Inventory 10666
Cape · 1,028 pages · 127 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
the value of the merchandise listed in the aforementioned plan was done with all possible accuracy, and that the change in the plan or the lesser value of the cargo compared to the specification is in no way attributable to this, but was caused solely by the fact that the goods stipulated in the plan were not loaded or were only partially loaded, and in their place others more voluminous and of lesser value were shipped, as the quantity of Cinnamon most clearly demonstrates. That the undersigned flatters himself that the High-Ruling Lords Masters will not interpret this ignorance as negligence or indolent conduct, especially when their Right Honorable Worships are pleased favorably to consider, as Your Noble Strict Honor and Worship are fully aware, that at the time the plan was drafted, the undersigned was subordinate as a bookkeeper at the trade office to the trade transferor Kirsten; that he therefore could not have made the aforementioned calculations otherwise than upon the order of his principal, whose post it was to preserve the invoices; that making calculations of this nature from the trade books and invoices for different uses and purposes, being his daily work of which no pertinent records are kept, one cannot require of his memory that he recall after the passage of time the circumstances that accompanied the orders received for that purpose; all the more so since it appears completely from the plan resting at the secretariat to the exoneration of the undersigned that he was unaware of the gravity of this matter, and also in no way knew that the same plan would be delivered into the honorable meeting of the Council of Policy, since the knowledge of both would have prevented him from writing such on a slip of paper and would also have prompted him to keep a copy or record of it. Herewith the undersigned hopes to have fulfilled the intention of Your Noble Strict Honor and Worship, and has the honor to let this serve as a report. was signed: Right Noble Strict Sir and Honorable Worships, Sirs! Your Noble Strict Honor and Worships' most obedient and humble servant. signed C: Van Eerten. in the margin: Cape of Good Hope, the 30 May 1786. Agrees. Ca Diemel sworn Clerk No 7 No 8 Tuesday the 27th July 1734. And whereas according to the report made by the junior merchant and Fiscal pro interim Mr. Jan Jacob Serrurier, the investigation requested of him as to whether and to what extent, with regard to the wrecking of the fluyt ship de Hoop, any misconduct or neglect of duty might have taken place on the part of the authorities of the aforementioned vessel, could not yet be carried out for lack of the requisite nautical experts to examine precisely the journals kept for the aforementioned purpose; but that nothing had come before him, the Fiscal pro interim, upon which he could institute any action against anyone of the remaining crew, including the petty officers and common seamen; it has therefore, with regard to the same, consisting of: chief surgeon 1 Boatswain Extract Resolution taken in the Council of Policy In the Castle of Good Hope Gunner 1 Gunner's Mate 1 Cook 1 Junior Carpenter 1 Sailmaker 1 Provost and 20 Sailors and thus together in 28 heads, been resolved, pursuant to the orders of the Right Honorable High Indian Government at Batavia by letter dated 30 November 1722, to declare all of the same again employable and to admit them into the service of the Honorable Company, for such wages as they had previously earned, and to cause the same pay to take effect again from the 8th of this month, or the day after the said fluyt ship came to be wrecked. Agrees. sworn Clerk testified taken in the Council of Policy In the Castle of Good Hope Tuesday the 31st August 1784: Extract Resolution Now having been received the written report of specially commissioned seamen, who have examined the journals kept by the commander Sax and the mates of the wrecked fluyt ship de Hoop, and which report read as follows: To the Noble Strict Sir Mr. Joachim van Plettenberg Extraordinary Councilor of Netherlands India, as well as Governor of the Cape of Good Hope and the dependencies thereof, etc. etc. etc. Noble Strict Sir! The undersigned Captain at sea and Master of Equipment of this government Justinus van Gennep, together with the co-signing Skippers Cornelis Andriesse and Cornelis van Vlaanderen, pursuant to Your Noble Strict Honor's revered written commission, have examined the journals kept by the commander Sibrand Sak and the mates of the fluyt ship de Hoop to ascertain whether and to what extent any misconduct or neglect of duty might have taken place on the part of the said commander and mates with regard to the wrecking of that vessel; and upon the said examination have found: That when the said fluyt ship de Hoop had set sail from this Cape roadstead on the 16th of the past month of June to head toward False Bay in accordance with its destination, upon reaching the open sea severe leakage had already been discovered in the ship. That the wind continuing daily with a storm from the [illegible], the hull seams of the ship through
Dutch transcription
der waarde van bij gem: plan bekend staande koopmanschappen met alle moge¬ „lijke exactiteide is geschied, en dat geen„ „zints daar aan de verandering van 't plan of de mindere waarde van 't geladene vergeleeken bij den opgaaf is te wijten, maar alleen veroorzaakt is door dat de bij 't plan gestepuleerde goederen niet of slegts ten deele sijn gelaaden, en in dies plaats anderen volumineuser en van minder waarde afgescheept, zo als de quantiteijt van de Canneel ten duijdelijk¬ „ste aantoont. - dat den onderget: zig vleid dat de hoog gebiedende heeren meesteren deeze onbewrestheijd niet als een nalatendheijd of ijverlooz gedrag zullen gelieven te duij¬ „den, vooral wanneer hun wel Edelen groot agtb: geenstig gelieven te considereeren zo als UwelEd: gestr: en Eagtb: ten vollen bewust is; dat den onderget: ten tijde dat het plan is ontworpen als boekhouder ten negotie comptoire onderhorig was aan den negotie overdrager Kirsten, dat hij dan ook niet anders als op bevel van zijn prin¬ „cipaal, wiens post het was de factuuren te bewaren de gemelde bereekeningen kan der kan hebben gemaakt, dat calculatien van dienaart uijt de negotie boeken en fateur„ ren te maken, tot differente gebruijken en eindens, zijn dagelijks werk zijnde, waar van geen pertinente aanteekeningen wor¬ den gehouden, men van zijn geheugen niet kan vorderen sig de omstandigheeden die de daartoe ontfangene beveelen verge¬ zellen naar verloop van tijd te herinneren te meer daar uijt 't plan ter secretarij be¬ rustende volkomen ter verontschuldiging van den ondergeteek: blijkt, dat hij het gewigt deezer zake heeft geignoreerd, en ook geenzints geweeten dat 't selven plan¬ in de agtb: vergadering van Politie zoo worden overgeleeverd dewijl de bewesthijd van het een en anderen hem zou belet hebben zulks op een Cartebel te Schrijven en ook zou hebben aangezet daar van Copij of aanteekening te houden. Hiermede hoopt den ondergeteek: aan de intentie van UwelEd. gestr: en E agtb: te mogen hebben voldaan, en heeft d' Eer deeze te laten dienen tot berigt. /:onderstond:/ Wel Edele gestr: Heere en E: agtb: Heeren Heeren! uw wel Edelen gestr: en E: agtb: gehoorsaamste en Onderdanigste dienaar.— /:was geteek:d/ C: Van Eerten.— /:in margine:/ Kaap de goede Hoop, den 30 maij 1786. — Accordeert. Ca Diemel gezw. Clercq N„o 7 Wo 8 Dingsdag den 27:' Iulij 1734. En vermits volgens het gedaan berigt van den ondercoopman en pro Jnterim Fiscaal mr. Jan Jacob Serrurier het aan hem gedemandeerd onderzoek of en in hoe verre ten opzigte van het verongelukken van het Fluit schip de Hoop, aan de zijde der overheeden van gem: Bodem, eenige wandevoir ofte pligt verzuim mogten. hebben plaats gehad, voor als nog mits ontstentenisse der vereijschte zeekundigen, om de gehoudene Journaalen, den fine voordz. Exact na te gaan, niet had kunnen wer„ „den werkstellig gemaakt, dog dat aan hem Pro Interins Fiscaal niets was voor„ gekomen, waarop teegens ijmand der overige scheepelingen, mitsgaders de onderofficieren en gemeene scheepelingen eenige actie konde institueeren, Js dier„ halven ten opsigte van deselve bestaande oppermeester 1. Bootsman Extract Resolutie genomen in Raade van Politie Jn't Casteel de goede S.Coop rte op in Constapil 1. Constapelsmaat J. kok 1. onderTimmerman 1. Zijlmaker 1. Provoost en 20 Mattroosen en dus te zamen in 28 koppen, besloten alle deselve volgens het geordonneerde van Haar Wel Edele Groot Achtb=rens de Heeren der Hoge Indiasche Regeering tot Batavia bij missive de dato 30: novb 1722. wederom Emploijabel te verklaren en in dienst der EComp=e aanteneemen, voor zodanige gagie als zijlieden bevorens hebben gewonnen gehad, en deselve be„ solding met den 8 deeser maand, ofte daags na dat ged=n Fluitschip is komen te verongelukken, weder te doen Coers nee„ men. Accordeert. - heznr. Clercq testemel loten geering genomen en Rade van Politie In't Casteel de goede Hoop Dingsdag den 31: Aug=s 1784: Extract Resolutie Thans ingekomen zynde het schriftelijk berigt van Expres gecommitteerde zee„ lieden, dewelke hebben geexamineerd de Iournalen gehouden bij den gezag„ hebber Sax en de stuurlieden, van het verongelukte Fluit schip de Hoop, en welk berigt was luidende als volgd. - Aan den Wel Edelen Gestr Heer M„r Ioachim van Plettenberg Raad Extra Ordinair van Heer „derlands India, mitsg:s gou„ „verneur van Cabo de goede Hoop en den Eessorte van dien & & &. — Wel Edele Gestr Heer! Den ondergeteek: Capitain ter zee en Equipagiemeester deeses gouver nements „nements Justinus van Gennep, nee „vens de meede geteekende Schippers Cor„ „nelis Andriesse en Cornelis van Vlaan deren opvolgende Uwe Wel Edele gestr geve„ „nereerde schriftelike Commissie, hebben geExamineerd de Journalen gehouden bij den gezaghebber Sibrand Sak, en de stuurlieden van 't fluit schip de Hoop ter ervaringen of en in hoe verre ten opzigte van het verongelukken van dien Bodem aan de seide van ged=te ge „zaghebber en stuurlieden eenig wandevoir of Pligtversuim mogte hebben plaats gehad; en bij dezelve E:xaminatie be„ „vonden dat wanneer het ged=e fluit schip de Hoop op den 16=e der gepasseerde maand Iunij van deese Caabse Rheede was t' Zeil gegaan, om inge„ volge dies destinatie naar de Baaij Fals te steevenen, in zee komende reets sware Leccagie in het schip was ontdekt geworden. — dat de wind dagelijx met een storm Uit den 2d=ten aanhoudende de Lijff nade van 't schip door
English
Through the heavy straining, it opened on all sides, and the leakage thereby increased hand over hand, so that by constant pumping one had to endeavor to keep the ship above water. That the ship's crew, having to labor day and night at the pumps and at bailing the water out of the ship, being exhausted and finally disheartened, and the weather and wind continually remaining contrary, the ship's officers thus found themselves under the necessity of taking the resolution on 28 Iunij to choose the first and best available harbor, and to endeavor to make for Saldanhabaaij as lying nearest within range. That pursuant to that resolution, the course having been set for Saldanhabaaij, nevertheless when advanced to the distance of one mile from the South or blunt corner of that bay, they could not, because of incoming calms and north winds, and given the poor sailing qualities of the said flute ship, round the same. That the aforesaid ship's officers, foreseeing with full certainty that in case they remained forced by contrary winds to wander a few days longer at sea with a bad and heavily leaking ship that could scarcely be managed under control any longer, they had nothing else to expect than that the ship would finally have had to perish with all the souls aboard, therefore in those urgent circumstances had no other recourse than to turn back again to this Tafelbaaij, the more so because wind and weather appeared favorable to them for that purpose at that time, and the continuous proposal and urgings of the collective crew as it were came to press them to that end. That therefore the course was set for this Tafelbaaij, and on the 7th of the past month of July having approached the bay, yet being prevented by a calm from sailing into the same, the flute was driven during the night by the strong currents and high westerly swells to between the Leeuwen Staart and Robben Eiland, from which last-mentioned place one could not discern the signal fire because of the dark, thickly overcast sky with rain, and thus, being unable to round the point of the Mouille because of the calm, and the flute being set ever closer to the shore by the incoming swells and high seas without it being possible, despite all efforts made, to get the ship under steerage again and steer clear of the shore, the ship's officers had thus been compelled to anchor there on foul ground. That the first anchor having been brought out, the cable was soon thereafter chafed through on the rocks and broken, and the cables of the second and third anchors, which were subsequently let go, likewise came to break in the same manner as the first, and the flute, before and earlier than the last anchor could be brought out, had already struck the ground due to the heavy breakers, and had subsequently become lodged upon the rocks, without there having been any means to save the ship, notwithstanding the assistance of the vessels that were finally sent out from the shore here upon repeated distress signals. The undersigned, having thus reviewed and examined all the circumstances in which the officers of the said flute ship de Hoop have found themselves since their departure from this Cape roads, struggling with a very poor-sailing and ill-mannered ship against head winds, and in addition afflicted with so heavy a leakage, and which increased so much daily that one saw no other recourse for the preservation of ship and souls than to steer for the first and best available harbor, have therefore in the first place been unable to find otherwise than that the said ship's officers, in making for this bay, acted entirely in accordance with the best seamanship in such most pressing emergency, while in the second place the wrecking of the flute ship cannot and also must not be attributed to any misconduct or dereliction of duty by the master and mates, but principally, as has already been said, to the unmanageable nature of a vessel such as this same flute ship, which, being swept along by the swells and strong currents, could no longer be steered or managed in accordance with the requirements of seamanship. Trusting hereby to have dutifully complied with Your Right Honorable's respected order, the undersigned submit this as a humble report. underneath stood: Cabo de goede Hoop, 17 Aug:s 1784. was signed: J. V. gannep, C. Andriesz, C. van der Thus it was resolved to deliver an authentic copy of the same report to the Pro Interim Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier. Agrees. E. n Siemel, Sworn Clerk. Tuesday, 21 Septbr: 1784. The Pro Interim Fiscal, Mr. Ian Jacob Serrurier, in conformity with what was enjoined upon him by resolution of 31 Aug:s last, having made an exact investigation as to whether, with respect to the flute ship de Hoop wrecked against the projecting reef of the Leeuwenberg, any misconduct or dereliction of duty might have taken place on the part of the skipper and mates of the said vessel, has on this day submitted the following memorial on that account. To the Right Honorable Mr. Joachim van Plettenberg, Extraordinary Councillor of Netherlands India, and Governor of Cabo de goede Hoop and its Dependencies. Extract of Resolution taken in the Council of Policy in the Castle of Good Hope on that date.
Dutch transcription
Tidoor het swaar werken zig aan alle kanten geopend, en de Leccagie daar door hand over hand was toegenomen, dat men met gestadig pompen had moeten tragten het schip boven Water te hou„ den. — Dat het scheepsvolk door dag en Nagt te moeten arbeiden met het Pompen, en het Water uit het schip te hoosen, afgemat, en eindelijk mismoedig geworden zijnde, en Weer en Wind Steeds Contrarie blyven „de, de scheeps Overheeden, zig dus in de noodzake hadden gesien om op den 28 Iunij het besluit te moeten neemen, de eerste haven de beste te moeten kiesen, en de Saldanhabaaij als het naaste onder schoot leggende te tragten te bezeilen. — Dat ingevolge dat besluit, de Cours naar de saldanhabaar zynde gesteld, egter wanneer tot op de Distantie van een mijl van de Zuyd of stompehoek diak Baaij geadvanceerd zijnde zijnde, men dezelve door opkomende stilte en noorde winden, mits de slegte gemanierdheid van ged=e fluit Schip in 't zeilen niet hadden kunnen te boven komen. — Dat voorsz: Scheeps Overheeden met volle zekerheid voor uit siende, dat inge„ „valle men door contrarie winden genood„ „zaakt bleef nog eenige dagen langer op zee te swerven, met een slegt en swaar lek schip, dat bij kans niet meer na d'ordre konde werden geregeerd, men niets anders te wagten hadde, dan dat het schip eindelijk met alle de daarop zijnde zielen zoude hebben moeten te gronde gaan, overzulx in die dringende omstandigheeden geen andere uitkomst voor zig had„ den dan weederom naar deese Tafelbaaij te rug te keeren te meer dewijl wind en weer hun dies tijds daar toe gunstig schaan en het aanhoudende voorstel en de Instantien der gesament„ lijke Equipagie hun daar Toe toe als het ware quam te drin„ gen. — Dat dierhalven de Cours naar deese Tafelbaaij gesteld, en op den 7: der gepasseerde maand July de Baaij genaderd, dog door stilte verhinderd geworden zijnde, de„ zelve te bezeilen, was de fluit 's nagts door de sterke stromen, en Westelyke hoge doeningen voortgedreeven tot tusschen de Leeuwen Staart en het Robben Eiland, van welke laatstgem: plaatse men door de donkere digt betrockene lugt met reegen het sein vuur niet konde verkennen, en dus men door de stilte de hoek van de moelsen niet kunnende te boven komen en de fluit door de aanschietende deiningen en hoge ziën hoe lan¬ „ger hoe nader na de Wal werdende geset, zonder dat het met alle aangewende pogingen mogelyk was het schip weder slaagste krijgen en uit de Wal te stuuren; de scheeps scheeps Overheeden dus genoodzaakt waren geweest, aldaar op Vuijle gronden te ankeren Dat het Eerste anker Uitgebragt zijnde, het Touw niet lang daar na op de kleppen doorgeveild en gebroken Weesende, de Touwen van het Tweede en derde anker die men vervolgens hadde laten vallen, insgelijx inzel„ vervoegen als het eerste warenke „men te breeken, en de fluit voor en aleer het laatste anker konde werden Uitgebragt, reets door den sware brandingen aan de grond had. gestoten, en vervolgens aan de klippen was bezet geraakt, zonder dat 'er ongeagt de adsig tentie der vaartuigen, die men op herhaalde noodzeinen einde „lijk hier van de wal had afge„ zonden, eenig middel was geweest het schip te redden. D'ondergeteek: dus hebbende nagegaan en g'Examineerd all d'omstandigheeden waar in zeg overheede d'overheeden van 't ged=e Fluit schip de Hoop seedert hun vertrek van deese Caabse Rheeden hebben bevonden, met een zeer onbeseild en ongemanierd schip met tee gen winden sukkelende, en daar en boven met zo een sware leccagie behebt, en het geen dagelyx zo zeer qriamtoe te nemen, dat men tot behoud van schip en Zielen geen ander Uitkomst voor zig zag, dan d'eerste haven de beste te moeten besteevenen, hebbende dus in d' eerste plaatse niet kunnen vinden, dan dat ged=e scheeps overheeden met het aandoen deeser Baay niet anders dan na beste Zeeman„ schap ^ in diergelyke allerdrin¬ Gensten nood hebben gehandeld, Terwijl in de Tweede plaatse het verongelukken van het Fluijtschip niet aan eenig wandevoir of Pligtversuum van den gezaghebber en stuurlieden maar hee maar Principaal, zo als reeds meer is gezegd, kan en ook moet werden geattribueerd, aan de ongemanierd heid van een vaartuig als hetselve fluit Schip, dat door de Deuningen en sterke stromen voortgesleept werdende niet meer na den Eisch van Zeemanschap heeft kunnen werden bestierd nogte geregeerd. — Gedenkende hier meede aan Uwer Wel Edele gestr geEerde ordre pligtschul„ dig te hebben voldaan, laten d'onderge „teek: deesen dienen voor nedrig berigt. — /:onderstond:/ Cabo de goede Hoop den 17: Aug:s 1784: /:was geteek:t/ J: V: gannep, C: Andriesz C an aan der Soo is verstaan Copia Authenticq van hetselve berigt aan den Pro Interim Fiscaal M=r Jan Jacob Serrurier te doen afgeeven. Accordeert.— En Siemel gezwe. Clercq Dingsdag, den 21 Septbr: 1784. — Den Pro Jnterim fiscaal m:r Ian Jacob Serrevrier in conformiteijt van het aan hem geinjungeerde bij be¬ „sluijt van den 31 aug:s jongstl: exact ondersoek hebbende gedaan, of er ten opzigte van het teegens het uijtstee„ „kend rif des leuwenbergs veronge„ „lukt fluijt schip de Hoop, enig wan„ „devoir of pligtversuijm bij den schip„ per en stuurlieden van gem: kiel mogten hebben plaats gehad heeft denzelven diesweegens op heeden ingediend het volgende vertoog. — Aan den wel Edelen gestr: Heer m. r Joachim van Plettenberg, Raad Extra ordinair van Nederlands India, mitsg:s gouverneur van Cabo de goede hoop, en den Ressorte van Extract Resolutie ge¬ „men in rade van Politie Jn 't Casteel de goede hoop. dien op -
English
Right Honorable Sir and Honorable Gentlemen. With due respect, the undersigned provisional Fiscal, Master Jan Jacob Serrurier, demonstrates that, having had delivered into his hands—pursuant to Your Right Honorable and Honorable esteemed resolution of 31 August last—a copy of such a report as was drawn up by the naval Captain and Master Attendant van Gennep, together with the skippers Cornelis Andriessen and Cornelis van Vlaanderen, concerning the wrecking of the Honorable Company's flute ship de Hoop, and presented to the Right Honorable Governor; the petitioner, upon examination of the said report, has observed that the nautical opinion of the aforementioned Master Attendant and skippers in this matter was that the ship's officers of the flute ship de Hoop were in the most urgent distress, and in the same acted in no other manner than in accordance with the best seamanship, and that therefore the wrecking of the said flute ship can by no means be attributed to any misconduct or dereliction of duty on the part of those ship's officers; and considering that ex officio nothing has appeared to the petitioner why he could not conform with the aforementioned report, and he therefore, subject to correction, believes officially to have no action against the aforementioned ship's officers, the petitioner takes the liberty to give Your Right Honorable and Honorable the required notice thereof, with the humble request that it may please the same to take such further disposition regarding the aforementioned ship's officers as Your Right Honorable and Honorable shall find proper according to their well-known equity. Which doing, etc. Signed: J. J. Serrurier In the margin: Delivered in the Council of Policy, 21 September 1784. And whereas it appears from the same petition that, according to the report of the Master Attendant van Gennep and the Skippers commissioned alongside him, it was found upon careful examination of the journals kept by the said skipper and mates that the said officers with their aforesaid vessel in charge had been in the most urgent distress, and in that condition had acted in no other manner than in accordance with the best seamanship, and furthermore, nothing having appeared to the said pro interim Fiscal that the wrecking of the said flute ship was to be attributed to any dereliction or negligence of the aforementioned officers, he consequently could institute no action against the same in this matter. It is therefore resolved to declare the skipper Sybrand Sax, together with the chief and under mates of the frequently mentioned flute ship de Hoop, employable again in the Honorable Company's service, and to cause their salaries, which had been suspended, to resume as of 8 July of this year, being the day after its stranding, in the same manner as those of the other crew members of that vessel. Agrees. E. Diemel Sworn Clerk No. 8 Daily register kept in the years 1785/6 aboard the Honorable Company's frigate ship de Meermin, concerning the remarkable occurrences on the voyage from Cape of Good Hope to Rio de la Goa, Madagascar, and Mozambique, both regarding the outcome of the expedition undertaken by this vessel and the ship 't Meeuwtje for the purpose of searching for the missing ships Zeeduijn, Overduin, and de Harmonie, as well as that of the rice and slave trade conducted at the last-mentioned places; by way of a report most respectfully dedicated to the Right Honorable Sir Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of Cape of Good Hope and the dependencies thereof, etc., etc., and the Honorable Council of Policy there. Right Honorable Sir and Honorable Gentlemen, Your Right Honorable and Honorable having been pleased to dispatch our vessel in charge and the ship 't Meeuwtje for the purpose of searching for the Honorable Company's missing ships Zeeduijn, Overduin, and de Harmonie, and, in case such could cause no prejudice to this the principal object of our voyage, then to designate 't Meeuwtje for the rice trade on the east coast of Madagascar and de Meermin for the slave trade at Mozambique; we therefore most dutifully have the honor to make a detailed report to Your Right Honorable and Honorable of all that occurred on this expedition that may be worthy of the attention of Your Right Honorable and Honorable, referring ourselves regarding maritime matters to the daily registers kept both by the first undersigned as Captain of this vessel and by the Captain of 't Meeuwtje; and we thus begin with: Monday, 6 June 1785. When, having received the necessary orders and instructions from the hands of the Right Honorable Governor, we went on board. Tuesday, 7 ditto. In the morning at daybreak, with a variable breeze, we weighed our anchor, saluted the roadstead with eleven cannon shots, and were answered with five from the Imhoff Battery; but being forced by a calm to anchor, we remained waiting until Wednesday, 8 ditto. When again, due to fog and calms, we had to anchor twice, until Thursday, 9 ditto. When, weighing our anchor, we cleared the coast and at noon, awaiting God's precious blessing, set our course for Rio de la Goa; but the easterly winds were unfavorable to us until Thursday, 16 ditto. When the westerly winds coming through allowed us to steer our course, whereby on Monday, 27 ditto. We sighted land, but finding ourselves ten miles further west than the dead reckoning indicated, we could not make the Bay of Rio de la Goa before Friday
