VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10986

Cape · 984 pages · 314 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10986_0717 view scan ↗

English

says Sa had said. says that Job told him such to have done out of old acquaintance says that but such out of says as before Thus questioned and answered at Cape of Good Hope the 5 December 1786 before the Honorable W: F: van Reede van Oudtshoorn and J: M: Bletterman members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who, together with the detainee and me Secretary, also duly signed the minute hereof: lower: which I witness: was signed: C: van Aerssen Secretary Review Appeared before us the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government the abovementioned slave Cesar of Madagascar, who, the foregoing interrogatories and answers having been read to him clearly and plainly word for word, declared to persist therein, with the desire that there Underneath was written: 22 What he will bring forward for his exoneration. whether he detainee will not confess himself to be very guilty and punishable through the fencing and harboring of that runaway 21 20. by what means he detainee knew where the gun was hidden. whether he detainee did not ask Job for his gun, that he should bring the same along cert nothing - d Thus done and reviewed at Cape of Good Hope the 8 December 1786 lower: a cross was inscribed therearound / this mark is made in his own hand by Cesar of Madagascar lower: in my presence signed: C: van Aerssen Secretary: in the margin as commissioners signed: W: F: v: Reede van Oudtshoorn, and J: M: Bletterman. commissioners from the Honorable Court of Justice of this government the slave Brein of Ambon who to the adjoining interrogatories gave such answers as signed Says Brein of Ambon aged by estimate over 50 years says as a free person with the In what capacity he detainee stayed with Mr. van Echten from Batavia the Mr. van Echten, how long he has been here and to have come, and here and there what his detainee's duties have worked a bit in the garden. been. Says No. whether he detainee does not know the bondsman of the appeared Job who said to the widow Eckert by name Job. detainee to his face, that he knew him very well, that he became acquainted with him through Cesar, and since then always was treated by him detainee like a father the detainee persists in the negative Art: 1 His detainee's name birthplace and age given over to the gentleman commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope in order at the requisition of the pro interim Fiscal G: Exter the detainee, the responses to be given by him duly made known in the margin hereof. Appeared before the undersigned Articles drawn up and to be heard thereon the slave Brein of Ambon currently stands beside each of the same, that nothing will be added or taken away Underneath was written: Art: 4 says never to have seen him, how long ago it is that he detainee became except when he was detained, and now acquainted with the same because he does not consort with slaves. and on what occasion. Job persists in his previous statement the detainee also persists says as before Job says that he detainee gave him a knife once more the detainee persists as before says No. whether he detainee also did not know about that, Job says to his face that he knew very well about that that the said Job with some because he had to try to get meat, other boys wanted to steal in order to make sausages. sheep. the detainee persists as before. as before says not to know such whether Job since his desertion Job says to his face that did not stay the most time at Table Mountain. not a day or night passed that he was not near the detainee, who always asked him the reasons when he had stayed away longer than usual the detainee persists as before. whether the same did not often and almost all evenings come to his master's garden and indeed into the house. Whether he detainee then did not tell the same and offer to make sausages. whether said Job was not with him detainee, before he ran away from his master and told him detainee that he would do such Art: 16. e es g Art: 4 says never to have seen Job at all, and thus also not as before as before gave him as before. says not to know such as before. as before whether he detainee did not also warn the same, that a commando went out, and that he should rather stay there. whether he detainee did not hide him in his private chicken coop where he already was for two days during his apprehension. 16 14. whether he detainee did not instruct and admonish the same to take good care, and not to go home, because very much was stolen and all such was put on his account f whether the oft-mentioned Job did not eat in the house himself, and spend several nights there and slept. Whether and from whom in the house Job received yet more and was hidden. whether he detainee on other occasions did not tell Job that he could take vegetables and fruits as much as he saw fit. dit 1i Whether the same Job did not always have his food there and upon his departure was provided by him the prisoner with bread or rusk, rice and tobacco and also with one or another piece of clothing. Art: 17. a .

Dutch transcription

zegt Sa gezegd had. zigt dat Tol hem zulx oude kennis te hebben gedaan zegt Iat doch zulks uit zegt als vooren Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede hoop den 5 december 1786 voor de Heeren W: F: van Reede van Oudthoorn en I:M: Blesterman leden uit den E: Achtb: Raade van Iustitie voorm:e die de minute dezer benevens de gedr:e en mij Secretaris mede behoorlyk hebben, ondertekend: /:lager:/ 't welk ik getuijge /: was getekend:/ C: van Aerssen Secretaris Recollement Compareerde voor ons onder get: gecommit uit den E: achtb: raad van Justitie dezes Gouver nements den bovengem: Slaaf Casar van Mada „gascar dewelke voorenstaande interrogatoria en antwoorden van woord tot woord klaar en duij delijk voorgeleezen zynde verklaarde daarbij te blijven Persisteeren met begeerte dat doar /:Onderstond:/ 22 Wat hij tot zyne verschoning zal bijbrengen. of hy ged: niet zal bekennen zeg door het heelen en verbergen van dien drosser zeer schuldig en straf baar te zijn 21 20. door wat middel hij ga: heeft geweeten, waar het geweer is gebor gen geweest. of hi ged niet Sob om zijn geweer heeft gevraagd, dat 't zelve zoude mede brengen cert niets - d Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 8 decemb: 1786 /:lager:/ een Kruijs sen daaromschreven / dit merk steld eigenhandig Casar van Madagascar /:lager:/ mij praebent /:getekend:/ C: van Merssen Secret: /:in margine als gecommitt /: geteekend:/ W: f: V: Reede van oudtshoorn, en J: M: B letterman. gecommitts uit den E: Achtb: Raade van Iustitie deezes gouvernements den Plaad Brein van Ambon dewelke Op de nevenstaande vroagpoint ten zodanige antwoorden „getekend Zegt Brein van Ambon oud na gissing ruim 50 Iaar zegt als vrijperzoon met den inwat qualiteijd hij ged: zig lij heer van Echten van batavian den heer van Echten heeft opge te zijn gekomen, en hier en daar houden, Poe lang hij hier is en in den tuin eets te hebben wat zijn des ged: verrigting ge gewerkt. weest zijn. Zegt Neen. of hij get: niet den lyffeigen van der compareerde Sob dewelke de ged: in facie zogt, dat hij hem zeer wel wed Ekkert in naame Lob kond, dat hij door Cavar met hem in kend. kenniss is geraakt, en zederd altoos van hem ged: als een vader is behandeld geworden de ged: persisteerd by de negotive art: 1 des ge naam geboorte plaats en ouderdom aan heeren gecommitt: uit den E. achtb: Raade van Iustitie des Casteels de goede Hoop overgege „ven omme ter requiritie van den pro interim Fiscaal 9: Exter 's Heeren ged: zullende deszelvs te gevene responsiven in margine dezer behoorlyk weden bekend gesteld. Compareerde voor de onderget: Articulen gedaan maken en gegeeven heeft als bezijden daarop gehoord te worden den een ieder derzelver staat aan Slaas Brein van Ambon thans niets van of by gedaan worden zal /Onderstond:/ Art: 4 zegt hem nooyt te hebben hoe lang's geleeden is, dat hij ged: met gezien, als toen hy ged:es, en nu denzelven in kennis is geraakt want dat hij zig niet met slooen en bij wat gelegenheid. Ophoud Gol persisteerd by zijn voorige gezegde de ga Persisteerd mede zegt als Vooren Tob zegt dat hy ged hem nog eens een met heeft mede gegeeven de ged. Persisteerd als vooren zegt Neen. of hij ged: niet ook daarvan heeft zob zegt hem infacie dat hij daar zeer wel van geweeten heeft geweeten, dat gem. Job met eenige want dat hij vleesch moest zien andere Iorgens heeft schapen te krijgen, om saucysen te maken willen steelen. do ge: persisteerd als vooren. als Vooren zegt zulks niet te weeten of Iob zederd deszelvs aufagie zig Tob zegt hem in facce dat er niet de meeste tyd aande tafelberg geen dag of nogt voorbij is heeft opgehouden. gedaan dat hij niet onderbij den ged: is geweest, dewelke hem altoos de redentroeg wanneer hij langerdan na gewoonte weg was gesleeven de ged: Pessisteerd als Vooren. af denzelven niet dikarls en bij Kang, alle avonden naar zijns lyfheeren thuijn en wel in't huijs is gekomen. Of hij get: dan niet dezelve gezegd en geofferd heeft worsten te zullen maaken. of gem:e Tob niet bij hem ged: is geweeest, eer hij van zyn hyf heer is Opgedrost en aan hem ged: heeft. gezegd dat hij zulx doen zoude Art: 16. e es g Art: 4 zegt Tob in't geheel nooit te heb ben gezien, en hem dus ook niet als Vooren als Vooren gegeeven heeft als vooren. zegt zulx niet te weeten als Vooren. als Vooren of hij get: denzelven niet meede gewaarschouwt heeft, dat er een commando is uitgegaan, en dat liever moest daar blyven. of hij ged: hem niet in zijn bijzondere hoenderhok heeft verborgen alwaar hy bij deszelvs gevangen neeming reets twee dagen lang geweest is. 16 14. of hij ged: denzelven niet heeft geinstrueerd en vermaand zig wel te wagten, en niet te huis te gaan, om dat zeer veel gestolen en zulx alles op deszelvs rekening wierd gesteld ƒ of meergem: Tob niet zelve in 't huijs heeft gegeeten, en aldaar meerdere nagten doorgebragt en geslapen. Of en van wien in't huijs Iob nog meer heeft ontvangen en verborgen is geworden. of hij ged: bij andere gelegenheden aan Tob niet gezegt. heeft dat greentens en Vrugten kort mede neemen zo veel hem goed dogt. dit 1i Of dezelve Tob niet altoos zin kost aldaar heeft gehad en bij zijn weggaan van hem gev. met brood of beschuit, rijst en Tobak en ook met een en andere stuk Klederen is voorzien geworden. Art: 17. a .

NL-HaNA_1.04.02_10986_0721 view scan ↗

English

says to have done nothing as before. what he can offer in his defense. beneath stood Thus interrogated and answered at Cabo de goede hoop on the 20 November 1786 before the Gentlemen Johannes Marthinus Horak and Andries van Sittert members of the Honorable Council of Justice aforesaid who properly signed the minute hereof along with the defendant and me, the Secretary. To which I testify was signed C: van Aerssen Secretary Re-examination Appeared before us the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government the abovementioned Free Black Brein van Ambon, who, the foregoing interrogatories and answers having been read out to him clearly and distinctly word for word, declared to persist therein, notwithstanding the repeated confrontation with Job and Casar, furthermore desiring that nothing more be added thereto or taken therefrom, except only that he has known Job for 2 years, and to have seen him at the house of Mr. van Echten, though he was then possibly with Philipa beneath stood Thus done and re-examined at Cabo de goe- de hoop on the 8 decemb: 1786 signed a cross and written around it, this mark is made by the own hand of Brein van Ambon lower down present to me signed C: van Aerssen Secretary in the margin Article 17 whether he, the defendant, by his actions will not confess to being guilty, and very worthy of punishment. as. - his k t 3 signed as commissioners: W: F: V: Reede van Oudtshoorn and J: M: Bletterman Whereas Job van Madagascar bondsman of the widow of the late master Jan Hendrik Ekkerd, aged about 50 years, Mozes van Bougier slave of the citizen Jacobus Tesselaar aged about 40 years, Francies van Mosambique belonging to the citizen Simon van Blerk aged about 20 years, Dek van Madagascar bondsman of the citizen adjutant the valiant François de Necker aged about 22 years, Fortuijn van Madagascar slave of the citizen Petrus Johannes Heebner aged about 20 years, Casar van Madagascar belonging to the former Merchant Mr. Johannes van Echten aged about 40 years, and Brein van Ambon freed bondsman aged about 50 years, currently prisoners of the Court, have voluntarily confessed and it has evidently appeared to the Honorable Council of Justice of this government from the documents produced in the trial: that the 1st prisoner Job, more than 2 years ago, joined a certain gang of slaves, among whom were two belonging to Mr. Johannes van Echten named Said and daniel, who on account of their misdeeds pursuant to the sentence of this Council were already executed in the beginning of the year 1785, having gone with the intention of stealing sheep in the garden of the repatriated Honorable Gentleman Adriaan van Schoor, yet had to retreat from there upon the barking of the dogs; that he, the 1st defendant, as he says, out of fear that that this would be discovered, took to flight, having then gone with the fellow slaves Jacob and the 5th prisoner Fortuin to Table Mountain; that thereupon two more slaves of the aforementioned Simon van Blerk, named October and Zephta, likewise joined him, the 1st defendant, and the five of them then went to and around stellenbosch, where the aforementioned Jacob, Fortuin, and Sephta were captured shortly thereafter, whereupon he, the 1st defendant, returned again to Table Mountain with the repeatedly mentioned October; that subsequently the slaves Mentor and Salomon, belonging to the aforementioned van Blerk, and david, slave of one Franke, came to the 1st defendant, and he, the 1st defendant, then decided to go with them and the aforementioned October to Hanglip; that he, the 1st defendant, encountered several other runaway slaves there at Hanglip, and having sustained himself for some time both with shellfish and that which was brought by some of them to their hiding place or abode, betook himself on a certain day with some of that gang, along with a certain slave of one Souw, named Carolus, to the farm of the citizen Jan Otto; that they stole two horses from the stable there, and notwithstanding that they were pursued by the aforementioned Otto accompanied by one wilkens, and the 1st defendant was even struck by a shot with chopped bullets, they nevertheless brought the horses to their abode and ate them; that he, the 1st defendant, however, having become fearful because of that shot to remain there any longer, betook himself along with a he

Dutch transcription

zegt niets te hebben gedaan als vooren. wat hij tot zijn verschooning kan aangeven. /:onderstond:/ Eldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede hoor den 20 November 1786 voor de Heeren Johannes Marthinus Horak en Andries van Sittert leden uijt den E: Achtb: raad van Iustitie voorm: die de minute dezer benevens de ged: en mij Secretaris mede behoorlyk hebben ondertekend /. 'T welk ik getuige /:was getekend:/ C: van Aerssen Secretaris Recollement Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt: uit den E: Achtb: Raad van Iustitie dezes Gouvernement den bovengem.:e Vryzwart Brein van Ambon, dewelke voorenstaande interrogatoria en antwoorden van woord tot woord klaar en duydelyk voorgeleezen zijnde, verklaarde daarby te blyven persisteeren, niet te genstaande de herhaalde confrontatie met Iol en Casar, voorts begeerende dat daar niet meen bij of van gedaan worden zal, als alleen dat hij Job zederd 2 Iaaren kerd, en denzelven te hebben gezien. aan't huys vande heer van Echten, docn dat hij toen mogelyk bij Philipa geweest /:onderstond:/ Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goe„ de hoop den 8 decemb: 1786 /:getekend:/ kruijt en daaromschreven, dit merk stelt eigenhandig Brein van Ambon /:lager:/ mij praesent /:getekend C: van Aerssen Secretaris /:in margine:/ Art: 17 of hy ged: zig door zijn bedryf niet zal schuldig bekennen, en zeer strafwaardig te zijn. als. - zyn k t 3 als gecommitt:s getekend:/ W: F: V: Reede van Oudtshoorn en J: M: Bletterman Elzo Sob van Madagascar lyfeijgen van de wed=we wijlen den mark Jan Hendrik Ekkerd, oud na gissing so Iaaren, Mozes van Bougier sloof van den burger Iacobus Tesselaar oud nagissing 40 Iaren Francies van Mosambique tock horende den burger Simon van Blerk oudena gessoerng 20 Iaaren. Dek van Madagascar lijfeigen vanden burger adjudant den manhaften François de Heiker oud na gissing 22 Iaaren Fortuijn van Madagasaer slaaf van den burger Petrus Iohannas etiebner oud na gissing 20 Iaaren. Casar van Madagasaar toebehoorende den oud Koopman de heer Iohannes van Echten oud na gissing 40 Iaren en Brein van Ambon vrijgegeve lyfeygen oud na gessingn 50 Iaaren thans Heeren gev: vrywellig beleeden ent den E: Achtb: raade van In tz dezes gouvernements uit de ten processe gefoon neerde stukken evident gebleekene. dat den 1 gev: Job voor ruijm 2 Iaaren gele den zig by zeker Complot slaven, waaronder twee van de heer Iohannes van Echten innaamd Said en daniel waren, die ter zake van hun wan bedrijf ingevolge sententie van dezen Raade reeds in den beginne van 't Jaar 1785 zijn ge „executeerd geworden, vervoegd hebbende met intentie om in den tuin van den gerepatrierden E: Achtb: Heere Adriaan van Schoorschapen te steelen, op 't blatsen der houden vandaar egter weder heeft moeten wijken. dat hij 1 ged: / zo hy zegt/ uyt breeze dat dat zulx zoude worden ontdekt zig op de vlugt hebbende begeeven, als toen met de mede slaven Iacob en den 5 gev: Fortuin gegaan is na de tafel berg. dat daarop nog twee slaven vanden voorn: Simon van Blerk in naame October en Zephta zig insgelijk bij hem 't ge: vervoegd hebbende zyl: als toen ten getaale van vijf zijn gegaan naar en omstreex stellenbosch, alwaar voorsz: Iacob Fortuin en Sephta, kert daarop zijn gevangen genoomen, als wanneer hij 1 ged: met meerm: October wederom na de Tafelberg is terug gekeerd. dat vervolgens by den 1 ged: gekomen zynde de Slaven Mentor en Salomon toebehoorende evengem van Blerk en daoid slaaf van eene Franke hij 1 ged: als toen beslooten heeft, om met dezelve en voorsz:e October na de hanglip te gaan. dat hy t ged: aldaar aan de hanglip nog verscheide andere gedroste slaven aangettoffen onzig eenige zijd zo met schelpressen als 't geen door zommige van hun onderzelver Schuythoek of verblyfplaats gebragt wird, erneerd hebbende zig op zekeren dag met eenige van dat Complot beneevens zekeren slaaf van eenen Souw, Carolus genaamd, begeeven, heeft na de plaats van den burger Jan Ottos dat zijl: aldaar uit de paardenstal gestolen hebben, twee paarden, en niet tegenstaande zyl: door voorsz: Otto verzeld van eenen wilkens waren agtervolgd ende 1 ged: nog door een Schoot met gekapte Kogels getroffen was geworden, dezelve paarden egter na hun verblyfplaats gebragt en opgegeeten hebben. dat hy 1 ged: evenwel door dien Schoot bevreesd zijnde gewerden, om aldaar langer te blyven zig benevens Een er

NL-HaNA_1.04.02_10986_0724 view scan ↗

English

together with the aforesaid David, Mentor, and Carolus, separated from the same gang, and after having wandered around elsewhere with these his last-mentioned companions, returned once again to Table Mountain, while the mentioned David, Mentor, and Carolus, after having stayed there a little longer, left him; at which time, besides several other runaway slaves who continuously came and went, the 2nd, 3rd, and 4th prisoners Mozes, Francies, and Zek, together with the slaves Pedro of the aforesaid van Blerk, and April of the dragoon Veldbron, also joined him, the 1st prisoner. That this gang thereafter constantly stayed on Table Mountain, and the 1st prisoner mostly in the garden of the abovementioned Mr. van Echten, where he was mainly provided with food and clothing by the 6th prisoner and J. van Mond; who furthermore also repeatedly, and mostly in a chicken coop next to the house of the said Mr. van Echten, hid him, the 1st prisoner, and advised him against returning to his mistress whenever it came into his mind, by making him, the 1st prisoner, believe that everything that was stolen from time to time was placed to the account of him, the 1st prisoner, and that he ran a very high risk of being hanged or broken on the wheel; while he, the 1st prisoner, in the meantime, having gone back and forth to his gang that stayed on Table Mountain by day and roamed around at night to look for food in the gardens around Rondebosch and Roodebloem, had nevertheless never been able to obtain as much food from the mentioned garden as would have been sufficient for them all. That therefore the aforesaid Pedro and April, having driven a cow belonging to the burgher Willem Versfeld from the so-called Platteklip to the mountain, the same was slaughtered by the 1st prisoner and subsequently consumed with the remaining 2nd, 3rd, and 4th prisoners. That hereafter the 1st prisoner, also with the help of the 3rd and 4th prisoners Francis and Zek, stole a bull from the valiant Servaas van Breda, and transported it to their hiding place for their sustenance. That furthermore the 3rd prisoner Francis, together with the aforesaid Pedro, stole three sheep from the mentioned van Blerk and likewise three sheep from the former burgher councilor Mr. Jacobus van Reenen, and brought them, together with various vegetables and garden fruits, to the gang. That the 5th prisoner, who formerly belonged to the mistress of the 1st prisoner and was therefore always acquainted with him, the 1st prisoner, received him, the 1st prisoner, repeatedly at night in his master's garden and provided him with food. That he, the 5th prisoner, subsequently having once told the first two prisoners Sob and Mozes that two bags of flour were standing in the front room of his master's house, the first four prisoners then deliberated with one another to also fetch that flour out of the house of the mentioned Hiebner; for which purpose the 4 first prisoners, according to the agreement made, went into the garden of the aforesaid Hiebner on the night between the 8th and 9th of August last; at which time the 3rd and 4th prisoners remained at the gate of the garden and the 1st and 2nd prisoners, having gone to the house, returned again after having spoken for a moment with the 5th prisoner, to tell the 3rd and 4th prisoners who had stayed behind that they now saw a chance to get into the room, whereupon those 4 first prisoners then also jointly went to the house by the front room window of the same Hiebner and, having found the wooden shutter open or only pushed ajar according to their statement, pulled the same open and then pushed up the sash window, while thereafter the 1st and 2nd prisoners Sob and Mozes climbed inside, the 5th prisoner Fortuyn in the meantime, after he had given the necessary directions, having gone to the back to see whether the other slaves of his master were all properly at rest. That after the 1st and 2nd prisoners had gotten the two bags of flour out of the room with the help of the 3rd and 4th prisoners, the 1st prisoner Sob then forced open the desk standing in that room with a garden hook and, besides some silverware, also took out the silver as well as paper money found therein; after which they also took several other goods that were in that room, of which the prisoners have specified nothing; however, the following day the aforesaid Hiebner was found to be missing from his desk: Fifty Rixdollars in paper currency, twenty-six Rixdollars in guilder pieces, thirty Rixdollars in old silver money, A double silver cross bracket with six small ducatoons, Nine silver spoons, A ditto sugar box, A ditto cooler with four spoons and five forks; while from the room where the same desk stood, two bags of flour and a brass tea chest, and from the back room where the laundry used to be kept, A blue handkerchief, An empty canvas bag, A woman's skirt, A tablecloth, A man's shirt, Two women's nightcaps, and A canvas bag also went missing that night; which stolen goods were conveyed by the prisoners that same night to their hiding place, but by the aforesaid lieutenant

