Inventory 10431
Surat · 566 pages · 151 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
The 4th of March Anno 1786. Bookkeeper, so it was furthermore approved and agreed In regard to the first, or how to deal with the accounts of these Moorish seafarers who as of ultimo June 1781 were alive or stationed elsewhere in Batavia, and who are in credit or in arrears in the pay books of this Directorate of Anno 1781/1782, because this assembly is unaware of how it has pleased Their High Excellencies, in making the formal settlement of these Moors, to decide regarding the wages that stood in credit as of ultimo August 1782, or the day they were formally settled, since the resolution of Their High Excellencies of the 13th of September of the same year, whereby this occurred, has not been received here; to draw up a list for 1781/1782 for the said Moorish seafarers instead of creating books, and to carry them forward on it with those accounts which, according to the comparison made, are in the aforementioned books, in order subsequently to debit the said Moors for what they have received and spent in Batavia or elsewhere from the 27th of August 1781 until the 28th of August 1782, according to the accounts and specifications sent hither and received here, as well as for the two months of remittance that were paid to them or withheld in Batavia for 1781/1782 according to 173 73 f3 115. 116. The 4th of March Anno 1786. According to the received list dated the 10th of August 1784, and furthermore to credit them against this for their earned wages up to ultimo August 1782, when they were formally settled in the books of the ship Westvriesland by Their High Excellencies according to their resolution of the 13th of September of the aforesaid year, and whereby all the aforementioned accounts will then have been brought into that state as they were when the aforesaid formal settlement occurred; so it was further agreed to order the pay bookkeeper thereafter to compare and verify this list thus formed and balanced for 1781/1782 against the name list received from Batavia, dated 10th of August 1784, of these Moors who, by the venerated order of Their High Excellencies of the 13th of December 1782, were formally settled in the book of the ship Westfriesland of the same year 1781/1782, as well as against the name list of those who between mid-December 1783 and ultimo June 1784 were found deceased and absent, as well as those taken with the ship De Vrijheijd, and subsequently to submit a report of his findings. To 117. The 4th of March Anno 1786. with orders to the new pay bookkeeper Meijer. And in respect of the second request, to release and pay out here the wages that stand in credit for deceased Moors according to the received lists, whenever the heirs or entitled persons shall make a request for them, the incoming pay bookkeeper Meijer having to do his best to persuade the repeatedly mentioned representatives of the Moorish seafarers, or actually the Baxie, to allow the sum of f1284. 5:— to be deducted from this sum, which stands to the debit on the accounts of some deceased Moors, and thereby to prevent as far as possible that the Company has to bear this loss; And in regard to the third request, to let those Moors who now—after the accounts of all those who are noted in the aforesaid lists as deserted and absent shall have been closed with confiscation of their wages in credit for the benefit of the Company—still continue in the books, without the least mention being made of any of them in the repeatedly mentioned specific lists of the first examiner of the pay rolls, Raader, of the 9th of July 1781, remain as they are, and to keep them when the representatives upon the arrival of the ships thereafter 173 120. The 4th of March Anno 1786. be delivered to Your Honorable in a fortunate hour, I had the honor about a month ago to write to Your Honorable, and in the said letter I mentioned everything that I deemed serviceable. Your Honorable had the goodness to send me a letter for the Governor here, which I delivered directly upon receipt; and it is solely through the favor of Your Honorable that the goods have been stamped in the same manner as was the custom of old. It is true that the Tjoltia of Fattesing strongly opposed this mode of proceeding, but it was all to no avail. The goods have moreover departed from here to Kera under an escort of 25 horsemen with a letter from the Governor to Your Honorable. Its contents are unknown to me, but I crave leave to bring to the high knowledge of Your Honorable, under favorable interpretation, that the said Governor speaks to me very frequently about the re-establishment of the trading post here, assuring that he will restore everything to the old footing again. The Governor has also requested me for a few ells of red velvet. For the rest, I very humbly request Your Honorable to honor me with your respected letters and to remember me most favorably as an old servant who, next to God, knows no one other than Your Honorable. If I can serve Your Honorable here in anything, it is my urgent request to honor me with your commands. What more shall I write, etc. at the bottom stood: for the translation according to the statement of the Persian writer Herdetraij, was signed: I: C: Roeff, Thus
Dutch transcription
Den 4:' Maart A„o 1786. —. Boekhouder, so wierd al verder goedgevonden & verstaen Ten aansien van het Eerste ofte hoedaanig te handelen met de reekeningen van deese moorse zeevaarende welke onder ult„o Junij 1781. te Batavia in leven of Elders bescheijden waeren en welke bij de soldij Boeken deeser Directie van A„o 178/1. te vooren of ten agteren staan, om aangesien deese vergaa„ dering onkundig is, hoedaanig het haar Hoog Edel„ heeden behaagd heeft om bij het Formeel maeken deser mooren te besluijten over de gagien welke te vooren stonden onder ult„o Augustus 1782. of den dag dat formeel gemaakt zijn, also het besluijt van hoogst Deselve van den 13„e september desselven Iaars, waar bij sulx is ge„ schiet, alhier niet ontfangen is, van gemelde Moorse Zeevaarende in steede van Boeken te formeeren een Lyst voor 178½ en se daar bij voort te draegen met die Reekeningen welke by eevengem: Boeken volgens de gedaane konfrontatie hebben ten einde deselve mooren daar nae te debiteeren voor het geen te Batavia of elders ont„ „fangen en verteerd hebben, sedert den 27„e Augus„ „tus 1781. tot den 28. August: 1782 na volgens de Rekeningen & specificatien die herwaerts gesonden en alhier ontfangen sijn, soo meede voor de twee maanden vermaekinge die aan haar te Ba„ tavia voor 178/½. syn betaeld of afgehouden vol„ „gens 173 73 ƒ3 115. 116. Den 4„e Maart A„o 1786. —. Volgens de ontfangen Lijst gedateerd den 10: Aug„s 1784 en deselve voorts daar en teegen te krediteeren voor haar verdiende gagie tot ult„o aug„s 1782. dat door haar Hoog Edelheeden volgens Hoogst derselver besluijt van den 13„e september des voornoemden Jaars meergenoemd formeel gemaakt Sijn bij de boeken van het schip Westvriesland, En waer door dan alle de voorschreeven reekeningen sullende sijn gebragt in dien staet als waeren toen voorsz: formeel-making is geschiet, soo wierd verders verstaan den soldij Boekhouder te gelasten om daar nae dese aldus geformeer„ de en effen gestelde Lijst voor 178½. te konfrontee„ „ven en te puncteeren teegen de van Batavia ontfangene naamlijst gedateerd 10„' augustus 1784. van deese mooren die ter gevenereerde ordre van haar Hoog Edelheeden van den 13„e December 1782 meergemeld formeel gemaakt sijn bij het boek van het Schip westfriesland van het selve Iaar 178½. als mede teegen de naamlijst van de soodaanige als zedert medio Decemb„r 1783. tot ult„o Junij 1784. overleeden & absent bevonden, mitsgaders met het schip De vrijheijd genoomen zijn en om van zine bevinding vervolgens te dienen van berigt. Om 117. Den 4„' Maart A„o 1786. —. met last aan de nieuwe soldij boekhouder Meijor. Am ten Respecte van het tweede versoek de gagien die van overleedene mooren te vooren staan alhier af te geeven & te betaelen volgens de ontfangene Lijsten, wanneer de Erfgenaa„ men of geregtigdens daarom sullen versoek doen sullende de aankoomende soldij Boekhouder Meijer syn best moeten doen om de meergedagte saakbesorgers der moorse zeevaarende ovf Eijgent„ lijk de Baxie te Persuadeeren dat van deese Summa laaten decorteeren de Summa van ƒ1284. 5:—. welke de Reekeningen van eenige overlee„ dene mooren te quaad staan & daar door soo veel moogelijk te voorkoomen dat de Comp: dit nadeel niet behoeft te draegen; En ter reguarde van het derde versoek om die mooren welke nu /:na dat de reekeningen van alle de geenen die bij de voorschreeven Lijsten als gede„ „serteerd & absent bekent staen, sullen zyn afgeslooten met konfiscatie van haare te goed hebbende gagie ten voordeele van de kompagnie: ( nog bij de boeken voortloopen, sonder dat van deselve eenige het minste gewag bij de voorsz: specifique Lysten van den Eers„ ten visitateur der soldijen Raader van den 9:e Julij 1781. te meermaelen genoemd, gemaakt word, alsoo te laeten berusten en om deselve wanneer de saak„ besorgers bij het arrivement der scheepen daar na 173 120. Den 4„e Maart A„o 1786. —. UwelEdele Agtbaare op een Gelukkige uur inhandigt worden, Ik heb voor omtrend een maand geleeden d' Eer ge„ „had aan Uwel Edele Agtbaare te schrijven, en in de„ selve brieff heb ik alles gemeld wat ik dienstig ge„ „oordeeld hebbe, UwelEdele Agtbaare heeft de goedheyd gehad van mij een brief voor den Gouverneur alhier toe te senden welke ik direct na den ontfangst heb overgegeven; en het is Enkeld door de gunst van UwelEdele Agtbaare dat de goederen gesjapt syn op deselve voet als voor oud tijds de gewoonte geweest is, Het is waar dat de Tjoltia van Fattesing zig zeer sterk teegens deese handelwijse gekant heeft, dog het heeft alles niet moogen helpen, De goederen syn bovendien onder een geleyde van 25. Ruijters van hier tot na Kera vertrokken met Een brief van den Gouverneur aan Uwel Edele Agtb: Dies inhoud is mij niet bekend maar ik diene onder gunstige welduyding ter hooge kennisse van UwelEdele Agtbaare te brengen dat mij gemelde Gouverneur zeer dikwils spreekt over de opregting van het komptoir alhier, onder verseekering dat hij alles weederom op den ouden voet herstellen zal De Gouverneur heeft my meede versogt om een pae ellen Rood fluweel. Overigens versoek ik uwel Edele Agtbaare Zeer nedrig my met derselver gerespecteerde schrijvens te wil„ „len vereeren en mijner als een ouden Dienaer welke naast Tod niemant als Uwel Edele Agtbaere kent Groot gunstig te willen Gedenken. kan ik UwelEdele Agtb: alhier doenen, zo is mijn instantig versoek mij met derselver beveelens te willen vereeren. Wat zal ik meer schrijven etc=ra /:onderstond:/ voor de translatie volgens opgaeve van den Persiaens schriver Herdetraij /:was getek:/ I: C: Roeff, Aldus
English
The 4th March Anno 1786. Wiardi has handed over the Presidency of the Council of Justice. Thus done, resolved, and decreed in the Netherlands factory Suratta on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A. J. Sluijsken, Mr. Monte, E. N. Wiardi, I. F. van Polanen de Bevere, C. Meijer, and P. E. Roeff. Thursday. The 16th March Anno 1786. Before noon. All present. The Right Honorable Lord Director Abraham Josias Sluijsken, The Senior Merchant and Head Administrator Mattijs Monte, The Junior Merchant and Warehouse Master Egbert Nicolaas Wiardi, The Junior Merchant and Secretary of Police Jan Jacob van Polaanen de Bevere, The Junior Merchant Fiscal and Pay Bookkeeper Egidius Meijer, The Junior Merchant and Cashier Gerrit Piper, and The Bookkeeper, Trade Ledger Keeper, Auditor, and Invoice Keeper George Cristoffee Roeff. The last Resolution of the 4th March recently past having been resumed and approved, it was thought fit to record that the Presidency of the Council of Justice, held interim by President Wiardi, has been handed over to the Head Administrator Monte, and that the pay office has been properly transferred by the latter to the pay bookkeeper Meijer; That yesterday with the arrival of the Junior Merchant and appointed Cashier Gerrit Piper was received the duplicate of Their High Honors' dispatch of the 23rd August 1784, with the enclosures appended thereto, which were found to agree with the Register; That furthermore has been received from the Cochin ministry a dispatch of the 5th January of this year, escorting the same Piper and a memorandum of accounts amounting to ƒ30:—:—, as well as a dispatch from the Gentlemen Ministers of Ceylon of the 14th December prior, whereto was annexed a requisition for that Government dated Colombo the 6th December 1785. Whereupon, it having been thought fit to grant to the aforementioned arrived Junior Merchant and Cashier Piper a seat in this Council next to the Fiscal Meijer, the same was immediately called inside and, after taking the customary Oath, was shown his place, while it was furthermore resolved to have the Acting Cashier Roeff make a prompt transfer of the petty cash box, under the date of the last paid warrant, with orders to hand over likewise to the aforementioned incoming Cashier all those warrants which have since been presented and have remained wholly or partly unpaid due to lack of money, in order that they may be settled by him as soon as funds can be obtained and provided to the cash box; It is resolved and agreed to give to the aforementioned Cashier Piper a seat in the Council of Justice of this Directorate, and to appoint as Messenger of the same the soldier serving at the pen Coenraad Hendrik Roosemeijer, in place of Pieter Jacobus Dooremans, who was discharged at his own request; It is resolved and agreed to grant to the pay bookkeeper there, Joan Andries Scheijds, who is present here with permission from the Cochin Government, upon his request made thereto by petition, veniam agendi against his mother-in-law, the widow of the deceased Junior Merchant and Broach Resident Heijdeman, in disputed matters concerning the latter's estate; In fulfillment of the order of this assembly of the 9th February, the Warehouse Master Wiardi has submitted the following report with 2 pieces of gunny bags, such as are made here and used at the warehouses. To the Right Honorable Lord Abraham Josias Sluijsken, Director and Chief Commander of this Directorate, together with the Council. Right Honorable Lord and Gentlemen! In obedient compliance with Your Right Honorable's honored order contained in the Extract Resolution of the 9th February recently past annexed hereto, the undersigned Warehouse Master has caused to be made two Banjarese gunny bags of the same sort as those which were made by him for the service of the Honorable Company's Trade Warehouses here in anno passato at the amount of Rs. 17¼ each, and the same are thus ready to be sent to Batavia in accordance with the aforesaid order. Hoping herewith to have fulfilled the charge entrusted to him, he has the honor to be with all respect, Beneath stood: Right Honorable Lord and Gentlemen. Lower: Your Right Honorable's humble and obedient servant. Was signed: E. N. Wiardi. In the margin: Suratta, the 7th March 1786. It is resolved to send the 2 gunny bags to the Capital at the first opportunity, mentioning their cost. After this, a dispatch from the Surat English ministry of the 7th of this month having been submitted by the Lord Director in answer to ours
Dutch transcription
121. Den 4„e Maart A„o 1786. — Wiardi heeft het Presidie van den Raad van Justitie over„ gegeven Aldus Gdaan Geresolveert en Gearresteerd in't Nederlands komptoir Suratta ten daage Maend & Jaare voormeld /:was getekend:/ A: J: Sluijsken, M„r Monte, E:t N:s Wardi, I: F: van Polanen de Bevere, C: Meijer, & P: E. Roeff. — Donderdag Den 16:' Maart A„o 1786. —. Voor de middag Alle Present. Den welEdelen Agtbaaren Heer Directeur Abraham Iosias, Sluijsken, Den F:r Koopman & Hoofd Administrateur Mattijs Monte„ Den onderkoopman & Pakhuijsmeester Egbert Nicolaas Mardi, Den onderkoopman & Sekretaris van Politie Ian Iacob van Polaanen de Bevere, Den Fet„n onderkoopman Fuscaal & Zoldij Boekhouder Egidius Meijer, Den onderkoopman & Cassier Gerrit Piper, en Den Boekhouder Negotie oedrager Narekenaar en Fracturhouder George Cristoffee Roeff, De laaste Resolutie van den 4„' Maart Jongst„ leeden zijnde Geresumeert & geapprobeert, wierd goed¬ „gevonden aan te teekenen, dat het Presidium van Raad van Justitie door den Pro interim waargenoomen President Wiardi is overgegeven aan den Hoofd Administrateur Monté, en dat van het zoldij komptoir door den laastge„ „noemden behoorlijk transport is gedaan aan den soldij boekhouder Meijer, Dat op gisteren met het arrivement van den ƒ 179 gte ne van elde 122. Den 10:e Maart A„o 1786. —. den kassier Piper is gisteren gear„ „riveerd met nevenstaande dup:t met een Factuur van aanre„ „kening en Ministerie met een Eisch, Piper naast den Fescael sessie gegeven den Eed afgelegd. door den waarnemend cassier Roeff als nu ten Eersten van de cassa te Laeten transport doen. den onderkoopman & aangestelden Casseer Gerrit missive van haar Hoog Edelheeden Piper is ontfangen het Duplicaat van haar Hoog Edelheeden missive van den 23„e augustus 1784. met de daar bij gevoegde Bijlaagen, die overEenkomstig met het Register bevonden zijn, Dat verders is ontfangen van het cochim Een van het cochimis ministerie ministerie een missive van den 5„e Januarij deses Jaars, tot geleijde van denselfden Piper & van een memorie van Aanrekeninge groot ƒ30:—:— mitsgaders van eene missive van de Heeren Ceijlonse ministers van den 14„' Decemb„r be„ Een missive van het ceijlonse voorens, waar bij gevoegd een Eisch voor dat Gouvernement gedateerd Kolombo den 6. xb:r 1735. aan Waarna sijnde goedgevonden om aan den sai voormelden aangekoomenen onderkoopman va & kassier Piper te geeven sessie in deesen Raade naast den Fiscaal Meijer, zoo wierd denselven opstond binnen geroepen en na het afleggen van den gewoonen Eed zyne Plaets aangeweesen, terwijl al verders wierd verstaen om door den waarnemend cassier Roeff ten eersten te Laeten doen Transport van de kleijne Geld kassa, onder den datum van de Laast betaelde ordonnantie, met Last om alle deese ordon¬ nantien welke sedert gepresenteerd Sijn en door gebrek Den 16 Maart A„o 1786. — Piper cessie in den Raed van Justitie gegeven en Roosemeijer tot boode aange„ aan den Cochimse soldij boek„ houder Scheijds veniaim Agen¬ verleend. berigt nevens 2. goenij sak„ gebrek aan geld in het geheel of ten deele onbe„ „taald gebleeven, daarbenevens aan den voorgedag„ ten aankoomenden kassier overtegeeven, ten eijnde door hem, zoo vas er gelden zullen te bemagtigen sijn, & dan de kas kunnen worden verstrekt, voldaen te worden; Js goedgevonden en verstaan, om aan den meerge„ melden kassier Piper te geeven sessie in den raed van Iustitie deeser Directie en om tot Bode van deselve aantestellen den soldaet aan de penne dienst doende Coenraad Hendrik Roosemeijer in Plaets van den op syn versoek ontslaagenen Pieter Jacobus Dooremans, Is goedgevonden & verstaen, om aan den sig di tegen zijn schoonmoeder alhier met permissie van de Cochimse Regeering bevindenden soldij Boekhouder aldaar Ioan Andries scheijds op desselfs bij Request daar toe gedaene ver„ soek, te verleenen veniam Agendi teegen zijn schoonmoeder de weduwe van den overleeden on„ „derkoopman & Brootchias Resident Heijdeman in questieuse saaken over des laasten nalaaten„ schap Jn voldoening van de ordre deeser vergaade„ ken van den Pakhuijsm:r vinge van den 9„e Feb„y is door den Pakhuijsm:r Wi„ ardi overgelegd het ondervolgend Berigt met 2. p„s goenij zakken, so als alhier worden gemaakt &n bij de steld. 1785. den 181 125. 124. Den 10„e Maart A„o 1786. —. Een Engelse missive ontfan„ „gen de Pakhuijsen gebruijkt- Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer! Abraham Josias Sluijsken, Directeur & Hoofd Gebieder de ser Di¬ „rectie Benevens Den Raad, WelEdelen Agtb: Heer: & Heeren! Ter gehoorsaame opvolging dan Uwel Edele Agtb: g'eerde bevel vervat by Extract Resolutie van den 9„e Feb:j Jongst¬ „leeden deese annex, heeft den ondergeteekenden Pakhuijs„ meester laeten aanmaeken twee gelyk soortige Benjaar se Goenij sakken als die geene welke door hem ten dienste der 'S E: komp: Negotie Pakhuijsen alhier in a„o passato zin aangemaakt ten bedraegen van R„o 17¼. ieder en sijn dus deselve ingevolge voorsz: ordre ter versending na Batavia in gereedheijd Waar mede verhoopende aan de hem opgedraege„ ne last te hebben voldaan, heeft hij d' Eer met alle Eer„ bied te zijn, /:onderstond:/ WelEdele Agtbaare Heer & Heeren /:loger:/ UwelEdele Agtbaare onderdaanige & gehoorsaame Dienaar /:was getekend:/ E: N: Wiardi /:in margine: Suratta den 7„e Maart 1786. —. Is goedgevonden de 2. Poenij sakken bij Eerste gele„ gentheijd na de Hoofdplaets te senden met meldi„ „ge van derselver kostende Hier na door den Heer Directeur zinde over„ gelegd eene missive van het Souratse Engelse ministerie van den 7„e deeses in andwoord op Onsen
English
125. The 16th March Anno 1786. Our letter of the 24th February preceding of the following contents, Translation English Missive To Mr. Abraham Josias Sluijsken, Chief for all affairs of the Dutch Nation at Suratta, Together with the Council, We have been honored with Your Honor's missive of the 24th of the last-passed month. The claim which Your Honor now pleases to repeat concerning the heirs of the Banyan merchant Bhaijsa, we can in no way admit. Your Honor must well know that we are not ignorant of the manner of procuring linens for the European market by making large advance disbursements; consequently, the goods still outstanding or undelivered of Your Honor's linens, upon which advances had been made, as well as those which were kept in your warehouses in the city, could not be viewed otherwise than as the true property of Your Honor's Company, and upon the taking of Your Honor's factory became ours, the same as all other Dutch property in the city. Had the assignment or transfer of which Your Honor makes mention taken place, the heirs of Bhaijsa would doubtlessly have had some proof to show that the goods were given as security for the money that their father had lent to the Dutch Company. His bonds were his security, and 126. The 16th March Anno 1786. Whereby they refuse indemnification for the debts of Bhaijsa. there was no endorsement thereon that gave rise to any collateral security. Even if any transfer or assignment were made after the rupture with Holland, the same could not have been admitted, and we must remark that it is in the highest degree improbable that any should have been made beforehand, or an order given for the disposal of goods in Suratta which were evidently intended for exportation. We have the honor to be, Signed below: Gentlemen! Lower: Your Honor's obedient and humble servants. Was signed: Andw. Ramseij, Geo. Green, William Lewis, D. Seton, F. Warden, John Spencer, L. Corkran, P. N. Roberts, I. H. Cherrij, & John Church. In the margin: Suratta the 7th March 1786. And whereas it appears therefrom that the aforesaid ministry's refusal to reimburse and indemnify the Company for the bill of exchange which was granted to the house of Bhaijsa and was deprived of its effect by the English upon the taking of this Directorship, is principally founded upon the pretense or supposition that it would be in the highest degree improbable that this bill of exchange should have been granted before hostilities here between England & Holland had commenced, and that it would thus have been given at a time when we had no further right thereto; yet the contrary of which must appear, as well 127. The 16th March Anno 1786. Thereupon further to insist by the inserted missive. from the bill of exchange itself, and the order upon the linen suppliers for its fulfillment, both dated 9th June 1781, as from the sworn declaration which the Warehouse-keeper Wiardi, as then-secretary of this assembly, has provided, namely that the aforesaid bill of exchange was handed over by him on the morning of the 10th of June to the aforementioned heirs of Bhaijsa and accepted by them; it was thus resolved to send authenticated copies of both to the English ministry, and further to insist upon the reimbursement of the aforesaid bill of exchange with interest by the following missive: To The Right Honorable Worshipful Mr. Andries Ramsaij, Esquire, Chief for all affairs of the British Nation & Governor of the Mogul's Castle & Fleet, Together with the Council At Suratta. Gentlemen! We have had the honor to receive Your Honors' missives of the 23rd February & the 7th instant. It is with particular regret that we have had to learn from the latter that Your Honors please to think fit to refuse us thereby our legitimate claim contained in our letter of the 24th February preceding, for
Dutch transcription
