VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10904

Cape · 844 pages · 144 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10904_0560 view scan ↗

English

which fishery, more apparently by the frigate ship The Rom, was undertaken in the Saldanhaboaij in the previous year by the English nation, equipped for this catch, of which ships, after these activities regarding the catch of the Northcapers, left from here again one after the other, the last on the 21st of the past month of April. Meanwhile, on the 3rd of the aforementioned month of April, an English frigate ship named The Rom, commanded by William Hoijd and manned with 19 hands, entered the Saldanhabaaij again and immediately proceeded to the exercise of the aforesaid fishery there, continuing that fishery in the aforementioned bay despite the warnings of the post-holding Corporal there that he must cease doing so. Whereupon we instructed the said Corporal not to allow anyone from the ship to come ashore, much less that the same should enjoy any water or provisions, which we thought provisionally would be sufficient; and under the supposition that the catch of the Northcapers, since these fish are not found abundantly along these coasts, would soon decline of its own accord due to their heavy destruction. It was also reported to us in a report by the said Corporal from the Saldanhabaaij that, having clearly observed from the lookout that the two boats of the said frigate made their way to the island named Vondeling lying just outside the bay, on which annually on behalf of the Company the oil from the seals killed there is rendered, and that upon such a sight the said Corporal had sent the boat belonging to his post to the same frigate to inform the Captain that he should keep away from that island, the aforementioned Captain had nevertheless replied that he would not heed this, as having obtained permission from the English Admiralty to go onto all islands situated outside any bay and on which no flag was displayed, in order to kill seals there or collect whatever the sea yields. From which we must now expect that the same will also be practiced on Dassen Eiland, and that thereby the benefit derived on the Company's behalf from those two islands by means of the seals will almost certainly have to cease, because it would be too costly to establish posts there to prevent it, and this would also be detrimental to having the said animals gather freely and unhindered on those islands, whereas annually the necessary men are usually only required in the month of September for killing the seals and rendering their oil. Subsequently, on the 27th of the aforementioned month of April, the aforesaid post-holding Corporal reported that on the aforementioned date the aforesaid ship The Rom had sailed out of the Saldanhabaay again. Having finally progressed to the chapter of the Servants, we find ourselves obliged to respectfully bring to Your Right Honorable Excellencies' notice: That by the undersigned cellar master Jacobus Johannes le Sueur, a request was made in our meeting of the 31st of August of last year that, since the burden of receiving and dispatching the wines from the Colonists, both for shipment to the fatherland and to the Indies, in order to respond as much as possible to the highly esteemed letters of the high-commanding Lords Masters, was increasing to such an extent that he could not possibly continue properly to perform the work required for it without capable assistance, this might be provided for by us; at the same time, it was made known by him, the cellar master, that a saving for the Honorable Company could be observed in this matter by merely granting to the wine-drawer Ernst Fredrik Schrader, being very active and well-trusted in the department of the wine cellar, in addition to his already earned salary, such a qualification as would be suitable to give him some authority over the lower cellar servants. Which request of the said cellar master having been taken into consideration, and we having noted the validity of the reasons put forward by him for it, as well as that in granting that request in the manner proposed, no expense would be caused to the Honorable Company; we have promoted and appointed the said wine-drawer Schrader at his already earned salary of 30 florins per month to first assistant in the Company's wine cellar, with the rank of bookkeeper. Furthermore, it was made known by the undersigned Governor at the meeting of the 18th of March last that His Honor, in order to answer the highly esteemed mandates of the high-commanding Lords Majores, having had to have some plans and maps made, some of which had already been sent off to Their Excellencies, had in this matter employed the extraordinary Engineer Barbier as Lieutenant Engineer.

Dutch transcription

welke vesscherye, meere door het frejuatschipthe zom in de Saldanhaboaij ondernomen is. - 369 „schynlyk ook in het voorige Jaar is geschied door de Engelsche natie tot deezen vangst uitgerust zyn geweest van welke Scheep na deeze verrigtingen omtrend de vangst der Noordkapers het een na het ander, en het laatste op den 21=en der voorleden maand april wederom van hier vertrekten Ondertusschen is inde saldanhabaaij op den 3 der evengem: maand april weeder binnen gekomen en dadelijk tot de Exercitie van de voorsz: visscherije als daar overgegaan, ee Engelsch Freguat schip genaamt the Rom gecommandeerd door william Hoijd, bemand met 19 koppen, hebbende die vischvangst in de eringem. baaij voortgezet ongeagt de waarschouwingen van den posthoudend Corporaal aldaar van zulks te moeten staken, waarop wy even, „ged Corporaal aangeschreeven hebben, van niet te gedogen, dat iemand van het schip aan land kwamen, veel minder dat hetzelven eenig water ofte provisie zoude genieten het geen wij meenden provisioneel wel voldoende te zullen zijn; ende suppesitie dat de vangst der Noordkapers dewyl der visschen niet abindant langs deeze kirst §70: dat zig vervolgens begieven heeft naar eender Eilanden daar 's Comps weegenstraan gebrand Word kusten gevonden worden, zas door haare zoo sterke vernieling wel van zelve zoude komen te vervallen. — Zynde ons by een rapport van ged: Corpo„ raal uit de Saldanhabaaij mede berigt, dat men van de rulkijk duidelyk ontwaard hebbende, dat de twee schuiten van het gem: Freguat zich na het even buiten de baaij leggend Eiland de vondeling genaamd op het welk Jaarlyks s Comps weegen de traan van de aldaar vallende robben word gebrand / begaven, en dat op een zodanig gezigt ged: Corporaal de schuit by zyn post gehorende na hetzelve fregert gezenden had om den Capitain aantwegen dat zich van dat eiland zoude moeten onthouden, evengem: Capitain egter geantwoord had, zulks niet te zullen menageeren als van de Engelsch hebbende admiraliteit permigie bekomen om op alle eilanden te gaan welke buiten eenige boaij geleegen zyn, en waarop geene vlag wierd getoond, om daar robben te doden, of te versamelin het geen de zee opgeeft, waaruiyt thans moeten verwagten dat zulks meede N the rom.- Aanstelding van den wynverlater schrader tot eerste suppoort en 's Comps wynkelder onder zyn wennende gagie. het dassen Erland zel worden gepractiseerd, en dat hier door het nut welke 's Comps wegen van die twee Eelanden, door de reklen getrokken wierd welkkast zal moeten vervallen, om dat het te kostbaar vallen zoude, tot des verhindering aldaar portin aanteleggen en zulks ook nadeelig zoude zijn, om de gem: dieren zig op die Eilanden vry en en belemmerd te doen vergaderen terwyl Jaarlyks alleen gewoonlyk in de maand september de nodige manschap„ pen tot het dooden der robben en het branden van derzelver traan: hebbend: vertrek van voorm schip de de voorn:e posthoudende Corporaal vervolgens op den 27 der bovengem: maand april gerapporteerd dat op edengem: dato het voosz: schip the Rom weder de Savanhabaay uitgezeild was. - Eindelyk gevordert zinde tot het Capittel der Dienaren Vinden wy ons verpligt Eerbiediglyk ter uwer wel Edele groot agtb: kennisse te brengen. dat door den ondergetek=e keldermeester Jacobus Johannes le Sueur in enze vergadering van den 31 aug=s des voorleeden Jaars verzoek gedaan is dat vermits den omslag tot ontfangst en afsiheer der wynen van de Colonisten, zo ter verzending naar het patria, als naar Indien, ten einde zo veel mogelyk te beantwoorden aan de zeer geEerde aanschryvens der hooggebiedende heeren Meesteren zodanig was toeneemende, dat hij zonder eene bekwame hulp het daar toe vereischte werk onmoogelyk na behoren kinde blyven verrigten, hier en door ons mogt werden voorzien, te gelyk door hem keldermeester te kennen werdende gegeeven dat de besparinge voor d E Comp: in deesen zouden kunnen werden betragt, met alleen aan den Wynverlater Ernst Fredrik Schrader als in het depar„ „timent van den wynkelder zeer actief en wel vertrouwd zynde by ƒ zyne reeds winnende gage een zoda„ nige qualiteit toe te voegen als geschikt was, om hem eenige autho„ zeteit en van den extraordinaire Ingeneeur Barbier tot leuitenant ingenieeur „riteit over de minderen kelder bediendens toe te brengen §72 welk verzoek van ged:e keldermeester in Consideratie genomen en daarop door ons aangemerkt geworden zynde de gegrondheid der doordenselven daar toe bygebragte reedenen, als meede dat met en dat verzoch op de voorsz: daar bij voorgedragen manier te bewilligen geen bezwaar aan de E. Compte. wierd veroorzaakt; zo hebben wy gem: wynverlater Chrader op zyne reeds winnende gage van ƒ30 ter maand bevordert en aangesteld tot eerste suppoost in 's Comps wynkel„ der, met den zang van boekhouder §73 Zynde voorts door den ondergetekend gouverneur ter vergaderinge van den 18e Maart Jongstleeden te kennen gegeeven, dat zyn E ter beantwoordingen aan de zeer geEerde mandatiën der hooggebiedende heeren Majores heb„ „bende moeten doen vervaardigen eenige plans en kaarten, waar van zemmigen reeds aan hoogst dezelve waren afgegaan, zynte in deeze verzinge tot

NL-HaNA_1.04.02_10904_0565 view scan ↗

English

had been served and assisted with so much satisfaction by the Extraordinary Engineer Dominicus Michaelis Barbier that His Honour could not have failed to consider rewarding this officer according to his merit. §74 That although, through the support which he, the Governor, had out of his own private means provided to the said Barbier in his straitened circumstances, the same had been afforded some temporary relief, and that officer in gratitude thereof had repeatedly felt spurred on to zealous assistance to him, the Governor, the competence and untiring diligence of the same had nevertheless shone through so brightly that if no essential reward were bestowed upon him in this regard, this would provide no incentive to others, and might also very easily cause the zeal and spirit in that officer himself to flag. 7 the cannon tested here because of the necessity found for it. §75 That for these reasons he, the Governor, was also compelled, as the place of the late Lieutenant Engineer Pieter Cloete, who has already been deceased for a considerable time, was still found to be vacant, to nominate the said Barbier to be promoted as such. §76 Which nomination having been judged useful and necessary for the service of the Company, we have, subject to the favourable approval of the Honourable Highly Esteemed Seventeen, promoted and appointed the said Barbier again in place of the aforementioned deceased Cloete to Lieutenant Engineer with the salary attached thereto of f 50 per month. The said Governor thereafter also presented to the meeting of the 4th of this month that when, a year ago now, by the bursting of a heavy cannon of 24 lb balls on the Amsterdam Battery, on which occasion some men were miserably wounded, the necessity had been recognized of testing the cannon the cannon that was at hand with this government, and about which some doubt still existed, before employing the same to garrison the various posts, by carrying out such trials as he, the Governor, had deemed necessary and had also been found prudent when considered by the entire Corps of artillery officers headed by Colonel Gilquin; and that after having had these tests carried out, several more pieces of cannon from the same foundry and another as that from which the burst piece had come, having likewise burst or been found totally unusable, only the remaining serviceable and approved cannon was subsequently distributed and positioned on the various posts in accordance with the plan formed in that regard under His Honour's direction by a special military commission appointed for that purpose from some officers of the artillery, with which the Head of the Militia, the also undersigned 378 shortage for the management of the same. undersigned Colonel Gordon, as well as the said Corps of artillery officers together with their Chief, the aforementioned Colonel Gilquin, had also conformed; which aforementioned plan, together with the remarks belonging thereto, the said Governor then also produced to the meeting. That he, the Governor, had further entered into consultation in that very same manner in order to be able to have the posts, which were now provisionally provided with the serviceable pieces of cannon according to the aforementioned plan, managed or manned in a proper manner, just as Colonel Gordon, the aforementioned Head of the Militia, and also the said Colonel Gilquin had found that for this purpose alone, besides and in addition to the Batteries which, pursuant to the plan supplied by him, the Governor, to the said Lords Seventeen, would still need to be constructed or were already in hand so far as they could brook no delay, the present number 386 Governor in that regard number of 300 common artillerymen fell very far short of being sufficient, but that one would also have to employ for the same some soldiers from the presently still very weak garrison, and furthermore such sailors or labourers serving at the various works as were found somewhat capable for this service and would be employed; §79 Yet that he, the Governor, must testify, as well as the Head of the Militia and the aforementioned Colonel and Chief of the Artillery, being fully convinced of the absolute impossibility of properly manning and being able to serve the various presently garrisoned posts, which are so far removed from one another, in the meantime with the present number of officers and non-commissioned officers in the frequently mentioned Corps of artillerymen. Proposal of the undersigned: Wherefore also the present circumstances of the times had compelled the said Colonel Gilquin to urge him, the Governor, in writing to propose to this Council a promotion of officers in the frequently mentioned Corps, and furthermore such other improvements among the same and with the engineers as the Memorial submitted in that regard by the said Colonel Gilquin and produced to the meeting by the Governor contained, of which we have the honour to send your Honourable High Mightinesses an authentic copy herewith. §81 The same Memorial having been attentively deliberated upon by us, we have found ourselves jointly compelled, trusting fully that on account of the present circumstances of the times the nomination of the aforementioned officers and that which the said Memorial further contains was made by the said Governor out of a conscientious conviction of that pressing necessity, to approve the same nomination completely, and thereby, in order to remedy as much as possible that which regarding officers, non-commissioned officers

Dutch transcription

tot zo veel genoegen was gediend en geassisteerd gewerden door den Extraordi nair Inginieur Dominicus Michai„ lis Barbier dat zulks niet hadde hun, nen nalaten zyn E. bedagt te doen zijn om deezen officier naar mesite te belonen. - §74 dat of wel door den onderstand die hy Gouverneur uit desselfs pridé aan ged: barbier in zyne bekrompen omstandigheeden had toegebragt den„ selven tot eenig timporeel Coulans was komen te verstrekken en dien officier uiterkentenisse daarvoor zigt elkens weeder tot een gezeleerd assistentie van hem gouverneur aan„ „gespoord had gevonden de bekwaamheid en onvermoeide vlyt van denselven nogthans zo zeer doorstraaeden, dat wanneer hem desweegens geen essentieelen beloning g wierden toe„ gebragt zulks tot gein emulatie in andere verstrekken, en ook bij dien officier zelve de lust en ieder wel ligtelyk zoude kunnen doen. verflaarden. — 7 het Canon alhier om de daartoe bevondene noodzaakelykheid geprobeerd. — §75 Dat hy gouverneur om deese reedenen dan ock gedrongen was, daar de plaats wylen Lieuitenant ingeneeur Pieter Cloete, die bereyds voor een geruimin tijd overleeden is zog nog vacant ba„ vond gem: barbier voor te dragen om als zodanig te werden bevordert— §76 Welke voordragt voor den dienst der Comp„e nuttig en noodzaakelik ge„ 2 oordeeld zynde hebben wy onder gunstig„ aprobatie der welEdele hoog agtb: zeeven: „thienen gem: Barbier weederom in Steede van voorm: overledene Cloete bevorderd en aangesteld tot Lieutenamt Ingenieuw met de daartoe staande gage van ƒ 50 p:s maand. Op gem: Gouverneur heeft daarna meede ter vergaderinge van den 4 deezer maand opengelegd, dat wanneer nu een Jaar voorleeden door het springen van hin sterk canon a 24 Ht. bals op de Batterije Am„ sterdam by welke geleegendheid eenige manschap Jammerlyk ge„ quest geworden waren, men de nood„ zakelykheid had ingezien om het Canon canon, hetwelk by dit gouverneminen aan handen was, en waar omtrent nog eenige twyffeling plaats had, alvorens dezelve tot het garneeren der onderscheidene posten te emploieeren, zodanige proeven te laten doen, als hy gouverneur gemeend had nodig te zijn en ook by het gantsche Corps officieren der arthellerije aan het Hoofd hebbende den Collonel Gelquin overwogen weezende de voorregtigeted bevonden waren; en dat na deesen proeven te hebben doen bewerkstelligen, nog onderscheidene stukken Canon van dezelve Gietery en een andere als waar uit het gesprongen stuk voort; gekomen was, meede gespringen, ofte ten eenemaal in breikkbaar bevonden zynde alleen het overige bekwame en goedgekeurde Canon vervolgens over eenkomstig het onder zyn Ed: directie door een daartoe benoemden expresse militaire Commissie uit eenige officiere van de arthillerie desweegens geformeerd plan met het welke zig het Htootd der Militie, den meede ondergeteek= ƒ 378 gebrek tot de administratie van hetzelve. ondergeteekende Collonel Gordon, zo wee als 't gem: Corpns officieren der arthillerij nevens hun Chef voorsz: Collonel gelquin„ meede geconformeerd hadden op de onder„ scheidene posten verdeeld en geplaatst geworden was; welke evengem: plannee„ vens de daartoe gehorende aanmerkinge ged. gouverneur dan ook ter vergadering kwam te produceeren — Dat hy Gouverneur verders op even die zelfde wyze in overleg getreeden wasende om de posten die zig thans volgens het voorsz: plan met de bekwame stukken Ca„ non provisioneel voorzien vonden, op eene behoorlyke wyze te kunnen doen administreeren of bedienen, zo wel als den Colonee Gorden 't hoofd der militie voorm=d en ook ged: Collenee gilquim ondervonden had, daar toe alleen buiten en behalven de Batterijen, dewelke ingevolge het door hem gouderneur aan welgem: Heeren zeedenthienen ge„ suppediteerd plan, nog zouden deenen te worden aangelegd, of reeds zo verre zulks geen rukstel lyden konden, naer handen waren, het teegenwoordig 192 177 getal 386 gouverneur dien aangaande getal van 300 man gemeene arthilleresten, en verre na niet toerykende kwam te zijn maar dat men tot hetzelve teevens„ ter ook zoude moeten employeeren eenige zoldaten uit het thans nog zeer zwakken guarnisoen, en voorts zodanige mattrosen ofte by de onderscheidene werken dienende handlangers, als zeg tot deesen dienst eenigsints bekwaam vonden en 't em„ ploieeren weezen zouden; §79 Dan dat hy Gouverneur betuigen moest, zo wel als het Hoofd der militie en den voorm: Colonel en Chaf der Nithutlerie en den voor Co ten vollen over¬ tuigd te weesen van de volstrekte onmoog„ lykheid om ondertesschen met het teegenwoordig gesal officieren en onder officieren by het meergem: Corps arthillerister de differente thans gegarneerde en zo verre van elkander verwyderde posten na behoren te bezetten en te kunnen bedienen. - propositie van den ondragelets: Waarom ook de teegenwoordige tyds omstandigheeden, ged. e Collonee Gilquien gedrongen hadden by hem Gouverneur schriftelijk te insteeren om aan deesen laade e raade voor te dragen eene prometie van officieren by het dikwerff gemelde Corpo en verders nog zodanige anderen verbeete: „ringen meer onder hetzelve en bij de genie, als de diesweegens door ged Collona Gelquin ingeleeverde en door den gouver„ neur ter vergadering geproduceerde Memorie quam te behelsen van dewelke wy d' Eere hebben uwe wel Edele groot Agtb: bezeden deesen een authentiequn Copia over te zenden. 881 Over deselve Memorie met aandagt door ons gedelibereert zynde, hebben wij ons gezamentlyk gedrongen gevonden om, volkomen vertrouwende, dat rst hoofde van de teegenswoordige tyds emstandigheeden de voordragt der voorm: officieren en het geene de gezegde Memorie verders vervat, door ged Gouverneur kwam te geschie„ „den in eene gemoedelyke overtuiging van die pressante noodzaaklykheid, dezelve voordragt volkomentlyk te moeten approbeeren en mits dien, om zo veel mogelyk te remedieeren aan het geene omtrent officeeren onder officieren

NL-HaNA_1.04.02_10904_0571 view scan ↗

English

whereupon the aforementioned promotions and supplementations have taken place, provisional officers and privates were most urgently required if one wished to obtain effect from that corps in time of need, without having to appoint while wasting time. As Captains: the Captain Lieutenant Salomon van Ohm. As Captains Lieutenant: the Lieutenant Adrianus de Vogel, George Coenraad Kuchler, Hendrik Willem Rutz, and Hendrik van de Graaff. As Lieutenants: the Fireworkers Pieter Ulrich Fischer, Christiaan Godlieb Schildbach, Fredrik Langerman, Christiaan Kemper, and Justus Hendrik Gunkel. As Ordinary Fireworkers: the Bombardiers Jan David Pitin, Philip Willem Marnitz, Johan Christiaan Fredrici, and Lucas Fredrik Fischer. All of which officers we have left to the aforementioned Colonel Gilquin to distribute among the three companies of which the aforesaid corps of artillerymen will now provisionally consist; while we at the same time have caused to be granted to the aforesaid Captain Lieutenant Hendrik van de Graaff, on account of his service as adjutant from the aforementioned date, the emoluments pertaining thereto. Yet, not having entirely concurred with the further proposals of the said Colonel Gilquin regarding the aforementioned adjutant, we have meanwhile also approved to increase the frequently mentioned corps of artillerymen provisionally, for reasons further alleged by Colonel Gilquin in the frequently mentioned representation, by 30 men per company, and thus to 390 heads of private artillerymen, taking into account the military warehouse for India. While we also, for the reasons likewise urged in the same representation, and in the aforesaid confidence in the necessity of the proposal made thereto, have promoted in the engineers the Lieutenant Engineer Hendrik Pieter Wyting Schultz to Captain in the Engineers, and the Lieutenant Engineer Louis Michiel Thibault to Captain Lieutenant; as the frequently mentioned Governor, conforming himself with the testimony given by the said Colonel Gilquin concerning the aforementioned Officer Schultz, also with respect to the last-mentioned Engineer Thibault, who has already served the Honorable Company for more than six years to our complete satisfaction and with exemplary zeal, particularly testified to be fully persuaded that the zeal and ability of that officer, from whom he, the Governor, had also obtained much assistance in the drafting of the aforesaid maps and plans sent over to the highly esteemed Lords Seventeen, well merited such regard for his advancement by way of emulation. Yet, considering the difficulty that would accompany these appointments having been made without the express authorization of the Right Honorable Lords Seventeen, which also caused a scruple to allocate to the same officers the increase in salary according to the ranks of their aforesaid promotions, we have deemed best, on the proposal of the said Governor, in view of the absolute necessity in the present critical state of affairs which brooked no delay, to let all the aforesaid promoted persons provisionally, and until such time as we may have obtained the honored approval of the well-mentioned Lords Seventeen in this regard, enjoy no other salaries than those they have earned in the respective capacities from which this promotion of theirs now took place. And the frequently mentioned Governor has further declared on this occasion to have authorized and ordered the aforesaid Colonel and Chief of Artillery Gilquin to report the non-commissioned officers who were required according to the present strength of the artillery, and also the footing upon which he, the Colonel, deemed that henceforth each company, both in officers, non-commissioned officers, and privates, according to the circumstances of the service that the artillery in this government will have to perform relative to its local condition, should consist, in order provisionally to adopt therefrom the basis upon which the required number of non-commissioned officers should be brought without delay, and whom he, the Colonel, should deem most capable for this, to the end that the non-commissioned officers could be further proposed by him, the Governor, in our assembly, and we might submit the said statement regarding the footing for that corps to the highly esteemed Lords Seventeen. We have also, upon the proposal made in the aforesaid representation by Colonel Gilquin, appointed the Surgeon Didier Pallas, discharged from the Meuron Regiment that departed from here and remaining behind at this place, as Surgeon to the said corps of artillerymen with the salary of ƒ30 per month and under an engagement of three years. While we have most respectfully requested that the High-Commanding Lords Masters will graciously deign to approve all the aforesaid appointments made on account of the urgent necessity presented thereto, and consequently also to allocate to the said officers the salary pertaining to each one's respective capacity. Furthermore, the titular Merchant and First Sworn Clerk at the Political Secretariat Johannes Martinus Horak, also being a member in the Council of Justice, has made known to us by petition that the functions which he was obliged to perform in the last-mentioned capacity were too difficult for him alongside his first-mentioned office, requesting therefore that he be granted his dismissal from the Council of Justice, retaining his rank as

