde heb ik d' Eer thans te dienen van dit mijn Rapport, niets vieriger wenschende als dat mijn gehandelde en aangewende swakke pogingen uwel Edele Agtbaares goedkeuringe sullen meriteeren en wegdragen, terwijl ik uwel Edele Agtbare versoeke, mij het Regt te doen van verseekerd te sijne dat ik met de meeste agting ben. /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaare Weeden teezen /:lager:/ uwel Edele Agtbaares seer Gehoorsame en Dienstwillige Dienaar /:was getekend:/ J:s sluijsken /:in margine:/ Sourattes den 22„e April 1773. /:nog lager/ Acordeert /:was getekend:/ W„r Spiereje p:l 8. g: Clercq. Bombaij Gel
English
Bombay To the Honorable William Hornby, Esq. President on behalf of the Honorable English East India Company and Governor of His Britannic Majesty's Castle there Honorable Sir and Gentlemen. The Honorable Director and Council of the Noble Dutch Company at Surat having had the honor to inform you by their letter of January 9th that they had decided to dispatch a public commission to you, for the purpose as mentioned in the said missive, and particularly because dealing with matters with you when it must be done in writing is very difficult and tedious, besides the fact that along that way things are often made hateful, and tend not a little to the estrangement and cooling of the good understanding that has always so happily subsisted between the two Companies, and particularly between you and my superiors, I subsequently arrived here with Mr. Holmberg (who has since had to return to Surat for necessary reasons), and a few days ago (as the indisposition of the Governor prevented me from doing so earlier) I had the honor to present to His Honor my credentials of January 14th last. Now it is, Gentlemen, that in accordance with my instructions and inspired with all the amicable dispositions of my Masters, I have the honor to request you to be pleased to appoint a Committee from among your assembly with whom I shall be able to confer extensively on all these matters, and by which I flatter myself that all of them can be cleared out of the way to mutual satisfaction. While I find myself obliged to press this request all the more strongly because I presently find myself here destitute of anyone sufficiently skilled to serve as translator; while I could not have this accompanied by a translation except with great difficulty, and the translating of voluminous writings first into French and then back into our respective languages requires a very long time and can only cause much work and trouble on both sides. I have the honor to be with great respect. (below was:) Honorable Sir and Gentlemen. (lower:) Your Honors' and Your Honor's very humble servant (was signed:) A. J. Sluysken (in the margin:) Bombay, March 4th, 1773. (still lower:) Agrees (was signed:) H. Spiering, First Sworn Clerk. To Translation. Honorable Sir. Sir Second in the Council of the Dutch Company's affairs at Surat, presently at Bombay The letter which you addressed to the President and Council having been presented before their Honors today, I am instructed to inform you in reply that, pursuant to your request, a Committee consisting of Benjamin Jervis, William Tayler and William Shaw, Esquires, has been appointed, who will soon hear all that you are instructed to present to the President and Council concerning the factory of your nation in the city of Broach. I am with great respect (lower:) Honorable Sir (still lower:) your very obedient servant (was signed:) [illegible] Secretary (in the margin:) Bombay Castle, March 12th, anno 1773. (still lower:) Agrees (was signed:) W. Spiering, First Sworn Clerk. Account Account of the violence committed by the English troops during the siege and after the conquest of Broach against the lodge and servants, as well as the subordinates of the Noble Dutch Company there, extracted from the dispatch diary of the Factors Van Citters and Meijer from November 10th to December 13th, with a brief refutation of the daily journal dated the 7th of the same month presented by Gordon and Watson to the Governor and Council of Bombay, and by them sent with a letter of December 22nd, 1772, to the Director and Council of Surat, as the same was answered in the assembly on January 13th, 1773, by the aforesaid factor Van Citters. No. 4. When the English troops approached Broach on November 12th, the factors received at night a letter from Messrs. Wedderburn and Watson containing an assurance that no harm would be done to the Dutch factory. This letter was given for delivery to a servant of the Nawab named Emmetchan, who had come as an emissary of the Nawab to the English camp and had returned to the city that day. Thereupon the Nawab had the factor Van Citters called in the evening to open it in his presence; this was refused by him, and thereupon the Nawab only sent him the letter during the night. Herewith fall away all reflections as if the factors had been negligent in promptly answering the aforesaid letter, as the daily journal
Dutch transcription
Bombuij den WelEdelen eslaten Here Williaem Wornbij Ainskran President van weegens de Honorable Engel„ „sche Oost Jndische Compagnie en Jouver „neur van sijn Groot Brattanische Majesteijts Casteel aldaar Wel Edele Groot Agtbare Heer En Heeren. Den Wel Edelens Agtbaren Weere Directeur en Raad van de Edele Hollandse Compagnie te souratta d'Eer gehad hebbende uwel Edelens bij haaren brieff van den 9„e Ianuarij ter kennisse te brengen, dat sij beslooten hadden om eene publicque Commissie aan uwelEdele afte vaardigen, ten eirde als bij de „selve missive vermeld, en voornamentlik d: 20 8„ 1 Heer Benievens Den Raad. om 872 2 n5 Schip 381 Laa nba Agae 1144 r 2 1428 17 517 om reedenen dat het afdoen van saaken met uuwel Edele wanneer ingeschrifte moet geschieden seer moeijelik en bangwijlig is, buijten dat langs dien weg dikwerf hadtelijk gemaakt „werden, en niet wijnig strekken tot ver „wijdering en verkoeling van de steeds tus„ „schen de twee Compagnien, en bijsonderlik uwel Edelen en mijne superieuren soo gelukkig gesubsitteerd hebbende goede verstand „houding, ben ik vervolgens met den Heere Holmberg /:die seedert om nordwendige reedenen weeder na soeratta heeft moeten „k alhier, g'artiiveerd en voor wijnig daagen keeren:/ also de indispositie van den Heer Gouverneur mij verhinderde sulx vroeger te doen:/ heb ik d' eer gehad sijn Wel Edele Groot Agtbaare aantebieden mijne geloofs brief van den 14„e Januarij laatstleeden. — Thans is het Mijne Heeren dat A: volgens „mijnen kast en besield met alle de amicale dispositien mijner Meesteren, d'Eer heb uwe lEdele 41 te versoeken van te willen benoemen eene Commissie uijt uwel Edeles vergaderinge met dewelke ik in staat sal sijn kunnen over alle dese saakens breedvoerig te confereeren, en waar door ik mij vlije dat alle deselve tot wedersijdse satisfactie sullen kunnen uijt de in weg geruijmd. Terwijl ik mij verpligt vinde dit versoek te sterker aan te dringen uijt hoofde ik mij alhier thans ontbloot vinde, van iemand ge„ „noegsaem kundig om voor translateur te deemen; Terwijl ik deze niet dan met veel moeijte van een Rranslaat heb kunnen doen versellen en het oversetten van voliomineese schrif „tusre eerst in de franse en dan weeder en onse resp=e Taelen een seer langen tijd vor „dert en niet dan veel werk en moeijten van weedersijden baeren kan. - Jk heb d' Eer met veel agting te zijn. /:onderstond:/ Wel Edele Groot AgtbaareMer en Weede in Maa 36 /:lager/ „ n schip 383 69 „ „ 517 Frena bant Sgae 8 4 3 /:lager:/ Uwel Edele Groot Agtbaares en uwel Edel seer ootmoedige Doenaar /:was getekend: A=m I:s Sluijsken /:in margine/ Bombees/ den 4„e Maart 1773: /:kog lager:/ Accoudeert /:was getekend:/ H„k Spoiereje p:r E: g: Clercq.— Aan 28 383 Aan Vertaaling. Huijskeer Mijn Heer secunde in den Raad van sE. Nederlands Comp:s saaken te soeratte thans te Bombaij De brief welke uw wel Edele aan den Heere President en Raad heeft g'addresseerd heeden voor hun wel Edeles overgelegd sijnde, ben ik gelast uw wel Ed=e daarop in antwoord te bedeelen, dat ingevolge uw wel Ed: versoek een Committeschap bestaande in Benjamin Tervis, Willem Tailler en Willem Shaw, schildknaeper aan„ „gesteld is, die spoedig sal aanhooren al het geen uw wdel Ed:e ook gelast of den Wel Ed=le G=t H:r Heere, President en Baad aangaande de factorij van uw wel Ed val 20. 8. Faena ban Maa ble Wel Edele Heer. natie 5 schip 517 Gae 144 r Natie in de stad Brootchiao voor te draagen. Ik ben met meet agting /:lager:/ Uwel Edele Heer /: nog lager/ uwel Ed:e seer Gehoorsaeme Dienaar /was getekend:/. . . . . . . s Bipp. Secretaris /:in margine:/ Bombaij 't Casteel den 12„e maart anno 1773: /:nog lager:/ Accordeert /:was getekend:/ W„r spiekeje p:l E: en Clercq. verhaal Verhaal van het door d' Engelsche Troepes onder het beleejen na de verovering van Brootchias gepleegde Geweld aan de logie en Dienderen, mitsgaders de onderhoorigen van de Edele Hollandse Comp: aldaar g'extraheerd uijt het gesondene Dag Register van de Factoors van Citters en Meijser van den 10„e 97ber: tot den 13„e December met eene korle recutatie van het door „ Gordon, en Watsorg aan den weege de Heeren „ Gouverneur en Raad van Bomlaij overgegeven, en door haar Wel Edelen bij missive van den 22:e xber: 1772: aan Directeur en Raad van souratta toegesonden sag verhaal ge „dateerd den 7. e van deselve maand, soo als het selve in vergaderinge op den 13„e Januarij 1773 door den factoor van Citters voortz: be „antwoord geworden is. — 2268 8 144 Maar Tdena baot 1o1 ble Wanneer „ n Schip 3 307 517 17ad e N„o 4. Wanneer d' Engelsche Troupes op den 12. ber. Brootchia nader den ontfinen de factoors des nagts eene missive van de Heeren Wedderburn en Walson„ behelsende eene versekering, dat er geenig, Bevoard ale de Hollandse factorij soude worden gedaan. Deese brief was om te bestellen mede gegeeven aan een bedienden van den Nabab genaamt Emmetchan, so mede de afgesondenen van de Nabab om meede te maken in het Engelse leeger was gekomen, en dien dag weeder na de stad te zul gekomen was. Hier op liet de Nabab des avonds den Cecleer van Citters roepen, om die in sijnen presentie te openen, dit wierd door denselven geweijgert, en hier op heeft den Nabab hem de brief eerst in de nagt toegesonden. - Hier meede vervallen alle reflectieve als of de factoors nalaatig waaren geweest in het spoedig b' antwoorden van voorseide brieff soo als het Dag verhaal CG
English
The Chiefs' journal says because the letter was received during the night between the 12th and 13th, the 13th was spent translating it, writing a reply to it, and translating that again, and the letter or reply was sent on the morning of the 14th. This reply of the factors was in proper polite terms, even thanking the Chiefs of the army for their given assurance, with the request that their Honors would be pleased to order that the gardens of the Company also remain protected from all violence and outrages (thus it stands in the original Dutch letter) because Dutch flags were flying from there. And therefore in no respect insulting to the character of the troops, because outrages stands in Dutch, which translated by brutalite in the same language signifies nothing other than insolence, unreasonableness, wildness, and is a term that is very common. On the evening of the 14th, around 25 Bombay sepoys come into the garden outside the [illegible] gate, steal all the property of the gardener there, beat and mistreat him, drive him away, and haul down the Dutch flag. About this the factors write an orderly letter to the Chiefs of the army, requesting to prevent such outrages. This is dispatched on the 15th with the brother of the Company's broker, and according to the custom of the land he is given three sepoys of the Honorable Dutch Company. Arriving at the first guard, they are brought by a European and 12 sepoys to near the second guard, and here the letter was taken from the letter bearer, and he was ordered to remain sitting there. Having done this for a couple of hours, someone comes to tell him: just go back and let that gardener remain in the garden. Upon this he is brought back to the first guard, and as soon as he arrives there he is violently attacked and struck in the face by a European who seemed to command there. Everything is taken from him as well as from his sepoys who had been given to him on behalf of the Dutch Company. Upon this they all take flight and seek to save their lives, but in leaving two of the aforementioned sepoys are shot dead in cold blood by the soldiers. That same evening of 1½ a party of English soldiers enters another garden, forces the people to haul down the Dutch flag that was also flying there, under threats of otherwise murdering them, forces the locks of the rooms and warehouse of the garden house, and smashes everything they find to pieces. From this it appears that the journal of the Gentlemen Chiefs is mistaken when it mentions that merely a waistcoat was stolen. It is, on the contrary, clear that the Dutch flag was hauled down by force, or others were forced to do so on their own ground. Indeed, it is a gross error when it is said that these gardens had previously been occupied or taken by any men of the Nabob. At the same time it is evident, indeed it can be proven if necessary, that of the four peons of the Dutch Company who had been given to their letter bearer as an escort, two were shot dead in cold blood, contrary to public faith and the safe-conduct granted to a deputy of a neutral nation, indeed contrary to all humanity and the laws of all, even the most barbarous nations, which do not permit that anyone during his safe-conduct be so pitifully and defenselessly slain. And against this, the pretext that the journal of the Chiefs gives for this is of no force. For why did the soldiers of the Nabob need to go outside with our letter bearer, since they were still themselves the masters of the gates? And it contradicts common sense, indeed contradicts the very reasoning of the journal, that those same soldiers would have fired upon the English escort that brought our letter bearer back, because they could not fire upon it without endangering the letter bearer himself, whom, however, according to the English journal, they used as a spy; and thus the Nabob could have frustrated his own supposed intention to be informed about the English army, and the letter bearer would have had to join in shooting at himself. Also, the statement that this man would have performed the duty of a spy is equally unfounded, indeed impossible, for he had only been as far as the outposts, and had seen neither the headquarters nor the batteries. Indeed, it is ridiculous to want to say that the army was fired upon from there for the first time, since General Wedderburn had already been shot through before then. The mention in the English journal that their officers saw the artillery being directed by people covered with hats is possible, because at least two English deserters were in the city during the siege, who, as one hears, served as artillerymen. Of these deserters, one was, at the taking
Dutch transcription
Dagverhaal der Hoofden segt want des nagts tusschen den 12 en 13„e wierd de brief ontfangen den 13„e vesliep met die be Brankla„ „teeren, daarop een antwoord te schrij „ven en dat weder te Translateeren, en den 14„e Smorgens wierd de brief of antwoord gesonden. - Dit antwoord der factoors was in behoorlijke le „beefde termes de Hoofden van het Leeger selfs bedin „kende voor haare gegevene verseekering rmot versoek dat haar Wel Ed„e geleefden te sonden dat de tuijnen van de Comp: meede van alle Gewele en baldadigheedens bevrijd bleeven /:dus staat er in de origineele Hollandse brieff:/ om dat van daar Hollandse vluggen woeijen. - En dus in geenen opsigte Eele „digend voor het Caracter van de Troupes want baldadigheijds staat es in het Hollands dat door 2 68 8 40 vlingeandt n band Heer brutabité 5„ s Schip 389 517 ga r er bruitalite overgeset sijnese in dieselve taal niet anders de kennen geeft, als onbeschejthead onreedelijkheijdt, Woestheijds en is een termen die seer Ge meen is. Den 14„' Savonds komen er Circa 25. mannen Bombaijse siparijs in de thuijs buijten de Gotopper se poort, hooven aldaar al het goed von den ruijnier, slaenden mishandelen denselven Jaagen hem wee„ en haalendle Hollandse vlae, neer. Hier over schrijven de Factooris een ondentelik brijff aan de Hoofden van het leeger, met versoek om dier „gelijke balderdie,heijdt tegen aan. Deese dword den 15„e met de broeder van 's Comp:s makelaar afgesonden, en worden hem volgens t'lands wijk drie sipaijs van de Eedele Hollands Comp: Gegeeven. Bij d' eerste wagt komende worden sij door een Europees, en 12. Sipaijs tot bij de tweede wagt gebragt gebragt, en hier wierd den briefe drages de brief ontnomen, en hem gelast aldaar te blijven sitten„ het welk een paar uoren gedaan hebbende komt en iemand hem seggen, gaat maar te rul„ en laat die tuijnier in de tuijt blijven, hier op word hij weeder na d' eerste wagt te rug gebragt, en soo als hij daar komt word hij door een Europees welke aldaar scheen te Commandeeren met geweld g'attacqueerd, en in't gesigt geslagen, alles word hem so wel als zijne sipaijs die hem van wegens de Hollands Compag waaren mede gegeven ontnomen, hier op neemen sij alle de vlugt en soeken haar leeven te bewaaren, maar in het weggaan worden er door de soldaaten twee van de gem: Sipaijs in koele bloeden door schooten dien selven avond van 1½ komen er een partij Engelschen soldaten in een ander thuijn dwingers het volk om de Hollandse vlag, soo aldaar mede woeij neer te haalen, onder bedrijging van haar anders te 4 20: 8„ e Tden- bart vlinelandt Heer aal sublen Schip 391 517 F Ngae r 2 sullen vermoorden, rukken de slooten van de kamers en pakhuijs van het tuijnhuijs en slaan alles stukken wat sij vinders. - Hier uijt blijkt dat het Dag ver „haal der Heeren Hoofden dwaald, wanneer het meldd dat er eenigl ik een kamisool soude gestoolen sijn het is. in tegendeel klaas dat men de Hollandse vlag, met force neer „gehaald, of andere daartoe ge „deongen op haar eijgen grond, Ja het is een grove dewvaling, wan„ „neer men segt dat deze Tuijnen bevoorens door eenig volk van des Nabab beset of ingenomen wal Teffens blijkt het, selfs is het des noods bewijsbik dat er van de vier pions van de Hollandse Comp: welke haaren brieve drager tot liaeelri Foena ban 144 8 tot eene Escorte waeren mede Geeijee „ven twee in Koelen bloeve doorschoten sijn, teegen d'openbare trouwe en het verleende vrijgeleide aen een afgevaardigde van een neutrale natie Jastrijdig teegens alle menschlievendheijd, en de wetten van alle, selfs de Barbaarste natien die niet toebaten dat iemand geduurende zijn vrij „geleide zo jammerlijk en weerloos worden gebragt En hier teegens is het voor „wendsel dat het dag verhael der Hoofden hier van geeft, van geene Kragt. Want wat behoefde de soldate i van de Nabab met onsen brieve„ „drager na buijten te gaare in „mert waaren sij nog selfs de meesters S Schip 39 517 ga meesters van de poorten en het strijd teegen de Gesende ieder Jatigen het eijgen zai sonne van het Dacverhael dat die selfs selvaten vuur souders hebbena g „geeven op d' Engelsche Gecorte die onsen brievedrager te wug tragt, om datse daarop niet konde vuuren„ sonder de brieve drager selfs in gevaar te brengen, deese egter volgens het Engelsch dag verhaal tot een spion gebruijkte„ en dus soude de Nabab sijn gewaande voorneemen, om van het Engelsch Leeger onderregt te worden selfs hebben kunnen vereijdelen, en de brieve drager soude een sijn makers om op hem selve meede te schieten. Ook is het gesegde dat deze mato Sallen Idena bart 20 8„ 1e N 9ad ota 16 man de pligt van een spion soude hebben waargenomen even opgeraapt Ja onmogelik want hij was alleen maar tot aen de voorposten geweest, en had nog het Hoofd quartier nog de Catta „rijen gesien. — Ja het is belachelijk te willen seggen dat er daar nae d' eerste maal op het Leiger gevrukt wierd daar de Generaal Wedeles„ „burn sal bevoorens doorgeschooten was. — Het gem: bij het Engelsche dag verhaal, dat haare officieren het geschut hebben sien stelle in door menschen met hoeden gedikt is mogelijk Om dat er ten minsten twee Engelsche deser „teurs geduurende de beleegering in de stad zijn geweest, welk soo men hoort voor arthille risten hebben gediend. van deese Deserteurs is er een bij het inneemen t Schip 395 517 1an 1
English
shot through the city and found dead, and the other saved himself by swimming across the river, notwithstanding the English fired heavily upon him while swimming across. And thus it contradicts the truth that no hat-wearer was found in the city besides the Dutch, as the English daily account states. Some English officers have even declared that they had heard the aforementioned deserters giving commands at the Nabob's artillery in the English language. Besides that, the Nabob's soldiers in the first or second assault had brought several dead and wounded Englishmen, along with fully 15 to 16 hats and muskets, into the city, which they perhaps placed upon their heads as a sign of triumph; however that may be, all the Dutch who were in Brootchia can prove and swear under oath that during the siege they were not outside the lodge of the Company. Also, as the English daily account mentions, there were never batteries in the city, and the Dutch lodge and the toll-place are so far apart that one cannot see the one from the other. The city being subsequently conquered on the 18th of November, the English troops march directly to the lodge of the Company, immediately firing upon the same in such a manner that the windows and the balcony are riddled with bullets, and then demand that the same be opened to them, with threats to otherwise shoot it open. Upon this, the gate is opened by the factors themselves, and the crowd forces its way inside with violence. Colonel Brewer puts his fist in front of the face of van Citters, saying to him: "you are [illegible] scoundrel," another officer thrusts at him with a sword through his clothes and scratches him a little. Presently a guard is placed in the lodge and the same is reinforced with some officers and sepoys; one proceeds by force and without paying any heed to the flag of the state and its district, and contrary to the given declarations, to search the Company's property. Indeed, one forces the servants to open their chests and cupboards down to the very smallest, or one breaks them open. The commanders sought to color this conduct with the fury of the soldier, for when on the 19th ditto a complaint about this occurrence was made by the second factor Meijer to Mr. Gordon, his Honor said that no orders had been given for that, that such had to be attributed to the fury of the soldier, and that the Company's lodge and goods would suffer no further disturbance. Yet however weak this excuse may be, even more groundless is that which the English daily account gives of it, namely that an officer had declared that he had been fired upon from the Dutch lodge. For this declaration of a single person, besides serving for his own excuse, proves nothing at all, because he very easily could have mistaken another house for the Dutch lodge, and because his declaration runs contrary to sound reason, which does not allow one to believe that three men would have the foolishness to want to oppose a crowd of 3 to 4000 men. And thus the same declaration can in no way justify an open breach of neutrality and of the solemn treaties, nor can the same be legitimized because one thought, as the English daily account says, that armed people were staying inside; for then, upon a pretended presumption, one could commit all manner of acts of violence against friends and allies without fearing any accountability. The author of the aforementioned daily account, well foreseeing that from this the question must arise why, whilst no armed people were found during this search, one nevertheless kept the lodge occupied for 8 days, says that such had occurred to protect the property of the Dutch Company. If this were true, it would merit obligation; but why did one not permit, in all that time, anyone to go in or out of the lodge without being searched from top to bottom, even down to his bare body, and why did one not permit any room to be opened without their supervision? Surely such was no sign of protection, but rather of oppression and force. Van Citters still acknowledges that neither he nor his servants were subjected to any personal insults by the guard; but, on the other hand, it is true that he was kept unable to give any news of all that happened to his superiors and to ask their orders regarding this so factious treatment. Mr. Director Bosman, caused anxiety by this, sends a letter to the factors with orders to communicate their circumstances to him at once. This letter arrives on the 23rd of November, that is 5 days after the conquest of Brootchia. Colonel Gordon has the letter-carrier brought to him, deprives him of the letter, has van Citters summoned to the Durbar and demands, against all protestations, that he open the letter from his chief in his presence and communicate its contents to him, the Colonel. On the 26th, the aide-de-camp McClellan sends a letter to van Citters in which he writes to him that he had orders to withdraw the troops from the lodge, except for those who
Dutch transcription
van de stad-doorschooten en dood gevonden, en de anderens heeft sig met swemmer over de revier gesalveerd, niet tegenstaande de Engelschen sterk op hem hebben geschooten in het over Soemmen:- En dus is het strijdend, met de waarheijd dat er geen hoedendrager in de stad gevonden wierd buijten de Hollanders soo als het Engelse dag verhaal segt. Eenige Engels officieren hebben selfs „klaerd dat sij de voorengenoemde descrteurs commando bij de Nababogeschut hadden hooal io „voeren in de Engelsche Taal: Buijten dat hadden de Nababs soldaeten in d'eerste off tweede aanval eenige doode,e schoo „tene Engelschen beneevens wel 15 â 16. hoeden en snaphaanen binnen de stad gebragt welke zy mogelik tot een teken van triumph op het hoofd setten, hoe dat ook sijn mag, alle de Hollanders welke in Brootchia geweest Lijp sijn, kunnen bewijsen en met Eeden sweeren dat sij Geduurende het beleg niet buijten de Logie van de Comp: geweest sijn. ook sijn er soo als het Engelse dag verhaal meld nooit batterijen in de stad geweest, en de Hollandse Logierende Tholplaats, sijn soo verre van een dat men van den een den anderen niet kan sien. - De stad vervolgens op den 18„e November veroverd wordende marcheeren de Engelsche Toupes direct na de Loge van de Comp„ beschielen de „selve immediaat, sodanig dat de vensters en het balcon met kogels doorsaait zijn, en vorderen vervolgens dat haar deselve g'epend worden, met bedreijging omse anders open te schieten Hier op word de poort door de factoors selfs Ge „opent en de meenigte dringt met geweld binnen Collonel, Brauer brenge sijn vuijst voor het aangesigt van van Citters, tot hem seggende ijou are idem secinder een ander officiere steekt hem 2a4 1. 20. 8. 448 en ba Laan Hbeer t schip 397 Gr144 517 Sgae met een weijnig. Mets het een wagt in de Loge en de saients „word „dia met eenige officieren en Poliaaten, versterkt„ men gaat met force en sonder agt te slaan op de vlag van den staet en dies district en tegen de gegevene verklaeringen aan het visiteere van 'sComp:s Eijgendom Ja de man dwings de bedienden om haere kisten en kassen tot selfs het allerkleinste te openen, of men breehtse open, dit gedrag hebbende hoofden soeken celloreeren met de fusie van den soldaet, want wanneer over dit gebeurde op den 19„e dito bij minde van den tweeden factoor Meijer aan de Heer Pordon wierd geklaagd, seijde sijn Ed: dat daartoe geen orren waaren gegeeven, dat sulx aan de futie van den soldaat moest werden toegeschreeven en dat 'sComp:s Loge en goederen geen verdere over„ „last lijden zouders. - Dog hoe swakh deese verschooning met een deegen door sijn kleederen en keest hem Ge ook 16 Haun Toenaban ga ook sijn mag, nog ongegronder is die welke het Engelschadag verhael daar van Geeft namentlik dat een officier verklaard had dat op hem uijt de Hellandse Laije gpschoten was. Want deese verklaering van een Enkeld mensch buijten datse tot eigen verschooning strekt bewijst niets met al om dat hij seer ligt een ander huijs voor de Hollandse Voge kan hebben aangesien en dat sijne verklaeringen tegen de gesonde reedenen aanloopt, welke niet toe „laat om te gelooven, dat drie menschen de dwaasheijd hebben souden om sig te willen opposeeren tegen een meenigte van 3. â 4000: man. En dus kan deselve verklaeringe op geenige wijse billijken een open„ baare verbreeking van de neubralitijt Schip 69 517 399 3 en en van de plegtige truchaten, also min als dezelve Aan ge „wettige worden, om dat mein dags soo als het Engelse Dag verhaal segt dat er sig gewapend volk bun„ „nen onthield, want dan soude men op een voorgewvende prasumtie alle geweldadigheeden tegen vrienden en bondgenoden be„ „drijven kunnen sonder eenige verantwoording te vreesen. Den insteller van het voorm: dag verhael wel voorsiende dat hier uijt moeste ontslaan de vraag waarons dat mei dan terwijl ed geen gewapend volk bij dese visitatie gevonden wierd, de Loge evenwel 8. dagen beset hield. segt dat sulx was geschied ons den eijgendom van de Hollandsche Compt. Schip Comp: te beschermen, soo dit waar was soude het wrpligting; mencteeren, maar waarom heeft men dan in al dien tijd niet toegestaen, dat er iemand in off uijt de Loge ging sonder van boven tot ouderen selfs tot op sijn bloote lijf ge „visiteerd te worden, en waarom permitteerde men niet om zonder haar toe sigt eenig vertrek te opener. immers was sulx geen teeken van bescherdange, maas wel van verdrukkinge en force van Citters erkend als nog dat hem nog sijne Dienaarets door de wagt geene personeele beledigingen sijn toegebragt, maar daar en teegen is het waaragtig dat hij buijten staat wierd gehouden om eenige aun Tden bart Sgae 444 4 8 401 517 17 tijdingen tijdingen van al het gebeurde aan sijne supperieuren te geeven. en haare ordres in deze so factieuse behandeling te vraagen Den Heer Directeur Bosman hier door inongelustheijd gebragt send een brief aen de factoors met ordre om haare omstandig „heeden ten eersten aan hem te bedeelen, deeze brief komt op den 23„e November dat 5. dagen na de ververing te Brootchice Collonel Pordon laat den brief drager bij hem begagen ontreemd hem de brief laat van Citters in deer Derbhaar roepen en vere„ aen tegens alle prootestatien om den brief van zijn opper„ „hoofd in sijn presentie te openen, en hem Collonel diel inhoud mede te deelen. Den 26„e send: den aide Camp Mechellanr een brief aan van Citters waar bij hij hem „chrijft dat hij last had om de troepet uijt de Loge wegteneemen, uijtgesonderd de geene welke 1
