VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10986

Cape · 984 pages · 314 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10986_0478 view scan ↗

English

to be attributed to the interventions of the first named that the aforesaid Viljoen was not also deprived of life; 39. all the less so because the prisoner and defendant, in his answered interrogatories, advances nothing else in his defense other than merely that he was seduced thereto by Willem; 40. and to article 23, to the question of whether this did not occur with the intention of depriving those persons of life, he answers that Willem had said we must aim well to hit them; 41. since now, Noble and Honorable Lords, according to the opinion of most Doctors of Law who have commented on the subject of homicide, in this matter reflection ought always to be made more upon the will and intention of the perpetrator than upon the outcome; 42. and the weapon used by the prisoner and defendant, even with distinction from all other violent weapons, is considered so absolutely lethal 43. that even the mere application thereof solely with the intention to wound, without intention to deprive someone of life, is regarded as an absolute intention to kill; 44. as one can find demonstrated in Moorman under the title of Homicide, No. 11 & 12, and all those who are cited by him in the aforesaid place; 45. so it speaks for itself, subject to respectful correction, 46. that the first named and defendant can never be judged to be exempt from falling within the terms of those laws 47. which prescribe a death penalty against this. 48. Then, as on the one hand the duty of the Officer acting as Prosecutor requires him to lay open before Your Noble and Honorable Worships all aggravating circumstances of a crime, 49. to the end that evil may not be committed with impunity and the orderly arrangement of a well-regulated society may not be trampled underfoot, 50. so nevertheless those same duties require of him 51. that he also, at the same time on the other hand, submits to Your Noble and Honorable Worships everything that he believed could contribute to the mitigation of an accused, 52. to the end that the punishment may also be proportioned according to the same. 53. Wherefore, regarding the first prisoner, it comes into consideration: 54. 1. That he, the prisoner, was seduced into running away with a firearm by the still absent Hottentot Willem, whereas he, the prisoner, according to his master's own testimony, had always, or at least before he had association with this Willem, attended to his duties very faithfully; 55. 2. That neither he, the prisoner, nor the rest of his gang during their desertion perpetrated anything else, although they by no means lacked the opportunity to do so, being sufficiently provided with weapons, powder, and lead; 56. 3. That the aforesaid Jansen and Viljoen were not pursued or tracked down by them, but came upon them unawares, and that they thus made use of their weapons accidentally, which very rarely happens without great confusion; 57. 4. That none of the gang offered resistance against the commando, but surrendered themselves willingly; 58. and finally 5. That he, the first prisoner and defendant, without the slightest obstinacy—which is otherwise so characteristic of willful criminals—immediately confessed the simple truth of everything before the Lord Commissioners. 59. But since these mitigating circumstances, being examined with a little attention and weighed against that which militates toward the aggravation of the prisoner, 60. can never be judged to be of such weight 61. that the prisoner and defendant would thereby be exempted and declared free from the punishment of death, 62. so the Officer acting as Prosecutor also conceives, subject to respectful correction, 63. that however much these circumstances seem to clear him, the first prisoner and defendant, of a malicious and premeditated intent, 64. some form of death penalty has nevertheless been merited by his impermissible act. 65. And departing herewith from the first prisoner, the Officer acting as Prosecutor will endeavor to examine with just a single word what punishment ought to be imposed in this matter upon the second prisoner. 66. Then, as the crime of the second prisoner consists solely in this: 67. that he stayed with a gang of armed and wandering Hottentots who had already employed their weapons against two inhabitants of this country, 68. without it nevertheless appearing anywhere that he, the second prisoner and defendant, personally did harm to anyone,

Dutch transcription

aan de menagementen van den 1 gen: te attribueeren zyn dat voorsz: viljoen niet meede van het leeven. is beroofd geworden 39/ te minder, om dat den gev: en ged„te in zyne beantwoorde Jnterrogatorien niets anders ter zyner verontschuldi„ ging advanceerd als alleen dat hy door Willem daartoe was verleed¬ 40/ en art: 23; op de wrage: of dit niet is geschied met oogmerk om die persoonen van het leeven te berooven antwoord: dat Willem gesegd had wi moeten mooy aanleggen om hun te raaken, 41/ daarnu Edele agtbaare Heeren, volgens het gevoelen der meeste D: D: dewelke over het sujet van doodslag hebben gecommentarieerd, hierinne al¬ toos meer op de wil en intentie des misdaadigers als wel op de uytkomst behoord gereflecteerd te werden 42/ en het gebruykte wapentuijg van de gev: en ged„te zelfs met distinctie van alle andere prolente wappen„ tuygen zo volstrekt dodelyk gehouden werd 43 dat zelfs de enkele applicatie daarvan alleen net oogmerk om te quetsen zonder intentie om ymand van het leeven te berooven, voor een volstrekt voor„ neemen om te dooden word aangemerkt: UE/ gelyk men sulx kan gedeminstreerd vinden by moorman onder den Titul van doodslag N„o 11 & 12 en alle die by hem ter voorsz: plaatze worden gere citeerd 45 / zo spreekt het ook onder Eerbiedige Correctie van zelve /6 dat den 1 gen: en ged„te nimmer kan worden vry ge„ kend gevallen te zyn in de termen dier wetten 47 welke hier tegen eene dood straffe statueeren 48 den, daar aan de eene kant de pligt van den R: O: Eysscher vordert om alle verswaarende omstandig„ heeden van een misdaad voor uwel Ed: agtb: open te leggen tig ten eynde het kwaad niet straffeloos gepleegd en de geschikte ordre aan een welgezeegelde societeit niet met voeten getreeden werden 50 zo eysschen nogtans die zelfde pligten van hem 157/ dat hy ook stevens aan de andere kant aan Uwel„ Edele agtb: voordrage al dat geene, het welk hy ver¬ meende tot mitigatie van een beklaagde te kunnen meede werken. 52 ( ten eynde dan ook de Straf na maate van deselve worden g'evenreedigt 53/ weshalven dan belangende den 1 gev: in aanmerking komt 54/1/ dat hy gev: tot het opdrossen met een geweer door de nog absent zynde Hotten tot Willem is verleyd geworden „ geworden: terwyle hy gev: by zyn baas, volgens desselfs eygen getuygenis, altoos, of ten minsten voor dat hy verkeering met deesen Willem gehad heeft zeer getrouw heeft opgepast: 55 2. (dat hy gev: nog de overige van zyn Complot geduu„ rende hun opdrossen, niets anders hebben gepecteerd, daar het hun evenwel geensints aan de geleegend„ heyd hiertoe heeft ontbrooken: als zynde van wape¬ nen, kruyd en Loot genoegsaam voorsien geweest 56/. 37 dat voorsz: Jansen en viljoen door hun niet zyn agtervolgd of opgespoord, maar hun invoorsiens op het zyf zyn gekoomen, en dat zy dus toevalliger wyse, het geen zeer seldsaam zonder groote Confusie geschied van hunne wapenen hebben gebruyk gemaakt 57/ 4 / dat geene van het Complot zig tegens het Com„ mando heeft te weer gesteld, maar zig goedwillig gevangen gegeeven ƒ 58/ en eyndelyk ten 5 dat hy eerste gev: en ged„te zonder de geringste hardnekkigheyd /: het geen opsettelyke mis„ dagdigers andersints zo eygen is:/ terstond voor Heeren gecommitt„s de eenvoudige waarheyd van alles beleeden heeft. — 59/ maar vermits deese mitigeerende omstandighee„ den met een wynig oplettendheyd ingesien en te„ gens het geene tot verswaaring van den gev: militeerd overwoogen zynde 60 / nimmer kunnen werden geoordeelt te zyn van dat gewicht 61/ dat de gev: en gedte daardoor van de straffe des doods zoude worden g'efimeerd en vrygekend 62/ zo verbeeld zig den r: O: Eysscher ook onder Eerbie„ dige Correctie 63 dat hoe zeer ook deese Circumstantien hem 1 gev: en gedte van een dolosen en gepremediteerd op set schip„ nen wry te plyten 64/ de een of andere doodstraf nogtans door zyne on„ gepermitteerde daad is gemeniteerd geworden 65 / En hiermeede van den 1 gev: afstappende zo zal de r: O: Eysscher nog met een enkeld woord tragten na te gaan; welke straffe aan den 2 gev: in deesen zou behooren te werden opgelegt. 66 /dan, daar de misdaad van den 2 gev: alleenlyk bestaat hierinne 67 / dat hy zig by een Complot gewapende en zwervende stottentotten , die hunne wapenen reeds tegens twee Jngeseetenen van dit hand hadden g'emploij„ eerd heeft opgehouden 68 (zonder dat het nogtans ergens blykt dat hy tweede gev: en ged„te voor zyn persoon ymand leed gedaan heeft 2c 0:

NL-HaNA_1.04.02_10986_0480 view scan ↗

English

69. and the plotting of such armed Hottentots, according to the alternative sentences of Your Honorable Worships, has always been punished with an arbitrary sentence, 70. thus the Officer Prosecutor also demands with reason, 71. that the punishment of the two named and accused persons ought likewise to be determined according to the discretion of the judge. On which and other grounds and arguments, to be deduced further in due time if necessary, the Officer Prosecutor demands and concludes that the prisoners and accused named in the header of this document shall be condemned by definitive sentence of Your Honorable Worships: To be taken to the place where criminal sentences are customarily carried out here, and there being delivered to the executioner, the first prisoner Kees shall be punished with the rope at the gallows in such a manner that death follows, after which his dead body, having been dragged to the outside place of execution, shall be hanged there again and thus remain until it has been consumed by the air and the birds of heaven. That furthermore the second prisoner Dragonder, being bound to a post and severely flogged with rods on his bare back, shall be riveted into irons, in order to be confined on Robben Island for the term of 10 consecutive years, to work on the Honorable Company's public works; with condemnation of both of the aforesaid in the costs and misen of justice, or to such other ends as Your Honorable Worships in good justice shall find proper. Was signed: R: J: van der Riet. In the margin: Exhibited in court the 28th of June 1787. Today, the 7th of December 1786. Appeared before me, Johan Jacob Fredrik Wagener, Secretary of the Colony of Graaff-Reinet, in the presence of the witnesses to be named hereafter, the Burgher Albertus Viljoen, who at the requisition of the Landdrost of the aforesaid Colony, Mr. Morits Herman Otto Woeke, declared to be the truth: That the deponent, in the company of the burgher Barend Janszen, having ridden on the 3rd of this month of December from the so-called Zeekoegat to an abandoned farm of the fellow burgher Jan Viljoen, in order to lead water into a small piece of cornland, on their return by the so-called Paardevalley unexpectedly rode into a gang of Hottentots, whom, having taken them for Bushman Hottentots, they had quickly fled from on their horses, and that behind them several musket shots were fired by the Hottentots. That during the ride the deponent had heard his aforesaid travel companion Barend Janszen cry out, "O God," and that having approached him, he understood that he was wounded by a musket shot that the said gang of Hottentots had inflicted upon him, Janszen. That the deponent, having ridden on slowly with the repeatedly mentioned Janszen, had been obliged to leave him, Janszen, lying in the field because he could not proceed further due to the received wound, and that the Burgher Pieter Ernst Kruger had fetched the aforesaid Janszen with a wagon that same day toward the evening and brought him home. Furthermore, that upon examination the deponent, together with the aforementioned Pieter Ernst Kruger and several other persons whom he presently could not name, found that the repeatedly mentioned Janszen was hit by a ball from behind in his left buttock through to the front of his private parts, by which shot probably the cord of the bladder was shot away, and that the repeatedly mentioned Janszen passed away the next day, namely Monday the 4th of December. Declaring nothing more, the deponent gives as his reasons of knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the same with a solemn oath. Underneath stood: Thus passed at the Secretary's Office of Graaff-Reinet in the presence of the soldier discharged from the Company's service Carel Grotz and the Burgher Coenraad Fredrik Herhold, who, together with the deponent and me, the Secretary, have duly signed the original of this document. Lower: Which I witness. Was signed: J: F: Wagener, Secretary. Appeared before us, Adriaan van Jaarsveld and Jacobus Gustaaph Tregard, commissioned Heemraden of Graaff-Reinet, being authorized hereto by the Right Honorable Lord Governor and Honorable Worshipful Political Council at the Cape of Good Hope, the Burgher Albertus Viljoen, who, this preceding declaration of his having been read to him word for word clearly and distinctly, testified to persist therein, wishing that nothing be added to or taken from it, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. Underneath stood: Thus reviewed and sworn to at Graaff-Reinet the 8th of January 1787. Was signed: Albertus Viljoen. Lower: In my presence, signed: J: F: Wagener, Secretary. In the margin: As commissioners, was signed: A: van Jaarsveld and J: G: Tregard. Today, the 9th of December 1786. Appeared before me, Johan Jacob Fredrik Wagener, Secretary of the Colony of Graaff-Reinet, in the presence of the witnesses to be named hereafter, the Burgher Pieter Venter Hendriksz, who at the requisition of the Landdrost of the aforesaid Colony, Mr. Morits Herman Otto Woeke, declared to be the truth: That the Hottentot Kees with the Hottentot woman Sanna and two children, the Hottentot Dragonder and Hottentot woman Jacomyn with two children, as well as Rosina and her suckling child, the Hottentot woman Flora and seven children, and also Catryn, Tobie, Rosalyn with her child, Aurora, Bushman, Spogter, and Flamink, all born and raised at the deponent's place, except for Flora and Sanna, always in their Review.

Dutch transcription

69. / en het Complotteeren van dergelyke gewapende Hottenhotten volgens de alternative gewyldens van uwel Edele agtb: altoos met een arbitruire straffe is gepunieerd geworden 70/zo neemd de r: d: Eysscher ook daaromme met reeden 71) dat de straf van de 2 gen: en ged„te even alsoo naar het arbitrium van den regter behoord bepaald te worden. Mits welke en andere reedenen middelen in tijd en wylen /: is 't nood nader te deduceeren de r:O: Eysscher Eysch doende, Concludeer„ de dat de gev, en ged„ in den hoof„ de deeses gemeld by definitive vonnisse van uwelEdele agtb: zullen worden gecondemneerd, omme gebragt te worden ter plaatse, daar men alhier gewoon is Crimineele gewisdens ter execu¬ tie te brengen, en aldaar aan den scherpregter overgeleeverd zynde den 1 gev: kees zodanig met de koorde aan de galg gestraft zal werden dat er de dood, na volgd terwyl vervolgens desselfs dooden Lichaam naar het buyten ge¬ regt gesleept zynde wederom aldaar zal werden opgehangen en dus te verblyven, tot dat door de Lugt en vogelen des Hemels zal zyn verteeld — Dat wyders den 2 gev: Aragonder aan een Paal gebonden en met roeden op de bloote rugge strengelyk gegeesseld zynde in de ketting geklonken zal worden ten eynde daarinne den tyd van 10 agtereenvolgende Jaaren ten robben Eylande geconfineerd, aan 's E Comp:s gemeene werken te ar„ byden met Condemnatie van beyde de gem„ in de kosten en wisen van Justitie ofte tot zoda¬ nige andere fine als uwel Edele agtb: in goede Justitie zullen vinden te behooren. — /:was getekend/ R: J: van der Riet. /:in margine Exhibitum en Judicio den 28 Juny 1787. Huyden P Huyden den 7 december 1786. Compareerde voor my Johan Jacob Fredrik Wagner secretaris der Colonie graffe Reinct present de na te noemene getuygen den Burger Albertus Viljon, den„ welken ter requisitie van den Landdrost der voorsz: Colonie de Heer Morits Herman Otto woeke ve¬ klaarde hoe waar is dat den Comp„t in geselschap van den burger Barend Janszen op den 3 deeser maand december van het sogenaamd zeekoegat gereeden zynde, naar een ver„ laatene plaats van den meede Burger Jan viljon, ten eynde in een stukje koornland water te leyden, in de te rugkomst by de sogenaamde Paarde valley onverwagts een bende Stottentott en waaren op het lyf gereeden, die zy voor bosjesmans Slot„ ten totten aangesien ebbende, zig schielyk te rug, waards op hunne paarden op de vlugt hadden begeeven, en dat agter hen door de hottentotten verscheyde snaphaan Schooten gedaan waaren geworden. dat den Comp„t onder het reden zyn reys Cameraat voorsz: Barend Janszen had hooren uytroepen Ogod. en dat hem genadert zynde verstaan had gequetst te zyn, door een Spaphaan Schoot die gem: bende Stottentotten hem Ianszen hadden toegebragt. — dat den Comp„n met meerm: Janszen langsaam voortgereeden zynde, genoodsaakt was geweest hem Ianszen in het veld te laaten leggen, om dat aan de bekomene wonde niet verder voort konde, en dat den Burger Pieter Ernst Kruger dien zelfden dag tegen den avond voorsz: Jankien met een swagen had afgehaald en te huis gebragt. — wijders dat na gedaane visitatie den Comp„s benee„ vens opgem: Pieter Ernst Kruger en nog eenige en¬ dere persoonen, die hy voor het tegenswoordige niet wist te noemen, bevonden hadden, dat meerm: Janszen met een kogel van agter op zyn linkerbil voor door het Schaamlid was getroffen, door welken schoot hem waarschynlyk de streng van de blaas is weg geschooten, en dat meerm: Janssen 's anderen daags namentlyk maandag den 4 decem„ ber was overleeden. - Niets meer verklaarende geeft den Comp„t voor reedenen van wetenschap als in den Text bereyd zyn„ de het zelve met solemneele Eede gestand te doen /:/onderstond:/ Dat aldus passeerde ter secretarie van graaff Reinit Reynet in het by weesen van den uyt 's Comp: dienst geligten soldaat Carel grotz en den Burger Coen„ raad Fredrik Herhold die de minute deeses benee vens den Compt. ende mi Secretaris meede behoor„ lyk hebben onderteekend. — /:lager:/ T welk ik getuijge /:was geteekend:/ I: F: wegener secrets Compareerde voor ons Adriaan van Jaarsveld en Jacobus Gustaaph Fregard gecommitteerde Heem„ raaden van graaffe Reinet, als hiertoe gequalifi„ ceert zynde door den wel Edele gestr: Heere gou„ verneur en Ed: agtb: politicquen raad aan Cabo de goede hoop, den Burger Albertus Viljon, dewelke deese zyne voorenstaande verklaaring van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgeleesen, weesende betuygde daarby te blyven persisteeren, met be¬ geerfte dat daarvan niets af, of bij gedaan werden zal, en sprak dierhalven ter bevestiging der waar¬ heid van dien de solemneele woorden, zo waar„ lyk help my god almagtig. /:onderstond:/ Aldus gerecolleert en b'Eedigt aan graaffe Reinet den 8 Jann: 1787. /:was geteekend:/ Al„ bertus Vilioen /:lager:/ my praesent /:geteekend./ J: F: Wagener secret„s /:in margine:/ als gecommit„ teerdens /: ben geteekend:) A: van Jaarsveld e J: G: Fregard. Huyden den 9 december 1786. Compareerde voor my Johan Jacob Fredrik Wagener Secretaris der Colonie graaffe Reinet present de na te noemene getuygen den Burger Pieter Venter Hendriksz: dewelke ter requisitie van den Land„ drost der voorsz: Colonie de Heer Morits Her„ man Otto woeker verklaarde hoe waar is is. dat den Hottentot Rees met de Slottentottinne Canna en twee kinderen, den Hottentot Dragonder en Hottentottinne Jacomyn met twee kinderen, mits„ gaders Rosina en haar zuygend kind, de Hotten totinnie Flora en seven kinderen, als meede Catryn, Tobic Rosalyn, met haar kind Auzora Bossjesman Spog„ ter en Flamink alle by den Comp„t gebooren en groot gemaakt uytgesondert Flora en Sanna zig altoos in Recollement. — haaren

NL-HaNA_1.04.02_10986_0483 view scan ↗

English

had acquitted themselves of their duties reasonably well. That, however, since about a year ago, when a certain Hottentot named Willem, who resided with the deponent's brother Stephanus Venter, began associating with the aforementioned Hottentots, the deponent had noticed that they had become discontented and rebellious, and that all of them had also fled on the 20th of the past month of November, taking five muskets and some powder and lead, without the deponent being able to say what cause or reason they had for doing so. Knowing nothing further, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to further confirm the foregoing under solemn oath. Thus transacted at the secretariat at Graaffe Reynet, in the presence of the colony's surgeon Carel Philip Lastron and the court messenger Johan Christiaan Helm, who have duly signed the original minute of this document together with the deponent and me, the Secretary. Below was written: Which I attest. Signed: I: P: F Wagener, Secretary. Review. Appeared before us, Adriaan van Jaarsveld and Jacobus Gustaaf Fregard, commissioned Heemraden of Graaffe Reynet, qualified for this purpose by the Honorable Governor and the Honorable Council of Policy at Cabo de Goede Hoop, the citizen Pieter Venter Hendriksz, who, having had his foregoing declaration read out to him clearly and distinctly, word for word, declared that he persisted by it, wishing that nothing be added to or taken from it, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: So help me God Almighty. Below was written: Thus reviewed and sworn at Graaffe Reinet on 18 January 1787. Signed: Pieter Venter Hendriksz. Lower down: In my presence. Signed: I: J: F: Wagener, Secretary. In the margin: As commissioners, and signed: A: v: Jaarsvelt, I: G: Fregard. Today, the 7th of December 1786. Appeared before me, Johan Jacob Fredrik Wagener, Secretary of the Colony of Graaffe Reinet, in the presence of the witnesses to be named hereafter, the citizen Petrus Pienaar, who, at the requisition of the Landdrost of the aforesaid colony, Mr. Morits Herman Otto Woeke, related as to how it is true: That the field corporal Willem Schalk van Heerden, residing on the Sneeuwberg, having been commanded by the Landdrost and the Council of War to go out on the 1st of this month of December against the marauding Bushmen, the aforementioned Van Heerden, owing to indisposition, had requested the deponent to take charge of this expedition in his stead. That the deponent, having set out on the aforesaid date with thirty-three men, had advanced as far as the so-called Zeekoegat, where the citizen Johannes van Asweegen camps with his cattle, and was there informed that the citizen Barend Jansen had been wounded by some deserting Hottentots. That, having entered the room where the aforementioned Jansen was, he had seen that he was in very poor condition, and having examined the wound from the front, the deponent found that the private parts had been pierced by a musket ball, of which wound the same Jansen had also died. That the deponent, having sent out two trusted Hottentots to track the deserting Hottentots, they had returned the following morning with the report that they had discovered nothing. That the deponent, on Tuesday the 5th following, had gone out with all the men he had with him to search for the deserting Hottentots, and had also discovered them on a mountain at the so-called Rekoster Fonteyn, and had made every effort to persuade them amicably to surrender. That the deponent, in order to deprive the aforementioned Hottentots of all opportunity to flee, had surrounded them, having stationed the citizens under his command on the mountain and the trusted armed Hottentots below the mountain. That in the meantime, without the deponent being able to state the actual cause, two of the deserters were shot dead by the trusted Hottentots, and after the lapse of about four hours, the remaining ones had surrendered willingly. That the deponent, on that occasion, among the aforementioned deserters

