Inventory 10657
Cape · 872 pages · 99 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
regt. had been answered that however gladly His Honorable Worship would wish to please Captain Sutton in every respect, he nevertheless in this case could not comply with the desire of Captain Sutton, because it was beyond His Honorable Worship's power to arrest or stop a ship that was ready to sail, belonging to a nation with whom the Republic not only lived in peace, but besides, the captain had committed nothing that merited his being detained here with his vessel, adding that His Honorable Worship kindly requested the aforementioned Captain Sutton not to cause any trouble to that ship, especially on this roadstead, all of which was made known by His Honorable Worship with the utmost friendliness. That the deponent thereupon proceeded with the aforementioned Lieutenant to Captain Sutton and reported his experience, whereupon the said Captain Sutton, after having heard all this, became very displeased, requesting the deponent once again to go back to the Honorable Worshipful Lord regt., which request was turned down by the deponent since the said Captain Sutton expressed himself in improper terms, and at the same time advising Captain Sutton to do so himself or otherwise to communicate this in writing to the Honorable Worshipful Lord regt., which was then also done by Captain Sutton, as the deponent presumes. Declaring the deponent lastly that the Honorable Worshipful Lord regt. at all times when the deponent had accompanied any English or other foreigners to His Honorable Worship, those people were always received by the Honorable Worshipful Lord regt. with the utmost friendliness and politeness. Declaring nothing more, this deponent gives as reasons for knowledge as in the text, being prepared, if required, to confirm this further with a solemn oath. There being granted three identical copies hereof. Thus passed at Cabo de Goede Hoop in the presence of the clerks Jan Bernhard Hoffman and Nicolaas Johannes Kerman as witnesses. Was signed: P. P. de Wit. Lower: Known to me, signed: I. D. Karnspek, G Clercq. In margin: As witnesses, and signed: I. B. Hoffman, N. I. Kermann. Agrees. Sworn Clerk, r Diemel No 1 a meri n 9 wede g g 0 Elen on Copy The undersigned Colonel and Chief of the Artillery at Cabo de Goede Hoop hereby also declares that on the occasion of the disputes that arose between the English Captain at sea Sutton and a North American skipper, both lying with their ships here in the roadstead, no order was ever given to him to prepare to fire with red-hot cannonballs at the English warship commanded by Captain Sutton, he further testifying that he does not know that there was ever the slightest question of it, and being certain that at this time absolutely no preparations for such a maneuver were made here. Done at Cabo de Goede Hoop the 27 Febr 1792. Was signed: P. H. Getquin Agrees. Goetz, Clerk. GG No. 12 Exhibited the 22 March 1792. Daily register kept in the years 1791 and 1792 on board the Honorable Company's ship De Meermin of what occurred on the voyage from Kaap de Goede Hoop to the island Mauritius, and the outcome of the expedition for the sale of the cargo of wheat, and the purchase of coffee beans and black ebony wood, as well as what happened on the return voyage from the said island to the island Bourbon, in sight of the island Madagascar, in the Bay La Goa, and further up to the aforesaid Cape for the tracing of the missing Honorable Company's return ship Het Slot ter Hoge, most respectfully presented by way of report to the Right Honorable Worshipful Lord Johannes Isaak Rhenius, Commander of Kaap de Goede Hoop and its jurisdiction, together with the Honorable Worshipful Political Council there. Right Honorable Worshipful Lord and Honorable Worshipful Lords, Your Right Honorable Worships having been pleased to dispatch the aforesaid vessel De Meermin for the tracing of the missing Honorable Company's return ship 't Slot ter Hoge, and at the same time to sail with a cargo of wheat to Mauritius, and if it could not be sold there, to proceed to Ceilon, we have the honor, in the most dutiful manner, hereby to give Your Right Honorable Worships a detailed account of everything that occurred on this expedition and could be worthy of Your Right Honorable Worships' attention, thus beginning with: Saturday the 10 September 1791, when, having received the necessary orders and instructions from the hands of the Right Honorable Worshipful Lord and Commander, we went on board. Sunday the 11th ditto. In the morning at 2 o'clock, the wind decreasing, sent the boat directly to heave it out and wound in the daily cable to 70 fathoms, but the wind turning westerly, we were obliged to drop the small bower anchor again, all the more because one could not get clear of the Honorable Company's ship 't Meeuwtje to bring in the anchors; with daybreak, the wind increasing strongly from the southeast, the small bower cable happened to break; we then dropped the sheet anchor and hauled a long bight of it onto the deck, the wind continuing throughout the day and the following night. Monday the 12th. At 9 o'clock, the wind calming down somewhat, we sent Lieutenant van der Roest ashore with the boat to request the Master Attendant to send another cable instead of the small bower cable that had broken yesterday.
Dutch transcription
regt. was geantwoord geworden dat hoe gaarne zyn E Achtb: hem Capitn Satton in alle opzichte pleisieren wilde hij egter in dit geval aan de begeerte van hem Capitn Culton niet voldoen konder, want dat zulx buyten zynE Achtb: vermoogen was een schip te arres„ teeren of te stoppen het welk zeilree lag„ van een natie met wien de republicq niet alleen in vreede Leefde maar behalven ook den Capit:n niets had gepleegd, het welk merc„ teerde dat men hem hier over met zijn Bodem konde aanhouden met byvoeging dat zijn Ed Achtb: voorm: Capit:n Sutton vriendelijk verzoeken het tog vooral op deeze reede geen moleste aan dat schip te pleegen, welk een en ander door zin Ed Achtb. met de uitterste vriendelykheid wa te kennen gegeeven. Dat de Comp=te zig daarop met voorm: Lieut naar Capin: Sutton begeeven en van zyn wede vaaren bericht gedaan had, als wanneer ged Captn. Sulton na 't een en ander aange¬ hoord te hebben zeer misnoeyd was gewon den Comp=e andermaal verzoekende weder nadenE Achtb: heer regt. te gavan dog wel verzoek van den Comp:t van de hand geweezen wierd veimits gedte Capit. Jutton zig en niet betaamelyke uitdruk„ kingen uit liet, en te gelyk Capt„n Cutton aanraadende zulx zelfs te verrichten of anders den E Achtb: heer reqt. zulx in zulx in schrift te willen bedeelen het geen dan ook door Capit:n Sulton zo den Comp=t vermeent was gedaan geworden Verklaarende den Compt. Laatstelijk dat den E Achtb: heer reg=t ten allen tijde wanneer den Compe eenige Engelse ofte andere vreemdelingen na zyn E Achtb. be„ geleid had die lieden door den E Acht: heer reg:t: altoos die lieden met de uitterste vriendelykheid in politesse waaren gereci„ pieerd geworden niets meer verklaarende geeft dees Compts voorreedenen van wetenschap als in den Text bereid zynde zulx gerequireerd wordende met solemneele eede nadergestand te te doen zynde hiervan verleend drie eensluydende /:onderstond/ afschriften Dat Aldus Passeerde aan Cabo de Goedehoop ter presentie der Clercquen Ian Bernhard Hoffman en Nicolaas Johannes Kerman als getuygen /:was getekend:/ P: P: dewit, /:lager:/ In kennisse van mij :/ get:/ I: D: karnspek: G Clerce /:in margine:/ Als Getuijgen /: en get:/ I: B: Hoff: man / N: I: kermann Accordeert gezw: Clercq— r Diemel No 1 a meri n 9 wede g g 0 Elen on Copia De ondergeteekende Colonel en chef, der Arthillerie aan Cabo de goede Hoop decla =reert hier meede dat hem by gelegendheid der gereesene oneenigheeden tusschen den Engelsche Capitein ter zee Putton en een Noord Ameri= caansche Schipper, beyde met hunne schee „pen alhier ter rheede leggende, nooyt eenige ordre is gegeeven om zig tot het schieten met gloeyende koogels op 't Engelsche Oorlog schip gevoerd door Capitein Pitton gereed te maaken betuijgende hy verders niet te weeten dat 'er de minste quaestie van is geweest en zeeker te zyn dat er ten deeze tyde alhier hoegenaamt, geen toeberydzelen tot een diergelyk manoeure gemaakt zyn Actum Cabo de goede Hoop den 27 febr 1792 /:was geteekend./ P: H: Getquin Accordeert. /:onderstond:/ Goetz HaCtercq. GG No. 12 Extrib den 22 Maart 1792 Dagregister gehouden in den Jaare 1791 en 1792 aan boord van S Ed Comps schip De Meermin van 't geen voorgevallen is op de reise van Raap de Goede Hoop naar Zeiland Mauritius, en den uitslag der Expeditie ter verkoop der laading Tarwe, en inkoop der Coffij boonen, en zwart Ebbenhout, als meede van 't gebeurde op de terug reeze van gem=e Eilande aan het eiland Bourbon, in 't gezigt van 't Eiland Madagascar in de Baaij La God en Verders tot aan de kaap voormeld ter opspec ring van 't vermiste 'P Ed Comp„ retour schip Het slot ter Hoge bij wijle van Rapport alle Eerbiedigst opgedraagen, aan den WelEdelen Achtb: Heer Johannes Isaak Rhenius Gezag hebber van Kapo de Goede Hoop, en den ressorte van dien de in et Ecte benevens den Edelen Achtbr: Politicquen Raad aldaar. WelEdele Achtbaare Heer en E: Achtbaare Heeren Uwe WelEdele Achtbr: voorsz: boodem de Meermin hebbende gelieven te Expedieeren ter Copia - 1 ter opspeuring van het vermiste SE Comp: retourschip t slot, ter Hoge, en teffeerst, om met een lading torwe naar Mauritius, van Wel, Wanneer dezelve aldaar niet nog te kunnen verkoopen naar Ceilon te stevenen eten zoo hebben wij aller pligtschuldigst de Eere hier meede aan Uweld: Agtbr: een omstandig bericht te doen van al het geene op deeze Expeditie voorgevallen en uwelEdele Achtbr: aandagt Waardig zijn kon beginnende dus met Zaturdag en 10 September 1791 wanneer de noodige ordres on Instructien uit handen van den Weled: Agtbr: Paar Heer en Gezag hebber ontfangen hebbende ons aan boord begaaven Zondag den 11 do 'S morgens ten 2 Uuren de Wind af neemende zou de dorect de schuit om het uit te ligten en wonde het daags Touw in tot op 70 vadem, maar de wind westelyk loopende, waaren genoodzaakt om het tuij weder te laaten vallen te meer daar men van S' E Comp: schip 't Meeuwtje niet vrijkond koomen, om de ankers in te krygen, de wind met den Dag uit het Zuyd oosten- sterk aan neemende, kwam het Tuij Touw te breeken; lieten als toen het plegt anker vallen, en haalde een lange bogt van 't zelve op 't dek door den dag en de volgende nagt de wind aanhoudende Maandag den 12=e Ten 9 uuren de wind iets bedaarende zonder M den Luitenant van der Roest met de schuit aan de wal om bij den Heer Equipagie Meester te Ver¬ zoeken een ander touw te willen zenden in steede van het Suij dog kjisteren was koomen te breeke
English
to break; received with a government boat the requested anchor cable, and having taken the same over, immediately weighed the sheet anchor, and fished up the second anchor; but the wind decreasing strongly and being afraid of not being able to get off the roadstead, resolved to cut the messenger, and got under sail, steering along the course of the fairway, and found ourselves in the evening at 6 o'clock off the coast, bearing the blunt hook of Houtbaai south by east, and the blue mountain due east of us, from which we set our course under anticipation of Heaven's precious blessing toward Mauritius, thus sailing onward with variable winds and weather until Sunday the 18th, when at sunrise we saw a ship to leeward of us, steering to the west. In the forenoon held ship's council, and provisionally appointed a quartermaster according to the accompanying Resolution Litt. A. Had overcast squally skies with rain, high seas and swells, which made the ship work heavily; according to the observed noon latitude calculating ourselves 8½ miles from Cape Agulhas, sounded, and had 56 fathoms depth, clay bottom. In the evening at 10 o'clock tacked to the south. Monday the 19th had unsteady breezes, squally skies with rain and heavy surging seas which made the ship roll heavily and take in water, saw many sea birds. Tuesday the 20th the wind increasing strongly, had a storm toward evening, and were obliged to run before the foresail, rolled heavily and received repeated seas bursting into the ship. Wednesday the 21st at first the wind abating somewhat, but increasing again, accompanied by squalls with rain; nonetheless Thursday the 22nd completely calmed down, subsequently steered onward as weather and wind permitted until Saturday the 1st of October, when we again had heavy squalls of wind and rain, which Sunday the 2nd still continued, when in the evening and through the night we were overtaken by a violent storm, accompanied by lightning, thunder, and rain, so that we were obliged to run under the foresail alone; the sea ran sky-high and the ship made much water, received several heavy seas over the stern of the ship, thus proceeding onward Monday the 3rd when the weather toward noon indeed abated somewhat, although at intervals had heavy wind and rain squalls, which still continued for the next two days, upon which Friday the 7th changed into a calm. Hauled out then, since some water had been noticed in the gunner's room, the provisions stored there, which were destined for the ship 't Slot ter Hooge in case of meeting, and could not have been placed anywhere else, found of the same 12 bags of peas and beans, and 50 ditto with bread, completely spoiled by seawater; aired and dried the remainder, and stored them further properly; inspected the gunner's room and found in the same, both at the vault and on both sides aft, some leakage caused by the heavy working of the ship in the last storm, repaired and caulked the same as much as possible, all to be seen in further detail by Declaration Litt. B, onward further with variable winds and weather until Thursday the 13th when again had heavy wind squalls, rain, and high seas, and many breaking seas over into the ship, which continued for some days until we Monday the 17th fell into a calm; further nothing noteworthy occurred except Saturday the 22nd that we again had squalls of wind and rain with thunder and lightning; subsequently continued the voyage as occasion permitted until Saturday the 29th when we were still overtaken by some heavy squalls of wind and rain, but Sunday the 30th in the morning at 8 o'clock, according to the observed magnetic variation of yesterday evening and this morning, calculating ourselves at the latitude of Mauritius, resolved to steer W. by N. in order to raise the land, and thus set everything that could serve, had a multitude of birds by the ship and sailed onward in this manner until Tuesday the 1st of November when at 11 o'clock in the forenoon we had the island of Mauritius in sight to the W., and at noon the Round Island and the Serpent Island to the NW of us, steered NNW to get above the islands, and Wednesday the 2nd tacked to the south, but were prevented by calm and current from making the harbor; but Thursday the 3rd in the forenoon, the wind coming through somewhat, steered straight for the harbor of Port Louis, and at noon the pilot having come on board, came at 3½ o'clock in the afternoon by the Lord's favor happily to anchor in the said harbor, whereupon saluting the roadstead with eleven shots and being thanked with 9 ditto from the land, subsequently moored the ship. After the Health Committee had been on board, the first signatory, having given proper orders for the firing of watch guns in the morning and evening, went ashore both to make his arrival known and to deliver the letters received from Your Honorable Worships to the government there, and to inform himself concerning the state of affairs with respect to the expedition to that place. The first signatory was soon informed by the Gentlemen Governor, and afterward also by private individuals, that there was neither such a scarcity of wheat nor such a high price for the same as had been rumored at the Cape, and as the Lord Intendant was then in the outer districts, the first signatory could today and for several following days reach no decision
Dutch transcription
breeken; bekomen met eens Landsbood, t versogte lenker Touw en dezelve overgenoomen hebbende ligten direct de plicht, en vonden '2 daags Anker 9 op; dog de mid sterk afneenende en bevreesd zynde, van de Rheede niet af te kunnen koomen resolveerden op de voorlooper te kappen, en gin gen onder zeil, stuurende langs de strekking van 't vaarwaater, en bevonden ons 's avonds ten 6 Uuren buyten de wal, pylende de stompe haek van de houtbaar zuiden ten oosten, en de blaauwe berg recht oost van ons, waar van ons bestek onder afwachting van S' Heemels dierbaare zeegen, naa Mauritius zetten, zoo danig met Variable winden en Weer, Voortszaalende tot op Zondag der 18d=e Wanneer met 2 ons opgang een schip zogen in leij van ors, die on de West steevende. In de voormiddag hielden scheepstaad, en stelden provisioneel een quartiermeester aan volgens bij gaande Resolutie Litt: A. Hadden overdryvende buijige lugt met reegen, hooge Zeen en Rollingen, die 't schip zwaar deed werken; volgens de bevonde middags breeste ons 8½ mijlen van Kaap Angalas rekenende looden, en hadden 56 vadem diepte, Kulegrond 's avonds ten 10 Uuren leeden het over om de Lind. der Maandag den 19:d hadden ongestodige koetten, breyige lugt met reegen en zwaare aanschietende zien die t schip Sterk deed slergeren en water over neemen, zaagen veel zind vogels Dings schip en zi h. Saas aan on de zj konde 3 an Ver kie Dingsdag den 20 d=o De wind sterk aan neemende hadden tegen den avond storm, en waaren genoodzaakt voor de Cok te lensen, slingerde Swaar en kreegen her haalde stort Zien in 't schip Woensdag den 21 d=o In 't eerste de wind wat bedaarende, dog weeder aan neemende, bij buijen met reegen verteld; nog thans Donderdag den 22=d volkoomen bedaard, steevende vervolgens naargeleegentheid van weer en wind, voort tot op Zaturdag den 1 october dat al wederom zwaare buyen, van mad en reegen hadden dewelke. — Zondag den 2 d=e nog Continueerde, wanneer 's avonds en door de nagt van een hevige Storm, met blixem, donder, en teegen verzeld, beloopen wierden, zoo dat wij Ver„ plicht waaren, voor de fok alleen te loopen; de zeeging heemels hoog en 't schip deed veel water kreegen verscheide stoot zeën agter over 't Schip heer zoodanig voortvaarende Maandag den 3 d=o wanneer het weer teegen den middag wel eenigsints bedaarde, al hoewel bij tusschen tijden zwaare wind, en reegen brgen hadden, die nog de twee volgende dagen aanhielden, waar op Vrydag den 7 d=o in stilte veranderde Haalden als toen ver„ mits eenige water in de Constapels kaamer hadden bemerkt, de aldaar geborgene Potien, de welke voor 't schip 't slot ter hooge in cas van ont moeting gedestineerd waaren, en nergens anders hadden kunnen geplaats worden, daareat bevonden van de zelve 12 zakken mat Eroten, en boonen, en 10. 2 s0 dito met brood, door zeewaater geheel bedorven lugten en droogde de resteerende, en borgen ze Verders naar behooren; visiteerden de konsta¬ pels kamer en bevonden in de zelve, zoo aan 't gewelt als aan beide zeeden van agteren eenig lekkogie door 't zwaare werken van het schip in de laatste storm, veroorzaakt, verzagen en Kalfaten dezelve zoo veel moogelyk, alles bij Verklaring La B. nader te zien, wyders met veranderlijke minden en weer voort tot op Donderdag den 13=de Wanneer al wederom zwaare wind buijen reegen, en hooge zee hadden, en veele Hortzien over in het uch schip, 't welk eenige dagen aanhaeld tot dat wij Maandag den 17e in stilte vervielen; Verders niets aan merkens waardigs gepresseerd als. Zaturdag den 22:' dat wij weeder buijen van winden reegen met onweer en blixem hadden; zetten vervolgens de reeze voort nageleegentheid tot op Zaturdag den 29 d=o Tren nog met Eenige zwaare buijen van wind en reegen merden beloopen, dog Zondag den 30 d=o s'morgens ten 8 uuren volgens de bevonde miswyzing van gisteren avond en heeden morgen ons op de hoogte van Mauritius reekenende resolveerden om W: L: N te stuuren, ten einde het land, op te jagen, en zetten dus alles bij wat dienen konde hadden een meenigte voogels byt schip en zeelden zoo daanig voort tot op Dingsdag den 1e November Toen wij ten 11 Uuren svoor de middags den de en Ver Water Schip de de do de en middags 't Eiland Mauritius in het gezigt hadde in t W: en op de Middag t ronde eeland en het slan geneeland in 't NW: van ons Htuurden N: N: W he om booven de eelanden te koomen en d' Woensdag den 2 d„e Leeden het om de zuid; waar werden door Ailte en Stroom verhinderd om de haven te bezeel dog Donderdag den 3e in de voordemiddag de wind eenigzints doorkom de stuurden recht op de haven, van Portlouis, aan, en op de middag de Loots aan boord gekom zynde kwaamen ten 3½ uuren des agtermidd door s' Heeren Gunst, gelukkig in gem: haven ten anker, wanneer de Rheede met Elf schooten salueerende en met 9 do van 't Land bedank wierden vertiede vervolgens 't schip Nadat de Gesondheids Commissie aan boord ge weest was, begaf zich den Eerst geteekende betoond ordre gegeeven hebbende, tot het doen van wach schooten 's morgens en 's avonds na de wal zoo om desselvs arrivement bekend te maaken en de meede gekreegene Letteren van UwEd: Achthen aan 't Gouvernement aldaar over te handigen, als om zich te informeeren, weegens den staat der zaake ten opzigte der Expeditie naar dien plaatse Den eerst get: merd Wel Schielyk van de Heeren Gouverneur, en naderhand ook van Particulieren onderrigt, dat er zoodanig een gebrek aan Tarme, nog een diergelyke hooge Prijs op dezelve niet kno te zijn als men wel aande kaap had uitge¬ strooid, en terwijl den Heer Intendant, in de buyten districten zig toen bevond, konde den eerst get: heeden en eenige volgende dagen geen besluit
English
obtain a decision whether the government would buy up our cargo for the King's account or not, only the Governor gave him to understand that even if it were decided to make such a purchase, the government would not be able to pay more for it than to the inhabitants of the country, who, according to a contract entered into, had bound themselves to provide and deliver the required wheat to the King's magazines at 44 Livres and 16 Sous per mudde. Tuesday the 9th: The Intendant having arrived in town yesterday evening, the Governor immediately held a meeting in which it was decided to buy out our cargo, and indeed at the aforementioned price, of which notice was given by the government to the first-mentioned, assuring him at the same time that they had not entered into this—as this would undoubtedly cause much discontent among the inhabitants—except as a proof of their complete goodwill toward the Cape Government. The first-mentioned thereupon gave the government to understand that his orders did not extend to selling the grain at a lower price than 48 Livres the mudde, and that he was otherwise ordered to depart with it to Ceylon, after which the government pointed out to him that it was not in its power to favor foreigners to the prejudice of its subjects; but to do everything in its power, it would have the value of the cargo paid at the aforesaid price in effective Spanish [illegible] Spanish reals, which must serve to great advantage in the purchase of a return cargo, at a time when that coin was sought daily for the slave-traders to be dispatched and was raised in price, and furthermore to report in detail to your Right Worships the reasons that held the government's hands tied from arriving at a higher price. The first-mentioned, considering that no such offer had been made for the wheat by private individuals; that there had been none who wanted or could buy up the entire cargo for cash on account of the great scarcity of money; that the sale thereof in small portions was very uncertain and could not happen without much loss of time; and that he found himself unable to complete the voyage to Ceylon with a heavy and almost overloaded ship which, through the endured aforementioned hardships on the voyage thither, was worked apart everywhere above the water and was leaking, without unloading and repairing the same beforehand, which would have caused much greater costs than the difference between the said offer of the government and the ultimate price fixed by your Right Worships of 6 Rixdollars or 48 Livres for the muddes; and lastly that it was beyond doubt that even if he had been able to dispose of the cargo at the said highest price in paper money, he would not have been able to obtain the return cargo so quickly nor so advantageously as if, accepting the aforesaid offer of the government, he could buy it in effective Spanish reals; thus he finally decided to acquiesce to the said offer and to deliver the cargo to the King's magazines at that price, of which having given notice to the government, direct orders were given to send the necessary sacks on board at once, in order to fill them in advance, so as subsequently to be collected by the King's vessels. Thursday the 10th: A contract was concluded by the first-mentioned with Mr. Durozon, whereby the latter bound himself to have 1,000 bales of coffee beans brought over from Bourbon at 12½ Spanish reals each, and ultimately to deliver them to our ship by the 15th of the coming month of December; being unable to make a better agreement, the first-mentioned found this much more preferable than to risk the Company's vessels in these tempestuous months by going with the same to Bourbon for the purchase of the coffee, the more so because the ship and rigging also required many necessary repairs, and with which they had indeed already made a beginning. Saturday the 12th: Received a report from on board that they had unloaded grain for the first time and sent it ashore. Monday the 14th: Wheat was again unloaded and dispatched. Wednesday the 16th: Since the sick could no longer be kept on board, they considered the best and most advantageous means to place them ashore, and it was thought proper to rent a small house for a hospital, to allow twenty Livres per day for the purchase of the necessary refreshments [illegible]
Dutch transcription
besluit erlangen, op de regeering onze lading voor s' Konings reekening zoude willen inkoopen of niet, alleen gaf den Heer Gouverneur den zelven te verstaan, dat zoo ingevalle ook tot dies koop be slooten wierd, zoude de regeering daar over niet meer kunnen betaalen, als aan de Ingezeetenen van 't Land, de welke volgens ingegaan Contract zich verbonden hadden om de benoodigde Tarwe in s Konings Magazynen te besorgen, en af te e leeveren, teegens 44 L Vres en 16 Pous de mud miDingsdag den 9:e Den Heer Intendant gisteren avond in de stad gearriveerd zynde, had den Heer Gouverneur direct vergadering gehouden, waar in beslooten was geworden onze lading uit te koopen en wel teegens het boovengemelde Prijs, waar van door de regeering aan den Eerstget: kennis werd gegeven hem teffens verzeekerende dat dezelve daartoe niet waaren getreeden, /terwijl zulks ongetwijffeld veel ongenoegen bij de Ingezeetenen zoude verwek ken, dan tot een bewijs van derselver volkomen geneegentheid voor 't kaapsche Gouvernementen Den eerstget: gaf daarop aan de Regeering te kennen dat zijne ordres niet strekte om het kooren te verkoopen teegens een laager Prijs, dan Voor 48 LiVres de med, en dat hij anderzints g'ordonneerd was om daar meede naar Ceilon te vertrekken, waar na de regeering hem deed op merken dat het niet in de zelve magt stond om vreemdelingen te beoordeelen, tot Rejudicie van Haare onderdaanen, dog om alles te doen wat in Haare vermoogen was, zoude zij de waarde der Laading teegens voorsz: prijs in Effective spaan sche 1 N hee Alan ad de den door te be zeele koom door lou d t haven en koom bov bet val 200 d a Con om k eeren lieren arme net kn tge in de den best ach Spaansche realen laaten betaalen, dat tot groot voordeel bij den inkoop eener te rug laading moe strekken, in een tijd dat de munt dagelijks voo de af te zendene slaafhaalders gezagt, en in prijs verhoogd merd, en Verders aan uweled Achtb:e om standig melden de redenen die de regeering tot de handen gebonden geheelden om tot een hooge prijs te koomen, e Den eerstget: overweegende dat door Particulieren zoodanig aan bod voor de Tarwe niet was gedaan; — Dat er geene waar geweest die geheele Laading voor Contant wilde nog konde inslaan uit hoofde van de groote Schaarsheid van 't geld:e dat de verkooping der selve bij kleine gedeeltens zeer onzeeker was en niet zonder veel tyd verzuijm zoude kunnen geschieden, en dat hij zich niet instaat bevin„ om met een zwaare en bij na overlaaden, schip het welk door de uitgestaane voorn: fatiques op de reeze derwaards overal booven het water uit malkanderen gewerkt en lek was, de togt naar Ceelon te volvoeren, zonder t zelve bevooren te lossen, en repareerd het week veel groote kosten zoude hebben veroorzaakt, dan het verschil„ tusschen gem: aanbod der Regeering, en de door UwelEd: Achtbr: bepaalde ultimaate prijs van den 6 Ryksd: of 4 8 Levres voor de Meeden en laastelyk dat het buyten Twyffel was, dat wanneer hij ook de laading had kunnen van hand zetten teegens het gem: uyterlijke prijs in papierengeld, zoude hij de te Nagla¬ ding niet soo spoedig nog zoo voordeelig ko nen erlangen als wanneer hij meermr: aan bod der Regeering aan neemende dezelve voor effective spaansche realen konde inkoopen zoo zoo besloot hij eendelyk om bij gem: aanbod te acqui seeren, en de laading aan Pr Konings Magazynen teegen dat prijs uit te leveren, waar van aan de Regeering kennisse hebbe gegeeven, ovrect ordre wierd gesteld om de noodige zakken ten eersten na bood te zenden, ten dien dezelve in voorraad te met kunnen vullen, om naderhand uit s' Konings vaartuigen successivelyk te werden afgehaald. Donderdag den 10e werd door den eerst get: een Contract geslooten met den Heer Durozon, waardoor laast gen: zich verbond om 1000 balen koffyboonen a 12½ sprealen ieder van Bourbon te laten overbrengen, en Ulte maat teegens den 15e der aanstaande Maand December aan onze schip te laveren, geen beeter accoord kunnende treffen, heef den Eerstget: die veel proeferabler gevonden dan s' Comp: booden in deeze vrageuse maanden te waagen, door met dezelve tot den inkoop van de koffij naer Bour bon te gaan, te meer daar 't schip en tuig ook veele noodzaakelyke reparatien eer ik vorderde en waar meede men ook al reeds een aanvang had gemaakt— Zaturdag en 12e kreeg Rapport van boord dat men voor de eerste maal kooren gelost, en na de wal gezonden had Maandag den 14e stad men weder Tarwe gelost, en afgezonden Woensdag den 16d. Termijl men de zieken niet langer, aan boord konde houden, was men bedugt op 't beste en voordeeligste mitdel om dezelve aan de wal te besteeden, en werd goed gevonden, om een huisje tot een hospitaal te huuren, Twintig le vres perdag tot den inkoop der noodige Verversching te g 0e1 h wee ende hoog waare wilde was ing te 8 bev t door la kon aan ƒ kooper