English
van Citters should judge necessary for his safety, van Citters answered that he needed no troops for his safety, and toward evening the same were removed from the Lodge. On the 27th at 9 o'clock in the morning, Messrs. Masbey and Mackensey returned with a band of armed men with an order from the Gentlemen Commanders to search our Dutch Lodge from top to bottom. It appears that the Lodge had been free of armed men for 17 hours, and that they were only removed for that short time to give the affair a better appearance, for it defies all probability that one, as the English daily journal maintains, could have discovered precisely in these 17 hours that weapons and effects of the Nabob were being kept in our factory. Nga 2.8 226 Maan Idena bar Schip 403 517 Ep And with whatever pretexts one seeks to justify this order, it is and always remains utterly unjust and contrary to the law of nations as well as against the given assurances of the Surat Council of 14 April 1774 and of the Commanders of the Army of 10 November 1772. If one had seriously believed that goods of the Nabob were hidden in our Lodge, those goods should have been publicly reclaimed before one proceeded to any violence. The claim was not made and could not be made because there were no such goods, and thus such a violent visitation on the pretext of suspicion is most insulting and offensive to a free Nation. That also made the factors decide to refuse the demanded search to the dispatched Messrs. Marley and Mackensey and to publicly protest against it in the name and on behalf of the Noble Dutch Company. At the same time, the same factors made known to these Gentlemen that to their knowledge no other goods were stored in the lodge than those of their servants and dependents, and these latter were handed over by van Citters on a slip of paper to Mr. Marley, consisting of the brokers, suppliers, the modiste, and money changer with their families. Thus the pretext in the English daily journal, as if those who belonged under the protection of the Company could make up a whole multitude and could indeed be officers of Sgae 1208 Maart Foena bart den schip 403 517 47 the said Nabob, is entirely unreasonable, since they had been given in writing to Mr. Marley, as mentioned. The protection that was granted to people who kept quiet is sad when one plunders for three days and three nights. This becomes all the more evident when, 10 days later, one still carries away what had escaped such an unheard-of plundering by those people. And van Citters denies in the strongest terms, offering to take an oath, ever to have said that he had orders from his superiors to receive goods and effects in the Lodge from whomever brought them; nor did he ever do so, and had it happened, the English would surely have produced proofs of it; but this not being the case, all charges founded upon it fall away. Notwithstanding these solemn protests, without regard for the district of a neutral nation, for the flag of the state which has now for a century been the ally of the English Empire, and for the law of nations, they again occupy the Lodge with armed men, break open the doors and smash cupboards and chests to pieces, searching the entire Lodge, even to the dwellings of the factors and their warehouses, place sentries before them, set guards at the gates just as in a conquered fortress, occupy the house of the broker, and even carry him off into captivity. In the afternoon they return and bring the imprisoned broker with them, break t schip 407 51 the the remaining chests open, and in order to reduce the servants to the utmost extremity, they seal the warehouse in which their provisions were locked up, take the broker back into prison, and keep him there for several days. On 27 November, the factors protested by public letter against all violence and domination, demanding that the guard be withdrawn, the broker released, and everything restored to its former state. In the evening, the Commanders sent to the factors to ask whether they had firmans to have a factory there, adding that while at Bombay they had contracted with the former Nabob not to let any European nation remain there. On the 29th of the same month, without paying any heed to the formal and public protest handed over the day before by the factors, they carried away all an Canno dena bart 2 en 20 8e Sga A all the goods of the Company's dependents and of their own who were imprisoned from the lodge, forced the factors to open their own chests and cupboards and smashed to pieces whatever was not opened promptly, and did not permit anyone of the Company's servants to leave the Lodge without being thoroughly searched from bottom to top, while Colonel Porcion maintained against the factors that it had to be so. Finally, on the 30th, they returned once more and carried away still more until there was nothing left but the Company's bales of linen, and of these they even demanded proof from the Company's books that they belonged to it. All the foregoing, as well as the cold-blooded shooting through of the two Company sepoys, is confirmed by depositions, and so let the entire world judge whether t Schip 409 517 r
Dutch transcription
van Citters nodig oordeelen soude voor sijn veijligheijd van Cittirs antwoord geenige troupes voor sijne vijligheijd nodig, te hebben en tegen den avond worden deselve uijt de Loge weggenomen. Den 27„ Smorgens om 9 uuren komende Heeren Masbeij en Mackenseij met een Hoop gewapend volk te rug met „Hollandse een ordre van de Heeren Hoofden om de Loge van ons „deren tot boven te visiteeren. Het blijkt dat de Loge d 17. uuren van gewapen delst bevrijd geweest, en dat met die dus er maar alleen voor die herte tijd uijtgenamen heeft om het werk een beter schijn te greven, wcant het stryd tegen alle waarschijnlijkheid dat men „dekt dat er wapenen en Effecten van de Nabab ab als het Eng: dag verhaal puist in deze 1„e uuren soude hebben ont„ tegt, in onse factorij bewaard wierden. Nga 2.8 226 Maan Idena bar Schip 403 517 Ep En met welke voorwenschen men deese ordre soeks te belliken, sij is en blijft altoos ten uijttersten on „regtvaardig en strijdig met het regt der volkeren soo wel als tegen de Gegeevene verseekerin „gen van den souratsen Raad van den 14„e April 1774. en van de Hoofden van het Leeger van de is 10' 9ber: 1772. Werrd soo me: swaarlijk dermeent had, dat er goederen van des Nabab verborgen waaren in onse Loge soo moesten: die goederen publicq Gereclameerd geworden leps eer mens tot eenig„ geweld overging. De reclame is niet geschied en konde niet geschieden om dat er sulke goederen niet waaren, en dus is ^visitatie eene diergelijke geweld ada ge„op het het voorgeeven van suspicie, met dato hoonend en beleedigend voor een vrije Natie. Dat deed dan ook de factoors besluijten om de gevorderde visitatie aan de afgesondene Heeren Marleij en Mackenseij te weigeren en daar teegens openbaar uijt naame ende van weegens de Edele Hollandse Comp: te protesteeren. — Teffens gaven deselve factoors aan deze Heeren te ken „den, dat er hunnes weetens geene andere goederen in de logie waren geborgen als die van haere Dienaaren en onderhoorige en dese laatste wierden door van Citlers op een briefjen aan M:r Marleij ter hand gesteld. bestaande in de makelaars, Leveranciers, de moede en Wisselaar met haar huijsgesinnen. - Dus is de uijtvlugt bij het Engelsch Dag verhael als of die geene welke onder de protectie van de Comp: be „hoorden wel een heele meenigte konde uijtmaken en wel officieren van Sgae 1208 Maart Foena bart den schip 403 517 47 den Gesene Nabab Konden sijn, geheel reedeloos, alsoo de Heer Marleij als gesech in geschrift waaren opgegeeven, de bescher „minge welke men vergunde aan lieden, die stig stilhielden is droevig wanneer men drie dagen en drie nagten plunderd. Te meer geblijkt dit wanneer men 10. dagen daar na nog weghaald het geene van dutrall menschen sulk een ongehoorde planderinge ontkomen was. En van Citters ontkend ten uijtersten onder presentatie van Eede ooit te hebben gesegd dat hij ordre van sijne superi„ „euren had om in de Loge goede „den en Effecten te ontfangen, van wiese maar bragt, ook heeft hij Ci aa Iden ban ja 449 208 het nooijt gedaan en was het Ge schied d' Engelschen souden daarvan wel pareuwes hebben voortgebragt dog, sulx niet sijnde vervald alle daarop Gefundeerden Lasten. Nat teegensterande dese zo plegtige protestatien sonde r op het district van een neutiale aanschouw te „na natie op de volag van den staet welke nu bij een Eente de bondgenoet van het Engelsche kijk is geweest„ en op het regt des volkeren, neemt men de Loge andermaal met gewapend volk in, men breeht de deuken open en staet kassen en kisten aan suksten visiteerende geheelen Loge, tot de wooningen van de factoors en haare pakhuijsen, plaetsen schildwag „ten voor deselve, selten wagten in de poortere even als in een geconquesteerde vesting, besetten het huijs van den makelaar, en voeren hem selfs in Gevangenit meede:— 's namiddtags komt men wederom, en brengd den gevangen makelaar mede breeken t schip 407 51 de de verdere kisten open en om de Dienaaren tot het uijterste te brengen so versegulen sij het pakhuijs waarin de leevens middelen van haar waaren opgeslooten, neemen de makelaar. weder te rug in gevangenis, en houden hem daar geduurende eenige dagen. - Den 27„e November protesteeren de factoors bij een publicque brief tegen alle gewesd en overheerking, vorderende dat de wagt wegene wierd den makelaar gelargeerd, en alles weder ons in voorige staet hersteld wierd. — 'savonds senden de Hoofden bij de factoors om te vragen of men firmans had om aldaar een factorij te hebben met bijvoeging dat sij met de voorige Nabab op Bombaij sijnde, hadden gecontracteerd om geen Europeese natie aldaar te laaten blijven. —: Den 29„e dito sonder eenige agt te slaan op het daags bevoorens overgegeven formeele en publicque protest van de factoors, haeld meer alle an Canno dena bart 2 en 20 8e Sga A alle de goederen van 'sComp:s onderhorigen en van haar eigen die naar die men inge„ „vangenisseeud, uijt de loge, men ferceerd de factoors om haar eijgen kisten en kassen te openen en slaet stukkers wat niet vaardig g'opend word, en men staat niet toe dat iemand van de Dienaaren van de Comp: uijt de Loge gaat sonder van onderen tot beven naauwkeurig ge„ „visiteerd te worden, terwijl Collonel Porcion teegens de factoors staande hield dat sulx soo weesen moest. Eijndelijk komt men den 30„e alwederons en haeld nog al weg„ tot dat er niets meer en was als 'sComp:s Lijwaat pakken en van deze vorderde men selfs aantooning van 's Comp:s boeken datse aan haar behoorden. — Al dit voorenstaande is so wel als tien koelen bloede doorschieten van de twee Comp:s Sipaijs, met verklaringen bekragtigd in dus laet „men dan de geheele waereld oirdeelen of t Schip 409 517 r
English
examples of such open violence are to be found in history. This procedure was therefore exceedingly violent and unfounded, because it was based on no foundation whatsoever and grounded upon mere suspicion. The outcome has furthermore demonstrated this when it was perceived that all those alleged suspicions were false. Nevertheless, the journal of the English seeks to justify their conduct. To that end, they first seek to call into question the Company's privileges, when it is said, there it is asked by what right the Dutch arrogate the power to grant protection to any others in this city than to their immediate servants. But they have forgotten, when writing thus, that van Citters gave lists on small slips of paper to Mr. Morley of all the protected persons of the Company who had their goods in the lodge, and all were in the actual service of the Dutch Company. It is said in that same journal that weapons of war of all sorts were found in the lodge, especially flintlocks with matchlocks, which by their appearance and above all the stocks had undoubtedly only just been used. But they are ashamed to give the number and quantities of the weapons in order not to be mocked by the whole world, and these weapons consist of five flintlocks, six cutlasses, and some shields, without powder or shot; and these weapons were still packed together in a bundle and locked up in a warehouse, and yet they dare to say of these flintlocks that they had just been used. The journal further says that there were found precious clothes bearing a seal of the Bakshi. Although it is not impossible that one or other of the natives may have sought to hide some clothes among the goods of the Company's dependents, this nevertheless serves as no proof, because it can be just as untrue as what was mentioned concerning the weapons of all sorts. And had they wished to demonstrate their right to these procedures, they could have left the goods there in the lodge, and they could have had it proclaimed that anyone who had hidden his goods in the Dutch lodge could reclaim them; and if it had then appeared that goods of the Nawab were hidden therein, it would have served as some proof. The writers of the English journal, afraid of this remark as being unrefutable, have sought to anticipate it by saying that van Citters had been invited to set his seal on the goods that were being removed, in order to [illegible]. This is most vigorously denied by van Citters as a gross untruth. Yet let us suppose for a moment that there had been a few clothes of this or that one of the unfortunate inhabitants hidden among the goods of the Company's dependents, what harm could the English Company possibly suffer thereby, and what evil was there at all in their being thereby rescued from an unprecedented plunder of three days and three nights? And while van Citters passes over all the injurious expressions with which the journal of the gentlemen commanders regarding him is filled, with the contempt which such scribblers who seek to injure someone's good name in public matters deserve, it serves as a proof of his honesty that he wished to claim nothing as his own except what he knew to be the Company's property, leaving the rest for the account of the commanders of this expedition. Much of the goods removed from the lodge has been returned, but from our Broker and immediate servant of the Company they have retained some apparel, the chest in which it had been having been brought back empty; a quantity of women's clothes and jewelry; a chest with personal belongings of the broker; a chest with silverware belonging to the ceremonies of the Bania religion, because they judged they ought to know in what capacity [illegible]. No. 5: To Mr. Cluijsken, Second in the Council of the Honorable Dutch Company's affairs at Surat, currently at Bombay. Honorable Sir, The Right Honorable Lord President and Council, having properly considered the representation presented by Your Honor to the Committee of our Council, have seen fit to grant the request made by Your Honor on behalf of your Chief and Council of your Company at Surat, allowing the retention of your factory at Broach, and enclosed herewith is a letter written by the Right Honorable Lord President and Council to Your Honor's Chief and Council signifying the same. I am with respect, Honorable Sir, Your Honor's very obedient servant, signed: J. Skott, Secretary. In the margin: Bombay, 31 March 1773. Further down: Agrees with the original, signed: W. Soiereje, Clerk. Translation No. 6. Translation
Dutch transcription
er voorbeelden van een diergelijke openbaare geweldpleeging in de historien te winden Lijno. was deese proceduure dus ten uijterste geweldig en ongegrond om dat sonder eenig fundament en op houdere suspicie gegrondet 181 de uijtkomst heeft zulx nog aied doen sien wanneer men ontwaarde dat alle die voorgewende suspicien vals waaren egter soekt het dag „verhaal der Engelschen haar gedrag te billijken. Daartoe soekt men eerst 'sComp:s privilegien in twiffel te trekken, wanneer men segt, daar word gevraagd bij welk regt de Hollanders sig de wagt aan „mitigen aan eenige ongere in dese stad protectie te verleenen Lace Fdena bart jae 8 dan aan haare onmidelijke Dienaaren dog men heeft vergeeten wanneer men steel schrijft dat veen Eelters op d briefjens aan de Heer Marleij heeft opgegeeven alle de Geprebeceer „dens van de Comp„e welke haare goederen in de Loge hadden en alle waaren in dadelijke dienst van de Hollandse maatschappije. Meis segt bij dat selve daen verhaal dat er in de Loge oorlogt wapenen van allerhande soorten gevonden sijn, bijsonderlik snaephaanen met lonten, dewelke na hunne aansien en voor al de zouten ontwijfelbaar. maar pes gebruijkt geweest Waaren. Maar men schaamt sig om het getal en de quantiteijten der Wapeniets op te geeven om niet van de geheele waereld besot a schip 411 517 te te worden en dese wapenen 7: bbeen bestaan in vijf snaphaanen, ses houwers, en eenige schilden sonder kruijt of Kogels, en deze wijkenen waaren nog te samen gepaks in een bondel en in een pakhuijs opgeslooten, en deeze snaphaanen durft nog seggen dat pas gebruijkt waaren. — Het Dag verhael segt verders dat er rijn Eerblaars keleederen gevonden waarde vo met een zegul van de Buxie schoon het niet onmogelijk is dat d'een off andere van d' Jnlanders eenige kleederen onder de Goederen van 'sComp:s onderhorige hieft soeken te verbergen, soo verstrekt dit loo, tot geen bewijs om dat het soo onwaarag „tig kan wesen, als het gem: omtrend de wapenen van allerhande zoort o 8 Mann Fdena bant gal 1144 8 20. 8 Jade 2a4 en had men sijn regt tot deeze proceduures willen aantoonen had men de Goederen daar laaten kunnen in de Loge, en men had kunnen laten bekend „maken dat een ieder sijne Goederen die in de Hollandse Logie had „burgen konde te rugscaalen en wanneer dan gebleeken was dat er goederen van de Nabab in verborgen waren, had het tot eenig bewijs verstrekt. De schrijvers van het Engelse Dag verhaal voor deese remarque bevreest als niet te recuteeren hebben se zoeken te voorkoomen met te zeggen dat van betters wat aangebeden om sijn zegul te setten op de goederen die vervoerd wierden ten eijnde t. da, dit word door van Citters ten kragtigsten onthend ee als schip 413 517 r r als een Grove enwaeerheijd. Dog men ondersteld nu eens voor een ogenblik als men er waaren eens eenige weinige kleederen van deese of geene der ongelukkige Jnwoonders onder de goederen van 'sComp:s onder„ „horige verborgen geweest, welke schaeede konde de Comp: der Engelschen daar tog bij hebben, en wat kwaad was daar ingeheel datse daar door aen een ongehoorde plunderin„ „ge van drie daagels en drie nagten wierden ontrocken. En terwijl van Citters alle de injurieuse expressien waar mede het dag verhaal der Heeren Hoofden ten sijnen opsigten opgevuld is passeerd, met de veragting veragting, welke dierogelijke schreflunn die iemands goede naem in publicque saaken soeken te kwetsen verdie„ „nen soo verstrekts heb tot een blijk van sijne Eerlijkheijd dat hij niets heeft willen eigenen als het geesehij wiste 'sComp:s eigen te sijn het anderen voor Reekening der Hoofden van dese Expeditie overlaatende. Men heeft van de uijt de Loge weggehaelde Goederen veel te mog gegeeven dog van onsen Makelaar en onmiddelijken Dienaar van de Comp: heeft men onder sig Gehouden eenige pomerijl sijnde de kist waaren geweest waaren ledig te rug gebragt. Eene quantiteijt vrouwe kleederen en sieraaden Een kist met zijfs toebehooren van de makslaas Eene kist met silver werken behoorende tot de Ceremonier van den binjaansen Goosdienst g om dat men oordeelden te moeten weeten in welke 36 Mautue Tdena bart hoedanigheijd schip 415 517 4 N„o 5: Aan Mijn was Cluijsken Secunde in den Raad van 'sE. Ned:s Comp:s affaires te sourattea, thans T Bombaij Wel Edele Heer Den wel Edele Groot Agtbaarden Heer President en Raad behoorlik overwoogen hebbende de ver„ looning, door uwel Ed„e aan het Committé van onsen Raade voorgedragen, hebben Goedgevonden het requisit /: door uwel Ed„e van wegens desselfs opperhoofd en Raad uwer Comp:s te souratta ge „daan, intewilligen, mits toelaetende de aanhou„ „ding uoer factorij te Brootchia en hier nevens gaat een brief gesz: door den WelEd„e Groot Agtbaare heere president en Raad aen uwel Ed„s opperhoofd en raad beduijdende hetselve. — ke ben met agting /:lager, Wel Ed=e Heer /moglaeger/ uwel Ed: zeer Gehoorsaime Dienaar /was gesetend:/ -. skoipp secretaris /:inmargine/ Bombaij den 31. maart 1773:— /:noolagrstond:/ Accordeert /was getekend:/ W:r Soiereje p:r : : Clrcq. vertaling N„o 6. , Transletat
English
Translation English letter Written by the Right Honorable Lord Bombay Governor William Hornby and Council, to the Right Honorable Lord Martinus Joan Bosman and Council, dated Bombay the 31st of March, 1773 received the 18th of April following by the Commissioner, the Honorable Sluijsken. Gentlemen. We have taken note of the representations that were submitted to us by Mr. Sluijskens, whom Your Honors recently informed us that you had sent thither with full power to propose to us everything that Your Honors deemed necessary to be proposed to us regarding the Lodge of Your Honors' Noble Company in Broach, as Your Honors requested of us in your letter dated the 13th of January, with the addition that you would hold valid whatever that gentleman should accomplish. In consequence of his representations, and the assurance which he has given us, that Your Honors were earnestly requesting that we would permit you to maintain a Lodge in our city of Broach; and as we are always desirous to embrace every opportunity, and as far as is within our power, to benefit Your Honors' Lords and Masters or Your Honors, Gentlemen, we have therefore resolved to grant Your Honors the permission for which Your Honors so greatly desire, and to allow you to maintain the Lodge of Your Honors' Company there on the same terms as Your Honors held it under the late Nabob. We have for this reason revoked the orders which we previously gave to our Chief and Council at Surat regarding this subject; relying at the same time upon it that the conduct of the gentlemen whom Your Honors may appoint to reside there may be such as to cause no umbrage to those to whom the government of the city is entrusted. Since we have thus granted Your Honors permission to maintain a Lodge in Broach, we shall give notice thereof to our Honorable Masters, whose determination regarding this point must be decisive, and their orders, whatever they may be, must be obeyed upon receipt. It was underwritten: We are with respect, lower: Gentlemen, Your Honors' very obedient No. 7: obedient Servants, was signed: William Hornby, Daniel Draper, Nathaniel Stackhouse, John Watson, Benjamin Fletcher, William Shaw, Robert Garden. In the margin: Bombay Castle, the 31st of March 1773. Yet lower: Agrees, was signed: William Spiering, First Sworn Clerk. Translation English letter written by the Honorable Mr. William Andrew Price, Chief, and Council, to the Right Honorable Martinus Joan Bosman, Director and Commander-in-Chief of this Directorate, together with the Council, dated the 15th of April, and received here the 16th following, a quarter before one o'clock in the afternoon, by the English Council members Seton and James. Honorable Sir and Gentlemen. We have the pleasure to inform Your Honors, etc.: Since it has pleased the Right Honorable Lord President and Council to permit Your Honors to maintain a Lodge in Broach, and Mr. Sluijsken having produced to them translations of some Firmans from the Mogul, whereby Your Honors were granted such privileges, having engaged to show the originals to us here, we have, in conformity with Their Honors' orders, to request Your Honors to be pleased to produce all such as give Your Honors any right to this privilege. We are with respect, it was underwritten: Honorable Sirs, lower: Your Honors' very humble and obedient Servants, was signed: William Andrew Price, Robert Gambier, John Valley, William Stratton, Thomas Day, Charles Bourchier, George Scott, James Curchat, Daniel Seton, William James, Patrick Douglas. In the margin: Surat the 15th of April 1773. Yet lower: Agrees, was signed: William Spiering. Translation Worthy Sir, At this moment I receive letters from Surat which inform me that the Nabob there would not allow the free course of our trade before and until the case of Dhanraj is concluded. Mr. Price declares that it is impossible for him to cause the Nabob to change his mind without an order from Bombay. Since this is so, I hope that Your Honor, pursuant to the letter which I yesterday handed to the Lord Governor concerning Dhanraj's affairs, will please bring about that it be written to Surat that the Nabob there shall not meddle with affairs solely between the two Nations, and that he thus shall in no way hinder us in the course of our trade on account of such disputes. I must at the same time cause Your Honor to consider, worthy Sir, that such conduct conduct of this Nabob would prevent all dealings between the private individuals of the two Nations in these parts, for how should we in the future dare to trade with people standing under the English protection, when in case of disputes they have it in their power to address themselves to the Nabob, who sometimes takes by force what he could not obtain by means of justice. I would have come myself to confer with Your Honor about this, but finding myself, besides the fever, also afflicted with the gravel, I take the liberty to recommend this matter to Your Honor's care and justice, having the honor to be with respect, Worthy Sir, Your Honor's very humble and obedient Servant, was signed: J. Sluijsken. In the margin: Bombay, the 25th of March 1773. Lower: Agrees, was signed: J. Spiering, First Sworn Clerk. No. 9.
