VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10984

Cape · 954 pages · 242 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10984_0604 view scan ↗

English

Article 607, from which it is as clear as day that the prisoners and defendants have committed such an exceedingly heinous crime that every person must tremble at the dreadfulness thereof. Wherefore it remains to be tested whether, regarding the execution of the crimes committed by the prisoners and defendants, it can still be maintained that they should be punished as the aforementioned definitions dictate. The Fiscal Officer understands, under respectful correction, no, because the prisoners and defendants have transgressed even more grievously than the aforementioned definitions of the crimina latrocinii dictate, and thus the prisoners and defendants have earned greater and heavier punishments than are determined thereby, as this is the execution of these abominable crimes, which were committed by the defendants and prisoners against those between whom and them a notable distinction resides, and which distinction the Fiscal Officer presumes comes greatly into consideration in this case, and that even posito sed non concesso, even if one did not wish to admit this lawful distinction in favor of this defendant, the concurrence of the crimes, such as that of murder, housebreaking, and theft, nevertheless in the supposed case cannot be of the least application, because all the circumstances militate against the prisoners and defendants and far outweigh all the mitigating circumstances that could ever be brought forward in this case. Added to which, it would be of very dangerous consequence if, in a country situated like this one, which by its natural condition is wild and full of solitary and uninhabited places, Article 626, and in which, therefore, the opportunity to commit such crimes is so very easy that one could be exposed to it daily if the means to halt it were not employed far more strictly than anywhere else; and primarily because this armed assembly continues to exist to the disquiet of the good residents, and also not the least examples of ordinary punishment have any effect on that cursed rabble; so it would to that end also be very necessary, for the well-being of this place and for the prevention of such malicious enterprises, that the prisoners and defendants be punished in the most rigorous manner with exemplary punishment, which is taught by Simon van Leeuwen in his Roman-Dutch Law, Fourth Book, under the title of Crime against Life and Manslaughter, no 1. And the punishments that the Fiscal Officer wishes to apply have been very frequent here in similar cases, yes, even in cases that were not accompanied by such bloodlust as has taken place here in this case; how much more so when one takes into consideration that all the prisoners and defendants, merely for their conspiracy and plotting, whereby they have rendered the public roads unsafe, have each individually earned death; and especially in this case, where public murder, robbery, despoliation, and violence have accompanied it. See cited van Leeuwen in his Roman-Dutch Law under the title of Robbery and Despoliation, Book 4, title 38, No. 3, Article 643, as well as regarding armed assemblies to disturb houses, commit murder, and commit other atrocious crimes, in Master Huber, Lib 3, Cap. 7, No 13, 14, 15, and 16, under the title of Public Violence. And as it goes without saying that all violence committed against someone, especially in his own house, which has always been considered a tutissimum refugium, merits a heavier punishment according to its nature, and that the determination thereof, as with all such varying crimes, is left to the arbitrium of the judge, one ought also, in the concurrence of these crimes, to include the heaviest under the execution of the lighter ones, so the Fiscal Officer believes he can very easily dispense with the exact determination thereof, just as the Fiscal Officer trusts he can suffice with the reasons alleged hereinbefore and, as he trusts, well-founded, and on the grounds thereof awaits a rigorous disposition from Your Honorable Worships. For which reason the Fiscal Officer has also judged himself obliged to present to Your Honorable Worships the aforementioned notable difference between slaves and the freeborn, joined with the political reasons that militate here in the colony, and the notable distinction between the two, just as at all times, for the notable maintenance of good order and security of the good residents, provision has been made by the High Authority continuously in the most rigorous manner against the slightest insolence committed by a bondservant against a European; how much more in this case, where the most abominable misdeeds were committed against free persons, and especially against a defenseless female person.

Dutch transcription

Art 607 waar uyt zonnen klaar Consteert, dat de gevt en ged hebben gepleegd, Eene zoo zeer Verregaanden Gruuwsamen Misdaad, dat ieder mensch voor de ontsaggelykheyd daar van moeten doen Lidderen, Weshalven te beproeven staat op de uytvoering der misdaaden, door de ges en gede gepleegd nog kan werden gesustineerd te moeten werden gestraft zoo als de evengem definitien dicteeren, Den Rat Off Eysscher begrijpt /onder Eerbiedige Conractien van Neen, vermids de gev en ged=te nog swaarder hebben gepecceert, als de voorm Definitien van den Crimina Latrocinii dicteeren, dus de geve en ged„e meerder en swaarder straffen hebben verdiend, als daar by bepaald is, als zynde de uytvoering van dit afschuwelyke Chi „ 614 men, die door de ged en geb:n gepleegd zyn aan de sulke, „ 615 tusschen welke en hunt eene notable destinctien „ 616 resideert, En welke distinctin der stat Off Eysscher vermand dat in Cas subject grootelyks in aanmerking komt, en dat ook posito sed non Concesso al wilde „ 618 men dese regtmaatigen distinctien ten faveuren van din ged niet admitteeren, de Samenloop der misdaaden, als die van „619 Moord, huys braak en diefte, Egter by 't gesuppeneerden niet van de minsten „620 Applicatie kan zyn, „ 621 Vermits alle de Omstandigheiden tegens de geas. en ged zyn Militeerende en verren het over wigt halen, boven alle de mitrgeerende Circumstantien,.. die maar immer in deese zaak zoude kunnen „ 622 te berde gebragt werden, waar by komt dat 't van zeer gevaarlijken Conse „ 623 quantie zouden zyn, wanneer men in een land gesitueerd als dit, „ 624 't welk door zyne natuurlyke gesteltheyd zin „ 625 woest en vol eensaame en onbewoonde plaatsen is, „ 617 „ 612 „613 „ 611 art 626 „ 608 „ 609 „ 6. 10 Art: 626 En waar in dus de gelegentheijd tot 't plegen van diergelyke misdaaden zoo zeer facul is, dat men er dagelijks aan zoude kunnen werden ge exponeerd, indien de middelen tot stuyting daar van niet veel strenger dan ergens, elders in't werk wierd gestelt, En door dien voornamentlyk, dese samen rotting ge„ wapen der hand, nog blyft Continueeren tot ontrustiging der goede Ingeseetenen, En ook geene de minste exempelen of ordinairen straf Oeffening, Op dat Vervloekt gespriis van uytwerking is zoo zoude het ten dien eynde ook zeer noodsakelyk zin, tot welweesen dezer plaatsen en tot weering van dien gelyke kwaad aardigen onderneemingen dat de geve en geds ten regoreusten met Exemplairen straffe werden gepunieert, 't geen by Simon van Leeuwen geleerd word in zyn roomsholts regt vierden boek onder den titul van misdaad tegens 't Leven en doodslag no 1. En de straffen die den tat off Eysscher van Applicaten maaken wil; alhier by zoortgelyke gevallen zeer frequent geweest is, Ja selvs in gevallen, die lank met diergelyke moord zugt als hier in dat geval heeft plaats gehad, niet zyn verseld geweest, hoe veel te meen als men in Consideratie neemd, „ 637 dat alle de gev en get simpel over hunnen „ 638 Conspiratie en Complotteering waar door zy de publicquen weegen hebben „ 639 onverlig gemaakt, Een yder in't bysonder de dood hebben verdund, „ 640 En voornamentlyk in dit geval waar bij publicque Moord Root spolie en Geweld hebben verseld gegaan Vede geciteerde van Leeuwen in zyn rooms holt, regt onder den titul van Roof en Spolie 4 Boek tot 38 No. 3. 1641 „ 642 „ 630 „ 633 „ 63/ „632 „ 630 Cent 643 „ 627 „ 628 „ 629 2 „ 634 „ 635 „ 636 Art 643 als mede nopens gewaapende samen rottingen om huyse te berooren, moord te stigten, en andere gouwelyken min daaden meer te bedryven by M=r Huber Lib 3. Capl. N=o 13. 14: 15: en 16 onder den titul van publicq geweld, En gelyk het dan van selven spreekd, dat alle geweld aan iemand gepleegd, Voor al in zyn eygen huijs 't welk als een Jutissimum refigium altoos in geconsidereerd gewoorden, naar maate van desselvs qualificatien een swaand„ straffe Meriteert, En dat de bepaaling daar van zoo als van alle zien gelyke varceerende misdaaden aan't Arbitrium van den regter is gelaaten, men ook in Concurrentie van dese misdaaden den swaarste onder de Executie der Ligtere zoude be„ hooren te begrijpen, zoo vermeend den tat off Eysscher zig van de Juiste bepaaling van zin zeer gemakkelyk te kunnen dispenceeren gelyk den Rat off Eijsschen vertrouwd te kunnen volstaan, met de hier vooren g'allegueerde /en zoo hy vertrouwd /gegronde reedenen mitsgaders ongegrond derselver een regoreuse dis positie van UwelE achtb blyft inwagtien, Waarom hy Rat off Eysschen zig ook verpligt heeft g'oordeeld het hier vooren gemelde merkelyk de ferent tusschen slaaven en vrygeboormen gevoeg by de politicquen reedenen, welke alhier in de socreteyt mititeeren, En't notabel ouderscheyd tusschen die beyde aan „ 653 UwelE achtb te moeten voordragen, gelyk ten allen tyden tot merkelyk Maintiën de „ 654 goede ordre ende Secuuriteijt der goede Ingeseetenen „ 655 Door de Hooge Overigheyd by Continuatie op den regoreuste wyze is voorsien geworden, „ 656 tegens de geringste Insolentien door een LeyfEyge aan een Europees gedaan, „ 657 hoe veel te meer in dit geval, daar de afschuw lijkste Euveldaaden aan vry persoonen En wel insonderheyd aan Een onweerbaar Vrouw „ 658 persoon gepleegd zyn. — „ 650 „ 651 „ 652 „ 649 „ 648 „ 646 „ 645 1644 Cent 659 „ 647

NL-HaNA_1.04.02_10984_0607 view scan ↗

English

Article 659 One finds in all the respective laws, both of Batavia and those which have been made local here, repeatedly the heaviest punishment decreed against such persons who would presume to proceed against a European to the very least act of violence, And specifically in the Statutes of Batavia under the title of Slaves, where it is said: 663 That whenever a slave might presume, whether with or without a weapon, to assault his master, he shall without connivance be punished with death. 664 One will thus not need to wonder very greatly that on that foundation for the Prosecutor ex officio 665 a very notable distinction has been made between a homicide committed by a free person who 666 has equal rights with him, And between that which is committed by a 667 slave upon a free person, 668 and that according to the Constitution of our country and 669 according to the analogy of Our Law, 670 in this case a heavier punishment must also be inflicted, And thus in that respect also an extraordinary capital punishment, suited to the political interests 672 of this Colony, ought to be decreed. On which and other reasons and means more in due time and place, if necessary, to be deduced further, the Prosecutor ex officio, making demand, concludes: that all prisoners and defendants mentioned in the heading hereof shall be brought to the place where criminal sentences are customary to be executed here, having been delivered over there to the executioner, all six of the prisoners and defendants, one after the other, each naked, bound upon crosses, the first five prisoners, August, Andries, Jonas, Damon, and Zaripan, at intervals and indeed minute by minute, with glowing pinchers on four different places on the fleshiest parts, pieces of flesh to be pinched out of the body, and that when the first shall have been pinched with one pinch, subsequently to proceed to the second and so on to the fifth prisoner, whereupon then again to give the first prisoner and so subsequently the other prisoners the second pinch and to continue in that manner until all the prisoners shall have received the pinches assigned to them; further, the first five prisoners taken down from the crosses, each to be put upon a stake, to remain there for so long until they shall have given up the ghost. The sixth prisoner, Welkom, broken alive on the wheel from the bottom up without the stroke of mercy, to remain there likewise until he shall have given up the ghost. Thereafter the dead bodies dragged along the streets of this village and in that manner brought to the place of execution outside, and after the heads of the prisoners have been chopped off there, the bodies to be placed on wheels and the heads on spikes, to remain thus for so long until they shall have been consumed by the air and birds of the heavens, with further condemnation of all the prisoners and defendants in the costs and expenses of justice, or to such other pain and punishment as your Honorable Worships shall find to be proper according to the committed and enormous crimes of the prisoners. Signed R: I: V: D Riet In the margin: Exhibited in court the 23rd November 1786 Copy Very Good Friend Ebersohn: Copy Behold now the misfortune gathered above my head, my miseries are so great that I can scarcely survey them, the 22 October of this year in the evening around half past ten, what a terrible murder scene took place at my house, accomplished in my absence by 6 slave boys who were lodged at my house as butcher boys; but how terribly they treated my wife, stabbed and beat her head apart, and how unmercifully they murdered my youngest daughter, and how miserably my son Stoffel and my daughter Caatje are wounded in their heads. How sorrowfully did they not treat my male and female slaves; stabbed my boy Hector with a knife in his heart while he lay sleeping; Rachel the maid likewise; left Vilida with 6 dangerous wounds almost suffocating in her blood; in addition have severely wounded Joseph Craamer with two stabs; of the recovery of all the wounded I can predict nothing while I can see no improvement yet. After ten terrible murders, they chopped open my cabinets, chests, and cupboards, and took with them everything that pleased them: watches, silverware, and gold; my and my wife's clothes, shirts, whatever it is called, everything that was good and not heavy they took with them; in cash paper money they placed it on the cupboard for me so that I could find it. 1 5 Eijs 1 black coat 1 black waistcoat ditto trousers together with as much crepe as I would need to wear mourning they have thrown down on the ground for me; a shirt for me and a shirt for my wife they have also left. Behold now my friend how fortune has turned about for me; if I were yet so fortunate that I might keep my severely wounded wife and children, then I would scarcely be able to bear the pain; if that should not happen, the misfortune is too great for a man. Please inform my parents-in-law, but in such terms that they are not terrified too much; in addition, also make it known according to this letter to the Landdrost, also to Mr. Blankenstijn and other friends who you think will share in my all too great grief. Beneath stood: can write no more and greetings Was signed: S: Rothman In the margin: the 24 October 1786 Lower: After collation made, this has been found to agree in all parts with the original resting at the Political Secretariat. Was signed: F: G: Diemel, Sworn Clerk

Dutch transcription

Art 659 men sut in alle de respective wetten zoo van batavia als die dewelke alhier zyn Locaal gemaakt, telkens de Swaarste straffe gestatueerd, tegens alsulke Leytuijgen welke zig zoude verstouten, Omme Iegens een Europees, tot de aller geringsten dadelykheyd over te gaan, En wel in specie in de Statuuten van Batavia onder den titul van Slaaven, alwaar gesegd word; „ 663 Dat zoo wanneer Een slaav zig mogte verstouken, het zy met of zonder geweer zyn lyfheer aan # te lasten, die sal zonder Conneventie, met de dood moeten werden gestraft „ 664 men zal zig dus niet seer sterk behoeven te Verwonderen, - dat op dat fundament voor den Rtat Off Eysscher 1665 een seer notabele distinctien is gemaakt, tusschen Een doodslag door een vrije die „ 666 met hem gelyk regt heeft, En tusschen die welke gepleegd is door een „667 slaaf aan een vry persoon & 668 en dat volgens de Constitutie van ons land en „ 669 naar de analogie van Ons Regt, a 670 in dit geval ook een swaarder straffen moet werden g'infligeert, En dus in dat opsigte ook een Extra ordi naire doodstraffe, geschikt naar de politicque belangens „ 672 deser Colonie diend te werden Gestatuzerd, Mits welke en andere reedenen en middelen meer in tyd en wylen „ 671 „. 662 „ 660 ist Mis „ 661 ben n is de roeg de aan der (is 't nood/nader te deduceeren den Ration Officii Eysscher, Eysch doende, Concludeerende de dat alle gevangens en gedaagden & in den hoofde deses gemeld, zullen werden gebragt ter plaatsen, alwaar men alhier gewoon is Chimineele Sententien ten Executeeren, aldaar den Scherp Regte overgeleverd zynde alle ses den gevangens en ds ged gedaagdens, den een na den anderen ieder neekend, op kruijssen gebonden de vijf eerste ge vangens, August, Andries, Jonas, Damon en Zaripan bij tussen poosinge en wel minuuts ge wijen met glaeyende nijptangen op vier W differente plaatsen 2 op de Vleesagtigste deelen stukken vlees uijt het Lichaam te werden geneepen en weldat wanneer de Eerste met eene Steep Steep, geneepen zin zal, vervolgens den tweeden en zoo tot den vijfden gevangen voort te gaan, wanneer als dan weeder den Eersten gevangene en zoo vervolgens de andere gevangens den tweeden Neep te geven en in dien voegen te Continueeren tot dat alle de gevangens de hem toegelegde neeven zullen ontvangen hebben voorts de vyf Eerste gets gevangens van de kruijsen afgehaald, ieder op een spit gezet te worden, om aldaar zoo lange te verbliven tot dat den geest zullen hebben gegeven Den sesden gevangen welkom van onderen op sonder slag van gratie Levendig ge ledebraakt om aldaur - mede te verblyven tot dat den geest ge geven hebben sal. daar na de doode Lichaar =men, Langs de Straate van dit Hleek gesleept en in dier voegen na het het buyten geregt gebragt weesende en na aldaar de Hoofden der ge¬ vangens, afgehouwen zynde, de Lichaamen op Raderen en de hoofde op pennen gesteld te werden omme dusdanig zoo lange te verblyven tot dat door de Lugt en vrgelen die hemels zullen zyn verteerd, met Condemnatie ver ders van alle de gevan gens en gedaagdens in de kosten en misseue van Justitie, ofte tot zodanigen anderen peene en straffe als uwelE Achtb over Een kom stig der gevenigens ge„ pleegde en orme misdader zullen vinden te behooren /onderstont R: I: V: D Riet /in margine) Exhibiteum in Iudicia den 23:' November 1786 Copia Seer Goede Vriend Eberschn: Copia sie daar nu het ongeluk boven myn hoofd bij malkander, myn Elenden zijn zoo groot dat ik het Naauwlyks kan Oversien, den 22 October deses Jaars des Avonds Omtrent half Elf hoe schrikkelyk een moord toneel zig ten mijnen huyse heeft opgedaan, in myn absentie vol bragt door 6 slaave Iongens dewelke als slagters Iongens ten mynen huyse gelogeerd, maar hoe schrikkelyk hebben zy met mijn vrouw geleefd, haar het hoofd van Malkander gestooken en geslaagen en hoe onbarntig zij myn Jongste Dogter hebben vermoord en hoe EEendig myn zoon stoffel en mijn Dogter Cautje zyn gequetst in haaren hoof Hoe bedroeft hebben zy niet mijn slaaven en slaavinnen behandeld mijn Iongen Hector met een mas in zyn hert gestooken, doen hij lag te slaapen Ragel de meyd ook desgelyks, Vilida met 6 gevaarlyke wonden in haar bloed laaten omtrent Versmooren, beneffens hebben Joseph Craamer met Twee steeken swaarlyk gewond van alle gekwets te huur opkomst kan ik niets voorspellen terwijl ik nog geen beterschap sien kan. Sij hebben na tien verschrikkelyke moorden, mijn Cabinet kisten en lasten open gekapt, en alles wat hun aangestaan heeft mede genomen Orlogies Silver werk en goud myn en myns vrouws kleeren hemden hoe genaamd alles wat goed =den. en heb agt den ren h en niet swaar was mede genomen: aan Contant papiere geld hebben zy mij op de last gelegd dat ik het konde vinden. — 1 5 Eijs 1. swartse rok 1 swartte Camisool dito Broek beneffens zoo veel Lampher als ik nodig zoude hebben om rouw te dragen hebben sy my op de aarde neder geworpen Een hemd voor mij een hemd voor mijn Vrouw hebben sij ook gelaaten. sie daar nu myn Vriend hoe het fortuijn bij mij een keerom neemd, zoo ik nog zoo gelukkig was dat ik myn swaar gekwet ste vrouw en kinderen mogte behouden dan zoude ik het nog konnen ter nood versmerten zoo dat niet mogte geschieden is het ongeluk voor Een Mensch te groot geliefd het bij mine Schoon Ouders te berigten maar op een term datsij niet te veel verschrikken, beneffens doet ook volgens deese schrijven aan den Heer Landdrost bekend maaken ook den Heer Blankenstijn en verdere vrinden die UE denkt dat sullen aandeel nemen in min al te groote droefheijt (onderstond kan niet meer en groete /was getekend) S: Rothman /in margine/ den 24 October 1786 Lager Na gedaane Collatie is desen met drie Origineel ten paoli ticquen Secreturye berustenden in allen deelen accordeerende bevonden /was getekend/ F: G: Diemel /gesw Clercq

NL-HaNA_1.04.02_10984_0615 view scan ↗

English

Today, 6 November 1786, appeared before me, Menso Blankstein, Secretary of the Colony of Swellendam, in the presence of the after-mentioned witnesses, the Burgher Joseph Cramer of Stiepkien in Germany, of competent age, who, at the requisition of the Merchant and Landdrost here, Mr. Constant van Nult Onkruyd, declared it to be true: That on the 22nd of the just past month of October, at the place of the Burgher Sebastian Rothman, called de Heuningklip, where the appearer resides, in the twilight of the evening, there came six slave boys, whom the appearer, leaning over the door, asked in substance whose people they were. Whereupon they gave as an answer: that they were slaves of Jonas van der Poel, at the same time handing over to the appearer a pass, along with a written authorization to purchase cattle. The appearer took these two letters and showed them to the wife of the said Rothman, he himself not being at home, and subsequently gave them back to them. That the said slaves then asked whether they might stay there that night, which the above-mentioned wife of Rothman not only permitted, but in addition gave them food from her table. After which they asked through a house slave, named Hector, for a mat to sleep on, and the repeatedly mentioned woman had two mats given to them by the appearer. That the wife of the repeatedly mentioned Rothman thereupon went into the room with her children and the female slave Martha, and the appearer went to lie down on a couch in the front room; and being asleep, was suddenly awakened by a stab just below his heart. Whereupon, thinking he had received a blow with an axe, he said: "Well?" whereupon the appearer, jumping up, received a second stab in his right side. That the appearer, thereupon getting a chair in his hand in the dark and threatening the said murderers with it, they ran into the kitchen, and the appearer took flight outside and hid himself in the valleys, and there heard the wailing of the woman and slaves, without being able, and also out of fear of worse, daring to come to their aid. That the appearer, it being daylight, crawled to the house and went to lie down in the kitchen near the slave Hector, who, as was later discovered, had already been murdered. That shortly thereafter, there was a knock at the kitchen door; the appearer had not dared to open it, but upon hearing the name of the Burgher Jacobus Boshoff, being a brother-in-law of the repeatedly mentioned Rothman, he had the door opened by the above-mentioned female slave Martha, and followed the said Boshoff into the front room, and there sat down on the couch. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, offering to confirm the same with a solemn oath. Thus done at the Heuningklip in the presence of the Colony's Surgeon, the honorable Frans Sommer, and Fredrik Wolf of Ruberg as witnesses, who, along with the appearer and me, the Secretary, have properly signed the minutes of this. Below stood: which I witness. Was signed: M: Blankstein, Secretary. Today, 18 November 1786, appeared before me, Cornelis van Aarssen, Secretary of the Honorable Council of Justice of this Government, in the presence of the witnesses to be named hereafter, the Valiant Master of Equipage Francois du Minij, the Junior Merchant and Commissioner for the Muster, the Honorable Egbertus Bergh, and the Valiant Lieutenant of the Burgher Cavalry Johannes Gijsbertus van Reenen, who, at the requisition of the Merchant and Landdrost at Swellendam, Mr. Constant van Nult Onkruyd, declared it to be true: That the appearers, who, according to a resolution of the Honorable Council of Policy, had set out on a commission to Mossel Bay and Plettenberg Bay, when they had progressed on their return journey as far as the Outeniqualand, at the place of the Burgher Godfried Fredrik Koch there, on the 22nd of October last, from a letter from the Field-Sergeant Botha sent by express to the country people living in that vicinity, had first learned that the wife of a certain Sebastian Rothman, on the 20th preceding, while he was away from home, along with all her children and further household, had been killed by six slaughterer's boys belonging to the Burgher Lieutenant Jonas van der Poel. That the appearers, having arrived on the 24th following at the Honingklip, where that pitiable incident took place, upon the ocular inspection which they made of everything, it appeared to them that the lust for plunder must have been the prompting cause of this atrocity, chests, cupboards, doors, and windows, etc., having been chopped open, and everything of any value having been stolen away. While at that time the bystanders related to the appearers that they had learned from a certain Cramer and a Mozambican female slave, who, after receiving several wounds, had escaped in an extraordinary manner from the hands of those villains, the following details of this case: That namely, towards the evening, there had arrived at the house six boys who