Dutch transcription
Wel Edele Gestr: Heer en Edele agtb: Heeren. Vertoond met den gepasten Eerbied de ondergeteek provisioneel Fiscaal m:r Jan Jacob Serrurier, dat aan hem vertooner zijnde ter hand gesteld conform uwe wel Edele gestr: en E: agtb: zeer geEerde resolutie van den 31 aug:s laatstl: Copie van zodanig berigt, als door den Cap:n ter zee en Equipagiemeester van gennep, be„ „nevens de schippers Cornelis Andriessen en Cornelis van Vlaanderen wegens het veronge¬ „lukken van s' E Comp:s fluijt schi de Hoop was geformeerd, en aan den wel Edelen gestr: heer gouver¬ neur gepraesenteerd geworden de ver toner bij examinatie van 't zelve berigt heeft ontwaard, dat 't zee„ „kundig gevoelen van voorn: Equipa„ giemeester en schippers in dezen wa dien & &: &: beneevens den Edelen agtb: Raad van Politie deezes gouvernement dat dat de scheeps Overheeden van het fluijt schip de Hoop waren geweest in allerdringens te nood, en in dezelve niet anders als na beste zeemanschap hebben gehandeld, en dat dus het ver¬ „ ongelukken van het zelve fluijt schip dan geen wandevoir of plegt versuijm aan den kant dier scheeps overheeden kan werden toegeschree¬ „ven en gemerkt den vertoner Ratio„ „ne officie niets is voorgekomen, waar„ om hij sig met de voorm: berigt niet zoude kunnen conformeeren, en hij dus onder correctie vermeend ampts halven geen actie teegens de voorn: scheeps Overheden te hebben, so neemde de vertoner de vrisheijd Uwel Ed: gestr: en agtb: hier van de vereijsch„ te kennisse te geeven met Eerbiedig versoek, dat 't van derselver welbe¬ hagen zijn moge omtrend voorm: scheepsOverheeden, zodanige na„ dere dispositie te neemen als Uwel„ Ed: gestr: en E agtb: na derselver bekende equiteijt zullen vinden te behoren. /:onderstond:/ T welk doende &. /:was geteek:d dat geteekend:/ I: I: Serrurier /:in margine:/ overgegeeven in rade van Politie, den 21 Septbr: 1784:— En nadien uijt hetzelve vertoog con¬ „steerd, dat volgens het rapport van den Equipagiemeester van Gennep en de nevens hem gecommitteerde Schip¬ „pers bij nauwkeurige Examinatie der door gem: schipper en stuurlieden gehoudene Journalen was bevonden, dat dezelve overheeden met hunne voorsz: onderhebbenden bodem waren geweest in eenen allerdringensten nood, en in dien toestand niet anders als na beste zeemanschap hadden ge¬ handeld, en dat wijders aan gem: pro interim fiscaal ook niet sijnde voorge¬ „komen, dat 't verongelukken van 't ged: fluijt schip aan eenig versuijm of negligentie der voorm: Overheeden was t' attribueeren hij oversulx ter dier zake geene actie teegens dezelve konde Institueeren. Is dierhalven verstaan den schipper Sijbrand Sax, nevens d'opper en onder stuurlieden van 't dikwerfgem: fluijt schip de Hoop Hoop wederom emploijabel in s' E Comps dienst te verclaren, en derselver stil gestaan hebbende gagiën inzelver¬ voegen als die der overige Scheepelin¬ gen van dien bodem met den 8 Julij deeses Jaars, zijnde daags naar dies stranding, wederom te doen lous nemen Accordeert. — En Diemel gezwe Clercq N„o 8 Sagregister gehouden in den Iaare 1783/6. aan boord van 's EComp„s Fregat Schip de Meermin¬ nopens het merkwaardigen voorgevallen op de reise van Kaap de goede scloop naar Rio de La Goa, Madagascar en Mo= sambicae, zo wegens den uit„ slag der Expeditie door deeze Bodens en 't schip T Neeuwtje gedaan, ter op speuring der vermiste scheepen, Zeeduijn, over. deun en de Harmonie als die derop laastgemelde plaatsen gedreevene Rijst= en slavenhandel, Bij wijse van Rapport allereerbie= digst opgedragen aan den wel Edelen gestrengen Heere Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van Roop de goede Hoop en Wel Edele Gestrenge Heer en Edele Achtbaren Heeren Uwel Edele Gestrengen en Edelen Achtbaren onze onderhebbende Bodem, en het schip 't Meeuwtje hebbende ge lieven te expedieeren ter opspeuring van 's EComp=s vermiste scheepen Zeeduijn overdain en de Harmonie, en, ingevalle zulx geen prejuditie kon toebrengen aan dit het voornaamste bul van onse reiden als dan T Meeuwtjen te bestemmen tot den Rysthandel op de Oostcust van Mada„ „gascar en de Meermin tot den slaven= handel op Mosambicque, zo hebben wij aller„ pligtschuldigst de Eer aan Uwel Edele Gestr: en Edelen Achtb: een omstandig verhaal te doen van al 't geenen op deese Expeditie voorgevallen de aandagt van Uwel Edele Gestr. en Edele Achtb:e kan waardig zyn. en de ressorten van dien & & 2: en den Edelen achtbaren politicquen raad aldaar gedragende gedragende ons omtrent de zeezaken aan de Dagregisters zo door den Eerst ondertekenden als Capitain deeser Bodem, als door den Capi= tain van 'T Meeuwtje gehouden, en beginnen dus met Maandag den 6 Junij 1785. wanneer de nodige ordres en Instructien uit handen van den welEdelen Gestr: Heere gouverneur ontfangen hebbende wij ons aan boord begaven. — Dingsdag den 7 dito 'Smorgens met den e ligtten met een variabel windze ons anker, salueerden de rheede met Elf Canonschoten, en wierden met vijff van de Batterij Imhoff bedankt. doch door stilte genoodsaakt zijnde te ankeren, bleeven overleggen tot Woensdag den 8 dito, wanneer wederom door mist en stille twee maal moesten ankeren, tot donderdag den 9 dito, dat ons anker ligtende, wij buiten de wal kwamen en op de middag ons bestek onder afwagting van Gods dierbaren Zegen naar Reo de la Gou Zitten, dan de ooste„ „lijke winden waren ons ongunstig tot op donderdag den 16. dito, wanneer de westelijke winden door komende ons toelieten koers te stuuren, waar door op Maandag den 27. dito Land zagen, doch ons thien mijlen westelijker bevindende als het bestek„ kwam aantelonen, konden wij de Baaij van Rio de la Goa niet bezijlen voor Vrijdag
English
W Friday the first of July we came to anchor in sight of the Island of St Maria or Unhaia in a depth of 15 fathoms, sandy bottom, intending to remain there until we could sail to the roadstead, the entrance of which was prevented by the westerly winds, which are so frequent there at that time of year that they blow for weeks on end, and could thus have exposed us to all kinds of inconveniences. To prevent these, on Saturday the 2nd ditto we unanimously resolved to dispatch a vessel to the roadstead of Rio de la Goa, in order to obtain information as soon as possible as to whether any of the missing ships happened to be there, then informing them of our arrival; and in the contrary case to be able to continue our voyage to Madagascar. The boat of 'T Meeuwtje was designated for this search, and the expedition was entrusted to the Bookkeeper George Fredrik Goetz, who then, accompanied by Lieutenant Lelij, boarded 'T Meeuwtje, from where he departed on Sunday the 3rd ditto, at 3 o'clock in the afternoon, along with the Lieutenants Lelij and Haak, and on Wednesday Wednesday the 6th of July, arrived back on board the Meermin; reporting that on Monday morning close under the mainland shore he had sighted a ship, boarded the same, and learned it to be a Portuguese schooner commanded by Captain Franco Anto Sam, coming from the roadstead of Rio de la Goa, laden with elephants' tusks and destined for Mosambicque; that he had asked this captain for news whether there were also Dutch ships in the roadstead, but having understood not, had proceeded to the roadstead itself, namely up to the mouth of the great river on the coast of Masumo, where the Portuguese had been established for three months, and had stationed a garrison of thirty soldiers, along with the military captain Don Diogo Anto de Bardoz with the title of Governor, who testified to him that since he had held command there, he had seen no Dutch ship or vessel, nor received the least report from the inhabitants that anything of the sort had appeared on the Kaffir coast; that this answer had been confirmed by the captain of a small Portuguese frigate lying anchored there, and whose boat for six weeks had carried on the trade of elephants' tusks on the coast and in the river; but that, distrusting all these reports, however satisfactory, he had resolved to sail to the opposite side of the river, named Groot Capelle, inhabited by heathens at war with the Portuguese, Portuguese who have committed the cruelest atrocities against them; that with the help of a certain Kaffir named Emanuel, who spoke reasonably good Dutch, he had learned from those people, who were drawn up along the beach armed to the number of over two hundred, that since Captain Gerrit ten Zonder had departed from there in the year 1779, neither they nor their neighbors had seen any Dutch ship, vessel, flag, or Dutchman, and also knew for certain that none had been on the coast or surrounding islands, confirming the accuracy of such reports by telling him that they had already had news six days ago of the approach of two Dutch ships, over which they expressed their pleasure several times; that, being fully convinced that none of the missing ships happened to be there, he had departed without loss of time that same day at 6 o'clock in the evening, but, forced by contrary wind, high seas, and strong current, to remain over Tuesday on the uninhabited island of Thitemole, called Olyphants Eyland by our people, until Wednesday morning, when, favored by the ebb tide and a SW wind, they set sail, and at seven o'clock arrived on board, bringing with him an ox and some greens for refreshments for the ship's crew, which he had bartered from the natives for three pairs of salempores Abr: bl: Cust. Upon Upon this report, Right Honorable Sir and Honorable Sirs, we deemed it best to depart for Madagascar, and there call at Fort Dauphin, so as to obtain knowledge of the fate of the missing ships without delaying the voyage. After having sent the necessary reports to Captain den Breem, we set sail at two o'clock in the afternoon with a southerly wind and, awaiting heaven's blessing, began our reckoning on the chart of Mr. d'Apres de Mannevillette at 25° 40' south latitude and 31° 4' longitude east of Paris; which corresponds to 50° 4' east of Tenerife on the Dutch charts, which, due to their numerous defects, could not possibly be used. Thursday the 7th of July, at sunrise we saw a ship which we soon recognized as the Portuguese schooner commanded by Captain Cam, coming from the roadstead of Rio de la Goa, which had passed us yesterday, but which, notwithstanding our having made a signal wishing to speak with him, had as it were sought to flee from us. From this we suspect that some distrust had taken place not only with him but even with the Portuguese Governor, at the sight of two Dutch ships in a bay in the power of the Portuguese, where our people scarcely appeared, and whereof he might have carried false reports to Mozambique, which to us in the 4
Dutch transcription
W Vrijdag den Eersten Iulij dat in 't gezigt van 't Eiland St Maria of unhaia op de diep van 15 vademen Landgrond ten anker kwamen, van meening aldaar te verblijven tot dat naar de rheeden konden zijlen, waar van de ingang ons wierd belet door de westelijke winden, die in dat Jaar gelijde aldaar zo frequent zijn, dat weeken agter één waaijen, en ons dus zouden hebben kunnen blood stellen aan allerhande ongeleegend= „heeden, om welken voortekomen wij op Zaturdag den 2 dito emparig besloten een vaartuig naar de rheeden van Rio de la Goa aftevaardigen, ten einde zo spoedig als mogelijk berigt te kunnen erlangen, of zig aldaar een den vermiste scheepen kwam te bevinden, hen als dan van onse komst verwittigende; en in het tegenovergesteld geval onse reise naar Ma„ dagascan te kunnen vervolgen. - de Boot van 'T Meeuwtje wierd tot deese zocht bestemd en de Expeditie opge„ dragen aan den Boekhouder George Fredrik Goetz, die dan ook, verzeld van den Lieutenant Lelij, zig aan boord van T Meeuwtje begaf, van waar hij Zondag den 30 dito, 's namiddags ten 3 uuren vertrok, benevens de Luijtewants Lelij en Haak, en op Woensdag Woensdag den 6 Iulij, wederom aan boord van de Meermin arriveerde; rapporteerende dat hij 's maandags morgens digt onder de vaste wal een schip had vernomen zig aan boord van hetzelve begeven, en verstaan te zijn een portugeesche schoen„ „jer gecommandeert door Capitijn Franc=o Ant=o sam, komende van de Rheede van Riodela goa, geladen met Olyjphants tanden en gedes„ „tineerd naar Mosambicque; dat hij aan deeze Capitijn berigt had gevraagd off zig op de Rheede ook hollandsche scheepen bevonden, dan van Neen verstaan hebbende zig op de Rheede zelfs had begeven, en wel tot aan den mond van de groote rivier op de Cust Masumo, alwaar de portugeeschen zints drie maanden geves= tigd waren, en eene bezetting gesteld van dertig Soldaten, benevens den Capityn Militair don diogo Ant=o de Bardoz met den titul van gouverneur, die hem betuijgde zints hij aldaar het gezag voerde, geen hollandsch schip of vaa„ „tuijg te hebben vernomen en ook geen het „minst berigt te hebben ontfangen van de Inwoonders dat iets diergelijx zig op de Caffer= „kust had vertoond; dat dit antwoord bevestigd was geworden door den Capitain van een klyn portugeesch fregat aldaar geankerd leggende, en wiensboot gedurende ses weken op de Cust en in de rivier de ruiling van Olijplants tanden had gedreven; dan dat alle deese be„ „richten hoe voldoende ook, wantrouwende,= besloten had naar de overzijde van der rivier te zijlen, genaamt Groot Capelle bewoond door Heijdenen in oordog met de por„ bugeerte „tugeeschen die de vreedste gruwelen aan hen hebben gepleegd, dat door behulp van zeekere Caffer genaamt Emanuel, die redelyk goed hoe „landsch sprak, hij van die menschen die rede lijk ten getalle van ruim twee hondert gewa „pend langs strand geschaard, had vernomen dat zints den Capitain Gerrit ten Zonder in den Iaare 1779 van daar was vertrokken zij nog hunnen geburen geen hollandsch Schip, vaartuig, vlag nog Hollander vernomen hadde en ook zeker wisten dat 'er geenen op de Cust of omleggende Eijlanden geweest waren, beves „tigende de kundigheyd van diergelijke berigten met hem te verhalen dat zij reeds voor zes dagen tyding hadden gehad der aan „nadering van twee hollandsche scheepen, waa over zij hun genoegen verscheijdene reijzen te kennen gaven; dat hij ten vollen overtuigd zig aldaar geen der vermute scheepen kwamk „bevinden zonder, tijdversuim die zelfde dag s'avonds ten 6 uuren was vertrokken, dog door Contrarie wind hooge zee en Sterk Stroon genoodzaakt geweest, Dingsdag op het on bewoond Eylandsz Thitemole bij de onzen Olyphants Eyland genaamt, overteblijven tot 's woensdags 's morgens, wanneer be„ „gunstee door de Eb en een Z W: Wind onder „zeil gingen, ten zeven uuren aan boord arriveerde, met zig brengende, Een Os en eenige groentens ter verversching voor het scheepsvalk die hij voor drie p:r salempoe Abr: bl: Cust vande Jnlanders had geruyld. op op des berigt welEdelen gestr: Heer en Edele agtb: Heeren, oordeelden wij best naar Mada„ „gassar te vertrekken, en aldaar Fort dacphin aan te doen, om dus zoonder reysvertraging kennis van het Los der vermiste Scheepen te mogen erlangen. — na aan den Capitain den Breem de nodige berigten te hebben doen toekomen, gingen 's mid„ „dags ten twee uuren met een Zuijdelyke wind onderzeijl en begonnen onder afwagting van 's hemels zegen ons bestek op deCaart van de heer d'axres de Maneuvillette op 25=e 401. zuyderbreedke en 31:o 4:' legte beoosten Parijs; 't welk overeenkomt met 50= 4:' be„ „oosten Tenerisse in de hollandsze kaarten die door derselven menigvuldige gebreken onmogelijk gebezegd konden worden Donderdag den 7 July, zagen met Lons opgang een schip dat wij welhaast erkende voor de Portugeeschen Schoenjes door Capitain Cam gevoerd van de rheeden van rio de la goa komende en die ons op gisteren was gepasseerd, dog niet tegenstaande wij Sein hadden gedaan van hem te willen Spreeken ons als 't ware had zoeken te ontvlugten. hieruit vermoeden wij dat eenig wantrouwen niet alleen by hem maar zelfs bij de Portie. „geershe gouverneur had plaats gehad, op 't zien van twee hollandschen scheepen, in een Baaij in magt der Portugeeschen, al= „waar de onzen zig scaars vertoonde, en waarvan hij valsche berichten naar Mo= Sambique had kunnen brengen, die ons inde 4
English
could have caused prejudice to the slave trade to be conducted, and for this reason resolved to wait for him under shortened sail, tacked, and steered straight toward him. We saw that he had lost his topmast. At 10 o'clock we rounded to and brought to; launched the dinghy and, as a token of friendship, sent to ask him whether he might need any assistance, simultaneously giving him a letter for the Governor of Mozambique to notify him of our impending arrival. Whereupon we left him and steered our course until Saturday, 16 July, when at 9 o'clock in the morning we sighted a ship, altered course toward him in order that, in the event he might call at the Cape of Good Hope, we might take this opportunity to convey news of us to Your Right Honorable and Honorable Venerable Sirs. Hailing that ship, we understood it to be a Portuguese frigate named D: Maria del MontCarmen, coming from Bengal and bound for Lisbon. The captain intended to call at the Cape to obtain provisions, though only insofar as circumstances should prove favorable to him; in this uncertainty we thought it best merely to request that, should he appear before the Government of Your Right Honorable and Honorable Venerable Sirs, he then report that he had met two Dutch ships, commanded by the Knight Duminy, coming from Rio de la Goa and bound for the Island of Madagascar; which island we sighted on Thursday, 21 July, sailing out of sight of it until, on Sunday, the 24th of the same month, at half past six in the evening, in a depth of 7 fathoms on clean sandy ground, we came to anchor before Fort Dauphin. Monday, the 25th of the same month, Sea Captain Huijbert den Breem came aboard this vessel, and it was resolved, since we found no ships lying at this place, to go ashore to learn from the inhabitants of the country whether any Dutch keels had shown themselves, and in case we could obtain here no news of the missing ships Zeeduyn, Overduyn, and the Harmonie, then to make an agreement with them for the escort of some persons to Bay St. Augustin, in order to learn as speedily as possible whether the said keels might have arrived there. Having come ashore, we found only a few Madagascans who had taken up their abode within within the dilapidated walls of Fort Dauphin, formerly established there by the French, the greatest part of which has been turned into ruins. These people assured us that in the more than four years since a certain Boucher had departed from there, who had salted meat for the benefit of the Island of Mauritius and the fleets of His Most Christian Majesty, they had seen no ship, though they could not guarantee whether there were ships in Bay St. Augustin or not; because, if no Christians come to Fort Dauphin to conduct the slave trade or to salt meat, they then rarely leave home; but that in the time of Boucher they had been to Bay St. Augustin several times to buy cattle, and had accomplished the round trip in fourteen days. Furthermore, we learned that King Rammas ruled in that region and resided at Teneriffe, the capital of his realm, situated 4 miles from Fort Dauphin, but was currently staying at a village only two hours' walk from the said Fort. Immediately we dispatched two blacks to King Rammas to inform him of our arrival, simultaneously requesting him to make all possible haste to come hither. Hereupon Hereupon the undersigned and Captain den Breem repaired on board. Tuesday, 26 July. In the morning we saw the blacks whom we had sent to Rammas returning to Fort Dauphin and sent the dinghy to shore in order to bring them on board. Having arrived there, they reported to us that King Rammas had shown the greatest pleasure at our arrival, but had declared that he would not come to Fort Dauphin without being fetched by two officers. Whereupon Bookkeeper Goetz and Sub-Lieutenant Nottling departed to him and returned in the evening to Fort Dauphin, but without Rammas; as the latter, through indisposition, found himself unable to depart with them, and after having shown them all possible tokens of friendship, had requested them to return the next day, promising then to go with them to Fort Dauphin; giving them, as a token of friendship, his gold-mounted cane to receive back from the Knight Duminy upon his arrival there. Wednesday, the 27th of the same month. The two said persons departed again for King Rammas, whom, despite all solicitation, they could not persuade to come with them; saying that he was still indisposed, and also
Dutch transcription
in de te dryvene Slavenhandel praejudicie had kunnen doen, hierom besloten, hem in te wagten minder den zeijlen, halsden en Stuurden regt op hem aan. zagen dat hy zyn voorsteng had verloren. om 10 uurendraard en bij: zetten de zol uit en lieten ten blijk van vriendschap hem vragen off hij ook adsistentie nodig had, hem teffens een brief aan den Gouverneur van Mosambige meede geevende, om die van onze aanstaande komst te verwittigen. waarop wij hem ver„ lieten en Cours Stuurden tot Zaturdag den 16. Iulij. wanneer 's morgens ten 9 uuren een schip ontwaarden, boeg den Coers na hem soe„ om ingevalle hij kaar de goede hoop mogt aandoen, deeze geleegendheyd waartenemen aan UwelEdele gestr: en Edelen Agtb:e tijding van ons te doen toekomen: dat Schip praai„ enden verstonden verstenden wij hetzelven te zijn een portugeesch Fregat genaamt D: Maria del MontCarmen komende van Bengalen en gedestineerd naar Lissabon. de Capitijn was van mening de kaap aan te doen, ter verkrijging van Provisien echter alleen in zo verre de gelegentheyd hem daartoe zou gunstig zijn; in deeze onzeekerheyd= Sontlaij onzeekerheid vonden wy goed hem alleen te ver¬ zoeken, indien ten Gouvernemente van uwel Edele Gestr: en E. Agtb: mogt verschijnen, alsdan te rapporteeren, dat hy twee holl: scheepen had ontmoet, gecommandeert door den Ridder Duminy, komende van Rid de la Goa en gedestineerd naar't Eylard Madagascar; het welk wes op Donderdag den 21 Iuly ontwaarden, zijlende uit ge„ sigt van't selve, tot dat op Zondag den 24 dito 's avonds ten half zeven uuren op de diepte van 7 Vademen schoone Zand= „grond voor Fort Dauphinte anker kwamer. Maandag den 25 d o kram den Cap:n ter Zee Huij„ bert den Breem aanboord van desen bodem, en wierd besloten, aangesien wy ter deeser plaatse geen scheepen vonden leggen, naar de wal te gaan, om van's Lands. Inwoo„ ners te verneemen, of er zig ook geen holl: kielen hadden vertoond, en ingevalle wy alhier geen berigt der vermiste schee„ =pen Zeeduyn, Overduyn en de Harmo„ ne konden bekomen, alsdan met hen een accoord te maken, ter bygeleide van eenige persoonen naar Broy st. Augustus, om op het spoe„ digste te verneemen, of gemelde kielen aldaar aangekomen moge ten zijn. — Aan de wal gekoomen, vonden wy slegts eenige Madagascoren die hun verblijf genomen hadden binnen binnen de vervallene muuren van Fort Dauphin, wel eer door de Fransschen al„ „daar gesticht, en waarvan het grootst ge deelte in Puijnhopen is verandert. Dese menschen betuijgden ons, dat zints ruim vier Jaren, dat Teekeren Boucher van daar was vertrocken, die ten behoeve van 't Eyland Mauritius en de Vlooten van zyn allerchristelykste majesteit, vleesch had gezonten, zi geen schip vernomen hadden, dog dat zy niet konden verzee¬ heren, of in Baay Lt. Augustis scheepen waren of niet: dewil, indien er te Fort Dauphin geen christenen komen om den slavenhandel te drijven, of vleesch te zouten, zy zig dan zelden van huis begeven; maar dat zy ten tyden van Boucher verscheidene malen naar Baay 5t Augustis waren geweest, om vee te hopen, en de heer en terug reise is veertien dagen hadde volbragt. — Verders verstonden wy, dat de koning Rammas in dat oord regeerde, en zyn verblyf hield te Veneriffe, hoofdplaat van zyn Lijk, 4 mylen van Fort Dau¬ phin gelegen, dog zig tegenswoordig knom te bevinden op een Dorp slegt twee uuren gaans van gem. Fort. Opstond depecheerden wy twee zwar„ „te naar den Koning Rammas, om hem van onzen komst kennis te geven; hem teffens versoekende alle mogelyke spoed te maken om herwaards te koomen hierop Hierop begaven de onderteekendens en den Capitain den Breem zig aan boord. Dingsdag de 26 Iuly. 'S morgens zagen de door ons aan Bommas afgesondene Zwarten naar Fort Dauphin te rug keeren en zonder de Jol naar de wal, ten einde hen aan boord te krijgen. alwaar gearriveerd zy ons berdehtten, dat koning Bammas het grootst genoegen over onsen komst had laten blyken, dog verklaard had, niet naar Fort Dauphen te willen 5 komen, sonder door twee officieren te werden afgehaald. Waarop den Boekhou¬ der Goetz en der Sous Lieut. Nottling naar hem vertrocken en 's overde refort Dauphin te rug keerden, dog zonder Bom¬ mas; wijl deesen door orparselykheid zig buiten staat bevond met hen te vertrecken, en hen, na alle moge„ lyke blijken van vriendschap te heb¬ „ben betoond, verzogt had 's anderen daags te rug te komen, beloovende alsdan met hen naar Fort Daaphis te gaan: gevende ten blijke van vriendschap zijnen met goud gemonteerden Rotting mede om bi zyn aankomst aldaar van den Ridder Dumiry weederom te ontfangen. — Woensdag den 27 dito. Vertrocken de twee gem. Persoonen wederom naar Von. Rammer„ welke zy niet tegenstaande alle soh¬ licitatie, niet konden overhalen niet hen te komen; zeggende nog onpasselyk te zyn, en ook te e ƒ.