Dutch transcription

beneevens voorm: David, Mentor, en Carolus, van het zelve Complot heeft afgezonderd, en na met deze zyne laatste gem:e makkers elders rond gezworden te hebben wederom na den tafelberg is terug gekeerd, terwijl gem david, Mentor en Carolus na zig aldaar nog een weinig te hebben opgehouden, van hem zijn afgegaan zijnde als toen behalven verscheide andere drossen de slaven, die altoos af en toe zijn gegaan, ook nog de 2„ 3 en 41 gev: Mozes Francies en Zek beneevens de Sladen Pedro, van voornoemde van Blerk, en april van den dragonder Veldbron, bij hem 1 ge: gekoomen. dat dit Complot zig zedert altoos aande tafel „berg opgehouden heeft, en den ged: meesterdeels inden tuin van bovengem Heer van Echten alwaar higj wel voornamentlyk door den 6 gee: en J van mond behoeftens en klederen is voorzien geworden dewelke hem 1 ged: daarenboven, ook nog telkens en wel meestertyds in een hoenderhok naast 't huis van Dik gem:e heer van Echten verborgen en het te rug keeren, na zijne lyfvrouw, wanneer hem zulx in 't zin kwam, afgeraden hebben, met hem t ge: diets te maken, dat al 't geen er van tijd tot tijd gestoolen wierd, op zijn 1 ged: rekening gesteld wordende hij de veel ligt gevoorliep, om gehangen of gelede braakt te worden, tewijl hij 1 gev:s intusschen na zijn Complot dat zig overdag aanden tafelberg ophield en des nagt om eeten te zoeken, in detuijnen omstreept rondbosje ende roodebloem rond zwierf, af entoe gegaan Zijnde, echter nooijt zo veel eeten als voor hun allen genoegzaam was geweest, uit gem: tuijn had kunnen Op doen dat dierhalven voorsz: Pedro en april een een Koebeest vanden burger Willem Versfeld vande zogenaamde platte klip na den berg gedreven hebbende, hetzelve door den 1 ged: geslagt en ver „volgens met de overigd 23 en 4d meerd is— ged: gecondir„ dat hierna det ged: ook nog met behulp van den Den 4 ged Ftrancis en Dek van den manhafte Servaas van Breda een bul gestoolen, en tot hun onderhoud na hun schuyltoek vervoerd heeft. dat voorts de 3 get. Francis beneevens voorsz Pidro bij merin: van Blerk drie en bij den oud burgerraad de heer Iacobus van Reenen, insgelijks drie schapen gestoolen, en die benevens diverse groentens en tuinvrugten, bij 't Complot gebragt heeft. dat den 5 ged: die wel eer toebehoord heeft aan de lijfvrouw van den 1 ged. en dus altoos met hem 1 ga in Kennis geweest is, hem t gev dikaterf des nacht in zijns lyfheeren tuin ontvangen, en aan eeten voorzien heeft dat hij E ga: vervolgens eens aan de twee Eerste ged Sob en Mozes gezegt hebbende dat in de voorkamer van't huis van zynen lyfheer twee zakken met meel stonden, de vier eerste ged: met malkanderen als toen hebben overlegt, omdat meed van uit het huis„ van gerepte Siebner nog te haalen ten welken einde zij 4 eerste ged dan nagenomen afspraak zig in den nagt tusschen den 8en 9 August laatstl„ inden tuin van voorsz: Hiebner hebben begeeven; als wanneer den 3 en 4 gu bij 't heb vanden tuin gebleven ende d' Eerste ge: na 't huijs gegaan zijnde, na met den 5 ge: een oogenblik gesproken te hebben, we„ derom zijn terug gekeerd om den agteruit geblevene 3 en 4 ged: te zeggen dat men nu Kans zag omin de kamer te komen, gelijk die 4 eerste ged: zig toen ook gezamentlyk naar 't huijs by 't voorkamer„ vengster van denzelven Heebuer begeeven en / volgens hun zeggen/ het houte vengster open, af slegts eeven aangestoote gevonden hebbende hetzelve opengetrokken en als toen het schuijfraam opge„ schoven hebben, terwyl daarna de 1' en 2e Ged Sob en Mozes zijn na binnen geklommen, zijnde det ged: Fortnen middelerwijl na dat hij de nodige aanwijzing het 121 a o die aanwyzing gedaan had na agteren gegaan omte zien, of de andere slaven van zynen lyfheer wel alle in behoorlijke rust waren. dat nadat det en 2 ged: de twee zakken met meel door behulp van den 3: en 4 ged: hadden uit de kamer gekregen, de 1 gu Zob als toen met een tuiennaak de en die kamer staande bureau opengebroken, en uit dezelve behalven eenig zilverwerk ook nog het daarin zeg be vindende zo zilver als Papiere geld gehaald heeft; waarna zij nog verscheide andere goederen dewelke zig in die kamer bevonden, en waarvan de ged: niets specificq hebben op gegeven weggenomen hebben zijnde echter des anderendaags boklends door voorsz: Hiebrier uit zijn bureuu vermist Vijftig Ryxds aan papiere munt, zes en twintig reid aan gulden stukken dertig rijxd aanond zilver geld Een dubbelde zilvere Krix beugel met zes pat stukjes Negen zilver Lepels Een do Zuyker Trommel Een d Koelbakje met vier Lepels en vijf vorken terwijl uijt de Kamer daar dezelve bureaustond twee nut den meel en een koper Theekisje, en uijt de agterkamer daar het waschgoed pleeg geborgen te worden Een blaauwe neusdoek Een ledige zeijldoekse zak Een vrouwe Rok Een Tafel laken Een manshembd Twee Vrouwe nagtsmutzen en Een Zeyldoekse zak die nagt mede zijn absent geraakt welke geroofde goederen door de ged: dienzelvden nagt na hun schuijlplaats zijn overgebragt, edog door den mansz: luytenant

NL-HaNA_1.04.02_10986_0727 view scan ↗

English

Lieutenant Pieter van Breda and the burgher Willem Versveld found a large part the next day when they pursued the defendants, and returned it to the aforementioned Hiebner. That meanwhile the first prisoner Fortuin, having pretended to his master that he wanted to seek out Tob and his gang and deliver them into the hands of his said master, then left home, joined the gang of Tob, and roamed around with it, while he, after having stayed with the said gang for a month and having stolen fruits and vegetables from the gardens here and there, returned again to his master, pretending that he had been bound by Tob and his companions and had been detained during that time. That the first 4 defendants, shortly before they were taken prisoner, together with the aforesaid Pedro and April, wanting to go to Hanglip again, became separated from one another, whereupon the 1st and 3rd defendants returned again to Table Mountain and the 2nd and 4th defendants were apprehended, just as the defendant, after many fruitlessly attempted efforts, was finally by chance surprised in the abovementioned chicken coop next to the house of the frequently named Mr. van Echten, and after having been hit in his legs with a shot, was likewise taken prisoner and, as well as his accomplices, was delivered into the hands of Justice. Now, whereas such willful desertion and theft in a land where law and justice are properly maintained can in no way be tolerated, but as a deterrent as a deterrent to other such evildoers ought to be punished with the utmost rigor. So it is that the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, serving on this day, having read and considered with all attention the written criminal demand and conclusion made and taken by the Pro interim Fiscal the Honorable Gabriel Exter officially on and against the defendants, and having taken into account everything that pertained to the matter and could move Their Honorable Worships, administering Justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, have condemned the defendants, as Their Honorable Worships condemn the same hereby, to be taken to the place where criminal sentences are customarily executed here, there the 1st, 2nd, 3rd, 4th, and 5th defendants to be delivered to the executioner, and the 1st defendant to be exposed under the gallows with a rope around his neck, further the 1st, 2nd, 3rd, 4th, and 5th defendants to be tied to a post, severely scourged with rods on the bare back, and thereupon the 1st and 2nd defendants being branded, the 1st prisoner for the term of his life and the 2nd defendant for the term of 5 consecutive years, being riveted in chains, to be confined on Robben Island, to work there without wages on the Honorable Company's public works; further the 3rd, 4th, and 5th defendants, for the term of three consecutive years, being riveted in chains, to be sent home in that manner to their masters; further the defendant, after having witnessed the aforementioned execution, having been booted by the Caffers, to be sent home to his master; and the seventh defendant, after having also witnessed the execution, to be banished from here to the Indies; with condemnation of all the defendants in the costs and expenses of Justice, and dismissal of the further or otherwise made demand and taken conclusion of that Officer. Underneath stood: Thus done and sentenced at Cabo de Goede Hoop on 18 December 1786, and pronounced in the Castle of Good Hope on the 23rd of the same month, and executed on the same day. Signed: S: V: Echten, Joh:s Smits, J: M: Horak, W. J. V: Rede van Oudtshoorn, J: M: Dletterman, C: S: Neethling, C: G: Moosdorp, C: Matthiessen, G: H: Weijer, P: De wet. Lower: In my presence, signed: C: van Aerssen, Secretary. In the margin: fiat Execution, signed: C: H: van de Graaff. Agreed: Clerk J. van Aerssen. E E 8 3 9 defendant so p exposed f there execution the execution on Officer O pronounced signed clever Secretary home the d 0 Thursday 11 January 1787. In the forenoon, present the Honorable Worshipful Mr. Pieter Hacker, outgoing president, and all the Members, except the Honorable Worshipful Mr. Johannes Jzaak Rhenius, incoming president, and Mr. van Reede van Oudtshoorn, the former on business and the latter due to indisposition. The Honorable Gabriel Exter, acting pro interim in the Fiscal's office here, produced in Council a specific list of servants of the Honorable Company who, during the past year, have willfully left their service and have deserted; with the request that the same deserted persons, in accordance with the circular orders of the High Indian Government, may be summoned peremptorily in person by edictal citation to appear before this Council within a certain determined time; upon pain that in case of non-appearance, proceedings will be taken against them in contumaciam. Thus it has been approved to cause the aforesaid fugitive persons to be summoned and cited by the public ringing of bells to appear peremptorily in person within the time of the next four weeks before this Council, or the Gentlemen Commissioners from the same, in order to then come and purge themselves concerning the frequently mentioned willful desertion and abandonment of service, upon the penalty as is enacted in the aforesaid orders. Underneath stood: At Cabo de Goede Hoop, day and year as above. Lower: In my presence, was signed: C: van Aerssen, Secretary. Without

Dutch transcription

luytenant Pieter van Breda, en den burger Willem versveld des anderendaags wanneer zijd: de ged: agter volgd hebben, voor een groot gedeelte gevonden en aan gem: Hiebner zijn terug gegeeven. Dat intusschen de E gev: Fortuin aan zijnen lijfheer voorgegeeven hebbende, dat hij Tob enzijn Complot opzoeken, en in handen van gem: zijnen lijfheer overleveren wilde zig als toen van huijs begeeven, bij 't Complot van zab vervoegden met hetzelve rond gezworden heeft, terwyl hij voorts na een maand lang bij 't zelve Complot gebleeven te zijn, mitsg hier en daar uit de binnen vrugtens en groentens gestoolen te hebben, wederom na zyne lijfheer is terug gekeerd, voorwondende dat hij door Tob en zijne makkers zoude zijn gevleugeld en aldien tyd opgehouden geworden. Dat de 4 eerste ged: kort voordat zij zijn gevangen genoomen, beneevens voorsz Pedio„ en April alwederom na de hanglip hebbende willen gaan, daarop ende drijnen van elkanderen zijn geraakt terwijl vervolgens de 1 en 3 ged: weder na de tafelberg terug gekeerd ende 2 B en 4 ga: geapprehen„ „deert zijn, gelyk mede de ga: na veele vrugt „loos aangewende Dogingen, egter eindelijk op een toevallige wijze in't bovengem: hoendertrok naast het huijs van meerm: heere van Echten verrast, en na met een schoot in zijne beeren getroffen te zijn; insgelyks gevangen genoomen enze wel als zijne Complices, inhanden van Iustitie is overgeleverd geworden. dan nademaal diergelijke moedwillige aufigie en diefte in een land waar recht en gerechteheid behoorlijk word gehandhaafd geenziis kan worden gedulte maarten afschrik afschrik van andere diergelijke boosdoenders ten rigon rensten behoord te worden gepunceert Zoo is 't dat den E: achtb: raad van Iustitie voorn„ ten dage dienende met alle opmerkzaamken geleezen en overwogen hebbende den schriftelijken Crimineelen Eijsch ende conclusie door den Pro interim Pircaal d E: Gabriel Egter nomine off icie op ende jeegens de ga gedaan ende genoomen, mitsg gelet op al 's gunt ter materie dienende was en hun E: E: Achtb: konde doen moveeren Recht doende uijt naam ende van wegens de Hoogmogende Heeren Staaten gene „raal der VerEenigde Nederlanden de gu hebben ge„ „condemneert, gelijk hun EE: achtb: dezelve rondem „neeren mitsdezen, omme gebragt te worden ter plaatze waarmen alhier gewoon is Crimineele Sententien te Executeeren aldaar den 123, 4 en 5 ge: aan den Scherprechter overgeleverd en den 1 gen: met een strop omdenhals onder de galg te pronk gesteld, voorts de 1234, en 5 gus aan een paal gebonden, met roeden op de bloote ruggestrengelijk gegeesseld en daarop den 1 en 2 ged: gebrandmerk te zijnde, det gev voor den tyd zyn levens ende D ged: voor den tyd van 5 agter een volgende Iaaren, inde ketting geklon „ken zijnde ten rolben Eijlande geconfineerd te worden, omme aldaar zonder loon aan 's E: Comp: gemeene werken te arbeiden, wijders den 3, 4 en 5 gu: voor den tijd van drie agtereenvolgende Jaren inde ketting geklonken zijnde zodanig aan hunne lijfheeren te huijs gezondente worden wijders den ged: na de voornoemde executie te hebben aanschouwd door de Cassers gelaarst zijnde aanzij nen lijfheer te huijs gezonden, onderzevenden gel: namede de Exe. cutie aanschouwd te hebben van hier na Indian verhonden te worden met Con demnatie van alle de gae inde kosten en misen van Justitie en ontzegging van den verderen of anders gedanen eisch en genomene Conclusie van dien Officier /onderstond: Aldus gedaan en gesintentieerd aan Cabo de goede hoop den 18 december 1786 mitsg:s gepron„ „muntieerd in't Casteel de goede Noop den 23 derzelven 1 maand en geExecuteerd den zelve dage /:getekend:/ S: V: Echter Joh:s Smits J: M: Horak, W. J. V: Rede van Oudthoorn J: M: Dletterman, C: S: Neethaug C: g: Moosdorp, C: Matthiessen g: h: Weijer P: Dewet /:lagjer:/ mij present /:getekend:/ C: van Aerssen Secret:s /in margine etiat Execatie /: getekend:/ C:h: van de Graaff accordeerd Teerck J Van Herssen E E 8 3 9 gen zo p eld ƒ aldaar cutie de Ex. on ivier O gepron etokend klug oret. huijs den d 0 Donderdag den 11 Januarij 1787. 's voordemiddags present de E Achtb: Heere Pieter Hacker afgaande president en alle de Leeden, demp„ „to den E Achtbaren Heere Johannes Jzaak Rhenius aankomende president en den Heere van Reede van oudtshoorn, de eerstgem: bij occupatie en de laastgem bij indispositie Wierd door den fiscaals-ampt alhier prointe„ „rim waarneemende E gabriel Exter in raade gepro„ „duceert een specificque lijst van 'sE Comp„s dienaaren dewelke geduurende 't afgeweeken Jaar hunnen dienst moedwillig verlaaten hebben, en geausugeerd zijn; met verzoek dat dezelve geaufugeerde persoonen, ingevolge de circulaire ordres van de hooge Jndiasche regeering bij e„ „dictale citatie peremptoir in perzoon mogten worden in „gedaagd, om binnen zeekeren bepaalden tijd voor deesen Raade te Compareeren; op paene dat bij non comparitie in contimuciam teegens dezelven zal worden geprocedeert, zoo is goedgevonden de voorsz: vlugtige persoonen bij openbaare klokken geslag. te doen dagvaarden en indaa„ „gen, omme binnen den tijd van de eerstkomende vier weeken peremptoir in persoon voor deesen Raade, dan wel Heeren Gecommitt„s uijt denzelven te verschijnen, omme hun als dan weegens meerm: moedwillige desertie en dienstverlaating te koomen purgeeren, op poene als bij de voorsz: ordres gestatueerd is. — /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et anno Utsupra /:laager:/ Mij Present /:was geteekend/ C: van Aerssen Secrets: Sonder

NL-HaNA_1.04.02_10986_0737 view scan ↗

English

Thursday the 11th of January 1787. In the forenoon, present the Honorable Pieter Hacker, outgoing President, and all the Members, except the Honorable Johannes Izaak Rhenius, incoming President, and Mr. van Reede van Oudtshoorn, the former by reason of business and the latter by indisposition. There was produced in Council by the Honorable Gabriel Exter, acting pro interim in the Fiscal's office here, a specific list of the Honorable Company's servants who during the past year have willfully deserted their service and absconded; with the request that the said absconded persons, in accordance with the circular orders of the High Indian Government, may be peremptorily summoned in person by edictal citation to appear before this Council within a certain appointed time, on pain that upon non-appearance proceedings will be taken against them in contumacy. Whereupon it was resolved to have the aforesaid fugitive persons summoned and cited by the public ringing of the bells, to appear peremptorily in person before this Council, or the Commissioners from the same, within the time of the next four weeks, in order then to purge themselves of the frequently mentioned willful desertion and abandonment of service, on pain of the penalty established by the aforesaid orders. Below stood: At the Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence, was signed: C. van Aerssen, Secretary. Thursday the 18th of January 1787. In the forenoon, extraordinary meeting, present. Were tabled the circulated documents and muniments having served in the case initiated by the pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, by virtue of his office, against the burgher fire warden, Sr. Christiaan Paulsen; so the Council, having attentively read and reviewed the documents exhibited in court by both parties, as well as having considered everything that was pertinent to the matter and could move Their Honors, doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has dismissed the claim made and conclusion taken by the plaintiff by virtue of his office against the defendant; furthermore, having taken into consideration the indecent expressions used in this trial against the officer by the attorney Jacobus van Leeuwen, who acted therein for the defendant, consequently condemns the said Jacobus van Leeuwen to all the costs incurred in this lawsuit. After which there also came to the table the circulated documents and muniments having served in the case initiated by virtue of his office by the Landdrost of Swellendam, Mr. Constant van Nult Onkruijd, against the burgher Fredrik Hendrik Conradi, together with his wife Elizabeth Rossouw; so the Council, doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has ordered that the slave woman in question with her child shall be sold judicially by public auction, for the benefit of the defendants, under this condition, that they shall never or ever be permitted to come under the power of either the plaintiff by virtue of his office or of the defendants or of anyone of their kin; furthermore, with respect to the accusation in the case of adultery, considering the proofs are not complete, the Council absolves the defendant from that action; leaving furthermore reserved separately the action of injury intended by the plaintiff by virtue of his office by way of accumulation against the defendants; and for reasons moving the Council thereto, each of the parties shall bear privately the costs incurred by them in this lawsuit, except those which pertain to the action instituted by the plaintiff by virtue of his office in the case of mistreatment of the slave woman, and for which the defendants alone are hereby condemned. Below stood: At the Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence, was signed: C. van Aerssen, Secretary. Thursday the 25th of January 1787. In the forenoon, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, incoming President, and all the Members, except the Honorable Pieter Hacker, outgoing President, and Mr. van Oudtshoorn, both by indisposition. The Secretary of this Council, Cornelis van Aerssen, in his official capacity, against the pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter. The Council, having attentively read and reviewed the documents and muniments exhibited in court by both parties, as well as having taken into consideration everything that was pertinent to the matter and could move Their Honors, doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, dismisses the claim made and conclusion taken by the plaintiff by virtue of his office against the defendant; furthermore, having taken into consideration the indecent expressions used in this trial against the officer by the attorney Jacobus van Leeuwen, who acted therein for the defendant, consequently condemns the said Jacobus van Leeuwen to all the costs incurred in this lawsuit. Below stood: Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope, the 18th of January 1787, and pronounced the 25th of the same month. Lower: In my presence, was signed: C. van Aerssen, Secretary. The same day. After which, by the sworn clerk of this Council, Sr. Rijno Johannes van der Riet, acting on the one side, and the burgher fire warden, Sr. Christiaan Paulsen, on the other side, the former having acted ex officio as plaintiff and the latter as defendant, it was requested in this matter to hear sentence pronounced upon their documents and muniments produced mutually in Council.

Dutch transcription

Donderdag den 11 Januarij 1787. 's voordemiddags present de E Achtb: Heere Pieter Hacker afgaande president en alle de Leeden, demp„ „to den E Achtbaren Heere Johannes Jzaak Rhenius aankomende president en den Heere van Reede van oudtshoorn, de eerstgem: bij occupatie en de laastgem bij indispositie Wierd door den fiscaals=ampt alhier prointe„ „rim waarneemende E gabriel Exter in raade gepro„ „duceert een specificque lijst van 'sE Comp„s dienaaren dewelke geduurende 't afgeweeken Jaar hunnen dienst moedwillig verlaaten hebben, en geausugeerd zijn; met verzoek dat dezelve geaufugeerde persoonen, ingevolge de circulaire ordres van de hooge Jndiasche regeering bij e„ „dictale citatie peremptoir in perzoon mogten worden in„ „gedaagd, om binnen zeekeren bepaalden tijd voor deesen Raade te Compareeren; op pane dat bij won comparitie in continuciam teegens dezelven zal worden geprocedeert, zoo is goedgevonden de voorsz: vlugtige persoonen bij openbaare klokken geslag. te doen dagvaarden en indaa„ „gen, omme binnen den tijd van de eerstkomende vier weeken peremptoir in persoon voor deesen Raade, dan wel Heeren Gecommitt„s uijt denzelven te verschijnen, omme hun als dan weegens meerm: moedwillige desertie en dienstverlaating te koomen purgeeren, op poene als bij de voorsz: ordres gestatueerd is. — /:onderstond::/ Aan Cabo de Goede Hoop die et anno Utsupra /:laager:/ Mij Present /:was geteekend C: van Aerssen Secrets: Sonder Donderdag den 18 Januarij 1787: I. voorde middags Extra ordinaire vergadering pre„ „sent. Wierden ter tafel gebracht de rondgeleesene stukken en munimenten gedient hebbende in de zaak van den prointerim fiscaal d' E gabriel Exter ratione Officie op ende jeegens den burger brandmeester S„r Christiaan Paulsen geentameerd zo heeft de Raad aandachte„ „lijk geleesen en geresumeerd hebbende de door Parthijen weederzeijdsch in Judicio geexhibeerde stukken mitsgd„s gelet op al het gunt ter materie was dienende en hun EE achtb:s konde doen moveeren Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoog Moogende Heeren Staaten Generaal der verenigde Ne„ „derlanden den ratione officio Eijsscher zijnen op ende Jeegens den gedaagden gedaanen Eysch en genoo„ „mene conclusie ontzegt; voorts in aanmerking ge„ „noomen hebbende de indecente uijtdrukingen in dit proces door den daar in voor den ged: geageerd hebbende Procureur Jacobus van Leeuwen Jeegens den officier gebeesigd, condemneert mitsdien gem: Jacobus van Leeuwen in alle de kosten ten deesen processe gevallen. Waar na meede ter tafel gekoomen zynde de rondgeleezene stukken en munimenten gedient hebbende in de zaake van den Landdrost van Zwellendam, de Heer constant van Nult onkruijd op ende Jegens den burger Fredrik Hendrik Conradi beneevens deszelfs huisvrouw Elizabeth Rossouw R: O: genta„ „meerd; zo heeft de Raad Recht doende uit naam ende ende van weegens de Hoog Moogende Heeren staaten Generaal der vereenigde Nederlanden geordonneert dat de slavin in questi met haar kind per publicque vendutie gerechtelijk zal worden verkocht, ten voordeele van de ged„e onder deeze conditie dat zij nooijt of nimmer onder de magt zo van den E: O: Eisscher als van de ged„e ofte iemand van de hunnen zullen vermoogen te koomen; wijders ten belange van de be„ „schuldiging in cas van overspel gemerkt te bewijzen niet volledig zijn; absolveert de raad den ged: van die actie: Laa„ „tende voorts de door den R: O: Eisscher bij weege van Ac„ „cumulatie op ende Jeegens de ged„e geintendeerde actie van Jnjurie ad separatim gereserveerd; zullende om reede„ „nen den raad daar toe moveerende partijen een ieder voor hun privé de door hun in deesen processe gemaakte kosten draagen, uijtgenoomen die geene welke betrekkelijk zijn tot de actie door den E: O: Eijsscher in Cas van mishandeling der Slavin geinstitueerd En dewelke de ged„e alleen gecon„ „demneerd worden mits deesen /:onderstond::/ Aan Cabo de Goede Hoop die A anno Utsupra /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ C: van Aerssen secret:s Donderdag den 25 Januarij 1787. 's voor de middags present den E Agtb: Heere Johannes Isaak Rhenius aankoomende president, en alle de Leeden demptis den E Achtb: Heere Pieter Hacker af„ gaande president, en den Heere van Oudtshoorn, beide bij indispositie De secretaris deezes Raads Cornelis van Aerssen, amptshalven regt, contra den prointerim Fiscaal d' E Gabriel Exter ter De Raad; aandagtelijk geleezen en geresumeerd hebbende de, door parthijen wederzijdsch in Judicio geëxhibeerde stuk„ „ken en munimenten, mitsgaders in overweeging hebben „de genoomen, al het gunt ter materie was dienende, en hun EE achtb„e konde doen moveeren; recht doende uit naam ende van weegens de Hoog mogende Heeren Staa„ „ten Generaal der vereenigde Nederlanden, ontzegt den r: O: Eijsscher zijnen op ende jegens den ged: Gedanen Eisch en genomene conclusie. voorts in aanmerkinge genomen hebbende, de indecente uitdrukkingen, in dit proces door den daar in voor den ged: geageerd hebbende Procureur Jacobus van Leeuwen, jegens den officier gebeezigd, con„ demneert mitsdien gem: Jacobus van Leeuwens in al„ „le de kosten ten deezen processe gevallen. /:onderstond/:/ Aldus gedaan en gevonnisd aan cabo de goede Hoop, den 18 Jan„ 1787. mitsg„s gepronuntieerd den 25. derzelver maand /:laager:/ Mij present /:was geteek:d/ C: van Aerssen Secret„s Eodem die Waar na door den gezwoore Clercq deezes Raads S„r Rijno Johannes van der Riet, als ter waarne„ mingen ter eenre; en den burger Brandmeester S„ Christiaan Paulsen, ter andere zyde; de eerstgem:e exofficio als Eijsscher en de laatstgem: als verweerder geageerd hebbende, gerequireer„ „dens ten deezen, omme op hunne over en weder in raade voortgebragte stukken en mu„ „nimenten vonnis te hooren pronuntieeren „

