VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10431

Surat · 566 pages · 151 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10431_0355 view scan ↗

English

The 10th of June Anno 1786. Although they also declare that they are willing to make every effort in the future to recruit and provide Moorish seafarers for the Company on the same footing as is the custom in Bengal and is the pleasure of their High Mightinesses, whenever there is any possibility of obtaining the permission and consent of the government of this city, or rather the Nabab and the Baxie, they declare that, whatever the consequences may be, it is utterly impossible for them to persuade the families, and even less the regents, to waive their demand that their account be settled and payment made for a total of 324 heads of Moorish seafarers, being 1 Sarang, 8 tandels, and 315 common crewmen, who were sent from here promptly and who, shortly before the war, certainly still in December 1780 according to the confrontation at Batavia or elsewhere, were in existence, and at that time, according to their account, had already earned a sum of circa 70,000 Rops and stood in credit on the books; and to persuade them to keep the peace with, and acquiesce in, the assertion that all of these are absent and deserted, and that on that ground all their earned wages are confiscated; merely because they are not found noted on the Batavia lists; while they maintain that those lists do not deserve the slightest credit, as evidence of which they allege The 10th of June Anno 1786. allege that some Moors have now returned from Batavia with the Diamant who several years ago had already been reported as absent or missing. However, they declare that they are very willing, having earned their bread with the Company for so many years, to exercise as much compliance as possible, and consequently are quite willing to do their best to persuade the families or the rightful claimants of those Moors who are directly noted on the lists as deceased to receive that which was due to them according to the aforementioned lists, and that they also wish to receive those funds under proper receipt, amounting according to the received lists to f 1953. 11. 8. and with those received per the Diamant amounting to f 1501. –. –.; yes, that in like manner they wish to receive the estate left by the sailor Nanna Narsing, being f 94. 21.; but that they are unable to satisfy the families of the Sarangs Moesdien Joudien, Abrahamje Adjee Monsoez, and Sale Moesa, all of whom reside here in the city and who died in Batavia in Anno 1782 and 1783, with what has been written from Batavia concerning what was due to them at their death, because they expressly demand to be shown the receipts of the deceased, by which it would appear that such considerable The 10th of June Anno 1786. considerable sums as were due to them in 1781 were received and drawn there, which they maintain cannot be true and can prove otherwise with their letters, threatening to complain to the government about this. And although they further would provisionally be well inclined to receive the two months of allotments according to the received lists to an amount of f 8055. –. –., they declare that they are unable or dare not do so, since as soon as they were to disburse these funds to the families and rightful claimants of the Moors who are still alive, they will be attacked from all sides by the families and rightful claimants of the other Moors who are not to be found on any lists, who have also applied for the payment of the same 2 months of allotments or otherwise for the final settlement and payment of what was due to them upon their death or disappearance, according to the conditions upon which they were hired and which has always been the custom; and that it is impossible for them to be relieved of this without taking some measure or other; while at present, unlike what they have previously done, it is impossible for them to satisfy all these people provisionally, even with a small amount for each, or to make them exercise patience The 16th of June Anno 1786. exercise patience until the arrival of the ships, as they, in the event that their High Mightinesses should persist in the resolution to pay nothing of the outstanding wages of all the aforementioned persons because they are not found on any Batavia lists, would never get a single penny back, and thereby they, now that they may possibly come into the circumstance of having to flee from persecution by the government, would also be stripped of the little that has been left to them. The only thing, therefore, that according to the statement of the aforementioned business agents could be done to satisfy the families and interested parties of those Moors who are absent or deserted, or at least are not found on the lists, provisionally and until next October or until the arrival of the Batavia ships, and to make them exercise patience without resorting to complaints or committing acts of violence, would consist in provisionally paying something to the families of the aforementioned seamen or to the rightful claimants, to be deducted again upon the final settlement, which would have to consist of at least one month of wages for each man; However, they also demand very expressly that, if it should happen as they expect, that

Dutch transcription

273. Den 10„e Junij A„o 1786. —. schoon sij ook betuijgen dat zij gaarn voor het vervolg alle moeijten in het werk willen stellen om voor de maatschappije Moorse zeevaarende te werven & te besorgen op den voet als in Bengaalen het gebruijk en haar Hoog Edelheedens welbehaagen is, wanneer er maar moogelijkheijd is om daar toe te erlan„ „gen de permissie & toestemming van de Regee„ „ringe deeser stad of wel de Nabab & de Baxie verklaaren dat het haar, wat de gevolgen ook moo„ „gen zijn, volstrekt ondoenelijk is om de familien en nog veel minder de regenten te beweegen dat sij sul„ „len afsien daar van dat haar Reekening gedaan word en betaeling geschied van een getal van 324. koppen moorse zeevaarende, sijnde 1. Sarang 8. tandels & 315. gemeene, die datelijk van hier versonden sijn en kort voor den Oorlog immers nog in December 1780. volgens de konfoontatie op Batavia of elders in Weesen waaren & toenmaals al volgens haar Reeke„ „ning een somma van circa 70'000. –. Rop. s verdiend hadden, en te vooren stonden by de Boeken en om haar te beweegen dat sy sig vreedig sullen houden met - en berusten in- het voorgeeven dat deese alle absent en gedeserteerd sijn, en dat uijt dien hoofde alle haare verdiende Gagie geconfisqueerd word; Eeniglijk om datse bij de Bataviase Lijsten niet worden bekend gesteld gevonden; terwijl sy staande houden dat die Lijsten geen het minste gelooff verdienen, tot een blijk van het welke sij alle¬ gueeren ie volg 331 274. Den 10„en Junij A„o 1786. — allegueeren dat er nu met de Diamant van Batavia sijn te rug gekoomen sommige mooren die vooree¬ „nige Iaaren geleeden alreets als absent of vermist opgegeven sijn geweest. Egter verklaaren sij dat seer geneegen zijn om daar haar brood zo veele Iaaren by de comp: ge„ „wonnen hebben, soo veel inschikkelijkheijd te gebruijken als moogelik is, en dienvolgens haar best wel willen doen, om de Families of de geregtigdens van die mooren welke daadelijk als overleeden bij de Lijsten bekend staan, te Persuadeeren, om het geene vol„ „gens voormelde Lijsten te goed hadden te ontfangen en dat Sy ook die gelden onder behoorlyke quitan„ „cie ontfangen willen, zijnde volgens de ontfan„ „gene Lijsten ƒ 1953. 11. 8. en met die P:r de Dia„ „mant ontfangen ƒ 1501. –. –. bedraagen Ia dat sij in gelijker voegen willen ontfangen het nagelaatene door den mattroos Nanna Narsing sijnde ƒ 94. 21. dog dat Sy onvermoogens syn om de Familien der te Batavia in A:o 1782. en 1783. overleeden Sarangs moesdien Joudien, Abrahamje adjee monsoez & Sale Moesa, welke alle hier in de stad woonen te vreeden te stellen, met het geen van Bo¬ „tavia is geschreeven dat Sij bij haar overlijden hebben te goed gehad, alsoo die Expres vorderen dat haar de quitancien van de overleedene worde getoond, waar by het geblykt dat sulke aansiene „lijke 275. Den 10„e Iunij A„o 1786. — aansienelijke summen als in 1781 te goed hebben gehad aldaar ontfangen en opgenoomen hebben, het geen sij staande houden niet waar te kunnen sijn, en met haare brieven anders te kunnen bewijsen, drijgende om hier over aan de Regeering te sullen klaagen. En schoon sij verders bij Provisie wel geneegen souden sijn tot den ontfangst van de twee maanden vermaakinge volgens de ontfangene Lijsten tot een bedraagen van ƒ 8055. –. –. soo verklaaren sy sulks niet te kunnen of te durven doen, also sij A: vas deese gelden aan de Familien & geregtigdens van de Nog in leven sijnde mooren weeder, uijtkee¬ „ren wilden, sy van alle sijden sullen worden aange„ „vallen door de Familien & geregtigdens van de andere mooren welke bij geen lijsten te vinden sijn, opgegeven sijn mede om de voldoeninge van gelijke 2. maanden vermaaking of anders of anders voor de finale afrekening en afbetaeling van het geen bij haar overlijden of vermissing te goed hadden, volgens de konditien waar op aangenoomen sijn, en het geen altoos het gebruijk geweest is, en dat sy daar van sonder het een of ander middel in het werk te stellen, onmoogelijk ontslaagen kunnen worden; terwijl het haar tans so als anders wel bevoorens hebben gedaan, ondoenelijk is om alle deese men„ „schen, al is het ook ider met een kleijnigheijd bij Provisie te vreeden te stellen, of te doen Patienteeren tavia voor ee¬ verm mist k 3 273 276. Den 16„en Junij A„o 1786. —. Patienteeren tot het arrivement der scheepen, also sij daar van bij aldien Haar Hoog Edelheeden bij het besluijt om van de te vooren staande gagie van alle de voorseide Persoonen niets te betaelen om datse bij geene Bataviasche Lijsten worden ge„ „vonden persisteeren mogten, nimmer een Penning souden te rug krijgen, en daar door nu sij moge„ „lijk in de omstandigheijd geraaken sullen om voor de vervolging der Regeering te moeten vlugten nog ontbloot raaken van het weijnige dat haar overgeschoo„ Het eenige het geen er dus volgens het seggen der voorseede zaekbesordjers soude te doen zijn, om de Fra„ „milien en de geintresseerdens van die mooren welke absent of gedeserteerd zullen zijn, immers bij de Lijsten niet gevonden worden bij Provisie en tot october aan„ staande ofte wel tot de komste der Bataviasche scheepen te vreeden te stellen & te doen geduld oeffenen sonder tot klagten of het doen van dadelij¬ „ke geweldpleeging over te gaan soude bestaan daar in, dat thans aan de Familien van voorschree„ „ven Zeelieden of de geregtigdens bij Provisie iets wierd betaald om bij de volkoomen afreeke„ „ning weeder te worden ingehouden, en het geen ten minsten in Eene maand Gagie voor ieder man soude bestaan moeten; Egter vordere zij meede wel Expresselijk om wanneer het mogte gebeuren so als Sij verwagten dat ten is; Ne

NL-HaNA_1.04.02_10431_0359 view scan ↗

English

277. The 10th of June Anno 1786. The annexed considerations that through the Government, which will certainly hold them in suspicion that they are defrauding and withholding the surplus monies that according to this their contention must be paid, they will, if attacked and prosecuted, be effectively protected and preserved from all punishments and prosecutions that might be inflicted upon them on that account; Wherewith he has the honor to be with all respect and high esteem, was underwritten, Honorable Worshipful Sir and Sirs! Lower, Your Honorable Worships' very obedient and humble servant, was signed, Egidius Meijer, in the margin, Suratta the 2nd of June Anno 1786. Which having been deliberated upon, it was taken into consideration that on the one hand it cannot indeed be denied that if the Honorable Company proceeds to grant the demand of the aforementioned procurators for this time, and causes them to be disbursed the amount of one month's pay for each of those Moorish seamen whom the said procurators have reported as absent and deserted, which are in no way known from the lists received from Batavia, although they were dispatched and also still run on the books, under the condition that the same be deducted again as soon as their final settlement for these people is made, in fact nothing is improved thereby nor is the principal matter advanced, much less concluded, and one even runs the risk of losing this month's pay thus paid, if one might otherwise be released without making an accounting and payment; but that on the other hand it is certain and fully known to every member of the assembly, First, that one will not be discharged from the unruly populace, whether they are truly the families and friends of the missing Moors or whether they are instigated and incited thereto, without giving them something or without 279. The 10th of June Anno 1786. without addressing oneself to the Nabab or to the English Chief for the purpose of assistance; Secondly: That in case one takes resort to the second alternative, one runs a very great risk that they, quasi under the pretext of conducting an investigation into the circumstances of the matter, will meddle therein and take up the complaints of these people, whence there would have to follow a complete dispute of a matter that one must prudently avoid as long as another course is open, since such could give rise to demands and pretensions that might cost the Company substantial sums; And Thirdly: That it is of the utmost necessity that this matter remain suppressed at least for the present, so that foreigners certainly obtain no knowledge thereof, in order to prevent an opportunity from being taken thereby to help the Company into embroilments here and to pluck a feather from its tail, while it is hoped that in coming October or upon the arrival of the ships one will be bolstered with positive and express orders from Their High Mightinesses as to how to act in such a dangerous matter; For which reason it was approved and resolved to authorize the oft-mentioned Pay Bookkeeper Meijer, as he is authorized hereby, to disburse to the oft-mentioned procurators of the Moorish seamen, over and above that which must be paid to the same according to the lists and papers received from Batavia and for which he was authorized by resolution of the 4th of March and the 18th of May last, an additional sum of Two Thousand Rupees, being somewhat less than one month's pay for the missing or become absent or deserted, certainly not found on the lists received from Batavia, of one Sarang, eight Tandels, and three hundred fifteen sailors would amount to, under this condition, that they shall receive all the remaining sums according to the received papers under proper receipt; that they furthermore take care of all troubles on the part of the families; and that they pass a deed that they will cause the aforementioned 2000 rupees to serve in reduction of the pay that these people might be found to still have due from the Honorable Company. 282. The 10th of June Anno 1786. The Chief Surgeon Daniel Peperhooven having offered to count out here into the Company's treasury a sum of 13000 Rupees for remittance to the Netherlands, provided the rupee be paid to him at 27 stuivers and that he be granted two different bills of exchange upon the Honorable Highly Respected Gentlemen Directors, the one amounting to 10000 Rupees payable after the spring sale of 1789 with the interest of 3 per cent for the period of one year, and the second of 3000 rupees payable after the autumn sale of 1787, it was approved to accept the aforementioned proposal, since Their High Mightinesses have granted authorization thereto by esteemed missive of the 23rd of August 1785, and the valuation of the Rupee at present does not

Dutch transcription

277. Den 10„' Junij A:o 1786. —. N Nevenstaande consideratien dat door de Regeering die haar seekerlijk sal verdagt hou„ „den dat sy de meerdere gelden welke er volgens deese haare sustenue moeten worden betaald fraudeeren en agter houden worden aangetast & vervolgd Sij effe„ capieuslyk sullen worden beschermd & sy bewaard voor al„ le Straffen & vervolgingen die haar desweegens mogten aangedaan Worden; Waar mede hy d' Eer heeft met alle Eerbied & Hoog „agting te sijn /:onderstond:/ WelEdele Agtbaare Heer & Heeren !. /:lager:/ UwelEdele Agtbaare en Ed:s zeer gehoor„ „saame '& onderdaanigen Dienaar /: was getekend:/ Egd:s Meijer /:in margine:/ Suratta den 2„' Junij A:o 1786. — Waar op sijnde gedelibereerd, so kwam in aan„ schouw dat het aan de eene sijde wel niet is teegen te spreeken dat de Edele kompa„ „gnie bij aldien men daar toe overgaat om de vordering der voorschreeve saakbesor„ gers nog voor deese keer in te willigen en men haar Laat afgeeven het bedraagen van Een maand Gagie voor ieder van die moorse zeevaarende welke gedagte saakbe„ sorgers als absent & gedeserteerd opgegeven zijn welke Lijsten ke„ om wagten 335 278. Den 10„' Iunij A„o 1786. —. zijn uijt hoofde deselve bij de van Batavia ontfangene lijsten in geenerleij wijse bekend staan, schoon se versonden sijn en ook nog bij de boeken voortloopen, onder konditie om het selve weder te laaten korten, so ras haar afrekening van deese menschen word gedaan, in der daad daar door niets verbeterd nog de groote saake gevorderd veel min afgedaan word, en selfs gevaar loopt om deese also betaalde maand gagie te verliesen, so men anders sonder afreekening & betaling te doen ontslaagen konde geraaken dog dat het daar en teegen seker en aan een ieder Lid der veraadering ten vollen be„ „kend is, Eerstelik dat men van het woeste gemeen„ het sij deselve waarlik de Familien en vrienden der vermiste mooren syn of dat sy hier toe worden aangehist en opgeset niet sal worden ontslaagen sonder haar iets te geven of sonder ƒ 279. Den 10„e Iunij A:o 1786. —. sonder sig bij den Nabab of bij den Engelschen Cheff te addresseeren, ten fine van assistentie, Ten tweeden: Dat men ingevalle men tot de tweede alternative sijn toevlugt neemd seer groot gevaar loopt dat die kwasie onder het voorwendsel van nae de omstundigheeden der saaken ondersoek te doen, sig in deselve mel„ „leeren en sij de klagten deeser lieden aantrek„ „ken sullen waar uijt soude moeten volgen een geheele discussie van een saak die men so lang er een andere weg open is; voorsigtig vermijden moet, alsoo sulx aanleidinge souden kunnen geeven tot vorderingen en Pretensien welke de Maatschappije aansienlijke summen souden kosten kunnen, En Ten Derden: Dat het van de Grootste nood„ sakelikheijd is dat deese saak ten minsten voor eerst nog Gesmoort blijft, immers sodanig dat de vreemden daar van geen kennis krijgen„ ten einde te verhoeden dat daar uijt geen gelegentheijd aken meen„ en den 337 280. Den 10„e' Iunij A:o 1786. —. den soldij Boekhouder gequali„ „ficeerd de sielverkoopers dood &a immers welke bij de contenteeren gelegentheijd worde genoomen om de kompa„ gnie hier in brouilleries te helpen en een veder„ uijt de staart te Plukken, terwijl men ver¬ hoopt om in october aanstaande of bij het arrivement der scheepen te sullen worden gesterkt met Positive en uijtdrukkelijke be„ „veelen van Haar Hoog Edelheeden hoedaanig te handelen in sulk een gevaarlijke saak, Weshalven dan goedvonden en verstaan wierd, met nog 200: rop:s voor gemiste om den meergenoemden soldij boekhouder Meijer Batusioselen Lijsten mit bekendte te qualificeeren so als gequalificeerd word bij deesen om aan de veel gedagte saakbesorgers der moorse zeevaarende boven het geene aan deselve betaelen moet volgens de van Ba„ „tavia ontfangene Lijsten & Papieren en waar toe bij resolutie van den 4„e maart & 18: meij laastleeden gequalificeerd geworden is, nog aan deselve af te geeven een summa van Twee Duysend Ropijen sijnde iets minder als E 281. Den 10:' Iunij A:o 1706. — onder Conditie dat desel„ „ve sullen strekken in mindering der Pagien welke zij mogte te goed hebben, als een maand gagie voor de vermiste of absent geraakte dan wel gedeserteerde im„ „mers bij de van Batavia ontfangene Lijs„ „ten niet gevonden wordende Een sarang agt Tandels en drie hondert vijftien mat„ troosen bedraagen soude, onder deese mits dat alle de overige summen ontfangen sullen volgens de ontfangene papieren onder behoorlijke quitancie, dat voorts voor alle moeijelijkheeden van de sijde der familien sorge draegen en dat een ge„ schrift passeeren dat de voorsz: 2000. ro„ „pijen sullen laaten strekken in minde„ „ring van de gagie welke deese men„ schen mogten worden bevonden nog bij de Edele kompagnie te goed te hebben. Den oppermeester Daniel Peperhooven sig 33 aan van der 282 10„' Junij A:o 1786 Den van den oppermeester Peperhooven Een wissel Groot 10000 rop s de ropij â 27: stuijvers te betoe„ „len na de voorjaarse „verkooping van 1789. met den Intrest van 3. pr Cto voor een Jaar, en co: Een van 3000: –. rop:s te betaelen na de Najaarse verkooping van 1787. op de Heeren Majores G'accepteerd, sig hebbende aangebooden om alhier in 'st Comp:s Cassa te tellen Een somma van 1300 Ropias ter remitteeringe na Neederland mits hem de ropij werde betaald met 27. stuijvers en dat hem worde verleend twee differente wissels op de welEdele Groot Agtbaare Heeren Bewindhebberen de Eene groot 10000: Ropias te betaelen na de voorjaarse verkooping van 1789. met den Jntrest van 3: p:r Cent voor den tijd van Een Jaar, En de tweede van 3000: ropijen te betaalen na de nassaarse verkooping van 1787. Is goedgevonden dien voorschreeve voorslag te accepteeren vermits haar Hoog Edelheedens daar toe bij gevenereerd missive van den 23: au„ gustus 1785. qualificatie gegeven hebben en de Evaluatie van de Ropij thans niet

NL-HaNA_1.04.02_10431_0365 view scan ↗

English

The 10th of June Anno 1786. And from the Warehouse Master Wiardi 927 1/3 rupees, payable after the autumn sale of 1787, calculated according to the regulation. is not too high, since the English Company accepts as much as it can possibly get at 29 stuivers, while the interest of 3 per cent is very reasonable, as the payment takes place so much later; moreover, through this transaction, one will save the payment of interest on the funds that one would otherwise have to borrow here, given the great scarcity in which one finds oneself at present. And for these reasons, it is likewise agreed to receive into the treasury from the Warehouse Master Wiardi, as attorney for the former upper master of this Directorate, Pieter van der Sprenkel, a sum of 927 1/3 rupees, and to grant in exchange bills of exchange on the Netherlands payable after the autumn sale of 1787, the ducaton calculated at 78 stuivers according to the regulation. The 10th of June Anno 1786. Ordinary yearly gift approved. There was submitted the following draft for the ordinary yearly gift to the Regents of this city, amounting to cost price f 6355. 2. 8. and selling price f 7066. 3. 8., and this being more by f 374. -. -. in cost price and f 140. 8. 8. in selling price than the past year 1785. Draft of the ordinary yearly gift. To be delivered to the Honorable Company's brokers Lala Ramnarain, Shiv Narain, Tarachand Nagerdas, and Prem Sankar Goverdhanram, in order that it may be distributed and handed over by them, according to ancient custom, to the Lord City Governor Meer Hafiz-ud-Din Ahmad Khan Bahadur and other Regents of the Durbar, who on occurring occasions may be of service to the Honorable Company, namely: Cost price: Selling price: 5000 pieces of current silver rupees - - - - - - - f 6000: —: -. f 6000: —: -. 88 lb cloves - - - - - - - - - - - - - - - - f 27. —. - f 336: —: —. 40 lb cinnamon - - - - - - - - - - - - - - - - - - - f 11: 15: 8. f 208: —: —. 2 lb cinnamon oil - - - - - - - - - - - - - f 21. 5. -. f 31. 17. 8. 3 lb clove oil - - - - - - - - - - - - - - - - - f -. 13. 8. f 4. —: 8. 2 lb mace oil - - - - - - - - - - - - - - - - - - - f 2. 6. -. f 3. 9. —. 2 lb mint oil - - - - - - - - - - - - - - - - - - f 9. 9. - f 14: 3. 8. 4 bottles double Dutch anise - - - - - - - - - - - - f 55. 6. -. f 96. 15. 8. 15 bottles distilled waters, Dutch - - - - - - f 138. 1. 8. f 241. 12. - 30 ditto ditto, native - - - - f 88: 17: - f 133: 5: 8. Total - - - - f 6355. 2. 8. f 7066. 3. 8. In the last preceding financial year projected and gifted for - - - - - - - - - f 5981. 2. 8. f 6925. 15. — Thus now more projected - - - - - f 374. —. - f 140. 8. 8. Surat, the 10th of June 1786. /:was signed:/ M.s Monté /:in margin:/ Recalculated /:was signed:/ G. C. Roeff. The 10th of June Anno 1786. Van Eijk appointed warehouse commissioner instead of Roeff. The soldier clerk Rosemeijer promoted to junior assistant at f 16. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed to allow the aforementioned gift to be delivered thus, as the higher amount of the same compared to the previous year mainly originates from not having in stock 80 lb of nutmegs, which are usually distributed among the Regents and must now be supplemented with money. Instead of the Bookkeeper Roeff, who, as trade ledger transferor, recalculator, etc., has many occupations, it was approved to appoint as Warehouse Commissioner the Junior Merchant out of employment, Cornelis Adriaen van Eijk. While the soldier serving as a clerk at the trade office, Coenraad Hendrik Roosemeijer, upon the good testimony given by the Chief Administrator Monté of his zeal and diligence, was promoted to Junior Assistant with the salary of f 16. -. -. per month and a contract of five years. The 10th of June Anno 1786. The gunner's mate Jacobus van Utrecht appointed boatswain of the wharf at f 20. -. -. and the sailor Vrijdag appointed boatswain's mate and small-vessel skipper on the Batavier at f 20. Furthermore, the Gunner's Mate Jacobus van Utrecht, who remained here from the ship Diamant, after having given proof of competence, was appointed Boatswain of the Wharf at f 20. -. -. per month and a contract of three years. And since the small vessel De Batavier and the horry De Charlotta have already advanced so far that they require the supervision of a commander, it was agreed to appoint as Commander of the small vessel the sailor Hendrik Vrijdag, under promotion to boatswain's mate with the salary of f 20: —: -. per month and a new contract of 5 years; The 10th of June Anno 1786. A dispatch received from Bombay by which the claim of the Company And as Commander of the horry, the Moorish Sarang Said Noet with the salary of 15 rupees per month and the usual board that a native tindal enjoys here on the vessels. Thus done, resolved, and decreed in the Dutch Trading Post of Surat on the day, month, and year aforesaid. /:was signed:/ A: I: Huysken, M:s Monte, E: N: Wiardi, I: I: van Polanen de Bevere, E: Meijer, G: Piper, C: A: van Eyjk, and P: C: Roeff. Monday The 12th of June Anno 1786. Before noon All present By the Lord Director were submitted two [illegible] by His Honor the day before yesterday out of the hands of