125. Den 16„e Maart A„o 1786. —. Onsen brief van den 24„e Februarij bevorens van de volgende Contunie, Translaat Engelse Missive Aan Den Heer Abraham Josias Sluijsken. cheff voor alle saaken van de Hollandse Natie te Suratta Nevens den Raad, Wij zyn vereerd geweest met Uwel Edele missive van den 24„e der laastleedene maand Den Eisch welke Uwel Edele nu gelieven te herhaelen belangende de Erfgenaamen van den Benjaans koopman Bhaijsa, kunnen wij in geenerlij wijse admitteeren, uwel Edele moeten wel weeten dat wij niet onkundig sijn van de wijse om sig Lijwaeten voor de Europische markt te verschafben door het doen van Groote vooruijt verstrekkingen, bij gevolge, konden de goederen nog uijtstaande of onvoldaan van Uwel Edele. lywaeten, op dewelke voor uijt verstrekkingen gedaan waeren al so wel als deese die bewaerd wierden in Uwe Pakhuijsen in de stad, niet anders worden aangesien als de waere Eijgendommen van UwelEdele Komp: en bij het neemen van Uwel Edele Fectorije de onse re wierden, hetselfde als allen anderen Hollandse ter Eygendom welke ook stad de assignatie of overwijsing waar van Uwel Edele gewagmaaken, plaats ge„ had, de Erfgenaamen van Bhaijsa souden buijten twijffel eenig bewijs gehad hebben, om te toonen dat de goederen gegeeven waeren, als seekerheijd voor het geld dat haar vader aan de Hollandse komp: geleend had. syne obligatien waaren syne seekerheijd, en er 183 2 126. Den 16„' Maart A„o 1786:—. Waar bij zij de de schadeloos stelling van de Schulden van Bhaijsa weijgeren er was geene agter opschrijving /:endosseering:/ daar op die aanleijding gaf tot eenige sydelingse verseekertheijd, zelfs al was er eenige overdragt of overwijsing gemaakt na de ruptuur met Holland, het selve konde niet geadmit„ „teerd zijn geworden, en wij moeten aanmerken dat het in den Hoogsten Graad onwaarschijnelijk is, dat eenige van te vooren souden gemaakt sijn; of een ordre ge„ geven voor de beschikking van goederen in Suratta, welke blijkbaar waeren geschikt ter vervoering: Wij hebben d' Eer te sijn. /:Onderstond:/ Mijne Heeren ! /:lager:/ Uwel Edele Gehoor„ „saame en ootmoedige Dienaaren /:was getekend:/ Andw: Ramseij, Geo: Green, William Lewis, D. Seton, F. Wardin„ John: Spencer, l: Corkran, P: N: Roberts, I: H: cherrij & John Church /:in margine:/ Suratta den 7„e maart 1786. —. Ende vermits uijt deselve geblijkt, dat het voor¬ sijde ministerie haare weijgering om de Compagnie te goed te doen en schadeloos te stellen voor de wis„ „sel die aan het Huijs van Bhaijsa is verleend en door de Engelschen bij het neemen deeser Directe van haar effect beroofd is, voornamentlijk is ge„ grondvest op het voorgeeven of de onderstelling dat het tot den hoogsten Traad onwaarschijnelijk soude sijn dat deese wissel soude sijn verleend bevoo¬ „vens de vijandelijkheeden alhier tusschen Enge„ „land & Holland waeren aangevangen, en dat dus deselve soude syn gegeven op een tijd, dat wij daar toe geen meerder regt hadden, Dan waar van het kontrarie moetende Geblijken, zo wel uijt 127. Den 16„' Maart A„o 1786:— daar op nader bij g'insereerde missive Aantedringen uijt de wissel selve, en de ordre op de Lywaet leve„ ranciers tot dies voldoening, by de gedateerd 9„' Junij 1781. als uijt de Eedelijke verklaaring welke den Pakhuijsmeester Wiardi als toenmaaligen secretaris deeser vergaadering heeft verleend, dat namentlijk de voorsijde Wissel door hem op den 10: Junij des morgens aan meergenoemde Erfge„ naamen van Bhaijsa is ter hand gesteld en door haar aangenoomen. soo wierd verstaan van het een en ander geauthoriseerde kopijen aan het Engelse ministerie toetesenden en nader op de te goeddoening van voorseyde wissel met den Intrest aan te dringen bij de ondervolgende missive Aan Den welEdelen Agtb: Heer! Andries Ramsaij schildknaap Cheff voor alle Saeken van de Britse Natie & Gouverneur van 's Mogols Casteel & vloot. Beneevens Den Raad Te Suratta. Mijne Heeren! Wij hebben d' Eer gehad te ontfangen Uwel Edele en missives van den 23„e feb„y & 7. deeser. Het is met ½ byzonder leedweesen dat wij uijt de laaste hebben moe„ „ten verneemen, dat Uwel Ed=e gelieven Goed te vinden ons daer bij te weijgeren onse regtmatige vordering vervat bij onse brief van den 24„e februarij bevoorens, om rij 183
English
128. The 16th of March Anno 1786. namely, to credit the Honorable Dutch Company with the amount of the bill of exchange granted to the heirs of the Banyan merchant Baijsa, which was deprived of its effect by Your Honor, with interest; and which regret is still considerably increased when we further perceive from Your Honor's aforementioned letter that Your Honor now wishes to base this refusal on the presumption that it would be to the highest degree improbable that this bill of exchange in question should have been drawn before hostilities had commenced here between England and Holland (in that sense alone can the word rupture, of which Your Honor is pleased to make use in your letter, be of application here), because this assertion shows what value Your Honor places on our integrity and a solemnly pledged word, since it is abundantly well known to all members of Your Honor's council of that unfortunate time that even if we had truly held the principles which Your Honor now pleases to attribute to us to cover your unlawful conduct, it would have been impossible for us to write the least piece of paper or to have communication, let alone to draw any bills of exchange, after this Directorship had been taken by the arms of the Honorable English Company. This is such a well-known fact that it requires no proof; nor do we wish, far from raking up past matters, to heal the breach and now that peace has been restored between the two nations, to revive, as much as lies within us, that good correspondence and harmony which previously so happily prevailed; and we shall therefore confine ourselves herein solely to The 16th of March Anno 1786. To demonstrate to Your Honor, your superiors, and the whole impartial world, firstly, that the bill of exchange or assignment in question was granted not after hostilities against the Dutch had begun here, but on the contrary at a time when we had an indisputable right to do so; and secondly, that Your Honor's council of that time paid no regard to the same bill of exchange or assignment, but placed itself by force of arms in possession of those goods which had been pledged in payment of the aforementioned bill of exchange and had immediately become the property of the heirs of Bhaijsa, without paying any heed to all the representations and protests made by the aforementioned heirs, nay, regardless of their steadfast refusal to deliver to Your Honor the keys to the warehouses where these goods were stored. Regarding the first point, it cannot be contradicted by any impartial person, nor even by Your Honor, that we, as ministers of the Honorable Dutch Company at this place, had the right to dispose of and manage the goods, merchandise, and possessions of the same Company, until the moment that our Factory was taken by Your Honor's arms, even to such an extent that we could have destroyed them without being indebted for an accounting or justification on that account to anyone other than our superiors, nay, even without Your Honor being able to blame us on that account; and according to this rule we were then also permitted to resell or otherwise dispose of at pleasure these linens which we had caused to be manufactured for the Company. It is then true, Gentlemen, that we have always been in the firm confidence that in the event of a breach of peace between Great Britain and Holland, the possessions and properties of the Dutch Company at this place were safe and secure, both on the grounds that Suratta until the moment of the last war was always considered a neutral place, but principally because we reside here under and on the confidence of the firmans and privileges of the sovereign, which were given to ensure complete security and protection, and which were very expressly and repeatedly guaranteed in the most solemn manner by Your Honor personally for and on behalf of the Honorable English Company as Governor of the Mogul's Castle; and we could thus by no means expect what happened here; but nonetheless there could arise among us an apprehension that in the event of a breach of peace, of which rumors were then beginning to be whispered in the city, it would be very difficult for us to ship the Company's linens from Suratta, and that it was therefore better to dispose of the same and pay off the borrowed moneys, in order thereby to be freed from the payment of interest; nothing is more natural than this, and nothing less could our superiors expect from ministers who have their interest at heart, however strange and improbable Your Honor pleases to call the same; and to this end we resolved on the 9th of June 1781, five days before the Directorship was taken by Your Honor's troops, to repay to the heirs of Bhaijsa the sum of one hundred thousand rupees, which they had lent to the Company on the 21st of March preceding, and to do so out of those moneys and goods which our linen suppliers owed and had in their possession; we therefore granted on that day to the
Dutch transcription
128. Den 16„' Maart A„o 1786. om namentlijk aan de Edele Nederlandse Compa„ „gnie te goed te doen het bedraagen der aan de Erfge„ „naamen van den Benjaans koopman Baijsa ver„ „leende Wissel die door Uwel Edele van haar effect beroofd geworden is, met de Intrest en welk leedweesen nog merkelijk vermeedert, wanneer wij al verder uijt Uwel Edele voorseijden brief ontwaeren; dat Uwel Ed„e deese weijgering thans willen gronden op de ver„ „onderstelling„ dat het tot den hoogsten graad on„ „waarschijnelyk zoude syn, dat deese wissel in questie „soude syn gemaakt bevoorens de vijandelijkheeden alhier /:in dien sin alleen kan het woord ruptuure waar van Uwel Edele in haare brief gebruijk gelieven te mae„ „ken alhier van Applicatie zijn :/ tusschen Engeland en Holland waeren aangevangen, om dat deese as„ „sertie aantoond welke eene waarde Uwel Edele stellen op onse integriteijt en een plegtig gegeven woord, daar het alle de Leeden van UwelEdele vergaadering van dien ongelukkigen tijd overvloedig genoeg bekend is, dat al hadden wij waarlijk de grond beginselen ge„ had welke UwelEdele ons nu ter dekking van der„ „selver onwettig gedrag gelieven toe te schrijven het ons onmoogelyk soude geweest zyn, om het minste papiertje te schrijven of kummunicatie te hebben, wy geswijgen eenige wissels te maaken, na dat deese Directie door de waapenen van de Edele Engelse Comp: genoomen was Dit is sulk een bekende zaak, dat zij geen bewijs noodig heeft, ook wenschen wij, wel verre van gepasseerde saaken weeder optehaalen, de breuke te heelen en nu de vreede tusschen de twee na¬ „tien hersteld is, weeder te doen herleeven, soo veel in ons is, die goede korrespondentie & Harmons welke bevoorens zo gelukkig heeft stand gegreepen, en wy sullen ons daarom by deesen alleen bepaalen om Den 16„e Maart A„o 1786. — Om UwelEdele derselver superieuren en de geheele on„ partijdige waereld te betoogen, eerstelijk dat de wissel of assignatie in questie verleend is niet nae dat de vij„ „andelijkheeden teegen de Hollanders alhier waeren aan„ „gevangen, maar in teegendeel op een op een tyd dat wij daar toe een onteegenspreekelijk regt hadden, en ten tweeden, dat UwelEdele vergaadering van die tijd op deselve wissel of Assignatie geen reguart heeft geslaagen, maar sig met geweld van waapenen; heeft gesteld in de possessie van die goederen welke in betaeling der voorsz: wissel in pand gegeven & daadelijk den Eijgendom van de Erfgenaamen van Bhaijsa geworden waeren, sonder eenige agt te slaan op alle de voordragten & protestatien door voorseyde Erfgenaamen gedaan, Ja ongereekend derselver stand„ „vastige wijgering om Uwel Edele de sleutels der Pak„ huijsen, alwaer deese goederen geborgen waeren, ter hand te stellen. Omtrend het Eerste Poinct kan het van geen on„ portijdige nog van Uwel Edele selfs worden teegen„ „gesprooken dat wij als ministers van de Edele Hol„ „landse Compagnie ter deeser Plaatse, het regt had„ „den om over de goederen, koopmanschappen, & be„ „zittingen van deselve Comp: te disponeeren en te beschikken, tot op het oogenblik dat onse Factorije door Uwel Edele waapenen genoomen wierd, in soo verre selfs dat wij ze souden hebben konnen vernietigen, sonder desweegens aan iemand als aan onse superieuren reken„ schap of verandwoording verschuldigt te sijn, Ja selfs sonder dat UweeEd„s ons desweegen souden hebben kunnen blameeren & volgens deesen regel mogten wijdan ook deese Lijwaeten welke wij voor de Comp: hadden doen aanmaaken, weeder verkoopen of op een andere wijse ons kwijd maeken na welgevallen; Het is dan waar mijne Heeren, wij zyn altoos geweest in het vaste vertrouwen; dat bij een vreede brauk 187 129. 130. Den 16„e Maart A„o 1786. breuk tusschen Groot Brittanien en Holland, de besittingen & Eijgendommen van de Hollandse Comp: ter deeser plaatse vijlig en verseekerd waeren, soo wel uijt hoofd dat suratta tot het oogenblik van den laasten oorlog altoos is geconsidereert als een neuteraele Plaats, maar voornamentlijk, om dat wij hier geseeten zijn onder en op het vertrouwen der Turmans en voorregten van den souverain die gegeven sijn tot verseeke„ ring van een volkoomen vijligheijd en bescherming en die door Uwel Edelen selven voor en van weegens de Edele Engelse comp: als Gouverneur van 's Mo„ gols Casteel seer expres en op het Plegtigste bij her„ haeling syn geguarandeert, en wij konden dus geen„ sints verwagten het geen hier gebeurd is, dog des niet te min konde er bij ons gekoomen een appre hensie dat het ingeval van een vreede breuk waarvan men toenmaals in de stad begon te mor pelen voor ons seer beswaarlijk soude sijn, 's Comp„s Lijwaeten van Suratta te versenden en dat het dus beeter was om sig van deselve te ontdoen en de genegotieerde gelden weederom afteleggen, ten eijnde daar door van de betaeling van Interest bevrijd te weesen, niets is natuurelijker als dit, en niets minder konde onse superieuren verwagten van Ministers welke haar belang ter harte gaat, hoe wonderlijk en onwaarschijnelijk uwelEd:s het selve gelieven te noemen, en ten deesen eijnde resolveerden wij op den 9„e Junij 1781. , vijff daagen bevoorens de Directie door UwelEd: troupen genoomen wierd, om de Erfgenaamen van Bhaijsa de som van eenmael hondert Duysend ropij „en die ze den 21„' Maart bevoorens aan de Comp: geleend hadden te restitueeren & om sulx te doen uijt die gelden & goederen welke onse Lij¬ waet Leveranciers schuldig waaren en onder sig hadden, Wij verleenden dus ten dien daage aan de
English
The 16th March Anno 1786. — the aforesaid heirs the assignment or bill of exchange on the linen suppliers of the Noble Dutch Company, Beraamtjie Soeraaljie & Hormojie Rettenjie, of which we have the honour to enclose a copy under No. 1. And on the aforesaid 9th June, we ordered the said suppliers to settle this assignment or bill of exchange out of the amount they held belonging to the Noble Dutch Company, according to the order also enclosed here in copy under No. 2, which was immediately delivered into their hands, while the bill of exchange itself was handed over in person the following day, being Sunday the 10th June early in the morning, by the then secretary of our council, Egtbert Nicolaas Wiardi, to the frequently mentioned heirs of Bhaijsa and accepted by them, as appears from his sworn declaration No. 3. Whereupon the frequently mentioned suppliers immediately proceeded to satisfy the aforesaid order by handing over to the heirs of Bhaijsa the keys of a warehouse in which a considerable quantity of goods was stored, and thus to give in pawn or transfer the same goods in reduction of the bill of exchange accepted by them for payment, as it did not suit them to pay in cash so quickly. The first point—namely, that we disposed of the Company's property at a time when we had an indisputable right to do so—having been proven, with regard to the second point we appeal to the personal knowledge and cognizance of the Noble Sir, Your Honour's Chief and Council of that time, holding ourselves assured that their piety and uprightness will not allow them to deny that the heirs of Bhaijsa showed the aforesaid assignment or bill of exchange, which is still in their possession to this day, immediately after the shipyard was taken and while we were still confined in the same, The 16th March Anno 1786. — and insisted that the goods should be left untouched as their property or pledge; and that when the keys of the warehouse were demanded of them by the Chief, etc., they steadfastly refused the same, without Your Honours deigning to pay any regard to this, but instead proceeding to have the doors broken open with force in order to get to the goods. It therefore matters nothing how the contracts for procurement for the European market are made here; it is enough that we have proven that the ownership of the goods passed to the heirs of Bhaijsa in payment of their claim, and that these were not Dutch property at the time the Directorate was taken by British arms. And to Your Honour's allegation that if any assignment had taken place, the heirs of Bhaijsa would have had some proof to show that the goods were given as security for the money they had further lent to the Dutch Company, we may rightly remark that the aforesaid heirs could never produce stronger proof that the goods were given to them in payment or security than the keys themselves, by the delivery of which the goods were entirely placed into their hands. Your Honours must be convinced from all this that their supposition—as if it were in the highest degree improbable that this bill of exchange would have been drawn before hostilities had commenced here against us—was entirely groundless; and we therefore expect that Your Honours will no longer delay to amend their conduct founded thereon, and consequently The 16th March Anno 1786. — A petition from the bookkeeper Gratiaen and one from the junior assistant van Hien with request to be released from the payment, the one for 500 and the other for 330 rupees respectively. make good to the Noble Dutch Company the amount of the frequently mentioned bill of exchange, which by Your Honour's conduct has been deprived of its effect, together with the interest, which, as an indubitable right, we find ourselves compelled repeatedly to reclaim and demand. Wherewith we have the honour to be, below stood: Gentlemen! lower down: Your Honours' very humble and obedient servants, was signed: A: S: Sluijsken, M: Monté, E: N: Wiardi, J: J: van Polaanen de Bevere, E: Meijer, P: Peper, P: C: Roeff, in the margin: Surat the 16th March 1786. — — There being submitted two petitions from the bookkeeper Abraham Leopoldus Gratiaen and the junior assistant Cornelis van Hien, who arrived here from Ceylon, representing that, having departed from Ceylon on the ship Stavenisse for Cochin, and subsequently, for lack of any Company opportunity to travel hither, having been compelled to seek passage on an English private ship via Goa and Bombay, and to pay for freight and maintenance at sea or table money, the first a sum of 500 and the latter 330 rupees, which were advanced to them from the Company's treasury by order of the Noble Sir, Cochin's Governor, with the request that the aforementioned sums may be made good to them respectively, and that they may be exempted from the restitution which was demanded of them by resolution of this Council.
Dutch transcription
Den 16„e Maart A„o 1786. — de voorsz: Erfgenaamen de assignatie of wissel op de Lijwaet Leveranciers van de Edele Nederlandse komp: Beraamtjie Soeraaljie & Hormojie Rettenjie waar van wy d' Eer hebben eene kopij deesen bij te voegen onder„ N:o 1:, En wij gelasten op voorseyde 9„e Junij de gedagte Leveranciers om uyt het bedraegen dat se van de Edele Nederlandse Komp: onder Sig hadden deese Assignatie of wissel te voldoen blijkens de ordre hier meede bijge„ „voegd in Kopij onder N„o 2. , die daadelyk aan haar is ter hand gesteld, terwijl de wissel selve den volgenden dag zijnde sondag den 10„' Junij des s'morgens vroeg door de toenmaeligen secretaris onser vergaadering Egtbert Nicolaas Wiardi Aan meergedagte Erfgenae„ „men van Bhaijsa in Persoon is overhandigt & door dee„ „se aangenoomen blijkens zijn Eedelijke verklaering N: 3. waarna de meergedagte Leveranciers dadelijk zijn overgegaan ter voldoening dan voorsz: ordre door aan de Erfgenaamen van Bhaijsa ter hand te stel„ len de sleutels van een Pakhuijs, waar in een aansie„ nelijk quantiteyd goederen geborgen waeren & dus deselve goederen in pand te geeven of te transportee„ „ren in mindering van de bij haer ter voldoening g'accepteerde wissel, al so het haar niet geleegen kwam so spoedig in kontant te betaelen; Het eerste poinct, dat wij namentlijk beschikt hebben over 's Comp: Eijgendommen op een tijd dat wij daar toe een indisputabel regt hadden beweesen sijnde, soo beroepen wy ons ten opsigte van het tweede poinct op de Eijgene kennisse en meede weeten van den Edelen Heer Uwel Ed„s Chef & Raad van die tijd, ons verseekert houdende dat derselver vroom en opregtheijd, haar niet zal toelaaten om te ontkennen dat de Erfgenaamen van Bhaijsa de voorsz: assignatie of wissel die nog hee„ „den ten daagen in haar besittingen is, dadelyk na dat de werff genoomen & wij nog in deselve geconsineerd waaren 189 131. 132. Den 16„e Maart A„o 1786. —. waaren hebben vertoond, & geinsteerd daar op dat de goe„ „deren als hunnen eigendom of onderpand onaangeroerd gelaeten wierden en dat sy toen haar de sleutels van het Pakhuijs door den Heer Cheff etc=a wierden afge„ Eischt, deselve stand vastelijk hebben geweijgert, sonder dat Uwel Ed=e daar op eenig reguart hebben gelieven te slaaen„ maar daar toe syn overgegaan, om ten einde bij de goe„ deren te koomen de deuren met geweld te doen open breeken; Het doet dus niets ter saek hoedaanig de kontracten van Aanbesteeding voor de Europeese markt alhier wor„ „den gemaakt, genoeg is het dat wij beweesen hebben, dat den eigendom van de goederen is overgegaan tot Erfgenaamen van Bhaijsa, en dat betaeling van de se geen Hollandse Eigendom waeren ten zide de Directie door de Britse Waapenen genoomen wierd, en wij moogen met regt op Uwel Ed„e allegatie dat soo er eenige assignatie plaats gehad hadde, de Erfgenaa„ „men van Bhaijsa daar van eenig bewijs souden „gehad hebben, om te toonen dat de goederen gegeven waeren, als in zekerheijd voor het geld, dat haar ver„ „der aan de Hollandse komp: geleend had aanmerken, dat de voorseijde Erfgenaamen nimmer een sterker bewijs dat de goederen haar waeren gegeven in be„ „taeling of sekerheijd produceeren konden, als de Heu¬ „tels selve, door welkers overgaave, se volkoomen in haare handen waeren gesteld: Uwel Edele mijne Heeren moeten uijt deesen allen overtuijgd zijn, dat derselver onderstelling, als was het in den hoogsten Graad onwaarschijnelijk dat deese wissel soude sijn gemaakt bevoorens de vijan¬ delijkheeden alhier teegen ons waeren aangevangen ten eenemaele sonder grond geweest is, en wij verwag¬ „ten daarom dat UwelEd„s niet langer sullen uijtstellen om derselver daar op gegronde gedrag te beeteren, & in„ „gevolge Den 16„' Maart A„o 1786. — Een request van den boekhouder Gratiaen & een van den J„o as„ „soek om van de betaeling de eene voor 500. en den ander van voor 330. rop„s resp=te gelibereerd te zijn. ingevolge van dien aan de Edele Nederlandse komp: te goed te doen, het bedraagen der meergedagte Wissel die door UwelEdele gedrag van zyn effect beroofd is, met den Intrest, het welke als een ontwijffelbaer regt wy ons genoodzaekt vinden bij herhaeling te reclameeren & te vorderen, Waar meede de Eer hebben te zijn; /:onderstond:/ mijne Heeren! /:lager:/ Uwel Ed„s zeer ootmoedi„ „ge & onderdaanige Dienaaren /:was getekend:/ A: S: sluijsken, M: Monté, E: N: Wiardi, J: J: van Polaa„ „nen de Bevere, E: Meijer, P: Peper v: P: C: Roeff, /: in margine:/ Suratta den 16„' maart 1786. —. — Sijnde overgelegt twee Requesten van de al¬ „sistent van Hien met ver„ hier van Ceijlon aangekoomene Boekhouder Abra„ ham Leopoldus Gratiaen & Jong, assistent Cor„ nelis van Hien voordraagende dat zij van ceij„ „lon zijnde vertrokken met het schip Stavenisse na Cochim, vervolgens bij gebrek van eenige 's Comp„s geleegendheijd na herwaerds, genoodzaekt zyn geweest om met een Engels particulier schip over Poa & Bombaij een Passagie te soeken en daar voor te betaelen voor vragt & onderhout op zee of tafel geld, de eerste eene somma van 500. en de Laaste 330. ropijen welke haar ter or„ „dre van den Edelen Heer Cochims Gouverneur uijt 's Comp: Kassa zijn verstrekt geworden, met versoek dat haar te vooren gemelde sommen respective moogen worden te goed gedaan en zij van de Restitutie welke haar bij Resolutie deeser Vergaadering 3 91 133.