NL-HaNA_1.04.02_10986_0741 view scan ↗

English

administration of the affairs of the Landdrost of Zwellendam authorized by the authorities of this Country, submitted the following representation: Honorable and Worshipful Lords! Shows with dutiful respect the undersigned, authorized to administer the affairs of the Landdrost of Zwellendam, Constant van Nult Onkruidt: That a certain Hottentot named Heijntje dit Plooij, having been captured some time ago by one Adriaan Jonker residing in the district of Zwellendam, because upon questioning by that man he very simply confessed the truth, that he had received the money found on him as his share from the stolen goods of the burgher Sebastiaan Rotman, and that he had received it from the son of the widow Hendrik de Plooij, residing on the other side of the Gous river in the old Niqua Land. That said Jonker subsequently took the same Hottentot into custody to Zwellendam, and having been sent from there by the Landdrost hither, he was heard by the petitioner as soon as possible on such articles as were drawn up by him for that purpose and presented before the Lords Commissioners from this Honorable and Worshipful Court. That this Hottentot, in the answers he gave, related the matter with its circumstances very plausibly, to the contents of which the petitioner in his official capacity takes the liberty to refer for the sake of brevity, as they are annexed hereto; To the Honorable and Worshipful Lords Pieter Hacker, outgoing, and Johannes Isaak Rhenius, incoming presidents, together with the Honorable and Worshipful Court of Justice: refer, as these are annexed, the petitioner in his official capacity could also very easily have requested on the basis thereof a personal summons against the aforementioned widow de Plooij; but whereas the corpus delicti as a principal requisite happens to be lacking, and the petitioner in his official capacity maintains that the aforementioned widow, being guilty, will not appear upon a simple summons; since in any case a personal summons to her, being a free woman, is far too honorable, and the distinction that exists between one burgher and another is so great, that the personal summons in the case at hand, besides what has been mentioned, still brings into consideration the act committed by her, so that a bodily apprehension, whenever a corpus delicti is established, will yield no small advantage in this case, and remove many unnecessary and difficult searches out of the way; which is the reason why the petitioner, subject to respectful interpretation, deemed it best to turn to Your Honorable Worships, humbly requesting that it may please you to authorize the Landdrost of Zwellendam and the Heemraden, together with and alongside the secretary of that colony, in the presence of the burgher Sebastiaan Rotman, to proceed to the place of the widow de Plooij and there on the spot carry out a proper inspection and search to see whether goods are discovered belonging to the said Rotman, and if goods are found that Rotman recognizes as his own, immediately to take all goods found on the spot under a proper inventory; furthermore to take into apprehension the said widow, her sons, and all Hottentots found on the spot, subsequently to send them to the Cape at the earliest opportunity, and that following the decision to be made hereon by Your Honorable Worships, a written order may be sent by the Secretary on behalf of the Council to the Landdrost and Heemraden there, so that the execution of the resolution to be taken is not rendered illusory by delay; and whereas in the meantime a considerable time may elapse, which might expose the currently imprisoned Hottentot, through prolonged close confinement, to illness and hardship, and in whose preservation, as the narrator of the simple truth, much is at stake, to take such a decision concerning him and place him in such a manner that his health is not only preserved, but that proper care can also be taken that he does not escape justice, so that he may at all times be confronted with those who will yet fall into the hands of justice. Below was written: Which doing, was signed: R: J: V: d: Riet qq. Which having been read, and its contents maturely deliberated upon, the first part of the request contained therein is fully granted; but regarding the second part, for reasons moving Their Honorable Worships thereto, it was approved and understood to allow the currently apprehended Hottentot Heijntje du Plooij to remain in custody. After which there was brought to the table the circular representation and the documents submitted by the interim fiscal, the Honorable Gabriel Exter, concerning Michiel Princenrade and his associates; on which having worked, the Court, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemned the said Michiel Princenrade, Jan van Kruij, Elias de Kosta, and Jean Babtist du Puis, as Their Honorable Worships hereby condemn them.

Dutch transcription

„minge der zaaken van den Land-drost van Zwellen„ „dam door deezes Lands overheid gequalificeerd, het vol„ „gende vertoog ingeleeverd: WelEdele Achtbaare Heeren! Vertoond met pligtschuldigen Eerbied den ondergeteeken„ „de gequalificeerd ter waarneeminge der zaaken van den Landdrost van Zwellendam constant van Nult onkruidt. dat zeekeren Hotten tot genaamd Heijntje dit Plooij voor nu eenigen tijd door eenen Adriaan Jonker in 't district Zwellendam woonachtig gevan„ „gen genoomen zijnde, vermits door hem op de afvraage van dien man zeer eenvoudig de waarheid wierd ge„ „confesseerd, dat hij 't bij zig gevondene geld voor zijn aandeel genooten had uijt de gestoolene goederen van den burger Sebastiaan Rotman, en dat hij dat tot Zoon ontfangen had; van de weed: Hendrik de Plooij woonende aan de overzijde van de Gous rivier in 't oud Niqua Land. dat gem: Jonker denzelven hotten tot vervol„ „gens na Zwellendam in hegtenis en van daar door den landdrost na herwaards opgezonden zijnde, door den vertoonder zoo ras doenelijk op zodanige articulen is gehoord als ten dien eijnde door hem waaren gefor„ meerden voor Heeren gecommitt„s uijt deesen Edelen achtb: Raade zijn, voorgehouden. dat dien holten tot bij zijne gegeevene respon„ „siven het geval met dezzelfs omstandigheedens zeer waar „schijnelijk hebbende opgegeeven en aan welkers inhoude den R: O: vertoonder kortheijds halve de vrijheid neemt zig te refereeren, als zynde deese geannexeerd den E: O: vertoonder kortheijds halve de vryheid neemt zig te Aan de welEdele Agtbaare Heeren Pieter Hacker afgaande en Jo„ „hannes Isaak Rhenius aankoo„ „mende presidenten beneevens den E achtbaren Raade van Justitie refereeren refereeren, als zijnde deese geannexeerd, den E: O: ver„ „toonder ook op grond van dezelve zeer faciel zoude hebben kunnen versoeken dagvaarding in perzoon op evengem: weed, de Plooij, dan dewijl 't Corpus delicti als een voor„ „naam requisit komt te manqueeren en den r: O: vertoon„ „der sustineert dat evengem: weed: schuldig zijnde, op een Simpele dagvaarding niet compareeren zal; daar ook in allen gevalle een dagvaarding in perzoon aan haar als een vrije meid zijnde veel te honorabel is, en 't onder„ „scheijd die er resideert tusschen een burger en burger zoo groot is, dat de persooneele dagvaarding in cas sub„ „ject buijten 't gementioneerde nog in aanmerking brengt 't feijt door haar bedreeven, dus eene Corporeele ap„ „prehensie zoo wanneer er een corpus delicti consteert, van geen gering voordeel in dit geval zal koomen uijt te leeveren, En veele onnoodige en moeijelijke perquisitien uijt den weg ruijmen dat de reeden is dat den vertoon„ „der, onder eerbiedige welduijding best geoordeelt heeft zig te wenden tot uwEd achtb: ootmoedig verzoekende dat ket van derselver welbehage zijn mooge Land=drost van zwillendam en Heemraaden te qualificeeren, omme met ende beneevens den secretaris dier colonie ten overstaan van den burger Sebastiaan Rotman naar de plaats van de weed„e de Plooij hun te begeeven en aldaar ter plaatze te doen behoorlijke schouwing en nazoek of er goederen ontdekt worden, gemt: Rotman toebehoorende, en zo er goederen worden gevonden die Rotman erkend voor de zijne, direct ale de goederen daar ter plaatze gevonden wordende onder behoorlijke Jnventaris te neemen voorts gem: weed„ haare zoonen en hottentotten alle die daar ter plaatze gevonden worden, te neemen in apprehensie, vervolgens ten eersten caabwaarts te zenden en dat de van UwEd: achtb: 't hier op te neemene besluijt door den Secreta„ „ris 's Raads weegen mogte aanschrijving geschieden aan Landdrost en Heemraaden aldaar ten einde de executie der te neemene resolutie niet door verzuim verzuim werde gemaakt elusoir, en vermits er in tusschen een reedelijke tijd verloopen kan, die de thans gevangen zijn„ „de Hottentot door de Langduurigheijd in beslooten hegte„ „nis aan ziekte en ongemak konde exponeeren, en aan aan welkers behoud, vermits het verhaal der eenvoudige waarheid veel geleegen is, over hem zodanig besluijt te neemen en plaatzen zodanig dat zyn gesondheyd niet alleen geconserveerd, maar ook behoorlyke zorge gedragen worden kan dat dezelve de Justitie niet echapierd, om ten allen tijde te kunnen worden geconfronteerd met de geene die nog in handen der Justitie, zullen geraaken. /:onderstond:/ 'T welk doende /:was geteekend:/ R: J: V: d: Riet qq. Met welk geleezen, en over dies inhoude rijpe„ lijk gedelibereerd zijnde, is het eerste Lid van 't verzoek daar in vervat ten vollen geaccordeert, doch ten belan„ „ge van 't tweede Lid, is om reedenen hun EE achtb„s daar toe moveerende, goedgevonden en verstaan den tans reeds geapprehendeerden Hotten tot Heijntje du Plooij in hegtenis te laaten verblijven. Waarna ter tafel kwam het rondgeleezen ver„ „toog en de stukken door den prointerim fiscaal d'E Gabriel Exter noopens Michiel Princenrade C: S: ingediend; waarover Gebesoigneert zijnde, zo heeft de Raad, Recht doende uijt naame ende van weegens de Hoog Moogende Heeren staaten Generaal der verlenigde Nederlan„ „den, de ged„e Michiel Princenrade, Jan van kruij, Elias de Kosta en Jean Babtist du Puis gecondemneert, gelijk hun E Achtb„e dezelven Condemneeren r n

NL-HaNA_1.04.02_10986_0744 view scan ↗

English

condemn hereby to be banished for life from these lands and the jurisdiction thereof, with forfeiture of their credited wages and monthly pay from the day of their detention on board. Furthermore, there were brought to the table the documents, also circulated, of the Landdrost of stellenbosch concerning and against the slave Anthonij of Bengalen, belonging to the Heemraad there, S:r christman Joel Atkerman, which having been considered with all attention, the Council, having regard to all that served the matter and could move their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the united Netherlands, has condemned the said Anthonij of Bengalen, as their Honorable Worships condemn him hereby, to be brought to the place where it is customary here to execute criminal sentences, there to be delivered to the executioner, and having been exposed with a rope around the neck under the gallows, then tied to a post, to be severely scourged with rods on the bare back and thereupon to be branded, further to be banished for the term of his life to robben Eiland in order to work there on the Honorable Company's public works without wages, with condemnation in all the costs and expenses of justice. This having thus been concluded, there were taken in hand the documents circulated by the Landdrost of Zwellendam submitted concerning and against the Hottentot Daniel Ditkop, which having been worked upon and maturely deliberated, the Council, having regard to all that merited any reflection and could move their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the united Netherlands, has condemned the said Daniel Dikkop, as their Honorable Worships condemn him hereby, to be brought to the place where it is customary here to execute criminal sentences, further having been delivered to the executioner, to be punished with the rope at the gallows until death ensues, further his dead body to be dragged to the outer place of execution, and there hanged up again, thus to remain until it shall have been consumed by the air and birds of the heavens, with condemnation of the said person in all the costs and expenses of justice, and dismissal of the further or otherwise made demand and conclusion taken by the officer. Furthermore, there were brought to the table the circulated representation and documents submitted by the Landdrost of stellenbosch and Drakenstein regarding Andries Willem van Taak cum suis and Coenraad Hendrik Feijt cum suis, which having been worked upon, it was approved to cause the persons of Andries willem van Taak, Jan Hendrik Steenkampt, Coenraad Hendrik Feijt, and Hendrik Albrecht Feijt to appear before the Council in order to be sharply reprimanded for their offense, further to condemn van Taak personally in a fine of 50 Rd:s, and Feijt for himself and his son in a fine of 100 rijxd:s for the benefit of the officer, and to compensate the costs incurred in this lawsuit between van Taak and Feijt; the aforesaid Landdrost of stellenbosch and Drakenstein being further ordered to decide this dispute between the parties through a Commission of Landdrost and Heemraden in such a manner that, if ever a dispute over that water should arise between them again, the aforesaid Landdrost is hereby expressly qualified to request the Honorable Valiant Lord Governor to revoke the farm of that one who shall be the first cause of that quarrel. Lastly, there came to the table the representation, likewise circulated, with the documents annexed thereto, of the Landdrost of Zwellendam regarding the slave November of Batavia; upon the contents of which having been maturely deliberated, and having regard to all that served the matter and could move their Honorable Worships; the Council, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the united Netherlands, has condemned the prisoner November of batavia, as their Honorable Worships condemn him hereby, to be brought to the place where it is customary here to execute criminal sentences, there delivered to the executioner and tied to a post, to be severely scourged with rods on the bare back, further, having been riveted into chains for the term of three consecutive years, to be sent home in such manner to his master, with condemnation in all the costs and expenses of justice. Furthermore, discussion having taken place concerning a letter by the Landdrost of Zwellendam to the Honorable Worshipful Lords

Dutch transcription

condemneeren mits deesen omme ten eeuwigen gage- uijt deeze landen en den ressorte van dien gebannen te worden met verbeurt verklaaring van hunne te goed hebbende gagien en maandgelden van dan dag hunner detentie aan boord. — Zijnde voorts ter tafel gekoomen de mee„ „de rondgeleezene stukken van den Landdrost van stellenbosch. op ende jeegens den slaaf Anthonij van Bengalen, toebehoorende den Heemraad aldaar S„r christman Joel Atkerman dewelke met alle op„ „merkzaamheid overwoogen zijnde, zo heeft de raad, ge„ let op al 't gunt ter materie was dienende en hun EE Achtb:s konde doen moveeren, Recht doende uijt name ende van weegens de Hoog Moog: Heeren Staaten Generaal der vereenigde Neederlanden den gem: Anthonij van Ben„ „galen gecondemneert, gelijk hun EE achtb, densel„ „ven condemneeren mits desen omme gebracht te wor„ „den ter plaatze daar men alhier gewoon is Criminee„ „le, sententien ter uijtvoer te brengen, aldaar den scherpregter overgeleevert en met een strop om den hals onder de galg te pronk gesteld zijnde voort aan een paal gebonden met roeden op de bloote rugge strengelijk gegeesseld en daar op gebrandmerkt te worden, wijders voor den tijd zijns leevens ten rob„ „ben Eilande gebannen te worden omme aldaar aan 's E Comp:s gemeene werken zonder loon te arbeyden, met condemnatie in alle de kosten en misen van Justitie. 'T welk dus zijnde afgehandelt, zo wierden bij de hand, genoomen de rondgeleezene stukken door den Landdrost van Zwellendam op ende Jeegens den den Hotten tot Daniel Ditkop en gedient, waar over gebesoigneert en rijpelijk gedelibereert zijnde, zo heeft de raad, gelet op al het gunt eenige reflexie meriteerde en hun EE achtb„s konde doen moveeren Recht doen„ „de uijt naame ende van weegens de Hoog Moog Heeren Staaten generaal der vereenigde Needer„ „landen den ged: Daniel Dikkop gecondemneert, „gelijk hun E achtb„ denselven condemneeren mits dee„ „sen, omme gebracht te worden ter plaatse daar men alhier gewoon is crimineele sententien te executeeren voorts aan den scherpregter overgeleevert zijnde met de koorde aan de galg gestraft te worden dat er de dood na volgt, wijders deszelfs doode Lighaam naar ge het buijten gerecht gesleept, en aldaar weeder opgehan„ „gen zijnde, dus te verblijven tot dat door de lugt en voogelen des heemels zal zijn verteerd, met condem„ „natie van den ged:e in alle de kosten en misen van Justitie, en ontzegging van den verderen of anders ge„ daanen Eijsch en genomene conclusie van den officier„ Wijders wierdt ter tafel gebracht 't rondgeleezene vertoog en stukken door den Landdrost van stellen, Oosch en Drakenstein nopens Andries Willem van Taak C: S: en Coenraad Hendrik Flijf C: S: ingedient, waar over gebesoigneerd zijnde zo is goedgevonden omme de perzoonen van Andries willem van Taak, Jan Hendrik Steenkampt coeraad Hendrik Feijt en Hendrik Al„ „brecht Feijf voor den raad te doen compareeren ten einde over hun misdrijf scherpelijk te worden Gereprimendeert, voorts van Taak voor zijn privé, in eene geldboete van 50 Rd„s en Feijt voor hem en zijn zoon in eene mulcte van 100 rijxd„s ten behoeve van den officier te condemneeren, en de kosten ten deesen processe gevallen tusschen van saak en feijt te . te compenseeren; wordende wijders de Landdrost van stellenbosch en Drakenstein voorm: geordonneert omme door eene Commissie van Landdrost en Heem„ „raaden dit verschil tusschen partijen te decideeren zo„ „danig, dat wanneer er ooijt weeder dispuut over dat water tusschen henlieden mogt koomen te ontstaan, de voormd: Landdrost mits deezen expresselijk gequa„ „lificeerd, word, omme den welEdele gestr: Heere gouver„ „neur te verzoeken, om de plaats van die geene, die de eerst van die twist zal komen te zijn, in te trekken, Laatstelijk kwam nog ter tafel, het almeede rondgeleezen vertoog met de daar bij gevoegde stukken van den Landdrost van Zwellendam nopens den slaaf November van Batavia; over welks inhoude rijpelijk gedelibereerd zijnde mitsgd:s gelet op al het gunt ter materie was dienende en Hun EE achtb„ konde doen moveeren; zo heeft de raad Recht doende uijt naame ende van weegens de Hoog Moog: Heeren Staaten generaal der verEnigde Nederlanden den gev: November van batavia gecondemneerd, gelijk hun EE achtb, denzelven con„ „demneeren mits deesen omme gebragt te worden ter plaatze daar men alhier gewoon is Crimineele gewijsdens ter uijtvoer te brengen, aldaar den scherp„ „regter overgeleevert en aan een paal gebonden zijnde met roeden op de bloote rugge strengelijk gegeesseld te worden, voorts voor den tijd van drie agter een volgende Jaaren in de ketting geklonken zijnde zoda„ „nig aan zijnen Lijfheer te worden te huijs gezonden met condemnatie in alle de kosten en Misen van Justitie. — Wijders gesprooken zijnde over een brief door den Landdrost van Zwellendam aan de E achtb: Heeren

NL-HaNA_1.04.02_10986_0747 view scan ↗

English

To the Lord Presidents of this Council written, whereby he makes known that, having received a report from the burgher Jacob van Rheenen that an enslaved woman belonging to him, Van Rheenen, had willfully thrown herself into the water with her 4 children and, together with three of her said children, had lost her life; while the eldest girl, because she had remained hanging on the reeds at the water's edge, was saved, and had among other things recounted that her mother had previously already sought to induce her to die; he, the Landdrost, with the advice of the Heemraden of that colony, had caused the body of the said woman to be laid upon a wheel expressly erected for that purpose at the place where the incident occurred, as a deterrence to other willful slaves, in the hope that this measure of his would be interpreted for the best: thus, taking into consideration the impossibility on the part of the said Landdrost to request a prior decree from this Council for this purpose, this action of his is approved. At Cape of Good Hope, the year noted above. Lower down: In my presence, was signed: C: van Aerssen, Secretary. Below stood: Thursday. Thursday the 8th of February 1787. In the forenoon, present the Honorable Esteemed Lords Pieter Hacker and Johannes Isaak Rhenius, Presidents, and all the Members except the Lords van Reede van Oudtshoorn and Meijer, both due to indisposition. The messenger enters and reports that none of the defendants have appeared, whereupon the Honorable Officer Prosecutor requested, before default, that the collective defendants, by definitive sentence of your Honorable Esteems, might in contumacy be condemned to remain banished from this government and its jurisdiction forever, on pain that if at any time they should happen to fall into the hands of Justice here, they shall then be punished according to their deserts. The Fiscal pro interim here, the Honorable Gabriel Exter, ratione officii, Prosecutor in a criminal case, of the one part, Against Jan Michiel Engel of Straatsburg, carpenter Johan Godlieb Hauwer of Quedlenberg, George Haupman of Marenhuis, house carpenters Johan Albregt Oosterholt of Oldenburg, Joseph Hansen of Carelsham, Carl Torenbergh of Carelskroon, under-carpenters Carel Staub of Hessen Cassel, mason Jacob Hansen of Christiania, Johan Andries Hardersleben, sailmakers Johannes Ostein of Jourhout, smith Jan Andries Muller van Parken, blacksmith Harmen Albregt, fortification maker Jan François van den Broek of Hestenberg, quarryman Michael Roussel of Parijs Andries Francis Raas of Meezelbag Ignatus Lodewicus Derteling of Enge Johan Pieter Oosterman of Cebronswijk Hartwijk Herman Voss of Blauwe Johannes Litzel of Nijstad Jan Enewald of Upsal Jean Chevallier of Nantes Jacobus Pieterse of Cabo Matthias Lochwits of Vinlo Pierre Le Blang of Defie Jan Frederik Pareij of Spandau Jan Fredrik Hoffman of Saxen Johan Jacob Schuller of Meeringsteede Andries Horet of Weisenberg Frans Anthonij Heinlin of Pakelbergh Jan Mulder of Keulen Jan George Krieger of Aderits Francois Loisour of St Martijn Johan Joseph Dunaron of Namur Johan Fredrik Grofman of Altenburg Pierre Laurent of Luxembourg Rijnhard Harms of Zutphen Christoffel Draijer of Koningsberg Matthijs Koehem of Zugthelm, soldiers Lodewijk Kram of Breda Hendrik Piel of Straalsond Johan Christiaan Baats of Poolspommeren Paulus Hannes of Raat Johannes Snijders of Delden Fredrik Archilles of Bolshagen Willem Michiel Pirchen of Bergen in Noorweegen Nies Augreen of Carelshaven Jan Fiet of Christiaanzand Laurens Janse Diepen of Wageniem Christoffel Macken van Lingeliland Arij Engelke of Breemen Hendrik Fotkens of Harlingen Jan Mellon of Bourdeaux Joh: Berens Melchert of Munster Jonas Biel of Coppenhagen Johan Hendrik Oostmalet of Breemen James Griem of Amerika Enne Hendriks of Molguer Pier Jesseri of Deensch Holsteen Jan de Nies of Amsterdam Tomas Sasche of Catheme Oele Jurjans of Helmstad Emanuel Leeuwenhagen of Carelskroon Carel Gustaaf Fenerus of Finland Marten Hansz of Bornholm Joseph Milt of Brest Johan Christoffel Vilgers of Worms Johan Hendrik Jonkman of Abo Johan Fredrik Passemaker of Munster Laurens Hansen from Noorwegen Laurens Jansen of Gottenburg Harmer Jacobs of Reval Erik Pieterse of Helsinfort Laars Nielson of Christiania Pieter Jonas of Coppenhagen Jonas Boman of Stokholm Jan Simon of Baartoe Christiaan Endros of Christiaansand Jochem Best of Hamburg Cornelis Janssen of Stokholm Hendrik Olstrum of Calmer Johan Fredrik Fiedeler Allexe Coijale of Venetien Andries Pieterse of Coppenhagen Pieter Joseph Bouche of Jpesen Laurens Erasmussen of Jursen Cornelis Laurensen of Coppenhagen Machiel Christiaan of Bloem Louis Lambelijn of Rippel Jan Willemse of Dronthem Jan Coenraad of Staade Joseph Piet of Brussel, sailors Arie de Bruijn of Spekes, mason Dirk Schouten of Amsterdam Martinus Tomassen of Cabo Hendrik Coopman of Oldenburg Manus Ruttem of Kessel Jse