Dutch transcription
TranslaatEngetsche missive Gesch: door den WelEd: Groot Agtbaaren Heer Bombaijse Gouverneur Williaam Hooubeij en Raad, Aan Den Wel Ed„e Agtbaaren Heer Martinus Joan Bosmeer en Raad ged:t Boombaij den 31„e maart, 1770 ontfangers den 18„e April daaraen velg en per den Commissiant den E: sluijken. — Mijne Heeren. Wij hebben gelet op de vertogen, die aan ons sin voor „gedragen door Mijn Heer Sluijskens die VEd:s ons leden tt hebben, dat soo naer deswaarts hadden argesonen met volkomene mogt, om ons alles voor testellen, wat V Ed noodsakelijk agten dat ons soude werden voorgesteld 100 „pens de Logie van uEdelens Edele Compagnie in B broot „chia, gelijk uEd:s ors versogt hebben bij derselve r' missove gedateerd den 13„e Januarij da t bijvoegen van alief van waarde te sullen houden wat dien Heer quam te verzigten. Jngevolge van sijne vertogen, en de verseekering die hij aan ons gegeeven heeft, dat uEd:s instantie, versoekend warens dat wij deselve permitteeren wilden om een Logie in onse stad van: Brootchia te meugen aanhon Sgae 4 20. 8 36 Haa Taena ban Not schip 419 517 en dewijl wijdeltoos se verlangende sijn van ieder gelegendheijd t ombelden, en met ons vermogen bestaan baar om VEd: betaals Heeren of uwEd„e mijne Heeren te bevoordeelen, soo hebben wij dierhalven beslooten om vEd:e de permissie te vergunnen waarna VEd: soo seer verlang, en om di Nogie van VEd:s Compagnie aldaar te meugen aanhouden op dezelve termes soo als vEd„s sulx bij de gewesene Nabab hebben Gehad: Wij hebben om deese reden de ordres te ruggeroepen die wij bevoorens gegeeven hebben aen onse opperhoofd den Raad te souratta nopens dit onderwerp; ons te selven tijd daarop verlatende dat het gedrag van de Heeren die VEd„e mogen aanstellen aldaar te resideeren sodanig wesen mag, als om geene ombragie te veroorsaeken aan de geene wien de Begeering, der stad is toevertrouwd. Nadien wij uwel Ed:s dus permissie vergund hebben omr een Logie in Brootchia te meugen aanhoudens sullen wij onse Hoog Edele betaals weeren daarvan kenniss geeven moetende haere afdoenineg, nopens dit print besissen zijn in haare beveelen watse ook maar immers weesen meugen moeten op den ontfangst Gehoorsaemt werden. /:onderstond:/ Wij sijn met agting /:lager:/ mijne Heeren VEd:s seer Gehoorsaere O N„o 7: gehoorsaame Dienaaren /:wa getekond:/ W=m Hoan bij D:o Duaiper, - - - - Nath stakhousen, J„n Wadloi B: Fbescher, . . W. Schae, Robbert Goudon /(in margine:/ Bombaij Casteel den 31„e maart 1773. /: wog liger:/ accordeert /was getekend:/ W„m Spiereje p:r E. g: Clercq. Translaat Engelsche missive Ges door den H=r. Heer William Anders Pisce schilchp: en raad, Aan den Wel Ed: Actb: Martinus Joan Bosman Diacteur en Hoofd Gebieded deeser Directie benevens den haad ged:t den 15: April en alhier ontfangen, den 16 daaraan volgende, quartier voor een uuid nade „middag, door de Engelschen Baadfleeden Setoraen James. A: Heer en Heeren. Wij hebben het genoegen uw Ed:e te bedeelen etk: Nadien het den Wel Edele Agtb: Heer President en daard behaagd heeft uEd:s te permitteeren van een Legie in Proots hic te mogen aanhouden en De Heer Cluijsken aan dezele geproduceert hebbende Transllatsen van eenige Diermans dato den Mogol, waarbij VEd: diergelijke voorregten 8 144 80 Mau Foena bat Schip 421 517 Ja van Gudrt No 8: vergund wierden sig verbonden hebbende om de orgineelen aen ons alhier te vertoonen, soo hebben wij over een komstig met haar Ed:s beveelen VEd:s te versoeken om alle de sodanige te willen produ ceerens die vEd:s ist dit privileijie eenig sigt geeven. — Wa zijn met „agting /:onderstond:/ d„r waken, heeren. /:lager:/ uwEd: eer otmoedig en Gehoorsaeme Dienaaren /:was getekend:/ W=m A:s Price / :t Gambers Jk Valseij, W=m Stratten Th:s dej, Ch:s Bourchier, G: Sckrot, d:s Crckats, do Cetor, W=m James, P„k Dorien /: inmargine:/ ounatta den 15„e April 1773 /:nog lagen/ acordeert/ was getekeend:/ W:s peieke f vertaaling Waarde Heer Op het moment ontfange brieven van Souratta welke wij bedel„ dat den Nabal alsaar den vrijen hoop aan onsen Handel net wilde toestaen, vóór en aleer de sudse van Deanaet ten eijnde sij mr Price verklaerd, dat het hem onmogelijk is den Nb: C: van gedagten te doen veranderen sonder een order van Bomloij nademaal het dusddanig is, werhope dat uw Ed:s ingevolge, de brief welke ik op Gisteren aan den Heer Gouverneur hebbe overhandigd, aangaande Deanaets saeken, gelieve te bewerken dat na sourattes worde gelost dat den Nabab aldaar sie, niet bemoeijens met saa ven eeniglijk tussen de twee Natier, en dat hij ons dus niets belette in de loop van onsen Handek, om diergelijke geschillens halve. — 7½. moet uw Ed=e ter gelijkver tijd doen overweegen majto Heer dat diergelijk Gedrug od gedrag aan desen Nabab alle negotiatien tusschen bar tienlieden van de twee Natins indese gete sten vun sdiend belet, want hoedinig, seuden wij in het toehoo e durvers draagen om met menschen onder de Engelsche protectie staande te Handelen, wanneer sij bij toeval van geschillen het in haar vermogen hebben, zig bij den Nabab die somwijlen door dwang neemt wat hij door middel van Regter niet soude kunnen verkrijgen te vervoegen. ske zoude zelfs gekomen sijn, om uw Ed„e daar over te onderhouden, maar vindende mij buijten de koorts nog door 't graveel aangetast, neeme ik de vrijheijd deese saak aan uw Ed:e zorge en Regt „matigheijd te beveelen, hebbende d' Eete miet agting te sijn, waarden Heer, uw Ed: seer on „derdanige en Gehoorsaeme Dienaar /: was getekend:/ J:s Sluijsken /:in margine/ Bombaij A=m A den 25„e Maart 1773. /:lager:/ Accordeert /:was getekend/ d„ Sspiereje p:l E: G: Clercq. Hinelande Tdena bart schip 423 517 No 9.
English
I have received Your Honour's esteemed letter of yesterday, with the enclosure from Souratta. Please be assured that I shall endeavour to do everything in my power to achieve the object of your wishes, but according to what I observed last Tuesday, nothing will be proceeded with outside the Phirmans; and to assure Your Honour of the truth, they have already committed themselves too far here in this matter to change their minds about it. I have the honour to be, Dear Sir, Your Honour's most humble and most obedient servant, was signed, Wm Tailer. In the margin: Friday. Lower: Agrees, was signed, Wr Spieretje, p:t d: g: Clercq. Dear Sir. Translation. No 40. No 9. Dear Sir, However much I long to converse with Your Honour, I have been prevented from doing so by my constant indisposition, and therefore have only to state, in reply to Your Honour's note of last Friday, that however hard it may be for us that they continue to insist at Souratta upon the exhibition of our Firmans, it is even more distressing for us, not to use any other expressions, that they seek to entangle therein the matter with Decnaat, the decision of which they wish to leave to the Nabab, notwithstanding that these different matters have nothing to do with each other; for in the first proposal they have to act at Souratte as Governor of the Castle, and in the second as servants of the English Company, under whose protection the said Deanciet is situated. It is therefore impossible that the Nabab acts violently in this latter matter unless he is incited thereto by one or the other, and therefore the impartial world must find this proceeding devoid of all reason; nevertheless, I have learned anew from the letters received today from Souratta that the Nabab, pursuant to these demands, has prevented the preparation of our linens there, and that everything is now obstructed for us. I therefore request Your Honour that an answer may be given to us as soon as possible to the letter which was written from Souratta to your Governor and Council here, so that we may take such a decision thereupon as we shall deem necessary. As I have not yet heard anything regarding the decision of the Brootch disputes, I request that this may be forwarded to me, as I intend to set out on my journey upon my recovery. And meanwhile I have the honour sincerely to be, Dear Sir, Your Honour's most obedient servant, was signed, Am Js Sluijsken. In the margin: Friday the 25th of March anno 1773. Lower: Agrees, was signed, Wk Spieretje, p:t E: g: Clercq. No 11. I have duly received Your Honour's esteemed last letter and am very grieved at your indisposition. I would have paid my respects to Your Honour today if I had learned of it earlier, which I have now postponed until tomorrow. Regarding the Sourat affairs, if Your Honour could decide that the firmans be also shown, I think that from here those concerning Deanaat could be placed on such a footing that they will cause no obstruction to the trade of Your Honour's Company; in my opinion, I find not the slightest difficulty in producing the firmans. Since Your Honour has the right, why not show them? Your Honour will please forgive me the liberty I take in communicating my thoughts to Your Honour on this matter; Your Honour asked me for them, and I promised them to Your Honour. To succeed in this matter, I judge it best for Your Honour that Your Honour should write a letter to the Governor and Council here, declaring therein that, as Your Honours are prepared to accommodate as far as is in your power, so that the service of their masters is not obstructed, Your Honour assures them that the firmans will be produced, and requesting at the same time that the matter of Deanaet be submitted to the decision of two of your gentlemen and two of ours, and if Your Honour finds it suitable, to two natives, the one named by Mr. Holmberg and the other by Deanaet. Regarding the Brootchia affair, please write an answer to the secretary, from whose mind it may have slipped. I have the honour to be, with much respect, Dear Sir, Your Honour's most humble and most obedient servant, was signed, Wm Tailer. In the margin: Saturday evening, the 27th of March Anno 1773. Lower: Agrees, was signed, W:rs Speereje, p:t b: G: Clercq. No 12. Bombay. To the Right Honourable William Hornby, President on behalf of the Honourable English Company and Governor of His Britannic Majesty's Castle, together with the Council. Right Honourable Sir and Gentlemen. When the Nabab of Souratta, from the month of December last until now, thought fit, under various frivolous pretexts, to cause diverse obstructions to the trade of the Honourable Dutch Company there, we were compelled to request the English Council at Souratte, in the capacity of Governor of the Mogol Castle, to ask to guarantee us according to their obligation,
Dutch transcription
uwel Ed:s g' Eerde letteren van Gisteren met dies inleggende van sourattas hebbe ontfangen. Gelieft versekert te sijn dat ik tragten sal alles te be„ „werken wat in wijn vermogen is, om het oogmerk uwer verlangens te berijken, maar volgens het geene waarop ik voorleeden Dincsdag gelet hebbe, sal men tot niets overgaan buijten de Phirmans, en om VEd„e van de waarheijd te verseekeren, men heeft sig albereeds hier inw te veel overgegeeven, om daar omtrend van gedagten te veranderen. - WW heb d' Eer te sijn /:onderstond:/ Waarden Heer! /lager:/ uwel Ede seer onderdanige en seer Geheor„ „saeme Dienaar /:was getekend:/ W=m Failer. /:in margine/ Vrijdag /:nog lager:/ Accordeert /was getekend:/ W„r Spieretje p:l d: g: Clercq. — Waarden Heer vertaaling N„o 40. No 9. Waarden Heer toe seer ik ook verlange uw Ed„ te onderhouden is mij sulx door mijne Gestadige onpasselijkheijd belet en hebbe dus alleenlijk te verhaalen in antwoord op uw Ed„e briefje van vrijdag laatst dat hoe hart het ons ook sijn dat men te sou „batta op de vertooning onser Firmans blijve aandringen, het nog vrij verdrietiger voor ons is /:om geene andere uijtdrukkingen te gebruijken: dat men daar in de saak met Decnaat soe kt te wikkelen, en waarvan men de beslissinge aan den Nabab wil overlaeten, niet tegenstaende deese verschillende saaken, niet met mal „kander uijtstaende hebben, want in het Eerste voorstel heeft men te souratte te handelen als Gouverneur van 't Casteel, en in 't tweede als Dienaaren van de Engelsche Comp: onder wiens bescherminge gemelde Deanciet Haa Taena bart Vertaaling sig N„o„ 10 t schip 425 517 sig bevind. Het is dus onmogelijk dat den nabab in deese laetste saak geweldiglijk handele, ten sij daar toe door den een of anderen worde aan „gespoord en daar om moet de onpartijdige waereld dit geding van alles reeden ontbloot vinden niet tegenstaande hebbe op 't nieuwe dook de op heeden van souratta ontfangene brieven vernoomen, dat den Nabab ingevolge deese vorderingen het bereijden onser Lijwaeten aldaar heeft belet, en dat ons dus tegenwoordig alles belet is. — Dus versoeke uw Ed:s dat er ons mag worden geantwoord, soo ras mogelijk op de brief welke men van Souratta aan uwen Gouverneur en Raad alhier heeft Ge- „schreeven, op dat wij daar op zulk een besluijt mogen neemen als noodwendig sullen agter. Gelijk ik tot nu toe nog niets aangaande de beslissinge der Brootchiese geschillen hebben vernoomen, versoeke ik guorde mij sulx te willen doen toekoomen zijnde ik voorneemens mij bij beterschap op weg te begeeven. — En Jntussen hebbe d' bede opree „telijk te sijn waarde weed. uwel Ed: seer Gehoorsaame Dienaar /was getekend:/ A=m J:s Sluijsken /:in margine/ Vrijdag den 25„e maart a:o 1773. /:lager:/ accordeert was getekend:/ W„k Spiazeze p:l E: g: Clercq. — gae 44 2 vSlngelandt Toena bart schip 427 le 517 N„o 11. Ik hebbe wel ontfangen uw Ed„e ge berde Laetste en ben Leere bedroeft over desselfs onpasselijkcheijd; Jk soude uwel Ed„e heeden sijn gaanopwagten indien sulks vroeger vernoomen had het geene dan tot morgers hebbe uijtgesteld. — Belangende de souratse saekelijkheeden, bij aldien uw Ee„ besluijten kunnen dat mede de firmans vertoond denk ik dat van nier die van Deanaat op soo een voet soude stellen. datse geen verhindering, aan den Handel uw Ed„e Comp„s sal veroorsaeken, volgens mijn gedagten vind ik geen de minste swaarigheeden in 't produceeren der firmans. - Vermits uw Ed„e het regt hebben, waaromme ze dan niet doen sien uw Ed„e gelieve mij te vergeeven de vrijheijd die ik mij aanmatige uwel Ed„e mijne Gedagten hier over te doen toekomen uwEd„le heeft er mij Waarden Heer! Vertaeling. na N„o 11 Van na gevraagt en ik se uwEd beloovd. om in deese saak te slaagen oordeele ik voor uw Ed„s best te sijl dat uw Ede aen Gouverneur en raad alhier allzot een brief schrijve, waar „inne verklaarende, dat dewijl uwEd:e Heeren berijd sijn om sig zoo veel in haare vermogen is te voegen; soodanig dat den dienst haarer meesters niet belet worde uwEd:e hunnen wegen versekerd dat de firmans sullen worden geproduceert, en versoekende ter gelijker tijd dat de saak van Deanaet worde onder „worpen aan de beslissingen van twee van uwEo en twee onser Heeren, en indien uwEd:e zulx gevoeglijk vind aan twee Jnlanders den eene door den Heer Holmberg en den andere door Deanaet benoemd. Aangaende de Brootchiase zaak gelieve uw Ed: een antwoord aan den secretaris die het mogelik ontschooten is te schrijven. — Jk heb d' Eer met veel agting te 7a 2d2 Maa Faena ban C 3ble zijn schip 429 1 517 2268 zijn /:onderstond:/ Waarde Heer: uw Ed„e seer onoerdanige en seer Gehoorsaeme Dienaar: /:was getekend:/ W=m Paijler /:in margine:/ Saturdag 'savonds den 27„e maart A:o 1773. /lage /acordeert /wal getekend:/ :rs speereje p:l b: G: Clercq. — N„o 12: van Bombaij Aan den Wel Ed: Agtbaaren Heer William Hornbij President van wegens de Honorable Engelsche Comp: en Gouverneur van sijn Groot Boetlans scha Majesteijts Casteel Benevens Den Raad. Wel Edele Groot Agtbareede Heer En Heeren. Wanneer den Nabab van Souratta sedert de maand December C: l: tot nu konde Goedvin„ den drrep verscheijde frivole protexten diverse stremmingen aan den Handel van de Edele Hollandse Comp: aldaar toetebrengen wierden wij genoodsaakt om van den Engelsche Baed te souratte in de qualiteijt van Gouverneur van het Mogols Casteel te versoeken om te vragen om ons volgens derselver verpligting, te La Taen Barl Agal 44 2 e Guarandeeren N„o 12 Schip 431 517 er
English
to guarantee and maintain all such privileges and ancient customs as the Honorable Netherlands Company in Surat is entitled to. We thought we might flatter ourselves with the granting of this request, but the outcome has not answered our expectations, as the Nabob has proceeded with the execution of all manner of violence, and your Right Honorable Chief and Council there have not seen fit to provide us with any assistance against this, on the pretext that they were unacquainted with our firmans and that these must be produced beforehand. Meanwhile, the Nabob has already carried his proceedings so far that, after all trade has already stood still for two months, a few days ago he also caused all laborers to be forbidden from finishing the Company's linens. I should not need many words to demonstrate to your Right Honorable the injustice of such conduct and the damage thereby inflicted upon the Dutch Company; passing over this, however, I may assure your Right Honorable that it is utterly impossible for us in Surat, according to the rules of our service, to proceed to such a step as the disclosure of the Company's privileges without previous orders from our superiors. Finding myself thus obliged, being here on a public commission before your Right Honorable, most obediently to request of your Right Honorable by these presents that you may kindly interpose your authority, to the end that the Surat Council, as Castle Governor, may compel the Nabob there to desist from all violent proceedings and permit the trade of the Honorable Company to proceed without disturbance, until we have time to request the pleasure of our High Principals in Holland, and upon which we can receive an answer in the month of November. Hoping that your Right Honorable will kindly grant this request, the more so because we ourselves have been referred multiple times, and most recently in the case of the free mariner James Stevens, to the answer of your superiors, and this has also happened repeatedly through the Surat Council; and since we would otherwise be forced to bring the entire trade of the Company to a standstill and let the ship depart without goods, I have the honor to subscribe myself with true high esteem. Below stood: Right Honorable Sirs. Lower: Your Right Honorable's very humble servant. Was signed: J. n Sluijsken. In the margin: Bombay, the 9th of March, Anno 1773. Still lower: Agrees with the original, was signed: C. Philip per b. g. Clerk. Worthy Sir, Having had the honor to receive your Honor's most agreeable letter of today, I express my thanks to your Honor for the interest you are pleased to take in my well-being. It is no longer a secret to us to learn that it has already long since been decided to treat us in Surat like the Portuguese and the French, as long as the firmans shall not have been exhibited, as well as to let the Nabob decide the matter with Decinriet. Our eyes have been opened in this regard, Sir, and I leave it solely to your Honor's reflection what an impartial world will say of such proceedings, which have now been brought to such a point that we shall finally be compelled to make public complaints. What must our High Government in Batavia think when they discover that, in return for hundreds of courtesies shown at Batavia to the private ships calling there from time to time, we have been refused in Surat the permission for a free course of the Company's trade until the coming month of November, when orders regarding the production of the firmans could be expected from Batavia? When our Company has funds to claim from someone under English protection, we are answered by the Council: Gentlemen, your Honors may please claim it before our Court of Justice; and when their protégés demand anything of us, the matter is left to the judgment of the Nabob, who looks to his own profit. Is that acting justly and according to equity? If so, may the Lord help us. A Captain James Stevens owes money to our Company, which we demand of the Council in Bombay, who for three years continuously answer us: when we have obtained orders from our superiors, we shall satisfy your Honor! We ask solely for seven months' deferment of the production of the firmans, and it is refused us. Finally, worthy Friend, not to go any further, I must mention to your Honor that there are men among you who think to take advantage of these critical circumstances to compel us to comply with their wishes. But I assure your Honor of the contrary; the Government in Surat may have the power to inflict much violence upon us, but it will nevertheless never compel us to produce our firmans without authorization from our High Superiors in Batavia. For as much as concerns myself, I would rather risk everything than give my consent thereto; and thus, being unable to do otherwise, the ship shall at once depart for Batavia.
