Inventory 10674
Cape · 622 pages · 88 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
the account of the officers and all other papers submitted by them here will likewise be supplied to the presiding chamber, journals kept on that ship, in order to ascertain from them the reasons and causes why the said officers were forced to call at the Island of Mauritius, and also to examine what repairs, according to the statement of those officers, were done to the ship there, and then to provide a written report thereof: which report, as well as the account that will be given and sworn to by the aforementioned officers, together with all the papers and documents submitted here for their justification, will likewise be supplied, upon the dispatch of the frequently mentioned vessel the Draak from here, to the presiding chamber for which its cargo is projected. — Furthermore, on the 2nd of the frequently mentioned month of December, there likewise arrived here in the Cape Roads the Country's warship the Princes Louisa, commanded by the Right Honorable, Valiant Lord Captain Count van Rechteren, which sailed here last from the Island of Bourbon on the 24th of October: And we further take the liberty dutifully to bring to Your Right Honorable Excellencies' knowledge; that Mr. Schuler, as the shipowner of the French ship l'Auguste, and the same person from whom the Bourbon coffee beans mentioned hereinbefore, shipped in the ship de Vreede, were last purchased, having subsequently also offered to sell to us a quantity of 8000 pounds of gunpowder at 12 stivers the pound, after the undersigned Secunde and Chief Administrator Johannes Isaac Rhenius was authorized to purchase the aforementioned quantity for the Company's account—it being found upon examination to be of good quality, with the exception, however, of whatever might be spoiled—subject to Your Right Honorable Excellencies' esteemed approval, a quantity of 7900 pounds of the said gunpowder, 100 lb. of that powder having been found unfit and unusable, was purchased from the said Mr. Schuler for the Honorable Company, at the aforementioned price of 12 stivers the pound, amounting to Rds 1975. — paid to him in common specie from the Treasury here: in order that, should Your Right Honorable Excellencies understand that this ought not to have been undertaken or should an ample and sufficient supply later permit it, the aforementioned gunpowder may then be sold again in moderate portions, still with a good profit for the Honorable Company, to the inhabitants of the countryside, to serve to relieve the shortage that prevails among them in that regard. — Regarding now the grain crop, we can share with Your Right Honorable Excellencies the joyful news concerning it, that through the favorable dispensation of good Providence one can now be assured of an unusually blessed grain harvest, and that we hope, through the necessary means and measures already put into effect, to be able to provide the required grain: Just as the grain cultivation around Mossel Bay, according to the information obtained thereof, has also been pursued with greater effort, through the precautions taken for the delivery, receipt, and storage of the grains there, and provided that through Your Right Honorable Excellencies' favorable ordering we may be supplied in time with the requested necessary vessels for the transport of those grains hither, without which it will otherwise be and remain an impossibility to bring hither the products already delivered and still to be received, a considerable quantity of wheat may likewise be obtained from there this year: And thus we can hope and expect from all this that the scarcity and high cost of provisions, which for some time has prevailed, both to the oppression of the inhabitants and to the great burden of the Honorable Company, will finally come to an end: Whereby one will also strive to achieve the objective of laying up a one-year supply for the Honorable Company in its warehouses: And as we have had the honor, in our humble separate missive of the 25th of April of last year, to inform Your Right Honorable Excellencies, among other things, that the Dispencier Tobias Christiaan Rönnenkamp was authorized by us to look out for a person who, regarding the receipt and shipment of the wheat in
Dutch transcription
't relaus der overheeden en alle andere papieren door dezelve alhier overgegee„ „ven, insgelijx aan de prae„ sidiaie kamer zal wer„ „den gesuppediteerd Iournalen op dat schip gehouden ten einde uit dezelve na te gaan, E de reeden en oorzaken, waarom dezelve overheeden zijn genood„ zaakt geweest, 't Eijland Mauri„ tius te moeten aandoen teffens meede te onderzoeken welke reparatien volgens d' opgave dier overheeden aldaar aan het schip zijn gedaan, en als dan daar van te dienen van schriftelijk berigt: waar van 't berigt nevens 122. welk berigt zo wel als het Relaas dat door voorm: overhee„ den zal werden gegeeven en behe„ digd, beneevens alle de papieren en n ae rheede van 's Lands schip de Princas Louisa en documenten tot hunl: verant, woordinge alhier overgegeeven, bij d' afzending van meerm: bodem de Draak van hier insgelijx aan de priesidiale Camer waar voor dies inlading geprojec„ „teerd is, zal werden gesuppe„ „diteerd. — arrivement alhier ter 123. Zijnde wijders op den 2: der meerm: maand December insge„ lijks hier ter Caabsche Rheede g'arriveerd, 's Lands schip van Oor„ „loge de Princes Louisa, gecom„ „mandeert door den Wel Edelen Gestr: Heer Capitain Grave van Rechteren „geeving nopens den gedanen inkoop van nevensgem: quantiteit bussekruijt van de heer schults Rechteren het welk den 24: octob=r 't laatst van 't Eijland Bourbon„ dit heen gesteevend is: pligtschuldige kennis § 124. En neemen voorts de vrijheid uwe wel Edele Hoog Agtb: nog pligtschuldig ter kennisse te brengen; dat de Heer Schuler als Rheeder van het Fransch schip l'Auguste, en denselven van wien de hier vorengem: in het schip de vreede afgescheepte Bourbonse Coffij bonen, laatst in„ „gekogt geworden is, naderhand aan ons meede te koop aangeboden hebbende, een quantiteit van 8000 ponden bussekruijt, tegens 12 sver ter ant, dm e„ gen het pond, na dat den ondergeteek: secunde en hoofd administrateur Iohannes Isaac Rhenius was gequalificeerd, om de gem: quantitei als bij Examinatie van goede hoedanigheid bevonden weezende, met uitzondering nogthans, van het geene daar van bedorven zijn mogte, Comp:s wegen in te koppen, onder Uwer wel Edele Hoog Agtb: g'Eerde goed keuring van het ged=e bussekruijt een quan„ titeit van 7900 ponden, als zijn„ „de 100 lb. van dat poeder, niet bequaam en onbruikbaar bevon„ „den van ged=e heer Schuler voor voor d' EComp: ingekogt geworden is, tegens de voorsz prijs van 12 stxer: het pond, bedragende Rd„s 1975. — in gemeene specie alhier uijt de Cassa aan hem betaald: ten eijnde zo wanneer Uwe wel Edele Hoog Agtb: verstaan mogten, dat hier inne niet hadde behoren te werden getreeden ofte dat nader „hand eenen ruijmen en genoeg„ zamen voorraad zulks zal komen te permitteeren, het voorsz: busse„ kruijt als dan in matige portien nog met goed voordeel voor d'EComp: weder te kunnen afzetten aan d'Jngezeetenen ten platten lande, om teek: teur e graanoogst in de nabij om te dienen tot vervulling van de verleegendheid welke 'er daar„ omtrent bij dezelve heerscht. — en berigt betreffende den §125. Betreffende nu het graan, geleegene buiten districten gewasch, kunnen wij Uwe wel Edele Hoog Agtb=res dien aangaan„ „de de blijde tydinge meede deelen, dat men door de gunstige beschik„ „kinge der goede voorsienigheid zig thans van een buiten gewoon gezegende graan oogst kan ver„ „zekert houden, en dat wij hopen door de bereijds in het werk ge„ „stelde nodige middelen en maat„ regulen, Indien van het benodigd graan omstreeks de Mosselbaaij ook met meerder magt voortgezet zynde wanneer men maar in tijds van de nodige vaar„ „tuigen tot transport werde voorsien graan te zullen kunnen voorzien: terwijl den graanbouw § 126. Gelijk ook den graan bouw omstreeks de Mosselbaaij, na de informatien welke men daar van bekomen heeft, met meerder magt voortgezet zijnde, door de genome„ „ne voorzorgen tot de leverantie, ontfangst, en berging der granen aldaar, en bij aldien wij door rens uwe wel Edele Hoog Agtb=rens gunstige bestellinge in tijds mogen werden voorsien, van de verzogte benodigde vaartuigen tot trans„ „port dier granen na herwaards, zonder dewelke, het anderzints eene onmogelijkheid zal zijn en blijven aan aanzienlijke quantiteijt „den erlangd. - schaarsheid alhier op„ houden van daar insgelijks een blijven om de bereijds geleeverde zaawe zal kunnen wer, en nog te ontfangene producten na herwaards op te brengen, in dit Jaar van daar insgelijx een aanzienlijke quantiteit Parwe zal kunnen werden erlangd: waar door als dan de §127. En kunnen wij dus uijt dit een en ander hopen en verwagten dat de schaarsheid en duurte der Levensmiddelen welke eeni„ „gen tijd lang zo wel tot drukking der Ingezeetenen als tot groot beswaar van d' EComp: heeft geheered eijndelijk eens zal komen op te houden: § 128: waar door men dan ook zal tragten de in in men in staat zyn zal om een Jaar voorraad op te leggen aanstelling van een pro„ visioneel overzigter over in de Mosselbaaij tragten te bereiken het oogmerk om een Jaar in voorraad voor d' EComp: in haare Maguazynen op te leggen: § 129. En gelijk wij d' Eere hebben de geleeverde granen gehad bij onze onderdanige apparte missive van den 25:e april des voorl: Jaars, Uwe wel Edele Hoog Agtb=res onder anderen meede t'adviseeren, dat den Lis„ penvier Tobias Christiaan Ronnenkamp door ons was ge„ „qualificeert geworden, omme te zien na een perzoon die over den te ontfangst en afscheep der tarwe in 2 de ten
English
reports that on the coast island Ceylon a most violent hurricane is said to have raged. could keep supervision in the Mossel Bay, we have since provisionally appointed thereto the sailor Nicolaas Jacob Doman, and this however without an increase of his wages. — private reports received § 130. Being unable, in dealing with this from Choromandel: and matter of products, to refrain from bringing it to the knowledge of Your Right Honourable Nobilities, how we have been informed here through private reports, that along the coast of Chormandel and on the island Ceylon, a severe and most violent hurricane is said to have and that besides other damages the rice crop on the aforesaid island is said to have been destroyed by inundation of the sea: so that with the alongside mentioned private ships some wheat from here will be shipped thither. to have raged, by which, besides other important damages that have been caused by the inundation of the sea, and which one is however not able to specify with certainty, principally the rice crop on Ceylon would be entirely destroyed; which news, although certainly requiring further confirmation, we have nevertheless considered of such importance, that the same has made us decide to ship at once, with the abovementioned four private ships which will serve for the transport of the Meuron troops, as much wheat to Ceylon, cement for the masonry work on the fortifications in anticipation of the requisition to be expected from there, as we can in any way spare from our present small stock from the Company's magazines, and can conveniently be stowed in those ships. — enclosed requisition for 31. For the service and use of the masonry work on the fortifications here, a quantity of 100 barrels of cement being required, we take the liberty to present herewith to Your Right Honourable Nobilities the requisition drawn up for it, with the humble request that it departure of the English convoy under command of the Lord Commodore Philip from here to the Indies and of the beside-mentioned English ship from the St. Helena Bay that it may be fulfilled at the first opportunity. 32. The English convoy which arrived here in the roads on the 13th of October of the past year from Europe, of which advice was given in our last humble letter of 2 November, repeatedly mentioned hereinbefore; having set sail from here further to the Indies on the 12th of November, we shall dutifully note herewith that the English ship which, according to our respectful advice of the 11th of September of the past year, had appeared in the St. Helena Bay, has since that time stayed in and out of the aforesaid bay, and as it is presumed, engaged in the whale fishery: having once attempted to send some men ashore with small craft, such was however prevented by our military detachment, and the same finally, according to the report received from the officer of that detachment, Lieutenant Frans Schumacher, left the aforementioned bay on the 8th of the aforesaid month of November, having after again another ship arrived in the bay remaining in sight of the same for some more days, put to sea from there and departed. later another of that 33. Whereupon, according to incoming nation has in the same further report from the said officer, another ship, also flying the English flag, appeared again in the aforesaid St. Helena Bay on the 6th of December; from which the next day, the captain and two sailors with arms came ashore, and presented themselves directly to the aforementioned officer of our detachment, upon whose inquiry into the intention of their was prevented from supplying itself there arrival, the captain had stated only to have come to buy some refreshments: which ship, named the Jernepek and equipped with 40 men for the whale fishery, was commanded by Captain . . . . Jok: And to which the aforementioned officer Schumacher however also communicated our orders to the said English captain, that he could obtain no refreshments nor water there, and if he wished to provide himself with either, he, the captain, would then have to enter Table Bay, or False Bay: without however having received any further report up to now whether that ship has since departed or still remains thereabouts. whereupon that captain declared not to have known that it was not permitted to foreign nations to call at St. Helena Bay, and to come ashore there, and that he, the captain, never having been there before, would directly return on board, and depart from there with the first convenient opportunity, but that the said captain had made little haste therewith, as the said ship was still lying there at the dispatch of this report, and since no further report in that regard has been received since, one must therefore conclude that the aforementioned English ship will still be staying in and out of the aforementioned bay for the present. — Permission granted to Captain Lieutenant van Balen to depart for the fatherland to attend to his affairs § 134. A request having been made to us by petition by the Military Captain Lieutenant at this Castle, Bernardus Cornelis van Balen, to be permitted to depart thither to take care of his minor children residing in the fatherland, and other urgent family affairs,
Dutch transcription
berigten dat op de Cust uland Ceilon een aller„ „hevigst ordaan zoude hebben gewoed. in de Mosselbaaij toezigt zoude kunnen houden, hebben wij zedert daar toe provisioneel aangesteld, den mattroos Nicolaas Iacob Doman, ende zulx egter zonder verhoging zijner gagie. — ontfangene particulieren § 130. kunnende wij ook niet voor„ van Choromandel: en het bij onder het verhandelen deeser materie van producten Uwe wel Edele Hoog Agtb: nog ter kennisse te brengen, hoe dat men door particuliere berigten alhier is g'informeerd geworden, dat langs de Cust van Chormandel en op 't Eiland Ceilon, een swaar en allerhevigste oriaan zoude hebben en dat behalven andere schadens het rijst gewas op 't evengem: Eiland door dinundatie der zee zoude weezen vernield: des met de nevens gem: particuliere scheepen. eenige tarwe van hier naar derwaards zal werden afgescheept. hebben gewoed, waar door, behalven andere importante schadens die door de inondatie der zee is ver„ oorzaakt, en welke men egter niet zeker weet op te geeven, voor„ namentlijk het Ryst gewas op Ceilon ten eenemaal zoude weesen vermeld; welke tijdinge of schoon wel nadere Confirmatie verlijs„ „schende, wij egter van zo veel im„ „portantie hebben geconsidereerd, dat hetzelve ons heeft doen besluijten, om ten eersten met de hier vorengem vier park: scheepen dewelke zullen dienen tot transport der Meuronse troupes, zo veel tarwe naar Ceilon op de t voor„ cement tot het metzelwerk aan de fortificatien op de van daar verwagt werdende Eijsch af te scheepen, als wij van onzen tegenwoordigen geringen voorraad uit 's Comp: maguazijnen eenigzinds missen kunnen, en met gevoeglijkheid en die scheepen zal kunnen werden geborgen. — overgaanden Eysch van 31. Ten dienste en gebruik van het metzelwerk aan de fortificatien alhier, een quanti„ „teil van 100 vaten Cement beno„ „digd zijnde, neemen wij de vrij„ hedd de daar van geformeerde Eijsch Uwe wel Edele Hoog Agtb: in deesen aantebieden met onderdanig verzoek dat aan vertrek van 't Engelsch Convoij onder bevel van de heer Commandeur Philip van hier naar d' Indien en van het bezijden gem: Engelsch schip uit de L:t Helena baaij aan dezelve met d'eerste geleegent, „heid moge werden voldaan. 32. Het op den 13: October des voorleden Jaars uijt Europa hier ter Rheede g'arriveerde Engels Convoij, waar van bij onze hier voren te meermalen gerepte¬ laatste onderdanige van 2. Novem„ „ber advis gegeeven is; den 12: Novbr: van hier verder naar d' In¬ „dien voortgesteevend weezende, zullen wij hier bij nog pligt„ schuldig noteeren, dat het En„ „gelsch schip hetwelke volgens onze Eerbiedig advis van den 11:' sep„ tember d de gen zijnen en en aan „tember a„o pass=o in de S=t Helena „baaij was verscheenen, zig zedert dien tijd, af en aan de voorsz: baaij en zo men praesumeerd met de walvisch van gat opgehouden heeft: wel eens getragt hebbende met kleen vaartuig eenige man„ „schappen aan land te zenden, is zulks egter door ons militair Commando belet geworden, en heeft hetzelve eindelijk volgens bekomen rapport van den officier van dat Commando den Lieute„ „nant Frans Schumacher op den 8 der voorsz: maand Novbr: de meerm: baaij verlaten, zijnde na nog „derom een ander schip baaij aangekomen nog eenige dagen in 't gezigt derzelve te hebben gebleeven van daar in zee gestoken en vertrocken. zijnde naderhand we 33. Waar na volgens ingekomen diernatie en dezelve nader berigt van ged=e officier op den 6: Decb: daar aan wederom een ander schip meede d'Engelsche vlag voerende in de voorsz: St He„ lena baaij verscheenen is; van het welke daags daar aan, den Capitain en twee mattroosen met geweezen gewasend aan land ge„ komen zijn, en zig direct heb„ ben vervoegd bij voorn: officier van ons Commando, op welkers afvrage na d' intentie van hunl. aan Rum se na zedert ij de man, belet geworden is zig aldaar te voorsien aankomste, den Capitain hadde opgegeeven alleen gekomen te zijn om eenige ververssingen op te kopen: welk schip de Ierne„ pek genaamd en met 40 Coppen tot den walvisch vangst g' Equi„ „peerd; was gecommandeerd door den Cap:n . . . . Iok: En aan het welk egter meede heeft meerm: officier Schumacher van water en provisien aan ged:e Engelssen Capitain ge„ communiceerd onze ordres, dat aldaar geene ververssingen nog water konde bekomen, en bij aldie zig van 't een en ander wilde voor„ „zien, hij Capitain als dan de Tafelbaaij, ofte Baaij Stals hadde binnen omt zonder dat men egter tot nog toe nader berigt heeft ontfangen of dat schip zeedert vertrokken is dan wel zig daar omtrent nog ophoud. binnen te lopen: waar op dien Capitain betuigd had niet geweeten te hebben dat het aan vreemde natien ongeper„ „mitteerd was de S=t Nelenabaaij aan te doen, en aldaar aan land te mogen komen, en dat hij Cap:n nimmer bevorens aldaar geweest zijnde, zig direct wederom na boord begeeven, en met d' eerste be¬ „quaame geleegendheijd van daar vertrekken zoude, dan dat ged. e Capitain daar meede weijnig spoed had gemaakt, alzo het gem: schip bij de afzending van dit Rapport aldaar nog was leg„ „gende ad de die„ en Verleende permissie aan den Capitain Lieutenant van Balen om tot het verrigten zijn er affaires naar 't vaderland te vertrekken „gende, en nadien men sedert geen nader berigt dien aangaande. bekomen heeft, moet men dus vast stellen, dat 't voorm: Engeldes schip zig voor als nog af en aan de voorm: baaij zal ophouden. — § 134. Door den Capitain Lieutenant Militair ten deesen Casteele Ber„ „nardus Cornelis van Balen, aan ons bij Request verzoek gedaan zijnde om ter verzorging zijner zig in 't vaderland bevin„ „dende onmondige kinderen, en andere dringende famillie zaa„ „ken na derwaards te mogen vertrekken,
English
to depart, and that he might be favored on our part with letters of recommendation to Your Right Honorable Lordships, to the end that, after conducting his affairs, being inclined to return to this region, he might obtain from Your Right Honorable Lordships permission to do so in his aforementioned rank in the Honorable Company's service; we have on that account permitted the said Captain Lieutenant van Balen to sail across to the Netherlands with cessation of pay for the aforementioned purpose on the bearer of this, the private ship de Jonge Jacob, provided he behaves according to the charter-party entered into by the Company with the owners of that vessel; Your Right Honorable Lordships being respectfully requested, if it pleases Your Right Honorable Lordships, to cause him to return hither again in his rank. § 135. And as the said van Balen has always been of good conduct, and moreover in his respective services, which he has performed for about 12 years in the garrison here, has always given complete satisfaction; we therefore take the liberty very respectfully to request Your Right Honorable Lordships to take favorable regard of the aforementioned petition made by him to return hither in his same rank. Sergeant Jacob Phieleman having been appointed in his place as adjutant to the battalion, and as ensign. § 136. Furthermore, to fill the place of Adjutant in the Corps of the undersigned Colonel Gordon instead of the aforementioned Captain Lieutenant van Balen, there has been appointed as ensign and adjutant, subject to the honored further approval of Your Right Honorable Lordships, the sergeant Jacob Phieleman. The private secretary Kirsten having made a further request to obtain the rank and pay of junior merchant, and having been granted to send over his request in that regard to Your Right Honorable Lordships, we respectfully request Your Right Honorable Lordships to grant favorable regard to that request. 137. When by our humble letter of 23 December of the year 1785 Your Right Honorable Lordships were, among other things, dutifully informed of the appointment of the private secretary Johannes Fredrik Kirsten as pay transferrer, we subsequently, under date of the first of July of the year 1786, very respectfully submitted to the same that as to the said office of pay transferrer, the rank of junior merchant had been attached uninterruptedly for a great number of years past, we therefore on that account thought we might trust that Your Right Honorable Lordships would be pleased to look favorably upon the respectful request already made on his behalf for that purpose at his appointment as private secretary for the aforementioned rank of junior merchant, regarding which, however, some hesitation had arisen with Your Lordships at the time, and that it was therefore not considered necessary on his part to submit a new petition for that purpose. 138. The aforementioned pay transferrer Kirsten having since requested of us by petition that he might be granted permission to send over to Your Right Honorable Lordships among the Company's papers a further written request to obtain the rank and pay of junior merchant, we thought we could not refuse him this, and therefore granted him the transmission of that further petition to Your Right Honorable Lordships, with a respectful request that favorable regard may be given thereto. The exiles on Robben Island as well as the garrison there will be transferred hither for the adjacent reasons. § 139. We furthermore find ourselves obliged to bring to the knowledge of Your Right Honorable Lordships that, in view of the aforementioned steadily increasing uncertainty in which one currently finds oneself with regard to the durability of the peace, and because of the alarming concerns that have repeatedly arisen previously regarding the disadvantageous use that the enemy might make of the convicts on Robben Island and the very situation of that island, so long as no further security against this shall have been taken; we have on that account thought it best, after the necessary preparations have first been made here to properly watch and segregate the said convicts, to cause all of them, together with the guard placed over them on the aforementioned island, to be transferred hither. Forwarded packets brought by the ship de Paarl, of which the largest had been opened by the officers, but was resealed here. § 140. The officers of the previously mentioned ship de Paarl having also delivered here four packets addressed to Your Right Honorable Lordships, which were received by them at Ceylon, we therefore take the liberty to send these packets enclosed herewith in a separate small box; one of those packets, namely the largest, having been opened on the voyage by the said officers for reasons, as they stated, and out of fear that the enclosed papers would be eaten through and destroyed by the cockroaches that had already nested therein in great numbers; which packet was resealed here with a new envelope in the presence of the Captain of the aforementioned ship de Paarl, Cornelis in 't Anker,
Dutch transcription