Dutch transcription

waarop de nevens gem: bevorderinge en aanvillinge zyn geschied officieren en gemeenen provisioneel aller noodsaakelykst wierd vereischt, wilde e men van dat Corps in tijd van nood eftect erlangen, zonder tyd versergen te moeten aanstellen.- Tot Capitains den Capitain Lieutenant Salomon van Ohm Tet Capitains lieutenant de Lieutenant Adrianus de Vogee, George Coenraad Kuchler Hendrik Willem Rutz en Hendrik van de Graaff tot lieutenants de Vuurwerkers Pieter Ulrich Fischer Christiaan Godlieb Schildbach Fredrik langerman Christiaan Kemper en Justus Hendrik Gunkel: — Tot ordinaire vuurwerkers de Bombardiers Jan David Pitin, Philip Willem Marnita, Johan Christiaan Fredrici Ducas Fredrik Fischer 3 82 Alle welke officieren wij aan gem Collonel Gilquin overgelaten hebben artwillen is ten provisioneel ett 390 man gemeenen te brengen 884 zynde by de genie insgelyks twee officieren en qualiteit verseterd hebben om deselve te repatrieeren onder de drie Compagnien waar uit 't voorsz: 2 Corps arthilleristen thans provisionece zal komen te bedaan terwijl wy teevens aan voorm: Capitain lieutenant Hendrik van de Ghleff weegens den dienst als adjudant van voorm: dato af hebben laten verstrekken de daartoe staande emolumenten §83 dan in het verder voorgedragene van ged: Collonee Gilquin ten reguarde van evengem: adjudant niet geheeden zynde, hebben wy ondertuschen ook Terwyl goedgedagt is hst Coops goedgevonden het dikwils gem: Corps arthilleresten reet het aan haarden zynde maguazyn der malitairen vor Indien, provisioneel om reedenen door den Collonel gilquin al verder big het meergem: verloog G'allegueert met 30 man p r Compagnie en dus tot 390 koppen op gemeene arthillerister te augmenteeren. — Terwyl wy ook om de insgelyks by hetzelve vertoog aan gedrongene reedenen, en in 't voosz: vertrouwen op de noodzakelykheid van de daar 800 toe /4 dog alle welke personen protecuneeen 85 op hunne voorgaand gagie gead„ toe gedane voordragt bezordert hebben tot Captiain by de Genie den lieutent Jngenieur Hendrik Pieter Wyting Schuld en tot Capitain lieut=t den lieutenant ingenieur Louis Michiel Thiebault als hebbende meergem: gouverneur zig Conformeerende met het getuige nis door ged: Collonel, Gilquin om„ trent voorm: officier Schull gegeeven, ook ten opzegte van laatstgem: Jngeneever Theebault die reeds meer aan Ses Iaaren de Ed. maatschappij tot vol„ komen genoegen van ons met alleen iever heeft gediend, in het byzonder betuigd ten vollen gepersuadeert te zyn dat de zele en bekwaamheid van dien officier, waar van hy Gouder„ neur ook veel assistentie erlangd hadden, by het formeeren der voorsz: aan hoogstged: heeren Seeventhienen overgezondene kaarten in plan= een zodanig reguard tot desselfs avancement ter emulatie wel meriteerde Dan ingezien zynde het vanceerd zyn geworden en beswaar, waar meede deeze aanstle„ „ling den aht 386. zullende ean voordragt van lingen buiten expresse qualificatie van de wel Edele hoog agtb: heeren zeeven„ thienen geschied weezende gepaard zoude gaan, het geen ook een Ceruepulie te weeg bragt om aan deselve officieren toe te leggen de verhoging van Gage na de graden van derzelver voorsz: be„ vordering hebben wij op voordragt van ged gouverneur best gedagt, aan„ „gezien de volstrekte noodzaaklykheid in den teegenwoordige critique staat der zaken, die daartoe geen delaij wilde leeden provisioneele en tot zo lange wy hier omtrend de G' Eerd- approbatie van welgem: heeren Zeeventhie „nen zullen mogen Erlangd hebben alle de voorsz: geavanceerde personen geene andere gagien te laten genieten als zylieden gewinnen hebben, inde respe„ qualiteiten uit dewelke deeze hunne verhoging thans geschied En heeft meergem: gouverneur onderofficieren nader gescheeden verders by deese geleegendheid geda lareert voorsz: Colonel en Cheff der Arthillerie Guilquin te hebben gequalificeert en gelast, om op te geven de 787 aanstelling van een Chirurgijn by de arthillerije de onder officieren die na de tegenwoordige sterkte der arthillerije wierd vereyscht en zo meede den voet waarna hy Collonen vermynde dat voortaan ieder Compagnie zo in officieren, onder officieren als gemeene na de omstandigheid van den dienst die de arthillary in dit gouvernement re„ latieff tot desselfs locale gesteldheid zal moeten presteeren, zoude behoren te bestaan om dies provisioneel daar uit te kunnen neemenden voet, waar¬ op zonder uitstee het benodigde getal onder officeeren zoude behoren gebragt te worden, en hy Collonel daar toe bekwaamst oordeelen zouden, ten einde door hem gouverneur de onde officieren nader in onze vergadering zoude kunnen werden voorgedragen en wyde gezegd opgave omtrend de voet voor dat Comps aan hoogstged: heeren Zeeventhienen zonden mogen openleggen. — Ook hebben wij op de voordragt by 't voorsz: vertoog van den Collence gaequin gedaan, den uit het van hier vertrokken Meuronsche regiment gecongidieerde en ter deezer Plaatze overgebleeven ƒ - 589 geaccordeerd ontslag aan den eerst gezw: Clercq Htorak uit den raad van Justitie overgebleevdene Chirurgyn DEdier Pallas aangesteld tot Chirurgijn by het ged Corps arthilleristin met de gagie van ƒ30. per maand en onder een verband van drie haren.— Terwyl wy op het Eerbiedigst hebben 389 verzogt dat de Hooggebiedende heeren Meisteren alle de Voorsz: gedane aanstel„ „lingen uit hoofde der daartoe voortge„ brrgte dringende noodzaakelijkheid goed„ gunstiglijk geleede te approbeeren, en mitsdien ook aan ged officieren de gagee tot een yders respect=m quali: teit staande toe te leggen Wyders heeft den koopman titulair en Eerst gezw: Clercq ter politicque Secretarije Johannes Martinus storak tevens tid inden Raad van Justitie zijnde aan ons by reguert te kennen gegeeven dat de functien dewelke hy in laatstgem: qualiteit verpligt was waarteneemen hem bij zijn eerstgem: ampt te moegelyk Vielen, met verzoek dierhalven dat hem zyn ontslag uit den raad van Justitie behoudens den rang als.

NL-HaNA_1.04.02_10904_0577 view scan ↗

English

insert margin: said committed neglect and the resulting disadvantage to the Honorable Company might be granted as a former member of that College, which having been taken into consideration by us at the session of the 4th of this month, we have, by majority of votes, on account of the aforesaid, thought fit simply to grant to the said Horak his discharge from the said Council of Justice. § 90 And since by the undersigned Governor on this occasion it was made known that it had come to his Honor's knowledge that for certain real properties, which had from time to time been sold and transferred, no payment of the lord's dues had been made; likewise that although on various loan places the loan monies were entered in part or in whole as settled in the ordinance books kept at the political secretariat by the aforementioned First Sworn Clerk Horak, these loan monies had nevertheless not been paid into the said Treasury; which neglect and the harm thereby caused to the Honorable Company was thus caused by a far-reaching insert margin: the beside-mentioned Commission appointed to conduct a careful investigation into this matter. far-reaching negligence and inattention of the said Horak, for which reason it was also very equitable that this should be compensated by him, Horak, to the Honorable Company, precisely and in the manner as is practicable according to the order with respect to every official in the service of the Honorable Company regarding what falls short in his administration; considering that the same Horak was obliged in his aforesaid office to ensure and pay close attention that before the transfers of such real properties took place, the receipts for the stipulated lord's dues were also exhibited, and that likewise the payment of the loan places into the Company's Treasury was demonstrated in the same manner by receipt before he could consider himself authorized to book those loan monies as settled on the places; we have, after deliberation held hereon, also by majority of votes thought fit, in order to be able to discover precisely to what amount the the compensation by the said Horak must be made in this matter, expressly to commission the undersigned Mr. Jacobus Johannes le Sueur, as well as the titular Senior Merchant and Dispenser Tobias Christiaan Rönnenkamp, the titular Merchant and Warehouse Master Salomon van Echten, and the Junior Merchant and Shopkeeper Egbertus Bergh, in order, from the confrontation both of the protocols and transferred real properties as well as the ordinance books of the loan places against the Treasury books of the Honorable Company, to examine carefully all the entries of the lord's dues and loan monies which have been neglected to be paid to the Honorable Company, in so far as the said dues should have been paid and the loan monies on the places, being erroneously booked by him, Horak, as settled, are not yet currently found brought into the Company's Treasury; as well as to compile all such entries into a General list or account insert margin: by whom the beside-mentioned report has provisionally been made. and subsequently to deliver that list or account to this Council. § 91 Whereupon by the aforementioned Mr. le Sueur, both for himself and on behalf of the aforesaid fellow commissioners, in our subsequent meeting of the 15th of this month, it was already provisionally reported that from the search conducted by them up to that time, it was found that since the year 1783, when the said default began, until the year 1787, solely on the lord's dues of the real properties sold and transferred in that interim, a payment of over 16000 Rds. to the Honorable Company was lacking; and it being judged necessary by us thereupon to be mindful in time to take the requisite measures that might serve to prevent the said Horak from selling or alienating such of his effects from which the insert margin: has for the present had the estate and effects of the said Horak inventoried and placed under sequestration. the compensation for this must proceed; so we have, concerning this, again by majority of votes, resolved to write to the Council of Justice here, as was then also immediately done, to have provisionally inventoried and placed under sequestration at the earliest opportunity the estate and effects of the repeatedly mentioned Horak, until from the further findings of the aforesaid Commission it shall have appeared what ulterior proceedings should further be initiated against the same Horak for the said compensation, and regarding which we shall then also not fail to give your Right Honorable Worships dutiful report in due course. insert margin: § 92 The sworn clerk van der Riet appointed as member of Justice Meanwhile, in view of the necessity of filling the place of the repeatedly mentioned Horak on the aforesaid Council of Justice, and the impediment already repeatedly encountered to do so without deviating from the orders of the Right Honorable Gentlemen Seventeen

Dutch transcription

storak invoegen hierneevens gem. gepleegd verzuin en het daar door aan de E Compe ontstaan naderen als oud lid van dat Collegie mogt werden verleend, het geen by ons ter sessie van den 4 deeser maand in overweeging genomen weesende, hebben wy by meerderheid van zynde ter zake van de doorgem stemmen goedgevonden aan gem: Horak eenvoudig zyyne demissie uit gem: raad van Justitie te accordeeren. — §: 90 En nadien door den ondergetekende gouverneur by deese geteegendheid te verstaan gegeeven wierd zoe aan zyn E. ter kennisse gekomen was dat van zommige vaste goederen, dewelke van tyd tot tijd waren verkogt en getranspor„ teerd geworden, geen betalinge van 's heeren geregtigheid was geschied gelyk meede dat ofschoon op onderscheiden, Leeninge plaatsen de Leening penningen ten deelen of in het geheel, by de ter politicque secretarije gehouden ordonnantie werdende boeken, door voorm. Eerste gezworen Clercq Htorak als vereffend geboekd stonde ook deeze leenings penningen egter niet in de gem: Cassa waren voldaan geworden welk terzuim en het daar door veroorzaakt nadeel aan d' E: Compe alzo uit eene verre gaande de neevens gem Commissie benoemd om hier omntrend naaukeurig onderzoek te doen. „gaande negligintie en en agtzaamheid van gezegde Hozak veroorzaakt was mets welke zulks ook zeer billyk door hem Hlorak aan d' E Comp=e behoorde te werden vergoed, even en indeerdoegen als hetzelve ten opzegte van Yder aptpte„ naar in dienst der E. Compe staande wee„ gens hetgeen by zyne administratie te kort komt volgens de ordre praeticu¬ bel is, gemerkt denselven Horak in zyn voorsz: ampt verpligt was te zorgen en wel te letten dat alvorens de transpor¬ ten van zodanige vaste goederen kwamm te geschieden, ook de quitantien van de bepaalde 's heeren geregtigheed wierden g'Exhabeert, en dat meede van de voldoeninge der Leenings¬ plaaringe in 's Comps Cassa op den selve wyze by quitantie kwam te blyken eer denzelven zig betoegt agter vereffend konde, die leeningspenningen als tezelf op de plaatsen te boeken, hebben wij, na hier over gehoudene deliberatie, al meede by meerderheid van stemmen goedgevonden ten einde precies te kunnen entwaren tot welk montant de de vergoeding door gem. Hlozak in deezen zal moeten geschieden, den ondergetee„ kenden M:r Jacobus Johannes le Sueur, als meede den opperkoopman titulair en Dispencier Tobias Christiaan Könnenkamp, den koopman teculair en pakhuismeester Calomon van Echten en den onderkoopman en winkelier Egbertus Bergh expres te committeeren om uit de Confrontatie zo wel van de partocollen en getransporteerde vast goederen als ordonnantie boeken der leenings plaatse teegens de Cassa boeken der E: Comp„e naaukeurig na te gaan alle de posten van 's heeren geregtigheid in Leeningspenningen dewelke verzuimd zyn geworden aan d E. Compe. te voldoen, voor zo verren de gem: geregtigheid had moeten betaald worden en de leenings penn op de plaatsen verkeerdelyk door hem Horak als vereffend gebockt staande, zig nog thans niet in s' Comps Cassa opgebragt vinden: mitsgaders alle zodanige posten op een Generale lipt of reekening x door dewelke by province het nevensgem: rapport gedaan zynde. - te zamen te trekken en die lyst of reekening vervolgens aan deezen raade over te leeveren. §91 Op het welk door voorm: m:r le „sueur zo voor zig als van weegens de voorsz: meede gecommitteerdens, en onze daar op gevolgde vergadering van 15 deezer bereyds provisioneel zynde gerapporteerd geworden dat by de voor hun tot dien tyd gevorderde zecharche bevonden was dat zeedert het Jaar 1783 wanneer de gezegde wanbetaling een begin genamen had tot het Jaar 1787 alleen aan st heeren geregtigheid van den in dien tusschen tyd verkogte en ge„ transporteerde vaste goederen, eene betalinge van ruim rd:s ƒ16000 — aan d' E: Comp:e kwam te ontbrecken; en hier op door ons noodzaakelyk geoor„ deeld weezende in tyds bedagt te zyn om de vereischte mantregulen te neemen, die strekken mogten om gem: horak 't verkoopen af verallieeneeren van zodanige zynen Effecten te beletten, als waar uit de en offecten van geaegde slegh doen inventariseeren en onder § 92 de gerw. Clercq van der Eeek de vergoedinge desweegens voort¬ komen moet, zo hebben wij dien aan„ heeft min voor eerst den boeden gaande al weeder by meerderheid van sequastratie stellen. „ stemmen besloten den raad van Justitie alhier aan te schryven gelyk dan ook terstond geschied is, om ten eersten provisioneel den boedel en Effecten van meergem: storak te doen inven„ tariseeren en onder siquestratie te stellen, tot dat uit de verdere be„ vinding der voorsz: Commissie geblee„ Silterier ken zal zyn welke proceduren nader nader tot de gem: vergoeding teegens denselven Horak zullen dienen te werden geentameert en waar omtrend wy dan ook niet en gebreeken zullen blyven uwe wel Edele Groot agtb: by vervolg pligtschuldig beregt te doen — Inmiddees hebben wij, ten als led van Justite aangesteld aansien van de noodsaakelykheid tot het vervullen der plaats van meermr Horak by voorsz: raad van Justitie ende te meermalen reeds ontmoete belemmering, om zonder afwykinge van de ordres der wel Edele hoog agtb: heeren zeeventhie nen

NL-HaNA_1.04.02_10904_0582 view scan ↗

English

Commander Barend granted permission to repatriate. In order to provide for persons not belonging to the Reformed Religion, and consequently to consider ourselves obliged to conduct ourselves in accordance with that order; on the proposal of the undersigned Second Johannes Isaac Rhenius, there has been chosen and appointed to the sworn Council of Justice the sworn clerk of the judicial secretariat, Ryno Johannes van der Riet, with the rank attached to that capacity, and who consequently, because of the impropriety of simultaneously continuing to serve in his office as sworn clerk at the said secretariat, has stepped down from the same office and has also been excused. Upon the petition submitted to us by the captain-lieutenant and commander on the frigate ship De Meermin stationed permanently here, Hans Barendse, who, notwithstanding his previous request to be allowed to repatriate pursuant to what was noted in our humble letter of 23 June of last year, with favorable recommendations and the command of the frigate De Meermin assigned to the captain-lieutenant to the High and Mighty Lords Mayors that he might be promoted to sea captain, having for the time being continued in the command of the said frigate ship De Meermin, has now further insisted, both in consideration of the decline in his modest means and his strong desire to return at last to his wife and children residing in the fatherland, that he may be placed in his capacity upon a favorable opportunity on one of the return ships of this year, or, in default of an opportunity for that, to be allowed to repatriate with one of those ships; we have now granted this request to the said Barendse, and he therefore departs for the Netherlands per the ship Canton, with retention of rank, salary, and premium. §94 While we have again assigned the command as commander on the aforementioned frigate De Meermin to the captain-lieutenant Notice given of the demise of the cashier Cruywagen; request made on that occasion by the secretary De Wet. lieutenant of the ship De Paart laid up here, Ary Stijne, being a sober, capable, and experienced seaman, to whom the same could accordingly be entrusted with complete peace of mind. We further find ourselves obliged to bring to the knowledge of Your Right Honorable Nobles that on the 9th of February last, the cashier of the Honorable Company here, and by the High and Mighty Lords Mayors appointed senior merchant and member of our Council pursuant to their revered instructions received with the abovementioned ship Beverwyk, Mr. Gerhardus Hendrik Cruywagen, passed away; and at our meeting of the 14th of the said month of February, there was submitted by the undersigned fellow member of this Council and Secretary Oloff Godlieb de Wet a memorial, containing a declaration that through the weakening of his memory and daily increasing severe attacks of headaches, his habitual affliction, he found himself incapable of continuing longer in the post of secretary, which had been accepted by him solely upon the strong persuasion of the undersigned Governor, without exposing himself to neglect or omission in the service, which he felt would cause upright prejudice to the Honorable Company in one way or another and always grief to himself; with the added request that, since he had solicited the undersigned Governor for the said office of cashier, one of the least demanding of this government, and had learned from His Honor that his intention was to suspend the filling of that office until the receipt of the instructions from the most highly respected Lords Superiors, so that he had to fear his fate would be to continue longer in the service of secretary notwithstanding his bodily incapacity for it, we would therefore dismiss him from the said office and from the service of the Honorable Company; §96 Whereupon we urged that he might continue. The undersigned cellar master and the then dispenser qualified for the administration of the cash treasury. declaring nevertheless that, if we should judge that his session in this Council could still be of any service or not, he was heartily ready and inclined simply to continue assisting therein as a fellow member. Which request, however, having been considered by us and found contrary to the interests and service of the Company, we urged the said De Wet to continue in his aforementioned post as secretary; and on the proposal of the undersigned Governor, the aforementioned office of cashier was left unfilled until the receipt of the abovementioned instructions from the High and Mighty Lords Mayors, while in the meantime the undersigned cellar master Mr. Jacobus Johannes le Sueur and the then still dispenser Tobias Christiaan Ronnenkamp were qualified to manage the administration of the cash treasury. §97 But since then, the aforementioned revered instructions have arrived, from which it has appeared to us how

Dutch transcription

aan den gezaghebber Barend 93 geaccordeerd om te repa„ trieeren. - „nen ten opzigte der perzonen, niet zynde van de gereformeerde Religie, dan inne te kunnen voorsien om ons dier„ halven schuldpligtig na die ordre te gedragen; op voordragt van den onder geteekende Secunde Johannes Isaac Rhenius tot Eedengem: raad van Justitie verhozen en aangesteld den gezw. Clercq ter Justitieele secretarije Ryno Johannes van der Riet, met den rang aan die qualiteit gehegt en denwelken dierhalven door de on„ voegzaamheid om tevens in zyn ampt als gezworen Clercq ter gem: secretarij- te blyven fungeeren van het selve ampt heeft gedesisteerd en ook geEx cuseerd geworden is. — Op het aan ons ingediend reguest van den Capitain lieutenant en gezag„ hebber op het alhier permanent Freguat schip de Meermin Hans Barendse den welken ongeagt zyn voorig verzoek om te mogen repatriee„ „ren ingevolge het genoteerde by onze onderdanige van 23 Junij des voorleeden Jaars, onder gunstig voorschryvens aan en het Commando op het Oregaat de Meurmin aan den Captn. lieutenant opge„ dragen aan de Hoog Gebiedende Heeren Majores dat denselven tot Capitain ter zee mogt werden bevordert, voor als toen in het Commando op het gemelde Fre„ quat schip de Meermin zynde bij blyven continueeren thans nader is komen te insteeren om zo wel uit aanmerking van het veragteren in zijn geringe middelen als desselfs sterk verlangen om eens tot zyne zig in het vaderland bevindende huisvrouw en kinderen te rug te keeren, het zij by voorkomende geleegendheid op eene der retourscheepen deeses Jaars in zyne qualiteit te mogen werden geplaatst dan wel by manquement van occasie daar toe met een derzelver scheepen te mogen repatrieeren, hebben wij dit verzoek van gem: Barend, „se thans aan hem g'accordeerd en gaat denzelven dierhalven pr 't schip Canton behoudens qualiteit gage en praemie naar Nederland over, §94 Terwyl wy het Commando als gezaghebber op voorsz. Freguat de Meermin, weederom aan den Capitain lieuten=t kennis geedeng van 't overdijden van den Caspeer Cruywagen verzoek by die geleegendheid door den secretaris de wet gedaan. — lieutenant van het alhier afgelegtschip de Paert Ary Stijne als ean nugter bekwaam en Ervaren Zeeman zynde wien hetzelve oversulks met volkomen gerusthaid konde werden toevertrouwd hebben opgedragen. — Wyvinden ons verder verpligt uwe welEdele groot agtb: ter kennisse te moeten brengen dat op den 9e februarij laatstleeden den Cassier der E: Comp:e al„ hier en door de Hooggebiedende Heeren Majores ingevolge Hoogst derzelver met bovengem. schip Beeverwyk ont¬ fangene aanschryvens, aangestelde opperkoopman en Lid in onzen raad de Heer Gerhardus Hendrik Cruywagen zynde komen te overlyden daar en ter onzer vergadering van den 14der gem: maand feb:r door het ondergeteekend medelid mses raads en Secretaris Oloff Godlieb de Wet ingediend is geworden eene memorie, vervattende eene betui ging dat hy door veerwakking zyner gehuugen, en daagelyk toeneemende herige aanvallen van hoofdpynen des selfs hebbelyke kwaar zig buiten Staat staat bevond langer in den post van secretaris welke door hem alleen op sterke persuasie van den ondergetek Gouverneur aangenomen was te blyven continueeren, zonder zig bloot te stellen aan verwaarloosing ofte verzuim in den dienst, het geen zy gevoelde in het een op ander opregt nadeel aan d. E Comp.:e en altoos smerke aan hem veroorzaken zoude met byge„ voegd verzoek, dat naardien hy om het gem: ampt van Cassier een der minste van dit gouvernement bij den ondergeteekende Gouverneur ge„ solliciteert hebbende van zyn Edelen vernomen had desselfs intenten te zyn, met de begeeving van dat ambt te suppercedeeren tot den ontfangst der aanschryven van Hoogstged: Heeren sisperioren, zoo dat hy vreesen moest zyn lot te zin langer en den dienst van secretaris ongeagt zyn lighaams ondermogen daar toe, te moeten blyven continu„ „eeren, wy hem dierhalven van het zelve ampt, en uit den dienst der E: Comp: zouden do ontstaan §96 waar op door ons is aange„ continueeren g de ondergeteken kelderm. r ende toenmalige dispencier ter administratie der geld„ lassa. — ontslaan declareerende nogthans dat, zoo wy oordeelen mogten zyn sessie by deezen Raade nog van eenigen deinst ofte niet te kunnen zijn hy van harten bereijd en geneegen was eenvoudig als medelid daar in te blyven adsisteeren Welk verzoek egter by ons overwogen „drongen dat dezelve mogt en strydig bevonden weezende met de belangen en den dienst der maatischep pije, hebben wy opgem: der wet aan¬ gedrongen om in zyn voorsz: post als secretaris te blyven continueeren: en op de propositie van den ondergetek gouverneur het voorm ambt van Casseer onvervuld gelaten tot den ontfangst der bovengem: aanschryvens vand Hooggebiedende Heeren Majoris mitsg=s intusschen tot het waarneemen van de administratie der Geld Cassa gequalificeerd den ondergetek=n kelder„ Bonnenkamp gequalitieeerd „ meester M. r Jacobus Johannes le sieur en den toen nog despencier Tobias Christiaan Ronnenkamp. 397 Dan zedert aangekemop zynd de meergem: gevenereerde aanschry„ vens uit welke ons gebleeken is hoe

NL-HaNA_1.04.02_10904_0587 view scan ↗

English

further request of the repeatedly mentioned De Wet. how by the very same Lords Superiors it had still been left undecided in what manner the appointment of the aforementioned De Wet, both in the capacity of Secretary and in that of member of the council, should be considered, while he once again declared himself unable to continue to serve in his aforementioned post as Secretary, with the added request that we might now dispose of his person in such a manner, whether by finally discharging him from the service, or by appointing him to or outside of any other office suitable to the character of a member of the council, as we should judge would best agree with the aim and intention of the highest-mentioned Lords Masters and would soon be pleasing to them: we have thereupon after consideration, in order entirely to leave herein to your aforementioned Honorable High Mightinesses the disposition which they themselves will be pleased to make in regard to the same De Wet, as member of the council and his provisional appointment as cashier. thought best to discharge him from the post of Secretary and likewise from the office of vendue master, and, awaiting the aforementioned disposition, to let him continue in his present seat on this council and provisionally to appoint him to the aforementioned post of cashier, which has been kept open since the death of the fellow member of our assembly, Mr. Gerhardus Hendrik Cruijwagen, pending the continuation of the same by your Honorable High Mightinesses' honored further letters. provisional appointment of the Secretary of Justice Van Aerssen as Secretary of Policy and vendue master. Just as we furthermore, by reason of the necessity for a speedy filling of the aforementioned office of Secretary, have provisionally appointed thereto the junior merchant and present Secretary of the Council of Justice, Mr. Cornelis van Aerssen, and have also provisionally invested him with the office of vendue master, all under the favorable approbation of your Honorable High Mightinesses. And whereas from your Honorable High Mightinesses' repeatedly mentioned letter it has likewise appeared to be contrary to their highest opinion and intention that to the merchant titular and Secretary of the Orphan Chamber, Tobias Christiaan Rönnenkamp, being an adherent of the Augsburg Confession, there was left the title and rank of senior merchant and the administration of the office of Dispencier, since according to the previous letters from the presiding Chamber of Zeeland at that time, dated 29 July 1785, the quality of senior merchant was given to the Dispencier as a member of the Council of Policy, and thus both that quality must be regarded as a consequence of having a seat on the council, and having a seat on the Council of Policy is in turn inseparable from the post of Dispencier, and that it therefore went without saying that if, contrary to your Honorable High Mightinesses' expectation, the aforementioned Rönnenkamp had not been made to step back entirely into the quality and post in which he had been previously, this should still be done immediately upon receipt of the aforementioned letter. discharge of the Dispencier Rönnenkamp and reinstatement of the same as member and Secretary of the Orphan Chamber. We have, in dutiful obedience to the same highly revered letter and order of your Honorable High Mightinesses, had to resolve to discharge the well-mentioned Rönnenkamp from the office of Dispencier and to reinstate him in his former post as Secretary of the Orphan Chamber, with the seat in the Council of Justice according to the seniority which he previously held. demotion of the Secretary of Justice and reappointment of Neethling as Secretary of the same. Furthermore, as a consequence thereof, the Secretary of the Orphan Chamber, Christiaan Ludolph Neethling, has likewise been demoted back to his former post of Secretary of the aforementioned Council of Justice. Subsequently, for the vacated office of Dispencier, the merchant William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn, Overseer of the Timber Magazine, Salomon van Echten, storekeeper, and Christoff Brand, postholder residing in False Bay, having submitted their applications to the undersigned Governor; and all three of those applications having been presented by him, the Governor, to our assembly on the 5th of this month, in order to proceed in the filling of that office, as well as in the election of a fellow member of the Council of Policy, in such a manner as should be found best to agree with the pleasure of your Honorable High Mightinesses and the interests of the Company. provisional appointment of Van Reede van Oudtshoorn as member of the Council of Policy and Dispencier. provisional appointment of the junior merchant Boonacker as Overseer of the Timber Magazine. It was thereupon thought best by us provisionally to have the office of Dispencier filled by the mentioned Van Reede van Oudtshoorn, and at the same time provisionally to grant him a seat in our council, and this pending the final disposition of your Honorable High Mightinesses, to whom the repeatedly mentioned Reede van Oudtshoorn and the aforementioned merchants Van Echten and Brand have been left the liberty to transmit their further requests for that purpose among the Company's papers. While we furthermore, likewise provisionally and under the favorable approbation of your Honorable High Mightinesses, have filled the post of Overseer of the Timber Magazine, vacated by the aforementioned appointment of the repeatedly mentioned Reede van Oudtshoorn, with the junior merchant Pieter Hendrik Boonacker.

