Inventory 10421
Surat · 540 pages · 85 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
paid, and we therefore decided on the 25th of October to have all these creditors satisfied, in accordance with a standing order according to which all native creditors must have preference in payment. The surplus of the aforesaid estate has thus amounted to only ro/a 78:6., which will be transferred to the Company's treasury for the benefit of Bocquet's pay account as soon as the auction proceeds have been received. In place of the aforesaid Bocquet, subject to Your Right Noble Honours' esteemed approval, the cashier Sontag was reappointed as First Factor of Brootchia by resolution of the 2nd of September, to whom 11: - Rop.s was granted at the meeting of the 25th of October for his travel expenses thither, which is somewhat less than what was previously paid for it. The Junior Merchant Sontag also passed away on the 21st of this month, and his estate, although amounting to very little, was sealed for the Company by the Fiscal and Members of Justice in order to be liquidated as soon as possible. In order that good order shall always be maintained in the event of fire, and that the firefighting equipment shall also be properly maintained, we appointed the Fiscal van der Sleijden and the Secretary Wiardi as Fire Wardens on the 7th of January, to whom instructions were handed over for that purpose to serve for their guidance. According to the record in the resolution of the 17th of January, the City Governor was condoled by a committee of two Council members on the death of His Excellency's brother. At the meeting of the 18th of August, for greater assurance that in accepting the linens none other than good cloths are accepted, it was established that the inspection thereof shall be done by the members two by two at separate tables, instead of at one general long table, as has always been customary; but as for also having the linens stamped, according to the Director's proposal, by everyone by whom they were accepted, this was judged not well feasible, because the space of the place where the bazaar is held is not sufficient to keep the accepted goods without confusion for so long. The printed and blank instrument seals that remained as a balance on the ultimate of August were examined according to the order, and the amount of those used was counted into the Company's treasury, as appears from the record in the resolution of the 2nd of September. Also, according to the aforesaid resolution, an advance was made as usual to the Warehouse Master and to the Pay Bookkeeper for the unloading and loading of the ships, and the hiring into service of Moorish sailors. The Inner Latthij is currently of no use to the Company, because all the private goods that were previously stored in this Latthij are now also unloaded and stored at the wharf. We therefore, to save the expenses that the Company has borne for it until now, handed it over according to the resolution of the 4th of October to the Warehouse Master for his use until further notice, provided that he properly maintains it, for which purpose it will be inspected annually by the commissioners who examine the buildings as usual. By this arrangement and because the relaying of tiles in the New Lodge will henceforth cost less than the relaying of tiles and the maintenance of the roofs in the Old Lodge have cost, over four hundred rupees a year have been saved. On the 4th of October we decided to sell two pieces of land that were purchased for the Honourable Company in the year 1749 for the enlargement of the square in front of the Old Lodge, as well as a walled room likewise in the vicinity of this Lodge, which until now has served as a hay warehouse, and we shall do this as soon as there is an opportunity. In the postscript to our respectful letter of the 28th of December of the past year, we had the honour to communicate our intention, at the request of Skipper Ten Sonder, to dispatch 10 corgies of blue baftas to Rio la Goa for the benefit of the crew of the ship Venus, and according to the resolution of the 7th of January we also complied with this on the occasion of a vessel belonging to Mr. Bolts, who trades at Rio la Goa under the Imperial flag and has his agents there, departing thither. We paid 25 percent on the purchase cost for the transport thereof, and under the further condition that these goods may serve for nothing else than to exchange them for further provisions and water that might be needed for the ship's use. Skipper Ten Sonder has since informed us by a letter of the 31st of March, which was inserted into the resolution of the 18th of August, that he had received the aforesaid baftas, and we have thus had the items written off in the books. The accounts of the Master of the Equippage at Gale, van der Hegge, sent to us by Your Right Noble Honours, have, on account of various points appearing therein, been placed by the Director into the hands of the Chief Administrator Sluijsken, in order to be able to point out whatever he might deem necessary against them, and he has handed over to us various notes made by him in the margin of the aforesaid accounts. The same are enclosed herewith in original, and the Director, whose considerations on both of the aforesaid accounts were requested by Your Right Noble Honours
Dutch transcription
114. „den betaald, en we hebben daarom op den 25„e October beslooten om alle deese Schuldeijssche¬ „ren te laaten voldoen, overeenkomstig een permanente ordre, volgens welke alle In„ „landse crediteuren in de betaaling de Preferen„ Het overschot van „tie moeten hebben. voorsz: nalaatenschap heeft dus maar bedraagen ro/a 78:6. , welke ten behoeve van Boequets zoldij Reekening in 'sComp„s Cas zullen worden overgebragt zoodra de Vendu penningen zullen zijn ingekoomen. Jnsteede van voorsz: Bocquet is op Uw Hoog Edelheedens geëerd approbatie, bij Re„ „solutie van den 2„e September weeder als Eerste Factoor van Brootehia aangesteld den cassier sontag, aan wien voor zijn opreijsongelden na derwaards, ter Vergaadering van den 25:e October Rop„s 11: -. zijn toegestaan, het geen nog wat minder is als daarvoor bevoorens is betaald. Den. 92 223 Den Onderkoopman Sontag is op den 21„e deeser ook overleeden en zijn nalaatenschap schoon ze heel weijnig bedraagd is door de Tus„ „caal en Leeden van justitie voor de Comp„e verzeegeld, om ten eersten tot gelden te worden gemaakt. Op dat er bij het ontstaan van brand steeds goede Ordre zal gehouden, en dat ook het Brandgereedschap behoorlijk zal onderhou„ „den worden, hebben we op den 7„e Januarij tot Brandmeesters aangesteld den Fiscaal van der Sleijden en den Secretaris Wiardi, aan de„ „welke ten dien eijnde een Jnstructie is ter hand gesteld, om te dienen tot hun narigt. Volgens het aangeteekende ter Reso„ „lutie van den 17„e Januarij is den Heer Stads Gouverneur door een commissie van twee Raadsleeden gecondoleerd weegens het af„ „sterven van zijn Excellenties Broeder. Ter vergaadering van den 18„en Au„ „gustus. 115. „gustus is tot meerder verzeekering dat er bij het accepteeren der Lijwaaten geene andere dan goede doeken worden geaccepteerd, vast„ „gesteld dat de bezigtiging daarvan zal gedaan worden door de Leeden twee aan twee aan bijzondere Tafels, in steede van aan een Generaale lange Tafel, zoo als dat al„ „toos is gebruijkelijk geweest; Dog om vol„ „gens de propositie van den Directeur ook de Lijwaaten te doen Chiappen, door een ieders bij wien ze zijn geaccepteerd, zulks is geoor„ „deeld niet wel te kunnen geschieden, om dat de ruijmte der plaats daar de Bazaar gehouden word, niet toereijkende is, om de aangenoomene goederen zoo lang buijten verwarring te houden. De gedrukte en Schoone Jnstru¬ „ment Zeguls die onder Ult„o Autgustus per restant waaren zijn na de ordre geëxami„ „neerd, en het bedraagen der verbruijkte is in. - 92 225 in 's Comp„s Cassa geteld, blijkens het aangetee„ „kende ter Resolutie van den 2„e September. Ook zijn volgens voorsz: Resolutie aan den Pakhuijsmeester en aan den zoldij Boekhou„ „der na gewoonte een vooruijtverstrekking gedaan tot het lossen en laaden der scheepen, en het in dienst neemen van Moorse Zee„ „vaarende. De Binnen Latthij is thans bij de Comp„e van geen dienst, wijl alle de particuliere goederen, die bevoorens in deese Latthij geburgen wierden, nu ook op de werff worden gelost en opgeslaagen. We hebben daarom, ter uijtwinning van de ongelden die de comp„e tot hiertoe daar voor gedraagen heeft, dezelve volgens Resilutie van den 4„e October aan den Pakhuijsmeester overgegeeven tot zijn gebruijk en zulks tot kennelijk weederzeggens toe, mits hij dezelve behoorlijk onderhoud, ten welken eijnde ze jaarlijks. jaarlijks zal worden opgenoomen door de Ge„ „committeerdens die na gewoonte de Gebou„ „wen Examineeren. Door welke schikking en het geen het Verleggen der Pannen in de Nieuwe Loge, voortaan minder kosten zal, dan gekost heeft het verleggen der Pannen en het onderhoud der Daaken in de oude Loege, ruijm vier honderd kopijen 's Jaars uijtgewonnen zijn.. Op den 4en October hebben we besloo„ „ten te laaten verkoopen Twee stukjes grond die in het Iaar 1749: voor de E: Comp„e zijn ingekogt tot vergrooting van het pleijn voor de oude Loge, mitsgaaders een bemuurd ver„ „trek insgelijks in de nabijheijd van deese Loge, dat tot hiertoe gediend heeft tot een Hooij Pakhuijs, en we zullen dit doen, zoo dra daartoe geleegentheijd is. Bij het Postscriptum onder onse Eerbiedige van den 28„e December des voor„ „leeden. 116 227 „leeden jaars, hadden we de eer te bedeelen ons voorneemen, om op het Verzoek van den Schipper Ten Sonder ten behoeve van de scheepelingen van het schip Venus na Rio la Goa aff te zenden 10: cordies blaau„ „we Baftas, en volgens Resolutie van den 7„e Januarij hebben we hier aan ook vol„ „daan ter geleegentheijd dat een vaartuijg van den Heer Bolts, Welke onder de Keijser„ „lijke vlag op Kio la Goa handeld, en daar zijne gemagtigdens heeft na derwaarts ver„ „trok. We hebben voor den overvoer daarvan betaald 25: p:r C=o op het inkoops kostende, en onder verdere voorwaarde dat deese goederen niet anders moogen dienen als om daarvoor in te ruijlen „verder Provisien en water voor scheeps gebruijk Zouw benoodigd zijn. Schipper Ten Sonder heeft ons zeederd bij een Brieff van den 31„e Maart, die geinserveert is bij. ƒ 117. bij Resolutie van den 18e Augustus bedeeld, dat wij de voorsz: Battas had ontfangen, en we hebben dus het een en ander bij de Boeken laaten afschrijven. De door uw Hoog Edelheeden aan ons gezondene verantwoordingen van den Equipagiemeester te Gale van der Hegge, zijn uijt hoofde van ver„ „scheijde pointen die daarbij voorkoomen„ door den Directeur gesteld in handen van den Hoofd=Administrateur Sluijsken, ten eijnde het geen Hij noodig mogte agten, daar teegens te kunnen aanwijsen, en aan deese heeft ons overgegeeven verscheijde aanteekeningen die door hem gesteld zijn op de kant van voorsz: verantwoor„ Dezelve gaan in Origineel „dingen. hier neevens, en de Directeur wiens consideratien door Uw Hoog Edelheeden gevorderd zijn op beijde de voorsz: veraint„ „woordingen
English
representations, finds himself unable to add anything to what he has already written regarding this matter that could serve in this instance for any further clarification. Our own supply of money has not permitted us, in fulfillment of Your High Noblenesses' much-honored order, to send a lack of rupees from it to Ceylon, for we have needed nearly twice as much as usual for the payment of the return cargoes. We would therefore, and because the demands for this current year are again almost as great, have sent no money at all this time, had not the Honorable Extraordinary Councillor and Governor of Cochin, Moens, already written with great emphasis to the undersigned Director in a private letter of the 24th of April last that Cochin necessarily had to be assisted this time with a lack of rupees from Surat, adding that a Company letter was about to be dispatched concerning this, but that if it were not received in time, His Honor requested that his above-mentioned private letter should serve for that purpose in the meantime; which emphatic request for money His Honor further repeated in a private letter of the 10th of October, in which it is stated that a Company letter was dispatched at the same time for that purpose. The Company letter has not been received here to date, but we have nevertheless, because of the emphasis with which the aforementioned Mr. Moens asks for this money, deemed that Cochin should not be left in distress, both because that place currently has a heavy garrison and because the King of Travancore will be paid in no other currency than rupees, and that this must take place in due time. For this reason, we decided at the meeting of the 14th of this month to negotiate a lack of rupees for the account of Cochin, which we shall send thither with the ship Honkoop. We have done this all the more because from the private writing of Mr. Moens it has appeared to us that in Cochin at present no one is sufficiently in bonis, or at least that no one there has so much idle funds, to be able to undertake a money negotiation in Cochin itself. We shall discharge this money as soon as our supply can permit it. Regarding that which was ordered by Your High Noblenesses, namely that the Honorable Company must be compensated for some round and long ammunition that was found short under the administration of the equipment supervisor as of the last of August 177., and that what was found surplus at the same time must be taken in for the Company, the equipment supervisor has further indicated to us in a report, a copy of which is transmitted among the appendices, that when taking over his administration there was not enough time to have been able to gauge all the ammunition as well, and that he thus took over the one and the other on the assurance that nothing was short. The outcome has also confirmed this, for the difference between that found surplus and short is nearly the same in value, and it is certainly to be considered that this difference arose, among other things, because the vessels occasionally expend some round shot, of which, however, no declaration has been made for some years past, and which consequently has not been written off. He therefore still very humbly requests Your High Noblenesses that the surplus and the shortage may be balanced against each other, but if this cannot be done, that he may then at least suffice with the payment of the purchase cost for that which is short. We take the liberty of presenting the petitioner's request to Your High Noblenesses in the most favorable manner, and hope that Your High Noblenesses will take it in good part that we have granted Boelen a deferral of payment until Your High Noblenesses' further order hereupon shall have been received. Indigenous affairs. According to the Resolution of the 18th of February, a claim was made first by Alinawaschan and later by the Nawab himself, after he had assumed the office of Naib, for an extraordinary gift of 700 rupees a year upon the toll clearance of the return cargoes, and the Nawab would not allow himself to be persuaded of the illegality of these demands except with great difficulty. It finally succeeded, and in order to prevent new trouble from arising over this again later, the Nawab was persuaded by the Director to declare in writing that this demand is annulled for now and forever. According to the Resolution of the 17th of April, the Nawab, in the month of October of the past year, caused an amount of 1072:— rupees to be demanded from the Company on account of still unpaid tolls in the years 176 2/3, 176 6/9, and 17 39/10, adding that he had been notified by the English Government that he had to ensure that this amount was paid to the heirs of the deceased toll-clerk Babel Metta, because these heirs had pointed out that so much more had been paid by Babel Metta for tolls to the English Company in the aforesaid years than he had received for that from the Dutch Company. We have made the necessary representations against this, pointing out among other things that this difference over the valuation of outgoing goods had been settled in the year 1773, and that written proof thereof had been granted by the Nawab himself, as well as that the Dutch Company in the matter of tolls is accustomed to settle such with the Nawab alone, without entering into any arrangements made regarding the division thereof; but the Nawab
Dutch transcription
229 — „woordingen, vind zig buijten staat om bij het geen Hij noopens deese zaak bereeds ge„ „schreeven heeft nog iets te voegen, dat in deese tot eenige meerdere opheldering zoude kunnen dienen. Ons eijgen voorraad van geld heeft niet toegelaaten om in voldoening van uw Hoog Edelheeden zeer g'eerde ordre daaruijt een Lak Ropijen te kunnen afzen„ „den na Ceijlon, want we na genoeg eens zoo veel dan na gewoonte noodig ge„ „had hebben tot de affbetaaling der Retou„ „ren. We zouden daarom, en om dat de Eijsschen voor dit loopende Jaar weeder„ „om bijna eeven zoo groot zijn, ditmaal geheel geen geld hebben affgezonden, zoo niet de Heer Raad Extra Ordinair en Gouverneur van Cochim Moens reeds bij een particuliere Brieff van den 24„en April groote Jongstl: met Nadruk aan den onderge„ „teekende. „teekende Directeur hadde geschreeven, dat Cochim noodwendig ditmaal met een Lak Ropijen van Suratte moeste worden geassisteerd, met bijvoeging dat daarover een comp„s Brieff stond aff te gaan, dog dat zoo die niet tijdig genoeg wierde ont„ „fangen, zijn Ed: verzogt om boovengem: zijn particuliere Brieff daartoe zoo lange te laaten verstrekken, welk nadrukkelijk ver„ „zoek om geld, zijn Ed: naader heeft herhaald bij een particuliere Brieff van den 10=e October, Waarbij gezegd word dat daartoe ter zelver tijd een comp„s Brieff is affgegaan. De comp:e Brieff is tot nog toe hier niet ontfangen, dog we hebben niet te min om de nadruk„ „kelijkheijd waarop welgem: Heer Moens om dit geld vraagd, gemeend Cochim niet te moeten verleegen laaten, zoo om dat die plaats thans een zwaar guarnisoen heeft als om dat de Kooning van Trevankoer met. 231 118. met geen ander munt dan Ropijen wil be„ „taald zijn, en dat dit op zijn tijd diend Hierom hebben we ter Vergaa„ te geschieden. „dering van den 14:e deeser beslooten om een Lak Ropijen voor Reekening van Cochim te Negotieeren, dat we met het schip Honkoop na derwaards zullen zenden. We hebben dit te meer gedaan om dat uijt het parti„ „culier schrijven van de Heer Moens ons is gebleeken dat te Cochim tans niemand genoeg in bonis is, ten minsten dat aldaar niemand zoo veel legggende gelden heeft, om te Cochim zelve een geld Negotiatie te kunnen doen. We zullen dit geld afleggen zoo dra ons voorraad dat toelaaten kan. Noopens het door uw Hoog Edelhee„ „den geordonneerde dat naamentlijk aan de E: Comp:e moet worden vergoed eenig Rond en Lang scherp, dat onder ult:o ult:o Augustus 177. in de Administratie van den Equipagie opziender is te kort be„ „vonden, en dat het ter zelver tijd overbe„ „vondene voor de Comp„e moet worden inge„ „noomen, heeft den Equipagie opziender ons bij een Berigt dat in copia onder de Bij„ „laagen overgaat, nader aangeweesen dat er bij het overneemen van zijn Admi„ „nistratie geen tijd genoeg geweest is, om ook al het scherp te hebben kunnen mallen, en dat Wij dus dit een en ander heeft overgenoomen op de verzeekering dat er niets De uijtkomst heeft dit ook te kort was. bevestigd want het Verschil tusschen het over en te kort bevondene is in waarde bij na het zelfde, en het is zeeker te denken dat dit verschil onder anderen is voortgekoomen om dat de vaartuijgen nu en dan wat Rondschenp verschieten, dog waarvan zeederd eenige jaaren herwaards geen opgaave gedaan is, en het welk mitsdien. 2 23 119 Hij ver„ mitsdien niet is affgeschreeven. „zoekt uw Hoog Edelheeden uijt dien hoofde als nog zeer needrig dat het over en te kort be„ „vondene teegens elkander mag worden geres„ „contreerd, dog zoo dit niet kan geschieden dat wij dan ten minsten mag volstaan met de betaaling van het Jnkoops kostende voor het geen dat te kort is. Wij gebruij„ „ken de vrijheijd des Suppliants verzoek, aan Uw Hoog Edelheedens op het gunstigsts voor te draagen, en Hoope dat Uw Hoog Edelheedens het ons in het goede zullen affnee„ „men dat we aan Boelen uijtstel van be„ „taaling verleend hebben tot dat Uw Hoog Edelheedens nader bevel hierop zal zijn ontfangen. Inlandsche zaaken Blijkens Resolutie van den 18„e Februarij is eerst door Alinawaschan en naderhand door door de Nabab zelve, na dat Hij het Ampt van 9 Naib hadde aanvaard, aanspraak gedaan op een buijten gewoon geschenk van Rop„s 700: 's jaars, bij het Verthollen der Rethouren, en de Nabab heeft zig niet dan met veel moeij„ „te willen laaten overreeden van de onwettig„ „heijd deeser vorderingen. Het is eijnde¬ „lijk gelukt en om voor te koomen dat daar over naderhand niet weederom nieuwe moeijte mogte ontstaan, is de Nabab door de Direc„ „teur gepersuadeerd om schriftelijk te verklaa„ „ren, dat voor nu en altoos deese vordering is vernietigd. Blijkens Resolutie van den 17e April heeft de Nabab in de Maand October des voorleeden jaars weegens nog onbetaalde thollen in de jaaren 176 2/3, 176 6/9 en 17 39/10. van de Comp„e doen vorderen een Bedraca„ „gen van Rop„s 1072:—. met bijvoeging dat hem door het Engelsch Gouvernement was. 235 233 120. was aangekondigd van te moeten zorgen dat aan de Erffgenaamen van den overlee„ „den Tholschrijver Babel Metta dit be„ „draagen wierde voldaan, wijl deese Erffge„ „naamen hadden aangeweesen dat door Babel Metta in de voorsz: jaaren voor Thol„ „len aan de Engelsche Comp„e zoo veel meer was betaald dan wij daarvoor van de Hollandsche Comp„e hadde ontfangen. Wij hebben hier teegens de noodige vertoogen gedaan, met on„ „der anderen aan te wijsen dat dit Verschil over de taxatie der uijtgaande goederen in het jaar 1773: was afgemaakt, en dat daarvan een schriftelijk bewijs door den Nabab zelve verleend was, mitsgaders dat de Holland„ „sche Comp„e in het stuk der Thollen ge„ „woon is zulks met den Nabab alleen af te doen, zonder te treeden in eenige schikkingen die omtrend de verdeeling daar van gemaakt zijn; Dog de Na„ „bab:
English
The Nabab, on the contrary, maintained that he could not grant any remissions of moneys that had to be paid to the English Company, and that consequently these funds still had to be satisfied at this time. The retroactive documents relating to this question, which are pointed out in detail in the aforesaid resolution of 17 April, clearly suggest that this matter was settled completely with the Nabab, and that he was satisfied by the making of a real compliment, and thereupon also granted his aforesaid remission, as is shown in detail in the aforesaid resolution, to which we take the liberty to refer. Meanwhile, as the aforesaid claim was made for and on behalf of the English Government, we conferred with them about it by letter of 8 January, but they replied to us by letter of the 12th following in no more than a very superficial manner; and considering that the difference over the valuation in the aforesaid years cannot be denied, and that we could not demonstrate the manner in which it was settled, we were obliged, for such reasons as are recounted at length in the aforesaid resolution, to decide to allow the above-mentioned Rop:n 1072: to be paid after all. The gifts that were made this year consist of the following, namely: The customary annual gift for the regents amounted, according to the entry in the resolution of 17 April, to 6080:10:- prime cost and ƒ7172:8:8 sale value, or ƒ66:10:8 less in prime cost and ƒ95:8:— less in sale value than in the immediately preceding year. The gift for Brootchia amounted to ƒ543:2:8 prime cost and ƒ241:19:— sale value, being ƒ—:2:— more in prime cost and ƒ37:3:8 less in sale value than in the preceding year. The pomerijs which, according to annual custom, are presented at the heathen New Year feast, at the contracting, and at the sale, are 34 pieces in number and amounted to Kop„s 1080:—. According to the entry in the resolution of 18 August, the Director could not avoid making a small gift of ƒ52:4:8 prime cost and ƒ131:13:8 sale value to the incoming and outgoing Marhatta fourth-part collectors who came to pay him a visit, and likewise on that occasion, according to the country's custom, presenting them with three pomerijs to the value of Rop:s 97:½. On 2 November we also ordered the payment of the amount of a pomerij at Rop:s 30:—, which was presented by the Director to a Brahmin sent from Poena to convey a letter from the Marhatta prince to the Director, and some letters from the grandees of the empire to whom letters were customary to be written from of old now and then, all containing nothing but general assurances of friendship. To two Halkarras or letter-carriers who were also sent, 10: kopijen each was given. Foreign Nations When all the goods and papers last year had been dispatched to the ships, and these were thus on the point of departure, the Director received a letter from Mr. Boddam requesting the return of an English sailor who had deserted from the so-called Mogol fleet and was said to be aboard one of our ships. Thereupon, in order to prevent all difficulties, because the English have always maintained that the personnel serving in the castle or on the so-called Mogol fleet may not be engaged by any European nations established in Souratta, he immediately sent a written order to the Fiscal and the members of the court of justice who were on board to conduct the muster, to make inquiries after this man, with orders to send him ashore if he were found, so as to investigate the case at that time; but he not being found there, the Director informed Mr. Boddam of this by letter, as appears from the entry in the resolution of 7 January. In the aforesaid letter the Director also made a proposal to establish a cartel concerning mutual deserters, but Mr. Boddam never replied to this, clearly showing that the English are not inclined to this. On 11 February we received a letter from the English Government communicating the reports which their Honors say they have received of a conspiracy forged between Mr. Anquetil de Briancourt, previously made prisoner of war and former French consul here, the Chevalier Saint Lubin, former French Resident at Poena, certain Marhatta generals, and various jamadars, officers of the Nabab, to introduce a large body of Marhatta troops into the city by night through treason, and in that way to lay waste to all of Souratta and all the inhabitants by fire and sword, and to plunder everything that might be possible; with the added request that if we on our part were in a position to discover anything further regarding this conspiracy, we should communicate it to their Honors.
