VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10661

Cape · 708 pages · 81 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10661_0399 view scan ↗

English

Article 61 That although in the second article of the articles of war it is ordered 62 that all petty officers and common seamen shall be faithful and obedient to their superior and petty officers, and the latter to their Captain, skipper, or whoever may hold the command, each in the service in which he is placed, without departing therefrom in any manner, 63 and in the 21st article of the first-mentioned Instruction it is ordained 64 that the lesser officers must treat the first commanding officer and those placed above them with all respect, on pain of the penalty established thereto, 65 the prosecutor ex officio has nevertheless not been able to discover, neither from the articles of war nor from the aforesaid Instruction for the first commanding officers, 66 what, in case of shown disrespect toward his superior officers or commander, of which the defendant has made himself guilty in a very extreme manner, 67 any specific punishment has been enacted. 68 That he, the prosecutor ex officio, under Your Honours' better judgment, believes to find the same deficiency 69 with respect to the purloining of things or goods belonging to his fellow crew members, 70 and that, according to the general understanding in such cases, the punishments are left to the discretion of the judge, 71 in order to be applied more rigorously or more mildly according to the measure and quality of the circumstances and matters, 72 so that the prosecutor ex officio therefore takes the liberty briefly to note here: 73 that the acts of the defendant are not of a single nature, but that several crimes concur, 74 and that these were not committed by him on a single occasion or by chance, but repeatedly and even with all premeditation and malice. 75 Furthermore, that the same are of such a character and accompanied by such far-reaching insults and brutalities 76 that the defendant seems to disregard all bonds of subordination, good order, and indeed all duties imposed upon him by oath and conscience, 77 and, having not been able to be brought to amendment by any means employed, 78 he must be regarded as a very dangerous individual in human societies and even more so on board a ship, 79 while the prosecutor ex officio leaves anything else that might still be taken into consideration to the penetrating and equitable judgment of Your Honours. For which and other reasons and arguments, to be deduced further in due course if necessary, the prosecutor ex officio, making his demand, concludes that the said defendant, by definitive sentence of Your Honours, shall be stripped of all capacity in the service of the Honourable Company, with forfeiture of all wages which the defendant might be considered to have earned, and be condemned to be sent back to Europe as such; with condemnation in all costs, or to such other pain and punishment as Your Honours shall find proper according to equitable laws. was signed: G: Exter in the margin: Exhibited in court on 14 July 1785. Agreed. Copy 2 Thursday, the 14th of July 1785, in the forenoon. Present: the Honourable Pieter Hacker, President, and all members, except the merchant Mr. Oloff Martini Bergh and Mr. Olof Godlieb de Wet, both by indisposition and occupation. The prosecutor ex officio exhibits a written claim and conclusion, concluding thereby as at the end of the same, this claim being furnished with six annexes. The defendant, having heard the claim read, says that he had no part in several accusations of the Captain; that the Captain had also reviled him and accused him of theft, indeed even of ransom theft; that he requested a copy of the aforesaid in order to be able to answer for himself in the Fatherland. The prosecutor ex officio persists in his claims and the submitted evidence. The parties further renouncing any further productions. The provisional Fiscal of this government, S:r Gabriël Exter, prosecutor ex officio in a criminal case, on the one hand, against the second lieutenant who was stationed on the outward-bound Honourable East India Company ship de Paarl, lying at anchor in False Bay, George Lourens Caroes, detainee and defendant in the aforesaid case, on the other hand. The Council, after consideration of the matters, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, strips the defendant of office, rank, and wages, confiscating all his wages earned and still due from the Honourable Company for the benefit of the Honourable Company, with condemnation in the costs; the same shall furthermore be sent to the Fatherland with one of the first return ships departing from here, performing ship's duty for his board. underneath stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. lower: in my presence, signed: C: L: Neethling, Secretary, and below that: agreed, signed: R: I: V: D: Riet, Sworn Clerk. Agreed.

Dutch transcription

Act61 Dat hoewel in 't tweede act: van de ast: brief is betoolen 62 dat alle onder officieren en gemeenen haare opper en onder officieren, en deese tweeden haar Capitain, schipper ofte wie ook het gezag mogte voeren getrouw en onderdanig zullen moeten zyn, een yder in den dienst waarin hij is gesteld zonder daar van te wyken in eenige manieren 63 en in den 21 act van eerst gem: Instructie is g'ordonneerd 64 dat de mindere officieren de eerste gezagvoerder, en die booven hun gesteld zyn met alle respect zullen moeten bejeegenen, op poene daar toe gesteld 65 den R: O: Eysscher egter niet heeft kun„ nen ontwaaken- nog uit de articul brief nog uit de voorsz: Instructie voor de Eerste gezagvoerders. 66 maar in Cas van betoonde desrespect aan zyne opperofficieren of opperhoofd waar van de ged=e op een zeer verregaande wyze heeft schuldig gemaakt. 67 eenige bepaalde straffe is gestatu„ eerd geworden. 68 dat hy R: O: eysscher /:onder UE: agtb: beeter oordeel:/ vermeend 't zelve ge„ brek te vinden 69 ten opzigte van 't ontwende van zaken ofte goederen van zyne meede scheepe„ lingen te - Ait7o: en dat volgens het algemeen begrip in diergelyke gevallen de straffen aan 't arbitrium Indicis overgelaten zyn Is om naar mate en qualiteit der omstan„ digheeden en zaken regoureuser of zogter te werden g'appliceerd 72 dat de r: O Eysscher daarom de vryheid neemt alhier kortelyks nog aan te mer„ ken. 73 dat de feyten van de ged=e niet van eenerley natuur zyn, maar verscheyde misdaden te Zamen loopen 74 en zulks niet voor een enkelde reyse of by geval van hem begaan zyn, maar by re„ petitie en zelve met alle opzet en quaadaartigheyd. 75 Voorts dezelve zoodanig gequalificeerd en met zoo verre gaande inschentien en buitaliteyten vergeselschapt zyn 76 dat den ged=e alle banden van subordina tie goede ordre sa alle pligten door Eed en Conscientie hem opgezegd, schynt te miskennen 77 En door geene gebruykte middelen tot beeterschap hebbende kunnen ge„ bragt worden. 78 als een zeer dangereus subject in de menschelyke geselschappen en nog meer in een scheepsboodem moet aangezien worden verte - Art 79 Terwyl den R:O: Eysscher het een en ander, dat nog in aanmerking zouden kunnen worden genoomen aan 't pe„ netrante en billyk oordeel van UE agtb: overlaat. Mits welke en andere reedenen en middelen in tyden wylen is 't nood nader te deduceeren, den R: O: Eysscher eysch doende gede Concludeerd, dat hy gede en gedaagde by diffini¬ tive vonnis van UE: agtb: zal worden gesteld buy¬ ten eenige qualiteit in dienst der E: Comp=e met verbeurt verklaringe van alle gagiën welke hy ged=e zoude kunnen worden geconsidereerd ver¬ dient te hebben, en ge¬ Condemneert omme zoo„ danig weederom naar Europa versonden te werden; met Condem¬ natie in alle kosten ofte tot zoodanige andere poene /:was geteekend:/ G: Exter /:in margine:/ Exhibitum- in Judicio den 14 July 1785 poene en Straffe als UE: agtb: na bellyke regten Zullen vinden te behooren. Accordeert Hdtorak Eg llirege copij 2 Donderdag, den 14 Iulij 1785. s'voormiddags praesent den E: agtb: Heer Pieter Hacker praesident en alle de leeden demptis den Koopman de heer Oloff Martini Bergh en de heer Olof Godlieb de Wet zoo bij indispositie als occupatie. — den rat: off: Eijsscher exhibeert een Den pro Interim Fiscaal dee¬ schriftelijk eijsch en conclusie concludee„ „rende daarbij ut in fine van dezelve „zes gouvernements S:r Gabriël zijnde dien Eijsch gemunieert met ses Exer rat: off: Eijsscher in bijlagen. den ged:e de Eijsch hebbende hooren bas Crimineel ter eenre leezen, segt dat hij aan verscheijde beschuldiginge des Capns: geen deel had, op ende Teegens dat de Cap:n hem ook had uijtgeschol,n den sous lieuten:t op 't in de „den en met diefte, ja zelfs met rand„ „zoen diefte beschuldigt had, dat hij baaij fals geankerd leggende voorsz: Copia versogt om hem in het vaderland te kunnen verantwoor„ uijtkomend E oost Ind: Comp: „den. — schip de Paarl bescheijden ge¬ den rat: off: Eijsscher persis„ „teerd bij zijn Eijschen overge„„weest zijnde George Lourens „leeverde bewijsdommen. — de Caroes gedetineerde en gede in 't voorsz: Cas ter andere zijde. - renuntieerende voorts parthijen van verdere productien. Den Raad na overweeging van zaaken regt doende uijt naame ende van wee¬ gens de hoog mogende Heeren Staaten generaal Generaal der VerEenigde Nederlanden, deporteerd den ged: van ampt, qualiteijd en gagie, confisqueerende alle desselfs bij d'E Compte verdiende en te goed hebbende gagie, ten behoeve der E Comp:e met condemnatie in de kosten; zullende denzelven voorts met een der eerst van hier vertreckene retour scheepen voor de kost scheepsdienst doende na 't vaderland versonden worden. — /:onderstond:/ Aan Cabo de goede hoop, der et anno ut supra /:lager:/ mij present /:geteekend:/ C: L: Neethling secret:s / en daar onder:/ accordeerd /:get: / R: I: V: D: Riet gesw: Clercq.— Accordeerd. -

NL-HaNA_1.04.02_10661_0409 view scan ↗

English

Patria Duplicate Patria: To the Right Honourable, highly esteemed Gentlemen Directors deputed to the Illustrious Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber at Middelburg. Right Honourable, Firm, Highly Esteemed, Most Wise, Provident, and Very Generous Gentlemen! We had the honour, in our last respectful letter dated the 6th of the last-mentioned month of September, which departed from here with the private ship De Vrijheid that set sail on the 10th of the said month, to inform your Right Honourable, Highly Esteemed sirs of the departure on the 17th ditto of the Prussian ship Les Quatre Frères; and the duplicate of which letter is to follow by the first opportunity of ships of our own nation. Hoping that upon the safe passage of both the aforesaid ships, our humble letters of the 23rd of August last will also be delivered into the hands of your Right Honourable, Highly Esteemed sirs. Since the hired Dutch private ship Dordrecht appeared here in the roadstead on the 10th of this month, which departed from Batavia on the 18th of August of this year and made its way out of the Sunda Strait four days later. And of which the duplicates are accompanying this, High and Mighty Gentlemen. Per the English Company's Ship The Swallow. Being awaiting from our own nation. And on the following day, the Hon. Company's vessel De Geregtigheid likewise arrived here in the roadstead with 20 dead and 74 sick. It was on the 5th of this month that the three English Royal ships returning from the Indies, The Defence, The Eagle, and The Worcester, which we stated in our aforesaid humble letter of the 6th of September last were, according to information received, to leave this roadstead again on the 24th of that month, set sail from here for Europe. By the Portuguese ship L'Estrella d'Afrique, which arrived here on the 1st of this month and departed from Mozambique on the 11th of August last, we were able to learn that the ships De Meermin and Het Meeuwtje, sent out to search for the missing return vessels, had previously been at Cape Correntes in the month of July, but up to that place had not yet been able to discover anything of the said ships. Having arrived here to call on the 18th of this month, the English Company's ship The Swallow, mentioned in the heading, which set sail from Bengal on the 16th of the frequently mentioned month of August, and on which Lord Macartney, former Governor of Madras, is present, we have thereby the opportunity dutifully to inform your Right Honourable, Highly Esteemed sirs of these matters. While we, after having commended your Right Honourable, Highly Esteemed sirs' precious persons along with the important interests of the Company to the protection of God, remain with profound respect. Right Honourable, Firm, Highly Esteemed, Most Wise, Provident, Very Generous, and High and Mighty Gentlemen! Your Patria In the Castle of Good Hope, your Right Honourable, Highly Esteemed sirs' most the 24th of October 1785. humble, faithful, and obedient servants C: J: van de Graaff J: V: Tihoor J: V: Lesueur and of which the duplicates are accompanying this J: Hacker O: G: Verlet being Engel Veelvinck Duplicate for 2. Patria To the Right Honourable, Highly Esteemed Gentlemen Directors, deputed to the Illustrious Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber at Middelburg Per the French King's ship L'Argonaute. High and Mighty Gentlemen. The English Company's ship The Swallow having departed from here for Europe on the 30th of the past month of October, we, on that occasion, transmitted to your Right Honourable, Highly Esteemed sirs our humble advices of the dates 24, 27, and 29 of that month, and of which the duplicates are accompanying this, Right Honourable, Firm, Highly Esteemed, Most Wise, Provident, and Very Generous Gentlemen. being The following outbound ships have since also continued their voyage from here to the capital of the Indies, namely: on the 14th of November, De Geregtigheid Geertruyda Alblasserdam St. Jan en Cornelis Josephus de Tweede Against which, on the dates noted below, there arrived here from the Homeland, namely: the private ship hired by the Hon. Company Rhynsborg the Hon. Company's vessel Rotterdams Welvaaren, with only one deceased and 25 invalids, which, after enjoying refreshments and all other 16 19 25 4. necessities, likewise continued its voyage to Batavia on the 5th of this month. From where, in the meantime, on the 20th of the above-mentioned month of November, as well as subsequently on the 6th of this month, the private ships Ryck en Linden and Mentor, laden with returns for the Hon. Company, safely appeared here in the roadstead, of which the first-mentioned departed from the said capital of the Indies on the 6th of September and the last-mentioned on the 13th of October thereafter, the ship Eyck en Linde being planned for the Chamber of Hoorn, and Mentor for the Presidial Chamber of Middelburg. Likewise, the vessel Het Meeuwtje, having been sent out to search to search for the missing return ships Overduijn and De Harmonie, as well as the provision ship Zeeduyn, which also failed to appear, having returned here on the 24th of the aforementioned last departed month of November, we must, with heartfelt grief, report to your Right Honourable, Highly Esteemed sirs that neither of the same, nor of the return vessel Bredenhoff, which has since likewise failed to appear, has anything yet been heard, either by the said small vessel Het Meeuwtje, or by the frigate De Meermin, which was likewise dispatched for that purpose. With respect to which expedition, the officers of the aforementioned small vessel Het Meeuwtje have delivered to us a copy

Dutch transcription

1 Patria „ Duplicaat Patria: Aan de WelEdele Hoog agtb= Heeren Bewindhebberen gecommitteerd ter Jllustre vergadering van zeventhienen, repraesenteerende de generale Nederlandsche geoctroijeerde Oost Jndische Comp: ter presidiale Kamer Tot. Middelburg. WelEdele Erntfeste Hoog agtb: hoog wijze, voorzienige en zeer Genereuse Heeren! Wy hadden d'Eere uwe wel Edele hoog agtb: by onze laat„ ste Eerbiedig schryven in dato 6: der jongst voors: Maand september, het welk met het op den 10: derzelve Maand van hier afgezeild part. schip de vriheid is afgegaan, te berigten het vertrek op den 17: dito, van het pruijssisch schip les quatres Tereres; en van welk schryven, het dubbel by eerste geleegendheid van eygene naties. scheepen staat te volgen. zullende zo wy hoopen by behouden vaaren van beijde de gem: scheepen Uwe wel Edele hoog agtb, ook aan handen werden gebragt onze onderdanige letteren van den 23: Augustus laastleeden. — zedert op den 10: deezer hier ter rheede verscheenen zynde het ingehuurd holl. part: schip Dordrecht, het welk op den 18: aug„s dezes jaars van Batavia vertrokken, en vier dagen laaten uit straat sunda geraakt. en waar van de duplicaaten deezen zijn vezellende Hoog Gebiedende Heeren. Pr 't Engelsch Comps Schip. the Swallon. zynde van onse eygene Natie zyn afwagtende. En is 's daags daaraan met 20 doden en 74 zieken hier ter Rheede insge„ lijks gearriveerd den E: Comp„s Bodem de Geregtigheid. Het was op den 5e: deezer dat de uit Jndien retourneerende drie Engel sche Koningsscheepen, The Defence, the Eagle, en the Worchester, die wij bij onse voorsz: onderdanige van den 6: september laastleeden hebben opgegeven, dat na bekomene informatie op den 24: dier Maand deeze Rheede wederom stonden te verlaten, van hier na Europa zyn afgezeijlt. Met het portugeesch schip l'Estralla d'Afrique, den 1e: deeser hier aangekomen, en op den 11: aug„s laastl, van Mosampicque vertrok ken, hebben wy mogen ervaren, dat de ter opspeuring der vermist werdende retourbodems uitgezonden scheepen de Meermin en het Meeuwtje in de Maand Julij, daar bevoorens op Caap Corentes waren aangeweest, dog tot daar heen nog niets van deselve scheepen hadden kunnen ontdekken. — Op den 18e deser ter relache alhier binnen gekomen zynde het in den hoofde gemelde Engelsche Comp„s schip the swallon, het welk den 16e: der dikwilsgem: Maand Augustus van Bengalen is afgezeijlt en waa op zig den Heer Macartneij geweesen Gouverneur van Madras bevind hebben wy daarmeede geleegendheid uwe welEd: hoog agtb: van dit een en ander pligtschuldig kennis te geeven. — Terwyl wy na Uwe welEdele hoog agtb dierbaare perzoonen neevens der Maatschappije importante belangens in de be scherminge Godes te hebben aanbevoolen, met diepschuldig respect blijven. . WelEdele, Erntfeste, Hoog agtb:, Hoogwyse, voorsienige, seer genereuse, en Hoog Gebiedende Heeren! Ewe 1 Patria In 't Casteel de goede hoop uwer welEdele Hoog agtb: seer den 24„e october 1785. ootm: getrouwe en gelhoorz: Dienaren C: J: Vanden Graaff J:V: Tihoor J: V: Lesuuwr ƒ en waar van de duplicaaten deezen zijn vezellende JHacker O:G: Verlet zynde Engel alilen in deo 2 Apemter elarn veelvinck Duplicaat voor 2. Patria Aan de WelEdele Hoog Agtb: Heeren Bewindhebberen, gecommitteerd ter Illustre vergadering van zeventienen, representeerende de Generale Nederlandsche g'octroy„ „eerde Oost Indiesche Comp:e ter Praesidiase Camer tot Middelburg E p:r't fransch: kom: schip l' Argonaute. Hoog Gebiedende Heeren. Op den 30:e der gepasseerde maand October van hier naar Europa zynde vertrokken, het Engelsch Comp: schip the Swallon, hebben wij met die gelegendheid, aan uwe Wel Edele Hoog Agtb: overgezonden, onse onderdani„ „ge advisen, de datis 2427 en 29 dier Maand en waar van de duplicaaten deezen zyn vezellende Wel Edele Erntfeste Hoog Agtb: hoog wijze, voorzienige en zeer, genereuse Heeren. zynde Zynde sedert meede van hier naar Indias hoofdplaatse voortgestevend, de volgende uyt komende scheepen als. den 14 November de Geregtigheid _ „ Geertruyjda Alblasserdam S Listroom Jan en Cornelis Josephus de Tweede Waar en tegen op d' onderstaande datum, uit het Patria hier zyn g'arriveerd, namentlyk „ het bij d'E: Comp: in gehuurd part: schip Rhynbord d's Comp:s bodem Rotterdams Welvaaren, eenelyk met een overledene en 25 Impotenten die na genot van verversingen en alle anderen 16 19 norditende eken 25 4. noodwendigheeden, op den 5 deezer Maand der Reyze insgelyks naar Batavia heeft voortgezet. - Van waar intusschen op den 20 der opgem: maand November, mitsg:s naderhand op den 6deeser behouden hier ter rheede zijn verscheenen, de voor dEComp: in retour beladene part: schepen Ryck e Linden en Mentor, van welke het eerstgem: den 7 6 7ber: en laatsgem: den 13 october: daar aan van op ged: Indiasche hoofdplaatse zyn vertrokken synde het schip Eyck en Linde voor de Camer Hoorn, en Mentor voor de Praesidiale Camer Middelburg geprojecteerd— Insgelyks op den 24 der voorm: Jongst afgewekene Maand November het ter opspeuring„ opspeuring der vermiste retour scheepen Overduijn en de Harmonie, mitsg:s het mede weggeblevene provisie schip Zeeduyn, uitgezonden geweest zynde schip Tcheeuwtje, alhier te rug gekeert zynde, moeten wij Uwe Wel Edele hoog Agtb: met innerlyk leedweezen melden, dat zo min van dezelve, als van den sedert meede onop„ „gedaagt gebleeven retourbodem Bredenhoff nog door 't zelve scheepje 'T Nieuwtje, nog door het ten dien eynde gelijkelyk g'expedieerde fregat de Meermin, iets vernomen is geworden. Ten opzigte van welke Expeditie, de overheden van het voorn: scheepje S Neeuwtje aan ons hebben overgegeven, Copia

NL-HaNA_1.04.02_10661_0419 view scan ↗

English

Copy of the report kept in the manner of a journal on the frigate the Meermin; from which it appears that both the ships, the Meermin and the Meeuwtje, having departed from here, arrived there on the 1st of July within sight of the island St Maria or Unhaca, lying near Rio de la Goa; That the officers of both ships, deeming it inadvisable to sail further up the river and thus having anchored there, the lieutenant of the frigate the Meermin, Anthonij de Lelij, and the assistant George Fred:k Goets were sent from there with the boat to the roadstead of Rio de la Goa, in order, if possible, to obtain any information there concerning the Company's missing ships. That the aforesaid two dispatched persons first met two Portuguese vessels in the river of Rio de la Goa on the coast of Masumo, from which, having inquired in vain for any news concerning the missing ships, they subsequently went ashore on the island Groot Cappelle to make further discoveries. That hereupon, during inquiry and questioning among the inhabitants of that island, they were informed by the same that since the departure of the ship the Venus, in the year 1779, neither on Rio de la Goa itself, nor on the whole remaining coast and the islands lying thereabouts, had any ship or vessel of our Dutch nation touched at or been heard of. That, no discoveries having thus been made there at Rio de la Goa, both the ships, the Meermin and the Meeuwtje, departed again from the aforesaid island S:t Maria on the 6th of July and proceeded to Fort Dauphin on the island of Madagascar. That having arrived at the aforementioned place on the 24th of the said month of July, all possible means were employed to obtain any information about the missing ships, but all in vain. That the officers therefore, for the further search of the ships, departed again from Fort Dauphin on the 19th of August for the Bay of St Augustijn. That having arrived before that bay, and upon sailing into it, having learned by means of two indigenous vessels that came to meet them there that no Dutch ship or ships were present or had been there, the officers therefore, deeming all further searches useless and in vain, resolved to continue the voyage directly to Foulpointe without delaying any longer in the said bay. That having arrived at Foulpointe on the 20th of September, they stayed there until the 16th of October and bartered a parcel of rice, both for the frigate the Meermin to feed the slaves to be bartered, and as a cargo for the small ship the Meeuwtje for this Government; the frigate the Meermin then sailed, pursuant to the instructions for carrying on the slave trade, from Foulpointe to the east coast of Africa, while the small ship the Meeuwtje on the same day undertook the return voyage from there to here. Which aforesaid report we shall have the honor to transmit for the further elucidation of your Honors by an opportunity on a ship of our own nation; there having been brought with the said small ship the Meeuwtje only a small quantity of 10,000 pounds of rice for this Government, which, owing to the scarcity of that grain on Madagascar, was all that could be traded and obtained from a French private ship encountered there. Whereas we had the honor, in our aforementioned humble letter of the 24th of October last, to make known to your Honors what embarrassment we found ourselves in, in order to comply with the disposition of their Excellencies, the High Indian Government, to load the ship Eyk en Woude here for its return, we can now further report that a later disposition of their Excellencies has cleared this away, as according to it the ship Eyk en Woude is to obtain a return cargo at Batavia itself, and the ship Trompenburg is to come here with provisions for this Government. Meanwhile, having taken measures for loading the said vessel Eyk en Woude in order to shorten its delay here as much as possible by having some fine wines purchased, we trust that we shall find sufficient opportunity with the successively passing return ships to send the same to the Fatherland. With respect to the three chartered ships Josephus de Tweede, the Factor, and Rhynoord, it having appeared from their charter-parties, by which we found ourselves ordered to abide, that the said vessels, after being discharged here, would have to undertake the voyage to the Fatherland with a return cargo, or else, in case this Government might judge such more consistent with the Company's interests, be sent further to Batavia or Ceylon; we, having at this place, due to the unfortunate failure of the grain crop, no return cargo on hand for any of those ships, in order not to make them return to the Fatherland in ballast contrary to the Company's interests, deemed it necessary to let those vessels proceed further to the Indies. Yet considering that the High Indian Government, for lack of return cargo for all the chartered ships present there, had destined the aforementioned vessel Eyk en Woude to bring over the necessary provisions, etc., for this place in order to be loaded here for its further return to the Fatherland, which has made us apprehensive that, by letting all three of the said vessels go to Batavia, some inconvenience would be brought upon their Excellencies regarding the interest of the Honorable Company. And on the other hand, being in uncertainty whether, upon such an unforeseen and late arrival in Ceylon, sufficient