Dutch transcription

nader verzoek van meerm r de wet. hoe by Hoogst dezelve Heeren Superrorin als nog engedecideert was gelaten, op welke wyze de aanstellinge van meerger de wet zoo wel in de hoodanigheid van Secretaris als in die van medelidden raads zoude moeten werden aangemerckt, terwyl denzelve nogmaals nader betuigde, zich buiten staat te bevinden om in zyn meergem: postals sec retaris. te blyven furgeeren, met bygevoegd verzoek, dat wy als nu zodanig over zyn perzoon mogten disponeeren het zy met hem finaal uit den dienst te demitteeren, dan wel in op buiten eenig ander aan het Charatter van lid des raads cenvenabel ampt te stellen als oordeelen zouden meest met het oogmerk en de intentie van Hoogstged: Heeren Meesteren over eentekomen en aanstaegt dezelve welgevallig te zullen zijn: hebben wij daarop naa overweeging ten einde hier inne aan Hoogstgem. Uw wel Edele Hoog. agtb: volkomen overtelaten de dispositie die Hoogst dezelve ten reguarde van dezelven de wet zullen gelieven te neemen best als led van den raad en desselfs provisioneele aanstelling tot lassier. — 599 provisioneele aanstelling van den Secrataris van Justitie van politieen verdermeester best gedagt hem van de post als secretaris en zo meede van het vendermeesters amm te ontslaan midsgaders in afwagting van evengem: dispositie te laaten voortvaren in desselfs teegenswoordigen Sessee by dezen rade en provisioneel aan te stellen tot den by het overlyden van het medelid onzer vergadering de Heer Gerhardus Hendrik Cruijwagen tot den ontfangst continuatie van denzelven van uw wel Ed Hoog agtb geëerde naderen letteren, opengehouden voorm: post van cassier Gelyk wyverders uit hoofde van de Aerssen tot secretaris van noodzaakelykheid ter spoedige vervulling van het gem: secretaris ampt provesioneel daar toe hebben aangesteld din onder koopman en teegenwoordige secreta„ „zis des raads van Justitie M:r Cornelis van Aerssen, en denzelven mede pro¬ visioneel bekleed met het ampt van vindermeester, alles onder gunstige approbatie van uwe wel Edele Hoog: agtbr: §99 En naardien uit uw ewel Edele Hoog agtb: van meergem: aanschryvens ins„ gelyks gebleken is stryden met Hoogstden Hoogstderzelver meening en intentie te zyn, dat aan den koopman titulaer en Secretaris der weeskamer Tobias Christi„ aan Rinnenkamp als de augsbergsche Belydenis toegedaan zynde, is gelaten den titul en rang van opperkoopmans ende bediening van het ampt van Dispencier, daar volgens de voorige aanschryvens van de dees tyds praesideale kamer zaeland in dato 29 July 1785 de qualiteyt van opperkoopman aan den dispencier is gegeeven als lid van den raad van politie, en dus zoo wel die qualiteyt als een gevolg van het zitting hebben in den raad, moet werden aangemerkt als het zitting hebben in den raad van politie wederom en afscheidelyk is. van den post van dispencier, en dat het dierhalven van zelf sprak, dat hij aldien men tegen uwe wel Edele Hoog agtb: verwagting voorn Bennenkamp niet geheel en al had doen te rug tree den in de qualiteit en post, waarin te voren was geweest zulks op den ont¬ fangst der gem: aanschryvens, als nog onmiddelyk zouden moeten ge schiedig 1 § 100 ontslag van den despencier rinnenkamp denselve Als lidisicreta, Zieder weeskamer 3 101 terugstelling van den secretaris Curstitie. Hebben mij ter schuldpligtige obede„ entie aan dezelve uwel Edel Hoog agtb=r zeer gevenereerde aanschryvens en ordre moeten besluiten welgem: Ron„ nen kamp te ontslaan van het ampt van Dispencier en denselven te herstellen en weeder aanstelling van in zyn voeige post als secretaris der weeskamer met de cessie in den raad van Justitie naa de ancienniteit de„ welke voor heen had gehad. Zynde wyders als een gevolg van Naethling als secretaris van dien, den secretaris der weeskamer Christiaan leidolph Neethling insga„ lyks weederom te rug gesteld en desselfs vorige post van Secretaris des gem: raad van Justitie. — Vervolgens tot het opengevallen ampt § 102 van Dispencier by den ondergetekend gouverneur, derzelver sollecitatie voor gedragen hebbende de koopman William Ferdinand van Reede van Erdtshoorn op ziender van het houtmaguazijn Salomon van Echten, pakhuismeester en Christoff Brand posthouder resident in de Bary fale; en door hem goueverneur alle drie schieden dezelvs § 103 provinoneele aanstelling van zyn van reede van audshoorn tot lid van den raad van politie en dispensier — provisioneel aanstelling van den onderkoopman Boonacker tot opziender van 't Houtmaguazyn. deselve Sollicitatien in onze vergadering van den 5e dezer voorgedragen zynde ten einden in de vervulling van dat ampt en zoo meeden in de verkeesing van eene medelid des raads van Politie on diergelyke wijze te werkte gaan, als bevonden zoude werden, meest met het welbehagen van uwe wel EdelHoog. agtb: en de belangens der maatschappej te kunnen overeenkomen- Te daar op by ons bestgedagt provesion den onziender van 't Houtmagaa, naal het ampt van dispencier te doen be kleeden, door ged van Theede van ouds„ hoorn, en denzelven teffens meede by voorraad Cessie te verleenen in onzen raad ende zulks inafwagting van de fena„ le dispositie van uw wel Edele Hoogagtb aan wien meerged: reede van Oudshoorn, en opgem: kooplieden van Echten en Brand vryheid is gelaten derzelver nadere verzoeken ten dien einde onder 's Compos papieren te mogen overzenten § 104 Terwyl wy verders meede provisio„ neel en ondergunstige approbatie van uwe wel Edele Hoog agtb: de door voorsz: aanstellinge van meergem reede van oudshoorn opengevallene post van optienden 3

NL-HaNA_1.04.02_10904_0592 view scan ↗

English

Paragraph 106. The Captain Lieutenant de Groot is permitted to repatriate. Captain Smit deferred the command over the Helena Louise at the monthly pay of Captain Lieutenant. We have caused the position of overseer of the Timber Magazine to be filled by the junior merchant Pieter Diederik Boonacker. Captain Lieutenant at Sea Wynand de Groot, who had been provisionally placed by us as commander on the small vessel the Helena Louiza, having requested by petition to be discharged therefrom and to repatriate in his simple quality, we were obliged to grant this to him. Consequently, his pay, which had resumed during the time he held the aforementioned command on behalf of the Company, was made entirely to cease, and he accordingly departed for the Netherlands, retaining his rank, with the private ship the Goede Intentie. Wherefore, Captain Laurens Smit, who had remained behind here due to the indisposition of the vessel de Hoop, but now finds himself recovered again, was placed by us in command of the aforementioned vessel the Helena Louisa. However, while retaining his rank of Captain, as long as he shall exercise the command on that vessel, he shall earn no higher pay than that of Captain Lieutenant at ƒ48: — per month. Paragraph 107. The wrecked ship Avenhorn. The chief and second surgeon of the Avenhorn declared employable again. Having respectfully informed your Right Honourable Nobilities above that we had charged the interim fiscal of this government to make a careful inquiry into the conduct of the officers of the provisioning ship Avenhorn upon the wreck of that vessel, and further what concerned their duty, we take the liberty further to report that, having considered that with respect to the chief and second surgeon of the said vessel, Otto Hendrik Eenhuizen and Samuel Diederik Morgenster, whose function having no relation to the aforementioned occurrence, the said inquiry does not apply; the said chief and second surgeon have since been declared employable again in the service of the Honourable Company, and to that end we have allowed their former pay to resume. Paragraph 108. Resolution. Former Chief Surgeon Eenhuizen placed on the ship de Agatha. Paragraph 109. The Captain Lieutenant of the ship Avenhorn permitted to remain here with suspension of pay. Whereas, in consideration that on the aforementioned ship de Agatha no other surgeon was assigned than the one belonging to the crew of that ship in the service of the private shipowners, and likewise that no person of that profession has been discharged from the de Meuron regiment to be able to repatriate, and that therefore, for the service of the men discharged from the said regiment as well as others discharged from this government who are to return with the said vessel Agatha, a capable surgeon is necessarily required on the same; the aforementioned Chief Surgeon Eenhuizen was to that end placed by us on the said ship de Agatha by resolution of the 20th of June last, and has consequently repatriated therewith, retaining his rank. Having been granted to the Captain Lieutenant of the aforementioned ship Avenhorn, upon his written request made for this purpose, already on the 28th of April last, on account of a sickly condition, for the recovery of his health, to remain behind here with suspension of pay. Paragraph 110. Petition of Captain Tobiaszoon concerning the incident between the Right Honourable and Valiant Captain Krevel and himself. Meanwhile, at our meeting of the 2nd of May last, a petition was presented by the said Captain Tobiaszoon, with the addition of two depositions executed by the officers of the said vessel, wherein he makes known that when Captain Kuvel, commanding the country's frigate of war de Valk, along with several other naval officers and the interim master attendant, appeared on board the said ship Avenhorn on the 27th of the past month of March, this had the consequence for him that the said Captain Kuvel, as he Captain Tobiaszoon posits to his detriment, had abused his Honour's authority by the use of certain terms, by which he maintains that he was robbed of his honour, as will further appear from the aforementioned petition, of which we take the liberty to attach a copy herewith as well as of the annexed depositions. Paragraph 111. Resolution on that petition. And wherein the said Captain Tobiaszoon asks us whether the said Captain Kuvel had carried this out on his own authority or by the order given by us; furthermore making a request for the granting of such measures whereby he might be restored in his stolen honour, in his person, as well as the command and respect taken from his crew; or if such cannot be done, to grant him upon his request that the same petition along with the repeated depositions may then be sent both to your Right Honourable Nobilities and to the High and Mighty Lords Majors, which path he declared he was obliged to take in order to be restored to his former honour. Which petition having been taken into consideration by us, we thought best, and consequently granted an apostille thereon, that upon the request made therein by the petitioner, copies of that petition and its annexes would be sent both to the High and Mighty Lords Majors and to your Right Honourable Nobilities.

Dutch transcription

de Captn. luitent de 9roop 5 gepermitteerd om te repatri„ § 106 de Capitn. Smit het Commando over de Helena Louise gedife„ reerd op 't maandgeld van Captn Luitenant. opziender van 't Houtmaguazyn hebben doen vervullen door den onderkoopman Pieter Diederin Boonacker Den Capitain lieutenant ter „eeren met stilstand van gag Zee Wynand de Groot, denwelken door ons provisioneel als gezaghebber op het scheepje de Helena Louiza Was geplaatst geworden bij requeste hebbende verzogt daar van te mogen werden ontslagen en in zimpusaliteit te repa„ trieeren, hebben wy zulks aan denzelven moeten accordeeren en mitsdien zyn, gage dewelke gedurende den tyd, dat voorsz: Commando Comp:e wegen heeft gehad weder cours genomen had ante maal te doen stel staan gelyk densel„ ven ook dienvolgens, behoudens zijn qualiteit met 't particulier schip, de goede intenten naar Neederland is vertrokken Weshalven wyden door indispositie van het scheepje de Hoop alhier verbleedenen dog zig thans weeder hersteld bevindend Capitain Laurens Smit weder op het voorn: scheepje de Helena Louisa in Commando hebben gesteld dewelke egter behoudens zyn qualiteit van Capitain voor ƒ hotderingelukte schip aven„ verklaard voor 200 lange hy het Commando op dat hiertje voerin zal geen hoger gage zal winnen als die van Capt: lieutent tot ƒ48: — per maand. — Hier boven aan uwe welEdele groot 3 107 agtb:e eerbiedig kennis hebbende ge„ geeven dat wy den prointerim fiscaal deezes gouvernements hadden gelaat om naaukeurig onderzoek te doen om, trent het gedrag der overheeden van het provisie schip Avenhorn, by het verongelukken van dien bodem, en verders hun lieder pligt betrofneemen wyde vryheid verder te berigten hoe wij geconsidereerd hebbende dat ten opzigt van den opper en onder Chirergyn der gem: keel Otto Hendrik Eenhuizen en Samuel dieder in Morgenster als welkers Punctie tot het voorm: geval geen rela„ tie hebbende het ged: onderzoek geen de opper en ondermeester van plaatskomt te hebben; dezelve opper„ „hoen weder employabee en ondermeester zeedert weederom in den dienst der E. Comp: employabel verklaard en derzelder vorige gagien ten dien einde wederom hebben laten. Coursneemen — Terwyl op 't schip d' Agathageplaast besluit §109 Aan den Capitn. licutent van mitteerd om hier met stilstand van gage over te blyven. § 108 Terwijl uit aanmerking dat op 't bovengin schip de Agatha geen andere Chirurgijn beschyden was, als die tot Equipagie van dat schip in dienst van de particuliere reeders behoorden, midsg=s dat ook geen perzoon van die metier uit het meuronsch regiment gecongedieerd is, om te kun„ „nen repatrieeren, en dat dierhalven ten dienste der uit het evengem regi„ mente gelyk meede andere uit dit gouvernement verloste manschappen dewelke met gem: bodem Agatha staan te zug te keeren, noodzaakelyk een bequaam Chirurgyn op dezelve word gerequireerd, voorm oppermeesten Een huisen als oppermeenst Een huizen ten dien einde door ons bij besclijd van den 20 Junij Jongstl: on het ged: schip de Agatha geplaatst, en mitsdien daar meede behoudens zyn qualiteit gerepatrieerd is zynde aen de Capitain lieutenant 't schip Adinhorn geper van het vorsz: Schep Avenhorn op zen hiertoe gedaan schriftelyk verzoek voor af reeds op den 28e april Jenptle. toegestaan om uit hoofte van zeekelyke toestand tot herstelling van desselfs gezondheid § 110 Roquest van den Captn tusschen den wel Edele gestr Captn Krevel en denselven gezondheid met stilstand van gage alhier te mogen overblyveen. — Intussenen is ter onzer vergaderinge Tobias zoon nopens het gevan van den 2 Maij laatsleden door den gem: Capit=n Tobiaszoon onder byvoeging van twee verklaringen door den officieren van gem: bodem gepasseerd over gelegd geworden een request, waar by te kennen geeft dat wan neer den Heer Capitain Kiwel, Commandu„ rente 's lands frogieat van oorlog de Valk benevens nog eenige lands officieren en den prointerim Equipagemeester, op den 27 der gepasseerde maand Maart aan boord van het gem: schip Avenhorn waaren verscheenen, zulks voor hen ten gevolge had gehad, dat welgem: Heer Capitain Kuvel zoo hy als hy Captn. Tebiaszoon poseert ten zynen negte zyn Edele auctoriteit zouden hebben misbruikt, door het bezegen van eenige Termin, door welke hy sustineerd dat hem zyn Eed zoude weezen ontroofd zo als nader blyken zal uit het voorsz: Request waar van wy de vryheid gebrui„ ken zo wel als van de geannexeerde verklaringen Copia hiernevens te voegen 3111 besleet op dat request voegen en waar by gem: Capitain Tobias zoon ons afvraagd if welgem: heer Capitain Ku„ vele deezen Clar uit eigen authoriteit dan wel door onze gegevene ordre hadter uitvoer tot het gebragt? verders verzoek doende gegven buramen van zodanige schikkingen, als waar door hy in zyn ontroofde Eer, in zyn perzoon als ook voor zyn Equipagie ontno„ mene commando en ontzag mogt worden hersteld: dan wel zulks niet kunnende geschieden om hem op zijn verzoek te accordeeren, dat als dan hetzelve request beneven de meergem: verklaringe zoo na uwe welEdele groot agtbr. als aan de Hooggebiedende Heeren Majous mogt werden afgezenden, welke weg hij betuigde verpligt te zym, in te slaan om hersteld te worden en zyn voorige Eer. - Welk request by ons in overweeging genomen zynde hebben my best gedagt en dienvolgens van apostille op het zelve ver leend, dat op het door den suppl=t daar by gedaan verzoek Copia van dat request en dies bylagen zoo aan de Hooggebiedinds Heeren Majores als uwe WelEdele groot agtb zoude werden overgezonden. -

NL-HaNA_1.04.02_10904_0597 view scan ↗

English

§ 112 remarks regarding the same However, we have at the same time deemed it our duty respectfully to inform the Most Highly Esteemed Lords Majors and Your Right Honorable Worships, both by way of elucidation on the premises of that request and regarding the petition itself, that we could only dispose of the matter in the manner prescribed above, considering that the said Captain Kivel had already departed from here on the 13th of the past month of April, and thus more than fourteen days after the matter about which the said Captain Tobiaszoon complains in his request was alleged to have occurred, without the said Captain Tobiaszoon having thought it advisable to bring forward such a complaint in the interim, as a result of which one was also prevented from requesting elucidation and information on this matter from His Honor's side; although we feel obliged to note in that regard that from the comparison of the request with the annexed declaration of the officers, the often-mentioned Captain Tobiaszoon appears very suspicious as having exaggerated that matter far beyond how it actually occurred. § 113 That also regarding the question which the frequently mentioned Captain Tobiaszoon raises in that request in a manner very poorly suited to the respect owed both to the said Captain Kievel in his capacity held here and to this government—namely, whether the said Captain Kuvel carried out that act on his own authority or rather by order of this government, which matter, however, because no account thereof needs to be rendered to him, the said Captain Tobiaszoon, was not deemed necessary to answer—the interim Master of the Equipage, having reported from a letter written to him on the 26th of March last from on board by the said Captain Tobiaszoon in what manner the crew of the ship Avenhoorn was resisting the unloading of that vessel, with a complete design thereby to force this government to grant permission that they might come ashore, which manner of conduct, serving as a bad example to others, was nevertheless understood as making it inadvisable to use leniency; besides which difficulties were also found by the medical commission in permitting the crew to come ashore for the time being, the undersigned Governor thereupon immediately sent the said interim Master of the Equipage on board that ship, both to investigate the reasons that were brought forward by the common crew against the unloading according to the letter of the said Captain Tobiaszoon, in order to properly remove the same if they were true, and to remind them of their duty and exhort them to unload the ship; but that the frequently mentioned interim Master of the Equipage, who proceeded on board immediately for this purpose, had to carry out this mission in the dark because it had become evening in the meantime, and upon his return immediately reported that of all that had been alleged by Captain Tobiaszoon's letter as being desired by the crew and lacking to them, nothing had been claimed by them, but that they had unanimously insisted on the freedom for the officers to go ashore, without which they refused to lift a hand toward the unloading of the ship; without what he, the Master of the Equipage, had attempted in order to bring them to their duty having had the least effect, nor had he been able in the dark to discover the principal spokesmen. § 114 That this matter having been brought early the next day by the Governor before the council for deliberation, it was recognized then that the found impossibility of discovering the principal ringleaders or spokesmen among the men and removing them from the ship, in order thereby to bring the rest more easily to their duty, would entail the necessity of removing the entire crew of common sailors from the vessel by force and taking them into custody; but that the dangerous consequences which could result therefrom were far more reasons why, as long as any other means could still be tried, such an extreme step ought rather to be avoided, and that consequently the resolution was then taken to request the said Captain Kuvel to be pleased to employ his authority and good offices in this matter, and for that purpose to proceed on board the aforementioned ship Avenhorn, and to put into effect such measures as His Honor should judge most suitable and capable for the speedy halting and suppression of the beginnings of mutiny manifesting themselves among the crew in the manner aforesaid. § 115 That this request having been made to the said Captain Kuvel and assented to by His Honor, this was also of such fortunate consequence that the common sailors, in whom alone resided the unwillingness to unload the ship—after the disastrous consequences to which they exposed themselves by persisting in refusing service had been placed before their eyes by the frequently mentioned Captain Kuvel, and after they had persisted in that refusal upon repeated questioning by His Honor as to whether they were willing and ready to resume their service—when His Honor had already stepped back into the boat and was about to push off from the ship, shouted from the ship that they would unload the ship and perform the service as before; just as they subsequently complied with the same properly; and with which this matter happily ended without further adverse consequences.

Dutch transcription

§ 112 remarques omtrent hetzelve Dan wy hebben teffens pligtig geagt Hoogstgedagte Heeren Majoris en Uwentie Edele grootagtb zo tot elucidatie op de proemissen van dat request als in het verzoek zelve ter gelyker tyd eerbiedig te berigten dat wy alleen in maniere voorschreeven daarop hebben kunnen disponeeren ten aanzien welged' Heer Kivel bereids en den 13 der voorl: maand april en dus ruim veerthien dagen na ƒ dat de zaak over welke get Cantte Tobias zoon zig by zyn request is bezwarende 2: ƒ zouden weezen gepasseerd van hier vertrokken was zonder dat den zelven Capitain Tobi„ deszoon raadzaam heeft kunnen vinden zodanig bezwaar in den tusschen tyd voor te brengen en door het welke men dan ook verhindert is geworden welgem: Heer Captn Kevel daar op van zyn Edele zydde om elucidatie en informatie te Verzoeken schoon wy ons verpligt zinden ten dien be„ langen aantemerken dat uit de Compentatie van het request met de geannexeerde ver„ klaring der officieren meerged: Captn Tobias zoon zeer verdagt voorkomt als die zaak breeder uitmeetende dan dezelve dezelve zig toegedragen heeft. §S 113 Dat als meede belangende de akrage welke meergem: Captn Tebiaszoon bij dat request op eene met het verschuldigd respect, zo aan welgem: Heer Kievel in desselfs alhier bekleede Caracter, als aan dit gouvernement zeer kwalyk streckende wyze voorsteld, of namentlijk meer welgem: Heer Capt=n Kuvel dien stax usteigen auctoriteit dan wel door order van dit gouvernement ter uitvoer gebragt heeft, het geen men egter, om dat hier over geen rekenschap aan hem Ged. Captn. Tobias zoon behoeft te geschieden, en noodig heeft geoor„ deeld te beantwoorden den prointerim Equipageemeester, uit een brieff door ged: Captn Tobiaszoon en den 26 maart Jongstl: van boord aan hem geschreven gerapporteerd hebbende op hoedanige wepze d' Equipagie van het schip Aven¬ hoen zig teegens de ontlossing van dien bodem kwam te verzetten, met een volkomen toeleg van daar mede dit gouvernement te dwingen tot het geeven van vryheid dat zy aan land komen komen konden, in welke wyze van doen als tot een slegt voorbeeld voor andere strekkende nogthans begreepen wierd niet raadzaam te zin toegeevendheid te gebruiken behalden dat ook door de geneeskundigen Commissie zwarig heid wierd gevonden, om het aan land komen der scheepelingen nog te per„ mitteeren, den ondergeteekd gouverneur daar op den ged: prointerim Equpagie meester dadelijk naa Boord van dat schip heeft gezonden zo wel om onder zoek te doen op de reedenen die door de gemeene volgens het schryven van ged Captn. Tolias zoon teegen het ontlossen wierd engebragt ten einde indien zulks naar waarheid was, dezelve behoorlyk te ontruimen, als om hun derselver plegt voor te houden, en tot de ontlossing van 't schip te vermanen dan dat meergem: prointerim Equipagiemeester die zig hier toe dadelyk aan boord begeeven hebbende, dewyl het inters„ „schen avond geworden was deeze Commissie int deustre had moeten Volbrengen volbrengen by desselfs te rug komst ma delijk rapporteerde dat van al het geen by de brieff van Captn Tobiaszoon voor„ gegeeven was, door de Equipagie te werden begeert en hun te ontbreeken, by de„ zelve niets was gepretendeerd geworden maar dat dezelve eenstemmig hadden geurgeert op de vryheid voor de officiern om na de wal te mogen gaan buiten het welke zy weigerden hunne handen tete de ontlossing van 't schip reet te steeken: zonder dat het geene hy Equi„ hun paqiemeester aangewend had omtrend tot derzelver pligt te brengen, van eenig het minste effect was geweest ofte door hem de voornaamste woord voerders in het donker had konnen werden ontdekt § 114 Dat deeze zaak door den gouverneur 's daags daar aan vroegtydig ter dele„ beratie van den raad gebragt zynde men als toen ingezien heeft, dat de bevondene onmooglykheid om de voornaamste bechamels of woordvoerders onder het volk te entdekken, en deselve van het schip te legter te ligten, ten einde de overige daar door te gemakkelyker tot hun pligt te brengen, de noodzaakelykheid meede brengen zoude om de gantsche Equipagie der gemeenen door de kerke hand van den bodem aftehalen en in hegtenis te neemen; dog dat de gevaarlyke gevolgen welke daar rirt kunnen resulteeren veel meer waaaarradenen om zo lange nog een oy anter mid„ del kinden worden beproeft, een zodanige uittersten stap veel liever behoorde te werden gemeld en dat mitsdien als toen het besluit genomen is om welgem: Heer Capt kuvel te verzoeken desselfs baraeter en goede officie in desen te willen aanwenden, en zig daartoe aan boord van het voorm: schip Avenhorn te begeven, mitsg=s tot spoedige stui„ ting en demping der onder de Equuipagie in maniere voorsz zig openbaarende begenzelen van mutinatie zodanig. maatregulen in het werk te stellen als zijn wel Edelgestr. geschikt en bekwaamst oordeelen zoude eur d C § 115 Dat dit verzoek aan welgem: Heer Capitain Kuvel geschied en door zyn Edelen daar aan geacquiseerd zynde zulks ook van dat gelukkig gevolgen geweest, dat de gemeene mattrosen en der welke alleen de onwilligheid tot de ontlossing van het schip resideerde na door meergem: Heer Capitain kuree voor oogen te zyn gehouden de ramp, zalige gevolgen waar aan zy zig by het blyven weigeren van den dienst blootstelden, en na dat zij op de een en andermaal door zyn wel Edelgestr: gedane afvrage ef zy willig en bereid waren hun dienst te hervatten by die weigering waren blyven persisteeren, wanneer syn Edele reeds weeder in de sloep was gestapt en van het schip stond aftesteeken rikt het schip geroem hadden dat zy het schip lossen en den dienst als te vooren verrigten zouden; gelyk zij hetzelve ook vervolgens na behoren hebben betragt; en waar mede deze zaak zonder verdere nadeelige gevolgen gelukkig