English
134. The 16th of March, Anno 1786. To present the aforementioned Petitions to Their High Nobilities; meanwhile to debit their salary accounts. The Director declares to be unable to negotiate any funds. imposed upon them in the meeting of the 4th of this month, may be relieved and discharged, in consideration of the fact that it is not feasible for them, who must live on their simple salary and board allowance, to return the aforementioned funds, and that they have indeed truly spent the same, and much more, in the service of the Company for their journey hither; Whereupon, deliberation having taken place, it was approved and agreed, in consideration that this meeting finds itself unqualified to dispose of these requests, to present the same most favorably to Their High Nobilities in the first outgoing dispatch, along with the petitions themselves, and meanwhile, until Their High Nobilities' disposition shall have been obtained, to debit the salary accounts of the Petitioners for the sums advanced to them at Cochim, amounting to 500 and 330 ropijen respectively. Finally, notice having been given to the meeting by the Director that, notwithstanding all applied efforts and diligence, His Honour has hitherto been unable to negotiate any funds for the Company on bond, notwithstanding 135. The 16th of March, Anno 1786. Agreed, on the Director's proposal, to investigate whether any funds can be obtained on bills of exchange for the Netherlands. notwithstanding his Honour, in accordance with the resolution of the 4th of this month, had offered to take the batta or agio of the exchange Bazaar for the account of the Company according to the custom prevailing among the natives, and that therefore, willy-nilly, nothing else now remained but to attempt whether any funds might be negotiated from the English at Bombaij on bills of exchange or drafts for the Netherlands, while it is impossible to remain without funds, not to mention that otherwise the collection of the linens must for the greatest part be omitted; Whereupon, deliberation having taken place, it was approved and agreed, in view of this unavoidable necessity, to accept the proposal of the Director, and to that end to attempt whether, and under what conditions, funds on bills of exchange for the Netherlands may be obtained, and provisionally, since there is no likelihood of obtaining it for less, to offer the reimbursement of the ropij at 27 stuijvers Dutch money, payable six weeks after the autumn sale of 1787, and to pay the lenders here three-quarters of a percent interest, calculated from the time that 136. The 16th of March, Anno 1786. The letter has been delivered to the English. The Honourable President of the Court of Justice complains about the insulting conduct of Lieutenant Goverts towards the messenger of the aforesaid Court. their money shall be counted into the treasury until the day the bills of exchange or drafts shall be granted for dispatch. Thus done, resolved, and determined at the Dutch factory Suratta, on the day, month, and year aforesaid. It was signed: A: S: Sluijsken, M:s Monte, E: N: Wiardi, F: I: van Polaanen de Bevere, E: Meijer, P: Piper, and G: C: Roeff. Monday, the 20th of March, Anno 1786, before noon. All Present. The last Resolution of the 16th of this month having been resumed and approved, it was thought fit to record: That the dispatch of the English administration here regarding the affair of Bhaijsa was delivered on the 17th of this month by the commissioned members Wiardi and van Polaanen de Bevere; After which the Director gave notice to the meeting that the Honourable President of the Court of Justice, Monté, has complained to His Honour about the 137. The 20th of March, Anno 1786. Agreed to address the English publicly about this. altogether punishable and insulting conduct of Jacob Goverts, who previously absented himself from the service of the Company and is now in the English military service, in that he saw fit to prevent the Messenger of the Court of Justice, Coenraad Hendrik Rosemeijer, when the same had proceeded with the prior knowledge and authorization of the Honourable President to the residence of the former wife of the Junior Merchant Toulon, currently the concubine of the aforesaid Lieutenant Goverts, with whom the widow Heijndeman resides, in order to serve a summons on the latter by which she was cited before the Court of Justice for next Thursday, via forca and under threats of beating him and kicking him down the stairs, from reaching the said Miss Heijdeman and serving the summons; Whereupon, deliberation having taken place and it being considered that such a violent assault is not only to the utmost degree insulting to the dignity and authority of the Court of Justice
Dutch transcription
134. Den 16„e Maart A„o 1786. —. Voorschreeven Requesten aan Haar Hoog Edelheeden aan te bieden. haare soldij Rekeningen intusschen te belasten, De Direkteur verklaerd onvermoogens te zijn tot „nige Gelden. vergaadering van den 4„' deeser is opgelegd, moogen worden gelibereerd & ontslaagen, uijt aanschouw dat het haar die van haar sempele gage & kostgeld moe ten leeven, niet doenelijk is voorschreeven Gelden te rug te geeven en dat zy deselve ook waarlijk Ja veel meerder in den dienst van de Maatschappije tot haare rijse na herwaerds hebben uijtgegeven, Waar op gedelibereerd zijnde is goedgevonden en verstaan uijt consideratie dat deese vergaade „ving zig ongequalificeerd vind, om op deese instan„ tien te disponeeren, om deselve bij eerste afte„ „gaane schrijven, Haar Hoog Edelheeden ten gunstigsten voor te draagen met aanbiedingen der Requesten selve, en om inmeddels tot Hoogst Derselver dispositie sal syn erlangd, de Zoldij Rekeningen van de Requestranten, voor de aan haar op Cochim verstrekte Sommer tot 500. & 330. ropijen respective te belasten. Eijndelijk door den Heer Direkteur aan de vergaadering synde kennisse gegeven, hoe dat het Negotieren van een zijn Edele, niet tegenstaande alle aangewen„ den moeijte en devoir tot nog toe onvermoo„ „gens geweest is om eenige gelden voor de Maatschappije op obligatie te Negotieren niet teegenstaande 135. Den 10„e Maart A:o 1786. —. en verstaan op des Directeurs voorstel: te ondersoeken ofer eenige gelden op wissels bekoomen sijn, teegenstaande zijn Agtbaare volgens het geresol„ „veerde op den 4„' deeser had aangebooden, om de bat„ ta of agio van de wissel Basaar na de ge„ woonte onder de Inlanders gebruijkelijk voor Re„ „kening van de komp: te zullen neemen, en dat er dus willens of onwillens nu niets anders overschoot, als om te beproeven of er eenige gel„ den bi de Engelsen op Bombaij zullen te Nego„ „tieren zijn op wissels of assignatien voor Ne„ „derland, terwijl er geen moogelijkheyd is om buij¬ „ter gelden te blyven, ongereekent dan nog dat den Insaam der Lijwaeten buijten des voor het grooste gedeelte zal moeten agterblyven, Waar op gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en verstaan, om aangesien dies onvermijdelijke na Nederland soude te noodzakelykheijd het voorstel van den Heere Di„ „recteur te amplecteeren, en ten dien eijnde te beprouven, of en op welke conditien er gelden op wissels voor Nederland zullen te bekoomen zijn en om bij Provisie, en vermits er geene apparentie is om het minder te krijgen, aan te bieden, de restitutie van de ropij met 27„' stuijvers Nederlands geld te betaelen ses wee¬ „ken na de na-Jaars verkooping van 1787. en om aan de schieters hier te betaelen drie quart Procents Jnterest gereekent van den tijd dat 193 136. Den 16„' Maart A„o 1786. —. de brief is aan de Engelse besteld. den E: President van den Raed van Justitie klaagd over het beleedigend gedrag van den„ Boode van voorm: Raad, dat haare gelden in kassa sullen tellen tot de dag dat de wissels of assignatien sullen wor„ den verleend tot versending, Aldus gedaan geresolveert & gearresteerd In het Nederlands komptoir Suratta ten daege maand & Jaare voormeldt. /:was getekend:/ A: S: Sluijsken, M„s Monte, E: N: wiardi, F: I: van Polaanen de Bevere E: Meijer, P: Piper, & G: C: Roeff. — Maandag Den 20„e Maart A„o 1786. —. voor de middag Alle Present De laaste Resolutie van den 16: deeses ge„ resumeerd & geapprobeerd sijnde. wierd goedgevonden aante teekenen: Dat de missive van het Engels ministerie alhier om„ „trend de affaire van Bhaijsa op den 17„' deeses door gecommitteerde leeden Wardi & van Polaa„ „nen de bevere is besteld geworden; Waar na den Heer Directeur aan de ver„ verst Luits Goverts omtrend de gaadering kennisse gaf, hoe dat den E: Presi„bij dent van den Raad van Iustitie Monté zig aan zijn Edele heeft beklaagd over het 137. Den 20„' Maart A:o 1786. —. verstaan sig daar over puplicq bij de Engelsen te addressee„ „ren het allesints strafwaardige & beleedigende gedrag van den sig bevoorens uijt den dienst der Kompagnie geabsenteerden en thans in den Engelsen militairen dienst bevindende Jacob Goverts, also die had kunnen goedvinde¬ om den Boode van den Raad van Justitie Coenraad Hendrik Rosemeijer, wanneer deselve zig met voorkennisse & authorisatie van den E: President, begeeven had na de wooning van de geweesene vrouw van den onderkoop„ „man Toulon, tans de bijsit van voornoemde Luijtenant Goverts, bij dewelke de weduwe Heijn deman in woond ten eijnde aan de laaste te exploixteeren eene citatie, bij dewelke teegens aanstaande Donderdag voor den Raad van Jus„ „titie wierd gedagvaerd via forca & onder be„ drijging van hem te sullen slaan en van de trappen te schoppen verhindert heeft bij gedagte Juffrouw Heijdeman te koomen & de dagvaar¬ „diging te doen; Waar op gedelibereerd en in aanschouw ge„ noomen sijnde, dat een diergelijke geweldig atten„ „taat niet alleen ten uijterste honende is aan de Agtbaarheijd en het gesag van den Raad van Justitie 33
English
138. The 20th March Anno 1786. but that the same also completely obstructs and stops the course of Justice itself, regardless of whether said Goverts has done this to withhold knowledge of this citation from the widow Heijdeman, or rather to hide her from the law and protect her against it; while the said widow, who according to her statement has gone to live with her said daughter solely on account of her ill health, has until now not alienated herself from her lawful sovereign nor placed herself under the protection of another power; it was approved and agreed to complain publicly to the English Government here about the aforementioned impermissible conduct of the aforementioned Lieutenant Goverts, and to request of the same that the aforementioned Goverts may be ordered, firstly, to no longer prevent the said Messenger from going to Mrs. Heijdeman in order to execute his commission, or to ensure that the aforementioned widow Heijdeman leaves his house without hiding her or giving her protection, and secondly, to give such satisfaction to the Council of Justice 139. The 20th March Anno 1786. as shall be appropriate according to the nature of the matter, it being further agreed to dispatch the following letter for that purpose. To the Honorable Sir! Andries Ramsaij Esquire. Chief for all Affairs of the British Nation as well as Governor of His Mogol's Castle and Fleet Together with The Council Suratta. The widow of the deceased junior merchant in the service of the Honorable Netherlands Company Heijdeman went, about three months ago, for her health to live with her daughter, the wife of one Toulon, who for some years has been cohabiting with Mr Goverts, formerly in the Dutch service but now an officer in the service of the Honorable English Company, taking with her the entire inheritance of her aforementioned deceased husband, under pretext of a last will that was allegedly made by the latter, And whereas the Children and natural Heirs of the same Heijdeman now claim the aforementioned inheritance before our Honorable Council of Justice on the grounds of the nullity, invalidity and falsity of the said will, the aforementioned Council yesterday sent its Sworn Messenger 140. The 20th March Anno 1786. to the aforementioned widow Heijdeman with a summons to appear before it on next Thursday, in order to answer to the aforementioned Claim. But when this messenger arrived at the house, and requested to see and speak with Mrs. Heijdeman in order to execute his commission, he encountered the aforementioned Mr Goverts, who, after being informed of the reason for his coming there, not only prevented him from going to the aforementioned Mrs. Heijdeman or seeing Her, but even went so far as to threaten him, with the addition of many insults, that he would kick him down the stairs with blows, in such a manner that the aforementioned messenger was forced to secure his own safety by flight without having been able to execute the summons upon the aforementioned Mrs. Heydeman, as your Honors will be pleased to see from his report annexed hereto in Copy. We do not wish for the present to investigate what motivates Mr Goverts to such conduct, but it is clear that he has inflicted a sensible insult upon our council by treating its sworn messenger in such a manner, and that he has stopped the course of justice by preventing him from coming to Mrs. Heijdeman, who until this moment is a subject of the Republic. Therefore, we take the liberty to request Your Honors that it may please Your Honors to order the aforementioned Mr Goverts, firstly, to permit the aforementioned Messenger to go to Mrs. Heydeman in order to execute his given commission, or to ensure that the aforementioned Mrs. Heijdeman leaves his house and 144. The 20th March Anno 1786. and does not hide her nor give her any further protection, and secondly, to give such satisfaction to our Council of Justice as Your Honors shall judge fair for the insult done to it. We have the Honor to be, /:was written below:/ Gentlemen, /:lower:/ Your Honors' very obedient and Humble Servants /:was signed:/ A: I: Sluysken, M. Monté, E: N: Wiardi, J: S: van Polanen de Bevere, E: Meijer, G: Piper & P: C: Roeff. /:in the margin:/ Suratta the 19th March 1786. On this occasion, taking into consideration how the aforementioned Lieutenant Goverts, after his departure from the Dutch service, has made it his particular business to harass and insult the servants of the Company, as the various entries in the Resolutions of the Years 1780 and 1781 prove. That the said Lieutenant Goverts even saw fit, on the 16th January of this Year, to violently attack the fellow member of this assembly Roeff in the garden of the Chief Administrator and to threaten to beat him with a cane, with the addition of all kinds of insults, This assembly, by resolution of the 30th of the said month of January, wherein this incident is described in detail, indeed resolved, in order to prevent difficulties with the
Dutch transcription
138. Den 20„' Maart A„o 1786. —. maar dat deselve ook ten eenemaale den Justitie, loop der Justitie selfs stremt en stuijt, even veel of geseijde Goverts dit heeft gedaan om de we„ duwe Heijdeman de kennisse van deese citatie te onthouden, dan wel om haar voor het regt te verschuijlen en daar teegen te beschermen; terwijl gedagte weduwe die alleen volgens haar voorgeeven uijt hoofde van haare ongesondheijd bij geseijde haar Dogter is gaan in woonen zig tot nog toe van haaren wettigen souverain niet vervreemd en zig onder de bescherming van een andere magt begeeven heeft; wierd goedge„ „vonden en verstaan om bij de Engelse Regeering alhier over het voorschreevene ongepermitteerde gedrag van den voorsz: Luijtenant Goverts publicq te klaegen & van deselve te versoeken, dat voorseijde Goverts mooge worden Gelast Eerstelijk om de Geseijde Boode niet meer te verhinderen om bij Juffrouw Hteijdeman te gaan, ten eijnde zijn last te volbrengen. ofte sorgen dat voorsz: weduwe Heijdeman zyn huijs verlaat sonder haar te verbergen of bescherming te geeven, en ten tweeden om aan den Raad van Justitie soodaanige — Patisfactie 139. Den 20„e Maart A„o 1786. satisfactie te geeven als na den aard der Zaad„ „ke zal behooren, wordende wijders verstaan om daar toe de ondervolgende missive te Laa„ „ten afgaan. Aan den WelEdelen Heer! Andries Ramsaij Schildknaap. cheff voor alle Saaken van de Britse Natie mitsgad„s Gouverneur van S. Mogols Casteel & vloot Benevens Den Raad Suratta. —. De weduwe van den overleeden onderkoopman in dienst der Edele Nederlandse Compagnie Heijde„ „man is voor omtrend drie maanden geleeden voor haare gesondheijd gaan woonen bij haar Dogter de vrouw van eenen Toulon, welke sedert eenige Jaa„ „ven habiteerd met m„r Goverts bevoorens in den Hollandsen dienst maar nu een officier in dienst der Edele Engelse komp: meede neemende de ge„ heele Erffenisse van haar voornoemd overleedene dlen man, onder voorwendsel van een uijterste wille welke bij de laaste soude gemaakt sijn, En alsoo de Kinderen & natuurlijke Erfgenae¬ men van den selfden Heijdeman nu voor onsen Agtbaaren Raad van Justitie de voorsegde Erf„ „fenisse Eysschen onder voorgeeven der nietigheijd, kragteloosheijd & valsheijd van de gesegde wille heeft voorsz: Raad gisteren haaren Geswooren— boode E 140. Den 20„e Maart A„o 1786. —. boode aan de voorn: weduwe Heijdeman gesonden met een dagvaarding om op aanstaande Donderdag voor haar te verschijnen, ten eijnde op voorsz: Eisch te antwoorden, Dog wanneer deese boode aan het huijs quam, en versogt om Juffrouw Heijdeman te zien en te spreeken, ten eijnde zijne last te volbrengen. heeft hij de voorm: m:r Goverts aangetrofffen, die, na van de reeden syner komst aldaar onderrigt was, hem niet alleen belet heeft om bij voorn: Juff„w Heij¬ „deman te gaan of Haar te zien, maar zelfs zo verre gegaan is om hem onder toevoeging van vee„ le scheldwoorden met slaagen van de trappen te zullen schoppen, te drijgen op zo een wijze dat de voorn: bode verpligt is geweest sig selve met de vlugt in veij„ ligheyd te stellen sonder in staat te sijn geweest de dagvaarding aan voorm: Juffrouw Heydeman ter uijtvoer te brengen so als uwel Edele sullen gelieven te zien, uijt zijn relaas hier bij in Copia annex, Wij willen voor het tegenswoordige niet ondersoe„ „ken wat M„r Goverts tot sulk een gedrag beweegt, maar het is duijdelijk maar het is duijdelijk dat hij aan onsen raad eene gevoelige hoon heeft aan„ „gedaan met haaren geswooren boode dusdaanig te behandelen, & dat hij heeft gestuijt de loop van het geregt door hem te beletten van bij Júffroúw Heijdeman welke tot dit oogenblik een onderdaan van de Republicq is, te koomen. Daarom gebruijke, wij de vrijheijd Uwel Ed„e te versoeken, dat het Uwel Ed„s behaagen voorsegde m„rn Goverts te gelasten, Eerstelijk van voorm: Boode te permitteeren bij Juffrouw Heydeman te gaan, ten eijnde zijn gegeven last te volbrengen of te maeken dat voorm: Juffrouw Heijdeman syn huijs verloet & haar 144. Den 20„' Maart A„o 1786. —. Hr. Roeff voorgevallen & haar niet verbergt nog haar eenige bescherming meer geeft, en ten tweeden, om zulk een satisfactie te geeven aan onse Raad van Iustitie als Uwel Ed. Zult oordee¬ „len billik voor de haar gedaane hoon, Wy hebben de Eer te zijn /:onderstond:/ Mijne Heeren /:lager:/ UwelEd: zeer gehoorsaame & Ootmoedige Dienae„en „ven /: was getekend:/ A: I: Sluysken, M. Monté, E: N: Wiardi, J: S: van Polanen de Bevere, E: Meijer, G: Piper & P: C: Roeff. /:in margine:/ Suratta den 19:' maart 1786. — Bij deese geleegendheijd in overweeging genoo„ En over het met hem & de men zijnde hoedaanig den voorsz: Luijtenant Goverts na Zijne verlaating van den Holland„ „sen dienst, zijn bysonder werk heeft gemaakt, om de dienaeren van de Maatschappije te chagrinee„ ren en te beleedigen, zo als de diverse aantee„ keningen bij de Resolutien van de Iaaren 1780. en 1781: bewijsen. Dat de geseijde Luijtenant Po„ verts zelfs hebbende kunnen goedvinden om op den 16„e Ianuarij deeses Iaars, het meede lid deeser vergaadering Roeff in de tuijn van den Hoofd: administrateur geweldig aante vallen en te drijgen om hem met een rotting te slaan, onder toevoeging van allerleij scheldwoorden, Deese vergaadering bij besluijt van den 30„e van geseijde maand Januarij, alwaar dit geval omstandig beschreeven is, wel heeft beslooten om tot voorkoomingen van moeielikheeden met de veij¬ 199
English
142 The 20th March Anno 1786. To have the Fiscal hold a judicial inquest to make no complaints to the English Government for that time, but only to order the Servants not to interfere in any matters to which said Lieutenant Goverts has any relation. Yet that the repeated insult of the aforementioned Goverts now appears to make it necessary that the English Government receives knowledge thereof, in order thereby to protect and preserve each of the Servants from such encounters and uncivil treatment; thus it was approved and agreed to order the Fiscal Meijer by extract hereof to make proper inquiry and inquest into what occurred in the garden of the Honorable Head Administrator Monte between Lieutenant Goverts and the Trade Transferrer Roeff, and to report thereon to this assembly. Thus Done, Resolved and Arrested In the Dutch factory at Suratta on the day, month and Year aforesaid. /:was signed:/ A: I: Sluijsken, M. Monte, E: N: Wiardi, I: F: van Polaanen de Bevere, E: Meijer, P. Piper, & P: C: Roeff: Friday 143. 201 The 24th March Anno 1786. A letter received from the English concerning complaints made by Lieutenant Goverts. forenoon All present. Initially the last resolution of the 20th instant was resumed and approved. And thereafter recorded: That the Honorable Director on the 21st instant received a letter from the English Chief Mr. Ramsay of the 19th preceding, containing a complaint made to him by Lieutenant Goverts that he had been attacked in his house by the Court Messenger Rosemeijer with a known intention to lay hands on the widow Heijdeman and bring her before justice, appearing by that letter itself To the Right Honorable Sir! Abraham Josias Sluijsken Esquire Chief for all affairs of the Honorable Dutch Company at Suratta Sir! Mr. Goverts, an officer in the service of the English Company, has complained to me that Friday. 144. The 24th March Anno 1786. answer thereto. his House yesterday was attacked by a person named Rosmeijer, belonging to Your Honor's Factory, with a known aim to lay hands on a Miss Heijdeman, who was then inside his house, and to bring her before justice, confirmed, as he, the aforesaid Rosemeijer, alleged, by Your Honor's authority. Whatever Your Honor's motives may be, Your Honor must well be advised that Your Honor has no power to do the like, and to enter the house of an officer in the service of the English East India Company, or to order anyone to go inside there with force of arms. I must therefore conclude that the complained-of violent attack was caused by the ignorance or mistake of the Person employed to carry out Your Honor's orders: and in that case that sufficient compensation shall be made to the assaulted officer, and proper precautions taken to prevent the like in the future, so that the presently happily existing harmony between our two Factories may be preserved. I have the Honor to be, /:was below:/ Your Honor's very humble & Obedient Servant /:was signed:/ Andw: Ramsay. /:in the margin:/ Suratta the 19th March 1786. And that thereupon by his Honor the following was immediately answered, From 145. The 24th March Anno 1786. To the Right Honorable Sir Andries Ramsay Esquire Chief for all affairs of the British nation & Governor of the Mogul's Castle & fleet &c. at Suratta. Sir. I have had the Honor to receive this moment Your Honor's letter of the day before yesterday. With regard to the pretended complaints made by Lieutenant Goverts to Your Honor concerning Mr. Roosemeijer mentioned in Your Honor's aforesaid letter, I request to be allowed to refer to the letter from our assembly which was handed over to Your Honor this morning by a deputation; only I request permission to add thereto that Lieutenant Goverts, who previously was in the service of the Dutch Company and left the same, is all too well acquainted with the Dutch laws not to know that it is contrary to them to arrest anyone over Claims in cases of meum et tuum, and that the aforesaid Roosemeijer could not have come for that purpose; also, the house where he came seems not to belong to Mr. Goverts, but to the former wife of Toulon, with whom his Honor resides; at least it is certain that his Honor, after his arrival from Bombay, took up his residence there with her. I have the Honor to be /:was below:/ Sir, Your Honor's very obedient & humble Servant /:was signed:/ A: I: Sluijsken /:margin:/ Suratta the 21st March 1786. Where 203.
Dutch transcription
142 Den 20„' Maart A„o 1786. —. den Fiscael geregtelijke inquestie te laaten doen de Engelse Regeering voor datmaal geen klag„ ten te doen, maar eeniglijk de Dienaaren te gelasten, om sig niet te melleeren in eenige saaken waartoe geseijde Luijtenant Goverits eenig betrekking heeft. Dog dat de herhaelde beleediging van voorseij„ de Goverts het nu noodsakelik scheijnen te moe„ ken, Dat de Engels Regeeringe daar van kennisse krijgt, ten eijnde ider der Dienaaren daar door voor diergelijke ontmoetingen en onheuse behan„ delingen te beveijligen en te bewaaren; soo wierd goedgevonden & verstaan den Fiscaal Meijer bij Extract deses te gelasten, om na het voorgeval„ lene in de tuin van den E: Hoofd-adminis„ „trateur Monte tusschen den luijtenant Goverts en den Negotie overdraager Roeff behoorlijk order„ „soek & enquesten te doen, en daar van te dienen van berigt aan deese vergaadering. Aldus Gedaan Geresolveert & Gearresteerd In 't Nederlands komptoir suratta ten daage maand d Iaare voormeldt. —. /:was getekend:/ A: I: Sluijsken, M. Monte, E: N: Wiardi, I: F: van Polaanen de Bevere, E: Meijer, P. Piper, & P: C: Roeff: Vrijdag 143. 201 Den 24„' Maart A„o 1786. Een missive van de Engelse door den Luijtenant Goverts gedaan. voor de middag Aanvankelik wierd de laaste resolutie van den 20„e deeses geresumeert & G'approbeerd En daar nae aangeteekend: Dat den Heer ontfangen nopens klagte Directeur op den 21„' deeses ontfangen heeft eene missive van den Engelsen Cheff m„r Ram„ Paij van den 19„' bevoorens, houdende eene aan denselven door den Luijtenant Goverts gedaane klagte dat door den Boode van Justitie Rosemeijer in zyn huijs was aangevallen met een bekent voorneemen om de weduwe Heijdeman de handen op te leggen & voor het regt te brengen, blijkende bij die missive selven Aan den WelEdelen Heer! Abraham Josias Sluijsken Schildkraeg cheff voor alle saaken van de Edele Hollandse Comp: te Suratta Mijn Heer! Mijn Heer Goverts, officier in den dienst van de Engelse compenie, aan mijn heeft geklaagd, dat Alle present. zijn Vrijdag. 144. Den 24„' Maart A„o 1786. — andwoord daar op. Zijn Huijs gisteren door een persoon gent: Rosmeijer, hooren¬ „de aan Uwel Edele Factorije, is aangetast geweest met een bekent oogmerk om een juffrouw Heijdeman die toe binnen zijn huijs was, de handen op te leggen, en voor het regt te brengen, bevestigd als hij de voorm: Rosemeijer bij bragte van Uwel Edele gesag, Hoe„ „daanig dat UwelEdele beweegreeden kan weesen, uwel Edele moet wel van berigt sijn dat uwelEd=e geen vermoogen hebben om van gelijke te doen, en 't huijs van een officier in dienst van de Engelse oost Indische Compagnie of iemand te beveelen daar binnen te gaan met geweld van waapenen, Ik moet daarom besluijten dat de beklaagde ge„ „weldig aanval veroorsaakt is geweest door de onweetenheijd of misvergrijping van de Persoon besteed uwel Edele ordres uijt te voeren: en in dat geval dat genoegsaam vergoeding zal gedaan zijn aan den aangeranden officier en behoorlyk voorbehoedselen genoomen worden om de weergaa in 't toekoomende voor te koomen op dat de teegenwoordige gelukkig bestaande harmonije tusschen onze twee Factorijen be„ „waard mag zijn, Ik heb d' Eer te zijn, /:onderstond:/ Uwel Edele zeer ootmoedige & Gehoorsaame Dienaar /:was getekend:/ Andw: Ramsaij. /: in mar„ „gine:/ Suratta den 19:' maart 1786. — En dat daar op door sijn Agtbaare datelik het volgende is g'andwoord, Van 145. Den 24„e Maart A„o 1786. —. Aan den welEdelen Heer Andries Ramsaij Schildknaap cheff voor alle saaken van de Britse natie & Gouverneur van 's Mogols Casteel & vloot &a te Suratta. Myn Heer. Ik heb d' Eer gehad dit ogenblik te ontfangen Uwel Edele missive van voorgisteren, ten aansien van de voorgewende klagten door den Luijtenant Goverts aan Uwel Edele gedaan over M„r Roosemeijer bij de voorsz: Uwel Ed„le brieff vermeld, versoek ik mij te moogen gedraagen aan de missive van onse vergaadering welke UwelEdele deesen morgen door eene commissie is overgegeven, ee„ „niglik versoek ik verlof om daar bij te voegen dat de Luijtenant Goverts die bevoorens in den dienst van de Hollandse Compagnie geweest is en deselve verlaaten heeft, al te zeer bekend is met de Holland, te wetten om niet te weeten dat het met deselve strijdig is om iemand over Pretentien in cas van meum et tuum te arresteeren en dat de voorsz: Roosemeijer ten dien eijnde niet koomen konde, ook schijnd het huijs alwaar hij gekoomen is niet van M„r Goverts te zijn, maar van de voormalige vrouw van Toulon waarmeede zijn E. habiteerd, ten minsten het is zeeker dat zijn E: na zijn komst van Bombaij syjn intrek aldaar bij haar ge¬ „noomen heeft. —. Jk heb d' Eer te zijn /:onderstond:/ mijn Heer UwelEd„e zeer gehoorsaame '& ootmoedige Dienaar /: was getek:/ A: I: Sluijsken /: margine:/ Suratta den 21„' maart 1786. - Waar 203.