Dutch transcription

haaren dienst reedelyk wel gekweeten hadden. dat den Comp„t egter zedert omtrend een Iaar dat zekeren Hotten tot genaamt Willem die bij des Compts broeder Stephanus Venter zig met er woon bevond en met op gem: Hottentotten ommegang gehad had, ontwaard had, dat zy misnoegt en balong waaren geworden, en zig ook alle op den 20 der gepasseerde maand november, met vyf snaphaanen wat kruyd en lood op de vlugt hadden begeeven, zonder dat den Compt weet te zeggen wat oorsaak of reede zy daartoe gehad hebben Niets meer weetende geeft den Compt. voor reedenen van wetenschap als in den Text bereijd zinde het voorenstaande met solemneele Eede nader gestand te doen. Dat aldus passeerde ter secretarie aan graaffe reynet in het byweesen van is Colinies Chirurgyn Carel Philip Lastron en den ge„ regtsboode Johan Christiaan Helm, die de minute deeses beneevens den Comp„t ende my Secretaris meede behoorlyk hebben onder¬ teekend. — /: onderstond:/ T welk ik getuijge /:was geteekend:/ I: P: F Wagener Secret„s. — Recollement. Compareerde voor ons Adriaan van Jaarsveld en Jacobus Gustaaf Fregard gecommitteerde Heemraaden van graaffe chynet als hier toe gequalificeerd door den wel Edele gestr. Heere gouverneur en Ed: agtb Politicquen raad aan Cabo de goede Hoop den Burger Pieter venter Hendrikszi dewelke deede zyne vooren staande verklaaring van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgeleesen weesende veklaarde daarby te blyven persisteeren met begeerte dat daarvan niets af of by gedaan werden zal, en sprak dierhalven ter bevestiging der waarheyd van dien de solemneele woorden zo waarlyk help my god almagtig /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en b'Eedigt aan graaffe Reinet den 18 January 1787. /: was geteekend:/ Pieter Venter Hendriksz: /:lager:) my praesent /:geteekend:/ I: I: F: Wagener Secret/„ /:in margine:/ als gecommitteerdens /:en geteekend./ A: v: Caarsvelt, I: G: Fregard. — Huyden den 7 december 1786 Compareerde voor my Johan Jacob Fredrik wagener „ Wagener Secretaris der Colonie graaffe Reinet praesent de na te noemene getuygen den Burger Petrus Pienaar, dewelke ter requisitie van den Landdrost der voorsz: Colonie de Heer Morits Herman otto woeke relateerde hoe waar is. — dat den veld Corporaal Willem Schalk van Haerden woonagtig op de Sneeuwberg door den Heer Vanddrost en Krygsraad gecomman„ deert geworden zynde, op den 1 deeser maand december op de roovende bosjesmans uyt te gaan gem: van Heerden bi indispositie den relt. had versogt deese expeditie voor hem waar te neemen. dat den ret„t op voorsz: datum met drie en dertig koppen uytgetrocken zynde, gevordert was tot aan het sagenaamde zeekoegat, daar den Burger Johannes van asweegen met zyn vee komt te leggen, en aldaar was verstendigt geworden, dat den Burger Barend Jansen door eenige opgedroste slottentotten was ge„ quetst.. — dat zig in het vertrek begeeven hebbende waarin„ gem: Jansen zig bevond, gesien had, dat denselven zeer slegt was, en de wonde van vooren besigtigd hebbende, den ret„t bevonden had, dat de schaamdeelen met een snaphaan kogel doorschooten waaren, aan welke wonde denselven Jansen ook overleeden was. dat den rec„t twee vertrouwde Hottentotten uijtgesonden hebbende, om de opgedroste slotten„ Rotten op te sporen denselven 's anderen daag's morgens waaren retour gekomen, met berigt dat zy niets hadden ontdekt. - dat de rect. dingsdag den 5 daaraanvolgende met al zyn byhebbende manschappen was uitge¬ gaan om de opgedroste Slottenlotten op te zoeken, en ook deselve aan de sogenaamde rekoster forteyn op een berg had ontdekt, en alle moeyte had aange„ wend, omse in der minne over te halen zig gevan„ gen te geeven. dat de rec„t: om meergeregte Stottentotten alle geleegendheyd tot vlugten te beneemen, deselve rondom beset had, hebbende de onder hem staande burgers op den berg gerangeert en de vertrouwde ge„ wapende Stottentotten onder den berg. — dat inmiddels zonder dat den rec„ t de weesent„ lyke oorsaak weet te zeggen door de vertrouwde stottentotten, twee den opgedrosten waaren dood geschooten, en na verloop van Circa vier uuren de resteerende zig goedwillig hadden gevangen gegeeven. — dat den rel„t by die geleegendheyd by de meerm: opgedroote 8

NL-HaNA_1.04.02_10986_0485 view scan ↗

English

had found with the absconded Hottentots five flintlocks of which some were loaded, 10 to 12 shots of powder, and further some balls and shot, the number of the prisoners consisting of four adult male Hottentots, seven grown women, and 14 children, both boys and girls. That the relator had understood from the prisoner whom he had delivered here to the drostdy, that a portion of them had resided with the Burgher Pieter Venter, and had given no cogent reasons at first why they had run away, nor why they had shot dead the aforementioned Barend Jansen. Relating nothing more, the relator gives as reason for his knowledge that which is set forth in the text, being prepared to confirm the foregoing further with a solemn oath. Thus done at the Secretariat in graaffe Rynet in the presence of the Burgher Coenraad Fredrik Herhold and the soldier released from the service of the Honorable Company Carel gerotz as witnesses, who duly signed the minute of this alongside the relator and me, the Secretary. beneath stood: Which I testify, was signed: J: J: F Wagener secretary Review. Appeared before us Adriaan van Jaarsveld and David Schalk van der Merwe, commissioned Heemraden of graaffe Rynet, being authorized hereto by the Right Honorable the Governor and Honorable Worshipful Political Council at the Cape of Good Hope, the Burgher Petrus Pienaar, to whom this his foregoing statement having been read out clearly and distinctly word for word, testified that he persisted therewith, wishing that nothing more or less be done concerning it, and spoke therefore, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. beneath stood: Thus reviewed and sworn at Graaff-Reinet the 22nd of January 1787. lower down: In my presence, was signed: I: S: F Wagener secretary in the margin: as Commissioners, and signed: R: van Jaarsveld, David van der Merwe Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Court of Justice of this government, the Hottentot Kees, who to the adjacent interrogatory articles has given such answers as are noted down beside each of them. Interrogatories drawn up and delivered to the Honorable Commissioners from the Honorable Worshipful Court of Justice of this government, in order that there upon the requisition of the sworn Clerk of the aforementioned Court, Ryno Johannes van der Riet, acting in office for the Landdrost at Graaff-Reinet, the Lord Morits Herman Otto Woeke, may be heard the Hottentot Kees, whose responses to be given shall be duly recorded in the margin hereof. Article 1. The prisoner's name, place of birth, and age. Says Kees, being a Hottentot, age by estimation 40 years. Article 2. With whom the witness last lived in the district of Graaff-Reynet. Says with Pieter Venter. Article 3. Whether the witness did not abscond from there in the month of November of the past year. Says yes. Article 4. If so, for what reasons and by whom was he incited thereto. Says that the Hottentot Willem and the other Hottentots induced him thereto. Article 5. Which Hottentot men and women were in service with the witness at his aforementioned master at the time when the prisoner ran away from him. Says the Hottentots Willem, Spogter, Bosjesman, Flamink, Dragonder, he the witness, and furthermore some more Hottentot women whose names have slipped his mind. Article 6. How many of the same took to flight together with the prisoner. Says he does not know the exact number. Article 7. Whether the Hottentot Kees with the Hottentot woman Sanna and her two children, the Hottentot Dragonder, the Hottentot woman Jacomyn with two children, as well as Rosina and her suckling child, Flora with seven children, as well as Catryn, Tobie, Rosolyn with her child Aurora, Spogter, and Flamink did not all also live and some of them even grow up at the place of the Burgher Pieter Venter. Says yes. Article 8. Whether the same Hottentots upon their departure did not provide themselves with guns, powder, and lead, and whether the witness himself did not also take a flintlock from the house of his master. Says that they took four guns and further some powder and lead, and that Willem, Dragonder, Bosjesman, and he the witness each had a gun. Article 9. Whether the prisoner also knows the Hottentot Willem. Says yes. Article 10. Whether the aforementioned Willem, also having absconded, did not also join the conspiracy. Says yes. Article 11. If so: when the latter took up his residence on the place of the brother of the aforementioned Venter. Says by his estimation one year. Article 12. Whether the prisoner during the absconding of the aforementioned Hottentots did not find himself with their gang. Says yes. Article 13. In which area this gang always remained, and how they came by their food. Says that he the witness with his companions intended to come up here, and that they sustained themselves by shooting wild game. Article 14. Whether the conspiracy in the beginning of the month of December was not at the so-called Paarde Valley close to the abandoned place of the Burgher Jan Viljoen, and whether the witness was not also present there at that time. Says as before. Article 15. How many guns they had with them, and for what reasons they provided themselves with those weapons. Says that they took four guns and that Willem induced them thereto by saying that they had to take guns so that they could defend themselves if Christian people should come. Article 16. Whether they were not provided with some guns and the necessary powder and lead. Says as before. Article 17. Whether it was not to be able to offer resistance to the inhabitants and to overrun their places. Says yes.

Dutch transcription

opgedroste Hottentotten had gevonden vijf snaphanen waarvan eenige gelaaden 10 à 12 schooten kruyt en voorts wat kogels en hagel, bestaande het getal der gevangenen in vier volwassene mans Stotten, rotten, seven groote meyden en 14 kinders zo Jongetjes als meysjes. — dat den rec„t van de gevangene die hy hier ter drostaye had besorgt verstaan had, dat zig een gedeelte van hen by den Burger Pieter Venter, met er woon hadden bevonden, en geen bondige reeden eersten te geeven, waarom zy waaren weggeloopen, nog waarom zy op gem: Barend Jansen hadden doodgeschoten. - Nietsmeer reliteerende geeft den relt. voor reeden nen van wetenschap als in den Text bereyd zynde het voorenstaande met solemneele Eede nader gestand te doen. — Dat aldus passeerde ter Secretarie aan graaffe Rynet in het byweesen van den burger Coenraad Fredrik Herhold en den uyt 's E Comp: dienst gelegten soldaat Carel gerotz als getuijgen die de minute deeses beneevens den ret ende my Secretaris meede behoorlyk hebben onderteekend. — /:onderstond:/ 'Twelk ik getuyge /:was geteekend:/ J: J: F Wagener secret„s Recollement. — Compareerde voor ons Adriaan van Jaarsveld en David Schalk van der Merwe gecommit„ teerde Heemraaden van graaffe Rynet, als hier toe gequalificeert zynde door den wel Edelen gestr: Heere gouverneur en Edele agtb: politicquen raade aan Cabo de goede Hoop den Burger Pe„ trus Pienaar, dewelke dit zyn voorenstaande relees van woorde tot woorde klaer en duydelyk voorgeleesen zinde, betuygde daarby te blyven persisteeren, met begeerte dat daarvan niets meer by ofte van gedaan werden zal en sprak dierhalven ter bevestiging der waarheyd van dien de solemneele woorden, Zo waarlyk help my god almagtig. - /:onderstond:/ Aldus gerecolleert en b'Eedegt aan graaffe Reinet den 22 January 1787. /:lager:) my praesent /: geteekend:/ I: S: F Wagener secret„s /:in margine:/ als gecommitteerdens. /: en geteekend:/ R: van Jaarsveld David van der Nierwe te de - roste Compareerde voor ons onderge¬ teekende gecommitts uyt den E agtb: raad van Justitie deeses gouvernements den Hottentot Kees dewelke op de nevenstaande vaag er¬ ticulen sodanige antwoor„ den gegeeven heeft als be¬ zyden een yder derselver „staan aangeteekend. — oud na gissing 40 Jaaren regt kees zynde een hottentot zegt by Pieter venter daartoe heeft verlegt. de overige Hottentotten hem zegt dat den Hottentot Willem en Zegt de Hottentotten Willem, ppogter, welke Hottentotten en Hotten tottinnen Bosjesman, Flamink, Aragon„ ten tyde wanneer hy gev: van zyn der hy get: en voorts eenige voorsz: baas is weggeloopen by den stotten tottinnen meer die hem selven in dienst zyn geweest by naamen ontschooten is zegt het Iugste getal niet te zegt dat zy vier geweezen en voorts wat kruyd en Lood hebben meede genomen, en dat Willem dragonder Bosjesman en hy get: yder een geweer hebben gehad zegt Ja. of deselve Slottentotten zig by hun vertrek niet van geweezen kruyden lood hebben voorsien, en of hy get: zelve ook niet een snaphaan uyt het huys van zijn baas heeft meede genomen of de Hottentot Rees met de Hot„ tentottinne Sanna en haare twee Kinders de Hottentot Dragonder hoe veel van deselve zig nevens den gev: meede op de vlugt hebben begeeven! p zo Ia om welke reedenen en door wie hy daartoe is opgemaakt! of hy get: niet in de maand November des voorleeden Jaars van daar is opgedrost. by wien hy get: in het district van graaffe Reynet het laatst gewoond heeft! Art: 1. des gev: naam geboorte plaats en ouderdom. Interrogatorien gedaan maaken en aan Heeren gecommitt„s uyt den E agtb: raad van Justitie deeses gouvernements overgegeeven; omme daarop ter requisitie van den gesw. Clercq van welgem: Raade Ryno Johannes van der Riet, als in officie voor den Landdrost aan graaffe Reinet de Heer Morits Herman otto woeke ageerende gehoord te worden den Hottentot Rees zullende desselfs te geevene res¬ ponsiven in margine deeser behoorlyk moeten werden be„ kend gesteld. - de Legt Ia weeten ƒ 8 „ 7 „ 6 „3 „ 4 „ 3 2 . 2 8 zegt Ia zegt na zyn gissing een Jaar zegt Ja zegt Ja zegt dat hy get: met zyne mackers van meening zyn geweest hier naar boven te komen, en dat zy hun erneert hebben met wild gedierte te schieten. zegt als vooren zegt dat zy vier geweeren hebben meede hoe veel geweeren zy wel by zig hebben ge¬ genoomen en dat Willem hen daar¬ had, en om welke reedenen zy zig van toe verlegt heeft, met te zeggen die wapenen hebben voorsien! dat zy geweezen moeste meede nemen, om wanneer Christe menschen mogte komen hun te kunnen verweeren zegt als voren zegt Ia nen of zy niet zyn voorsien geweest met eenige geweeren en het benoodigde kruyt en lood. of het niet is geweest om de Ingesee¬ tenen tegenstand te kunnen bre¬ den en hunne plaatsen af te lopen of het Complot zig niet in het begin„ der maand december bevonden heeft aan de sogenaamde paarde valley digt by de verlaatene plaats van den Burger Jan Vilsoen en of hy get toen niet meede aldaar is tegenwoordig geweest. waarom streep zig die bende altoos heeft opgehouden, en hoedanig men aan de kost gekomen is. of den gev: zig niet geduurende het opdrossen der voorengem: Hottentotten by hun bende heeft bevonden! „ 11 of gem: Willem meede opgedrost zynde zig ook niet by het Complot heeft vervoegd. zo Ja: wanneer deese zig met ter woon heeft begeeven op de plaats van de broeder van voorsz: venter. de Hottentottin Jacomyn met twee kinderen mitsgaders Rosina en haar zuygend kind Flora met zeven kinderen als meede Catryn Tobie Rosolyn met haar kind aurora Spogter en Flamink niet alle meede hebben gewoond en zommige van hun zelfs zyn groot geworden ter plaatse van den Burger Pieter venter. Art: 9 of hy gev: ook kend den Hotten tot Willem. „ 10 1 „ 12 1 - „13 „ 14 „ 15 16 „ 17

NL-HaNA_1.04.02_10986_0488 view scan ↗

English

Says yes, with another Hottentot. Article 18: What these persons did upon seeing the prisoner and his companions, and what happened to them then. Says that the Hottentots Bossesman and Flamink were killed. Says that those two persons had wanted to shoot when he, witness, together with the three others who also had guns, simultaneously discharged their guns at those persons. Article 19: Whether two persons, being the burghers Barend Janszen and Albert Viljoen, did not come towards them there. Says that those persons, when he, witness, saw them, were both on horseback. Article 20: Whether the mentioned Jansen and Viljoen did not immediately upon meeting the gathered Hottentots turn back and make for their horses. Says as before. Article 21: Whether the prisoner and aforementioned Hottentots did not then shoot at the mentioned Jansen and Viljoen. Says that all four of them shot at the same time, and that their guns were loaded with lead balls. Article 22: If so, then to specify distinctly by whom those shots were fired and with what the flintlocks were loaded. Says that Willem had said, we must aim well to hit them. Article 23: Whether this was not done with the intention of thereby depriving these two persons of their lives. States that he, prisoner, does not know if that hand had heard such. Article 24: Whether the aforementioned Jansen was not actually hit with a bullet then. Says that they each shot only once. Article 25: How many shots were fired by them on that occasion. Says that he was hit, though afterwards. Article 26: Whether the gang did not thereupon go to the Renoster Fonteyn and stay there on a mountain. Says yes. Article 27: Whether the entire gang was not taken prisoner at that place a few days later, and whether any of them resisted the Commando during that capture. Says that they were taken prisoner by the Commando, but offered no resistance because they were afraid. Article 28: Which two Hottentots were shot dead during their capture. Article 29: Whether any murder, robbery, theft, or other great evil was also committed by that gang. Says to have done nothing more. Says as before. Article 30: Whether he, prisoner, was not sent hither with three other Hottentots from the aforementioned gang. Says yes, that Willem, Dragonder, Spogter, and he, witness, were sent from there hither. Article 31: Which two Hottentots went missing during the journey. Says Spogter and Willem. Article 32: At what place and in what manner they escaped. Says that he was asleep and thus does not know such. Article 33: Whether he, witness, does not understand that he has done great evil and therefore deserves punishment. Says that Willem is to blame for all the foregoing, otherwise he would not have done such. Article 34: What he knows to bring forward in his excuse. Thus questioned and answered at Cape of Good Hope on the 25th of June 1787, in the presence of the Messrs. William Ferdinand van Reede van Oudshoorn and Christiaan George Maasdorp, members of the Honorable Court of Justice aforementioned, who have properly signed the minute hereof along with the prisoner and me, sworn clerk. Below was written: Which I testify. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned Hottentot Kees, who, having had these his preceding questioning articles read out word for word clearly and distinctly, declared to persist therein, with the desire that nothing more shall be added to or removed from it, saying all the foregoing is the pure truth. Below was written: Thus re-examined at Cape of Good Hope on the 26th of June 1787. Was signed: X and around it was written: this cross was made by the prisoner with his own hand. Lower: In my presence, signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. In the margin: As commissioners, and signed: W. F. van Reede van Oudshoorn and Joh.s Smuts. Interrogatories drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, in order that thereupon, at the requisition of the sworn clerk at the Secretariat of Justice Ryno Johannes van der Riet, as qualified in office to attend to the affairs of the Landdrost at Graaff-Reinet, the gentleman Morits Herman Otto Woeke, the Hottentot Dragonder be heard. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the Hottentot Dragonder, who has given such answers to the adjacent questions as are noted down beside each of them.