Dutch transcription
guarandeeren en te bewaren bij al sulk voorregen en oude gewoonten als waartoe D' E: Nederland „sche Comp: te souratte gerigtigt is. Wij dagten ons te mogen flasteeren met de voldoeninge van dit versoek bij de uijt „komst heeft onse verwagtinge niet beantwordgn alsoo de Nabab met, het pleegen van alle vio „lenties is voort gevaeren en uwel Ed„ Groot Agtbaare Chef en Raad aldaar niet heeft kun „nen goedvinden ons daar tegens eenige ad „jude te bewijsen op voorgeeven dat, van onse firmans onkundig waeren en die voor af geproduceerd worden moeten ondertussen heeft den Nabab sijne procedures bereeds tot soo verre uijtgestrekt, dat hij na dat den geheelen Handel al twee maandens heeft stil gestaan, nu voor weinig dagen ook aan alle werklieden het ingereedheijd brengen van 's Comp:s Lijwaeten heeft laeten ver„ „bieden. - Jk soude niet veel woorden nodec, heb„ ben en ovr uwel Ed„e Groot Agtbaare de onregt= „maligheijd 8 an matigheijd van sodanigen gedrag en de schade welke daar door aan de Hollandse Comp: word toegebragt te betoogen, dat sulks liever passeerend, soo maa ik uwel Ed„e Groot Agtbaar verseekeren en dat het ons op sourattae volg de Regulen van onse dienst volstrekt onmog„ „lijk is, om tot sulke een stap als het open leggen van 'sComp:s Privilegien overtegaan, „der voorgaande ordres onser saperieuren mij dus verpligt als mij alhier in een publicque Commissie bij uwel Edele Groot Agtbaare bevindend eent bij deesen van uuwel Ed„e Groot Agtbaahe Ge„ „hoorsaamst te versoeken dat deselve gunstig haar gesag gelieven te interponeeren, ten eijnde den Couratsen Raad als Casteels Gouverneur den Nabab aldaar verpligten van alle geweldige proceduires aftesien en den Handel van D' E. Comp: een ongestoorden voortgang te laten hebben immeddels dat we tijd hebben om het wel behragen onser Hooge Giederen te vragen en waarop wij Holland 2 4 La Tden Bard schip 33 33 l 517 d in in de maand van November antwoord ontfangs kunnen. — Verhoopende dat uwel Edele Groot Agtbaare dit versoek wel sullen gelieven te accordeeren, te meer daar ons selfs diferente maelen en nog laast in het geval van den vrij schipper Iames Stevens hebben gerenvoijeerd na het antwoord harer superieuren, en en zulx ook te meermaelen door den souratsen Raad. G schied ik, en daarwe andersints souden genoot drongen sijn, om den heelen Handel van de Comp: te laten stilstaen, en het schip sonder goederen te laten vertrekken, soo hebbe d' Eer mej met waare: Hoog agting te onder„ „schrijven /:onderstond:/ Wel Edele Groot Agtb: Heeren teerien. /:lager:/ uwel Edele Groot Agtb„s seer ootmoedige Dienaar /:was getekend./ J=n sluijsken / in margine:/ Bombaij det 9=' maeart A:o 1773: /: nog: lager:/ accordeert was g tekend:) Cphiedep p„r b: g: Clercq. — 18 No 12 28 433 Waarden Heer. 2 d„o De Eeres hebbende gehad wel te ontfangen uw Ed:s seer aangenaeme van heeden, betuijge uw Ed:e dank voor 't deel welke aan mijne Wes„ „stand gelieft te neemen, het is niet meer een geheim voor ons te verneemen, dat men bereets voor lange tijd beslooten heeft ons te souratta te handelen gelijk de Portugeesen en Fransen, soo lange de firmans niet sullen hebben vertoond, als mede dat met de saak met Decinriet= door den Nabab wil laaten beslissen onse oogen sijn hierin opgeheldert mijn Heer, en ik laat eniglijk aen uw Ed:e nadenken over wat een onpartijdige Waereld van dier gelijke proceduiren welke men althans tot soo verre heeft gebragt dat wij eindelijk sullen gedwongen sijn pur „blicque klagten te doen, seggen sal wat moet onse Hooge Regeering te Batavia denken, wanneer te sullen ontwaeren 7a 26 44 vSlinlnde Faena bart Oot dat N„o 12. schip 4 517 dat tot vergelding van honderdens beleeft heeft welke men te Batavia aan de nu en dan komende particuliere scheepen bewijst men gewijgert heeft, te souratte toe te staen een vrijenloop aan 'sComp:s Handel tot in de maand van November aanstaande wanneer men van Batavia omtrend de productie der firmans ordre verwagten kon„ Wanneer onse Comp:s Gelden te vorderen heeft van iemand onder Engelsch protectie word ons door den Raad geantwoord. - mijne Heeren uw Ed:s gelieven 't voor onsen Raad van Justitie te vragen, en wanneer derselver geprotegeerde niets van ons verlangen, laat men de saak aan 't oordeel van den Nabab over die daar op sigt betaald, is dat Regt gedaan, en volgens de Cillijkheijd. als dan kome ons de Heere te hulp. Een Capitain Iames staevens is geld aan„ onse Comp:s verschuldigdt, 't geene wij van den Raad 10 Raad te Bombaij vragen, die ons Geduu „rende drie Jaaren gestudig antwoord, wanneer wij ordres van onse superieuren sullen hebben erlangd, sullen we uwEd:e voldoen! Wij vragen eeniglijk seven maanden uijtstel, van de productie der firmans, en 't word ons gewijeerd. — Eijndelijk waar den Vriend, om niet vorder te gaan, moet ik uw Ed:e melden, dat ze weeren onder uu Ed: sijn welke denken deese critikque qristen „digheeden. van sommige waar te sullen neemen om ons tot de voldoeninge nae haeren wensch te verpligten. —. maar ik verseeker uw Ed: het tegendeel der Begeeringe te soudatta te vermogen van ons nog veel geweld aen te doen, maar sal ons evenwel nooit dewingers tot de productie onser fismans buijten een qualificatie van onse Hoege superieuren te Batavia, voor soo verre mij betreft soud ik er liever alles aanwaagen dan mijne toestemming daarin te geeven, en dus niet anders Buronende sal het schip ten eersten na 1ga 2 e 8 2248 Haut Toenabart Batavia schip 43 317 r
English
Batavia shall have to depart, and we will remain struggling motionless for 7 months under the oppressions of the Nabab in expectation of what God's providence has ordained for us, while nevertheless not failing to make the proper protests against it. I have received the letter concerning the Brootche disputes, and shall take it with me myself, and yet as far as I recall, I have stated that our Company might be permitted to keep its office there, having a right thereto by Firmans etc., but have not solicited for it like a slave. My goods depart tomorrow for Souratta, and I am going on Saturday to live for some days with our friend Bannarij, from which date I shall be at home, being very sorrowful that I am incapable of settling my commission. I have the honor to remain with the most complete respect, Below: Worthy Sir. Lower: Your Honor's very obedient and humble Servant, Signed: A:m Sluijsker In the margin: 1st of April 1773. Still lower: Agreed, Signed: W:k Coil de Jap: de gn Cl No. 13. On the 29th of March last I had the honor to request of Your Right Honorable Worship, together with the Council, that you would favorably deign to interpose your authority, to the end that the Sourat Council, in the capacity of Governor of the Mogul's Castle, would oblige the Nabab there to cease all acts of violence and to allow the trade etc. of the Noble Dutch Company to enjoy a free market, and this until the month of November next, during which time we would be provided with orders from our superiors concerning the production of our firmans. And whereas until now I have found myself not honored with any answer, may it please Your Right Honorable Worship to pardon me that the urgency of the matter compels me to repeat my request to Your Right Honorable Worship, Right Honorable Sir, and thereby to suggest for your consideration that the granting of such a request can indeed cause not the slightest disadvantage to the Sourat Council, much less to the English Company, since it surely has it as much in its power 7 months from now as it does at present to make the aforementioned requisition of us concerning the firmans. That Your Right Honorable Worship yourself on several occasions, when we had something to claim, such as recently in the case of James Stevens, put us off for 2 to 3 years awaiting the orders of your superiors. In the letters from your Council at Souratta twenty examples could be shown where they have kept us waiting for months, solely by saying that they had no orders from their superiors. And thus I believe I may expect from the generosity of Your Right Honorable Worship that we may be treated equally in similar cases. All the more in a case of so much importance as the producing of the Company's privileges, regarding which I may very sincerely assure Your Right Honorable Worship that we are unable to do so, whatever one may see fit to do, without the prior qualification of our superiors. Indeed, it is with all possible earnestness that I take the liberty to request Your Right Honorable Worship to make such provision that the trade of the Company may proceed undisturbed and the ship that must depart for Batavia within a few days may be fully loaded, whilst we will be able to see ourselves reinforced in November next with the orders of our superiors regarding the production of the firmans, with which I have the honor to remain with profound respect, Right Honorable Sir, Lower: Your Right Honorable Worship's very obedient Servant, Signed: A:m J:t Sluijsken In the margin: Bombay the 3rd of April 1773 Still lower: Agreed, Signed: W:r Spiereje p:s b: g: Clerk. No. 14. Worthy Sir, I have the honor to send to Your Honor the only pure papers that Your Honor had given me, and am sorrowful that there are no means at hand to bring Your Honor's business to an end, which is not feasible without the firmans. I wished from my heart that this might happen, since I fear that those at Batavia will be rather displeased to see the ship return without cargo, rather than to learn that Your Honor has shown them. If Your Honor can resolve upon this, I promise Your Honor that all other matters will arrange themselves to Your Honor's satisfaction. I am very glad of Your Honor's recovery, having the honor to be with the most complete respect, Worthy Sir, Your Honor's very humble and very obedient Servant, Signed: W:m Taijler In the margin: First of April 1773. Lower: Agreed, Signed: W: Spiereje p:l E: gp: Clerk. No. 15. Sir, Your Honor's letter written to the Council on the 29th of last month has been read, but daily expecting letters from the Chief and servants at Souratta, the answer has been deferred until they shall have heard from them, whereupon Your Honor will be answered. The producing of Your Honor's Firmans may be contrary to the orders of your superiors, but is not beyond Your Honor's power. As Governor of the Mogul's Castle, they can judge whether the Nabab is acting improperly once they shall be shown to them. I am, Sir, Your Honor's very humble Servant, Signed: W:m Hornbij In the margin: Bombay the 4th of April 1773. Lower: Agreed, Signed: dk Spiereje p:l E: g: Clerk. No. 16.
Dutch transcription
Batavia lag moeten vertrekken, en we sullen geduurende 7: maanden roerloos onder de verdrukkingen van den Nabab brijven sukkelen in verwagting van 't geene Gods voorsienigheijd over ons heeft beslaaden, sullende evenwel niet nalaeten om de behoorlijke protestatlen daar tegen te doen. De brief over de Brootchiese geschillen„ hebbe ontfangen, en sal hem selfs mede neemen en dog voor soo veel het mij heugd, hebbe ik ver„ segt dat onse Comp:s mogte worden toegestro om sijn Comptoir aldaar te blijven aan hen dero, als hebbende daartoe kegt bij Termans &r. maar hebbe daartoe niet Gesolliciteerd als een slave. Mijne goederen vertrekken morgens na souratta, en ik gae Saturdag, voor eenige dagen bij onsen vriend Bannarij woonen, waarvan dato ik te huijs sal deezen seer droevig dat ik onvermogens ben om mijne Commissie te verevenen. 10 Gi schip Jk heb d' Eer met volmaatste agting te vane /:onderstond:/ Waarde Heer. / lager:/ uw Ed:e seer : hoosaeme F en onderdanige Dienaar /:was getekend:/ A=m sluijsker /:in margine:/ p=mo April 1773. / nog lage :/acordeert /: was getekend:/ W„k Coil de Jap: de gn Cl 4 Tdena baot gad 144 . 20 N„o 13. 43 7 317 Den 29. Maart l. b: heb ik d'Ed gehad bij UwelEd groot Agtbaare benevens den Baad te versoeken dat deselve gunstig haar gesag geluvden te intesponneeren, ten einde den souratse Raad in de qualiteijt van Gouverneur van het Mogols Casteel den Nabab aldaar wilde „ verpligten om alle violentien te staaken en om den Handel &=a van de Edele Hollandse Comp:s een vrijen koop te laeten genieten en zulx tot de maand van November Eerstkom in welken tijd wij omtrend de productie onser firmans met ordres onser superieuren souden weesen voorsien. — En vermits ik mij vet tot nog toe met geenig antwoord vereerd gevondens hebben gelie ve uold.e Groot Agtbaare mij te pardonneeren dat de aangelegendheijd der saake mij dwincstcals groot Agtbaare bij hethaeling te Collecteeren, Wel Edele Groot Agtbaare Heer. fo 8 No 42. 41 en deselve daar bij in bedenking, te geeven dat het accordeeren van sulk een versoek immeds geen het allerminste nadeelen aen de souratse Baad ik opfawijge aan de Engelsche Comp: kan toe Ren„ „gen, alsoo sij het immers over 7. maanden soo wel in haare magt heeft als thans om ons de gementioneerde requisitie omtrend de firmans te doen. Dat uw Ed:le Groot Agtbaare selven te meerwraa „len wanneer wij iets te vordere is hadden als laest en het geheel van Iames Stevens ons 2 â 3. Jaaren hebben uijtgesteld tot de ordres van hare superieuren. — Jn de brieven van uwen Raad te souratta souden twintig voorbeelders aantoonen, dat men ons maanden heeft laeten loopen, eeniglijk met te seggen dat geen ordres van haere supperieuren hadde. En dus meen ik van de Edelmoedigheijd van uw Ed:e Groot Agtb: te mogen verwagten dat wij ingelijke A Sjae onteloot Maam Tden baot Gevallen ƒ Schip 441 517 d a gevallen egaal mogen behandelt, worden. Te meer in een geval van soo veel aange „leegendheijd als het produceeren van 's Comp:s privilegien daar ik uw Ed: Groot Agtbaare moet see opregtelijk mag versekeren, daar wij toe onvermogens sijd, men doe dan ook wat men goedvinde sonder vorige qualifi „catie onser susperieuren. - Ja het is met alle mogelijke emprsse „ment dat ik de vrijheijd neem uaEdele Groot Agtbaare te versoeken om die voorsienige te doen, dat den Handel van de Comp: ongestoond mag voortgaan en 't schip dat binnen weinige daagen na Batavia vertrekken moet vol„ laden worden mag, terwijl wij in staat sullen sijn, om ons in november aanstaande met de ordres onser superieuren gesterkt te sien omtrend de productie der firmans, Waarmede d' Eer heb met een diepen Eerbied Van te blijven /:onderstond:/ Wel Edele Groot Agtb: a le /lager:/uwel Ed: Groot Agtbaares seer Gehomseem Die naar /was getekend:/ A=m J:t Sluijt Ress / inmasg Boonbaij den 3. April 1778 / nog loger accondeert /was getekeend:/ W„r Spiere Je p„s b: g: Clercq. Haan en bat 1ga Honte 1 20 8. No. 14: schip 44 617 2 Waarden Heer. Jk heb d' Eer uwel Ed:s toedesenden, het eenigste Suver papieren dat uw Ed:e mij had Gegeeven, en ben droevig dat er geen middelen aan handen sijn, om uw Ed:e Zakelijkheeden te doen eindigen, het geen niet buijten de firmans doenlik is. Ik wenschte van herten dat dit moge geschie„ „den, nademaal ik vreese dat uwEd:e deezen te Batavia vrij misnoeger sullen sijt, het schip sonder lading, te sien te rug, komen, dan te verneemen dat uw Ed„e ze hebben aan„ getoond. — Indien uwEd:e hierover kunnen be„ „sluijten, beloove ik uw Ed:s dat alle andere saaken sig nae uw Ed:e genoegen sullen schikkein. - Jk ben seer verheugt over uw E beterschap, hebbende d' Eer met de volmaakte agting te sijn Waarden Heer/ UwEd:s seer Vertaaling onderdanige No 140: onderdanige en seer Gehoorsaeme Dienaar /:was getekend:/ W=m Taijler /:in margine:/ Eerste van April 1733. /:lager:/ accordeert /was getekend:/ W„ Spiereje p:l E: gp: Clercq. Late Tden bart 17a mga 28 Jchip 44 45 8 317 No. 15 Mijn Heer u Ed:s brief aan den Staad op den 29: lb. l: geschreeven is geleesen, maar dagelijks verdag „tende nae schrijvens van 't opperhoofd en dienaeren te souratta is 't antwoord uijtgesteld, tot dat doej van hun sullen hebben vernoomen, als wanneer uwEde sal worden b'antwoord. — De voortbrenging uw Ed:e Hirmans. mag„ tegens de ordres ulver superieuren strijdig sign maar is niet buijten uw Ed„e vermogen als Gouverneur van Mogols Casteel, Kunnense ook „deelen, of den Nabab onbetamelijk handelt wan„ neer ze hun sullen werden vertoond. — Ik ben mijn Hier uw Ed:e seer ootmoedigen Dienaar /:wasgetekend:/ W V=m Hornbij /:in margine:/ Bombaij de 4. April 1773. /:lager:/ accordeert /was gekend:/ dk spiere je p:l E: g: Clercq. — Vertaaling N„o 16: 1 12 Ci
English
Translation Worthy Sir, The Governor having informed me that your Honour had taken leave of His Honour this morning and that your Honour intended to depart tomorrow, contrary to what your Honour did me the honour of assuring me yesterday, I have the honour to report that we have today received letters from Surat which promise a favorable outcome to your affairs. The gentlemen, the Chief and Council, have proposed to us that the affairs of Deanaat and Boetoestr be submitted to mediation; that your Honour leave the passage across your Honour's wharf free as before; and that, regarding the affair of the park, your Honour shall make an apology to the Nabab. In these proposals nothing appears impossible to me, and if your Honour can agree to them, I think that tomorrow in the Council all matters will be brought to a conclusion. I give your Honour this notice so that, if your Honour could arrange your affairs so as to remain a day longer, your Honour might possibly be able to carry the news thereof along with you. Herewith etc. I have the honour to be with great esteem, Worthy Sir, your Honour's most humble and most obedient servant. Signed: Wm. Tayler. P.S. There is a fourth proposal: that it shall not be permitted to your Honour to purchase gardens without the express consent of the Nabab. In the margin: Bombay, the 3rd of April 1772. Below: agrees with the original. Signed: Ws. Spoiré, First Sworn Clerk. Number 17 It is true that yesterday I had the honour of informing the Governor that I would depart this evening for Mahim, and from there the day after tomorrow for Surat. Nor could I abandon this intention of mine, seeing that our Company's ship, whether laden or not, must set sail for Batavia, and it would only increase the harm to detain it any longer and at the same time let it depart empty. I must candidly declare to your Honour that I no longer know what is desired; for more than two months all our affairs at Surat have been detained; we have complained about this to your Council, who answer us that they cannot protect us against the Nabab without having previously seen our firmans. In consequence of this, I have here requested the Honourable Council to intervene with their authority, so that all oppression might be suspended until it should be permitted to us by our High Superiors, from whom we expect an answer in coming November, to produce the same. This is what I took the liberty of repeating in writing to the Governor the day before yesterday; yesterday morning His Honour gave me cause to hope that this would be granted to me today. In consequence whereof, I repeat my request to your Honour, my Sir, namely that your Honour please contribute thereto everything within your power, as well in the Council as by specifically strengthening the good disposition of the Governor, upon which I rely; and please consider what will be thought at Batavia, where one acts with so much compliance toward your gentlemen, that one refuses us a mere delay of 5 to 6 months in a matter that brings no change to your Honour's intentions. The proposals which the Surat gentlemen have made to your Honour will, I believe, be the same that they have reported in a very detailed letter to our Director and Council there. I have no copy of it, and it will be answered from there; indeed, I do not find myself authorized to treat thereof. And forgive me, Sir, if I assure your Honour between ourselves that, contrary to your Honour's opinion regarding the four proposals, wherein your Honour finds nothing impracticable, I judge it to be far more advantageous for us to leave Surat etc. altogether, rather than resolve to agree to them. That of Boetoessen, which your Honour's gentlemen propose to leave to arbitrators, is a proof of the small balances that we have to expect, since those parties have already each appointed two men to settle it amicably. In the case of Deanaat, force overcomes reason; nevertheless, it is certain that not one of us will ever consent that a subject of the Republic be withdrawn from his natural judge, the more so since Deanaat in this case has bound himself under and to the Dutch laws. That of the park having already been concluded by the Nabab himself, I do not understand, Sir, how your Honour can arrive at the point of an apology. Regarding the further articles, the answering of which will reveal to your Honour their triviality, I shall make no reply. And nothing remains for me but only to repeat my urgent request to your Honour, namely that your Honour please manage matters so that at Surat a free course be allowed to our affairs until the decision regarding the production of the firmans, which we expect from Batavia in November, in which time all other disputes might possibly be settled, that being what I desire. And with thanks, I have the honour to be with true esteem, Worthy Sir, your Honour's most humble servant. Signed: An. Js. Sluijsken. In the margin: Bombay, the 5th of April 1772. Below: agrees with the original. Signed: Hr. Spiering, First Sworn Clerk. Number 18