English
provide even more relief, and to have the sick cared for there by the ship's chief surgeon, which was also bound to be much better for them than if they were treated in the King's Hospital and by its surgeons whose language they did not speak, and which would also have been much more expensive, as one has to pay 4 Livres per man-day there. In accordance with this, a house was rented for that purpose by the first-named, and having received a report from aboard that the wheat had been unloaded and sent off, he gave orders to send the sick and all necessities for the maintaining of the hospital ashore. Thursday the 17th it was reported that they had dispatched the sick to the number of 15 individuals, along with the second surgeon, the cook's mate, and one man to nurse them, with their baggage and further necessities ashore; subsequently, 20 cords of firewood having been purchased by the first-named, 2 cords thereof were brought to the hospital for use, and the remaining 18 cords sent aboard to serve for stowage as well as ship's use for the return voyage. Friday the 18th ditto received word that the wheat had been unloaded and sent off. Monday the 21st report was made that another sick man had been brought to the hospital, and two men received back from there as recovered; furthermore, that no vessel could be obtained from shore at that time for the shipment of grain, because the French ship Le Bengal, which had arrived there from the Cape only yesterday and whose cargo of wheat, due to damages sustained both upon departure from the Cape Roadstead and en route, was for the most part wet and partially spoiled, required a speedy unloading. Thursday the 24th ditto received word that a sick man had been sent from aboard to the hospital. Friday the 25th they finally obtained another vessel for the unloading of wheat, and immediately dispatched the same. Monday the 28th report was made that a vessel with wheat had been sent off from aboard, as well as two sick men to the hospital. And Tuesday the 29th wheat was likewise unloaded and sent off, as well as one sick man to the hospital. Wednesday the 30th ditto received word that 4 men had returned aboard from the hospital as recovered, and that the last wheat had been shipped off to shore, in which, notwithstanding the heavy leakage of the ship above the waterline and the frequent heavy seas whereby the water had sometimes stood fully two feet high between decks, not the least wetness or spoilage was found. Friday the 2 December the first-named sent aboard 29387 lb of black ebony wood, which had been purchased from Messrs. Bandon and Perrichon for the account of the Honorable Company at 12 Livres per hundredweight. Tuesday the 6th ditto the first-named received from the King's treasury the sum of 13440 Spanish Reales for the amount of 3000 Mudde of wheat delivered at 44 Livres and 16 Sous per Mudde. Monday the 12th report was made that 5 men had gone aboard from the hospital, recovered. Tuesday the 13th received word that a portion of the contracted coffee beans had been received aboard, the small vessel bringing the same having been driven from its anchors by storms and squalls during the loading at Bourbon, and on account of contrary winds in heavy weather was forced to head for Mauritius with the incomplete cargo, whereby only on Monday the 19th the remainder of the coffee was received aboard. In which interim all the empty water casks had been filled and stowed back in the ship, perfectly and in order for the return voyage. Tuesday the 20th, by order of the first-named, all the remaining men and baggage were sent aboard from the hospital; however, the cook's mate along with two sailors had absconded from there during the preceding night, besides 13 men having also successively deserted from the boat and launch, who were also immediately reported and claimed by the first-named to the municipality, with the request to have them tracked down and detained by the police officers. Monday the 26th ditto the first-named was informed by the officer of the municipality that 4 of the runaway sailors had been caught, but that of the remainder, despite all efforts made, not the least news had yet been obtained. After the first-named had paid the expenses for the capture of the 4 aforementioned persons, he had them brought aboard. Seeing that the first-named, despite all effort and diligence applied, had by no means been able to succeed in obtaining a quantity of coffee there on the terms prescribed by Your Honorable Worships to complete the ship's cargo, on account of the scarcity of money there and the enormous interest of up to 18 percent that was paid on it, and thus having nothing further to accomplish at Mauritius, he decided to depart at once and turn the prow toward the island of Bourbon, in order to attempt there whether the opportunity might present itself to execute the aforementioned commission. Accordingly, at his request, the pilot went aboard today to have the ship turned and brought to the outer roadstead. Tuesday the 27th it was reported that they had come to anchor with the ship in the outer roadstead, where the first-named resolved to remain a couple of days longer to see whether in the meantime one or another of the absent sailors might yet be apprehended. Subsequently, he paid
Dutch transcription
te meer verstrekken, ende zieken aldaar door de opper meester van 't Schip te laaten besoigneeren het welk ook veel beeter voor hun moest sijn dan wanneer ze in s' Konings hospet: en door de zelver Chirurgijns wier spraak zij niet magtig waren zoude werden getracteerd, en 't welk ook veel kostkamer zoude geweest zijn, terwijl men 4 Livres voor ieder mansdag aldaar moet be taalen. in volgens dien wierd door den eerstge een huirje tot dien eende gehuurd en rapport van boordt ontfangende hebbende dat er 't arme gelos en afgezonden was, ^ gof den selven orders om de zieken, en alle benoodigdheedens voor 't aan houdene hospitaal naar de wal te zenden Donderdag den 178 merd gerapporteerd dat men de zeekente getallen van 15 stuks, nevens den ordermeester den koksmaat, en een Man tot oppassing, met hunne bagagie, en verdere benoodigdheedens de wal geexpedieerd hadden vervolgens door den eerstget: ingekogt zynde 20 V=o. brandhout wierd daar van 2 v=m tot gebruik naar het hospitaal gebragt, en de overige 18v=e, naar boord gezonden, om te dienen tot het Atuage als scheeps gebruik voor de te rug reeze Vrydag den 18 d=o kreeg bericht dat in Tarwe gelost en af gezonden was. Maandag den 21d werd rapport gedaan dat men nog een zieke naar 't Hospitaal had gebragt en daer van twee man als hersteld weder te rug be koomen verders dat men geen vaartuig van de wal tot den afscheep van kooren toen konde bekoore een terwijl het op Eerst gisteren aldaar van de kaap gearriveerde fransche Schip Le Bongal welkers laading Tarwe door geleedere schaadens zo bij t vertrek vande Caabsche Rheede, als onderweegs grooten deels not, en gedeeltelyk bedorven was, een spoedige ontlossing vorderde Donderdag den 24 d=o ontfing berecht, dat men een zieke van boord naar 't Hospitaal had gezonden. Vrydag den 25d stad men eendelyk werder een vaortuig ter lossing van Torwe bekoomen, en dezelve ook drrect geexpideert. Maandag den 28=d merd rapport gedaan dat men een vaartug met Tarwe van boord afgezonden had als meede Twee zieken naar het Hospitaal en Dingsdag den 29=e was insgelyks Tarwe gelost en afgezonden als ook een zieke naar het Hospitaal: Woensdag den 30e d=o kreeg berigt dat 4 Mans als hersteld uit het hospitaal te rug aan boord gekoomen waaren, en dat men de Laaste Tarwe na de wal afgeschapt hoode, aan de welke ongeacht de zwaare lekka gien van het schip booven t waater, en de mee nig vuldige stortzien waardoor 't water zom tyds wel twee moet hoog tusschen deks hadden gestaan geen de minste nattigheid, of bederf. was bevonden Vrydag den 2 December zond den Eerst get na boord 29387 lb Zwart Ebbenhout dat van de Heeren Bandon en Perrichon voor Reekening van de Ed Comp: a 12 Livrest C=o ingekogt hade konde Dingsdag den 6 d=o ontfing den eerst get: uit s' Koning kassa de en eerstge van m gelost om de aan ter ons na door out d n 1 aga nog en daer v koore F de Som van 13440 Spaansche Reaalen, Voor 't bedraagen van uitgeleverde 3000 Mudde Tarm a 44 Livres en 16 Sous de Mude Maandag den 12=d merd Rapport gedaan dat 5 Maral hersteld uit het Hospitaal naar boord waaren gegaan. Dingsdag den 13=de Kreeg berigt dat men een gedeelte der be„ dongere koffij boonen aan boord ontfangen had zijnde het scheepje dat deselve overbragt onder de onlaading op Bourbon, door Stormen val winden van zijn ankers geslaagen, en uit hoofde van teegen worden in Zwaar Weer genoodzaakt om met de in Compleetie lading naar Mauritius te Steevenen, waardoor men eerst op Maandag den 19=e het Resteerende koffij aan boord ontfing In welke tusschen tijd men alle de leedige waater leggers gevuld in t schip te rug voor de te rug Reeze volkoomen, en in ordre gesteld had. Dingsdag den 20e had men op oodre van den eerst get: alle de resteerende manschappen, en bagagien uit het Hospitaal naar boord gezonden, dog hadden zich daar uit inde voorgaande nacht fugetief gesteld, den koksmaat beneevens twee Mattroosen, behalven dat er successivelyk van de Boot en Schuit ook 13 Man gedisserteerd waaren, en dewelke ook direct door den Eerstget: bij de Munici paliteit aangegeeven en gereclameerd waren met versoek om deselve door de Policie be diendens bediendens te laaten na Speuren, en aan houden„ Maandag den 26 d=o merd den eerst get: van den officier der municipaliteit te kennen gegeven, dat men 4 der gedroste Mattroosen geattrappeerd had dog dat men van de overige, schoon alle gewende moeite nog geene den minste lijding had bekoo„ men, Nadat den Eerst get: de onkosten voor 't opvangen van de 4 gem: persoonen voldaen had liet, hij dezelve aan boord brengen. Aangezien den eerstget:t alle aangevende moeste en vlyd om aldaar ter plaatse een quantiteit Coffij op de door UwelEd: Achth: voorschreve Conditien tot het Completteeren der lading van 't schip te moogen bekoomen geenzints had kunnen slaagen, uit hoofde van de Swaar„ heid van het geld aldaar en de Enorme intrest tot 18 RC=o toe dat er daarop betaald werd, en dus en niets verders op Mauritius te verrigten zynde, besloot hij om als toen ten eersten te vertrekken, en de steevenen naar 't Eiland Bourbon te werden, ten einde aldaar het te tenteeren, of er moogelykheid zich mogte op doen voorm: Commissie ten uitvoer te brengen Dien volgens ging heeden op zijn versoek de Loots na boord, om 't schip om te doen draijen en op de buyten Rheede te brengen. Dingsdag den 27„e merd gerapporteerd, dat men met 't schip op de buiten Rheede ten Anker gekoomen was, alwaar den eerst get: resolveerde nog een Paoretmaale te vertoeven, om te zien of er niet inmiddels nog d' eere of andere van de absente Mattroos en zoude kunnen werden agterhaald, Vervolgens betaalde den ook elke ci n
English
the first undersigned today paid both the amount of the received coffee beans, ebony, and firewood, and all further incurred expenses, according to proper accounts and receipts annexed hereto under Letter C. Wednesday the 28th The first undersigned had the boat go ashore, and after he received from the Governor and the Council there the letter consigned to Your Excellencies, and had paid his proper farewell respects, he proceeded on board in the afternoon. And whereas no opportunity had presented itself during our stay at Mauritius to give Your Noble Excellencies dutiful notice of our safe arrival and what occurred there, and our return voyage might also, through calling at other places, sometimes become tedious and protracted, we deemed it our duty to prepare a humble dispatch with a brief report of the main particulars of the preceding passages and leave it behind, to be sent along with a small French vessel that we had learned was to depart for the Cape of Good Hope, or else with some other ship departing there first, and to be delivered to Your Noble Excellencies, so that Your Noble Excellencies might thereby receive a preliminary report of our safe passage thus far and of the events. Thursday the 29th ditto After the aforementioned dispatch under Letter D of this date was made ready, the first undersigned sent the Captain Lieutenant de Baer ashore with it, and at the same time with orders to request of the Municipality to have the customary inspection made on board our ship, and to grant permission for our departure. In the afternoon the same returned on board with the Commissioners, and after a proper inspection and permission granted for departure, the last-mentioned went off board along with the soldiers who had kept guard. Having received no further news of our dead crew members, we took in our boats, and further made everything ready to set sail with the first fair wind. Friday the 30th ditto Variable light airs of wind; weighed our anchor, and were under sail at 6 o'clock. Saluted the roadstead with eleven shots, and were thanked again with 9. Steered along the shore, the wind North-East, variable breeze. In the evening at 6 o'clock sighted the Morne de Brabant 2½ East, the mountain Pieter Both, East ¾ South, and the Coin de Mire North-East by East. Being at that time in 20 degrees 4 minutes South latitude and 74 degrees longitude from Tenerife, from where our reckoning and course to the Island Bourbon begin. Saturday the 31st ditto Held a Ship's Council, wherein the Quartermaster Cornelis Spij, provisionally appointed on the 18th of September of the current year, was on account of desertion demoted back to Sailor, and in his place the Sailor Cornelis Remmers was likewise provisionally appointed, all to be seen more fully in the annexed resolution under Letter E. Sunday the 1st of January 1792. In the afternoon we sighted the Island Bourbon, but due to calm and faint breezes only arrived Tuesday the 3rd late in the evening before the Bay of Saint-Paul; fired 3 shots to make them light a fire, whereupon a pilot came on board, on whose advice we came to anchor at the south point of the said bay at 36 fathoms, shelly ground, to wait for daylight. Wednesday the 4th ditto In the morning weighed anchor again and came to anchor at 11½ o'clock in the aforementioned bay at a depth of 28 fathoms, sandy ground. Saluted the land with eleven shots, and were thanked with 9. And in the afternoon, after the Master of Equipage and the Inspector had been on board, and the first undersigned had given the necessary orders and instructions to the Captain Lieutenant, both regarding the filling of the empty water casks and with respect to the signals that might be flown from the shore, the same proceeded ashore to investigate to what extent one might there carry out the commission regarding the completing of the cargo of coffee beans that had failed at Mauritius. Sunday the 8th ditto Whereas the first undersigned had met with the same obstacles on that island even more severely than on Mauritius in accomplishing the repeatedly mentioned commission, and that all his efforts tending thereto had turned out to be fruitless, he decided to waste no more time, but to continue the voyage from there at the first good opportunity; and at the same time, since a ship was expected shortly that would set its course for the Cape of Good Hope, another letter under Letter F was addressed to Your Noble Excellencies, serving as a duplicate of the one we had left behind at the Island Mauritius, and wherein we at the same time in all humility gave Your Noble Excellencies notice of the failed attempts to purchase coffee beans there on credit; we also found ourselves obliged to note therein with all respect that we had indeed learned at Mauritius that the smallpox prevailed at Foulpointe on the Island of Madagascar, since three ships that had arrived from there with slaves during our presence at Mauritius were sent to the Seychelles Islands in quarantine, but we had not thought this could hinder us from touching at Fort Dauphin on the said island, which is situated 30 miles downwind of Foulpointe; but that while we were on Bourbon, we came to learn that the said disease was on the entire East
Dutch transcription
den Eerst get: heeden zoo 't bedraagen der onfongene koffij loonen, Ebben, en brandhout, als alle verdere gevallene onkosten, volgens behoor lyke hier bij gevoegde reekening en quittan tien Lo C. c Woensdag den 28e Liet den Eerst get: de Schuit aan de wal koomen en na dat hij van den Heer Gouverneu en de Regeering aldaar de brief aan Uwd. Acht geconsigneerd ontfangen, en zijn behoorlyk afscheids Complement, afgelegd had begaf hij zich in de agtermiddag naar boorde En terwijl er zich geen geleegend had geduuren ons leggen op Mauritius had op gedaan, on aan UwelEd: Achtbr: Plegtschuldiget kon nisse te geven, van ons behouden arrivement en 't voorgevallene aldaar, en onze te rug rei ook door het aandren van andere Plaatszen zomtyds lang wijlige mogten zijn, zoo agt wij ons Verplicht om eene onderdaanige Mit sive met een kort bericht van 't hoofd zaa kelykste der voorgaande Passagien te vervaa digen, en na te laten, om met een klein fransscheepje dat mij vernoomen hadden no laap de Goede Hoop te zullen vertrekken, dan wel met eenige andere daar heen, eerst ver trekken schip te werden meede gegeeven, en aan Uweled: Achtbr: overhandigd, op dat Uwel Achtb: daar door van ons behouden vaaren tot dus verre, en 't gebeurde eene voorloopige tiding mogten bekoomen— Donderdag den 29 d. o Na dat voorm: Missive onder Lett: D. date annex annex in gereedheid was gebragt zonderd den Eerstgel: den Capiteen Luitenant de Baer daar meede naa de wal, en teffens met ordre, omme bij de Muni apaateit te versoeken om de gewoone visite aan boord van ons schip te willen laaten doen, en permissie tot ons vertrek te verleenen, In de agtermiddag kwam den zelven weder met de Gecommitteerdens aan boord en na Eene behoorlyke visitatie, en gegeven verlof tot 't vertrek gingen laastgem: beneevens de wagt gehouden hebbende Militairen van boord of geen nadere tyding van onse gedooste Monschap pen gekreegen hebbende zettende onze vaar„ tuigen in, en maakten verders alles in gereed heid om met eerste goede wind onder zeel te kunnen gaan.— Vrydag den 30 d=o varable zugtjes van wind, ligten ons en ker, en waaren ten 6 Uuren onder zeil salie eerder de Rheede met Elff schooten, en wede rom met 98 bedankt, stuurde Langs de wal de wind No: variable Coelte 's avonds ten 6 uuren sylden La Morne de Braband 2½ O de Bergh Pieter Both, 0¾ 2 en Lecoin de mere Noto. zynde als toen op 20 graden 4 Minuten ZBe en 74 Graaden langte van Tengrissa van waar ons bestek en koers naar 't Eiland Bourbon zyn be gin nem dat Zaturdag den 31=de Hielden Scheeps Raad waar bij oan op den 18 September a C: provisioneel aange Ce stelde d quartiermeester Corn: Spij uit hoofde van desorta weder tot Mattroos werd gedeporteerd en in desselvs plaats meede Provisioneel aangestel den Mattroos Cornelis Remmers, alles bij g'annexeerde resolutie Z: E nader te zien Zondag den 1 Jannuarij 1792. in de agtermiddag kreegen tseiland Bourbon in 't gezigt, maar door stilte en labbere Coette kwamen eerst Dingsdag den 3 'Tavonds laat voor de Baaij van P Paul deeden 3. schooten om huur te doen aansteke waarop een Loos aan boord kwam, op wiens aanraading hij aan de zuid hoek van gem baaij op 36 Vn Schulpagtige grond ten anker gingen, om den dag af te wagten woensdag den 4 d=o S'morgens ligten weder het Ankers en kwaamen ten 15½ uuren in voorsbraij ten anker op de ciepte van 28 v=m warige grad salueerden 't land met Elff schorten, en merd met 9 bedonkt, en 's agtermiddags nadat den Equipagie Meester en visitateur aan bord waaren gewest, en den Eerstget: aan den Capit: Luit; de noodige ortres en onderrigtinge, zoo wegens 't vullen der leedige gevallene waterleggers als ten opzichte der Peenen die men van de wal mogten laaten waaijen gegeeven had begaf, den zelven zich naar de wel om te onderzoeken in hoe verre man aldaar die op Mauritius Mislut te Commissie ten opzichte der Conpletteering van de lading koffij boonen zoude kunnen to uitvoer brengen Sondag den 8e d:o Terwijl den Eerst get: dezelve honderpaalen op di op dat ieland nog sterker als op Mauritius ont moet had in het volbrengen van meerm: Commissie en dat alle zijne pogingen daer toe strekkende vrugteloos waaren afgeloopen besloot hij geen tijd meer te versuymen, maar bij de eerste goede geleegendheid van daar de reize voort te zetten en teffens vermits er een schip binnen korten verwagt wierd, die naar Cabo de Goede Hoop zijn koers zoude stellen, wierd nog een brieff L F aan Uneerd Achtr: opgericht, dienende tot een Duplicaat van de geene die wij ten Eilande Mauritius hadde agter gelaaten, en waarbij wij teffens in alle onderdanigheid uwErd: Agtb. berigt gaaven, van de mislukte Recherches om Coffy loonen aldaar op Credit te kunnen in handelen, wij van den ons ook verpligt daarbij in alle Eerbied te annotteeren dat wij op de Mauritius wel vernoomen hadden dat de kinderpokken te Caulepoint op 't Eiland Madagascar regeerde, Vermits drie scheepen de welke van daar geduurende ons aan wesen te Mauritius met slaven waaren gearri reerd naar die Eylanden Seyschelles in guarantaine werden gezonden, maar hadden niet gedagt zulks ons hinderlijk te kunnen zijn, om aan Fort Dausshin op gem: eilonde dat 30 Mylen beneeden waards foulepoint zig bevind te moogen aclacheeren; Dog dat terwijl wij daar toe op Bourlon kwameng te verneemen, dat gem: ziekte op de geheele oost
English
east coast of this island in this season and was to be feared, they had thought it best not to call at the aforementioned Port, but to come into sight of the same, and whenever weather and wind permitted, to seek to inform ourselves whether any news might be obtained of the missing Honorable Company ship Slot ter Hooge, or indeed any other, but this not being able to occur and also perceiving no sign of the aforementioned vessel, to steer directly for Rio Lagoa. Because of heavy weather and wind that arose, which made the roadstead impassable, one could not proceed with gathering water until Tuesday the 10th ditto, toward evening, when the same subsided somewhat, and there arrived Captain Gilbert, commanding a French ship belonging to Mr. Roucher at Mauritius, coming with slaves from Sainte Lucie in Madagascar, but most recently out of quarantine from above the aforementioned Seychelles Islands; and since the aforementioned place Sainte Lucie is situated no more than a mere 3 miles from Fort Dauphin, and one could thus not be unaware at the first-mentioned place if any ship or ships were at the last-mentioned place; so the first undersigned proceeded to the aforementioned Captain Gilbert, who, upon inquiry made, assured on several points that no Dutch ship was present or had been heard of either at Port Dauphin or in the neighboring bays on the east coast, whereby he was all the more strengthened in the intention not to delay ourselves at the aforementioned place; also resolving instead to come into sight of the Bay of Saint Augustin on the west coast of that island, yet without calling at the same unless we might perceive the aforementioned missing ship there. Wednesday the 11th ditto, upon receiving word from on board that the last empty water leaguers were filled, the undersigned proceeded on board, and the longboat was immediately hoisted in and otherwise all preparations made for our departure. Thursday the 12th ditto, at 11 o'clock, the wind being south-southwest, we weighed anchor and set sail, saluted, and were thanked as upon arrival, steering northwest and northwest by west to get outside, falling into a calm toward evening. Friday the 13th ditto, had light, variable southwesterly breezes until noon. Bearing Cape Bernard then at south-southeast a half degree north and Le Point du Grand Bois at south-southwest a half degree east, we found ourselves according to this at the south latitude of 21 degrees 8 minutes and 71 degrees 36 minutes longitude from Tenerife, from where our dead reckoning further began in hopes of Heaven's favor. The wind shifting to the southeast, we steered southwest by west, continuing to sail with a favorable wind until Tuesday the 17th ditto, when at daybreak we bore away to the west-southwest and west by north to make the land. At the 5th glass in the afternoon, saw land to the west, and at the 4th glass in the dogwatch, had the bay at Fort Dauphin bearing west of us by estimation 5 miles, according to which bearing we found ourselves at 25 degrees 6 minutes south latitude and 64 degrees 30 minutes longitude from Tenerife, while our reckoning stood at 24 degrees 33 minutes south latitude and 65 degrees 9 minutes longitude, so that we were thus 33 minutes further south and 39 minutes further west than we had estimated, according to which we corrected the dead reckoning, steering thereafter along the trend of the shore, rounded Cape Sainte Marie, and kept again close under the west coast of the often-mentioned island until Thursday the 19th ditto, at the 4th glass in the dogwatch, we bore the sandy land of the Bay of Saint Augustin at 2 and a half miles from us, and the Table Mountain north by east, tacked back and forth off the bay to see whether we might discover there the sought-for Honorable Company ship Slot ter Hooge, or indeed others; and although we saw there not the least sign of a ship or ships, we were nevertheless of the opinion, for the sake of the Company, to remain thus before the aforementioned bay until daylight, in order then to hear by means of vessels from the shore whether any news might be obtained of the aforementioned missing ship, or of any other missing vessels of the Company to be searched for; but the wind coming off the shore and increasing strongly, the high, turbulent seas and rip currents, which chafed the ship and made her labor heavily, did not permit us to persist in our intention, but on the contrary caused us to resolve to set our course straight for the Bay of Lagoa; we corrected the reckoning according to the last bearing of the land and headed west by south, proceeding thus as weather and wind permitted until Saturday the 28th ditto, when in the forenoon at 10 o'clock we sighted the land of the coast of Africa. Altered course toward Rio Lagoa, and were at night at 12 o'clock circa 3 miles east of the island of Santa Maria or Inhaca, at which time the wind suddenly flew around to the south-southeast off the land with squalls accompanied by continuous lightning, thunder, and torrential rain, forcing us to run east-northeast under the foresail alone, proceeding in this manner Sunday the 29th ditto, when we had low land in sight from northeast to north-northwest of us, keeping as far as possible off the shore, after which the currents bore us strongly. Monday the 30th ditto, toward evening, the weather moderating somewhat and the wind veering to east and east by north, we stood again to the south.