Dutch transcription

Copia van het berigt bij wijze van dagverhaal op het fregat de keermin gehouden; waar uit Consteerd; dat beijde de scheepen, de Heermin en het Meeuwtje, van hier vertrokken weezende, op den 1. Iulij daar aan waaren g'arriveerd tot in het ge„ „zicht van 't Eyland I:t Maria of Unhaca, nabij Rio de la Goa leggende; Dat d' overheden der beyde Scheepen niet raadsaam oordeelende, verder de Rivier op te zeylen, en dus aldaar ten anker gegaan zynde, den lieutnt van het fregat de Heermin An„ thonij de Lelij en den adsistent George fred:k Goets van daar met de de boot waaren afgezonden geworden, naar de rheede van Rio de la Goa, ten eynde, aldaar ware 't mogelyk eenig narigt betreffende 's Comp:s vermiste sche pen te bekoomen. — Dat de voorz: twee uijtgezondene per „soonen, eerst in de rivier van Rio de la Goa: op de kust van Masumo„ hadden ontmoet, twee Portugeesse Vaartuijgen bij dewelke zig te vergeep na eenige tijding, betreffende de vermiste scheepen hebbende g'inquiree zig vervolgens op 't Eyland Groot Cappelle aan land hadden begeven, om nadere ontdekkingen te doen. — dat zij hier op bij onderzoek en navrage navrage onder de Inwoonders. van dat Eijland, door dezelve waren g'in„ „formeerd geworden, dat sedert het vertrek van het schip de Venus, in den Jaare 1779, zo min op Rio de la Poa zelve, als op de verdere geheele Cust ende daar omstreeks leggende Eylanden, eenig schip of vaartuyg onzer Hollandsche Natie was aangeweest, of te vernomen geworden. Dat dus aldaar te Rio de la Soa Geene ontdekkingen synde gedaan, de beijde scheepen de Meermin en het Meeuwtje den 6 Iulij het voorsz: Eyland S:t Mharia wederom verlaten en zig had den begeeven. begoven na fort dauphin op 't Eyland Madagascar: Dat op den 24 der ged: Maand Julij ter evengem: plaats aangeland zynde, alle mogelyke middelen waren in 't werk gesteld, om eenig narigt van de vermiste scheepen t'erlangen, dog alles vrugteloos: Dat zij overheden derhalven ter verdere opspeuringe der scheepen, zig op den 19 augustus wederom van fort Dauphin hadden begeven naar de Baaij van S:t Augustyn Dat tot voor die baaij gekomen zynde, en bij het inzeylen derzelve, door middel van twee inlandsche Vaartuygen Vaartuygen, die hun aldaar waren „ te gemoed gekomen, vernomen hebbende, dat zig aldaar geen hollandsch schip of scheepen bevonden, of geweest waren, zij overheeden dus alle verdere re„ „cherches onnut en te vergeefs oordeelende, zonder zig verder in ged: Baaij op te houden, hadden geresolveert, de reyze direct voort te zetten naar foule Pointe:— Dat zij lieden op den 20 septemb: te foule Pointe g'arriveerd weezende aldaar tot den 16' octb: vertoefd„ en een parti Ryst, zo voor 't fregat de Meermin tot het spyzigen der der in te ruylene slaven, als tot een „lading voor 't scheepje 5 Neeuwtje voor dit Gouvernement hebben ingeruijt zynde als toen het fregat de Heermin ingevolge d' Instructie tot het drijve van den slaven handel van foule pain naar de oost Cust van Africa gezeylt: Terwyl het scheepje S Neeuwtje ten zelven dage de te rug Reyze van daar na herwaards heeft aangenomen Welk voorm: berigt wij d'Eeren hebbe zullen bij scheepsgelegendheid, van ons eijgene natie ter nadere Elucidatie van uwde WelEdele hoog agtb: te doen volgen zijnde met het gem: Scheepje Tcheeuwtje alleen aangebragt een gering geringe quantiteyt van 10'0'000 ponden Ryst voor dit Gouvernement, het welk mits het gebrek aan dat Correl op Madagascar, alles is geweest, dat van een aldaar aan„ „getroffen Fransch Particulier schip heeft kunnen werden ingehandeld en bekomen. — Daar wij d'Eere hadden, bij onze bovengem: onderdanige, van den 24 october laastl: uwe WelEdele Hoog Agtb: te kennen te geven, in welk Ambarras ons gesteld vonden om ter voldoeninge aan de dispositie haarer Hoog Edelens de Hooge Indiasche Regeering, het n het schip Eyk en Woude, tot desselfs retour alhier te beladen, kunnen wij thans nader berigten dat eene la„ tere dispositie haarer hoog Edelens zulx heeft ontruimd, als staande over„ een komstig dezelve, het schip Eyken Doude een retour lading op Batavia zelve te bekomen, en het schip Trompenburg met provisien voor dit Gouvernement na herwaards te komen. — Intusschen ter belading van bodm: gem: Elyk en Woude ten Eynde dies vertoef alhier zoo veel doenlyk te bekorten maatregulen genoomen hebbende, om eenige fyne wynen te doen inkoopen, vertrouwen wij met met de Successivelyk passeerende retour scheepen, wel genoegzame gelegendheid te zullen aantreffen dezelve na het Vaderland af te zenden Ten opzigte der driengehuurde Scheepen Josephus de Tweede, de Factor en Rhynoord, uit derzelven cherte parthyjen, waar na gelast hebben gevonden ons te moeten gedragen, zynde komen te blyken dat gem: kielen, na alhier te zyn ontlost, met een retour lading de reyze na het patria zouden moeten aannemen, dan wel in„ „gevalle dit Gouvernement zulks met met's Comp:s belangen meer overeenkomstig oordeelen mogt, verder na Batavia off Ceilon werden voortgezonden, hebben wij als ter deezer plaatse, door den ongelukkigen uitslag van het graan gewas, geen retourlading voor een dier scheepen aan handen hebbende, om dezelve niet stydig met 's Comp belangen ballast scheeps na het Vaderland te doen te rug keeren, noodzakelyk geoordeelt, die kielen verder naar Indien te laaten Rerevordere Dan bij overweging dat de hooge Indiasche Regeering uit gebrek aan Retourlading voor alle de aldaar zig bevindende ingehuurde scheepen voorm: bodem voorm: lyk en Woude heeft gedes„ „tineerd gehad, om de nodige provisien &=a voor deeze plaats over te brengen, ten Eynde, alhier tot desselfs verder retour na 't Vaderland beladen te worden, het geen ons heeft doen be¬ dugt zyn, dat met alle drie de gem: kielen na Batavia te laaten afgaan, haar hoog Edelens voor den Intrest der EComp:e eenige ongeleegendheid zoude werden toe„ gebragt. — En aande andere zyde in 't onzeekere verseerende, of wel voor dezelve bij zodanige onvoorziene en laate verscheyninge op Ceilon genoegzame

NL-HaNA_1.04.02_10661_0430 view scan ↗

English

a sufficient return cargo would be found. After due deliberation, it was deemed best and resolved to have the ship de Factor, as carrying the least burden of the three abovementioned and, moreover, being the most capable of still steering for that island in time, in order to also be able to return from there with a cargo before the end of the monsoon, proceed on its voyage thither for that purpose, and consequently to have the cash and further lading of that keel intended for the capital of the Indies transferred forthwith into the ship Josephus de Tweede, just as, after that was accomplished, that ship sailed from here thither on the 25th of the aforementioned month of November. It having thus also been resolved to dispatch the ships Josephus de Tweede and Rhynoord to Batavia, whither the first-mentioned also departed on the abovementioned date, and is to be followed within a few days by the other, after its complete unloading. While we have forwarded to the same capital of the Indies, in the same ship Rhynoord, the copper duits brought by that bottom as per invoice for this Government; since the same coins can be of no use or service here; most humbly requesting Your Right Honourables that henceforth no more duits may be consigned to this place. A Portuguese ship, V'estrella d'Afrique, having appeared here in the roadstead in the month of October last, carrying a cargo of 259 Mozambique slaves, with the intention of the captain of that ship, Manuel Justiniano das Neves, to sell them here, we, finding ourselves obliged on such an occasion to watch over the interest of the Honourable Company and that of this colony, have taken into consideration that, although the increase of mouths in this colony ought to be managed prudently on account of the very poor prospect regarding the then upcoming grain harvest, yet since the increased population of inhabitants demands a so much greater cultivation of grain, and precisely for that purpose so many more slaves are required, for whom many farmers were still looking for that end, it was deemed useful and serviceable to allow that supply of slaves to serve that purpose; but since the importation thereof could have been ruinous for the colony if the sale to private individuals had been permitted and thereby, in the still only too prevalent scarcity of ready cash, a considerable sum had again been exported out of the country, just as, notwithstanding all possible precautions, it was found to happen in a clandestine manner on such occasions, and that therefore, both to prevent such detrimental export of ready cash and to secure some advantage for the Honourable Company, it was best in this case to purchase those slaves on the Company's account, we have, for the same cited reasons, on the proposal of the undersigned Governor, caused a number of 65 from the aforementioned cargo, who upon inspection were found to be sick, consumptive, or emaciated, to be rejected, and the remaining 194 slaves to be purchased on the Company's account at 110 Spanish dollars each, the Spanish dollar calculated at 54 stuivers, making a sum of Rds. 24007.24 or f 57618 Dutch current, of which we have taken the liberty to grant the aforementioned captain four drafts, together making up the aforementioned amount. Of the same purchased slaves, only 17 subsequently having been taken into the service of the Honourable Company against the purchase amount of Rds. 2103.6, the remaining 177 yielded Rds. 37091.6 at public sale, from which sale a profit of Rds. 15188 was thus realized. Such an advantageous result subsequently encouraged us, for the aforementioned reasons, when in the last-passed month of November a small French packet ship named le Telemaque also appeared here, to purchase on the Company's account again a number of 75 of the best from the slaves brought therewith, at 120 Spanish dollars each, calculated at the previous value, which, amounting to a sum of Rds. 10125 or f 24300, was likewise settled with drafts thereof, which we have taken the liberty to draw upon Your Right Honourables, with the captain of that keel, Giraud, and the supercargo Doutreville; there having been realized from this last-held public sale of all of them a sum of Rds. 15455.4, making an advance of Rds. 5330.4 on the purchase; the details of which Your Right Honourables will, if pleased, be able to observe more closely from the accounts of the purchase and sale, which are to follow by our own ship's opportunity; and in regard to which we flatter ourselves that we shall obtain Your Right Honourables' approval. We found an opportunity to consign this to Your Right Honourables through the appearance here of the returning French squadron under the supreme command of the Chevalier de Peynier, consisting of the following four ships, which sailed from Bourbon on the 25th of October last, namely: L'Argonaute, Chef d'Esquadre Monsieur Peynier, 74 guns, 550 men, arrived 21 November; Le Saint Michel, Captain de Beaumont, 60 guns, 500 men, arrived 20 November; Le Petit Hannibal, Captain de Beaulieu, 50 guns, 400 men, arrived 21 November; Le Brillant, Captain le Cipierre, 64 guns, 478 men, arrived 4 December. And whereas the aforementioned Chevalier de Peynier, when he was present in False Bay in the year 1782 at the head of a squadron of His Most Christian Majesty, and the then Governor had been informed of the approach of a hostile squadron under Commander Bickerton, had not only, in the speediest manner, made a very praiseworthy disposition to defend that same post, False Bay, with added measures to also make the military force of the fleet serve for the defense in case the hostile squadron should [attack] at another place the

Dutch transcription

genoegzame lading in retour zoude werden gevonden. Is na gehoudene deliberatie best g'oordeelt en besloten, het schip de Factor, als van de drie bovengem: de minste lasten voerende, en daar bij bekwaamst weezende om nog in tyds dat Eyland te bestevenen, ten Eynde ook voor het Eyndigen de Mousson, met een lading van daar te kunnen retourneeren, ten dien Eynde na derwaards te doen Beysvorderen en mitsdien de Contanten en verdere inlading dier kiel voor Indias Hoofdplaats, ten eersten in 't schip Josephus de Tweede te doen overbrengen, gelyk gelyk ook na dat sulx was verrigt, dat schip op den 25 der gem: Maand November van hier na derwaards is afgezeyld. Zynde dus, mede besloten geworden, de scheepen Iosephus de Tweede en Rhynoord na Batavia af te vaardigen, werwaards het iertgem: ook op bovengenoemde dato is vertrokken en door het andere, na dies volkomene ontlossing binnen wynige daagen staat te werden gevolgd. Terwyl wij in het zelve schip Rhynoord de met dien bodem P: factuur voor dit Gouvernement aan„ gebragte aangebragte Copere duyten; vermits dezelve Munten alhier van geen Nut ofte gebruyk kunnen zyn, na dezelve Indiasche hoofdplaats hebben afgezonden; uwe WelEdele Hoog Agtb: onderdanigst verzoekende dat voortaan geene duyten meer voor deeze plaatse mogen werden geschikt. Met een in de Maand October laatsleden hier ter Rheede verscheenen Portugeesch schip V'estrella d' Afrigne aangebragt zynde, een Cargazoen van 259 Mosambiegse slaven, met intentie van den Capitain van dat schip Manel Justinians dar Neves, om dezelve alhier te verkoopen, hebben hebben wij, als bij zodanige gele„ gendheid voor het belang der EComp:, en dat deezer Colonie ons verpligt vindende te waken, in aanmerkinge genomen, dat hoe zeer uit hoofde van het zeer slegt vooruitzicht, omtrend den toen aanstaande graan oogst behoorde te werden gemenageert, de vermeerdering der monden in deeze Colonie, de„ „wijl egter de toegenomene menigte der Inwoonderen een zoo veel te sterker Culture van graan komt te vorderen, en even daar toe ook zo veel te meer slaven werden vereyscht na welke veele Landlieden t Landlieden ten dien eynde nog waaren omziende, nuttig a dienstig geacht, dien aanbreng van slaven daar toe te laaten strekken maar daar den invoer derzelve verderf„ „lyk voor de Colonie zoude hebben kunnen 2 zyn, bij aldien de verkooping aan particulieren toegelaaten en daar door in de nog maar al te zeer heerschende schaarsheid aan Contante Penningen weder eene aanzienelyke Somma ten lande uitgevoerd was geworden, gelyk ongeacht alle mogelyke voorzorgen, ondervonden werd dat bij diergelyke gelegendheden op eene Clandestine wyze geschied, en en dat dus, zo wel om zodanige schadelyke uytvoer van Contante penningen te provenieeren, als om voor d'E Comp: eenig voordeel te behaalen, in dit geval best was, die slaven 'sComp: wegen in te koopen, hebben wij om dezelve aangehaalde Redenen, op de Propositie van den ondergeteek„ Gouverneur, van het voorm: Cargasoen een getal van 65, die bij visitatie bevonden werden ziek, uitgeteerd, of vermagerd te weezen doen uytschieten en de overige 194. slaven sComp: wegen ingekogt tegens 110 spaanse matten ieder, de spaanse mat gerekend tegens 54 Spr 54 sters: makende eene Somma v rla 00 ofte ƒ 57618. hollands Courant, waar van de vryheid genomen hebben, aangem: Capitain vier assignatien, te samen het gem: montant uitmakende, te verleenen. — Van dezelve ingekogte slaven vervolgens slechts 17 ten dienste der EComp: ingenomen zynde tegens het inkoops bedragen van r d:s 2103. 6. hebbende overige 177 bij publicque verkopinge gerendeert rp:a 37091„6, van welke verkopinge alzo eene winst van Rd: 15188: is geprovenieert Een zodanig avantageus reus ik, heeft ons om de voorz geallegueerde redenen redenen, vervolgens, wanneer in de Jongst voorledene Maand November, alhier meede kwam te verschynen een fransch parkC: scheepje; genaamd le Telemacq geanimeert, van de daar mede aangebragte slaven weder een getal van 75 der beste uit dezelve 's Comp:s wegen in te koopen tegens 120 Spaanse matten, gerekend na de vorige waarde, ieder, het geen eene Somma van rd:s 10125„— ofte ƒ24300 — bedragende, insgelyks met dies assignatien; die wij de vryheid genomen hebben op uwe WelEdele Hoog Agtb: te trekken, met den Capitain dier Kiel Girand, en en den super Carga doutreville is verreekend, zynde van deeze laatste nagehoudene publicque verkopinge van alle dezelve geproflueerd eene prs Somma van R:s 15455„ 4„— makende een advans van Rd:s 5330„ 4. - of den in hoop: zullende uit de Rekeningen van den in en verkoop, die met eijgene scheepsgeleegendheid staan te volgen, het een en ander bij uwe WelEdele Hoog Agtb: geliefte, nader kunnen werden ontwaard; en waar omtrend ons vlijen, uwe WelEdele Hoog Agtb: approbatie te zullen erlangen Wij hebben om deeze aan uwe Wel Edele Wel Edele Hoog Agtb: te Consigneeren gelegendheid getroffen, door de ver„ e schyning alhier van 't retourneerend fransch Esquader onder het opperbevel van den Heere Ridder de Peynier, bestaande in de volgende vier scheepen, die den 25 october Laatsl: van Bourbon zyn afgezeylt namentlyk stuk: koppen g'arrwod: lanw: L' Argonaute, Chof d' Esquadre 74. . 550. . 21 Novemb: Mr: Panier le S:t Michel Carpitain de le petit Hanibal Cap:n de Beaulien. 50. . 400. . 21 _o le Brillant Cap:n le Cipiers. . . 64. . 478. . 4 de cemb. En daar den gem: Heer Ridder Beaumont. . . . . . . 60. 500. . 20—3 de de Peinier wanneer zig in den Jaare 1782. in de baaij fals aan 't hoofd eener Esquader van syn aller Christelykster Majesteit tegenwoordig bevond, en de toenmalige Gouverneur van de aan„ nadering eener Vyandelyk Esquader onder den Bevelhebber Bikkerton g'informeerd geworden was, niet alleen, op de spoedigste wyze, eene zeer prys„ waardige dispositie genomen had, om dezelve post, de Baaij fals, te defendeeren, met bygevoegde maal„ regulen, om de krygsmagt der Vloot ook ten nutte der defensie, te doen strekken, ingevalle het vyandlyk Esquader op eene andere plaatse de

NL-HaNA_1.04.02_10661_0441 view scan ↗

English

might have undertaken the attack on this coast, but also for the preservation and protection of the Company's further establishments in the Indies, gave many distinguished proofs of zeal and prudence, so that we believed we ought not to let the departure of such distinguished merits pass from one of the Company's establishments, where the first proofs thereof were demonstrated, without showing on behalf of our High Commanding Lords Masters some token of the gratitude felt in that regard, all the more because, during the passing of the famous Admiral de Suffren here at the expense of the Honorable Company, it was attempted to make His Honor's stay at this place agreeable; we have offered to the aforesaid Monsieur de Peinier an Extract Resolution, a copy of which is annexed hereto, containing the expressions that we deemed appropriate thereto; having this accompanied on behalf of the Honorable Company by 12 half aams of red and white Constantia wines, and 4 aams of steen wines, which His Honor, as appears from the enclosed copy of a letter, was pleased to accept in a gracious manner; hoping that it may please your Right Honorable Worships to honor this our conduct with your highest approbation. The Merchant, Member and Secretary of this Council, Oloff Martini Bergh, having passed away on the 21st of the aforesaid last preceding month of November, we have caused the undersigned fellow member of this meeting, Oloff Godlieb de Wet, who (as we had the honor humbly to inform your Right Honorable Worships under date of 23 August last) had been appointed adjoint to the aforesaid deceased Bergh in the office of Secretary, to succeed definitively as Secretary, under your highest favorable approbation, and at the same time appointed him Vendue Master, with the reservation on the part of this Council to make in due time, with respect to the revenues of the Vendue Mastership, such further arrangements as shall be found appropriate to mutual satisfaction and to the greatest benefit of the Honorable Company. Wherewith concluding this, after having commended your Right Honorable Worships' precious persons and the Company's important interests to God's protection, we remain with due respect. Right Honorable, Valiant, Most Wise, Provident, Most Generous and High Commanding Lords. In the Castle of Good Hope, the 9th of December 1785. Duplicate Your Right Honorable Worships' most humble, faithful and obedient servants. C van de Graaff J Hacker J J: v: Hoon J: N: Le Sueur O: G: de Wet To Monsieur van de Graaff, Governor at the Cape of Good Hope, and Gentlemen of the Superior Council. Gentlemen, Upon reading your resolution of the 29th of last month, I saw with sensibility your expressions regarding my conduct during my stay at False Bay during my port call in May 1782. It must have appeared to you as the result of the assistance that His Majesty intended for his allies. The praise you give to the services I rendered to the Dutch Nation in India, reduced to their fair value, would be merited by Monsieur the Bailli de Suffren, to whom a testimony of this nature cannot fail to be very agreeable; and I intend to report your sentiments regarding him to him. You destine for me, Gentlemen, in the name of the Company and as a mark of your gratitude, 16 barrels of precious wine. If I received it as the price of my services, it seems to me that it would corrupt the thing in the world that can least suffer alteration, but I accept it with pleasure to pay homage to it in your name to Monsieur the Marshal de Castries. I shall never cease to tell you, Gentlemen, how sensible I am to the civilities we have just received from the Government; I personally am very touched by it. I have the honor to be with respect, (was signed) the Chevalier de Peinier Aboard the King's vessel L'Argonaute, in the roadstead of the Cape of Good Hope, 8 October 1785. A de Graaff W Diemel [illegible] Duplicate Extract Resolution Taken in the Council of Policy in the Castle of Good Hope on Tuesday the 29th of November 1785: It having been proposed by the Governor to this meeting whether it would not be entirely appropriate to give to the Chevalier de Peinier, Chef d'Escadre of His Most Christian Majesty, on the occasion that the aforesaid Chevalier de Peinier is presently in the roadstead of this Government with a squadron returning from the Indies under his command to Europe, a distinguished proof of deep gratitude and thankfulness to that famous General on behalf of this Government in particular, both for his zeal and readiness shown in the recent war as well as his careful vigilance and highly commendable dispositions made for the defense of the important post of False Bay, where the aforesaid Chevalier de Peinier lay at anchor with a squadron of warships destined for the joint defense of the Dutch possessions in the Indies under his supreme command, at a time when the Governor of this Colony had received report that an enemy fleet commanded by the English commander Bickerton, sent out to undertake an attack on these coasts, had already approached the vicinity thereof, as well as for his so cordially offered assistance by the military force of the fleet if the enemy should have undertaken a hostile attack on this Colony from another side at that time; as also no less on account of the most weighty services and advantages that the aforementioned distinguished General in

Dutch transcription

de attacque op deeze Cust mogt hebben ondernomen, maar ook tot behoud en bewaring van 's Comp: verdere Etablissementen in de Indiën, veele gedestingeerde blijken van Yver en beleijd heeft gegeven, zo dat wij meenden een chan van zodanige uitnemende verdiensten aan een van 's Comp:s Esablissementen, alwaar de eerste preuven daar van waren betoond, niet te mogen laten passeeren, zonder van weegens onze Hoog Gebiedende Heeren Feesteren eenige blyk te betoonen van de erken„ „tenisse, die men deswegens is gevoelende, te meer dewijl, men by bij het passeeren van den beroemden Admiraal de Suffren alhier op kosten der EComp: zyn Edele verblyf aan deeze plaatse getragt heeft te veraangenomen; hebben wij aan welgem: heer de Painier aangebooden een Extract Resolutie waar van Copia deezen is geadjungeerd, vervattende de uytdrukkingen die wij verneemd hebben, daar aan te passen; van wegens dE Comp: het zelve hebbende te doen verzellen van 12 halve aamen roode en witte Constantia wynen, en 4 aamen steen wynen, het geen zyn Edele, blykens hier nevens ge„ voegde Copia brief op eene gratieuse wyze heeft gelieven te accepteeren; hopende hopende dat het uwe wel Edele hoog Agtb: zal mogen behagen, deze onze handelwyze met hoogs derzelver approbatie te verheren. Den Coopman, Lidt en Secretaris deezes raads oloff Martini Bergh, op den 21=e der meergem: Jongst voorl: maand November zynde komen te overlyden, hebben wij het onder„ geteekende mede lidt deezer Vergaderinge Oloff Podlieb de wet die /:gelyk wij d'Eere gehad hebben uwe welEdele hoog Agtb: sub dato 23 Aug:s Iongstl: onderdanigst te berrigten:/ gem: overledene Bergh. in het ampl van Secretaris is geadjungeerd, geadjungeerd geweest, onder hoogst derzelver gunstige approbatie posietief als Secretaris doen succedeeren en tevens aangesteld tot Vendumeester, onder reserve aan de zyde dezes Raads, om ten opzigte der inkom„ „sten van het Vendumeesterschap, in der tyd zodanige nadere schikkingen te beramen als men tot wederzyds genoegen, en ten meeste nutte der EComp: zal vinden te behooren. — Waar meede deezen fineerende, zullen wij, na uwe WelEdele Hoog Agtb: dierbaare perzoonen en 's Comp im„ portante belangen in Godes protecte te te hebben bevoolen met defschuldig Respect blyven. — WelEdele Erntfeste, Hoog wijze, voorzienige, zeer genereuse en Hoog Ge„ bied ende Heeren. EW e In 't Casteel de Goede Hoof den 9 december 1785. Duplicaat Uwer Wel Edele hoog agtb: zeer otm: getr: en gehoorz: dienaaren. B van den Graaf J Hacker J J: V: Tohoon J: N: Se Lueur O:G: Vertel — H Monsieur van de Graaff Gouverneur au Cap de bonne Esperance et Messieurs duc Conseil Superieur Messieurs en prenant lecture de vetre deliberation du 29 du Mois dernier, Jai vu avec sensibilité vos expressions sur ma Conduite pendent mon Lejour a Baye Fals lors de ma relache en mai 1782. elle a du vous paroitre le resultat des secours que S: M: destenoit à ses alliés Les Eloges que vous donnes aux services que s'ai rendu a la Nation Hollandoise dans l' Inde reduits a E a leur juste valeur se trouveroit merta Par Mr. le Ballij de Suffren au quel un temoignage de cette nature ne pout etre que fort agreable; et je me propose de lui rendre Comp te de roos sentimens a son Egard. - Vous medestinés Messrs. au Nom de le Compagnie et Comme une marque de Votre reconnoissance, 16 Barils de vin precieux, si je le recorois pour pris de mes services, il me semble que Ce seroil lorompre la chose du monde qui peut le moin souffrir d'alteration, mais se l'accepte avec plaisir pour en faire l'homage en votre Nom a M:r le Marechal de Castries T De Je ne Cesserai Iamais de vous dire Messrs. Combien je suis sensible aux honnététés que nous venons de recevoir la part de le Gouvernement, en mon particulier Jen suis tres touché./. Sai l'honneur Vetra avee respect /:was geteek:/ le Ch:s de Peinier a Bord du V=lan au Roi Largonaute En rade du Cap de bonne Esperancel 8otbe 173. A de grdeed W Diemel gered: lerg Duplicant Extract Resolutie Genomen in rade van Politie in 't Casteel de Goede Hoop op Dingsdag den 29 Novembr 1735: Door den heere gouverneur aan deeze Vergadering zynde voorgesteld of het niet allezints gepast zoude zyn, den Heere Ridder de Peinier, (hef d Esguadre van syne allerchristelykste Majesteit bij geleegendheid, dat welgem: Heeren Ridder de Peinier, met eene uit de Indien, onder desselfs ordres naar Europa„ retourneerend Esquader, teegenwoordig zig ter rheede van dit Gouvernement bevindt bevindt, eene gedeistingueerde blijk van diepe Erkentenisse en dankbaarheid aan dien beroemden Generaal weegens, dit Gouvernement te geeven in het byzonder, zo voor desselfs in den Jongsten . oorlog betoonden Yver, en bereid willigheid als zorgvuldige Waakzaamheid, en hoog te pryzene gemaakte dispositien ter defensie van den importanten Post de Baaij Fals, alwaar welgem: Heer ridder de Painier met een Excader oorlog scheepen gedestineerd tot meede verdee diging der Nederlandse bezittingen in de Indien onder desselfs opper bevel ten Anker lag, in een tydstik dat den Gouverneur dezer Colonie berigt berigt bekomen had, dat een Vyandelyke vloot gecommandeerd door den Engelssen bevelhebber Bikkerton uijtgezonden om een attacque op deeze Custen t' onderneemen reeds in de nabeyheid derzelve genadert was, als insgelyx weegens desselfs ƒ zo Cordaat aangebodene Zulpe, door de krygsmagt der Vloot zo den vyand ter dier tyd aan een andere zyde eene Vyandelyke aaval op deeze Colonie zoude ondernomen hebben: als meede niet minder weegens de allergewigtig„ ste diensten en voordeelen die meerm: gedestingueerd en Generaal by