vertrekken, en dat hij van onsent„ „wegen met voorschrijvens aan uwe wel Edele Hoog Agtb=rens mogte werden begunstigd, ten eijnde na het verrigten zijner affaires geneegen zijnde, na dit gewest weder te keeren zulx onder zijne voorm: qualiteit in dienst der EComp: van Uwe wel Edele Hoog Agtb: zoude mogen ob„ „tineeren; hebben wij over zulx aan ged:e Cap„n Lieutenant van Balen gepermitteerd, om met stilstand van gagie ten fine voorsz met brenger deeses het particulier schip de Jonge Jacob naar tgeen de. Engeldes aan tena nant Hoog agtb: eerbiedigst toe genoegen zynde wederom in zijn qua„ „liteit na herwaards te doen retourneeren naar Nederland over te varen, mits zig gedragende na de Cherte parthije door de Comp: met de Rhee„ „ders van dien bodem aangegaan: werdende uwe wel Edele 35. en nadien denzelven van verzogt, denzelven daar Balen altoos is geweest van een goed comportement, mitsg=s in zijne resp: diensten. dewelke omtrent 12 Jaaren in't guarnisoen alhier heeft gepresteerd, steeds volkomen genoegen heeft gegeeven; zo neemen wij de vrijheid Uwe wel Edele Hoog Agtb: zeer Eerbiedig te verzoeken, op het voorsz: door hem gedaan supplicq tot de te rug komst na herwaards in zijn zelfde qualiteit favorable zijnde in desselfs plaats tot adjuaant bij 't ba„ aangesteld den sergeant Iacob Shiebeman Kursten nader verzoek hebbende gedaan ter ob„ en gagie van ondercoop„ „man favorable Reguard te willen neemen: § 136. zijnde verders tot vervulling „taielon, en als vaandrig van de Adjudant plaats bij het Corps van den ondergeteek Collonal Gordon in steede van opgen: Capitains Lieutenant van Balen ter g'Eerde nadere approbatie Uwer wel Edele Hoog Agtb=rens aangesteld tot vaandrig en adju„ „dant den sergeant Iacob Phie, leman. - den geheimne schrijver 137. Bij onze onderdanige let„ „tenue van de qualiteit, teren van den 23: Decbr: des Jaars 1785. uwe wel Edele Hoog Agtb=rs onder en hoen : een in zijne men onder anderen meede pligtschul„ „dig kennisse gegeeven zijnde, d'aan„ stelling van den geheimschrijver Iohannes Fredrik Kirsten tot zoldij overdrager, hebben wij naderhand sub dato p=mo Iulij des Jaars 1786. hoogst dezelve Eerbiedigst voorgedragen, dat nadien aan 't ged:e ampt van zoldij overdrager, gedurende een menigte van Iaaren Eer„ „waards onafgebroken was geat„ „tacheerd geweest, de qualiteit van onderkoopman, wij dus uijt dien hoofde meenden te mogen ver„ „trouwen dat Uwe wel Edele Hoog agtb: over „cordeert zijnde deswegens request van uwe wel hade Hoog agtb:r te mogen oversenden agtb=s op het voor hem ten dien eijnde bij d'aanstellinge als ge„ „heimschrijver reeds gedaan Eer„ „biedig verzoek om de voorsz: qua„ „liteit van onderkoopman, dog waaromtrend bij hoogst dezelve des tijds eenige bedenkelijkheid was ontstaan, wel gunstig re„ „guard zoude gelieven te neemen, en dat derzalven niet nodig was geagt geworden van zijnens weegen daar toe opnieuw een supplicq te laten afgaan: en daar op aan hem geard 138: door voorm: zoldij overdrager Kirsten sedert aan ons bij Re„ quest verzoek gedaan zijnde, dat schul„ de Vaars 2 dezelve verzoeken wij hoogstde„ zelve Eerbiedigst favo„ „rabel reguard op dat verzoek te willen slaan dat aan hem mogte werden gea „cordeert een nader verzoek schri ter obtenue van de qualiteit en gagie van onderkoopman aan Uwe wel Edele Hoog Agtb=r onder 's Comp:s papieren te mogen overzenden, hebben wij gemeend zulx aan denzelven niet te kunnen weigeren, en derhalven d' overzending van dat nader Request aan Uwe wel Edele Hoog Agtb=res aan hem geaccor„ „deerd, met Eerbiedig verzoek, daar op favorabel Reguard mag werden geslagen: § 139. Wij vinden ons voorts nog verpligt, de bannelingen op 't robben Eiland zo wel als de bezetting aldaar zullen om de nevensgem: overgevoerd werden. verpligt ter kennisse van Uwe wel Edele Hoog Agtb:s te moeten brengen, reedenen na herwaards dat uit hoofde van de voorm: meer en meer toeneemende onzekerheid. waar in men thans ten aanzien van de duurzaamheid der vreede verseert, en om de voorheen te meer„ „malen opgekomene zorgelijke bedenkingen, over het nadeelig ge„ bruik dat door den vijand van de Banditen op 't Robben Eiland en de situatie zelve van dat Eiland zoude kunnen werden gemaakt, voor zo lange geene meerdere ver„ „zeekering daar tegen genomen zal zijn; wij over zulx best ge„ dogt a cha„ mag overgaande Pacquetten met het schip de Paarl aangebragt. „dagt hebben na dat voor af de nodige preparatien zullen zijn verzorgt, om de gem: Bauwelingen alhier wel te kunnen gade slaan en afzonderen, alle dezelve ne„ „vens de over hun ten voorsz: Ei„ hier „lande gestelde wagt, na herwaarde gawo te doen overvoeren. — §740. Door d' overheeden van het voorwaards gem: schip de Paarl alhier meede afgegeeven zijnde vier pacquetten aan Uwe wel Edele Hoog Agtb=r gesupperscribeerd, en door hun te Ceilon ontfangen, neemen wij oversulx de vrijheid deselve van dewelke het grootste door d' overleeden geo„ „pond geweest, dog al„ hier weder gesloten geworden is — rde dezelve pacquetten in een appart Casje besloten nevens dezen over„ „te zenden: zijnde eene dier pac„ „quetten en wel het grootste door gemelde overheeden op de Reijze geopend geworden, om reedenen, gelijk dezelve hebben opgegeeven, en met vreeze dat de ingeslotene papieren door de kakkerlakken die zig in groote menigte bereids daar in genesteld hadden, zouden werden doorvreeten en vernield; welk pacquet alhier in presentie van den Capitain van het opgem: schip de Paarl Cornelis in't Anker met een nieuw enveloppe wederom gesloten en n
English
Arrival here of Mr. de Souillac, former Governor-General of Mauritius. closed, and beside the Company's seal, was also sealed by the said captain himself. Section 141. We still have the honor to inform Your Right Honorable Worships that on the 2nd and 3rd of this month, the French royal ships la Pretieuse and l'Aurore appeared successively here in the roadstead. On the former, returning to France, is Mr. de Souillac, former Governor-General of Mauritius and the other French establishments in India, of the Sultan Tipu Sahib with their retinue. and on the other, two ambassadors from the Sultan Tipu Sahib to the Court of France, having a large retinue with them; And since the said Mr. de Souillac, after having been received ashore here in the usual manner with honor befitting his Honorable character, insisted that, because of the good effect which His Honor believed the aforementioned embassy held for the Dutch Company as well as for the French nation, the aforesaid persons, just as had also occurred at Isle de France, who were received here with that distinction corresponding to their high office might be received here with such distinction as corresponded to their high office, we believed we should not fail in this; wherefore the same persons were yesterday likewise fetched and received with all the honor and solemnities that we were able to provide to express high esteem for their prince, which we hope may be regarded as well done by Your Right Honorable Worships. Arrival of the outbound ship Dordwijk. Section 142. This having already been written off thus far, there arrived safely ashore here yesterday afternoon the ship Dortwijk, equipped by the Chamber of Rotterdam, with 3 deceased and 8 impotent. Wherewith concluding this, we commend Your Right Honorable Worships' precious persons, as well as the Honorable Company's weighty interests, to the protection of the Almighty, remaining with dutiful respect, Right Honorable, Valiant, Right Worshipful, Highly Wise, Prudent, Most Generous, and High-Commanding Lords, Your Right Honorable Worships' very humble, faithful, and obedient servants, C. J. van de Graaff M. T. Gordon F. le Sueur Thenius The 5th of January 1788. In the Castle of Good Hope. Postscript: The outbound chartered ship the Geertruijda having come to anchor under Dassen Island on the 30th of December last, today, the 5th of January aforesaid, in the afternoon, the junior merchant Oosterzee, assigned to that vessel, came over from there hither with the ship's boat, reporting that the said ship had departed from the Fatherland on the 8th of August past and had incurred 67 deaths en route; that another 74 men lay sick in their berths and the remaining crew was in a very weak and miserable state; which condition was principally attributed to the bad water; whereupon a country boat with 35 able seamen, as well as provided with water and refreshments, was immediately dispatched to the said ship to assist it in reaching this roadstead, from which we hope to experience the good effect upon the arising of a favorable north-westerly wind. Furthermore, while closing this, yesterday the 6th of January, the Company's outbound vessel the Schelden arrived safely here with 4 dead and 57 sick. No. 1. Duplicate. Read 28 April 1788. On the chartered vessel the Jonge Jacob. To the Right Honorable, Valiant, Right Worshipful, Highly Wise, Prudent, and Most Generous Lords, the Directors of the General Chartered United Netherlands East India Company at the Chamber of Middelburg. High-Commanding Lords, Under the date of 2 November last, we had the honor to write to Your Right Honorable Worships by the Dutch private ship the Onzekeren; which having subsequently departed from this roadstead to the Fatherland on the 10th thereof, there later appeared successively at this Government on the dates below the following ships dispatched by Your Right Honorable Worships, namely: 2 December: Oud Haarlem with 11 dead, 88 sick 4 December: de Vrouwe Johanna 8 December: de Drie Gebroeders 20 December: het Fortuin With which three ships there were again brought here a portion of the men belonging to the first battalion of Württemberg troops destined for this place; of which men, as well as those embarked on the previously arrived ship Josephus de Tweede, a total of 110 men, of whom 76 alone from the ship de Drie Gebroeders, have passed away during the voyage hither; thus the entire total of those men brought here has consisted of 674 men, both officers, non-commissioned officers, and private soldiers; and pursuant to the orders received, all necessary preparations are already being made to put the four aforementioned ships, Josephus de Tweede, de Vrouwe Johanna, de Drie Gebroeders, and 't Fortuin, in a condition to take aboard within a few days as many men of the Regiment de Meuron stationed here in garrison as can conveniently be placed on those ships, in order to be transported to Ceylon. The aforementioned ship Oud Haarlem having already received its dispatches yesterday and thus lying ready to sail for the further continuation of its voyage to Batavia, we furthermore find ourselves obliged, with respect to the private ship de Vrede chartered by Your Right Honorable Worships, to bring to their knowledge; that because the Ceylon return ship de Paerl on the 12th of November last very unexpectedly under Robben Island and
Dutch transcription
aankomst alhier van den heer de Iouillac. geweesen gouverneur generaal te Mauritius gesloten en nevens 's Comp:s Cachet met dat van ged=e Capitain, door hem zelve meede verzeguld ge„ „worden is. — § 141. Wij hebben nog d' Eer Uwe wel Edele Hoog Agtb=rens te berigten dat op den 2: en 3. deezer, succes„ „sivelijk hier ter rheede zijn ver„ scheenen de Fransche konings schee „pen la Pretieuse, en l'Aurore, op welk eerste na Frankrijk retourneerd, den Heer de Souilla geweesen Gouverneur Generaal van Mauritius en de verdere Fransche Etablissementen in Jnd van en Zai van den Sultan Tiboe zaib met hun gevolg. „ van twee Embassadeurs en op het andere, twee Ambassadeurs van den Sultan Tiboezaib na het Hof van Frankrijk, bij zig hebbende een groot gevolg; En dewijl gem: Heer de Louillas na op de gewone wijze met honneur aan zijn Ed.:e Caracter voegende hier aan Land te zijn ontfangen insteerde, dat om het goed effect welke zijn Ed:e meende dat voor de Hollandsche Maatschappij zo wel als voor de Fransche natie in de gemelde Ambassade ge„ „leegen was, de voorsz: Perzon „nen, even als te Isle de France meede was geschied, met die distinctie het dewelke met die dis„ „tinctie met hunne hooge Charge overeenkomende alhier gerevipieerd zijn distinctie alhier mogten werden gerecifieert, als met hunne hoog charge overeenkwam, hebben wij gemeend hier inne niet te mogen manqueeren, weshalve ook dezelve Perzonen gisteren insgelijks met al het honneur en de solemniteiten zijn afge„ „haald en ontfangen geworden, die wij hebben kunnen toebren„ „gen, om hoog achting voor hun vorst uit te drukken: het welk wij hoppen dat bij uwe wel Edele Hoog Achtb=rens als welgedaan mag werden beschouwt. — sijnde arrivement van 't uitko„ mend schip Dordwijk hoog § 142. Sijnde na dat deesen tot dus everre bereijds was afgeschreeven gisteren in de namiddag behouden alhier aangeland het bij de Camer Rotterdam g'Equipeerd schip Dortwijk met 3 overledenen en d impotenten. Waar meede deezen fineerende, beveelen wij Uwer wel Edele Hoog agtb= dierbare Per„ „zonen, zo wel als 's EComp: gewigtige belan„ „gen in de bescherminge des Alderhoogsten blijvende met schuldige Eerbied Wel Edele Erntfeste, Hoog Agtb: Hoog wijze, voorzie„ „nige zeer genereuse en Hoog Gebiedende Heeren: Uwer den den 5. e Jannuarij 1738. - In 't Casteel de Goede Hoog Uwer Wel Edele Hoog Agtb: zeer ootmoedige, getrouwe en Gehoorl: Dienar P: S: Het uitkomend ingehuurd C: J: Van de Graaff: „schip de Geertruijda op den 30: december laatstl: onder het Dassen Eiland ten anker gekomen zijnde is heeden den 5. Jannr voorm: in de namiddag, den op dien bodem bescheidene onderkoopman Oosterzee met de scheepsboot van daar herwaards M: T: Gordon. overgekomen, berigt geevende dat het gem: schip den 8:e aug=o pass:o uit het Patria was vertrokken en onder weeg 67 doden bekomen had; Dat nog 74. man ziek in de kooi lagen en die overige Equipagie zeer zwak en miserabel gesteld vas; welken toe„ „stand voornamentlijk wierd toege„ „schreeven aan het slegte water, zijnde daarop dadelijk een Lands„ „boot met 35 bekwame zeevarende, mitsg=s van water en ververschinge voorzien, na het gem: schip af„ gezonden, om hetzelve tot 't bereiken deezer Rheede behulpza te zijn, waar van wij hoppen bij het opkomen eener gunstige N. W:t wind het goed Effect te zullen mogen ondervinden- Sijnde voorts onder het sluijten deeser op gisteren den 6. Ianu: behouden alhier aangeland 's Comp:s uitkomende bodem de schelden met 4. daden 57. Dieken. - Oiberver F: Te Suuur „ Thenius „ ab Gouverne No 1. Duplicaat gelezen 28 April 1788. J het helbr ese de Jonge Jacob Gebiedende I: Heren. Wy hebben onder den 2' November laatstl d' Eere gehad aan uwe Wel Edele groot Agtb: te schryven met het holl. particulier schip den Onzekeren; het welk den 10=e daar aan van deze Rhede naar Nederland WelEdele, Erntfeste Groot Agtb:, wel wize Voorzienige en zeer Genereuse Heeren. Middelburg Patria. Bewindhebberen van de Generale Nederlandsche g'octroyeerde oost Indische Comp=e ter Kamer: Aan de WelEdele groot Agtb Heeren voort Coab. Gouwerne Voortgestevend wezende, zyn naderhand Successive op d' onderstaande datums aan dit Gouvernement verschenen, de vol„ gende by uwe WelEdele groot Agtb afge„ vaordigde schepen, als 2' decembr: oud Haarlem met 11 dooden 88 zieken _o de Vrouwe Johanna _o de drie Gebroeders 20 _o het Fortuin Met welke drie Schepen alhier wederom zyn aangebragt een gedeelte der Manschappe behoorende tot het eerste Bataillon Wur„ lembergse troupes voor deze plaats gedee„ =tineerd: van welke Manschappen zo wel als die op het bevorens g'arriveerd schip Josephus de Tweede zyn ingescheept ge 4: 8 n Jan zieken geweest, geduurende de herwaards reijze in 't geheel 110 Man, waar onder 76: alleen van 't schip de drie Gebroeders zyn komen t' overlyden: dus het geheel gelat dier Manschappen alhier aangebragt heeft bestaan in 674: man, zo officieren, Onder Officieren als gemeene soldaten: en werden ingevolge d'ontfangen Ordres bereids alle nodige preparatien ge¬ =maakt, om de vier op gem: schepene Iose„ phus de Tweede, de Vrouwe Johanna, de drie Gebroeders en 't Fortuin, in staat te stellen om binnen wijnige dagen te kunnen inneemen, zo veel manschap, per, van 't alhier guarnisoen houdend Regiment van Meuron, als bekwamelyk op tums aan vol„ afge„ anschappe t wel des„ Coad. Gouvern op die schepen sullen kunnen werden geplaatst, ten einde naar Ceilon te werden overgevoerd— Het voorwaards gem: schip Oud Haarlem op gisteren bereids desselfs depeche erlangd hebbende en dus zey lrhee leggende ter verdere voortsetting zyner Rkeyze naar Batavia, vinden wij ons voorts verpligt met opzigte tot het by uwe Wel Edele groot Agtb: ingehuurd part: Schip de vrede hoogst dezelve ter kennisse te moeten brengen; dat ver„ =mits het Ceilons retourschip de Paerl op den 12' November laatstl: zeer onverwagt onder 't Robben Eyland en
English
and subsequently appeared here in the roadstead, and that in such a damaged condition that, so far as could yet be ascertained, that vessel is not in a state to undertake the further voyage to the Netherlands and thus had to be discharged here, we therefore deemed it serviceable and necessary for the best interest of the Company; while the said ship de Vrede, having been loaded almost entirely for this Government, was then discharged and lay in readiness, with what little remained in it, pursuant to the charter party to continue the voyage further to Batavia, to make use of the aforementioned vessel de Vrede for the transport of the cargo of the aforementioned ship de Paerl; so that, the said cargo already having been transshipped into de Vrede, that vessel is ready to return therewith from here for the presiding Chamber of Amsterdam, to which the aforesaid cargo was consigned with the ship de Paerl, and we hope that our conduct and disposition in this regard may obtain your Right Noble and Right Honorable worships' esteemed approval: but since by the skipper of the aforementioned ship de Vrede, Thys Keetel, with respect to our aforesaid disposition to cause his vessel to return from here for the presiding Chamber with the cargo of the ship de Paerl, a written notarial protest has been delivered here against the said arrangements and his determined return, as well as against all damages, costs, and otherwise that he, his shipowners, or all other interested parties might come to suffer thereby, with all that further follows thereon: yet, having found ourselves in the unavoidable necessity of such an arrangement, through the lack of any other suitable shipping opportunity, being unable to make any change therein, by which we also have had to persevere therein, we merely take the liberty dutifully to give notice hereby to your Right Noble and Right Honorable worships of the aforesaid formality observed by skipper Keetel, under transmission of a copy of the deed of protest. The manifold and pressing matters, both in the dispatch of the bearer of this, the ship de Ionge Iacob, now lying ready to sail for the Fatherland, and of five outbound vessels simultaneously to Batavia, leaving no time at present to be able to give your Right Noble and Right Honorable worships a full and detailed report of all that with which we have been occupied here with relation to the Swiss Regiment de Meuron since the receipt of your esteemed last orders concerning the same, and thus, under your Right Noble and Right Honorable worships' esteemed kind indulgence, having to leave that postponed to a further opportunity, we cannot, however, refrain from reporting preliminarily in this that, since of the officers under the said Regiment de Meuron mentioned in your Right Noble and Right Honorable worships' missive of 29 March of the past year, Captain la Soetelle is currently in Europe, Captain Henrij has passed away, and Captain Sergeant had already obtained his discharge from the Regiment, therefore only to the Captains Sandolroi and de Bonstetten, in accordance with the intention and instruction of your Right Noble and Right Honorable worships, their high displeasure having been presented and at the same time brought before them the reasons for which they would have to request their discharge from the said Regiment, the said two Captains Sandolroi and Bonstetten having hereupon requested and obtained their aforesaid discharge, they have again been employed as such with the garrison here and taken into the service of the Honorable Company at the wage of 100 guilders per month, as they earned under the said Regiment, to serve provisionally in their mentioned capacities and command over the Company's troops, which are maintained here as a reserve for the Indies. Wherewith concluding this, we, after having commended your Right Noble and Right Honorable respected persons, as well as the weighty interests of the Honorable Company, to God's protection, remain with dutiful respect— Right Noble, Honorable, Right Worshipful, Right Wise, Prudent, Most Generous, and Commanding Lords, Your Right Noble and Right Honorable worships' humble and obedient servants, C: I: van de Graaff J: Thenius R: J: Gordon J: D: de Lisié O. G. de Wet In the Castle of Good Hope, the 2 January 1788. No 3 Cape of Good Hope. To the Honorable Cornelis Iacob van de Graaff, Governor and Director, Together with The Council. Honorable, Valiant, Prudent, Discreet. After that which was previously announced in our letter to your Honors dated 25 October past, taking this opportunity to bring before your Honors the result of the inquiry made by the Acting Advocate Fiscal, Mr. Gerlach Cornelis Iohannes van Massau, concerning the accusations brought in by your Honors to the charge of the person thereupon removed by your Honors from the outbound ship het Zeepaard and subsequently
Dutch transcription
19 en vervolgens hier ter Rheede is versche„ „nen, ende zulx in zodanige ontranppo„ „neerden toestand, dat zo verre zulx voor als nog heeft kunnen werden nagegaan, dien bodem niet in staat komt te weezen tot de verdere Reyzenaar Nederland en dus alhier hebbende moeten werden ontlost, wij derhalven voor het meest belang der Maatschappij dienstig en nood zakelyk hebben geoordeeld; terwijl het gede Schip de Vrede genoegsaam, geheel voor dit Gouvernement beladen geweest Zynde, toen ontlosten in gereedheid lag om mits het wynige dat daar in nog overgebleven was, ingevolge de Ekerte Parthye de reyze verder naar Batavia voort 4 dan 1 zeylshee linelend wrd 112 ver„ van Coas. Guvener voortdesellen, van meerm: bodem de Vrede gebruik te moeten maken, tot transport der lading van het meerm: schip de Paerl; des de ged:t lading bereide in de Vrede overgescheept geworden Synde, Ptaat dien bodem des daar mede van hier voor de praesidiale Camer Amsterdam, aan dewelke de voorsz: lading met het schip de pacl is geconsigneerd te retourneeren, en wij hopen dat onse gehoudene behan delinge en dispositie hier omtrend uwer WelEdele groot Agtb: g' Eerde approbatie zullen mogen erlangen: dan nadien door den Schipper van het meerm: Schip de vredt Thys Thys Keetel ten opzigte onzer voorsz dispositie om zyn onderhebbenden bodem met de lading van 't schip de Paerl weder van hier voor de praesidiale Camer te doen te rug keeren, alhier over, geleverd geworden is, een schriftelijk notarieel priotest, tegens de gem. schik„ kingen en sijn bepaald retour, mitsg=s tegen alle Schade, kosten als andersints dewelke hy zyne Rheders ofte alle andere geinteresseerdens daar door mogten komen te lyden, met het geene verder daar op volgt: dog men zig tot eene zodanige schikkinge in de onvermy„ delyjke noodzakelykheid gevonden, heb„ =bende door manquement aan eenige andere dem de in bereids den aan l de e Pacl han de gen. Thys Tit Coal Guvene andere bequame scheepsgelegendheid daar in geen vermindering konte maken, mits welke ook daar by hebben moeten blyven persevereeren, nemen wij eenelyk de vryheid uwe welEdele groot Agtb: van de voorn: door den schipper ketel geobserveerde formaliteit, onder overzending van Copia der acte van protest, pligtschuldig kennisse te geven by deesen- De menigvuldige en presante zaken, zo in d' Expeditie van brenger dezes het thans zeelvaardig leggend schiff de Ionge Iacob naar 't Patria, als van vyff uitkomende bodems te - vlinean 1n hebben ao 17 ont schipper l te gelyk naar Batavia, geen tijd over„ latende om voor Iegenwoordig aan uwe WelEdele groot Agtb: te kunnen doen een ampel en gedelailleerd berigt van al het geene waar mede wy sedert den ontfangst van hoogst derzelven ge- Eerde laatste aanschryvens betrekkelyk tot het Switsersche Regiment van Meuron alhier met relatie tot het zelve zyn geocu„ peert geweest en dus onder uwe wel Edele groot agtb: geEerde welduiding, zulx tot nadere gelegendheid uitgesteld moe„ =rende laten, kunnen wy egter niet afzijn als voorlofsig in deezen te berigten dat vermits van de Officieren onder het ged=e Regiment van Meuron by uwe wel Wink se te Coad. Gourern WelEdele groot Agtb: Missive van 29= Maart A=o p=s vermeld, den Cap=n la Poetela zig thans in Europa bevind, den lap= Henrij overleden, en den Cap Sergeant reeds zyn afscheid uit het Regiment had bekomen, dus alleen aan de Cap=n Sandolroi en de Bonstetten, conform d' Intentie en het voorschrift van uwe wel Edele groot Agtb: hoogst desel =ver ongenoegen voorgehouden en tevent onder het oog gebragt synde de redenen om welke zijl: hun ontolag uit het zelve Regiment zouden hebben te verzoeken de ged=e twee Cap=n Sandolroi en Bonstetten hier op derzelven voorm: Ontslag verzogt en verkregen hebbend we van 29 erg 1o Waar mede deezen fineerende, zul„ wederom als zodanig by het guarnisoen alhier g'Employjeert en in den dienst der EComp: aangenomen zyn, op de gagie van ƒ100 s'maands gelyk zy onder het ged:e Regiment hebben gewonnen gehad, om Provisioneel in hunne gemel„ de qualiteiten te fungeeren, en Commandeeren over s' Com„ pagnies troupes welke tot een Maguazyn voor d' Indiën alhier werden aangehou„ den len Soetelle eant ent form velienland en tevens nen eta veilkland we oorm: oad. Gouvern =len wij na uwe Wel Edele Groot Agtbare geachte Persoonen, zo wel als de gewigtige belan, gen der E Compagnie in Todes prolictie te heb„ ben bevolen, met schuldigen Eerbied blyven— WelEdele Erntfeste„ groot Agtb. wel wyze, voorzienige zeer gene, reuse en gebiedende Heeren uwe Int Casteel de goede koot den 2 Januari 1788. J Thenius R: I: Gordon. Uwer WelEdele groot agtb: onderdanige en gehoorz: dienaren C: S: vanden Graaff: uuwe J: D: Se Luir Oijberter wel h deg gen teste, wil ene; nde e Coas. Gourven No 3 Cabo de goede Hoop. Aan den Heer Cornelis Iacob van de Graan gouverneur en Directeur Nevens Den Raad Erentfeste, Manhafte, voorsienige, Discheen Na het gepreadverteerde bij onze Brief aan UwE in dato 25:' October pass:o deeze geleegenheid waarneemende om UwE onder het oog te brengen, den uitslag van het gedaan onderzoek, door den Pao: Interim Advocaat Fiscaal M:r Gerlach Cornelis Iohannes van Massau, nopens de bij UE ingebragte beschuldigingen, ten laste van den daar op, door uwE van 't uitkomend schip het zeepaard geligten en vervol„ gens
