Inventory 10984
Cape · 954 pages · 242 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Cruiselberg had been tranquil and unaffected during that occurrence, having put the counterfeit pieces of money into his waistcoat pocket while saying, "Sir, I shall give you other money, even if it were silver money," whereupon the aforementioned Cruiselberg also stood up, went out of the room, and having returned, had brought in a hat silver and paper money, of which paper money he counted out to the Appearer 54 pieces each of 5 Ryxd:s; the aforementioned Cruiselberg, when the Appearer had come to tell him that this was nevertheless a great loss for him and he therefore had to consider from whom he had received money, the oft-mentioned Cruiselberg had substantially answered thereto: that he had received no money from anyone except from van Wieling, Loots, and Landenberg, adding: "I should like it to come to light, but I damned well know nothing about it." That the Appearer had then said to the aforementioned Cruiselberg that he had been to the Honorable Secunde, but that he, without having seen the counterfeit money, had said that he should return at three o'clock; but that since he, Cruiselberg, now had that money, he could even go with it to the Honorable Hacker himself; to which saying the frequently mentioned Cruiselberg had replied that he would first go to the aforesaid Loots and van Wieling and make inquiries there, and would thereafter present himself to the well-mentioned Mr. Hacker. Declaring nothing more, the Appearer gives as reasons of knowledge as in the text, offering always to confirm the same by solemn oath. Below stood: Thus passed at the Cape of Good Hope, the 1st of April 1786, before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the original draft hereof together with the Appearer and me, the Secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C: V: Aerssen, Secretary. Verification. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the bookkeeper of the Honorable Company, Monsieur George Frederik Goetz, who, having this his preceding declaration read out clearly and distinctly word for word, declared that he persisted and continues to persist therewith, desiring that nothing more be added thereto or taken therefrom, except only that Cruiselberg also said, "I am a poor devil," this having occurred when the Appearer said to van Cruiselberg that this was a great loss for him, and he therefore spoke in the presence of the aforementioned Cruiselberg the solemn words: "So truly help me God Almighty." Below stood: Thus verified and sworn at the Cape of Good Hope, the 1st of May 1786. Was signed: G: F: Goetz. Lower: In my presence, signed: R: J: V: d: Riet, Sworn Clerk. In the margin: As commissioners, and signed: S: V: Echten and A: van Sittert. Still lower: Agrees. And signed thereunder: R: J: V: d: Riet, Sworn Clerk. Letter G. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the burgher fire-master Monsieur Arend van Wielig, of competent age, who, at the requisition of the interim Fiscal, Sieur Gabriel Exter, declared to be true: That on the 25th of the recently passed month of March, the assistant Cruiselberg came to the Appearer to receive for the account of the burgher lieutenant Sieur Johannes Gysbertus van Rheenen a sum of 1600 rijxd:s, the Appearer having paid him this in the following species, to wit: 5 pieces at rx 60: rd 300 1 piece at rx 30: rd 30 13 pieces at rx 20: rd 260 51 pieces at rx 10: rd 510 6 pieces at rx 5: rd 30 29 pieces at rx 4: rd 116 28 pieces at rx 3: rd 84 35 pieces at rx 2: rd 70 making rx 1400, as appears from the list handed over to him at the same time and now attached hereto, together with a sum of rx 200 in silver coin, among which money, to the best of the Appearer's knowledge, there were no counterfeit pieces, nor any piece of rx 40, as appears from the aforesaid list, the aforementioned Cruiselberg having inspected the received paper currency in the presence of the Appearer and rolled it up in the list shown at the passing of this act. That last Friday, the bookkeeper George Frederik Goetz came to the Appearer, requesting that, since the aforesaid van Rheenen was not at home, he would take into custody a parcel of paper currency; that, the aforesaid parcel having been open, the aforementioned Goetz unwound the paper wrapped around it and then showed the Appearer three pieces of parchment each of rx 60, two each of 40, and one of 10, which parcel of money the oft-mentioned Goetz having stated to have received from the above-mentioned van Rheenen; and since the wrapper of that money was the very same which the aforesaid Cruiselberg had wrapped around it upon receiving the aforementioned money at the house of the Appearer, and on which the species of the coin were specifically written as they had been received by the Appearer from the burgher councillor, the Honorable Jan Coenraad Gie, the Appearer deemed it proper to keep that same paper with him. Declaring nothing more, the Appearer gives as reasons of knowledge as in the text, offering to confirm the same, if required, by solemn oath. Below stood: Thus passed at the Cape of Good Hope, the 3rd of April 1786, before the Honorable Gerhardus Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the original draft hereof together with the Appearer and me, the Secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C: van Aerssen, Secretary. Verification.
Dutch transcription
„berg bij dat voorval tranquil en onaange„ „daan geweest was, hebbende de valschen stuk„ „ken geld in zijn Camizool zak gestooken onder het zeggen Mijn Heer ik zal u andergeld als was het zilver geld geeven gelijk dan gem: Cruiselberg ook opstond uit de kamer gegaan was, en wederge„ „koomen zijnde in een hoed zilver en pa„ „piere geld gebracht had, van welk papie„ „re geld denzelven aan den Comp„t had toe„ „getelt 54 stukken ieder van 5 Ryxd:s hebbende gem: Cruiselberg, wanneer den Compt tot hem was komen zeggen dat zulx egter een groot verlies voor hem was en hij deer„ halven moest bedenken van wien hij geld ontfangen had, meergem: Cruiselberg daarop substantieelijk had geantwoord; van nie„ „mand eenig geld ontvangen te hebben; als van van Wieling, loots en Landenberg met byvoeging: ik mag wel liden dat 'z uijt„ „komt maar ik weet er verdoemd niet van. — dat de Comp:t als toen tegen gem: Crui„ „selberg gezegd hebbende dat hij bij den E: Achtb: Heer Secunde was geweest, dog dat denzelven zonder het valsche geld gezien te hebben, had gezegt: dat hij om drie uuren wederkomen moest; dog dat dewijl hij Cruiselberg als nu dat geld hadde hij over„ „zulx daarmede zelvs naa den wel Ed: achtb: Heeren Hacker gaan konde, op welk zeg„ „gen dekwijls gem: Cruiselberg had hervat eerst bij voorsz: Loots en van wieling gaan en daar na vernemen zoude, zullende zig daar naa bij welgem: Heere Hackerver„ „voegen. — Niets meer verklaarende geeft den Comp„te voor redenen van wetenschap als eer„ zal ik ti ellen zelve pak„ maakt, lezt ant„ maar dan vol„ eer„ met z: ge¬ 5of er nen 1 van „ heb„ an sel„ in den text, praesenteerende 't zelve altoos met solemneele Eede ten staaven; /:Onderstond:/ dat Aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 1 April 1786. voor de EE: Salomon van Echten en Johannes Smuts leeden uit den E Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezer benevens den Comp„s en mij secretaris, mede behoorlijk hebben Onderteekend /: Laager:/ 't welk ik getuijgen /:was getekend:/ C: V: Aerssen Secretaris. - Recollement. Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt: uit den E: Achtb: raad van Justitie dezes gouvernements den boekhouder der E Compe mons. r george Frederik goetz dewelke deeze zine voorenstaande verklaa„ ring van woorde tot woorde klaar en duidelijk voorgelezen weezende, verklaarde daar bij te blijven persisteeren met be„ „geerte, dat er niets meer bij of van ge„ „daan werde als alleenlijk, dat Cruiselberg nog gesegt heeft ik ben een arme duijvel, zijnde zulx voorgevallen toen den Compt gezegt heeft tegen van Cruiselberg, dat zulx een groot verlies voor hem was, en sprak dierhalven ter preesentie van gem: Cruiselberg de solemneele woorden zo waar¬ „lik heet mij god almachtig /:Onderstond:/ Aldus gerecolleert en beeedigt aan Cabo de goede Hoop, den 1 maij 1786 /: was, getekend, G: F: Goetz /: Lager:/ mij praesent /: getekend:) R: J: V: d: Riet gesw:e Clercq /:in margine:) als gecommitt:s /: en getekend:/ S: V: Echten en Lit G. Compareerde voor ons ondergetekende gecommitteerdens uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes gouvernements den burger brandmeester Monsr. Arend van Wielig van Compotenten ouderdom, dewelke ter requi„ „sitie van den prointerim fiscaal S:r ga„ „briel Exter verklaarde hoe waar is. — dat op 25 der Jongst gepasseerde maand maart bij den Comp:t zijnde gekoomen den adsistend Cruiselbergen om voor rekening van den burger lieutenant S:t Iohannes gysbertus van Rheenen te ontvangen eene Somma van rijxd:s 1600 den Comp„ts hem die had afbetaald in de volgende specien te weten 5 p„s a rx 60 rd 300 30 30 13 20 260 51 510 6 5 30 29 116 28 3 84 35 10 4 dies rx 1400 blykens het ter zelver tijd aan hem overgegevene en thans hier bygevoegde, lijsse mitsg„s nog aan zilver munt eene somma van rx 200 onder welk geld volgens des Comp„s best weeten geene valsche stukken zijn geweest nog ook geen stuk van ro 40 blykens voorsz: Eijsce hebbende gem: Cruiselberg de ontfangene papiere munt ter praesentie van den Compt nagezien en gerolt in 't bij het passeeren deezer vertoonde Lijsje. — dat op laatstl: vrydag bij den Comp:t gekoo„ en A: van Sittert (:nog lager:) accordeert /:en daar onder getekend:/ R: J: V: O: Riet geswe Clercq. „men os goeden lomon n uit die en ben getuigen aris. - 1 houden z klaa„ 2 de e elberg vel, 2 aar„ ekend 1 in: end; 2 70 „men, zijnde de boekhouder George frederik goetz dewelke verzogt dat vermits voorsz: van Rheenen niet te huis was, in bewaa„ „ring wilde neemen. Een pakje papier munt dat het voorsz: pakse open geweest zijnde gem: goetz het daarom geslaage papier ontwonde en toen aan den Comp„ geweezen had drie p„s pergamente ieder van rx60 twee yder van 40. en een van 10 welk pakje met geld meermelde goetz gezegd hebbende van bovengem: van rheenen te hebben ont¬ „fangen en vermits den omslag van dat geld het zelve was geweest die voorsz: Cruiselberg bij het ontfangen van voorm: geld ten huize van den Comp„s daarom gewonden had; en waarop specific stonden de specien der munt zo als dezelve door den Comp„t van den burgeraad d' E Jan Coenraad gie had ont„ „vangen had den Comp„:t goedgevonden dat zelve papier bij zig te houden. Niets meer verklaarende geeft den Compt. voor redenen van wetenschap als in den text praesenteerende zulx indien het gerequireert mogt worden met solemnee¬ „le Eede te staaven. /:Onderstond:/ dat aldus passeerde aan Cabo de goede hoop. den 3 April 1786 voor de EE: Gerhar„ „dus Hendrik Cruiwagen en Johannes Smiets leeden uit den E: Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezer bene„ „vens den Comp„te ende mij secretaris mede behoorlijk hebben onderteekend /:Lager:/ 't welk ik getuijgen /:was getekend:/ C: van Aerssen secretaris. Recollement -
English
Examination. Letter A. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable and Venerable Council of Justice of this government, the aforementioned Arend van Wielig, who, having had this his preceding deposition clearly and distinctly read out word for word, declared that he abides by it and persists therein, desiring that nothing more be added to or subtracted from it, and spoke therefore, in confirmation of the truth thereof in the presence of Cruiseberg, the solemn words: So help me God Almighty. Underneath was written: Thus examined and sworn in the Castle of Good Hope on 13 April 1786. Signed: A: V: Willig. Lower: Present before me, signed: C: Aerssen, Secretary. In the margin: as commissioners, signed: G: H: Cruijwagen and Johs Smuts. Still lower: Agrees, and signed: R J: V: d: Riet, Sworn Clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable and Venerable Council of Justice of this government, the Honorable Jan Jacob Zwanevelden, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal, Sieur Gabriel Exter, declared to be the truth: That in the month of January last, the assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruiselberg, having sent to the appearer a sealed packet, in which, according to the note annexed hereto, were found 1668 rixdollars and 23 [illegible] which money the said Cruiselberg, as co-attorney along with the appearer's [illegible] Vermaak and Willem Versveld, had received from the repatriating attorney Van der Gents, for the account of his aforesaid principal, the appearer had left said packet lying sealed in his possession until after a period of about three days, when the aforementioned Cruiselberg came in person to the appearer, and the appearer opened said sealed packet in the presence of him, Cruiselberg, counted the pieces of paper currency and found them in conformity with the accompanying note, without at that time paying further attention to whether the said pieces were counterfeit or genuine; that the appearer furthermore, without yet having the notion that among this money counted out to him, the appearer, by Cruiselberg there would be counterfeit pieces, took some money from the said packet from time to time for various expenses to the amount of 404 rixdollars and 2 schellings, and on last Monday, being 3 April, had the remainder of this money, amounting to the sum of 1261 [illegible] according to the appearer's note added next to the note of Cruiselberg, examined before the Cashier of the Honorable Company, the Honorable Gerhardus Hendrik Cruiwagen, who, recognizing among them as counterfeit 9 pieces on parchment and 5 on paper, amounting together to the sum of 165 rixdollars, whereupon the appearer immediately delivered the aforementioned counterfeit pieces into the hands of the Honorable pro interim Fiscal. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for knowledge as in the text, offering, whenever required, always to confirm the same with a solemn oath. Underneath was written: Thus done at Cabo de Goede Hoop, 4 April 1786, before the Honorables Gerhardus Hendrik Cruijwagen and Johannes Smuts, members of the Honorable and Venerable Council aforementioned, who have duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the Secretary. Lower: Which I witness, was signed: C: van Aerssen, Secretary. Examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable and Venerable Council of Justice of this government, the aforementioned Jan Jacob Swanevelder, who, having had this his given deposition clearly and distinctly read out word for word, declared that he abides by it and persists therein, desiring that nothing more be added to or subtracted from it, except only to add that the appearer has forgotten whether it was the following day after having received the abovementioned sum, or indeed 3 days thereafter, that Cruiselberg was with him, the appearer, and furthermore, in confirmation of the truth, in the presence of Cruevelberg, spoke the solemn words: So help me God Almighty. Underneath was written: Thus examined and sworn in the Castle of Good Hope on 19 April 1786. Was signed: J: J: Swaanenvelder. Lower: Present before me, and signed: C van Aerssen, Secretary. In the margin: as commissioners, and signed: G. H: Cruijwagen and Joh:s Smuts. Still lower: Agrees, and signed: R: J: V: d Riet, Sworn Clerk. Honorable Sir. 1700 rixdollars Letter J. Sworn Clerk. I have the honor to enclose herewith and transmit to Your Honor: 1668 rixdollars — being 60 of 10 rixdollars: 600 4 of 60: 240 1600 rixdollars — being the capital 1 of 40: 40 128 = being the 8 percent 1 of 25: 25 1 [illegible] 2 assignment 3 of 20: 60 1729 rixdollars 2 3 of 15: 45 Deducting rixdollars according to the secretary's copy 2 2 of 12: 24 60 collection fee of 26 26 of 5: 130 Mr. Vermaak Versveld and 9 9 of 4: 36 mine 17 of 3: 51 remains rixdollars 1668.2 1261 With which I have the honor to be with high regard, Underneath was written: Honorable Sir. Lower: Your Honor's servant, signed: M. S. van Cruiselbergen. In the margin: P.S. May Your Honor please not take it amiss of me that I have remained in arrears for so long with that money, but such is the fault of Mr. Loos. The address was: Honorable Sir, Mr. Swanevelder, residing at Cabo, with 1668 rixdollars. Lower: Agrees, and signed: R: J: V: d: Riet, Sworn Clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable and Venerable Council of Justice of this government, the burgher Evert Heugh, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal, Sieur Gabriel Exter, declared to be the truth: That about three to four months ago now, without being able to determine the positive day or date, the assistant Cruiselberg having come to the house of the appearer, had himself, for some purchased [illegible]
Dutch transcription
Recollement. Li: A. Compareerde voor ons ondergetekende ge„ „committ: uit den E: Achtb: raad van Iusti„ „tie dezes gouvernements voorm: Arend van wielig dewelke deze zijne voorenstaande verklaaring klaar en duijdelijk woor„ „delijks voorgeleezen wezende verclaarde daar bij te blyven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij of van gedaan worden zal en sprak dierhalven ter beves„ „tiging der waarheid van dien praesentie van Cruiseberg de solemneele woorden soo waarlijk help mij god Almachtig. /:Onderstond:/ Aldus gerecolleert, en beeedigt in't Ca„ „steel de Goede Hoop den 13 April 1786. /:getekend:/ A: V: Willig /:Lager:/ mij pre„ „sent /: getekend:/ C: : Aerssen Secretaris /:in margine :/ als gecommitt:s /: getekend:/ G: h: Cruijwagen en Johs Smits /: nog Ea„ „ger:/ accordeert /:en getekend:/ R J: V: d: Riet geswe: Clerq Compareerde voor ons ondergetekende ge„ „committs uit den E: Achtb: raade van Iustitie dezes gouvernements de E Jan Ja„ „cob Zwanevelden van Compotenten Ouder„ „dom dewelke ter requisitie van den pro interim fiscaal S:s gabriel Exter verklaarde hoe waar is. — dat in de maand Januarij Jongsleeden den adsistend der E: Comp„e Marinus Simon van Cruiselberg aan den Comp t hebbende toegezonden een verzeegeld pakse, waar in volgens hier geannexeerde notitie zig be„ vonden derik oorsz: vaa„ munt ynde hier zen pakje bende ont„ geld elberg 1 ze van in „ de ar C: van ment 60 vonden r 1668 en 23 welke penn: gemelde Cruiselberg als medegemagtigde benevens den Comp„s Vermark en illem Versveld van de repatrieerende procureur van der gents hall ontvangen voor gem: zyn principaal de Comp:t gem: pakse versegeld bij zig had laaten Leggen, tot naa verloop van een dag of drie wanneer voorm: Cruiselberg in perzoon bij den Comp:s gekoomen zynde, de Comp:ts gem: verzegeld pakse in praesentie van hem Cruiselberg had geopend, de stukken papiere munt nageteld in Conform bevonden met de bygaande Notitie zonder toen ter tijd verders acht te slaan of genoemde stukken valsch dan wel echt waaren: dat de Compt voorts zonder nog in het denkbeeld te zijn, dat zig onder deze door Cruisel„ „berg aan hem Comp:t aangetelde penn: val„ „sche stukken zouden bevinden, uit gem: pakje van tijd tot tijd eenige penn: heb„ „bende genoomen tot deze en geene uit„ „gaven ter montant van 404 r en 2 schell: op laatsl: maandag zynde den 3 April het overschot dezer penn: beloopende blij„ „kens des Comp„ts naast de notitie van Cruiselberg gevoegde aantekening de somma van 1261 lb voor de Cassier der E: Comp: de E: Gerhardus Hendrik Cruiwagen had laten examineeren, dewelke daar on„ „onder voor valsch erkennende 9 stukken op pergament en 5 op papier bedragende te zamen de zomma van 165 rx waarop de Comp„s voorm: valsche stukken ook terstond in handen van den Heer pro interim Fiscaal gesteld heeft. — Niets meer verklaarende geeft den Comp„te voor redenen van wetenschap als in den text praesenteerende wanneer 't gere„ quireerd quireerd word, zulx altoos met solemneele Eede te staven. /:Onderstond:/ Dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 4 April 1786 voor de EEs gerhardus Hendrik Cruijwagen en Johannes Smuts leeden uit den E achtb: raade voorm: die de minute dezer benevens den Comp. t en mij secretaris mede behoorlijk hebben onderteekend /:lager:/ 't welk ik getuijgen /: was getekend:/ C: van Aerssen Secretaris Recollement. Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt: uit den E Achtb: Raad van Justitie dezes gouvernements voorm: Jan Jacob Swa„ „nevelder, dewelke deze zijne gegevene verkla„ „ring klaar en duidelijk woordelijks voor„ „geleezen weezende verklaarde daar bij te blij„ „ven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij of van gedaan worden zal, als al„ „leen bij te voegen dat het den Comp:s onschoo„ „ten is of het den volgende dag na de bovengem somma ontvangen te hebben, dan wel da 3 dagen daar na is geweest, dat Cruiselberg bij hem Compt geweest is, en sprak voorts ter bevestiging der waarheid in praesentie van Cruevelberg de solemneele woorden zo waarlijk help mij god Almachtig /:Onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beeedigt in 't Casteel de goede Hoop den 19 April 1786. /:was gete„ „kend:/ J: J: Swaanenvelder /:lager:/ mij pra„ „sent /: en getekend:/ C van Merssen, Secreta„ „ris /: in margine als gecommitt: /: en getekend:) G. H: Cruijwager en Joh:s Smuts /:nog lager:/ Accordeert /: en getekend:/ R: J: V: d Riet geswe eld van ts cipaal had dag in de tie van ken vonden ter ƒ ndat beeld sel„ val„ em: heb„ uit„ Schell: blij„ n de E: wagen kken de de ond on„ 2 s Wel Edele Heer. ro 1700:- Lit: J: gesw:e Clercq. Ik het de Eer van uwel Ed hier in ge„ „sloten te doen toekomen. rx 1668 — als 60 van 10 ra 610 4 60 240 rd 16.00 — zynde 't Capitaal 40 40 128 = zynde de 8 C=te 25 25 1 „ 2 assignatie 20 60 ro 1729„ 2 15 45 waar af s rs na de secretari Copije 2 12 24 60 ontvangloon van de 26 5 130 heer oermaak versveld en 9 4 36 min 3 51 dest rx 1668„2 1261 waar mede d'Eer hebbe met hoogachting te zijn /:Onderstond:/ WelEdele Heer /:lager:/ UwelEdwdie„ „naar /:getekend:/ M. L van Cruiselbergen /:in margine:/ P: S: UwelEd: gelieve mij niet kwa„ „lyk te neemen, dat zo lang met die penn: agtergebleven ben, maar zulx is de Heer Loos zijn schuld /:de adresse was:/ Weledele Heer de heer Swanevelder, residerende â Cabo met rd 1668:— /:lager:/ accordeert /: en getekend:/ R: J: V: d: Riet gesw:e Clercq. Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt: uit den E chtb: raade van Justitie dezes gouvernements den burger Evert Heugh van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den pro inte¬ rim Fescaal Sr. gabriel Exter verklaar„ „de hoe waar is: — dat voor nu drie â vier maanden geleden zonder den positiven dag of da„ „dum te kunnen bepaalen, ten huijze van den Comp„t zynde gekoomen, den adsistent Cruiselberg, hadden zelven voor eenige ge¬ kogte 1 3 3 17
English