Dutch transcription
oost kust van dit eiland in deeze Saisoen heerscht en te vreesen was, hadden hij het best gedagt voor melde Port niet aan te doen, maar de zelve in het gezigt te loopen, en wanneer weer en wind zulks toe liet ons te zoeken informeeren, of er ook eenige tyding van 't vermiste s EComp: Schip 't slot ter hooge, dan wel eenige andere mogte zijn te bekoomen, dog zulks niet kunnende geschieden en teffens ook geen teeken van voorm: boodem doorziende om direct naar Rio Lagoa te Steevenen Door opgekoomene zwaar weer en wind, die rheede onvoorbaar maakte konde men niet voortgaan met het waater haalen eer als op Dingsdag den 10 d=o teegens den avond dat het zelve eenig zints bedaarde, en arriveerde aldaar Capitain Gilbert Voerende een frans Schip, toe behooren den Heer Roucher, te Mauritius koomende met slaven van S:o Lucie op Madagascar dog laastelyk uit guarantaine van booven de gem. eilander Seyschelles, en terwijl gem: plaats s' Lucie niet meer dan slechts 3 wylen van 't fort Dauphin geleegen is, en men dus op eerst gem: niet onkundig kond zijn, indien er zich eenig schip of scheepen op de laatste gem. mogte bevinden; zijn zoo begaf zich den eerst get: bij voorsz: Capitain Gilbert dewelke op gedaane ofvraag ver„ scheide zeekerde dat ergeen hollands schep„ nog te nog te Port Dauphin nog in de nabuurige baaije op de oostkust zig bevond of vernoomen was waarvoor hij zoo veel te meer in 't voorneemen gesterkt werden om ons bij meerm: plaats op te houden; oog resolveerende in steede van de Baai S. Augustijn op de West kust van dat eiland in 't gezigt te loopen, zou der nogtars dezelve aan te doen, zoo wij net meerm: Venniste schip aldaar mogte bespenen woensdag den 11 do op ontfongen bericht van boord, dat de laaste leedige waater legger gevuld waaren begaf zich de onderget: naar boord, en werd direct de Schuit ingezet en overigens alle klaarigheedens tot onse vertrek gemaakt Donderdag den 12 do Ten 11 uuren de wind za ZZ W: ligten 't anker, en gingen onder zeil salueerden, en werden bedankt gelijk bij 't Aroivement stuurende N W en N WZ. W omme naar bui ten te koomen vervielen teegens den avond in stilte Vrydag den 13 d=o hadder labbere Z W Gk windjes tot op de mitdag Pilden als toen kaap Bernard in Z O N0½ N en le Point ougrand bois in £ 2010½ 0 bevonden ons volgens dien op de zuiderbreete van 21. 8 en 71e 36 long te van tenarisse, van waar ons bestek al nader in hoope op s'heemels gunst zijn aanvang nam, De wind 2: 0: loopend stuurden Z W 't W: heen zeylden vervolgens met een gunstige wind tot op. tain Dingsdag den 17 do dat nij met den dag afhelden na het w72 en W: k: w om het land op te loopen, Met de 5 Glasen in de agter middag zag en land En 't westen, en uit de 4 Glazen in de plat voet hadden de baar in 't fort Dauphen in 't W nagissing 5 mijlen van ons volgens welke pyling wij ons op 25: 6 Zwen 64:30 langte van Generisse bevonden in stonden ons bestek op 2 4 33 Z Bt. en 65: G: 9 M: Langh zoo dat wij dus 33 Minuten zuidelyker, en 39 men: westelyker waaren als gegist had den, en waar na 't bestek verbeeterden stee vende vervolgens langs de strekking van de wal, doubleerde Caab SiMarie, en hielden het weeder digt onder de westkust van de oik wijl gem: eiland tot dat wij op Donderdag den 19 d=o met de 4 Glasen in de platvoet, 't zonderland van de baai 5 Augustin, 20½ wijl van ons, en de tafelberg in 't ot Npeylden hielden het voor de baai over en weeder, om te zien of mij aldaar het te zoekene sEComp Schip slot ter hooge, dan wel andere ontdekken„ en Schoon hij aldaar geen de minste teken van schep of scheepen zagen waaren mij Non wel van meening dr van Comp. om het zoo voor meerm: baai tot den dag te houden ten eende als toen door voortrigen van de wal te hooren of er ook eenige tijding van meerm: vermiste schip van wel van eenige andere 2 2 N andere van s' Comp te zoeken geraakte bordems te bekoomen mogte zyn, dog de wind uit de wal koomende en sterk aanneemende de hooge omstrumige zeen en ravelingen van Stroonen die het schip afwreeven en zwaardied waken, lieten ons niet toe om bij ons voorneemen te blyven volhorden, maar deed ons en teegen deel besluiten om onze Eoers regelregt naar de baai Pagoa te zetten, verbeterden het bestik naar de laaste pyling van 't land en hielden W: z W heen gingen zoo nagelee¬ gentheid van weer en wind voort tot Zaturdag den 28 do Toen mij 's voormiddags ten 10 uure 't land van de kust van Africa in t gezigt kreegen Boegden Koers naar Nio Lagoa en waaren des nagts ten 12 Uuren Circa 3 Mylen broosten het Eiland S Marie of Unhaca, als wanneer de wind schielyk na het ZZO of van 't land uitschoot met Stormvlaagen verseld van Continueerende blixem, oorder en stortreegen, en ons ge noodzaakt voor de enkele fok ON0 hen te loopen, dus daanig Voortvaarende Zondag den 29 d=o dat nij laag land van 't N: 0 tot NV NW van ons in 't gesigt hadden, hielden zoo veel moogelijk uit de wal, waar na de stroomen ons sterk voer den Maandag den 30 d=o teegens den avond 't weer Eenigzints bedaarende en de wind na 't O& ot Nloo r pende werden weer om de zuid. tien
English
Tuesday the 31st ditto at noon we stood towards the land around the west, but towards this evening, the wind increasing strongly with lightning all around, we were obliged to put to sea again, keeping off, and so tacked around to the east. Wednesday the 1st of February at daybreak we held towards the coast again, and set as much sail as weather and wind permitted, but by 4 glasses in the forenoon having no sight of land, and the wind blowing hard with squalls, rain, and lightning, we did not dare to approach the land, so we steered around to the east again and ran under the courses, but afterwards also had to clew up the foresail, and reefed the mizzen. Thursday the 2nd ditto at 9 and a half hours, the weather moderating somewhat and the sky clearing, we turned around to the south. Friday the 3rd with fine weather we set all the sail that could serve and held towards the shore. At noon we saw land to the west-southwest; we then steered northwest and north. Around 6 glasses in the dogwatch we took the bearing of the south point of the island of Santa Maria or Inhaca bearing west by estimation 1 and a half miles from us. We then steered around the island, sounding continuously, and passed various depths of 30 fathoms of white sandy ground, upon which in the evening at 10 and a half hours we anchored under the island to await the morning. Saturday the 4th at 9 and a half hours in the morning we weighed anchor and sailed inside, but were forced by contrary winds at 12 hours noon to let the same drop again in 9 fathoms on white sandy ground. But in the afternoon at 3 hours, setting sail with a favorable wind, we came at 5 hours to anchor under Elephant Island in 7 and a half fathoms on white sandy ground, where we resolved to remain, and to dispatch Captain-Lieutenant de Baer together with the second undersigned with the boat to the roadstead or the mouth of the river, in order to obtain information as soon as possible from the Portuguese or from the Cafres whether the repeatedly mentioned missing ship might happen to be there or had been heard of along these coasts. And at the same time, since we had been brought by the adverse voyage into the greatest necessity to take on water, having no more than 14 full leagers remaining, to inquire where such could best be accomplished. Sunday the 5th ditto Captain-Lieutenant de Baer together with the second undersigned departed with the boat from on board to the mouth of the river to execute the aforesaid commission. In the afternoon the first-mentioned had the ship properly moored. Monday the 6th ditto at 10 hours in the morning the said Captain-Lieutenant together with the second undersigned returned on board with the boat, and it was reported by them that upon their approaching the coast, the Portuguese flag had immediately been hoisted from the fort. And they had found in the river a Portuguese two-masted vessel at anchor alongside two three-masted ships stranded, one on each side of the river, of which they were still busy unloading the one. That having landed with the boat before the fort and having been announced to the Governor at their request, they had made known to him the reason for their arrival there. That the said Governor, named Don Pedro Gestuum, had assured them that, aside from the two ships which they had seen stranded in the river, which were English fishing vessels that had come out from Dunkirk (without the Governor being able to give the names of those ships or their commanders, which together with their crews had already departed from there with other fishing vessels), and also a French ship that was wrecked on that coast close to Cape Correntes (from which the Governor believed all hands had perished), no ships, neither Dutch nor of other nations, had been heard of during the past year along the coast of Terra de Natal or up to Mozambique. And that he had firm tidings thereof through the Portuguese barks, which were stationed solely for that purpose to inspect those coasts throughout the whole year. Subsequently they had inquired of the Governor whether good drinking water and any refreshments were to be obtained there, and received in reply: that water could indeed be obtained on the other side of the river from the Cafres, but that this would not suit us very well, as we were anchored more than 5 miles from there with the ship, unless we wished to come with it into the river; but that he considered it better that we apply to the King of the island of Inhaca or Santa Maria, who would certainly permit us to fetch water on the island of Shefina (called by our people Elephant Island), where the water is very good; and that one could also obtain somewhat better refreshments there than from the Portuguese or the Cafres of the mainland coast, who themselves, due to three successive years of crop failure, were provided with almost no provisions. Indeed, so much so that the Governor found the greatest difficulties in providing the aforementioned Portuguese vessel, which lay ready for its departure to Mozambique, with the necessary supplies.
Dutch transcription
Woensdag Dingsdag den 31 d=o op de middag werden na 't land toe den om de west maar teegens deezen avond de wind sterk aanneemende met weerligt, in rond waaren wij verpligt om weeder haar zee te gaan, houden, en halsden dus om de oost; den 1 Februarij met den dag hielden weeder naar de kust toe, en zetten zoo veel zeilen bij als weer en wind permitteerden, dog met de & Glaasen in de voorde middag geen be¬ kenning van land hebbende, en de wind sterk doorkoomende met stormbuijen reegen, en weerligt, durfde wij niet het land te naderen, leeden t dus weederom om de oost en liepen voor de onderzeilen maar moesten naderhand de fok ook op gijen, en bolden de bezaan Donderdag den 2d=o ten 9½ uuren het weer wat bedaren ende lugt op klaarende werden om de zui¬ Vrijdag den 3e Mit mooij weer zetten alles bij wat dien konde en hielden, na de wal op de Middag zaagen land in 't wt 2 stuurden toen NW en Noorden heen, om de 6 glaasen in de plat voet pylden de zuidhoek van het eiland S' Maria of Unhaca in t W nagissing 1½ Myl van ons stuurden vervolgens om teiland heen looden geduurig en passeerden verscheide dieptens van 30 tot van witte zond grond op de welke hij Pa ronds ten 10½ uuren onkerden on der de af te wagten zaturdag toe Zaturdag den 48 Ten 9½ uuren smorgens ligten 't onker en zelden haar binnen maar werden door Cou„ tronie winden gedwongen ten 12 Uuren Z zelve weeder te laaten vallen, op 9. v=m witte zand grond oog des namiddags ten 3 Uuren met gunstige wind onder deil gaande kwa men wij ten 5 Uuren onder 't oliphouts eiland op 7½ v=m witte zond grond ten onker alwaar resolveerden te verblyven, en den Cap: Luitenant de Baer nevens den 2e onderget: met de bood naar de Rheede of de mond van 't Revier af te vaardigen om bij de Per tugeeschen, dan wel ook bij de kaffers soo spoedig moogelijk bericht te mooge erlangen of het meerm: vermit te schep zig daar mogte koomen te bevinden of op dies kusten vernoomen was, en teffens aangezien wij door de teegenspoedige reise in hoogs te noodzaakelyk gebragt waaren om water te maaken als niet meer dan 14 volle leggers nog hebbende zig te informeeren waar sulks best soude kunnen bewerkstelligd worden sing Zondag den 6 d Ging den Cap: Luit: de Baer nevens den 2 onderget: met de bood van boord naar de mond van 't Revier om voorsz: Commissie te verrigten, s'na demiddags liet den eerst gen: 't Schip behoorlijk vertuyen den de Maandag den 6 d=o 's' morgens ten 10 uuren kwamen geme: Cap: Luitenant benevens den 2e onder de in b N og een 60 met n eden op bed de zii a dien Middag N W de plat land olgens gen 30 tot. Pa rdag ren onderget: met de boot weeder aan boord en men door hun gerapporteerd dat bij hun aanna deren van de kust, had men direct de Por tugeesche vlag van 't Foot laaten Waay em en hadden hij in de Riker gevonden, een Portugeesch Twee Mast scheepje ten anker nevens twee drie Mast scheepen, op strand als een aan weerskanten van de Rivier waa van men nog beezig was 't een t'ontlaaden dat zij met de boot voor het fort aangelegd heb bende en op hun versoek bij den Gouvernaur aangediend zynde hem de oorzaak hunner komst aldaar hadden te kennen gegeeven Dat gem: Gouverneur en name Don Pedro„ Gestuum hun verseekerd had, dat behalven de twee scheepen die zij in de Reker gestrand hadden zien, ende welke Engelsche Vissers scheepen waaren van Duinkerken, uit geweest, (zonder dat den Gouverneur de naam dier scheepen of derzelver gesag hebber konde opgeeven, welke beneevens hunne Equipagie met andere Visschers scheepen ook al reeds van daar waaren Vertrokken, en nog een fransch Schip dat op die kust digt bij Caab Convientes Verongelukt was :/ waar van hij Gouverneu Vermeend had alle man verongelukt te zijn geene Scheepen nog hollandsche nog van andere Natien in t Voorl: Iaar langs langs de kust van Perra Notal of tot aan Motambicque toe vernoomen waaren en dat hij daar van vaste tijding hadde door de Portugeesche barquen, die alleen doer toe gesteld waaren, om het geheele Jaar door die kusten te visiteeren Vervolgens hadden zij zig bij den Gouverneur geinformeerd of er ook goed drink waater, en eenig Verver scheng aldaar te bekoomen waare, en ten antwoord gekreegen: Dat er wel aan de overzeyde van de Revier bij de Kassers water te krygen was, oog dat zulks ons niet zeer zoude Convenieeren als ruim 5 wijlen van door niet 't schip geankerd leggende, zo wij niet daar meede naar de Rivier wilde kome maar dat hij beeter achte dat wij ons bij den Koning van het Eiland Unhaca of SMarie vervoegden die wel zoude permitteeren, om op Zeiland Schitemole bij de onze 'Z olephant eiland/ door 't waater zier goed is, het zelve te moogen laaten haalen, en dat men al daar ook wat beeter vervorsching soude kunnen bekoomen, dan bij de Portugeeschen of de kaffers, van de Laste kust, die zelve door drie agter een volgende gevolgd hebbende mis was jaaren, bij na vangeen leevens middelen voorzien waaren, Ia zoo dat de Gouverneur de groots te zwaanigheeden vond om het voorm: Portugeesche scheepje dat op zijn vertrek naa de Mosambicque lag met het noodige te voorzien Hier op na van den en men aa na 2 140 het naar hunner von e halven es vi ors ard r 0 1 ter naar
English
Having taken leave of the Governor, they had proceeded to the other side of the River to the Caffres, going to their village, called Capelle, where 400 to 500 persons, men as well as women and children, were gathered together, among whom they had found several who spoke reasonably good Dutch, English, and Negro Portuguese. When asked whether any Dutch ships had been seen in this bay or on its coasts, they had replied that since Captain in 't Anker had been there some years ago with the ship de Paerl—of which Captain they spoke with much praise and esteem—no Dutch flag had appeared on their coasts. They also testified that no refreshments were to be had from them, and furthermore, at the request of the Captain Lieutenant and the second undersigned, pointed out the watering place, where the water was indeed good, but far from the beach, upon which strong swells of sea and current ran, making the embarking of the water casks into the boat very arduous and even dangerous, and which would cause much loss of time. They had also finally found that the natives currently lived in full friendship with the Portuguese. Upon these reports, the Captain Lieutenant and the second undersigned were dispatched to the island of Unhaca, or St. Maria, for the aforementioned purpose. They reported upon their return on board in the evening that they had spoken with several inhabitants of that island, who were of the same nation as those of the mainland, and understood from them that no water could be obtained on that island, but that sufficient and good water was to be had on the island of Schitemole, or the Elephant Island; yet, upon being requested to point out the watering place, they had declared that without permission from their King they dared neither point it out nor sell refreshments, but that they would indeed inform the King, who resided far inland, of our desire, and that they did not doubt that, if one returned the next day, he would go in person to the beach to grant the necessary permission. On the return journey, the Captain Lieutenant and the second undersigned had called at the aforementioned Elephant Island, with the intention of investigating whether they themselves could find any fresh water there; and after having searched in vain for several hours, they had caused a pit to be dug in the sand, in which they had obtained reasonably good and drinkable water, with which they had filled two half leaguers, which they also brought on board. Tuesday the 7th, at 8 o'clock in the morning, the first undersigned went with the boat to the island of Unhaca or St. Marie to speak with the King, in order to obtain permission to fetch water and to have the place pointed out; in which, after he had given the King some presents to the value of over ten Spanish reals, he succeeded, and also obtained some refreshments; after which he crossed over to the Elephant Island, and with the help of a guide provided to him, found sufficient and very good drinking water, although somewhat far from the beach. Having subsequently returned on board, it was resolved to have a tent pitched there, and to detail an officer with the necessary crew to fill the water leaguers, which was also immediately executed. Sunday the 12th, the provisions destined for the ship 't Slot ter Hooge in case of meeting were inspected, and having found that the bread was more or less affected by dampness and on the verge of inevitably spoiling, it was thereupon, according to the proposal of the first undersigned—since the aforementioned ship had not been found and the provisions could therefore not be used for it—deemed best to distribute that bread rather to our crew as an extra allowance than to let it perish uselessly through worms and other mishaps; in the hope that this may be approved by Your Right Honourable Worships, a declaration concerning this having been executed herewith under Letter G. And furthermore, the last empty water casks having been filled and brought on board, the officer, the crew, and the tent were also taken on board, and thereafter the boat was hoisted in. Monday the 13th, early in the morning, everything was made ready for our departure, and the bower anchor was weighed, but owing to calm and contrary winds we could not get outside until Thursday the 16th ditto, when having weighed our anchor with North-East winds we set sail, but owing to contrary wind, thick skies with thunder and rain, through which no land could be seen, we were forced to drop anchor again in 19 fathoms of water. Nevertheless, the sky clearing in the afternoon and setting sail anew with a North wind, we safely cleared the shoals. At 7 o'clock in the evening, we sighted the North point of the island of St. Marie or Unhaca bearing South-West 2½ degrees West, estimated at 3½ miles from us, from whence resuming our reckoning, we set our course, in hope of the Lord's merciful help, toward the Cape of Good Hope. Friday the 17th ditto, at daybreak we could no longer see land; had high swells which made the ship pitch heavily. In the afternoon we had a storm from the South with lightning and high seas, and received