NL-HaNA_1.04.02_10904_0603 view scan ↗

English

ended happily. Paragraph 116 That although the effect of the authority exercised by the well-mentioned Mr. Kuvel, when the crew had already demonstrated their unwillingness to such a degree and one could expect that they would not easily be brought back without coercive measures, gives much reason to doubt whether the more-mentioned Captain Tobiaszoon indeed at the beginning, when this began to show itself among them and had been easier to suppress, applied his utmost duty to stop it, and one might well suppose that the crew, by this means hoping to obtain the liberty to go ashore upon which they had continually insisted, he, Tobiaszoon, alongside the further crew members of the said vessel Avenhorn, then still found themselves deprived of the general liberty on the one hand; and on the other hand the difficulty to convict him thereof in a convincing manner were reasons why we, since the matter was terminated in such a fortunate manner, thought it best to let the matter rest. The aforementioned Captain Tobiaszoon thereafter having indicated to us again on the 14th of the aforementioned month of May in a further petition, of which a copy is also attached hereto, that notwithstanding our above-mentioned disposition on his previous petition, he had flattered himself that we would have made such arrangements whereby, by way of a commission, he would have been restored before his entire crew in his full authority and command, with the request that we would yet appoint such a commission to that end and also to admonish the crew that none among them should argue or speak about the affronts which he supposed had been done to him by the aforementioned Mr. Captain Kuwel, but to recognize and obey him as Captain, or else that he might otherwise be discharged from his vessel in order to repatriate from here while retaining his rank. Paragraph 118 But hereupon it being taken into consideration that said Captain Tobiaszoon maintained entirely without foundation that his authority and command on the aforesaid vessel had been taken from him, wherefore also his request, being based upon such an assertion, could be considered nothing other than as aforesaid preposterous, we have granted for marginal reply on that petition that the said request of the petitioner was consequently rejected, and he, Captain Tobiaszoon, was ordered to continue duly commanding the said vessel. Paragraph 119 Nevertheless, on account of the disobedience shown by the common crew of the same ship, the Equipage Master has been commissioned to go on board the above-mentioned vessel Avenhorn and read aloud the articles of war to the entire crew, as from which it is evident to everyone what obedience and respect he is obliged to show to his rulers, chiefs, and officers. Paragraph 120 Mr. Paulus Roos, ordinary member of the Council of Justice of the Castle Batavia, as we have had the honor to report respectfully in our above-mentioned latest letters of the 5th of this month, having remained here from the private ship De Vrouwe Cornelia due to indisposition, his honor has since already become in a state to continue the journey, as he therefore also finds himself to that end, alongside his ship's boy Dirk, on the carrier of this, the ship Beverwijk. Paragraph 121 Against which, on his urgent request, we could not refuse the sick visitor of the same said vessel, Gerrit Broekhuizen, on account of the pregnancy of his wife, to be permitted provisionally to remain over at this place for some time alongside her and their three children, with suspension of salary. Under the chapter of Exiles. Report concerning the three sons of the former Salkhakka of Xullabessij. Paragraph 122 We have the honor only to state most submissively that, in compliance with Your Right Honourables' very respected order of 20 October 1786, the pro interim fiscal having been ordered by our resolution of 7 February 1787 to conduct a careful investigation before commissioners from the Council of Justice and to report what truth there is in the complaints presented to Your Right Honourables by the three sons of the former Salkhakka of Xullabessij, and the said pro interim fiscal having thereupon shown, with the enclosure of various documents, that the mentioned complaints of these former three exiles are entirely unfounded and placed by them in a false light, we take the liberty to present most obediently to Your Right Honourables, alongside this, copies of the report submitted by the pro interim fiscal and documents belonging thereto. Paragraph 123 These being prepared up to this point

Dutch transcription

gelukkig afgelopen is. §116 Dat Schoon het effect van de door welgem: Heer Kuvel aangewende auctoriteit wanneer het volk haar onwilligheid reeds zo verre had doen blyken en men verwagten kinde dat zij zonder awang middelen niet zo ligt weder te rug te brengen zoude weezen veel reeden geeft om te twyfelen of meergem. Capitain Tobiaszoon, wel in den aan vang toen zig zulks onder hun begon te openbaaren en gemakkelyker te aempen was geweest syn Uiterste devoir heeft aangewend gehad om het zelve te stuiten en wel zouden mogen supponeeren dat de Hoopem door dit middel de vryheid tot het aan land komen waarop denselve by aanhoudendheid was blyven aandrengen te verkrygen, hem Tobias zoon neevens de verdere Schee¬ „pelingen van ged: bodem Avenhoon zig toen nog van de overgeme vryheid entstoken hebben gevonden aan de eene en aan de andere zyde de moeielykheid om hem daar van op zaak ig nader request van denzelven Tobiaszoon op eene overtuigende wyze te Conveneroe reedenen zyn geweest waarom wy de„ „wyl de zaak en eene zodanige ge„ lukkige wyze getermineerd geworden is, gemeend hebben gehad, het daar by wel te mogen laten beruisten Voorm: Capitain Tobiaszoon daar na weder op den 14 der voorm: maand maij aan ons by een nader request van welke meede Copia deezen is by „gevoegdd te kennen gegeeven hebbende dat ongeacht enze bovengem: dispesti op zyn voug request, hy zig geslyt haad dat wy eene zodanige schikkingen zouden hebben gemaakt, volgens welk by wyze van eene Commissie hy voor zijne geheele Equipagie in zyn volkomen gezag en Commando zoude zyn hersteld met verzoek dat wij als nog eene zodanige Commissie ten dien Einde zouden benoemen en 20 meede om d' Equipagie voor te houden dat geen onder haar over de affrontin die hy suppeneerde hem door voorm: Heer Captn. Kiwel te zyn aangedaan zoude mogen redeneeren op spreeken maar ap itteerd om aan de Gantsche qcipagie van te schip Wen„ om den articul brieff voor„ „ lesen. — maar hem als Capitain te erkennen en te obereeren dan wel dat hy anderzints van zynn Bodem mogt werden ontslagen om behoudens zyn qualiteit van hier te repatrieeren. Dan hier op in achting genomen § 118: zynde dat gem: Captn. Tobias zoon geheel ongegrond sustineerde dat hem zyn gezag en Commando op voorsz: bodem zoude weezen ontnomen, waar door ook zyn verzoek als op eene zodanige Sustenuen gefundeert zynde niet anders dan voornz: ongerywed konde worden geconsidereerdd aportille op hetzelve request hebben my voor apostille op dat reguerts verleend dat hetzelve verzoek van den supplt. mits dien van de hand wierd geweezen en hy Captn. Tobiazein gelast gem: bodem behoorlyk te blyven Commandeeren. — zynde niet te min terzake van de §119 door het gemeen van hetzelve schep be„ toonda des obedientie den Equipagie, en Equipagiemeester gecom: meester gecommitteerd geworden om zig aan boord van bovengem: bodem Avenhorn te begeeren en aan de ganschen Equipagie den Articulbrieff voor te lesen n a § 120 kennisgieding van 't vertrek van den Heer Boss met Bee„ verwyk. gelyk meede dat aan den krankbezoeker van gem: schip gepermitteerd is met vrouw en kinderen alhier over te blijven. te lesen, als waar uit een ieder kennelyk is welke obedientie en respect hy aan zyne gebieders opperhoofden en officiere verschuldigt is te betorren. — De Heer Mr Paulus Ros zaad ordena van Justitie des Casteels Batavia, zo als wij d'Eer gehad hebben, by onze bovengem: Jongste letteren van den 5 dezer eerbiedig te berigten van t particulier schip de Sanen Cornelis door indispositie alhier verbleven zynde, is zyn Edele zedert tot vervorderinge der ryze reeds en staat geraakt gelyk zig dan ook tot dien einde needens desselfs Scheeps Jongen Dork op bringer deezer 't schip Beeverwyk komt te bevinden §121 waaren tegen wij aan den krant„ bezoeker van evenged: bodem Gerrit Broekhuizen op zyn instantig verzoch niet hebben mogen afslaan een uit hoofde de swangerheid zynen huisvrouw benevens dezelve en hunne dreekin¬ „deren provisioneel eenigen tijd met stilstand van gagie ter deezer plaatse te mogen overblyven. — Onder het hoofdeel van Bannelingen berigt aangaande de „zene Salkhakka van senbebessij. — 122 Hebben wy d' Eere alleen onderdanigst drie zoonen van den gewee, ter needer te stellen, dat ter voldoening aan Uwewel Edele groot agtb: zeer geter„ „beedigde aanschrijvens van den 20 8=en 1786 by ons besluit van den 7 februarij 1787 den pro Interim fiscaal gelast geworden zynde voor gecommitteerdens uit den raade van Justitie naaukeurig onderzoek te doen en te berigten wat er zij van de egtheid der klagten aan¬ uwel Edelen groot agtb: voorgedragen door de drie zonen van den geweesene Salchak ka van xulabessij. en ged: pro Interim fiscaal daar op onder bijvoeging van diverse stukken aangetoond hebbende dat de gemelde klagten van deeze gewee„ „zene drie bannelingen geheel ongegrond en door hun in een verkeerd dagligt zyn geplaatst geworden, nemen wy de vryheid Copyen van hetzelve door den pro interim fisiaal ingediend berigt en daar by gehorende stukken bezyden deezen uwe wel Edele groot agtb=ren ge= hooizaamst aan te bieden. — § 123 Deeze tot hier toe ingereedheid zynde

NL-HaNA_1.04.02_10904_0608 view scan ↗

English

having been brought, we add by way of an appendix, dutifully setting down that we had the honor to inform Your Honors of the private flyboat de Jan en Cornelis lying ready in False Bay for the voyage to Batavia; we now find ourselves obliged very humbly to bring to Your Honors' notice that the said vessel has since, on the 11th of this month, left the said Bay and continued its aforesaid projected voyage: We shall herewith conclude this, and after having commended Your very distinguished persons as well as the important trade of the Honorable Company to the Almighty, we remain with due respect. Below stood: Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, Manly, Prudent, Provident, Very Discreet Gentlemen and Noble Sir. Lower down: Your Honors' humble and obedient servants; was signed: C. S. van de Graaff, H. I. Rhenius, R. P. Gordon, J. I. le Sueur, O. G. de Wet, W. F. v. Reede van Oudtshoorn. In the margin: In the Castle of Good Hope, 14 June 1788. To the Noble Sir Mr. Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, and also Governor and Director of the Island of Ceylon and its dependencies, together with the Council there in Colombo. Noble, Valiant, Manly, Prudent, Provident, Very Discreet Sir and Esteemed Friends. With the small vessel de Hoop, which sailed from here to Your Honor's government on 21 March of this year, we sent to Your Honors our last letters of the 18th of the same month, of which the duplicate has since been dispatched with the country's brigantine vessel de Diana, which likewise departed from here for Ceylon on 15 April last. Since then, with the arrival in False Bay of the return ship Java on the 1st of this month, we have had the honor of receiving Your Honors' esteemed letters of 16 February of this year, the answering of which, owing to the shortness of time, has had to remain postponed until a further opportunity, referring ourselves meanwhile to what we requested of Your Honors in our letters of 4 February of this year regarding the matter of the assistance rendered to the Crown of France during the last war with chartered ships. The aforesaid return ship Java, on the 16th of the past month off the latitude of this Corner, suffered so much from a violent storm—by which the provisioning ship Avenhorn was also driven from its anchor here in the roadstead and ran aground—that not only did the officers find themselves forced to throw 19 pieces of cannon overboard, but also the ship was worked entirely loose and the rigging became severely disabled. Upon receiving report hereof from the said bay, and having considered how much the circumstances of the Company nevertheless require, more than ever, that all possible diligence and labor be employed to enable such a precious return vessel, at this already so advanced season of the year, to continue its voyage as speedily as possible, the naval captain and interim master of equipage here, Jan Arnold Voltelen, together with the fellow naval captains Paulus Kroon and Axel Land, commanding the ships de Gouverneur Falk and Beverwyk, were expressly commissioned by us, assisted by the master shipwright Meindert van Eik in the presence of the aforesaid captain of the ship Java, to inspect and examine as speedily and accurately as possible the defects found on that vessel as well as its rigging and spars and otherwise, as well as what repairs to each are necessarily required, and furthermore how and in what manner the same can be effected in the speediest and best manner possible, and what time will be required for this before the said keel would again be in a condition to undertake the voyage to the Netherlands. In doing so, we have also authorized the said interim master of equipage, after the aforesaid examination and findings, without letting any time pass by sending the report here from False Bay while awaiting further orders, to set all hands to work in the meantime with the greatest possible speed, in order to repair the defects of the repeatedly mentioned vessel from the supplies available in the said bay, and thereby put the ship in a state to continue its return voyage promptly; the resident of the said False Bay having also been ordered by us to that end to furnish from the ship's equipage goods brought thither from the fatherland everything that may be conducive to such a purpose. Your Honors, however, will see to our regret from the copy of the report of the aforesaid commission accompanying this letter what important defects have been discovered on that vessel, and that for the repair of all of them, no matter how much speed and zeal are applied, 2 to 3 months must elapse, which makes us very apprehensive that the season of the year will then no longer permit that vessel to proceed on its return voyage, and that it will thus have to remain here to winter until the beginning of the coming year. Having found that in the vessel Blitterswijk destined for China, which departed from here thither on 8 May last, were laden six cases marked R SM No.

Dutch transcription

gebragt zynde, stellen wy onder de benaming van byvoegeelen. nog pligtschuldig ter needer dat w de Eere hadden Uwe wel Edelen groot agtb: berigt te geeven van het in de Baasfa gereedleggend particulier Fluitschu de Can en Cornelis, tot de ryze na Batavia; thans vinden wyens verplig uwe wel Edele groot agtb. zeer needrig te cognitie te brengen dat die bodem zedert op den 11e dezer gem: Baay va laten en desselfs voorschr: geprojectie ryze heeft voortgezet: — Wy zullen deesen hier meede besluiten en naar Uere zeer aansienteg personen, zo wel als den importan handel der E. Compte. als almogende ho aanbevolen te hebben met verschulden Eerbied te blyven. /:onder stond:/ Wel Edele Erntfeste groot agtb: manhafte welwyze voorzienig Zeer discreete Heere en Edele Heer /:lager/ Uwe wel Edele groot a9tb Ooderd: en gehoorz: Dienaeren /:was gete C. S. van de Graatf H. I. Rhenius f n Colombo verneur en directeur des Eilands Ceilon en desselfs lessorte beneevens den raad aldaar de gouverneur Talk R P. Gordon J. I. le Sueur. O. G: dewer de Wet W: F V. Reede van Oudtshoorn /in Margine:/ in 't Casteel de goede Hoop d 14 Juny 1788 Aan den Edelen Heer Mr Willem Jacob van de Graaff raad ordinair van neederlandsche India, mitsgs. Gou„ Met het Scheepje de Hoop het welk op den 21 maart deezes Jaars van hier na uw Ed=s gouvernement is afgezeilt hebben wy aan uwel Eds ge„ zigt onze laatste letteren van den 18e derzelver maand waar van het duplicaat zedert met het op den 15 April laatst leeden meede van hier na Ceilon ver„ trokken 's lands brigantijn scheipje de diana is afgezonden. — zeedert hebben wyens met de kerast in de baayf als van het retourschip Java op den 1=e deezer mogen vereert vinden met uwel Ed=t Edele Erntfeste Man„ hafte wyze voorzienige Zeer discreete Heer & Vrienden geachte 3 geachte letteren van den 16 february deezes Jaars, welkers beantwoording door de kortheid des tyds tot naader geleegendheid heeft moeten blyven uitgesteld ens intusschen retereeren aan het geene wy omtrend de mater der in den laatsten oorlog aan de kroon van Vrankryk betoonde Ad sistentie met slomps scheipen uwel Eds. bij onze letteren van den 4 februarij deezes Jaars hebben verzogt. Het voorsz: retourschip Java heeft op den 16 der gepasseerde maen op de hoogte van deezen Uithoek eenen bevigen Storm door welke het provisieschip avenhorn ook hier ter rheede van desselfs anker geslagen en on strand gedreeven is zo veel geleeden dat niet allen de overheeden zig genoodzaakt hebben gevonden 19 ps Canon over boord te werpen maar ook het schip geheel uitmalkende gewerkt en het tuig zeer intran poneerd is geraakt. Op het bekomen berigt hier van uit de gem: baaij, overwogen hebben„ „de hoe zeer de omstandigheeden der maatschappije nogthans meer dan ooit vorderen, dat alle mogelyken vlyt en arbeid worden aangewend om een zodanige pretieuse retour„ bodem in deeze zo verre reeds gevorder de tyd des Jaars ten spoedigsten tot het voortzetten van haare reize in staat te stellen, is de Captn ter zee en prointerim Equipagiemeester alhier Jan Arnold voltelen ne„ vens den meede Capitains ter zee Paulus Kroon en Axel Land, ver„ rende de scheepen de Gouverneur Falken Beverwyk expres door ons gecommitteerd omme g'adsisteerd met den baas der scheepstimmerlie„ den Meindert van Eik in het byzyn van opgem: Capitain van het schip Iava ten spoedigsten en zoo naauken„ zig mogelyk op te neemen en te examineeren de gebreeken welke zich aan dien bodem zowel als dies tuijgagie en rondhouten als ander sint sints bevinden gelyk meede welke reparatiën aan het een en ander noodwendig worden vereischt, mits ook hoe en op welke wyze dezelve op de spoedigste en beste wyze mi „gelyk zullen kunnen werden ge tueerd en welke tyd men daartoe zal komen te benodigen, voorenalee gem: kiel wederom in staat zoud kunnen zyn de zyze naar neederl te onderneemen, waar by wy ged: pro interim Equipagiemeester teeven hebben gequalifieerd, omme na de voorsz: examinatie en bevinding zo „der door het overzenden van het rappo uit de Baay Fals herwaards in het a wagten van nadere ordres eenigen ti te laten voorbygaan intusschen me den meest mogelyken spoed alle hand aan het werk te slaan ten eende uit het geene zich ongezegde baay by voorraad bevind de defecten van meerm: bodem te herstellen, enh schip daar door tot het spoedig voor setten der retourreise in staat te brengen, zynde de resident van gem baaij baayf als ten dien einde ook door ons gelast geworden om van de aldaar uit het patria aangebragte Scheeps Equipage goederen al dat geene te laten verstrek„ ken wat aan een zodanig oogmerk bevorderlyk kan zijn. — zullende Uwel Ede. egter tot ons leed, weezen uit het in Copia deeze verzellend rapport van de voorm: Commissie ont¬ waaren welke importanti gebreeken aan dien bodem zyn ontdekt en dat tot herstelling van alle dezelve hoe¬ veel spoed en yver daartoe ook werden aangewend 2 a 3 maanden verloopen moeten het geen ons zeer bedugt doet zijn dat de tyd des Jaars als dan niet meer zal toelaten om dien bodem hare retourneire te doen vervorderen en dat dezelve dus tot het begin des aanstaande Jaars alhier zal moeten blyven overwenteren Bevonden hebbende dat in het na China gedestineerd schip Blitterswijk het welk op den 8 Meij I. l: van hier derwaards vertrokken is geladen waren ses kassen gemerkt R SM No No.

NL-HaNA_1.04.02_10904_0614 view scan ↗

English

numbers 53 to 58 with clothing and ammunition goods for the Regiment de Meuron, although nothing of this appeared either by written notice or by invoice, we have caused the same six cases to be discharged from the aforementioned vessel and handed over to Captain de Meuron Motier as superintendent of the depot here, in order that they may be sent over to the said regiment in Ceylon at the first convenient opportunity, which is now taking place with the aforementioned ship Gouverneur Falck, as appears from the bill of lading accompanying this. The strong crew of the aforementioned ship Gouverneur Falck, as it departs from here with a total of 327 persons, has prevented us from sending over to your Honor's government the recruits who were brought here for the regiment with the ship Blitterswijk, as well as such men of that regiment who had remained behind here due to illness, consisting of: 1 Captain Lieutenant named Kijbourg 1 Bernhard 1 Lieutenant Bax 1 [illegible] de la Harpe 1 Lieutenant a la Suite Henry Motier 3 Sergeants 3 Corporals 74 Privates We commend your Honors' persons and the Company's important interests to God's safe protection, and remain, with friendly greetings. Below was written: Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Lord and Friends Lower: Your Honors' service-inclined friends and servants Was signed: C. J. van de Graaff, J. F. Rhenius, R. J. Gordon, J. S. le Sueur, O. G. de Wet, W. F. van Reede van Oudshoorn. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 14th of June 1788. To the Noble Lord Cornelis Dionisius Kraayenhoff, Provisional Commander, together with the Council there. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Lord and Friends. The Company's ship Gouverneur Falck, destined for Ceylon and now lying ready for its departure thither, we hereby advise your Honors that upon the arrival here of the return ship Java we received your Honors' esteemed letter of the 23rd of February of this year, but that also, to our painful regret, the said ship Java suffered so much damage to hull and rigging in a storm off the latitude of this cape that we are very apprehensive that, owing to the time required for its repair, we will be obliged to have that vessel winter here until the beginning of the coming year, the officers also having found themselves compelled in the storm to throw 14 pieces of cannon overboard. For the rest, merely noting that the small vessel the Hoop, with which we last wrote to your Honor under date of the 18th of March last, sailed from here on the 21st of the same month, and that we also dispatched the duplicate of that letter of ours with the State's war brigantine the Diana, which vessel departed from here on the 15th of April last. Declaring herewith, after friendly greetings, to remain: Below was written: Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Most Discreet Lord and Friends. Lower: Your Honors' service-inclined friends and servants Was signed: C. J. van de Graaff, J. F. Rhenius, R. J. Gordon, J. J. le Sueur, O. G. de Wet, W. F. van Reede van Oudshoorn. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 14th of June 1788. Cape of Good Hope False Bay To the Titular Merchant and Resident there, Christoffel Brand. Good Friend, The accompanying packets addressed to their Right Honorable and Respected Lords of the Supreme Government at Batavia must, upon receipt by you, be handed over for delivery to the master of the Dutch private ship the Vrouwe Johanna Jacoba lying over there, Simon Krygsman. Remaining after greetings, Below was written: Your good friend Lower: By order of the Noble Lord Governor Was signed: C. van Aerssen, Secretary In the margin: In the Castle of Good Hope, the 14th of June 1788. To the Lord President and the other members of the Burgher Court Martial there. Good Friends, The minutes of the 7th of the past month of May having been reviewed today, we have seen fit to appoint the burgher surgeon Johannes Henricus Lange as second Surgeon Major to the Burghery here, and furthermore to approve the appointment of such non-commissioned officers as were nominated by you in the aforementioned minutes. Whereof giving you notice hereby, we remain, after greetings. Below was written: Your Good Friends Lower: By order of the Noble Lord Governor and the Council Was signed: C. van Aerssen, Secretary In the margin: Done at the Political Council meeting in the Castle of Good Hope, the 17th of June 1788. Stellenbosch To the Titular Merchant and Landdrost Hendrik Lodewyk Bletterman, together with the Burgher Court Martial there. Good Friends, Having taken into consideration the matter that occurred between the burgher corporal Johannes Hartog and the fellow burghers Daniel Bosman, Hermanus Bosman, and Pieter Daniel de Villiers, presented in your letter of the 3rd of this month, and the request made by you concerning it, we have seen fit, in order to avoid all further difficulties that might result therefrom, to suspend the aforementioned Hartog provisionally from his service as corporal; instructing you, however, in the meantime to summon the aforesaid Daniel Bosman, Hermanus Bosman, and Pieter Daniel de Villiers to appear before your meeting, and there, on our behalf, sternly confront them with their completely impermissible conduct, with a warning to take careful care in the future to refrain therefrom; they being held to continue performing their service in the company in which they are enrolled, as custom also requires. Wherewith, after greetings, we remain. Below was written: Your Good Friends Lower: By order of the Noble Lord Governor and the Council Was signed: C. van Aerssen In the margin: Done at the Political Council meeting in the Castle of Good Hope, the 7th of June 1788.