Dutch transcription

Huyden den 6 November 1786 Compareerde voor mi Menso Blankstein Secretaris der Colonie Swellendam present de nagenoemde getuygen den Burger Joseph Cramer van stiepkien in 't teulschen van Competenten ouder =dom dewelke ter requisitie van den Coopman en Landdrost alhier den Heer Constant van Nult Onkruid verklaarde hoe waar is. Dat op den 22 der even afgeweekene maand October ter plaatse van den Burger Sebastian Rothman, genaamd de Steuning klip, alwaar den Compt woonagtig is, in den scheemer Avond gekomen waaren ses: slaaven Jongens, aan welke den Compt over de deur Leggende Substantieelijk gevraagd hadden wiens volk zy waaren waar op zylieden ten antwoord gegeven hadden: dat zy slaaven waarom van Jonas van der Poel, teffens aan den Comp een padbriefje, benevens een Schriftelyke Last, om vee in te koopen, overgesinden welke twee brieven den Compt genomen en aan de Vrouw van gem Rothman zijnde hy zelv niet te huijs getoo#t, en vervolgens aan hent, weder gegaven had. Dat gem: slaven als doen gevraaijd hadden: of zyl: dien nagt aldaar mogte blyven ? 't geen boven gem vrouw van Rothman, niet alleen toegestaan, maar hent daar en boven nog kost van haare tafel ge¬ geven had, waar na zyt door een sluut tant egd l uw et hieden g t en - slaav van huijs, Hector genaamd, een Matje gevraagd hadden, om op te slaapen; gelyk meerm: vrouw hent: dan ook twee matjes door den Compt hadde laaten geeven. Dat de vrouw van meerm Rothman daar op met haare kinderen en de slavin Martha in de Camer gegaan, en den Comp=t op een Rustbank in't voorhuijs was gaan Leggen; en in slaap zynde schielijk was ontwaakt, door een steek even onder zyn hart; waar op denkende een slag met een byl gekreegen te hebben, gesegd hadde: nou ? als wanneer den Compt opspringende nog een tweede steek in zyn regter Zyde bekomen had. Dat den Comp daar op in donker Een stoel in de hand krijgende en daar mede gem Moordenaars dreijgende, zyl in de Combuijs geloopen waaren, en den Compt de Vlugt naar buyten genomen en zig in de Valleien verstooken en aldaar het Jammeren van de vrouw en slaven hadden aangehoord, zonder deselve te kunnen /en ook uyt vreesen van erger ( te hulp te durven komen. — Dat den Compt dag zynde, naar huijs gekroopen, en in de Combuijs bij den Slaas Hoctor, welke gelik naderhand ontdekt wierd, reeds vermoord was, was gaan Leggen. Dat kort daar na, aan de Combuijs deur geklopt was, den Compt niet had durven open maaken, maar op het horen van den naam van den burger Jacobus Boshoff — Boshoff, zynde Een swager van meerm Rochman, de deur door bovengem Slavin Martha, had: doen openen; en gemelde Boohoff tot in't voorhuys gevolgd, en aldaar op de Rustbank was gaan setten. Niets meer Verklaarende geeft den Compt voor reedenen van Weetenschap als in den text met presentatie het selve met Solemneele Eede te staaven. Aldus gepasseerd aan de Heuning klip in 't byweesen van 's Colonie Meester de Eersame Frans Sommer en Fredrik Wolf van Ruberg als getuygen die de Minuuten deses benevens den Compt ende mij Secretaris mede behoorlyk hebben onder teekend /onderstont/ 't welk ik getuygen /was getekend/ M: Blankstein/ Secretaris Huyden den 18 November 1786 Compareerden voor mij Cornelis van Aarssen Secretaris van den E achtb raade van Iustitie deses gouvernements, present de na te noemene getuijgen, de Manhafte Equipagie meester Francois du Minij den ondercoopman en gecommitt=dn tot de Monstering d' E Egbertus Bergh en den Manhaften Luytenant der burger Carvallerije Johannes Gijsbertus van Reenen, dewelke ter requisitie van den koopman en Landdrosz te Swellendam de Heer Constant van Nult Onkruijd ver klaarden hoe waar is. Dat tjes k te man vin n was zyn met een hadde: genden Zyde de de Compt het hadden en te is leggen. huijs t had bun zig Een er Dat de Compten. die zig volgens besluyt, van den E Achtb: Rade van Politie in Commissie naar de Mossel en Plettenbergs Baaijen begeven hadden, wanneer zij in hunne te rug zeijnen waaren ge vorderd tot in't Oute Neguasland, op den plaats van den Burger Godfried Fredrik Koch aldaar op den 22 October laatstl: uijt een brief van den Veld wagtmeester Botha per Expressen aan de in dien omtrek woonende Landlieden afgesonden, voor 't eerst, hadden vernomen gehad„ dat de Huysvrouw van zeekeren Sebastian Bothman den 20e bevorens terwyl hy van huys was, met als haar kinderen en verder huijsgesin¬ door ses slagters Jongens van den Burger Lieutenant Jonas van der Poel was om 't Leven gebragt. Dat de Comp=ten op den 24 daar aan volgende aan de Honing klip, alwaar dat deernis Waardig geval kwam te Exteeren gearriveerd zynde, by den dculairen Inspectie, die zy van 't een en ander hadden genomen, aan hun gebleeken is, dat de zugt tot roof, d'aanleydende Oorsaak van dit gruwelstuk moet geweest zijn, als zynde kisten, Cassen, deuren en Vengsters & opengekapt, en alles dat van eenige waardij was weggestolen, terwyl als toen de om standers aan de Compte. hebben verhaald, dat zy van zeekeren Caamer, en een Mo= Lambuysen slave meyd, dewelke na het bekomen van verscheydene worden op een zeldsaame weijse uijt de handen dier booswigten ontkomen waaren, hadden vernomen de volgende omstandig heden van dit. geval. Dat Namentlyk tegens den Avond aan huys waaren gekomen ses Jongens welke

NL-HaNA_1.04.02_10984_0619 view scan ↗

English

who, presenting an ordinary pass as butcher's boys of Jonas van der Poel, had requested shelter until the next morning. That since the said house was located on the main road, and it happened often enough that such boys came to spend the night there, the woman had granted their request, designating the kitchen for them to sleep in, for which purpose, after having provided them with food from her own table, she had explicitly sent back a small mat. That everyone had subsequently retired to rest, and the aforesaid boys had also appeared to do so. However, when the entire household lay in a deep sleep, they had jumped up and started murdering, dividing themselves for this purpose into two parties, one of which had run to the front room to do away with him, Cramer, who, due to the husband's absence, had gone to lie down on a couch there for the woman's safety, while the other was busy in the kitchen killing all the slaves, but that he, Cramer, nevertheless managed, after receiving two severe wounds, one in the chest and the other in the belly, to get the front door open and take flight. That those murderers thereupon, after having [illegible] having surrounded the windows of the room in which the woman was sleeping with her children and the above-mentioned slave women, had chopped open the door of that room with axes, and had beaten her with clubs, which the appearers found left behind in the house, still bloodied, all over her body, but mainly on the back of the head, which was thereby completely crushed, in such a manner that she had fallen down for dead, and deprived her youngest sons of life in the same cruel manner, and had also inflicted several blows on another besides a chop with an axe to the back of the head, whereby he had likewise lost consciousness. That in the meantime the frequently mentioned slave woman, having taken hold of the suckling child and another little girl, had crawled under the bed with them in order to hide there, in which she had succeeded so far that the little girl escaped with a light wound to the head, and the suckling child remained completely unharmed, while she, on the other hand, had been stabbed in the legs and had only avoided receiving more severe wounds by feigning death. That the aforesaid murderers had after this broken open the chests, cupboards, etc., and taken from them everything that was of any any value, subsequently taking flight with the plundered goods. That the appearers, in accordance with these statements, upon their arrival, besides two slaves who were already buried, also found the above-mentioned little boy coffined, while the remaining persons, especially the woman and a slave woman, which latter had been stabbed all over her entire body to such an extent that the intestines hung out of the wounds in several places, were indeed still alive, but all nevertheless in mortal danger. The appearers further declare having assisted at Swellendam at the extrajudicial interrogation and the inspection of the criminals, and that a large portion of the stolen goods was then found in their possession, consistent with the statement of Rothman himself, and consisting among other things of three watches, a clasp purse with some gold money, five black satin rolls, etc. Declaring nothing more, the appearers gave as reasons for their knowledge as in the text, being prepared to confirm this further. Thus passed at Cabo de Goede Hoop, in the presence of the clerks Coenraad Nelson and Johannes Henricus Visscher as witnesses, who have duly signed the minutes hereof along with the appearers and me, the secretary, which I witness, was signed: C: van Aarssen, secretary. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the Valiant Equipment Master Francois Duminy, the junior merchant and commissioner for the muster, the Honorable Egbertus Bergh, and the Valiant Lieutenant of the Burgher Cavalry Johannes Gijsbertus van Reenen, who, having had this their preceding declaration read out distinctly word for word, testified to persist and abide by it, desiring that nothing more shall be added to or taken from it, and therefore each of them individually spoke the solemn words, So truly help me God Almighty. Thus done and reviewed at Cabo de Goede Hoop, 21 November 1786. Was signed: F: Duminy, Egbertus Bergh, and J: G: V: Reenen; in the margin: as commissioners, J: M: Horak, and A:s van Sitbert Lager; in my presence, was signed: R: P: V: D: Riet, sworn clerk. Let this boy pass, named Andries, Aagus, Salomon, Jonas, Welkom, Loewies, Klaas the Hottentot, up to the Zondagsrivier to David Koen and to go fetch sheep and cattle. Below stood: J: V: van der Poel. In the margin: 28 September 1786. Let this boy pass, named Andries, Augus, Zalomon, Jonas, Welkom, Loewies, Klaas the Hottentot, up to, up to to the Groot-Visrivier to go fetch sheep and cattle. Below stood: J: van der Poel. In the margin: 28 September 1786.

Dutch transcription

welke onder vertoning van een gewoon padbrafjen als slagters Iongens van Jonas van der Poel hadden gevraagd om Leyfberging tot 's anderen daags 's morgens. Dat dewijl het gedte Huijs aan den grooten weg gelegen was, en het wel meer gebeurde, dat diergelyke Jongens aldaar kwaamen over nagten, de vrouw hun derselve versoek had g'accordeert, met aanwijsing van de Combuys, om daar in te kunnen slaapen, waar toe zy nog na hun van Eeten van haar eygen tafel voorsien te hebben, expres een matje had agter gesonden. Dat een ieder zig vervolgens ter ruste had begeeven en de voorsz Jongens en de voorsz Jongens zulx ook hadden schynen te doen. Dog dat zy wanneer het gantsche huijs gesin in diepen slaap lag waaren opge sprongen en aan 't moorden geslagen verdeelende zig ten dien eynde in Twee parthyen, waar van de eene naar 't voor huys, was geloopen, om hem Caamer, die wegens de afweesendheyd van den man tot 's vrouwsVijligheyd aldaar op een Ruse bank was gaan Leggen, van kant te helpen, terwijl de andere in de Combuijs bezig was, alle de slaaven af te maaken, dan dat het hem Cramer egter gelukt was naar het bekomen van Twee swaare wonden, de Eene in de borst en de andere in de buijt de voordeur open te krijgen en de vlugt te neemen Dat die Moordenaars daar op na de van naar hadden plaats daar bree ressen leeden gehad, tean huys gesin¬ volgende Waardig by den der is, dat a als r& waardij k dies o t - de vengsters van de Camer waar in de vrouw met haare kinderen en bovengemelde slavinnen kwamen te slaapen beset te hebben, de deur van dat vertrek met bylen hadden opge„ kapt, haar met knuppels /welke de Compe nog bebloed in't huijs agtergelaten vonden, over het gantsche Lichaam, dog principaal op het agterhoofd dat daar door ten eenemaalen vermorseld was, dermaten hadden geslagen, dat zy voor dood was Neergevallen en van haare Jongste Soontjes op deselve Cruelle wijse van het Leeven beroofd, en een anderen behalven Een kap met een Bijl op het agterhoofd ook verscheyde slagen hadden toegebragt, waar door hy mede buijten kinnis was geraakt Dat de meergerepze Slaavinne in die tusschen tyd zig meester gemaakt hebbende van het zuygend kind, en nog een klyn meijsje, met deselve onder 't bed was gekropen #mde aldaar te verbergen, waar in zy zoo Verre was geslaagd, dat het meijsje met een Ligte wonde aan het hoofd vrij ge¬ raakt, en 't Zuygend kind gantsch onbe schadigt gebleeven was, terwijl zy daar en tegen egter in de beenen was gestoken geworden en het bekomen van swaarder wonden alleen geeviteerd had, door zig dood te Reijnsen Dat de voorsz Moordenaars hier na de kisten, Cassen & opengebrooken en daar uijt alles genoomen hadden dat van eenige eenige waarde was, zig met het gespolieerde goed vervolgens op de Vlugt begeevende.— Dat de Comp=ten dan ook volgens dese opgaaven bij hunne komst, behalven twee slaaven die reeds waaren begraaven, het bovengem Jongetje gekist hebben gevonden, terwil de overigen per soonen, voor al de Vrouw en Een slaarin, welke laatste dermaaten over het geheele Lichaam gestooken was, dat de Ingewanden op verschijden plaatsen uijt de wonden hingen, wel nog in Leeven, maar alle egter in doods gesuar waaren. Verclaarende de Comp=ten voorts te swellendam bij 't Extra Judicieele verhoor, en de visitatie der misdadigers te hebben geadsisteerd en heeft men als toen een groot gedeelte van het geroofde goed overEenkomstig de opgaave van Rothman zilve, en bestaande onder anderen in drie Horologies Een Beugeltas met eenig goud geld vyf swart Sattyne rollen & bij hun gevonden. Nuts meer verklaarende gevende Compten voor reedenen van Weetenschap als in den text bereyd zynde, zulx nader gestand te doen. Dat aldus passeerde aan Cabo de goede hoop, ten byweesen der Clercquen Coenraad Nelson en Johannes Henricus Visscher als getuigen die de minuuten deses benevens de Compten ende mij Secretaris behoorlyk hebben onder teekend /onderstont/ 't welk ik getuijge /was getekend:/ C: van Aarssen/ se cretaris Compareerde voor de ondergetekende ƒ - gecommitteerdens uijt den E Achtb. raade van Iustin deses gouvernements, de Manhafte Equipagie Meister Francois Du minij den ondercoopman en gecommitt„ tot de monstering, d' E Egbertus Bergh en den Manhaften Lieutenant der Burgergewallerye Johannes Gijsbertus van Reenen dewelke dese hunnen voorenstaande verklaaring van Woorde tot woorden distinct voorgeleesen zynde, betuygd daar by te blyven persisteeren met begeerte dat daar niets meer by ofte van gedaan werden zul en spraaken dierhalven een yjder in't bijsonder de Solemneele woorden, soo waarlijk help mij God Almagtig, /onderstont/ Aldus gedaan en gerecolleert aan Cabo de goede hoop den 21 November 1786 /was get Akend I: Duminij Egbertus Bergh en J: G: V: Reenen (in margine) als gecommitteerdens / J: M: Horak e A:s van Pitbert Lager /mij present (was getekent) R: P: V: D: Riet / gem Clercq Laat dese Jongen passeeren genaampt Aan¬ dries Aagus Salomon Jonas Welkomp Lae¬ wies Klaas de hottentot tot na Zondag revier na david Koen en B Schaapen en bees te gaan haalen /onderstont J: V van Der Poel in margine den 28 September 1786 Laat deese Iongen passeeren genaamt Aandries Augus Zalomon Jonas Welkomp Loewies Klaas de hottentot tot nog tot na . na groot vis rievier om schaap en bees te gaan haalen /onderstont./ J: Van Der Poel /in margine/ den 28 September 1786

NL-HaNA_1.04.02_10984_0624 view scan ↗

English

Articles drawn up. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the slave August van de Caap, bondservant of the burgher David Benjamin Daljee, who to the adjacent interrogatories has answered in such manner as is noted beside each, and submitted to the gentleman commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, by and on behalf of Rijns Johannes van der Riet, sworn clerk of the aforesaid secretariats, qualified in official capacity to observe the affairs of the Landdrost of Swellendam, Constant van Nult Onkruijd, in order that the slave August van de Caab belonging to the burgher David Benjamin Daljee, prisoner here, may be heard and interrogated thereon, with his responses to be given properly noted in the margin hereof. Article 1: His prisoner's name, birthplace, age, and whose bondservant he is. Answers: August van de Caap, aged by estimation 26 years, bondservant of the burgher David Benjamin Daljee. Article 2: When he prisoner first deserted from his master. Answers: in the month of December of the year 1785. Article 3: Whether this was not more than a year ago. Answers: as before. Article 4: Who then also deserted with him prisoner. Answers: that the first time with him prisoner also deserted the slave Jonas of the burgher Willem van Reenen, and Mey of the burgher Johannes Engel. Article 5: Whether he prisoner did not then have or carry along a butcher's pass. Answers: yes, in the name of the valiant burgher lieutenant Jonas Albertus van der Poel. Article 6: Where that pass went. Answers: lost. Article 7: Whether he prisoner did not lose that pass in crossing one of the rivers. Answers: yes. Article 8: What that river is called. Answers: in crossing the Gamtouw river. Article 9: Who wrote that pass for them. Answers: Valentijn van Tampour wrote that pass at the request of the abovementioned Jonas of Willem van Reenen. Article 10: What he prisoner paid for the writing of that first pass. Answers: that Jonas gave Valentijn a silver watch for it. Article 11: Where and who captured him prisoner and the other fellow-deserting slaves. Answers: across the Gamtouws river by one Pieter Leraes. Article 12: What their intention was at that time. Answers: that Jonas had told him prisoner that he would take him to the Kaffir country. Article 13: Whether he prisoner, also having an eye on the other, was of the intention to overrun farms or commit murders. Answers: no. Article 14: If so, whom he and the other prisoners then had in mind to kill. Answers: lapsed. Article 15: Whether when he prisoner was brought Cape-ward, he did not shortly thereafter desert again, and with whom. Answers: yes, with Jonas of Willem van Reenen, Andries of Christiaan Velbron, Saupen of Jan Buurman, Damon of Jochem Lenneken, and Welkom of the widow Daniel Beets. Article 16: Who was the first who spoke of the desertion. Answers: that they all agreed to it together. Article 17: Whether when he prisoner had agreed with his other fellows to desert, they did not intend to advance further inland by daylight. Answers: yes, that they all spoke of it together in order to get further inland by daylight. Article 18: Whether it was proposed by one or more of them to take along a forged pass again. Answers: yes. Article 19: By whom that pass was procured. Answers: that he prisoner with Andries van Velbron and Damon of Janneke went to the house of Captain Military Paulsen residing here, and fetched the passes from there. Article 20: Whether he prisoner also knows who wrote that pass. Answers: a small person at the house of the aforementioned Paulsen. Article 21: Whether this was not written by a person who lives at the house of the Captain Military Paulsen recently arrived here from Batavia, named Johannes Jacobus Fabritius. Answers: does not know the name, but indeed as in the previous article. Article 22: Who requested those passes of that youth. Answers: Andries van Velbron. Article 23: Whether that youth wrote this of his own accord or whether it was dictated to him by one of the prisoner's gang, and by whom. Answers: that he prisoner dictated it to that youth. Article 24: To show the prisoner the passes and ask if these are not the passes that were taken along by them. Answers: yes. Article 25: How much was paid for that pass and by whom. Answers: that Andries van Velbron paid two rijksdaalders for it. Article 26: Who received that money for it. Answers: the youth. Article 26 and a half: Whether he prisoner did not request that pass from that youth himself. Answers: as before. Article 27: If not, by whom then. Answers: lapsed. Article 28: Whether that youth was not prompted thereto by his mother who also lives with the said Paulsen. Answers: that indeed a maidservant in the house of Paulsen had prompted that youth, but does not know if she was the mother of that youth. Article 29: Whether that youth was fetched from school for that purpose by his mother or another. Answers: yes, that that youth was fetched from school twice by a maidservant. Article 30: Whether the one who received that money or wrote it also knew what the design was or what was to be carried out. Answers: no. Article 31: Whether their intention upon deserting from here was also to commit murder. Answers: no. Article 32: Whether he prisoner, or as far as he prisoner knows another of the gang, also made that intention known to this or that one of their good friends here. Answers: does not know. Article 33: If so, who they are, and to state the same distinctly. Answers: lapsed. Article 34: Where the agreement was between him prisoner and the others to meet together. Answers: that no agreement was made, but that they would find each other at the Soutte river. Article 35: Whether they were also lodged there at night. Answers: no. Article 36: Whether he prisoner or who of them tarried for a while in the slaughterhouse at the Soutte river. Answers: he prisoner did not, but [illegible] of them.

Dutch transcription

Articulen gedaan maaken Compareerden voor ons onderge„ teekende gecommitteerden uijt den E Achtb raad van Iustitie deses gouvernements den slaaf August van de Caap LeijfEijgen van den burger David Benjamin Daljee dewelke op de nevenstaande vraag poincten zoodanig geant woord heeft als besyden een yder is bekend gestelt 105 en aan Heeren gecommitteer dens uyt den E achtb Raad van Iustitie des Casteels de goedehoop overgegeven, door ende van wegens Rijns Johannes van der Riel gesw Clercq her voorm. secretarisen in Officio gequalificeert ter Waar neeminge der zaaken van den Landdrost van Swillendam Constant van Hult Onkruijd omme daar op gehoord en ondervraagd te werden den slaafs August van de Caab toebehoorende den burger David Benjamin Dalzee gevz alhier, zullende desselvs te gevene responsiven in margine deser behoorlijk werden bekend gestelt. — Arb 1: zes geva naam geboorte zegd August van de laap plaats, Ouderdom en wiens oud na gissing 26 Jaaren Leyfeggen van den burger lyf Eijgen hy is David Benjamin Dalzee £ zegd in de maand december Wanneer hy geda van zyn Leijfheer het eerst opgedrostn des Jaars 1785 Logd is. Art 3 . E zegd Ja egd als vooren gevz mede is op gedrost den Slaat Jonas van den burger Willem van Reenen en Mey van den burger Johannes Engel zegd. Ja op de naam van den manhaften burger Lieuken nant Jonas Albertus en op wien naam van der Poel zegd Verlooren zegd in't overgaan van de Gamtouw hoe dat de rivier is genaamd„ revier zegd van Valentijn van Tampour Wie dat briefje voor hen geschreven heeft dat briefje geschreven op het versoek van bovengem Jonas van Willem Van Eeenen heeft. zegd dat Jonas daar voor aan dat hy gev voor het schrijven Valentyn gegeven heeft een van dat eerste briefjes heeft be silvere horologien taalt of hy get niet dat briefje is kuyt geraakt in't overgaan van een der revieren. Waar dat briefje gebleven is. of hy get toen geen had of slagters briefje mede heeft gehad -5 opgedroot zegd dat de Eerste reysen met hem wie toen met hem gevr mede is tert of zulx niet als ruym voor Een Jaar is geweest dit 5 Aent 11 Zigd Heen zin zeijd Over de Gamtouws riesier door Eenen Pieter Leraes zegd dat Jonas hem gevz gesegd wat hun voornemen als toen had, dat hij hem naar het geweest is. Cafferland zoude brengen zegd Vervald Legd Ja met Jonas van Willem of Wanneer hy get Caab waard van Reenen Andries van gebragt is, niet kort daar Christian Velbron Saupen na weder is opgedrost en van Jan Buurman Samon met wien van Jochem Lenneken en welkom van de Wede. Daniel Beets Wie de Eerste geweest is die van zegd dat zy alle te samen het drossen gesproken heeft daarin over een gekomen of wanneer hy get met zyne zegd: Ia datse alle te samen daar van hebben gesprs overige makkens afgesproken ken om door dien dag verder had om te drossen, niet door land wicaado in te komen Legd: ma 14 zoo Jan Wien hy en de andere gevr dan in sin hebben gehad, om zegd 't Leven te brengen of hy get benevens de andere ook van meening zyn geweest om plaatsen af te loopen ofte om moorden te plegen zeg waar en wien hem gev en de an¬ deren mede drossende slaaven heb ben gevangen genomen een g Zg zegd: Ja zegd den naam niet te weeten maar wel zoo als op het Voorige Articul zegd dat hy gevn met Andries door wien dat briefje is bevorgde van Velbron en Damon van Janneke na het huys van den hier remoreerende capitain Militair Paulsen gegaan zyn en van daar de briefjes hebben afgehaald =20 zegd: Een klyn persoon ten huysen of hy get ook weet wie dat van evengemelde Paulsen brukjen geschreeven heeft! 21 of zulx niet is geschreven door een persoon die ten huyse van den Onlange alhier van Batavia aangekomene Capitain Miitair Paulsen woond in naamen Iohannes Jacobus Fabritius 22 Wie die briefjes aan dien Jonge ling heeft vervogt. 23 zegd dat hy get dien Iongeling of dien Iongeling sulx geschreeven heeft uyt zyn eygen dan wel zulx voorgezigd heeft: door een van des gevr Complot is voorgeoegd en door Wien. Zegd: Andries van Velbron Art 18 de get de briefjes te Vertoonen en te vragen of dit niet de briefjes zyn die door hun zyn mede genomen een dan wel mier van hun is geproponeerd om weder een val briefje mede te nemen art 24 - Art 24 betaalt heeft zegd den Iongeling Zegd. als vooren 25 zegd dat wel een meyd in't huis en of dien Jongeling niet door zeg van Paulsen dien Iongeling zyn moeder die mede by gemelde had aangeset, dog niet te paulsen woond, daar toe aan weeten of het de moeder van geset is geworden dier Jongeling is geweest Vervalt 26 of dien Iongeling tot dat eijnde zegd Ia dat die Iongeling door zyn moeder of een ander twee maalen door een meyd is uyt school gehaald is uyt school gehaald! 25 zegd dat andries van Velbron Hoe veel voor dat briefje is daar twee regads. voor betaald en door wien? Zegd Neen Zigd Neen - 30: of hun voorneeming by op 29 of die geene die dat geld ontvangen zegd of geschreeven ook geweeten heeft wat het dessein is geweest of wat er zoude uytgevoerd worden Le 26½ zoo Neen door wien dan of hij get dien Jongeling om dat briefje niet zelfs heeft versogt 28 Wie dat geld daar voor heeft ontvangen. drossing 9 Leg Vervald Legd dat er geen afspraak ge¬ Zegd Nteen zegd zulx niet te weten: nomen is, dat zylieden malkanderen aan het Loutte revier zoude vinden. — Legd. Neen zegd hy get niet maar op 36 of hy get dan wel wien van 35 of zylieden des nagts ook aldaar zyn gelogeert geweest! of hy get dan wel een van hem in de schaggerij aan't soutte rovier met een poosje hebben vertoofd 34 S 33 waar de afspraak was van hem gevr met de anderen om by elkanderen te komen! 32 zoo Ja wie die zyn en deselve Distinct op te geven 5. Cent 31 of hy get dan wel voor soo verre hy get: weet een ander van het Complot, dat voor nemen aan dine of geene van hun goede vrienden alhier ook hebben bekend gemaakt drossing van hier ook geweest is, om te moorden! den hun