Dutch transcription
Gouverneur afscheid te hebben genoomen, hadden zy liet aan de overzeede van de Riker bij de kasfers vervoegd tot derselver aldes of door doop Capelle gent begeeven alwaar 40 500 Persoonen zoo mans als vrouwen en kinderen bij een geschaord waaren, onder welke zij verscheide gevonden hadden die reedelyk goed Hollandsch Engelsch, en Nager Portugeesch Spraa dewelke op na vraag of er geene Hollandsche sch in deeze boui of op der zelver kusten vernoomen was geweest, hun ter antwoord hadden gegeeven dat 't zeedert den Capitain in 't. Anker eenige Iar geleeden met het schip de Paerl aldaar geweest w om van welke Capitijn zij met veel roemen achting gesprooken hadden:/ geen hollandsche vlag op hunne kusten zich vertoond had zij ga den ook betuigd dat er hij hun geen Verversching te bekoomen was en hadden Voorts op versoek van den Cop: Luitenant, en den 2e onderget: de Water e plaats aangeweezen, door het waater wel goed was, maer vervant strand, op welke sterke rol lingen van Zee en stroom liepen, en den irschee der water vaten in de boot zier bezwaarlyk Iu zelfs gevaerlyk maakten, en veel tyds versuijm zoude op leeveren zij hadden ook eendelyk be vonden, dat de Inlandsche thans in volle voien schap met de Portugeeschen Leefden, Op deeze Rapporten Expedieerden oviet meer Capit: Luitenant en 2 onderget: naar Zeiland Unhoca, of S Maria, ten fine voorsz: BerigtendD de zelve bij hun te rug komst 's avonds aan boor dat 1 dat zij verscheide bewooners van dat van dat eil and de welke ook van de zelve Castre waaren als die van de vaste kust, gesprooken hadden, en van hun verstaan dat op dat eeland geen waater konde gemaakt worden, maar dat op het al ond schitemole of 't oliphants Eiland genoegzaam, en goed water te krygen was, dog dat de zelve op versoek om de waterplaats te willen aan wyzen verklaard hadden dat zij zonder permissie hunner koning niet zoo min daar van aan wyzing dierfden doen, als ververschingen verkoopen, edog dat zij den kooning die in't ver inteiland zijn wooning agtig hield van onze begeerte wel meden waar schouwen, en dat zij niet getwyffeld hadden of den zelven zo men 's anderen daags wederom kwam zich in Persoon naar de strond zoude begeeven, om de noodige Permissie te Vorleenen & In de te rug komst hadden den Cap Luit: en den 2 ondergeteek: 't gem: oliphants Eiland aange„ daan, met oogmerk om te onderzoeken of zij zelve geen zoet waater aldaar konde vinden dat zij naar eenige uuren vergeefs gezogt te hebben een Kuil in de Zand hadden laaten graaven, waar in zij ook redelyk goed en drink baar waater hadden gekreegen, en waer meede zij twee halve Leggers gevuld hadden, die zij ook meede naar boord brachten Dingsdag den 7d ten 8 uuren s'morgens begaf zich den eerste get: met de schuit naar Zeeland Unhaca of zy lieh voegd begeeven oi ƒ Welke Wa g ed van meer oor t of S Morie om den Kooning te spreeken, ten eende Permissie tot 't waterhalen en aan wijzing van de plaats te moogen erlangen; waar in na dato hij aan den Kooning eenige Presenten ten waarde van ruim Thien Spaansche Ma realen had gegeeven, ook slaagde en meede eenige Verversching bekwam, waar na den zelven naar 't oliphants Eiland overstak, en door behulp van een meede gekreegen weg wij genoegzaam en zeer goede drinkwaater vond schoon wat ver van de strand, en vervolgens naa boord gekoomen zynde resolveerden om alda een Cent te laaten opslaan, en een officier met de noodige manschappen tot het vullen der waater leggers te bescheiden, het welk ook direct geExpgueerd werd Zondag den 12 d Visiteerd en de Provisien voor 't Schip t s ter hooge, in fas van ontmoeting gedestineerd en bevonden hebbende dat het brood meer of mo der door vogtigheid aangestooken was, en tot een onvermiddelyk bederflykende over te gaa wierd daarop volgens propositie van den eerst gel vermits men 't gem: schip niet hadden gevon den, en dus er voor niet konde werden gebruikt best gedacht om dat brood eerder aan onze Equ pagie tot een Extra douceur te verstrekken dan 't zelve onnuttiger wijze door Wurmen en andere toe vallen te laaten vergaan; In hoope dat zulks door UneErd: Achth: mag werden 6 mag werden goedgekeurd, zynde dies weegens een Verklaaring hier neevens onder L G ge„ passeerd. en wyders de laatste leedige water vaten gevuld, en aan boord gekoomen zynde wierd ook den officier de manschappen en tent naar boord gehaald, en daar na de boot ingezet. Maandag den 13 d Smorgens Vroeg wierd alles tot ons Vertrek in gereedheid gebragt, en 't Juy ankergeligt, dog konde door stilte en Contrarie winden niet naar buiten koomen eer als Donderdag den 16 d:o dat met No 8:t winden, ons ankor geligt hebbende onder zeil gingen, dog waren wegens Contrarie wind, dikke lugt met donder, en reegen waar door geen land konde zien genood zaakt weder 't Anker te laaten vallen, op 19 v=n water, nogtans de lugt in de agtermiddag op„ klaarende en Uit een Noorde Wind op Nieuws onder zeil gaande raakten gelukkig buijten de banken, sijlden ten 7 uuren savonds de No, hoek van teiland St Marie of Unhaca in 't ZW 2½ W nogissing 3½ mijlen van ons van Waar onse best ik weder beginnende de de koers, in hoope van s' heeren genadige hulpe naer kaap de Goede hoop stelden Vrydag den 17d=eo konde met den dageraad geen land meer zien hadden hooge diningen die 't schip & waar deed Stanpen, In d'agtermiddag hadden Storm uit 't zuiden met weerligt, en hooge leen en kreegen en eende in 2 naa bri en
English
received several seas over, thus proceeding Saturday the 18th ditto until the afternoon when the weather abated Thursday the 23rd ditto we were again struck by a storm from the South-West which indeed Friday the 24th ditto in the forenoon somewhat abated, but high seas and swells by which the ship rolled heavily and repeatedly took on water, continued the journey as occasion permitted until Wednesday the 29th ditto when we were overtaken by a violent storm and were forced to lie to, which did not somewhat abate until Thursday the 1st of March towards the evening when we set up our main shrouds, which had been stretched by the dreadful pitching and rolling of the ship, so that we feared losing our topmasts Saturday the 3rd ditto we had another flying gale from the South-East which nevertheless abated with nightfall, and Sunday the 4th we had Cape Recife and subsequently the Serrated Mountain in sight. Monday the 5th ditto passed Plettenberg Bay, and Wednesday the 7th Cape Agulhas, Rio Oolie, the Hanglip and the west point of the bay, but falling into a calm could not reach the roadstead here earlier than Friday the 9th ditto when at 2½ o'clock in the morning, God be thanked for His gracious assistance, we came to anchor in this Table Bay, and at sunrise saluted the roadstead, and were acknowledged by the commander's ship. This expedition thus having been brought to an end, Right Honourable Sirs, we attach hereto a proper account kept by us in this regard. We hope that Your Honours will perceive from this how the interests of the Honourable Company have been attended to, as faithful servants who take pride in being allowed to serve her, and as far as is in their humble power, to be allowed to contribute to her prosperity, and that in executing the highly honoured orders of Your Honours we may have answered expectations. Commending Your Honours together with your highly esteemed families to the protection of the Almighty, after having commended ourselves to the very powerful protection of Your Honours, we take the liberty to sign with all due submissiveness and true respect, Right Honourable Sir and Honourable Sirs, Your Honours' very humble Cape of Good Hope and obedient servants, Chevalier Dumenij A. Stockenstrom Recorded: J. Goetz On board the frigate ship De Meermin Lying anchored in the roadstead, the 9th of March 1792 G. de Clercq Debit: The Trade to the Island of Mauritius To 3000 muids of wheat at ƒ 5:17 1/3 per muid: ƒ 17600.–.– Expenses for shipping: ƒ 394:5:8 Profit: ƒ 16877:18:– Sum: ƒ 34872:3:8 Credit: By 1000 bags of coffee beans at 12½ Spanish reals each, making together 12500 Spanish reals or: ƒ 33750.–.– 29387 lb ebony at 12 per hundred, 415:6:10: ƒ 1122:3:8 Sum: ƒ 34872:3:8 Agreed: Goetz Was signed: Dumeny G. de Clercq No. 13. To the Right Honourable Sir, Johannes Izaac Rhenius, Governor of the Cape of Good Hope and the dependencies thereof, etc., etc., together with the Honourable Council of Policy. Right Honourable Sir, Honourable Sirs, It has already pleased Your Honours on several occasions to request the undersigned in their capacity as School Commissioners to direct the necessary reflections toward the improvement of the schools in this Government more generally, and toward the planning of other suitable means more particularly, whereby the education of our youth might be advanced as much as possible, and that defect be prevented about which complaints have long since been made, and which in this regard has taken place among us until this day, namely that many parents were hardly in a position to let their children learn anything more than reading and writing, without being able to think further of such an education as is absolutely required for a refined upbringing, and (whereby they might in time bring their children to such a station or profession as to which their inclination was most directed, and for which their rational faculties seemed eminently suited, and
Dutch transcription
kreegen verscheide zien over, dus danig Voortvarende Zaturdag den 18 do tot in d'agtermiddag toen 't weer bedaorde Donderdag den 23 do werden weeder door storm uit het 2 Waar gerand die wel Vrijdag den 24 8. In de voormiddag eenigzints bedaarde dog haa hooge zee, en dyningen door welke 't Schip Sterk geslingerd merd, en telkens water overnam zetten de reise naar geleegentheid voort tot op Woensdag den 29 d=o dat door een heevige storm merder beloopen en genoodzaakt waren bij te leggen die niet eer als Donderdag den 1 Maart tegens den avond eenigzints bedaarde Tren wij ons groote wand, zwgten, die door 'tyssel„ ke Stanpen en Slingeren van 't Schip & Danie uitgerekt was, dat mij Vrees den onse stengen te Verliezen Zaturdag den 3 d=o hadden al weeder een vlegende storm, uit 't 2 C die nogtans met 't vallen van den avon„ bedaarde, en Zondag den 4e hadden kaap resif en vervolgens de ge tande berg in t gesigt. Maandag den 5 do Passeerden de Plettenbergs bai, en Woensdag der 7de: Kaap Angolas Rio Oolie, de hanglip en de Westhoek van de baaif als dog in stilte¬ vervallende konde niet eerder de rheede alhier bereiken als Vrijdag den 9 d=o dat ten 2½ uuren smorgens God zij dan voor zyn genaadige bystand in deeze Tafel baai ten anker kwaamen, en met z ons opgang de rheede Rheede salueerden, en van t Commandant Schip bedankt werden. Aldus wel Ed Achtb: Heeren deeze Expeditie ten eende gebragt zinde, Vregen wij hier bij eene behoorlyke reek: door ons dies weegens gehouden. wy hoopen dat uwed Achtb: uit deezen zullen ontwaaren, hoe de belangers den E: Maatschappij hem behartigd, als getrouwe Dienaren die hun roem dragen van haer te moogen dienen, en zoo wel in hun gering vermoogen is, tot haar welvaart meede te moogen werken, en dat wij in 't uitvoeren van Unielrd Achtbr. hoog Ge Eerde ordres aan de verwagting moogen beant woord hebben Beveelende Unird Achtbr: nevens derselver hoog aan dienelyke familles aan de bescherminge der allerhoogsten, neemen wij de vryheid na ons in uweerd Achtbr: zeer Vermoogende Protex tie te hebben aan bevoolen ons met alle ver schuldigde onderdanigheid, en waere Eerbied te onderteekenen WelEdele Achtbaere Heer en E Achtbaare Heeren Uwelid Achtb zeer ootmoedige Cabo de Goede Hoop en onderdanige Dienaaren Ridder Dumenij A: Stokkenstroom Recordeert JGoetz in 't friegat Schip de Meermin Geankerd leggende ter Rheede Con den 9 Maart 1792 hier 6g Clercq aan dog haa k o beloopen ƒ Daniel gen uit ge do ip te H al Van a de heede el S Aan 3000 mudden Tarwe a ƒ 5:17 1/3 med 17600. — volgt onkosten tot den afscheep — — A: getuy„ 394 5 „Winst „ 16877„18 Somma 34872 3 Maurit Deber aen Handel op t Eiland E Debet Den Handel op 't Eiland Aan 3000 midden Parmen a ƒ 5:07 1/3 mud ƒ17600 —„- volgt ƒ „ onkkosten tot den afscheep 1 Faotecor „ 394:5„8 „ Winst „16877„18:- 34872: 3: 8 Somma ƒ uritius Pr 1000 baalen koffyboonen a 12½ sp: reaal ider maken te zaamen sp realen 12500 – „ – of ƒ 33750. — — „ 2938 7 lb Ebbenhout „ 12 tCto 415:6:4 „ 1122„ 3„ 8 Somma ƒ 34872: 3:8 Accordeerd Goetz Credit vasget Deuning b: Clercq. 00 —„— 72„ Credit 1000 baalen Voffyj boonen a 12½ sCo reaal idr maken te zamen sprealen 12500 of ƒ 33750„ — —— 1122 „ 3„ 8 „ 29387 lb Ebbenhout „ 12- tCto 415:6:10 Somma ƒ 34872„3:8 Goetz /was gef Deemeny Accordeerd Ea Clercq 9 N. 13. Aan den Wel Ed Agtbaaren Heere Wel Edele Achtbe Heer E„ Achtbaere Heeren Het heeft Uw E. Achtb=ren reeds een en ander„ „maal behaagd, de ondergetekende in quali„ „teid als Scholarchen te demandeeren, om de noodige reflexien te slaan, op de verbee„ „tering der Schoolen in dit Gouvernement meer in het algemeen, en ter beraaminge van andere gepaste middelen meer in het bijzonder, waar door de Educatie van onze teugd, zoo veel moogelijk konde bevordert, en dat gebrek geweerd worden, waar oover reeds lang geklaagd is, en het welker ten deezen aanzien, tot heeden toe onder ons heeft plaats gehad, zijnde namentlijk dat veele Ouderen buijten staat waaren, om hunne kinderen nauwlijks iets meer dan het leezen & schrijven te kunnen laaten leeren, zonder verder te moogen denken tot zulke eene opleiding, dewelke tot eene beschaafde opvoeding volstrekt gevordert word, en (waar door zij hunne kinderen met er tijd, tot zulk een stand of beroep zoude kunnen brengen, als waar toe hunne genegentheid zich het meest bepaal„ „de, en derzelver redelijke vermoogens bij uitnemenheid geschikt scheenen, en Johannes Izaac Rhenius Gezaghebber van Cabo de goede Hoop, en den ressorte van dien &c &c beneevens den E, Agtbaaren Raad van Politie„ ten
English
unless they came to the decision to send them away from here at an early age, which, on account of the enormous costs that accompany it, was generally impracticable for most. The Scholarchs have not failed to observe this subject with that attention which its importance required, which Your Honorable Worships have always been pleased to place in this matter, being themselves fully convinced that nothing is of greater consequence than that something should be devised whereby the very defective state which exists in cultivating the knowledge of our youth, and in forming them in due course into useful members of the commonwealth, might be redressed as much as possible. Yet none of the least difficulties always appeared to us to be where to find a fund from which the necessary expenses could be defrayed, since, finding no capable teachers for the youth in these regions, one would have to endeavor to obtain the same from elsewhere. Having allowed our thoughts to dwell upon this repeatedly, it seemed to us the only means to try whether the good inhabitants might not perhaps be willing to contribute something from their side, whereby one could obtain such a capital of which the interest would annually be sufficient for the expenditure that would have to take place in this regard. Pursuing this concept, the Scholarchs have seen to their wonder how readily a great number of our inhabitants were inclined thereto, of which each obligated himself by way of subscription to supply a certain amount thereto, which, collectively calculated, amounts to a sum of nearly sixty thousand Caabse guldens, which sum they trust will shortly still be augmented to some extent, since there are still several who will probably follow that same courteous example. This difficulty having thus been cleared out of the way, the undersigned thought they ought not to delay in making a plan upon which, in their view, the required improvement could be put into effect in the most appropriate manner, in order in that way to satisfy as much as possible both the intention of Your Honorable Worships and the desire of those who have subscribed to the promotion of this beneficial purpose; and it is this plan, which they formed to that end, which they take the liberty hereby respectfully to present to Your Honorable Worships, with the petition that, in case the same might gain the approval of Your Honorable Worships, it may then favorably please the Council to transmit the same, together with this our request, to the High Governing Lords and Masters, with the urgent plea, both in the name of the Scholarchs and of the inhabitants of this region, that it may please Their Right Honorable Worships to honor this as necessary as it is useful institution with Their Very Own approval, and to appoint such persons as we might need for the instruction, when the same shall be presented to Their Honorable Worships, to grant them a suitable rank, without salary or emoluments however, and to grant free passage, to which the undersigned understand that the favorable recommendation of Your Honorable Worships, upon which they humbly insist, could contribute uncommonly much. Yet since a considerable time will still have to elapse in the meantime before one will be able to obtain the necessary decision hereupon from the aforementioned Lords Majores, and many parents whose children are already of those years that one cannot well keep them any longer from a suitable education would gladly see that they had the opportunity to be instructed, even if it were only in the first rudiments of the Latin & French languages, in order in that way to employ as much as possible the years that are most suitable for it, so the Scholarchs have thought it necessary to request Your Honorable Worships at the same time, as they do petition hereby, that Your Honorable Worships would be pleased to have the goodness: 1mo. To appoint such persons as Your Honorable Worships shall deem suitable for the purpose, for the collection and administration of the monies for which has been subscribed, because upon the decease of one or another of the subscribers it would otherwise prove difficult to collect the exact sum in due course, which money could always be paid back again in case it should, contrary to hope, not please the Right Honorable Lords of the administration to favor the above-mentioned request with Their Very Own consent.