Dutch transcription

no 53 a 58 met kleederen en ammunitie goederen voor het regiment van Meuren hoe wel nog by aanschryvens nog bij Factuur hier van iets kwam te blyken hebben wy dezelve ses kassen uiet voorm bodem doen ligten en aan den Capitain de Meuren de Motier als opzegter van het depot alhier overgegeeven, teneen by eerste bequame gelegendheid na Ceilen aan hetzelve regiment te kunn worden overgezonden het geen dan ook thans met bovengem: schip de Goudemneu Falk geschied blykens het deezen verz lend Cognoscement. — De sterke bemanning van 't voorm schip de gouterneur Falk zo als het zelve van hier vertrekt met een aante van 327 koppen heeft ons verhindert na uwEd gouvernement te doen over gaan de recreten welke voor't zegem met het ged Sanip Blitterswyk alhier zyn aangebragt en ook zodanige de manschappen van dat regiment al nog door indispositie alhier agter gebleeven waaren bestaande in. — t Bernhard de la Harpe 1 Lepsent „Bax 1 ons _o 1 Lysteht ala Seite „ Henry notre 3. sergeano 3 Corporaals 74 Gemeenen Wy beveelen Uwel Edes perzoonen E en 's Comps importante belangen en godes vylige bescherminge en verblyven onder vriendelyke groete. - /:onder stond:/ Edele, Erntfeste, manhafte wyze, voorzienige zeer discreete Heer en Vrienden /: Lager:/ de wel Eds dienstgeneegene vriend /: was geteekent/ en Dienaaren J. van de Graaff J. I. Rhe¬ „nius R. I. Goedon I. S. le Sueur, O. G. d. Wet, W. f. van reede van Oudshoorn. /:in Margen:/ In t Casteel de goede Hoor den 14 Junij 1788. 1 Captn luitenant gen:t Kijbourg 1 „ Gale d. gouverneur Aan den Edelen Heer Cornelis Dionisius Kraayenhoff provisioneel, gezaghebber neevens den raad aldaar /r Falck Het 's Compes. Schip de Gouverneur Falck naar Ceilon bestemd, thans op haar vertrek derwaards gereed leggende, he „nen wy uw Eds by deezen adviseeren dat wy met de komst alhier van het retourschip Sava ontfangen hebbe uwEde geachte letteren van den 23 febr. deezes Jaars, dan dat ook tot on smertelijk leedweesen het gem: schi Java in eenen storm op de hoogte van deezen uithoek zo veel aan schip en ling heeft geleeden, dat wy zeer beduggt zyn, door den tyd die tot het herstellen van dien word vereischt genoodzaakt te zullen zyn, dien bodem tot het begin des aanstaande Jaars te zullen moeten doen over¬ winteren, hebbende ook de overheeden Edele Erntfeste Manhafte wyze voor„ Zienige zeer Discreete Heer en Vrienden zich ƒ 87 sis m zich genoodzaakt gevonden in den storm 14 p. s Canon overboord te werpen Overigens als na nog maar no„ teerende dat het scheepje de Hoor met 't welke wy t laatst sub dato 18 maart J. l. aan uw Ed geschreeven een hebben op den 21 derzelver maand van hier is afgezeild en dat wy ook het duplicaat van hetzelve onsschrij„ vens met 's lands oorlogs Brigantyn de Diana hebben afgezonden, welk scheepje op den 15 april J. l. van hier vertrokken is. — Betuigende wy hier meede na geneegen groete te blyven /onder stond:/ Edele Erntfeste Manhafte nt Wijze voorzienige zeer Disereete Heer en Vrienden, /: Lager:/ Uwe wel Edele dienstgeneegene Vrienden Dienaaren /:was Geteekent/ C: I: Van de Graaff J. F. Rhenius R S: Gordon I. T. le Sueur O. G. de Wet W. f. V. reede van Oudshoorn /:in Margine:/ In't Casteel de goede Hoop den 14 Juny 1788. — Goede Vriend Brand Cabo de goede Hoop Braij Fals Aan den koopman Titulair en resident aldaar Christoffel Neevens gaande pacquetten met advresse aan haar WelEdele Grootagt de Heeren der Hoogindiasche Regeering tot Batavia, zal by ontfangst door UE. aan den schipper van 't ginter leggend holl: part schip de Vrouwe Johanna Jacoba Simon Krygsman ter bestellinge moeten worden afgegeeven. Blyvende na groete /:onderstond:/ UE Goede vriend /:Lager ter ordonn: van den Edelen Heer gouverna /: was Geteekent/ C. van Aerssen Secret /in Margine:/ in 't Casteel de Goede Hoo„ d 14 Juny 1788 — leeden van de burger krygvrand aldaar Aan den heer President en de verdere Goede Vrienden Hel notulen van de 7e der afgeweek maand maij op heeden geresumeerd zynde, hebben wy goedgevonden den bur Chirurgyn Johannes Henricus Lange al ben Sellenbosch Aan den koopman titulairen Zanddrost Lange aantestellen tot tweede Chirur „gyn Major by de Burgerye alhier en verders te approbeeren de aanstellin„ ge van zodanige onder officieren als door UE by de gem: notulen voor gedragen geworden zyn Waarvan UE by deezen kinnis geevende nae groete blyve. /onder sond:/ UE Goede vrienden /: Lager:/ Per Ordonn: van den Edelen Heer Gou„ verneur en den raadt /:was geteekent) C. s van Nerssen Secretaris /:m: Margine/ Actum ter politicque vergadering in 't Casteel de goede Hoop den 17=en Junij 1788. — Hendrik Lodewyk C: Bletterman beneevens den burger krygeraad aldaar Goede vrienden In overweging genomen hebbende de zaak die er voorgevallen is tusschen den burger Corporaal Iohannes Hartog en de mede burgers Daniel Boeman Hermanus Boeman en Pieter Daniel de villiers voorgedragen by uE brieff van den Hoor den 3e deser en UE ten belangen daarby n gedaan verzoek zoo hebben wy goedgevonen ter vermyding van alle verdere moeyelyk heden die daar uit zouden kunnen re„ sulteeren, gem. Hartog provisioneee te surcheeren in zyn dienst als Corporaan UE intussenen egter gelastende de voug Daniel Bosman, Hermanus Bosman en Pieter daniel de Velliers in UE verge dering te doen appoincteeren en demeer van onzentweegen wel ererstig hun alle zints ongeoorloofd gedrag voor oogen te houden onder waarschouwing van zich daar van voortaan zorgvuldig te wagten: zullende dezelven gehouden zyn den dienst te blyven presteeren by de Compagnie onder welke zy ingeschreeken zyn zo als het gebruik zulks meede bin Waar meede na groete blyven /:onder stond:/ UE Goede vriende /Lager:/ Per ordorn: van den Edelen Heer Gouverneu in den raad /:was Geteekent:/ C van Aerssen /:in Margine:/ Actum te politicque vergadering in 't Casteel de goede Hoop d 7 Juny 1788

NL-HaNA_1.04.02_10904_0621 view scan ↗

English

False Bay Good Friend To the titular merchant and resident Christoffel Brand: Cape of Good Hope To the President and the further members of the Council of Justice Having yesterday received your report regarding the departure of the ships Beverwyk and Gouverneur Falk, as well as of the Vrouw Johanna Jacoba for the Indies capital and Ceylon, as well as the Meermin, this serves solely to order you to cause the little vessel the Helena Louisa, as soon as it shall be ready for dispatch, to steer hitherward. Wherewith, after greetings, I remain, was written below: Your good friend, lower: By order of the Noble Lord Governor, was signed: C. van Aerssen, in the margin: In the Castle of Good Hope the 25 June 1788. Good Friends Already on the 11th of December of the recently past year, from the very honoured missive written to us by the High-Commanding Lords Masters under the date of 20 June of the same year, concerning that point wherein their High Nobilities ordered us to supply a copy of a certain petition presented to their High Mightinesses by a burgher of this place, Daniel Verwey, and accompanied by this, with orders to demand your report thereon, after having previously taken thereon the considerations of the Fiscal for the time being, we cannot conceal our surprise that this aforementioned request has to this day not yet been complied with, and we therefore desire that the same now be effected by you as soon as possible, and that at the same time the reasons be stated to us why this report did not arrive earlier, so that we may thereby be enabled dutifully to obey the positive orders given by the Most Mentioned Lords Majores, wherewith we commend you to the safe keeping of God, remaining, was written below: Your Good Friends, lower: By order of the Noble Lord Governor and the Council, signed C. van Aerssen, in the margin: Done in the political meeting in the Castle of Good Hope the 27 June 1788. False Bay Good Friend To the Captain-at-Sea Jan Craay, commanding the ship Java, lying anchored there. From a further report of the pro interim Master of Equipage Jan Arnold Voltelen and further commissioned maritime experts for the examination of the defects of the vessel Java under your command, it having appeared to us that the same cannot be made ready before the first of August to continue the voyage to the Netherlands, and that one must therefore apply all care to allow that keel to depart for this roadstead for further repair, you are hereby ordered to send us a further statement, as well of the running rigging, sails, etc., as whatever more might be required for that purpose, to enable you to leave the said bay before the expiration of the stipulated period of stay there. Wherewith, after greetings, we remain, was written below: Your Good Friends, By order of the Noble Lord Governor and the Council, was signed: C. van Aerssen. In the margin: In the Castle of Good Hope the 27 June 1788. To the Right Honourable, Respected Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, and the Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies, Batavia. The Dutch private hooker ship Handellust Right Honourable, Valiant, Greatly Respected, Brave, Most Wise, Prudent, Very Generous Lord and Noble Lords: lower: The private ship Handellust, presently lying ready to sail for its voyage to your Right Honourable and Greatly Respected capital, we take the liberty by that vessel to send to your Right Honourable and Greatly Respected the duplicate of our latest most humble letter dated the 16th of this month, dispatched with the ship Beverwyk, which on the 23rd thereafter left its anchorage in False Bay, and to which we have the honour dutifully to refer. While we likewise cannot omit to bring to the knowledge of your Right Honourable and Greatly Respected that on the said 23 June from the aforementioned bay likewise departed the ships the Gouverneur Falk, destined for Ceylon, together with the Meermin and the Vrouw Johanna Jacoba, both to Mossel Bay, and indeed the last-mentioned to turn her course to Batavia after obtaining her cargo there, which keels, by continuing contrary winds, found themselves prevented from undertaking their departure earlier. Whereas by our humble letter just cited, we were not yet enabled to supply to your Right Honourable and Greatly Respected a complete report concerning the bad condition of the Ceylon return ship Java, and we had to that end appointed a commission consisting of the Captain-at-Sea and pro interim Master of Equipage Johan Arnold Voltelen, together with the fellow Captains- at-Sea Paulus Kroon and Axel Land, commanding the ships the Gouverneur Falk and Beverwyk, in order, assisted by the Master of the Shipwrights Myndert van Erk, in the presence of the Captain of the said ship Java, Jan Kraay, as soon as possible and in the most accurate manner to inspect and examine all the defects which are found on that vessel and what ought most necessarily to be applied for its repair, so as to grant that ship, under God's blessing, a safe voyage to Europe, we now have the honour dutifully to communicate to your Right Honourable and Greatly Respected that pursuant to this order, a report has been submitted into our meeting by the said Master of Equipage and Sea Captains, of which we take the liberty to offer a copy herewith to your Right Honourable and Greatly Respected, from the contents of which your Right Honourable and Greatly Respected will be pleased to observe the unfortunate state of the aforementioned ship, and that

Dutch transcription

Baay Fals Goede Vriend Aan den koopman titulair in resident Christoffel Brand: Cabo de goede Hoop Aan den Heer President in de verdere leeden des raads van Justitie UE berigt noopems het vertrek der scheepen (Beeverwyk ende Gouverneur) Falk als meede van de vr: Johanna zeen Jacoba na Indiasch hoofdplaatse en Ceylon gelyk meede de Meermen op gister ren ontfangen hebbende, diend deeser eenelyk UE te gelasten het scheepjo de Helena Louisa, zo dra hetzelve te depeche gereed zal zyn na herwaards te doen steevenen. Waar meede na groete verblyve /:onder stond:/ UE goede vriend /:Lager:/ Ter ordenns: van den Edelen Heer Gouverneur /:was geteek:„t C. Van Aerssen /in Margine/ In t Casteel de goede Hoop de 25 Juny 1788 — JA Goede Vrienden Reeds op den 11e december des Conpt afgeweekene Jaars uit de zeer gedenereerde missive door de Hoog gebiedende Heeren Mees= teren aanons sub dato 20' Junij deszelven Iaars geschreeven, belangende dat poinct waar waar in hun hoog Edelens ons geleeden te suppediteeren Copia van zeeker door Een van hier g'aafirgeerde Burger daniel verweij aan hun hoogmogende gepraesen „teerd request en dees belagen met last om daarop te eischen uix beregt, nadar alvorens daarop zoude zyn en genomen de Consideratien van den Fiscaal inder tyd kunnen wy onze bevreemding niet van bergen dat aan dit voorsz: requiset tot heeden nog niet is voldaan geworden, en verlangen overzulk dat hetzelve als nu ten spoedigste door UE werden g'Effectuurd en teffens aan ons opgegeeven de reedenen waarom dit berigt niet eerder is ingekom op dat wy daardoor in staat gesteld wor om aan de Positive gegeevene ordres van Hoogstgede. Heeren Majores pligtschil te kunnen gehoorzamen waar meede wy UE beveelen in de veijlige hoede godes blyve /onder stond/. Uer Goede vrunden /:Lager:/ Ter ordoni van den Edelen HHeer Gouverneur en den raad geteekent C. van Aerssen / in Murgene/ Actum ter politicque vergadering in t Casteel de goede Hoop den 27 Juny 1788. Baayfals voerende het aldaar g'ankerd leggend Goede Vriend Aen den Capitn terzee Jan Craais schip Iava. Uit een nadere rapport van den pro interim Equipagiemeester Jan Arnold voltelen en verdere gecommitteerde zee kundigen ter examinatie des gebreken van uwe onderhebbende bodem Java, on zynde komen te blyken dat dezelv niet voor primo aug=o ter reysvordering naer Nederland in gereedheid kan werden gebragt en men dus alle zorge zol hebben aantewenden die kiel ter verdere reparatie na deeze rheeden 1 te kunnen laten vertrekken, werd UE by deezen gelast ons een nadee opgaaff te doen toekomen zo van het lopend touwwerk zeilen de als het geen tot dat oogmerk meer mogt werden vereischt, om UEen staat te stellen voor d' expiratie van de be„ paalde tide vertoeftyd aldaar gem: baag te kunnen verlaten. — waar meede na groete blyven /onder stond:/ UE Goede vrunden st van den welEdelen Gestr Heer Mr. Willem arnoed alting Ter ordonn: van den Edelen Heer Gouver„ neuren den raad /:was geteekend:/ C:s van Aerssen. - /en Morgene In 't Casteel de goede Hoop & 27 Juny 1788. Gouderneur generaal en d'Edel„ Heerin raden van Nederl. India Batavia 't holl: part: Handellust hoeker schip Het particulier schip Handellur thans tot desselfs ryse naar uwe Wel Edel Groot agtb hoofdplaatze zylree leggende neemen wy de vryheid pr dien bodem aan uwe wel Edele groot agtb te doen t komen het duplicaat van ons Jongst onderdanigst schryvens sub dato 16 dezer, afgegaan met het schip Beevermeg 't welk den 23 daar aan zin legplaatt in de Baryf als heeft verlaten en waar Eer hebben aan wy de zygheid ons pligtschuldig WelEdele Erntfeste Groot agtb: Manhafte Welwijze, voorsienige Zeer Genereuse Heer en Edel Heeren /: Lagee./ te ver te refereeren — Terwyl wy al meede niet af kunnen zyn ter kennisse van Uwel Edelgroot Agtb: te brengen dat op gem: 23 Junij uit de voorsz: Bary insgelyks zyn Vertrek „ken de scheepen de Gouverneur Falk naar Ceilen gedestineerd beneevens de Meermin en de Vr: Johanna Jacoba beide na de mosselbaaij en wel het laatstgem: omme na zyne aldaar te bekomene la„ ding de steden naar Batavia te wenden, welke kielen door aanhoudende Contrag rie wenden ze dard zich verhanderd hebben gevonden om hunne afreise eerder te onderneemen. waaren wy by ons even aangehaalde enderdanig schryvens nog niet on staat gesteld om aan uwe Wel Edele Groot agtb: een volledig bericht te suppediteeren nopens de slegte gesteldheid van het Ceilons retourschip Tava en hadden wy ten dien einde eene Commissie be„ noemd van den Capitain ter Zee en prointerim Equipagiemeester Johan Smald Arnold Voltelen nevens de mede Capitain ter zee Paulus Kroon en Axel Land, voerende de Scheepen de Gouverneur Fralk en Beverwyk, omme g'assisteerd metden Baas der Scheepstimmerlieden Myndert van Erk in het byzyn van den Capitain van gem: schip Sava Jan Kraaij ten spoedigste en op het naamkerregste op te neemen en te examineeren alle de gebreeken welke zig aan dien bodem bevint en wazer noodwendigst tot dies reparatie zoude behoren te werden aangewend, ter einde dat schip onder gods zegen een behouden Eeeze naar Europa te verleend hebben wy thans de Eere uwe wel Edele grot achtb: pligtschuldig te communiceeren dat ingevolge van deeze ordre door gemeld Equipagiemeester en zee Capitains in ont vergadering is ingediende en beregt wa van wij de vryheid gebruiken uwel Edele grootachtb: hier nevens de Copie aantebu uit welke inhoud uwe wel Edele groot agtb: by geleefte zullen kunnen beoogen de en tramponeerden staat van Voorsz: schip in dat

NL-HaNA_1.04.02_10904_0627 view scan ↗

English

and that for the repair of the same, although the utmost speed and diligence are exerted, nevertheless a period of between two and three months is required, because most of the [illegible] that must serve for the necessities must be transported from here by land to False Bay; wherefore we, in order to know with certainty what measures regarding the aforesaid vessel will be best to take, have resolved to commission once again the aforesaid Master of Equipage along with the above-mentioned Captains and the Quartermaster of the shipwrights, in order to examine again, in the presence of the aforesaid Captains of the frequently cited vessel Java, more closely, accurately, and as speedily as possible, whether there is any means or possibility to bring that vessel into condition for its journey to the Netherlands before or by primo August next /:not counting a few days:/, in such manner that there remains no doubt about letting that ship undertake the further return voyage, with added orders to the mentioned Master of Equipage to apply immediately in that case all diligence and labor thereto; but if this repair could not be effected before the mentioned time, whether in that case it would be necessary to have that vessel come over to this roadstead for the purpose of repair, furthermore whether it would then also be advisable to have the said ship undertake that journey hitherward, and what precautions in such case could and ought to be put into effect for that purpose; upon which we were again reported to in writing by the mentioned commissioners, as we also have the honor to annex hereto in copy, that upon accurate examination they found the defects both in the ship and rigging as well as sails to be of such a nature, that its principal repairs and remasting even cannot be brought to an end before the end of the month of August and the aforesaid ship put in a state to be able to undertake the distant return voyage to Europe without any hesitation, especially in the autumn season, when one has to expect more storms before the Dutch coast than in other seasons; that furthermore it is most advisable, after the lay days for the Company's ships in False Bay will have expired, to let that vessel depart to this Table Bay in order to further rebuild and remast the same here, because no timber is available in False Bay for the remasting, while that kind of timber for the above-mentioned purposes had been unloaded into the stranded ship Avenhoorn, and the transport of such heavy timbers is accompanied by much difficulty and danger; that finally, as a precaution for this journey to be undertaken hitherward, that ship in False Bay must as much as possible be repaired, the shrouds set up, the foremast provided with a fish, and some running rigging and sails provided to the same: which, having been taken into close consideration by us, we thought best for the Company's interests to have the same ship come over hither after the expiration of the usual lay days in False Bay, in order to be completely put into condition here for the voyage home, and the necessary orders have been dispatched to the Captain of that vessel for that purpose, while we, upon the journey hither of the mentioned vessel from False Bay, will also have transported by the same some of the goods sent over from the Fatherland for this government. But understanding the necessity to let the cargo of the aforesaid ship Java arrive in the Fatherland as quickly as possible, it will be pleasing to us if in the meantime any opportunity, whether by the Company's own or chartered ships, might come to hand: of which we shall not fail to make such use immediately. And herewith concluding this, we commend your Right Honorable, very esteemed persons and the Honorable Company's weighty interests to the protection of the Almighty, and remain with due respect. /:below was written:/ Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, Courageous, Prudent, Foreseeing, Very Generous Lord and Honorable Lords. /:lower:/ Your Right Honorable's humble and obedient servants. /:was signed:/ C: I. van de Graaff, J. P. Rhenius, R: J. Gordon, I. T. Le Sueur, O. G. de Wet, W. F. van Reede van Oudshoorn. /:in margin:/ In the Castle of Good Hope, the 30th of June 1788. False Bay. To the titular Merchant and Resident there, Christoffel Brand. The accompanying packet addressed to the Gentlemen of the High Indian Government is sent to you for delivery to the Captain of the Dutch private hooker ship Handellust. Wherewith, after greetings, we remain, /:below was written:/ Your good friend. /:lower:/ By order of the Honorable Lord Governor. /:was signed:/ C. van Aerssen. /:in margin:/ In the Castle of Good Hope, the 30th of June 1788. False Bay. To the titular Merchant and Resident there, Christoffel Brand. Good friend, Having resolved to have loaded into the ship Java, in so far as can conveniently be done, the goods successively brought hither from the Fatherland for this government and presently still situated in False Bay, in order to have the same transported hither upon the arrival of that vessel at this roadstead, you are hereby ordered to make the necessary arrangements to this end in order to carry this resolution of ours into execution, and to have a proper bill of lading signed in the customary manner for the goods to be loaded in that ship by Captain Jan Kraaij, and to send it over to us. Wherewith, after greetings, we remain, /:below was written:/ Your good friend. /:lower:/ By order of the Honorable Lord Governor and the Council. /:was signed:/ C: van Aerssen, Secretary. /:in margin:/ In the Castle of Good Hope, the 24th of June 1788. Saldanha Bay. To the Post-holding Corporal there, Jacobus Rossouw. Good friend, Referring to my last sent to you, it serves to state that it appeared to me from your further letter dated the 5th of this month

Dutch transcription

en dat tot reparatie van hetzelve alhoe„ „wel ook de uiterste spoed en vlyt worden in't werk gesteld, echter een tyd van tusschen de Twee en drie Maanden ver„ eischt wordt, wyl de meeste der daar Nyx & et soed daertoe dienen de noodwendigheeden van hier per as naar de Baaij Tals moeten getranspor„ teerd worden; weshalven my, ten einden zeeker te kunnen weeten, welke maat„ regulen omtrend voorn: bodem besta te neemen zullen zyn, hebben besloten omme de voorsz: Equipagiemeester neffens de bovengem: Capitains en Baks der scheepstimmerlieden andermaal te committeeren omme wederom ten by„ weezen der voorm: Capitains van meergeciteerde bodem Jara nader naaukeurig en ten spoedigsten na te gaan of er eenig middel of moget lykheid zy dien bodem nog voor of wel met primo augustus Eerstkomin„ de /:eenige weinige dagen ongereekend:/ tot desselfs ryze naar Neederland in Staat staat te brengen, zoodanig dat er als dan geen bedenkelykheid over blyft om dat schip de verdere retourzeize te doen onderneemen met bygevoegde last aan gem: Equipagie„ „meester omme in dat Cas daartoe dadelyk alle vlyf en arbeid aantewenden; dog by de dien deeze reparatie niet voor de gem: tyd zouden kunnen worden g'Effectueerd, of h in dien gevalle noodzaakelyk zoude zyn dien bodem ten fine van reparatie na deeze rhede te doen overkomen voorts of het als dan meede raadsaam zoude weezen hetzelve schip die hirwaarde recze te doen onderneemen, en hoedanige precs tien er in zodanig geval ten dien einde zou kunnen en behoren te worden in 't werk gesteld, waarop wederom door geme: gecor mitteerden aan ons schriftelyk is beruy zo als wy mede d' Eer hebben by deeze in Copia te annexeeren, dat zy by naatekeurig onderzoek bevonden hebben de gebreeken zo aan 't schip en tuig als zylen van dienaard te zijn, dat dies Capitala vertimmering en vermasting zelfs zelfs niet voor het laatst vande maand augustus kan worden ten einde Gebragt en het voorne: Schip in staat gestelden zonder eenige bedenkelykheid de Vertaan retourneeze naar Europa te kunnen onderneemen voornamentlyk in 't najaar fhisoen, wanneer myn voor de hollandsch wal meer storm als in andere Jaar getyden te wagten heeft; dat voorts allevrand„ saamst is, om die bodem na dat de vertoeftijd voor 's Comps Scheepen in de Baay Fals g'Expireerd zal zijn na deeze Iktelbaaij te doen vertrekken ten einde deselve alhier verder te vertimmeren en te vermasten alzoo tot de vermasting geen houten in de baayfals voor handen zem terwyl dat zooit van houten tot evengem: eindens in't geshande schip avenhoun afgeladen waren, ende vervoering van diergelyke magthoriten met veel moest en gedaar verseld gaat, dat eindelyk tot precaritie van deeze te onderneemene herwaards reeze dat Schip in de Baay fals zoo veel doenlyk zal moeten Vestemmerd vertimmerd, verwand de fokke mast door een wang voorsien en aan deselve eenig lepen touwwerk en zylen verstrekt worden: welk een en ander door ons in naauwe overwee„ ging genomen zynde hebben my voor 't Com belangens best gedagt hetzelve schip na expiratie der gewone legted in de Baay fals herwaards te doen overkomen, omm alhier tot de thuis reize volkomen en sta gesteld te worden en den Capitain van dien bodem tot dat oogmerk de nodige ordres g'Expedieerd terwyle wij by de herwaards reize van gem: bodem uit de baay Fals nog eenige der van Patria voor dit gouvernement overgezondene goederen met dezelve zullen doen transporteeren Dan begrypende de noodzaaklykheid om de lading van voorm. schip Java, 2 spoedig mooglyk in 't patraa te doe overkomen zal het ons aangenaam zyn zoo wanneer hier intusschen eenige geleegendheid, het zijn met 's Comp=s eigene dan wel ingehuurde Coneipen mogt aan handen komen: van welke wi Aanston daartoe dan niet nalaten zullen een zodanig gebruik te maken — En hier meede deezen fineerende beveelen wy uwe Wel Edele groot agtb. r zeer g'agte perzoonen en s'E. Comps ge„ wigtige belangens inde bescherminge des allerhoogsten en blyven met schuldig Eerbied. /:onder:stond:/ Wel Edele Erntfeste groot agtb: Man„ hafte welwyze voorzienige zeir ge„ nereuse Heere En Edele Heeren /:Lager Uwer wel Edele groot agtb. — onderdanige en Gehoorzaame dienaren. /:was geteekent:/ C: I. van de Graaff J. P. Rhennis R: J. Gordon I. T. Le Peeur O. G. de Wet W. f. van Reede van Oudshoorn /in Margine:/ Int Casteel de goedeHoop den 30 Juni 1788. - Saaij Fals Aan den koopmanstetelairen Resident aldaar Christoffel Bran Het neevensgaande pacquet met addres aan de heeren der hooge Indiaacte Regeering werd UE ter bestelling aan den Capt=n van 't holls particulier hoekerschip Handellust toegezonden— waar mede na groete blyven /:onder stind:/ UE Goede vriend /:Lager. / Ter ordonn: van den Edelen heer gouverneur /:was geteekent/ C. van Aerssen /: in margine/ In 't Casteel de goede Hoor de 30 Juny 1788 Haay Fals aan den Coopman Tetulair en resident aldaar Christoffec Brand Goede vriend Besloten hebbende omme van den successivelyk alhier uit patria ven drt gouvernement aangebragte en zig thans nog in baay Falo bevindende, goederen zo veel zulks met gevoeglykheid zal kunnen geschieden in het schip Jav te doen laden ten einde dezelve herwaard a Goede vriend „komst 2 Saldanhabaaij aan den Posthoudende Corporaal aldaar, Jacobus Rofberg komste van dien bodem naar deese rhed„ te doen transporteeren zo word uE mits dezen gelaat emme hier toe de nodige 3 beschakkinge in 't werk te stellen tin einde dit ons besluit ter uitvoer te brengen en van de in dat Schip te mien ledene goederen ordinairio modo door dus Capitain Jan Kraaij een behoorlyk cognoscement te doen teekenen en aan ons overzenden. ing waar meede na groote blyven /:onder stond:/ J: E Goede Vriend. - /:Lager:/ Tes ordonn: van den Edelen Heer Gouverneur enden raad /:was geteekent C : van Aerssen secrets /:in margine:/ In 't Casteel de goede Hoop den 24 Juny 1788. My refereerende aan myn laatst aan uafgezondene dient, dat my nit uw nader schryvens in dato 5 deeser Goede Vriend gebleeken

