VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10986

Cape · 984 pages · 314 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10986_0785 view scan ↗

English

The officer of justice, plaintiff, serves a written demand, concluding as at the end. The said acting fiscal, the Honorable Gabriel Exter, officer of justice, plaintiff in a criminal case on the one part; against the burgher Coenraad Eb, defendant, to hear demand and conclusion in a case of contravention, to answer thereto and to proceed according to law. The defendant states that at the time the last gauging took place he was ill, and for that reason did not know that the weight in question was ungauged, as his servant had been tasked with having his weight gauged, and this is therefore an omission not of him, the defendant, but of his servant; he further states that his servant is present before the council chamber in order to bear witness to this if necessary. Whereupon the parties, persisting in reply and rejoinder, renounced further productions. The Council holds this matter under advisement. The said acting fiscal, the Honorable Gabriel Exter, officer of justice, plaintiff on the one part; against the burgher Hendrik Sies, defendant, to hear demand and conclusion for payment of 75 rixdollars, being the amount he owes to the plaintiff pursuant to the settlement dated 31 August 1786, and to answer thereto. The messenger entering reports that the defendant has not appeared. The officer of justice, plaintiff, on account of the non-appearance of the defendant, requests the first default with the benefit thereof, and a second citation against two weeks from today. The Council grants both requests. The court roll having run its course thus far, there was again brought to the table the petition submitted at the latest session by the wife of Vincent Claas, which having been deliberated upon, and taking into account the request made regarding it by the acting fiscal, considering that this woman is not legally married to the said Vincent Claas, it was resolved to have her estate sold judicially and to hand over the proceeds thereof to the aforementioned Vincent Claas. Whereupon by the sworn clerk, Senior Rijno Johannes van der Riet, as qualified by the government of this administration to attend to the affairs of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, there was submitted the following memorial accompanied by 4 annexures: To the Right Honorable the President and further Honorable Members of the Honorable Council of Justice of this Government. Shows with due respect Hendrik Lodewyk Bletterman, Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein: That on the 15th of the recently elapsed month, March, it was brought to the knowledge of the memorialist by the burgher David Naudé that he, Naudé, had caused one of his slaves named Dam, who had absented himself from home for a couple of days on account of stealing brandy and had returned the day before, to be tied to a wagon ladder by another slave named Gallant, and had subsequently himself punished the said slave Dam with a six-horse whip; and that after a drink of water had been given to the said slave Dam by the oft-mentioned Gallant, who supposedly misunderstood him, Naudé, the aforementioned Dam came to die at nightfall. That on the aforementioned 15 March, the memorialist, together with commissioned Heemraden, as well as the burgher surgeon Jan Petrus François Melchior Briers, having proceeded to the place of the said Naudé, inspected the dead body of the said Dam there, finding it interlaced with numerous whip lashes, indeed even that when the body had been turned over, some welts were found across the belly and chest, and the left eye and the lips had even been struck by a whip lash, so that it appeared impossible to the judicial commission that all those blows could have been inflicted by one person within a short time; and the said Naudé, having been asked thereupon how much time he had spent on such an impermissible and unchristian punishment, declared to the commissioned Heemraden that he had not had a watch with him, but that during the punishment the other slaves had returned several times with grapes from the vineyard to the cellar and from there back; the aforementioned surgeon Briers, after having opened the body, having declared that through the numerous contusions which were caused by the countless blows, the death of the said slave Dam was brought about accidentally, as appears both from the inspection certificate annexed hereto and the surgical certificate. That the memorialist, after the said judicial inspection was thus performed, having ordered the said Naudé that he might have the corpse buried, and having asked whether some of his slaves had also attended that punishment, he affirmed that nearly

Dutch transcription

de r: O: Rijsscher dient van eenen schrifte lijken Eijsch, daar bij concludeerende Ut in fine Gem: prointerim fiscaal d' E gabriel Exter r: O lijsscher in Cas Crimineel ter dezelver de ged: zegt ten tijde dat de laatste eenre eiking geschied is ziek te zijn geweest, en dier hal„ opende jeegens „ven, niet te hebben geweesen dat het gewicht in questie ongeikt was, also zijn knegt de bezor„ den burger Coenraad E6 ged: omme „ging hadde gehad om zijn gewicht te laaten in cas van contraventie te hooren Eijsschen beiken en dit dus een versuijm is, niet van hem ged: maar van zijn knegt; zegt voorts en concludeeren daarop te antwoorden en dat zijn knegt; zegt voorts dat zijn knegt te procedeeren als na rechten voor de raadsaal zig bevind om des noods hier van getuigenis te kunnen geeven. waarna partijen voor re=en duplicq persisteerende, renun „tieerden van verdere productien. De Raad houdt deese zaak in advijs. gem: prointerim fiscaal dE Gabriel Ex„ de Bode binnen treedende, rap„ „porteerd dat de ged: niet is gecompa„ „ter r: O: Eijscher ter eenre reerd. op ende jeegens de r: O: Eijsscher; vermids de non den burger Hendrik Sies ged: Omme„ Comparitie van den ged, versoekt het te hooren Eijschen en concludeeren tot betaa„ 1„e default met den profijte van dien, „ling van lijxd„s 75. zijnde zo veel denselven en eene 2„e Citatie teegens heden over 2 ingevolge compositie de dato 31 augustus weeken. — 1786 aan den Eijsscher te betaalen schuldig is, daar op te antwoorden. — de Rolle tot dus verre zijnde afgeloopen, kwam weeder ter tafel het door de vrouw van vincent Claas ter Jongster Sessie inge„ diend request, waar over gedelibereert, zinde en gelet op het daar omme gedaan verzoek van den prointerim fiscaal gemerkt, deese vrouw niet wettig met gem: vincent claas is getrouwd geresolveerd is haaren boedel gerechtelijk te doen verkoopen en Waarna door den gezwore Clercq S„r Rijno Johannes van der Riet als ter waarneeminge der zaaken van den Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman door de Regeering deezes gouverne„ „ments gequalificeerd, wierd gediend van 't ondervolgende ver„ „toog gemunieerd met 4. bijlaagen 't provenu daar van aan voorn: vincent claas af te geeven. — De raad fiat het een en ander. Aan - alen ponee aar ge„ het ge is ager Vertoond met schuldige eerbied Hendrik Lodewyk Bletter man Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein. dat op den 15„' der Jongstgepasseerde maand, Maart aan den vertoonder door den burger David Naudé ter ken„ „nisse is gebracht geworden, dat hij Naudé een zyner slaaven met naame Dam, dewelke weegens het steelen van Brande wijn een paar daagen van huis zig geabsenteerd en daags be„ „voorens te rug gekoomen zijnde op een wagen ladder hade doen binden door een ander slaaf met naame gallant, ver„ „volgens gem: slaaf Dam met een zes paarden zweep zelfs had afgestraft. en dat aan gem: slaaf Dam door meergem: galant, die hem Naude niet wel verstaan zou hebben een dronk waater toegebracht zijnde, voorsz: Dam met het 2 allen der avond was koomen te sterven. — dat op voorsz: 15 Maart, den vertoonder neevens gecom„ „mitteerde Heemraaden, mitsgd„s den burger Chirurgijn I:n Petrus François Melchior Briers zig ter plaatze van gem: Naudé hebbende begeeven aldaar het doode Lighaam van gem: Dam hebben geschouwt, het zelve met veelvuldige Zweepslaagen doorvlogten bevonden, ja zelfs dat toen het lichaam omgekeerd was geworden, zommige striemen over de buijk en ovrsten be „vonden wierden, en het linker oog en de Lippen zelfs met een zweep slag getroffen, zo dat het de rechterlijke commissie ondoe „nelijk voorgekoomen was al die slaagen binnen korten tyd door een mensch te kunnen zijn toegebracht aan gem: naude daar op gevraagd zijnde hoe langen tijd hij tot een dergelijke ongepermitteerde en onchristelijke straffe wel hadde toegebracht, denselven aan de gecom„ „mitteerde Heemraaden heeft betuijgd geen horologie bij zig gehad te hebben egter dat geduurende de afstraffing de overige slaaven differente reisen met druiven van den wijngaard naar de kelder en van daar waaren gekeerd; hebbende voorm: Chirurgijn Briens na dat hij het Lighaam geopend heeft gehad, gedeclareerd door de veelvuldige contusien dewelke door de ontelbaare slaagen waaren veroorzaakt toevalliger wijze de dood van gem: slaaf Dam ontstaan te zijn, gelijk zulx zo uijt de deesen geannexeerde schouwcedulle als het Chirurgieale certificaat komt te blijken. dat den vertoonder na dezelve alzo gedaane regterlijke schouwing gem: Naude gelast hebbende het Lyk te kunnen laaten begraaven, en gevraagd: of ook sommige zijner slaaven die afstraffing bijgewoond hadden, heeft denzelven betuijgd gehad, dat Aan den welEdelen Achtbaare Heeren Presidenten, beneevens de verdere Heeren Leeden van den Edelen Achtbaren Rade van Justitie deezes Gouvernements. — bijna

NL-HaNA_1.04.02_10986_0787 view scan ↗

English

almost all his other slaves had indeed seen this, but that only the aforementioned Galant and the slave Adam had been present at the punishment from the beginning, from which two slaves the petitioner has caused further information to be taken, and has also annexed the same hereto, and which statements most clearly establish that the said Naude beat the said slave Dam with a six-horse whip from the morning around the hour of eight o'clock until midday with intervals to such an extent that he could no longer walk, and also not through misunderstanding, but indeed by express order of him, Naudé, a drink of water was handed to him, whereupon the said Dam came to die that same evening at sunset, The petitioner trusting that from the aforementioned, as being in conformity with the annexed documents and evidence, your Worships will be fully convinced that such an abominable manner of punishment is utterly contrary to all the laws that ought to be maintained in a well-ordered society; and that, if one wishes to test this conduct committed herein by the said Naude against the principles of the general written laws, it would take little effort to prove that the abuse committed by the said Naudé upon his slave Dam appears to have been the sole cause of this slave's premature death, and having given cause thereto per factum illicitum, he ought therefore also according to those general written laws to be punished; that the petitioner, subject to correction, believing that such inhumane conduct and evil deeds as those of which the aforementioned Naude has made himself guilty ought to be punished and counteracted by legal means, finds himself obliged, for the continuation of those proceedings against the same Naude, to request the necessary authorization from your Worships. Wherefore the petitioner ex officio takes the liberty to turn to your Worships, requesting that your Worships may be pleased to grant him, the petitioner ratione officii, a decree by virtue of which the petitioner is authorized to summon the repeatedly mentioned David Naudé to appear in person before this Noble and Honorable Court in order to hear such criminal demand together with request or requests as the petitioner ex officio shall be advised to make against him, to answer thereto, and further to proceed as according to law. Which doing, etcetera. Was signed: A. L. Bletterman. In the margin: Exhibited in court on the 19th of April 1787. Which having been read and taken into consideration, that among the annexes attached thereto were two declarations that had been executed before commissioned Heemraden instead of before gentlemen commissioned members of this court, the Council has thought fit and resolved not to accept the two aforementioned declarations, as being informal and unlawful, but on the contrary to return them to the petitioner ex officio, and to enjoin him to put those declarations into proper legal form and then to exhibit them in court again; while the decision on this petition shall remain suspended until that time. Meanwhile, the Secretary is ordered to write to the aforementioned Landdrost on behalf of the Council, never again in the future to submit such informal declarations to this assembly. Whereafter it was reported orally by the gentlemen Horak and De la A that, having attended to the civil compoundable case of the burgher surgeon Casper Fredrik Paret, the said case was settled for a sum of one hundred Rixdollars. Furthermore, there were taken in hand the documents kept for consideration and read around at the last meeting from the Honorable Jacobus Johannes Le Sueur, who was expressly authorized in this matter by the Right Honorable Governor and the Honorable Council of Policy to perform the office of Fiscal, upon and against the soldiers of the battalion here, Bernhard Christiaansen and Bernhard Koningswinter, over which, mature deliberation having been held, together with attention to everything that in any way merited reflection, their Worships by interlocutory sentence have condemned the prisoners Bernhard Christiaanse and Bernhard Koningswinter to be subjected to a certain degree of torture, as is customary here; the Council's disposition, however, shall be presented to them as if it actually entailed subjecting them to full torture, in order that the effect hereof might not be thwarted by their foreknowledge of the contrary. Lastly, discussion was held regarding the youth Johannes Jacobus Fabritius, who, pursuant to a resolution of the Council of the [illegible] 1786, ought to have been sent away from here, which however has not yet happened to this day, wherefore the Council has thought fit and resolved to [illegible] the Military Captain Parelsen

Dutch transcription

bijna alle zijne overige slaaven zulks wel gezien hadden dog dat alleenlijk voorm:t Galant en de slaaf Adam van den beginne af bij de afstraffing present geweest waaren, van welke bij de slaaven, den vertoonder de nadere Jnformatien heeft doen neemen, en dezelve dee„ „sen meede bijgevoegd, en welke bij de verklaaringen ten duijdelijk„ „sten consteerd dat gem: Naude den gem: slaaf Dam van des morgens omtrent de klokke agt uuren tot op den middag bij tus„ „schen poozing met een zes paarden zweep dermaaten heeft ge„ „slaagen dat hij niet meer gaan konde, en ook niet door mis„ „verstand, maar wel op expresse last van hem Naudé een dronk waater is toegereikt geworden, waarop gem: Dam dienselven avond met zons ondergang is koomen te sterven, Den vertoonder vertrouwende, dat Uijt het hier vooren gementioneerde als zijnde conform de geannexeerde stukken en bewijzen, uwEd achtb: ten vollen zullen zijn overtuijgd dat een zulke afschuwelijke manier van afstraffing is volstrekt strijdig met alle de wetten dewelke in eene welgeregelde societijt behoorde stant te houden; en dat, wil men dezelve in deezen gepleegde handelwijze van gem: Naude wetsen aan de gronden van de algemeene beschree„ „ve regten, 't wijnig moeijte zou kosten om te bewijzen dat de mis„ „handeling door gem: Naudé aan zijn slaaf Dam gepleegd de eenigste oorsaak aan van dies slaaf zijn prematuur overlyden schijnt geweest te zijn, en als daar, toe aanlyding te hebben gegee„ „ven, per factuur illicium, hy ook daarom na die algemeene be„ schreevene wetten zou behooren gestraft te worden dat den vertoonder /:onder correctie:/ vermeenende dat zulke ontmenschte handelwijze en euweldaaden, als waar Aan voorsz: Naude zig heeft schuldig gemaakt, behoorde ge„ straft en door middelen regtens te worden teegengegaan, den ver„ „toonder tot het voortzetten dier Procedures jeegens denselven Nau„ „de zig verpligt vind van U Ed: Achtb: de noodige qualificatie te moeten versoeken.. Mits welke den vertoonder R:O: de vryheid neemt zig te keeren tot UwEd, achtb versoe„ „kende dat UwEd achtb„e versoekende, dat uwEd: achtb: aan hem Ratione offici ver„ „toonder gelieve te verleenen decreet uit krachte van 't welke den vertoonder werd gequalificeerd meergem: David Naudé te dagvaarden omme in persoon te Com„ „pareeren voor desen Edelen achtbaren Rade ten einde te aanhooren zodanigen Crimi„ „neelen Eysch mitsgd„s verzoek ofte verzoeken als den E: O: vertoonder te raade werden zal jeegens hem te doen daarop te ant„ „woorden en voorts te procedeeren als na rechten. Eften. de om de 1 /:onderstond:/ 'T welk doende &„a /:was geteekend A: L: Bletterman /:in margine:/ exhibitum in Iudicio den 19 April 1787.— Het welk geleesen zijnde en in aanmerking genoomen, dat zig onder de daarbij geannexeerde bijlaagen, twee verklaaringen bevonden die voor gecommitteerde Heemraaden in steede van voor Heeren gecommitteerde seeden deeser vierschaar waaren gepasseerd, zo heeft de Raad goedgevonden en verstaan de twee gem: verklaringen als informeel en onwettig, niet te accep „teeren, doch ter contrarie aan den E: O: vertoonder te rug te geeven, en denzelven te Jnjungeeren die verklaringen in for„ ma probanti te brengen en als dan wederom in Judicio te exhibeeren; terwijl de dispositie op dit vertoog tot dien tijd zal blijven gesurcheerd. — Zijnde intusschen de Secretaris gelast om den voorn: Landdrost 's Raads weege aan te schrijven, van diergelijke in formeele verklaringen in vervolg van tijd nooijt weederom in deeze vergadering over te leggen. Waarna door de Heeren Horak en dele A mondeling wier gerapporteerd dat hun EE„ gevaceerd, hebbende bij de Civrelen composibel verklaarde zaak van den burger Chirurgijn Cas vel fredrik Paret, gem: zaak was afgemaakt voor een som„ „ma van een Hondert Rijxd„s Wyders wierden bij der hand genoomen de ter Jongster vergadering in advijs gehoudene en rondgeleezene stukken van den E Achtb: Heer Mr: Jacobus Johannes Le Sueur, als te deezer zaake expresselik door den WelEdelen gestr: Heere gouverneur en E Achtb: Raade van Politie gequalificeerd om„ het officiurm fiscaal waar te neemen, op ende jeegens de solda„ „ten van het bataillon alhier Bernhard Christiaansen en Bernhard koningswinter, waarover rypelijk gedelibereerd zijnde, mitsg„s gelet op alles wat maar eenigzints reflectie me„ riteerde, hebben hun EE achtb„ de gevangens Bernhard Chris„ „tiaanse en Bernhard Koningswinter bij interlocutoir vonnis gecondemneert omme gebracht te worden tot een„ geving gedeelte der tortuur, zo als dezelve hier gebruikelyk is. zullende echter des Raads dispositie aan hunt: voor gehouden worden, als of dezelve wezentlijk inhield, om hun tot de volle cortuur te brengen, ten einde door hunne voorwetenschap van het contrarie het effect hier van niet mogte verydelt worden. Zijnde laatstelijk nog gesprooken over den Jongeling Jo„ hannes Jacobus Fabritius, dewelke ingevolge raads besluijt van den 1786; van hier hadde moeten versonden worden, doch 't welke tot heeden toe nog niet geschied is, weshalven „de Raad heeft goedgevonden en verstaan om den Capiteijn Militair Parelsen :

NL-HaNA_1.04.02_10986_0789 view scan ↗

English

to notify Paulsen through the messenger that he will have to comply with the resolution of the Council as soon as possible. Below stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed: C: van Aetssen, Secretary. Monday the 23rd of April 1787, in the morning, Extraordinary meeting, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members; except the Honorable outgoing president Pieter Hacker, due to other business, and the Gentlemen van Oudtshoorn and Matthiassen, both due to indisposition. Pursuant to the interlocutory sentence dated the 19th of April of the current year, the soldiers Bernhard Christiaanse and Bernhard Koningswinter having been brought to torture today, they, notwithstanding having been hoisted up to the strappado and receiving a few lashes from time to time, nevertheless still persisted in denying the crime charged against them, as appears from the interrogatories put to them today in the irons or torture chamber. Further deliberation having taken place as to whether one ought to proceed to full torture, it was approved and resolved, by a majority of votes—which was decided by the Honorable President, given that the votes were tied—to suspend further torture until such time as the Officer shall have gathered further evidence. While the Gentlemen Horak, Meijer, Gie, and Bletterman, who were of the opinion that one ought to resume the scourging, desired that this vote of theirs should be recorded. Whereafter the Gentleman Le Sueur requested, seeing that the person of Johannes Kuijpers has spent more Spanish dollars than he claimed, to also hear him on interrogatories in the presence of the Commissioners of this court of justice, which request of the Officer, as petitioner, was granted. Below stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed: C: Van Aerssen, Secretary. Tuesday the 24th of April 1787, in the morning, in an ordinary meeting, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, and all the members, except the Honorable outgoing president Pieter Hacker, due to other business, and the Gentlemen Horak, van Oudtshoorn, and Matthiesen, the first due to other business and the two latterly mentioned due to indisposition. On the occasion that the Council was assembled today in order to have the interrogatories taken yesterday from the soldiers Bernhart Christiaanse and Bernhart Koningswinter verified, in which they nevertheless fully persisted, the Honorable President made known to the Council that the interim fiscal had addressed himself to His Honor and brought to his knowledge that the burgher Schreuder was keeping at his house a certain Hottentot maid who had run away from Mr. Brand before the expiration of her term of service; that the aforementioned interim fiscal had already notified him, Schreuder, to return that maid to Mr. Brandt, but that Schreuder had not complied with this; that thereupon the interim fiscal had requested His Honor to assist him in this matter, pursuant to which His Honor had ordered Schreuder through the messenger to hand over the maid in question and guard himself against injury; that notwithstanding this, the aforementioned Schreuder continues to retain that maid, without paying any heed to this order; thus it was approved and resolved to notify him, Schreuder, in the name of the full Council, to immediately hand over the maid in question to the interim fiscal, in order to deliver her to the place where her contract still lies, and furthermore to summon the same Schreuder before the Council for the upcoming court day to make him give an account of his audacious conduct. Below stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed: C: van Aerssen, Secretary. Saturday