Lit: K. paid the Appearer's wife for purchased trade goods, several pieces of paper money of different values, which his said wife having handed over to him, the Appearer had found among them a piece of 10 r to be counterfeit, which he had immediately returned to the said Cruiselbergen, and from the same had also in turn received other, good ones in its place. The Appearer finally declaring to have heard several times from various people that counterfeit money has come out of the house of Mr. Sierveld, where the said Cruiselbergen has resided. Declaring nothing further, the Appearer gives as reasons for his knowledge those stated in the text, offering to confirm the same at all times with a solemn oath if required. Below stood: That this thus transpired at Cabo de Goede hoop on 3 April 1786 before the Honorable Gerhardus Hendrik Cruewagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the Appearer and me, the secretary. Lower: To which I bear witness. Was signed: C: van Aerssen, Secretary. In the margin: as commissioners, signed: G: H: Cruiwagen and Joh:s Smuts. Still lower: agrees, and signed: R J: V: b: Riet, sworn clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, Susanna Redelinghuijs, wife of the burgher Evert Huijgh, of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal, Mr. Gabriel Exter, declared to be the truth: That 3 or 4 months ago, the assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruiselberg, having come to the house of the Appearer to purchase some trade goods from her, the Appearer, said Cruiselberg had paid her, the Appearer, in paper currency, which the Appearer, when said Cruiselberg had left her, had laid down by her; that the Appearer's husband, not being at home at that time, but having returned to her shortly thereafter, the Appearer had said to her aforesaid husband: "Look, there I have received money, please put it away." Her said husband, having inspected the same paper money, had said to the Appearer: "There is a counterfeit piece of 10 r among it; from whom did you receive that?" To which the Appearer having answered: "I received it from Cruiselberg," the Appearer's husband had immediately summoned the said Crueselberg to him, and having shown him that piece of 10 r, aforesaid Cruiselberg had taken the same back again, and having immediately given that same sum in other paper currency in its place, had said: "I may well have received that from someone else; I will give other money for it." That some time thereafter, the above-mentioned Cruiselberg having again come to the house of the Appearer, the same, after having purchased some goods, had handed over in payment thereof a piece of paper currency of 10 r; which, being inspected by her said husband, was recognized by him to be counterfeit, which her said husband having said to the aforesaid Cruiselberg, the same had taken the aforesaid piece of money back again and given her said husband other money in its place. That furthermore on last Friday evening, being the 31st of the past month of March, a certain Bos having come to the house of the Appearer, the Appearer had requested the said Bos to stay and eat with her, which aforesaid Bos having accepted, the conversation at the table had turned to the appointment of the Honorable Dumini as Equipage Master, over which subject said Bos, showing his dissatisfaction, had essentially said: that he was very sorry about it, for the Honorable Duminie had given 70000 guilders to the Honorable Governor for it, and if that had been known, that the Honorable Siereveld would have been willing to pay a hundred thousand for it; that the Appearer had thereupon asked, "Well, is that such a profitable office?", to which said Bos had answered that the Honorable Siereveld could easily recoup that within a year, that he, Bos, would then trade solely for his account, that he had a hundred thousand guilders in cash ready for that purpose; to which the Appearer had made no answer. Declaring nothing further, the Appearer gives as reasons for her knowledge those stated in the text, offering, whenever required, to confirm the same at all times with a solemn oath. Below stood: That this thus transpired at Cabo de goede Hoop on 3 April 1786 before the Honorable Gerrit Hendrik Cruijwagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the Appearer and me, the secretary. Lower: To which I bear witness. Was signed: C: Van Aerssen, Secretary. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforesaid Susanna Redelinghuize, wife of the burgher Evert Heugh, who, this preceding declaration of hers having been read aloud clearly, distinctly, and verbatim, declared to persist therein, wishing that nothing more be added to or taken from it, and thus, in confirmation of the truth, spoke the solemn words: "So truly help me God Almighty." Thus re-examined and sworn in the Castle of Good Hope on 19 April 1786. Was signed: Susanna Redelingluijs. Lower: In my presence, signed: C: van Aerssen, Secretary. In the margin: as commissioners, signed: G. H: Cruijwagen and Joh:s Smits. Still lower: agrees, and signed:
Dutch transcription
Lit: K. kogte negotie goederen aan zijn Comp„s huis„ „vrouw betaald, verscheide stukken papiere geld van differente waarde dewelke gem: zijne huisvrouw aan hem hebbende overgegeeven, had den Comp„t onder dezelve een stuk van r 10 valsch bevonden, die hij opstonds aan gem: Cruiselbergen had terug gegeven, en van denzelven ook wederom andere goede in de plaats ontvangen. betuijgende den Comp„t laatstelijk verschij„ „de malen van deze en geene te hebben gehoord, dat uijt het huijs van de heer sier„ veld alwaar gem: Cruiselbergen is woon„ „agtig geweest valsch geld is gekoomen. Niets meer verklaarende geeft den Compte: voor redenen van wetenschap als in den text praesenteerende zulx in dien 't gerequireert word altoos met solemneele Eede te Staven. /:Onderstond:/ dat aldus passeerde aan Cabo de Goede hoop den 3 april 1786 voor de Gernardus Hendrik Cruewagen EE en Johannes Smuts leden uit den E: Achtb: Raade van Justitie voorm: die de minute dezer benevens den Comp„s en mij secretaris mede behoorlijk hebben Onderteekend /:lager:/ T welk ik getuijge /:was getekend:/ C: van Aerssen Secretaris /: in margine:/ als gecommitt: /: getekend:/ G: H: Cruiwagen en Joh„s Smuts /: nog lager:/ accordeert /: en getekend:/ R J: V: b: Riet gesw:e Clercq. Compareerde voor ons ondergetekende ge„ „committ: uit den E: Achtb: raad van Justitie „dezes gouvernements, Susanna Redeling huis huijs 40 25 60 45 24 30 36 51 6 te zijn Wdie ƒ kwa„ Penn: Loos Heer b0 e e g. ende van anger dom in r te„ n :in huisvrouw van den burger Evert Huijgh van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro interim fiscaal s„ Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. dat 3 of 4 maanden geleeden de de aasistent der E: Comp:e Marinus Simon van Cruiselberg ten huijze van de Compte. ge¬ „komen zijnde, om eenige negotie goede„ „ren van haar Comp„s te koopen, gem: Cruiselberg haar Compt: in papiere munt betaald hadde, dewelke, de Comp:t wan¬ „neer gem: Cruiselberg van haar was ge„ „gaan, bij zig hadde nedergelegt, dat den Comp„ts man toen ter tijd niet 't huis zynde, dog even daar na weder bij haar gekoomen was de Compt: tegen voorm: haren man gezegd had, zie daar heb ik geld ontvangen, wilt het zelve bergen, gem: haar man 't zelf papiere geld bezig„ „tigd hebbende, tegen de Comp„t had ge„ „zegd: daar is een valsch stuk van 10 te bi, van wien heb gij dat ontvangen: waarop de Comp:te ten antwoord gegeven hebbende, ik heb het van Cruiselberg aen Comp„s man terstond gem: Crueselberg bij hem had ontboden, en hem dat stuk van 10 r getoond hebbende voorm: Crui„ „selberg 't zelve wederom had genoomen, en ten eersten die zelve som in andere papiere munt daar voor in de plaats gegeeven hebbende, gezegd had, ik kan dat wel van een ander ontfangen heb„ „ben; ik zal er w ander geld voorgeeven. dat eenige tid daarna bovengem: Crui¬ „selberg wederom ten huize van de Comp„t gekoomen zijnde dezelve na eenige goe„ „deren gekogt hebben, in dies betaalinge een „een stuk papiere munt van 10- r had over„ „handigd: 't welk door gem haren man be„ „zigtigd zijnde wierd het zelve door hem voor valsch erkent, het welk gem: haren man aan voorm: Cruiselberg gezegd hebben: „de had dezelve het voorm stuk geld we„ „derom genoomen en aan haren gem: man ander geld in de plaats gegeven. dat voorts op laastl: Vrydag avond, zynde den 31 der afgeloopene Maand maart, ten huijze der Comp„e gekomen zijnde, eenen Bos de Comp:t gem: bos verzogt had, by haar te blyven eeten, het gunt voorm: bos geaccepteerd heb„ „bende was onderen aan tafel het gesprek gevallen op de aanstelling van de E: dumini tot Equipagie meester, over welk onderwerp gem: bos zijne ontevreden heid tonende, hoofd„ „zakelijk gezegd had: dat hem zulx zeer speet want dat de E: duminie daar voor 70000 geld„e aan den Edel heer gouverneur had gegeeven, en als men dat hadde geweeten, dat dan de E. siereveld daar wel honderd duizend voor zoude hebben willen betaalen dat daarop de Comp:t: gevraagd had, wel is dat dan eene zo voordeelige bediening 't gem: bos geantwoord had, dat de E: Siere„ „veld er dat in een Jaar wel uit konde haalen, dat hij bos dan alleen voor zijn rekening zoude negotieeren, dat hij daar„ „toe honderd duizend guldens Contant klaar had leggen waarop de Comp„te. niets geant¬ „woord had. — Niets meer verklaarende geeft de Compt voor redenen van wetenschap als in den teit priesenteerende zulx, wanneer 't gerequi„ „reerd word, altoos met solemneele Eede te willen ter alsr ƒ Lede„ em: munt wan„ „ den huis haar m: heb ergen, bezig„ n gen zeven r berg t stuk Crui„ men, andere laats 1 ge ui„ „ eb„ aer 10 ge¬ an /:Onderstond:/ willen staven dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 3 april 1786. voor d' EE: Gerrit Hendrik Cruijwagen en Johannes Smuts leden uit den E achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezer benevens de Comp„s en mij secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /: lager:/ 't welk ik ge„ „tuijge /:was getekend:/ C: Van Aerssen Se„ „cnetaris. Recollement Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt:s uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes gouvernements, voorm: Su„ „sanna redelinghuize huisvrouw van den burger Evert Heugh, dewelke deze hare voorenstaande verklaaring klaar en duij¬ delijk woordelijx voorgelezen weezende, ver¬ klaarde daarbij te blijven persisteeren, met begeerte dat er niets meer bij of van ge„ „daan worden zal, en sprak dus ter be„ „vestiging der waarheid de solemneele woorden zo waarlijk help mij god Almach„ „tig. 5 Aldus gerecolleerd en beledigt int Casteel de goede Hoop den 19 April 1786 : was getekend:) Susanna Redelingluijs /: lager:/ mij praesent /:getekend:/ C: van Aerssen Secretaris /: in margine als gecommitt:s /:getekend:/ G. H: Cruijwagen en Joh„s Smits /:nog lager:/ accordeert /: en ge„ :Onderstond:/ tekend:
English
Signed: R: J: V: O: Riet, Sworn Clerk. Lit: L. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the former citizen firewarden Monsieur Hercules Sandenberg, of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal Sieur Gabriel Exter, declared it to be true: That on February 27 of this year, by the appearer and his wife, to the assistant Cruiselberg, for the account of the citizen lieutenant Johannes Gijsbertus van Reenen who was in the country, and for whom the aforementioned Cruiselberg attended to business here, was counted out a sum of rx 2695 in good paper currency, which the appearer testifies to know very well that they were good, since he, the appearer, can distinguish the counterfeit from the good very well. That on March 30 last, the aforementioned Cruiselberg came again to the house of him, the appearer, and showed to him, the appearer, and his wife a piece of parchment currency of rx 60, and also had asked whether he, the appearer, could not remember having given that piece of money to him, Cruiselberg; to which was answered by the appearer: that piece I have never had in my house, much less paid out; whereupon the aforementioned Cruiselberg replied, with tears in his eyes: then I am in an unfortunate state; and simultaneously feeling in his pocket, drew from it several pieces of counterfeit parchment currency of 60, 40, and 10 p, together amounting to a total of rx 270, with the further addition: I am a ruined man, and then I must have received it from Casper Loots or from Arend van Wielig, and it will be best that I go to the Honorable Secunde to declare them; the aforementioned Cruiselberg having subsequently also substantially said to the appearer and his wife: I have been to Casper Loots, and he told me that he indeed knew counterfeit paper money, and yet I know no better than that I received it from him; to which was answered in substance by the appearer's wife: how can Casper Loots say that he knows paper currency? I recently had a Frenchman with me to pay me for delivered goods, and which, according to the Frenchman's statement, had been received by him from the aforementioned Loots; I found among that currency three counterfeit paper pieces together amounting to 11 rx pieces; he also accepted them and sent me others in their place. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, offering, if required, to confirm the same at all times with a solemn oath. Below stood: That this thus occurred at the Cape of Good Hope, April 19, 1786, before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, members of the aforementioned Honorable Court of Justice, who have duly signed the minute hereof alongside the appearer and me, the secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C: van Aerssen, Secretary. Lit: M. Verification. Appeared before us, the undersigned commissioners from the aforementioned Honorable Court of Justice of this government, Monsieur Hercules Sandenberg, who, this his preceding declaration having been read aloud to him clearly and distinctly, word for word, declared to persist and abide thereby, with the desire that nothing more shall be added to or removed from it, and thus, in confirmation of the truth, in the presence of Cruiselberg aforementioned, spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Thus verified and sworn in the Castle of Good Hope, April 19, 1786. Was signed: H: Sandenberg. Lower: In my presence, signed: C: van Aerssen, Secretary. In the margin: As commissioners, signed: G: H: Cruywagen and Joh:s Smuts. Below: Agrees. And signed: R: J: V: d: Riet, Sworn Clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the citizen firewarden Monsieur Jan Casper Loots, of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal Sieur Gabriel Exter, declared it to be true: That in the month of January last, the appearer having paid to the assistant of the Honorable Company Marinus Simon van Cruijselbergen a sum of sixteen hundred rx, the aforementioned Cruiselberg came to the appearer last Friday, March 31, and asked him, the appearer, whether he did not recall having given a sum of sixteen hundred rx to him, Cruiselberg, some time ago; to which the appearer having answered, yes, the aforementioned Cruijselbergen drew a piece of paper currency of rx 60 from his pocket and asked whether he, the appearer, knew that piece, and whether he, Cruiselberg, had not received the same from the appearer; whereupon the appearer, having taken the said piece of money into his hands and examined the same, said that the piece of money was counterfeit and that he, the appearer, had not given the same to him, Cruiselberg; hereupon, being asked by the aforementioned Cruiselberg: do you know counterfeit money?, the appearer gave him as an answer: that he spent and received much money, yet to his knowledge had never given such a piece of money to him, and that one would have to be very foolish not to be able to see that this money was counterfeit; the aforementioned Cruiselberg had replied: I wish that someone would just tell me that he had given it to me; one would be foolish indeed if one told you that one had given you that money, the appearer had thereupon replied; the aforementioned Cruiselberg having thereupon further said: I have received money from no one but from you, from Sandenberg, or from Wielinge.
Dutch transcription
tekend:/ R: J: V: O: Riet gesw„e Clercq. Lit: L. Compareerde voor ons ondergetekende ge„ „committ: uit den E: achtb: raad van Justi„ „tie dezes gouvernements, den Oud burger brandmeester: Mons„r Hercules Sandenberg van Competenten Ouderdom dewelke ter requisitie van den pro interum fiscaal S vt Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. dat op den 27 Februarij dezes Jaars door den Comp„s in zijne huisvrouw aan den aasistent Cruiselberg voor rekening van den burger lieutenant Johannes gijsber„ „tus van Reenen die naar buyten was, en voor wien gem: Cruiselberg de affaires al„ „hier waar nam, was toegeteld geworden een somma van rx 2695. in goede papiere munt, die den Comp„ts betuijgd zeer wel te wee„ „ten dat ze goed zijn geweest dewijl hij Comp„t heel wel de valsche van de goede onder„ „scheiden Kan. — dat op den 30 Maart laatstl: gem: Cruiselberg weder ten huize van hem Comp„s gekomen was, en aan hem Comp„t en zyne huisvrouw vertoond een stuk pergament munt van r 60 mitsg„s ge„ „vraagd had, of hij Comp„s zig niet herinneren konde, dat stuk geld aan hem Cruiselberg gegeven te hebben, door den Comp„t beantwoord was; dat stuk heb ik nooid in mijn huijs gehad veel min uijtgegeeven, waarop gem Cruiselberg repliceerde, met traanen in de oogen, dan ben ik er ongelukkig aan, en met een in zijn zak tostende daaruythaal„ „de verscheiden stukke valsche pargament„ munt van 60, 40, en 10 p te samen bedra„ „gende de it ts tie sde lyk ge„ Sa„ ende u„ den e duij„ ver„ met ge„ „ Hm mach„ 2 ge„ gende een Montant van l 270 met verdere byvoeging, ik ben een genuneert man, en da moet ik 't ontfangen hebben van Casper loots of van Arend van Wielig en 't zal best weezen dat ik na de E: Achtb: Heer Secunde ga om zu aan te geeven, hebbende gem: Cruiselberg ver„ „volgens nog tot den Comp„t en zijne huisvrouw substantielijk gesegt ik ben bij Casper loots ge weest, en die heeft mij gezegt dat hij wel valsche papiere geldmunte kende, en ik wee dog niet beeter of ik heb 't van hem ontfa gen, door des Comp„s huisvrouw daar op was geantwoord in substantie hoe kan Casper loots zeggen, dat hy 't papiere munt kend ik heb nog onderdaags, een fransman bij mij gehad, om mij voor geleverde goederen te betaalen en die volgens zeggen van de frac „man door hem van gem: Loots ontfangen waaren ik heb onder die munt specie drie valsche papieren stukken te zamen bedra„ „gende 11 r stukken gevonden, hij heeft st ook aangenoomen en mij andere in plaat gesonden. — Niets meer verklarende geeft den Comp voor redenen van wetenschap als in den text praesenteerende zulx des gerequireerd worden „de ten allen tijde met solemneele Eede te staven. — /:Onderstond:/ dat aldus passeerde aan Cabo de goe„ „de Hoop. Den 19 April 1786. voor dEE Gerrit Hendrik Cruewagen en Johannes Smuts leeden uit den E. Achtb: Raad van Justitie voorm: die de minute dezer be¬ „nevens den Comp„t en mij secretaris me „de behoorlijk hebben onderteekend /:lager: „t welk 2 Lit: M. 't welk ik getuijge /:was getekend:/ C: van Aerssen Secretaris. Recollement. ƒ Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt: uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes gouvernements voorm: Mons„r Hercules Sandenberg dewelke deze zijne voorenstaande verklaaring van woorden tot woorde klaar en duidelijk voorgelezen weezende verklaarde daar bij te blijven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij of van gedaan werden zal en sprak dus ter bevestiging der waarheid in praesentie van Cruiselberg voorm: de solemneelen woor„ „den, zo waarlijk help mij god Almaah„ „tig. — Aldus gerecolleerd en beeedigd in 't Ca„ „steel de goede Hoop den 19 April 1786. /:was: getekend:/ H: Sandenberg (:lager:/ mij praesent /:getekend:/ C: van Aerssen Secret: /:in margine:/ als gecommitt:s /: ge„ „tekend:/ G: S: Cruiwagen en Joh:s Smuts /:daar onder:/ Accordeert /: en getekend: R: J: V: d: Riet gesw: Clercq. — Compareerde voor ons ondergetekende ge„ „committ: uit den E: achtb: Raad van Justitie dezer gouvernements den burger brandmeester mons„r Jan Casper Loots van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den prointerim fiscaal S„r gabriel Egter verklaarde hoe waar is: — /:onderstond:/ dat verdere en da loots weezen om za ver¬ vrouw loots ge wel ik weet ontfa was per kend 1 gen drie bedra¬ e in plaat E goe„ annes ad van i be„ fraa ren dat in de maand Januarij laatstl: den Comp„t aan den adsistent der E: Comp:e Mani„ nus Simon van Cruiselbergen betaald heb„ „benden eene somma van Sestien Honderd E gem: Cruiselberg voorledenen vrijdag den 31 maart bij den Compt gekomen was, en hem Compts. gevraagd had „ of hem niet voorstond, voor eenige tijd eene somma van sestien honderd r aan hem Cruiselberg te hebben gegeeven? waarop den Comp„te ge„ „antwoord hebbende Ja: gem: Cruiselbergen een stuk papiere munt van l 60 uit zijn, zak gehaald en gevraagd had, of hij Comp„t dat stuek kenden. en of hij Cruiselberg het zelve niet van den Comp„s ontvangen had. waarop de Comp:t gem: stuk geld in zijne hande genoomen, en het zelve bezig„ „tigd hebbende, gesegd had, dat het stuk geld valsch was en hij Comp„t het zelve niet aan hem Cruiselberg gegeven had, hierop door gem: Cruiselberg gevraagd zijnde, kend gij wel valsch geld. den Com„ „p„r hem ten antwoord gegeven had; dat hij veel geld uitgaf en ontving, dog met zijn weeten nooijt zodanig een stuk geld aan hem gegeven had, dat men wel on„ „nozel moest weezen, om niet te kunnen zien dat dit geld valsch was, gem: Cruiselberg ge„ „repliceerd had, ik wenschte dat mij maar iemand wilde zeggen, dat hij 't mij gege¬ „ven had men zoude wel dwaas zijn als men ue Leiden dat men u dat geld gege„ „ven had, had daarop den Comp:t gepepli„ „ceerd, gem: Cruiselberg daarop verder ge„ „zegd had, ik heb van niemand geld ontvan „gen als van U, van Sandenberg of van Wielinge
English
further adding thereto, I would gladly do without that money, if only someone would tell me that he had given it to me, Declaring nothing more, the appearer gives as reason of knowledge as in the text, presenting to always confirm the same when requested with a solemn oath. Below stood: That this thus happened at Cape of Good Hope the 3 April 1786 before the Honorable Gerrit Hendrik Cruijwagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof together with the appearer and me, the secretary; lower: which I witness; was signed: C: van Aerssen Secretary. Review. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this aforesaid government, Jan Casper Loos, who, having had this his above-standing declaration read clearly and distinctly word for word, declared to persist therein, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it, and spoke thus in confirmation of the truth, in the presence of the mentioned Cruiselberg, the solemn words so truly help me God Almighty. Below stood: Thus reviewed and sworn in the Castle of Good Hope the 13 April 1786. was signed: J: C: Loos; lower: in my presence; signed: [illegible] Letter N. signed: C: van Aerssen secretary; in the margin: as commissioners; and signed: Gerrit Hendrik Cruijwagen and Johannes Smits; still lower: Conforms; and signed: R: J: v: d: Riet sworn Clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, the quartermaster of the Honorable Company's Equipage Yard Willem ten Bengevoort, of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal Gabriel Eester, declared it to be true: That to the appearer this morning around half past seven o'clock, having been handed by the Equipage Master Justinus van Gennip 3 pieces of forty and 3 pieces of 10: ro of paper money made of parchment, with orders to give those pieces, which his Honor also said he had received from the assistant Monsieur Cruiselberg, along with a small note that was signed by the aforesaid Honorable van Gennip, the Honorable Duminie, and the Bookkeeper Prieter, to the mentioned Cruiselberg; the appearer then proceeded to the mentioned Cruiselberg, and having met him just before the door of the burgher Lieutenant Sr. Johannes van Rheenen, the appearer had handed the aforesaid note to the mentioned Crueselberg according to his order. That after the aforesaid Cruiselberg had read the note handed to him, the appearer then handed over the aforesaid pieces of money to him, Cruiselberg, upon which he, Cruiselberg, after having inspected the money and put it into his pocket, had substantially answered the appearer, it is well, I shall give you other money in its place, just as the mentioned Cruiselberg then also returned with the appearer to the house of the aforesaid van Rheenen, went there to the attic, and an instant later handed over to the appearer the same sum in other paper currency, adding that if the gentlemen find any more counterfeit money, please let them report the same to the fiscal. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, presenting to always confirm the same with a solemn oath. Below stood: That this thus happened at Cape of Good Hope the 1 April 1786, before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof together with the appearer and me, the secretary; lower: which I witness; was signed: C Van Aerssen Secretary. Review. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the aforesaid quartermaster Willem ten Bengevoort, who, having had this his above-standing declaration read clearly and distinctly from word to word, declared to persist therein, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it, and spoke thus in confirmation of the truth in the presence of the aforesaid Cruiselberg the solemn words so truly help me God Almighty. Below stood: Thus reviewed and sworn in the Castle of Good Hope the 13 April 1786. was signed: W:m T: Bengefoort; lower: in my presence; was signed: C Van Aerssen Secretary; in the margin: as commissioners; and signed: G: H Cruijwagen and Johannes Smuts; lower: conforms; and signed: R: J: v: d: Riet sworn Clerk. Letter [illegible] Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the assistant of the Honorable Company Cruiselbergen, who to the undermentioned questions has answered in such manner as is noted beside each of them in the margin hereof. Articles caused to be made and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to be heard at the requisition of the ad interim fiscal Gabriel Egter, the assistant of the Honorable Company M S van Cruiselberg, the responses of the same to be given being duly recorded in the margin hereof. Article 1. The prisoner's name, birthplace, age, and capacity. Says Marinus Simon van Cruiselbergen from Vlissingen, 24 years old, assistant at the political Secretariat. Article 2. To what the prisoner has applied himself and what was his occupation. Says in the Fatherland Notary.