NL-HaNA_1.04.02_10904_0634 view scan ↗

English

it having appeared that the captains of the English ships Olive Branch and Barbaron have shown themselves dissatisfied with the refusal made to them of refreshments and provisions, and subsequently proceeded to shoot sheep dead and take the same aboard their vessels, you are therefore hereby ordered to keep a close watch on what they do in Saldanha Bay and to give me notice thereof from time to time; but in case they should proceed to commit further acts of violence, you shall immediately send a man on horseback here so that I may then dispatch a detachment of soldiers thither to stop the same. Relying upon which, I remain, underneath stood: Your Honour's good friend, lower: By order of the Noble Lord, was signed: C. van Aerssen, in the margin: In the Castle of Good Hope, the 11th of July 1788. Stellenbosch Good Friend To the Titular Merchant and Landdrost Hendrik Lodewyk Bletterman False Bay To the Merchant and Resident there, Christoffel Brand This serves solely to accompany the enclosed notices concerning the upcoming lease of the public revenues and incomes of this government, which through Your Honour's good care must be affixed at the customary places in your district. Wherewith, after greetings, I remain, underneath stood: Your Honour's good friend, lower: By order of the Noble Lord Governor, was signed: C. van Aerssen, Secretary, in the margin: In the Castle of Good Hope, the 14th of July 1788. Good Friend. As the required provisions for the ship Straalen cannot be sent to your residence until the end of this week, Your Honour is hereby ordered to postpone the muster of that vessel until Saturday the 19th of this current month of July. Wherewith, after greetings, I remain, underneath stood: Your Honour's good friend, lower: By order of the Noble Lord Governor, was signed: C. van Aerssen, Secretary, in the margin: In the Castle of Good Hope, the 14th of July 1788. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Lord and Friends Through the safe arrival in the Cape Roads of the ship Sparen, we found ourselves honored on the 14th of April last with Your Honour's esteemed Per Honorable Company's Ship Straalen To the Noble Lord, Mr. Isaac Titsingh, Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, and Director over the Directorate of Trade of the Dutch Chartered East India Company in Bengal, together with the Council there. letter of the 12th of January prior, together with the short invoice of the cargo of that vessel for Europe, which according to the orders we have sent thither in duplicate. The aforementioned return ship Sparen having undertaken its voyage from here to the Fatherland on the 31st of May, the ship Straalen, destined for Your Honour's directorship, arrived in good condition in the roads of Simon's Bay on the 6th of this current month, which vessel has today been made ready to depart. We have made use of that opportunity to dispatch to Your Honour the Cape products requested in your received requisition, namely: 5 leagers of white wine 1027 lb. of tallow 35 lb. of garden seeds 52 lb. of coarse ditto 10 lb. of cauliflower seed 8 lb. of sugar peas, curved sort 16 lb. of sugar peas 16 lb. of broad beans Of which the invoice and bills of lading are transmitted herewith, it having been impossible for us to send the asparagus seeds requested in the aforementioned requisition, as that seed is currently not to be obtained here. The eleven bales of chintz laden by Your Honour on freight in the said ship Sparen have been delivered to their consignees, and the hemp in fulfillment of our requisition of last year has been received by us; we thank Your Honour for the prompt fulfillment thereof and request the same attention for the enclosed requisition for the year 1789. Together with a receipt for unloaded water leagers and the account of expenses for the ship that will convey this, we have the honor to dispatch to Your Honour an invoice of credit for the military arms specified therein, which, during the passage of the ship Hinlopen bound for Your Honour's directorship, were removed from that vessel for the use of our government and received into the Company's armory; the crediting of which, however, through failure of proper reporting to the trade office, could not be brought to your credit earlier than by this opportunity. We commend Your Honour and the dear interests of the Company to the holy protection of the Almighty, and remain, with friendly greetings, underneath stood: Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Lord and Friends, lower: Your Honour's willing friends and servants, was signed: C. J. van de Graaff, J. S. Phenius, R. J. Gordon, J. J. le Sueur, C. G. de Wet, W. F. van Reede van Oudtshoorn, in the margin: In the Castle of Good Hope, the 19th of July 1788. P.S. This is also accompanied by an authentic copy of the codicillary power of attorney executed by the sub-lieutenant Jan Christiaan Hageman, who died on the ship Straalen, whereby he appointed Captain and Captain-Lieutenant Gerrit Masson and Hendrik Vlugger as his attorneys, in whose possession the private trade goods and other effects of the deceased have also remained. False Bay To the Shipmaster Cornelis Reinders, commanding the ship Rhynoort, at anchor Good Friend, According to the contents of the charter-parties of the vessel under your command, the power being left to us to determine Your Honour's destination in India, this serves for your information that we have resolved today to order Your Honour to continue your voyage to Batavia, with orders to report as soon as possible to the Resident at that place when Your Honour expects to be in a position to depart for the aforementioned Indian capital. Wherewith, after greetings, we remain, underneath stood: Your good friends, lower: By order of the Noble Lord Governor and the Council, was signed: C. van Aerssen, Secretary, in the margin: In the Castle of Good Hope, the 18th of July 1788.

Dutch transcription

gebleeken is, dat de Capitains der Engelsch scheepen the olize Branch en Barbaren zig ondergenoegd hebben getoond over den aan hun gedane weygering van verversching en provisien vervolgens over zyn gegaan om schaapen dood te schieten, en dezelve naar hun boord meede te neemen wes„ halven gij by deeze gelast word naaemde te houden ep het geene zy inde saldan„ habaaij verrichten en my daar van tyd tot tyd kennisse te geeven; dan bij aldien zy mogten voortvaren met verdere geweldenarijen te pleegen, zulk gy ter, stond een man te paard herwaards opzenden ten einde ik als dan tot stuiting daar van een detachement militairen der„ waards kan laten afgaan. Waar op my verlatende blyven ik /onder stond:/ UeE goede vriend /:Lager:/ ter oidonn van den Edelen Heer /:was geteekend/ C: van Aerssen /in Marginen:/ in t Casteel de Goede Hoor den 11 July 1788. — 2 Stellenbosch Goede Vriend Aanden koopman titulair en Zanddroot Hendrik Lodewyk Bletterman Baarfals aan den koopman en resident Aldaar Christoffel Brand Deezen is eenelyk dienende ter geleyden, des nedens gaan Billietten nopens de aanstaande verpagtinge van s' lands gemeene middelen en inkom„ sten, deezen gouvernemente dewelke door UE goede besorginge, op de gewone plaatsen in desselfs districten sullen moeten werden geaffigueerd. Waarmeede na groete blyken. /:onderstond:/ 41E goede vriend /:Lager:/ ter ordonn. van den Edelen Heer Gouverneur /:was geteekent:/ C. s van Aerssen Secretaris /in argine:/ In't Casteel de Goed Hoop den 14 July 1788. Goede vriend. Alzoo de benodegde provisien voor het schip Straalen niet als met den uit„ garrig h Houglij uitgang deezer weeke naar usse residentie zullen kunnen werden verzonden, werd uE mits deezen gelast de monstering van die Bodem tot zaturdag den 19 deeser lopende maand July op te schorten. Waar meede na groete blyve /:onder stond:/ HEE Goede vriend /:lager/ ter ordonn: van (:was geteekent:) C. van Aerssen Secrets den Ed=elen Heer Gouverneur :in margine:/ In 't Casteel de Goede Hoop de 14 July 170 Edele Erntfeste Manhafte wyze voorzienige zeer discreete Heer en Vrienden door behouden arrivement ter Caapsche Rheede van het schip Sparen hebben wij ons on den 14 April laatsttue vereeld gevonden met uwer welEd: gealt P r s E Comp Schip Straalen Aan den Edelen Heer M:r Isaac Titsing rakd extraordinair van Neerlands Adia mitsgaders directeur over het gebiedenden Handel der nederlandsche Geoctroyeerd Oostindische Compagnie in bengalen be„ neevens den raad aldaar Schrijvens schryvens van den 12 Jannuarij bevorens, benevens 't kort factuur van de lading dier Bodem Europa, welke Contorm den ordres in duple derwaards hebben ver„ zondert Evengem: Retourschip Sparen van hier op den 31 Mei desselfs reize naar Patria ondernomen hebbende, is op den 6 deezer loopende maand ter rheede vaan Simonsbaaij in gooden staat gearriveerd het schip Straaten, bestemd naar Un Ed: directie, werwaards hy heden in gereedheid is gebragt te kunnen vertrekken wy hebben van die geleegend heid gebruik gemaakt om aan UEd: te Expedieeren de Caabsche producten by derzelver ontfangen Eisch gedraagd als 5 Leggers witte wyn 1027 lb. Talk. 35 „ Thuinraeden 52 „ Grovedo 10 „ Bloemkootzaad 8 „ Zuiker Ernten kromme zoort 16l Zuiker Ernten 16 „ Boerboonen Waar van 't factuur en Cognoscements by deezen overgaan zynde het ons en moog lyk geweest de by gem: Eisch gevraagd Aspergeelaaden te zenden, door dien dat gran teegenswoordig hier niet te bekomen is De Elf Pakken Chitsen door uwEd. in gemeld schip Sparen op Vracht afge„ „laaden, zyn aanderzelver Consignatie afgegeeven, en de Gennep en voldoening van onzen voorjaarigen Eesch afgeschept by ons in ontfangst genoomen; wej bedank uw Ed voor dies prompte voldoening en verzoe ken dezelfde attentie voor de ingesloten Eisch voor den Jaare 1789. — Neevens eene rescriptie van geligt waterleggers en de Onkostrekening van het schip dat deeze zal overvoeren, hebben wy de Een UwEd te sexpediteeren een Factuur van ten Goede brenging over de daarbij gespecificeerd militaire wapenen by passagie van het naar Uer directie gesteevend schip Hinlopen va die die bodem ten behoeve van ons gouverne „ment geligt en op 's Comp:s Wapenkamer ontfangen, welkers aanreekening egter bij verzuim van behoorlijke opbrang ter negotie comptoire neeteerder als by deeze geleegendheid ten goede heb„ ben kunnen werden gebragt. Wij beveelen UWE: d. en de dierbaar belangen der Maatschap pyen in de Verleg bescherming des allerhoogsten, en blyven. onder vriendelyke groote /:onder stond:/ Edele Erntfeste Manhafte myne voorzienige, zeer disereete Heer en vrienden, /: Lager Uwe Wel Ed: dienstwillige vriend en dienaaren /:was geteekent:/ C: I: van de Graaff J: S: Phenius . I. Gordon I. I. le Vueur C: G: de Wet W J. V. reede van Oudshoorn /:in Margene:/ In 't Casteel de Goede Hoop den 19 July 1788. I. S. deeze gaat nog verzeld van een authentieq af„ „schrift der Codicillaire procuratie door den op het schip Straalen overleedene Sousluitent 1 aldaar Ian Christiaan Hageman, gepasseerd waarbij den Capitain en Capitain luitenant Gerrit Masson en Hendrik Vlugger tot desselfs gemagtigdens heeft aangesteld, onder wiens berusting dan ook de re„ cognitie en andere goederen des overleedene verblee „ven zyn. Baay Fals aan den schipper Cornelis Reinders voerende het schip Rhynoort geankert Goede Vriend Volgens inhoud der Cherte partiven UE onderhebbende bodem aan ons de magt gelaten zynde UE bestemming naar India te bepaalen, diendt deeze ter naricht dat wy op heden hebben beslooten UE desselfs reise naar Batavia te lasten voortzetten met last om ten spoedigsten aan den resident a Costy te berigten wanneer UE in staat denkt te zyn naar gem: indiasen Hoofd„ plaats te kunnen vertrekken waarmeede na groete blyven /onder stond:/ Ach goede Vreemden /:leger:/ Ter Ordonn van den Eden Heer gouverneur en den raad /:wes getekt/ C: van Lerssen Secret:s /. in Margine:/ In 't Casteel de goede Hoorden 18 July 1788 —

NL-HaNA_1.04.02_10904_0641 view scan ↗

English

Good Friend. False Bay To the Merchant and Resident there, Christoffel Brand False Bay To the Merchant and Resident Christoffel Brand there The enclosed dispatch to Captain Cornelis Reinders, commanding the private ship Rhynoort, is sent to you for delivery, and since that letter contains an order for the said captain to depart from your residency for Batavia, you are ordered to inform me as soon as possible when he, Reinders, intends to undertake the voyage thither. I remain after greetings underneath stood: Your good friend lower: By order of the Honorable Lord Governor was signed C:s van Aerssen Secretary in the margin In the Castle of Good Hope the 18 July 1788. Good Friend. Herewith you receive a packet of papers for the ship Straalen which you shall have to hand over to its authorities and have them continue their voyage to Bengal. According to the charter-party of the ship Rhynoort, you will find a written order for its captain to depart for Batavia, which must be handed over to him by you as soon as possible, in order that he may conform thereto. I remain after greetings underneath stood: Your good friend lower: By order of the Honorable Lord Governor was signed C: van Aerssen Secretary in the margin Cape of Good Hope the 20 July 1788. Cape of Good Hope To the presiding gentleman and members of the Burgher Military Council Good friends We have thought fit in our meeting of today to discharge the Captain of Horse of the first Company of Burgher Cavalry, Christiaan George Maasdorp, in consideration of his thirty-one years of service as an officer of the Burgher militia and his present manifold occupations Cape of Good Hope To the President and the Members of the Board of Commissioners of Civil and Marriage Affairs occupations as a permanent member of the Council of Justice, from the aforesaid function, and we hereby give you the necessary notice thereof. We remain after greetings underneath stood: Your good friends lower: By order of the Honorable Lord Governor and the Council was signed: C: van Aerssen Secretary, in the margin: Done at the political meeting In the Castle of Good Hope the 22 July 1788. Good friends From your submitted nomination we have today in our meeting, to fill the vacancy of the deceased Commissioner George Gerard Diemer, again elected as such Christiaan Fredrik German, who, after having taken the customary oath, shall have to serve in your Board for the time that the said Diemer would still have had to serve. We remain after greetings underneath stood Your good friends lower: By order of the Honorable Lord Governor and the Council Secretary was signed C van Aerssen in the margin Done at the political meeting In the Castle of Good Hope the 22 July 1788. Stellenbosch To the Titular Merchant and Landdrost Hendrik Lodewyk Bletterman Good friend Enclosed herein are sent to you 4 pieces of placards, containing a promised reward of 1000 rd:s for the informant of the author or poster of a defamatory libel found here against the government and some private individuals, together with an interdiction against the copying or divulging of that defamatory, slanderous writing, which must be posted by you in the customary places in your districts. Wherewith after greetings I remain Plettenberg Bay To the Junior Merchant and Storekeeper Egbertus Bergh Your good friend lower: By order of the Honorable Lord Governor was signed C van Aerssen Secretary in the margin In the Castle of Good Hope the 26 July 1788. Good friend. With very much pleasure I have received both your dispatches dated 23 June and the 14th of this current month, from the first of which your safe arrival in Mossel Bay became apparent to me, as from the second did the appearance of the ships destined thither, the Meermin and the Vrouwe Jacoba Johanna, whose delay in performing their voyage appears, in retrospect, to be attributable to the adversities that they encountered at sea, whereby certainly a detrimental delay could have arisen in the execution of an expedition on whose underneath stood: proper proper execution so much depended for the Company, but being well convinced of your activity and zeal in attending to the Company's interests, I am thereby completely reassured on this matter and have remained confident that this loss of time would be regained by your untiring diligence upon the happy arrival of the said ships. Meanwhile, it serves as a particular satisfaction to me as well as to the government to have further learned from your letter of the extraordinarily good condition which you found upon your inspection, both of the storehouse and of the grains stored therein. May the all-good God continuously grant His blessing to the further execution of this undertaking and grant you equal success with the timber cargo in Plettenberg Bay, whither upon receipt hereof you will already have departed. St. Helena Bay To the Lieutenant [illegible] Thomas Schumacher on command there Furthermore I rely on your good direction and remain after cordial greetings both to you and to Captain Duminy underneath stood: Your good friend lower: By order of the Honorable Lord Governor was signed C:s van Aerssen Secretary in the margin: In the Castle of Good Hope the 28 July 1788. Good Friend In reply to your letter of the 24th of this month, it serves to inform you that you will have to conduct yourself regarding the arrived English ship according to the orders received, to which I refer once again; should, however, more ships arrive, you shall immediately give me the necessary notice thereof by express, as well as if you should experience any hostilities on the part of those sailors, in order that you may then be [illegible] the necessary

Dutch transcription

Goede Vriend. Baarf als aanden Koopman en Resident aldaar Christoffel Brand Baarf als Aan den Koopman en Resident Christoffel Brand aldaar Ingeslotene Missive aan den schipper Cornelis Reinders, voerende het particulen schip Rhynoort, word UE ter bestelling toegezonden, en alzo die brief eene ordre bevat voor gem: schipper om van UE residentie naar Batavia te vertrekken, werd UE gelast my ten spoedigste te melden wanneer hy Reinders de reeze derwaards dinkt te onderneemen— Blyve na groete /:onder stond:/ diE goede vriend /:lager:/ Per ordonn: van den Edelen Heer Gouverneur /:was geteekent C:s van Aerssen Secret.:s /in Margine/ In 't Casteel de goede Hoop de 18 July 1788. Goede Vriend. Hier Nevens ontfangt UE een pacquet papieren voor het schip Straalen die UE aan de selfs overheeden zult hebben een „ te behandigen en hen hunne reiso waar Bengalen doen voortsetten Naarluid van de Chertepartij van het schip Rhynoord bekent UE een schriftelyk bedel voor dies schipper om naar Batavia te vertrekken, 't welk door UE ten sperdigste aan hem moet werden overgegeeven, ten einde zich daar aan te kunnen Contor„ meisen. — Blyve naa groete /onder stond:/ UE goede vriend /:lager:/ Ter ordonn: van ^:was getekend/ C: van Aerssen secrets„ den Edelen Heer Gouverneur /: in Margene/ Caabode goede Hoor den 20 July 1784. — Cabo de goede Hoop Aan den Heer presedenteende „leeden van den Burger krygsraad Goede vrienden Wy hebben in onze vergadering van heden goedgevonden den retmeester bi de eerste Compagnie Burger Cavallenst Christiaan George Maasdorp in aan merking van zynen een - en - dertig Jaarigen dienst als officier der Burgery en zyne teegenswoordige meenigvuldig beezigheeden 3 Cabo de goede Hoop aan den president en de Leeden van het Collegie der Commissarissen van Civiele en sleuwwlyks zaken besigheeden als permanent lid en den raad van Justitie van voorsz: fenctie te ontslaan en geeven UE daarvan by deeze de nodige kennisse. Wy blyve na groete /:onder stond:/ UE goede vrienden /:lager:/ Ter ordonn: van Edelen Heer gouverneur en den / was getekend:/ C: van Aerasen Secrets, raad in Margine:/ Actum ter politiequen vergadering In 't Casteel & goede hoor dn 22 July 1788 Doede vrienden Uit uwe overgeleverde nominatie heb= ben wy op heeden in onze vergaderinge ter plaatsvulling van den overledene Commissaris George Gerard Diemee wederom als zodanig verkozen Christiaan Fredrik German dewelke nadat den gewone Eed zal hebben afgelegd, gedu„ rende den tyd die gem. Diemee nog had moeten dienst doen in UE UE Collegie zal hebben te fungeeren — Wy bliven na groete /:onder stond/ UE goede vrienden /:lager:/ Ter ordonn van den Edelen Heer Gouverneur en den raad secrets /was geteekent/ C van Aerssen /: in Margene Actum ter politicque vergadering In het Casteel de goede Hoop d 22 July 1788 Stettenbosch aan den koopman Titulaer en Landdrost Hendrik Lodewyk Bletterman Goede vriend In deezen gesloten werde UE toegesonden 4 p:s billeetten, inhoudende een beloofde praemie van 1000 rd:s voor de aanbrenger van de maker of aanplakker eener famen libel tegen de regeering en eenige part=en perzoonen alhier gevonden metsgsinterdictie tegens het afschryven of divel geeren van dat eerzovend lasten schrift die door uE op de gewoone plaats en UE Contryen zullen moeten werden geaffigeerd waar meede na groete blyke - Hettenbergsbaar Aan den onderkoopman in winkelier Egbertus Bergh UE goede vrunden /:lager:/ Ter ordonn: van den Edelen Heer gouverneur (:was geteekt) C van Aerssen secretaris /en Margones In 't Casteel de goede Hoop d 26 July 1788. Goede vriend. Met zeer veel genoegen heb ik uE beide missives ged=te van den 23 Junij en 14 deezer lopende maand ontfangen, uit welkers eerste my UE behouden arrivement in de Mosselbaas kwam te blyken gelyk uit de Tweede de verschyning der derwaards gedistin„ „neerde scheepen de Murmen en de vr: Jacoba Johanna, welkers re„ „tardement in het doen hunner rijze van agteren blykt, toe te schryven te zijn aan de teegenspoeden die zij op zee ontmoet hebben, waardoor zeekerlyk een nadeelige vertraging in het doen eener expeditie aan welks /:onder stond:/ goed goede uitvoering de Comp. e zoo veel geleege„ lag, hadde kunnen geboren worden aan, te wel overtuigd zynde van UE activiteit en zéle in het behartigen van 's Comp. s belangen ben ik hier door op dit stuk volkomen gerust gesteld in hebben my verzekerd gehouden dat dit lyd der„ lies weederom door UE onvermoeiden yver by gelukken arrivement der ged: scheepen, zoude worden ingehaald. Htetstrekt my zo wel als de regeereng intusschen tot eene byzondere satisfactie al verder uit UE schryven te hebben mogen ontwaren de Extraordinaire goede bevinding welke UE by desze opin spectie, zo van het Maguazyn als de daaun opgelegde gramen heeft gedaan. De algoede god verleenen beaan houdendheid zyne zeegen tot het verder utvoeren deezer onderneemen en doe UE eeren zowel slagen met de Houtlading in de plettenbergsbaar werwaards UE by ontfangst deezes reeds zal vertrokken zyn.— — Helena Baai aan den Luitenant natair Thomas Schumacher op commando aldaar Wyders verlaat ik my op UE goede directie en blyve na Cordiale groete zo aan UE als aanden Captn Duminij onder stond:/ UE goede vriend /:lager /: Ter ordonn: van den Edelen Heer Gouverneur /:was Geteekt C:s van Aerssen Secrets /in Margine:/ In't Casteel de goede Htoop den 28 July 1788. — Goede Vriend In antwoord op UE Schrijvens van den 24'e deezer diend dat UE zich omtrent het aangekomen engelsch 6 schip zult hebben te gedraagen naar de ontfangene ordres waaraan ik mij nogmaals refereer, zaer Echter meerder schepen mogten arriveeren 6 zal uE my daar van direct per expresse de nodige kennis geeven zo wel als wan„ neer UE eenige vyandelykheeden van de zyde die Scheepelingen mogt onder„ venden, ten einde UE als dan de nodi„

NL-HaNA_1.04.02_10904_0648 view scan ↗

English

there to be able to add assistance. Wherewith, after greetings, I remain your good friend. By order of the Noble Lord Governor. Signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: In the Castle of Good Hope, 30 July 1788. False Bay. To the titular Merchant and Resident there, Christoffel Brand. Good friend. You are hereby ordered to deliver to the ordinary commissioners Hendrik Oostwald Eksteen and David Kuuhl, under proper receipt, such chests with money as were brought for this government from the fatherland by the Company's ships the Gouverneur Falck and Straalen, and are still in your custody, consisting of the following: From the Gouverneur Falck: 3 chests marked no. 106 to 108 4 barrels and 1 small ditto marked no. 148 to 152 From the ship Straalen: 33 chests marked no. 152 to 184. Which chests with money having to be transported hither by the aforesaid commissioners, I trust that you will procure them all possible facilities to this end. The small ship the Helena Louisa will, according to your letter, be free again around the 18th to 20th of this month, and will then have to undertake its journey to this roadstead. Wherewith, after greetings, I remain your good friend. By order of the Noble Lord Governor. Signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 12th of August 1788. Good friend, It having appeared to me from your incoming report that the ship Zoutman, lying without delay, can be brought in readiness to hold the muster on the same by the 20th of this month, you are consequently hereby ordered to have the said muster take place on that vessel on the 22nd of this month. Wherewith, after greetings, we remain your good friend. By order of the Noble Lord Governor. Signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 15th of August 1788. To the Right Noble Lords Directors of the General Dutch Chartered East India Company, presiding in the Chamber of Amsterdam. Commanding Lords, Right Noble, Respected, Highly Honorable, Prudent, Foreseeing, Most Generous Lords, The private ship de Vrouwe Agatha, with which we had the honor to dispatch our most humble letter of the 11th of May to Your Right Noble Worships, having departed from here the following day, the following ships dispatched by Your Right Noble Worships have successively arrived in False Bay: On the 3rd of July, Zoutman, with 11 dead and 150 sick. On the 6th ditto, Straalen. On the 6th ditto, Rhynoord, private ship. Of which the ship Straalen has already undertaken its voyage to Bengal on the 22nd of July, and the others are being made ready to depart for Batavia, whither on the 11th of June the private ship de Jan en Cornelis departed, on the 23rd of June Beverwyk, and on the 4th of July Handellust; just as on the 23rd of June the ship de Gouverneur Valk undertook its voyage to Ceylon; all of which we hope may arrive safely in the ports of their destination. We also cannot refrain from dutifully informing Your Right Noble Worships of the departure of the ship de Johanna Jacoba, also hired by Your Right Noble Worships' Chamber, on the 23rd of July, and its arrival on the 6th of July in the Mossel Bay, where on the 29th of the last-mentioned month it was ready to undertake its journey to India's capital. Meanwhile, we have the pleasure to report to Your Right Noble Worships the happy arrival on the 29th of June of the ship mentioned in the heading hereof, which presently finds itself ready to undertake the voyage to the Netherlands. We make use of that opportunity to take the liberty to supply Your Right Noble Worships with a copy of the report by the pro interim Fiskaal and Equipment Master, together with both Head Surgeons of this government, containing the investigation into whether and to what extent the officers of the aforesaid ship Zoutman have complied with the respected orders of the High and Noble Lords Seventeen established for the conservation of the people's health. While writing this, the ship Voorschoten arrives, destined from China to Zeeland, and reports having departed from Canton on the 1st of March in company with Your Right Noble Worships' Chamber ship the Admiraal Suffren, and to have sailed from the Sunda Strait on the 9th of June without the last-mentioned vessel having been heard from there at that time. Captain Hillebrand van Uyen, commanding the aforementioned ship de Sara Hendrina, having made a request to us by petition that, on account of the demise of the chief mate and sailors of his crew, that number might be replenished again by appointing as chief mate thereon Coenraad van Eps, assigned to the return ship Java, together with the required sailors; and this request having been found to be in accordance with the charter-party of that vessel, we have granted the same and, on the list which we have the honor to present to Your Right Noble Worships, have discharged the designated persons from the service of the Honorable Company and caused them to transfer into that of the shipowners, on condition, however, that the said shipowners shall be held, in accordance with the orders enacted by the High and Noble Lords Seventeen, to pay half of the premium both to the aforesaid officer and the common crew. We commend Your Right Noble Worships and the interests of the Company dear to us to God's protection, and have the honor to call ourselves with due respect, Right Noble, Respected, Highly Honorable, Prudent, Foreseeing, Most Generous and Commanding Lords, Your Right Noble Worships' most humble and obedient servants. Signed: C. J. van de Graaff, J. J. Rhenius, R. J. Gordon, I. I. le Sueur, O. G. de Wet, W. F. v. Reede van Oudshoorn. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 15th of August 1788.