Dutch transcription
„bab heeft daar en teegen beweerd geene q'uijt„ „scheldingen te hebben kunnen doen van gel„ „den die aan de Engelsche Comp„e moesten worden betaald, en dat mitsdien deese pennin„ „gen als nu nog moesten worden voldaan. De Retroactens die tot deese questie betrek„ „king hebben, en omstandig bij voorsz: ke„ „solutie van den 17„e April zijn aangeweesen, door duijdelijk vermoeden dat die zaak volkoo„ „men met den Nabab is afgemaakt, en dat hij door het maaken van een reëel compliment, is te vreeden gesteld, en daarop ook zijne voorsz: quijtschelding verleend heeft, zoo als dat bij de voorsz: Resolutie, waarvan we de vrijheijd gebruijken ons te gedraagen, omstandig is wijl ondertusschen de voorsz: getoond. vordering geschiede voor en ten behoeve van de Engelsche Regeering, hebben we dezelve daar over onderhouden bij brieff van den 8„e Ja„ „nuarij, dog die hebben ons daarop bij Brieff van. 23 121 van den 12„e daar aan, niet dan zeer super„ „ficieel geantwoord en gemerkt het verschil over de taxatie in de voorz:z: jaaren niet te ont„ „kennen is, en dat we de manier waarop het is affgemaakt niet konde aanwijsen, hebben we om zoodaanige reedenen als bij voorsz: Resolutie in het breede zijn verhaald, moes„ „ten besluijten om de boovengem: Rop:n 1072: als nog te laaten voldoen. De Geschenken die dit jaar zijn gedaan, bestaan in de volgende; als: Het gewoon Iaarlijks Geschenk voor de Re„ „genten heeft volgens het aangeteekende ter Resolutie van den 17„e April, bedraagen 6080:10:- Jnkoops, en ƒ7172:8:8. Verkoops, off minder als in het onmiddelijk voorgaande jaar ƒ66:10: 8. In - en ƒ95:8:—. Verkoops. Het Geschenk voor Brootchia heeft bedraagen Jnkoops ƒ 543: 2: 8, en Verkoopsƒ241:19:— dan. dan wel inkoops meerder ƒ—: 2:—. , en Verkoops minder ƒ37:3: 8. als in het voorgaande Jaar. De Pomerijs die volgens jaarlijkse gewoonte worden verschonken op het Heijdens Nieuwe jaars Feest, bij de Aanbesteeding, en den verkoop zijn een getal van 34. stux, en hebben bedraagen Kop„s 1080:—. Volgens het aangeteekende ter Resolutie 6 van den 18„e Augustus, heeft den Directeur niet voorbij gekend een kleijn geschenkje van ƒ52:4:8. Jn- en ƒ131: 13: 8. Verkoops, te doen aan de aankoomende en affgaande Marchetta„ „se quart Jnvorderaars, die hem een Bezoek En insgelijks om zijn koomen geeven. dezelve bij die geleegentheijd, volgens 's Lands gewoonte te beschenken met drie pomerijs ter waarde van Rop:s 97:½: Op den 2„e November hebben we mee„ „de laaten voldoen het bedraagen van een pomerij tot Rop:s 30:—. die door den Directeur is. 122. is verschonken aan een Braman die van Poena gezonden is, ter overbrenging van een Brieff van den Marhetsen Vorst aan den Directeur, en eenige Brieven van de Rijksgrooten, aan dewelke van Ouds nu en dan pleegte wor¬ „den geschreeven, alle inhoudende niet dan algemeene Verzeekeringen van Vriendschap. Aan Twee Halkarras off Brieve draagers, die meede gezonden zijn, is gegeeven elk 10: kopijen. Vreemde Natien Toen al de goederen en Papieren in het voorleeden jaar na de scheepen waaren afgezonden, en dee„ „se dus op haar vertrek laagen, ontfing den Directeur een Brieff van den Heer Boddam, waarbij hij verzogt om restitutie van een Engelsch Mattroos die van de zoo genaamde Mogolsche vloot was gedeserteerd, en gesegd wierd dat zig op een onser scheepen bevond. Hij zond hierop ter Voorkooming van alle moeijelijkheeden, 239 Wijl 123. Wijl de Engelse altoos hebben beweerd, dat het volk dat in het Casteel off op de zoo genaamde Mogolse vloot, dienst doet door geen Europeese Natien in souratta gezeeten, moogen worden aangenoomen, ten eersten een schriftelijke ordre aan de Fiscaal en de Leeden van Justitie die aan Boord waaren om te monste„ „ren, om na deese man onderzoek te doen met last om hem aan de wal te zenden zoo hij gevonden wierd, ten eijnde als dan het geval te kunnen onderzoeken, dog dezelve daar niet bevonden zijnde, heeft den Directeur daar van aan de Heer Boddam bij een Brieff kennis gegeeven, blijkens het aangeteekende ter Resolutie van den 7„e januarij. Bij voorsz: Brieff heeft Den Directeur ook een voorslag gedaan tot het treffen van een Cartel noopens de Weederzijdsche Deserteuren, Dog den Heer Boddam heeft hier op nooit geant„ woord, en doet duijdelijk zien dat de Engelossen hiertoe hiertoe niet gezind zijn. Op den 11„en Februarij ontfingen we een Brieff van het Enegelsch Gouvernement, houdende een communicatie van de berigten die Hun Ed=s zeggen te hebben ontfangen van een zaamen zwveering die gesmeed was tusschen den reeds voorheen krijg„segevangen gemaakte:/ Heer Anquetil de Briancourt gewt: Franse consul alhier, Den Chevalier S=t Lubin, gewee„ „sen Franse Resident te Poena, zommige Marhetse Generaals, en verscheijde Samadhaars /:Officieren:/ van den Nabab, om bij nagt door Verraad een groot corps Marhetse Troupes in de stad in te voeren, en door dien weg geheel Courattie en al de Jngezeetenen te Vuur en te Zwaard te verwoesten, en alles te plunderen wat maar doenelijk zijn zoude, met bijgevoegd verzoek dat zoo we van onse zijde in staat waaren van deese Conspiratie iets naders te kunnen ontdekken, om dat dan aan hun Ed=s meede te 2
English
to share. None of us knew anything regarding this matter, nor did anyone have in his possession any papers or matters belonging to Mr. Anquetil de Briancourt or his dependents. We have therefore in our reply, which as well as the aforesaid letter is inserted into the Resolution of 11 February, merely offered thanks for the communication and made known our ignorance, adding that if in time anything regarding this should come to our knowledge, we would communicate it to Their Honors, and that we likewise requested Their Honors to be willing to do the same on their part. We have since heard nothing more of this case, and Mr. Briancourt, along with several other Frenchmen, has been transported to Europe as a prisoner of war. Concerning the dispute that has arisen with the English gentlemen regarding the privilege that the Company has to be allowed to transport its goods further duty-free after the stipulated toll upon importation has been paid, we have, pursuant to our Resolution of 7 January, dispatched a further letter to Their Honors containing a request for an answer to the letter sent to them on that account on 5 October 1778. In Their Honors' reply of 12 February, they state that they have made a careful investigation into the nature and character of this privilege, but that for this purpose they also needed the original farmans that prove this privilege, and to be allowed to have certified copies thereof. In our reply of 22 February we sent the certified copies of two farmans that speak of this, namely one granted to Director Joan Josua Ketelaar in the year 1712 by King Jehiaan Daar Sja, and one that was granted three years earlier by King Sja Alem to Director Johan Grootenhuijs. Both of these farmans prove very clearly that the Noble Dutch Company may and must enjoy the aforesaid privilege, and we moreover offered to have the aforesaid copies confronted and collated against the originals by a committee, with a further request not to drag this matter out any longer. The answer that we received to this contained a further demand not only for those original farmans that relate to the case in question, but for all our original farmans, so that they might also take copies thereof. We thereupon, by letter of 18 March, repeated our offer made in the aforesaid letter of 22 February, and we simultaneously sought to convince Their Honors of the unreasonableness of their demand, which moreover we were not authorized to fulfill, but there was no possibility of making them change their view or giving way to fairness, for in their letter of 20 March, which we received since, they reiterated their demand for all our original farmans, adding that because we had not sent them to them, it was now only necessary to decide whether we had actually enjoyed this privilege at the time the English Company took possession of the Castle of Surat. They had somewhat beforehand limited the guarantee of our privileges solely to those of which we were at that time in actual possession, and on this ground they now concluded that because they had found that we had not enjoyed this privilege at that time, they could not grant it to us now either. We were therefore obliged, according to the entry in the Resolution of 23 March, to bring the matter to Bombay. In our letter thither, which is inscribed in this our Resolution, we pointed out how erroneously the aforesaid Surat Chief and Council had framed their decision, and we furthermore demonstrated the legality of the right in question. The answer that we received to this is inscribed in the Resolution of 18 August, and contained a declaration of willingness to accept our proposal made to the Chief and Council here by letter of 18 March, namely to have the sent copies confronted against the original farmans. In consequence hereof, both farmans cited above were shown by a committee from our Council to a similarly appointed English committee, and collated against the copies. Our aforesaid commissioners were instructed, by an instruction which is also inscribed in the said Resolution, to enter into negotiations concerning the translations after the collation had been completed, but the English commissioners declared that they could not do so, because their mandate was limited solely to confronting the farmans. We therefore sent a letter to Bombay dated 13 September, requesting not to leave us any longer destitute of the actual enjoyment of a privilege that had now been confirmed by the evidence, and because we received no answer to this either, we sent, as appears from the Resolution of 25 October, a further letter thither, to which we finally
Dutch transcription
124. te deelen. Niemand van ons was iets met betrekking tot deese zaak bekend, nog had nie„ „mand onder zig eenige Papieren off zaaken toebe„ „hoorende aan den Heer Anquetil de Briancourt off zijne aanhoorigen. We hebben dus bij ons antwoord, dat zoo wel als de voorsz: Brieff ter Resolutie van den 11en Februarij is gein„ „sereerd, alleen bedankt voor de communica„ „tie, en onse ignorantie te kennen gegeeven, met bijvoeging dat zoo daarvan in der tijd iets tot onse kennisse mogte koomen dat aan HunEd„s te zullen meede deelen, en dat we Hun Ed=s ins„ „gelijks verzogten van Hunne zijde het zelfde te willen doen. We hebben zeederd van dit geval niets meer gehoord, en M:r Brian„ „court is met meer andere Fransen als krijgs gevangene na Europa getranspor„ „teerd. Over het geschil dat er met de Heeren Engel„ „schen ontstaan is weegens het privilegie dat de Compe: 243 Comp„e heeft, om Haar Ed=s goederen, na dat daar van bij invoer den gestelden Thol is betaald, ver„ „ders Tholorij te moogen vervoeren, hebben we in gevolge onse Resolutie van den 7„e ds Januarij een nadere Brieff aan Hun Ed=s laaten affgaan, houdende een verzoek om antwoord op de des weegens aan Dezelve afgevaardigde missive van den 5„e October Bij Hun Ed„s antwoord van den 12„e 1778. Februarij zeggen ze na den Aard en eijgenschap van dit prevelegie een naauwkeurig onder„ „zoek te hebben gedaan, dog datze daartoe ook be„ „noodigd waaren de Origineele Thirmans die dit voorregt bewijsen, en om daar van geattes„ „teerde copijen te moogen hebben. Bij ons ant„ „woord van den 22„e Februarij zouden we. de geattesteerde afschriften van Twee Firmans die hier over spreeken, als een verleend aan den Directeur Joan Josua Ketelaar in het jaar 1712: door den kooning Jehiaan Daar. 125. Daar sja, en een die verleend was drie Iaaren bevoorens door den kooning fija Alem aan den Directeur Johan Grootenhuijs: Bijde deese Firmans bewijsen zeer duijde„ „lijk dat de Edele Neederlandsche Comp:e het voorsz: voorregt magen moet genieten, en we boden boven dien aan om de voorsz: Afschriften door een commissie teegens de origineele te doen confronteeren en collationeeren, met verder verzoek om deese zaak niet langer te doen Het antwoord dat we hierop traineeren. ontfingen behelsde eene nadere opeijsseling niet alleen van die Origineele Thirmans die tot het geval in questie betrekking hebben, maar van alle onse Origineele Firmans, op dat ze daar van meede copijen konden neemen. Wij herhaalden hierop bij Brieff van den 18=e Maart ons aanbod gedaan bij voorsz: brieff van den 22„e Februarij, en we zogten tee„ „vens Hun Ed=s te overtuijgen van de onreede„ „lijkheijd 293 „lijkheijd hunner Vorderinge, tot welkers voldoeninge we boven dien onbevoegd waa„ „ren, dog daar was geen moogelijkheijd om hun van begrip te doen veranderen off de billijkheijd te doen plaats geeven, want bij Hun brieff van den 20„e Maart, die we zeederd ontfingen, doen zij hunnen Eijsch om alle onse origineele Fuirmans ander„ „maal gestand, met bijvoeging dat wijl we hun die niet gezonden hadden, het nu alleen noodzaakelijk was om te beslis„ sen off we werkelijk dit previlegie genoo„ „ten hadde ten tijde de Engelsche Comp„s bezit genoomen had van het Curats Cas„ „teel. Ze hadden wat voor aff, de garantie onser voorregten beperkt alleen tot de zulke Waarvan we ter dier tijd waaren in de daa„ „delijke possessie, en op deese grond besloo„ „tenze nu, dat wijl ze bevonden hadden, dat we dit voorregt, ter dier tijd niet had„ „den. 126. „den genooten, ze het ons ook nu niet kon„ „den toestaan. we hebben daarom volgens het aangeteekende ter Resolutie van den 23„e Maart de zaak moeten brengen na Bombaij. Bij onsen Brieff na derwaards, die in deese onse Resolutie is ingeschree„ „ven, hebben we aangeweesen hoe verkeerd de Couratsen Cheff en Raad voorsz: hun besluijt hadden opgemaakt, en wij hebben daarbij voorts de wettigheijd van het regt in questie, nader betoogd. Het antwoord dat we hier op ontfingen is ingeschreeven bij Pre„ „solutie van den 18„e Augustus, en behelsde een betuijging van gewillig aan te neemen ons voorstel aan den Heer Cheff en Raad al„ „hier gedaan bij Brieff van den 18„e Maart, om naamentlijk de gezondene copijen teegens de Origineele Firmans te doen confrontee„ „ren. Jngevolge hier van zijn de beijde hier vooren aangehaalde Firmans door een Conn. 24 commissie uijt onse Vergaadering aan een insgelijks benoemde Engelsche commissie vertoond, en teegens de afschriften gecollati„ „oneerd. Voorsz: onse Gecommitteerdens waaren bij Jnstructie, die bij gemelde Resolutie meede ingeschreeven is, gelast, om na gedaane collatie over de vertaa„ „lingen in onderhandeling te treeden, dog de Engelsche Gecommitteerdens verklaar„ „den zulks niet te kunnen doen, wijl Hun last alleen was bepaald tot het confrontee„ „ren der Firmans. We zonden daarom een Brieff na Bombaij gedateerd den 13„e September, met verzoek om ons niet langer destitut te laaten van het dradelijk genot eener Privelegie, dat nu door de bewijsen was bekragtigd, en om dat we ook hierop geen antwoord ontfingen zouden we, blijkens Resolutie van den 25„e October een nadere Brieff na derwaards, op dewelke We eijn„ „delijk 17 7
English
finally obtained as an answer on the 25th of this month that, upon investigation, it had appeared incontrovertibly to Their Honors that the tolls in question had repeatedly been paid from our side, and that it was also in no way proved to their satisfaction that the produced Firmans grant us any right of exemption. For which reason, and because granting this right would cause very great injury to the tolls, they had not dared to take it upon themselves to decide in a matter of so much weight, and that they had consequently referred the decision thereof to the Directors of the English Company. As soon as the ships have departed, we shall dispatch a further letter to the Honorable Governor and Council of Bombay, and thereby request Their Honors to point out to us from which documents it has appeared that the aforesaid tolls were paid by or on behalf of the Honorable Dutch Company, and that they please inform us, if any difference should be found in the translations of the Firmans, wherein it consists, in which case we shall propose to them a further mutual meeting regarding this. Furthermore, we shall suggest for their consideration, in order to prevent all uncertainties concerning what the company loses by the obstruction of this right as long as the dispute over it has not been settled, whether they might see fit to have an account kept of the amount of the outgoing tolls on the goods that we might wish to dispatch, or else to consign this amount with Their Honors themselves. We have had copies made of all the papers relating to this case, which we shall send under a proper register to the Right Honorable and Most Respectable Gentlemen Majores. The letters that have been exchanged with the foreign nations are enclosed herewith in copy among the appendices, among which is also the draft of the letter that we intend to dispatch to Bombay. The Servants. On the 7th of January, two soldiers were appointed as corporals, the one at 14: and the other at 16: guilders per month. According to the resolution of the 23rd of January, the bookkeeper and first sworn clerk Jacob Goverts has submitted a petition to us, which is entered in the aforesaid resolution, requesting his discharge from the service of the Honorable Company, but if this could not be granted to him, that one would then be pleased to grant him leave for some time. Being ourselves unauthorized to grant the first request, we have granted him leave for the period of two years, until we shall have received Your Right Excellencies' decision on the petition of Goverts for his formal discharge. The office of Secretary of Justice and Sequester is being performed by the sworn clerk Coenraad Sebastiaan Wikkerman. According to the resolution of the 1st of June, the soldier Fredrik Schetz has been appointed in place of the deceased provost Johan Christoffel Reune as such again, with the enjoyment of 20: guilders wages. Upon the request of the junior merchant Van Bijland, according to the resolution of the 1st of July, the office of vendue master was again joined with the service of pay bookkeeper. According to the resolution of the 2nd of September, the absolute assistant Nicolaas Fredrik Wolff has been promoted to bookkeeper, due to the expiration of his contract, with the wage of 30: guilders per month. A report has already been made here before of the decease of the junior merchants Bocquet and Sontag, both Chief Officers of Brootchia. In place of the cashier Sontag, the junior merchant Heijdeman has been appointed as such. At the meeting of the 29th of November, we have promoted the absolute assistant Johan Nicolaas Best to bookkeeper at f38:-:-. We did not know, when we proposed this man to Your Right Excellencies for bookkeeper last year, that his contract was so near its end, and in order that this proposal, which was made for him with a good intention, might not be detrimental to him, we have, in the hope that Your Right Excellencies will favorably agree to it, granted him the surplus of the bookkeeper's wage since the 5th of June last, when his contract as assistant expired. Among the appendices to this letter is transmitted to Your Right Excellencies a petition from the military ensign Johan Fredrik van Struve, containing a request that, as his five-year contract already expired on the 26th of April last, he may be promoted to lieutenant, in order to continue serving here as such, or if this cannot be, to transfer him as lieutenant to the Malabar command. We take the liberty to recommend this request to Your Right Excellencies in the most favorable manner, because the aforesaid Van Struve is a capable officer whom we dare recommend to Your Right Excellencies' favor with much confidence. Also enclosed among the appendices is a petition from the chief mate and equipment supervisor Johannes Boelen, wherein he humbly requests Your Right Excellencies to be permitted to repatriate via Ceylon in the coming year. We request the same to likewise give favorable reflection to this. We can easily arrange matters here with a boatswain to oversee the equipment work, provided this man is given a sailor or quartermaster for his assistance. To this
Dutch transcription
127. „delijk op den 25„e deeser ten antwoord erlangd hebben, dat aan tun Ed=s bij onderzoek on„ „teegenspreekelijk is gebleeken dat bij her„ „haaling van onse zijde de Thollen in ques„ „tie waaren betaald, en dat het ook in gee„ „nen deelen tot hunne voldoening beweesen was dat de geproduceerde Pirmans aan ons eenig regt van uijtzondering toebrengen, Waarom, en om dat het inwilligen van dit regt aan de Thollen heel veel nadeel zoude toebrengen, ze het niet op Hun hadden durven neemen om te Decideeren in een zaak van zoo veel gewigt, en datze de beslissing daar van dienvolgens hadden gerenvoijeerd aan de Bewindhebberen van de Engelsche Comp: We zullen zoo dra de scheepen vertrokken zijn een nadere Brieff aan den Heer Gouver„ „neur en Raad van Bombaij laaten afgaan„ en Hun Ed„s daarbij verzoeken van ons aan te wijsen uijt welke stukken dezelve ge¬ „bleeken. 249 „bleeken is dat de Voorsz: Thollen door of van weegens de Ed: Neederlandsche Comp:e zijn betaald, en datze ons willen berigten zoo 'er eenig onderscheijd in de Vertaalingen der Firmans mogten zijn bevonden, waarin die bestaan, in welk geval we Hun een nadere weederzijdze bijeenkomst daarover zullen voorstellen. Voorts zullen We Hún in bedenking geeven, om ter voorkooming van alle onzeekerheeden over het geen de maatschappij bij de stremming van dit regt, verliest, zoo lange het verschil daar over niet is afgedaan, of ze kunnen goedvinden om van het bedraagen van de uijtgaande Thollen der goederen die we mogten willen verzenden, een Reekening te doen houden, of anders om dit bedraagen onder Hun Ed=s zel„ „ve te consigneeren. Van al de Papieren die tot dit geval betrekking hebben, heb„ „ben we afschriften doen vervaardigen, die. 128 die we onder een behoorlijk Register aan de WelEdele Hoog Agtbaare Heeren Majores zullen zenden. De Brieven die met de Vreemde Natien zijn gewisseld gaan neevens dee„ „se onder de Bijlaagen in copia over„ Waarbij ook is het concept van de Brieff die we na Bombaij voorneemens zijn te laaten afgaan. De Dienaaren. Op den 7„e Januarij zijn twee zoldaaten tot Corporaals aangesteld, de eene met 14: en de andere met 16: guldens ter Maand. Blijkens Resolutie van den 23„e Ja„ „nuarij heeft den Boekhouder en Eerste gezwoore Clercq Jacob Goverts aan ons bij Request dat ter voorsz: Resolutie inge„ „schreeven is, verzoek gedaan om zijn ontslag uijt den Dienst der E: Comp:e, dog als. 2 als hem dit niet konde worden toegestaan dat men hem dan voor eenigen tijd Verloffge¬ Tot het toestaan „liefde te vergunnen. van het eerste verzoek zelve onbevoegd zijnde, hebben we hem verleend Verloff voor den tijd van twee Jaaren, tot dat we zullen hebben ontfangen uw Hoog Edelheedens dis„ „positie op de instantie van Goverts om zijn formeel ontslag. Het Ampt van Secretaris van Justitie en sequester, word waarge„ „noomen door den gezwoore Clercq Coen„ „raad Sebastiaan wikkerman. Blijkens Resolutie van den 1=e Junij is in Steede van den overleedene Ge„ „weldige Iohan Christoffel Reune wee„ „der als zoodaanig aangesteld den zoldaat Fredrik Schetz met het genot van 20: Guldens Gagie. Op het Verzoek van den onder„ „koopman. 129. „koopman van Bijland is volgens Re„ „solutie van den 1„e Julij, het ampt van Vendumeester weeder gevoegd bij den dienst van zoldij Boekhouder. Volgens Resolutie van den 2„e September is, mits tijds expiratie, tot Boekhouder bevorderd den Absolut Assistent Nicolaas Fredrik Wolff, met de Gagie van 30: Guldens ter Maand. van het overlijden van de Onder„ „kooplieden Bocquet en Sontag, beijde Opperhoofden van Brootchia, is hier voo„ „ren reeds verslag gedaan. Jn steede van den Cassier Sontag is als zoodaanig aangesteld den onderkoop„ „man Heijdeman. Ter vergaadering van den 29„e No„ „vember hebben we tot Boekhouder met ƒ38:-:- bevorderd den Absolut Assistend Johan Nicolaas Best. We wisten niet doen. 253 doen we deesen man tot Boekhouder aan uw Hoog Edelheedens voorleeden Jaar voordroegen, dat zijn verband zoo na geeijndigd was, en op dat deese voordragt, die met een goed oogmerk. voor hem gedaan is, hem niet schaadelijk mogte weesen, hebben we, in hoope dat uw Hoog Edelheedens dat gunstig in schik„ „ken zullen, Hem toegelegd het surplus van de Boekhouders gagie zeederd den 5„e junij jongstleeden, dat zijn verband als As„ „sistent is uijtgeweest. Onder de Bijlaagen deeses gaat tot Uw Hoog Edelheedens over een Request van den vaandrig Militair Iohan Fredrik van Struve houdende Verzoek, om wijl zijn Vijff Jaarig verband reeds op den 26=e April jongstleeden is geëx„ „pireerd geweest, bevorderd te moogen wor„ „den tot Lieutenant, om als zoodaanig alhier te blijven dienst doen, off zoo dit niet zijn kan„ om 130 om hem dan als Leeutenant na het commande„ „ment Mallabaar te Verplaatsen. Wij gebruij¬ „ken de vrijheijd dit Verzoek aan Uw Hoog Edelheedens op het gunstigste voor te draa„ „gen, om dat voorsz: van struvl een ge„ „schikt officier is, wien we met veel vrijmoedig„ „heijd in uw Hoog Edelheedens gunste dur„ „ven aanbeveelen. Nog gaat onder de Bijlaagen over een Request van den Opperstuurman en Equipa„ „gie Opziender Johannes Boelen, waarbij Wij uw Hoog Edelheeden ootmoedig verzoek doet om in het aanstaande jaar over Ceijlon te moo„ „gen diepatrieeren. We verzoeken Hoogst Dezelve hierop Jnsgelijks een gunstige reflexie te willen slaan. We kunnen het hier met een Boodsman om over het Equipagie Werk het opzigt te houden, wel schikken, mits dee„ „se man een mattroos off quartiermeester Aan tot zijn hulp gegeeven word. deese.