Dutch transcription
wielinge, daar wijders bij voegende, ik zoude dat geld wel willen missen, als mij maar iemand wilde zeggen dat hij het mij gege„ „ven had, Niets meer verklaarende geeft de Compt: van wetenschap als in den text praesen¬ „teerende sulx wanneer 't gerequireerd word altoos met solemneele Eede te willen staven„ /:Onderstond:/ dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 3 April 1786 voor de E E gerrit Hendrik Cruijwagen en Johannes Smuts, leeden uit den E: achtbaare Raad van Justitie voormeld, die de minute dezer benevens den Comp:t en mij secretaris mede behoorlijk hebben onderteekend /:lager :/ 't welk ik getuy„ „ge /:was getekend:/ C: van Aerssen Secret:s Recollement. Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt: uit den E: achtb: Raad van Justitie deses gouvernements voorsz: Jan Casper loos dewelke deze zyne voorenstaan„ „de verklaaring klaar en duidelijk woor„ „delyks voorgelezen wezende verklaarde daar bij te blyven persisteeren met begeerte dater niets meer bij of van gedaan werden zal, en sprak dus ten bevestiging der waar„ „heid, ter praesentie van gem: Cruiselberg de solemneele woorden zo waarlijk help mij god Almachtig. /:Onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beeedigt in 't Cas„ „teel de goede Hoop den 13 April 1786. /:was getekend:/ J: C: Loos /:lager:/ mij present /:getekend:/ den Mari„ onderd dag was en et na elberg ƒ bergen 2 be vangen G bezig¬ k a n Com¬ dat met geld zien 9 M 20 e„ aan „ g zijn ge„ Mt den lingen Lit: N. /:getekend:/ C: van Aerssen secretaris /: in margine:/ als gecommitt: /: en getekend:/ Ger„ „rit Hendrik Cruijwagen en Joh„s Smits /:nog lager:/ Accordeert /:/ en getekend:/ R: J: V: dO: Riet gesw:e Clercq. — Compareerde voor ons ondergetekende ge„ „committ: uit den E: Achtb: Raad van Justitie des Casteels de goede Hoop den quartier meester van 's E: Comp:s Equipagiewerf Willem ten Ben„ „gevoort van Compotenten Ouderdom dewelke ter requisitie van den pro interim fiscaal gabriel Eester verklaarde hoe waar is. dat aan de Comp„te heeden morgen de klokke omtrent half agt uuren door den Heer Equipa„ „gie meester Justinus van gennip inhan„ „digd zijnde 3 stukken van veertig en 3 stukken van 10: ro van pargament gemaakte papiere geld, met ordre om die stukken die zijn Ed: tevens zeide van den adsistent mons„r Cruiselberg ontfangen te hebben, nevens een klein briefje, dat door voorm: E: van gennip d' E: duminie en den Boekhouder Prieter getekend was, aan gem: Cruiselberg begeeven, den Comp„t zig dan ook naar gem: Cruiselberg, begeeven en den zelven juist voor de deur van den burger Lieutenant Sr. Johannes van Rheenen ontmoet hebben¬ „den, had den Comp„t 't voorsz: briefje inge„ „volge zijne Last aan meer m: Crueselberg ter handen gesteld. — dat aan dat voorsz: Cruiselberg 't aan hem in handigde briefje geleezen had, den Comp„e als toen de voorsz: stukken gelds aan hem Cruiselberg hadde overgege„ „ven, op het welke hij Cruiselberg naa het geld bekeeken en in zynen zak ge„ stooken „stooken te hebben, aan den Comp„s substantiee„ „lijk geantwoord had, 't is wel, ik zal u ander„ geld in de plaats geeven, gelijk meerm: Crui„ „selberg dan ook met den Comp„s naar het huijs van voorm: van Rheenen te rug ge¬ „keerd zig aldaar naar den zolder begeeven en den Comp„t een oogen blik daarna de„ „zelvde somma, aan ander papiere munt overgegeven had, met bijvoeging in dien de heeren nog meer valsch geld vinden gelieve zij het zelve den heer fiscaal aantegeven. Niets meer verklaarde geeft den Comp„t voor redenen van wetenschap als in den text presenteerende 't zelve altoos met solem„ „neelen Eede ten staaven. — /:Onderstond:/ dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 1 april 1786. voor d Ed: Salomon van Echten en Johannes Smuts leeden uit den E: Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezer benevens de Comp:te en mij secretaris meede behoorlijk heb„ „ben onderteekend /:lager :/ 't welk ik ge„ „tuige /: was getekend /:/ C Van Aerssen Se„ „cretaris. Recollement. Compareerde voor ons ondergetekenden gecommitt: uit den E: Achtb: raad van Justitie dezes gouvernements, voorm: quiartier meester Willem ten Benge„ „voort, dewelke deze zijne voorenstaande verklaaringe van woorden tot woorden klaar en duidelijk voorgeleezen wee„ zende, verklaarde daar bij te blijven persisteeren, met begeerte dat er niets meer ƒ d: Ger„ ts:nog J:V: in titie eester Ben„ elke caal klokke Equipa„ inhan„ stukken pieke zijn ons„t rg n ant 9 den ken /:Onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beeedigt in 't Casteel de goede Hoop den 13 April 1786. /:was getekend:/ W:m P: Bengefoort (:lager, mij, praesent /:was getekend:/ C Van Aerssen Secretaris /:in marginen:/ als gecommitt: /: en getekend:/ G: S Cruuwa„ „gen en Joh„s Smuts /:lager:/: accordeert /:en getekent:/ R: J: V: d: Riet gesw: Claroq Lit: Compareerden voor ons Articulen gedaan maken en ondergetekende gecommitt: aan heeren gecommitt: uit den E: Achtb: raaden van Justitie des uit den E: Achtb: raad Casteels de goede hoop, overge„ van Justitie dezes gou„ „geven, om ter requisitie van „vernements den adsi„ den ad interim fiscaal Gabri„ „stent der E: Comp s Crui„ „el Egter gehoord te worden, „selbergen, dewelke op de den adsistent der E Comp„e onderstaanden vraagen M S van Cruiselberg zullen„ zodanig geantwoord heeft „de deszelvs te gevene respon„ als bezijden een ider der„ seven in margine, dezer be„ „zelver aan getekend staat hoorlijk werden bekend ge„ „steld. Zegt Marinus Simon van Cruiselbergen van vlissingen oud 24 Jaaren, adsistent ter politique Secretarije zegt in 't Vaderland „ 2. Waar toe den gev: zig geappli„ ceerd heeft en wat zijn be¬ Art: 1. des gev: Naam geboorten plaats ouderdom in quali„ „teijt meer bij of van gedaan werden zal en sprak dus ten bevestiging der waarheid in praesentie van voorm: Cruiselberg de so„ „lemneele woorden zo waarlyk help mij god Almachtig. — Notaris dryf
English
Says Yes. To have been a notary and attorney, specifically in Vlissingen. On what ship, in what rank, and in what year did he arrive here, and how long was he assigned to the aforementioned post. Says on the Slot ter Hooge in the rank of young sailor to the best of his recollection, arrived here mid-April 1785, and in July or August was promoted to assistant of the Honourable Company. With whom the prisoner resides, and whether he attends to any private commissions outside his service. Says with the citizen lieutenant Johannes Gijsbertus van Rheenen, and administrates the affairs of the aforementioned van Rheenen. Whether the prisoner likewise received and paid out money on behalf of the lieutenant of the burghery, Mr. Jan van Rheenen. Says Yes, among others from Mr. Sandenberg and van Wielinge. Says Yes. Whether this was not money that was to be collected by the Honourable Company's Bookkeeper Mr. Goetz and paid to the Honourable Equipment Master Duminie. Whether the witness on Thursday the 30th of the past month of March did not count out 1,000 rx of the money received for the aforementioned van Rheenen and hand it over into his hands. Art. 3. [illegible] certificate of 270. rx on parchment. Whether the aforementioned van Rheenen did not have him summoned before him on that account, asking him in this manner: that there was counterfeit money among the aforementioned money counted out to Duminie, where that came from. Says Yes, upon which the prisoner answered to have received no monies other than from Mr. Sandenberg, Arend van Weelig, and some time before from Casper Loos. Whether the prisoner did not answer to that, taking the money in his hand and looking at it, that there were indeed some counterfeit pieces, but the others were difficult to recognize. Says No, for he asserts to have stated that he could not see whether they were counterfeit. Says Yes, which he also subsequently effected. 11. And that since he still had money in the cash box, he would go fetch other money. 10. Article 8. Whether the aforementioned bookkeeper Goetz, after having received the money without having inspected it, did not return in the afternoon to give the same back to van Rheenen, as counterfeit money had been found among it. Says Yes, and indeed the sum of [illegible] Art. 12. Says Yes. Says Yes. 14. Where or from whom the defendant received this money; having received money from multiple persons, from which persons and how much he obtained from each. Says to have received money from no one other than the aforementioned three persons, namely twenty-six hundred r from Mr. Sandenberg, sixteen hundred from Mr. van Wielingen including two hundred in silver money, and seventeen hundred and twenty or thereabouts from Casper Loos. Whether the prisoner, besides these two hundred and seventy r, did not issue any more counterfeit money or whether any more was found in his possession. Says that counting out over two thousand r to Mr. Duminie in cash, three pieces of forty and three pieces of 10 counterfeit were found on his person, which were handed to him this morning by the report-bearer of the Honourable Company's Equipment Yard accompanied by a certificate signed by the retired Equipment Master van Gennip, the newly arrived Honourable Duminie, and the bookkeeper Truten to prove that the same pieces were counterfeit. 13. Whether this money was not the same that the prisoner handed over into the hands of the pro interim Fiscal yesterday evening. Whether such counterfeit money did not amount to the sum of 270 rx, consisting of three pieces of 60, 2 of 40, and 15 of 10 rx, and whether the defendant did not give other money in exchange. [illegible] Article as before. Says Yes. 18. Whether the prisoner did not say to the report-bearer: it is well, I have found more counterfeit money among my money, I shall give you other money in exchange for it, which the prisoner immediately did. Says Yes, with the request that in case the Gentlemen should discover more counterfeit money, to then report the same to the pro interim Fiscal for the purpose of examination. Whether the prisoner also went to any of the persons from whom he received money to seek indemnification, and what was the result thereof. Says Yes, to have gone elsewhere to the aforementioned Casper Loos, from whom he presumes to have received the same; that the prisoner was answered that the aforementioned Loos was not at home and would only be at home at half past four o'clock; whereupon the prisoner, having proceeded again at the appointed time and place, was admitted by the aforementioned Casper Loos into the shop-room, to whom [illegible] which were also counterfeit and counted out by the prisoner some time ago to the bookkeeper Goetz and by the latter counted out to the aforementioned Equipment Master. If not, whether the prisoner did not receive back 150 rx today from the former Equipment Master, the Honourable van Gennip, through the report-bearer of the yard. 17. 19.
Dutch transcription
zegt Ja. Notaris en procureur te zijn geweest en wel te vlissingen. — met wat schip en in wat zegt met het slot ter Hooge qualiteijt en Jaar hij alhier in qualiteijt als Jong mat„s is aangeland en hoe lang hij troos na zijn best ont„ in voorsz: post bescheiden is. houd Medio April 1785 al„ „hier Aangeland en in Julij of augustus tot adsistent der E: Comp:e bevorderd. bij wien hij gev: woond en of zegt bij den burger Luij„ thij niet buijten zijn dienst „tenant Johannes Gijs„ nog eenige particulieren Com„ „bertus van Rheenen, en „missien waarneemd de zaaken van van Rhee„ „nen voorm: te administreeren. off hij gev: dusdanig niet Legt Ja. onder anderen van voor den Luijtenant der bur„ de Heer Sandenberg en „gerij M:r Jan van Rheenen van Wielinge ook geld ontvangen en weder„ „om uitbetaald heeft Legt Ja. appli„ of dit niet is geld geweest dat door den Boekhouder of hij get:s: op donderdag den 30 der verleeden Maand maart niet 1000 r van zijn voor gem: van Rheenen ont„ fangen geld afgeteld en in deszelvs handen heeft over„ „gegeven. Art. 3. drijf voorts is geweest der en heid in mij So„ /:lager/ Va rewa„ deert ds Clercq en den tie des ge„ an n, en, on„ 8 als 6. 4. 5 be„ n Cryf „tant van 270. rx op pergament. of gem: van Rheenen hem zegt Ja. waarop de gev geb: daarop niet heeft laten geantwoord heeft geene penn: ontfangen te heb voor zig koomen, hem vra„ „gen der wijze zeggende: dat „ben als van de heer San„ er vals geld onder het voorsz „denberg, Arend van Weelig aan duminie afgetelde geld en eenige tijd te vooren was, waar dat van daan kwam van Casper Loos. hij gev: daarop niet heeft Legt Neen! want betuigd geantwoord het geld in de te hebben, dat niet Kon handneemende en beziende„ zien of dezelve valsch wa„ dat er wel eenige valsche stukken waaren dog de an„ „deren zwaarlijk te kennen waren! „ken zegt Ja het geen hij ook vervolgens geëffecteerd heeft. — 11. En dat vermits nog geld in Cassa had zoude gaan ander geld haalen 10. Arto: 8. gem: boekhouder Goetz na „ben, ontvangen 's agtermid„ „dags niet is wederom gekomen om aan den van Rheenen 't zelve wederom te geeven, als zijnde valsch geld daar onder bevonden! zegt Ja. en wel het mon„st geld zonder nagezien te heb„ der E: Comp„e M:r Goetz zouden afgehaald en aan den Equipa„ „giemeester d' E: Ouminie betaald worden. O7 .. Art: 12. zegt Ja. Zegt Ja. 14. waar of van wien hij ged: zegt van niemand penn: dit geld heeft ontfangen Ontvangen te hebben als van meerdere perzonen van eevengem: drie per„ geld ontvangen hebbende „zoonen, en wel zes en van welke perzoonen en twintig hondert r van de hoe veel hij van ieder heer Sandenberg, zestien heeft gekreegen. hondert van de heer van wielingen waaronder twee Hondert aan zilver geld en zeventien honderd en twintig of daar om„ „trend van Casper Loos. hij gev: buiten deze twee zegt over de twee duijzend hondert zeventig r niet r Aan de heer duminie nog meer valsch geld uitge„ in Cassa geteld, zig drie geven of dat nog meer stukken van veertig, drie onder zijn berusting heeft stukken van 10 valsche hebben bevonden het geen hem heden morgen door de kaportganger van de E Comp„e Equipagiewerf ten geleijde van een Cartificaat van de afgegaane heer Equipagiemeester van gennip, de nieuw aangekoomene E: duminie en den boekhouder truten ondertekend ten bewijzen dat dezelve stukken valsch waaren is ter hand gesteld. — heeft in de 13. Off dit geld niet het zelve was dat hij gev: gisteren avond in handen van den proin„ „terim Fiscaal heeft overge„ „geven off zulx volsch geld niet heeft bedragen de somma van 270 ro bestaande in drie stuk„ „ken van 60 en 2 van 40 en svan 10 rx en of hij ged: niet ander geld heeft daar voor gegeven. zouden Equipa„ aald na heb„ te mid„ ge eenen hem t laten vra„ dat t voorsz geld Jan Kwar ende. sche de en an„ en ander komen e Art als vooren zegt Ja. 18 o hij gev: de raportgan„ zegt Ja: met verzoek om „ger niet heeft toegevoegd ingevallen de Heeren meer t is goed ik heb nog meer valsch geld mogten ont„ valsch geld, onder mijn geld „dekken als dan het zel: gevonden, ik zal u ander „ven aan den pro interim geld daar voor geeven 't welk fiscaal ten fine van ex„ hij gev: dadelijk gedaan „aminatie aan tegeven. heeft Off hij gev: ook bij de een of zegt Ja: zig elders te heb„ andere perzoonen van de„ „ben begeeven bij voorm: „welke hij geld ontvangen Casper Loos, van wien hij heeft geweest is om hem te presemeert 't zelve ont„ doen scadeloos stellen en wat „vangen te hebben, dat de daar van 't gevolg is ge„ gevs daarop is geantwoord „weest dat voorsz: Loos niet te huis was en maar ten ½ vier uuren ten huis zouden wel„ „zen, waarop den, gev: zig andermaal ter betemder tijd en plaatsen hebbende begeeven door gem: Casper Loos in de winkelkamer was gelaaten aan wien ge„ dewelke meede valsche en van hem gev: voor eenige tijd toegeteld aan den boek„ „houder goetz en door deze„ aan gem: Equipagie meester zijn toegeteld geworden zo neen of hij gev: dan niet van den oud Equipagiemees„ „ter d: E: van gennip door den kaportganger van de werf heeden 150 r heeft te„ „rug ontvangen „vraagd „ 17: 19.
English
asked whether he did not remember having handed over a quantity of paper money to him some time ago, which, being answered in the affirmative, he was subsequently asked whether he could not recall there having been some counterfeit money among it, to which the said Loos answered no; the prisoner took a piece of parchment paper money to the value of sixty re out of his pocket and showed it to him, Loos, adding whether he could not recall having given this money to him, the prisoner, to which the said Loos also answered no, because his wife had the administration of the cash and could distinguish the counterfeit money from the genuine all too well, further adding that as long as the paper money had been in circulation, he had only received two pieces, each of 10 lx, from the farmer krieger and, having had the same in his hands for some time, found that they were counterfeit, subsequently tearing them to pieces, which his wife, who was also present then, acknowledged; the prisoner subsequently, with tears in his eyes, said I have received money from no one else but from you, the Heer Pandenberg, and van wielinge, and if I knew who had given it to me, I would gladly bear the loss of the money, but if Your Honour gave it to me, please do say so, then I will gladly bear the damage myself; whereupon the said Loos replied, I did not give it to you, but no one would be so foolish, even if he had given it, as to confess to such a thing when it happened so long ago; the prisoner further declaring that, upon the statement of the bookkeeper goetz that the said van wielinge had not handed over any parchment money to the prisoner, he had also acquiesced in that; having subsequently gone to the Heer Sandenberg, he asked him and his wife, who was present, whether they could not recall there having been some counterfeit money among the paper money counted out to him, the prisoner, some time ago, to which the Heer Sandenberg answered with [illegible] with I do not know that; subsequently a piece of paper money that had been returned to him, the prisoner, by the bookkeeper goetz, was received by the said Sandenberg, which same piece was closely inspected by him and his wife, and they answered no, we did not give you this money; the prisoner subsequently threw six pieces of counterfeit money on parchment onto the table with the exclamation, my God, Juso, that is all counterfeit money that I have received and must bear at my own expense, for I cannot demand of the Heer van Reenen that he bear that damage; I have received money only from Your Honour, the Heer van wielinge, and Loos; goetz says that van Wielinge declared to him that he had not given me a note of forty r, which corresponds with the note in which the money had been wrapped, on which no pieces of 48 lb were recorded; Loos, from whom I have just come, also declares that he did not give it to me, because he can distinguish the counterfeit money from the genuine all too well, and Your Honours also say that I did not receive it from Your Honours, so I alone stand to suffer the damage, which is all too substantial for me; whereupon the said Sandenberg and his wife replied, we can also distinguish the counterfeit money from the good very well, and if Your Honour insists on it, we will gladly purge ourselves under oath; let van wielinge and loos do that as well, if the latter can do so, for it appears that he does not know the counterfeit from the genuine money well, since we recently opened a sealed packet from him in the presence of a French gentleman whose name was also mentioned to him, the prisoner, but which he cannot currently recall, and discovered therein two pieces of counterfeit money and subsequently sent them to his house; after which answer received, he, the prisoner, subsequently departed and, having arrived home, communicated his experiences to the said van Reenen and his wife and asked him for advice, adding whether
Dutch transcription
vraagd heeft, of u hem niet voor stond eenigen tijd geleeden eene quantiteid papiere munt te hebben afgegeven 't welk met Ja beantwoord zijnde vervolgens is gevraagd, of zig niet konde kapelleeren, daar eenig valsch geld onder te zijn geweest, door gem: Loos met neen beantwoord is; door den gev: een stuk papiere munt pergament ter groote van zestig re is uit de zak gehaald en aan hem Loos vertoond , met byvoeging, of zig niet konnen te binnen brengen, dit geld aan hem gev te hebben gegeven, door gem: Loos mede met neen beantwoord wierd want dat zijn vrouw de administratie van de Cas had, en al te wel het valsche geld uijt het egte kon onderscheiden met verdere byvoe„ „ging, zo lang als het papiere geld in swang had gegaan, alleen twee stukken yder van 10 lx van den landbouwer krieger te hebben ontfangen en na dezelve eenige tijd in handen gehad te hebben, bevond dat ze valsch waaren, de zelve vervolgens heeft aan stukken gescheurd 't welk zijn vrouw daar toen toen 't mede tegenwoordig agnosceerde, de gev: vervolgens met traanen in de oogan gezegd heeft ik heb van niemand anders als van u de heer Pandenberg en van wielinge geld ontfangen, en indien ik wist wie mij het zelve had gegeven, ik zoude gaarne 't geld willen quyt zyn dog zo UE: het mij heeft gegeeven, gelieft dog zulx te zeggen dan wil ik gaarne zelfs de schade dragen, waarop gem: Loos repliceerde, ik heb het u niet gegeven, maar nie„ „mand zal zo dwaas weezen al had hij het gegeeven, om zulx te advoueeren, als het zo lang geleeden is diclaree„ „rende verder de gev. dat op het gezegde van den boek„ „houder goetz dat gem: van wielinge geen pergament munt aan den geb: had afgegeven, daar in ook heeft berust, zig vervolgens bij den Heer Sandenberg begeeven hebbende, aandenzelven en zijne praesent zijnde huis vrouw heeft gevraagd, of zig niet konde te binnen brengen onder de aan hem gev: eenige tijd afgetelde pa„ „piere munt ook eenig valsch geld zig te hebben bevonden het welk door de Heer Sandenberg beantwoord zijn de met niet de te r mees„ en gen ek„ deze ter 9 n d ld er welk de„ ten at wel der ge„ per met dat weet ik niet vervolgens door hem gev: een stuk papiere munt, dat aan hem door den boek„ „houder goetz te rug gegeven was, aan gem: Sandenberg had ontvangen, het zelve stuk door hem en zin vrouw naauwkeurig wierd bezegtigd en geantwoord „ neen dit geld hebben wij u niet gegeven, door den gev„s vervolgens zes stukken valsch geld op- pergament op de Tafel gegond heeft met uijtdrukking, mijn god Juso dat is altemaal valsch geld, dat ik ontvangen heb, en voor mijn reeke„ „ning moet houden, want ik kan de heer van Reenen niet vergen, dat hij die schaaden draagd, ik heb van UE: de heer van wielinge en van Loos alleen geld ontvangen goetz zegt dat van Wielinge aan hem gedeclareert heeft, mij geen briefje van veertig r te hebben gegeven 't welk over een komt met het briefje waar in het geld is afge„ „past geweest waarop geen stukken van 48 lb bekend stonden, Loos daar ik zo even van daan kom declareerd ook dat hij het mij niet gegeeven heeft want dat hij al te wel het valsche geld uit het waare kan en UE: zeg„ „gen ook dat ik het van UE: niet ontfangen heb, dus staa ik alleen voor de schade, 't welk voor mij al te important is„ door gem: Sandenberg en zin vrouw vervolgens wierd gerepliceerd wij kunnen ook het valsche geld zeer wel uit het goede en als UE: er op gesteld zijt willen wij ons gaar„ „ne onder Eed purgeeren, laat van wielinge en loos dat ook doen, zo de laatstgem: dat kan doen, want het blijkt dat hij niet wel 't valsche, uit het waare geld kent, dewijl wij onlangs nog van hem in een verze„ „geld paksen dat wij in praesentie van een Fransche Heer wiens naam hem gev: meede genoemd is, dog wel„ „ken hij zig thans niet kan recolleeren / hebben geopend daarin twee stukken valsch geld hebben ontdekt en hem vervolgens ten huis gezonden na welk bekoomen antwoord hij ged: vervolgens is vertrokken en te huis gekoomen zijnde, aan gem: van Reenen en deszelvs vrouw zijn wedervaren gecommuniceerd hebbende aan denzelven raad heeft gevraagd met byvoeging zouden
English
I cannot demand of Loos on an oath that he did not give the counterfeit money entrusted to him by me, because I can swear that nobody else, except for some trifles of 10 to 20 rds, received it than the three aforementioned persons, and as I cannot easily bear such a heavy blow, would your Honour not approve of my speaking to the Fiscal about this, requesting to provide me with his advice in this matter? To which the said Van Reenen replied, Yes, I would do that, but first hear what Mr. Hacker, who was after all informed of the matter by Goetz, advises you in that regard. The deponent immediately carried this into effect, but the Secunde not being at home at that time, the questioned person was told by his daughters who were standing in the front room, Father is not at home, but he will come home in half an hour. Subsequently having presented himself again to his Honour at the set time, and the matter and its circumstances having been presented by the questioned person, his Honour replied, I cannot give you any advice on that; you must settle that among yourselves. The deponent then asked his Honour whether he would do wrong to speak to the Fiscal pro interim about it and to demand on oath from Casper Loos, from whom he, the deponent, had to presume, on the grounds that he had received some large pieces of parchment from him. His Honour replied, I cannot advise you on that; he who does not open his eyes must keep his purse open. Whereupon he, the questioned person, went to the Fiscal pro interim to make this known to his Honour and to hand over the aforementioned counterfeit paper currency, because he, the questioned person, did not want to be a distributor of counterfeit currency; and on the Fiscal's question from whom he had received it, answered that he did not know positively, but that he would come and speak further to the Fiscal about it; the questioned person further declaring that he is willing to state under solemn oath that during the distribution of the aforementioned counterfeit currency he was unaware that it was truly counterfeit. States further on art. 19 that he, the questioned person, was mistaken concerning the money allegedly received from Casper Loos by Sandenberg in the presence of the Frenchman, referring himself to the statement given by the said Sandenberg. Beneath was written: Thus questioned and answered at Cape of Good Hope, 1 April 1786, before the Honourable Salomon van Echten and Johannes Smuts, members of the Honourable Council of Justice aforementioned, who have properly signed the minute of this alongside the deponent and myself, the Secretary. Lower down: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Still lower: Agrees, and signed: R. J. V. d. Riet, Sworn Clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Council of Justice of this government, the assistant Marinus Simon van Cruiselbergen, who to the adjacent interrogatories gave such answers as are noted down beside each of them. These articles were drawn up and handed over to the commissioners from the Honourable Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to hear thereon, at the requisition of the Fiscal pro interim Gabriel Exter, the assistant Marinus Simon van Cruiselbergen, whose answers given to the same shall be properly recorded in the margin of this document. Art. 1. Whether the questioned person has had this money in his possession for a long time, and from whom he received it. States, Yes, but nevertheless not to know the exact sum. States that he received the largest part from Casper Loos, namely 1600 rx the day before, while he, the questioned person, received the remainder the following day at half past eleven in the morning, and sent it that evening to Mr. Swanevelder. Art. 2. Whether the questioned person in the past month of January did not also pay a sum of money of 1668 rx to Mr. Swanevelder. States, Yes. Art. 3. Whether this was not done with the addition of a note on which the sum was calculated, and the money contained in a sealed packet was specified, signed with his, the questioned person's, name. States, No, he could not distinguish the counterfeit money from the genuine, but that he was never spoken to about it by Mr. Swanevelder, although he, the questioned person, inquired of his Honour the following day whether he had indeed received the money. Art. 4. If not, how he can deny having knowledge of it, as it was not unknown to him, the questioned person, that there was counterfeit money among it, namely a piece of 40 rd, 12 of 10, and 1 of 5, together amounting to the sum of 165 r, which were found in that packet. States that this was done with no such intention.