NL-HaNA_1.04.02_10984_0630 view scan ↗

English

Lapses. Lapses. Lapses. the other fellow prisoners have acknowledged not to know such had with the Mahomedan Priest Norman. their acquaintance with the Maho States not to know such. 38 States that he the deponent knows nothing of the leaden token, To show the prisoner the leaden token but rather the and to ask who procured that for them! slave Jonas who brought that along. Lapses. Whether all the prisoners believed in the power of the execution of that little letter. States: 42 41 Whether he the deponent does not know the material contents of the superscriptions. States: 40 Whether the prisoner also knows to what purpose actually that leaden token was to serve. States: 39 Whether any assurance was also given to them of the power of that incantation, and by whom! Whether that priest also knew of their intention. States that him States that he also knows nothing of the powders, Lapses. States: Yes. Article 43 Whether he the deponent also knows which of them carried the powders along! but that Saripas of Buurman carried such along, and that he the deponent first saw it upon their capture. States not to know such. had nothing else on him than a knife which he lost after States: Yes, that he the deponent the murder. acted all together and none of them served as leader. States that they all States: Yes. Whether after they had met one another at the Zoute River, 48 Whether there was not a conspiracy to remain faithful to one another, and which of them was the Leader or the Captain. 46 Whether, after they had taken along all ingredients for their intention in order to succeed prosperously therein, each of them was not provided with murderous weapons! 45 What they would have carried out therewith. From whom they obtained the powders. 44 come States: Yes. States: Yes. States: Yes. 3 it was not directly their agreement, to desert over the Hottentots Holland Mountains towards the Kaffirs. Article 50 Whether they did not, in the Dunes, knock off the iron rings which their fellow prisoner Jonas had around his legs. 3 Whether Jonas did not serve as a guide. 32 Whether they were not at various places during their desertion. 53 States that they were at Conterman 5 Where and with whom. at the Moddergat to buy bread, and subsequently at the kloofmaker's and then at Christiaan Koen's, at the Hottentot Kraal, after that at Wilkens' at the Paardekraal, at the Quartel River at the widow of Hans Jurgen Louw, at the Gansekraal, then at a Barend Gildenhuizen's at the Hessequas Kloof, and subsequently at the lady the widow of Eede at the Breede River, and after that were at no place any more. States: States: No. Lapses. 55 What prevented them therein! 54 Whether they also had an intention to murder at a few places! that Lapses. States: Yes. States: Yes. 59 Whether on that occasion it was not already resolved States: No, that he had no intention among them, in case time and opportunity to murder. permitted them, to murder and Andries says to the prisoner to his face to plunder then. that he the deponent said: now is the time. The prisoner says now that such is the truth. States: No! States that all of them, after they had been half an hour in the house, agreed with one another to murder the entire household and to rob everything. States now further that it was already spoken among them along the road to murder, since their money began to run out, and indeed by Jonas of Van Reenen, Saripa of Buurman, who of them first proposed to put everyone to death there. 60 Whether they also had any hatred or envy towards the household of aforementioned Botman. 58 Whether they also showed that little letter then! 5 Whether they did not finally arrive, on the 21st of the just departed month of October, at the farm the Honingklip belonging to the burgher Sebastiaan Rotman. Article 56 Who were the instigators then in such a case? and States: Yes. States: No. and Damon of Janneke in the Bugis language, of which he understood a little, and that Damon on the way was already of the mind to put Andries to death, because the two of them had gotten into a quarrel. Article 62 Whether such was agreed to by all the deponents! 63 Whether he the deponent did not spy on that household! 64 Whether the remaining prisoners stayed far from the farm at that time. 65 And upon the report that he the deponent brought the other prisoners, was it not immediately resolved to go to the farm? 66 States: Around towards evening. At what time in the afternoon they arrived at Botman's farm. Whether the wife of Rotman, States that a tailor who since her husband was not at lived there asked them for that home, did not ask them for a pass letter. pass letter. Lapses. Lapses. Article 68 States: Yes. States: at eight o'clock. 70 Whether they did not, instead of going States: Yes, that the agreement was to sleep, stay awake to seize their time to go lie down and not to sleep, when the entire family should have in order to seize their opportunity when the household fallen asleep? should have fallen asleep, but that he the deponent, having fallen asleep, was awakened by Saripa of Buurman to begin now, saying: now is the time. States: Yes. States: Damon of Janneke according to his own statements, and indeed with two stabs. States: As far as he knows, nine persons, consisting of the wife, two children, the knecht, one slave boy, and four maids. How many persons were in the house, also counting the children and slaves? 72 Who wounded that European? Whether a European knecht was not present in that family. 69 At what time in the evening they went to sleep. Article 68 Whether, after they showed that pass letter, the wife did not shelter them and provide them with proper food and drink?

Dutch transcription

Vervald. Vervald Vervalt de andere mede gevr hebben gekend sulx niet te weeten metaanse Priester Norman hebben gehad. hun kennis met den Maho Legd zulx niet te weeten 38 zegd dat hy get. van het Lootjen den Gevr het Lootje te Vertoone niet weet maar wel den en te vragen, wie hun dat slaas Jonas die zulx heeft besorgd! mede genomen heeft Vervalt of alle de gevz aan de kragt der uytvoering van dat briefjen hebben geloofd Legt 42 41 of hy get niet den saakelyken inhoud van de Super scriptien weet Leg — 40 of den geer ook weet waar toe eygentlyk dat Lootze dienen Zegt zoude . 39 of hun ook eenige Verseekeren is gegeeven, van de kragt van die besweering en door Veen! of die priester van hun voor neemen ook geweeten heeft zeg dat hem Z ƒ. : Zegd dat hy van de poeyers mede Vervalt Legt. Ja Art: 43 of hy getn ook neet wien van hun de poeijers heeft mede genomen! niet en weet, maar dat Sarijpas van Buurman zulx mede genomen heeft en dat hy get het eerst heeft gesien by hun gevangen neeming zegd zulx niet te weesen anders by zig heeft gehad als een mes die hij na de zegd: Ja dat hy getr niets moord heeft Verlooren daan hebben en niemand van hun als opperste gediend heeft.— zegd dat zyl alle te samen ge Legd. Jan of na dat zijlieden aan het Loutte revier by malkanderen 48 of er geen samen Sweering is ge weest om malkander getrouw te blyven en wier van hun de Opperste of de Capitain is geweest. 46 of na dat zy alle in gredienten tot hun voornemen om daar in gelukkig te slagen mede hadde genomen, niet ieder van hun van moord geweeren is Voorsien geweest! 45 Wat daar mede zoude uijt gevoerd hebben Van wien zy de poeyers gekregen hebben. ƒ 44 gekomen 0 Zegd Jan Legd Jan zegd Ja 3 gekomen waren niet direct hun afspraak was, om over het Holtentots hollands gebergt na de Caffers te drossen Ant: 50 of zit niet in de Duijnen, den rengen die hun mede gev Jonde om de beenen had, hebben afgeslagen. 3 of Jonas niet als weg wijser gediend heeft 32 of zyl niet op verscheyde plaatsen zyn geweest in hun opdrossen 53 zegd, dat zylieden by Conterman 5„ waar en bij wien aan het Modder gat zyn ge weest om brood te koopen en vervolgens by de kloofmaaker en toen by Christian Koen by de Hottentots Craal daar na by Wilkens van de Walve Craal, aan de quartel revier by den wed Hans Iurgen Londen aan de gansecnaal, toen by een barend Gildenhuisen aan de Hisguassloop en vervolgens by Juff de wed van Eede aan de breeder revier en daar na op geen plaats meer geweest te zyn Zeg Legd Neen Vervald 55 Wat hun daar in heeft belet! 54 of zyl ook intentie hebben gehad om te moorden op een Vier plaatsen! dat Z Vervald koen Leijd Jan Zegd: Ja 59 of by die gelegentheyd onder hun zegd Neen dat hij geen intentie niet al reeds beslooten was, om gehad heeft om te moorden E laatsen indien hun de tyt en gelegentheyd Andries zegd de gevrn in facien toeliet, als dan te moorden en aan dat hy get gesegd heeft te plunderen is nu tit. de gev zegd thans dat zulx den waarheyd is. Walve Zegd Neen! zegd dat zy alle na dat zyt een halve uur in huys waaren met elkanderen zyn over een gekomen om het gantsche huyshouden te vermoorden en alles te roven, zegd thans nader dat er reeds op weg is gesproken onder hun om te moorden terwyl hun geld begon te mankeeren en wel door Jonas van van Reenen Saripa van Buurman die van hun het eerst gepro poneerd heeft om aldaar alle om het Leven te brengen. 60 of zyl ook eenig haat of Nyd op het huyshouder van evengem Rotman hebben gehad. 58 of zyl toen net dat briefje ook hebben vertoont! 5 of zyl niet eyndelyk op den 21 der even afgeweekene maand October op de plaats de Honing klip den burger Sebaste aan Rotman toe behorende zyn gekomen Art 56 Wie de aanraaders dan in zoo een geval zyn geweest en - Landen aan an als en een . Zyd Ja Zegd Neen en damon van Janneke in de Bougeneese taal daar hy een wynig van verstaan haft en dat Damon op wag al van meening is geweest om Andries om 't leven te brengen, terwyl zy met hun byde rusie gekregen hadden tert 62 of zulx door alle de get is toegestemd geworden! 63 of hij get dat huys houden met heeft verspied! 64 of de Overigen gev. zig verre van de plaats als toen hebben opgehouden. 65 En op 't rapport dat hy getr de andere ges gebragt heeft niet direct is beslooten na de plaats te gaan 66 Zegd: Omtrent tegens den Avond hoe laat in den agter middag zyl ter plaatse van Botman Leg gekomen zyn of de vrouw van Rotman zegd dat een snyder die vermits haar man niet te daar woord hun dat huys was hunt niet na een briefje heeft afgevraagd pad briefje heeft gevraagd Vervalt Vervald. Art68 Legd Ja zegd om agt uuren 70 of zyl niet in steede van te zegd Jan dat de afspraak was gaan slaapen, hebben gewaakt om te gaan Leggen en niet te slaapen om hun kans waar om hun tyd waar te nemen wan te nemen wanneer het huys neer het geheele huisgeven gesin zouden in slaap geraakt zoude in slaap geraakt zyn? zyn, maar dat hy get in slaap geraakt zynde door Saripa van Buurman is opgewekt om nu te beginnen net te zeggen 't is nu tyd. Legd Ja ddag lman Legd Damon van Ianneke vol gens zyn eygen gesigden en wel met twee steeken man zegd voor soo verren hy weet Negen persoonen bestaande in de Vrouw Twee kinderen de knegt Een slaave Jongen en vier meyden Hoe veel persoonen er met de kinderen en slaaven meede gereekend wel in huijs waaren 72 Wie dien Europees gewond heeft. of niet in dat huysgesin een Europeese knegt zig bevond 69 Hoe laat in den Avond zijd. gaan slaapen zyn Ant 68 of na dat zyl dat pad briefje vertoond hebben, niet de vrouw hun heeft geherbergd en van behoorlyk Eeten en Drinken heeft versoagd dat at van den 1 te een .. .

NL-HaNA_1.04.02_10984_0636 view scan ↗

English

Article 74 States that Welkom of the widow Daniel Beets chopped open the door with a cleaver. [illegible] have stabbed the same without knowing the name, distinctly to state Saripa the slave Hector with two stabs, Saripa has also beaten the woman with a kirri as well as the youngest child according to his own statements. Jonas wounded Rachel without him the prisoner knowing who stabbed or wounded the others, as he the prisoner had been outside the house to search for the farmhand who was missing. Says Damon of Janneke, the tailor, who of them the prisoner all those who [illegible] States not to know such. 76 Whether she died immediately or still shortly thereafter. States also not to know such. States not to know the name, but indeed to know that the maid who fled under the bedstead was wounded by Jonas. Who wounded the fellow female slave Ragel and how many wounds she had. 78 Who killed the slave Hector and in what manner and how many wounds. States by Saripa with two stabs and that he immediately fell down dead. 79 Who chopped open the room in which the wife of the above-mentioned Rotman was with her children and with what. Who wounded the female slave Philida and with how many stabs. Rotman States of the three children not to know, but indeed that to him Saripa killed the youngest child. Who murdered the three children of Rotman. States not to know such. Who wounded the female slave Martha. 83 Whether or not the maid hid under the bedstead with two children of Rotman. States yes according to the saying of Jonas. 84 Who of them indeed incited the others the most, or whether they were all of one mind and accomplished that murder with pleasure. The witness states that they were all content with the murder, because this was their agreement. 85 Whether he the witness with the others did not after committing the abominable murders break open all the chests and cupboards that were in that house and robbed and stole whatever they could carry with them. States yes that the other prisoners did such, but that he the witness alone is not an accomplice and only took what the others gave him. Article 80 Who killed the wife of him Rotman and in what manner. States Saripa with a kirri. Article 86 States as before. What they all have robbed. States seven coats, four rolls of satin, three silver watches, a pair of shoe and knee buckles, a quantity of handkerchiefs and furthermore still a quantity of clothing and cash money. 88 What reason they the witnesses had to leave five rixdollars in cash as well as a black coat, waistcoat, trousers and lamphe, also a shirt for the woman and one for the man, and who did such or proposed it. States not to know that such was done and also not by whom. 89 Until how late in the night or morning they remained at the place. States around midnight. 90 3/4 Where they then betook themselves. States into a forest, but having been of the intention to return to the Cape. 98 1/2 Whether they did not before they went from the place look around whether there were still persons, because seven were perceived therein. States not to know such. Article 91 Whether they went further inland or rather back Capewards. States back to the Cape. Whether they were not of the intention to run down more places. States no. 93 Whether they did not go after several wagons to rob the same as well. States no. 94 What hindered them in that. Lapses. 95 Whether they did not send one more of them to the place of the burgher Hendrik Hop. States yes that Zaripa went thither. 96 Who that was and whether such did not happen to inspect the condition of the mentioned place. States that Zaripa became separated from them at night in the dark when they had gone to the place to steal sheep while Jonas remained with their knapsack. Whether not when they saw themselves betrayed a resolution was taken unanimously among them to rather defend themselves to the last man than to surrender voluntarily. States that Damon said now is the time when he saw that he was betrayed and that he incited the prisoner and the others to rather fight to the last man than to surrender as prisoners, and that he the witness then when the Hottentots were upon his body also helped to bind the other prisoners. 99 Whether they were not of intention to come here to the Cape in order to sell the stolen goods. States yes. Article 98 By whom and whereabouts they were taken prisoner. States the Hottentot Captain Adam Prins with his men near the Caermelks Valleij by the place of Hendrik Hop. 100 Whether they also had any acquaintance in the house of the mentioned Rotman. States no, he the witness not. 101 Whether their committed murder was caused out of a lust for revenge, or only happened to steal and to rob. States that they only murdered to steal and to rob. 102 If not, how they then could in cold blood murder that household. States that they did that murder in cold blood. 103 Whether they did not kill more persons in particular or households. States no. Article 104 To rob.

Dutch transcription

Art 74 zegd dat welkom van de wed Daniel Beets de deur heeft opengehakt met een hakmes schen gestooken hebben deselve zonder de naam te weeten Saripa den Slaaf Hector Distinct op te geven, en op wat met twee steeken Saripan manier zy dit alles hebben in't heeft de Vrouw mede geslagen werk gestelt en ter uytvoer ge met een Kirrij als meede bragt het Iongste kind volgens zyn Eygen gesegdens, Jonas heeft Rachel gewond zonder dat hy gevn weet wie de andere gestoken of gewond hebben als zynde hy gevr buyten huys geweest om de knegt die Vermisz was te soeken. Legd Damon van Ianneke, de snijder Wie van hun gev: alle die men zegd zulx niet te weeten 76 of zy direct dood dan nog kort zegd zuld mede niet te weten daar na gestorven is zegd de naam niet te kennen, Wie de meede slavin Ragel maar wel te weeten dat gewond en hoe veel worden eg de meyd die onder het zy gehad heeft Ledekant gevlugt is door Jonas is gewond 8 Wie den slaap Hector heeft zegd door Saripa met twee steeken en dat hy direct om 't leeven gebragt en op dood is nedergevallen wat manier en hoe veel worden. 79 Wie de kamer daar de huijs vrouw van bovengemelde Wie de slavin philida gewond heeft en met hoe veel steeken Hotman vond zegd van de drie kinderen niet Wie de drie kinderen van te weeten maar wel dat hem Rotman hebben vermoord p Paripa het Iongste kind heeft om het Leven gebragt. zegd zulx niet te weeten zegd Ia volgens seggen van kort Jonas— hagel met de moord, want dat dit hun afspraak was zegd. Jan dat de andere get zulx hebben gedaan maar dat hy get alleen niet mede pligtig is een alleen genomen dat de anderen hem gegeven hebben — 85 of hy get ne met de anderen niet na het plegen der af schuwelyke moorden alle de kisten en Casten die in dat huys waaren hebben openge broken en geroofd en gestoolen wat zyl maar mede konde voerin. 84 de anderen hebben aangesit dan of sy alle eens gesind waaren en die moord met genoegen hebben volbragt den zegd dat zy alle te vreeden waaren wie van hun wel het meeste 83 of niet de meyd onder het Ledekant zig heeft verstooken met twee kinderen van Rotman! 82 Wie de Slavin Martha gewond heeft Ant 80 zegd Saripa met een karrij Wiede Huijsvrouw van hem Rotman heeft om het Leven gebragt en op manier Botman met haare kinderen in waaren open gehakt heeft en waar mede Art men deselve wat in heeft he is man Art 86 zegd als vooren van de plaats gequam te zin. — Legd. Neen. zegd seven Iassen Vier sattijnen wat zil al geroofd hebben rollen, drie silvere rorolo gies Een paar schoe en broeksgespen Een parti neusdoeken en voort nog een partij kleederen en Contanten zegd niet te weeten dat zulx wat reeden zy get gehad hebben gedaan is en ook niet om Vyf ryxd=s aan Contanten als meede een swartte Rok Camisool, broek en Lamphe ook een hemd voor de vrouw en een voor de man te laaten door wien. zegd omstreeks midder nagt zegd in een Bos dog van in„ waar zyl als toen zig naar tentie geweest te zyn om toe hebben begeven. na de Caap te rug te keeren Zegd zulx niet te weeten 90 ¾ of men toen nit van intentig 98½ of zylieden niet voor dat van de plaats gingen hebben rond gesien of er nog persoo nen waaren daar zeven in bespeurd wierden Leg 89 tot hoe laat in den Nagt of morgen zyl op de plaats zyn verbleeven 88 wie zulx gedaan ofte gepro poneert heeft geweest : 2 .. zegd te rug na de Caab Zegd Neën rok Zegd Neen Vervald zegd Ja dat Zaripa daar na toegegaan zegd dat zaripa van hun is geraakt des Nagts in den donker toen zylieden na de plaats waaren gegaan om schaapen te steelen terwyjl Jonas by hun Cnapsak verbleeven is of 1 niet toen zyl zig verraden zegd dat Damon gesegd heeft nu is tyt toen hy zag dat hy verraaden Lagen een besluyt onder hun was en dat hy de gev en de anderen eenparig genomen is om zig aangeoet had om Liever te Vegten tot de Laatste man Liever tot de laatste man dan zigte te verdedigen dan zig goed willig gevangen te geven en dat hy getr toen te hollentotten over te geven 96 die die geweest is en of sulx niet is geschied om de gelei gentheyd om de gem plaats afte sien! 95 of zyl niet nog een uyt hun hebben gesonden na de plaats van den burger Hendrik Hop s 94 dat hun daar in is henderlyk geweest. 93 of zyl niet verscheyde wagens zyn nagegaan om deselve mede te spolieeren! 92 of zyt niet van meening zin geweest meerder plaatsen af te Lopen. Ant9. of zyt verder landwaards in zyn gegaan dan wel te rug Caab waards geweest is om die persoonen verder te vermoorden! ha hebb hem art tanten Lam rouw het t dat ben 00 in tentig. eest Zegd. Ja Art 98 Legd de Holtentots Capitain door Wien en waar omtrent Adam Prins met zijn zyt gevangen genomen zyn manschappen omtrent de Carmelks Valleij by de plaats van Hendrik Hop. — zegd Neen hy get niet zegd dat sy alleen maar hebben gemoord om te steelen en gedaan in koelen moeder Zegd Neen =103 of zyl niet meer persoonen in het bysonder of huis gesinnen hebben om 2 Leven gebragt =102 len moeder dat huysgesin hebben kunnen vermoorden. zegd dat zy dien moord hebben zoo neer hoe zyl dan inkoe„ 101 of hun gepleegde moord uijt een wraak Lust is veroorsaakt, dan maar alleen is geschied om te steelen en te rooven! —100 of zil ook eenige kennis in't zeg huys van gem Rotman hebben gehad 99 of zyl niet van meening zyn geweest alhier na de Caab & komen ten eynde de geroofde goederen te verkoopen. hem op het lyf waaren de andere gevangs mede heeft helpen Vleugelen. art 104 te rooven L Zes

NL-HaNA_1.04.02_10984_0641 view scan ↗

English

Cancelled. 105 Whether the accused, for his own part, has been guilty of further murders. To show the accused the murder weapons and ask what belonged to him, the accused, and who used the others. He says: one of Willem van Reenen, named Jonas; the other kris from Damon of Janneken; and the chopper of Welkom from the widow Beets; and that the other witness as well as... He says: no. Cancelled. He says: a stone. He says: no. He says: no. He says: no, had no conspiracies. 112 Whether he, the witness, did not, before now, a couple of years ago, make a conspiracy to murder his master. 111 Whether they then recounted such to no one. 110 If so, who else here knew of their intention. Whether they, upon their desertion from here, intended to murder. 108 If so, to specify the same. 107 Whether any more belonged to their plot. Whether he, the witness, had a knife. He says: no, never, to have had an intention to murder anyone, but indeed to steal biscuit there. Article 104 If so, to specify the same. He says: yes. He says: yes. He says: yes. 114 Who then also sorted under his plot. He says: a lad of Dirk Beukes named Januarij, and a Jocher, the wagonmaker, named Februarij. 115 Whether the accused, now considering it in retrospect, does not understand that he has done evil. He says: indeed done evil, but committed no murders. 11 Whether he, the witness, is not aware that through this deed he is in the utmost state of guilt and has deserved death. He says: yes, to know well that if anyone is deprived of life, he must pay for such with his life, but that he has not murdered. 116 And that one may murder no one without making oneself guilty of death. 115½ Whether he, the witness, knows well that the intention to murder is as evil as having murdered oneself. Article 113 Whether he, the witness, was not then taken prisoner with some lads on the loft of his master. He says: to know nothing for his excuse, other than that he has not murdered. He says: as before. 119 What he, the witness, further can bring forward for his excuse. Article 118 What then moved him, the accused, to begin such a gruesome and inhuman murder. Thus questioned and answered at Cape of Good Hope, November 1786, before the gentlemen S. M. Horak and A. van Sittert, members of the Honorable Court of Justice, who, together with the accused and me, the sworn clerk, have properly subscribed to the minutes hereof. Below stood: which I witness. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned slave August of the Cape, bondservant of the burgher David Benjamin D'Ailje, who, these his preceding question articles with the answers given thereto having been read aloud word for word clearly and plainly, declared that he persisted therewith, not desiring that anything more be added thereto or taken therefrom, saying that all the preceding is the pure truth. Below stood: Thus re-examined at Cape of Good Hope, the 17th of November 1786. Was signed with an X, and around it written: this cross the accused placed with his own hand. In the margin, as commissioners: was signed: J. M. Horak and A. van Sittert. Lower: in my presence, was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, Andris of Calcata, who to the adjoining questions answered in such manner as is noted alongside. He says: Andries of Calcata, aged by estimation 25 years, bondservant of the burgher Christian Velbron. Articles caused to be made and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, in order, at the requisition of the sworn clerk Ryno Johannes van der Riet, qualified in office to attend to the affairs of the Landdrost of Swellendam, Constant van Nult Onkruyd, to hear the slave Andries of the Cape, bondservant of the dragoon Christian Velbron, his responses to be given to be properly noted in the margin hereof. Article 1 The accused's name, place of birth, age, and whose bondservant he is. Article 2 When he, the witness, deserted from here. He says: the day after the trunk here committed the murder. 6 To specify distinctly how many and who deserted with him at that time. He says: that they deserted six in total, and that he, the witness, with Welkom of the widow Daniel Beets deserted one day before, and that Jonas of Willem van Reenen, Saripa of Johannes Buurman, Damon of Jochem Janneke, and August of David Benjamin D'Ailly followed them the following day. Who was the first who spoke of deserting. He says: that August and Jonas constantly spoke of deserting. Whether, when he, the witness, had agreed with his other comrades to desert, it was not proposed by one or more to again take a false note along. He says: that all the accused agreed together that as soon as they could get a butcher's note, they would then desert from here, and that August was the principal one and also undertook to procure the notes for them. Whether he, the witness, also knows who wrote the notes. He says: by a small son who lives at the house of the repatriating Captain Paulsen here, who wrote the notes. Whether such was not written by a person who lives at the house of the inland military captain Paulsen, who arrived here from Batavia. He says: not to know the name of that youth, but indeed as before. To show the accused the notes, and to ask whether these are not the notes that were taken along by them. He says: yes.