Dutch transcription

Heeren presidenten deezes Raads geschreeven, waar bij de„ „zelve te kennen geeft dat van den burger Jacob van Rheenen bericht hebbende bekoomen, dat eene hem van de Rheenen toebehoorende slaaven meid met haare 4 kin deren zich moedwillig in 't water had geworpen en benee„ „vens drie van haare gem: kinderen om het leeven was gekoomen; terwijl het oudste meisje wijl 't zelve op het Riet aan de kant was blijven hangen gesau„ „veerd was, en onder anderen verhaald had, dat haare Moeder haar vooraf reeds tot sterven had zoeken aan te zetten; hij Landdrost met overleg van Heemraa„ „den dier colonie het lichaam van gem: Meijd op een expres daar toe opgericht rad: ter plaatze daar 't geval geexteerd heeft had doen leggen, ten afschrik van andere moedwillige slaaven, in de hoope dat deeze zijne de mar„ „che ten besten zoude worden geduijt: zo is, in aanmer„ „king genoomen zijnde de onmooglijkheid die er was aan den kant van gem: Landdrost omme hier toe vooraf decreet van deezen Raade te verzoeken, deeze zijne verriek„ „ting geapprobeerd. Aan cabo de Goede Hoop die A annotst supra /:laager:/ Mij present /:was geteekend :/ C: van Aers„ „sen secret„s /:onderstond:/ Donderdag Donderdag den 8 Februarij 1787. 's voordemiddags present de E Achtb: Heeren Pieter Hacker en Iohannes Isaak Rhenius presiden„ „ten en alle de Leeden demptis de Heeren van ree„ „de van oudtshoorn en Meijer beijde bij indis„ „positie De prointerim fiscaal alhier d'E De boode treed binnen en Gabriel Exter rat: off: Eijsscher in rapporteerd dat geene der ged. s cas arimineel ter eenre gecompareerd zijn, Contra des den E: O: Eijsscher versogt „ Jan Michiel Engel van Straats„ voor Jnterdit, dat de gezamentlijke ged„e bij definitive vonnis van uwEd: burg Timmerman achtb„ bij contumacie mogten worden Johan godlieb Hauwer van qued„ gecondemneerd omme ten eeuwigen daage uijt dit gouvernement en den „lenberg, ressorte van dien gebannen te blijven George Haupman van Maren¬ op paene dat wanneer te eeniger huistimmerlieden tijd alhier in handen van Justitie Johan Albregt Oosterholt van Ol„ mogten koomen te geraaken, als dan na verdienste te zullen werden, den burg Joseph Hansen van Carelsham Carl Torenbergh van Carels kroon Ondertimmerlieden Carel Staub van Hessen Cassel Met¬ „selaar Jacob Hansen van Christiania Johan Andries Hardersleben Zeilmakers Johannes Ostein van Jourhout Smit Jan Andries Muller van Par¬ „ken grof Smit Harmen Albregt, fortificatie „maaker gestraft. Jan Jan François van den broek van Hestenberg, klippen„ „breeker Michael Roussel van Parijs Andries Francis Raas van Meezelbag Jgnatus Lodewieus Derteling van Enge Johan Pieter Oosterman van Ce„ bronswijk Hartwijk Herman voss van blauwe Johannes Litzel van Nijstad, Jan Enewald van Upsal Jean Chevallier van Nantes Jacobus Pieterse van Cabo Matthias Lochwits van vinlo Pierre Le Blang van defie Jan Frederik Pareij van Spandau Jan Fredrik Hoffman van saxen Johan Jacob Schuller van Meeringsteede Andries Horet van Weisen¬ „berg Frans Anthonij Heinlin van Pakelbergh Jan Mulder van Keulen Jan George Krieger van Aderits Francois - „ Francois Loisour van S„t Martijn Johan Joseph Dunaron van Namur Johan Fredrik Grofman van Altenburg Pierre Laurent van Luxembourg Rijnhard Harms van Zutphen Christoffel Draijer van koningsberg Matthijs Koehem van Zugthelm Soldaaten. Lodewijk kram, van Breda Hendrik Piel van Straalsond Johan Christiaan Baats van Poolspommeren Paulus Hannes van Raat Johannes Snijders van Delden Fredrik Archilles van Bols¬ „hagen Willem Michiel Pirchen van Bergen in, Noorwee„ gen. Nies Augreen van Carels„ „haven Jan Fiet van Christiaanzand Laurens Janse diepen van Wageniem Christoffel Macken van Lin„ geliland Arij Engelke van Breemen Hendrik Fotkens van Har¬ „lingen, Jan . Jan Mellon van Bourdeaux Joh: Berens Melchert van Munster Jonas Biel van Coppenhagen Iohan Hendrik Oostmalet van breemen James Griem van Amerika Enne Hendriks van Molguer Pier Jesseri van Deensch Hol¬ „steen Jan de Nies van Amsterdam Tomas Sasche van Catheme, oele Iurjans van Helm„ stad Emanuel Leeuwenhagen van Carelskroon Carel Gustaaf Fenerus van Finland. Marten Hansz van Born, „holm Joseph Milt van Brest Iohan Christoffel Vilgers van worms Johan Hendrik Jonkman van Abo. Johan Fredrik Passemaker van Munster Laurens Hansen uijt Norwegen e Laurens Jansen van Gotten¬ burg Harmer Jacobs van Reval Erik Pieterse van Helsinfort Laars Nielson van Christiania Pieter . 1 Pieter Jonas van Coppenhagen Jonas Boman van Stokholm Jan Simon van Baartoe Christiaan Endros van Christi¬ „aansand Jochem Best van Hamburg Cornelis Janssen van Stokholm Hendrik Olstrum van Calmer Johan Fredrik Fiedeler Allexe coijale van venetien Andries Pieterse van Coppen „hagen Pieter Joseph Bouche van Jpesen Laurens Erasmussen van Jursen Cornelis Laurensen van Cop¬ „penhagen Machiel Christiaan van Bloem Louis Lambelijn van Rippel Ian willemse van dronthem Ian coenraad van Staade Joseph Piet van Brussel Mattroozen Arie, de Bruijn van Spekes Metzelaar Dirk Schouten van Amsterdam Martinus Tomassen van cabo Hendrik Coopman van Olden„ burg Manus Ruttem van Kes¬ sel Jse

NL-HaNA_1.04.02_10986_0753 view scan ↗

English

Jtse Jansen of Anjum, Young Sailor Carel Hendrik Meijer of p„sminde Dirk Harmse of Estemerzieln Hooploopers All having belonged in the aforementioned capacities under this Government, peremptory defendants in person in order to purge their default and, in case of desertion or abandoning service, to hear the demand. The Council, having seen the summons issued and heard the calling out by the court messenger, as well as having noted the contumacy of the defendants, furthermore having considered all that pertained to the matter and could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, banishes all the defendants by contumacy from this government and the jurisdiction thereof, under penalty that whenever they might at any time fall into the hands of Justice, they will then be punished according to their deserts, with condemnation of all the defendants to the costs. Below stood: At Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: C: van Aerssen, Secretary. Thursday the 22nd of February 1787. — In the forenoon, present the Honorable Pieter Hacker, outgoing, and Johannes Isaak Rhenius, incoming presidents, and all the members, except Mr. William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn due to indisposition and Mr. Christiaan George Maasdorp due to business. The prosecutor officially: The provisional Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, Official Prosecutor, against the burgher Johannes Joachim Theron and his wife Alida Mostert, defendants, in order to hear written demand, to answer thereto, and further to proceed as according to law concerning outrageous acts of violence committed against the burgher Hendrik Smit. — The Official Prosecutor submits his demand as written, being provided with four annexes, and concludes as at the end of the same. The first defendant, appearing alone, states that his wife is ill and requests a copy and a term of two weeks to serve his answer. The Official Prosecutor maintains that the request of the defendant ought to be rejected, because the criminal demand is based on such irreproachable evidence that fully proves the committed crimes of the defendant. The defendant persists in his request, because otherwise he cannot demonstrate his innocence. The Council grants the defendant the requested copy in order to serve his answer thereto fortnight from today. Furthermore, Messrs. Horak and de Wet gave to understand in Council that they had, some months ago by representation in Council, made known the complaints that were made by a certain burgher by the name of Visagie to them as commissioners, regarding insults committed in his house by the provost marshal on the order of the burgher Johannes Jacobus van den Bergh, being at that time the general lessee; which representation was placed in the hands of the provisional fiscal, the Honorable Gabriel Exter, to the end, as the resolution dictates, to correct the aforementioned van den Bergh according to his deserts, without anything in the least in that regard having been done by the aforementioned provisional Fiscal; requesting therefore that the aforementioned provisional Fiscal might be called inside and heard as to why he has not complied with that resolution, and furthermore to enjoin him to carry this into effect by the next court day; which being resolved, the provisional fiscal was summoned inside and asked why he had not obeyed that resolution and made a report in that regard to this Council concerning the facts of that matter; he declared that because he could not institute an action for lack of proof, he had thought that no report was necessary; so it is approved and agreed to order the aforementioned fiscal to serve a report on the next ordinary court day regarding the representation submitted by the commissioners. Below stood: At Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: Riet, Sworn Clerk. Saturday the 10th of March 1787. In the forenoon, extraordinary meeting, present the Honorable Pieter Hacker and Johannes Isaak Rhenius, presidents, and all the members except Messrs. van Echten, van Oudtshoorn, and Gie, the first and last due to business, and the 2nd due to indisposition. — There was served by the Landdrost of Swellendam, Mr. Constant van Nult Onkruidt, the following representation: To the Honorable Pieter Hacker and Johannes Isaak Rhenius, presidents, together with the other Gentlemen Members of the Honorable Council of Justice of this government. Honorable Gentlemen, Represents with all respect the Landdrost of Swellendam, Constant van Nult Onkruidt, that it pleased Your Honors, upon the representation exhibited by and on behalf of the undersigned in the month of January of this year, to enjoin the undersigned to convene a commission of Heemraden at the aforementioned Drostdy and to proceed, in the presence of the burgher Sebastiaan Rotman, to the farm of a certain free maid Regina of the Cape, widow of the late burgher Hendrik de Plooij, and there to conduct a search for goods that according to the confession of her nephew, the bastard Hottentot Heintje de Plooij, were said to be found at that place, and which were carried off and brought thither by her son and some Hottentots during the committing of the execrable murders by the already executed slaves August cum suis on the farm of the aforementioned Rotman, and furthermore, in case goods might be discovered that Rotman recognized as his, then to take the aforementioned Regina and dependents into apprehension, without this having been able to be done by the representor, because

Dutch transcription

Jtse Jansen van Anjum Jong Mattroosen Carel Hendrik Meijer van p„s . minde Dirk Harmse van Estemerzieln Hooploopers Alle in voormelde qualiteiten onder dit Gouvernement gesorteerd heb„ „bende peremptoir gedaagdens in persoon omme hun default te purgeeren en in cas van desertie of dienst verlaating Eijsch te aanhooren. e Raad, hebbende gezien de gedaane dagvaar„ „ding en gehoord de uytroeping van den gerechts„ „boode, mitsgd„s gelet op de contumatie van de ge„ „daagdens, voorts op al het gunt ter zaake dienende was en hun EE achtb„s konde doen moveeren Rechte„ doende uijt naame ende van weegens de Hoog Mogende Heeren staaten generaal der vereenig„ „de Neederlanden bant alle de ged„e bij contumacie uijt dit gouvernement en den ressorte van dien„ op poene, dat zo wanneer t' eeniger tijd in handen van Justitie mogten koomen te geraaken als dan na verdienste te zullen worden gestraft, met condem„ „natie van alle de ged„e in de kosten /:onderstond:/ Aan cabo de goede Hoop diet anno 1l8 Supra /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ C: van Aerssen Secret„s Donder . 18 d .. Donderdag den 22 Februarij 1787. — den r: O: Eijsscher leevert over„ De prointerim Fiscaal alhier d'E zijnen Eysch pro utinscriptis zijnde Gubriel Exter E: O: Eijsscher gemunieert met vier bijlaagen en contra concludeert ut in fine van deselve den burger Johannes Joachim de eerste ged: alleen comparee„ Theron en deszelvs huijsvrouw Ali„ „rende geeft voor dat zijn vrouw ziek is, en verzoekt Copia en termijn van „da Mostert ged„e omme over verre„ twee weeken om te dienen van ant„ gaande geweldenarijen aan den „burger Hendrik Smit gepleegd den r: O: Eijsscher sustineert dat schriftelijken Eijsch te aanhooren daar 't verzoek van den ged: dient te wer„ op te antwoorden en voorts te proce„ „den geweesen van de hand, om dat de crimineele Eijsch steunt op zoda„deeren als na rechten. — „nige ereprochabele bewijzen die ten vollen de begaane misdaden van den ged: probeeren de ged: blijft bij zijn verzoek persisteeren, om dat hij anders zijn onschuld niet aantoonen kan. — „woord. en raad verleent den ged:e de verzogte Copia om daar op heeden over veertien daagen te dienen van antwoord. Voorts gaven de Heeren Horak en de wet in Raade te kennen, dat zijt: voor nu eenige maanden bij vertoog in raade te kennen hadden gegeeven, de klagten die door zekeren burger in naame visage bij hun als commissarissen gedaan waaren, over insultes door den geweldiger op last van den burger Johannes Jacobus van den Bergh als te dier tijd generaale pagter zijnde in zijn huis gepleegd, welk vertoog in handen van den prointerim fiscaal d' E gabriel liter gesteld is, ten fine, zo als 't besluijt dicteerd 's voordemiddags present de welEdele Achtbare Heeren Pieter Hacker, afgaande en Johannes Isaak Rhenius aankoomende presidenten en alle de leeden demptis de Heer William Ferdinand van Reede van Oudtshoomn bij indispositie en de Heer Christiaan George Maasdomp bij occupatie gem: - gem: van den Bergh na merite te corrigeeren, zonder als door gem: prointerim Fiscaal iets 't minste dien aan„ „gaande is gedaan; versoekende dierhalven dat gem: pri„ „interim mogt werden binnen geroepen en gehoord waarom hij aan dat besluijt niet heeft voldaan en voorts hem te injungeeren zulx per naaste rechtdag werkstellig te maaken; 't geen beslooten zijnde is den prointerim fiscaal binnen geappoincteerd en gevraagd, waarom hij aan dat besluijt niet heeft geobedieert en een berigt dienaangaande aan deesen Raade ge „daan noopens den toedragt dier zaake, heeft densel„ „ven verklaart, dat hij vermits geen actie kon insti„ „tueeren door Gebrek aan bewij, hij vermeend had dat er geen berigt noodig was; zo is goedgevonden en verstaan Gem: fiscaal te ordonneeren p„r naaste or„ „dinaire zechtdag op 't door commissarissen ingeleevert e vertoogt dienen van berigt. /:onderstond: Aan cabo de goede Hoop die et anno 1l8 supra RWD: /:laager:/ Mij present /:was geteekend: Riet gesw Clercq Saturdag den 10 Maart 1787. des voordemiddags extra ordinaire vergadering present de E Achtb: Heeren Pieter Hacker en Johannes Isaak Rhenius presidenten en alle de Leeden demptisle de Heeren van Echten van oudtshoorn, en gie de eerste„ en laatste bij occupatie en de 2„e bij indispositie. — Wierd door den Landdrost van Zwellendam de Heer constant d we Constant van Nult Onkruidt gedient van 't volgende vertoog Aan de welEdele Achtbaare Heeren Pieter Hacker en Johannes Isaak Rhenius presidenten beneevens de verdere Heeren Lee„ „den van den E achtb: raad van Justitie deezes gouvernements. WelEdele Achtbaare Heeren Vertoond met alle Eerbied den Landdrost van Swee „lendam constant van Nult Onkruidt dat 't UwEd: Achtb: op 't door ende van wegens den onderget: geexhibeerd vertoog in de maand Januarij deezes Jaars hebbende gelieven te behaagen den ondergeteek:d te injungeeren om een commissie van Heemraaden ten Gem: Drostdije te beleggen en te begeeven ten overstaan van den burger Se„ „bastiaan Rotman naar de plaats van zekere vrijmijd Regina van de kaap weed: wijlen den burger Hendrik de Plooij en aldaar na„ „zoek te doen na goederen die daar ter plaatse volgens Confessie van haren Neef den bastaart Hottentot Heintje de Plooij zoude bevinden en die door haaren zoon en eenige hotteniotten bij 't plee „gen der execrabele moorden door de reeds geexecu„ „teerde slaaven August C: S: op de plaats van even„ „gem: Rotman zijn vervoerd, en derwaards gebragt geworden, en voorts om ingeval er goederen mog„ „ten worden ontdent die Rotman erkende voor de zijne als dan evengemelde Regina en aanhoo„ „rige te neemen in apprehensie, zonder dat zulx door den vertoonder heeft kunnen werden gedaan, ver„ mits

NL-HaNA_1.04.02_10986_0757 view scan ↗

English

since he maintained that those goods recognized by Rotman as his own not only completely demonstrated therefrom no proof of the Corpus delicti, but also because those who assisted the commission contradicted those goods, which were recognized by Rotman as his own, by saying this or that the widow de Plooij bought from me, whereby the commission then judged itself unable to carry into execution the resolution of your Honorable Worships with respect to that widow, just as your Honorable Worships will be able to observe this and other matters more closely from the accompanying account signed by the commissioned Heemraden: That in the meantime, having been brought towards the Cape, the Hottentots Piet Pekeur and his wife Zara, having lived with the said widow du Plooij, and a certain Dip Albrecht, grandson of the said widow du Plooij, who were immediately interrogated on articles by the presenter before the commissioners from this Council and fully confessed thereto that the stolen goods plundered during the murder at the farm of the aforementioned Rotman are for the present still located at the farm of the said widow, and lie buried there in a ravine with a plundered bag of cash, and not only that, but that the aforementioned widow is the principal cause of the murders and robbery committed, namely that she reportedly said in substance to the slaves August and accomplices, already sentenced and executed by your Honorable Worships: go to the farm of Rotman, there you will find many goods, see to rob and murder there, I will send Hottentots along so that I can obtain a part thereof; and since it is crystal clear from what has been deduced hereinbefore that the aforementioned widow de Plooij and her children must not only be regarded as the principal cause of what occurred at the farm of Rotman, but must in any case be considered as receivers of the plundered goods, thus on the basis thereof providing complete proof to take all accomplices into apprehension without dispute; but since the difficulty arises, owing to the remote distance of their residence, to secure their persons in a suitable manner, the presenter thus finds himself once again compelled to turn to your Honorable Worships, humbly requesting that it may please your Honorable Worships to grant bodily apprehension to the presenter upon the persons to be mentioned below, and consequently to instruct the presenter and the Heemraden of Zwellendam to assemble a commission again and to betake themselves to the farm of the aforementioned widow in order, well armed, to take into apprehension the said widow de Plooij together with her children and other persons located there on the premises, and subsequently to conduct an investigation where the goods and the money are concealed and buried, and after a complete investigation to deliver the aforementioned widow and dependents here towards the Cape in closed custody. Underneath stood: Doing which, was signed: C: V: Nutt Onkruijs. Which having been read and its contents having been deliberated upon, the following decree was rendered thereupon: The Council accords the presenter ex officio the requested bodily apprehension of Regina van de Saak, widow of Hendrik de Plooij, and accomplices, it being furthermore required, after their capture, that all the goods found on her farm must be inventoried and, together with the farm itself, preserved in the best possible manner and placed under good supervision. Underneath stood: Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed: A: van Aerssen, Secretary. In the morning, present the Honorable Worshipful Gentlemen Pieter Hacker and Johannes Isaak Rhinius, Presidents, and all the members, with the exception of the Gentlemen van Echten and van Oudshoorn, both due to indisposition. Thursday the 22nd of March 1787. The pro interim fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, plaintiff ex officio, on the one part, against the Junior Merchant and Surveyor of the Honorable Company, the Honorable Christof Hijronimus Leiste, defendant, in order, in case of disobedience and contempt of this Council, to hear his competent judge demand and conclude, to answer thereto, and further to proceed according to law. The plaintiff ex officio serves a written demand and concludes as at the end thereof. The defendant, having heard the demand read, says for answer that it was by no means his intention, by the return given upon the citation issued to him, to cede this Council as his competent judge, but that he only did so because in that citation the reason why he was summoned was not expressed, and thus according to his contention a defect existed in the said citation, which he says he indeed explicitly told the messenger, though it was not mentioned by the same in the return; he nevertheless most humbly requests pardon. The parties, furthermore persisting in their claim and answer for reply and rejoinder, renounce further productions. The Council, after consideration of matters, administering justice in the name and on behalf of the High [illegible] The burgher Jan Theron, applicant, against the pro interim fiscal, the Honorable Gabriel Exter, respondent, in order, instead of answering, to hear the request. The applicant requests orally, since he is not yet ready with his answer, to be allowed to have an extension of 2 weeks. The Council grants the applicant the requested extension to serve his answer in 2 weeks.