Dutch transcription

Paulsen door den Boode te doen aanzeggen, dat hij ten spoedig„ „sten aan 't besluijt van den Raad zal hebben te voldoen. /:onderstond:/. Aan Cabo de Goede Hoop, die et anno Ussupra, /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ C: van Aetssen Secret„s Maandag den 23 April 1787 's voordemiddags Extraordinaire vergadering present den E achtb: Heere Johannes Isaak Rhe hhiis President en alle de leeden; demptis den E Achtb Heere afgaande president Pieter Hacker bij occupatie en de Heeren van Oudtshoorn en Matthias sen bij de bij indispositie. Ingevolge interlocutoir vonnis de dato 19 april A: C de soldaaten Bernhard Christiaanse en Bernhard Ko„ „ningswinter op heeden ad torturam gebracht zijnde, hebben dezelve, niet tegenstaande aan de Pleije opgehaald waaren, en nu en dan eenige geeselslaagen ontfingen, egter als noch het hun aan getigte bijt blijven negeeren, gelijk bij de op huidigen datum aan hun in de boeijen of pijnkamer voorgehoudene vraagpoinc„ „ten komt te blijken. - Zijnde wijders gebesvigneerd of men behoorde voort te gaan tot de volkoomen tortuur, zo is, bij meerderheid van stemmen, dewelke door den E Achtb: Heere President gedeci„ „deert wierden, gemerkt dezelve staakten, goedgevonden en verstaan de verdere tortuur te surcheeren; tot tijd en wijlen de Heer Offi„ „cier naadere indicien zal hebben ingewonnen. Terwijl de Heeren Horak, Meijer, gie, de weten Bletterman, dewelke van gevoelen waaren dat men de de geesseling behoorde te laaten vervatten, begeert hebben, dat dit hun vctum zoude worden aangeteekende Waarna de Heer Le Sueur verzogt, om den persoon van Johannes kuijpers, gemerkt dezelve meerdere spaanse matten heeft uijtgegeeven dan hij zogt, meede ten overstaan van Heeren gecommitt„s deeser vierschaar op Jnterrogatona te hooren welk verzoek den Heere R: O: vertoonder is toegestaan /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno Utsupra /:laager:/ My present /:was geteekend:/ C: Van Aerssen Secret. s Dingsdag an dat gen van aren de twee op te for te tijd ke om en ca6 som ngster n als om solda„ 2 rd me ris lyk den it en 1 n . wierd 2 . „ Dengsdag den 24 April 1787. svoordemiddags Eein ordinaire vergadering present de E Acht: Heere Johannes Iodak Rhenius, en alle de lee„ „den demptis den E achtb: Heere: afgaande president Pieter Hacker bij occupatie en de Heeren Horak, van Oudtshoorn en Matthiesen de eerste bij occupatie en de bijde laatstgem: bij indispositie Bij geleegendheid dat op heeden de Raad verga„ dert was omme de op gisteren Genomene Jnterrogatoria van de soldaten Bernhart Christiaanse en Bernhart koningswinter te doen recolleeren, waarbij deselve egter vol„ „komen zijn blijven persisteeren; gaf de E Achtb: Heer President den Raade te kennen, dat de prointerim fiscaal zig bij zijn E Achtb: had geaddresseert, en ter cognitie gebracht dat de burger schreuder zeekere hottentots Meyd, dewelke van den Heer Brand voor expiratie van haar uytgedienden tijd weg„ „geloopen was, ten zijnen huijze ophield, dat gem: prointerim fis „caal hem schreuder al had laaten weeten om die Meijd aan den Heere Brandt te rug te geeven, doch daar aan door schreuder niet was voldaan; dat daarop de prointerim fiscaal zijn E Achtb: hadde verzogt hem hier in te willen adsisteeren, ingevol„ „ge waarvan zijn E achtb: hem schreuder door den boode had laaten aanzeggen, de Meijd in questie af te geeven en zig voor schaade te wagten, dat des niet tegenstaande gem: schreuden die Meijd blyft behouden, zonder zich aan deeze ordre eenigzins te bekeuren; zo is goedgevonden en verstaan, om hem schreu „der uit naam van den vollen Raad te laaten aanzeggen de Meijd in questie terstond aan den prointerim fiscaal af te geeven, ten einde dezelve te bezorgen daar ter plaatze daar haar verband nog legt en voorts denselven schreuder teegens aanstaande Rechtdag in raade te appoincteeren om hem van zijn vermeetel bestaan te doen reekenschap geeven„ /:onderstond Aan Cabo de Goede Hoop die et Anno Utsupra /:laager:) Mij praesent: /: was geteekend:/ C: van Hersen Secretaris Zaturdag

NL-HaNA_1.04.02_10986_0791 view scan ↗

English

Saturday the 28th of April 1787. In the morning, extraordinary meeting, present the Honorable Incoming President Johannes Isaak Rhenius and all the members, except the Honorable Outgoing President Pieter Hacker due to occupation and Messrs. van Oudtshoorn and Matthiesen both due to indisposition. The sworn clerk of this Council, Ryno Johannes van der Riet, qualified by the High Government of this country to act in the affairs of the Landdrost of Graaff-Reinet Moritz Herman Otto Woeke, orally requested, under presentation of three sworn statements, a personal summons against the burgher Jacob van Straalen in the case of the manslaughter of a Hottentot, which request was granted to the petitioner acting as the prosecutor. Likewise, the said sworn clerk, in the aforementioned capacity, made the same oral request under submission of 2 sworn statements regarding the burgher Carel Peltser, also in the case of having killed a Hottentot, which request was likewise granted to the petitioner acting as the prosecutor. Whereupon the aforementioned sworn clerk, in the same capacity, once again furnished with 3 sworn statements, made an oral request that he be granted a personal summons against the burgher Jacobus Stein and Maria Magdalena Pieterse, wife of the burgher Adam Johannes Reyneke, in the case of adultery committed with each other; thus this request was also granted to the petitioner acting as the prosecutor. Furthermore, the said sworn clerk, in his aforementioned capacity, under production of 3 sworn statements, requested the Council's decree for a personal summons against the burghers Johannes Andries Holtshausen the Younger and Pieter Lompart Christoffelsz, and this for public violence, as well as the abuse of an arrogated authority and disrespect of Holy Justice by using the name of the petitioner acting as the prosecutor in the criminal arrest of their brother-in-law Jacobus Stein; which decree was likewise granted to the petitioner acting as the prosecutor. Below stood: At Cape of Good Hope, date and year as above. Lower stood: In my presence, was signed: C: van Aerssen, Secretary. [illegible] Tuesday the 24th of April 1787. In the morning, extraordinary meeting, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, and all the members except the Honorable Outgoing President Pieter Hacker due to occupation and Messrs. Horak, van Oudtshoorn and Matthiesen, the first due to occupation and the latter two due to indisposition. On the occasion that the Council was gathered today in order to have the interrogations of the soldiers Bernhart Christiaanse and Jan Koningswinter taken yesterday re-examined, to which they have fully persisted; the Honorable President informed the Council that the fiscal pro interim had addressed him, and brought to his attention that the burgher Schreuder was keeping at his house a certain Hottentot girl, who had run away from Mr. Brand before the expiration of her term of service, that the said fiscal pro interim had already notified him, Schreuder, to return that girl to Mr. Brandt, but that Schreuder had not complied; that thereupon the fiscal pro interim had requested the Honorable President to assist him in this, in consequence of which His Honor had the messenger notify him, Schreuder, to surrender the girl in question or expect damages; that notwithstanding this, the said Schreuder continues to retain that girl, without troubling himself with this order; it was thus approved and resolved to have Schreuder notified in the name of the full Council to surrender the girl in question immediately to the fiscal pro interim, in order to deliver her to the place where her contract is still bound, and furthermore to summon the same Schreuder before the Council for the upcoming court day to make him give an account of his audacious behavior. Below stood: At Cape of Good Hope, date and year as above. Lower stood: In my presence, was signed: C: van Aerssen, Secretary.

Dutch transcription

Zaturdag den 28 April 1787. 'S voordemiddags Extraordinaire vergadering, present de E achtb: Heer Aankoomende president Johannes Isaak Rhenius en alle de Leeden, demptis den E Achtb: Heer afgaande President, Pieter Hacker bij occupatie en de Heeren van Oudtshoorn en Matthiesen bijde bij indispositie. Wierd door den gezwClercq deezes Raads Ryno Johan„ „nes van der Riet, als door de Hooge overigheijd deezes lands tot de waarneeminge der zaaken van den Landdrost van graaffe Reinet Moritz Herman Otto woeke gequalificeerd onder exhibitie, van drie beëedigde verklaringen bij monde verzogt dagvaarding in perzoon op den burger Jacob van straalen in cas van doodslag van een hotten tot welk ver= „soek aan den R:O: vertoonder is toegestaan:) Gelijk meede door gem: gezwore Clercq in qualiteit voorsz: het zelve mondeling verzoek onder overlegging van 2„e beeedigde verklaringen, wierd gedaan ten opzigte van den bur„ „ger Carel Peltser, meede in cas van een hollentot te hebben om 't leeven gebracht: welk verzoek insgelijks aan den r: O: vertoonder geaccordeert is. — Waarna evengem: gezwore Clercq in dezelve quali„ „teit al wederom gemunieert met 3 beeedigde verklaringen mondeling verzoek deedt, dat aan hem mogte worden, ver„ „leend, dagvaarding in perzoon op den burger Jacobus Stein en Maria Magdalena Pieterse, huisvrouw van den burger Adam Johannes Reijneke in cas van met den anderen ge„ „toonder ingewilligd. pleegd Overspel: zo is dit versoek almeede aan den E: O: ver„ Hebbende duk gem: gezwore Clercq in zijne voorn: qualiteit als nog onder productie van Bbeeedigde verklaringen des Raads decreet verzogt tot dagvaarding in persoon op de burgers Johannes Andries Holkshausen de Jonge en Pieter Lompart Christoffelsz:, en zulx over publiek geweld, beneevens het misbruik maaken van eene gearrogeerde auctoriteit en het respect der Heilige Justitie met des p:r R: O: vertoonders naam te gebruijken in het crimineel arresteeren van hunnen zwager Jacobus stein; welk decreet almeede aan den E: O: vertoonder is verleend. /:onderstond:/ van Cabo de Goede Hoop die at anno Utsupra, /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ C: van Aerssen Secretaris Donder 87. p lee n Hoorn ga 2 Art vol„ dent H g„ - - d voor n t een de aar ven Engsdag den 24 Apri 'svoordemiddags Eeik ordinaire vergadering presen Acht: Heere Johannes IIdak Rhenius, en alle „den demplis den E achtb: Heere: afgaande president Hacker bij occupatie en de Heeren Horak, van Ol en Matthiesen de eerste bij occupatie en de bijde la bij indispositie Bij geleegendheid dat op heeden de Raa dert was omme de op gisteren genomene Jnterrog van de soldaten Bernhart Christiaanse en I koningswinter te doen recolleeren; waarbij deselve „komen zijn blijven persisteeren; gaf de E Achtb: Heer den Raade te kennen, dat de prointerim fiscaal zig bij zijn had geaddresseert, en ter cognitie gebracht dat de burge„ schreuder zeekere hottentots Meyd, dewelke Heer Brand voor expiratie van haar uytgediende „geloopen was, ten zijnen huijze ophield, dat gem: proinci „caal hem schreuder al had laaten weeten om die Meijd Heere Brandt te rug te geeven, doch daar aan door s niet was voldaan; dat daarop de prointerim fiscal Achtb: hadde verzogt hem hier in te willen adsisteer „ge waarvan zijn E achtb: hem schreuder door den laaten aanzeggen, de Meijd in questie af te geeven schaade te wagten, dat des niet tegenstaande gem die Meyd blyft behouden, zonder zich aan deeze ordre te bekeuren; zo is goedgevonden en verstaan, om he „der uit naam van den vollen Raad te laaten aan Meijd in questie terstond aan den prointerim fisca geeven, ten einde dezelve te bezorgen daar ter pla haar verband nog legt en voorts denselven sch„ teegens aanstaande Rechtdag in raade te appoinct hem van zijn vermeetel bestaan te doen reekense /:onderstond: Aan abo de Goede Hoop die et anno U„ /:laager:) Mij present /:was geteekend:/ C: van Secretaris Cattor - 1

NL-HaNA_1.04.02_10986_0793 view scan ↗

English

Saturday the 28 April 1787 In the morning, extraordinary meeting, present the Honorable incoming President Johannes Isaak Rhenius and all the Members, except the Honorable outgoing President, Pieter Hacker due to occupation, and the Gentlemen van Oudtshoorn and Matthiesen, both due to indisposition. By the sworn clerk of this Council, Ryno Johannes van der Riet, as qualified by the High Authority of this country to attend to the affairs of the Landdrost of Graaff-Reinet Moritz Herman Otto Woeke, with the exhibition of three sworn statements, an oral request was made for a personal summons against the burgher Jacob van Straalen in the case of the manslaughter of a Hottentot, which request was granted to the ex officio exhibitor. Likewise, by the said sworn clerk in the aforementioned capacity, the same oral request was made, under submission of 2 sworn statements, with respect to the burgher Carel Peltser, also in the case of having killed a Hottentot; which request was likewise granted to the ex officio exhibitor. Whereupon the aforementioned sworn clerk in the same capacity, once again provided with 3 sworn statements, made an oral request that he might be granted a personal summons against the burgher Jacobus Stein and Maria Magdalena Pieterse, wife of the burgher Adam Johannes Reijneke, in the case of adultery committed with each other; so this request was likewise granted to the ex officio exhibitor. The frequently mentioned sworn clerk in his aforementioned capacity, further submitting 3 sworn statements, having requested the Council's decree for a personal summons against the burghers Johannes Andries Holtshausen the Younger and Pieter Lombart Christoffelsz, and this for public violence, as well as the abuse of an arrogant authority and the respect of Holy Justice by using the ex officio exhibitor's name in the criminal arrest of their brother-in-law Jacobus Stein; which decree was likewise granted to the ex officio exhibitor. At the Cape of Good Hope, the day and year as above, in my presence, was signed C: van Aerssen Secretary. Thursday the 3 May 1787 In the morning, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius President and all the Members, except the Honorable outgoing President Pieter Hacker due to occupation, and the Gentleman van Oudtshoorn due to indisposition. The Pro-Interim Fiscal the Honorable Gabriel Exter, ex officio plaintiff. The burgher Hendrik Lodewijk Sies, defendant, to purge his first default and further to hear the demand and conclusion for payment of a sum of 75 rixdollars, being the amount the defendant owes to the ex officio plaintiff by virtue of a composition before the Gentlemen Commissioners, with costs. The defendant, to purge his default, says he was ill. The Council accepts the purge, provided the defendant refunds the costs. The ex officio plaintiff, making his demand, concludes as in the presentation. The defendant says he is not unwilling to make payment, but that this money is blood money, and that it is an injustice that he must pay so much; he further employs a multitude of insolent and utterly abusive terms, both with respect to this Council and to the ex officio plaintiff, among others asking the ex officio plaintiff in full Council whether he had anything to say about his person; having accompanied these impertinent expressions of his with no less indecent gestures, by knocking on the table with his hand. The Council, having considered matters, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Hendrik Lodewijk Sies to the payment of the demanded sum of 75 rixdollars, fixed by composition before the Gentlemen Commissioned Members of this tribunal, with costs, and further, on account of his injurious and defamatory expressions used in this Council, to be placed on water and bread for the period of fourteen days. Whereupon by the sworn clerk of this Council, Pieter Rijno Johannes van der Riet, on behalf of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the Gentleman Hendrik Lodewijk Bletterman, in accordance with the order given to him at the last meeting, were produced in legal form the matters in question in his representation regarding David Naudé, upon which a decision has now been taken: The Council grants the ex officio exhibitor the requested personal summons against David Naudé. While further, by the said sworn clerk in the aforementioned capacity, an oral request was made that the two slaves who in the aforementioned case testified against their master might be provisionally placed with the provost, in order to protect them from all maltreatment by their aforementioned master; which request was granted to the ex officio exhibitor. Finally, pursuant to the order dated 24 April last, the burgher Schreuder appeared in Council, who, having been asked the reasons for his demonstrated contumacy both against the pro-interim fiscal and against the court messenger, who had come in the name of the Honorable President to notify him to return the Hottentot woman belonging to Mr. Brand, whom he was harboring, to her said master, answered thereto that this was a fault of his wife, who, being alone at home, did not know that she had to obey this order; whereupon Schreuder was earnestly warned to take careful heed in the future against such disobedience, if he did not wish to get into difficulties. At the Cape of Good Hope, the day and year as above, in my presence, was signed C: van Aerssen Secretary.

Dutch transcription

Zaturaag den 28 April 1787 ƒ 'S voordemiddags Extraordinaire vergadering, present de E Achtb: Heer aankoomende president Johannes Isaak Rhenius en alle de Leeden, demplis den E Achtb: Heer afgaande President, Pieter Hacker bij occupatie en de Heeren van Oudtshoorn en Matthiesen bijde bij indispositie. Wierd door den gezwClercq deezes Raads Ryno Johan„ „nes van der Riet, als door de Hooge overigheijd deezes lands tot de waarneeminge der zaaken van den Landdrost van graaffe Reinet Moritz Herman Otto woeke gequalificeerd onder exhibitie, van drie beëedigde verklaringen bij monde verzogt dagvaarding in perzoon op den burger Jacob van straalen in cas van doodslag van een hotten tot welk ver= „soek aan den R:O: vertoonder is toegestaan:) Gelijk meede door gem: gezwore Clercq in qualiteit voorsz: het zelve mondeling verzoek onder overlegging van 2„e beeedigde verklaringen, wierd gedaan ten opzigte van den bur„ „ger Carel Peltser, meede in cas van een hollentot te hebben om 't leeven gebracht: welk verzoek insgelijks aan den r. O: vertoonder geaccordeert is. Waarna evengem: Gezwore Clercq in dezelve quali„ „teit al wederom gemunieert met 3 beeedigde verklaringen mondeling verzoek deedt, dat aan hem mogte worden, ver„ „leend, dagvaarding in perzoon op den burger Jacobus Stein en Maria Magdalena Pieterse, huisvrouw van den burger Adam Johannes Reijneke in cas van met den anderen ge„ „toonder ingewilligd: pleegd overspel: zo is dit versoek almeede aan den E: O: ver„ Hebbende dukgem: gezwore Clercq in zijne voorn: qualiteit als nog onder productie van B beeedigde verklaringen des Raads decreet verzogt tot dagvaarding in persoon op de burgers Johannes Andries Holtshausen de Jonge en Pieter Lombart Christoffelsz:, en zulx over publiek geweld, beneevens het misbruik maaken van eene gearrogeerde Auctoriteit en het respect der Heilige Justitie met des p:r R: O: vertoonders naam te gebruijken in het crimineel arresteeren van hunnen zwager Jacobus stein; welk decreet almeede aan den E: O: vertoonder is verleend. /:onderstond:/ van Cabo de Goede Hoop die et anno Utsupra, /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ C: van Aerssen Secretaris Donder - „ De ged: tot purge van zijn default De Prointerim fiscaal de E Gabriel Exter R: O: Eisscher zegt ziek geweest te zijn. De Raad accepteert de purge, den burger Hendrik Lodewijk mits de ged: de kosten refundeere sies ged„e omme zijn eerste default te de R:O: Eischer Eijsch: doende purgeeren en voorts als nog te hooren concludeert ut in presentatione de Ged: zigt niet onwillig te zijn Eysschen en concludeeren tot betaaling tot de betaaling, doch dat geld bloedgeld. eener somma van 75 rixd„s zynde zo en 't onrecht is dat hij zoo veel moet be„ veel de ged„e wegens compositie voor „taalen: bedient zich nog van eene mee„ Heeren gecommitt„s aan den E: O: Eijs„ „nigte insolente en gantsch lasive termen, zo ten opzichte van deezen Raade als van scher debet is met de kosten, den E: O: Eisscher onder anderen in vol„ „len raade den E: O: Eisscher afvraagende: of hij iets op zijn perzoon te zeggen heeft hebbende hij deese zijne impertinente uitdrukkingen met niet minder indecente gebaarden, door met zine hand op de tafel te kloppen 2 geaccompagneerd. De Raad, na overweeging van zaaken Recht doende Uijt naam ende van weegens de Hoog Moogende Heeren Staaten generaal der vereenigde Nederlanden, Con„ „demneert den ged: Hendrik Lodewijk Sies, tot betaaling der geeischte en bij compositie, ten overstaan van Heeren ge „committeerde Leeden deezer vierschaar bepaalde somma van 75 rijxd„s met de kosten en wijders, omme, weegens zij„ „ne Jnjurieuse en diffamatoire Uitdrukkingen in deesen raade gebeesigd, voor den tijd van veertien daagen te waater en te brood te worden geplaatst. . Waarna door den gezwore Clercq deezes Raad. P„r Rijno Johannes van der Riet weegens den Landarort van Stellenbosch en Drakenstein de H„r„ Hendrik Lodewijk Bletterman, wierden geprodu„ „ceert de ingevolge ter Jongster vergadering aan hem gegeevene ordre in forma probanti gebrachte en questen 's voorde middags present denE achtb: Heere Johannes Isaak Rhenius President en alle de Leden, demptis den E Achtb: Heere afgaande president Pieter Hacker bij Occupatie, en den Heere van oudtshoorn bij indispo„ „sitie. — Onderdag den 3 Maij 1787 bij bij deszelfs vertoog noopens David Naudé, waarop tans tot dispositie is gevallen De Raad, verleent den R: O: vertoonder de verzogte dagvaarding in perzoon op David Naude. — Terwijle wyders door gem: gezwore Clerq in qualiteit voorsz: mondeling wierd verzogt dat de twee slaaven die in 't voorm: geval teegens hunnen lijfheer heb„ „ben verklaard; bij den geweldiger provisioneel mogten wor„ „den geplaatst ten einde dezelve voor alle mishandelingen van hunnen voorm: lijfheer te bewaaren: welk verzoek aan den R: O: vertoonder is toegestaan. Zynde eindelijk ook ingevolge appoinctement de dato 24 April Jongstl: in raade verscheenen de burgen schreuder, denwelken afgevraagd zijnde de reedenen van zijne betoonde contumacie zoo teegen den prointerim fiscaal als teegens den gerechtsboode, die hem uit naam van den E Achtb: Heer President was koomen aanzeg„ „gen om de door hem gehuisvest wordende hollen tottin van den Heere Brand aan haaren gem: Meester te rug te Geeven„ zo is door hem daar op geantwoord, dat dit een faut van zijne vrouw was, die alleen te huis zijnde, niet wrst dat zij aan deese ordre moeste pareeren: waarop hem schreuder ernstiglyk is aangezegt van zich in vervolg van tijd voor diergelijke des„ obedientie zorgvuldig te wachten; zo hij niet in ongeleegend„ „heeden wilde geraaken. Aan Cabo de goede Hoop die et anno Utsupra /:laager:/ Mij present /:was geteekend :/ C: van Aerssen Secret„s /:onderstond:/ Donderdag nes er dispo„ 2 abriel tte en g 20 O: Eys n 96 Raad. n A ten —

NL-HaNA_1.04.02_10986_0796 view scan ↗

English

In the morning, Extraordinary meeting, present the Honorable Johannes Izaak Rhenius, president, and all members, except the Honorable outgoing president Pieter Hacker due to occupation and Mr. van Oudshoorn due to indisposition. Thursday the 10th of May 1787 Whereas the Honorable Mr. Lesueur, being in this matter expressly qualified by resolution of the Council of Policy to the function of the officium fisci, requested that the soldier Johannes Kuipers, hitherto civilly detained, seeing that he appeared to be very suspect of being an accomplice to the theft of the Spanish dollars missing from the Honorable Company's money locker, be transferred into criminal custody; the officer's request was granted for the reasons alleged therein. Underneath stood: At the Cape of Good Hope, on the date as above. Lower: Present before me, was signed: C: van Herssen, Secretary. Thursday the 31st of May 1787 In the morning, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, president, and all members, except Mr. Neethling due to occupation. The Honorable Mr. Jacobus Johannes Le Sueur, qualified by the Right Honorable Governor and Honorable Council of Policy to serve the office of fiscal ex officio, Prosecutor in a criminal case, on the one part, against the soldier Johannes Kuijpers, defendant and prisoner in the aforesaid case, on the other part. The Honorable Prosecutor delivers his claim and concludes at the end thereof ad actum proximum. The defendant says he is innocent and that what he answered to the articles is the truth. The Honorable Prosecutor stands by his claim for replication, and the defendant by his statement for duplication; parties thus persisting, renounce further productions. The Council holds this case under advisement for circular reading. The merchant and Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, ex officio, Prosecutor, against the burgher David Naude, defendant in person, to hear such claim and conclusion or such request or requests as the Prosecutor ex officio shall think fit to make and take, to answer thereto, and further to proceed as is customary according to criminal practice. The Prosecutor says, before making any claim, he requests that the defendant may be ordered to answer such interrogatories as shall be put to him on behalf of the Prosecutor ex officio before Commissioners from this Honorable Council. The defendant in person says he is not so guilty, and requests that, since he is an ignorant person, he might be permitted to submit a memorial in demonstration of his innocence. Which being granted, the same with the annexure, after it was read, was returned to the defendant. The Prosecutor stands by his request, and the defendant persists in what he has put forward; thus renouncing further productions. The Council orders the defendant in person to answer such interrogatories as shall be put to him on behalf of the Prosecutor ex officio before Commissioners. Thereafter, the said officer requested that the Commissioners who shall assist at the examination on behalf of the Council might be qualified, according to the state of affairs, to release the said Naude sub poena confessi et convicti under solemn affirmation of the hand, or otherwise as shall be necessary. Whereupon, after deliberation, the Council granted the request of the Prosecutor ex officio, thereby qualifying the Commissioners to release the said Naude according to the state of affairs, whether sub poena confessi et convicti under solemn affirmation of the hand, or otherwise as shall be necessary. The aforesaid Landdrost, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, Prosecutor ex officio, against the burgher Christiaan Klok, defendant, to hear such claim and conclusion as the Prosecutor ex officio shall think fit to make and take in the matter that he has violated the arrest which had been laid by the Honorable Council of Justice of this government upon his wagon loaded with corn and oxen, to answer thereto, and further to proceed according to law. The messenger entering reports that the defendant is not present. The Prosecutor ex officio requests, because of the non-appearance of the defendant, the first default with the benefit thereof and a second summons against six weeks from today. The Council, because of the non-appearance of the defendant, grants the Prosecutor ex officio the requested first default with the benefit thereof and a second summons against six weeks from today. The sworn clerk of this Council, Sr. Rijno Johannes van der Riet, as officially qualified to observe the affairs of the merchant and Landdrost of Swellendam, Mr. Constant van Nult Onkruidt, Prosecutor ex officio in a criminal case, on the one part, against Regina of Bengal, widow of the late burgher Hendrik Plooij, and Hendrik [illegible], defendants. The sworn clerk delivers his claim, provided with 20 annexures, and concludes at the end thereof ad actum proximum. The defendants say with some exclamations that God is their witness and that they are entirely innocent. The Prosecutor ex officio stands by his claim, and the defendants by their statements; parties thus persisting, renounce further productions.