English
to wait for three hundred soldiers, who were to come from his capital and the surrounding villages to accompany him to Fort Dauphin, as he wished to appear before the Dutch as a great king, and also demanded all marks of honor as such. Promising, however, upon his word of honor, that if not tomorrow, then at least the day after tomorrow, he would march without fail to Fort Dauphin. The second undersigned asked Rammas whether it would be possible to have some crew members guided by his people to Baay St. Augustin; in how many days this journey could be accomplished, and whether any obstacles of war or otherwise were to be feared in this expedition? To which he answered that he was very inclined, upon his arrival, to enter into negotiations about this with the ship's commanders, and to assign to those who would undertake the journey as many soldiers as would be necessary to carry their baggage, at the head of whom, if desired, he would place his own brother. Further, that the inhabitants of the country could easily go to Baay St. Augustin in six or seven days, but that he thought, accompanied by Europeans, they would have to take ten days for it; recounting additionally that a certain French colonel, at the head of several seamen who had suffered shipwreck in the said bay with a French Company's ship, had marched in 7 days from there to Fort Dauphin. Thursday the 28th of July we received word from Rammas that he would come to Fort Dauphin tomorrow. Subsequently, the Sea Captain Huibert den Breem came on board, and it was taken into consideration what means one should put into effect to obtain as soon as possible report whether none of the missing ships happened to be in Baaij St. Augustijn. The lack of water under which 't Meeuwtje was suffering had to be provided for, since we were not certain that the journey to Baaij St. Augustein would be completed quickly. Furthermore, making this journey with the ships, it was known that from the said bay to steer for Foulpoint one had to fear the easterly winds, and could thereby be forced to have to sail up to fully 30 degrees southern latitude in order to meet the westerly winds, from which naturally a long journey must arise, whereas nevertheless the prompt execution of the expedition assigned to us by Your Right Honorable and Honorable Venerables involved the interest of the Noble Company and the well-being of the men on board; that furthermore an overland expedition, not only on the testimony of the blacks but calculated according to the distance and the time used for it by the said French colonel, could easily be accomplished in twenty days, a part of which time one could spend usefully to obtain the necessary water as well as firewood, of which both ships were entirely destitute, and in case nothing should be discovered in Baaij St. Augustein, one could then complete the journey to Foulpoint in 6 to 8 days. Hereupon it was resolved, pursuant to the orders and instructions handed to us by Your Right Honorable and Honorable Venerables, and with the unanimous consent of all the members of the broad ship's council, to make an agreement tomorrow with King Rammas and to entrust the expedition to Baaij St. Augustein to Nathanaël Meltzer, Lieutenant of this vessel, and Gijsbertus van Veen, Commander of the soldiers of 't Meeuwtje, to whom we still reported such, in order to keep themselves in readiness to be able to undertake the journey thither tomorrow. Further it was resolved to send with them, for their care, the third surgeon Johan Fredrik Boden, Corporal Petrus Joseph Schenkk, and the sailor Jan Claassen. Friday the 29th, in the morning, Captain den Breem came on board again with Commander Gijsbertus van Veen and Corporal Petrus Joseph Schenkk, and such instructions as the undersigned had drafted were read to Lieutenant Meltzer and the said Commander, a copy of which is annexed under letter A of this, to conduct themselves accordingly in the bay of Baaij St. Augustin. These instructions were handed to the Lieutenant and Commander, together with the six pieces of Salempuris brown blue coast mentioned therein and thirty Spanish reals, and finally a missive addressed to Your Right Honorable and Honorable Venerables, whereby we took the liberty to report all that had notably occurred on our journey up to now, as well as the good condition in which our vessels under our command, with their crews, happened to be. After having thus arranged all this, we saw a signal made from Fort Dauphin that King Rammas was approaching, and we betook ourselves, together with the five aforementioned persons, to the shore. At four o'clock Rammas arrived, preceded by a large procession of women and children, and followed by upwards of three hundred armed soldiers. After some ceremonies, we made known to Rammas the cause of our coming and also our request, to which he consented immediately, ordering ten of his soldiers to carry the baggage of the aforementioned persons, and three of his captains to accompany them; who together, upon their return, would receive as reward ten pieces of flintlock muskets and one hundred pounds of gunpowder. Rammas assured us once more that nothing could be an obstacle in undertaking this journey, which was confirmed by the captains and some soldiers who had done the same several times. Hereupon the travelers set out on their way, and the undersigned went on board the Meermin, accompanied by King Rammas, to whom the customary gift of one hundred pounds of gunpowder, forty-eight and a half cans of arrack, and two pieces of Salempuris brown blue coast was delivered. Toward evening he betook himself to the shore; we saluted him upon his arrival and departure with eleven cannon shots from
Dutch transcription
te wogten van drie hondert soldaten, die van zyn 2 hoofdplaats en de omliggende Dorpen moesten komen, om hem naar Fort Dauphin te verge„ „sellen, terwijl hy zig als eene groten Koning voor de Hollanders wilde vertoonen, en ook als sodanig alle Eerbewijsen begeerde. Belovende egter op zyn woord van Eer, dat so hy niet mor¬ „gen, ten minsten overmorgen, sonder fout naar Fort Dauphin zou trekken.— Den tweeden onderteekende vroeg aan ram„ mas, of er mogelijkheid zou zyn om eenige scheepelingen door zyn volk naar Baay st. Augustis te laten geleiden; in hoe veel da„ „gen deese reise ten uitvoer zou kunnen werden gebragt, en of er gene hinderpalen van Oor„ log of andersints in deese Expeditie te vree¬ zen waren? Waarop hy antwoorde seer geneegen te zyn; bij zyn aankomst hierover met de scheeps opperhoofden in Onderhan¬ deling te treeden, en aan de genen, die de rei„ se zouden doen, so veel soldaten toe te voegen als benodigt zouden zyn om hunne bagagie te dragen, aan wiens hoofd hy, so men sulx begeerde, zynen eigen broeder sou stellen. Ver¬ „ders, dat 's Londs Inwooners gemakkelyk in ses of seven dagen naar Baay St. Augus¬ tin konden gaan, maar dat hy dacht, dat verzeld van Europeanen, zy daartoe tien da„ „gen zouden moeten bezigen; verhalende daar„ by dat zekeren franschen Collonel aan't hoofd van verscheidene zeevarende, die in gem. Baay met een fransch Comps schip schipbreuk hadden geleeden, in 7 dagen van doar noar Fort Donderdag den 28 Julij kreegen berigt van Ram„ was dat hij morgen naar Fort Dauphin zou koomen vervolgens kwam den Capitein ter Zee Huibert den Breem aan boord en wierd in overweeging genoomen watmid„ „delen men werkstellig zou maaken om te spoedigste berigt te krijgen of zig in Baaij S: Augustijn geen der vermiste scheepen kwamen te bevinden, Het gebrek van Water waar in 't Meeuwtje was moest in worden voorzien, dewijl niet verzeekert, waaren dat de rijse naar baaij st Augustein spoedig zou worden afgelegt. Verders deese rijse met de scheepen doenende was bekend dat men van gemelde barij Toulpoint, te steevenen de oostelijke winden had te dugten, en daar door genoodzaak zou kunnen worden tot op ruim 30 graden Zuider breete te moeten zijlen om de westelijke winden te ontmoeten waar uijt dan natuurlijk eene lange reise moest ontstaan, daar nogtans aan de promte executie van de door uwel Edele Gestr en Edelen Achtb:s aan ons opgedraagen expeditie het belang der Edele Maat„ schappijen het welzijn van de Aanboord zijn„ de Manschappen was verknogt dat verders een expeditie over Land op 't getuigenis der swarten niet alleen maar bereekend naar de distancie, en de tijd door gem fransen Collonel daar toe gebezigt gemakkelijk in twintig dagene kon worden volbragt, van welke tijd men een gedeelte nuttig kon besteeden, ter verkrijging van het nodige Water als meede Brandhout, waar van beide Scheepen ten eenemaal Fort Dauphin waren gemarcheerd.— ontbloot yn ontbloot waaren, en in gevalle men in Baaij S:t Augustein niets mogt ontdek„ „ken men als dan de rijse naar Toutpoint in 6 a8 dagen zou kunnen afleggen. Hier op wierd beslooten ingevolge de orders en Jnstructien door Uwel Edele Gestr: en Edelen Achut aan ons ter hand gesteld en met eenparige toesteming van allen de Leeden des breeder scheepsraad om op morgen een accoord met koning Rammas te maaken en de Expeditie naar Baaij St Augustein op te dragen, aan Nathanaël Meltzer Luitenant van deese Bodem en Gijsbertus van Veen, Com¬ mandeur der soldaaten van 'T Meeuwtje aan wien nog zulks berigten, ten einde zig in gereedheid te houden om morgen de rijse derwaards te kunnen aanvaarden— verders wierd beslooten hen ter hunner oppe„ sing meede te geeven den Derdemeester Johan Fredrik Boden, Corporaal Petrus Joseph Schenkk, en den matroos Jan Claas „sen. Vrijdag den 29 s morgens kwam den Capitein den Breem wederom aan boord met den Com„ „mandeur Gijsbertus van Veen, en den Corpora Petrus Joseph Schenkk, en wierd aan den Luitenant Metzer en geme Commandeur voorgeleesen, zoodanig Jnstructien als den ondergeteekendens hadden hadden ontworpen, en waar van Copij sub l=a deezes annex om zig in de socht van Barij St. Augustein daar naar te gedraa¬ „gen. . . . . Deese Jnstructien wierden aan den Luitenanden Commandeur ter hand gesteld, beneevens de daar bij ver„ melden Ses p=s Salempoeris br: lb Cust en dertig Spaanse bealen, en eindelijk eene missive aan UWel Edele Gestr: en Edelen Achtb: geaddresseert, waar bij de vrijheid namen verslag te doen van al het geene aanmerkelijk op onse rijse tot nu toe was voorgevallen, als meede van de goede staad waar in zig onse onderhebbende Bodems met derzelver Equigagien kwamen te bevinden. Na dit alles aldus bezorgt te hebben zagen wij Sein doen van Fort Dauphin dat Koning Rammas aannader„ de en begaven ons beneevens de vijf meertd Persoonen naar de Wal Ten vier uuren arriveerde Rammas, voorgegaan door eene groote stoetvrou„ „wen en Kinderen, en gevolgt van ruim drie honderd gewapende Sol„ daaten, na eenige plegtigheeden gaven wij de oorsaak van onse Comst komst aan Rammas te kennen en teffens ons verzoek, waar in hij opstond bewilligde Gelastende tien zijner soldaaten de bagagie van meergem per„ soonen te draagen en drie zijner Ca„ piteins om hen te vergezellen; dewelken te zamen bij hunne te rugkomst tot Loon zouden genieten Tien p=s snaphanen en Hondert pont buskruijt Kammas verzeekerde ons nogmaals dat niets in te doen van deeze Tocht hinderlijk kon zijn 't welk beves¬ „tigt wierd door de Capitijns en eenige Soldaaten (die dezelve ver¬ scheidemaalen hadden gedaan. Hierop begaven zig de reizigers opweg¬ ende onder teekendens aan boord van de Meermin vergezeld van Koning Ram„ „mas, aan wien het gewoon geschenk van een hondert pont Buskruijt, agt- en veertig en een halve kannen arrack en Twee p Salempoeris bn bl Cust wierd be„ handigt Tegens den avond begaf hij zig naar de Wal, Salueer„ „den hem bij zijn komst en ver„ „trek met Elf Canon Schooten van
English
Saturday the 30 July until Thursday the 11 August nothing remarkable occurred. Friday the 12 ditto we received word that Lieutenant Meltzer and Commander van Veen, along with the other persons, were in the nearest village of Rammas, and who then also arrived on Saturday the 13 ditto at Fort Dauphin, reporting to our greatest astonishment that since their departure on the 29 July they had been no further than Moerevenan, situated about 10 miles from here, being the capital of King Rantomba; stayed there two days and then returned, giving as reasons for this return: the war that had broken out between Rantomba and a neighboring prince through whose land they had to travel; the extortions that King Rantomba had committed against them; the hostile attacks of the captains and soldiers who accompanied them; and finally the refusal of the latter to travel any further. Immediately we went to Rammas to make known our displeasure in the most acute manner about the conduct that he as well as his captains and soldiers had kept with us. But Rammas assured us that the report made by the said Lieutenant and Commander was entirely false and devoid of all truth; that in order to fully convince us thereof he desired nothing more ardently than that we would go with him to his capital Venerisse, 4 miles from here, where he would show us the place where Lieutenant Meltzer and Commander van Veen had been, and at the same time question the principal of the natives about the reasons for their return. To this we finally consented upon the persistent request of Rammas, the more so because he had often said that he would consider it the greatest disgrace if his new friends the Dutch, coming into his territory for the first time, were to depart without having seen his riches and having been his guests. After giving the necessary orders on board, we departed in the forenoon at eleven o'clock and arrived towards evening at Venerisse, where we were courteously entertained by Rammas and his family. The next day he showed us from a hill the capital of King Rantomba, and offered, if we wished to go thither, to guide us there in twelve hours, assuring us, as was also fully evident from the proximity, that Rantomba, whom he considered his vassal, could have no war of which he was ignorant, and repeated to us once more the so often given assurance that the country was in complete tranquility. Hereafter Rammas questioned the blacks who had accompanied the persons sent by us on their journey. The unanimous answer was that the whites from the first day had shown little desire to go to Bay St. Augustijn, and that after having marched for two hours they thought of nothing but a resting place, which having found they did not leave before the following day; that they had continually complained of pain in the legs, fatigue, etc.; that having arrived at Rantomba they had made it known there that they intended to return to Fort Dauphin, saying that this was no journey for humans but for dogs; that the blacks had suggested to them, if they themselves did not wish to go to Bay St. Augustijn, to give them permission to go thither and to await their return at Moerevenan; that furthermore nothing was able to make the whites abandon their taken resolution; that Rantomba, observing that the aversion to traveling among the whites arose from timidity, had offered them, if they so desired, to have them accompanied by a large escort and to send his brother ahead, but that notwithstanding all requests and all tokens of affection they persisted in their taken resolution, adding thereto that they had no more bread nor strong liquor, and without this could not walk; that the blacks had thereupon offered to send some of their people to Fort Dauphin to fetch what they thought they needed; that they could safely rely on their speedy return and meanwhile continue their journey to Bay St. Augustijn; that none of all the proposals made could please the Lieutenant nor the Commander, and they were thus forced to return with them to Fort Dauphin. Monday the 15 we departed from Venerisse, arrived at Fort Dauphin, and went on board where we found everything in proper order and readiness to depart. Tuesday the 16 ditto, in the morning a signal was made for the officers, and Captain Huybert den Breem, Captain-Lieutenant Johannes van der Mark, and Lieutenant Ludewich Haak came on board this vessel in order to attend the broad ship's council to investigate the conduct of Lieutenant Nathanael Meltzer and Commander Gijsbertus van Veen in the expedition to Bay St. Augustijn entrusted to them. Regarding what occurred and was resolved in the said ship's council, we take the liberty to refer to the record kept thereof, with the corresponding appendices under letter A 10 and 11 annexed hereto. After the broad ship's council was dismissed, Lieutenant Meltzer was asked to give an account of the thirty Spanish reals and six pieces of Salempores blue Coast handed to him, of which the remaining 19 reals and one piece of Salempore were handed over by him and taken back into the cargo books of this vessel. The first undersigned considers himself obliged to bring to the attention of Your Right Honorable and Worshipful Honors that however much he had wished to correct exemplarily the neglect of duty committed by Lieutenant Meltzer, he nevertheless did not dare to insist on any punishment whatsoever, since he would thereby have had to deprive himself of a ship's officer until
Dutch transcription
Zaturdag den 30 Iulij tot Donderdag den 11 Augustus is 'er niets merkwaardigs voorgevallen vrydag den 12 dito kregen berigt dat den Lieutenant Meltzer en den Commandeur van veen benevens de anderen Perzonen zig in het naaste dorp van Ranmas bevonden en die dan ook op Zaturdag den 13 dito, te fort Dauphin aankwamen, welken tot onzen grootste verwondering rapporteerden dat zij zints hun vertrek op den 29: Julij niet verder waren geweest als te moervevenan, Circa 10 Mijlen van hier gelegen, zynde de Hoofdplaats van Koning Rantomba; aldaar zeg twee dagen opgehouden en toen te zug ge„ „keerd, gevende door reedenen van deeze terug= „komst: de ontstaane oorlog tusschen Rantomba en eenen naburigen vorst door wiens Land zy te trekken hadden; de afpersingen die hij Bantomba hen Rad gedaan, de vyand= „lijken aanvallen der Capitijns en Soldaten die hen vergezelden en eindelyk de weigering van Laastgem: om verder te trekken. — Terstond vervoegden wij ons bij Ramma om ons ongenoegen over de handelwijze die hij zo wel als zynen Capitijns en Soldaten met ons hadden gehouden op de allergevoeligste wijze te kennen te geven. dan Ramma verzeekerde ons dat het Rapport door gem Luitenant en Commandeur gedaan, geheel valsch en van alle waarheyd ontbloot was; dat hij ten einde ons daarvan volkomen de overtuigen niets vuriger begeerde als rij als dat wij met hem naar zijn hoofdplaats venerisse 4 Mijlen van hier wilden gaan hij ons van daar de plaats zou toonen „waarde Luytenant Meltzer en de Commandeur van veen waren geweest, en teffens de voorshemte der Inlanders ondervragen over de reedenen van hunne terugkomst. Hierin bewilligden wij eindelyk op het aanhoudend verzoek van Hammas, te meer daar hij menig= „maalen had gezegd het zich tot de grootste Schanden te zullen reekenen zo zyne nieuwe vrienden de Hollanders voor de eerste maal zij in zijn gebied kwamen zouden vertrekken zoude zyn Rijkdommen te hebben gezien en zyn gasten te zijn geweest. Na aan boord de nodige beveelen te hebben gegeven vertrokken wij voormiddags ten Elf uuren en ar„ riveerden tegens den avond te venmentse alwaar wij van Hammas en zyn famille heush wierden onthaald. sanderendaags vertoonde hy ons van een heuvel de Hoofdplaats van Koning Rantomba, en bood ons aan indien wij ons derwaards wilden begeven, ons in twaalf uuren daar te Geleiden - geleiyden, verzekerende ons, zo als ook uijt de nabijheyd ten volle bleek dat Ran„ „tomba die hij, als zyn vassal beschouwde ƒ geen oorlog kon hebben waarvan hij onkondig was, en herhaalde ons noge „maals de zo vaak gedane verzekeringe dat het land in volle rust was: Hier na ondervroeg Rammas de Zwarten: ti die de door ons afgezondene Personen op reiz hadden vergezeld. Het een g:rij „parig antwoord was dat de blanken van de Eerste dag af weinig lust Ge„ „toond hadden om naar Raaij S„t Augustijn te gaan, en dat zij naar twee uuren gemancheerd te hebben op niets dagten als een rustplaats welke gevonden hebbende zy niet voor„ de volgende dag verlieten, dat zij by aanhoudendheyd geklaagd hadde over pijn en de beenen, vermoeidheid &r dat aangekomen bij Rantomba ten zij aldaar te kennen hadden gegeven van mening te weezen naar Fort Dauphin te rug tekeeren, zeggende: zulx geen sogt voor Menschen maar voor houden te zijn; dat zy Swarten aan hen hadden voorgesteld indien zy zelfs niet naarbaar S=t Augustijn wilden gaan, hen als dana verlof te geven derwaards te gaan en hun terugkomst te Moerevenan de af - afte wagten, dat verders niets in staat is geweest de blanken van hun genomen besluijt te doen afzien; dat Rantomba warende de tegenzien in't Reyzen by de blanken te ontstaan uit beschroomdheyd hen had aangeboden indien zij zulx begeerde door een groot Escorte te laten be= „geleiden, en zynen broeder vooruit te zenden, dog dat zij niettegenstaande alle verzoeken in alle bewijsen van gene„ gendheyd bij hun genomen besluijt waren blyven persisteeren, daarbij voegende dat zij geen meerder brood nog sterken drank hadden, en buiten dit niet konden lopen; dat de zwarten hen daarop aan= „geboden hadden eenigen hunner naar Fort Dauphin te zenden om het geen zij meende benodigt te zijn te halen; dat zij gerust zig konden verlaten op humen spoedigr terugkomst en middelerwijl hun togt naar baai S=t Augustijn vervolgens; dat geen van alle de gedane voor Slagen de Luytenant nog Commandeur hadde kunnen behagen en zydes genoodzaakt waren geweest met hen naar Fort Dauphin terug te keeren— Maandag den 15. vertrokken wij van venerifse, arriveerden te fort Dauphin en begaven ons aan boord alwaar wij alles in behoorlijke order en en gereedheid om te vertrekken vonden Dingsdag aen 16 dito, 'Smorgens wierd Sein gedaan van Pitsjaaren, en kwam den Capitain ter Zee Huybert den breem den Capitain Leeutenan Luitenant Johannes van der Markken den Laitenant Ludewich Haak aan boord k van dezen bodem, ten einde de Breeden scheepsraad bij te wonen ter onderzoek van het gedrag door den Luitenant Nathanael Meltzer en den Commandeur Gijsbertus van veen en de aan hen opgedragene Expeditie naar Baaij S=t Augustijn gehouden. — Omtrent het voorgevallene en geresol=rij„ veerde in gem: scheepsraad neemen wij de vrijheijd ons te gedragen aan de aantekening daar van gehouden, en met de daar toe spec= 11: teerende Bijlagen sub La 10 desen annex.- Na dat de breede scheepsraad gescheiden was wierd aan den Luytenant Meltzer re„ „kenschap gevraagd, der aan hem ter hand ge„ „stelden dertig p:s sp: realen, en zes p:s Salem„ poeris br bl: Cust, waar van het restant van 19 stx. realen en Een p:s salempoerie door hem wierd overhandigd en bij de Sngoteboeken deeser Bodem wederom ingenomen den eerst onderteekende agt zig verpligt uwe Wel Edele Gestr: en E. Agtb: onder het oog te brengen, dat hoe zeer hij ook gewenscht had, het pligtversuim door den Luitenant Meltzer begaan Exemplair te Corrigeeren, hij egter op geene straffe hoe ge„ naamd heeft durven aanhouden, dewijl hij zig daar door heeft moeten beroven van een scheeps officier tot
English
for the performance of whose duties no one on board was found capable. Wednesday the 17th of August, the undersigned proceeded to Fort Dauphin, paying the captains and soldiers of King Ramas with one hundred lb. of gunpowder and twenty-five Spanish reales, which they, through the mediation of Ramas, were willing to accept instead of the promised ten muskets. Thursday the 18th ditto, the wind not permitting us to set sail, we went ashore again, paying there for eight oxen slaughtered during our stay here as refreshments for the ship's crew, eight fathoms of firewood for the voyage, and some watermelons and lemons for the sick, with 100 lb. of gunpowder, 48½ cans of arrack, and 3 pieces of broad blue Coast salempores. Friday the 19th ditto, in the morning we made every effort to sail under the favor of a northerly breeze, but this wind coming through too strongly, we had to drop our anchor again and deliberate until Saturday the 20th ditto, when a light breeze from the northeast permitted us to pass the small reef of Fort Dauphin at half a cable's length. The departed south latitude was 25 degrees 4 minutes and the longitude east of Paris was 45 degrees 5 minutes according to the chart of Mr. d'Après de Mannevillette, which on account of its accuracy must be esteemed by all skilled navigators in this part of the world and indeed can hardly be dispensed with. The undersigned take the liberty of informing Your Valiant and Honorable Worships that during their stay at Fort Dauphin they learned that not far from there, some time ago, a certain Portuguese ship coming from Goa to engage in the slave trade was stranded, from which no one survived except two free blacks whom Ramas took into his service. It is very probable that the Christians, by order of Ramas, were miserably murdered or sent inland. We found the house of that king crammed with everything that could have been on board that unfortunate ship: gold, silver, household goods, cannon; everything that insatiable greed could cause him to desire was gathered there. The methods he adopted to obtain them cannot have been other than abominable. The fear and terror that his subjects harbor for his arbitrary and tyrannical rule prevented them from recounting to us the acts of violence committed by him, and they assured us that all the people who were on board the said ship had either perished in the stranding or died after a short stay with Ramas. The country inhabited by King Ramas may be considered one of the most fertile on the entire island, and is divided among several chiefs, all blood relatives of that monarch, who, like him, are masters in the art of dissimulation, deserve little trust, and rule tyrannically over subjects who, knowing that they can never quietly enjoy the fruits of their labor, spend their days in sluggish idleness and merely care for the necessary sustenance. Their wealth consists of livestock, such as cattle, sheep, and goats, which are abundant and of very good quality. From Sunday the 21st of August until Tuesday the 23rd ditto, we sailed mostly in sight of the shore, and discovered on Wednesday the 24th ditto, the Table Mountain of the Bay of Saint Augustine. At noon we found ourselves before the bay, which with the help of spyglasses we could overlook completely, and discovered no ship therein. Ready to enter the bay, we saw two small craft rowing toward the Naeuwtjen, one of which was immediately dispatched to us, carrying a certain free black named Raijtjoelan, called Hopking by the English whose language he spoke understandably. From him and two other Malagasies we understood that not only was there no Dutch ship or ships in the bay, but there had been none, that the bay had seen itself destitute of keels for four months, and that the last to depart from there had been a private French vessel, further offering us their services to pilot us inside. Hereupon we made the signal for the boat and Captain den Breem came on board this vessel, where upon the report of Raijtjoelan, added to what had been seen, it was resolved to steer for Foulpointe, since one could rest assured that none of the missing ships had arrived in the Bay of Saint Augustine, and needing no water or anything else, entering the bay would only cause delay in an expedition that, to fulfill the intention of Your Valiant and Honorable Worships, ought to be brought to an end with all promptness. We therefore remained under sail, and began on Thursday the 25th of August, in expectation of God's assistance, our reckoning at the south latitude of 20 degrees 18 minutes and the longitude of 40 degrees 16 minutes east of Paris; but the easterly winds, as we had foreseen, continuously hindered our course.