English
The 24th of March, Anno 1786. The Director declares that he took all pains to negotiate money, but all in vain. Whereupon the Director further caused to be recorded that his Honour, in compliance with the resolution of this assembly of the 16th of this month, had indeed taken all possible pains, both at Bombay and at this place, to negotiate one hundred and fifty thousand Rupees on bills of exchange for the Netherlands, even under condition to repay the Rupee there in December 1787 at 27 Dutch stuivers, and payment of half a percent interest from the day that the money would be paid into the treasury here until the day that the bills could be dispatched, but that all had been in vain and no one had come forward who showed any inclination toward this negotiation, as the English can remit their money via China, both by bills of exchange on their own Company and to private individuals, calculating the Rupee at two shillings and sixpence English money, which amounts to fully 28 7/8 Dutch stuivers; so that his Honour found himself compelled to declare that there was absolutely no opportunity to obtain any funds by that method. The 24th of March, Anno 1786. Captain-at-Sea Bosman arrived with the ship the Diamant. Letter brought by it read and the orders to be observed. It will be dispatched with the return cargo as soon as possible. The ship the Diamant, commanded by Captain-at-Sea Mattijs Bosman, having appeared yesterday morning in the roadstead of Surat without having had any remarkable encounters, having had 12 dead during its voyage and having brought 10 sick persons here, the Director produced in the assembly the packet of papers from Their High Nobilities received yesterday evening upon the arrival of the aforementioned captain on shore. Which having been opened, was found to contain a letter from the High aforementioned rulers dated Batavia in the Castle, the 15th of November 1785, with its appendices which agree with the register; which letter subsequently having been read, it was approved and understood to let that which is ordered therein serve as a guideline, and to make all haste that is only possible with the discharging and reloading of the ship immediately, since the bad monsoon is so close at hand, in order to be able to dispatch the same again as soon as possible, laden with the linens, etc., which have been prepared The 24th of March, Anno 1786. With the assurance of two requisitioned horses, the Director has taken charge. A letter from the Cochin ministry notifying of the alongside-mentioned goods offloaded from the aforementioned ship, and of the alongside-mentioned offloading and replacing of some crew members. and can further be completed in fulfillment of the entire Indian Requisition; while it was understood to exert all possible diligence in the forwarding of the requested two horses for the Emperor and Sultan of Java, with the procurement of which the Director has charged himself. Subsequently having been read a letter from the gentlemen ministers of Cochin of the 11th of February last, also brought here with the Diamant, serving to give notice that Their Honours, for the service of the Government there, have offloaded from the cargo of the aforementioned vessel: 451,323 lb powder sugar in 1,000 canassers, 20,020 lb cloves in 308 bags, 39,665 lb tin in 600 ingots. That from the same ship there have remained behind in the hospital there: 1 sergeant, 1 third surgeon, 1 corporal, 7 European sailors, 2 parangs, and 4 Moorish sailors, in whose place have been appointed again: 1 sergeant, 8 European sailors, besides 25 Orientals, consisting of 1 sergeant, 1 corporal, and 23 privates The 24th of March, Anno 1786. as well as of some goods received from Ceylon and loaded into the same. To let the crew remain. privates with full arms, as also 1 drummer and 1 fifer, to cross over with the ship to Batavia according to the list of names sent therewith. That instead of the ordinary Lieutenant-at-Sea Iohan Christiaen Teger, who also remained there, there has been placed on the aforementioned vessel the steward's mate Iohannes Rustige of Amsterdam, to serve on it as provisional second lieutenant after he was found capable thereof following prior examination by Captains De Klerk, Bosman, and Van Blankenberg. That the junior merchant Van Eijk, owing to indisposition, has remained behind at Cochin. And finally, that there have also been offloaded into this vessel: one small box marked No. 235, sealed; four boxes marked Nos. 5, 6, 7, and 8; one barrel of bullets with 2,900 lb musket and pistol bullets; and 9 powder barrels with 450 lb gunpowder, which were received there from Colombo by the ship Middelwijk and were brought to the last-mentioned Government by the ship Het Slot ter Hooge. Whereupon having deliberated, it was approved and
Dutch transcription
146. Den 24„' Maart A„o 1786. — Den Directeur verklaerd alle moeijte tot gelden te negotieeren te hebben geefs, Waar nae den Heer Directeur verder deed aan tekenen, dat sijn Edele ter voldoeninge aan aangewend, dog alles ver het besluijt deeser vergaadering van den 16„e deeses wel alle moogelijke moeyte hadde aan„ gewend soo wel op Bombaij als ter deeser Plaatse tot het Negotieren van Eenmael hondert en vijf¬ tig duijzend Ropijen op wissels voor Neederland selvs onder konditie om de Ropij aldaar in Decemb„r 1787. te sullen restitueeren met 27„ stuijvers hollands, en betaeling van een halff pro cento Jnterest van den dag dat de Gelden alhier in kassa souden worden be„ „taald tot de dag dat de wissels kunnen worden versonden, dog dat alles te vergeefs was geweest & er sig niemand hadde opgedaan welke tot deese negotiatie genegentheijd betoonde, als kunnende de Engelsen haare gelden so wel op wissels op haare eigene kompanie als aan Particulieren over China overmaeken de ropij gerekend tegen twee Schellingen & een Sippens Engels geld maakende wel 28 7. stuijv„s hollands sulx syn Edele sig genoodzaakt vond om te verklaaren dat er absolut geene geleegent„ „heijd was om langs dien weg eenige gelden te bemagtigen. Het 147. Den 24„' Maart A„o 1786. —. Kapitain ter Zee Bosman mant g'arriveert, Aangebragte missive van daar meede geleesen en de ordres te ob„ serveeren het selve sal so spoedig mo„ „gelik met de retouren gedepecheerd worden. Het schip de Diamant gekommandeert met het schip de Dia, door den Captain ter Zee Mattijs Bosman op Giste„ „ren morgen ter souratse rheede verscheenen sijnde, sonder dat eenige merkwaardige ontmoetingen ge„ had heeft, hebbende geduurende sijne reise 12. dooden gehad en alhier 10. sieken aangebragt, soo produ„ seerde den Directeur in de vergaadering het Haar Hoog Edelheeden daar meede op gisteren avond bij het arrivement van den voornoemden capitain aan de wal, ontfangen Pacquet papieren van Haar Hoog Edel„ „heeden, het welk geopend. synde wierd bevonden te bevatten Eene missive van Hoog gemelde gebiederen gedateerd Batavia in het Casteel den 15„' Novemb„r 1785. met syne Bijlaagen die met het Register accordeeren, welke missive vervolgens geleesen zijnde, wierd goedgevonden en verstaan, om sig het bij deselve g'ordonneer„ de ten rigtsnoer te laaten strekken, & om dadelijk daar de kwaade mousson so digt op handen is, alle spoed te maeken welke maer moogelik is tot ontlossing & weder belaading van het Schip, ten eijnde het selve weder ten eersten te kunnen versenden, belaeden met de Lijwaeten etc„a welke in gereedheijd gebragt sijn 205 148. Den 24„e Maart A„o 1786. —. met de betuijging van twee geeischte Paarden heeft sig de Directeur gechargeert. Eene missive van 't Cochimse ministerie ter kennis geeving van 't nevenstaande geligte uijt voorm: schip. 20020:-:„ En van nevens gem: ligting & weder op Plaatsing van eenige manschappen sijn, en verder in voldoening van den geheelen Jndiaschen Eisch vervaardigt sullen kunnen worden, terwijl verstaan wierd om alle mogelij¬ „ke vlijt aan te wenden ter meede oversending van de gevraagde twee paarden voor den keij„ „ser & sulthan van Iava met welkers be„ sorging den Heere Directeur sig gechargeert heeft. —. vervolgens geleesen sijnde Eene missive van de Heeren Cochimse ministers van den 11„e fe„ bruarij laastleeden meede met de Diamant alhier aangebragt, dienende ter kennis gee„ „ving dat haar Ed:s ten dienste van het Gouver„ „nement aldaar uijt de Laading van den voorschreeven kiel hebben geligt. 451323:—. lb poeder suijker in 1000 kannassers Nagulen in 308: Sakken 39665:—:„ Thin aan 600: Schuijten, Dat van het selve schip aldaar in het Hos„ pitael verbleeven sijn 1. sergeant, 1. derde Chi„ „rurgijn, 1. korporaal, 7. Europeese mattroosen, 2. Parangs & 4. moorse mattroosen, in welkers steede weederom sijn geplaast 1. Serjant, 8. Eu„ „ropeese mattroosen benevens 25. Oosterlingen, bestaande uijt 1. sergeant, 1. Korporael & 23. gemeene 149. Den 24„' Maart A„o 1786. — so mede van eenige van ceilon ontfangene goederen & in het selve gelaeden de manschappen te laeten blijven. Gemeene met volle waapens gelijk ook 1. Tamboer & 1. Fluijter, om met het schip nae Batavia over te gaan, volgens de naamlijst daar bij gesonden Dat insteede van den aldaar meede verbleevene ordinair Luitenant ter Zee Iohan Christiaen Teger, op voormelde kiel geplaast is den botteliers maath Iohannes Rustige van Amsterdam, om daar op na dat na voorgaande examinatie van de kapitains De klerk, Bosman & van Blankenberg daar toe in staet bevonden is, als p„l sous Luijtenant dienst te doen, Dat den onderkoopman van Eijk mits indispositie op Cochim verbleeven is, En eindelik dat nog in desen Bodem sijn afgelaaden Een kasjen gemerkt N„o 235. verse„ „guld vier kassen gemerkt N:o 5, 6, 7. en 8. Een kogel vat met 2900: lb snaphaan & Pistool kogels en 9. kruijdvaten met 450. lb Buskruijt soo aldaar van kolombo ontfangen zijn per het schip Middelwijk & met het schip het slot ter hooge in het laastgemelde Gouvernement aange„ bragt sijn; Waar op gedelibereerd zijnde, Is goedgevonden en 207
English
150. The 24th of March Anno 1786. and to notify the ministers at the first opportunity of the receipt. The trade bookkeeper instructed to divide the adjacent f30. and it was resolved to let the men placed on this ship at Cochin as aforementioned, both European sailors, soldiers, and Orientals, remain thereon, and to send the received muster roll, along with the report of the examination of the aforementioned provisional sub-lieutenant and the Cochin expense account of the Diamond, also to the headquarters, while it was further resolved to notify the Cochin ministry at the first opportunity of the receipt of their aforementioned letter of the 11th of February of this year with a duplicate letter of the 5th of January prior, item to notify them of a duplicate packet from the Gentlemen Ceylon ministers. It was approved and resolved to instruct the Trade Bookkeeper Monté by extract hereof to apportion such rop.s 25. –. or f 30. –. as by a memorandum dated the 4th of January 1786 has been charged to this Directorate by the Cochin government on account of freight paid there to the captain of the Indus Romaine for transporting hither 451. The 24th of March Anno 1786. A letter received from the English ministry. transporting a case with manufactures, a small case with olive oils, and a packet with Nankeen linen, to divide it pro rata over the aforementioned delivered gift goods. Hereafter the Lord Commander presented a letter received by His Honor yesterday from the English ministry, dated the day prior, of the following content: at Surat Translation To Abraham Josias Huysken, Esquire, Chief for the affairs of the Dutch nation, etc., and Council. We have been honored with your letters of the 16th and 19th instant. In reply to the first, we request you to be assured that we did not in the least intend thereby to call your integrity or veracity into question, but since you acknowledge therein that the assignment or transfer of debt to the heirs of Bhaijsa was made on the 9th of June after the declaration of war between the States General and Great Britain was published at Bombay, and it is very well known that the expresses sent from there arrive in 3 days, we are clearly 152. The 24th of March Anno 1786. of the opinion that the assignment or transfer took place in consequence of that event, and we must therefore persist in our previous resolution communicated to you in our letter of the 7th instant, that we cannot admit the validity of the same. We cannot for the present answer further to your letter of the 19th instant than that we have thought fit to appoint a committee from our assembly to investigate the matter complained of, and that we shall inform you of the result of their inquiry. Meanwhile, should they find it necessary to summon Mr. Rosemeyer or any other person concerned therein before them, we request that you will be pleased to give orders for them to appear before them; and as the widow of the late Mr. Heydeman has requested the protection of our flag from us, and we have referred her with her petition to our superiors at Bombay, we therefore request that she may receive no molestations during the time that we receive their orders concerning this proposal. We have the honor to be, below stood, Gentlemen, lower, humble servants, was signed: Andrew Ramsay, George Green, William Lewis, Daniel Seton, Francis Warden, John Spencer, Lawrence Cockran, Neil Robertson, and John Hector Cherry, in the margin: Surat the 21st of March 1786. 153. The 24th of March Anno 1786. since they persist in the refusal to indemnify the Honorable Company for the bills of exchange of Bhaijsa, to represent to them once again the invalidity of their argument. And whereas the said ministry thinks fit, in reply to our letter of the 16th instant, to persist in their refusal to indemnify the Company for the granted bill of exchange on Bhaijsa under a pretext of even less force than the one previously advanced by them, namely that the aforementioned bill of exchange or assignment on the linen suppliers to the said heirs of Bhaijsa was supposedly granted after the war between the Republic and England had been declared at Bombay and we had knowledge thereof, and that consequently nothing further can be done in this matter here, it was resolved to represent once again to the aforementioned ministry the invalidity and absurdity of such an argument, according to which no one would be permitted to make any dispositions over their property when still in their power merely because a foreign nation had seen fit to declare war on their sovereign, with the announcement that one would hold oneself
Dutch transcription
150. Den 24„' Maart Ao 1786. —. en de ministers bij Eerste geleegendheijd de ontfangst den Negotie boekhouder ge„ last de nevenstaande ƒ30. . „deelen. en verstaan om de te cochim als voorsz: op dit schip geplaaste manschappen soo wel Europeese Mattroosen, soldaaten als oosterlingen daar op te laeten verblijven, en om de ontfangene naam lijst, benevens het berigt van de Examinatie van bovengemelde p:l sous Luijtenant en de Cochim„ se onkost rekening van de Diamant mede na de Hoofdplaats te senden, terwijl al verders verstaan wierd om het cochimse mi„ „nisterie bij eerste gelegendheijd den ontfangst „ haar missive te bedeelen van haar voorsz: brief van den 11„' feb:r deses Iaars met een Duplicaat brief van den 5„e Januarij bevorens item een dup„t pakketjen van de Heeren Ceijlonse ministers te be„ deelen Is goedgevonden & verstaan om den Ne„ over de goederen te ver„gotie Boekhouder Monté bij Extract deses te gelasten om sodaane rop„s 25. –. of ƒ 30. –. als bij eene memorie gedateerd den 4„e Janu„ arij 1786. - door het Cochimse gouvernement dese Directie is ten lasten gebragt wegens aldaar betaalde vragt aan de kaptain van de Indus Romaine, voor het na herwaerts transporteeren 451. Den 24„e Maart A„o 1786. —. Een massive van het Engelse ministerie ontfangen. transporteeren van een kas met manufactuuren een kasjen met olileijten en Een Pakjen met Nankings linnen om de voorsz: aangebragte geschenk goederen pro rato te verdeelen. —. Hier na wierd door den Heer Gebieder overgelegd eene bij syn Agtbaare op gisteren ontfangene missive van het Engelse ministe¬ „rie Gedateerd des daags bevoorens van de volgende inhoud:— te suratta Wij zyn vereerd geworden met uwe brieven van den 16„' & 19„' deeses, Jn andwoord op de eerste versoeken wij uwelEdelen te verseekeren dat wij daar bij in 't minste niet hebben gedagt om Uwel Ed=e integriteijt of veraciteijt in twijffel te trekken, dog also UwelEdele daar bij Erkennen dat de Assignatie of overwijsing van Schuld aan de Erfgenaamen van Bhaijsa was gedaan den 9e Ju¬ nij na dat de Declaratie van oorlog tusschen de Staeten generael & groot Brittanien te bom baij gepubliceerd was, & het zeer bekend is, dat de expressen die van daar gesonden worden in 3 dag aankoomen zoo zijn wij klaarlijk Translaat Aan Abraham Josias Huijsken schildknaap cheff voor de saaken van de Hollandse natie &a. & Raad van 209 s. ee 152. Den 24„' Maart A„o 1786:—. van gedagten dat de Assignatie of overwijsing Plaats genoomen heeft, ingevolge aan die gebeurtenisse en wij moeten daarom persisteeren bij ons voorig besluijt aan Uwel Ed„e bekend gemaakt bij onsen brief van den 7„e deeses, dat wij de valideijt van het zelve niet kunnen toestaan. Wij kunnen voor het teegenswoordige niet verders antwoorden op uwen brief van den 19=e de„ „ses, dan dat wij hebben goedgedagt om een kom„ missie uijt onse vergaaderinge te benoemen, om ondersoek te doen na de affaire waar over ge„ „klaagd is, en dat wij uwel Ed„e sullen kennis gee„ „ven van den uijtslag van haar ondersoek. In¬ „middels zoude deese het noodig vinden om M„r Rosemeijer of eenig andere Persoon daar in bemoeijd voor haar te ontbieden, zo versoeken wij dat Uwel Ed=e gelieven ordres te geeven om voor haar te verschijnen, also de weduwe van den overleede„ „nen Heer Heydeman aan ons heeft versogt om de Protextie van onse vlag en wij haar met haar re„ nog quest hebben overgeweesen aan onse superieuren haa op Bombaij zoo versoeken wij dat zij geene moles„ „tatien mag ontfangen geduurende de tijd dat wij haare ordres over dit ontwerp ontfangen. - Wij hebben de Eer om te zijn /:onderstond:/ Mijne Heeren /:lager:/ onderdaanige Dienaaren /:was ge„ „tekend:/ Andw: Ramsaij, Geo: Green, William Lewis, D. Seton, F wardin, Jhn: Spencer. L: Cor„ Kran, N: Robert &n J: H: Chirrij /:in margine:/ Suratta den 21:' maart 1786. — 153. Den 24„e Maart A„o 1786. —. also Persisteeren bij de weij„ de wissels van Bhaijsa schadeloos te stellen nogmaels de nietigheijd van haar drangreeden voor te moles„ houden. En vermits gedagte ministerie goedvind om „gering om de E: Comp: voor in andwoord op onsen brief van den 16„' deses bij derselver weigering; ten eijnde de kom„ pagnij schadeloos te houden voor de verleende wissel op Bhaijsa te persisteeren onder een voorwendzel van nog minder kragt als de bevoorens door haar geavanceerde, namentlik dat de voorschreevene Wissel of assignatie op de lijwaet leveranciers aan de gedagte Erfge„ naamen van Bhaijsa soude sin verleend nae dat den oorlog tusschen de Republicq & Engeland te Bombaij soude sijn gedeclareerd en wij daar van kennisse gehad hebben, en dat er dus in deese saak alhier niets. verders kan worden gedaan, Is verstaan het voorschreeven Minis„ terie nogmaals de nietigheijd en bespottelijk„ # welke e van sulk een drangreeden, volgens het heijd niemand soude toegestaan zijn, eenige be„ „schikkingen te maeken over sijne goederen wanneer nog in sijn vermoogen sijn alleen om dat een vreemde Natie goedgevonden had den Oorlog aan sijnen Souverain te verklaeren, voor te stellen, met aankondiging dat men sig g re„ dat 211
English
154. The 24th of March, Anno 1786. to address their superiors and that upon further refusal they will apply to their superiors on that account. their request to have two gentlemen of their council appointed to investigate the matter of Rosemeijer declined, but proposed to add two gentlemen of our council to them. The same English Ministry having been pleased to state in the aforesaid missive, in reply to our letter of the 19th of this month, that they had appointed a commission from their assembly to investigate the complaints concerning Lieutenant Goverts, with the request to give orders to have Rosemeijer or any other person involved in this matter appear before their commission whenever they should send for them; and thereupon, on behalf of the Lord Commander, through a commission of the members of this assembly, van Polanen de Bevere and Piper, it having been made known immediately to the repeatedly mentioned English Chief that His Honour had hoped that the sworn report of the Messenger of the Court of Justice would have been sufficient to prove the truth of the conduct of Lieutenant Goverts toward the said messenger, but that, this not appearing to be so, the Lord Director could not allow a subject of the Republic to be summoned and appear before the court or a commission 155. The 24th of March, Anno 1786. Upon the request of the Captain at Sea Bosman, granted today. The adjacent list of necessities. commission of a foreign sovereign, and consequently had to decline that request entirely; but that it was proposed to the said English Chief to add two members of this assembly to the two members of the English Council, and then to have the matter investigated before this combined commission, it was now agreed to let the matter rest here for the present and to await a further answer from the aforementioned English Chief, as His Honour had undertaken to report on the said proposal to the members of his Council. Upon the request of the Captain at Sea Bosman for the following necessities for the vessel under his command, namely: Laborers to unload and load the ship, as well as caulkers to caulk the same inside and out. To repair the boat. Chinese planks or firewood for dunnage. The tinning of the galley utensils, as well as the binnacle and steward's lamps. Mats and nails for matting the hold. A new main topgallant mast and topgallant yard with three royal yards, for which the captain declares to have no timber on board. Eight 156. The 24th of March, Anno 1786. 2 Pilots placed on the ship De Diamant. eight carpenters to do the necessary work, as he has no carpenter on board. And advance pay for the ship's crew. One hundred pounds of tallow with 100 pounds of assorted nails. It was approved and agreed to grant the said Captain at Sea his request, and consequently, in order to unload the ship and get it in order as quickly as possible, to send on board for this time forty laborers instead of thirty which are usually allowed, together with thirty caulkers; as well as to provide him with eight carpenters for the given reasons to do the necessary work on board and to have the topgallant mast and topgallant yard, etc., manufactured, upon his declaration that he has no timber on board for that purpose. In view of the approach of the unsettled weather and that the bad monsoon is beginning to draw near, it was approved, following the example of the English, to place on the ship De Diamant lying in the roadstead two native pilots who know the waterways and are capable, in case of storms or bad weather, of bringing the ship to safety in Goa, and under God's blessing to preserve it from accidents of stranding; 157. The 24th of March, Anno 1786. Bais appointed as provost. A letter sent to the French Captain in this Roadstead concerning the answering of the salute of the ship De Diamant. preserve it. Finally, upon the request made to that end by the Fiscal, it was approved and agreed to appoint the sailor Cornelis Bais as provost. Thus done, resolved, and decreed in the Dutch factory of Suratta on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A: S: Sluijsken, M: Monte, E: N: Wiardi, J: J: van Polanen de Bevere, E: Meijer, G: Piper, and P: C: Roeff. Monday, the 27th of March, Anno 1786, before noon. All present. The last preceding resolution having been reviewed and approved, the Lord Director had it recorded: that His Honour, having found upon inspecting the journal of the Diamant that when that ship upon its arrival saluted the roadstead with 15 shots, a French King's fluyt or frigate had taken up that salute and answered with 11 shots, thus withholding 4, he had thought it necessary to remind the French lieutenant of his error
Dutch transcription
154. Den 24:' Maart A„o 1786. — haare superieuren te addver„ „seeren en haar versoek om twee Heeren haares raad, ten Goverts Gecommitteerd Ro„ „nen, gedeclineerd, Heeren onses raads er bij te voegen. en bij verdere weijgering aan sig bij verdere weigering des wegens aan haare su„ perieuren vervoegen sal Het selve Engelse Ministerie bij de gedagte missive in rescriptie op onsen brief van den 19=e ondersoek der zaak van deses hebbende gelieven te melden, dat een kommis„ semeijer te doen verschij„n sie uijt haare vergaadering hadden benoemd om nae de klagten over den Luijtenant Goverts ondersoek te doen, met versoek van orders te geven om Rosemeijer of eenig ander Persoon in deese saak bemoeijd, voor derselver kommissie te laeten ver„ schijnen, wanneer om deselve senden souden, en daar op van wegens den Heer Gebieder door ee„ „ne kommissie van de Leeden deser vergaadering van Polanen de Bevere & Piper immediaat aan den Engelsen Cheff meergemeld sijnde bekend ge„ maakt, dat sijn Agtbaare verhoopt hadde, dat het Relaas van den Boode van de Raad van Justitie, onder Eede gegeven, vermoogens soude geweest sijn, om de waarheijd van het gedrag van den Luijtenant Goverts omtrend geseijde bode te bewijsen, dog dat sulx niet schijnende hij Heer Directeur niet konde toelaaten dat dog haar te proponeeren twee een onderdaan van de Republicq geroepen wierd en verschijnen soude voor de regtbank of een kommissie 155. Den 24„' Maart A„o 1786. — op het Request van den Capitain ter zee Bosman heeden g'accordeert. kommissie van een vreemd souverain, en dienvolgens dat versoek ten eenenemaale declineeren moeste dog dat aan gemeld Engelschen Chieff liet voorstellen, om twee Leeden deeser vergaadering te voegen bij de twee leeden van den Engelschen Raad en om dan voor deese gecombineerde kommissie de saak te laaten ondersoeken, soo wierd thans verstaan het hier bij voor eerst te laaten berusten en een nader andwoord van den voorgemelden Engelschen Cheff af te wagten, als hebbende sijn WelEdele aangenoomen om van geserde propositie aan de leeden sijnes Raads verslag te sullen doen Op het Request van den kaptain ter Zee de Nevenstaande benoodigt „ Bosman om de volgende benoodigdheeden voor sijn onderhebbende bodem, te weeten: Sjouwers om het Schip te lossen & laaden, mitsgaders kalfaters om hetselve van binnen & buijten te kal„ „faten. de Schuijt te Repaaren, Chineese planken off Brandhout tot Guarneering Het vertinnen van het kombuijs goed, mitsgaders van het nagthuijs & botteliers lampen. matten & spijkers tot afmatting van het ruim Een nieuw groote bramsteng & bram Rha met drie boven bram raas waartoe de kapitain ver„ klaerd geen houtwerk aan boord te hebben agt ring 213 156. Den 24„' Maart A„o 1786. — 2. Lootsen op 't schip de Diamant geplaatst, agt timmerlieden om het nodig werk te doen, also geene timmerman aan boord heeft. En goede maanden voor het scheeps volk hondert ponden Smeer met 100: P:s nagelen in soort, Is goedgevonden & verstaan om gedagte kapi¬ tain ter zee sijn versoek te accordeeren, en dienvol„ gens ten eijnde het schip soo spoedig mogelijk te lossen en in Staet te brengen voor ditmael veertig sjouwers in steede van dertig die gewoon¬ lijk worden toegestaan, benevens dertig kalfoe„ ters nae boord te senden, gelijk meede om hem van agt timmerlieden om de gegevene reedenen tot het doen van het Noodige werk aan boord te voorsien en om de Bramsting & Bramcha etc=a te laeten vervaardigen, op sijne verklaaring dat daar toe geen hout aan boord heeft, Uijt aanschouw van de aannadering van het wendige weer en dat de kwaade mousson begint te naderen, Is goedgevonden om nae het voorbeeld der Engelschen, op het ter rheede leggende schip De Diamant te Plaatsen twee Jnlandse Lootsen die het vaarwaater kundig en in staet sijn om in cas van stormen of on¬ weer het schip na Goa in veijligheijd te brengen, & onder Gods Zeegen voor ongelukken van stranden te behoeden; 157. Den 24„' Maart A„o 1786. —. Bons tot geweldige Aange„ steld, Een brieff aan den franschen sonden over het beantwoorden van het salut van 't schip de Diamant. behoeden, Eijndelik is op het daartoe door den Fiscaal Gedaane versoek goedgevonden & verstaan om tot geweldige te benoemen den mattroos Cornelis Bais Aldus Gedaan Geresolveert & Gearresteerd Jn het Nederlands komptoir Suratta ten daage maand & Jaare voormeld /:was getekend:/ A: S: Sluijsken, m. monte, E: N: Wiardi, J: J: van Bolanen de Bevere, E: Meijer, G: Piper & P: C: Roeff. Maandag Den 27:' Maart A„o 1786:—. voordemiddag Alle Present. De laast voorgaande Resolutie geresumeert en geapprobeert zijnde, zoo liet den Heer Di„ recteur aanteekenen: Hoe dat zijn Edele bij het nasien van het Journael van de Diamant capitain ter deser Rheede ge„bevonden hebbende, dat toen dat schip bij zijn aankomst de rheede salueerde met 15. schoo„ ten een franse konings fluijt of Fregatje dat salut had opgevat & bedankt met 11. Schooten en dus 4. te rug houdende, vermeent had den fransen luijtenant over sijne dwaeling te moe„ ten E 23