Dutch transcription

„mits hij sustineerde dat die goederen door Rotman voor de zyne erkend niet alleen volkoomen daar Uijt consteerd geene probatie van 't Corpus delicti, maar ook om dat die geene die bij de commissie geadsisteerd hebben, die goederen, dewelke door Rotman voor de zijne erkend wierden, con„ „traviceerden, met te zeggen dit of dat heeft de wed: de Plooij bij mij gekogt, waar door dan de commissie oor„ „deelde niet in staat te zijn uwer welEd: Aghtb: besluijt ten opzigte dier weed„ te brengen ter executie, gelijk„ uwEd, achtb„: dit een ander Raader zullen kunnen be„ oogen uijt de deezen neevens gaande Relaas door ge„ „committeerde Heemraaden: onderteekend: Dat intusschen Caabwaards zijnde gebracht ge „worden de hotten tot Piet Pekeur en zijn wijf Zara bij gem: weed: du Plooij gewoond hebbende en zekere Dip albrecht, klijnzoon van gem: wed„e du Plooij dewelke door den vertoonder terstond op articulen voor Heeren gecommitt„s uijt deesen Raade zijn verhoord en daarbij volmondig hebben geconfesseerd, dat de gestoolene goederen bij de moord ter plaatze van evengem: Rotman geroofd voor als nog ter plaatze van gem: weduwe bevinden, en aldaar in een kloof met een geroofde zak contanten be„ graaven leggen, niet alleen, maar dat voorm: weduwe de voornaamste oorsaak is van de gepleegde moorden en roof„ en wel dat zij aan de reeds door UwEd: Achtb: gesententieerdend en geexecuteerde slaaven August C: S: in Substantie zoude i gezegd hebben: gaat gijl: maar naar de plaats van Rotman daar zult gy veel goederen vinden, ziet daar te rooven en te moorden, ik zal nottentots mede zenden, op dat ik een part daar van krijgen kan; en vermids zonneklaar uijt het hier vooren gededuceerde consteerd dat evengem: wed„e de Plooij en haar kinderen niet alleen als de voornaam„ „ste oorzaak van 't voorgevallene ter plaatze van Rotman moeten worden aangemerkt, maar ook in allen gevalle als heelders van de geroofde goederen moeten worden gecon„ „sidereert, dus op grond van dezelve een volkoomene preuve Uytleeverd om alle meede pligtigen zonder tegenspraak te neemen in apprehensie; dan daar de moeijelijkheid vermits de verre afgeleegendheid hunner woonplaats zig zig opdoet om op een gevoegelijke wijze van haar perzoonen zig te verzeekeren, zo vind zig den vertoonder andermaal genoodzaakt zig te keeren tot uwEd: Achtb:, ootmoedig ver„ „zoekende dat 't van UwEd Achtb„: welbehaagen zijn mooge aan den vertoonden te verleenen apprehensie Corporeel op de onder te meldene persoonen en mitsdien den vertoonden en heemraaden van Zwellendam te Jngu„ „geeven wederom een commissie te beleggen en hun te„ begeeven ter plaatze van evengem: wed. ten einde wel ge„ „waapend, gem: wed„ de Plooij beneevens haare kinde„ „ren, en verdere daar ter plaatze zig bevindende perzon „nen, te neemen in apprehensie en vervolgens onderzoek te doen waar de goederen en 't geld verschoolen en begraave zijn, en na een Compleet onverzoek evengem: weed: en aanhoorige alhier caabwaarts in besloote hegtenis over te leveren /:onderstond:/ 'T welk doende /:was geteekend:/ C: V: Nutt Onkruijs Het welk geleezen en over dies inhoude gebe „soigneert zijnde is daarop 't volgende decreet gevallen De Raad, accordeert den R: O: vertoonder de versogte apprehensie Corporeel op Regina van de saak weed: van Hendrik de Plooij C: S: zullende wijders, na derselve gevangen neeming al het op haar plaats gevonden wordende goed, moeten geinven„ „tariseerd en beneevens de plaats zelve op de best mo„ „gelijke wijze bewaard en onder goed opzigt gesteld wor„ den. /:onderstond:/ Cabo de goede Hoop die A anno U supra /:laager/ Mij present /:was geteekend:/ A: van Aerssen Secrt onder 'S voor de middags present de E Achtb: Heeren Pieter Hac„ „ker en Johannes Isaak Rhinius presidenten en alle de Leeden demptio de Heeren van Echten en van Ouds „hoorn beide bij indispositie DDonderdag den 22 Maart 1787 de regt, verzoek bij monde om„ „me alsoo hij met zijn andwoord nog niet in gereedheid is, te moogen hebben atterminatie van 2 weeken eenen schriftelijken Eyschen concludeert ut in fine der„ „selve de ged: den Eisch hebbende hooren leezen; zegt voor antwoord den onderkoopman en Landmeeter dat 't geenzints zijne intensie der E Comp„e d'E Christof Hijroni„ is geweest om door het Relaas „mus Leiste ged, omme in Cas van op de aan hem gedaane citatie zodanig te geeven deesen raade te disobedientie en versmading van zijn competenten regter te hooren cedeeren, maar alleen zulx te hebben gedaan, om dat bij die Eijsschen en Concludeeren daarop te citatie niet was geëxprimeerd de antwoorden en voorts te procedeeren reeden waarom hij wierd gedag„ als na rechten. „vaart, en er dus na zijn sustenue een defect in gem: Citatie plaats had, het geen hij zegt wel Uijtdruk„ „kelijk aan den boode te hebben gezegt, dog door denselven bij het relaas niet te zijn vermeld; versoekt egter onderdanigst om Excuus: Partijen wijders voor re en duplicq bij hun lipch en andwoord blijvende persisteeren, renuntieeren van verdere productien De Raad na overweeging van zaaken Recht „doende uijt naam ende van weegens de De r: O: Eijsscher dient van De prointerim fiscaal alhier d'E ga„ „briel Exter r: O: Eijsscher ter eenre Contra De Raad verleend den reg„t de versogte atterminatie om over 2 weeken te dienen van antwoord den burger Jan Theron regt„ Contra den prointerim fiscaal d'E Gabriel Exter gereg: omme in steede te Ant„ woorden verzoek te aanhooren Hoog N - - .

NL-HaNA_1.04.02_10986_0760 view scan ↗

English

High and Mighty Lords States General of the United Netherlands condemns the defendant to ask the court for forgiveness in full session for his conduct, sharply reprimanding him for it, with condemnation in the costs incurred in this matter, and denial of the other claim and conclusion submitted by the Officer. The said interim Fiscal, as prosecutor ex officio in a criminal case on the one side, against the soldier of the Honorable Company Johannes Litzel, defendant and accused in the aforesaid case on the other side. The prosecutor ex officio submits a written claim accompanied by 2 annexes. The defendant pleads for mercy. The parties, persisting in reply and rejoinder, renounce further submissions. The Court holds this matter for advice by circulation. After which the sworn clerk Senior Rijno Johannes van der Riet, qualified to attend to the affairs of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, submitted the following memorial. Shows with due respect the undersigned Hendrik Lodewijk Bletterman, Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein. To the Honorable, Worshipful Lords, both outgoing and incoming Presidents Pieter Hacker and Johannes Izaak Rhenius, together with the further Honorable Members of the Honorable, Worshipful Court of Justice of this Government. That on behalf of and by order of the memorialist on 30 November of the past year, at the personal appearance of the burgher Carel Fredrik Paret, it being moved on the roll that before making a claim against the said Paret, he, Paret, as defendant and in person might be heard on such interrogatories as were formulated for that purpose by the memorialist as plaintiff against the said Paret, regarding and on account of the fact that he in anger on Monday 4 September prior had struck his female slave Dina of Mosambicque on the head, as a result of which the said female slave came to die that very evening, the said Paret requested by written petition that the said act committed by him, for reasons detailed more broadly in the said petition, might be declared by Your Worships to be civil and subject to composition. That upon the said request made by the aforesaid Paret, Your Worships having been pleased by interlocutory order to deny the said request to the frequently mentioned Paret and to order him to answer before commissioners from Your Worships' tribunal to the interrogatories formulated by the memorialist, as well as ordering the memorialist to gather further evidence in this matter. That the memorialist, having caused the said Paret to be heard on the said interlocutory order, and subsequently having written to the field cornet Jan Blignault Pieterz residing in his district, in order to question the female slave and Hottentots of the said Paret in a prudent manner regarding the circumstances of the deed committed by the aforesaid Paret, the said field cornet first answered the memorialist that he was afraid to execute the memorialist's order, because he had believed he ought to be instructed to do so by Your Worships; but upon the memorialist's further writing he conducted the said aforesaid inquiry and thereupon on the date 26 of the past month of January sent to the memorialist the report annexed hereto, dated the 22nd prior. That the memorialist, subject to correction, believing that both from the answered interrogatories annexed hereto and from the aforesaid report it will appear most clearly that the manslaughter committed by the aforesaid Paret against his female slave Diana of Mosambique is of such a nature that it will never with any possibility be proven on the part of the memorialist that the said Paret incurred the Lex Cornelia de sicariis, and that principally because on good grounds it can never be presupposed in the said Paret that he had the intention to take the life of his own female slave, and which is what it mostly comes down to; in delictis enim non exitus, sed voluntas spectatur, that is, in crimes one does not look so much at the outcome as at the intention; while on the part of the said Paret there should cooperate all those examples upon which Your Worships have disposed repeatedly in cases of this nature. Wherefore the memorialist turns to Your Worships, requesting with due respect that it may please Your Worships on the basis of the aforesaid allegations, to be deduced further if necessary, to declare whether Your Worships can see fit to grant the aforesaid request to the said Paret, or else to grant the memorialist a further order to continue those proceedings. Below stood: Which doing, etc. etc. Was signed: H: L: Bletterman. In the margin: Exhibited in Court. Which having been read and its contents having been deliberated upon, it was approved and agreed to grant the prosecutor ex officio the request contained therein, and consequently to declare this case civil and subject to composition before the commissioners of this tribunal.

Dutch transcription

Hoog Moogende Heeren Staaten generaal der vereenigde Neederlanden Condemneerd den ged„ omme in pleno Judicio den raad om vergiffenis te verzoeken weegens zijn gehouden gedrag, denselven daar over scherpelijk reprimendeerende met con„ „demnatie in de kosten te deezer gevallen, en ontzeggen van den anders gedaanen Eijschen genoomene conclusie van den Officier. gem: prointerim fiscaal r: O: Eijs„ De R: O: Eijscher dient van „scher in cas Cremineel ter eenre eén schriftelijken Eisch gemuni„ Contra „eerd met 2 bijlaagen Den soldaat der E Comp„e Johan de ged„ verzoekt genaade nes Litzel ged:e en ged: in voorz: Parthijen voor re en duplicq persisteerende renuntieeren van Cas ter andere zijde verdere productien. De Raadt houdt deese zaak ter rondleezinge in advijs. waarna door den gezwoorClercq S„r Rijno Johan nes van der Riet als tot de waarneeming der„ zaaken van den Landdrost van stellenbosch en dra„ „kenstein de Heer Hendrik Lodewijk Bletter, „man gequalificeerd, wierd gediend van 't volgende vertoog Vertoond met schuldige eerbied den onderge„ teekende Hendrik Lodewijk Bletterman, Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Dat uijt naame ende van weegens Aan den welEdelen Achtb: Heeren zo afgaande als aankoomende presidenten Pieter Hacker en Johannes Izaak Rhenius beneevens de verdere Heeren Leeden van den Edelen Achtb. raade van Justitie deezes gouvernement des den vertoonder op den 30 November des gepasseerden Jaars bij de personeele comparitie van den burger Ca„ „rel Fredrik Paret, ter rolle geadvanceerd zijnde, dat alvoorens Eisch te doen jeegens denselven Paret, hij Paret als gedaagde, En perzoon mogte worden gehoord op zodanige articulen als door den vertoonen als Eijsschen Jeegens denzelven Parct tot dat einde waaren gefor„ „meerd, over ende ter zaake dat hij zijn slavin Dina van Mosambicque in drift op Maandag den 4 september daar bevoorens een slag aan 't hoofd had toegebracht waar door deselve Slavinne nog dien avond was koomen te sterven, heeft denselven Paret bij schriftelijk request versogt, dat deselve door hem ge„ „pleegde daat door uwEd Achtb„s om reedenen breeder bij 't zelve request gedetailleerd, mogte worden verklaard Cirel en composibel. Dat op 't zelve door voorsz: Paret gedaan verzoek UwEd: Achtb„s bij interlocutoire dispositie hebbende gelieven te behaagen 't zelve verzoek aan meerm: Paret te ont„ „zeggen en denselven te ordonneeren, omme ten overstaan van Heeren gecommitt„s uijt uw Ed„e achtb„e vierschaar op des vertoonders geformeerde articulen te antwoorden mitsgd„s den vertoonder te ordonneeren omme te dier zaake naadere bewijzen in te winnen, Dat den vertoonder van deselve interlocutoire dispositie hebbende doen hooren, gem: Paret, en ver„ „volgens aan de in deszelfs district woonende veldwagt „meester Jan Blignault Pieterz: aangeschreeven, om„ „me op eene voorzigtige wijze de Slavin en hottentotten van gem: Paret te ondervraagen na de omstandigheeden van de door voorm: Paret gepleegde daad, heeft gem: veldwagtmeester, eerst den vertoonder geantwoord bevreest te zijn des vertoonders ordre werkstellig te maaken, Uijt hoofde hij vermeend had, van UwEd: Achtb: daar toe gelast te moeten worden; dog op des vertoonders nadere aan„ schrijvens 't zelve voorsz: onderzoek gedaan en daar op d in dato 26 der gepasseerde maand Januarij aan den d vertoonder gezonden het deezen de dato 22 daar bevoo„ rens — vens geannexeerd rapport. Dat den vertoonder /:onder Correctie:/ vermeenende dat zo wel uijt de deezen geanneexeerde beantwoorde articulen als Uijt 't voorsz: rapport ten duydelijksten zal koomen te consteeren, de doodslag door voorsz: Paret aan zijn slavinne Diana, van Mosambique gepleegd, te zijn van dien aard, dat nimmer met eenige mogen „lijkheid aan den kant van den vertoonder zal kunnen worden beweezen, denzelven Paret de Lex Cornelia de sicarus te hebben geincurreerd, en wel voornament„ „lijk om dat op goede gronden, nimmer in denzelven Parct kan worden gepresupponneerd, intentie gehad te hebben, zijne eige slavin om 't leeven te willen brengen en waar op 't meestendeels op aankomt; in delictis /:enim non xitus, sed voluntas spectatur dat is, in misdaa„ „den word zo zeer niet op de uijtkomst als wel op de intentie gelet; terwijl aan den kant van gem: Prres zou behooren te Coopereeren alle die voorbeelden waarop in Cas subject te meermaalen bij UuEd: achtb: is gedis„ „poneerd. — Waaromme den vertoonder zig keert tot uwEde Achtb: met verschuldigde eerbied verzoekende dat het uwEd: Achtb: gelieve te behaagen op fundament van de voorm: alle„ „gatien /:des noods:/ nader te deduceeren, omme te desla„ „reeren of uwEd: Achtb„ kunnen vallen in 't begrip 't voorn verzoek aan gem: Paret te accordeeren dan wel den vertoonder tot 't voortzetten dier proceduures naadere dispositie te verleenen. /:onderstond/:/ 'T welk doende & & /: was geteekend:/ H: L: Bletter„ „man /:in margine:/ exhibitum in Judicio 'T welk geleesen, en over dies inhoude gebesoigneert zijnde, is goedgevonden en verstaan den r: O: vertoonder het versoek daarin vervat toe te staan, en dien volgens deeze zaak Cirel, en composibel te verklaaren ten overstaan van Heeren gecommitteerdens deezer vierschaar. zijnde ƒ

NL-HaNA_1.04.02_10986_0763 view scan ↗

English

Furthermore, through the same sworn clerk, qualified as before on behalf of the Landdrost of Graaffe Rainet, the following representation was exhibited: Honorable and Worshipful Sir and Sirs Your Honorable Worships' humble servant, Morits Herman Otto Woeke, Landdrost of the Colony of Grog Reijnet, respectfully makes known: That on 26 November anno passato report was made to the petitioner that from the burghers Pieter and Stephanus Venter, together with Hendrik Kruger, all residing behind the Rendsterbergh, a number of 34 large as well as small Hottentots had run away and deserted together, carrying with them eight guns, powder and lead. That a commando was detached against these vagabonds by the inhabitants residing in that vicinity, which accomplished nothing, nor had it tracked down the deserted Hottentots, while the aforementioned vagrants were meanwhile staying in the veld. That on the 3rd of the month of December last, when the burghers Albertus Viljon and Barend Jansz, having ridden from the place named Het Zeekoegaf situated behind the Sneeuwberg to a place of the fellow burgher Jan Viljon situated nearby, in order to lead water onto a piece of cornfield, it happened that the same persons upon their return at the so-called Paarde Valleij unexpectedly came upon these vagabonds, who lay hidden behind an old stone kraal, and they were fired upon by the aforementioned vagabonds; mistaking the aforementioned vagabonds for Bushmen Hottentots, they took to flight with their horses, and the aforementioned Janssen, upon the order of their leader named Willem, was hit from behind by one of these conspirators through the buttock and through the front of the private parts; and on the 4th of the aforementioned month, having been brought by wagon to Jan van Aswegen at the Zeekoegat, he passed away there. To the Honorable and Worshipful Sir Rhenius, President, together with the Honorable and Worshipful Council of Justice at the Cape of Good Hope. That meanwhile the commando detached by the petitioner and the Council of War against the Bushmen Hottentots, the commander of which being the provisional field-cornet Pieter Pienaar, having advanced as far as the house of the often mentioned Van Asweegen and being informed of what had occurred, the aforementioned commando set out on the march to search for those vagrants and to capture them dead or alive; which had the effect that on the 5th of the aforementioned month, at the so-called Renoster Fonteijn behind the Sneeuwberg, they surrounded this band of vagabonds on a mountain from all sides, and after shooting dead two defensible Hottentots, took prisoner a number of twenty-five, both large and small, among whom were included their leader and the one who had shot the aforementioned Cornelis Jansen, and delivered the same prisoners here under escort on the 7th of the aforementioned month and handed them over to the petitioner. While meanwhile the Hottentots of the aforementioned Kruger had already become separated from them in the beginning of their desertion. That the petitioner subsequently caused the same prisoners to be guarded as well as was ever possible and as could be done given the not yet well-constructed establishment. That, notwithstanding the good precautions of the petitioner and the order given by him to his substitute to have those prisoners well looked after and guarded, it happened that five of the prisoners, being four large Hottentot men and one Hottentot woman, bound and with handcuffs, escaped from the prison on the 23rd of the often mentioned month at nine o'clock in the evening, of whom the leader of that gang, the frequently mentioned Willem, on 26 December passato at 8 o'clock in the evening, and the Hottentot woman on the 29th of the same month, were recaptured, with three still being absent. That the petitioner must ascribe such escape of the prisoners partly to the negligence of the substitute in not promptly observing the orders given to him by the petitioner, as well as to the orderly mounted guard of two raw Kaffirs stationed at the prison house, and on the other hand and particularly to the poor condition of the prison house, which in the first instance, and because there is no blacksmith here, could not possibly have been put into a good state of secure keeping. That there are still in custody here seven large Hottentots with three suckling children (the petitioner having returned to the mentioned Venter eleven small Hottentot children of both sexes, who were born at Pieter Venter's and having had no part in the crime, in order that he, having raised them, may keep them for some years in his service for proper board and clothing), whom the petitioner considers nothing other than accomplices who faithfully assisted their husbands in the commission of crimes (as evidenced by the desertion of the one Hottentot woman from the jail) and consequently also judges to be punishable. The petitioner turns in this matter to Your Honorable Worships with the humble request that, on account of the great distance of the place, a long and difficult journey, and heavy transport, as well as the obstacles occurring therewith and the multiple inconveniences, these may be remitted, yet all this cannot prevent evil from being punished, so that others therefrom

Dutch transcription

Zynde wijders door denselven gezwore clercq weegens den Landdrost van Graaffe Rainet, als vooren gequalifi„ „ceerd, geëxhibeert 't volgende vertoog: Edele Achtbare Heer en Heeren Geeft eerbiedig te kennen UEdele Achtb„s neederige dienaar Morits Herman Otto woeke Landdrost der Colonie Grog Reijnet, hoe aan den supp„t op den 26 November anno passato berigt gedaan zijnde dat van de burgers Pieter en Stephanus Venter, mitsgd„s Hendrik kruger, alle woonachtig agter den Rendsterbergh te zaamen wegge„ „loopen, en opgedrost waaren, een getal van 34: zo groote als klijne hottentotten, met zig voerende agt geweers kruijt en Loots. Dat op deeze vagabonden door de daar omstreek woonachtig zijnde Jngezeetenen een Commando was geta„ „cheerd, het welk niets geeffectueerd, nog de gedroste Hotten„ „totten had opgespoord, zig gem: Landloopers Jntusschen in 't veld waaren ophoudende. Dat op den 3 der maand December jongstl: als wanneer de burgers Albertus viljon en Barend Jansz: van den plaats genaamd het zeekoegaf geleegen agter den sneeuwberg, gereeden zijnde naar eene plaats van den meede burger Jan viljon, daaromtrend geleegen, ten einde in een stukje koornland waater te leiden, gebeurt is, dat dezelve perzoonen bij hunne te rugkomst aan de zooge„ „naamde Paarde valleij, deese vagabonden, die agter een oude klipekraal verschoolen laagen, onverhoeds op 't lijfwaaren ge„ „koomen, en door gem: Pandloopers op hen was geschooten d geworden, zij zig die gem: vagabonden voor bosjesmans Aan den Edelen Achtbaaren Heer Rhenius president beneevens den Edelen Achtb: Raad van Justitie aan Cabo de goede Hoop. holten p is A Ne H: 1 ƒ hottentotten waaren houdende, met hunne paarden op de vlugt begeeven hebbende, gem: Janssen door een dier Complotteurs op ordre van hunnen aanvoerden in naame willem, van agter in de bil tot voor door de schaamdeelen was getroffen geworden, dat hij den 4. der gem: Maand bij Jan van Aswegen aan het zeek beijgat, als aldaar met een waagen gebracht zijnde was koomen te overliden Dat intusschen het door den supp„t en den krijgsraad Gedetacheerde Commando op de bosjesmans hottentotten, waar van gezaghebber zijnde den provisi„ „oneelen veldwagtmeester Pieter Pienaar, tot hier bij meergem: van Asweegen gevordert en van het voorgevallene verstendigt zijnde, gem: Commando zig had op marsch begeeven, om die landloopers op te zoeken en leevend of dood te zien magtig te worden; het welk dan ook van dat effect was geweest dat zyl: dit Complot vagabonden den 5 der evengem: maand aan de zogenaamde renoster fonteijn agter den Sneeuw „berg op eenen berg van rondsomme bezet en na twee weerbaare hottenlotten te hebben doodgeschooten een ge„ „tal van vijfen twintig zo groote als klijne, waar onder hun aanvoerder en de geene die gem. Cornelis Jan„ „sen had geschooten begreepen waaren, gevangen Genoo„ „men en deselve gevangens den 7 der meergem: maand met eene bedekking alhier bezorgd en aan den supp„t over„ „gegeeven. Terwijl intusschen de hottentotten van voor„ 14 „melde kruger reeds in den beginne hunner desertie van henl: waren afgeraakt Dat den supp„t dezelve gevangens, dan ook zo goed maar immer moogelijk en zo als het weegens den nog niet wel gemaakte inrigting heeft kunnen geschieden, laaten bewaaren, Hee Dat, niet tegenstaande de goede voorzorge van den supp„t en de door hem gegeevene ordre aan desselvs substituut, om die gevangens wel te laaten bezorgen, en en oppassen gebeurd is, dat er vijf der gevangens, zijnde vier groote mannen hottentots en eene hotten toltinne ge „vleugeld en met handboeijen op den 23 der dikwils gem: maand 's avonds te neegen uuren uit de gevangen is schappeerd zijn, waarvan den autheur dier bende, meerge„ „melde willem den 26 december Passato 's avonds te 8 uuren en de Hotten tot tinne den 29 der evengem: maand weer zijn gevangen geworden, zijnde nog drie absent Dat den supp„t zulk ontkoomen der gevange„ „nen gedeeltelijk aan de neglicence van den Sibstituut in het niet prompt waarneemen der ordres door den supp„t aan hem gegeeven als wel aan den bij het gevan„ „genhuijs wagthebbenden ordonz: ruijter in twee baare kaffers moet toeschrijven en anderen deels en wel voorna„ „mentlijk aan de slegte gesteldheijd van het gevangen huis het welk ter eerster instantie /: en dewijl alhier geen smit :/ niet mogelijk zijnde in goeden staat van bewaring te hebben kunnen worden gebragt Dat alhier nog in hegten is zinde zeeven groote Htottentotten met drie zuijgende kinder /: hebbende de supp:t elf klijne hottentotjes byder kunne, die bij hem Pieter venter gebooren, en aan de misdaad hunner geen deel hebbende aan gem: venter te rug gegeeven, ten einde deselve groot gemaakt hebbende voor eenige Jaa„ „ren in zijn dienst te houden voor behoorlijke kost en klee„ „deren/ die den supp„t niet anders als Complicen conside „reerende, haare mans in het pleegen van misdaaden getrouwelijk zouden hebben, geadisteert /:blijkens desertie der eene hottentottinne uijt den tronk:/ en gevolglijk ook meede strafbaar oordeelt. Den supp„t zig in deezen tot UwEd„ Achtb: is vee„ „rende met needrig verzoek, dat weegens de verre afgelegend„ „heid der plaatze eene lange en moeijelijke rhijze en zwaar Transport mitsgd„s de daarbij voorkoomende obstaculen„ en de meenigvuldige ongemaken te kunnen werden ge„ „mortificeerd zulx alles niet kan beletten dat het quaade niet zoude worden gestraft ten einde anderen daar van