Dutch transcription
Vertaaling Waarden Heer. Den Heer Gouverneur mij Oedeeld. nabbende dat uw Ed: dese echtent afscheijd van zijn wel Ed=e hadde genomen en dat uw Ed„ vermeende morgen te vertrekken, 't tegendeel van 't geene uw Ed: mij gisteren d' Eere deed te verseekeren hebbe d' Eerete melden dat we opheeden souratse brievers hebben ontfangens, welke een favorable uijtslag aan Utoh saaken belooven. — . De Heeren den opperhoofd en raad hebben ons voorgesteld, dat de saattelijkheeden van Deanaat en Boetoestr aan een bemidaling onderworpen worde; Dat uwEd=e den wee, over uw Ed. werff gelijk van te vooren vrijlaaten, en dat uw Ed belangende, de saak van den perke een excus aan des Nabab maken sullen; — In deeze voo „slagen komt mij niet onmogelijk voor, en als vle„ daarin kan bewilligen, denk ik dat men op morgen in den Raad alle saaken zal eijndigen. e Taen ban 446 22 N 16: Schip 44 61 . Jk geeve uwEd: dit berigt op dat wanneer Uuw Ed desselfs saaken soodanig kunnen schikken om een dag langer te verblijven, zoude uw Ed: mo„ „gelikt de tijdingen daarvan kunnen meede neemen.- Hier nevens &r=a Io heb d' ber met Groote agting te zijn: Waarden Heer, uw Ed: seer onderdanige en seer Gehoorsaeme Dienaar /was getekend:/: W=m Faijler. / lag er:/ P: S: daar is een vierde voorstelling, dat 't uw Ed:e niet zij Geoorlooft Thuijmen te koopen buijten uijtdrukkelijkde Ge „booging van den Nabab /:in margine:/ Bombaij den 3. April 1772. /:nog, lager:/ accordeert /:was getekend:/ W„s Spoicre je p:l E: g: Clercq. N„o 17: vSinelnder Tdena bart 1 1ga 226 Ik had 't is waar op Gisteren d' Eere den Heer Gouverneur te bedeelen dat ik deesen avond voor Mahim en daar van daen op overmorgen na souratte soude vertrekken ik sonde ook van dit mijne voorneemen niet kunnen afsien aengekient ons sComp:s schip Gelaeden of niet voor Batavia, onder seijl moetgaan, en 't soude 't kwaad alleenlijk vermeerderen met het selve nog langer op te houden en het teffens leen te laten vertrekken. — Jk moet uwEd: opreegtelijk verklaeren mijn weed niet langer te weeten wat men wil, sedert ruijm twee maanden werden alle onse saakelijkheeders te souratte g gehouden, wij hebben daar over bij uw Ed: Raad geklaagt die ons antwoord van ons tegens den Nabab Heer. Waarden J Schip Vertaaling 449 3 317 niet. nit te kunnen beschermen zonder te vooren ons firmuns te hebben gesien. „gevolge van 't welke heb ik alhier ude Ed:le Raad gevraagd met haar gesaen tussen beijde te komen, op dat alle onderdruk opgeschort wierden, tot dat het ons van wegens onse Hoge superineuren /: van dewelke wij in November aanstaande antw: verwagten:/ toegestaen wierd, dezelve te pro= „duceeren. — Dit is het geene ik de vrijhuijt naem op Eergisteren aan den Heere Gouverneur schriftelijk te herhaelen gisteren morgen heeft sijn wel Edele mij doen hoopen, van mij sulx op heeden tee te staen. — Ingevolge van het welke ik uw Ed:e mijno Heer mijn versoek herhaele teweeten, dat uw Ed:s daarbij geliede toe te brengen alles wat in desselfs vermogen is, soo wel- en den raad dan met afsonderlik de goede dispositie van den Gouverneur te versterken, en op het welke gerust stelle, en gelieft aantemerken Wat wat men te Batavia alwaar meis soo veel te „gevendheijd voor uw Ed:e Heeren gebruijkt, den hen zal dat men ons wijgerd voor 5. â. 6: maanden eeniglijk uijtstellen, eene saak dewel te geen verandering in uwEd: voorneemens maeht. — De voorstellingen die de souratse weeren uw Ed:e hebben gedaan, sullen gelooven ik desselfse sijn, diese in een seer breedvoerige brief aan onsen Directeur en Raad aldaar hebben gemeldt. Jk heb er geen afschrift van en men zal dezelve van daar b'antwoorden, — immers vind ik mij niet gelast om daar over te handelen. en vergeeft mij, mijn Heer dat ik uwEd:e onder ons versekere dat Contrarie van UwEd geroe „lens aangaande de vier voorstellingers, Mauktame uuwEd„e niets ondoenelik ontdekt, ik oordeelde vrij doordeeliged voor ons te sijn, in 't geheel maar sourattis &r=a te verlaeten, dan te be „sluijten om daar in toe te stemmen. — Die van Boetoessen welke uwEd:e Heeren 4 d aakd Maunra Tdena baot Heer voorslaan tSchip 431 317 van voorslaen aan Goede mannen overtelaaten is een bewijs van de Geringe ballancen welke wij te verwagten hebben, nadien die parthijen al bereeds twee menschen ieder hebben benoemd, om 't in der minne afledeen. Jn de saak aan Deanaat, overwind het ge „wel de reeden, niet tegenstaande, is het seeker dat er nooijt een van ons toestemmen zal dat een onderdaan van de Republicq van sijnen natuurlijken Regter onttrokken, worden te meed daar sig Deanaet in uit geval onder en aan de Nederlandse wetten heeft ver„ bonden. — Die van den Percie door den Nabab selven bereeds beslooten sijnde, begrijp ik niet mijn Heer hoedanig uwd: op 't peint van appologie kunnen komen. Aangaande de verdere articulen waar van de b'antwoording uwEd:e dies beuselagtig „hierden zal ontdekken, sal ik niets repliceeren. En En resteerd mij niet als alleenlijk om uw Ed mijne instantie te herhaalen, namentlijk dat uwEd: gelieve te bewerken dat men te souratia een vrijen loop aan onse saaken laete tot besluijt aangaande de productie der firmans, welke wij in November van Batavia verwagten in welke een tijd alle andere geschillen sig mogelijk soude kunnen schikken, dat het geen sijnde waarna ik verlange, En onder danksegging voor E= hebbe d' Eere met waare agting te zi waarden Heer. uw Ed:s seer ootmoedige Dienaar /was getekend:/ A=n J:s Sluijsken /:in margine:/ Bombaij den 5. april 1773: /:lager:/ accordeert /:was getekend:/ H„r Spiereje p:l E. g. Clercq. .. N„o 18. a Haun Tden bart Schip 453 517 2
English
I have the pleasure to inform Your Honour that they have consented to the departure of Your Honour's ship, on condition that Your Honour shall leave the matters of Deanaat and Boetoesa to good men. — was underwritten: Your Honour's very humble etc. was signed: Wm Taijler lower: agrees was signed: Hr Spiereje, sworn First Clerk. — Worthy Sir. Translation Examined A: de Tille Agrees No 18. Jb Gaver 4th Caan 2 6a 4 2268 2 Na ship 517 the 1st the 1st July 1777 No 11. Copy Defense regarding the ship Walcheren, stranded in the year 1773 on the Surat Sandbanks. laan dena bart gal Fe08 aal Sir ship 517 2 Company's To His High Excellency The High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lord Jeremias van Riemsdijk on behalf of the state of the United Netherlands, and its General East India Company Governor-General: together with The Right Noble Lords Councillors of Netherlands India. High Noble, Right Honourable, Far-Commanding Lord And Right Noble Lords Your High Excellencies, according to the written notification in their respected missive of the 10th of August last, having pleased to see fit to have the damages which the Noble Company has suffered in the unfortunate stranding of the ship Walcheren on the 1st of May 1773 on the Banks of Domus, compensated for 1/3 by the undersigned Director, for 1/6 by the also undersigned Second, and for an equal 1/6 part by the undersigned Members of the Political Council who had given their consent to the detention of the aforesaid Walcheren beyond its appointed time, or after the 10th of April, while the remainder would have to be compensated for 1/6 by the former Warehouse Master Holmberg and for an equal 1/6 from the estate of the deceased Skipper Thomassen, the Remonstrants find themselves thereby plunged into a great sadness, both because they find themselves unable to thus comply with that High Order, since they find themselves, head for head, unable to raise such sums, and there are many among them who have no assets; and wherefore they also on the 4th of November had to resolve, in order to demonstrate their absolute submission to the High orders of their Authority, to have each one's pay account charged for the amount imposed upon him, as well as principally because they, each for themselves, are convinced that however much it pains their very souls that this misfortune has befallen the Company, it was never within their power to prevent the same by dispatching the ship earlier, and that thus this fatal case, which naturally has caused Your High Excellencies much displeasure, can in no way be attributed to their conduct. It is the full certainty of all this, and that they hope to be able to demonstrate the same most clearly to Your High Excellencies, being well persuaded that, if they succeed in this, they will also then, by great favour, be graciously relieved from this assessment so oppressive and ruinous to them, that they take the liberty to submit to Your High Excellencies in all humility. That although the Remonstrants can by no means contradict that among the proceedings which the English and the Nawab conducted here in Surat against the Company and its Servants in the years 1772 and 1773, two were to be found which arose from the claims of two different natives, Deanaat and Boetoesa, against the then Warehouse Master Holmberg; and they may not deny that they might have erred when they protected the latter, as a subordinate and Servant of the Noble Company, by maintaining that just as the said English themselves oblige the Noble Company, in case of any disputes or claims consisting of mine and thine, to institute its actions before the Court of Justice at Bombay, as took place in the claims of the free merchant Boucard, who died under English protection, as appears from their missives of the 18th of March 1760 and 26th of March 1770, they might with as much and greater right claim that the merchants belonging to English Protection should institute their pretensions against the subordinates of the Noble Company solely before our Council of Justice in the same manner, without this Nation being permitted to involve the Nawab in all its disputes, and to let him decide at his pleasure, the Remonstrants can nevertheless, head for head, declare with a clear conscience that they believed in good faith to be obliged to protect and maintain a subordinate and Servant of the Noble Company, as much as possible for them, before his natural Judge, and not to leave him at the mercy of the discretion of an arbitrary judge, ignorant of customs and laws, as well as entirely dependent upon the English, namely the Surat Nawab, as this seemed to them of too great consequence for the Company's privileges, which absolutely dictate that none of the Dutch may be judged by the Native Governors, and in such a case no security whatsoever would remain either for the Company itself or for its Servants, while they were fortunate enough to maintain this Privilege, and to keep the decision out of the hands of the Nawab, by
Dutch transcription
k heb het vermaek uwel Ed:e te berigten dat men tot het vertrek van uwEd.:s schip heeft bewilligd, onder beding dat uw Edele de saaken van Deanaat en Boetoesa aan goede mannen sullen overlaten. — /:onderstond:/ uw Ed:s seer onderdanige etz: /:was getekend:/ W=m Taijler /:lager:/ accordeert /:was getekend:/ H„r Spiereje p:l E: G: Clercq. — Waarden Heer. Translaats Nagezien A: de Tille Sccordaart N„o 18. Jb Gaver 4 e Caan 2 6a 4 2268 2 Na chip 517 den e ert den e Jelir 17 7 No 11. Copia Verantwoording nopens het in A„o 1773 op de Souratse ZeeBanken gestrande schip Walcheren. laan dena bart gal Fe08 aal Heer schip 517 2 Comps Aan sijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren wijd. Gebie den de leere Jeremias van Kiemseijk van weegens den staat der veree„ nigde Neederlanden, en Haare Algemeene Oost=Indische Maatschappije Gouverneur Generaal: mitsgaaders De Wel Edele Heeren Raaden van Neederlands Indien. Hoog Edelen Groot Agtbaaren Wyjd Gebiedenden eer En Wel Edele Heeren Uw Hoog Edelheedens „gens het aangeschreevene bi derselver gevenereerde missive A 3 2 4 8„ Mauan den bart Copia 157 2 Schip 317 ga 1 den 10„e Aug„s laastleeden, hebbende gelieven goed te vinden om de schaa¬ den welke de Edele Compagnie is koomen te lyden bij het ongelukkig stranden van het schip Walcheren op den 1e Maij 1773 op de Banken van Domus, te laaten vergoeden, door den onder„ „Directeur voor 1/3. door de meede ondergeteekende „geteekenden ^ secunde voor 66 en voor een gelijka 1/6 gedeelte door de onder„ „geschreevene Leeden van den Politie„ „quen Raad welke hunne toestem„ „minge souden hebben gegeeven tot het aanhouden van voorseijde Wal¬ „cheren booven dies bepaalde tijd„ off na den 10„e April, terwijl het overi„ „ge zoude moeten worden vergoed voor 6: door den geweesen Pakhuijs mees„ „ter Holmberg en voor een gelijk 1/6. uijt de nalaatenschap van den over„ „leedenen Schipper Thomassen vinden sij Remonstranten sig hier door in eene groote droeffheijd gedom„ „peld 0 1 „peld, soowel om dat zij zig zelven buijten staet bevinden om aan die Hooge Ordre dus te voldoen, aange„ „zien sij sig hooffd voor hooffd ouver „moogens bevinden om sulke som „men bij een te krijgen, en er veele onder haar sijn die niets in bonis hebben; en waar omme sij ook op den 4„e November hebben moeten be„ „sluijten, om ten eijnde haare volstrek „te onderwerpinge aan de Hooge be„ „veelen van haare Overigheijd aan den Dag teleggen, een jeders soldij Reekeninge voor het bedraagen van het hem opgelegde te laaten belasten, als wel voornaamentlik om dat sij een jeder voor sig selven overtuijgd zijn, dat sij hoe seer het haarlieden ook anders in haare sie„ „le smert dat dit ongeluk de Maat„ „schappije is overgekoomen, het nimmer in haar vermoogen hebben gehad, om 8„ Haar Tden ban 1 517 het het selve te voorkoomen door het schip vroeger te depecheeren, en dat dus dit fataal geval, dat uw Hoog Edel „heedens natuurlik veel ongenoegen gebaart heeft, geensints aan haar ge„ „drag kan toegeschreeven worden. Het is de volle verseekerd„ heijd van dit alles, en dat sij verhoo¬ „pen in staet te zullen zijn, om uw Hoog Edelheedens het selve ten klaar„ „sten te betoogen, wel gepersuadeerd sijnde, dat soo haar dit mag geluk„ „ken, sij ook als dan grootgunstig van deese voor haar soo drukkende en rui„ „neuse belastinge gratieuslik sullen worden ontheeven, dat sij de vrijheijd neemen Uw Hoog Edelheedens in allen Ootmoed voorte draagen. at off schoon sij Remon„ „stranten geensints vermoogen teegen. 461 teegen te spreeken, dat er onder de proceduu„ „res welke de Engelschen en de Nabab tee„ „gens de Maatschappije en haare Diena„ „ren in A„o 1772. en 1773: hier in souratta gehouden hebben, twee te vinden waaren, welke voortsprooten uijt de vorderingen van twee differente Inlan „ders Deanaat en Boetoesa teegens den toenmaaligen Pakhuijsmeester Holmberg; en sij niet moogen ont„ „kennen, dat sij kunnen gedwaald hebben, wanneer den laast, gem„: als een onderhoorige, en Dienaar van de Edele Compagnie hebben beschermd met staande te houden dat sou„ „wel als gedagte Engelschen selffs de Edele Compagnie verpligten, om, in Cas van eenige differenten off vorderingen in meum en tuim bestaande, haare acti„ „en te institueeren voor het Geregte „hoff te Bombaij, in voegen sulx heeft plaats gehad in de vorderinge van 48 1 20 8. aald aer Haar Taen ban blev den Schip 31 gal d 2 den onder Engelsche Protexcie overleede„ „nen vrij koopman Boucard, blijkens haare missives van 18„e Maart 1760: en 26„e Maart 1770. sij met eeven veel en Meerder regt mogten vorderen dat de onder de Engelsche Protectie behooren„ „de Cooplieden haare Pretentien slegts op de onderhoorigen van de Edele Compagnie, in selver voegen voor onsen Raad van Justitie moesten institueeren, sonder dat het deese Natie gepermitteerd was om in al„ „le haare disputen den Nabab te melleeren, en die te laaten desi„ deeren na welbehaagen, sij re„ „monstranten egter dit Hooffd voor Hooffd met een reijn geweeten kun„ „nen verklaaren dat sij in goede trouwe hebben vermeend verpligt te zijn om een onderhoorige en Dienaar van de Edele Compagnie soo veel haar mogelijk was te moeten d 463 moeten beschermen en bewaaren bij sijnen natuurlijken Regter¬ en hem niet opgenade en ongenade aan de bescheijdentheijd van een Arbitrair en van de gewoonten en wetten onkundig mitsgaaders van de Engelschen geheel affhanke„ „lik Regter, den Souratsan Nabab naamentlijk te moogen overla„ „ten, alsoo haar sulx van te veel ga„ „volg voor 's Comp„s privelagien die absolut dicteeren dat niemand der Hollanders door de Jnlandse Gouverneurs mag worden beregt, toescheen en er in sulk een geval nog voor de Compe selffs nog voor haare Dienaaren eenige seeker„ „heijd meerder overblerff, terwijl sij gelukkig genoeg geweest sijn, om dit Privilegie te maintineeren, en de beslissing buijten de handen van de Nabab te houden, met te 4 Haan Trena bart 164 Schip 517 r Con
English
Consenting to the settlement of these disputes through the arbitration of upright men, as soon as the English proceeded thereto and offered it to them, as appears from the Resolution of the 19th of April 1773. On which grounds the remonstrants also hope that Your High Nobles will, as far as these private matters are concerned, be persuaded of the purity of their actions, and they flatter themselves, moreover, that it will be evident to Your High Nobles that, although these disputes of the aforementioned natives with Holmberg did indeed serve as an object upon which so much violence was done to the Company in 1772 and 1773, they nevertheless by no means gave the sole or true cause for it, when Your High Nobles will be pleased to take into most gracious consideration how the English, ever since the year 1759, when they became masters of the Castle and consequently of the entire city of Souratta, have from time to time sought to get the Company's firmans and privileges into their hands, just as this appeared from the Surat papers as early as the time of Mr. Hodges in the year 1765, possibly and as is to be feared, in order then to have them translated and interpreted to their own greatest advantage, just as they formerly practiced with the French in Bengal. That these same British, perhaps thinking that the opportunity was then more favorable to them, already in their letter of the 29th of December 1772 demanded that the remonstrants should show them the Company's privileges and provide copies thereof, and that this request having been declined by them, ultimately by letter of the 24th of February 1773 from Articles 255 to 279, because the remonstrants feared the consequences thereof all too much, and they judged themselves unauthorized, without the high consent of Your High Nobles, to take such a step as the displaying and handing over of the privileges of the Honorable Company, the English resolved to force them thereto by all means of violence; in order to achieve which, and to reduce the remonstrants to the necessity of requiring the protection of the English in accordance with their obligation, a beginning was made by the Nabab by occupying the house of a Company dependent, imprisoning two of its servants, demanding satisfaction for Deanaat and Boetoesa, the abandonment of the wharf, restitution of the lands belonging to the Company, the storing of spices inside the city, etc., as all those demands, consisting of 10 articles, are inserted in the resolution of the 24th of February, and subsequently, as appears from the aforementioned Resolution of the 24th of February 1773, preventing the Company's vessels that had returned from Brootchia with the Company's linens from unloading; whereby the remonstrants, having thus been brought into that embarrassment which had been expected, addressed themselves to the English Ministry, and the latter, by their letters of the 2nd and 11th of March of the same year, candidly declared that they would not concern themselves with the affairs of the Honorable Company until its firmans were delivered into their hands; indeed, in order to plunge the remonstrants into even further embarrassment, the Nabab prohibited all dyers and printers from working for the Company or preparing its linens, even on pain of severe penalties, as appears from the resolutions of the 24th of March and the 5th of April of the aforementioned year. And in order to demonstrate even more clearly to Your High Nobles how the English, in all their conduct pursued at that time, intended nothing other than to make themselves masters of our firmans, Your High Nobles may be pleased to cast your eye upon the official report kept by the Secunde Huijsken in his Bombay commission, and the documents annexed thereto, especially those to be found there under numbers 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 17, and 18, which the remonstrants take the liberty of annexing hereto, from which it will clearly be evident to Your High Nobles that both the Bombay and the Surat English Councils aimed at nothing other than to compel the remonstrants—through the embarrassment in which they necessarily had to find themselves because the Company's entire trade of sales and collection was halted by the Nabab, which prevented them from being able to dispatch even the empty Walcheren—to surrender the Company's privileges, and that the Council of Bombay would not resolve to desist therefrom until the 6th of April 1773, on which day that government first resolved to put us in a position to let the ship Walcheren depart from Souratta, under that pretext of submitting the matter of Deanaat to an impartial arbitration, as appears from the letter of a member of that assembly, No. 18, and the letter of the English Ministry at Souratta of the 15th of April, inserted in the Resolution of the 19th thereafter, of which arbitration they had nevertheless never spoken before. May the remonstrants now flatter themselves that from all this it will have been evident to Your High Nobles that the outrages committed against the Company and its dependents here in 1772 and