NL-HaNA_1.04.02_10661_0454 view scan ↗

English

in the course of time contributed in the Indies to the interests of the Honorable Company in general for the protection and preservation of its further establishments, the Members of the Council, being completely convinced of the weighty services rendered by the said Lord General de Peinier and no less sensible thereof, have gladly conformed to this proposition of the Lord Governor: And it is understood, since at this remote corner one can think of nothing else that might be agreeable to His Honour, than in the first place hereby to give to the said Lord Commodore Peinier a public token of grateful acknowledgment: And furthermore, alongside this, on behalf of the Honorable East India Company of the United Netherlands, kindly to offer to His Honour, as one of the best products of this Country, Twelve half-Aams of Red and White Constantia wines; and four Aams of Steen wine, In the hope that this small token of the high esteem of the Council may not be disagreeable, and by the Lord General Knight Duplicate 23 Decemb. 1785. with Mentor, Eijkenlinde and Dordrecht. with all four ships. ditto 2. — Register of the Letters and Papers, which under today's date are dispatched from here to the Honorable High Mighty Lords Directors, commissioned to the Illustrious Assembly of Seventeen, as also to the Honorable Lords Directors of the respective individual Chambers by the Dutch private ships Mentor, Eijk en Linde, Dordrecht and d'Eensgezindheijd, namely. No 1. Original missive consigned by the Honorable Lord Governor Cornelis Jacob van de Graaf and the council of this place to the above-mentioned Lords 17. — ditto ditto addressed by the same as just mentioned to the Honorable Lords Directors of the individual Chambers noted in the margin. — Z: A: H: Sewn in. overleaf Z: A: by Dordrecht and d'Eensgezindheijd. void A: 4. — by Eijkenlinde void Sewn in Z: A: by Mentor and Eijkenlinde No 3. duplicate missive under diverse dates consigned to the said Lords Seventeen by the Prussian and Dutch private ships les quatres freres and de Vrijheijd, as well as the French royal ship l'Argonaute, with the appendices belonging thereto according to separate register. ditto by the Honorable Lord Governor and Second Person the Lord Pieter Hacker by the above-mentioned ship de Vrijheijd separately addressed to my Lord the First Advocate of the General East India Company Mr. Fredrik Willem Boers, wherein is enclosed a missive to the Lords of the secret Commission. — 5. Authentic copy report regarding the expedition of the ships de Meermin and 't Nieuwtje to search for the missing return ships of the past year. overleaf A: Z: A Sewn in with Mentor, Eijkenlinde and Dordrecht. Z: A: as above Z: A: ditto 8. — Sewn in 9. — ditto Z: A: No 6. Original Account of that which was furnished and issued on behalf of the Company for the service of the auxiliary troops garrisoned here, as well as the Squadron of His Most Christian Majesty. 7. Authentic copy report of the commanding officer Andries Christiaan Stuur, as having held the command on the ship 't Huijs te Spijk, regarding the condition of that vessel upon arrival in False Bay. — 8. ditto ditto ship's resolution taken by the Officers of that keel on the voyage from here to Batavia and why they were forced to put back into the Table Bay roads. — 9. ditto Report of the Master of Equipage of this government and further nautical experts having been commissioned for the further examination of the said vessel. — 8 and Z: A: with the Mentor, Sewn in with Mentor merchant by Eijk en Linde and Dordrecht. merchant with the Mentor and Eijkenlinde. Sewn in Z: A. No 10. List of the foreign ships that have called at this roadstead since 30 August last. — 11. Original short invoices of the cargo loaded for Batavia in the four ships mentioned at the head hereof. — 12. Copies of ditto invoices as just mentioned, together with those of the ships already departed, les quatres freres and de Vrijheijd, as well as of the Swedish private ship la Bonne Resolution still remaining here. — 13. Original Accounts of the purchase and sale of the slaves from the Portuguese and French ships l'Estrella d'Afrique and le Telemaque negotiated here for the Honorable Company. — overleaf Z: Z: R: In the chest. 15. — with Mentor Sewn in. Sewn in No 14. Muster Roll of such superior and non-commissioned Officers, as well as common soldiers belonging to the Luxemburg legion as were transported from here to Ceylon on the ship Huijsduijnen. — 15. ditto of the regiment de Meuron garrisoned here as of the ultimate of January of this year. — 16. memorandum regarding the wages and appointments of the brother of Colonel de Meuron. 17. Note from the pay bookkeeper regarding the wages and Emoluments paid to Major Steltenhoffen. — 18. Authentic copy declaration granted by the Officers of the ship Alblasserdam regarding the cleansing and keeping clean of that vessel. — overleaf 2:

Dutch transcription

bij vervolg van tyd in d' Indien voor des EComp: belangen in 't algemeen ter bescherming en behoud harer verdere Etablissementen heeft toegebragt Hebben de Leeden des Raads als volkomen van de gewigtige gedane diensten van welgem: Deere Generaal de Peinier overtuijgd en niet min daar aan gevoelig zynde met deeze propositie van den heere Gouverneur zig gaarne geconformeerd: En is verstaan, dewijl men daartoe aan dezen uithoek niets anders uitdenken kan dat zyn Edelheid aangenames zoude kunnen zyn, dan om in d' eerste plaatze door deezen deezen aan welgem: Heer Chef des„ quadre Peinier eene openbare blyk van dankbare Erkentenisse te geeven: En wyders daarnevens van wegens de Ed: o: 3: Maatschappij der VerEenigde Neederlanden, aan hoogt denzelven als eene der beste Producten van dit Land geneegentlyk aan te bieden Twaalf halve Aamen Rode en Witte Constan„ tia wijnen; en vier Aamen steen wijn In die hope, dat deeze geringe blyk van de hoog agting des Raads niet onaangenaam weezen, en door den Heere Generaal Ridder Ruplicaat 23 Decemb. 1785. met mentor, Eijken: linde en dordrecht. met alle vier de scheepen. idem „ 2. — Register der Brieven en Papieren, dewelke onder huij¬ „digen datum van hier werden afgezonden aan de Wel Edele Hoog Agtb: Heeren Bewind„ „hebberen, gecommitteerd ter H„ „lustre vergadering van zeeven¬ „thienen, als mede aan d' Edele Heeren Bewindhebberen der resp=re part: Cameren p:r de holl: part: Scheepen Mentor¬ Eijk en Linde, Dordrecht en d'Eensgezindheijd, namentlijk. N:o 1. Origineele missive door den Ede„ „len heer gouverneur Cornelis Jacob van de Graaf en den raad deezer plaatze aan hoog gem: heeren 17=nen geconsigneerd. — _o _o door als even„ gem: geregt aan de Edele Heeren Bewindhebberen der in margine genoteerde part: Kameren. — Z: A: H: Ingenaait. v=te Z: A: p:r dordrecht en d' Eensgezindheijd. cessat: A: „ 4. — p. r Eijkenlinde cessat. Ingenaait Z: A: p:r mentor en Eijkenlinde N:o 3. duplicaat missive onder diversse da tums aan welgem: Heeren Zee¬ „venthienen geconsigneerd p:r de pruijssische en holl:. part: Scheepe les quatres freres en de Vrijheijd, mitsg:s het fransch konings schip l'argonaute, met de daartoe geho „rende bijlagen volgens apart register. ƒ door den Edelen heer gouverneur en Secunde Persoon de heer Pieter Hacker p:r 't opgem: Schip de vrijheijd apart gerigt aan mijn heer d' Eerste advocaat van de ge¬ „nerale O: I: Comp:e m:r Fredrik Willem Boers, waar in gesloten een missive aan de heeren van de secreete Commissie. — „ 5. Copia authentieq berigt nopens d' Expedi„ tie van de scheepen de meerminen 't nieuwtje ter opspeuring der ver¬ „miste retourscheepen des voorl: jaars. v=te A: Z: A Ingenaait met mentor, Eijkenlin„ de en Dordrecht. Z: A: als boven Z: A: _o 8„ Ingenaait „ 9. — _o pedi„ Z: A: N:o 6: Origineele Reekeninge van 't geen ten dienste der alhier in guarnisoen geleegen hebbende hulptroupen, als mede d' Esquader zijner allerchriste¬ „lijkste majestijt Comp:s weegen is verstrekt en uijtgegeeven geworden. „ 7. Copia authenticq rapport van den ge„ „zaghebber Andries Christiaan stuur, als 't Commando gevoerd heb¬ bende op 't schip 't huijs te spijk, no¬ „vens den toestand van dien bodem bij aarivement in de baaij fals. - „ 8. _o _„o scheeps resolutie ge„ „nomen bij d' Overheeden dier kiel op de rijze van hier na Bata¬ via en waarom dezelve genootsaakt zijn geweest wederom ter baabsche rheede binnen te lopen. — 7 _„ Rapport van den Equipagie„ „meester dezes gouvernements en ver„ „der tot de nadere Examinatie van gem: bodem gecommitteerd geweest zijnde zee„ 8 „ 8: en Z: A: met de menstorlijken, Ingenaait met mentor koopm: p:r lijk en linde en dordrecht. koopm: met de mentor. en Eijkenlinde. Jngenaait Z: A. N„o 10. Lijst der vreemde Naties scheepen, dewelke zedert den 30 augs Jongstl: ter dee¬ „linde en dordrecht „zer rheede zijn aangeweest. — „ 11. Origineele korte factuuren van 't ^tot Batavia geladene in de in den hoofde deezer gem: vier Scheepen. — „ 12. Copias d:o factuuren als even gem:, beneevens die van de reeds vertroc¬ „kene scheepen les quatres freres en z: de Vrijheijd, gelijk mede van het nog hier vertoevend sweeds part: schip la bonne resolution. — „13. Origineele Reekeningen van den in en verkoop der slaaven van de Portugeesche en Fransche Scheepen l'Es„ „trella d'afrique en le Selemaque voor d' E Compagnie alhier genego¬ „tieerd. — zeekundigen. — v te Z: Z: R: In de kas. „ 15. — het met mentor Jngenaait. Ingenaait en onder Officieren, mitsg:s gemeene militairen behorende tot 't Leexem¬ „burgs legion als met 't schip Huijsduijnen van hier na Ceijlon zijn overgevaaren. — N:o 14. Monster Rolle van zodanige Opper „ _„ van het alhier quar„ „nisoen houdend regiment de meuron onder ult=o Januarij deezes Jaars. — „ 16. memorie wegens de gagien en appoin„ tementen van den broeder van den Collonel de meuron. „ 17. Notitie van den soldij boekhouder nopens de gagien en Emolumenten aan de major steltenhoffen betaald. - „ 18. Copia authenticq verklaring door d'Overheeden van het schip Alblasserdam nopens het rijnigen en Schoonhouden dier bodem verleend. — v=te 2: troc„ enz:

NL-HaNA_1.04.02_10661_0462 view scan ↗

English

with Dordrecht Cancelled Z: A: Sewn in Cancelled with Eijk en Linde and Dordrecht. H. No 19. Sworn statement of the ordinary Commissioners Kuuhl and Holtzapfel regarding the discovery of the window panes brought here from the Fatherland in the ship 'T Zeepaard. 20. Original petitions of the appointed Landdrost in the new Graaff-Reinet, and the secret scribe Mappa concerning the quality and rank of junior merchants on that ship. 21. Muster roll and list as before, of the ship Eyk en Linde repatriating from here, to which is attached a list of those who are entitled to the extraordinary gratuity for the voyage home, a similar roll having been handed under flying seal to the skipper of the said vessel. Z: A: H: 22. Muster rolls of various ships according to separate register with Mentor, Dordrecht and Eijkenlinde. with Mentor, Eijk en Linde and Dordrecht. Pay accounts from the pay bookkeeper. per Mentor, Dordrecht and Eijkenlinde. Pay accounts per A: H: No: 23. Original accounts of what has been supplied at this place to the private ships Les Quatres Freres, De Vrijheijd, De Geertruijda, Eijk en Linde, Dordrecht, and De Eensgezindheijd. In the Castle of Good Hope, the 2nd of December 1785. Duplicate Fatherland. Per the Dutch private ships Mentor, Eyk en Linde, and Dordrecht. The four aforementioned Dutch private ships lying ready for departure. To the Noble, Right Honorable Lords Directors, commissioned to the Illustrious Assembly of Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber. In Middelburg. Noble, Steadfast, Right Honorable, Most Wise, Prudent, and Very Generous Lords. High-Commanding Lords: The private ships Dordrecht, d'Eensgezindheijd, Eijck en Linde, and the Mentor, hired on the Company's behalf and having arrived here successively from Batavia, we dispatch this with Mentor, Eijk en Linde, and Dordrecht to further their voyage; the first three having awaited here the favorable opportunity of time for the Chamber of Hoorn, and the latter for Zeeland; they now stand ready to sail from here for that purpose. With the Mentor, Dordrecht, and Eijck en Linde, we take the liberty of consigning this humble letter of ours to your Noble Right Honorable, together with the duplicate of our humble advice per the French King's ship l'Argonaute, under date of the 9th of this month sent to your Noble Right Honorable, which said four French ships departed for Europe. A copy of the journal regarding the expedition of the ships De Meermin and 't Nieuwtjen being enclosed herewith. The departure of the said ship l'Argonaute alongside three other ships, likewise King's vessels named Le St. Michel, Le Petit Hannibal, and Le Brillant, under the supreme command of the Lord Chevalier de Peynier, having all departed from here for Europe on the 10th of this month. Having by the same advice brought to your Noble Right Honorable's attention the return of the ship 't Nieuwtje without having learned the least thing of the missing return ships Overduijn, De Harmonie, and Bredenhoff, nor of the provisioning ship Zeeduijn, we now take the liberty to add hereto a copy of the report delivered to us by the officers of the said ship 't Meeuwtje concerning this unfortunately conducted expedition and drawn up by way of a daily journal on the frigate De Meermin. With the ship Alblasserdam, which sailed from here for Batavia on the 25th of the recently passed month of November, we had the honor of receiving your Noble Right Honorable's most venerable letter dated the 6th of May of this year; and since it has pleased the same, before and prior to deciding upon the petitions presented by Ernst Lehman and Pieter Coxee to obtain passage hither, to demand our report and considerations in this regard, we shall, in response to your Noble Right Honorable's revered letter of the 6th of May of this year, while expressing our sensibility of the confidence which your Noble Right Honorable are pleased to place in us, respectfully set down, in dutiful answer thereto: Remarks concerning the craftsmen who come over hither as free burghers from the Fatherland or are granted burgher freedom here. That it has long been experienced that such people, whether discharged from the Company's service here and placed in burgher freedom, or arrived from the Fatherland as free burghers under the pretext of practicing one craft or another for the convenience of the community, very seldom continuously remain bound to the same trades; but, after some time has elapsed following their discharge from the Company's service, they transition to other trades and businesses that require less physical labor and thus yield an easier living; in the course of time, for this trade they subsequently adopt, they demand the very same new craftsmen for their own convenience as they themselves had obtained their burgher freedom for, or came over here from the Fatherland to be. And the reasons why people have become increasingly sparing in freeing Company servants. That this never ends the causes through which the expansion of this colony came to arise; a complete conviction of the detriment residing herein has caused the government here to become increasingly sparing in emancipating the Company's servants to become free burghers, to which they therefore do not proceed except in the utmost necessity; that

Dutch transcription

met dordrecht Cassat Z: A: Ingenaait Cassat met Eijk en Linde en dordrecht. H. No 19. Beeedigde Verklaring van de „dinaire Gecomm:t Kuuhl Holtzapfel ten aanzien der „vinding der glaze ruijten m 't Schip 'T Zeepaard alhier uijt Patria aangebragt. - „ 20. Origineele Requesten van den aangestelden Landdrost in de „lonze graaf Rijnette, w „ke, en den geheijnschrijver mappa om de qualiteijt en„ gie van onderkooplieden ^van een Soolo op die met het sche¬ „ 21. Brandrolle ^ en Lijst als voren, Eykenluide van hier Repatrieerd, waar is gevoegt den Lyk „li gevoegd een lijst der geer die regt hebben tot de extra ordn. douceur voor de t' huijs rhei zijnde een diergelijke rolle aa dien de schipper van neevens gem: bo¬ dem onder cachet volant inha „digt. — Z: A: H: „ 22. Monster rollen van diversse sche met mentor, dordrecht „pen volgens apart register en Eijkenlinde. met mentor, Eijk en Einde en dordrecht. soldijp. van A: Z:4 Z. van den soldij boekhouder. - p:r mentor, dordrect Soldij p:r A: H: en Eijkenlinde. No: 23. Origineele Reekeningen van het geen aan de part: Scheepen les quatres freres, de vrijheijd, de geertruijda, Eijk en linde, dordrecht, en de Eensgezind„ „heijd ter deezer plaatze is verstrekt geworden. — In 't Casteel de goede hoop, den 2: dec: 1785 rak o Eglleven ƒ duplicaat Patria. - P:r de Holl: part: scheepen Menton, Eyk en Linde, en Dordrecht. de vier nevens gem: Hol. landsche part. scheepen tot vertrek gereed leggende. - Aan de wel Edele hoog agtb: Heeren Bewindhebberen, gecommitteerd ter Illustre vergadering van Zeven„ „thienen, repraesenteerende de generale Nederlandsche g'octroijeerde Oost Jndische Comp„e ter praesidiale Camer. Tot Middelburg. - Wel Edele, Erntfeste, Hoog achtb: Hoog wijsen Voorzienige en zeer genereuse Heeren. Hoog Gebiedende Heeren: De van Batavia Successi= „velijk alhier gearriveerde 's Comp=s wegen ingehuurde Part: Scheepen Dordrecht, d' Eensgezindheijd, Eijck en Linde en de Mentor, ter laten wij deesen met Menton Eijk en Linde: en Dordrecht afgaan. ter vervordering hunner Reijze, ^ eerste de drie voor de kamer Hoorn en de laatste voor Zeeland de bequame Tijds geleegentheijd al „hier afgewagt hebbende; staan dezelve thans gereed ten dien Eijnde van hier afte zeijlen. — Met de Mentor, Dordrech en Eijck en Linde, nemen wij de Vrijheid aan uwe Wel Edelen hoog Achtb:r deeze onse onder„ „danige te Consigneeren, nevens de weergade van ons nedrig advijs p r het fransch Konings „schip l' Argonaute, sub dato 9=e deeser aan Uwe welEdele hoog gem: vier franssche scheepen naar Europa. Synde Copia van 't Jour= „naal nopens d' Expeditie en't Nieuwtjen hier nevens gevoegd. hoog agtb: afgegaan, welk vertrek der bezyden Schip l' Argonaute nevens drie andere meede 's Konings Scheepen genaamd le S:t Michel, le Petit Hannibal en le Brillant onder het opperbevel van den Heere Ridder de Peijnier gelijkelijk op den 10=e dezer van hier na Europa zijn vertrokken.— Bij hetzelve advijs Uwe der scheepen de Heermin wel Edele hoog Agtb: ter kennisse gebragt hebbende, de te rug komst van 't Schip T Neeuwtje, zonder in't minste iets „ iets van de vermiste Retour „scheepen, Overduijn, de Harmon en Bredenhoff, nog ook van het provisie Schip Zeeduijn vernomen te hebben, nemen wij de Vrijheijd thans deezen bij te voegen, Copia van het berig„ door d' overheeden van hetzelven Schip 't Meeuwtje aangaande deese ongelukkig: geslaagde expeditie aan ons overgegeven en bij wijze van dag verhaal op het Fregat de Heermin geformeerd. Met het in dato 25„e der Iongst Rescriptie op uwer wel- Edele hoog Agtb: gevene„ reerde letteren, van den 6 Maij deeses Iaars. Iongst gepasseerde Maand No„ „vember van hier naar Batavia afgezeyld schip alblasserdam, hebben wij ons ter eere mogen ontfangen, uwer wel Edele Hoog Agtb: zeer gevenereerde letteren van dato 6:e Maij deeses Iaars: en daar het hoogst dezelve gelieft heeft voor en aleer te disponeeren op de requesten door Ernst Lehman en Pieter Coxee, ter obtenu van transport hier heen gepraesenteerd, des„ wegens te vorderen ons berigt en Consideratien, sullen wij onder Remarques betreffende d'ambagtslieden die als vrijburgers uijt het Patria herwaards overkomen off alhier in vrijdom wer„ „den gesteld. onder betuijging van Sensibel te zijn aangedaan, over het vertrouwen het welk uwe wel= Edele Hoog agtb: s in ons wel willen stellen, ter pligtschul= „dige beantwoordinge daaraan, eerbiedig ter neder stellen. Dat seedert lange onder„ vonden is, hoe zodanige lieden, het zij alhier uit 's Comp: dienst ontslagen en in burger vrijdom gesteld, of uit het Patria als Vryburgers overgekomen, onder voorgeven van het een of ander ambagt ten gerieve der gemeente te zullen exerceeren, zeer Zelden zelden bij aanhoudendheijd zig aan deselve handteeringen blijven verbonden houden, maar naar een wijle Tijds uit 's Comp: dienst ontslagen te zijn geweest, overgaande tot andere neeringen en hand- „teeringen die minder Lighaams arbeyd vorderen, en dus een gemaklijker bestaan uitleveren, in het vervolg tot dit hun naderhand aanvaard beroep, even die zelfde nieuwe ambagts. „lieden ten hunnen gerieve verEijsschen, als waartoe zij zelve hun burger Vrijdom erlangd en d'oorzaaken waaromme men hoe langer hoe spaar„ „samer is geworden int „naren. erlangd hebben, of uit het Patri hier overgekomen zijn. - Dat dit de oorzaken nim„ vrijgeven van Comp=s die. „ mer doende Eijndigen, waar door de uitbreijding deeser Po= „lonie is komen te ontstaan, eene volkomene overtuijging van het nadeel hier in resi= „deerende, de Regeering alhier dan ook hoe langer hoe spaar„ „zamer heeft doen worden, in het emancipeeren van 'S Comp:s Dienaren, tot Vrijbur- „gers, waar toe men dierhalven buiten de uitterste noodza„ „kelijkheid niet komt overte gaan, Dat

NL-HaNA_1.04.02_10661_0473 view scan ↗

English

with a respectful request to Your Honorable High Mightinesses not to consent to the passage of such free burghers. That, as we can inform Your Honorable High Mightinesses with certainty, among the citizenry there is no lack of persons of the trade and the function for the exercise of which the aforesaid petitioners pretend to want to establish themselves here, we must respectfully request Your Honorable High Mightinesses to please take into consideration how, by granting the request of the same persons, a great deal of footing and cause would be given to those of the Company's craftsmen, commoners, or military men who, although inclined to remain here, would yet prefer the burgher state rather than the service of the Honorable Company, in order to, when they cannot obtain such, after expiration of the bound term, against all efforts and means that are suited to their continuation in the service, demand their discharge to Europe, in order to come to trouble Your Honorable High Mightinesses with incessant requests of that nature. And which reasons are here before. And whereto we must still add that it has been observed repeatedly how people who have come over to these places with permission from Your Honorable High Mightinesses want to have themselves distinguished from those who obtain burghership here from the Company's service; as with respect to the latter, upon the dispatching of their free-papers, the power and that capacity has expressly been reserved to the Government from of old, to take them into service again at all times when needed or if their conduct should not be proper, for the old rank and pay, and to send them from here, with the submission of the same furthermore to all such edicts as have already been drafted on the matter of the Free burghers or might yet be determined in the future. Transmitting accounts of what has been delivered and spent here successively to the French Squadrons and auxiliary troops during the last war. To elucidate and in dutiful response to that which was required by Your Honorable High Mightinesses in your respected letter dated 27 November 1784, having had drawn up an account of what from time to time has been furnished to the auxiliary troops of His Most Christian Majesty from the Company's warehouses and treasury at this place, as well as an account of what Mr. Perchiron, as His Majesty's Commissioner for the service of the French Squadrons here, has enjoyed from the warehouses, and Further report concerning the return of the ship 't Huijs te Spijk. finally also an extract from the invoice of the artillery supplies and effects which were brought hither from Mauritius in the year 1781 by the ship Catwijk aan Rhijn, we take the liberty to have the same annexed to this. The return of the ship 't Huijs te Spijk to this Cape roadstead having been advised in detail to Your Honorable High Mightinesses by our respectful letter of 6 September past by the Dutch private ship de Vrijheijd, And the report made by the officers regarding its poor condition. we shall take the liberty to report to Your Honorable High Mightinesses concerning that vessel further as in duty bound: That since it had become apparent from the resolution taken by the ship's council of the said ship 't Huijs te Spijk that they, having discovered a few days after their departure from False Bay the condition of the ship to be dangerous to such an extent, through the defects that manifested themselves on the same at that time, Which being entirely contrary to the previous reports concerning the same. that it was feared the ship would break apart during an upcoming storm, they, the officers, had consequently found themselves compelled, in order not to get beyond the opportunity of reaching one of the Company's ports, to have to decide to return hither: And that such a condition of the aforesaid ship 't Huijs te Spijk proved to be contrary to the previous reports and information received concerning the same, and upon which the destination Consequently, commissioners were newly appointed for the further examination of that ship. of that vessel with the cargo on board to Batavia had come to follow, and as in particular the report of the commander Christiaan Stuur, as having commanded the said ship 't Huijs te Spijk from here to False Bay, also entails that that ship had held up very well during the voyage. We therefore expressly commissioned the Master of Equipage Sustinus van Gennip, alongside the Captains Jan Biereveld and Christiaan van Veerden, as well as the Commander of the hooker Catwijk aan Rhijn, Daniel Haas, in order to, assisted by the Master of the Shipwrights of the Company's yard here and the chief carpenter of the said hooker Catwijk aan Rhijn, further examine and investigate the aforesaid ship 't Huijs te Spijk most accurately: 1. Whether on that vessel were truly found the defects appearing in the resolution of the ship's officers. 2. Whether the same defects were so vehement and thus of such a nature that the reported disaster was feared with reason, and the assembled officers had thus been in the necessity to take the decision to return hither with that vessel. 3. The causes by which the same defects would have arisen so suddenly, and 4. Whether, the same being present, there were no means of repair in the