English
sent hither under arrest with the ship de Paarl, Captain Hendrik Swart, concerning whom a written report was served to our assembly on the 1st of April of the past year by the said Advocate Fiscal, with the submission of several documents, we have deliberated thereon, and taken into consideration, as so many points of particular reflection, That, as regards the validity of the aforementioned accusations, and particularly the harsh treatment of the crew and the excess in punishment charged against the said Swart, it is by no means evident in a sufficient manner from the depositions taken by Your Honour and the inquiry here, as Your Honour sought to demonstrate by your Resolution of the 23rd and Missive of the 19th of July past, of the truth of these accusations, since except for the punishing of the sailor Marten Axel and the soldier Johan Fredrik Roodthardt, no one of the entire crew, neither of those who were heard and questioned by Your Honour nor subsequently here, has given any specific statement of severe infliction of punishment or ill-treatment, and even by the commander of the soldiers of the aforementioned vessel, Johan Jacob Willem Baksman, although appearing as the principal accuser in his judicial account given at Your Honour’s Government under date of 21 June 1785, it is only stated in general terms that Captain Swart was of a sullen, harsh, and insolent nature, and that he had petty and slight faults punished most severely and excessively, whereof the case regarding the sailor Marten Axel is subsequently cited as proof: And since it was thus very far from the truth that these accusations could be sufficiently established from the inquiries taken on that side, it must also appear to us quite strange and questionable that, apart from the aforementioned Commander of the soldiers Baksman, the soldier Roodhardt, the chief surgeon Engelbert, the Corporals Oberleijtner and Cramp, the soldiers Freedrich Slot and Hauck, besides the ship's under-carpenter Sonderricke, no one of the entire crew, neither officers and ordinary seamen nor the further military men, was heard judicially, and only an informal account was provided by the surveyor I. G. I. van Hasselt and the junior merchant of Padekinge, since the aggravating and punishable aspects of the points of accusation appearing in those testimonies are contradicted in a freely acceptable manner by the unanimous testimony of virtually all the superior and deck officers, likewise a number of seafaring and military men, both in the statement informally given by them on the 17th of July 1785 in False Bay, and in the questioning administered to most of them here, as it is therein generally attested that the said Captain Swart had in every respect done his duty as becomes a worthy Captain, and also that his treatment of the ship's company was no other than that which takes place on Company's ships. Yet besides this, we have been able to understand even less why, when it appeared to Your Honour from the inquiries received, as this must necessarily have been evident, that the pro interim Fiscal Gabriel Exter had heard no one other than the aforementioned persons, and had neglected to do so both with respect to the officers and the other seamen, the same was not then ordered of him after all, since sufficient time was surely available for this, as those statements were already taken on the 20th and 21st of June, and the ship departed only about a month thereafter; for from a treatment like that which has now taken place, Your Honour could have had no ground to expect that it would be regarded as Your Honour explains in the aforementioned Missive of the 19th of July: namely, that the necessary information and the required statements concerning this had been gathered, and that the truth of the accusations brought forward appeared therefrom. It also merits reflection that we have not found upon what foundation it could have been said in Your Honour's aforementioned Resolution of the 13th of July that various re-examined and sworn documents had been delivered by the said pro interim Fiscal, since nothing else appears from those documents than that they were taken and sworn on one and the same day, so that no re-examination can have taken place after a proper lapse of time, although it has nonetheless been noted under some of those attestations as if such had occurred. This informal procedure is all the more prejudicial to the pretended credibility of those inquiries, because not only did the swearing thereof take place outside the presence of the accused Captain Swart, but that he was not questioned at all, neither judicially nor politically, nor was the least opportunity given to him for his defense, and Your Honour thus proceeded, upon the aforementioned entirely incomplete and informal statements of only a few of the ship's company, to the decision to dismiss him from the command of the ship 't Zeepaard, entrusted to him by the Gentlemen Masters, and to confer this command upon Lieutenant Christiaan Steur, passing over
Dutch transcription
gens met het schip de Paarl in arrest, herwaards gezonden Capitain Aen„ drik Swart, waar van ons door ge„ melden advocaat Giscaal, onder over„ legging van verscheiden stucken, ter onzer vergadering van den 1de April I. P. gediend is een schriftelijk Berigt zo hebben wij daar over gedelibereerd, en als zo veele poincten van bijzonder reflexien, in aanmerking genomen Dat, wat aanbelangd de gegrondheid der voorm: beschuldigingen, en wel in 't bijzonder van de, den gemelden swar ten laste gelegde harde behandeling der Equipage en het Exces in het straffen uit de bij uwE belegde verkla ringen, en 't onderzoek alhier geen„ zinte, gelijk uwE bij derzelver Re„ solutie van den 23. en Missive van den 19: Iuli pass=o zulx tragten te be„ „togen, van de waarheid deezer accutati op eene voldoende wijze consteerd, wa buiten het afstraffen van den Mattroos Marten Axel en den soldaat Johan Frederik Fredrik Roodthardt, niemand der gantsche Equipage zo wel die daar van bij uwe als naderhand hier zijn gehoord en ondervraagd, eenige speciale opgave van de Strenge Strafoeffening of mishandeling heeft gedaan, en zelfs door den commandeur der Soldaten van voornoemden bodem Johan Jacob willem Baksman, Schoon als de voornaamste aanklager te voren komende bij zijne onder dato 21. Junij 1785. ten UwE Gouvernemente Iustitieel gedaan relaas, alleen in generaale bewoordinge word opgegeeven, dat Capitain Swart, nore, Stuurs en brutaal van aard was, mitsgaders dat hij geringe en ligte fouten ten Strengsten en buiten maaten had doen straffen, waar van vervolgens het geval omtrend den mattroos Marten Axel ten bewijze word aangehaald: En vermits het er dus wel verre af is geweest dat van die beschuldiginge uit de a Costi belegde Enquesten vol„ doende heeft kunnen consteeren, zo heeft ons ook allezins vreemd en be„ „dunkelyk arrest Aen door ge¬ over igt ibereerd, zonder omen wel in den swart deling het la ge acu rd attroos Johan Frederik waar sat be¬ van heid Jri dankelijk moeten voorkomen, dat buiten den voormelden Commandeur der sol„ daten Baksman, de soldaat Rood, „hardt, de oppermeester Engelbert, de Corporaals Oberleijtner en Cramp, de soldaten Freedrich Slot en Hauck„ nevens den scheeps ondertimmerman sonderricke, niemand van de geheele Equipage zo min officieren en gemeene Leelieden als de verdere Militairen, Iustitieel is gehoord, en enkel door den Landmeeter I. G. I. van Hasselt, en den onderkoopman van Padekinge, een onderhands relaas is verleend, nadien het aggraveerende en strap„ schuldige van de bij die getuig schriften te voren komende poincten van accu„ „satiën, op eene vrije aanneemelijke wijze word wedersproken, door het eenparig getuigenis van genoegzaam alle de opper en Deksofficieren, item een aantal zeevarende en Militaire zo wel bij de verklaring door hun op den 17 Julij 1785. in de Baaij Fals, onderhands verleend verleend, als bij de ondervraging alhier aan de meeste derzelve gedaan, alzo daar bij in't generaal word g'attes„ „teerd, dat gemelde Capitain Swart in allen deele zijn pligt had gedaan als een braaf Capitain toekomt te doen, zo meede dat de behandeling van denzelven, omtrend het scheepsvolk geen ander is geweest dan die welke op Compagnies scheepen plaats heeft. Dan wij hebben buiten des nog te winder kunnen begrijpen, waarom toen UwE uit de ingekomene Enqueste bleek, zo als dit noodwendig heeft moeten consteeren dat den pro Interim Fiscaal Gabriel Exter, niemand an„ ders aan de voormelde Perzonen had gehoord, en zulks, zo wel ten opzigte van de officieren, als de verdere zee„ „lieden had nagelaten, het zelve toen niet als nog aan denzelven is geordonneerd, wijl daar toe dog ge„ „noegzame tijd voor handen is geweest, alzo die verklaringen bereede den 20 33 dat buiten der Sol„ Rood, bert Cramp Hauck man geheele gemeene tairen, door Hasselt dekinge leend, strap, schriften accu¬ lijke e item taire op den derlands verleend zaam t Gouverneur en 21: Iunij zyn belegd, en het schip eer circa een maand daar na is vertrokken want van eene behandeling gelijk die, welke nu heeft plaats gehad, heb„ „ben uwE met geen grond kunnen ver„ „wagten dat dezelve zoude worden beschouwd, gelijk uwE zig bij voor„ schreeven Missive van den 19 Iulij expliceeren: namentlijk dat de no Informatien en de vereischte verkla„ „ringen deswegen waren ingewonnen, en dat daar uit de waarheid der inge „bragte beschuldigingen bleek Het meriteerd daar bij ook zijne reflexie dat wij niet hebben gevonden, op welk fundament bij voormelde uwe Resolutie van den 13 Iulij heeft kunnen worden gezegd, dat door gem pro Interim &fiscaal waren overgege diversse gerecolleerde en beeedigde stukken, nadien dog uit die stukken niets anders blijkt, dan dat die op eene en dezelfde dag belegd en behed zijn, invoegen 'er geen Recollemen na behoorlijk tijds verloop kan hebbe plaats ƒ plaats gehad, hoewel het nogthans onder eenige dier Attesten dusdanig is bekend gesteld, als of zulx waare geschied Deeze informeele behandeling, is nog des te meerder prejudiciabel aan de gepretendeerde Drobaliteit dier Enquesten, om dat niet alleen de behedi„ ging derzelve is geschied buiten pre„ „sentie van den beschuldigden Capitain Swart, maar dat hij in 't geheel zo men Justitieel als politicq was verhoord, of aan hem de minste gelee„ genheid ter zijner verdeediging is ge„ „geeven, en UwE dus op de voorscheeven allezints onvolledige en informeele verklaringen van slegts eenige wijnige der schepelingen tot 't besluit zijn getreeden, om hem te ontzetten van het Commando op 't schip 't Zeepaard, door den Heeren Meesters aan den „zelven toevertrouwd, en dit Commando op te dragen aan den Lieutenant Christiaan Steur, met voorbijgang van schip eer rtrokken 9e had, heb„ en ver¬ den voor, Julij de not verkla wonnen der inge zijne vonden melde Julij heeft door gem overgege digde Stukken die op en beled ement hebbe plaats
English
of Captain Lieutenant Dirk Muller, who was stationed on this vessel, without any reasons having been given as to why an officer from another ship and of lower rank than the said Captain Lieutenant was preferred, which we therefore found all the more open to speculation because it is not evident that there was anything to criticize regarding the capacity and conduct of the said Captain Lieutenant. Far therefore from being able to be pleased with those arrangements, in accordance with the expectation expressed by Your Honour in the missive of the 19th, we have on the contrary by no means found in the transmitted documents those motives which rendered such arrangements necessary, since Your Honour's apprehension of faintheartedness or recalcitrance among the crew, as well as that good order and peace on board that vessel would be in danger if the said Captain Swart remained in command of it, was entirely without foundation, as is most convincingly evident from the declaration submitted to the commissioners in Galle Bay by the deck officers and sailors, along with several soldiers, wherein they jointly request that the said Captain Swart, as a faithful and capable seaman, might be left in command of his vessel; so that Your Honour could also have been convinced of the groundlessness of the aforementioned apprehension if Your Honour had caused both the superior officers and those of the deck and the common sailors to be heard and questioned regarding the conduct and treatment by the said Swart, and had Your Honour not likewise contented yourself with the private declarations of the surveyor van Hasselt and junior merchant van Iddekinge, for at a judicial hearing it would at least have become apparent regarding the latter that the accusations brought in by him entered into his declaration against his intention and solely at the instigation of the said van Hasselt, and that this van Hasselt, having been entirely disaffected toward the said Swart, therefore most strongly urged him, Iddekinge, to present that paper in this manner. As we therefore have well-founded reasons to disapprove of Your Honour's imprudent conduct in this matter, we have likewise found no further foundation for Your Honour's decision—concerning the said Captain Swart, regarding whom it was first disposed that he would cross over out of service on the ship de Paarl—subsequently to have him placed under close military arrest and to keep him therein until the departure of the said vessel, for the accusation that he was supposedly disobedient to Your Honour's orders and supposedly incited the crew of his vessel to mutiny cannot in any way be proven from what was alleged by Your Honour, namely that he, Swart, had thought fit to be present at the installation into command on his vessel of the commander Christiaan Stuur and had called out to the crew there in substance: "Men! Have I ever mistreated you, have I not given you everything that is due to you, and do you know anything further to say against me?" since he was not ordered by the commissioners who executed that commission to keep himself withdrawn, but was left the choice whether he wished to do so, yes or no, and they, upon his intimation that he would be present there, did not oppose it, as they could have done by a positive declaration, nor can calling out to his subordinate crew members whether they had anything against him be construed to contain anything that resembles incitement to mutiny, in which all the less grievance to the charge of the said Swart is found, because he—however much Your Honour attempts to maintain the contrary by letter of the 19th of July—by having his command taken away, being removed from his vessel, and having the same assigned to another, was indeed condemned without a hearing or defense, and that on the complaint of only a few of his crew members, while all the others gave the best testimony of him, without this being able to effect the least in his favor or any change in that disposition so disadvantageous to him. And since it must therefore have been extremely hard both for the said Captain Swart and for the combined superior and deck officers—for the former, that in spite of so many testimonies in his favor he nevertheless had to undergo such treatment, and for the others, that they had to lose him as captain on account of accusations which they held to be untrue, and that more regard was paid to those accusations than to their attestations, as well as that the commander of the soldiers, who had been placed under arrest by the ship's council
Dutch transcription
van den op deezen bodem bescheiden Capitain Lieutenant Dirk Muller zonder dat 'er eenige reedenen zijn ge„ geeven, waarom Een officier van een ander schip en van minder qualiteit dan gemelde Capitain Lieutenant is voorge„ „trocken, en het geen wij derhalven van des te meerder speculatie hebben ge¬ vonden, om dat niet Consteerd, dat 'er op de Cappaciteit en Conduite van gem: Capitain Lieutenant iete te zeggen viel. - wel verre derhalven dat wij, ingevolg de door UwE bij Missive van den 19 s te kennen gegeeven verwagting, die schikkingen ons zouden hebben kunne laten welgevallen, hebben wij ter contrarie in de overgezondene stukke geenzins die moliven ontmoet, wel zodanige schikkingen hebben noodzo „kelyk gemaakt, alzo uwE bedugtin voor kleinmoedig of weerbarstighe onder het volk, zo meede dat de goed ordre en rust aan boord van dien bode in in gevaar zoude zijn, in dien gemelde Capitain Swart op dezelve in Commanda bleef geheel en al zonder grond is geweest, gelijk op het overtuigenst consteert, uit de verklaring door de Deke officieren en zeevarende, beneevens verscheidene Militairen in de Baaij Gals, aan de gecommitteerde overgegeeven, alzo zij gezamentlijk daar bij verzoeken, dat gem: Capitain zwart, als een getrouw en kundig Zeeman, op zijn Bodem in Commando mogt worden gelaten, invoegen Uw E. ook van de ongegrond„ heid der voorm: bedagtiging, zouden hebben kunnen werden overtuigd, in„ dien UwE zo wel de opper officieren, als die van het Dek en de gemeene zeevarende, nopens het gedrag en de behandeling van gemelden swart, hadden doen horen en ondervragen, en UwE zeg meede niet hadden gecontenteert, met de onderhandse verklaringen van den Landmeeter van Hasselt en onder„ koopman van Iddekinge, want bij een Iustitieel verhoor zouden ten minsten omtrend den laatstgenoemden gebleeken heiden Muller zijn ge„ een eit dat voorge„ en van ben ge„ dat 'er gem: Zeggen ingevolg den 19 Ju die kunn #ij Stukken nood zo dugt stighe de ien in bode d welk ter Cab. Gouver gebleeken zijn, dat de door hem ingebrag „te beschuldigingen, tegen zyn intentie en alleen op instigatie van den gemelden van Hasselt, bij zyne verklaring zyn ingevloeid, en dat deeze van Hasselt gemelde swart ten eenemaal ongeneegen geweest zijnde, daarom hem Iddeking ten sterksten heeft aangeset, om dat papier aldus te presenteeren. - Daar wij dus gegronde reedenen hebben, om uwE onvoorzigtig gedragten deezen afte keuren, zo hebben wij ook geen meerdere fundament gevonden voor UwE besluit om gemelden Capitain Swart, nopens welke eerst gedispineerd wis, dat denzelven met het schip de Paarl, buiten dienst zoude overgaan naderhand te doen neemen in nauw Militaire Arrest en daar in te doen verblijven tot op het vertrek van gemelde Bodem, want de beschuldiging, als op denzelven aan de orders van UE onge„ hoorzaam zoude zijn geweest, en de scheepelingen van zijn bodem tot Muij„ terij zoude hebben opgehitst, is geen„ zints te bewijzen uit het geallegueerd door door UE, dat hij swart had goedgevonden present te zijn bij het in Commando stellen op zijn bodem, van den gezaghebber Christiaan Stuur en 't volk aldaar in substantie had toegeroepen. „mannen! heb ik ulieden ooit mis„ „handeld, heb ik u niet alles gegeeven „dat u toekomt, en weet gij lieden ook verders iets op mij te zeggen. nadien hem door de gecommitteerdens, welke die commissie uitvoerden, niet was gelast, zig geretireerd te moeten houden, maar dan zijne keuse was gelaten, of hij zulx wilde doen, Ja dan neen, en deede, op zijnen te kennen gave, dat hij daar bij zoude present zijn, zig daar tegen niet hebben verset, gelijk zij door eene stellinge verklaring hadden kunnen doen, en 'er ook in 't toeroepen aan zyne ondergestelde scheepelingen, of zij iets ten zynen lasten hadden, niet gesteld kan worden, iets te resideeren, dat na op„ hitzing tot muiterij gelijkt, en waar in des te minder eenig bezwaar, tot lasten van gem: swart geleegen is, om dat hij, hoe zeer ook UE bij brief van den 19 Julij het contrarie tragten te beweeren, door ingebrag intentie gemelden zyn Hasselt geneegen dekinge dat nen dragten den Capitai pieert aan a te doen als op ƒ geen door Muij de ge„ melde de ook Gouvern Kerest 5 Jan. door het ontneemen van zijn Commande„ het verwijderen van zijn bodem en het op„ dragen derzelve aan een anderen, wel degelijk veroordeeld was, zonder verhoor of defensie, en zulks op de aanklagte van slegts eenige wijnige zijner schee„ pelingen, terwijl de overige alle het beste getuigenis van hem gaven, zonder dat dit iets het minste in zijn faveur, of eenige verandering in die voor hem zo nadeelige dispositie heeft kunnen te weegebrengen. — En dewijl het dus zo wel voor gemelden Capitain Swart, als voor de gezamentlijke opper=en daksoffitieren, ten uttersten hard heeft moeten vallen, voor den eersten dat hij in weerwit van zo veele getuigenissen in zijn voordeel„ egter eene dusdanige behandeling moest ondergaan, en voor de andere, dat zij hem als Capitain moesten missen, uit hoofde van beschuldiginge, die zij hielden onwaar te weezen, en dat 'er dens op die accusatien meerder reguard wierd geslagen, dan op hunne attesten, zo meede; dat den door den scheeps raad in arrest gestelden Commandeur der Soldaten
English
soldiers was admitted to make these accusations, without his having first been released from that arrest after a proper investigation, it has appeared to us that it must also be primarily attributed to this that the said officers did not remain within those bounds of respect and modesty that are consistent with their duty, and thereby gave occasion for their demonstrated zeal for the cause of their Captain, whom they believed was being wronged, to be viewed by Your Excellency in such an unfavorable light that they were therefore sent hither out of service on another ship, partly under arrest and partly in irons. For although it is thus most clearly evident that the accusations brought against the said Captain Swart are almost entirely devoid of foundation, or at least by far not of such weight and fully proven as would have been absolutely necessary in order to proceed thereupon to such a measure as Your Excellency took in his regard, and whereby he is thus appreciably prejudiced and wronged; and that also the punishment inflicted upon the sailor Marten Axiel can by no means be considered too rigorous, considering what detrimental consequences it might have had if his example had served for others to follow, to withdraw themselves from shipboard duty in case of need and danger, which is thus by no means to be considered a minor and slight fault, as it is presented in the deposition or accusations of the Commander of the soldiers Bakman, notwithstanding that the death of the said sailor, according to the statement of the chief surgeon, is attributed to various incidental occurrences; likewise that the excess which the said Commander of the soldiers and the other accusers believed resided in the punishment of the soldier Johan Fredrik Roodhart must for the greatest part be attributed to the step taken by the said Commander of the soldiers—which was entirely contrary to proper subordination and punishable in the highest degree—to countermand the Captain in the midst of this execution of punishment and to order the corporals to stop beating, although nevertheless this excess can have been of no importance, since it was expressly stated by the chief surgeon Engelberts in his deposition given under oath at your government that the said soldier Roodhart was ordered to perform his duty immediately after receiving the punishment. Yet we have also understood that Captain Swart is nevertheless not entirely blameless in this, in that he ordered the punishment of the aforementioned sailor Marten Axiel without convening the ship's council, because this was highly necessary in such a case in order to determine a punishment that could serve as a sufficient example to others; and that he had the soldier Roodhart punished without previously investigating properly to what extent he, or rather the sailor Beekman, was guilty, since that punishment took place solely upon the report of the chief surgeon, namely that the said soldier had struck a hole in the head of the said sailor, while the deposition given over there by the said chief surgeon confirms that this had been reported to him by the under-surgeon; and it would in any case have been equitable not to leave the frequently mentioned sailor entirely unpunished, since he had insulted the soldier by striking him in the face with a swab; and that thus Captain Swart cannot be declared entirely free of imprudence, and would therefore also have deserved some correction, but by no means to such a degree as to suspend him and keep him suspended from the command of his vessel for so long, as well as exposing him to the detrimental consequences that usually accompany this. It is therefore on the foundation of all the aforementioned reasons and motives that we have by no means been able to approve the resolution taken by Your Excellency to remove the said Captain Hendrik Swart from the command of the ship 't Zeepaard, entrusted to him by the Lords Masters, upon the accusations brought against him by a few of the crew—which were as little weighty as they were proven—without a prior hearing of him and the other officers and lower-ranking seafarers, and to send him hither out of service on the ship de Paarl after a prior strict military arrest. Wherefore we then also most earnestly recommend Your Excellency in the future not to proceed on such loose grounds and without proper investigation to such ever-detrimental measures, and especially not to remove any Captains from the command of their vessels except for lawful and weighty reasons.