English
158. The 27th of March Anno 1786. must be maintained, having received a satisfactory answer thereto; by reminding him that the Company's ships are entitled to an equal salute. By the following letter. Sir! I was very surprised when the captain of the Dutch ship that arrived yesterday in the roads reported to me that, when he saluted the roads with 15 cannon shots, Your Honor took up the salute and answered it with 11 shots, which obliges me to request Your Honor's permission to inform Your Honor that the ships of our Dutch Company sailing in the Indies are regarded as ships of the sovereign and not as merchant vessels, and that in consequence thereof they have the right to expect that their salutes will be answered with an equal number of shots, so that if the salute had been for Your Honor, I would have the right to request reparation, but since the salute was for the roads, I have merely taken the liberty to inform Your Honor thereof; I have the honor to be, it was signed below: Sir! lower down: Your Honor's humble servant was signed: A: I: Sluijsken in the margin: Surat the 20th of March anno 1786. — And whereupon the said French officer having replied that he had in fact answered the salute with an equal number of shots, by which this matter was settled; Sir! 159. The 21st of March Anno 1786. —. The captain of the Dutch Company's ship has certainly not paid good attention to the answering of the salute, which he made on the day of his arrival in the roads, for he would have seen and heard that I answered him with 15, that is to say, shot for shot. Sir, I am aware that in the Indies the Company's ships enjoy the same prerogatives and privileges as those of the King, and out of that consideration I made no distinction in answering the salute. On that account I request Your Honor to be better informed of this mistake, which could only have been caused by the Dutch ship being so far from me, and by my guns being small and thus making little noise. I am very sorry, Sir, that this astonishment has caused Your Honor the trouble of writing to me, but I am also very glad that it affords me an opportunity to testify to Your Honor how sensible I have been to all the civility with which Your Honor has loaded me, for which I desire always to find an opportunity to express my gratitude to Your Honor, and it is with these sentiments that I have the honor to be. — it was signed below: Sir lower down: Your Honor's humble and obedient servant was signed: Lambert in the margin: in the Surat roads, the 26th of March 1786. —. Sir! 21 160. The 27th of March Anno 1786. —: A further letter to the English regarding the bill of exchange of Bhaijsa to be dispatched accordingly Gentlemen The Lord Director submitted a letter drafted by His Honor to the English ministry in reply to their last letter of the 22nd of this month, in compliance with the resolution of this meeting of the 24th following, concerning their refusal; which having been deliberated upon, it was approved and agreed to let the said letter be dispatched accordingly, and thereafter, when time shall permit, to dispatch a letter concerning the matter in question to the Honorable Governor and Council of Bombay, and in the meantime to insert the aforementioned letter here; To the Honorable: Andries Ramsaij, Esquire Chief for all affairs of the British nation and Governor of the Mogul's Castle and fleet. Along with the Council Surat. We have had the honor to receive Your Honors' letter of the 21st of this month. Which To 161. The 21st of March Anno 1786. — The new argument which Your Honors are pleased to give therein for your refusal to indemnify the Honorable Dutch Company for the amount of the bills of exchange with the interest which were granted to the heirs of Bhaijsa, but were deprived of their effect by Your Honors, namely, that the aforesaid bills of exchange or drafts were supposedly granted by us after the declaration of war between Great Britain and the States General was published at Bombay, and we supposedly had knowledge thereof, is of no more force than those Your Honors were pleased to cite in your letter of the 7th of March, and which we so clearly and extensively refuted in our letter of the 16th following, for if that argument held, then all dispositions which any subject might make regarding his property from the time that war was declared against his sovereign until the moment that the fate of war made him a prisoner, would be null and of no value, a strange proposition that has possibly never before been advanced, and is contradicted by daily experience, as all sovereigns have always respected what was done prior to the actual conquest or at least the investment of a place; besides, we demonstrated in our preceding letter of the 16th of this month that we could never expect to be attacked and overpowered in a neutral place such as this previously was, where our safety and privileges were guaranteed by Your Honors yourselves, and now we declare, namely those of us who and 219
Dutch transcription
158. Den 27„' Maart A„o 1786. voldoend antwoord daarop ontfangen moeten onderhouden; met hem te erinneren dat 's Compagnies scheepen geregtigd zijn tot een eguaal salut. Bij de ondervolgende missive. Mijn Heer.! Ik ben zeer verwondert geweest, toen de kapitain van het op gisteren ter rheede gekoomen Hollandse schip mij gerapporteerd heeft, dat als hij de rheede met 15 kanon schooten gesalueerd heeft, UwelEd: het salut opgenoomen & met 11: schooten beantwoord heb, het welk mij verpligt UwelEd:e verloff te versoeken om Uwel Edele te onderrigten dat de scheepen van onse Hollandse Compagnie in de Indien vaarende aangemerkt worden als scheepen van den souverain en niet als koopman scheepen, en dat sy in agtervolging daarvan het regt hebben te verwagten dat haare saluten met gelijke scho „ten sullen beantwoord worden, zoo dat als het salut voor Uwel Edele geweest was, ik regt soude hebben, om reparatie te versoeken, maar vermits het solut voor de Rheede is geweest, heb ik eenlijk de vrij„ „heijd gebruijkt UwelEd:e daar van te onderrigten; Ik heb d' Eer te zijn, /:onderstond:/ Mijn Heer ! /:lager:/ UwelEdele onderdaanige Dienaar /:was getekend:/ A: I: Sluijsken /:in margine:/ Suratta den 20„' maart anno 1786. — En waar op bij gemelde franse officier zijnde ge„ rescribeert, dat hij in der daad het salut met ge¬ lijke schooten beandwoord heeft, waar door deese zaak afgedaan was; Mijn Heer! 159. Den 21„e Maart A„o 1786. —. Den kapitain van het Hollandse kompagnies Schip heeft zeekerlijk niet wel agt geslaagen op het beandwoorde van het salut, welke hij den dag van zijn komst op de Rheede gedaan heeft, want hij soude gesienen gehoord hebben dat ik hem met 15. /:te zegge:/ Schot voor schot beantwoord heb, myn Heer mij is bewust, dat in Indien de kompagnies scheepen deselve voorregten & Privilegien als die van den koning genieten en uijt die konsideratie in het beant„ woorde van het salut geen onderscheijt gemaekt heb, dienwegens versoek ik UwelEdele beter onder„ „regt te worden van dese fout, die niet dan door het verre van mij afzijn van het Hol„ landse schip, en dat mijn stukken kleijn sijn en dus weijnig gerugt maeken heeft kunnen veroorsaakt zijn Het doed mij seer leed mijn Heer dat deese verbaastheijd, UwelEdele de moeijte van mij te schrijven veroorsaakt heeft, maar ik ben ook seer verheugd dat zij mij geleegendheijd verschaft van UwelEdele te betuijgen, hoe ik gevoelig ben geweest aan alle de wellevendheijd met dewelke uwel Edele mij belaeden heeft, waar toe ik begeer altoos eene ge„ „legendheijd te vinden om Uwel Edele daar voor mij„ „ne dankbaarheijd te betuijgen, en het is met dese gevoelens dat ik de Eere hebbe te zijn. - /:onderstond:/ Mijn Heer /:lager:/ Uwel Ed=e onderdaanige & ge„ hoorsaame Dienaar /:was getekend:/ Lambert /:in margine:/ op de suratse rheede den 26„' Maart 1786. —. Mijn Heer! 21 160. Den 27„' Maart A„o 1786. —: Een nader brief aan de Engelse omtrend de wissel van Bhrijse alsoo te Laaten afgaan Mijne Heeren Is door den Heer Direkteur overgelegd, eene bij overgelegd over haare weijgering sijn Edele gecoucheerde missive aan het Engels ministerie in andwoord op haaren laasten brieff van den 22:' deeses, in voldoenin„ ge aan het besluijt deser vergaadering van den 24:' daar aan volgende waar op gedeli„ bereerd sijnde, is goedgevonden & verstaan ge¬ „dagte- brief also te laaten afgaan, en om daar nae, wanneer de tijd sulx sal toe„ „laaten eene missive over de zaak in queste aan den Heer Gouverneur & Raad van Bom„ „baij aftevaardigen, en inmiddels de vooren„ gemelde brieff hier te insereeren; Aan den Weldelen Heer: Andries Ramsaij, schildknaap cheff voor alle Saaken van de Britse Natie en Gouverneur van 'P mogols Castel & vloot. Benevens Den Raad suratta. Wij hebben d' Eer gehad te ontfangen U'Wwel Edelen missive van den 21„e' deses maands. Die Te 161. Den 21„n Maart A„o 1786. — De nieuwe drangreden welk Uwel Ed=e bij dezelve ge„ „lieven te geeven, voor haare weijgering om de Edele Ne„ „derlandse komp: schadeloos te stellen voor het bedraagen der wissels met de Interesse welke aan de Erfgenaamen van Bhaijsa verleend, dog door Uwel Ed„e van haar ef„ „fect beroofd geworden sijn, dat namentlijk de voorsz: wissels of assignatien door ons soude syn verleend na dat de declaratie van oorlog tusschen groot Brittanien en de staaten Generael te Bombaij gepubliceerd was, & wij daar van kennisse souden hebben gehad is van niet meer kragt als die Uwel Ed:e heb„ ben gelieven aantehaalen bij haaren brieff: van den 7„e maart, & welke wij bij onse missive van den 16„e daar aan volgende soo klaar als uijtgebreijd weder„ „legt hebben, want so die drangreden aanging, dan soude alle beschikkingen welke eenig onder„ daan over sijne eijgendommen maeken mogte van de tijd dat den oorlog aan sijnen souverain ver„ „klaard was tot het ogenblik dat het Lot des oorlogs hem eene gevangene maakte, nue en van geener waarde sijn, eene vreemde stellinge die mogelijk nimmers bevoorens G'avanceerd is, en door de dagelixe ondervinding wedersprooken word, also alle souverai„ „nen steeds gerespecteerd hebben het geen gedaan was bevoorens de dadelijke verovering ten minsten beren„ „ning van een plaats, daar bij hebben wij bij onse voorgaande brieff van den 16„e deser betoogd dat wij niminet konden verwagten om in eene neutraele plaats als deese bevoorens geweest is alwaar onse veijligheijd en Privilegien bij UwelEd„e zelfs gequa„ „randeert te worden aangevallen & vermeesterd, en nu verklaaren wij, namentlijk die geene van ons welke en 219
English
162. The 27th of March Anno 1786. who were here at the time the Directorate was taken, most solemnly and formally, moreover that we were ignorant of all declarations of war, wherever they were, at the time we granted the bill of exchange; However, since we observe to our regret that Your Honour, under all kinds of evasions, is disinclined to comply with our requisition by letter of the 24th of February last, Your Honour will please hold us excused that we betake ourselves to the place where we may hope to obtain satisfaction. With regard to the complaint made to Your Honour in our missive of the 19th instant concerning Lieutenant Goverts, we need only repeat what our Honourable Director made known to Your Honour the Chief by a commission, namely that we had hoped that the report of a sworn Person in office would have been sufficient to show Your Honour the ill-treatment done to him, and that it is beyond our power to cause a subject of the Republic to appear before any other court or commission than that of his fellow subjects, unless Your Honours would be pleased to approve having the matter in question investigated by a combined commission of two members of your Council with two members from our assembly. With which we have the honour to be, My Lords, Your Honours' most humble and obedient servants. Was signed: A. I. Kluysken, Mr. Monté, E. N. Wiardi, I. P. van Polaanen de Bevere, E. Meijer, P. Piper, and P. C. Roeff. In the margin: Suratta, the 26th of March 1786. 168. The 21st of March Anno 1786. Upon the declaration made by the Honourable Director and the Honourable Chief Administrator that they do not desire to profit from the 5 per cent bonus on the sale of the goods that were unloaded and sold by the Cochin administration from the cargo of the ship the Diamant destined for this place, which were very generously left to the Honourable Director and the Honourable Chief Administrator aforesaid by the Right Honourable Governor and the Honourable Secunde of that Government, but for which they find themselves obliged to decline, as having not the slightest right thereto; it is approved and agreed to give notice hereof to the Honourable Cochin ministers, and in case the memorandum of account of the aforesaid 5 per cent bonus should meanwhile be received from there, to then write the same back. After this, the Honourable Director informed the assembly how His Honour, both to obtain funds to satisfy the Indian Demand, for use in the household, and to replenish the treasury, which is already indebted nearly twenty thousand rupees to the servants, and because 164. The 27th of March Anno 1786. the bad monsoon is so near that no more than two cafilas or shipments to the north will be able to take place, provided the goods can still be brought ashore so early, had found himself compelled, directly after the arrival of the Diamant, to speak with the merchants and brokers and enter into negotiations concerning the sale of the merchandise brought with the same. That he, the Honourable Director, had been very astonished hereat when those people initially would offer him no more, subject to a deduction of 3 per cent rebate and 1½ per cent brokerage, and thus roughly 17½ rupees for the picul of powder sugar, 50 rupees for the picul of tin, 71¼ rupees for the picul of copper, and so in proportion for all other goods; and that His Honour, inquiring after the reasons for this, since the Portuguese merchant Ribeiro in the months of November and December last had obtained such a much higher price for his two cargoes of sugar brought from the main settlement, indeed over 20 rupees the picul, had been informed that the following reasons had given occasion to such a high price: namely, the then great shortage The 27th of March Anno 1786. of sugar at this place, caused by the great influx of merchants to this place after it had become known in the country that the flag of the State was again hoisted in this Directorate and a ship had already been sent there for trade; and the very small supply of the previous year from China; the numerous weddings that fell precisely in the months of January and February, when the most sugar is consumed; the assurances given by the partners of Ribeiro that no ship of the Company would come here this year; and finally that the supply of Ribeiro, as continually appearing under an English flag on this coast, must necessarily have a preference of 5 per cent, being those tolls which our merchants must pay for the export, and from which the merchants of the English, or those who trade under their flag, are exempt. That he, the Honourable Commander, being unable to refute these pressing reasons, had only had to confine himself to securing the highest prices now for
Dutch transcription
162. Den 27„e Maart A„o 1786. — welke hier sijn geweest ten tijde de Directie genoomen wierd, ten allerplegtigsten en solemneelsten daar en boven dat wij van alle verklaaringen van oorlog waar ook onkundig zyn geweest, ten tijde wij de wis„ sel hebben verleend; Dan vermits wij tot ons leedweesen ontwaeren dat uwel Ed„e onder allerleij uijtvlugten ongeneegen sijn aan onse requisitie bij brieff van den 24: februarij laestlee„ „den te voldoen, so sullen UwelEdele ons ten besten gelieven te houden dat wij ons vervoegen ter plaetse alwaar wij verhoopen moogen voldoening te sullen erlan¬ „gen Ten aansien van de klagte aan Uwel Ed„e gedaan bij onse missive van den 19:' deeses over den Luijtenant Goverts, moeten wij alleen herhaelen het geen onse Weer Directeur aan UwelEdelen Heer Cheff door eene kommissie heeft gedaan ter kennisse brengen, namentlijk dat wij verhoopt hadden dat het Relaas van een beedigd Persoon in office genoegsaam soude geweest sijn om UwelEd„e te doen zien de mishandeling hem aangedaan, en dat het buijten ons vermoogen is om een onderdaan van de Republicq te doen verschijnen voor een ander regtbank off kommissie dan die van syne mede onderdaan, ten waare uwel Edelen gelievden goedtevinden om de zaek in questi te doen ondersoeken door een gecombi„ Cm neerde commissie van twee Leeden haares Raeds met twee Leeden uijt onse vergaaderinge. Waar mede d'Eer hebben te zijn — /:onderstond:/ Mijne Heeren! /:lager:/ UwelEdelens seer onderdaanige & gehoorsaame dienaaren /:was getekend:/ A: I: Hluijsken M„r Monté, E: N:s Wiardi, I: P: van Polaanen de Be„ „vere E: Meijer, P. Piper, & P: C: Roeff /: in margine:/ Suratta den 26:„' maart 1786. —. op hef den 168. Den 21„e Maart A„o 1786. —. „ministrateur verklaaren teeren; en de Heeren cochimse het aan haar Edele afgestaane 5. p„r C„t Douceur op den ver„ geligte koopmanschappen Combi Om het groote geld gebrek heeft den Directeur direct na makelaars & kooplieden over den verkoop der koopman„ schappen gesprooken den H:r Directeur „ EsHofdad, Op de door den Heer Directeur & E: Hoofd adminis„ dat sij niet begeeren te profi„trateur gedaane verklaaring, dat sij niet begeeren ministers te bedanken voor te profiteeren van de 5. Procento Douceur van den verkoop van de goederen die door het cochimse koop der uijt de Diamant ministerie uijt de Laading van het na her„ waerts gedestineerde schip de Diamant geligt en verkogt sijn, welke door den welEdelen Gestr: Heer Gouverneur en den E: Sekunde van dat Gouvernement aan den Heer Direkteur & E: Hoofd Administrateur voornoemd seer genereuslijk overgelaeten sijn maar waar voor sy sig ver„ „pligt vinden te bedanken als daar toe geenig het minste regt hebbende, Is goedgevonden & verstaan om hier van aan de Heeren Cochimse ministers kennis te geeven en om so immiddels de Memorie van Aanreekening van voorsz: 5. percent Douceur van daar mogt worden ontfangen, als dan hetselve te Rug te Reekenen Hier na gaf den Heer Directeur aan de de komst van 't schip met de vergaadering te kennen, hoe dat zijn Edele so wel ter verkrijging van gelden ter voldoe„ „ning van den Indiaschen Eysch, tot gebruijk in de Huijshouden en tot suppleering van de kas, welke al bij na twintig Duijsend ropijen aan de Dienaeren schuldig is als ter oorsake de en rlog wis„ de o lee„ Raeds 221 164. Den 27„' Maart A„o 1786. —. genoodzaakt geweest. de kwaade mousson so na bij is dat er niet meer als twee kaffilaes of versendingen om de noord sullen kunnen geschieden, soo men de goederen nog maar soo vroeg aan de wal hebben kan, sig genoodzaakt gevonden had, en voorts nae de aankomst van de Diamant, met de kooplie¬ den en makelaars te spreeken en in onderhan deling te treeden, over den verkoop van de met het zelve aangebragte koopmanschappen Dat hij Heer Directeur hier bij zeer verwondert had ge„ staan, wanneer die lieden hem eerst niet meer„ der wilden bieden onder korting van 3. p„r C„t Rabat & 1½ p:r C„t maakelaardije & dus ruw dan 17½ ropijen voor het picol poeder suijker, 50. ropijen voor het Picol Tin, 71¼. ropijen voor het picol ko„ per en so na proportie voor alle andere goederen en dat zijn Edele na de reedenen hier van ver„ neemende, daar den portugees Koopman Ribeiro en om nevenstaande reedenen in de maanden November 8 December laastleeden zoo veel hooger prijs voor syne van de Hoofdplaets aangebragte twee Laadingen suijker gehad had wel tot over de 20: ropijen het Picol, onderregt ge„ worden was, dat de volgende Reedenen aanleij„ „dinge tot sulk een hooge Prijs gegeven had namentlijk het toenmaalige groote gebrek Aan Den 27„' Maart A„o 1786. — aan suijker ter deeser Plaatse veroorsaekt door den grooten toevloed van kooplieden na herwaerts, na dat het in het Land was be„ „kend geworden, dat de vlag van den staet weder in deese Directie geheesen & aldaar reeds een schip ten handel gesonden was en den voorjaarigen seer geringen aanbreng van China„ de menigvuldige bruijloften die Juijst in de maanden Januarij en Februarij invielen wanneer de meeste suijker verteerd word. De door de participanten van Ribeiro gedaene verseekeringen dat hier geen schip van de kom„ pagnie dit Iaar koomen sou, en eijndelik dat de aanbreng van Ribeiro als steeds onder een Engelse vlag op deese kust verschijnende nood¬ „wendig eene preferentie moeten hebben van 5: p„r C:t zijnde die tollen welke onse kooplie„ „den voor den uijtvoer betaelen moeten en waar van de kooplieden der Engelsen, of die onder haare vlag Negotieren bevrijd sijn. Dat hij Heer Gebieder dese drang reedenen niet kunnende wederleggen sig alleen had moeten bepaelen om nu de hoogste prijsen voor 123
English
166. The 21st March Anno 1786. had entered into the inserted provisional contract: to negotiate for the Company, as besides the two shiploads of the aforementioned merchant Riberio, a good quantity of sugar has also been brought from China, and that this having been offered to him by the fellow brokers Lalla Raamnaram sieuw Naram and Tarraatjent Nagerdas, His Honour had entered into the following provisional contract with them. Conditions of sale concluded between the undersigned Director for and on behalf of the Honourable Dutch Company on the one hand, and the merchants and fellow brokers Lalla Raamnaram Sieuw Naram and Tarraatjent Nagerdas, for the following goods that have been brought with the ship de Diamant. The aforementioned merchants shall pay the following gross prices for every hundred pounds. Cloves - - - - - - - - - - - - - Rupees 366 3/24. ƒ 439. 15. -. Cinnamon - - - - - - - - - - - - - Rupees 453 ¾ ƒ 544. 10: –. Copper, Japanese in bars - - - - - - - - Rupees 61 3/8 ƒ 74 2. 8. Sugar Powder - - - - - - - - - - - Rupees 14 13/24 ƒ 17:15. -. Sugar candy - - - - - - - - - - - Rupees 20. —. ƒ 24:—:—. Tin, Banka - - - - - - - - - Rupees 44: — ƒ 52:16. —. Quick silver - - - - - - - - Rupees 130. –. ƒ 156. —. — Red lead - - - - - - - - - - Rupees 20: — ƒ 24: –. —. Benzoin - - - - - - - - - Rupees —: — ƒ —. —. — Pig lead - - - - - - - - - - - Rupees 15. —. ƒ 18. –. —. Said merchants shall enjoy the customary discount of 3 per cent rebate and 1½ per cent brokerage on the following goods which have been ceded to them today, in consideration thereof. Which 167. The 27th March Anno 1786. consideration thereof. Which shall be divided among the three of them, namely Lalla Raamnaram Sieuw Naram, Parraatjent Nagerdas and Praam sinker Gouwenram, and thus shall properly pay net for the following goods per 100 pounds, as: Cloves - - - - - - - - Rupees 350. –. ƒ 420. –. –. Cinnamon - - - - - - - - - - - Rupees 433 1/3 ƒ 520. —. —. Copper, Japanese in bars - - - - - Rupees 59. –. ƒ 70. 16. -. Sugar Powder - - - - - - - - - Rupees 14 7/480 ƒ 16. 19: 8. Sugar Candy - - - - - - - - - - - - Rupees 19 7/48 ƒ 22. 18. 8. Tin, Banka - - - - - - - - - Rupees 42 1/24 ƒ 50. 9. -. Pig Lead - - - - - - - - - - - Rupees 14 1/3 ƒ 17. 4. -. Red lead - - - - - - - - - - Rupees 19 17/18 ƒ 22. 18. 8. Benzoin - - - - - - - - - - - - - Rupees —. — ƒ —. —. — The sale takes place on this condition, that the merchants shall be obliged to pay into the treasury immediately after the sale one hundred thousand Rupees without interest, which shall serve as an advance on the merchandise first to be received; subsequently they shall receive and collect the purchased goods before the last of October next; whatever remains in the warehouses after that time shall be sold and delivered at their risk and profit. For the fulfillment of all of which the aforesaid merchants bind their persons and property according to law. In witness whereof this has been signed by the Director and the merchants. Underneath stood: Suratta the 27th March anno 1786. Was signed: H: I: Sluijsken, Lalla Raamnarain sieuw Narain, Tarraatjent Nagerdos and Praam Sinker Pouwenram. Whereupon having been deliberated and taken into consideration 168. The 27th March Anno 1786. that the aforesaid merchants in the second article come to offer in net money and after deduction of all customary discounts for the 100 pounds of Japanese copper 59. rupees, making 73¾ rupees the picul, for the 100 lb Sugar Powder 14 7/48 rupees, making 17 28/10 the picul, and for the 100 lb Tin 42 1/24 rupees or 52 29/10 the picul, whilst the prices for the spices are the customary ones and those for the other goods are very acceptable, the Quicksilver and the Benzoin alone excepted. And that the conditions according to which the buyers must immediately advance one lakh of Rupees and bind themselves, notwithstanding that the favourable monsoon is already so far advanced, to collect all the merchandise before the end of October, are very advantageous, as thereby entering into the possibility of being able to fulfill the entire demand for India; thus in view of all the foregoing and the knowledge of every member of this meeting that it is by no possibility The 27th March Anno 1786. The provisional contract approved with the exception of the alongside mentioned merchandise, the brokers having entered, congratulated on the sale and draped with scarves. possible to negotiate higher prices, it was approved and agreed to let the aforesaid sale take effect accordingly, with the exception however of the quicksilver, which has not only dropped greatly in price due to the large import from China, but also because that now received, being the same that had to be sent back from here with the Vrouwe Geertruijda on the 31st December 1774, has been charged extraordinarily high, by as much as 44 1/24 Rupees per hundred pounds more than that which was sent hither in the year 1761, being deemed fit to hold until a better opportunity; and of the Benzoin, concerning which the merchants do not wish to contract before and until they have examined the same, in view of the great difference that exists among the various sorts. And the aforementioned merchants having been called into the meeting hereupon, they were repeatedly exhorted to increase their bid, but they declaring that it was impossible for them to give anything more, they were congratulated on the purchase and according to the custom of the country 169.