Dutch transcription

met Eerbiedig versoek aan uwe wel Edele hoog agtb. om d'overkomste van dier gelijke vrijluijden niet in te willigen. Dat gelijk wij uwe wel Edele Hoog agtb. met zeekerheijd kunnen berigten, onder de burgerije geen gebrek heerscht aan personen van het am= „bacht en de functie tot welkers tten Exercitie de voorsz: supp=t Voorwenden zig alhier te willen etablisseeren, wij uwe welEdele Hoog Agtb: Eerbiedig moeten verzoeken, daarbij in aanmer„ „kinge te willen nemen, hoe door het inwilligen van het versoek derzelve personen, zeer veel voet en aanleijding zoude werden gegeven, aan de de zodanige van 's Comp:s ambag„ „lieden, gemeenen off Militairen, die Schoon genegen alhier te ver= „blijven; dog daartoe liever den burgerstaat als den dienst der E: Comp=e verkiesen, om, wanneer zulx niet verkrijgen kunnen, na expiratie van den verbonden tijd, tegen alle pogingen en mid „delen, die tot derselver Continua „tie in den dienst zijn geschikt, derselver verlossing naar Europa te vragen, ten einde Uwe WelEdele Hoog Agtb: met onophoudelijke„ verzoeken van dien aard te komen vermoeijelijken. — vret En welke Reedenen hier voor zijn- En waar bij nog moeten voegen te meermalen te zijn bespeurd, hoe lieden die met permissie van Uwe wel Edele Hoog agtb: na deese plaatsen overgekomen zijn, zig willen gedistingueerd hebben, van dezulke die alhier uit 's Comp=s dienst het burgerschap ver„ „krijgen; als ten opzigte van welke laatste, bij het expe„ „dieeren van derzelver vrij= „brieven al van ouds aan de Regeering wel expresselijk werd gereserveerd, die magt hun en dat vermogen, omme ten allen Overgaande Reecq:en van het geene geduurende den laatsten oor„ „log successive aan de fransen Esquaders en hulptroepen alhier ^ is verstrekt in uit„ gegeven geworden. - allen tijde wanneer benodigt of derselver gedrag niet beta„ „mentlijk weesen mogt, wederom voor de oude qualiteit en gagie 10 in dienst te nemen, en van hier te verzenden, met Submissie van deselve wijders aan alle zodanige placcaten als 'er nog op het stuk der Vrijlieden reed zijn beraamd ofte in het vervolg nog mogten werden vastgesteld. — Ter Elucidatie in schuldigen beantwoordinge van het geene door Uwe wel Edele Hoog Agtb: bij bij derselver geEerbiedigde Let„ „teren de dato 27=e November 1784. is gerequireerd geworden, hebbende doen formeeren, een Reekening van het geene van tijd tot tijd aan de hulptroepen van zijn aller Christelijkste Majesteit, uit 's Comp:s Maga- „zijnen en Cassa, aan deese plaatse is verstrekt geworden, als meede een reecq: van het geene de Heer Perchiron als zijn Majesteits Commis¬ „saris ten dienste der franschen Esquaders alhier uit de Pak= „huijsen heeft genoten, en Eijnde¬ nader berigt betreffende de terug komst van het schip 't huijs te spijk. — Eijndelijk meede een Extract uit de factuur van de Arthillerie behoeftens en Effecten welke in den Iaare 1781. p:r het schip Catwijk aan Rhijn, van Mau= „ritius herwaards zijn aangebrag neman wij de Vrijheijd dezelve deesen te doen adjingeeren De te rugkomst van 't Schip 't Huijs te Spijk, ter deeser Caab¬ „sche rheede bij onse Eerbiedige Letteren van den 6: September pass=to p=r het Holl=o part: schip de Vrijheijd, aan Uwe wel Edele Hoog agtb: indaloba gead= en het Rapport door d' over„ heeden gedaan, nopens dies slegten toestand. - geadviseerd zijnde, sullen wij de Vrijheijd nemen uwe wel= Edele Hoog Agtb: betreffende dien bodem na verschuldigd- heijd nader te berigten: dat nadien uit de Rese= „lutie bij de scheepsraad van het ged: Schip 't Huijs te spijk genomen, was komen te blijken, dat zijl. weijnige dagen na hun vertrek uit de baaij fals, hebbende ont„ „waard, den toestand van het schip door de gebreeken die zig als toen aan hetzelve openbaarde, dermaten ge„ vaarlijk het welk ten eenemaal strijdig weesende met de vorige berigten dien aan= „gaande. - „vaarlijk te weesen, dat men dugte het schip bij een opkomend storm zoude van een breeken, zij overheden derhalven zig ge= „noodzaakt hadden gevonden, om niet buiten de geleegendheijd te geraken van een der Comp:e havens te bezeijlen, te moeten besluijten herwaards te rug ten keeren: En dat een dusdanigen toe= „stand van het Voorm: schip 'T Huijs te Spijk; strijdig quam te weesen met de vorige rapporten een berigt aangaande hetselve ingekomen, en waar op de des= „tinatie sijn derhalven op nieuws gecommitt=s gesteld ter naderen Examinatie van dat schip. — „tinatie van dien bodem met d' inhebbende lading naar Batavia was komen te volgen, en gelijk in't bijzonder het rapport van den gezaghebber Christiaan Stuur, als op het ged: Schip 't Huijs te spijk van hier naar de baaij fals het Commando hebbende ge „voerd, komt meede te brengen, dat dat schip geduurende de Reijze zig zeer wel had= „de gehouden. — Wij dierhalven den Equi= „pagiemeester Sustinus van Gennip, nevens de Capitains Jan Jan Biereveld en Christiaan vanveerden, mitsg=rs den Ge= zaghebber van den Hoeker Catuijs aan Rhijn Daniel Haas expresselijk hebben gecommit„ teerd, omme geadsisteerd met den Baas der Scheepstimmer= „lieden van 's Comp:s werff al„ „hier en den oppertimmerman van gem: hoeker Catwijk aan Rhijn, het voorm: Schip 'T Huijs te spijk nader op het nauwkeurigst t'Examineeren en nategaan: 1. Off aan dien bodem waarlijk bevonden wierden de gebreeken bij bij de Resolutie der scheeps„ overheeden voorkomende. - 2. off deselve gebreeken waren zo „vehement en dus van dien aard, daar dat ^ door met grond het opgegeven onheijl gedugd, en de gesament= „lijke officieren dus in de nood= „zakelijkheid waren geweest, tot het nemen van het besluijt om met dien bodem herwaards te rug te keeren. — 3. de oorzaken waar door deselve gebreeken, zo subitelijk zoude weezen ontstaan, en 4 off dezelve daar zynde geene middelen van reparatie waren in't

NL-HaNA_1.04.02_10661_0484 view scan ↗

English

what was reported by that committee, to put into effect, in order to let that ship with the cargo on board safely resume its voyage, or how otherwise it would serve the greatest benefit of the Honorable Company to deal with the same. And the same commissioners, after having conducted an inspection of that vessel, reported: That regarding the first point, from the friction on the beams both forward and aft of the mainmast, but indeed principally in the forepart of the ship, it has appeared that the same, and especially those which were newly installed on Mauritius during the refitting, must have worked in and out very severely with the motion of the ship, since most of the knees and futtocks throughout the entire hold have separated by a considerable distance, and in most of them the bolts have worked loose. That furthermore the ship has broken at the chest-trees and further aft up to the gangway, and the wales have already separated from one another, spread out, cracked, or split in more than one place. From all of which it appeared most clearly that in the report or the Ship's Resolution of the officers of the aforementioned ship 'T Huijs te Spijk, the condition and the defects of that ship were not exaggerated, as the principal of these were not even known to them at that time. That regarding the second point, the aforesaid defects were of such a nature that the ship, if it—as often happens when rounding the South—had been overtaken by a heavy storm accompanied by high seas, would likely have been in great peril, and it was much to be feared that the ship would have had to burst apart and subsequently sink; whereby the officers were forced, for the preservation of ship and souls, to seek the nearest suitable harbor to escape the aforesaid threatened disaster. That regarding the third point, similar defects usually reveal themselves very suddenly at a stroke in old, worn-out, and weak ships like the Huijs te Spijk, especially when overtaken by heavy or high seas; to which must be added that the upper part of that ship, through the refitting done to it at Mauritius, was noticeably stiffened, and the lower part, since nothing was to be detected on it, remained in its former state, so that it appeared that these two parts, now with the violent motion made by the ship, wanted to separate from each other, because the bolts driven through the knees, shedding rust due to water leakage, had thus gained play; which defect, not having shown itself before the ship came into violent motion, notoriously would have been increased and aggravated daily in proportion to those more violent movements. All of which could not well have been checked and observed during previous inspections made of the aforementioned ship 'T Huijs te Spijk, yet was always to be feared upon encountering bad weather and high seas. That the specified defects of the repeatedly mentioned ship 't Huijs te spijk could not only by no means be repaired under this Government in such a way that the ship could resume its voyage with safety, but that the commissioners dared to add to this with all certainty that the same could no longer be refitted either in the Indies or in Europe. And since from the aforesaid report the irreparable condition of the repeatedly mentioned ship 'T Huijs te spijk has become evident, we have therefore had to decide to lay up that vessel here and have it broken up, as well as to employ the wood that is still usable for various necessities both on the batteries and elsewhere for the benefit of the Honorable Company, and the unusable wood for firewood for the equipage yard and the Company's boats. Consequently, the wines and other goods that were shipped in the said vessel for Batavia were unloaded from it again and subsequently forwarded to the said Indian capital per the ship de Geregtigheijd. While we take the liberty with respect to the repeatedly cited vessel 'T Huijs te Spijk to refer respectfully to the reports of skipper Christiaan van Veerden and further officers, as well as of the Master of Equipage and commissioned seamen, alongside our humble letter of the 9th of April of this year, dispatched to Your Right Honorable and Worshipful, to which we now further add a copy of the abovementioned report of Commander Christiaan Stuuk, as well as the resolution of the Ship's Council of the said ship 'T Huijs te Spijk, and the latest report of the Master of Equipage 1781 and the seamen commissioned alongside him, to which documents we likewise most respectfully refer. The demise of the merchant and Secretary Oloff Martini Berg and the actual appointment of the undersigned member of our assembly, Oloff Godlieb de wet, as Secretary and Vendue Master, were already advised to Your Right Honorable and Worshipful in our aforementioned respectful letter of the 9th of this month.

Dutch transcription

wat door die Commissie is gerapporteerd. - in 't werk te Stellen, ten eijnde dat schip met d' inhebbende lading weder gerustelijk de reijze te doen hervatten, dan wel hoedanig andersints, ten meesten nutten der EComp=e met hetzelve zouden dienen te werden gehandeld. En hebben deselve gecommit„ „teerdens na gedaan onderzoek van dien bodem gerapporteerd: Dat betreffende het eerste poinct uit de wrijving op de balk„ zo voor als agter de groote mast dog wel voornamentlijk in't voorschip is gebleken, dat deselve en wel principaal die, welke op op Mauritius bij de Vertim= „mering nieuw zijn opgelegd met de beweeging van het schip zeer sterk hebben moeten in en uit schieten, nadien de meeste knien en oplangers door het geheele ruijm, een„ aanmerkelijke distantie af„ geweeken, en in de meeste der„ selve de bouten los geraakt zijn. — Dat wyders het Schip bij de halsklampen en verders naar agteren, tot de valreep toe gebroken, en de berkhouten reeds meer dan op een plaats over over en weder van elkanderen geweeken, uitgezet, gesprongen off gescheurd zijn Uit welk een en ander ten klaarsten bleek, dat in het be= „rigt of de Scheep Resolutie der Overheden van het opgem: Schip 'T Huijs te Spijk, de gesteldheijd en de defecten van dat schip daarbij niet zijn beswaard, alzo de principaalse van dien, hun als toen nog niet eens zijn bekend geweest. - Dat belangende het tweede poinct, de voorsz: defecten wa„ „ren van dien aard, dat het Schip schip; wanneer hetzelve, zo als zulx dikwils bij 't passeeren van de Zuijd komt te geschieden, door een swaare Storm, ver= „zeld van hooge zeën was belopen geworden, waarschijnen „lijk in groot pericul zoude zijn geraakt, en het zeer te vreesen waar geweest, dat het schip zoude hebben moeten van een bersten, en vervolgens Dinken; waar door d' over= „heeden genooddwongen zijn geworden, om tot behoud van Schip en Zielen, de eerste haven de beste te moeten opzoeken opzoeken, om het Voordza gedreygd onheijl te ontgaan. - Dat het derde poinct ra= „kende zoortgelijke gebreeken, zig gewoonlijk zeer Subiet met den slag komen te ontdekken, aan oude afgevaarene en swakke Scheepen gelijk het Huijs te Spijk, voornamentlyk wanneer door sterke off hooge zeen werden Overvallen, waar bij nog komt, dat het bovenste gedeelte van dat Schip, door de Vertimme ring daaraan te Mauriliu gedaan, merkelijk gestijfd ge„ „worden, en het onderste deel, vermits Vermits aan hetselve niets is te ontwaren geweest in haar vorige staat gebleeven zynde, het scheen dat die twee gedeel= „tens, als nu by de sterke be„ „weeging die het Schip heeft gemaakt, zig van elkanderen hebben willen Separeeren, om dat de bouten, die door de knien geslagen zijn, door de inwatering roest afgevende, dus ruijmte hadden verkregen; hi welk defect zig niet ontdekt hebbende voor dat het schip in sterke beweeging is geraakt, dus notoir na mate van die gewel= geweldigere mouvementen ook „dagelijks zouden weesen vermee „dert en verergerd Al het welk bij vorige gedane Vesetatie van't voorm Schip 'T Huijs te Spijk niet wel hebbende kunnen werden nagegaan en bespeurd, egter bij ontmoeting van slegt weer en hooge zien, altoos was te dugten geweest. dat op gegeevene gebreeken aan het meerm: Schip 't Huijs te spijk niet alleen met geen mogelijkheijd aan dit Gouver„ „nement zodanig konden werden gere. synde hier op het meerm: schip 't Huijs te Spijk, mits dies irreparablen toestand ver slopinge afgelegd. gerepareerd, dat dat Schip zijne rheijze met gerustheyd zoude kunnen hervatten; maar dat zij gecommitteerdens met alle zeekerheijd hier bij nog durfde voegen, dat hetzelve zo in Indien als Europa niet meer konde werden ver„ „timmerd. En vermits uit het voorsz berigt is komen te blijken, den irreparabelen toestand van het meergem: schip T Huijs te spijk hebben wij dierhalven moeten besluijten dien bodem alhier afteleggen enten en de daarin voor Batavia afgescheept geweest zijnde goederen, met schip de voortgezonden. en te doen Sloopen, mitsgaders het nog bequaam houtwerk t'En „ploijeeren tot eenige noodwendig „heden zo op de Batterijen als elders ten nutte der EComp:e en het onbruijkbare tot brandhout voor d' Equipagie werff en 's Land Boots. zijnde dierhalven de in het geregtigheid na derwaards gem: schip voor Batavia afge= „laden geweest zijnde wijnen en andere goederen, wederom uit hetzelve ontlost en nader „hand p=r het schip de Geregtig„ „heijd naar ged: Indiase Hoofd= plaatse voortgesonden geworden. Terwijl ons Eerbiedig refereerende tot de reeds bevorens over= „gesondene berigten, betref„ „fende het voorm: Schip T Huijs te spijk. zyn thans bij deesen nog gevoegd het laatste berigt. der Gecommitt„ e: Terwijl wij de Vrijheid nemen ten opzigte van meergeciteerde Bodem 'T Huijs te Spijk ons eerbiedig te refereeren tot de berigten van den schipper Christiaan van Veerden en verdere officieren, mitsg=rs van den Equipagiemeester en ge= „committ. s Zeelieden, nevens onser onderdanige Letteren van den 9e April deeses Jaars, aan Uwe wel Edele Hoog agtb: afgegaan, waar bij thans nog voegen Copia van het bovengem: rapport, van den Gezaghebber Christiaan Stuuk als mede het besluijt van aanstelling van den soldij boekhouder van Echten tot Pakhuijsmees= „ter. — van den Scheepsraad van't ged=e Schip 'T Huijs te Spijk, en het Laad „ste berigt van den Equipagiemeest 1781 1 en nevens hem gecommitteerd zijnde Zeelieden aan welke papieren ons insgelijks Eerbiedigst refereeren. - Het overlijden van den Coopsman en Secretaris Oloff Martini Berg en d' Effective aanstellinge van het ondergeteek= Lid onser Ver„ „gadering Oloff Godlieb de wet, als Secretaris en VenduMeester, bij onse voorm: Eerbiedige Lettere van 9 deeser Maand reeds aan Uwer wel Edele hoog Agtb: gead„ „viseerd

NL-HaNA_1.04.02_10661_0495 view scan ↗

English

...having been advised, through which appointment the office of Warehouse Master has fallen vacant; subject to the esteemed further approval of Your Right Honourable, we have once again appointed as Warehouse Master the Junior Merchant and Pay Bookkeeper Salomon van Echten, in whose place has stepped forward again as Pay Bookkeeper and Curator ad Lites, the pay transfer clerk Clement Matthiessen, and in the place of the same Matthiessen as pay transfer clerk, the Bookkeeper and Confidential Secretary Johannes Fredrik Kirsten, and furthermore, promoted as Confidential Secretary to the undersigned Governor, the Assistant Carel Mappa. Notification of the reasons why it had to be resolved to keep the sick military personnel from the garrison here separated from the other invalids in future. And for what reasons a Surgeon-Major alongside two Surgeons have also been appointed to the said garrison. By the Colonel and head of the Honourable Company's Militia here, Robert Jacob Gordon, having made known in our Meeting of 26 August past: how the Military personnel of this Garrison, when afflicted by Illness and thus transferred to the Hospital for cure, also mostly became infected, through identical placement, nursing, and treatment, among and with those arriving from the Ships, with epidemic Diseases which such Sailors brought to the hospital, whereby many of them, for whom otherwise no or little danger was to be feared from their original ailments, were fatally afflicted and snatched to the grave; for which reason deeming it very necessary that, in order to prevent such a detrimental contagion, proper arrangements be made, and whereupon he, Colonel Gordon, accordingly requested that regard be taken by us; so have we, after consideration of the said proposal, resolved in future to have all the sick from this Garrison separated from those who are brought in by the ships: Yet, since this Separation could not take place without causing great hindrance to the treatment of the sick from the ships, if those same Surgeons were also to be required to attend to the separated patients of the garrison, besides that also at least two Surgeons were most urgently required for the Respective military garrisons in the widely situated Eastern bays; so have we to that end, subject to the favourable approval of Your Right Honourable, engaged and appointed in service as Surgeon-Major the doctor of medicine Hendrik Le Sueur, at the salary of f 60 per month, as well as added to him, for the same garrison and thus under the department of the said Surgeon-Major, to assist with the Military garrisons, two under-surgeons. Continuation of what was already previously advised concerning the appointment of a Landdrost in the Camdeboo district. What difficulties presented themselves in finding a capable person for that post. Yet for which Citizen Woeke was finally appointed. We had the honour in our humble letter of 6 September of this Year to bring into detailed view of Your Right Honourable the urgent necessity to establish a Magistracy in the Camdeboo, and how for that reason we had also taken the resolution to proceed thereto at the first opportunity that a capable Person should present himself for the office of Landdrost. The circumspection that had to be exercised in determining the choice of a person as Landdrost there on the one hand, and on the other hand the difficulties that arose in disposing a Person possessing the required qualities for such a post to take up his residence in so distant a place, were obstacles that were foreseen and also indeed arose to prevent earlier compliance with that resolution. Yet, happily, at a time when daily complaints were coming in regarding the irregularities which in the aforementioned distant Regions were increasing hand over fist, as well as regarding the no longer tolerable violence and nuisance of the Bushmen Hottentots, on the proposal of the undersigned Governor at the Meeting of the 13th of this month, the Citizen Maurits Herman Otto Woeke was appointed, subject to the esteemed approval of Your Right Honourable, with the salary of f 30 and the rank of junior merchant, as a Person not only deemed capable of the exercise of that office there, but also, for which purpose, a request had been made by the aforesaid Inhabitants themselves in the Year 1783. The further arrangements concerning the newly established magistracy having remained suspended for the present. And since no other or better choice was at hand, and said Woeke felt burdened to leave his prosperity in the village of Stellenbosch and to depart with a large family in order to take up his residence in that distant place without having any prospect that his livelihood would be improved thereby, the arrangements concerning this and the apparatus required for the said Magistracy have remained suspended until such time as said Woeke, who has been ordered to proceed thither as soon as possible...

Dutch transcription

„ger matthiessen tot soldij: boekhouder. — „viseerd zijnde, mits welke aanstellinge de bedieninge van Pakhuijsmeester is komen open¬ „tevallen; hebben wij op de g'Eerde nadere approbatie uwer wel Edele hoog Agtb: wederom tot Pak„ huijsmeester aangesteld den onderCoopman en Soldij boek„ en van den soldij overdran, houder Salomon van Echten in wiens plaatse weederom als Soldij boekhouder en Curator ad Lites opgetreeden zijnde, den soldij overdrager Clement Matthiessen, en in Steede van denselven Matthiessen tot soldij overdrager den Boek„ „houder „ „dij overdrager en een geheijmschrijver bij den kenmiszeevingen waaromme heeft moeten werden beslon„ „ten de Zieke militairen uit het guarnisoen alhier voortaan van d'ander te houden. mitsg:s van een andersole, houder en Geheijmschrijver Ioh=s ondergeteek Gouverneur - Fredrik Kirsten, is wijders als geheijmschrijver bij den ondergesteek Gouverneur bevorderd, den adsistent Carel Mappa. - Door den Collonel en hoofd Harn E Comps Militie alhier, Robbert impotenten gesepareerd Iacob Gordon, in onse Vergade„ „ringe van den 26 august=s pass=o te kennen zynde gegeven: hoe de Militairen van dit Guarnisoen, wanneer door Ziekte aangetast en dus na 't Hospitaal ter genezinge overgebragt wierden, ook meestendeels door eene gelijke gelijke plaatsing, oppassing en behandeling, onder en met de geene, die van de Scheepen aan„ „komen, besmet raakten, met Exemidique Ziektens, die zodanige Schepelingen ten hospitale aanbragten, waar door veele van hun, voor dewelke andersints geen of wijnig gevaar uit derselver oorspronkelijke krankheden te vreesen was, dodelijk aangetast en ten grave gerukt wierden, het uit dien hoofde zeer noodza„ „kelijk agtende, dat ter Verhoe„ „ding van Sodanig eene nadelige besmet en om welke reedenen ook een Chirurgijn, Major nevens twee Chirurgijns bij het ged, guarnisoer zyn aangesteld. besmetting, gepaste Schikking wierd gemaakt, en waar op hij Collonel Gordon oversulks verzogt dat by ons reguard, mogt werden genomen; soo hebben wij na overweging van het ged. voor= „stel besloten alle de zieken uit dit Guarnisoen, voortaan te doen separeeren van de geene die met de scheepen werden aangebragt: dan, vermits deese Separa¬ tie niet konde plaats grijpen, zonder groot hinder toete brengen aan de behandelingen der zieken van de scheepen, wanneer die zelfde Chirurgijns ook gehouden zouden zouden weesen, de afgezonderde patienten van het guarnisoen ter bedienen, behalven dat ock tot de Respective militaire bezettingen, in de wijd afgele„ „gene Oostelijke baaijen aller- „noodzakelijkst ten minsten twee Chirurgijns wierden ver„ „Eijscht; zo hebben wij ten dien n fine onder gunstige goedkeu„ „ring Uwer wel Edele hoog Agtb: als Chirurgyn Major in dienst genomen en aange= ind „steld, den madicina doctor Hendrik Le Sueux, met de gagie van ƒ 60 's maands, mitsgs vervolg van het reeds voorafgeadviseerde be„ „streffende het aanstellen van een Landdrost n het Camdebos district. - mitsg=rs bij hetzelve guarnisoen, en dus onder het departement van ged: Chirurgijn Major, om bij de Militaire bezettingen t'adsisteeren, aan denselven nog twee onder Chirurgijns toegevoegd. Wij hadden d' eer by onsen onderdanige van den 6 Septembr deeses Iaars gedetailleerd; in= „der het oog van Uwe welEdele hoog Agtb„ te brengen, de drin„ „gende noodzakelijkheijd om in het Camdelo eene Magistrateure op te regten, en hoe wij uit hoof= de van dien ook het besluyt geno„ welke swarigheden, zig hebben opgedaan, tot het vinden van een beqaam subject tot dien post. - genomen hadden, om bij eerste geleegendheijd dat zig tot het ampt van Landdrost een bekwaam Sujet voor doen zoude daartoe over te gaan. - De omzigtigheijd die ge„ „bruijkt moest worden, om zig in de verkiesing van een per„ „soon tot Landdross aldaar, te bepalen, aan d'eene en aan„ de andere kant, de swarigheden die zig hebben voorgedaan, om een Siyet, de verEijschten hoedanigheeden tot sulk een post bezittende, te disponeeren, in een zo verafgelegen oord zijn 4 dog waartoe eyndelijk den burger woeke is aange= „steld. zijn verblijff te gaan nemen, zyn hindernissen geweest, die men ter gemoed heeft gesien, en ook in der daad opgekomen sijn, om vroeger aan dat besluijt te vol= „doen. dog deselve gelukkig in een tijd dat dagelijks klagten inkwamen over de ongereegeldheden die in de gem: verafgeleegene Contrijen, hand over hand toe= „namen, zo wel als over het langer ondraaglijk geweld en den overlast des Bosjesmans Hottentotten, is op Voordragt van den ondergeteekende Gou„ „verneur ter Vergaderinge van den den 13„ deezer den Burger Maurits Herman Olto Woeke als een Persoon, niet alleen. tot de Exercitie van dat ampt aldaar bekwaam geoor„ ^om welk „deeld werdende, maar ook ten dien Eijnde, door de voorsz Ingezeetenen zelve in den Jaare 1783. was versoek gedaan, zodanig ter g' Eerde als approbatie van Uwe WelEdele hoog agtb: aangesteld geworden, met de gagie van ƒ 30 en den rang van ondercoopman. — En vermits geene andere of betere keuse voor handen was synde de verdere Schik„ „kingen betreffende de nieuw opgeregte magis„ „trature, voor als nog opgeschort gebleven. was, en gem: woeke zig beswaard vond, om zijn welvaren in het dorp Stellenbosch te verlaten, en met een talrijke familie op te breeken, ten einde en dat verafgeleegene oord zyn verblijf te gaan nemen, zonder eenig vooruitzigt te hebben dat zijn bestaan daar door zoude werden Verbeterd, is ten belange van 9 dien, en den omslag tot de gem Magistrature verEijscht werdende, de Schikkingen opgeschort ge= „bleeven ter tijd toe, dat gem: woeke die gelast is geworden zig ten Spoedigsten derwaards te

