VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10986

Cape · 984 pages · 314 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10986_0132 view scan ↗

English

and murder the crew. I said that they should think twice before carrying out and undertaking such a matter. You are about to begin a terrible act, and you will never succeed, and you will be regarded as rebels wherever you go, and you will help send us all to the gallows. Whereupon they replied to me that I was a coward and that they were strong enough, and since I was afraid, I should just go into my hammock to sleep, and that they were assured of having 40 good Germans on their side, and the entire transport would join them, further saying: those people who do not wish to advance with us, we will find later. Planning to post one of their men as a sentry to prevent anyone from going aft to the Captain. And the person Loillet gave the word to those who were posted, if anyone should go aft, to give a signal so that all those who then came up, fearing they would be betrayed. The person Vivant asked me if I was afraid, to which I replied: one has indeed been afraid for less. And not wanting to listen to their talk any longer, I went away from them, and upon leaving they still said to me that they would keep an eye on my conduct as well as on several others. In the afternoon at 4 o'clock, when the distribution of gin was about to take place, I found myself alone with Corporal Louis Roij under my hammock. I asked him whether he also knew anything about the plot, who answered me that he had heard talk of it. I asked him how to conduct oneself to avoid the danger. Louis Roij answered that he placed everything in the hands of Providence and that God surely had pity on the innocent, and if I would believe him, then we would both hide ourselves so as not to be part of such a disastrous undertaking, further commending himself to the will of Heaven. Which proposal was agreeable, having a view not to be seen by anyone, but we could not escape; and to reveal the same to the officers of the ship, we would do our best. A moment thereafter, the person La Divitte came below, going to sit on his chest, being in great sorrow. I asked him what was the cause of his sorrow, whereupon he said to me that he had heard of the plot and that this had driven him beside himself. Whereupon I said to him that I was in the same condition, whereupon I said to him that I found myself in the same case. We resolved with one another to write a note to the Captain, but could not, being surrounded on all sides by the rebels. The aforesaid La Droiste said he doubted a good outcome, while I urged him to do his best towards it. Not long thereafter, a Corporal had me called by Corporal Roij, who gave me a sign to follow, and I followed, whereupon the rebels asked where I wanted to go. I answered that I had not smoked the whole day, and was going to light a pipe at the lantern by the main hatchway, which was burning there. Subsequently going up the stairs, and I went aft alone, but was stopped by the sentry who stood at the entryway of the quarterdeck, whereupon I said that I wanted to speak to the Captain, and one of the quartermasters came who knew me and brought me into the cabin to the Captain, where I also received a musket for the defense of the Captain. In truth of which I have signed this with my hand in the ship's council on board the aforementioned ship, the 17th of July 1786. Was signed: Joseph Hovard I, the undersigned Johan Matthias Pekler, a native of Manubag in the Electorate of the Palatinate, aged 28 years, soldier of the Honorable East India Company of the United Netherlands, hereby declare under oath before the ship's council held on board the private ship the Jonge Drank all my knowledge concerning the revolt and mutiny that occurred the past night between the 16th and 17th of July in the year 1786. On Sunday, yesterday, the 16th of this month, at six o'clock in the evening, when the water was distributed, which the person of Wike, who was killed in the revolt, demanded against all rights from the Captain, after I had stowed my portion, I sat on a chest at my mess in deep contemplation over such a matter. Having sat for a short time in these reflections, I took my pipe and lit it at the lamp in the lantern which was placed and burning by the main hatchway between the decks at the stairs, and went up onto the deck to let my heavy thoughts disappear somewhat in the rain that was falling. I found there two of my best comrades named Blomford and [illegible]. Friends, I addressed them, what do you think of the demanding of water that was done this evening? Pay heed, it is truly our misfortune, for firstly we are not yet where we need to be, and secondly we will all be regarded as rebels