Dutch transcription
ten zij ze tot dit besluit kwaamen, om de zelve al vroeg van hier te zenden, het geen van weegen de en orme kosten, dewelke daa meede vergezeld gaan, door gaans voor de meeste onuitvoerlyk was, Scholarchen hebben niet nagelaten, dit onderwerp met die attentie te letten het belang vereischte, het welk Uwel„ Ed' Achtbren altoos in deeze zaak hebben believen te stellen, voor zich zelven ten vo „len oovertuigdt, dat niets van meer aa gelegenheid zij, dan dat er iets werde u „gevonden, waar door het zeer gebrekki„ dat in het aankweeken der kundighee van onze Jeugd, en om die te zijner tijdt tot nuttige Leeden van het algemeene „zijn, te formeeren, plaats heeft, zoo veel moogelijk geredresseerd mogte worden, Dan geene van de minste zwarighei kwam ons altoos voor, waar een Fonds te vin waar uit de noodige kosten zouden kunnen worden goedtgemaakt, terwijl men geene bekwaame Onderwysers voor de Jeugd in deeze gewesten vindende, dezelve van elder zouden moeten tragten magtig te worden Hier oover een en andermaal de geda ten hebbende laaten gaan, scheen ons re eenigste middel te zijn, om te beproeven, de goede Ingezeetenen, zich er niet well toe zouden laaten vinden, om van hunne kand iets te contribueeren, waar door men zulk een Capitaal konde obtineeren waar van de renten Jaarlyks toereikende waaren voor de uitgaave, dewelke ten deeze aanzien zoude moeten geschieden, dit Concept volgende hebben scholarche tot hunne verwondering gezien, hoe gere delijk een groot aantal van onze Juw deren, daar toe inclineerden, waar van zich ieder bij wijze van inteekening ve „plichten, om er een Zeeker tantino toe te zullen fourneeren, het geen Isaar bereekend bereekend, een montant van bijna sestig duijzend Caabse guldens bedraagd, welke som„ „ma zij vertrouwen, dat binnen kort nog wel eeniger maaten zal worden geaugmen„ „teerd, nadien er nog verscheidene zijn„ dewelke waar schijnlyk dat zelfde hoflijk voorbeeld zullen volgen„ Deeze zwarigheid dus uit den wegge„ „ruijmd zijnde, hebben de ondergetekende ge„ „meend niet te moeten draalen, in het maaken van een ontwerp, waar op na hun inzien de gevorderde verbeetering op de welvoeglykste wijze, zoude kunnen worden in het werk gesteld, om langs dien weg zoo aan de Intentie van Uwel Ed: Achtb=res, als aan de begeerte van de zulke„ dewelke tot bevordering van dit heijlzaam oogmerk hebben in geteekend, zoo veel moo„ gelijk te voldoen, en het is di Blan, het welk zij ten dien einden formeerden, het welk zij de vrijheid gebruijken, bij deezen Eerbiedig aan Uw Ed' Achtb=re te prae„ „senteeren, met sollicitatie dat ingeval„ „len 'tselve de goedtkeuringe van Uwel Ed= Achtbrs. mogte wegdraagen, dat het den raad dan gunstig mooge behaagen, het zelve neevens dit ons verzoek, aan de Hoog gebiedende Heeren en Meesteren bovertezenden, met instantie zoo uit naam van Scholarchen, als van de Ingezeetenen van dit gewest, dat het Hun wel Ed groot Achtb=re mooge believe, dit zoo noodig als nuttig in stitut, met Hoogstder zelver approbatie te vereeren, en dezulke welke wij mogten benodigt hebben tot het onderwijs, wanneer de¬ zelve aan Hun Ede Achtbrn zullen wor¬ „den gepraesenteerd aan te stellen, een convenabelen rang, zonder gagie egter ben vo aan u Ki el vin n in 5 of Emolumenten toetevoegen, en vrij Pas¬ „sagie te willen verleenen, waar toe de ondergeteekende begrijpen, dat het Fa„ vorabel voor schrijven van Uwel Ede Achtbrs. waarop dezelve neederig in stee¬ „ren, ongemeen veel zoude kunnen Con„ „tribiceeren. Dan vermits er nog een ruijmen tyd tusschen beide zal moeten verloopen, voor en al eer men hier op de noodige disposi„ „tie van meer gemelde Heeren Majores zal kunnen obtineeren, en veele ouderen, wier kinderen bereids in die Jaaren zijn, dat men dezelve niet wel langer van een gepas ouderwijs kan afhouden geerne zoude zien, dat dezelve geleegentheid hadden, om ^ al was het slegts in de eerste beginzelen van de Latijnsche & Fransche Taalen, te kunnen worden onderweezen, om langsdien weg de Jaaren, die daar toe het geschitste zijn, zoo veel doenlijk te emploiëeren, zoo hebben scholarchen gemeend Uwel Ed' Achtb=res teffens te moeten verzoeken, gelijk dezelve solliciteeren bij deezen, dat uwel Ede. Achtbrn van de goedtheid gelief¬ „den te zijn, om, 1mo zoodanige Perzoonen te willen benoe¬ men, als Uwel Ede. Achtbn daar toe zullen oordeelen geschikt te zijn, tot het invordere en administreeren der Penningen, waar voor geteekend is, om dat bi versterf van deeze of geenen der Ingetekende het andere moeijelijk zoude vallen, om de Juijste somme in der tyd bij een te Famelen, kunnende dat geld altoos weder worden uitgekeerd, ingevallen t Heen Groot Achtbare, de Heeren van het bewind, onverhoopt niet mog¬ te behagen boovengemeld verzoek met hoogstderzelver toestemming
English
to confirm, 2nd, The school commissioners would wish that a beginning might already be made with the institute itself, to be properly understood only insofar and merely in such manner that they were permitted to propose to the Council such persons who might teach the first rudiments of the aforementioned languages, who would need to be appointed merely provisionally, so that in case of disapproval they could be employed again in their former duties, as the youth would at least profit from this, that in the meantime they could lay the first foundations for it, which in time would always be of great use, 3rd, The school commissioners would like to see Your Honors be pleased to authorize them to choose and appoint 2 to 3 competent men in Europe, who would be willing to occupy themselves with the commission to look out for the necessary individuals whom one will require in time for the further instruction of the youth, whom we would then subsequently submit to Your Honors, with the request to mention them in the favorable recommendation that might proceed from the side of the Council concerning our present proposal, in order that the Lords Major, in case one has the fortune to obtain the approval of their High Mightinesses, may find the opportunity to appoint individuals sought out for this purpose, deemed competent, and proposed from that side to their High Mightinesses, whereby the practical attention of the aforementioned Lords Major, as the school commissioners trust, would be least burdened, as they well understand what a trouble it will be to invite this one and that one for it, to make the matter agreeable to them, to clear away difficulties which might arise with this or that person, and several other matters besides, which one can far more properly commit to private individuals, and who, through occupations of another nature, will have more opportunity to attend to this, 4th, Further concerning the rank, it would particularly oblige the undersigned if Your Honors could see fit to arrange it so that the Rector upon his appointment might hold the effective rank of Junior Merchant, the Conrector that of Titular Junior Merchant, the French and German Masters that of Bookkeeper, whereby we think, subject to correction, that the distinction which ought to be observed in this respect would be sufficient, 5th, Finally, the undersigned wish that something might further be devised to make the aforementioned fund increase now and in the future; there are many people who have subscribed who would gladly see that such an arrangement were made on the part of the government that no one should be allowed to benefit from the institute unless they had first given an initial contribution to the fund equal to what they gave, for which a moderate sum could be determined, or that the school fees for such children were set higher, it being by no means the intention, however, not to allow poor and needy children to profit from the benevolence of the rich, which everyone will gladly see, this remark concerning solely the well-to-do inhabitants, or such who might send their children hither from other places, such as for example from the Indies, with respect to whom equity would certainly require that these too contributed something to the deposit, And herewith concluding this, the undersigned have the honor to subscribe themselves with the greatest respect. Underneath stood Honorable and Respected Sir, and Respected Sirs, Your Honors' very humble servants, the school commissioners of this place / lower stood / and in name of all / was signed / Christiaan Fleck Scriba / in the margin Cape of Good Hope, the 5th of September 1792. GGoetz ha Clever 2d zie d 2 - Plan for the Improvement of the School System in this Place in general, and for the founding of a good French and Latin School in particular 81 That the schools in this Government, and especially at this capital place, require a considerable improvement, no one will doubt for a single moment who is somewhat closely acquainted with their condition; and taking into consideration the deep ignorance, the slight refinement in which a great number of our inhabitants find themselves, which undoubtedly would be far less if the youth found proper opportunity to be educated in knowledge and science, to which their rational faculties, which in general are by nature very happily disposed, would contribute not a little; which kind of education would subsequently, under Heaven's blessing, have no slight influence on the improvement of the heart, it having already long since been remarked by a wise poet among the Romans "That the pursuit of useful science improves morals, and does not allow man to be savage," with which the wisest of mortals also fully agreed, when he impressed upon all parents to teach the young child the first principles according to the requirement of his way, placing the benefit of such instruction chiefly in this, that when he grew old, that is, having come to years of discretion, he should not depart from it.
Dutch transcription
te bekrachtigen, 2=e Wenschten scholarchen wel, dat er bereids een begin konde gemaakt worden, van het institut zelve wel te verstaan, in zoo ver„ „re, en alleen in diervoegen, dat het hun vergund wierden aan den raad voor te dra¬ gen zulke Perzoonen, die de Eerste begin¬ „selen der boovengemelde Taelen, mogten doceeren, dewelke niet meer dan provisio„ „neel zouden behoeven te worden aange„ „steldt, om bij disapprobatie in hunne voo„ „rige diensten weeder g'emploijeerd te kunnen worden, alzoo de Teugderdam ten minsten dit bij zoude profiteeren, dat dezelve in dien tusschen tijdt, de Eerste gronden daar toe zoude kunnen leggen, het geen bij vervolg altydt van veel nuet zoude zijn, 3= Loude scholarchen geerne zien, dat UwelEde Achtbrns: hun geliefden te qualificeeren, om in Europa 2 a 3. bekwaance Mannen te kiezen, & aan te stellen, dewelke zich wel zoude willen occupeeren met de Commissie, om na de noodige subjecten, dewelke men tot het ver„ „der onderwijs voor de Jeugd, meter tyd zal benoodigt hebben, om te zien, die wij dan vervolgens aan U welEde Achtbrn. zoude opgeeven, met verzoek, om van dezelve in de gunstige voor schriving, dewelke er ten aanzien van ons tegenwoordig ont„ werp van de kand des raads mogte vier¬ „gaan, melding te maaken, ten einden Heeren Majores, ingevallen men het geluk heeft, de goedtkeuring van hun Wel Ed Groot Achtb te erlangen, gelegen„ „heid heid moogen vinden, om subjecten daar to opgezogt bekwaam geoordeelt, & Hun Groot Achbr van die kand voor gedr „gen, te kunnen aanstellen, waar de practieuse attentie van meerg melde Heeren Majores, gelyk scho „chen vertrouwen, wel het minst bezwaard worden, als wel begrijpen van welk een omslag het zal zijn ze en geene daar toe te inviteeren, d ve de zaak smaakelijk te maak swarigheeden uit den weg te ruin dewelke er bij deezen of geene mogte plaats vinden, en verscheidene an re dingen meer die men vrij welvoeg „lijker aan particalieren kan deme „deeren, en die doorbeezigheeden een andere Natuur, meer gelegent zullen hebben, om daar toe te kun vaceeren„ 4=e betreffende wijders den lang, L zouden het den ondergetekende bijzonder verplichten, in dien Uwel Ed Achtbr: konden goedvinden, om het daar heen te dirigeeren, dat de tor bij desselfs aanstelling mogte „tineeren, de rang van onderCoopm Effectief - de Conrector die van On Coopman Titulair, de Fransche en Duitsche Meesters, die van Boekhouder wanneer wij onder verbeetering meenen, d de Distinctie welke er ten deezen aan zie diend Plaats te hebben, voldoende zoud zijn„ 5=en Eindelijk wenschen de ondergeteekende, dat er voorts nog iets op konden worden uitgevonden om het boovengemelde Fonds nu en in der tijd te doen accres„ „seeren, daar zijn veele Lieden die getee„ „kend hebben, welke geerne zouden zien, dat er van de kand der Regeering die schikking gemaakt wierd, dat nie„ „mand van het institut zou moogen reisseeren, dan ten zij dezelve eerst voor af een inleg in het Fonds gelijk E zij gegeeven hadden, waar toe een ma„ „tige Somma zou kunnen bepaaldt worden, of dat men het schoolgeld voor zulke kinderen hoogerstelden, Zijnde de intentie agter geensints, om arme en behoeftige kinderen, niet te laaten profiteeren van de weldadigheid des rijken, het geen ieder geerne zal zien, rakende deeze remarque alleen, de goede Ingezeetenen, of zulke die van andere plaatzen, als bij voorbeeld uit Indien, hunne kinderen herwaards zoude moogen zenden, ten aanzien van welke de billijkheid zeeker zoude vorderen, dat ook deeze iets tot den inleg contribueerden, En hier meede deeze eindigende hebben de ondergetekende d' ber zich met de mees„ „te Eerbied te teekenen. onderstond Wel Edele Achtbaare Heer, & E. Achtbaare Heeren uwelEdel Achtbaarens Zeee ootmoedige dienaren de Scholarchen dee„ „zer steede /lager stond/ en uit alleen naam /was geteekend/ Christiaan Fleck Scribas / in margine Cabo de goede Hoop den 5=de September 1792 GGoetz ha Clever 2d zie d 2 - Plan ter Verbeetering van het Schoolweesen ter deeser Plaats in het algemeen, en ter stigting van een goed Fransch en Latijnsch Schook in het byzonder 81 Dat de Schoolen in dit Gouver„ „nement, en wel byzonder aan deese Hoofd plaatse eene mer„ „kelyke verbeetering nodig hebben, daar aan zal niemand een Oogen¬ „blik twijffelen, die derzelver gesteldheid eenigsints van na by kend; en in opmerking neemd de diepe onkunde, de geringe beschuafdheid, waar in zig een groot aantal onser ingeseetenen bevind het welk ongetwyffeld vry minder zoude zyn, indien de Jeugd behoorlyke gelegendheid vond, om in kennisse en weeten„ „schap te kunnen worden opge„ leyd, waar toe derselver reede„ „lyke vermogens, die over het het algemeen van natuure zeer ge „lukkig gesteld zyn, en niet wei „nig zoude toebrengen; hoedan eene opleiding dan vervolgens zeegen onder s' Heemels ^ geen geringen invloed zoude hebben tot ver„ „beeteringe van het hart, zyn „de 't reets van overlang door een Verstandig Digter onder den Romeynen opgemerkt „Dat het aanleeven van „nuttige Weetenschap de ze „„den verbeeterd, en den mensch „niet toelaat woest te zyn„ Waar mede de wyste der Hter velingen ook ten vollen insten Wanneer hy alle oudren „prent„ om den Iongen te le „„ren de eerste beginselen na „den Eysch van zynen weg het voordeel van zulk een o „derwys, daar in voornamen „lyk stellende„ op dat hy ou „dat is tot Jaaren van ondersch „gekoomen zynde daar van niet afwike
English
deviate. That our schools in general are in such a poor condition that our youth can barely learn spelling, reading, writing, and the principles of arithmetic to any thorough degree, not to mention singing and instruction in the truths of the most holy religion, which is the most essential matter, is by no means to be attributed to the inattention of our Government. Indeed, early on, the attention of the Honorable Council was directed to this subject, as appears from the ordinance of the School Regulations prescribed to the schoolmasters under the administration of the Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, the Honorable Governor Maurits Pasques de Chavonnes, in the year 1714, in which the Honorable Council explained among other things: That for the building up of a good Colony and the prosperity of a Country, it is of no small importance that the youth be well educated from childhood on, and be instructed from their youth in the fear and true knowledge of God and in all good arts and morals, for which it is especially necessary that the same be well provided with competent and God-fearing teachers, and that those who wish to teach otherwise than is taught in the Reformed Church be rejected. On which occasion a very laudable regulation was likewise established, to which schoolmasters were obliged to adhere on pain of otherwise being removed from their school service, from which one consequently sees how much the Government in that time already attempted to provide for the deficiency which the youth then already suffered. Nor has this point in the course of time in any way escaped the attention of the Honorable Council, as appears from the extract resolution adopted here in council during the stay of the Governor-General, His High Nobility the Lord van Imhoff, on the 14th of February 1743, containing a plan of appropriate measures for the prevention of irreligion, carelessness, and ignorance, principally in the outer districts, which also resulted subsequently, namely in the year 1769 in the month of August, in a further resolution being taken to entrust the instruction of youth in the outer Colonies to no one henceforth without prior examination and approval by the Ministers; not to mention at present any other decisions taken in this regard at a later date. Furthermore, the School Commissioners are also in no way to blame for the fact that conditions are currently no better in the three schools. They have already long lamented this deficiency and presently reflect upon it with nothing but the greatest grief, seeing only too clearly what will in time become of the inhabitants of this blessed Colony if some redress is not made in this regard in good time. Indeed, it was with that aim that the School Commissioners recently, in the year 1722, drafted a Regulation according to which the licensed schoolmasters of this city would have to conduct themselves in keeping their schools. This they respectfully presented to the Honorable Council of Policy, who were pleased to fully approve the same in their High Meeting of the 9th of April of that same year, from which time the aforementioned Regulation was also introduced. Yet how little was brought about by this for the improvement of the schools, however salutary this new arrangement was in itself, is proved by the little progress that our youth can presently demonstrate. Secondly: in the second place, such a person must have been trained from youth for the service of a schoolmaster. For all crafts that one undertakes without having learned them rarely succeed. Thirdly: he ought to be thoroughly grounded in everything in which he is to instruct others. For example, he must understand the art of spelling according to the rules of grammar; be experienced in being able to write in a masterly hand; in singing he should have made such progress that he was steadfast in all the Psalms, in whatever key they were to be sung; he should even know music to such an extent that he was capable of instructing those who desired it in the singing of hymns, such as those of Lodenstein and others. Furthermore, he had to be so proficient in arithmetic that he could calculate by heart, as they say, at least the common booklet of Bartjens or the Arithmetic of Blassiere; he ought not even to be entirely unversed in Italian bookkeeping, in order to be able to lend a helping hand to those who might later incline toward commerce. Furthermore, it could be of no small advantage if he understood any other languages, such as French, English, or the like, but since one can hardly demand everything of one person, we do not wish, especially as we are now only speaking of Dutch masters, to specify this requirement as strictly necessary. Added to this is a thorough knowledge of the truths of religion, of which the master must absolutely be a member, in such a manner that he is capable of preparing his pupils, by means of special catechisms at least twice a week, to make their confessions of faith. In addition to all these requirements, we fourthly also demand exemplary and edifying conduct, so as to be able to set a good example for the youth and to have the boldness to rebuke them whenever
Dutch transcription
„afwijke„ Dat onse schoolen over het algemeen in zulk een slegten toestand zyn, dat zelfs onse Jeugd ter naauwer nood het spelden, leesen schryven en de beginselen der Reekenkonst eeniger mate grondig kunnen leeren, om nu niet te spreeken van het zingen, het onderwysen in de Waarheeden van den allerheiligsten Godtsdienst waar op het voornamentlijk aan„ „komt, heeft men in geenen deelen te wyten aan de onop¬ „lettendheid onser Regeering, immers reeds vroeg, immers reeds vroeg viel de attentie van hun E. Agtb=s op dit onderwerp gelyk blykt uit de ordonnantie van de School-ordeninge onder de Regeering van den Extra ordi„ „nair„ Raad van Neerlands India den Ed: Heer Gouver„ „neur §2 „neur Maurits Pasques de Chavonnes in den Iaare 1714 den school-meesteren voorgeschree „ven, waar in hun Ed. Agtb: zig onder anderen in der voegen expliceeren„ Dat tot opbouw „van een goede Colonie, en den „welstand van een Land niet „weinig geleegen is, dat de „Jonkheid van kindsbeen af wa „werde opgevoed, en in de vrus „ en de regte kennisse Godes„ „ en alle goede konsten en zee„ „„den van der Jeugd aan onder „„weesen worden, waar toe „ voor al nodig is, dat dezelve „ wel voorsien werden van „bekwaame en Godvreesende „Leermeesters, ende geweest „worden de geene, die ander „willen leeren, dan in de „gereformeerde kerk geleid word„ by welke gelegent„ „heid en teffens een zeer la „dabel reglement is vastgestr waar waar aan Schoolmeesteren verpligt wierden zig te houden op poene van anders van hun School=dienst ontzet te zullen worden, waar uit men by gevolg ziet, hoe zeer de Regeering in dien tijd reeds in 't gebrek het welk de Jeugd toen ter tyd al leed poogde te voorzien: Zynde dit poinct in vervolg van tyd ook geensints den aandagt van hun Ed Agtb: ontsnapt, ge„ „lyk blykt uit de Extract resolu„ „tie ten tyde van het verblyf van den Gouverneur Generaal zyn Hoog Edelheid den Heer van Imhoff den 14e Februarij 1743. alhier in raade genoomen, behelsende eene beraming van gepaste middelen ter voorkoming van Ongodtsdienstigheid, zorge„ „loosheid, en onweetenheid, princi„ „paal in de buiten districten, het welk dan ook ten gevolge had, dat er naderhand te weeten en den 12 in den Jaare 1769 in den maa August een nader besluit geno „men wierd, om voortaan nie„ „mand in de buiten Colonies het onderwysen der Ieugd toe betrouwen, dan na alvorens doo Predikanten te zyn onderzoi en goed gekeurd; om tans a geene andere besluiten ten „sen aansien in laater Dat genomen te gewagen. — Vervolgens zo hebben Scholarg ook in geenen deelen de Schul dat het thans met de 3 schoor niet beeter gesteld is. — Deese hebben dit gebrek reeds van overlang, betreur en denken daar ook tans n nog dan met de grootste gr ven voor hun zelve aan, d maar al te duidelijk te g moed ziende, wat er van Ingeseetene deeser zo ge„ „gende Colonie in der tyd st te worden, zo er ten deesen aansien aansien niet nog by tyds eenig Redres geschiede. Immers het was met dat oogmerk, dat scho„ „larchen nog onlangs in den Iaare 1722 een Reglement ontwierpen, na welke de gepermitteerde School„ „meesters deeser steeden in het houden hunner Schoolen zig zouden hebben te gedraagen. — Het geen dezelve eerbiedig aan den E. Achtb: Raad van Politie voordroegen, wien het gunstig behaagde 't zelve in Hoogst der„ „zelver Vergadering van den 9e April van dat zelfde Iaar vol„ koomen goed te keuren, van wel¬ „ke tyd af voorgemelde Regle„ „ment dan ook is geintroduceerd. geworden. — Dog hoe wynig ook hier door ter verbeetering der Schoolen is te weeg gebragt, hoe heylsaam deese nieuwe schikking was in zig zelven, bewysen de wynige Vorde„ „ringen die onse Jeugd ook tans maa oo t d g ge n tens kan geeven. — 2dn In de tweede plaats moet zulk een van der Ieugd af aan tot de be„ „diening van schoolmeester zin opgeleid. — alle de am„ bugten tog die men by de hand neemd, zonder dezelve geleerd te hebben gelukken zelden. 3=tens behoort hy grondig on„ „derleid te zyn in alles, waar in hy aan andere onderwys zal geeven.. Hy moet by voorbeeld de spelkonst na de regelen van de Grammatica verstaan. ervaaren zyn in een regtmeesterlijke hand te kunnen schryven. in het zingen diende hy zulke vorderingen gemaakt te heb„ „ben, dat hy vast waare in alle Tsalmen, uit welk een toon die ook moeten gezon„ „gen worden, zelvs diende hy de Musyk in zo verre te te kennen dat hy zelvs bekwaam. waare om zulke die er lust toe hadden onderwys te kunnen geeven in het zingen van liede„ „ren, als van Lodenstein en anderen. Al verder moest hij in de reken¬ „konst zo bedreeven zyn, dat hy ten minsten 't gewoon boek„ „je van Bartjens of de Reken„ „konst van Blassiere voor de vrye Veust, gelijk min zegt konde weg Cyfferen, zelvs behoorde hy niet geheel onbe„ „dreeven te zyn in 't Italiaansch boekhouden om zulke die naderhand tot den koophan„ „del mogten inclineeren, daar in de behulpsaame hand te kunnen bieden. — Vervol¬ „gens zou het tot geen geringe voordeel kunnen zyn, zo hy eenige andere, als de Fransche Engelsche, of diergelyke Talen verstond, dan daar men kwalyk in een mensch alles kan vergen, zo willen wy dit vereyschte Iuist, terwyl wij nu eygent„ „lyk nog alleen van Nederduit„ „sche meesteren spreeken, niet als zo hoog nodig opgeeven. — Hier by komt nu nog 't gron„ „dig kennen van de Waarhee„ „den, van den Godtsdienst, waar van de meesterens absolut behoord Lidmaat te zin, zo„ „danig, dat hy in staat zy om zyne Leerlingen door byzonde„ „re Cathechisatien ten minsten 2 maal ter week tot 't doen hunner belydenissen, te kun„ „nen bekwaam maaken. by alle welke vereystens wi 4tens ook nog vorderen een voorbeeldig en stigtelijk gedrag, om de Jeugd zo doen„ de met een goed Exempel te „kunnen voorgaan, en vry„ moedigheid te hebben, om de„ „zelve te kunnen berispen, wanneer
English