NL-HaNA_1.04.02_10661_0505 view scan ↗

English

And given to the same the name of Graaffe rijnet. to proceed, returning from there, and having made a report concerning his findings as well as what shall be necessary for him; while also this Colony established in the distant fields, as it is herewith separated from Drakenstein and Swellendam under which it had sorted, will have to be more closely demarcated in its District; and we, under your Right Honorable High Mightinesses' favorable interpretation, have given the same Colony, in distinction from the others, the Name of Graaffe Rijnet. Enclosed Request of the aforementioned Landdrost Woeke and the Secretary Mappa, for obtaining the status and salary of Junior Merchant. And since by the said Landdrost Woeke as well as the aforementioned appointed Secretary Mappa, a request has been made to us to be allowed to present the aforementioned Request to your Right Honorable High Mightinesses, whereby they most humbly request, through the favor and goodness of your Right Honorable High Mightinesses, following the example of their predecessors, to be allowed to obtain the status and salaries as Junior Merchant, Granted permission to the Junior Merchant van Oudshoorn to depart for the Netherlands with the ship Dordrecht. we have not only granted such to the aforementioned Woeke and Mappa, but take moreover the liberty to most respectfully request your Right Honorable High Mightinesses that it may please the same to cast a favorable regard upon the said Request. By the Junior Merchant and former shopkeeper Barend Hendrik van Reede van Oudshoorn, who according to the note in our respectful letter dated August 23rd last has been discharged from said office, request now having been made to us by petition to be allowed to repatriate with the ship Dordrecht together with his wife and little son, and that in view of the uncertainty whether and when there would be an opportunity for this with the Company's own ships, this permission might be granted to him while retaining status and salary, The short invoices of the cargoes of the adjacent mentioned private ships being attached hereto. so we have taken the liberty to grant this to the aforementioned van Oudshoorn, in the hope that your Right Honorable High Mightinesses will not interpret this ill. We further have the honor to forward enclosed herewith to your Right Honorable High Mightinesses, with the ship Mentor, the original short invoices of what was laden in the aforesaid vessel Mentor, as well as in the three other ships Eijk en Linde, Dordrecht and d'Eensgezendheijd; the copies of those invoices, together with those of the private ships les quatres freres and de Vrijheijd which have already departed from here previously, as well as those of the private ship la bonne Resolution currently still here, are being sent over per the ships Eijk en Linde and Dordrecht. As also the sales account of the slaves from the ships l'Estrella d'Afrique and le Telemaque. As also, pursuant to what was noted in our aforementioned latest respectful letter of the 9th of this month of December, there now go over enclosed the accounts of the purchase and sale of the slaves from the Portuguese and French ships l'Estrella d'Afrique and le Telemaque, negotiated here for the Honorable Company, to which we take the liberty to refer. And herewith concluding this, we commend your Right Honorable High Mightinesses' precious persons and the weighty interests of the Honorable Company to the protection of the Almighty, remaining with due respect, Right Honorable, Valiant, High Mightinesses, Most Wise, Prudent, Most Generous and High Commanding Lords, Your Right Honorable High Mightinesses' most humble, faithful and obedient servants, In the Castle of Good Hope, the 23rd of December 1785. C: D: Vande Graaf Hacker J: V: Schoor P: S: Lesueur O: G: de Wet P.S. The ship Mentor, according to the statement of Captain Jochem Milfaart, having to remain here for some days more, the copy of this our letter, with its appendices intended for that vessel, goes over per the ship Eijk en Linde, and that for Eyk en Linde with d'Eensgezindheyd. Duplicate No. 1 Read at the Meeting, the 25th of March 1786. Patria, Middelburg. Per the Dutch private ship Mentor. To the Right Honorable Lords Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber at Middelburg. Right Honorable, Valiant, High Mightinesses, Most Wise, Prudent, and Most Generous Commanding Lords! Under the date of August 23rd past was the last time we had the honor to write to your Right Honorable High Mightinesses with the Prussian private ship les quatres freres, which departed from here for the Netherlands on September 1st following. Since then, the following own and private ships sent out from your Right Honorable High Mightinesses' Chamber have again arrived safely here in the roads on the dates below, namely: October 16th Alblasserdam, Company ship with 10 dead, 50 sick. October 27th Josephus de Tweede and October 28th de Factor, Private ships. Of which three hulls, the ship Alblasserdam having continued the voyage to Batavia on November 25th, we must further, concerning the other two private ships, Josephus de Tweede and de Factor, bring to the knowledge of your Right Honorable High Mightinesses as in duty bound: That since from the received charter-parties of those ships, by which we were ordered to regulate ourselves, it has become apparent that the same hulls, after being discharged here, should either undertake the voyage from here to the Fatherland with a return cargo, or else, in case this Government might judge such to be more consistent with the Company's interests, be sent on further to Batavia or Ceylon; we, considering that at this place, on account of the unfortunate outcome of the grain crop, no return cargoes for the aforementioned ships Josephus de Tweede and de Factor being present

Dutch transcription

En aan deselve de naam van Graaffe rijnet gegeven. - te begeven, van daar te rug v „gekeerd, en aangaande zijne bevinding, zo wel als van het geene hem nodig zijn zal, verslag zal hebben gedaan: Terwijl ook deese in de verafgeleegene velden gevestigde Colonie; als hier mede gesepa„ „reerd werdende van Drakenstein en Swellendam, waar onder deselve heeft gesorteerd, in haar District nader zal moeten werden gelimiteerd: en wij deselve Colonie ter onderscheijdinge van de andere onder uwe wel Edele hoog Agtb. giene overgaand Request van opged Landdrost woeke Mappan, ter Obtencie van onderCoopmans qualiteit en gagie. - e gunstige welduijding, de Naam van Graaffe Rijnet hebben ge= „geven. En nadien door ged: Land. en den geheijmschrijver, drost woeke, zo wel als den hier voren gem: aangestelden geheijmschrijver Mappa aan ons Versoek is gedaan, om ne„ „vens gem:e Request aan Uwe wel Edele hoog Agtb: te mogen Presenteeren, waarbij onderda¬ „nigst verzoeken, door de gunst en goedheijd Uwer welEdele hoog agtb: op het voorbeeld hunner praedecesseuren, te mogen obtineeren, de qualiteit en verleende permissie aan den onderkoopman van ouds„ „hoorn om met het Schip dordrecht naar Nederland te vertrekken. - en gagies als onderCoopman, hebben wij sulx niet alleen aan voorsz: Woeke en Rhappa geaccordeert, maar nemen daar en boven de Vrijheijd Uwe wel Edele hoog Agtb: op 't eerbiedigst te versoeken, dat het hoogst deselve mooge behaagen, op het ged: Versoek, gunstig reguard te willen slaan. — Door den onderkoop= man en geweesen win= kelier Barend Hen„ „drik van Reede van Oudtchoon oorn Oudshoorn, die volgens het genoteerde bij ons Eer „biedig Schrijvens, de dato 23. e August=s Iongstl: van Gesz: fuineter is ontslagen, thans aan ons pr request versoek gedaan zijnde, om „me benevens zijn Huijsvrouw en Zoontje met het schip Dordrecht te repatrieeren, en dat uit hoofde der onzekerheijd, off en wanneer daar toe met 's Comp: eij„ „gene scheepen geleegend- „heid zoude weesen, deeze permissie aan hem behou¬ „dens qualiteit en gagie, mogt werden vergund, zo sijnde de korte factuuren der Ladingen van nevensgem: bijgevoegd. — zo hebben wij de vrijheyd genomen dit een en ander aan gem: van oudshoorn t'accordeeren, in hoope dat uwe welEdele Hoog agtb: zulks niet kwalijk zullen gelieven te duijden. Wij hebben voorts de particuliere scheepen deesen Eere Uwe wel Edele Hoog Agtb: in deesen geslooten nog te laten toekomen met het schip Mentor d' origineele korte factuur „ren van het gelaadene in evengem: bodem Mentor mits= Om: mitsgrs in de drie andere Scheepen Eijk en Linde, Dordrecht en d' Eensgezend „heijd, gaande de Copia's dier factuuren, met die der reeds vooraf van hier vertrokkene particulieren Scheepen les quatres fiéres en de Vrijheijd, als meede die van het thans hier nog zijnde particulier Schip la bonne Resolution p=r de Scheepen Eijk en Linde en Dordrecht over. — Gelijk meede ingevolge het als mede de Verkoop reek. der slaven van de Scheepen Telemacque. het genoteerde bij voor= l' Estrella d' Arigue en le melde onse Jongste Eer biedige Letteren van den 9„e deeser maand December thans in dee= „sen overgaan de Ree= „keningen, van den inkoop en het Verkoop der slaven van de Portur „geese en Fransse schee„ „pen l' Estrella d'A„ „frique en le Pelemac= „que, voor d' E. Com„ „pagnie, alhier gene= gotieerd, waaraan de Vrij„ „heijd neemen ons te W gedragen. - En hier meede deesen fi= „neerende, beveelen wij uwer Wel Edele Hoog agtb: Dierbaare Per„ „sonen en de gewigtige be„ „langen der E Compagnie in de Protectie des Alderhoogste blijvende met verschuldigt Res= pect. WelEdele, Erntfeste Hoog achtb: Hoog wijze Voorzienige zeer genereuse en Hoog „gebiedende Heeren uwe In't Casteel de goedehoop Uwe wel Edele Hoog agtb: zeer den 23„e December 1785. — Ootmoed: getr: en gehoorz: Dienaren P: S. het Schip Mentor volgens opgave van den schipper Jochem Mil„ „faart nog eenige dagen alhier zullende vertoeven, gaat over sulx het afschrift deeser onze Letteren, met dies bijlagen voor dien bodem bestemt, p„r het schip Eijk en Linde, en die voor Eyk en Linde met d' Eensgezindheyd over C:D: Vande Graaf 4 Hacker J:V: Schoor P: S: Lesueur O: G:ornet Dupplicaat No Geleere, ter Verg: den 25. Maart 1786 Middelburg Tatria, Aan de WelEdele heeren Bewindheb„ „beren van de generale Nederlandsche g'ocrogeerde Oost Indische Comp=e ter praesidiale Camer Tot Wel Edele Erntfeste, p=r het hoff. part schip groot Agtb: wel wijze, Voorzienige en zeer genereuse Heeren. Gebiedende Heeren! Sub dato 23=e August=s Pass=o is 't laatst geweest, dat wij d' Eere hebben gehad uwe WelEdele Groot Agtb: te schryven, met het Pruyssische Part: schip les quatres Preres, dat den 1 Sept: daar aan van hier naar Ne„ Mentor der 1 F Seedert zyn op d' onderstaan =de datums, weder behouden hier ter Rheede gearriveerd, de volgende van Uwe WelEdele Groot Agtb=r Camer uytgevarene eygene en Particuliere scheepen, als 16e Octbr Alblasserdam, Compt. Schip met 10 dood, 50 zier 27 _„o Josephus de tweede en 28 _„o de factor Particuliere scheepen. Van welke drie kielen, het schip Alblasserdam, op den 25e November, de reyze naar Batavia hebbende voortgezet, moeten wij voorts, ten belange der twee andere Particuliere scheepen, Iosephus de Tweede en de Factor, uwe WelEdele groot Agtb:, volgens pligt ter derland is vertrokken. ker= kennisse te brengen. — dat nadien uit d'ontfan„ gene Cherte Parthijen dier Scheepen, waar na gelast zyn geworden ons ƒ te moeten reguleeren, is komen te blijken, dat dezelve kielen, na alhier te zyn ontlost, met een retour lading, van hier de reyze na 't Patria zoude moeten aan, neemen, dan wel, ingevalle dit Gouvernement zulks met s Comp belangen meer overeenkomstig mogte Oordeelen, verder naar Batavia off Ceilon werden voortgezonden; hebben wij als ler deezer plaatse, mits den ongelukkigen uitslag van het graan gewas, geen retourladin gen voor gem. scheepen Iose, plus de Tweede en de Factor aan zi

NL-HaNA_1.04.02_10661_0520 view scan ↗

English

having on hand, and in order not to cause those vessels to return to the Fatherland in ballast contrary to the Company's interests, we found ourselves obliged to dispatch both of those vessels further to the Indies; but considering that the Gentlemen of the High Indian Government, out of a lack of return cargo for all the ships present there, had initially even destined the private ship Eyck en Woude for the transport of the goods and provisions for this Government, in order to subsequently be laden further here with return cargo for the Netherlands, which has thus caused us to fear that by dispatching both of the aforementioned ships Josephus de Tweede and the Factor to Batavia, the aforementioned Gentlemen of the High Indian Government would, contrary to the interest of the Honorable Company, be brought into even greater inconvenience. And, on the other hand, being in uncertainty whether, in the event both of those ships were dispatched to Ceilon, upon an unforeseen late arrival at the said Island, sufficient cargoes would indeed be found there for the same; It was therefore, after deliberation held hereon, deemed best and decided by us to dispatch the ship Josephus de tweede to Batavia, and the Factor—as carrying the smallest cargo capacity, and moreover being the most capable of still reaching the Island of Ceilon in time, and subsequently still being able to return from there with a cargo before the end of the Monsoon—thither; pursuant to which arrangements, in accordance with the contents of your Right Honorable and Respected dispatch of 16 June of this year, received with the aforementioned ship the Factor, the cash and other goods that had been laden in that vessel for Batavia were transshipped from the same into the ship Josephus de tweede; both aforementioned keels subsequently set sail from here on the 25th of the recently passed month of November for the respective ports of their destinations; wherefore we hope that our conduct in this matter may obtain your Right Honorable's esteemed approval. With the aforementioned ships Alblasserdam and Josephus de tweede, your Right Honorable's esteemed letters, dated 12 May and 30 June of this year, were likewise honorably delivered to us; in dutiful reply whereto, expressing our humble thanks to your Right Honorable for the remittance hither of the cash per the ship Josephus de tweede for this Government, we further take the liberty to transmit enclosed herewith to your Right Honorable: A muster roll of such superior and subaltern officers, as well as common soldiers of the detachment belonging to the Legion de Luxemburg presently garrisoned at Ceilon, as have crossed over from here to that place with the ship Huysduynen. A muster roll of the Regiment de Meuron garrisoned here, as of the ultimate of January of this year 1785; of which Regiment, however, pursuant to your Right Honorable's orders, an exact counter-roll shall henceforth be supplied to the same twice a year, and with which an immediate beginning shall be made. A required Memorandum concerning the wages and allowances of the brother of the Commander of the same Meuron Regiment, who as Captain with the rank of Lieutenant Colonel has a company in that Regiment. A Note from the pay-bookkeeper of the wages and emoluments that were paid out to Major Stettenhoffen. We shall, furthermore, not fail in the future to be exceedingly sparing in granting discharge to officers returning to Europe with retention of their wages, and in that regard always keep in view the order prescribed to us. The unpleasant and troublesome business caused to your Right Honorable by the affair between the Commander of the Meuron Regiment and Colonel Sandol Roy has been a matter of very special regret to us; for the avoidance whereof in the future, we shall not fail, in similar cases, to act in that regard as your Right Honorable has been pleased to command us, and particularly to observe most scrupulously that the letter of the Capitulation concerning the aforementioned Regiment of Meuron be most strictly fulfilled. The Dutch private ship Mentor mentioned in the heading, which has been laden at Batavia for the account of the Honorable Company and projected for your Right Honorable Chamber, presently lying ready to sail to undertake the further voyage to the Netherlands, we send therewith this our humble letter, whereto, besides the annexes already mentioned hereinbefore, are further attached an authentic copy of the declarations provided by the officers of the ship Alblasserdam regarding the cleaning and keeping clean of that keel, as well as the account of what has been furnished here to the private ships les quatre Freres, de Vrijheid, de Geertruijda, and Linde, Dordrecht, and d'Eensgezindheid. Concluding herewith, we commend your Right Honorable's esteemed persons and the Company's important interests to the divine Protection, and remain with due respect, Right Honorable, Valiant, Most Worshipful, Most Wise, Prudent, Most Generous and Commanding Gentlemen, Your Right Honorable's most humble and obedient servants, In the Castle of Good Hope, the 23rd of December 1785. C. J. van de Graaff Hacke J. V. Schoor J. V. Lesueur C. G. aner

Dutch transcription

aan handen hebbende, en om die bodems niet strijdig met sComp belangen ballast scheeps, naar Het Vaderland te doen te rug keeren, ons genoodzaakt gevonden, beyde die bodems verder naar Indien te doen vertrekken: dan bij overweeging, dat de Heeren der Hooge Indiasche Regeering, uit gebrek aan retour„ lading, vóór alle de aldaar zich bevindende scheepen, zelfs het Part: schip Eyck en Woude, eerst hebben gedestineerd gehad, tot transport der goederen en provi sien voor dit Gouvernement, omme vervolgens alhier, verder in retour naar Nederland te werden be„ laden, het geen ons dus heeft doen bedugt zijn, dat met het af afzenden van beyde op gem: Scheepen Josephus de Tweede in de Factor, naar Batavia, welgem: Heeren der hooge Indiasche Regeeringe tegens den Intrest der E Comp=e nog meerder in ongelegendheid zouden werden gebragt. En aan de andere kant in 't onzekere verseerende, off inge¬ 179 valle beyde die scheepen naar Ceilon wierden afgezonden, bij eene onvoorziene laate ver schyninge ter ged: Eylande, wel genoegzame ladingen aldaar voor dezelve zoude werden ge„ vonden — Is derhalven na gehoude ne deliberatie hier over, door ons best g'oordeeld en besloten, het schip Josephus de tweede naar naar Batavia, en de factor, als de minste lasten roerende, en daar bij bekwaamst weezende, om nog in tyds het Eijland Ceilon te bestevenen, en vervolgens nog voor het Eynde¬ gen der Mousson, met een lading kunnen van daar te retourneeren, na der„ waards af te vaardigen; ingevolge welke schikkingen dan ook, na inhoude van uwe WelEdele groot Agtb: geEerde aanschryvens, van 16 Junij dezes Jaars, met het voorm: schip de Factor ontfangen, de Contanten en andere goederen, in dien Bodem voor Batavia af„ geladen geweest, uit denzelven in 't schip Josephus de tweede zyn overgescheept geworden: zijn, de beyde voorm: kielen vervolgens op den 25=' der Jongst gepasseerde Maand Maand November van hier na de resp=e havenen hunner destina„ lied 't zeijl gegaan; des wij Loopen, dat onse gehoudene behandeling in deese uwe WelEdele groot Agtb: g'eerde goedkeuring zal moo„ gen erlangen. Met de voorwaardsgemelde scheepen Alblasserdam en Iose„ plus de tweede syn ons insgelyk ter Eere toegebragt, uwer wel Edele groot Agtb: geagte letteren, de da„ tis 12 Maij en 30. Junij deezes Iaars; in welkers schuldige beant„ woordinge uwe welEdele Groot Agtb=: voor de herwaards zending der Contanten pr het schip Zo„ Septus de tweede voor dit Gou„ vernement; onzen nedrigen dank be de betuygende; neemen wij voorts de vryheid uwe welEdele groot Agtb=r in deezen geslooten te doen toe, =komen; Een Monsterrolle van zodanig opper en onder officieren, mitsg=s gemeene Militairen van 't delachement, behoorende tot het thans te Ceilon in guarnisoen leggend Legeven de Luxemburg, als met het schip Huysduij„ nen, van hier naar derwaards zyn overgevaaren. — Een Monsterrolle van het hier quar„ nisoen houdend Regiment de Meuron, onder ult=o Januarij, deezes Jaars 1785, dog van welk Regiment, ingevolge uwe welEdele groot Agtb=r aanschryvens, voortaan„ tweemaal s' Jaars een Exacte con„ trarolle aan dezelve gesuppediteerd, en en daar mede ten Eersten een begin zal werden gemaakt. — Een gevorderde Memorie, betreffende de ga„ gien en appointementen, van den ^ van broeder den Chef van het zelve Meu„ ronse Regiment, welken als Capitain met rang van lieutenant Collonel n9 een Comp=e in dat Regiment is heb„ bende Een Notitie van den soldij boekhouder van de gagien en Emolumenten, die aan den Major Stettenhoffen zyn afbetaald geworden Wij zullen voorts niet afzyn, omme in 't vervolg ten hoogsten Spaarsaam te zyn in het verlee¬ „nen van ontslag aan d'officiers na Europa met behoud hunner gagien, en daar omtrend steeds in in t' ooge zouden d'ordre ons voorgeschreeven Hebbende ons tot zeer byzonder leedweezen gestrekt d'on¬ aangename en lastige bezighee den, die door d' affaire tusschen den Cheff van 't Meuronse Re„ giment en den Collonel Sandol Roij, aan uwe WelEdele groot Agtb: zin veroorzaakt: Tot welkers vermyding, voor het toe„ komende, wij niet in gebreeken zullen blyven, bij Soortgelijke gevallen, daar omtrend te han„ delen als uwe welEdele groot Agtb: ons hebben gelieven te beveelen, en wel in 't bijzonder op 't nauwkeurigst reguard te slaan, dat er aan de letter van de de Capitulatie, betreffende het voorsz: Regiment van Meuron„ op 't nauwkeurigst werde vol„ daan Het in den hoofde gem: Hollandsch Part: schip Mentor, dat voor reecq: der E Comp= te Batavia beladen, en voor Uwe WelEdele groot Agtbr Camer is geprojecteerd, thans zeylvaardig leggende, om de verdere Reyze naar Nederland aan te neemen laten wij daar mede af gaan deese onze onderdanige letteren, waar nevens, behalven de hier vooren reeds gem: bylagen, nog zyn gevoegd Copia Authenticq der verklaringen, door d' over„ heeden van het schip Alblas Serdam, nopens het rynigen en en Schoonhouder dier kier ver„ leend, alsmede de reecq: van het geene alhier aan de part: Scheepen les quatre Freres de Vrijheid de Geertruijdalyck en Linde Dordrecht, en d' Eens¬ gezindheid, is verstrekt ge„ worden Deezen hier mede eyndigende, beveelen wij uwer Wel Edele groot agtb: g'Eeide persoonen en sComp=s importante belangen in der divinen Protectie, en blyven met verschuldigd respect — WelEdele, Erntfeste, groot Agtb:, welwyze, voor„ zienige, zeer genereuse en gebiedende heeren. ruwe In't Casteel de goede hoop Uwer WelEdele groot agtb zeer onderd: en gehoorz dienare den 23 decemb 1785. C J: Vande Graaff Hacke - J:V: Schoor J: V: Lesueur C:G:aner 1-

NL-HaNA_1.04.02_10661_0533 view scan ↗

English

In the year 1785, on board the Honorable Company's frigate the Meermin, of the remarkable occurrences on the voyage from the Cape of Good Hope to Rio de la Goa, Madagascar, and Mozambique, both concerning the outcome of the expedition undertaken by this vessel and the ship 't Meeuwtje to search for the missing ships Zeeduijn, Overduijn, and the Harmonie, as well as the trade in rice and slaves conducted at the last-mentioned places, respectfully presented by way of a report to the Honorable Valiant Sir Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope and the dependencies thereof, etc. etc. etc., and the Honorable Respectable Council of Policy there. Journal kept... Honorable Valiant Sir, Your Honor and the Honorable Council having been pleased to dispatch our vessel and the ship 't Meeuwtje to search for the Company's missing ships Zeeduijn, Overduijn, and the Harmonie, and, in case this should not prejudice the principal aim of this our voyage, then to designate 't Meeuwtje for the rice trade on the mainland coast of Madagascar and the Meermin for the slave trade on Madagascar and Mozambique; we have most dutifully the honor to present to Your Honor and the Honorable Council a detailed account of everything that occurred on this expedition which may be worthy of Your Honor's and the Honorable Council's attention, referring for maritime matters to the journals kept both by the first undersigned as captain of this vessel, and by the captain of 't Meeuwtje; and we therefore begin with: Monday the 6th of June 1785. When, having received the necessary orders and instructions from the hands of the Honorable Valiant Sir Governor, we proceeded on board. Tuesday the 7th of June. In the morning at daybreak, we weighed anchor with a variable light breeze, saluted the roads with eleven cannon shots, and were thanked with five from Battery Imhoff. But being forced to anchor by a calm, we remained awaiting until: Wednesday the 8th ditto. When once again, owing to calms and mist, we had to anchor twice, until: Thursday the 9th ditto. When, weighing anchor, we got clear of the coast, and at noon, awaiting God's precious blessing, set our course for Rio de la Goa. But the easterly winds were continuously unfavorable to us until: Thursday the 16th ditto. When the westerly winds breaking through allowed us to steer our course, whereby on: Monday the 27th ditto. We sighted land; but finding ourselves 10 miles further west than our dead reckoning indicated, we could not fetch the bay of Rio de la Goa before: Friday the 1st of July. When, in sight of the island of Santa Maria or Inhaca, we came to anchor at a depth of 15 fathoms on clean sandy ground, intending to remain there until we could sail into the roads, entry to which was prevented by westerly winds, which are so frequent there at the present season that they sometimes blow for weeks together, and could thus expose us to all kinds of difficulties; to prevent which we unanimously resolved on: Saturday the 2nd ditto. To dispatch a craft to the roads of Rio de la Goa, in order to obtain information as soon as possible whether none of the missing ships happened to be there, then informing them of our arrival, and in the opposite case to be able to pursue our voyage to Madagascar. The boat of 't Meeuwtje was designated for this trip, and the expedition entrusted to the bookkeeper George Fredrik Goek, who then, accompanied by Lieutenant Lelij, proceeded on board 't Meeuwtje, when on: Sunday the 3rd of July. In the afternoon at 3 o'clock, he departed together with the Lieutenants Fredrik Lelij and Ludewich Haak; and on: Wednesday the 6th ditto. Arrived back on board the Meermin, reporting that on Monday morning, close under the mainland, he had perceived a ship, went on board the same, and learned it to be a Portuguese schooner commanded by Captain Francisco Adam, coming from the roads of Rio de la Goa, laden with elephant tusks and bound for Mozambique; that he had asked the said captain for information whether there were any Dutch ships in the roads, but learning that there were none, had proceeded into the roads himself, even up to the mouth of the great river on the coast of Machavanna, where the Portuguese had been established for three months and had placed a garrison of thirty soldiers, besides the military captain Dom Diogo Antonio de Bardos, with the title of Governor, who assured him that since he had exercised authority there, he had seen no Dutch ship nor vessel, nor received the slightest report from the inhabitants that anything of the kind had appeared on the Kaffir coast; that this answer had been confirmed by the captain of a small Portuguese frigate lying anchored there, whose boat had for six weeks been conducting the barter of elephant tusks along the coast and in the river; but that, distrusting all these reports, however satisfactory, he had decided to sail to the opposite side of the roads called Great Capelle, inhabited by heathens at war with the Portuguese, who have committed the cruelest atrocities against them; that with the help of a certain Kaffir named Emanuel, who spoke reasonably good Dutch, he had learned from those people, to the number of over two hundred armed men drawn up along the beach, that since Captain Gerrit ten Zonder had departed from there in the year 1779, neither they nor their neighbors had seen any Dutch ship, vessel, flag, or Dutchman, and also knew for certain that none had been on the coast or on the surrounding islands: confirming their knowledge of such reports by recounting to him that...