English
to these we shall have the minor items that are used daily handed over, and the remaining equipment and ammunition goods we shall henceforth cause to be administered in the Trade Warehouses. We shall have all of this done by the ultimate of August next, so that the administration of Boelen can be properly confronted before the arrival of the ships, and we shall ensure that Boelen renders a proper account of everything. To the Under-Surgeon Franciscus Wolkerts we have, at his request, granted his discharge from this Directorate to Batavia, and we have in his place appointed as Under-Surgeon on the 30th of this month the young sailor Willem Peperhoven, at the wage of 16 guilders per month, since after examination made he was found to have the necessary competence for it. Likewise. Likewise has, at his request, been discharged to Ceylon the Corporal Dirk van Driesen. At the request of the skippers of Es and Jevie, the following promotions have been made on the ships pursuant to the resolution of the 14th of this month, namely: On the ship Europa As boatswain's mate the sailor Pieter Nouwa. On the ship Honkoop As boatswain's mate the sailor Jan Jacob Steen. As boatswain's mate the quartermaster Gerrit Mauritz. As gunner the steward's mate Hendrik Dubelaar, who in the past year was taken from the ship Landskroon to serve on the narrow boat on the voyage to Ceylon. As steward the sailor Casamier Wilhelm Bakker, and As quartermaster the sailor Jochem Swarttouw. The aforementioned persons, except the gunner, have during the voyage hither performed the duties of the posts to which they have been nominated, and we therefore request Your High Noblenesses favorably to approve these appointments, and to grant them the wages attached to the aforesaid qualities. On the voyage hither died on the ship Europa the Chief Surgeon Fromme. In his place we have on the 14th of this month, after examination made and proofs of competence given, appointed as Chief Surgeon the under-surgeon Johan Kalenberg, and in his place as under-surgeon the third ditto Hendrik Frankenout. We likewise very humbly request that these appointments may be favorably confirmed by Your High Noblenesses, and the deeds thereof be issued to them. Hitherto no circular order has been received here regarding any further regulations of servants, other than are regulated by the Memorandum of Establishment, and this leaves us unable to compare the following list of the persons present here in being in any other manner. Of the Policy and Commerce. According to the Memorandum of Establishment | More | Less 1: Director 1: Senior Merchant and Head Administrator 2: Merchants; whereof: 1: Actual being Fiscal 1: Titular ditto Warehouse Keeper: 1 | - | 1 3: Junior Merchants, whereof: 1 cashier, 1 secretary, and 1 pay bookkeeper: 5 | - | 2 7 heads to be carried forward. 7 heads brought forward. 4: Bookkeepers in employment, namely: 1: Second at Brootchia 1: ditto at the Trade Warehouses: 1 | - | - 1: Dispenser 1: Secretary of Justice, who is also sworn clerk and as such serves with the Director: 1 | - | - 1: Bookkeeper being third at the Trade Warehouses who also serves at the Trade Office: 1 | - | - 1: Bookkeeper serving at the Pay Office: 1 | - | - 4: Clerks at the Secretariat of Policy, whereof 1 bookkeeper, 1 bazaar commissioner 2: Assistants serving at the Trade Office: 3 | - | 1 Of the Navy - Skipper: 1 | - | 1 1: Chief Mate and Equipment Overseer 1: Boatswain at the Wharf: 1 | - | - 1: Boatswain's Mate as Commander on the Narrow Boat: 3 | - | 2 1: Boatswain on the Horrij: 4 | - | 3 - Handymen: 2 | - | 2 - Sailors: 20 | - | 20 Of the Military 1: Ensign 2: Sergeants: 2 | - | - 2: Corporals: 2 | - | - 25: Privates: 20 | 5 | - - Gunner: 1 | - | 1 1: Drummer: 1 | - | - - Trumpeter 54 heads to be carried forward. 54 heads brought forward. Craftsmen. 1: Cooper: 1 | - | - - Blacksmith: 1 | - | 1 Of the Surgery 1: Chief Surgeon: 1 | - | - - Under-Surgeon: 1 | - | 1 1: Third Surgeon: 1 | - | - Ecclesiastical Servants 1: Sick-Comforter: 1 | - | - 1: Sexton 1: Judicial Servant being Provost. 59 heads in total, or 87 heads less than the Memorandum of Establishment allows. From the Directorate no one has deserted, and from the ships only one gunner and one sailor. In place of the aforesaid gunner, we have engaged another person as gunner, who previously was in the service of the Company, and for the function
Dutch transcription
-- 253 deese zullen we de kleijnigheeden die daage„ „lijks gebruijkt worden laaten overgeeven, en de overige Equipagie en Ammunietie goederen zullen we voortaan in de Negotie Pakhuij¬ „sen doen administreeren. We zullen dit een en ander laaten doen onder ult„o Aug=s aanstaande, op dat de Administratie van Boelen behoorlijk kan zijn gecon„ „fronteerd voor de komst der scheepen, en wezul„ „len bezorgen dat Boelen van alles behoorlijk verantwoording doet. Aan den Ondermeester Francis„ „cus wolkerts hebben we op zijn verzoek toegestaan zijn ontslag uijt deese Directie naar Batavia, en we hebben in steede van hem tot Ondermeester op den 30=e deeser aan„ „gesteld den Jong Mattroos Willem Peperhoven, met de Gagie van 16: Guldens ter Maand, wijl wij na gedaane Examinatie is bevon„ „den daartoe de noodige bekwaamheijd te hebben. Jnsgelijks. 131. Insgelijks is op zijn Verzoek na Ceijlon verlost den Korporaal Dirk van Driesen. Ten verzoeke van de schippers van Es en Jevie zijn op de Scheepen volgens ke„ „solutie van den 14„e deeser de volgende verbeete„ „ringen gedaan, als: Op 't Schip Europa Tot schiemans maat den mattroos Pieter Nouwa. op 't Schip Honkoop Tot Bootsmans maat den mattroos Jan Ja„ cob Steen. Tot schiemans maat den quartiermeester Gerrit Mauritz. Tot constapel de Botteliers maat Hendrik Dubelaar, die in het voorleeden Iaar van het schip Landskroon is geligt om in de reijse na Ceijlon op het smalschip dienst te doen. Tot Bottelier de Mattroos Casamier Wilhelm 23 37 Wilhelm Bakker, en Tot quartiermeester den Mattroos Jochem Swarttouw. De Voorssz: perzoonen buijten de Constapel hebben geduurende de her„ „waards reijse de posten waargenoomen Waartoe ze zijn voorgedraagen, en we verzoe¬ „ken Uw Hoog Edelheedens derhalven deese aanstellingen gunstig te approbeeren, en aan Hun de tot voorsz: qualiteijten staan„ „de gagien te willen verleenen. Op de reijse na herwaards is op het schip Europa overleeden den Oppermees„ ter Fromme. In dies steede hebben we den 14e deeser, na gedaane examinatie en ge„ „geevene preuves van bequaamheijd, weeder tot Oppermeester aangesteld den ondermeester Johan Kalenberg, en in diens steede tot ondermeester den Derde dito Hendrik We verzoeken Insgelijks Frankenout. zeer. 132: zeer nedrig dat deese aanstellingen bij Uw Hoog Edelheedens goed gunstig moogen worden beves„ „tigd, en de Actens daarvan aan Hun affge„ „geeven worden. Tot nog toe is hier geen Circulaire ordre noopens eenige nadere bepaalingen van dienaaren, ontfangen, anders als bij de Memo„ „rie van Menage zijn gereguleerd, en dit steld ons buijten staat om de ondervolgen„ „de lijst van de hier in Weesen zijnde perzoo„ „nen op eenige andere wijse te kunnen vergelijken. volgens de Memo„ „rie van Van de Politie en Commercie. Menaige Meer Minder. 1: Directeur. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1: Opperkoopman en Hoofd=Administrateur. . . 2: kooplieden; daarvan: 1: Effectieff zijnde Fiscaal. . . . . . . . . . _ 1: Tittulair _„o Pakhuijsmeester. . . . . . . . . 1:—— 3: Onderkooplieden, waarvan: 1: cassier 1: secre„ „taris en 1: zoldij Boekhouder. . . . . . 5: —: koppen die Transporteere. 7: 1:- 1: 1: 2. 239 Volgens de Me„ „morie van 4: Boekhouders in Emplooij, als: 1: Tweede te Brootchia - - - - - - - - - - - - - - - 1: _„o bij de Negotie Pakhuijsen. . . . 1:— 1: Secretaris van Iustitie, die teevens is gesw: klerk en als zoodaanig bij den Directeur dienst 7: –. koppen P„r Transport 1: Dispencier. - - - . . . . . . . . . - - - - - - - - - - - doet - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1:— 1: Boekhouder zijnde derde bij de Negotie Pakhuijsen die tee„ „vens op het Negotie comptoir dienst doet - - - - - 1:— 61 1: Boekhouder dienst doende op het zoldij Comptoir 1: — 4: Clercquen op de secretarij van Politie, waarvan t: Boek„ „houder, 1: Bazaars gecommitteerden - 2: Assistenten ienst doende op het Negotie Comptoir 3: — 1: Van de Marine 1: 1: Opperstuurman en Equipagie opziender - - - - - 1: Bootsman op de Werff. . . . . . . . . . „ 1: 1: Schieman als Gezaghebber op het Smalschip 3: —: _„o „ de Horrij. . . 4:— 1: Bootsman „ Van de Militie - - Trompetter - 54: koppen Die Transporteere Schipper. . . . . . . . - . Handlangers. . . - - - - - - - - - - - - 2:— . Mattroosen - - - - - - - - - - - - - - 20: 1: Vaandrig. - . . . . . . . . - - - - - - - - - 2: Sergeants. . . . . . . . . . . . . . 2: Corporaals - - - - - - - - - - - - - - - - 25: gemeenen - - - - - - - - - - - - - - - . . - - kannonier - - - - - - - - - - - - - - - - 1: Tamboer - - - - - - - - - - - - - - - - - 1: -. 5: Menage Meer Minder 1: . 2. 3: 2. 20. — 1 –– – – – – – – - Volgens de Me„ „morie van 54: koppen P„r Transport Ambagts Lieden. 1: Kuijper - - - - - - - - - - - - - - - - - - Smit - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1:— van de Chirurgie kerkelijke Bediendens 1: 1: 1: Koster - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 133. 1: 1: Justitieele Bediende zijnde Geweldige. . -: - 59: koppen te zaamen, off 87: koppen minder als de Memorie van Menage toestaat. Krankbezoeker - - - - - - - - - - - - _ __ Ondermeester - - - - - - - - - - - - - - - - - 1: Oppermeester - - - - - - - - - - - - - 1: Derdemeester - - - - - - - - - - - - Uijt de Directie is niemand gedeserteerd, en van ƒ de scheepen alleen Een kanonier en een Mat„ „troos. Insteede van voorsz: kanonier, hebben we weeder een ander Perzoon als Bosschieter aangenoomen, die bevoorens bij de Comp„e is in dienst geweest, en tot de 1:- Menage Meer. Minder functie: . 1: 1: 1: - 1. 1. -
English
function of gunner was judged capable. Through this, the ships are provided for again. Regarding the pay ledger, no report could be made in its proper place because the advice of its examination arrived somewhat late. The same has since served at the Meeting of the 30th of this month. We observe from this that the debit balances of the Members of the Council have their origin in various taxation resolutions. That the soldier Johan Bauman arrived here with an encumbered pay account, which he has not yet been able to fully settle. And that the debit balance of the deceased Provost Johan Christof Reune arose from his funeral expenses. And And that which the Moormen mentioned therein are in debit arises because they remained indebted at Batavia upon their death, according to the accounts received from there, and of which the Pay Bookkeeper gives further indication in a Report that is forwarded among the pay papers. Moorish Seafarers The discharge of the Moorish seafarers who returned with the ships Europa and Honkoop has this time again caused a great deal of trouble. The accounts of these people are not infrequently in credit in the pay ledgers for much more than one can believe they can actually have due to them. We therefore, according to the Resolution of 22 November, had the Pay Bookkeeper indicate in a report before the discharge took place how much each of the returned men had in credit in the pay ledgers; and upon a Memorandum submitted thereof, he was further ordered by the Director to present to these people how it is not possible that they could have accumulated large sums in credit, considering that two-thirds of their wages was paid to them monthly in Batavia. The Pay Bookkeeper did this, but according to a Report submitted by him, a copy of which is enclosed herewith, the aforementioned returned Moorish seafarers not only refused to allow anything to be deducted other than what their accounts were in credit in the pay ledgers, but they even boldly and stubbornly maintained that besides that, they still had much to claim. Having no evidence to properly convince them, for the pay ledgers, we must confess it ourselves, do not provide that, we were again forced this time, in the session of the 9th of this month, to authorize the Pay Bookkeeper to carry out the discharge as best as possible, and if necessary to pay these people as much as they stood in credit in the pay ledgers, as has since happened with an amount of 8896:1/18 rupees for 6 Sarangs, 3 Tandels, and 49 ordinary seamen. However, in order to be able to convince these people of their unreasonableness in the future, we request Your High Nobilities that in Batavia, before they return, they be questioned crew by crew as to how much wages they enjoyed during the time they were there, and what still remained due to them after deduction of the 5 months that were advanced to them here and 2 months that are issued annually for their account; and that the Sarang, or whoever is head of the crew, may not only sign the settlement that is made with them, but that each of them may also be handed a certificate indicating what they were found to be in credit at the settlement. Concerning the recruitment of new crew, we stated hereinabove, in answering Your High Nobilities' much esteemed letter, that we authorized and ordered the Pay Bookkeeper to take 200 men thereof into service. In the aforementioned Report of the Pay Bookkeeper, several abuses were pointed out which, in his view, exist in the old and hitherto followed method of recruitment, along with a demonstration of the means which he thought to be capable of helping the Company obtain better and more experienced sailors. Other business prevented us from being able properly to examine this Report in all its parts, and we therefore only note concerning it that, in consideration that it is indifferent to the Company of what caste or religion these seafaring people are, we immediately authorized the Pay Bookkeeper to put into practice the means proposed by him, as he should find best to achieve the objective of obtaining good crew. The Pay Bookkeeper acted accordingly, but he further declared at the meeting of the 14th of this month that, notwithstanding all the effort made by him, he was unable this time to procure crew for the ships. This has, however, succeeded since, but we have had a great deal of trouble merely to obtain as many people as are necessary for the manning of the ships. Before we even knew whether this would be possible, we granted passage to Batavia to 6 people, detailed in the accompanying name lists, who requested it, because we were in great fear that we might at times lack the necessary crew, and we accordingly consented to this only on the condition that they will also have to perform ship's work, as has also been made known in their authorization. The Indian Demand is being fulfilled, with the exception of the Tape kankeniassen broad fine, and broad ordinary, which could not be made ready, because these goods can only in several voyages
Dutch transcription
261 functie van kanonier is geoordeeld in staat te zijn. Hier door zijn de scheepen weeder voor¬ „zien. van de zoldij Boeken heeft op zijn plaats geen verslag kunnen worden gedaan om dat het Berigt van dies examinatie wat laat is te binnen gekoomen. Het zelve heeft zeederd gediend ter Vergaadering van den 30„e deeser. We merken daaruijt in deesen aan dat de te kwaad staande saldos van de Leeden van den Raad hun oorsprong hebben uijt diverse besluijten van belastin„ „gen. Dat den zoldaat Johan Bauman hier is aangekoomen met een belaste zoldij Reeke„ „ning, het geen hij nog niet geheel heeft kun„ „nen indienen. En dat het te quaad staan„ „de van den overleeden Geweldige Johan Christof Reune is voortgekoomen uijt zijn Begraavenis ongelden. En 134. En het geen de daarbij vermelde Mooren te kwaad staan, komt voort om dat dezelve bij hun overlijden dat te Batavia zijn schul„ „dig gebleeven, volgens de Reekeningen die daarvan ontfangen zijn, en waarvan de zoldij Boekhouder bij een Beriegt dat on„ „der de zoldij Papieren overgaat nader aan„ „wijsing doet. Moorse Zeevaarende Het afdanken der Moorse zeevaarende die met de scheepen Europa en Honkoop, zijn terug gekoomen, heeft ditmaal weederom zeer veel moeijte gemaakt. De Reeke„ „ningen deeser Menschen staan nietzeld„ „zaam bij de zoldij Boeken veel meer te vooren, dan men gelooven kan dat ze met der daad kunnen te goed hebben. We heb¬ „ben daarom volgens Resolutie van den 22=en 9ber: de zoldij Boekhouder, voor dat. 263 dat de afdanking geschiede, bij een berigt doen aanwijsen hoe veel een elk der terug gekeer„ de bij de zoldij Boeken te goed hadden, en op een daarvan ingediende Memorie, is denzel„ „ven voorts door de Directeur gelast, om dit Volk voor te houden hoe het niet mooge„ „lijk is dat ze groote Commen hebben kunnen te goed maaken, gemerkt aan Hun te Bata„ „via maandelijks 2/3. gedeelte van Hun„ De zoldij Boekhou„ „ne Gagie is betaald. „der heeft dit gedaan, dog volgens een door hem ingediend Berigt, dat in copij hier neevens geuat„ hebben voorsz: terug gekeerde moorse zeevaa„ „rende zig niet alleen niets willen laaten aftrekken dan het geen Hunne reekeningen bij de zoldij Boeken te vooren waaren maar ze hebben zelfs stouten stijffbe„ „weerd, dat ze booven dien nog veel te vorde„ Geen bewijsen hebben„ „ren hadden. „de om haar behoorlijk te kunnen overtuij „gen. 135. „gen, want de zoldij Boeken, we moeten hetzelvs bekennen, geeven dat niet aan de Hand, hebben we er nog ditmaal toe moeten koomen, om ter sessie van den 9„e deeser de zoldij Boek„ „houder te qualificeeren, van de afdanking te doen best moogelijk, en des noods aan dit volk te betaalen zoo veel ze bij de zoldij Boeken te vooren stonden, zoo als dat zeederd is geschied met een bedraagen van rop:s 8896:1/18. voor 6: Sarangs, 3: Tandels en 49: gemeene. Om egter in den aan„ „staande dit volk te kunnen overtuijgen van hunne onbillijkheijd, verzoeken we Uw Hoog Edelheeden, dat Hun te Bataiia voor dat ze terug gaan, ploegj voor ploed, maa worden afgevraagd hoe veel gagie ze genooten hebben geduurende dat ze daar zijn ge„ „weest, en watze nog te vooren zijn geblee„ „ven na aftrek der 5: maanden die Hun hier zijn verstrekt en 2: maanden die jaarlijks. 265 jaarlijks voor hunne Reekening worden uijt„ „gereijkt, en dat de Sarang of die het hoofd der ploeg is, de affreekening die met hun gehou„ „den word niet alleen mag teekenen, maar dat ook aan een elk hunner een bewijs mag worden ter hand gesteld, aanwijsende wat ze bij de afreekening zijn bevonden te vooren te staan. Noopens het aanwerven van nieuw volk, hebben we hier booven bij de Beantwoor„ „ding van Uw Hoog Edelheeden zeer g'eerde brieff, gezegd, dat we de zoldij Boekhouder hebben gequalificeerd en gelast om daarvan 200: Man in dienst te neemen. Bij het voorsz: Berigt van de zoldij Boekhou„ „der zijn aangeweesen verscheijde abuij„ „sen, die er, naar zijn inzien, zijn in de Oude en tot hier toe gevolgde wijse van aanneemen, met aantooning, der middelen, die Hij dagte bequaam te zijn. ƒ 136. zijn, om de Comp„e aan beetere en meer bevaare Andere beezig„ mattroosen te helpen. „heeden hebben ons verhinderd om dit Be„ „rigt in alle zijne deelen behoorlijk te kun„ „nen examineeren, en wij merken daarom noopens het zelve alleen aan, dat we uijt aanmerking dat het de Comp„e om het even is, van wat voor caste off Religie dit zee„ „vaarende volk zij, de zoldij Boekhouder daadelijk hebben gequalificeerd om de bij hem voorgestelde middelen te moogen te werk stellen, zoo als hij zoude bevinden, dat het oogmerk om aan goed volk te koo„ „men, het beste kan worden bereijkt. De Zolelij Boekhouder heeft dat in gevolge van dien gedaan, dog hij heeft ter ver„ „gaadering van den 14„e deeser nader verklaard, dat Hij niet teegenstaande alle de bij hem aangewende moeijte, ditmaal geen Volk voor de Scheepen kon„ „de. Dit is egter zeederde gelukt, „de bezorgen. dog we hebben heel veel werk gehad om maar alleen zoo veel volk te krijgen, als tot de be„ „manning van de scheepen noodig is. Voor dat we nog wisten of dit zoude moogelijk zijn, hebben we 6: menschen bij de neevens gaande naam lijsten breeder vermeld, die verzogten om passagie na Batavia dat toe„ „gestaan is, wijl we in groote bedugting waaren dat het ons aan het noodige volk zomtijds zoude ontbreeken, en we hebben mitsdien daarin alleen bewilligd op condi„ „tie datze het schips werk meede zullen moeten doen, zoo als dat ook bij Hunne Ordonnantie is bekend gesteld. Den Indischen Eijsch word vol¬ „daan uijtgenoomen de Tape kankenias„ „sen breede fijne, en breede ordinaire die niet hebben kunnen klaar koomen, om dat dit goed niet dan in verscheijde reijse kan
English
137. can be printed, and consequently requires more time to manufacture than other painted or printed goods. Also, of the 25 packages of broad ordinary Chintz, only 14 packages have arrived. Of the 50 packages of Cotton Patolas, 41 packages. And of the different sorts of silk Patolas: 456 pieces of 12 Asta 389 pieces of 9 Asta 339 pieces of 8 Asta 296 pieces of 7 Asta 573 pieces of 6 Asta On the demand for the following year, fully as many of the aforesaid sorts of goods have been requested as currently remain unfulfilled. We shall therefore apply this shortfall in reduction of that demand. If the demands for these articles continue to remain so large in the future, we very humbly request that the demands for them may be sent to us a year in advance, just as is done with the Chintz for the Netherlands, so that one will be in a position to send everything in good time. Now we must return once again to the repairs carried out on the revetment work. The Resolution taken concerning this on the 14th of this month was, as soon as it was extended, circulated among the Members in order to have it transcribed without delay. On that occasion, the Junior Merchant van Bijland handed over a paper to the Secretary, a copy of which is attached hereto. For the present, we consider the same sufficiently answered by our aforesaid detailed Resolution; nevertheless, in order to be able to report to Your High Nobilities with all the more certainty what we think we may hope regarding the effect of the aforesaid repairs carried out, the Director in person 138. with all the Members of the meeting went to inspect the work itself on the 30th of this month, and we summoned before us there the two ship captains van Es and Jevie, along with the Equipment Overseer Boelen, who, alongside the Members of the Meeting van der Sleijden and van Bijland, had been commissioned to inspect this work. Being here, we found that the purpose of our Resolution of the 18th of February has been fulfilled as completely as we think was possible. We found that on the large Bastion, which is the principal matter here, the hollow spaces between the old and new revetments, from the one to the other old front piles, have been properly filled, and that these fillings, notwithstanding that several spring tides have already passed over them, 139. have suffered nothing or nothing worthy of mention from it; and we therefore remain assured that they can be kept tight with little effort, for which purpose we shall assign the supervision expressly to someone, and so long as this is done, it is in our view hardly possible that the shipworms will be able to cause much further damage to the old piles and the old revetment. And it is concerning the small Bastion before the retaining wall of the House occupied by the Secunde that what Junior Merchant van Bijland says must be understood, namely that he measured the washed-out holes between the second and third row of piles. That the earth here, because that work lies lower, sometimes washes away from between the piles is a defect of the work itself and not of the repairs that we have now had carried out on it, and this must certainly be replenished as much as possible each time. Nor has this been somewhat neglected for any other reason than that hands are currently so full that one has work enough merely to get those things done that can brook no delay. We subsequently caused the aforesaid Captains and the Equipment Overseer to come into our Meeting, and have shown to them and the two Members who were commissioned alongside them some pieces of planks from the old revetment which were formerly extracted from there by the Equipment Overseer Boelen himself and which, by chance, had been preserved at the Secunde's. We asked the Commissioners whether, from this evidence, they did not think that it was high time to provide against the further eating away by the worms in the best possible manner, 140. which they acknowledged; and so that Your High Nobilities might be able to judge for yourselves, we send a couple of pieces of that wood herewith. The aforesaid Commissioners were further asked in the meeting whether, besides the precautions already taken against the eating away by the worms, they knew how to propose a better or more adequate means. They answered no to this, only the Junior Merchant van Bijland answered that he referred to the submitted Report in that regard. We know well that every Member of a Meeting is entirely at liberty to present his opinion as he understands it; yet we believe that this ought to occur with proper modesty. We also believe that it is then decent to point out distinctly wherein a meeting or the majority thereof has erred, and how the things over which there is disagreement could have been done better. On the 30th of this month, we spoke with the Company's Brokers concerning the sale, and we ceded to them diverse goods for the following prices, all on the condition that whenever the Company wishes to ship anything from these parcels for its own account, it reserves the liberty to take as much thereof as shall be necessary. per 100 pounds Gross: Net: Per Cent: 1000 Cannasters of powdered sugar for - - - - - ro/a 12: 1/48 r/a 1:½. 92: —. s=s 100 ditto Candy ditto . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16: —. 15: 1/24. 53:¼. s=s The Japanese copper - - - - - - - - - - - - - - - - 62: 39/48 60:— 180: 1/8 r=m The iron with the remainder that still lies in the Warehouses for . . . . . . . . . . . . . . 11:— 10:½. 27: 3/8. s=s The Elephants' Teeth for - - - - - - - - - - - - - 151:—. 144:1/48. 80:¼. r=m The Sappanwood for - - - - - - - - - - - - - - - - 7:½. 7: 1/6. 234: —: s=s The Red Lead for . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21: 1/12 20:1/24. 120:1/8. s=s 112.