when they behave badly. As long as one does not have such schoolmasters as we have described above, there is little hope of improvement. §4. Then the question now is, is there a chance of obtaining people of such competence? We believe yes, and as there is no material for this in these regions, we understand that one would best have to try to obtain them from the Netherlands. The schools that currently exist could be left in place, in order to let the children learn the first rudiments of reading and writing there. But care must be taken that there are at least 2 to 3 masters who find themselves capable of all that which we require of a good schoolmaster in §3. The work of these three teachers we would prefer to divide as follows: That 1mo the one of the lowest class should teach thorough reading, writing, singing, and arithmetic, at least through fractions, besides the fundamentals of the confession, which by everyone must be kept in view as the principal thing. 2do The second following upon that, the teaching of whatever further comes into consideration in arithmetic, the French language, geography, national history, and Italian bookkeeping. The 3de the Latin and the rudiments of the Greek languages, in order by so doing to give parents who have a desire to send their children to studies the opportunity to be able to test to what extent their children have an inclination to learn those languages, which is not attempted in Europe except with heavy expense, to which is then also added the risk that they might undertake something against the wishes of their offspring, which could now still be discovered in time. In which case, through such a division, one would find material for all kinds of education that were ever required for the civilization of youth. But with regard to the latter school, that arrangement ought to take place that one had more than one teacher for it: at least, besides a Rector, also a Conrector, and if it were possible even a Praeceptor, in order, upon the death of the Rector, not to let the teaching come to a standstill, as well as to be able along that path, in time, to raise the lesser teachers to the highest post in this region itself. To achieve this objective, care had above all to be taken that each master had a decent livelihood. For example: 1mo The Dutch [master] must have an income of rd:s 1000 2do The French master rd=s 1000. 3e In the Latin School — the Rector rd=s 1200. = the Conrector rd=s 800. = the Praeceptor rd=s 600. This income one would now have to find from the monthly fees. §5. Suppose 1mo that the Dutch master had only 30 pupils, and that each child paid 3 Ryxd=s per month, then this would already amount to rd=s 1080 in the year. Let 2-tens the number of the pupils of the French Master be 20; if the school fee of each were fixed at 4 rd=s, this would be 80 per month and 960 in the year; thus one would still have to manage to provide them a surplus of 40 Rd=s in order to make up the amount of 1000 rd=s. Then coming 3-ten to the Latin school, the above-mentioned amount is not found so easily. Suppose that the praeceptor had 15 pupils, and that each contributed 3 ryxd=s to the same, this would only be 45 per month and 540 in the year, on which 60 ryxed=s would fall short. If the Conrector had 12 scholars, and each paid 5 ryxsd=s, this would amount to 60 per month and 720 in the year, on which again 80 would be lacking. 3den If finally the school of the Rector were 10 pupils strong, and each gave six Ryxdaalders, this would likewise amount to only 60 per month and 720 in the year, to which no less than 480 would have to be added in order to make his salary amount to the full sum. When one now adds together what is lacking, this amounts to a sum of 660 rd=s. In order to be able to provide these funds yearly, one must have a capital at interest amounting to 33,000 Cape guilders. This one would now have to try to find from a general collection, which, if it amounted to that sum, had to be put out at interest, to serve as a perpetual fund. Yet with this one would not suffice, for besides that, as soon as a Rector or Praeceptor had fewer pupils than calculated before, one would have to add more to them from the treasury established for that purpose, which in the beginning will certainly take place, something would still have to remain over each year, from which the prizes for the pupils, especially of the Latin School, would have to be able to be provided; to find all of which the capital had to be at least 10,000 guilders larger, thus in all 43,000 Cape guilders. If anything remained over, one could in such a case even make a present from it to such masters as had applied themselves with pleasure throughout an entire year to make competent pupils, for example of some work or other, which, however little it might cost, would noticeably stimulate ambition. With regard to this calculation, one must well note that the same is made as economically as possible; if the capital becomes larger, one may expect the advantage that one will be able to allocate more to the Rector, in order along that path to attract all the more competent people hither, and that the school fee per month can then also be set lower. For greater encouragement, all these Masters ought to be granted a certain rank, in order to distinguish them from the bulk of other schoolkeepers, as well as by public authority to [increase] their respect as much as possible
Dutch transcription
wanneer zy zig kwalyk gedraagen. — Zo lang men zulke School= „meesters niet heeft als wij boven beschreeven hebben, is er wynig hoop van verbeetering. §4. Dan de vraag is nu, is er kans om aan Lieden van zulk een bekwaamheid te geraaken. Wymeenen Ja, en in deese gewes„ „ten daar toe geen stoffe zynde begrypen wy, dat men die het best uit de Nederlanden zou moe„ „ten zien magtig te worden. — De Schoolen die er nu zyn zou men kunnen laaten, om de kinderen daar in de eerste begin¬ „selen van 't leesen en schryven te laaten leeven. — Maar er moest gezorgt worden, dat er op zyn minst 2 a 3 meesters waaren, dewelke zig bekwaam bevonden tot al dat geene 't welk wy §3 in een goed schoolmeesters vereysschen. Het it„ 't gron„ 1 he ee„ olut d n un„ ens „ neer Het werk nu van deese drie Onderwysers zouden wy het lierst dus verdeelen Dat Imo die van de minste Classe, zou moeten doceeren, he grondig leesen, schryven, zin „gen en Cijfferen ten minsten de gebrookens door behalven de gronden der belydenisse die by ieder als het voornaa „ste moet worden in 't oog gehoo den. H do De tweede daar op volgende het leeren van het geen in de Cyfferkunde ver¬ „der in aanmerking komt, de Fransche Taal de Geo„ „graphie, Vaderlandsche ge„ „schiedenissen en 't Itali„ aansch Boekhouden De IIde de Latijnsche en de beginselen van de Griek „sche Taalen, om zo doende Ouders die lust hebben om hunne kinderen na de stud te te zenden, gelegentheid te geeven, om te kunnen beproeven, in hoe verre hunne kinderen ge„ „negentheid hebben, om die taalen aan te leeven, het geen het geen niet dan met swaare onkosten in Europa getendeerd word, waar by dan nog komt de risico, datse iets ondernee„ „men tegen den Zin van hun kroost, het geen zig nu by tyds nog zou kunnen ont„ „dekken. In welk geval men door zulk een verdeeling, stoffe zoude vinden tot allerley onderwys het geen tot be„ schavinge van de Jeugd immer meer gevordert wierd. — Dan ten aansien van de laatste school zoude die inrigting dienen plaats te hebben, dat men daar toe meerder dan een Onders wyser had: — Ten minsten behalven dri drie het na e stude te /2 een Rector ook een Conrector, en zo het konde zyn zelfs een Praceip„ „tor, om by afsterven van den rector het onderwys niet te laaten stil„ „slaan, als ook om langs dien weg met er tijd de mindere Docenten tot de hoogste Post in dit gewest zelve te kunnen aankweeken. Om dit Oogmerk te beryken moest er voor al gezorgt worden, dat yder meester een behoorlyk bestaan had„ Bij voorbeeld Sm De Nederduitsch moest een inkoomen hebben van rd:s 1000 2do. De Fransche meester rd=s 1000. 3e In de Latynsche School — de Rector rd=s 1200. =de Conrector rd=s 300. =de Tracceptor - rd=s 600. Dit inkoomen nu zou men moe„ „ten vinden stens uit de Maandgelden. Veronderstel so, dat de Ne„ „derduitsche meester slegts 30 Discipulen had, en dat ieder kind §5. kind 3 Ryxd=s per maand betaalde, zo zoude dit reets rd=s 1080 in 't Iaar beloopen. — laat 2=tens het getal van de Leerlingen van den Franschen Meester 20 syn, in„ „dien t Schoolgeld van yder op 4 rd=s bepaald wierd, dit zou„ de 80 per maand en 960 in het Iaar zyn - Dus men dezelve nog een Surplus van 40 Rd=s zoude moe„ „ten weeten te beschikken om het tantum van 1000 rd=s vol te krygen Dan komende ten 3=ten tot de Latynsche school, laat 't bovenstaande montant zig zo gemakkelyk niet vinden. — stel eens dat de praeceptor 15 dis„ „cipulen had; en dat yder 3 ryxd=s aan denselven opbragt, dits zoude maar 45 per maand en 540 in het Iaar zin, waar op 60 rexed„s zou„ „de te kort koomen. = Indien de Conrector 12 scho„ „lieren had, en ieder 5 rexsd=s be„ „taalde, zoude dit 60 per maand en en ccep„ der 1000 1000 141 200 00 „ en 720 in 't Iaar bedragen waar aan weder 30 zouden manqueeren. = 3den Indien eyndelyk het School van den Rector 10 Disci„ „pulen sterk was, en ieder zes Zes Ryxdaalders gaf, zoude dit insgelyk maar 60 per maand en 720 in het Jaar beloopen, waar by niet minder dan 42 or zouden moeten gevoegd worden, om dessellvs tractament de volle som te doen beloopen. Wanneer men nu het te kort komende te zaam trekt, be¬ „draagt dit een somma van 660 rd=s om deese penningen Jaarlyks te kunnen fourneeren moest men een Capitaal op intrest hebben, groot 33000 Caabsche guldens. — Dit nu zou men moeten tragten te vinden uit een generaale Collecte, het welk„ zo het die somma beliep, op renten moesten worden uitge„ zet, om tot een altoos duurend Fonds Fonds te verstrekken. Dan hier mede zou men niet toe„ „koomen, want behalven dat, zo dro een Rector of Praeceptor min„ „der discipulen had als vooren bereekend is, men dezelve meer uit de daar toe gestelde Cassa zoude moeten toevoegen, het geen in 't begin zeeker zal plaats hebben, zo zou er Iaar„ „lyks nog iets moeten overschieten, waar uit de prysen voor de dis„ cipulen voor al van de Latijnsche School zouden moeten kunnen gefourneerd werden om welk een en ander te vinden het Capi„ taal ten minsten 10, 000 gul„ „dens grooter moest zyn, dus in alles 43000 Caabsche guldens. - Schoot er iets over men zoude in zulk een geval zulke Meesters„ die zig geduurende een gants Iaar met lust beyvert hadden om bekwaame discipulen te maaken, zelv daar uit een geschink en waar n nd 07 n„ t end ls geschenk kunnen doen P: D: van het een of ander werk het welk, hoe wynig het ook mogte kosten, de ambitie merkelyk zoude opwekken. Den aansien van deese bereeke„ „ning moet men wel opmerken, dat dezelve op 't suinigst ge„ „maakt is, — word de inleg grooter, men heeft er dat voordeel van te wagten, dat men den Rector meer zal kunnen toe leggen om langs dien weg des te bekwaamer lieden herwaarts te lokken, en dat het school„ „geld per maand dan ook minder zal kunnen gesteld worden. Tot meerdere bemoediging dien„ „de alle deese Meesters een zeekere rang te worden toege¬ „legt, om dezelve van het Gros van andere Schoolhou„ „ders te onderscheiden, als ook om door publicq gezag zo veel mogelyk derzelver agting
English
to hold esteem in value, regarding which the necessary petition to the Right Honorable Lords of the administration might be of good success through the intercession of the Honorable Council of Policy. Now, when a master should have such an income as calculated above, then one could demand of them: 1st. To have to enter into an engagement of at least 5 years, and not to be allowed to quit their school except after having warned the Scholarchen at least a year beforehand, in order to prevent the youth from being without instruction for any period of time. 2nd. These would be obliged to acquire airy schools, and in time, if the Dutch schools might increase on that aforementioned footing, in various districts of this place, so as to afford all inhabitants an equal convenience as much as possible. 3rd. All schoolmasters would have to hold examinations twice a year, in June and December, wherein the progress of the youth must be accurately examined in the presence of all the Scholarchen, and the necessary prizes awarded to those who had made the most progress; in which examination inquiries should be made not only into the languages, arithmetic, etc., but also into the progress in the matter of the Confession of Faith, regarding which a precise interrogation ought to be undertaken. 4th. From such an institution one might in time also derive the advantage that one thereby also sought to qualify others to be able to function as schoolmaster in the future. Namely, one of the three aforementioned masters having more than 30 pupils would, with the prior knowledge of the Scholarchen, have to provide himself with an assistant master, who would have to undergo a kind of examination beforehand. One of the regular schoolmasters dying, or his school becoming vacant, such a one, if he had good testimonials, could step into his place. So that henceforth no one ought to be appointed schoolmaster except he who had first served as an assistant master in such a school. 5th. And since Religion ought always to be the highest and most precious, and teachers have so often had to complain about the sluggishness of the youth in thoroughly learning the truths thereof, we further submit for consideration whether something might not be devised to make them diligent in attending the religious services and to compel them to be attentive and engaged therein from an early age; for which purpose it might not be unserviceable that the masters of the three schools ought to be obliged to appear in church once a week, for example Tuesday or Monday, with their pupils who are over 12 years of age, where the children should be instructed and questioned regarding the Catechism, on which the sermon was preached the previous Sunday; this would encourage the parents to send their children to church. Obliging the schoolmasters to instruct them on Mondays concerning what they had heard in church, on which occasion, for encouragement, one could also make the arrangement regarding the place the children would then occupy, that the masters would make those who had satisfied best sit in front or behind proportionally on the next occasion, which, however trivial this arrangement seems, often causes the greatest ambition among the youth. And in order that everything might serve all the more to kindle zeal, we would 6th. Well leave to the judgment of others whether the distribution of the prizes to the youth who are judged the best in conduct ought not to be performed publicly, on the same footing as is done in the Netherlands and in other places at the promotion of the Latin schools, namely in the church in the sight and hearing of everyone, this being, as experience teaches, the best encouragement that can be devised for the children. Agreed Goetz De Clercq 180 14. Right Honorable Sir. The undersigned, Captains at Sea Francois Duminij and Anthonij van Rijn, being expressly commissioned by your Right Honorable to examine with all accuracy, assisted by the Master Shipwright here, Mijndert van Eijk, and in the presence of the Equipagemeester of this Government, Cornelisz, the defects found both on the main yard and on the sacrificial sheathing and the rudder of the ship Vreedenburg: Thus the undersigned declare, in execution of that order, to have done so, and found in the presence of the Captain of that vessel, Hans Christiaan Christiaansen, on the main yard between a fourth and a third from the yardarm an oblique crack or fracture on the starboard side and a rotted spot therein, which will have to be provided with a fish over it and two iron hoops, while the Company has no such heavy timber in stock. Some planks of the sacrificial sheathing on the port side having gone missing, the same must be provided with other planks in their place, as also the ship from the inside and To the Right Honorable Sir Johannes Isaac Rhenius Senior Merchant and Governor of Cabo De Goede Hoop and its dependency
Dutch transcription
agting in waarde te houden, waar omtrent de nodige Petitie by de Ed. Groot Agtb: Heeren van het bewind door de Intercessie van den E. Agtb: Raad van Politie van goed succes zou kunnen zyn Wanneer nu een Meester zulk een inkoomen hadde als boven bereekend is dan zoude men van hun kunnen vergen. 1mo Een verband te moeten wera„ „ken van ten minsten 5 Jaaren, en hun School niet te mogen quiteeren, dan na ten minsten een Iaar bevoorens Scholarchen gewaarschouwt te hebben, om voor te koomen, dat de Ieugd niet eenigen tyd zonder Ee onderwys zoude zyn. — 2=de Zouden deese verpligt zyn om zig lugtige schoolen aan te Schaffen, en wel met er tijd, als de nederduitsche Schoolen op dien voet als vooren gezegt r P„ V n, d des 9 waarts inden dien„ er is 4 56. is, gebragt zyn mogten augmente „ren, in onderscheidene wyken van deese plaats om alle de Ing setene zo veel mogelyk een ge „lyk gemak toe te brengen 3=tie Zouden alle Schoolmeest tweemaal des Iaars met Jun en December Examinus mo „tenhouden, waar in de vore „ringen der Ieugd in tegen„ woordigheid van alle de Scho„ „laschen nauwkeurig moeste nagegaan en de nodige Pry „sen aan die geene, die de me „te vorderingen gemaakt ha „den toegedagt worden, in e Examen niet alleen onderzoo zou moeten geschieden over de taalen het reekenen, etca maar ook over de Vorderinge in het stuk van de Belydeni waar over nauwkeurig onder „vraag zoude behooren te wor „den in 't werk gesteld. 4 te zou men uit diergelijke eene eene inrigting met er tyd nog dat voordeel kunnen trekken, dat men daar in anderen ook zelvs zogt bekwaam te maaken, om in 't vervolg als Schoolmees„ „ter te kunnen fungeeren. — Te weeten een der drie genoemde Meesteren meer als 30 Leerlin¬ „gen hebbende zoude zig met voorkennisse van Scholarchen van een Ondermeester moeten voorzien, die voor af een soort van Examen zou moeten on¬ „dergaan. — Een der ordinaire Schoolmees„ „ters stervende of deszelfs School vacant komende, zou zulk eenen, zo hy goed getui„ genis hadde in deszelfs plaats kunnen optreeden. — Zo dat niemand voortaan tot Schoolmeester zou behoo„ „ren benoemd te worden dan die eerst in zulk een School als ondermeester geageert hadde.— 510 ment en In ge 2 eg ste Pre mee hae in een nderzoo over met ing ydem te wor lyke a ho„ „ vorr mo Jan e 5=te En daar de Godsdienst al „toos het hoogste en dierbaarst behoort te zyn, en Leevaren zo dikwils hebben moeten kla „gen over de traagheid der Iunij in 't grondig aanleeven van de zelver Waarheeden, geeven wi nog in Consideratien, of er niet iets zoude te bedenken zyn, dezelve vlytig te maaken in he bewoonen van den Godtsdien en te noodzaaken om daar al vroeg met aandagt te leeven werksaam verkeeren, waar toe mogelyk niet ondienstig zoud kunnen zyn dat de meesters van de drie schoolen zouden behooren verpligt te worden om eens in de week B: V: din „dag, of s' maandags met hunne Leerlingen die bos de 12 Jaaren oud zyn, in de kerk te verschynen, alwa de kinderen zou moeten o „derhouden, en ondervraag worden worden over den Catechismus, waar over des Zondags te vooren gepre¬ „dikt is; Dit zou de Oudersani„ „meeren hunne kinderen ter kerke te zenden. De School-meesters verplig„ „ten, om dezelve s' maandags te onderhouden, over het geen dezelve in de kerk gehoort had„ „den, by welke gelegentheid men ook ter aanmoediging in de plaats, die de kinderen dan zouden hebben, die schik„ „king zou kunnen maaken, dat de meesters die geene, wil„ „ke 't meeste voldaan hadden de volgende ryse na rato. voor of agter deeden zitten, het geen by de Ieugd hoe gering deese inrigting schijnt, dik„ „werf de grootste ambitie veroorzaakt. En op dat alles tot des te meer„ „dere aanwakkering van ijverzot „de mogen zyn willen wy 312 bto stal laa s daaral tig r zoud toe ven he in vraag en d al in Er 6=to Wel aan het oordeel van anderen overlaaten, of men het uitdeelen der Prijsen aan de Zeu die het beste gekeurt zyn in he leeven niet opentlyk zou beho „ren te verrigten, op dien voet zo als in de Nederlanden, e in andere plaatsen by de P„ „motie der Latijnsche schoor geschied, te weeten in de ken ten aansien en aanhooren van een yder, zynde dit, ge„ „lyk de ondervinding leert, de beste aanmoediging de er voor de kinderen te be„ „denken is. — Accordeerd Goetz Ee Clercq 18o„ 14. Wel Edele Agtb Heer. De onderget: Capit„n ter Zee Francois Duminij en Anthonij van Rijn, door uw Ed Achtb: Expras gecommitteerd zijnde omme geadsisteert met den Baas der Scheeps Timmerlieden alhier Mijn„ dert van Eijk en ten overstaan van den Equi pagie meester deezes Gouvernements /: Corne„ lisz met alle accuratesse te Examineeren de ge„ breeken die zig zo aan de Groote rhaa als aan de spijkerhuijd en t roer van 't schip vreeden burg komen te bevinden — zo verklaren de onderget: en opvolging dier ordre zulx verrigt te hebben en in bijweesen van den Capiteijn dier Boodem Hans Chris tiaan Christiaansen bevonden, de groote rhaa tusschen een vierde en derde van de Nokke een scheijne scheur of Breuk aan Stuur boord zide en een rottige stee daar in zullen de dezelve met een wang daar over en Twee Eijzere scheenen moeten dienen te wer„ den voorsien, terwijl bij de Compe geen sulke sware houte in voorraad zijn Eenige Planke van de spijkerhuijd aan bakboord zijde weggeraakt zijnde moet dezel ve met andere Planke in dier steede wer„ de voorzien als ook het schip van binnen en Aan den Wel Edele Achtb: Heer Johannes Isaac Rhenius opperkoopman en Gezaghebber van Cabo De Goede Hoop en den ressorte
English
and caulked outside, the yardarm being slightly displaced and the bands loose, the same must be fitted with a clamp and two bands, and the hooks found loose must also be secured; after the aforementioned repairs, the ship Vreedenburg will be able to continue its voyage to the Netherlands. Thinking hereby to have complied with Your Honorable's most esteemed order, the undersigned submit this as a humble report. Cabo de Goede Hoop, the 21st of March 1792. In my presence, signed, C: Cornelisz; in my presence, signed, Hans Christiaan Christiaansen; as commissioners, signed, Francois Duminij and Antonij van Rijn. Underneath stood: Agrees. Goetz, First Clerk. 9 N. 15. Copy. To the Honorable Johannes Isaak Rhenius, Senior Merchant and Acting Governor of Cabo de Goede Hoop and its dependencies, etc., etc., etc. Honorable Sir, Your Honorable having been pleased expressly to commission the undersigned sea captains Gerrit Esman, Pieter Malet Junior, and Dienant Visser, to inspect and examine with all precision, assisted by the master shipwright here, Meijndert van Eijk, in the presence of the Master of Equipage of this government, Cornelis Cornelisz, what defects are found on the rudder and the spars as well as in general on the ship de Standvastigheid; the undersigned, in compliance with those orders, carried this out and, in the presence of the captain of the aforementioned vessel, Joost Masson, found the rudder split apart, the knee on the stem where the bowsprit rests cracked through, the stem and sternpost displaced, the foremast yard rotted, the main topsail yard broken straight across in the middle and broken at the yardarms, and the main top rotted in many places; and consequently the rudder must be fitted with oak fishes and bands, likewise the stem with two oak knees and an iron clamp around the knee and stem where the bowsprit rests, as well as two iron knees against the sternpost; the foremast yard and main topsail yard being unserviceable due to the aforementioned defects, the ship must be provided with: A new foremast yard, A new main topsail yard; and if the main top does not also need to be made new, the same must be thoroughly repaired, and the ship caulked inside and out. The undersigned believe hereby to have complied with Your Honorable's most esteemed orders and submit this as a humble report. Underneath stood: Cabo de Goede Hoop, the 3rd of April 1792. Lower: As commissioners, was signed: G: Esman, P: Malet Junior, and D: Visser; in the middle: in my presence, signed: J: Masson; in the margin: in my presence, signed: C: Cornelisz. Agrees. Goetz, First Clerk. Checked. N 15. To the Honorable J: I: Rhenius, Senior Merchant and Acting Governor of Cabo de Goede Hoop and its dependencies, etc., etc., etc. Honorable Sir, The undersigned sea captains Gerrit Esman, Pieter Malet, and Joost Masson, expressly commissioned by Your Honorable to examine accurately, being assisted by the master shipwright here, Meijndert van Eijk, in the presence of the Master of Equipage of this government, Cornelis Cornelisz, the defects that are found in the main shrouds and subsequently in general on the ship Hoornweg; declare having carried this out pursuant to those orders, and in the presence of the captain of that vessel, Dienant Visser, to have found the aforementioned main shrouds old and worn out and unserviceable for further duty, and the cheeks of the mainmast separated; consequently, the ship Hoornweg will necessarily have to be provided with completely new main shrouds, and the cheeks of the mainmast being securely bolted and the ship caulked inside and out, the same will be able to continue its voyage to the Netherlands. The undersigned believe hereby to have complied with Your Honorable's most esteemed orders and submit this as a humble report. Cabo de Goede Hoop, the 5th of April 1792. Lower: as commissioners, signed: G: Esman, P: Mallet Junior, J: Masson; in my presence, signed: C: Cornelisz; in my presence, D: Visser. Agrees. J: Goetz, First Clerk. Adriaansen. Underneath stood: [illegible] 176. Copy. To the Honorable Johannes Isaak Rhenius, Senior Merchant and Acting Governor of Cabo de Goede Hoop and its dependencies, etc., etc., etc. Honorable Sir, The undersigned sea captains J: P: Louritz and P: Malet Junior, having been expressly commissioned by Your Honorable to inspect and examine with all accuracy, assisted by the master shipwright here, Meijndert van Eijk, in the presence of the Master of Equipage of this government, Cornelis Cornelisz, the defects that are found both in the main topmast and in the main and fore topsail yards of the China return ship Blitterswijk; So the undersigned declare, pursuant to the aforementioned most respected orders, to have carried this out and, in the presence of the captain of that vessel, found the aforementioned main topmast to be broken straight off at the cap, and the main and fore topsail yards broken off at the yardarms; and the ship Blitterswijk will consequently necessarily have to be provided with: A new main topmast, A new main topsail yard, A new fore topsail yard. The undersigned believe hereby to have complied with Your Honorable's most esteemed orders and submit this as a humble report. Underneath stood: Cabo de Goede Hoop, the 1st of April 1792. Lower: as commissioners, was signed: J: P: Louritz and P: Malet, M: v: Eijk; in the middle: in my presence, signed: P: Esman; in the margin: in my presence, signed: C: Cornelisz. Agrees. Goetz, First Clerk. Checked. N. 15.