Dutch transcription

in den Iaare 1785. aan boord van 'S EComp:s Fregat= „schip de Meermin, van het merkwaardige voor„ gevallen op de reijze van Kaap de goede Hoop, na rio de la Ioa, Madagascas en Mosambicque, zo wegens den Uitslag der Expeditie door deese bodem en het Schip T Nieuwtje gedaan ter opspeuring der Vermisten Scheepen Zeeduijn, overduig„ en de Harmonie, als die der op laastgemelde plaatsen gedreevene Rijst en Slaven„ Inhandel, bij wijze van rapport allereerbiedigst opgedragen aan den WelEdelen Gestrengen Heere Cornelis Jacob van de Graaff, Gouverneur en Directeur van Raap de goede Hoop en de regorten van dien &=a & &: en den Edelen Achtbaren Politicqeen Raad aldaar. Dagregister gehouden wel Wel Edele Gestrenge Heer Uwel Edele Gestr en Edele Achtb: wnee onderhebbende bodem en het schip het Neeuwtje hebbende gelieven te expedieeren ter opspeuring van 's Comp:s vermister Scheepen Zeeduijn, overduijn en de Harmonie, en, ingevalle Sulx geen pra „judicie kon toebrengen aan dit 't voor„ „naamste but van deese onse reijze, als dan 't Meeuwtje te bestemmen tot den Rijsthandel op de vastcust van Mada „gascas en de meermin tot den Slavenhand op Madagascas en Mosambicque zo hebben wij allerpligtschuldigst de Eer aan Uwel Edele Gestr: en E Agtb: een om„ Standig verhaal te doen van al 't geene op deese Expeditie voorgevallen de aandagt van Uwel Edele Bestrengen en Edele Ahtbarens kan waardig zijn: gedra„ „gende ons omtrent de Zeezaken aan de Dagregisters zo door den Eerstonder= geteekenden als Capitain deeser bodem, als door den Capitain van 'T meeuwtjes gehouden en beginnen dus met Maandag den 6:' Juny 1785. Wanneer de nodige en Edelen Achtbaren Heeren ordies ordres en Instructien uit handen van den welEdelen Gestrengen Heere Gouver „neur ontfangen Hebbende wij ons aan boord begaven Dingsdag den 7„ Iunij 'Smorgens met den dag ligten. met een variabel windje het anker, salueerden de Rheede met Elf Canon: Schooten, en wierden met vijf van batterij Imhoff bedankt. doch door stilte ge= „noodsaakt zynde te ankeren, bleven wij overleggen tot Woensdag den 8 d:o wanneer wederom door stille en mist, tweemaal moesten ankeren, tot op Donderdag den 9 d:o dat het ankerligtende, wij buiten de wal kwamen, en op de middag ons bestek onder afwagting van Gods dies= „bre zegen na Rio de la goa zetten. dan de Oostelijke winden waren ons bij aanhoudendheid ongunstig tot Donderdag den 16 d„o wanneer de westelijke winden doorkomende ons toelieten Cours te Stuuren waardoor op Maandag den 27 d„o Land zagen; dog ons 10 mijlen westelijker bevindende als ons bestele kwam 1 Vrijdag den 1. Julij, dat in't gesigt van het Eijland S=t Maria of unnaca op de diepte van 15 Vade„ „men Schoone Landgrond ten anker quamen, van mening aldaar te ver„ blijven tot dat na de rheede konden zeijlen; waarvan den ingang ons wierd belet door de westelijke winden, die in het tegenwoordig Iaargetij aldaar zo. frequent zijn, dat zomtijds weeken hebben agtereen waaren, en ons dus zouden kunnen blootstellen aan allerhanden ongeleegent„ „heeden; om welken voortekomen wy op Saturdag den 2d: eenparig beslooten een vaartuijg na de rheede van Rode CaGjoa af te vaar- „digen, ten einde zo Spoedig als mogelyk bericht te kunnen erlangen, off zig aldaar geen der vermiste Scheepen kwamen te bevinden, hen als dan van onsen komst verwittigende, en in het tegenovergesteld geval onze Reijze na Madagassar te kunnen vervolgen. de boot van 't Neeuwspe wierd tot deeze Tocht bestemd, en de Expeditie opgedraagen aan den boekhouder kwam aantetoonen, konden wy de baaij van Rio de la Poa, niet besijlen voor George a George Fredrik Goek, die dan ook verzeld van den Lieutenant Lelij zig aan boord van't Neeuwtje begaff, wanneer hij Zondag den 3 Julij 'S namiddags ten 3 uuren Vertrok benevens de Lieutenants Fredrik Lelij en Ludewich Haak; en op Woensdag den 6. d„o wederom aan boord van de Meermin arriveerde, rapporteerende dat hyj Smaan dags 's morgens digt onder de Vaste wal een schip had vernomen, zig aan boord van't Selve begeven, en verstaan te zijn een portugeesche Schoenjer gecom„ „mandeert door Capitijn Franc=s A„o dam, komende van de rheede van Rio de lagoa, geladen met Oliphants tanden en gedestineerd na Mosambuque; dat hy aan gem: Capitain berigt had gevraagd of zig op de rheeden ook Hollandsche scheepen bevonden! dan van neen ver staan hebbende zich op de Rheede zelfs had begeven wel tot aan de mond van het groot revier op de Cust Masuma, alwaar de Portugeeschen zints drie Maanden gevestigd waren, en eenen bezetting gesteld van dertig Soldaten, benevens den Capitain militair don diogo Antonio de Bardoz, met den Titul van Gouverneur die hem betuijgde Zint zint hij aldaar het gesach voerde; geen Hollandsch schip nog vaartuijg te hebben vernomen, en ook geen het minste berigt te hebben ontfangen van de Inwoonders dat dets diergelijks zig op de Catterkust had vertoond; dat dit antwoord bevestigd was geworden door den Capitain van een kleyn Portugeens fregdit aldaar geankerd leggende, en weens boot geduurende Ech weeken op 't kust en in't rivier de ruijling van Olyphants tanden had gedreeven; dan dat alle deese berulten, hoe voldoende ook wantrouwende, hij beslooten had na de overzijde van de rheede te zijlen genaamd Groot Kappelle, bewoond van Beidenen in Oorlog met de Portugeesen, die de vreedste Gruwelen aan hen hebben gepleegd; dat door „ behulp van seekere Catfer gen:d Emanuel, die redelyk goed hollandssh sprak, hy van die menschen ten getalle van ruijm twee honderd gewapend langs Strand ge= Schaard vernomen had, dat zints den Capitain Gerrit ten Zonder in den Iaare 1779. van daar was vertrokken, zij, nog hunne Gebuuren, geen Hollandsch schip, vaartuijg vlag of Hollander vernomen hadden, en ook zeker wisten dat 'er geene op de kust of op de omliggende Eilandens geweest waren: bevestigende de kundigheden van diergelijke berigten met hem te verhalen dat -

NL-HaNA_1.04.02_10661_0539 view scan ↗

English

that they had already received news six days ago of the approach of two Dutch ships, concerning which they expressed their pleasure several times; that he, fully convinced that none of the missing ships were to be found there, had departed that same day in the evening at 6 o'clock, but due to contrary wind, high seas, and a strong current had been forced to remain on the unknown small island Stutemele, by our people called Olyphants Eyland, until this morning, when, favored by the east-northeast and southwest, he set sail, and arrived on board at 7 o'clock, bringing with him an ox and some vegetables as refreshment for the ship's crew, which he had bartered from the natives for 3 pieces of Salempoeris brown blue Coast. Upon this report, Right Honorable, Valiant Sir and Honorable Worships, we deemed it best to depart for Madagascar and call at Port Dauphin there, in order thus, without delaying the voyage, to obtain knowledge of the fate of the missing ships. After having sent the necessary messages to Captain den Breem, we set sail that very same day in the afternoon at two o'clock with a light southerly wind, and, awaiting Heaven's blessing, we began our reckoning on the chart of Mr. d'Apres de Mannevillette at the latitude of 25 degrees and 40 minutes and the longitude of 31 degrees 4 minutes from Paris, which corresponds to 50 degrees 4 minutes from Tenerife on the Dutch charts, which, due to their numerous defects, could not possibly be used. Thursday the 7th of July at sunrise we saw a ship, which we soon recognized as the Portuguese schooner commanded by Captain Sam, coming from the roadstead of Rio de la Goa, and which had passed us yesterday, but notwithstanding that we had made a signal that we wished to speak with him, had, as it were, sought to flee from us. From this we suspected that some mistrust existed not only in him, but even with the Portuguese Governor, where ours seldom appear, and where he might have brought false reports to Mozambique, which could have prejudiced us in the slave trade to be conducted. We therefore decided to wait for him, shortened sail, tacked, and steered straight toward him, and saw that he had lost his foretopmast. At 10 o'clock we hove to, putting out a boat, and as a token of friendship had him asked whether he also needed any assistance, at the same time giving him a letter to be delivered to the governor of Mozambique, in order to notify him of our impending arrival. Whereupon we left him and steered our course until Saturday the 16th of July when in the morning at 9 o'clock we discerned a ship, changed course toward him, in order, in case he should call at the Cape of Good Hope, to take advantage of this opportunity to send tidings of us to Your Right Honorable and Honorable Worships. Hailing this ship, we understood it to be a Portuguese frigate named Santa Maria del Monte Carmen, coming from Bengal and destined for Lisbon. The captain intended to call at the Cape to obtain provisions, however only in so far as the opportunity should be favorable to him. In this uncertainty we deemed it proper not to entrust him with any written messages, but only to request him, if he should appear at the government of Your Right Honorable and Honorable Worships, then to report that he had encountered two Dutch ships commanded by the Knight Ariminy, sailing from Rio de la Goa to the island of Madagascar, which we on Thursday the 21st ditto sighted, sailing in sight of the same, until on Sunday the 24th ditto in the evening at half past six o'clock we came to anchor in the depth of 7 fathoms on clean sandy ground before Fort Dauphin. Monday the 25th, the Sea Captain Huybert den Breem came on board this vessel, and it was decided, since we found no ships lying at this place, to go ashore to learn from the inhabitants of the country whether any Dutch vessels had shown themselves, and in case we could obtain no report here of the missing ships Zeeduin, Overduin, and the Harmonie, then to make an agreement with them for the escort of some persons to Saint Augustine's Bay, in order to learn there as quickly as possible whether the said ships might have arrived there. Having arrived ashore, we found only some Madagascans who had taken up their residence in the ruined buildings of Fort Dauphin, formerly established by the French, and the greatest part of which has been turned into heaps of rubble. These people related to us that more than four years ago a certain Boucher had departed from there, who had salted meat for the benefit of the island of Mauritius and the fleets of His Most Christian Majesty; and they had not heard of any ship since that time; but that they could not give assurance whether there were ships in Saint Augustine's Bay or not, because if no Christians come to Fort Dauphin to conduct the slave trade or to salt meat, they then seldom venture away from home; but that alongside Boucher they had been to Saint Augustine's Bay several times to buy cattle, and had accomplished the journey there and back in fourteen days. Furthermore, we understood that King Rammas ruled in that region and held his residence at Tenerife, the capital of his kingdom situated 4 miles from Fort Dauphin, but was presently located in a village only two hours' walk from the said fort. Immediately we dispatched two blacks to the king to give him notice of our arrival, at the same time requesting him all possible

Dutch transcription

dat zij reeds voor: ses dagen tijding hadden gehad der aannadering van twee hollandsche scheepen, waarover zij hun genoegen verscheyden tie reyzen te kennen gaven; dat hy ten vollen overtuijgd zich aldaar geen der vermissen scheepen kwam te bevinden, dien zelfde dag 's avonds ten 6 uuren was vertrokken, dog door Contrarie wind, hooge zee en sterke stroom genoodsaakt geweest op 't onbekende Eylandje Stutemele bij de onze Olyphants Eyland genaamd, overte blijven, tot deese morgen, wanneer begunstigd door de EE en en Z W- onder zeel ging, en ten 7 uuren aan boord arriveerden, met zig bren= „gende een Os en eenige groentens, tot verversching voor het scheepsvolk, die hy voor 3 p:s Salempoeris br. bl. Cust van den Jnlanders had geruijld Op dit berigt welEdelen Gestrengen Heer in Edele Agtbaren oordeelden wij best na Madagascar te vertrekken, en aldaar Port Pauphin aantedoen, om des zonder reys vertraging kennis van het Lot der vermiste scheepen te erlangen. - Na aan den Capitain den Breem de nodige berichten te hebben doen toekomen, gingen wij nog dienzelfden dag 's na„ middags ten twee uuren met een Zuydlijk wondjen onder Zeil, en begonnen onder afwagting van 'S Hemels zegen ons ons bestek op de Caart vande Heer d' Apres, de Maneuvilletie op de breedte van 25:' en 40 en de lengte van 31=o 4 van Parijs, 't welk overeenkomt met 50„ 4 van Tenarisse in de Hollandsche Caarten, die door der= selver menigvuldige gebreeken onmogelyk gebezigt konde worden. — Donderdag den 7„e Iulij zagen wij met zons opgang een schip, dat wij welhaast erkenden voor de portugeesche Schoenjer, door Cap=n sam gevoerd, van de rheede van zio dela„ goa komende, en die ons op gisteren was gepasseerd, doch niet tegenstaande wij sein hadden gedaan van hem te willen spreeken, ons, als 't ware had zoeken te ontvlugten. Hieruijt vermoedden wij dat eenig wantrouwen niet alleen bij hem maar ook zelfs bij de Portugeesse Gouverneur alwaar de onze zieh schaars van. vertoonen, en waar hij valsche berichten na Mosambucque zou hebben kunnen brengen, die ons in de te drijvene slavenhandel praejudicie hadden kunnen doen. Beslooten dus hem in= tewachten, minderde Zeilen, halsden en Stuurden regt op hem aan, zagen dat hij Hin voorstens voorsteng 3 voorsteng had verlooren. om 10 Uuren draagden by zettende zol uyt; en lieten ten blyk van vriendschap aan hem vragen of hy ook eenige adsistentie nodig had, hem teffens een brief ter be„ stelling meede geevende aan den gou¬ verneur van Mosambicque, om die van onse aanstaande komst te verwit„ tigen. Waarop wij hem verlieten en Koers stuurden tot op Zaturdag den 16 July wanneer 's morgens ten 9 uuren een schip ontwaarden, boegden koers na hem toe, om ingevalle hy Caab de goede hoop mogt aandoen deese geleegendheyd waar te neemen, om aan uwelEdele gestr: en Ed: agtb: Tiding van ons te doen toekomen. dit schip praayende, ver¬ stonden wy het zelve te zyn een Portie¬ st geesch Fregat, genaamd St. Maria del mont Carmen, komende van Ben„ galen en gedestineerd na Lissabon, de Capiteijn was van meening de Caab aan te doen ter verkriging van provisien, egter alleen in zo verre de geleegendheyd hem daartoe zouw gunstig zyn. In deese onseekerheyd vonden wy goed hem geene schriftelyke berichten te vertrouwen, maar alleen hem te versoeken indien ten gou„ vernemente van Uwel Edele gestr: en Edele agtb: mogt verschynen, als dan te rapporteeren dat hy twee Holland, sche scheepen had ontmoet gecomman„ deert door den Ridder Ariminy, van Donderdag den 21 d„o ontwaarden zylende in het gesicht van het zelven, tot dat op Zondag den 24 d„o '1s avonds ten half zeven uuren op de diepte van 7 vademen schoone Zand grond voor Fort dauphin ten anker kwamen. Maandag den 25. kwam den Capitain ter Zee Huybert den Breem aan Boord van deese Bodem, en wierd besloo¬ ten, aangesien wyter deeser plaatsen geen scheepen vonden leggen, na de wal te gaan, om van 's Lands Inwooners te verneemen of er zig ook geene Hol„ landse kielen hadden vertoond, en ingevalle wy alhier geen berigt der vermiste scheepen Zeeduin; overduin en de Harmonie konde bekoomen, als dan met hen een accoord te maaken ter bygeleyde van eenige Persoonen naar Baay S„t augus„ zin, om aldaar op het spoedigste te verneemen of gemelde scheepen aldaar g'arriveerd mogte zyn — Aan de wal gekomen vonden wy slegts eenige madagassaren die hun verblyf genoomen hadden in de vervallene gebouwen van 't Fort dauphin, weleer door de Franschen van Rio de la goa na het Eyland ma„ dagascar zeylende, het welk wy op gesticht gesticht, en waarvan het grootste gedeelte in Puynhopen is verandert: deese men„ schen verhaalden ons dat voor ruim vier Jaaren van daar was vertrocken zekeren Boucher, die ten behoeve van 't Eyland mauritius en de vlooten van zyn aller Christelykste majesteijt vleesch had gesouten; en zy zints die tyd geen schip hadden vernoomen; dog dat zy niet konden verseekeren of in Baay P„n augustyn scheepen waaren of niet: dewyl indien er geen Christenen te Fort dauphen komen om de slaven handel te dryven of vleesch te zouten, zy zig dan zelden van huys begeeven maar dat zy ten Zyde van Boucher verscheydene maalen na Baay St. au¬ gustyn geweest waaren, om vee te koopen, en de heen en te rug reyse in veerthien dagen hadden volbragt. — verders verstonden wi dat den Koning Rammas in dat oord re¬ geerden, en zyn verblyf hield te veneriffe hoofdplaats van zyn Ryk 4 mylen van Fort dauphin geleegen, dog zig tegenwoordig kwam te bevinden op een dorp slegts twee uuren gaans van gem: Fort opstond depecheerden wy twee Zwarten na den koning om hem van onse aankomst kennis te geeven; hem teffens versoekende alle mogelyke ht

NL-HaNA_1.04.02_10661_0544 view scan ↗

English

to make all possible haste to come hither. Tuesday the 26th of July, in the morning the blacks sent by us to Rammias were seen returning to Fort dauphin, and the yawl was sent to the shore in order to get them on board; where, having arrived, they reported to us that King Rammas had shown the greatest pleasure at our arrival, but had declared he did not wish to come to Fort dauphin without being fetched by two officers. Whereupon the Bookkeeper goetz and the Sub-Lieutenant Nothling departed to him, and in the evening returned to Fort dauphin, though without Rammas, as he found himself unable to depart with them due to indisposition, and after having shown all possible signs of friendship, had requested them to return the next day, promising then to go with them to Fort dauphin; giving along, as a token of trust, his gold-mounted cane, to receive it back upon his arrival there from the Knight daminij. Wednesday the 27th, the above-mentioned two persons departed again to King Rammas, whom, notwithstanding all solicitations, they could not persuade to come with them, he saying: that he was still indisposed, and also waiting for three hundred soldiers who were to come thither from his main town and the surrounding villages to accompany him to Fort dauphin; as he wished to present himself as a great king before the Dutch, and also as such desired all honors. Promising however upon his word of honor that if not tomorrow, at least the day after tomorrow he would without fail march to fort dauphin. The second signatory asked Rammas whether there would be a possibility to have some shipmates guided by his people to Baay St augustyn; in how many days this journey could be carried out, and whether no obstacles of war or otherwise were to be feared in this expedition; to which he replied that he was very inclined, upon his arrival, to enter into negotiations about this with the ship commanders; and to assign to those who would undertake the journey as many soldiers as would be necessary to carry their equipment; at whose head, if so desired, he would place his own brother; furthermore, that the inhabitants of the country could easily go to Baay Augustyn in six or seven days, but that he thought that, accompanied by Europeans, they would need ten days for it; recounting in addition that a certain French Colonel, at the head of several seafarers who had been shipwrecked at the said bay with a French Company ship, had marched from there to Fort dauphin in seven days. Finally, that the country was in complete tranquility, and he would be guarantor that no one would commit any hostilities against the Christians, nor against his own people. Thursday the 28th of July, received word from Rammas that he would come to Fort dauphin tomorrow. Subsequently the Naval Captain Huybert den Breem came on board, and it was taken into consideration what means one should put into practice to obtain news as quickly as possible as to whether none of the missing ships happened to be in Baay st augustyn. The lack of water in which the neeuwtje was had to be provided for, since we were not assured that the voyage to Baay St augustyn would be accomplished quickly; furthermore, making this voyage with the ships, it was known: that in order to head from the said bay to Foul point one had to fear the easterly winds, and might thereby be forced to sail to over 30 degrees South Latitude to meet the westerly winds; from which naturally a long voyage had to arise, while nevertheless to the prompt execution of the expedition assigned to us by Your Right Honorable and Worships, the interest of the Noble Company and the well-being of the crew on board was inevitably bound. That furthermore an expedition overland, not only upon the testimony of the blacks, but calculated according to the distance and the time used by the said French Colonel for it, could easily be completed in twenty days, a portion of which time could be usefully spent in obtaining the needed water, as well as firewood, of which both ships were entirely devoid; and in case nothing should be discovered at Baaij St augustyn, one would then be able to accomplish the voyage to Foul point in 6 to 7 days: Hereupon it was resolved, pursuant to the orders and instructions placed into hands by Your Right Honorable and Worships, and with the unanimous consent of all members of the broad ship's Council, to make an agreement tomorrow with King Rammas, and to assign the expedition to Baay St. augustyn to Nathanel Melser, Naval Lieutenant of this vessel, and gisbertus van veen, Commander of the soldiers of the meeuwtje, to whom we reported this in order that they might prepare themselves to undertake the voyage thither; further resolved to give along with them for their attendance the third surgeon Johan Fredrik Bode, the Corporal Pettrus Joseph Schenk, and the sailor Jan Claassen. Friday the 29th of July, in the morning the Naval Captain den Breem came on board this vessel again with the Commander van veen and the Corporal Schenk, and there were read to Lieutenant Melser and Commander van veen such instructions as the signatories had drafted to conduct themselves accordingly during the journey to Baay St august: and of which a copy under letter A is annexed hereto. Subsequently there were

Dutch transcription

mogelyke spoed te maaken om herwaards te koomen. Dingsdag den 26 July, 's morgens zagen de door ons aan Rammias afgesondene zwarten naar Fort dauphin te rug keeren, en zonden de Jol na de wal ten eynde hen aan Boord te krygen; alwaar g'arriveerd zy ons berigten dat Koning Rammas het grootst genoegen over onse komst had laten blyken, dog verklaard had niet naar Fort dauphin te willen komen, zon„ der door twee officieren te werden afgehaald. Waarop den Boekhouder goetz en den Sous Lieutenant Nothling na hem vertrocken, en s avonds te Fort dauphin te rug keerden dog zonder Ram„ mas, wyl deese zig door onpasse„ lykheyd buyten staat bevond met hen te vertrecken, en na alle mogelyken blyken van vriendschap te heb¬ den betoont, versogt had 's ander daags te rug te koomen, beloovende als dan met hen na Fort dauphin te gaan; geevende ten teeken van ver¬ trouwen zynen met goud gemonteerden Rotting meede, om by zyn aankomst aldaar van den Ridder daminij wederom t' ontfangen. Woensdag den 27d„en vertrocken de bovengem: twee persoonen wederom naar Koning 4 Koning Rammas, welken zy, niet tegen„ staande alle sollecitatien niet kin„ den overhaalen met hen te komen, zeggende: nog onpasselyk te zyn, en ook te wagten na drie honderd soldaaten die van zyn Hoofdplaats en d'omliggende dorpen derwaards moesten komen, om hem na Fort dauphin te versellen; terwyl hy zig als een grooten koning voor de Hollanders wilde ver¬ toonen, en ook als sodanig alle eerbewysen begeerden. belovende egter op zyn woord van Eer dat zo hy niet morgen ten min„ ste overmorgen zonder fout naar fort dauphin zou trecken. — den tweeden. onderteekenden vroeg aan Rammas of er mo¬ gelykheyd zoude zyn om eenige scheepelingen door zyn volk na Baay 1t augustyn te laaten geleyden; in hoe veel dagen deese Reyse ten uytvoer zou kunnen werden gebragt, en of er geene hinderpalen van oorlog of ander„ zints in deese Expeditie te vreesen waarens waarop hy antwoorden zeer geneegen te zyn by zyn aan¬ komst hier over in onderhandeling te treeden met de scheepsopper hoofden; en aan de geene die de Reise zoude doen, zo veel sol¬ daaten toe te voegen als benodigt zoude zijn om hunne Equipagie te ards te draagen; aan wiens hoofd hy zo men sulx begeerde zynen eigen broeder zou stellen, verders dat 's Lands Inwoonders in zes of ze¬ ven dagen gemackelyk na Baay ¬ Augustyn konde gaan, maar dat hy dagt dat verseld van Europ anen zy daartoe Thien dagen zouden moeten besigen; verhaal lende daarby dat zeekere Fransje Colonel, aan het hoofd van verscheydene zeevaa¬ rende die by gemelde Baay met een fransch Compagnies schip schip breuk hadden geleeden, in zeven dagen van daar naar Fort dauphin waren gemar¬ cheerd. Eyndelyk dat het land in volle ruest was, en hy borg wilde weesen, dat niemand aan de Christenen zo min als aan zyn eige volk eenige vyandelyk¬ heeden zou plegen.— Donderdag den 28 Iulij kreegen berigt van Rammas dat hy morgen te Fort dauphin zou koomen ver„ volgens kwam den Capiteyn ter Zee Huybert den Breem aan Bord, en wierd in overwegeng genoomen wat middelen met werk stellig zou maken om op 't spoedigste berigt te krygen of zig in Baay st augustyn geene der vermiste scheepen kwamt bevinden, Het gebrek van water waarin 't neeuwtje was W was moest in worden voorsien, dewyl niet verseekerd waaren dat de Rey„ se naar Baay S„t augustyn spoedig zou werden afgelegt ver„ ders deese reyse met de scheepen doende was bekend: dat men om van gemelde Baay na Foul pant te stevenen d'oostelijke winden had te dugten, en daar door genoodsaakt zou kun¬ nen worden tot op ruym 30 graaden zuyder Breedte te zeijlen, om de westelike winden t' ontmoeten; waaruyt dan natuurlyk eene lange reyse moest ontstaan, daar nog thans aan de prompte executie van de door uwel Edele gestr. en E Agtb: aan ons opgedraagene Expeditie het belang der Edele maatschappy en het welzijn van de aan Boord zijnde manschappen onvermijdelijk was verknogt. dat verders een Expeditie over land op het getuigenis der zwarten niet alleen, maar bereekend naar de distantie en de Tyd door gemelde Franschen Colonel daartoe gebesigt, gemakkelijk en Twintig dagen kon werden volbragt van wel¬ ken Tijd men een gedeelte nuttig kin besteeden ter verkryging van het benoodigde water, als meede Brandhout waarvan beijde schee¬ pen ten eenemale ontbloot waa¬ ren; en ingevalle men te Baaij S„t augustyn niets mogt ontdekken, men als dan de Reyse naar Foul point in 6 à 7. dagen zou kunnen afleggen: Hierop wierd beslooten, ingevolge d'ordres en Instructien door Uwel Edele gestr: en E agtb: aan inster¬ hand gesteld, en met eenparigen toestemming van alle de Leeden des breeder scheeps Raads om op morgen een accoord te maken met Koning Rammas, en d'Expeditie naar Baay St. augustyn op te dragen aan Nathanel Melser Lieutenant ter Zee deeser Bodem en gisbertus van veen, Comman¬ deur der soldaaten van 't meeuwtje aan wien wy sulx berichten, ten eynde zig in gereedheyd te bren¬ gen om de reyse derwaards t' aan¬ vaarden verders beslooten hen ter hunne oppassing meede te geeven den derdemeester Johan Fredrik Bode den Corporaal Pettrus Joseph Schenk en aen den mattroos Jan Claassen. Vrydag den 29. July 's morgens kwam den Capiteyn ter Zee den Breem, wederom aan Boord van deese Bodem met den Commandeur van veen en den Corporaal Schenk en wierd aan den Lieut Melser en Commandeur van veen voorgeleesen zodanige Jnstructien als d'onderteekend hadden ontworpen om zig daarna in de Togt naar Baays1„t august: te gedragen en waarvan Capy sub La. A deese annex. vervolgens wierden