Dutch transcription
ik loos niet op Een Eed kunnen vergen dat hij het aan hem door mij vertrouwde valsch geld niet heeft gege„ „ven, dewil ik zweeren kan dat het van niemand an„ „ders uitgezondert eenige bagatellen van 10. â 20 r als dan de drie boven, gem: perzoonen hebben ontfangen, en ik niet gaarne een zo inportenten slag hebben kan, vind UE: niet goed dat ik de Heer Fiscaal daarover eens gaa spreeken met verzoek om mij in deze zaak met zijn E: advies te bediene dat daarop gem: van Reenen heeft gezegd, Ja dat zoude ik doen maar hoort eerst wat mijn heer Hacker die dog van de zaak door goetz verwilligd is u daaromtrend raad, de ged zulx terstont ter uitvoer heeft gebracht dan de Heer seconde als toen niet te huis zijnde de gev: door zijn E: & agters die in't voorhuis stonden wierd gezegd, vader is niet te huis maar hij zal over een half Uur te huis komen, vervolgens ter gefixeerde tijd zig we„ „derom bij zijn E: hebbende laaten vinden, door den gev: de zaak en des zelvs toedragt voorgedragen zijn„ „de door zijn E: wierd geantwoord, Ik kan u daar geen raad en geeven, dat moet gij onder malkan„ „deren schikken, door den ged: aan zijn E: is voorge„ houden of wel kwalijk zoude doen de Heer pro in„ „terim Fiscaal daar over te spreeken, en Casper Loos van wien hij ged: moest praesumeeren, uit hoofde dat van hem eenige groote stukken pergament had ontvangen op een Eed ten vergen door zijn E: wierd geantwoord ik kan er u niet in raade, die zijn oogen niet open doet, moet zijn zak openhouden, waarop hij gev: na de heer pro interim Fiscaal is ge„ „gaan, om zijn E: zulx bekend te maken, en de voorn: valsche papieren munt te overhandigen, om dat hij gev: geen distributeur van valsche munten wilde zijn, en op des fiscaals vrage, van wien hij zulx ontfangen had, geantwoord, zulx niet positief te weeten, maar den hem boek¬ denberg rouw dit volgens gegorijd maal eeke„ Reenen Ul: de heeft, t welk is afge¬ kend areerd hij zeg„ staa portant wierd wel uit 1gaar„ dat h geld verze„ che g wel end dikt koomen tehuis zalvs 3 zoo den aan de heer Fiscaal daar nader over te zullen komen spree¬ „ken, declareerende de gev: wyders onder solemneele Eede te willen verklaren, dat bij de distributee van voorsz: valsche munt onbewust is geweest dat dezelve waar„ „lijk valsch was. — zegt nader op art: 19 dat hij gev: zig misgist heeft om „trend het geld aan Sandenberg in praesentie van de Fransman van Casper Loos ontfangen zouden hebben, refereerende zig aan de gegevene verklaaring van gem: Sandenberg. /:Onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo den goede Hoop den 1 April 1786 voor d' EE:s Salomon van Echten en Johannes Smuts, leeden uit den E: Agtb: raad van Ja„ „stitien voorm: die de minute dezer benevens de ged: en Mij secretaris mede behoorlijk heb¬ „ben onderteekend /: lager:/ Twelk ik getuijgen /:was getekend:/ C van Aerssen secretaris /:nog lager:) accordeert /:en getekend:/ R: J:V: d:s Riet gesw:e Clercq. — Compareerde voor ons onder vaderen Articulen gedaan getekende gecommitt uit maken en aan Heeren gecom„ den E Agtb: raad van Ju„ „mitt: uijt den E: Agtb: Raad van Ja„ „stitie deses gouverne „ments den adsistent „stitie des Casteels de goede Hoop Marinus Simon van Crui„ overgegeven om daarop ter ke„ „selbergen dewelke op de „quisitie van den pro interim nevenstaande vraagpoinc„ fiscaal gabriel Exter daarop „ten zodanige antwoorden gehoord te worden den adsi¬ gegeven heeft als beziden stent Marinus Simon van een ijder derzelver staan Cruiselbergen zullende des aangetekend. — zelvs ten gevene responsive in„ „margine dezer behoorlijk wor„ „de bekend gesteld. Arts. — Litt: Art: 1. spree„ ele Eeden zegt Ja. maar egter de Juiste somma niet te Zegt Ja. Off hij gevr: dit geld lange Legt het grootste gedeelte onder zijn berusting heeft van Casper Loos en zulx gehad en van wie hy zulx daags te vooren rx 1600 ontfangen heeft terwijl hij gevr. het res„ „teerende dien andere dag 's morgens om half twaalf ontvangen heeft. e zulks 's avonds na de Heer Swanevelder gezonden ten hebben. zegt neen 't valsch geld uijt 's hem gevr niet bekend is geweest dat er valsch het waaren niet te kunnen onderscheiden dog dat geld daar onder was nament¬ nimmer door de Heer „lijk een stuk van rd 40. 12 swanevelder daarover is van 10 en 1 van 5 te zamen aangesprooken of schoon de somma r 165 die in dat hij geor des anderen pakje zijn bevonden geworden daags bij zijn E: zig g'in„ „formeerd heeft of de penn: wel had ontvangen. — zo neen hoe hij ontkennen zegt zulx met geen dessein kan daar van wetenschap Off zulx niet is geschied met byvoeging van eene nota waar „op de somma bereekend, en't in een verzeegeld paksen ont„ „houdene geld gespeciviceerd was met ondertekening van zijn des gevr: Naam Off hij gev: in den gepasseer„ „den maand Januarij niet ook eene somma gelds van lo 1668 aan de heer Swane„ „velder betaald heeft. gedaan gehad voorsz: waar„ e van hebben, van om weezen. aan oor s a„ evens k heb„ tuigen taris d:/ R: gedaan com¬ van H ter i p adsi„ van des ik wor¬ in„ ts. ke„ oop Ja¬ „ 3 „ 2. 4. 3.
English
to have done so and counted it out readily at hand. Says he never received any pieces back, therefore he cannot believe he ever gave out any pieces. Says no, but while he had for some time performed the sworn clerk's office at the secretariat of the police during the absence of Mr. Horak, having then received at the office for a marriage ordinance and other charges a piece of 10 rb, and since the interrogated had to buy something that afternoon from Heug, he paid with that piece which he happened to have in his pocket, which was also returned by Heug because he maintained that the said was a good piece, and which piece the interrogated brought back to the office the next day, and asked the other assistants whether they recognized that piece as good or as counterfeit, it was unanimously recognized by them as good, except by Diemel, who discovered some change in the name of Mr. Lesueur; the interrogated, because he had received that money on account of Mr. Horak, also handed it over to his honor upon his return; said Mr. Horak also on that very day sent it to the cashier, who accepted it, thus not thinking that such could be counterfeit; and on a subsequent occasion having sent 160 rx to Heug, which were also received by him, said Heug had thereupon sent back 2 rx that were found in excess, without any other message, and thus the interrogated now to his surprise learns that there were said to be counterfeit pieces among them. Whether this did not happen up to two times in succession at the house of the citizen Evert Huygh. Article 6. Whether the interrogated did not already before that time give out some pieces of counterfeit money and receive them back. Having had it there, where the said pieces were expressly distributed piece by piece among the good money in order to be less noticeable, and the same was nevertheless returned to him. Article 7. Whether the interrogated, having bought some merchandise there and having paid the wife of said Heug, a piece of 10 rb found among it was not subsequently returned by her husband; and whether the interrogated did not substitute other money in its place, saying it may be that I received it from another. Says no, having never bought anything from the wife, but indeed having sold various goods to her. Article 8. Whether, the interrogated paying money himself to the said Heug for the second time, another 10 rd piece was not rejected. Says as before. Article 9. How the interrogated can still pretend to have had no knowledge or awareness of the counterfeit money, since the aforementioned instances have occurred to him. Says no, and further as above. Article 10. Says as to Article 7. Article 11. Says that out of carelessness he did not know whether he had counterfeit money with him. Says he maintains that such should serve for the justification of his conduct, since the large quantity causes no suspicion, which moreover does not consist of a few, but amounts to a sum of 620 rx; for had he been the maker thereof, he would not have signed his name on the envelope, the more so because the interrogated knew that it was destined for the treasury of the Honorable Company. Article 12. Whether it is not fully evident that such counterfeit coins cannot have come from the citizens van Wielingen and Zandenberg, because the interrogated had already given them out, as to Mr. Swanevelder and Evert Heug, before he had received money from the said persons. Says if the interrogated had given counterfeit money to Mr. Swanevelder, it further strengthens him in his assurance of having received the same solely from Casper Loos, because most of the money to Mr. Swanevelder came from said Loos, and he had at that time not yet received any monies from Mr. Sanderberg and van Wielingen. Article 13. And whether among the counterfeit money that came out of the hands of the interrogated most pieces are not very recognizable and directly obvious as such, appearing in such a way as would naturally make anyone cautious and attentive. Says partially counted out. Article 14. Whether the interrogated must not admit to having paid to Mr. Swanevelder the money he received from Casper Loos in the month of January, and thus the counterfeit pieces received back from the Honorable Minister not to have been received from the said Loos, since the interrogated upon his arrival at the house of Mr. Swanevelder, where he was lodging at the time, had thrown that money among his other money without having first recounted it. Article 15. Article 16. Whether the paper in which the last thousand rixdollars were loosely wrapped and originating from the fire-warden van Weeligh does not prove that the interrogated also received such money from this van Weeligh. Says he does not think that he received such from Mr. van Willigh, and because he found the paper of Mr. van Wieligh readily at hand, he only wrapped it around a parcel. Article 17. Falls away. Article 18. That the interrogated acted in such a manner that alternatingly a heavy piece came to lie between several others of lesser value. Says that it may well be that it was placed so, but such can always have happened to make up the hundred. Article 19. Whether this was not done by the interrogated in order to make these counterfeit pieces pass more easily as good. Says no. Article 20. And that the interrogated, not knowing all the kinds of money as the counterfeit pieces amount to, mixed some such among them.
Dutch transcription
gedaan te hebben en 't voor de hand afgeteld. Legt nimmer eenig stuk„ „ken te rug te hebben ontfangen dus niet te ge„ „loove immer eenige stuk„ „ken uitgegeven ten hebben. zegt Neen maar terwijl off zulx niet tot twee kijzen hij eenige tijd op 't secre„ haar malkanderen gebeurt is ten huijze van den burge „tarijen van politie het Evert Huygh gesw„ Clercq Amp„t waar„ „genoomen heeft vermits absentie van de Heer Horak als toen op Comptoir voor een trouw ordonnanti en andere ongelden een stuk van 10 rb gekreegen te hebben en dewijl hij gevr: dien middag iets bij Beug koopen Moest, dat stuk het welk hij Juist in zijn zak had daar voor betaald heeft dat door Heug ook is ten rug gegeven vermits hij sustineerde dat het gem: goed stuk was en welk stuk hij gevr wederom dien anderen dag op het Comptoir had te rug gebragt, en aan den andere adsistenten gevraagd of zyl: dat stuk voor goed of voor valsch erkende door hun eenparig voor goed is erkend geworden except door diemel die eenige verandering in de naam van den heer Lesueur ontdekten, den gevr: dewijl dat geldoo rekening van den Heer Horak ontfangen had, zulx ook aan zijn E: bij zijn te rug komst had afgegeeven gem: H eer Horak dat stuk ook dien eygenste dag Art: 6. Off hij geer niet voor die tyd al eenige stukken valso geld munten heeft uitgege„ „ven en weder te rug gekr „gen gehad te hebben daar de gen stukken Expresselijk stuk voo stuk onder het goed geld ver „deeld waaren om zulke m der gewaar ten worden en he zelven dog van hem is gete geworden. aan 7 aan den Heer Cassier gezonden dien zulx geaccepteerd had dus niet te vermeenen dat zulx valsch kan zijn, en bij eene nadere gelegendheid aan Heug 160 re gezonden te hebben die door hem ook zijn ontfangen gem: Heug nog daarop rx 2 had te rug gezonden die er te veel bevonden zijn, zonder eenige andere boodschap en dus hij gevr: thans tot zijn bevreemding verneemd dat er een valsch stuk onder geweest zouden zijn. Off hem gevr: niet aldaar zegt Neen van de vrouw eenige negotien gekogt en aan nooijt iets gekogt maar den huijsvrouw van gem: wel verscheide goederen Heug betaald hebbende nader„ aan haar verkogt te „hand van haar man een hebben. — stuk van 10 rb daar onder bevonden is te rug gegeven. en off hij geer niet ander geld daar voor in de plaats heeft begeeven met te zeggen 't kan zijn dat ik 't van een ander heb gekregen. Off hem gevr: voor 't twee„ „den maal aan gem: Beugh zelvs geld betaalende niet een ander 10 rd stuk is uitgeschooten geworden. Hoe hij gevr: dus nog kan voor „wenden geen kennis of we„ „tenschap van 't valsche geld te hebben gehad daar hem voorm: gevallen zijn overge„ zegt als vooren. zigt N een en voorts als Zegt. als op art: 7. Hee gege„ oor die Art. 8. „ 10 „koomen de gen tuk voo geld ver ulke m nen he is getek valso gekr en gebeurt ge nant ente Deug zijn Zak is ten ge dien ƒ t 9 2 d ag en door de ook n op art: 7. m: a „11. 9 1 te hebben geweeten of hij valsch geld bij zig had. zegt door sloffigheid niet zegt ten sustineeren dat zulx welken booven dien niet eenigen weijnige zijn maar eene som tot zijn gedr: verontschul„ „ma van rx 620 uitmaken. „diging dienen moet ver„ „mits de menigten geene suspicie uitmaakt want was hij er de maker van zo zouden hij zijn Naam onder het Couvert niet gete„ „kend hebben te meer dewijl hij gevr: wist dat zulx voor de Cas der E: Comp:e gedestineert was. niet volkomen blijkt zegt zo hij gevr: valsch dat zulke valschen munten niet geld aan den Heer Swanen„ van de burgere van Wielingen „velder gegeven had hem en Zandenberg kan koomen om het ten meer versterkt dat hij gevr: er al heeft uitge„ in zijn verzekering 't zelven „geeven als aan den heer Swaa„ van Casper Loos alleen te „nevelder, en Evert Heug bevoo„ hebben ontvangen dewijl „kens hij van gem: perzoonen het meesten geld aan de Heer Swanevelder van heefd geld ontfangen gehad gem: Loos kwam en toen nog geene penn: van den Heer Sanderberg en van Wielingen Ontvangen had. — zegt gedeeltelijk uitgeteld. off hij gevr: niet bekennen „ 14. Art: 12. en Onder uijt des gevr: handen gekoomen valschen geld de meeste stukken zeer ken„ „baar zijn en directelijk als zodanig in de oogen vallen koomen die op de natuurlijk „te wijzen een ider zullen om„ „sigtig en oplettend maaken„ moet — 13. 15. te hebben aan de heer swa moet 't van Casper Loos in de „nevelder het geld dat hij maand Januarij ontvangene van Loos ontfangen heeft geld aan den heer Swanevelder en't betaald en dus de van de vermits hij geor: bij zijne E: daminie te rug gekreegen komst ten huize van de valschen stukken niet van gem Heer Swanevelder alwaar hij toen ter tijd logeerden Loos ontvangen te hebben dat geld onder zijn ander geld geworpen had en zulx eerst nageteld te hebben. — Art. 16. Off niet het papier waarin Legt niet te denken dat hij de laatste duyzend rygd los in zulx van den Heer van Willigh gelegd waren en van de brand Ontfangen heeft en om dat meester van weeligh afkom„ hij het papiertije van de heer „stig is bewijst dat den gevr. van Wieligh voor de hand zulk geld ook van deezen van had vinden Leggen zulx weeligh ontfangen heeft maar om een paquetjen had Omgewoeld. Vervalt. —. zegt dat kan wel weezen dat het ze gelegd is ge„ geschied zijn om de hon„ „derd te uittemaken. — Zegt Neen. „ 18 dat hij gevr: dusdanig heeft gedaan dat er beurtswijze „worden, maar zulx kan altoos een zwaar stuk onder verschijden andere van min„ „der waardij tusschen in is koomen ten leggen. „ 19. off zulx niet door hem gevr: daarom is geschied om deze valsche stukken ligten voor goed te doen passeeren. En dat hij gevr: den zoorten van geld als de valschen stukken bedragen daarop niet alle bekend staande diergelijke heeft daaronder gemengd eenige Art 20 en ken Com„ lijk den de en„ als allen t. / 1 en Som ken van zo gete„ zulx ikt te niet ielinge men om als Swaa„ voo„ en d gen„ V „ 17:
English
Art: 20. He states that he does not know whether those people paid out good paper money to others. He states that if one intends to pass counterfeit money, one can indeed do so to people who daily spend and receive money, like Mr. Seereveld, but not to people who have knowledge of it and who receive it from others. Art: 21. How it would be possible to understand that he, the interrogated person, received so much counterfeit money from the aforementioned persons or from one of them, whereas they have paid out money to so many other people. Art: 22. And especially Casper Loos, who some time ago sent 16,000 rds to Mr. Siereveld without any counterfeit money being found in it. Art: 23. Whether he, the interrogated person, must therefore not confess that the money in question came solely from his hands. He states: no, but that he said, Goetz told me that it was unfortunate for society that so much counterfeit money was circulating, to which he answered, it is certainly unfortunate, but I know nothing about it, I will immediately go to Loos, Zandenberg, and Van Wieligh, from whom I received money, and ask them whether they might have given me counterfeit coin species, as he, the interrogated person, also did. Art: 24. What reasons he, the interrogated person, would then have had to say to the bookkeeper Goetz, I do wish that it comes out, but I know damned nothing about it. He states: no, but indeed at that time and to the citizen Casper Loos, when Casper Loos said to me that he had not given the money, that this was a heavy blow for him, the interrogated person, but that he would gladly still suffer the damage if there were someone who merely said that he had given the counterfeit money to him, the interrogated person, if only that person would confess, in order to bring him, if possible, to a confession and thus recover his damages through him. Art: 25. On what grounds he, the interrogated person, attempted, to the report runner of the wharf, to ensure that if the gentlemen found even more counterfeit money, they had to report it to the fiscal pro interim. He states: because he, the interrogated person, had already reported it himself and intended, after coming out of the Castle, to make it further known to the fiscal, had he not been prevented from doing so by a civil arrest in the Main Guard by order of the Honorable Governor. Art: 26. Whether this was not also done because he, the interrogated person, was convinced in his own mind that he had spent more such coins, which would now certainly be discovered. He states: No, since he never knowingly spent any counterfeit money, so he had no reason to be afraid of any discovery, but only for the reasons mentioned in Art: 25. Art: 27. And whether he, the interrogated person, wanted thereby to avoid being addressed further and giving excuses. He states: No, that if he had spent it, that would have had to come out anyway. Art: 28. Whether he, the interrogated person, did not also buy some goods from Master Onderdewyngaard, who passed through here, and paid with 69 rds. He states: No, but indeed made a present of 89 rds in goods to the same, because he declared to the interrogated person that he had to pay his house rent and had no money for it. Art: 29. Whether he, the interrogated person, did not also give among it a piece of 40 rds in counterfeit parchment coins. He states: that he does not know, because he, the interrogated person, had taken the money that he had given to him from what was at hand. Art: 30. Whether he, the interrogated person, must not confess to having had a large quantity of it ready, and even being the author of these counterfeit coins. He states: No, not knowing to have had more than that with which he was suspected to have spent, and that in case he himself was the author thereof, he would have rested content with the answer of the Lord President Hacker and would not have sought to proceed further to make it known to the fiscal, but would rather have sought to save himself by flight. Art: 31. Whether he, the interrogated person, is the only one, or whether others also participated therein or had knowledge thereof, and who. He states: neither to have had a part in it alone, nor to know who might have had a part in it. Art: 32. In what manner this was done by him, the interrogated person, and what instruments he employed for that purpose. He states and testifies never to have had it in his thoughts, much less to have manufactured any instruments for it.