Dutch transcription
ander„ het op„ soldaten tot het doen deeser besuldigin„ „gen wierd geadmitteerd, zonder dat hij alvorens, na een behoorlik onderzoek uit dat arrest was ontslagen, zo is het ons voorgekomen, dat ook hier aan voornamentlijk moet worden geaet, „tribueert, dat gemelde officieren niet gebleeven zijn binnen die palen van 6 Eerbied en bescheidendheid, welke met hunnen pligt overeenkomstig zijn, en daar door gelegendheid hebben gegeeven dat hunne betoonde ijver voor de zaak van hunne Capitain, die zij meenden, dat verongelijkt wierd, door UE in zo een nadelig legt is beschouwt, dat zij daar om gedeeltelijk in arrest en ge„ deeltelyk in de Boeijen, met een ander schip buiten dienst na herwaards ge„ zouden zijn. — Dan of schoon het dus ten klaar„ sten consteerd, dat de beschuldigingen tot lasten van gem: Capitain Swart, genoegzaam ten eenemaal van funda„ „ment ontbloot, ten minsten op verre na niet van dat gewigt, en ze volledig beweesen en wel verhoor klagte Schee„ het beste dat dit of eenige deelige brengen- voor voor de ieren, vallen, van voordeel„ at zij zij r uard ten, raad 4 d moest Caab. Gouverneur apar beweesen zijn als volstrekt nodig was geweest, om daar op te treeden tot eene dis„ danige dispositie, als UE ten zijnen opzigt hebben genomen, en waar door hij dus aan„ neemelijk is geprejudicieert en verongelijks„ en dat ook de straffe, welke aan den mattroos Marten Axiel is toegepast, in geenendeele als te rigoureus kan werden aangemerkt, bij overweeging, van welke nadeelige gevol„ „gen het had kunnen zijn, wanneer zijn voorbeeld andere ten navolging had ge„ „diend, om zig in Cas van Nood en gevaar„ aan den scheeps dienst te onttrecken, en het welk dus geenzints, als een ge„ „ringe en ligte fout te considereeren zij gelijk het bij de verklaring of aanklagten van den Commandeur der Soldaten Bak„ „man, daar voor word opgegeeven, ongragt dat het overlijden van gemelten matt=s, volgens de verklaring van den oppermeester aan verscheide bijgekomene toevallen word geattribueerd, zo meede dat het Exces„ het welk gem: Commandeur der soldaten en de andere aanklagers hebben gemeend, in de afstraffing van den Soldaat Johan Fredrik Roodhart te resideeren, voor„ voor het grootste gedeelte moet werden toegeschreeven, aan de met eene behoorlijke subordinatie, allezints strijdige en ten hoogsten strafbare demarche aan gemelde Commandeur der soldaten, om te midden deeser strafoeffening, den Capitain te con„ „tramandeeren, en aan de Corporaals te beveelen met het slaan op te houden, hoewel nogthans dit Extes van geen belang kan zijn geweest alzo door den opperchirurgijn Engelberts bij zijne ten uwen gouvernement onder Eede verleende verklaring, wel Ex„ presselijk werd gezegd, dat gem: soldaat Rovdhart, direct na het ontfangen der straffe geordonneert was geworden, zyn dienst te presteeren. zo hebben wij egter tevens ook begreepen, dat den Capitain Swart met dit alhhier in nog thans niet te verschuldigen is, dat hij het afstraffen van vorengewaagden aattroos Marten Astel bevolen heeft, zonder het beleggen van den scheeps raad, om dat dit in de zodanig geval, ten hoogsten noodzakelijk was, tot het bepalen van een straffe, die tot een genoegzaam voor„ „beeld voor anderen konde strekken, en dat hij den soldaat Roodhart heeft Caab. Gouverneur apart Secrest 5 Jan. 1788. heeft doen straffen, zonder voor af be„ hoorlijk te onderzoeken, in hoe verre hij, of wel den matt=s Beekman schul„ „dig was, nademaal die afstraffing eene„ lijk is geschied, op het Rapport van den oppermeester, dat namelijk dien sold=t gem: Mattroos een gat in het hoofd heeft ut geslagen, terwijl de a Costij gegeevene verklaring van den genoemden opper„ meester Consteerd; dat zulks aan hem door den ondermeester was gerapporteerd en het in allen gevalle billijk ware geweest, den meergem: mattroos niet ten eenemaale ongestraft te laten, wijl hij den sold:t beledigd had, door hem met een swabber in 't aangezigt te slaan, en dat dus den Capitain swart Juist niet ten eenemaalen vrij te kennen is van onvoorzegtigheid, dienthalven meede eenige Correctel zoude hebben gemeriteerd, dog in geenen deele in dien graad, om hem dus lange buiten dienst in Commando van zijn bodem te stellen en te laten blijven, mitsg=s te Exponeeren aan de nadeelige gevolgen, die die daar meede gewoonlijk verzelt gaan Het is dus op fundament van alle de voorsz: reedenen en moliven, dat wij in geenen deele hebben kunnen approbeeren, het door UE genomen be„ sluit, om gem: Capitain Hendrik Swart op de Jeegens hem ingebragte, zo min gewigtige als beweesene beschul„ digingen van eenige weinige der schee„ pelingen, zonder voorgaand verhoor van hem en de verder officieren en mindere zeevarende, te ontsetten van het door de Heeren Meesters aan hem toevertrouwde Commando op 't schip 'T Zeepaard, en hem naar een voorgaand Strikt Militair a trast, buiten dienst met het schip de Paarl herwaards te zenden, waarom wij dan ook UE ten ergsten recommandeeren; in den aanstaande op geene zo losse gronden, en zonder behoorlijke onderzoek tot der „gelijke altoos nadeelige dispositien overte gaan, en voornamentlijk geene Capitainen van het Commando op hunne bodems te ontzetten, als om wettige en gewigtige reedenen. - daar bij UE gelostende den Pro Interim Fiscaal eerd niet 1708
English
Fiscal Gabriel Exter in the most earnest manner, on account of the nonchalance, if not negligent execution of the said office in this matter, by holding inquiries that were entirely informal and of no legal use whatsoever, for which we have sentenced him by way of correction to compensate the Company for the monthly pay of the said Captain Swart, Lieutenant van den Bogaart, Boatswain van Osch, and Boatswain's Mate Goegel, from the day that they were removed by Your Honour from the ship 'T Zeepaard until the 18th of April last, when we reinstated them, amounting together to ƒ1245. 10. 10 in wages, for the collection of which Your Honour must therefore arrange, as that sum will be charged to Your Honour's government in the accounting. While we have acquitted the aforementioned Sea Captain Hendrik Swart from the charges laid against him so far as this is concerned, and reinstated him in the command he held on the ship 't Zeepaard upon the return of that vessel from Banda, and have allowed his wages to continue without interruption, however under a stern recommendation henceforth not to punish such offenses without first consulting and convening the ship's council on the matter. In the same manner we have, as has already been mentioned, in so far as necessary also reinstated the Sea Lieutenant Paulus van den Bogaard, the Boatswain Gerrit van Osch, and the Boatswain's Mate Hendrik Gaggee, likewise with the continuation of wages; further, the Commander of the soldiers of the said ship 't Zeepaard, Iohan Iacob Willem Baksman, on account of his having openly countermanded the orders of Captain Swart on the occasion of the punishment carried out on the soldier Iohan Fredrik Roodhart, and the bringing forward of a multitude of charges as groundless as they were exaggerated, has been demoted by way of correction to Corporal, with a reduction of wages to ƒ14 per month. As well as having expressed our displeasure to the Junior Merchant Anne Willem Carolinus van Iddekinge over his incautious conduct in giving a statement that partly exceeded the truth and was partly drawn up with considerable exaggeration. Cape. Governor apart Secret 5 Jan. 1788. And lastly, the decision regarding the conduct of the surveyor J. G. I. van Hasselt, who also departed from the Netherlands on that vessel but initially remained over there, has been postponed until his arrival and the further investigation to be conducted here. For the rest, sending Your Honour alongside this a copy of the report and appendices submitted to us by the Advocate Fiscal, to serve for Your Honour's further instruction on how similar cases are to be treated in the future. We remain herewith, after greetings, underneath: Your Good Friends was signed: W. A. Alting, A: Moens, D. J: Smith, A. V. Stockum, A: Boesses: B. v. Pleures. in the margin: Batavia in the Castle, the 5th of May 1786. Agrees expressed. Wrdrak Ey Clercq E Governor apart Secret 5 Jan. 1788. the 9th of November 1786 To His Honour the Right Honourable and Highly Esteemed Lord Mr. Willem Arnold Altingh, Governor-General, together with the Honourable and Valiant Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable and Highly Esteemed Lord and Honourable and Valiant Lords! It pleased Your Honours, by your most revered resolution of the 26th of September of the past year, to cause extracts to be delivered to the undersigned from the letters of the Cape Ministers of the 19th and 24th of July prior, concerning what was reported therein regarding Captain Hendrik Swart of the ship 't Zeepaard, sent hither by them on the ship de Paarl, together with copies of all documents received therewith to his charge, in order to examine the same, and furthermore to submit a report. The undersigned would have long Cape. Governor apart Secret 5 Jan. 1788. long ago complied with that most respected order, had it not appeared to him upon taking up those matters that the Cape ministry not only gave notice of its conduct regarding the aforesaid Captain Swart, but also regarding Lieutenant Paulus van den Bogaard and Boatswain Gerrit van Os and Boatswain's Mate Gerrit Goggel, who had been placed on the ship 't Huijs te Spijk and were shortly to be sent hither on the same. And the undersigned was thereby led to believe that these cases were so closely intertwined that the one could not well be settled without the other. However, the disastrous voyage of that vessel caused the said three persons, after having put to sea with it, to return once more to Africa's corner, and they could not arrive here earlier than with the last Company ships that arrived here. Which arrival has finally enabled the undersigned to be able to accomplish the task assigned to him. Wherefore he now has the honour to bring to the attention of Your Honours that it has appeared to him upon examination of the charges against Captain Swart that these would have consisted of: 1st) harsh treatment of the crew, 2nd) excess in punishing, and 3rd) disobedience to the orders of the Cape Government and instigating the seamen to mutiny. Yet before addressing the points of accusation themselves, the undersigned finds himself obliged to inform Your Honours regarding the form of the inquiries held at the Cape. That in the letter dated 19 July 1785, among other things, it is stated: "we find ourselves obliged to bring to the notice of Your Honours that, when upon the arrival here of the ship 't Zeepaard various complaints and charges were brought forward against Captain Hendrik Swart commanding on that vessel, concerning his conduct and mistreatment of Cape. Governor apart Secret 5 Jan. 1788.
Dutch transcription
„„scaal Gabriel Exter ten ernstigsten te reprocheeren, wegens de nonchalantie zo niet vaatijdige waarneeming van gemeld antt in deesen, door het beleggen van Enquesten, ten eenemaal informeel en in regten van geene het minste nut, waar over wij hem bij weege van Correctie hebben verweesen, in de vergoeding aan de Comp: van de maandgelden van gemelde Capitain Swart, Lieutenant van den Bo„ gaart, Bootsman van Osih en Schieman Goegel, zedert den dag, dat dezelve bij UE van 't schip 'T Zeepaard zyn geligt, tot den 18. April Jongstl: dat wij haar her steld hebben, te zamen bedragende ƒ1245. 10. 10: soldij geld, voor welker in Castelling door UE dus moet worden gezorgd, wijl die som UE gouvernementen bij aanree„ kening zal worden ten lasten gebragt. — Terwijl wij den meergem: Capitain ter zee Hendrik Swart, van de hem ten lasten gelegde beschuldigingen voor zo verre hebben vrij gekend en weder gesteld in het gehad hebbend Commando op het schip 't zeepaard, bij te rug komst van dien Bodem van Banda, en zijne gage, zonder interruptie laten Cours houden, egter onder eene ernstige recommandatie, om om voortaan dergelijke delicten niet aftestraffen, zonder alvorens daar over den scheeps raad te erkennen en te beleggen. — Inselver voegen hebben wij, zo als reeds gewaagd is, voorzo veel des noods meede hersteld den Lieutenant ter Lee Paulus van den Bogaard den Bootsman Gerrit van Osch en den Schieman Hendrik Gaggee insgelijks met courshouding van gagil: voorts den Commandeur der soldaten van het gem: schip 't Zeepaard Iohan Iacob Willem Baksman, wegens het door hem gedaan opentlijk contraman„ deeren der ordres van den Capitain swart, bij gelegendheid der gehoudene strafoeffening omtrend den soldaat Iohan Fredrik Roodhart, en het in„ brengen van een menigte zo ongegronde, als gepaggereerde accusatien, bij weegen van Correctie gedegradeert tot Corporaal met te rug schrijving van gagie tot ƒ14. ter maand. mitsgaders den onderkoopman Anne Willem Carolinus van Iddekinge, over zijn onvoorzigtig gedrag, in het geeven van eene, ten deele de waarheid te buiten gaande en ten deele met merkelijke Exaggeratie ingerigte verklaring, ons ongenoegen betuigd Caab. Gouverneur apart Secrest 5 Jan. 1788. En laastelijk de dispositie om trend het gedrag van den meede net dien Bodem uit Nederland vertrocken dog voor eerst a Costij verbleeven Land, meeter J. G. I. van Hasselt uitgesteld tot desselfs overkomst en het als aan te doen nader onderzoek alhier — voor 't overige UE bezeijden deese latende toekomen Copia van het berigt en bijlagen, door den advocaat Fiscaal aan ons gedient, om te strekken tot UE meerder onderrigting; hoedanig zoortgelijke gevallen in den Lan„ staande te behandelen. - Blijven wij hier meede na groete /:onderstond:/ Ue Goede Vrienden /:was geteekend/ W. A. Alting, A: Moens, D. J: Smith A. V. Stockum, A: Boesses: B. v. Pleures. . /:in margine:/ Batavia in 't Casteel den 5 maij 1786. Accordeert— betuigd. - Wrdrak Ey Clercq E Gouverneur apart Secrest 5 Jan. 1788. den 9 bar 1720 Aan zijn Edelheijd den Hoog Edele Groot Agtb: Heere Mr. Willem Arnold Altingh, Gouverneur Gene„ raal, benevens de Wel Edele Gestr: Heeren Ra„ „den van Nederl: India Hoog Edele Groot Agtb: heer en WelEdele Gestr: Heeren! Het behaagde uw Hoog Edelhee„ „dens bij hoogst derselver gevenereert besluit van den 26. Septbr. des afgeloo„ „penen Iaars, aan den ondergeteek: te laten afgeeven, Extracten uit de brieven van de Caalse Ministers van den 19. e en 24.:' Julij te voren wegens het daarbij vermelden omtrend den door deselve met het schip de Paarl her¬ „waards opgezondenen Capitn van't schip 't Zeepaard; Hendrik Swart benevens Copias van alle de daarbij overgekomene stucken ten zijnen laste, ten einde deselve t'exami¬ neeren, en voorts te dienen van be regt. — De ondergeteek: soude reeds lange Caab. Gouverneur apart Secrest 5 Jan. 1788. lange aan die hoogst gerespecteerde Ord hebben voldaan, was hem niet bij sumptie dier zaken voorgekomen dat het Caabsche ministerie niet al leen kennis gaf van desselfs gehoud gedrag omtrend voorsz. Capn. Swart maar ook omtrend den Lieut. Paulus van den Bogaard en Bootsman Gerrit van Os en Schieman Gerrit Goggel- welke op 't schip 't huijs te spijk geplaatst waren, en met 't selve bin nen kort herwaards souden worden overgesonden. — En de ondergeteek: hierdoor in een gevoelen gebragt, dat deese zak sodanig aan malkanderen geen cla veert waren, dat de niet wel sonder de andere soude kunnen worden afgedaan. Dan de rampspoedige reise van dien bodem heeft veroorsaakt, dat de gem: drie persoonen na met denselven in zee gestoken te zijn wederom na Africas uithoek hebben moeten retourneeren, en niet eerder dan met de laatste al„ „hier gearriveerde Comp. s scheepen kunnen overkomen. Welker arrivement den onderget: eindelijk in staat gesteld heeft van de hem opgedragene Last te kunnen kunnen volbrengen Weshalven hij tans d' Eer heeft onder 't oog van uwe Hoog Edelheedens te brengen, dat het hem bij Examina¬ „tie der beschuldigingen ten lasten van Capn Swart is gebleeken dat die zouden hebben bestaan 1. o) in een harde behandeling van d' Equipagie 2. ) in een exces in't straffen, en 3 .) in een non obedientie aan de Ordre van't Caabse Gouvernement en op„ „hitzing van de scheepelingen tot muiten. — Dan alvorens de poincten van accusatie selve aan te neemen, vind den ondergeteek: zig verpligt uwe Hoog Edelheedens, nopens de forme der aan Cabo belegde Enquesten, te moeten informeeren. Dat bij de Missive in dato 19 Julij 1785. onder andere voorkomt: „wij vinden ons verpligt uwe „Wel Edele Groot Agtb: ter kennisse „te moeten brengen dat, wanneer „bij arrivement alhier van 't schip „'t Zeepaard waren voorgekomen „diversse klagten en beschuldigin„ „gen, tegens den op dien bodem Com„ mandeerenden Capn. Hendrik Swart, betreffende deselve gehou¬ „den gedrag en kwade behandeling van Caab. Gouverneur apart Secrast 5 Jan. 1788. .
English
from the common ship's crew, thereupon immediately the necessary information regarding this was taken, and to that end the required depositions were obtained from some of the crew members, etc.: That he, the undersigned, has found that this necessary information and required depositions consisted of nothing other than: An account given before two Commissioners from the Council of Justice by the Commander of the soldiers, Jacob Willem Baksman, who, upon reconsideration by the ship's council on 1 May, had been placed under arrest on account of and regarding his offense against the Law and breach of the common peace, to thus remain confined until reaching the Caab, in order to NB submit the matter there to the Honorable Council and Fiscal and obtain justice. — Furthermore, in a deposition by the soldier Johan Fredk Roothart, who had once been punished by order of the Captain, and on which occasion the Commander had ended up under arrest. And then also in the depositions of the Corporals Oberleijtner and Kramp, the soldiers Friedrich Slot and Hauck, and the under-carpenter Jacob Sonderike, without the pro interim Fiscal having seen fit to hear any of the Officers or Seamen, who were of the utmost importance here and who, after all, ought to have been examined in the first place; yes, without even properly interrogating the Captain, who appeared here as the accused party. He being unable to pretend with the least shadow of truth that the time for a complete investigation and for putting the case in proper order at the Caab would not have been sufficient, as the ship anchored in Simons baaij on 23 May 1785 and lay there for over two months, and between the held inquests concerning the Military personnel and the departure of that vessel, approximately one and a half months elapsed: It appearing further from the bare inspection of those depositions that the said pro interim Fiscal went to work so informally that he immediately put those witnesses under oath, just as if they had been re-examined after a proper lapse of time, and that even without the presence of Captain Swart, depriving him, although present in loco, of the opportunity to hear those witnesses upon cross-examination. — A course of action entirely contrary to the Order and practice that takes place in all legal proceedings, and therefore not at all admissible in anyone exercising the Office of Fiscal. — It having moreover appeared remarkable to the undersigned that when the undersigned questioned the soldier Johan Fredrik Roothart in private immediately after his arrival, pursuant to the authority obtained from Your High Mightinesses, concerning some matters, he declared to the undersigned that he had taken no Oath, and that when he appeared before Commissioners at the Caab, one of them had said, as far as he, not having a good command of the Dutch language, had been able to understand, that it was his own case and he could therefore take no oath, and he had then also merely signed his name. — And the undersigned nevertheless finds beneath the Deposition executed by him before Commissioners from the Council of Justice at the Caab, thus passed, and re-examined and sworn, etc. Having thus, in the opinion of the undersigned, said enough regarding the procedure, he has the honor to advance to Your High Mightinesses regarding the accusations themselves: — That as soon as the resolution of Your High Mightinesses had come to his hand, he was not idle in making every possible investigation into the true state of affairs, regarding which the documents sent over from the Caab appeared insufficient to him; having to the aforesaid end summoned before him and interrogated a large portion of the crew of the Zeepaard, and indeed in the first place those who had given depositions at Caap —. And indeed principally regarding the Declarations given by them concerning the matters of the sailor Marten Axir over his absence during danger of sinking, who died a few days thereafter — And concerning the soldier Roothart, who, on account of wounds inflicted upon the young sailor Porkman, was punished by order of the Captain. Whereupon the Commander of the soldiers stated that his complaints regarding the surly nature of the Captain were based on these almost negligible grounds: that the Captain had supposedly laughed at him at table, did not speak to him when making a report, and had once allegedly said that he was not worthy of entering the Cabin. While concerning the punishing of the slightest matters with the severest penalties, he was able to produce no examples whatsoever, other than that of the sailor Martin Aser, who died a few days thereafter, he himself saying not to know why the said sailor was corrected, but that he had heard that the same had remained absent from reefing during heavy weather. — Giving
Dutch transcription
van 't gemeene scheepsvolk daarop „direct zijn genomen de nodige in„ „formatien deswegens, en ten dien „einde ingewonnen de vereischte verklaringen van eenige der schee„ „pelingen enz: Dat hij ondergeteek=e ondervonden heeft, dat die nodige informatie en vereischte Verklaringen niet anders hebben bestaan, dan in Een relaas gegeven ten overstaan van twee Gecomms. uit den raad van Justitie door de Commandeur der soldaten Jacob Willem Baksman, welke bij resumptie van den scheep„ raad op den 1e. Maij in arrest was gezet, over en ter zake zijner Ver„ grijp tegens de Wet, en verstoring der gemeene rust, om also te blijven zitten tot aan de Caab, ten einde NB aldaar aan den Agtb: raad en Fiscaal, de zaak voor te dragen en regt te erlangen. — Voorts in eene verklaring van den soldt Johan Fredk Root¬ „hart, die eens op ordre van den Capitn. was afgestraft, en bij welke geleegendheid den Comman„ „deur was in arrest geraakt. En dan nog in de Verklaringen van den Corporaals Oberleijtner en Kramp, de soldaten Friedrich slot en Hauck, en den ondertimmerman Jacob Sonderike, sonder dat den pro interim Fis„ „caal becter heeft kunnen goedvinden van ijmand der Officieren of Zeelieden, op welke het hier voor al op aankwam te horen, welke immers in de eerste plaatse hadden behoren g'Exami„ „neert te worden, ja sonder zelfs den Capitn, die hier als de beschul„ „digde partij voorkwam, ordente„ lijk te ondervragen. konnende met geene de minste grond door hem werden voorgewend, dat de tijd tot een volleedig onder¬ soek en in staat van wijze brengen der zaak aan de Caab niet voldoen¬ de soude geweest zijn, also 't schip op den 23e. Maij 1785. in de Simons baaij geankert is en aldaar over de twee maanden gelegen heeft, en tusschen de belegde Enquesten ten opzigte der Militairen en het vertrek van dien bodem, circa ander halven maand verlopen is: Blijkende wijders uit de bloote Inspectie van die verkla= ringen, dat gem: pro interin Fiscaal zelfs so informeel is te werk gegaan, dat hij die Attes¬ „tanten, even als of ze na een be„ „hoorlijk tijd verloop gerecolleerd waren n tien Caab. Gouverneur apart Secrost 5 Jan. 1788. waren, direct beeedigt heeft, en dat zelfs buiten presentie van den Capitn Swart, en aan denselven schoon in loco tegenswoordig, de gelegentheid benomen om die attestanten op con„ „tra vragen te horen. — Eene handelwijse allesints stry dende tegens de Ordre en practijk welke in alle procedures plaats vind, en dus in niemand welke het Ampt van Fiscaal waarneem niet wel te passeeren is. — Zijnde het bovensdien remar„ „quabel aan den ondergeteek: voorge komen, dat als de ondergeteek: den soldaat Johan Fredrik Root¬ hart direct na desselfs arrive„ ment, ingevolge de door uwe hoog Edelh bekomene qualificatie omtrend eenige zaken particu „lier ondervragende, denselven he ondergeteek: declareerde, geen Eed gedaan te hebben, en dat wan neer hij voor Gecomms. aan de Caab compareerde, eene derselv gezegt hadde, voor so veel he als de holl: taal niet wel mog „tig zijnde, hadde kunnen ver staan, dat het zijne eigen zaa was, en hij dus geen bed doen konde, en hij als toen ook blotelijk zijn naam geteekend heeft. — E9 En de ondergeteek:t nogtans onder de door hem van Gecomms. uit den Raad van Justitie aan de Caab gepasseerde Verklaring vind, al„ „dus gepasseert, en gerecolleert en beeedigt en Z. Wiermede omtrend de forme, volgens des ondergeteek. opinie genoeg gezegd hebbende, heeft hij d' Eer, omtrend de beschuldigin„ „gen zelve, aan uwe Hoog Edelh. te advonceeren: — Dat soodra het besluit van uwe Hoog Edelhedens hem was ter houd gekomen, hij niet onlee„ „dig geweest is, om alle mogelijke ondersoek te doen na den waaren toedragt der zaken, waaromtrend de van de Caab overgesondene stuk¬ „ken hem onvoldoende voorkwa„ „men hebbende ten voorsz: einde bij hem gerequireert en ondervraagd een groot gedeelte van de schee¬ „pelingen van't Zeepaard, en wel in de eerste plaats de geenen welke de verklaringen aan Calio hadden afgegeeven —. En wel principaal omtrend de door hun gegevene Declaratoiren wegens de poincten van den mat„ „troos Marten Axir over zijne gemaakte dat Caab. Gouverneur apart Secrest 5 Jan. 1788. gemaakte absentie in gevaar van vergaan, welke eenige daagen daar na is overleeden — En aan den soldt. Roothart, die wegens aan den Jong matt s Pork man toegebragte wonden, op Ordre van den Capit.:n, was afgestraft. Wanneer den Commandeur der soldaten heeft opgegeven, dat zijne plagten, omtrend den norscheus aart van den Capitn gesteurd heb¬ ben, op deese bij na niet noemens„ waardige gronden, dat den Capn hem aan Tafel souwe hebben uitgelachen, hem bij het doen van rapport, niet toesprak, en eens soude gezegd hebben, dat hij niet waard was, dat in de Capiet kwam. Terwijl hij omtrend het straffen van de geringste zaken met de strengste straffen, gene voorbeel„ den hoegen. heeft weeten bij te bren¬ „gen, dan dat van den mattroos Martin Aser, welke eenige da„ gen daarna gestorven is, zeggende hij selve niet te weeten, waarom den gem: mattroos gecorrigeert was, maar dat hij had gehoord, dat deselve bij zwaar weer ab¬ „sent van reeven gebleeven was. — Gevend