Dutch transcription

zegt Ia met nog een hotten tot Art: 18 zegt dat de Hottertotten Bosses„ zegt dat die twee persoonen hadden wat deese persoonen op het gesigt willen schieten wanneer hy get: van den gu: en zyne meedemakkers heb met de drie overige die meede ben gedaan en wat hun als toen geweeren hadden te zamen hunne is wedervaaren. geweeren op die persoonen hebben gelost. 1 zegt dat die persoonen wanneer hy get: hun zag alle beyde te paard hebben geseeten zegt als vooren zegt dat hij alle vier te gelyk heb„ ben geschooten, en dat hunne geweeren met kogels gelaaden zyn geweest. zegt dat willem gesegd had, wi moeten mooij aanleggen om hun te zaaken. legt dat hy gev: niet weet of dien hand sulx gehoord had. zegt dat zy yder maar eens ge„ schooten hebben zegt Sa zegt dat zy door de Commando zyn gevangen genomen, edog geen tegenweer gebooden hebbende ver„ mits zyl: beweest waaren man en Flamink zijn dood ge„ zegt niets meer gedaan te hebben of door door die bende ook eenige moord roof, diefte of ander groot quaad gepleegd is. „ 29 „ 128. welke twee slottentotten er by hun gevangen neeming zijn doodgeschaten! of de geheele bende niet eenigen dagen (daarna op die plaats is gevangen ge¬ nomen, en of zig bi die gevangen nee„ ming ook eenige tegens de Commando hebben te weer gesteld. of het Complot zig hierop niet heeft begeeven haar de renoster fonteyn en zig aldaar op een berg opgehouden. zo Ja: dan distinct op te geeven door wie die schooten gedaan en waarmeede de snaphanen gelaaden geweest zijn of dit niet is geschied met oogmerk om deese beyde persoonen daardoor van het leeven te berooven: of als toen voorsz: Jansen niet wer¬ „ 25 hoe veel schooten bij die geleegendhijd wel door hun gedaan zyn. man geraakt is, hoewel nader kelyk met een kogel is getroffen! „ 24 „ 23 „ 21 of de gev: en voorsz: stottenlotten toen niet op gem Jansen en Viljoen hebben geschooten. of gem: Jansen en Viljoen niet ter¬ stond op de ontmoeting der te zamen gerotte hottentotten zyn te rug gekeerd en zig naar derselver paarden heb¬ ben begeeven. „ 20 of hun aldaar niet zyn te gemoed komen twee persoonen zynde de burgers Barend Janszen en Al„ bert Viljoen. 79 - : „ 22 - „ 26 ƒ „ 27 3 8 Schooten 8 d zegt als vooren. Art: 30 of hy gev: niet met drie andere Slotten, potten van voorsz: Complot herwaards is opgesonden. 31 welke twee slottentotten op de reyse zyn absent geraakt. „ 32 waar ter plaatse en op wat wyse de¬ selve zyn ontkomen. „ 33 of hy get niet begrypt groot kwaad zegt dat Willem van al het vooren¬ gedaan en dierhalven straf verdiend staande de schuld is anders. te hebben. zoude hy sulx niet gedaan hebben Aldus gewaagd en beantwoord aan Cabo de goede hoof den 25 Iuny 1787. ten overstaan van de Heeren William Ver„ dinand van reede van oudshoorn in Christiaan George Maasdorp leeden uit den E agtb: raad van Justitie voormeld / die de minute deeses beneevens den gev: en de my gesw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend. /:onderstond:/ 'T welk ik getuijge /:was geteekend:/ R: J: van der chieft gesw: Clercq. Recollement Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uijt den E agtb: raad van Justitie deeses gouvernements voorm: Sottentot Rees dewelke deese zyne voorenstaan„ de waag articulen van woorde tot woorde klaar en duy„ delyk voorgeleesen weesende verklaarde daarby te bly¬ van persisteeren met begeerte dat er niets meer by ofte van gedaan werden zal, zeggende al het voorenstaande de zuyvere waarheyd is. —. /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 26 Juny 177 /:was geteekend:/ X (: en daaromme geschreeven dit kruijs heeft den gev: eygenhandig gesteld /: lager:/ my present /:getek:/ M: J: van der Riet gesw: Clercq. /:in margine:/ als gecommit„ teerdens /:en geteekend:) W: D: van Reede van ouds¬ hoorn & Johs Smits Compareerde voor ons ondergeteekde Interrogatorien gedaan maken en gecommitt, s uijt den E agtb: raad aan Heeren gecommitt„s uijt den van Justitie deeses gouverne„ E agtb: raad van Justitie deeses ments den Hottentot Dragonder gouvernements overgegeeven omme daar¬ dewelke op de nevenstaande wa„ op ter requisitie van den gesw: Clercq gen zodanige antwoorden Ry ter secretarye van Justitie gegeeven heeft als besyden een Prino Johannes van der Riet als yder derselver staan aangetee„ in officie gequalificeert ter waar„ neeminge der zaaken van den Land, drost (aan graappe Reynet de Heer Morits Herman Cotto woeke ge¬ kend. hoord te worden de Slotten tot „ 34 wat hi tot zyn verschooning weet in te brengen. zegt dat hy geslapen heeft en dus sulx niet te weeten zegt Spogter en Willem zegt Ia, dat Willem dragonder Spogter en hy get: van daar haar herwaards opgesonden zyn dragonde de d ƒ W n ge„ do

NL-HaNA_1.04.02_10986_0490 view scan ↗

English

Dragonder, whose answers to be given shall be properly set down in the margin of this document. Article 1 The prisoner's name, birthplace, and age. States Dragonder, a Hottentot, aged by estimation 20 years. Article 2 With whom he, the prisoner, last lived in the district of Graaff-Reinet. States with Piet Venter. Article 3 Whether he, the prisoner, did not run away from there in the month of November or December of the previous year; if so, for what reasons. States yes, that Willem had told him to go along, and that Willem, while threatening to strike him, held the butt of a gun to his, the prisoner's, head and said you must go along. Article 4 Which Hottentot men and Hottentot women were in the service of his aforesaid master at the time when he, the prisoner, ran away from him. States Spogter, Willem, Flamink, Kees, and several others whose names are unknown to him. Article 5 And how many of them likewise fled along with the prisoner. States he does not rightly know the number. Article 6 Whether the same Hottentots did not provide themselves with guns, powder, and lead upon their departure, and whether he, the witness himself, did not also obtain a musket from the house of his master. States Willem, a Bushman, Kees, and he, the witness, each had a gun, as well as a quantity of powder and lead. Article 7 Whether he, the prisoner, also knows the Hottentot Kees, along with the Hottentot woman Janna and her two children, the Hottentot woman Jacomyn with her two children, as well as Rosina and her suckling child, Flora with seven children, as well as Catryn, Tobie, Rosolyn with her child, Aurora, Spogster, and Pelamink. States yes. Article 8 Whether these Hottentot men and Hottentot women did not all likewise live and grow up at the place of the burgher Piet Venter. States yes, but that they were not all born there. Article 9 Whether he, the prisoner, also knows the Hottentot Willem; if so, when he went to live at the place of the brother of the aforesaid Venter. States yes, and that Willem lived with Venter for a year. Article 10 Whether this Hottentot did not incite him, the prisoner, and the remaining Hottentots to depart from their master. States yes. Article 11 Whether he, the prisoner, was not with their gang during the running away of the aforesaid Hottentots, in what areas they stayed all that time, and how they obtained food. States that they were always together and supported themselves by shooting game. Article 12 Whether the same gang was not provided with five guns and the necessary powder and lead. States yes. Article 13 For what reason they provided themselves with those weapons. States for nothing other than to shoot game. Article 14 Whether it was not to raid the farms of the inhabitants there, and to be able to offer them resistance. States Willem said we will be able to shoot dead the Christian people if they want to capture us. Article 15 Whether he, the prisoner, did not find himself, together with the aforesaid gang of Hottentots, in the beginning of the month of December at the so-called Paardevalley near the abandoned farm of the burgher Jan Viljoen. States as before. Article 16 Whether two persons, being the burghers Barend Jansen and Albert Viljoen, did not come towards them there. States yes, with a Hottentot with them. Article 17 What these persons did upon the sight of the prisoner and his fellow companions, and what was then done by the prisoner and the aforesaid gang. States that those two persons aimed with their guns at him, the prisoner, and his companions, whereupon the other Hottentots shot at them; however, he, the prisoner, did not shoot along with them. Article 18 Whether the said Jansen and Viljoen did not immediately, upon the sight of the gang, retreat towards their horses. States that he, the witness, saw those persons on horseback and not on foot. Article 19 Whether the aforesaid Hottentots at that moment, along with the prisoner, did not fire their guns at the said Jansen and Viljoen. The Hottentot Kees, stepping inside, says that it is the truth, that the prisoner also shot. Article 20 If so, then to state accurately by whom those shots were fired and with what their muskets were loaded. States that the others shot, but that Willem shot first, and then the others in turn; states as before, and that there were bullets in the guns. Article 21 Whether this was not done with the intention of thereby depriving both these persons of their lives. States that Willem had said you must shoot the two Christian people dead. Article 22 Whether the aforesaid Jansen was not then actually struck by a bullet. States no, not to have seen such a thing. Article 23 Whether the same gang did not subsequently proceed to the Renosterfontein and stay there close upon a mountain. States yes.

Dutch transcription

Legt Ia maar niet alle daar ge„ booren te zyn zegt Ja en dat Willem een Jaar zegt altoos te zamen te zyn geweest en Aragonder zullende desselfs te geevene antwoorden in margine deeser behoor„ lyk moeten worden bekend gesteld. - Art: 1 des gev: naam geboorte plaats en ouderdom: 2 by wien hy gev: in het district van graaffe Rynet het laatst gewoord heeft. „ 3 zegt Ia, dat willem gesegt had om meede of hij gev:s niet in de maand november of decem„ te gaan, en dat willem hem onder het ber des voorl: Jaars van daar is opgedrost, zo srlaan de kolf van een geweer op zyn Ja, om welke reedenen. gev: hooft heeft gehouden en gesegt had gy moest meede gaan zegt Spogter, Willem, Flamink, Kees en meer andere waarvan hem de naamen onbekent zyn zegt het getal niet regt te weten zegt Willem e Josjesman Kees en hy get: hebben yder een geweer ge¬ had, als meede een partij kruyd zegt dragonder een hotten tot oud na gissing 20 Jaaren zegt by Piet Venter welke Hottentotten en stotten tot tinnen ten tyde wanneer hy get: van zijn voorsz: baas is weggeloopen by denselven in dienst zyn geweest. ƒ 1 En hoeveel van deselve zig nevens de gev: meede op de vlugt hebben begeeven! of deselve Stottentotten zig by hun vertrek niet van geweeren kruyd en lood hebben voorsien en of hy get: zelve ook niet een snaphaan uyt het huys van zyn baas is magtig geworden of hy gev: ook kend de Stotten tot Kees met de Hottentottinne Janna en haare twee kinders, de Hoftentottin Jacomyn met twee haare kinderen mitsgaders Rosina en haar duygend kind, Flora met zeven kinderen, als meede Ca„ tryn, Tobie, Rosolyn, met haar kind, auzora spogster en Pelamink! of deese Hottentotten en Hotter tottinnen niet alle meede hebben gewoond en zelve zyn groot geworden ter plaatse van den burger Piet venter. of hy gev: ook kend de Hottentot Willem, Le zo Ja, wanneer deese zig met er woon heeft begeeven op de plaats van de broeder van voorsz: Venter of deese Stotten tot hun gev: en de overige slottentotten niet heeft aangeset om van derselver baas te vertrecken of hy gev: niet geduurende het opdrossen van voorsz: Hottentotten by hun Complot heeft bevonden, waaromstreex zy zig by venter gewoond heeft zig met wild te schieten g'Er„ neert te hebben als 8 en loot. zegt Ja 1 8 „ 6 „ 5 4 2 den 2 2 „ 8 „ 10 zegt Ja Regt Ja hebbende Willem gesegt wi zullen geweeren geweest zyn zegt als voorens en dat er kogels op de Christe menschen als zy ons willen 6vangen kunnen dood Schieten regt als vooren zegt Ia met een hottentot by hen wat deese persoonen op het gesigt van zegt dat die twee persoonen met hunne geweezen op hem gev: en zyne meede de gev: en zyne meede makkers hebben ge¬ makkers hebben aangelegt, wanneer daan, en wat door den gev: en 't voorsz: Com¬ de andere hottentotten op hun had„ plot als toen verrigt is. den geschooten egter hy gev: niet niet meede geschooten heeft. zegt dat hy get: die persoonen te paard heeft gesien en niet te voet zegt dat de andere geschooten hebben, maar dat Willem het eerst geschoo„ ten heeft en zo vervolgens de andere zegt dat Willem gesegt had Jy moet de twee Christe menschen dood schieten zegt neen sulx niet gesien te hebben zegt Ja zo sa: als dan nauwkeurig op te geeven door wie die schooten gedaan zyn en waarmeede hunne snaphanen zyn gelaaden geweest. of dit niet is geschied met oogmerk om deze beyde persoonen daardoor van 't leven te beroven. of als toen voorsz: Jansen niet werkelyk door een kogel is getroffen! „ 23 of 't zelve Complot zig vervolgens niet heeft be„ geeven naar de renoster fonteyn en dig aldaar op een berg opgehouden. of gem: Jansen en Viljoen zig niet terstond op het gesigt van het Complot te rug„ waards naar derselver paarden hebben begeeven! of de voorsz: Hottentotten op dat tijdstip niet nevens get de gev: met hunne geweeren op gem: Janszen en viloen hebben losge¬ brand. den Stottentot Rees binnen treedende zegt dat sul de waarheyd is, dat de gev: of hun aldaar niet zyn te gemoed gekomen twee persoonen zynde de burgers Ba„ rend Jansen en Albert Viljoen. of hy gev: zig niet in het beginder maand 1december benevens het voorsz: Compot sottentotten heeft bevonden aan de Lo„ genaamde paarde valley digt by de verlaatene plaats van den burger Jan viljoen. of het niet is geweest om de plaatsen der Jngeseetenen aldaar af te loopen, en desel¬ ve tegenstand te kunnen bieden! zegt niet anders als om wild te schieten om welke reeden zi zig van die wapenen heb„ ben voorsien! Art: 12 , of het zelve Complot niet is voorsien geweest, met vyf geweeren en het benoodigde kruyt en Lood zy aan de kost gekomen zyn. al dien tyd hebben opgehouden en hoedanig Gt Legt Sa n ter. e e en plot „ 21 „ 22 „ 20 19 „ 18 „1 „ 16 „ 15 14 13

NL-HaNA_1.04.02_10986_0492 view scan ↗

English

States Bushman and shot dead states that Willem is the cause of everything. not to have shot then states taken prisoner there though being Hamink Article 24 Whether the gang was not taken prisoner at that place a few days later, and whether during that capture any of them also resisted the commandos. 25 Which two Hottentots were shot dead during their capture. 26 Whether by the gang, either by the prisoner or the other Hottentots belonging to that band, any other murder, robbery, theft, or great evil was committed. 27 States Yes, he the witness, Spogter, Willem. Whether he, the prisoner, was not sent hither with three other Hottentots of the aforesaid band. 28 Which two Hottentots went missing on the journey hither. 29 At what place and in what manner this happened. 30 Whether he, the witness, does not understand that he has done great evil and therefore deserves punishment! 31 What he, the prisoner, knows to bring forward in his defense. and throat. States Spogter and Willem. States at night while they were all asleep, those two ran away. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on the 25th of June 1787 before the Gentlemen William Ferdinand van Reede van Oudshoorn and Christiaan George Maasdorp, members from the Honorable Council of Justice aforementioned, who have also duly signed the draft hereof together with the prisoner and me, the sworn Clerk. Below stood: Which I witness. Was signed: R. J. van der Riet, sworn Clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the aforementioned Hottentot Dragender, who, these his preceding questions being read aloud word for word clearly and distinctly, declared that he persisted therewith, desiring that nothing more be added to or taken from it, and also confirmed it accordingly, saying that all the foregoing is the pure truth. Below stood: Thus re-examined at the Cape of Good Hope on the 26th of June 1787. Was signed: and written around it: this cross was made by the witness's own hand. Lower: in my presence, signed: R. J. van der Riet, sworn Clerk. In the margin: as commissioners, and signed: W. F. van Reede van Oudshoorn and Joh. Smuts. Agrees. States no. from Herssel the Clerk States Yes. Appeared before the Honorable Lord President and the Council of Justice of the Castle of Good Hope, the Fiscal pro interim, G. Exter, official plaintiff in a criminal case on the one side, Against Louis Hernandez, soldier on the Spanish Company ship La Nieve, prisoner and defendant in the aforesaid case on the other side, And stated: That the prisoner and defendant, his aforesaid vessel lying at anchor in the roadstead of False Bay, came ashore several times with the permission of his commanding officer, and this having also happened in the afternoon of the 27th of the past month of May, the prisoner and defendant first went to the soldiers' quarters to smoke a pipe, whereupon he went to the tavern situated in False Bay, and there having met his mate Gabriel with other Spaniards and several Dutch sailors, engaged in negotiations over a watch with the quartermaster of the Honorable Company, Jan Blyart, who had come to the said inn in the company of the boatswain's mate Jan Henkevoort and three sailors; that the prisoner and defendant having agreed upon the purchase with the said Blyart, though having no more than three Spanish dollars on him, requested the buyer, with an offer of a Spanish dollar as his security, to go with him in order to fetch and receive the missing money; that the frequently mentioned Blyart at first consented to this, yet having followed the prisoner and defendant no further than outside the door and returned again to his comrades, the prisoner and defendant also came back into the room, and after having stood for a while with his hand on his back, drew a knife from there, and with the same most unexpectedly dealt the boatswain's mate a violent stab into the body, whereupon the prisoner and defendant indeed fled out of the house, yet was immediately taken prisoner; after the official plaintiff was given the necessary notice, the legal investigation was immediately attended to by the official plaintiff in the presence of the Gentlemen commissioners from this Honorable Council, and thereby it has become apparent:

Dutch transcription

Zegt Bossesman en doodgeschooten zegt dat willem de oorsaak van alles is. toen niet geschooten te hebben zegt aldaar gevangen genomen dog Hamink zyn Art: 24 of het Complot niet eenige dagen daarna op die plaats is gevangen genomen, en of zig by die gevangen neeming ook eeni„ ge tegens de Commandos hebben te weer gesteld 25 welke twee Hottentotten er bij hun ge„ vangen neeming zyn doodgeschooten. „ 26 of door het Complot aan wel door de gev: of de overige Sottenlotten tot die bendte behoorende eenige andere moord, roof diel„ te ofte groot quaad gedaan is. 127 zegt Ja hy get: Spogter Willem of hy gev: niet met drie andere hottenlotten van voorsz: bende herwaards is opgesonden. „ 28 Welke twee slottentotten op de reyse naar herwaards zyn absent geraakt 29 waar ter plaatze en op wat wyse sulx is geschied „ 30 of hy get: niet begript groot quaad ge„ daan en dierhalven straf verdient te hebben! „ 31 wat hy gev: tot zyn verschoning weet in te brengen. en keel. zegt Spogter en willem zegt des nagts terwyl zy alle sleepen zyn die twee weggeloopen Aldus gewaagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 25 Juny 1787 voor de Heeren William Ferdinand van reede van Oudshoorn en Christiaan George Maasdorp Leeden uyt den E agtb: raad van Justitie voormeld, die de minute deezes beneevens der gev: ende my gesw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend. — /.onderstond:/ 'T welk ik getuijge /:was geteekend:/ R: J: van der Riet gem: Cerch Recollement. E Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uit den E agtb: raad van Justitie deeses gouvernements voorm: Hottentot Dragender, dewelke deese zyne voorenstaande vragen van woorden tot woorde klaar en duydelyk voorgeleesen weesende verklaarden daarby te blyven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan werden &al en sook dehalven et bevest zeggende dat als het voorenstaanden de zuyvere waarheyd is. — /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 26 Juny 1787. /:was geteekend:/ — /: en daaromme ge„ schreeven:) dit kruys heefft de get: eygenhandig gesteld /: lager. / my prasent /:geteekend:/ R: J: van der Riet gen: Clercq. /:in mergene:/ als gecommitteerdens (:en geteekend:/ W: F: Van reede van oudshoorn en Johs Smiets. — Accordeert. zegt neen van Herssel t Seerch regt Ja Compareerde voor den E Agtb: Heere President en raade van Justitie des Casteels de goede hoof den pro Jnterim Fescaal g: Exter R: O: Eysscher in Cas Crimineel ter eenre Contra Louis Hernandez, soldaat op het spaanse Comp:s schip La nieve gev: en ged„e in voorsz: Cas ter andere zyde En deede zeggen dat den gev: en ged„te met zyn voorsz: Bodem ter Rheede van de Baay Fals g'ankeet leggende tot verscheydene reysen met Consent van dies Commandeerende officier aan wal is gekomen, 9 En sulx ook 's agtermiddags van den 27 der gepasseerde maand mey geschied zynde 8 den gev: en ged„te zig eerst in het kwartier der soldaaten heeft begeeven en een pip te rooken Waarop naar de in de baay Fels bevindlyke schag„ gerye is gegaan En aldaar zyn maat gabriel met andere penjaarden en meerdere Hollandsche mattroosen en't moet heb„ bende zig met den quartiermeester der E Comp: Ian Blyart 9 dewelke in geseeschap van den Schiemansmaat Jan Henkevoort en drie mattroosen naar gem: Herberg was gekomen 10/ over een Horologie in onderhandeling heeft ingelaaten 12/ dat den gev: en ged=te met gem: Blyart over den Koop eenig geworden zynde 12/ dog niet meer als drie spaanse matten by zig hebbende 13/ den koper met offerte van een spaanse mat tot desselfs fecuriteijt heeft versogt 14 om met hem te gaan, ten eynde het manqueerende geld te haalen en te ontfangen 15 dat meerm: Blaart eerst hierin gewilligd, egter den gee: en ged„e niet verder als buyten, de deur nagevolgd en weder by zyne Cameraaden te rug gekeerd zynde 16/ den ges: en ged„te ook wederom in de kamer is gekomen V7 / En naar een poosje met de hand op de rug gestaan zynde 18 van daar een mes heeft getrocken 189 / En met het zelve op het onverwagtst den schiemans„ maat een violente steek in het lyf toegebragt 2o waarmeede de gev: en gedte wel het huys uytgevlugt egter directelyk gevangen genomen 2 fenaam den r: O: Eysscher de nodige kennis gegeeven zynde 22 / door den r: O: Eysscher het legale ondersoek ten overstaan van Heeren gecommitt. uyt deesen E Agtb: raade ten eersten is besorgt geworden 23 En daarby is komen te blyken 5 3 2

NL-HaNA_1.04.02_10986_0496 view scan ↗

English

24. Concerning the corpus delicti, there was a stab wound on the right side, directly below the third false rib, measuring externally 2 thumbs across, and passing through the omentum, beneath the liver, with injury to several blood vessels of the epigastric artery, and 5 thumbs deep, accompanied by a very large effusion of blood in the abdominal cavity, 25. which wound was declared by the chief surgeon to be absolutely fatal, 26. just as the aforesaid boatswain's mate indeed had already passed away about nineteen hours after receiving the same; 27. and that the deed, according to the statements obtained regarding it, was perpetrated in the aforementioned manner; 28. which was also fully confessed by the prisoner and defendant in his responses given thereto, though presented with some other circumstances, 29. namely, that having gotten into a dispute while gambling, he was attacked by several persons and had received some 8 cane blows from the boatswain's mate, 30. whereupon the prisoner and defendant had looked around for a knife, and after such was first refused him by a slave boy, he snatched one from the hand of a sailor, 31. and therewith wounded the boatswain's mate in the side as he was the first before him, 32. as Your Honors will further observe regarding all this from the aforementioned annexed documents; 33. that the Officer-Prosecutor, referring himself principally thereto, under correction, considers it possible to establish from the same: 34. that the prisoner and defendant has in fact committed a homicide, 35. and that this homicide, perpetrated with a deadly instrument, with deliberation and premeditation, 36. must in every way be held for a homicidium dolosum, 37. which according to all laws, in accordance with the criminal ordinances of Emperor Charles V, carries the death penalty; 38. that the Officer-Prosecutor, being bound by his office to plead for the innocent as well as against the guilty, 39. therefore cannot especially leave unnoticed that which the prisoner and defendant puts forward for his excuse, 40. consisting principally in that he had been forced to the deed by the beating over the gambling; 41. which, however, seems in no way to be well-founded, 42. while it is unanimously attested by all witnesses that not the slightest dispute or quarrel had occurred, 43. who were questioned expressly on this point and to state the truth faithfully, and who can derive not the least harm or benefit from the contrary, and thus give full proof; 44. and from the discordance and contradictions of the circumstances it will much rather be possible to conclude 45. that the prisoner and defendant has viewed and presented the aforementioned circumstances as a means to lessen his punishment or, if it were possible, to free himself from it, 46. just as the said prisoner and defendant also stated concerning the bloody knife that it was taken from him by his comrade while fleeing and thrown away; 47. and he indeed expressly confesses in his 30th answer to believe it was permissible to defend himself in such a manner; 48. but supposing that the excuse with the circumstances alleged by the prisoner and defendant himself were also accepted as a presumption, 49. then very little in favor of the prisoner and defendant could result therefrom, 50. while they still do not remove the animus delinquendi and dolus, 51. which according to the laws always cause the ordinary punishment to follow; 52. and in the underlying case, where the prisoner and defendant, considered from one side as well as the other, must have acted praelucente intellectu et decernente voluntate, it can be observed very clearly 53. that, taking the statements, the circumstances will rather aggravate the act and the guilt, 54. because not the slightest reason therefor appears, and it is very unnatural for a rational person 55. to destroy his fellow man in such a manner, to take his life, 56. which could only have been executed through the most gruesome revenge and bloodlust, 57. and therefore must be punished in the highest degree; 58. that however much this reflection is also grounded by the evidence before us, 59. the Officer-Prosecutor nevertheless, subject to superior correction, considers 60. that, just as is observed in all cases, the prisoner and defendant, on account of the special circumstances before us,