Dutch transcription
Art: 20. zegt niet te weeten of die menschen aan andere goede papieren munt uit„ „betaald hebben. — zegt als men voornemens is valsch geld uittegeeven dat men dat wel aan baa„ dagelijks geld uitgeeven en ontvangen gelijk de Heer Seereveld. kennis van hebben en die is gevonden geworden we het van andere heeft ontvangen. zegt. neen maar dat hij zagd goetz heeft aan mij gezegd dat het ongelukkig was voor de zamenleeving dat er so veel valsch geld kouleerde daar hij op ge„ „antwoord heeft het is zee„ „ker ongelukkig maar daar weet ik niets van ik zal opstonds na Loos, Zandenberg en van wieligh gaan, daar ik geld van ontvangen heb en vragen het hun af of zil: mij misschien geen valsche munt specie gegeven hebben gelijk hij gevr: ook gedaan heeft. zegt neen! maar wel toen en teegens den burger Casper „ 24. Wat hij gevr: dan voor rede„ „nen zouden gehad hebben tee„ „gens den boekhouder goetz ten zeggen, ik wensch wel dat het uitkomt maar ik weet er verdomt niets van „ 23. Off hij geor dus niet bekennen moet dat die quest geld al¬ „leenig uit zijn hande geko„ „men is „ 22. En bizonder Casper Loos de„ „welke voor eenige tyd nog aan den Heer Siereveld 16, 000 „ten doen kan maar niet r heeft toegezonden zonder aan menschen die daar dat er valsch geld daar bij hoe het zoude mogelijk zijn te begrijpen dat hij geor: van voorsz: perzoonen of van een derzelver zoo veel valsch geld zoude ontvangen hebben waar dezelve aan zoveel andere men„ schen geld uitbetaald hebben Casper Loos „ 21. Casper Loos Leyde mij 't geld Loos dat hij gevr: gaarn het geld niet gegeven te hebben dat missen en de schade lyden zou„ zulx een swaare slag voor „de indien imand was die al„ hem gevr: was maar dat hij, leenig zeyde dat hij aan hem gaarne nog de schaden wou gesr: het valsch geld had gege„ leijden indien die geene „ven die het hem geor, gegeven had zulx maar wilde Confes„ „seeren om hem waaren het mogelijk maar tot confessien te brengen, en zo door de zijnen schaden te deconvreeren. Art: 25. Uijt wat hoofde hij gevr: te„ Legt om dat hij geer zulx gens den rapport ganger van zelvs reeds had aangegeven den werf gezogt heeft, dat en voornemens was nadat indien de heeren nog meer uit het Casteel quam den valsch geld vinde zijl: zulx fiscaal zulx nader bekend bij de pro interim fiscaal ten maken waaren hij hier in moesten aangeeven niet verhindert geworden door een Civiel arrest op ordre van den WelEdele Heer gouverneur in den Hoofdwagt. — Legt Neen dewijl nimmer met zijn weeten eenig valsch geld heeft uitgegeven dus voor geene ontdek„ „king behoefde bevreest te zijn, maar alleen om ked. in art: 25 gemeld. en of hij gevr. daar door wilde zegt Neen, dat als hij uitge vermiden meer aangesproo„ „geven had dat zulx buiten „dien had moeten uitkomen „ ken ten worden en schuldigt ten geven! „ 28. zegt Neen maar wel 89 re off hij gevr: ook niet eenige Off zulx niet mede geschied daar om is om dat hij gevr: bij zig overtuijgd was meer diergelijke munten uijtgegeven ten hebben dien thans zeker„ „lijk zoude ontdekt worden! „ 26. aan goederen zijn van an een geld en heb ben men„ waar de„ 000 zonder bij 10, bekennen geld al¬ geko„ rede¬ en tee„ goetz eldat weet aar ik il: mij ben per — Aan dezelve praesent ge„goederen van den hier gepas„ „daan te hebben, door dien „ seerde M„r onder dewyngaard aan de gevr: declareerden heeft gekogt en met r 69 be„ zijn huijsuur te moeten „taald betaalen en daar toe geen geld te hebben. — Legt zulx niet te weeten vermits hij gevr: het geld dat aan hem gegeven had voor de hand had weg genoomen. Off hij gevr: als niet bekennen zegt Neen niet te weeten moet eene grooten menigten meer gehad te hebben als daarvan te hebben gereed ge„ waarmede hij verdagt „haden zelven den dutheur van werd dat hij gevr: uitge„ dezen valschen munten ten zijn. „geven zoude hebben — in geval hij zelvs de au„ theur daarvan was berust zoude hebben in 't ant¬ „woord van den heer praesident Hacker en 't niet ver„ „der zoude getragt hebben te processeeren om zulx de fiscaal bekend te maken maar zig wel met de vlagt zoude getragt hebben te salveeren. hij gevr: het alleenig is of O zegt nog alleen daar deel nog andere daar aan gepar„ aan te hebben, nog ook „ticipeerd ofte kennis daar ten weeten wien daar aan deel zouden hebben. — van gehad hebben en wie Op hoedanige wijzen zulx door zegt betuijgd nimmer in zijn hem gevr: is gedaan geworden, gedagte gehad te hebben en welke instrumenten hij veel men daar eenige in„ daar toe heeft geEmployeerd!. „strumenten toe vervaardigd 30. Art: 29. Off hij gevr: niet meede daaronder een stuk van rs 40 Valsch pergament munten heeft gegeeven. „ 31. „ 32. t
English
Article 33. Lapses. Says that he made that little drawing on board, and that the difference regarding the parchment is very noticeable. Whether, therefore, a large part of the money was not drawn or painted solely by him, the interrogated person. Says no, because it never entered his mind to draw such things. Article 35. Whether this drawing, upon being shown the draft, was made by him, the interrogated person, and whether this parchment is not from the very same as that which was used for the counterfeit money. Article 36. Where and from whom he, the interrogated person, obtained such instruments, or had them manufactured. Says no; where there is no guilt, no excuse needs to take place, requesting on those grounds to be released promptly, under sworn surety or otherwise as the Honorable Court of Justice shall deem necessary. Whether he can also bring forward anything in his excuse. Thus interrogated and answered at the Cape of Good Hope on 14 April 1786 before the Honorable Members Gerhardus Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original of this together with the interrogated person and me, the sworn clerk. Below was written: Which I witness. Signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Review Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government aforesaid, Cruiselbergen, to whom these interrogatories having been read aloud again word for word clearly and distinctly, and the interrogatories answered by him, declared that he persists with them, wishing that nothing more shall be added to or taken from them. Below was written: Thus reviewed in the Castle of Good Hope on 19 April 1786. Signed: M. P. van Cruiselbergen. Lower down: In my presence, signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: As commissioners, and signed: G. H. Cruywagen and Johannes Smuts. Still lower: Agrees, and signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Letter 2 Articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, in order to be heard thereon at the requisition of the interim Fiscal Gabriel Egter, and to interrogate the sailor Philipus Bos summoned to the line; his responses to be given shall be duly recorded in the margin of this document. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the sailor Philippus Bos, who has given such answers to the adjacent question points as are recorded beside the same. Article 1. The name, birthplace, age, and rank of the interrogated person. States Philipus du Bos, born in 's-Hertogenbosch, rank ordinary sailor. Article 2. With what ship and in what year he, the interrogated person, arrived here, and what his occupations have been up to now. States arrived on Het Slot ter Hogen, Captain Ciereveld, in the year 1785, and tended the shop at Mr. Ziereveld's house. Article 3. How and for what reason he, the interrogated person, is currently here. Says he was arrested by the adjutant, Mr. van Baalen, at the house of Preselius, without knowing the reason why. Article 4. Whether he, the interrogated person, did not lodge together and in one room with the assistant van Cruiselberg at the house of the sea captain Mr. Siereveld. Says yes. Article 5. How long they lived together in such a manner. States that from their arrival here until about four months ago they lived together. Article 6. Whether van Cruiselberg has not, for some time, left his lodgings and stayed at the house of the burgher lieutenant Sebastian Jan van Reenen. States yes, such that he took some belongings with him and left others there. Article 7. How long ago that was. Says four months ago. Article 8. And whether he, the interrogated person, did not still associate daily with the said Cruiselberg, and for what reason. Says no, and that Cruiselberg previously had sometimes stayed overnight at the house of van Reenen, and that he had associated with him daily for reasons of good acquaintance. Article 9. Whether he, the interrogated person, was not then present on Friday, the last day of the past month of March, in the afternoon, at the house of the aforesaid van Reenen when the bookkeeper Monsieur Goetz arrived there. Says yes, in the afternoon around half past one. Article 10. Whether he did not hear the said Goetz say that a sum of money received from a certain van Reenen was an rixdollar short. Says he does not know that. Article 11. Whether van Cruiselbergen did not immediately reply, I will give that to you. States no. Article 12. Whether he, the interrogated person, further does not know whether Cruiselbergen went to his room, and for what purpose. States yes, but that he was immediately called away again, and that he did not accompany him with any intent other than merely for company. Article 13. Whether he, the interrogated person, has not thus seen that van Cruiselberg had a large sum of counterfeit parchment money in his possession.
Dutch transcription
Art 33. Vervalt. Legt dat des sintje aan boord gemaakt te hebben en dat het different om¬ „trend 't pergament zeer merkelijk is. zegt Neen want dat nim„ „mer in zijn gedagten ge„ „had heeft zulke dingen te teekenen. — „ 36. zegt, Neen waar geen Off hij geer ook iets tot zine schuld is heeft geene ver„ verschoning weet by te bren„ „schooning plaats te hebben „ gen 1 verzoeken uit dien hoofden spoedig ontslagen te worden, onder Cautie Juratoir of wel anderzints als den E Achtb: Raad van Iustitie, noo„ „dig oordeelen zal. — Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo den goede Hoop den 14 April 1786 voor 't EE„s gernardus hendrik Cruywagen en Johan„ „nes Smuts leeden uijt den E: Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezer be„ „nevens den gevr: en mij geswe Clercq mede behoorlijk hebben onderteekend /: lager:/'t welk ik getuijgen /:was getekend:/ R: J: V:O: Riet geswe Clercq. — /:Onderstond:/ off dus niet een groot ge„ „deelte van de munt alleenig door hem gevr: is getekend of geschildert geworden. „ 35 of deze teekening /onder ver„ „tooning van den ged7 van hem gevr. gemaakt is en of dit pergament niet van het zel„ „ven is die tot de valschen munt geadhibeerd is geworden! „ 34. waar en van wien hij gevr: zoodanige Instrumenten heeft verkreegen. of laaten vervaardigen. kennen Recollement pas„ gaard 69 be„ d en munter rs e nigten eed ge„ ƒ zijn! van ant¬ et ver„ de vlagt ƒ „ gepar„ daar door worden hij eerd is of — Recollement Compareerde voor ons ondergetekende ge„ „committ. uit den E: Achtb: raad van Justitie dezes gouvernements voorm: Cruiselbergen dewelke dezen hem weder van woorden tot woorden klaar en duidelijk voorgeleezen wee¬ „zende, en door hem beantwoorden onterroge „torien verklaarden te blyven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij of van gedaan worden zal. /:Onderstond: Aldus gerecolleerd In't Casteel de goe„ „den hoop den 19 April 1786. /:getekend:/ M: P: V: Cruiselbergen /:lager:/ mij praesent /:getekend:/ C: V: Aerssen Secretaris /: in ma „gene :/ als gecommitt: /: en getekend:/ g: I: Cruywagen en Joh„s Smuts /:nog lager:/ Accordeert /:en getekend:/ R: J: V: d: Riet gesw:e Clercq. — Litt: 2 Articulen gedaan maken Compareerde voor ons en aan heeren gecommitt ait ondergetekende gecom„ den E: Achtb: raade van Ju„ „mitt uit den E: Achtb: raad „stitie des Casteels de goede van Justitie deses gouver„ Hoop overgegeven om ter ke„ „nements de Mattroos phi„ „quisitie van den pro Inte„ „lippus Bos dewelke, op de nevenstaande vraagpoincten „ rim fiscaal gabriel Egter daarop gehoord te worden zodanige antwoorden gege„ en ondervraagd den op de li„ „ven heeft als bezijden den„ nien bescheedene mattroos „zelven aangetekend staat. Philipus Bos zullende des zelvs te geevene responsiven in marginen deezer behoor„ „lijk worden bekend gesteld. Art:1 2 L Art„ 1. ende ge„ Justitie bergen den tot en wee¬ met wat schip en in wat Legt met Het Slot ter Hogen Jaar hij Geor: alhier is aange¬ Capt: Ciereveld aangeland in „koomen en wat zin vekrig„ 't Jaar 1785 en in de win„ „tingen tot hier toe zijn geweest „kel bij den Heer Ziereveld opgepast ten hebben. — hoen en uit wat reeden hy geor zegt door den adjudant zig thans hier bevind de Heer van baalen is ar„ „rest gebracht te zijn en ten zijn geweest aa't huis van Preselius zonder te wee„ „ten de reeden waarom. — zegt Ja. maker ill uit an Ju¬ goede Inte„ ter ke„ Off van Cruiselberg niet ze„ Legt Ja zodanig dat hij „dert eenige tijd, zijn logies eenig goed mede geno„ verlaten en zig ten huizen van „men en andere daarge„ den burger buytenant S=k Jan van Reenen heeft op„ „laaten heeft „gehouden zegt zedert vier maanden hoe lang zulx is geleeden o zedert hunne aankomst hoe lang zijl zodanigen ten alhier tot voor omtrend zaamen gewoond hebben. een maand of vier zamen ten hebben gewoond. /:in ma resent de goe„ M: des gev: naam geboorte plaats Legt Philipus du Bos ge¬ Ouderdom en qualiteijd „booren van 's hertogen bosch qualiteid Jong mattroos. „ 4: Off hij Gevr: niet met den ad„ „sistent van Cruiselberg ten huizen van den Capit: ter Lee den heer Siereveld te zamen en op een kamer gelogeerd heeft terroge teeken of van /9: lager:/ d: Rier Epter den p de li„ troos de des Consiven behoor steld. — Art:s en dat Cruiselberg te zegt Ns een. — en of hij gevr: niet nog dage¬ „lijx met gem: Cruiselberg is vooren wel somteijds 'S nagts ten huize van van omgegaan en om wat heeden Reenen gebleeven is en da„ „gelyks met hem omgegaan te hebben om redenen van goede bekend schap. Legt Neen. zegt Ja. des agtermid„ „dags omtrend half twee zegt zulx niet te weeten. — off hij gevr. voorts niet weet Legt Ja. dog terstond weder te zijn afgeroepen en niet van Chruiselbergen naar deszelvs met eenig oogmerk te zijn kamer is gegaan en tot wat ein„ mede gegaan als alleen „den. om 't geselschap. Off van Cruisebbergen niet dadelijk heeft geantwoord, die zal ik te geeven. off hij gem: goetz niet heeft hooren zeggen dat aan een zekeren van van Reenen ont„ „fangene somma gelds een Exten min was! Off hij gevr: dan op vrydag de laatsten des gepasseerde maand maart 's agtermiddags te hui„ „zen van voorm van Reenen niet is present geweest toen den Boekhouder Monsr. Goetz aldaar is gekoomen. „ 9. Art 8. off hij gevr. dus niet heeft gezien dat van Cruiselberg eene grooten somma valschen bergamente munten onder han„ „den heeft gehad Art 13. uure. 10. „ 12
English
Art: 13. States Yes, that he had come down with him and immediately departed when Cruiselbergen came downstairs. Art: 14. Where Cruiselbergen had passed this money, and whether there had been more such coins there. States to know nothing of it. Art: 15. Whether Cruiselbergen had not taken so much other money to give in its place, and what had been spoken between the two of them concerning this. States as before to know nothing of it. Art: 16. Whether the questioned does not know whether more counterfeit money was put into circulation by the aforementioned Cruiselbergen, and whether the questioned himself did not pass such coins. States Not to know whether Cruiselbergen passed more counterfeit money; that the questioned to the best of his recollection received a piece of paper and a piece of parchment, subsequently passed them, and received them back again as counterfeit, which two pieces of counterfeit money must still lie at the house of Mr. Siereveld; that the questioned became so cautious because of this that recently he received rx 10,000 from Casper Loos and Company for the account of Mr. Siereveld, but refused to accept them unless the aforementioned Loos sealed them, as well as a lesser sum from the now deceased messenger Walpot. Whether after a while Cruiselbergen was not called downstairs, and the same not long thereafter returned again with 6 pieces of counterfeit coins. States not to know by what means they acquired it and whether they were not themselves the authors thereof; Cruiselbergen came by it, and also not to know how he himself came by the above-mentioned two pieces; furthermore, unaware whether Cruiselbergen could be the author of the said counterfeit coin, and declares himself entirely free thereof. Art: 18. By what means the questioned came by the large sum of cash, which he is said to possess. States to have brought along many goods, among others yellow gold and silverware to the value of well over seven hundred rixdollars from the Fatherland, and that he ought to have had even more money than he actually has, having spent a great deal. Art: 19. Whether the questioned did not himself say that he had ƒ 100,000 lying ready to be able to trade for his account. States Yes, to have been at the house of Evert Heugh, who not being at home, the questioned engaged in conversation with the wife of the aforementioned Heugh, who expressed to the questioned that she would have regretted it if Mr. Siereveld had become Equipage Master, because he would have monopolized the trade here, to which the questioned answered, no, I would have monopolized the trade, and I have ƒ 10,000 ready for that, the questioned asserting to have said this in jest, and that one sometimes says rather more than one really means; that he had become angry that Mistress Heeg said such things about Mr. Zeereveld because he hoped to be helped himself through this promotion of Mr. Ziereveld. Art: 20. And that he regretted that Du Mini had become Equipage Master, who had paid ƒ 70,000 to the Right Honorable Lord Governor, and that if this had been known, Zierveld would certainly have given ƒ 100,000. States to have said that he had heard that the Honorable Puminie had paid ƒ 50,000 to the Right Honorable Lord Governor for the office of Equipage Master, and that if it had been known that it was to be sold, Mr. Zeerveld would certainly have given ƒ 100,000. Art: 21. Because such could be recovered again within one year. States not to have said this. Art: 22. Whether the Questioned does not acknowledge having spoken ill of the Right Honorable Lord Governor in this manner, and what he can bring forward in his defense. States to acknowledge guilt therein, that it was an imprudence on his part, for which he requests pardon. Underneath stood: Thus questioned and answered in the Castle of Good Hope, the 12th of April 1786. Before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the original of this, together with the questioned and me, the secretary. Lower: Which I witness, was signed: C: van Aerssen, secretary. Still lower: Agrees, and signed: R: J: v: d: Riet, sworn clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government
Dutch transcription
Art:. 13. Legt Ja: met hem ten zijn afgekoomen en terstond ver„ „trokken toen Cruiselbergen niets te weeten. zegt als vooren daar van Legt als vooren daar van „ 16: Off hij gevr: niet weet of zegt Niet te weeten of van 3 er door meer gem: van Crui¬ Cruiselbergen meer valsch „selbergen niet meer valsch geld heeft uitgegeven dat geld is gedebiteerd geworden hij gevr: naa zijn best onthouden een stuk papier en of hij gevr: niet zelve dier„ en een stuk pergament „gelike heeft uijtgegeven heeft ontfangen vervolgens uitgegeven en wederom als valsch te rug gekreegen welke twee stukken valsch geld nog bij den Heer Siere„ „veld aan huis moeten leggen, dat hij gevr: daar door zo voorzigtig is geworden, dat hij onderdaags van Cas„ „per Loos en Comp„en voor, rekening van de heer Siereveld heeft ontfangen rx 10, 000 dog deselve niet heeft willen accepteeren ten zi gem: Loos die verzegelde gelijk mee„ „den een minder somma van de nu overledene boden wal„ „pot. — zegt niet te weeten hoe op hoedanige wijzen zyl: daar Waar van Cruiselbergen dit geld heeft gepaast en of er nog meer diergelijke munten al„ „daar is geweest. off van Crueselbergen niet Lo„ „veel ander geld heeft genoe„ „me om in de plaats te gee„ „ven en wat tusschen hun beij„ „den daarbij is gesprooken geworden. Off naa een poossen tijd van Cruiselbergen niet is naar beneeden geroepen, geworden en den zelven ook niet, lang daarna met 6 stukken val„ „sche munten wederom is te rug gekoomen. Cruisel„ aan dage„ is heeden. van is beneeden gekoomen. — heeft berg sche han¬ den maand ten hui en toen Goetz heeft 2 2 en Exten t„ en niet oord weet deszelvs a een„ niets te weeten. „ 15. „ 14. aan zijn gekomen en of zi Cruiselbergen er aan is niet zelven den autheuren daar gekoomen ook niet te van zin. weeten hoen hij zelven aan bovengem: twee stukken is gekoomen voorts onbewust ten zijn of Cruiselbergen den Autheur der gezegde valschen munt zouden zijn, en zig zelve daar geheel van vrij te kennen. Art: 18. door wat middelen hij geor zegt veele goederen onder dan aan de groote Somma anderen geel goud en zil„ „ver werk wel ter waarden van Contanten is gekoomen van zeeven hondert reuit dewelke hij zal bezetten het vaderlant te hebben mede gebragt en dat nog wel meer geld moest hebben als hij wezentlijk heeft, hebbende hij veel verteerd. — Off hij gevr: niet zelve gezegd zegt Ja; te zijn geweest ten heeft ƒ 100, 000 klaar leggen ten huizen van Evert Heugh hebben om voor zin reekening dewelke niet te huis zynde te kunnen negotieeren is hij gevr in gesprek ge„ „haakt met de huisvrouw van gem: heugh. dewelke zig aan de geor heeft uitgelaten dat het haar zoude gespeeten hebben indien de heer Liereveld Equipagie meester was geworden door dien die de negotien alhier zoude gedwongen hebben, en waarop de gevr: heeft geantwoord neen ik zou de negotie gedwon„ „gen hebben, en hebbe daar ƒ10„ 000 toe in gereedheid betwij„ „gende de gevr: zulx uijt kortswijl te hebben gezegd, en dat men zomtijds wel iets meer zegd als men wel meent dat hij kwaad geworden was dat Juff„w Heeg zulx van den heer zeereveld zeijde om dat hij hoop te door deeze bevordering van de heer ziereveld zelven geholpen te zullen worden. Legt ten hebben gezegd dat hij had gehoord dat „ 20„ En dat hem speet dat du mi„ „ni was Equipagimeester gewor„ „den, die ƒ 70, 000 aan de Wel„ dE Edele „ 19. Litt:R Edele gestr: heer gouverneur d'E Puminie aan den Wel„ had betaald en dat indien men „Edele gestr: heer gouver„ zulx had geweeten zierveld wel neur ƒ 50, 000 voor het Ampt ƒ 100, 000 zouden gegeven hebben van Equipagie meester zouden betaald hebben en dat indien men had geweeten dat het verkogt zoude worden de heer zeerveld dan wel ƒ 100, 000 zouden gegeven hebben. — Om dat het zodanige in een zegd zulks niet te hebben Jaar, wederom uit te haalen gezegd. was. Art: 21. „ 22: Off den Gevr: niet bekend op de„ zegd daar in schuld ten be„ „zen wijzen quaad gesprooken „kennen dat het eene on„ „voorzegtigheid van hem is te hebben van den welEdelen geweest dat hij daarom„ heer gouverneur en wat hij „trend verzoekt verschoning tot zijn verontschuldiging kan inbregen. /:Onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord In't Casteel den goede Hoop den 12 April 1786. voor d' EE: Gerrit Hendrik Cruuwagen e Johannes Smuts leeden uit den E Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezer be„ „nevens den gevr: en mij secretaris meede behoorlijk hebben onderteekend /:lager:/ 't welk ik getuijgen /:was getekend:/ C: van Aerssen secretaris (:nog laager:) accordeert /: en getekend:/ R: J: V: d: Riet gesw: Clerq Compareerde voor ons onderge¬ „tekende gecommitt: uit den E: achtb: Raad van Justitie dezes gou„ r Somma mer 9 hebben — zegd en te kening tgelaten heer endie waarop edwon„ betuij„ meent l A ze van en die mi„ ƒ ge
English