Dutch transcription

Vervald hebben — 105 of de gesz voor zyn priven zig meer aan moorden heeft schuldig gemaakt, de gevr. de moordgeweeren te zegd Een van Willem van Reenen met naame Ionas de andere vertoonen en te vragen wat hem kris van Damon van Janneken gevr heeft toe behoord en wie de andere gebruykt hebben en de hakmes van Welkom van de wed Beets en dat de andere ger zoo wel in't zegd Neen Vervald zegd steen inkoe Zegd Neen in Zigd Neen zegd neen geen Coosspiratien gehad 112 of hy get niet vóor nu een 111 of zyl zulx dan aan niemand hebben verhaald! 110 zoo Ja wie alhier nog zyn geweest die hun voorneemen hebben geweeten. of zyl by hun opdrossen van hier van meening zyn geweest te moorden 108 zoo Ja deselve op te geven — 107 of er nog meer tot hun Complot behoord hebben als hy get een mes hebben gehad zegd. Neen nooijt dan een Art 104 zoo Ja deselve op te geven. paar ab E de rden. onen us Leven zegd Ja hebben Zegd Ja zegd Ja gehad te hebben om ymand te vermoorden maar wel om daar biscuyt te steelen 114 wie toen mede onder zyn Comploi Zegd Een Ionge van Dirk Beukes Januarij genaamd heeft gesorteert en Een Jocher de Wagenma ker met naame Februarij 115 of den gevne nu van agteren zegd, wel kwaad gedaan maar geen moorden gepleegd te beschouwd, nuet begryp& kwaad gedaan te hebben! 11 zegd Ja wel te weeten dat of hy get niet bewust is door zoo ymand het leven beno dese daad ten uitersten staat men werd hy zulx met zyn Leven boeten moet waardig te zyn en de dood maar dat hy niet gemoord verdiend te hebben heft- . 116 en dat men niemand vermoorden mag zonder zig selvs de dood. schuldig te maaken. — 115½ of hy get wel weet dat de meening om te moorden zoo kwaad is als zelvs gemoord te hebben! Art 113 of hy getr niet toen met eenigen Jongens is gevangen genomen op de Passolder van zyn Lyk Heer!. paar Jaaren nog een Consperate heeft gemaakt om zyn lyf heer te vermoorden aat percatien eenig zegd niets tot zyn verschooning om en te weeten, als dat hy niet gemoord heeft. ren erzigd als vooren Aldus gevraagd en Beantwoord aan Cabo de goedehoop den November 1786 voor de Heeren S: M Horak en A: v: sittert Leden uyt den E Achtb: raad van Justitie die de minuuten deses benevens den gevr ende my geww Clercq mede behoorlyk hebben gesubscribeert /onderstont/ 't welk ik getuige /was getekend./ R: J: van der Riet gesw Clercq Recollement Compareerde voor ons ondergetekende gecommit teerdens uyt den E achtb raad van Justitie deses gouvernements de voorsz Slaaf Au„ gust van de Caap LeyfEygen van den burger David Benjamin D'Ailje dewelke dese zyne vooren staande vraag articulen met de daar op gegevene antwoorden van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgeleesen zynde verklaarde denselven daar by te blyven persisteeren niet 119 dat hy get verder tot zyne verschoning zal kunnen bij brengen! tert 118 wat hem gevr dan gemoveert heeft om zoo één gruwelyke en ont minschte moord te beginnen. be nige Comploi kwaar e 700 woorden dood is A staat oor - aangetekend staat Legd Andries van Calcata oud na gissing 25 Jaaren Leyl eygen van den burger Christian Velbaon begeerende dat er iets meer bygevoegd ofte van gedaan werden zal zeggende dat al 't vooren staande de suyvere waarheyd is. onderstont Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 17 November (was getekend X en daar omme beschreeven dit kruijs heeft den Gevr eygenhandig Gested /in marginen / als gecommitteerdens/ was getekend/ J. M Hoaak en A: V. Settert /Lager my present (was getekend) R: J: V: D Riet gesw Clercq Compareerde voor ons onderge¬ Articulen gedaan maaken tekende gecommitteerdens uyt en aan Heeren gecommitteerdens den E achtb raad van Justitie uyt den E achtb raad van Justitie deses gouvernements Andris deses gouvernements overgegeven van Calcata dewelke op den nevenstaande Vragen zodanig omme ter requisitie van den gesw Clercq Ryno Johannes van geantwoord heeft als besyden der Sut in Officio gequalifi ceert ter waarneminge der zaaken van den Landdrost van Swellen dam Constant van Nult Onkruyd gehoord te worden den slaaf Andries van de Caab Leyf Eygen van den daagonder Christian Velbron zullende desselvs te geevene responsiven in margine deser behoorlyk worden bekend gestelt. tats: des gev naam, geboorte plaats ouderdom en wiens Leyf Eygen hy is Aat 1786 2 zegd Ja zegd door een klyne zoon die ten huyse van de hier remorie rende Capitain Paulsen woond, die briefjes Geschre Art 2 hier de moord gepleegd heeft gedrost zegd de dag na dat de Coffer als wanneer hy get van hier is op 6 schreeven zegd met hun sessen opgedrost te hoe veel en wien, deselve distinct zyn en dat hy get met wel op te geven met hem als toen kom van de Wede. Daniel zyn mede gedrost Beets Een dag te vooren is gedrost en dat Jonas van Willem van reenen Saripa van Johannes buurman Damon van Jochem Janneke en August van David Benjamin D' Hillij hun des anderen daags gevolgd zyn. zegd dat August en Jonas ge Wie de Eerste geweest is die van duurig hebben gesprooken te drossen heeft gesprooken. om te drossen zegd dat alle de geve te samen hebben of wanneer hy get met zyne afgesprooken om zoo dra zyl overige makkers afgesproken een slagters briefje konde krygen had om te drossen, niet door als dan van hier te sullen drossen een dan wel meer is gepropo¬ en dat August de voornaamsten neert om weeder een vals briefje is geweest en ook aangenomen mede te nemen. om hun de briefjes te besorgen. of hy get ook weet wie de brief Jes geschreven heeft of zulx niet is geschreven door een persoon die ten huyse van den Jnland alhier van Batavia aangekomene Capitain militair zegd de naam niet te weeten van dien Iongeling maar wel zoo als vooren deges de briefjes te vertoonen, en te vragen, of dit niet de briefjes zyn die door hun zyn mede genomen Paulsen van vor ersto ven ember gesteld was 1 tert tant voren van aken dens stitie geven en s van alifi zaaken Swellen Onkruyd en van lbron en deser gestelt. ts gen ven heeft af 5

NL-HaNA_1.04.02_10984_0646 view scan ↗

English

stated that Damon, August, and he, the prisoner, requested that note. stated, knowing together with both of them, whether he, the witness, had requested that youth, because he, the witness, and August did not request the note themselves, that they therefore requested that youth. stated Yes. stated that the mother of that youth had him fetched from school by a maid. stated that two skillings in paper money were paid by him, the witness, to that youth. stated that youth received that money. stated No, because they had pretended to have lost their butcher's pass. whether that youth was not fetched out of school by his mother for that purpose. 12 And whether that youth was not urged to do so by his mother, who also lives with the mentioned Paulsen. whether that youth wrote that of his own accord, or if it was dictated by one of the prisoner's accomplices, and by whom! First G: who requested the notes from the youth. Jacobus Fabritius. Paulsen lives in the name Johannes. stated that August dictated that note. how much was paid for that note and by whom. who received that money for it! whether the one who received that money or wrote it also knew what the plan was or what was to be executed. stated that the agreement was to go to the Kaffir country. stated No, to have deserted in order to come together at the Salt River. stated No. Lapsed. stated Jan, he the witness. stated No! stated No, indeed to have heard of him, but never to have seen him, much less known him. Lapsed. stated that Jonas had it, however he, the witness, did not see the token until the arrest at Swellendam. stated not to know of it. 26 whether that priest also knew of their intention. 24 23 whether he, the witness, or who among them, had acquaintance with the Mohammedan priest Norman. 22 whether they also lodged there at night. 21 whether he, the witness, or one of them, did not linger for a while in the tavern at the Salt River. 20 where the agreement was for him, the prisoner, with the others to meet together. if so, who they are, and to specify them distinctly! 18 whether he, the prisoner, or as far as he, the prisoner, knows, another of the plot, also made that intention known to this or that one of their good friends here. murders. Article 17 whether their intention upon deserting from here was also to kill. To show the prisoner the token and to ask: who provided them with that. whether any assurance of the power of that token was given to him, and by whom. 28 whether he, the witness, does not know the material content of the superscription. Article 27 whether he, the witness, also knows what that token was actually supposed to serve for. stated as before. stated No. 29 stated as to the previous articles. 30 stated that Saripa had such, but he, the witness, did not. stated not to know such. 32 stated that Saripa had said that it was for when he became ill, to then use it. stated that he obtained a knife along the way, but took nothing with him from here. stated that he, the witness, and August were always the first, but that Jonas served as guide. whether all the prisoners believed in the power of the execution of that note. whether he, the witness, also knows who among them took the powders along: from whom they received those powders. what was to be executed with that. 33 whether, after they had taken along all ingredients for their intention in order to successfully succeed therein, each of them was not provided with lethal weapons. 34 and who among them was the leader or captain. Article 35 whether there was no conspiracy to remain faithful to one another. stated Yes: stated that they spoke with Essel here at the Cape before they deserted, while drinking a glass of wine, whether they would keep their word to desert, but nothing further. Damon, stepping inside, told the witness to his face that as often as they had wine on the road, that conspiracy took place. Jonas, appearing, told the prisoner to his face the truth thereof. The prisoner now states that they drank and said to remain faithful to one another! 36 whether, after they had come together at the Salt River, their agreement was not directly to desert over the Hottentots Holland mountains to the Kaffirs. stated Yes. 38 whether Jonas did not serve as guide. stated Yes. 37 whether they did not knock off the rings in the dunes that their fellow prisoner Jonas had on his legs. stated Yes. 39 whether they have not been at various places during their desertion. stated: first at Conterman at the Moddergat; 2nd: at the Cloofmaker; 3rd: at Servaas the cook at the Bot River; 4th: at Wilkens at the Wolve Kraal where they had bought bread. where and at whose places.

Dutch transcription

zegd dat Damon, August en hy gevz om dat briefjen hebben versogt. zegd met hun beyden te weeten of hy get die Iongeling, om dat hy getz en August dien Iongen briefje zelvs niet heeft versogt ling daarom te hebben ver sogt zegd Ia. zegd dat de moeder van die Jon geling hem door een mayd uyt de school heeft laaten zegd twee raapd papieren munt hoe veel voor dat briefje is beze door hem gesz aan die taald en door wien Jongeling betaalt te zijn zegd die Jongeling heeft dat wae dat geld daar voor heeft ont geld ontvangen vangen! zegd Neen want dat zyl voor of die geene die dat geld ontvan gegeven hadden hun slag. gen of geschreeven ook geweeten ters briefje kwyt te zyn heeft wat 't disseyn is geweest of wat er zoude uytgevoerd geworden of dien Iongeling tot dat eynde door zyne moeder niet is uijt School gehaald 12 - En of dien Iongeling niet door zyne moeder die meede by gem. Paulsen woond daar toe is aan geset geworden of die Iongeling zulx geschreeven heeft, uijt zyn eygen dan wel door een van des gevz Complak is voorgeoegd en door wien! Eert G wie die briefjes aan de Iongeling heeft versogt Jacobus Fabritius Paulsen woond in naam Iohannes zegd dat August dat briefje heeft gedicteert trt ƒ haalen L g L na 't Cafferland te gaan zegd dat de afspraak was om aan't zoutte revier by elkan zegd Neen gedrost te zyn om zegd Neen Vervald om dat ersogt der te komen. door gem is aan zegd Jan hij get e ynde is uijt zegd Neen! bezegd Neen wel van hem gehoord maar hem Nimmer gesien veel minder gekend te hebben heeft ont Vervald 25 ontvan zegd dat Ionas die heeft gehad den gevz het Lootje te Vertoonen egter heeft hij get zulx niet en te vragen? wie hun dat heeft gesien als by de gevangen neeming op swillendam besorgd. zegd daar van niet te weeten of hem ook eenige Versekering 26 24 of die preester ook van hun voornemen geweeten heeft. 23 - of hy get dan wel wie van hun kennis met de Mahome taanschen Pheester Norman hebben gehad 22 of zyl 's nagts ook aldaar zyn gelogeert zyn geweest 21 of hy get dan wel een van hun in de Schaggery aan de Soutte rivier niet een poosje hebben vertoefd — 20 waar de afspraak was van hem gevz met de andere om by elkan der te komen zoo Ja wie die zyn en deselve distinct op te geven!. 18 of hy gev dan wel zoo verre hy gevz weet een ander van't Complot dat voornemen aan deese of geene van hun goede vrunden alhier ook hebben bekend gemaakt. moorden Art 17 of hun voornemen by opdrossing van hier ook geweest is, om te Johan nnes ling g hreeven wel Complak n geweesen geweest . . . 3 hebben zegd dat hy get en August altoos de eerste geweest is maar dat Jonas als weg wyser gediend heeft zegd als vooren. Zeyd Neen 29 zegd als op de voorigen Articulen of alle den gev:e aan de Kragt der uyt voering van dat briefjen hebben gelooofd 30 zegd dat Saripa Zulx gehad of hy getr ook weet wie van hun heeft, maar hy get niet de poeijers heeft mede genomen: zegd zulx niet te weeten 32 zegd dat Saripa gesegd had dat daar mede zoude uytge dat 't was zoo wanneer voerd worden. hy ziek wierd om het dan te gebruyken. zegd dat hy onder weg een mes gekregen heeft maar niets van hier mede genomen te 34 en wie van hun den Opperste of Capitain is geweest. 33 of na dat zy alle ingredienten tot hun voornemen om daar in gelukkig te slagen mede hadden genomen niet yder van hun met moordgeweeren is voorsien geweest. van wie zy die poeyers gekregen hebben. 28 of hy get nit den sakelijken inhoud van de Seeper Scrip tien weet Ant 27 of hy get ook weet waar toe eygentlyk dat lotje dienen zouden die besweering en door wien is gegeven van de kragt van dat 5 & Art 35 zegd Ja: zegd dat zijt Essel alhier aan de laap voor dat zyl gedroot zyn hebben gesprooken onder te blyven het drinken van een glas wyn of zyl niet woord hulden om te drossen maar verder niet Damor binnen treedende zegdde getz in Jaaren aan dat zoo dikwils als zij op de weg win hadden die samen sweering is geschied Jonas Compareerende zegd den gevr in facie de waarheyd daar van aan. den gevr zegd thans dat zy gedronken hebben en gezegd gt malkanderen trouw te blyven! van hum kregen Zegd Jan zegd Ja zegd het eerst by Conterman aan 't modier gat 2:/ bij de Cloofmaker 3 by Servaas de kok aan de Botrivur 4 by wilkens aan de Wolve Craal daar zyt brood gekogt hadden waar en bij wie al. 39 of zyl niet op verscheyden plaatsen zyn geweest in hun op drossen 3 of zyl niet in de duynen de ringen die hun mede get Jonas aan de beenen had, hebben afgeslagen. 38 of Jonas nuet als wegwijser gediend heeft 36 of na dat zyl aan de Soutte revier by malkanderen gekomen waaren niet direct hun afspraak was om over 't hottentots hollands gebergte na de Caffers te drossen Zegd Ja weest om malkanderen getrouw of er geen samen sweering is ge¬ bij ƒ en van toe zouden : renten daar mede der van is r te 3 1

NL-HaNA_1.04.02_10984_0650 view scan ↗

English

at Barend Gildenhuijs at the Swart Revier, where they had bought bread and wine; 6/ at Christiaan Keen at the Swart Revier, where they also bought bread; 7/ at a Hottentots craal; 8 at the widow Linde at the Geinsecraal; 9 at the Tygerhoek where they stole a sheep; 10/ at a Hottentots craal; 11/ at the Storm Valley at Gerrit Kemp where they bought bread, wine, and brandy; 12 at the Hesquascloep at a craal of the Hottentots where Welkom stole some more money; then to the Kluijtjes Craal; then to the widow of Eede; then to the place of Jan van Reenen; to the Carmelks Revier; through the Donauw Revier and finally to the Heuning Klip at Sebastian Rotman. Article 41 Whether they also had the intention to murder at one of those places. The witness says that he had no intention to murder, but indeed to steal, but that Jonas proposed to go to the place of a certain Smith because there were few people there, and there to steal and murder. Damon, stepping inside, says that it is the truth that Jonas said this, and that to the face of Jonas, but that since they did not go there, they were prevented from doing so. Andries now says that they were at the place to steal and murder, but that they found no one at home. Jonas now also says that this is the truth and that they were at that place with the intention to steal and murder, with Andries and Welkom, but that they found no one there, because the place was deserted. 43 Who were the instigators in such a case. Says as before. 44 What prevented them from doing so. Says as before. 45 Whether they also had any grudge or envy against the household of the aforementioned Rotman. Says they had no reason for that. Whether they did not finally arrive on the 21st of the past month of October at the place De Honing Klip belonging to the burgher Sebastian Rotman. Says Yes. 46 Whether on that occasion it was not already decided among them, if time and opportunity permitted, to then plunder and murder. Says: No, to have known nothing of murder. Damon, stepping inside, tells the truth to the prisoner's face, namely that August and Andries said, after they had gone to see, now it is time. Jonas, also stepping inside, tells the prisoner to his face that he went outside with Welkom and, stepping inside afterwards, they had unanimously agreed with each other to murder. The prisoner now says he consented to it afterwards, by saying it is all the same, and further as Damon has said. August, stepping inside, says that it is the truth, but that he did not know they intended to murder, but only to steal. 47 Whether they did not then also show that pass. Says Yes, to the tailor. Article 48 Which of them first proposed to kill everyone there. Says that they all together agreed to murder. 49 Whether this was agreed to by all the prisoners. Says: Yes. 50 Whether he, the witness, did not spy on the household. Lapses. 51 Whether the other witnesses then stayed far from the place. Lapses. 52 And upon the report that he, the witness, made to the other prisoners, it was not immediately decided to go to the place. Says Yes. 53 What time in the afternoon they arrived at the place of Rotman. Says towards the evening. 54 Whether the wife of Rotman, since her husband was not at home, asked them for a pass. Says: No, the servant did. Says as before. 55 Whether, after they showed that pass, the woman did not shelter them and provide them with proper food and drink. Says Yes. 56 What time in the evening they went to sleep. Says not to know, but at a guess they went to sleep at nine or ten o'clock. 57 Whether they did not, instead of going to sleep, stay awake to seize their opportunity, when the whole household would have fallen asleep. Says Yes. 58 Whether a European servant was not present in that household. Says Yes. 59 Who wounded the European. The slave Damon according to his own statement. 60 How many persons, counting the children and slaves, were in the house with a servant, a boy, and the rest. Says the woman, two children, three maids. Which of them, the prisoners, stabbed all those people, to specify them distinctly, and in what manner they set all this to work and carried it out. Says: that he, the prisoner, stood by the room window to see that no one would escape, and that on that occasion he struck at someone without knowing at whom. Laripa stabbed the boy in the kitchen, as well as the woman and the child, according to his own words. Jonas stabbed a maid under the armpit. Damon stabbed the servant, as well as a maid in the front room. Welkom stabbed the servant with a knife, so that the knife remained in the body, as well as a maid according to his own statement, so that (saving your reverence) the feces came out of her belly. Jonas, stepping inside, says that he, the witness, felled a child to the ground with a stick. The witness says that he struck, but did not know whom he hit.

Dutch transcription

bij barend gildenhuijs aan de swart revier, waar zyl brood en wyn gekogt hadden 6/ by Christiaan Keen aan de Swart revier, waar zyt mede brood hebben gekogt 7/ by een hostenbotsCraal 8 by de wed Linde aan de geinsecraal 9 aan de tygerhoek alwaar zy een schaap gestoolen hebben 10/ by een RottentotsCraal 1/ by de Storm Valley by gerrit kemp waar zyl brood wyn en brandewijn gekogt hebben, 12 by de hesquasscloop by een Craal der hottentotsen alwaar welkom nog geld gestoolen heeft, toen na de kluijt jescraal, toe na de wed van Eede toen na de plaats van Jan van Reenen na de Carmelks revier, door de Donauw revier en eyndelyk aan de heuning klip by Sebastian Hotman Art 41 zegd Meen dat hij get niet of zyl ook intentie hebben van intentia is geweest gehad te moorden op een om te moorden maar dier plaatsen wel om te steelen maar dat Jonas gepasponeert heeft om op de plaats van eene Smith te gaan vermids daar weynig menschen waaren en aldaar te steeten en l moorden. Samon binnen treedende zegd dat zielx de waarheyd is dat Jonas Fild gesegd heeft en wel in facie van Jonas dog dat vermits ijt daar niet gekomen tin daar in verhinderd waaren Andries zegd thans dat zy daar ter plaatse geweest zyn om te steelen en te moorden dog dat zy S niemand hebben tuys gevonden. Jonas zegd thans mede dat zulx de waarheyd is en dat zyt daar ter plaatse geweest met intentie om te steelen en te moorden met andrie en welkom maar dat zy niemand daar ge vonden hebben, vermits de plaats verlaaten van. aent : . : L zegd als vooren zegd als vooren zegd Ia. sdaar ƒ zegd Ja aan de snyder 75 of zyl toen niet dat briefje ook hebben vertoont. 46 - of by die gelegentheyd onder zegd: Nien van geen moorden hun niet al reeds beslooten was ten hebben geweeten om indien hun de tyd en ge Damon binnen treedende zegd de waarheyd van de gvraalegentheyd zulx toeliet als dan te plunderen en te moorden de gev in facien aan en wel dat August en Andries gesegd hebben na dat zyl gaan zeggen waaren nu is 't tyd. Jonas mede binnen treedende zegd de gevz in faere aan dat hy met welkom na buyten is gegaan en naderhand binnen treedende, met elkanderen Een parig hadden afgesprooken, om te moorden den Gevr zegd thans naderhand daar mede in toegestemd. te hebben met te zeggen 't is het selvden en voorts als damon gesegd heeft August binnen treedende dat 't de waarheyd is maar niet geweeten te hebben dat zyt van meening waaren om te moorden maar niet om te steelen 45 of zyl ook eenige haal of Nyd zegd geen reden daar toe op 't huishouden van evengem. gehad te hebben rotman hebben gehad. hebben off zyl met eyndelyk op den 21=en der even afgeweeken maand October op de plaats de Honing klip den burger Sebastian totman toebehorende zyn gekomen! — 44 43 wie de aanraders dan in zoo een geval zyn geweest. wat hun daar in heeft belet¬ kat ood swart en aal hebben gerrit hebben, totsen kluijt Donaur staan van ƒ en heyd ie men tzy tie et 9 e ten hebben afgesprooken om zegd dat zy alle te samen wie van hun 't eerst gepropo= zegd: Jan. zegd Ia. na gissing Negen a thien uuren gaan slaapen te moorden Vervalt Vervatt. zegd tegens den Avond zogt Neen de knegt 56 „zegd zulx niet te weeten maar hoe laat zyl in de avond zyn 55 of na dat zyl dat padbriefjen vertoont hebben, niet de vrouw hun heeft geherbergd en van behoorlyk eeten en drinken heeft besorgd! 49 of zulx door alle de gev was toegestemd geworden! 50 - - of hy get het huyshouden niet heeft verspud ƒ of de overige get zig verre van de plaats als toen hebben opgehouden 52 en op 2 rapport dat hy get de andere gev gedaan heeft, niet direct is beslooten na de plaats te gaan! 53 hoe laat in den agtermiddag zyl ter plaatse van Rotman gekomen zyn 54 of de vrouw van Rotman vermits haar man niet te huys was, hent na een pasbriefje heeft gevraagd. zegt als vooren. Ant 48 neert heeft, om aldaar alle om het Leeven te brengen aat ƒ zegd Ja Zegjd Ja „de Slaaf Damon volgens zijn eygen gesegde zegd de vrouw twee kinderen Drie Meyden wie van hun get alle die zegd: dat hij gevr gestaan heeft menschen gestooken hebben by de Camer vengster om te deselve distinct op te geven zier dat er niemand door vlugte zoude en dat hij als en op wat manier zy dit alles doen by die gelegentheyd hebben in't werk gestelt en - na een geslagen heeft ter uijtvoer gebragt zonder te weeten na wie Laripa heeft de Ionge moe Combiis gestooken als meede de Vrouw en 't kind volgens seggen van hem selven Jonas heeft een meyd onder de Cadel gestooken. — Damon heeft de knegt gestooken als mede een Meijd in't voorhuys. week om heeft de knegt gestooken met een mes, dat 't mas in't Lichaam gebleven is als mede Een meyd volgens zyn eygen gesegde dat haar (sV: de drek uijt de buyk gekomen is. Jonas binnen treedende zegd dat hy getz. Een kind met Een Rerrij ter aarde heeft geveld. de getz zegd dat hy geslagen heeft maar niet te weeten wie hy geraakt heeft 60 hoe veele persoonen er met Een knegt Een Jonge en de kinderen en slaven mede gerekend wel in huys waaren. wie de Europees gewond heeft 58 of niet in dat huijs gesin een Europeesche knegt zig bevond Aert 5 wanneer het geheele huysgesin zoude in slaap geraakt zyn gaan staapen hebben gewaakt om hun tyd waar te nemen of zyt niet in steede van te ant „ dag n d ƒ

NL-HaNA_1.04.02_10984_0654 view scan ↗

English

Article 62 Who killed the slave Hector and in what manner and how many wounds. Says Welkom. 63 Who chopped open the room where the wife of the abovementioned Rotman was with her children and with what. Says Jonas. 64 Who killed the wife of him, Rotman, and in what manner. Says Saripa. Who murdered the three children of him, Rotman. Says Saripa. Says Saripa killed two children, but knows nothing of the third. 66 Who wounded the female slave Martha. Says Saripa. 68 Whether the maid hid under a bedstead with two children of Rotman. Says Yes. 69 Who among them mostly incited the others to murder and whether they were all of one mind and carried out that murder with pleasure. Says that all six of them took the initiative, that he internally was not satisfied with it, but that he was forced because the others drew him into it. 70 Whether he, after committing the abominable murders, together with the others broke open and plundered all the chests and cupboards that were in that house and stolen what they could carry with them. Says Yes, that he did take things, however not as much as the others. Article 71 What they plundered. Says seven coats according to his estimate, seven rolls of satin, three watches, a pair of silver trouser and knee buckles, two pieces of lining chintz, a quantity of clothing and money. 72 What reason they had to leave five rijksdaalders in cash, as well as a black camisole, skirt, trousers, and crepe, also one shirt for the woman and one for the man, who did that or proposed it. Says to know nothing of that. 74 Until how late in the night or morning they remained at the place. Says until around midnight. 73 Where they then went. Says back towards the Cape. 76 Whether they went further inland. Says no, towards here. 77 Whether they did not intend to raid more places. Says No. Says now that he proposed to rob a wagon, but that the others said the one is not finished and you want to start on the others again, what hindered him in that. Article 78 Whether they did not pursue several wagons to rob them as well. Says as before. 80 Whether they did not send another from among them to the place of the burgher Hendrik Stok, who that was and whether that was not done to look over the situation at the said place. Says that five of them went to the place of Hop to steal sheep, while Jonas stayed with the goods, and that because it was dark the slave Saripa became separated from them and, as the interrogated prisoner later learned, Saripa went the next day back to the place of the said Hop, where he was also captured. 82 Whether, when they saw themselves betrayed, a resolution was unanimously taken among them to defend themselves to the last man rather than surrender willingly. Says that Damon said it is now time upon the sight of the Hottentots, and that August on the orders of the Captain of the Hottentots had bound them all. 83 By whom and about where they were captured. Says the Hottentot Captain Adam Prins with his men near the Karringmelks River. Article 84 Whether they did not intend to come here to the Cape in order to sell the plundered goods. Says No. 85 Whether they also had any acquaintance in the house of the said Rotman. Says not to know whether there was anyone among them who had acquaintance in that house. 86 Whether their committed murder was caused by a desire for revenge or only happened in order to steal and plunder. Says Yes, in order to steal and plunder, says not to have thought that such would have been the consequence. 88 Whether they did not kill more persons in particular or families, if not, how they then in cold blood could murder that family. Says No, never to have had any thoughts of that. 9 To show the prisoner the murder weapon and to ask what belonged to him, the prisoner, and who used the others. One kris belonged to Damon, the second to Jonas, the axe belonged to Welkom, and the others had knives. 90 Whether the prisoner for his private part has been guilty of more murders, if so to declare the same. Says No. 92 Whether anyone else belonged to their plot, if so to declare the same. Says No. Article 94 Whether they, upon their desertion from here, intended to murder. Says No. 95 If yes, who else were here who knew of their intention. Lapses. 96 Whether they then told that to no one. Says No. 97 Whether the prisoner, now looking back, does not understand having done evil. Says Yes. Says Yes, to know that he has done evil. 98 And that one may murder no one without making oneself guilty of death. Says to know that one who does such evil deserves death. 99 Whether the prisoner is not aware of being by this deed punishable to the utmost and having deserved death. Says to be punishable. 100 What then moved him, the prisoner, to begin such a gruesome and inhumane murder, that the prisoner can further put forward to his excuse. Says to be able to give no reason for that, says to know nothing to his excuse. Thus.