Dutch transcription
166. Den 21„e Maart A„o 1786. —. het geinsereerde p„l contract had aangegaan: voor de kompagnie te bedingen daar er buijten de Twee scheepslaadingen van meergedagte koopman Riberio, nog een goede kwantiteijt suijker uijt China aangebragt is, en dat hem die door de meede makelaars Lalla Raamnaram sieuw Na„ „ram & Tarraatjent Nagerdas gebooden sijnde, sijn Edele met deselve hadden aangegaan het volgende provisioneele kontract. — konditie van verkoop geslooten tusschen den ondergeteekenden Directeur voor en van we„ „gens de Edele Nederlandse Compagnie ter eenre en de kooplieden & mede makelaars Lalla Raamnaram Sieuw Naram & Tar¬ raatjent Nagerdas de volgende goederen die met het schip de Diamant aangebragt zijn. De voorschreeven kooplieden zullen betaelen de volgende ruwe prijsen voor ider hondert pond. Nagulen - - - - - - - - - - - - - Rop:s 366 3/24. ƒ 439. 15. -. . kanneel - - - - - - - - - - - - - „ 453 ¾ „ 544. 10: –. koper Japans aan staven - - - - - - - - „ 61 3/8 „ 74„ 2. 8. Suijker Poeder - - - - - - - - - - - „ 14 13/24 „ 17:15. -. Suijker kandij _ _ _ _ - - - - - - - „ 20. —. „ 24:—:—. 52:16. —. — 18. –. —. — 15. —. 156. —. — — 24: –. —.— sullen gemelde kooplieden van de ondervolgende goederen welke op heeden aan hun afgestaen zijn, de gewoonlijke kortinge van 3. p„r C„t rabat & 1½ p„r C„to makelaardije genieten Conside Tin Bancas . . - - - - - - - - - „ 44: — „ quik silver _ _ _ _ _ _ - - - - - - „ 130. –. „ Roode menij - - - - - - - - - - „ 20: —„ Bensuijn - - - - - - _ — _ _ _ „ —: —„— Liets Lood - - - - - - - - - - - „ 2. Welke 167. Den 27„e Maart A„o 1786. — genieten Consideratie daer omtrend. welke onder haar drien, namentlijk Lalla Raamnaram Sieuw Naram„ Parraatjent Nagerdas & Praam sinker Gouwenram zullen verdeelt worden, en dus eijgentlik van de volgende goederen voor de 100: ponden suijver betaelen, als: Nagulen - - - - - - - - Rop„s 350. –. ƒ 420. –. –. kanneel - - - - - - - - - - - „ 433 1/3 „ 520. —. —. koper Japans aan staaven - - - - - „ 59. –. „ 70. 16. -. Suijker Poeder - - - - - - - - - „ 14 7/480„ 16. 19: 8. — Suijker Kandij - - - - - - - - - - - - „ 19 7/48 „ 22. 18. 8. Ten Bancas - - - - - - - - - „ 42 1/½4 „ 50. 9. -. Liets Lood - - - - - - - - - - - „ 14 1/3 „ 17. 4. -. Roode menij - - - - - - - - - - „ 19 17/18 „ 22. 18. 8. - Bensuin _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ —. — „ —. —. — De verkooping geschied op deese voorwaarde, dat de kooplie„ „den sullen gehouden zijn, om dadelijk na de verkoop in kassa te betaelen Een maal hondert Duijsend Ro„ „pijen sonder Interest, welke strekken sullen in mindering van de eerst te ontfangene koopmanschappen vervolgens zullen deselve de gekogte Goederen ontfan„ gen en afhaalen voor den laasten october eerstkoomende al wat na die tijd in de Pakhuijsen verblijff zal worden verkogt e uijtgeleverd ten haare schaade & baate¬ Tot nakominge van al het welke de voorsz: kooplie¬ den verbinden haare persoonen & goederen als na regten. Tot vestenisse van het welke deese door de Heer Directeur: en de kooplieden Getekend is. /:onderstond:/ Suratta den 27. maart a„o 1706. /:was getekend:/ H: I: Sluijsken, Lalla Raamnarain sieuw Narain, Tarraatjent Nagerdos en Praam Sinker Pouwenram. —. Waar op gedelibereerd en in aanschouw genoomen sijnde an d volgende schen den van kelaars Tar¬ goederen bragt ter an we¬ 3. 4. 17 2 8 56. 4: —. — — —. —. — :16. —. — ren lijk 225 168. Den 27„' Maart A„o 1786. —. sijnde, dat de voorschreeve kooplieden bij het tweede articul koomen te bieden suijver geld en nae aftrek van alle gewoonlijke kortingen voor de 100. ponden Japans koper 59. ropijen„ maakende 73¾ ropijen de picol voor de 100 lb Suijker Poeder 147/40. ropijen, maakende de picol 17 28/10 en voor de 100. lb Thin 42 1/0 ropijen of de Picol 52 29/10. , Terwijl de Prijsen voor de Spe„ „cerijen de gewoonlijke en die voor de andere moe„ de seer aanneemelijk syn, het Quiksilver & de Bensuin alleen uijtgesondert. En dat de konditien volgens dewelke de Kopers inmediaet Een Lak Ropijen avan „ceeren moeten en sig verbinden om niet tegen„ „staande de Goede mousson reets soo verre ver„ loopen is, alle de koopmanschappen voor ultimo october aftehaelen, seer voordeelig sijn, als daer door in de mogelijkheijd geraakende om den ge„ heelen Eisch voor Indien te kunnen voldoen, soo wierd uijt aanschouw van al het vooren¬ staande en de bewustheijd van ieder Lid deser vergaadering dat er met geen mogelikheijd hooger. Den 27„' Maart A„o 1786. —. het p„l contract g'approbeerd met uijtsondering van de nevens gemelde koopman„ „Schappen, de makelaars binnen ge„ koomen met den verkoop„ geluk gewenscht & met Pommerij omhangen. hooger prijsen te bedingen sijn, goedgevonden en verstaan, om voorschreeve verkoop alsoo gevolg te laaten neemen, met uijtzondering egter van het quikzilver het welke door den grooten aanbreng uijt China seer in prijs gedaalt is niet alleen, maar dat ook het nu ontfangene, sijnde het selvde dat men den 31„' December 1774. met de vrouwe Geertruijda van hier heeft moeten terug senden, extra ordinair Hoog is aangerekend tot wel 44 1/24. Ropijen ieder hondert ponden meerder dan het geene na herwaerts is gesonden geweest in anno 1761. mett goed vind tot een beter gele„ „gentheijd aan te houden, en van de Bensuin waer over de Kooplieden niet willen kontracteeren voor en al eer se deselve hebben geexamineert, uijt aansien van het groot verschil dat er is in de onderscheijdene Poorten. —. En de meergemelde kooplieden hier op in ver„ gaaderinge geroepen synde, wierden deselve bij herhaeling tot de verhooginge van haar bod. vermaand dog sij verklaarende dat het haar on„ „mogelijk was iets meerder te geeven, so wierden sij met de koop geluk gewenscht en na 'slands gebruijk 227 169.
English
170. The 27th of March Anno 1786. A sailor, and The boatswain of the Shipyard deceased. A sailor taken into service. custom draped with Pomeries and regulated on betel and rosewater. Thus Done, Resolved and Decided in the Dutch factory of Suratta on the day, month and Year aforesaid. Was signed: A. J. Sluijsken, M. Monté, E. N. Wiardi, I. I. van Polaanen de bevere, E. Meijer, P. Piper and P. O. Roeff. Friday the 7th of April Anno 1786. Forenoon All Present After resumption and approbation of the last preceding resolution of the 27th of the past month of March, it was agreed to record: That in this Directorate there died on the 28th of February the sailor Iohan David Schutth, and on the 25th of March last the boatswain of the Shipyard Jan de Brooij, who served with the pay of Quartermaster. That, on the other hand, there was taken into the service of the Company and placed on board the Diamant the sailor Lambert Iassing of Luijk. 171. The 7th of April Anno 1786. three sailors deserted reclaimed in vain And finally, that from the service of the Company there deserted and defected to the English the following three sailors: Frans Blassom of Zierikzee, Jan fredrik Sieg of Lemmio and Johan fredrik Walterton of Riga; without the Lord Director having been able to recover them from the English Chief, notwithstanding his Honor having made many entreaties thereto, and even had the said deserters reclaimed by a public commission consisting of the Members of this meeting, van Polanen and Piper, submitting that the said English Chief, as Governor of the Mogul's castle, is not permitted to engage any Dutchmen, but that he is, on the contrary, obliged to comply with the firmans which the Company obtained from the sovereign of these Lands, and which are dutifully guaranteed by the English in their aforesaid capacity, 172. The 7th of April Anno 1786. Petition from the chief surgeon of the Ship for medicines and according to which the Regents of the city are bound to apprehend and return all Servants of the Company who run away or desert. After which was presented a Petition from the Chief Surgeon of the Ship de Diamant lying in the Roads, requesting, for the reasons cited therein, that an issue of medicines might be made to him for the service of the sick, of the following content: To the Honorable Abraham Josias Sluijsken, Director of Souratta, and The Council. Honorable Sir and Gentlemen! The undersigned, chief surgeon of the ship de Diamant, has the honor with due Respect to make known that during the voyage from Batavia to Suratta, and especially in the Sunda Strait, they suffered continual illnesses, whereby a large part of the medicines which were supplied at Batavia for 9 months have already been consumed; and judging that those still remaining are not sufficient for the return voyage to Batavia without exposing the Crew to considerable danger, 173. The 7th of April Anno 1786. but Denied for the adjacent reasons: The Journal of the ship to be sent to Batavia. I find myself therefore obliged to request Your Honors that the missing medicaments on the aforesaid ship, which are indeed not very considerable, may be received here by the undersigned without being charged for them on account. Below stood: Honorable Sir and Gentlemen! Lower: Your Honors' very humble and obedient Servant. Was signed: F. ter Pelkwijk. In the margin: Suratta, the 8th of April 1786. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed to reject the said request, considering that Their High Excellencies, in their revered missive hither of the 21st of September 1781, absolutely desire that whenever the chief surgeons should ask for any supplies and it appears that they need them, they shall then provisionally be charged for them on account, and that the petitioner absolutely binds his request to the condition that the same shall not occur. The Journal of the Ship de Diamant having been presented by the fiscal, it was agreed to send the same among the appendices to the Capital, as there is presently no opportunity here to have it examined according to regulations. 174. The 7th of April Anno 1786. the gunner's mate of Utrecht brought ashore, yield of the sold merchandise, It was agreed to bring ashore and retain here the gunner's mate of the said keel, Jacobus van Utrecht, who is currently in the Hospital with a severe wound, in order to be employed, after his recovery, as Boatswain of the shipyard or as commander on one of the vessels. There was presented the Yield drawn up by the Head Administrator of the merchandise sold on the 27th of this month from the Cargo of the Diamant, whereby it appears that on a modest cost of ƒ105490. 4. -, fully ƒ272669. 17. 8. was gained, making 258½ percent; the Sugar having again yielded fully 125 7/8 percent, the tin 101 percent, the Lead 72 1/8, the red lead 109 3/8 profit; while the reasons that the Copper, although sold for the same Price as in the past year, namely 59 rupees per 100 lb, yields a lesser profit of fully 14 percent, are solely to be found in the fact that the Copper chests, which were previously always charged at ƒ 57. 15 for 100 pieces, are now charged at ƒ 247. 10. - for the same 100 Pieces, being ƒ 2. 9. 8. for each chest.
Dutch transcription
170. Den 27„' Maart A„o 1786. —. Een mattroos, en Den bootsman van de Werff overleeden. Een mattroos in dienst ge„ „noomen. gebruijk met Pommerijs omhangen en op betel & roosewater gereguleerd Aldus Gedaan Geresolveert & Gearresteerd in het Nederlands komptoir Suratta ten daege maand & Jaare voormeld. - /:was getekend:/ A: I: Sluijsken, M„s Monté, E: N: Wiardi, I: I: van Polaanen de bevere, E: Meijer, P. Piper & P: O. Roeff. —. Den 7:' April A„o 1786. —. ƒ Voor de middag Alle Present Na resumtie en approbatie der laest voor¬ gaande resolutie van den 27:' der gepasseerde maand Maart wierd verstaan aan te tekenen Dat in dese Directie overleeden sijn op den 28„ februarij de mattroos Iohan David Schutth en op den 25„e maart laastleeden den met de gagie van Quartiermeester dienst gedaan hebbenden bootsman van de Werff Jan de Brooij. Dat daer en tegen in den dienst van de komp: aengenoomen en aan boord van die — Vrijdag DDiamant Den 7„' April A„o 1786. —. 229 171. drie mattroosen gedeserteerd vergeefs gereclameert Diamant geplaast is den mat:s Lambert Iassing van Luijk. En eijndelijk dat uijt den dienst der maatschap„ pije gedeserteerd en nae de Engelschen overgeloopen sijn de volgende drie mattroosen Frans Blas„ som van Zierkzee, Jan fredrik Sieg van lemmio & Johan fredrik Walterton van riga. sonder dat den Heer Directeur vermoogens is geweest dezelve van den Engelschen Cheff te rug te krijgen, niet tegenstaande syn Agtbaare daar toe veele instantien gedaan heeft, en deselve ge„ deserteerden selvs door een publicque kommissie bestaande uit de Leden deeser vergaadering van Polanen & Piper heeft gedaan reclameeren onder voordragt dat het den gedagten Engel„ „schen Cheff als Gouverneur van 's Mogols kas„ „teel niet toegelaten is eenige Hollanders te engageeren, maar dat hij daar en teegen verpligt is aan de firmans die de maatschap„ „pije van den souverain deser Landen verkree„ „gen heeft, en door de Engelschen in haar voor„ schreeven kwaliteijt pligtig geguarandeert sijn 172. Den 7:' April A„o 1786. —. Request van den oppermaar„ „ter van het Schip om medicijnen„ sijn, & volgens dewelke de Regenten der stad gehouden sijn om alle Dienaaren van de kom„ „pagnie welke wegloopen of deserteeren op te vatten & te rug te geeven, te voldoen, Waar na wierd overgelegd Een Request van den Oppermeester van het ter Rheede leggende Schip de Diamant, versoekende om de daar bij aangehaalde reedenen, dat aan hem ten dienste der sieken een verstrekking van medicijnen mag worden gedaan van den volgenden inhoud Aan den wel Edelen Agtbaaren Hee Abraham Josias Sluijsken Directeur van Souratta En Den Raad. WelEdele Agtbaare Heer &. Heeren! Den ondergeteekenden opperchirurgijn van het schip de Diamant, geerd met de verschuldigde Eerbied te ken¬ „nen dat geduurende de reijse van Batavia na Su„ „ratta (:en wel voornamentlijk in de straat Sunda/ geduurige ziektens hebben gehad, waar door een groot gedeelte medicijnen die op Batavia voor 9„' maanden sijn meede gegeeven reeds verbruijkt sijn en oordeelende dat de nog resteerende niet toerijkende zijn voor de te rug reijse na Batavia zonder de Equipagie aan een merkelijk gevaar te exponeeren vinden 173. Den 7„' April A„o 1786. —. dog om nevenstaande ree¬ „denen Ontsegd: Het Journael van het schip na Batavia te senden. Vinden mij dierhalven verpligt UwE: Agtbaare Heer en Heeren te versoeken dat de mankeerende medicamen„ „ten op voorm: schip (:die Juijst niet zeer aanmerkelijk: sijn:/ de teekenaar hier mag ontfangen sonder daar voor op reekeninge te moogen belast worden. - /:onder„ stond:/ welEdele Agtbaare Heer en Heeren! /:lager:/ Uwel Edele Agtb„s & Ed„e zeer onderdaanige & gehoor„ „samen Dienaer /:was getekend:/ F: ter Pelkwijk /:in margine:/ Suratta den 8„' April 1786. —. Waar op gedelibereerd sijnde, wierd goedgevonden en verstaan om hetselve versoek van de hand te wijsen, aangesien Haar Hoog Edel„ „heeden bij gevenereerd schrijven na herwaerts van den 21„' 7ber: 1781. absolut begeeren, dat wanneer de oppermeesters eenige verstrekkingen mogten vraagen en het blijkt dat zij die noodich¬ hebben, als dan deselve daar voor op rekening bij Provisie sullen worden belast, en dat den versoeker sijne instantie absolut verbind aan de voorwaerde dat het selve niet geschied, Het Journaal van het Schip de Diamant door den fiskaal sijnde overgelegd, Is verstaan het selve also onder de bijlaegen nae de Hoofd„ „plaets te senden also er hier thans geen gele„ gendheyd is om het selve nae de ordre te laten examineeren; 231 ƒ syn groot 174. Den 7„' April A„o 1786. —. den konstapelsmaet van Utrecht aan de wal geligt, rendement van de ver„ kogte koopmanschappen, Js verstaan om den konstabels maath van ge„ dagte kiel Jacobus van Utrecht welke sig thans aan een swaare wonde in het Hospitael bevind, alhier te Ligten en aan te houden, ten eijnde na sijne herstellinge te kunnen worden gebrui als Bootsman van de werff of als gesagheb„ „ber op eene der vaartuijgen Is overgelegd het door den Hoofd-administrateur op gemaakt Rendement der op den 27:e deses verkogte koopmanschappen uijt de Lading van de Diamant, ende waar bij geblijkende dat op eenen geringen aanbreng van ƒ105490. -4. -. wel gewonnen is ƒ272669. 17. 8. makende 258½. procen hebbende weder de Suijker wel 125 7/8. procento de tin 101% het Loot 72 1/8. , de menij 109 3/8 voordeel afgeworpen3 terwijl de reedenen dat het Koper nu Schoon voor deselve Prijs als in anno passato namentlik 59. rop:s de 100. lb verkogt is, eene mindere winst geeft van wel 14. procento alleen daar in te vin„ „den sijn, dat de Koper kistjes die bevoorens ^ de 100 P:s ƒ 57:15 nu wel aangereekend zyn altoos aangereekend sijn ^ de gelijke 100: Stuk met ƒ 247. 10. —. sijnde ieder kistjen ƒ 2. 9. 8. —. Ruuw -
English
175 The 7th April Anno 1786. 29 58500:- 391500:- Rough Return of such merchandise as was brought in this financial year 1785/6 by the Honorable Company's ship De Diamant and sold on the 27th of this month in the Council of Policy, showing their purchase and sales prices and the profits realized thereon, namely: Fine Spices 38175 lb Cloves ƒ 34. 5. 17½ ƒ 1079:19:- ƒ 1420.-.- ƒ 160335.-.- ƒ 17255:1.- 1125¾ percent 145 lb Cinnamon, fine Ceylon 29. 9. 1 42: 11.- 520:-:- 754:-:- 731. 6.- 1665¾ Total - - - - ƒ 13122: 13:- ƒ 161089.- ƒ 1796:7:- 1127½ Miscellaneous merchandise: 9800:- Summary of the above, as follows: The sale of fine spices is - - ƒ 13122:13:- - - - ƒ 161089:- ƒ 1796:1:- 1127½ percent The sale of miscellaneous merchandise amounts to 92367. 11.- - - - 217071. 1. 8 121703. 10. 8 135.- Total - - - - ƒ 105490: 4.- ƒ 378160: 1. 8 ƒ 123499:11: 8 258 5/8 percent Underneath stood: In the Dutch Office Suratta on the 29th March 1786: Was signed: M. Monte Carried over - - - - - - - - ƒ 92367:11:- - - - ƒ 217071. 1. 8 ƒ 4708:18. 8 135.- 159000 lb Copper, Japanese in bars ƒ 27. 5: 5 ƒ 43501:15:- ƒ 70: 16.- ƒ 112572:-:- ƒ 69221:5:- 159 5/8 percent 58500 lb Tin, Bangka 24:19:13 14619:3:- 50:9:- 29513.5.- 14894.2.- 101 7/8 9800 lb Lead, Liets 9:19: 14 979:8.- 17:4.- 1685:12- 706. 4.- 72 1/8 5050 lb Red Lead 10:19:- 552:18:- 22:18:8 1157:14:- 604:16:- 109 3/8 percent 391500 lb Sugar, Powder 7:10:8 29468:17:- 16:19: 8 66457:2: 8 36996:5: 8 125 5/8 percent 24000 lb Sugar Candy 13: 1:9 3140:10:- 23: 18: 8 5685:8:- 2280. 18.- 67 percent Purchase price per 100 lb burdened with 2 percent Batavia charges Purchase price for the entire parcel Sales price per 100 lb Sales price for the entire parcel Net profit after deducting 3 percent rebate and 1½ percent brokerage Profit in percent 176. The 7th April Anno 1786. Suratta Upon a report submitted by the Head Administrator Monte regarding such charges as have been made by the ship De Diamant from the Main Place and from Cochin to this place, it was approved and resolved to insert the said document into this record, and to dispose thereon as stated in the margin. To the Right Honorable Abraham Josias Sluijsken, Director and Chief Commander of this Directorate, together with the Council. Right Honorable Sir and Gentlemen. Among the trade papers recently received here by the Honorable Company's ship De Diamant and handed over to me, the undersigned trade bookkeeper, I found that this Directorate has been debited with the following, namely: from Batavia A. By an invoice dated Batavia in the Castle the last day of August 1785, namely: Today, the 7th April 1786. Marginal Disposition taken in the Council of Policy. 177. The 7th April Anno 1786. The opposite ƒ 330.-.-, which by mistake and because it was forgotten to deduct 3 1/33 percent from the reduced Ducatoons was overcharged, are to be charged back to Batavia upon the first outgoing trade invoice. The opposite amounts are approved to be written off to the account of previous years' profits and losses. As by the disposition upon an invoice of charges and credits dated Batavia the 12th August 1781, it was resolved on the 30th May 1785 to let the 3200 rupees, which were received there with 2000 rixdollars in reduction of the aforementioned bill of exchange, remain on the account of charges and discharges until further orders from Their High Excellencies, it is now resolved, 1st, to write back that sum from the aforesaid account, and 2nd, to debit the account of Mand Chergie Gorseedjen and Touwenram Roederam for the charged-back or debited opposite rupees 8800.-.- which were not received from the former Padang Chief. 2. For so much as the account of the former warehouse master at Suratta, Nicolaas Holmberg, according to Their High Excellencies' resolution of the 20th October Anno 1780, was credited in the Batavia trade books under the last day of February 1781, on account of what was debited to him for his share in this matter: 1. Conformable to Their High Excellencies' resolution dated 5th July 1785, this Directorate is charged back the 5500.-.- rixdollars or 8800.-.- rupees debited to Sumatra's West Coast by resolution of the 24th April 1781, in settlement of the remainder of the bill of exchange of 12000.-.- rupees received at that time here in Batavia from Suratta and endorsed to the Honorable Company, drawn upon the then Commander there, Jacob van Heemskerk; and since no payment can be obtained from the said van Heemskerk, this amount must be paid back there in Suratta to the Honorable Company by the brokers Mand Chergie Gorseedje and Touwenram Roederam as drawers of the said bill of exchange. NB: These Ducatoons are indeed very well reduced at ƒ 3. 6.- each to ƒ 10890.-.- Yet the 3 1/33 percent rebate was not deducted, which amounts to 330.-.- Remainder ƒ 10560.-.- When to this is added the amount paid into the treasury at Batavia by the attorneys of the said van Heemskerk: 3840.-.- the total of the bill of exchange comes to 12000.- rupees or ƒ 14400.-.- And thus, subject to correction, ƒ 330.-.- was overcharged. with 3300 Ducatoons ƒ 10890.-.-