NL-HaNA_1.04.02_10661_0549 view scan ↗

English

these written instructions were handed over to him, together with the aforementioned 6 pieces of Salemporees brown blue Coast and thirty Spanish reals, and finally a missive addressed to Your Right Honourable, Sirs, whereby we took the liberty to report on all that was remarkable that had occurred on our voyage thus far, as well as on the good condition in which our bottoms, with their crews, were found to be. After having arranged all this in this manner, we saw a signal made from Fort Dauphin that King Rammas was approaching, and we proceeded to the shore with Captain Breem and the five aforementioned persons. At four o'clock Rammas arrived, preceded by a large procession of women and followed by well over three hundred armed soldiers. After some ceremonies, we made known the cause of our arrival to Rammas and also our request, to which he agreed immediately; ordering ten of his soldiers to carry the baggage of the aforementioned persons, and three of his captains to accompany them, who together upon their return would receive as reward ten flintlocks and one hundred pounds of gunpowder. Rammas assured us once more that nothing in the undertaking of this journey could be detrimental to them, which was confirmed by the captains and soldiers who had made the same journey several times. Thereupon the travelers set out on their way and the undersigned went on board the Meermin, accompanied by King Rammas, to whom the customary gift of one hundred pounds of gunpowder, forty-eight and a half cans of arrack, and two pieces of Salemporees brown blue Coast were delivered. Towards evening he proceeded to the shore; having been saluted with eleven cannon shots upon his arrival and departure from on board. From Saturday the 30th of July until Thursday the 18th of August nothing remarkable occurred; we provided the ships with the required water. On Friday the 12th ditto we received word that Lieutenant Melkzer and Commander Van Veen, together with the other persons who had been sent off to Saint Augustine Bay, were in the nearest village of Rammas; and who then also on Saturday the 13th of August arrived at Fort Dauphin, reporting to our greatest astonishment that since their departure on the 29th of July they had been no further than Moroevenen, situated circa 10 miles from here, being the capital of King Rantomba, had stayed there for two days, and then turned back; giving as reasons for this return the outbreak of war between Rantomba and a neighbouring monarch, through whose land they had to pass, the extortions that he, Rantomba, had inflicted upon them, the hostile attacks of the captains and soldiers who accompanied them, and finally the refusal of the latter to march any further. We immediately went to Rammas to express our displeasure in the most acute manner about the way he, as well as his captains and soldiers, had treated us. But Rammas assured us that the report of the said Lieutenant and Commander was entirely false and devoid of all truth; that in order to convince us fully of this, he desired nothing more ardently than that we should go with him to his capital Veneriffe, 4 miles from here, from where he would show us the place where Lieutenant Melkzer and Commander Van Veen had been, and at the same time question the principal natives about the reasons for their return. To this we finally consented upon the persistent request of Rammas, the more so as he had often said he would consider it the greatest shame and dishonour if his new friends the Dutch, for the first time they came into his territory, should depart without having seen his riches and having been his guests. After having given the necessary orders on board, we departed in the forenoon at eleven o'clock, and arrived towards evening at Veneriffe, where we were cordially entertained by Rammas and his people. The following day he showed us from a hill the capital of King Rantomba and offered, if we wished to go there, to guide us there in twelve hours, assuring us, as was also fully evident from the proximity, that Rantomba, whom he considered his vassal, could have no war of which he was ignorant, and repeated to us the frequently given assurance that the country was in complete tranquility. After this, Rammas interrogated the blacks who had accompanied the persons sent by us on their journey. The unanimous answer was: that from the first day the whites had shown little desire to go to Saint Augustine Bay, and having marched for two hours they thought of nothing but a resting place, which having found, they did not leave until the next day; that they had continually complained of pain in the legs, fatigue, etc.; that having arrived at Rantomba's, they had made known there their intention to return to Fort Dauphin, saying: such is not a journey for humans, but for dogs; that the people of Rammas had proposed to them that if they did not wish to go to Saint Augustine Bay themselves, to then give them permission to march there and await their return at Moroevenen, but that nothing had been able to make the whites desist from their taken resolution; that Rantomba, suspecting the whites' aversion to travel arose from timidity, had offered them, if they so desired, a large escort

Dutch transcription

wierde deese schriftelyke Instrui„ tien aan het ter hand gesteld, benevens de daarby verm: 6: p„s Salempoersen br: bl: Cust en dertig spaanse realen, en eyndelik eene missive aan Uwel Edele gestr:e E agtb: g'addresseert, waarby de vryheyd namen verslag te doen van al het geen aanmerkelyks op onse reyse tot nu toe was voorgevallen, als. meede van de goede staat waarin zig onse onderhebbende Bodems met derselver Equipagie kwamen te bevinden. — Na dit alles aldus besorgt te hebben zagen wi sein doen van Fort dauphin dat Koning Ram„ mas aannaderende, en begaven ons met den Capitain Breem en de vyf voormelde Persoonen naar de Wal Ten vier uuren arriveerden Rammas voorgegaan door een groote stoet van vrouwen en gevolgt van ruym drie honderd gewapende soldaten na eenige plegtigheden gaven wy d'oorsaak van onse komst aan rammas te kennen en teffens ons versoek, waarin hij opstond bewilligde; gelastende Tien zyner soldaaten de Bagagie van meerm: persoonen te draagen, en drie zyner Capiteyns hen te verge¬ sellen die te zamen by hunnen te rug komst tot loon zouden genieten Tien snaphaanen en Een Honderd Pond Bus¬ Cruyt rammas verseekerde ons nogmaals dat niets in het doen van deese socht hem derlyk kon zyn, 't welk beves¬ tigt wierd door de Capiteijn& e soldaaten die deselve verschey¬ dene maalen hadden gedaan- Hierop begaven de reysigers zig op weg en de onderteekenden aan Boord van de meermin vergeseld van Koning rammes, aan wiin het gewoon geschenk van Een Honderd Pond, Bus„ Cruit agt en veertig en een halve kan arack en Twee p„s Salempoeris br: bl: Cust wierd behandigt. Tegens den avond begaf hy zig na de wal; nabi zyn komst en vertrek van Boord met Elf Canon schooten gesalueerd te zijn geworden van Zaturdag den 30 July, tot Donderdag. den 18 augustus iser niets merkwaardigs voorgevallen, voo zagen de scheepen tot het benodigd water Vridag den 12 d„o kreegen berigt dat den Lieut, Melt en de Commandeur van veen benevens d'andere Persoonen die 6 die naar Baay I„n augustyn hadden afgesnden, in het naaste dorp van Rammas waaren; en die dan ook op Saturdag den 13 augustus te Fort dan¬ Thin aankwamen, rapporteerende tot onse grootste verwondering dat te zy zint hun vertrek op den 29„e July niet verder waaren geweest als te moroevenen Circa 10 mylen van hier geleegen, zynde de Hoofd„ plaats van Koning Rantomba„ aldaar zig twee dagen opgehouden en toen te rug gekeerd; geevende voor reedenen van deese te rug komst de ontstaane oorlog tusschen Ran„ tomba en eenen naburigen vorst, door uiens land zy te trecken hadden, d'afperssingen die hy Ramtomba hen had gedaan; de vyandelyke aanvallen der Capityns en soldaaten die hen vergeselden, en eyndelyk de weygering van laatstgem: om verder te trecken: Terstond ver„ voegden wy ons by Rammas om ons ongenoegen over de handelwyse die hy zo wel als zynen Capiteyn en soldaaten met ons hadden gehouden op de aller„ gevoeligste wyse te kennen te geeven. dan Rammas verseekerde ons dat het Rapport van gem: Lieutenant en Commandeur, geheel Falschen van alle alle waarheyd ontbloot was; dat hy ten eynde ons daarvan volkomen t' vvertuygen niets vuuriger begeerde dan dat wy met hem na zyn Hoofdplaats veneriffe 4 mylen van hier wilden gaan, van waar hy ons de plaats zou too„ nen daar den Lieutenant Melkzer en den Commandeur van veen waaren geweest, en teffens de voor„ naamste der Inlanders ondervraagen over de reedenen van hunnen te rug komst. Heerin bewilligde wy eyndelyk op het aanhoudend ver„ soek van Rammas, te meer daar hy menigmalen had gesegt het zig tot de grootste schanse en te zullen reekenen zo zyne nieu¬ we vrienden de Hollanders voor d'eerste maal dat zy in zyn gebied kwamen zouden verttrekken zonder zyn rykdommen te hebben gesien en zyn gasten geweest te zyn. — na aan Boord de nodige beveelen te hebben gegeeven, vertrocken wis voormiddags ten Elf uuren, en arriveerden tegens den avin te veneriffe, alwaar wy van Rammas en de zynen hesch wierden onthaald. 's anderdaags vertoonde hy ons van eer heuvel de hoofdplaats van Koning rantamba en bood ons aan indien wy ons derwaards wilden begeeven, ons in Twaal uuren daar te geleyden, ons verseekerend zo als ook uit de nabyhyd ten vollen bleek dat ranton die hy als zijn bassal beschouwden geen oorlog kon hebbe waarvan waarvan hy onkundig was, en herhaalde ons de zo vaak gedaane verseekering dat het land in volle rust was. - Hierna in denvroeg Rammas de Zwar„ ten die de door ons afgesondene persoo„ nen op reyse hadden vergeseld. Het eenparig antwoord was: dat de Blan„ ken van de eerste dag af weynig lust getoont hadden om naar Baay P„ augustyn te gaan, en zy na twee uuren gemarcheert te hebben op niets dag¬ ten als een rustplaats, welken gevonden hebbende zy niet voor de andere dag verlieten, dat zy by aanhoudendheyd geklaagt hadden over zyn in de beenen vermoedheyd &a dat aangekomen by rantombo zy al„ daar te kennen hadden gegeeven van meening te weeten naar Fort dau¬ phin te rug te keeren, zeggende: sulx geen zocht voor menschen maar voor houden te zyn; dat het volk van Rammas hen had voorgesteld indien zy zelfs niet naar Baay &„o augustyn wilden gaan, hen als dan verlof te geeven derwaards te trekken, en hunnen te rug komst te moeroeven au af te wagten, dog dat niets in staat was geweest de blanken van hun genoomen besluyt te doen afzien; dat rantombo wanende de tegenzin in het reysen by de blanken te ontstaan uyt beschroomdheyd, hen had aangeboden in dien zy sulx begeerden door een groot Escorte

NL-HaNA_1.04.02_10661_0554 view scan ↗

English

to let an escort accompany them, and to send his brother ahead; but that they, notwithstanding all requests and all tokens of goodwill, had persisted in their adopted resolution, adding thereto that they had no more bread nor strong liquor, and without this could not walk; that thereupon the blacks had offered to send some of their people to Fort Dauphin to fetch what they thought they needed; that they could safely rely on their speedy return and in the meantime continue their journey to Baay St. Augustyn; finally that none of the proposals made had been able to please the Lieutenant nor the Commander, and they thus had been forced to return with them to Fort Dauphin. Monday the 13th of August the undersigned, along with Captain den Breem, departed from Venerij, arrived at Fort Dauphin, and went on board, where everything was found in proper order and in readiness to depart. Tuesday the 16th ditto in the morning a signal was made for the pinnaces, and Captain at Sea Huybert den Breem, Captain-Lieutenant Johannes van der Marcht, and Lieutenant Ludovicus Haak came on board this vessel to attend the broad ship's council for the investigation of the conduct held by the Lieutenant at Sea Nathanael Meltzer and the Commander of the soldiers Gysbertus van Veen in the expedition to Baaij S:t Augustijn assigned to him. The undersigned take the liberty to refer regarding what occurred in the said broad ship's council to the copy of notes annexed hereto under Letter B, with all such enclosures as are attached to its original kept on board this vessel. However, the first undersigned considers himself obliged to bring to the attention of Your Right Honorable and Honorable Worships that, however much he had wished to punish the neglect of duty committed by Lieutenant Meltzer in an exemplary manner, he nevertheless has not dared to insist on any punishment whatsoever, since he would thereby have had to deprive himself of a ship's officer, for the performance of whose duties no one on board was found capable. Wednesday the 17th of August, Lieutenant Meltzer was asked to account for the thirty Spanish reals and six pieces of salempores broad blue Coast delivered into his hands, of which the remainder of 19 Spanish reals and one piece of salempores handed over by him was again accepted into the trade books of this vessel. Subsequently, the undersigned went ashore and paid the captains and soldiers of Rammas with one hundred lb of gunpowder and twenty-five Spanish reals, which they, through the mediation of their King, were willing to accept instead of the promised ten muskets. Thursday the 18th ditto the undersigned went ashore again and paid there for eight oxen slaughtered during our stay here as refreshments for the ship's crew, eight fathoms of firewood for the voyage, and some chickens and lemons for the sick, with one hundred lb of gunpowder, forty-eight and a half jugs of arrack, and three pieces of salempores broad blue Coast. Friday the 19th ditto in the morning we made every effort to sail under the favor of a northerly wind, but this coming through too strongly, we had to let fall our bower anchor again and deliberate until Saturday the 20th of August. When a gentle breeze from the N.E. permitted us to pass the small reef of Fort Dauphin at half a cable's length; the departed South latitude was 25 degrees 4 minutes, the longitude from Paris 45 degrees 5 minutes, according to the chart of Mr. d'Aprez de Mannevillette, which for its accuracy in this part of the world is esteemed above all others by all knowledgeable mariners and can indeed hardly be dispensed with. The undersigned take the liberty to report to Your Right Honorable and Honorable Worships that during their stay at Fort Dauphin they learned that not far from there some time ago a certain Portuguese ship coming from Goa to engage in the slave trade was wrecked, of which no one survived except two free blacks whom Hammas has taken on as his servants. It is very probable that the Christians, by order of that King, were miserably put to death or sent inland. The house of Rammas we found crammed with everything that may have been on board that unfortunate ship: gold, silver, cannon, everything that insatiable greed could have made him desire was gathered there. The ways he took to obtain it cannot have been other than abominable. The fear and terror which his subjects harbor over his arbitrary tyrannical rule prevented them from telling us the story of the violence committed by him, and they assured us that all the people who were on board the said ship had either perished in the stranding or had died after a short stay with Rammas. The land that this King inhabits may be considered the most fertile of the entire island, and is divided among several chiefs or headmen, all blood relatives of Hammas, who along with him, fully trained in the art of dissimulation, do not deserve much trust, and rule tyrannically over subjects who, knowing that they can never quietly enjoy the fruits of their labor, spend their days in sluggish idleness and only provide for the necessary food. Their wealth consists of livestock, such as cattle, sheep, and goats, all of which are abundant and of a very good sort. From Sunday the 21st of August to Tuesday the 23rd ditto we sailed mostly in sight of the coast, and discovered on Wednesday the 24th ditto the Table Mountain of Baay

Dutch transcription

Escorte te laaten begeleiden, en zynen broeder vooruyt te zenden; dog dat zy niet tegenstaande alle versoeken, en alle bewysen van geneegendheyd by hun genomen be¬ sluyt waaren blyven persisteeren daarbij voegende; dat zy geen meerder brood nog sterke drank hadden, en buyten dit niet konden lopen, ^daarop dat de swarten aangeboden hadden eenige hun ner naar Fort dauphin te zenden, om het geene zy meenden benodigt te zyn te haalen: dat zy gerust zig konden verlaaten op hunne spoedige te rug„ komst en middelerwijl hun Tocht naar Baay St. augustyn vervolgen, eindelyk dat geen van de gedaane voorslagen den Lieu¬ tenant nog Commandeur had¬ den kunnen behagen, en zy dus genoodsaakt waaren geweest met hen naar Fort aauphin te rug te keeren. — Maandag den 13 augustus vertrocken donderteekendens, beneevens den Capitain den Breem, van Venerij arriveerden te Fort daaphin en begaven zig aan Boord, alwaa alles in behoorlyke ordre en in gereedheyd om te vertrecken wierd bevonden. Dingsdag den 16 d„o 's morgens wierd sein gedaan van Pitsjaaren en kwamen den Capitijn ter Zee Huybert den Breem den Capiteijn Lieutenant Lieutenant Johannes van der Marcht en den Lieutenant Ludeuren Haak aan Boord van deese Badem om den breeden scheepsraad by te woonen ter ondersoek van het gedrag door den Lieutenant ter Zee Nathanael meltzer en den Commandeur der soldaaten Gysbertus van Veen gehouden in de aan hem opgedragene Ex„ „peditie na Baaij s:t augustijn. — de onderteekendens neemen de vrij¬ „heijd zig omtrent het voorgevallene in gem: scheeps breedte ^ raadtgedraagen aan de aan deeze geannexeerde Copij aanteekening sub L:a B: met alle zodanige bijlaagen als aan dies Origineel aan boord van deeze bo¬ dem berustende zijn gehegt. Egter agt den Eerstonderteekenden zig verpligt Uwel Edele gestr: en Edele agtb. onder 't oog re¬ te brengen, dat hoe zeer hij ook gewenscht had het pligtverzuijm door den luijtend meltzer begaan exemplair te corrigeeren hij egter op geene straffe hoe gend: heeft durven aanhouden, dewijl hij zig daardoor had moeten berooven van een scheeps of¬ ficier, tot 't waarneemen van welkers dienst niemand aan boord bekwaam wierd gevonden.— Woensdag den 17 aug=s wierd aan den luijten„ nand meltzer Rekenschap ge¬ „vraagd der aan hem ter hand gestel„ den dertig Spaansche realen en zes # te salempoeris br: bl: Cust, waarvan het res„ „tant van 19 sp: realen en Een p:s salemp ris door hem overhandigt wederom bij de negotie boeken deezer bodem wierd aan¬ genoomen. Vervolgens begaaven de onderteekendens zig naar de wal en be¬ taalden de Capitaijns en soldaten van rammas, met Een hondert lb buskruijt en vijf en twintig Sp: realen die zij, door bemiddeling van hunnen Koning wel wilden accepteeren in steede der be¬ „lofte thien Snaphanen. — donderdag den 18 d:o begaaven de onderteekendens zig wederom naar de wal en betaalden aldaar agt Ossen, geduurende ons ver„ „blijf alhier tot ververssing voor 't Scheeps¬ volk verslagt. agt vademen brandhout voor de reijze en eenige hoenders en Citroenen voor de Zieken met Een hondert lb buscruijt agt en veertig en Een halve kan arack en drie p:s Salempoeris br: bl: Cust. — E 's morgens deeden Vrijdag den 19 d alle moeijte om te zijlen onder be¬ genstiging van een Noordelijke wind dog deeze te sterk door komende moesten ons suianker weder laten vallen en overleggen, tot Zaturdag Zaturdag den 20 Augustus. Wanneer een babber Koelte uyt den N. O. ons vergunde 't kleine rif van Fort dan„ phin op eene halve Cabellengte te passeeren; de afge„ vaare Zuiderbreete was 25e. 4. de Lengte van Parys 45. 5. volgens de Caart van de heer d'Aprez de Ma„ „neuvillette, die om derselver juistheid in dit wae„ „velddeel van alle kundige Zeelieden, boven alle an„ deren word g'agt en zelfs niet wel te ons beeren is. — d' onderteekendens neemen de vryheid u wel Edelen Gestr: en Ed Agtb: te berigten, dat zy ge¬ „duurende hun verblyf te Fort Dauphin ver„ noomen hebben, dat niet verre van daar voor eenige tyd is verongelukt zeeker Portu„ „geesch schip van Goa komende om de slaven. handel te dryven, waarvan niemand is overgebleeven, als twee vryzwarten, die Hammas tot zyn bediendens heeft aange¬ noomen. zeer waarschynlyk is 't, dat de Christenen op bevel van die Koning jaan „merlyk ontzield, of Landwaards versonden zyn. Met huys van Kammas vonden wij opgepropt van al 't geene aan boord van dat ongelukkig schip kan zyn ge„ weest: goud, zilver, geschut, alles wat de onversadelyke hebzucht hem heeft kunnen doen begeeren, was daar bij een gezameld. de weegen, die hy ter verkry¬ ging daarvan heeft ingeslagen, kun„ nen niet als verfoeilik zyn geweest de vrees en schrik die zyne onderdaa¬ „nen over zynen willekeurige tyran„ nische 4 109 „nische Heerschappy voeden, belette hen ons het verhaal van zyn gepleegde Ge¬ weldenary te doen, en betuygden ons, dat alle de menschen, die zich aan boord van gem: schip bevonden hadden, of in het stranden waaren omgekoomen, of na een kort verblyf by Bammas overleeden waaren. — Het Land, dat dien Koning bewoont, mag voor het vruchtbaarste van 't gantsche Eyland gehouden worden, en is verdeelt onder verscheidene op¬ perhoofden of Chefs, allen Bloedver¬ wanten van Hammas, die nevens hem, uytgeleerd in de kunst van veinzen, niet veel vertrouwen verdienen, en tyrannisch heerschen over Onderdaa. nen, die bewust, dat zy de vruch¬ ten hunner arbeid nimmer gerust kunnen genieten in vodzige ledig„ heid hunne dagen slyten, en slechts zorgen voor het noodige voedsel hunne rykdommen bestaan in Vee als runderen, schaapen, en boeken, die alle overvloedig en van eene zeer goede aard zyn. van Zondag den 21 Augustus tot dingsdag den 23 d. o Zylden wy meest in't gezicht van de Wal, en ontdek„ ten op Woensdag den 24 d. o de Tafelberg van Baay

NL-HaNA_1.04.02_10661_0559 view scan ↗

English

St Augustyn. At midday we found ourselves before the bay, which we were able to survey completely with the help of telescopes, and discovered no ship in it. Ready to sail into the bay, we saw two small craft veering toward the Meeuwtje, one of which was dispatched to us, carrying a certain free black named Raytsjoelan, and called Hapking by the English, whose language he spoke intelligibly. From him and two other Madagascans we learned that not only were there no Dutch ship or ships in the bay, but that there had been none; that the bay had seen itself bereft of keels for four months, and that the last to depart from there had been a French private craft. Furthermore, Raytsjoelan offered us his services to pilot us inside. Hereupon we gave the signal for a council of war, and Captain den Breem came aboard this vessel; where, upon the report of Raytsjoelan, added to what had been seen, it was resolved to steer for Toulepoint, since one could rest fully assured that none of the missing ships had arrived in St. Augustin Bay, and, needing no water or anything else, entering the bay would only cause delay in an expedition which, to fulfill the high purpose of Your Right Honorable and Honorable Esteemed Sirs, ought to be brought to an end with all promptness. We therefore remained under sail and began on Thursday the 25th of the same month, while awaiting God's assistance, our reckoning at the south latitude of 20. 18. longitude 40. 16. from Paris. Then the easterly winds, as we had anticipated, preventing us from holding our course continuously, brought us toward Thursday primo September up to 32. 16. south latitude. Although we, to avoid all prolixity and not needlessly occupy the precise attention of Your Right Honorable and Honorable Esteemed Sirs, conform regarding nautical matters to the journals kept thereof, the first undersigned cannot refrain from setting down here that in 8 to 10 voyages which he has made around the south of Madagascar, he has always between 27 to 28 degrees latitude noticed a change in the water and many birds: from which he concludes that there must be some hitherto unknown shoal in that vicinity, and that one must therefore use all possible caution when sailing. Saturday the 3rd of September at sunrise we saw a heavy piece of wood drifting just past the buoy, presumed it to be a ship's timber that must have drifted at sea for a long time, being overgrown all around with green. Furthermore nothing noteworthy occurred before Saturday the 10th of the same month. When the so often desired south wind broke through, under whose favor we on Monday the 19th of the same month sighted land, and on Tuesday the 20th of the same month at 10 o'clock in the morning came to anchor in the outer roads of Toulepoint. We saluted the roads with eleven cannon shots, where we found lying the French private ship Le bon Succes, commanded by Captain Jean Gilbert, and the French schooner la Petite Union, Captain Nielly, both arrived here from Mauritius. After performing the necessary ship's work, a signal was made for a council of war, whereupon Sea Captain Huybert den Breem came aboard and made known how almost his entire crew, after our departure from St. Augustyn Bay, had been attacked by a severe illness, and he presently still found himself burdened with 32 incapacitated men and bereft of everything that could have brought any relief in these sad circumstances. Furthermore, he declared that the hardtack which had remained aboard his vessel upon his arrival at Cape of Good Hope, although then found good and sound and as such included among the new victuals, had spoiled to such an extent that he had not dared to distribute it to the ship's company, to whom he made good the lack of that food with flour, barley, etc., whereby, as well as through the few provisions received at Cape of Good Hope, such a scarcity had arisen that he had nothing more aboard than 57 buckets of flour, barley, as well as peas and beans; and thus his urgent desire was that means be devised and put into effect whereby the disasters threatening his crew might be averted. Whereupon it was judged best, regarding the sick, to take the advice of the chief surgeons of both ships and that of the surgeons who might be found at Toulepoint, and if they judged that the country air might be favorable to them, to then enter into negotiations about it with the French administrators. Hereupon we went ashore and were kindly received by Mr. de la Cerve, commandant of this place, to whom the first undersigned made known the reason for his arrival in a private conference. But Mr. de la Cerve testified to him that, however gladly he would lend a helping hand toward obtaining a cargo of rice for the ship the Meeuwtje, such was nevertheless beyond his power, and that one would encounter insurmountable obstacles therein. Firstly, the rice harvest had turned out very badly due to the numerous locusts, which that grain not only here locally, but indeed in