Dutch transcription

Zegd Welkom! Zegd Jonas zegd Ja. Legd Saripa zegd Saripa. zegd Saripa heeft twee kinden ren omt Leven gebragt maar van de derde niet te weeten. 69 zegt datzy alle ses het voor wie van hun wel het meeste neemen hebben genoomen de anderen hebben aangeset dien of zy alle eens gesind om te moorden en dat hy waaren en die moord met innerlijk niet daar mede te vreden is geweest genoegen te hebben volbragt maar dat hy verpligt was wyl de anderen hem daar in hebben getrokken 70 zegd Ja dat hy wel genomen of hy get met de andere heeft egter niet zoo niet na 2 plegen der af veel als de andere. Schuuwelyke moorden alle de kisten en kasten die in dat huys waaren hebben open gebroken en geroofd en - 68 of met de meyd onder 2 Ledi cant zig heeft verstooken met twee kinderen van Rotman 66 wie de slavin Martha gewond heeft wie de drie kinderen van hem Rotman hebben vermoord 64 Wie de Huisvrouw van hem Sotman heeft om 't Leeven gebragt en op wat Manier 63 wie de Camer waar de huysvrouw van bovengem Rotman met haare kinderen waaren open gehakt heeft en waar mede! Art 62 Wie de Slaaf Hector heeft om 't Leven gebragt en op wat manier en hoe veel wonden gestooln 1 Ze Vervald nagt Gissing seven rollen Zatten drie horobogies Een paar silveren broek en kneegespen twee ps voering Chitsen een party kleederen en geld zegd Seven Iassen na zyn : 72 zegd: daar van niet te weeten! Wat reeden zyl gehad hebben om Vyf regtt aan Contante als meede Een swartte Camisool rok broek en Lampher ook één hemd voor de Vrouw en Een voor de man te Laaten ƒ wie zulx gedaan ofte gepro¬ poneert heeft 74 tot hoe Laat in de Nagt of morgen zyt op de plaats verbleeven zyn? 13 waar zyt als toen zig hebben na toe begeven 7 of zyl verder Land waards in zyn gegaan dan welke 2 rug Carbwaarts 77 of zyl niet van meening zyn Zegd Neen geweest meerdere plaatsen Legt thans dat hy gepro afte loopen. poneert heeft om Een wagen te spolieeren maar dat de andere gesegd hebben de eene zoude zegd als vooren zegd niems herwaards zeyd tot omstreeks midder gestoolen wat zyt maar mede konde voeren Anto 71 wat zyz al geroofd hebben. is ƒ Vervald 80 zegd dat zyl met hun Vijfen off zyt niet nog een uijt hun na de plaats van Hop zyn hebben gesonden na de plaats van den burger Hendrik Stox„ gegaan om Schaapen te steeten terwyl Jonas by 't goed verbleeven is, en dat vermits het donker was de slaaf Saripa van hun was afgeraakt en zoo als de gevr naderhand vernomen heeft is hij Saripa 'T anderen daags weder na de plaats van gem Hop gegaan alwaar hi ook gevangen is geworden Vervald 82 zegd dat Damon gezegd had of niet toen zylieden zig Ver het is nu tyd op het ge raaden zagen een besluijt zigt van de hottentotten onder hun eenparig genomen en dat August op ordre is, om zig tot de Laatste man van de Capitain der hot Leever te verdedigen dan zig ten vollen hun alle goedwillig over te geven gevleugeld had" 83 zegd de hottentots Capitain Door Wien en waar Omtrent Adam Prins met zynen zyl gevangen genomen zyn! manschappen omtrent den Carmelks revier. wie die geweest is en of zulx niet is geschied om de gelee gentheyd op gem plaats af te zien wat hem daar in is hinderlyk geweest Art 78 off zyl niet verscheyde wagens zyn nagegaan om deselve mede te spolieeren is niet voorby en gij wild de anderen weer beginnen dat Zegd Neen! 1 zegd. Ja zegd niet te weeten oper onder hun geweest is die kennis in dat huys hebben zegd Ia om te steelen en te Zegd Neen! zegd Neen nooyt eenige ge dagten daar toe te hebben gehad. roven dat zulx van die gevolge. zegd niet te hebben gedagt zoude geweest zyn. Vervald Ean Krishoord damon de Tweede Jonas de Bijl hoord welkom toe en de andere hebben messen Legd Neem ƒ of en nog meer tot hun Complot behoord. 9 de get: de moord geweezen te vertoonen en te vragen wat hem gevz heeft toebehoord en wie de andere gebruykt hebben 90 of den gev voor zyn prive zig meer aan moorden heeft schuldig gemaakt. zoo za deselve op te geven. 88 of zyl niet meer persoonen in't bysonder of huy gesinnen hebben om't leven gebragt zoo neen, hoe zyl dan in koelen moede dat huys ge¬ sin hebben kunnen ver moorden. 8.5 of zyl, ook eenige kennis in 't huijs van gem Rotonein hebben gehad 86 of hun gepleegde moord uyt een Wraak Lust is veroorsaakt dan maar alleen is geschidd om te steelen een te zoren tert 84: of zyl, niet van meening zyn geweest om alhier aan de Caab te komen ten eynde de geroofden goederen te verkopen dat ƒ gehad. *. . . : - - gehad Art zoo Ja deselve op te geven! vervald Zegd: Heen Vervald Vervald Zegt Jan zegd Ja te weeten dat hy quaad gedaan heeft zegd strafwaardig te zyn. 100 zegd geen reden daar van wat hem gevz dan gemoveerd te kunnen geven en wel om zoo een gruwelyke en te weeten dat iemand ontmenschte moord te begin die diergelyken quaad nen. doet de dood verdund zegd niets tot zyn ver dat hy get verder tot zyn Schooning te weeten verschoning zal kumen bibrengen of hy get niet bewust is door deesen daad ten uijtersten Strafwaardig te zyn en den dood verdiend te hebben! 98 en dat men niemand ver moorden mag zonder zig zelvs de dood schuldig te maaken Art 94 of zyl bij hun opdrossen van hier van meening zyn geweest te moorden 5 zoo Ja wie alhier nog zyn geweest die hun voornemen hebben geweeten. 96 of zyl zulx dan aan niemand hebben verhaald! 97 of den gev nu van agteren beschouwd, niet begrijp& kwaad gedaan te hebben? Aldus

NL-HaNA_1.04.02_10984_0659 view scan ↗

English

Thus questioned and answered at Cape of Good Hope on 9 November 1786 before the Messrs. Johannes Marthinus Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who together with the interrogated person and me, the sworn clerk, have duly signed the original draft hereof. Below was written: To which I testify. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Review of testimony: Appeared before the undersigned delegates from the Honorable Council of Justice of this government the aforesaid slave Andries of the Cape, to whom these foregoing interrogation articles, along with the answers given thereto, having been read aloud word for word clearly and distinctly, declared to abide and persist by them, not desiring that anything more shall be added thereto or removed therefrom, saying that all the foregoing is the pure truth. Below was written: Thus reviewed at Cape of Good Hope on 17 November 1786. Was signed: X, and written around it: this mark was made by the interrogated person's own hand. Was signed in the margin as delegates: J. M. Horak and A. van Sittert. Lower: In my presence. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Articles drafted and delivered to the gentlemen delegates of the Honorable Council of Justice of this government, by and on behalf of the sworn clerk at the said Secretariat, Rijn Johannes van der Riet, official qualified to attend to the affairs of the Landdrost of Swellendam, Constant van Nault Onkruydt, in order that the slave Jonas of Batavia, belonging to the burgher Willem van Reenen, being questioned here, may be heard thereon; his responses to be given shall be properly recorded in the margin hereof. Article 1: The questioned person's name, birthplace, age, and whose bondsman he is. Answers: Jonas of Batavia, aged approximately 30 years, and that he is the property of the burgher Willem van Reenen. 2: When he, the witness, first absconded from his master. Answers: In the month of October of the year 1785. 3: Whether that was not well over a year ago now. Answers: Says as before. 4: Who absconded together with him, the questioned person, at that time. Answers: August of the burgher David Benjamin d'Ailly, and Mey of the burgher Johannes Engel, of the aforementioned d'Ailly Saripa of Jan Buurman, Damon. 5: Whether he, the witness, did not then carry a pass or butcher's letter, and in whose name. Answers: Yes, and in the name of the valiant burgher lieutenant Jonas Albert van der Poel. 6: Where that letter ended up. Answers: Says that in crossing the river he lost it. 7: Whether he, the witness, did not lose that letter while crossing one of the rivers. Answers: Says yes. 8: What that river is named. Answers: Says Gamtoos River. 9: Who wrote that letter for them previously. Answers: Says Valentijn of Tanjore. 10: What he, the questioned person, paid for the writing of the first letter. Answers: Says a brass watch that he, the questioned person, had received from the abovementioned Mey. 11: Where and who captured him, the questioned person, and the other runaway slaves. Answers: Says on the other side of the Gamtoos River, by a certain Pieter Leraes. 12: What their intention was at that time. Answers: Says to go to the Kaffir country. 13: Whether he, the witness, along with the others, also intended to raid farms or commit murders. Answers: Says no. 14: If so, whom he and the other questioned persons then intended to kill. Lapses. 15: Whether, when he was brought towards the Cape, he did not run away again shortly thereafter, and with whom. Answers: Yes, and specifically with August of Jochom Janeke, while Andries of Velbron and Welkom of the widow Beets had already run away a few days beforehand; however, they had agreed together to run away, just as the two last-mentioned would wait for him, the questioned person, and the others in the dunes. Answer 16: Who was the first who spoke of running away. Answers: That August and Andries came to him, the witness, daily and continually asked and requested him please to run away too. 17: Whether, when he, the witness, had agreed with his other companions to run away, it was not proposed by one or more of them to take another forged letter along. Answers: Yes, that August had continually said, come let us run away, I will see to it that we get letters to take along again. 18: To show the questioned person the letters and ask whether these are not the letters that were taken by them. Answers: Says yes. 19: By whom that letter was procured. Answers: Says that August, along with Andries and Damon, procured those letters. 20: Whether he, the witness, also knows who wrote those letters. Answers: Says no, that he, the witness, did not know beforehand by whom those letters were written, but heard at Swellendam that it was supposed to have been written by a youth who lives in the house of Captain Paulsen. 21: Whether that was not written by a person who resides at the house of the military captain Paulsen, who recently arrived here from Batavia, by the name of Johannes Fais Fabritius. Answers: Says as before. Answer 22: Who requested those letters from the youth. Answers: That August asked for this, and that Damon showed the house. 23: Whether that youth wrote it on his own initiative or whether it was dictated by one of the witness's conspiracy, and by whom. Answers: Says that because he was not present, he does not know how that was done. 24: Whether he, the witness, did not request that letter from that youth himself. Answers: Says he does not know. 25: And whether that youth was not incited thereto by his mother, who also lives with the said Paulsen. Lapses. 26: Whether that youth was not fetched out of school by his mother for that purpose. Lapses. 26½: If not, by whom then. Answers: Says he does not know. 27: How much was paid for that letter and by whom. Answers: An old [illegible] given by [illegible] 28: Who received that money for it. Lapses. 29: Whether the one who received that money or wrote also knew [illegible] Lapses.

Dutch transcription

Aldus gevraagd en Beantwoord aan Cabo de goede hoop den 9 November 1786 voor de Heeren Johs Marthinus Horak en Andries van Sittert Leeden uyt den E achtb raad van Justitie voorm die de minuute deses benevens den g'interrogeerde ende my gesw Clercq mede behoorlyk hebben ondertekend /onderstont/ 't welk ik getuijge /was getekend/ R: I: V: der Riet gesw Clercq Recollement Compareerde voor den ondergetekende ge Committeerdens uyt den Elichts raad van Justitie deses gouvernements den voorsz slaaf Andries van de Caap dewelke dese vooren staande Kraag Articulen met de daarop gegevene antwoorden van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgelesen zynde, verklaarde daar bij te blyven per sisteeren niet begeerende dat er iets meer bygevoegd ofte van gedaan werden sal zeggende dat al 't voorenstaande de zuyveren waarheyd te zyn: Onderstont Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 17 November 1786 /was getekend / X en daar omme beschreven dit merk heeft den gevr eygenzandig gesteld / was getekent/ ƒ margine als gecommitteerdens J: M Horak en Ao. van Sittert /Lager/ my Presente was getekend R: I: V: d: Rier gesw Clercq des Jaars 1785 zegd als vooren Compareerde voor de ondergeste Articulen gedaan maaken kende gecommitteerdens uyt den en aan Heeren geecommitteerden Eachtb: raad van Iustitie uijt den E Achtb raad van Justitie deses gouvernements de slaap deses gouvernements overgegeven Jonas van Batavia dewelk door ende van wegens den gee op de nevenstaande vraag Clercq ter gem Secretarije Rijn articulen zoodanig en Ant„ Johannes vander Piet in Officier woorden gegeven heeft gequalificeert ter waarnemingen als beseiden een ijder ƒ derselve aangeteekend der zaaken van den Landenen staat. van Swellendam Constant van Nalt Onkluyd om daar op ge¬ hoord te worden den slaar Jonas van Batavia toebe hoorende den burger Willem van Reenen gevr alhier zullende desselvs te gevene zes ponsiven in margine deeser behoorlyk worden bekend gestelt. zi eygen van den burger hy is Willem van Reenen. Legd in de maand October David Benjamin d'Aillij en Mey van den burger Johs Engel zegd August van den burger 4 Wie toen met hem gevn mede is opgedrost ge¬ weest of zulx niet ruym voor nu een Jaar is geweest 2 wanneer hy get van zyn Leifheer 't eerst is opgedrookt Cent I: zegd Jonas van Batavia des gevr naam, geboorte plaats oud na Gissing: 30 Jaaren ouderdom en wiens Leyfeggen dat - „ : : : zegd Las. en op de naam van der manhafte burger Luyte Plaats E gen voorm D'Hillij Saripa van Jan Buurman Samon. Waardat briefje gebleeven is zegd in't quem door de revier zulx kuyt geraakt te zyn zegd Ja zagt Gamtouws revier zegd Valentyn van Tanspour zegd Een koper horologie die hij gevr van bovengem Meij gekregen heeft zegd aan de Overzyde van de gamtouws revier door eene Pieter Leraes 12 dat hun voornemen al zegd om na 't Cafferland te toen geweest is 2 13 of hy get benevens de andere ook van meeninge zyn geweest om plaatsen af te loopen ofte om moorden te plegen 1/4 zoo Jal wie hy en de andere gev dan in zien hebben gehad om om 't Leven te brengen. zegd Ia; en wel met August van of wanneer hy Caabwaards gebragt is niet kort daarna weder bervald zegd Neen. waar en wie hem gevr en de anderen mede drossende slaven hebben gevangen genomen wat of hy gevr: voor 't schrijven van 't eerste briefjen heeft betaalt die dat briefj voor heen geschreven heeft! of hy get niet dat briefje is kwyt geraakt in't overgaan van een der revieren 8 hoe dat die rivier is genaamd? Aert of hy get toen geen pad of slagters briefje mede heeft gehad nant Jonas Alb vander poel en op wiens naam van is g den ne nen gaan gen is opgedrost en net wien Zegd Jan. van Jochom Taneke terwyl Andries van Velbron en welkom van de Wed. Beets reeds eenige dagen van te vooren opgedrost zyn, egter hadde zy ten zamen afgesproken om op te drossen gelyk de twee laastgem hem gev met de anderen in de duijnen zoude blyven afwagten Ant. 16 wie de Eerste geweest is die van zegd dat August en Andries 't drossen gesproken Euft: dagelyks gekomen zijn by hem getn en geduurig gevraagd en versogt hadden om tog mede te drossen zegd Ja dat August geduurig gesegd had, komt laaten wij drossen ik sal maken dat wy weder briefjes mede krygen. 19 zegd dat August met Andries door wien dat briefje is besorgd en Damon die briefjes besorgd hebben/. 20 of hy get ook weet wien dien zeg zegd Neen dat hy get te vooren niet geweeten heeft van wie briefjes geschreeven heeft E die briefjes geschreven zyn maan op Swellendam gehoord te hebben dat zulx door een V Jongeling die in't huys van Capitain Paulsen woond zoude geschreeven zyn zegd als vooren 21 of zulx niet is geschreven door 1 een persoon die ten huyse van „den onlangs alhier van Bectavi de gevz de briefjes te vertoonen en te vragen of dit niet de briefjes zyn die door hun zyn mede genomen! of wanneer hy get met zyne overigen maats afgesprooken had om te drossen, niet voor een dan wel meer is gepropo neerd, om weder een vals briefje mede te neemen. aan - en dat damon '2 huys gewesen heeft versogt heeft is gewast niet te weeten gegeven. hoe dat zulx in't werk is zegd door dien hy daar niet bij Vervalt zegd zulx niet te weeten vervalt Vervalt zegd zald niet te weten een Vervald oude door Vervald of die geene die dat geld ontvangen of geschreven ook 28 Wie dat geld daar voor heeft ontvangen 27 hoe veel voor dat briefjes is betaalt en door wien 2. 26 zoo Neer door wie dan = 26½ of die Iongeling tot dat eynde niet is door zyne moeder uyt School gehaald 25 en of die Iongeling net door zyne moeder, die meede bij gem Paulsen woond daar toe is aangeset geworden! 24 of hy get dien Jongeling, om dat briefje niet selve heeft versogt L3 of die Iongeling zulx geschreven heeft uyt zyn Eygen dan wel door een van s geta Complot is voorgesegd, en door wien! Cent 22 zegd dat August zulx gevraagd wie die briefjes aan de Iongeling aangekomen Capitain Militair Paulsen woond in naame Ioht Fais Fabritius geweeten ne en po on Bectavi ƒ

NL-HaNA_1.04.02_10984_0664 view scan ↗

English

Lapsed. says that the Plains would be their gathering place says Yes Article 30 whether their intention upon departure from here was also says No, because he, the examined, also said, you must not steal or rob to murder, for then we shall quickly be captured says not to know such a thing. Says: No says Yes, that he, the examined, has had acquaintance with him 36 whether he, the examined, or who of them has had acquaintance with the Mahometan priest Norman 35 whether they also lodged there at night 34 whether he, the examined, or one of them did not linger for a while in the tavern at the Salt River 32 if so, who they are and to state them distinctly 33 where the agreement was to assemble. 31 whether he, the examined, or as far as he knows another of the plot also made that intention known to this or that person among their good friends here! knew what the design was or what was to be carried out that Says No of them gave to him, the examined says that Norman gave such to him — 39 whether they were also given any assurance of that power of that incantation and by whom says that Norman gave such to him already long ago when he was still living with boatswain Elias and that he, Norman, allegedly gave assurance that the cattle would never be harmed by any wild beast. 40 says that the little metal piece is actually an incantation for wild beasts and nothing else. whether the examined also knows what that little metal piece was actually to serve for! says No. says that the other examined persons did not know that he had such an incantation with him, so could not have believed in it 43 whether he, the examined, also knows who of them took the powders along. says that he, the examined, as well as Saripa and Damon each had such a powder with them. — 14 standing says from a certain Ting Owan, being a Chinese, from whom they allegedly bought the powders for two schellingen from whom they received the powders. 42 whether all the aforementioned believed in the power of the execution of that note whether he, the examined, does not know the substantial contents of the inscription! 1 to show the examined the little metal piece, and to ask who provided it to him Article 37 whether that priest also knew of their intention that and and the had. says Yes. Article 45 says that one had to throw such into the fire every Friday and that one then had to hold the little metal piece above the smoke to make the incantation remain in effect What was to be carried out therewith.. took along 4 says that he, the examined, showed the way, but that Andries of Velbron was the first to steal and undertake everything, and thus served as head. and who of them was the Chief or Captain : 48 says that all the examined under the Kloof, while drinking a glass of wine, swore never to forsake one another, but always to remain with one another, and to die together and stand together. — whether there was a conspiracy to remain faithful to one another. Says Yes 49 whether, after they had assembled at the Salt River, their agreement was not directly to desert over the Hottentots Holland mountains to the Caffers 50 whether they did not knock off in the dunes the rings that he, the examined, had on his legs 46 whether, after they had taken along all ingredients for their intention to succeed happily therein, each of them was provided with murderous weapons says that he, the examined, had no sharp weapons that Says Yes whether he, the examined, did not act as guide? Says that they did not speak of murder, but certainly of stealing and robbing whether they also had the intention to murder at any of those places Says as before says Yes, namely at Moddergat near Conterman where they bought wine, subsequently below the Kloof near the wagonmaker, and after that near Christoffel Ok at the Bot River, then near Wilkens at the Wolvekraal where Andries sold two jackets of Eustachius for 10 schellingen to which they belonged, for which they bought two loaves of bread and two bottles of wine, then near Barend Geldenhuys where they bought two loaves of bread and one bottle of wine, after that near Christiaan Koen at the Quartel River, from there near a Hottentot kraal, and then near the widow Linde where they stayed overnight for one night, and after that again near a Hottentot kraal named Appelskraal, from there through the Great Valley past the place of Christiaan Andries Storm where they bought two bottles of brandy and a half loaf of bread, from there through the Nieuwe Kloof near a Hottentot kraal, and then near a widow van Eede at the lower part of the Breede River, and further through the Chamelks River where they slept for one night, from there close past the place of one Pieter du Preez near the Kafferkuils River, and finally at the place of Rotman at the Heuningklip 53 where, near whom? 54 whether they were not at various places while deserting — 52 Article 51 that to at the rings