English
He further stated, concerning the case of the soldier Roothart, that he did not see the latter fighting with the said sailor and that this had been reported to him by Corporal Oberlijtner; that when the aforementioned soldier had, according to his count, received sixty-six blows, he had ordered the corporal to cease beating; that he subsequently, having been placed under arrest by order of the Captain, received a report there that the frequently mentioned Roothart was said to have received two hundred and forty-four blows, but he knows nothing of this other than by report. It being further found upon examination of the other declarants, named Christn Oberlijtner, Jan Jacob Kramp, Johan Eedman, Fredrik Albertus Slot and Casper Slaupt: That they know of no instances to cite in which the crew was unreasonably beaten, and confine themselves solely to the punishment of the sailor Axir and the soldier Roothart; stating, regarding [illegible] the further ill-treatment of verbal abuse etc., that the Captain had at times addressed the soldiers with the names of rascals, blockheads and the like. While they all agree on this, that according to their thoughts, the sailor Axir was said to have died from the blows received by him, although, not being of the medical profession, they cannot give any professional grounds regarding this, and the reason why he received the punishment is unknown to them, they being only able to recall that it occurred after a storm in which they were in the utmost danger. While some of them had to confess never to have received blows on that vessel. Corporal Oberleijtner, who had beaten the soldier Roothart himself, declaring that he had not seen the wrestling or fighting of the same with the sailor, but only had it by report, and that the number of blows administered to the aforementioned Roothart after the Commander had gone under arrest would equal that which he received when the same was present; that he also, with his own mate, had brought the soldier below after the receipt of the punishments, but that he had been very well able to walk. All in accordance with the declaration of the frequently mentioned Roodhart himself. After which examination the undersigned summoned before him and questioned the majority of both the superior and petty officers and some sailors of the aforementioned ship, and interrogated them concerning the charges brought against the Captain. And upon this inquiry heard unanimously from them: That on 6 February 1785, at the latitude of 46 degrees, 47 minutes, they had had to endure a severe storm which lasted until the 8th, whereby the rigging was in danger and the upper works of the ship had parted, while the water, due to the heavy rolling of the vessel, poured in through the main seams as if with violence, so that the chests between decks became adrift. That the soldiers, growing tired of pumping, went to their bunks and could not be gotten out of them, saying that they would drown anyway. That the distress meanwhile was pressing, and everything had to be done both for the preservation of the vessel and to prevent it from falling into the Bay of France, to which end all hands were necessary, the ship moreover not being provided with many experienced seamen. That in this mortal peril, some among the crew hid themselves and could not be found, so much so that the superior and petty officers themselves had to help take in the sails; indeed, that when those sailors were found with lanterns, and Lieutenant Bogaart and Boatswain van Osch, who were standing up to their waists in water between decks, wanted to drive them up by force, they were very insolently treated by them. That after the abating of the storm on 8 February, the Captain, intending to punish those ill-disposed men—and among them Martin Axir, who died on the 15th thereafter—for their misconduct, had them brought aft, tied fast to a cannon, and given a sound beating, all in the presence of the officers aboard and also of the Chief Surgeon, whose duty it was, in case he saw that these blows exposed the sufferers to dangerous and fatal consequences, to warn the Captain thereof. As he then also declares to have pulled the Captain by the coat when he thought that more blows would harm the sufferer, who, after having had some more blows given, ordered the beating to cease, as can be seen from the attached declaration under letter A; he having already declared at the Cape that the sailor Axir did not die [illegible], but through various additional complications, he being of a bad, ill-tempered constitution: conforming to the statement of the Second Surgeon Pieter van Peer. The various journals examined by the undersigned agreeing regarding
Dutch transcription
Geevende hij wijders nopens het geval van den Soldt. Roothart op dat het vegten van denselven met den Sorgen mattroos niet gezien en sulx hem door den Corporaal Oberlijtner gerapporteerd was, dat hij wanneer de gem. soldaat volgens zijne telling, ses en sestig slagen hadde ontfangen, aan de Corporaal hadde geordonneert van met slaan op te houden: — Dat hij vervolgens, op ordre van den Capit=ne, in arrest gegaan zijnde, aldaar rapport heeft be„ „komen, dat meerm. Roothart twee hondert vier en veertig sla„ „gen soude ontfangen hebben, maar dit ook anders niet weet, dan van rapporteeren: — zijnde wijsers bij Examinatie der andere Declaranten, met namen Christn Oberlijtner, Jan Jacob Kramp, Johan Eedman, Fre¬ „drik Albertus Slot en Casper slaupt overgekomen: Dat deselve gene gevallen weeten bij te brengen, in welk het volk onreedelijk geslagen is, en zig alleen bepalen tot het straffen van den mattroos Axir en den sold. t Roothart, zeggende deselve omtrend d die k der yne heb„ „ en dat sen beel„ Creu¬ h Caab. Gouverneur apart Secrest 5 Jan. 1788. de verdere slegte behandeling van schelden enz:, dat den Capitn de soldaaten wel eens de namen van hondegoed slothouten en diergelyken had toegevoegd. Terwijl zij hier in alle overeenkomen, dat volgens hunne gedagten, de Mattroos Axir aan de door hem bekoomene sloogen soude gestorven zijn, schoon zij, als niet van de kunst zijnde, deswegens gene redenen van weetenschap weeten op te geeven, en hun de reeden waarom deselve straffe ontvangen heeft, onbekend is, kunnende zij zig alleenlijk herinneren, dat het voorgevalle was na een storm, in welk zij in't uit¬ „terste gevoor waren. — Terwijl eenige derselve moesten beken„ „nen, nimmer op dien bodem slogen ont„ „vangen te hebben. — Declareerende Corporaal Oberleijtner welken den soldaat Roothart zelve had geslogen, dat hij het worstelen of vegten van denselven met de mattroos niet gezien, maar alleen bij rapporteeren had, en dat het getal van slaagen geap„ pliceerd aan gem. Roothart, nadat den Commandeur in arrest was gegaan egaal soude uitkoomen, met dat gene 't welk hij ontving, toen deselve wee¬ sent was, dat hij ook met zijn eigen maat de sold. t, na 't ontvangen der straffen, na beneeden gebragt hadden maar dat die seer wel had kunnen gaan. Alles overeenkomstig het gedeclareerde van den dikwilsgem. Roodhart selve.— Na Na welk examen de ondergeteekde bij zig ontboden en ondervroogt heeft het grootste gedeelte, soo der Opper= als onder Officiere en eenige mattroosen van't ged. e schip en deselve onderhouden, nopens de tegens hem Capitain ingebragte beschuldigin„ gen En bij dit ondersoek uit deselve een pa¬ „rig vernoomen: dat op den 6. Febr. 1785. op de breete van 46. groden, 47 min:t, een zwaaren storm hadden moeten ondergaan, welke tot op den 88. voortduurde, waardoor 't tuijg in ge„ vaar en het bovenschip uit elkanderen geweeken was, terwijl het water door het sterk overhalen van den bodem, als met geweld door de Lijfnaaden instroom„ de, sodanig dat de kisten tusschen deksi driftig werden. — Dat de soldaaten het pompen moe¬ „de wordende zig in de kooij begaven, en uit deselve niet te krijgen waren, zeggen„ de, dat zij dog souden moeten versuijpen. Dat de nood intusschen dringende was, en men alles soo tot behoud van de kiel„ als dat deselve niet in de bogt van Frank¬ „rijk kwam te vervallen moeste aanwenden tot welken einde alle handen noodsakelijk waren, zijnde men bovensdien niet voorsien van veel bevaaren volk. — dat in dit lijfsgevaar zommige onder d' Equipagie zig verscholen en niet te vinden waren, in soo verre dat de Opper= en onder officieren zelve de zeilen moesten helpen bergen, ja dat wanneer men die mattrosen Caab. Gouverneur apart Secrest 5 Jan. 1788. mattroosen met lantaarns gevonden had, en den Lieut. Bogaart en Bootsman van Osch welke tot tusschen deks tot aan haar middel in't water stonden, deselve met geweld wilde opjagen, seer brutaal door hun bejeegend wierden dat na 't bedaaren van den storm op den 8 Febr. de Capn. die kwaadwilligers en onder deselve Martin Axir /: welke den 15e. daaraan is overleeden:/ over derselver wanbedrijf sullende straffen, hun agter op heeft doen brengen, op een stuk vast binden, en een deegelijk pak slagen laten geeven, alles ter presentie van de aan boord zijnde officieren en mede van den Oppermeester, wiens pligt het was, om ingeval hij zag, dat die slagende Lijders voor gevoorlijke en doodelijke gevolgen blootstelden, den Cap.n hier over te waar¬ „schouwen. Gelijk hij dan ook declareert den Capit:n wanneer hij dagt, dat meer slagen aan den Lijder kraad soude doen bij de rok getrokken te hebben, welke na nog eenige slagen te hebben doen geven, heeft gelast met slaan op te houden, als te zien uit de hierbij ge¬ voegde Verklaring sub La A:, hebbende hij aan de Caob reeds verklaart, dat den mattroos Axir niet is gestorven maar door verscheiden daarbij gekomene toevallen, zijnde, hij van een kwaad Jappig gestel: conform de opgave van den Ondermees„ ter Pieter van Peer. koomende de differente Journalen door den ondergeteeke g'Examineert omtrend
English
concerning the substance of the case, consistent with the narrative previously given here, and the memorial of Captain Zwart annexed hereto under Lit. B. The misfortune for Captain Zwart therefore resides in this: that he wished to conclude this matter through a domestic correction, which was certainly quite rigorous, and the unfavorable physical constitution of Axir caused some fits, from which he came to pass away. Yet his conduct herein is not entirely free from imprudence; he was obligated to settle a matter of that nature before a court-martial, in order to make a greater impression on the crew, and had that court-martial not punished the said Nair even more severely, and he had nevertheless come to pass away, such a thing would certainly not have served the accusers of Zwart in their allegations. Indeed, had he only remained alive and been able, like the other punished sailors, to perform his duty in the following days, one would never have dared to bring forward the punishment of those sailors as an example of the Captain's cruelty. The second principal point of accusation is the punishment of the soldier John. Fredk Roodhart, regarding which the Commander and the soldiers expand so broadly in their depositions. Cape. Governor apart Secret 5 Jan. 1788. Yet, Right Honorable Sirs, when one takes into consideration that, according to the unanimous testimony of the seamen whom the undersigned has heard, the harmony between soldiers and sailors, as often happens on ships, was not very great; that the former were encouraged by their Commander, the seamen even complaining of scornful treatment and impertinences inflicted upon them by the military men. Thus the conduct of the Captain, even if some harshness might have taken place in it, is nevertheless in no higher degree punishable. The soldier had had a dispute with the junior sailor; they had come to blows; the Chief Surgeon, on orders of the officer of the watch, bandages the sailor with a heavily bleeding wound to the head. He subsequently reports the bandaging of that wound, which, according to his statement, was said to have been inflicted upon the injured man by the soldier Roodhart; the Captain has the soldier brought up and punished by two Corporals with a piece of rope, and subsequently compels the Corporals, after the Commander had ordered them, in the presence and against the will of the master of the vessel, to stop, and had on that account been placed under arrest, to execute his orders by giving the said soldier some further blows. If he did not wish, as he had expressed himself in his account annexed hereto, to acknowledge before all the people the Commander with all the soldiers as independent of him. All the more because the number of military men, of whose goodwill the seamen could not boast, nearly equaled that of the seamen. Whether the preliminary investigation conducted, for the officers declare that the same did take place, was proper, the undersigned does not dare to determine, in view of the sworn depositions subsequently given at the Cape. And some precipitancy may well have occurred. Yet this is certain: that the soldier assured his fault by taking the law into his own hands, and by not addressing himself to the deck officer who had the watch on the forecastle, and thus merited punishment. Regarding the severity of which, however, the undersigned has no certain reports. The Commander sets that punishment at three hundred and ten blows, of which he had counted sixty-six, having received the remaining two hundred and forty-four by reports. The Corporal who acted herein puts it at a large hundred. Roodhart, in his statement given to the undersigned, gives a similar number, but says he does not know this for certain. The senior and petty officers speak of a moderate thrashing. And the Captain says a few blows. But that this punishment was not among the most severe is evident from this: that the punished soldier, after being punished between half past four and five o'clock, came to drink his dram at the tub on the quarterdeck at half past five, and still performed his duty that very evening, according to the statement of Captain Lieutenant Mulder, Lieutenant van den Boogaart, Sub-Lieutenant Niels, and Boatswain van Osch. Yet however severe the same may have been, the Commander was never authorized, against the will and in the presence of the master of the vessel, to order the Corporals to stop beating, to the destruction of all subordination so necessary on board and the vilification of the authority of the Captain, and on this account, salvo meliore, was rightfully placed under arrest. As
Dutch transcription
omtrend het zakelijke van't geval, over een met het hier bevorens gedaan nar„ „ré, en de memorie van Cap. n Zwart hierbij geannexeerd sub La B. Het ongelukkige voor Capn Zwart resi„ deert dus hierinne, dat hij deese zaak door eene domestiique correctie /:welke zee„ ker vrij rigoureus is geweest:) heeft willen termineeren, en de ongunstige lighaams gestalte van Axir eenige toevallen gecouseert hebben, waar aan hij is komen t' overlijden. — Dan is 't gedrag van denselven hier in niet t' eenewaal van onvoorzigtigheid vrij te pleiten, hij was verpligt geweest, eene zaak van dien aart bij een krijgsraad af te doen, om meer indruk aan d' Equi¬ pagie te geeven, en had die krijgsraad den gem. Nair al niet zwaarder gepuni¬ eert; en hij was nogtans komen t' overlij¬ den; soude sulx seeker de aanklagers van Zwart in hare beschuldigingen niet te stade zijn gekomen: Ia, was hij slegts in't leeven gebleeven en had hij, gelijk de andere gestrafte mattroosen, in de volgende dagen zijn merk kunnen verrigten, soo soude men nooit het afstraffen dier mattroosen, als een voorbeeld van 't Capitains wreed¬ „heid, hebben durven bij brengen: Het tweede principale poinct van accusatie, is het afstraffen van den soldt. John. Fredk Roodhart waarom „trend den Commandeur en de soldaaten in hunne verklaringen soo breed uitbreiden al igers l ver ers ijd Caab. Gouverneur apart Secrest 5 Jan. 1788. „ Dan hoog Edele heeren wanneer me in consideratie neemt, dat, volgen het eenparig getuigenis der Zeevart „de, welke de ondergeteek=de gehoord heeft, de harmonie tusschen soldaate en mattroosen, gelijk veel al op de scheepen gebeurd niet heel groot was, dat de eerste door hun Comman „deur gesteurd wierden, klagende de Zeelieden zelfs over, schampere bej „geningen en impertinentien, welke hem door de militairen wierden aan „gedaan. —. Soo is het gedrag door den Capitain soo er eenige hardigheid in mogt plaats vinden, nogtans in geene hooge „re graad strafbaar„ De soldaat had dispuut met den Jongmatt. s gehad, zij waren handgemeen geraakt, de Oppermeester verbind; op ordre van den wagthebber officier, de mattroos met eene sterk bloedende wond aan't hoofd Hij doet vervolgens rapport van het verbinden dier wonde, welke aan den gekwesten, volgens zijne Opgave door den soldt. Roodhart soude zijn toegebragt; de Capitain laat den Sold. t ophalen, en door twee Corporaals met een endje Touw afstraffen, en noodsaakt vervolgens de Corporaals, na dat de Commandeur deselve, in presentie en tegen wil van 't hoofd des bodems geordonneert hadde om op te houden, en hij deswegens in in arrest geset was, zijne Ordres uit te voeren met aan ged=e soldaat nog eenige sloogen te geven. — wilde hij niet /: soo had deselve zig bij zijn hier bij gevoegd relaas uit„ „gedrukt :/ vooral 't volk den Comman¬ „deur met al de soldaaten voor maf „hankelijk van hem erkennen. — Te meer om dat het getal der mili„ „tairen /: over welkers goedwilligheijd de zeevorende zig niet konden beroe„ „men :/ dat der Zeelieden bijna egali„ seerden.— Of het voorafgaande gedaane onder „zoek /: immers de Officieren verklaren, dat hetselfde heeft plaats gehad:/ be„ hoorlijk geweest zij, durft den onder¬ geteek=de, uit hoofde van de aan Cabo naderhand afgegeevene beeedigde verklaringen, niet vast stellen. En heeft er mogelijk wel eenige praecipitance plaats gehad. Dan dit is seeker, dat de soldaat in culpa verseekerde door zig zelfs te regten, en zig niet bij den Deks officier, welke op de bak de nogt had, te addresseeren, en meriteerde dus xtraffe. Omtrend welkers zwaarheid de onderget: nogtans gene seekere berigten heeft. — Den Commandeur bepaald die straffe op drie hondert tien sloogen, waarvan hij ses en sestig geteld had, als heb¬ bende volgens Zeevart hoord soldaat op r om man de me Caab. Gouverneur apart Secrest 5 Jan. 1788. - „bende de overige twee hondert vier veertig bij rapporten. De Corporaal, die hier geageerd heeft brengt het op groote hondert. Roodhart geeft bij zijne opgaane aan den ondergeteekde gedaan een gelijk getal op, maar zegt sulx niet zee¬ „ker te weeten. — De opper en onder Officieren spreeken van een middelmatig pak. En den Capitn. zegt eenige Slaagen- Maar dat deese straffe niet van de Zwaarste geweest is, blijkt hieruit, dat den afge¬ straften Soldt, na tusschen half vijf en vijf uuren gestraft te zijn, om half ses uuren zijn soopje aan de balie op 't halve dek heeft koomen drinken, en nog dien selven avond zijn dienst heeft waargenomen, volgens de opgave van den Capitn. Lieut. Mulder Lieutent van den Boogaart, Sous Lieut. Niels en den Bootsman van Osch. — Dan deselve mooge nog soo zwaar geweest zijn, den Commandeur was nimmer bevoegt om teegens dank en in presentie van 't hoofd des bodems¬ de Corpioraals t' ordonneeren, om met slaan op te houden, tot distructie van alle aan boord so nodige suber„ „donnantie en vilipendie der authori„ „teijd van den Capitain, en wierd hier „over /: salvo meliore:/ te recht in arrest gezet. Gelijk
English
As was reasonably resolved the following day by the ship's council; to keep him under arrest until the Cape, since, having then appeared inside and the ship's Instructions being held before him, he behaved very brusquely, and dared to say flat out that he was master of the soldiers, had nothing to do with the Captain, and would certainly seek his justice at the Cape. The resolution taken in this regard having been delivered in person to the Governor of the Cape by the Junior Merchant Iddekinge. So that it struck the undersigned very much how the said Commander, notwithstanding it being mentioned in the Cape missive of the 24th of July last: that whereas the Commander of the soldiers Johan Jacob Willem Baksman, assigned to the above-mentioned ship 't Zeepaard, has conducted himself in the matter of the said Captain Swart, and also concerning him the same reasons as with relation to Captain Swart have impeded determination here of that which militates against him, we have had to resolve to let that Commander cross over on the same vessel 't Zeepaard, but likewise out of service. That, says the undersigned, he, Baksman, nevertheless came over in function, as appears from the muster roll and that which was declared in that regard by Christiaan Stuur, placed on that ship as Commander, he having also served as sergeant since his arrival here. Having then noted this concerning the two principal points, the undersigned shall proceed further to advance to Your Right Honorables his findings concerning the further accusations of bad treatment, withholding of proper victuals, etc. No one but the Commander and a few soldiers, who presented themselves as witnesses on the principal points, have complained about the meager provision of the food. Yet the same soldiers, being further questioned on this by the undersigned, all declare unreservedly that they had enough bacon and meat, as well as drams and water, but that the bread and the barley ran somewhat short, as is also testified by some of the ship's crew further questioned by the undersigned. But the Captain and further officers, being also questioned on this, state state that after the storm endured in the Bay of France, some barrels of bread and barley had spoiled, that they had had an unfortunate voyage from the beginning, and that it was possible that still more spoiled barrels could be found, wherefore they, for the sake of prudence and in order not to suffer a shortage of these articles thereafter, had provided as much as was sufficient, and avoided all superfluous use thereof. Also, not a single person among the ship's crew, except for the Commander and the soldiers mentioned hereinbefore, together with the Junior Merchant Iddekinge and Surveyor van Hasselt, complains about the surly and brusque treatment by Captain Zwart. Although, Right Honorable Sirs, a declaration given on requisition of the undersigned by the Junior Merchant Iddekinge in explanation of his petition presented at the Cape, and annexed hereto under letter C, shows not unclearly how much animosity has prevailed among some, to the detriment of Captain Swart, and what low means have been employed to bring about his total ruin. The signing of the paper at the Cape and the open declaration on board by all the ship's crew at a time when they were beyond all fear of the Captain are incontrovertible testimonies of this. And such has moreover appeared to the undersigned from the declarations made to him by Captain Lieutenant Muller, Lieutenant van den Boogaard, Sub-Lieutenant Niels, Boatswain Gerrit van Osch, Boatswain's Mate Hendrik Goggel, Boatswain's Mate Jan Meuwes, Gunner's Mate Jacob Pieterse, Quartermaster Jan Pieterse, Steward Pieter Wordelok, the sailors Frans van Alphen, Jan Bos, and others—who testify with one voice that the treatment by the Captain toward the ship's crew was no different than that which they, having already been to the Indies once or several times on Company ships, experienced on those keels. That it is indeed true that on board ship words cannot be so measured as in devout companies, but that in this regard people on board 't Zeepaard did not go to extremes. That the Captain, even while still in Texel, had ordered the deck officers to come aft into his cabin, and there made known to them that they would have to take careful care to refrain from all brutal treatment of the crew. declaring
Dutch transcription