Dutch transcription
tot het waarnemen van welkers dienst mi„ mand aan boord bequaam wierd bevonden. Woensdag den 17 augustus, begavende onderteekendens zig naar Fort dauphin, betaaldende Capi „toirs en soldaten van Koning Ramas met Een Hondert lb. buskruijt en vijf en Twintig sp: realen, die zij door bemiddeling van Ra mas wel wilden accepteeren, in Steede der beloofde Thien snaphanen. Donderdag den 18 dito, de wind niet toelatende onder zeel te gaan, begaven wij ons wederom aan de wal, betaalden aldaar agt ossen gedurende ons verblijf alhier tot verversing voor het scheeps volk verslagt, acht vademen brandhout voor de reise, en eenige sloanders en Citroenen voor de zieken met 100 lb Buskruit 48½ kann: arack, en 3 p=s sa„ lempoeris br: bl: Cust - Vrydag den 19 dito, 's morgens deeden alle moeijte om te zei„ len, onder begunstiging van een noordelijke Lacht, doch deese wind te sterk doorkomende, moesten ons turanker weder laten vallen en overleggen tot Zaturdag den 20 dito, wanneer een labberkoelten uit den N: O. ons vergunden het klijne rif van Fort Dauphin op een halve kabeblengte te passee„ ren de afgevare Zuiderbreedte was 25: 4. en de Lengte bevosten Parijs 45:e 5. volgens de kaart van de Heer Aprel de Marreuvillette die om der Selver selver Juistheid en dit warelddeel van alle kundige zeelieden moet worden geagt en zelfs niet wel te ontbeeren is de onderteekendens neemen de vrijheijd Uwel Edele Gestr: en Edelen Achtb: te berichten dat zij gedurende hun verblijf ten Dort dauphin vernomen hebben dat niet verre van daar voor eenige tijd is gestrand zeeker portugeesch schip van Goa komende om de slaven handel te drij„ „ven, van waar niemand is overgebleeven als twee vrijzwarten die Ramas tot be= diendens heeft aangenomen. zeer waars cijn: lijk is 't, dat de Christenen op bevel van Ra„ mas Jammerlijk ontzield of Landwaards zyn versonden. het Huis van dien koninen vonden wij opgepropt van al het geenen aan boord van dat ongelukkig schip kan zyn geweeste goud, zilver, huisraad, geschul; alles wat de onverzadelyke hebzuyt hem heeft kunnen doen begeeren, waar daarbij een gezameld. de wegen die hij ter verkrijgeng daar van heeft ingeslagen, kunnen niet als verfoegelijk zyn geweest, de vrees en schrik die zynen onderdanen voor zijnen willekeurigen tijrannischen heerschappij voeden, beletten hen ons het verhaal zynen gepleegde gewel„ denarij te doen, en betuigden om, dat alle tenschen die zig aan boord van gem: schip hadden bevonden, of in het staanden omgekomen legg gen tot den omgekomen of na een kort verblijk bij Raman overleeden waren. - Het Land dat koning Ramas bewoond mag voor een der vrugtbaarsten van't gontsiten Eyland gehouden werden, en is verdeelt onder verscheijde opperhoofden of Chife, allen bloed verwanten van dien vorst, die nevens hem, uitgeleerd in de kunst om te veinzen, weinig vertrouwen verdienen, en tijrannisch heer „schen over onderdanen, welken bewust dat zij de vrugten hunner arbeid, nimmer gerudt kunnen genieten in vadzige ledigheijd hunne dagen slyten, en Slegts zorgen voor het nodigen voedzee. hunne Rijkdommen bestaan in Vel: als Rinderen, schappen en Bokken die over= vloedig en van een zeer goeden aard zijn. van Zondag den 21. Augustus tot dingsdag den 23 dito, zijlden wij meest in 't gezegt van de wal en ontdekten op Woensdag den 24 dito, de Tafelberg van Bdoaij P:r Augustyn op de middag bevonden wij ons voor de Haay die door behulp van verrekijkers geheel konden overzien, en ontdekken geen schip in deselve, gereed om de Baaij in te lopen zagen wij twee klijns vaartuijgen naar boord van 't Naeuwtjen roeijen, waar van een terstond naar ons wierd geExpedieert, bevindende zig in 't zelve zee „keren vrijzwart gen=t Raijtjoelan, en door de Engel= „schen wier taal hij verstaan baar sprak Ropking geheelen. van dezn en nog twee andere Madagasiar 7 Madagascaren verstonden wij dat 'er zig niet alleen geen Hollandsch schip of scheepen in de Baaij bevonden, maar ook geene geweest waren, dat de Baaij zig zints vier Maanden had ontbloot gezien van kielen, en de Laast van daar vertrokkene was geweest een fransch particulier vaar= tuig, Biedende ons verders hunnen dienst aan om ons binnen te laotsen. — Hier op deeden Lein van pitsjaaren en kwam den Capitain den Breem aan boord van deesen Bodem, alwaar op het bericht van Raijtsjoelan, gevoegt bij het geene men gezien had besloten wierd naar Toulpoint te steevenen, dewijl men zig ten vallen verzekert kon houden dat in Baaij S=t Augustijn geen der vermiste scheepen waren gearriveert, en men geen water of iets anders benodigt zynde door de baaij in te lopen slegts vertraging te weeg zou brengen, in een Expeditie die, ons aan 't oogmerk van Uwel Edele gestr: en E agtb: te voldoen, met alle promptituede ten einde diend te werden gebragt. - Blee„ ven dus onderzeil, en begonnen op Donderdag den 25 Augustus onder afwagting van Gods bijstand ons bestek op 'z Breedte van 20o 18. ' en de lengte van 40. . 16 beoosten Sarijs, dan de oostelijke winden zo als voor „sien hadden beletteden ons bij aanhoudendheijd Court
English
to steer course and brought us by Thursday primo September to 32 degrees 36 minutes South latitude. Although, in order to avoid all prolixity and not needlessly occupy the precious attention of your Noble Right Honorable and Honorable Esteemed Sirs regarding maritime affairs, we refer to the sea-journals kept thereof, the first undersigned nevertheless cannot refrain from noting down here that in 8 to 10 voyages he has made around the south of Madagascar, he has always observed a change of water and many birds at the latitude of 27 to 28 degrees, from which he concludes that there must be some shallow in that area which has not been discovered to this day, and that one must therefore use all possible caution when sailing. Saturday the 3rd ditto, at sunrise, we saw a heavy piece of wood drifting shortly past the bow, presumed it to be a ship's beam that must have drifted in the sea for a long time, since it was overgrown all around with green; otherwise nothing noteworthy occurred before Saturday the 10th ditto, when the so frequently desired south wind broke through, under the favor of which we sighted land on Monday the 19th ditto, and on Tuesday the 20th ditto, at 10 o'clock in the morning, came to anchor on the outer roads of Foulpoint. And on the inner roads we found lying the French private ship Le Bon Succès, commanded by Captain Jean Gilbert, and the French schooner La Petite Union, Captain Nielly, both arrived here from Mauritius; we saluted the roads with eleven cannon shots. After performing the necessary ship's work, a signal was made of [illegible], whereupon the Sea Captain Huibert den Breem came on board and made known how almost his entire crew, after our departure from Saint Augustine's Bay, had been attacked by a severe illness, and that he currently still found himself burdened with 32 incapacitated men, and destitute of everything that could have brought any relief in this sad circumstance. Furthermore, he declared that the hard bread that remained on board the vessel under his command upon his arrival at the Cape of Good Hope, although then found good and edible and as such included among the new provisions, had for a considerable time become so decayed into dust that he did not dare to have it distributed to the ship's company; to whom he made good the lack of that food by means of meal, groats, etc., because of which, as well as due to the few provisions received at the Cape of Good Hope, such a scarcity of provisions had arisen that he had no more than 57 buckets of meal, groats, as well as peas and beans on board, and thus it was his urgent desire that means should be devised and put into effect by which the calamities oppressing his crew could be averted. Whereupon it was deemed best regarding the sick to take the advice of the chief surgeons of both ships and that of the surgeons who might be found at Foulpoint, and if these judged that the land air might be favorable to them, then to enter into negotiations about it with the French administrators. Hereupon we proceeded ashore and were kindly received by Monsieur de la Cerve, Commandant of this place, to whom the first undersigned made known the cause of his coming in a private conversation; but Monsieur de la Cerve assured him that, however gladly he would lend him a helping hand toward obtaining a cargo of rice for the ship 't Zeeuw, such was nevertheless beyond his power, since insurmountable obstacles would be met with in that regard. Firstly, the rice harvest had turned out very poorly due to the numerous locusts that had destroyed that grain not only here locally but indeed over the greatest part of the island, even before it had reached maturity. Secondly, some misunderstanding had so embittered the minds of the natives against the French administrators that they remained completely estranged, and far from bringing slaves, rice, or anything else for sale according to custom, were busy here harassing the weak garrison of about twenty men that His Most Christian Majesty maintains here; who also did not consider themselves safe at all, and out of fear of greater danger, had persuaded the aforementioned Captain Gilbert to remain lying on the inner roads in order to be able to bring them assistance in case of need or to favor their departure. Finally, he assured him that if affairs should change in appearance and the Madagascans should bring their wares to market according to custom, he would then have to preserve the rice carefully for the King's account for the benefit of the island of Mauritius, from where he was expecting two ships to collect it. The aforementioned Monsieur de la Cerve assured us that he would lend a helping hand in everything else that might be needed, and promised us the surgeon the following day to
Dutch transcription
Cours te stuuren en bragten ons tegens Donderdag p=mo september tot op 32=e 36' Zuiderbreed schoon wij om alle Langwijligheijd te ver= wryden en de precieuse attentie van Uwel„ Edele gestr: en E. agtb: niet nodeloos te occupeeren ons omtrend de zeezaken aan de daar van gehoudene dagregisters gedragen kan echter den Eerstondergeteek: niet af„ laten, alhier ter neder te stellen, dat Madags. in 8 a 10 reijsen, die hij om de zuid van Efte car ta heeft gedaan, hij altoos op de Breedte van 27 â 28 graden, verandering van water en veele vogel heeft ontwaard, waar Uit hij opmaakt, dat daar omtrent eenige ondiepte moet zyn, die tot nu toe niet is ontdekt geworden, en men dus in 't zijlen alle mogelijke voorzigtigheyd moet gebruiken. — Zaturdag den 3 dito, zagen met zon opgang een zwaar stuk hout kort voorbij de boeg drijven, pre„ sumeerden het een scheepsbalk te zijn, die lang in zee moet hebben gedreven, dewijl rondom met groen was begroeit, verders niet aantekening swaardig voorgevallen voor Zaturdag den 10 dito, wanneer de zo vaak gewenschte zul denwind door kwam, onder welker begunstiging eij Maandag den 19 dito Land ontwaarden, en op Dingsdag den 20 dito, 'smorgens ten 10 uuren op de bui ten rheede van Goulpoint, ten anker kwamen, en en op de binnen rheede vonden Leggen het francch particulier schip Le Bon Succes, gecom- mandeert door Capitain Iean Gilbert en de fransche Schoenjer la petite union Capn Niellij, beyde van Mauritus alhier gearriveerd, salueerden de rheede met Elf Canon schoten, na verrigting van het nodige scheepswerk wierd sein gedaan, van pit „jaren, waar op den Capitain ter Zee Htuiber den Breem aan boord kwam en te kennen gaf, hoe bijna zyn gantschen Equipagie na ons vertrek van Baaij S=t Augustijn was aangevallen gewonden van eenen Zware ziekte, en dat hij zig tegenwoordig nog belast „vond met 32. Jmpotenten, en ontblood van alles wat in deese droevige omstandigheid eenig soulaas zou hebben kunnen te weeg brengen. — verders verklaarde hij dat het hard brood dat aan boood van zijne onderhebbende Bodem bij zijn komst aan de koop de goede Doop restant is gebleeven, schoon toen goed en eetbaar bevonden, en als zodanig onder de nieuwe Victualij begreepen, zints eenen geruimen tijd dermaten vermulmt is geworden dat hij het aan 't scheepsvolk niet heeft durven laten uitrecken: aan wien hij het gemis van dat voedzel door Heel, Gort &5:, heeft te goede gedaan, waar door zo wel, als door de weinige levensmidde „len aan koop de goede Hoop ontfangen, zodanigen Zul ij zodanigen schaarsheyd van Levensmiddelen is ontstaan dat hij niet meerder als 57 Emmers so meel gort als Erwtens en Bonen aan boord had, en dus zyn instandigen begeerte was, dat men middelen beraamde en werkstellig maakte waardoor de rampen die zyn Equipagie druyden konden werden afgekeerd. - waar op best geoor„ „deelt wierd omtrent de zieken het advijs in te neemen der opperchirurgijns van beyde scheepen en dat van de Chirurgijns die zig te Toulpoint zouden komen te bevinden, en zo deesen oordeelden dat de Landlucht hen favorabel zou kunnen weesen, als dan met de fransche administra„ teurs daar over in onderhandeling te treeden. Hier op begaven wij ons naar de wal en wierden vriendelijk ontfangen van de Heer de la Cerven, Commandant deesen plaatse, aan wien den Eerst onderteekenden, de oorzaak van zijnen komst in eene particuliere onderhoudeling te kennen gaf, dan de Heer de la Cerve betuijgde hem dat hoe gaarne hij hem ook de behulp= zamen hand zou willen bieden ter verkrijging van een Lading rijst voor het schip 't Seeuwj zulks egter buijten zyn vermogen was, dewijl men daar in onoverwinnelijke hinderpalen zou vinden. Eerstelijk was de rystoogste zeer slegt uitgevallen, door de menigvuldige sprinkhaven die dat graan niet alleen hier ter plaatzen maar wel op 't grootsten gedeelten van 't Eiland, nog voor dat het tot rijpheid wees was gekoomen hadden vermeld Ten Twrade, had eenig misverstand de Gemoederen der Inlanders zodanig tegens de fransche administrateurs verbetterd dat zy ge„ „heel verwydert liefden, en welverre van Slaven Rijst of iets anders ter verkoop naar gewoonte aan te brengen, hier bezigheid maakte om de Zwakke bezetting van arce Twintig Man die zijn aller Christelyksten Majesteit alhier onderhoud te traf„ seeren: welken zich ook geenzints en ar zeeker achten, en uit vrees voor grooter gevaar, gem: Capitijn Gelbert hadden bewoogen op de binnenhede te blyven leggen, om hen ingevalle van nood assistentie te kunnen toebrengen of hun vertrek te begins stigen Eindelijk verzeekerde hij hem dat zo de zaaken van aanschyn mogten veranderen en de Madagas„ caren naar gewoonte hunnen waaren ter markt brachten hij ren als dan de Ryst Zorgvuldig voor Rekening des Konings moest bewaaren ten behoeven van 't Eiland Mauritius vanwaar hij twee Scheepen was te verwachten om die aftehaalen Voorsz: Heer de la Cerce verzeekerde ons in alles wwat men verders be¬ nodigt zou mogen weezen de behulp„ zaame hand te zullen beeden en be„ loofde ons 's anderdaags de Chirurgyn Aan
English
to send on board 't Meeuwtje, and in case the disease prevailing there was found not to be contagious, and country air was required for the recovery of the invalids, to likewise provide us with a suitable place to accommodate them. Having returned on board, the first undersigned informed Captain der Breem and the second undersigned of the outcome of his efforts and the state of affairs, which, however little they fulfilled the intention of Your Right Honourable and Honourable Worships and our well-meaning desire, could nevertheless not be altered. But since the ship 't Meeuwtje, with the provisions on board, could not possibly undertake the return voyage, it was decided to present this situation the following day to the broad ship's council, which accordingly convened on Wednesday the 21st of September, after the firing of the morning gun. To the council it was reported, both by the two ship's surgeons and by the surgeon major of Foulpoint and that of the French ship Le Bon Succes, that after visiting the sick on board 't Meeuwtje, they had found the illness not to be contagious, and merely arising from the multiple changes of climate which the crew members had had to endure, which very often causes rheumatic fevers on board, and which had been considerably aggravated on that vessel by the bad bread that had had to serve as food for the crew for some time. All the surgeons were unanimously of the opinion that the sick should be treated on board, and only the convalescents sent ashore for an hour or two each day under proper supervision; since it is generally accepted that sea air is far more beneficial for the sick than land air in a place whose swampy soils diffuse bad exhalations. And pursuant to this report, it was resolved to leave the invalids on board and to provide them with everything that might be useful to them and obtainable here, even if this might somewhat encumber the expense account of that ship; in the confidence that Your Right Honourable and Honourable Worships, in accordance with your frequently demonstrated philanthropy, will be pleased to approve a conduct prompted by necessity. Subsequently, Captain der Breem showed a sample of the hard bread on board, which he, along with the officers, testified to have taken at random from the bread room. The same was found to be entirely stale and moldy, and unfit to be consumed by the ship's crew. For which reasons they condemned that bread and resolved that no effort should be spared to persuade the French administrators to relinquish ten thousand lb of paddy rice for the benefit of 't Meeuwtje, and to have it delivered both in place of the spoiled bread and as provisions for the return voyage of that ship to the Cape of Good Hope. After the broad ship's council had adjourned, the undersigned made known to Monsieur de la Serve the shortage in which the aforementioned ship found itself, and that he hoped that if they could not succeed in finding a cargo of rice, His Honour would at least consent to sell the necessary provision rice or give permission to buy or trade it, even if in small quantities, from the natives. Whereupon the said Commander decided to relinquish the requested ten thousand lb of rice, but for not less than two Spanish reals per cent, testifying that such was the price for which he purchased it for the account of his King, and gave further orders that they could obtain the necessary meat, as well as poultry and white rice for the sick, from day to day at moderate prices. Thursday the 22nd of September. The first undersigned had a conversation with Captain Jean Gilbert, from whom he learned that his ship Le Bon Succes, for the account of Messieurs Ourry at Mauritius, was destined for Mozambique to trade a cargo of slaves; that the said gentlemen, aware of the scarcity of rice at Foulpoint, and for the sustenance of the slaves to be traded, had laden that ship with upwards of one hundred thousand lb of Batavian rice, and had instructed him that if, contrary to all expectations, he should be able to purchase a cargo of rice here, to then trade it at Mozambique; but that, although he had no prospect here of executing his commission, the delicate circumstance in which the French found themselves due to the dispute with King Savie obliged him not to leave Madagascar, and he therefore intended to abandon his projected voyage to Mozambique; through which turn of events he could easily spare the rice and would be willing to relinquish it at a fair price; but testified at the same time that it had cost his owners 25 livres or 2½ Spanish reals per cent, and that
Dutch transcription
aan boord van T Meeuwtje te Zende en ingevalle de ziekte die door heerseh niet aansteekelyk wierd bevonden en tot herstelling der Impotenten de Landlucht wierd vereischt ons also een bekwame plaats te zullen bezorg om dezelven te logeeren— Aan boord teruggekomen bericht den Eerstonderteekenden de Capitain der Breem en de Tweede onderteekende va den uitslag zyner pogingen en de situatie der zaaken, die hoe weini voldoenden ook aan 't oogmerk van uwelEdele Testr en Edelen acht en aan onze welmeenende begeerte echter niet verandert konden worden dan aangezien het schip T Meeuwt met de aan boord zynde provisie onmogelyk de terug reize kon onderneemen besloot men dies toe stand & anderdaags aan den breede scheepsraad voor te draagen die dan ook op Woensdag den 21 September na gedaanen Sem van Pitsjaaren vergaderden Aan dezelven wierd zo door beide scheepschiuw„ gyns als door den Chirurgyn majoor van Toulpoint en die van 't fransch schip te bon Succes gerapporteerd dat na gedane visitatie der zieken aan boord van 'T Meeuwtje zij bevonden hadden de ziekte niet aansteekelyk. te zyn, en slechts te ontstaan door de me nigvuldige veranderingen van Climaken die de schepelingen hadden moeten ondergaan 't welk zeer dikwils rhumatieque koorts en aan. aan boord veroorzaakt, en welken op die Bodem aanmerkelyk waaren vermeerdert door het slechte Brood dat de Equipagie eenige tijd toet Voedzel had moeten ver„ strekken. allen de Chirurgyns waaren eenparig van gevoelen dat men de zeeken aan boord dienden te behanden len, en Slechts de Convalescenten een of twee uuren daags onder een goed opzicht naar de wal zenden; dewijl ge= neraal is aangenoomen dat de zeelucht veel dienstiger is voor zieken als de Landlucht, op een plaats wier moerassige Gronden slegte uitwasemingen verspreiden En wierd ingevolge dit bericht beslooten de Impotenten aan boord te laaten en hen van al het geene te verzorgen wat hen nuttig en alhier te bekomen kon zyn, schoon zulks de Onkostreekening van dat schip eenigzints mogt bezwaaren; in dat vertrouwen dat uwel Edele Gestr en Edele Achtb: naar derzel¬ ver zo raak betoonde Menschenliefde een gedrag zullen gelieven te appro¬ beeren daar de nood aanleiding toe heeft gegeeven Vervolgens vertoonde den Capitain den Breem een monster van het aan boord zynde hardbrood 't welk hij hef„ neevens de officieren betuigde voor de hand uit de Broodkamer te hebben genomen. Het zelven wierd geheel mus en beschimmeld bevonden, en onbekwaam om door 't scheepsvolk te Meerwtje deekelyk. de oorts aan te kunnen werden genuttigt om welken reedenen dat braad afkeurde en besloten dat men niets onbezogt zou laaten om de franschen Admi„ strateurs te beweegen Tien duyzend lb Padyrist ten behoeve van 'T Meeuwtje af te staan, en die te doen verstrekken zo in Stede van het bedurven Brood als tot Provisie voor de terugreize van dat Schip naar Koop de Goede Loop. — Na dat den breeden scheepsraad gescheiden was begaven zich de Onderteekendens aan den Heer de la Eerve te kennen 't gebrek waarin meerm: schip zig bevond, en dat hij hoopte dat zo men in 't vinden van een Cargasoen Rixt niet konde Slaagen, zyn Ed: ten minste zou be„ willigen om de benodigde provisie„ rijst te verkoopen of verlof te geeven om die alwaar 't bij de kleine maat van de Inlanders te koopen of te ruilen. Waarop gem: Commandant besloot de verzochte Tien duyzend lb Ryxt af te staan, doch niet minder als tegen twee Spaansche realen 't Cents. betuigende dat zulks de prijs was waarvoor hij die voor Rekening van zyn koning inkogt en stelde verder orders dat men 't benodigde vleesch mitsgaders staenders en wiste Ryst voor de zieke van dag tot dag modieque prijzen zou kunnen bekomen Donderdag 9 Donderdag den 22 September, Had den Eerston„ derteekenden een gesprek met den Capitain Jean Gilbert, van wien hij verstond dat zijn schip le bon suc„ ces voor Reekening van de Heeren Ourrij te Mauritius gedestineerd was naar Mosambicque om een lading slaven te handelen dat gem: Heeren bewust van de schaarsheid van rijst te Foulpoint, en dat schip tot on„ derhoud van de inte handelene slaven handel hadde afgeladen ruijm Hondert Duijzend lb: bataviasche Rijst, en last gegeeven zo hij teegens alle ver„ wagting alhier een lading Rijst zou kunnen koopen die als dan te mozam„ bicque te verhandelen; dog dat, schoon hij alhier geen vooruijtzigt had van zijn Commissie ten uijtvoer te brengen de netelige omstandigheid waar in de Franssen zig door de twest door Koning savie bevonden, hem nood„ zaakten Madagascar niet te ver„ laaten en dus van meening was van zijne geprojecteerde reize naar Mosambicque af te zien, door welke ommekeer hij de rijst wel zou kunnen ontbeeren en willen overgaan om die tot een billijke prijs af te staan; dog betuijgde teffens dat dezelve aan zijnen theeders had gekost L: 25 of 2½ spaanse reaal '7 Cents en dat t
English