Dutch transcription

St Augustyn. Op de middag bevonden wy ons voor de baaij, welke door behulp van Verrekykers geheel konden over„ „zien, en ontdekten geen schip in deselve Gereed om de baay in te zeylen, zagen wy twee kleine vaartuygen naar boord van 't Meeuwtje weijen, waarvan een naar ons wierd g'expedieert, bevindende zich in het selve zeekeren vry zwart genaamt Raytsjoelan, en door de Engel¬ „schen wier taal hi verstandbaar sprak, Hapking geheeten. Van deese en nog twee andere Madagascoren verstonden wi: dat er zich niet alleen geen hol= landsch schip of scheepen in de baars bevonden, maar ook geenen geweest waaren; dat de baaij zich zints vier maanden had ontbloot gesien van Kielen, en dat de laast van daar ver„ „trockene was geweest een Fransch particulier Vaartuyg. Verders bood Haytsjoelan ons zynen dienst aan om ons binnen te lootsen. — Hierop deeden zein van pitsjaaren, en kwam den Capitin den Breem aan boord van deese bodems; alwaar op het bericht van Raytsjoelan, gevoegt by het geene men gesien had beslooten wierd naar Toulpointe te Steevenen, dewyl men zich ten vollen verseekerd kon houden dat in baay St. Augustin geen der der vermiste Scheepen was g'arriveerd, en men geen water of iets, anders benodigt zynde, door de baay in te loopen, slegts vertraging te weeg sou brengen in eene Expedite, die, om aan het Coogmerk van u Wel Edele Gestr: en Edele Agtb: te voldoen met alle prcomptituee ten einde dient te werden gebragt. Bleeven dies onder zeil en begonnen op donderdag den 25 d. o Onder afwagting van Gods bystand ons bestek op de Buijder¬ breete van 20. 18. Lengte 40. 16. van Parys. dan de Oostelyke winden, so als voorsien hadden, belettende ons bi aanhouden. heid Cours te stuuren, en bragten ons teegens donderdag p=mo September tot op 32, 16. Zui„ derbreete Schoon wy alle langwy¬ ligheid te verwijden, en de precien se attentie van u Wel Edele Gestr: en Edele Achtbe niet nodeloos te occupeeren, ons omtrent de Zee¬ zaken aan de daarvan gehoudene dagregisters gedragen, kan egter den Eerst onderteekenden niet af¬ „laaten alhier ter neder te stel„ len, dat in 8 a 10 reyzen, die hy om de Zuid van Madagascor heeft gedaan hy altoos tusschen 27 a 28 graden breete breete verandering in't water en veele Vogels heeft ontwaard: waaruyt hy opmaakt, dat daaromtrent eenige tot nu toe onbekende Ondiepte moet zyn, en men dus in't zylen alle mogelyke voorsigtigheyd moet gebruyken. — Zaturdag den 3 Septbr. zagen met Zons opgang een zwaar stuk hout kort voorby de Boeij drijven, presumeerden het selven een Scheepsbalk te zin, die lang in zee moeten gedreeven, zynde rond „om met groen begroeit. Verders niets aanmerkenswaardig voor= gevallen voor Zaturdag den 10 do. Wanneer de 20 vaak gewersch„ „te zuyde wind doorkwam, onder welker begunstiging wy Maandag den 19 d:o Land ontwaarden, en op Dingsdag den 20 d: o 'S morgens ten 10 uuren op de buyte rheede van Toule point ten anker kwamen. Solueerden met Elf Lanonschooten de rheede alwaar wy vonden leggen het Fransch particulier schip Le bon Succes, gecommandeert door Capitin Jean Gilbert, en de Franschen Schoenjer la Petite Union Capitain Nielly ƒ beide van Mauritius alhier g'arriveerd g'arriveerd. — Na verrigting van het nodige scheepswerk, wierd zein gedaan van Pitsjaaren, waarop den Capi¬ „toin ter Zee Huybert den Breem aan boord kwam, en te kennen gaf, hoe by na zin gehee„ „le Equipagie na ons vertrek van Baay St. Augustijn was aange¬ „vallen geworden van eene zwaare ziekte, en zich tegenswoordig nog belast vond met 32 Impotenten en ontbloot van alles wat in deeze droevige omstandigheid eenig sou¬ laas sou hebben kunnen te weg brengen. Verders verklaarde hy dat het hardbrood, het welk aan boord van zyn onderhebbende bo¬ dem bij zin komst aan Ka op de Goede hoop restant is gebleeven schoon toen goed en eerbaar bevonden en als sodanig onder de nieuwe victualy begreepen, sodanig bedorven was, dat hi het aan het scheepsvolk niet heeft dier¬ „ven laaten uytreijken, aan wien hy het gemis van dat voed zel door meel, gort &a. heeft te goede gedaan, waardoor so wel als door de weinige Levensmiddelen aan Koop de Goede hoop ontfangen, sodanige schaarsheid is ontstaan, dat hy niets niets meerder aan boord had als 57 Emmers S0 Meel, Gort als Eriten en Boonen, en dus zynen instantigen be„ geerten was, dat men middelen beraam„ den en werkstellig maakten, waardoor de rampen die zin Equipagie drijgden, konden worden afgekeurd; Waarop best geoordeelt wierd omtrent de zieken het advys in te neemen der opperchi¬ „rurgijns van beide schelpen; en dat van de Chirurgyns die zig te Toulepoint souden komen te bevinden, en so deese oordeelden, dat de Landlugt hen favirabel sou kun„ nen weesen, alsdan met de franschen admi¬ nistrateurs daarover in onderhandeling te treeden. Hierop begaven wy ons naar de wal, en wierden vriendelyk ontfangen van den heer de la Cerve, Commandant dee¬ „ser plaatse, aan wien den Eerst onderteeken„ den de oorsaak van zynen komst in eene particuliere onderhandeling te kennen gaf. dan de heer de la erve betuygde hem dat, hoe gaarne hy hem de behulp¬ „saame hand ook sou willen bieden, ter verkrijging van een Lading Ryst voor 't schip 't Meeuwtje, sulx eg¬ ter buijten zin vermogen was, en dat men daarin onoverwinlyke hinder„ „palen zou vinden. Eerstelyk, was de ryst„ oogst seer slegt uytgevallen, door de men nigvuldige sprinkhaanen, die dat Graan niet alleen hier ter plaatse, maar wel op in

NL-HaNA_1.04.02_10661_0564 view scan ↗

English

had ruined the crops on the greatest part of the island, even before they had come to maturity. Secondly, a certain misunderstanding had so embittered the minds of the natives against the French administrator that they lived completely estranged, and far from bringing slaves, rice or anything else to sell as usual, they made it their regular business to defy the weak garrison of about twenty men which His Most Christian Majesty maintains here, who also considered themselves by no means safe, and for fear of greater danger, had induced Captain Gilbert to remain lying in the inner roadstead in order to be able to bring them assistance in case of need, or to favor their departure. Finally, he assured him that if the face of affairs should change, and the Madagascans brought their wares to market as usual, he would then have to preserve the rice carefully for the King's account, for the benefit of the island of Mauritius, from whence he was expecting two ships to collect it. The aforementioned gentleman de la Serve assured us that he would lend a helping hand in everything else we might need, and promised us to send the surgeons aboard the Meeuwtje the following day, and in case the sickness that had arisen there was found not to be contagious, and the land air was required for the recovery of the invalids, to then provide us with a suitable place to lodge them. Having returned on board, the first undersigned informed Captain de Breem and the second undersigned of the result of his endeavors and the situation of affairs, which, however little satisfying to the purpose of your Right Honorable Sirs and to our sincere wish, could nevertheless not be changed, but since the ship Meeuwtje could not possibly undertake the return voyage with the provisions on board, it was decided to present this condition the next day to the broad ship's council, which then also met on Wednesday the 21st of September. To the same, it was reported both by both ship's surgeons and by the surgeon major of Foulpointe and the one from the French ship Le Bon Succès, that after having conducted an examination of the sick on board the Meeuwtje, they had found the sickness not to be contagious, and merely to arise from the manifold changes of climate that the crew had had to undergo, which very often causes rheumatic fevers aboard ships, which on this vessel had been considerably increased by the bad bread that had had to serve as food for the crew for some time. The surgeons were unanimously of the opinion that the sickness should be treated on board, and merely to send the convalescents ashore for one or two hours a day under good supervision, because the sea air is much more beneficial for the sick than the land air in a place whose swampy soils spread bad exhalations. In consequence of that report, it was decided to leave the invalids on board and to provide them with everything that could be useful to them and obtainable here, although this might burden the expense account of that ship, in the confidence that your Right Honorable Sirs, in accordance with their so often demonstrated humanity, will be pleased to approve a conduct to which necessity gave occasion. Subsequently, Captain de Breem showed a sample of the hard bread on board, which he together with the officers testified to have taken at random from the bread room, and it was found to be entirely stale and moldy, and thus unfit to be used by the ship's company, for which reasons they condemned the same, and decided that no effort should be spared to persuade the French administrators to relinquish ten thousand pounds of paddy rice for the benefit of the Meeuwtje and to deliver it, both instead of the spoiled bread and as provisions for the return voyage of that ship to the Cape of Good Hope. After the broad ship's council had adjourned, the undersigned and Captain de Breem went ashore, and the first undersigned made known to Mr. de la Serve the distress in which the aforementioned ship found itself, and that he hoped, if one could not succeed in obtaining a cargo of rice, his Honor would at least consent to sell the necessary provisions, or give permission to buy or barter them from the natives, even if it were in small quantities. Whereupon the said Commander decided to relinquish the requested ten thousand pounds of rice, though for no less than two Spanish reals per hundredweight, testifying that such was the price for which he purchased it for the account of his King, and gave further orders that one would be able to obtain the necessary meat, as well as chickens and white rice for the sick, at moderate prices. Thursday the 22nd of September, the undersigned had a conversation with Captain Gilbert, from whom he understood that his ship Le Bon Succès, for the account of Messrs. Ourry in Mauritius, was destined for Mozambique to trade a cargo of slaves; that the said gentlemen, aware of the scarcity of rice at Foulpointe, for the maintenance of the slaves to be traded, had loaded into that ship over one hundred thousand pounds of Batavian rice, and given orders, if contrary to all expectation he could buy a cargo of rice here, to then trade it at Mozambique; but that although he had no prospect here of carrying out his commission, the delicate circumstances in which the French found themselves due to the dispute with King Savie, him

Dutch transcription

op 't grootste gedeelte van't Eyland, nog voor het tot rypheyd was gekomen, had¬ „den vermeld. Ten tweeden, had eenig nies verstand de Gemoederen der Inlanders sodanig tegens de Fransche administrateur verbitterd, dat zy geheel verwyderd leefden, en wel verre van slaven, ryst of iets anders ter verkoop naar gewoonte aan te brengen, hun gewoont besigheid maakten om de Zwacke bezetting van circa twintig Man, die zyn aller¬ „christelykste Majesteit alhier onder„ houd te trotseeren, welke sig ook geensints seeker achtte, en uyt vrees voor grooter gevaar, den Capityn Gilbert hadden bewoogen op de binne rheede te blyven leggen, om hen, in ge„ volle van nood, assistentie te kunnen toe brengen, of hun vertrek te begunstigen. Eyndelyk verseekerde hij hem dat so de zaaken van aanschyn mogten veranderen, en de Madagasca ren naar gewoonte hunne waaren ter markt bragten, hy alsdan de ryst zorgvuldig voor reekening des Konings moest bewaaren, ten behoeve van 't Eyland Mauritius van waar hy twee scheepen was te verwagten, om die af te haalen. — Voorseide Leer de la Cerve verseekerde ons in alles wat men 5 men, verders benodigt zou mogen weezen de behulpzame hand te zullen bieden, en beloofde ons s'anderdaags de Chirur gijns aan boord van 't Meeuwtje te zenden, en ingevalle de ziekte die daar wat ontstaan, niet aanstelijk weerd be„ vonden, en ter herstelling der impo„ centen de landlucht verEyscht, ons als dan eene bekwame plaats te zullen bezorgen om denzelven te logeeren, — dan boord te rug gekomen berichte den eerstonderteekende Capityn de Breem en den tweede onderteekenden van den uitslag zyner Dogingen en de situatie der zaaken, die hoe weynig vol„ doende ook aan het oogmerk van uwe weledele gestr: en E agtbr en aan onze wemeenende begeerte echter niet verandert kon worden, dan aan„ gezien het schip Teheeuwtje met de aan boord zynde provisien onmogelyk de te rug reyze zon onderneemen, besloot men dies toestand s'anderdaags aan den breeder scheepsraad voor te dragen die dan ook Woensdag den 21 September vergaderden. aan dezelven wierd zo door beide scheepschouw gyn, als door den Chirurgyn major van foule point, en die van 't frans schip le bon succes gerapporteerd, dat na gedane visitatie der zieker aan boord van Meeuwtje, zij bevonden hadden, de ziekte niet aanstekelyk te zyn, en slegts te ten te ontstaan door de menigvuldige ve anderingen van climaaten die de so pelingen hadden moeten ondergaan t welk zeer dikwils rhumalicque koor len aan boord der scheepen veroorzaak die op deezen bodem aanmerklyk wa =ren vermeerdert door het slegt brood dat dEquipagie eenige tyd tot voedse had moeten verstrekken, de Chirur gyns waaren eenparig van gevoele dat men de ziekte aan boord diende te behandelen en slegte de convalesee ten een of twee uuren daags onder een goed opzigt naar de wal zenden e dewy de zeelugt veel dienstiger is voor ze ken dan de landlucht, op een plaats wier moerassige gronder slegte uit waassemingen verspreeden, en wier ingevolge dat bericht beslooten de impotenten aan boord te laten, en hen van al t geene te verzorgen dat hen nuttig en alhier te beko men kon zyn, schoon zulks de an kostreecq: van dat schip mogt beswaaren, in dat vertrouwen dat uwe welEdele Gestr: en Edele Agtbr naar derzelver zo vaak betoonde Mensdenliefde een gedrag zullen gelieven te appro beeren, daar de noodaanlegting toe heeft gegeven vervol vervolgens vertoonden den Capitaan den Breem, een monster van 't aan boord zynde hard brood, t welk hy be¬ nevens d' officieren betuygde voor de hand uit de broodkamer te hebben genomen, en wierd bevonden geheel maff en beschimmeld te zijn, en dus onbekwaam om door het scheepsvolk te kunnen werden gebruykt, om welke redenen, het zelven afkeurden, en besloo„ ten dat men niets onbezocht zoulaten om de fransche administrateurs te beweegen, Tien duyzend Hb Padyryst ten behoeve van 't Meeuwtje af te staan en die te doen vertrekken, zo in steede van 't bedurve brood, als tot provisie voor de terug reyze van dat schip naar koop de goede Poop. Nadat de breede scheepsraad gescheyden wa, begaven zig t /onder„ teekendens en den Capitain den Breem zig naar de wal, en gaf den Eerst onderteekende te kennen aan den Heer de La Eerve, het gebrek waar in meerm: schip zig bevond, en dat hy hoofte, dat zo men in t vinden van een Cargazoen Ryst niet konde slaan „gen, zyn Ed: ten minsten zou bewil„ ligen, om de nodige provisien te verkoopen, of verloff te geeven om die al waare 't by de kleyne maat van de inlanders te koopen of te wuylen, waar op gem: Commandant besloot de verzogte Thien duyzend tb Ryst af te staan, dog niet minder als te gens twee sp: realen t Cento, betuygende dat zulx de prys was, waar voor hy die voor reecq van zynen Koning inkogt, en stelde verder orders dat men het benodigde vleesch, mitsg=s Hoenders Hoenders en witte Ryst voor de zieken, tot modicque pryzen zou„ kunnen bekomen Donderd: den 22 September, had den ondertee„ kenden een gesprek met Capitijn Pil„ bert, van wien zij verstond dat zyn, Schip Le bon succes, voor reekening van de Heeren Ourry te e Mauritius, gedestineerd was naar Mosambicque om een lading slaven te handelen, dat gem Heeren, bewust van de schaars¬ =heid van Ryst te foule point, tot onder„ hond van de in te handelene slaven, dat gem: Heeren, bewust van de Schaarsteid van Ryst te Foulpoint, tot onderhoud van de in te handelene slaven in dat schip hadden afgeladen ruim honderd duyzend ponden, Bataviase ryst en last gegeven zo hy tegens alle ver¬ wagting alhier een lading ryst zou kunnen, koopen, die als dan te Mo„ Sambicque te verhandelen, doch dat schoon hij alhier geen vooruitzegt had van zyn Commissie ter uitvoer te brengen, de netelige omstandighee„ den, waar in de franssen zig door de twist met koning Savie bevonden, hem

NL-HaNA_1.04.02_10661_0569 view scan ↗

English

compelled him not to leave Madagascar, and he was therefore minded to abandon his projected voyage to Masambicque, to which our destination thither had contributed not a little, by which turn of events he could well dispense with the rice, and would thus be willing to cede it to him at a reasonable price, but declared at the same time that the same had cost his owners £25.- or 2½ Spanish dollars per hundred, and he could therefore hardly sell it for less than 3 Spanish dollars. Inspecting this rice, the first undersigned found it, though not of the first, nonetheless of a good quality, and considering how necessary it was to see to it that 'T Meeuwtje should not be sent back entirely empty, the more so since one now had the disastrous certainty of the wreck of the ship Zeeduijn, and that the government of Your Right Honourable and Worshipful Lordships must be entirely destitute of rice, he decided to offer said Captain Gilbert 2½ Spanish dollars per hundred, but he directly declined this offer, saying that he would not dare by any means to resolve to sell the goods of his owners at cost price. Friday, 23 September, the undersigned, together with Captain Breem, went ashore and repaired to the Commandant de la Serve, who related to them how he had passed the entire preceding night in the utmost danger, because of the hostile posture that King Savie and his people had assumed in all their actions, appearing every moment not only before, but even armed within the palisades of the French, whose garrison was too weak to offer resistance to such a formidable enemy without taking revenge, having to suffer themselves to be insulted by the heathens, and this whole afternoon was spent in negotiations by which nothing substantial or good was gained. The said Commandant assured us that if within a few days he could not bring matters on a better footing, he would depart with the entire garrison, and thus could do nothing more for us than deliver the promised 10,000 lb of rice as provisions for 'T Meeuwtje. Saturday, 24 ditto, peace was finally concluded between the French administrator and King Savie, whereby the latter engaged to give his subjects once again the freedom to sell their wares to the French, who consented to the indemnification demanded by Savie of two hundred Spanish dollars, which were counted out to him at once. This settlement spread joy everywhere, and that sort of briskness in all transactions that discord cannot tolerate. That same day one saw rice and diverse other matters brought in from the surrounding villages, and Mr de la Serve nourished the hope, so gratifying to us, of giving us better tokens of his goodwill and desire to favour our trade. Sunday, 25 September, the first undersigned repeated his request made to Mr de la Serve regarding a landing of rice for 'T Meeuwtje, and as much as our vessel might require for the slave trade and provisions for the crew; but His Honour gave for an answer that he would never dare to venture, in the scarcity in which the country found itself, to give up the rice which he had lying at Mahambo for his own account, unless the other administrators would follow his example, and charter the small vessel La Petite Union for the fetching of the same. They all allowed themselves to be persuaded by Mr de la Serve and sold their rice to the first undersigned, the quantity of which they determined at approximately 120,000 pounds, which would have to be brought from Mahambo in two voyages by said small vessel, and paid free on board with all expenses included at two Spanish dollars per hundred, from which price, though twice as high as rice was mostly sought here, nothing could be abated, and the first undersigned was thus compelled to take it at that, intending to load 70,000 lb of said quantity into the Meermin, both for the slaves to be traded for and as provisions for the crew, and to ship the remainder of 50,000 lb into 'T Meeuwtje; and if one could not procure a larger quantity for that ship, to cause the same to steer Capewards therewith. In the evening the small vessel La Petite Union departed, and on Monday, 26 September, there arrived the French King's flute ship Le Necessaire, commanded by the Chevalier de Curville, sent hither from Mauritius to load 400,000 lb of rice for the account of His Most Christian Majesty, bringing for that purpose 4,000 empty sacks ashore to fill them; but having heard that there was no rice at hand for the King's account, said Mr de Curville showed no little displeasure, and gave very clearly to know to the first undersigned that he harboured some evil suspicion. The French administrators informed him of the state of affairs, and assured him that they had sold no other rice to the first undersigned than that which belonged to them in full property. All this was of no avail, and Mr Curville insisted that, since there was no rice at hand here for the King's account, at least one-third of that which the administrators had for their own account should be ceded to him for the benefit of the hospitals of Mauritius, and that thus out of the 120,000 lb of rice sold to the first undersigned, 40,000 lb should be sold to him, and delivered upon the first return of the small vessel La Petite Union; to which the French administrators were obliged to consent, and thus the quantity of rice to be delivered to us was fixed at 80,000 lb, of which, by this arrangement, no more than 10,000 lb could be delivered to the ship 'T Meeuwtje by the first undersigned, since he required the remainder of 70,000 lb as provisions, both for the ship's company and for the slaves to be traded for.

Dutch transcription

hem noodzaakte Madagascar niet te verlaaten, in dus van meening was, van zyne geprojecteerde Reyze naar Masambicque af te zien, waar toe onze destinatie derwaards niet weynig contri„ bueerden, door welke ommekeer hy de Ryst wel zou kunnen ontbeeren, en dus wel willen overgaan om die aan hem tot een billyke prys of te staan, doch betuyg de teffens dat dezelve aan zynen Rheders had gekost £ 25.- of 2½ spaanse reaal t Cento, en hy die dus niet wel minter als tot 3 sp. realen konde verkoopen — deeze Ryst bezigtigende bevond den eerstander„ teekende, die. Schoon niet van de eerste nog thans van een goede qualiteit en over¬ weegende hoe noodzakelyk 't was dat men moest zorgen Te Meeuwtje met geheel ledig te rug te zenden, te meer daar men thans de rampzalige verzeke„ ring had, van 't verongelukken van het schip Zeeduijn, en dat het gouver nement van uwe welEdele gestr, en E agtb: geheel ontbloot moest weezen van Ryst, besloot hy aan gem: Capitain Gilbert 2½ Spaarse Reaal voor t Cento te bieden, dog die dit bod direct van de hand weez, zeg¬ gende dat hy onmogelyk zou durven besluyten om de goederen zyner Rhee„ ders voor inkoops prys te verkoo¬ pen Vrydag den 23 September begaven d'ondertee kendens benevens den Capitain den Breen Breem zig naar de Wal, en vervoegden zig by den Commandant de la Eerve„ die hen verhaalde hoe hij de de gantsche voorl: nagt in het uitterste gevaar had doorgebragt, door de vyandlyke schip die koning Savie, en de zynen aan allen hunnen bedryven hadden begee„ „ven, komende ieder oogenblik voor maar zelfs gewapend tot binnen de palissaaen van de Franschen, welker bezetting te Swak, om het hoofd aan zulk eenen geduchten Vyand te bieden zonder wraak te neemen zig van de Beydenen te moeten laten hoonen, en deeze geheele namiddag door gebrag in onderhandelingen waar by niets wezentlyks of goeds was gewonnen gemelde Commandant verzekerde ons dat hy binnen wynig dagen de zaken op geen beter voet kon bren„ „gen, hy met de geheele bezetting zou vertrekken, en dus niets meerder voor ons kon doen als de beloofde 10'000 lb Ryst tot provisie voor 'T Meeuwtje te leveren Zaturdag den 24 do wierd eyndelyk de vreede tusschen de franschen administrateur en koning Javie getroffen waar bij laatstgem: zig verbond, aan zyne onderdaanen wederom de vryheid te geeven van hunne waaren aan de Franschen te verkoopen, welke bewilligden, in de door Javie geEyscht te goed doening van twee hondert Zp: sp: reaalen, die hem opstondwierden geteld deeze schikking verspreide alom de vreugd, en dat soort van levendig heid in alle handelingen, dat de twee„ dragt niet kan dulden — nog die zelfden dag zag mer uit de omleg„ gende dorpen Ryst in diversse andere zaaken aanbrengen en voede de heer de la Eerve de voorons zo streelende hoop van ons beter blyken van zyne welmenendheid en zucht om onze handel te begunstigen Zondag den 25 September, herhaalden de Eerst, onderteekende zyn gedaan verzoek aan den Heer de la Eerve, omtrend een lan; ding ryst voor 't Meeuwtje, en zo veel als ons onderhebbend schip benodigt mogt weezen voor de slavenhandel en provisie voor d' Equipagee; dan zijn Egaff tot antwoord, dat hy zich nimmer zou durve onderstaan, om de schaarsheid waar in het land zig bevond van Ryst, die hij voor eyge Reecq: te Mahambre had leggen, over te laten mits dat de andere admi„ nistrateurs, zyn voorbeeld wilden vol„ gen, en ter afhaling van dien, het scheepge la petite union bevragter, allen lieten zy zich door den Heer de la Cerve over haalen, en verkogten aan den Eerstonder„ teekenden hun Ryst, waar van zy de quan„ liteit bepaalden op Circa 120'000. ponden, die in twee reyzen door gem: scheeps =je, zonder werden van Mahamboe n - en met alle onkosten vrij aan boord betaald zou moeten werden a twee Spaanse Reaalen t Cents, van welke prys, schoon eens zo hoog als de Ryst hier meest al werd ver„ zogt, niets was af te dingen, en de eerst onderteekende dus genood„ =zaakt die daar voor te belaaten, van meening van gem: quantiteit 70'000 lb in de Meermin te laden, zo voor de in te handelene Sla¬ ven als tot provisie voor d Equi¬ Gagie, en het restant van 50'000 lb in 'T Meeuwte te scheepen; en zo men dat schip geen grooter quan liteit konde bezorgen het zelve daar mede koopwaards te doen Steve, =nen — s'avonds vertrok het scheepge la petite Union, en arriveerde op Maandag den 26 september, het fransch konings fluytschip Le Necessaire, gecom¬ mandeert door den Ridder de Curville, van Mauritius heuw gezonden, om voor reecq: van zyn allen Christelykste Majesteit 400' 000 lb Ryst te laaden, brengende tot dat Eynde 4000 ledige zakken aan de wal om die te vullen, dog gehoort hebbende, dat er geen ryst voor reecq de des konings voor handen was, liet gem: heer de Curville niet weijnig onge, noegen blyken, en gaff zeer duydelyk aan den eerstonderteekenden blyken te ken„ „nen, dat eenig kwaad vermoeder by hem plaats had, de franssche administra„ teurs onderrichten hem, van de toestand der zaken, en verzekerden hem aan den eerst onderteekenden geen andere Ryst te hebben verkogt, als die hem in vol„ len Eygendom was toebehoorende, dit alles kon niets baaten, en insisteerde de Heer Curville, dewyl alhier geen ryst voor s' konings reecq: voor banden was, ten minsten een derde van dat geene de administrateurs voor eygen reecq: hadden aan hem zou werden afgestaan ten behoeve der Hospelaaten van Mauri„ lius, en dat dus uit de aan den eerstonder„ teekende verkogte 120, 000 lb Rist aan hem zouden werden verkogt 40'000 lb en die by de eerste te rug komst van het schiepje La petite Union geleverd, waar in door de fransche administra teurs moest werden bewilligt, en dus de quantiteit van de aan ons te leverene Ryst bepaald op 80, 000 lb, waar van door deeze schikking aan het schip T Meeuwtje door den eerst onderteekende niet meer kon werden afgegeven als 10'000 lb, dewijl hy het restant van 78'000 lb benodigt was tot provisie, zo voor het scheepsvolk, als voor de inze Lan de

← previousnext →