Dutch transcription

288. Den 10„e Iunij A„o 1786. En van den Pakhuijsmr: Wiardi 44 rops 927 1/3 betaalbaar na de na„ Jaarse verkooping van „kend niet te hoog is, daar de Engelsche com„ „pagnie so veel als maar magtig worden kan aanneemt tegen 29„ stuijvers, terwijl de intrest van 3. p„r Cento seer reedelijk is, also de betaaling soo veel later geschied sullende men daar en booven door deese ne„ „gotie uijtwinnen de betaelinge van Intrest op de Gelden die men andersints hier opneemen moet, aangesien het Groote ge„ brek waar in men sig thanswg bevind En om welke reedenen meede verstaan word van den Pakhuijsmeester Wiarde 1787. na de ordre gere„ als gemagtigden van den geweesen opper„ „meester deeser Directie Pieter van der sprenkel in cassa te ontfangen Een somma van 927 1/3. ropijen en daar voor te ver„ leenen Wissels op Nederland betaelbaar na 341 r ren„ 284. Den 10:e Junij A:o 1736. Ordinai Jaarlijs Teschent g'approbeerd, na de Nagaarsche verkooping van 1787. de Ducaton gereekend tegen 78. stuijvers na de order; Is overgelegt het ondervolgende project ordinair Jaarlijks Geschenk aan de Regen ten deser stad, bedraagende Jnkoops ƒ6355. 2. 8. en verkoops ƒ 7066. 3. 8. en dees meerder in ƒ 374. -. -. en verkoops ƒ 140. 8. 8. gepasseerden Iaare 1785. als den Project ordinair Iaarlijx Te„ schenk. Aan 's E: Compagnies ma¬ „kelaars Lala Raamnaram sieuw Naram, Taratjent Nagerdas &. Praam Sinker Gouenram, te werden afgegeven ten eijnde door haar volgens een al oud Gebruijk aan den Heer Stads Gouverneur Mier„ Havis Eldhien Emmetchan Badur & verdere Regenten van 285. van den Derbhaar dewelke bij voorkoomende gelegentheeden &E: Compagnie van dienst kunnen zijn verdeeltelijk afgegeven te werden, Namentlijk: Inkoops: Verkoops. 5000 Stux silvere gangbaare ropijen - - - - - - - ƒ 6000: —: -. ƒ 6000:—. -. Garioffel Nagulen - - - - - - - - - - - - - - - - „ 27. —. – „ 336: —. —. 88: lb Canneel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 11:15:8. „ 208:—:—. 40 Canneel olij - _ _ _ _ _ _ _ - - - - - - . „ 21. 5. –. „ 31. 17. 8. 2. 3 Nagul olij - - - - - . - - - - - - - - - - - - - „ —. 13. 8. „ 4. — 8. 2. „ foelij olij. . . - - - . - - - - - - - . - . . . . - - „ 2. 6. –. „ 3. 9. —. 2 menthe olij - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 9. 9. - „ 14: 3. 8. — 4. „ Annijs dubbelde hollands - - - - - - - - - - - - „ 55. 6. –. „ 96. 15. 8. - 15. flessen gedisteleerde waateren hollands - - - - - -„ 138. 1. 8. „ 241. 12. - „ 30. do d=o. Inlands – – - - „ 88: 17: „ 133: 5: 8. „ 30 Addeert - - - - ƒ 635. 2.8 ƒ106 3. 8. In het Jongst voorgaande Boekjaar Gepro¬ „jecteerd & verschonken voor - - - - - - - - - „ 5981. 2. 8. „ 6925. 15. — Dus nu meer Gepropecteerd - - - - - ƒ 374. —. ƒ 10. 8. 8. . Suratta den 10„e Iunij 1786. /:was getekend:/ M„s Monté /:in margine:/ Nagereekend /:was getekend:/ G. C. Roeff. —. Den 16„e Iunij A„o 1786. Waar. 343 Stads een Regent 286. Den 10„e Iunij 1786. —. van Eijk insteede van Roeff tot pakhuijsgeCon„ mitteerde aangesteld den soldaat aan de penne Rosemijer tot J:o assistent met ƒ 16. bevondert, Waar op gedelibereerd sijnde is goedgevonden en verstaan het voorschreeve geschenk aldus te laaten afgeeven, also het meerdere bedroe„ gen van het selve in vergelijking van den voorleeden Jaare, voornamentlijk sijn oorspron heeft uijt het niet aan handen hebben van 80: lb Nooten die gewoonlik onder de Re„ „genten verdeeld en nu met geld moeten ge„ „suppleerd worden In Steede van den Boekhouder Roeff die als Negotie overdraager Narekenaar &=a veele besigheeden heeft, is goedgevonden tot Pakhuijs Gekommitteerden te benoemen den onderkoopman buijten Emploij Cornelis Adriaen Eijk. van Terwijl den als soldaat aan de penne op het negotie Comptoir dienst doende Coenraad Hendrik Roosemeijer op het door den Hoofd administrateur 287. Den 16:e' Iunij A„o 1786. — den Constappelsmaet Jaco„ „bus van Utrecht tot met ƒ 20. -. -. en den matroos Trijtag tot Schieman & Smalschipper op de Batavier met ƒ§20. aangestald. Hoofd administrateur Monté gegevene goede ge„ tuijgenisse van sijnen yver & Leersaamheijd wierd bevordert tot Iong adsistent met de ga„ „gie van ƒ16. –. –. ter maand en een verband van vijff Jaaren Voorts wierd den alhier van het schip de bootsman van de werf Diamant verbleevene Constapelsmaat Jacobus van Utrecht na gegevene preuves van be„ quaamheijd aangesteld tot Bootsman van de Werff met ƒ 20. –. –. ter maand & Een verband van drie Iaaren. En vermits het Smalschip de Batavier en de Horrij de Charlotta reeds so verre ge„ vordert sijn dat het opsigt van Een Gesag„ „hebber nodig hebben, wierd verstaan te benoemen tot Gesaghebber op het Smalschip den mattroos Hendrik vrijtag onder bevordering tot schie„ „man met de gagie van ƒ 20:—. –. ter maand en een nieuw verband van 5. Jaaren: En 345 aen op eel b 288. Den 10„e Iunij A:o 1786. —. Eene missive van Bombaij ontfangen bij welke de pretentie van de Compagnie En tot Gesaghebber op de Horrij den Moorschen Sarang said Noet met de gagie van ropias 15„ smaands en de gewoone kost die een Jnlandse tandel hier op de vaartuijgen Geniet. Aldus Gedaan Geresolveerd & Gearresteerd in het Nederlands Comptoir Souratta ten daa„ ge maand & Jaare voormeldt . /:was getekend:/ A: I: Huijsken, M:s Monte, E: N: Wiardi, I: I: van Polanen de Bevere, E: Meijer, G: Piper, C: A: van Eyjk & P: C: Roeff. . . . - -- Maandag Den 12„' Iunij A„o 1786. - Voor de middag Alle Present Door den Heer Directeur zijn overgelegd twee bij zijn Agtbaare op voorgisteren uijt handen van 2

NL-HaNA_1.04.02_10431_0371 view scan ↗

English

289. 12th June Year 1786. 347 letters received from a committee of the English Council, the one from the Governor and Council of Bombay dated 31st May last, whereby they, in answer to our letter of the 9th preceding, entirely reject the claim of the Noble Dutch Company on their company regarding the bill of exchange granted to the firm of Bhaijsa and deprived of its effect by the conduct of the English, amounting to the sum of one hundred thousand rupees with interest, of the following content: Translation of English letter written by the Governor and Council of Bombay to the Director and Council at Souratta, received on 10th June 1786 from the hands of the Commissioners Spencer and Cherrij. Gentlemen. 290. 12th June Year 1786. On the 20th last we were honored with Your Honors letter of the 9th preceding, demanding from the Honorable English East India Company payment of a bill of exchange of one hundred thousand Rupees granted by you on the 9th June 1781 to the heirs of the deceased Banyan merchant Bhaijsa upon the linen suppliers of the Noble Dutch Company, Berdamtje Soeraabje and Harmootje Rittingie; in answer to which we have the honor to inform Your Honors that before the goods in question were taken for the use of our Honorable paymasters, the claim of the heirs of Bhaijsa upon the same was fully investigated and examined, when it appeared from their voluntary declaration that they could produce neither acceptance nor payment of the bill of exchange which Your Honors had granted them upon your linen suppliers, which was fully corroborated by the non-acceptance of the bill of exchange, and which consequently, through this defect, could be of no force or validity whatever; and further that when 291. 12th June Year 1786. the heirs of Baijsa were summoned before our Council of Suratta, they in like manner freely declared that they were never put into actual possession of the goods which are said to have been transferred to them in payment, nor did it appear that upon the bonds in their possession which they exhibited, any endorsement or receipt was made for any part of the same by the Noble Dutch Company; in consequence of which the goods, upon the taking of your factory, undoubtedly became the property of our Honorable paymasters and as such were taken in possession. We have the honor to be, Gentlemen, Your Honors humble and obedient Servants. Signed: R: H: Boddam, L. Nieson, Robt: Sparks and Ricc: Church. In the margin: Bombay, 31st May in the year 1786. And the other from the Chief and Council of Suratta, dated the 8th of this month, 292. 12th June Year 1786. whereby they decline and reject the proposal made by this assembly by letter of the 18th May last for concluding a cartel between the two nations at Suratta, according to the orders received from their superiors to that effect, of the following content: Translation of letter written by the English Chief and Council at Suratta to the Director and Council, received 10th June 1786 by the Commissioners Spencer and Cherrij. Gentlemen. We have now the honor to enclose a packet from our superiors and have their orders to inform Your Honors at the same time that they see no necessity to enter into the cartel proposed by Your Honors in their letter of the 18th last, as 293. 12th June Year 1786. they have resolved that affairs at Suratta shall remain on the same footing as they were before the outbreak of the late war between Great Britain and Holland, and in which they have been restored since the peace. We have the honor to be, Gentlemen, Your Honors obedient and humble servants. Signed: A. Ramsaij, G: Green, W: Lewis, D. Seton, I. Wardin, I. Spencer, L: Corkran, S: H: Cherrij. In the margin: Suratta, 8th June 1786. Whereupon, having deliberated and taken into consideration, with respect to the first-mentioned letter from the Governor and Council of Bombay regarding the affair of the bills of exchange, on the one hand, that one has to expect as little satisfaction and indemnification from that government as from the Chief and Council here 294. 12th June Year 1786. for the aforementioned one hundred thousand rupees with interest, but on the contrary that the aforesaid English governments have resolved to refute this just claim in words, and to cast it aside with all sorts of frivolous, null, and even mutually contradictory pretexts, and to make the Company bear this loss, in addition to so many considerable damages and injuries as it has suffered through the war; and that, on the other hand, it is impossible for this assembly to employ any other or further means of constraint against the aforementioned Britons for satisfaction: it was resolved and agreed to, by the first

Dutch transcription

289. 12:' Iunij A:o 1786. Den 347 van de hand wijsen, den wessel van Bhoijsa van eene commissie uijt den Engelschen Raad ontfangene missives, de Eene van den Heer Gouverneur & Raad van Bombaij gedateerd den 315 meij laastleeden, waar bij deselve in andwoord op onsen brief van den 9:e bevoorens, de Pretentie van de Edele Ne„ derlandsche op haare compagnie wegens de verleende en door het gedrag der Engelschen van haar effect beroofde wissel aan het huijs van Bhaijsa ten bedraege van een C maal hondert Duijsend ropijen met den In„ „trest, ten eenemaale van de hand wijsen van den volgende inhoud. —. Translaat Engelsche missive Geschreeven door den Gouverneur & Raad van Bombaij Aan den Heer Directeur & Raad te Souratta ontfangen den 10„' Junij 1786. uijt handen van Gecommitteerdens Spencer & Cherrij. Heeren. Mijne n handen 290. Den 12„' Iunij A„o 1786. — Op den 20„' laastleeden zijn wij vereerd geworden met uwEdelens brieff van den 9„' bevoorens vorderende van de Honorable Oost Indische Engelsche Compagnie betaelings van een wissel brieff van een maal hondert duisend Ropijens bij uw op den 9:e Junij 1781. verleend aan de Erfgenaamen van den overleeden Benjaans Koopman Bhaijsa op de linne leveranciers van de Edele Nederlandsche Compagnie Berdamtje Soeraabje & Harmootje Rittingie in andwoord op dewelke wij de Eer hebben Uwel Edelens te verwittigen, dat alvoorens de goederen in questi genoomen wierden voor het gebruijk van onse Honorable betaals hee„ „ren de vordering van de Erfgenaemen van Bhaijsa op deselve volkoomentlijk nagesperrd en ondersogt is, wanneer het door haare vrijwil¬ „lige verklaaring gebleeken is, dat zij niet produ„ „ceeren konden nog acceptatie nog betaelinge van de wissel brieff dewelke Uwel Edelens haar verleend hadden op Uwe Linne Leveranciers het welke ten vollen versterkt wierd door het niet geaccepteerd, zijn der Wissel en die bijgevolg door dit gebrek van geene kragt of validiteijt, En een die het welke ook sijn konde & verders dat wanneer de n een de 291. Den 12„' Junij A„o 1786. —. E die het sluijten van een cartel me„ neer de van de hand wysen. de Erfgenaamen van Baijsa voor onsen Raad van suratta geroepen waaren, sij op gelijke wijse vrijelijk verklaard hebben, dat sij nimmermeer gesteld waeren in de daadelijke besitting van de goederen welke gesegd worden aan haar te zijn over¬ gedraagen en betaeling, nog gebleek het dat er op de obligatien in haare besitting welke sij verthoonden eenige indossement of quitantie gesteld was voor eenig gedeelte van deselve van de Edele Nederlandsche Compagnie, inge¬ volge van het welke de goederen bij het nee„ „men van uw Factorij ontwijffelbaar den Eijgen„ „dom van onse Honorable betaals Heeren Wierden en als sodaanig in best genoomen sijn, Wij hebben de Eer te sijn /:onderstond:/ Mijne Heeren! /:lager:/ Uw Edelens onderdaanige & gehoorsaame Dienaaren /:was getekend:/ R: H: Boddam, L. Nieson, Robt: Sparks & Ricc: Church /:in margine:/ Bombaij den 31: meij anno 1786. -. - - - - liditeij in een van den Eng:s raad alhier En de andere van den Heer Cheff & Raad van Suratta gedateerd den 8:' deses 1g bij. een rd il„ produ¬ ho het gevolg 349 292. Den 12e' Junij Ao 1786. bij dewelke, den door deese vergaadering bij brieve van den 18„' Meij laastleeden gedaanen voorslag tot het sluijten van een cartel tusschen de twee Natien te Suratta dikte¬ „neeren & van de hand wijsen volgens de daar toe ontfangene ordre haarer Superieuren van de volgende Contenue. —. Translaat missive geschreeven door den Engelschen Clieff &n Raad te Suratta, Aan den Heer Directeur & Raad, ont„ „fangen den 10„' Junij 1786. door Gecom„ „mitterdens spencer & Cherrij. Mijne Heeren. Wij hebben tans de Eer deesen intesluijten een pakket van onse superieuren en hebben haare bevee„ len om Uwel Edelens kennis te geeven ter selver tijd dat sij geene noodsakelijkheijd sien om te tree„ „den in het Cartel door UwelEd:s bij derselver brieff van den 18:' laastleeden voorgeslaagen, also 293. Den 12„e Iunij A„o 1786. _ sij beslooten hebben dat de saaken op Suratta ver¬ „blijven sullen op deselfde voet, als die waaren voor het uijtbreeken van den laasten Oorlog tusschen Groot Brittanien & Holland en in welke sij hersteld sijn, seedert de vreede; Wij hebben d' Eer te sin. — /:onderstond:/ Mijne Heeren /:lager:/ Uwel Eds Ge„ „hoorsaame & nedrige dienaaren /: was getekend:/ A. Ramsaij, G: Green, W: Lewis, D. Seton, I. Wardin, I. Spencer, L: Corkran, S: H: Cherrij /:in margine:/ Suratta den 8„e Junij 1786. —. Waar op gedelibereert en in Aanschouw ge„ noomen sijnde met opsigt van de Eerstge¬ melde brieff van den Gouverneur e Raad van Bombaij omtrend de affaire der wis„ sels, aan de Eene sijde, dat men van hetselve ministerie soo min als van den Cheff & Raad alhier eenige de minste voldoeninge & Schaedeloos stelling van E uren re bevee„ er te tree„ selve also ver selv 331 294. Den 12: Junij A:o 1780. Om nevens gemelde reden bij eerste missive in gepaste „der toesending van een Protest. Van de voorschreeve Een maal hondert duijsend ropijen met den Interest te wagten heeft, maar in teegendeel dat voornoemde Engelsche Ministerien beslooten hebben om deese regtvaardige vordering onder termen te weder leggen, en allerleij frivole, nietige & selfs den een den anderen Contradiseerende voorwendselen van den hals te Schuijven en de maatschapp ook nog booven so veele aansienelijke schaaden en nadeelen als sij door den oorlog geleeden heeft, dit verlies te doen draagen en dat het aan den anderen kant voor deese vergaaderinge ondoenelijk is eenige andere ofte verdere middelen tot constringentie van voormelde Britten ter voldoening in het werk te stellen, so wierd goedgevonden & verstaan om bij eerste

NL-HaNA_1.04.02_10431_0377 view scan ↗

English

295. The 12th of June Anno 1786. To send the matter related in duplicate. And all the papers relating to that affair to the Lords Majors. To dispatch an answer to the aforementioned missive at the first opportunity and to refute the propositions appearing therein, in so far as this has not already been done in the previously dispatched missives, but also at the same time to protest therein in suitable terms against all damages and losses which the Noble Dutch Company shall suffer through this unlawful refusal, and furthermore to order the secretary of this assembly to prepare two sets of authentic copies of all papers relating to this matter, as well as of all letters exchanged concerning it, in order to be sent in upcoming December via Ceylon to the Noble Highly Honorable Lords Directors. And with regard to 296. The 12th of June Anno 1786. And with regard to the other to let it all rest. The pay bookkeeper reported to the Director that the agents would not let themselves be satisfied. the second mentioned missive from the Surat ministry, it was understood to let it rest there, since the proposal to enter into a cartel was made primarily based on the good inclination which Mr. Ramsay showed toward concluding the same, and upon the arrival of the ships to use every possible precaution to prevent desertion. Hereafter the Director made known to the assembly that the pay bookkeeper Meijer had this morning informed him, the Lord Commander, that the agents of the Moorish seafarers, notwithstanding that according to his report in the resolution of the day before yesterday he had come to an agreement with them and believed to have cleared away all differences and difficulties with them for the present, had again applied to him yesterday 297. The 12th of June Anno 1786. with a demand of 2000 rupees above the granted 2000 rupees, as work with them never seems to be finished nor the desired goal reached. with a declaration that they were unable to abide by that arrangement, pretending that with such a small sum of 2000 rupees they were not in a position to satisfy and quiet the families of the 324 head of Moorish seafarers who are missing, dead, or absent, or at least of whom not the least mention is made in the Batavia lists, for the two months of remittance until the arrival of the ships in coming October, the aforementioned agents demanding that above the sum granted by resolution of the day before yesterday they be furnished or advanced another two thousand rupees; that His Honor perceived from this that the matter of the absent or unmentioned Moors will never have an end in this manner, much less that one has any hope of ever reaching the desired end through these concessions and carrying out Their High Nobilities' orders, but 298. The 12th of June Anno 1786. that the longer the matter thus drags on, the more necessary it becomes to enter into negotiations with the Government before it causes a greater éclat and gives rise to disturbance of the public peace, while it is to be feared that these monies, which one thus successively disburses for the quieting of the aforementioned Moorish families, or rather the claimants, will have to be lost in the end when one must after all come to a general settlement, as is unavoidable. Consequently he had formed the opinion to have the Government sounded out underhand as to how and in what manner all claims of these agents, the Baksie, and the Nabab on account of and in the matter of all those Moorish seafarers who were sent from here to Batavia before the war and are now not to be found, or at least are not mentioned in any 299. The 12th of June Anno 1786. Thus the pay bookkeeper is ordered to suspend his negotiations for now until further orders. papers, whether they have died, gone missing, or deserted, could be settled and cleared out of the way, in such a manner that the agents would declare in writing nevermore to make any action or claim against the Noble Company on that account. Wherefore His Honor proposed to the assembly to order the pay bookkeeper Meijer to leave his negotiations with the often-mentioned agents for now in the state in which they currently are, until such time as he, the Lord Director, shall have learned whether there might be any means to settle the same finally and in the manner aforesaid. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed to transform the aforementioned proposal of His Honor into a resolution of this assembly and consequently to order the pay bookkeeper to suspend all negotiations with the often-mentioned agents until further orders. 300. The 12th of June Anno 1786. The Nabab having prevented the shipment of goods at the time the ship was here, as he claimed a gift. Thus done, resolved, and decided in the Dutch Factory at Suratta on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A. I. Sluijsken, M:s Monte, C: N. Wiardi, I. T. van Polaanen de Bevere, E. Meijer, P. Siper, C: A: van Eijk, and P: C: Roeff. The 7th of July Anno 1786. Friday Forenoon All Present, except the junior merchant and warehouse keeper Wiardi. The two last preceding resolutions having been resumed and approved, it was deemed proper to note down that the Governor of this city in the month of April last, precisely when the ship de Diamant was on the point of departure, had thought fit to prevent the shipment of goods and linens,

Dutch transcription

295. Den 12:' Junij A„o 1786. —. saak betrekkelijk in duplo overtesenden eerste geleegendheijd een andwoord op voorschreve missive te laeten afgaan en de stellingen daar bij voortkoomende te wederleggen, so verre sulx niet bereets bij de bevoorens afge„ „vaardigde missives geschied is niet alleen, maar om daar bij teffens in gepaste ter„ men te Protesteeren teegen alle schaeden en nadeelen, welke de Edele Nederlandsche Compagnie door deese onregtmaatige weijge„ en alle de Papieren tot die ving lijden sal en om voorts den secretaris aan de Heeren Majores deser vergaadering te gelasten om van alle de Papieren tot deese saake betrekkelijk, so meede van alle de daar over gewisselde brieven, twee stellen authentique Copijen te vervaardigen, ten eijnde in Decembr: aanstaande over Ceijlon aan de Edele Hoog Agtbaare Heeren Bewindhebberen te worden overzonden. En ten reguarde van doen n lijk bij 333 353 296. Den 12:' Junij Ao 1736. En ten reguarde van de andere het alle te laeten berusten den Soley Boekhouder heeft de saakbesorgers sig niet stellen van de tweede gemelde missive van het sou„ „rats ministerie, so wierd verstaan om also de voorslag tot het aangaan van een cartel voor„ namentlijk geschied is op de goede genegentheijd die den Heer Ramsaij tot het sluijten van het selve blijken liet, het daar bij te laeten berusten & om bij de aankomst der scheepen alle mogelijke precautie te gebruijken tot voorkooming van desertie; Hier na maakte den Heer Directeur den Directeur berigt dat aan de vergaadering bekend, dat den soldy wilde laeten te vreeden boekhouder Meijer deesen morgen aan hem Heer gebieder had kennis gegeeven, dat de saakbe„ sorgers der moorse zeevaarende niet tegen„ „staande hij met deselve volgens zijn berigt ter resolutie van voorgisteren over een gekoo„ „men was en vermeenden alle differenten & swaarigheeden voor het tegenswoordige met haar te hebben uijt den weg geruymt, sig Wederom op gisteren by hem vervoegd hadden met als 497. Den 12:' Junij A„o 1786. —. toegestaane 2000: rop:s also er nimmer met deselve gedaan werk Schijnt te sullen zyn nog het ge„ „wenschte oogmerk berei„ Met een verklaaringe dat sy onvermoogenswae„ ren sig aan die schikkinge te houden, onder voorgeeven, dat sij met sulke eene geringe somma van 2000. rop:s niet in staet waeren om de familien van de 324. koppen moorse Zeevaa„ rende die vermist, dood, of absent syn, immers van dewelke bij de Bataviase Lijsten geen de minste melding gemaakt word, te vreeden te stellen en stille te doen sijn voor de twee maanden vermakinge tot de komst vordering van 2000: rop:s boven de der Scheepen in october aanstaande, vorderende voorschreeve zaakbesorgers dat haar boven de toe„ „gestaane bij resolutie van voorgisteren worde ver„ „strekt of voorgeschoten nog andere twee duijsend rop:s, Dat sijn Agtbaare hier uijt ont„ waarde dat het werk der absente of niet gemeld wordende mooren, nimmer op deese wijs een eijnde hebben sal, veel min dat men eenige hoope heeft om door deese toegeventheeden eens het gewenschte eijnde te bereiken en Haar Hoog Edelheedens beveelen ter executie te brengen maar 355 ken 298 Den 12: Junij A:o 1786. — maar dat het hoe langer de saak dus heen loopt, hoe meerder noodsakelik word, om eens me# de Regeering in onderhandeling te treeden eer nog deselve meerder eclat veroorsaakt en tot stooringe van de Publicque rust aan„ leidinge geeft, terwijl het te vreesen is, dat deese gelden welke men also successive tot stillinge van voorschreeve moorse fami„ lien, of wel de geregtigdens uijtgeeft op het eijnde wanneer men tog eens tot een generael le afdoeninge so als onvermijdelijk is, sal koo¬ men moeten verlooren sullen sijn. dienvolgens van gedagten geworden was, om de Regeerin„ „ge onder de hand te Laeten polsen hoedaa„ nig en op welke eene wijse alle vorderingen van deese saak besorgers den Baksie en de Nabab weegens ende ter saak van alle die moorse zeevaarende welke bevoorens den oorlog van hier na Batavia versonden & thans niet te vinden sijn, immers bij geene papie„ ren 299. Den 12„' Junij A:o 1736. — so word de soldij boekhouder gelast zijne onderhandeling „der ordre, papieren vermeld worden, het sy dat sij overleeden, vermist geraakt of gedeserteerd sijn, souden kunnen worden afgemaakt en uijt den weg geruijmt, soda¬ nig dat de saakbesorgers schriftelijk verklaarden desweegens nimmermeer eenige actie of Preten„ „tie teegens de Edele compagnie te sullen moe„ ken, Weshalven zijn Agtbaare aan de vergaa„ voor eerst te staaken tot na„deringe voorsloeg om den soldij boekhouder Meijer te gelasten, zijne onderhandeling met de meergemelde saakbesorgers voor eerst te laeten in den staet waar in sij tans is, tot tijd en wijle Hij Heer Directeur sal hebben vernoomen of er eenig middel sou syn, om de¬ selve finael en in voegen voorsz: aftedoen, Waar op gedelibereerd sijnde, wierd goedgevonden en verstaan de voorschreeve Propositie van sijn E: Agtbaare also in een besluijt deeser vergaadering te tranformeeren en om dien„ volgens den soldij Boekhouder te gelasten, om alle onderhandelingen met meergedagte saak„ „besorgers het en 357 300. Den 12:' Junij A:o 1786. —. hier was, den afscheep hebbende also een geschenk pretendeerde, saakbesorgers te staaken tot nadere ordre. Aldus Gedaan Geresolveert & Gearresteerd in het Nederlands Comptoir Suratta ten daege, maand & Jaare voormeld. — /: was getekend :/ A. I. Sluijs„ ken, M:s Monte, C: N. Wiardi, I. T. van Polaanen de Bevere, E. Meijer, P. Siper, C: A: van Eijk & P: C: Roeff,: Den 7„e Julij A„o 1786. —. Alle Present Voor de middag Dempto den onderkoopman & Pakhuijsmr. Wiardi De twee laastvoorgaande resolutien geresumeerd en geapprobeerd sijnde, wierd goedgevonden om aanh de Nabab ter tijd het schip te teekenen dat de Gouverneur deeser stad in der Goederen verhindert de maand April laastleeden, Juijst wanneer het schip de Diamant op sijn vertrek stond, hebbende kunnen goedvinden om den afscheep der goederen & Lijwaeten te verhinderen, op Vrijdag Voorgesteven E