residing here for the government and on the point of his departure for Batavia, Master Petrus Victor onder de Wyngaard, of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal here, Sr Gabriel Egter, declared it to be true: That on the evening of the 13th of March last, having received a sum of sixty-nine rixdollars from the assistant of the Honorable Company, Marinus Simons van Cruijselbergen, the appearer had found that among the said sum in paper currency delivered to him, the appearer, was a piece of 40 rixdollars on parchment; that the appearer, having given that piece among other money in payment to the burgher councillor, the Honorable Johannes Matthias Bletterman, the said Bletterman, having addressed the appearer on the street last Saturday the 1st of this month, had informed him, the appearer, that one piece, namely of 40 rixdollars, among the sum paid to him by the appearer, was counterfeit. That the appearer, having taken back the said piece of 40 rixdollars, had in the evening sent the said Bletterman 2 other pieces of paper money, each of 20 rixdollars, which the appearer received from Johannes Gysbertus van Reenen. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, offering to substantiate the same, whenever required, at all times with a solemn oath. Below stood: Thus done at the Cape of Good Hope, the 4th of April 1786, before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes hereof together with the appearer and me, the secretary. Lower: Which I witness, was signed: C. van Aerssen, Secretary. Still lower: Agrees, and signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Letter S. We, the undersigned, certify by this that upon examination of a parcel in which two thousand rixdollars was sealed and signed Cruijselbergen, there were found to be counterfeit in our presence the following pieces on parchment: 3 pieces of forty rixdollars, 120 3 pieces of ten rixdollars, 30 rixdollars 150 Below stood: Cape of Good Hope, the 31st of March 1786. Was signed: J. van Gennep, the Chevalier Duminy, P. J. Truter. Lower: Agrees, and signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. To the Right Honorable, Worshipful Pieter Hacker, President, together with the Honorable Worshipful Council of Justice of the Cape of Good Hope. Respectfully shows Marinus Simon van Cruijselbergen, assistant in the service of the Honorable Company assigned to the political secretariat here, but currently detained in the Castle: That on the 31st of March of this year, the petitioner went to the pro interim fiscal and requested him to carry out the necessary investigations regarding this matter, and was asked by the same whether he did not know from whom he had received the same. That the petitioner replied to this that he could not yet state this positively, but that he certainly had vehement suspicions; that one had to be cautious, however, in such an accusation, but at the same time he had deemed it necessary in the beginning to stop that circulation, and now that he had heard that they were counterfeit, he did not wish to deceive other people with them as he had been deceived, but that the petitioner would come to speak further with the said fiscal the following day. That the petitioner thereupon departed, and the next morning, the 1st of April of this year, being summoned by the police messenger Claasen to the Honorable Governor, he immediately obeyed the said order, and upon his arrival there was ordered by His Right Honorable to place himself under arrest in the main guardhouse under the escort of the then present Officer Mulder until further orders. That the petitioner, that same afternoon, before the commissioners from the Right Honorable Worshipful assembly, was interrogated on several articles by the Secretary of Justice, the Honorable van Aerssen, at the requisition and in the presence of the said pro interim fiscal G. Egter, and that after the interrogation was conducted, the petitioner remained imprisoned until Thursday evening, the 6th of April. That the petitioner, being detained there for so long, to his surprise, has had to experience with the uttermost astonishment and to his greatest indignation: That the petitioner, although conscious of no wrongdoing himself, was collected like a criminal by a sergeant, corporal, and eight soldiers provided with loaded firearms and transported to the Castle prison or the jail, and was searched by the provost marshal Matthijssen to see if any weapons could be found. That the petitioner was thereafter brought to a room without any access, and thus criminally, whereas not only was everything customary in such a case withheld from the petitioner, but what is more, he had to endure going to sleep without food. That the petitioner had to spend a most unpleasant time in that prison, so humiliating for a respectable man, whereby his health could certainly have suffered greatly, and such would surely have been the consequence if on the following Monday he had not unexpectedly once again been
Dutch transcription
gouvernements den alhier remoree„ „reerende en op zijn vertrek naar bata„ „via staanden staanden M:r Petrus Vic„ „tor onder dewyngaard van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den prointerin fiscaal alhier S:r ga„ briel Egter verklaarden hoe waar is. dat hij Compt: op den 13 Maart Jongstl: des avonds eene somma van negen en Zestig r ontvangen hebbende van den adsistent der E: Comp„e Marinus Simons van Cruiselbergen bevonden had, dat er onder gem: Somma in papieren munt aan hem Comp„t toegesteld een stuk van 40 r op pergament was, dat hij Compt. dat stuk onder ander geld in betaaling hebbende gegeven aan den beergeraad d' E: Johannes Matthias Bletterman gem Bletterman laatst: Zaturdag den 1 de„ „zer maand den Comp„t op traat aan„ „gesprooken hebbende hem Comp„t te kennen had gegeeven, dat er een stuk namentlijk van 40 rC onder de door den Compt aan hem betaalde somma valsch was.— dat den Comp„t gem: stuk van 40 r wederom genoomen hebbende gem: blet„ „terman des avonds 2 andere stukken papiere geld ieder van 20 rxgezonden had, dewelke den Comp„e van Johannes Gysbertus van Reenen ontvangen heeft Niets meer verklarende geeft den Comp„te voor redenen van wetenschap als in de teyt praesenteerende zulx wanneer 't gerequireert word, altoos met solemnee„ C LiHt: S „len Eede te staven. /:Onderstond:/ dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 4 April 1786. voor de EE„s Gerrit Hendrik Cruiwagen en Johannes Smuts leeden uit den E: Achtb: Raad van Justitie voorm: die de minuten deezer be„ „neevens den Comp:t en mij secretaris mee„ „de behoorlijk hebben onderteekend /:la„ „ger:/ 't welk ik getuigen, /:was getekend:/ C: van Aerssen Secret: /: nog lager:/ accor„ „deert /: en getekend:/ Rd: J: V:O: Riet geswe Clercq. — Lett S. Wij ondergetekendens Certificeeren bij dee„ „zen, dat bij naziening van een pak waar in twee duijzend re verzegeld, en getekend Cruiselbergen ter onzer praesentie, is bevonden valsch te zijn, de volgende stukken op pergament 3 p„s van veertig r 120:— 3 „ „ tien 30:- „ ro 150 /:Onderstond: Cabo den goede Hoop den 31 Maart 1786 /: was getekend: J: V: Gennip de Ridder duminij ƒ P: I: Prieter /:lager:/ accordeert /: en ge„ „tekend:/ R: J: V: d: Riet gesw.:e Clercq. — Aan den WelEdelen achtb: Heer Pieter Hacker praesi„ „dent benevens den Edelen achtb Raad van Justitie van Cabo de goede Hoop. Geeft keverentelijk te kennen Marinus Simon bata„ v ten v an ic en n er t van aling 1de„ aan¬ ƒ stuk door a let„ ken d nes heeft. als neer nee„ est had Simon van Cruiselbergen, adsistent in die der E: Comp„e ter politiquen secretarijen alhier bescheiden, dog thans gedetineerd in het Casteel. — dat hij suppliant zig op den 31 maart dezes Jaars heeft vervoegd bij den pro in terim Piscaal daarop heeft verzogt de nodige recherches hier ontrend te doen, en door denzelven is gevraagd, of niet wist van wien dezelve te hebben ontvan„ „gen. — dat hij supplt„ hierop heeft geantwoord zulx nog niet positief te kunnen zeg¬ „gen, dog wel vehementen suspicie te hebben, dat men echter in zodanige beschuldiging voorzigtig zijn moest, maar tevens had geoordeelt nodig te zijn in den beginne dien loop te moeten sluijten en nu hij gehoord had, dat dezelve vals waaren, geen andere luiden daar mede wilde bedriegen, zo als hij bedrogen was dog dat hij supplt. des anderen daags gem: fiscaal nader zoude komen spreek dat hij supplt. daar op is weggegaan en den morgen daar aan den 1 April dezes Jaars door de bode van politie Claasen bij de Edelen heer gouverneur ontboden zinde, direct aan gem: ordre heeft geobidieert, en bij zijn komst al daar door zin welEdele gestrenge wier geordonneert, zig onder geleijde van den toen tegenwoordig zijnde officier Mulder tot nadere ordre in de hoofdwagt in arrest te begeeven. — dat hij supplt.. dienzelfden nademid„ dag ten overstaan van heeren gecommi uit den WelEdele Achtb: vergadering, door door den secretaris van Justitie de heer van Aerssen ter requisitie en in't bywee„ zen van gem: pro interim fiscaal G: Egter op eenige articulen is ondervraagd en dat hij supplt. naa gedaane ver„ hoor, tot donderdag avond den 6 April heeft gevangen gezeten: — dat hij supplt tot zyne bevreemding aldaar zo lang gedetineerd zijnde met den uiterste verbaasdheid en tot zijn grootste verontwaardiging heeft moe„ „ten ondervinden. — dat hij supplt „ hoewel zich zelfs geen kwaad bewust, als een Crimineel door een sergeant Corporaal en agt solda¬ „ten met scherp geladen geweeren voor„ „zien is afgehaald en getransporteerd naa s heeren steen of de tronk en door 'S heeren geweldiger Matthijssen gevisi„ teerd of ook eenige scherp was te vin„ „den. — dat hij suplt daarna op eene kamer is gebracht buiten eenig acces en dus Criminaliter dewijl hem supplt„ alles in zoo een geval gewoonlijk niet al„ „leen is onthouden maar wat meer is zich heeft moeten getroosten, zonder eeten te gaan slapen. — dat hij supplt„ in die voor een sak„ „zoenlijk man zo Clettrissante gevan„ „genis eene aller onaangenaamste tijd heeft moeten doorbrengen waar door zeker zijne gezondheid veel zouden hebben kunnen lyden, en zulx gewis ook het gevolg zoude zyn geweest, in„ „dien des maandags daar aan volgen „den niet wederom op het onverwagts door in dien lhier tvan„ Zeg„ od maar uijter valse neur Or 11 al r o e mid de in
English
was transferred by an escort of two non-commissioned officers and eight soldiers to the so-called bacon room in the Castle of Good Hope. That he, the petitioner, has secretly reflected upon this occurrence within himself and that to him, the petitioner—as he respectfully trusts is rightful—this manner of treatment has appeared most strange, being contrary to all law, equity, and manner of proceeding. That he, the petitioner, must presume that it has also been regarded as such by Your Right Honorable Worships, since he, the petitioner, through the transport from the previous place to his present abode—an arrest, although without access and thus in this case criminaliter, yet in other respects, through the granting of light, pen, paper, and ink, appears again to be detained civiliter. That he, the petitioner, by this concession sees himself enabled to bring his innocence by petition under the notice of Your Honorable Worship and Honorable Lords. That he, the petitioner, of the crime unjustly imputed to him by the Independent Fiscal, knows himself to be completely pure, and is thus assured of having done not the least thing for which he rightly—be it said with respect—should or could longer be deprived of his liberty, and his good name remain thereby tarnished. That he, the petitioner, therefore also being convinced of the equity and fairness of an enlightened court, firmly trusts that the petitioner, to whom his good name and reputation are dearer than life, and who is thus utterly stained by this manner of proceeding, will very soon be freed from his detention, which is contrary to all law, by a release. Wherefore the petitioner turns to Your Honorable Worship and Honorable Lords, humbly requesting that Your Honorable Worships will be pleased to find and provide, in case Your Honorable Worships after ripe examination find him, the petitioner—as he reasonably trusts—innocent, to direct that he, the petitioner, reserving all other actions, be brought home again in just as triumphant a manner as he, the petitioner, was conveyed hither into an arrest that is grievous and injurious to him. Below stood: Which doing. Was signed: M: S: van Cruiselbergen. The address was: Right Honorable Lords, the Right Honorable Mr. P: Hacker, Senior Merchant, Secunde of this government, Chief Administrator, and President of the Honorable Court of Justice, etc. etc. at Cabo de Goede Hoop. In the envelope was written: Right Honorable Lord! My detention preventing me from coming in person to present this enclosed petition, I take the liberty of transmitting this enclosed to Your Honorable Worship, with the request to be pleased to bring the same to the table of the Honorable Court of Justice at the first session, and to be pleased to resolve thereupon, while a favorable apostille thereon is requested by him who has the honor to call himself with respect: Below stood: Right Honorable Lord. Lower: Your Honorable Worship's humble servant. Was signed: M: S van Cruiselbergen. In the margin: In the bacon room in the Castle of Good Hope, the 18th of April 1786. Still lower: Agrees. And signed: R: J: V: d: Riet, Sworn Clerk. To the Right Honorable, the Valiant Lord Cornelis Jacob van den Graaff, Governor and Director of Cabo de Goeden Hoop and the dependencies thereof, etc. etc., and to the Right Honorable Council of Policy of this government. Right Honorable, Valiant Lord! Very reverently show the undersigned Members of the Court of Justice of this government. That on the 1st of April of this current year, by the Right Honorable, Valiant Lord Governor, provisional arrest of the person of the Assistant of the Honorable Company Marinus Simon van Cruiselbergen was ordered with the officer of the Main Guard, on account of the elements of suspicion resting upon him of being the author of a certain quantity of false paper and parchment coin species to a considerable sum, received from his hands and at that time circulating among the inhabitants here; he, Cruiselbergen, consequently, at the requisition of the Fiscal pro interim, the Honorable Gabriel Exter, was interrogated that very same day in the presence of commissioned members from the Court of Justice, and furthermore in this matter various depositions were successively obtained, and he, the detainee, was further questioned in the manner aforesaid, as appears from all the annexes which the memorialists have the honor to submit herewith to Your Valiant and Honorable Worships. That furthermore on the 6th of the same month of April, the Fiscal pro interim, by reason of the aforesaid suspicion, requested under letter A that apprehension corporeal of the persons of the said Cruiselberg and one Philippus du Bos might be granted by this court to him, the memorialist; which latter person was likewise held suspect by the Fiscal pro interim of being guilty of the aforementioned counterfeiting of money; but who, as has subsequently appeared, expressed himself in a far-reaching, disrespectful, and calumnious manner concerning his high and lawful government, as can be seen from his answer under letter 2; and in which memorial the aforementioned Fiscal pro interim likewise requested that he might be authorized by decree of this court to make a judicial search in the houses of the Captain
Dutch transcription
door een escorten van twee onderofficiere en agt soldaten naa de sogenaamde sper „kamer in het Casteel de goede Hoop was overgebracht geworden. — dat hij supplt. over dit voorgevallene hij„ „pelijk bij zich zelven heeft gedagt en hem suppliant /: als den rechten zo hij eerbiedig vertrouwd:/ deze manier van behandeling allervreemdst is voorgeko „men, als strijding tegen alle recht, bil„ „lykheid en manier van procederen. — dat hij suppliant zelve moet veron¬ „derstellen zulks ook als zodanig bij uEd Achtb: te zijn opgenomen, dewijl hij suppliant door 't transporteeren van voor plaats naa zijn tegenwoordig verblijf, arrest hoewel buiten acces en dus in dit geval Criminaliter in andere ge„ „vallen echter als door het toestaan van lient, pen, papier, en inkt wederom civiliter schijnt te werden gedetineert dat hij supplt. door dit geaccordeerde zich in de mogelykheid ziet gesteld zy onschuld bij requesten onder het oog van uwe WelEdele achtbare Heer en Edele achtbaren Heeren te kunnen brengen. — dat hij suppl. van de misdaad door het officien fiscaal hem ten onrechten geim „puteerd, zich volkomen zuiver kend, en dus verzekerd is, niets het minste ge„ daan te hebben, waar over hij met rech¬ /: het zij met eerbied :/ gezegt:/ van zijne vryheid langer zoude moeten of kunnen verstoken zijn en zijne goede naam hier door bevlekt blijven. — dat hij supplt. daarom ook van de acquiteijt acquiteijt en billijkheid van eenen ver„ „lichten vierschaar overtuigd zijnde vas„ „telijk vertrouwd, dat de supplt wien zijn Een goede naam en faam dierbaarder is als het leven, en dus door deze han¬ „delwijze gantsch bevlekt is, uit zijne tee„ „gen alle rechten strijdende detensie, wel ras door eene largatie zal werden bevrijd. — wes halven de supp„t zich keerd tot u welEdele achtb: heer en Edele achtbaaren Heeren; ootmoediglijk verzoekende, dat uwelEdele achtbaaren zullen goede inden en voorzien ingevalle uEd Achtb: naa rijp examen hem supplt„ /: zo als hij billijk ver„ „trouwd :/ onschuldig vinden, het daar heen te laaten dirigeeren dat hij suppla, gereserveert alle andere actien, in eeven zodanige triumphanten manier wederom werden naar huis gebragt, als hij suplt„ in 't voor hem grievend en lasief arrest herwaards is overgevoerd /:onderstond:/ 't welk doende /:was getekend:/ M: S: van Cruisel, „bergen. het op schrift was Wel Edelen achtbaren Heeren, den WelEden„ „len Achtbaren Heeren P: Hacker opperkoop„ „man secunde dezes gouvernements hoofd administrateur en praesident van den E: Achtb: Raad, van Justitie & &c a Cabo de goede Hoop /:in de Envelloppe stond:/ WelEdelen Achtb: heer!— mijn detentie mij verhinderende dit inleggende request in perzoon te komen aanbieden neemen ik de vryheid deeze geEncloseerd aan uwelEd: achtb: te doen geworden, met verzoek 't zelve bij den Eersten bil e het m 2 eersten sessien ter tafel van den E: A: Raad van Justitie te willen brengen, en daar op te willen resolveeren terwijl eene gan„ „stige apostille op dezelve is verzoeken, „den dien geene dien den Eer heeft zich met Eerbeed te noemen (:onderstond:/ WelEdelen achtb: Heer /:lager:/ uwelEd: Achtb: Ootm: dien: /: was getekend:/ M: S van Cruiselbergen /:in margine :/ op den spek kamer in 't Casteel de goede Hoop den 18 april 1786 /:noch lager:/ accor„ „deert /: en getekend:/ R: J: V: d: Riet gesw:e Clercq. — Aan den Weledele gestrengen Heeren Cornelis Jacob van den Graaff gouverneur en directeur van Cabo de goe„ „den Hoop, en den Ressorten Cassa „ midsgaders van dien &a &a den Weledelen achtbaaren Raaden van Politie deezes gouvernements. — WelEdele Gestrengen Heer! Vertoond zeer reverentelijk de onderge„ „tekende Leeden van den Raad van Justi„ „tie dezes governements. — Hoen op den 1 april dezes loopende Jaars door den weledelen gestr. Heeren gouver¬ „neur provisioneel bij den officier der Hoofdwagt wil arrest aan den perzoon van den adsistent der E: Compen Marinus Simon van Cruiselbergen zinde geordonneer wegens. wegens de ulementen op hem leggende sis„ „picien, van ten zijn ruteur van eenige menig„ „ten valschen papieren en pergamente munt spe„ „cien tot eene aanzienelijke somma uit des„ „selvs handen ontvangen, en toen ter tijd, on„ „der de, Ingezetene alhier kouleerende hij Cruiselbergen gevolglijk, ter requisitie des pro interim Fescaal d' E gabriel Exter, noch dienzelven dag, ten overstaan van gecom„ „mitt: leeden uit den raad van Justitie is geinterrogeert, voorts in deze zaak succes„ sivelijk verscheiden verklaaringen zijn in„ „gewonnen en hij gedet: noch nader invoe„ „gen voorschr: is ondervraagd geworden /:blykens alle de bylaagen welke de vertoonders de Eer hebbe aan uwEd gestr: en E: Achtb: hier bij verteleggen. — dat wyders op den 6: derzelver maand april de pro interim fiscaal, uit hoofde der vooraangehaalde suspicie bij J. E lit: A ver„ „zogt heeft dat door deze Rechtbank aan hem vert: mogt worden verleend ap¬ „prehensie Corporeel op de perzoonen van gem: Cruiselberg en eenen Philippus du Bos, welke laatste door den pro in„ „terim fiscaal mede wierd verdagt gehou„ „den aan de voorn: valschen mant making schuldig te weezen; doch dewelke zo als van agteren gebleeken is zich op eene verregaan „den des respectieusen en Calomnieusen wijze over zyne hoogen en wettige overigheid heeft geuit /: gelik men bij zijne responsiva E: Lit: 2 kan zien en bij welk vertoog voorn: prointerim Fiscaal mede verzogt heeft dat hij bij decreet van deeze vierschaak mogt worden gequalificeerd om te doen gerechten„ „lijken visitatie in de huizen van den Capitain Raad daar een ken, ct o ond: d: E van der 2 re neer s
English
Captain of the Honourable Company, the valiant Sierveld, and the burgher Lieutenant, the valiant Johannes Gysbertus van Rheenen, where the aforementioned delegates had alternatively lodged, in which first request the petitioners, as they maintained they did not have sufficient grounds for it, could not consent, the aforementioned pro interim Fiscal having however been granted his second request and the person of Cruiselbergen indeed kept in civil arrest, though without access, as further appears from the minutes kept on the aforementioned 6 April, annexed hereto under letter B; that subsequently, this case having remained in the same state without the innocence or guilt of the aforementioned Cruiselbergen becoming any further apparent in this matter, or without the suspicion so heavily pressing upon him having been in any way aggravated or diminished, the repeatedly mentioned pro interim Fiscal, on the 20th of April last, by representation (to be seen under letter D), made known to the petitioners that from the inquiries obtained he had no basis to institute any ordinary or extraordinary actions against Cruiselbergen to proceed, and therefore referred this case to the decision of the Council of Justice; which declaration, however, could not move the petitioners to discharge the aforementioned Cruiselbergen from his detention and to acquit him of the suspected crime, as the same suspicion still rests upon him to an equally high degree as at the first moment of his arrest; wherefore the petitioners, having taken this matter into ripe consideration and having attended to everything that in any way served the matter and merited remark, have found the same to be of such important weight that in any case it seemed capable of dragging very pernicious consequences after it for the Honourable Company in this colony; as it is indeed of the utmost importance that the credit of the currency introduced here out of necessity be maintained with all strictness, as, through an unexpected cessation thereof, it was to be feared that a most harmful distrust was inevitably bound to be born among civil society, and on the other hand the ease with which the counterfeiting of the said currency has now already been undertaken so many times without the author thereof being able to be discovered each time, or convicted in a legally sustainable manner, and on the other hand the sensation which the grounds of the suspicions that have arisen against the aforementioned Cruiselbergen have caused among the inhabitants might give very much cause that such persons as might be further inclined to similar villainous enterprises would be made less apprehensive about putting the same into practice; then, as the petitioners (under correction) understand that they are unable to take the necessary measures in this matter by any judicial sentence with respect to the more mentioned Cruiselbergen, they, the petitioners, for the reasons cited above, have deemed it necessary, under exhibition of all the relative documents and muniments thereto, to bring this matter before the eyes and to the cognition of Your Honourable, Valiant, and Esteemed Mightinesses, so that it may please Your Honourable Mightinesses to resolve and dispose concerning the said Cruiselbergen in such manner as, according to your highly wise judgment, the nature of the matter requires. (At the bottom stood:) Which doing (was signed:) P. Hacker, G. H. Creuwagen, Joh.s Smuts, S. van Echten, A. v. Sittert, I. M. Horak, J. M. Bletterman, W. F. v. R. v. Oudshoorn, C. G. Maasdorp, I. G. Meijer, H. J. de Wet. (Lower down:) Agrees (and signed:) R. J. v. d. Riet, sworn clerk. Agrees. To the Right Honourable, Honourable Lord Pieter Hacker, President, together with the Esteemed Council of Justice of this Government. Right Honourable, Esteemed Sir, Honourable, Esteemed Gentlemen. Shows with deeply indebted respect, the undersigned sworn clerk of Your Right Honourable, Esteemed Council, qualified ex officio to attend to the case of the Landdrost of Swellendam, Constant van Nuel Onkruijt: That some days ago now, there was sent up here in custody by the aforementioned Sr. Onkruijt from Swellendam a certain Bushman Hottentot named Klynveld, who was apprehended at Swellendam on account of the committing of some misdemeanours, principally consisting in the perpetration of some violence at the place of the burgher Lourens Erasmus, accompanied by cattle theft and other irregularities besides. That the aforementioned Sr. Onkruijt, having had the aforesaid Bushman Hottentot Klynveld examined in the meeting of Heemraden at Swellendam through the interpretation of the Hottentot woman Caatje, as appears from the extract from the minutes dated 26 October 1786 annexed hereto, and which interrogation was arranged by the aforementioned Sr. Onkruijt in the aforesaid manner because he was apprehensive that there would be no one here who would understand the Bushman language, as experience has also taught the undersigned, which is also the reason why he, the petitioner, has had to content himself solely with that interrogation, and to which he takes the liberty, for the sake of brevity, to refer; that the petitioner, in his capacity, considers the act committed by the prisoner Klynveld