Dutch transcription

en Equipagie om hals brengen ik zeide dat zij zig wel zoude bedenken om zulke zaak uit te voeren en te onderneemen gij gaat een vervaarlijk stuk beginnen en 't zal U nooit gelukken en gij zult als Rebellen waar gij maar heen komt gehouden worden en helft ons alle aan de galg, waarop zij mij ten antwoord gaven dat ik een bloodaard was en dat ze sterk genoeg waaren en dewijl ik bevreest waare maar in mijne hangmak gaan zoude om te slaapen en dat zij instond voor 40 goede duitschers tot haar Partheij te hebben en 't geheele Transport zig tot haar zoude begeeven zeggende verders die Liede die met ons niet wilden avanceeren zullen wij naderhand wel vinden overleggende ymand van haar op schildwagt te stellen om te be¬ „letten dat niemand agter op zoude gaan bij den Capitain ende persoon Loillet gaf het woord aan die geene die geposteerd wierden zoo iemand mogte agter op gaan een Teeke te geeven om alle die doen opkoomen vrees¬ „den verraaden te worden. — Den Persoon vivant vroeg mij of ik vreese waar op ik antwoorde min heeft wel voor minder vrees en willende niet Langer haar reeden aanhooren Ben van haar weggegaan en te Leiden nog tot mijn dat zij op mijn opvoering agt zoude geeven zoo wel als op verscheide andere.— Des nade middags om 4 uuren wilde de uit deeling van genever gedaan en ik bevond mij alleen met den Corpl Louis Roij onder mijn hangmat vraagde hem of hij ook iets van 't Complot wist dewelke mij ten antwoord gaf daar van gehoord te hebben spreeken vraagd hem hoe zig toegedraagen om het gevaar te vermyden Louis Roij antwoord dat hij alles in die hand der voorzienig zy stelde en dat god wel medelyden met de onschuldige hadde en als ik hem geloven ilder 22 0 wilde zoo zouden wij ons beijde verbergen om niet deelagtig aan zulke ramzaalige onderneeming te worden zig verders beveelende inde wille des hemels 't welk voorstel toetraf hadden een voorrigt van niemand gezien te worden maar wij konden niet ontvlugten en 't zelve van d' Officieren van 't schip te ontdekken zouden daar ons best toedoen. — Een Ogenblik daar na kwam de Persoon La Divitte beneeden gaande op zijn kist te zitten zijnde deselve in een groote Droefheyd ik vraagd hem wat de oorzaak zijner droefhyd waare, waar op hij tegens mij zeede dat hij van 't Complot gehoord hadd en dat zulks hem buiten zig zelfs stelde waar op ik teegens hem zeide dat ik mij in het zelfde stelde waar op ik teegens hem zeide dat ik mij in 't zelfde geval bevond resol¬ „veerden met malkander een brieffye aan den Capitain te schrijven dog konde niet zijnde omringt van alle zyden van de rebellen de voorzeide La droiste zeede & twijfelen aan een goede uitkomst daar ik hem aan¬ zette om zijn best daar toe te doen niet Lange daar na heeft een Corpl: mij laten roepen door den Corpt Roij dewelke mij een teeken gaff te volgen en ik volgende waarop de rebellen vraagden waar ik na toe wilde. Jk antwoord dat ik den geheelen dag net ge „rookt hadde zoude een pip gaan opsteeken aan de Lantaarn bij 't groote Luyk die aldaar brandende was, gaande vervolgens de Trappe op en gong alleen agter op maar wierd van de schildwagt die bij de opgang van 't halverdek stond opgehouden waarop ik zeide dat ik den Capi„n Spaecken wilde in een van de quartiermeesder kwam, die mij kende en brogt mij in de Cajuyt bij den Capt„n alwaar ik ook een geweer krag tot de ventie vanden Captn. Tot waarheijd hebbe deese met mijn hand ve hand onderteekend in den scheeps raad aan Boord van 't voornoemde schip Julij 1786 den 17 was Geteekend:/ Joseph Hovard Ik Ondergeteekende Iohan Matthias Pekler geboortig van manubag in 't keurvor tendom Palts oud 28 Jaaren soldaat van de E: O: J: Comp der vereenigde Nederlanden geve hier door voorden scheeps raad gehoud aan boord van 't Particulier schip de Ionge Drank onder Eede alle mijne weetenschap te kennen weegens de revolte en oproer voorgevallen de gepasseerde nagt tusschen den 16 en 17„e Julij in 't Iaar 1786. Op Zondag den gisteren dag den 16 hus¬ des avonds ten zes uuren doen 't water uitge„ geven was welke den persoon van wike die inde revolte gesneuveld is tegens alle regte van den Capitain gevordert heeft zal ik na dat ik mijn deel geborgen hadde op een kist aan min bak in een diepe nadenkengove een zulke zaak eene korte teyd in deese over denkinge geseeten te hebben nam ik myn pijp en Staakse aan de Lamp in de Landaar¬ op die bij het groote Luijd tusschen de ke aan de Trap geplaats in brandende was en gong na booven op 't dekom mijne swar gedagten door de reegen die er viel wat te Laten verdwijnen. Ik vond aldaar twee van mijne beste Cammarado genaamd Blomforden hem vrunden sprak ik haar aan wat dunkt uwe van 't waader eisschen dat deesen avon gedaan is, geeft agt 't is waaragtig ons ongeluk want voor eerst binnen wij nog niet waar wij weesen moeten en door het tweeden zullen wij allen voor rebellen gehouden 9