Dutch transcription

247. omtrent de Corpus delicti te zyn een gestookene winde aan de regter zyde, vlak onder de derde korte ribbe, groot uyt wendig twee duymen, en doorgaande door het net, onder de leever met kwetsing van verscheydene broedvater van de arteria Engastrica en diep 5 duymen, waar¬ by een zeer groote uytstorting van bloed was in de onderlyfs holte 25 welke wonde door den opperchirurgyn gedeclareerd wierd voor volstrekt doodelyk 26/ gelyk dan ook den meerm: schiemansmaat omtrent nochien uuren naar ontfangst derselven reeds was komen te overlyden 27 En dat het feyt volgens de daarover ingewonne verklaringen op de voorallegeerde wyze is geperpetreert 28 dat van den gev: en ged„te naar desselfs daarop gege vene responsiven ook volkomen werd g'advoueerd, egter met eenige andere omstandigheedens aangegeeven 29/ als dat hy onder het speelen verschil gekreegen hebbende, van meerdere persoonen overvallen en van den scheemansmaat een stuk 8 Rottingslaa gen had ontfangen e 30 waarop hy get: en ged„te zig naar een mes had om gesien, en hem sulx eerst door een slaven Jonge ge wygen, zynde, een diergelyk een mattroos uyt de hand gerukt: 38 en daarmeede de Schiemansmaat als de eerste voor hem in het zyl gewond 32 (gelyk UWEagtb: het een en ander uyt de gem: g'annecteerde stukken nader zal komen te Consteeren 33 / dat den 7: O Eysscher zig daaraan voormament lyk refereerende /:onder Correctie:/ vermeend naar deselve te kunnen vast stellen. 34 dat den gev: en ged„te weesentlyk een manslag heeft gedaan 33/ En dat dien manslag met een doodelyk instra„ ment met overleg en voorbedagt geperpetreeert 36 op alle wyse voor een Hemiciduum dolosum zal moeten worden gehouden 37/. het geen naar alle regten overeenstemmende met de frimineele ordonns van Keyser Karel de vyfde de doodstraffe na zig trekt of dat den 7: O: Eysscher naar zyn post verpligt zynde zo wel voor de onschuldige als tegens de schul„ dige te pleyten 9dus voornamentlyk niet kan en aangemerkt laaten, het geen den gev: en ged=te tot zyn Exuse voortbrengt 60/ bestaande vooramentlyk daarin, dat hy tot de daad door het slaan om het speelen was gefor„ ceerd geworden 41 het geen egter op geene lywyze schynd gegrond te n UE Terwyl van alle getuygen eenparig geattesteerd word, dat er niet de geringste dispunt ofte rutie was voorgevallen te 43/. welke over dit nog expresselyk over dit poinct en om de waarheyd getrouw aan te geeven zyn gevraagd geworden, en niet de minste schaden of voordeel van het tegendeel kunnen trek„ ken en dus een volleedig bewis geeven 14/ en zal uyt de desharmonie en Contradic„ tien der omstandigheedens veel meer kun¬ nen opgemaakt worden &5 dat den gev: en ged:te gem: omstandigheeden als een middel heeft aangesien en voorgegeeven om zyne Straffe te minderen ofte /:was het morgelyk:/ zig daarvan te bevryden 66 (gelyk denselven gev: e ged:t ook ontrent dat het bloedige wes door zyn Cameraad hem vlugtende was afgenomen en weggehooyd gewor„ den. 8 47 / en hy wel uytdrukkelyk in zyne 30 antwoord bekend, te vermeenen, geoorloofd te zyn zig dus„ danig te verdeedigen i8/ maar verondersteld dat de verschoning met de van den gev: en gedte zelve g'allegeerde om¬ standigheedens ook als een presumptie wierd aan„ genoomen tig zo zoude dog zeer wynig tot faveur van den gev: en ged:te daaruyt kunnen resulteeren - 58 Terwyl zy den animum delinquendi en docum nog niet wegneemen 51 dewelke naar de wetten altoos de ordinaire straffe doen volgens 52 En in Casu substrato waer /: den gev: en ged=te pracuciente Intellectu et decernente volunt ate zo wel op de een als op de andere zyde geconside reerde moet g'ageert hebben, zeer duydelyk kan waargenomen worden 53) dat egter naar de verklaaringen genomen de omstandigheedens het feyt en de schuld zullen aggraveeren 5a om dat niet de geringste reeden daartoe blyken en het zeer onnatuurlyk van een vernuftig per„ soon is 55 /op een zulke wy te zyn evenmensch te verdelgen om het leeven te brengen 56 / het welk alleenlyk door de gruwelykste wraak en woord lust zoude kunnen g'exfeitueerd 57 en dus in den hoogsten graade moeten gestrafd ne worden 58/ dat zo zeer deese roflecie ook door de voorleggende bewysen gegrond is 59 den R O: Eysscher evenwel /:onder hooge verbee„ tering vermeend 60 dat gelyk zulke in alle gevallen g'observeerd word de gev: en ged:te wegens de bysondere voorleggende 1 ƒ

NL-HaNA_1.04.02_10986_0498 view scan ↗

English

circumstances, ought to be punished by the judge not so much according to the rigor of the law as according to equity, yet in a proportionate manner. For which and other reasons and arguments, to be further deducted in due course and time if necessary, the acting Officer Plaintiff, making his demand, concludes that by definitive sentence of Your Honorable Worships, the mentioned prisoner named in the heading shall be condemned to be taken to the place where criminal sentences are customarily executed, and there delivered to the executioner, his eyes being blindfolded, and kneeling upon a heap of sand, to be beheaded, and further that the dead body shall be dragged to the outside place of execution and buried under the gallows, with condemnation in the costs and expenses of Justice, or to such pains and punishments as Your Honorable Worships shall judge proper. was signed: J: Exter. in the margin: Exhibited the 27th of June 1787. Articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Council of Justice, in order that thereupon, at the requisition of the pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, the person of Louis Fernandel shall be heard and interrogated, his responses to be given to be duly noted in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the person of Louis Hernandez, who to the adjacent interrogatory articles has given such answers as are recorded alongside each of them. Article 1 The prisoner's name, birthplace, and age. Says Louis Hernandez from the city of Gove, aged 25 years. Article 2 On what ship the prisoner was stationed, and what capacity he held there. Says that he was stationed as a soldier on the Spanish ship La Nieve. Article 3 On what date the prisoner's vessel arrived in False Bay and whither the same is destined. Says the 17th of the past month of May, and destined for Cadiz. Article 4 When the prisoner, after the arrival of his ship in that bay, went ashore, and from whom he received permission to do so. Says that he has been ashore several times, and indeed the last time on Sunday the 27th of May with permission from his second Captain. Article 5 How long the prisoner stayed ashore and with whom he then resided. Says that on the aforesaid Sunday he first went to the soldiers' quarters to smoke a pipe of tobacco, and from there to the public house. Article 6 Whether the prisoner, on the afternoon of Sunday the 27th of the past month of May, was not present in the taphouse or the public house of the burgher Christiaan Bam. Says as before. Article 7 Who else was present there at that time. Says his comrade named Gabriel, together with two other sailors from another Spanish ship, whom he does not know by name, and also indeed more than 15 Dutchmen. Article 8 Whether the prisoner also knows the Dutch quartermaster Jan Blyaart and boatswain's mate Jan Henkevoort. Says he does not know those names, but would recognize Jan Blyaart upon seeing him. Article 9 Whether these two persons were not also present in the aforesaid taphouse. Says that the aforesaid Blyaart was there, and is the one who gave occasion to the dispute. Article 10 Whether the mentioned quartermaster Blyaart did not have with him a watch, which the prisoner wished to purchase from him. Says that the mentioned Blyaart took a watch from his pocket and asked him, the prisoner, whether he wanted to buy it, and having demanded Ten Spanish dollars for it, he, the prisoner, had wanted to pay him eight Spanish dollars for it, for which price Blyaart had not wanted to sell it. Article 11 How much the mentioned quartermaster demanded for the same watch, and in what manner the agreement was then reached between the prisoner and the aforesaid quartermaster. Says as before. Article 12 Whether they did not agree on the purchase for 8 Spanish dollars. Says as before.

Dutch transcription

omstandigheedens niet zo zeer naar de strafheyd der wet dan wel naar billykheyd, egter op een eevenreedige wyse van den regter zal behooren gestraft te Mits welke en andere reeden en middelen in tyden wylen /: is het nood:/ nader te deducteeren den r: O: Eysscher Eysch doende conclu„ dende dat by definitive sententie van UWE agtb: de gew: ged„te in den hoofde gemeld zal werden gecondemneerd, omme gebragt te worden ter plaatze, alwaar men gewoon is Cremineele sententien ter Executie te brengen en aldaar den scherpregter overgeleverd, zynd ze zyne oogen geblind en op een hoop zand nedergeknield zynde ont¬ hoofd te worden, zullen de voorts het doode Lichaam naar het buyten geregt gesleept en onder den galg begraven worden, met Condemnatie in de kosten en wesen van Justitie, ofte tot alsulke bynen en straffen als uwE agtb„s zullen oordeelen te behooren. /:was geteekend:/ J: Exter. — /:in margine:/ Exhibitum den 27 Juny 1787. — Articulen gedaan maken en aan Heeren gecommitteerdens uit den Eagtb: raad van Justitie overge„ Z geeven omme daarop ter requisitie van den projnterim Fiscaal d'E gabriel Exter gehoord en ondervraagd te worden de persoon van Louis Fernandel zullende desselfs te geevene responsiven in mar¬ gine deser behoorlyk moeten wer„ den bekend gesteld. Art: 1 des gew: naam geboorte plaats en ouder¬ dom. op wat schip de gev: bescheyden is ge„ weest en welke qualiteyt hy aldaar gehad heeft. zegt op het spaansch schip La e Nieve als soldaat te zyn bescheyden geweest. — zegt Louis Hernander van de stad gove oud 25 Jaaren Compareerde voor ons onderge„ teekende gecommitt. s uyt den E agtb: raad van Justitie deeses gouvernements, den persoon van Louis Hernandez dewelke op de nevenstaande vraag articulen sodanige ant„ woorden gegeeven heeft als bezy¬ den een ider derselver staan aangeteekend worden. — „ 2 Art: 3 ¶in de Baay s als te zyn g'arriveerd zegt dat hy verscheyde reyse aan de wal geweest is, en wel de laatste rys op zondag den 27 may met permissie van zyn tweede Capitain regt dat hy op voorm: zondag eerst is gegaan naar het quartier der soldaaten om een pip Io„ bak te rooken en van daar naer de schaggerye zegt als vooren regt zyn Cameraad in naamen gebriel beneevens nog twee mattroosen van een ander spaans schip, dewelke hy niet by naame kent, en nog i wel meer als 15 Hollanders „ zegt die naamen niet te kennen of hy gev: ook kind de Hollandsche edog op het gesigt van Jan quartiermeester Jan Blyart en Blyart denselven te kerken„ Schiemansmaat Jan Henkevoort. nen Legt dat voorm. Blyart daar is geweest, en die geene is, die aanlyding tot het de spuut heeft gegeeven of gem: quartiermeester Blejart zegt dat gem: Blijart een horologie uit zyn zak gehaald en hem, niet by zig heeft gehad hen horo„ gev: hebbende gevraagd of hy logie het welk den gev: van densel„ het zelven wilde koopen; en ven heeft willen afkoopen. daarvoor Thien spaanse mat„ ten g'eyscht hebbende, hy gev: hem daarvoor agt spaande matten had willen betaalen, voor welke prijs Blyart het zelve niet had willen verkoopen. zegt als vooren zegt als vooren „12 of zy tot de koop niet zyn eens ge„ oorden van 8 spaanse matten! hoe veel gem: quartiermeester voor het zelve horologie g'eyscht en op wat wyze het accoord door de get: en voorsz: quartiermeester als toen getroffen is. of deese twee persoonen zig niet meede hebben bevonden in het voorsz: taphaas wie op dien tyd aldaar meede present zyn geweest. of hy gev: zig niet op Sondag den 27 der gepasseerde maand mays ag„ termiddags bevonden heeft en het Taphuys of de Schaggerye van der Burger Christaaan Bam Hoe lange hy ga: wel aan de wal is ver„ bleeven en by wien hy zig toen heeft opgehouden wanneer hy gev: na de komst van zyn schip in die baay is naar de wal ge„ gaan of van wien hy daartoe per„ missie gekregen heeft! op wat datum des gev: Bodem in de Baay Fals aangekomen en werwaards deselve gedestineerd is! en gedestineerd na Cadix zegt den 17 der gepasseerde maand mey n 1 1 tie d „ 11 „ 10 „9 5 ƒ „ 4

NL-HaNA_1.04.02_10986_0500 view scan ↗

English

Article 13 Whether the prisoner, when concluding the purchase, also had cash on him. He states that he had three Spanish dollars on him, and that he had intended to give one Spanish dollar as a deposit, while the mentioned Blyart would keep the watch in the meantime, and he would go fetch the other seven Spanish dollars. Article 14 Whether the prisoner did not ask the aforementioned quartermaster to go with him to fetch the money. He states that he requested the mentioned quartermaster to go with him to fetch the money, and that, this having been agreed to by that quartermaster, the same turned back when he was outside the door of the tavern, saying that he no longer wished to sell the watch. And when they had entered inside together, the mentioned Blyart took dice from his pocket, with which he, together with the other persons present there and the deponent, began to play. Whereupon the deponent, having lost some money on that occasion, saw that he was entitled to the pot with a roll of nine eyes, which was nevertheless disputed. But at a second roll, where the prisoner again rolled the highest eyes, the prisoner said that this was not right, whereupon he was attacked by several persons. Jan Blyart appeared, who states that there were boys in the tavern playing with small dice, that he then also joined in the game, without knowing whether the prisoner also played, and that the game had long ended before the stab was inflicted by the prisoner. The prisoner further says that this Blyart was not the one who won the money from him, nor the one he inflicted the stab upon, but rather another person who was also present there. Article 15 Whether that request was granted by that quartermaster. Article 16 Whether during the negotiation of the same with the aforementioned quartermaster about the said watch, the boatswain's mate Jan Henkevoort, mentioned hereinbefore, was not present. Article 17 Whether the aforementioned quartermaster, having refused the request to go with the said person, did not then speak with the mentioned Hennevoort. He states that he does not understand Dutch. Article 18 Whether the deponent did not at that moment stand with his hands behind his back. He states as before. Article 19 Whether the deponent also knows what they were speaking about with each other. He says no. Article 20 Whether the mentioned Henkevoort did not immediately, upon receiving his wound, fall to the ground and cry out, Lord Jesus Christ. He states as before. Article 21 Whether the deponent did not at that moment inflict a violent stab with a knife into the right side of the aforementioned Henkevoort. He states that he had asked for a knife from a black boy who was cleaning fish, but that being refused by that boy, he then snatched a knife from the hands of a Dutchman standing nearby, with which he inflicted a stab on the boatswain's mate. Article 22 For what reason the deponent gave the aforementioned Henkenvoort that stab. He says because that Henkevoort was the first who gave the prisoner about eight blows with a cane, and that the prisoner then snatched the aforementioned knife from the hands of that Dutchman. Jan Blyart appeared, who declared that he knows of no quarrel, nor saw that anyone struck the prisoner or threatened to do so. Stephanus Buyk appeared, who declared the same. Fredrik Barthold appeared, who says that at the time the stab was given, he was standing outside the door, but heard nothing that sounded like a quarrel. Moses Jacob appeared, who says not to have seen such a thing, and also that it was impossible that the boatswain's mate could have struck the prisoner, because that man was far too weak. The prisoner persists and says that he had become half dizzy from the blows he had received on his head. Article 23 Whether the deponent, after wounding the aforementioned Henkevoort, remained in the tavern, or then went elsewhere. He states not to know this, because immediately after the inflicted stab he took to flight. Article 24 Whether the deponent did not immediately take to his heels, and who prevented him in his flight. He says that since he could not flee through one door because it was forcefully held shut, he fled through the other. Article 25 Where the knife with which the prisoner stabbed the aforementioned Henkevoort has gone. He says that he threw the knife away immediately after inflicting the stab. Article 26 Whether a certain Spanish gunner, Gabriel Gonsalis, did not meet the prisoner in his flight. He says that he first saw him when he had already been arrested. Article 27 Whether the aforementioned Gonsalis did not take the bloody knife from the prisoner by force and throw it away. He states as before.

Dutch transcription

Art: 13 zegt Sa Legt Ca. zegt dat hy drie spaanse matten by zig of hy gev: by het aangaan van de koop ook had, en als toen een spaanse mat op Contanten heeft by zig gehad! de hand had willen geeven, terwijl gem: Blyart het horologie zo lange zoude bewaaren, en hy de zeven andere spaanse matten zoude gaan halen „ 14 zegt dat hy gem: quartiermeester ver of hy gev: voorsz: quartiermeester niet heeft ve sogt heeft om met hem te gaan om het sogt om met hem het geld gaan halen: geld te halen, en dat sulx door die guar„ tiermeester in gewoleigd zynde, deselve wanneer hy buyten de deur van het Taphuys weder was te rug gekeerd, onder het zeggen dat hy het horologie niet meer wilde verkoopen en als toen te zamen binnen getreeden zynde, gem: Blyart dobbelsteenen uyt zyn zak ge¬ haald had, waarmeede hy met de andere daer praesent zynde persoonen en hem get: aan het speelen was gegaan, wanneer hy get: by die gele¬ gendheyd eenig geld verlooren hebbende, gesien had, dat hy met een worp van negen oogen de pot moest hebben, het geen hem egter bedisputeerd weerd, edog by een tweede worp waarby hy gev: weder de hoogste oogen gegooyd had, door hem gev: gesegt zynde dat dit niet regt was, daarop door verscheyde persoonen op het lyfgevallen was. — Compareerde Jan Blyart, dewelke regt dat er Jongens in de schaggerye met klyne dobbelsteenen gespeeld hebbende, hy zig als toen meede aan het gespeelen geset heeft, zonder dat hy weet of de gev: meede gespeeld heeft, en dat het spel lang g'eyndigt was, voor dat de steek door den gev: was toegebragt de gev: zegt wyders dat deese Blyart het niet was die hem het geld afgewonnen had, nog ook de geene die hy de stuk heeft toege„ bragt, maar wel een ander die daarmeede present was. — 115 of dat versoek door dien quartier„ meester is ingewilligt! „ 16 of by de onderhandeling ia van den gen: met voorsz: quartiermeester over het ged=te horologie, niet is tegen woordig geweest de hier vorenge¬ melde Schiemansmaat Jan Henkevoort. „ 17 of voorsz: quartiermeester het ver„ soek om met den gedte meede te gaan gewygert hebbende, toen niet met gem: Hennevoort gesproo„ ken heeft: zegt geen hollandsch te verstaan. of hy get: op dat ogenblik net heeft gestaan met de handen op de rugge. „19 of hy get: ook weet, waervan zy te¬ gen elkanderen hebben, gesprooken. zegt als vooren zegt neen e Art: 20 Zegt als vooren zegt dat hy het mes terstond na zegt dat hy van een Swarte Jinge of hy get: op dat tydstip voorsz: Hen¬ die dan visch schoon maakte een kevoort niet een geweldige steek met mes had gewaagd, edog sulx een mes in zyne regter zyde heeft door dien Jonge geweygerd zynde, toegebragt. als toen uyt de handen van een daarby staande Hollander een mestgerukt had, waarmeede hy den schiemansmaat een steek had toegebragt zegt om dat die Henkevoort de eerste om wat reeden hy get: voorsz: Henken is geweest die hem gev: een stuk of voort dien steek gegeeven heeft. agt rotting slagen gegeeven had en dat hy gev: als toen het voorsz: mes uyt de handen van die Hollander heeft gerukt. Compareerde Jan Blyart dewelke verklaarde dat hy van geen rusie weet, nog ook gesien heeft, dat ymand hem gev: geslagen of daartoe bedrygd heeft Compareerde Stephanus Buyk dewelke het zelve verklaard. Compareerde Fredrik Barthold, dewelke zegt, dat hy ten tijde de steek ge„ gegeeven is, buyten de deur heeft gestaan, edog niets gehoord te hebben dat naar 't wist geleek Compareerde moses Jacob dewelke zegt sulx niet te hebben, gesien, en ook dat het onmogelyk was, dat den schiemansmaat den gev: konde slaan, om dat die man veel te zwak was. de gev: blyft persisteeren, en zegt dat hy door de slagen die hy op zyn hoofd be„ komen had half duijselig was geworden. zegt Sulx niet te weeten, wyl hy zig direct naar de toegebragte steek op de vlugt heeft begeeven niet konde, vermits deselve met geweld toegehouden wierd hy door de andere gevlugt was zegt dat dewyl hy door de eene deur het toebrengen der steek heeft weggeworpen. zegt dat hy hem het eerst gesien heeft, toen hy reeds g'arresteerd t zegt als vooren. of voorsz: gonsalis, het bebloede mes niet van den gev: heeft ontweldi gt en weg gesmeeten. waar het mes met welke hy gev: voorsz: Henkevoort gestooken heeft gebleeven is „26 of zekere spaanse Bosschieter Gabriel gonsalis, hem gev: in zyne vlugt niet is te gemoet gekomen: „ 25 of hy get: het niet ogenblikkelyk op een lopen geset, en wie hem in zyn vlugt verhindert heeft. „ 22 of hy get: na het blesseeren van voorsz: Stenkevoort in het Taphuys is gebleeven, of zig toen ook naar el„ ders begeeven heeft. of gem: Henkevoort niet terstond op het ontfangen zyner wonde teraarde is ge¬ vallen en geroepen heeft d Heere Jesus Christus. k „ 21 „ 22 „ 23 - 8 „27 was.