Dutch transcription
Capitain der E: Comp:en de manhafte Sierveld, en de burger Lieutenant de manhafte Jo„ „hannes Gysbertus van Rheenen als waar de gem: geaet„s allernative hadden gelogeerd, in welk eersten verzoek den vertoonders wijl zij sustineerden daar geen genoegzaam grond toe te hebben, niet hebben kunnen Consenteeren, zinde Echter den voorn: proin„ „terim Fiscaal zijn tweede verzoek toegestaan en den perzoon van Cruiselbergen wel in Civil arrest gehouden dog buyten acces (:ge¬ „lijk nader komt te blijken uit de notu„ „len op voorn: 6 april gehouden, hier ge„ „annexeerd b: Lit: B./ dat vervolgens deze zaak in den zelfden staat gebleeven zijnde, zonder dat de on„ schuld of schuld van gem: Cruiselbergen in dezen nader is komen te blijken, of dat de hun zo zeer drukkende suspicie eeni„ germaaten is geaggraveerd of gediminu „eerd meergem: proenterin fiscaal op den 20 April Jongstleeden, bij vertoogen /: te zien E: Lit: D /: aan de verwoonders te kennen heeft gegeven, dat hij uit de ingewonne„ „ne enquesten, geen fundament hebbende om tegen Cruiselbergen eenige actien te in„ „stitueeren ordinairen of extraordinairen ten procederen derhalven deeze zaak ter decisien van den raad van Justitie overgav, welke declaratie de vertoonders echter niet konden beweegen om gem: Cruiselbergen uit zyne detentie te clargeeren, en van de gesuspec„ „teerde misdaad vrij te spreeken, daar de „zelvde suspicien noch in een evenhogen graad op hem blijft leggen, als het eerste oogenblik zyner in arrest neeming weshal„ „ven de vertoonders deeze zaak in rijpen overweeging genoomen en op al wat eenigsints ter ter naterie dienende was, en op merking meriteerde gelet hebbende dezelve van een zoo important gewigt hebben bevonden te zijn datze in allen gevallen zeer pernicieu„ „se gevolgen voor den E Compagnie in deze Colonie scheen na Lich te kunnen sleepen daar het doch van het uitterste aanbelang is, dat het Crediet der alhier door nood in„ „gevoerde munt met alle riquesen worden opgehouden, als door een onverhoopt cesseeren van het welk, het te rugten waa¬ „nen, dat er een allerschaadelykst wan„ „trouwen onder de burgerlijke zamenlee„ „ving onvermydelijk stond gebooren te worden, en aan de andere zijde de gemak„ „kelykheid, waar meede de vervalsching der gemelde munt nu al zoo verscheiden maalen ondernomen is geworden, zonder dat de auteur daarvan telkens heeft kunnen worden ontdekt, of op eene in rechten bestaanbaaren wyze overtuigd, en aan den andere zyde het eclat, het welk den redenen der suspisien, die tegens gem: Crui„ „selbergen opgekomen zijn, onder de in„ „gezetenen heeft verwekt, zeer veel aan„ „leiding zoude kunnen geeven dat de Lo„ „danigen, die tot diergelijke snode onder„ „neemingen verder genegen mogten zijn minder beschouwd zouden worden ge„ „maakt, dezelve te werk te stellen. dan daar de vertoonders /:onder Correctie:/ begrijpen ten deezen door geen rechterlijk gewijsde met opzicht tot meerged:e Cruiselbergen de nodige mesures te kunnen neemen, hebben zij vertoonens om de vooraangehaalde redenen ver„ „meend: veld, de in zij nen proiu staan in /:ge¬ notu „ ge„ Elfden G enin eeni„ eni op den zien nnen ende in„ ten decesie ke konden ea„ de e nne¬ t on„ „meerd deze zaak, onder Exhibitie van alle de daartoe relative stukken en minimenten, te moeten brengen onder het oog en ter Cognitie van uwelEd: gestr. en E: Achtb: welbehagen zijn mogen ter belange van den zelven Cruiselbergen zodanig te besluiten en disponceeren, als naa derzelver hoog wijs oordeel, den aart der zaake is vereischende /:onderstond:) 't welk doende /: was getekend:/ P: Hac„ „ker, G: H:k Creuwagen, Joh„s Smuts, S: van Echten, A: v: Sittert, I: M: Isorak J: M: Bletterman, W: f: V: R: V: Ouds„ „hoorn, C: G: Maasdorp, I: G: Meijer, H: J: de Wet, /:lager:) Accordecordeert /: en getekend:/ R: J: V: d: Riet gesw Clercq.— Accordeert. mKier gesncleren Aan den WelEdelen Acht„ Wel Edele Achtb: Heer E E Acttb: Heeren. Vertoond met diepschuldige Eerbied, den onder„ „getekenden geswooren Clercq uwer Wel Edele Achtb: Raaden en officio gequalificeerd ter waarneminge der zaake van den Landdrost van Swellendam Constant van Nuet Onkruijt. Dat voor nu eenige dagen geleeden door gem: Sr onkruit van swellendam alhier in hegtenis op„ „gezonden zynde zekere Bosjemans Hollentot in naam klynveld dewelke over 't pleegen van ee„ „nige wanbedrijven voornamentlijk bestaande in 't doen van eenig geweld ter plaatse van aen bur„ „ger Lourens Erasmus, verseld met vee diefte en andere ongereegeldheeden meer op swellendam was geapprehendeerd. Dat gem: S:r Onkruijt de voorsz: bosjesmans notten„ „tot Klynveld in vergaderinge van heemraaden tot Swellendam bij vertolking van de Sotten„ „tottinne Caatje hebbende Lasten hooren blykens t Extract uijt de Notulen de dato. 26 October 1786. hier aan geannexeerd, en welk verhoor door gem: S r onkruijt in viervoegen is ingerigt ge„ worden vermits denselven bedugt was, dat er alhier niemand zoude zyn die de bosjesmans taal verstaan zoude, gelijk de ondervinding den ondergeteekende g zulx ook heeft doen leeren dat ook de reede is waarom me hij vertoonder zig enkelijk met dat verhoor heeft moeten ten vreeden houden, en waaraan hij de vriheid neemd, zig korthijds halve te refereeren Dat de vertoonder qq 't feijt door de gevargene klijn¬ „baare Heeren Pieter Hacker Proesiaent beneevens de E: Achtb: Raad van Iustitie deeses Gou„ „vernements. „veld
English
committed in the field subject to respectful correction has appeared not to be of such weight as to proceed extraordinarily against him, the more so because there is no evidence at hand that fully proves the fact, and his long-lasting detention can already be considered as a punishment, and thus may serve towards a provisional mitigation. However, there is hesitation on the side of setting him at liberty, since sad experience has taught such on more than one occasion that such vagabonds, whenever they get the opportunity again and obtain their free will, then proceed to worse evil deeds. Therefore it is that the petitioner in his official capacity takes the liberty very humbly to request Your Honorable Worships that it may be of your pleasure provisionally to place the mentioned Bushman Hottentot Kleijnveld on Robben Island until such time and while further evidence shall have come to hand that will be able to convince the prisoner of having merited heavier punishments, or else to judge upon it in such manner as Your Honorable Worships in wiser judgment shall find to be proper. Below stood which doing was signed R. J. van der Riet in his official capacity. In the margin Exhibited in the Council on 26 April 1786. Extract from the minutes held in the meeting of the Board of Heemraden at Swellendam on Wednesday the 26 October 1785. There was called into the meeting the Bushman Hottentot Kleenveld, who, upon what was asked of him in the Bushman language translated by his wife Caatje, answered: That he had lived with the burgher Hermanus Pietersz and had run away from there to Lourens Erasmus, who was to give him some rings and other goods, but this not following, he had run from there to the rascals in the Cango, who had tied him up and brought him again to the mentioned Lourens Erasmus; however, coming onto the yard, instead of handing him over to the mentioned Erasmus, they had forced him to steal a sheep out of the kraal, which he, while still bound, had done; after which they untied him and together attacked the repeatedly mentioned Erasmus with violence and fetched a daughter of Piet, being one of the rascals, from there, but that he, knowing that he was doing wrong, had not wanted to take part, but was forced thereto by them. That they afterwards successively stole up to a hundred sheep from the repeatedly mentioned Erasmus, and of these slaughtered some, and stabbed others to death in the field and left them lying. That he subsequently ran to Jacob Joubert, who, in order to mark him, had pinched a piece out of his ear with a pair of pincers, which was still visible, wherefore he ran away from there again to those robbers, having stayed back and forth now with Joubert and then with the robbers, which latter finally brought him, bound, to Joubert, and who brought him again to the field-cornet Daniel Marais, who had sent him hither. Saying finally that Windvogel and Willem, being Hottentots of the mentioned Joubert, give them food, and that Joubert, even if he sees that they do evil, does not shoot at them because he is good friends with them. Thus done at Swellendam in the aforementioned meeting. Lower: Present to me. Was signed: M. Blankstein, Secretary. Agrees, Winter, clerk. Below stood: To the Honorable Worshipful President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Honorable Worshipful Sir and Sirs! Shows with due respect the undersigned pro interim fiscal Gabriel Exter, that about 8 to 10 days ago there came to the undersigned the burgher N. Versoeld here, to report a slave boy named Mentor of Mozambique as a runaway, of which boy that same morning the honorable first provost had reported that the same boy had been brought into the jail, but beaten with rods in such a manner that his backside was entirely flayed of skin, as the declaration annexed hereto further attests; and the petitioner in his official capacity having made this known to his mentioned master, was immediately requested by the same to be allowed to redeem the boy and have him punished. That the petitioner in his official capacity raised the objection to the aforementioned Versoeld that this would be unjustifiable and could not be permitted by him, the petitioner; it being further replied by the same that the boy could be beaten on his back, which he claimed because this boy was the greatest evil-doer; finally it was agreed by the petitioner to have the same put in irons; the necessary order having then been given about this, the repeatedly mentioned Versoeld ordered, in addition to the same, a collar around the neck of the boy, with attached thereto
Dutch transcription
„veld gepleegd /:onder eerbiedige Correctie:/ voor„ „gekomen is, niet te zijn van dat gewigt, om teegens denselven Extra ordinair te procederen te meer daar er geene bewijzen voor handen zijn die 't feijt ten vollen probeeren, en zyn Lang auu„ rigen actentien reets als eene straffen kan werden geconsidereert, dus tot eene provisioneele, mi „tigatie kan verstrekken, egter aan dien kand om derselven op vreje voeten te stellen heefeteerd daar de droevige ondervinding zulx te meermaa len geleert heeft dat diergelijken nagabonden zo wanneer zi weeder de occagie krijgen, en hun vrezen wil erlangen, als dan tot erger eeveldaden Overgaan dierhalven is 't dat den vertoonder gg„ de vryheid neemt uwel Edele Achtb: zeer ootmoe „rig te verzoeken, dat 't van derzelver welbeka „gen zijn moogen de gem: bosjesmans kotten tot klijn „veld bij provisie te plaatsen ten Rabbe Eylanae tot tyd en wijle, nadere bewijzen aan handen zullen gekomen zijn die den gev: zal kunnen o„ „vertuijgen swaarderen straffen te hebben geme„ riteerd, dan wel daar over zodaanig te Jugeere als uwel Edele Achtb: in wijzers oordeel bevin¬ „ren zullen te behooren. /:onderstond:/ 't welk doe de /: was getekend:) Rs J: V: d: Riet qq (: in man gene Exhibitum in Janrrio den 26 April 1786. Extract uit de Notulen gehouden in Heemraaen verga „dering ter swellendam op Woensdags den 26 October 1785. Wierd in vergaderinge geroepen den bosses„ „mans hottentot Kleenveld, dewelke op het aan hem afgevraagde in de bojesmanstaal vertoekt door zijn wijf Caatjes antwoorden, dot 8 Dat hij bij den burger hermanus Pietersz ge„ „woond hadde, en van daar weggeloopen was naar Lourens Erasmus, die hem wat ringen en ander goed zoude geeven doch zulx niet volgen„ den van daar naar de schelmen in de Caute gelopen was rie hem vast gemaakt en we¬ „derom naar gem: Lourens Erasmus gebragt, edoch op de werfkomende in plaats van hem aan gem: Erasmus overtegeven hem gedrongen hadden een schaap uit de Craal te steelen 't geen hij noch gevleegeld zynde gedaan hadde waar na zij hem Losgemaakt en te zamen meerm: Erasmus met geweld aangedaan, en een dogter van piet, zynde eencher schelmen van daan gehaald hadde doch dat hij weeten¬ „den dat hy kwaad deede niet had willen me„ „aedoen maar daar toe door henl: gerwongen Dat zij naaerhand noch hucessivelyk bij de honderd schaapen van meerm: Erasmus gestolen en daar van sommige geslagt, en anderen in 't veld doot gestoken haaden en laten leggen. — Dat hij vervolgens naar Jacob Joubert is geloo„ „pen die om hem te merken met een nyptang een stuk uit zijn ook hadde geknepen, zo geen noch rechtbaar was, weshalven hy weder¬ „om van daar weg na die koversgelopen was, hebbende zult over en weder dan eens bij Joubert, en aan eens bij de hover opgehoude welken laatsten hem eindelijk gevleugeld bij Jou„ „bert en de wederom naar de veldwagm: da„ niel Marais gebragt hadden, die hem her„ „waarts opgezonden hadde. zeggende eindelijk dat wind vogel en wil„ lem, zynde nottentotten van gem: Coubert aan henl: kost geven en aat Joubert, al ziet hij dat ze kwaad doen niet op hen schiet om dat hij goedvriend met Een is.— was. Aldus „dering voorm: /:lager: Mij praesent /:was Aldus gedaan tot Swellendam in verga„ getekend:/ M: Blankstein Secretaris. Accordeert Mnter gem Clere /:onderstond:/ Aan den Wel E: Achtb: Heer Wel E: Agtbaare Heer en Heeren! Vertoond met schuldigen Eerbied den onderge„ „tekende pro interim fiscaal gabriel Exter dat voor omtrend 8 â 10 dagen geleeden bij den ondergetekende zijnde gekoomen den burger„ N: Versoeld alhier, om een slaven Jongen in naame Mentor van Mosambique als gedros op ten geven van welken Jongen, dien zelven morgen 's heeren eersten geweldigen M: kap„ port gedaan hebbende, dat den zelven Jon„ „gen in den tronk was gebragt geworden dog zodanig met roeden geslagen, dat zijn agterste daar van geheel en al ontveld was, gelijk de dezer annex verklaring zulx „nader attesteerd; en R: O vertoonder/ zulx aan gem: desselvs lijfheer te kennen hebbende ge„ „geeven, wierd duectelijk denzelven verzogt, om dien Jongen aan te mogen lossen en laten afstraffen. dat den R: O. vertoonder aan voorm: Versoeld ten gemoet voerende, dat dit onverantwoor„ „kelijk zouden zijn en van hem vertoonder niet kost toe gelaaten werden, voorts van denzelve zynde gerepliceerd geworden, dat den Jongen op zijn rugge konten geslagen worden, 't geen hij pretendeeren om dat dien Jonge de groot„ ste quaaddoender was eindelijk van den ver¬ „toonder geaccordeert wierd denzelven in den yzers te laaten slaan, hier over dan nodige ordre gegeven geweest zijnde, heeft aen meergem: versoeld boven dezelven nog besteld een band om den hals van den Jongen, mat President en raade van Justi„ „tien des Casteels den goede hoop daaran „
English
thereon protruding ears at the side of the head, and such being out of order, having not been able to be permitted by the provost marshal, the same Versveld returned to the R:O exhibitor, complaining about it and saying, in this way the boy will immediately run away again and who will then be responsible for the costs! And who could have imagined that this saying would also happen so quickly after some hours the boy was already back on the road, but as he himself says / because he was brought with sticks and blows as a mark and without having eaten yet in the same manner to his work ordered by him and he wished rather to be dead than to be alive in such a manner, which he declared upon his other apprehension. that these entire histories would almost make the R: O. Exhibitor believe that such was expressly fabricated and arranged to make the aforementioned Versveld achieve his objective because the boy was barely in the jail when the same Versveld was also with the undersigned, to have full satisfaction according to his demand consisting therein; that the boy, because he would be able to bear it less on his backside, should be beaten on his back by the caffres in such a manner to his bodily master's satisfaction, until the pieces hang down over the ribs and even the ribs were in pieces and that furthermore the collar and the horns had to be put on. it being up to him as bodily master to have his slave, who belongs to him and only costs money, chastised and fitted with as much iron as pleases him, and that upon refusal of the exhibitor to satisfy him as well in the one as in the other, he would let the boy sit at the expense of his the R: O. exhibitor, not to mention the other remarks and unreasonable arguments to the grief of the same. the R: O. Exhibitor not considering himself authorized to execute such criminal executions, and knowing still less any instructions or examples thereof, also unable to tolerate such impertinences and instructions in his office, on the contrary, considering it his indispensable duty to oppose everything conflicting with humanity and equity, found himself compelled, to avoid further unpleasantness and discussions, to declare to the often mentioned Versveld that he would bring this matter under the judicial eye of Your Honorable Worships, which the R:O: Exhibitor is also doing hereby, respectfully requesting that it may please Your Honorable Worships to take such a decision regarding this as Your Honorable Worships shall judge proper in accordance with the matters to prevent greater consequences and correction of the same Versveld /:below stood:/ doing which : /: was signed:/ G: Exter /:in the margin:/ Exhibited in Judicio the 3 November 785. Appeared before the Honorable Worshipful Lord President and Court of Justice of the Castle of Good Hope, the pro interim Fiscal Gabriel Exter R:O: Plaintiff of the one part, the burgher Willem Versveld Defendant of the other part. 1. and made say 2. that towards the end of the past month of October a slave boy belonging to the aforementioned defendant the burgher Willem Versveld by the name of Mentor of Mozambique, was brought to the prison as a runaway. 3. and the same having been examined by order of the R: O: Plaintiff upon complaining about ill-treatment by his bodily master. 4. whose bodily buttocks were found to be completely flayed and bruised, Vide statements under qq 5. whereby the boy also declared that he had been sent with another of his fellow slaves to fetch a half anker of wine 6. and according to his bodily master having stayed away too long. 7. the defendant for that reason had him laid down by 4 boys, and beaten with rods in such a manner 8. and on account of this unfair treatment he had got up and gone away from there. 9. that the defendant having been informed of this by the R: O Plaintiff the following day, and it having been pointed out to him 10. that this domestic practice of punishment on account of trifles and executed in such a manner is against order and equity 11. the defendant much more sought to maintain that such had been far from enough 12. and that the mentioned serf, because he ran away on that account, still had to have it for good by the caffres. 13. for which reason he defendant then requested to be allowed to release him, and to have him punished to his satisfaction. 14. and since his back could bear such better than his backside. 15. Ca
Dutch transcription
daaraan op bij de zijde van 't hoofd uitsteekende ooren, en zulx als buijten ordre zynde, van Thee„ „ren geweldiger niet hebbende kunnen toegelaa„ „ten worden, is denzelven Versveld bij den R:O vertoonder teruggekoomen, zig daarover be„ „klagende en zeggende, op deze wyze zal aen Jongen dadelijk weder drossen en wie zal dan voor de kosten staan! En wie had zig kunnen verbeelden, dat dit gezegde ook zo schielijk zoude arriveeren naa eenigen uuren is den Jongen al weder op aen pad geweest, maar gelijk denzelven zegt / om dat hij met stokken en slagen tot teeken en zonder nog gegeeten te hebben op gelijk wyze naar zijn door hem bestende werk is gebragt geworden en hij liever wenschd dood, als dus danig in 't leven ten zijn 't geen hij bij zijne andere gevangenneeming heeft gedeclareert. dat dezer geheele historien den R: O. Vertoo„ „der bijna zouden doen gelooven, dat zulke ex presselijk gefaabriceerd en ingerigt was, om voorsz: versveld zijn doelwet te doen berijken want des Jongen nouwelijks in de tronk zijn den is denzelven versoeld ook bij den onderge „teekende geweest, om naar zyn Eysch vol„ „koomen Satiscactie te hebben daarin bestaan „den; dat den Jonge, om dat hij 't op zijn ag„ „terste minder zoude kunnen verdragen, op zijn ruggen zodanig tot zyn des lyfkeeren genoe„ „gen door de Cassers zoude geslagen worden, tot dat den stukken over de hibben afhangen en zelven den hebben in stukken waren en dat voorts 't band en den hoorns moesten aange„ „legd worden.— staande 't aan hem als lyfheer om zijn slaav, die hem toebehoorende en alleenig geld — - geld kost, te doen Castijden en met zo veel yzer te beleggen; als 't hem behaagd, en dat hij bij wei¬ „gering van de vertoonder, van hem zo wel in 't een als in't andere te voldoen, den Jongen, op zijn des R: O. vertoonders reekening zoude laaten zitten, zonder der overegen propos en onredelyke paisonnementen tot verdriet van denzelven te gedenken. — den R: O. Vertoonder van diergelijke Crimi„ neele executien te oeffenen zig niet bevregd houdende, en nog minder eenige voorschriften ofte voorbeelden daarvan kennende ook dier„ „gelijke inpertinentien en voorschriften in zijn officie niet kunnende gedoogen, ter Contrare. 't voor zijn indispensable pligt agt, alles met de menschelijk en billykheid strijdende tegen te gaan, heeft zig genoodzaakt gevonden, tot vermij„ „ding van meerdere onaangenaamhedens en discussien, aan dikwijls gem: Versveld te decla„ „reeren, deze zaake onder het regterlijke oog van Uwe E: Agtb: te zullen brengen 't welk den R:O: Vertoonder mits dezen ook is doende eerbiedig verzoekende, dat 't uwE: Achtb: mo„ „gen behagen, hier omtrend een zodanigen be„ „sluijt te neemen, als uwE: Achtb: met de zaaken overeenkomstig tot voorkoming van grooteren gevolgen en Correctie van denzelven versoeld zullen oordeelen te behooren /:onder„ „stond:/ 't welk doende : /: was getekend:/ G: Ex„ „ter /:in margine:/ Exhibst: in Judicio den 3 November 785. — Compareerde voor den Wel E: Achtb: Heer president Raade van Justitie des Casteels den goede Hoop, den pro interin Fiscaal Gabriel Exter R:O: r Eyssr I. en deede zeggen 2. . dat teegens 't eynde van de voorleden maand october een den voorm: ged: den burger Willem Versveld toebehoorende slaven Jongen in naamen mentor van Mosambique, als gedrost in 't ge„ „vangenhuis gebragt. 3. en derzelven over mishandeling van zijn lijfheer klagende ter ordre van den R: O: Eyss:r gevisi„ „teerd zynde geworden. 4. diens lyfeigen billen zijn bevonden geworden ge„ „heel ontveld en gekneusd, Vide verklaringen sub qq 5 waar bij dien Jongen mede declareerde, dat hij met een andere van zijne mede slaven zijnde gezonden geworden, om een half ram wijn te halen 6. en maart zegge van zijn lyfheer altelang zul„ „lende zijn weggebleeven. 7. den ged:e uit den hoofde hem door 4 Jongens had laaten nederleggen, en dusdanig met roeden slaan 8. en hij wegens dit onbillijk tractement op en daar van was gegaan. 9. dat den ged„e 'z anderen dags van den R: O Eys„ „scher hier van verwilligd, en hem te gemoed zijnde gevoerd geworden 10. dat deze domestique straff oeffening om zier heden en dusdanig geexecuteerd tegens ordre en billykheid is den ged„e veel meer heeft zoeken staande te houden dat zulx nog lang niet genoeg was geweest 12. en dat gem: lyfeigen om dat hij dierhalven ge„ „arost is nog voor goed door den Cassers moest hebben. 13. waarom hij ged„e dan verzogten hem te mogen lossen, en tot zijn genoegen doen straffen. 14 en vermits deszelvs rug beter als desselvs agter„ „sten zulx zoude kunnen verdragen. den burger Willem Versveld ged:e ter anderen zijde Eyss„r ter eerre 15. Ca„ 1 was.