NL-HaNA_1.04.02_10986_0135 view scan ↗

English

be kept and declared if, with God's help, we reach the Cape. Yes, that is quite true, said the aforementioned Blomvort, and still the French have not had enough; tomorrow early in the morning they are going to rise up anew against the Captain. What do they desire now, said I; do they not have everything they wanted, and on the contrary, more than is due to them? The French have indeed been to blame on all ships where an accident occurred, and here it is right before our eyes. What do you think, I repeated again, of this matter, that the French are beginning to show themselves as open rebels against the Captain, so that all our ruin is at hand? What reason do they have for it? Come, let us take action; there are still such brave Germans here on board. We will stand up against them, even if it should cost my life; rather to die as a brave soldier and honest man, than to be declared an dishonest man on land. And before the French shall play master here as on other ships, let each seek to secure brave comrades and set before their eyes the danger that hangs over our heads. And then we shall show these fellows, if they attempt anything, that we are faithful Germans who fight for right and justice; then we shall stand before God and the world. Be of good cheer, I continued, God will surely help us. Upon such a resolution, the Commander Lempert came from the quarterdeck down below to make the rounds, for there were already many who were drunk. And in passing by, he tapped me on the shoulder and asked, saying, What is the news? Nothing, sir; news enough, but not much good, I replied. And I related to him what Blomfort had told me, that the French would attack the Captain in the morning of the coming day, and that we had held a consultation among ourselves to prevent and forestall such a thing. I myself believe, the Commander gave in answer thereto, that these fellows are not so good, or they are out to cause trouble again. But if they should start something evil, then fight not for me, but for your life and honor. Or if the French have it in for me, see, I stand before your eyes; throw me overboard then, if I have done wrong. At such words, which I shall never forget, my heart was deeply moved. I said to my master, I am ready to live or to die; in this they shall not, as God lives, achieve their purpose. And sir, I will go between decks among the French to get to the bottom of the matter, and if I hear anything, I will come at once to warn you. That is good, you are truly brave Germans after all, said the Commander, and he went forward, and I with my comrades went between decks. We sat down together at my mess, where I saw that the person Lion Abraham was in our company. I then asked the aforementioned Blomforth what he had heard from the French, to which he answered me that in the evening the Valbonne had a piece of round wood in his hand, saying: That is a charming saber for the Captain tomorrow morning in the day watch. Whereupon I said to them, it is truly probable that these fellows seek to carry this out, and that with our four men we were not able to offer them resistance, for we saw a poor chance for it, since as far as we could see along the beams, Germans and French were sitting together drinking and were already half drunk, so that we believed they were all as one. We wanted to go upstairs together, but I saw Corporal Namtal sitting alone on his chest. I asked him whether he had heard anything yet about the French intending to do something evil; he answered no. And what is to be done in this matter, I asked further, so that the French will not always play the master here? Whereupon he answered me that we were strong enough to oppose them. We parted company, he went upstairs, and I went to light my pipe at the aforementioned lantern and wanted to go upstairs again to join my other three mates, but as I was about to go up the stairs, I heard myself called by my name, and I saw that it was two corporals who were sitting together drinking a little gin. Coming to them, I also drank a little of it, but the one corporal, named Janssen, left us and went away, so that the two of us were left alone. I saw that Corporal Horman, such was his name, had already drunk more than too much gin. I wanted to advise him for his own good that he should drink no more and go to his bunk, for if the Commander saw him when he came to make rounds and found him indiscreet, it would not be good. But how appalled I was at the answer received from him: What are you saying, said he, the whole night I must booze. I believed then nothing other than that this man was also in on the plot. In short, I saw that those whom I trusted to be on our side might be otherwise minded. Meanwhile, one of the rebels who sits imprisoned today came and sat down beside us and drank with us too, and at the same time he spoke to another who sat beside him, named Fredrik Henneman, saying in his German and gesticulating with his hands aloft: Sacrament, tomorrow and the day after tomorrow there will altogether be something new. I thought at the very moment when I heard the words: How nicely you come to me; are you also one of the birds that pipe thus? Go on further. But he, seeing that I was paying attention to him, ceased talking and fell silent. I said to them that I wanted to go upstairs to smoke another pipe and went away, but as I came to the stairs, I saw that it was very full of people at my mess, and I recognized the Valbonne, Watjer, Zanin van Weijke, Mart Bergman, but the others I do not know.