that he therefore could not sell it for less than 3 Spanish reals. Upon inspecting this rice, the first undersigned found it, though not of the first, nonetheless of a good quality, and considering further how necessary it was that one had to ensure not to send 'T Meeuwtje back entirely empty, the more so since one now had the disastrous certainty of the shipwreck of the vessel Zeeduij and that the government of your Right Honorable and Right Worshipful Sirs must be entirely destitute of rice, he decided to offer the said Captain Gilbert 2½ Spanish reals per Cento, but he rejected that offer outright, saying that he would not possibly dare to resolve to sell the goods of his owners for the purchase price. Friday the 23rd of September the undersigned, together with Captain den Breem, went ashore and presented themselves to Commander de la Cherve, who recounted to them how he had spent the entire past night in the greatest danger because of the hostile semblance that King favié and his people had given to all their actions, coming every moment not only before, but even armed within the palisades of the French, whose garrison, too weak to offer resistance to such a formidable enemy without taking any revenge, had been obliged to let itself be insulted by those heathens, and had spent this entire forenoon in negotiations during which nothing substantial or good had been gained, and the said Commander assured us that if within a few days he could not bring matters onto a better footing, he would depart with the entire garrison, and thus could do nothing more for us than deliver the promised 10000 lb of rice as provision for 'T Meeuwtje. Saturday the 24th of Septb: the undersigned went ashore again, where finally peace between the French administrator and King savie was concluded, whereby the latter engaged to grant his subjects again the freedom to sell their wares to the French, who agreed to the compensation demanded by Javie of Two Hundred Spanish reals, which were counted out to him on the spot. This arrangement spread joy everywhere, and that sort of vitality in all transactions that discord cannot tolerate; that very same day one saw rice and various other items brought in from the surrounding villages, and Mr. de Cacherwe added the promise so flattering to us, in order to give us better tokens of his goodwill and desire to favor our trade. Sunday the 25th ditto the first undersigned repeated his request made to Mr. de la Chervé regarding a cargo of rice for the Neeuwtje and as much as our vessel might need for the slave trade and provisions for the crew, but his Honor gave as an answer that he would never dare to presume, in the scarcity in which the country found itself, to sell anything of the rice which he might purchase for the King's account, but that out of esteem for him he would well be inclined to sell the rice that he had bought for his own account, provided that the other administrators were willing to follow his example, and charter the small vessel la petite Union for the collection thereof; they only let themselves be persuaded by Mr. de la Cherve and sold their rice to the first undersigned, the quantity of which they set at circa One Hundred and Twenty thousand pounds, which would be fetched from Mahamboe in two trips by the said vessel, and would have to be paid, free of all expenses on board, at 2 Spanish reals per Cento, off which price, though twice as high as rice is usually sold here, nothing could be bargained down, and the first undersigned was thus obliged to pay that for it; intending to ship 70000 lb of the said quantity into the Meermin, both for the slaves to be traded and as provisions for the crew, and to load the remainder of 50000 lb into 't Meeuwtje, and if one could not procure a larger quantity for that ship, to have it head towards the Cape with that. In the evening the small vessel la petite Union departed, and on Monday the 26th of September arrived the French King's fluyt ship le Necessaire, commanded by the Knight de Curville, sent hither from Mauritius to load 400000 lb of rice for the account of His Most Christian Majesty, bringing for that purpose 4000 empty sacks ashore to fill them; but having heard that there was no rice available for the account of the King, the said Mr. de Curtille showed no little displeasure, and gave the first undersigned clearly to understand that some evil suspicion had arisen in his mind. The French administrators informed him of the state of affairs, and assured him that they had sold to the first undersigned no other rice than that which belonged to them in full ownership. All this could avail nothing, and Mr. Carvelle insisted that, since there was no rice available here for the King's account
Dutch transcription
dat hij die dus wel niet minder als tot 3 spaanse reaalen konde d Koopen. Deeze rijst bezigtigende bevond den Eerst onderteek: die schoon niet van de eerste nochtans van een goed qua liteijt, en nog overweegende hoe nood„ zakelijk het was dat men moest zorgen 'T Meeuwtje niet geheel leedig te rug te zenden te meer daar men thans de rampzalige verzeekering gehad van het verongelucken van 't schip Zeeduij en dat 't gouvernement van uw wel Edele Gestr en E: Agtb: gecheel ontblood moest weezen van rijst, besloot hij aan gem: Capitain Gilbert 2½ spaanse reaal voor het Cento te bieden dog die dat bod direct van de hand wees; zeggende dat hij onmogelijk zou dur¬ ven besluijten om de goederen zijner rheders voor Jnkoops prijs te ver„ Koopen Vrijdag den 23 September Begaven de onderge„ „teekendens beneevens den Capitain den Breem zig naar de wal en vervoegde zig bij den Commandant de la Cherve„ die hen verhaalde hoe hij de gantsche voorledene nacht in het grootst ge„ vaar had door gebragt door de vijan„ delijke schijn die Koning favié en de zijnen aan alle hunne bedrijven hadde gegeeven, komende ieder oogenblik niet alleen voor maar zelfs gewapend tot binnen de palisaden van de Franssa, welker bezetting te zwak om het hoofd aan Zulk zulk een gedugten vijand te bieden zonder eenige wraak te neemen zig van die Heijdenen had moeten laaten hoonen en deeze geheele voormiddag door„ „gebragt in onderhandelingen waar bij niets weezentlijks of goeds was gewon„ nen en verzeekerde ons gem: Comman„ „dant dat zo hij binnen wijnige daa„ „gen de zaken op geen batere voet kon brengen hij met de geheele bezetting zou vertrekken, en dus niet meerder voor ons kon doen als de beloofde 10000 lb: rijst tot provisie voor 'T Meeuwtje te leeveren- Zaturdag en 24 Septb: Begaven de ondergetek: zig wederom naar de wal alwaar Eindelijk de vreede tusschen de Franssen administrateur en Koning savie, wierd getroffen waarbij laatstgem: zig verbond aan zyne onderdanen wederom de vrijheid te geeven van hunne waaren aan de frans„ „sen te verkoopen, welken bewilligende in de door Javie geeischte te goed doening van Twee Hondert Spaanse reaalen die hem opstond wierden Geteld Deese Schikking Versprijde Overal een vreugd, en dat zoort van lee¬ vendigheid in alle handelingen dat de Twee dragt niet kan dulden, nog dienzelfden dag zag men uijt de om„ ligende dorpen, Rijst en diversse andere zaaken aanbrengen, en voegde de Heer de Cacherwe de voor ons zoo streelende Hoos om ons bater blijken te geeven van zijne wilmeenentheijd en zugt om onze handel te begunstigen Zondag 9 1 jan„ en de hadde alleen na Zondag den 25 d=o Herhaalde d' Eerst onderteek„ zijn gedaan verzoek aan den Heer de la Chervé, omtrend een lading rijst voor het Neeuwtje en zoo veel als ons Onderhebbend schip benodigt mogt weezen voor de slaven handel en pro„ visie voor de Equipagie, dan zijn E= gaf tot antwoord dat hij zig nim„ mer zou durven onderstaan om in de schaarsheid waar in het Land zig bevond van de Rist die hij voor Konings reekening mogt koopen iets te verkoopen, dog dat hij uijt achting voor hem wel zou inclineeren om de rijst die hij voor eigene rekening had gekogt te verkoopen, mits dat de andere administrateurs zijn voorbeeld wilde volgen, en ter afhaling van dien het scheepje la petite Union be„ vragten, alleen lieten zij zig door den Heer de la Cherve overhalen en verkogten aan den eerst onder„ geteek: hun Rijst, waar van zij de quantiteijt bepaalden op Chica Hondert en Twintig duijzend pon„ den die in twee reijzen door gem scheepje van Mahamboe zou werden afgehaald, en met alle onkosten vrij aan Boord be„ „taald zou moeten worden á 2 spaanse reaalen het Cento, van welker prijs schoon eens zo hoog als de rijst hier meestal meestal word verkogt niet was aftedingen en den eerst onderteekende dus genood„ zaakt die daar voor te betaalen; van meening van gemelde quantiteit 70000 lb in de meermin te scheepen, zoo voor de inte handelene slaaven als tot provisie voor de Equipagie en het restant van 50:000 lb in 't meeuwtje te laaden, en zoo men dat schip geen groo¬ ter quantiteit kon bezorgen het zelve daar meede Caabwaards te doen steeve„ nen 's avonds verteek het scheepje la petite Union en arriveerde op Maandag den 26 September het fransch- Konings fluitschip le Necessaire, gecommandeerd door den udder de Curville van Mauritius herwaards gezonden om vin reekening van zyn aller Christelykste MajesteAt, 400: 000 lb ryst te laaden, brengende tot dat einde 4000 leedige zakken aan de wal om die te vullen dan gehoort hebbende dat er geen ryst voor reekening des Konings voorhanden was, liet gem: Heer de Curtille niet weynig ongenoegen blyken, en gaf niet enduidelyk aan den eerst onder teekenden te kennen dat eenig kwaad vermoeden by hem plaats had. de fran¬ sche administrateurs onderrigten hem van de toestand der zaaken, en verzeekerden hem aan de eerst onderteekende, geen andere ryst te hebben verkopt als die hen in vollen eigendom was toebehoorende dit alles kon niets baaten en insitteer¬ den de Heer Carvelle dat, dewyl alhier geen ryst vonr 's Konings reekening voor handen halen i
English
hands was, at least one third of that which the administrators had for their own account would be ceded to him, for the benefit of the hospitals of Mauritius. That thus, out of the 120,000 lb of rice sold to the first undersigned, 40,000 lb would be sold to him, and that upon the first return of the vessel la petite union delivered. Herein the French administrators had to consent, and thus the quantity of rice to be delivered to us was determined at 80,000 lb, of which, by this arrangement, no more than 10,000 lb could be delivered to the ship 't Meeuwtje by the first undersigned, because he needed the remainder for provisions, both for the crew and for the slaves to be traded, presuming not without reason that the voyage to Mozambique will not be able to be accomplished quickly and it is uncertain whether the trade in slaves will be able to have rapid progress. Thursday the 11 September we met while walking on shore Captain Jean Gilbert, and the first undersigned concluded the purchase with him for the 100,000 lb of Batavian rice, which were on board his ship le bon succes at two and a half Spanish reals the hundredweight, a purchase to which he never would have proceeded, had he not been assured that the Government of Your Right Honorable and Honorable Lordships must find itself entirely destitute of rice, and the return of 't Meeuwtje without bringing any of that grain would not at all be able to satisfy the expectations of Your Right Honorable and Honorable Lordships. Wednesday the 28th ditto the hold was put in order to take in the expected rice, and such also having been performed on board 't Meeuwtje, we began, Thursday the 29 Septb:, with the boats of both ships to receive the 100,000 lb of Batavian rice, and to load it on board 't Meeuwtje. At midday the vessel la petite union arrived and anchored alongside our vessel in order to be able to discharge its cargo all the more easily, but immediately received orders from Mr. de Curville to anchor alongside him and desired to unload 40,000 lb of rice, which having been unloaded we could have the remainder fetched with the boats. Friday the 30th ditto they continued with the loading of the Batavian rice, which, Saturday the 1st of October, was found entirely on board the ship 't Meeuwtje for provisions for whose crew we on Sunday the 2nd sent 10,000 lb of Madagascar rice from the ship la petite union on board, and the remainder of 10,000 lb on board our vessel. Monday the 3rd the first undersigned, together with Captain den Breem, was in negotiation with the French administrators concerning the supply of the required firewood, but these could not commit themselves to provide such because the natives for a considerable time, owing to the disputes that had arisen, had not even brought wood for the palisades; by this the ship's commanders would have seen themselves forced to have such cut by the crew from the surrounding woods, which work, due to the unhealthy air and burning heat, could not be performed without the greatest danger by people who, having arrived here from a difficult voyage, must undertake one even more arduous: had King Savie not committed himself to the supply of 25 fathoms of firewood, of which half for our voyage had to be paid with 100 lb of gunpowder and half for 't Meeuwtje with 20 Spanish reals. Tuesday the 4 October the Commander of Foulepoint, Mr. de la Cerve, together with the knight de Curville and three of his officers, came to have the midday meal on board this vessel and were saluted at their arrival and departure with eleven cannon shots. Wednesday the 5th arrived here the private French frigate ship la Chanceliere de Brabant commanded by Captain Beaulieu from Mauritius to fetch a cargo of cattle. Thursday the 6th ditto departed from here the French King's ship le Necessaire, Captain de Curville, who, having been unable to obtain any rice for the King's account, had loaded 120 oxen. Friday the 7th the departure of the ship 't Meeuwtje was set for the 10th of this month, provided that tomorrow, according to the promise of King Savie, one could begin to load the necessary firewood, of which we however on Saturday the 8 October found nothing in readiness, Savie having, instead of placing a sufficient number of people in the woods, sent only two men there. Sunday the 9th the first undersigned took all pains to persuade King Savie to fulfill the agreement made regarding the required firewood, and he promised to send thirty men into the woods tomorrow so as to make all possible haste. Monday the 10 arrived the vessel la petite union, from which with the boats we unloaded 60,000 lb of Madagascar rice and loaded it on board this vessel, which quantity, added to the rice received on the 2nd of this month, amounts together to 70,000 lb; however, since this rice, which the French call riz gamelle, consists mostly of paddy or unhusked rice, which loses 20 percent through pounding, the clean quantity thereof could only be determined at 56,000 lb. On shore we learned from Savie that nothing had yet been done regarding the firewood, wherefore we decided to hire people ourselves, but the natives, despite the most advantageous promises, continuously refusing such, nothing remained but to have the wood cut by the crew; necessity alone made us proceed to that decision, though it would have been irresponsible, [illegible]
Dutch transcription
handen was, ten minsten een derde van het geenen de administrateurs voor eegen rekkening hadden aan hem zoude werden afgestaan, ten behoeve der hospitaalen van Mauritius. dat dus uit de aan den eerst onderteekenden verkogte 120:000 l ryst aan hem zou worden verkogt 40000 lb en die by de eerste te rugkomst van het scheepje lapetste union geleeverd Heer in moest door de fransche admi¬ nistrateurs worden bewilligt, en dus de quantiteit van de aan ens te lee¬ veren ryst bepaald op 80: 000 lb waar van door deese schikking aan het schip 't Meeuwtje door den eerst onderteekende niet meerder kon werden afgegeeven als 10:000 lb dewyl hy het restant benodigt was tot provisie, zoo voor het scheepsvolk als voor de inte hande„ lene slaaven presumeerende niet zonder reedenen dat de reise naar Mosambicque niet spoedig zal kunnen werden volbragt en het onzeeker is of de handeling van Slaaven een spoedige voortgang zal kunnen hebben Dongsdag den 11 september ontmeetten wy aan de wal wandelende den Capitain— Iean Gilbert, en sloot den eerst onder teekende met hem de koop weegens de 100: 000 lb bataviasche ryst, die zig aan boord van zyn schip le bon succes bevonden a twee en een een halve spaanse reaal 't Cento een koop waar toe hy nimmer had over„ gegaan, zoo niet verseekerd dat het Gouvernement van Uwel Ed: sestren g2: en Ed: Achtb: zig geheel ontbloot moest vinden van ryst, ende te rgkonst van 'T Meeuwtje zonder iets van dat graan aan te brengen aan de verwagting van Uwel Edele Gestr: en Ed: Achtb: en 't geheel niet zou kunnen voldoen. Woensdag den 28 dito wierd het ruim in ordre gebragt, om de verwagt wordende rijst in te neemen, en aan bond van T Meeuw„ tje zulks meede verrigt zijnde, be„ gonnen wy Donderdag den 29 septb: met de boots van beide scheepen de 100: 0r0 lb bataviasche rijst te ontfangen, en aan boord van 't Meeuw¬ tje te laaden. Op de middag arriveerde het scheepje la petite Junion en ankerde naast ons bond om deszelfs laading des te gemakke lyker te kunnen uitleeveren dog kreeg immediaat bevel van den Heer de Curville om naast hem te ankeren ende begeerde 40: 000 D ryst te lossen, welk gelost zynde wy het restant je met de borts konden laten afhalen Vrydag den 30 dito Continueerde men met het laaden den bataviasche ryst welke. te Zondag der: 2 Zaturdag primo October zeg geheel aan bond be vond van 't schip T Meeuwtje tot provisie voor welkers equipage wi op — 10000 lb madagascaise rest uit het schip la-petite union naa bond zonden, en het restant van 10000 lb aan bond van onse onderhebbende bordem. had den eerst ondergeteek: Maandag den 3 beneevens den Capitain den Breem in on„ derhandeling met de fransche admi¬ ristrateurs over de leeverantie van het benodigde brandhout, dog deesen konden zig niet verbinden zulks te bezorgen om dat de inlanders zints een geruimen tyd door de ontstaane disputen geen hout voor de pallissaden zelfs hadden aangebragt; hier door zouden de scheeps opperhoofden zig genoodzaakt hebben gezien om zulks dore het scheepsvolk uit de omliggende scheepen bosschen te laten koper /welk werk door de ongezonde lugt en brandende hette niet zonder het grootste gevaar konde werden verrigt door menschen die van een moeyelijke reise alhier g'arriveerd nog veel penibeler moeten onderneemen: had Koning Javie zig niet versonden ter ter leevering van 25 vademen brandhout waar van de helft voor onse reise betaald moest worden met 100. lb buskruid en de helft voor 't Meeuwtje met 20 spaansche reaalen Dingsdag den 4 October kwam den Commandant van Foule point den Heer de la Cerve beneevens den udder de Curville en drie zyner officieren het middagmaal aan bond van deesen boodem houden en wierden by hun komst en vertrek met elf Canonschooten gesalueerd. — Woensdag den 5 _ Arriveerde alhier het particulier fransch fregatschip la Chan„ celiere de Braband gecommandeert door Capitain Beaulieu van Mau„ ritius om een lading runderen te haalen Donderdag den 6 dito vertrok van hier het fransch Konings schip le Necessaire Capi„ tain de Curville, die geen ryst hebbende kunnen bekoomen voor konings reekening 120 osser had gelaaden.— Vrijdag den 7 —. Wierd het vertrek van het schip T Meeuwtje bepaald teegens den men 10 deeser mits dat morgen volgens be„ lofte van Koning Javie kon be¬ ginnen om het noodige brandhout te laaden, waar van wy echter op verte - Zondag den 9 Saturdag den 8 October niets in gereedheid von den hebbende Savie in steede van een g noegzaam getal volk in de bosschen te stellen daar slegts twee man ge zonden =deedt den eerst onderteekende alle moette om Koning savie overtehalen ter nakooming van het gemaakt accoord omtrent het benoodigde brand hout en beloofde hy op morgen dertig man in de bosschen te zenden om dus alle mogelyke spoed te maken Maandag den 10 Arriveerde het scheepje la petite unior waar uit met de„ best losten 60000 lb madapascarsche ryst en aan boord van deesen bordem laadden welke quantiteit gevoegt by de op den 2 deeser ontfangene ryst te zamen uitmaakt 70000 lb, dog deuxl deese rijst die de franschen rs gamelle noemen meest uit pady of ongedopte ryst bestaat, die door het pellen 20 prCt=o ver„ liest, hande zuivere quantiteit daar van slegts bepaald worden op 56:000 lb. Aan de wal vernamen wy van Save dat er nog niets omtrend het brandhout was verrigt, waarom beslooten zelfs volk te huuren, dog de inlanders met te genstaande de voordeeligste belofte zulks by aanhoudendheid weegerende bleef er niets overig als het hout door de scheepelingen te laten hakken de nood alleen, deedt om tot dat be„ sluit overgaan dewel het onverant woordelyk zoude zyn geweest, SE Comps doden
English
vessels on the promise of someone who deserves so little trust to be exposed to a longer travel delay. Captain den Breem was of the same opinion, and thus on Tuesday the 12th of October at four o'clock in the morning we sent an officer and 10 sailors ashore with the boat, providing them with everything necessary. They returned in the evening and reported that they, as well as the crew of the Meeuwtje, had cut a sufficient quantity of wood, but that the forest in which they had done so was situated a good hour's walk from the beach, and thus carrying the wood would be the most difficult task of the entire work. Wednesday the 12th ditto, early in the morning two officers and 25 sailors were sent to carry the cut firewood, of which they brought a boatload on board that evening. Ashore, the undersigned paid 1400 Spanish reals to the French administrators for the delivered 70000 lb of rice, which in accordance with this payment were entered into the trade books of this vessel. Thursday the 13th, we continued having the cut wood brought over, which however proceeded slowly, because without exposing the crew and thereby the ship and cargo to extreme danger, the sailors could only be allowed to perform this work in the cool of the day. Friday the 14th of October, paid for the fresh meat provided to the crew for refreshment and some chickens for the sick. In the forenoon, the French ship Le Bon Succès, Captain Jean Tilbert, departed for Mauritius, in which place the ship La Chancelière de Brabant would remain. In the afternoon, Captain den Breem came on board this vessel, and he was informed that we expected the last firewood this evening and found ourselves ready to depart with the first good opportunity; but the said Captain indicated that his crew consisted mostly of convalescents, and although a few days ago the number of sick on his ship had decreased to eight persons, it had risen again to seventeen, so he had not been able to use enough men to carry firewood, but that he also thought to obtain the last wood tomorrow and would thus also make himself ready to undertake the voyage to Caab de Goede Hoop. Furthermore, it was decided to address a copy of this journal up to today to Your Right Honorable and Honorable Worships tomorrow, and to hand it to Captain den Breem, who, weather and wind permitting and awaiting God's blessing, will set sail together with us and will dutifully report to Your Right Honorable and Honorable Worships on whatever might happen as long as both ships remain together, while we hope to pursue our voyage to Mosambicque under imploration of Jehovah's protection, in order to carry out the orders with which Your Right Honorable and Honorable Worships have been pleased to honor us. Saturday the 16th of October, the last water for the voyage was fetched with the boat, and subsequently everything was made ready to sail. Toward evening, Captain den Breem informed us that he had the necessary firewood on board and his ship was thus entirely ready. Sunday the 16th, at sunrise, Captain den Breem came on board, where a copy of this journal was handed to him for reading, which he found to be in complete accordance with what had happened on the voyage to his knowledge. The said copy was subsequently signed by us and the aforementioned Captain and handed to him sealed, together with a letter that we took the liberty to address to Your Right Honorable and Honorable Worships. After having mutually wished each other God's blessing and a safe voyage, the Captain of the Meeuwtje departed and, having arrived on board, began to weigh anchor pursuant to the received orders; this having also been done on board this vessel, we set sail at 12 o'clock with a south-southeast wind, saluting the roadstead with 1 cannon shot. The departure south latitude was 17 degrees 30 minutes, longitude east of Paris 47 degrees 12 minutes, from where our course begins. At half past one o'clock we were outside, were saluted by the Meeuwtje with 9 cannon shots, thanked with the same, and hauled down the standard. Monday the 17th of October, passed the island of Sainte Marie. Tuesday the 18th, the bay of Antongil, and Wednesday the 19th, the East Cape or Angontsy, with which Madagascar was lost from sight. The winds continuing as before on the 20th, we found ourselves on Sunday the 23rd at the latitude of the island Glorieuse. In the main watch we hove to around the south, and at five o'clock in the morning made full sail again. In the forenoon we saw the aforementioned islet, being a small steepness surrounded by many reefs, which is known on few charts. Monday the 24th, we sighted the islands of Mayotte and Anjouan, both consisting of heavy chains of moderate mountains, which through the industry of the Arab inhabitants of these islands have all been turned into fertile fields and offer the travelers the most magnificent view.