English
15. that it might then well happen on his back. 16. that the Officer of Justice, the Plaintiff, finding this request of the Defendant entirely inconsistent with his conscience and duty to satisfy the Defendant herein, has absolutely refused. 17. yet, since complaints had already been made several times about that boy, 18. that he sometimes did not bring his vegetable money home and remained absent, 19. and having also always been punished for this and himself placed in irons, yet after some time freed from them again, 20. the Officer of Justice, the Plaintiff, as great reasons as he had to the contrary, 21. permitted that boy to be released and de novo placed in irons, 22. so that the Defendant might in the meantime give him other work to perform, and the opportunity for further and greater unpleasantries might thereby be removed. 23. Although the Officer of Justice, the Plaintiff, thus believed to have done everything and even more with respect to the Defendant than could reasonably be claimed, 24. his satisfaction was nevertheless so lacking 25. that the Defendant, beyond this permission, ordered the master blacksmith, in addition to the rings and chain, 26. to make another iron collar around the boy's neck with two horns protruding up by the sides of the head, 27. which he then could not satisfy without special orders, 28. and the aforementioned slave was sent home without the aforementioned neck and head ornament, 29. the Defendant did not let the matter rest there, but directly conveyed his displeasure to the Officer of Justice, the Plaintiff, in an unpleasant manner, 30. ultimately asking him whether the boy would certainly soon run away again, and at whose loss and expense would it then be, etc., 31. just as if the prevention of inhuman and barbarous treatment would provide an opportunity to run away. 32. But in order to effectuate this, and thus to achieve his objective, 33. the Defendant, upon arriving home, immediately had the boy brought before him, shouting, "Where are you, Mentor?" 34. and after first giving him several blows with the sjambok, stopping with the words, "No, I shall have you beaten better with rods," 35. which the Defendant, with the help of some boys, also put into effect; 36. and the consequence of this was that that boy, just as the Defendant had predicted, again absented himself to give notice of what had happened to him, 37. whereupon he was captured by some slaves of the widow Ekkert, 38. and, not wishing to return home, was brought to the jail at his own request, declaring that he would rather be dead than live such a life. 39. And, Honorable and Worshipful Lords, the Officer of Justice, the Plaintiff, previously had reason not to fully satisfy the Defendant; 40. so he believes, subject to correction, that these reasons have become even more well-founded by the consequences, 41. and that the Officer of Justice, the Plaintiff, has now been even less able to satisfy the Defendant, who has still clearly demonstrated his unreasonable way of thinking and acting contrary to humanity, 42. he having not only increased his demand that his boy should be beaten on the back so that the pieces would hang down from him or the ribs themselves would break into pieces, 43. with the collar with the horns or ears furthermore to be put around his neck, 44. a punishment which exceeds many criminal penalties and castigations, and the like cannot be practiced without prior knowledge of the judge; 45. that the Officer of Justice, the Plaintiff, because the Defendant, adding all kinds of discourse and unpleasantries too lengthy and tiresome to cite here, 46. explicitly declared that he would leave the boy sitting at the expense of the Officer of Justice, the Plaintiff, 47. as he could not be master over property that belonged to him, and which was only born to serve him and whose death was of no consequence, 48. therefore found it most advisable to submit this matter to Your Worships, in order to devise therein, according to your wisdom, the best means and measures whereby further irregularities and unpleasant consequences might be prevented. 49. Having done this respectfully on the 3rd of this month, and having been instructed and qualified by Your Worships 50. to institute an action in form against the Defendant, 51. he considers himself no less obliged to comply with this venerable decree by these presents, 52. taking the liberty to submit for consideration 53. that it is true that the insolence of some slaves goes so far that they seek to plague and provoke their lords and masters in every way, 54. and it is certainly necessary to inflict punishment upon them, and assistance must reasonably be rendered thereto, 55. yet, on the contrary, many bodily masters can never be satisfied by their slaves, and treat these creatures with less respect and worse than the worst kind of beasts, 56. which must absolutely drive the poor people to desperation and lapses that are against duty and order; 57. of which the Officer of Justice, the Plaintiff, to his regret, has already had several convincing proofs, which certainly ought to make one cautious; that the Defendant in this case has gone beyond the bounds of a reasonable and fair man, who, forgetting the duties of humanity, is then also capable of showing no respect for order and laws and [illegible]
Dutch transcription
15. dat 't dan wel op zijn rugge geschieden mogten 16. dat den R: O Eysscher dit verzoek van den ged„e in 't geheel niet met zijn Conscientie en pligt overeen„ „komstig vindende hier in den ged„e te voldoen absoluten heeft gerefuceerd. 17. dog terwijl al meerder reijzen over dien Jongen zynde geklaagd geworden. 18. dat hij Lomtijds zijn groenten geld niet naar huis gebragt heeft en absent is gebleeven. 19 zijnde denzelven ook altoos daarofer gestraft en zelve in de yzers geslagen dog naar eeni„ „gen tijd wederom daar van bevrijd geworden. 20. heeft den R: O: Eysscher zo groote redenen hij ook voor 't tegendeel gehad had. 21: gemermitteerd dien Jongen te lossen en de novo in de yzerste laaten slaan. 22. kunnende, den ged„e zo lang anderwerk aan hem te verrigten geeven, en de gelegendheid tot meer„ „deren en grooteren onaangenaamhedens daar door benomen worden 23 hoe wel nu den R:O: Eysscher dusdanig ver„ „meend heeft, alles en nog meer ten opzigten van den ged„e gedaan te hebben, als billijk kost gepredendeerd worden. 24. zo ontbraak zijne toevreedenheid dog zo veel 25. dat hij ged„e boven dese permissie aan aen baas Smit geordonneert heeft buiten de ringen en ketting 26 nog een band om den hals van de Jongen met twee op by de Lyde van 't hoofd uitsteekende hoorns te maken. 27. waarin dan zonder specialen ordre niet hebben „de kunnen satisfaceeren 28. en den meergem: slaaf zonder gem: hals en kop zeeraad zijnde te huis gezonden geworden. 29 heeft aen ged„e niet daarbij berusten laaten dat hij aan den R: O: Eysscher derecten zijn misnoegen op eene onaangenaamen wijzen heeft te kunnen opgeeven. — 30. aan denzelven eindelijk gar mogende vragen den Jongen zal zekerlijk aanstonds weder aros„ „sen „sen en voor wiens schaden en kosten zal 't aan zijn & 31 Juist als of 't verkinderen van onmenschelyken en barbaarse behandeling zoude gelegenheid tot drossen geeven 32. maar om dit wel te effectueeren, en dus zijn deel„ „wit te beryken 33. heeft hij ged„e bij zijn te huis komst den Jongen aanstonds voor zig laaten komen roepende, waar zijt gij Mentor" 34. en naar hem eerst eenige slagen met de Sjam„ „bok te hebben gegeven, met 't zeggen, wederom uit „gescheiden neer ik zal sou beter met roeden laten „slaan 35. dat den ged:e ook met hulpen van eenigen Jongens in 't werk gesteld heeft 36. en van die gevolge is geweest, dat dien Jongen ook gelijk den ged„e vooruit heeft gezegt zegwe„ derom geabsenteerd heeft om van zijn wedervaren kennis te geeven. 37 waar hij dan van eenige slaven van de wede Ekkert is gevangen. 38. en niet naar huis willende terug keeren op zyn eigen verzoek naar den tronk is gebragt geworden verklarende liever dood zijn als zodanig leven te zullen 39 en WelE: Achtb: Heeren heeft den R: O Eiss:r van te vooren heden gehad om den ged„e niet ten vollen ten voldoen. 40 zo vermeend denzelven /onderverbetering dat dezen door de gevolgen nog meer begrond zijn geworden 41 en dat aen R: O: Eyss:r nu den ged„e dewelke zine orre„ „delijken en tegens den menschheid strydende den„ „kings en handelwijzen nog deidelijk heeft laten blij„ „ken minder heeft kunnen satisfaceeren. 42. hebbende hij zijn Eysch niet alleen vermeerderd, dat zijn Jongen op de rug zoude geslagen worden dat de stukken over zijn hebben afhangen ofte zelven den hibben in stukken gingen 43. zullende voorts 't band om desselvs hals met de hoorns ofte ooren aangelegd worden. 44. eenen straffen dewelke veele Crimineele poenen en bestraffingen te boven gaat, en diergelijken zonder voorkennis des regters niet kunnen geoefend worden 45. dat den R: O: Eijss„r om dat den ged„e met byvoeging van allerleij propos en onaangenaamhedens te wijd „loopig en verdrietig om hier aan te haalen 46. uitdrukkelijk declareerde den Jonge op des R:O: Eijss„r kosten te zullen laten zitten. 41. terwijl hij dog niet kost meester zijn over een goed dat hem toebehoorde, en alleenig geld kost om hem te dienen gebooren en diens dood van geen belang was 48 Ous heeft vooraadzamst gevonden deze zaak aan uwE: achtb: voorteleggen, om daarin naar welderzel ven wijsheid de Beste middelen en maatregalen te beraamen, waardoor verdere ongeregeldhedens en onaangenaamen gevolge zoude voorgekomen worden 49: dit den R:O:/ Eyss:r onder den 3, dezer eerbiedigge daan hebbende en van uwE: achtb: zijnde aange„ „weezen en gequalificeerd geworden. 50. om in forma actie tegens den ged„e te institueeren, 51 zo houd zig denzelven niet minder verpligt aan dit vener: decret mits dezer te voldoen; 52 de vryheijd nemende daarbij in Consideratie te brengen 53 dat wel is waar, de stoudheid van Sommige slaven zo verre gaat, dat zij hunne heeren en meesters op alle wijze zoeken te plagen en te tergen. 54: en dezelve zekerlijk strafse, te oeffenen genoodzaakt en ook billijk de hand daartoe moet geboden worden 55 egter ook ter Contrarie veelen lyfkeeren van hunne slaaven nooijt te kunnen voldaan worden, en deze schepselen met minder agting en ergen als de slegsten soort van beesten trafcteeren, 56. dat de arme menschen absoluten tot desperatie en slappen moet doen overgaan, dewelke tegens pligt en ordre zijn. 57. waar van den R: O: Eysscher tot zijn leedwezen al meerderen en overtuigende proeven gehad heeft dat zekerlijk diend voorzigtig te maaken. dat den ged:e in dit geval buiten de paalen van een raisonnable en billijken man is gegaan. die de plegten der menschheid vergeetende dan ook in staaf is geen respect voor ordre en wetten ende hand
English
to maintain and uphold the same, and showing sufficiently how stubbornly he adheres to the system of his irregular ideas, what means he employs to achieve his purposes, and how far the passion for revenge can lead him astray, the Plaintiff ex officio believes, subject to correction, that this ought to be provided for by the Judge in the best manner, and that the Defendant, on account of his unfair and improper conduct, ought furthermore to be arbitrarily corrected. For which and other reasons and arguments to be further deduced in due time and place if necessary, the Plaintiff ex officio, making his claim, concluded that the aforementioned bondsman of the Defendant, Mentor of Mozambique, shall by order of Your Honorable Worships be sold publicly for the benefit of the Defendant, in such manner that the same shall never again fall into the hands of the Defendant or of his family, with the condemnation of the Defendant in a fine of 50 Rds for the diaconate, in the costs, or to such other ends as Your Honorable Worships shall find to be proper according to order and equity. It was signed: G. Exter. In the margin: Exhibited in Court the 17th of November 1785. At the requisition of the Honorable Fiscal ad interim, G. Exter, I, the undersigned second chief surgeon of the Honorable Company's Hospital, declare to have examined a certain male slave belonging to the burgher Versfeld, and found both of his buttocks to be skinned and bruised. Below stood: Cape of Good Hope, the 2nd of November 1785. It was signed: signed: J. Leuwer. Answer caused to be made and most respectfully delivered to the Honorable, Worshipful President Pieter Hacker and the Honorable Members of the Court of Justice of this government by and on behalf of the burgher Willem Versfelt, Defendant, to and against the Fiscal pro interim Gabriel Exter, Plaintiff ex officio. Noble, Worshipful Sir and Gentlemen. The Defendant, having to answer the articulated but nonetheless groundless claim and conclusion made and taken against him by the Honorable Plaintiff, as he supposes ex officio, on the 17th of November 1785, has the honor to refer Your Honorable Worships to the reading of a truthful declaration privately given by the Defendant, which the Defendant is at all times ready to confirm by solemn oath, and from which it will appear crystal clear to Your Honorable Worships that the Honorable Plaintiff ex officio, be it said with respect, has in various regards by no means paid homage to the truth, and because this possibly slipped the Plaintiff's memory, which the Defendant would most gladly believe, he has presented the circumstances to Your Honorable Worships not as they actually occurred; the Defendant, before proceeding to the defense itself, intending most humbly to implore Your Honorable Worships so to induce the Honorable Plaintiff ex officio that he please restrain himself in the future from such insulting expressions in his writings, through which the honor and good name of an honest honest man comes to suffer no small blemish. And likewise to exercise some restraint so as not to exhaust a burgher henceforth on the grounds of such an unfounded action through fatiguing and tedious proceedings, since in the latter case, however triumphantly the Defendant might emerge from it, he can never claim recoveries that compensate for his troubles, lost time, and unpleasantness; and in the former case, if the Defendant were in time to initiate or defend any lawsuits, his opponent would only have to appeal to the Roll of Your Honorable Worships, from which it would appear that the Defendant had been depicted without hindrance by the Plaintiff ex officio as being a tyrant and barbarian, animated with a way of thinking that is contrary to humanity, who, forgetting humanity, is also capable of having no respect for order and laws and the maintenance and upholding thereof, and demonstrating how stubbornly he adheres to the system of his irregular ideas, what means he employs to achieve his purposes, how far the passion for revenge can lead him astray, and ought therefore to be provided against by the Judge and thus arbitrarily corrected. All of which are expressions so shocking that they cannot well be tolerated by a man who believes himself to submit as well as anyone to the superior wise governance of those under whom he presently has the honor to see himself placed, and which could also possibly be conceived by no one other than a stranger to our civic society; for while it can only serve as a satisfaction for the Defendant himself that he knows the lion by its claw and can measure the condition of someone's own character from his words or writings, such can to him
Dutch transcription
handhaving en onderhouding denzelven te hebben en den gef:e genoegzaam betoonende, hoe hardnekkig hij 't Sijstema van zijn onregelmaatige ideen aan„ „hangd, welke middelen hij aanwend om zyne doel„ „witen te berijken, en hoe verre hem de liefde tot wraaken kan verlijden. vermeend den R. O: Eijsscher /:onder Corectie :/ dat hierin van den Regter op de beste wyze behoord voor „zien en den ged„e wegens zijn onbillijk en waangedrag nog arbifrair zal dienen gecorrigeerd te worden mits welken en andere reden en middelen in tijd en wijlen is 't nood nog nader te deduceeren den R:O: Eysscher Eysch doende Concludeer„ „de, dat den meergem: lyfeigen des ged„e Mentor van Mosambie, „que ter ordre van Uw E: achtb: ten profijten van den ged„e publique zal worden verkogt, zo danig dat denzelven nooijt meer in handen van den ged:e ofte des„ zelvs famielle zal komen met Condemnatie des gede in Ro 50 boeken voor de diaconij in de kos„ „ten ofte tot alzulken anderen fi„ nen als uw E: Achtb: naar ordre en billijkheid zullen vinden te behooren /:was getekend:/ G: Exter /:in marginen :/ Exhibitim in Judicio den 17. 9ber 1785. Ter requisitie van den Heer ad interim Fiscaal 9: Exter verklaar ik ondergetekende tweede opper„ schirurgijn van 's E: Comp„e Hospitaal gevisen, „teerd te hebben zekere man staaf toebehooren„ „den den burger versoeld bevonden desselvs byden billen ontveld en gekneusd te zijn /:onderstond:/ Cabo den goede Hoop den 2 Novembr: 1785 /:was getekend getekend:/ J„bs Leuwer Antwoord gedaan maken en op 't aller Eerbiedigst overgegee„ „ven aan den E: Achtb: Heer praesi„ „dent Pieter Hacker en de E: E: Hee„ „ren leeden van Justitie deezes gouvernements door ende van we„ ƒ „gens den burger Willem Versfelt ged:e op ende Jeegens den pro interim fiscaal Gabriel Exter R: O: Eysscher Edle Aghbt: Heer B en Heeren. den ged„en zullende antwoorden op den gearticu„ leerden maar niet te min ongefundeerden Eisch en Conclusie door den Har Eisscher (zo hij vermeend/ R: O: op den 17 Nov: 1785 ten zyne laste gedaan ende genoomen, heeft de Eer UEd: Achtb: te Renvoij „eeren tot de lecture van Een bij den ged„e onder de hand na waarheid gegeven declatatoir 't welk den ged„e ten allen tijde bereid is met Eede Solem„ „neel te bevestigen en waar bij aan UEd: achtb: middag klaar zal appareeren dat den heer R:O: Eyss=r 't zij met eerbied gezegd in verscheidene opzigten d'waarheid geenzints heeft hielde ge„ daan en door dien zulx mogelijk uit 's Eyss=r geheugen gegaan is ('t welk den gede 't leefst wil gelooven: aan uwelEd: Achtb: d'omstandig„ „heeden niet zoo als dezelve zijn voorgevallen heeft vertoond zullende den ged„e alvorens ter dcefentie zelve, over te gaan uEd achtb: op 't nee„ „arigst plooreeren den heer R: O Eisscher Zoda„ „rig te induceeren dat denzelven zig in 't vervolg van zodanige laestven uitdrukkingen in desselvs schriftuuren gelieven te menageeren als waar door d' Eer en goede naam van een Eerlijk Eerlijk man geen geringe fletrifiurd koomt te lij„ „den. En teevens eenig menagoment te gebruiken om een burger voortaan niet uit hoofde van zulk eene ongefundeerde actie door fatiganti en te diense pro „ceaures, te matteeren dewijl in 't laatste geval hoe trimphant den ged:e er ook mogte afkoomen nim„ „mer recouvrs kan praetendeeren die zyne moeiten verletten en onaangenaamheden egaliseeren en in 't eerste geval indien den ged„e in der tijd eenige processen mogte komen te enthameeren of refen„ „deeren desselvs parthij zig alleenlijk hadde te be„ roepen op de Rolle van UEd: achtb: als waar bij zou„ „de blijken dat den ged:e door den R: O: Eiss:r on„ „gestoord was aangetoond Een Tyran en barbaar te zijn met een denkings wijs besielt die teegens de menschlykheid is strijdende die de menschheid vergeetende ook in staat is geen respect voor or¬ „dre en wetten en handhaving en onderhouding van dien te hebben en beloonende, hoe hardnek„ „keg hij 't Pisteema van zijn onregelmatig idél aanhangd, welk middelen hij anwend om zijn deelwitten te berijken, hoe verre hem d' liefde tot wraak kan verleeden, en daar door bij den Regter behoord voorzien en dus weegens ar¬ „batrair gecorrigeert te werden. al het welks zijn uijtdrukkingen zoo Lang¬ lant dat dezelve door een mans die zig ver¬ meend zo goed als iemand te onderwerpen de hooger wijze bestiering van de zulken, als waar onder hy thans d' Eer heeft zig gesteld te zien, niet wel kunnen getollereert worden en die ook door niemand als door een vreem¬ „deling in onze burgerlijke huishouding me mogelykheid zoude kunnen werden uitge„ dagt, want dewijl 't den ged:e alleenlijk boor zig zelven tot voldoening kan verstrekken, dat hij uit de klaauw den bauw kend en uit iemands woorden of geschriften de gesteldheid van desselvs eigen Caracter afmeer kan hem zulx
English
this being not enough to secure against incurring blame from posterity thereby, the defendant, only having thought it necessary to put this forward in defense of his good name and moral character, which until now have otherwise remained unblemished, will now proceed to the refutation of the principal points brought forward by the Officer of Justice, and especially: Article 3. The Officer of Justice and Plaintiff says that, the defendant's boy complaining of ill-treatment by his master, he had him examined and found his buttocks entirely skinned and bruised, without the Plaintiff having asserted by what means this was caused; for the defendant is fully convinced that he, the defendant, is not and cannot be the cause of that so-called bruising, and also gladly leaves it to the highly wise judgment of Your Honorable Worships to judge whether, in case the aforesaid boy had been beaten, ill-treated, or bruised in such a manner by the defendant, he would have had any desire, much less the ability, to set out in flight the following day, and that toward the Zwarthand; thus, in case such bruising had indeed taken place, the said boy may have been slashed along the way or it may have been inflicted by the scrub woods and other circumstances accompanying such a journey. The Officer of Justice and Plaintiff says in Articles 17, 18, 19, 20, 21 and 22 that because complaints had already been made several times about the said boy, that he did not bring his vegetable money home and stayed away, for which he was also always punished, which the defendant expressly denies, having on the contrary very often excused him in the hope of improvement, the Officer of Justice and Plaintiff, however great reasons he had to the contrary, permitted this boy to be released and put in irons anew, the defendant being able to give him other work in the meantime, and the occasion for further and greater unpleasantness being thereby prevented. From this it appears, Honorable Worshipful Gentlemen, that the defendant was ultimately permitted to have his boy put in irons, without specification as to how and in what manner this should take place, and this argument of the Officer of Justice and Plaintiff serves furthermore to be accepted by the defendant to his notable advantage; for even if the Officer of Justice and Plaintiff had wished to initiate or maintain an action on account of the alleged ill-treatment of the defendant's own houseboy, he ought not to have had the said boy released and imposed some penalty, but rather to have kept him in custody for as long as this matter might be decided by Your Honorable Worships, since thereby his consent to a part of the demanded punishment has not only become apparent, but at the same time his action, however well-founded it might have been, was nullified. The Officer of Justice and Plaintiff posits in Article 33 and following that the defendant, upon his return home, had immediately called for that boy to come before him, asking "where have you been, scoundrel," and after having given him some blows with the whip, saying "I will have you beaten better with rods," had stopped again, and also carried this into effect with the help of some boys; but from the deposition given by Bredan and submitted in this matter under letter B, it will be evident to Your Honorable Worships how far from the truth and false this assertion made to the Officer of Justice is, that the defendant did not even see the boy, much less could have inflicted or caused to be inflicted any blows, but this appears to have been contrived afterwards, in order, if it were possible, thereby still to present some appearance of merit of his action to Your Honorable Worships; the defendant thus takes the liberty of humbly referring to that deposition. Articles 36, 37, 38. The Officer of Justice and Plaintiff says that this treatment had the consequence that the aforesaid boy took to flight again, ostensibly to give notice of his misfortune, and was captured by the boys of the Widow Ekkart and taken at his request to the jail, declaring he would rather be dead than live in such a manner. No, Honorable Worshipful Gentlemen, these were not the consequences of that ill-treatment, since it truly did not occur, as has been shown, but these are the consequences of a misplaced compassion, the matter of conscience of the Officer of Justice and Plaintiff, and the clement treatment by the provost marshal which brought this about, which merciful treatment could yield no small means of subsistence for him through the constant locking and unlocking; and as regards his giving notice, how can such a thing possibly be true, since he was only captured behind the Castle some time after he had run away again; this was not the place of complaint and giving notice, Honorable Worshipful Gentlemen, the place of mercy is, according to his thoughts, the house of the Fiscal ad interim or the Jail. And regarding his wish to rather be dead than to be treated in such a manner, this could very well be the case, Honorable Worshipful Gentlemen, for slavish servitude certainly yields few desires to live, yet they are created to serve as servants of servants; nevertheless, it is sooner said to wish to be dead than
Dutch transcription
zulx hierom niet genoeg voor de blaam bij de posteritijd daar door te behaalen, beuijligen, den ged„e dit alleenlijk ter verdediging van zyne anders tot hier toe nog ongeschonden geblevene goede naam en Zedelijk Caracter, Vermeenende te moeten bybrengen zal als nu overgaan ter rescontie van de voornaamste poincten door den heer R: O: te bende gebragt en wel voornamentlijk. Art: 3 Legt den heer R:O: Cescr dat des gede Jon„ gen over mishandeling van zin lijfheer klagende den zelven heeft laten examineeren, en bevonden deszelvs billen geheel ontveld en gekneust zonder dat de Eisscher daar bij heeft geavanceerd door welk toedoen zulx is veroorzaakt, want den gede is te volle overtuigd, dat niet hij ged:e oorzaak is of kan zijn van die zogenaamde kneusing, en laat, 't ook gaarne over aan het hoog wijs arbi„ „trium van UEd: achtb: om te bevordelen in gevallen voorm: Iongen door den ged:e zodanig was gesla„ „gen, mishandeld of gekneust, of denzelven dan lust veel minder mogt zouden gehad hebben om zig daags daar aan en wel naar 't Zwarthand op de vlagt te begeeven, dus in gevalle zodanigen kneusing al eens had plaats gehad, gem: son„ „gen onder de weg zodanig kan zijn te houwgekoo„ „men of door de krepelbosschen en andere omstandigheden zodanig een togt verzellende kan weezen toegebragt. den R: O: Eysscher zegt art: 17. 18 19. 20, 21 & 22 dat doordien al verscheiden maalen over gem: Jongen geklaagd was, dat hij zijn groente geld niet naar huis gebragt heeft, en absent is gebleeven, daar voor ook altoos gestraft is en 't welk den gedt wel expresselijk negeerd, maar wel den zelven zeer dikwijls heeft geexccseerd op hoop van be„ „terschap den R: O: Eisscher hoe groote redenen ook tot 't tegendeel gehad had gepermitteerd dien Jongen te lossen en de novo in de ijzers te laten slaan, kunnende den ged„e zo lang ander werk werk aan hem geeven en de gelegendheid tot meerdere en grooteren onaangenaamheden daar door voorgekomen werden hier uit blykt Ed: achtb Heeren dat den gede finaal is toegestaan om zyne Jongen in de yzers te mogen laaten slaan, zonder bepaaling hoedanig en opwan wijs zulx zoude moeten geschieden en is dit ar¬ gument van den R: O: Eysscher daar bij nog dienende om door den gede in zinen merke„ lijken voordeele te werden geaccepteerd want al hadden den R: O: Eysscher al eens eene ac„ „tie uithoofde van gepretexeerde mishande„ „ling vas des ged:e eygen lyfjongen willen ent„ „kameeren of sustineeren had hij den gem: Iongen niet mogen doen ontlossen en eenige poene opleggen, maar wel denzelven zo lange in hegtenis houden als deeze zaak door uEd Achtb: mogten wezen gedecideerd dewijl daar door deszelvs toestemming voor een gedeelte in de geeischte straffe niet alleen is gebleeken maar ook tevens desselvs actie hoegegrond dezelve had mogen zijn gemor„ „tificeerd. den R: O: Eisscher poseert art: 33 et se le C dat den gede bij zijn 't huis komst dien Jongen aanstonds voor zig had laaten koomen roepen, „den waar zijt gij mentor naar hem eenige slaagen met de sambk te hebben gegeven, met 't zeggen ik zal sou beter met hoeden laten slaan, weederom uytgescheiden was, en ook met hulpe van eenige Iongens in 't werk gesteld heeft dan bi de attestatie door Bredar gegeven en ten dezen sub litt: Bover„ „geleverd zal aan UEd: Achtb: Consteeren hoe belijden den waarheid en verdegd dit geposeerde aan den Heer R:O: niet is dat de ged„e den Jonge niet eens heeft gezien veel minder eenige slagen kan hebben toege„ bragt of laaten toebrengen, maar dit naree Schijnd geexrogiteerd, om waare het het mogelijk daar door nog eenige schijn van gefundeertheid van desselvs actie aan UEd: Achtb voor te stellen den ged„e neemd dus de vryheid zig aan die attestatie nederig te refereeren Art: 36, 37, 38 zegt den R: O: Eisscher dat die behandeling van dat gevolg is geweest dat voorm: Iongen Zeg wederom heefft op de vlugt begeeven, quaste om kennis van zijn wederwaart te geeven, en van de Jongens, van de Wede. Ekkart is gevangen en op zijn verzoek naar de tronk, verklaaren„ „de liever dood te willen zijn als zodanig te willen leeven. dun E: Achtb: Heeren het zijn niet de ge„ „volgen geweest van die mishandeling dewijl die waaratig gelijk getoond is, niet geschied is maar 't zijn de gevolgen, van een verkeerd ge„ „plaatst medelijden 't poinct van Conscientie van den R: O: Eisscher en de Clemente behanden„ „ling van 's Heeren geweldiger die zulx 't weeg heeft gebragt welke barmhartige behande„ „ling geene geringe middelen van bestaan door 't geduurig sluiten en ontsluiten voor hem zoude kunnen opleeveren en wat aangaat zijne kennis gelving, hoe kan zulx im met waar zijn, daar denzelven eenige tyd na dat wederom weggedrost was, eerst agter het Cas„ „teel is gevangen, dit was de plaats niet van beklag en kennis geeving E: Achtb: Heeren de plaatst van barmhartigheid is naa zijn ge„ „dagten 't huis van de Heer per interim Tis„ „caal of de Fronk En belangende zijn wensch om liever dood te willen zijn als zodanig ge„ „handeld zoude zeer wel plaats kunnen heb„ ben E: Achtb: Heeren want de slaafsche dienst„ „baarheid leevert zekerlijk weinige begeerten om te leeven op, echter zijn dezelve geschapen om als knegten der knegten te dienen eevenwel is 't eerder gezegt liever te willen dood zijn aan