Dutch transcription

5 aldaar ge adsistentie te kunnen toevoegen Waar meede, na groete blyve /onderstond./ UE goede vriend /:lager:/. Ten ordenn: van den Edelen Heer gouverneur /:was geteekent:) ^ Secret C. . van Aerssen ^ /:in margene:/ In 't Casteel de goed: Hoor & 30 Julij 1788 Saaifals aanden Coopman titulair en resident Christoffel Brand AiE word mits deezen gelast, om aan de ordinairen gecommd: Hendrik Oost wald Ersteen en david Kuuhl onder bi„ hoorlyke recepisse, aftegeeven, zodanige heb ten met geld als per 's Comp. s scheepen de Gouverneur Falrk en Straalen voor dit gouvernement uit patria aangebragt en als nog onder UE berustende zyn be„ staande dezelve in als volgt Uit de Gouverneur Falck 3 kisten n=o 106 = 108 gem=t 4 vaten en 1 klyn do 3 n=o 148 = 152 and ulda Goede Triend Baayf als aan den Coopman titulair en Resident aldaar Christoffel Brand uit het schip Straalen 33. kisten no. 152 tot 184 gemt. welke kisten met geld door voorschr. ge committeerdens herwaards moetende getrensporteerd worden vertrouw ik dat UE henlieden tot dit einde alle mogelyken faciliteiten procureeren zal. — Het scheepje de Helena Louisa ingevolge UE schrijven, den 18. a 20 deezer weederom zy vrée zullen weezen, zal het zelve als dan zijne rys naar deeze rhede moeten aanneemen. Waar meede na groete blyve /onder stond:/ UE Goede vriend /:lager/ Der ordonn: van den Edele Heer Gouverneur 4 C: van Aerssen secret=s /:in margine:/ /:was geteekent:/ In 't Casteel de goede Hoop den 12 aug 1788. Goede vriend Uit UEd: ingekomen berigt mij zynde gebleeken dat het gonder ver, „toivend schip Zoutman in gereedheid kan werden gebragt om teegens den 20 Patria 20=te deezer maand de monstering op hetzelve te passeeren werd UE mitsda by deezen gelast, gem: monstering den 22 deeser op dien bodem te doen geschieden waar meede na groete verblyven /:onder stond:/ GE goede vriend. /:Lager:/ Ter oidon van den Edelen heer Gouverneur /:wa getekent:/ C: van Aerssen Secretaris /en Margine:/ In 't Casteel de goede loor d 15 augs 1788. Aan de wel Edele Heeren Bewindhebberen van de generale Nederlandsche g'octroyeerd Oostindische Compe ter praesideale Camer Gebiedende Heeren Het particuliere schip de vrouwe Agtb waarmeede wyd' Eer hebben gehad onze Jongst onderdanigste schryvens van Ull Amsterdam Wel Edele Erntfeste grat Achtb: welwize voorzienig Zeer genereuse Heeren Mei Mei aan uwel Ed: groot agtb: te rechten des volgenden daags van hier vertrokken zynde zyn successivelyk de volgende scheepen door uwel Edele groot agtb: uitgezonden in baarf als gearriveerd. - den 3 July Zoutman met 11 dooden en 150 zieken „ 6 d. o „ „ d. o „ Rhynoord park: schip - van welke het schip Stralen bereids den 22 Julij zyne reize na Bengalen heeft ondernoomen, en d'andere en gereedheid worden gebragt om te vertrekken naar Batavia werwaards op den 11 Junij is ver„ „trokken het part: schip de Jan en Cornelis op den 23 Junij Beverwyk en op den 4 July Handellust zo als meede naar Ceylon zyne reeze en den 23 Junij heeft ondernomen het schip de gouverneur valk die wy wenschen dat alle geeuchtin en de hadens hunner bestemming mogn arriveeren. Wy kunnen ook niet afzyn uwel Edele groot agtb: pligtschuldig te berigten, het vertrek van het meede by uwelEd: Groot 6 d: Straalen Agtb: 7 agtb: kamer ingehuurd schip de Johanne Jacoba op den 23 Julij en desselfs arrivement op den 6 Julij in de mosselbaaij alwaar hy op den 29 van laatst gem: maand gereed was zyne reise na India's Hoofdplaats te onderneemen— Intusschen hebben wij het genoegen uwel Edele groot agtb: te berigten de geluk „kige aankomst op den 29 Junij van het in den hoofde deeses vermeld schip dat steeden zig gereed vind de zeeze naar neederland te onderneemen. - Wy maaken gebruik van die geleegend heid om de vryheid te neemen aan uwe wel Edele groot agtb: te suppediteeren Cep van het rapport door den pro Interimfinu en Equipagiemeester mitsgaders de beyde opperchirurgyns deeses gouvernements, behelsende het onderzoek of en in hoeverve de overheeden van voormelde Schip Zoutma aan de gerespecteerde ordres der Hoog Edele Heeren Leeventhienen tot consch vatie van 's volka gesondheid gesteld hebben voldaan.— Onder het schryven deeses arriveerd het schip voorschoten van China naar Zeeland bestemd en rapporteerd op den 1 Maart van Canton te zyn ver„ trokken in geselschap van Uwel Ed:e groot agtb Camer Schip de Admirace Suffrin op den 9 Junij ut straat Sundate zijn gezyld zonder dat als toen laatstgem. Bodem aldaar was vernoomen. - Door den Schipper Hillebrand van Uyen voerende het gem: schip de Sara Hendrina aan ons by request verzoek gedaan zynde omme vermits het overlyden van de opperstuurman en Matroosen van zyne Equipagie, wederom dat getal mogt worden gesuppleerd, door als daar op voor opperstuurman te plaatsen den op het retourschip Java beschyyden Coenraad van Eps, beneevens de gerequireerde Matroosen en dit verzoek met de Cherteparthaij van die bodem overeenkomstig gevonden zynde hebben wijt zelven geaccordeert ende op de Lyst Lyst die wy d' Eer hebben Uwel Edel groot agtb: aantebieden bekend gesteld perzoonen uit s E Comp. s dienst ontslagen en in die der rhee„ ders doen overgaan, onder voorwaarden egter dat gem: Rheeders gehouden zullen zin ingevolge de ordres door de Hoog Edele Heeren Zeeventhienen gestatueerd de Helft der praem zo aan voorsz: Luitenant als gemeene te moeten voldoen Wy beveelen Uwel Edelgroot agtb. en de ons dierbaere belange der Maatschappyen godes toevoorzegt en hebben de Eer ons met verschuldigde respect te noemen /:onder stend:/ Wel Edele Erntfeste groot agtb: welwigke voorzienige zeer Genereuse en Gebiedende Heeren /:Lager:/ Uwewel Edele groot agtb. zeer onderd: en gehoor2i dienaaren Jontis Getenk C. J. van de Graaff J. J. Rhenius R. J. Gorden I. I. le Sueur O. G. dewet W. F: v: reede van oudshoorn /: en Margine:/ in t Casteel de goede Hoop den 15 Augustus 1788.

NL-HaNA_1.04.02_10904_0655 view scan ↗

English

Patria To the Noble Gentlemen Directors of the General Dutch Chartered East India Company for the Chamber Middelburg Noble, Valiant, Right Honourable, Most Wise, Provident, and Very Generous Gentlemen, Commanding Gentlemen. Our last humble dispatch addressed to Your Noble High Honours departed from here on 31 May per the ship de Agatha. We now have the honour to inform Your Noble High Honours of the safe arrival in False Bay on 1 July of the ship Iava, consigned to Your Noble High Honours' Chamber, but which ship suffered so much damage from the storm on the 16th of last month that, notwithstanding all efforts made, we have found ourselves obliged to have that ship pass the ordinary laytime in False Bay, from where we will subsequently cause it to depart for these roads, in order to undertake its remasting and capital repairs here. We have made a detailed report of this with the bearer of this to the Noble High Honourable the Gentlemen Seventeen and take the liberty to refer to that. We also dutifully bring to the knowledge of Your Noble High Honours the arrival on the 11th of this month of the ship 'T Slot ter Hooge with 1 dead and 10 sick, as well as that yesterday and today the following two China return ships destined for Your Noble High Honours' Chamber have successively arrived, namely: Barbestein with 6 dead and 5 sick Voorschooten with 0 dead and 1 sick both having departed from Canton on 1 March, the former sailed from the Sunda Strait on 20 May and the latter on 9 June. False Bay To the titular Merchant and Resident there Christoffel Brand Herewith ending this, we commend Your Noble High Honours along with the considerable interests of the Company to God's protection and subscribe ourselves with due respect. Below stood: Noble, Valiant, Right Honourable, Most Wise, Provident, Very Generous, and Commanding Gentlemen. Lower: Your Noble High Honours' most humble and obedient servants. Was signed: C. I. van de Graaff, I. T. Rhenius, R. J. Gordon, J. P. le Sueur, O. G. de Wet, W. F. v. Reed. van Oudshoorn. In the margin: In the Castle of Good Hope, 15 August 1788. Good Friend, This serves to accompany the dispatches for the private ship de Sara Hendrina, enclosed in a box addressed to the High Noble Gentlemen Seventeen, which you will deliver to the Skipper Hillebrand Uyen, in order to enable him thereby to pursue his voyage. Wherewith, after greetings, we remain. Below stood: Your good Friends. Lower: By order of the Noble Lord Governor. Was signed: C. van Aerssen. In the margin: In the Castle of Good Hope, 16 August 1788. Batavia To the Noble Honourable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General, and the Noble Gentlemen of the Council of Dutch India Noble, Valiant, Right Honourable, Gallant, Most Wise, Provident, Very Generous, and Noble Gentlemen. Per the Company's ship Zoutman On 30 June last we took the liberty of addressing our last humble writing to Your Noble High Honours per the private ship Handellust. This vessel having departed directly from False Bay on 4 July, the Resident of that Bay, in obedience to the revered orders, communicated to Your Noble High Honours per the same the safe arrival on 3 July of the ship Zoutman, to which communication we take the liberty to refer. In the meantime, the following ships have arrived in the said Bay, namely: 6 July Straalen with 6 dead, 11 sick 7 July Rhynoord, Dutch private ship 29 July de Sara Hendrina The first-mentioned vessel having sailed from Texel on 30 January, and continued its voyage from here to Bengal on 19 July. We also have the pleasure to dutifully report to Your Noble High Honours that the following two China return ships have safely come to anchor in the Cape roads, namely: on the 11th of this month 't Slot ter Hooge with 1 dead, 10 sick on the 18th of this month de Gouverneur Generaal de Clercq with 2 dead, 11 sick on the 19th of this month Texelstroom with 1 dead, no sick Both first-mentioned vessels sailed on 1 May last from Middelburg and Vlissingen, and the last-mentioned on 2 May from Hellevoetsluis, and will be provided by us as speedily as possible with what is necessary to dispatch the first and last-mentioned to Your Noble High Honours' capital, and to cause the Gouverneur Generaal de Klerck to pursue its voyage to Ceylon, just as since the 16th of this month the aforementioned ship de Sara Hendrina has been enabled in False Bay to pursue its voyage to the Netherlands, which however due to contrary winds has not been able to depart until now. With the aforementioned ships de Sara Hendrina and Voorschoten we duly received Your Noble High Honours' most revered writings of 3 March of this year, and what is ordered therein will be dutifully complied with by us. The bills of exchange which Your Noble High Honours were pleased to advise in the said highly esteemed missive, we shall have properly honored upon presentation, as we have done for one in favor of Captain le Clerc dated 1 March of this current year issued on us by His High Nobility amounting to 400 rixdollars, and of which we were unable to find any advice in Your Noble High Honours' esteemed letters received, nor in these enclosures; yet after proper comparison and finding the signature of His High Nobility and others affixed thereto to be in conformity, we considered that we could not decline properly honoring this draft. Upon the arrival of the aforementioned ship Rhynoort, noticing from its charterparty that it would have well accorded with the intention of the High Commanding Masters if that vessel, had it been able to find a proper cargo at this corner of the earth, had immediately again

Dutch transcription

Patria Aan de wel Edele Heeren Bewindhebberen van de generale Neederlandsche geoctroyeerde Oostindische Compagnie ter Camer Wel Edele Erntfeste Groot agtb: „ welwijze voorzienige en zeer Genereuse Heeren Gebiedende Heeren. Ons laatst ootmoedige missive aan uwel Edele groot agtb: geregt is pr het schip de agatha op den 31: Mei van hier afgegaan. Thans hebben wy d' Eer uwel Edele groot agtb. te berichten het behouden arrivement in baasf als van het schip Iava op den 1' Julij aan Uwel Edele groot agtb kamer geconsigneerd, dog welk schip door de storm en den 16. met Jongstl: zo veele schadens heeft bekomen dat men niettegenstaande alle aangewentspogingen ons genood„ zaakt hebben gezien dat schip de ordinair Middelburg legtyd legtigd in baaif als te moeten laaten ver„ van waar toezen, waarvan wy het vervolgens naar deeze rheede zullen doen vertrekken, ten einde desselfs vermasting en Capitaale vertimmering alhier te onderneemen we hebben hier van een breedvoerig verslag met brenger deezes aan hun wel Edele hoog agtbaarens de Heeren Seeventhienen gedaan en neemen de vryheid ons daaraa te refereeren. - Ook brengen wy plegtschuldig ter kennisse van uwel Edelgroot agtb: de aankomst op den 11 deser maand van het schip 'T Slot ter Hooge met 1 dod en 10 zieken als meede dat op gisteren en heeden successivelyk zyn gearriveer de Twee volgende Chinaasche retoursche pen voor uwel Edelgroot agtb: kamer bestem als Barbestein met 6 doden en 5 Zieken _ Voorschooten _o „ 1- beide op Primo. Maart van Canton vertrokken zynde, is eerstgem: den 20 Mei en laatstgem: den 9 Juny uit Baaij Fals Aan den koopman tetul:r en resident aldaar Christoffel Brand uit straatzunda gezyld Hier meede deese eindigende beveelen wy uwel Edel groot 29tb: beneevens de aanzien¬ lyke belangen der Maatschappije in godes bescherming en noemen ens met verschul„ digde Eerbied. /:onderstond:/ Wel Edele Erntfeste groot agtb: wel„ wyze voorzienige zeer genereuse en gebiedende Heeren /. Lager:/ UwelEdel Groot agtb: zeer onderd: in gehoorz: dienaaren /:was geteekent:/ C. I. van de Graaff I. T. Rhenius R. J. Gordon J. P. le Sueur O G. de wet W. f. V. reed. van Oudshoorn- /en Margine / in 't Casteel de goede Hoop d 15 Augustus 1788. Goede Vriend Deezen dient ter bygeleiden van de depeches voor het particulier schip de Sara Hendrina, allen en Een Casse be„ schreeven aan de hoog Edele heeren Zeeven thienen beslooten, 't welk UE aan den Schipper - — Schipper Hillebrand Uyen, zulk bekende „gen om hem daar meede in staat te stellen zyne reize te vervorderen. waar meede na groete blyven /:onder stond:/ UeE goede Vrienden /:lager:/ Ter Ordonn: van den Edelen Heer Gouverneur /: was geteek=t:/ C: van Aerssen /:in margine In 't Casteel de goede Hoop den 16e Augs: 1888- Batavia Aan den welEdele Gestr: Heere M=r Willem Arnold Alting gouverneur generaal en d' Edele heeren Rade van Nederl: India Nr. t. o S. Comps Schip Zoutman Op den 30 Juny Jongstleeden hebben wyde vryheid genomen, voorde m Edele groot agtb: ons laatst onderdanigst schryvens per het partife schip Han WelEdele Erntfen Grootagtb: Manhaft Welwijze, voorzienige zeer genereusse en Edele Heeren dellast „dellust te andresseeren deeze Bodem op den 4 July rekt de baart als vertrokken zynde heeft den resident dier Baai in obedientie der gevenereerde ordres aan uwe wel Edele grootagtb, per dezelve gecom„ municeerd het behouden arrivement op den 3 July van 't schip Zoutman, en aan welke Communicatie wy de vryheid neemen ons te refereeren - Intusschen zyn ingemelde Brai g'arriveerd de volgende scheepen als den 6 July Straalen met 6 doden 11 Zieken „ 7 — Rhynoord, hollandsch partec=r Schip „ 29 — de Sara Hendrina „ Zynde eerstgem: Bodem den 30 Jannuary uiet Texel gezeeld, en van hier op den 19 July zyne Leeze naar Bengalen voorts gezet. Ook hebben wy het genoegen Uwe wel Edele groot agtb: plegtschuldig te melden dat de twee volgende Chinasen retourscheepen op de kaabsch rheede behouden ten anker zyn gekomen als „ „ 18 „ op den 11 deezer t slot ter Hooge met 1 dode 10. Zieken de gouw. r Gener. l de Clercq 2 _ 11 _o Texelstroom 1 _ o geen _o beide eerstgem: Bodems zyn op primd Me laatstl: van middelburg en vlissingen en laatstgem: den 2 Mei uit Helvoetsluit gezyld, en zullen door ons ten spoedigsten van 't nodige voorzien worden om eerste en laatstgem: naar uwewel Edelgrootagt Hoofdplaatse aftevaardigen, en de Gouver„ neur generaal de klerck zyne reize naar Ceilon te doen vervorderen, zo als zeedert den 16e deezer in Baarf als ter vervordering zyner reize naar Nederland in staat is gesteld het hiervorengemd schip de Sara Hendrink dat egter door Contrarie wind tot nu toe niet heeft kunnen vertrekken Met voorsz: Scheepen de Carasten„ drina en voorschoten is ons wel geworden uwerwel Edele groot agtb: zeer gevenereerde schryvens van den 3e Maart deezes Jaars, zullende het daarbij geor donneerde door ons pligtschuldig vorde opgezolgt „ „ 19 „ - De assignatien die uwe Wel Edele groot agtb: by gem: derzelven hooggeEerde mis„ „sive hebben gelieven te adviseeren, zullen wy by vertoning behoorlyk laaten voldoen zo als wij gedaan hebben aan eene tin behoeve van den Capitn le Clerc in dato 1 maart J: C: door zyne Hoog Edelheid op ons afgegeeven groot rd. s 400 en waar van wy geen advys by uwe wel Edele groot agtb: ingekomen geEerde Latteren, zo min als by dees bylagen hebben mogen aantreffen, dan na behoor„ lyk Controntatie en Conform bevinding van de handteekening zyner hoogEdel„ heid en andere daar by gesteld, hebben wy vermeend nich af te kunnen zyn, deeze traite behoorlyk te honoreiring Bi aankomst van voorm: Schip rhynoort uit deszelfs Cherteparthij ontwaarende dat het zeer wel met heeren de intentie der hooggebiedenden Meesteren zou gestrookt hebben die Bodem, zo dezelve behoorlyke lading aan deeze uithoek hadt kunnen vinden derect wederom

NL-HaNA_1.04.02_10904_0662 view scan ↗

English

to cause it to return again from here to the Netherlands, we have taken into consideration whether the service of the Honorable Company demanded that use be made of that keel to transport the cargo of the Ceylon return ship Java from here to Europe, provided that this could happen in good time; but having also considered that in carrying out this project one might encounter many difficulties which, before proceeding thereto, ought to be cleared out of the way, we found it most advisable to expressly commission the provisional Master of Equipage Jan Arnold Voltelen, as well as the sea captains Christiaan van Veerden, Nicolaas Acker, Jan Kraay, and Gerhardus Masson, to consider all circumstances that must concur in this matter and to report whether such a plan would be executable or not, and in this latter case, to state the reasons and causes that prevent it or that would rather make one choose to desist therefrom for the Master's service. Whereupon by the said commissioners an ample report has been delivered to us, of which we take the liberty to present to Your Right Honorable Excellencies a copy, and from which Your Right Honorable Excellencies, if you please, will be able to see the difficulties that one had to fear in the execution of that design, both due to the lack of vessels and warehouses in False Bay to unload the cargo of the ship Java, to store it, and to transport it again to Rhynoord, as well as by the conditions stipulated in the charter party to weigh the pepper for the skipper of the often-mentioned ship Rhynoord; for which several operations consistently good weather was required, and thus above all the difficult question remained to be able to be assured of the time at which one would be able to bring that ship into readiness for the return voyage, which nevertheless would have lasted longer than the season then permits to let both those keels linger in False Bay without danger from the then-prevailing south-easterly winds; besides which, during the same time that would have had to be used for unloading and loading, the ship Java itself could have been put in a state to proceed on the voyage to the Fatherland; and upon consideration of these obstacles, it having been communicated by the undersigned Governor that pursuant to the highly respected secret orders dated 14 October 1786, the richly laden return ships must depart from here no later than primo August, a few days not counted; we have not been able to avoid making these secret orders applicable regarding the dispatching of the ship Rhynoord, although otherwise from the continuous homeward voyages of the chartered ships without regard to the seasons, and also according to the tenour of the charter party, one might well have concluded being authorized to dispatch with the ship Rhynoord also some cargo in return to the Fatherland regardless of the time yet to expire; since that secret order has not been given in general concerning all return ships of the Honorable Company, but indeed specifically for those which are provided with rich cargoes; and that this order therefore must be regarded as relating less to the ships themselves than to those rich cargoes, among which that of the ship Java indisputably belongs; and thus having taken into consideration that that rich cargo might just as little be dispatched or risked with the chartered ship Rhynoord as with the ship Java itself after the expiration of the said appointed time, we also found ourselves forced to desist from this plan as well, and therefore to be able to make no changes regarding our aforementioned arrangement concerning the last-mentioned vessel, having thereupon ordered the skipper of the frequently mentioned ship Rhynoord, Cornelis Tromp, in writing to make ready immediately, according to the tenour of his charter party, to steer for India's capital; regretting only that our sincere efforts in this matter for the welfare of the Company could not be supported by the circumstances. Having, by our humble letters of 5 June, dutifully informed Your Right Honorable Excellencies of the misfortune that befell the ship Avenhoorn, and that we had ordered the provisional Fiscal of this government to conduct a proper and accurate investigation into whether and to what extent the stranding of that vessel arose through any negligence or neglect of the officers or anyone of the crew, and whether the said officers could and should have exercised any care for the preservation of ship and cargo that might have been neglected in this matter, as well as whether they indeed exerted their diligence to be in readiness with the ship to depart from this roadstead before the appointed time of mid-May; and also that we had commissioned the provisional Master of Equipage Jan Arnold Voltelen to be present at that investigation, together with such further nautical experts as were at hand or might arrive here in the meantime, and to supply therein the relevant remarks, considerations, or advices; so we deem it no less our duty to bring to the knowledge of Your Right Honorable Excellencies that the said provisional Master of Equipage has delivered at our meeting of 8 July a report, of which we take the liberty to enclose herewith an authentic copy; from which it will appear that by the provisional Fiscal, no case of nonchalance or misconduct could be prosecuted against the ship's officers nor against anyone of the crew on the occasion of the stranding of the said ship, but that they, on the contrary, displayed all possible activity