NL-HaNA_1.04.02_10986_0766 view scan ↗

English

to deter, it may nevertheless please Your Honorable Worships that those still in custody here, the prisoners and female captives, except the author of the conspiracy, whom the petitioner will send to the Cape and proceed against ex officio, may be riveted into irons here locally, and, having been punished, may be allowed to work here for the colony, or may be returned to their former master, the aforementioned Venter, in order to serve with the same, as previously was deemed proper by Your Honorable Worships. Whereby Justice in the punishment of crimes would in no way be curtailed, but executed according to the circumstances of the time, or as Your Honorable Worships shall think fit to order the petitioner in this regard. Below stood: Which doing, was signed: M. H. O. Woeke In the margin: exhibited in Judicio on 22 March 1787. After which reading and mature deliberation upon its contents, it was resolved to instruct the aforesaid petitioner to send the principal ringleaders of the conspiracy hither with the papers and documents for the elucidation both of their crimes and of those of their accomplices; and further to let the remainder, provisionally riveted into irons, work on the colony's public works until such time as this council shall have further disposed in this matter. Subsequently appeared in council the aforementioned sworn clerk, also charged with attending to the affairs of the Landdrost of the Colony of Zwellendam, who verbally gave to know: That since it appears from the inquiries made that the wife of the detainee Hendrik Willem Plooij, named Martha Maria van Nimweegen, seems to be the least guilty of all the prisoners who were captured with her of the offense laid to her charge, and not only that, but also because she fully persists in her denial, the aforesaid petitioner therefore requests that the aforementioned wife might be discharged from her detention sub poena confessi et convicti, in order to present herself in council at all times when required, all the more so since she is in the advanced stages of pregnancy and proper care cannot be provided here at law for such women other than placing her in such manner as Your Honorable Worships shall deem necessary; further requesting that, should it please this council to grant this motion, the aforementioned Martha van Nimweegen might then be ordered to remain here at the Cape and not to go outside the Castle without special consent. Thus, for the reasons and motives alleged therein, it was approved to discharge the wife of Hendrik de Plooij, named Martha van Nimweegen, from her detention sub poena confessi et convicti, to present herself in Judicio at all times when required, provided however that she shall not be permitted to leave this capital. Lastly, the following representation was served by the ad interim fiscal, the Honorable Gabriel Exter: To the Right Honorable the Presidents and the Court of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honorable Gentlemen and Honorable Gentlemen, Shows with due respect the undersigned ad interim fiscal: That having been handed a copy of a petition exhibited by the members then serving in the Board of Commissioners under date of 3 August 1786, concerning a search carried out on 24 July of the same year at the house of the free black Christoffel Anthonisz by the general lessee Jacobus Johannes van den Bergh, assisted by the company's third provost marshal, and his alleged conduct on that occasion, together with the resolution taken thereon by this Honorable Council, whereby the petitioner is enjoined to institute such action ex officio against the said Van den Bergh as shall be deemed proper, the petitioner, in possible compliance with this very honored resolution, passing over the steps taken in this case, only takes the liberty to remark: That on 25 July of the past year it was reported to the aforesaid petitioner by the company's third provost marshal that on the previous evening, at the request of the general lessee of the cool wines, Jacobus Johannes van den Bergh, who had stated he had been to the petitioner's house and had not found him, he had accompanied the said lessee to conduct a search and seize the wine in certain houses in which the said lessee was certain and convinced that wine was being smuggled; that having done so at the premises of the burgher Pieter Bok, the soldier Hartman of the battalion, and the Meuron corporal Begveld living in the house of the free black Vermeulen, they had found all the aforementioned persons to be guilty, for which reason he, the provost marshal, had seized the wines; that furthermore, the general lessee himself having also come to the house of the aforesaid petitioner to pursue his complaint, but having once again not found him, left behind the annexed paper, wherein

Dutch transcription

van af te schrekken het uwEd. Achtb egter mooge behaagen dat de alhier nog in hegtenis zijnde, zier en gevangena stotten tottinne /behalven den auteur des Complots die den supp„t Caabwaart zal zenden en teegen denselven ex officio ageeren:/ hier ter plaatze moogen worden in de ijsers geklonken en afgestraft zijnde alhier voor de colonie te moogen werken, of aan hun geweesene baas meergem: venter moogen werden te rug gegeeven, ten fine bij denselven te dienen, gelijk zulx wel eer bij UwEd: Achtb: goedgevonden is te behooren. Waar door de Justitie in 't Straffen van mi„ - „daaden geenzints zoude werden verkort maar geexecuteerd naar de Circumotantien des tijds, ofte zodanig als uw Ed achtb„ den supp„t des weegens zullen goedvinden te or„ donneeren. — /:onderstond:/ 'T welk doende /:was geteekend :/ M: H: O: woeke /:in margine:/ exhibitum in Judicio den 22 Maart 1787— Na welke lectuure en rijpe deliberatie over dies inne houde, is geresolveerd den R: O: vertoonder te gelasten, omme de voornaamste hoofden van 't Com„ plot herwaards over te zenden met de stukken en do„ „cumenten ter elucidatie zo van hunne misdaaden als van die van hunne meede Complicen: en voorts de Overi„ „ge provisioneel in de ijzers geklonken zijnde aan 'ss Colonies werken te laaten arbeijden, tot tijd en wijlen hier omtrend bij deesen raade nader zal zijn gedispo„ „neerd. — Vervolgens verscheen in raade meerm: ge„ „zwoore Clercq als met de waarneeming der zaaken van den Landdrost der Colonie Zwellendam meede gechargeerd, dewelke bij monde te kennen gaf. Dat vermits uit de ingewonne en questen consteerd, dat de huisvrouw van den gedetineerden Hendrik Hendrik willem Plooij in naame Martha Maria van Nimweegen 't minste van alle de gev„s dewelke met legde haar zijn gevangen genoomen aan het haar ten laste schuldig komt te zijn, niet alleen, maar ook daar zij volkoomen bij de ne„ „gative blijft persisteeren, zoo verzoekt den r: Overtoonder dat gem: huisvrouw Subpaena confessi et convicti uit haare de„ tensie mogte werden ontslaagen om ten allen tijde des gere„ „quireerd werdende in raade te sisteeren te meer, daar zij op 't Uijtterste zwanger gaat en alhier in regten is geen behoor„ „lijke zorge voor diergelijke vrouwen kunnen gedraagen worden dan wel haar zodanig te plaatsen als uwEd: achtb: nodig oor„ „deelen zullen; verzoekende al verder dat wanneer het deesen raade mogt behaagen in die voordragte te bewelligen, als dan gem: Marta van Nimweegen mogte worden geordon„ „neert van haar hier aan de kaap te moeten blyven ont„ houden en niet zonder speciaal consent buijten het Casteel te koomen. zoo is om de daar bij geallegeerde reedenen en moteven goedgevonden omme de Huisvrouw van Hendrik de Plooij in naame Martha van Nimweegen sub panc confessi et convicti uit haare detentie te clargeeren, omme ten allen tijde des gerequireerd wordende in Judicio te Sis„ „teeren, zo nogtans dat zij zig niet van deeze hoofdplaats zal vermoogen te verwijderen Laatstelijk wierd door den prointerim fiscaal d'E Gabriel Exter gedient van het volgende vertoog Aan de welEdele Achtbaare Heeren Pre„ „sidenten en raade van Justitie des casteels de goede Hoop. WelEdele Achtbaare Heeren en E Achtbaare Heeren Vertoond met schuldigen eerbied den ondergetekende Prointe en erd ld d ke Prointerim fiscaal. Dat in handen van den vertoonder Gesteld zijnde Copie van een Request geexhibeerd van den bijden toen ge„ „fungeerd hebbenden Leeden dit 't collegie van commissarissen sub dato 3 augustus 1786 raakende eenen van den generaa „len pagter Jacobus Johannes van den Bergh gead„ „sisteerd door 's Heeren derde geweldiger op den 24 July d: A ten huijze van den vrijzwart Christoffel Antho„ „nisz gedaane visitatie en deszelfs daarbij pretens ge„ „houden gedrag, met het van deezen E Achtb: Raade daar op genoomen besluijt, waar door de vertoonder word geinjungeerd nomine officii tegens gem: van den berg zodanige Actie te institueeren als zal vinden te behooren, den vertoonder in moogelijke voldoening aan dit zeer geëerde besluit, omtrend dit geval de daarbij gemaakte demarches voor overgaande alleen de vriheid neemt te remarqueeren, dat den 25 Julij des verleeden jaars door 'S Heeren 3„e geweldiger aan den r: O: vertoonder gerap„ „porteerd zijnde, dat hij 's avonds te vooren op verzoek van den generaalen pagter der koele wijnen Jacobus Johannes van den Bergh, dewelke gezegd had ten hui„ „se van den vertoonder geweest te zijn en denselven niet gevonden te hebben, gem: Pagter verseld had, om in eeni„ „gen Huijzen waar in dezelve zeeker en overtuigd was dat er met wijn gesmotkeld wierd, visitatie te doen en de wijn te arresteeren dat zijl: dan zulx verrigt hebbende bij den burger Pieter Bok, den soldaat Hartman van 't bataillon en den Meuronse corporaal Begveld woonende in 't huis van den vrij zwart vermeulen, alle gem: persoonen bevonden hadden schuldig te zijn, weshalven hij geweldiger de wij„ „nen had in beslag genoomen. dat voorts den generaale Pagter zelve ook ten huijze van den R: O: vertoonder gekoomen zijnde om zyne klagte te poursuiveeren, dog denselven weederom niet ge„ vonden hebbende, 't annexe Papier heeft te rug gelaaten, waar - 1 ƒ

NL-HaNA_1.04.02_10986_0769 view scan ↗

English

From which it appears that the lessee at the house of the free black of Vermeulen, of the citizen Visage, and the free black Christoffel Anthonisz, which alone is taken into consideration here, had nothing against anyone except against the aforementioned corporal, and also accused or charged no one else, which is why the presenter reverently sent the matter to Major de Meuron, in order to have the case investigated as falling under the jurisdiction of the regiment, and, if found guilty, punished. That, matters being in this state, the presenter first heard from the sitting commissioners that the citizen Visage and the free black had complained to them about violence committed by the lessee and sought satisfaction, while neither directly nor indirectly had wine been sold by them, and therefore he also directly sent to fetch the aforementioned third provost to him and to question him further about it; who then not only denied that any violence had been committed by the lessee; a search having indeed been conducted in the rooms and even under the bed, because the lessee maintained that two half-aams had been brought into the house from the widow De Waal, of which wine must absolutely still remain, but also added that it was admitted first by the son and then also by the old woman that wine was sold for 2 schellingen, that she, the woman, did not care at all about what went on in the room, and that Visagie himself, coming home and being addressed about the fact that smuggling was being carried out by the corporal in his house, had answered that it might well have happened a single time that wine had been sold, but that he nevertheless did not wish to be regarded as a smuggler, nor that smuggling should be done by others in his house, and that he would see to that. That the presenter, hoping to be able to rely as much upon the declaration of his substitute in such cases as upon that of the opposing witnesses, who perhaps suffer from very many shortcomings, thought he could let the matter rest until the end of the investigation against Corporal Beyseld, which then had the result that the same corporal, being found to have committed much fraud, was punished with a portion of saber-blows and confined to the barracks, having received the ordinary mark on the arm, which he still bears, so that the aforementioned complaining persons, the citizen Visage and the free black Antonisz, by tolerating such smuggling in their house and, as it seems, lending a hand to it, have made themselves punishable, and in the humble judgment of the presenter, instead of going to complain in a completely sinister manner, could very well have kept to themselves a small insult which they had actually received from the general lessee, driven to it by the agitation of his mind over the financial injury. This, Right Honorable and Worshipful Sirs, is the case in question, and the presenter believes, subject to correction, that he conducted himself in accordance with the requirement of his office and duty in this regard, from which it will also appear that no search was conducted here on the basis of a simple suspicion, but on a suspicion founded upon the testimony of several persons from the neighborhood, who declare that they have seen soldiers going in and out with bottles at all times of the day, and carrying one or even two half-aams there during the day, which the general lessee himself witnessed with his own eyes; to which is added that the corporal residing there had already made himself guilty in the same manner some time before and had been punished, which proofs were strengthened by the testimony of two persons from the house, and that of the 2 half-aams of wine that had been carried there that morning, no more than 7 bottles were left, the remainder certainly not having been consumed over a meal, and thus neither this, nor so long as the presenter has the honor of holding the office of Fiscal pro interim

Dutch transcription

waaruyt blykt dat den pagter ten huijze van den vrijzwart van vermeulen, van den burger visage en vrijzwart Christoffel Anthonisz, dat hier alleenig in aanmerking komt, 't teegens niemand gehad heeft, als teegens den booven„ „gemelde Corporaal, ook niemand anders beschuldigt of aan„ „klaagt, waarom dan den vertoonder r: O: naar den Heer Majoor de Meuron heeft gezonden, om de zaake, als onder de Jurisdictie van 't Regiment behoorende te doen ondersoeken en wanneer schuldig bevonden word, bestraffen. — dat de zaaken in deeze gesteldheid zijnde den ver„ „toonder eerst van de vaceerende Heeren commissarissen gehoord. heeft dat den burger visage en vrijzwart bij wel denselven over geweld van den Pagter gepleegd, geklaagd hadden en satisfactie begeerden, Terwijl van hunl: nog directe, nog indirecte wijn verkogt was geworden, dierhalven ook di „rectelijk gezonden om bovengem: 3„e geweldiger bij hem te haalen en denselven daar over verder te constitueeren; die dan niet alleenig negeerde dat 'er van den Pagter eenig geweld was gepleegd; zijnde egter wel in de kaamers en zel„ „ve onder de kooij nazoeking gedaan geworden, uijt hoopd wijl den pagter daar op bleef bestaan dat 'er twee half„ „aamen waaren in 't Huis gebragt geworden van de weed„e dewaal waar van absolute nog wijn moest over zijn maar ook nog bijvoegde dat eerst van den zoon en dan ook van de oude vrouw is geadvoueert geworden dat er wijn voor 2 sch: verkogt uierd, dat zij /: de vrouw :/ zig niets daarom bekommerde wat over in de kamer voorging, en dat visa„ „gie zelve te huijs koomende en daar over aangesprooken zijnde, dat door den Corporaal in zijn huis gesmotkeld wierd daar op had geantwoord, dat het wel een enkelde keer kost zijn geschied dat er wijn was verkogt geworden, maar dat hij egter voor geen smokkelaar wilde aangezien zin, nog dat in zijn huis door andere geomotteld wierd en dat hij dat zoude zien. 32 dat den vertoonder, hoopende op de verklaaring van zijn substituut in diergelijke gevallen zo veel staat te kunnen maaken als op die van de teegengestelde getuijgen erd die misschien aan zeer veele gebreeken laboreeren, vermeend C: heeft Ge gesteld ge„ sen 29 aan te heid hi gerap„ r hui dat ger en an den wij 2 N eni„ gamd 39 ie v an n er in en heeft daar bij te kunnen berusten, tot 'steende der ondersoe„ „king teegens den Corporaal Beyseld die dan van dat gevolg is geweest dat denselven corporaal bevonden zinde veel gefraudeert te hebben met een portie Sabelhieben is afge„ „straft, en in de caserne geconfineerd geworden, hebbende den „selven 't ordinaire Merk op de arm gekreegen, dat hij nog te draagd, zoo dat de boovengem: klaagende perzoonen den burger visage en vrijswart Antonisz door 't gedoogen van diergelijke sluikerij ten hunnen huijze en gelijk door 't gedoogen van diergelijke sluijkerij ten hunnen huijze en gelyk het schint de hand daarbij gebooden te hebben zig zelven strafbaar hebben gemaakt en naar het gevinge oordeel van den E: O: vertoonder in steede van op eene geheel sinistre wijze te gaan klaagen eene klyne beleedi„ „ging dien zij diergelyken weesentlijk van den generaalen Pagter door de persing van zijn gemoed over de benadee„ „ling daar toe gedreeven ontfangen hadden zeer wel had„ „den kunnen bij zig houden. — dit, welEdele Achtbaare Heeren is 't geval in que„ „tie en vermeend den vertoonder /:onder verbeetering naar vereijsch van zijn ampt en pligt zig daaromtrend gedraa„ „gen te hebben waar uit dan ook zal blijken dat hier geen visitatie is gedaan geworden uit hoofde van een sin „pele suspice, maar op een suspicie gefundeert op 't getu„ „genis van meerdere persoonen uijt de buurte, dewelke verklaaren in allen tijden van den dag te hebben gesien soldaaten met flesschen in en uijt gaan en 's daags een ook wel 2 halfaamen daar na toe draagen 't geen den generaale pagter zelve met eigene oogen heeft aange„ „schouwd, waar bij komt dat den aldaar woonende Corpo„ „raal eenigen tid te vooren zig reeds op gelijke wijze had schul„ „dig gemaakt en was gestraft geworden, welke preuven door 't getuijgnis van twee persoonen uit de huijze zijn, gesterkt geworden en dat van 2 halfaamen wijn, die Togtents daar na toe waaren gedraagen, niet meer als nog 7 fles„ „schen over waaren, zijnde den Overrest, zeekerlijk niet over de maaltijd geconsumeerd geweest, en dus is nog deeze nog zo lange de r: O: vertoonder d'eer heeft het Fiscalaat prointé

NL-HaNA_1.04.02_10986_0771 view scan ↗

English

to observe interim, another search, of which very many take place every 3 to 4 days, was not done on a flimsy basis, but indeed for good reasons. Flattering himself that he will never be found to act otherwise than in such a manner that, to the best of his knowledge, good order and justice are maintained: the officer representing the prosecution will in no way wish to plead for the lessee, but leaves it to a higher judgment whether it is an imagined right of the lessee to be able to conduct a search with the provost marshal and servants (caffres have previously been employed; for 6 years a servant), it being nevertheless quite certain and established that it has been the custom here for a very long time, and is in accordance with the laws and customs in almost all countries, that monopolists or privileged persons do the like with the assistance of officers of justice, and this must happen all the more so here, because, apart from a few residents of all the Honorable Company's posts, very many persons engage in such illicit trade, who are so intriguing in this matter that their underhand dealings are not discovered without difficulty, the wine being concealed in cupboards, outermost corners, and privies, and anyone among them being considered a wretched person who informs on anything or testifies about it, circumstances which therefore also require precise search, and if further restrictions were to be made, it would open the door and gate to wine smuggling; the officer representing the prosecution moreover considering, under correction, that those who degrade and lower themselves sufficiently to do the like themselves, to tolerate it in their house, or indeed to lend a hand to it, are then also not dishonored by a search of the provost marshal, who otherwise, with the three of them, would be very useless subjects in the colony. Wherewith the officer representing the prosecution, hoping to have answered the main content of the above-mentioned petition, has the honor, regarding the honored resolution taken by your Honorable Worships thereupon, to let this serve as a respectful report. [illegible] Signed: G: Exter In the margin: Exhibited in Court the 22 March 1787. Which was held in advice for circulation. Below stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, signed: C: van Aerssen, Secretary. Saturday, the 24th of March 1787. Extraordinary meeting, present in the forenoon: The Honorable Pieter Hacker and Johannes Isaak Rhenius, Presidents, and all the Members, except the Gentlemen van Echten, van Oudtshoorn, and Gie, all due to indisposition; the Secretary of this Council, Cornelis van Aerssen, ex officio, prosecuting. The Landdrost of Zwellendam, Mr. Constant van Nult Onkruidt, on the one side, and the Burgher Fredrik Hendrik Conradi, together with his wife Elisabeth Rossouw, assisted by her aforementioned husband, on the other side, parties required in this matter; the first-mentioned having acted as Plaintiff ex officio and the last-mentioned as Defendants, in order to hear sentence pronounced upon their documents and evidence produced back and forth in Court. The Council, having read and reviewed with all attention the documents and evidence exhibited in Court by the parties on both sides, as well as having considered everything that served the case and could move their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, orders that the female slave in question, with her child, shall be judicially sold by public auction for the benefit of the defendants, under this condition, that they may never ever come under the power of either the Officer Plaintiff or the defendants, or anyone of theirs. Furthermore, with regard to the accusation in the case of adultery, seeing that the evidence is not complete, the Council absolves the defendant from that action: leaving further reserved separately the action of injury intended by the Officer Plaintiff by way of accumulation upon and against the defendant. For reasons moving the Council thereto, the parties shall each bear for their private account the costs incurred by them in this lawsuit: except those relating to the action instituted by the Officer Plaintiff in the case of ill-treatment of the female slave, in which the defendants alone are hereby condemned. [illegible] Below stood: Thus done and sentenced at Cape of Good Hope the 18 January 1787, and pronounced the 24th March 1787. Lower: In my presence, signed: C:n van Aerssen, Secretary. [illegible]