NL-HaNA_1.04.02_10986_0502 view scan ↗

English

States that it happened because, as said before, he was beaten over the bacon. States that it was not his intention to deprive that man of his life, but rather to defend himself, which he, the witness, considered permissible, and that he struck the first one he met. States he knows this well, but that it is the will of the legislator. Asked what he, the witness, can put forward for his defense. States only for his excuse that he would not have committed that murder if he had not been forced to do so. 32 Whether he, the witness, knows that by depriving his fellow human being of life, he makes himself subject to the death penalty. Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on 5 June 1787 before the gentlemen William Ferdinand van Reede van Oudshoorn and Johannes Smiets, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the prisoner and me, the sworn clerk. Below was written: Which I testify. Was signed: J. van Aerssen, Secretary. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the person of Louis Hernandez, who, after these his preceding interrogatories were read out to him word for word clearly and distinctly, testified to persist therein, wishing that nothing more will be added or taken away. Thus done and reviewed at Cabo de Goede Hoop on 7 June 1787. Was signed: This mark written around was made by the prisoner by his own hand. Below it: For the interpretation, signed: Cartoya. Lower: In my presence, signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: As commissioners, signed: W. F. van Reede van Oudshoorn and Joh.s Smeets. Review. Whether he, the prisoner, must not confess to having inflicted that treacherous stab wound on the aforesaid Henkevoort in cold blood, solely on suspicion that he had spoken with the quartermaster regarding the purchased watch. 30 And that he, the witness, through the great force which he used, also had the intention immediately to deprive the said Henkevoort of his life. How he, the witness, subsequently fell into the hands of justice. Article 28 States that when he wanted to flee on board with the boats, he was arrested by a corporal with four men. Tuesday 1 31 29 Tuesday the 29 May 1787. Today in the afternoon, by the gentlemen William Ferdinand van Reede van Oudshoorn and Johannes Matthias Bletterman, members of the Honorable Council of Justice of this government, at the requisition of the Honorable Gabriel Exter, pro interim fiscal here, assisted by the secretary of this council, an examination of the body of the boatswain's mate of the ship Broederslust named Jan Stenkevoort was conducted in the hospital in Baay Fals, there being shown by the chief surgeon of this hospital, Jan Godlieb Mader, according to his given declaration, a stab wound on the right side directly beneath the third short rib, measuring externally two inches long and penetrating through the omentum close under the liver with injury to several major blood vessels of the arteria epigastrica and five inches deep, whereby there was a very great effusion of blood in the abdominal cavity, and thus declared by him, the surgeon, that the wound is completely fatal. Below was written: Done in Baay Fals, date as above. Lower: Which I attest. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, Jan Blyart, quartermaster assigned to the outward-bound private ship Broederlust lying anchored at this roadstead, who, at the requisition of the pro interim fiscal, the Honorable Gabriel Exter, declared to be true and truthful that on last Sunday, the 27th of this month, in the afternoon, the appearer, accompanied by the boatswain's mate of the aforementioned vessel and some other Dutch sailors, having gone to the tavern and there ordered a bottle of wine, it then happened that a certain Spaniard, also being present there, asked him, the appearer, whether he wanted to sell a watch, which the appearer took out of his pocket; that the appearer, having answered yes thereto, had demanded nine Spanish dollars for the said watch, whereupon that Spaniard, having offered him, the appearer, eight Spanish dollars, they had also agreed on the purchase for that price, but that the same, having no money on him, had requested the appearer to go with him to his captain in order to obtain his payment, yet on the way being hailed by some Spanish officers and the appearer being requested to see that watch, which being granted by him, the appearer, that Spaniard had fallen into conversation with the aforesaid officers, which the appearer

Dutch transcription

zegt dat het is geschied om dat hy als voorens is gesegd om het spee is geslagen geworden zegt dat het zyn voornemen niet is geweest om dien man van het leeven te behooren, maar wel om zig zelven te verdeedigen, het welk hy get. vermeend geoorloofd te zyne en dat hy de eerste d hy ontmoete geword heeft. — zegt sulx wel te weeten dog dat het de wille van den wetgeever is. wat hy get: tot zyn verschoning weet in zegt alleen tot zyne verontschuldiging „dat hy dien moord niet zoude begaan te brengen! hebben, indien hy daartoe niet was geforceert geweest. „ 32 of hy get: weet dat hy zyn evenmensch om het leeven brengende zig zelven de doodstraf onderhevig maakt! Aldus gevraagd en B'antwoord aan Cabo de goede hoop den 5 Juny 1887 voor de Heeren William Ferdinand van reede van oudshoorn en Johannes Smiets Leeden uyt den Eagtb: raad van Justitie voormeld, die de minute deeses beneevens den gev: ende my gesw: Clercq, meede behoorlyk hebben onderteekend.— /:onderstond:/ 'T welk ik getuijge. /: was geteekend:/ J: van Aerssen secret„s Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uyt den E agtb: raad van Justitie deeses gouvernements, den persoon van Louis Hernandez dewelke deeze zyne voorenstaande Jnterrogatorien van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgeleesen weesende betuygde daarby te blyven persistee¬ ren met begeerte dat er niets meer by ofte van gedaan wer„ den zal.— Aldus gedaan en gerecolleerd, aan Cabo de goede hoop den 7 Juny 1787. — /:was geteekend:/ Den daaromme ge„ schreeven dit merk heeft de de gev eygenhandig gesteld. /:daar onder:/ voor de verstolking /:geteekend:/ Cartoya. /:lager:/ my praesentt /:geteekend:/ C: Van Aerssen Secret. , //: in margiste:/ als gecommitteerdens /:e geteekend:/ W F: van reede van ouds„ hoorn en Joh. s Smeets. Recollement of hy gev: niet moet bekennen voorsz: Henkevoort in koelen bloede alleen op suspitie dat hy wegens het gekogte ko„ rologie met den qaartiermeester zou„ de gesprooken hebben, dien verrader„ lyken vsteek te hebben toegebragt! „ 30 en dat hy get: door de groote force wel„ ne hy gebruykt heeft ook het voor„ nemen heeft gehad om gem: Hen¬ kevoort dadelyk van het leeven te berooven. naar boord had willen vlugten handen van Justitie is geraakt: zegt dat wanneer hy met de barcas Hoedanig hy get: vervolgens in Art: 28 hy door een Corporaal met vier man is g'arresteerd geworden dingsdag 1 „31 „29 Dingsdag den 29 May 1787. heeden na de middag door de Heeren William Ferdi„ nand van reede van oudshoorn en Johannes Matthias Bletterman Leeden uyt den E agtb: raad van Justitie deeses gouvernements, ter requisitie van den nevens den pro Jnterem Fiscaal alhier d' E gebriel Exter g'adsisteerd door den secretaris deeses raads in het hospitaal in baay fals schouwing gedaan zynde van het lyk van den schiemansmaat van het schip Broedersluit genaamd Jan Stenkevoort, zynde door den oppermeester dies Hospitaal Jan godlieb mader volgens zyn gegeeven declaratoir aangetoond een gestooken winden, aan de regter zeyde vlak onder de derde korte ribbe groot uytwendig twee duymen lang en doorgaande door het net digt onder de Lever met quetsing van verscheyde voorname bloedvaten van de arteria Epigastrica en diep vyf duymen, waarby een leer groote uijtstorting van bloed was in de inderlyf holte, en dus door hem Chirurgyn gedeclareerd die wonden volstrekt doode„ lyk te zyn. ƒ /:onderstond:/ Actum in Baay Hals datum ut supra /:lager/ quod attestor. /: was geteekend:/ C: van Aerssen secret„s. — Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„n uyt den E agtb: raad van Justitie deeses gouvernements den op„ het ter deeser Rheede g'ankert leggend uytkomend/ par„ ticulier schip Broederlust bescheydene quartiermeester Jan Blyart dewelke ter requisitie van den pro Jnterim Fiscaal d' E Gabriel Ester verclaarde waar ende waaragtig te zyn dat op gepasseerde sondag /:den 27 deeser:/ des agtermid„ dags de Compt verseld van den schiemansmaat van voorm: Bodem en eenige andere Hollandsche mattroosen zig hebbende begeeven naar de schaggerij en aldaar een bottel wyn g'eyscht, het als doen gebeurd is dat zekere zeg aldaar meede bevindende panjaard hem Compt had afgevraagd of hy een norologie het geen den Comp„s uyt zyn zak haalde wilde verkoopen: dat de Compt. daarop geantwoord hebbende van sa: voor ge¬ mel de f horologie negen spaanse matten had ge„ eyscht, waarop die spanjaard hem Compt agt Spaan¬ te matten hebbende gebooden, zylieden ook voor die prys de koop eens waaren geworden, dog dat den selve geen geld bi zig hebbende den Compt. hadde ver¬ sogt, om met hem naar zin Capitan te gaan ter erlanging van zyn betaaling, edog onderweege door eenige spaansche officieren zynde aangeroepen en aan den Comp: versogt om dat horologie te zien, het welk door hem Comp„t ingewilligd zynde was die spanjaard met voorsz: officieren aan 't praaten geraakt hett welk Comp„ c

NL-HaNA_1.04.02_10986_0504 view scan ↗

English

The appearer, beginning to be annoyed, had returned to the taphouse, and having been asked there by another Spaniard whether he would sell him that watch; and this also having been agreed upon for the aforementioned price, the said Spaniard had likewise requested him, the appearer, to go with him to fetch money, which having been refused by him, the appearer, and he, the appearer, having further spoken with the aforementioned boatswain's mate named Jan Henkevoort, that Spaniard, who had initially stood with his hand behind his back, had drawn it from there and inflicted a stab upon the just mentioned boatswain's mate, and thereupon took to his heels, the appearer testifying that he had never seen this last-mentioned Spaniard before, he, the appearer, also not being able to determine with what instrument this stab was then inflicted. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared, if required, always to confirm the same with a solemn oath. Thus done and passed in Simonsbaay on the 29 May 1787, before the gentlemen Willem Ferdinand van Reede van Oudshoorn and Johannes Matthias Bletterman, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the original of this together with the appearer and me, the secretary. Below stood: Which I witness. Was signed: J: van Aerssen, secretary. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice aforesaid, the quartermaster Jan Blyart, who, this his preceding declaration having been read aloud to him word for word clearly and distinctly, declared that he persisted therein, desiring that nothing more shall be added thereto or taken therefrom, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty! Below stood: Thus re-examined and sworn at Cabo de goede hoop on the 5 June 1787. Was signed: and written around it: this mark the appearer has made with his own hand. Lower down: in my presence, signed: C: van Aerssen, secretary. In the margin: as commissioners, and signed: W: F: van Reede van Oudshoorn and Johs Smuts. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the sailor Moses Jacob, of competent age, stationed on the ship Broederlust, who, at the requisition of the pro interim fiscal, the honorable Gabriel Egter, declared it to be true and truthful: that the appearer, having been in the taphouse last Sunday, being the 27th of this month, together with the quartermaster and boatswain's mate of the said vessel, named Jan Blyart and Jan Henkevoort, and some other Dutch sailors, the aforementioned Blyart had entered into negotiations with a Spaniard also present there concerning the purchase of a watch; that Spaniard, who had previously stood with his hand behind his back, having then, as the appearer presumes, wanted to stab the said Blyart with a large knife, had inflicted a severe wound upon the boatswain's mate Henkevoort, who was also standing nearby. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared, if required, always to confirm the same with a solemn oath. Thus done and passed in Simonsbaay on the 29 May 1787, before the gentlemen Willem Ferdinand van Reede van Oudshoorn and Johannes Matthias Bletterman, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the original of this together with the appearer and me, the clerk. Below stood: Which I witness. Was signed: J: van Aerssen, secretary. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the aforementioned Moses Jacob, who, this his preceding declaration having been read aloud clearly and distinctly, declared that he persisted therein, with the desire that nothing more shall be added thereto or taken therefrom, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. Thus re-examined and sworn at Cabo de goede hoop on the 5 June 1787. Was signed: and written around it: this mark the appearer has made with his own hand. Lower down: in my presence, signed: J: van Aerssen, secretary. In the margin: as commissioners, and signed: W: F: van Reede van Oudshoorn and Johs Smuts.

Dutch transcription

Comp„t beginnende te verdrieten deselve weder naar de schag„ gerye was te rug gekeerd en aldaar door eenen anderen span„ Jaard afgevraagd zynde of hy hem dat horologie wilde ver„ koopen; en sulx meede voor de gemelde prys g'accordeert zijnde, had gem: spanjaart hem Comp meede versogt om met hem te gaan om geld te haalen, het welk door hem Compt gewijgert zynde, en door hem Compt. wyders ge¬ sprooken zynde met den voorm: schiemansmaat in name Jan Henkevoort had die spanjaard, die eerst met zyn hand op de rug had gestaan, deselve van daar ge¬ trocken en even gem: schiemansmaat een steek toege¬ bragt, en het voorts op een losten geset, betuygende de Compt. dat hy deese laatstgem: spanjaard nimmer te vooren gesien heeft, weetende hy Compt. ook niet te bepaalen met welk instrument deese steek toen gebragt is. — Niets meer verklaarende geeft den Compt voor ree„ denen van wetenschap als in den Tyt bereyd zynde het zelve des gerequireerd werdende altoos met solemneele Eede te staven. — Aldus gedaan en gepasseert in simonsbaay den 29 may 1787. voor de Heeren Williem Ferdinand van Reede van Oudshoorn en Johannes Matthius Bletterman Leeden uit den E agtb: raad van Justitie voorm die de minute deezes beneevens den secretaris den Compt ende mij secretaris meede behoorlyk hebben onderteekend. — /:onderstond:/ 'T welk ik getuijge. /: was geteekend:) J: van Aerssen secret:s — Recollement. Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uyt den E agtb: raad van Justitie voormeld den quartiermeester Jan Blyart, dewelke deste zyne voorenstaande verklaaring van woorde tot woorde kleer en duydelyk voorgeleesen zynde, ver„ klaarde daarby te blyven persisteeren, begee¬ rende dat er niets meer bygevoegt ofte van ge„ daan werden zal en sprak dierhalven ter be¬ vestiging der waarheyd van dien de solemneele woorden so waarlyk help my god almagtig! /:onderstond:) 2 Aldus gerecolleerd en b'Eedigt aan Cabo de goede hoop den J Juny 1787 /:was geteekend:// sen daaromme geschreeven:/ dit met merk heeft de Comp„e eygenhandig gesteld. — /: lager:/ my praesent / geteekend:/ C: van Aerssen Secret„s /:in margine:/ als gecommitteerdens /:en geteekend:/ W: V: van reede van oudshoorn en Johs Smiets. Compareerde Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uyt den E agtb: raad van Justitie deeses gouverne ments, den op het schip Broederlust bescheydene mat„ troos Moses Jacob van Competenten ouderdom de welke ter requisitie van den pro Jnterim Fiscaal d' E gabriel Egter verklaarde waer ende waaragtig te zyn. dat de Compt. op voorleeden zondag (:zynde geweest den 27 deeser:/ zig bevonden hebbende in de schaggerye, be„ nevens den quartiermeester en schiemanmaat van gem: Bodem in name Jan Blyaft en Jan Henkevoort en eenige andere Hollandse mattroosen voorm: Bly„ art met eene aldaar meede praesent zynde spanjaard en onderhandeling was getreeden over koop van een horologie, die panjaard die te vooren met zyn hand op de rug had gestaan alstoen zo als de Compe vermoed met een groot mes naar den gem: Blyart hebbende willen steeken, den meede daarby staande schie„ mansmaat Henkevoort een swaaren wond had toe„ gebragt.. — Niets meer verklaarende geeft den Comp„t voor reedenen van wetenschap als in den Text bereyd zynde het zelve des gerequireerd werdende altoos met solemneele Eede te staven. — Aldus gedaan en gepasseerd in Simonsbaay den 29 May 1707 voor de Heeren William Ter„ dinard van Reeden van oudshoorn en Johannes matthius Bletterman Leeden uyt den E agtb: raad van Justitie voorm: die de minute deezes seere beneevens den Compt. ende my get Clerq meede behoorlyk hebben onderteekend. — /:onderstond:/ T welk ik getuijge. /:was geteekend) ƒ van Aterssen secret. — Compareerde voor ons ondergeteekende gecom mitteerdens uit den E agtb: raad van Justitie deeses gouvernements voorm: Mores Jacob dewelke deese zyne voorenstaande verklaar ting klaar en duydelyk voorgeleeden weezenden verklaarde deerby te blyven persisteeren met begeerte dat er niets meer bygevoegt ofte van gedaan werden zal en sprak deerhalven ter be¬ vestiging der waarheyd van dien de solemneele worden so waarlyk help my god almagtig. Aldus gerecolleerd en B'Edigt aan Cabo de goede hoop den 5 Juny 1787. /:was geteekend:/ en daaromme geschreeven dit merk heeft de Comp ey„ genhandig gesteld. /:lager:/ my prasent, /:geteekend:/ J: van Aerssen secrets /:en margine:/ als gecommitt„s /:s geteekend:/ W: F: van Reede van oudshoorn Joh. s Smuts. Recollement. — Compareerde

NL-HaNA_1.04.02_10986_0506 view scan ↗

English

Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the sailor Stephanus Buyk, stationed on the ship De Goede Intentie, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Egter, declared it to be true and truthful: That the deponent on last Sunday, the 27th of this month, being in the canteen together with the quartermaster and boatswain's mate of the ship Broeders Lust, named Jan Blyart and Jan Henkevoort, the aforementioned Blyart entered into negotiations with a Spaniard who was also there regarding the sale of a watch; after having spoken with each other for some time, the aforementioned Spaniard inflicted a stab wound upon Henkevoort, who was standing nearby, without the deponent being able to specify with which instrument, except that it was a long and sharp tool, and furthermore took to his heels. The deponent further declares that the forefinger of that Spaniard was completely covered in blood. Declaring nothing more, the deponent gives as grounds of his knowledge as stated in the text, being ready, if required, to confirm the same further under solemn oath. Thus done and passed in Simons Baay on 29 May 1787, before the gentlemen William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Johannes Matthias Hetterman, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have properly signed the minute hereof together with the deponent and me, sworn clerk. Below stood: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, secretary. Confirmation. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the aforementioned Stephanus Buyk, who, this his preceding statement having been read out clearly and distinctly word for word, declared that he persists by it, desiring that nothing more shall be added to or taken from it, and therefore spoke in confirmation of the truth thereof the solemn words: So truly help me God Almighty. Thus confirmed and sworn at Cabo de Goede Hoop on 5 June 1787. Was signed: Stephanus Buyk. Lower: In my presence. Signed: C. van Aerssen, secretary. In the margin: As commissioners, and signed: W. F. van Reede van Oudtshoorn and Joh.s Smuts. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the sailor Fredrik Bartolt, stationed on the private ship De Goede Intentie, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Egter, declared it to be true and truthful: That the deponent on last Sunday, having been the 27 May, having been in the canteen together with the quartermaster and boatswain's mate of the ship Broeders Lust, named Jan Blyart and Jan Henkevoort, where the aforementioned Blyart, having agreed with a certain Spaniard to sell him a watch, went along with the said Spaniard to receive payment for it, but shortly thereafter returned there with the same watch in his pocket; having been approached by another Spaniard to sell that watch to him, while they were speaking about it, and the deponent had just stepped outside the door, upon hearing Henkevoort cry out: "Ah people, now I can no longer help myself," having come back inside, he had then seen that the aforementioned Henkevoort was severely wounded and held his hand to the wound, while the last-mentioned Spaniard held a large knife in his hand, which was completely covered in blood, and furthermore, after he had made attempts to go to the back of the house and had found the door locked there, took to his heels toward the mountains. Declaring nothing more, the deponent gives as grounds of his knowledge as stated in the text, being ready, if required, to confirm the same further at all times under solemn oath. Thus done and passed in Simonsbaay on 29 May 1787, before the gentlemen William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Johannes Matthias Bletterman, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have properly signed the minute hereof together with the deponent and me, sworn clerk. Below stood: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, secretary. Confirmation. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the sailor Fredrik Bartolt, who, this his preceding