Dutch transcription
137. kan worden affgedrukt, en mitsdien om het te vervaardigen meer tijd vorderd dan ander ge„ ook zijn van de „schilderd off gedrukt goed. 25. pakken Chitsen breede ordinaire alleen te binnen gekoomen 14: pakken. Van de 50: Pakken Cattoene Pathoolen 41: Pakken. En van de differente zoorten zijde Pathoolen. 456: p„s van 12: „ „ 9: 389: „ „ 8: Asta 339: „ „ 7: 296: 573: Op den Eijsch van het volgende jaar zijn ruijm zoo veel van de voorsz: zoor¬ „ten van goederen gevraagd, als er thans onvoldaan blijven. we zullen daarom dit te kort koomende doen strekken in min„ Indien bij voort„ „dering van dien Eijsch. „gang de Eijsschen van deese Artikelen zoo groot blijven, dan verzoeken we zeer needrig „ „ 6: 269 needrig dat ons de eijsschen daarvan een jaar vooruijt moogen worden gezonden, even zoo als zulks geschied met de Chitsen voor Needer„ „land, als wanneer men in staat zijn zal om alles in tijds te kunnen verzenden. Nu moeten we tot de reparatien gedaan aan het Saalwerk nog eens weederkeeren. De Resolutie den 14=e deeser daar over genoomen is zoo dra ze exextendeerd was, bij de Leeden rond geleesen om ze ten eersten te kunnen laaten afschrijven. Bij die geleegentheijd heeft de Onderkoopman van Bijland, aan de Secretaris overgegeeven een geschrift dat in Copij hier neevens gaat. We agter het zelve voor eerst genoeg beantwoord door voorsz: onse omstandige Resolutie dog om niet te min Uw Hoog Edelheeden net te meer zeeker„ „heijd te kunnen berigten wat we meenen te moogen hoopen, van het effect der voorsz: gedaane reparatien, is de Directeur in per„ „zoon 138. „zoon met alle de Leeden van de vergaadering op den 30„e deeser het werk zelve gaan bezigti„ „gen, en we hebben aldaar voor ons ontboo„ „den de twee schippers van Es, en Jevie met den Equipagie Opziender Boelen, die neevens de Leeden van de Vergaadering van der sleijden en van Bijland tot het opneemen van dit werk zijn gecommit„ Hier zijnde hebben we „teerd geweest. bevonden dat aan het oogmerk van onse Re„ „solutie van den 18„e Februarij zoo volkoo„ „men als wij denken dat dat heeft kunnen geschieden, is voldaan. We hebben be„ „vonden dat op het groote Bolwerk waarop het hier voornaamentlijk aankomt, tus„ „schen de Oude en nieuwe Beschoeijings behoorlijk gevuld zijn de holtens van de eene tot aan de andere oude voorpaalen, en dat deese vullings niet teegenstaande er reeds verscheijde Spring vloeden zijn over 139. over gegaan, daar van niets off niets naam „waardigs geleeden hebben, en we houden ons daarom verzeekerd dat die met kleijne moeijte kunnen worden digt gehouden, waartoe we het opzigt aan iemand expres zullen opdraagen en zoo lange dit geschied, is het naar onse gedagten niet wel mooegje„ „lijk dat de wormen de oude Taalen en de oude Beschoeijing, verder veel zullen kunnen beschaadigen, en het is van het kleijne Bolwerk voor de Beer van het Huijs dat bij de secunde bewoond word dat moet verstaan worden het geen de onder„ „koopman van Bijland zegd, dat Wij gepeijld heeft de uijtgespoelde gaaten tus„ „schen de tweede en derde reij paalen. Dat hier de Aarde, om dat dat werk laa„ „gerlegd, zomtijds van tusschen de paalen Wegspoeld, is een deffect van het werk zelfs en niet van de reparatien die we nu daar aan. 2 aan hebben laaten doen, en dit moet zee„ „kerlijk telkens zoo veel moogelijk worden aangevuld, ook is dit om geen andere reeden wat verzuijmd, dan om dat het thans zoo vol„ „handig is, dat men werk genoeg heeft om al„ „leen maar gedaan te krijgen die din„ „gen die geen uijtstel veelen kunnen. We hebben vervolgens de voorsz: Schippers en de Equipagie opziender in onse Vergaa„ „dering doen koomen, en hebben aan Hun en de twee Leeden die neevens Hun ge¬ „committeerd zijn geweest, vertoond eenige stukken planken van de oude Beschoeijing die Eertijds door den Equipagie Opziender Boelen zelve daar zijn uijtgehaald en die bij toeval bij de secunde zijn bewaard gebleeven. We hebben aan de Gecommit„ „teerdens gevraagd off ze uijt dit bewijs niet dagten dat het Hoog tijd geweest is om teegens het Verder invreeten der Wormen op de best moogelijke. 140. moogelijke Wijse te voorzien, het geen ze heb¬ „ben geavoueerd en op dat Uw Hoog Edelheeden zelve daar van zouden kunnen oordeelen, zenden wij een paar stukken van dat Hout hier neevens. De Voorsz: Gecom„ „mitteerdens zijn in de vergaadering wijders afgevraagd of ze buijten de reeds genoomene Voorzorgen teegens het invree„ „ten der wormen, een beeter off meer toereijkend middel wisten voor te stellen, ze hebben daarop geantwoord van neen, alleen heeft de Onderkoopman van Bijland geantwoord: dat Wij zig derwee„ „gen gedroeg aan het ingediende Rapport. Wij weeten wel dat het aan elk Lid van een Vergaadering volkoomen vrij staat om zijn gevoelen te moogen voorstellen zoo als wij dat verstaat, dog we meenen egter dat dit met behoorlijke bescheijdentheijd diend te geschieden, ook meenen wij dat het dan dan welvoeglijk is, om onderscheijdentlijk aante wijsen waarin een vergadering off de meerderheijd daarvan heeft gedwaald, en hoe de dingen waar over verschil is, beeter hadden kunnen worden gedaan. Den 30„e deeser hebben We: met'scomp:s Maakelaars gesprooken over den verkoop en We hebben aan Hun affgestaan diverse goederen voor de na„ „volgende prijsen alles onderbeding, dat wanneer de Comp:e voor haar eijgen reekening uijt deese partijen iets verzenden wil, waar d: de vrijheijd voor zig behoud om daarvan te nee„ „men zoo veel als zal noodig, zijn. de 100: - ponden Pr Ctos Ruuw zuijver P=rCto 1000: Cann=s soeder suijker voor - - - - - ro/a 12: 1/48 r/a 1:½. 92: —. s=s 100: _„o Candij _„o „. . . . . . „ 16: —. „ 15: 1/24. 53:¼. „ Het japans kooper - - - - - - - „ 62: 39/48: „ 60:—: 180: 1/8: r=m Het ijzer met het Restand daet nog in de Pakhuijsen legd voor. . . „ 11:—„ 10:½. 27: 3/8. s=s 6 De Eliphants Tanden voor - - - - „151:—. „ 144:1/48. 80:¼. r=m v0or. - - „ 7:½. „ 7: 1/6. 234: —: s=s Het Sappanhout „ 21: 1½2„ 2:1/24. 120:1/8. „ De Menij. . . . . . . voor 112.
English
2 275 141. We have taken into consideration to purchase the sugar from the ship's officers this time on account of the Company from them, but as the price they asked of us seemed too high, we refrained from it. They have, as we are informed, since sold their powdered sugar for 14: rop:s the Picol, provided that they bear all the charges, which amount to about one rupee per Picol. The findings on the delivered cargo of the ship Europa served at the meeting of the 30th of this month. The same is transmitted under the annexes, together with the extract from our aforesaid resolution and our dispositions placed in the margin, and we request permission to be allowed to abide by them with regard to the permitted shortfalls. We therefore only note therefrom that the cloves are somewhat damp, and that a shortfall of one per cent has nevertheless occurred, which we have had written off because, according to Your High Excellencies' order, one per cent of ship's shortfall in weight may be validated. Since the ships arrived very late this time, we first took in hand the ship Europa, which was destined by Your High Excellencies to convey the homeland and Cape goods to Ceylon, and when we had progressed as far with it as was necessary to allow that ship to depart at the usual time, we had Honkoop started upon: the ship Europa was thereby ready early enough to return on time, but the Moorish seafarers—the procurement of whom, merely to complete the necessary complement on the ships, has this time cost us uncommonly much trouble—could only, and even then only partially, be sent on board on the 27 7 142. 1st of January, and Europa could on this account not depart before the 3rd following at the latest. The Master Attendant and the Equipment Overseer Boelen, who were sent on board by us to investigate when the ship Honkoop could be ready to sail, reported to us that it could be in a state to take over the Indian return goods on the 4th or at the latest on the 5th, and that it could consequently depart together with Europa on the 6th; and since we are reliably informed that the Maratha fleet, as it is said, fitted out stronger than usual, is cruising between Geria and Bombay, we thought that it was therefore best to detain Europa for as long as was necessary to be able to dispatch Honkoop together with it, pursuant to Your High Excellencies' honored order. We have the more readily come to this decision 143 decision because, although the ships' crews have indeed been completed with Moors, these people are for the most part still inexperienced in ship's work, and if one counts the Europeans who are needed at the guns in case of defense, few remain for navigating the ship. We hope that Europa will nevertheless be able to arrive in Ceylon in good time, since the return ships rarely depart from Gale before the 5th or 6th of February, and we trust that Your High Excellencies, for the reasons alleged here above, will favorably approve this decision of ours. We shall have the honor of reporting on the delivered cargo of Honkoop in a follow-up letter. The chief surgeons of the ships have requested from us the necessary medicines for the Moors who are now going over, because they were not supplied for them. We therefore had the necessary quantity thereof delivered to them for 50 Moors on each ship. The cargoes of both ships consist of the following, namely: In Europa For the Fatherland 223 packages, various linens . . . ƒ 132,345:12:8 170 bales of cotton yarn - - - - ƒ 19,020: 9:8 ƒ 151,366: 2:— For Cape of Good Hope For Ceylon 4 packages of blankets lb. - . . . . . . ƒ 636: 10:— 1 small chest with gold soesjes and allegias - - - - - - ƒ 1,189: 4:— 1 box of gold and silver ribbon - - ƒ 79: 8: 8 200 bottles of rose water - - - - - ƒ 530: 8: — 1 roll of gilded paper . . . - ƒ 190: 4: — ƒ 2,625:14: 8 ƒ 68,362:2:— 63 packages of various linens - - - - - - - - - . . ƒ 14,370: 5: 8 ƒ PS: The cargo of Honkoop was not completed in time to be entered here. It is therefore sent in a separate packet to Your High Excellencies. 144. 28 We have the honor to be with the greatest respect, [below stood:] High Noble, Grand Honorable, Ruling Lords and Right Noble Gentlemen, [lower:] Your High Excellencies' most humble and most obedient servants. [was signed:] W: J: van de Graaf, A: J: Sluijsken, Js. van der Sleijden, Corns. van Citters Aarws. zoon, Cn. Weijdeman, P. Ns. Wiardi, and W: W: G: van Bijland. [in the margin:] Surat, the 31st of December Anno 1779. Agreed, Br. Js. C: A: Wiardi P 37 ec Incoming English Letters from the 1st of January to the 22nd of October Anno 1779. 283 Translated missive dated Surat the 1st of January 1779 and written by Mr. R: H: Boddam, Governor of the Mughal's Castle and Fleet here, to Willem Jacob van de Graaff, Esq., Director on behalf of the Noble Dutch East India Company in Surat, received that same evening. Gentlemen, Having learned from letters from the Surat Roads, by one of the commanders on the Honorable Company's ships employed for the protection of trade, that one Abraham Green, who deserted from his small vessel some time ago, is at the moment staying on board one of your ships in the Roads, and that he sent an officer on board the said ship—not the commanding officer—to demand him, and received in reply that he could not be
Dutch transcription
2 275 141. we hebben in overweeging genoomen om de suijker van de scheeps vrinden ditmaal voor reekening van de Comp„e van Hun te koopen, doeg wijl de prijs die ze ons daarvoor vroegen ons te Hoog voorkwam hebben we daarvan afgezien. ze hebben, zoo we geinformeerd zijn zeederd hun„ „ne Poeder suijker voor 14: rop:s de Picol, mits houdende tot hunne lasten alle de ongelden die om¬ „trend een kopij per Picol bedraagen. De Bevinding op de uijtgeleeverde Laa„ „ding van het schip Europa heeft gediend ter Vergaadering van den 30„e deeser. Dezelve gaat met het Extract uijt voorszz: onse Reso„ „lutie en onse dispositien in Margine gesteld onder de Bijlaagen over, en we verzoeken ver„ „loff ons ten aanzien van de gepermitteerde minderheeden ons daaraan te moogen ge„ „draagen. We merken dus daaruijt al„ „leen aan, dat de Nagelen wat klam zijn, en dat daarop egter nog een minuigt is ge„ „vallen. „vallen van een p:r Cent, het geen we hebben laaten afschrijven, om dat er volgens Uw Hoog Edelheedens ordre Een p„r Cento scheeps minwigt mag wor„ „den gevalideerd. Wijl de scheepen ditmaal zeer laat ge„ „koomen zijn, hebben we het schip Europa, dat door uw Hoog Edelheeden bestemd is tot het overbrengen der Vaderlandse en caabse goederen na Ceijlon, het eerst doen onderhanden neemen, en doen we daarmeede zoo verre gevorderd waa„ „ren als noodig was, om dat schip ter gewoo„ „ner tijd te kunnen laaten vertrekken, hebben we laaten beginnen met Honkoop: Het schip Europa is hier door vroeg genoeg klaar geweest om op zijn tijd te kunnen terug keeren, dog de moorse zeevaarende, waar van ons het bezorgen, alleen tot completeering van de noodi„ „ge manschappen op de scheepen, ditmaal . buijten gemeen veel moeijte gekost heeft, heeft eerst, en dat nog maar gedeeltelijk, den 27 7 142. 1„ Januarij kunnen worden na Boord gezonden, en Europa kon hierom niet vertrekken voor uijterlijk den 3„e daaraan. . De Schipper serie en den Equipagie op ziender Boelen die door ons na Boord gezonden zijn, om te onderzoeken wanneer het schip Honkoop konde klaar zijn om te zeijlen, hebben ons Berigt dat het den 4„e off uijterlijk den 5„e in staat konde zijn om de Jndiase Rethouren over te neemen, en dat het mits dien met Europa te zaamen den 6„e zoude kunnen vertrek„ „ken, en wijl we in het zeekere berigt zijn Marratze Vloot, zoo men zegd, ster„ „ker dan na gewoonte uijtgerust tusschen Geria en Bombaij kruijst, hebben we ge„ „dagt, dat het mitsdien best was om Eudropa nog zoo lange op te houden als noodig was om Honkoop ingevolge Uw Hoog Edelhee„ „den geëerde Ordre daarmeede gelijk te kunnen we zijn temeer tot dit be„ verzenden. „sluijt 143 „sluijt getreeden om dat schoon wel de beman„ „ning der scheepen met Mooren is gecomple„ „teerd, dit volk meestendeels nog onbedreeven is in het scheeps werk, en dat als men reekend de Europeesen die in kas van deffensie noodig zijn bij het geschut, er weijnig overschieten tot scheeps bestier. We koopen dat Edropa des niet te min tijdig genoeg op ceijlon zal kun„ „nen zijn, wijl dog de retour scheepen zeld„ „zaam voor den 5„e off 6„e Februarij van Gale vertrekken, en we vertrouwen dat UWw Hoog Edel„ „heeden om de hier Voorwaards geallegeerde reedenen, dit ons besluijt gunstig zullen goedkeuren, van de uijtgeleeverde Laading van Honkoop zullen we de eer hebben bij een nabrieffje versleeg te doen. De Oppermeesters der Scheepen hebben ons verzogt om de noodige medi„ „cijnen voor de mooren die thans overgaan„ om. 79 2 om dat ze daarvoor niet waaren verstrekt. We hebben daarom aan hun het noodige daarvan laaten afgeeven voor 50: Mooren op elk Schip. De Laadingen der beijde schee„ „pen bestaan in het volgende; als: In Europa Pro Patria 223. Pakken, diverse Leijwaaten. . . . ƒ 132345:12:8. 170: Baalen Cattoene gaaren - - - - „ 19020: 9:8 ƒ151366: 2:—. Voor Cabo de goede Hlipp voor Ceijlon 4: Pakken Deekens lb. - . . . . . . 636: 10:—: 1: kasje met goude Soesjes en Allegiassen - - - - - - „ 1189: 4:-. 1: Doos Goud en zilver Lint - - „ 79: 8: 8: 200: Bottels Roose Waater. - - - - - „ 530: 8: — 1: kooken Verguld Papier . . . - „ 190: 4: —„ 2625:14: 8 ƒ68362:2:—. 63. Pakken diverse Leijwaaten - - - - - - - - - . . „ 14370: 5: 8. ƒ. B3: de Lading van Houkoop is niet tijdig genoeg volbragt om hier te kunnen worden ingeschreven. ze gech dus in een apart Parquet aan Hunne Hoog Edelheedens. 144. 28 Wij hebben d' Eer met de meeste Eerbied te zijn. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbar„ „re Wijd gebiedende Heere En WelEdele Heeren /:laager:/ uw Hoog Edelheedens zeer onderdaa„ „nige en zeer Gehoorzaame Dienaaren. /:was geteekend:/ W: J: van de Graaf, A: J: Sluijsten, J„s van der sleijden, Corn„s van Citters Aarw:s Joon„ C=n Weijdeman, P„ N=s Wiardi, en W: W: G: van Bijland. /:in margine:/ Souratta den 31=e December A„o 1779:—. Accordeerd Br Js C: A: Wiardi P 37 ec Aankoomende Engelsche Brieven Zeedert den 1e: Januarij tot den 22:e october Ao 1779. 283 Translaat missive gedateerd suratte den 1:e januarij 1779. en geschreeven door de Heer R: H: Boddam Gou„ „verneur van 's Mogols Casteel en vloot; alhier, Aan Willem Ja„ „cob van de Graaff Schildknaap Directeur van weegens de Edele Neederlandsche Oost indische Maatschapije te suratte„ ontfangen dien selvden avond, Mijne Heeren Vernoomen hebbende uijt brieven van de surattze Reede, door een der gezagvoerders op 's Edele Comp:s scheepen, g'emploijeerd tot de be„ „scherming des Handels, dat eenen Abraham Green, die eenigen tijd geleeden van sijn Scheep¬ „je gedeserteerd is, zig op't moment is ophou„ „dende aan boord van een uwer scheepen ter Reede, en dat hij een officier aan boord van vermeld schip heeft gesonden, /: niet den gesag voerende Officier:/ om hem te vorderen, en in antwoord heeft erlangt, dat hij niet kon worden
English
be surrendered, without expense to the Skipper or the Factory at Suratte. I am therefore requesting that Your Honors be pleased to give orders that this Abraham Green be delivered at once to an officer whom I shall dispatch to the roads as soon as I am favored with an answer from Your Honor; as he is employed in the Mughal fleet for the protection of trade at Suratte. I have the honor to remain, below: Honorable, Respected, and Stern Sir, lower: Your Honor's humble and obedient Servant, was signed: R. H. Boddam. Translation of an English letter written by Rawson Hart Boddam Esquire, Chief on behalf of the Honorable English Company and Governor of the Mughal Castle and fleet, together with the Council, to Willem Jacob van de Graaff Esquire, Director on behalf of the affairs of the Honorable Dutch East India Company, together with the Council at Suratte, written the 18th of January 1779 and received here the 19th ditto by the commissioned Councilors Morley and Seton. Gentlemen, We have been honored with Your Honors' letter of the 13th instant. Before we answer it fully, we must request that Your Honors be pleased to inform us what kind of tanks or water cisterns Your Honors already have in the shipyard, with their specific dimensions and locations, so that we may in some measure judge the necessity of those which Your Honors now desire to build. We cannot omit to observe that Your Honors recently had permission to improve and enlarge two tanks, or water cisterns, next to the wells in Your Honors' shipyard to serve the same purpose for which Your Honors now request permission to construct new ones; namely, water cisterns as a security against fire. We shall at all times be especially happy to provide Your Honors with every convenience within our power, but before we can with any possibility grant Your Honors' present request, we must ask, Gentlemen, that Your Honors, following customary practice, be pleased to furnish us with plans showing the dimensions and location of the two tanks, or water cisterns, which Your Honors wish to build. With respect to the repairs to the place where Your Honors store your gunpowder, we shall send the necessary personnel to inspect what is required. We are with the utmost respect, below: Gentlemen, lower: Your Honors' very humble and obedient Servants, was signed: R. H. Boddam, Thomas Day, C. Bourchier, J. Morley, Daniel Crokatt, D. Seton, Samuel Gambier. In the margin was written: Suratta the 18th January, 1779. Even lower: for the translation, was signed: Cornelis van Citters Aarnoutsz. Translation of an English letter written by Rawson Hart Boddam Esquire, Chief on behalf of the Honorable English East India Company and Governor of the Mughal Castle and fleet, together with the Council, to Willem Jacob van de Graaff Esquire, Director on behalf of the Honorable Dutch East India Company, together with the Council at Souratta, dated Surati the 27th of January 1779, and received here the 28th ditto by the commissioned Councilors Bourchier and Gambier. Gentlemen, We have received Your Honors' favored letter of the 22nd instant, but as Your Honors have neglected to send us the required plan of the water cisterns for the construction of which Your Honors have requested our permission, which we particularly desired to receive and without which we cannot possibly pass any judgment regarding the solidity of the masonry that Your Honors desire to construct on your shipyard, it is completely beyond our power to give Your Honors a decisive answer to your request. We are with the utmost respect, below: Gentlemen, lower: Your Honors' humble and Obedient Servants, was signed: R. H. Boddam, C. Bourchier, J. Morley, Daniel Crokatt, D. Seton, and Samuel Gambier. In the margin: Souratte the 27th of January 1779. Even lower: for the translation, was signed: Cornelis van Citters Aarnoutsz. Translation of an English letter dated Suratta the 9th of February 1779, written by Rawson Hart Boddam Esquire, Chief on behalf of the Honorable English East India Company, as well as Governor of the Mughal Castle and fleet, together with the Council, to Willem Jacob van de Graaff Esquire, Director on behalf of the Honorable Dutch East India Company, together with the Council at Suratta, received the 11th of February 1779 by the Commissioned Councilors Crokatt and Seton. Gentlemen, In consideration of the friendly relations that have long existed between our two Factories, in a matter in which Your Honors' safety and the interests of the Honorable Dutch East India Company are so deeply concerned, we find it proper to communicate to Your Honors the reports we recently received regarding an atrocious conspiracy forged between Mr. Anquetil, former French Consul at this place, the Chevalier St. Lubin, former French Resident at Poonah, currently at Daman, certain Maratha generals, and several of the Nawab's jemadars (the latter of whom have not yet been discovered), to introduce by treason at night a large corps of Maratha troops into this city, set fire to the city in several places, murder the English
Dutch transcription
worden overgegeeven, buijten last van den Schipper ofte de Factorij te suratte. Ben ik dierhalven versoekende, dat uwel Edeles ordres gelieve te gee¬ „dien „ven, dat ^ Abraham Green, ten eersten aan een officier, die ik zoo ras met een antwoord van UwE: zal begunstigd zijn, nae de reede sal depechee„ „ren, worde terhand gesteld; als sijnde g'emploi eerd in de Mogolse vloot, ter protectie van den Handel te suratte. Ik heb d' eer te verblijven /:onderstond:/ WelEdele Agtbaare Gestrenge Heer /:laager:/ uwel Edele Agtbaare gestrengens ootmoedige en gehoorsaame Dienaar /:was geteekend:/ R: H: Boddam. Translaat Engelse Missive ge„ schreeven door den Heer Raie¬ son Hart Boddam schild„ knaap Chef van weegens d' Edele Engelse Comp: en Gou¬ „verneur van 's mogols Casteel en vloot; beneevens den Raad 285 Raad; Aan den Heer Willem Jacob van de Graaff schild„ „knaap: Directeur van wee„ „gens de saaken der Edele Nee„ „derlandsche oost jndische Com„ „pagnie beneevens den Raad; te suratte geschreeven den 18:e januarij 1779. en alhier ontfan„ „gen den 19:e dito door de gecom„ „mitteerde Raadsleeden Morleij en Seton; Mijne Heeren. Wij sijn verherd geworden met uwel Ed=ns brief van den 13:e deeser, alvoorens wij deselve ten vollen b'antwoorden, moeten wij versoeken dat uwel Edelens ons gelieven t' onderregten wat voor Tangen waaterbakken uwel Edelens bereets op de werf hebben, met haare bijsondere maaten en geleegentheeden op dat wij eeni„ „germaate kunnen oordeelen noopens de noodzaakelijkheijd van die geene dewel„ „ke uwel Edelens thans begeeren te bouwen Wij Wij Wij kunnen niet voorbij t' observeeren dat uwel Edelens kortelings Permissie hebben ge¬ „had tot 't verbeeteren en vergrooten van twee Tangen /: waaterbakken :/ naast aan de Putten op uwel Edelens werff om te dienen tot 't selfde oogmerk voor 't welke Uwel¬ „Edelens thans versoeken dat mag toege„ „staan worden nieuwe aantemaaken; naamentlijk waaterbakken, als een see„ „kerheijd teegens brandt. Wij sullen ten allen tijde bijsonder geluk „heijd kig Sijn om Uwel Edelens alle gerieffelijk die in ons vermoogen is te besorgen dog alvoorens wij met eenige moogelijkheijd uwel Edelens teegenwoordig versoek kunnen toestaan, mae¬ ten wij versoeken Mijne Heeren dat uwel Edelen ingevolge 't gewoonelijke gebruijk ons gelie¬ „ven te verleren met Elans aantoonende de maaten en geleegentheijd van de twee Tangen /:waaterbakken:/ die uwel Edelens be„ „geeren te bouwen. Ten op sigte van de verhelpingen aan de plaats daar Uwel Edelens haar busch „kruijdt bewaaren sullen wij 't vereijschte volk 287 volk senden ter naspeuring welke 'er noodsaake„ „lijk sijn. Wij sijn met de volmaakste agting /:onder„ „stond:/ Mijne Heeren /:laager:/ uwelEdelens e seer onderdaanige en gehoorsaame Dienaaren /: was geteekend:/ R: H: Boddam, Thomas Daij, C: Bourchier, J: Morleij, Daniel Crokalt. D: Seton, sam:l gambier. /: in margine stond:/ suratta den 18:' Januarij, 1779 /: nog laager:/ voor de vertaaling /: was geteekend. /. Corns van Citters aarntz. Translaat Engelse Missive geschree„ „ven door den Heer Rawson Harte Boddam schildknaap Chef van weegens de Edele Engelse Oost indische Compagnie en Gouver¬ „neur van 's mogols Casteel en vloot beneevens den Raad; Aan d' Heer Willem Jacob van de Graaff schildknaap Directeur van weegens d' Edele Neederlandsche oost indische Compagnie Compagnie beneevens den Ra# te souratta, gedagteekend surati den 27:e Januarij 1779. en alhier ontfangen den 28:e dito door gecommitteerde Raadsleede Bourchier en Gambier Mijne Heeren wij hebben ontfangen uwel Edelens g'eerde van den 22:e deeser, dog alsoo Uwel Edelens heb naegelaaten ons toete senden 't vereijschte Plan van de waaterbakken tot welkers op „bouw uw Ed:ns onse permissie versogt hebb 't welk wij in 't bijsonder hebben verlangt d ons mogte geworden en buijten 't welke met geene moogelijkheijd eenig oordeel kunnen vellen met betrekking tot de soli¬ „diteijt van 't metselwerk dat uwel Edelens begeeren op derselver werff te maaken, 't volstrekt buijten ons vermoogen uwelEd op derselver versoek een beslussend antw te geeven. Wij sijn met de volmaakste agting /:onderston 289 /:onderstond:/ Mijne Heeren /:laager:/ Uwel Ed=ns onderdaanige en Gehoorsaame Dienaaren /:was geteekend:/ R: H: Boddam, C: Bourehier, J: Morley, Daniel Crokatt, D: Seton en Samt. „gambier - /:In margine:/ souratte den 27:e Januarij 1779. /:noglaager:/ voor de vertaaling /:was geteekend:/ Corn:s van Citters aarntsz: TTranslaat Engelse Missive gedateerd suratta den 9:en februarij 1779, geschree „ven door de Heer Rawson Wart Boddam schildknaap Chef van weegens d' Edele Engelse Oost jndische Compagnie; Mitsga¬ „ders Gouverneur van 's mogols Casteel en vloot beneevens den Raad; Aan den Heer Willem Jacob van de Graaff Schild¬ knaap Directeur van weegens d' Edele Neederlandsche Oost indische Compagnie benee¬ vens den Raad; te suratta, ontfangen den 11:e Februarij 1779 ƒ Mijne Heeren. Úijt aanmerking van den vriendelijken omgang die 'er seedert lang tusschen onse twee Factorijen heeft standt gehad, vinden in een saak waar in Uw Ed wij 't gevoeglijk veijligheijd en 't belang van de Edelen Needer¬ „landsche Oost indische Comp: soo diep sijn be„ „trokken uwel Edelens te communiceeren de be„ „rigten die wij onlangs hebben ontfangen noo„ „pens een gruwelijke saamensweering ge„ „smeedt tusschen D' Heer Anquetil geweese franse Consul ter deeser Plaats De Cheralier St. Lubim geweese franse resident te Poonah thans te Daman, sommige Marettase ge¬ „nehaals en verscheijde van 's Nawabs Jammad„ „daers (:welke laaste tot nog toe niet ondekt zijn om bij nagte door verraad een groot Corps Marretse troupes binnen deese stad inte „voeren, de stad op verscheijde Plaatsen in brandt te steeken, d'Engelschen te vermoo 1779. door de Gecommitteerde Raadsleeden Crokatt en Seton. „den