Gelijk den volgenden dag door den scheeps„ „raad, met reeden geresolveerd wierd; om denselven in arrest te houden tot aan de Caab, nadien deselve als toen bin¬ „nen gestaan, en hem de scheeps Instruc„ „tien voorgehouden zijnde, zig zeer brusg aanstelden, en rond uit dorst zeggen, dat hij meester van de soldaten was, niets met den Capit.:n te doen hadde, en aan de Caab zijn regt wel soude zoeken. — Zijnde de hieromtrend genomene resolutie door den Onderkoopman Iddekinge in persoon aan den heer Gouverneur van de Caab overgegeeven Soo dat het den ondergeteek=e seer gefrappeerd heeft, hoe dat den gesegde Commandeur niet tegenstaande in de Caabsche missive van den 24:' Julij laatstl: gemeld word: — dat aangezien de Commandeur der soldaaten Johan Jacob Willem „ Baksmas op 't bovengem. schip 't Zee, „paard bescheiden, in de zaak van ged. e Capitn. Swart is gecomporteerd, en „ook omtrend denselven dieselve ree„ „den als met relatie tot den Capit.n swart geimpedieert heeft determi¬ natie alhier van 't geen tegens hem „militeerd, wij hebben moeten beslui„ „ten dien Commandeur op denselven „bodem 't Zeepaard, dog mede buiten „dienst, te laten overvaaren. — Dat zegt den ondergeteekde hij Baksman nogtons in funitie is over heeft eerste Caab. Gouverneur apart Secrest 5 Jan. 1788. overgekoomen, blijkens de monster rolle en het daar omtrend gedeclareerde van den op dat schip als Gezaghebber geplaat¬ ste Christiaan Stuur, hebbende de selve ook seedert zijn arrivement alhier als sergeant dienst gedaan Dit dan omtrend de twee princi¬ naale poincten genoteerd hebbende sal de onder get: verder overgaan van uwe Hoog Edelheedens te advan„ „ceeren zijne bevinding omtrend, de verdere accusatien van slegte behon„ „deling, onttrekking van behoorlijke vitualie en Z. Niemand dan den Commondeur en eenige wijnige militairen, welke zig als getuigen in de principale poincten hebben voorgedaan, zijn plagtig gevallen over 't bekrompen verstrekken van de kost Dog dieselve militairen nader door den onderget: hierop ondervroogt zijnde, declareeren alle volmondig, dat zij spek e vleesch, mitsgads soopjes en water genoeg gehad hadden, maar dat het brood en de gort wat schromper om¬ kwamen, gelijk dit mede getuig word door eenige der nader door den ondergeteeke gehoorde Schee „pelingen. — Maor de Capitn. en verdere Officieren mede hieroe ondervraagt zijnde geven geeven op dat na den doorgestane storm in de bogt van Frankrijk, eenige vaten brood en gorst bedorven waren, dat men van den beginnen af een rampspoedige reijs ge„ had hadden, en dat het mogelijk was, dat er nog meer bedorven vaten konde gevonden worden, weshalven zij voorzig„ tigheids halven, en om daarna geen ge„ brek aan deese articulen te hebben, zoo veel hadden verstrekt, als voldoende was, en alle overtollig gebruik hiervan verwijden. — Ook word er door geen mensch van de scheepelingen, buiten den Commandeur en de hier voorgem: militairen, benevens den Onderkoopman Iddekinge en Land meeter van Hasselt, over de norsche en brusque behandeling van de Capit:n Zwart geklaagt. — Schoon Hoog Edele heeren een op re„ „quisitie van den Ondergeteek=e door den Onderkoopman Iddekinge tot explica tie van desselfs aan de Caab gepresen¬ „teerd request afgegeeven, en hierbij sub L. a C. geannexeerd declaratoir, niet onduidelijk toond heel veel animo„ siteit er bij sommige geheerscht heeft, ter benadeeling van Capita Swart, en welke laage middelen men in't werk gesteld heeft, ter bewerking zijner totale ruine. — Met teekenen van't papier aan de caal en de opentlijke declaratie aan boord door alle de scheepelingen op een tijd, dat zij buiten alle vrees voor den den t, Caab. Gouverneur apart Secrest 5 Jan. 1788. den Capit.:n waren, zijn hiervan on„ wagtbaare getuigenissen. — En is sulx bovendien den ondergeteeke gebleeken uit de Declaratien aan hem gedaan, door den Capitn. Lieut. Muller Lieutent. van den Boogaard, Sous Lieut. Niels, Bootsman Gerrit van Osch, Schieman Hendrik Goggel Bootsmansmaat Jan Meuwes, Con¬ „stabelsmaat Jacob Pieterse, quar„ tiermeester Jan Pieterse Bottelie Pieter Wordelok, de mattroosen Frans van Alphen, Jan Bos en andere — welke uit eenen mond getuigen dat de behaudeling van den Capitn omtrend het scheepsvolk geen an¬ dere is geweest, dan die zij als reeds eens en meermalen met Comps schee„ pen in Indien geweest zynde op die kielen hebben ondervonden. — Dat het wel waar is dat aan scheepsboord de woorden soo niet kunnen afgemeeten worden, als in devote gezelschappen, maar dat men hier in aan boord van't Zee„ „paard niet geextravageerd heeft. Dat den Capitn. zelfs nog in Texel zijnde, de dekt officieren hadde agter op doen komen in des„ selfs kamer, en henlieden aldaar te kennen gegeeven, dat zij zig zorg vuldig voor alle brutaale bejeege ningen van de Equipagie soude hebben te menageeren. — verklarende
English
The Lieutenant Paulus van den Bogaard furthermore declaring that the Captain had spoken to him in private, because in the Captain's opinion he had taken some liberties in maintaining discipline, although he said he was accustomed to this from having sailed close to shore, and ordered him to refrain from this in the future, and nevertheless no complaints whatsoever were made about this van den Bogaard. The undersigned, hereby considering dealt with that which occurred on board the ship during its voyage from Europe to the corner of Africa, thus takes the liberty to submit to the highly wise judgment of your High Excellencies whether and to what extent the Cape ministry acted properly or improperly in removing the Captain from on board the vessel entrusted to his command by the Most Honorable Directors on account of the complaints received. As well as to what extent the conduct maintained in this matter by the Fiscal pro interim Exter ought to be reprimanded, and what the best means are to prevent all informalities for the future. And he would therefore be able to conclude this report of his, were it not that it also appeared to him in the Cape dispatch that the conduct of the Captain on the occasion when Christiaan Stuur was placed in command and he was removed from command, as well as the conduct of the Lieutenant van den Bogaard, the Boatswain Gerrit van Osch, and Boatswain's Mate Hendrik Goggel, were taken in such serious part. And he therefore finds himself indispensably obliged to bring this also to the attention of your High Excellencies. That from the attentive reading both of those dispatches and the resolution, as well as the reports of the Commissioners in False Bay and further documents, it appeared to him that: After the ministry there had already decided on the 13th of July 1785, solely upon the documents sent over by the same, without any hearing of the accused or other crew members, as such at least can nowhere be presumed, to remove the Captain from command and to that end granted a commission to the Master of Equipage van Gennep and Postholder Brand. That those Commissioners on the 16th thereafter had the Captain Swart come from on board to the shore, and disclosed their Commission to him, and at the same time notified him that they would execute it the following day on board the Zeepaard, and place the Commander Christiaan Stuur in command of the same; with the notice, note well, that he, Captain Swart, could therefore keep himself retired for that time, and that he is said to have answered this notice by saying that notwithstanding this he would be present at the execution of the Commission. Someone whose heart is not entirely unfeeling can very easily comprehend the emotion that such an announcement must have caused Captain Swart: he is not only removed from command of a vessel that was entrusted to him in the Fatherland, but even from his entire property, and must thus leave to the care of strangers all those goods that he had on board, and which had been bought by him with the money of his creditors. In these circumstances of mind, he writes a letter to the Cape government, and complains that without having been heard, for which he thought a period of fourteen days had been more than sufficient, he had been condemned. A letter written by a seaman, from whom one cannot expect that fluency in writing as from someone who has been brought up with the pen, but which nevertheless contains no words that are per se offensive, or at least can be considered as such when they come from the pen of a person who has grown up by the sea. This letter he wrote on the 16th, and keeps himself retired the following morning until the Commission of the presentation of the Commander Stuur was completed, and then comes forward, addressing the crew in these words: Men, have I ever mistreated you; have I not given you everything that is due to you; and do you know anything further to say against me. This question is answered unanimously with no; some add to this that they do not wish to sail without the Captain. Which latter, however, was censured by Swart himself, he having, as often as there was an opportunity to do so, exhorted the crew to be obedient to the orders of the Cape government and the Commander appointed by the same. As can be seen from his account attached hereto. Just as also the Senior Officers, after they
Dutch transcription
Verklarende den Lieutt. Paúlús van den Bogaard bovensdien, dat den Capitn hem in't particulier hadde onderhouden, om dat hij na de opinie van den Capit.n zig in't houden der discipline /: schoon hij zeijde hieraan als bij 't land gevaren hebbende gewoon te zijn :/ een wijnig hebben g'emancipeerd en gelast van zig in't vervolg hier voor te wagten, en over deesen van den Bogaard zijn nogtans hoegen.d geene klagten gevallen. De ondergeteek=e hiermede afgehandelt houdende 't gene aan boord van 't schip gedurende desselfs reise uit Europa naar Africaas uithoek is voorgevallen neemt dus de vrijheid aan't hoog wijs oordeel van uwe hoog Edelheedens te sub„ mitteeren, of en in hoe verre het Caabse ministerie wel dan kwalijk gedaan heeft, en het van boord ligten van den Capitn. van den aan hem door de Groot Agtb: heeren Bewindhebberen ter com„ monde opgedragene bodem ter oorsa¬ „ke van de ingekoomene klogten Als mede hoe verre het in deesen gehouden gedrag van den Pro interim Fiscaal Exter behoord te worden ge„ „animadverteerd, en welke de beste middelen zijn, om alle informalitei„ ten voor't toekomende te prevenieeren— En soude dierhalven dit zijn berigt kunnen sluiten was niet aan hem mede in de Caalsche missive voorge„ koomen, dat het gedrag van den Capitn bij eeke hem ller us van e ar telie rans 30 s Schee„ ds Caab. Gouverneur apart Secrest 5 Jan. 1788. bij geleegendheid, dat Christiaan Stuur in en hij buiten commando gesteld wier de, als mede de Conduites van den Lieut van den Bogaard, den Bootsman Gerrit van Osch en Schieman Hendrik Goggel so hoog waren opgenomen. — En vind zig dientwegen indispensa „bel verpligt, om mede des aangaande aan uwe Hoog Edelheedens onder het oog te brengen. — Dat hem bij de attente lecture so van die missives, als de resolutie mitsg. s de rapporten van de Gecomms. in de Baoij Fals en verdere stukke is gebleeken, dat Na dat het ministerie aldaar reeds op den 13e. Julij 1785. enkel op de door 't selve overgesondene stukken sonder eenig verhoor van den beklaagde of andere scheepelingen /:kunnende sulx ten minsten nergens uit ge presumeerd worden :/ besloten had den Capitn buiten Commando te stellen en daartoe eene commissie verleend op den Equipagie meester van Gennep en Posthouwer Brand. Dat die Gecommitt. den 16. daar aan den Capitn. Swart van boord aan de wal deeden komen, en gaven hem opening hunner Commissie, en teffens kennis, dat zij die den volgen „den dog aan boord van't Zeepoord soude executeeren, en den Gezaghebb Christiaan Stuur in commonde van het hetselve te stellen; met aanzegging NB. dat hij Capit:n Swart zig dierhalven voor die tijd soude kunnen geretireerd houden, dat denselven deese aanzeg¬ „ging soude beantwoord hebben met te zeggen, dat hij des ongeagt bij het uitvoeren der Commissie soude pre„ sent zijn. - Semond wiens hart niet ten eene male gevoelloos is, kan seer ligt be„ „sesfen de aandoening, welke eene diergelijke aanhondiging aan den Capitn Swart moet veroorsaakt hebben: hij word niet alleen gesteld buiten commondo van een bodem, die hem in't Vaderland was aanvertrouwd, maar selfs buiten zijne geheele bezitting, en moet dus aa de zorg van vreemden overlaten, alle die Goe„ „deren, welke zij aan boord hadde, en welke door hem voor het Geld zijner Crediteuren gekogt waren. In deese gemoeds omstandigheeden schrijft hij een brief aan de Caabse regeering, en bekloogt zig, dat sonder verhoord te zijn, waartoe hij vermeende, dat een tijd van Veer¬ „tien dagen meer dan sufficient was geweest, veroordeelt was. Eene brief geschreeven door een Zeeman, van wien men niet dat vloeijende in't schrijven kan ver wagten, als van ijmond, welke bij depen is opgebrogt, maar die nog tans ret „ kke daar Caab. Gouverneur apart Screst 5 Jan. 1788. „tans geene woorden bevat, welke per ze aanstotelijk zijn, of ten minsten alsoo kunnen geconsidereert worden, wanneer deselve voortkomen uit de pen van een mensch, die bij de zee is groot geworden. — Deesen brief schreef hij op den 16: en houd zig den volgende morgen geretireerd, tot dat de Commissie der voorstelling van den Gezoghebber stuur¬ was afgelopen, en komt vervolgens ten voorschijn, d' Equipagie in deese woorden aanspreekende Mannen, heb ik UE. ooit mishandelt; heb ik UE. niet alles gegeeven, dat uE. toekomtt en weet gijl. verder iets op mij te zeggen.— Deese vroag word eenpaarig met neen beantwoord - zommige voegen daarbij niet te willen vaaren, sonder den Capitain. — Dan welk laatste door hem swart zelfs is gelaakt, hebbende hij soo dikwils daartoe geleegentheid was, het volk aangemaand om aan de ordres van de Caabsel regeering en den door deselve gestelde Gezog¬ hebber gehoorsaam te zijn. — Als te zien uit zijn hier bij„ gevoegt relaas. Gelijk ook de Opper Officieren, nadat hun
English
it had been put to them whether they were inclined and prepared to recognize the commanding officer as such and show him proper respect, unanimously answered that they would and also had to follow the orders of the Noble Lord Governor and Council, though note well, with regret. The Cape ministers view this conduct maintained by Captain Swart in no favorable light at all, and find it to run entirely counter to the obedience he owed to their orders, and that moreover calling out to the ship's crew in order, as it were, to have his conduct justified by them according to the tenor of the report, as well as having a declaration signed by a part of the crew, were matters that not only demonstrated to what outrages he was inclined to carry the crew, but that thereby a principle of mutiny had in fact been instilled in them, not only very presumably through the preceding preparation of minds by calling out during the execution of the commission whether they had anything to bring against him, the Captain, upon that inquiry, but also subsequently through Cape Governor apart Secret 5 January 1788. through having the declaration itself signed, as if putting into the mouth of the crew that they would not sail with the ship without the command of him, Swart, and by which actions he, Swart, had thus sought to forge an opposing faction among the crew, just as the above-mentioned letter addressed to this government is further to be considered a result of the passion to which he had surrendered himself, containing a brusque reproach as if he had already been condemned without being heard, whereas the measures taken by the undersigned demonstrate etc. While the same ministers, after having stated some further reasons that prompted them to this, add: that they had immediately written to the Postholder in False Bay to summon Captain Swart to him, and on their behalf, under the officer of the military detachment, to keep him in close arrest etc. Right Honorable Lords, when one inspects the dispatch from the Master Attendant and Postholder Brand to the Cape government, it is evident therein that the Captain had remained retired until those Commissioners had executed the commission assigned to them, and thus did not interrupt the same during the execution of the commission by calling out whether anyone had anything against him. And upon inspection of that dispatch, according to the opinion of the undersigned, though under respectful correction, it will appear that the notification to have to be absent during the execution of the commission was not given in so positive and commanding a manner, and those Commissioners therefore had no reasons to consider Swart's appearance as running counter to positive orders given to him, and consequently as an offense. For after having disclosed their instructions to Swart, they followed it with the statement that he would note well be able to remain retired for that time during the presentation of the decision of the Cape government. It was therefore left to his choice whether he wished to be present, yes or no! What other interpretation could one indeed give to the words? For had it been the intention of the Cape ministry not to permit Swart's presence as long as he was on board, then the Commissioners acted wrongly in leaving it to the choice of him, Swart, and if any disorders occurred as a result, they are to be imputed to the Commissioners. The repeatedly cited report of Swart attached hereto also clearly states that he had no knowledge of the petition signed by some of the crew and presented to the aforementioned Commissioners. Just as all those signatories who have been heard by the undersigned declare with one voice that they signed this paper without any inducement or persuasion from the Captain or anyone on his behalf. The undersigned submits the judgment, both on what has been stated hereinbefore and on the removal from on board and transfer under a detachment of soldiers of Lieutenant Paulus van den Boogaard on account of using Agrees of using some expressions against the Commissioners, although he explicitly denies being intoxicated, as well as of the Boatswain Gerrit van Osch and Boatswain's Mate Hendrik Goggel for reasons set forth very fully in the Cape dispatch, and the placing under arrest of the first-mentioned for the period of eighteen days, with a sentry before the door, and without any access, and of the two last-mentioned in irons on board the Huis ter Spijk, circumstances stated orally by them to the undersigned, to the highly wise and enlightened judgment of Your Right Honors. While the undersigned, hoping hereby to have complied with the revered order of Your Right Honors, has the honor to call himself with all respect, was signed, Right Honorable, Highly Esteemed Lord and Right Honorable, Stern Sirs, lower, Your Right Honors' humble and obedient servant, signed, G. C. J. van Massau, in the margin, Batavia the 28th of March 1786. Below was written, Agrees, was signed, D. D. van Haak, extraordinary clerk. Cape Governor apart Secret 5 January 1788. 1 the 12 January 1732
Dutch transcription
hun voorgehouden was, of zij geneegen en bereid waren den Gezoghebber stuur als sodanig te erkennen, en hem behoorlijk respect te bewijsen, een „stemmig antwoorden de ordres van den Edelen heer Gouverneur en raad te sullen en ook te moeten naarkomen schoon NB. met leedweesen. — De Caalsche ministers beschouwen dit door den Capitn. Swart gehouden gedrag in gantsch geen favorabel daglicht, en vinden hetselve volkoomen aan te lopen tegen de ge¬ hoorsaamheid, die hij aan derselver „ordres verschuldigt was, en dat „bovendien het toeroepen aan het scheepsvolk om zijn gedrag als 't waare door hetselve te doen justificeeren na den teneur van't rapport, so wel als het doen teekenen eener verklaringe door een gedeelte der Equipagie, zaa¬ ken waren, die niet alleen aantoonden tot welke buitenspoorigheeden denselven wel inclineerde het scheepsvolk te vervoeren, maar dat ook daar door in der daad een beginzel van muij„ „tinatie aan 't selve was ingeboezend door niet alleen seer vermoedelijk met de ten dien einde voor af gegane preporatie der gemoederen bij het uitroepen onder de verrigting der commissie, of zijl: iets teegen hem Capitain in te brengen hadden op die afvrage maar ook vervolgens door vorden de zeer ten ur nte Caab. Gouverneur apart Secrost 5 Jan. 1788. door het doen teekenen der verklaring selve, even als in den mond van het scheepsvolk te leggen, dat zij met het schip niet wilde medevaren sonder commando van hem Swart en door welke bedrijven hij swart dus eenen opposenten aanhang onder 't volk had zoeken te smeeden so als nog nader voor een uitwerk sel der passie, waaraan hij zig overgegeeven had, te houden is, de bovengenoemde aan deese regee¬ ring gerichten brief, behelzende een brusg verwijt, als of men hem, sonder verhoord te worden reeds veroordeelt had daar even wel de maatregulen, die bij de ondergeteek=de genomen woren aantoonen enz. — Terwijl dieselve Ministers, na nog eenige reeden opgegeeven te heb„ ben, welke hun hiertoe bewogen laten volgen dat daadelijk den Posthouder in de Booij Tals aangeschreeven hadden, den Capitn Swort bij zig te ontbieden, en van harentweegen onder den Officier van't detachement militairen, te houden in nouw arrest enz. — Den hoog Edele heeren, wanneer men de missive door den Equipagie meester : meester en Posthouder Brand aan de Caabsche regeering inziet, zoo is daarint apert dat den Capitn zig hadde geretireerd gehouden tot dat die Commissarissen de aan hun opgedragene Commissie hadden ge¬ „executeerd, en dus niet deselve door het uitroepen, of er ijmond iets tegens hem hadde, gedurende de verrigting der Commissie gein„ terrumpeerd. — En sal bij inspectie dierselve missive, volgens de opinie van den ondergeteek=d /: schoon onder eerbiedige Correctie/ blijken, dat die aanzegging van zig te moeten absenteeren, gedie„ rende het verrigten der Commissie niet so positief en beveelender wijse is geweest, en die Commissa¬ „rissen dus gene redenen gehad heb„ „ben om het te voorschijn koomen van Swart als tegens hem gegevene positive ordres aanlopende, en gevolglijk als eene overtreeding te doen beschouwen. — Want deselve hadden, na de opening van hunne last aan Swart gedaan te heb¬ ben, er op laten volgen, dat hij zig geduu¬ „rende het voorhouden van de dispositie der Caalsche regeering voor die tijd NB soute kunnen geretireerd houden. — Het wierd derhalven aan zijne keu„ ze gelaten of hij wilde present zijn Caab. Gouverneur apart Secrost 5 Jan. 1788. zijn Ja dan neen! Welke andere interpretatie sal men dog anders aan de woorden souden kunnen geeven Want was het de intentie van het caalse ministerie geweest, om swarts presentie niet toe te laten, slong die aan boord was, dan hebben de Gecomm s. kwalijk gedaan, van het aan de keuse van hem Swart over te laten, en zijn er dan eenige desordres daardoor voorge¬ vallen, zo zijn die aan hun Gecomms. te imputeeren. — Het hierbij meergeciteerde re laas van Swart geeft ook duijdelijk op dat hij geene kennis gehad heeft, van 't adres door eenige van't scheeps¬ volk geteekend en gepresenteerd Gecommitt s aan de meergem. Gelijk ook alle de geene der Teeke¬ naaren, welke door den ondergeteekde gehoord zijn, uit eene mond ver„ klaren, dat zij sonder eenige in¬ „ductie of persuasie van den Capitn of ijwand in zijnentwegen dit papier geteekend hebben. — submitteerende de ondergeteek: het jugement, zoo over dit hier voren geposeerde, als van 't van boord halen, en met een commondo soldaaten overbrengen van den Lieut. Paulus van den Boogaard, wegens het beezigen van Accordeert Aldrak van eenige expressien tegens de Gecommitts. schoon hij wel expresse negeert beschonken te zijn, als mede van den Bootsman Gerrit van Osch. en Schieman hendk. Goggel om redenen seer ampel in de Caalze missive vervat, en het in arrest zetten van eerstgem. voor de tijd van agttien dagen, met een schildwogt voor de deur, en zonder eenig acces en van de twee laatstgem. in de boeijen aan boord van't huijs ter spijk /: om„ standigheeden door henlieden aan den ondergeteek . mondeling opgegeven:/ aan het hoogwijs en verligt Oordeel uwer Hoog Edelheedens. Terwijl hij Ondergeteek=d verhopende hiermede aan uwer Hoog Edelheedens gevene„ reerde ordre voldaan te hebben, d' Eer¬ heeft zig met alle respect te noemen. /:onderstond:/ Hoog Edel Groot Agtb: heer en Wel Edele Gestr: ƒ heeren /:loger:/ uw Hoog Edelhs onderdanige en gehoorsz. dienaar geteek:/ G. C. J. van Massau /: in margine:/ Batavia den 28. ' Maart 1786. — /:onder stond:/ Accordeert /: was geteek:/ D: D. van Haak 6. g. kl. — J Egllere souden het arts wa 1 se v orgen ms k de Caab. Gouverneur apart Secrest 5 Jan. 1788. 1 den 12 Jeri 1732
English