Dutch transcription

's voordemiddags Extra ordinaire vergadering, present de E Achtb: Heer Johannes Izaak Rhenius president en alle de leeden, demptis den E achtb: Heere afgaande president Pieter Hacker bij occupatie en den Heere van Oadshoorn bij Jndispositie. — Donderdag den 10 Maij 1787 Wiera door den E achtb: Heere Lesueur als in deesen bij politiek Raadsbesluijt expresselijk tot de functie van 't officium fisci gequalificeerd, verzogt omme de tot nog toe civiel gedetineerde soldaat Johannes Kuipers, gemerkt dezelve zeer suspect kwam te zijn, van aan de diefstal der spaansche Matten, uit 's E Comp„s geldhok vermist, meede plichtig, te weezen, in Crimineele hegtenis over te doen brengen; zoo is den Heer Officier dit zijn versoek om de daarbij geallegueerde reedenen geaccordeert. /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die A: anno Atsupra /:laager:) Mij present /:was geteekend:/ C: van Herssen Secret„s Donderdag den 31 Maij 1787 S voordemiddags present de E achtb. Heer Johannes Isaak Rhenius president en alle de Leeden demp„ „to den Heere Neekling bij occupatie de E Achtb: Heer M„r Jacobus de E Achtb: Heer Eijsscher leevert over zijnen Eisch en concludeert in fine, Johannes Le Sueur als door van dezelve ad actum procimum den weldelen gestr: Heer Gouver de ged: zegt onschuldig te zijn „neur en E achtb: politicquen Raade en zo als hij op articulen heeft ge„ gequalificeert om het officii fiscaal te antwoord de waarheid te zijn defungeeren r: O: Eipsscher in cas cri„ de E Achtb: Heer Eijscher „mineel ter eenre. blijft bij zijnen Eisch voor Replicq contra ee d „50 Z ha Sch ty en 6 contra den soldaat Johannes Kuijpers voor duplicq persisteeren: renun ged en ged in voorsz: cas ter andere „tieerende dus partijen van verde zijde en den ged: bij zijn gezegde „re productien De Raad houdt deese zaak ter rondleesing in advijs. de Heer Eisscher zegt, alvorens de koopman en Landdrost van eenige Eisch te doen te versoeken stellenbosch en Drakenstein de dat de ged:e mooge worden ge„ Heer Hendrik Lodewijk Bletter„ „condemneerd te antwoorden op „man ratt: off: Eisscher zodanige, vraagarticulen als hem van weegens den E: O: Eijp„ „scher voor heeren Gecommitt„s den burger David Naude ged„e Uijt deesen Ed: Achtb Raade in persoon ten einde te aanhooren zullen werden voorgehouden. zodanigen Eijsch en conclusie dan wel le ged: in perzoon zegt zo schul„ „dig niet te zijn, en verzoekt dat ver verzoek of versoeken als den Eijscher „mits hij een onkundig mensch is, hem patt off zal goedvinden te doen en te mogt werden gepermitteerd een nemo„ neemen daar op te antwoorden en „rie, ter betooning zijner onschuld over voorts, te procedeeren als na stijl in ƒ te geeven. — 't geen geaccordeert zijnde zo cas crimineel gebruijkelijk is 't zelve met de bijlaage, na dat het geleesen was, aan den ged: te rug gegeeven den heer Eijsscher blijft bij zijn verzoek en den ged: bij zijn voortgebrachte persis„ „teeren; renuntieerende dus van verdere productien contra De Raad condemneerd den ged in perzoon omme te antwoor„ „den op zodanige, vraag articulen als hem van weegens den R: O: Eijsscher voor Heeren Gecommitteerdens zullen worden voorgehouden: daarna verzogt gem: officier dat Heeren Gecommit„ die bij 't verhoor van Raade zullen adsisteeren mogten worden gequalificeerd na bevind van zaaken hem Naude sul pane confessie et convicti onder handtasting te ont„ „slaan dan wel andersints zo als nodig zal zijn waar over gedelibereerd zijnde zo heeft de Raad t verzoek van den Eischer R:O: geaccordeert, gequalificeerd, mits„ dien Heeren gecommitt„s omme na bevind van zaaken hem Naude de ƒ toe voorsz: Sanddrost de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman E: O: Eijsscher Contra de R: O: Eisscher verzoekt ver„ den burger Christiaan Klok ged„e „mits de non Comparitie van den omme te aanhooren zodanigen ged: 't eerste default met den Eysch ende conclusie als den E: O: lij„ „scher zal goedvinden te doen en te profijte van dien en een tweede Cita„ „tie teegens heeden over 6: weeken neemen ter zaake dat door hem Gee„ het awrest 't welk door den Edelen achtb: Raade van Justitie deezes gouvernements op zijn met koorn gelaaden waagen en ossen was ge„ „regt, heeft gevioleert, daar teegens te antwoorden en voorts te proce„ De Raad vermits de non Comparitie van den ged: ver„ „leend den E: O: Eijsscher 't versogte eerste default met den profijte van dien en eene tweede citatie teegens heeden over de gezwore Clercq leevert over zijne de gezwoore Clercq deezes Raads S=r Eijsch gemunieert met 20 bijlaagen en Rijno Johannes van der Riek als in officio gequalificeerd ter waar„ de ges: en ged: zeggen onder eenige neeminge der zaaken van den koop exclamatien dat god hun getuijge is „man en Landdrost van Zwellendar en dat zij ten eenemaale onschuldig zijn. de Heer Constant van Nult On„ de E: O: Eijscher blijft bij zijne Eisch „kruidt r: O: Eijsscher in Cas Crimi„ en de ged: bij hunne gezegde, persisteeren dus partijen van verdere productien concludeert in fine van dezelve ad ac„ Zes weekenen- — „neel, ter eenre renuntieeren. „Regina van Bengaalen weduwe wijlen den burger Hendrik Plooij den boode binnen treedende, rapporteerd, dat den Ged: niet present, Naudé 't zij sub poene confessi et Convicti onder hand„ „lasting te confessi et convicti onder handtasting te ontslaan dan wel andersints zo als nodig zal zijn. — Hendrik is. deeren als na rechten „tum procimum Contra

NL-HaNA_1.04.02_10986_0799 view scan ↗

English

The Council keeps this matter in advisory circulation. Whereafter the Landdrost of Stellenbosch exhibited the following representation: To the Honorable, Respected Johannes Isaak Rhenius, President, along with the further gentlemen members of the Honorable, Respected Council of Justice. Shows with due respect the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman: That on Thursday the 3rd of this month of May, the exhibitor was informed by the burgher Willem Lategaan: That he, Lategaan, being busy ploughing the land alongside his brother Pieter Lategaan, had ordered his slave Goliat to adjust the plough better; the mentioned Goliah had not only refused this, but had even answered him, Lategaan, very insolently; whereupon he, Lategaan, having given the same slave a few clouts in the face, the same took to his heels, so that the other slaves were barely able to overtake and capture him; after which he had him laid down and punished, subsequently having him locked up in an outer room, without having inspected whether there was water in the same room. Hendrik Willem Plooij, Tij Albregt the elder, and Daniel Paul, mentioned and mentioned in the aforesaid matter, other side. That he, Lategaan, having learned after the lapse of about three hours that the mentioned slave had died, had investigated what might be the cause of the sudden demise of the mentioned slave, and then upon close inspection had discovered a bucket of water in the same room; so that he could attribute the death of the mentioned slave to nothing other than the drinking of cold water. That on the following day a judicial commission went to the place of the mentioned Lategaan, and having there inspected the aforementioned dead body of the mentioned slave Goliat, only a few sjambok blows were discovered externally on the buttocks as well as on the back, of little importance; so that the surgeon, determining that the said inflicted blows could not have caused the death of the mentioned slave, the body was opened, whereupon the surgeon found that the sudden drinking of cold water, the blood being heated and the circulation being violent, had thereby disordered the same, and the internal parts had become severely affected and stiffened, as could be seen at the omentum magnum, the greater omentum, and had thus likely caused the death of the mentioned slave; as appears from the accompanying post-mortem report and the surgical certificate under letters A and B. That to the exhibitor, therefore, both from the statement made by the aforesaid Willem Lategaan and from the aforesaid post-mortem report and surgical certificate, subject to correction, no sufficient grounds appeared to be able to initiate any proceedings against the same; the exhibitor nevertheless considered himself obliged to provide Your Honors with the necessary information on this matter. Wherefore the exhibitor takes the liberty of turning to Your Honors, humbly requesting that it may please Your Honors to declare whether Your Honors see fit to hold this matter free of all further legal claims, or to take such measures regarding this matter as Your Honors shall find and judge proper according to the circumstances. Below stood: Which doing, etc. Was signed: H. L. Bletterman. Which having been deliberated upon, the following resolution was passed thereon: The Council considers this matter communicated and thus places the mentioned Lategaan beyond any judicial claim and absolves him from all criminal prosecution. Subsequently, it was also requested by the aforementioned Landdrost that a certain slave, Demas, belonging to the burgher Jacobus Hugo, who has already sat under arrest for a long time on the accusation that he supposedly attempted to poison a certain female slave of the same Hugo, be placed provisionally on the Island until such time as further evidence shall come to hand; whereupon the following resolution was passed: The Council, after consideration of the matter, places the said Demas on the Island until such time as further evidence shall come to hand, ordering the mentioned Landdrost hereby to make the required haste with the investigation of that matter. Whereafter, by the sworn clerk of this Council, acting in official capacity for the Landdrost of Swellendam, the four following requests were made verbally: The exhibitor ex officio takes the liberty to represent to Your Honors that the confined person Valentein van Dapoer, as having been separated from his wife by the judge, thus the administration of his estate does not pertain to him

Dutch transcription

Den Raad houd deeze zaak ter rondleezing in advis. Waarna door den Landdrost van stellenbosch wierd ge„ exhibeerd 't volgende vertoog Aan den welEdelen Achtb: Heer Johannes Isaak Rhenius president beneevens de verdere Hee„ ren Leeden van den Edelen, Achtbaren Raade van Justitie Vertoond met schuldige eerbied den Landdrost van stellenbosch en Drakenstein Hendrik Lodewijk Bletterman dat op Donderdag den 3„e deezer Maand May door den Burger willem Pakgaan aan den vertoonder is berigt geworden. dat hij Lategaan neevens zijn broeder Pieter Nategaan beerig zijnde 't land te beploegen, deszelfs slaaf goliat had gelast den ploeg beeter te stellen, gem: goliah zulks niet alleen gawijgeer maar zelfs hem sategaan zeer assurant had geantwoord; des hij sategaan denselven slaaf een paar klappen in 't aangerigt hebbende gegeeven. denzelven 't op een koopen gezet, za dat ter naauwer nood de overige slaaven hem heeft kunnen agterhaalen en ge„ „vangen neemen, waarna hij denzelven had doen needer leggen, en afgestraft vervolgens in een buijten kamer doen opsluijten, zonder in het vertrek te hebben onderzogt of zig in het zelve waater bevond: 2/ Hendrik Willem Plooij 3/ Tij Albregt de oude en 4 Daniel Paul ged„ en ged„ in voorsz: caster andere zyde Dat aar we lo Drik Dat hij Lategaan, na verloop van omtrend drie duren vernoomen hebbende dat gem: slaaf over„ „leeden was, hij onderzogt had, wat of de oorzaak van het subiet overlijden van gem: slaaf mogte zijn, als toen in 't zelve vertrek bij nauwkeurig onderzoek een Emmer water had, ontdekt; zulks hij de dood van gem: slaaf aan niet anders konde toeschrijven als aan 't drinken van houd„ waater Dat daags daar aan eene regterlijke commissie „zig ter plaatze van gemelde Lategaan begeeven en aldaar 't voormelde doode Lighaam van gem: slaaf goliat hebbende geschouwt aan 't zelve uijterlijk eenige weinige Sjambok slaagen zo op de billen als rugge waaren ontdekt van winig importantie, zo dat, den Chirurgijn vaststellende dezelve aangebrachte slaagen de dood van gem: Slaaf niet te hebben kunnen veroorzaaken, 't lighaam was geopend, als wanneer den chirurgijn bevonden had dat 't subiet drinken van kouds waater 't bloed ver„ „hit, de circulatie heevig zijnde, daar door veronordert, de inwendige deelen sterk aangedaan en verstijft geworden waaren, gelijk aan 't omentum magnum /:groote net:s was te zien en dus den dood van gem: slaaf waarschijnelijk had veroorzaakt; gelijk uit den neevens gaande schouwcedullen en 't chirurgicaal ver„ „tificaat sub L„a A: B komt te consteeren Keer dat aan den vertoonder dus zo uijt de gedaane opgaaf van voorsz: willem Lategaan als uijt de voorsz: schouwcedulle en chirurgieaal certificaat /:onder correctie:/ geen genoegzaam fundament zijnde voorgekoomen, om Jegens denzelven eenige proceduures te kunnen entamee„ ren; den vertoonder zig egter verpligt heeft gereekend van dit een en ander aan UwE achtb: te moeten geeven de noodige ouvertieres Waaromme den vertoonder de vriheid neemt hem te keeren, tot uwEd: Achtb: Ootmoedig verzoekende dat 't uwEd Achtb: gelieve te behaagen omme te declareeren f8 . of UwEd: Achtb: goedvinden deese zaak te houden buijten alle verdere aanspraak in regten, dan wel ter zaake deezes te neemen zodanige dispositien als uwEd Achtb: na bevinding van zaaken zullen vinden en oordeelen te behooren. /:onderstond:/ 'T welk doende &„a &: /: was geteekend:/ H: L: Bletzer„ „man: — Waarover gedelibereerd zijnde is daarop 't volgen„ „de besluijt gevallen De Raad houd deeze zaak voor gecommuniceerd en steld gem: Lategaan dus buijten eenige regterlijke aanspraake en absolveert hem van alle crimineele poursuites Vervolgens wierd door den Landdrost voorm almeede verzogt dat zeekere slaaf Demas toebehoorende den burger Jacobus Hugo, dewelke reeds lange over beschuldiging dat hij zeekere slavint van hem Augo zoude hebben willen vergeeven, gearresteerd Gezeeten heeft bij provisie op 't Eiland te plaatsen tot tijd en wylen nadere bewijzen zullen aan handen gekoomen zijn; zo is hier op 't volgende besluit gevallen. De Raad na overweeging van zaaken, plaatst den ƒ ged„ Demas op 't Eiland tot tijd en wijlen nadere bewijzen aan handen zullen koomen: ordonneerende mits dien de gem: Landdrost de vereijschte spoed met het onderzoek dier zaake te maaken. — Waarna door den gezwoore Clercq deeszes Raads, als in Officio voor den Landdrost van Zwellendam ageerende de vier volgende verzoeken bij monde gedaan wierden: „ Den R: O: vertoonder neemt de vrijheid UwEd Achtb: „voor te draagen, dat den geconfineerde persoon valentein „ van Dapoer als door den regter gesepareerd zijnde van „zijne huijsvrouw dus de administratie zijnes boedels hem. niet ter

NL-HaNA_1.04.02_10986_0802 view scan ↗

English

not only has been taken away, but also the legal half that pertained to him ipso jure is being enjoyed in an unlawful manner by his wife; thus the said petitioner finds himself compelled to renew to Your Honorable Worships his request made some time ago, in order to have that estate legally sold, and after deduction of the debts, to have the half conveyed to the banished person, the more so because creditors present themselves daily who cannot obtain any payment. Thus the Council, after deliberation of everything, has granted the request of the said petitioner; consequently, the entire estate shall be legally seized and sold for the benefit of those having a legal right. The Officer prosecuting takes the liberty to request Your Honorable Worships that the estate of the detained widow Du Plooij and associates, as being without supervision, may be legally sold by the Secretary of the Colony of Zwellendam and the commissioned Heemraden, since it is not to be supposed that they will ever be set at liberty again, and various persons having claims have already presented themselves; furthermore, that notice hereof by extract may be given to the Landdrost of that colony in order to send the roll, after the auction has been held, directly Capewards to the Sequestrator of this Council. Which request it was resolved to keep in advice with the lixchad torturam for circular reading. Furthermore, the said petitioner very humbly requests that two commissioned Heemraden, together with the Secretary of the colony of Zwellendam, be authorized to proceed as soon as possible to the place where the wounded Ioseph Kramer is staying, since he cannot be transported because of the injury received, in order to take a statement from him, to re-examine it, and to have him sworn regarding the persons noticed by him shortly after receiving the wound at the place of Ritman, who rode away from the place on horseback; furthermore, that the Landdrost and Heemraden may be ordered to carry this into execution as quickly as possible. Which request was unanimously granted; the required haste shall have to be made regarding this by the Landdrost and Heemraden. Finally, the Officer prosecuting very humbly requests, under presentation of two statements and a report from the court messenger at Zwellendam, that the insulting and slanderous language used by the valiant burgher Lieutenant Stephanus Jansz Wijers to the detriment of the Landdrost, Mr. Constant van Nult Onkruidt, may be placed in the hands of the office of the fiscal. Which request was fully granted, the interim fiscal being consequently enjoined to investigate this matter and, according to findings, to prosecute the said Wijers before this Council. Lastly, bodily apprehension was requested by the fiscus, under presentation of several statements, of a certain Spaniard named Louis Fernandez, who a few days ago murdered a Dutch boatswain's mate in a treacherous manner; which request was unanimously granted. Below stood at Cabo de Goede Hoop, the day and year as above. Lower stood: In my presence, was signed A: van Aerssen, Secretary. Thursday The Officer prosecuting delivers a written claim, provided with 3 attachments, concluding as at the end. The interim fiscal, the Honorable Gabriel Exter, Officer prosecuting, on the one side, against the recruit Fredrik Lutz, stationed at this Castle, defendant, on the other side. The defendant says that he can bring forward nothing against this except that which he stated in his report before the commissioned Gentlemen. The Council, after deliberation of matters, absolves the defendant from the correction demanded by the Officer and discharges him free of costs and damages from his arrest. Hereafter were tabled the documents circulated among the respective members from the interim fiscal against the soldier Litzel; having deliberated thereon, and having noted everything that merited any consideration, Their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, have condemned the defendant, the said Litzel, to be caned by the Caffres in the presence of the commissioned gentleman members of this court, and subsequently to be banished for perpetual days from these lands and the jurisdiction thereof, with forfeiture of his wages from the day of his desertion, and condemnation in all the costs and expenses of justice. Furthermore, the circulated documents of the said interim fiscal against the burgher Coenraad Eb were also tabled, about which Thursday the 14th of July 1787, in the forenoon, present the Honorable Worshipful Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except Mr. van Echten due to indisposition. Vlingelandt. Saturday the 16th of June 1787. In the forenoon, extraordinary meeting, present the Honorable Worshipful Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except the Gentlemen van Echten, Neethling, and Matthiesen, the first-mentioned due to indisposition and the 2 last-mentioned due to occupation. This meeting having been expressly convened in order to deal with the matters that remained uncompleted during the last ordinary court day because of the manifold occupations, the circulated claim ad torturam was first taken in hand, with the documents annexed thereto.