Dutch transcription
175 Den 7„e April A„o 1786. —. 29 58500:—„ orpe 391500:-.„ Riuw Rendement van sodaane koopmanschappen als er in dit Boekjaar 17 8/6. met 's E: Comp: schip De Diamant zijn aangebragt en op den 27:' deser in Raade van Politie verkogt met aantoo„ „ning van derselver In- en verkoops prijsen en de daar Eij behaelde advancen, Namentlijk. stijne Specerijen 38175. —. lb Garioffel Nagulen - - - - - ƒ 34. 5. 17½ ƒ1079:19:— ƒ 1420. —. — ƒ 160335: —. —ƒ17255:1. —. 1125¾ r=m 145. –. „ Canneel fijne Cijlonse - - „ 29. 9. 1: s„ 42: 11. —. „ 520: —: —„ 754. —: —„ 731. 6. —. 1665¾„ Addeert - - - - ƒ13122: 13: - . - - - . . ƒ61089. —. ƒ196:7: —. 127½„ Diverse koopmansz: 9800: –„ Sommarium op het bovenstaande, als: t Den verkoop der fijne specerijen is. - - ƒ 3122:13: — - - — — - ƒ161089: —. ƒ1796:1:—: 1127 /½: r=m Den verkoop der diverse koopmsz: beloopt „ 92367„ 11. -. - - - - - „ 21707. 1. 8.„ 121703. 10. 8. 135. —. „ Somma - - - - ƒ1054984 . — ƒ3786. . . ƒ2691.8 . 258 /8. s„s - /:onderstond:/ In 't Nederlands Komptoir Suratta adij 29:' maart 1786: /: was gete„ „kend:/ M„s Monte Feld- - - - - - - - ƒ92367:11:— - - - -ƒ217071 1. 8 ƒ4708:18. 8. 135. —. 159000: —: lb koper Japans aan staaven. . ƒ 27. 5: 5 s:s ƒ350:15: —. ƒ 70: 16. — ƒ12572: —. — ƒ 69221:5:—: 159 5/8 r=m Thin Bancas - - - - - - „ 24:19:13:„ 14619:3:-. „ 50:9:–. „29513.5.–. „14894.2. —. 101 7/8. „ Looth Liets - - - - - - „ 9:19: 14: r„ 979:8. — „ 17:4. –. „ 1685:12–„ 706. 4. —. 72 1/8. s:s 5050. -. „ Menij Roode - - - - - - „ 10:19: —:s„ 552:18: – „ 22:18:8 „ 1157:14:–. „ 604:16:—. 109 3/8 r=m Suijker Poeder - - - - - „ 7:10:8: „2946:17: — „ 16:19: 8: „6457:2: 8. „ 36996:5: 8. 125 5/8. p:s Suijker kandij - - - - - - - „ 13: 1:9 p„s 8404:10: — „ 22: 18: 8. „ 5685:8:— „ 2280. 18. —. 67 —.:„ Inkoop verkoop beswaart met 2. p„r C=to Wisst Zuyver na korting van 3. p„r C=t rabat 8 1½. p„r C=to Bataviase ongelden in makelaardije de 100. lb: / de geheepartj, de 10 b degele artig gelden „ p:rs Cento. O teur es en 101½ 24000. - „ voor 3 3 176. Den 7:' April A„o 1786. — van Politie Suratta Op Een ingediend Berigt van den Hoofd adminis„ „trateur Monte van sodaane aanrekeningen als p„r het schip de Diamant van de Hoofd Plaats en van cochim na herwaerts syn gedaan, Is goe gevonden en verstaan het selve schriftuur deesen te insereeren, en daar op te disponeeren als in margine vermeld staet. —. Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer Abraham Josias Sluijsken Directeur & Hoofdgebieder deser Directie Benevens Den Raad. WelEdelen Agtbaaren Heer En Heeren. Onder de Iongst p:r S: E: Comp: schip de Diamant alhier ontfangene en aan mij ondergeteekende Negotie boekhouder ter hand gestelde Negotie Papieren, heb ik bevonden dat dese Directie het volgende ten Lasten aangerekend is Namentlijk: van Batavia A. /. Bij Een Factuur gedagtekend Batavia in 't Casteel ultimo Augustus 1785. , te weeten: Op heeden den 7„e april 1735. Marginale Dispositie genoomen in raade 1. ƒ Te ven 235 177. Den 7„e April A„o 1786. — De tegenstaande ƒ 830. –. . die bij abuis & om dat van de gereduceerde Ducatons ver„ „geeten is 3 1/33. p„r C„to te decor„ teeren, te veel aangerekend sijn Batavia te rug te ree„ „kenen, bij eerste aftegaene egotie factuur. —. ten Het tegenstaande bedrae„ „gen word goedgevonden op reekening van voor„ jaarige winsten & der¬ liesen te doen afschrij„ nisBij de dispositie op Eene fac„ tuur van aanrekening en ten goede brenging gedagtee„ „kend Batavia den 12„' aug:s 1781. , op den 30:' maij 1785. beslo„ „ten zijnde om de 3200:— Is goed rop„s welke aldaar met 2000. rd:s in mindering van de tegen gem: Wissel syn ontfangen op reekening van belastin„ ge en ontheffinge, te laeten voortloopen tot de nader ordre van Haar Hoog Edelheeden word thans verstaan om v=m die summa van de voorsz: reeke„ „ning te rug te schrijven en 2„e om voor te rug gerekend of ten laste gebragte ne„ „venstaande rop:s 8800. –. welke van het Gew: Padangs opper„ „hoofd niet sijn ontfangen, de rekening van Mand Chergie Gorseedjen & Powenram Heer! mant 2. /. voor soo veel de reekening van den geweesen pakhuijsm:r tot Suratta Nico¬ laas Holmberg volgens haar Hoog Edelheed:s besluijt van den 20„' 8ber: A„o 1780. bij de Bataviase Negotie Boeken onder ult=mo feb:r 1781. is ge„ Crediteerd, wegens het hem voor sijn aandeel ten Laste gebragte in deesen 1. /. Conform Haar Hoog Edelheedens besluijt sub dato 5: Julij 1785. werd deese directie terug gerekend de bij besluijt van den 24:' april 1781. Sumatraas Westkust ten Laste gebragte Rijxd:s 5500. –. off Rop„s 8800. –. in voldoening van het restand van de ten dien tijde alhier /: te Batavia:/ van Suratta ontfangene & aan DE: Comp: geandosseerde Wissel Groot rop:s 12000. –. – ten Laste van den toenmaeligen Gesaghebber aldaar Iacob van Heem„ kerk, en vermits geene betaeling van gem: van Heemskerk kunnende erlangen, moet dit bedraagen aldaar /:te suratta:/ door de Makelaars MandChergie Gorseedje & Touwen„ „ram Roederam als trekkers van gem: wissel weder aan D' E. Comp: voldaan te werden NB: Dese Ducatons zijn wel zeer goed gere„ „duceert a ƒ 3. 6. —. ijder met - - - - - ƒ10890. –. –„ Dog de 2 1/33 p„r C„to Rabat is niet gedecor„ „teert en deselve bedraagd - - - - - - „ 330. –. – Rest ƒ 10560. —. — wanneer nu hier bij g'addeert werdde te Batavia door de gemagtigdens van gem: van Heemskerk in kassa betaalde - - „ 3840. –. — komt het badraegen des wissel tot rop:s 12000. - off ƒ 14400. —. — En dus onder Correctie gesegt ƒ 330. —. — te veel aangereekend. met Ducatons 3300. -. - - - - - - - - - ƒ10890: –. –. de d s s en Roederam te belasten. —. . n het ven„
English
178. The 7th April Anno 1786. — The adjacent sums are understood to be counted into the treasury, except for the commission money of the third surgeon, for which the same must be debited to his salary account; the damage suffered by the Honorable Company on account of the stranding of the ship Walcheren in Anno 1713, which according to the esteemed resolution dated 18th August 1785 was charged to this Directorate, with Ducatons 3024. 60. or - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 9981. 13. 8. By an invoice dated Batavia in the Castle the 14th October 1785: the amount of the stamp duty and issue money for the following commissions and certificates for the persons named therein, namely: For the certificate for the undersigned as Chief Administrator - - rds 81. —. — For the certificate for Egidius Meijer as Fiscal & Salary Bookkeeper - - - - - - - - rds 40. 24. —. For the certificate for Antonij de Sille as Dispenser - - - - rds 20. 24. —. For the certificate for George Christoffel Rooff as Trade Transferrer, Auditor & Invoice Keeper - - - - - - - - rds 5. —. — For the certificate for George Smit as Translator - - - rds 7. 12. — For the commission of Jan Lotsz as ordinary Lieutenant at Sea - - - rds 4. 6. —. For a further commission of Jan Lotsz as Captain Lieutenant at Sea - - - rds 3. 6. —. For the commissions as Bookkeepers for A: de Sille, G: Smith, & M: Izaaks at rds 13 2/3 each comes to - - - rds 1. 27. —. For the commission of Johan Fredrik Witsel as third Surgeon - - - rds —. 39. —. Total rixdollars rds 163. 12. —. Making 179. 237 The 7th April Anno 1786. —. The opposite muskets and weapons, as going with the military to the Principal Place, to be charged thither; The opposite weapons to be received by the ensign as administrator of the armory, and taken into his administration and accounted for. the 98 5/8 pieces of current Ducatons at ƒ 3. 6. — each is - - . . . ƒ 324. 9. 8. less 3 1/3 percent rebate comes to - - - - - ƒ 9. 17. —. ƒ 314. 12. 8. By an invoice dated Cochin in the fortified city the 11th February 1786. The amount of the weapons to be mentioned in the possession of the men, which were issued there (in Cochin) to 27 Eastern soldiers stationed on the ship De Diamant: 1 Sergeant, 1 Corporal, 23 Soldiers, 1 Drummer & 1 Lock-keeper; namely: 25 pcs. Grenadier Muskets with iron ramrods & bayonets - - - - - - . . . . - - - - - - - ƒ 225. —. —. 2 pcs. brass cutlasses with their scabbards - - - - ƒ 5. 17. —. 1 pc. ditto drum with its accessories - - - - - - ƒ 24. 12. —. 2 pcs. wooden flutes with brass bands - - - ƒ 1. 4. —. 25 pcs. cartridge boxes with chamois-leather straps - - - ƒ 72. 7. — 27 pcs. chamois-leather Sword Belts with buckles - - ƒ 80. 15. —. 25 pcs. musket slings - - - - - - - - - - - ƒ 3. 15. —. 25 pcs. vent prickers - - - - - - - - - - ƒ —. 1. —. 25 pcs. flash-pan covers - - - - - - - - - - - - ƒ 1. 5. —. 50 pcs. gunflints - - - - - - - - - - - - - ƒ —. 6. 8. 25 pcs. bundles of fixed cartridges - - - - - - ƒ 5. —. — 25 pcs. bayonet scabbards - - - - - - - - - - - ƒ 8. 19. 8. ƒ 429. 2. —. By the Invoice of the cargo loaded into the aforementioned vessel De Diamant dated Batavia in the Castle the 15th November 1785. — the following, namely: The cost of the weapons which were furnished at Batavia to the European & Eastern soldiers stationed on the said vessel, namely: To the 5 Europeans 5 pcs. Grenadier firelocks with iron ramrods - - - - - - - - - - - ƒ 43. —. — 5 pcs. bayonet scabbards - - - - - - - - - ƒ 1. 7. 8. 5 pcs. musket slings - - - - - - - ƒ 1. 5. —. 5 pcs. ordinary cartridge boxes - - - - - - - - ƒ 8. —. —. 5 pcs. Grenadier cutlasses - - - - - ƒ 14. 5. —. 5 pcs. scabbards for the same - - - - - - - ƒ 5. —. —. 5 pcs. chamois-leather sword belts - - - - - ƒ 5. —. — ƒ 77. 17. 8 180. The 7th April Anno 1786. Carried forward ƒ 77. 17. 8. However, the opposite items returning on the men to be charged back again; to be written off to expenses on merchandise. Thus disposed and entered in the margin on the day, month & year aforementioned. To 25 Native men 25 pcs. Grenadier firelocks with iron ramrods - - - - - - - - ƒ 215. —. — 25 pcs. bayonet scabbards - - - - - - ƒ 6. 17. 8. 25 pcs. musket slings - - - - - - ƒ 6. 5. — 25 pcs. Malay cartridge boxes - - - ƒ 15. —. — ƒ 243. 2. 8. ƒ 321. —. 8. That which was paid in cash in November 1785 at Batavia to the Junior Merchant & Garrison Clerk Jan Constantijn van Son, to be distributed by him again to 25 volunteer Native soldiers who are about to depart with the ship De Diamant for Surat, for one and a half months of wages and subsistence money, also for and in place of the ration of arrack, calculated from mid-November to the end of December 1785, namely: for wages & subsistence money: 1 Sergeant at rds 5 per month - - - rds 7. 24. — And the opposite ƒ 308. 15. — 2 Corporals at rds 4 1/2 each - - - rds 13. 24. —. 22 Privates at rds 4. — each - - - rds 132. —. —. rds 153. —. —. In place of arrack at 4 1/2 jugs or 15 stuivers per man - - - - - - rds 7. 39. —. rds 160. 39. —. Making 96 3/8 pieces of current Ducatons at ƒ 3. 6. each is - - - - - - - - - - ƒ 318. 8. —. For 3 1/3 percent rebate is - - - - - - - ƒ 9. 13. —. ƒ 308. 15. —. In what manner I am to process all this in the Trade books I shall await Your Honorable Respectable's esteemed instructions, and meanwhile respectfully call myself, underwritten: Right Honorable Respectable Sir & Sirs, lower: Your Honorable Respectable's very obedient servant, was signed: M:o Mon. in the margin: Surat the 30th March 1786. —.
Dutch transcription
178. Den 7„' April A„o 1786. — De nevenstaande Summen word verstaan in kassa te doen tellen, uijtgenoomen het acte geld van den derde Meester voor het welke deselve op zine soldij Rekening moet wor„ den belast, de geleedene schaade door D' E: Comp: wegens het stranden van 't schip Walcheren in A„o 1713. dat navolgens g' Eerd besluijt de dato 18„' Aug:s 1785. deese Directie werd ten lasten gebragt met Ducatons 3024. 60. off - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 9981. 13. 8. Bij een factuur gedagteekend Batavia in het kasteel den 14. October 1785: het bedra„ „gen van het Zegul op en Expeditie geld der volgende actens en bewijsen voor de daar bij genoemde persoonen, te weeten: Voor het Bewijs voor den ondergetekenden als Hoofd administrateur - - rd:s 81. —. — Voor het Bewijs voor Egidins Meijer als fiscaal & Zoldij Bak„ houder - - - - - - - - „ 40 24. —. Voor het bewijs voor Antonij de Sille als Dispencier - - - - „ 20: 24. —. Voor het Berijs voor George Chris¬ „toffel Rooff als Negotie overdra„ „ger Narekenaar & Factuur houder„ Voor het Bewijs voor George Smit als Translateur - - - „ voor de acte van Jan Lotsz: als ord:r Luijtenant ter zee„ Voor een nadere Acte van Jan Lotsz als Kaptain Luijte„ nant ter Zee- - - „ Voor de actens als Boekhou„ ders voor A: de Cille. G: Smith, & M: Izaaks à rd:s 132. ijster komt - - - „ Voor de acte van Johan Fredrik witsel als derde Chirurgijn.„ —. 39. —. Teldrijxd: „ 163. 12. —. Uijtmaeken 5. —. — 7. 12. — 4: 6. —. 3. 6. —. 1 27. -. 6. /: doen admi en de 179. 237 Den 7„' April A„o 1786. —. De tegenstaande Perveiren en waapenen als met de militaire na de Hoofdplaats gaande der„ waerts aan te reekenen; De tegenstaande waapenen door den vaandrig als administra„ teur van de wapenkamer te doen ontfangen en bij sijn administratie inneemen en verandwoorden de 98 5/0. sux Pec: Duc a ƒ 3. 6. — ijder is - - . . . ƒ 324. 9. 8. aff voor 3 1/3. p„r C.t rabat komt - - - - - „ C. /. Bij Een Factuur gedagtekend Jochim in de gefortificeerde stad den 11:e' februarij 1786. Het bedraagen van de te meldene op den Man leg„ gende Waapenen dewelke aldaar /:te Cochim:/ aan 27. op het schip De Diamant geplaaste oosterse militairen 1. Sergeant 1. korperaol, 23. Zoldaeten 1. Tamboer & 1. Sluijter; als: 25. p:s Tranadier Teweiren met ijzer stamper & bajonets - - - - - - . . . . - - - - - - - ƒ 225. —. —. 2. „ kopere houwers met hun scheede - - - - „ 5. 17. -. 1. „ d„o trom met dies toebehooren - - - - - - „ 24. 12. —. 2. „ houte fluijten met kopere banden - - - „ 1. 4. -. 25. „ pattroon tassen met zeemleere riemen - - - „ 72. 7. — 27. „ Port d' Epees zeemleere met Pespen - - „ 80:15. —. 25. „ Cardon riemen - - - - - - - - - - - „ 3: 15. —. 25. „ ruijm naalden - - - - - - - - - - „ —„ 1. —. 1. 5. —. 25. „ pan deksels - - - - - - - - - - - - „ 50. „ vuursteenen - - - - - - - - - - - - - „ —. 6. 8. 25. „ bossen vaste pattroonen - - - - - -„ 5. —. — 25. p.s bajonets scheede - - - - - - - - - - -„ 8. 19. 8. ƒ 429. 2. -. O. /. Bij de Factuur van het gelaedene in voornoemd: bodem de Diamant gedagtekend Batavia in 't Casteel den 15„e November 1785. — het volgende, als: Het kostende van de Waapenen dewelke te Batavia aan de op gem: Bodem Geplaaste Europeese & ooster„ „se militairen verstrekt syn, als: Aan de 5 Europeesen 5. p:s snaephaanen Tranadiers met ijsere laad„ stokken - – – – – – – – - - - - – 43. —. — 5 „ scheede Bajonets - - - - - - - - - „ 1. 7. 8. 5. „ kardon riemen - - - - - - -„ 5. „ patroontassen ord:r - - - - - - - - „ 5. „ houwers Grenadiers - - - - - „ 9. 17. —. ƒ 314. 12. 8. 5. „ scheede tot deselve - - - - - - - „ 5. „ port d' Exees Zeemleere - - - - - „ 5: —: —ƒ 1. 5. —. 8. –. –. 14. 5. —. 5. –. –. 77. 17. 8 1. 138. 180. Den 7„' April A=o 1786. 77. 17. 8. Dog de tegenstaande op de man te rug gaan„ de weder te rug te re„ „kenen, te doen afschrijven op on„ „kosten van koopman„ „schappen Aldus Gedisponeerd en in Margine gesteld ten daege maand & Jaare voormeld, P:r Transp:t ƒ Aan 25 koppen Inlanderen 25. p„s snaphaanen granadiers met ijzere laadstok„en ken - - _ _ _ _ _ _ _ _ ƒ 215. —. — 25. „ scheede Bajonets - - - - - - „ 6. 17: 8. 25. „ kardon riemen - - - - - - „ 6. 5. — pattroontassen maleijts - - - „ 15. –. —„ 243. 2. 8. ƒ 321. — 25. „ Het in November 1705. te Batavia uijt Cassa betael„ de aan den onderkoopman & Guarnisoen schrijver Jan Constantijn van son. om weder door hem uijtgedeelt te werden aan 25. koppen vrijwillige Jnlandse militairen dewelke met het schip De Diamant na Suratta staan te vertrekken, voor een en een halve maand Pagie & kostgeld item voor en in Steede van het randsoen van aracq, gerekent van medio Gber: tot Ultimo Decemb:r 1785. , te weeten: voor Pagie & kostgeld. Sergeant â rd:s 5 smaands.- - -. rd:s 7. 24. – Ende tegenstaande ƒ 308: 15: — 2. Korporaels „ „ 4½ ieder „ 13: 24. —. 22. Gemeene „ „ 4. –. „ „ 132. —. rd:s 153. –. —. In Stede van aracq â 4½. kann: off. 15. stuijvers de man - - - - - - „ 7„ 39. rd:s 160. 39. -. Uijtmaekende 96. 3/80. stux gec: Ducatons á ƒ 3. 6. ider is - - - - - - - - - - ƒ 318. 8. —. Voor 3 1/33 procento rabat is - - - - - - - „ 9. 13. —. ƒ 308„ 15. —. Hoedaanig ik het een en ander bij de Negotie boeken moet verhandelen zal ik UwelEd: Agtb: g'eerde Disposi„ „tien blijven afwagten en mij intusschen met Eerbied noem /:onderstond:/ welEdele Agtb:r Heer & Heeren /:lager:/ uweldel Agtb:s zeer gehoorsaame Dienaar /:was getekend:/ M:o Mon /:in margine.:/: Suratta den 30:' maart 1786. —. 1. door E
English
161. 2 The 7th April Anno 1786. Two letters received from the English Ministry, Along with the 3 books. The Director having submitted the following two letters from the English Surat Ministry, dated the 28th March and 4th of this month, with which they now return three books, being those that had remained with them upon the surrender of the Directorship, of the following content. To the Right Honorable Worshipful Abraham Josias Sluijsken, Esquire, Chief for all affairs of the Dutch Nation, and The Council, Surat. Gentlemen! We have the pleasure to enclose a letter from the Honorable Governor and Council at Bombay addressed to Your Honor, as well as to return 2 books or memorials mentioned in Your Honor's letter of the 21st ultimo; had the third not been mislaid, we would have enclosed it herewith, yet we expect to receive the same at the earliest opportunity; We have the honor to be, underneath Gentlemen, lower Your Honor's obedient and humble servants, signed A: Ramsaij, P: Green, W: Lewis, D: Peton, F: Wardin, John: Spencer, L: Corkran, P: N: Roberts, J: H: Chirrij, in margin Surat the 28 March 1786. To 321. 08 15. 182. The 7th April Anno 1786. Gentlemen! We have the honor to acknowledge the receipt of your letter of the 26th of last month, and we have only thought it necessary in answer thereto to remark that Your Honor has the fullest liberty to take further such measures concerning the heirs of the Bania merchant Bhaijsa as Your Honor might think proper; we have, in our opinion, already refuted all the pressing arguments that Your Honor has been pleased to adduce against the conduct followed by us. The Honorable the President and Council of Bombay having informed us by a vessel arrived yesterday that they have sent over the third book or memorial, the return of which had been neglected at the end of the war, we have the pleasure to send the same herewith, with a duplicate of their last to Your Honor's address, and remain with respect, underneath Gentlemen, lower Your Honor's most humble and obedient servants, signed A: Ramsaij, Geo: Treen, W. Leurs, D. Seton, F: Wardin, Joh: Spencer, L. Corkran, P. N: Roberts, J: H: Cherrij, Joh: Church, in margin Surat the 4th April 1786. To Abraham Jesias Sluijsken, Esquire, Chief for the affairs of the Dutch nation, together with The Council, Surat. Broo 183. The 7th April Anno 1786. nation. Of which 2 in the secret chest, one filed at the secretariat. To request Their High Excellencies for the secret incoming and outgoing letters to and from the Governor. Upon the letter from Bombay concerning BrootChia. It was resolved, concerning the aforementioned three writings, which were found to consist, the first in the answer of the late Honorable Schreuder to the General Letter of the Lords Majors of the 16th November 1742, 2 September 1743, 5 December 1744, and 6 September 1745 concerning the Surat trading post; the second in the surviving memorial of the late Councillor Extraordinary and Surat Director Senff; and the third in the Ceylon advices from the 8th February to the 18th March 1781, to store the two first-mentioned again in the secret chest and to file the last-mentioned at the secretariat. And whereas it now appears that the secret outgoing and incoming letters of the Councillor Extraordinary and Governor of Ceylon van de Graaff, as Director of this Directorship, have gone missing without it being known where they are, it was resolved, at the request of the Director, to request Their High Excellencies in the first dispatch for copies of the same. The Governor and Council of Bombay, 241 184. The 7th April Anno 1786. having reported by letter of the 23rd March last that they are unable to give us any other answer to the demand for the return of the trading post BrootChia than that contained in their letter of the 3rd November 1784, and that they have therefore resolved to send copies of our letters on this subject immediately to their governing authority in Bengal, and that they will communicate their answer to us, as appears from the following letter itself. To the Right Honorable Worshipful Abraham Josias Sluijsken, Esquire, Director and Council for the affairs of the Dutch Nation, Surat. We have had the honor to receive Your Honor's letter of the 21st last, repeating Your Honor's request to be restored to Your Honor's factory at BrootChia, and as it is not in our power at present to give Your Honor any other answer to this demand than that contained in our letter of the 3rd November 1784, we have resolved to send copies of Your Honor's letters on this subject immediately to the Honorable Governor General and Council in Fort William, requesting their orders, of which Your Honor will afterwards be duly informed by us as soon as we shall receive the same from the governing authority.