Dutch transcription

prointerim waar te neemen, een andere visitatie, diergelij„ „ken dog zeer veele en alle 3 a 4 daagen geschieden uit een lossen bee grond maar wel naar goeden reedenen gedaan geworden. vleijende zig denselven ooyt anders te zullen bevonden wor„ „den als zodanig handelende, dat naar zyn best weeten goe „de ordre en regt gemainetineerd word: Den R: O: vertoonder zal op geenerlij wijze voor de pagter willen pleijten maan„ aan een hoogere oordeel overlaaten of het een ingebeeld regt van den Pagter is met geweldiger en Dienaars /:kaffers zijn 'er van te vooren geadhibeerd, zeedert 6 Jaaren dienaar, er te kunnen visitatie doen, zijnde egter zo veel vast en zee„ „ker dat 't van zeer langen tijd usantie alhier en met de wetten en gewoontens bijna in alle Landen overeenkom„ „stig is, dat monopolisten ofte gepreviligeerdens diergelijke on„ „der adsistentie van dienaars der Justitie doen, en zal mar alhier dies te meer geschieden moeten Terwijl er behalven eenige wijnige ingeseetenen van allen 's E Comp„s posten zeer veele perzoonen zig. met zodanigen ongepermitteerden handel afgeeven, dewelke zo intriquant daarbij zijn dat haar konkelarijen niet anders als met moeijte ontdekt worden, wordende de wijn in kasten, uiterste hoeken en Secreeten geborgen, en den geene voor een slegte perzoon onder hunlieden gehouden die iets verklikt of daaromtrend ge„ „tuijgd omstandigheedens die dus ook nauwkeurige na aam „zoeking vereijsschen, en indien meerdere bepaalingen zoude en gemaakt worden aan de wijnsmotkelarij deur en poort. zoude openen; vermeenende boovendien den R: O: vertoonder /onder correctie dat de geene die zig genoegzaam degra„ „deerd en verlaagd om diergelijke zelve te doen, ten zijnen huize te dulden ofte wel de hand daar toe te bieden, dan ook niet veroneerd worden door een visitatie van den ge„ „weldiger, die andersints met hun drien zeer onnutte sub„ „jecten in de colonie zouden weezen. Waarmeede den R: O: vertoonder hoopende den hoofd inhoud van bovengem: Request te hebben beantwoord, and d'eere heeft op 't van uw Ed: achtb: daar over genoomen veereerd geeerde besluijt deesen te laaten dienen voor eerbiedig bergt. H: oerte oe lg den van t en zig inge eene edi„ alen had in ten„ ke ien en 2 afs te en len an /:was geteekend:/ G: Exter /:in margine:/ Echibitum in Judicio den 22 Maart 1787 'T welk ter rondleezing in advijs is gehouden /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die At anno Ussupra /:laagen) Mij present /:was geteekend:/ C: van Verssen Secret„s Zaturdag den 24„e Maart 1787 Extraordinaire vergadering, Present des voorde middags de E achtbaare Heeren Pieter Hacker en Johannes Paak Rhenius, Presidenten, en alle de Leden, demptis de Hee„ „ven, van Echten, van oudtshoorn en gie alle bij indispositie, de Secretaris deezes Raads Cornelis van Aerssen, Amptshalven, reg„t den Landdrost van Zwellendam, den Heer Constant van Nult onkruidt ter eenre, en den Burger Fredrik Hendrik Conradi, benevens deszelfs huisvrouw Elisabeth Rossouw, g'ad„ „sisteerd met haaren voorn: man, ten andere zijde, gerequireerdens ten deezen de eerstgem: als Eisscher exoffirio en de laastgem: als verweerders geageerd heb„ „bende, omme op hunne over en weder in Judicio geproduceerde stukken en munimenten, vonnis te hooren pro„ contra „nuntieeren. e Raad, met alle oplettendheid geleezen en geresumeerd hebbende, de door parthijen hinc inde in Judicio geexhibeerde stukken stukken en munimenten, midsgd„s gelet op al het gunt ter mate „ne was dienende, en Hun EE„ Achtb„s konde doen moveeren, Recht doende uit naam en van weegens de Hoogmo„ „gende Heeren Staaten generaal der vereenigde Ne„ „derlanden ordonneert dat de slaavin in questie met haar kind, per publicque vendutie gerechtelijk zal worden verkogt ten voordeele van de gedaagdens, onder deeze conditie, dat zij nooit of nimmer onder de magt zoo van den E: O: lijs„ scher als van de ged e ofte iemand van de hunnen zullen vermoogen te koomen. wijders ten belange van de beschul„ „diging in cas van Overspel, gemerkt de bewijzen niet vol„ „leedig zijn, absolveert de Raad den gedaagde van die actie: Latende voorts de door den r: O: Eisscher bij wege van accumu an „latie op ende jegens de ged„e geintendeerde actie van injurie ad Separatum gereserveerd. zullende om reedenen den Raade daar toe moveerende, parthijen een ieder vóór hun privé de door hun in deezen processe gemaakte kosten draa„ „gen: uitgenoomen die geene, welke betrekkelijk zijn tot de ac„ „tie door den Z: O: Eisscher in cas van mishandeling der. slaavin geinstitueerd, in dewelke de ged„e alleen gecondemneerd worden mids deezen. rer en /:onderstond:/ Aldus Gedaan en gevonnisd aan Cabo de goede ƒ Hoop den 18 Januarij 1787, midsgaders gepronuntieerd den 24:e Maart 1787 /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ 6 C:n van Aerssen Secret„s Onder og t ak ed eerde N

NL-HaNA_1.04.02_10986_0774 view scan ↗

English

Thursday the 29th of March 1787 in the forenoon, extraordinary meeting, present the Honorable Worshipful Lords Pieter Hacker and Johannes Izaak Rhenius, Presidents, together with all the Members except the Lord of Oudshoorn due to indisposition. The following memorial was exhibited by the sworn Clerk of this Council, Senior Ryno Johannes van der Riet, as qualified to attend to the affairs of the Landdrost of Zwellendam, Mr. Constant van Nult Onkruijdt: Honorable Worshipful Lords, and Worshipful Lords. Shows with the deepest due respect the undersigned sworn Clerk at the Secretariat of Your Worships, as qualified in official capacity by the high authorities of this country to attend to the affairs of the Landdrost of Zwellendam, Mr. Constant van Nult Onkruijdt. To the Honorable Worshipful Lords Pieter Hacker and Johannes Isaak Rhenius, Presidents, together with the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government. That by Elisabeth Rossouw, wife of the burgher Fredrik Hendrik Conradi, as qualified by her husband by means of a privately executed document legally insufficient, a petition was presented on the date 5 June 1783, in which she, among other scurrilous, disrespectful, and impertinent expressions very characteristic of its author, saw fit to make known that the aforesaid Landdrost did not act as a pious and upright officer of Holy Justice, but among other misdeeds, was alleged to have had an illegitimate child; all of which are insults that require no further proof, as this is established in writing. Which petition having been placed into the hands of the principal of the undersigned in order to provide Your Worships with a report, the said Landdrost then, in fulfillment of his duty, submitted his Report on the date 31 July 1783, provided with 5 enclosures. That meanwhile, a summons in person having been requested and obtained by the Landdrost upon and against the said Conradi in a case of accused adultery, and upon the personal appearance the said Conradi was condemned by Your Worships to answer to such interrogatories as would be put to him by the Honorable Submitting Officer before the Commissioners from this Honorable Worshipful Council. That the repeatedly mentioned Conradi, having denied the crime of adultery in his given answers, nevertheless stated on the last three articles of that interrogation that he, being ill, had asked his wife for an authorization at the instigation of the burgher Jacob van Reenen who was the cause, and also that he did not know that such a petition would be presented to Your Worships, but that his wife would simply address herself to the Burgher Senate; from which it appears that he had no intention to insult the aforesaid Landdrost, much less that his wife would do so, as he had no knowledge of the contents of that petition, while the same was drafted here at the Cape, so that according to law the quasi-authorization is ipso facto null and of no value. That the aforesaid Landdrost, or the person who was acting here on his behalf at that time pursuant to the authorization of Your Worships annexed hereto and to which the undersigned takes the liberty specifically to refer, made and concluded a criminal claim upon and against the said Elisabeth Rossouw that the slave woman, after first having been sold under the conditions specified therein, she, the defendant, should make honorable and profitable amends for the insults committed, honorably, to

Dutch transcription

Onderdag den 29 Maart 1787 ƒ des voordemiddags extraordinaire vergadering, present de E Achtb: Heeren Pieter Hacker en Johannes Izaak Rhenius presidenten, beneevens alle de Leeden dempto den Heere van Oudshoorn weegens in dispositie Wierd door den gezwoore Clercq deeses Raads S„r Ryno Johannes van der Riet als ter waarneemin„ „ge van de zaaken van den Land-drost van Zwellendam de Heer Constant van Nult onkruijdt gequalificeerd, 't vol„ „gende vertoog geexhibeerd: WelEdele Achtbaare Heeren.. en EE: Achtbare Heeren Vertoond met diepschuldigen eerbied den ondergeteek„ gezwoore Clercq ten Secretarije van UwEd: Achtb: als door de hooge overigheid deezer landen in officio gequalificeerd ter waarneeminge der zaaken van den Landdrost van Z wel„ „lendam de Heer constant van Nult onkruijdt Dat door Elisabeth Rossouw huisvrouw van den burger Fredrik Hendrik Conradi als door haaren man op eene in rechten onvoldoende onderlandsche acte gequali„ „ficeerd in dato 5 Junij 1783 gepresenteerd is een request, waar bij zij onder meer andere lasive, disrespectieuse en impertinente uijtdrukkingen, den steller daar van zeer eigen heeft gelieven bekend te stellen, dat den voorm: Landdrost niet als een vroom en oprecht officier der Heilige Aan de welEdele Achtbare Heeren Pieter Hacker en Johannes Isaak Rhenius Presidenten benee„ „vens den E Achtb: raade van Justitie deezes Gouvernements. — Justitie Justitie te werk ging, maar onder meer andere misdrijven, een onzcht kind zoude gehad, hebben; welke alle Jnjurien zijn die geen bee naadere bewijzen requireeren, als consteerende zulx schriftelijk, an welk request in handen van des ondergesz„ p„l gesteld zijnde len ten fine uwEd, achtb: te dienen van berigt, gemelde landdrost dan oor in dato 31 Julij 1783 ter pligtschuldige beantwoordinge heeft ingeleeverd zijn Berigt gemunieerd geweest met 5 bij, in laagen. Dat intusschen door den Landdrost op ende jeegens gem: conradi in cas van beschuldigde egtbreuk zijnde 5 verzogt en geobtineerd, dagvaarding in persoon en bij de heer personeele Comparitie gem: Conradt door uw Ed: achtb: et gecondemneerd is te antwoorden op zodanige vraag„ en articulen als hem door den E: O: vertoonder voor Heeren gecommitt:s uit deezen Edelen Achtb: Rade zoude werden voorgehouden Dat meergem Conradi bij zijne gegeevene an„ woorden 't crimen adulterii hebbende genegeerd egter op de er drie laatste articulen van dat verhoor Gezegd, dat hij ziek lie zijnde zijn vrouw versogt had om een qualificatie op instigatie van den burger Jacob van Reenen de Oorzaak was, als ing meede dat hij niet geweeten heeft dat een diergelijk request aan uwEd: Achtb: zoude worden gepresenteerd, maar dat zijne huijsvrouw haar Simpel zoude addressieren aan 2 Heeren burgerraaden; waar uijt blijkt dat hij niet van „intentie is geweest, om de voorn: Landdrost te Jnjuriee aamd „ren veel min dat zijne huisvrouw zulx doen zoude als eni hebbende hij van den inhoud van dat request niet gewee„ „ten, terwijl het selve, hier aan de kaab is geconcipieerd, dus na rechten de quasi qualificatie ipzo nul en van geenen en waarde komt te zijn. — Dat den voorm: Landdrost ofte die geene die ont„ van zynentweegen alhier ter dier tyd fungeerende, inge„ „volge qualificatie van UwEd achtb: deesen geannexeerd ƒ en waarop den ondergeteekende de vryheid neemt zig speciaal te beroepen, op ende jeegens gem: Elisabeth de Rossouw is Crimineelen Eysch gedaan en geconcludeert, dat de Slavin, na alvoorens onder de daar bij bepaalde condi„ „tien verkogt zynde, zij gedaagdesse de gebeenigde Jnjurien zoude beeteren honorabel en profitabel honorabel, omme E n dam en an na 1

NL-HaNA_1.04.02_10986_0776 view scan ↗

English

after the preceding tolling of the bell in this full court in public before the court on both their knees to ask God and the court for forgiveness, profitably to pay to the deacons of the poor of the Reformed church here the sum of One Hundred Rix-dollars, and further in a fine of one hundred Rix-dollars for the benefit of the Officer demanding Justice, with condemnation in all costs. That thereupon the citizen Hendrik Meemeling, being qualified by procuration from the said Coenradi and his wife, his submitted two responses; since the same, as appears by the resolution of Your Honorable Worships taken on the remonstrance presented by the Landdrost, annexed hereto, dictates in substance, that I may use the very words, among others, that whereas the writings are extravagant, impertinent, and incongruous, and also entirely contrary to the style and manner of proceeding decreed by the sovereign, and also the defamatory expressions used therein, highly insulting to an officer of Justice who acts ex officio, both in the writings themselves and in the counterclaims made and conclusions reached, the Court, on account of all this, has thought fit to condescend to the reasonable request of the Officer demanding Justice, accordingly granting the requested striking from the record, ordering that the submitted indecent responses be returned and the parties ordered within six weeks to submit other proper responses to the Court; and whereas he who acts as attorney for parties ought to know how he must conduct himself in the drafting of his writings, the Court condemns the said Meemeling to a fine of 25 Rix-dollars for the benefit of the Reformed poor of this place, with a very serious admonition to refrain henceforth from producing similar and other irreverent and impertinent writings against an officer of Justice in this Court again, under penalty of heavier punishment; from which it appears most clearly that Your Honorable Worships yourselves have been of the opinion that an officer of Justice ought not to be insulted without some punishment being inflicted for it. That subsequently other responses were exhibited by the said Meemeling in more proper and decent terms, furnished with a lot of informal affidavits to the number of 14 pieces, absolutely contrary to Your Honorable Worships' resolution of 17 June 1784, whereby all attorneys who at that time practiced before this illustrious court, after having first been summoned inside, were ordered henceforth not to exhibit any more private declarations or informal affidavits in Court, since upon the same not only shall no justice be administered, but they shall be returned to the presenters in that manner, Which informal affidavits mainly state in a lamentable and incomprehensible style: I have not seen that Coenradi or his wife ever mistreated his slaves, since I have been his neighbor for many years, without the least thing having been produced by the parties to support their defamatory expressions, whereas always and in any case the mistreatment is so proven both by the declarations and by the inspection of the former member of this illustrious court and Council of Policy, the Honorable Mr. Tobias Christiaan Ronnenkamp, and the Honorable Mr. Smuts, who still has a seat as a member of this illustrious assembly, who were present at the giving of the report of the female slave and declare in these plain words that the marks of the mistreatment as well as those of the fetters in which that slave sat were still shown to the said Gentlemen and can still serve as proof of the extreme mistreatment, just as the report dictates. That further, when on behalf of the Landdrost further productions were renounced, the said Meemeling still saw fit to protest in indecent terms in a so-called dictamen on the roll against some declarations that were supposedly returned to him by Your Honorable Worships, referring to the impertinent responses mentioned before, yet to the question of whether he had not received all the papers back, he declared nothing else than: Yes, but that the drafter of that writing, when he, Meemeling, received the last two responses, had not, according to his contention, returned as much as he believed ought to have been there, thus the fault was of the drafter and not of anyone else. That finally on 18 January of this year the said proceedings reached their conclusion through a judicial sentence and subsequently on the 24th of this current month of March, or on last Saturday, was pronounced on the roll, in which it is mentioned among other things that Your Honorable Worships [illegible]

Dutch transcription

na voorafgaande klokke geslag in deeze volle vierschaar in 't pe „bliek bij den Teann op haare tween god in de Jastin b mee hen om vergiffenis, profitabel omme te betaalen aan de diacon armen der gereformeerde kerke alhier de somma van Een H „dert Ryxdaalder en voorts in een amende van een honder Rijxd„, ten behoeve van den R:O: vert: met condemnatie aller kosten. — Dat daar op den burger Hendrik Meemeling, als bij procuratie door gem: Coenradi en sijne Huisvrouw gequ lificeerd zijnde, zijne ingeleeverde twee antwoorden; vermits dezelve blijkens besluijt van UwEd achtb: genoomen op 't ve „toog door den Landdrost gepresenteerd, deesen g'annexeer in Substantie, op dat ik de eijge woorden gebruike onder anderen dicteerd, dat dewijl de schriftuuren extrava„ „gante, impertinante in incongruente mitsgd„s ten eene„ „maal teegens de door den souverain gestatueerde stijl en manier van procedeeren stridende zijn, mitsgd„s de daar in gebeesigde Sasive en een officier der Justitie dewelke r: O: ageerd zeer hoonende expressien zo in de Schriftuuren zelve als de bij reconventie gedaane Eisschen en genoomen conclusien zo heeft de Raad uit hoofde van het eenen ande goedgevonden in 't billijk verzoek van den R: O: vers: te con „descendeeren, accordeerende mitsdien de verogte roija, zullen de ingeleeverde indecente antwoorden werden te rug gegeeve en partijen geordonneert binnen zes weezen andere behoo „lijke antwoorden in raade over te leeveren; en vermits de geene die als procureur voor parthijen postuleerd, diend weeten hoe hij zich gedraagen moet in 't coucheeren zyner schriftuuren, zo condemneerd de raad gem: Meemeling een boete van 25 rijxd„s ten behoeve van de gereformeerde armen deeser plaatse, met wel serieuse recommandatie om zig voortaan te wagten soortgelijke en andere irreveren „te en impertinente schriftuuren jegens een officier, der Justitie in deesen raade weeder te produceeren op peene van zwaardere correctie; waar uijt nie ten klaarsten blyk dat uwEd Achtb: zelve gevallen zijn in 't begrip, dat een officie der Justitie niet behoord te werden geinjurieerd, zonder de daar op eenige strafoeffening werd te werk gesteld. Dat vervolgens door gem: Meemeling ande antwoorden, in behoorlijker en decenter termen g'exhibeerd zijnde, gemunieerd met een partij cartabellen ten getale van 1. stuks, volstrekt strijdig met uwEd Achtb: bestuit van den 17 Junij 1784. waar bij alle procureurs dewelke te dier tyd voor deese illustre vierschaar postuleerden na alvoorens binnen binnen ontbooden aangezegt zijn om voortaan geene onder „handsche verklaaringen of Castabellen meer in raade te exhibee „ren, vermits op dezelve niet alleen geen recht meer zal gedaan worden maar in diervoegen aan de producenten te rug zullen werden gegeeven, Welke cartabellen voornaamentlijk in een lamen„ „tabele en onverstaanbaare stijl behelsen: Rk heb niet gezien dat connadi ofte zijne huisvrouw oogt zijne slaaven heeft mis„ „handelt vermits ik lange Jaaren zijn buurman den geweest zonder dat iets het minste door parthijen is geproduceerd tot slaaving hunner Laesive uitdrukingen, daar immer en in allen gevalle de mishandelingen zo beweezen is met de verklaaringen als met de Schouwing van den geweesen lid deezer luijsterrijke vierschaar en lans Raad en den E acht: Raad van Politie d' E Achtb: Heer Tobias Christiaan Ronnenkamp en den nog als lid, deezer elluestre verga„ „dering cessie hebbenden Heere Smuts dewelke bij het gee„ „ven van d: Relaas der slavinne present geweest zyn en met deeze ronde woorden declareeren, dat de teekenen der mishandelingen zo wel als die der kluijsters waar in die slaven gezeeten heeft nog aan gem: Heeren vertoond en welke nog als een bewys der verregaande mishandeling kunnen dienen gelijk zulx het relaas dicteerd. Dat voorts wanneer door ende van weegens den Landdrost wierd gerenuntieerd van verdere productien gem: Memeling nog in indecente termen bij een zogenaamd dictamen ter rolle heeft gelieven te protesteeren teegens eeni„ „ge verklaaringen die hem te rug door UWEd Achtb„ zoude gegeeven zijn, bedoelende op de inpertinente antwoorden hier vooren gem:, egter op de vraage of hij dan alle papieren niet te rug ontfangen had: niet anders heeft gedeclareerd als Ja: maar dat den stellen van dat schriftuur hem Meemeling wanneer hij de twee laatste antwoorden ont„ sing, volgens zijn Sustenue niet zo veel weeder gegeeven had, als hij vermeende dat er wel moeste zijn dus de fout van den steller en niet van iemand, anders was. — Dat eindelijk op den 18 Januarij deezes Jaars de gem: procedures door een rechterlijk gewipde hun beslag erlangd en vervolgens op den 24 deeser loopende maand maart ofte op laatst: Saturdag ter rolle gepronuntieerd is, waar bij onder anderen gem: word, dat UwEd actb: v7 der als gegu it 8. ve exeer der a ene„ en daar elke uuren men ande te con zallen geeve behoo de nd en 9 de dat 2 n ne 80 de beert va den ty en veren de

NL-HaNA_1.04.02_10986_0778 view scan ↗

English

leaves the action of injury, which was instituted separately by way of accumulation by the court-appointed representative against the wife of Coenradi, reserved, with condemnation, furthermore for reasons moving Your Honorable Worships thereto, of the parties concerning the injury in the costs of this lawsuit, while Coenradi privately has been condemned in the costs incurred on account of the assault. And as far as concerns, Noble and Honorable Lords, the action of injury that has been left reserved for the principal representative of the court by Your Honorable Worships, he must declare that he could not institute any further one, since the action is grounded not only on the order of this Noble and Honorable Court, but also on such proofs as could be legally required; indeed, Noble and Honorable Lords, Your Honorable Worships, upon reading the petition submitted by the wife of Coenradi, will most clearly perceive that the same contains nothing but impertinent, disrespectful, and defamatory terms, mainly amounting to the allegation that the undersigned principal was said to have an illegitimate child. The representative of the principal has already refuted this point several times and will briefly attempt to demonstrate further that he knows no better than that from a husband and wife, who after prior examination and according to the laws of the land are confirmed in the state of matrimony, no other children can be brought forth than legitimate descendants of their parents and lawful by the bond of marriage; indeed, Noble and Honorable Lords, the laws state without the slightest contradiction that even children born out of wedlock before the marriage, when the parents confirmed in marriage bring their children with them, are legitimized, and, being legitimized in that manner, according to law such former bastards inherit from the father equally with the legitimate children, because through such legitimation they acquire all the rights and prerogatives of actual own heirs, of which the proverb from ancient times was "to marry the child under the cloak," see Simon van Leeuwen, Roman-Dutch Law, Book 1, Chapter 7, number 5; Voet, Elements of Law, Book 3, Title 1, number 23; how much more so in this case, where the undersigned principal does not know that any children were born before the marriage, unless one could demonstrate that the undersigned principal, besides the two children begotten with his first wife Elisabeth van der Heijden, who died on 10 May 1782, as well as the children begotten with his second and third wives, had procreated any others. And since such has not only not been shown or proven in her writings by the said wife of Coenradi, nor can be proven, the undersigned trusts that such has arisen solely from her malicious disposition or that of her scribes, and thus serves to provide evidence of an intentional malice in order, if possible, thereby to bring the character of the undersigned principal into disrespect among the public, over and above the fact that she has most severely insulted the person of the principal representative; thus the undersigned trusts, subject to the wiser judgment of Your Honorable Worships, that if his principal is to continue to exercise the post he has the honor to hold with the requisite prerogatives communicated to him by the government of this capital as the sole and original representatives of the sovereign, if the weak yet well-meaning efforts of the undersigned's principal are to be in any way sufficient for the maintenance of good order in the countryside, which the post he holds nevertheless imposes upon him, and if the undersigned principal is not to be exposed to the continual insults of the insolent common folk, with whom he is daily obliged to settle the unending disputes arising there, the undersigned, then, Noble and Honorable Lords, dares to flatter himself that he may expect from the equity of Your Honorable Worships that Your Honorable Worships will never tolerate that one of the inhabitants should leave the undersigned principal unavenged when doing something against him in his official capacity. It is then for those reasons that the undersigned takes the liberty very humbly, indeed meekly, to request Your Honorable Worships that it may please Your Honorable Worships to direct these proceedings, initiated by and on behalf of the undersigned principal upon the special order of Your Honorable Worships and since that time perfected, since the representative maintains that because his principal suffered that insult in his office, he therefore cannot act in that matter under civil law, to be finalized with the greatest right through the fiscal office, to the end that the same may be concluded according to law with the requisite speed and the malicious may receive their well-deserved punishment, or else to take such further decision concerning this as Your Honorable Worships shall judge most appropriate to the nature of the matter. Below stood: Acting with merit. [illegible]