Dutch transcription

„niet alleen is ontnoomen maar ook de geregte helft „die hem ipso Jure competeerde door zijne huijsvrouw op eene „wederrechterlijke wijze genooten word; zo van de E: O: „vert: zig genoodzaakt bij uwEd Achtb: zijn voór nu „eenigen tijd gedaan versoek te hernieuwen ten einde dien „boedel geregtelijk te doen verkoopen en na aftrek der schul„ „den de helft te doen toekoomen aan den gebannen, te „meer, dewijl 'er zig dagelijks schuldEijsschers zig op doen„ „die geene betaaling kunnen erlangen„ Zo heeft de Raad, na overweeging van alles des E: O: verf„ versoek geaccordeert: zullende mitsdien den geheelen boe„ del gerechtelijk werden aanvaard en adopus Jus habenti„ „um: verkogt: De R: O: Eisscher neemt de vrijheid UwEd: Achtb: te „versoeken dat den boedel van de gedetineerde weed: du„ „plooij C: S: als zonder opzigt staande, door den Secreta„ „ris der Colonie Zwellendam en gecommitteerde Heerraa„ „den geregtelijk moogen worden verkogt, vermits het niet „te supponeeren is dat zyl: immer weeder op vrije voeten „koomen zullen en er zig reeds verschyde pretentie hebbende „persoonen hebben opgedaan, mitsgd„s dat hier van bij ex„ „tract kennis gegeeven mooge worden aan den Landdrost „dier colonie omme na gehoudene vendutie de rolle direct „caabwaarts te zenden aan den Sequestor deezes raads. Welk verzoek goedgevonden is met den lixchad Tor„ „turam ter zondleezing in advijs te houden: Al verder verzoekt den E: O: vertoonder zeer Ootmoe„ „dig dat twee gecommitteerde Heemraaden neevens den Se„ „cretaris der colonie Zwellendam werden gequalificeerd hun „ten spoedigsten te begeeven ter plaatse waar den gequet „sten Ioseph Kramer zig bevind, dewijl dezelve, door de „ ontfangene quetsuure niet kan werden vervoerd, omme „eene verklaring van hem te neemen, te recolleeren en te „doen beedigen weegens de door hem kort na de ontfangene „quitsuure ter plaatse van Ritman bespeurde persoonen „die te paard van de plaats zijn weggereeden mitsgd=s dat den den Landdrost en Heemraaden moogen worden geordon„ „neert, zulx zo ras doenlijk ter executie te brengen;; Welk verzoek Unanim is geaccordeert: zullende hier omtrend door Landdrost en heemraaden de vereijschte spoed moeten werden gemaakt. „Eindelijk verzoekt den R: O: vertoonder zeer ootmoedig on„ „der productie, van twee verklaringen en een relaas van „den gerechtsbode te zwellendam, dat de door den Manh: „burger Lieutenant Stephanus Jansz wijers ten laste „van den Landdrost de Heer Constant van Nult on„ „kruidt gebeezigde hoor en laster taal mooge werden „gesteld in handen van 't officii fiscaal„ Welk verzoek volkoomen is geaccordeert werdende mitsdien den prointerim fiscaal geinjungeert deese zaak te onderzoeken en na bevind: gem: wijers voor deesen raade te actioneeren. zynde laatstelijk nog door den fiscus versogt onder productie van eenige verklaaringen apprehensie Corporeer op zeekeren Spanjaard in name Louis Fernandez die voor nu eenige daagen een hollandsche schiemansmaat op eene vervaderlijke wijze heeft om 't leeven gebracht; welk verzoek unaniem is geaccordeert. /:onderstond Aan Cabo de Goede Hoop die A anno Utsupra /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ A: van Aerssen Secrets Donderdag n schul de r: O: Eisscher leevert over een de prointerim fiscaal d' E Gabriel schriftelijken Eijsch, gemunieert met Exter r: O: Eijsscher ter eenre 3 bijlaagen, concludeerende ut in fine Contra van denzelven den ten deesen Casteele beschydene de ged: zegt hier teegens niets zecrut Fredrik Lutz ged teran„ te kunnen inbrengen als het geene hij bij zijn Relaas voor Heeren ge„dere zijde „committeerdens heeft gezegt. — De Raad, na overweeging van zaaken, absolveert den ged„ van de door den Officier geeischte Correctie en„ ontslaat denselven kost en schadeloos Uijt zijn arrest. Hier na kwamen ter tafel de bij de resp„e leeden rond ge„ „leesene stukken van den prointerim fiscaal contra den soldaat Litzel; waar over gedelibereerd zynde, mitsgd„s gelet op al het gunt eenige reflectie meriteerde, zo hebben Hun EE achtb: Recht doende uit naam ende van wee„ „gens de hoogmogende Heeren Staaten Generaal der vereenigde Neederlanden den ged„: en ged„ Litzel gecondem „neert Omme ten overstaan van Heeren gecommitteerde leeden deeser vierschaar door de kaffers gelaarst en vervolgens ten eeuwigen dage uit deeze landen met den ressorte van dien gebannen te worden, met verbeurt verklaaring van zijn ga„ „gie van den dag zijner desertie en condemnatie in alle de kosten en misen van Justitie. — zijnde voorts nog ter tafel gekoomen, de rondgeleezene stukken van gem: prointerim fiscaal contra, den burger coenraad eb, waar over Donderdag den 14 Iulij 1787 's voordemiddags, present de E achtb: Heere Johannes Isaak Rhenius president, en alle de Leden, demptis den Heere van Echten bij indispositie vlingelandt Zaturdag den 16 Junij 1787. 'S voordemiddags Extraordinaire vergadering, present den E: Achtb: Heere Johannes Isaak Rhenius president en alle de Leeden demptio de Heeren van Echten, Neeth, „ling en Matthiesen de eerstgem: bij indispositie en de 2 laatstgem: bij accupatie Deeze vergadering expresselijk geconvoceerd zijn de omme over de ter Jongsten ordinaire rechtdag, weegens de meenigvuldige Occupatien onafgedaan gebleevene zaaken te besoigneeren, zo is eerst bij der hand genoomen, de rondge„ „leezene Eijsch ad corturam met de daar neevens gevoegde Stukken de

NL-HaNA_1.04.02_10986_0806 view scan ↗

English

documents produced by the Honourable Mr Jacobus Johannes Le Sueur, in his frequently mentioned capacity, against the soldier Johannes Kuijpers; having deliberated thereon, and having maturely considered everything that merited reflection, their Honours have by interlocutory sentence condemned the defendant Johannes Kuipers to be subjected to a light degree of torture, as is customary here. However, in order not to render the Council's intention illusory, so that the defendant, by relying too heavily on this degree of torture and thereby strengthening his obstinacy, might persistently deny the fact, even if he were guilty, it was resolved to present to the said defendant that he will actually be subjected to full torture. After which there was also presented to the table the claim for torture together with the documents produced on behalf of the Landdrost of Zwellendam, Mr Constant van Nult Onkruyd, against Regina of Bengale, widow of Hendrik Plooij, Hendrik Willem de Plooij, Tijs Albrecht the elder, and the Hottentot Daniel Paul; wherefore their Honours have by interlocutory sentence condemned the aforementioned defendants to be subjected to full torture, as is customary here. Whereas Mr van Oudtshoorn, having voted in both of these cases that the defendants should only be brought to the proximate act, had this vote of his recorded. Lastly, discussion was held concerning the request made on behalf of the Landdrost of Zwillendam to have the farm of the widow de Plooij and the goods found there sold by judicial auction; this request was granted, provided that the said Landdrost, as accurately as circumstances will allow, keep an exact record of what of those goods belongs to each of the detainees individually, so that if any of them should in time be set at liberty again, they might receive their share of the proceeds of those goods from the hands of the sequester of this Council. Underneath stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower down: In my presence, signed: C. van Aerssen, Secretary. Monday, 18 June 1787. In the morning, extraordinary meeting, present the Honourable Mr Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except Mr Horak, occupied. Pursuant to the interlocutory sentence of the day before yesterday, there appeared today in the prison or torture chamber the soldier Johannes Kuipers, who, having undergone a portion of the torture, nevertheless continued to deny the offense charged against him. There also appeared in the aforementioned place, pursuant to the interlocutory sentence of the said date, the Hottentot Daniel Paul, who, without being tied to the rack, but solely upon the mere threat thereof, confessed to that which was charged against him, as is recorded in the responses given by him. After this, having appeared in the aforementioned place pursuant to the just-mentioned interlocutory sentence, the person of Tijs Albrecht the elder also confessed to the principal points of the offense outside of pain and bonds. Furthermore, the person of Hendrik de Plooij, having been brought to torture, underwent a portion of the torture without being willing to confess anything, for which reason the same was suspended until the following day. As was also resolved with respect to Regina of Bengalen, widow of Hendrik de Plooij, to whom likewise a portion of the torture was applied, without her confession being brought about thereby. Underneath stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower down: In my presence, signed: C. van Aerssen, Secretary. Tuesday, 19 June 1787. In the morning, extraordinary meeting, present the Honourable Mr Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except Mr Horak, occupied. There appeared before this Council the soldier Johannes Kuijpers, who completely persisted in his responses given yesterday under torture; whereas the Council, with respect to this Kuipers, also thought fit to suspend further torture until such time as the Officer shall have obtained further indications to substantiate this case. After which the Honourable Mr Jacobus Johannes Le Sueur, qualified in this matter by resolution of the Council of Policy to discharge the office of the fiscal, verbally requested a personal summons for a soldier of this Castle, Hendrik Dreverman; which request was granted to his Honour. Furthermore, the re-examination of the Hottentot Daniel Paul was taken, who, outside of pain and bonds, completely persisted in what he had responded yesterday. Whereas, when the person of Tijs Albrecht the elder was likewise to confirm his answered interrogatories, it was judged, on account of the confused and absurd matters which he brought forward, not for the present [illegible]

Dutch transcription

stukken van den E achtb: Heer M„r Jacobus Johannes Le Sueur, in deszelfs dikwijls gem: qualiteijt, op ende jeegens den soldaat Johannes Kuijpers gedaan; waar over gebesoigneert zijnde, mitsgd„s rijpelik overwogen, al het gunt Eenige restertie meriteerde, hebben hun EE Achtb: den Ged„ Johannes Kuipers bij vonnisse interlocutoir gecondemneerd omme tot een ligte graad der tortuur gebracht te worden, zo als dezelve hier gebruijkelijk is: ter „wijle, echter, om des Raads intentie, niet illucoir te maaken, zoo dat de ged: door een al te sterk steunen op dit gedeelte der tortuur, en daar door zijne hardnettigheid te sterken, met het bit, schoon hij ook schuldig ware te blyven negeeren, besloten is, hem ged„e voor te houden, dat hij werkelik tot de volkoomen tortuur gebracht zal worden. Waar na meede ter tafel kwam, den Eijschad tor „turam beneevens de stukken, weegens de Landdrost, van Zwellendam de Heer constant van Nult Onkruid Jeegens Regina van Bengale weed: Hend„k Plooij„ Hendrik Willem de Plooij Tijs albrecht de oude en den Hotten tot Daniel Paul gedaan; zo hebben hun EE: Achtb:r de ged„ voormeld bij vonnisse in terlocitoir gecondemneerd, omme gebracht te worden tot en aan de volle tortuur, zo als dezelve hier gebruijkelijk is. Terwyle de Heer van Oudtshoorn, in deeze beide zaaken gevoteerd hebbende, dat de ged„ slegt ad„ actum proximum zouden gebracht worden, deeze zijne Stem heeft laaten aanteekenen. - zijnde laatstelyk nog gesprooken over het verzoek wegens den landdrost van Zwillendam gedaan, omme de plaats van de wed„e de Plooij en de zich aldaar bevindende goederen per Justitieele vendutie, te laaten verkoopen, zo is dit verzoek geaccordeert, mits dat gem: Landdrost zo accuraat als de omstandigheeden het zullen toelaaten een exacte aanteekening houde wat van die goederen aan een ieder der gedetineerdens afzonderlijk behoort op dat eenige van hun in der tijd weeder op vrije voeten koomende, hun aandeel van 't provenue dier goederen uit handen van den sequester deezes raads zoude zoude kunnen ontfangen /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno utsupra /:laager/ Mij present /:was geteekend:/ C: kan Aeran secret„s Maandag den 18 Iunij 1787 'S voordemiddags Extra ordinaire vergadering, present den E achtb: Heere Johannes Isaak Rhenius president en alle de Leeden, demptis de Heer Horak bij Occupatie Ingevolge interlocutoir vonnis van eergisterigen datum is op heeden in de boeyen of pynkamer verscheenen de soldaat Johannes Kuipers, dewelke een gedeelte der Fortuur hebbende doorgestaan egter het hem aangtichte bijt heeft blyven ontkennen. Is meede ter voorsz: plaatze volgens Intertocue „toir vonnis van gem: datum gecompareerd de Hottentot Daniel Paul, dewelke zonder aan de pleije vastgemaakt te zijn, maar alleen op de enkele bedrijging daar van het hem ten lasten gelegde heeft bekend, zo als bij de door hem gegeevene responsiven staat aangeteekend. Hier na ter voorsz: plaatze, ingevolge evengem: interlocutoir vonnis, verscheenen zynde de perzoon van Phis albregt de Oude, heeft deeze meede de voornaam„ „ste poincten van het delict buijten pijn en banden ge„ „confesseerd. — Voorts ter tortuure gebragt zijnde, de perzoon van Hendrik de Plooij, heeft deese zonder iets te willen bekennen een gedeelte der tortuur doorgestaan, waaromme dezelve tot den volgenden dag opgeschort is:— Gelijk meede beslooten is ten opzigte van Regina van Bengalen wed„e Hendrik de Plooij, aan dewelke insgelijks een gedeelte der Portuur geappliceerd is, zonder dat daar door haare confessie is te weege gebracht. gte gedeelte terken, n ad tem en de de /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die Aanno Utsupra /:laager,/ Mij present /:was geteekend J C: van Hersen Secret„s Dingsdag den 19 Iunij 1787: 'S voordemiddags Extra ordinaire vergadering, present den E Achtb: Heere Iohannes Isaak Rhenius president en alle de Leden, demptis den heere Horak bij Occupatie. -. Is voor deesen Raade verscheenen, de soldaat Johannes Kuijpers, dewelke bij zijne opgisteren ad torturam gegeevene responsiven volkomen is blyven per „sisteeren, terwijle de raad ten opzigte van deesen kuipers meede heeft goedgevonden de verdere torture te surcheeren tot tijd en wijlen de heer officier nadere indicien tot ad„ structie, van deese zaak zal zijn magtig geworden. Waar na door den E achtb: Heere M„r Jacobus Johannes Le Sueur als in deesen bij politiek raads besluijt tot defunctie van het officium fisci, gequalificeerd bij monde wierd verzogt dagvaarding in persoon op Een soldaat deezes Casteels Hendrik Dreverman; welk verzoek aan zijn E achtb: is toegestaan. — Zynde wyders het recollement genomen van den hotten tot Daniel Paul, dewelke buijten pijn en ban„ „den bij zijn op gisteren gerespondeerde volkoomen is blyven parsisteeren. Terwijl, de perzoon van Sip Albrecht de Oude insgelijks zijne beantwoorde Jnterrogatoria zullende recol„ „leeren, uit hoofde der verwarde en ongereimde zaaken welke hij te berde bragt, wierd geoordeelt, voor tegenswoordig niet

NL-HaNA_1.04.02_10986_0809 view scan ↗

English

not to be compos mentis; wherefore the Council, taking into consideration that this person might well have been confused by the crowd of people, has thought fit to suspend this re-examination for today and, after the lapse of some time, to cause him to be questioned in the presence of the Gentlemen Commissioners from this tribunal as to whether he persists in what he confessed yesterday. Furthermore, the person of Hendrik de Plooij appeared once again in the irons or torture chamber, who, after he had been attached to the rack for only a moment, fully confessed the charges brought against him, as is recorded in his given responses. Lastly, the widow de Plooij also appeared at the aforementioned place, who likewise, upon the simple threat of further torture, admitted the offense committed by her. was below: At Cabo de Goede Hoop, day and year as above. lower down: In my presence, was signed: C: van Aerssen, Secretary. Wednesday, the 20th of June, 1787. In the forenoon, extraordinary meeting, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members, except for Mr. Matthiesen due to other business. When today the persons of Hendrik de Plooij and the widow de Plooij appeared in the Council to re-examine their confessions made yesterday, they persisted therein in all respects. Furthermore, an oral request was made by the sworn Clerk of this Council, Sr. Rino Johannes van der Riet, acting ex officio on behalf of the Landdrost of Zwellendam against the aforementioned widow de Plooij and companions, to know whether he could make his principal claim on the basis of the inquiries already obtained, together with that part of the corpus delicti consisting of a pair of silver buckles remaining in the possession of him, the sworn Clerk; or whether the Council deemed it better first to have the complete corpus delicti further investigated, and in that case to send the detainee Hendrik de Plooij there well-secured, in order to point out the hidden goods and money to a commission expressly appointed for that purpose. This request was held in advisement until such time as Old Albrecht, who was stated by Hendrik de Plooij to have been present at the second burial, shall have regained his health and senses and be further questioned regarding this matter. At Cabo de Goede Hoop, day and year as above. lower down: In my presence, was signed: C: van Aerssen, Secretary. Thursday, the 28th of June, 1737. In the forenoon, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members. The Fiscal pro interim, the Honorable Gabriel Eiler, on the one hand, and the burgher Coenraad Eb on the other hand; the former having acted ex officio as plaintiff, and the latter as defendant; requiring in this matter to hear judgment pronounced on their claims presented reciprocally. The Council, having considered with all possible attention the evidence brought forward mutually by the parties, and having also taken note of everything relevant to the matter that could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States-General of the United Netherlands, condemns the defendant Coenraad Eb to a pecuniary fine of ten rix-dollars for the benefit of the Reformed Diaconate Poor of this town, and furthermore to all the costs incurred in this case. was below: Thus done and sentenced at Cabo de Goede Hoop, the 14th of June, 1787, and pronounced on the 28th of the same month. was signed: I: I: Rhenius, Joh:s Smits, I: M: Horak, C: G: Maasdorp, G: H: Meijer, C: L: Neethling, Matthiesen, H: Dewet, I: M: Bletterman. The Secretary of this Council, Mr. Cornelis van Aerssen, acting ex officio for the prosecution. versus The Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, legally for the prosecution, on the one hand; and the burghers Coenraad Hendrik Fijt, Hendrik Albert Fijt, Andreas Willem van Taak, and Jan Hendrik Steenkamp, defendants in person, on the other hand; the latter to hear the disposition on the remonstrance exhibited in this Council by the former ratione officii with respect to them. The Council, after mature consideration of everything that merited any reflection and could move their Honors, sharply reprimands the defendants for the offense committed by them, with a serious admonition to guard themselves carefully in the future against such outrages and acts of violence; furthermore, administering justice on the principal matter in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States-General of the United Netherlands, condemns the defendants Coenraad Hendrik Fijt, Hendrik Albert Fijt, and Andreas Willem van Taak each to a fine of fifty rix-dollars for the benefit of the officer, with compensation of the costs of these proceedings between Coenraad Hendrik Fijt and Andreas Willem van Taak; furthermore enjoins the officer to hear through a commission of Landdrost and Heemraden.

Dutch transcription

niet composmentis te zijn; waaromme de raad in aan„ „merking neemende, dat deeze perzoon wel door de meenigte van menschen geconfusioneerd konde zijn, heeft goedgevon„ „den dit Recollement voor heeden te surcheeren en hem na verloop van eenigen tijd ten overstaan van Heeren gecomm: uit deese vierschaar te doen ondervraagen, of hij bij zijn op gisteren geconfesseerde blyft persisteeren. - Voorts verscheen wederom in de boeijen of pynka„ „mer de perzoon van Hendrik de Plooij, dewelke na dat hij even aan de pleye was vast gemaakt het hem ten laste gelegde bijt volkomen heeft beleeden, zoals bij zij „ne gegeevene responsiven staat aangeteekend. Zynde laatstelijk meede ter gem: plaatze de weduwe de Plooij gecompareerd, dewelke insgelijks op de Simpele bedrijging ter verdere torture, het door haar ge„ „perpetreerde delict heeft geadvrueerd. /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et anno Ussupra /:laager (:/: Mij present /:was geteekend:/ C: van Herssen Secret„ Woensdag den 20 Junij 1787 'S voorde middags Extraordinaire vergadering present den E achtb: Heere Johannes Isaak Rhenius president en alle de Leeden, dempto den Heere Matthiesen bij occupatie Wanneer op heeden de persoonen van Hendrik de Plooij en de wed„e de Plooij in raade verscheenen waaren, omme hun op gisteren geconfesseerde te recolleeren, zijn zijl daar bij in allen deelen blijven persisteeren Wijders wierd nog door den gezwoore Clercq deezes Raads laager./ ƒ heeren bus raads iceerd erzoek n g niet — Raads S„r Rino Johannes van der Riet als voor den Landdrost van Zwellendam ex officio teegens voorm: weed de Plooij C: S: legeerende; mondeling verzoek gedaan, om„ „me te moogen weeten, of hij, op de reeds ingewonnene en„ „questen beneevens dat gedeelte van het Corpus delicti, be„ „staande in een paar onder hem gezwore Clercq berusten„ „de zilvere gespen, Eijsch ten principaale zoude kunnen doo„ dan, of het den raade beeter dagt te vooren het volkoomen Corpus delicti, bestaande in een paar onder hem gezwore Clercq berustende zilvere gespen, Eisch ten principaale zoude kunnen doen ? - dan, of het den raade beeter dagt te vooren het volkoomen Corpus delicti nader op te laaten speuren en in dien gevalle den gedetineerden Hendrik de Plooij wel gesecureerd, derwaards te zam „den, omme aan eene daar toe expresse gedecerneerde commissie aanwijzing van het verhoolene goed en geld te doen ?- zo is dit verzoek in advijs gehouden tot tijd en wijlen schip Albrecht de oude, dewelke door Hendrik de Plooij is aangegeeven bij de tweede begra„ „ving te zijn present geweest, weeder bij zijn gesondheid en kennis zal gekoomen en hier omtrend nader onder„ vraagd zijn. Aan Cabo de goede Hoop die et anno Ussupra /:lagen Mij present /:was geteekend:/ C: van Aerssen Secret„s /:onderstond: Sonder Donderdag den 28 Junij 1737 'S voordemiddags present den E achtb: Heere Johannes Isaak Rhenius president en alle de Leden„ 2 den Prointerim fiscaal d: E gabriel Eiter, ter eenre, en den Burger coen„ „raad Eb. ter andere zijde; de eerstgem op officio als Eijsscher, en de laatstgem: als verweerder geageerd hebbende; ge„ „requireerdens ten deezen; omme op hun over en weder voortgebragte, vonnis te hooren pronuntieeren. e Raad, met alle mogelijke aandagt overwogen heb„ bende het door partijen wederzijdsch in gebragte, mitsgd„s gelet op al het gunt ter materie, was dienende, en hun EE achtb„ konde doen moveeren, Recht doende, uit naame ende van weegens de Hoogmoogende Heeren staaten generaal der vereenigde Nederlanden; condemneert den ged Coenraad lb in eene pecunieele mulcte van sien Rijxdaalders, ten behoeve der gerefor„ „meerde Diaconie armen deezer Steede, en voorts in alle de kosten ten deezen gevalle /:onderstond::/ Aldus gedaan en gevonnist aan Cabo de goede Hoof den 14 Junij 1787. midsgd:s gepronuntieerd 28 derzelver maand /:was geteekend:/ I: I: Rhenius Joh„s Smits, I: M: Horak, C: G: Maasdorp, G: H: Meijer De Secretaris deezes Raads M„r Corne„ lis van Aerssen, amptshalven reg„t contra C: Neeteling weed ne en om„ den sten r doen n zan d lagees „ C: L: Neekhling, Matthiesen, H: Dewet: I: M: Bletterman Secretaris deezes Raads Mr. Corne„ „lis van Aerssen, amptshalven regt„ contra den Land=drost van Stellenbosch en, Drakenstein, den Heere Hendrik Lodewijk Bletterman, gereg„s ter eenre; en de Burgers Coenraad Hendrik Fijt, Hendrik Albert Fijt, Andreas Willem van Taak„ en Jan Hendrik Steenkamp ged: in perzoon, ter andere zyde; de laatstgem: omme op het door den eerstgem: ratione officii ten opzichte van Hunl: in deezen Raade G'ex„ hibeerd vertoog, dispositie te aan„ De Raad na rijpe overweeging van alles wat maar eenige reflectie meriteerde, en Hun EE achtb„ konde doen moveeren, reprimandeert de ged„e scherpelijk over hun gepleegd misdrijf, met serieuse aanmaning, om zich in vervolg van tijd van diergelijke buitenspoorigheeden en geweldenaarijen zorgvuldig te wagten, voorts ten principale Recht doende uit naam ende van wee„ „gens de Hoogmogende Heeren Staaten generaal der vereenigde Nederlanden; condemneert de ged„e coenraad Hendrik Fijt, Hendrik Albert Fijt in Andreas willem van Taak, ieder, in eene geld„ „boete van vijftig Rijxdaalders; ten behoeve van den officier, met compensatie van de kosten deezer proce„ „dures tusschen Coenraad Hendrik Fijten Andreas willem van Taak; injungeert voorts den officier omme door eene Commissie van Land-drost en Heemraden „hooren. „d