Dutch transcription
161. 2 Den 7„' April A„o 1786. — twee brieven van het Engelse ministerie ontfangen, Nevens de 3. boeken. Door den Heer Directeur sijnde overgelegd de ondervolgende twee Brieven van het Engelsche sou„ „ratse Ministerie gedagteekend den: 28„' maart en 4„e' deses, waar bij als nu te rug senden drie boeken, sullende sijn die geene welke bij de over„ „gaave der Directie onder haar verbleeven waeren, van de volgende Contenue. — Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer Abraham Josias Sluijsken schildknaap Cheff voor alle saken van de Hollandse Natie & Den Raad Suratta. Mijne Heeren! Wij hebben het plaisier desen intesluijten Een brief van den Honorable Gouverneur & Raad te Bombaij aan UwelE: geaddresseerd, zo mede te rug te geven 2. boe„ „ken of memorien vertemeld in uwE: brief van der 21: l: l: was de derde niet verlegd geworden, zoude wij het hier nevens gevoegd hebben, egter verwagten hetselve bij de Eerste gelegendheid te zullen ontfan„ „gen; Wij hebben, d' Eer te zijn. - /:onderstond:/ Mijne Heeren /:lager:/ UwelEdele Gehoorsaame & onderdaanige Die„ „naaren /:was getekend:/ A: Ramsaij. P: Green W: Lewis„ D: Peton, F wardin, John: Spencer, L: Corkran, P: N: Roberts, J: H: Chirrij /:in margine:/ Suratta den 28. maart 1786. —. Aan 321. –. 08„15. — 182. Den 7„' April A„o 1786. — Mijne Heeren! Wij hebben d' Eer te erkennen de ontfangst uwer missive van den 26„' des voorleeden maand, en wij hebben alleen in andwoord daar op nodig g'agt aan te mak„ „ken, dat Uwe Edele de volmaakste vrijheijd hebt verder sulke maatregulen betreffende de Erfge„ „naamen van den Benjaans koopman Bhaijsa te neemen als Uwel Ed=e goed mogt vinden wij hebben na onse gedagten bereeds wederlegd alle de drangredenen die uwE: hebben gelieven bij te brengen tegen het door ons gevolgde gedrag, Den Honorabelen de President & Raad van ^met Bombaij ons meld een vaartuijg gisteren aangekoo„ „men hebbende overgesonden het derde boek of memoriael welkers te rug geeving bij 't Eijnde des oorlogs is versuijmd geweest hebben wij het Plaijsier het selve hier nevens te senden, met een Duplicaat van haar Laaste aan UwelEd„e ardres verblijven met agting. - /:Onderstond:/ mijne Heeren /:Lager:/ UwE: onderdanigste 't Pehoor„ „saame Dienaaren /:was getekend:/ A: Ramsaij, Geo: Treen, W. Leurs, D. Seton, F: Wardin, Joh: Spencer, L. Corkran, P. N: Roberts. J: H: Cherrij, Joh: Church /:in margine:/ Suratta den 4„e april op de 1786. —. Aan Abraham Jesias sluijsken Schildknaep. Cheff voor de saken van de Hollandse natie Benevens Den Raad, suratta Broo 183. Den 7„' April A„o 1786:— natie Waar van 2. in de secreete kas een op het secretarij geseponeerd De Secreete aankoomende Einde & afgaande Brieven aan en Haar Hoog Edelheedens te versoeken. op de missie van Bombaij omtrend BrootChia. Is goedgevonden om van de voorschreeve drie schrifture welke bevonden syn te bestaan het Eerste in het andwoord van wijlen den Edelen Heer Schreuder op het Generaele Schrijven der Heeren Majores van den 16„' Novemb:r 1742. 2', 7ber 1743, 5: xber: 1744. & 6: 7ber 1745. over het komptoir suratta, het tweede in de nagelatene memorie van wijlen den Heer Raad Extra or„ dinair & Surats Directeur Senff, en het derde in de Ceijlonse advisen sedert den 8„' febr tot den 18„' maart 1781. de twee eerstgemelde weder in de secreete Kassa te bergen en het laest genoemde ter secretarije te seponeeren. En terwijl het nu geblijkt dat de secreete afgaande & aankoomende brieven van den Hee„ van de Heer van de Grooff dte Raad Extra ordinair & Ceijlons Gouverneur van de Graaff als Directeur van dese Directie sijn vermist geraekt, sonder dat men weete waar deselve sijn, so wierd verstaan op het versoek van den Heer Directeur Haar Hoog Edelheeden bij eerst af te gaan schrijven nader i om de Kopien van deselve te versoeken Den Heere Gouverneur en Raad van Bomlaij bij naep. en koo„ het een dree april 241 184. Den 7„' April A„o 1786. —. bij missive van den 23„' maart laastleeden hebbende gemeld, dat sij onvermoogens sijnde om ons op de gedae„ „ne te rug vorderinge van het Comptoir BrootChia eenig ander andwoord te geven als het geene vervat is bij haaren brief van den 3„' 9ber: 1784. en dat sij daarom beslooten hebben om ten eersten de Kopien van onse brieven over dit ontwerp over te senden aan haar Gesag voerend vermoogen in Bengaalen en dat sy ons derselver andwoord sullen meede dee„ Een blijkens de ondervolgende missive selven. — Aan den Wel Edelen Agtbaaren Heer Abraham Josias Sluijsken, Schuildknaep Directeur & raad voor de saaken van die Hollandse Natie en Wy hebben d' Eer gehad te ontfangen UwE: missive van den 21:' laastleeden, herhaelende UwE: versoek, om in UwE: Factorije te BrootChia hersteld te zijn, en vermits het voor tegenwoordig niet in ons ver„ moogen is, UwE: eenig ander andwoord op deese vordering te geeven, als het geen in onsen brief van den 3:' November 1784. vervat is, hebben wij be„ „slooten om ten Eersten kopijen van uwE: brieven over dit onderwerp overtesenden aan den Houmble dan Gouverneur Generael & Raad in 't fort Williams met versoek van haar bevel, van het welke uwE: hier na behoorlijk door ons zult onderrigt worden soo spoedig als wij deselve sullen ontfangen van het suratta ƒ Gesagvoerend
English
185. April Anno 1786. The 1st to temporize for the present with the reply bail of the Curator ad lites Meijer and of cashier Piper to submit the petition of Cashier Piper addressed to Their High Mightinesses to the same. ruling authority in Bengal, we have the honor to be, below: My Lords, lower: Your Honors' obedient and humble servants, was signed: R: H: Boddam, P. Nieson, Rob:t Sparks, Rich:s Church, in the margin: Bombay Castle Political Secret Department 23rd March 1786. It was resolved to leave the matter as it stands for the present and to temporize for some time before proceeding to make a further public protest. There having been submitted the bails of the Fiscal and Pay Bookkeeper Meijer for his administration as curator ad lites to the amount of one thousand rijxdaalders, and of the cashier Piper for the administration of the petty cash to the amount of ropias 4000, it was approved to file the aforementioned bails at the secretariat. There having been read a petition from the junior merchant and cashier Gerrit Piper, addressed to Their High Mightinesses, containing a request for the reasons cited therein for compensation of the disbursements and travel expenses as well as freight charges paid which he, on his journey from Batavia to Cochin and from there to this place, [illegible] 186. The 7th April Anno 1786. Upon the petition of the secretary van Polaanen de Bevere to grant letters of recommendation to the supercargoes at Canton, with foreign private vessels, unavoidably incurred and paid, it was approved and resolved to present the said petition to Their High Mightinesses in original with the outgoing dispatch, and therewith very respectfully to request Them to look favorably upon the same, as it is a well-known fact that such a journey with a family across various places and with different ships must cost a great deal. Upon the following petition of the Secretary of this council, van Polaanen de Bevere. To the Right Honorable Abraham Josias Sluijsken, Director and Commander-in-Chief, together with The Council. Right Honorable Sir and Gentlemen! The undersigned junior merchant and secretary of this council has the honor to represent very humbly to Your Honors: That he lost his parents, who were repatriating, through the shipwreck 187. The 7th April Anno 1786. wreck of the ship, and as his stepfather Heiligendorp was chief and first supercargo of the Trade at Canton in China, he presumes that he made a testament or last will there, which he discovered from private letters, and he already addressed himself to China about this in anno passato but received no reply, unaware of the reason why, and also as none of the gentlemen there is privately known to him, he takes the liberty to address Your Honors with the humble request to be pleased to grant him letters of recommendation to the Gentlemen Supercargoes of the Trade there, in order that duplicate copies of the testament made by his deceased parents, with all the papers pertaining thereto and relating to the aforesaid estate so far as they are known there, may be sent to him. For which he will be very humbly grateful to Your Honors, and in anticipation of a favorable disposition upon this his request, has the honor to remain with the highest esteem, below: Right Honorable Sir and Gentlemen, lower: Your Honors' very humble and obedient servant, was signed: I: I: van Polaanen de Bevere, in the margin: Suratte the 6th April 1786. It was approved to grant the letters of recommendation requested therein to the Gentlemen Supercargoes of the China Trade 188. The 7th April Anno 1786. The young assistant van Maseijk discharged from the service at his request. A Persian flogged for theft of spices and banished from the yard. and to send the dispatch thither at the first opportunity, with the request to cause the requested copies to be provided; Upon the petition of the young assistant Hendrik van Maseijk, requesting to be discharged again from the service of the Company because the death of his father and the urgent writing of his mother makes his departure for Aleppo necessary, it was resolved to discharge him again from the service of the Honorable Company and to allow him to return to his mother, while it was furthermore approved to have the soldier Everhardus Guillamus Claassen serve in clerical duties with the allocation of a clerk's board allowance. The servant of the Fiscal having yesterday apprehended a certain Persian servant named Dada Wiera, who, coming from aboard the Diamant, had concealed in a large pot of rice a small bag of cloves weighing 2½ lb., and the said Persian persisting that the same cloves were presented to him on board by someone whose name he did not know, it was resolved to
Dutch transcription
185. April Anno 1786. —. Den 1„ E met het antwoord voor eerst te temporiseeren borgtot van den Curator adlites Meijer van en kassier Piper het Reqt: van den Kassier Piper aan Haar Hoog Ed:s g'addresseert Hoogst gem: aan te bieden. Gesagvoerend vermoogen. in Bengaelen, wij hebben d' Eer te sijn /:onderstond:/ Mijne Hee„ „ren /:lager:/ UwelEd: gehoorsaame & onderdaanige Dienae„ „ren /:was getekend:/ R: H: Boddam, P. Nieson, Rob:t Sparks, Rich:s Church /:in margine:/ Bombaij Casteel Pol:t: Secret: Dep:t 23„' maart 1786. —. Is verstaan het nu voor eerst daar bij te laeten be„ „rusten en eenigen tijd te temporiseeren, voor en ac eer men Tot het doen van een nadere puplicq protest overgaet. Synde overgelegt de Borgtogten van den Fiscael en soldij Boekhouder Meijer voor sijne administratie als curator adlites tot een bedraegen van Een Duijsend rijxdaalders, en van den kassier Piper voor de administratie van de kleijne geld kassa tot een bedraagen van ropias 4000. — Is goedgevonden de voorengemelde borgtogten ter secretarije te Seponeeren., Geleesen sijnde Een Request van den onder„ koopman & kassier Gerrit Piper, geaddresseert aan dumble met Fravorable voordragt Haar Hoog Edelheeden, houdende versoek om de daar bij aangehaalde redenen om vergoeding van de ongelden & reijse kosten mitsgaders be„ „taalde vragtgelden welke hij op sijne reijse van bbende gedae„ is en p be„ ven ms ke worden het nd 243 186. Den 7:' April: A:o 1786. — Op het request van den secretaris van Polaanen de Bevere brie„ supercarga te canton te verlee„ „nen, van Batavia na cochim en van daar na herwaerts met vreemde particuliere vaartuijgen onvermijdelijk heeft gedraagen & betaald, Is goedge„ „vonden & verstaan het gedagte versoekschrift Haar Hoog Edelheeden bij de aftegaane missive in originali aan te bieden, & Hoogst Deselve daar benevens seer Eerbiedig te versoeken om op het selve eene gunstige reflectie te slaan, also het eene seer bekende saak is, dat een dier„ „gelijke reijse met een famielje over verscheijden plaatsen en met onderscheijden scheepen, seer veel kosten moet, op het ondervolgend Request van den Secretaris „ven van voorschrijving aande deser vergaadering van Polaanen de Bevere. — Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer: Abraham Josias Sluijsken. Directeur & Hoofd Gebieder Benevens Den Raad. WelEdele Agtb: Heer & Heeren! Den ondergeteekende onderkoopman & secretaris deser vergaadering heeft d' Eer Uwel Edele Agtbaare & Ed:s seer nedrig te vertoonen: Hoe dat hij zijn ouders repatrieerende door het verongelukken 187. Den 7„' April A„o 1786. — verongelukken van het schip heeft verlooren, en alzo desselfs stief vader Heiligendorp is geweest opperhoofd & Eerste super carga van den Handel te cantonin China, hij verondersteld deselve een Testament of Uijter„ „ste wille aldaar gemaakt hebben, 't welk hij uijt Parti„ „culiere brieven ontwaerd heeft, en hij zig daar over reeds in anno passato na China geaddresseerd dog geen antwoord ontfangen heeft, onbewust de reden waarom, en Item niemand der Heeren aldaar par„ „ticulier bekend is, so gebruijkt hij de vrijheyjd zig te addresseeren bij Uwel Ed:e Agtb:e en Ed:s met nedrig versoek van hem te willen verleenen brieven van voorschrijven aan de Heeren Supercargas van den Handel aldaar, ten einde hem kopia in duplo van het door desselvs overleedene ouders gemaekt Testament met alle de Papieren daar toe, en tot voorsz: boedel betrekkelijk so verre deselve al„ „daar bewust zijn, moogen worden toegesonden, Waar voor hij UwelEdele Agtb: & Ed:s zeer nedrig sal dankbaar zijn, En in verwagten van een favorable dispositie op dit zyn versoek, d' Eer heeft met de meeste agting te verblijven, /:onderstond:/ WelEdele Agtbaare Heer & Heeren: /:lager:/ Uwel Ed:e Agtb: & Ed:s zeer onderdoonige & Gehoorsaame Dienaar /:was getekend:/: I: I: van Solaanen de Bevere /:in margine:/ Suratta den 6„' April 1786. — Js goedgevonden de daar bij versogte brieven van voorschrijvinge aan de Heeren super Cargas van den Chinasen Handel te ac„ „cordeeren 243 188. Den 7:' April Ao 1786. — Den Jong assistent van Mo„ „seijk op sin versoek uijt den dienst ontslaagen, Een Persie over diefstal in specerijen gechambokt & van de werff gebannen, accordeeren en daar toe de missive bij eerste gelegendheijd derwaerts te senden, met versoek om de versogte kopien te doen verleenen; Op het Request van den Iong assistent Hen„ drik van Maseijk, versoekende om weder uijt den dienst der Maatschappije te worden ontslaa„ gen uijt hoofde het overleijden van sijn vader en het pressende schrijven van sijne Moeder, sin vertrek nae aleppo noodsakelik maakt, Is verstaan hem uijt den dienst van de Edele komp: wederom te ontslaegen, en nae syne moeder te laaten retourneeren, terwijl verders wierd goed „gevonden om den soldaet Everhardus Guillamus claassen aan de penne te laeten dienst doen met toelegging van schribenten kostgeld, Den bediende van de Fiscael op Gisteren hebbende agterhaeld sekeren persies Dienaar ge„ naamd Dada Wiera, welke van boord van De Diamant koomende in een groote Pot met rijst verborgen had een sakjen met Nagulen ter swaarte van 2½. lb. , en de gemelde Persie daar bij Persisteerende dat hem deselve Nagulend aan boord waeren present gedaan door remand welkers naam hij niet wist, soo wierd verstoen om
English
489. The 7th of April A:o 1786. —. 247 To confiscate the aforementioned 2½ lb of spices, to have them stored in the warehouse and included with those delivered, and to have the aforementioned Persian given a proper administration of cane lashes and banished forever from the wharf, with orders to all servants of the Company never to employ him in its service. Thus done, resolved and decreed at the Dutch office Suratta, on the day, month and year aforementioned. - /:was signed:/ A. I: Huijsken, M:r Monte, E: N: Wiardi, I: I: van Polanen de Bevere, E: Meijer, G. Piper & P: O. Roeff. Sunday The 16th of April A:o 1786. - before noon All Present Preliminarily, the last preceding resolution of the 7th of this month was summarized and approved. Where- 190. The 16th of April A:o 1786. —. 2 requests received. This one from the Sea Captain Bosman requesting rations. Whereafter two requests were submitted, the one from the Sea Captain Mattijs Bosman and the other from the surgeon of the Diamant, the first mentioned requesting that for the benefit of the said vessel there may still be issued here such one and a half months' rations for 30 Moorish seafarers as were issued to him at Batavia for less time than the voyage lasted, having only been provisioned there for three months whereas he was on voyage for a full four and a half months, which he was thus forced to supply from his other rations; furthermore, two months' rations for 27 Eastern soldiers, whom he received on board at Cochim with a provision of three months, of which two have already expired, and then also 10 empty water leagers for drinking water for the horses going along, and finally for three months' rations of meat and bacon for the Europeans, as he received for 6 months at Batavia, of which 4 are said to have expired. And the last-mentioned reiterating that also 495. The 16th of April A:o 1786. — 249 And from the surgeon reiterating the request for medicines. there may also be issued to him the necessary medicines for 27 Eastern soldiers who were sent on board at Cochim, and for whom he received nothing at Batavia, appearing in more detail from both following requests. To the Right Honorable Sir! Abraham Josias Sluijsken Director and Commander in Chief Together with The Council, Right Honorable Sir and Gentlemen! The undersigned Sea Captain of the ship De Diamant lying here at the roads, having been victualed at Batavia on the 14th of November 1785 for the Europeans and Natives for 9 months, but for the Moors only for 3 months, and having received 27 soldiers on board at Cochim on the 10th of February also with their provision for 3 months, it is his urgent request that Your Right Honorable and Honors may be pleased not only to compensate him for the 1½ months of rations issued to the aforementioned Moors in excess of what was received /:as he had the same on board until the 29th of March last:/ and also to have issued to him for the Native soldiers for 3 months /:as they now have just one month remaining due to them:/, whereby 192. The 16th of April A:o 1786. — he will then be rationed for his entire crew for 4 months, but also to have him provided with 10 leagers or otherwise as many casks as 10 leagers amount to for the filling of water in excess of what he received at Batavia, both for the now increased headcount and for the 2 horses to be transported. He further requests rations of meat and bacon for 3 months, as he received a provision for 6 months at Batavia, of which 5 months of provisions have already expired; /:below was written:/ Which doing /:was signed:/ M: Bosman To the Right Honorable Sir. Abraham Josias Sluijsken Director and Commander in Chief of this Directorate Together with The Council. Right Honorable Sir and Gentlemen. The surgeon of the ship De Diamant having requested of Your Right Honorable and Honors some medicines, but not to be charged for the same on account, since he presumed that something of the kind for the preservation of the crew would be charged to the Honorable Company, and he therefore solely requested this for that reason, but since this request made on that condition was rejected, he has the honor very humbly to submit to the consideration of Your Right Honorable and Honors, that 193. The 16th of April A:o 1786. — The adjacent ration issued to the ship De Diamant. that since Cochim he has had 27 men more on board than what he received his provision for at Batavia, as that was not accounted for; and these people having to depart again with the aforementioned ship, he necessarily needs to be provided with more medicaments; thus it is his humble and most urgent request that it may please Your Right Honorable and Honors not only to reimburse him for the medicines consumed for those 27 heads, but also to have issued to him what is required for the return voyage. /below was written:/ Right Honorable Sir and Gentlemen /:lower down:/ Your Right Honorable and Honors' very humble and obedient servant /: was signed:/ F: ter Pelkwijk — /:in the margin:/ Suratta the 10th of April 1786. —. Whereupon deliberation having taken place, it was approved and agreed to still have issued to the ship De Diamant: One and a half months' rations for 30 Moors in compensation for the excess issued to these seafarers during the voyage of 4½ months beyond the 3 months received at Batavia. Three months' rations for 27 Easterners who were placed on this vessel at Cochim, as 2½ months of the three months issued there have already passed, together with Ten empty water leagers for the aforementioned purpose, if only they can be obtained, Yet 231
Dutch transcription
489. Den 7„e' April A:o 1786. —. 247 Om de voorschreeven 2½. lb specerijen te konfis„ queren in het Pakhuijs te Laeten bergen en bij de uijtgeleverde te doen inneemen, en om de voorsz: Persie een behoorlijke verstrekking rotting slaegen te laeten geeven en voor altoos van de werff te bannen, met Last aan alle de Dienaeren van de kompagnie om hem nimmer in haeren dienst te emploijeeren, Aldus Gedaan Geresolveert & Gearresteerd Jn het Nederlands komptoir Suratta, ten daege maand & Jaare voormeld. - /:was getekend:/ A. I: Huijsken, M:r Monte, E: N: Wiardi, I: I: van Polanen de Bevere, E: Meijer, G. Piper & P: O. Roeff. Sondag Den 16: April A. o 1786. - voor de middag Alle Present Voor aff wierd de laest voorgaande resolutie van den 7„e deses geresumeert en Geappro„ beert. Waer - 190. Den 16:' April A„o 1786. —. 2. requesten ingekoomen De „se Een van den Capitain ter Zee„ de Bosman versoekende om soenen Waer nae wierden overgelegd twee requesten het eene van den Capitain ter Zee Mattijs Bosma„ en het andere van den oppermeester van de Dia„ „mant, versoekende de eerst gemelde dat ten be„ hoeve van genoemde Kiel alhier nog moogen worden veerstrekking van Rand, verstrekt sodaene Een en halve maand Randsoen van 30: moorse zeevaarende als hem te Batavi voor minder tijd verstrekt sijn als de reijse ge„ „duurd heeft, sijnde aldaar maar voorsien ge„ „weest voor drie maanden daar hij wel vieren halve maand op reijse geweest is die hij dus ge„ noodzaakt is geweest uijt sijne andere randsoe „nen te suppleeren„ voorts twee maanden randsoen aan 27:' oostersche militairen, die hij te Cochim aan boord gekreegen heeft met een verstrekking van drie maanden van welke er reets twee verloopen sijn, en dan nog 10: ledige water leg„ gers tot drinkwater voor de Paarden die mede gaan, en eindelik voor drie maanden randsoen van vlees & spek voor de Europeeschen, also hij te Batavia voor 6: maanden gekreegen heeft van welke 4. souden verloopen, sijn. En de laastgenoemde bij herhaeling dat mede - 495. Den 16„e April A„o 1786. — 249 En van den oppermeester versoekende by herhaeling om medicijnen mede aan hem mogen worden verstrekt de nodige medicijnen voor 27„' oostersche militairen welke te Cochim aan boord gesonden zijn, en voor dewelke hij te Batavia niets genooten heeft, omstandiger blijkende uijt de beide volgende Requesten. Aan den welEdelen Agtbaaren Heer! Abraham Josias Sluijsken Directeur & Hoofd Gebieder Benevens Den Raad, WelEdele Agtb: Heer & Heeren! Den ondergeteekende Capitain ter Zee van het alhier ter rheede leggende schip De Diamant op den 14„e 9ber: 1785. te Batavia zijnde Gevictualieert voor de Europeesen & Inlanders voor 9. waanden, maar voor de mooren enkeld voor 3. maanden, en den 10„e feb:r op Cochim 27. militairen hebbende aan boord gekreegen meede met haare verstrekking voor 3. maanden soo is zijn instantig versoek dat UwelEd:e Agtb:r en Ed:s hem niet alleen gelieven te dedomagee„ „ren van de 1½ maand aan voormelde mooren meer„ „der verstrekt als ontfangen Randsoen /:also de„ selve tot den 29:' maart E: l: heeft aan boord ge„ „had:/ en hem meede nog voor de Inlandse militae„ „ren te doen verstrekken voor 3. maenden, /:als nu Juijst nog maar Een maand te goed hebben:/ sullende 192. Den 16: April A„o 1786. — hij als dan voor zijn Geheele Equipagie voor 4. maanden gerandsoeneerd sijn, maar ook van hem te doen voorsien van 10. Leggers of anders soo veel Fusten als 10 leg „gers bedraegen ter vulling van water meerder als hij op Batavia ontfangen heeft, so wel voor de nu meerdere koppen als voor de 2. overtevoerene Paarde Nog versoekt hij voor 3. maanden randsoen vleesch en spek, also hij op Batavia voor 6. maanden ver„ „strekt gekreegen heeft, waar van reeds 5. maan„ „den verstrekking verloopen sijn; /:onderstond:/ 'T Welk Doende /:was getekend:/ M: Bos„ „man Aan den Wel Edelen Agtbaaren Heer. Abraham Josias Sluijsken Directeur & Hoofd Gebieder deser Directie Benevens Den Raad. WelEdele Agtbaare Heer & Heeren. Den oppermeester van het schip De Diamant Uwel Edele Agtbaare & Ed:s hebbende versogt om eenige medicijnen dog om deselve niet op reekening belast te moogen krijgen, vermits hij veronderstelde dat iets diergelijks voor behoud van de Equupagie ten lasten der Edele Comp: soude koomen, en hij dus om die reeden dit Enkeld versogt heeft, maar vermits dit zijn op die voorwaarde gedaan ver„ „soek is afgeslaagen, heeft hij d' Eer Uwel Ed=e Agtb en Ed: seer ootmoedig in konsideratie te geven, dat 1. 193. Den 16e' April A:o 1786. — het nevenstaande randsoen aan 't schip De Diamant verstrekt. dat hij zeedert Cochim 27. man meer aan boord heeft gehad als waar hij op Batavia zijne verstrekking voor heeft gekreegen, also daar op niet gereekend is; en deese menschen weder met voorm: schip sullende vertrekken, hij noodwendig van meerder medicamenten dient voorsien te worden, dus is syn nedrig en instantigst versoek, dat het UwelEd: Agtb: en Ed:e behage hem niet alleen de voor die 27:' koppen verbruijkte medicijnen te restitueeren, maar hem ook van de benoodigde tot de te rug reijse te laeten afgeven /onderstond:/ welEdele Agtb: Heer en Heeren: /:lager Uwel Ed:e Agtb:e en Ed:s zeer onderdaanige & Gehoorsa„ me Dienaer /: was getekend:/ F: ter Pelkwijk — /:in margine:/ Suratta den 10:' April 1786. —. Waar op gedelibereerd sijnde, wierd goedgevonden & verstaan om aan het schip De Diamant nog te laaten verstrekken: Een en halve maand randsoen voor 30. mooren in vergoeding van de aan deese zeevaarende geduurende de reijse van 4½. maand meerder ver„ „strekte dan genootene 3. maanden te Batavia. Drie maanden randsoen aan 27. oosterlingen welke te Cochim op deesen bodem sijn geplaast also van de drie maanden aldaar sijn verstrekt reeds 2½. maand verstreeken sijn, mitsgaders Tien ledige water leggers ten eijnde voormeld so maar te krijgen zijn, Dog 231