Dutch transcription
Consersenteeren in de affdoeninge van deese verschillen, door de Arbi„ „trage van Goede Mannen, soo rasde Engelschen daartoe overgingen en haar deselve aanbooden blijkens Resolutie van den 19„e April 1773. Uijt welken Hooffde sij remon„ „stranten dan ook verhoopen dat uw Hoog Edelheedens wat deese parti„ „culiere saaken betreft van de suij„ „verheijd haarer handelingen sul„ „len gelieven gepersuadeerd te zijn, en sij flatteeren sig selven daar be„ „neevens dat Hoogst Deselve, sal ge„ „blijken, dat schoon deese disputen van de voorm„e Jnlanders met Holmberg wel meede hebben verstrekt tot een voorwerp waar op de Comp„e in 1772. en 1773. sooveel geweld aangedaan is, sij egter geensints de eenige off regte oorsaak daartoe gegeeven heb„ „ben. 41 485 „ben, wanneer uw Hoog Edelheedens sub „len gelieven in grootgunstige over „weeginge te neemen; hoe dat de Eng:s al seederd den Jaare 1759. aan„ „neer sij de Meesters wierden van het Casteel en bij gevolge van de geheele stad souratta, van tijd tot tijd hebben getragt om 's Comp„s Tur„ „mans en voorregten in handen te krijgen, in voegen dit uijt der sou„ „ratie Papieren al ten tijde van M„ Nodges in A=o 1765: geblijkt, moogje „lik en soo als te vreesen is, om die als dan te laaten Translateeren en ten haaren meesten Voordeele interpre¬ „teeren; soo als sij sulx wel eer met de franssen in Bengaalen hebben gepractiseerd. Dat deese selffde Britten mo„ „gelijk denkende dat de geleegendheijd toenmaals voor haar gunstiger was, 4 n Mautr Taen bant 62 Schip 317 al „ al bij haaren Brieff van den 29„e Da„ „cember 1772. gevorderd hebben dat sij Bem: haar 's Comp„s Privilegien ver„ „toonen en daar van Copien verlee= „nen souden, en dat dit Versoek door haar gedeclineerd sijnde laas„ „telik bij Brieff van den 24„e Febrij 1773. van Art: 255: tot 279: om dat de Rem: de gevolgen daarvan maar al te zeer vreesden, en sij sig buij¬ „ten de Hooge toestemminge van uw Hoog Edelheedens onbevoegd' oordeel„ „den om een diergelijke stap als daar is het verthoonen en affgee„ „ven van de Voorregten der Edele Comp„e te doen, de Engelschen, de par„ „tije genoomen hebben, om haar door alle weegen van geweld daer toe te dwingen om waertoe te ge„ „raeken, en de Remst=n in de noodsa„ „kelijkheijd te brengen van de bescherminge der Engelsen, volgens haare 8 967 haare verpligtinge te requireeren er door den Nabab een begin gemaakt wierd met het besetten van 't Huijs van een Comp„s onderhoorige, het inge vangenis neemen van twee haarer Dienaaren, het vorderen van voldoe¬ „ninge aan Deanaat, en Boetoesa, het verlaaten van de Werff restitutie van de Gronden die de Comp„e toebehoor „den, het bergen der specerijen in de Stad, ensz: soo als alle die vorderingen in 10. Articulen bestaande, ter Best van den 24„e Febrij g'insereert sijn, en vervolgens blijkens voorme Res: van den 24„e Fabrij 1773: het verhinderen om 's Comp„s Vaartuijgen soo van Broot „chia waaren te rug gekoomen met de Lijwaeten van de Comp„e te ontlaaden waar door dan de Remst: in die verlee„ „gendheijd gebragt sijnde welke men verwagt had, addresseerden sij zig aan het Engelsche Ministerie, en dea„ 6„ e Caan Toena ban „se nT Schip 2 617 ga „se verklaerden nader bij haare Brie „ven van den 2:e en 11„e Maart dessel„ „ven Iaars rondborstig van sig met de saaken van de Ed: Comp„e niet te willen moeijen voor dat men haar desselfs Firmans ter handen stel„ „den Ia: ten eijnde haar Rem: nog verder in verleegendheijd te brengen, wierd door den Nabab aan alle ver„ „wers en drukkers verbooden om niet voor de Comp„e te werken off haare Lijwaaten in gereedheijd te brengen, selffs bij scherpe penaliteijten, blijkens Bes: van den 24„e Maart en 5„e April des meer genoemden Iaars. —. En om UW Hoog Edelheedens nog nader aantetoonen, hoe de Engelschen in al haar toenmaalige gehouden gedrag niets anders heb„ ben bedoeld als om sig van onse Tir mans meester te maaken, soo gelie„ „ven: 8 10 469 „ven hoogst deselve het oogte slaan op het gehouden verbaal van den secun„ „de Huijsken in sijne Bombaijse Com „missie, en de daar agter gevoegde Documenten, bijsonderlik die aldaar te vinden sijn onder N„o 9, 10, 11, 12, 12 13, 14, 15, 17, en 18: welke de Rem: de vrij „heijd neemen deese te annexeeren als waaruijt UW Hoog Edelheedens klaarlijk sal Consteeren dat soowel den Bombaijsen als den souratsen Eng„s Raad sig niets anders voor steld heeft, als om de Rem: door de verlee„ „gendheijd in dewelke sij sig ter oorsaa „ke 's Comp„s geheelen Handel van ver„ „koop en Jnsaam door den Nabab ge„ „stremt wierd, en die haar selven be„ „letten om walcheren selffs leedig te kunnen verzenden, noodwendig bevinden moesten; tot de overgaave van 's Comp„s Privilegien te Verplign „ten, en dat den Raad van Bombaij 444 86 8„ 222 Caa en ba 214 a l 31 1r niet niet eerder als op den 6„e April 1773. heeft willen besluijten om daar van aff¬ „tezien, op welke dag die Regeerin„ „ge eerst beslooten heeft om ons in„ „staat te stellen van het schip Wal„ „cheren van Souratta te kunnen laaten vertrekken, onder dat voorwamd „sel van de saak van Deanaat aan eene onpartijdige Arbitrage overte„ „laaten, blijkens het Brieffjen van een Lid dier Vergaaderinge No„ 18. en de Brieff van het Eng: Ministerie te Souratta van den 15„e April g'in„ „sereerd ter Res„e van den 19„e daar„ „aan, van welke arbitrage sij egter nimmer bevoorens hadden gewaegd. Moogen de Bemonstranten sig nu Clatteeren dat uw Hoog Ed„s uijt deesen allen sal sijn gebleeken, dat de braverses aan de Compe en haare onderhoorigen hier in 1772: en Cin
English
and 1773, having in the first place had as their foundation the production of the Company's precious privileges, they further flatter themselves that it will most clearly be evident to the same that it was utterly impossible for the undersigned, Director and the Members of the Council, even to let the ship Walcheren depart empty before this misfortune befell it, let alone before the 10th of April, for not only had the Nabab from the 13th of February onward, as appears from the Resolutions of the 24th ditto and 24th of March, as well as 5th of April cited herebefore, forcibly obstructed the entire trade, and especially also the dyeing and printing of the linens, but His Excellency had even, as appears from the Resolution of the 10th of April, on the 7th prior thereto, when in order to be able to let the ship depart empty, the necessary permission was requested for the shipping of the provisions and native seafarers, absolutely refused this, and declared that he would never grant it before and until his demands had been complied with, and which prohibition was not withdrawn before the 22nd of April, as appears from the Resolution of the 26th ditto, notwithstanding that their Honors even made a public protest to the English Chief, according to the Resolution of the 10th of that month. The undersigned beseech Your Right Noble Honors therefore to consider most favorably that they were utterly unable and were prevented by superior force from dispatching Walcheren earlier than would have occurred had it not met with disaster, and that they did everything their power permitted to comply with the orders and let it depart empty at the appointed time, as is shown by their resolution of the 10th of April, wherein they resolved, in order to provide the aforesaid Walcheren at least with provisions, to send the Company's vessels to the surrounding places and villages to obtain them; yet this was just as impossible for them as it was to let the aforesaid vessel depart without Lascar seafarers, who are not to be had outside of Suratte, for of the 64 European heads, among whom were also counted all the officers, boys, etc., with which it had arrived at Suratte, so many had died, deserted, or were on shore in the hospital, that only 34 heads were on board, which small number was utterly incapable of bringing the ship across at that season of the year, when a ship can no longer call at any ports on this coast and must directly pursue its voyage to Batavia; while moreover the provisions could not be dispensed with, since the 9 months for which the ship was victualed upon its departure from the main settlement had expired within half a month, and thus it was unprovided with all provisions, meat and pork excepted. And just as it is evident from this that it was impossible for their Honors to let Walcheren depart even empty at the appointed time, so it appears further from the Resolution of the 19th of April cited herebefore, that as soon as the English abandoned the demand for the firmans and were inclined to have the disputed matters between Deanaat and the Warehouse Keeper Holmberg decided by an arbitration, whereas the Nabab had previously demanded to settle them, and made known by letter of the 15th prior that in order to enable their Honors to dispatch the ship, they would intercede with the Nabab to remove all impediments under which the Company's trade lay, in so far as was required for the dispatch of the ship, provided they agreed to submit the aforementioned case of Deanaat to an impartial arbitration, their Honors immediately consented thereto; and all impediments having only thereupon been removed on the 22nd of April, it was impossible to let Walcheren depart before the 1st of May, for even had it gone empty, at a place like Suratte, where the vessels are mostly three and sometimes as much as 7 days underway between the shore and the ship, at least 9 days are required to send the necessary crew, provisions, and water on board, and at the time the misfortune befell Walcheren, the vessels with these and with goods were lying within its sight, unable to come out due to the stiff breeze. Above all this, their Honors must still beseech Your Right Noble Honors to take into most favorable consideration that the very same thing that befell Walcheren on the 1st of May 1773 at this roadstead could just as well have happened in the best of times, since according to the written report of the Skipper Thomassen, Master of Equipage van der Hegge, and Mate de Sille, who examined the narrative of what occurred at the stranding of this unfortunate bottom, dated the 24th of May 1773, inserted in the Resolution of that day, the misfortune was solely and indeed clearly due to dereliction of duty by the one who held command over it.
Dutch transcription
4 en 1773. toegebragt in de Eerste plaats de Productie van 's Comp„s dierbaare voorregten, ten grondslag gehaed heb „ben, sij vleijen, sig al verder dat het hoogst deselve klaarlik sal Con„ „steeren dat het den ondergeteeken „den, Directeur en de Leeden van den Raad, ten eenemaalen on „doenlik is geweest om het schip Walcheren selffs niet leedigte laaten Vertrekken bevoorens het selve dit ongeluk overgekoomen is men geswijge dan off schoon voor den 10„e April, want niet alleen dat den sabab al van den 13:' Febri affaan, blijkens de Res: van den 24„e dito en 24„e Maart mitsgaaders 5„ April hier vooren g'ablegueerd den geheelen Handel, en voornaa „mentlijk meede het Verwen, en druk „ken der Lijwaaten met geweld belet hadde, maar sijn Excellentie had dem 420 6. 17:0 aa ba selfse. 11 pa schip 517 19a selffs, blijkens Res: van den 10e April op den 7„e daar bevoorens wanneer hem ten eijnde het schip leedig te kunnen laaten vertrekken, de noodige per„ „missie wierd gevraagd tot den afscheep der Provisie en Inlandse Zeevaarende sulx absolut geweijgerd, en verklaard die nooijt te zullen geeven, voor en aleer men sijne Vorderingen had ingewilligd en welk verbod niet voor den 22„e April blijkens de Res: van den 26„e dito wierd inge„ „trokken niet teegenstaande sij Bem: selffs Publijcq bij den Eng„s Cheff hebben geprotesteerd, volgens Res van den 10„e Ian die Maand. De ondergeteekende smeeken Uw Hoog Edelheedens om dien volgens grootgunstig te Considereeren, dat sij volstrekt, buijten de mooge„ „lijkheijd waaren en door overmagt ver. verhinderd wierden om Walcheren eer„ „der te depecheeren als zoude geschied sijn, soo het selve niet verongelukt was, en dat sij alles hebben gedaan wat haar vermoogen toeliet om aan de ordres te voldoen en hen ter bepaalder tijd leedig te laaten vertrek „ken, toond haar besluijt van den 10„e April, alwaar sij hebben besloo¬ „ten, om ten eijnde voorm: Walcheren„ ten minsten van Provisien te voor „sien, 's Comp„s vaartuijgen tot dies be„ „magtiging na de omleggende plaats „sen, en Dorpen afftezenden, dog Ea„ „ven dit is haar soo ondoenlijk geweest, als dat sij voormelde Bo„ „dem sonder Boorse Zeevaaren„ „de die buijten suratta niet te krijgen zijn, konden laaten ver„ „trekken, want van de 64: koppen Euro„ „peese waar onder meede gereekend alle de Officieren, Jongens ensz: met welke 1 3 4 Haar Idena ban beer het nt schip 517 het selve te suratta was aan gekoo„ „men waaren en soo veel overleeden, en gedeserteerd off bevonden sig aan de wal in het Hospitaal dat er sig slegte 34. koppen aan boord bevon„ „den, welk gering getal volstrekt buijten staat wae, om in dat Jaar „getij wanneer een schip geenige waaren meerder op deese kust kan aandoen, en direct sijne reijse na Batavia, moet vervolgen, het schip overtebrengen, terwijl daar en booven nog de Provisien niet te missen waaren, alsoo de 9. Maanden voor dewelke het schip bij sijn ver„ „trek van de Hooffdplaatse was geproviandeerd op een halve Maand verstreeken walen, en dus het selve van alle Provisien, het Vleesen spek uijtgesonderd onvoorsien. En gelijk hier uijt dan Con¬ ƒ 471 Consteerd dat het haar Rem: ondoen„ „lik is geweest om walcheren op de bepaalde tijd selfs niet leedig te laaten vertrekken, soo geblijkt het al verders uijt de Res„e van den 19„en April hier vooren geciteerd dat soo ras de Engelschen; van de vorderinge der Firmans affsagen, en geneegen waaren om de ques„ „tieuse saaken tusschen Deanaat, en den Pakhuijsmeester Holmberg door een arbitrage te laaten beslid„ „sen, daar de Nabab bevoorene vorder „de om die afte doen, bij Brieff van den 15„e bevoorens, bekend maakten, dat sij ten eijnde de Bem: in staat testellen om het schip te kunnen depecheeren bij den Nabab souden intercedeeren ten eijnde alle Verhin¬ „deringen, waaronder s Comp:s Han„ „del lag, weg te neemen, in sooverre als er tot de Depeche van het schip 4 Ca ena ban JJa Kift 13 317 benoodigd was, mits sij toestemden om de saak van Deanaat voorm: overte geeven aan een onpartijdi „ge Arbitrage sij Bem: aanstonds daar in geconsenteerd hebben; En waarna alle verhinderingen eerst op den 22e April weggenoo„ men sijnde, soo was het onmoge„ „lijk om Walcheren voor den 1e Maij te laaten Vertrekken, wantal soude het selve ook leedig sijn gegaan, soo sijn er op een plaets als te suratte, daar de Vaartuijgen meest al drie, en somtijds wel 7: daagen tusschen de wal, en het schip onder den weg sijn, ten minsten 9: daagen benoodigd om de benoodigde manschappen Provisien en waater na Boord te senden, en ten tijde dat het onge„ „luk walcheren overgekoomen is laa„ „gen de Vaartuijgen daarmeede, en met„ met goederen in sijn gezigt, die door de stijve koeltje niet na buijten kon „den koomen. —. Booven dit alles moeten de Bem: uw Hoog Edelheedens nogsmee„ „ken om in grootgunstig aanschouw teneemen, dat het selffde dat wal„ „cheren op den 1„e Meij 1773. ter deeser Rheede is overgekoomen, eeven soo„ „wel soude hebben kunnen gebeu„ „ren in het beste van de tijd alsoo vol„ „gens het schriftelijke Rapport van den schipper Thomassen Equipagie Meester van der Hegge, en stuur„ „man de Sille, welke het Relaas van het voorgevallene bij het Stranden van deesen ongelukkigen kiel, hebben g'Ex„ „amineerd van den 24„e Meij 1773: g'insereerd ter Wes„e van dien dag, het ongeluk alleen en wel duijdelijk aan pligt versuijm van den daar op het gezag gehad hebben 44 8 Aaan Ider ban nt schip 149 — 4 31 ga d
English
was to be attributed to the Chief Mate Hilkes, and although they, the Remonstrants, not being seamen, cannot judge of this, nor will they presume to determine to what extent it was Wilkes's own fault, yet they can assure Your High Noble Lordships, all and one by one, and prove by the testimony of the whole of Suratta, that there was no heavy wind blowing at that time, such as is frequently customary here, not to mention a heavy storm, and that on the night the ship ran aground, as many as 9 and among them several heavy three-masted ships were lying in the Roads, all of which remained undamaged without even once going adrift; indeed, never has this Roadstead in the beginning of the month of May been deemed so dangerous that any ship would avoid it for that reason, and those who successively have had the honor to direct this Office have never made any difficulty about detaining the Company's ships here until far into May when necessity required it, as in this case, just as the following ships departed from the Roadstead in that month, namely: Anno 1751: 1st May 't Casteel van Tilburg 1752: ditto Vrijburg ditto 5th ditto Middelburg 1753: 7th ditto de Admiraal de Ruijter ditto 20th ditto Tulpenburg 1754: 10th ditto Thooonvliet 1755: 22nd ditto Ghiesenburg 1756: 2nd ditto Middelburg 1757: 14th ditto Rhoon, to Denda Rajapoer ditto 15th ditto Lapienenburg ditto Vliesingen Continuation. Anno 1759: 27th May Amelis Weert 1762: 1st ditto Noordbeveland ditto Bleijewijk 1763: So that the Remonstrants, saving your reverence and subject to Your High Noble Lordships' wiser pleasure, flatter themselves that whereas it has been fully demonstrated that Walcheren could not possibly sail on the 10th of April and not even before the 1st of May, having been practically under detention until the 22nd of April, it can never be imputed to them that this vessel was wrecked, but that the same must be attributed to the violent conduct of the Nabab, which had as its foundation and guiding principle the intention of the English to make themselves masters of the Company's privileges, and to the neglect of duty of some of the ship's officers, whose irresponsible conduct caused a valuable ship, which only a few days before had been provided with two new cables, to run aground at the very same time when 9 other ships remained lying quietly without suffering damage. While finally the Secunde Sluijsken in particular takes the liberty very humbly to beseech Your High Noble Lordships that it may be taken into most favorable consideration in his regard that, according to what has been advanced hereinbefore, and moreover from his report in the Commission to Bombay, as well as from the evidence cited hereinbefore Nos. 9, 10, 11, 12, 12 verso, 13, 14, 15, 17, and 18, it is most clearly established that during his presence in Bombay he did not fail to employ everything that could be of any useful effect to become able to allow Walcheren to depart; that he, the Remonstrant, also succeeded so far in this that the resolution thereto was taken by the Bombay Council on the 6th of April, as appears from No. 18; that thereupon he left Bombay on the 7th, and traveling day and night without stopping, although he had not yet fully recovered from a severe illness, arrived at Souratta on the night of the 18th of April, where on the 19th ditto, according to the Resolution of that day, he immediately also used his endeavors to have Walcheren depart as quickly as possible; and that it follows therefrom that he, the Remonstrant, before the 10th of April could not have given any private consent to detain Walcheren, which furthermore was unnecessary both for the first undersigned and for the members of the Council, as the detention or departure of Walcheren did not depend on their will and pleasure, but on absolute impossibility. For all of which the Remonstrants for themselves, as well as the second, fifth, and seventh undersigned, in their capacity as attorneys of the former Warehouse Master Holmberg, turn very humbly to Your High Noble Lordships, with a humble prayer, to most favorably relieve them again from the imposed and upon them so heavily pressing assessment for Walcheren, and thereby graciously prevent the total ruin of many of the Remonstrants, who otherwise, if they must remain deprived of their salaries, might perish from want, while they may assure Your High Noble Lordships that they will acknowledge this favor throughout their lives and will seek to make themselves worthy of the same by faithful and diligent conduct. Underneath was written: Which doing, etc. Checked. Read. Translation. J: Gorsert C: G: Kerk T d Kamp To Mr. Huijsken. Worthy Sir! I have received Your Honor's esteemed letter of yesterday with the enclosed from Souratta. Please be assured that I will endeavor to do everything within my power to achieve the object of your desires, but according to what I observed last Tuesday, nothing will be undertaken beyond the Firmans, and to assure Your Honor of the truth, they have already committed themselves too far in this matter to change their minds about it. I have the honor to be, Underneath was written: Worthy Sir, Lower was written: Your Honor's very humble and very obedient servant.