NL-HaNA_1.04.02_10431_0383 view scan ↗

English

301. The 7th of July Anno 1786. the matter then rested there, intending to investigate the matter after its departure. preventing the transport to their warehouses of the merchants alleging that the presents which used to be made before the war had not been properly given to him according to former custom. The Director was compelled, in order not to cause any delay to the speedy departure of the aforesaid ship, to give his public word to the English Chief, Mr. Ramsay, that should it appear that the Nabob's complaints were well-founded, the Director promised to take care that everything would be paid as before the war. This matter having then rested there, the Nabob has now thought fit on the 13th instant to prevent with force the importation into the city of the merchandise which was sold by the brokers to different merchants and was being transported by them to their warehouses, so that, in order not to expose the merchants to great loss, 302. The 7th of July Anno 1786. one was compelled to cause the carts on which the goods were loaded to be brought back into the yard and stored again in the warehouses. That the Director thereupon sent his first court-attendant to the Durbar to inquire what the reasons might be for such violent action, and that he returned with an answer that the Nabob did not intend to lift and remove the obstructions made, but would absolutely tolerate no Dutch merchandise in the city as long as the Director had not satisfied him with those presents which His Excellency supposedly received from previous Directors upon their arrival or promotion, and subsequently annually. The Director then had the aforesaid Nabob answered in return that it was fully known to him, who had been appointed to this Directorship for twenty years, that no Director ever 388. The 7th of July Anno 1786. had ever made such presents, nor that there had ever been an established custom to do the same, much less that the Company would have borne any expenses thereof; that in so far as it might be true that some Directors who had never previously been to Suratta nor were known there might have thought fit upon their arrival to make some extraordinary present to him, the Nabob, such had depended on their own good inclination, and that everyone had the right to dispose of his own; he, the Director, requested the Nabob to forgive him that neither his purse nor his inclination permitted the making of any presents, but that, it being a voluntary act, he would do so if and when his inclination should tend thereto, requesting repeatedly that the Nabob would withdraw his issued prohibition and desist from his claim, without forcing him to have recourse to the Castle Government; 304. The 7th of July Anno 1786. That all this having had not the least influence with the aforesaid City Governor, as he, although unable to prove that such presents had ever been made by the Directors Senff and Bosman, insisted that he be paid by the Director the same present that the Councillor Extraordinary and former Director Van de Graaff had sent His Excellency annually. He, the Director, had prepared the following letter to the English ministry: 305. The 7th of July Anno 1786. To the Honorable Andrew Ramsay, Esquire, Chief for all affairs of the British Nation and Governor of the Mughal's Castle and Fleet, Together with the Council. At Suratta. Gentlemen! The Nabob thought fit yesterday to prevent and hinder the entry into the city of these goods and merchandise which were bought from the Honorable Dutch East India Company and were being transported by the merchants into the city to their warehouses. As soon as the Director was informed of such an unpleasant action, he sent to the Nabob to be informed of the reasons which had moved His Excellency to this violence, whereupon he received as an answer that the aforesaid goods would not be allowed into the city as long as he, the Nabob, had not received a certain present (the value of which is unknown to us) which was allegedly due to him for the Director's promotion to head of this Directorship; and as this answer sounded so strange and extraordinary

Dutch transcription

301. Den 7„' Julij A„o 1786. — is de saak toenmaals daar bij gebleeven, hebbende den saak na dies vertrak te onder„ soeken. belet den vervoer na haare Pak„ manschappen der kooplieden voorgeeven dat hem de Geschenken welke bevoorens den oorlog pleegden gedaan te worden niet be„ hoorlijk na de voorige gewoonte soude gegeven sijn. Den Heer Directeur genoodsaakt was geworden om ten eijnde geene vertraaging aan het spoedig vertrek van voorschreeve schip te hebben toegebragt, sijn publicq woord aan den Engelschen Cheff m:r Ramsaij te pres„ teeren, dat hij so het mogte blijken, dat des Nababs klagten gefundeert waaren, soude H:r. Directeur beloofd de Sorgen dat alles betaald wierd als voor den oorlog. Dat deese saak toenmaals daar bij zijnde gebleeven de Nabab nu op den 13„' deser heeft kunnen goedvinden om het aan hhef hij sabab u weder met gewel in voeren van de koopmanschappen welke huijsen van de gekogte koop„ door de Makelaars aan differente kooplieden waeren verkogt en door deese na haare pak„ huijsen vervoerd wierden in de stad met geweld te beletten, soodaanig dat men om de koop„ lieden aan geen groote schaede bloot te stellen opman eerd in n den 35 59 302. Den 7„e Julij A„o 1786. —. en zijn in de werff te rug gebragt. den Hr Directeur Send sijn om de reedenen van de ge„ „weldige handeling te ver„ neemen, de Nabab pretendeerd een particúlier Geschenk van de Hr. Directeur, stellen genoodsaakt is geweest de karren op welke de goederen gelaaden waeren in de werff te rug te doen brengen en weder in de Pakhuijs sen te bergen, Dat den Heere Directeur Sijnen eersten Hofgangs Hofganger na de Derbaar hier op in den Derbaar gesonden had om te vernee men welke de reedenen syn mogten van sulk eene geweldige handeling en dat deese te rug ge„ koomen sijnde met een andwoord dat de Nabab niet voorneemens was om de gedaane verhinde„ ringen op te heffen en weg te neemen, maar al solut geene Hollandse koopmanschappen in de stad gedoogen wilde, so lang den Heer Directeur hem niet had voldaan, die Presentent het welke syn Exellentie van de Directeurs bevooren bij haare aankomst of Promotie & vervolgens Iaarlijx soude hebben ontfangen; Den Heere Directeur dan voorseijde Nabab weeder had laaten andwoorden, dat het hem die seedert twintig Jaeren op deese Directie bescheijden geweest ten vollen bekend was, dat geenig Directeur ooijt 388. Den 7„e Julij A„o 1786. —. het welk Item met nevens gem: sufficante reeden is gede„ „clineerd, ooijt diergelijke presenten had gedaan, nog dat er immer eene vaste gewoonte soude sijn ge„ Weest om het selve te doen, veel min dat de kompagnie daar van eenige lasten souden gedraagen hebben dat voor soo verre als het mogte waarweesen, dat sommige Directeurs die nimmer bevoorens op suratta geweest nog aldaar bekend waeren, mogten hebben goed„ gevonden om bij haar arrivement eenig buijlen gewoon present aan hem Nabab te doen, sulx van haare eijgene goede geneegendheijd gedepen„ deert had, en dat daar een ieder regt had om over het sijne te disponeeren, Hij Heer Gebieder de Nabab liet versoeken om hem te vergeeven, dat nog syn beurs nog sijne inclinatie het doen van eenige Geschenken toeliet, maar dat hij sulx als een vrijwillige daad sijnde, soude doen, ingevalle en dan Wanneer zijne genegentheijd daar toe strekken sal, versoekende bij herhaaling dat de Nabab sijne Heer en enten voorens eut 361 304. Den 7„e Julij A„o 1786. —. de nevensgem: missive aan het Eng:s ministerie in gereedheijd gebragt. syne gedane verbod wilde intrekken en van sijne pretentie afsien, sonder hem te noodsaaken, sijn toevlugt tot het kasteels Gouvernement te nee„ men; Dat dit alles geen de minsten invloed bij meergeseijde stads Gouverneur gehad hebbende, also hij schoon onvermoogens om te kunnen bewijsen dat door de Heeren Directeurs Senff& Bosman ooit diergelijke Geschenken Waaren gedaan, daar op aandrong dat hem door den Heer Directeur voldaan wierde hetselfde Ge„ schenk dat den Heer Raad Extra ordinair & geweesen Directeur van de Graaff, sijn Exellentie Iaarlijx gesonden had. Hy Heer had in gereedheijd gebragt de onder„ Gebieder volgende brieff aan het Engels ministerie Van ^ 305. Den 7:' Iulij A„o 1786. — Aan den WelEdelen Heer! Andries Ramsaij Schildknaap cheff voor alle saeken van de Britse Natie & Gouverneur van 's Mogels Casteel & vloot Benevens Den Raad. Te Suratta. Mijne Heeren! De Nabab heeft kunnen goedvinden om op gisteren het inkoomen in de Stad te verhinderen en te beletten aan deese goederen & koopmanschappen welke van de Edele Nederlandsche Oost Indische Compa„ „gnie gekogt zijn, en door de kooplieden in de Stad na haare Pakhuijsen vervoerd wierde;— soo ras den Directeur onderrigt was van sulk een onaangenaam bedrijff, sond hij bij den Nabab om onderrigt te worden van de reedenen welke sijn Exellentie tot deese violentie bewoogen had, wan„ „neer hij tot andwoord ontfing dat de voorschreeve goederen niet in de stad soude worde toegelaaten, so lange hij Nabab niet ontfangen had een seker present /: de waarde van het welke ons onbekend is) het welke hem soude toekoomen voor des Direct¬ teurs bevordering tot hoofd van deese Directie & terwijl dit antwoord soo vreemd & buijten gewoon luijden van Sijne terie 363

NL-HaNA_1.04.02_10431_0388 view scan ↗

English

7 July Anno 1780. people, since there has never been any custom of that nature, the Director again sent a request to the Nabab to desist from this demand, at the same time informing his Excellency that whereas the giving of gifts has at all times been considered a voluntary act, his Honour could not decide to make them other than when it was convenient and pleasing to himself, without being able to be forced thereto in any respect, all the less so since he must make this gift out of his own pocket, the Honorable Company's customary annual present having even been paid for a whole year in June 1705, whereas the Nabab is entitled to no more than 6 months, calculated since the restoration of the Factory; but since all of the aforesaid has been of no avail and the said Nabab continues to prevent the bringing of the aforesaid goods into the city and thereby hinders and stops our business, we find ourselves under the necessity of addressing you, Gentlemen, in your capacity as Governor of the Mogul castle, and requesting of the same that your Honours would be so good as to oblige the Nabob to remove all hindrances and obstacles that have been caused to our trade and consequently to these privileges and prerogatives to which the Honorable Company is entitled. We have the honour to be, (below was written) Gentlemen, (lower) Your Honours' obedient and humble servants, (was signed) A: I: Sluijsken, M:s Monte, E: N:s Wiardi, J: P: van Solaanen de Bevere, E: Meijer, G. Seper. C. A: van Eyk. and G: C: Roeff. (in the margin:) Suratta, the 14th of June 1786. 7 July Anno 1786. The Director in person having been to the English Chief, the latter undertook to settle the matter. Meanwhile, his Honour had addressed the English Chief in person and had represented to him the groundlessness of the Nabab's demand as well as the impropriety of his violent conduct, which had such consequences that the said English Chief had undertaken to oblige the Nabab to give way to equity and cease all violent measures; accordingly notifying the Nabab that he should state in writing which gifts were given annually to the Durbar, that is to say to himself and subordinate regents, on behalf of the Company and by the Director himself. And when the Nabab had complied with this, the English Chief on the 15th following sent to his Honour his First Clerk together with the First Clerk of the Nabab, Kirparam, bringing an entire list of those gifts which are given on behalf of the Company, and of those gifts which, according to his allegation, had been sent separately by Director van de Graaff. 7 July Anno 1786. The Nabab produces a list of the Company's customary gifts and of those which, according to his allegation, were made by the Director van de Graaff. The first, the Director recognized, but the last he rejected. That his Honour recognized the first-mentioned and undertook to ensure that, as long as he had the honour to command this Directorship, they would be paid punctually and without any reduction; but that his Honour had entirely rejected the latter, privately made gifts, which according to the said list would have consisted of 2 cannasters of powdered sugar, 2 cannasters of candy sugar, 10 ells of velvet, 15 lb of cinnamon, 15 lb of cloves, 15 lb of nutmeg, 10 lb of mace, 750 rupees to the superintendent of customs for the unlading of the goods, along with various oils and other trifles for the Nabab, and furthermore two lists of gifts for the Baksie and for the district regent Sidie Iaffer, the quantities of which have slipped the Director's mind, his Honour not having dared to ask for a copy of the aforesaid lists in order not to give the natives the idea that he attached any credit to them; declaring to the aforesaid servants of the Governor of the city and Castle that, although his Honour could not lend any credence to the aforesaid list, since, having been second in command throughout the entire administration of Mr. van de Graaff, he was not in the least aware of anything of the kind, it was besides, even were such the truth, dependent upon the free will of the said Mr. van de Graaff to give such presents as pleased his Honour, without this being able to bind him, the Director, as being likewise the sole master of his own purse; he therefore absolutely refused to give any gifts of whatever description by virtue of obligation, and other than when the same pleased him. 7 July Anno 1786. The Nabab lifts all obstacles, and therewith the matter is left at rest. Resolution of protest sent to Bombay on the 12th of this month to the English Chief only. And that, the aforesaid servants having departed with this answer, the Nabab a few hours later had made it known that he had lifted all obstacles, and that therewith this matter had been left at rest. Furthermore, it was noted that, in accordance with the resolution of the 12th of June last, the following letter to the Governor and Council of Bombay was sent in original and duplicate to the English Chief and Council here only. To

Dutch transcription

306„ 7„' Julij A„o 1780. —. Een luijden, also er nimmer eenige gewoonte van die natuur geweest is, soo laat den Directeur den Nabab ander„ „maal versoeken om van deese vordering aftesien sijn Excellentie ter selver tyd doende informeeren dat daar het doen van Geschenken ten allen tijden is geconsidereerd geweest als eene vrijwillige daad, zijn Edele tot het doen van deselve niet soude kunnen besluijten anders en dan wanneer sulx aan hem selfs convenient & aangenoam was, sonder daar toe in eenigen opsigten te kunnen wor¬ „den gedwongen, so veel te minder nog, daar dit geschenk uijt sijn eijgen sak doen moet sijnde het gewoone Jaarlykse present van de Edele Compagnie in Iunij 1705. selfs voor een heel Iaar be„ taald daar de Nabab niets meer competeerd als voor 6. maanden, gereekend seedert de restoratie van de Factorij, dog also al het voorgeschree„ ve van geen vermoogen geweest is & dat ge¬ seijde Nabab blijft voortvaaren om het inbrengen der voorschreeve goederen in de Stad te belet„ ten & daar bij onse besigheeden te verhinderen en te stoppen, soo vinden wy ons selven in de nood„ „saakelijkheijd om ons te vervoegen bij Uw Mijne Heeren in de qualiteijt van Gouverneur van het Mogols kasteel & van deselve te versoeken dat uwwel Edelens so goed gelieven te syn om de Nabob de te Sul 307. Den 7„e Julij A„o 1786. — by de Eng:e Cheff geweest sijnde heeft den selven Aangenoomen de saak te sullen afdoen. te verpligten alle verhinderingen & beletselen weg te nee„ „men die dan onsen handel & bijgevolge aan dese privilegien & voorregten waar toe de Edele Compa¬ „gnie geregtigd is, toegebragt heeft. Wij hebben d' Eer te syn. /:onderstond:/ Mijne Heeren. /:lager:/ Uwel Edeles Schoorsaame & Dienstwillige Die„ „naaren /:was getekend:/ A: I: Sluijsken, M:s Monte, E: N:s Wiardi, J: P: van Solaanen de Bevere, E: Meijer, G. Seper. C. A: van Eyk. & G: C: Roeff.- /:in margine:/ Suratta den 14„' Junij 1786. —. de H:r Directeur in persoon Terwijl sijn Agtbaare intusschen sig in persoon hadde vervoegd by den Engelschen Cheff & aan deese had voorgesteld de ongegrondheijd van des Na„ „babs vordering, so wel als de onbetaamelijkheijd van sijn geweldaadig gedrag het welke van die gevolgen waere geweest dat gemelden Engelschen Cheff had aangenoomen om de Nabab te sullen verpligten om aan de billikheijd Plaets te geeven & alle geweldige middelen te staaken. doende dienvol„ gens aan den Nabab weeten dat hij in geschrif„ te soude hebben op te geeven welke geschenken dat natuur ander„ te seer sien. aan daar ij Edele aar be„ voor ee„ belet„ te nood„ Nabab sijnde 365 „308. Den 7„' Julij A=o 1786. — den Nabab produceerd een lyst der Comp: gebruijkelijk geschen„ „ken. en van die welke volgens sin voorgeeven door de Directeur de Eerste heeft den Heer Di„ „recteur erkend. dat Jaarlijx aan den Derbaar dat is aan hem selven & ondergeschikte Regenten van weegens de Com„ pagnie en door den Directeur selven wierden ge¬ daan, en waaraan dan door den Nabab vol„ daan sijnde, so had den Heer Engelschen Cheff den 15„' daar aan bij hem heer Gebieder ge„ op „sonden sijnen Eersten schrijver met den Eersten schrijver van de Nabab Kirparam- meede, brengende eene geheele Lijst van die Geschenken welke 's Comp:s weegen gedaan worden en van die ge„ schenken welke apart, volgens sijn voorgeeven door van de Graaff gedaan waeren den Heer Directeur van de Graaff gesonden Waeren. Dat hij Heer gebieder de eerstgemelde erkend en aangenoomen had te sullen sorgen dat die soo lange hij de Eer had deese Directie te gebieden stipt & sonder eenig vermindering betaald wierden, dog dat sijn Agtbaare de laastgenoemde particuler gedaane geschenken en die volgens de gemelde Lyst souden hebben bestaan in 2. Cannassers poeder suijker, 2. Cannassers kandij suijker, 10. ellen fluweel 309. Den 7„' Julij A„o 1786. —. dog de Laaste van de hand ge„ weesen fluweel, 15. lb canneel, 15. lb Nagulen, 15. lb Noten, 10. lb Foelij, 750. ropijen aan de opsien„ „der van der tol voor het ontscheepen der goe„ „deren met differente oliteijten en andere kleij„ „nigheeden voor de Nabab en dan nog twee lijs„ „ten van Geschenken aan den Baksie en aan den Landregent Sidie Iaffer, waar van de quantiteijten hem Heer Directeur sijn ontschooten, hebbende sijn Agtbaare geen Kopij van de voorsz: Lijsten durven vraagen om de Inlan„ „ders niet in gedagten te brengen dat hij aan deselve eenig credit gaf, ten eenemaale van de hand geweesen had met aan voorsz: Be„ dienden van den stads & Kasteels Gouver„ „neur te declareeren, dat ongeagt hij Heer Gebieder aan de voorschreeve Lijst geen gelooff defereeren konde, also hem die geduurende het geheele Bestier van den Heer van de Graaff secunde geweest is, daar van Niets in selven ende /6 o en end soo den rticulee wier 361 310. Den 7„e Julij A„o 1786. —. selen opheffen en daar mede de saak blijven berusten „resteerd protest voor Bombaij gesonden. niets het aller minste bewust was, het buijten des al was sulx ook de waarheijd van de vrije wille van welgemelde Heere van de Graaff, hadde afgehan„ gen om sulke Presenten te doen als sijn wel Edele Gestrenge behaaglijk, was sonder dat sulx hem Heer Directeur als sijnde Insgelijks den eenigen meester van syn eijgen beurs verbinden kon, dierhalven voestrekt wijgerde om eenige geschenken hoe genaamt te doen, uijt hoofde van verpligting en anders en dan wanneer hem het selve gevallig was. En dat voorschreeve bedienden met dit and„ de Nabal Laat alle belet„ woord vertrokken sijnde, de Nabab weijnig Uuren daar na had Laaten weeten, dat hij alle beletselen opgeheeven had, en dat daar bij deese saak was blijven berusten. Voorts wierd verder aangeteekend Dat ingevolge het op den 12:' deeser gear„ van het geresolveerde op den 12„e Junij Jongstleeden aan de Enge cheff alleen aan den Heer Engelschen Cheff & Raad alhier in origineel & Duplicaat is toegesonden de ondervolgende missive aan den Heere Gouverneur Raad van Bombaij. —. Aan E

NL-HaNA_1.04.02_10431_0393 view scan ↗

English

The 7th of July Anno 1786. To the Right Honourable Rawson Hart Boddam, Esquire, President for all Affairs of the British Nation and Governor of His Majesty's Castle, Together with the Council At Bombay Right Honourable Sir and Gentlemen. We have had the honour to receive Your Honours' dispatch of the 31st of May last; we are particularly sorry to have perceived from it that Your Honours see fit to dismiss the request made in our previous letter of the 9th of May preceding, namely to indemnify the Noble Netherlands Company for the amount of the bill of exchange granted by us on the 9th of June 1781 to the heirs of the Bania Merchant Bhaijsa drawn on the suppliers of the Company, which was stripped of its effect by Your Honours' Chief and Council at Surat upon taking over the Directorship, up to a sum of one hundred thousand rupees with interest. The reasons, Right Honourable Sir and Gentlemen, which the Surat Chief and Council have been pleased to give to legitimize their conduct, have already been fully refuted in our aforementioned dispatch to Your Right Honours of the 9th of May, as well as in our numerous letters to their Honours, and their weakness receives no additional strength whatsoever from what Your Honours are pleased to advance in their aforementioned last dispatch of the 8th of this month; for whatever the heirs of Bhaijsa may have declared at the time when we were made prisoners of war and the Dutch possessions at Surat were taken by British arms—perhaps out of that natural fear which is often peculiar to the native when he must testify between Europeans—it is certain and beyond all contradiction that the bill of exchange in question was accepted by them, as this is proven not only by the sworn testimony of the then secretary of our council, Egbert Nicolaas Wiardi, annexed to our letter to the Chief and Council at Surat of the 16th of March 1786 under Number 3, who delivered the bill of exchange itself into the very hands of the heirs of Bhaijsa, but also and primarily by the receipt of those goods which were delivered by the suppliers in reduction or settlement of the aforesaid bill of exchange, and for which full proof is furnished by the receiving and keeping of the key to the warehouse in which the same goods were stored and held; a proof, Gentlemen, that was judged of such importance even by the native, that the aforementioned heirs of Bhaijsa could by no means be moved to hand over these keys when they were demanded by Your Honours' Chief and Council, which placed the aforesaid administration under the necessity, in order to get to the goods, of having the warehouse broken open with force and violence; so that it is an almost insoluble riddle how these heirs of Bhaijsa could have declared before Your Honours' Chief and Council that they were never placed in actual possession of the goods which were then given to them in settlement. Since, notwithstanding this, it is Your Honours' pleasure to dismiss our claim and to refuse the payment of the aforesaid sum of one hundred thousand rupees with interest, we find ourselves compelled to bring this matter to the notice of our superiors in Europe so that they may take such measures in that regard as they shall deem necessary, and in the meantime to protest in the strongest terms against all loss and damages which the Noble Netherlands Company shall suffer on account of this refusal by Your Honours. We have the honour to be with respect, Beneath stood: Right Honourable Sir and Gentlemen. Lower: Your Honours' very humble and obedient servants. Was signed: A. J. Sluijsken, M:r Monté, E. N. Wiardi, J. J. van Polaanen de Bevere, E. Meijer, P. Piper, C. A. van Eijck, and G. C. Roff. In the margin: Surat the 24th of June 1786. The 7th of July Anno 1786. Further negotiated for the Netherlands from the chief surgeon Peperhoorn 4814 rupees 39 on bills of exchange payable after the autumn sale of 1788 with 3 per cent for one year. The nephew of the broker placed under arrest by the English Chief and preparations made to attach the property of the deceased broker himself. That, on account of the continuous great lack of money, there was further negotiated from the chief surgeon Daniel Peperhooven on the 28th of June last a sum of 4814 rupees 39, and granted to him in return bills of exchange on the Right Honourable the Lords Directors, payable after the autumn sale of 1788, with the interest of 3 per cent calculated thereon for one year, being the time that the said bill of exchange will be paid later than customary. That the nephew of the deceased broker Mandchergie Cautjent, brother of Baumandje Cautjent who has absented himself from here, namely Edeltjent Gorseedje, was placed under arrest on the 29th of the aforementioned month of June by the English Chief Mr. Ramsay and a guard placed at his house; the said Chief had also made preparations to attach the houses and lands of the deceased broker Mandchergie.

Dutch transcription

311„ 369 Den 7„e Julij A„o 1786. —. Aan den welEdelen Groot Agtbaaren Heer! Rawson Hard Boddam Schild¬ President voor alle Saaken „Knaap, van de Britse Natie & Gouverneur van syn Majesteijts Casteel Benevens Den Raad Te Bombaij WelEdele Groot Agtbaare Heer En Heeren. ƒ Wy hebben de Eer gehad om te ontfangen Uwel Edelens missive van den 31.:' meij laastleeden, het is ons bijsonder leed dat wij daar uijt hebben ontwaard dat uwel Edelen goedvinden van de hand te wijsen het versoek by onse voorgaande brief van den 9„e meij bevoorens, om namentlyk de Edele Nederlandse Compagnie schadeloos te stellen voor het bedraagen van de door ons op den 9„' Junij 1781: aan de Erfgenaamen van den Benjaans Koopman Bhaijsa op de Leveranciers van de Compagnie verleende wissel die door Uwel Edele cheff & Raad te surattae bij het neemen der Directie van haar effect beroofd geworden is, tot een somma van Een „maalhondert Duijsend Ropijen met den Intrest. De Reeden welEdele Groot Agtbaare Heer & Hee„ ran welke den Heere Souratsen cheff en Raad heb„ ben gelieven te geeven tot wettigen van derselver ge„ „drag syn by onse voorengemelde missive aan UwelEd:s Groot Agtbaare & Edelens van den 9:e meij mitsgaders bij onse menigvuldige brieven aan Haar Edelen bereets ten lle Heer ter ge eden oo we ur 9 312. Den 7„' Iulij A„o 1786. —. bereets ten vollen wederlegt, & derselver swakheijd, ontfangs geensints eenige meerdere kragt, uijt geen Uwel Edelen bij derselver voorgemelde laaste missive van den 8„' deeses gelieven te avanceeren, want wat de Erfgenaemen van Bhaijsa ook ten tyde toen wij krijgsgevangenen gemaakt en de Hollandse besittingen te souratta door de Britse waapenen genoomen wierden, moogen hebben verklaard, mogelijk door die natuurlijke vrees welke den Inlander veeltijds eijgen is, wan„ „neer sij tusschen Europeesen getuijgen moet, seker is het en buijten alle teegenspraak dat de wissel in questi door haar is geaccepteerd geweest, also sulx be„ „weesen word niet alleen door het beëdigde getuijgenisse van den toenmaaligen secretaris onser vergaadering Egbert Nicolaas Wiardi gevoegt bij onsen brieff Aan den Heele cheff & Raad te Suratta van den 16:' Maart 1786. onder Num: 3. die de wissel selven in Eijgen handen van de Erfgenaamen van Bhaijsa gegeven heeft, maar ook mede voornaamentlyk door den ontfangst van die goederen welke door de Leveranciers in minde„ „ring ofte voldoening der voorschreeve wissel afgegeven sijn, & waar van tot een volkoomen bewijs verstrekt, het aanneemen & bewaaren van de sleutel van het Pakhuijs waar in deselve goederen geborgen & opge¬ „slaagen waeren, een bewijs mijne Heeren dat selvs bij den Inlander van die aangeleegendheijd koordeeld wierd, dat de meergedagte Erfgenaamen van„ Bhaijsa 313. Den 7„e Julij A„o 1786. — Bhaijsa door niets te beweegen sijn geweest om deese sleutels toen se door UwelEdelen Chiff en Raad geeischt wierden af te geven, en het geen voorseyde Minis„ „terie in de Noodzaakelykheijd heeft gebragt, om ten eijnde bij de goederen te koomen het Pakhuijs met force & geweld te laaten openbreeken, sulx het een bij na ondplosselijke raadsel is hoe deese Erfgenaa„ men van Bhaijsa voor Uwel Ede. Cheff & Raad heb¬ ben kunnen verklaaren dat sy nimmermeer ge¬ „steld waeren in de daadelijke besittinge der goederen, die dan haar in voldoening gegeven sijn, Dan vermits het des niet tegenstaande Uwel„ Edelen gelievte is om onse vordering van de hand te wysen de voldoeninge der voorschreeve somma van een maal hondert Duijsend ropijen met den Interest te weijgeren, so vinden wij ons genoodsaakt deese affaire te brengen ter ken„ „nisse van onse superieuren in Europa om daar om„ „trend sulke maatregulen te neemen als noodig oor„ „deelen sullen, en om immiddels ten kragtigsten te protesteeren teegens alle Schaade & nadeelen welke de Edele Nederlandse Compagnie door deese Uwel Edelen weijgering, lijden sal, Wij hebben d' Eer met respect te sijn. /:onderstond:/ Wel Edele Groot Agtbaare Heer & Heeren. /:la„ „ger:/ Uwel Edelen seer ootmoedige & onderdaanige Dienaaren /:was getekend:/ A: I: Sluijsken, M:r Monté, E. N. Wardi, I. I. van Polaanen de bevere, E: Meijer, P. Piper, C. A. van Eijck, & G. C. Roff /:in margine:/ Suratta den 24„en Junij 1786. —. Dat del ses 9 door be„ van Egbert Heere angst 9 minda¬ gegeven ge verstrekt van Selvs ijsa 341 314. Den 7„e Julij A„o 1780. —. nog rop:s 4814. 39. op wissels betaalbaar na de Najaarse 3: p„rC:o voor een Iaar de Neeff van de makelaar door de Eng:e Cheff in ar„ „rest geset En maakte toestel om de Eygendommen van de overlee„ te slaan van den oppermeester Oipvehoorn Dat men vermits het aanhoudende groote gel voor Nederland genegotieerd gebrek nog van den oppermeester Daniel verkooping van 1788. met Peperhooven op den 28„' Junij Jongstleeden heeft genegotieerd Eene Somma van rop.s 4814: 39. en hem daar voor verleend Wissels op de welEde le Groot Agtbaare Heeren Majores betaalbaa na de Najaarse verkooping van 1788. met den Interest van 3. p r Cento: daar op geree„ kend voor Een Jaar, zijnde de tijd dat gesee de wissel laater als de gewoonlyke betaeld worden Sal. Dat de Neeff van den overleedenen Mandchergie, Edeltje is Makelaar Mandchergie Gorseedje; Edeltjent cautjent, broeder van den sig van hier ga „senteerd hebbende Baumandje Caudjen op den 29„' van meergedagte maand Junij door den Engelschen Cheff m. r Ramsaij in arrest geset, en een wagt op sijn Huijs geplaast sijnde, gedagten cheff mede toe stel gemaakt had om de Huijsen & Land den maakelaar selve aan rijen van den overleedenen Makelaar Mand inte Chergie