Copy Copy The undersigned was relieved of his ship, the Zeepaard, at the Cape by the ministry there, and sent on the ship de Paarl to Batavia, on allegations that he had gone too far in punishing the crew and had practiced cruelties. All incidents that occurred on that vessel could not possibly have given rise to those allegations other than through the omission of true circumstances or the addition of false ones; and this misrepresentation of the matter must certainly have occurred to a very high degree in the said allegations, because they could, in the very first instance, cause enlightened ministers to reach a resolution for the aforementioned removal and transfer. The undersigned therefore presumes, not without reason, that it will be difficult for anyone who did not personally witness the incidents to untangle the truth herein from the attached false appearance; and to bring the same, as a collection of the connected circumstances, into its entirety. Account given by the Captain-at-Sea Hendrik Swart regarding the punishments administered by him and his further conduct during the command held by him on the ship the Zeepaard. Cape. Governor apart Secret 5 Jan. 1788. Consequently, in order to facilitate this investigation and the judgment of his case depending thereon, of which he is anxiously awaiting the restoration of his good name and his ship, the same has found it expedient to give an account of the said incidents, excluding solely arrests, just as they occurred. The first corporal punishment was inflicted on 8 February 1785 on four sailors who were found absent in a heavy storm, while the standing rigging was in danger of parting, the upper works of the ship had sprung apart, and the water rushed in between decks through the seams due to the violent rolling, so that the chests were floating there and the crew, having become disheartened by pumping and baling, already let themselves go, believing that pumping and baling could no longer help and that they would inevitably drown. To which danger was further added that everything possible had to be done to stay out of the Bay of Biscay and not become embayed there. Under these circumstances, the undersigned deemed it necessary, both to give some additional support to the ship and to gain the weather gauge and keep the ship's head to the sea, to make some changes to the sails, but could not obtain any experienced sailors who could perform the work. Whereupon the aforementioned four, in whom the greatest trust had been placed, had to be searched for between decks with lanterns, so that a considerable time elapsed before the said necessary change could be carried out, and meanwhile the opportunity might have passed leading to an irreparable loss of ship, cargo, and all souls. Such a withdrawal from duty in evident danger, and of such a nature that the ship and everything with it was put in peril thereby, could not be left unpunished at the beginning of the voyage, and was thus punished with being tied to a cannon and receiving a number of lashes, whereas the ordinances prescribe the forfeiture of life, and the articles of war prescribe falling from the yardarm and a lash of the capstan bar. The aforementioned ill-disposed persons were consequently indeed punished, yet with a lesser punishment than that determined by law, and thus not severely and even less cruelly. And although it is true that one of them, named Martin Axir, died on 15 February, or on the seventh day after receiving the said punishment, it cannot therefore be said that any excess or cruelty occurred regarding him; for he had deserved as many lashes and received no more than the other three, who were not even disabled by it and are still alive, while it also appears from a declaration by the chief surgeon that the death of the said Axir was caused by seizures. Cape. Governor apart Secret 5 Jan. 1788. The second case occurred on 9 Febr: 1785, when the quartermaster Hendrik Scheffer was corporally punished for misconduct in the aforementioned storm. Being required to make a report concerning the pump, the same said that there was no water near it, although upon closer examination so much was found that the entire sounding rod was not long enough to sound it; whereupon he did not hesitate, in addition to that, to act insolently toward the officer of the watch, and this under the aforementioned grim circumstances, when one had one's hands full on account of the bad condition of the ship, the dejection of the crew, and the danger of becoming embayed, and thus the closer examination that was made could easily have been neglected, leading to an irreparable consequence. Thus his offense was also of the same nature as that of the aforementioned four sailors, and he had therefore deserved at least an equal, and even, because he was a petty officer, a greater punishment than them; just as there was also awarded to him by the ship's council a demotion to common sailor with Nine guilders. He is therefore also punished below the law, and even with mitigation of
Dutch transcription
Copia Copia De ondergeteekende is aan de Caab door hel ministerie aldaar, van zyn schip het Zeepaard, geligt, en met het schip de Paarl naar Batavia opgezonden, op beschuldigingen dat hy in het straffen aan het volk was te verre gegaan, en wreedheeden had gecesfend. - Alle voorvallen die op dien bodem zyn gebeurd, zouden onmogelijk to die beschul„ digingen hebben konnen aanleiding geeven anders dan door omissie van waar„ omstandigheeden of byvoeging van val„ sche en deese ontstelling van de zaak moet in gedagte beschuldigingen gewis tot een zeer hogen graad plaats gehad hebben, om dat deselve al ten eersten by verligte- ministers een besluit tot de voorm. ligting en opzending hebben kunnen verloorzaaken: — De ondergeteekend onderteld dus niet zonder grond, dat het aan elk die de gevallen niet zelfs heeft bijgewoond, swaar zal vallen om de waarheid in deesen uit der bygevoegden valschen schyn te ontswagtelen; en deselve een ver„ sameling van de by elkanderen hoende Relaas gedaan door den Capitain ter Zes Hendrik Swart aangaande de straf„ sen door hem gedeffend en zyn verder gedrag, geduurende het door hem gevoerd Com mando op 't schip 't Zeepaard omstandegheden Caab. Gouverneur apart Secrost 5 Jan. 1788. Mitsdien heeft deselve tot faciliteering van dit onderzoek en het daar van afhan„ gend oordeel over zyne zaak /: waar van hy de herstelling in zyn goede naam en op zyn schip reikhalzend is verwagtende dienstig gevonden van ged=te voorvallen enkelds arrester uitgezondert een ver„ haal te doen, zoo als deselve zyn ge„ schied. — omstandigheeden tot haar geheel te brengen De eerste lyfstraffe wierd g'oeffend op den 8 February 1785 aan vier matressen die absent bevenden wierden in een sware storm, terwyl het staande tuig in gevaar was van te breeken, het booven schip uit elkanderen was geweeken, het water tusschen deks door de lyfnader by het geweldig overhalen instroomde; zoo dat de kisten aldaar dreeven en het volk door pompen en balier moedelors ge„ worden zynde zig reeds liet henen pom„ pen en balier niet meer te konnen helpen, maar tog te zullen moeten verdrnken. — By welk gevaar nog kwam, dat men alles wat mogelik was moeste doen om uit de Bogt van Frankryk te bly„ ven, en daar niet bezet te raaken: In deese omstandigheeden onrdeelde de on„ vergeteekende nodig zoo om aan het schip eenige meerdere steun te geeven als om de loef te keppen en het schip met de kop in zee te houden eenige ver andering in de zeelen te maken, dog kon geen bevaaren matroosen magtig worden, de ƒ die het werk verrigte den, waarvan de gem: vier daar men het meeste vertrouwen op had gesteld, met lantaarnen tusschen deks moesten opgezogt worden, zo dat er een geruimer tijd verliep eer ged=e nodige verandering konde ten uitvoer gebragt werden en intusschen de geleegendheid tot een onherstelbaar verlies van schip goed en alle zielen had kunnen voorbygaan zulk een onttrekking van den dienst in een baarblyklyk gevaar en van dien aart dat daar door het schip en alles met het zelve in perikel was gesteld, kon in het begin van de reyze niet ongestraft gelaten worden, en wierd dus gestraft met het vastbinden op een Canon en het doen ont„ fangen van een parthyj slagen, terwylk de placcaten de verbeurte van het blyf en by de articulbrief het van de rhaa lopen, en een bilslag van het spil daar opgesteld zyn. — De gem: kwaadwelligers wierden ge„ volglyk wel gestraft dog met een mindere dan de by de wet bepaalde straff, en dus niet gestreng en nog minder weed. En schoon het waar is, dat een van deselve genaamd Martin Axir den 15 February of op den Zeevenden- dag na het ontvan„ gen van ged=e straffe is overleeden, zoo kan egter daarom niet gezegt worden dat omtrend hem eenige buitenspoong„ heid of wreedheid heeft plaats gehad want hy had zoo veel slagen verdient en gen n de Caab. Gouverneur apart Secrast 5 Jan. 1788. en niet meer ontfangen dan de overige drie die daar van niet eens impotent geweest en nog in het leeven zyn, terwyl ook uit een declaratoir van den oppermeester blijkt, dat de dood van ged=e Axir is veroorzaakt don toevallen Het tweede geval gebeurde op den 9 Febr: 1785 wanneer den quartiermeester Hendrik Schef, ser aan den lyve gestraft wierd over wan gedrag in den voorm: Ham Dezelve nopens de pomp moeten de rapport doen zeide dat geen water by deselve was schoon by nader onderzoek zoo veel gevonden wierd, dat de geheele pylstok niet lang genoeg was, om het zelve te peilen wan„ neer hy zig niet ontzag nog daar en boven teegen den wagt hebbende officier te brutaliseeren en zulks en de voorsz: naare omstandigheeden, daar men weegens de slegte gesteldheid van het schip de moe„ deloosheid van het volk en het gevaar van bezet te raaken alle handen vol had, en dus het gedaan nader onderzoek tot een onherstelbaar gevolg ligtelyk had kunnen nagelaten worden Dus was zyn misdref meede van dien aart als dat der voorafgemelde vier matroozen en hy had dus met hen ten minsten een gelyke, en zelfs om dat hy een on„ der officier was een meerdere sraffe verdiend, gelyk hem dan ook door den scheepsraad toegekend was een deporte„ ment tot matroos met Neegen gulden Ry is dierhalven meede gestraft be„ needen de wet, en zelfs met verzagting van -
English
of the sentence once passed, thus neither severe and even less cruel. The third case occurred on 30 April 1785, when a soldier was given a flogging because, according to a report from the chief surgeon, he had struck a young sailor on the head with the edge of a scrubbing brush, causing a wound three fingers wide. Anyone who has ever been aboard an outward-bound ship must have notoriously observed the animosity that always exists between the sailors and soldiers, and will thus easily be able to conceive what dangerous consequences quarrels between the two can bring about if they are not opposed with seriousness and taking revenge into one's own hands is not prevented, especially on a ship where the soldiers numbered 152 and the seafarers 172 men, so that the former, if one discounts the boys, were fully as strong as the latter. The aforementioned incident had aroused the attention of all seafarers and soldiers, and one might presume much partiality in both, so that the one who was most clearly in the wrong had to be punished, and this was the soldier, who, as appeared upon investigation, in the presence of the officers of the watch on the forecastle, over a slight offense for which he had even given the occasion himself, had taken the law into his own hands in the aforementioned extreme manner. [illegible] Cape Governor separate Secret 5 Jan. 1788. The soldier was thus punished by two corporals, but after they had delivered a few blows, the commander of the soldiers dared to order the said corporal not to strike anymore, and thus the undersigned, unless he wished to acknowledge the said commander with all the soldiers as independent of him before all the crew, was compelled to place the commander under arrest and to compel the corporals to execute his orders by giving the said soldier several more blows, so that the aforementioned soldier was indeed punished to prevent calamities, but not unjustly, and even less cruelly, for having received the blows at half past four o'clock, he came to drink his dram at five o'clock and went to perform his duty on the forecastle at six o'clock, notwithstanding that the commander had claimed he would remain disabled, while the second surgeon, who had been ordered by the undersigned to inspect his back, declared that immediately after the execution scarcely any sign of injury was to be seen on it. These are all the instances of corporal punishment administered, and I may reasonably expect that every impartial person will have to acknowledge that I acted therein not improperly, but as required, and not with severity, but with leniency. I I therefore also had no need to shrink from showing myself before the crew, but was not only present when the resolution of the Cape Government to remove me from the ship was read aloud on board, since this was not forbidden to me but left to my choice, but after the completion of that reading I also asked the crew what reason they had to complain of disorders and ill treatment by me! Which question, had anyone in the crew had anything against me, now that the command was taken from me, would certainly not have failed to bring down upon my head every reproach that was in memory, but in this case was answered with an assurance that they had nothing against me and that they were reluctant to lose me, although this latter declaration was couched by some in the blunt words that they did not want to sail without me, the extravagance of which has since been acknowledged by the crew themselves, and as often as I have had the opportunity, has been rebuked by me, with an exhortation to be obedient to the orders of the Cape Government and to the commander appointed by the same. From this, as well as from a declaration drawn up, signed, and delivered to the Master Attendant van Pennep without my agency or knowledge after the command had already been taken from me, it having appeared that the crew had not accused me, [illegible] Cape Governor separate Secret 5 Jan. 1788. and it also having been declared simultaneously by all the naval officers together that it was not they who had accused me, I do not know who, besides the commander of the soldiers, could otherwise have given unfavorable testimony against me other than the junior merchant and the land surveyor, regarding which three persons it must at first glance be taken into consideration that they cannot be knowledgeable of what ought to happen at sea, and that they are therefore also by no means those from whom one can expect a fair judgment concerning my actions, although I will otherwise readily admit that I may have given them in their private capacity some reasons for displeasure through my retired way of life, to the extent that I did not permit myself during the entire voyage to drink a single extraordinary glass of wine or to sleep other than in fine weather, to which the disasters encountered immediately at the beginning of my voyage gave reason, along with other circumstances that I shall rather keep silent about. Batavia the 3 8ber 1785. Was signed: H: Swart. Below stood: Agreed. Signed: D D van Haak E: g: Clercq. Agreed. Vbreek EgClercq
Dutch transcription
van het eens gestreeken vonnis, dus ook niet gestreng en nog minder weed Het derde geval kwam voor den 30 april 1785 wanneer aan een soldaat een pak wierd ge„ geeven, om dat hy volgens rapport van den oppermeester aan een Jong Matroos met de kant van een schuijer een gat in 't hoofd had geslagen, dat drie vin„ gers breed was. Elk die ooit op een uitkoomend schip is ge„ weest, moet notoir aangemerkt, hebbende animositeit die er alteos is tusschen de Matrossen en soldaten, en zal dus ligte„ lyk kunnen nagaan, hoe gevaarlyk gevolgen de querellen tusschen beiden kunnen naar zig sleepen, indien die niet met ernst wierden teegengegaan, en het zelfs wreeken belet, von al op een schip daar de soldaten 152 en de zeevarende 172 koppen uitmaakten, dus de eerst gem: als men de Jongens afreekend ruim zo, sterk waren dan de laatstgemelde Het vormeld geval had de oplettenheid van alle zeevaarenden en sadaten gaande, gemaakt, en men mogt in beiden veel partydigheid onderstellen dus moet de geenen gestraft werden die het blykbaarste ongelyk had en dit was de soldaat, die zoo als by onderzoek bleek in het bijweezen van de wagt hebbende officieren op de bak over eene geringe beleediging, waar toe hy zelfs had aanleiding gegeeven, op de vooraf gem: verregaande wyze zyn eigen regten was geweest. De drie eest uit is Febr: 1785 f war ort ve was vonden lang wan„ boven 1 naare moe„ had t en Caab. Gouverneur apart Secrost 5 Jan. 1788. Den soldaat wierd dus gestraft door twee Corperaals, dog na dat deese eenige slagen gegeeven hadden, onderstond de, Commandeu van de seldaten aan gedagte Corporaal te ordonneeren niet meer te slaan, en dus was de ondergeteekenden wilde hy niet voor al het volk gedagte Commandeu met al de soldaten voor en afhangelyk van hem erkennen genoodzaakt den Com¬ # mandeur in arrest te zetten, en de Con¬ 7 ƒ poraals te noodzaken dat zy zyne ordres uitvoerden met aan ged=te soldaa ƒ nog eenige slagen te geeven 1 zoo dat de gem: soldaat wel tot voorkomen van onheilen, maar niet onregtvaardig is gestraft, en nog minder wreedelyk wan ten half vyf uuren de slagen ontfan¬ gen hebbende, kwam hy ten vyf uuren zijn Loopje dunken, en ging ten ses¬ uuren zyn dienst op de bak verrigten, niet teegenstaande den Commandeur g weld had dat hy zou impotent blyven hebbende de ondermeester, die door den onderget: gelost was zyn rug te visitee„ ren verklaard, dat daar op ten eersten na de executie genoegzaam geen dee„ ken te zien was Dit zyn alle voorvallen van g'oeffende, lyfstraffen, en ik mag billyk verwagten dat elk onpartydige zal moeten be„ g kennen, dat ik daar in niet onbe„ hoorlyk maar na vereisch en niet na gestrengheid, maar met Lagtheid heb te werk gegaan ƒ Ik Ik heb dierhalven ook niet behoeven te schroo¬ men my voor het volk te vertoonen, maar ben niet alleen present geweest, toen het besluit der Caassche Regeering om my van het schip te ligten aan bond wierd von„ geleezen, vermits dit my niet verboden - maar in myne keuze gelaten was maar heb ook na het volbrengen dier lecture aan het volk gevraagt, wat reeden het had over desordres en kwade behandeling van my te klagen ! welke vragt had men in de krul iets ten mynen laste, zeekerlyk nu my het Com mando ontnoomen was niet soude gemanqueerd hebben, my alle vercyten„ gen die er in geheugen waaren op den hals te halen, maar in dit geval beantwoord wierd met een betrieping dat men niets teegen my had, en dat men my ongaarne miste schoon deese laatste verklaring door sommegen bekleed is met de lompe woorden dat men zonder my niet wilde varen waar van de buitensponigheid seedert door het volk zelve is erkend, en zoo dikmaals ik daar toe geleegendheid heb gehad, door my is gelaakt, met aan maning om aan de ordres der Caab„ sche regeering en der- door denselven gestelde gezaghebber gehoorzaam te zyn. Hier uit zoo wel als uit eene buiten myn door slage mande poraal en lde hi an den elyk en Com de Cor yne soldaa oorkomen aardig y uuren en en n Wan twee Caab. Gouverneur apart Secreet 5 Jan. 1788. myn toedoen of meede weeten na dat my het Commando reeds ontnoomen was, gemaakte geteekende en aan den Equipage meester van Pennep ter hand gestelde verklaring, gebleeken zynde dat het volk my niet verklaagd had en tefens door de gezamentlyke Leeofficieren ook verklaard zynde, dat zy het niet waaren die mi beschuldigd hadden, zoo welt ik niet wie breeten den Commandeur der soldaten my anders een nadeelig getui¬ genis kan hebben gegeeven dan den onderkoopman en Landmeeter, omtrend welke drie persoonen in den eersten op„ slag moet in Consideratie, koomen, dat ze niet ewaaren konnen zyn van het geene op zee behoort te geschieden, en dat zy dus ook geensints de geenen zyn, van welke men een regtmatig oordeel kan verwagten, over mynen thandelingen, schoon ik anders wel wel toestaan dat ik hen in hun privé eenige reedenen tot ongenoegen kan hebben gegeeven, den myne geretereerde leevens wyze, tot zoo verre ik my niet veronloofd geduurende de geheele reyse een enkeld, glas wyn extra ordinair te drinken of anders dan by mooy weer te slapen, waar toen de aanstonds in het begin myner reyse ont„ moette desastres hebben reeden gegeeven met andere omstandigheeden die ik liever zal ver„ suygen /:onderstond/ Batavia den 3 8ber 1785 /:was geteekend:/ H: Swart /:onderstond/ Ac„ cordeert /:geteekend/ D D van Haak E: g: Clercq Accordeert. Vbreek EgClercq
English
Copy Copy I, the undersigned B: S: Engelbert, having arrived as chief surgeon in the service of the Honorable Company on the ship het Zeepaard, declare, at the requisition of Mr. G: E: J: van Nassau, water fiscal and acting pro interim in the office of advocate fiscal of the Indies, that when we departed from Falmouth with the said vessel, and had been at sea for some days, a severe storm overtook us; that after the end of the same, several sailors, and among them Marten Axel, were called to the quarterdeck, and there bound to a cannon and punished; that I, the undersigned, was present at the said execution, and when the said Marten Axel—being the same who died seven or eight days thereafter—was being beaten, and after he, in my opinion, could not bear many more lashes, I pulled the captain by the coat from behind or from the side, with the intention thereby to indicate that they ought to cease beating; and that the captain thereafter had several more lashes administered, and ceased the punishment of the aforementioned sailor Marten Axel. Being ready to confirm this my statement at all times by oath. Below stood: Batavia, the [illegible] Cape Governor [illegible] 5 Jan. 1788. The 25 March 1786. Signed: P: J: Engelbert. Below stood: Agrees. Was signed: D: D: van Haak, First Clerk. Agrees. M: Florak, Clerk. [illegible] Copy Copy I, the undersigned A: W: C: van Iddekinge, junior merchant in the service of the Honorable Company, declare, having been requisitioned by the water fiscal and pro interim advocate fiscal of the Indies, Mr. Gerlach Cornelis Johannes van Nassau, who by resolution of their High Excellencies the High Government of these lands dated 25 September 1785 was qualified to examine the documents charging Hendrik Swart, who arrived as captain on the ship het Zeepaard, and was sent hither from that quarter by the Cape government on the ship de Paarl, in order to give an explanation of the contents of a certain petition presented by me to the Right Honorable Valiant Lord Governor of the Cape of Good Hope: That the unpleasantries mentioned in my petition primarily consisted of the fact that the captain, captain-lieutenant, and doctor made me a subject of raillery, regarding which I, the undersigned, also spoke to the captain during the voyage and settled the matter amicably with him, but that nevertheless the conversation of him, the captain, and the other officers was not as friendly and harmonious as one would wish in such cramped quarters, it not being possible to specify the trivialities that caused those unpleasantries, as no actual hostilities occurred. That for the rest, the undersigned, having been brought up and having conversed only among refined, well-bred people, was repeatedly struck by expressions which he subsequently found to be more or less characteristic of seafaring life, but which he certainly believes would have disheartened anyone endowed with an education like his own. That regarding the perception of discontent, he can state nothing specific, other than that occasionally, when something was to be done at the helm, he heard the crew complain that they could not manage. The undersigned did not mean by the use of the words that this dissatisfaction increased that the crew on the whole was more displeased than before, but only that the estrangement between the soldiers and sailors on account of a punishment applied to one of the former grew greater than it had been before, and wished to make it relative only to this. That the better coexistence which the undersigned hoped to have on another vessel prompted him to request the Lord Governor of the Cape of Good Hope to transfer him to another ship. That, having to put this orally made request into writing by order of the aforementioned Lord Governor, the haste caused some intemperate expressions to flow from the pen, which the undersigned afterwards wished he had never committed to paper, and that he was especially urged thereto by the strong intrigues and instigations of the surveyor Van Hasselt, who bore no goodwill toward the captain whatsoever. That of the agitation of minds against the captain, of which mention is made among other things in my petition, and from which the most detrimental consequences were drawn by me there, he can state nothing more specific than that such came to his ears by rumors at the Cape. I, the undersigned, having had not the least intention to bring charges against Captain Swart, but only to find some compelling reasons to be transferred. I furthermore being readily able to attest that I would never have presented such a paper had I been able to foresee that it would serve as a public instrument. Below stood: Batavia, the 20 October 1785. Was signed: A: W: C: van Iddekinge. Below stood: Agrees. Was signed: D: D: van Haak, First Clerk. Agrees. M: Florak, Clerk. [illegible] Governor [illegible] Duplicate No. 1
Dutch transcription