Dutch transcription
en buijten gecalvaat werde de kop van 't rae een wynig ontzet zijnde en de banden Las dient 't zelve te werden voorzien met een beugel en Twee banden zo meede de los be vonde haken, vastgemaakt te werden, zullen het schip vreedenburg naar deeze vooren staande reparatie deszelfs rijze naar needer land kunnen voortzetten, Gedenkende hier meede aan UwEd Agtb: zeer g'Eerde ordre te hebben voldaan la ten de onderget: deeze dienen voor nedrig Rapport Cabo de Roede Hoop, d: 21 Maart 1792 slage ten mijne overstaan :/ en get:/ C: Cornelisz /: mij pr sent /:get:/ Hans Christiaan Christiaansen /:als gecommitt:s /:get:/ Francois Duminij en Antonij van Rijn, /:onderstond: Accor deert. Goets Ey Clercq. 9 N. 15. Copia Aan den Wel Edelen Achtb: Heere Johannes Isaak Rhenius Opperkoopman en Gezaghebber van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien &. a E:a & a Wel Edele Achtb: Heer Uwel Ed: Achtb: de ondergeteekendens Capitains ter Zee Gerrit Esman Pieter Malet Junior en Dienants Visser expres„ selijk hebbende gelieven te committeeren, omme g'adsisteerd met den Baas der Scheepstimmerlieden alhier Meijndert van Eijk, met allen exactitiede ten over„ „staan van den Equipagie meester deeaen Gouvernements Cornelis Corneliaz na te gaan en te eexmineeren, welke gebreeken zig zoo aan 't roer ende rondhouten als in 't generaal aan 't Schip de Standvastigheid koomen te bevinden, zoo hebben de geteekenden in opvolging dier ordres zulx ver„ zigt „rigt en ten byweesen van den Capitein van opgem. Bodem Joost Masson bevonden 't zoer uit malkanderen gemerkt, de knia aan de voorsteeven daar de Boeg„ spriet oprust, door gescheurd de voor en Agter steeven ontzet, de Tokke &har verrot, de grootmars rhaa in de mid„ „ven dwars af en bij de Nokken gebrooke en de groote mars op veel plaatsen vertrot, en zal over zulx 't roer met Eijke Schaalen en banden moeten dienen te werden voorzien, zoo meede de voorsteeven met Twee Eijke knien en een Eijsere beugel om de Unie en steeve, daar de Boegspriet oprust, als ook 2 eijzere knien teegens de agter steeven de Fokke rhaa en groote mars rhaa, weegens de opgem: Gebreeken bij de onbequaam zijnde, dient schip te worden voorzien van Een nieuw fokke rhaa Een —2 groot mars rhaa, en 2o de de groote mars niet meede nieuw zal moeten worden gemaakt, dient deselve voor goed te worden gerepareerd, en 't schip van binnen en buiten gecalvaat te worden De ondergeteekendens vermeenen hier meede aan Uwel Edele Achtb. zeer geharde ordres te hebben voldaan en laaten deezen dienen voor nedrig Rapport. /:onderstond:/ Cabo de goede Hoop den 3. April 1792 /:lager, /:als gecommitteerdens /:was geteekend:/ G: Edman P: Malet Iunior en D. Visser /:in medio:/ mij precent /:get:/ I: Masson /:in moogine:/ ten mijnen overdaar /:get:/ C: Cornelis.— Accordeer Goetz ba Clercq Nagezien wege N 15. Aan den wel Edelen Achtbaren Heer J: I: Bhenius opperkoopman en gezaghebber van Cabo de goede Hoop en den Ressorte van dien &a. &a. &a Wel Edele Achtbare Heer De ondergeteekendens Capiteijns ter Zee Gerrit Esman Pieter Mallet en Ioost Mas„ son door uwelEd: Achtb: expres gecommitteerd omme g'adsisteerd zijnde met den Baas der scheepstimmerlieden alhier Mijndert van Eijk, ten overstaan van den 6F Equipagiemeester deeses Gouvernements Cornelis Cornelisz, naukeurig te examinee„ ren de gebreeken die zig koomen te bevinden aan de Groote wand en vervolgens in 't gene raal aan 't schip Hoornweg; verklaaren zulks ingevolge die ordres verrigt te hebben, en in 't bijweezen van den Capiteijn dier Boodem Dienand Visser te hebben bevonden voorsz: groote wand oud en af en tot verdere dienst onbequaam, en de halven der Groote mast afgeweeken; zullende 't schip Hoornweg over zulx noodzaakelijk moeten dienen te worden voorzien van een geheel nieuw 't groote wand, en de halven der groote mast rast vast gebout en t schip van binnen en buijten gecalvaet werdende zal 't zelve dezelfs rijze na neederland kunnen voort¬ zetten De ondergeteekendens vermeenen hier meede meede aan uwel Ed: Achtb Zeer g'Eerde or„ dres te hebben voldaan Laaten deesen die nen voor needrig Rapport.— Cabo de Goede Hoop den 5 April 1792. /:lager:/ als gecommitteerde /pet: C: Esman I„ Mallet Junior S: Masson ten mijn over staan getf: Cornelisz: Mij present B: Visser Accordeert JGoets 3 bg Clercq. Adriaansen /:onderstond./ boll ar die 2. — S nover ser 176. Copia Aan den Wel Edelen Achtb Hoere Iohannas Isaak Rhenius Opperkoopman en Gozackhebber van Cabo de goede hoop en den zessorte van dien &„a & a &=a 3 Wel Edele Achtb: Heer De ondergeteekendens Capitains ter zee I: I: Lourits en P: Malet Iunior door Uwel Ed: Achtb: expres gecommitteerd zijnde omme geadsisteerd met den Baas der scheeps timmerlieden alhier Meijndert van Eijk ten overstaan van den Equipagie meester deezes Gouvernements Cornelis Cornelisz met allen accuratesse na te gaan en te de gebreeken examineeren die zig zoo aan de groote steng als aan de Groot-en- voor=mars rhaa van 't Chinas retour schip Blitterowijk koomen te bevinden. Zoo verklaaren de geteek„d ingevolge wetgem: zeer gerespecteerde ordres zulx vertrugt hebben en in 't bijweesen van den den Capitein dier Bodem bevonden voorsz: groote steng in 't Edelehoofd dwars af te zijn in de groote en voor mars rhaas bij de kokken afgebrooken en zal 't schip Blitterswijk overzulx noodzakelijk moeten dienen te werden voorzien van @ Een Nieuwe groote Steng Een —= Groot Mars Chaa Een C voor E De ondergeteek„t vermeenen hier meede aan u wel Ed: Achtb:e zeer g'Eerde ordres te hebben voldaan en laaten deezen dienen voor nedrig Rapport. /:onderstond:/ Cabo de goede hoop p„o April 1792 /:lager:/ als gecommitteerdens /:was geteekend:/ I: P: Louritz en P: Malet M: V: Eijk /:in medio:/ mij praesent /:geteekend:/ P: Esman /:in margine:/ ten mijnen overstaa /:Get:/ C: Cornelisz. Accordeert Goetz Nagezee. Ea Clercq weye ulx e nen de ager:/ kand. verstaa Et N. 15.
English
To the Right Honorable Sir I: I: Rhenius Senior Merchant and Governor of the Cape of Good Hope and the jurisdiction thereof etc. etc. etc. Right Honorable Sir Your Right Honorable having expressly pleased to commission the undersigned, Sea Captains Gerrit Esman and Pieter Mallet Junior, to closely examine, assisted by the Master of the Shipwrights here Meijndert van Eijk, in the presence of the Equipment Master of this Government Cornelis Cornelisz, the defects that are found on the main topmast of the Ceylon return ship Christophorus Columbus - So the undersigned have, in compliance with those orders, performed the same and in the presence of the Captain of the said vessel found: the aforementioned main topmast to be broken off at the cap, wherefore the ship Christophorus Columbus will necessarily need to be provided with a new main topmast. Thinking herewith to have complied with Your Right Honorable's most esteemed orders, the undersigned let this serve as a humble report. was signed: Cape of Good Hope, April 1792. As commissioners C: Esman M: van Eijk below: in my presence: Cornelisz, in my presence Ian Ianze Lauritz P: Malet Agrees [illegible] Adriaansen Goets EyClercq No. 15. Copy To the Right Honorable Sir Johannes Isaak Rhenius Governor of the Cape of Good Hope and the jurisdiction thereof etc. etc. etc. together with the further Honorable Council of Policy of this Government Right Honorable Sir Honorable Sirs! It has pleased Your Right Honorable by resolution of the 6th of this month of January, to place into the hands of the undersigned a certain Placard issued on the 4th of October of the past year 1791 by the High Indian Government, containing the introduction of a tax on all legacies and collateral successions falling under the jurisdiction of the East India Company, with instructions to investigate with the requisite attention how the difficulties appearing in the said Placard might best be resolved and cleared out of the way by appropriate interpretations, and how the Placard itself in its coherence might be made of application to this Government, and to serve with a report of his deliberations and findings, submitting a draft drawn up in accordance with the aforementioned. In order to dutifully comply with this resolution and order to the best of his ability, the undersigned has closely examined the ordinance inserted with the aforementioned Placard for levying the tax on Collateral, whereby it has appeared to the undersigned, subject to respectful correction, that however much the first 13 paragraphs of the aforementioned ordinance, as having a direct relation to the tax on the Collateral itself, could not undergo the least alteration, the principal difficulties nevertheless arise in the following articles, as mainly containing the manner and time in and within which the intended purpose ought to be fulfilled, and consequently this tax will be levied for the Honorable Company in proper order. These difficulties Your Right Honorable already perceived upon the first reading of the ordinance, and judged mainly to lie in the difference between the state of affairs at Batavia and this Establishment; which difference is indeed so great that it requires in this Government and especially in the outer districts an entirely different arrangement concerning the levying of the aforementioned tax, than the High Indian Government has pleased to prescribe in its ordinance. It is sufficiently known that the arrangements of the city of Batavia and its and its environments or subordinate possessions, defined within a very short perimeter, very well permit the collection of this tax to take place at the same time and manner as established in the ordinance, since one can be assured there that, generally speaking, the deceased estates can be brought to complete liquidation within the time of six months; that the officers together with aldermen and appraisers can also proceed to the house of mourning within a short time, in order to be able to appraise the goods according to the 26th and 27th paragraphs, and further to perform such actions as the ordinance on this matter further entails; but Honorable Sirs! It is just as well known how very much the opposite is the case here and that the aforementioned arrangements can never be applied to this Colony: since the inhabitants whose goods are also subject to the tax on Collateral live here in the countryside more than 200 hours from the Cape, far and wide from each other, to such an extent indeed that even the secretaries of the outer colonies, to whom according to the same resolution of the 6th of this month, by interpretation of the 22nd paragraph, the collection of this tax in the outer districts is entrusted, will often find themselves in the impossibility of proceeding, properly assisted, to the houses of mourning of persons whose residences are sometimes situated a whole month's travel from the Drostdies.
Dutch transcription
Aan den WelEd: Agtbare Heer I: I: Rhenius Opperkoopman en Gezaghebber van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien &a. &a &a WelEdele Achtbare Heer UwelEd: Achtb: de ondergeteekendens Capitains ter Zee Gerrit Esman &: Pieter Mallet Junior, expresselijk hebbende gelieven te Committeeren, omme g'adsisteerd met den Baas der scheeps timmerlieden alhier meijndert van Eijk ten overstaan van den Equip: meester deezes Gouvernements Cornelis Cornelisz; nau w„t keurig te examineeren dee gebreeken die zig koomen te bevinden aan de groote steng van 't Ceijlansche retour schip Christophorus Co„ lambus - Zoo hebben de geteekendens in opvolging dier ordres zulx verrigt en in 't bijweesen van den Capiteijn van opgem: Boodem bevonden: voorsz: groote steng in 't Ezelshoofd dwars af te zijn zullende, over zulx 't schip Christophorus Columbus noodzaakelijk van een nieuwe groote steng moeten dienen te werden voorzien Tendenkende hier meede aan uwel Ed Achtb: zeer g'Eerde ordres te hebben voldaan laaten de onderget:en deezen dienen voor needrig rapport /:onderstond:/ /:get:/ „ mo Cabode Goede Hooppm. April 1792 /: Als geconmitts C: Esman m: van Eijk /:lager:/ ten mijnen overstaan /: Cornelisz: mijn praesent Ian Ianze Lauritz P: Malet Accordeert loll Adriaansen Goets ƒ EyClercq . . N. 15. Copia Aan den Wel Edelen Achtbaa„ re Heer Iohannes Isaak Rhenius Gezaghebber van Cabo de Goede Hoop en den ressorte van dien & & & bene¬ vens den verdere Edele Achtbaare Raade van Poli¬ tie deezes Gouvernements Wel Edele Achtbaare Heer E: E: Achtbaare Heeren! Het heeft aan UWelEd Achtb: bij resolutie van den 6 deezer maand Januarij behaagd, in handen van den onderget: te doen stellen Zeeker Placaat op den 4 october des voorleden Jaars 1791, bij de hooge Indiasche Regeering geemaneert, vervattende de Jntroductie eener belasting op alle de Legaaten en Collaterale successien, onder het ressort der Oost Jndische Compagnie vallende met last om met de vereischte Atttentie na te gaan, hoedanig de in het zelve Placaat voorkomende zwarigheden, door gepaste interpretatien, best zouden kunnen opgelost, en uyt den weg geruijmt, mitsgaders het Placaat zelve in haare zaamenhang op dit Gouvernement van Applicatie gemaakt worden, en van zijne meditatien, en bevinding met overlegging, van een invoegen voorsz geredigeerd Concept te dienen van Berechte om en Om aan deeze Resolutie, en ordre naar vermogen pligtschuldige te voldoen, hee„ heeft den ondergeteekende de bij het voor Placaat geinsereerde ordonnantie tot het heffen van het Middel van Collateraal nauwkeurig geexamineerd, waar bij het aa den onderget: onder Eerbiedige Correctie is te vooren gekomen, dat hoe zeer ook de Eerste 13 Sara graphen der voorsz: ordonna¬ tie, als eene directe betrecking tot den Im post van het Collateraal zelve hebbende ge re de minste alteratie zouden kunnen ondergaan, zich egter de voornaamste zwaarigheden komen op te doen, in de vol gende Artijkelen, als vervattende hoofd & kelijk de wijze en Tijd op en binnen welke aan het bedoelde oogmerk behoort te worden voldaan, en gevolgelijk deeze belasting voor de E: Compe: in vereischt ordre zal worden geheven. — Deeze zwarigheden hebben UWelEdel Achtb: reeds bij de eerste Lectuure der ordonnantie gepenetreert, en geoordeelt Hoofd zakelyk te zijn geleegen, in het verso tusschen de gesteldheid van zaaken te B tavia en dit Htablissement; welk verschil¬ in der daad zo groot is, dat het zelve in de Gouvernement en voor al in de buyten da stricten een geheele andere inrichting trend het heffen van de meer gemelde post, vordert, als de Hooge Indiasche Re geering bij derzelver ordonnantie heef gelieven voor te schrijven. Het is genoegzaam bekend, dat Inrichtingen, van de stad Batavia en haare en haare; in een zeer korte omtrek bepaal„ de Environs of onderhorige bezittingen zeer wel Permitteeren, om de invordering van deezen Jmpost te laaten geschieden op dezelve tid en wijze als in de ordonnantie is vastgesteld, dewijl men zig aldaar kan verzeekerd houden, dat over het algemeen genomen, de nagelaatene Boedels binnen den tijd van zes maanden tot volkomen Li„ quiditeit kunnen zijn gebragt, dat ook de officiere benevens scheepenen en taxti„ teuren zig binnen korten tyd kunnen be„ geeven aan het sterfhuijs, ten einde vol„ gens den 26 en 27 Saragraphen de goede„ ren te kunnen taxeeren, en voorts zodani„ ge verrichtingen te doen, als de ordonnan¬ tie op dit stuk verder meede brengt; dog Edele Achtb: Heeren ! even zo bekend is het ook, hoe zeer het tegendeel alhier plaats heeft en de voorsz: inrichtingen nimmer op deeze Colonie kunnen worden toegepast: daar de Ingeseetenen welker goederen mee¬ de de belasting op het Collaleraal subject zijn alhier binnen s'Lands ruijme 200 Uuren van de Caab wyd en zyd van mal„ handeren woonagtig zijn, zodanig zelfs„ dat ook de secretarissen der buijten Colo„ nien, aan wien volgens dezelve resolutie van den 6 deezer, bij interpretatie van de 22 Paragraaph de Collectie van deeze Impost in de buyten districten is opgedragen, zelfs dikwerf in de onmogelijkheid zullen ver„ =seeren, om zig behoorlijk geadsisteert te be„ geeven na de sterfhuijsen van Perzoonen welker woonplaatsen zouwijlen een gehee„ len maand reijsen van de Drostdijen zijn gelegen. wanneer aar hel„ het voor ie tot raal het aa ectie de donna¬ Tin de ge en ste de Vol hoofd welke te deze ischt der der ordeelt verso te B schil e in d g che heef Re de d dat avi a aare
English
When one now additionally takes into consideration the 15th, 16th, 23rd, 24th and 31st paragraphs of the same ordinance, which also provide that: Within the period of three months, calculated from the decease of the person whose goods are inherited or acquired, and are subject to the collateral succession duty, the goods must be declared by the executors or administrators by means of a specific list under oath to the bench of aldermen, or otherwise to the Court of Justice here, and as Landdrost and Heemraden in the outer colonies, and at the same time ensure that the valuations of the real estate and effects belonging thereto are carried out, under penalty of being considered as fraudsters of the public revenues, etc. Paragraph 16. That within another three months they must deliver to the collector of this tax an authentic deed concerning the valuation performed of all the goods and effects without distinction, from which the collateral duty must be paid, etc. Paragraph 23. That the collector shall have to render account to the Receiver General from half-year to half-year, and thus every six months. Paragraph 24. That the collector shall have to collect this tax within the period of six months, calculated from the day of the decease of the testator or testatrix, or from when the donations inter vivos shall have taken place. Paragraph 31. That the gravediggers shall have to keep a pertinent list weekly of those who have died within that time, etc. Then one will immediately discover that the one and the other can never be made applicable in such a manner to this colony, and that it will especially be these articles concerning which such adaptations and applications will necessarily have to be devised, as the local conditions of this land and its particular arrangements absolutely come to require. For just as executors or administrators can never be constrained to raise or satisfy any burden on the estate other than from the assets of the estate admitted as such by them, so likewise, under correction, they cannot be placed under the obligation, when no cash is found in the respective inheritances with which the tax or the collateral duty can be paid to the Honorable Company, to advance these monies from their private purse; for which reason an extension ought always to be granted, proportionate to the time which, according to the custom here, is necessary to convert the estate into money by public auction; for which, as will be closely known to the Honorable Worships, a term of nine months is required in the outer districts, namely two to three months within which advertisement of the holding of the auction is made everywhere by notices, and furthermore, according to the orders framed regarding this, the period of six months calculated from the day of the sale in order to be able to receive the monies proceeding therefrom from the auction master; besides which, in the meantime, also on account of the vast extent of this colony and the trade between the inhabitants, one often needs a term of six to eight months to cause the respective creditors to be informed and summoned by notices to submit their claims resting on the estate, without which submission it will likewise never be possible to determine how much the net yield of the estate amounts to, from which alone, consequently, in accordance with the aforementioned ordinance, the tax or the collateral duty is levied. Just so, one also encounters very many objections in the manner in which the collectors ought to be informed of deceased persons whose inheritances are subject to the aforesaid payment, on the grounds that the post of gravedigger is not known here other than at the main place and the districts in which the respective churches are established, where the sextons usually perform that service with respect to persons who are buried in the churchyards; whilst in the meantime not only private burial places are found on several homesteads of the country people, but also in far outlying districts, being unprovided with any church, all corpses are interred on the own farms of the deceased, and thus without the gravediggers obtaining any knowledge thereof.