Dutch transcription

gehouden en verclaard worden als wij met God aan de Caab koomen Ja dat is wel waer schler zeide de Toegenoemde Blomvort en nog heb„ „ben de franschen niet genoeg morgen oggent vroeg gaan ze weeder op 't nieuwe tegens den Capitain op wat begeeren ze dan nu zeide ik hebben zij niet alles wat ze hebben wilden en Contrarie meer als haar toekomt de franschen bennen, dog vast op alle scheepen daar een ongeluk voorgevallen schuld daer aen geweest en bij ons is het hier ook voor oogen wat dunkt uur herhaalde ik weeder van deeze zaak beginnende Franschen als openbaar Rebellen tengens den Capitain te toonen zoo is alle onse ondergang daar wat voor oorzaek hebben ze daar toe komt Laat ons hier toe doen 't benne zoo wel brave duitsetie nog hier aan boord wij willen tegens haar op „koomen al zouden 't ook mijn Leven kos„ „sten Leever als een braaf soldaat en eerlyk man te sterven als aan Land voor een oneerlijk man zoude gedeclareerd worden en eerde franschen hier als op andere scheepen zullen Baas speelen een ijder zoeke brave Cameraads te bekoomen en stelde haar 'Z gevaar voor oogen dewelke over onse hoofden hangt te kloeyen. — en alsdan zullen wij Deesen Clanten toonen, zoo ze iets beginnen dat wij getrouwde duitschers zijn die voor regt en geregtigheeden stryden dan zullen wij voor govende waereld bestaan weest maar getroost vervolgde ik God zal ons wel helpen. — Over een zulke resolveering kwam de hier Commandeur Lempert van 't halverdek nade huys om ronde te doen want 't waaren er al veele die dronken waaren. En in 't voorbij gaan klopte deselve mij op de Schouwersen vraagde of zeide wat geeft 't voornieuws sekter Mijn heer nieus genoeg maar niet veel goeds repliceerden ik en ik verhaalde hem 't geen wat Blomfort myn gezeid hadden datt de franschen in de ogtend stond van den aanstaanden dog den Capt„n attaqueeren wieden en dat wij daar over eene beraadslaging onder malkanderen genoomen hadden om een zulks te beletten en voor te komen Ik geloove zelfs gafde Commandeur ƒ Commandeur daar op ten antwoord dat deede kerels niet zoo goed zijn oft ze bennen weeder om iets quaads aan te regten, E 7 Maar zoo ze iets quaads beginnen zouden Soo strijdt niet voor mijn maar voor u Leeven en eer of hebbende Fransen 't op mijn gemunt zoo sia ik voor in oogen werpt mijn dan overboord als ik misdaan heb op zulke woorden die ik nooit vegeeten zal was mijn gemoed geheel ontvoerden zeide mijn hier in zeide mijn hier ik ben al gereed te leeven of te sterven in deesen zullen zee god leeft nog haar oogmerk niet berykens en myn heer ik wil tuschen dek gaan bij de freinsche om beter agter de zaak te komen en zoo ik iets hoord zal ik uwe ten eersten koomen waarschouwen. _e Dat is wel gij bent tog nog brave Duit „schers zeide de Commandeur en gong ina voren toe en ik met mijn Cameraads tusschen deks zette de ons bij malkander aan mijn bak alwaar ik zag dat den persoon Lion Abraham in ons geselschap was; Ik vraagde toen aan den voorn: Blomforth wat hij dan van de franschen gehoord hadde deselve mijn te„ antwoord gaf dat de valbonne aan den avond een stuk rond hout in zijn hand gehad hebbe zeggende dat is een charmante sabel voor de Capitain morgen vroeg in de