Dutch transcription
boodems op de belofte van iemand die zoo weinig geloof verdient als save aan een langer reisvertraging blot te stel„ len. Den Capitain den Breem was van deselve gevoelens en konden dus Dingsdag den 12 October 's morgens ten vier uuren met de bort een officier en 10 matroosen naar den wal, hen van al het nodige verzorgende welke s'avonds te rg kwaamen, en rappor teerden dat zy zoo wel als het volk van het meeuwtje een genoegzaame quantiteit hout hadden gekopt, dog dat het bosch waar in zy zulks had„ den verrigt ruim een Tuur gaans van het strand geleegen was en dus het dragen van het hout de moeyelykste taak van 't geheele werk zoude zyn. Woensdag Een 12 dito, zonden 's morgens vroeg twee officieren en 25 matressen om het ge„ kapte brandhout aan te dragen, waar van dien avond een bootslading aan bonrd kreegen. aan de wal betaalden den geistonderteekenden aan de fransche administrateurs 1400 spaansen reaalen voor de geleeverde 70000 lb ryst die Conform deese betaaling by de negotie boeken deeser bordem wierden ingenoo„ men. Donderdag den 13 _ Continueerde men met het gekapte huut te laaten aandragen 't welk egter traag voortging, dondier men buiten de Equipage en daar door schip en lading aan 't uiterste ge„ vaar bledt te stellen, de matroosen dit werk niet als in de koelte kon laten verrigten verte Vrijdag den 14 October betaalden het aan de equipagie tot verversing verstrekte verse vleesch en eenige hoenders voor de Zieken. voormiddags vertrek het fransch schip le ben succes, Capitain Jean Tilbert, naar Maie„ ritius, in welke plaats het schip la Chance„ liere de Braband zou blyven leggen. 's namiddags kwam den Capitain den Breem aan bond van deesen bordem, en wierd hem berigt dat wi het laatste brandhout heeden avond te verwagten waren, en ons gereed bevonden om met de eerste goede geleegendheid te vertrekken, dan gem: Capitain gaf te kennen dat zyn Equipagie meest uit Convalescenten bestaande, en Schoon voor eenige daagen het getal der zieken van zyn onderhebbend schip tot op agt per„ soonen was vermindert geweest dat weederom tot zeeventien was gesteegen hy dus niet genoeg volk had kunnen beezigen ter aandraagen van brand¬ hout, dog dat hy morgen, het laatste hout meede dagt te bekoomen, en zig dus meede ingereedheid zoude verden om de reis naar Caab de goede hoop te on„ derneemen. Verders wierd beslooten Copie van dit dagregister tot heeden toe is morgen aan Uwel Edele Gestrenge en Edele Achtb: te addresseeren, en aan den Capitain den Breem te behandigen, die weer en wind dienende onder afwagting van Gods zeegen met ons gelyk onderzeyl zal gaan en uwelEd: Gest:r en Edelen Hogtb: pligtschul„ degst berigt zal doen van het geene mogt koomen, voor te vallen, zoo lang beide Scheepen nog by elkander blyven, onderwyl wy onse reisen onder afsmeeking van Tehova 's bescherming horpen te vervorderen naar Mosambicquen om de ordres waar meede Uwel Edele Pest: en Edele Achtb: ons hebben gelieven te vereeren ter uitvoer te brengen. Saturdag den 16 October wierd met de boot het laatste water gehaald voor de reisen, en vervolgens alles in gereedheid gebragt om te zylen Teegens den avond beregte ons den Capitain den Breem dat hy 't benoodigde brandhout aan bonrd had en zyn onderhebbend schip zig dus geheel zulkee bevond. Zondag den 16„ Kwam met zons opgang den Capitain den Breem, aan bonrd, alwaar hem ter leezing werd overgegeeven Copie van dit dagregister, 't welk hy volkoomen overeen„ komstig bevond met dat geene op de reise gebeurt ter zyne kennisse was gekomen Pem. Copie werd vervolgens door ens en voorsz. Capitain geteekend en aan hem verzee geld ter hand gesteld beneevens eene missiven die de righeid hadden genoomen aan Uwel Edele Gestr: en Ed: Achtb: te addresselren, Na ons weederzydsch Gods Zeeger en behouden vaaren toegewenscht te hebben vertrok der Capitain van P. Meenutje en begor aan bond gearriveerd ingevolge ve ontfangenen ordres het anker te ligten zulks aan boord van deszelfs boodem meede verrigt zynde, gingen wy om 12 uuren met een zzo wind onderzeil de rheeden met 1 Caron Scheten salveerende, de afgevare afgevaare zuiderbreedte was 17030 leagte beersten Parys 47012 van waar ons, bestel zyn aanvang neemdt, om half twee uuren waaren buiten werden van 't meeurtje gesalueerd met 9 Canon Schooten bedankt met gelyke en haalden de standaard needer. Maandag den 17 october passeerden 't eyland s=t Maria Dingsdag den 18 _o de baax d'antongilles, en Woensdag den 19 — de Oostkaap of angonsie, waar meede madagascar uit het gerigt ver„ lonen de 20=te winden als by„ blyvende bevonden wy ons op Zondag den 23 _ Op de breedte van 't eiland Plorieuse in de hoofdewacht wierd om de Zuid bygedraagjt en 's morgens ten vyf uuren, weederom kragt van zeil bygemaakt, voormiddags zagen voors: eylandje zynde een kleyne steilte omringd van veele brandings, die in weynige Caarten is bekend.— Maandag den 24. Ontwaarden wy de eilanders Majotta en Anjuare beide se„ staande uit swaare keetens van middelmatige gebergtens die door de nyverheid der arabieren bewoo¬ neis deeser eilanden allen in krugtbaare Velder zyn verkeerd en aan de reisigers het allerheerlykst gehieft —
English
sight. Thursday the 27th of October, we sighted the island Comoirha, also consisting of mountains, but of an infinite height, and whose peaks are almost always covered by clouds; it is related that one of the mountains is said to be burning, but we perceived nothing of this during the three days that, with reasonably good weather, we sailed in sight of the same. Sunday the 30th ditto, we had passed the island Gomhoira, but the calm that usually prevails at this latitude prevented us from discovering the mainland until Wednesday the 2nd of November, when we sighted the coast of Africa. Thursday the 3rd ditto, discovered the Table Mountain of Mosambicque, and approached the shore, assisted by the strong current. Having come in sight of the Castle, a signal was made for the pilots, who immediately came on board and had us anchor on the outer roadstead in the evening at half past five o'clock in 7 fathoms on clean sand ground; saluted the roadstead with 13 cannon shots and were acknowledged with 9 from the Castle. Friday the 4th of November in the morning, the pilots came on board again at half past nine o'clock, weighed anchor, and sailed to the inner roadstead, where at half past eleven o'clock we anchored for the day in the depth of 5 fathoms on clean sand ground. Immediately the ship was moored and the further required ship's work was performed. In the afternoon, the Minister, the Secretary of the Government, and some customs officers came on board, together with a military Lieutenant, a sergeant, and four soldiers. After the Minister had taken the necessary information, His Honour departed, being saluted upon his arrival and departure with eleven cannon shots. The soldiers remained on board as usual to keep watch that no contraband was shipped away, and that all the goods that were to be unloaded were properly delivered to the customs. Toward evening, we the undersigned went ashore and presented ourselves to the Lieutenant Colonel, by whom we were received with very great politeness; however, His Honour gave us to understand that that all the members of the government were not too well disposed toward us, and that obstacles to trade might sometimes be encountered; but that His Honour would do everything to remove these and was prepared to lend us a helping hand in everything. We then rented the house of Mr. Jacquin Rozario Monteiro, and took up our residence there. Saturday the 5th of November, presenting ourselves to the Lieutenant Colonel, we understood from His Honour that Captain Rangel de Souzas, who in the month of January had arrived at the government of your Right Honourable and Honourable Sirs with the Portuguese ship the Neptunus and had there obtained permission to sell his cargo of slaves on board, upon his return here had been prosecuted by the clergy and the court of justice, who had wished to punish him, together with his shipowners, according to the rigor of the laws because he had sold slaves to heretics; that through the mediation of the government the matter had been brought so far to the advantage of the shipowners and Captain, that the former were sentenced to a fine of 1000 Cruzados, and the latter to some months' imprisonment; imprisonment; that the Bishop, who along with him and the Minister had administered the government since the decease of the General, being completely indignant over the passing of such a mild sentence in a matter which, out of blind religious zeal, he considered to be heresy and thus a capital crime, had departed this place and gone to Poa; that the said Captain Rangel, released from custody two days before our arrival, had not failed to call the punishment undergone by him unjust, and to add thereto that if he had not been permitted to sell his cargo at the Cape, it had been done very ill to give permission to the first undersigned to trade slaves here in order to transport them to the Government of your Right Honourable and Honourable Sirs; that the said Rangel subsequently, upon our arrival here, had declared not only to His Honour and the Minister, but also to the head of the church and the entire clerical retinue, that we were Hollanders, and that ship and cargo belonged to the Honourable Netherlands East India Company, and he wished nothing more ardently than to be permitted to prove this with palpable evidence; this having been rejected, and the government, whose example was followed by the clergy, desiring no elucidation concerning a matter of which the discovery could only be prejudicial and shameful to them, the said Rangel declared that he would give notice to the court of Portugal how the government and clergy here not only granted hospitalities and permission to trade to heretics, but even, to cover their misdeeds, had granted the Portuguese flag to our keel, whereas they had condemned him, who had a right to trade by virtue of birth and status, solely because he had sold slaves at the Cape of Good Hope, to pecuniary and arbitrary punishments, and kept his imported goods confiscated in order to institute new lawsuits against him upon the arrival of the expected General; furthermore, the often-mentioned Rangel had declared to the Lieutenant Colonel that the first undersigned had brought to account to the Honourable Company three thousand Spanish reals for obtaining a Portuguese passport, about which His Honour showed himself not a little sensitive. Regarding this last article, we assured His Honour that the accusation was entirely false and utterly devoid of all truth.
Dutch transcription
gezigt opleeveren Donderdag den 27 Oct: ontwaarden wy het eiland Comoirha, bestaande meede uit berge„ dog van een oneendige horgte, en wiens kunnen meest altoos door de wolken zyn bedekt; Men verhaalt dat een der bergen zoude branden dog wy hebben waar van niets vernoomen in drie daagen, dat mits reedelyk goed weeder in 't gezegt van deselve Zeilden. Zondag den 30 _o waaren het eiland Gomhoira gepasseert dan de stelte die doorgaans op deese hoogte heerscht beletter ons het vaste land te ontdekken tot op Woensdag den 2 November dat de kust van afuco ontwaarden Donderdag den 3 _ Ontdektende tafelberg van Mosambicquen, en naderden de wal voort geholpen door de sterke stroom, In 't gerigt van het Casteel gekomen wierd sein gedaan voor de Cotsen die terstond aan bond kwamen, en ons op de buite Rheede s'avonds ten half zes uuren op 7 vademen schoone Land gund lieten ankeren salveerden de Rheede met 13 Canon Schorten en wierden met g van het Casteel bedankt. — vte Vrydag den 4 November 'smorgens kwamen de lortsen weederom aan bond ten half tien uuren ligten het anker en zelden na de binne rheede, alwaar wy ten half twaalf uuren op de diepte van 5 vademen schune Zandgrond voor ons daags ten anker kwamen, Opstond wierd het schip vertuyd en het verdere vereischte scheepswerk verrigt. 's namiddags kwam den Heer Mi¬ nister, de secretaris der Regeering en eenige dienaaren van den til aa bonrd, beneevens een Lieutenant militair een sergeant en vier soldaaten na dat de minister de nodige informatien had genoomen, vertrek zyn Ed werden. de by deszelfs komst en vertrek met elf Canonschooten gesalueerd de militairen bleeven naar ge„ woonte aan bond om wagt te - houden dat geene Contrabanden wier, den afgescheept, en alle de goederen die gelost moesten worden be„ hoorlyk aan den tol wierden afge„ geeven. Teegens den avond begaven wy onderteekenders ons naar de wal en vervoegden ons by den Lieutenant Calenel van wier wy met zeer veel beleefdheid wierden otfangen egter gaf zyn Ed te kennen dat dat alle de leeden der regeering ons niet te zeen geneegen waaren en men zomtyds wel hinderpaalen en den handel zoude kunnen vinden dog dat zyn Ed alles zoude doen om dit uit den weg te ruimen en bereid was om ons in alles de behulp zaame hand te bieder Wy huere den vervolgens het huis van den Heer Jacquin Rozario Monteiro, en namen aldaar onse intrek 6 Zaturdag den 5 Novb: ons by den Lieut Coll: vervoegen, de verstenden wij van zyn Ed: als dat den Capitain Rangel de Souras die in de maand January ter souvernemente van uwe Wel Edele Gestr: en Ed: Achtb: met het portugeesch schip de Neptunus was g'anriveert en aldaar verlof had verkreegen zyn inhebbend Carpasoen slaaven te verkoopen by zyn terg Peestlyken en komst alhier den de rechten was betrokken. die hem benee¬ vens zyne Rheeders naar regeur der wetten hadden willen straffen, om dat hy slaven aan ketters had verkogt, dat door bemid„ deling der regeering de zaak to verre ten voordeelen den rheedens en Captain was gebracht, dat eerstgem: verweesen zyn in eene boete van 1000 Crasados en de laatste tot eenige maanden gevan genis genis, dat den besschop die beneevens hem en de Minister zints het over lyden des generaals het bewind had gevoerd, over het vellen van zulk een zagt vonnis in een zaak die by uit blinde gelossyven voor kettingen en dus voor een hoofdmisdaad reekende geheel verontwaardigt deese plaats had verlaaten en zig naar Poabe¬ geeven, dat gem. Capitain van sel„ twee daagen voor onse komst uit hechtenis ontslaagen niet had na gelaaten de door hem ondergaane straffe en regtvaardig te noemen en daar by te voegen dat zoo hy zyne laading aan de Caab niet had mogen verkoopen men zeer kwalyk had gedaan om aan den eerst onderteekende ver„ lof te geeven alhier slaven te handelen om die ten Souvernemente van Uweled: Test en E: Agtb: te Vervoeren dat hy ransel vervolgens by onse kenst alhier niet alleen aan zyn Ed en den minister maar ook aan het hoofd der kerke en den geheele geestelijke train had verklaart dat wy hollanders waren en schip en lading aan de E: Needen landsche O:I: Maatschappij was toe behoorende, en hy niets vuuriger wenschte als zulks met help heden te mogen sta ven zulks afgeslagen zynde en de regee reng: wier voorbeeld door de telijken Sees, telyker wierd gevolgt geen elucedatie begeerende over een zaak waar van de ent dekking hen niet als praejudiciabel en schandelyk konde zyn, verklaarde gem. Ranzel dat hy kennis zou geeven aan het hof van Portugal, hoe de regeering en geestelyken alhier niet alleen aan ketters hospitaliteiten en verlof tot den handel verleenden, maar zelfs tot dekking hunnen euveldaden aan onze keel de patergeesche vlag hadden ver¬ gunt, daar zy hem die uit hoofde van Geborte en staat regt tot den handel had, alleen om dat hy slaaven aan Caab de Seede Hoop had verkogt tot pecunceele en arbstraire Straffen hadden gedoemt en zyn aangebragte goederen geconfisqueerd hielden om aze by aankomst van den verwagt werdende generaal op nieuw processen t'enta„ meeren vervolgens had meerm: Kanzel aan den Lieut: Coll: verklaart dat den leest onderteekende aan d' E: Comp=ie drie duyzend spaanse reaalen in ree¬ kening had gebragt tot het verkryger van een portugeesch paspoort en waar over zyn Ed zig niet weynig gevoelig toinde Omtrent dit laatste artikel verzee heeden wy zyn Ed: dat de betichting geheel valsch en van alle waarheid en 't bloot
English
was destitute, and offered, if His Honour desired it, to demonstrate this most clearly from the maintained accounts. Concerning the first accusation, there was nothing to say against it, but His Honour was assured once again, just as he held himself fully convinced, that the last undersigned was born in France, that furthermore it had not been his intention to transport the slaves purchased here to Cape of Good Hope, but that contrary winds had forced him to do so, that our destination this voyage was once again not to Cape of Good Hope, but rather to Mauritius and from there to America. His Honour was willing to lend credence to all this, yet feared at the same time that upon the arrival of the General matters might change in appearance; adding thereto that the granted Portuguese passport could only hold good until 12 December, and the General arriving in the meantime, we would have to expect all favours from him, and His Honour might thereby be rendered incapable of giving us proofs of his goodwill; considering all this, we found 14 ourselves somewhat apprehensive that this matter would have a bad outcome, since it seemed impossible to us to purchase the required number of slaves before 12 December, and if this were prevented upon the arrival of the General, it would tend to the greatest detriment of the Honourable Company. Hereupon we decided to propose to His Honour that if he, together with the minister, would assure us of lending a helping hand in the trade we were to conduct, and upon the arrival of the expected General use their influence and power to inspire in him some favourable dispositions towards us, we would show ourselves very grateful in that regard. That assurance was given, and by us was sent to the said Lieutenant Colonel and minister five hundred Spanish reals, which were accepted with many tokens of gratitude and repeated promises to assist us in everything. This veil indeed covered everything that one did not wish to have made public, and the vicar general, head of the clergy, who drew his share of the sent monies, being less inspired by whims than his predecessor the Bishop, decided alongside the other two heads of the Government to have Captain Randzel notified to keep quiet and not to spread any harmful reports against us on pain of being put in prison again. That very same day we obtained permission to bring ashore the goods and monies on board destined by Your Greatly Esteemed and Right Honourable Excellencies for the slave trade. From on board we received report that the Sailor Hendrik Lartorius of Godland had passed away, and we gave orders to commit the corpse to the earth on Klein Capuceeren. Sunday 6 November: Mr. Mosonnier, supercargo of the Portuguese ship De Minerva, came to visit us and informed us that the cargo of that vessel being complete, he intended to depart from here tomorrow for America, but that he inevitably must call at Cape of Good Hope, and thus offered us his services if we had any reports to convey thither. Whereupon we requested him to take along a letter for delivery to Your Greatly Esteemed and Right Honourable Excellencies, which was then immediately drafted, and wherein we took the liberty to report most dutifully to Your Greatly Esteemed and Right Honourable Excellencies of the well-founded hope we had of succeeding happily in the trade to be conducted by us. Monday 7 November: The Portuguese ship De Minerva departed from here. In the morning, the second undersigned went on board to fetch the money chests, which duly arrived on shore, and subsequently unloaded some invoiced goods. We continued with this on Tuesday 8 ditto, and all the goods destined for trade by Your Greatly Esteemed and Right Honourable Excellencies were found to be on shore on Wednesday 9 ditto; when we opened all the cases, packages, etc., and found everything in proper order, except for the case with 1000 pieces of assorted drinking glasses, which had come apart due to the heavy working of the ship, and in which 203 pieces of glasses were broken. From on board we received report that Jacob Trip Jansz. of Elburg had passed away, appointed as provost by the ship's council under the gracious approval of Your Greatly Esteemed and Right Honourable Excellencies. Thursday 10 ditto: We went to the heads of the Portuguese government and reported to them that all the goods destined for trade were ashore, and paid the import duties of f 6800-0-0 at 4½ percent with 454 cruzados amounting to 113½ Spanish reals. At the same time we requested permission to trade, which was favourably granted to us, and in which we do not doubt in the least to succeed happily and profitably; we do not have the same prospect regarding the bartering of the goods, since this place is abundantly supplied with all European wares by three ships arrived here from Portugal in the month of August. The few inhabitants of this and the surrounding Portuguese colonies, together with the narrow limits set upon the inland trade and the dissolution of the Trade Society of Elephant Tusks, have completely halted the sales, and we consider it very fortunate for the interests of the Noble Company that the goods shipped for barter amount only to a mediocre sum. Since
Dutch transcription
ontbloot was, en praesenteerden indien zyn Ed: het begeerde, zulks uit de ge¬ houdene reekeningen ter klaarsten aan te toonen. — Betreffende de eerste accusatie was weg neg op teegen te zeggen, dog verzeekerden zyn Ed: nogmaals, zoo als hy zig erk ten vollen overtuigt hield dat den leest onderteekenden in Vrankryk was gebooren, dat het verders niet zyn voorneemen was geweest de alhier ingehandelde slaaven naar Caas de Peede sloop te vervieren, maar dat de teegenwinden hem daar toe had„ den genoodzaakt, dat onse destinatie deese reise weederom niet naar Raap de Goede Hloop was, maar wel naar Mauritius en van daar naar America zyn Ed: was bereidwillig aan dit alles geleef te slaan, dog vreeste teffens dat by aankomst van den Generaal den zaaken van aanzien mogten ver¬ anderen: daar by voegende dat het vergunde portugeesche Paspoort slechts tot den 12 December ken stand houden, en den Generaal middelerwyl aankomende wy alle gunst bewyzens van die zonden moeten verwagten en zyn Ed. daar door buiten staat Land kunnen werden gesteld om ons blyken van deszelfs toegeneegendheid te geeven: dit alles overweegende bevonden Wy 14 wij ons eenigzints bevreesd dat deeze zaak een slegte uijtslag zou hebben dewijl het ons onmogelijk, scheen om voor den 12 december het ver„ eischte getal slaven te koopen en zoo ons dit bij den aankomst van den generaal wierd belet zulx ten grootste nadeele voor d' E. Compte. zou strekken- Hier op beslooten wij aan zijn E: voor te slaan dat indien hij beneevens den minister ons wilde verzeekeren de behulpzaame hand in onze te drijven Handel te bieden, en bij aankomst van den verwagtwordende Generaal hun invloed en vermogen bezigen om hem eenige goede dispositien ten onzen opzigte in te boezemen wij ons daarom„ „trend zeer dankbaar zouden toonen. dare verzeekering wierd gegeeven en door ons aan gem: Luitenant Collonel en minister toegezonden vijf Hondert spaanse reaalen die met veele blij¬ ken van dankbaarheid en herhaalde beloften van ons in alles te assisteeren wierden aangenoomen. deeze sluier be„ dekte in der daat alles wat men niet gaarne rugtbaar wilde hebben, en de vicaris generaal, hoofd der geestelijke die zijn aandeel trok van de gezonden penningen, min door hersenschimmen bezield als zijn voorzaad, de Bischop besloot om neevens de twee anderen hoofden hoofd,en der Regeering den Capitain Randzel te laten aanzeggen zig stil te houden en geene schadelijke berigten Jegens ons te debiteeren op pane van weederom in gevangenis te werden gezet- nog deese zelfde dag verkreegen wij verlof de aan boord zijnde Goe„ deren en gelden door uwE. Gestr: en E. Agtb: tot den slaven handel gedestineerd aan de wal te mogen brengen van boord bekwaamen berigt dat den Mattroos Hendrik Lartorius van Godland was overleeden en gaven ordre het lijk op klein Capuceeren ter aar„ de te bestellen. Zondag den 6 Novemb: kwam den Heer Moson„ nier supercarga van het portugees schip De Minerva ons bezoeken en berigte ons dat de lading van dien bodem voltallig zijnde, hij van woening hij van meening was morgen van hier te vertrekken naar America doch dat hij onvermeijdelijk Caab de goede Hoop moet aandoen en ons dus zijn dienst aanbood indien wij eenige berigten der waards te geeven hadden die te vervoeren. waarop wij hem verzogten een brief brief ter bestelling aan UwEd: Gestr: en E: Agtb: meede te neemen die dan ook terstond ontworpen en waarbij de vrijheid naamen uwelEd: Gestr. en Ed: Agtb: pligtschuldigst berigt te geeven van de gegronde hoop waar in wij waaren in onze te drij¬ „vene handel gelukkig te slaagen- Maandag den 7 Novemb: vertrok van hier het portugees schip de Minewa 's mor„ „gens begaf zig den tweede onderteeken „den aan boord om de geldkisten af te haalen, die ook behoorlijk aan de wal kwaamen en losten vervolgens eenige Factuur goederen, Hier mede continueerden. Dingsdag den 8 d=o, en bevonden zig alle de door UwEd: Gestr: en E. Agtb: tot den handel bestemde goederen op. Woensdag den 9 d=o aan de wal; wanneer alle de Cassen, Pakken &: openden en alles in behoorlijke ordre vorden, uijtgezondert de Cas met 1000 p=s gesorteerde drinkglaazen die door het zwaar werken van het schip uijt elkanderen was geweeken en waarin 203 p. s Glaazen gebrooken waaren van boord kreegen berigt dat overleeden was Jacob Trip Jansz: van Elburg, onder goedgunstige approbatie approbatie van uwEl Ed: in Ed lege door den scheeps raae tot provoost aangesteld Donderdag den 10 d=o vervoegden wij ons bij de hoofden der portuguse reguring in gaven hun te berigt dat allen de tot den handel bestemden goederen aan de wal waaren, en betaalden de inkomende rechten van ƒ 6800„-„— to to 7 à 4½ p met 454 russaders be¬ „dragende 113½ sp: raalen Teffens verzogten wij verlof tot den handel die ons gunstig wierd verleend en waarin wij geensints twijffelen geleik„ kig en voordeelig te slagen, wij hebben niet het zelfde vooruijtzigt. omtrend het uijtruijlen der Goederen dewijl deeze plaats overvloedig is voorzien met alle Europise waaren door drie scheepen in de Maand augustus alhier van portugal aangeland. de weinige inwooners deezer en der omliggende portugeesche Colonien, gevoege bij de nauwe limites aan de inlandsche handel gestelden de vernietiging van de Commerciesocieteit der Olifantstan„ „den hebben het debiet geheel gestremd, en agten wij het voor de belangen der Edele Maatschappij zeer geluckig dat de ter ruijling ingescheepte goederen slegte eene mediocre Somma belopen Dewijl