English
291 to murder some of Your Honours, Gentlemen, and the Nawab; to cause a general massacre of the natives and subsequently to plunder the city, as well as, if possible, to surprise the Castle. Although we cannot believe that so cruel and inhuman a conspiracy in its entire extent could enter the mind of any European, it is nevertheless impossible for us, for several reasons, to suppose that the reports we have received should be entirely without foundation. Being exceedingly desirous to arrive at the truth of this matter, we request, Gentlemen, that Your Honours will be so good as to communicate to us all information which it may be in Your Honours' power to obtain concerning this conspiracy. We are with the most perfect high esteem, below stood, Gentlemen, lower, Your Honours' humble and obedient servants. Servants, was signed, R: H: Boddam, Thomas Day, C: Bourchier, J: Morley, Daniel Crokatt, D: Seton, Sam:l Gambier. In the margin, Surat the 9th February 1779. Still lower, for the translation, was signed, Corn:s van Citters Aarnoutsz. Translation of an English letter received the 13th February 1779, written by Mr. Rawson Hart Boddam Esquire, Chief on behalf of the Honourable English East India Company as well as Governor of the Mogul's Castle and Fleet, together with the Council; to Mr. Willem Jacob van de Graaff, Director on behalf of the Honourable Dutch East India Company at Surat, together with the Council; dated 293 dated Surat the 12th February 1779. Gentlemen! We have received Your Honours' letter of the 5th instant. We are exceedingly surprised that Your Honours should raise so many doubts regarding what is meant by solidity of masonry, since this expression is by no means ambiguous nor profound. If Your Honours in the first instance, pursuant to our request, had thought proper to furnish us with a plan, it would have spared Your Honours the trouble of writing two long letters; but instead of a plan Your Honours have sent a description defective in one of the principal particulars, and yet seem displeased that notice should be taken of so essential an omission. The right of superintendence and inspection over Your Honours' works at your wharf would be entirely trifling if we were not informed of every particular of all that is built by Your Honours, and especially much more where thick walls are required as in the present case. But Your Honours seem inclined to forget the authority of the Governor of the Mogul's Castle, if we may judge of Your Honours' sentiments from the style of your letter. It is impossible for us, even if we could pass over the impropriety of style, to admit the extraordinary excuse why Your Honours have sent no plan; for if the tanks were such trifling structures as Your Honours now represent, Your Honours' own master mason was surely capable of making a proportionate plan of them; and although our predecessors might not have demanded plans, which however we do not admit, we little expected that Your Honours would have cited as one of your privileges their indulgence in granting favours. The nature of such a pretension on Your Honours' part demonstrates the 295 necessity of vigilant conduct on our part. Nevertheless, to convince Your Honours that we are still ready to do everything in our power to oblige Your Honours, we will send our engineer to Your Honours' wharf to make the plan which we require, and we shall at the same time appoint a committee to inspect the repairs to Your Honours' powder magazine and other works as well as the construction of the tanks, to which we shall give our full consent if the plan of our engineer agrees with Your Honours' description. Pursuant to the representation made by Your Honours to us that the Nawab had demanded from Your Honours the sum of 1072 rupees on account of our Honourable Company, and your request made to us to inform Your Honours what we knew relative thereto, we now inform Your Honours that Babool Metha is the person who is employed to collect the customs duties, and that he reported to the Darogha of the custom house that Your Honours owed the balance of an account arising from customs duties, of which he had credited our entire share, not expecting to meet with any difficulties on Your Honours' part in the recovery of the same; but when Your Honours raised objections to the payment, Babool Metha complained to the Darogha of the custom house, who thereupon applied to the Nawab, pursuant to which the Nawab demanded the same from Your Honours. As we have for some time past made a very strict inquiry into the nature of the hindrances which Your Honours have met with in the exportation of your merchandise, which Your Honours stated in your letter of the 5th October last, it is now necessary that we see Your Honours' original Firmans, wherein Your Honours represent that the Honourable Dutch East India Company has the right to transport its goods throughout the entire Mogul empire if they
Dutch transcription
291 vermoorden, sommige van uwel Edelens, Mijne Heeren, ende Nawab; om een algemeen bloedbad: van den Inlander aan te regten en vervolgens de stad te plunderen, soo wel (:indien Casteel t' moogelijk:/ 't overrompelen. Alhoewel wij niet kunnen gelooven dat soo een wreedt en onmenschelijke saa¬ „mensweering in sijne geheele uijt gestrekt„ „heijdt in de gedagten van Eenig Europees soude kunnen opkoomen, is 't alegter voor ons om verscheijde reedenen onmoogelijk te veronderstellen dat de berigten die wij ontfan„ „gen hebben ten eenemaale sonder grond sou„ „den sijn. Ten uijtersten verlangende sijnde om agter de waarheijdt van deese saak te koomen, versoeken wij, Mijne Heeren, dat uwel Edelens soo goed willen sijn ons alle berigten die 't in uw Ed:=ns vermoogens sal sijn terlangen deese saamens weering betreffende meede te deelen Wij syn met de volmaakste Hoog agting /:onderstond:/ Mijne Heeren /:laager:/ uwelEdns. onderdaanige en gehoorsaame Die¬ naeren Dienaaren /:was geteekend:/ R: H: Boddan Thomas Daij, C: Bourchier, J: Morleij, Da„ „niel Crokats, D: Seton, Sam:l Gambier, /:in margine:/ suratte den 9:e Februarij 1779. /:nog laager:/ voor de vertaaling /:was geteekend:/ Corn:s van Citters aarntz: Translaat Engelse Missive ont„ „fangen den 13:e Februarij 1779. geschreeven door d' Heer Rawo¬ son Hart Boddam Schild¬ knaap Chef van weegens d' Edele Engelse Oost indische Compagnie mitsgaaders gou „verneur van 's mogols Casteel en Vloot beneevens den Raad; aan d' Heer Willem Jacob van de Graaff directeur van weeges d' Edele Neederlandsche Oost Jndische Compagnie te suratta beneevens den Raad; gedateerd 293 Mijne Heeren! Wij hebben ontfangen uwel Edelens brief van den 5e: deeser wij sijn ten uijtersten verwondert dat uwel Edelens soo veele twijffelingen souden voorstellen in 't geene gemeent is door soliditeijt van 't Metselwerk, de¬ „wijl deese uijtdrukking geensints dubbelsinnig nog diep sinnig is - - Indien uwel Edelens in den eer„ „sten: ingevolge ons versoek hadden goedgevon„ „den om ons met een Plan te voorsien, soude sulks uwel Edelens de moeijte gespaart hebben om twee groote brieven te schrijven; dog in steede van een Plan hebben uwel Edelens eene beschrijving gesonden gebreklijk in een van de voornaamste omstandigheeden, en schijnen dan nog mis„ „noegt te sijn dat van soo een hoofdsaakelijk versuijm eenige kennis soude worde genoomen. Het regt van opsigt en nasigt over uwel Edelens werken op derselver werff soude ten eenemaale beuselagtig sijn indien wij niet wierden onder¬ gedateerd Curatta den 12:e Febru„ „arij 1779. „regt onderregt van iedere bijsonderheijd van al 't geen door uwel Ed:=ns gebouwt word, en insonderheijd veel meer waar dikke Muuren benoodigt sijn soo als in het in 't teegenwoordige geval. - dog Uw Ed schijnen geneijgt 't gesag van den Gouverneur van 's mogols Casteel te vergeeten, indien wij uijt den stijl van uwel Edelens brief over derselver gevoelen moogen oordeelen. Het is ons onmoogelijk al konden wijd' oneijgentheijd van stijl voorbij gaan„ om 't buijtengewoone Excuus waarom uwel Edelens geen Plan hebben gezonden plaats te geeven; want indien de Fangen sulke beuselagtige gebouwen waaren als Uwel Ed le thans voorstellen, soo was uwel Edelens eijgen Meester metselaar seekerlijk in staat om van deselve een gelijk maatig Plan te maake en alhoewel onse Predesecesseurs geen Plans mogten hebben gevraagt, /: 't geene wij egter niet toestemmen:/ waaren wij weijnig ver„ „wagtende dat uwel Edelens als een van der„ zelver Privilegien souden hebben aangehaald haare toegeevendheijd in 't bewijsen van gunsten. - De eijgenschap van sulk eene Pre„ „tentsie van uwel Edelens kant, toont aan de 295 de noodsaakelijkheijd van een waaksaam gedrag. van onse kant; alegter om Uwel Edelens te overtuijgen dat wij nog gereed sijn om alles te doen wat in ons vermoogen is om uwel Edelens te verpligten, sullen wij onsen ingenieur na uwel Edelens werf senden om 't Plan te maa„m „ken dat wij Eijsschen, en sullen ten selven tijde een Committé benoemen om 't opsigt te hebben over de verhelpingen aan Uwel Ed:=ns kruijd Magasijn en andre werken soo wel als 't maaken van de Tangen waar toe wij ons vollen consent sullen geeven in dien 't Plan van on„ vif „sen ingenieur overeenkomstig is met uwel„ „Edelens beschrijving. In gevolge de door Uwel Edelens aan ons gedua¬ „ne vertooning dat de Nawab van uwel Edelens hadde gevraagt de somma van 1072 rop:s voor reekening van onse Edele Compagnie en dersel„ „ver aan ons gedaan versoek om uwel Edelens t' informeeren wat wij betrekkelijk daar toe wisten. bedeelen wij uwel Edelens thans dat Babool Metha den geenen is die gebruijkt word om de Thols geregtigheeden in te vord'ren, en dat denselven aan den Deroga van 't thol „huijs tholhuijs heeft aangegeeven dat uwel Edelens 't saldo eener reekening schuldig waaren, spruijtende uijt thols geregtigheeden, waar van hij ons geheel aandeel had ten goede ge¬ „bragt, niet verwagtende van uwel Edelens kant eenige swaarigheiden t' ontmoeten ter weederkhij „ging van 't selve, dog wanneer Uwel Edelens teegenwerpingen maakte ter betaaling, heeft Babool Metha aan den Deroga van 't tholhui geklaagt, die daar over sig bij den Nawab heeft vervoegt, ingevolge van't welke den Ma „wal sulks van Uwel Edelens heeft gevraagt. Alsoo wij seedert eenige tijd een seer naa „keurig ondersoek hebben gedaan in den aardt van de verhinderingen die UwelEde ontmoet hebben in den uijtvoer haarer koopmanschappen die Uwel Edelens bij den selver brief van den 5e: october Laastl=n. op „geeven is 't thans noodsaakelijk dat wij uwel „Edelens origineele Tirmans sion /:waardij „uwelEdelens vertoonen dat de Edele „ Neederlandsche oost indische Compagnie „'t regt heeft om haare goederen door 't „geheele Mogolse rijk te vervoeren indie se
English
297 they have paid the duty of 2½ Per Cento upon import without being obliged to pay any further duties for it: in order that we may form an impartial judgment of the nature of the Privileges which Your Honours presently claim - and to prevent Your Honours having any further trouble in showing their Phirmans we request Your Honours in the most friendly manner to take copies of the same; and to avoid all future disputes concerning the authenticity of the copies we request that Your Honours will be so good as to attest the same. we are with the most perfect respect underneath: Gentlemen: lower: Your Honours' humble and obedient Servants was signed: R: Hart Boddam, Thomas Day, C: Bourchier, J: Morley, Daniel Crokatt, D: Seton and Sam:l Gambier in the margin: Suratta the 12th February 1779 still lower: for the translation was signed: Corn:s van Citters Aarntz: Translation Translation English Missive written by Mr Rawson Hart Boddam Esquire Chief on behalf of the Honourable English East India Company and Governor of the Mughal's Castle and fleet together with the Council; at Suratta; To Mr Jacob Willem van de Graaff Esquire Director on behalf of the Honourable Dutch East India Company and the Council; at Suratte dated Suratta the 28th February 1779. and received here the 1st March 1779 by the Council members Morley and Gambier. Gentlemen. We have been honoured with Your Honours' letter of the 22nd instant and it grieves us that Your Honours have so poorly understood the meaning of ours of the 12th instant. — If Your Honours 3 299 Your Honours please to refer to that letter Your Honours will observe that we explicitly requested to be allowed to see Your Honours' original Phirmans, in order that Copies thereof might be taken by ourselves, which Your Honours would afterwards be so good as to attest, but instead of granting our request, Your Honours have only sent us attested Copies. Since the Privileges which Your Honours claim are of a very extensive nature, and it being impossible for us to form any judgment of Your Honours' privileged Phirmans without seeing all Your Honours' Phirmans, we repeat our request that Your Honours please to show the originals, so that we may take Copies thereof. Your Honours' request for repairs to the piling at your wharf we shall take into consideration, and we shall do ourselves the Honour of communicating the result thereof to Your Honours as speedily as possible. It It grieves us to the utmost that we are under the necessity of refusing our consent to a request that Your Honours have made to our Commission, concerning the placing of partition walls of stone and lime and a masonry ceiling above the inner room of Your Honours' Warehouse, instead of Bamboos and cow dung, of which the same are presently composed. We very readily permit the repairs to Your Honours' powder Magazine, with the same Materials of which it is presently constructed, and to bring the same into that state in which it formerly was. — over this work and the palisades and the repairs to the other parts of Your Honours' wharf to the execution of which our delegates have given their consent, our engineer shall have the supervision. Regarding Your Honours' request for the erection of a new flagstaff we grant the same most cheerfully. we 301. we are with the most perfect respect underneath: Gentlemen lower: Your Honours' humble and obedient Servants was signed: R: H: Boddam, Thomas Day, C: Bourchier, J: Morley, D: Crokatt, D: Seton, and Sam:l Gambier in the margin: Suratta the 28th February 1779. lower: for the translation was signed: Corn:s van Citters Aarntz: Translation English Missive written by Mr Rawson Hart Boddam Esquire Chief on behalf of the Honourable English East India Comp: and Governor of the Mughal's Castle and fleet together with; the Council; To Mr Willem Jacob van de Graaff Esquire Director on behalf of the Honourable Dutch East India Company at Souratten and the Council; dated the 20th March 1779. and received here the 22nd ditto by the delegated Council members Bourchier, and Morley Gentlemen We Acknowledge the receipt of Your Honours' esteemed letter of the 18th instant. It pleases Your Honours to say, that you do not deem it necessary to show us all your Phirmans, but Your Honours have at the same time communicated to us that the privilege which Your Honours presently claim is founded on your Phirmans. — we are still of the opinion that, without seeing all Your Honours' Phirmans, it is not possible to form an impartial judgment concerning the privileges contained therein; consequently we cannot proceed in the investigation of the Claim which Your Honours presently maintain to be one of your privileged Phirmans Thus the matter rests open and depends entirely upon Your Honours Gentlemen whether You will provide us or not with such
Dutch transcription
297 „se bij invoer daar voor heeft betaalt de geregtig„ „heijd van 2½ Per Conto sonder verpligt te weesen daar „voor eenige verdre geregtigheeden te betaalen:/ op dat wij een onsijdig oordeel moogen vellen van denaardt der Privilegien die uwel Edelens thans eijsschen - en om voor te koomen dat uwEd:m eenige verdre moeijte souden hebben in 't vertoonen van derselver Phirmans versoe„ „ken wij uwel Edelens op d' allervriendelijkste wijse om afschriften van deselve te neemen; en om alle toekoomende geschillen te vermijden betreffende de egtheijd van de afschrif¬ „ten versoeken wij dat Uwel Edelens soo goed willen sijn om deselve t' attesteeren. wij sijn met de volmaakste agting /:onderstond:/ Mijne Heeren: /:laager:/ UwEd=ns onderdaanige en gehoorsaame Dienaaren /:was geteekend:/ R: Hart Boddam, Thomos Daij, C: Bourchier, J: Morleij, Daniel Crokatt, D: Seton en Sam:l Gambier /:in margine:/ souratta den 12. e Februarij 1779 /:nog laager:/ voor de vertaaling /:was geteekend:/ Corn„s van litters aarntz: Translaat Translaat Engelse Missive geschreeve door de heer Rawson Hart Bod¬ „dam schildknaap Chef van wee„ „gens d' Edele Engelse Oost Indische Compagnie en Gouverneur van 's mogols Casteel en vloot beneevens den Raad; te suratta; Aan den Heer Jacob Willem van de Graaff schildknaap Direc¬ teur van weegens de Edele Nee¬ „derlandsche Oost Indische Com„ pagnie en den Raad; te su¬ „ratte gedagteekend suratta den 28e Februarij 1779. en alhier ontfangen den 1e Maart 1779 door de Raadsleeden Morleij en gambier. Mijne Heeren. Wij sijn vereert geworden met uwelEd=ne brieff van den 22:e deeser en 't doet onsleet dat uwelEd=ns de meening van den onsen van den 12:e deeser soo qualijk hebben gevat. — Indien uwel Ede 3 299 uwel Edelens sig aan die brief gelieven te gedraa„ „gen sullen uwel Ed=ns opmerken dat wij uijtdruk „kelijk hebben versogt om Uwel Edelens origineele Phirmans te moogen sien, om daar van door ons zelven Copijen te worden genoomen, die Uwel Edelens daar na soo goed souden sijn t' attesteeren dog in steeden van ons versoek in te willigen, hebben uwel Edelens ons eeniglijk g'attesteerde Copijen gesonden. Dewijl de Privilegien die uwel Edelens recameeren van een seer uijtgebrijden aardt sijn, en dat wij onmoogelijk eenig oordeel kunnen sor¬ „meeren van UwelEdelens gepriviligeerde Phirmans sonder alle UwelEdelens Phir„ „mans te sien, herhaalen wij ons versoek dat uwel Edelens d'oorspronkelijke gelieven te vertoonen, op dat wij daar van Copijen kunnen neemen. Uwel Edelens versoek tot verhelpingen aan 't paalwerk op uldus werff sullen wij in overweeging neemen, en wij sullen ons selven d' Eere doen uwel Ed=ns 't resultaat daar van ten spoedigsten te doen toekoo„ men. Het Het doet ons ten uijtersten leet dat wij onde de noodsaakelijkheijd sijn onse toestemming weijgeren op een versoek dat UwelEdns aan onse Commissie hebben gedaan, betreffen 't in Plaats stellen van middelmuuren van steen en kalk en een gegeste soldering booven de binnen kaamer van UwelEdn Magasijn, insteede van Bamboesen en koemist, waar van deselve teegenwoordig sijn t' saamen gesteld. Wij staan seer gereedelijk toe de verhelpin „gen aan uwel Edelenst kruijt Magasijn, mo deselvde Materiaalen waar van 't thans geconstrueerd is, en om 't selve te brengen in die staat waar in het voor deesen is ge¬ „weest. — over dit werk en de Fangen en de reparatien aan de andere gedeeltens van uwel Ed=ns werff tot welkers uijtvoering onse gemagtigdens haare toestemming hebben gegeeven, sal onsen ingenieur 't opsigt heb „ben. Betrekkelijk tot uwel Edelens versoek ter opregting van nieuwe vlagge stok 't selve staanen wij seer blijmoediglijk toe. wij 301. wij sijn met de volmaakste agting /:onderstons/ Mijne Heeren /:laager:/ UwelEdelens onderdaa„ „nige en gehoorsaame Dienaaren /:was getee„ „kend:/ R: H: Boddam, Thomas Daij, C: Bourchier J: Morleij, D: Crokatt, D: Se„ ton, en Sam:l Gambier /:in margine:/ souratta den 28:e februarij 1779. /:wgj laager:/ voor de vertaa„ „ling /:was geteekend:/ Corn:s van Citters aarntz: Translaat Engelse Missive ge„ „schreeven door d' Heer Rawson Hart Boddam schildknaap Cheff van weegens d' Edele Engelse Oost Jndische Comp: en Gouver„ „neur van 's Mogols Casteel en vloot beneevens; den Raad; Aan de Heer Willem Jacob van de Graaff schildknaap Directeur van wee¬ „gens de Edele Neederlandsche Oost Jndische Compagnie te souratten en den Raad; gedagteekend den 20:e Maart 1779. en alhier ont„ vt „fangen den 22:e dito door de ge„ Mijne Heeren Wij Erkennen den ontfangst van uw Ed:=ns g'eerde van den 18:e deeser. Het behaagt uwel Edelens te seggen, dat de „selve 't niet noodig oordeelen ons alle der¬ selver Phirmans te toonen, dog uwel Edelens heb„ „ben ons teevens bedeelt dat 't voorregt dat UwEd thans reclameeren op derselver Phirmans ge„ „vestigt is. — wij sijn steeds van gedagtene, dat, sonder alle Uwel Edelens Phirmans te sien, het niet moogelijk is een onsijdig oordeel te formeeren betraffende de voorregten daar in begreepen; gevolgelijk kunnen wij niet voort¬ „vaaren in de navorsching van den Eijsche die uwel Ed:=ns thans staande houden een van derselver gepriviligeerde Phirmans te Sijn Dus rust de saak open hangt ten eenemaale af van uwel Edelens Mijne Heeren of Uw ons willen voorsien of niet met soodaani¬ gecommitteerde raads¬ „leeden Bourchier, en Morleij „ge
English
such information as we judge necessary, that is, all Your Honours' original Phirmans. By allowing us to take copies of the same, we shall be enabled to proceed with our inquiry, but by refusing so reasonable a request, Your Honours deprive us of the means to judge of your claim in accordance with the standard which Your Honours propose to yourselves, that is, your Phirmans. Nevertheless, we are always willing to support Your Honours in all the privileges that your Noble Company actually enjoyed at the time we took possession of the Mogol's Castle and Fleet, in accordance with the assurances that were given to Your Honours at that time by our Chief. The experience of twenty years must convince Your Honours of our inclination to render you good offices, for in consequence thereof, your situation in this place is exceedingly better than it ever was before that period. As, by the very one-sided appearance of your Phirmans which Your Honours have thought fit to produce, we can form no judgment of your claims as a privileged Phirman, we shall therefore not consider it in that light; it is consequently only necessary to decide whether Your Honours really enjoyed this privilege at the time we took possession of the Mogol's Castle and fleet. We have to that end made all necessary inquiries, and now inform Your Honours that the result has convinced us that the privilege which Your Honours now claim was not granted to Your Honours at that time; and therefore we cannot allow a pretension so greatly prejudicial to the rights and revenues of the Mogol. Concerning Your Honours' request for the repair of the piling at Your Honours' works, we shall send a committee to examine what repairs are necessary, after which we shall very readily give our consent to put the same into a sufficient state. Examined A: de Sille. We are with the most perfect esteem, below stood: Gentlemen, lower: Your Honours' humble and obedient servants, was signed: R: H: Boddam, C: Bourchier, J: Morley, Daniel Crokatt, D: Seton, and Sam: Gambier, in the margin: Souratta the 20th March 1779. Still lower: For the translation, was signed: Corn:s van Citters Aarntz: Translation of an English Missive written by Mr. William Hornby, Esquire, Governor of Bombay together with the Council, to Mr. Willem Jacob van de Graaff, Esquire, Director on behalf of the Noble Dutch East India Company at Suratte together with the Council; signed in the castle at Bombay the 8th July 1779, and received here the 27th Gentlemen. We have been favoured with Your Honours' letter of the 30th April and in consideration thereof, as well as from the various papers which accompanied the same, we are willing to accept the proposal made to our Chief and Council by Your Honours' letter of the 18th March, and have in consequence thereof sent our orders to them, being at all times ready to give every proof in our power of our esteem and regard for the subjects of a state in alliance with our most August Sovereign. We have no objection to the repairing of Your Honours' Magazine, in such manner that the same may be sufficiently secure for the purpose of keeping Your Honours' powder free from accidents or damage, nor can Your Honours, Gentlemen, we suppose, have any objection that such 27th ditto by the English Council members Crokatt and Seton. be done under the usual regulation and inspection. We have the honour to be, below stood: Gentlemen, lower: Your Honours' humble and obedient servants, was signed: W:m Hornby, J: Carnac, D: Draper, Henry Moore, N:s Stackhouse, W:m Ashburner, and Andrew Ramsay, In the margin stood: The Castle at Bombay the 8th July 1779. Still lower: For the translation, was signed: Corn:s: van Citters Aarntzoon. — Translation of an English Missive written by Mr. Rawson Hart Boddam, Esquire, Chief on behalf of the Noble English East India Company and Governor of the Mogol's Castle and fleet together with the Council at Souratte; to Mr. Willem Jacob van de Graaff, Esquire, Director on behalf of the Noble Dutch East India Company, together with the Council at Souratte, received the 6th August Gentlemen! We have been favoured with Your Honours' letter of the 31st ultimo and in answer thereto we have the honour to inform Your Honours that, in accordance with Your Honours' request, we shall shortly appoint a committee to hold a meeting with the deputation from Your Honours' assembly, in order to compare the copies with which Your Honours have had the goodness to furnish us against the original Phirmans in Your Honours' possession. We have appointed a committee as overseers over the repairs to Your Honours' powder Magazine, to whom we have given orders to permit everything necessary to be done to it, in such a manner as to make the same sufficiently secure for the purpose of keeping the powder free from accidents or damage. We have the honour to be with perfect esteem, below stood: Gentlemen, Lower: Your August 1779 by the English Council members Bourchier and Gambier. humble