Dutch transcription
Wanneer men nu daar bij in overweging neemt de 15, 16, 23, 24 en 31 Paragraphen van dezelve ordonnantie meede bren¬ gende als. Dat binnen den tijd van drie maanden gerekend van het overlyden van de geene wiens goederen geerft of verkregen worden „en het Collaberaal subject zijn de goede ren door de Executeurs of Boedelredders bij een specificque Lijst onder Eede aan het Collegie van scheepenen /: anders den Raade van Justitie alhier als Landdro en Heemraaden in de buijten Colonien moeten worden aangegeeven en tesfen verzorgt, dat van de vastigheden en fecten daar onder gehoorende de Taxa tien geschieden op poene als fraudi teurs van de gemeene middelen te „zullen worden geconsidereert etc:a §16„ Dat zij binnen andere drie Maanden m ten overleveren aan de collecteur van di „middel eene stutentieque acte wegens de „gedaane taxatie van alle de Goederen en effecten zonder onderscheid, waar „ van het Collateraal moet worden voldaan e 123„ Dat de Collecteur van half tot half Ja en dus om de zes maanden aan den on¬ „fanger Generaal verantwoording zal „moeten doen. §24„ Dat de Collecteur dit middel zal moe¬ ten innen binnen den tyd van ses maan „den, gereekend van de dag van het over„ lyden van den Testateur ofte Testatrice ofte wanneer de Donatieh inter vivos zul „len weezen geschied §31 „ Dat de Doodgravers weekelijk van de binnen 5 1/5 binnen dien tijd overleedenen een Pertinen¬ „te Lyst zullen moeten houden &c. Dan zal men dadelijk ontdekken, dat het een en ander nimmer zodanig op deeze Colonie van Applicatie kan worden ge„ =maakt, en dat het voor al ook deeze Ar„ ticulen zullen zijn, omtrend welke nood„ zakelyk zodanige attentien en applica¬ tien zullen dienen te worden beraamd, als het Loeaale van dit Land en desselfs byzondere inrichtingen absolute komen te vorderen Want gelijk Eexecuteuren of Boedel reddenaars, nimmer kunnen worden geconstringeert, om eenige bezwaar van den Boedel op te brengen, of te vol¬ doen, anders als uijt de Effecten van den Boedel, door hen als zodanig geadmit¬ teerd wordende, zo zullen dezelve mitsdien ook onder Correctie niet kunnen worden gebragt in de verpligting om, wanneer de respe: Nalatenschappen geen Contanten worden gevonden, waar meede den Impost of het Collateraal aan de E Comp=e kan worden voldaan deeze Penningen uijt haare Prive Beurse te verschieten omme welke reedene dan altoos een uijtstel zoude behooren te worden verleend, geë¬ venreedigt aan den Tijd welke er naar de Coustumme alhier noodig is, om den Boe¬ del bij Publiecque verkoping te Gelde te maaken; waar toe, zo als aan Wel Edele Achtb: van nabij bekend zal zijn, in de Buyten districten vereyscht word een Ter„ mijn van neegen maanden als twee a drie maanden binnen welke van het houden der vendatie bij Biljetten alomme adver tentie ging raphen bren¬ aan den geene worden edders aan het den and di Colonien tessen en Tax aude en etc: deen M van der nde deren waar daan ed half Jaa den on zal moe¬ maar over¬ t ice z te tentie word gedaan, en voorts volgens de deswegens beraamde ordres, den tijd van ses maanden gereekend van den dag de verkooping om de Penningen daar uijt geprovenieerd, bij den vendurmeester te k nen ontfangen, behalven dat men intusse ook dikwerf, almeede om de uijtgestrekth deezer Colonie, en den handel tusschen de Ingeseetenen ook wel een Termijn van ses a agt maanden nodig heeft, omme de re Crediteuren bij Biljetten te doen verwi tigen en aanmanen, om van dezzelve op den Boedel hegtende praetensien op ve te doen, zonder welke opgaave almeed nimmer zal kunnen worden bepaald, veel het zuijver rendement des Boedel waar van dus ingevolge Din der meerg melde ordonn: den Impost of het Coll teraal alleen word geheven, bedraagd- Even alzo ontmoet men ook zeer vee bedenkelykheden in de wijze op welke de Collecteuren behooren te worden ond richt van overleedenen, wiens nalate schappen de voorsz: betaaling subject zijn, uijt hoofde dat de Post van Doodg ver alhier niet anders bekend is, als a de hoofdplaatse, en de Districten in wet de respe: kerken zijn gestigt, alwaar ge¬ woonlijk de Costers dien Dienst waarne men, ten opzigte van Perzoonen, die op de kerkhoven worden begraaven, terwi intusschen niet alleen op verscheidene wor Steden der Landlieden private begraaf¬ plaatzen word gevonden maar ook in wijd afgeleegene districten, als van geen kerk voorzien zijnde, alle Lyken op de ei¬ gene Plaatzen der overleedenen, en dus zonder dat de Doodgravers daar van eenige kennis bekomen, worden ter Aarde
English
interred, notice thereof is only given by the heirs of the deceased to the churches under which they fall, in order subsequently to pay the church dues, which notice, however, often takes place several months and even years after the death of such persons. For which reasons the undersigned, subject to respectful correction, would be of the opinion that, in order provisionally to remove the inconveniences which are presently, in the aforementioned ordinance devised for the levying of the tax on collateral successions, situated in accordance with the condition of this country: In the first place: Considering the absolute impossibility in which one will continually find oneself to be able to levy the tax on collateral succession by way of appraisals on all estates that are left here and are subject to this tax, it ought in general to be established: That on all estates that are realized by public sales, the aforesaid tax shall not be levied by appraisal, but on the net balances of the estate accounts drawn up by the estate administrators, which accounts thus ought to be handed over in authenticated copy and under oath to the Court of Justice, the Receiver General, or the Collector, while further any goods of the estate remaining unsold on account of legacies or other dispositions of the deceased [illegible] remaining unsold, shall only be appraised and the value thereof included in the balance of the estate accounts. That furthermore, secondly, with respect to the 31st Paragraph, it ought to be determined that the gravedigger's wife here shall weekly deliver to the Secretariat of the Honorable Court of Justice and to the gentleman the Cashier or Receiver General an accurate list of all those who have died within that week, indicating who among them to her knowledge died without leaving children, as well as by which persons and in what capacity the estate of the deceased is accepted, with orders to require such information from them upon the usual note for opening the grave, upon the penalty which this paragraph entails. 3) That such notice ought also to be given by the sextons of the outer churches, such as of Stellenbosch, Swartland, de Paarl, and the Land van Waveren, as well as the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch, of all such bodies as are buried in the churchyards there, or served by them as funeral undertakers in private burial grounds; while for the rest, all other residents having had an honorable burial on their farms or elsewhere, ought immediately and without the least delay to give notice of the death of such persons to the Landdrost in their district. 4) That regarding the 153rd, in this Capital and subordinate district, within the period of three months, calculated from the death of the person whose goods are inherited or acquired and are subject to the collateral tax, the goods, or rather the entire inventory of the estate, ought to be reported by the executors or estate administrators by a specific list under oath to the Court of Justice, and at the same time ensured that the appraisals of such real estate and effects as are bequeathed or must remain unsold according to the special dispositions of the deceased, take place under penalty of being considered as defrauders of the public revenues. 5) That also within the aforesaid time, by those who come to accept any estate in this Capital and its subordinate district as administrators by virtue of testamentary or codicillary dispositions, an authenticated copy must be handed over to the Receiver General or the Collector, or else, to spare costs, inspection granted of the aforesaid dispositions, in order to prevent all misunderstanding in the assessment whether the inheritance left by the deceased is or is not subject to the tax on collateral succession, upon penalty of being held liable for the damages which the Honorable Company otherwise comes to suffer hereby, this inspection having been had, being able to be certified by the Receiver General or Collector with their signature under the will. 6) That [illegible]
Dutch transcription
Aarde besteld, alleenlijk word door de Erfgenamen der overleedenen daar van aan de Berken, waar onder zij sorteeren opgaave gedaan ten eijnde vervolgens de kerk en geregtigheid te betaalen, welke opgaaf echter veel al eenige maanden en zelfs Jaaren na het overlijden van zodanige geschied. — Om welke reedenen den onderget: on„ der Eerbiedige Correctie zoude vermee„ nen, dat, om provisioneelyk uijt den weg te ruijmen de Jnconvenienten, welke thans in de meergem: ordonn: tot het heffen van den Impost der Collateraele successien beraamd, na maate van de gesteldheid van dit Land geleegen zijn¬ In de Eerste Plaats. geconsidereerd de volstrekte onmogelyk heid, in welke men geduurig zal versee„ ren, om de belasting op het Collateraal, bij weege van Taxatien te kunnen heffen, van alle Boedels welke alhier worden nagelaa¬ ten en deezen Impost subject zijn, in het ge„ neraal behoorden te worden vastgesteld„ Dat van alle Nalatenschappen, welke bij Publicque verkopingen worden te gelden gemaakt, de voorsz: belasting niet zal worden geheven bij Taxatie, maar van de suijvere saldo's der Boedel reekeningen door de Boedelredderaars geformeerd, welke reekeningen dus in Copia Authen„ tieg en onder Eeden zouden behooren te worden inhandigt aan de rade van Justr tie, den ontfanger Generaal of Collecteur, Terwijl voorts deeze of geene Goederen, des Boedels, uijt hoofde van Legaaten, of andere beschikkingen van den overledenen nsde tijd van dag de aar uijt erte intussen strekth chend van sec de re verwi zelve sien op almeed aald, Boedel meerg het Coll agt zeer vee welke en oud late subject Doodi als aa in wel ge¬ arnee die op terwi ene woo graaf ook in geen p de ei¬ dus van enter ard een - overleedenen onverkogt blyvende, alleenlyk zullen worden getaxeerd en de waarde Derzelver bij het saldo der Boedelreeke ningen ingenomen. Dat wijders tweedens met opzigte tot de 31 Saragraaph, zoude behooren te worden bepaald, dat de doodgraveresse alhier weekelijks ter secretarije van den E: Ach baare raade van Iustitie en aan den hee Cassier of ontfanger generaal, zal moet overleeveren een Pertinente Lijst van al de geene, die binnen die week gestorve zijn, met aanwyzing wie van dezelve h res weetens overleeden zijn, zonder kin deren na te laaten, mitsgaders door welke Perzoonen, en in welke qualiteit Nalatenschap van den overleedenen word aanvaard, met last om zulks va de zodanige te requireeren bij het ge wooneBriefje, tot het openen van 't graf op de Poene welke deeze Paragraaph meede brengt. 3) Dat ook zodanige opgaaf zoude behooren te worden gedaan door de Costers der buij kerken, als van Stellenbosch, swartland, de Paerl, en het Land van Waveren, aln Landdros en Heemraden van Stellen¬ bosch, van al zulke lijken, als op de Kerkh ven aldaar worden begraaven, of door hen op de privaate begraafplaatzen als aanspreekers worden bediendt; Terw le voor het overige alle andere opgeze tenen op dezelver plaatzen of elders eer lijk hebbende doen ter aarde bestellen, dadelijk en zonder tot het minste tijd„ verzuijn, van het overlijden van de zo¬ danige aan den Landdrost in hun¬ district zouden behooren kennis te geeven 4) Dat 4 Dat belangende de 153, aan deeze Hoofd„ plaats en onderhorige district, binnen den tyd van drie maanden, gereekend van het overlijden van den geene wiens goederen geërfd of verkregen worden en het Collateraal subject zijn, de goederen of eigentlijk den gantschen staat des Boe„ dels door de Executeuren of Boedelredde„ raars bij eene specificque Lyst onder Eede aan den Raade van Justitie zoude behooren te worden opgegeeven en tevens gezorgd, dat van zodanige vastigheden en Effecten als welke gelegateert zijn ofte na de bijzon¬ dere Dispositien der overleedenen onverkogt blyven moeten, de Taxatien geschieden op poene als fraudateurs van de gemeene middelen te zullen worden geconsidereerd. 5/ Dat ook binnen voorsz: Tijd door de geene die eenige Boedel in deeze Hoofdplaats en haar onderhoorig district uijt kragte van testamentaire of Codicillaire Disposi„ =tien als Redderaars komen te aanvaarden aan den ontfanger Generaal of den Collecteur zal moeten worden inhan¬ digt Copia Huthenteeg dan wel, tot meua¬ gement van kosten, visie verleend van de voorsz: Dispositien, ten einde alle mis„ verstand, in de beoordeeling, of de Erffenis„ door den overledene nagelaten, aan den Jmpost of de Collaterale successie al„ ofte niet subject is, voor te komen, op poene van aansprakelijk te worden gehouden voor de schaden, welke de E: Compe anderzints hier door komt te lijden, zullende deeze gehad hebbende, visie door den ontfanger Generaal of Collecteur met derzelver handteekening, on¬ der het Testament kunnen worden bekend gesteld.— 6 Dat eenlyk aade reeke te tot de worden alhier E: Ach dehee moet van al Horve lveh Kri door iteit ks va het ge 't graf ap h ehooren buij land alle llen Keakh door als Teri opgeze ters een ellen te tijd de zo¬ hun¬
English
That also in the same manner and under the same penalty, a return shall have to be made of inheritances left ab intestato and accepted by heirs of age, not being children of the deceased and thus falling within the terms to pay the aforementioned tax on their inheritance. And as the submission of authentic copies or the granting of inspection of testamentary dispositions should only take place in order to accommodate the ignorance of some estate administrators, who often do not properly understand the testament itself under which they act, and thus sometimes, in case the deceased, although leaving children, should benefit someone else in his last will, from which the duties ought to be paid to the country, might in good faith conceal such dispositions on the assumption that the deceased leaves heirs in the descending line, and thus get into difficulties; the undersigned would nevertheless, subject to correction, judge that from this rule could be exempted the Gentlemen Orphan Masters of this city, as they, accepting any estate, whether by testament or ab intestato, should only be obliged to deliver such dispositions of deceased persons whose goods are subject to the aforementioned tax, together with the return in the same manner of estates left ab intestato, of which likewise the collateral duty must be paid to the Honourable Company. 8 That furthermore, in the respective outer districts, all those who come to accept any estate for administration, whether by virtue of testamentary or codicillary dispositions, or as heirs of age, should not only immediately notify the Board of Landdrost and Heemraden, each in their subordinate district, of this, but also forthwith deliver into their hands, in the manner aforesaid, for inspection, the last will by virtue of which they are entitled to the administration of such estates, and furthermore, intending to accept as heirs of age the possessions of the deceased left ab intestato, also to declare to whom the goods of the deceased devolve. That, for greater caution, Landdrosts or Secretaries in the outer districts, if the Drostdy is situated near the house of death, and furthermore the respective field officers, could be recommended and enjoined to constantly make a careful inquiry into who accepts the left estates as administrators, the aforesaid field officers being required to make a report thereof to the Landdrost or Secretary, and the latter in turn summoning the estate administrators to submit both the testament and a list of the left goods, as well as to comply with all that to which they are bound according to this ordinance. 10) That, although it is declared by paragraph 13 of the aforementioned ordinance that the collateral duty shall be levied at the place where the house of death falls and not at the place where the goods are situated, some exception might nevertheless take place in this regard with respect to goods, although left in the remote outer districts, which, as often happens, are administered by the Orphan Chamber or by private executors residing here at or near the capital; in which cases both the necessary notification and the extradition of the lists, estate account, and payment of what is due to the Honourable Company, for the sake of brevity, ought to take place at this capital itself. 11) That, should any valuations have to take place at this capital or its subordinate district, this ought to be done pursuant to paragraph 26 of the aforementioned ordinance, by the sworn valuators in the presence of the Fiscal, two members from the Council of Justice, and their Secretary. 12) That from this valuation there should be handed over to the executors or estate administrators a formal deed, as dictated by the aforementioned ordinance, in order to be supplied to the Collector alongside the liquidation account of the estate. 13 That, the valuation only taking place of goods which have been granted by gifts inter vivos, the aforesaid deed should then be handed over to the donor, and he having in the meantime deceased, to the executors or others charged with the administration of his estate, in order subsequently, before the
Dutch transcription
Dat ook in zelver voegen en op gelijke pae¬ ne opgaave zal moeten worden gedaan van Erffenissen ab intestato nagelaaten en aanvaard door mondige Erfgenaamen, geene kinderen van den overleedenen zijnde en dus vallende in de Termen om van der„ zelver Erffenis de meergem: belasting te betaalen. Engelijk de overgave van Copijen anthen„ tiecq dan wel het verleenen van visie der Testamentaire Dispositien alleen behoord te geschieden om de onkunde van zommig Boedelredderaars te gemoete te komen dewelke dikwerf het Testament zelve waar uijt zij ageeren, niet verstaan, wel en dus somtijds in cas den overledenen hoewel kinderen nalatende, iemand ande bij zijn uijterste wille quamen te benifi¬ ceeren waar van dus de geregtigheden aan het land zoude behoren te worden opgebragt, zodanige dispositien, in ver¬ onderstelling dat den overledene, Erf¬ genaamen in de nedergaande Linie komt na te laaten, ter goeder trouwe zoude kunnen verzwijgen en dus in on gelegendheid geraaken; zo zoude den ondergetekende nogthans onder Cor„ rectie oordeelen, dat van deezen regul zouden konnen worden uijtgezon„ dert Heeren Weesmeesteren deezer steed als dewelke eenige Boedel, het zij Testa„ mento of ab intestato aanvaarende, al leenlijk zouden dienen te worden geobligeer tot de overlevering van zodanige dispa¬ sitien van overledenen, welke goederend voorsz: belasting onderheevig zijn, mitsg ders de opgaef in zelver voegen van ab intestato nagelatene Boedels, waar van insgelijks het regt van Collateraal, aan de E: Compe. moet worden opgebragt. 8 dat 8/ Dat voorts in de resp: buijten Districten alle de geene die eenige Boedel, het zij uijt hoofde van testamentaire of Codicillaire Dispositien, dan wel als mondige Erfge„ naamen ter reddering komen te aanvaar„ den, niet alleen dadelijk aan het Collegie van Landdrosten Heemraaden, yder in zijn onderhorig district, zouden behoren daar van kennis te geeven, maar ook terstond in handen van dezelve in voegen voorsz: ter visie overleveren de uyterste wille uijt kragte van welke zij tot de ad¬ ministratie van zodanige Boedels zijn geregtigt, en voorts als mondige Erfge„ naamen de ab intestato nagelatene be„ zittingen van den overleeden willende aanvaarden, als dan meede op te geeven, op wien de goederen van den overledene komen te devolveeren. Dat ten overvloede Landdrosten of secre„ tarissen in de buijten districten, zo de Drostdijen nabij het sterfhuijs is gelee¬ gen en voorts de respectieve Veldofficieren zouden kunnen worden gerecomman„ deert en aanbevoolen om steeds nauwkeu¬ rig onderzock te doen, wie de nagela„ tene Boedels als redderaars aanvaar¬ den, zullende voorsz: veldofficieren daar van opgaave behooren te doen aan den Landdoost of secretaris, en deeze wederom de Boedel redderaars sommeeren tot de overgave zo wel van het Testament als een Leijst der nagelaatene goederen, mitsgaders tot nakoming van al 't geene waar toe zij volgens deeze orrdonnantie zijn gehouden. — 10) Dat hoe zeer ook by 313 van de meergem: ordonn: is verklaart dat het Collateraal zal worden geheeven ter plaatse daar het ne poe„ aan van en men zijnde an der„ taalen. then„ der behoord ommug omen selve, taan, t redenen ander benifs heden orden in ver Erf„ Line ouwe in di den Cor„ regul zon¬ steed Testa„ dea obligeer dispa¬ erende mitsg ab van Abr gt. het sterfhuijs valt en niet ter plaatse daar de goederen zijn gelegen, egter hier omtrent eenige uijtzondering zoude kunnen plaats hebben ten opzigte van goederen, schoon in de verafgeleegene Buyten districten nage„ laaten, welke, gelijk veel al gebeurd, bij de weeskamer of ook wel particuliere Exe„ cuteuren hier aan of nabij de Hoofd„ plaatse woonagtig, geadministreerd worden in welken gevallen zo wel de nodige kennisgering als extraditie der Lysten Boedelreekening en voldoening van het geen de E Compe: Competeerd ^ kort, heids halve zoude behooren te geschieden aan deeze hoofdplaats zelve. 11) Dat eenige Taxatien moetende plaats gri pen aan deeze hoofdplaats of haar ou„ derhoorig district, zulks zoude behooren te geschieden ingevolge § 26 van de meergem. ordonn: daar de gezwoore Tax teurs ten overstaan van den fiscaal twee Leeden uijt den raad van Justitie en derzelver secretaris 12) Dat van deeze Taxatie aan Executeuren of Boedelredderaars zoude behoren te wor¬ den overhandigt eene acte in forma, zo„ danig als de meergemelde ordonn: die teert, ten einde nevens de Liquidatie reekening van den Boedel aan den Collecteur te worden ses uppediteert. 13 Dat de Taxatie alleen geschiedende van goederen, welke bij giften onder den Levenden geschonken zijn, als dan de voorsz: acte zoude behooren te worden inhandigt, aan den Donateur, en deeze intusschen overleden zijnde aan de Executeuren of andere met de reddering zijns Boedels belast, om vervolgens, voor dat de
English
that the donation takes effect, to be handed over to the Collector, in order to demand the tax for the Honorable Company. 14) That all Notaries ought to be ordered, whenever executing deeds of donations inter vivos, immediately to give notice thereof by a proper certificate to the Collector, in order that he may work from his side so that the Honorable Company may obtain the tax thereon; for which certificate, however, no expenses ought to be charged other than seven stuijvers for the stamp. 15) That in case such deeds should happen to be executed under private hand in the presence of seven witnesses, which often occurs inland due to the lack of Notaries, then both the Donor and Donee shall be held and obliged to give notice thereof in the manner aforesaid, on pain of certain penalties to be determined thereon by Your Right Honorable Worships. 16) That the valuations in the respective outer districts ought to be carried out by the Messenger of the Heemraden or the sworn appraiser, in the presence of the Landdrost, commissioned Heemraden, and Secretary, and that in cases where the residence of the deceased is located less than two days' travel from the Drostdy. 17) But should the distance of the house of the deceased require a journey longer than two days, the Landdrost, Heemraden, and Secretary, in case their presence at the Drostdy is required, may be excused from this commission, and thus the sworn appraiser may proceed alone to the place of the deceased, and perform the valuation in the presence of a field officer or two witnesses, who must sign the deed of valuation and deliver it to the Landdrost and Heemraden for further review and confirmation. 18) That for the rest, also with reference to Article 29, the attendance fees of the commissioners ought to be determined, and likewise established who shall bear the expenses of wagon hire, etc., as there is only assigned to the commission a salary in proportion to the parcels. It would also please Your Right Honorable Worships to declare, by an interpretation of this, at whose expense the aforesaid salaries ought to be placed. And the undersigned would further propose: 19) At this Capital, the Collector ought to collect the tax regarding the collateral succession for the Honorable Company on all gifts among the living within the period of three months after the deed executed regarding the aforesaid donation has been delivered to him, and the secretaries of the outer districts within six months. 20) That with respect to Article 24, the Collector should collect the collateral duty, when the goods are situated at the Capital itself, within the period of six months, calculated from the day of the decease of the Testator or Testatrix; but some goods being situated outside the Capital, within the period of nine months; as likewise the secretaries in the outer districts, such as of the colonies of Stellenbosch, Drakenstein, and Zwellendam within 10, and in the distant colony of Graaffe Reijnet within 12 months, likewise after the decease of the Testator or Testatrix. 21) That the same Secretaries shall be bound to render an account and reckoning of their collections annually to the Collector of the Capital, with the transfer of the sums received; and the Collector of the Capital ought to deliver every year to the Receiver General a neat statement of all the items brought to him, all in accordance with Article 23, whilst he in the meantime, in order to prevent all slackness in the administration of this branch of revenue so important for the Honorable Company, should be ordered to keep his accounts and records always in proper order, and to give inspection thereof at all times, if requested, to the Fiscal's Office and the Receiver General. 22) That the abovementioned arrangements must then necessarily entail an entirely different provision than what is found in Articles 17 and 30 of the ordinance, according to which no alienations and transfers of any property subject to this tax can take effect unless previously
Dutch transcription
dat de Donatie effect sorteerd, aan den Collecteur te worden overgegeeven, ten Eijnde den Impost voor de E: Compe: te hun¬ nen opeijschen- 14) Dat alle Notarissen zouden behooren te worden geordonneert om acte van Donatien in ter vioos passeerende dade„ lijk daar van bij een behoorlijk Certific caat, aan den Collecteur hennis te gee¬ ven ten einde van zijn kant werkzaam te zijn, dat de E Compe den impost hier op erlange; tot welk Certificaat eg„ ter geene onkosten zouden behooren te wor¬ den berekent, als alleen zeeven stuijvers voor het Zegul. 15) Dat bij zo verre der gelyke actens mog„ ten worden gepasseert onder de hand„ ten overstaan van zeeven getuijgen, het geen dikwerf Landwaards in, om het gebrek aan Notarissen voorvald, als dan den Donateur en Donataris beide gehouden ende verpligt zouden zijn om daar van invoegen voormeld, op zeekere poenen door UEd Achtb: daar op te bepaalen, hennis te geeven. 6) Dat de Taxatien in de resp: Buijten distric¬ =ten zouden behooren te geschieden door de Boode van Heemraden of geswoore Taxa¬ teur, ten overstaan van Landdrost, gecom¬ mitteerde Heemraden en secretaris en zulks wel ingevallen de woonplaats van den overleedenen minder als twee dagen reijzens van de Drostdije geleegen is. 17) Dog den afstand van het sterfhuijs een langere reijse dan twee dagen komende te vorderen, zoude Landdrost, Heemra„ den en secretaris, in gevalle hunne te genwoordigheid op de Drossdije vereijst werd se daar mtrent plaats hoon in en nage¬ bij de Exe¬ Hoofd treerd de tie der ning childen kort, aatsgri ^ hooren ou„ Tax a titie teuren te wor¬ zo„ :die atie den er ende der ls dan orden eeze de dering - werd, van deeze Commissie hunnen word geexcuseerd, en dus den geswoore Taxaten zig alleen na de plaats van den overleed ne begeeven, mitsgaders de Taxatie h nen doen ten bijweezen van een veld offic of twee getuijgen, welke de acte van Tax tie zullen moeten teekenen en ter nader revisie en Confirmatie aan Landdra en Heemraden overleeveren. — 8Dat voor het overige ook net betrekk tot de 29 I de vacatien der gecomm: zo den behoren te worden bepaald, en teeve vastgesteld, wie de kosten van wagenhui &c: zal dragen, als zijnde daar bij alle lijk aan de Commissie toegelegd een s laris na evenreedigheid der percelen Zullende het ook van UwEd Achtb: welbeh gen gelieven te zijn om bij een Interpret tie van deeze5 te verklaaren ten wiens laste voorsz: salaria zullen behoren g =bragt te worden. En zoude den onderget: voorts vermeerend 19) aan deeze Hoofdplaats den Collecteu van alle giften onder den Levenden, de lasting wegens het Collateraal voor E Compe zoude behooren te incasseeren binnen den tyd van Drie maanden, dat aan hem de wegens voorsz: dona gepasseerde Acte, zal zijn ter hand ges¬ en de secretarissen der Buijten distad ten binnen ses maanden. — 29. Dat ten opzigte der 243 den Collecto het middel van Collateraal, wannee de goederen aan de Hoofdplaats zelv geleegen zijn, zoude moeten innen, be nen den tijd van ses Maanden, gere¬ kend =kend van den dag van het overlijden van den Testateur of Testatrice, edog eenige goederen buijten de Hoofdplaats geleegen zijnde, binnen den tyd van negen maanden, ge¬ =lijk ook de secretarissen in de buijten districten, als van de Colonien stellen, bosch, Drakenstein en Zwellendam binnen 10 en in de wijd afgeleege Colonie Graaffe Reijnet binnen 12 maanden, insgelijks na het overlijden van den Testateur of Testatrice. 21) Dat dezelve Secretarissen gehouden zullen zijn, van hunne Collecteus Jaar¬ lijks aan den Collecteur van de Hoofd¬ =plaats met extraditie der ontfangene sommen, rekenschap en verantwoording te doen; en zoude de Collecteur van de Hoofdplaats alle Jaaren aan den ontfan¬ ger Generaal behooren over te geeven een nette staat van alle de Parteijen hem aangebragt, alles in de termen¬ van de 23I, terwijl dezelve intusschen, om alle sloffigheid in de administratie van dit voor de E Compte. zo gewigtige Tak van inkomen te verhoeden, houden worden ge¬ last, om zijne reekeningen en memorien steeds in behoorlijke ordre te houden, en daar van ten allen tijde, des verzogt zijn de, aan het officie fiscaal en ontfanger Generaals visie te geeven. — 22 Dat de bovengemelde inrigtingen dan noodwendig moeten na zig sleepen, een gantsch andere bepaling als gevonden word bij de 17 en 303 der ordonn: volgens welke geene alienatien en transporten van eenige goederen deezen inpost onder¬ hevig effect kunnen sorteeren, ten zij betrekke alvoorens nword Taxaten overleeden xatie ha eld Offic van Tax ernader Landdro n: zo en leeven genhui bij alle een s percelen welbeh terpret wiens horeng eerend llecten den de voor d Heere den z: dona ges di stad Collecto anne szelv enbe gere klnd