Dutch transcription
„de Opperstuurman Hilkes toeteschrijven geweest is, en schoon sij Bem: als gee „ne zeelieden sijnde daar over niet kunnen oordeelen, nog sig sullen ver „meeten om vast te stellen in hoe verre het de eijgen schuld van Wilkes is geweest, soo kunnen sij UW Hoog Edelheedens egter dit alle Hooffd voor Hooffd Verseekeren, en met het getuij¬ „genisse van heel suratta bewijsen dat er toenmaals geen swaare wind soo als men hier veelmaalen gewoon is, men geswijge dan een swaaren storm gewaait heeft, en dat er dien nagt dat het schip stranden, wel 9 en waer onder diverse swaare Driemaste schee„ pen ter Rheede hebben geleegen„ welke alle sonder selffe eens driftig te raaken onbeschaadigd gebleeven sijn, Ja nimmer is deese Rheede in het begin van de maand Meij soo ge„ „vaarlijk g'oordeeld, dat eenig schip om. 10 om die reeden deselve menageeren soude, en de geenen, welke successi „ve de Eer hebben gehad, om dit Comp„ „toir te bestieren hebben nooijt swa„ „righeijd gemaakt om de Comp„e schee„ „pen, wanneer de noodsaak sulx vor „derde als in dit geval, hier tot verre in Meij aantehouden, gelijk hier de volgende scheepen, in die maand van de Rheede vertrokken sijn:; Naamll: A„o 1751: 1„e Maij 't Casteel van Tilburg 1752: „ _„o Vrijburg _„o 5„e _„o Middelburg 1753: 7„e _„o de Admiraal de Ruijter _„o 20„e _„o Tulpenburg 1754: 10„e _„o Thooonvliet 1755: 22:' _„o Ghiesenburg 1756: 2„e _„o Middelburg 1757: 14„ _„o Rhoon, na Denda Rajapoer _„o 15„e _„o Lapienenburg d„o Vliesingen 44 0. 8„ 2448 Haur ba of 40 9 317 2 Vervolg. „ _„o A„o 1759: 27„e Maij Amelis Weert 1762: 1„e _„o Noordbeveland „ _„o Bleijewijk 1763: sulx dat de Rem: salvo reverentia„ en voorbehoudens uw Hoog Edelens hoog wijser welbehaagen, sig flatteeren dat terwijl het volkoomen aangetoond is, dat Walcheren onmogelik den 10=e April en selffs niet voor den 1e Meij Seij„ „len konde, als tot den 22„e April ge„ „noegsaam in detentie geweest sijnde het haar nimmer kan worden guimpe„ „teerd dat deesen kiel verongelukt is, maar dat het selve moet worden toegeschreeven aan het geweldaadig gedrag van den Nabab, dat ten grond „slag en Rigtsnoer hadde, het voorne „men der Engelschen om sig van 's Comp=s Privilegien meester te maaken, en aan het pligt Versuijm van Commige der scheeps, Overheeden welkers onverant„ „woordelik gedrag, een kostelik schip, dat — 481 dat weijnige daagen bevoorens nog tan twee Nieuwe, Touwen was voorsien ge „worden; laaten stranden, terselver tijd als er 9: andere scheepen gerust blijven leggen, sonder schaade telij „den. —. Terwijl nog eijndelijk den secunde sluijsken in het bijsonder de vrijheijd neemt; uw Hoog Edelheedens seer ootmoedig te smeeken, dat sog ten sijnen Reguarde in grootgunstige Con„ „sideratie koomen mag dat hij volgens het geene hier vooren g'acanceerd is, en daar beneevens uijt sijn Verbaal in de Commissie te Bombaij, mitsgaa „ders uijt de hier vooren aangehaal„ „de bewijsen N„o 9: 10: 11: 12: 12 rdo 13: 14: 15: 17: en 18: ten klaarsten consteerd, niet nagelaaten heeft om geduurende sijn aanweesen te Bombaij alles aante„ „wenden, wat eenig wints van nus„ aan bat tigheij ƒ 6 31 tigheijd sijn konde om in staat te geraaken, van Walcheren te kunnen laaten vertrekken, dat hij Remon„ „strant hier inne ook soo verre ge„ „vlaagd is dat daartoe bij den Bou„ „brijsen Raad op den 6„e April het besluijt is genoomen blijkens N„o 18. dat hij daar op den 7„e Bombaij verlaa „ten heeft, en door nagt en dag, door tereipen, schoon hij nog niet volkoomen van een swaare siekte hersteld was des nagts van den 18„e April te Souratta is aange„ „koomen, alwaar hij den 19„e d„o vol„ „gens Res„e van dien dag aanstonds sijne devoiren meede heeft aange „wend om valderen ten spoedigsten te laaten vertrekken, en dat daar uijtvolgd, dat hij Remonstrant voor den 10„e April geene Particuliere toestemminge om Walcheren aan te houden heeft kunnen geeven, het d 483 het geen ook buijten dien soowel voor de Eerste ondergeteekende als voor de Leeden van den Raad onnoodig was alsoo het aanhouden off vertrek van Walcheren niet van haare wil en goed „vinden maar van de Absolute on„ „mogelikheijd heeft affgerangen Om al het welke sig de Remonstranten voor sig selven, mits„ „gaaders de tweede, vijffde, en seeven „de ondergeteekendens, in de quali„ teijt als gemagtigdens van de ge„ „weesen Pakhuijsmeester Holmberg, dan seer ootmoedig keeren tot Uw Hoog Edelheeden, met needrige beede, om haarlieden van de opge„ „legde, en haar soo seer drukkende belastinge van Walcheren groot gunstig weederom te ontheffen, en daar door goediglijk voor te koomen de totaele ruine van veele van haar 4 1 208 224 Haan ena bart Remt J 31 r Nagesien Hen, van haare Gagien moeten verstoo „ken blijven van gebrek sullen mog „ten vergaan, terwijl sij uw Hoog Edel„ „heedens moogen verseekeren dat sij de „se gunste leevens lang sullen er„ kennen, en door een getrouw en vlijtig gedrag sig deselve soeken waardig te maaken. /:onderstond:/ Twelk Doende Remten. welke andersints wanneer Laderetr Translaat J: Gorsert C: G: Kerk Geleesen Td Kamp: Aan de Heer Huijsken. waarden Heer! Uwel Ed„e g'eerde Letteren van Gisteren met dies inleggende van sou„ „ratta hebbe ontfangen, Gelieft ver„ „seekerd te sijn dat ik tragten sal alles te bewerken wat in mijn ver„ „moogen is, om het oogmerk uwer verlangens te bereijken, maar vol„ „gens het geene waarop ik voorlee„ „den Dingsdag gelet hebbe, sal men tot niets overgaan buijten de Phir„ „mans, en om UEd„e van de waarheijd te verseekeren, men heeft sig albe„ „reeds hierinne te veel overgegeeven, om daar omtrend van gedagten te ver„ „anderen. Ik heb de Eer te zijn /:onder„ „stond:/ waar den Heer /:laager:/ uwel Ed„e seer onderdaanige en seer gehoorsae„ 4 0 8 Mauara Tden bart Translaat N„o 9. chip 485 31 „m
English
Translation No 10. To Mr. Wm Tailer Worthy Sir. Your servant was signed: Wm Tailen In the margin: Friday. Lower down: Agrees was signed: Wm Spiereje provisional First Clerk. However much I wish to converse with you, I have been prevented from doing so by my continuous indisposition, and therefore have only to relate, in answer to your short letter of last Friday, that however hard it is for us that people at Souratta continue to insist on the presentation of our Firmans, it is still far more vexing for us (to use no other expressions) that they seek to embroil the matter with Dianaet therein, the decision of which they wish to leave to the Nabab, notwithstanding the fact that these different matters have nothing to do with each other; for in the first proposal they have to act at Souratta as Governor of the Castle, and in the second as servants of the English Company, under whose protection the said Deanaat finds himself. It is therefore impossible that the Nabab should act violently in this latter matter unless he be incited thereto by one or the other, and for that reason the impartial world will also find this proceeding devoid of all reason. Notwithstanding this, I have learned anew from the letters received today from Souratta that the Nabab, pursuant to these demands, has prevented the preparation of our linens there, and that consequently everything is presently denied to us. Therefore I request that we may receive an answer as soon as possible to the letter written from Souratta to your Governor and Council here, so that we may thereupon take such a resolution as we shall deem necessary. As I have up to now heard nothing concerning the settlement of the Brootchia disputes, I request you to be pleased to send me the same, it being my intention to set out on my journey upon my recovery. And meanwhile I have the honour sincerely to be, worthy Sir, your most obedient servant was signed: Am Js Sluijsken In the margin: Friday the 25th of March 1773. Lower down: Agrees was signed: Hk Sipiereje provisional First Clerk. Translation No 11. To Mr. Huijsken Worthy Sir. I have duly received your esteemed last letter and am very sorry about your indisposition. I would have come to wait upon you today had I learned of this earlier, which I have now postponed until tomorrow. Regarding the Souratta matters, if you could resolve to exhibit the firmans, I think that from here they would put the matter of Deanaet on such a footing that it will cause no impediment to the trade of your Company. In my opinion, I find not the slightest difficulty in producing the firmans, since you have the right; why then not show them? Please forgive me the liberty I take in communicating my thoughts on this matter to you; you asked me for them, and I promised them to you. To succeed in this matter, I judge it best for you to write a letter to the Governor and Council here, declaring therein that since your gentlemen are prepared to adapt themselves as much as lies in their power so that the service of their Masters be not hindered, you assure them on their behalf that the firmans will be produced, and requesting at the same time that the matter of Deanaet be submitted to the decisions of two of your gentlemen and two of ours, and if you find it convenient, to two natives, the one named by Mr. Holmberg and the other by Deanaat. Regarding the Brootchia matter, please write a word to the secretary, who may have overlooked it. I have the honour to be with much esteem, worthy Sir, your most humble and most obedient servant was signed: Wm Taijler In the margin: Saturday evening the 27th of March 1773. Lower down: Agrees was signed: Wk Spiereje provisional First Clerk. No 12 Bombaij To the Right Honourable William Hornbij, President on behalf of the Honourable English Company and Governor of His Britannic Majesty's Castle, along with the Council. Right Honourable Sir and Gentlemen. When the Nabab of Souratta, since the month of December last until now, thought fit on various frivolous pretexts to cause diverse hindrances to the trade of the Noble Dutch Company there, we were constrained to request the English Council at Souratta, in the capacity of Governor of the Mogul Castle, to ask to guarantee and preserve us, according to their obligation, in such privileges and ancient customs as the Noble Dutch Company is entitled to at Souratta. We thought we might flatter ourselves with the fulfilment of this request, but the outcome has not answered our expectations, as the Nabab has continued to commit all kinds of violences, and your Right Honourable Chief and Council there could not find it proper to grant us any assistance against this, on the pretext that they were ignorant of our Firmans and that these must be produced beforehand. Meanwhile the Nabab has already carried his proceedings so far
Dutch transcription
vertaaling N„o 10. Aan de Heer Wm Tailer Waarden Heer. „me Dienaar /:was geteekend:/ W=m Tailen /:in Margine:/ vrijdag. /: nog lager:/ se„ „cordeerd /:was geteekend:/ W=m Spiereje p„l E: g: Clercq. soloe zeer ik ook verlange uwed te onderhouden, is mij sulx door mij „ne gestaadige onpasselikheijd be„ „let en hebbe dus alleenlijk te ver„ „haalen in antwoord op UwEde. brieff d „je „je van vrijdag laast, dat hoe hart het ons ook sij, dat men te souratta op de Verthooning onser Firmana blijve aandringen, het nog vrij verdrietiger voor ons is (om geene andere uijtduuk„ „kingen te gebruijken :/ dat men daar in de saak met Dianaet zoekt, te wikkelen, en waarvan men de beslessinge aan den Nabab wil over „laaten, niet teegenstaande deeze verschillende zaaken; niet met malkander uijtstaande hebben want in het Eerste Voorstel heeft men te souratta te handelen als Gouverneur van 't Casteel, en in 't tweede als Dienaaren van de Engelsche Comp„e onder wiens beschen „minge gemelde Deanaat zig be„ „vind. Het is dus onmogelijk dat den Nsabab in deese laatste saak geweldiglijk handele, ten sij hij daartoe door den een off anderen 4 8 d 0 a Mamm Tdena bart 16le worde: a schip 487 31 r worde aangespoord en daarom mee de onpartijdige waereld dit geding van alle reeden ontbloot vinden, nietter„ „genstaande hebbe op 't nieuwe door de op heeden van souratta ontfange ne Brieven vernoomen, dat den Nabab ingevolge deese vorderinge het bereijden onser Lijwaeten al „daar heeft belet, en dat ons dus teegenwoordig alles belet is. —. Dus versoeke UwEd„e dat er ons mag worden geantwoord, soo ras mooge „lijk op de Brieff welke men van Souratta aan Uwen Gouverneur en Raad alhier heeft geschreeven, op dat wij daarop sulk een besluijt mogen neemen als noodwendig sullen agten. Gelijk ik tot nu toe nog niets aangaande de beslissinge der Brootchiase ge„ „schillen hebbe vernoomen, ver„ „soeke ik UW Ed„s mij zulx te willen doen. Ceprl n Maunra den ban Aga Sontelot 4el 3„ sel gaalt over Waarden Heer. Ik hebbe wel ontfangen uw Ed„e g'eerde laatste en ben zeer bedroeft over desselffs onpasselikheijd Aan de Heer Huijsken Vertaaling N„o 11.— doen toekoomen, zijnde ik voornee¬ „mens mij bij beeterschap opweg te begeeven. en in tusschen hebbe d'Eere opregtelijk te zijn, waarde Heer Uw Ed„e seer Gehoorsaame Die „naer /:was geteekend:/ A=m J„s Sluijsken /:in margine:/ Vrijdag den 25„en Maert 1773. /:Laager:/ Accordeerd /: was ge„ „teekend:/ H=k Sipiereje p„l E: E, Clercq ik Schip 489 517 ik zoude uwelEd„e heeden sijn gaan opwagten, in dien zulx vroeger vernoo„ „men had het geene dan tot morgen hebbe uijtgesteld; Belangende de souratie saakelijkheeden, bij aldien uw Ed: besluijten kunnen dat men de fir„ „mans vertoond denk ik dat van hier die van Deanaet op soo een voet zoude stellen, dat so geen ver¬ „hindering aan den Handel Uw Ed=e Comp„e sal veroorsaaken. — vol„ gens mijn gedagten vind ik geen te minste swaarigheeden in 't Produceeren der firmans. — ver„ „mits UW Ed„e t regt hebben, waer„ „omme se dan niet doen sien uw Ed„e gelieve mij te vergeeven de vrijheijd die ik mij aanmaatige uw Ed„e mijne gedagten hier over te doen toekoomen, UWEd„e heeft er mij na gevraagt En ik se uw Ede belooffd. 91 49 belooffd. Om in deese saak te slaa¬ gen oordeele ik voor Uw Ed„e best sijn dat Uw Ed„e aan Gouverneur en Raad alhier een brieff schrijve, waer„ „inne verklaarende, dat dewijl UwEde steeren berijd zijn om zig zoo veel in haare vermoogen is te voegen zoodaanig dat den dienst haarer Meesters niet belet worde uwEde hun „nend weegen verseekerd dat de sir „mans zullen worden geproduceerd, en versoekende ter gelijker tijd dat de saak van Deanaet worde onderwor„ „pen aan de beslissingen van twee van UW Ed„e en twee onser Heeren, en indien Uw Ed„e zulx gevoeglijk vind aan twee Jnlanders, den eene door den Heer Holmberg, en den andere door Deanaat benoemd. —. Aangaande d' Brootchiase zaak gelieve UWE: een woord aan dmte 1 2l 8 1a Maanva dena bart Schip 317 r den. den secretaris die het moogelijk ontschoo „ten is te schrijven. —. Ik heb d'Eere met veel ag „ting te zijn /:onderstond:/ waar de Heer uw Ed„e seer onderdaanige en seer Ge hoorzaamen Dienaar /:was geteekend/ W=m Taijler /:in margine:/ Saturdag 's Avonds den 27„e Maart 1773. /:laager/ Accordeerd /:was geteekend:/ W=k Spiereje P„l E: G. Clercq. —. G N„o 12 992 Bombaij Haanre den bar 4 14208 Wanneer den Nabab van Souratta zeedert d' Maand December E:l: tot nu konde goedvinden op verscheijde Crivole pretexten diverse stremmingen aan den Handel van de Edele Hollandse Compe aldaar toetebrengen, wierden wij genood „saakt om van den Engelsche Raad te sou„ „ratta in de qualiteijt van Gouverne beneevens Den Raad Wel Edele Groot Agtbaare Heer! En 2 Heeren. Aan den WelEdele Agtbaaren Heer William Hornbij President van Weegens de honorabele Engelsche Comps en Gouverneur van sijn Groot Brittanische Majesteijts Casteel N„o 12. Schip 17 31 van van het Mogols Casteel te versoeken om te vraagen om om volgens dersel ver Verpligting te guarandeeren en te bewaaren bij alsulke voorregten en oude gewoonten als waartoe d' E: Neederlandsche Compe te Souratta geregtigd is. Wij dagten ons te moogen flatteeren met de voldoeninge van dit versoek bij de uijtkomst heeft onse verwagtinge niet beantwoord alsoo de nabab met, het pleegen van alle Violenties is voortgevaaren, en uw Groot Agtb„re Cheff en Raad al„ daar niet heeft kunnen goedvin „den ons daar teegens eenige Adjud te bewijven, op voorgeeven dat van onse Tiermans onkundig waaren en die voor aff geproduceerd worden moeten, ondertussen heeft den Nabel sijne Proce duures bereeds tot soover d Gi
English
extended, so that after all trade has already been at a standstill for two months, he has now, a few days ago, also forbidden all workmen from finishing the Company's linens. I should not need many words to demonstrate to Your Right Honourable Worships the unlawfulness of such conduct and the damage thereby inflicted upon the Dutch Company, but passing over such matters, I may assure Your Right Honourable Worships that it is utterly impossible for us at Surat, according to the rules of our service, to proceed to such a step as the displaying of the Company's privileges without previous orders from our superiors; I therefore find myself obligated, being present here on a public commission before Your Right Honourable Worships, most obediently to request by this means that Your Right Honourable Worships may kindly be pleased to interpose your authority, in order to oblige the Surat Governor of the Castle to cause the Nawab there to desist from all violent proceedings, and to allow the trade of the Honourable Dutch Company an unhindered progress, in the meantime while we have time to ask the pleasure of our High Masters, upon which we can receive an answer in the month of November. Hoping that Your Right Honourable Worships will kindly be pleased to grant this request, the more so because we ourselves have on different occasions, and most recently in the case of the free mariner James Steevens, been referred to the answer of your superiors, and as the same has also been done to us repeatedly by the Surat Council, and as we would otherwise be compelled to bring the entire trade of the Company to a standstill and let the ship depart without cargo, so I have the honour to subscribe myself with true high esteem. Below stood: Right Honourable Sir and Gentlemen. Lower: Your Right Honourable Worships' very humble servant. Was signed: A. J. Sluijcken. In the margin: Bombay, the 29th of March 1773. Still lower: Agreed. Was signed: W. Spiering, Clerk. To Mr. Tayler. Worthy Sir, Having had the honour properly to receive Your Honour's very agreeable letter of today, I express my thanks to Your Honour for the interest you are pleased to take in my well-being. It is no longer a riddle to us to learn that it was already decided a long time ago to treat us at Surat like the Portuguese and French, so long as the firmans shall not have been displayed, as well as to leave the matter with Dayaram to be settled by the Nawab. Our eyes have been opened in this matter, Sir, and I leave it solely to Your Honour's reflection what an impartial world will say of such proceedings, which have now been brought so far that we shall finally be forced to make public complaints. What must our High Government at Batavia think when they perceive that, in return for hundreds of courtesies shown at Batavia to the private ships arriving there from time to time, we have been refused at Surat the granting of a free course to the Company's trade until the coming month of November, when orders regarding the production of the firmans could be expected from Batavia? When our Company has moneys to claim from someone under English protection, we are answered by the Council: Gentlemen, please ask for it before our Court of Justice; and when their protégés desire something from us, the matter is left to the judgment of the Nawab, who pays upon sight. Is that done justly and according to equity? If so, may the Lord come to our aid. A Captain James Steevens owes money to our Company, which we claim from the Council at Bombay, who have steadily answered us for three years: when we shall have obtained orders from our superiors, we will satisfy Your Honour. We only ask a seven months' postponement of the production of the firmans, and it is refused us. Finally, worthy friend, not to go any further, I must inform Your Honour that there are gentlemen among you who think to take advantage of these critical circumstances of some, in order to oblige us to satisfy their wishes. But I assure Your Honour of the contrary; the government at Surat may have the power to inflict much violence upon us, but it will nevertheless never compel us to the production of our firmans without an authorization from our superiors at Batavia. As far as I am concerned, I would rather risk everything than give my consent thereto, and thus, being unable to do otherwise, the ship will have to depart empty for Batavia at the earliest opportunity, and we shall remain struggling helplessly under the oppressions of the Nawab for seven months, awaiting what God's providence has determined concerning us, without failing, however, to make the proper protests against it. I have received the letter regarding the Broach disputes and will take it with me myself, and yet, as far as I remember, I requested that our Company might be permitted to continue maintaining its factory there, having the right thereto by firmans, etc., but I have not solicited thereto like a slave. My goods depart tomorrow.