Dutch transcription
383 soodaanige Jnformatien als wij noodig oordee„ „len, dat is, alle UwelEdelens origineele Phirmans- Met ons toetestaan Copijen van deselve te neemen„ sullen wij in staat gestelt sijn om ons onder„ „soek voort te setten, dog met 't weijgeren van een soo reedelijk versoek ontneemen Uwel Edelens ons de middelen om t'oordeelen over derselver Eijsch overeenkomstig met de regelmaat die Uwel Ed:=ns sig selven voorstellen, dat is, derselver Phirmans. Alegter Sijn wij steeds willig om uwel Edelens t' ondersteunen in alle de voorregten die uwEdm Edele Compagnie daadelijk genoote tijdens wij po„ „sessie hebben genoomen van 's Mogols Casteel en Vloot overeenkomstig met de verseekeringen die Uwel Ed=ns destijdes door onsen Chef zijn gedaan. — De ondervinding van twintig Jaaren moet Uwel Ed=ns overtuijgen van onse geneijgtheijd om deselve goede diensten te doen, want inge„ volge van dien, is derselver situatie ter deezer plaatse ongemeen beeters dan deselve ooijt voor dat tijd stip geweest is. Alsoo wij door den seer eensijdigen schijn Uwer Thirmans die Uwel Edelens goedgevonden hebben hebben voor te draagen geenig oordeel kun¬ „nen formeeren over derselver Eijsche als een gepriviligeerde Shirman, sullen wij 't ook daarom in dat ligt niet beschouwen; Het is gevolglijk alleen noodsaakelijk om te beslis„ sen, of UwelEd: werkelijk dit Privilegie heb¬ ben genooten tijdens wij besit hebben genoomen van 's Mogols Casteel en vloot. wij hebben ten dien Eijnde alle noodsaakelijk ondersoeke gedaan, en bedeelen Uwel Edelens thans dat 't resultaat ons overtuijgt heeft, dat 't voorregt dat uwel Edelens thans vord ren aan uwel Edelens des tijdes niet is toegestaan geweest; en daarom kunnen wij niet toe„ „staan eene Pretensie zoo grootelijks nae dee„ „lig aan de regten en d'inkomsten van den Mogol. Betreffende uwel Edelens versoek ter ver„ „helping van 't Paalwerk op uwel Edelens werk, sullen wij eenen Commissie senden om te ondersoeken wat voor reparatien er noodsaakelijk sijn, waar na wij seer gereedelijk onsen toestemming sullen ge„ ven om 't selve in een genoegsaame staat te 305 nagezien A: de Sille. te stellen—. Wij sijn met de volmaakste agting /:onderstond:/ Mijne Heeren /:laager:/ UwelEd=ns onderdaanige en gehoorsaame Dienaaren /:was geteekend:/ R: H: Boddam, C: Bourchier, J: Morleij, Daniel Crokatt, D: Seton, en sam: Gambier /:in margine:/. souratta den 20„e Maart 1779. /:nog laager:/ voor de vertaaling /:was geteekend:/ Corn:s van Citters aarntz: Translaat Engelse Missive geschreeven,d door d' Heer William Hornbij ens Schildknaap Gouverneur van n„ Bombaij beneevens den Raad ols. aan d' Heer Willem Jacob van ad de Graaff schildknaap Direc¬ teur van weegens de Edele Neder¬ „landsche Oost Jndische Compag„e„ „nie te suratte beneevens den Raad; geteekend in 't casteel te Bombaij den 8:e Julij 1774:, en alhier ontfangen den ze 27:e Mijne Heeren. Wij zijne begunstigt geworden met uwel Ede „lens brief van den 30„e April en uijt aanmerking daarop, zoo wel als uijt de verscheijde Papieren die dezelve verzelt hebben, zijn wij gewillig aan¬ „teneemen 't voorstel aan onzen Chaff en raad gedaan bij Uwel Edelens Brief van den 18e Maart en hebben aan haar Edelens ingevolge van dien onse ordres gezonden, zijnde ten allen tijden gereet alle Preuve te geeven die in ons vermoogen is van onsen agting en opmerking voor d'onderdaanen van een staat in verbond zijnde met onsen zeer Augusten Souvereijn. wij hebben geene teegenwerping tot 't wee¬ „der herstellen van uwel Edelens Magazijn, in„ „diervoegen, dat 't zelve genoegzaam zeeker kan zijn voor 't oogmerk om uwel Edelens kruijdt te be„ „waaren vrij voor toevallen of schaade, nog kun„ nen uwel Edelens, Mijne Heeren, verondersteld len wij, geene teegenwerping hebben dat zulk 27:e d:o door de Engelse Raads„ „leeden Crokatt en seton. gedaan 307 gedaan word onder de gewoone schikking en opsigt Wij hebben d' Eer te zijn /:onderstond:/ Mij„ „ne Heeren /:laager:/ uwelEdelens onderdaanige en gehoorsaame Dienaaren /:was geteekend:/ W=m Hornbij„ J=Carnac, D: Draper, Henrij Moore, N=s Stachouse, in W=m Ashburner, en Andrew Ramsaij, /: In mar„ „gine stond :/ 't Casteel te Bombaij den 8:' Julij 1779: /:nog laager:/ voor de vertaaling /:was geteekend:) Corn:s: van Citters aarntzoon. — Translaat Engelse Missive geschreeve door d' Heer Rauzon Hart Bod¬ dam schildknaap Chef van weegens d' Edele Engelse Oost Indische Com¬ „pagnie en Gouverneur van 's Mogols. Casteel en vloot beneevens den Raad te souratte; Aan de Heer Wil„ „lem Iacob van de Graaff schildknaap Directeur van wee¬ „gens d' Edel Hollandsche Oost Indische Compagnie: Be¬ „neevens den raad te souratte, ontfangen den 6:e Augus„ „tus MZijne Heeren! Wij zijn begunstigt geworden met uwel Edel brief van den 31:e laastl: en in antwoord daarop hebben wij d' Eer uwel Edelens te bedeelen, dat, overeenkomst met uwel Edelens verzoek, wij binnen korten een commissie zullen benoemen tot 't houden van een t' zaamenkomst met de bezending uijt uwel Edele vergaadering, om de afschriften waar meede uwel Edelens de goedheijd hebben gehad ons te versorg te vergelijken teegens de oorspronkelijke Phirmans in uwel Edelens besitting. Wij hebben eene commissie benoemt als op zigters over de verhelpingen aan uwel Edelens krie Magazijn, aan dewelke wij last hebben gegee ven, toe te staan dat daar aan al 't noodzaakelijk word gedaan, soodaanig, om 't zelve genoegzaam zeeker te maaken voor 't oogmerk om 't kruijdt te bewaaren vrij voor toevallen af schaade. wij hebben d' Eer met volmaakte agting te zijn /:onderstond:/ Mijne Heeren /:Laager :/ uwel Augustus 1779 door d' Engelsche Raad „leeden Bourchier en Gambier. onderdaanige
English
humble and obedient servants was signed R: H: Boddam, C. Bourchier, Daniel Crokkatt, D-l Seton and Sam:l Gambier in the margin was written Souratte the 5th August 1779: lower still: for the translation was signed Corn:s van Citters [illegible] Translation of English Missive written by Mr Rawson Hart Boddam Esquire together with the Council; to the Right Honorable, Worshipful, Highly Esteemed Mr Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies as well as Director and Commander in Chief of this Directorate, together with the Council, dated Souratta the 24th and received the 26th August 1779, by the Council members Crokkatt and Seton. Gentlemen! Pursuant to that which we had the honor to write to your Honor under date of the 5th instant, we now have the pleasure to inform the same that we have appointed a Commission consisting of Messrs Crokkatt, Seton and Mallet, to compare the copies of your Honor's Phirmans against the originals that are in your Honor's possession, and if your Honors, pursuant to your proposal in your esteemed letter of the 10th March last, would be so kind as to send a Deputation from your assembly with the original Phirmans to our Honorable Company's Garden, they will be met there by our aforesaid commissioners, for the aforementioned purpose, on such day as your Honors will see fit to designate, except for the upcoming Friday, when we have our business in another manner. We have the honor to be with complete respect. Below was written: Gentlemen. Lower: Your Honors' very obedient and humble servants was signed: R: H: Boddam, C:s Bourchier, D: Crokkatt, D: Seton, and Sam:l Gambier in the margin: Souratta the 24th August 1779: lower still: for the translation Translation examined A: M: le Sille Translation of English Missive written by Mr Robert Gambier, Chief, together with the council at Brootchia, to Mr Willem Jacob van de Graaff, Director, together with the council at Souratta, dated the 22nd and received the 25th October 1779: Gentlemen. We have received through Mr Sontag your Honors' esteemed letter of the 6th instant, and we assure your Honors that we will always exercise all conceivable attention for the Agents of your Honors' Honorable Company at this place. We have the honor to be with much respect. Below was written: Gentlemen. Lower: Your Honors' obedient and humble servants was signed: R: Gambier, G: Perrot, J. Forbes, C: R: Hove, in the margin: Brootchia the 22nd October 1779: Agrees E: A: Wieling No 6. Copy of outgoing Letters to Foreign Nations since the 5th January until the 27th November Anno 1779 To the Honorable Mr R: H: Boddam, Esquire, Chief on behalf of the affairs of the Honorable English East India Company, as well as Governor of the Mogol's Castle and Fleet; at Souratta. Honorable Sir, Pursuant to my letter of the 1st instant written in reply to your Honor's highly esteemed letter of that same day, I have issued the strictest orders, Sir, to investigate whether an Abraham Green mentioned in your Honor's letter might happen to be on board one of the ships of the Dutch Company, with orders, both to the gentlemen appointed by me to this commission and to the ship's authorities, that if he, Abraham Green, were found there, to send him ashore immediately, in order to be able to conduct the necessary investigation concerning him. The aforesaid commissioned gentlemen have reported to me upon their return that they mustered all the crew on board our ships, and that in addition they, together with the ship's authorities, conducted an investigation with all emphasis and as far as possible to discover whether the said Abraham Green might be on our aforesaid ships, but that this man was not found there, and I also received this same report from the ship's authorities. Regarding the detail that an English officer was said to have been on board the ships of our Company to reclaim the said Abraham Green, I in haste forgot to instruct the aforesaid commissioned gentlemen, but upon their return I asked them about it, and they informed me that they had heard nothing of that on board our ships. Following upon my aforesaid letter, I did not wish to neglect, Sir, to provide your Honor with this communication; and since the mutual desertion of personnel might sometimes, even through inadvertence, give cause to some displeasure, which I have carefully sought to avoid from my first arrival at Souratta, just as I shall also continually seek to prevent anything that could in the very least give rise thereto, I take this opportunity all the more readily to propose to your Honor whether your Honor, in consideration of the close ties between the Realms of Great Britain and the Dutch Republic, as well as the good and undisturbed friendship of our mutual sovereigns, might not see fit to renew the Cartel that was concluded on the 10th November 1760 between both our Companies with respect to deserters. The ease of being able to desert never fails to have a great influence on the necessary discipline among the common men, and renewing this mutual convention would furthermore prevent all misunderstandings on this matter, which has already frequently given rise to more or less unpleasant investigations. My sincere desire, Sir, to cause to continue, and to increase more and more the good harmony between both our Nations, and our mutual friendship in particular, causes me to make this proposal to your Honor with all the more eagerness, and I shall
Dutch transcription
309 onderdaanige en gehoorzaame Dienaaren /:was getee¬ „kend:/ R: H: Boddam, C. Bourchier, Daniel Crg¬ „katt, D=l Peton en Sam:l gambier /:in margine stond:/ Souratte den 5:e Augustus 1779: /:nog laager:/ voor„ de vertaaling /:was geteekend:/ Corn:s van Citters aarm Translaat Engelsche Missive geschreeven door den Heer Rawson Hart Boddam schildknaap nee„ „vens den Raad; aan den WelEd: Agtb: Gestr: Heer Willem Iacob van de Graaff Raad, Extra ordinair van Neederlands Indian mitsgaaders Directeur en Hoofd„ „gebieder deezer Directie neeven den Raad gedateerd Souratta den 24:e en ontfangen den 26:e Augustus 1779. door de Raadsleeden Crospatt en seton. Mijne Heeren! overeenkomstig met het geen we de Eere had„ „den uwelEdele onder dato 5:e deeser te schrijven hebben 12 hebben wij thans het vermaak Dezelve te verwitte„ „gen dat we benoemd hebben een Commissie bestaande in de Heeren Crokkatt, Seton en Mallet, om de Copeijen van UWel Ed:s Phirmans te vergelijken teegens de oorspronkelijke die bij uwelEd:s in bezit zijn, en indien uwel Edelens /:ingevolge derzelver voorstel bij haare geagte van den 10=e Maart Jongst „leeden :/ zoo goedwillen zijn, om in onse Ed: Comp:s Thuijn een Deputatie te zenden uijt derzelver vergaadering met de orgineele Thirmans, dan zal dezelve daar worden ontmoet door voorz: onse gecommitteerdens, tot het voorseigde oogmerk, op zoodaanige dag als Uwel Ed=s zullen goedvinden te bestemmen, uijtgezonderd den aanstaande vrij„ wanneer „dag, als ### we op een andre wijze onse besigheeden hebben. Wij hebben de Eer met volmaakte ag¬ „ting te zijn. /:onderstond:/ Mijne Heeren /: Laager:/ UwEd:s zeer Gehoorsaame en oot„ „moedige Dienaaren /:was geteekend:/ Ritb: Boddam, C:s Bourchier. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . D: prokkast, D: Seton, en Sam:l Ganbier /:in margine:/ souratta den 24:e Aug:s 1779: /:nog laager:/ voor de vertaaling Translaat 311 nagezien A: Mle Sille Translaat Engelsche Missive geschreeven door den Heer Robbert Gambier opperhoofd, neevens den raad te Brootchia aan den Heer Willem Jacob van de Graaff Directeur neevens den raad te souratta gedaateerd den 22„e en ontfangen den 25:e October 1779: Mijne Heeren. Wij hebben ontfangen door den Heer Sontag Uw WelEdelens geëerde van den 6: deezer en wij verzeekeren Uw Edelens dat we steeds zullen oeffenen alle bestaanbaare attensie voor de Agen„ „ten van uw WelEd=e Edele Comp=e tot deezes plaat„ „ze, We hebben de Eer met veel agting te zijn /:onderstond:/ Mijne Heeren /:laager:/ UwelEd:s Gehoorsaame en ootmoedige Dienaaren /:getee„ „kent:/ R: Gambier, G: Perrot, - - - - - - - - - - J Foobes, C: R: Hove, /: in margine:/ Broot„ „chia den 22:' October 1779: Accordeerd E: A: Wiardip e0 2 N o 6. Copia afgegaane Brieven aan de Vreemde Natiem Zeederd den 5„e Ianuarij tot den 27: No: „vember A:o 1779 nodig hebben t 313 Aan den wel Edelen Heer R: H: Boddam Schildknaap opperhooft van weegens de zaeken dier 100st Indische Edele Engelsche „ Compagnie, mits„ „goeders Gouverneur van 'Smogols Casteel & vloot; - te souratta e wel Edele Heer Ik heb ingevolge mijn brief van den 1:e deeser geschreven in antwoord, van uwel Edele veel g'eerde van dien zelfden dag, de strengste beveelen ge„ „steld, mijn Heer, om te onderzoeken of eenen abra„ „ham green bij uw Edele brief vermelt, sig aan boord van een der scheepen van de Nederlandse Compe. mogte bevinden, met Last, beijde, aan de Heeren door mij tot deeze commissie benoemd, en aan de Scheepsoverheeden, om hem Abraham Green, indien hij daar gevonden wierd, doedelijk aan de wal te lenden, ten Eijnde het nodige onderzoek ^Heeren hem aangaande te kunnen doen de voorsz: ge¬ „committeerden hebben mij met hun te rugkomest gerapporteert, datse aan boord van onse scheepen al het volk hebben gemonstert, en datse boven dien E dien te saemen met de scheepsoverheeden, met alle nae druk en soo veel mogelijk, hebben onderzoek gedaan ter ontdekking of gem: Abraham Green op voorsz: onse Schepen mogte sijn, dog dat deeze man sig alda niet heeft bevonden, en dit selfde Rapport heb ik ook van de scheepsoverheeden ontvangen, op de be„ „sonderheijd, dat een Engels officier op de Scheepen van onse Comp e soude sijn aan boord geweest, om meerm Abraham Green te reclameeren, hebbe ik in der haart vergeeten voorsz: Heeren g'committeer„ „den te instrueeren, dog bij hun te rug komst hebbe ik hun daar nae gevraagt, en ze hebben mij berigt, datze aan boord van onse scheepen daar van niets hadden vernomen. - Jr. heb ten vervolge van voorsz: mijn brief niet willen afsijn, Mijn Heer, om uwel Edele deeze communicatie te doen; dan wijl het wederzijd overlopen van het volk, somtijden selfs bij in ad„ „vertentie oorsaak geven konde tot eenig org „genoegen, het geen ik van mijn eerste komst ƒ af te souratta zorgvuldig heb soeken te mij den, Zoo als ik ook Steede bij voortgang Sal sal Soeken te voorkomen, alles wat in het aller minst 15 313 minst daar toe aanleijding geven kan, neem ik te greti„ „ger deese gelegentheijd waar, om uwel Edele voortestellen of uwelEdele in Consideratie van de Nauwe verbinte„ „nissen, tusschen de Rijken van Groot Brittanien ende Nederlandse Republicq, mitsgaeders de Goe¬ „de en ongestoorde vriendschap onser wederzijdse souveraisen, niet soude kunnen goedvinden om te vernieuwen het Cartel dat den 10:e Novem„ „ber 1860. tusschen onse beijde Compagnien met opsigt op de Deserteurs gemaakt is — De gemakkelijkheijd van te kunnen Deserteeren laat niet nae seer te influeeren op de nodige Dicipline onder de gemeene man, en het ver„ nieuwen van deese mutueele Conventie soude boven dien voorkomen, alle mis verstan„ „den op dit stuk dat al menigmaal tot min of meer onaangenoeme ondersoeken aanleij„ „ding gegeven heeft, wijn opregt verlangen mijn Heer, om te doen voortduuren, en meer en meer te doen toeneemen de goede Harmo„ „nie tusschen onse beijde Natien, en onse onderlinge vriendschap in het besonder doet mij uwel Edele met des te meer Empres„ „sement het voorstel daar toe doen, en ik sal el t
English
will be very pleased if Your Honour can see fit to accept the same; — I have the honour to be below stood: Right Honourable Sir lower: Your Honour's Obedient and humble Servant was signed: W: J: v: d: Graaf in the margin: Souratta the 5th of January 1779 — To Mr. Rawson Hart Boddam Esquire, Chief on behalf of the Honourable English Company and Governor of the Mughal's Castle & Fleet Together with The Council Gentlemen! On the 5th of October we had the honour to confer with Your Honours concerning the right of the Honourable Dutch Company to have its goods, for which upon import at Souratta the customary toll of 2½ per cent has been paid, subsequently transported as they see fit throughout the entire Mughal Empire without paying any further toll for them, and as the navigable season is passing away more and more, we hereby most kindly request Your Honours to favour us, as soon as it can be done, with the answer promised to us by Your Honours in your highly esteemed letter of the 13th of October last. We also very kindly request Your Honours' permission for the two following items: 1: to have three masonry water reservoirs made on our shipyard, as a necessary precaution against fire, in order to have the water ready in the necessary places for extinguishing it. 2: to have repaired the place where we are accustomed to store our gunpowder, and which at present is once again in such poor condition that we with reason fear accidents, in accordance with what was written on this subject by the Honourable Worshipful Governor and Council of Bombay in their highly esteemed letter of the 25th of January 1765. We are with the utmost high respect below stood: Gentlemen lower: Your Honours' Most obedient and humble Servants was signed: W: J: V: d: Graaff, A: d: Ruijsken, J: v: d: Sleijden, C: v: Citters Aarntz:, C: Heijdeman, W: L: Sontag, E: N: Wiardi, and W: H: van Bijland, in the margin: Souratta the 13th of January 1779. To Mr. Rawson Hart Boddam Esquire, Chief on behalf of the Honourable English Company, and Governor of the Mughal's Castle & Fleet Together with The Council Gentlemen We have received the letter that Your Honours did us the honour to write on the 18th of this month. In compliance with the request made therein, we have the pleasure to inform Your Honours that all the water reservoirs which serve to hold the water against fire consist of two units, one next to each of our wells, with a small basin close to each for placing the hose of the fire engine. These reservoirs have the following dimensions: the reservoir near the large well is 45 feet long, 7½ feet wide, and 5 feet deep; the small one next to it is 5 feet long, 3 feet wide, and 4 feet deep; and that near the small water well is 36 feet long, 12 feet wide, and 5 feet deep, and the small one next to it is 6 feet long, 6 feet wide, and 4½ feet deep. These two water reservoirs indeed contain enough water so as not to be immediately at a loss in time of fire, but owing to the situation of the buildings on our shipyard, the fire engines, when positioned next to these water reservoirs in order to be filled with ease from them, cannot bring the water to all parts of the shipyard, and it is on account of this defect that we requested Your Honours in our letter of the 13th of this month for permission to construct three more small water reservoirs, namely: The 1st: South of our aforesaid large water well, at a distance of 15 to 16 Rods, 6 feet long and 6 feet wide. One South-by-West from the same water well, at a distance of 14 to 15 Rods, 8 feet long and 4 to 4½ feet wide. One South-East from the same water well, at a distance of 11 to 12 Rods, 8 feet long and 4 feet wide; all more or less 5 feet deep, according as such works out best with the elevation of the ground and the water level. — We are very sensible, Gentlemen, of Your Honours' friendly assurance to always wish to provide us with all possible conveniences, and thank Your Honours for it hereby; — we do this in particular for the promise made to us to have the necessary investigation conducted regarding the necessary repairs to the place where we are accustomed to store our gunpowder, and very kindly request that this may take place as soon as possible, so that it can still be completed before the rainy season; — We are with the most perfect respect below stood: Gentlemen lower: Your Honours' obedient and humble Servants was signed: W: J: v: d: Graaf, A: d: Ruijsken, J: v: d: Sleijden, C: v: Citters Aarntz:, C: Heijdeman, W: L: Sontag, E: N: Wiardi, and W: H: v: Bijland in the margin: Souratta the 22nd of January 1779. To Mr. Rawson Hart Boddam Esquire, Chief on behalf of the Honourable English Company, and Governor of the Mughal's Castle & Fleet. Together with The Council Gentlemen We have received the letter that Your Honours did us the honour to write on the 27th of January, and in which Your Honours state that you cannot judge regarding the small water basins or water reservoirs for which we made a request in our letter of the 13th
Dutch transcription
sal seer verheugt sijn, indien uwel Edele kan goedvin¬ „den het selve aanteneemen; — Jk heb de Eede van te sijn /:onder stond:/ wel Edele Heer /:Lager:/ uwel Edele Gehoordaeme, en ootmoedige Dienaar /:was geteekent:/ W: J: v: d: Graaf /:in margine:/ Souratta den 5:e Januarij 17179 — Aan den Heer Rawson Hart Boddam Schildkaap, Chef van wegens de Edele Engelse Compe. en Gouverneur van smogols Costeel & vloot Benevens Den Raad Mijne Heeren! Den 5e: October hebben de Eere gehad uwEdelens te onderhouden over het regt van de Edele Nederland„ „se Compe om haere goederen waar voor bij Jnvoer te souratta de gewoone Chol van 2½ p:r C=to vol„ „daan is, vervolgens naar goedvinden te doen vervoeren, door het geheele mogolse Rijk, sonder daar 2 377 daar voor eenige verdere Chol te betaelen, en wijl de vaarbaere tijd meer en meer verloopt versoeken we uwel Edelens door deesen op het vriendelijkst om ons soo spoedig het kan geschieden, te willen begunstigen met het antwoord ons door uw Ed=e daarop toegesegt, bij derzelver Veel g'agte brief van den 13:e October Jongst Leeden Nog versoeken we uwel Edelens zeer vriendelijk verlof tot de twee volgende articulen. - v: om op onse werf te laeten maeken, drie gemetzel„ de waeterbakken, als een Noodzaekelijke voor¬ sorge teegens brand, ten eijnde het waeter op de nodige plaatsen, tot het blusser daar van gereed te hebben 2: om de plaats daar we gewoon sijn ons kruijt te bergen, en welke thans wederom soo slegt is dat we met reeden voor ongelukken bedugt sijn te laeten verhelpen, overeenkomstig met het op dit onderwerp geschrevene door den Edelen agtbaeren Heer Gouverneur en Raad van Bombaij bij derzelver zeer g'Eerde brief van den 25e: Januarij 1765 wij sin met de volkoo¬ „menste Hoogagting /:onder stond:/ Mijne Heeren /:Laeger:/ uwel Edele Zeer gehoorsaeme d en dam te aar en ootmoedige Dienaeren /:was geteekent:/ W: J: V: d: Graaff A: d: Ruijsken, J: v: d: Sleijden, C: v: Citters aarntz: C: Heijdeman, W: L: Sontag, E: N: wiardi, en W: H: van Bijland, /:in margine:/ Souratta den 13:e Janrij 1779. Aan den Heer Rawson Hart Boddam Schildknaap, Chef van weegens de Edele Engelse Compe:, en gouverneur van 's mogols Casteel & vloot Den Raad Benevens Mijne Heeren wij hebben ontvangen de brief die uwel Edelens ons den 18e: deeser de eere aangedaan hebben te schrijven, - In voldoeninge van het daar bij gedaene requisiet hebben we het vermaak uwel Edelens te informeeren dat alle de waeterbakken /:reservoirs / welke dienen om 319 om het waeter te bewaeren teegen brand, bestaan in twee stux, naest ieder van onse putten eén met een kleijne bakdigte bij ieder, tot het inleg„ „gen van de slang der Brandspuijt, deese reser„ voirs hebben de volgende moeten, het rezervoir bij de groote put is lang 45 breed 7½ en diep 5, voeten de kleijne daar naast is lang 5 breed 3 en diep 4 voeten, en dat bij de kleijne waeterput & lang 36 breed 12 en diep 5 voeten, en het kleijne daar naast is lang 6 breed 6 en diep 4½ voeten Deese beijde waeterbakken bevatten wel soo veel waeter, om in tijd van Brand niet inmedi„ aat verleegen te Sijn dog mits de sitnatie van de gebouwen op onse werff, kunnen de Brand¬ spuijten alse staan naast deeze waeterbakken ƒ ten eijnde uijt deselve met gemakte kunnen worden gevuld het waeter niet brengen op alle de plaatsen van de werf, en het is uijt hoofde van dit gebrek, dat wij uwel Edelens bij onsen brief van den 13:e deeser hebben ver„ „sogt om verlof tot het aanmaeken van nog drie kleijne waeterbakken, te weeten den 11: t: Z: van voorsz: onse groote waterput op Graaff ad ns hiet ren ^woeten van dezelve op een afstand van 15 â 16 Roeden lang 6, en breed 6roeten Een Z: t:W: van deselve waterput op een afstand van voeten 14 à 15 Roeden lang d en breed 4 à 4½ voeten. Een Z: O: van deselve waterput op een afstand van 11 â 12 roeden Lang 8 voeten en breed 4 voeten alle min of meer 5 voeten diep, nae dat zulx met de hoogte van de grond en het waeterpas best uijt„ „koomt. — wij sijn seer gevoelieg Mijme Heeren, aan uwel„ Edeles vriendelijke verzeekering om ons steeds alle mogelijke gerieffelijkheeden te willen be„ „sorgen, en bedanken uwel Edelens daar voor door deesen, — wij doen dit in het besonder voor de aan ons gedaene toezegging van het Nodige ondersoek te sullen laeten doen nopens de Noodzaekelijke verhelpingen aan de plaats daar we gewoon sijn ons kruijt te bergen, en versoeken seer vriendelijk, dat dit soo drae mogelijk geschieden mag op dat het nog voor de Keegen tijd kan worden afgedaan; - wij Sijn met de volmaakste agting /:onderstond:/ Mijne Hee„ „ren /:Lager:/ uwel Edelens gehoorsaeme, en ootmoedige Dienaeren /:was geteekent:/ 11: J: v: d: 321 W: J: v: d: Graaf, A:d J: Ruijken, J: v: d: Hleijden C: v: Citters aarn=tz C: Heijdeman, w: L: Sontag„ E: H: wiardi, en W: H: v: Bijland /:in margine/ Souratta den 22:e Januarij 1739. Aan den Heer Rawson Wart Boddam schildknaap, (hef van weegens de Edele Engelse Compe:, en Gouverneur van 'P Mogols Casteel & vloot. Benevens Den Racad we hebben ontvangen de brief die uwel Edelens ons den 27e: Januarij de Eere aangedaan hebben te schrijven, en waar bij uwel Edelens betuijgen niet te kunnen oordeelen over de kleijne wae„ „ter langen of waeter bakken waar toe wij ver„ „soek gedaan hebben bij onsen brief van den 13„e Mijne Heeren daar 6 eten en J: v: d