NL-HaNA_1.04.02_10431_0397 view scan ↗

English

315. 7th July Anno 1786. The Director informs the English Chief that he must intercede for the goods of Mandchergie and Baumandje. Various merchants have made large money claims both against Mandchergie and his brother. to occupy and seize the goods of Mandchergie, that the Director, being informed of this and having sent to inquire of Mr. Ramsaij the reasons for this conduct, had received as an answer that the shroff Nagerdas Wierboekendas and the Banyan merchant Saal Roepa legally came to claim, the first-named from the broker MandChergie Gorseddje upwards of 73000 rupees and from his also deceased brother Caudje Gorseedje circa 9000 rupees, and the second, from Mand Chergie 15000 and from Caudje 20000 rupees, and that he, the English Chief, had therefore found himself obliged to place the person of Edeltjen Caudje under arrest, and, while Bouwmandje was a fugitive, to proceed against the goods of MandChergie, that the Director, having hereupon represented again to Mr. Ramsaij that His Honour, however much he had nothing to do with the person of Edeltjen, as belonging under the protection of the English, 316. 7th July Anno 1786. and he has initiated no further proceedings against the same. Mustered on 30 June and no one found absent. he nevertheless found himself obliged ex officio to intercede for the person and interests of Bouwmandje, as belonging under Dutch protection, and therefore had to request the said Mr. Ramsaij to leave these and all other matters concerning the estate and inheritance of the deceased broker Mand Chergie Gorseedje or of this Bauwmandje as heir of the same, in statu for the time being, until the said Boumandje shall have returned from his journey to Ceylon, in order to give him the opportunity to settle the affairs of his uncle in the best manner, and that this had also had the effect that the frequently mentioned chief had initiated no further proceedings against the estate of Mandchergie, although His Honour still kept the said Edeltjen, belonging under English protection, under arrest. That on the 30th of the frequently mentioned month of June, 317. 7th July Anno 1786. The dispute concerning the widow Heydeman and the Company's shroff is decided, and the sentence put into execution. A ship under Portuguese flag has arrived at Bombay from Batavia with the adjacent merchandise. June, the muster was carried out according to order and no one was found absent thereat; That the dispute between the widow of the former junior merchant Heijdeman and the Company's shroff, having finally been decided by the arbitrators authorized thereto by resolution of 9th May, the Chief of the English, under whose protection the widow Heijdeman has now placed herself, sent to the Director and requested to put the sentence into execution, and that His Honour thereupon placed the said shroff in detention at the wharf and had his house occupied by sepoys. That in the beginning of the same month there arrived at Bombay from Batavia a ship under Portuguese flag, laden with 13000 canassers of sugar, 26000 lb of cloves, and 50000 lb of Japan copper, and that thereupon the price of cloves has fallen so much that a few 318. 7th July Anno 1786. the cloves sold for 193 rupees the bag; 1600 rupees counted into the cash as security by Peperhooven as proxy for Lotsz. The large shortage of weight on the spices causes means of prevention to be devised. days ago 50 bags were sold here for 592 rupees the bag, making for 100 lb rupees 326 3/24. Finally, it was further resolved to record that, pursuant to the decision of this assembly of 9th February of this year, there was counted into the cash by the chief surgeon Daniel Peperhoven, as testamentary proxy of the Captain-Lieutenant at sea and equipage overseer Jan Lotsz, deceased here, a sum of 1600 rupees, making 1000 rixdollars, to serve as a security for such imposts as may be charged to his estate within four years. After this, the Director made known to the assembly that, His Honour having taken into consideration in what manner it could yet be possible that there were always such large shortages of weight on the spices here, as the same on the cloves which 319. 7th July Anno 1786. have already been weighed out from the cargo of the Diamant amounted to fully 3½ percent, notwithstanding all humanly possible care and supervision was taken by the Fiscal and judicial commissioners, it had occurred to His Honour that possibly some thefts might be committed by the native servants in the warehouses at the very time when the Fiscal and commissioners were busy with the weighing out and their attention was fixed on the scale, and that His Honour, to make a trial of this and to prevent this and these dishonest acts as much as possible, had placed two sentries before the doors of the spice stall at the last weighing out of 114 bales of cloves, with strict orders to allow no one to enter except the Fiscal and the said commissioners, which had also had the result that the deficiency on the aforesaid 114 bales

Dutch transcription

315. Den 7„e Julij A„o 1786. —. sig na de reedenen, groote geld vorderingen „chergie als syn broeder, De Directeur informeerd de Enge. Cheff dat hy voor de Goederen van Mand„ Chergie & Baumandje moet intercedeeren. Mandchergie te besetten & aan te slaan, dat den den H:r Directeur informeerd Heer Directeur hier van onderrigt sijnde, en bij de Heer Ramsaij na de reedenen van dit gedrag hebbende laeten vraegen, tot andwoord bekoomen had, dat den Wesselaar Nagerdas vorscheijde kooplieden hebben Wierboekendas en den Benjaans Koopman gedaan so wel van Mand„ Saal Roepa, geregtelijk kwaamen te vorderen de Eerstgemelde van de makelaar MandChergie Gorseedje ruim 73000. - rop:s en van Sijnen mede overleeden Broeder Caudje Gorseedje Circum Circa 9000. rop.s en de tweede, van Mand Chergie 15000:- en van Caudje: 20'000. -. , en dat hij Heer Engel„ schen cheff- Zig daarom genoodzaakt had ge„ „vonden den Persoon van Edeltjen Caudje in ar„ „rest te setten, en om terwijl Bouwmandje voor¬ „vlugtig was teegen de goederen van MandChergie te procedeeren, dat den Heer Directeur hier op aan M:r. Ramsaij weder hebbende doen voor„ stellen, dat zijn Agtbaare hoe seer hij ook niets te doen had met de Persoon van Edeltjen als onder de Protextie der Engelschen behoorende gel heeft d met e„ en toe Land hand ie r 373 316. Den 7„' Julij A„o 1786. —. en heeft die geen verdere procedures tegen deselve Geentameerd, den 30: Junij gemonsterd en niemand obsent bevonden behoorende, hij sig egter amptshalven genoodsaakt vond om voor de Persoon & belangen van Bouw¬ mandje, als gehoorende onder de Nederlandsche bescherming te moeten intercedeeren, derhal„ ven gem: Heer Ramsaij moest versoeken om der„ „se en alle andere saken welke betrekking heb„ ben tot den boedel & nalatenschap van den overleedene makelaar Mand Chergie Gorseedje of wel van dese Bauwmandje als Erfgenaam van deselven, voor eerst te laaten in statud, tot so lange de geseijde Boumandje van sijne reijse na Ceijlon zal sijn te rug gekoomen, ten eijnde hem geleegendheyd te geeven, de zae¬ ken van sijn Oom op de beste wijse te redden, er dat sulx dan ook van dat effect geweest was, dat meergedagte cheff geen verdere pro„ cedures teegen den Boedel van Mancleergie g'entameerd had, schoon zijn Ed:e den onder de Engelschen protextie behoorende Edeltjen als nog in arrest hield Dat op den 30„ van meergemelde maand Junij . 317. 5 Den 7„e Julij A„o 1786. —. 't verschil treffende de wede. Heydeman en de comp:s de Sententie ter executie gelegd, Een Schip onder portugeese vlag van Batavia met de Nevenstaande koopmans op Bombaij g'arriveerd, Iunij de monstering na de order volbragt & daar bij niemand absent bevonden is; Dat het verschil tusschen de weduwe van Wisselaar is beslist en, den geweesen onderkoopman Heijdeman en den Compagnies Wisselaar eyndelijk door de daar toe bij resolutie van den 9„e meij g'authoriseerde arbiters beslist synde den cheff der Engelschen onder welkers protextie Zig de weduwe Heijde„ man tans begeven heeft, bij den H:r Directeur heeft gesonden & versogt om de sententie ter executie te leggen, en dat syn Agtbaare gem: Wisselaar daarop op de werff in detentie genoomen heeft, en syn Huijs met Sipaijs doen besetten. Dat in het begin van deselve maand op Bombaij van Batavia is g'arriveerd een schip onder Portugeese vlag gelaaden met 13000: can„ nassers suijker, 26, 000: lb Nagulen & 50000: lb. Japans koper, en dat daar op de prijs der Nagulen sodaanig gedaalt is, dat er voor weijni„ ge t ouw„ hal„ „ heb„ am pro„ ie Junij 373 318. Den 7:' Julij A:o 1786. —. verkogt; door Peperhooven als gemagtigde van Lotst 1600. rop:s tot borg in cas geteld, Het groote minwigt op de specerijen doet middelen tot voorkooming bedenken de Nagulen vor 193. rop: de sek Weynige daagen hier 50. sakken verkogt zijn voor 592. rop:s de sak maakende de 100. lb ropias 326 3/24.. — Eijndelijk wierd nog verstaan aantetekenen dat ingevolge het besluijt deser vergaadering van den 9„e februarij deses Jaars, door den oppermee ter Daniel Peperhoven, als Testamentaire gemagtigden van den alhier overleeden Capi„ tain Luijtenant ter Zee & Equipagie opsiende Jan Lotsz: in cassa geteld is Een somma van 1600. ropias makende 1000: Rijxdaelders om te strekken tot een Borgtogt voor sodaanige belastingen, als in vier Jaaren ten Lasten van sijnen Boedel mogen gebragt worden, Hier na gaff den Heer Directeur dan de vergaadering te kennen, hoe dat sijn Edele in overweeging genoomen hebbende op welk een wijse het tog mogelijk syn konde, dat men hier steeds sulke groote minwigten had op de Specerijen also het selve op de Nagulen die 319. Den 7„e Julij A„o 1786. —. die van den aanbreng van de Diamant bereets uijtgewoogen sijn, wel 3½ procento bedroeg niet tegenstaande er alle menschmogelijke sorge en toesigt door den Fiscaal & Justitieele gekom„ „mitteerdens gedragen wierd, het zijn Edele in gedagten gevallen was dat er moogelijk eenige dieverijen konden gepleegd worden door de In„ „landse bedienden in de Pakhuijsen op deselve tijd dat den Fiscaal & gecommitteerden met het uijtwegen besig waeren, & haaren aandagt op de schaal gevestigd was, en dat syn Agtbaare om hier van een proeff te neemen en dit en deese ontrouwe so veel moogelijk te voorkoomen bij de Laaste uijtweeging van 114. balen met Nagu¬ len twee schildwagten had doen Plaatsen voor de Deuren van het specerij Hok met strikte ordre om daar inne niemand te laaten gaan als den Fiscaal en gedagte gecommitteerdens en het welke dan ook van dat gevolg was ge„ weest dat de minderheyd op de voorsz: 114. baalen 2ip 377 der¬ n

NL-HaNA_1.04.02_10431_0402 view scan ↗

English

The 7th of July, in the Year 1786. Henceforth to place two sentries in front of the warehouse with a specific order; because of the heavy outflow, 6 sailors were engaged in service for the almost completed small-vessel and the horrij. bales had amounted to no more than 1 3/8 per cent, wherefore the said Lord Director proposed to the meeting to continue with this practice, upon which, having been deliberated, it was approved and agreed to order the ensign of this garrison by extract of these presents to take care that, at all times during all weighings of spices, whenever notice thereof shall be given to him by the Honorable Head Administrator in the manner aforesaid, two sentries are placed before the doors of the spice warehouse, with orders to permit no one to enter therein except for the fiscal and the judicial commission. The Lord Director, having had to resolve—in order to prevent the small-vessel the Batavia and the storrij the Charlotta from suffering any damage during the recent outflow in the middle of the past month of June—to take into service 4 sailors for the former and 2 for the latter, receiving The 7th of July, in the Year 1786. Disposed on a report of outstanding balances, etcetera, prepared by the Trade Bookkeeper, as found in the Surat trade books of 1783/4 closed at Batavia. enjoying the customary pay and rations, it was thus approved and agreed, in view of the necessity that in this season, when the water often swells to a dreadful height almost in an instant, a good watch of capable sailors is always kept near the aforesaid vessels, especially at night, even though they are not yet fully ready, to retain the aforesaid 6 sailors in service and to place them on the said vessels. Next, a memorial or report was presented, prepared by the Trade Bookkeeper Monte, concerning such outstanding balances, likewise debtors and creditors, as are found in the Surat Trade Books of the year 1783/4 closed at Batavia and sent hither per the ship the Diamant. Upon which, having deliberated, it was approved and agreed: Firstly, to enter all the accounts appearing in the aforesaid memorial or report of the The 7th of July, in the Year 1786. Trade Bookkeeper into the books of the current year 1785/6 directly following the outstanding balances of the expired financial year 1784/5, in order that they can also be collated according to the order by the Lord Director and Head Administrator. And secondly, to proceed on this day to treat the aforementioned accounts and items in the said books, as has been resolved and noted against each of the same items in the margin of that document which follows below. The 7th of July, in the Year 1786. The facing entry thus to be carried forward! To the Right Honorable Worshipful Lord Abraham Josias Huysken, Director and Commander-in-Chief of this Directorate, together with The Council. Right Honorable Worshipful Commanding Lord and Lords: Upon examining the Surat trade books of the year 1783/4, closed at Batavia, received here, and handed over to me, the undersigned, I have found that at: Page 135: The General Office has been credited to the four accounts entered on page 136, which at the closing were found to be in advance, totaling f 5453. 9. 8. Namely: folio 31. The Burial Ground of the Europeans: f 127. 4. - - This credit balance was previously, among other things, counted into the Honorable Company's petty cash on account of collected and gathered funds successively. Account of Douceur: f 3905. 12. - This amount was written back on page 108, on account of gratuities enjoyed on 65093 3/48 rupees which remained unpaid by the brokers, to the disadvantage of the late and present Lord Director, while retaining their Honors' guarantee in the event of a fortunate turn of affairs, etcetera. folio 40. Willem Jacob van de Graaff, Governor and Director of this Directorate: f 1034. 5. 8. It is understood to debit this account first for a sum of 601 1/4 rupees or f 721. 10. -, being the 5 per cent gratuity on such a sum of 12025 rupees as the brokers claimed from the Company in reduction of their debit according to the books of up to 65093 9/48 rupees, on account of gifts and interest suffered by them in account with the English; and this to the benefit of the Right Honorable Worshipful present Governor of Ceylon, as former Director, and of the present Lord Director, as former second-in-command, the former for a 4/5 part and the latter for a 1/5 part; and thereafter to transfer the remaining f 312. 15. 8 to the benefit of previous years' profits, benefits, and losses. The facing amount, after there shall have been added to it the 4 per cent gratuity on the 12025 rupees still paid by the brokers in reduction of their arrears. Carried forward: f 5067. 1. 8.

Dutch transcription

320. Den 7:' Julij A:o 1786. — Voortaan twee Schildwagten voor het Hloke te plaatsen met een Expres bevel, mits de swaare afwatering 6. matt=n voor het bijna in„ gereedheijd zijnde Smal¬ Schip en de Horrij in dienst genoomen, baalen niet meer bedraagen had als 1 3/8. pro cento alwaar omme geseijde Heer Directeur aan de bij uijtweeging van specerijen vergaaderinge voorsloeg, om bij deese gewoonte te blijven kontinueeren, waar op gedelibereerd sijnde, wierd goedgevonden & verstaan om den vaandrig deses guarnisoens bij Extract deses te gelasten om sorge te draagen, dat er steeds bij alle uijtweegingen van speceryen, wanneer hem daar van kennisse sal worden gegeven door den E: Hoofd-administrateur in voegen voorsz: twee schildwagten voor de deuren van het specerij Hok worden geplaast, met ordre om daar inne niemand te laeten gaan buijten den fiscael & de Justitieele Commissie, Den Heer Directeur hebbende moeten besluijten om ten eijnde te voorkoomen dat het smalschip de Batavia en de Storrij de charlotta bij de laaste afwaalering in het midden van de ge„ passeerde maand Iunij geene schaade quamen te lijden in dienst te neemen voor het eerste 4. en voor het laaste 2. mattroosen tegen ge„ „nieting E 321. Den 7„' Julij A„o 1780. — gedisponeerd op een door den Negotie boekhouder verwardigde berigt„ van narestanten &=ra als bij „ratse Negotie boeken van 178/ gevonden worden, genieting van de gewoone Pagie & kost, so wierd goed gevonden & verstaan uijt aansien van de noodzakelijkheijd dat er in dit Jaarge¬ tij wanneer men dikwerff het water genoegsaam in Een Oogenblik tot een verschrikkelijke hoogte Swellen Liet altoos voornamentlijk des Nagts een goede wagt van bequaame mattroo„ „sen bij de voorsz: vaartuijgen, schoon ook nog niet volkoomen klaar syn gehouden word, om voorsz: E. mattroosen in dienst aante houden en op gedagte vaartuijgen te plaatsen. —. vervolgens is overgelegd Een door den Ne„ gotie Boekhouder Monte vervaardigde de te Batavia gesloten son Memorie of Berigt van sodaane na restan„ ten, item Debiteuren & crediteuren als bij de souratse Negotie Boeken d' a„o 178 p„s te Batavia geslooten en Per het schip de Dia„ „mant na herwaarts gesonden sijn, gevonden worden, Waar op gedelibereerd sijnde wierd goed„ gevonden & verstaan: Eerstelijk om alle de bij de voorschreeve memorie of Berigt van den cento ten ting 379 322. Den 7:' Julij A„o 1786. —. den Negotie Boekhouder voortkoomende reekenin„ gen, also by de Boeken van het Lopende Jaar 1785/6. in te neemen voort na de Na„ restanten van het afgeloopene Boekjaar 178. 4/5. ten eynde volgens de order door den Heere Directeur & Hoofd-administrateur mede te kunnen worden geconfronteerd En ten tweeden om vervolgens op den dag van heeden de voormelde reekeningen & Posten by de geseijde boeken te behande„ len, so als in margine van dat Schrif„ tuur het welke hier onder volgt tegen ieder van deselve post geresolveert en aangeteekend Staat. Van woord gen: Direct 323. Den 7„' Julij A„o 1786. — De tegenstaande post also te laeten voortloopen! 39 Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer Abraham Josias Huijsken Directeur & Hoofd Gebieder deeser Directie Benevens Den Raad. Wel Edelen Agtbaaren Gebiedende Heer En Heeren: Bij de te Batavia afgeslootene, alhier ontvangene en aan mij ondergeteekende ter hand gestelde souratse Negotie boeken d' A=o 17 8/8. heb ik bevonden, dat 1 Pag: 135. Het Comptoir Generael gecrediteerd is aan de op pag: 136. ingeschrevene vier Reekeningen die bij het sluijten bevonden waeren te vooren te staan ƒ5453. 9. 8. Namentlijk: f:o 31. De begraafplaats der Europeesen - - - - - - ƒ 127. 4. -. - Dit te vooren staande saldo is bevoorens /:onder meer:/ weegens ingecasseerde & gecollecteerde gelden succes„ sive in 's E: comp: kleijne geld cassa geteld. Rekening van Douceur _ _ - - - - - - - „ 3905. 12. —. Dit bedraagen is op Pag: 108. weegens genootene „douceur op Ropias 65093. 3/48 die door de make„ „laars onbetaald gebleeven sijn ten nadeele van den jongst gewesenen & presenten Heer Direc„ „teur te rug geschreeven onder behoud van hun Ed. . guarand, bij een gelukkige keer van saaken &=ra „40. Willem Jacob van de Graaff Gouverneur & Directeur deeser Directie _ _ _ _ _ - - - - - „ 1034. 5. 8. Word verstaan dese rek: eerst te debiteeren voor een somma van ro/a 601¼ of ƒ 721. 10 — synde de 5. p:r C:t Douceur op sodaane Somma van 1265. rop:s als de makelaars in mindering van haaren Debet volgens de boeken tot ro/a 65093 9/48 - van de Compte vorderen hadden wegens geschenken & Jnteres„ sen die haar bij de Engelsche in Reke„ „ning geleeden zijn, ende sulx ten voordeele van den WelEdelen Gestr: Heere tegens„ woordigen Gouverneur van Ceijlon als gew: Directeur & van den H:r presenten Directeur als voormaalige secunde de eerste voor 1/5. & de laaste voor 1/5 ge„ deelte & om daar na de resteerende ƒ21842. ten voordeele van voorjaarige winsten voordeelen & verloesen over te schijven Iet tegenstaande bedraegen na dat daar bij zal zijn geteld de 4. p:r C:t Douceur op de door de makelaars nog betaelde o/a 12025. - in mindering van haar agterweesen Transporteere - - - ƒ 5067. 1. 8. nin 381 Dit

NL-HaNA_1.04.02_10431_0406 view scan ↗

English

324. The 7th July Anno 1786. — Arrears as described in detail hereinbefore are at the first opportunity to be credited to Ceylon by invoice of account, to be paid there to the Honourable Valiant Lord Governor with ƒ 161: 9. 8. While the adjacent item must continue to run until Their High Excellencies' decision regarding this and the item of Doti Dorogias following hereinafter among the Debtors shall have been obtained, It is resolved to charge and debit the adjacent amount to the office of Batavia by separate invoice. The cash having been taken by the English on account of the War between England and the Republic, but the 8 pieces of unused instrument stamps of this account to be transferred to that of the Small Stamp in order to be accounted for in that manner. Carried forward - - - - ƒ 5067. 1. 8. This small amount has previously remained clear on his Honourable Worship's Account— folio 39: Chintz Cherongse which were brought to Batavia outside of account - - - - - - - - - - - - - - - 386. 8. This item must, in conformity with Surat's Political Council resolution of 1st December 1780, continue to run until further orders D to 1½ page 137. The General Office is debited to the forty accounts entered on page 136 to 145 which at the closing were found together to owe to the general ledger ƒ 442038. 5. -., whereof Number 2. Batavia the office _ _ _ _ _ - - - - ƒ 48405. 1. 8. From the last of September 1780 up to and including the 6th March 1781, there was successively paid and advanced here for Surat Moorish seafarers _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ ƒ 54405. 18. —. On the 15th December 1780, pursuant to the secret council resolution taken on the 15th November 1779, there was brought back into the large cash box in favour of this - - - - 6000. —. —. Remainder as above - ƒ 48405. 18. —. This was the remainder of the cash with 8 pieces of unused instrument stamps to rupees 382¾ under date of 15th June 1781, which together with the other Company effects remaining at that office was on that day seized or captured and carried off by the English, folio 2. Ahmedabad the Office - - - - - - - - The lodge in that town belonging in ownership to the Honourable Company remains in the custody of the Broker there Number 2. Broach the office - - - - - - - - - - - - ƒ 459. Deduct for the creditors as before - - ƒ 545. 3. 8. Carry forward - - - - ƒ 48865: 4: — Warehouse 325. 23 3 The 7th July Anno 1786. —. These likewise to be transferred to the aforementioned Account of the war, as they were surrendered to the English It is resolved to have this account of ƒ 516. 9. 8. also transferred to the account of the war between England and the United Netherlands, as having likewise been received by the English Government, as well as all the following Accounts of which the goods have been taken by force of arms by the same nation; Namely: The adjacent gold and silverware up to ƒ 2972. 5. —. And as the without money continuing on this account on account of the following, as: 136 Tholas Goldwork _ _ _ _ _ - - - ƒ 2358. 3. 8. 648¼ silverwork specified on page 2 - - - 614. 1. 8. 2972. 5. -. 18405. 10 consumption box - - - - - ƒ 27. 10 - Number 4. The consumption box with those described on page 138 up to 271. 10. —. cloves - - - - - 1865:18. Number 4. Cloves - - - - - - - lb 3281:½¼ 10865. 10. . 102¼ 58. 128. Mace - - - - ƒ 51. 12. 8. 40. Mace - - - - - - - - - - - - 129 - 38. 8. -. Cinnamon - _ _ _ _ _ ƒ 38. —. 8. Spoiled spices - - - ƒ —: —. —. Number 6. Spoiled spices - - - - - - - - 462¾ —. —. - Red minium - - - - - ƒ 511. 14. 8. Copper Japanese in bars ƒ 685. 17. —. Number 7. Copper Japanese in bars - - - - - - 2493½ 6805. 17. -. Animal Musk - ƒ 218. 7. 8. Chintz assorted - - - - ƒ 1726. 10. — The small stamp . ƒ 5. —. —. Gift goods - - - - ƒ 142. 7. 8. Haberdashery - - - - - ƒ 336. 18. 8. Number 19 Writing and bookbinding tools . . . . . 168: 7. —. —. . -. remains bookbinding tools ƒ 162. 7. — Warehouse supplies ƒ 1193. 12. —. Number 5. Cinnamon - - - - - - - - - - - - - - - folio 9. Gold and Silverware - - - - - ƒ 2972. 5: Number 8. Animal Musk - - - - - - - - 2 37/48 218. 7. 8. Number 10. Chintz assorted - - - - - - - - - pieces 400 1726. 10. . Number 19. The small stamp - - - - - - - - - pieces 1434:— Number 20. Warehouse Supplies - - - - - - - - - - 1193. 12. —. Number 19. Gift goods - _ - - - - - - - - - - - - 142. 7. 8. Number 6. Red minium - - - - - - - - - - - - 3344 3/8 511. 14. 8. Number 19. Haberdashery - - - - - - - - - - - - - - - - 336. 18. 8. 59. 6. — Dated the 3rd September 1781 by this 36 to 145. closing silver inkstands according to the surrendered Inventory general ledger. Number 2. The Large cash Box rupees 277¼ – - - - - - - - - 333. –. . ditto 3. The small cash Box under accountability of the Junior Merchant and cashier Christiaen Stijdeman rupees 3 9/8 516:9: 8 Carried forward - - - - - ƒ 48865. 4. —. Carry forward - - ƒ 7501: 13: 8 67. 1. 8. 386. 8. whereof account ƒ 18065:4:—