Dutch transcription
Manm Iden bart d d 20 8 4 2a4 „re uijtgestrekt, dat hij na dat den ge „heelen handel al twee maanden heeft stil gestaan, nu voor weijnig Daagen ook aan alle werklieden het in gereed „heijd brengen van 's Comp„s Lywaaten heeft laaten verbieden. — Ik soude niet veel woorden noodig hebben om uwEd: G„t Agtb„r de onregtmaatigheijd van zoodaanig een gedrag en de scha„ o de welke daar door aan de Hollandse Comp=e word toegebragt te betoogen, dan sulx liever passeerend, soo mag ik Uw Ed: G„t Agtb=e Verseekeren en dat het ons op souratta volgens de Begulen van onse dienst volstrekt onmogelijk is, om tot sulk een stapal het openleggen van 's Comp„s Privilegien overtegaan, sonder Voorgaande Ordres onser superieuren vind ik mij dus ver „pligt als mij alhier in een Publicque Commissie bij UWwEd„e G„t Agtb„r bevin„ „dende, om bij deese van UwEd„e G„t Agtb„e ge„ „hoorsaam Tchip 495 31 42 „hoorsaamst, te versoeken dat deselve gunstig haar gesag gelieven te interpo„ neeren, ten eijnde den souratsen Naar als Casteels Gouverneur den Nababal„ „daar te verpligten van alle gewelde ge Proceduures afftezien, en den Han „del van d' E: Holl„e Comp:e een onge„ „stoorden voortgang te laaten, hebben, immiddels dat we tijd hebben om het welbehaagen onser Hooge Gebiederen te vraagen, en waarop wij in de maand van November antwoord ontfangen kunnen. Verhoopen de dat UWEd=e Agtb„r dit versoek wel sullen gelieven te Accordeeren, te meer daar ons selffs differente maalen en nog laast in het geval van den Vrij schipper James Steevens hebben gerenvoijeerd na het ant„ „woord haarer superieuren, en ons sulx ook te meermaalen door den souratoen Raad geschied is, en daarwe andersin 1 C N„o„ 12 van Maunre Tden bant 4: 22 8 De Eere hebbende gehad wel te ont„ „fangen UW Ed„e seer aangenaame van heeden, betuijge uw Ed„e dank voor 't deel welke aan mijne welstand ge„ andersints ouden genooddrongen sijn om den heelen Handel van de Comp„e te laaten stilstaan, en het schip sonder goederen te laaten vertrekken zoo hebbe d' Eer mij met waare Hoogagting te onderschrijven /:on„ „derstond:/ Wel Edele Groot Agtbaare Heer en Heeren /:laager: UWelEd„e Groot Agtb„s seer Ootmoedige Dienaar /:was geteekend:/ A=m J„s Sluijcken /:in margine:/ Bombaij den 29„e Maart 1773: /:nog laager:/ Accor„ „deerd /:was geteekend:/ Wk Spiereje Clercq. —. pCl PG Aan De Heer Taijler waarden Heer. chip 49 „lieft. „lieft te neemen, het is niet meer een gereijm voor ons te verneemen, dat men bereeds voor lange tijd beslooten heeft ons te souratta te handelen gelijk de Portugeesen en Fransen, zoo landge de firmans niet zullen hebben ver„ „toond, als meede dat men de saak met Deanaat door den Nabab wel laaten bevlissen, onse oogen sijn hier in opgevelderd mijn Heer, en ik laat eeniglijk aan UW Ed„e na denken over wat een onpartijdige waereld van diergelijke proceduuren welke men al thans soo verre heeft gebragt, dat wij eijndelijk sullen gedwongen sijn Publicque klagten te doen, seggen sal, wat moet onse Hooge Regeering „se Batavia denken., wanneer se zul„ „len ontwaaren dat tot vergelding van honderden beleefftheeden, welke men te Batavia aan de nu en dan koomende Particuliere scheepen bewijst, men 8 Ci geweijgerd heeft, te Souratta toetesbar een vrijen loop aan 's Comp„s Handel tot in de Maand van November aanstaande wanneer men van Batavia omtrend de Productie der Firmans ordrie verwagten kon. Wanneer onse Comp„s gelden te vorderen heeft van iemand onder Engel „scre Protectie, word ons door den Raad geantwoord. Mijne Heeren Uw Ed: gelie„ „ven 't voor onsen Raad van Justitie te vraagen, en wanneer derselver ge„ „protegeerden iets van ons verlangen„ laat men de saak aan 't oordeel van den Nabab. over die daar op sigt be„ „taald, is dat regt gedaan, en volgens. de billikheijd ? als dan koome ons de Heere te hulp. —. Een cap„tn James steevens is geld aan onse Comp„e Verschul„ „digd, 't geene wij van den Raad te Bombaij vragen, die ons geduurende te 1 20 8„ 17102 6a01 t 4.99 . 1ga 3: Iaaren gestaadig antwoord, wanneer wij ordres van onse superieuren sullen hebben erlangd, sullen we UwE: vol„ „doen, wij vraagen eeniglijk seeven maanden uijtstel van de Productie der firmans, en 't word ons gewijgerd. Eijndelijk waarden vriend om niet verder te gaan, moet ik uw Ed„e melden, dat er Heeren onder uwEd„e sijn welke denken deese Cutie „que omstandigheeden, van sommige waar te zullen neemen, om ons tot de voldoeninge na haaren wensch te verpligten. —. maar ik verseeker uw Ed„e het teegendeel, der Regeerin „ge te souratta te vermoogen van ons nog veel geweld aan te doen, maar sal ons eevenwel nooijt dwingen tot de productie onser firmans buijten een qualificatie van onse Superien„ „ren te Batavia, voor soo verre mij betreffd soud, ik er liever alles aan waagen G waagen dan mijne toestemminga daar in te geeven, en dus niet anders kun„ „nende sal het schip ten eersten na Batavia leeg moeten vertrekken, en we sullen geduurende 7. Maanden voerloos onder de verdrukkingen van den Naberb blijven sukkelen in verwagting van 't geene Gods voorsienigheijd over ons heeft beslooten, sullende Evenwel niet na„ „laaten om de behoorlijke Protestatien daar teegen te doen De Brieff over de Brootchia„ „se geschillen hebbe ontfangen, en sal hem selffs meede neemen en dog voor soo veel het mij heugd, hebbe ik verzogt dat onse Comp=e mogte worden toegestaan om sijn Compt=r aldaar te blijven aanhouden, als hebbende daartoe regt bij firmans &=a maar hebbe daartoe niet gesolliciteerd als een slave. mijne goederen vertrekken dn4 4 208 Haan Iden Aan l 6 Schip 61 69 31 morgen
English
tomorrow to Souratta and I am going on Saturday to live for a few days with our friend Ramsay, from where I shall return home, very grieved that I am incapable of settling my commission. I have the honour to be with perfect respect. /:was subscribed:/ Worthy Sir /:lower:/ Your Honour's very obedient and humble servant /:was signed:/ A=m J=s Sluijsken /:in the margin:/ 1st of April 1773. /:still lower:/ Agreed /:was signed:/ W=m Spiereja p:l E: G: Clerk. No 13. To Mr. Willem Hornbij Right Honourable, Highly Respected Sir On the 29th of March last I had the honour to request of Your Right Honour, together with the Council, that they would favorably please to interpose their authority, to the end that the Surat Council, in the quality of Governor of the Mogul Castle, might oblige the Nabob there to cease all acts of violence and to allow the trade etc. of the Honourable Dutch Company to enjoy a free course, and that until the month of November next, by which time we should be provided with orders from our superiors regarding the production of our firmans. And whereas until now I have not found myself honoured with any answer, may Your Right Honour please to pardon me that the urgency of the matter compels me repeatedly to solicit Your Right Honour, and thereby to submit to consideration that the granting of such a request can indeed bring not the slightest disadvantage to the Surat Council, to say nothing of the English Company, since they will indeed have it just as much in their power 7 months from now as at present to make the aforementioned requisition upon us regarding the firmans. That Your Right Honour yourselves have several times, whenever we had any claim, as recently in the matter of James Stevens, delayed us for two to three years pending the orders of their superiors. Indeed, the letters from our Council at Souratta would show twenty examples where they have kept us waiting for months, only to say that they had no orders from their superiors. And thus I think I may expect from the generosity of Your Right Honour that we may be treated equally in these cases. All the more so in a matter of so much importance as the producing of the Company's privileges, regarding which I must, indeed may sincerely assure Your Right Honour, we are incapable, whatever one might see fit to do, without prior authorization from our superiors. Indeed, it is with all possible earnestness that I take the liberty to request Your Right Honour to make such provision that the Company's trade may proceed undisturbed, and that the ship, which must depart for Batavia within a few days, may be fully laden, while we shall be in a position to see ourselves fortified in November next with the orders of our superiors regarding the production of the firmans. Wherewith I have the honour to remain with deep respect. /:was subscribed:/ Right Honourable, Highly Respected Sir /:lower:/ Your Right Honour's very humble servant /:was signed:/ A=m I=s Sluijsken /:in the margin:/ Bombay the 3rd of April 1773: /:still lower:/ Agreed /:was signed:/ H=k Spiendje p:l E: G: Clerk. To Mr. Huijsken Worthy Sir. I have the honour to send to Your Honour the only one of your papers that Your Honour had given me, and am grieved that there are no means at hand Translation No 14: to bring Your Honour's affairs to an end, which is not feasible without the firmans. I sincerely wished that this might happen, since I fear that the Right Honourable Gentlemen at Batavia will be rather more displeased to see the ship return without cargo, than to learn that Your Honour has shown them. If Your Honour can decide upon this, I promise Your Honour that all other matters will arrange themselves to Your Honour's satisfaction. I am very glad of Your Honour's recovery, having the honour to be with the most perfect respect, Worthy Sir, Your Honour's very humble and very obedient servant /:was signed:/ W=m Taijler /:in the margin:/ First of April 1773. /:lower:/ Agreed /:was signed:/ H=k Sopiereja p:l E: G: Clerk. Translation No 15. Sir To Mr. Sluijsken Your Honour's letter to the Council written on the 29th ult. has been read, but daily expecting letters from the Chief and Servants at Souratta, the answer has been postponed until we shall have heard from them; when Your Honour will be answered. The production of Your Honour's firmans may be contrary to the orders of your superiors, but is not beyond Your Honour's power; as Governor of the Mogul's Castle they can judge whether the Nabob acts improperly when they shall be shown to them. I am, Sir, Your Honour's very humble servant /:was signed:/ W=m Hornbij /:in the margin:/ Bombay the 4th of April 1773. /:lower:/ Agreed /:was signed:/ W=k Spiereje p:k E: G: Clerk Translation No 17. I had, it is true, yesterday the honour to inform the Governor that I should depart this evening for Mahim and from there the day after tomorrow for Souratta; nor could I desist from this intention of mine, seeing that our Company's ship, laden or not, must set sail for Batavia, and it would only increase the harm to detain it any longer, To Mr. Tailer Worthy Sir.
Dutch transcription
morgen na Souratta en ik gaa satur„ „dag voor eenige daagen bij onsen Vriend Ramsaij woonen, waar van daan ik te huijs sal keeren, seer droevig dat ik onvermoogens ben om mijne Commis„ „sie te vereevenen. Ik heb d' Eer met volmaakte agting te zijn. /:onderstond:/ waer dat Heer /:Laager:/ UW Ed„e seer Gehoorsa„ „me en onderdaanige Dienaar /:was geteekend:/ A=m J=s Sluijsken /:in mar„ „gine:/ p=mo April 1773. /:nog laager:/ Accordeerd /:was geteekend:/ W=m Spiereja p:l E: G: Clercq. N„o 13. Aan de Heer Willem Hornbij Wel Edele: Groot Agtbaare Heer Den 29„e Maart E:l: heb ik d' Eer gehad bij Uwel Ed=e Groot Agtb=re beneevens. 10 Gepi beneevens den Raad te versoeken dat deselve gunstig haar gezag gelieven te interponneeren, ten eijnde den sou „ratse Raad in de qualiteijt van Gou„ „verneur van het Mogole Casteel den Nabab aldaar wilde verpligten om alle violentien te staaken en om den Handel C=a van de Ed: Hol„ „landse Comp=e een vrijen loop te laa„ „ten genieten, en zulx tot de maand van November eerstkoomende in welken tijd wij omtrend de Produc„ „tie onser firmans met ordres onser su„ „perieuren souden weesen voorsien. En vermits ik mij tot nog toe met geenig antwoord vereerd ge„ „vonden hebbe, gelieve UwEd„e Groot Agtb„e mij te pardonneeren dat d'aangeleegendheijd der saake mij dwingd UWEd„e Groot Agtb„e bij herhaaling te solliciteeren, en dezelve daarbij in bedenking te de4 2ald Haelen en ban geeven Schip 1 363 66.69 31 geeven dat het Accordeeren van zulk een versoek immers geen het aller„ minste nadeelen aan de souratse Raad ik geswijge aan d' Enge Compe kan toebrenge, alsoo sij het immers over 7. Maanden zoo wel in haare magt heeft als thans om ons de ge„ „mentioneerde requisitie omtrend de firmans te doen. Dat UWEd„e G„t Agtb„r selve te meermaalen wanneer wij iets te vorderen hadden, als laast in het geheel van James Steevens, ons twee à drie Jaaren hebben uijtgesteld tot de ordres van haar „re superieuren. Ja de Brieven van uusen Raadse Souratta souden twintig voorbeelden aantoonen, dat men ons maanden heeft laaten loopen„ eeniglijk niet te zeggen dat geen Ordres van haare superieuren hadde. En Ci En dus meer ik van de Edelmoedigheijd van UW Ed=e Groot Agtb=e te moogen ver„ „wagten dat wij ingevallen eguaal mogen behandeld worden. — te meer in een geval van soo veel aangeleegentheijd als het Produceeren van 's Comps Privile„ „gien daar ik Uw Groot Agtbaare moet Ja opregtelijk mag versee„ keren daar wij toe onvermogens sijn, men doe dan ook wat men goediin „de sonder voorige qualificatie on„ „ser Superieuren. Ia het is met alle mooge„ „lijke Empressement dat ik de vrij „heijd neem Uw Ed„e Groot Agtb„r de versoeken om die voorzieninge te doen, dat den Handel van de Comp„e onge„ „stoord mag voortgaan, en 't schip dat binnen weijnig daagen na Ba „tavia vertrekken moet vollaaden. worden mag terwijl wij in staat sul„ Maumer Toen ban „len Schip 305 694 31 „len sijn, om ons in November aanstaan„ „de met de ordres onser Superieuren gesterkt te zien omtrend de Productie der fir„ Waarmeede d' Eer heb met „mans. een diepen Eerbied te verblijven. /:onder stond:/ wel Edele Groot Agtbaare Heer /:laager:/ uwel Ed„e Groot Agtb„e seer ootmoedige Dienaar /:was geteekend:/ A=m I=s Sluijpken /:in margine:/ Bom „baij den 3:e April 1773: /:nog laager:/ Accordeerd /:was geteekend:/ H=k Spiendje p:l E: G: Clercq. Aan De Heer Huijsken Waarden Heer. ik heb d' Eer Uwel Ed„e toetezenst het eenigste uwer parieren dat Uw Ede mi had gegeeven, en ben droevig dat er geen middelen aan handen zijn, Vertaaling N„o 14: om G om uwel Ed„e saakelijkheeden te doen eijndigen, het geen niet buijten de fir„ „mans doenlik is. Ik wenschte van herten dat dit moge geschieden, nade„ „maal ik vreese dat de Wel Edele Heeren te Batavia, vrij misnoegder sullen zijn het schip sonder Laading te zien terug koomen, dan te verneemen dat Uwel Ed„e Indien ze hebben aangetoond. uwel Ed„e hier over kunnen besluijten, beloove ik Uwel Ed„e dat alle andere saa„ „ken sig nae UwEd„e genoegen zullen schikken. Ik ben seer verheugd over UwEd„e beeterschap, hebbende d' Eer met de volmaakste Agting te zijn waar den Heer UWel Ed„e seer onderdaa„ „nige en seer Gehoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ W=m Taijler /:in mar„ „gene:/ Eerste van April 1773. /:laa„ „ger:/Accordeerd /:was geteekend:/ H=k Sopiereja p„l E: G: Clercq. —. 28„ Maa Toen ban Schip 307 31 Ver Vertaaling N=o 15. Mijn Heer Aan D' Heer Sluijsken UwEd„e brieff aan den Raad op den 29„e L: L: geschreeven, is geleesen, maar daagelijks verwagtende nae schrijvens van 't opperhooffd en Die„ „naeren te souratta is 't antwoord uijtgesteld, tot dat wij van hun sullen hebben Vernoomen; als wanneer Uw Ed„e sal worden beant„ „woord. De voortbrenging UwEd„e Cir„ „mans mag, teegens de ordres uwer superieuren strijdig sijn, maar is niet buijten UW Ed„e vermoogen als Gouverneur van Mogols Casteel kunnen se oordeelen, off den Na„ „bab onbetaamelijk handeld wan„ „neer ze hun zullen werden ver„ „toond. — Ik ben mijn Heer UWEd„ seer 10 C seer Ootm„e Dienaar /:was geteekend:/ W=m Hombij /:in Margine:/ Bombaij den 4„e April: 1773. /:laager:/ Accordeerd /:was geteekend:/ W=k Spiereje p„k E: G: Clercq Vertaaling N:o 17. Ik hadt is waar op giste„ „ren d' Eere den Heer Gouverneur te bedeelen dat ik deesen avond voor Mahim en daar van daan op over „morgen na Souratta zoude ver „trekken, ik zoude ook van dit mijn Voorneemen niet kunnen affsien, aangezien ons 's Comp„s schip gelaaden off niet voor Batavia on„ „der zeijl moet gaan, en 't zoude 't kwaad alleenlijk vermeerderen met het zelve nog langer op te houden, t 1 20 8 Maeue Taen ban Tailer Waar den Heer. en Schip 509 .69 31 Aan de Heer
English
and to allow it to depart empty at the same time. I must sincerely declare to Your Honour, Sir, that I no longer know what is desired; for more than two months all our business affairs in Souratta have been suspended. We have complained about this to Your Honour's Council, who answered us that they could not protect us against the Nabab without having seen our firmans beforehand. In consequence of which, I requested Your Honour's Council here to intervene with their authority, so that all oppressions might be suspended until it was permitted to us by our high superiors, from whom we expect an answer in coming November, to produce the same. This is what I took the liberty to repeat in writing to the Lord Governor the day before yesterday; yesterday morning His Honour gave me reason to hope that this would be granted to me today. In consequence of which, Sir, I repeat my request to Your Honour, namely, that Your Honour please contribute everything within his power, both in the Council and separately by strengthening the good disposition of the Governor, upon which I rest assured; and please consider what will be thought in Batavia, where so much accommodation is shown toward Your Honours, that we are refused a mere postponement of 5 to 6 months, a matter that causes no change in Your Honour's intentions. The representations that the Sourat gentlemen have made to Your Honour will, I believe, be the same as those they have made in a very extensive letter to our Director and Council there. I have no copy of it, and it will be answered from there; at least, I do not find myself authorized to negotiate about it, and forgive me, Sir, if I assure Your Honour between ourselves that, contrary to Your Honour's opinion regarding the four representations in which Your Honour finds nothing impracticable, I judged it to be much more advantageous for us to leave Souratta etc. entirely, rather than to resolve to consent to them. That of Boetoesa, which Your Honours propose to leave to good men, is a proof of the slight balances that we have to expect, since those parties have already each appointed two men to settle it amicably. In the case of Deanaat, force overcomes reason; nevertheless, it is certain that none of us will ever consent that a subject of the Republic be removed from his natural judge, the more so because in this case Deanaat has bound himself under and to the Dutch laws. That of the Persian having already been decided by the Nabab himself, I do not understand, Sir, how Your Honour can arrive at the point of an apology. Regarding the other articles, the answering of which will reveal their trivialities to Your Honour, I shall make no reply. And it remains for me only to repeat my urgent request to Your Honour, namely, that Your Honour please arrange that our affairs in Souratta be allowed to run a free course, until a decision regarding the production of the firmans, which we expect from Batavia in November, in which time all other disputes might possibly be settled, this being what I long for. And offering thanks etc., I have the honour to be with true esteem, worthy Sir, Your Honour's very humble servant, was signed, A. J. Sluijsken. In margin, Bombay the 5th of April 1773. Lower, Agrees, was signed, H. Spiereje, first sworn clerk. Translate. Mr. Sluijsken to the gentleman. I have the pleasure to inform Your Honour that permission has been granted for the departure of Your Honour's ship, on condition that Your Honour will leave the matters concerning Deanaat and Boetoesa to good men. Below stood, Your Honour's very humble etc., was signed, Wm. Tayler. Lower, Agrees, was signed, H. Spiereje, first sworn clerk. Translate No. 108. No. 12. Office Souratta. For the Fatherland. These returns have been negotiated by the fugitive Bosman together with [illegible], and for the rest by the Honourable Worshipful Director and Chief Commander of this Directorate, together with the ordinary commissioners at the Linen Yard, Aman Heijdeman, and the Bookkeeper Willem [illegible], merchant and Warehouse Master Cornelis van [illegible], namely: On the demand for the year 1775, here on the 2nd of December 1775 for Batavia. 1000 pieces of Surat chintz of 16 [illegible] in 10 packs, No. 1 to 10, each containing [illegible] long 12 1/2 wide 1 1/2 at f 579:12 per pack f 5796:—:— The packing at f 18:—:— per bale, in total f 72:—:— 2 1/2 per cent toll on f 5796:—:— f 144:18:— 2 1/2 per cent English duties f 144:10:— f 289:10:— f 6157:10:— [illegible] receipt of the same shall be signed [illegible] Governor and ordinary Council [illegible] from here to Ceylon [illegible]
Dutch transcription
en het 'teffens leeg te laaten vertrek= „ken. — Ik moet Uw Ed„e opregtelijk Verklaaren Mijn Heer niet lan¬ „ger te weeten wat men wil, zee„ „derd ruijm twee maanden worden alle onse saakelijkheeden te sourat„ „ta opgehouden wij hebben daar over bij UwEde Raad geklaagd, die ons antwoord van ons teegens den Nabab niet te kunnen beschermen zonder van te vooren onse firmans te hebben gesien, Jngevolge van 't welke heb ik alhier aan UWel„ Ed„s Raad gevraagd met haar ge„ sag tussen beijde te koomen, op dat alle onderdrukkingen opgeschort wierden, tot dat het ons van wee„ „gens onse hooge suparieuren /:van dewelke wij in November aanstaan„ „de antwoord verwagten:/ toegestaan wierd, deselve te produceeren. — Dit is het geene ik de vrijheijd naeme. G naeme op Eergisteren aan den Heere Gouverneur schriftelijk te herhaalen, gisteren morgen heeft zijn wel Ed=e mij doen hoopen, van mij sulx op heeden toetestaan. Jngevolge van het welke ik UW Ed„e Mijn Heer mijn Versoek herhaale, te weeten, dat Uw Ed„e daarbij gelieve toetebren gen, alles wat in desselffs vermoo„ „gen is, zoo wel in den Raad dan met affsonderlik de goede dispositie van den Gouverneur te Versterken, en op 't welke ik mij gerust stelle en ge„ „lieft aantemerken wat men te Bata„ „via alwaar men sooveel toe geevent„ „heijd voor Uw Ed„e Heeren gebruijkt denken sal, dat men ons Weijgerd voor 5: â 6: maanden eeniglijk uijtstel„ „len, eene saak dewelke geen verande„ „ring in UwE: voorneemens maakt. — De voorstellingen die de Couratse Heeren UWEd„e hebben gedaan, zullen 40 2a4 Aaers Iden ban geloove Schip 1 31 511 geloove ik deselffde sijn, die se in een seer breedvoerigen Brieff aan onsen Directeur en Raad aldaar hebben gem:t Ik heber geen affschrift van, en men zal deselve van daar be„ „antwoorden, immers vind ik mij niet gelast om daar over te hande„ „len - en vergeeft mij, mijn Heer dat ik Uw Ed„e onder ons verseekere dat Contrarie van Uw Ed„e gevoelens, aangaande de Vier voorstellingen waarinne uw Ed„e niets ondoenelik ontdekt, ik oordeelde vrij voordeeli„ „ger voor ons te zijn, in 't geheel maar Souratta &=a te verlaaten, dan te besluijten om daar in toete„ „stemmen. Die van Boetoesa welke Uw Ed„le heeren voorslaan aan goede mannen overtelaaten is een bewijs van de geringe ballancen welke wij Ci wij te verwagten, hebben, nadien die parthijen albereeds twee Menschen ieder hebben benoemt, om 't inder minne affte doen. —. In de saak van Deanaat overwind het geweld de reeden, nietteegenstaande is het seeker dat er nooijt een van ons toestemmen sal dat een onder„ „daan van de Nepublicq van sijnen natuurlijken Regter onttrokken, worden te meer daar zig Deanaat in dit geval onder en aan de Reeder „landse wetten heeft verbonden. Die van den Percie door den Nabab selven bereeds beslooten sijnde, begrijp ik niet mijn Heer hoedaanig uwEd„e op 't Poinct van een appologie kunnen koomen. Aangaande de verdere Articu„ „len waar van de b'antwoording UW Ed„e dies beuselagtigheeden zal ontdekken, sal ik niets repliceeren 4 2 Mauare Tdena bart En Schip 31 513 . En resteerd mij niet als alleenlijk om uwE: mijne instantie te herhaalen naamentlijk, dat Uw Ed„e gelieve te bewerken dat men te souratta een vrijen loop aan onse saaken laate, tot besluijt aangaande de Productie der firmans, welke wij in November van Batavia Verwagten, in welke een tijd alle andere geschillen sig mogelijk soúden kunnen schikken, dat het geene zijnde waarna ik verlan„ „ge, En onder danksegging &a heb„ „be d' Eere met waare agting te zijn, waarden Heer UwEd„e seer ootmoedige Dienaar /:was ge„ „teekend:/ A=m J„s Sluijsken. /: in margine:/ Bombaij den 5„e April 1773. /:laager:/ Accordeerd /:was geteekend:/ H=k Spiereje p„l E: G: Clercq Translaat. Nagesien schip D' Heer Sluijsken Aan aar den Heer. Ik heb het vermaak uwel Ed te berigten, dat men tot het vertrek van uwel Ed„e schip heeft bewilligd, on „der beding dat UwEd„e de saaken van Deanaat en Boetoesa aangae„ „de mannen zullen overlaaten. /:onderstond:/ Uwel Ed„e seer onder daa „nige etz: /:was geteekend:/ W=m Taijler„ /:laager:/ Accordeerd /:was geteekend:/ H=k Spiereje p„l E: G: Clercq. H. Govere Nga Sme 1 el 8„ 1an er Maum Toen ban Translaat N:o 108. J 9 Kierk Deaeert 6 31 „ 315 2 2 - Mrs Isaaksz Haan evr Tden ban 4 2 Fee16 & ƒ6 No: 12. omp Schip renuis Cerslon 1 Comptoir Sourdtta In Pro Latria 1 De hume eene Retheuren sijn door den fugitive 5: 14 Bosman beneevens den hand genegotieerd, en vor het overige door den wel Edelen Agtbarren Sidectemr en Hoofdgebieder deeser Directie bemaven dan Ge „gens door de Ordinaire gecommitteerdens op de Lijndae „Aman Heijdeman en den Boekhouder Willem l „koopman en Pakhuijsmoester Cornelis van en Versoaquld, Namentlij 1775 Op dan Eijsch voor den Iaare 100 2 2 2 „ cober 1775: op Batavia Decemb: Nan hier op dan 2„e n 0 1000: Pas Chitsen sourasse van 16: miosa in 10: packen W„o 1: â 10: wn houdende zjeker dang 12: 2. bret 1½ @ ven d„r 760st 8 park ƒ 579:12. en alle.. ƒ5796:—: De Emballagie „ s L: J: 4: pr: sal en alle 72: —ape 18:—. — „ 2½. prC=to Thol. ƒ 144:/8: 15op ƒ 579:6:—:—. 2:½: prC„to Engelden 3 289:10:—: ƒ 6157:10:— 144:10:— 70 „fangst van dien sullen geleekend „ 940: 4ouverneer en te Coroneo, aan ueta Herboelen n Raad ordinan van A en dies ander voorigen den heb aan en ander en en M„r Smant beschijeme an gen van bier na Ceij on 4r0 blev evn Tien ban 11 3 1gae m 1: 20 8„ 1 r r Geaald „uijd geerckte bijane aia van Maanv a 1 - 1 ƒ - „ 3 van Spartan 31