English
before then, unless we forward to your Honours the required plans mentioned in your Honours' letter of the 18th of the same month; we are somewhat uncertain, Gentlemen, whether we properly understand your Honours' intention in this matter. We can hardly imagine that your Honours, for a better assessment of this matter, desire from us mere ground plans of the aforementioned small water cisterns, for although, as a matter of course, we did not mention the thickness of the masonry, it is nevertheless more than well known that in order to withstand the weight of a column of 5 to 6 feet of water, a wall of 4 or at most 1½ feet in thickness, especially for such small water cisterns, is completely capable, and there is certainly no reason in the world to be conceived why, or to what end, we would wish to incur needless expense in works such as these to make them thicker. For the rest, a square or diamond is known just as well and completely from the determination of the length and breadth that we provided thereof in our letter of the 22nd of January, as from the very most accurate drawings that could possibly be made of the ground plan thereof. Such an unavailing work, Gentlemen, we think that your Honours do not demand of us. For that reason, we would be very much inclined to believe that your Honours' true intention is to have plans with profiles of these small water cisterns, in which all the particulars are accurately and piece by piece indicated, but on account of the trifling nature of the work, we are almost certain that this cannot be the true meaning of your Honours' requisition either. If, however, we are mistaken in this, and your Honours indeed desire such elaborate drawings from us, then we must request permission to remark that the providing of such plans has never yet been demanded of us, and that besides this we also have no one who could perform this. We are nevertheless very ready, Gentlemen, to have proper indication given of the situation and placement of the three water cisterns in question, if your Honours should see fit to send an engineer to our shipyard for that purpose; but we imagine that your Honours upon further reflection will find for yourselves that matters as slight as these are very easily judged solely from the description that we have given of them. We had very much hoped, Gentlemen, that the taking of precautions that are so reasonable and proper, and which instead of being opposed rather deserved to be encouraged, would not have met with such great difficulties; but above all we must complain that so very simple a request, as is the construction of the aforementioned three small water cisterns, appears to have given cause that by your Honours' order the execution of several daily repairs in progress on the different buildings in our yard are being impeded, such as, among others, the repairing of a leak in the house that is occupied by our Fiscal, the plastering of an old water well which without that assistance is about to collapse, and the putting up of a wooden partition on the outside of a small cottage that is occupied by a clerk, and this in place of a piece of wall that formerly stood there and which we had to have removed to prevent its collapsing. We very kindly request your Honours to be pleased to have this given order revoked, so that we may proceed unhindered with the aforementioned repairs, the more so because the materials already made ready for that purpose lie spoiling. We furthermore repeat our request to be pleased to have examined, as quickly as it can be done, the repairs that are necessary to the place where we are accustomed to store our powder. The Lord City Governor has caused to be demanded of us, for the account of the Noble English Company, a sum of 1072 Rupees for that which he says your Honours claim should still be paid for customs duties on the goods exported in the years 1767, 68 and 69. We well remember, Gentlemen, that in the aforementioned years there was some dispute over the valuation of the goods that were exported for the account of the Noble Dutch Company, because the appraisers had estimated them higher than the true purchase costs that were stated for them, and according to which the duty was paid; but the Lord City Governor, to whom we showed this erroneous valuation, has since considered himself satisfied with the duties paid on the true purchase costs, nor have we until now known any better than that the aforementioned disputes were thereby settled, and we accordingly very kindly request your Honours to be pleased to inform us what there may be of this. We remain with the utmost respect, Gentlemen, your Honours' humble and obedient servants. Signed: W. J. v. d. Graaf, H. J. Sluijken, J. V. der Sleijden, C. v. Citters Aarntz., E. N. Wiardi. In the margin: Surat, the 8th of February Anno 1789. To the Lord Rawson Hart Boddam, Esquire, Chief on behalf of the Noble English Company, and Governor of the Mogul's Castle and Fleet, together with the Council, Gentlemen. We
Dutch transcription
daar te vooren, ten zij wij aan uwel Edelens laeten toekoomen de verEijste plans vermeld bij uwel Edelens briev van den 18:e derzelver maand; wij sijn eeniger moeten onzeeker, mijne Heeren, of we uw Edelens meening in deesen wel vatten. wij kunnen qualijk denken dat uwel Edelens ter beetere beoordeeling deeser zaak enkelde platte gronden van de voorsz: kleijne wae¬ „terbakken van ons begeeren, want schoonwe als een zaak die van zelve spreekt, niet gemeld heb„ „ben de dikte van het metzelwerk, is het niet te min te over bekent, dat om het gewigst van een Colom van 5 â 6 voeten waeter te kunnen wederstaan, Een muur van 4 of ten hoogsten voor 1½ voet dikte, insonderheijd voor sulke Kleijne waeter bakken, volkomen in staat is, en daar is Zekerlijk geen Reeden ter weereld uijt te denken, waarom, of tot wat eijnde we in werken als deeze vergeefsche kosten souden willen doen om die dikker te maeken voor het overige word een vierkant of ruijt uijt de bepaeling gem: van de Lengte en breete die wij bij onsen brief van den 22„en Januarij daar van opgegeven hebben eren zoo goed en volkoomen gekent als uijt de aller 293 325 aller naauwkeurigste afteekeningen, die van de platte grond daar van bij mogelijkheijd te maeken is zulk een onvrugtbaar werk, mijne Heeren denken we dat uw Edelens van ons niet vergen= we souden uijt dien hoofde seer geneijgt sijn te geloven, dat uw Edelens waere meening is om van deese kleijne waeter bakken te hebben plans met profils, waar bij alle de besonderheeden naauwkeurig en stuk voor stuk aangeweesen sijn dog om de geringheijd van het werk houden we ons bijnae verzeekert, dat ook dit den waeren sin van uw Edelens Requisiet niet sijn kan; - Jndien we ons nogtans daar in vergissen, en dat uwEdelens met er daad zulke uijtgewerk„ „te afteekeningen van ons verlangen, dan moeten we verlof versoeken van aantemerken dat ons het geeven van zulke plans tot nog toe =nooijt is gevergt, en datwe buijten dien ook niemand hebben die dit soude kunnen ver„ „rigten we sijn niet te min seer bereijd, mijne Heeren, om van de gelegentheijd en plaetsing der inquestie sijnde drie waeterbakken, be„ hoorlijke aanwijsing te laeten doen, indien uwedelens n n uwel Edelens mogten goetvinden om ten dien Eijnde een Jngenieur op onze werf te senden, dog we verbeelden ons dat widdelens bij naedere overdenking selve sullen bevinden, dat zoo geringe zaeken als deese heel gemakkelijk te beoordeelen Sijn, alleen uijt de beschrij „ving die we daar van gedaan hebben, wij hadden seer gehoopt, mijne Heeren, dat het neemen van voorsorgen die Soo redelijken betaemelijk sijn en die in steede van teegen gegaan veel Eerder verdiende te worden aangemoedigt, geen soo groote swaerigheeden soude hebben ontmoet, maar boven al moeten we ons beklagen, dat een soo seer eenvoudig versoek, als is, het aanmaeken van voorsz: drie kleijne waeterbakken, schijnt aanleijding gegeven te hebben, dat door uw Edelene ordre belet worden, de volvoeringe van verscheijde onder handen Zijnde daegelijkse reparatien aan de diffferente gebouwen op onse werf, als onder ande¬ „ren, het verhelpen van een lek van het huijs dat door onsen Fiscaal word bewoond, het pleijs¬ „teren van een oude waeter put, die sonder dat behulp staat intevallen, en het setten van een houte beschot aan de buijten kont van een kleijn huijsje dat door een pennist bewoond wordt en 295 225 en sulx in steede van een stuk muur dat daar eertijds ge¬ „staan heeft, en we hebben moeten doen wegneemen om het invallen daar van te voorkomen, we versoeken uw Edelens willen seer vriendelijk om deese gegevene ordre te doen ophef„ „fen op dat we onverhindert met de voorsz: verhelpin„ ge kunnen doen voortgaan, te meer wijl de daar toe bereeds in gereedheijt gebragte materiaelen leggen te bederven - wij herhaelen voorts ons versoek om Soo spoedig als het geschieden kan te willen doen Examineeren de verhelpingen die nodie sijn, aan de plaats daar doen we gewoon sijn ons kruijt te bergen— De Heer Stads gouverneur heeft ons voor Rekening van de Edele Engelse Comp: doen afvragen een somma van Ropr: 1072. voor het geene hij segt dat uwEdelens be¬ „weeren dat nog soude moeten worden betaald voor Thollen van de uijtgevoerde goederen in de Jaeren 1767, 68 & 69. wij her inneren ons wel; mijne Heeren dat er in de voorsz Jaeren eenig verschil geweest is, over de taxatie der goederen die voor Reekening van de Edele Nederlandse Compe zijn uijtgevoerd door dien de taxateurs dezelve hooger hadden ge¬ „schad dan het waere inkoops kostende dat daar voor is opgegeven, en volgens welke de hol is be¬ „taald, dog de Heer stads Gouverneur die we deeze abusieve de¬ abudieve Caxatie hebben doen sien, heeft sig 't zeedert met de betaalde vrhollen op het waere Jnkoops kosten„ „de voldaan gehouden, ook hebben we tot hier toe niet beter geweeten of voorsz geschillen waeren daarmee „de afgedaan, en we versoeken uwEdelens dien volgens Zeer vriendelijk ons te willen onderregten wat hier van zij; - wij sijn met de volkomenste agting /:onderstond:/ mijne Heeren /:Laager:/ uwe lEdelens onderdaenige en gehoorsaeme dienaeren. /:was geteekent :/: W: J: v: d: Graaf, H: J: Sluijken, J: V: der „sleijden, C: v: Citters aarntz: - - - - - - - - „ /:in margine :/ Souratta den 8:' Februarij A:o 1789. - - - – – – – –, E: N: wiardi, - - - - - - - - - Aan den Heer Rawrson Haert Boddam Schildknaap, Chef van weegens de Edele Engelsche Compe, en Gouverneur van 'S mogols Casteel, en vloot — Benevens Den Raad Mijne Heeren wij
English
We have received the letter which Your Honours did us the honour of writing on the 9th of this month, and wherein Your Honours are so good as to inform us that Your Honours have received reports of a most abominable conspiracy to the detriment of this city and its inhabitants. We thank Your Honours for this herewith, Gentlemen, and do so with all the more cordiality on account of the very friendly motives that have moved Your Honours to communicate this to us. We immediately instituted the necessary investigation, Gentlemen, to discover whether we might be in a position to furnish Your Honours with any further information regarding this; however, we have discovered nothing whatsoever of the sort. Should anything concerning it come to our knowledge in the future, we shall not fail to impart it to Your Honours at once. At the first emerging opportunity we shall inform our superiors of that which has been communicated to us by Your Honours concerning the aforementioned most detestable conspiracy, and as the interests of our Company as well as our own safety are so deeply involved therein, Your Honours will oblige us, Gentlemen, by being so good as to share with us in due time whatever further information Your Honours shall deem proper and necessary for our guidance. We remain with the highest esteem, Gentlemen, Your Honours' humble and obedient servants. Signed: W: J: v: d: Graaff, A: J: Sluijsken, J: v: d: Sleijden, C: v: Citters Aarnoutsz, Heijdeman, W: L: Sontag, C: N: Wiardi, and W: H: v: Bijland. In the margin: Souratta, the 16th of February 1779. To Mr. Rawson Hart Boddam, Esquire, Chief on behalf of the Honourable English Company, and Governor of the Mughal's Castle and Fleet, together with the Council. Gentlemen! We have received the letter which Your Honours did us the honour of writing on the 13th of this month. Furthermore, Your Honours' engineer, Captain Nicholson, has since been to our wharf to inspect the place in which we store our gunpowder, and the situation of the sites where we intend to have constructed the water cisterns mentioned in our letters of the 13th and 22nd of January and the 8th of February last. We do not doubt that the report His Honour has made to you regarding this will perfectly correspond with the description given of it by us, and we very politely request that Your Honours transmit your decisions to us thereupon as soon as possible. In evidence of the right of the Honourable Dutch Company, which we reclaimed in our letter of the 5th of October 1778, we enclose herewith, pursuant to and in satisfaction of Your Honours' desire, Gentlemen, a copy of the firman granted by King Jehaan Daarsje for the benefit of Their Honours to the Director, Mr. Joan Josua Ketelaar, in the year 1712, wherein, among other things, it is stated: "It has been represented to the King that the Dutch brought cloth and other goods from certain maritime places with their ships into Hindoustan, and in turn traded in indigo, linens, saltpetre, and other wares, both in Agra and other places, and transported them to Souratta; likewise they lived in hope that the King's order might be given that, after the customary toll, which has been established from ancient times in Souratta at 2½ per cent, no one shall be permitted, according to that custom, to trouble them in Souratta and Brootchia for anything more, but that they shall remain licensed to sell their goods to whatever merchant they desire, and to transport them to whatever places they are inclined, item to purchase goods from whomsoever they wish, and also to employ in their service such brokers as they themselves desire at their own discretion, whilst no one shall be forced upon their concerns without their consent. These requests have all been granted through His Majesty's favour; therefore the King orders that no one shall be permitted to trouble them in the abovementioned matters." Just as clearly as it appears from this that the Honourable Dutch Company, throughout all the states of the Mughal Empire, pays no more than once the toll of 2½ per cent in both its active and passive trade, so undeniably does this appear from a firman granted three years earlier by King Sja-Alem for the benefit of Their Honours to the Director, Mr. Johan Grotenhuijs, of which firman a copy is likewise annexed hereto, and of which the article specifically treating of this right reads as follows: "It is requested that all Governors and other officials up to the District of Houglij may be ordered that they shall not be permitted to demand tolls double, or twice over, but shall continue to take 2½ per cent toll according to custom, as in Souratta. This has been granted by the King." Both these copies, which, like the originals, are in the Persian language, have been authenticated by our Secretary by our order, and can be collated against the originals if Your Honours find this necessary, in which case we for that purpose
Dutch transcription
327 wij hebben ontvangen de brief die uwEdelens den 9. . deeser ons de Eere aangedaan hebben te schrijven en waar bij uwEdelens soo goet sijn ons kennis te geven, dat bij uwEdelens ontvangen sijn, berigten van een zeer gruwelijke Zaemenzweering ten naedeele van deese stad en derzelver inwoonderen, wij bedanken uw Edelens daar voor door deesen, Mijne Heeren, en doen dit met te meer hartelijkheijd, om de wille der seer vriendelijke motiven, die uwEdelens hebben bewoogen om ons daar van Communicatie te doen Bij ons is aanstonds het nodige onderzoek gedaan mijne Heeren, ter ontwaeringe of we in staat souden kunnen zijn, uw Edelens dien aangaande eenige Nadere berichten te doen toekomen, dog we hebben niets daar van, hoe genaamt, ontdekt, soo daar van in het vervolg iets tot onse kennisse komen mogt, sullen we niet naelaeten om het uwEdelens aanstonds te bedeelen Bij de Eerst voorkomende gelegentheijd zul„ „len we onse superieuren kennis geven van het geene ons door uw Edelens van de voorsz: aller verfoeijelijkste Zaemenzweering is bedeeldt en dewijl het belang onser Comp s zoo wel als onse eijge veijligheijd daar bij soo diep betrokken zijn ad zijn, zullen uwEdelens ons verpligten, mijne Heeren, met ons in der tijd te willen meede deelen het geen uw Edelens dien aangaande verder tot ons naerigt Sullen gevoeglijk en noodig agten; wij Sijn met de volkomenste agting /:onderstond:/ mijne Heeren /:Lager:/ uwel Edele onderdaenige en gehoorsae„ „me Dienaeren /:was geteekent:/ W: J: v: d: Graaff A: J: Sluijsken, J: v: d: Sleijden, C: v: Citters aanrtz, Heijdeman W: L: Sontag, C: N: wiardi, en W: H: v: Bijland, in margine:/ Souratta den 16: Februarij 1779. Aan den Heer Rawson Hart Boddam Schildknaap, Chef weegens de Edele Engelse Compe:, en Gouverneur van s mogols Casteel & vloot- Benevens Den Raad Mijne Heeren! ^Mijne Heeren wij hebben ontvangen, de brief die uw Edelens ons den 13e: deeser de Eeze aangedaan hebben te Schrijven ook 329 ook is uwEdelens Ingenieur de Heer Capt: Nicholson tzeedert op onse werf geweest, om te besigtigen de plaets „aar in we ons kruijtbergen, en de gelegentheijd der plaatsen waar we voorneemens zijn te laeten maeken de waeterbakken vermeld bij onsen brieven van den 13: en 22:e Januarij en 8:e Februarij J:o Leeden wij twijfelen niet of het bericht dat sijn Edele un 1: daar van heeft gedaan, zal volmaakt overeerstem„ „men met de door ons daar van gegevene beschrijving en we versoeken seer vriendelijk van ons daar op hoe Eerder hoe liever uwEdelens besluijten te lee„ „ten toekomen. - Ten blijke van het regt van de Edele Nederlandse Comp: datwe bij onsen brief van den 5:' october 1888. hebben g'reclameert, senden we hier ingesloten in„ gevolge en ter voldoeninge aan uwEdelens begeerte Mijne Heeren, een afschrift van de firman door den Kooning Jehaan Daarsje ten behoeve van haar Edele verleend, aan den Heer Directeur Joan Josua Ketelaar in het Jaar 1712, waar bij onder anderen staat— „ Is den kooning voorgedragen dat de Hol„ „„landers, Laekenen en andere Goederen van „ eenige Zeeplaatsen met haare scheepen in ntz: E ven k „in Hindoustan aanbragten, en weederom Jndigo „Lijwaeten, salpeeter, en andere waeren, zoo in „agra als andere plaatsen Negotiee varde en nae „ souratta vervoerde, zoo leefden zij meede in koop „dat 's Konings ordre mogte worden gegeven „dat nae den gewoonen (hol die in souratta tot „ 2½ p=r C=to van oude tijden is vast gesteld, niemand „naevolgens die gewoonte, haar in souratta, en „ Brootchia, om iets meerder sal vermoogen „Lastig te vallen, maar gelicentieert blijven „ om haere goederen te moogen verkoopen aan „ wat Koopman dat begeeren; en te vervoeren „ naar wat plaatsen dat geneegen sijn, item „goederen moogen inkoopen van wie dat willen, „zoo meede in haeren dienst te mogen gebruij„ „ken zoodaenige maekelaars als selfs nae „willekeur begeeren, ter wijl niemand sonder „ toestemming in haere belangen zal mogen „ ingedrongen worden. „Deeze versoeken sijn alle door 's Majesteijts „ gunste toegestaan; dierhalven ordonneert „den Koning dat niemand haar in bovengem: „zaeken sal vermoogen te vermoeijelijken. — Eeven 331 331 dren soo duijdelijk als het hier uijt blijkt dat de Edele Nederlandse Compe: in alle de staeten van het mogolse Rijk soo in haeren activen als passiven handel niet meer dan eenmaal den Chol van 2½ p. r C.:to betaald, eeven soo onwederspreekelijk blijkt dit bij een Chirman 3 Jaeren te vooren door de Kooning Sja=Alem ten behoeve van Haar Edele verleend, aan den Heer Directeur Johan Grotenhuijs, van welke firman ook een afschrift hier nevens gaat, en waar van het articul dat van dit regt speciaal spreekt Luijd als volgt „Js versogt dat alle Gouverneurs, en verdere be„ „diendens tot het District van Houglij toe, moo„ „gen geordineert worden, dat zij geen Chollen, „ Dubbelt, of tweemaal zullen vermoogen te „vorderen; maar volgens gewoonte als in „ souratta 2½ p:r C=to Thol blijven neemen. — „ Dit is door den Kooning toegestaan. Beijde deeze afschriften, welke gelijk de oorspron¬ „kelijke, sijn in de persiaanze taal, zijn door onse Secretaris ter onser ordre g'authentiseert, en 3 kunnen teegen de oorspronkelijke worden ge¬ „collationeert, indien uw Edelens dit noodigh vinden, in welken gevalle we ten dien eijnde volgens nder ogen te em:
English
as customary will appoint a Commission. We do not doubt that the clarity of these proofs will completely convince Your Honours, Gentlemen, of the above-mentioned right of our Company. It is now already entering the fifth month since we lodged our grievance with Your Honours concerning the obstruction thereof, and the greatest part of the navigable season has consequently expired, without Her Honour having been able to enjoy the benefit thereof. We therefore hope and expect from Your Honours' fairness and justice, Gentlemen, that Your Honours will be pleased not to defer your deliberations on this matter any longer, and that Your Honours consequently will be so good as to convey Your Honours' complete reply to us as soon as possible. For the information given to us regarding the item of Rop: 1072 mentioned in our letter of the 8th instant, we thank Your Honours in advance, and shall inquire further into the matter. We request Your Honours' permission to repair some defects to the revetment of the sheet piling on the north-east side of our shipyard, more fully mentioned in our letter of the 24th of May 1773. Likewise, we request that Your Honours will give their consent to the erection of a new flagstaff on our shipyard, in place of the one currently standing there, which is now completely decayed. We are with the utmost respect, below was written, Gentlemen, lower down, Your Honours' humble and obedient servants, was signed, W: J: V:d: Graaf, H: J: Sluijsken, J: v: d: Heijden, C: V: Citters Aarntz:, C: Heijdeman, W: L: Sontag, E: N: Wiardi, and W: H: v: Bijland. In the margin, Souratta the 22nd of February 1739. To Mr. Rawson Hart Boddam, Esquire, Chief on behalf of the Honourable English Company, and Governor of the Mogul's Castle and Fleet, together with the Council. Gentlemen, We have had the honour to receive Your Honours' letter of the 28th of February, containing among other things that we misunderstood Your Honours' intention expressed in the letter of the 12th preceding. In that letter Your Honours state, since we have for some time conducted a very thorough investigation into the nature of the hindrances that Your Honours have encountered in the export of their merchandise, and which Your Honours state in their letter of the 5th of October last, it is now necessary that we see Your Honours' original firmans, by which Your Honours show that the Honourable Dutch East India Company has the right to transport its goods throughout the entire Mogul Empire, provided that upon import it has paid the duty of 2 1/2 percent, without being obliged to pay any further duties for it, so that we may pass an impartial judgment on the nature of the privileges that Your Honours now claim. In accordance therewith, we offered to Your Honours in our letter of the 22nd of February that we would appoint a Commission to show to Your Honours the original firmans that prove the aforesaid privilege of the Honourable Dutch Company. It has consequently depended solely on Your Honours to appoint a meeting for that purpose, in the very same manner as was done on another occasion on the 24th of June 1773, and we consequently cannot see otherwise than that we have offered everything that was necessary to comply with the above-transcribed part of Your Honours' letter in the most complete manner. Your Honours state further in their letter: And in order to prevent Your Honours having any further trouble in showing their firmans, we request Your Honours in the most friendly manner to take copies of the same, and to avoid all future disputes concerning the authenticity of the copies, we request that Your Honours will be so good as to attest the same. We confess in good faith that we did not understand the words in the aforesaid letter of Your Honours, we request in the most friendly manner to take copies of the same, the firmans, in that sense as we see from Your Honours' further letter of the 28th of February that Your Honours' actual intention therewith was, namely to demand of us that we should place into Your Honours' hands our original firmans in order that Your Honours yourselves could take copies thereof. Meanwhile, we do not see that it matters at all who the copyist of such documents is, provided it otherwise sufficiently appears that the copies agree with the original documents. If therefore Your Honours' intention is merely, as we think, to have complete copies of these firmans agreeing in every part therewith, then we have also complied with the contents and intention of this second above-transcribed part of Your Honours' letter, by sending to Your Honours copies of the aforesaid firmans authenticated by our secretary upon our order, the more so as we, to remove all uncertainty, have offered to send the original documents in order to be able to collate them against the same. We have therefore not, as Your Honours state,
Dutch transcription