Dutch transcription

de actie van injurie dewelke bij weege van accumulatie do den R: O: vertoonder op ende jeegens de huijsvrouw van coen„„ „di is geinstitueerd ad Separatim gereserveerd laat, met cond„ „natie, wijders om reeden uwEd: Achtb: daar toe moveerende van partijen nopens de Jnjurie in de kosten van deezen processe terwijl coenradi voor zyn prié is gecondemneerd in de kosten gevallen weegens de mishandeling En wat betreft Edele achtbaare Heeren! de actie van C Jnjurie die de p„l R: O: vert: door UwEd Achtb: is geresen „veert, gelaaten, zo moet hij betuijgen, dat hij geene naader zoude kunnen institueeren vermits de Actie gegrond is niet alleen op de order van deesen. Edele achtb: Raade maar ook op zodanige bewijzen als naar rechten maar zoude kun nen werden gerequireerd; immers Edele achtb: Heeren zullen uw Ed: Achtb: bij 't verleesen van 't request door de huisvrouw van Coenradi ingeleeverd ten klaarsten be„ „speuren dat deselve niets als impertinentie, disrespectu„ „euse, en fletrissante termen behelsen, voornaementlijk daa hebben gehad. op uitkoomende dat des onderget„ p„r een onlgt kind zoud Des R: O: vert: p„r heeft reeds te meermaalen dit poinct wederlegt en zal nog kortelijk tragten aan te toonen dat hij niet beeter weet als dat uijt man en vrouw, dewelke na voorgaande examinatie en volgens de wetten van den Lande in den Huwelijken staat bevestigt zijn andere kinde „ven daar uit kunnen werden voortgebracht als Egte en door den band des huwelijks wettige afstammelingen van hunne ouders; de wetten immers Edele achtbaare Heeren zeggen zonder eenige de minste teegenspraak dat zelfs snegt geboore kinderen voor 't Huwelijk, wanneer de ouder in egt bevestigd hunne kinderen meede brengen, geegt wor„ „den en op die manier gelgt zynde volgens alsulke ge„ „weese bastaarden de vader te gelijk met de wettig geboore kinderen om dat zij door dusdanige wettiging alle de regten en prevogativen van eigen zelfs erfgenaamen ver„ krijgen, waar van Oudstijds 't Spreekwoord= was 't kind ond de huijk trouwen vide Simon van Leeuwen Rooms Holl: regt Lib: 1. Capp: 7. n: 5, voet, beginselen des Recht Lib: 3 tit„ 1. n„o 23. hoe veel te meer in dit geval, daar des onderget„ p„l niet weet dat er kinderen voor den lgt zijn gebooren, ten waare dat men zoude kunnen aantoonen, dat des on„ der get: p„l buijten de twee kinderen bij zijne op den 10 Meij 1782 1782 Overleedene eerste huisvrouw Elisabeth van der Heijden en zo meede bij zyne tweede als derde huisvrouw verwekte kin„ „deren, nog andere had geprocrëerd. En daar zulx door de gem: Huisvrouw van Coenradi niet alleen bij haare schriftuuren niet is aangetoond of bewee„ „sen, nog ook kan beweeren, worden, zo vertrouwd de anderge„ „teekende dat zulx alleen uit haare boovaardige gemoedsgesteld „heid of die van haare pennevoerders is voortgesprooten, en het dus een blijk komt uijt te leeveren van eene opzettelijke quaad „aardigheijd omme waare het moogelijk daar uit het Caraater van den onderget„ p„l in disrespect bij 't algemeen te bren„ „gen, boven en behalven dat zij den perzoon van den pp. l ver„ „toonder op 't sterkste heeft beleedigt, zo vertrouwd den on„ derget: onder het wizer oordeel van uwEd achtb: dat zal zijn p:r de post die hij d'eere heeft te bekleeden met de ver„ eijschte prevogativen die hem door de regeering deeser hoofd„ „plaatse als de eenige en origineele reprosentanten van den souverain, zijn meede gedeeld blyven waarneemen, zullen de Zwakke edog welmeenende poogingen van der onderge„ „teek„s p„r eenigzints toereikende zijn tot het mainatineeren der goede ordre ten platten lande, 't welk de post die hij bekleed hem egter oplegd, zal des onderget„ p„l niet bloot gesteld zijn aan de geduurige insultes van 't brutaal ge„ „neen, met 't welk hij dageliks genoodzaakt is de aldaar in 't oneindige voorvallende geschillen te beslissen, dat de onder„ get: dan Edele achtb: Heeren: zig vlijen durft dat, hij van de requiteit van uwEd achtb: te verwagten heeft dat uwEd achtb: nim „mer zullen gedoogen dat eene der Jngezeetenen des onderget„ zal laaten. p„r amptshalven het een of ander dandoende hem ongestraft T is dan om die reeden dat de onderget de vryheid neemd uwEd achtb: zeer ootmoedig ja deemoedig te verzoeken dat het van uwel aghtb: welbehaagen zijn mooge deese procedu„ „ren door ende van weegens des onderget„ p„l op speciale ordre van UwEd achtb: geentameerd en zeedert die tijd voldongen ver„ „mits den vertoonder sustineert dat daar zijn p„l die hoon in zijn officie is aangedaan, hij dus na rechten in die zaak niet kan ageeren en met 't grootste regt door 't offici fiscaal. ten fine deselve na rechten met de vereijschte spoed mogte worden gefinaliseerd en kwaadwilligen hunne welverdiende, straffe ontfangen, dan wel hier over zodanig nader besluijt te neemen als uwEd achtb: met den aart der zaake 't gevoeglykste zullen oordeelen te behooren /:onderstond:/ Steek doend. tie doo Coenre Cond de eeren een van esen dere is niet aar oor kun en be tu 8aa zoude d yk 1 dit toonen n inde door an ren fs ouders ƒ 100r ge gebooren de ver„ d onder Holl: 3 til: on Meij 8 va 1 vrte

NL-HaNA_1.04.02_10986_0780 view scan ↗

English

Signed R: J: V: D: Riet In the margin: Exhibited in Court the 29 March 1787 Which having been read, the request made therein by the honorable ex officio petitioner was granted, and the matter concerning the insult was placed into the hands of the Fiscal office. After which, by the same sworn clerk in the aforementioned capacity, the following oral request was made: The ex officio petitioner has the honor to briefly state to your Honorable Worships that the Landdrost of Zwellendam, on 18 December 1783, by representation, made a request to your Honorable Worships that certain defamatory language and defamatory insults disseminated by the citizen Jacob van Reenen to the detriment of the Landdrost might be placed into the hands of the independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, as he was then provisionally serving in the Fiscal office, which was granted by your Honorable Worships as the request dictated; without anything having been undertaken in that regard by the said Mr. Serrurier, either then or afterward. That subsequently, the said Landdrost on 9 February 1784 addressed your Honorable Worships again by petition and requested that, since the said Mr. Serrurier had in the meantime died very suddenly, the aforementioned matter might anew be placed, for the purpose of investigation and prosecution, into the hands of the present pro interim Fiscal, Gabriel Exter, which was likewise granted by your Honorable Worships in the manner aforesaid, and the said Fiscal was ordered as the first resolution dictates, without the said pro interim Fiscal having done anything regarding this to date; wherefore the ex officio petitioner very humbly requests that it may please your Honorable Worships to enjoin the said pro interim Fiscal anew to investigate this matter, to the end that your Honorable Worships may dispose thereof as you shall deem necessary. Whereupon it was approved to notify the pro interim Fiscal that he will have to prosecute this matter. The Secretary having furthermore requested the Council to be pleased to inform him how he will have to act in causing the appearance before this court of the citizens Andries Willem van Iaak, Coenraad Hendrik Feijl, and Jan Steenkamp, the same Secretary was ordered to summon these persons ordinaris modo to appear in person. Below was written: At Cabo de goede Hoop, on the day and year as above. Lower: In my presence, signed C: Jan Aerssen, Secretary. Thursday, the 5th of April 1787. In the forenoon, present the Honorable Worshipful gentlemen Pieter Hacker and Johannes Isaak Rhenius, Presidents, together with all the members, except for the gentlemen van Oudshoorn and Maasdorp due to indisposition. The gentlemen Presidents made known to the Council that Mr. Le Sueur had requested of their Honorable Worships the bodily apprehension of the following two persons, with a further motion to communicate this request to this Council. The ex officio Plaintiff submits a written claim furnished with 34 appendices, concluding at the end of the same ad torturam. The defendants say they can confess no more than they know. The Council holds this matter under advisement. Senior Merchant and Member of the Honorable Worshipful Council of Policy of this government, Mr. Jacobus Johannes Le Sueur, as expressly qualified by the Right Honorable Gentleman the Governor and the well-mentioned Honorable Worshipful Council of Policy to perform the office of Fiscal and thus ex officio Plaintiff versus The soldiers serving at this Castle, Bernard Christiaanse and Bernard Koningswinter, defendants in criminal matters, to hear such written criminal claim and conclusion as the same in the aforementioned capacity shall make against them. The petitioner serves an answer. The ex officio defendant requests a copy thereof in order to reply in 2 weeks, or else to renounce further productions. The Council grants the ex officio defendant the requested copy in order to serve a reply thereto in 2 weeks, or else to renounce further productions. The citizen Johannes Joachim Theron, petitioner, versus The pro interim Fiscal, the honorable Gabriel Exter, defendant, in order to see an answer served to his submitted claim. The roll having run its course this far, the following petition was presented by Petronella Maria van de Caab: To the Right Honorable Worshipful gentlemen Pieter Hacker, outgoing, and Johannes Isaak Rhenius, incoming Presidents, together with the other Honorable Worshipful gentlemen Councilors of Justice of this government. Right Honorable Worshipful Gentlemen, Honorable Worshipful Gentlemen, With all due respect, shows unto Your Honorable Worships

Dutch transcription

/:was geteekend:/ R: J: V: D: Riet /:in margine:/ exh „bitum in Judicie. den 29 maart 1787 T welk geleezen zijnde is den E: O: vertoonder zijn versoek daar bij gedaan geaccordeert en de zaak belangen „de de Jnjurie gesteld in handen van het officie Fiscaal. — Waar na door denselven gezwoore Clercq in evengemel qualiteit wierd gedaan 't volgende mondeling, verzoek: Den R:O: vertoonder heeft d'eere UwEd: achtb: kortelijk zeggen 88 „dat den Landdrost van Zwellendam op den 18 decem „ber 1783 bij vertoog aan UwEd achtb: versoek heeft gedaan da „zeekere door den burger Jacob van Reenen ten laste van den „ Landdrost gespargeerde Lastertaal en eerrovende Jnjurien, „ mogte werden gesteld in handen van den Heer independent „ fiscaal M„r Jan Jacob Serrurier als toenmaals, 't fiscaal „aampt provisioneel waarneemende 't welk door UwEd achtb: „zo als 't verzoek dicteerd is geaccordeert; zonder dat door „gem: Heer Serrurier zo toen als naderhand daaromtrand iets is te werk gesteld. — „dat vervolgens gem: Landdrost op den 9 februarij 1784 „ zig andermaal bij Request aan uwEd Achtb„ heeft geaddresseert „ en versogt dat vermits gem: Heer Terrurier in tusschen zee „subiet was koomen te overleijden de voorm: zaak op nieuw „ mogt werden gesteld ten fine van ondersoek en Strafvorde „„ring in handen van den teegenswoordigen prointerim fiscaal „gabriel Exter 't geen door UwEd achtb: meede in voegen „voorsz: is geaccordeert en gem: fiscaal geordonneert zo als 't „ eerste besluijt komt te dicteeren zonder dat gem: prointerim „fiscaal voor als nog iets dientweegen heeft gedaan; weshalven „den R: O: vertoonden uwEd: Achtb: zeer Ootmoedig verzoekt dat 't „ uw Ed Achtb: behaagent mooge op nieuws gem: prointerim fiscaal „te injngeeren deeze zaak te ondersoeken, ten fine daarom „trend door uwEd Achtb: zodanig mogte worden gedisponeerd „als noodig oordeelen zullen—. Waar op is goedgevonden den prointerim fiscaal aan te zoggen, dat hij deeze zaak zal hebben te poursuiveeren. Zinde wijders door den Secretaris den raade verzogt hem te willen informeeren, hoedanig hij zig zal hebben te gedraagen - in in het doen Compareeren voor deese vierschaar van den burger Andries Willem van Iaak, Coenraad Hendrik Feijl en Jan Steenkamp, zoo is dezelve Secretaris gelast om deeze persoonen ordinaris modo te dagvaarden om in perzoon te Compareeren. /:onderstond:/. - Aan Cabo de goede Hoop die A anno Uossupra /:laager:/ Mij present / /:was geteekend:/ C: Jan Aerssen Secret„ Donderdag den 5„e April 1787. 's voor de middags present d' E achtb: Heeren Pieter Hac„ „ker en Johannes Isaak Rhenius presidenten benee„ „vens alle de Leeden demplis de Heeren van Oudshoorn en Maasdorp bij indispositie. — Gaaven de Heeren presidenten den raade te kennen dat de Heer Le Sueur Aan hun E achtb„ had versogt apprehensie corporeel, op de volgende beijde, perzoonen met verdere instan„ „tie om dit verzoek aan deezen raade te communiceeren. De Heer R: O: Eisscher leevert Ten. opperkoopman en Lid in den over eenen Schriftelijken Eisch gemu„ E Achtb: Raad van Politie, deezes gou„ „nieerd met 34 bijlaagen Concludeeren, vernements M„r Jacobus Johannes „de in fine van dezelve, ad torturam Le: Sueur als door den welEdelen Gestr de ged„e zeggen niet meer te Heere gouverneur en welopgem: E Achtb: kunnen Confesseeren dan zij weeten. - politicquen raade expres gequalificeerd, ter waarneeminge van het ampt van de ten deesen Casteele militeerende sol„ „daaten Bernard Christiaanse en Bernard Koningswinter ged:s omme te aanhooren zodaanigen dit Een van den saa 8: and 784 eert zee euws de caa n 't 6 m ven al - ƒ . .. Fiscaal en dus ex officio lypscher contra Criminee prout in scriptis De Raad houdt deeze zaak te rondveezing de Requirant dient van antwoord e burger Johannes Joachima Theron requirant de E:O: gereg: verzoekt daar van Copie Contra om over 2 weeken te repliceeren, dan wel den prointerim fiscaal d'E Gabriel Exter gereg:n omme op zijn ingelee„ „verde Eysch te zien dienen van ant van verdere productien te renuntieeren De Raad verleend den E: O: gereg: de versogte copie„ om daar op over 2 weeken te dienen van replicq, dan wel te renuntieeren van verdere productien. — 4 De Rolle tot dus verre zijnde afgeloopen wierd 2 door Petronella Maria van de Caab gepresenteerd het volgende request. Aan de WelEdele Achtbaare Heeren Pieter Hacker afgaande en Johannes Isaak Rhenius, aankoomende presidenten benee„ „vens de verdere Edele Achtbare Heeren Raaden van Justitie deezes gouver„ „nements. WelEdele Achtbaare Heeren E: E: Achtbaare Heeren Geeft met alle verschuldigst respect te kennen UwEd schriftelijken frimineelen Eysch ende conclusie als dezelve in gem: quali„ „teit opende jeegens dezelven zal koomen te doen.. — Achtb: . „woord. en

NL-HaNA_1.04.02_10986_0783 view scan ↗

English

Honorable Sirs, your very humble servant Maria Petronelle of the Cape. That between the petitioner and a certain Claas Vincent, who is currently serving as a Sailor on the Honorable Company's ship de Meermin lying at anchor here in the roads, a close intimate relationship has been maintained for a considerable time, arising from mutual affection; that the said Claas Vincent has promised the petitioner on several occasions that he would marry her, and which he also confirmed to the deceased Mother of the petitioner on her deathbed that he would fulfill. That the petitioner is certain that the aforementioned Claas Vincent would not fail to fulfill his promise if only he were permitted to come ashore for the time required for the performance of the aforesaid marriage, for the said Claas Vincent is not unaware that the petitioner is otherwise entirely incapable of providing a livelihood both for herself and for the natural Daughter of the aforementioned Claas Vincent begotten with her, and would thus be plunged into the greatest poverty. And that the gentleman Fiscal pro interim Gabriel Exter has seen fit to have taken from the house of the said Claas Vincent a certain enslaved boy belonging to him in ownership, named Damon of Madagascar, in order to have him sold, as he was indeed sold for and in the sum of two hundred and eighty rixdollars, in order to satisfy the creditors of the said Claas Vincent therewith. However, since no other debts have presented themselves than the repatriated Jurgen Poppe for the sum of one hundred and Ten rixdollars, thus it is that after deduction of the paid auction fees in the sum of 50 rixdollars, there has remained a balance of One Hundred and Twenty rixdollars, which currently still rests with the secretary of Your Honorable Worships; and whereas the petitioner, under respectful correction, believes herself entitled to the receipt of the said balance, so it is that the petitioner turns in the most humble manner to Your Honorable Worships, very humbly requesting that it may graciously please Your Honorable Worships to permit the aforementioned Claas Vincent to come ashore for the purpose as aforesaid, and thus enable him to perform his aforesaid promise and to unite himself with the petitioner in the state of matrimony; and that it may also please Your Honorable Worships to discharge the aforementioned Claas Vincent from the service of the Honorable Company's ship de Meermin after the solemnization of the aforesaid marriage, and to permit him to depart for the fatherland with the petitioner together with her child; as well as that Your Honorable Worships will be pleased to order the secretary of this court to pay the balance to the petitioner after deduction of the judicial costs; or that Your Honorable Worships will be pleased to dispose otherwise as Your Honorable Worships shall find proper. Below stood: Doing which, was signed: Petronella Maria of the Cape. In the margin: Exhibited in Court the 1 April 1787. Which petition having been read, the same was held under advisement and the petitioner was ordered to produce her baptismal certificate at the next meeting; furthermore, attention having been given to the conduct maintained by the Fiscal pro interim with respect to the petitioner in selling one of her slaves for the satisfaction of some debts, it was approved and resolved to ask the said Fiscal pro interim who qualified him for this step, and to call him to account for it. Below stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower stood: In my presence, was signed: C: van Aerssen, secretary. Thursday the 19 April 1787 in the forenoon, present. The Plaintiff in his official capacity renounces further production, which the Defendants also did. The Fiscal pro interim of this government, the Honorable Gabriel Exter, Plaintiff in his official capacity in a Criminal case on the one side, Against the burgher Johannes Joachimus Theron and his wife Alida Mosterd, assisted by her said husband, Defendants, to hear reply or renunciation in a Case of acts of violence. The Council holds this matter under advisement for circular reading.

Dutch transcription

Achtb: zeer onderdanige dienaresse Maria Petronelle van de kaap. Dat tusschen de supp„ten en zeekere Claas vincent den welke zig tans bevind als Matroos op 's E Comp„s schip de Meermin alhier ter rheede leggende, een geruijmen tijd is ge„ „houden geweest een groote gemeensame verkeering gesprooten zynde dit weederzijdsche geneegendheid dat denselven Claas vincent haar supplte differente maalen belooft heeft te zul„ „len trouwen en 't geen hij meede aan de overleedene Moeder van de supp=lte op haar sterfbed bevestigt heeft te zullen naar„ „koomen. Dat de supp„te verseekert is den bovengem: Claas Vin„ „cent niet ingebreeken zoude blijven om aan zijn belofte te voldoen indien hij maar voor den tijd welke tot het presteeren van 'te voorschreeven huwelijk verEijscht werd aan de wal mogte koomen, want dat het den gem: Claas vincent niet onbewust is dat de supp„te anders ten eenemaal buijten staat is zo voor haar zelve als voor de natuurlyke Dogter van den meergem: claas vincent bij haar verwekt een bestaan te kunnen vinden en dus in de allergrootste armoede zoude gedompeld worden. - En dat de Heer Prointerim fiscaal gabriel Eter. heeft goedgevonden om uijt huijze van gem: claas vincent„ te laaten haalen zeekere hem in Eygendom toebehoorende slaa„ „ve jongen, genaamd Damon van Madagascar om de „selve te laaten verkoopen zo als dezelve ook is verkogt voor en omme de somma van twee hondert en tachtig ryxd„s ten einde de crediteuren van gem: Claas vincent daar van te voldoen. — dan, alzoo 'er zig geen andere schulden hebben opgedaan als den gerepatrieerden Jurgen Poppe voor de somma van een hondert en Tien rijxd„s, zo is 't dat er na aftrek der betaalde vendupenn: ter somma van 50 rd„s is overgebleeven Een saldo van Een Hondert en Twintig rd„s dewelke tins nog onder den se„ „cretaris deeser UwEd Achtb: zijn berustende, En vermits de supp„lte onder eerbiedige corfectie vermeend tot den ontvangst van gem saldo gerechtigd te zijn — soo is 't dat de supp„t zig op 't allernee„ „drigsten tot UwEd achtb: is keerende, zaer ootmoedig verzoekende dat het uwEd achtb: goedgunstig, gelieve te behaagen, aan meergen claas vincent te permitteeren omme ten fine als vooren aan de wal te moogen koomen en hem dus in staat te stellen zijn voorsz: belofte te presteeren en zig met de supp„ten in den egten staan te verbinden en dat het meede van uwelEd achtb: zijn mooge den boven,gem: Claas vincent naar voltrekking van voorsz: hu„ welijk uitdienst van 's E Comp„s schip de Meermin te ontslaan en hem te permitteeren met de supp„tn beneevens haar kind naar het vaderland te vertrekken, als meede dat uwEd: Achtb: den secre„ „taris deezer veerchaar zullen gelieven te adjudiceeren aan de Supl de teerd en supp:n na aftrek der Justitieele kosten 't Saldo te betaalen; ofte dat UwEd: Achtb: zodanig anders zullen gelieven te disponee „ren als uwEd: achtb: zullen vinden te behooren /:onderstond:/ 'T welk doende /:was geteekend:/ Petronella Maria caab /:in margine:/ Exhibitum in Judicio den 1 april 1787.— Welk request geleezen zynde is, het zelve in advijs gehouden en de requestrante geordonneert ter naaste vergadering haar dat doopcedul te produceeren: voorts gelet zynde op het gehouden ge„ „drag van den prointerim fiscaal ten opzechte der supp„te in het verkoopen van een haarer slaaven ter voldoeninge van eenige schulden, is goedgevonden en verstaan gem: prointerim Fis„ „caal af te vraagen wie hem tot deeze demarche gequalifecrer heeft; en denselven daar over te reede te stellen. /:/onder tond/ Aan cabo de goede Hoop die At anno Utsupra /:laager Mij present /:was geteekend:/ C: van Aerssen secret„s Becke vo onderdag den 19 April 1787 's voorde middags present de de R: O: Eisscher renuntieerd van de prointerim fiscaal deezes gouver verdere productie, „nements d' E Gabriel Exter r: O: 't gunt de ged: meede kwam Eipscher in cas Crimineel ter eenre Contra den burger Johannes Joachimus Theron en desselvs huijsvrouw Ali„ „da Mosterd geadsisteerd door gem: haren man ged„e omme in Cas van geweldenaryen te hooren repliceeren of renuntieeren. De Raadhoudt deeze zaak ter rondleezing in advijs Gelvin te doen „ „ hier hem „gin g „ven de lijk

← previousnext →