Dutch transcription

wederom van hier naar Nederland te doen retourneeren, hebben wy in overweeging genoomen of met den dienst der E Comp vorderde van die kiel gebruik te maken om de lading van 't Ceilens retourschip Iava van hier naar Europa te vervoeren mits zulx tydig genoeg kind- gesche den dan teffens overwogen hebbende das men in 't uitvoeren van dit project wee dificulteiten zouden kunnen ontmoeten die alvorens daar toe over te gaan, uit den weg dienden te werden geruimd, vonden wy zaadsaamst den pro Interim Equipagiemeester Jan Arnold Voltelen mitsgs. de Capitains ter zee Christiaan van Veerden Nicolaas Acker Jan Kraa en Gerhardus Masson expresselyk te Comm teeren, om te overweegen alle omstandig heeden die in deezen moesten Ceneur reeren en te berigten of een zodanig plan uit te voeren zoude zyn ofte niet, en en dit laatste geval en te geeven de reedenen en oorzaaken welke zulks verhinderen of voor 's meesters dienst „ dienst liever doen verkiesen zouden daar van af te zien. — Waar op door gem: gecommitteerdens aan ons is overgegeeven een ampel berigt, tot waar van de Vryheid gebruiken uwewel Edele groot achtb: Copia aantebieden en waar uit uwe wel Edele groot agtb: des„ gelievende zullen kunnen beoogen de re swaarigheeden die men inden uitvoern van dat ontwerp te vreesen had, zo door het gebrek aan vaartuigen en pakhuizen en Baastals om de lading van 't schip Sara te lossen, op te slaan, en weeder naar Rhynoord te vervoeren, als door den voorwaarden by de Cherte parthij beden„ „gen, om de peper aan den schipper van meerm: schip Zhynoord toe teweegen; als tot welke een en ander verzigtingen bestendig goed weer wierd vereischt en dus voor al de difficulteits ver bleeff om verzekerd te kunnen weezen van den tyd, op welke men dat schip tot de retour reize in gereedheid zoude kunnen brengen, het geen evenwee langer aan„ gehouden gehouden zou hebben als het Jaargetijg toen laat, beide die kielen zonder gevaar voor de als dan domineerende Zuid ooste winden, in Baaijf als te laten vertoeven, boven het welke ook het schip Java bennendezelve tijd die tot het lossen en laaden zin moeten worden gebeezigd, zelve in slaat zoude hebben kunnen worden gesteld de ryze naar patria te vervorderen, en by overweeging van deeze hinderpalen door den enderge teekende gouverneur gecommuncceerd zynde dat ingevolge de zeer geEerde Ce¬ creete aanschryvens de dato 14 Octob=r 1786. de rykgeladene retourscheepen niet laaten dan primo augustus eenige wijnige dagen ongerekend; van hier moeten vertrekken, hebben wy niet kunnen afzyn deeze secreete ordres, omtrent het verzenden van het Schip rhynoord toepasselyk te maaken schoon men anders uit de Continueele thuis reiren der ingehuurde Scheepen zonder aanschouw van Jaar gelijden en ook naar luid van de Chertepartij wel had kunnen opmaken opmaken g'authoriseerd te zyn, met het Schip Rhynoord meede ongeagt de nog te verlopene tyd eenige lading in retour & naar Patric te mogen ver:oft zenden, alzo die secreete ordre niet gene„ ƒ zaal is gegeeven omtrend alle retourseneer ten der E Compn maar wel speciaal tot de zoodanig nige die van ryke ladinge vonrzien zyn ien en dat deeze ordre dierhalven min tot de me scheepen zelven betrekkelyk geagt moet worden als tot die ryke ladingen, waar onder die van 't schip Java onbetwestbaar behoord, en dus in aanmerking genomen hebbende dat die ryze lading, zo min met het partic schip rhynoord als met het schip Java zelfs na het verloopen van de gez: bepaalde Tyd mogt werden afz gezonden of geresigueerd, vonden wy ons meede genoodzaakt ook van dit planat„ tezien en dierhalven omtrend onze voormd beschikking over laatstgemelde Bodem geen veranderingen te kunnen maken, hebbende den schipper van dekwilsgem: schip thynoord Cornelis Tromp daar op Schriftelyk schriftelyk geordonneerd, naar luid zynen Cherteparty zeeds gereed te maaken, om naar Indiao Hoofdplaatse te Steevenen ons alleen beklagende dat onze opregte pogingen in deezen, tot welzen van de naa schappij door de omstandigheeden niet hebb mogen werden gesecondeert. By onze onderdanige Letteren van den 5 Junij aan uwe wel Edele groot agtb: pligt „schuldig kennis gegeeven hebbende, van het ongeluk het schip Avenhoin overgeko„ „men en dat wy den proInterim Fiscaal deezes gouvernements hadden gelast om behoorlyk, in naaukeurig onderzoek te doen, of en in hoeverre het Stranden van die bodem door eenige magtzaam„ heid ofte verzuim der overheeden ofte iemend der Equipagie is ontstaan en op de gem: overheiden tot behoud van schip en luding ook eenige zoegvuldigheid hadden kunnen en moeten betragten die in deezen nagebleeken mogt zyn mitsg. s op zy wel derzelver vlyt hebben aangewend om voor den bepaalden tyd van medio Mei met het schip in gene heid „heid te zyn om van deese Rheede te vertrekken en als meede dat wy den pro interem Equipagi. da„ meester Jan Arnold voltelen hadden gecom„ mitteerd omme beneevens zodanigen verderen At„ zeekundigen als zich aan handen bevonden, ofte intusschen alhier zouden mogenaan, en komen by dat onderzoek present te zyn en daarinne de ter zake dienende remar„ ques Consideratien of advysen te Cuppede¬ teeren; zo agter wy niet minder van onzenpligt ter kennisse van uwe wel Edele groot agtb: te moeten brengen, dat gem: Fiscaal prointerim Equepagiementen ter onzer vergadering van den 8 Julij heeft engeleeverd een rapport waar van mij de vryheid neemen, hier neevens een authenticq afschrift in teslutten; uit het welk zal komen te blyken, dat door hum p 20 interim Fiscaal, teegens de scheeps„ overheeden nog teegens iemand vand de Equipagie en Cas van non Palance ot wangedrag by geleegendheid van het stranden van gem: schip kon worden geprocedeert maar dat zij in teegendeel, alle mogelyke acteviteit

NL-HaNA_1.04.02_10904_0668 view scan ↗

English

activity and assistance they had rendered for the preservation of the ship's cargo. However, since from the confrontation of the journal of Captain Tobiaszoon with some of those kept by the other officers of that vessel, it was found that marked differences resided therein due to various additions inserted into that of the captain by another hand, which on that account came to be very suspicious, we have caused all the journals kept on board to be placed into the hands of the pro interim Fiscal, in order, together with the pro interim Master of Equippage here, Jan Arnold Vottelen, and the sea captains who were present, to accurately examine and investigate whether the said journals were kept in all parts conformable to the orders established in that regard, and were set down truthfully, as well as in particular whether the said Captain Heelt Arend Tobiaszoon on his voyage hither had not been furnished with the orders emanated by the High Indian Government; concerning the making of the signals upon approaching this coast for such ships on board of which the smallpox had occurred during the voyage, and consequently could claim any ignorance on that head, to the end of acting in this matter ex officio as the nature of the affairs should come to require; by which commission the report having been submitted to us, whereof we also take the liberty to present an authentic copy to Your Right Worshipful Nobles, and since it has appeared therefrom that the said additions are by no means to be attributed to sinister or intriguing designs, but solely owe their origin to the illness which Captain Tobiaszoon had to endure on his voyage from Batavia hither, and thus must be considered far sooner as a discharge of duty than as an evil intention, we have thought fit to acknowledge as valid in this matter the testimony and tender of oath of the remaining officers; but with regard to the investigation whether the often-mentioned Tobiaszoon upon his departure from Batavia was not furnished with the signals and orders emanated by Your Right Worshipful Nobles for the ships on board of which the smallpox is raging or has raged, we have had to acquiesce in the negative declaration of the aforementioned Captain Tobiaszoon. Then, concerning the further officers, petty officers, and common sailors of the aforementioned vessel, we have, according to the order, declared the same once again employable in the service of the Honorable Company, and that therewith the wages of the petty officers and common sailors who already find themselves employed should take effect from the 8th of July last, at which time they were again declared employable, as will also happen in respect of the officers and petty officers after they shall in the future also be used in the service. To the said report we take the liberty to attach a copy of the report also exhibited at our meeting on the [blank] of July last by the pro interim Master of Equippage Jan Arnold Vottelen, the sea captains Christiaan van Veerden and Jan Kraaij, and the master of the ship carpenters Mijndert van Eik; and as it has appeared therefrom not only the completely battered condition of the said vessel Avenhorn, but also the impossibility of being able to heave the same again from the beach except in bits and pieces, for which moreover much trouble and labor would still be required, we have deemed it most in accordance with the interests of the Honorable Company to sell the wreck of that vessel by public auction, as the same was then also done on the 26th of the recently elapsed month after the proper posting of notices, for a sum of 4730 rixdollars, and there are by this sale explicitly excepted all such goods as belong to the cargo of that vessel, which meanwhile not being able to be removed from the ship, shall nevertheless subsequently remain with the Honorable Company, in order to apply in that regard such care and measures as shall be found proper or possible to be done. The High-Commanding Lords Masters having been pleased to order us in the 59th article of their esteemed letter under date of 8 January of the current year, to sell for the benefit of the Honorable Company the plot of land left unsold by us from the grounds of the old hospital for the erection of a military training school, we have, at the session of the 17th of June, expressly commissioned the undersigned Chief Administrator and Cellar Master, in order, after posting of notices, to realize that plot of land by public auction; as the same was then also done on the 2nd of this month for a sum of 11000 Cape guilders. Then, concerning the holding of this sale by the aforesaid Chief Administrator, it having been brought forward at the said session: that notwithstanding his predecessor, Mr. Hacker, had not held the auction of the first nine pieces of land, and thus also had not enjoyed the salary which that sale had yielded, his honor nevertheless was of the opinion that the holding of such public auction of the Company's lands belonged solely to the department of the Chief Administrators for the time being, as they were properly held to account for the moneys proceeding therefrom, just as this also took place with respect to all profitable goods of the Honorable Company, regarding which latter the late Mr. Commissioner Nolthenius

Dutch transcription

activiteit en hulpe tot behourd zen chipe lading hadden aangewend— Dan egter uit de Conprontatie van het Journaal van den Capitain Tobiaszoon, met eenige der geenen door de anderen officieren van dien bodem gehouden zynde bevonden daar in te resideeren merkelyke differente door onderscheidene bevoegselen, in dat van den Capitain met een andere hand ingeveel dewelke uit dien hoofde zeer suspect kwamen te zijn, hebben wij alle de aan boord gehouden Journaalen doen stellen in handen van den pro Interem Fiscaal, om met den pro interim Equipagiemeester alhier Jan Acnold vottelen, en de zee Capitaans die zig aanweezig bevonden naaukeurig te en verzoeken of gem: Journaalen in alle deelen Conform de dienaangaande gestr „tueerde ordres gehouden; en naar waar heid geposeerd waren gelyk meede in het byzonder op gem: Capitn. Heelt Arend Tobiaszoon, op desselfs hirwaard reize niet is voorzien geweest van den ordres door de hoogindrasch regeering G' Emanard gEmaneerd; omtrend het doen der Ceynen by 't aannaderen deser kust voor zoda„ „nige scheepen op welke geduurende de reize de kinderziekte aan boord heeft gepasseerd in gevolglyk op dat stuk eenige ignoiantie kon pretendeeren ten einde disweegen ambtshalden zodanig te ageeren als den aart der zaaken zoude komen te vereischen door welke Commis „sie aan ons ingediend zynde het rapport waar van wy meede de Vryheid neemen uwe welEdele groot agtb: en authentieque Copia te presenteeren en daar rat gebleeken zynde dat gemelde byvoegzelen, geensints te weten zijn aan sinistre of intre„ gante voouitzigten maar alleen hunnen borspring verschuldigt zym aan de ziekte die den Capitain Tobias zoon op zyne reize van Batavia herwaards heeft moeten ondergaan en dus veel eer als een pligtbetragting dan als een kwaad oogmerk moet worden. geconsidireerd, zo hebben mij e wy gedagt het getuigen ende presentatie van Eede van de oerige officieren in deezen valabel te erkennen, dog ten aanzien van het onderzoek of dikwils gem: Tobias zoo„ by zyn vertrek van Batavia, niet is voorzien geworden van de Peenen en ordres door uwe wel Edele groot agtb geEmaneerd voor de scheepen aan boord van dewelken de kinderziekte grasseerd ofte gegrasseerd heeft hebben wij inde ontkennende betur ging van voorm Capitain Tobias zoon„ moeten berusten Danten belangen der verdere officier onderofficieren en gemeenen van voorn Bodem hebben mij dezelve na de ordre wederom, in den dienst der E Comp=er em„ ployabel verklaard en dat mitsdiende gagien der onderofficieren en gemeenen die zich reeds g'Employeerd vinden, van den 8e Julij Jongstl: af aan op welke ty dezelve wederom employabel verklaard geworden zijn, Cours neemen zoudt zoo als ook geschieden zal ten opzichte der officieren en onder officieren nada dezelve dezelve in het vervolg meede in den dienst zullen worden gebruikt— By gemelde rapport neemen mij de vryheid te voegen Copia van het berige ter enzer vergadering meede op den July Jongstl: g'exhibeerd, door den prointerim Equipagiemeester Jan Arnold vottelen de zee Capitains Christiaan van veerden en Jan Kraaij en den baas der schaepstimmerlieden Myndert van Eik en alzo daar uit is komen te blyken niet alleen de gantsen ont„ ramponeerde Claat van gemelde Bodem Avenhorn maar ook de onmooglykheid om denselven wederom van strand te kunnen winden als met stukken en brokken, waar toe daar en booven nog veel moeite en arbeid zouden vereischt worden zo hebben wij met de belangens der E Comp„ het meest overeenkomstig geoordeelt, om het wrak van dien bodem pr publicque vendutie te verkopen zo als zulx dan ock op den 26e der Jongst afgelopene maand na behoorlyke affigue affigue van Billietten is geschied, voor een somma van rd:s 4730 en zijn bij dee verkoop wel expresselyk uitgezondert alle zodanige goederen als tot de lading van die Bodem behooren, dewelke intusschen niet uit het schip kunnende worden gehaalt egter naderhand aan d' E. Comp„e zullen ver„ blijven ten einde daaromtrend nog zo„ danige zorgen en maatregulen aln te wenden als men bevinden zal te behoren of te kunnen geschieden. — De Hooggebiedende Heeren Meerteren ons byden 59e van derzelver hooggeberde schryvens sub dato 8 Jann: Ao Ct heb „bende gelieven te ordonneeren, om het Erff door ons van den grond des oude hoo¬ petaals tot extractie van een militair kweekschool en verkogt gelaaten, ten voordeele der E Compe te verkopen zo hebben wyter Cessie van den 17 Junij de onderge„ teekende Hoofdadministrateur en kelder meester capres gecommitteerd, omme na afique van billaetten, dat Erff hij publique verhoving tot gelde te maken Zo zo als zulks dan ook op den 2 deezer voor eene somma van ƒ 11000. — kaakse waarden is geschied Dan ten belange van het houden deezer verkoping door voorsz: Hoofdad„ ƒ ministrateur, ter gem: sessie inge¬ bragt zynde; dat niettegenstaande zyn E predecesseur de Heer Hacker de vendutie van de eerste negen stuks Erven niet gehouden, en dus ook niet genoten hadde salaris welke die verkoping had afgeworpen zyn Ee. echter van sustenue was dat het houden van diergelyke publicque vendutie van 's Comp. s Erven eeniglyk van het departement van de Hoofd administrateurs ender tyd was, als dewelke eigentlijk gehouden waaren voor de verantwoording des daar uit geproflueerde penn: te slaan gelyk sulks ook plaats had met betrek„ „king tot alle winstgeevende goederen, der E Comp=en omtrent welke laatste wylen den Heer Commissaris Nolt thenius

NL-HaNA_1.04.02_10904_0674 view scan ↗

English

on the occasion when His Honour planned the means of subsistence for the servants of this government, it had also been established that the respective Head Administrators at the time of the public sales to be held of such would enjoy the salary fixed for that purpose. However, since most members of our Council have doubted whether such plots of land could indeed be understood under the heading of profitable properties of the Honourable Company, and as we have thus been unable to resolve this scruple without prejudicing the aforesaid Head Administrator or the Vendue Master of this government in their respective offices, we have resolved, in order to clear away all doubts, to lay this matter before Your Right Honourable Lordships with due respect, most humbly requesting that Your Right Honourable Lordships may be pleased to deliver such a decision upon it as constant custom at Your Right Honourable Lordships' capital entails. Meanwhile, the public sale of that plot of land having been held by the often-mentioned Head Administrator, this in no way diminishes the legitimate claim that the Vendue Master might make on the salary obtained therefrom, according to the awaited decision of Your Right Honourable Lordships. Having in our often-mentioned respectful letters of 30 June dutifully reported to Your Right Honourable Lordships the departure from False Bay of the ships De Meermin and De Vrouwe Johanna Jacoba, both destined for Mossel Bay, we now have the pleasure to inform Your Right Honourable Lordships of the safe arrival of both these vessels in the last-mentioned bay on 6 July, and that, according to news received from Sea Captain Francois Duminy and the Storekeeper Egbertus Bergh, specially commissioned by us for the loading of the last-mentioned vessel, 3170 muids of wheat were brought on board the same by 29 July, wherewith the skipper Simon Krygsman was ready to proceed on his voyage to Your Right Honourable Lordships' capital. We hope that the said ship De Vrouwe Johanna Jacoba will have already departed from Mossel Bay and, upon receipt of this, will have arrived at Your Right Honourable Lordships' capital, and we take the liberty to present enclosed to Your Right Honourable Lordships the invoice of its cargo together with a bill of lading executed in triplicate by skipper Krygsman, one of which was consigned to Your Right Honourable Lordships by the aforesaid commissioners. We also cannot fail dutifully to report to Your Right Honourable Lordships that the aforesaid commissioners Duminy and Bergh, upon their arrival in Mossel Bay, found the warehouse and the grains erected and stored there by us in a very good condition, and that skipper Krygsman, taught by experience, had to admit that all the danger that people at this capital had tried to make him believe concerning the navigation of that bay were pure figments of the imagination. It will be our great pleasure to be able to supply Your Right Honourable Lordships with similar favourable reports of our enterprise to Plettenberg Bay, and we wish that the same may be crowned with fortunate outcomes through the Lord's blessing. We also cannot fail to bring to the attention of Your Right Honourable Lordships that an English whaler has again appeared in Saldanha Bay, and according to the report of the corporal stationed there, its crew did not hesitate to shoot dead some sheep belonging to him and serving for his consumption. A similar vessel also called at St. Helena Bay and made known to the officer there on command that one had to expect 14 more of those whalers, which had sailed out of the Thames together with him. Having, in our most humble general report of matters that occurred in this government, dispatched on 14 June of this year, preliminarily informed Your Right Honourable Lordships of the damage that the first sworn clerk at the Political Secretariat, Johannes Marthinus Horak, had caused to the Honourable Company through an excessive negligence in his office, as well as of the measures put into effect by us, both for the investigation of this matter and for the indemnification of the Honourable Company by placing his goods and effects under sequestration, we have meanwhile taken into consideration that, pending the investigation of this matter by the commission appointed for that purpose, concerning which one remained uncertain how long they would still be occupied therewith and what difficulties might yet be encountered therein, the aforesaid Horak could not with propriety continue to serve in his aforesaid post of first-mentioned clerk, which would result in considerable detriment to the service of the Honourable Company in view of the manifold and daily business connected to that office. Wherefore we deemed that provision ought to be made for this in timely fashion, and therefore in our meeting of 17 June last resolved to provisionally suspend the frequently cited Horak from his aforesaid office, with cessation of pay and emoluments; while, we having further recognized the necessity that the aforesaid office be filled again as speedily as possible by another capable person, we have provisionally appointed thereto the sworn clerk serving at the said Political Secretariat, Gerard George Diemel, with the rank of junior merchant, and this pending the favourable ratification of the Right Honourable Lords Seventeen. However, this Diemel having passed away a few days after his appointment to the aforesaid post, we have found ourselves once again necessitated to look out for another capable subject to take his place, and consequently at our session of the 8th of the just-past month of July

Dutch transcription

thenius bij geleegendheid dat zyn Edelen de middelen van bestaan der Dienaarn deezes gouvernements beraamde, oon had vastgesteld dat de respective Heeren Hoofdadministrateurs in der tyd van de daarvan te houdene vendutien zou den genieten het daar toe staande salaris echter door de meeste leeden onzes raads en twyffel zynde getrokken of men wel zodanige Erven konden begrypen onder den naam van Winst geevende goederen der E Compe en overzulks deeze bedenkelykheid niet hebbende kunnen oplossen zonder de voorm: Hoofdadministre teur of den rendumeester deezes gouver nements in hunnen respective ambter te prejudiceeren zo hebben wy beslooten ten einde alle dubieusitee ten uitderweg te ruimen deeze zaak met behoorlyke eerbied aan UwelEdel groot agtb: openteleggen: onderdanigst verzoekende dat UwelEdele groot agtb: daar over eene zodanige decisie geleeke te vellen als het Constant gebruik aan uwe welEdele groot agtb: Hoofdplaats is med de brengende Zynde intusschen de vendutie van dat Erff gehouden geworden door meerm: hoofdadministrateur in vermindert nog, thans de wettige aanspraak die de vendermeester volgens de intewage tene decesie van uw welEdele groot¬ agtb: op de daarop behaalden saluri„ zou kunnen maken. — By meerm: onze eerbiedige Letteren van den 30 Junij aan uwe wel Edele grotdagtb. pligtschuldig gemeld hebbende het depart uit Baarfals van de scheepen de Heermin en de Vrouwe Johanna Jacobas beiden naar de Mosselbaar bestemd hebben wy thans het genoegen uwe WelEdele groot agtb: kennis te mogen geeden van de behouden aankomst beiden deezer keelen in laatstgem: baar op den 6 Julij en dat volgens inge¬ komene tyding van den Capitain terzee ter zee Francois Dumonij enden Winke lier Egbertus Bergh, door ons tot t be„ laaden van laatstgem: Bodem expres gecommitteerd, op den 29 der gem: maand July dan boord van dezelve waarin gebragt 3170 midden Tarwen, waakemer den schipper Simon Krygsman ge„ reed was zyne reise naar uwe Wel Edelen groot agtb. hoofdplaatse te vervorderen. — Wij hoopen dat gem: schip de Vrouwe Johanna Jacoba bereids mie de Mosselbaai zal zyn vertrokken en bij ontfangst deezer aan Uwewel Edele groot agtb: Hoofdplaatse zal zyn g'arriveerd, en neemen de vryheid uwewel Edele groot Agtb: ingeslooten aan te bieden het Factuur van dies lading beneevens een Cognoscement door den schipper Krygsman in triplo gepasseerd, en waarvan een door voorm Gecommitteerdens aan uwe wel Edelen groot agtb: is geconsigneerd geworden Wy kunnen ook niet afzyn uwe Wel Edele groot agtb: pligtschuldig te te berigten dat voorsz: gecommitteerdens Duminij en Bergh bij hunne aan„ komst inde Mosselbaai het Maguazin en de graanen door ons aldaar gestigt en engeslaagen, in eene zeer goede staat hebben bevonden en dat den schipper Krygsman devr de ondervinding geleerd, heeft moeten bekennen, dat al het gevaarlyke warmin hem aan deeze hoofdplaats omtrend het bevaaren dier Baai heeft zoeken diets te maken loutere hursenschem men zyn. — Ons groott genoegen zal bestaan uwe wel Edele groot agtb: diergelijke gein: stige berigten van onze onderneeming naar Plettenbergsbaai te mogen suppediteeren en wenschen dat de selven door 's heeren zeegen met aengelukkige uitslagen mogt worden bekrood Wy kunnen ook niet alzyn onder het oog van uwe wel Edele groot agtb: te brengen, dat wederom zegeen Engelsch Engelsche Visscher in de Soldantie Bes heeft vertoond en dies Equipagie val gens rapport van den posthoudende Corporaal zig niet intzien heeft eenig hem toebehoorende en tot zyne Consum tie dienende schaapen dood te schieten Een gelyk vaartuig heeft ock de H: Helena Baaij aangedaan en aan den aldaar op Commando zijnde officier bekend gemaakt dat min nog 14 van die Vesschers moest verwagten die alleen met hem de Theems waren uitgezeild Aan uwe welEdele groot getb. by ons onderdanigst generaal verslag van zaaken ten deezen gouvernemente voorgevallen en op den 14 Juny deezes Jaars afgevaardigd, voorlopig kenni gegeeven hebbende van het nadeel dat den eerst gezworen Clercq ter poli ticque Secretarij Johannes Marthi nus Horak de E Compagnie hadt toegebragt, door eene verzegaande neglegende in zyn ambt, als meede, Van van de maatzegulen door ens werkstellig gemaakt, zo ter Cherche deezer zaak als ter schadeloosstelling der E Maat„ schappije door zyne goederen en appeten onder sequestratie te stellen, hebben wy ondertusscnen in aanmerking ge„ noomen, dat hangende het onderzoek deezer zaak, door de daartoe gedecerse neerde Commissie, waar omtrend men in't onzeekere verseerde hoe lang men daar meede nog zoude beezig zyn, en welke dificulteiten daar en nog zouden kunnen worden ontmoet voorsch: sorak met geen gevoeglyk„ heid in zyn voorm: bediening van Eerstegem: Clercq konde blyven fungien „ren 't geen tot merkelyk nadeel voor den dienst der E maatschappyjen kwam te verstrekken gemerkt den meenigvuldige en dagelykse beezig heeden die aan dat ambt geaccro, Cheerd zyn, weshalven wy hebben geoordeeld, dat daar in by tijds behoor„ de te worden voorsien, en overzulks in in onze vergadering van den 17 Junij Jonge „leeden besloten, om meer geciteerde Hora by provisie in zim voorschr: dienst te su „pendeeren met stilstand van gage en emolumenten, terwylen, by ons alwyder ingezien zynde, de noodraakelykhui dat het voorm: ambt ten allerspeedig wederom door een ander bequaam person vervuld wierd, wy daartoe weederem provisioneel aangesteld hebben den ter gem: Secretarije van Politie fun„ geerende gezw: Clercq Geoigd Gerem Diemel, met den rang van onderCoop„ „man, en zulks in afwagting van de gun stige ratificatie der wel Edele hoog agtb: heeren Seeventhienen. — Dan deezen Diemel eenige dagen na desselfs aanstelling tot voorschr: post zynde komen te overlyden hebben wy ons al wederom genecessiteerd gevonden, om ter plaatsvulling van densel ven, naar een ander Capabel subject om te zien, en mitsdien by onzesessie van den 8 der even afgeweeken maand July

← previousnext →