Copia Copia Verklaare- ik ondergeteekende„ B: S: En„ gelbert als oppermeester in dienst der E: E: p Compagnie met het schip het Zeepaard uitgekoomen, ter requisitie van den Heer M:r G: E: J van Niassau, water Fiscaal en pro interim waarneemende 't amst van Advocaat Fiscaal van India, dat wan„ neer wy met gem: bodem uit Falmouth vertrokken, en eenige dagen in zee ge„ weest waren ons een sielare stum heeft overvallen, na het eindigen van deselve eenige matroosen en onder deselve Mar„ ten Axel op het half del geroepen, en aldaar op een stuk gebonden en afgestraft, dat ik ondergeteekende by gem: Executie praesent geweest, en toen den ged=e Mar„ ten Axel zynde, dezelve welke Leeven of agt dagen daar na is overleeden geslagen wierd, en deselve na myne opinie niet veel meer slagen konde verdragen ik den Capitain van agteren of ter zyde by de rek getrokken hebbe, met intentie om hier meede te kennen te geeven dat men met slaan moest op houden En dat der Captain daar na nog eenige slagen heeft laten geeven, en de straf„ oeffening gestaakt aan meergem. Matroos Marten Axel Bereid zynde deese myne verklaring ten allen tyde met, eed te bevesti„ gen /:onderstond/ Batavia den het aakte er van bleeten dhad cieren niet zoo weet der getui„ dan Arend en ze niet op Zee sook een mynen staan A mynen M my reise renken aartoen ont„ ten al ver„ „ Caab. Gouverneur rast 5 Jan. 1788. den 25 Maart 1786 /:geteekend / P: J: Engel bert. /:onderstond/ Accordeert /:was get:/ D D van Haal E: F: Clug Accordeert M Florak byClery Engel= EE Clei k den 2 fener 17 den 6 Jert 17 Copia Copiee Verklaare ik ondergeteekende A: W: (van Jd„ Er kinge, Onderkoopman in dienst der E: Comp=e ge„ requireerd zynde door den water Fiscaal en pro„ interim advocaat Fiscaal van Indie M:r Perlach a Cornelis Johannes van Massau, als by resolu„ tie van hunne hoog Edelheedens de hogt Regeering deeser landen in dato 25 7ber 1785 gequalificeerd ter Examinatie ten lasten van de stukken ten lasten van Hendrik Swart als Capitain met het schip het Zeepaard uitgekomen, en door het Caabsche ministeren met het schip de Paarl van dien uithoek naar herwaards opgezonden, om te geeven explicatie van de Contenue van zeeker door my aan den WelEdelen Gestr: Heer Gouverneur van Cabo de Goede sloop, gepresenteerd re„ quest. Dat de by myn request gerepte onaangenaam heeden hier in voor al hebben bestaan, dat den Capitain, Capt=n Lieut: en Docter mij tot een sajet van raillerie naamen, waar omtrend ik onderget: den Capitain ook ge„ duurende de reese heb aangesproken en het zelve met hem in der minnen af„ gehandelt, dan dat desniet teegenstaanden de Conversatie van hem Capitain en de ver„ dere officieren niet zoo vriendelyk en har„ monie geweest is, als men in een zo be„ knopte zamenwooning zoude wenschen. zynde het niet mogelyk de klynigheeden welke die onaangenaamheeden Causeerden te specificeeren, wyl er geen reabitaten zyn voorgevallen Dat voor het overige den onderget: als niet dan onder beschaafde wellleevende lieden groot groot gebragt en geconverseerd hebbende, telken gefrappeerd geweest is, over de uitdrukkin„ gen welke hy naderhand bevonden heeft, dat aan het zeeleeven min of meer eigen zyn, dan welke hy zeeker vermeend, dat ymand van eene educatie als de zyne ge¬ Douisseerd hebben, zouden mismoedig ge„ maakt hebben Dat omtrend de bespeuring van 't misnoegen niets particuliers weet op te geeven, anders dan, dat wel eens by geleegendheid dat er iets aan 't roer te doen was, gehoud heb„ dat het volk zig beklaagde, dat niet voldoen konden. — Hebbende den onderget: niet bedoeld met het gebruik der woorden dat die onvergenoed„ heid toenam dat de Equipagie over het geheel misnoegder was dan te vooren, maar alleen dat de verwydering tusschen de militairen en matroosen ter oorzaak van eene strafte aan een der eersten g'appliceerd, gister wierd dan die te vooren geweest was, en het hier toe ook alleen willen relatief maken Dat de beetere zamenleeving welke den ondergeteekende verhoopt op eene andere bodem te zullen hebben, hem hebben aangezet om aan den Heer Pou„ verneur van Cato de Goede Hoop te ver¬ zoeken, hem van schip te doen veranderen Dat dit mondeling gedaan versoek op ordre„ van voorm: Heer Gouverneur in Scriptis zullende vervatten, de haast wel eenige ongemesureerde expressien uit de pen heeft doen vloeijen, welke den onder get. onderget: van agteren wel wenschten nim„ mer op 't papier gebragt te hebben, en elre dat inzonderheid hier toe is gedrongen door de sterke intregatien ^ en aanporringen van den Landmeeter van Hasseltt welke den Capi„ tain gantsch geen goed hart was toedra„ Dat van de agitaire der gemoederen tee„ gens den Capitain, waar van onder ande„ ren in min request gewaagd word, en waar uit de nadeeligste gevolgen don my aldaar getrokken waren, niets anders nog meer particulier weet op te geeven, als dat zulks donr gerugte aan de Caab ter myner ooren gekoomen is. Hebbende ik onder get: geen de minste intentie gehad, om beschuldigingen teegen den Capn. swart in te brengen maar alleen eenige stringente reedenen te vinden om ver„ plaast te worden Konnende ik wyders gerustelyk betuigen van nimmer een sodanig papier te zullen gepraesenteerd hebben (zoo ik had kunnen voorzien, dat het tot een publicq instrie„ ment zoude dienen /:onderstond/ Ba tavia den 20 October 1785 /:was geteekd/ A: W: C: van Idekinge /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend/ D: D: van Hsaak Ey Ch Accordeert. gende: — Mlorak Eilleng k in gen A nege ge snoegen anders ter dat Gouverneur als v aar E Duplicaat N 1
English
Representation of the Landdrost Daniel van Ryneveld to the Court of Justice Placard concerning goods found washed ashore from shipwrecked vessels List of such persons as have been near the stranded ship Nicobar Claim of the aforementioned Landdrost against the person of J: V: Reenen Report of the Orphan Master H. S: de Wet substitute Rudolphi of the Chief Mate of the aforementioned ship Schultz Depositions of Boatswain C. Pietersen Mate Jens Olsen Quartermaster Jan Kermis Sailor Jens Krissis Johannes Crias Koningsfeld Interrogatories of the aforementioned van Reenen with his answers noted in the margin Reference Answer by Daniel as mentioned of the aforementioned van Reenen Sentence of the aforementioned Court against the aforementioned van Reenen Note of such papers relating to the proceedings against Jacob van Reenen and associates on account of the strand robbery committed at the Danish ship Nicobar Cape Government Criminal Claim by the Landdrost of Stellenbosch aforementioned against the persons of Jacobus Fourie Louis Fourie Coenraad Johannes Groenewald Burgerd van Dijk Mattheus Guillaume Christoffel Groenewald Lucas Marthinus Marais and Margaretha Radyn widow Wessels Answered Interrogatories of Jacobus Fourie Louis Fourie Coenraad Johannes Groenewald Burgerd van Dijk Mattheus Guillaume Christoffel Groenewald Lucas Marthinus Marais Widow Wessel Wessels Sentence against the aforementioned persons passed by the Court of Justice Further list of goods washed ashore on the beach there Inventory, two documents relating to the proceedings Wessels Persons Groenewald Guillaume Groenewald Wessels Cape Government Joachim van Plettenberg Acting Governor of this Cape Government, together with the Council, make known: That some time ago, and indeed as far as could be determined, in the month of July of this year, various spars and other items washed ashore on the beaches at and around Soetendaals Valley, from which it could clearly be perceived that they had not been floating long in the sea, but on the contrary must have belonged to a ship to which some disaster must have occurred around the coasts there at that time, and that we have learned with the greatest displeasure in this regard that the inhabitants living around the aforementioned Soetendaals Valley have not hesitated to transport some of the aforementioned washed-up spars to their farms, without, in regard of their bounden duty, duly notifying either the Honorable Acting Governor directly or the Landdrost of their district. It is therefore that we, in order to prevent such improper conduct, hereby most earnestly ordain and command all and every one of the inhabitants of this country, and especially those whose farms are situated on and around any sea beaches or who are accustomed to visit them, that whenever they shall find any materials, whether belonging to the equipment or cargo of ships, or any other goods washed ashore on the aforementioned beaches, they shall indeed be permitted to haul and salvage such goods onto the land as far as lies in their power, but they must likewise immediately and without the least delay—namely those belonging under the Cape District, directly to the Governor or Acting Governor, and those of the outer districts to the respective Landdrosts under whose jurisdiction they fall—make this known, so that the necessary orders on our behalf may be issued in good time, on pain that those who fail in this regard shall be punished most rigorously as strand thieves and wilful violators of our orders, according to the terms of the placards as well as the exigency of the case. And to the end that no one may pretend any ignorance hereof, we will and desire that this, being published at the customary place, shall be posted everywhere. Thus done and resolved in the Castle of Good Hope, the 21st of September 1773, as well as published and posted on the 23rd following. It was signed: Joachim van Plettenberg Underneath stood In the margin stood: The Honorable Company's Seal pressed in red wax. And underneath: By order of the Honorable Acting Governor and Council. It was signed: Oloff Martini Bergh, First Sworn Clerk. Underneath stood: Agrees. Signed: J. M. Horak, Clerk. Underneath that: Agrees. It was signed: R. J. van der Riet. Agrees: M. Horak To the Right Honorable Pieter Hacker, President, together with the Honorable Council of Justice of this Government. Right Honorable Sir and Honorable Gentlemen, With the deepest respect shows the undersigned Junior Merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Daniel van Ryneveld: That, notwithstanding that by the respective placards of this country in case of shipwreck it is expressly forbidden without distinction that anyone should go onto the sea beaches, much less steal any goods washed ashore there, on pain of being punished as public thieves, nevertheless on the occasion of the stranding of the Danish ship Nicobar at the Ratel River near Soetendaals Valley, it did not fail to occur Cape Governor
Dutch transcription
Vertoog van den Landdro A Daniel van Zyneved aan den raad van Iustitie Placcaat nopens de Aan verongelukte scheepen aan strand gevonden werdende goederen Lijst van zodanige Personen als bij het ge staande schip Nicobaa zijn geweest Eijsch van den Landdrost voorm=de tegen den persoon van J: V: Reenen Relaas van den weesmeester H. S: de Wel „ substituit Rudolphi. „ _„o van den opperstuurman van „ 't opgem: schip Schultz verklaringen en Boosman C. Pietersen „„ _o maat Jens Olsen _o „„ quartiermeeste Jan kermis _ . „ „ Mattroos Jens krissis - „ „ _: Joh„s Crias komingsfeld Interrogatorien van opgem van Reenen met derzelven in margine bekend - gestelde Antwoorden. Verwij Antwoord door Daniel als gem. van gem van Leenen vonnis van den Raad voormd tegen opgen van Reenen Notitie van zodanige Papieren betrekkelyk tot de procedure Jegens Jacob van Reenen C. S. wegens de gepleegde Strandroep bij het Diensch Schip Nicobaa Caab. Gouvern Crimineelen Eijsch door den Landdrost van Stellenbonh voorm„d tegens de Persenen van Jacobus Fourie Louis Fourée Coenraad Joh. s Groenewald Burgerd van Dijk Mattheus Guilliaume Christoffel Groenewald Lucas Marths. Marais en Margaretha Radijs wed. Wessen beantwoorde Interrogatien van Jacobus Fouris Louisvourie „ Coem. Joh.:s Gevenewald „ Burgerd van Dik „ Mattheus Guilliauw „ Christif groenewald Lacas M. Marais Wed: Wessel Wesfels vonnis tegen opgene personen door den raad tanspotili geveld. vender rolce, van de aldaar aan't mand, opgespoelde goederen Inventaris twee stucken tot gen procedeerd betrekkelik wetfelz. Perseng enwald liaum ewald efel de r e coab. ver Joachim van Slettenberg Gezaghebber dezes Caabse gouvernements te benevens den Raad doen te weeten. Hoe dat eenige tyd geleden en wel voor zo veel men heeft kunnen nagaan, in de maand July dezes Iaars aan de Stranden aan en omtrend de Podtendaals vallen, zyn aangespoeld gevoorden diverse Rondhouten en andere zaken waar aan duydelyk heeft kunnen werden bespeurd dat dezelve net lange in zee hebben gedreven, maar in tegendeel zullen hebben behoord aan een schip waar aan op dien tyd omtrend de kusten aldaar eenig ongeluk zal zyn overgekomen, en dat n ten deeze belange met het grootste ongenoegen hebben mogen ondervinden dat de omtrend de voord Petendaals valle, wonende Ingezetenen zig met hebben ontzien om eenige der voorsz: aangespoelde rondhouten naar hunne plaatse te vervoeren, zonder in betragting van hunne schuldigen pligt, daar van 't zij direct aan welgem Heer Gezaghebber dan wel aan den Landdrosd hunne districts behooryk kennis te geven, so is 't, dat wy om tegen diergelyk onbehoorlyk gedoente te voorzien, by deezen aan alle ende een ygelyk der Inge„ zetenen dezes Lands, en wel voornamentlyk de zodanige, weer plaatse aan en omtrend eenige Zeestranden gelegen zyn, of die gewoon zyn dezelve te bezoeken op het einstigs ordon¬ neeren en beveelen, dat wanneer zyl: op meergem stranden, eenige moteralen 't zy tot de toerusting ofte vern eur 1a te lading van schepen behorende dan wel andere goederen zullen aangespoeld vinden, zyl: dezulke goederen voor zo veel zulx in haar vermogen zal zyn, wel zullen vermogen op 't lant te halen en te bergen, dog zulx teffens ten spoedigsten en zonder de minste tyd verzoum te weeten de geene die onder het Caabodistract behoren, direct aan den Heer gouverneur of gezagheb„ ber en die der buiten districten aan die den respe Landdrosten onder dewelke zy sorteeren, moeten bekend maken, op dat hier omtrend in tyts de nodige ordres onzentwoegen zullen kunnen werden gesteld op peene dat de geene die hier omtrend in gebreke zullen blyven als strand, dieven en moedwillige overbieders onzer beveelen, naar Luijd der placaten, mitsg=s Exigentie van zaken op 't rigoureuste zullen werden gestraft — En op dat niemand hier van eenige ignorantie zoude kunnen pretendeeren soo, willen en begeeren wij, dat deze ter gewone plaatse gepubliceerd synde allomme zal worden geaffigeerd. Aldus Pedan ende gearres„ teerd Int Casteel de goede hoop den 21=e Septbr 1773. mitsg=s gepubliceert en geassi„ geert den 23 daaraan volgende was ge„ paragrapheerd:/ Joachim van Fledenberg onderstond ter /ter zyde stond / 's E Comp=s Cachet in rooden laeque gedrukt / en daaronder / Ter ordonn van den Edelen Heer gezaghebber en den Raad. /:was getekent:/ Hoff Marthini Berg R„o Secs /:onderstond / accordeert / getekent/ I M ptozak bg Clercq. /daar onder/ Accordeert /was getekent:/ R J V: d: Riet Eallere Accordeert MLorak L N Aan den wel Edelen Achtb: Heer Pieter Hacker president lee„ neevens den E: agtb: raad van Justitie deses gouver„ nements WelEdele Achtbaare Heer en E: Heeren Met het diepst respect vertoond den on„ der geteekend ondercoopman en Land„ drost van Stellenbosch en drakenstyn Daniel van Rijneveld. — Dat niet tegenstaande bij de respe placcaten deser lande, in Cas van stran „ding van scheepen zonder onderscheid wel expresselijk is verboden dat zig niemand op de zee stranden moge begeeven, veel min aldaar eenige opgespoelde goederen, steelen op peene dat dezelve als publicque dieven zoude worden gestraft het egter bij gele„ gendheid van 't stranden van 't deensch schip Nicobar aan de ratel rivier omtrend de soetendaals valleij niet heeft gemam gueert Caab. Gouverneur al
English
accused several selfish and untoward inhabitants, who attempted in the most improper manner and in a barbarous way, to the indelible blemish of this place, to draw impermissible advantages from the recent unfortunate stranding of the aforesaid ship there, that the petitioner was informed not only by the orphan master, Mr. Hendrik Sustinus de Wet, who was properly authorized by the Right Honorable Governor to salvage and administer the repeated washed-up goods and as much as possible for the benefit of the interested parties of the aforesaid ship Nicobar; but also especially by the Substitute Christiaan Godhelp Rudolphi and ordinary cavalryman Johannes Cremer, who were sent from here to maintain the necessary supervision against all disorders, that upon their arrival there they themselves had met five wagons loaded with hogsheads of brandy, barrels of beer, empty leaguers, barrels, planks, ropework, etc., and belonging to the citizens Jacobus Fourie, Louws Fourie, Coenraad Johannes Groenewald, and Burgert van Dyk, all further appearing from the annexed inquests marked from Letter A to H inclusive. The petitioner thus saw himself obliged by virtue of his office, in order to put an end to such conduct defying the well-established order of this government, to institute proper legal proceedings against the same, so that their well-deserved punishment may be inflicted upon them according to the laws and aforementioned placarts. Thus the petitioner takes the liberty to turn to Your Honorable Worships, respectfully requesting that he may be granted the required authorization to summon the aforementioned citizens Jacobus Fourie, Louis Fourie, Coenraad Johannes Groenewald, and Burgert van Dijk, to appear in person before your Right Honorable court and to hear such claim and conclusion as well as request or requests as the petitioner shall come to make and take against them, and further proceed as the nature of the matters may require. Cape. Sworn Clerk. Below: Agrees. Was signed: R. S. V. Derriet. Was signed: D. van Rijneveld. Agrees. L B This is the list concerning the persons who have been at the ship Nicolaas, whom I sign: Jacob van Reenen Hermanus van der Schijff Christoffel Roch Cornelis Uijs Hendrik Geldenhuijs H. son Pieter Gildenhuijze [illegible] son Hans Groblaar Hendrik Odendaal Adriaan Odendaal Jan de Lange, servant of Otman Wolf, servant of David Beyer Petrus Kemp Jan Blom Jan Blom Jansz. Dirk Cornelis Ruijs Jan Hendrik de Greis Pieter Swart the elder Jan Swart Pietersz Jacobus Schalk Swart Pz Daniel Swart Pz Johannes Sacharias Moolman Hermanus Redelinghuijs Hans Jurelende Wessel Wessels Hendrik Wessels Mattheus Gerhardus Beukes Barend Adriaan Beukis Wissel Beukis Jacobus Linde Hendrik Beukis Willem Odendaal Jan Swart Az. Juri Human Matthijs Lowies Tailjard Jacobus Odendaal Gert Kemp Gert Gertz Jacobus Nicolaas Swart Jz. Johannes Paulus Swart Matthijs Appel Matthijs Lourens Dirk Cornelis Lourens Hendrik Jacobus Jacobus Swart the elder Pieter Swart Jacobus Pieter van Wyngaard Johannes Albertus Guldenhuijs Dirk Matthee Johannes Jochemus Swart Lucas Marthinus Maree Jan Gertze Jochemis Matthee Jan de Wege Michiel Matthee Daniel Bester Johann Zacharias Tesselaar Philip Fourie Johannes Bernardus Swart Saco Jurgen Soek Gerhardus Odendaal Pieter Swart Jansz Cornelis Swart Daniel Swart Janz Elias Matthee Johannes Marthinus Slatting Hans Jacob Brits Abram Matthee Johan Albanus Smal Michiel Heijn Christoffel Beyer Mattheus Guillauwé Andries Niemand And[illegible] Hendrik Flock Christiaan Flock Burger van Dijk Piet van Dijk Mattheus Willemse the elder the widow Wessel Wessels Wynand Wessels Jurie Johannes van Dyk Pieter Leevras Moolman Christoffel Groenewald Christoffelsz Lowies Fourie Christiaan Coenze Andries Beijer Jan Mareé Luijkersz. Casper Badenhorst Jan Leroe Daniel Jacobus de Kock Thomis Knoetse Niclaas Swart Nicolaasz Jacobus Michiel Swart Hans Jacob Swart Nicolaasz Hendrik Swart Pietersz Albert Meijerin Jan Nieuwenhuijze Barend Pieterse Gert Swart Johannes Hendricus Krous Willem Bester Hendrik Groenewald Christoffels son Coenraad Johannes Groenewald Jacobus Fourie Below: Agrees. Was signed: R. J. V. D. Riet, Sworn Clerk. Agrees. Cape Appeared before the Honorable Court of Justice of this government the Junior Merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Daniel van Ryneveld, formal plaintiff on the one side, against the Commandant of the Swellendam Invalids, Jacob van Rheenen, defendant on the other side. Article 1. And stated 2 that on 17 June of the past year, the formal plaintiff having been informed 3 that at the Ratel River near the Soetendaals Valley, and the territory of this government, there was stranded the Danish Asiatic Company ship Nicobar; 4 the formal plaintiff, immediately upon the same information, 5 sent to the field cornet living closest nearby, Jacobus Fourie, such written order 6 as he judged necessary regarding the shipwrecked persons 7 and serviceable for the interested parties of the same ship; 8 that the formal plaintiff subsequently, to assist the Orphan Master, Mr. Hendrik Sustinus de Wet, 9 who was provided with a written authorization from the Right Honorable Governor, further
Dutch transcription
gueert aan eenige baatzugtige en ont„ wenschte ingesetenen, die getragt hebbe van de ongeluckige Stranding onlangs van 't voorsz: schip aldaar, aller onbetaam„ lykst, en op een barbaarde wyze tot een onuijtwisbaare blaam voor deze plaats ongepermitteerde voordeelen te trekken dat de vert: niet alleen door den weer„ meester S:r Hendrik Sustinus de wet die tot het bergen en administreeren der meerm: opgespoelde goederen & zo veel mo„ gelijk ten voordeele van de g'interesseer„ dens van voorm: schip nicobar van den welE: gestr: heer gouverneur behoorlijk was gequalificeerd; maar ook van den tot nodig opzigt, tegens alle ongeregeld, heeden van hier afgesonden geweest zynde Substituu Christiaan Godhelp Rudolphi en ordonaris ruijter Iohannees Cremer voornamentlijk g'informeerd geworden zijnde dat zij zelfs bij hun arrivement aldaar hadden ontmoet vijf wagens beladen met oxhoofden brandewijn vaten bier Ledige leggers vaten planken touw werk &=a en toebehoorende waren aan de burgers Jacobus Tourie Louws Tourie Coenraad Iohannes Groenewald en burgert van Dyk alles nader Constee ren rende uyt de hier nevens leggende en„ questen gequoteerd van La: A: tot H: inclusive De vert zig dus amptshalven in de onvermeydelijke noodzakelijkheijd gebragt Liet, omme tot sluijting van dier„ „gelyke tegens de welgestelde ordre deser regering aankantend gedrag de behoor„ lijke proceduere tegens dezelve te Enta„ meere, ten eijnde hunne wel verdiende Straffe, volgens de wetten, en placcaten d voorm: te doen infligeeren Zo neemd de vert: de vryheijd zig te keeren tot uwE agtb: eerbiedi gest ver„ soekende dat aan hem moge worden verleend de vereijschte qualificatie, ten eynde de bovengenoemde burgers Jaco„ bus Tourie Louis Tourie Coenraad Lo„ hannes Groenewald en Burgert van Dijk te laten dag varde omme in perzoon voor uw wel E: achtb: vierschaar te Compa„ reeren en aan te hooren zodanige eyschte ende Conclusie mitsg=s verzoek ofte verzoeken als den vert tegens hun zal koomen te doen en te neemen. voorts procedeeren als den aerd der zaaken vereijsschen /ewas ge Coab. gesw Clercq /onderstond/ Accordeert /was getek:/ R. S: V: Derriet /:was getekend:/ D: van rijneveld Mlorak Egtleren Accordeert ck v L B Dese is de List aangaande de perzonen die bij het schip Nicolaas is geweest die ik Jacob van Reenen Hermanus van der schijff Christoffel roch Cornelis Uijs Hendrik Geldenhuijs H. Zoon Pieter Gildenhuijze &l zoon Hans Groblaar Hendrik Odendaal Adriaan Odendaal Ian de Lange knegt van otman Wolf knegt van david Beyer Petrus Kemp Jan Blom Ian Blom Jansz: Dirk Cornelis Ruijs Jan Hendrik de greis Pieter Swart d'oude Jan Swart Pietersz Jacobus Schal Swart pz Daniel Swart pz Joh=s Sacharias Moolman Hermanus Redelinghuijs Hans Jurelende Wessel wessels Hendrik Wessels Mattheus gerhardus Beukes te ken Barend adriaan Beukis Wissel Beukis Jacobus Linde Hendrik Beukis Willem Odendaal Jan Swart Az: Juri Human Matthijs Lowies Tailjard Jacobus odendaal gert Kemp gert _gertz Jacobus Nicolaas Swart Iz: Joh=s paulus Swart Matthijs Appel Matthijs Lourens Dirk Cornelis Lourens Hendrik Jacobus _ Iacobus Swart de oude Pieter Swart Jacobus Pieter van wyngaard Joh=s albertus Guldenhuijs Dirk Mattee Joh=s Jochemus Swart Lucas Marthinus Marree Jan Gertze Jochemis Mattee Ian de wege Michiel Matthee Daniel Bester Johann Sac=s tesselaar Philip Fourie Johs Bernardus Swart Saco Jurgen Soek gerhardus Odendaal Pieter Swart Jansz Cornelis Swart Daniel Swart Janz Elias Matthee Johs marthnias Slatting Hans Jacob Brits Abram Matthee Johan Albanus Smal Michiel Heijn Christoffel Beyer Mattheus guillauwé Andries niemand and& Hendrik Flock Christiaan Flock Burger van Dijk Piet van dijk Mattheus Willemse v'oude de wed=e. wessel wessels Wynand wessels Suvri Johs Van Dyk. Pieter Leevras Moolman uvern _o Christoffel groenewald Christoffels Lowies Fourie Christiaan Coenze Andries Beijer Ian Mareé Luijkerz: Casper badenhorst Jan Leroe Daniel Jacobus de kock Thomis Knoetse Niclaas Swart nicolaasz Jacobus Michiel Swart Hans Jacob Swart nielaasz Hendrik Swart pietersz Albert Meijerin Jan Nieuwenhuijze Barend Pieterse Gert Swart Johs Hendricus Krous Willem Bester Hend=k Groenewald Christoffe zoon Coenraad Iohannes Groenenald Jacobus Frourie /:onderstond:/ accordeert /:was getekend R: I: V: D: Riet gesw Clercq AHlorak Cyllero Accordeert 7 gt b: Per len. van or den ½ „ exst leen Caab. Gouverneur „man „ bese van er eene en soeten Pou„ asi„ lysen xeca, Ca B Compareerde vonr den E: Agtb: Raad van Iustitie deeses Per„ vernements den onderkoopman en Landdrest van Hellenbosh en Drakenstein Daniel van Ryneveld 7:O eysscher ter eemen Contra den Commandant der swellen damsche Invalides Jacob van Rheenen ged=te ter andere zide. Art1 Endeede zeggen 2 dat op den 17 Juny des gepasseerde Iaars de R:O Eisscher zynde g'informeert geworden 3 Dat aan de ratel rievier omtrend de soeten daals valley, en het territoir van dit Pou„ vernement was gestrand het deensel asi„ atesch Comp: schip Nicobas 4 de R: O Eesscher direct op deselve in forma tien 5 aan den naatst daar omtrend woonende veldwagt meester Jacobus Fourie heeft afgesonden gehad zodanige schriftelyk ordre 6 als oordeelde omtrend de schepbreuk gelee„ der nedig 7 en voor de Finteresseerdens van het zelven schip dienstig te zyn. 8 dat de R: O eijsscher vervolgens ter adsis¬ tentie van den Weesmeester S=r Hen„ drik Sustinus de Wet 9 den welken van den WelEdelen Gestr: Heer Poreverneur met eene schriftelyke qua„ lificatie ver te