NL-HaNA_1.04.02_10986_0813 view scan ↗

English

On the same day. Heemraden to decide this dispute between the parties, in such a manner that if, after the said decision, any dispute over that water should ever arise again between them, the Landdrost is hereby expressly authorized to request the Right Honorable Lord Governor to revoke the farm of whoever is found to be the instigator of that dispute. At the bottom stood: Thus done and ordered at Cape of Good Hope on the 25th of January 1787, as well as pronounced on the 28th of June of the same year. It was signed: I: I: Rhenius, Joh:s Smuts, I: M: Horak, C: G: Maasdorp, G: H: Meijer, C: L: Neethling, J:n C:s Gie, C: Matthiesen, H: Dewet, I: M: Bletterman. And whereas the citizen Andreas Willem van Taak did not appear upon the summons served upon him, the sworn clerk of this Council, Monsieur Ryno Johannes van der Riet, acting on behalf of the Landdrost of Stellenbosch, requested that the same van Taak be ordered anew by the Council to appear in person, in order to hear this ruling and undergo the reprimand mentioned therein; which request was granted to the said sworn clerk, and the Secretary authorized accordingly. The Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, ex officio prosecutor in a criminal case, plaintiff on the one side, against the citizen David Naude, defendant in person on the other side. The sworn clerk Monsieur Rijno Johannes van der Riet, being authorized hereto by the government, delivers a written claim, concluding at the end of the same: The defendant says that his slave was not [illegible] C: L: Neethling, C: Matthiesen, H: Dewet, I: M: Bletterman. The Secretary of this Council, Mr. Cornelis van Aerssen, ex officio in law, against the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the Lord Hendrik Lodewijk Bletterman, representing the court on the one side, and the citizens Coenraad Hendrik Fijt, Hendrik Albert Fijt, Andreas Willem van Taak, and Jan Hendrik Steenkamp, defendants in person, on the other side; the latter to hear the decision on the representation exhibited in this Council by the first-named ex officio with respect to them. The Council, after mature deliberation of all that merited any consideration and could move Their Worships, sharply reprimands the defendants for the offense committed by them, with a serious admonition to carefully refrain from such excesses and acts of violence in the future. Furthermore, administering principal Justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States-General of the United Netherlands, condemns the defendants Coenraad Hendrik Fijt, Hendrik Albert Fijt, and Andreas Willem van Taak, each, to a fine of fifty Rijxdaalders for the benefit of the officer, with compensation of the costs of these proceedings between Coenraad Hendrik Fijt and Andreas Willem van Taak; further enjoins the officer to have a Commission of Landdrost and Heemraden... On the same day. Heemraden to decide this dispute between the parties, in such a manner that if, after the said decision, any dispute over that water should ever arise again between them, the Landdrost is hereby expressly authorized to request the Right Honorable Lord Governor to revoke the farm of whoever is found to be the instigator of that dispute. At the bottom stood: Thus done and ordered at Cape of Good Hope on the 25th of January 1787, as well as pronounced on the 28th of June of the same year. It was signed: I: I: Rhenius, Joh:s Smuts, I: M: Horak, C: G: Maasdorp, G: H: Meijer, C: L: Neethling, J:n C:s Gie, C: Matthiesen, H: Dewet, I: M: Bletterman. And whereas the citizen Andreas Willem van Taak did not appear upon the summons served upon him, the sworn clerk of this Council, Monsieur Ryno Johannes van der Riet, acting on behalf of the Landdrost of Stellenbosch, requested that the same van Taak be ordered anew by the Council to appear in person, in order to hear this ruling and undergo the reprimand mentioned therein; which request was granted to the said sworn clerk, and the Secretary authorized accordingly. The Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, ex officio prosecutor in a criminal case, plaintiff on the one side, against the citizen David Naude, defendant in person on the other side. The sworn clerk Monsieur Rijno Johannes van der Riet, being authorized hereto by the government, delivers a written claim, concluding at the end of the same: The defendant says that his slave was not [illegible]

Dutch transcription

Eodem Die Heemraaden dit verschil tusschen partyen te beslissen, in diervoegen, dat, zoo wanneer er na gem: decisie, ooit„ weder eenig dispuut over dat water, tusschen henl: mogt komen te ontstaan, de Land,drost mids-deezen expresse„ „lijk gequalificeerd wordt, omme den welEdelen gestrengen Heere gouverneur te verzoeken, om de plaats van die geene, die de eerste aanlegger van die tist zal worden bevonden te zijn, in te trekken. /:onderstond:/ Aldus gedaan & gedisponeerd aan Cabo de goede Hoop den 25„e Januarij 1787. midsg„s gepronuntieerd den 28 Junij des zelfden jaars /: was geteekend:/ I: I: Rhenius Joh„s Smuts, I: M: Horak, C: G: Maasdorp, G. H: Meijer, C: L: Neethling, I:n C„s gie, C: Matthiesen H: Dewet, I: M: Bletterman ——-- En nademaal den burger Andreas Willem van Taak op de aan hem gedaane dagvaarding niet is gecompa„ „reerd, verzogt de gezwore Clercq deezes raads S„r Ryno Johannes van der Riet als voor den Landdrost van stellen bosch ageerende; dat deselve van Taak Sraads wed mogt worden aangeschreeven om in persoon te compareeren, ten einde deese dispositie te aanhooren, en de daar bij ver„ „melde reprimende te ondergaan: welk verzoek aan gemelde gezwoore Clercq is toegestaan, en de Secretaris ingevolge van dien gequalificeerd. — De Landdrost van Hellsenbosch en De gezwore Clercq S„r Rijno Johan„ „nes van der Riet als hier toe door drakenstein de Heer Hendrik de regeering gequalificeerd, leevertover Lodewijk Bletterman ratione officie een schriftelijken Eisch: concludeeren, Eijsscher in cas crimineel ter eenre „de dit in fine van deselve contra de ged: zegt dat zijn slaaf den burger David Naudo ged„t in niet persoon ome regt. en k k C: L: Neekling, ( Matthiesen, H: Dewet I: M: Bletterman D Secretaris deezes Raads Mr Corne„ „lis van Aerssen, amptshalven regt„ contra den Land=drost van Stellenbosch en, Drakenstein, den Heere Hendrik Lodewijk Bletterman, gereg„s ter eenre; en de Burgers Coenraad Hendrik Fijt, Hendrik Albert Fijt, Andreas Willem van Taak„ en Jan Hendrik Steenkamp ged:e in perzoon, ter andere zyde; &e laatstgem: omme op het door den eerstgem: ratione officii ten opzichte van Hunl: in deezen Raade G'ex„ hibeerd vertoog, dispositie te aan„ De Raad na rijpe overweeging van alles wat maar eenige reflectie meriteerde, en Hun EE achtb„ konde doen moveeren, reprimandeert de ged„e scherpelijk over hun gepleegd misdrijf, met serieuse aanmaning, om zich in vervolg van tijd van diergelijke buitenspoorigheeden en geweldenaarijen zorgvuldig te wagten, voorts ten principale Recht doende uit naam ende van wee„ „gens de Hoogmogende Heeren Staaten generaal der vereenigde Nederlanden; condemneert de ged„e coenraad Hendrik Fijt, Hendrik Albert Fijt en Andreas willem van Taak, ieder, in eene geld„ „boete van vijftig Rijxdaalders; ten behoeve van den officier, met compensatie van de kosten deezer proce„ „dures tusschen Coenraad Hendrik Fijt en Andreas willem van Taak; injungeert voorts den officier omme door eene Commissie van Land-drost en Heemraden „hooren. d Eodem Die Heemraaden dit verschil tusschen partyen te beslissen, in diervoegen, dat, zoo wanneer er, na gem: decisie, ooit„ weder eenig dispuut over dat water, tusschen henl: mogt komen te ontstaan, de Land,drost mids-deezen expresse„ „lijk gequalificeerd wordt, omme den welEdelen gestrengen Heere gouverneur te verzoeken, om de plaats van die geene, die de eerste aanlegger van die twist zal worden bevonden te zijn, in te trekken. /:onderstond:/ Aldus gedaan & gedisponeerd aan Cabo de goede Hoop den 25„e Januarij 1787. midsg„s gepronuntieerd den 28 Junij des zelfden jaars /: was geteekend:/ I: I: Rhenius Joh„s Smuts, I: M: Horak, C: G: Maasdorp, G: H: Meijer, C: L: Neehhling, I:n C„s gie, C: Matthiesen H: Dewet, I: M: Bletterman — En nademaal den burger Andreas Willem van Taak op de aan hem gedaane dagvaarding niet is gecompa„ „reerd, verzogt de gezwore Clercq deezes raads S„r Ryno Johannes van der Riet als voor den Landdrost van stellen bosch ageerende; dat deselve van Taak Praads wed mogt worden aangeschreeven om in persoon te compareeren, ten einde deese dispositie te aanhooren, en de daar bij ver„ „melde reprimende te ondergaan: welk verzoek aan gemelde gezwoore Clercq is toegestaan, en de Secretaris ingevolge van dien gequalificeerd. De Landdrost van Welsenbosch en De gezwore Clercq S„r Rijno Johan„ „nes van der Riet als hier toe door drakenstein de Heer Hendrik de regeering gequalificeerd, leevertover Lodewijk Bletterman ratione, officii een schriftelijken Eisch: concludeeren, Eijsscher in cas crimineel ter eenre „de dit in fine van deselve contra de ged: zegt dat zijn slaaf den burger David Naudo ged„t in persoon ome regt. en k niet

NL-HaNA_1.04.02_10986_0816 view scan ↗

English

not from the blows whereby he died from drinking water, after which the parties renounced further productions, in person in order to hear such written claim and conclusion as the plaintiff ex officio shall make and take against him, to answer thereto and further to proceed according to law. The defendant submits nothing against it. The Council, having considered with all possible attention the written criminal claim made and taken by and on behalf of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman nomine officii, on and against the defendant in person David Naudé, and having noted everything relevant to the matter and that could move Their Honorable Worships, doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the said David Naudé to be placed on water and bread for the period of fourteen days, furthermore to pay for the benefit of the officer a fine of one hundred rixdollars, with condemnation in all costs incurred in this matter, and an interdiction, should it happen to him again that he mistreats his slaves in such an improper manner and deprives them of life, from all right to hold serfs again in the future. The aforementioned Sieur van der Riet delivers a written claim provided with annexes. The defendant brings nothing against it. The merchant and Landdrost of Swellendam, Mr. Constant van Nuel Onkruidt, ratione officii plaintiff in a criminal case on the one part, against den Houten tot Dirk, defendant in the aforesaid case on the other part. The Council holds this case under advisement for circular reading, while the Honorable Official Plaintiff requested the Council's attention, in reading this claim and the documents attached thereto, regarding the conduct maintained by the burgher Jacob van Reenen, as well as specially to order him, the official plaintiff, how he should conduct himself in this matter; which request, together with the documents, has been held under advisement. The plaintiff serves a written claim provided with annexes. The defendant says that he did not stab him to death, as he lived for fully 10 hours after the wound inflicted on him. The interim fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, ratione officii plaintiff in a criminal case on the one part, on and against Louis Hernandes, defendant in the aforesaid case on the other part. The Council holds this case under advisement for circular reading. The aforementioned Sieur van der Riet serves a written claim provided with annexes. The defendants say they can bring nothing against it. The merchant and Landdrost of the colony of Graaff-Reinet, Mr. Morits Herman Otto Woeke, ratione officii plaintiff in a criminal case on the one part, on and against the Hottentots Rees and Dragonder, defendants in the aforesaid case on the other part. The Council holds this case under advisement for circular reading. Whereupon, by the said Sieur Rijno Johannes van der Riet, on behalf of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the following petition was served: To the Honorable Worshipful Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other Honorable Members of the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government. Shows with due respect Hendrik Bletterman, Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, That Your Honorable Worships, by your much-honored resolution of the 19th of April of this year, having been pleased to qualify the petitioner to institute such action against the burgher Christiaan Vlock as the petitioner should be advised.

Dutch transcription

niet van de slaagen waar door productien renuntieerde, „munieert met niets in. perzoon ten einde te aanhooren de dronk waater overleeden is. zodanigen schriftelijken Eysch en con„ waarna parthijen van verdere „clusie als den Eysscher r: C: jeegens hem zal doen en neemen, daarop te ant¬ „woorden en voorts te procedeeren als na rechten De Raad met alle mogelijke attentie overwoogen hebbende den schriftelijken crimineelen Eysch door ende van weegens den Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein den Heere Hen„ „drik Lodewijk Bletterman nomine officie op ende zee„ „gens den ged: in persoon David Naudé gedaan en genoo„ „man mitsgd„s gelet op al het gunt ter materie was dienen „de en Hun EE achtb„ konde doen moveeren Recht doende uit naam ende van weegens de Hoog Moogende Heeren. Staaten generaal der vereenigde nederlan„ „den condemneert denzelven David Naudé, omme, voor den tijd van veertien daagen te worden geplaatst te waater en te brood, voorts omme ten behoeve van den officier te betaalen eene geldboete van een hondert ryxd„s, met condemna„ „tie, in alle de kosten ter zaake deezes gevallen, en interdictien zo wanneer het hem weder zal koomen te gebeuren om zijne slaaven op eene diergelijke onbetaamelijke wijze te mishandelen en van 't leeven te berooven, van alle regt om in 't vervolg weeder Lijfeijgenen te moogen houden. — gem: S„r van der Riet leevert de koopman en Landdrost van Zwel„ over eenen schriftelijken Eijsch ge„ „lendam de Heer constant van Nuei bijlaagen onkruidt r: O: Eijsscher in cas Crimi„ De ged: brengt daar teegen „neel ter eenre De Raad houdt deese zaak ter randleezing in advijs Terwijle door den E: O: Eijscher wierde verzogt des raads aittentie, bij het leesen van deesen Eijsch en de daar neevens gevoegde documenten, ten belange van het gehouden gedrag van den burger Jacob van Reenen: gelijk meede om contra den Houten tot Dirk ged: en ged: in voorsz: cas ter andere zijde. — hem hem r: O: Eisscher specialijk te ordonneeren, hoe hij zich ten deesen te gedraagen zoude hebben. welk verzoek neevens de stukken in advip is gehouden. de prointerim fiscaal alhier d' E ga„ Eijscher dient van een ken Eisch gemunieert met briel Exter r: O: Eijsscher in cas crimi„ „neel ter eenre op ende Jeegens ged: en ged zegt dat hij den it heeft doodgestooken, also Louis Hernandes ged„: en ged„e in wel 10 uuren na de hem voorsz: cas ter andere zijde. te wond heeft geleeft De Raad houdt deeze zaak ter rondleezing in advijs. — de koopman en Landdrost der colonie„ : S„n van der Riet, dient schriftelijke Eijsch gemunieert Graaffe Reinet de H„r Morits Herman olto woeke r: O: Eipscher in Cas crimineel ragen ter eenre ged„e zeggen daar niet tee„ unnen inbrengen — De Raad houdt deeze zaak ter rondleezing in advijs Waarna door denselven S„r Rijno Iohannes van der Riet weegens den Landdrost van stellenbosch en Draken „stein wierdt gedient van het volgende vertoog: Vertoond met verschuldigde Eerbied Hendrik Bletterman Land-drost van Stellenbosch en Drakenstein Dat het UEd: Achtb: bij derzelver zeer geëerd besluijt van den 19„e April deezes jaars, hebbende gelieven te behaagen den vert: te qualificeeren jegens den burger Christiaan vlock zodanige actie te institueeren als de vertoonden te Aan den welEdelen Achtbaaren Heere Johannes Isaak Rhenius president beneevens de verdere Heeren Leeden van den Edelen Achtb: Raade van Justitie deezes gouvernements op ende jeegens de hottencotten Rees en Dragonder ged: en ged„s in voorsz: cas ter andere zijde. — raaden 6 en con hem ant„ ails bbende ens den Hen¬ genoo„ dienen ende Jan mna dictie om te t g Z 3 im ult wel„ aas - niet van de slaagen waar door productien renuntieerden niets in. perzoon ten einde te aan de dronk waater overleeden is. zodanigen schriftelijken waarna parthijen van verdere „clusie als den Eysscher E: C: zal doen en neemen, daar „woorden en voorts te proce na rechten De Raad met alle mogelijke attentie overwooge den schriftelijken crimineelen Eysch door ende van Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein den 1 „drik Lodewijk Bletterman nomine officie op „gens den ged: in persoon David Naudé gedaan „man mitsgd„s gelet op al het gunt ter materie „de en Hun EE achtb„ konde doen moveeren Ro uit naam ende van weegens de Hoog Mo: Heeren. Staaten generaal der vereenigde „den condemneert denzelven David Naudé, o den tijd van veertien daagen te worden geplaatst en te brood, voorts omme ten behoeve van den O betaalen eene geldboete van een hondert ryxd„s m „tie, in alle de kosten ter zaake deezes gevallen, e zo wanneer het hem weder zal koomen te ge„ zijne slaaven op eene diergelijke onbetaamelijk mishandelen en van 't leeven te berooven, van om in 't vervolg weeder Lijfeijgenen te moogen gem: S„r van der Riet leevert de koopman en Landdros over eenen schriftelijken Eijsch „lendam de Heer consta ge „ 8 onkruidt r: O: Eijsscher De ged: brengt daar teegen „neel ter eenre „munieert met bijlaagen De Raad houdt deese zaak ter randleezing Terwijle door den E: O: Eijsscher wierde ve aittentie, bij het leesen van deesen Eisch en de da gevoegde documenten, ten belange van het geh„ van den burger Jacob van Reenen: gelijk contra den Houten tot Dirk ged voorsz: cas ter andere zijde .

NL-HaNA_1.04.02_10986_0819 view scan ↗

English

specially to order him, the Officer Plaintiff, how he should behave in this matter; which request, together with the documents, has been held for advice. The pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, Officer Plaintiff in a criminal case, on the one part, against Louis Hernandes, defendant and prisoner in the aforesaid case, on the other part. The Honorable Officer Plaintiff serves a written Claim accompanied by appendices. The defendant and prisoner says that he did not stab the man to death, as he lived for fully 10 hours after the wound inflicted upon him. The Council holds this matter for circular reading and advice. The merchant and Landdrost of the colony Graaffe Reinet, Mr. Morits Herman Otto Woeke, Officer Plaintiff in a criminal Case, on the one part, against the Hottentots Kees and Dragonder, defendants and prisoners in the aforesaid case, on the other part. That the said Mr. van der Riet serves a written Claim accompanied by appendices. The defendants say they can bring nothing against it. The Council holds this matter for circular reading and advice. After which, by the same Mr. Ryno Johannes van der Riet on behalf of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the following memorial was served: To the Right Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other Gentlemen Members of the Honorable Council of Justice of this Government. Shows with due respect Hendrik Bletterman, Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein: That Your Honorable Worships, by your most honored resolution of the 19th of April of this year, having been pleased to qualify the memorialist to institute against the burgher Christiaan Vlock such actions as the memorialist shall be advised, on the grounds that he, Christiaan Vlok, violated the attachment that had been placed on his wagon laden with corn and oxen, found at this capital place; the memorialist, in fulfillment thereof, also had the same Vlock summoned for the 31st of May following before this Honorable Council, in order to see served in the aforesaid case a written Claim. Upon which summons having been served, the said Vlok in substance declared that he would not appear, even if they wanted to ship him hither, and even hang him from the gallows, as will appear from the written summons served as well as the return drawn up thereon by the messenger. That on the aforesaid 31st of May, the above-mentioned Vlok not having appeared, the memorialist requested of Your Honorable Worships, as he indeed obtained, a default, and for the benefit thereof, that the defendant should remain barred from the declinatory exception, and that to the memorialist, as plaintiff, a second term of six weeks was granted. That the memorialist, considering that in case the same Vlok, upon all the three summonses still to be issued—as must be presumed from his answer to the first summons served—does not appear, the consequence thereof could bring nothing other than that after the expiration of the fourth default, the memorialist would serve an intendit and his claim against Vlock would possibly be adjudicated; that the same conclusion against the same Vlok, both according to general written law and statutory laws, in particular by way of correction, ought to consist of a fine for the benefit of the memorialist and a private correction; and which correction has mostly been practiced in personal arrest or imprisonment until such time as the attached goods are restored; and whereas the latter has been satisfied, since the attached goods have been sold according to Council practice for the benefit of the principal creditor; and whereas the same Vlok, besides that, has surrendered himself to such an extent to strong drink that he is almost for the most part deprived of his senses, in which condition the memorialist even found the same Vlock in person at his then dwelling place in the past year; thus, he would not be improved by imprisonment or personal arrest, but it is to be expected that his affliction will worsen, and the prosecution of these proceedings consequently cannot achieve the expected effect; therefore the memorialist, before proceeding with the continuation of those procedures, thought it his indispensable duty to bring these matters to the attention of Your Honorable Worships, so that in this case the necessary provision could be made in due time. Wherefore the memorialist takes the liberty to turn to Your Honorable Worships, requesting with due respect whether Your Honorable Worships might be pleased to dismiss the aforesaid proceedings or else to suspend them until such time as the memorialist shall be enabled to satisfy by legal proofs in law the matters stated regarding the state and condition of the said Christiaan Vlok mentioned herein; or regarding this to make such other disposition as Your Honorable Worships, according to your equity and prudence, shall find and deem appropriate. Below stood: Doing which, etc. Was signed: H. L. Bletterman In the margin: Exhibited in Court the 28th of June 1787. Which having been read, it was approved to dismiss the proceedings against this Vlock, until such time as the Honorable Officer Memorialist shall be enabled to pursue the same again. While furthermore by the said Mr. van der Riet on behalf of the Landdrost of Zwellendam, under production of two declarations, a personal summons was requested by missive under the Council's seal upon Hendrina van Eede, daughter of the burgher Joseph van Eede, and this concerning the abandonment of her child, who died on that same day at the Zuypen. Which request [illegible]