Dutch transcription

324. Den 7„e Julij A„o 1786. — Agterweesen soo als hier vooren omstandig beschree„ „ven is by eerste gelegendheijd by Fractuur van aanreekening Ceijlon ter goede te brengen om aldaar aan den welEdelen gestrengen Heer Gouverneur te worden betaald met ƒ 161: 9. 8. Terwijl de nevenstaande post moet blijven voortloopen tot dat haar Hoog Edelheeden dispositie over deese en de hier agter on„ „der de Debiteuren volgende post van Dotij dorogesjes sal sijn erlangd, Word verstaan om het nevenstaande bedraagen by aparte Factuur Batavia het comptoir aan te re„ „kenen & ten lasten te brengen. De kontanten als door de Engelschen ge„ noomen Zynde op reekening van den Oorlog tusschen Engeland & de repúblicq, dog de 8. Stux Schoone instruument Zegels van deese reekening op die van het kley„ „ne Zegul overteschrijven om also te worden verantwoord. P:r Transport - - - - ƒ 5067. 1. 8. Dit montantje is syn WelEdele agtbaares Gestrenges Reekening Suijver te vooren gebleeven— fo 39: Chitsen Cherongse die op Batavia buijten aanreekening 386. 8. aangebragt sijn - – – – – - - – – – - - - - -„ Deese post moet conform sourats Politicq raads be„ „sluijt van p=mo December 1780. tot nadere ordre blyven voortloopen D tot 1½ pag=t 137. is 'T Comptoir Generael gedebiteerd aan de op pag: 136. ao 145. geld ingeschreevene veertig reekeningen dewelke by het sluijten geloop bevonden waaren met den anderen aan de algemeene ker hoofdreekening ƒ442038. 5. -. schuldig te zijn, daar van N=o 2. Batavia 'T comptoir _ _ _ _ _ - - - - ƒ 48405. 1. 8. 'T Seedert ultimo Septembr 1780. tot & met den 6. maart 1781. is voor souratse moorse Zeevaa„ „rende alhier successive betaald & ver„ op den 15. december 1780. is ter vol„ „doening aan het op den 15„' 9ber. 1779. genoomene secreet raads be„ „sluijt in faveur deeses in de grote geld cassa te rug gebragt - - - - „ 6000. —. —. Rest als boven - ƒ 48405. 18. —. „strekt _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ ƒ54405. 18. —. Dit was het restant der cassa met 8. stux schoone instrument seguls tot ro/a 382¾. onder dato 15. Junij 1731 het geen nevens de overige ten dien comptoire berustende Compagnies Effecten ten dien daage door den Engelschen vermeesterd off prijs ge„ maakt & weg gevoerd is, f:o 2. Amed-Abdath 'TComptoir - - - - - - - - „ 's E: Comp: in Eijgendom gehoorende Logie te dier steede blijft in bewaaring van den Makelaar aldaar N:o 2. Brootchia 'T comptoir - - - - - - - - - - - - ƒ 459. Aedeert voor de crediteuren als vooren - - ƒ545. 3. 9 8. Transporteere - - - - ƒ48865: 4: — Pakh hu 325. 23 3 Den 7„' Julij A„o 1786. —. Deese ingelijx telaeten overschrijven op de voor„ „melde Rekening van den oorlog, also aan de Engelschen overgegeven syn word verstaan om deese rek: van ƒ516. 9. 8. 8. almede te laeten overschrijven op reek: van den oorlog tusschen Engelland & de vereenigde Nederlanden, als synde ins„ „gelijx by de Engelsche Regeering ontvan„ gen soo wel als alle de volgende Rekeningen van welke de goederen blij„ 453. 9. 8. natie met geweld van waapenen mede genoomen zin; Namentlijk: De nevenstaande goud & silver werken tot ƒ2972. 5. —. En also de sonder geld op deese reekening voort„ weegens het volgende, als: 136. Tholas Goudwerk _ _ _ _ _ - - - ƒ 2358. 3. 8. 648¼. „ silver werk 5„n pag: 2. geexteniteert - - - „ 614. 1. 8. „ 2972. 5. -. 18405. 10 :s osmptarks - - - - - ƒ 27. 10 - =o 4. De consumptie kist met de op pag: 138. beschrevene tot „ 271. 10. —. danise Nagulen - - - - - 1865:18. „ 4. Parioffel Nagulen - - - - - - - lb 3281:½¼ „ 10865. 10. . 102¼ „ 58. 128. ffoelijof macis - - - - ƒ 51. 12. 8. 40. Foelij of macis - - - - - - - - - - - - „ 129 - „ 38. 8. -. Canneel - _ _ _ _ _ ƒ 38. —. 8. schevijen beduwene. . . - ƒ —: —. —. „ 6. specerijen bedurvene - - - - - - - - „ 462 /¾„ —. —. - Menij Roode - - - - - ƒ 511. 14. 8. kiper Jopans in staaven. . . ƒ685. 17. —. „ 7. Koper Iapans in staaven - - - - - - „ 2493½8 „ 6805. 17. -. Miseus Animalia - ƒ 218. 7. 8. chitsen in Soort - - - - ƒ 1726. 10. — te kleijn Zegue . ƒ 5. —. —. geschenk Goederen - - - ƒ 142. 7. 8. kramerijen - - - - - ƒ 336. 18. 8. „ 19 schrijf & boekbinders Gereedschappen. . . . . „ 168: 7. —. —. . -. blijfe bek enders gereedszt. ƒ 162. 7. — Pakhuijs behooftens ƒ 1193. 12. —. „ 5. Canneel - - - - - - - - - - - - - - -„ f:o 9. Gouden Silverwerken - - - - - ƒ 2972. 5: „ 8. Muscus Animalia - - - - - - - - „ 2 37/418 „ 218. 7. 8. „ 10. Chitsen in soort - - - - - - - - - p:s 400 –„ 1726. 10. . „19. Het kleijn Zegul - - - - - - - - - stux 1434:—„„ „ 20. Pakhuijs Behoeftens - - - - - - - - - - „ 1193. 12. —.. „ 19. geschenk Goederen - _ - - - - - - - - - - - - „ 142. 7. 8. „ 6. Meenij roode - - - - - - - - - - - - „ 3344 3/8. „ 511. 14. 8. „ 19. kramerijen - - - - - - - - - - - - - - - - „ 336. 18. 8. 59. 6. — gedateerd den 3:' 7ber: 1781. by deese 36. o 145. sluijten geloopen hebbende silver inkt ko„ kens den overgegevenen Inventaris algemeene ker. N: 2. De Groote geld Cassa ropias 277¼ – - - - - - - - - „ 333. –. . d:o 3. De kleijne geld Cassa onder verandwoording van den onderkoopman & kaser Christiaen Stijdeman d„s 3 9/8 „ 516:9: 8 P:r Transport - - - - - ƒ48865. 4. —. Transporteere - - ƒ7501: 13: 8 67. 1. 8. 386. 8. daar van geeken ƒ18065:4:—

NL-HaNA_1.04.02_10431_0408 view scan ↗

English

326. The 7th of July Anno 1786. The adjacent account is understood to be continued in this manner in order to be fulfilled according to order. Since the bill of exchange which was issued at the expense of the Honorable Company's Linen Suppliers Beramje Souraabje and Harmootje Rettingje to the Heirs of Bhaysa, through the violent and unlawful conduct of the English in breaking open the Warehouse The Armory ƒ 232: 2: 8. folio 20: The Armory 332. 2. 8. The Provisions Warehouse ƒ 1971. 2. 8. The Equipment Warehouse ƒ 8219. 2. 8 folio 21. The Ammunition Warehouse 5328. 15. — The Ammunition Warehouse ƒ 5328. 15. — folio 21: The Materials Warehouse 2088: 16. 8. The Materials Warehouse ƒ 2088. 16. 8. folio 22. Unappraised goods — Unappraised goods ƒ —. —. —. folio 24. Timber purchased for the repair of Timber purchased ƒ 613. —. — the main pier for the Honorable Company's wharf, namely 43 3/40. 613. –. — folio 24. The repairs carried out on the Honorable Company's Garden Sorgvrij rupees 2864. —. 3436: 16: — folio 20: The Provisions Warehouse 1971. 2. 8. folio 21. The Equipment Warehouse 8219. 2. 8 Carried forward ƒ 75017. 13. 8 In the books of anno 1778/1779 page 19 to 42, this Account has been debited in accordance with the resolution taken on the 8th of September 1778 in the political council rupees 3580. 3. of which amount 1/10 part must be credited annually by the respective Gentlemen Commanders to the Honorable Company, these having since been credited, namely Page 112 in the Journal of anno 1778/1779 rupees 358. 3. —. Page 114 in the Journal of anno 1779/1780 358. —. — 716. 3. — Balance for this arrears rupees 2864. —. folio 25 Account of Contracting ƒ 31179. 1. 8 In the Surat Trade Books of Anno 1783/1784 balanced here at the office under the date of 14th of June 1781, this Account stood To be carried forward ƒ 131887. 6. — Debit ƒ 156639. 17. 8. 327. The 7th of July Anno 1786. to give as little as regarding the opposite and also not regarding the adjacent Account, no resolutions being necessary regarding these, and the removal of the Linens, from whose amounts the aforementioned bill of exchange was to be paid, having been deprived of its effect, and the aforementioned House has thus remained unpaid, it is understood to first write back the entry of ƒ 122460. –. –, which was entered in favor of this Account in the Trade Journal of 1780 page 130, at the debit of this account and to the credit of Saa Gosaalhent Capoer Tjent ƒ 60000: of Saa Capoertjent Singa ƒ 60000. and to previous years' profits and losses ƒ 2460., in order thereafter, pursuant to the respected letter of instructions from Their High Excellencies by letter of the 23rd of August and the authorization granted therein, to be satisfied and paid in the best possible manner, as far as the state of the cash funds shall permit; after which it is furthermore approved to write off and transfer this entire account to the amount of ƒ 156639. 17. 8. to the repeatedly mentioned Account of the war between England and the Republic of the United Netherlands, since it is known that the English have removed all Linens and that they have obliged the Suppliers to also deliver to them the remainder that was still lacking from the full contract. ƒ 156639. 17. 8. Yet at the closing of the same Books at Batavia, this Account was credited at page 130, namely: By Saa Posaal Tjent Capoertje ƒ 60000. —. —. By Saa Capoertjent Singa 60000. –. –. By Account of Interest 2460. —. –. since by the Right Honorable, Worshipful, and Valiant Lord Extraordinary Councillor of the Dutch Indies and then Director of this Directorate under date of 9th of June 1781 a bill of exchange was granted to the aforementioned two Native Creditors at the expense of the Honorable Company's Linen Suppliers Beramje Souraabje and Harmootje Hettingie, which bill of exchange, through violence and superior force upon the outbreak of the war by the servants of the English Company, was deprived of its effect and thus the said creditors remained unpaid, and the said Linen Merchants were robbed of the Company's goods already produced 122460. —. —. Balance as first mentioned ƒ 34179. 17. 8. folio 25. Martinus Ioan Bosman, former Director of this Directorate rupees 38492 7/24. [illegible] folio 26. Iacob Igerman Bocquet, deceased junior merchant and First Factor at Brootchia rupees 913 25/48 1096. 4. 8. folio 26: Willem Lodewijk Sontag, deceased junior merchant and First Factor at Brootchia rupees 16259 15/16. 19511. 18. 8. folio 27. Frans Bernhard Zimmerman, deceased junior merchant rupees 521 7/48. 626. 7. 8. The origin of the Debit of the aforementioned four persons is described in full detail in the Journal page 12 and 13. Carried forward ƒ 131887. 6. —. Carried forward 46190. 15. —. 31187. 6. –

Dutch transcription

326. Den 7„' Iulij A„o 1786. —. Nevenstaande Rekening word verstaan alsoo te laaten voortloopen om na de ordre te worden vol„ aan. Vermits de wissel die ten lasten van s' E: Comp: Lywaet Leverancies Beramje Souraabje & Harmootje Rettingje aan de Erfgenaamen van Bhaysa is verleend, door het geweldoodig & wederregtelik gedrag der Engelschen in het open„ breeken van het Pakhuijs De Noopenkaarser ƒ 232: 2: 8. f:o 20: De Waapen Kaamer - - - - - - - - - - - „ 332. 2. 8. Het Frovisie Pakhuijs ƒ 1971. 2. 8. het Equipage Pakhuijs ƒ 8219. 2. 8 „ 21. het ammunitie Pakhuijs - _ _ - - - - - „ 5328. 15. — het ammuntie pakhuijs ƒ 5328. 15. — 11: het materiaelen Pakhuijs - - - - - - „ 2088: 16 „ Het materiael pakhuijs ƒ2088. 16. 8. „22. ongetaxeerde goederen - - - - - - - - - - - „— ongetoreerde goederen ƒ —. —. —. „ 24. houtwerken ingekogte tot reparatie van houtwerken ingekogte ƒ613. — . — het groote hoofd voor 'sE: Comp:s werff ges 43 3/40. „ 613. –. - best gecont „ 24. De Gedaane reparatie aan 'sE: Comp: word Tuijn Sorgvrij - - - - - - - - rop:s 2864. —. „ 34: 6:16:—: „ 20: het Provisie Pakhuijs - - - - - - - - - - - - „ 1971. 2. 8. „ 21. het Equipagie Pakhuijs - - - - - -. . . . . „ 8219. 28 staat bye 8 haar is deses saa van op en op senƒ P:r Transport - - - - - - - ƒ75017. 13. het Bij de boeken van anno 177 8/¾ pag: 19. á 42. is deese Reekening conform het op den 8„' 7ber: 1778. in politicque raade genoomene besluijt debet gemaakt - - r oa 3580. 3. van welk bedraagen Iaarlijx het 1/10. gedeelte door de resp=ne Heeren Gebieders aan DE: Comp: moet te goed gedaen worden sijnde deese het Zeedert ten goede gebragt, als Pag: 112. Jn 't Jour„ „nael d'av: 17 14/9. . . . . . . . . ro/a 358. 3. —. Pag: 114. In 't Journ: d a:o 17 39/90 - - - „ 358. —. — „ 716. 3. Rest voor dies agterstal. . ro/a2864. —. fo 25 Reekening van Aanbesteeding - - - - - -ƒ31179. 1. 8 10 Bi de alhier ten comptoire in dato 14„e Junij 1781. onder Balance gebragte suratse Negotie Boeken d' A:o 17 28/4. stond deese Reekening wel Die Transporteere & - . ƒ 131887. 6. — Debet _ _ _ - - - _ _ _ ƒ156639. 17. 8. enn haar van ten sal reek 327. Den 7„e Julij A„o 1780. geven so min als omtrend de tegenstaande en de mede niet omtrend de 179. 17. 8. nevenstaande Reekening omtrend deese geen besluijten nodig sijnde en het weghalen der Lijwaeten 5017. 13. 8. uijt welkers bedraegen de voorsz: wissel moest worden betaald, van haar effect beroofd geworden, & gpen:t Huys dus onbetaeld gebleeven is, 332. 2. 8. word verstaan om de post van 1971. 2. 8. ƒ122460. –. –. soo by het Negotie Journael van 178%0 pag: 130. 8219. 2. 8 ten faveure deser Reekening is gebragt voor af wederom 5328. 15. terug te schrijven ten Lasten deses & ten voordeele van 2088. 16. 8. saa gosaalhent capoer tjent ƒ 6'000: van saa capoertjent Singa ƒ. 60'000. en op voorjaarige winsten en verlie„ sen ƒ 2460. om daar na agtervolgens het gevenereerde aanschrijven van haar Hoog Edelheeden by brief van den 23:' augs: en de daar by verleende qualificatie op de 613. –. –. best mogelyke wyse te worden gecontenteerd & betaald, soo vas de staat der kassa sulx toelae„ ten sal waar na dan alverders word goedgevonden om deese gehee„ 3436. 16. —. le reekening tot een bedraagen van ƒ156639. 17. 8. afp en over te schrijven op de meergenoemde Reekening van den oorlog tusschen Engeland & de Ropublicq der ver„ Eenigde Nederlanden, also het be„ kend is dat de Engelschen alle Lijwaeten weggehaald hebben & dat sy de Leveranciers hebben ver„ pligt om haar de overige die nog aan het volle contract ontbraaken mede te Leveren. ƒ1566. 39. „. 17. 8. 8 Dog bij het sluijten derselver Boeken te Batavia is deese Reekening pag: 130. gecre„ diteerd, te weeten: P:r Saa Posaal tjent capoertje ƒ 60'000. —. —. P:r Saa capoertjent Singa - - - - „60'000. –. –. P:r Reekening van Jnterest - . „2460. —. –. also door den wel Edelen Agtb: Gestr: Heer Raad Extra ordinair van Neder„ „lands India & toenmaaligen Direc„ „teur deeser Directie in dato 9:' Ju„ nij 1781. Een wissel is verleend aan opgenoemde twee Jnlandse Crediteuren ten Laste van 's E: Comp. Lywaet Leveranciers Beramje Souraabje & Harmootje Het„ tingie welke wissel door geweld & overmagt by het UijtEersten van den oorlog door de bedientens van de Engelsche Comp: van syn effect be roofd geworden is & dus genoemde crediteuren onbetaeld gebleeven, en de genoemde Lijwatiers van de bereets aangemaakte Compag„ „nies goederen beroofd zijn _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 122. 460. —. —. Rest als eerst Gemeld - - - - - ƒ34179 „ 17. 8. d:o 25. Martinus Ioan Bosman gewesene Directeur deeser Directie rop s 38492 /24. - - - „ 26. Iacob Igerman Bocquet overleeden onderkoopman en 25 Eerste Factoor te BrootChia ro/a 913 5/48 - - - - - - - - - - „1096. 4. 8. „ 26: Willem Lodewijk Sontag overleeden onderkoopman & 15 Eerste Factoor te Brootchia ro/a 16259 1/16. - - - - - - - - „ 195 11. 18. 8. „ 27. Frans Bernhard Zimmerman overleeden, tib„r Den ovirspronk des Debets van opgenoemde vier persoonen is in 't Journaal pag: 12. & 13. met een volleedige extentie beschreeven. P„r Transport - _ - - - - ƒ 13187. 6. —. onder koopman ro/a 521 7/48. - - - - - - - – – – – – – – – –„ 626. 7. 8. – – – – – – – – – – – – §: 28 Transporteere - 5 E 29 9 „46190. 415. -. en dese 31187. 6. –

NL-HaNA_1.04.02_10431_0410 view scan ↗

English

328. The 7th of July Anno 1786. — It is agreed to transfer the opposing sum of ƒ 2025. 12. —, as having been demanded and received from his Excellency by the English on account of the War between England and the United Netherlands, as well as the opposing amount which has likewise been partly liquidated by the English with the rent of the Lodge and partly received, The opposing No. 2 of the brokers to be transferred after the war between that realm and the republic. Ditto 28 Mier Havies Eldhien Emmetchan Bhadur, on the part of the Mughals Governor of this City ropias 1688. — ƒ 2025. 12. — Upon continuous requisition, there was advanced to his said Excellency on date 8 October 1780 (to be withheld from the incoming and outgoing Royal customs duties) ƒ 12000. —. —. From the customs duties there was likewise brought in his Excellency's favor — ƒ 9974. 12. — Remains as stated — ƒ 2025. 12. — 20 Bagwaandas Goordendas, the Honorable Company's broker at Brootchia, ropias 195 — ƒ 234. —. — This amount stood in arrears on the said Office on the 1st of September 1780, page 14, on account of his remaining debit at the closing of the Trade Books of ditto 1779/80, page 143. — For the rent of the Honorable Company's Lodge, there was annually paid to the broker or credited to him in account ƒ 360. —. —, or ƒ 30. —. — per month, yet in the received Books nothing has been credited for this, although the servants were housed in the same there for 9½ months, or from the 1st of September 1780 to mid-June 1781. — Carried forward ƒ 29. Mantchergie Forseedje and Gouwenram Boederam, the Honorable Company's brokers, New Account: This amount was underpaid by them in the book year 1789/90 compared to what had successively been weighed out to them in merchandise during the trading period, thus this Account of theirs remained in arrears for the aforementioned amount of ropias 65093 39/40 — ƒ 78112. 3. 8. To the benefit of the same shall be brought: Firstly, to the debit of Previous Years' Charges and Expenses, ropias 7600. —, as delivered by him to the Native Government for the ordinary annual gift at the time the Direction was taken, yet was not yet written off in the Honorable Company's books; and secondly, to the debit of Previous Years' Profits and Losses, ropias 4425, for interest that had to be credited to the merchants on account of merchandise collected and paid for before the appointed time, or together ropias 12025, according to the letter from the Noble Lord van de Graeff to their High Nobilities of the 30th of May 1781 and their very same rescription of the 20th of December; there then remains an amount of ƒ 63682. 3. 8. or ropias 53068. 23. as received here by the English from the aforesaid brokers on the aforementioned Account of Carried forward — ƒ folio 32. 234. from 329 The 7th of July Anno 1786. It is agreed to credit this Account: Firstly, by the General Office for ƒ 24000. —. —, being such 20000 ropias as the Lord Director, after deduction of the 90183 ropias which, according to the Journal of 1784, page 190, were paid at Batavia on behalf of his Honor, still remained owing on the 110183 3/48 ropias received by him on bills of exchange, and which, being charged for collection from the head office to Cochin by Invoice of the 31st of August 1782, were also settled there with various goods to the amount of ƒ 18918. 8. —, and with that which was counted into Cash here (see Journal of 1784/85, page 10) and credited to Cochin, ƒ 5082. 8. —. Secondly, to transfer back from this account to that of Mantchergie Porseedje and Gowenram Roederam, the Honorable Company's brokers, ƒ 125278. 19. 8. or ropias 104399. 7., being the amount of a bill of exchange under date of the 18th of April which was granted by them, yet returned unaccepted, according to the secret letter from their High Nobilities of the 28th of August 1785. Thirdly, to transfer from this account to the General Office ƒ 10560. —. — or ropias 8800. —. —, being the same sum that remained unpaid on the bill of exchange chargeable to the Padang Chief van Heemskerk, and which this office, by Invoice of Assessment dated Batavia in the castle the ultimate of August 1785, according to their High Nobilities' resolution of the 5th of June 1785, has already charged back. Note: the above-mentioned paid ƒ 3840. —. — were credited to this Direction by Invoice from Batavia and entered in the Journal of the year 1784/85, page 54, to the benefit of tax and assessment, but thereafter written back again by resolution of the 7th of April. To be carried forward ƒ Yet, nothing having been paid on this, this remains in arrears for the account of the Brokers — ƒ 135838. 19. 8. This Account is debited on page 99 for ƒ 283678. 19. 8. on account of four granted bills of exchange, namely: To Mantchergie Gorseedje and Gouwenram Roederam, the Honorable Company's Brokers, for two bills of exchange granted by them, amounting together to — ƒ 139678. 19. 8. One dated 26 December 1780, to be paid to the Company at four weeks' sight by the Commander of Sumatra's West Coast, Jacob van Heemskerk, with — ƒ 14400. —. —. In compliance with their High Nobilities' resolution of the 24th of April 1781, there was accepted at Batavia in reduction by the Honorable Company and received in cash — ƒ 3840. —. —. And remained unpaid — ƒ 10560. —. —. One dated 18th of April 1781, to be paid to the Honorable Company at Batavia at four weeks' sight by the Gentlemen Hendrik Lourens van der Krap and Mr. Walkert, folio 32 Bill of Exchange Account — ƒ 159840. —. —. with — ƒ 125278. 19. 8. 2025. 12. —. Carried forward — ƒ