Dutch transcription

Vervald. zegd dat in de Vlakte hun Samelplaats zoude zin zegd Ja tert 30 of hun voorneemen by opdra zegd Nteen want dat hy gevr sing van hier ook geweest is nog gesegd heeft, gy moet niet steelen nog rooven, om te moorden want dan zullen wij schulyk gevangen genomen worden zegd zulx niet te weeten. Zegd: Heen zegd Jan dat hy geta ken nis met hem gehal heeft 36 of hy geva dan wel wie van hun kennis met de mahometaand Priester Norman hebben gehad 35 of zyd des nagts ook aldaar zyn gelogeert geweest 34 of hy get dan wel een van hun in de Schaggery aan de soutte revier niet een poosje hebben vertoofd 32 zoo sa wie deselve zyn en die distinct op te geven 33 aaar de afspraak was om by elkander te komen. 31 of hy get dan wel zoo verre hy get weet een ander vant Comptot dat voornemen aan dese of geene van hunnen Goede Vranden alhier ook hebben bekend gemaakt! geweeten heeft, wat 't desseij¬ is geweest of wat er zoude uijt gevoerd worden dat Zegd Neen van hun hem gevr gegeven heeft zegd dat Norman zulx aan — 39 of hun ook eenige verseekering zegd dat Norman zulx nu is gegeven van die kragt van reeds lange toen hy nog by bootsman Elias woonde die besweering en door wien aan hem gegeven heeft en dat hij Norman verseekering gegeeven zoude hebben dat nimmer aan dat Vee door eenig wild gedierte zoude leed gedaan werden. 40 zegd dat het Lootje Eygentlyk of de gevn ook weet waar toe eygentlyk dat Lootje dienen een besweering is voor zouden! wild gedierte en anders niet. zegd Nteen. zegd, dat de anderen gevs niet geweeten hebben dat hij een diergelyke besweering by zig had dus daar aan niet te hebben kunnen gelooven 43 of hy get ook weet wie van zegd Dat hy get als meede Saripa en Damon ijder hun de poeyers heeft mede zoo een poeyer by zig genomen. hebben gehad. — 14 taande zegd by zeekere Ting Owan van wien zy de paeyers zynde een Chinees zulde gekreegen hebben. gekogt te hebben voor twee streyels 42 of alle de gem. aan de kragt der uytvoering van dat briefje hebben geloofd of hy get niet den sakelyken inhoud van de Superscriptie weet! 1 den gevn 't Lootje te vertoonen, en te vragen wie hem dat heeft besorgd art 37 of die preester van hun voor nemen ook geweeten heeft dat ƒ en en de e aar gehad. zegd Ia. Art 45 zegd dat men zulx in't vuur Wat daar mede zoude uyt moeste smyten alle vrijdagen gevoerd worden.. en dat men als dan te Lootje boven den look houden moest om de besweering van kragt te doen blijven mede heeft genomen 4 zegd dat hy get de weg heeft en wie van hun de Oppersle geweesen maar dat Andries of Capitain is geweest van Velbron de Eerste is geweest om te steelen en alles te onderneemen en dus als hoofd heeft gediend. : 48 zegd dat alle de gev onder den of ergeen samen Sweering Cloof onder het drinken is geweest om malkanderen van een glas wyn hebben getrouw te blyven. geswooren om malkanderen nimmer te verlaaten maar altoos met malkanderen te blyven, en te samen te zullen sterven en te zullen ligstaan. — Legd Ja 49 of na dat zyl aan de Soutte revier by elkanderen gekomen waren, niet direct hun af spraak was om over het hot tentots hollandsch gebergte na de Caffers te droosen 50 of zyt niet in de duynen de ringe die hy get aan de beenen had hebben afgeslagen 46 tot hun voornemen om daar in gelukkig te slagen: mede hadden genomen met ijder van hun met moord geweeren is voorsien geweest zegd dat hy get geen Scherp of na dat zy alle ingredienten dat „ Zegd Ia of hy get niet als weg wyser gedand heeft 2 Logd dat zyl van geen moorden of zyl ook intentie hebben gehad hebben gesprooken maar wel van Steelen en rooven om te moorden op een dier plaatsen Legt. als vooren zegd Jan en wel aan't moddel gat bij Conterman daar zij wyn hebben gekogt vervol gens onder de Cloos bij de Loofmaaker en daar n by Christoffel Ok aande Botrevier toe by wilkens aan de Wolvecraat alwaar Andries twee baatjes Eust: Verkogt voor 10 schellingen welkom toe behorende waar voor zy hebben gekogt twee brooden en twee flesse wyn toe by barend Geldenhuijs waar zy gekogt hebben twee brooden en Een fles wijn daar na by Christian Koen aan de Quartel Revier van daar by een hollentotscraal en toen by de wed Linde waar zyt een nagt hebben overnagt en daar na weder by een hottentots raal genaamd Appelscraal van daar door de groote Valleij voor by de plaats van Christiaan Andries Storm waar zy twee bottels brandewijn een halve brood gekogt hebben van daar door de Nieuwe Cloot bij een hottentotsshaal en toen by eene wed: van Eede onder aan de breede Revier en al verders door de Chamelks revier waar zyl een nagt geslapen hebben van daar digt voor by de plaats van een Pieter du Freesz bij de Cafferkuijk bevier en eyndelyk op de plaats van Rotman aan de Heuning klip 53 waaren bij wien a2 54 of zyl niet op verscheyde plaatsen zijn geweest in het opdiossen — 52 art 51 Aat ten aan de n ren en ringe : :

NL-HaNA_1.04.02_10984_0668 view scan ↗

English

Lapses. to steal? Jan says. says Yes, that he showed the same to the tailor. 59 says No, that they had not spoken of any murders beforehand, but that when they were all in the house, it was asked extensively by Andries about the strength of that household, and that this having been told by the boy of that house, thereupon Welkom and Andries, who in the meantime had gone outside, by further deliberation with all the witnesses thus plotted the executed murder and theft. says further that August is said to have said, when they wanted to send him inside to spy, it is not necessary because there are few people there; if you want to begin anything, then it is time, to which they all agreed. whether on that occasion among them it was not already decided, in case time and opportunity permitted them, to murder and to plunder then? 68 whether they also had any hatred or grudge against the household of the aforementioned Botman? Andries and August say, and subsequently all. who of the two of them first proposed to kill everyone there? Article 55 what prevented them from doing so? 56 been a case? 5 whether they did not finally on the 21st of the recently passed month of October arrive at the place the Keurboomsklip belonging to the burgher Sebastiaan Botman? 52 whether they then also showed that pass? says that Andries spoke. who were the instigators then in such? Jan says. says towards the evening. says that the servant asked for such. says Yes. says No. Lapses. the Lapses. 6 whether the wife of Botman, because her husband was not at home, did not ask them for a pass? whether, after they showed that pass, the woman did not shelter them and provide them with proper food and drink? 9 4 how late in the evening they went to sleep? says according to his estimation at 9 o'clock. 66 how late in the afternoon they arrived at the place of Botman? 65 and upon that report which he, witness, brought to the other prisoners, was it not directly decided to go to the place? Article 62 whether such was agreed to by all the prisoners? 63 whether August did not spy on that household? 64 whether the remaining prisoners then stayed far from the place? Article 70 whether they did not, instead of going to sleep, stay awake and watch to seize their opportunity when the entire household would have fallen asleep? says Yes, that their agreement was to pretend to go and not to sleep, and that when everything was asleep, then to seize their chance. says Yes, the aforementioned tailor. 72 who wounded that European? says that Damon stabbed him with two stabs, and that he, the witness, saw this, and that he, the witness, had wanted to go outside, but that August and Andries held the door fast, so that he, the questioned, was unable to go outside. says Four maids, a woman, two children, a servant, two boys, of whom one slept in the kraal. how many persons, counting the children and slaves as well, were in the house? says that he, the witness, gave a stab to a maid who was lying under the bedstead. That Damon stabbed two maids and the tailor. Saripa chopped open the boy Hector in the kitchen and subsequently the door of the room with Welkom, and after that struck the woman and the youngest child with a knobkerrie so that the child fell to the ground, and the woman until she thought she was dead, while he, the witness, stood outside by the window with Andries to prevent anyone from fleeing through it, and that the woman with the child in her arms had wanted to flee out of the window, but were prevented from doing so by him, the questioned, and Andries; subsequently the eldest child also wanted to flee out of the window, but Andries struck that child so severely with a knobkerrie that it fell to the ground, without the questioned knowing whether that child was immediately dead. That the questioned did not see nor know that August struck anyone dead, nor Welkom, who, as far as he, the witness, knows, murdered no one, although he did see that the sword of Welkom was stained with blood. That Welkom had also said to him, the questioned, that he stabbed the servant with a knife as well as one of the maids, and that the knife of him, Welkom, was said to have remained in the belly of the servant. who of them, witnesses, stabbed all those people, to state each of them distinctly, and in what manner they put all this into effect and carried it out? whether there was not a European servant in that household? says Saripa and Welkom. says Saripa, with a knobkerrie. Article 78 says Saripa, without knowing with how many wounds. who killed the slave Hector, and in what manner and with how many wounds? with a chopping knife. who chopped open the room where the wife of the above-mentioned Botman was with her children, and with what? 80 who killed the wife of him, Botman, and in what manner? Article 81 Jan says. says only of two children, namely one who was struck by Andries in the window and the other who was wounded by Saripa in the arms of the woman. who murdered the three children of him, Botman? says he, the witness. 83 whether that maid had not hidden herself under the bedstead with two children of Botman? says to have discovered afterwards that with the maid two more children were under the bedstead, and that he, the questioned, knew this alone, yet did not dare to say so, because he, the witness, had already said that he had stabbed and murdered her. 84 Andries and Augustus say. who of them instigated the others the most, or were they all of one mind and accomplished that murder with general pleasure? and that they carried out the murder with pleasure. 8 whether he, the witness, with the others, after committing the abominable murders, did not break open all the chests and cupboards that were in that house, and rob and steal whatever they could carry with them? 82 who wounded the female slave Martha?

Dutch transcription

Vervald! heeft om te steelen 2 Legt Jan zegd Ia aan de snyder zulxx vertoont te hebben 59 zegd Neen dat zy van geen of bij die gelegentheyd onder moorden te vooren ge hun niet al reeds beslooten sprooken hebben, maar was om indien hun de tyd Dat wanneer zy alle in en gelegentheyd toeziet als huys waaren door Andries omstandig was gevraagd dan te moorden en te plunderen na de sterkte van dat huysgevin en dat zulx door de Jonge van dat huijs verhaald zynde als toen door Welkom en Andries die inmiddans na buyten gegaan waaren met verder overleg van alle de get dus de uytgevoerden moord en diefte hebben beraadslaagd. zegt nader dat August nog geregd soude hebben wanneer zyt hem wilde na binnen zenden omte spioneeren het is niet nodig want daar zyn weynig menschen als gijl iets beginnen wilt dan is 't tijd waar in zin alle hebben mede gestomd 68 of zyt ook eenige haat af ned op 't huys houden van eevengem: Botman hebben gehad - Legd Andries en August en vervol wie van hun 2 eerst gepropo gens alle gd steen Art 55 wat hun daar in heeft belet 56 een geval zyn geweest 2 5 of zit niet eyndelyk op den 21e der even afgeweekene maand October op de plaats de keu ning klip den burger Lebaste aan Botman toebehorende zyn gekomen 52 of zyt toen niet dat briefje ook hebben vertoond! zegd dat andries gesproken wie de aanraders dan in zoo neert ƒ zegd Jan zegd tegens den Avond zegd dat de knegt zulx gevraagt heeft, Zegd Sa zegd Neen Vervald de Vervalt. ƒ 6 of de Vrouw van Rotman vermits haar man niet te huis was hent niet na een pad briefje heeft gevraagd of na dat zyl dat padbriefjes Vertoont hebben niet de Verban hun heeft geherbergd en van behoorlyk eeten en drinken heeft versorgd! 9 4 hoe laat in de avond zyl zyn zegd na syn gissing om 9 uuren gaan slaapen! 66 hoe laat in den agtermiddag Zyl ter plaatse van Rotman gekomen zyn ?. 65 en op dat rapport dat hy get de andere gev gebragt leeft niet direct is beslooten na de plaats te gaan? crt 62 of zulx door alle de gevs is toegestemd geworden? = 63 of August dat huys houden niet heeft verspud! 64 of de overige gev zig verre van de plaats als toen hebben opgehouden 't leven te brengen neert heeft om aldaar alles om dat maand laste eu werden wanneer neran chen in a van ben 20 po 68 - Eerz 70 of zyl niet in steede van de zegd Ja dat hunl afspraak was om te gaan zeggen gaan slaapen, hebben gewaar en niet te slaapen en om hun tijd waar te nemen dat wanneer alles in wanneer het geheele huijs slaap was als dan gesin zoude in slaap ge hun kans waar te raakt zyn zegd Ia de voorm Snijder 72 Wie die Europees gewond zegt dat Damon hem ge stooken heeft met twee heeft steeken en dat hy getr zulx heeft gesien en dat hy get na buyten had willen gaan maar dat august en Andries de deur vast hield, zoo Dat dat hy gevr niet na buyten heeft kunnen gaan. ƒ zegd Vier meyden Een vrouw hoe veel persoonen en met twee kinderen Een knegt de kinderen en slaven Le twe Iongens waar van mede gerekend wel in huys waaren. de Eene in de kraal Sliep zegd dat hy get Een mijd die onder het Ledekant Lag een steek gegeeven heeft Dat Damon twee Meyden en de snijder gestoken heeft. — Saripa de Jonge Hector in de Combuijs en ver volgens de deur van de Camer met welkom opengekakt en daar na de vrouw en 't Jongste kend met een kirrij geslagen dat het kind het Wie van hun gets alle dien menschen gestooken hebben zig deselve distinct op te geven en op wat manier zyl dirt alles hebben in't werk gesteld en ten uytvoer gebragt 2. of niet in dat huisgesin een Europeese knegt zig bevond aarde nemen. 2 L hebben Zegd Saripa en Welkom Legd Saripa met een kerrij— aarde gevallen was, en de vrouw zoo lang tot dat zy meende dat zy dood was, terwyl hy getr met Andries buyten by het Vengster stont om tegen te houden dat er niemand door vlugten soude en dat de vrouw met het kind op de arm het Vengster had willen uijt vlugten dog door hem gevr en andries daar in waren verhonderd geworden, vervolgens heeft het grootste kind nog het Vengster willen uyt vlugten dog Andries heeft dat kind dusdanig met een kirrij geslagen dat het ter aarde is gevallen zonder dat de gevn weet of dat kind direct dood geweest Dat de gevr niet gevien nog weet dat August iemand dood geslagen heeft als meede welkom die voor zoo verre hy get weet niemand vermoord heeft hoe wel hy gem. wel gesien heeft dat de deegen van welkom met bloed besmet was. — Dat welk om nog aan hem gevr Gesegd had dat hy de knegt met een mes gestooken heeft als meede een van de meyden en dat het mes van hem welkom, nog in de buyk van de knegt zoude gebleeven zyn Art 78 zegt Jaripa zonder te weeten wie de slaav Heeter heeft om 't leeven gebragt en op met hoe veel worden. wat manier en hoe veel wonden2 met een hakmes wie de kamer daar de huys vrouw van bovengen rotman met haare kinderen en waren open gehakt heeft en waar meden 80 Wie de huysvrouw van hem Rotman heeft om 't Leven gebragt en op wat manier art s is 00 en dien geven n gesteld ƒ Ant 81 Legd Jan zegd maar van twee kinderen wie de drie kinderen van te weeten als een die door hem stotman hebben ver Andries in't Vengster is moord! geslagen en de andere die door Saripa op de arm van de Vrouw is gewond zegd hy getr 83 of niet die myd onder 't Leden zegd Naderhand ontdekt kant zig heeft verstooken te hebben dat er met de meyd nog twee kende met twee kinderen van ren onder het Ledikant totmeen 2 zig bevonden en dat hy gevr. ziglx alleen geweeten heeft egter zulx niet heeft durven zeggen, ver¬ meds hy get reeds gesegd had dat hy haar gestooken en vermoord heeft — 84 Leyd Andries en Augustus Wie van hun wel het mees„ de andere hebben aangesch en dat zy de noord dan of zy alle eens gesond hebben uijtgevoerd waaren en dien moord met algemeen ge noegen. met genoegen hebben volbragt 8 of hy get met de andere niet na 't pleegen der afschuwelyke moorden alle de kisten in Casten die in dat huys waaren hebben opengebroken en geroofd en gestoolen wat zijt maar mede konde voeren. 82 wie de savin Martha gewond heeft Ant E

NL-HaNA_1.04.02_10984_0673 view scan ↗

English

Article 86 States as before. States yes. States to have left the farm after midnight. States seven jackets, nine rolls of satin, seven waistcoats, and further a quantity of clothing, three silver watches, and a sum of cash; but that Damon and Welkom were the last to remain in the house. Article 87 What reason they had for leaving five rijksdaalders in cash, as well as a black coat, waistcoat, breeches, and stockings, also a shirt for the woman and one for the man. States to know nothing of that. Article 88 Who did or proposed that? States what they had taken. Article 89 Until how late in the night or morning did they remain at the farm? Article 90 Where they went afterwards. States to the Gourits River, with the intention of going to the Cape. Article 91 Whether, before they left the farm, they looked around to see if there were still persons in whom life was detected. States no, but that Damon went to the shepherd to murder him, but August had said that he was already gone. Article 92 Whether they were not then of the intention to murder those persons further. As in answer 91. Article 93 Whether they went further inland or back towards the Cape. Article 94 Whether they did not intend to rob more farms. States no. Article 95 Whether they did not follow a wagon on different paths in order to plunder it as well. States that they had met a wagon near the Kariega River, and since they had no more food, Andries proposed to plunder that wagon too, saying let us do evil, whereupon the prisoner answered the one sin is not yet past and you want to begin a second, whereby it was then prevented. Article 96 What hindered them in this? States as before. Article 97 Whether they did not send one of their number to the farm of the burgher Hendrik Steyn, who that was, and whether that was not done to inspect the situation at the said farm. States that five of their witnesses went to that farm at night to steal sheep while he, the witness, remained with the goods, and that Saripa, as he, the witness, learned afterwards, had come to him with the first sheep, but got lost in the dark, whereupon he went back to the farm the next day, where he was also arrested. Article 98 Whether, when they saw themselves betrayed, a decision was not unanimously taken among them to defend themselves to the last man rather than surrender willingly. States that Damon said to rather fight than surrender. States as before. Article 99 If so, to name them. States no. Article 100 By whom and whereabouts they were taken prisoner. States the Hottentot Captain Adam Prins near the Melkhoute River, and August had tied them up on the order of the Hottentot Captain, who stood by with loaded guns. Article 101 Whether they were not of the intention to come here to the Cape in order to sell the stolen goods. States yes. Article 102 Whether they had any acquaintance in the house of the said Rotman. States no. Article 103 Whether the murder they committed was caused by a desire for revenge, or occurred solely to steal and to rob. States that they murdered to steal and to rob. Article 104 If not, how could they then in cold blood have murdered that family? States to be able to say nothing to that, since it has already happened and now in hindsight it is well seen that such was evil. Article 105 Whether they did not kill more persons in particular, or families. States no. Article 106 If yes, to state them. Lapses. Article 107 Whether the prisoner, before his desertion, had been guilty of more murders. States no, that he never murdered. Article 108 To show the prisoner the murder weapons and to ask him what belonged to the prisoner and who used the others. States that he, the witness, used a kris that was given to him by Damon, and the other kris was used by Damon, while the cleaver belonged to Welkom, and the others all had knives with them. Article 109 Whether there were more belonging to their plot. States no. Article 110 If yes, to state them. Lapses. Article 111 Whether, upon their desertion from here, they had the intention to murder. States no. Article 112 If yes, who else here knew of their intention. Lapses. Article 113 Whether they told this matter to no one. Lapses. Article 114 Whether the said prisoner, viewed now in hindsight, does not understand having done evil. States yes, to know well to have done evil. Article 115 And that one may murder no one without making oneself guilty of death. States yes. Article 116 Whether he, the witness, is not aware of being through this deed punishable to the utmost and having deserved death. States yes, if it is fate then to have to undergo such, and that he who is guilty must pay.

Dutch transcription

Art 86 zegd als vooren Zegd Ja zegd. na Middernagt van de plaats te zyn gegaan. zegd seven Iassen Negen wat zyl al gehoofd hebben sattijne rollen seven baatjes en voorts een partij kleederen drie silveren horologies en Een partij Contanten. maar dat damon en welk om het laatst duur in huys zijn Verbleeven 90 waar zyl als toen zig na toe zegd na de gousrevier met hebben begeven voornemen om na de Caap te gaan ƒ zegd: Neen maar dat Damon na de schaap wagter is gegaan om die te vermoor gesegd had dat die reeds weg was als op ant 94 93 of zyl verder Landwaards in zyn gegaan dan wel te rug Caalwaards 92 of men toen niet van intentie is geweest, om die persoonen verder te vermoorden — 91 of zyl niet voor dat zij van de plaats gingen hebben rond gesien of er nog persoonen den waar maar dat August waaren daar Leven in bespeurd wierden. 89 tot hoe Luat en de Nagt of morgen zyt op de plaats zyn verbleven? 88 wie zulx gedaan ofte gepropo neert heeft hebben, om vyf reirdt aan Contanten als mede Een Swartte rok, Camisool broek en Lamp her ook een hemd voor de Vrouw en Een voor de man te laaten. zeyd daar van niet te weeten wat reeden zy ged gehad e art d nd Leden ken van es¬ sch and 0 3 ren n ƒ d 2 Art: 94 zegd Neen 9 of zyl niet verschyken weegens zegd: dat zyl omtrent de Carre welks revier een wagen hadden zyn nagegaan om deselve ontmoet en vermits zyl mede te spolieeren geen leten meer en hadden zoo heeft andries voorgeslagen om die wagen mede te spolieeren net te zeggen Laaten wy kwaad doen waar op de gev nog geantwoord zouden hebben de eene zonder is nuet voor bij en wilt gy nog een tweede beginnen, waar mede dan zulx belet was? Legd als vooren 97 uijt hun of zyl niet nog een hebben zegd dat Vyf van hun get na die plaats des nagts gegaan gesonden na de plaats van den zyn om schaapen te steelen burger Hendrik Stop n terwil hy get by 't goed verbleeven is en dat Saripa gelyk hy get naderhand vernomen heeft met het Eersten schaap na hem gesz was toe gekomen egter door donker verdwaald is, wanneer hy die andere dag dog weder te rug na de plaats was gegaan alwaar hy ook garresteert is. Legd als vooren. heeft om Leever te Vegten dan zig over te geven. Zegd dat Damon zulx gesegd GG of zyl niet toen zyl zig Ver„ raden zagen een besluijt onder hun Eenparig genomen is om zig tot de Laatste man Leever te verledigen dan zig goedwillig over te geven wri die geweesz is en of zilv niet is geschied om de gele 2 gentheyd op gem plaats af te sien! 96 wat hun daar in is hinder lijk geweest of zyt niet van meening zyn geweest meerder plaatsen af te Loopen ant ƒ Zegt Ian Zegt Heen. niets zegd daar op te kunnen zeggen Legt: Neen dat hij nimmer art 100 door wie en waar omtrent zegd de Hottentols Capitain zyl gevangen genomen zyn. Adam Prins omtrent den larmmelks revier en had August hun op ordre van de hottentots Capitain die met gelade geweeren daar by stonden vast gebonden om te steelen en te rooven zegd dat zy gemoort hebben — 104 zoo neen hoe zyt dan in koelen moede dat huijs dewijl het nu al gebeurd gesin hebben kunnen is en nu van agteren wel te zien dat zulx kwaad vermoorden 2. e zegd Nteen luijt Vervaltt Ver genoord heeft 106 zoo Jan deselve op te geven. 14 ƒ of den gevz voor zyn verrivin zig meer aan moorden heeft schuldig gemaakt 105 of zyt niet meer persoonen in't bysonder of huys gesinnen hebben om 't Leeven gebragt 103 of hun gepleegde moord uijt een Wraaklust is ver oorsaakt dan maar alleen is geschied om te steelen en te looren. 102 of zyl ook eenige kennis in 't huys van gem Rotman hebben gehad. Art 101 f zyt niet van meening „ zyn geweest om alhier nu de laap te komen ten eynde de geroofde goederen te ver koopen! 4 4 en te ker er 3 zeeld ƒ is. men man zig ƒ . . Vervald Vervalt zegd Ja. zegd: Jan, als 't Lot is zulx dan te moeten ondergaan en dat die schuldig is beta tan moet zegt Jan wel te weeten kwaad gedaan te hebben. Crt 108 zegd dat hy get een kris heeft den gevr de moordgeweeren gebruijkt die hem door te Vertoonen en hem af te Damon is gegeven en den vragen wat hem gevz heeft toe behoord andere Kris door Samon en wie de andere gebruykt gebruykt te zyn terwijl de Hakmes welkom hebben. heeft toebehoord hebbende de overige alle messen bij zig gehad zegd Neen. Zegd Neen: Vervalt 114 of de gem nu van agteren beschouwd, niet begrypt kwaad gedaan te hebben? 115 en dat men niemand vermoor den mag zonder zig selvs de dood schuldig te maken„ 166 of hy get niet beweest is door dese daad ten uyterste staaf waardig te zyn en de dood verdoend te hebben 113 of zyl zaald dan aem niemand hebben verhaald. 112 zoo Jan wie alhier nog zyn geweest die hun voor nemen hebben geweeten" 111 off zyl by hun opdrossen van hier van meening zijn geweest te moorden. 1 zoo Ja deselve op te geven? Aert 109. of er nog meer tot hun Complot behoord hebben! Art ..