Dutch transcription

Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uyt den E agtb: raad van Justitie deeses gouvernements den op het schip de goeder Jntentie bescheyden mattroos stepha nus Buyk van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den projnterim Fiscaal d'E Gabriel Egter verklaarde waar ende waaragtig te zijn. dat de Comp„e op gepasseerde sondag /: den 27 deser:/ zig benevens den quartiermeester en schiemansmaast van het schip Broeders lust in naame Jan Blyart en Jan Henkevoort in de Schaggeryen hebbende bevon den, gem: Blyart met een meede aldaar zynde panjaart in onderhandeling getreeden zynde over het verkoopen van een horologie na eenige tyd met elkanderen gesprooken te hebben gem spanjaart aan den daarby staande Henke¬ voort een steek heeft toegebragt, zonder dat de Compt. weet te bepaalen met welk instrument alleen dat het een lang en scherp tuijg was, en het voorts op een losten geset heeft: verklaa¬ rende den Compt: voorts dat de voorste vinger van dien panjaard geheel bebloed was. — Niets meer verklaarende geeft den Compt. voor reedenen van wetenschap als in den test bezeyd zynde het zelve des gerequireerd werdende met solemneele leden nader gestand te doen. Aldus gedaan en gepasseerd in simons baay den 29 may 1787. voor de Heeren William Ferdinand van reede van oudshoorn en Johannes Matthias Hetterman Leeden uijt den E agtb: raad van Justitie voormeld, die de minute deezes beneevens den Compt ende my get Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend. — /:onderstond:/ T welk ik getuyge /:was geteekend:/ C: van Aerssen secret„s. Recollement. — Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uyt den E agtb: raade van Justitie deezes gouvernements voorm: Stephanus Buyk, dewelke deese zyne voorenstaande verklaaring van woorden tot woorde klaar en duydelyk voor„ geleesen weesende, verklaarde daarby te blyven persistee¬ ren met begeerte dat 'er niets meer bygevoegt ofte van ge„ daan werden zal, en swak dierhalven ter bevestiging der waarheyd van dien de solemneele woorden, so waarlijk help mi god almagtig. Aldus gerecolleerd en B'Eedigt aan Cabo de goede hoop den 5 Juny 1787. — /:was geteekend:/ Stephanus Buyk /:lager:/ mi praesent /:geteekend:/ C:s Van Aerssen secrets /:in margine/ als gecommitteerdens /: en geteekend:/ W: F: van Reede van oudshoornen Joh. s Smiets. Compareerde F 0 . . Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitteerdens, uyt den E agtb: raad van Justitie deeses gouvernements de op het particulier schip de goede Jntentie beschey„ dene mattroos Fredrik Bartolt van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den Pro Jnterim Fiscaal d' E: gabriel Eiter verclaarde waarende waaragtig te zyn. e dat hy Comptn op voorleeden zondag (:zynde geweest den 27 may 7zig bevonden hebbende beneevens den quartiermeester en schiemansmaat van het schip Broeder Hust in naame Jan Blyart en Sahr Henkevoort in de schaggery alwaar gem: Blyart met zeekere spanjaard overeengekomen zynde om hem een horologie te verkoopen, met gemelde panjaard meede was gegaan, om dies voldoe¬ ninge te ontfangen, dog kort daarop met het zelve horologie in zyn lak wederom daar gekomen zynde, door een anderen spanjaart aan¬ gesogt zynde, om dat horologie aan hem te verkoopen, terwyl daarover onder henl: gesproo¬ ken wierd, en de Comp„e even buyten de deur gegaan was, op het hooren roepen van Henke¬ voort: ach menschen nu kan ik my niet meer helpen: wederom binnen gekomen zynde, als toen had gesegt dat gem: Hennevoort zwaar gewond was, en zyn hand aan de quetsuur hield, ter„ wyl die flaatstgem: spanjaard een groot mes in zyn hand, die geheel bevloed was had, en 't voorts na dat hy pogingen had in het werk gesteld om naar het agterhuys te gaan, en aldaar de deur geslooten had gevonden, na het gebergte op een lopen geset had. — Niets meer verklaarende geeft de Comp„te voor reedenen van wetenschap als in den Text bereidi zynde het zelve des gerequireerd werdende, al„ Rtoos met solemneele Eede nader gestand te doen. Aldus gedaan en gepasseerd in Simonsbaay den 29 may 1787 voor de Heeren William Fer„ dinand van reede van oudskoorn en Johan¬ nes Matthias Bletterman reeden uyt den E agtb: read van Justitie voormeld, die de mi„ nute deeses beneevens den Compt. ende min gesw: flercq meede behoorlyk hebben ondertee kend. — /: onderstond:/ 'T welk ik getuygen /was geteekend:/ J: van Aerssen secret„s.— Recollement. Compareerde voor ons ondergeteekende ge„ coomitteerdens uyt den E Agtb: raad van Justitie deeses gouvernements den mattroos Fredrik Barttold dewelke deese zyne voorenstaande ƒ

NL-HaNA_1.04.02_10986_0508 view scan ↗

English

The foregoing statement having been read out word for word clearly and distinctly, he declared that he persisted by it, desiring that nothing more should be added thereto or taken therefrom, except only that he does not know for certain how to recall the literal expression used by the boatswain's mate Henkevoort upon receiving the wounds, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words so help me God almighty. Thus reviewed and sworn to at Cabo de goede Hoop on 5 June 1787. Was signed and written around it: this mark was made by the appearer's own hand. Lower: in my presence, signed: J: van Herssen secretary. In the margin: as commissioners, and signed: W: F van reede van oudshoorn and Joh Smiets. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the Spanish gunner Gabriel gonsales of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal the honorable Gabriel Exter, declared to be true and truthful: That he, the appearer, having been in the taphouse on past Sunday the 27th of this month, and having left from there upon hearing the French word foutre spoken, a little while afterward met the Spanish soldier Louis Hernander with a large bloody knife, which knife he, the appearer, took from him and threw away to prevent him from doing harm with it, the appearer testifying that he does not know what dispute had occurred in the taphouse. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, being prepared, if required, to confirm the same further at all times with a solemn oath. Thus enacted in Simonsbaay on 29 May 1787 before the gentlemen Willem Ferdinand van reede van oudshoorn and Johannes Matthias Hetterman, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who, together with the appearer and me, the secretary, have also duly signed the minute hereof. Review. Duly signed. Below stood: which I witness. Was signed: J: van Aerssen secretary. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforesaid person Gabriel gonsalis, who, having had this his foregoing statement read out clearly and distinctly by translation word for word, testified that he persisted by it, not desiring that anything more should be added thereto or taken therefrom, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke in the Spanish language the solemn words aesie commo ay un dios tod poderoso, so help me God almighty. Thus reviewed and sworn in Simonsbaay on 30 May 1787. Was signed: Gabriel gonsales. Beneath it: for the translation, signed: Jan van Blerk. Lower: in my presence, signed: C: van Aerssen secretary. In the margin: as commissioners, and signed: W: F: van Reede van oudshoorn and J: M: Bletterman. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the burgher Johannes Coenraad Bos of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal here, the honorable Gabriel Ester, declared to be true: That the appearer, who serves as a servant in the inn of the burgher Christiaan Bam situated in Baaij Fals, on Sunday afternoon, without knowing what time it was, had heard a noise in the house; that the appearer having gone to look afterward, then most unexpectedly saw a Spaniard deliver a violent stab into the belly with a knife to a boatswain's mate of the ship Broederlust lying at the anchorage there, the appearer testifying that through consternation he does not know what happened further, except only that said boatswain's mate cried Lord Jesus Christ. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, being prepared, if required, to substantiate the same with a solemn oath. Thus enacted at Cabo de goede hoop on 29 May 1787 before the gentlemen Clement Matthiessen and Christiaan George Maasdorp, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who, together with the appearer and me, the sworn clerk, have also duly signed the minute hereof. Below stood: Which I witness. Was signed: R: I: van der Riet sworn clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforesaid person Johan Coenraad Bos, who, having had this his foregoing statement read out clearly and distinctly word for word, declared that he persisted by it, desiring that nothing more should be added thereto or taken therefrom, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words so help me God almighty. Thus reviewed and sworn to at Cabo de goede Hoop on 31 May 1787. Was signed: Johannes Coenraad Bos. Lower: in my presence, signed: R: J: van der Riet sworn clerk. In the margin: as commissioners, and signed: Matthiessen and C: G: Maasdorp. Whereas Louis Hernander, native of the city of Gore, 25 years of age, soldier on the Spanish Company ship La Nieve which recently departed from here, currently the Lord's prisoner, has freely confessed, and it has become evident to the Honorable Court of Justice of this government: That when the prisoner lay anchored with his aforesaid vessel in the roads of Baay Fals and had come ashore on different occasions with permission from his commanding officer, it then happened, namely on the 27th of the recently passed month of May, that the prisoner first went to the soldiers' quarters to smoke a pipe; and from where he subsequently went Review. to

Dutch transcription

voorenstaande verclaaring van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgeleesen weesende verclaarde daarby te blyven persisteeren met begeerte dat er niets meer bygevoegt ofte van gedaan werden zal, als alleen dat hy zig niet zeeker weet te rappelleeren de woordelyke uytdrukking door denschiemansmaat Henkevoort op het beko„ men der wonden gebeesigd en sprak dierhal¬ ven ter bevestiging der waarheid van dien den solemneele woorden so waarlyk help my god almagtig. Aldus gerecolleerd en B'Eedigt aan Cabo de goede Hoop den 5 Juny 1787. /:was geteekend:/ & /: en daaromme geschree„ ven :/ dit merk heeft de Comp„e eygenhandig gesteld. — /:lager:) my Prasent /:geteekend:/ J: van Herssen secret„ /: in margine:/ als gecommitteerdens /:en geteekend/:/ Joh W: F van reede van oudshoorn en Smiets. — Compareerde voor ons ondegeteekende gecommitt„s uijt den E agtb: Raad van Justitie deeses gouvernements de spaansche Bosschie„ ter Gabriel gonsales van Competenten ouder„ dom, dewelke ter requisitie van den proInten rim Fiscaal d' E gabriel Exter verklaarde waarende waaragtig te zyn. Dat hy Compt„ zig op voorleeden zondag den 27 deeser bevonden hebbende in de schaggery, en van daar op het hoorenzeggen van het Fransch woord foutre g'absenteerd, een poosje naderhand den spaanschen soldaat Louis Hernander mest een groot bebloed mes was te gemoed gekoo„ men welk mes hy Comp„t hem heeft ontnomen en weg geworpen, om te verhoeden dat hy daar„ meede mogte woorden, betuygende de Comp„e niet te weeten dat 'er de spuut in de schaggehy was voorgevallen. - Niets meer verklaarende geeft den Comp„ voor reedenen van wetenschap als in den Txt bereyd zynde het zelve des gerequireerd werdende, altoos met solemneele Eede nader gestand te doen. - E Aldus gepasseerd in Jemonsbaay den 29 may 1787 voor de Heeren Willeam Ferdinand van reede van oudshoorn en Johannes Matthias Hetterman Leeden uijt den E agtb: raad van Justitie voormeld, die de minute deeses benee„ vens den Compt. ende my secretaris meede behoorlyk Recollement. — behoorlyk i hebben onderteekend. /:onderstond:/ T welk ik getuijge. (: was geteekend:) J: van Aerssen secret. s — O Compareerde voor ons ondergeteekende gecom„ mitteerdens uijt den E agtb: raad van Justitie deeses gouverneuts voorm: persoon van gabriel gonsalis dewelke deeze zyne vooren„ staande verklaaring by vertolking van woord tot woord klaar en duydelyk voorgeleesen zyn de betuygde daarby te blyven persisteeren niet begeerende dat 'er iets meer bygevoegt ofte van gedaan werden zal, en sprak dier¬ halven ter bevestiging der waerheijd van dien in de spaansche Faal de solemneele woorden aesie Commo ay un divs tod poderoso /: zo waarlyk help my god almagtig Aldus gerecolleerd en Beedigt in Simonsbaay den 30 May 1787. /:was geteekend:/ gabriel gonsales /:daar onder:/ voor de vertolking /:geteekend:/ Jan van Blerk /lager:/ my praesent /:geteekend:/ C: van eerssen secret„s. — /:in margine) als ge„ committeerdens /:en geteekend:/ W: A: van Reede van oudshoorn en J:M: Bletterman. — Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uyt den E agtb: raad van Justitie deeses gouvernements den Burger Johannes Coenraad Bos van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den pro Jnterim Fis„ Caal alhier d' E Gabriel Ester verklaarde hoe waar is. — dat den Comp„t die in de Herberg van den Burger Chris„ tiaan Bam staande in de baaij Fals als knegt dienst doet, op zondag na de middag, zonder te weeten hoe laat, een gerugt in huis vernomen had; dat den Compt daarna zynde gaan zien, als toen op het onverwagtst door een spanjaard aan een schiemansmaat van het aldaar ter Rheede leggend schip Broederlust een violente steek in den buyk met een mes heeft zien toebrengen, betuygende den Comp„t dat hy door ontstellenisse niet weet wat er verder voorgevallen is, als alleen. lyk dat die schiemensmaat geroepen heeft d: Heere Jesus Christus Niets meer verklaarende geeft den Compt voor voor reedenen van wetenschap als in den Text bereyd zynde het zelve des gerequireerd werdende met solemneele Eede te staven. Aldus gepasseerd aan Cabo de goede hoop den 20 may 1787. voor de Heeren Clement Matthiessen en Christiaan George Maasdorp Leeden uijt den E agtb: raad van Jus„ titie voormeld, die de minute deeses beneevens den Comp„ ende my gesw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. — //:onderstond:/ 'T welk ik getuyge. /. was geteekend:/ R: I: van der Riet gesw: Clercq: — Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uyt den E agtb: raad van Justitie deeses gouvernements voorm: persoon van Johan Coenraad Bos dewelke deeze zijne voorenstaande verklaaring van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgeleesen weesende verklaarde daarby te blyven persisteeren met be„ geerte dat er niet meer bygevoegt ofte van ge„ daan werden zal en sprak dierhalven ter be¬ vestiging der waarheyd van dien de solemneele woorden zoo waarlyk help my god almagtig. Aldus gerecolleert en B'Eedigt aan Cabo de goede Hoop den 31 May 1787. /:was geteekend:/ Johannes Coenraad Bos. /:lager:/ my Praessent /:geteekend:/ R: J: van der Riet gem: Clercq /:in margine:/ als gecommitteerdens /:en geteekend:/ Matthiessen en C: G: Maasdorp. Alsoo Louis Hernander geboortig van de stad gore, oud 25 jaaren soldaat op het Conlangs van hier vertrockene spaansch Comp:s schip La Nieve, thans s Heeren Gev: vriwillig beleeden heeft, en het den E agtb: raade van Justitie deeses gouver„ nements evident gebleeken is - Dat wanneer de gev: met zyn voorsz: Bodem ter rheede van Baay Fals g'ankerd lag en differente rheysen met permissie van zyn Commandeerenden offi„ cies, aan de utal gekomen was, het als toen, en wel op den 27 der Jongst verloopene maand may ge„ beurd is, dat den gev: Zigeerst en het quartier der soldaaten heeft begeeven om een pijp te roo¬ ken; en van waar hy vervolgens gegaan is Recollement. — naar

NL-HaNA_1.04.02_10986_0511 view scan ↗

English

to the tavern standing in the aforesaid bay; and having met there his mate Gabriel Gonsoles along with several other Spanish and Dutch sailors, he entered into negotiations over a silver pocket watch with the quartermaster of the Honorable Company, Jan Blyart, who was also there in the company of the boatswain's mate Jan Henkevoort and three Dutch sailors. That the prisoner, having come to an agreement with the said Blyart concerning that purchase, but having no more than three Spanish dollars on his person for payment, requested the seller, while offering a Spanish dollar as a pledge, to go with him in order to fetch and receive the money that was still lacking. That the aforesaid Blyart at first agreed to this, but afterward, as it seems, having changed his mind, followed the prisoner no further than outside the door, and immediately thereupon turned back and rejoined his companions. That the prisoner, having thereupon also stepped back into the house, after some exchange of words and after having stood for a while with his hand behind his back, drew a knife from there and with it, most unexpectedly, dealt the boatswain's mate Jan Henkevoort standing near him a violent stab in the body, which upon surgical examination was shown to have been a wound on the right side, directly under the third short rib, measuring two inches externally and passing through the omentum close under the liver, with injury to several blood vessels of the arteria epigastrica, and five inches deep, whereby a very large effusion of blood was caused in the abdominal cavity, and was thus judged by the surgeon to be absolutely fatal, just as the said boatswain's mate also came to pass away about ten hours after receiving this wound. That the prisoner indeed immediately after the perpetration of this deed took to flight out of the house, but was shortly thereafter overtaken, captured, and delivered into the hands of Justice. And whereas such willful murder in a country where law and justice are properly maintained can in no way be tolerated, but on the contrary ought to be punished as an example and deterrent to other such evildoers: So it is, that the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, serving on this day, having read and considered with all due attention the written criminal demand, made and taken by and on behalf of the pro interim fiscal, the Honorable Gabriel Egter, nomine officii, upon and against the prisoner, and having regard to the prisoner's voluntary confession, furthermore to all that served the matter and could move their Honors; administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the prisoner Louis Hernander, as their Honors condemn the same by these presents, to be taken to the place where criminal sentences are customary to be executed here, and there, being delivered to the executioner, to be punished with the rope on the gallows until death follows thereupon, furthermore his dead body to be brought to the outside place of execution to be buried there, with condemnation of the prisoner in all the costs and expenses of justice, and rejection of the further or otherwise made demand and taken conclusion of the officer. Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope the 28th of July 1787, and pronounced in the Castle of Good Hope on the 4th of the following month of August, and executed on the same day. was signed: J. J. Ekenius, J. van Echten, Johannes Smuts, J. M. Horak, C. G. Maasdorp, W. F. van Reede van Oudtshoorn, G. H. Meyer, C. Mappa, J. C. Gie, and H. J. de Wet. lower: In my presence, signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. in the margin: Fiat execution, and signed: J. van de Graaff. Agrees. Van Nerssen Appeared before the Right Honorable and Worshipful Lords President and Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, the pro interim fiscal G. Exter, nomine officii, plaintiff in a criminal case on the one side, against the soldiers Jan Roedolph Muller, in the Honorable Company's books Pieter Cloete, and Levinus de Baar, prisoners and defendants in the aforesaid Castle, on the other side. And stated: 2. That the prisoners and defendants mentioned in the heading, having gone on the 7th of the past month of August to the washing place 3. in order to wash their clothes, 4. met near this place an English sailor, 5. who happened to be a countryman of the first-mentioned prisoner and defendant; 6. that after having recognized each other and spoken back and forth, 7. the prisoners and defendants agreed 8. to desert from here with and through the help of that sailor; 9. to which end both prisoners and defendants exchanged their uniforms for jackets and trousers, such as the first prisoner and defendant had with him, 10. while the English sailor had gone away to see about an opportunity or boat and thus to pick them up and bring them on board; 11. but that the aforesaid sailor not having returned, 12. the prisoners and defendants did not trust themselves to be able to hide for a longer time, 13. still less to swim to the ship, 14. for which purpose they had bought some bladders, 15. and they finally decided 16. rather to present and surrender themselves to Justice, 17. which they also did on the fourth day of their absence; 18. and this being sufficiently evident with further circumstances from the answers given before the commissioner lords from this Honorable Worshipful Council and the own confession of the prisoners and defendants, 19. the plaintiff nomine officii takes the liberty to expressly refer thereto and to note turn over

Dutch transcription

naar de in voorsz: Baay staande Schaggerye; en aldaar zyn maat gabriel gonsoles beneevens meer andere spaansche en Hollandsche schee„ pelingen aangetroffen hebbende, met den quar„ tiermeester der E Comp: Jan Blyart, die zig daar„ meede in geselschap van den schiemansmaat Jan Henkevoort en drie Hollandsche mat„ troosen bevond, over een zilver zak horologie in onderhandeling getreeden is. — dat de gev: het met gem: Blyact over dien koop eens geworden zynde, edog tot voldoening niet meer, als drie spaanse matten by zig gehad hebbende, den verkooper onder aanbieding van een spaanse mat tot onderpand heefft versogt, om met hem te gaan, ten eynde het nog te kort schietende geld te gaan halen en ontfangen. — dat voorsz: Blyart eerst hierin bewilligd hebben„ de, edog naderhand, zo het schynt van voornee„ mens verandert zynde, den gev: niet verder als tot buyten de deur nagevolgd en terstond daarop te rug gekeerd is, en zig weder by zyne makkers vervoegd heeft.- dat de get: hierop ook weder in het huys getreeden zynde, na eenige woorden wisseling en na hem een wyl tyds met zyn hand op de rug te hebben gestaan, van daar een mes heeft gehaald en met het zelve op het onverwagtst aan den by hem staande schiemansmaat Jan Htenkevoort een geweldige steek in het lyk heeft toegebragt, dewelke by Chirucale schouwing is gebleeken te zyn geweest, een wind aan de regter zyde, vlak onder de derde korte rib groot uijtwendig twee duys„ men en doorgaande door het net digt onder de lever met quetsing van verscheyde bloedvaten van de arteria Aegastrica en diep vyf duymen waar„ door een zeer groote uytstorting van bloed ver„ oorsaakt is in de onderlyfsholte, en dus door den Chirurgyn volstrekt doodelyk is g'oordeeld geworden, gelyk dan ook gem: Schiemansmaat omtrent Thien uuren naar het bekomen deeser wonde is komen te overlyden. - dat de get: wel terstond naar het perpetreeren van dit fyt, zig uijt het huys op de vlugt begeeven heeft, edog kort daarop agterhaald, gevangen genomen en in handen van Justitie is overgeleverd geworden. — Aan nademaal dier gelyke moedwillige moord in een Land alwaar regt en geregtigheid behoorlyk ge handhooft worden geensints kan werden geduld, maar in tegendeel ten spiegel en afschrik van andere soort gelyke boosdoenders behoord te worden gestraft: 2o zo is 't, dat den E agtb: raad van Justitie voorm: ten dage dienende, met alle nadrek geleesen en verwoogen hebbende, den schriftelyken Crimineelen Eysch, door enden van wegens den pro Jnterim Frestaal d' E gadrieL Egter nominie officie op ende Jegens den gev: gedaan en genomen mitsgaders gelet op des ge: vrywillige Confessie, voorts op al het gunt ter materie was dienende, en hun VE E agtb:e konde doen moveeren; Recht doende uyt naam en de van wegens de Hoog Mogende Heeren staaten Generaal der vereenigde neder landen den gev: Louis Hernander heeft gecondemneerd, gelyk hun E E agtb: denselven Condemneeren mits deesen, omme gebragt te worden ter plaatze daar men alhier gewoon is Crimineele sententien t' Executeeren, en aldaar denscher Regter overgeleverd zynde, met de koorde aan de galger gestraft te worden, dat er de dood na volgt, voorts desselfs doode Lichaam, naar het buyten geregt gebragt, om aldaar begra„ ven te worden met Condemnatie van den gev: en alle de kosten en misen van Justitie, en ont„ segging van den verderen of anders gedaanen EEysch en genomene Conclusie van den officier Aldus gedaan en gesententieerd aan Cabo de goede Hoop den 28 July 1787 mits„ gaders gepronuntieerd Jn 't Casteel de goede Hoop den 4 der daaraanvolgende maand Augustus en g'Executeerd ten zelven dagen. - /:was geteekend:/ J. J: Ekenius, J: van Echten, Joh„s Smiets, J: M: Horak, C: G: Maasdorp W: F van Reede van oudehoorne G: H: Meyer, C: Mappa J: C: Gie en H: J: de wet. — /:lager) mij Present /:geteekend:/ R: J: van der Riet gesw: Clercq /: in margine:/ Fiat Executie /:en geteekend:/ J: van de graaff. — Accordeerd. — Van Nerssen sent ƒ: ƒ Compareerde voor den wel Edele agtb: Heeren President en E agtb. Raade van Justitie des Casteels de goede Hoop den pro Jnterim Fiscaal G: Exter r: O: Eysscher in Cas Crimineel ter eenre Contra de soldaaten Jan Roedolph Muller /:bij 's E Comp:s boeken Pieter Cloete: en Levinus de Baar gev: en ged: in voorsz: Caster andere zyde. g . En deede zeggen 2 dat bij de in het hoofde gem: gev: en gedte op den 7 der gepasseerde maand augustus zig naar de r wasen pleats hebbende begeeven 3 om haarl: goed te wasschen 4/ omtrent deese plaats ontmoet hebben een En„ gelsche mattroos 5 dewelke de 1 get: en gedte Landsk Landsman kwam te zyn dat naar zig herkent en over en weer gesprooken te hebben 7 de get: en gedte zyn eenig geworden 8/ met en door hulpe van dien mattroos van hier te zullen deserteeren g ten welken eynde beyde gev: en ged hunne mon¬ teering met baatjes en lange broeken, dierge= lyken den 1 get: en ged„te by zig had hebben verwisseld 10/ terwyl den Engelse mattroos was weggegaan, om naar de geleegendheyd ofte schuyt te zien en haar E. zo dan af te haalen en naar boord te brengen 11/ dog dat den voorsz: mattroos niet wederom genomen zynde 12 aan de gev: en ged=te een langere tyd zig te verbergen te kunnen niet vertrouwden 13 /nog minder naar het schip te zullen zwemmen 14/ tot diens eynde zy eenige blaasen hebben gekogt 15 deselve eyndelyk te raade zyn geworden 16 zig liever zelve by de Justitie te zullen aan en overgeeven 17/ dat zyl: dan ook den vierden dag van hunne absentie gedaan hebben 18 En daarvan het een en ander met meerdere om„ standigheeden uyt de voor Heeren gecommit„ teerdens uyt deesen E agtb: raade gegeevene responsiven en eygene Confessie der get: en ged„e genoegsaam komende te Consteeren gneemt den R: O: Eysscher de vryheyd zig expresselyk daaraan te refepeeren en te bemerken vrte