Dutch transcription

328. Den 7„e Julij A„o 1786. — so word verstaan om tegenstaande somma van ƒ 2025. 12. —. als door de Eneplschen van syn Exellentie gevordert & ontfan¬ gen sijnde op reekening van den Oorlog tusschen Engeland & de vereenigde Nederlanden over te schrijven, sowel als de tegenstaande die mede door de Engelschen ge„ „deeltelijk met de huur der Logie gelequideert & gedeeltelijk ontfangen is, Tegenstaande N2. der makelaars na dat den oorlog tusschen dat rijk en de repu„ „blicq overteschryven. D:o 28 Mier Havies Eldhien Emmetchan Bhadur Smogols weegen Gouverneur deeser Stad ro/a1688. „ 2025. 12. — op het aanhoudend requisiet is in dato 8: 8ber: 1780. /:om van de inkoomende & uijtgaan„ de 's konings tollen ingehouden te werden aan welmelde syn Exellentie voor„ „geschooten _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ ƒ 12'000. –. . van de tollen is insgelijks en in sin Exellenties faveur gebragt - - - - - „ 9974. 12. Rest als gemeld - - - - ƒ 2055. 12. „ 20 Bagwaandas Goordendas 'sE: Comp: makelaer te BrootChia rop:s 195 - - - - - - - - - - - - - „ Dit bedraegen stond genoemde Courtoir p=mo 7ber 1780. pag: 14. wegens zijnen verbleevene Diebet bij het sluijten der Negotie Boeken d' d=os 17 7/80. pag: 143. ten agteren. —. Voor de huur van 's E. Comp: Logie is Jaarlijx aan den makelaar betaald of aan hem in reeke„ „ning gevalideert ƒ 360. –. –. of ƒ 30. –. –. smaands, dog is bij de ontfangene Boeken daar voor niets gevalideert, schoon de bedientens aldaar 9½ maand of van p=mo 7ber: 1780. tot medio Junij 1781. in deselve gehuijsvest ge¬ weest sijn. —. P:r Transport. ƒ „ 29. Mantchergie Forseedje & Gouwenram Boe„ „deram 'sE: Compagnies makelaars N: R: Dit bedraegen is door hun in het boekjaar 17 8/90. minder betaeld, dan in den handel tijd aan koopmanschappen aan haar successive toegewoogen was, dus is deese haare Ree„ kening opgemelde montant ten agteren gebleeven rop:s 65093 39/40. - - - - - - - - - - „78112. 3. 8. ten voordeele van deselve sal syn ge„ „bragt Eerstelyk ten laste van voor„ „jaarige Lasten & ongelden rop:s 7600. —: soo door hem ten tijde dat de Directie genoomen wierd aan de Inlandse Regeering voor het ordr Jaarlyx ge„ schenk afgegeven, dog bij 's E: comp„s boeken nog met afgest was & ten tweede, ten nadeele van voorjarige winsten & verlie„ Pen ro/a 4425. voor interessen die aan de kooplieden wegens voor de bapaalde „tid afgehaalde & betaalde koopmanschap„ pen hebben moeten worden gevalideert 3of te zaamen rop:s 12025 beykens missi„ ve van den Edelen Heer van de Graeff aan Haar Hoog Ed: van den 30e: meij 1781 en hoogst derselver rescriptie van den 20 2b=er daar dan met geen bedraegen van ƒ63682. 3. 8. of rop:s 153068. 23. als by de Engelschen al„ hier van voorsz. makelaars ontvangen synde op menged: Rekening van Transporteere-ƒ fo 32. 234. van 329 Den 7„e Julij A„o 1780. Werd verstaan deese Reeken: te cre„ „diteeren Eerstelijk per het Comptoir Penl. voor ƒ 24'000:—. -. sijnde sodane 20'000: rop:s als den Heer Directeur na aftrek van de 90'183. rop: die blijkens Journaal van 178/ pag: 190. van wegens syn agtbaare te Bata¬ „ria betaald geworden syn nog schuldig was gebleeven op de bij hen ontfangene 110183 3/48 rop:s op wissels, en die van de hoofdplaats na cochim by Frac„ tuur van den 31:' aug:s 1782. ter invorderinge aangereekend sijnde ook aldaar voldaan 234. —. —. syn met diverse goederen tot ƒ18918. 8. –. en met het geen alhier vide Journaal van 17 173/85 pagt 10. in Cassa geteld en Cochim ten goede gebragt is ƒ5082. 8. –. Ten tweeden om van deese reek: weder terug te schrijven op die van Mant„ „chergie Porseedje & Gowenram Roe„ „deram 'sE: Comp: makelaars ƒ125278. 19. 8. off rop: 104399. 7. sijnde het bedraegen ee„ ner wissel in dato 18„e april soo door haar was verleend dog ongeaccepteerd te rug gekoomen is blykens secrete missive van haar Hoog Edelheedens Ten derden om van deese reek: op het comptoir genl: over te schrijven ƒ10560. -. -. of rop: 8800. -. Sijnde deselve somma die op de wis„ 112. 3. 8. sel ten lasten van het Padangs opper„ hoofd van Heemskerk onvoldaan ge„ bleeven is en welke dit comptoir by Factuur van Aanreekening gedateerd Batavia in het cas„ „teel ult:o aug:s 1785. volgens haar Hoog Edelheedens besluyt van den 5: Junij 1785 te rug gereekend sijnde bereets Nota de hier boven gem: betaalde ƒ3840. –. – zijn deese Directie bij Fac„ „tuur van Batavia ten goede ge„ bragt en by het Journaal d' a=o 17 24/5. pag: 54. in voordeele van belasting z ontheffing geboekt dog na dies bij besluijt van den 7. april daar aan weder te rug geschreeven. Die Transporteere ƒ „ Dog op deese niets betaald sijnde is deese voor reek: van de Makelaars ten agteren - – – – – – – – – – ƒ135838. 19. 8. Deese Reekening is pag: 99: Debet gemaakt ƒ283678. 19. 8. weegens vier verleende wissels, te weten: a Mantchergie Gorseedje & Gouwenram Roederam 'S E: Comps Makelaars over twee door haar ver„ „leende wissels te saamen bedraagende - ƒ139678. 19 8. Een gedateerd 26' Decembr: 1780. om op vier weeken zigt door den kommandeur van Sumatraes west„ kust Jacob van Heemskerk aan de comp: betaeld te worden met - - - - - - - - - - ƒ14400. –. –. Ter voldoeninge aan Haar Hoog Edelhee„ „dens besluijt van den 24 ' april 1781. is te Batavia in mindering bij D:E: Comp: geaccepteerd & in kassa ontvangen „ 3840. —. -. En onvoldaan gebleeven . ƒ 10568. -. –. Een gedateerd 18„' april 1781. om op vier weeken zigt te batavia door de Heeren Hendrik Lourens van der Krap & Mr walkert aan DE: Comp: betaald te worden f=o 32 Wissel Reekening _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - - - - - „ 159840. —. -. met _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _„425278. 19. 8. 25. 12. —. van den 28: Aug: 1785. op a 3ƒ P:r Transport - . . ƒ 38 7

NL-HaNA_1.04.02_10431_0412 view scan ↗

English

330. The 7th of July Anno 1780. — on the 7th of April last it was resolved to charge to the account of Mand Chergie and Gowenram And finally, fourthly, to credit the aforesaid account to the debit of the account of differences for ƒ 1. 8. or ropias — 9/48 in order to be paid into the Cash Office by the Lord Director, as having been underpaid on the bill of exchange of ropias 110183. 41. — caused by a notification of the same 9/48 ropia, as mentioned here before, committed in the Batavian Invoice of Reckoning to Cochin of the 31st of August 1782. Conform to Journal page 109, there has been paid here and written back as paid at Batavia by the aforesaid Van der Krap and company - - - - ƒ 108219. 12. —. written back to the Main Cash Office - - - - - 11779. 7. 8. ƒ 119998. 19. 8. Thus in arrears as unpaid - - - - - ƒ 159840. —. —. Counts as above Note of the abovementioned debit to - - - - - - - ƒ 24000. —. 8. The 20,000 ropias received at Cochin in favor hereof for the account of the Lord Director named at the head of this, deducted with - - - - - 24000. —. —. so there would still be to Your Honorable Worships' debit- ƒ 1. —. 8. to which is added the arrears on the first two mentioned bills of exchange with - - - - - - - - - 135838. 19. 8. — so comes for the true debit of the bill of exchange account- ƒ 135840. —. —. And adding hereto the 24,000 made good to the Company at Cochin, but not traded in the books closed at Batavia - - - - - - 24000. —. —. so this adds up in agreement with the debit in the books page 14 to ƒ 159840. —. — — - ƒ 24001. —. 8. to Abraham Josias Sluijsken, senior merchant, second and head administrator, for two bills of exchange granted by his Honor amounting together to ƒ 144000. —. . thereof One dated 20th of April 1781: to be paid at fourteen days' sight by Messrs. H. L. van der Krap and A. Walkert at Batavia to the Honorable Company with - - - - ƒ 84,000. —. —. One dated the 22nd of the aforementioned month of April, to be paid at Cochin to the Honorable Company at 14 days' sight by supercargoes of the ship De Goede Hoop, Messrs. H. S. van de Graaff and A. de Sille, with 60,000. —. —. ƒ 144000. —. —. Carried forward- - : - - - - ƒ 13538:14:8: ƒ 438247:— Which carry forward ƒ - 331. The 7th of July Anno 1786. To balance the adjoining account of differences on the general, To let the opposite account continue until Their High Honors' disposition on the writing of this assembly of the 16th of January 1785. 8. 133, folio 33. Account of Differences - - - - Page 110. this Account has been debited for the following, namely: for the ropias 42. — delivered short at Batavia by the Honorable Company's ship Het Huijs ter Spijk ƒ 50. 8. —. for 2 pieces of Baftas white broad whole which were found short on the parcels brought in the year 1776 by the ship Landskroon - - - - - - - - 8. 8. ½ These were paid to the Honorable Company in the last expired book-year of the year 1784/5, page 11 and 66, with - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 59. —. —. Page 103. this has been credited to three various, namely: By Tokassen Gold and Silver for packaging charged but not paid out of the Honorable Company's Cash - - - - - ƒ 12. —. —. By Mand Chergie Porseedje and Gouwenram Roederam, the Honorable Company's brokers, for as much as granted by them in bills of exchange more than they stood in debit - - - - —. 12. —. By Toll Account of the goods sent by sea for what was calculated for 2½ percent outgoing King's Toll on Tokassen but not paid, to - - - - 30. —. —. Adds up to - - - ƒ 42. 12. 8. Page 95. by Patolas Cotton in kind, discounted too little due to a bad subtraction and thus charged too much to the general - - - - - - —. 10. —. 43. 8. 8. Remainder as aforesaid- 15. 17. 8 folio 39. Charged back hither as not received: Iotij Dorffgesjes white bleached of 18 wiesa - - - -- 1128. 12. —. Conform to page 39, this account has been formed to comply with the resolution taken on the 1st of December 1785 in the Political Council. 59. —. —. Carried forward- - - - - ƒ 45824: 7. —. Carry forward ƒ 438247. — – – – – – 15. 17. 8 3 -— — — and 332. The 7th of July Anno 1786. —. The 65043. 23 ropias remaining owed to them has been paid and suffered in account with the English, being 120¼ ropias. The Director having entered into negotiations with the administrators of the Moorish seafarers themselves, they passed the adjacent acquittance. Carried forward. . . ƒ To have the present Lord Director pay into the cash office the adjacent sum, after there shall have been brought beforehand to the credit of the same the one percent gratuity due to his Worship from the 12025:—. ropias which are still in reduction by the brokers folio 25. Abraham Josias Sluijsken, senior merchant and head administrator, on account of his Honor's share in the received gratuity of the merchandise sold in that book-year but left unpaid and the calculation of payment out of the administrations, this has fallen so much in arrears. - - - - - - - - 2069. 8. 8. Counts as aforesaid - - - - ƒ 442038. 5. —. Awaiting Your Honorable Worships' honored directions, I have the honor to be, /:was written below:/ Honorable Worshipful Commanding Lord and Lords! /:lower:/ Your Honorable Worships' Very Obedient Servant /:was signed:/ M:s Monte /:in the margin:/ Surat the 7th of July 1786. After this, the Lord Director gave notice to the meeting that his Honor, pursuant to the resolution taken on the 12th of June last, having entered into negotiations with the administrators of the Moorish seafarers as well as the regents interested therein, had with much effort brought it so far that the said administrators have passed a full acquittance and receipt under date of the 14th of June of this year, that they are satisfied and paid for all the wages and monthly pay which the Moorish seafarers who were certified for the passed [illegible]

Dutch transcription

330. Den 7„e Julij A„o 1780. — op den 7: aprill E:l: beslooten is ten Lasten te brengen van de ree„ Gowenram „kening van mand Chergie & En Eijndelijk ten vierden, om meer„ „gedagte rek: te crediteeren ten naadeele van reekening van differenten voor ƒ 1-. 8. of ro/a — 9/48 ten eynde door den Hr: Directeur in Kassa te worden voldaan, als te min betaeld syn „de op de wissel van rop:s 110183. 41. - veroorsaekt door eene bij de Bataviasche Factuur van Aanreekening na Co„ Chin van den 31: Aug„s 1782. hier vooren gemeld geommitteerde bekend stellinge van deselve /48 ropij Conform Iournaal pag: 109. is hier betaald & te rug geschreeven als op Batavia door als gemeld van der krap: / C. S. / betaald - - - - ƒ 108219. 12. -. op de Groote geld kassa te rug geschreeven - – – – – „ 11779. 7. 8. ƒ119998. 19. 8. Dus ten agteren als onbetaeld - - - - -ƒ159840. -. -. Teld als vooren Nota van de Goeven gemelde Debet tot - - - - - - - ƒ24000. —. . 8. De tot cochim in voordeel deeses voor reekening van den Hoofde deeses genoemden Heer Directeur ont„ fangene rop:s 20'000. —. gedetraheerd met - - - - - „ 24000. –. –. zo zoude nog tot uwel Edele Agtb: Lasten zijn- 1. —. 8. ƒ waar by g'adeert het agterstal op de twee Eerste gerepte Wissels met - - - - - - - - - „ 135838. 19. 8. — soo komt voor den waeren de bet der wissel reekening- ƒ 135840. –. –. En hier nog by addeerende de te lochim aan de Comp: te goed gedaane dog by de te batavia geslootene boeken niet - - - - - - „ 24000. – –. verhandelde soo addeert sulx in accoord met den Debet bijde boeken pog 14: tot ƒ159840. —.— — - ƒ24001. —. 8. á Abraham Josias Sluijsken opperkoopman se„ „cunde & Hoofd administrateur over twee door syn welEdele verleende wissels te saamen bedraegende ƒ144000. –. . daar van Een gedateerd 20:' april 1781: omme op veertien dagen zigt door de Heeren H: L:d van der Krap & A:m walkert op Batavia aan DE: Comp: betaald te werden met - - - - ƒ84'000. –. –. Een gedateerd den 22:' der evergen: maand april omme door Super Cargas van het Schip de Goe„ de hoop de Heeren Hm: Sr: van de Graaff & An. de Sille op 14. daagen sigt te Cochim aan d' E: Comp: betaald te werden met „ 60'000. –. – ƒ144000. –. –. P:r Transport- - : - - - - ƒ13538:14:8: ƒ438247:- Die Transporteere„ ƒ - 331. 0 Den 7„e Julij A„o 1786. Nevenstaande reekening van differenten op het ge¬ „neraal te verevenen, Tegenstaande Rekening tot Haar Hoog Edelheedens dis„ positie op het schrijven deeser vergaadering van den 16 ' Iann: 1705. 8. 133. te laaten voortloo„ f=o 33. Reekening van Differenten - - - - Pag: 110. is deese Reekening gedebiteerd voor het volgen„ de, als: voor de P:r I: E: Comp: schip het Huijs ter Spijk op Batavia te min aangebragte ro/a 42. —.ƒ 50. 8. -. voor 2. p. s Baftas witte breede heele die op de in a:o 1776. aangebragte par„ tijen pr. het Schip Landskroon te¬ min sijn bevonden - - - - - - - - „ 8. ½ Deese sijn in het Jongst afgeweekene boekjaar d' a=o 17 28/5. pag. 11. & 66. aan 'dE: Comp: betaald met - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 59. –. —. Pag: 103. is deese aan drie diverse gecrediteerd als: P:r Tokassen Goude & Silvere wegens aan„ „rekende dog niet uijt 's E: Comp:s Cassa betaal„ „de Emballagie _ _ _ _ - - - - - ƒ 12. —. —. P:r Mand Chergie Porseedje & Gou„ „wenram Roederam 's E: Comp ma¬ kelaars so veel door haar meer aan wissels verleend is, dan sij lieden Debet Stonden - - - - „ —. 12. —. P:r Thol Reekening der ter Zee versondene goederen voor het geen wegens 2½ p:r C=to. uijtgaande 'sko„ „nings Thol op Tokassen bereekent dog niet betaald is tot - - - - „ 30. —. —. Addeert - - - ƒ 42. 12. 8. Pag: 95. p: r Patholen Cattoene in soort wegens een quaade substractie te min gerabbatteerd & dus 't generael te veel aangereekend - – - - - - „— —. 10. —„ 43. 8. 8. Rest als voormeld- 15. 17. 8 f:o 39 als niet ontfangen herwaards te rug aangereekende Iotij Dorf„ „gesjes witte gebleekte van 18. wiesa - - - --„ 1128. 12. —. Conform pag: 39. is deese reek: ter voldoening aan het op pmo. Decembr. 1785 in politicque raade genoomene besluijt geformeerd. 59. —. —. P„r Transport- - - - -ƒ45824: 7. —. Transporteere ƒ438247. - – – – – –„ 15. 17. 8 3 -— — — pen, En„ orteere„ 332. Den 7„' Iulij A„o 1786. —. haar schuldig Geblevene rop:s 65043. 23. is betaeld en bij de Engelschen in reke„ „ning geleeden, zijnde rop:s 120¼. De Directeur met de saakbe„ „sorgers der moorse zeevaaren„ „de selve in onderhandeling getreeden zynde, 9 hebben deselve gepasseerd ne„ venstaande ocquit. P:r Transport. . . ƒ f:o 25. Abraham Josias Sluijsken opperkoopman den Presenten Heer Direc„ „teur in kassa te Laaten weegens sin weledeles aandeel in het geno„ voldoen, na dat alvoorens ten voordeele derselver sal tene Douceur van de in dat Boekjaar zyn gebragt het Eene procento verkogte dog onvoldaan gebleevene koopman„ Douceur syn Agtb: Competee„ „schappen & de opreekening van betaeling uijt „rende van de rop. s 12025:—. de administratien is deese dus veel ten welke nog door de makelaers in mindering van de door agteren gebleeven. Nevenstaande Summa door & Hoofd administrateur _ _ _ _ - - - - - - - - „ 2069. 8. 8. Teld als voormeld - - - - ƒ442038. 5. -. In afwagting van Uwel Ed:e Agtb:s g'eerde dispositien heb ik d' Eer te sijn. /:onderstond:/ WelEdelen Agtbaaren Gebiedenden Heer & Heeren! /:lager:/ Uwel Ed:e Agtb:s Zeer Gehoorsaamen Dienaar /:was getekend:/ M:s Monte /:in margine:/ Sucot den 7„e Iulij 1786. Hier na Gaf den Heer Directeur Kennis aan de vergaadering Dat sijn Edele ingevolge van het geresolveerde op den 12 Junij Laastleeden in onder Zagul „handeling sijnde getreeden met de saakbesor„ „gers der moorse zeevaarende mitsgaaders de daar in geinteresseerde Regenten het met veel moeiten so verre gebragt had, dat gedagte saakbesorgers ver hebben gepasseerd, Een volledig acquit & quitantie heed: ven onder dato 14. Junij deses Iaars dat te vreeden gesteld & voldaan sijn voor alle de Gagie & maan gelden welke die moorse zeevaarende die voor gecerti zin hete den passeerd lk

NL-HaNA_1.04.02_10431_0415 view scan ↗

English

The 7th of July, in the year 1786. which was executed before the Nabob, confirmed with his Great Seal, and certified by His Excellency’s secretary, concerning which the Director declares he will elucidate to Their High Nobilities in his secret letter the war or that the shipyard was taken by the English, provided by her to the Company and dispatched on Her Nobility's ships, and who, whether at Batavia, Malacca, or any other place, have died, gone missing, and deserted, in short, who are gone and are no longer found in the documents; and that they have received everything for this and are fully satisfied in all respects, with the promise nevermore to make any claim or demand against the Honorable Company on that account; and regarding which receipt or document, which was executed in the presence of the Nabob and confirmed by His Excellency with his Great Seal, as well as certified by the signature and seal of his Munshi or secretary, the Director has declared that he will attend to Their High Nobilities by his separate dispatch, and thereby bring to the highest knowledge of the same the means which were employed to obtain the same and the sum that he paid for it. The 7th of July, in the year 1786. the receipt inserted here, archived, has, which the state of affairs and the condition of the Surat Government do not yet permit to be done publicly; whereupon, having deliberated, it was approved and agreed to insert the aforesaid receipt or document into this and to subsequently deposit and archive it in the secret chest with the secret documents. Translation of a general receipt of the agents of the Moorish seafarers granted by the Nabob of this city, Meer Havres Eldhien Emmetchan Madur, and confirmed by His Excellency’s Great Seal, for all the Moorish seafarers who were sent to Batavia before the war and have since died or gone missing. At the top was the Great Seal of the Nabob, affixed by His Excellency himself. (L.S.) We, the undersigned agents of the Moorish seafarers of the Honorable Dutch Company, hereby declare that we have been satisfied and paid by the court representative of the said Company, Mhamet Areff, on behalf of the Honorable Director Abraham Josias Sluijsken, for all those wages and monies which the Moorish seafarers who before the war The 7th of July, in the year 1786. war, or before the shipyard was taken by the English, were provided by us to the Company and dispatched from here on the Dutch ships, and who, whether at Batavia, Malacca, or any other place, have died, gone missing, and deserted, in short, who are gone and are no longer found in the documents; and that we have received everything for this and are thereby fully satisfied in all respects, promising nevermore to make any claim or demand against the same Company on that account. Surat, the 14th of June 1786. Signed: Nettoe Rettingie, the broker of the sailors; Kelliden Powinoie, the broker of the sailors; Bietjoe Baijdas, the broker of the sailors. Underneath stood and signed: Mhamet Areff, Vakil, as witness. Lower stood: The Moorish sailors who were sent to Batavia before the war, the claims of these people, their wages and money, were all paid to the brokers or agents in my presence. I acknowledge that regarding that matter they have nothing more to claim from the Dutch Company. Underneath: The seal of the Darogha or secretary of the Nabob and scribe of the Moorish sailors, Reketchan. Underneath: Agrees with the original. Signed: Abraham Leopold Gratiaen, first clerk. It being furthermore resolved in like manner to enter here, and also to preserve with the secret documents, the receipt executed by the aforesaid agents of the Moorish seafarers on the 29th of June following to the pay bookkeeper Meijer, for the receipt of that which was due to them according to the documents received from Batavia: The 7th of July, in the year 1786. Received by us, the undersigned agents of the Moorish seafarers of the Honorable Dutch Company: First, for a specification of the retained good months at Batavia, amounting to five thousand three hundred seventy rupees; A specification of deceased persons, amounting to one thousand three hundred thirty-two rupees; A specification of those returned with the Diamant, amounting to eight hundred fifty-two and one-quarter rupees; A specification of five deceased sailors, amounting to one hundred forty-seven and thirty-five forty-eighths rupees; all four said specifications dated the 30th of May of this year, and amounting together to seven thousand six hundred seventy-three rupees, to be distributed, paid, and satisfied to the families or interested parties of the above-mentioned returned Moorish seafarers. Surat, the 29th of June 1786. Signed with three different names written in native characters. Underneath: Agrees with the original. Signed: Ab.m Leop.d Gratiaen, first clerk.

Dutch transcription

333 Den 7„' Julij A„o 1786. —. het welk voor den Nabab ge„ passeerd met desselvs Groot zeque bekragtigd & door zin Exellenties Secretaris gecertioreerd, Waar over de H:r. Directeur verklaard Haar Hoog Edel„ herd:t bij sin secreete schrij„ „ven te sullen elucideeren den oorlog of dat de werff door de Engelschen genomen is door haar aan de Compagnie besorgd en met haar Edele scheepen versonden sijn en die het sy op Batavia, Mallacca of eenige andere Plaats overleeden vermist & gedeserteerd immers die weg syn & niet meer by de Papieren worden gevonden, en dat sij daar voor alles hebben ontfan¬ gen en van alles voldaan sijn, met belofte om desweegens geene actie ofte vorderinge nim„ mermeer op de Edele comp: te sullen maeken & omtrent welke quitantie of geschrift dat ter Presentie van den Nabab gepasseerd en door sijn Exellentie met desselvs Groot segue be„ kragtigd, mitsgaders door de teekening en segul van synen Moensie of secretaris gecertioreerd e Den Heer Directeur verklaard heeft Haar Hoog Edelheeden by syne aparte missive te sullen opwagten, & Hoogst deselve daar by ter kennis„ se te sullen brengen de middelen welke ter verkrijging van het selve in het werk gesteld en de somma die daar voor betaeld heeft 8. 8. onder ers 391 334. Den 7„e Julij A„o 1786. — de quitantie alhier geinse„ geseponeerd, heeft het geen den toestand der saake en den staet der Sourats Regeering voor als nog niet ge„ doogt dat Puplicq geschied, waar op gedelibe„ „reert sijnde, wierd goedgevonden & verstaan de voormelde quitantie ofte geschrift desen te in„ „reert e in de secreete kas Tereeren & vervolgens bij de secreete papieren te seponeeren. —. Translaat van eene generaele quitantie van de saakbesorgers der moorse zeevoe„ „rende verleend door den Nabab deser stad Meer Havres Eldhien Emmetchan Madur en door syn Exellenties Groot Ze„ „que bekragtigd van alle de moorse zee„ vaarende welke voor den oorlog na Bata„ „via versonden en sedert overleeden ofver mist zijn. J: Boven aan stond het Groot Zegul van den Nabab door syn Exellentie selfs geset:/ (L:S: Wy ondergeteekende saakbesorgers der moorse Zeevaarende van de Edele Nederlandse Compagnie verklaaren hier mede dat wy door den Hofganger van Geseijde Compagnie Mhamet Areff van wegens den welEdelen Agtbaaren Heer Directeur Abraham Josias Sluijsken sijn te vreeden gesteld t voldaan voor alle die gagien & maar deselve „gelden, welke de moorse zeevaarende die voor den Oorlog gelijk wee verleen 335. Den 7„' Julij Ao 1780. — maar deselve aan de soldy boekhouder verleend oorlog, ofte dat de werff door de Engelschen genoomen is, door ons aan de Comp: besorgd en van hier met de hol„ landsche scheepen versonden syn & die het sy op Batavia, Mallacca, of eenige andere plaats overleeden vermist & gedeserteerd syn, immers die weg syn, en niet meer by de Papieren worden gevonden, en dat wy daar voor alles hebben ontfangen & daar mede van alles voldaan sijn, beloovende om desweegens geenige actie ofte vor„ „deringe op deselve Compagnie immermeer te sullen maaken— suratta den 14:' Junij 1786. /:was geteekend:/ nettoe rettingie de makelaar van de mattroosen, kelliden Powin„ „oie de makelaar van de mattroosen, Bietjoe Baijdas de makelaar van de mattroosen. —. /:onderstond & Geteekend:/ Mhamet Areff Wachiel als Getuijge /:Lager stond:/ De moorse mattroosen die voor den oorlog na Ba„ „tavia gesonden, de vorderingen van deese menschen haar Gagie & geld zyn in Presentie van mij aan de maakelaars of saakbesorgers alles voldaan Ik beken„ „ne dat over die saak van de Hollandse Compagnie niet meer te vorderen hebben. — /:onderstond:/ Het Zegul van den Drogha of secretaris van den Nabab & Schrij„ „ver der moorse mattroosen Reketchan /:onderstond:/ ac„ „cordeert /:was geteekend:/ Abrah=m Leopold: Gratiaen E: g: Clerq. gelijk meede de quitantie van Wordende alverders verstaan om ingelijker voegen alhier in te schryven en mede bij de Secreete 393 tie 336. Den 7„e Julij A„o 1786. — secreete Papieren te bewaaren, de door de voorschre„ ve saakbesorgers der moorse zeevaarende op den 29„e Iunij daar aan volgende gepasseerde qui„ tantie dan den soldy Boekhouder Meijer van den ontfangst van het geene haar volgens de van Ba„ tavia ontfangene papieren toequam Ontfange bij ons ondergeteekende saakbesorgers der moorse Zeevaarende van de Edele Nederlandse Compa„ „gnie: Eerstelyk voor een specificatie van de op Bata„ „via ingehoudene goede maanden groot ropias vijf duijsend drie hondert seeventig, Een Specificatie van overleedene groot Een Duijsend driehondert twee & een derdig ropijen. Een specificatie van de met de Diamant geretourneerde groot agt hondert twee en vijftig en een quart Ropyen. Een specificatie van vijf overleedene mattroosen groot. hondert, seeven en veertig en vyfendertig agt en veertigste ropijen, alle viergemelde specificatien gedateerd 30„' meij deses Iaars, en een bedraegen te saamen van rop:s seeven duijsend ses hondert drie en seventig om aan de bovengemelde wedergekoomene moorse zeevaarende der Familien of Geintresseerdens van deselve uijt te keeren, betaelen & te vreeden te stellen; Souratte den 29„' Iunij 1786. /:Was getekend:/ met drie onderscho dene namen met Inlandse Caracters geschreeven /:onderstond:/ accordeert met het origineel /:was geteekend:/ Ab=m Leopd. t Gratiaen E: g: clercq. —. Sijnde der