Dutch transcription

hem r: O: Eisscher specialijk te ordonneeren, hoe hij zich ten deesen te gedraagen zoude hebben. welk verzoek neevens de stukken in advip is gehouden. de prointerim fiscaal alhier d' E ga„ de E: O: Eijsscher dient van een schriftelijken Eisch gemunieert met briel Exter R: O: Eijsscher in cas crimi„ bijlaagen. — „neel ter eenre op ende Jeegens De ged: en ged zegt dat hij den man niet heeft doodgestooken, also Louis Hernandes ged: en ged„e in hij nog wel 10 uuren na de hem voorsz: cas ter andere zijde. toegebrachte wond heeft geleeft De Raad houdt deeze zaak ter rondleezing in advijs. — de koopman en Landdrost der colonie„ dat gem: S„r van der Riet, dient van een schriftelijke Eijsch gemunieert Graaffe Reinet de H„r Morits Herman olto woeke r: O: Eipscher in Cas Crimineel met bijlaagen ter eenre De ged„e zeggen daar niet tee„ „gens te kunnen inbrengen — De Raad houdt deeze zaak ter rondleezing in advijs Waarna door denselven S„r Rijno Iohannes van der Riet weegens den Landdrost van stellenbosch en Draken „stein wierdt gedient van het volgende vertoog: Vertoond met verschuldigde Eerbieds Hendrik Bletterman Land-drost van Stellenbosch en Drakenstein Dat het UEd: achtb: bij derzelver zeer geëerd besluijt van den 19„e April deezes jaars, hebbende gelieven te behaagen den vert: te qualificeeren jegens den burger Christiaan vlock zodanige actien te institueeren als de vertoonden ten Aan den welEdelen Achtbaaren Heere Johannes Isaak Rhenius president beneevens de verdere Heeren Leeden van den Edelen Achtb: Raade van Justitie deezes gouvernements op ende jeegens de hottencotten Rees en Dragonder ged: en ged„s in voorsz: cas ter andere zijde. — raaden raade werden zal, ter zaake dat hij Christiaan Vlok het arrest het welk op zijn net korren belaaden, aan deeze hoofdplaats zig bevondende waagen en ossen was gelegt, had gevioleert; den vertoonder in voldoening van dien„ denselven vloek ook tegens den 31 Maij daar aan voor deesen Edelen achtb: Raade heeft doen dagvaarden, ten einde in cas voorsz: te zien dienen van schriftelijken Eijn op welke gedaane dagvaarding zij vlzek in substantie heeft gedeclareerd van niet te zullen compareeren, al wilde men hem naar herwaards laaten scheepen, en zelfs aan den galg hangen, gelijk zulx zi uit de schriftelijke gedan dagvaarding als het daar op van den boode ter nederge„ „stelde relaas komt te bliken. — Dat op voorsch: 31 Maij bovengem: vloek met gecompareerd zijnde, den vertoonder van UwEd: Achtb: heeft versogt, gelijk hij dan ook heeft geobtineert default en voor 't profijt van dien, dat den ged„e zou verstooken blijven van d' Exeptie declinatoir mitsgaders aan den vert: als lip„ verleend geworden één Tweede termijn teegen Zes weeken. Dat den vertoonder considereerende, dat ingeva denzelven vlok op alle de nog te doene drie dagvaardin gen, gelijk men uijt zijn antwoord op de eerste gedaane dagvaarding zou moeten praesumeeren, niet compareerte het gevolg daar van niets anders zou kunnen op beware als dat na het verloopen van het vierde default, den vertoonder van Jntendit dienen in zijne conclusie jeegen vloek mogelijk zou worden geadjudicieert; Dat dezelve conclusie Jeegens denselven vlok zo na de algemeene, be„ „schreevene Rechten, als statutaire wetten, in 't particulier s „der correctie:/ zou behooren te bestaan in eene geldboete sten behoeve van den vertoonden en eene particulieren, corrertie„ en welke correctie meest al is gepractiseert in een per„ „soneel arrest of gipeling tot tijd en wylen de gearresteer„ „de Goederen zijn gereden tegreerd, En terwijl aan het laatste is voldaan, also de gearresteerde goederen raads pe„ „plicq ten voordeele van den principaalen crediteur zijn verkogt; en vermits denselven vlok met de Elexsie bezoijd daar daar bij zig dermaaten aan sterke dranken heeft overgegee„ „vent dat hij bykans meestendeels zijner zinnen beroofd komt te zijn, in welken toestand den vertoonder denselven vroek in den gepasseerden Jaare in Perzoon op zijn toenmaalige woonplaats zelfs heeft aangetroffen, dus, door eene gipeling of personeel arrest niet verbeeteren, maar te verwachten is dat zijn, quaal verergeren zal, het vervolgen deeser Processu„ „res gevolglijk den verwachten Effect niet kunnen erlangen, zoo heeft den vert: alvoorens met het voortzellen dier proce „dures over te gaan, het van zijn indispensabelen Plicht ge„ „meend te zijn dit een en ander te brengen onder't oog van uwEd achtb: ten einde ter deesen zaake in tijds de nodige voorzieninge zou kunnen worden gedaan. waaromme den vertoonder de vrijheid neemt hem te keeren tot uwEd achtb: met verschuldigde Eerbied verzoe„ „kende, of uwEd achtb: gelieven te behaagen de voorsz: Proce „dures te seponeeren dan wel te surcheeren, tot tijd en wij „len den vertoonder in staat gesteld zal zijn, aan 't een en ander geposeerde omtrend den staat en toestand van den in deesen gemelden Christiaan Vlok door legaale bewij „zen in regten te kunnen voldoen; ofte hier omtrend zodanige andere dispositie te neemen als uwEd Achtb: na dezelver equiteit en Prudentie zullen vinden en oordeelen te behooren. — /:onderstond:/ 'T welk doende &„a /:was geteekend:/ H: L: Bletterman /:in margine:/ Exhibitum in Judicio den 28 Junij 1787 Het welk geleesen zijnde is goedgevonden de Procedures teegens deesen vloek te seponeeren, tot tijd en wylen den E: O: vert: in staat zal zijn om dezelve weeder te prur„ suiveeren Terwijle alwyders door gem: S„r van der Riet weegens den Landdrost van Zwellendam onder productie van twee verklaringen wierd verzogt dagvaarding in perzoon p„r Missive onder 's Raads Zegul op Hendrina van Eede, dogter van den burger Joseph van Eede en zulx over 't te vondeling leggen van haar kind, 't welk dienzelven dag aan de Suipen is komen te overlyden. - welk verzoekt k eize r Eiia ante ierls. aan al en de H: en te en blyven p geva in ne e re d C het

NL-HaNA_1.04.02_10986_0822 view scan ↗

English

request made by the Officer of Justice was granted. Furthermore, the aforementioned Senior van der Riet, on behalf of the said Landdrost of Swellendam, brought to the knowledge of the Council that he had again examined the person Tip Albregt before the Commissioners from this Council, without however being able to obtain anything from that man, since he on the contrary completely denied what he had previously confessed in the Torture Chamber before this full Council, notwithstanding that his brother Hendrik de Plooij had come into his presence and maintained everything to his face; wherefore the Officer of Justice requested that the Council please dispose in this matter as the nature of the case may require, as well as take such a decision regarding his request made at the latest extraordinary meeting, or provide the Officer of Justice with such advice as Their Honorable Worships should deem appropriate: whereupon, having deliberated, it was approved to suspend further investigations with respect to Tip Albrecht until such time as one may proceed therein with more fruit, and to write to the College of Landdrost and Heemraden to see at one of the indicated places whether the stolen goods lie buried there, in order to send the same to the Cape if found. After this, the aforementioned sworn Clerk, acting for the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, also brought to the knowledge of the Council that the slave of Mijburg, who had been accused by the slave of Hugo of having received from him those balls of hair which he had given to a maiden in an amorous passion, was brought here into custody and heard in confrontation before the Commissioners, without anything having been discovered to his charge; wherefore the Officer of Justice requested authorization to release that slave free of costs and damages, since his innocence was apparent; to which the Officer of Justice was authorized. Likewise, as was also requested by the same sworn Clerk on behalf of the Landdrost of Swellendam, to release free of costs and damages those Hottentots who were sent up together with the widow De Plooij and associates and were found innocent by the Officer of Justice, nay, were not even accused by the guilty party, this request was likewise granted to the Officer of Justice. Underneath stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: Present before me, was signed: C. van Ferssen, Secretary. Thursday the 5th of July 1787. In the forenoon, extraordinary meeting, present the Honorable Worshipful Mister President Johannes Isaak Rhenius and all the Members, with the exception of Mister Naehhling due to other occupation. The Officer of Justice, the Honorable Worshipful Mister Jacobus Johannes Le Sueur, Senior Merchant and Member of the Honorable Worshipful Council of Policy, as specially authorized in this matter by the Right Honorable Governor and aforementioned Council of Policy to act in the office of Fiscal, and in that capacity Officer of Justice, submitted a written claim accompanied by 4 annexes, concluding thereby as at the end of the same; the defendant states that he did not know that money had been stolen, and had not known Koningswinter for longer than 14 days; whereafter the parties persisted in their reply and rejoinder; against the soldier Hendrik Dreverman, defendant in person, in the case of fencing suspect stolen money. The Council, after mature deliberation on the matter, has approved and decided that the aforementioned soldier Hendrik Dreverman shall in his capacity be transported to the Indies; consequently dismissing the Officer of Justice's further claim and conclusion made against him. Furthermore, there was exhibited by the aforementioned Honorable Worshipful Mister Le Sueur, in the capacity aforesaid, the following memorial, accompanied by 2 annexes: Honorable Worshipful Mister and Gentlemen! Your Worships having been pleased, upon the written claim of the memorialist, acting in this matter in the office of Fiscal against the criminal prisoners Johannes Christiaanse, Johannes Koningswinter, and Johannes Kuipers, to grant the torture demanded therein to a certain degree, and to suspend the further execution thereof until further indications should have been obtained by the memorialist, as appears from the adjoining extracts from the criminal roll; so he has the honor reverently to show to Your Worships that, whatever trouble and whatever investigations have been employed, no other or more pregnant proofs and evidence have presented themselves or could be produced than those which the memorialist supplied to Your Worships in support of his claim, and which according to his judgment, resting on grounds of Law, seemed sufficiently qualified to proceed to his made claim and conclusion. Since, however, those submitted documents and muniments have provided so many palpable indications and probable conjectures against the aforesaid prisoners, that Your Worships yourselves are most strongly convinced that nothing but an exceedingly great obstinacy and hardening in evil could have prompted and stiffened them, notwithstanding all these so strongly To the Honorable Worshipful Mister Johannes Isaak Rhenius, President, together with the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, militating

Dutch transcription

verzoek aan den R: O: vertoonden is toegestaan.. — zijnde voorts door evengem: S„r van der Riet weegen gem: Landdrost van Zwellendam den raade ter kennisse gebracht dat hij den perzoon van Tip Albregt wederom voor heeren gecommitteerdens uit deesen Raade hadde gehoord zonder dat hij echter iets uit dien man hadde kunnen krijgen daar hij in teegendeel nog zijn voor deesen vollen Raade in de Pijnkamer geconfesseerde ten eenemaale ne„ „geerde niet teegenstaande zijn broeder Hendrik de Plooij in zijn presentie, gekoomen was en hem alles in Cacie ha staande gehouden; weshalven de E: O: vertoonder verzogt dat den Raad hier omtrend zodanig geliefde te disponeeren als de aart der zaake komt te vereijschen, als meede ten opzigte van zijn ter Jongster Extraordinaire vergade„ „ring gedaan verzoek zodanig besluijt te neemen of den r: O: Eijpscher te dienen van zodanig advip als Hun E E achtb: zouden oordeelen te behooren: — waar over ge„ „besoigneerd zijnde is goedgevonden, om met de verdere re„ „cherches ten opzichte van Tip albrecht zo lange te Super „sedeeren tot dat men daaromtrend met meer vrugt zal kunnen voortvaaren, en het collegie van Landdrost en Heemraaden aan te schrijven om op een der bij de aange„ „geevene plaatsen te zien of het gestoolen goed daar begraave ligt ten einde 't zelve gevonden, zijnde Caabwaarts te zenden Hier na bracht voorm: gezwoore Clercq voor den Land„ „drost van Stellenbosch en Drakenstein ageerende den raad almeede ter kennisse, dat de slaav van Mijburg dewelke door den Slaaf van Hugo beschuldigt zijnde van hem die bolletjes hair, die hij aan een Meijd in een amoureuse drift gegeeven heeft, te hebben ontfangen, alhier in hechten „nis gebracht, en voor heeren gecomm: bij confrontatie ge„ hoord is, zonder dat men iets ten zijnen laste heeft kunnen ontdekken; weshalven de R: O: vertoonder verzogt qualifica „tie om dien slaaa, vermits zijn onschuld quam te blijken post en schadeloos te ontslaan; waartoe de E: O: vertoon„ „der gequalificeerd is. — Gelijk almeede door denselven geswoore Clercq namens den Landdrost van Zwellendam verzogt wierd, om die Hottentotten welke beneevens de wed„e De Plooij C: S: waaren opgezonden en door de R: O: vertoonder onschuldig an Ja zelfs door de schuldige niet eens beschuldigt wierden kosten schadeloos te ontslaan, zo is den E: O: vertoonder dit verzoek insgelijks toegestaan. /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno Utsupra /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ C. van Ferssen Secret.„s Donderdag den 5 Iulij 1787- 's voordemiddags Extraordinaire vergadering present de E achtb: Heer resident Johannes Isaak Rle„ „nuis en alle de Leeden, demplo den Heere Naehhling bij occupatie De Heer R:O: Eisscher dient de E Achtb: Heer M„r Jacobus Johan van eenen schriftelijken lipch ge„ nes Le Sueur, opperkoopman en Lid„ „munieert met 4 bylaagen; conclu in den E achtb: Raade van Politie als „deerende daarbij ut in fine van in deesen door den welEdele gestrenge denselven de gede zegt niet te hebben Heere gouverneur en welopgem: politique„ geweeten dat er geld gestoolen was, raade ter waarneeminge van het en koningswinter niet langer als fiscaals ampt expresse gequalificeert, 14 dagen te hebben gekend. — en uit dien hoofde r: O: Eijscher waarna partijen voor re en duplicq persisteerden den soldaat Hendrik Dreverman ged„e in perzoon in cas van heeling van suspect gestoolen geld. — contra De Raad, na rijpe deliberatie van zaaken heeft goedgevonden en verstaan, dat den aa soldaat Hendrik Dreverman in zijne qualiteit naar de Jndien zal werden versonden: ontzeggende mitsdien den Heer Officier desselvs verderen weegens nisse m voor n i had gt neeren eede gade„ E en per zal en ge¬ graave den nd Vaad die te ge„ nen a en E 3 verderen op ende jeegens denzelven gedaanen Eisch en genomene conclusie wijders wierd door gem: E Achtb: Heere Le Sueur in qualiteit voorsz: geexhibeerd het volgende vertoog, ge„ munieert met 2 bijlaagen E: Achtbaare Heer en Heeren! UE: Achtb: op den schriftelijken Eijsch van den ver„ „toonder als in deezen het ampt van fiscaal waarneemen, „de op ende jeegens de crimineele gedetineerdens Johan„ „nes Christiaanse, Johannes Koningswinter en Jo„ „hannes Kuipers de daar in geeijschte tortuur tot eene zeekere graad hebbende gelieven te accordeeren en de verdere executie, daar van te surcheeren, tot dat door den vertoonder nadere Jndiciën zouden zijn ingewonnen ge„ worden: blijkens. nevensgem: Extracten uit de criminee „le rolle zo heeft deselve de Eere UwEd achtb: reverente „lijk te vertonen dat, wat moeijte en welke recherges zijn aangewend geworden geene andere nog preguanten preuves en bewijzen zig hebben opgedaan of konnen wor„ „den geproduceert als die den vertoonder ter adstructie van zijnen Eijsch aan uwEd achtb: heeft gesuppediteerd en hem volgens zijn oordeel als op gronden van Rechten steunende genoegzaam gequalificeerd scheenen om tot zijnen gedanen Eisch en conclusie te treeden. — Daar evenwel die overgelegde stukken en munimenten zo veel palpabele Jndiciën en procasise conjectuuren teegens voorsz: gedetineerdens hebben overge„ leeverd, dat UwEd achtb: zelf ten sterksten zijn geconvin„ „ceert dat niets dan eene overgroote halstawigheid en ver„ „harding in het quaade hun hebben kunnen aanzetten en gestijfd om, niet teegenstaande alle deeze zo sterk Aan den E Achtb:e Heere Johannes Isaak Rhenius president binge „vens den E achtb: Raade van Justitie deezes gouvernements. militeerende

NL-HaNA_1.04.02_10986_0825 view scan ↗

English

militating proofs to deny everything in order, if possible, to remain exempt from all punishment thereby, the undersigned considers that although one has thereby been prevented from imposing upon them the otherwise well-deserved punishment, the matter is nevertheless of too great importance to discharge these so heavily suspected persons and release them in freedom entirely unpunished: which position of the presenter rests on the authority of the Doctors of Law, such as, among others, Bort in his Treatise on Criminal Matters Chapter 9 number 34, that when a delinquent endures torture and does not confess therein, the proofs and indications lying to his charge not having been elided by the torture, as Your Right Honourable are sufficiently persuaded has not happened by the detainees, an extraordinary punishment must be imposed upon the tortured person; with which opinion agree Simon van Leeuwen in Censura Forensis Chapter 9, Farinacius part 40 numbers 11, 12 and following, Antonius Matthaeus on the title De Quaestionibus Chapter 3 in fine: all the more so, since it appears to the presenter that the matter is at the same time of such a nature that through time further discoveries might emerge which could place it in full daylight and cause the detainees to receive their well-deserved punishment. Wherefore the presenter also considers himself entitled with grounded right to turn, and must turn, to Your Right Honourable tribunal, requesting that the aforesaid detainees may be confined on Robben Island for the purpose mentioned, or that Your Right Honourable may be pleased to dispose herein as you shall deem proper according to your enlightened judgment. was signed: J. J. Le Sueur in the margin: Exhibited in court the July 1787. Which having been read and its contents deliberated upon, the request of the Officer was granted to confine the persons of Bernard Christiaanze, Bernard Koningswinter, and Johannes Kuipers on Robben Island for as long until further indications in this matter come to light. Whereafter the following petition was submitted by a number of citizens: To the Honourable Right Worshipful Mr. Izaak Rhenius, President, together with the Honourable Right Worshipful Council of Justice of this Government. Right Honourable Sir and Gentlemen. With due respect, Your Right Honourable's humble servants, the undersigned burghers and residents at the Cape of Good Hope, show: That to our common sorrow we had to see that Your Right Honourable, upon the far-fetched demand made by the currently acting Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, condemned our fellow burgher David Naudé to be put on water and bread for fourteen days and, after expiration thereof, to pay another one hundred rixdollars to the officer; Yet since the petitioners are in the firm confidence that had the Officer not made his demand in such a severe manner, but in milder terms, Your Right Honourable certainly would not have imposed such a sentence upon our said fellow burgher as he must now experience; And since our repeatedly mentioned fellow burgher Naudé is by no means a person who could endure such a detention of fourteen days, partly because his weak physical constitution cannot bear it, and partly because he is a person who takes things so much to heart at the slightest occurrence, whereby he could easily bring a severe and prolonged illness upon himself, which unexpectedly might be followed by death; wherefore, for such and other reasons, the petitioners take the liberty to turn to Your Right Honourable, humbly requesting that it may be Your pleasure to release him, Naudé, from his detention and set him at liberty again. Furthermore, it is the petitioners' respectful request that it might particularly please Your Right Honourable to reduce the fine of one hundred rixdollars, if not entirely, then at least partially, for the reason that he is a needy man, and whereby otherwise his wife and children would have to suffer under the payment of the fine. The petitioners, now trusting in Your Right Honourable's paternal goodness, sign ourselves, stood below: Right Honourable Sir and Gentlemen, lower: Your Right Honourable's humble servants, was signed: Daniel Jonker, Stephanus François Joubert, Isaac Stephanus de Villiers, Lambertus Myburgh, David de Villiers P. son, Josua Joubert Gideon's son, Daniel Bosman, Daniel Joubert, Jan Daniel de Villiers, François Roos, Gideon Joubert, David Hendrik Nellet, Tieleman Roos, François Philippus Naudé, Christiaan Kruger, D. B. D'Hilly, Johannes Paulus Eksteen, Jacobus Roux, Paulus Joubert, Fr. de Villiers, and Andries Jacobus Warnecke. Submitted in the Council of Justice the 5th of July 1787. Which having been read and its contents maturely deliberated upon, and also taking into consideration the weak and sickly condition in which the burgher David Naudé finds himself, the Council has resolved by majority of votes to release the said Naudé from his detention, but with respect to the monetary fine to refer entirely to the sentence passed regarding it by Their Right Worshipfuls; further reprimanding the petitioners in the sharpest terms for the offensive expressions used in their petition with regard to the Landdrost, with a very serious admonition to take careful care in the future never again to submit papers of that nature to this tribunal. Messrs. van Echten, Horak, van Oudshoorn, and Matthiessen, who were of the opinion that this petition ought to be returned to the signatories without apostil and that they should be sharply reprimanded for this step, while the burgher David Naudé

Dutch transcription

militeerende preives alles te negeeren om waare het mooge „lijk daar door van alle straffe exempt te blijven, vermeend, de ondergeteek„n dat ofschoon men hier door is belet geworden hun de anderzinds welverdiende straffe op te leggen, de zaak egter van al te groote aangeleegendheid is, om deesen zo zeer gesuspecteerden te largeeren en volkoomen straffe „loos in vrijheid te stellen: welke v Sustenu van den vertoonder rust op de auctoriteijt der Rechts D D als leevende onder anderen Bort in zijn Tractaat van crimineele zaaken C: 9: nun: 34 dat wanneer een de „linquant de torture doorstaat en daar bij niet confes„ „seert, de bewijzen en Jndicien tot deszelfs lasten leggende door de tortuure niet weezende geelideert, zo als UwEd achtb: genoegzaam gepersuadeert zijn, dat door de gede „tineerdens niet is geschied, den geforuireerden eene ex„ „traordinaire straffe moet worden opgelegd; met welk gevoelen over een stemmen s: van Lieuwen in cens Fo„ „rens Cap 9 Farinacius gedelt 40 n: 11: 12 8 seegg: Antt: Matt ad tiss: de questein Cap: 3 in fine: Te meer nog, daar het de vertoonder voorkomt de zaak teffens van die natuur te zijn, dat zig door den tijd nog naadere ont„ dekingen zouden konnen opdoen, die deselve in volkoo „menen daglicht zouden konnen stellen ende gedetineer „dens hunne welverdiende straffe doen erlangen. — weshalven de vertoonder dan ook vermeend met gegrond recht zig tot uw Ed achtb: wierschaar te moogen en moeten wenden met verzoek dat voorsz: gedetineerdens ten fine gemeld ten robben Eilande moogen worden geconfineerd, of dat uwEd Achtb: hier inne zodanig gelieven te disponee„ „ren als dezelve na derzelver verlicht oordeel zullen goed „vinden /:was geteekend:/ I: I: Le: Sueur /: in margine:/ Exhibi „tum in Judicio den Julij 1787— Het welk geleezen en over dies inhoude gebesoigneert zijnde is den Heer Officier deszelfs verzek toegestaan om de perzoonen van Bernard Christiaanze, Bernard Ko„ „ningswinter en Johannes Kuipers zo lange op het Robben Eiland te confineeren tot dat in deeze zaak nadere indicien zijn zijn aan de hand gekoomen waarna door een getal van burgers wierd 't volgen„ „de request: Aan n n ter tie ten Re de - Met verschuldigde eerbied geeven te kennen uwer welEdele Achtb: nederige dienaaren de ondergeteekende burgeren en Jngezeetenen aan Cato de goede Hoop Hoe dat wij tot onsen aller smerte hebben moeten zien als dat UEEd achtb op de door den tans fungeerende Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein de Heer Hen„ „drik Lodewijk Bletterman gedane verre uijtgesogte Eijsch, onsen meede burger David Naude hebben gecon„ „demnaerd omme veertien daagen te waater en te brood te werden gesteld en na expiratie van dien nog een hon„ „dert rijxd„s aan de officier te betaalen dan dewijl de supp„lte in dat vaste vertrouwen zijn, dat bij aldien den Heer officier zijnen Eisch op dusdanige een strenge wijze niet had gesteld, maar in een zagter term UwEd Achtb: gewisselijk niet onse gesegde meede burger zulk een vonnis zoude hebben opgelegt als denselven tans„ moet ondervinden En nadien meergemelde onsen meede burger Naude geenzints een perzoon is die zulk eene detensie van veertien daagen zoude kunnen uitstaan eens deels dewijl zijne zwakke lighaams gesteldheijd het niet kan verdragen, en anderdeels, om dat hij een perzoon is die zig op het minste voorkoomen zodanig kan aantrekken, waar„ door hij ligtelijk een zwaare en langdurige ziekte zig op den hals zoude kunnen haalen; en waarop /:onverhoopte„ lijk de dood zoude kunnen volgen; weshalven om diergelijke en andere reedenen neemen de Supplianten de vrijheid zig te wenden tot uwEd achtb: Ootmoedig versoekende dat het van derelver welbehagen zijn mooge hem Naudé uit zijne detensie te ontstaan en op vrije voeten wederom te stellen. Nog is den suppln WelEdele Achtbare Heer en Heeren. Aan den E: Achtb: Heer Jzaak Rhenius president beneevens den E achtb: Raad van Justitie dezes gouvernements. eerbiedig eerbiedig verzoek dat het UwEd Achtb: bijzonderlijk mogte behaagen om de boete van Een hondert ryxd„s zo niet geheel ten minsten gedeeltelijk te willen afslaan, om reede hij een behoeftig man is, en waar door andersints zijn vrouw en kinderen door het betaalen der boete onder dezelve zoude moeten gebukt gaan De Supplianten nu op uwerwelEd: Achtb: vaderlijke goedheid zig vertrouwende zo onderteekenen wij ons /:onderstond:/ welEdele Achtb: Heer en Heeren /:lager:/ Uwer welEd: Achtb: neederige dienaren /:was geteekend:/ Daniel Ionker, Stephanus François Joubert, Isaac Stephanus de villiers, Lambertus Mijburgh, David de Villiers P Z: Josua Joubert gideonsz Daniel Bosman, Daniel Joubert, Jn D=e de Villiers François Roos, gideon Jou„ „bert, David Hendrik Nellet, Tieleman Roos, Frans soijs Philippus Naudé, Christiaan Kruger, D, B: D'Hillij, Johannes Paulus Eksteen, Jacobus Roux Paulus Joubert, F:r de Villiers, en Andries Jaco„ „bus warnecke /: overgegeeven in rade van Justitie den 5 Julij 1787 Het welk geleesen en over dies inhoude rijpelijk gebesoigneert zijnde mitsg„s in aanmerking genoomen, de zwakke en ziekelijke omstandigheeden waar in zich den burger David Naudé bevind, heeft de raad bij meerderheid van Stemmen beslooten, denselven Naude uit zijne detentie te ontslaan edoch ten opzigte der geld„ „boeten zig volkoomen te refereeren aan het diesweegens bij hun E achtb: gevelde vonnis. - reprimendeerende voorts den requestranten ten Scherpsten over de Lasive uit„ drutkingen bij hun request ten opzigte van den Land„ „drost gebeesigt, met zeer serieuse aanmaninge van zich in vervolg van tijd zorgvuldig te wagten om ooijt weeder papieren van die natuur in deeze vierschaar in te leeveren. — De heeren van Echten, Horak, van Oudshoorn en Matthiessen, dewelke van sentiment waaren dat men dit request zonder apostil aan de teekenaars behoor„ „de te rug te geeven en hunlieden over deeze demarche scherpelijk reprimendeeren, terwijle de burger David Naude en on ho tans 8