NL-HaNA_1.04.02_10984_0677 view scan ↗

English

the oath of allegiance to begin says because his companions had done so he wanted to follow his word for his excuse! says he knows nothing to Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on 9 November 1786 before the Honorable Johannes Martinus Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Court of Justice aforementioned, who duly signed the minutes hereof together with the prisoner and me, sworn Clerk. Beneath stood: which I witness. Was signed: R: J: v: d: Riet, sworn Clerk. Review Appeared before Us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the slave Jonas van Batavia, bondsman of the burgher Willem van Reenen, who, these preceding interrogatory articles answered by him having been read aloud word for word, declared that he persisted in them, not desiring that anything more should be added or taken away, as all the foregoing is the pure truth. Beneath stood: Thus reviewed at Cabo de Goede Hoop on 17 November 1786. Was marked: X, and written around it: this mark the prisoner made with his own hand. In the margin: as commissioners: J: M: Horak and A: van Sittert. Lower: present to me. Was signed: R: J: v: d: Riet, sworn Clerk. 178 what he, the examinee, can further bring forward for his excuse. Article 117 what then moved him, the examinee, to come to commit so horrible and inhuman a murder. Articles drawn up Appeared before the undersigned commissioners from and submitted to the Gentlemen Commissioners the Honorable Court of Justice from the Honorable Court of this Government, the slave of Justice of this Government, Damon van Boegis, who to be heard at the requisition of the said to the adjacent questions Clerk at the aforementioned Secretariat, answered in such manner as Ryno Johannes van der stands noted beside each of the same. Riet, qualified in office to handle the affairs of the Landdrost of Swellendam, Constant van Nult Onkruyd: Damon van Boegis, bondsman of the burgher Jochem Janneke, the answers to be given shall be duly made known in the margin hereof. Article 1 The prisoner's name, birthplace, age, and whose bondsman he is. Says Damon van Boegis, aged by estimate 28 years, bondsman of the burgher Jochem Janneke. 2 When he, the examinee, ran away from here. Says now fully one month ago. 3 How many and who the same were, to state distinctly, who then with him ran away. Says Jonas of Willem van Reenen, Sariga of the burgher Jan Buurman, Welkom of the widow Daniel Beets, Andries of Christiaan Velbron, August of the burgher David Benjamin d'Illie, and he, the prisoner, and Andries van Velbron. Article 4 Who was the first who spoke of running away. Says: August of the said d'Illie. 5 Whether, when he, the prisoner, with his other companions had agreed to run away, it was not proposed by one or more to take a false note along. Says as before. Says that the aforementioned August and Andries and he, the examinee, had agreed to take along a false note. 6 To show the prisoner the notes and to ask whether these are not the notes that were taken along by them. Says yes, so far as he, the examinee, knows no better, for he can neither write nor read. 7 Whether he, the examinee, also knows who wrote the notes. Says that this was written by a child who lives in the house of the Captain Military Pauls Paulsen residing here. 8 Whether this was not written by a person who lives in the house of the Military Captain Paulsen, who recently arrived here from Batavia, named Johannes Jacobus Fabritius. Says as before, without however knowing the name of that youth. 9 Who dictated those notes word for word to that youth, whether that youth wrote this of his own accord or whether it was dictated to him by one of the said plot, and by whom. Says that he, the prisoner, with Andries and August were at that house, but that August requested the note. 10 Whether he, the examinee, did not himself request that note from that youth. Says yes, as mentioned before, that August requested it. 11 Whether that youth was not to that end fetched from school by his mother. Says yes, that the female slave Leentje of the aforementioned Paulsen fetched that youth from school up to two times. 12 And whether that youth was not induced thereto by his mother, who also lives with the said Paulsen. Says yes, that the mother of that youth was present at the writing of that note and also urged him to write, because Andries and August had said that they were slaughterers' boys and that their notes were lost. 13 How much was paid for that note, and by whom. Says that Andries paid two rixdollars paper currency for it to that youth. 14 Who received that money for it. Says the little youth. 15 Whether the one who received that money or wrote also knew what the design was, or what was to be carried out. Says that if the boys Andries and August had not said that they had lost their notes, he, the prisoner, firmly believes that that youth would not have written those notes. 16 Whether their intention upon running away from here was also to murder. Says no.

Dutch transcription

den Eed van trouw beginnen zegd om dat zyne makkers zulx gedaan hebben zyn woord ingevolgen te hebben willen na zyn verschooning! zegd niets te weeten tot Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goedeloop den 9 november 1786 voor d' E E: Johannes Martinus Horak en Andries van Sittert Leeden uyt den E achtb raad van Justitie voorm die de minuuten deses benevens de gevr ende my gesw. Clercq mede behoorlyk hebben ondertekend /ond derstont 't welk ik getuyge /:was getekend/ R: I: W: D Buet gesw Clercq Recollement Compareerde voor Ons ondergetekende gecommitteerdens uyt den E achtb raad van Iustitie deses Gouvernements den slaaf Jonas van Batavia LeyfEygen van den burger Willem Van Reenen de welke dese voorenstaande door hem be antwoorde Vraag Articulen woordelyk voorgeleesen zynde Verklaarde daar by te blyven persisteeren niet begeerende dat er iets meer bygevoegd ofte van gedaan werden sal, als zynde al 't voorenstaande de zuyvere waarheyd /onderstond Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 17 november 1786 (was getekend X en daarom beschreeven dit merk heeft de gevz eygenhandig gestelt /in margine /als gecommitteerd ens I„: M: Horak en A: van Sittert /Lager mij present /was ge tekend R: J: V: d: Biet gesw Clercq 178 wat hy get: verder tot zyne verschooning zal kunnen bybrengen Art 117 wat hem get dan gemoveert heeft om zoo een gruwelyke en ontmenschte moord te koomen plot en! van weest voor en „ d. en rmoor a d Zegd Damon van Boegis oud na gissing 28 Jaaren Ley Eygen van den burger maand Aorticulen gedaan maaken Compareerde voor den onderge¬ teekende gecommitteerdens uyt en aan Heeren gecommittee„ den E achtb raad van Justitie dens uyt den E achtb raade deses Gouvernements den slaas van Iustitie deses gouver Dancon van Boegis denwelken nements overgegeven om op de Nevenstaande vragen ter requisitie van den Gem: zodanig geantwoord heeft al Clercq ter opgem Secretarije besyden een yder derselver Ryns Johannes van der aangetekend staat Riet in Officis gequalificeert ter waarneemingen der zaaken van deu Landdrost van Swellendam Constant van Nult Onkruyd gehoord te. worden Damon van Boeg is LeyfEygen van den Burger Jochem Sanneke zullende des te gevene responsiven in margine deser behoorlyk worden bekend gestelt Art des gev naam, geboorte plaats, ouderdom en wiens LeijfEygen hy is2 zegd Jonas van Willem van Zeen hoe veel en wie deselve, distanct op te geven met hem als toen nen Sarixa van den burger L Jan Buurman welk om van zyn mede gedrost de wed Daniel Beets Andries van Christian Velbron Au gust van den Burger David Benjamin D Hillij en hy ged: 2„ L opgedrost zegd voor nu ruym Een wanneer hy get van hier is aat Jochem Janneke ƒ en Andries van Velbron Legd als vooren of wanneer hy gev met zyne zegd dat evengem. August en overige makkers afgesprooken Andries en hy get hebben had, om te drossen, niet door afgesprooken om een een dan wel meer is geproo¬ valsch briefjen mede te poneerd om een vals briefje mede te nemen nemen zegd Ja zoo hij get niet beeter weet, want dat hy niet schrijven nog Lesen kan zegd dat zulx door Een kont dat in't huijs van den hier remoreerende Capitain zegd als vooren, zonder egter den naam van dien Ionge ling te weeten s geweest is, maar dat en August daar ten huyse heeft versogt zegd dat hi gevz met Andries Wie die briefjes aan dien Iongeling August het zelve briefje, woordelyks heeft gedicteert of dien Iongeling zulx geschre ven heeft uyt zyn eggen dan wel door een van des gesz Complot is voorgesegd, en door wien. 8 of zulx niet is geschreven door een persoon die ten huyse van den onlangs alhier van Batavia aangekomene Capitain Militair Paulsen woond in naame Is hunnes Jacobus Fabritius of hi get ook weet wie de briefjes geschreven heeft militair Pauls Paulsen woond geschreven is.— den gesz de briefjes te Vertoo nam en te vragen of dit niet de briefjes zyn die door hun zyn mede genomen! Ant 4„ zegd: August van gem D'Hilje Wie de Eerste is geweest die van 't drossen gesprooken heeft trt . stanct toen Ant is. of hy get dien Jongeling om 12 en of dien Iongeling niet door zegd Ia dat de moeder van die Iongeling by 't schryven zyn moeder die mede by gem paulsen woond daar toe is van dat briefje is present aangeset geworden! geweest en hem ook aan geset heeft om te schryven vermids Andries en August gesegd hadden dat zy slagtens Jongens en dat hun briefjes verlooren waaren of dien Iongeling tot dat eynde zegd Ian dat de meyd Leentjes door zyn moeder niet is uijt van evengem Paulben dien Jongeling uyt het School gehaald School tot twee reysen heeft gehaald zegd dat Andries twee reyxds hoe veel voor dat briefje is betaald en door wien! papieren munt daar voor aan dien Iongeling betaald zegd de klyne Iongeling of de geene die dat geld ontvan zegd dat indien de Iongens gen of geschreven ook geweeten Andries en August niet heeft, wat 't desseyn is geweest hadden gesegd, dat zy of wat er zoude uytgevoerd hun briefjes Verlooren hadden, hy geva vast stelt, dat die Iongeling die briefjes niet zoude geschreven hebben. — worden! Zegd Steen. of hun voornemens by op drossing van hier ook geweest is om te moorden. Wie dat geld duur voor heeft ontvangen dat briefjes niet selve heeft versogt zegd Ja gelyk vooren gemeld dat heeft. L

NL-HaNA_1.04.02_10984_0681 view scan ↗

English

Lapsed. Lapsed. Says no. 20. Asked where the agreement was made for him with the others to meet together. Says they would meet behind the Castle, while Andries and Welkom had already gone ahead and waited for them at the Salt River. Whether he, the prisoner, or one of them did not linger for a while in the tavern at the Salt River. Says no, but that after having drunk two bottles of wine they went directly from there. Says no. Says no. 24. Whether that priest also knew of their intention. 66. Whether he, the prisoner, or who among them had an acquaintance with the Mohammedan priest Norman. Whether they also lodged there at night. If so, who they are, to specify them distinctly. 19. Answer 18. Whether he, the prisoner, or as far as he knows another of the plot, also made that intention known to this or that good friend of theirs here. Article. Says that the amulet belonged to Jonas. Before. Answer 2. To show the prisoner the amulet and ask who it belonged to and who procured it. Jonas, according to his statement, was said to have received it from Norman, and that such is an incantation to protect the body. Further says that he has no acquaintance with the priest, because he, the prisoner, is a Buginese and the priest a Javanese. 26. Whether they were also given any assurance of the power of that incantation, and by whom. Says that according to the statement of others such an amulet protects a person from all misfortunes, and also against being captured when deserting. Says nothing other than as before. Says no. 29. Whether all the prisoners believed in the power of the effect of that paper. Says that Jonas showed it to them on the way, and that he placed faith in the assurance that Jonas had of it. Whether he, the prisoner, also knows who among them took the powders along. Says that he had received the powder he possessed from a boy of Van Heijden named Serrij, who is now banished to the Island. 30. 28. Whether he, the prisoner, does not know the substantial contents of the inscription. Whether the prisoner also knows what that amulet was actually supposed to serve for. That. Says as before. Says yes. 32. What was to be carried out with it. Says that he wore it around his sash because he was assured that no one would do him harm then. 33. Whether after they had taken along all the ingredients for their intention in order to succeed happily therein, each of them was not provided with deadly weapons. Says yes, and that he took along two krisses, one of which was handed over by him to Jonas on the journey. Says that Andries and August were the heads of the plot and that Jonas had shown them the way. Whether there was not a conspiracy to remain faithful to each other. Says that as often as they had wine and drank, the oath of loyalty was continually renewed among them never to leave each other and to remain faithful. Says yes. Whether after they had met each other at the Salt River, it was not their direct agreement to desert over the Hottentots Holland Mountains to the Kaffirs. Whether they did not in the dunes strike off the rings that their fellow prisoner Jonas had around his legs. 32. 34. And who among them was the leader or captain. Article 3. From whom they received the powders. That. 36. Says yes. Says yes. Says since it is now the first time that he has deserted, he does not know the names of the places nor the inhabitants thereof. Where and by whom all. 41. Whether they also had the intention to murder at one of those places. Says that the two Africans August and Andries during their journey had said, if we should have no more food we will rob the wagons or places, and if we get nothing willingly we will murder, to which the other prisoners agreed. Says further that they indeed spoke of stealing but not of murdering. 42. What prevented them therein. Says they had no opportunity for it. 43. Who the instigators were in such a case. Says as to the previous article. 44. Whether they did not finally arrive on the 21st of the just departed month of October at the place at the Honingklip belonging to the burgher Abraham Botman. Says yes. Whether they were not at various places in their deserting. Article 38. Whether Jonas did not serve as a guide. That. Says yes. Says no. Lapsed. Says that when they had gone to bed, August and Andries were the first who spoke of murdering and that August was not asleep, much less that he, August, was said to have been awakened. The prisoner August, entering, says that he was asleep and was awakened by Saripa. The prisoner Damon persists in his statement in the face of him, August, that he, August, was the first. 47. Whether they also had any hatred or envy toward the household of the aforementioned Botman. Says while there was a conspiracy they proceeded to murder because Andries and August continually said, we have not yet begun, and will you not yet join in now. Says that Andries and August were the first. 50. Whether he, the prisoner, or another did not spy on that household. Whether the other prisoners then stayed far from the place. 49. Whether such was agreed to by all the prisoners. Question: Who of them first proposed to kill everyone there. 46. Whether on that occasion it was not already decided among them to then plunder and murder if time and opportunity allowed them. Article 45. Whether they did not also show that paper then. Says yes, to the farmhand. That.

Dutch transcription

Vervald. Vervald. Zegd Neer 20 waar de afspraak was, van hem zegd agter 't Casteel zouden gevr met de andere om bij zil bij elkanderen komin elkanderen te komen! terwyl Andries en Welkom. reeds te vooren zyn weg gegaan en hun aan de zoutte revier hebben ingewagt L of hy get dan wel een van hun. zegd neen maar dat zij naar in de schaggerij aan de twee bodeels wyn gedron ken te hebben van daar soutse revier niet een poosjen direct zyn gegaan hebben vertoefd zegd Neen Zegd Neen — 24 of die preester ook van hun voorneemen ook geweeten heeft 66 of hy get dan wel wie van hun kennis, met den ma„ hometaansche Preester Not man hebben gehad! l of zyl des nachts ook aldaar zijn gelogeert geweest? Loo La /. wie die zyn en deselve distinct op te geven 2 19 ant 18 of hy get dan wel voor zoo verre hy get weit een ander van't Complot dat voornemen aan dese of gene van hun goede vrunden alhier ook hebben bekend gemaakt! art o . . : ƒ ƒ zegd dat 't Lootje Jonas vooren Ant: 2 den gev 't Lootje te Vertoonen en te vragen wie hun dat toebehoord en dat hij heeft besorgd Jonas volgens zyn zeggen Zulx van Norman zouden gekregen hebben, en dat zulx een besweering is om 't Lichaam te bewaaren. -. zegd verder dat hy met den preester geen kennis heeft, vermids hy gett een Bougenees is en den pauster een Savaan. 26 of hun ook eenige verseeke zegd dat volgens zeggen van anderen een diergelijk ring is gegeven van die kragt Lootje de mensch voor van die herweering en door alle onheijlen bewaart wien! ook voor 't gevangen neemen by opdrossing. zegd niet anders als hier Zegd: Neen. 29 of alle de gev: aan de kragt zegd dat Ionas hun op weg zulx geweesen heeft en der uytwerkinge van dat dat hy op de versekering briefje hebben geloofd? die Jonas daar van had daar aan geloof geslagen heeft. — of hy gev ook weet wie zegd dat hij de poeijer die hij gehad heeft gekregen van hun de poeyers heeft had van een Jongen van van Heijden met mede genomen! naame Serrij die thans Op 't Eyland gebannen is — 30 28 of hy get niet den zakelijken inhoud van de Superscriptin weet of den gez ook weet waar toe eijgentlyk dat Lootje dienen zoude dat - . - - .. zegd als vooren zegd Ja„ —: 32 Wat daar mede zoude uytgevoerd zegd dat hy zulx om zyn Leyf worden band gedragen heeft om dat hem versekerd is, dat hem als dan niemand zoude kwaad doen. _ 33 zegd Ja en dat hy tweee krissen of na dat zy alle ingredienten tot hun voornemen om daar heeft mede genomen, waar in gelukkig te slagen mede van door hem een aan hadden genomen niet yder Jonas op de reijs is afge van hun met moord geweeren geven. is voorsien geweest! zegd dat Andries en August de hoofden van't Comp tot geweest zyn en dat Jonas hun de weg geweesen had of er geen samen sweering is zegd dat zoo dikwils als zij wyn hadden, en dronken; geweest om malkanderen ge„ geduurig de Eed van trouw trouw te blyven. onder hun vernieuwd is, van malkanderen nimmer te verlaaten en getrouw te zullen blyven- Legd Ja. of na dat zyl aan de Zout ravier by malkanderen ge koomen waaren, niet direct hun afspraak was om over t hottentote hollandsch ge bergte na de Caffers te drossen of zyl niet in de duijnen de ringen die hun mede gert Ionas om de beenen had hebben afgeslagen 32 34 en wie van hun de Opperste of Capitain is geweest art: 3. van wien zyde paeyers gekregen hebben dat —. 36 zegd Ja. zegd Ja zegd vermids het nu de Eerste waar en by wie al! reys is dat hy is opge¬ drost, de naam der plaatzen nog de bewooners daar van niet te weeten. 41 zegd dat de twee Afaicanens of zy ook intentie hebben August en Andriesge gehad te moorden op een duurende hunne Crijs dier plaatsen gesegd hadden indien wy geen eeten meer mogte hebben zoo zullen wyde wagens of plaatsen besteelen, en indien wij niets goedwilligs krijgen zullen wij moor den waar in door de andere gev=e is toegestemd geworden. zegd nader dat zyl wel van steelen maar niet van moorden gesprooken hebben. 42 zegd geen gelegentheyd wat hun daar in heeft belet daar toe gehad te hebben. 43 zeyd als op 't voorig Articul wie de aan raders dan in zoo een geval zyn geweest -. 44 of zyl niet Eyndelyk op den 21 der even afgeweekenen maand October op den plaats aan de Koning klop den burger Abaahian Rotman ten behoo rense zyn gekomen zegd Ja 9 dezyl niet op verscheyde plaatsen zyn geweest in hun opdrossen : drt 38 of Jonas niet als wegwijser gedierd heeft dat Legd Ja Zegd Heen. Vervalt. zegd dat wanneer zyl te bed waaren gegaan, August en Andries de Eerste Zyn geweest die om te moorden gesprooken hebben en dat August niet geslapen heeft veel minder hy August zoude wakker gemaakt zyn. Den get August binnen treedende zegd dat hy geslaapen heeft en door Saripa is wakker gemaakt Den gev„ Damon blyft by zyn gesegde infacie van hem August dat hy August de Eerste is geweest. 47 of zyt ook eenige haat of zegd terwijl er een samen swee nyd op 't huyshouden van ring was tot 't moorden evengem Botman hebben te zyn overgegaan vermits gehad. Andries en August ge duurig gesegd hadden wy zyn nog niet begonnen, en wilt gij nu nog niet mede doen. zegd dat Andries en August de Eerste geweest zyn — 50 of hy get dan wel een ander dat huyshouden niet heeft Verspied! 5 of de overigen gev=s zig verren van de plaats als toen hebben opgehouden. 49 of zulx door alle de geer is toegestemd geworden V: wie van hun 2 eerst gepropo neert heeft om aldaar alles om 't Leven te brengen 46 of by die gelegentheyd onder hun niet alreeds beslooten was, om indien hun de tyd en ge legentheyd zulx toeliet als dan te plunderen en te woorden Art 45 of zyl toen niet dat briefje ook hebben vertoond zegd Ian aan de knegt tat -

NL-HaNA_1.04.02_10984_0686 view scan ↗

English

Article 52 And on the report that he the deponent brought to the other prisoners, was it not immediately decided to go to the place? Answer: Lapsed. Article 53 At what time in the afternoon did they arrive at Rotman's place? Says towards evening, and that they had wanted to stay and sleep in the field, but that Andries said, if you do not want to, then I will go there alone. Article 54 Whether the wife of Rotman, since her husband was not at home, did not ask them for a pass? Says that the servant asked this. Article 55 Whether after they showed the pass the woman did not shelter them and provide them with proper food and drink? Says yes to the servant. Article 56 At what time in the evening did they go to sleep? Says after eating, without knowing what time it was. Article 57 Whether they, instead of going to sleep, did not stay awake to watch for their opportunity when the entire household would have fallen asleep? Says yes. Article 58 Whether an European servant was not in that household? Says Jan. Article 59 Says that he asked that tailor who wounded that European: he gave two stabs. Article 60 How many persons, counting the children and slaves, were in the house? Says one woman, two children, one boy, one servant, and by his estimate 3 maids. Article 61 Which of their prisoners stabbed all those people, to specify them distinctly, and in what manner they put all this into effect and carried it out? Says that he the interrogated, outside the servant, also stabbed at two maids, without knowing whether he the interrogated hit both or one of them. That Saripa stabbed the boy who lay sleeping in the kitchen, as August and Saripan told him when asked; and after Welkom had chopped open the door of the room where the woman was with a cleaver, Saripan and Welkom went inside, and Saripa beat the said woman and the child with a club for so long until he thought those two had yielded up the ghost, while Andries and Jonas went to the window to watch that no one would escape, just as those two also beat those who wanted to escape from there with a club, without knowing who they actually struck. That August, as far as he knows, killed no one, having been stationed as a guard at the door with a knife in hand so that no one would escape. That Jonas stabbed a maid who lay under the bedstead, without knowing whether that was fatal. Says further that Welkom also added that he stabbed the tailor with a knife, that the knife remained in the body, and that he also stabbed a maid. Welkom, stepping inside, says to the face of the interrogated that he gave the maid 6 stabs and said while stabbing, God damn, how long the maid lives, can I not get her dead; the deponent stands by his statements. Article 62 Who killed the slave Hector, and in what manner and how many wounds? Says as before, Saripa. Article 63 Who chopped open the room where the wife of the above-mentioned Rotman was with her children, and with what? Says Welkom. Article 64 Who killed the wife of him, Rotman, and in what manner? Says Zaripa. Article 65 Who murdered the three children of him, Rotman? Says that Zaripa killed a child that the woman had in her arms, and after that another big one that was walking around in the room. Says further not to know whether that second child was also struck by Saripan. Article 66 Whether the maid did not hide under the bedstead with two children of Rotman? Says as before. Article 67 Who wounded the female slave Martha? Says that Jonas wounded her. Article 68 Who of them incited the others the most, or whether they were all of one mind and carried out the murder with satisfaction? Says that Andries and August were the first, and that they had all consented and taken satisfaction. Article 69 Whether he, together with the others, did not after the committing of the hideous murders break open all the chests and cupboards that were in the house, and rob and steal whatever they could carry with them? Says that Welkom broke and chopped open everything, and that they all stole together. Article 70 What all did they steal? Says three watches, without knowing whether they were gold or silver, seven coats, nine rolls of satin, and further a quantity of clothes and cash. Article 71 What reasons did they the prisoners have to leave five rixdollars in cash, as well as a black coat, waistcoat, trousers, and crape, also a shirt for the woman and one for the man? Says that he the deponent does not know about that, who might have done that. Article 72 Who did or proposed that? Says as before. Article 73 Until what time in the night or morning did they remain at the place? Says until around midnight. Article 74 Where did they then proceed to? Says to have set out on the way hither. Article 75 Whether they went further inland or back down country? Says as before. Article 76 Whether they did not follow several wagons to rob them as well? Says that Andries had said, if we can now get wagons again, we should start more murders on places, but that he the deponent and the others said, one sin is not over, and do you want to start another, that must not happen; wherewith it then also rested. Article 77 Whether they did not intend to attack several places? Says as before. Lapsed.