NL-HaNA_1.04.02_10986_0516 view scan ↗

English

20. that the prisoners and defendants, by abandoning their assigned post and service, have made themselves guilty of willful and intentional desertion. 21. and thus, in accordance with the circumstances, ought to be punished according to the established laws. 22. that certainly here must be considered 23. that which the prisoners and defendants put forward in their defense: 24. that the 1st prisoner and defendant was put in the place of another, and was debited on his account for ƒ200, without having enjoyed anything in return; 25. and the 2nd prisoner and defendant was sought out and vexed in an improper manner by non-commissioned officers; 26. that both prisoners and defendants have never heard the articles of war read aloud, 27. thus did not know the established punishments, 28. which is nevertheless required for the rigorous punishment of military personnel; 29. that both prisoners and defendants, on account of all these circumstances, were all the more easily persuaded by the former's countryman and good acquaintance; 30. and finally that they voluntarily made themselves known and surrendered as deserters, 31. whereby in some measure in their favor could be applied 32. what the High Indian Government enacted under 9 October 1764: namely, that those who, out of repentance for their offense, return to their assigned post, shall have exemption from the ordinary punishment; 34. circumstances which on all occasions merit reflection, 35. yet in the present case shall be of less weight; 36. while it cannot be denied 37. that the prisoners and defendants, with premeditation and intent, resolved to desert; 38. that they persisted in their resolution; 39. and having missed the opportunity, still sought bladders to reach their target by swimming; 40. that the fault of the 1st prisoner and defendant is that, having arrived as a sailor, he became a soldier, to which he could only have transferred voluntarily; 41. and the other ought to have complained to his officers when he was mistreated by non-commissioned officers without reason; 42. that since the reasons of the prisoners and defendants are of so little merit, they should have all the less allowed themselves to proceed to such an offense; 43. just as it is also not to be presumed that, even though the articles of war may not have been read aloud during their time of service, 44. the prisoners and defendants would not sufficiently have heard and known the contents thereof from others; 45. so that for them exemption from the ordinary punishment can all the less take place; 46. because the prisoners and defendants, though turning themselves in as deserters, did not return to their assigned post, and they did not do so out of repentance, but because they had no other recourse left. On which and other grounds and arguments to be further detailed in due time and place (if necessary), the Prosecutor, demanding, concluded that by definitive sentence of your Honors, the prisoners and defendants shall be condemned to be taken to the place where criminal sentences are customary to be executed here, and being there delivered to the executioner, tied to a post, and severely flogged on the bare back; the prisoners and defendants shall furthermore be confined on this island for ten consecutive years, to labor without pay on the public works, being riveted in irons, and thereafter to remain banished from this Colony forever, with forfeiture of wages and bounty, and condemnation in the costs and expenses of justice; or to such other pain and punishment as your Honors shall judge to be appropriate in equity and justice. (was signed) J: Exter. — in the margin: Exhibited 6 September 1787. — Articles drawn up and to the Gentleman Commissioners [illegible]

Dutch transcription

20. dat de gev: en ged„te door verlaating van derselver besche„ dene post en dienst, zig aan moedwillige en opsettelyke deser tie schuldig gemaakt hebben. 21/ en dus ook in Conformiteyt der omstandigheedens naar de gestatueerde wetten zullen behooren gestraft te worden 22 dat zekerlyk alhier zal moeten geconsidereerd worden 23 het geen de gev: en ged„te tot verschooning by brengen /26/ dat den 1 gev: en ged„te voor een andere in de plaats is gesteld, en met ƒ200 op reekening belast geworden, zonder iets daarvoor genooten te hebben 25 / en den 2 gev: en ged„e op een onbetamelyke wyze door onder officieren zal zyn gesogt en gechagrineerd geworden 26/ dat beyde geven ged„e de krygsarticulen nooyd hebbend hooren voorleesen 27/ dus de gestatueerde straffe niet hebben geweeten 28 het geen by de rigoureusen straffe der militeeren eg„ ter vereischt werden. 29 dat de eene en andere gev. en gedte wegens alle deese omstandigheedens door des eersten Landsman en goede kennis dies te ligter moesten overgehaald worden 30 en eyndelyk dat zyl: zig zelve vrywillig als deserteur bekend gemaakt en overgegeeven hebben 31/ waardoor eenigsints in haarl: faveur zoude kun¬ nen g'appliceerd e worden 32 tegen de hoogenr Indiasche regeering onder den 9 oc¬ tober 1764 heeft gestatueerd dat namentlyk de geene, die uyt berouw van hun de lict, zig wederom naar hunne bescheydene post begeeven van de ordinaire straffe vrydom zul„ len hebben„ 36 omstandigheedens dewelke by alle geleegendheeden reflexie meriteeren 35 egter in het tegenwoordige geval van minder ge¬ wigt zyn zullen 36/ terwyl niet kan ontkent werden 31 dat de gev: en gedte met goede voorbedagt en op¬ set zig voorgenomen hebben te zullen deserteeren. 38 / dat zyl: by hunne resolutie zyn blyven persisteeren 39 en de geleegendheyd gemist hebbende, nog blaa¬ sen geoogt hebben, om door swemmen haar doel¬ wit te bereyken 40 dat het defaute van den 7gev: en gedte is, dat hy als mattroos uytgekomen zynde, soldaat is gewor„ den waartoe hy niet anders als vrywillig moet overgegaan zyn. . . „ 41 en de andere zig by zyne officiers had moeten be¬ klagen, wanneer hi van onder officieren zonder reeden kwalyk is behandeld geworden.. 42 dat zo wynig de reeden der ge: en ged„te zyn zyl: dies te minder zig tot een dier gelyke delict had„ de moeten laten overgaan 43 / gelyk dan ook niet te presumeeren is, dat niet tegeestaand Compareerde voor ons onder¬ tegenstaande de krygsarticulen geduurende deselven dienst tyd niet zullen voorgeleesen zyn 44/ de gev: en ged„te den inhoud derselver niet genoegsaam van anderen zullen gehoord en geweeten hebben 45 zo dat by denselven dies te minder vrydom van de ordinaire straffe zal kunnen plaats vinden. 46 /om dat de gev: en ged„te zig wel als deserteurs aan¬ gegeeven, dog niet naar derselver bescheyden post geretourneerd zyn, en zyl: sulx niet uit behouw gedaan hebben, maar wyl zy geen andere uyt¬ vlugt meer hadden. Mits welke en andere reeden en middelen in tyd en wile (:is 't nood :/ nader te reduceeren, den R: O: Eysscher Eysch evende Conclu¬ deerde dat by definitive vonnisse van uwelEdele Agtb: de get: en ged„e zullen worden gecondemneert, omme gebragt te worden ter plaat¬ se alwaar men alhier gewoon is Crimineele sententien ter uytvoer te brengen, en aldaar aen scherpregter overgeleeverd zynde, aan een paal vast gebon¬ den, en op de bloote rug strenge¬ lyk gegeesseld te worden; zullen de get: en ged„e voorts voor tien agtereenvolgende Jaeren ten hebben Eylande geconfineerd wer¬ den, om, in de yzers geklonken zynde, zonder loon aan de gemeene werken te arbyden, en daarna ten Eeuurgen dage uit deese Colonie gebannen te blyven, met verlies van gagie en premie en Condem¬ natie in de kosten en misen van Justitie; ofte tot alsulke andere pene en straffe als uwel Edele agtb: naar billyn„ heyd en regt zullen oordeelen te behoeren. (:was geteekend:/ J: Exter. — /:in margine Exhibitum den 6 september 1787. — Articulen gedaan maken en aan Heeren gecommitteerdens geteekende gecommitt„s uyt uit ƒ ƒ & „ et aant

NL-HaNA_1.04.02_10986_0518 view scan ↗

English

Articles drawn up and delivered to the Honorable Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to examine thereon, at the requisition of the pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, the soldier Jan Rudolph Muller, stationed at this Castle, now a prisoner of the Lord; whose responses to be given shall be properly recorded in the margin of this document. Article 1. The prisoner's name, place of birth, and age. States Jan Rudolph Muller, but known in the books of the Honorable Company under the name of Pieter Cloete of Hanover, aged 26 years, and a soldier here in the Castle. 2. How long the interrogated has been stationed here and on what ship he arrived. States by estimate 5 months, and to have arrived here with the ship Houtlust. 3. Whether the interrogated did not, about eight days ago, go to the washing place with the soldier Larnus de Baer, and to what end. States to wash. 4. Whether they did not do this in the company of a Danish sailor. States yes, with an English sailor, being a countryman of the prisoner. 5. Whether they, having arrived there, did not take off their uniform and exchange it for sailor's clothes. States that because he had the itch, he was not allowed to put on his uniform underclothes; thus he wore sailor's clothes underneath, and only took off a soldier's coat that he merely wore over it. 6. From where they obtained these, and where the uniform remained. States as before, at the washing place by a wall. 7. Whether the interrogated resolved to do this voluntarily, or was persuaded thereto, and by whom. States that his countryman had induced him to it. 8. Whether this was not done by both of them in order to desert to the Danish ship. States no, to the English ship. 9. What reason moved the prisoner to take such a step. States because he had no money, as in Europe he was placed on the ship by his crimp in place of one Pieter Cloete, and that his real name is Johan Rudolph Muller, and that his account is debited with f. 200, of which he never enjoyed a single doit, and now he must pay for everything for his uniform, so that they never have a doit to buy anything for himself to satisfy his hunger, and thus continually must be content with dry bread and water, which life begins to weary him, as he must live like a beggar. Article 10. By what they were prevented from the execution thereof. States because the Englishman did not return, and since he knew no English and the time had already passed to go inside at the roll call, he surrendered himself to the officer on the third day. 11. Whether they did not intend to swim to the ship thereafter with the help of bladders. States to have indeed bought bladders, but would never have wanted to risk his life with them because he cannot swim. 12. Whether it is not known to the prisoner what punishment is established by the articles of war for desertion. States no, no articles of war were ever read to me, and I have never served. 13. Whether the prisoner will not confess to have made himself guilty of this punishment in a willful manner. States yes. 14. With what the prisoner will excuse himself. States to request a merciful punishment in consideration of the above. Thus interrogated and answered at the Cape of Good Hope, the 18th of August 1787, before the Honorable Salomon van Echten and Gerrit Meyer, Councilors from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have properly signed the minute of this along with the prisoner and me, the sworn Clerk. Underneath stood: Which I witness. Was signed: R. J. van der Riet, sworn Clerk. Review. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the soldier Jan Rudolph Muller, who, having had these preceding interrogation articles with the answers given thereto read aloud clearly, distinctly, and verbatim, declared to persist therein, wishing that nothing more shall be added or removed. Underneath stood: Thus reviewed at the Cape of Good Hope on 31 August 1787. Was signed: Jan Rudolph Muller. Lower: In my presence, signed: R. J. van der Riet, sworn Clerk. In the margin: As Commissioners, and signed: S. van Echten and G. H. Meyer. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the soldier Jan Rudolph Muller, who has given such answers to the adjoining question articles as are recorded beside each of them.

Dutch transcription

den E agtb: raad van Justitie uit den E agtb: raade van Justitie„ 't Casteel aangeland te zyn zegt om te wassen deezes gouvernements den sol„ daat Jan Rudolph muller dewelke op de nevenstaande waag articulen sodanige antwoorden gegeeven heeft als besyden een yder dessel¬ ver staan aangeteekend. zegt Ian Rudolph muller dog by 's E Comp:s boeken bekend staande onder den naam van Pieter Cloete van Hanover oud 26 jaaren en soldaat alhier in „ 2 Hoe lang hy get: alhier bescheyden zegt na gissing 5 maanden en met is en met wat schip aangeland. het schip houtlust alhier of zyl: sulx niet gedaan hebben in ge¬ selschap van een deensche mattroos: zegt om dat hy schurft was heeft by of zyl: niet aldaar aangekomen zynde zyn monteerings onderkleederen niet hunne monteering uitgetrocken en mogen aandoen, dus heeft hy mat„ met mattroosen kleederen verwis„ troosen kleederen onder aangehad seld hebben! en een soldaate rok die hy maar overdraeg alleen uijtgetoogen van waar zyl: deeze hebben gekreegen zegt als vooren by de wasch plaats en waar de monteering is gebleeven. by een muur zegt dat zyn landsman hem of hy get: zig vrywillig daartoe heeft daartoe had vervoerd. geresolveerd ofte daartoe is over„ gehaald en door wien! zegt, om dat hy geen geld had, wyl wat reeden hem gev: daartoe heeft ge¬ hy in Europa van zyne slaaf„ moveeerd moveerd om een zodanige stap beas is geplaatst geworden op het schip in plaats van eene Pieter Cloete, en dat zyn regte naam is Johan Rudolph Muller, en dat er op zyn reecq: met ƒ. 200 is belefst, daar hy nimmer een duit van genooten heeft en nu moet hy voor zyne wonteering alles betaalen, zo dat zy nooyd een te doen. of dit door haar bey niet is verrigt geworden, om naar het deensche schip te deserteeren. zegt neem naer het Engelsch schip zegt Ja met een Engelse mattroos zynde een landsman van hem gev: 3 of hy get: niet voor omtrent agt dagen met den soldaat Larnus de baar naar de wasch plaats is gegaan en tot welke eynde. Art: 1. des gev: naam geboorte plaats en ouderdom. des Casteels de goede Hoop overge¬ geeven omme ter requisitie van den pro jnterim Fisscaal d' E gabriel Eyter daarop gehoord te worden den ter deesen Casteele bescheydene soldaat Jen Rudolph muller tens 's Heeren gev: zullende E desselfs te geevene responsiven in margine deser behoorlyk genoteerd geworden. duyt „ „ 4 „ 5 „8 duyt heeft om voor hem iets te koopen, om zyn horger te stillen, en dus geduurig met droogbroot en water moet vergenoegen, welk leeven hem begint te verveelen, wyl hy moet leeven als een bedelaar. - Art: 10 zegt om dat den Engelsman niet weder is door wat zyl: van de executie daarvan zyn gekomen, en vermits hij geen Engels kon afgehouden geworden! en de tijd reeds verstreeken was, om na binnen te gaan by het rolleesen, zo heeft hy zig zelfs aan de dienaar op den derden dag aangegeeven. legt wel blaasen gekogt te hebben, maar of zy daarop niet met hulpe van blaasen daar nimmer zyn leeven meede zoude naar het schip hebben willen swemmen! hebben willen wagen om dat hy niet Zwemmen kan of hem gev: dan niet bekend is, wat straffe„ zegt neen my is nooyd geen krygsarticu„ noor de krygsarticulen op desertie is ge„ len voorgeleesen en ik heb nimmer gediend. — statueerd „13 of hy gev: niet zal bekennen, aan deese straffe zig op een moedwillige wyse te hebben schuldig gemaakt. „14 zegt te versoeken om een genadige straffe waarmeede hij gev: zig zal verschoonen „ 11 1 uyt aanmerking van het voorenstaande Aldus gevraagt en beantwoord aan Cabo de goede hoop den 18 augustus 17187. voor de Heeren Salomon van Echten en Gerrit Meyer Reeden uyt den E: agtb: read van Justitie voormeld, die de minute deeses beneevens den gev: ende my gesw: Clercq meede behoorlik hebben onderteekend. — /:onderstond:/ 'T welk ik getuyge /:was geteekend:/ R: J: van der Riet gesw: Clercq. — Recollement. — Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitteerdens uijt den E agtb: raad van Justitie deeses gou„ vernements den soldaat Jan Rudolph Muller dewelke deese zijne voorstaande vraag articulen met de daarop gegeevenen antwoorden klaar en duydelyk woordelyx voor geleesen weesende verklaarde denby te blyven persisteeren met begeerte dat er niets meer bygevoegt ofte van gedaan werden zal. /:onderstond:/ 0 Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 31 augustus 1787. — /:was geteekend:/ Ian Rudolph, Muller /:lager:/ mij praesent /:geteekend:/ R: J: van der Riet gesw: Cleecq /:in margine:/ als / gecommitteerdens /:en geteekend:/ J: van Echten en G: H: Meyer.- Compareerde voor ons ondergeteekde Articulen gedaan maken gecommitt„s uyt den E agtb: raad van en aan Heeren gecommitteerdens Justitie uyt e d Legt Ja „12

NL-HaNA_1.04.02_10986_0520 view scan ↗

English

Justice of this government. Submitted from the Honorable worshipful Court of Justice of this government in order to be heard, at the requisition of the Fiscal pro interim, the Honorable Gabriel Exter, the soldier Levinus de Baar stationed at this Castle, at the Company's service; his answers to be given shall be duly recorded in the margin hereof. The soldier Levinus de Baar, who has given to the adjacent question articles such answers as are noted beside each of them. Article 1. The prisoner's name, birthplace, and age? States Levinus de Baar, from Haarlem in Flanders, soldier here in the Castle, aged 24 years. 2. How long the witness has been stationed here, and by what ship he arrived? States about one year now, and to have arrived here with the ship Zeeland. 3. Whether the witness did not go about eight days ago with his messmate Pieter Cloete to the washing place to wash some clothes? States yes. 4. Whether the witness and his messmate did not there take off their uniform and exchange it for sailors' clothes? States that he put on the sailors' clothes of his messmate Cloete, who had taken them along to wash them, and that he left the uniform at the washing place. 5. Where they obtained these clothes and where the uniform was taken? States [illegible]. 6. Whether this was not done by them with the intention to desert to the Danish ship lying in these roads? States that, due to drunkenness, he, the prisoner, went along without any intention to desert. 7. Whether the witness undertook this voluntarily, or was persuaded thereto, and by whom? States the Englishman whom the witness met at the washing place, who was a countryman of his messmate Cloete, urged him, the prisoner, to go along. 8. What reason could have moved him, the prisoner, to such a step? States nothing except that Corporal Visser had always told him it was because he was a tailor, and that the Corporal had also slandered him, the prisoner, to Sergeant Scheffer, which was why he always received beatings on parade whether the witness stood straight or not, which vexed the witness. 8½. Why they were then hindered in the execution of their intention? States the Englishman did not return. Article 9. Whether they themselves were not planning, in lack of opportunity, to swim aboard? States yes. 10. Whether they had not provided themselves for that purpose, and in what manner? States with four bladders. 11. Whether he, the prisoner, is not acquainted with the punishment decreed for desertion by the articles of war? States no, because as long as he has been here in the Battalion he has never heard the articles of war read aloud, and had never served before. 12. Whether the witness will not confess to having made himself guilty of this offense in a deliberate manner? States yes, I am guilty. 13. What he, the prisoner, will further put forward in his excuse? States to ask for a merciful punishment. Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop, the 16 August 1787, before the Gentlemen Salomon van Echten and Gerrit Hendrik Meyer, members from the Honorable worshipful Court of Justice aforementioned, who have duly signed the minute hereof together with the prisoner and me, sworn Clerk. Underneath stood: Which I witness, was signed: R: J: van der Riet, sworn Clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable worshipful Court of Justice of this government, the aforementioned soldier Levinus de Baar, who, having these preceding question articles of his read aloud to him word for word, clearly and distinctly, declared to persist therein, wishing that nothing more shall be added or removed, except only that he, the prisoner, did not want to sail to the Danish, but rather to the English ship. Underneath stood: Thus re-examined at Cabo de Goede Hoop, the 31 August 1787. Was signed, and around it written: This cross the prisoner set with his own hand. Lower: In my presence, signed: R: J: van der Riet, sworn Clerk. In the margin: As commissioners, and signed: S: van Echten, G: H: Meyer.