NL-HaNA_1.04.02_10431_0419 view scan ↗

English

337. The 1st of July Anno 1786. Specification of the relaying of the tiles, Approved. There having been submitted a specification from the provisional Equipage Overseer Masser of such expenses as have been made and paid by him for the yearly repairs of all the roofs of the houses and warehouses, etc., on the Honorable Company's wharf, as well as the renewal and relaying of the tiles on the same, the repairing of the [illegible], water wells, gutters, galleys, etc., amounting in cash to 1144. 37. and from inventory 58. 44., or together 1203: 33: rupees, being 840 23/40. rupees less than last year; It has been, after prior exact examination of the same, approved and understood to approve the same, even though it now also amounts to 74¼. rupees more than what was paid for it in the year 1780, the last time before the war, caused by some minor repairs which had to be carried out this year more than usual, and to insert this specification. 338. The 7th of July Anno 1786. Specification of such expenses in cash and provisions from the Company's inventory as have been made and paid by the undersigned provisional appointed Third Watch and Equipage Overseer, in the relaying of the tiles and repairing of the roofs of all the dwellings, guardhouses, and warehouses standing on the Honorable Company's wharf, along with both dwellings outside and beside the southeast Land Gate of the said Company's wharf; the repairing and supplying of the galleys, [illegible], and pots, as well as the purchasing and placing everywhere of the required bamboos and mats against the beating of rain; item, the opening and restoring of the collapsed sewers, namely: In cash 172500 pieces of roof tiles at 2 1/3 rupees per 1050 pieces: 383:16 rupees. 2200 ridge tiles at 1¼ rupees per 100 pieces: 27:24 rupees. 2¼ corge spars Barria 1st sort at 12 rupees per 20 pieces: 27.—:— rupees. 35 bamboos at 4 rupees per 100 pieces: 28.—.— rupees. 950 covids double mats at 7/8 rupees per 3 covids: 39: 28 rupees. 1¾ maunds coir Bommelia at 3 rupees per maund: 5:12.— rupees. 2½ muddes masonry lime at 6¾ rupees per mudde: 16. 42.— rupees. 5½ maunds white lime at 1½ rupees per maund: 8: 12.— rupees. 2000 pieces of masonry bricks at 3 1/3 rupees per 1000 pieces: 6:32 rupees. 2¾ maunds local nails at 4 rupees per maund: 24: 36.— rupees. 3 hides bend leather 1st sort at 4½ rupees per hide: 13. 24 rupees. 350 pieces of ballast baskets at 2:— rupees per 100 pieces: 7.—.— rupees. 1½ maunds jaggery 1st sort at 3.—. rupees per maund: 4: 24.— rupees. For Calonthie: 3: 8.— rupees. 5½ pieces of Damania timber sawn into planks and carried forward: 599: 12.— rupees. 1½ togel at 3 rupees: 4. 24.— rupees. 339. The 7th of July Anno 1786. Brought forward: 599: 12.— rupees. and used for the sewers and gutters, item, sawn into tile battens at 8 rupees: 44:—:— rupees. ¾ pieces bunting red at 4¼ rupees each: 3: 9.—.— rupees. ¾ pieces bunting white at 3 2/3 rupees: 2. 36.—. rupees. ¾ pieces bunting blue at 3¾ rupees: 2. 39.-. rupees. For Persian red earth: 1. 39.-. rupees. 15 pieces doti at 1¾ rupees per 11 pieces: 1:39.—. rupees. 27 catti oakum at 1½ rupees per maund: 1:—.— rupees. ½ maund kapok at 5 rupees: 2: 24.— rupees. Total: 659:36.— rupees. For 5 percent commission on this is: 32:17: 7 rupees, total 692:35.— guilders. 94 day wages of masons; of which 19 day wages at ½ rupee per day: 9:24.-. rupees. 75 day wages at 1:— rupee per 2½ days: 30.—. rupees, total 39: 24.— rupees. 35 day wages of carpenters at 1:— rupee per 2½ day wages is: 14.—.—. rupees. 37 day wages of sailmakers at 1.— rupee per 3 day wages: 12. 16.—. rupees. 592 day wages of laborers; of which 112 day wages at 1.— rupee in 6 days: 18:32.-. rupees. 480 day wages at 1.— rupee in 8 days: 60:—.— rupees, total 78:32.-. rupees. 14 day wages of tailors at 1.— rupee per 3:— day wages: 4:32.—. rupees. 6 day wages of turners at 1 rupee per 3 day wages: 2:—.— rupees. 68 day wages of lime pounders at 1 rupee per 6 day wages: 11:16.—. rupees. 18 day wages of caulkers at 1 rupee per 3 day wages: 6.—.-. rupees. 21 day wages of blacksmiths at 1 rupee per 3.—.— day wages: 7.—.-. rupees. 17 pair of sawyers at 3/16 rupee per day: 13. 39.—. rupees. For beans for the said laborers, calculated at 32 heads for 1 rupee: 28:35.—. rupees. Paid for splitting the bamboos: —. 24.— rupees. Paid to the rattan worker for weaving window frames: —. 36.— rupees. For earthenware stoves, water pots, and pots, eating brooms, lime sieves, etc., and also water for testing the pots, together: 7: 36.—. rupees. Total: 227:2.—. rupees. Paid according to custom to the tilers, who have relaid the roofs of all the aforementioned buildings, and who must also remedy leaks everywhere throughout the entire bad monsoon: 225:—.— rupees. Total in cash: 1144:37.— rupees. From the Company's inventory 3/8 barrel of tar for tarring the breeching, etc.: 8: 10.— guilders. 3 pieces lines in sort for rain and window flaps: 9: 4.— guilders. Carried forward: 17:14:— guilders. Total in rupees: 1144: 37:— rupees.

Dutch transcription

337. Den 1„ Julij A„o 1786. —. Specificatie van 't verleggen der pannen, G'approbeert. sijnde overgelegd Een specificatie van den p:l 17 Equipagie opsiender Masser van Sodaane ongel„ den als door hem syn gedaan & betaald voor de Iaarlijxse reparatien van alle de da„ ken der huijsen en Pakhuijsen enz: op 's E Comp. s werff mitsgaaders het vernieuwen & verleggen der pannen op deselve, het repareeren der gessen waterputten, Gooten, combuijsen enz: bedraagende in contant 1144. 37. en uijt voorraad r o/o 58. 44. of te saamen ropias 1203: 33: sijnde 840 23/40. ropij minder dan voorleeden Iaar; Is na voorgaande exacte examinatie van deselve goed„ gevonden & verstaan om deselve of schoon nu ook 74¼. ropij meerder bedraagd dan daar voor in het Iaar 1780. het Laaste maal voor den oorlog betaald geworden is, veroorsaakt door eenige geringe reparatien welke deesen Iaare meerder dan na gewoonte hebben moeten Geschieden te approbeeren en desen te insereeren Specificatie schree„ 395 338. Den 7„' Julij A„o 1786. —. specificatie van sodanige ongelden in kontant en verstrekkingen uijt 's Compagnies voorraad als er door den ondergeteekende p:l aangestelden Derdewaak & Equipagie opsien der gedaan & betaald zijn, bij het verleg¬ „gen der Pannen & repareeren der Daaken van alle de op 's E: Compagnies werff staan„ 15. 27:— de Wooningen wagt & Pakhuijsen bene¬ „vens de beijde wooningen buijten & besijden de Zuijd oost Land Poort van gem: 'sComp: 94:—: Werff, Het repareeren & voorsien der kombuijsen, hessen & Pooten, zo mede het 35. – inkoopen & allerwegen plaatsen der be„ 37. —. noodigde Bamboesen & matten voor het 592. inslaan der reegen, item het open en weder in staat brengen der ingestorte riolen, te weten: In kontant 172500. -. Pees Dakpannen - - - - - a ro/a 2 1/3 de 1050. p. s - - r o/a 383:16–. vorstpannen - - - - - „ „ 1¼. „ 100. „ - - -. „ 27:24. 2200. - „ 2¼. Corge Sparren Barria 1: soort - - - „ „ 12. „ 20. „ - - „ 27. —: — 35. - „ Bamboesen - - - - - - - - „ „ 4. „ 100. „ - - -„ 28. –. – 950. . . Cobido: Dubbelde Matten a Ro/a — 7/8. „ 3 Cobido „ 39: 28. 1¾ Maon Caijer Bommelia - - „ „ 3. „ Maon. . . . . „ 5:12. —. 2½ Moeda Metzelkaek - - -. „ „ 6¾ „ Moeda - - „ 16. 42. —. 5½ Maon Witte kalk - - - „ „ 1½ „ Moon. „ 8: 12.— 2000:- Pees Metzelsteenen - - . „ „ 3 1/3 „ 1000: P„s —-„ 6:32. 2¾ Maon Inlandse spijkers „ „ 4. „ Magn - - -. „ 24: 36. — 3 - huijden Boeijleeder 1„ soort „ „ 4½. „ Huijd - - - - „ 1324. 350. –. Sees Ballast mandjes - - „ „ 2: - „ 100: P:s - - „ 7. -. —. 1½. Maon Iager 1„ soort - - - „ „ 3. –. „ Maon - - - „ 4: 24. — 3: 8. —. Voor Calonthie - - - - -- 5½ Ges Hout Damania tot Planken Gesaagd en Transporteere - - Rop„s 599: 12. -. 1½. Togel - - - - - - - - - „ „ 3 „ —. —- . „ 4. 24. — 11 68. —. 6: —. 14:– 4 18. — 21. — 17:— 3 „ - 339. Den 7„e Iulij A„o 1786. — P„r Transport ro/a 59: 12. —. en tot de Rioelen en Gooten verbruijkt item tot Pannelatten gesaagd á Rop„s 8. — ¾. Pees Vlaggedoek Rood - - - - - a rop:s 4¼ ieder - - - - „ 3: 9. —. — Witte - - - - „ „ 3 2/3. —: – - - „ 2. 36. –. - ¼. _ — —¾. _o _. Blauwe. - - . „ „ 3¾. _. - - - - - „ 2. 39. -. Voor Persiaens Rood Aarde - - - - - - „ 1. 39. -. 1:39 -. - - - - - - - - â rops 1¾ de 11 Ses - - - „ 15. –. Ses Dotij staan„ 1: —. — Werk - - - - - - - - - „ „ 1½. „ Maon. . . „ 27:- Ceer „ ½. maon Capok - - - - - - - - - „ „ 5 - - „ — - - -. . „ 2: 24. —7 ro/a 659:36. —. Voor 5. percento Provisie hier op is - - - - - „ 32:17: 7: ƒ 692:35. —. Comp: 94:—. Dagloonen van Metzelaars; daar van 19. - Dagloonen van Rop. s ½ sdaags - - - - Rop=s 9:24. -. „ 1:- in 2½ daagen - - - - - „ 38. —. ro/a 39: 24. — 75. —. _o „ 9 35. — Dagloonen van timmerlieden „ „ 1: - de 2½ dagloon is - - - - - - „ 14. —. —. 37. —. __o „ Zeijlmaakers „ „ 1. - „ 3. _ o - - - - - - - - „ 12. 16. —. „ Massuurs; daar van _ 112: — Dagloonen van Rop:s 1. – in 6. dagen - - - - - ro/a 18:32. -. „. „ 1. – „ 8. _ – – - - „ 60: —. — 480. .— - „ 78:32.-. ende 14: — Dagloonen van Sniders „ „ 1 -. „ 3:- dagt: - - - - - - - - - - - „ 4:32. —. 6: —. — —. „ Draijers „ „ 1 „ 3: _: - - - - - - - - - - - - - „ 2: —. — 68. —. _ o „ Kalkkloppers „ 1 - „ 6. _ - - - - - - - - „ 11:16. —: _. „ Calfaters - „. „ 1. „ 3 _ - - - - - - - - - „ 6. –. -. 1. - „ Smits - - „ - „ 1. „ 3. —. – – - - - - - - - - „ 7. –. -. 5. „ Paren Sagers „ „ — 3/16 't Iaar 'Sdaags - - - - - - - - „ 13. 39. —. Voor Boontjes aan gemelde Arbeydslieden a 32. koppen voor – – – – – – – – – – – „ 28:35 –. 1. Ropij gereekend - - - - - 1 het splijten der Bamboesen betaald - - - - - - - - - „ — 24. — Aan de Rotting Boor betaald voor het vlegten van vensters Raamen _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ – „ —. 36 — Voor Aarde vuijsters waterpotten en sooten, eten Besems kalkzisten etc: en nog water bij 't Probeeren der Pooten te zaamen – – – - „ 7: 36. –. „ 227:2. —. Aan de Pannedakkers, welke de Daaken van alle de hier vooren genoemde gebouwen, verlegd hebben so meede de gantsche quaade Mous„ „son de Lekkagien allerweegen verhelpen moeten volgens Usantie betaald - - - - - uyt 's Compagnies Voorraad —3/8. Vat Theer tot het Theeren der Broekings Etc: — — - -ƒ 8: 10. —. 9: 4. —. 3:– Pees Lijnen in zoort tot reegen & Raamen klappen - - „ Transporteere. . . . ƒ 17:14: — met - - Cop:s 1744: 37: — de Ses - - - - - - - - - - - - - - - - „ 44: —: —. 18. — — 592. — — – – – – – – – – – – – „ 225: – ro/a 1144:37. – in ies opsien g„ kn den „ t en en gestorte 21. —— 17:— 2

NL-HaNA_1.04.02_10431_0422 view scan ↗

English

348. The 7th of July Anno 1780. 17:11:—: with —„—„— Rupees 1 4432 the English having sent no answer to our letter of 1779 regarding the toll affair and again preventing the export of merchandise. Brought forward 2 old sea sails for the aforesaid bars and frames 6 lb sail yarn patches as well as for nailing to the lath at the wings against water penetration bar iron for making and repairing hinges 69 lb hoop iron 1 inch etc. 4 hoeds of blacksmith coals, for the purpose just mentioned 1/16 harpuis 13½ cans of linseed oil 79 lb white lead 1/16 barrel of pitch 12 bundles of rattans Sum Rupees 1203:33 Suratta the 30th of June Anno 1786. was signed: A: Masser. Finally, it was taken into consideration how the English government here, already in the year 1778, had thought fit to prevent the duty-free export of the Company's merchandise and to demand that upon the aforesaid export, toll be paid once again on the same; against which, from this side, all representations were made both to the Surat Chief and Council and to the Lord Governor and Council of Bombay, with the submission 6:19:—. 3:—:—. 4:12:—. 2:16:—. 2:11:—. 4:7:— f 70:1: or 58.1 3:13:8. 12:17:— 12:4:8. 341. The 7th of July Anno 1786. submission of the necessary proofs that entitle us to this privilege, as appears from the resolutions of the 3rd of October 1778, the 10th of February, the 23rd of March, the 18th of August, and the 30th of December 1779; also the 25th of February and the 23rd of September 1780. Without this having had any other effect than that the Governor and Council of Bombay, by their letter of the 18th of December 1779, inserted in the resolution of the 30th of the same month mentioned above, took it upon themselves to inform the Lords Directors of the English Company in Europe of this affair and to request their orders in this matter for their guidance; that this affair thereupon at that time, notwithstanding the further applications and proposals of this assembly by letters to the aforesaid English ministry of Bombay entered in the resolutions of the 25th of February and the 23rd of September 1780 mentioned above, remained suspended because of the war that followed upon it, without 342. The 7th of July Anno 1786. by further letter to the Governor and Council of Bombay to insist on the free exercise of that privilege with repetition of the proposal in the letter of the 25th of February 1780. the previously mentioned letters ever having been answered by the said ministry, or our having now after the war received any answer regarding the decisions or orders of their superiors; while from the recent conduct of the English in the intended but obstructed shipment of some merchandise, there is reason to fear that the ministry of that nation here still persists in preventing us from the duty-free export of those trade goods which have already paid the toll upon their import, and in forcing us to pay the toll on them once again; and that it is of great importance to the interests of the Company that the same be restored to this right if it is at all possible; whereupon it was approved and agreed to dispatch at the first opportunity a further letter to the Lord Governor 343. 401 The 7th of July Anno 1786. Governor and Council of Bombay, and therein to insist on the free exercise of the aforesaid privilege, and at the same time to repeat the proposal made by this assembly in the letter of the 25th of February 1780 to the said Council of Bombay, namely, in case they should still persist in their refusal on the grounds that they had not been provided with orders from their superiors, then to have a separate account kept of the amount of the outgoing tolls on those goods which we shall see fit to export before the matter in dispute is decided, and until then, or otherwise to consign the same elsewhere. Thus done, resolved, and decreed in the Dutch Trading Post of Suratta, on the day, month, and year aforesaid. was signed: A: I: Sluijsken, M:s Monté, J: van Polaanen de Bevere, E: Meijer, P:s Piper, C:s A: van Eyk, and P: C: Roeff. Tuesday 344. The letter for the toll has been dispatched. Tuesday The 18th of July Anno 1786. Forenoon All present After the last preceding resolution of the 7th of this month was resumed and approved, it was noted that, pursuant to what was resolved on the aforesaid 7th of this month, the following letter concerning the affair of the outgoing toll, dated the day before yesterday, was dispatched to the Bombay Government. Bombay

Dutch transcription

348. Den 7:' Julij A„o 1780. — 17:11:—: met —„—„— Rop„ 1 4432 de Engelsche op onse missive van 1779 over de thol affavie geenig Andwoord gesonden hebbende en de uijtvoer van koopmanz: weder verhinderen. P:r Transport 2. - Sees Zeijlen Oude Tot voorsz: Reagen & Raamen - - 6. lb Feijlgaarens Klappen als mede tot het --„ spijkeren op de Latthij bij de vleijgels voor het inwaateren Staaf ijzer Tot het maeken &n repareeren van Hengels„ 69:-. „ Hoep YJzer I Duijmen etc: „ 28:—. „ 4. Hoede Smeekolen, tot als even gemeld - - - - „ 1/16. Harpuijs - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -„ 13½. Kan Lin olij - - - - - - - - - - - - - - -. „ 12: 17:— 79:—: lb Witlood - - - - - - - - - - - - - - - - „ 12: 4:8. —1/16. Vat Pik - - - - - - - - - - - - - - - - - „ - 12. — Bossen Rottings - - - - - - - - - „ Somma - - - - - - Rop:s 1203:33 /:onderstond:/ Suratta den 30 Iunij A„o 1786. /:was getekend:/ A: Masser. — Eijndelijk wierd in overweeging genoomen hoe dat de Engelsche Regeering alhier al bereets in den Jaare 1778: hebbende kunnen goedvinden om den Thoe, vrijen Uijtvoer van 's compag:s koopman. schappen te verhinderen en te vorderen dat van de„ „selve bij den voorschreeven uijtvoer andermael thoe betaeld wierd, daer teegens van deese Tijde wel alle voordragten soo bij den Souratsen Cheff en Raad als bij den Heer Gouverneur en Raad van Bombaij gedaan syn met over„ 6:19:—. 3: —:—. 4: 12. —. 2:16. —. 2:11:—. 4: 7:—ƒ 70:1: ofte - „ 58. 1 3: 13:8. „legging 341. Den 7„' Iulij A„o 1786. —. overlegging der nodige bewijsen die ons tot dit Privilegie regt geeven invoegen blijkt uyt de Resolutien van den 3. ' october 1778 10' Februarij 23:' Maart, 18:e Augustus en 30„' December 1779: iten 25„' Februarij 23:e September 1780. sonder dat sulx van eenige andere uijtwerking geweest is als dat Gouverneur & Raad van Bombaij bij haaren brieff van den 18: xber: 1779: geinsereerd ter Resolutie van den 30„' desselven Maands hier vooren gemeld heeft op sig genoomen om van deese affaire aan Heeren Directeuren van de Engelsche com„ pagnie in Europa kennisse te geeven en derselver ordres in deesen tot haare bestiering te versoeken dat deese affaire daar bij toenmaels niet te„ genstaande de nadere instantien en voorslaegen deser vergaadering bij brieven aan het voorseijde Engelsche Ministerie van Bombaij ingeschreeven bij Resolutien van den 25„e Februarij en 23„' Sep. t „tember 1780: hier voor gedagt, vermits den daer op gevolgden oorlog verbleeven is, sonder dat te vooren dat de gging 2 399 99 342. Den 7„' Iulij A„o 1736. —. bij nadere missive aan den Gou„ „verneur en Raad van Bombaij 2insteeren op de vrije oeffening van dat Privilegie met her„ missive van den 25„e februarij 1780. vooren verhaelde missives ooijt door het selve Mi„ „nisterie beandwoord sijn ofte dat wyj nu nae den oorlog eenig andwoord omtrend de besluijten off ordres haerer superieuren ontfangen hebben terwije men uijt het onlangs gehouden gedrag der Engelschen bij den voorgenoomen dog ge„ Haakten afscheep eeniger Koopmanschappen reden heeft om te dugten dat het Ministerie van die Natie alhier als nog blijft pessisteeren om ons den thol vrijen uijtvoer van die handel „whaaren welke al eens den thoe by haeren incoes hebben betaeld, te beletten en ons te noodsaaken om daar van andermael den thol te voldoen en dat het van veel aangelegentheijd voor de belangens der Maatschappije is, dat deselve in dit Regt soo het anders moogelijk is „haaling van de voorslag bij hersteld worde alwaer omme dan wierd go: gevonden en verstaan om bij eerste gelegen heijd eene nadere brieff aan den Heere Gouverneur E 343. 401 Den 7:e' Julij A:o 1786. —. Gouverneur en Raed van Bombaij; te laeten het afgaan en om daar bij op de vrije oeffening van het voorseijde Privilegie te insteeren, Sch en tevens te herhaelen den voorslag door dee¬ se vergadering bij brieff van den 25: febru¬ arij 1780: aen gedagte Raed van Bombaij gedaan, om namentlijk ingevalle sij als nog bij haare weijgering Persisteeren mogten, op fundament dat van ordres Haerer Superieu„re „ren voorsien waeren als dan van het bedroegen & der uijtgaande tollen op die goederen welke p„ wij sullen goedvinden uijt te voeren alvorens de saek in verschil gedecideert is, en tot daar aen toe eene aparte Rekening te doen houden of anders het selve elders te consingeeren Aldus gedaan Geresolveerd & gearresteerd In het Nederlands Comptoir Suratta ten daege Maand en Iaere voormeld. /: was getekend:/ A: I: Sluijsken, M:s Monté . . . . . . . . . . . . . . . . : J: van Polaanen de Bevere, E: Meijer, P:s Piper, C:s A: van Eyk. & P: C: Roeff Dingsdag ne ur 344 de brief voor de Thoe is afge„ „vaardigt. Dingsdag Den 18:' Julij A:o 1786. — Voor de middag Na dat de laest voorgaande Reso¬ lutie van den 7:' deeser geresumeert en geapprobeerd was; wierd aangetekend, dat ingevolge van het geresolveerde op den voorschreeven 7:e , deses aan het Bom„ „baijsche Gouvernement is afgevaardigd de ondervolgende brieff, betreffende de affaire van den afgaanden tol ge„ „dateerd op voorgisteren Dombaij Alle Present E O

NL-HaNA_1.04.02_10431_0427 view scan ↗

English

345. The 18th of July, in the Year 1786. To the Honorable, Highly Esteemed Lord Rawson Hart Boddam, Esquire, President for all Affairs of the British Nation and Governor of His Majesty's Castle, Together with The Council. Honorable, Highly Esteemed Lord and Gentlemen. When your Honor's Ministry in this Place in the year 1778 saw fit to prevent the Honorable Dutch Company from exercising a privilege which it had freely exercised until that time, namely, to export its merchandise, after having paid the customary duties upon import at Suratta, free of tolls to whatever place desired throughout the entire Mughal Empire, we applied, for the purpose of redress and removal of these hindrances, first to the aforementioned Ministry by our letters of 5 October 1778 and 22 February 1779, and when this proved fruitless, to Your Honors yourselves by Dispatch of 30 April, 13 September, and 27 November, likewise of the last-mentioned Year 1779. In answer to which Your Honors, in your rescript of 18 December following, were pleased to say, 346. The 18th of July, in the Year 1786. "we cannot take it upon ourselves to decide in a matter of so much importance, but for your full satisfaction we shall put the whole subject in order and send it to the Honorable Gentlemen Directors, their superiors, with faithful copies of every paper, whose express orders we shall request for our governance"; yet to our further letters of 26 February and 26 September 1780, and the proofs annexed thereto that the Company had always exercised this right undisturbed, and even after Your Honors had become the Masters of the Surat Castle, Your Honors have never honored us with any reply. The right itself, however, is of all too great importance, and the damages which the Honorable Company suffers from the hindrances caused to it by Your Honors are too great for us to delay any longer in requesting Your Honors, My Lords, once again most urgently to lift the hindrance caused as aforesaid, or to impart to us in your reply, with which we hope to be honored, what prevents Your Honors from allowing us to enjoy such an indisputable right freely and without opposition. And in case Your Honors might still be looking out for orders from Your superiors, we request further that Your Honors, in order to prevent greater damages to the Honorable Dutch Company, 347. The 18th of July, in the Year 1786. The Director testifies to the impossibility of negotiating funds for the Company. Company, be pleased to embrace the provisional accommodation proposed by us in the dispatch of 25 February 1780, namely, that a separate account be kept of the merchandise which we shall export, or otherwise, if Your Honors prefer it, that we meanwhile, and until this question is finally decided, consign the amount thereof in specie under Your Honors yourselves or wherever you shall see fit. Finally, we request permission to acknowledge the receipt of Your Honors' letter of the 8th instant. Wherewith we have the honor to be with respect, was written below: Honorable, Highly Esteemed Lord and Gentlemen, lower: Your Honors' very humble and obedient servants, was signed: A. J. Sluijsken, M.s Monte, E. N. Wardi, J. F. van Palanen de Bevere, E. Meijer, P. Piper, C. A. van Eijck, and P. C. Roeff. In the margin: Suratta, 15 July, in the Year 1786. Whereupon the Director represented to the assembly how his Honor, notwithstanding all humanly possible efforts applied thereto, was utterly unable to negotiate any further funds for the Company at interest, whatever advantageous offers 348. The 18th of July, in the Year 1786. and the Brokers are unable to dispose of any trade merchandise in this season, he had also made to that end; while it was equally impossible for the brokers at present, as it is the middle of the rainy season and all trade to the interior is stopped and stands still, to dispose of more than the trade merchandise already delivered and paid for to an amount of circa one hundred and eighty thousand rupees, even not by far for those prices which they pay to the Company; as, according to what was recorded in the Resolution of the 7th instant, the cloves were recently sold in Souratta for 592 rupees per 181¼ lb., making 326 17/24 per 100 lb., and thus fully 42½ rupees, or 6 7/16 percent, less than the fixed prices; while the Japan copper, for which these counters paid 59 rupees, is now worth no more than 53 rupees per 100 lb., below which price the English 349. The 18th of July, in the Year 1786. and it is highly necessary that the Suppliers be provided with money, or at least the unpaid balance on the old contract be paid. English Company also had to sell its copper at auction recently. That nevertheless, as time has already advanced so far, it had become of the highest necessity that the Company's linen suppliers be provided with funds for making the collection for the Netherlands, if one wishes to be accommodated with goods for shipment; these servants, whose credit has also fallen along with that of the Company, having declared to his Honor that it was currently utterly impossible for them to obtain linens so long as they remain unprovided with funds, or at least if this sum of 37282:38:- rupees, which the Company has remained indebted to them for the goods delivered, is not paid to them, and that it is therefore now