NL-HaNA_1.04.02_10986_0828 view scan ↗

English

Naude, as having been punished mercifully enough in their Honours' view for his barbarity, and therefore having to undergo the correction imposed on him without the slightest mitigation, had this vote recorded. After this, the acting fiscal, the Honourable Gabriel Exter, served the following memorial, furnished with annexes: Honourable and Respected Lord and Gentlemen. The undersigned acting fiscal respectfully shows, that on Saturday the 22nd of the past month of June, towards evening, it was brought to the knowledge of the respectfully undersigned petitioner by the overseer of the craftsmen of the new hospital, Willem Nieuwenhuijzen, that upon returning to his house from the Amsterdam battery, the said Nieuwenhuisen found everything broken open and his only slave boy lying dead on the ground in the kitchen; and the respectfully undersigned petitioner, having deemed himself obliged to conduct all necessary and possible investigations in that regard, it became evident during the inquest undertaken to that end in the presence of the commissioner gentlemen from this Respected Council; that not only had a small window of the overseer's bedroom been broken out, but also the doors of both rooms and the chests and desk found therein had been opened, though no more than two new shirts and a pair of silver buckles were stolen according to the overseer's report, because the slave boy, lying in the kitchen next to the hearth, had been killed by a wound received behind his right ear in a no less violent manner. To the Honourable and Respected Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. That after the aforesaid further searches made and the depositions and inquests taken before the commissioner gentlemen annexed hereto, especially from the circumstances deposed by the overseer Breidschoe and by the masons Dewenbag and van Lutsenburg against the 3rd master of the Honourable Company's hospital, Leendert Gijzendorp, the said Gizendorp is already very suspicious as a perpetrator regarding this deed, and this suspicion being heightened to the utmost by his contradictory answers given on general articles, the respectfully undersigned petitioner thereby finds himself placed in the necessity of ex officio instituting the necessary criminal proceedings against the same Gijzendorp. And since this cannot happen without your Honours' decree qualifying the respectfully undersigned petitioner for this purpose; he therefore takes the liberty of turning to your Honours, with a respectful request that it may please your Honours to authorise the respectfully undersigned petitioner to have the said Leendert Gijzendorp taken into apprehension. Which served. Was signed: G: Exter. In the margin: Exhibited the 5th of July 1787. Which was held for advice by circular consultation. Finally, it was proposed by the Respected Lord President, as it frequently occurred at present that the acting fiscal proceeded very arbitrarily in gathering inquests in criminal cases, and therein by no means followed the practice and usage established here from ancient times, whether it would therefore not be good to qualify the commissioner gentlemen, whenever they were serving in such sessions, to investigate beforehand whether the officer had already been authorised by this Council for such acts, and if not, then to suspend these commissions and not allow them to proceed: this was unanimously agreed to. At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: Present to me. Was signed: C: van Aerssenscont. Saturday the 14th of July 1787. By order of the Honourable and Respected Lord President, the question was put to the respective members in a circular consultation by me, the Secretary, how one judged that the body of Hendrik de Plooij, detained here, ought to be dealt with, who had passed away very suddenly during the past night: it was thus approved to have him taken to the outer place of execution and hanged there from the gallows by one leg. Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: signed: van Aerssen, Secretary. Thursday the 26th of July 1787. In the forenoon, present the Respected Lord Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members. By the acting fiscal, the Honourable Gabriel Exter, the following memorial was exhibited: Honourable and Respected Lord and Gentlemen. The undersigned acting fiscal respectfully shows, To the Honourable and Respected Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. That

Dutch transcription

Naude als zijnde na hun EE: wie genadig genoeg over zijne barbaarsheijd gestraft, dus ook de hem opgeleg„ „de correctie zonder eenige de minste, mitigatie moest ondergaan, hebben dit hun votum laaten aanteekenen. Heer na wiert door den prointerim fiscaal d' E Gabriel Exter gedient van 't volgende vertoog ge„ „munieert met bijlaagen WelEdele Achtbare Heer vertoond met schuldigen eerbied den ondergetee„ „kande prointerim fiscaal, dat op zaturdag den 22 der gepasseerde maand Junij teegens den avond door den Mandoor der ambagtslieden van 't nieuwe hospitaal willem Nieu„ „wenhuijzen den E: O: vert„r ter kennisse gebracht zijnde dat gem: Nieuwenhuisen bij zijn te rug komet van de batterij Amsterdam ten zynen huijze alles open „gebrooken en zijn eenige slaven Jonge in de combuijs dood ter aarde liggende had gevonden, en den E: O: ver „toonder zig verpligt hebbende gehouden, daar omtrend alle nodige en mogelijke onderzoek te doen, bij de ten dien einde ten overstaan van Heeren gecommitteerdens uit deesen Achtb: Raade voorgenomene schouwing is koo„ „men te blijken; dat niet alleen een venstertje van de slaapkamer van den mandoor uitgebrooken, maar nog de deuren van bijde kameren en die daar in bevindelijke kisten en lessenaar geopend egter niet meer als twee nieu„ „we hembden en een paar zilvere gespen naar 't aangee„ „ven van den Mandoor ontstoolen waaren om datt den sla„ „ve jonge in de Combuijs naast de Vuurhaart liggende door een agter het regter oor denselven op een niet minder ge„ „weldzame wyze ontfangene wonde om 't leeven was ge„ „bracht geworden. Aan den welEdelen Achtbaren Heere President en raade van Jus„ „titie des Casteels de goede Hoop Dat en Heeren dat na de voorsz: gedaane verdere recherchen en voor Heeren gecommitteerdens ingenoomene verklaaringen en en questen deezer geannexeerd, bijzonders uit de van den Mandoor Breidschoe en de bij de metzelaars Dewenbag en van Lutsenburg teegens den 3„e meester van 's EComp„s hospitaal Seendert Gijzendorp gedeposeerde omstandighee„ „den, gem: Gizendorp omtrend deeze daad reeds als schul„ dige zeer suspect zijnde en deese suspicie door deszelfs op Generaale Articulen gegeevene contradiceerende antwoorden ten hoogsten vermeerdert wordende den r: O: vertoonder zig daar door in de noodzakelykheid ziet gebracht om Amptshalven teegens denselven Gijzendorp in cas Cri„ „mineel de nodige procedures te institueeren. — En vermits zulx niet kan geschieden zonder UwEd achtb den R: O: vertoonder hier toe qualificeerende decreet; zo neemt denselven de vrijheid van zig tot wel „dezelve te keeren, met eerbiedig verzoek dat het UwEd Achtb: moge behaagen den r: O vertoonder te authoriseeren om gemelde Leendert Gijzendorp te doen neemen in apprehensie /: onderstond:/ 'T welk diende /:was geteekend:/. G: Exter /: in mar„ „gine:/ Exhibitum den 5 Julij 1787: Het welk ter rondleering in advijs is gehouden ndr Eindelijk wierd door den E achtb: Heere President voorgedraagen daar het dikwijls teegenswoordig plaats had dat de prointerim fiscaal in het inwinnen van enquesten in crimineele zaaken, zeer willekeurig te werk ging, en daar in geenzints de alhier van alle oude tyden vast„ „gestelde practijk en usantie volgde of het derhalven niet goed waare Heeren gecommitteerdens wanneer dezelve bij diergelijke zittingen vaceerde te qualificeeren omme voor af te onderzoeken of de officier reeds bij deezen Raade tot de zodanige verrichtingen geauthoriseerd was, en zo niet deese Commissien als dan te staaken en geen voortgang te doen neemen: zo is dit Unaniem toegestemd. — /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno Utsupra /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ C: van Aerssenscont„ 2 Zaturdag 2 Zaturdag den 14: Julij 1787. Is door mij Secretaris, ter ordre van den WelEde - „len Achtb: Heere President bij de resp„e leeden in rond „vraag gebragt hoedanig men oordeelde dat met het lijk van de alhier Gedetineerde Hendrik de Plooij behoorde gehandelt te worden, dewelke in de gepas„ „seerde nagt zeer subiet was koomen te overlyden: zo is goedgevonden denselven naar het buijten geregt te doen brengen en aldaar met een been aan de galg te doen ophangen- /:onderstond:/ Cabo de goede Hoop die et Anno Utsupra /:laager:/ geth„d / van Aerssen Secret. Donderdag den 26 Julij 1787. 's voordemiddags, present den E Achtb: Heere Johannes Isaak Rhenius president en alle de Leden Wierd door den prointerim fiscaal d' E. Gabriel Eiter geexhibeert, 't volgende vertoog WelEdele Agtbare Heer en Heeren Vertoond met schuldigen Eerbied den ondergeteekende prointerim fiscaal, Aan den welEdelen Achtbaren Heer President en raade van Justitie des Casteels de goede Hoop Dat ƒ

NL-HaNA_1.04.02_10986_0831 view scan ↗

English

That on Sunday the 1st of the current month of July, the two officers of justice Fredrik Hendrik Kester and Johannes Christoff Penninger, having received the order according to their turn to patrol this main town during that day in order to prevent and restrain all disorders, both of slaves and otherwise, and while doing so, in the afternoon during divine service, after having chased away a group of youths who were busy near the Lutheran church shooting with blank powder and beating drums, proceeded further, and upon the noise they heard again having arrived at the Boeren Plein, and not only having discovered the reason for it, that this noise was caused by an entire crowd of conspired youths, but having also been addressed by a young son of the citizen Hendrik Ehlers that the youths were making such a noise that he had told them several times on account of his sick father to be quiet or to move along; to which they however paid no heed, and his mother therefore requested that the willful slaves be driven away, the said officers felt all the more obliged to disperse and scatter this group of conspired youths with some blows of a cane. That the officers, having done this, were stopped by the citizen Johannes Joachimus Theron and were by him not only addressed with extreme and injurious abusive words, such as, you rascals, you beasts, you belong under the gallows, but were furthermore threatened with picked-up stones and a thick cane that they would be beaten, that they would belong to the devil, that if they were honest fellows he Theron would nevertheless give them a beating, and if they received no beating he would upon their return beat them to death or shoot them, as will further appear to your Honours from the attached statement of the said officers and the concurring deposition of the aforesaid young son of the citizen Ehlers. That such an act undertaken against the general peace and security and in the highest degree insulting and yielding to justice must certainly be reckoned among those which secundum legem Juliam de vi publica ought to be strictly punished, the petitioner, in his official capacity, for that reason, under correction, believes he must proceed ex officio against the aforesaid Johannes Joachimus Theron according to the order of law and to that end have him summoned in person. Then, since your Honours' authorisation is required for this, the undersigned petitioner in his official capacity takes the liberty of turning to your Honours, requesting a decree by virtue of which to summon the said Theron in person to appear on a certain day to be specified before your Honours, in order to hear such demand and conclusion, or request or requests, as the plaintiff in his official capacity shall be advised to make and take against the said Theron on the day of the hearing. Which doing, etc. Was signed: G: Exter. In the margin: Exhibited the 26 July 1787. Which having been read, the personal summons of the citizen Johannes Joachimus Theron requested therein was granted. There being further served by the same fiscal pro interim a representation reading as follows: To the Right Honourable the President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honourable Sir and Gentlemen. The undersigned fiscal pro interim shows with due respect that, having had delivered to him the sentence pronounced on the 5 April of this year in the case of the citizen Jacobus Miciel van Koppen, plaintiff, upon and against Petronella Elisabeth Wijdenaer, defendant, pursuant to which your Honours were also pleased to decree that, having taken into consideration the contradiction which resides in the statement given by the citizen Johannes Smit van Dillenburg at the requisition of the plaintiff in this matter with the handwriting of the said Smit van Dillenburg exhibited by the defendant, the Council consequently places this case into the hands of the fiscal office for the purpose of investigation.

Dutch transcription

Dat op zondag den 1„e der loopende maand Julij de bijde dienaaren der Justitie Fredrik Hendrik Kester en Jo„ „hannes Christoff Penninger na hun beurte de order gekreegen hebbende om geduurende dien dag aan deeze Hoofdplaats te patrouilleeren om alle desordres zo wel der slaa„ „ven als anderzints teegen te gaan en te weeren, en zulx ver „rigtende, 's agtermiddags geduurende den godsdienst naar een troup Jongens, dewelke omtrend de Luthersche kerk met schieten met loskruidt en op trommels te slaan beezig waa„ „ren verjaagd te hebben, verder gegaan en op 't gerugt dat zij wederom hoorden naar de boeven Plijn gekoomen zynde en niet alleenig de reeden daar van ontdekt hebbende, dat dit geraas door eene geheele meenigte gecomplotteerde jon„ „gens veroorzaakt wierd, maar nog door een soontje van den burger Hendrik Ehlers aangesprooken zijnde dat de Jongens een zodanig leeven maakte dat hij dezelve wegens zijn zieken vader tot verscheijdene reijsen had gezegt stillen te zijn ofte zig verder te begeeven; waar aan zij zig egter niet stoorden en zijn moeder daarom verzogt om de moed„ „willige slaaven weg te Jaagen, gem: Dienaars dies te meer zig hebben verpligt gehouden, om deese hoop gecomplotteerde Jongens met eenige rottingslaagen uit malkanderen te doen gaan en te verstrooyen. Dat de Dienaars dit gedaan hebbende door den burger Joh„s Joachimus Theron staande gehouden en van denselven niet alleenig met verregaande en Jnjuneerende „te scheldwoorden: als Jouw Rakkers„ Jouw beesten „ onder de galg behoord gij„ — aangesprooken zijn geworden, maar nog met opgenoomene klippen en een dikke rotting gedrijgd te zullen geslaagen worden dat zij 'S Duwvels zullen worden indien zij eerlijke kerels waaren hij Theron hunlieden egter zoude een pak slagen te weege brengen, en indien zij geen slaagen krijgen hij hun bij de wederkomst dood„ „slaan ofte schieten zoude gelijk zulx uit de bijgaande ver„ „klaring der gem: dienaren en de daarmeede overeenstem„ „mende depositie, van 't voorsz: zoontje van den burger Ehters aan uwEd achtb: nader zal koomen te blijken. Dat één diergelijke teegens de algemeene rust en zeekerheid ondernomene en de Justitie ten hoogsten hoo„ „nende en cedeerende bedrijf zeekerlijk onder de geene zul„ „lende moeten gereekend worden, dewelke Secundum legem Juliam de vi Publica strengelijk behooren gestraft te wor„ „den, den Z: O: vertoonder uit dien hoofde /:onder Correctie:/ vermeend de vermeend ex officio teegens voorm: Joh„s Joachim: Theron in ordine Juris te moeten procedeeren en ten dien einde denselven in persoon doen dagvaarden. — Dan vermits hiertoe word vereijscht UWEd: Achtb: qualificatie zo neemd de ondergeteekende R:O: vertoonder de vrijheid zig te keeren tot uwee: Achtb: verzoekende de„ „creet uit krachte van dien de R:O: vert: te doen dagvaarden omme ten zeekeren te presigerenen dag voor UwEe achtt. te compareeren in perzoon, ten einde aan te hooren zoda„ „nigen Eyschen conclusie, dan wel verzoek of verzoeken als den r: O: Eijscher ten dage dienende te raade zal worden op en Jeegens denselven Theron te doen en te neemen, 'T welk doende &c:a /: was geteekend:/ G: Exter /:in margine:/ Exhib den 26 Julij 1787. 'T welk geleezen zijnde is de daar bij versogte dagvaar„ ding in persoon op den burger Johannes Joachimus Theron geaccordeert Zijnde voorts door denselven prointerim fiscaal nog gedient van een vertoog: luidende als volgt. Aan den WelEdele Achtbare Heere praesident en rade van Justitie des Casteels de goede Hoop. Wel Edele Achtbare Heer en Heeren. Vertoond met schuldige eerbied den ondergetekende pro interim fiscaal. — dat den vertoonder ter hand gesteld zynde de op den 5 April dezes Jaars in de zaak van den burger Jacobus Miciel van Koppen, Eysscher op in de Jeegens Petronella Elisabeth wijdenaer. geds=t gepronuntieerde vonnis: ingevolge van dien uwed: Achtb: hebben gelieft meede meede te deere„ „teeren, dat, in aanmerking genomen hebbende de Contradictie welke er resideert in de verklaring door den burger Johannes Smit van dillenburg ter requisitie van den Eysscher in deesen gegeeven met de handschrift van gem: smit van Dillenburg door de gedef=e geëxhibeerd, de raad deze zaak mits dien steld in handen van 't officie fiscaal ten fine van on„ derzoek

NL-HaNA_1.04.02_10986_0833 view scan ↗

English

investigation, and the officer petitioner, in compliance with this highly honored resolution, having accurately examined the documents exchanged and communicated in this trial, believes subject to correction to discern and to be able to establish that the objective of the trial in question was to commit a forgery and to enrich oneself with ƒ 1000 to the detriment of another; that with respect to the plaintiff van Koppen, it is especially charged against him that he, against better knowledge and conscience, instituted an action against a person against whom he directly could have no action, he having paid the money in question to Smit van Dillenburgh and taken his receipt, whom he therefore first ought to have addressed on that account and who should have legitimized himself regarding this; 2 that the same van Koppen seeks to base this action of his on all kinds of mendacious and contrived circumstances, such as that he had personally paid off the money to the late Johannes de Waal, that the same de Waal had requested him van Koppen simply to hand over the money since he de Waal was guarantor and had an accounting with Mr. Bergh, that Smit van Dilburg on request had counted out this money beforehand, and 3 he van Koppen had also required that Smit van Dilburg to declare all this; that Smit van Dillenburg is primarily incriminated in this affair 1 that he received money for another and did not properly deliver the same; 2 that he Smit van Dellenburg, after having withheld this money for his own use for a long time to the prejudice of another, seeks to appropriate the same and thereby enrich himself even more; 3 that he deliberately and with malice aforethought, adding year, day, and other circumstances to that end and to give an appearance of truth, declared and testified the contrary and the greatest untruths, offered to confirm his statement under oath, and still persisted at the review before the commissioner gentlemen of this Honorable Council; that the matter, taken in and of itself, such an act being capable of having the greatest and most detrimental consequences both in private and in public, and both the one and the other of the aforementioned persons van Koppen and Smit van Dillenburg have absolutely made themselves guilty against the Legem Corneliam de Falsis. And although the guilt of the plaintiff van Koppen is greatly diminished by the fact that he disclosed the extortion and did not allow it to take effect, against which the deponent Smit has made himself doubly guilty, the first-mentioned nevertheless does not seem able to be acquitted of all evil intention and dolo malo and of all guilt. Wherefore the officer petitioner, subject to your Honors' better judgment, believes he ought to proceed ex officio against the one as well as the other of those persons and have them summoned in person, but since your Honors' authorization is required for this, the officer petitioner takes the liberty to address the same, respectfully requesting your Honors' decree whereby the petitioner may be qualified to summon the repeatedly mentioned Jacobus Michiel van Koppen and Johannes Smit van Dillenburg to appear in person before this Honorable Council at a certain prescribed time, in order to hear such claim and conclusion, or request or requests, as the officer plaintiff shall be advised to make on the appointed day. Below stood: Doing this etc. etc. Was signed: P. Exter. In the margin: Exhibited the 26th of July 1787. After the reading of which, the requested summons in person of the burghers Jacobus Michiel van Koppen and Johannes Smit van Delburg was likewise granted. After which, by the aforementioned pro interim fiscal, it was orally stated that a certain male slave was left behind by the sailor Vincent Claasz, who had been confined on the ship de Meermin and recently deserted from the said vessel, and according to the statement of the said Claasz belonged to the child he had taken with him, whose mother is still at the Cape, requesting, since the estate of the aforesaid Claasz had been taken under administration by this Council for settlement, to know what was deemed appropriate to be done with this slave. Thus it was approved to deliver the same slave to the mother of the child who is the owner thereof, with the understanding, however, that she shall not alienate that slave until it is known that the monies proceeding from the estate of the aforesaid Claasz will be sufficient to pay the creditors, so as otherwise to be able to have recourse against the aforesaid slave. Lastly, by the sworn clerk, Sieur Ryno Johannes van der Riet, being qualified to attend to the affairs of the landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the following memorial was produced: To the Right Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the further Gentlemen Members of the Honorable Council of Justice of this Government. Right Honorable