Dutch transcription

Iustitie deeses gouvernements zegt Ja in 't Casteel oud 24 Jaaren in Vlaanderen, soldaat alhier zegt Levinus de Baar van haar zegt nu een Jaar en met het schip Zeeland alhier aangeland te zyn zegt, dat hy de mattroosen kleederen waar zyl: deese kleederen hebben heeft aangedaan van zyn maat gekreegen en de monteering na Cloete die het om te wessen toe gebragt. had meede genomen en de monteering aan de waschplaats gelaaten te hebben zegt door de dronkenschap zoude hy gev: meede gegaan zyn zonder intentie om te deserteeren of hy get: sulx zig vrywillig heeft zegt den Engelsman die hy get: op de wastnplaats ontmoet heeft voorgenomen ofte daartoe is overgehaald en door uien! dat een landsman van zyn maat Cloete was, die heeft hem gev: aangeset om meede te gaan 8 zegt niets als dat de Corporaal wat reeden hem gev: tot een dier„ gelyke stap heeft kunnen moveeren visser hem altoos gesegd had om dat hy een Kleedermaker was, en dat de Corporaal hem gev: by den sergeant scheffer meede had swart gemaakt, waarom hij den altoos op de parade of hy get: regt stond of niet, slagen kreeg dat hem get: Chagrineerde „8½ waardoor zyl: dan in de Executie van zegt den Engels man is niet weder haar voorneemen zyn verhinderd geworden. gekomen. of sulx van hun L: niet is geschied met het voorneemen, om naar het ter deeser reede leggend deens schip te deserteeren. of hy get: en zyn maat aldaar niet haar L: monteering uytgetrokken en met mattroosen kleederen verwisseld hebben. of hy get: niet voor omtrend agt dagen met zyn maat Pieter Sloete naar de wasch plaats is gegaan om eenig goed te wassen. hoe lang hy get: alhier is bescheyden en met wat schip aangeland! Art: 1 des gev: naam geboorte plaats en ouderdom! uit den E agtb: raad van Justitie dee„ ses gouvernements overgegeeven omme ter requisitie van den pro Interim Fiscaal d' E Gabriel Exter gehoord te worden den ten deesen Casteele bescheydene soldaat Levinus de baar ten s's. Heeren ges:, zullende desselfs te geevene responsiven in margine deeser behoorlyk worden bekend gesteld. den soldaat Levinies de Baar, dewelke op de neven¬ staande vraag articulen so„ danige antwoorden gegeeven heeft als besyden een yder derselver staan aangeteekend zegt Ja ƒ „ 4 „ 3 6 „ 1 „3 „ 2 ƒ zegt La zegt met vier blaasen zegt nean want dat hy zo lang hy alhier in het Battaillon is nooyt geen krygs articulen heeft hooren voorleesen en bevoorens nooyd gedient te hebben zegt Ja ik ben schuldig zegt te versoeken om een gena¬ dige straffen. Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 16 augustus 1787. voor de Heeren Salomon, van Echten en Gerrit Hen¬ drik meyer, Leeden uyt den E agtb: raad van Justitie voormeld die de minute deeses benevens den gev: ende my gesw: Clercq meede behoorlyk /:onderstond:/ hebben onderteekend. ƒ 'T welk ik getuijge /: was geteekend:/ R: J: van der Riet gesw: Clercq: — Recollement. Compareerden voor ons ondergeteekde gecommitt„ uit den E agtb: raad van Justitie deeses gou¬ vernements, voorm„t soldaat Lainus de baar dewelke deese zyne voorenstaande vraag ar„ ticulen van woorden tot woorde klaar en dusen delyk voorgeleesen weesende verklaarde daarby te blyven persisteeren met begeerte dat er niefts meer bygevoegt ofte van gedaan werden zal als alleenlyk, dat hy gev: niet naar het diens maar wel naar 't Engelsch schip heeft willen vaaren. — /:onderstond// Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede hoof den 31 augustus 1787. — /:was geteekend:/ /:en daaromme geschreeven of dit kruys heeft de gev: eijgenhandig gesteld: (:lager:) my present /:geteekend:/ R: J: van der Riet gesr: Clercq /: in margine :/ als gecommitteerdens /:en geteekend:/ J: van Echters G: H: Meyer.— E „13 wat hy gev: nog tot zyn verschoo¬ ning zal bybrengen. of hy get: niet zal bekennen zig aan deeze straffe op een moedwillige wijse te hebben schuldig gemaakt. of hem gev: niet de straffe be„ kent is op het deserteeren by de krygParticulen gestatueerd. Art: 9. of zyl: niet zelve vanzints zyn ge„ weest by gebrek van geleegendhyd naar boord te zullen zwemmen! of zyl: ten dien eynde zig niet voor„ sien hadden en hoedanig. „te „ 11: 70 „ 12 „ te

NL-HaNA_1.04.02_10986_0522 view scan ↗

English

Whereas Jan Rudolph Muller of Hanover, aged 26 years, and Levinus de Baar of Laar, aged 24 years, both soldiers of the battalion currently serving at this Castle, have now freely confessed, and it has become evident to the Honorable Court of Justice of this government: That the prisoners, having gone to the washing place on the 7th of August of this year, met a certain English sailor there, whom the first-named immediately recognized as his countryman; that the prisoners, after having exchanged some words with this sailor, agreed to desert from here with his assistance, and to that end took off their uniforms and put on jackets and long trousers instead, while in the meantime the English sailor had left them to look for an opportunity to carry out this plan of theirs and to bring the prisoners on board his ship; that, however, the aforesaid sailor not having returned, the prisoners, not daring to risk hiding any longer or swimming to the English ship, despite having already provided themselves with some bladders for that purpose, finally, after four days of absence, gave themselves up as deserters and were subsequently delivered into the hands of Justice; And whereas such intentional desertion can by no means be tolerated in a country where law and justice are properly maintained, but on the contrary ought to be punished as an example to other ill-disposed subjects; Therefore, the Honorable Court of Justice aforesaid, having carefully read and resumed on the day of the hearing the written criminal claim and conclusion made and taken by and on behalf of the pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, upon and against the prisoners, and having paid attention to all that was relevant to the matter and could move Their Honors, doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the prisoners Jan Rudolph Muller and Levinus de Baar, as Their Honors condemn them by these presents, to be taken to the place where criminal sentences are customarily executed here, and there, being delivered to the executioner, to be tied to a post and severely flogged on the bare back with rods; further to be confined for the period of three consecutive years on Robben Eyland, to labor there without pay on the Honorable Company's public works; and after the expiration of that time to remain banished from these lands and the jurisdiction thereof forever, with the forfeiture of their accrued wages from the day of their desertion, and condemnation in all the costs and expenses of Justice, the Court dismissing the further or otherwise made claim and conclusion of the officer. underneath stood: Thus done and sentenced at Cabo de Goede Hoop on the 22nd day of the month of October, as well as pronounced in the Castle de Goede Hoop on the 27th of the same month, and executed on the same day. was signed: J: I: Rhenius, Joh:s Smuts, I: M: Horak, C: G: Maasdorp, W: F: van Reede van Oudshoorn, G: H: Meyer, C: Mappa, S: C: Sie, H: S: de Wet. lower: in my presence, signed: J: van Aerssen Secretary in the margin: C: S: van Fiat Execution signed: de Graaf. As Secretary C J A van Aerssen Agrees. And did say: 1. that Jan Hendrik Christoffel Smit, burgher of this place, having gone on the 17th of the past month of January to the garden or the dwelling house of the defendant; 2. in order to collect from him such sum of 10 rds. and 7 stivers as he, the defendant, had already been indebted to the said Smit for a long time for the labor wages of a slave boy; 3. aforesaid Smit, upon his arrival at the dwelling of the defendant, finding no one at home at that time except the defendant in this matter, made known to her the reasons for his coming and addressed her for the payment; 4. but that the defendant, instead of stating to him, Smit, in a modest manner that she believed she owed him nothing, or to have so much patience until her husband had come home and been addressed by the said Smit; 5. on the contrary, had immediately answered him, Smit: I owe you nothing; 6. thereafter, upon the statement of him, Smit, that this money nevertheless lawfully belonged to him and that this debt had long been noted down in his book, in substance: I shit in your book, adding: make sure quickly that you get out of my house, immediately showing him the door; 7. that the said Smit, having sought to bring the defendant to reason on this by making known to her that he had not come into her house to await brutalities, but indeed to obtain payment from her husband; 8. this, however, had no other result than that the defendant, instead of coming to any reflection, on the contrary allowed herself to be overcome by her malice to such an extent; 9. that, having answered the said Smit calmly: wait, I will help you; 10. immediately called some of her boys and ordered them to drive the said Smit from her property. Appeared before the Honorable Lord Presidents and Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, the pro interim Fiscal G: Exter, plaintiff in the case of outrageous acts of violence committed against the burgher Hendrik Smit on the one side, and the burgher Johannes Joachim Theron and his wife Alida Mostert, assisted by her aforesaid husband, defendant in the aforesaid case, on the other side.

Dutch transcription

Aangesien Ian Rudolph Muller van Hanover oud 26 Jaaren en Revinus de Baar van Laar oud 24 jaaren, beyde soldaaten van het ten dee„ Ten Casteele dienst doende Battaillen tans 's Heeren gel vrywillig beleeden hebben en het den Ed: Agtb: raade van Justitie deeses gouvernements evident gebleeken is. — Dat de get: zig op den 7 Augustus deeses Jaars begeeven hebbende naar de waschplaats, aldaar ontmoet hebben zekere Engelse mattroos, dewelke den 1 gen: terstond voor zynen landsman herkende: dat de gev: na met deese mattroos eenige woor„ den te hebben gewisseld, het eens zyn geworden om met behulp van denselven van hier te deserteeren, en ten dien eynde hunne aanhebbende monteering uytgetrocken, en in steede van dien baatjes, en lange broeken aangetrocken hebben, terwyl in„ tusschen de Engelse mattroos van hun was afgegaan, om naer eene geleegendheyd te zoeken om dit hun voorneemen uyt te voeren, en de gev: naar Boord van zyn schip te brengen: dat egter voorsz: mattroos niet te rug gekomen zynde de gec: niet durvende wagen om zig langer te ver„ bergen, of naar het Engelsch schip te zwemmen, niet tegenstaande zy zig ten dien eynde reeds van eenige blaasen hadde voorsien, zyn de¬ lyk naar vier dagen afweesigheyd, zig zelven als deserteurs hebben aangegeeven, en zo ver volgens in handen van Justitie zyn overgeleeverd geworden: Aan, nademaal diergelyke opsettelyke desertie in een land alwaar Regt en geregtigheyd behoor¬ lyk worden gehandhaafd, geensints kan werden gedeeld, maar in tegendeel ten voorbeelde van andere kwaadwillige subjcten behoort te werden gestraft Coist, dat den E agtb: raad van Justitie voor„ meld, ten dage dienende met opmerksaamheyd geleesen en geresumeerd hebbende, den schrifte„ lyken Crimineelen Eysch en Conclusie door ende van wegens den pro Interim Fiscaal d' E Gabriel Eeter op ende Tegens de get: gedaan en genomen, mitsgaders gebet op al het gunt ter materie was dienende ende hun E E agtb: kinde doen moveeren Recht doende uyt naam eirde van wegens de Hoog mogende Heeren Staa¬ ten generaal der verlezigde Nederlanden de get: Jan Rudolph Muller en Levinus de Waar heeft gecondemneert, gelyk hun E E agtb„e denselven Condemneeren by deesen omme gebragt te te worden ter plaatse daar men alhier gewoon is Crimineele gewysdens ter uytvoer te brengen, al„ daar den scherpregter overgeleeverd zynde aan een paal gebonden, en met roeden op de bloote rug„ gestrengelyk gegeesseld, voorts voor den tyd van drie agtereenvolgende Jaeren ten Robben Eylande geconfineerd te werden, om aldaar zonder loon aan 's E. Comp: gemeene werken te ar byden, en na expeitie van dien tyd, ten Eeuwagen dage uyt deese Landen en den ressorte van dien gebannen te blyven, met verbeurt verklaaring van hunne te goed hebbende gagie van den dag hunner desectie, en Condemnatie in alle de kosten en misen van Justitie, ontseggende de raad den verderen of anders gedaanen Eysch en genomene Conclusie van den officier. — /:onderstond:/ Aldus gedaan en gesententieerd aan Cabo de goede Hoop den 22 dag der maand october mitsgaders geprinuntieerd In 't Casteel de goede Hoop den 27 derselver maand en g'Executeerd ten zelven dage. — /:was geteekend:/ J: I: Rhenius, Ioh„s Smuts, I: M: Horak, C: G: Maasdorp, W: F: van Reede van Oudshoorn, G: H: Meyer, C: Mappa, S: C: Sie, H: S: de wet. — /:lager:/ my present. - /: geteekend:/ J: van Aerssen Secret„s — /:in margine:/ C: S: van Fiat Executie /:geteekend:/ de Graaf. — A Secrets CJAusterssen Accordeerd. - Ende deede zeggen 1½ dat Jan Hendrik Christoffel Smit burger deezer plaatze zig op den 17 der gepasseerde maand January begeeven hebbende naar de tuyn ofte het woonhuys van den ged=te 2/ ten eynde van denselven te inne zodanige somma van 10 ryfdt, en 7B als hy ged=te al zedert langen tyd over arbeyas loon van een slaven Jonge aan gem: smit was schuldig ge weest 3 voorsz: smit by zyne komst aan de wooning van den ged„e, als toen niemand als de ged„te in deesen te huys gevonden, haar de reedenen van zyne komst te kennen gegeeven, en tot de betaaling aangesprooken heeft ƒ ƒ 4f dan dat de gedagt„te in steede van hem smet op een bescheyden„ wyse te leggen, dat zy vermeende hem niets schuldig te zyn, of wel zo veel gedult te hebben, tot dat haar man te huys gekomen en door gem: smit aangesprooken was 5 Ter Contrarie hem smit terstond te gemoed gevoerd had: ik ben uw niets schuldig 6 daarna nog op het zeggen van hem smit, dat evenwel dit geld hem wettig toequam, en deeze schuld lange op zyn boek aangeteekend gestaan had, in substantie: Ik schijt wat in Jouw boek met byvoeging, maakschie„ lyk, dat gy uyt myn huys komt /: hem terstond de deur aanwysende:/ 7. / dat gem:t smet de gedaagde n hierop hebbende zoeken tot reeden te brengen, door haar e kennen te geeven, dat hy niet om brutaliteyten af te wagten, maar wel om van haaren men betaalinge ter te erlangen in haar huis was gekomen t dit egter van geen ander gevolg geweest is als dat de gedaagd in steede tot eenig nadenken te komen, integendeel zig daa door haare boosaardigheyd in zo verre heeft laaten, vermeesteren 50 dat zy aan gem: smit tranquil geantwoord hebbende: wagt zal uw wel helpen 11/ terstond eenige haarer Jongens geroepen en die gelast heeft gem: Smit van haar plaats te Jagen. Compareerde voor den wel Edelen Agtb: Heeren Praesidenten en E agtb: raade van Justitie des Casteels de goede Hoop den pro Jntexim Fiscaal G: Exter r: O: Eysscher in Cas van verre gaande geweldnaryen gepleegd aan den Burger Hendrik Smit ter eenre, en den Burger Johannes Joachim Theron en desselfs Huys„ vrouw Alida Mostert g'adzi„ steerd door voorm: haar man gedte in voorsz: Cas ter andere zyde

NL-HaNA_1.04.02_10986_0528 view scan ↗

English

12. which slaves then also grabbed him, Smit, quite unconcernedly by the arms and, notwithstanding his resistance, dragged him out of the house and up to the steps of the stoop. 13. while another of those boys, by order of his mistress, violently wrestled the cane out of the hands of the said Smit and threw it under the stoop. 14. at which moment a French soldier 15. who worked in his service in a stone quarry not far from the house of the defendant 16. was called over by order of the defendant 17. came running up with an iron punch or rock drill in his hands. 18. and being explicitly ordered by the defendant to beat the aforesaid Smit away from her house 19. he then also threatened him, Smit, on the yard with the iron he held in his hands, and even struck him in the chest with it. 20. that thereupon two soldiers of the Battalion here, named Matthys Factory and Johan Londes, standing on the stoop of the house of Frans Stapelberg 21. from where one, as it is situated nearby and opposite the garden of the defendant, can clearly perceive everything that happens on the stoop of the defendant 22. had stood, and thus having also seen very distinctly 23. that at the house of the defendant a person was seized by several slaves and dragged down from the steps. 24. decided to go over there 25. in order to investigate what the reasons for this might be. 26. and to rescue the same person, whom they clearly recognized as a European, or at least not a European slave or black person, from their hands, being thus mistreated without reason by those slaves. 27. that the same soldiers, having also arrived at the house of the defendant, immediately attempted to save the aforesaid Smit from the hands of the said slaves and take him with them. 28. and how much they also received from the defendant, who stood by the stoop and gave orders to her slaves, upon the question of how she could allow an old man to be mistreated in such a manner by slaves, in an impertinent attitude, besides several other insults, substantially as an answer: you scabby rascals, what are you doing here. 29. they nevertheless took the aforesaid Smit under the arm and accompanied him towards the Cape. 30. that the defendant himself, having then come home, immediately called for his cane, and uttering several insults, went after the aforesaid Smit and the said soldiers. 31. and notwithstanding that the witness had said in all calmness that he had only come to his house to obtain his old debt of 11 Ryxd.g and 7 schellingen, 32. as well as that the aforesaid soldiers had wanted to make known to him the reasons for their arrival, 33. he, the defendant, nevertheless continuing to curse and rave, said to the aforesaid Smit: "You old rascal, if you come onto my property again, I will beat your arms and legs to pieces." 34. While he, the defendant, having then obtained his heavy cane, saying "I will beat you so that you, saving your presence, are damned," wanted to make use of it against Smit and the aforesaid soldiers. 35. whereupon Sergeant Adam Franke and Corporal Pierre du Gros, 36. who, upon this commotion, had also arrived there at the house of the defendant, 37. told the defendant to be careful and not to beat the soldiers, nor to insult them any further, 38. for if they had committed any molestation or done something wrong, they, the sergeant and corporal, would provide him, the defendant, with satisfaction. 39. While they further went to the defendant and asked her what the soldiers had done and whether they had committed any insolence, they received as an answer from the defendant that, although the soldiers had done no harm, she nevertheless did not want such scabby people on her premises. 40. and that the defendant nonetheless continued with cursing and raving for so long until the aforesaid Smit, who was escorted by both soldiers, had advanced to the edge of his works, or the defendant's so-called territory. 41. where he, the defendant, had still run after the soldiers and had asked them how they dared to presume to come onto his property. 42. to which both soldiers answered: "Sir, you listen to no reason; we thought that man was being murdered on your premises, as we saw that he was surrounded by boys and someone was holding an iron to his chest"; upon which the defendant retorted to them: "Even if he were being murdered, you still had no right to come onto my yard." 43. as your Honors can ascertain in further detail from the report of the said Smit appended hereto and the further attached statements, to the contents of which the Officer, for the sake of brevity, takes the liberty to refer.

Dutch transcription

12/. welke slaven hem smit dan ook vry onbekommert by de armen gegreepen en niet tegenstaande zyne tegenworsteling uyt het huijse en tot aan de Trappen van den stoep getrocken hebben. 13 / terwyl nog eene dier Jongens op ordre van zyn Lyfvrouw de rotting van gem: smit geweldadig uijt zyne handen ge„ dworigen en onder den stoep gesmeeten hebbende. 14 op dat ogenblik een Franse soldaat 15 / die in een klip kuyl, niet verre van het huijs van den ged„te in desselfs dienstvar beyde 16 / ter ordre van de gedaagdte daarbi geroepen was /v1/ met een ysere priem of klippen boor in zyne handen daarop is toegekoomen. 18/ en door de gedaagd„ne uitdrukkelyk gelast zynde om voorsz: Smit van haar Thuys te kloppen 19/ hem smit den ook met zyn in handen hebbend yzer de ki„ werf gedrygd, en zelfs daarmeede op de borst gestooten heeft. 2o dat hierop tween soldaaten van het Battaillon alhier in naamen Matthys factory en Johan Londes op de stoep van het huijs van Frans Stapelberg 21 van waar mens als zynde na byen tegen over de Tuyn van de ged„te geleegen, alhe't geen op de stoep van den ged„e gebeurt duydelyk verkennen/ kan 22 gestaan, en dus ook zeer onderschyden gesien hebbende 23 dat aan het huys van de gedaagd e een persoon door verscheijde slaven aangetast en van de Trappen ge¬ trakken wierd. 24/ beslooten hebben om zig derwaards te begeeven 25/ ten eynde te ondersoeken wat hiervan tog de oorsaa„ ken zyn mogte. 26/ en deselve persoon dien zy zeer wel voor een Europees ten minsten voorgeen Europas slaaf of swarte ver„ kenden, door die slaven zonder reedenen dus danig mishandelt werdende uyt hunne handen te ontzetten 27 dat deselve sol xaaten dan ook aan het huys van den ged:te gekomen zynde, voorsz: smit terstond uyt de handen van meerm: slaven hebben pogen te tedden, en met hun meede te neemen. 28 en hoe zeer zy ook van de gedaagen die by de stoep stond en haare slaven wrare gaf op de vraage hoe zy toe een oud man dusdanig door sleaven konde laaten mishandelen, in eene imperten en te houding behalven verscheyde andere scheldwoorden substantieelyk ten antwooord hadden bekomen souw schurfde rakkers wat doet gy hier 29 voorsz: smit evenwel hebben onder den arm genoomen en hem Caabwaards te beglyven 30 aan dat de ged„te hierop zelf te huys gekomen zynde, ter„ stond om zyn rotting geroepen, en onder het uijtten van verschyde scheldwoorden zig naer voorsz: smit en meerm: soldaat 1 1 soldaaten begeeven heeft 32/ en niet tegenstaande zo wel /met den get„e in bedaartheyd gesegd had, dat hy alleen aan zyn huys gekomen was, om zyn ouder Schuld van 11 Ryxd„g en 7 schellingen te erlangen, 32 als de voorm: soldaaten hem de reedenen van hunne komst hadden willen te kennen geeven B3/ hy ged„te evenwel niet schelden en raasen voort„ vaarende voorsz: smit heeft toegevoegd „ Jouw oude schurk zo gy weer op myn werk komt, zalik je armen en beenen in stukken slaan 34 Terwyl hy ged=te als toen zyn suffisante rotting be„ komen, hebbende onder het zeggen ik zal Je slaan dat Je /: S: V: verdemd werd, daarvan tegens smit en de voorsz: smut soldaaten gebruyk heeft willen maaken. 35 als wanneer de Sergeant Adam Franke en de Corporaals Pierre du gros 36 die op deese beweegingen meede aldaar aan het huijs van den ged„te waaren aangekomen 37 den ged„te hebben aangesegd van voorsigtig te zyn en de zoldaaten niet te slaan nog meer te schelden 38 want dat wanneer zij molest gepleegt of iets gepec„ „reerd hadden, zij sergeant en Corporaal hem ged„te dan satisfactie zoude besorgen 39 / Terwyl zy hem voorts naar de gedte begeeven en haar afgevraagd hebbende, wast de soldaaten gedaan en of zij ook eenige brutaliteeden gepleegd hadden, door de ged ten antwoord hadden bekomen, dat hoewel de soldaaten geen kwaad hadden gedaan zy egter zulk schurfd volk op haar plaats niet hebben wilde 4of den dat de ged„te niet te min met schelden en raaden zo lange heeft gecontinueerd; tot dat voorsz: /met die door beyde soldaaten voor'tgeleyd wierden aan het uitterste van zijn werk of des ged=te so gem: Territoir gevordert waaren. 1 41/alwaar hy gete de soldaaten nog nageloopen en hadden afgevraagd had hoe zij zig tog ^ durven onderstaan en op zyn werk te komen 42 op welke de beyde soldaaten geantwoord hebbende myn heer gy verstaat geen reeden; dien man meenden wy dat op hun plaats vermoord wierd, alsoo wi zagen dat hy door Jongens omsingeld was, en imand hem een yzer op de borst hield dat had den gete hunl: daarop nog te gemoed gevoert, al wierd hy ook vermoord dan vermogt gy nog op mijn werf niet te komen. 43/ gelyk uwE agtb„s het een en ander met meerderen kan Consteeren uyt het deesen geadjungeerd Relaas van meerm: smit en de verdere bygevoede verklaaringen aan welkers inhouden de r: O: Eysscher Korthydshalven de vryheyd neemt zig te refereeren te

← previousnext →