Dutch transcription

Vervald Zegd Ja 53 zegd teegens den avond, en dat hoe laat in de agter middag zy, in't veld hadden willen zyl ter plaatse van Rotman gekomen zin. — blyven slaapen maar dat Andries Gesegd had, als gyt niet wilt, dan zal iker alleen na toe gaan. zegd dat de knegt zulx gevraagd had. zegd Ja aan de knegt zegd na den Eeten zonder te weeten hoe laat zulx geweest is. zegd Jan steeken gegeeven haft: twee 59 zegd dat hy gevr aandien snijder Wie die Eer opeesch gewond Eeft: 8 58 of niet in dat huysgesen Een Europeese knegt zig bevond 57 of zyl niet in steede van te gaan slaapen hebben gewaakt om hun tyd waar te neemen wanneer het geheele huys gesin zoude in slaap geraakt zyn? 2 3 hoe laat 's avonds zyl zyn gaan slaapen! of na dat zyl dat pad briefje vertoond hebben niet de vrouw hun heeft geherbergd en van behoorlyk eeten en Drinken heeft vergeregt. 55 54 of de Vrouw van Rotman Vermide haar man, niet te huys was hunt niet na een padbriefjen heeft gevraagd! Ant 52 en op 't rapport dat hy get de andere gevs gebragt heeft niet direct is beslooten na de plaats is gegaan art - 4 zegd Een Vrouw twee kinderens Een Jongen Een knegt en na zyn gissing 3 meyden. die van hun gev alle die men zegd dat hy gevr buyten de schen gestroken hebben deselve knegt nog gestooken heeft distinct op te geven en op weel na twee meyden zonder manier zij dit alles hebben in't te weeten of hy geva alle werk gestelt en ter uytvoer beyde dan wel een geraakt gebragt heeft. — Dat Saripa de Jonge die in de Combuys te slaapen nederzag gestooken heeft zoo als August en Sarpan aan hem gevraagden verhaald met een hebben en na dat welk om de Capmes de Camer deur daar de vrouw zig in bevond had open gehakt, zoo is Saripan en Welkom naar binnen gegaan, een heeft Saripa met een kerrij de gem vrouw en't kind zoo lange geslagen, tot dat hy meende dat die twee den geest gegeeven hadden, terwijl Andries en Jonas, by 't vengster zyn gegaan, om op te passen dat er niemand uyt vlugten zouden, gelyk die twee dan ook die daar uyt hadde willen vlugten met een kirrij ge¬ slagen, zonder te weeten wie zyl eygentlijk zouden geslagen hebben. Dat August voor zoo verre hy weet niemand gedood heeft als zynde hy tot een wagt by de deur gesteld, dat er niemand uyt vlugten zouden met een mes in - de hand. Dat Jonas een meyd die onder 't Ledikant Lag ge¬ stooken heeft zonder te weeten of zulx doodelyk is geweest. zegd nog dat welkom nog groegd heeft, dat hy met een mes de snyder gestooken heeft dat 't mes in 't Lichaam gebleeven is en dat hy nog een meyd gestooken heeft. Welkom binnen treedende zegd de gesz in facie dat hy de meyd 6 steeken gegeeven heeft en gesegd onder¬ 't steeken goddomi wat Leefd de meijd Lang kan ik haar niet dood krygen de geve blyft by zyne gesegdens. Art 60 hoe veele persoonen met de kinderen en slaaven mede gerekend wel in huys waaren? art 61 Art 62 zegd als vooren Saripa Zegd Welkom. Legd Zaripa 60 Wie de huysvrouw van hem Rotman heeft om 't leven gebragt en op wat manier 2 65 wie de drie kinderen van zegd dat Zaripa Een kind heeft hem stotman hebben vermoord! om't leeven gebragt dat de vrouw om den Arm had en daar na nog een groote dat in de Camer rond ging. zegd nader niet te weeten of dat tweede kind mede door Saripan is geslagen. 66: zegd dat Jonas haar geword Wiede slavin Martha gewond heeft Legt als vooren Zegd dat Andries en August de Eerste geweest zyn en dat zy t alle hadden toegestemd en genoegen genomen zegd dat welk om alles ge„ broken en open gehakt heeft en dat zyl alle te saamen gestoolen hebben. 69 op hy gem met de andere niet nat pleg## der afchhuwelyken moorden alle de kisten en Casten die in huys waaren hebben op en gebroken en geroofd en gestolen wat zyl maar mede konden voeren 68 Wie van hun wel 't meeste de andere hebben aangeset. dan of zy alle eens gesind waaren en dien moord met genoegen hebben volbragt 65 of niet der meyd zig onder het Ledekant heeft Verstooken met twee kinderen van Rotman — 63 wie de Camer daar de huysvrouw van bovengem Rotman met haare kinderen in waaren open gehakt heeft en waar mede! wie de slaaf Hector heeft om 't Leeven gebragt en op wat manier en hoe veel wonden art 70 heeft L 2 E Vervalt zegd tot omtrent middernagt zegd drie horologies zonder te weeten of het goude of zilvere geweest zijn seeven Iassen Negen sattijne rollen en voorts een partij kleederen en Contanten. zeyd dat hy get daar van niet en weet wie zulx zoude gedaan hebben. zegd naar herwaards op weg¬ hun begeeven te hebben- zegd als vooren of zyl niet van meening zyn zegd dat Andries gesegd had geweest meerdere plaatsen ap als wy nu weder wagens kunnen krygen op plaaten te Loopen moesten wij maar meer moorden beginnen, dog dat hy get. en de andere gesegd hadden de Eene zonde is niet voorby en wilt gij weeder een beginnen zulx moet niet geschieden waar by zulx dan ook berustende gebleeven is zegd als vooren of zyl niet verscheijde wagens zyn nagegaan om deselve mede te spolieeren ƒ of zyt verder Landwaards in zyn gegaan dan wel te rug laabwaarts 4 waar zyt als doen zig naar toe hebben begeeven 73 tot hoe laat in den nacht of morgen zyl op de plaats verbleven zin 2 ƒ L wie zulx gedaan of gepropo neert heeft wat reedenen zy getz gehad hebben om vyf repd. aan Con tanten, als meede een swartte rok Camisool broek en Lampher ook een hemd voor de Vrouw en Een voor de man te laaten. Wat zij al geroofd hebben. Art 70 dat 75 -

NL-HaNA_1.04.02_10984_0690 view scan ↗

English

says also as aforementioned whether they did not send one more of them says that the five of them at night to the place of Hendrik sent to the place Hop went to steal to steal, while Jonas of the burgher Hendrik H remained with the goods and that then Saripa strayed from them and as the questioned later afterwards learned, he went the next day to the said place, where he was also arrested and betrayed by him. Lapsed. whether or not when they saw themselves betrayed says Yes that he told the said a decision among them that it was now time to offer resistance was unanimously taken to themselves but that the others therein to the last man rather did not want to defend than willingly to consent and August surrender had bound them on the order of the Captain of the Hottentots. 82 says that they were taken prisoner by whom and whereabout are by the Captain they were taken prisoner! of the Hottentots Adam Prins and his men Says Yes. Says he does not 84 whether they also had any knowledge in the house of the said Rotman. 83 whether they were not intending to come here to the Cape in order to sell the stolen goods. 80 who that was and whether this did not happen to observe the situation at the said place! been what hindered them therein art aat 87 sworn therefore that says but only to steal Lapsed and to rob they murdered having done— Says no. Lapsed whether the questioned for his own private part says no that this is the first made himself further guilty time. of murders. 0 to show the questioned the murder weapons says that the two krisses belonged and to ask to him the questioned what belonged to him the questioned and who used the others! of which he gave one to Jonas that the Cleaver belonged to Welkom and that the other Boys each had a knife. 91 says that they were only with whether there were more belonging to their plot! the six of them says no he does not 93 whether they upon their deserting from here were intending to murder. if Yes to state the same 88 if Yes to state the same! 8 whether they did not bring more persons especially or households to death 86 says because they had egged each other on and swore loyalty if not how they then in cold blood could murder that household! art 85 whether their committed murder was caused by a lust for revenge or only to steal and to rob! art Lapsed Lapsed. says Yes. that 95 whether they then told this to no one 96 whether the questioned looking back on it now does not understand that it was among them to remain faithful to each other to have done evil to have done such although it grieves him afterwards. Says Yes because the agreement says Yes. says as on art while it was a conspiracy to have done such 100 Says to know to have done evil what he the questioned will further be able to bring forward and to have deserved death in his excuse! and to know nothing to bring forward in his excuse. Thus questioned and answered at Cabo de goedehoop the 9 November 1786 99 what then moved him the questioned to begin such a gruesome and inhuman murder! =98 whether he the questioned is not conscious through this deed of being extremely punishable and having deserved death and that one may murder no one without making oneself guilty of death! cent 94 if Yes ! who were here besides who knew of their intention2 before before the Messrs. Johannes Manthinus Horak and Andries van Sittert Members from the Hon. Worshipful Council of Justice aforesaid who properly signed the minute of this together with the questioned and me the sworn Clerk / underneath stood / which I testify / was signed / R: I: V: D Riet sworn Clerk Appeared before us the undersigned committee members from the Hon. Worshipful Council of Justice here the slave Damon who having had his given answers as well as the Question articles read to him verbatim testified to persist in adhering to them as being the complete truth / underneath stood / Thus verified at Cabo de goede hoop the 17 November 1786 (was signed) and written around it this mark the questioned placed with his own hand / in margin / as committee members / was signed / J. M Horak and A: van Sittert Lower in my presence / was signed /: R: J: V: d Riet sworn Clerk Appeared before us the Articles drawn up and given over to the Messrs. Committee Members undersigned Committee Members from the Hon. Worshipful Council of from the Hon. Worshipful Council of Justice of this government in order upon the requisition Justice of this government the slave Saaixen of the sworn Clerk who to the adjacent questions answered as Ryno Johannes van der Riet is noted beside each verification in - Art 1„ the questioned's name, birthplace, says age by guess 30 age and whose bondman he is years Bondman of the burgher Jan Buurman says with the six of them of whom he the questioned is one. 2/ Welkom of the wid. Daniel Beets 3/ August of the burgher David Benjam DHillij 4/ Andries of Christiaen Veldbron . 5 Damon of Jochem Janneke Jonas of Willem van Reenen Who was the First who spoke of deserting Says Andreas and August first spoke of deserting. Says August and Andries proposed this and also obtained it. says that he saw this for the First time to show the questioned the passes whether when he the questioned had agreed with his remaining comrades to desert it was not proposed by one or more to take a false pass along how many, and who they were distinctly to state as then deserted with him when he the questioned deserted from here says now about One month in official capacity qualified to conduct the affairs of the Landdrost of Swellendam Constant van Nult Onkruyd to be heard Saripa of Mardhaar whose responses to be given in the margin of this shall be duly made known. — ogte - 2 ƒ 2 & take -

Dutch transcription

zegd mede als bovengemeld is of zyl niet nog een uyt hun zegd dat zyl met hun vyven 's nagts na de plaats van hendrik hebben gesonden na de plaats Hop gegaan zijn om schaapen te steelen, terwyl Jonas van den burger Hendrik H by 't goed verbleeven is en dat als toen saripa van hun is afgedwaald en zoo de gevz nader hand vernomen heeft, zoo is hy 's anderen daags na de gem plaats gegaan, alwaar hy ook is g'arresteert geworden en door hem verraaden. Vervald. of niet toen zyl zig verraden zegd Ja dat hy gem gesegd zagen een besluyt onder hun heeft dat het nu tyd was om tegenweer te bieden eenparig genomen is om zig maar dat de andere daar tot de Laatste man Lieven in niet hadden willen te verdedigen dan zig goed willig over te geven toestemmen en had au gust hun op Ordre van de Capitain der stoltentot ten gevleugeld. 82 zegd dat zyt gevangen genomen door wien en waar omtrent zyn door den Capitain zyt gevangen genomen zijn! der Stottentotten Adam Prins en zyne manschappen Zegd Jan. Legd hy get niet 84 of zyt ook eenige kennis in't huys van gem Rotman hebben gehad. 83 of zyl niet van meening zyn geweest om alhier na de Caab te komen ten eynde de geroofde goederen te verkoopen. 80 wie die geweest is en of zulx niet is geschied om de gele gentheyd op gem plaats af te zien! geweest wat hun daar in is hinderlyk art aat 87 geswooren daarom zulx zegd maar alleen om te steelen Vervald en te rooven hebben gemoord gedaan te hebben— Zegd steen. Vervald of den gev voor zyn prive zegd neen dat dit de eerste zig meerder aan moorden reep is. heeft schuldig gemaakt". 0 den gevr de moord geweeren zegd dat de twee krissen hem te vertoonen en te vragen geva hebben toe behoord wat hem gevz heeft toebe waarvan hy gem een aan Jonas heeft afgegeven hoord en wie de andere dat het Hakmes welkom gebruykt hebben! heeft toebehoord en dat de andere Jongens yder een mes hebben gehad. 91 zegd dat zijlieden maar met of er nog meer tot hun Complos hun sessen geweest zyn behoord hebben! zegd neen hy get niet 93 of zyl by hun opdrossen van hier van meening zyn geweest te moorden. zoo Ja deselve op te geven 88 zoo Ja deselve op te geven! 8 of zyl niet meer persoonen in't bysonder of huys gesinnen hebben om 't leven gebragt 86 zegd om dat zy t malkanderen zoo neer hoe zyl dan in koelen hadden aangevet en trouw moeder dat huys gesin hebben kunnen vermoorden! art 85 of hun gepleegde moord uyt een wraak Lust is veroorsaakt dan maar alleen om te steelen en te rooven! art Vervald Vervald. zegd Ja. dat 95 of zyl zulx dan aan niemand hebben verhaald 96 of den gevr nu van agteren be schouwd niet begrypt kwaad onder hun was om elkan deren getrouw te blyven gedaan te hebben zulx gedaan te hebben hoe wel zulx hem van agteren Leed doet. Legd Ia om dat de afspraak zegd Ia. zegd als op art terwijl een samen sweering was zild gedaan te hebben 100 Legd te weeten kwaad gedaan wat hy gev verder tot zyn verschooning zal kunnen by te hebben en de dood verdiend te hebben brengen! en niets tot zyn ver schooning te weeten by te brengen. Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goedehoop den 9 november 1786 99 wat hem gevr. dan gemoveert heeft om zoo eene gruwelijken en ontmenschte moord te be ginnen! =98 of hy get niet bewust is door dese daad ten uijtersten staaf waardig te zyn en de dood verdiend te hebben en dat men niemand vermoorden mag zonder zig selvs de dood schuldig te maaken! cent 94 zoo Ia ! wie alhier nog zyn ge weest die hun voornemen hebben geweeten2 voor voor de Heeren Johannes Manthinus Horak en Andries van Sittert Leeden uyt den E Achtb raade van Justitie voorm die de minuute deser benevens den gevn en my gesw Clercq mede behoorlyk hebben ondertekend / onder stont / 't welk ik getuijgen /was getekend/ R: I: V: D Ruet gesw Clercq Compareerden voor ons ondergetekende gecom mitteerdens uyt den E achtb raad van Justitie alhier de slaaf Damon dewelke zyne gegevene antwoorden zoo wel als de Vraag articulen woordelyks voorgeleesen zynde heeft betuygd daar by te blyven persisteeren als zynde zulx volkoomen waarheyd /onderstont/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 17 November 1786 (was getekend) en daaromme beschreeven dit merk heeft den gevr Eygenhandig gesteld /in marging/ als gecommitteerdens /was getekend/ J. M Horak en A: van Sittert Lager my present /was getekend /: R: J: V: d Ruz gesw Clercq Compareerde voor ons onder Articulent gedaan maaken en aan Heeren gecommitteerd=s geteekende Gecommitteerd=s uyt den E achtb raad van uyt den Eachtb rand van Justitie deses gouvernements Justitie deses gouverne overgegeeven omme ter requi ments den slaaf Saaixen sitie van den gesw Clercq dewelke op de nevenstaande vragen zoodanig heeft Ryno Johannes van der Riet geantwoord als besyden een yder aangetekend staat recollement in - Art 1„ des gevz naam, geboorte plaats, zegd oud naar Gissing. 30 ouderdom en werens zeyl Jaaren Leyf Eijgen van Eygen hy is den burger Jan Buurman zegd met hun sessen waar van hy getr een is. 2/ welkom van de wed. Daniel Beets 3/ August van den burger David Benjam DHillij 4/ Andries van Christiaen Veldbron . 5 Damon van Jochem Ianneke Jonas van Willem van Reenen Wie de Eerste is die van drossen Legd Andreas en August heeft gesprooken hebben 't eerst van drossan gesprooken. Zegd Aucqust en Andries hebben zulx gepasponeert en ook besvagd. zegd dat hy zulx voor 't Eerst de geva de briefjes te vertoonden gesien of wanneer hy get met zyn Overige makkers afgesprooken had om te drossen niet door een dan wel meer is geproponeer om een vals briefje mede te hoe veel, en wie deselve dis= tinct op te geven met hem als toen zyn mede gedrost wanneer hy gevr van hier is zegd nu omtrent Een maand opgedrost 2. in Officia gequalificeert ter waarneeminge der Zaaken van den Landdrost van Swel Lendam Constant van Nult Onkruyd gehoord te worden Saripa van Mardhaar zullende desselvs te gevene responsiven in margine deser behoorlyk werden be kend gestelt. — ogte - 2 ƒ 2 & nemen -

NL-HaNA_1.04.02_10984_0695 view scan ↗

English

states as before having asked for those notes as he, witness, has heard states as before having seen on the occasion that they had met four wagons along the way, and that he recognizes them as the very same. states that he learned from August along the way that it was allegedly written by a child who lives here with the retired Captain Paulsen. states that because he, witness, was not present there, he cannot say such. states not to know. And whether that youth was not urged to do so by his mother, who also lives with the said Paulsen. 12 Whether he, witness, did not himself ask that youth for that note. Whether that youth wrote such of his own accord, or if it was dictated to him by one of the said plot, and through whom he requested it. States Siegaest and Damon have... who those notes to the youth... Or whether such was not written by a person residing at the house of the Military Captain Paulsen, recently arrived here from Batavia, by name Joh Saes Fabritius. Article 7 Whether he, witness, also knows who wrote the letter! And to ask whether these are not the notes that were taken along by them. 8 States he recognizes it. States No. States No. Lapses. States not to know such either. 14 How much was paid for that note, and by whom? States that he heard that two rixdollars were paid for it. States to have heard nothing thereof. 2 States that they had agreed with one another to meet each other at the Water Basin. States No. 21 Whether he, witness, or one of them in the shack at... 20 Where the agreement was, of him, prisoner, with the others to meet together. 19 If yes, who they are and to specify the same distinctly? 18 Whether he, witness, or so far as he, prisoner, knows another of the plot also made that intention known to this or that of their good friends here. 2 Whether their intention upon deserting from here was to murder. 6 Whether the one who received that money also knew what the design had been! Who received that money for it? Article 13 Whether that youth was not fetched out of school by his mother for that purpose! had from him of the powders where it really was. States No. States No. States No. States that he, witness, saw the amulet in the hands of Jonas. States No. States never to have seen such an amulet otherwise. States No. States that he does not know of the incantation, but indeed that Jonas sometimes smoked something. States that Jonas and Damon had something with... Not to know such. 30 Whether he, witness, also knows which of them took the powders along! 29 Whether all the witnesses believed in the power of execution of that note! 28 Whether he, witness, does not know the essential content of the inscription. 27 Whether the prisoner also knows what that amulet was actually intended to serve for! Whether they were also given any assurance of the power of that incantation, and by whom. 26 25 To show the prisoner the amulet and to ask who procured it for them. 24 Whether that priest also knew of their intention. Article 22 Whether they were also lodged there during the night? 23 Whether he, prisoner, or which of them had acquaintance with the Mohammedan priest Norman? the Salt River did not tarry for a while! Article 3 and Article 31 Whether there did not belong to him, prisoner, a powder in a paper that is inscribed with an Arabic letter. aforesaid of those powders, but that he found such at the Donau River. Damon, stepping inside, states that the note in which the powder of Zaripan was contained actually dictates that one may go wherever one wishes and cannot be hindered by anyone, and that he wrote such himself and gave it to him, Zaripan, but that the powders were not found by him at the Donau River. The prisoner states further that he received that powder from Damon, as well as the note, which Damon also acknowledged. States that he indeed had something. States from Damon, as... States that it is actually that what should be carried out therewith. that he should undertake no evil, and if he undertook something evil, then much evil would befall him. States that he, witness, had nothing other than a knife, but that the others were each provided with something else. States that Jonas was the guide, but that for the rest they all together had an equal say. States Yes. 36 Whether there was not a conspiracy to remain faithful to one another! 35 And which of them was the Chief or Captain. 38 Whether, after they had taken along all ingredients for their intention to succeed happily therein, each of them was not provided with lethal weapons! 32 From whom they received the powders. Article to remain. States Yes. States Yes, all together opened such with a chopping knife. States Yes. States Yes. States not being able to name such because he had no acquaintance with those people. States No. States because at that time they still had no shortage of food. Lapses. States Yes. 44 Whether they did not finally arrive on the 21st of the just passed month of October at the farm Honingklip belonging to the burgher Sebastiaan Rotman! 43½ Whose instigation it would have been in such a case. 43 What prevented him therein. 41 Where and at whose places. 42 Whether they also had the intention to murder at one of those places! 40 Whether they were not at various places during their desertion. 39 Whether Jonas did not serve as guide. Article 37 Whether, after they had met each other at the Salt River, their agreement was not directly to desert across the Hottentots Holland mountains to the Caffers? 38 Whether they did not knock off the rings in the dunes that their fellow witness Jonas had on his legs. that

Dutch transcription

zegd als vooren die briefjes gevraagd zoo als hy get gehoord heeft zegd als vooren gesien huft by geleegendheyd dat zy vier wagens op weg te gemoed gekomen waaren en dat hy deselve voor de Ey genste erkend. zegd dat hij van August ver nomen heeft op weg dat het zoude geschreven zyn door Een kind die hier by den remoreerende Capitain Paulllen woond. zegd terwyl hy getr daar niet by geweest is zulx niet te kunnen zeggen zegd zald niet te weeten En of die Iongeling niet door zyn moeder die meede bij gemelde paulsen woond daar toe is aangesit geworden. —12 A of hy get dien Iongeling om dat briefje niet zelfs heeft versogt of die Iongeling zulx geschreeven heeft uyt zyn eigen dan wel door een van des geve Complot is voorgesegd en door Wein heeft versogt zegd Siegaest en Damon hebben wie die briefjes aan de Iangeling of zulx niet is geschreven door een persoon die ten huyse van den Onlangs alhier van Batavia aangekomene Capitain Militair Paulsen woond in naame Ioh Saes Fabritius Art 7„ of hy getr ook weet wie de brief is geschreven heeft! en te vraagen of dit niet de briefjes zijn die door hun zyn mede genomen 8 Legd het kend Zegd Neen Zegd Neen Vervalt „zegd zulx mede niet te weeten 14 hoe veel voor dat briefje is be Leyd dat hy gehoord heeft dat taalt en door wien? er twee reysd voor betaalt zegd daar van niets gehoord te hebben 2 zegd dat zy met elkanderen hadden afgesprooken om aan de Waterbak bij el kanderen te komen Legd Neer. 21 of hy get dan wel een van hun in de Schaggerij aan 20 waar de afspraak was, van hem gevn met de anderen om by elkanderen te komen 19 zoo Jan wie die zyn en deselve distinct op te geven? 18 of hy get dan wel voor zoo vern hy gev weet een ander vant Complot dat voorneemen aan dese of geene van hun goede Vrienden alhier ook hebben 2 bekend gemaakt of hun voornemen by opdros sing van hier is geweest om te moorden. 6 ƒ of die geene die dat geld ontvrangen afgeschreeven ook geweet en heeft, wat 't desseyn is ge„ weese! ƒ Wie dat geld daar voor heeft ontvangen2 art 13 of die Iongeling tot dat eijnde door zyne moeder niet is uijt School gehaald! de is. 0 6 0 hem gehad hebben van de poeyere waar 't eygentlyk geweest is zegd Neen Zegd Neen. Zegd. Neen. zegd dat hy getr 't Lootje in handen van Jonasge sien heeft. Zegd Neen. zegd Nooyt anders zoo een Lootje gesien te hebben. Zegd Neen. zegd dat hy niet weet van de besweering maar wel dat Jonas Zomtyts iets gerookt heeft zegd dat Jonas en Damon iets by zulx niet te weeten 30 of hy get ook weet wie van hun de paeijers heeft mede genomen! 29 of alle de get. aan de kragt der uytvoering van dat briefje hebben geloofd! 28 of hy get niet den zaakelijken inhoud van de Superscriptie weet 27 of den gevz ook weet waar toe eygentlyk dat Lootje dunen zoude! of hun ook eenige Verseekering is gegeeven van de kragt tvan die besweering en door wein 26 25 den gevr het Lootje te Vertoonen en te vragen wel hun dat heeft besorgd 24 of die preester van hun voor nemen ook geweeten heeft Art 22 of zyl des nagts ook aldaar zyn gelogeert geweest? 23 of hy geva dan wel wie van hun kennis met de Mahomet aanden preester Norman hebben gehad? de zoutte revier niet een poosje hebben vertoevd! Art 3 en Cent 31 of hem gev. dan niet heeft toeke voorm. hoord een poeyer in een papiertje van die poeyers maar dat dat met een Arabische Letter hy zulx gevonden heeft aan beschreeven is De Donau rivier. Damon binnen treedende zegd dat 't briefjen daar de poeder van Zaripan in geweest is eij gentlik dicteert dat mun gaan kan waar men wil en door niemand hinder kan gedaan werden en dat hy zulx zelvs geschreven heeft en aan hem Zaripa gegeeven mear dat de poeijers niet door hem aan de Donau revier gevonden zyn. Den gevr zegd nader dat hy dat poeder van Damon gekreegen heeft zoo als ook 't briefje 't geen Damon mede advoueerden zegd dat hy wel iets gehad heeft Zegd van Damon zoo als zegd dat het Eijgentlyk is dat wat daar mede zouden uytge hy geen kwaad soude voerd worden onderneemen en zoo wan neer hy iets kwaads ondernam, dan zou hem veel kwaad wedervaaren zegd dat hy get niet anders heeft gehad als een mes maar dat de andere ieder van iets anders is voorsien geweest. zegd dat Jonas wilde, weg wyser is geweest maar dat zy voor 't overigen alle te samen even veel te seggen hebben gehad. zegd Jan 36 off er geen samen sweering is geweest om malkanderen getrouw - 35 en wie van hun de Operste op Capitain is geweest 38 of na dat zy alle ingredienten tot hun voornemen om daar in gelukkig te slaagen mede hadde genomen, niet yder van hun van moordgeweeren is voorsien geworden! 32 van wie zy de poeyers gekregen hebben art 0 0 - & te blyven! zegd Ja zegt Ja alle te samen moet een Capmes zulx te hebben opengemaakt zegd Jan. zegd Ja. zegd zulx niet te kunnen noemen door Dien hy zagd Neer Legd om dat tyt nog geen gebrek aan Eeten hadden Vervald zegd Ja 44 of zyl niet eyndelyk op den 21 de der even afgeweekene maand October Op de plaats de Honing klip den burger Sebastiaan Rotman toebehoorende zyn gekomen! — 43½ wierde aan raadens dan in zoo een geval geweest zyn 43 wat hem daar in heeft belet 41 waar en bij wien al. geen kennis heeft gehad aan die menschen. — 42 of zy ook intentie hebben gehad om te moorden op een dier plaatsen! 40 of zyl niet op verscheyde plaatsen zyn geweest in hun opdrossen 39 of Jonas niet als wegwyser ge diend heeft Cert 37 off na dat zijl aande soutte Ravier by malkanderen gekomen waren niet direct hun afpraak was, om over 't hottentots hollants gebergte na de Caffers te drossen? 38 of zyl niet in de duynen de rin gen die hun meede get Jonas van de beenen had, hebben af geslagen dat ƒ

← previousnext →