Dutch transcription

„derzoek, en den 7: O: vertoonder in voldoening van dit zeer geëerd besluit de bij dit proces verhandelde en gecommuniceerde stukken nauwkeurig hebbende geëxamineert, denselven, onder verbeetering, vermeend te ontwaaren en te kunnen vast stellen dat het doelwit van 't proces in questie is geweest een falsum te begaan en zig met ƒ 1000 tot nadeel van een andere te verrijken. dat ter opzigte van den Eysscher van Koppen denselven bijzonders ten lasten komt dat hij /. teegens beeter weeten en geweeten actie heeft t aansteld teegens eene persoon waar tegen hij directe geen actie hebben kost, hebbende hij het questieuse geld aan Smit van dillenburgh betaald en deszelvs quitantie na zig getrokken dier hij dus eerst daarom had moeten aanspreeken, en denselven zig daar omtrent legitimeeren „ 2 dat denselven van koppen deese zyne actie met allerleij leugenagtige en gezogte omstandigheeden zoekt te begronden als dat hij het geld aan wijlen Iohannes de Waal persoonlijk had afbetaald dat denselven de waal hem van koppen had verzogt 't geld maar af te geeven, terwijl hij de waal borge was en met de Heer Bergh afreekening had, dat Smit van dilburg op verzoek dit geld voorgeteld heeft en 3. hij van koppen ook dien smit van dilburg heeft gerequireerd om dit alles te verklaren. — dat Smit van dillenburg voornamentlijk in deese affaire bezwaard word /dat hij geld heeft ontfangen voor een andere en het zelve niet behoorlijk afgegeeven 2/ dat hij Smit van dellenburg naar een langen tijd dit geld tot zijn gebruik onthouden te hebben met verkorting van een andere 't zelve zoekt zig eigen te maaken en daar meede nog meer te verrijken 3/. dat hij obzettelijk en met goede voorbedagt met bijzetting van 4 Jaar len dag en andere omstandigheedens, ten dien eijnde en om een schijn van waarheid te geeven. het teegendeel en Uut: der de„ den. Achtt. oda„ als den n„ de de het en de grootste onwaarheeden verklaart en betuijgt. heeft zijne verklaring met Eede te zullen gestand doen en nog voor Heeren Gecommitt. s uit deesen Agtb: Raade bij t recollement is blyven persisteeren. — dat de zaake aan en voor zig genomen, een diergelijk bedrijf zo wel in't privat als in't algemeen van de grootste en nadeeligste gevolgen zullende kunnen =strekken en zo wel de eene als andere der vorengemelde persoonen van kopen en Smit van dillenburg absolute zig teegens den tegem Corneliam de Falsis hebben schul„ „dig gemaakt. En hoewel de schuld van den Eijsschen van Koppen daar door grotelijks word vermindert dat denzelven de bedrijging heeft ontdekt en niet tot effect laaten koomen waar tegen de deposant smit zig dubbelt. schuldig heeft gemaakt, zo schijnt den eerstgemelde dog niet van alle kwade intentie en dold malo en van alle schuld te kunnen vrij gesprooken worden: Weshalven den 7: O: vert: (dan /onder uwed: Achtb: bieter oordeel:/ vermeend zo wel teegens de eene als d' andere dier persoonen ex officie te moeten procedeeren en deselve in persoon te doen dagvaarden dan wel hier toe vereijscht word uwEd: achtb: Authorisatie: zo neemt den 7: O: vertoonden de vryheid zig tot weldezelve te keeren eerbiedig versoekende uwEd: achtb: decreet, waar door den vertoonder r:O: moge worden gequalificeerd de meergemelde Jacobus Michiel van koppen en Johan„ „nes Smit van dillenburg te dagvaarden omme ten zeekeren gepraefigeerden termijn voor deesen E: Achtb: raade te Compareeren in persoon. ten einde aan te loozen zodanigen Eijsch en Concluzie, dan wel verzoek of versoeken als den 7: O: Eysscher ten daage dienende te rade zal worden /:onderstond:/ Dit doende & & /:was getekend:/ P: Exter /:in margine:/ Exhebit: den 26 Julij 1787. — Na Na welks lectuure insgelijks is toegestaan de verzogte dagvaarding in persoon op de burgers Iacobus Michiel van koppen en Iohannes Smit van delburg: Waar na door evengem: prointerim fiscaal bij monde wierd te kennen gegeeven dat zeekere mansslaaf door den of het schip de Meermin geconfineerden en onlangs van gem: bodem gedeserteerden Matroos vincent Claasz was agtergelaaten en na het zeggen van gem: Claasz. aan het door hem medegenomene kind toebehoorde, welks moeders zig nog aan de kaaf bevind, met verzoek vermits de boedel van voorsz: Claasz door deezen Raade ter reddering was aanvaard te moogen weeten, wat men met deese slaaf oordeelde te moeten doen. zo is goedgevonden denselven slaaf over te geeven aan de moeder van het kind, dat er eigenaar van is, met dien verstande nogtans dat zij dien slaaf niet zal veralieneeren, voor dat men zal weeten dat de uit den boedel van voorsz: Claassz geproflueerde penningen toerijkende zullen zijn tot betaling der Crediteuren, tenbeinde anderzints op voorsz: slaaf verhaal te kunnen hebben. Laatstelijk wierd door den gezwore Clercq. S r Ryno Iohannes van der Riet als ter waarneeming deer zaaken van den Land-drost van stellenbosch en draken, „stein gequalificeerd geproduceert het volgende vertoon. Aan den WelEdelen Achtbaren Heere Iohannes Isaak Rlenius prasident beneevens de verdere Heeren Leeden van den E: Achtb: raade van Justitie deezes gouverne„ „merts. WelEdele lijk aar

NL-HaNA_1.04.02_10986_0836 view scan ↗

English

Shows with the required respect the undersigned sworn Clerk, as qualified in office by the high government of this country to observe the affairs of the Landdrost of Stellenbosch. That in the month of October of the past year, it was brought to the knowledge of the petitioner by the elder of the Roodezand Church, Jacobus Hugo the elder, that his female slave Zara, having become distressed in a certain night of the month of August previously, had through the administered remedies expelled the next day one and so on up to nine different little balls of hair, while spitting blood, and that at the same time the slave Demas had absconded. That the said Demas, having been captured some time thereafter and brought home, he, Hugo, had immediately questioned him as to why he had absconded and what he had administered to the aforesaid Zara; to which he answered and confessed that he had long solicited the same Zara to have carnal intercourse with him, but that he had repeatedly been refused by her; that he subsequently had understood from the slave Maart, belonging to the former Heemraad of Stellenbosch Johannes Albertus Mijburg, that if one wished to make a girl fall in love with oneself, one should then administer to her the hairs of the pubic parts and chest; that the aforementioned Maart would also have prepared those little balls of hair and delivered them into his hands; and that he, Demas, having taken the opportunity, had managed to administer those little balls of hair to the said Zara with the soup as well as the water, while he, Demas, had also assured that he never had any intention of depriving the said Zara of life thereby, but rather to make her fall in love with him, just as the aforementioned Zara had also recounted to him, Hugo, of having been frequently solicited by Demas to live with him as a wife, which however had always been refused by her. That the aforesaid Demas was subsequently sent here in custody, and having fallen ill immediately thereupon, was first heard in the month of March of this year before the Commissioners from this Noble and Honorable Council, and confessed in accordance with the foregoing, merely denying that he had threatened Zara, according to the deposition made by her, that he would indeed get her, but that on the contrary the remedy employed by him would only have served to oblige the said Zara to stay with him; all of which Your Honors may inspect in further detail, if you please, both from the declarations attached hereto and from the answered interrogatories of the prisoner Demas. That the aforementioned Maart having also been questioned about that accusation on behalf of the petitioner in his official capacity, he gave such circumstances with the greatest probability, from which that which was charged against him, Maart, by Demas cannot be supposed on the slightest ground; the petitioner in his official capacity, however, in order to follow the ordinary course of proceedings in this matter, summoned the said Maart, who, because of the remote distance of the place to which he was assigned, surrendered himself freely and unconstrainedly into the prison only at the end of the last past month, and thereafter having also been heard in confrontation with the aforesaid Demas before the Commissioners from this Noble and Honorable Council, it likewise appeared to the same gentlemen who attended the hearing that the said Maart is entirely innocent, wherefore necessary notice thereof was given to Your Honors by the petitioner in his official capacity with the aforementioned declaration and the request made therewith for the release of the aforementioned Maart, as this was also declared by Your Honors. That the petitioner in his official capacity, subject to correction, is of the opinion that nothing more may be charged against a criminal than what appears from the confession itself or from sufficient and legally proven evidence, wherefore also no more can be demanded than what the law dictates; and since on that foundation nothing else can be charged against the aforesaid Demas than that, having been unable by all friendly attempts and solicitations to persuade the fellow slave Zara to return his love, the natural instinct for her carried him so far that, whether at the suggestion of this or that person or of his own accord, he managed to administer to her such a means by which he believed he would achieve his purpose, the consequence thereof however having been so unfortunate for him that possibly

Dutch transcription

Vertoond met den gelasten eerbied den ondergeteekenden gezwore Clercq als door de hooge overigheyd deeser lande in officio gequalificeerd ten waarneeming der zaken van den Land-drost van Stellenbosch Dat in de maand October des gepasseerden Iaars door den ouderling der Rodelandsche Kerk Jacobus Hugo de oude aan den vertoonden is ter kennisse gebraaht dat zyn slavin Zara in zeekere Nagt van de maard Augustus daar bevoorens benauwd geworden zijnde door de toegebragte hulpmiddelen 's anderen daags een en zo vervolgens tot Negen atferente bolletjes hair met en onder het spuuwen van bloed was kwyt gezaakt, en dat te gelyker tijd den slaaf demas was opgedrost. dat denselven demas eenigen tijd daar na opgevangen en te huis gebracht zijnde, Hij Hugo aan denselven dadelyk had afgevraagt: waarom hy opgedrost en wat hij voorsz: Para had ingegeeven door hem geantwoord en beleeden was, dat hij reeds lange de„ zelve zara aangezogt had om met hem vleeschelijk te verkeeren, dog dat hi telkens door haar was van de hand geweesen, dat zij vervolgens van den slaaf Maart, toebehoorende den oud Heemraad tot stellenbosch Iohannes Albertus Mijburg had verstaan, dat wanneer men eene meijd op zig wilde doen verliefd worden men als dan de haeren van de schaamdeelen en borst aan deselve dienende in te geeven gem: Maart die bolletjes hair dan ook geprapareert en aan hem ter hand gesteld, zoude hebben, en dat hij demas de geleegendheid waarge„ en Heeren. WelEdele Achtbare Heer „nomen „nomen hebbende, die bolletjes hair aan deselve Zara Lo. met de soup als 't water had weeten in te geeven, terwijl hij demas teffens verzeekert had,, nooijt geene intentie te hebben gehad, deselve Zara daar door van het leeven te berooren, maar wel op hem te doen verlieft worden, gelyk meerm: Lara meede aan hem Hugo had verhaalt dikwerf door demas aan„ „gezogt te zijn om met hem als vrouw te verkeeren, zulx egter door haar altoos was geweijgert dat voorsz: denas vervolgens in hegtenis naar herwaards opgezonden, en direct daarop ziek geworden zijnde, eerst in de maand Maart dezes Jaars voor Heeren gecommitteerdens uit deesen Edelen Achtb: Raade is gehoord geworden, denselven Conform 't voorenstaane heeft geconfesseerd, negeerende alleenlyk, dat hy Lasa„ /:volgens het door haar gedeposeerde:/ zoude bedrigt hebben van haar wel te zullen krijgen, maar dat ter Contrarie 't door hem in 't werk gestelde middel alleen zoude gedient hebben gem: zara te nood„ „zaken om bij hem te houden; zo als uwEd: Achtb: dit een en ander, breeders gedetailleerd zo uit de deezen neevens gevoegde verklaringen, als uit de brant„ „woorde Interrogatorien van den gev: demas /: des gelievende kunnen beoogen. — Dat hier of van wegens den R: O: vertoonden gem: Maart over die beschuldiging meede ondervraagd zijnde, denselven met de grootste waarschynelijk„ „heid, zodanige omstandigheeden heeft opgegeeven waar uyt met geen de minste grond het door demas ten zyne laste gelegde in hem Maart kan worden gesupponeerd de r: O: vertoonden egter Somme at omme hier inne den ordinairen train van procedeeren te volgen denselven maart heeft doen ontbieden dewelke vermits de verre afgelegentheid van de plaats waarop hij beschijden was eerst in 't laatst der Jongst gepassseerde Maard, vrij en ongedwongen zig in't gevangenhuis heeft overgegeeven, en daar na bij Confrontatie van voorsz: demas meede voor Heeren gecommitteerdens uit deesen Edelen Achtb: Raade gehoord zynde, is 't aan deselve Heeren dewelke bij 't verhoor vaceerden meede gebleeken denselven Maart ten eenemaal onschuldig te zyn, des aan uwEd: Achtb: hier van door den r: O: Eysschen de nodige kennisse is gegeeven met 't voorm: de La„ „ratoir en 't daar bij gedaan versoek tot relaxatie van voorm: Maart, zo als dit een en anders door uwEd: Achtb: dan ook is verklaart. Dat de 7: O: vertoonden /:onder Correctie:/ van begrip zynde dat aan een misdadiger niets meer ten laste mag gebracht worden, als het geene uit de Confessie zelve of uit volstaanbare en in regten geprobeerde bewyzen komt te blijken, mits dien ook niet meer gevordert werden kan als 't Regt dicteerd; en vermits dan of dat fundament aan voorsz: demas niets anders kan worden ten lasten gelegd als dat hij de meede slaven Saza door alle vriendelijke poogingen en aanzoeking tot geen weeder liefde hebbende kunnen overhaalen, de natuur„ „lyke instinct voor haar; hem zo verre heeft vervoert dat hij 't zij op 't aangeeven van deesen of geenen dan wel van zig zelve, een zodanig middel haar heeft weeten in te geeven, waar door hij vermeende zijn oogmerk te zullen bereiken 't gevolg daar van egter voor hem zo ongelukig is geweest dat mogen „lijk

NL-HaNA_1.04.02_10986_0839 view scan ↗

English

as the said Zara could well have lost her life by it. And now, in order not to occupy the attention of your Honorable Excellencies uselessly with a multitude of legal citations, the petitioner will merely take the liberty to say: That indeed the greatest part of the jurists who have ever commented upon poison-mixing and its punishment and upon the mitigation thereof, are unanimously of the opinion that one can never with safety prescribe the customary punishment for a crime of poison-mixing unless it clearly appears: 1. that the poison was truly administered; 2. that death ensued thereupon; and 3. that the administered poison was malicious and harmful; and howsoever much one is assured of the first in the present case, the second nevertheless did not follow, and the third, however much the consequences have clearly demonstrated the harm thereby caused to the said Zara, nevertheless cannot be proven with sufficient certainty really to belong among the means that are per se poisonous; besides which there still belongs to the first point the proof that the aforesaid Demas lived in hatred or enmity with the said Lara, or would have had to expect any gain or advantage from her death. And since the reasons why the remedy administered by the aforesaid Demas to the said Lara can never be made applicable to the aforesaid laws, whereby someone has rendered himself guilty of the punishment enacted for the crime of poison-mixing, but rather have their reference to the giver of a love potion who harbors no deceit to kill anyone and consequently is not responsible for a fatal blow, wherefore he ought not at all to be punished with death but with banishment, the petitioner thus flatters himself that he might have sufficed with demanding such a punishment. That, however, for the application of such a punishment, with all due reverence, it ought to be taken into consideration here that the same Demas is a slave raised in the thickest darkness of ignorance, and consequently the passion of simple nature having urged him toward satisfaction, it cannot be imputed to him that the remedy for achieving his purpose turned out so wrongly; and on the other hand that he has already been placed in close confinement since the month of January of this year, thus through this the punishment to be demanded or imposed has sufficiently been satisfied, all the more so since the same Demas, approximately six weeks ago now, was placed upon Robben Island until further orders at the request of the petitioner. Wherefore the petitioner takes the liberty to address himself to your Honorable Excellencies with a respectful request that it may please your Honorable Excellencies to release the imprisoned slave Demas from his prison, on the condition that his master shall immediately sell him in one of the distant districts for his benefit, without the same ever being permitted to come again into the district where his master resides, with payment of the costs incurred in this matter, or otherwise to dispose in this matter as your Honorable Excellencies shall find and judge to be proper according to the circumstances of the case. Which doing, etc. Was signed: R. J. v. d. Riet. In the margin: Exhibited in Court: the 26th of July 1787. Which having been read, the petitioner was granted his request, namely to release the slave Demas from his prison and to return him to his master, on the condition that his said master shall immediately sell him in one of the far-off outlying districts, so that he may never again come into the district where his present master resides; with payment of the costs incurred in this case. Below stood: At Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: C. V. Aerssen, Secretary. Saturday, the 28th of July 1787. Forenoon extraordinary meeting, present the Honorable President Johannes Isaak Rhenius and all the Members. Was taken in hand the petition and documents last held for advice of the pro interim fiscal, the Honorable Gabriel Exter, regarding the third master of the Honorable Company, Leendert Gyzendorp; about which having been deliberated, the requested physical apprehension of the said Leendert Gyzendorp was granted to the petitioner. Whereafter the sworn clerk, Senior Ryno Johannes van der Riet, acting in the affairs of the landdrost of the Colony Swellendam, served the following petition: To the Right Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other Gentlemen Members of the Honorable Court of Justice of this Government. Right Honorable Sir and Gentlemen. Shows with dutiful respect the undersigned sworn clerk, as qualified ex officio by the authorities of this country to attend to the affairs of the Landdrost of Zwellendam, Constant van Nult Onkruidt. That by the petitioner, approximately a month ago now, or shortly after the held [illegible] of the second [illegible].

Dutch transcription

„lijk dezelve Zara wel haar leeven daar bij had kunnen inschieten. En omme nu de attentie van uwEd: Achtb: niet nutteloos te occupeeren met eene meenigte van Rechtsgeleerde allegatien zal de 7: O vertoonder alleenlijk de vryheid neeman te zeggen. Dat wel het grootste gedeelte der Rechtsgeleerden die immer over de gifmenging en haare straffe en over de verligting derselve gecommentarieerd hebben. eenparig van gevoelen zijn, dat men nooijt met veyligheid de gewone strat of een misdaad van gifmenging kan voorschrijven of dat klaar blijke. dat het gift waarlijk zij toegebracht 2/ dat de dood daar op gevolgt zij en 3/ dat het toegebrachte vergift kwaadaardig en nadeelig zij, en hoe zeer men nu in't voorhanden zynde geval van 't eerste is verzeekert, 't tweede egters niet gevolgt, en 't derde hoe zeer ook de gevolgen klaar hebben doen zien 't nadeelige daar door aan gem: Last te weeg gebracht, egter met geen genoegzame zeekerheid kan worden beweesen revera te sorteeren onder de middelen, dewelke perse giftig zijn, behalven dat nog tot het eerste behoort, 't bewijs dat voorsz: Demas met dezelve Lara in haat of vyandschap geleeft of uit haar dood eenige winst ofte voordeele te wagten zoude hebben gehad. En daar dan de reedenen, waar omme 't middel door voorsz: Demas aan deselve Lara ingegeeven, nim„ „mer applicabel gemaakt kan worden of de voorsz: wetten, waar door zig iemand aan de straff op de misdaad van gifmenging gestatueerd schuldig heeft ge„ „maakt, maar veel eer haare betrekking hebben op den geevens van een liefde drank die in geen list verkeert om W om iemand te dooden en gevolglijk niet voor een doorslag aansprekelijk daarom ook geensints met de dood maar met bannissement diende gestraft te worden, zo flat „teerd zig den 7: O: Eysscher dan ook dat hij met een dergelyke straf te vorderen zoude hebben kunnen vol„ „staan. Dat egter tot de applicatie van een dergelijke straff /:onder eerbiedige reverentie :/ alhier behoord in aan„ „merking te koomen, dat denselven Demas is een lijden in de dikste duijsterheid der onweetenheid opgevoed en gevolglijk de drift der eenvoudige natuur bij hem geinsteerd hebbende om voldoening: het aan hem niet kan worden toegereekend, dat het middel ter bereiking van zyn oogmerk zo verkeerd is uitgevallen, en aan den andere kant dat hij reeds zeedert de maand Januarij deezes Jaars in een besloote hegtenis ge„ „plaatst zijnde geweest, dus hier door aan de te vordere of op te leggene straffe genoegzaam is voldaan, te men, daar denselve demas voor nu omtrend zes weeken op verzoek van den 7: O: vertoon„ „den tot nader ordre is geplaatst geworden op 't robben Eiland. — Waaromme de vertoonder de vryheid neemt zig te keeren tot uwEd: Achtb: mett eerbiedig verzoek dat het uwEd: Achtb: gelieven te behagen den gevangen slaaff demas uit zyn gevangenis te ontslaan, onder die voorwaarde, dat zijn lijfleen hem terstond in een ders afgeleegene districten ten zynen voordeelen zal moeten verkoopen zonder dat denselven ooijt weederom in't district alwaar zyn lijfheer woonachtig is. zal mogen komen met betaling der in deeze saak gevallene kosten, ofte in deesen zodanig anders te disponeeren als uw Ed: Achtb: na de omstandigheid der zaaken zullen bevinden en oordeelen te beloov behooren. /:onderstond:/ 'T welk doende &a /:was getekend:/ R: J: V: d: Riet /: in margine:/ Exhebitum in Judicio: den 26 Julij 1787. — Het welk geleesen zynde is aan den r: O: vertoonder deszelfs verzoek toegestaan om namentlijk den staaf demas uit zyne gevangenis te ontslaan en aan zyn lijfheen te trug te geeven, onder die voorwaarde dat gem: zijn lyfleen hem terstond in een der verafgeleegene buiten districten zal moeten verkoopen, zoo, dat dezelve nimmers weeders in't district daar zyn tegenswoordigen Lijfheer woonachtig is, zal moogen koomen; met betaa„ „ling der in deese zaak gevallene kosten. — ¶onderstond Aan Cabo de Goede stool die et anno ut supra /:lager./ Mij praesent. — was geteekend. / C. V: Aerssen Secrt. door oslag den lijd n Zaturdag den 28 Iulij 1787. — 's voordemiddags extra ordinaire vergadering, praesent den E: Achtb: Heere Praesident. Johannes Isaak Rhenius en alle de Leeden. Wierd bij der hand genomen het laatst in advijs gehoude vertoog en stukken van den prointerin fiscaal d' E: gabriel Exter nopens den derde meester der E: Comp:s Leendert Gyzendorp: waar over gebe„ „soigneert zynde is den 7: O: vertoonden de verzogte apprehensie Corporeel op gem: Leenaert Gyzendort geaccordeert. — Waar na door den gezwore Clercq S:r Ryno Iohannes van der Riet als de zaken van den landdrost der Colonie Swellendam waarneemende, wierd gediend van 't volgende vertoog: Aan den WelEdelen Achtbare Heere Iohannes Isaak Rhenius praesident, beneevens de verdere Heeren Leeden van den E: Actb: Raade van Justitie deezes gou„ Wel Edele Achtbare Heer en Heeren. Vertoond met pligtschuldigen Eerbied der ondergetee„ „kende gezwore Clercq als door de overigheid deeser lande exafficio gequalificeerd ter waarneeminge der zaaken van den Land-drost van Zwellendam Constant van Nult onkruidt. — Dat door den 7: O: vertoonden voor nu omtrend. een maand ofte kort na de gehoudene verlooren van de weede. „vernemerts. —

← previousnext →