Dutch transcription

345. Den 18„' Iulij A„o 1786. —. Aan den wel Edelen Groot Agtbaaren Heer Rawson Hard. Boddam: Schildknaep President voor alle Saaken van de Britsche Natie en Gouverneur van syn Majesteyts Kasteel Benevens Den Raad. WelEdele Groot Agtbaare Heer En Heeren. Toen uwelEdelen Ministerie ter deser Plaetse in den Iaare 1778: goedvond, om de Edele Nederlandsche Kompanije te verhinderen in een voorregt, dat sij tot die tijd vrijelijk geoeffend had, om namentlik haare Koopmanschap„ „pen na dat die te suratta by den invoer de ge„ woone tollen hadden betaeld, vrij van tollen uijt te voe„ „ren na welke plaats begeeren, door het geheele Mogolse Rijk, vervoegden wij ons, ten fine van redres en opheffing deser verhinderingen, eerst bij voornoemde Ministerie by onse brieven van den 5:' octob:r 1778. en 22. febr 1779. en toen dit vrugte„ „loos was, bij UwelEdelen selven by Missive van den 30:' April 13„e September en 27„' No„ „vember mede van laastgemelde Jaare 17179. In andwoord op dewelke Uwel Edelens bij derselver rescriptie van den 18„' Decemb:r daer aen, wel gelieven 403 346. Den 18„' Julij A„o 1786. — „gelieven te seggen, „ wij kunnen niet op ons neemen om „te decideeren in een saek van so veel aangelegent „heijd dog voor uwe volkoomen satisfactie sullen wij „het geheele onderwerp in order stellen en aan de Honora„ „ble Heeren Directeurs /:derselver superieuren:/ met „getrouwe Copyen van ieder papier toesenden welkers „uytdrukkelyke last wij vraagen sullen tot onse bestie„ „ring„ dog op onse nadere brieven van den 26„' febr: en 26„e September 1788:, en de daar bij gevoegde, bewijsen dat de Compagnie dit regt steeds ongestoord, en selfs na dat Uwel Edelen de Meesters van het sourats Kas„ teel syn geweest geoeffend had, hebben Uwel Edelen ons nummer met eenig andwoord vereerd gehad: Het regt selven, is egter van al te veel aange„ „legendheijd, en de schaeden welke de Edele Kompa¬ nije tijd, in de verhinderingen daer aan door Uwe „Edelen toegebragt sijn al te groot dat wy het lan„ „ger souden uijtstellen, om Uwel Edelen Myne Hee„ „ren nogmaals aller instantig te versoeken, om de als voorschreeven toegebragte verhindering op te heffen, of ons by derselver andwoord, waar mede wy hoopen vereerd te worden te bedeelen wat uwel Edelen verhindert, ons van sulk een onweder spreekelijk regt, vrij en sonder teegenkanting te Laeten Jouissi als nog mogten uijt En ingevalle Uwel Edelen „sien na ordres van Derselver superieuren, versoeken wij verders, dat Uwel Edelen ter voorkoomingva grootere nadeelen voor de Edele Nederlandsche ren, Kompanije de de 347. Den 18„e Julij A„o 1786. —. De Heer Directeur betuijgd de onmogelijkheijd om gelden voor de Comp: te Negotieren. Kompanije, gelieven te omhelsen, het door ons bij mis„ sive van den 25„e februarij 1780: voorgeslaagene provisioneele accommodement, Dat er namentlijk van de Koopmanschappen die wij uijtvoeren sullen worde gehouden eene aparte rekening, of anders so uwelEdelen het selve betragten, dat wy het be„ „draagen derselver in specie, immiddels en tot dese questie finael gedecideelt is, Consigneeren onder UwelEdelen selven ofte alwaer sulx sullen Goedvinden, Eijndelijk versoeken wij verloff om te erkennen den ontfangst van Uwel Edelen brieff van den 8' deses Waar mede wy de Eer hebben met respect te zijn /:onderstond:/ wel Edele Groot Agtbaare Heer & Heeren /:Lager:/ Uwel Edelens seer onderdaanige & Gehoorsaame Dienaeren /:was getekend:/ A: I: Sluijsken, M:s Monte E: N: Wardi J: F: van Palanen de Bevere, E: Meijer, P: Piper, C. A: van Eijck, en P: C: Roeff /: in margine/ Suratta den 15„' Juli A„o 1786. —. Waer nae den Heere Directeur aan de vergaa„ „dering voordroeg, hoe dat syn Edele, niet tegen„ „staande alle daer toe aangewende mensch moge„ lijke Pogingen, volstrekt buijten staet was, om eenige gelden meerder voor de kompagnie op Intrest te Negotieren, welke voordeelige Uijtbiedingen len ge¬ ompa¬ door Ui hot lan Hee. en k anij 403 348: Den 18=e Julij A. o 1786. — moogend eenige handelwhare„ sotten uijtbiedingen ten dien eijnde ook gedaan hadde, en de Makelaars sijn onver„ terwijl het voor de makelaars even ondoenelijk in dit saisoen van de handte was, om tegenswoordig daer het midden in het regen Saisoen en allen handel na buijten ge„ Hopt is en stille staet, meerder als de be„ „reets afgeleverde en betaelde handelerhaeren tot een bedraegen van Circum circa Een hondert en taggentig duijsend ropijen van de hand te setten selfs op verre na niet, voor die prijsen welke sy aan de Kompanije betaelen also volgens het aangeteekende ter Resolutie van den 7„e deeses, de Nagulen onlangs in Souratta syn verkogt voor Ropias 592. de 181¼. lb. maakende de 100: lb: 326 17/24, en dus wel 42½ Ropias of 6 7/16. procentos. minder dan de bepaelde prysen, terwije het Iapans Koper waar voor deese Courtoirs 59: rop.s hebben be„ taeld thans niet meerder geld als 53:' rop:s de 100: lb: , beneden welke prijs de En. gelsche beta ta 349. Den 18„' Julij A„o 1786. —. dat de Leveranciers van geld voorsien worden ten minsten de onvoldaane op de oude aanbesteeding betaeld word. Engelsche companije nog onlangs bij vendutie haer Koper heeft verkoopen moeten, Dat het al egter, daer de tijd nu reets so verre verloo„ en het Hoog noodzakelijx is pen is, van de hoogste noodsakelijkheijd ge„ worden was, dat 's kompanijs Lywaet Leve¬ „ranciers van gelden worden voorsien tot het doen van den Insaam voor Nederland en Indien wil men met goederen ter ver„ „sendinge worden geriefd hebbende deese Bedien„ „den, welkers credit ook met dat van de Maatschappije gedaeld is, aan hem Heer ge„ „bieder verklaerd, dat het haar thans volstrekt onmogelijk was, om Lijwaeten te bemagtigen so lang sy van gelden onvoorsien blijven im„ „mers dat haar niet word voldaan deese sum„ ma van rop:s 37282:38:-. welke de Maatschap„ „pije haer Lieden op de geleverde goederen heeft moeten schuldig blijven, en dat het dus thans t dus 4 407

NL-HaNA_1.04.02_10431_0432 view scan ↗

English

950. The 18th of July, in the year 1786. Disadvantageous expedient for obtaining money. Decision to accept the brokers' offer of 100 bags of cloves with a discount of 5½ percent for prompt payment. Deliberation on the least disadvantageous expedient. it is now no longer avoidable to proceed to and decide upon one or another expedient to obtain the indispensable funds, particularly for the collection, wherefore His Honour declared that he had convened the Members solely for deliberation on the least disadvantageous expedient, submitting to their serious consideration how best to act in this matter. And after deliberation had taken place on this, the Council was unanimously of the opinion that since, in a country where an example becomes a custom, one must carefully guard against offering or paying higher than the usual interest of three-quarters of a percent per month, as well as against the payment of the batta or agio of the exchange bank, which is currently fully 3 percent, no other means remained, 351. The 18th of July, in the year 1786. remained, to satisfy the arrears to the Suppliers, than to test whether any way could be found to persuade either the Brokers themselves or, through them, some other merchant to immediately take from the Warehouses a quantity of 100 bags of cloves, making 18125 lbs, at the fixed price of 3½ rupees the pound, being 63437½ rupees, and to allow a discount of 5½ percent for this early receipt and immediate payment, to the debit of the Account of merchandise charges; and this the more so because the loss which the Company will suffer through this discount is by no means as disadvantageous as it appears at first glance, when one considers that to balance the aforementioned 352. The 18th of July, in the year 1786. aforementioned 5½ percent, which the Buyer of the cloves will deduct because he takes them at a time when others have been sold for 326 3/24 rupees per 100 lbs, being as stated 6 7/16 percent below the Company's price, and that because of the monsoon they must still lie for fully 2½ months before they can be transported, the Company on the other hand saves the interest on an equal Capital for five months, being 3¾ percent, which it would otherwise have had to pay to the lender of the money; not only that, but it is relieved of its Merchandise, and its interest also requires that it rather loses or spends the remaining 1¾ percent in these times than remains deprived of the advantages on the returns for the Netherlands and the Indies. Thus it was approved and agreed to make use of the prescribed means as soon as possible, if there is any opportunity for it. Thus done, resolved, and decreed in the Netherlands Office at Surat on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A. I. Sluijsken, M.s Monte, E. N. Wiardi, I. I. van Polanen de Bevere, E.s Meijer, Gt. Piper, C. A. van Eijk, and P. C. Roeff. The 11th of August, in the year 1786. Friday, in the forenoon. Absent: The Warehouse Master Wiardi and The Fiscal Meijer, both due to indisposition. After the last preceding Resolution of the 18th of July last was read and approved, note was taken herein of a communication of the receipt, namely that on the 13th of the aforementioned month of July, a Missive was received from the Governor 354. The 11th of August, in the year 1786. and Council of Bombay of the 8th preceding, of the following content: To Abraham Josias Sluijsken, Knight, Director, together with the Council for the Affairs of the Dutch Nation at Surat. Gentlemen, We have been honoured with the receipt of your letter of the 24th last, informing us of your intention to refer the case of the Heirs of Bhaysa to your Superiors in Europe, and have the honour to be, stood below: Gentlemen, Your Honours' humble, obedient servants, was signed: R. H. Boddam, L. Nilson, Robt Sparks, and Rich. Church. In the margin: Bombay in the Castle, 8th of July 1786, political secretary's department. And since it appeared that it only contains a communication of the receipt of our letter and Protest of the 24th of June preceding, it was agreed to let the matter rest there, with insertion of what was further resolved hereabout on the 12th of June of this year. 355. The 11th of August, in the year 1786. The Director, after all efforts made, has only been able to dispose of 30 bags of cloves. After which the Director gave notice to the meeting that His Honour, pursuant to the resolution of the 18th of July last, had left no effort unattempted to find, if possible, Merchants who would receive the Cloves in the manner mentioned in the said resolution, namely with a discount of 5½ percent for cash payment; but that His Honour had succeeded no further therein than with 30 bags, making 5437½ lbs, which the brokers had still been able to dispose of, under solemn declaration that, since the shipping season is still so far off, and the continuous rain and the wet season cause the Cloves to swell fully 2 percent, it was impossible for them

Dutch transcription

950. Den 18„e Julij A„o 1786. —. nadeelige expediant ter bemag„ teging van geld. besluyt van de Makelaars te 100: sak Nagulen onder korten, „ge van 5½. procento voor prompte betaeling te accep„ teeren thans langer onvermydelijk is, om tot het een deliberatie over het minst of andere hulpmiddel, ter verkrijging van de onontberelijke gelden voornamentlik voor den insaam, oder te gaan, en te besluijten, weshalven sijn Agtbaare verklaerende de Lee„ den eeniglik te hebben doen convoceeren, ter deliberatie over het minst nadeelige expedient, den deselve in Serieuse overweeging gaffhoe¬ „daanig in deesen het beste te handelen-. Ende waer op gedelibereerd sijnde, soo was tragten te Persuadeeren, om den Raad eenpaarig van gevoelen, dat er„ daar men om der gevoegen welke in een Land daer een voorbeeld eene gewoonte word, sig sorgvuldig wagten moet, soo wel van het uijtloven of betaelen van hogere dan de gewoone interessen, van drie quart procento 's maands, als van de betaeling van de batta off Agio van de wisselbank, die tans wel 3: ten hondert is, geen ander middel over„ Schoot, 351. Den 18„' Julij A:o 1786:—. overschoot, ter voldoening van het agterstal aan de Leveranciers, dan om te beproeven of er eenige weg, sal te vinden sijn, om het sy de Makelaars selven of door haar eenig ander Koopman te Persuadeeren om date lik uijt de Pakhuijsen te ontfangen, eene quantiteijt van 100: sak Nagulen maakende 18125: lb:, tegens de bepaalde prijs van 3½. ropias het pond, zijnde 63437½. ropijen en om voor deesen vroegen ontfangst en de dadelyke betaelinge te lae„ ten korten 5½ procento, ten nadeele van de Rekening van onkosten op Koopmanschap„ „pen, Ende zulx te meer, om dat het nadeel het geen de companije door deese Kortinge lijden sal gantsch niet so nadee„ „lig is, als wel in den eersten opslag schijnt, wanneer men in aanschouw neemt„ dat haar Edele ter Balanceering van de voormelde E 409 1 352. Den 18„e Julij A„o 1786. —. voormelde 5 procento, welke den Koper der Na„ „gulen Korten sal, /:om dat hij deselve neemt, in een tijd dat andere verkogt syn, voor ropt: 326 3/24: de 100: lb sijnde als geseijd 6 7/16. procento beneden de Kompanijs prijs, en dat se door het Paijsoen nog wel 2½. maand moeten leggen eer vervoerd kunnen worden /:dan weder de interesse op een gelijk Kapitaal uijtwind, voor vijff maanden, sijnde 3¾. procento welke se tog anders aen den Schieter van het ged soude voldoen moeten, niet alleen, maar dat se van Haar Koopmanschappen ontlast raekt en dat haer interest ook vordert, dat sy eerder, de dan nog overschietende 1¾. Procento in deese tijden meerder verliest of spendeert als dat sy van de voordeelen op de retouren voor Nederland en Indien verstooken blijft soo wierd goedgevonden en verstaan, om van fangs 353. Den 18:' Julij A„o 1786. —. En missive behelsende een „fangst van ons protest: van het voorschreevene middel soo daer toe maar moogelijkheijd is, ten Eersten gebruijk te maeken Aldus Gedaan Geresolveerd en Gearres„ teerd In 't Nederlands Comptoir Suratta ten daege Maand en Idere voormeldt. /:was gete„ kend:/ A: I: Sluijsken, M:s Monte, E„ N: Mardi„ I: I: van Polanen de Bevere, E:s Meijer, Gt: Piper, C: A: van Eijk; en P: C: Roeff, Den 11:e Augustus A„o 1786. — voor de middag Absent Den Pakhuysmeester Wiardi & Den Fiscial Meijer beyde door onpasselijkheijd Na dat de Laast voorgaande Resolutie van den 18„e Julij laestleeden was geresumeerd en g'appro„ beerd, so wierd in desen aantekening gehouden communicatie van den ont„ dat op den 13„e der voorschreeve maand Iulij ontfangen is, Eene Missive van den Gouverneur Vrijdag en en E 4 411 354. Den 11:e Augustus A„o 1786. — en Raad van Bombaij van den 8„' bevoorens van den volgenden inhoud M Abraham Josias Sluijsken Schae van knaep Directeur benevens den Raed voor de Saaken van de Hollandse Natie Mijne Heeren. Wij syn vereerd geweest met den ontfangst Uwer brieff van den 24„' laastleeden ons bekendmaakende Uwe intentie, om de saek van de Erfgenaamen van Bhaysa aan UwE: superieuren in Europa over te wijsen, en hebben de Eer te syn /:onderstond:/ Mijne Heeren Uwel Edele onderdaanige Dienstwillige Dienaaren /: was getekend:/ R: H: Boddam. L: Nil„ „son„ Robt Sparks en Rich. Church /:in margi¬ „ne:/ Bombaij in 't Casteel 8„e Julij 1786: pol: secrt dep: Ende vermits gebleek dat alleen behelsd eene communicatie van den ontfangst van onsen brieff en Protest van den 24„e Iunij daar bevoorens, zo wierd verstaan de saek daar by te Laeten berusten, met Souratta inhosie Aan Te alle Den 355. 413 Den 11:e Augustus Ao 1786. — Den H:r Directeur heeft na alle aangewende moeijte van de hand kunnen zotten schild inhasie van het hier omtrend verder geresolveer„ „de op den 12„e Junij deses Iaars-. Waar na door den Heer Directeur aan de maar 30- sakken nagulen vergaadering wierd kennis gegeven, hoe dat sijn Agtbaaren, ingevolge van het geresolveerde op den 18„e Julij laastleeden geene moeijte onbesogt gelaaten had, om waare het mogelijk Cooplieden te vinden, welke de Nagulen op de wijse bij het selve besluijt vermeld, nament„ „lijk met kortinge van 5½ procento voor de Contante betaeling, ontfangen wilden, dog dat syn Agtbaare daar in niet verder ge„ slaagd Sijnde als met 30: Sakken makende 5437½. lb, welke de makelaars nog hadden kunnen van de hand setten, onder solemnee„ le betuijging, dat het haar, daer de voor„ baare tyd, nog so verre af is, en de aan„ „houdende reegen en het natte saisoen, de Nagulen wel 2: procento deed swellen, onmogelijk s Raed andse brieff Utwe o te Myjne d hels st

NL-HaNA_1.04.02_10431_0438 view scan ↗

English

The 11th August Anno 1786. but now that he had entered into negotiations with the linen suppliers themselves, he had persuaded them to accept the remainder of the cloves in payment. It being impossible to sell even a single bag more, he had resolved, as the only remaining means, to have recourse to the linen suppliers themselves, and, by representing to them that this was the only way to help them obtain money, and that in any case it was better for them to accept them, even if they had to suffer some loss thereby, than that they should be an entire year without work, and the Company remain without linen, to persuade them to receive in payment the remaining cloves, which will amount to nearly 15000: lb, at the fixed price of 350: rop:s per 100: lb, subject to a deduction of 5 29/37 percent, whereby the bag will come to stand them at 600: rop:s; whereupon, deliberation having been held, The 11th August Anno 1786. the actions of the Director approved. The said amount to be applied toward satisfaction of the delivery of 1785, and for the surplus, the account of contracting to be debited. Report of the members Van Polanen, Meijer & Piper. it was approved and agreed to ratify what had been done by the Director, and to have the remainder of the Amboina cloves weighed out and delivered to the aforesaid suppliers, with instructions to the Trade Bookkeeper to have their amount applied first in satisfaction of what is necessary to discharge the ro/a 37282: 38: with interest, which appears on the books for the delivery of 1785, in order to relieve the Company from further payment of interest, to debit for the surplus the account of contracting, and to place the granted deduction of 5 29/37 per cent for prompt payment to the account of merchandise. There was submitted the report of the members of this meeting, Van Polanen de Bevere, Meijer & Piper, who, upon a written order from the Master, The 11th August Anno 1786. of the work carried out by the moody. have examined and inspected all the renovations, carpentry work, and repairs carried out by the moody to the assembly hall of Justice, the cells, and the Tjokkie, as well as the House of the Senior Administrator, along with the warehouses, pantry, kitchen, and slave quarters, likewise the small cash treasury, of the following content: Honorable, Respected Sir! We, the undersigned, being expressly commissioned thereto by Your Honor, have accurately examined and inspected all the renovations, carpentry work, and repairs carried out by the moody to the assembly hall of Justice, the house of the Senior Administrator, along with the warehouses, pantry, kitchen, slave quarters, likewise the small treasury, and have found all the aforesaid to be completely newly built of stone and lime, To the Honorable, Respected Sir, Abraham Josias Sluijsken, Director and Chief Commander of this Directorate. The 11th August Anno 1786. According to the same, the house of the Senior Administrator, etc., can be considered new. Approved the specification presented thereof by the moody amounting to rop:s 7451: 6:. the outer walls to a thickness of one foot and the inner walls of half a foot, and thus the house can be considered entirely new; likewise the rooms in the artisans' quarter have been properly repaired and renewed with new rafters, bamboos, and mats; of which we have the honor hereby to provide Your Honor with a respectful report, and with the utmost high esteem to be, (was signed below) Honorable, Respected Sir, (lower) Your Honor's humble and obedient servants, (was signed) I: F: van Polanen de Bevere, E: Meijer, and P:t Piper, (in margin) Surat, the last day of July 1786. And whereas it appeared to the meeting therefrom that all the aforesaid has been completely newly built of stone and lime, the outer walls to a thickness of one foot and the inner walls of half a foot, and that the same can thus be considered entirely new, there was subsequently submitted for examination the specification presented by the aforesaid moody of the expenses incurred for the entire aforesaid work, amounting to rop:s 7451: 6:, of the following content: Specification The 11th August Anno 1786. Specification of such expenses as have been incurred and paid by the undersigned, the Company's moody, for the complete renewal and restoration of the assembly hall of Justice, along with the room behind it for cells, together long 75: and wide 25: feet; of the house of the Senior Administrator, along with the gallery and all the outbuildings, such as slave quarters, kitchen, warehouses, pantry, etc.; and further the small cash treasury, occupying a site 100: feet long and 95: feet wide, marked on the ground plan of the yard with the letters O:O:; and such (instead of bamboos filled with earth inside and plastered with lime outside) newly built of lime and stone, the outer walls to a thickness of one foot and the inner walls of half a foot; further the construction of rain shutters along the length of the entire house, the repairing

Dutch transcription

356. Den 11e Augustus A:o 1736. dog nu dat met de Leve„ „deling was getreeden, haer gepersuadeert 't restant Nagu„ in betaeling te neemen. onmoogelijk was, een enkelde sak meerder te verkoopen, te raade was geworden, om als het Het hand eenigste nog overschietende middel, zijn „ranciers selve in onderhan „ toevlugt te neemen tot de Lijwaet Leve„ len op de zelfde Conditie ranciers zelve, en haar, door haar voortestel„ len, dat dit de eenigste weg was, om haar aan geld te helpen, en dat het in allen ge„ dies „valle beter voor haar was, deselve te accep„ van 1785 „teeren, al moesten zij ook iets daar bij scha„ „de lijden, als dat zij een geheel Iaar zon„ „der werk waeren, en de Companie buijten Lijwaeten bleeff, te Persuadeeren, om de nog per restant leggende Nagulen die bij na 15000: lb bedraagen Sullen, in betaelinge te ontfangen, tegens de vastgestelde prijs van 350: rop:s de 100: lb onder kortinge van 5 29/23. percento, waer door haar de sak sal rapport te staen koomen op 600: rop:s, waar op in vol van nen gedelibereerd bedr 357. Den 11„e Augustus A„o 1786. —. handelte g'agriëërd. dies bedraegen te Laeten strekken accep„ van 1785. en voor dies meerdere de reeken: rapport van de Laeden van Pola„ ven Meijer & Piper. gedelibereerd sijnde is goedgevonden en verstaan Her door den H:r Directur ge„ het door den Heer Directeur gehandelde te agreeren, en het restant der Parioffel Nagulen aan voorseijde Leveranciers te Laeten toeweegen en afgeeven, met Last aan den No„ „gotie Boekhouder om van derselver bedraegen in voldoening van de Leverantie Eerst te Laeten strekken, soo veel als nodigis ter voldoening van de ro/a 37282: 38: met den Intresse, welke by de boeken op de Leverancie van 1785. te vooren staan, ten eijnde de Compagnie van het verdere betaelen van In¬ trest te ontheffen, om voor het meerdere de reke„ van Aanbesteeding te debitee„ ning van Aanbesteeding te debiteeren, en om de toegestaane kortingje van 5 1/37. p„r Co voor prompte betaeling op reekening van Coopman„ schappen te stellen —. Is te binnen gekoomen het rapport, van de Leeden deser vergaadering van Polaanen de Bevere Meijer & Piper, welke op een- schriftelijken het stel„ ge„ „ren. sal reerd 415 358. Den 11=' Augustus A„o 1786.. van het door de moedy ge„ „maakte schriftelijke ordonnantie van den Heer Gebieder hebben g'examineerd en nagesien, alle de door de Moedij gemaakte vernieuwingen, optimme„ „ringen en reparatien, van de vergadersaal van Iustitie, de boeijen en het 'Tjokkie„ mitsgaders van het Huijs van den Hogd Administrateur, benevens de pakhuijsen dis„ pens, Combuijs en slave vertrekken, item van de Kleijne geld Cassa van de volgende inhoud WelEdele Agtbaaren Heer! Wij ondergeteekendens als Expresse daar toe door UwelEde„ „le Agtbaaren gekommitteerd zijnde, hebben exact g'of „amineerd en nagesien, alle de door de Moedij gemaakte g' vernieuwingen, optimmeringen en reparatien, van de Moedij speci vergaadersaal van Iustitie, het huijs van den Hoofd 6: Administrateur benevens de Pakhuijsen Dispens Kom huijs, slave vertrekken, item de kleijne kassa en hebben bevonden al het genoemde volkoomen nieuw opgemetseld Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer Abraham Josias Sluijsken Directeur en Hoofd Gebieder deser Pirectie van gea 359. Den 11„e Augustus A„o 1786. —. van den Hoofd Adm. &a: nieuw geagt worden. g'approbeerd de door den Moedij daar van gepresenteerde van steen & kalk de buijten muuren ter Dikte van Een en de binnen muuren van een halve voet, en dus het Huijs ten eenemaele Nieuw kan worden geagt¬ so mede syn de vertrekken in het ambagts quartier behoorlijk hersteld en vernieuwd met nieuwe spar„ „ren, bamboesen en matten, waar van wij de Eer hebben UwelEdele Agtbaaren by deesen te dienen van Eerbiedig berigt, en met de volmaakste Hoog agting te zijn /:onderstond:/ welEdele Agt„ „baaren Heer /:lager:/ UwelEdele Agtbaarens onder„ daanige en gehoorsaame Dienaeren /:was getekend:/ I: F: van Polanen de Bevere, E: Meijer en P:t Piper, /:in margine:/ souratta den ult:o Julij 1786. volgens het selve kan het huijs Ende vermits de vergaadering daar bij ge„ bleek dat alle het genoemde volkoomen nieuw opgemetseld is van steen en kalk de buijten muuren, ter dikte van Een, en de bin„ nen muuren van een halve voet, en dat hetselve dus als ten eenemaale nieuw kan worden geagt, so wierd vervolgens ter Examinatie overgelegd, de door den voorschreeven Moedij gepresenteerde specificatie groot top: 1457: specificatie, van het bekostigde tot het voorschre„ „ve geheele werk, ten bedraegen van rop:s 7451: 6: van de volgende contenue Specificatie Directie Ede. kte de Hoofd kom hebben seld van 6: 17 360 Den 11„e Augustus A:o 1730. specificatie van sodaanige ongelden als door den ondergeteekenden 'sCompagnies vroedij syn gedaan en betaald, tot het geheel vernieuwen en weder in staet brengen van de vergaadersael van Justitie, be„ nevens het daar agter synde vertrek voor Boeijen, te saamen lang 7E: en„ breed: 25: voeten van het huijs van den Hoofd- Administrateur, benevens de Gallerij en alle de Bijgebouwen, als Slaave vertrekken, kombuijs, Pakhuisen Despens etz: en dan nog de kleijne geld kassa, beslam„ de een terreijn van 100: voet Lang en 95: voeten breed, gemerkt op de platte grond van de werff met de Letters O:O: en sulx /: in steede van 1765 Bamboesen van binnen met Aarde gevuld en van buijten met kalk be„ „pleijsterd:/ van kalk en Steen 12 gemeld seld, de Buijten mu ren ter dikte van een en De Binnen muuren van een halve voet, voorts het maaken van reegen Klappen ter Lengte van het geheele huijs het re¬ „pareeren 23

← previousnext →