English
Bought 4 slaves No 1 to 4. Bought 3 slaves No 5 to 7. since there would be no chance to sell a sizable cargo; the covetous inhabitants of this country favored nothing but specie, and would rather do without all comforts and pleasures than part with their fancied riches. Friday the 11th of November; we paid 25 Spanish reals to the pilots for the pilotage into the harbor, and 6¼ Spanish reals for the freight of the goods brought before the toll. Made a beginning with the slave trade and bought, according to the accompanying specification list, four bondservants who were sent directly on board. Saturday the 12th ditto bought according to specification list three bondservants. Sunday the 13th ditto three pieces. Bought 3 slaves No 8 to 10. Monday the 14th ditto five pieces and Bought 5 slaves No 11 to 15. Tuesday the 15th ditto two pieces, all according to the annexed specification list. Bought 2 slaves No 16 and 17. Wednesday the 16th ditto, we understood from Mister Duart Oriellie, merchant here, how Mister Massomier, supercargo of the Portuguese ship the Minerva, to whom we had handed a letter on the 6th of this month addressed to Your Right Honorable and Worshipful, had declared to His Honor that same evening that he had indeed accepted that letter, but by no means to deliver it to Your Right Honorable and Worshipful, but rather to throw it into the sea, intending upon his arrival at Cape of Good Hope to report that there was news here of the wreck of the ship the Meermin on the Mozambique Coast, in order by this unheard-of means to obtain all the better permission to sell his cargo of slaves there. We consider ourselves obliged to make this abominable intention known to Your Right Honorable and Worshipful, although everyone from whom humanity is not entirely banished must doubt whether he will carry this into effect. No 18 to 21: bought today four bondservants according to the specification list. No 22 to 24. No 25 and 26. Thursday the 17th of November, we sent on board a regulation according to which the officers would have to conduct themselves regarding the treatment of the slaves, and bought three bondservants. Friday the 18th ditto we again bought two bondservants. Sent two boatloads of wood on board for ship's use, which we had bought here for 16¼ Spanish reals for our use during our stay here. Saturday the 19th ditto bought three bondservants according to the annexed specification list. No 27 to 29. Sunday the 20th bought two bondservants. Today the Minister and Lieutenant Colonel passed by the roadstead, and the first undersigned gave orders to salute them from on board with 15 cannon shots. Monday the 21st ditto bought seven bondservants. No 32 to 38. Tuesday the 22nd ditto two pieces. No 39 and 40. Wednesday the 23rd of November four pieces. No 41 to 44. Thursday the 24th ditto, three pieces, and Friday the 25th ditto, two pieces of bondservants, according to the accompanying specification list, and who, along with the previous ones, were all sent on board from day to day immediately after purchase. Saturday the 26th ditto, three American sailors presented themselves, namely David Rapinson and Edward Kemmerlee, who made known to us how they with the ship The Intrepid, commanded by Captain Davids, had departed from Baltimore on the 27th of October 1784 for the west of Madagascar, having on board Colonel Benyovszky with his wife, other women, and 55 crew members; how upon their arrival there they were received in the most cruel manner by the Malagasy, who miserably slaughtered the aforementioned Colonel, women, and 31 men of the crew; how they sailed with the remainder of the crew to Quelimane, arriving there on the 20th of August last and had remained lying there for nearly 2 months, when Captain Davids sold the ship to the French and discharged his crew from service, begging to be allowed to transfer onto the vessel of the Honorable Company and to be transported to Cape of Good Hope. Which was granted to them by the first undersigned, since we had already lost men of the crew whose places they could fill, but on the condition of not being able to earn any wages; to which they consented and went on board. No 50 to 54. bought today five bondservants. Sunday the 27th of November: the sailor Harmen Lucas of Koningsbergen passed away, leaving nothing behind, and was buried on [illegible]. No 55 to 57 bought three bondservants according to specification list. Monday the 28th ditto bought four bondservants. No 58 to 61. Tuesday the 29th ditto, three pieces, and No 62 to 64. Wednesday the last ditto, pieces, all according to the annexed list. No 65 to 78. Thursday the first of December, again bought four bondservants whom we sent on board in the evening. Friday the 2nd ditto, sent 2 bondservants on board who had been purchased today. Saturday the 3rd ditto, a Portuguese sloop arrived here, bought three slaves and sent them on board. Sunday the 4th ditto, a Portuguese brig arrived here from Mauritius, bought three bondservants according to the accompanying specification list. Monday the 5th ditto again bought two bondservants who were sent on board. Tuesday the 6th ditto, a slave girl died on board, sent three bondservants on board who had been purchased according to the specification list. Wednesday the 7th of December bought two bondservants. No 88 and 89. Thursday the 8th ditto four. No 90 to 93. Friday the 9th ditto three, and No 94 to 96. Saturday
Dutch transcription
kogten 4 slaven N=o 1 a 4. kogten 3 slaven N=o 5 a 7. dewyl er geen kans zou weezen om een aanzienlyk Cargasoen 5 aan den Man te brengen; be„ minderde de vrekkige Inwooners van dit Land niets als Specien, en ontbeeren liever alle gemak¬ ken en geneugtens als zich van hunnen gewaanden Ryk¬ dommen te ontdoen. — Vridag den 11 November; betaalden mij 25 Spaansche reaalen aan de Lootsen voor het binnenloot, sen en 6¼ Spaansche reaalen voor vracht van de aangebrach„ te Goederen voor de Tol Maakken een begin met de Slavenhandel en kogten volgens neevensgaande Specieficatielijst Vier stuks Lyfeigenen die direct naar boord zonder Zaturdag den 12 dito kogten volgens Speci ficatielyst drie Lyfeigenen Zondag den 13 dito drie Stuks kogte t slaven No 8 a 10. Maandag den 14 dito Vyf Stuks en kogten 5 slaven n=o 11 a 15. Dingsdag den 15 dito Twee Stuks allen vol„ kogten 2 slaven ter gens geannexeerde specieficatelixt n=o 16 en 17 Woensdag den 16 dito, verstonden wij van den Seer Duart Oriellie koopman alhier, hoe andsthe stan„ n Edele hoe den Heer Massomier, SuperCarga van 't portugeesch schip de inerva, aa wien wij op den 6=e deeser maand een Missive aan UwelEdelen gestr en Ed acht g'addresseerd hadden ter hand gesteld dien zelfde avond aan zijn Edele had ver klaard die brief wel aangenomen te hebben dog geenzints om die aan Uwel- Edele Gestr: en Edelen Achtb:re te behandigen maar wel om die en zee te werpen van mening zynde bij zijn aankomst aankaap de goede hoop te rapporteeren dat men alhier berigt had van't verongelukken van het schip de Heermin op de Masambicqse Cust om door dit ongehoord middel des te beter verlof te werkrijgen zyn Cargasoen slaven aldaar te verkopen. wij achten ons verpligt UwelEdele gestr: en Edelen Achtb„e dit zijn verfoeilijk voor„ neemen bekend te maken Schoon ieder een uit wien de minsch lijkheyd niet ten eenemale is verbannen moet twijffelen off hij zulks werkstellig zal maken. N=o 18: 21: kogten heden vier stuks Lifeigen volgens n:o 22 en 24. N:o 25 en 26. volgens Specificatie Lijst Donderdag den 17:' November, zouden wij naar boord een Reglement waarna de officieren zig zouden hebben te gedragen omtrent de behandeling der slaven en kogten drie Stuks Lijfeigenen. — Vrijdag den 18 dito kogten wij wederom Twee Lyfeigenen. zonder twee bootsladingen hout aan boord tot scheeps gebruijk die alhier hadden gekogt voor 16¼ Spaansche reaal tot ons gebruijk geduurende ons verblijf alhier Zaturdag den 19 dito kogten drie stuks Lijfhij- N o 27 en 29 „ genen volgens geannexeerde Spe„ „cificatie Lijst: — Zondag den 20 kogten twee stuks LyfEijgenen Heden passeerden de Minister en Luijtenant, Collonel de Rheede, en gaf den eerst onderteekenden bevel hen van boord met 15 Conon. schooken te Salueeren. — Maandag den 21 dito kogten zeven Stuks n:o 32 en 38. Lyfeigenen Dingsdag den 22 dito Twee Stuks n=o 39 en 40. woensdag A6. No. 46 en 41. No 418 enken woensdag den 23 November vier stuks N„o 411 en 44. Donderdag den 24 dito, drie Stuks, en Vrydag aen 25 dito, Twee Stuks Lijfeigenen, volgens bygaande Specificatie lijst, en die allen nevens devorigen van dag tot dag terstond na den inkoop naar boord zonden. Zaturdag den 26 dito, Praesenteerden, zig drie Americaanse Mattroosen, in name David Rapinson en Edward Kemmerlee die aan ons te kennen gaven hoe zij niet het schip The Intreside gecommandeert door Cap=n Davids den 27 8=br 1784. van Beltimore waren vertrokken naar de west van Madagascar, aan board hebbende de Collonel Biniotshij met desselfs Huijsvrouwe, t andere vrouwen en 55 Man Equipagie; hoe zij bij hunnen aankomst aldaar op de allerwreedste wijze door de Madagassaren waren ontfangen die voorsz: Collonel, vrouwen en 31 Man van de Equipagie Jam„ „merlijk hebben ontzield; hoe zij met het overschot van O't volk naar quermulio zijn gezeld, aldaar de Le 20. Augustus Iongstleeden g'arriveerd en by na 2 maanden waaren blyven leggen, wanneer de Capitain davids het schip aan de Franschen heeft verkogt en zyn volk uyt dienst ontslaagen smeekende om op S' E: Comp:s bodem te moogen overgaan en naar kaap de goede Hoop te werden vervoerd. 'T welk hun door den Eerst on„ dergeteek: werd vergund, aangezien reeds man van de Equipagie hadden verlooren wier plaatsen zij konden vervallen, dog onder voorwaarden van geen gagie te kunnen verdienen; waar in zij bewil„ ligden en naar boord gingen N:o 50 à 54. kogten heeden vyf stux lyfeijgenen Zondag den 27 nov: overleed den Mattroos Har„ men Lucas van Koningsbergen, niets naalaatende en wierd op kleyn Expuceeren begraaven N:o 55. â 57 kogten drie lyfeygenen volgens specifica„ tie lyst maandag den 28 dito kogten vier stux lijfeijgenen dingsdag den 29 dito, drie Stux, en N:o 62 a 64. woens en N:o 58 à 61. woensdag ult:o dito stux allen volgens g'annexeerd N:o 65 à 18: lyst donderdag primo december, kogten weederom vier lyfeygenen die 's avonds naar boord zoude Vrijdag den 2 dito, zonden 2 lyfeijgenen naar boor die heeden hadden ingekogt Zaturdag den 3 dito, arriveerde alhier een por„ tugeesche sloep kogten drie slaaven en zonden die naar boord Zondag den 4 dito, arriveerde alhier een portugeesche Brik van Mauritius kogten drie lyfeygenen volgens bijgaande Specificatie Lyst maandag den 15 dito kogten weederom Twee liffeij„ genen die naar boord zonder dingsdag den 6 dito, overleed aan boord een slaa„ ver Meysje zonder drie lyf eijgen en naar boord die volgens specificatie lyst had„ den ingekogt. Woensdag den 7 december kogten twee lyfeygen N:o 88 en 89 Hen. donderdag den 8 dito vier No: 90 a 93 Vrydag den 9 dito drie,en N:o 194 a 96 Zatur H
English
deceased: No. 50 Saturday the 10th ditto, five serfs, all according to the aforesaid specification list. Sunday the 11th ditto, we received a report that on board a sturdy boy had deceased. Sent five slaves, purchased today, on board. No. 102 to 106. Monday the 12th ditto, purchased three serfs according to the said list. No. 107 to 109. Tuesday the 13th ditto, word was brought from on board that a slave girl had deceased. Purchased 2 serfs. deceased: No. 70 No. 110 and 111. Wednesday the 14th ditto, we entered into negotiations with the government of this place regarding the exchange of the goods provided for trade by Your Right Honorable and Worshipful Honors, after having offered them in vain for exchange to all merchants. The delegates directly pointed out to us that the government would only proceed with this to give us proof of their affection, since the Queen's warehouses were crammed with all kinds of provisions and goods, both brought in on account of Her Majesty upon the demands of two years at once, and through the purchase made by their Honors of three Portuguese cargoes, and indeed at prices lower than those of the European markets. From these preambles we could clearly understand that we would not succeed favorably in the exchange; however, after showing our invoice, we noticed that the prices of the goods brought here must have been inflated, since they found those on our invoice to be very moderate. After having made the report of their commission to the members of the government, the delegates returned and presented to us, on behalf of the government, to trade all such goods as remained according to the invoice, amounting to f 7122: 16:— for the account of the Queen, against 80 pieces of assorted serfs. We could not agree to this, because on that footing the slaves in the exchange would come to a higher price than those we had purchased for cash up to now, and we insisted that 95 serfs should be given in exchange for the aforesaid goods; but notwithstanding all our efforts, we could not bring it higher than 90 pieces, with which the government believed they were giving us a great token of their goodwill. We consented to this exchange because it was the only way to dispose of the Company's invoice goods, and this exchange, even if it brought about nothing else than prompt progress in the trade we are to conduct, may always be called advantageous; and we delivered to the delegates: 1551 lb copper 300 sheets of double tinplate 200 sheets of single ditto 4000 lb iron 50 pewter dishes 100 pewter plates 200 files 50 axes 100 carpenter's adzes 100 spades 4 spear hooks 1 iron balance scale 1033 lb sheet lead 50 iron pots 400 porcelain plates 400 porcelain bowls 797 assorted drinking glasses 200 lb iron nails 200 lb sail twine 87 pieces of salempores, brown and blue Coast 130 whole leaguer casks 200 half leaguer casks 300 whole aams 500 half aams 582 jugs of ordinary Cape wine in one half leaguer and 5 aams 2 half aams of muscatel wine 2 half aams of Pontac wine 9 half aams of arrack 2 barrels of beer 2000 rivets 3613 lb Cape butter in 7 whole and 7 half aams 1700 lb powdered sugar, and 550 lb gunpowder. All against a proper receipt from the government, whereby they bound themselves to deliver the aforesaid 90 pieces of assorted serfs before the end of this current month of December; and we received 20 on account, which, together with 2 others purchased today, were sent on board. No. 112 to 131. No. 132 and 133. Thursday the 15th of December. We sent on board one aam of butter, 2 aams of wine, 5 half aams of arrack, and 300 lb of powdered sugar, which we had withheld from the goods intended for trade, since the provisions and beverages received at the government of Your Right Honorable and Worshipful Honors were only calculated until the 20th of January next, within which time it would be impossible to make the return voyage, and one could not well withhold the customary rations from the crew, who for three months had had no other nourishment than rice; which rations we, both due to short weight and leakage arising from the long stay on board, and due to an utterly indispensable additional allowance to the sick, can also impossibly make last until the 20th of January. Today there arrived here the American frigate ship The Intrepid, Captain Davids, under a French flag. We learned from this Captain that the vessel under his command belonged to the commercial house of Sollicoffre in Baltimore and had been leased by them to the notorious Count Benyovszky, to transport him together with his family and some other persons to Madagascar; that he had departed from Baltimore on the 27th of October 1784, and had arrived in the month of July of this current year at Antongil on the west coast of Madagascar, where the aforesaid Count along with his family and retinue had gone ashore, intending to settle there and make himself master of that region under the title of Emperor of Madagascar, which he had already assumed upon his departure from America; that the supercargo of the said ship, who according to the owners' orders held supreme authority over that vessel and whose orders had to be observed in all things, not seeing the boat that had carried Count Benyovszky ashore return, and hearing firing from cannon and small arms throughout the entire following night, suspected that only those who had gone ashore had been killed by the natives; and upon that loose suspicion, the next morning, ordered Captain Davids to weigh anchor and steer for Anjouan, from where they had departed for Ohibo.
Dutch transcription
overl: N:o 50 and Zaturdag den 10 dito, vyf byfeijgenen allen. volgens voorschreeven Specificatie List. Zondag den 11 dito, bekwaamen wij rapport dat N:o 102 a 106 aan boord was overleeden een kloeke son gen. zonder vyf slaaven naar boord heeden ingekogt Maandag den 12 dito, kogten volgens gemelde N:o 107 â 109. lijst drie lyfeijgenen dingsdag den 13 dito, wierd van boord berigt dat N:o 170 „111. een slaave meijd was overleeden. kogten voerl: N:o 70 2 lyfeygenen woensdag den 14 dito, traden wij in onderhande„ ling met de regeering deezer plaatse omtrent de ruyling der door uw wel Edele Gestr: en Edelen Achtb: tot den handel meedegegeeven goederen, na die vrugte„ loos aan allen kooplieden ter ruyling gepresenteerd te hebben de Gecommit„ teerdens deeden ons derect opmerken dat de regeering alleen hier toe zou overgaan om ons blyken van hunne toegenegendheyd te geeven, dewijl de Pak„ shuijsen der koninginne opgepropt waren met ƒ ter met allerhanden zoorten van provisien en goederen zo voor reekening van haare majesteijt op de eijsschen van twee Iaaren te gelyk aangebragt, als door den inkoop door hun Ed gedaan van drie portugeesche Cargasoenen, en wel tot minder prysen als die der Europische markten. Uyt deese pre ambulas konden wij duijdelyk be„ grypen in de ruyling niet gelukkig te slaagen, dog na vertooning van ons factuur bemerkten wij dat de prij„ sen der alhier aangebragte goederen verhoogt moeten zyn geweest, dewyl zij die van ons factuur zeer moderaat vonden Na rapport van hunne Commissie aan de Leeden der regeering gedaan te hebben, kwaamen de gecommitt:s te rugen presenteerden ons uit naam van de regee„ ring voor alle zodanige goederen als zig 4 volgens factuur restant bevonden ten be„ vraagen van ƒ 7122: 16:— voor reecq: van de koninginne tegens 80 stux gesoorteerde lijfeijgenen te zuilen. Hier toe konden wij niet overgaan 171 overgaan, dewijl op dien voet de slaven in ruijling hooger in prijs zouden komen te staan als de geenen die tot nu toe voor Contanten hadden gekogt en in¬ sisteerden dat inruijling van voorsz: goederen zou gegeeven worden 95 Lijfeijgenen, dog konden niettegen„ staande alle onzen pogingen 't niet verder brengen als op g0 stuks, en waar¬ mede de regeering ons een groote blijk van hunne toegeneegendheijd meende te geeven. In deeze ruijling bewilligden wij, door dien dezelve de eenigste weg was om zig van s Compt Factuur goederen te ontdoen, en deeze ruijling al bracht hij niets anders te weegen als een prompte voortgang in onze te drijvene handel altoos voordee¬ lig mag worden genoemt, en leverden aan de gecommitteerdens af. 1551 lb koper 300 bladen dubbeld blik do 200 „ enkeld d:o 4000 „ ijser 50 tinne schotels 100 „ borden 200 vijlen. aan v=te 50 bijlen 100 timmermans dessels 100 graven 4 Speerhaken 1 ijsere balansen 1033. lb platloot 50 ijzere potten 400 porcelijne borden 400 kommen 797 gezort: drink glazen 200 lb ijzere spijkers 200 „ Zijlgaren 87 p:s salempoeris br: bl: Cust 130 heele leggerbanken 200 halve 300 heele aams 500 halve 582 kannen ordin: Caabse wijn in een halve legger en Vaams. 2 halve aams muteedelwijn 2 _o _ Pontacqwijn 9 _o _o aracq 2 vaten Bier 2000 klinknagels 3613 lb kaabse boter in 7 heele en 7 halve aams 1700 „ poedersuijker, en 550 „ buskruijt. - alles „ - e 5 n:o 112: a 131: „ 132: „ 133: alles teegens behoorlijke quitantie van de regeering, waar bij zij zig verbonden voorsz 90 stuks gesort: LeijfEijgenen voor het eijnde van deeze lopende maand de¬ cember te leeveren en ontfingen 20 op reekening, die met D anderen heden ingekogt, naar boord sonden. — Donderdag den 15 december. Zonden wij naar boord Een aam Boter, 2aamswijn, 5 halframs arak, en 300 lb poedersuijker die wij van de tot den handel bestemde goederen hadden uijtgehouden aangezien de provisien en dranken ten gouvernemente van Uwel Edele gestr: en Edelen agtb: ontfangen slechts waren bereekend tot den 20 Janu aanstaande, in welke tijd men onmoge¬ lijk de te rug reijse kon doen, en men de Scheepelingen die geduurende drie maanden geen ander voedzel als rijst hadden gehad, niet wel de gewone rand¬ zoenen zou kunnen onthouden, wel¬ ken wij ook so door de onderwichten en leccagie uijt het lang verblijf bin¬ nen boord ontstaande als door eene allernoodzakelijkste meerdere ver¬ strecking aan de Impotenten, omnoge¬ „lijk en es lijk tot den 20 Jann: kunnen doen strek„ „ken. — Heeden arriveerde alhier het americaansch Fregat schip the Intreside, Capitain davids, onder een fransche vlag. Wij verstonden van deeze Capn:, dat zijnen onderhebbenden bodem was toebehorende aan 't commercie huijs van Sollicoffre te Boltimore en door hun Ed: was verhuurd aan den beruchten Graaf Biniotskij, om hem benevens zijn Famille en eenige andere parsonen naar madagasear te vervoeren; dat hij den 27 octbr: 1784: van Boltimon was vertrokken en in de maand Julij van dit lopende Jaar te Infandricha aan de westcuest van madagascar gearriveerd alwaar voorsz: Graaf beneevens zijne famille en gevolg zig naar de wal hadden begeven, van menig zig aldaar neder te zetten en zig meester te maken van dat ge¬ „west onder de tijtel van Kijzer van Madagasseer, die hij bij zijn vertrek van america reeds had aangenomen dat de supercarija van gem: Schip die volgens beveelen van de rheeders het oppergezag over dien bodem moest voeren en wiens orders in alles geobserveert moesten worden, het vaartuijg dat de graaf binits¬ kij naar de wal had gevoerd niet te rug ziende komen en de gansche volgende nagt uijt geschat en handgeweer horende Schieten vermoed had dat alleen de geenen die naar land waren ge¬ gaan door de Inlanders waren ontzield, en op dat los vermoeden 's anderdaags 's morgens den Capn: Davids bevolen 't anker te ligten en naar anzaane te stevenen, van waar zij naar Ohibo waaren vertrokken ƒ No L
English