volgens gewoonte een Commissie sullen benoemen wij twijfelen niet of de duijdelijkheijd deeser bewijsen zullen uwedelens op het volkoomenst overtuijgen mijne Heeren, van het hier boven vermeld regt van onse Compen; — Het loopt nu reeds in de vijfde maand datwe ons bij uw Edelens over het stremmen daar van hebben beswaart, en het grootste gedeelte van de vaarbaere tijd is mits dien verlopen; zonder dat haar Edele het Effect daar van heeft kunnen genieten. wij hoopen en verwagten daarom van uw Edelens billikheijd, en regtmaetigheijd, mijne Heeren, dat uw Edelens derzelver deliberatien hier over niet Langer sullen gelieven uijttestellen, en dat uw Edelens dien volgens soo goed sullen sijn, ons daar op soo dra mogelijk uw Edelens vol¬ „leedig antwoord te laeten toekoomen. — voor het aan ons gegeve bezicht nopens de post van Rop: 1072 bij onsen brief van den 8:e deeser vermeld bedanken we uw Edelens bij voorraad, en Zullen ons daar op naeder informeeren. - wij versoeken uwEdelens verlof, tot het Neporeeren 235 151 Repareeren van eenige gebreeken aan de beschoeij, „ing van het Daalwerk aan de N: O: kant van onsen werf, breeder vermeld bij onsen brief van den 24:e Maij 1773. ul Insgelijk versoeken we dat k Edelens hunne toestemming, willen geven tot het opregten van F: een nieuwe vlagge mast op onse werf, in steede van de geene die er thans staat, en die thans geheel vergaan is; — wij sijn met de volmaakste agting /:onderstond:/ mijne Heeren /:Lager/ uw Edelens onderdaenige en gehoorsaeme Die¬ „naeren /:was geteekent:/ W: J: V:d: Graaf, H: J: sluijs„ „ken, J: v: d: Heijden, C: V: Citters aarntz:, C: Heijdeman, W: L: sontag, E: N: wiardi, en W: H: v: Bijland, /:in margine:/ Souratta den 22:' feb:r 1739 — Aan den Heer Rawson Hart Boddam, schild„ „knaap, Chef van weegens de Edele Engel„ „se Comp:., en Gouverneur van 's Mogols benevens Casteel & vloot— Den Raad Mijne Heeren wij del delers en ƒ wij hebben de Eere gehad te ontvangen uwEdelens brijf van den 28:e Februarij houdende onder anderen, dat we uw Edelens mening bij brief van den 12:e daar te voo„ „ren qualijk begreepen hebben. — Bij deede brief zeggen uw Edelens, alsoo wij tzeedert eenigen tijd een seer nauwkeurig ondersoek hebben gedaan in den aard van de verhinderingen die uw Edelens ontmoet hebben, in den uijtvoer haerer koopmanschappen, en die uw Edelens bij derselver brief van den 5:e: october Laastleden opgeven, is het thans noodzaekelijk dat wij uwr delens originaal firmans Zien, waarbij uw Edelens vertoonen dat de Edele Neederlandse oost Indische Comp:e: het regt heeft om haere goederen door het geheele Mogolse Rijk te vervoeren, indiense bij invoer„ daar voor heeft betaald de geregtigheijd van 2¼ 1pC ½ pCt sonder verpligt te weesen, daar voor eenige verdere geregtigheeden te betaelen, op dat wij een onzijdig oordeel mogen vellen. van den aard der privilegien die wor Edelens thans Eijschen Ingevolge van dien hebben we uwEdelens bij onsen brief van den 22e februarij aangeboden dat we een Commissie souden benoemen om„ aan 32 2 aan uw Edelens de origineele hirmans te laeten vertoonen die het voorsz: voorregt van de Edele Nederlandse Comp. bewijden. - Het heeft mitsdien, alleen van uw Edelens afgehangen, om daartoe een bijeenkomst te bestemmen, even en zoodaenig als dat is gedaan bij een ander gelegentheijd op den 24: Junij 1873. en we kunnen mits dien niet anders sien, of we hebben alles aangeboden wat noodig geweest is, om aan het hier boven ingeschreevene gedeelte van uwEdelens brief, op de aller volkomenste wijse te voldoen. — uw Edelens zeggen bij derzelver brieff wijders; En om voor te komen, dat uw Edelens eenige verdere moeijte sonden hebben, in het vertoonen van derzel„ „ver firmans, versoeken wij uw Edelens op de aller vriendelijkste wijze om afschriften van deselve te neemen, en om alle toekomende geschillen te vermijden betreffende de Egtheijd van de afschrif¬ „ten versoeken wij dat uw Edelens soo goet willen sijn om deselve te attesteeren — we bekennen ter goeder trouwe datwe de woorden in voorsz uw Edelens brief, me versoeken op de aller vriendelijkste wijse om afschriften van deselve /:de firmans:/ te neemen, niet hebben verstaan brief gineel dat le ½pC e dat wij en verstaan, in dien Sin als we bij uwdelens naedeze brief van den 28:e februarij hen dat uw Edelene werken lijke meening daar meede geweest is, naementlijk om van ons te vergen dat we aan uw Edelens souden in handen stellen onse oorspronkelijke firmans ten eijnde uw Edelens selve daar van afschriften konden neemen. — wij hen ondertusschen niet dat het iets ter zaeke doet wie den uijtschrijver van sulke stukken is, zoo het anders voldoende blijkt, dat de afschriften met de oorspronkelijke stukken accordeeren, in„ „dien dus uw Edelens intentie alleen is, gelijk we denken, om te hebben volledige afschriften van deese Tirmans in allen deele daar meede overeen¬ „stemmende, dan hebben we ook aan den inhoud en intentie van dit tweede hier boven ingeschre „vene gedeelte van uwEdelens brief voldaan, met aan uw Edelens te senden afschriften van voorsz: firmans, door onsen secretaris ter onser ordre geauthentiseert, te meer we ter wegneming van alle onzekerheijd aangebooden hebben, om de oorspronkelijke stukken te senden, ten eijn¬ de se daar teegen te kunnen collationeeren we hebben uwEdelens dus niet gelijk deselve zeggen
English
say only authenticated copies of the firmans were sent, but in fact we have fully satisfied what Your Honours requested of us. We offer Your Honours this once again hereby, namely to appoint a committee to show the aforementioned original firmans to Your Honours, as well as to have collated against them the copies that we have already sent to Your Honours, and since thereby, as we have shown, that which Your Honours requested of us on this subject in your letter of the 12th of February last is fully complied with, we request that the necessary meeting for that purpose be scheduled, the sooner the better, for to send our original firmans to Your Honours without such a meeting, and to give them out of our hands for so long that copies could be made thereof by Your Honours' Persian writer, that we cannot, nor are we able to do, on account of the consequences. For the same reasons we also cannot send to Your Honours all our remaining firmans to have copies made thereof in the manner aforesaid, nor do we understand to what purpose this can be serviceable in the present case, until such time as we ourselves deem it necessary to derive any proofs therefrom, for just as Your Honours on your side exercise the right to ask for the proof of the privilege of the Noble Netherlands Company that we claim, so we also ought on our side to retain the customary freedom in the manner of doing this, without being restricted therein in any way. If Your Honours find that the proofs we produce are not sufficient, then it is up to Your Honours to point out the deficiency thereof, and for us to respond further thereto. We thank Your Honours hereby for the permission sent to us for the erection of a new flagstaff and the making of the water cisterns mentioned in our previous letter. We had very much hoped that Your Honours would also have found no difficulty in granting us permission that we might secure the place where we are accustomed to store our gunpowder in at least some minimally adequate manner against the accidents which we have reason to fear from it at every moment, and which could be of the most dreadful consequences for us. Your Honours have, on the contrary, only consented to let us have the ceiling and one of the walls thereof made of bamboos smeared with cow dung, which are both such combustible materials that one could hardly conceive of anything more dangerous and less suitable for the protection of a place where gunpowder is stored. Your Honours remark that it has not been otherwise until now, and we acknowledge this as well, but this reason, that we have until today been obliged to be exposed to such a danger as is necessarily connected therewith, seems altogether insufficient to refuse us so reasonable a request as to be allowed to protect ourselves against it for the future. In our letter of the 13th of January last we only requested this, and we have absolutely no intention of altering or enlarging this place in any way; we ourselves have not spoken with the gentlemen, Your Honours' deputies, about this, and our deputies had no other order than to submit to their Honours' consideration that, in order to prevent accidents, it was necessary on the one side, instead of the bamboos smeared with cow dung that stand there now, to place a small stone wall, and that the ceiling, which likewise is only of bamboos smeared with cow dung, be made of wood covered with stones, or whatever else might be deemed adequate to prevent burning through. We are with the most perfect respect, beneath was written: Gentlemen, lower: Your Honours' very obedient servants, was signed: W: J: v: d: Graaf, A: J: Sluijsker, J: v: d: Heijden, C: v: Citters aarntz, C: Heijdeman, W: L: sontag, E: H: wiardi, and W: H: van Bijland. In the margin: Souratta the 18th of March 1739. To the Right Honourable William Hornby Esquire, President on behalf of the Honourable English Company, and Governor of His Majesty's Castle, together with The Council, Bombay. Right Honourable Sir, Gentlemen, With the beginning of this shipping season we intended, Gentlemen, to dispatch some merchandise belonging to the Noble Netherlands Company. We did to that end present the order granted for that purpose by the Lord Governor of the City upon his toll officers, according to custom, to the native officers appointed on behalf of the Noble English Company to oversee their Honours' share in the tolls. But these declared that they had orders not to let any goods of our Company be exported unless toll was paid thereon once again from then on. We have written about this to Rawson Hart Boddam Esqr., Chief on behalf of the Noble English Company at Souratta, and his Council; and shown to their Honours that the Netherlands Company has the right to have its goods, for which the customary toll of 2½ percent was paid upon import at Souratta, subsequently transported at discretion without paying any further toll for them. A copy of this our letter dispatched to their Honours on the 5th of October last lies herewith, marked No: 1. The aforementioned Mr. Boddam and his Council wrote to us thereupon on the 13th of the same month that
Dutch transcription
337 zeggen eeniglijk gesonden geauthentiseerde Copijen der firmans, maar we hebben in Effecte volledig voldaan. aan het geen uw Edelens van ons hebben gevraagt. — we bieden uw Edelens dit nogmaals door deesen aan om naementlijk een Commissie te benoemen om de voor„ „schreven oorspronkelijke firmans aan uw Edelens te vertoonen, mitsgaeders om teegen deselve te doen collationeeren de Copijen die we uwEdelens bereeds hebben gesonden, en wijl hier meede soo als we hebben aangeweezen, volkomen word voldaan aan het geene uw Edelens op dit onderwerp bij derzelver brief van den 12e. februarij J: L: van ons hebben gevraagt soo versoeken we de nodige bijeenkomst daar toe, hoe Eer zoo beeter, te bestemmen, want om aan uw Edelen sonder sulk een bijeenkomst, toetezenden onse oor„ spronkelijke fermans, en die soo lange uijt onse han„ „den te geven, dat daar van door uw Edelens persiaan„ „se schrijver soude kunnen worden afschriften gemaakt, dat kunnen we, nog vermogen we, om der gevolgen wille niet doen - om deselfde leeden kunnen we ook niet aan uw Edelens senden alle onze overige firmans, om „doen ƒ daar van in voegen voorsz: afschriften te mae„ „ken, ook begrijpen we niet waar toe dit in het teegen woordig geval kan dienstig zijn, tot van gen tot soo lange wij selve het niet nodig agten da uijt eenige bewijsen te ontleenen, want gelijk uw Edelens van hunne Zijde het regt oeffenen, om te vragen het bewijs van het privilegie der Edel Nederlandse Compe. datwe reclameeren, zoo behooren we ook aan onse kant de gewoone vrij¬ heijd te behouden in de wijze van dit te doen, so „der daar in op eeniger hande wijse te worden be¬ „paald, vinden uw Edelens dat de bewijsen die we poode ceeren niet voldoende sijn dan staat het aan uw Edelens om het ontbreekende daar van aan te wijsen, en aan ons om daar op nader te antwoorden we bedanken uw Edelens door deezen voor het aan ons gesondene verlof, tot het opsetten van een nieuwe vlagge mast, en het maeken der waeterbakken, bij onse voorgaande vermeldt we hadden seer gehoopt dat uw Ede: ook geen Zwae¬ righeijd souden hebben gevonden, om aan ons toe te staan, dat we de plaats daar we gewoon sijn ons Kruijt te bergen, op een ten minsten eeni„ „ger moeten toereijkende wijse mogten ver„ zeekeren teegens de ongelukken die we alle ogen¬ „blikken daar van te vreesen hebben, en voor ons„ van de allerschrikkelijks te gevolgen sijn kunnen uw Ede 339 3 uw Edelens hebben ons daar en teegen alleen ingewilligt om de Zoldering, en een der wanden daar van te mogen laeten maeken van Bamboesen bestreeken met koe„ „mist, dat beijde soo brandbaere stoffen sijn, dat men niet wel iets gevaarlijker en minder geschikt ter beveijliging van een plaats daar kruijt geborgen word zoude kunnen uijtdenken, uw Edelens merken aan, dat dit tot hier toe niet anders geweest is, en we beken„ „nen dit ook, dog deese reede, datwe tot heeden toe genoodsaakt geweest sijn aan sulk een gevaar als daarmeede noodzaekelijk verbonden is, te zijn blood¬ gesteldt, schijnt ten eenemaal ongenoegsaam te te weesen, om ons afte spreeken een zoo reedelijk versoek, als is om ons daar teegens voor den aanstaan„ „de te mogen beveijligen Bij onsen brief van den 13„e Januarij J: L: hebben we dit alleen versogt, en we hebben ook geheel geen voorneemen, om deeze plaats op eenigerhande wijse te veranderen of te vergroten; - wij selve hebben met de Heeren uw Edelens gecommitteerdens daar over niet gesprooken, en onse gecommitteerdens hebben geen andere ordre gehad, dan om hun Edelens in overweeging te geven dat het ter voorkoming van ongelukken nodig wax om aan de Eene zijde, insteede van de Bamboesen bestreeken met koemist die daar het Bonbaij die er nu staan, te setten een steene muurtje, en dat de Zolder die insgelijk maar is van Damboesen bestreeken met koemist wierd gemaakt van hout belegt met steenen, of wat andersints toereijkende kon worden g'oordeeld om het doorbranden te voor koomen; — wij syn met de volmaakste agting /:onderstond:/ Mijne Heeren, /:Lager:/ uw Edelens saer gehoorsaeme Dienaeren /:was geteekent:/ W: J: v: d: Graaf, A: J: Sluijsker, J v: d: Heijden, C: v: Citters aarntz, C: Heijdeman, W: L: sontag, E: H: wiardi, en W: H: van Bijland (: in margine Souratta den 18:e maart 1739. Aan den wel Edelen groot Agtbaeren Heer William Hornbij Schildknaap, Praesident van weegens de honorable Engelse Compe, en Gouver¬ neur van Sijn Majesteijds Casteel Nevens Den Raad wel Edele Groot Agtbaere Heer Heeren Met het begin van deeze vaarbaere tijd, waeren me 2 341 we voornemens, Mijne Heeren, om eenige Negotie goederen toebehoorende aan de Ed: Nederlandse Compe. te verbenden we deeden ten dien Eijnde de ordre door den Heer Stads Gouverneur daar toe op syne Thol bedientens verleend; volgens gebruijk vertoonen aan de Jnlandse bediendens die van weegens de Edele Engelse Comp:e gesteld sijn, om het opsigt te houden over haar Edele aandeel in de Thollen. Dog deeze verklaarden datze ordrre hadden, om geene goede¬ „ren van onse Comp:e te laeten uijtvoeren ten zij daar van, van toen voortaan, andermaal Thol betaald wierd. wij hebben hier over geschreeven aan den Heer Rawson Hart Boddam Esqr. Chef van weegens de Edele Engelse Comp: te souratta, en zijnen Raad; en aan hun Edelens vertoont dat de Nederlandze Comp:e het den regt heeft om haere goederen waar voor bij invoer te souratta de gewoone Thol van 2½ p:r C=to voldaan is, vervolgens naar goedvinden te doen vervoeren, sonder daar voor Eenige verdere Thol te betaelen, van deeze onse brief aan hun Ed:e afgevaardigt den 5:e: october Jongst Leeden legt een Copij hier nevens, gemerkt No: 1— welgemelde Heer Roddam en Sijnen Raad, schreven ons daar op den 13e: van deselve maand dat in Heer de ouren ens n
English
that their Honours were taking the necessary steps to conduct a full investigation into the particular circumstances of the case, we let a full three months pass to await their Honours' further answer, and having not been favoured with it up to that time, we requested by letter of 13 January that their Honours would be so kind as to send us, as promptly as could conveniently be done, the answer that we were expecting pursuant to their letter of 13 October. Finally, on 12 February, we received from the said Mr Boddam and his Council the letter which, insofar as it is relevant hereto, is annexed hereto in extract marked No. 2. Their Honours ask therein to see the original firmans by which we show the right that we currently claim, and, in order to prevent all further trouble in showing the firmans, to take copies thereof attested by us, so as to avoid all future disputes over the authenticity of these copies. The request to have copies of the firmans here clearly has regard only to future occurrences; nevertheless, in order, as we thought, to fully satisfy both requirements, we offered to Mr Boddam and his Council, in our reply of 22 February, to appoint a commission to show the original firmans demonstrating the aforementioned right, and we sent to their Honours on the same occasion the copies thereof duly authenticated. We sent these copies in advance so that their Honours might meanwhile be informed of the contents of these firmans, and for their Honours' greater convenience we even inserted into our aforementioned letter the translation of that part of these firmans upon which matters principally depend in this case. An extract of this letter, insofar as it is relevant hereto, lies among the appendices hereto marked No. 3. By a letter written on 28 February, we received the reply to this. In the beginning thereof, Mr Boddam and his Council state that we had misunderstood the meaning of their letter of the 12th preceding, for their Honours had therein asked to see our original firmans in order for copies to be taken thereof by their Honours themselves, adding that instead of complying with that request, we had merely sent their Honours attested copies; but that in sending them we had also offered to have the originals thereof shown. In our reply of 18 March, an extract of which, insofar as it is relevant hereto, lies among the appendices marked No. 4, we pointed this out in detail to Mr Boddam and his Council, indicating that the only difference between what their Honours had asked of us by letter of 12 February and what we had offered in our reply thereto consisted solely in this: that their Honours, instead of the copies of the firmans sent by us, wished themselves to have copies taken of these firmans; but that in our view it mattered not at all who transcribes such documents, provided it otherwise sufficiently appears that the copies agree with the original documents. We repeated our aforementioned offer to appoint a commission to show the original firmans, and pointed out that without such a meeting we could not nor were permitted to send our original firmans, to part with them from our hands for so long as it would take for their Honours' Persian writer to make copies thereof. Mr Boddam and his Council, who, as we have noted above, had at first only asked us to see the original firmans by which we show the right in question, now in the continuation of their Honours' aforementioned letter of 28 February extended their demands to all our firmans, to have them shown to their Honours so that their Honours themselves might take copies thereof. To this we pointed out in our aforementioned letter of 18 March that, just as their Honours on their part exercise the right to demand from us the proof of the privilege of the Netherlands Company that we claim, we on our part ought to retain the customary freedom in providing that proof, without being restricted therein in any manner whatsoever; that if their Honours found that the documents which we undertook to produce, and of which we had already sent the copies, were not sufficient, it was up to their Honours to point out to us what was lacking therein so that we might answer further thereto. We had hoped that Mr Boddam and his Council would have acquiesced in these further representations of ours. Instead, their Honours wrote to us by letter of 20 March, which in extract is annexed hereto, insofar as it is relevant hereto, marked No. 5: We remain of the opinion that without seeing all of your Honours' firmans, it is not possible to form an impartial judgment concerning the privileges contained therein; consequently, we cannot proceed in the investigation of the claim which your Honours presently maintain to be one of their privileged firmans. Thus the matter rests upon and entirely depends on your Honours, Gentlemen, whether your Honours will provide us or not with such information as we deem necessary, that is, all your Honours' original firmans, with permission for us to take copies of the same, we shall be enabled to continue our investigation, but with
Dutch transcription
dat hun Edelens de noodige stappen waeren neemende om een volleedig ondersoek te doen, in de besondere omstan„ „digheeden van het geval, — volle drie maanden lieten we verloopen om hun Ed: nae„ „der antwoord aftewagten, en tot dien tijd toe daar mee„ „de niet begunstigt sijnde, versogten we bij brief van den 13:e Januarij dat hun Ed:e soo goet wilden sijn, om „gevoegelijk ons soo spoedig als het ^ geschieden konde, te senden het antwoord datwe ingevolge derzelver brief van den 13:e october waeren verwagtende. — Eijndelijk ontvingen we den 12:e februarij van meerm: Heer Boddam en Zijnen Raad, de brief die zoo verre ze hier toe betrekkelijk is, in Extract hier nevens legt gemerkt N:o 2 - Hunddelens vragen daar bij te sien de oorspronkelijke Tirmans, waarbij we vertoonen het regt dat we thans reclameeren en om ter voorkooming van alle verdere moeijte in het vertoonen der firmans, daar van afschriften te neemen door ons g'attesteerd, ten Eijnde te ver„ „mijden alle toekomende geschillen over de Egt„ „heijd deezer afschriften - Het versoek om te hebben Copijen der firmans heeft hier baar blijkelijk alleen sijn opsigt op toekomende voorvallen, we hebben niet te min, ten eijnde Zoo we dagten, volleedig aan beijde Requisiten te 12 343 te voldoen; — De Heer Boddam en zijnen Raad, bij ons antwoord van den 22e: februarij aangebooden om een Commissie te sullen benoemen om te vertoonen de oorspronkelijke firmans, aantoonen„ „de het voorsz regt, en we hebben ter zelver gelegent „heijt aan hun Edelens gesonden, de afschriften daar van behoorlijk g'authertiseert, we sonden deeze afschriften daarom voor af op dat hun Ed:e in tusschen van den Jnhoud deezer firmans konden weesen g'informeert, en we inserreerden selfs tot hun Edelens meerder gemak in voorsz: onsen brief, de vertaeling van dat gedeelte dee„ „ser firmans, waar op het in deesen voornoement„ „lijk aankoomt; - Een Extract van deeze brief voor soo verre die hier toe betrekkelijk is legt onder de Bijlaagen deeses gemerkt No: 3 Bij een brieff geschreven den 28:e februarij, ont„ „vingen we hier op het antwoorde - Jn het begin derzelve, zeggen de Heer Boddam en Zijnen Raad, datwe de mening van derzelver brief van den 12:e daar te vooren qualijk gevat hadden want dat hun Edelens daar bij hadden gevraagt owse origineele firmans te sien om daarvan; door nae¬ mee„ rbij ren te ten Nomende ten door hun Edelens selve, Copijen te worden genomen met bijvoeging, dat we in steede van dat versoek intewilligen, Hun- Ed: eeniglijk g'attesteerde Copijen hadden gesonden; maar dat wij bij het senden daar van tevens hadden aangebooden om de origineelen daar van te doen vertoonen, Bij ons antwoord van den 18„e maart, waar van een Extract soo verre het hier toe betrekkelijk is legt onder de Bijlaegen gemerkt No. 4 hebben we aan den Heer Boddam, en Zijner Raad dit omstandig vertoond, met aanwijzing dat het eenigste onderscheijd tusschen het geen hun Ed:e bij brief van den 12:e februarij van ons hadden gevraagt, en het geen we daarop bij ons antwoord hebben aangebooden alleen hier in bestond, dat hun Ed insteede van de Copijen der firmans door ons gesonden, zelve Copijen van deeze firmans wilden doen neemen dog dat het naar ons insien niets ter saeke deed wie de uijtschrijving van sulke stukken doet zoo het anders voldoende blijkt, dat de afschriften met de oorspronkelijke stukken accordeeren 345 3 we herhaalden voorsz: ons aanbod, om een Commissie te benoemen tot het vertoonen der oorspronkelijke firmans en weesen aan dat we sonder sulk een bijeenkomst, onse oorspronkelijke firmans niet konden nog vermog„ „ten te senden, om die soo lange uijt onse handen te geven, dat daar van door hun Ed: persiaande Schrijver konden werden afschriften gemaakt. - De Heer Boddam en Sijnen Raad, die soo als we hier boven hebben aangemerkt, ons eerst alleen hadden gevraagt, te sien de origineele firmans, waar bij we het regt in questie vertoonen, strekten bij het vervolg van voorsz: hun Ed: brief van den 28e februarij nu derselver Eijschen uijt tot alle onse firmans, om die aan hun Ede: te doen vertoonen, op dat hun Edelen zelve daar van Copijen konden nemen Hier op hebben we bij meerm: onsen brief van den 18:e maart aangeweesen, dat gelijk hun Ed:e van hunne zijde het regt oeffenen om van ons te vra„ „gen, het bewijs van het privilegie van de Weder„ „landse Comp:e dat we reclameeren, we van onze kart behoorden te behouden de gewoone vrijheijd in het doen van dat bewijs, sonder daar in op eeni„ „gerhande wijse te worden bepaald; Dat zoo hun Ed: vonden dat de stukken die we aannamen te omen men d en waarvan we reeds de afschriften gezonden he te produceeren ^ net voldoende waeren, het daer aan hun Ed: stond om ons het ontbreekende daar van aantewijsen ten eijnde door ons daar op naeder te worden g'antwoord; - we hadden gehoopt dat den Heer Boddam en Zijnen Raad, in deese onse nadere vertoogen souden hebben berust, Instee „de van dien schreeven hun Ed: ons bij brief van den 20e: maart die in Extract hier nevens legt zoo verre ze hier toe betrekkelijk is gemt: No: 5. wij sijn steeds van gedagten, dat sonder alle uwEd: firmans te hen, het niet mogelijk is een onzijdig oordeel te formeeren betreffende, de voorregten daar in begreepen; gevolglijk kunnen we niet voortvaeren in de navorschsching van den Eysch die uw Edelens thans staande houden, een van derzelver gepriviligeerde firmans te sijn, Dis rust de zaak op en hangt ten eenemaal af van uwEd: mijne Heeren, of uwEd: ons willen voorsien of niet, met zoodaenige informatien als we nodig oordeelen, dat is alle uwEd: origi¬ „neete firmans, met ons toetestaan Copijen van dezelve te neemen, sullen we in staat gesteld zijn om ons onderzoek voort te setten, dog met