18 N.o 134 to 136. Friday n:o 137: to 142. Saturday Sunday n:o 157 to 159. departed, and sold the aforementioned ship The Intrepide to some French merchants, who had dispatched it again to Madagascar to purchase a cargo of rice, which he had not been able to obtain there and had therefore returned to Chibo, from where he was carried away by the strong current and forced to put into this harbor. Bought today three bondsmen according to the attached specification list. 16 December, received word from on board that a sturdy boy had died, and bought six bondsmen according to the repeatedly mentioned specification list. deceased no: 89: The 17th ditto was the birthday of the Queen of Portugal, which was celebrated here solemnly. After the firing of the artillery on shore, 21 cannon shots were fired from on board in the morning, at noon, and in the evening each time. n:o 143. to 156. Bought four bondsmen, who were sent on board with ten received on account of the Queen. The 18th ditto: bought three bondsmen. Monday the 19th ditto, two. over n:o 160. to 161. Tuesday the 20th December, three, and n:o 162. to 164. Wednesday the 21st, five, all according to the frequently n:o 165. 169. mentioned specification list. Thursday the 22nd ditto: bought again four bondsmen. n:o 170. to 173. Friday the 23rd ditto, five, and no. 174. to 178. Saturday the 24th ditto: six, all of whom were sent daily n:o 179. to 184. on board. Sunday the 25th ditto, received in deduction of the trade made no. 185. 206. for the account of the Queen, twenty bondsmen, who, deceased n:o 24. along with two purchased today, were sent on board, from where word was received that a female slave had died. Monday the 26th ditto, bought three bondsmen according to n:o 207 to 209 the specification list. Today a small Portuguese vessel arrived here, on board of which was Mr. Porteegal, Governor of Chibo. over No 21 Wednesday n:o 212. to 255. n:o 256. to 258. Tuesday the 27th December: received word from on board that deceased n:o 127 a slave boy had died. Bought two bondsmen according to n:o 210. and 211. the attached specification list. The 28th ditto: it was reported from on board that the drinking water, hitherto fetched from Little Capucaire, had been found completely undrinkable for two days, being brackish and, due to the drying up of the wells, mixed with all kinds of filth. Whereupon it was decided to buy rainwater here, which was found to be very good and could be drunk with ease of mind by the crew and slaves. Received for the account of the Queen the last forty slaves who were still due to us according to the trade made, and sent them on board with four others purchased today. Thursday the 29th ditto: we bought three bondsmen, and Friday the 30th ditto: four, all according to the specification list. n:o 259 to 262 Saturday the 31st ditto: we received a report from on board that one of the male slaves had not hesitated to say that they had to n:o 266. Monday n:o 267: 268. Tuesday had to murder the Christians and return to their country. Immediately we went on board and found three male slaves to be guilty of that detestable plan. All of them were severely flogged and placed in irons on the forecastle in order to cut off all communication with the others. 12 n:o 263: to 265. Bought today three bondsmen according to the specification list. Sunday the first of January 1786. At sunrise, 21 cannon shots were fired from on board. This day was spent here in religious solemnities, processions, etc. At sunset, the artillery was fired and 21 shots were again fired from on board. Bought today three bondsmen according to the specification list. The 2nd ditto: bought two bondsmen. The 3rd ditto: three, and the 4th ditto: five, all according to the repeatedly mentioned specification list. Thursday the 5th ditto: it was reported from on board n:o 203. and 150. that a slave girl and a slave boy had died; deceased bought one slave. n:o 277. — Wednesday 272: 276. 269: 271. - Friday the 6th of January, an adult male slave died on board. deceased N:o 133. Bought three bondsmen. N:o 278 to 280. Saturday the 7th ditto, sent two bondsmen on board, purchased today, N.o 281 and 282. deceased n:o 256. and a male slave died. Sunday the 8th ditto, received a report that a male slave had died. deceased N:o 162. Bought three bondsmen according to the specification list. N:o 283 to 285. Monday the 9th ditto, a female slave died on board. deceased n o 79. Bought three bondsmen. N:o 286 to 288. Tuesday the 10th ditto, bought one slave. N:o 289. Wednesday the 11th ditto, four, and N:o 290 to 293. Thursday the 12th ditto, three, all according to the specification list. n:o 294 to 296. deceased N:o 172. A male slave died on board. Friday the 13th ditto, a Portuguese private frigate from Lisbon arrived here. N:o 297 and 298. Bought today two male slaves. Saturday the 14th ditto, two. N:o 299 and 300. Sunday the 15th ditto, three. n:o 301 to 303. Monday the 16th ditto, four, and N:o 304 to 307. Tuesday according to the specification
Dutch transcription
18 N. o 134. â 136. Vrijdag n:o 137: â 142. Zaturdag zondag n:o 157 à 159. vertrokken en gem: Schip The Intreside aan eenigen franschen kooplieden verkogt, die 't wederom naar madagascar hadden afgevaar¬ „digt tot 't inkopen van een lading rijst, welke hij aldaar niet had kunnen bekomen en des naar Chibo te wy gekeerd van waar hij door de sterke stroom was afgevoerd en genoodzaakt geworden deeze haven binnen te lopen. kogten heden drie lijfEijgenen volgens bijgaande specificatie lijst. den 16 deC:, bekwamen berigt van boord dat overl: no: 89: er een kloeke jongen was overleeden en kogten zes lijf Eijgenen volgens meerm: specificatie lijst. — den 17 do was de verjaarsdag van de koninginne van Portugal die alhier plegtig wierd gevierd. na 't lossen van 't ge„ „schut aan de wal, weerd van boord 's morgens 's middags 's avonds telkens 21 Canonschoo„ „ten gedaan. n:o 143. â 156. kogten vier stuks lijfEijgenen die met Tien voor reekening van de Koningin¬ „ne ontfangen naar boord zonden. — den 18 d:o: kogten drie stux lijfgijgenen. maandag den 19 d:o Twee stuks. v=te n:o 160. à 161. dingsdag den 20 deC. drie stuks en n:o 162. a 164. woensdag den 21e vijf stoks allen volgens dikwils n:o 165. 169. gem: specificatielijst. donderdag den 22 do: kogten wederom vier stuks liff n:o 170. a 173. Eijgenen. Vrijdag den 23 d:o vijf stuks en no. 174. â 178. Zaturdag den 24 do: zes steeks, die allen dagelijks n:o 179. a 184. naar boord Londen. Zondag den 25 do ontfangen in afkorting der gedan no. 185. 206. ruijling voor reekening der koninginne overl: n:o 24. twintig stuks Lijf Eijgenen, die nevens twee op heden ingekogt naar boord zonder, van waar berigt Oontfangen dat een slavin was overleeden. Maandag den 26 dito, kogten drie lijf hijge„ n:o 107 a 209 „ nen volgens specificatie lijst„ Heden arriveerde alhier een kleijn portugeesch vaartuijge aan boord van welk zig bevond den Heer Porteegal, Gouver¬ neur van Ohibo. te V ƒ N:o 21 woensdag n:o 212. á 255. n:o 256. a 258. dingsdag den 27 deC: kreegen berigt van boord dat overl: n:o 127 een slave jongetje was overleeden. Kog¬ n:o 210. en 211. „ten twee stux lijfEijgenen volgens bijgaan„ „de specificatie lijst. den 28 do:, wierd van boord gerapporteerd dat het drinkwater tot nu toe van kleijn capucaire gehaald, zints twee da„ gen geheel ondrinkbaar wierd bevonden zijnde brak en door 't droogender putten met allerhande vuijligheeden vermengt. Waarop besloten alhier regenwater te kopen, 't welk seer goed wierd bevonden en door de Equipagie en slaven met ge¬ „rustheijd kon worden gedronken. — Ontfangen voor reekening der koninginne de laatste veertig slaven die ons volgens gedane ruijling nog waren competeerende en met vier anderen he¬ den ingekogt naar boord Zonden. donderdag den 29 d:o: kogten wij drie stuks lijf„ Eijgenen, en vrijdag den 30do: vier steeks allen volgens spe¬ n4259 à 262 „cificatie lijst. — Zaturdag den 31 d:o bekwamen wij rapport van boord dat een der mansslaven sig niet had ontzien, te zeggen dat zij de Kristenen moesten n:o 266. maandag n„o 267: 268. dingsdag moesten vermoorden en naar hun land te rug keeren. Opstond begaven wij ons aan boord en bevonden drie mansslaa¬ ven aan dat verfoeijelijk voorneemen schuldig te zijn. allen wierden sij strenge¬ „lijk gegeesselt en op de bak in de boeijens gesloten ten eijnde alle communicatie met de overige af te snijden. — 12 n:o 268: â 265. kogten heeden drie stuks lijfEijgenen vol„ „gens specificatie lijst. Zondag primo Januarij 1786. wierd met sons opgang van boord 21 CanonSchoten gedaan. deese dag wierd alhier doorgebragt in kerkelijke plegtigheeden processien &. Met sons onder¬ gang wierd 't geschut gelost en van boord wederom 21 Schoten gedaan. kogten heden drie stux lijfEijgenen volgens specificatie lijst. - den 2 do: kogten twee lijfEijgenen. den 3 do:, drie en den 4 d:o, vijf allen volgens meerm: specifi¬ „catie lijst. donderdag den 5 d:o, wierd van boord gerapporteerd, n:o 203. en 150. dat een slaave meijsje en een slaven overl: Jongetje waren overleeden, kogten een n:o 277. — slaaf. woensdag „ 272: 276. „ 269: 271. - Specificatie Vrydag den 6 Ianuarij, overleed aan boord een volwassen mansslaaf Over L N:o 133. kogten drie stuks LijfEijgenen N:o 278 a 280. Zaturdag den 7 dito zonden twee LyfEygen naar boord heden ingekogt N. o 281 en 282. overl: n:o 256. en overleed een Mansslaaf Zondag den 8 dito kreegen rapport dat een Manslaat overL: N=o 162. was overleeden N:o 283 en 285. kogten drie Lyfligenen volgens Lijst Maandag den 9 dito overleed aan boord een slavin. overl: n o 79. kogten drie Lijfhygenen N:o 288 a 288. Dingsdag den 10 dito kogten een Slaaff N=o 289. woensdag den 11=e dito, Vier, en N=o 290 a 293. Donderdag den 12=e dito, drie, allen volgens Specificatien n=o 294 a 296. Lijst. overl N=o 172. overleed aan boord een Mansslaaf Vrijdag, den 13: dito arriveerde alhier een portiegeesch particulier fregat van Lissabon: N:o 297 en 298. kogten heden twee mansslaven Zaturdag den 14 dito Twee N:o 299 en 300. Zondag den 15 dito drie p:o 301 a 383. Maandag den 16 dito Vier, en N=o 3041 a 307. Dingsdag vol„ lens cifi„
English
No. 315 to 320. and 250 Friday Tuesday the 17th of January, one, all according to the specification list: No. 308 Deceased No. 41. Today a male slave died on board. Wednesday the 18th ditto, bought six serfs No. 309 to 314. Thursday the 19th ditto, on board, pursuant to the orders given, the sails were bent, and everything was prepared for our upcoming departure. These preparations caused the inhabitants of Mozambique to offer us several serfs for sale, of which we bought six according to the specification list and sent them on board. Deceased No. 109. On board died a male slave and a slave girl. The 20th ditto, sent a large boatload of firewood on board, bought here for 23¾ Spanish realen, as well as four serfs according to the specification list. No. 321 to 324 Deceased: No. 176, 37. A report was received from on board that a sturdy boy and a slave girl had died. Saturday the 21st ditto, sent seven serfs on board, purchased today, as well as a boatload of firewood of 15 Spanish realen. No. 325 to 331 Deceased No. 238. A slave girl died on board. Sunday the 22nd of January, bought four serfs again. No. 332 to 335 Went today to the Lieutenant Colonel, whom we informed that we intend to conclude our trade tomorrow, and requested him to send the commissioners of the customs on board the day after tomorrow to count the serfs, in order to be able to pay the outgoing duties thereon, as well as that which would be due to his Honour and the minister for the permission to trade. We took this opportunity to bring to his Honour's attention that we flattered ourselves that his Honour would remit something of the fixed price of 5 Spanish realen for the permission to trade each slave, both in view of the considerable number of serfs traded by us, and out of consideration for the handsome gift of 500 Spanish realen sent to his Honour upon our arrival here; the more so since the greatest motive for giving this present had been the arrival of the expected General, who, however, had not arrived until now. His Honour replied: that although that present had certainly been given for the said reasons and no difficulties had existed regarding it, his Honour nevertheless thought that he, as well as the minister, had well deserved it on another account, both by lending us a helping hand in our trade, even supplying a parcel of serfs at moderate prices, and by having favored us in the barter made for the account of the Queen. But that this matter should cause no reason for displeasure between us, and his Honour was inclined to remit something of the trade permission, provided that the minister also agreed to it. The minister made the same objections as the Lieutenant Colonel and refused to listen to anything that could persuade him to remit anything of the stipulated 5 Spanish realen; adding thereto that this would set a bad example for all trade to be carried on hereafter, and would curtail the government of a duty which, although devised and maintained by itself, he regards as the most legitimate income. After many exchanges of words on both sides, the Lieutenant Colonel showed that he would agree to any arrangements we made with the minister, and we succeeded in persuading the latter to deduct the 500 Spanish realen sent upon our arrival from the entire sum that would be due to his Honour and the aforementioned Lieutenant Colonel for the permission to trade, calculated at 5 Spanish realen per slave. We did not fail to praise this arrangement as a great token of their unselfishness, and thanked them for this as well as for all other received tokens of their affection. Monday the 23rd of January, we paid all that was owed here for trade expenses such as water, firewood, various municipal and church dues, house rent, etc., all treated at length in the trade journal, to which we take the liberty of referring in this regard. No. 336 to 345. Bought ten serfs today, who were sent on board, and with which our trade was concluded. Subsequently sent all the galley and other goods that were here on shore to the ship. In the evening, went again to the Lieutenant Colonel and paid his Honour the trade permission for 345 serfs, amounting at 5 Spanish realen each to 1725 Spanish realen, after deduction of the aforementioned 500 Spanish realen, 1225 pieces of that currency; taking our leave of his Honour and the other members of the government. The sailor Jan Frederik Linkholt of Weimar died.
Dutch transcription
N„o 315 à 320. en 250 Vrijdag Dingsdag den 17:e Ianuary Een, alles volgens spe„ N„os 30:8 cificatie lyst: overL N„o 41. eden overleed aan boord een manslaaf. woensdag den 18 d„o kogten zes stuks Lyfeigenen N=o 309. a 314. donderdag den 19 d„, wierden aan boord, ingevolge de gegeevene ordres de zeylen aangeslaagen, en alles in gereedheyd gebragt, tot ons nadezend vertrek. deese preparatien deeden de Inwe ners van mosambique ons verscheydene Lifeijgen te koop presenteeren, waar van overl N„o 109. zee volgens Specificatie lijst kogten en naar boord zouden. Aan boord overleed een mansslaaf en een Slaave meysje den 20 dito, zonder een groote bootslaading N„o 321 â 324 brandhout naar boord alhier gekogt voor 23¾ Spaansche reaal, benevens vier lyfeijgen volgens Specificatie lyst. Overl: N„o 176„ 37. bekwam men rapport van boord dat er een kloeke jonge en een slaave-meysje waaren overleeden: - Zaturdag den 21 dito, zonder zeeven lf Eijgenen naa N„o 325 a 331 boord heeden ingekogt beneevens een boots„ laading brandhout van 15 sp: reaalen Overl N„o 238 Overleed aan boord een slaave meysje Zondag den 22 Iannuarij, kogten weederom vier N„o 332 à 335 Lyfeijgenen Vervoegdens ons heeden bij den Heer Lieutenant Collonel, aan wien wij berig„ ten van meening te weesen onzen han¬ del morgen te besluyten, en verzogten de Gecommitteerdens van de Tol overmorgen naar boord - 2 boord te zenden om de lyfeijgenen te tellen, ten eyn„ de dies uytgaande regten te kunnen betaalen en 't geen zyn Ed: en de minister zou zyn Competee„ ende voor de permissie van den handel wij na„ men deese geleegendheyd waar om zyn Ed: onder„ het vog te brengen dat wij ons vleiden dat zijn Ed: van de bepaalde prys van 5 spaansche reaalen voor de permissie tot de handel van ieder slaaf iets zoulaaten vallen, zo ten aanzien van 't aanzienlyk getal Lyfeijgenen door ons gehan„ delt, als uyt Consideratie voor 't aansienlyk geschenk van soo spaansche haalen bij onzen aankomst alhier aan zin Ed: toegezonden; te meer daar de grooste beweegreedenen tot 't doen van dit geschenk was geweest de komst van de verwagt wordende Generaal die egter tot nu toe niet was g'arriveerd. zin Ed: repliceerde: dat schoon dat geschenk zeekerlyk om gezegde ree„ denen was geschied en daaromtrend geene zwa„ righeeden hadden geëxteerd, zijn Ed: egter vermeen„ de dat hij zo wel als de ministre zulx aan eene andere zyde wel hadden gemeriteerd, zo door ons in onze handel de behulpzaame hand te bieden, zelfs tot medivere prijzen een partij Lyfeijgenen te leeveren, als door ons in de geldaane ruiling voor reecq: der koninginne te hebben gefavori„ seerd. dog dat deese zaak geene reedenen tot misnoegen tusschen ons zou verwekken, en zyn Ed: geneegt was iets van de permissie tot den handel te laaten vallen, mits dat de Minis„ tre meede daar in bewilligde de Ministre maak„ ten dezelven teegenwerpingen als den Lieutenant Collonel en weigerde te hooren naar alles dat hem zoude kunnen overhaalen van de bedon„ genen 5 spaansche reaalen iets te laaten vallen; daar daar bij voegende dat zulx in allen na deesen te dri„ vene handels een slegt voorbeeld zou geeven ten de regeering zou verkorten in een regt dat schoon door haar zelfs uijtgevonden en onderhouden hij als het wettigste inkoomen beschouwt:- Na veele woorde wisselingen van wederzyde„ deed den Lieutenant Collonel blijken dat hij in alle schikkingen die wij met den ministre maakten zou bewilligen, en gelukten 't ons laastgem: over te haalen om van de geheele somma die zyn Ed: en meerm: Lieutenant Collonel zou weesen Com„ peteerende voor de permissie van den handel, bereekend à 5 spreaaten ieder slaaf aftrekkende bij onzen komst gezondenen 1va 6p: reaalen deese schikking lieten wij niet na als een groo„ te blyk van hunne ombaatzugtigheijd te zoe„ men, en bedankten hun voor deese zo wel als voor alle andere genootene bewyzen van hun„ nen toegeneegendheyd. Maandag den 23 Iannuarij betaalden wij al 't geene alhier schuldig waaren aan Onkosten van den handel als water brandhout diverse stads en kerkelyke ge„ regtigheeden huyshuur &„a, alles bij 't negotie four„ naal breedvoerig verhandelt en waar aan wij de vryheyd neemen ons hieromtrend te gedraagen. N„o 336 â 345 Kogten heeden sien lyfeijgenen die naar boord zonden, en waar meede onse handel beslooten. zonden vervolgens alle de hier aan wal zynde Combuis en andere goederen naar boord. 's avonds vervoegden ons weederom bij de Lieutenant Coltmel en betaalden aan zyn ld. de permissie des handels van 345 stux lyfeij„ genen, bedragende a 5 sp: reaalen ieder 1725 sp: reaalen, na aftrek der voorm: 500 Op: realen 1125 stuks van die munt; van zyn Ed: en de andere Leeden der regeering afscheyd nemende, Overleed den mattroos Ian Frederik Linkholt van Wiemar don E
English
Thursday the 24th we sent everything that was still on shore on board, and left Mosambique in the afternoon. Upon our arrival on board we found everything ready to sail, dispatched the boat to fetch the customs commissioners to assess the slaves, but received word that they could not come before tomorrow morning. Deceased No. 306 today a slave girl died. Wednesday the 25th ditto in the morning the customs commissioners came on board, counted the slaves and found three hundred twenty-five head of bondsmen, of which: 194 adult male slaves, 44 female slaves, 23 sturdy boys, 14 maidens, 24 little slave boys, and 26 little slave girls. To which number the twenty added who died on board during the trading, together make 345 head of bondsmen, whom we have traded from the 11th of November last until today. Upon the departure of the commissioners, we saluted them with eleven cannon shots, and the first undersigned went ashore, paid there the export duties of 325 head of bondsmen at 2 Spanish reals each with 560 Spanish reals, and returned on board. 2 loads of water were fetched with the boat, from which the sailor Iohan Frederik Janssen of dantziche absented himself. At night at half past eleven the main grating hatch, under which the male slaves lodge, was suddenly lifted with such force that it, together with the ladder lying upon it, flew against the side. Immediately the sentry called for help, but could not prevent seven male slaves from jumping out of the hatch and throwing themselves into the sea. At the shouting of the sentries everyone went into the cabin to arm themselves, and through the prompt assistance of the entire crew we succeeded in making the surging slaves go down again and closing the gratings; then fired three musket shots overboard to bring the blacks to a halt and to give notice of danger to the shore. Sent the boat in pursuit of the fugitives, which after the lapse of a quarter of an hour brought three back; when the gunner reported that another, exhausted from swimming, had gone onto the rudder chain, from where he had tried to pull him inside through the ports, but had taken to the water once more. We dispatched the boat again, which sighted him close under the shore and brought him on board, after having crossed the entire roadstead in vain to trace the three others. Having arrived on board, all four escaped slaves declared the reasons for their flight to be: that a certain male slave on board, who had been to mauritius, had persuaded them that we had bought them in order to cut off their genitals during the voyage and at the Cape of Good Hope, subsequently to cut them open, to fill the belly with rice and magnoe, and to serve this up as a delicacy. After having interrogated them, they were locked two by two in irons and secured on the forecastle. During the execution of all the foregoing, we dispatched two lieutenants with some sailors to make the round overboard and in the boat, who reported having perceived nothing overboard, but found that one of the slaves must have jumped into the boat with an almost incredible force, since the thwart was broken in two and smeared with blood. From which we concluded that this one will certainly have broken one of his limbs, nevertheless taken to the water and drowned. Subsequently opened the gratings, had the slaves told to keep quiet, and stood watch with the watch personnel. Thursday the 26th of Iannuarij, in the morning at daybreak counted the slaves as usual and found three male slaves absent. Gave notice of what happened to Mosambicque, from where Mr. Iuan de Souxa e britto sent back one of the runaway slaves to us in the afternoon, and reported that one was found dead on the other side of the roadstead, but that whatever effort he alongside many others had made to discover the third, nothing of him had been heard. In the forenoon the slave accused by the runaways was severely corporally punished and it was decided to leave him in irons on the forecastle for the entire voyage, all the more because the slave brought in today confirmed the statements of the others. In the afternoon the pilot came on board and we made all preparations to sail, but had to abandon this because of the hard northerly wind and current. Wednesday the 27th of Iannuarij, we weighed the bower anchor and warped as much as possible to in the afternoon at
Dutch transcription
donderdag den 24 zonden wij alles wat zig nog aan de wal bevond naar boord, en verlieten 's namiddags Mosambique Bij onsen komst aan boord vonden wij alles zyl„ klaar depecheerden de schuyt af om de gecom„ mits van de Tol tot stellen van de slaaven af te haalen, dog kreegen berigt dat dezelve niet voor morgen ochtend/ konde koomen. - OverL N„o 306 heden overleed een slaave-meysje woensdag den 25 d„o 's morgens kwaamen de gecommitt„s van de Tol aan boord, telden de slaaven en be„ vonden drie hondert vyf en twintig stuks Lyf eijgen, waar van. - 194 volwassen Mansslaaven 44 Slavinnen 23 kloeke Iongens 14 meyden 24 slaave Iongetjes, en 26 slaave meysjes Bij welk getal de twintig gevoegd die geduuren„ de den handel binnen boord zyn overleeden, te zaamen uytmaaken 345 stuks lyfeijgenen, die van den 11 november laastleeden tot heeden heb„ ben ingehandelt Bij vertrek der gecommitt„s salveerden hen met Elf Canonschooten, en begaf zig den eerst onderteekenden aan de wal, betaalden aldaar de uytgaande rechten van 325 stuks Lyfeijge„ nen â 2 sp: reaalen ieder met 560 spaan„ sche reaalen en kwam te rug naar boord Wierden 2 vragten water gehaald met de boot van welke zig absenteerde de matroos Iohan Fre„ derik Janssen van dantziche 'S nagts om half twaalf uuren wierd het groot Roosteruyk waaronder de mansslaven logeeren, eensklaps met zulk eene forcie op„ geligt dat 't zelven beneevens de daarop leggende Trap teegens boord stoof. Terstond riep de schildwagt om hulp dog kon niet W be beletten dat zeeven mansslaaven het Luik uit uitsprongen en zig in zee wierpen Op het ge„ schreeuw der Schildwagten begaf zig ieder een in de Cajuit om zig te waapenen, en gelukten ¶ ons door de spoedige assistentie van de gehee le Equipagie de opkomende slaaven weederom neerwaards te doen gaan en de roosters te sluij„ ten deeden vervolgens drie snaphaanschooten buyten boord om de swarten tot stilstand te bren„ gen en kennis van onraad aan de wal te geeven Lieten de vlugtelingen nazetten door de schuyt die naar verloop van een quartier uurs drie te rug bragt; wanneer den Constapel rap„ porteerde dat nog eenen vermoeyd van Zwem„ men zig op de Everketting had begeeven, van waar hij had gepoogt hem door de poorten binnen te trekken, dog zig nogmaals in 't water had begeeven zouden de Schuit wede„ rom af die hem digt onder de wal opzaeyde en naar boord voerde, naar vrugteloos de ge„ heele rheede overgevaaren te hebben om de drie andere op te speuren. Aan boord g'arriveerd verclaarden allen vier gefugeerden slaaven de reedenen van hun vlugten te zyn: dat zeekere zig aan boord bevindende mans„ slaaf, die te mauritius was geweest hen had diets gemaakt, hoe wij hen hadden gekogt om geduurende de reyze en aan de laat te goede Hoop de teelleden af te snyden, vervolgens te openen, de buyt met ryst en magnoe op te vullen en dit als een Lekkernij op te dis„ schen na hen verhoord te hebben wierden zij twee aan twee in de boejens geslooten en op de bak in verzeekering gebragt. - Onder verrigting van al 't voorgaande depecheerde wij twee Lieutenants met eenige mat Matroosen af om de ronde buyten boord en in de bood te doen, die rapporteerden niets buyten boord ontwaard te hebben, dog bevonden dat een der slaaven met eene bij naar ongelooflyke forcie in de boot moet zyn gesprongen, dewyl de zitbank midden door was gebrooken en met bloed beklad. waaruyt wij opmaakten dat deese zeekerlyk een zyner leden zal hebben gebrooken, zig nietmin in 't water begeeven en verdronken was. — Vervolgens opende de roosters, lieten de slaaven aan zeggen zig stil te houden, en gin„ gen wagt met quartiersvolk Donderdag den 26 Iannuarij, 's morgens met den dag telden naar gewoonte de slaaven en bevonden drie mans serlaaven absent. Gaaven, berigt van het voorgevallene naar Mosambicque, van waar den Heer Iuan de Souxa e britto ons nademiddag een der gedroste slaaven te rug zond, en berigte dat een aan de overzyde van de rheede was dood gevonden, dog dat wet moe„ te hij beneevens veele anderen zig hadden gegee¬ van om de derde te ontdekken men daar van niets had vernoomen. In de voormiddag wierd den door de dros„ sers betigten slaaf strengelyk aan den Lyve gestraft en beslooten hem voor de geheele reise op de bak in de boeijens te laaten, te meer wijl de op heeden aangebragte slaaf de gezeg„ dens der anderen bevestigde. - 'S namiddags kwam de Loots aan boord en maakten men alle klarigheyd om te zeylen, dog moesten door de harde noordelyke wind en stroom daar van afzien woensdag den 27 Iannuarij, ligten men 't Suijanker en werpten zo veel moogelyk was op om 's namiddags: ten