dagwagt waer op ik teegens haar zeede 't is waaragtigen waar schynlyk dat deese ute zoeken ten uitvoer te brengen en dat wij met ons vuere niet vermogend waren haar teegenstand te doen want wij zaagen er slegte kank daar toe dan zoo verre wij aan de balken zien kond zoo zaten Duitschers in fransch onder malkander te drinken en waren al half dronken dat wij geloofden, zee waren alle een wij wilden gezamentlijk na bovengaanmae ik zag den Corporael Namtal alleenig op zijn kist zitten Ik vraagte hem of thij nog niets gehoord hadde hoe dat de franschen iets quaads doen wilden hij antwoorde van nee„ En wat hier bij deese zaak te doen vraagde ik wijders dat de franschen niet altoos meester rollen hier speelen zullen waar op hij mij ten antwoord gaf dat we sterk genoeg waren om ons tegens haar te stellen wij gongen van malkander ri me O hij na booven toe en ik mijn pijp opsteeken aan de voorn. Lantaarn en wilde weder naer booven bij mijne andere drie Maats mij vervoe„ gen maar zoo ik de Trap opgaan wilde hoorde ik mijn bij mijn naam roepen en ik zag dat het twee Corporaals waaren die bij malkan¬ „der Laten een weinig genever drinken ik bij haar komende dronk ook iets daar van maar de eene Corporaal gen„de Janssen verliet ons en gong weg zoo dat wij twee nog alleen waren ik zag dat de Corporael Horman zoo was zijn naam almier als te veel genever gedronken hadde wilde dezelve tot zijn best raden dat hij niet merr drinken zoude en in zin kooy te gaan want zoo hem den Commandeur zag als hij rond quam te doen en onbescheyde vond niet goed zoude zijn maar hoe verschrikte ik over de bekoome antwoord van hem wat zegt gij kwam hij de geheele nagt moet ik zuiper ik geloofde doen niet anders als dat deese ook van 't Complot was kort te zeggen ik zag dat die geene daar ik op vertrouwde dat zo op onse zeide zouden zijn anders gezint mogte werden ondertusschen kwam een van de rebellen die heede gevangen zit in zette zig nevens ons en dronk ook meede en met een sprak hij tegens een anderen die nevens hem zat gent Fredrik Henneman zeide op zijn Duitsch en met de hande en de hoogte varende Sacrament morgen na morgen zal 't eenemaal wat Nieuws geeven. Ik dag op 't zeeffde 2 moument doen ik de woord hoorde hoe mooij komt gij Bij mijn bent gij ook een van de vogels die zoo pypen ga maer verder maar hij ziende dat ik op hem oplittende was houde met redener in en swee„ stiele Ik zeide tegens haar dat ik na bovengaan wilde om nog een pipe te rooken en ging weg maar zoo ik aan de Tap kwam zoo zagt ik dat 't aan mijn Bak heel vol menschen was en ik kende den valbonne watjer Zanin van weijke mart Bergman maar de andere weetis Noetig

NL-HaNA_1.04.02_10986_0138 view scan ↗

English

no longer to mention and to be aware. In order to get into their company now, I acted quite drunk and said, Come, let me see if I can get to that chest; is there no flask of gin in it, for I want to have it out of there and also go upstairs. I want to make myself so thoroughly drunk tonight that I will not sober up for four days; do you believe that you are the only ones who can drink gin? I put on such a show that they all had to laugh at it. Drink with us, said van Weijne to me, the head of the rebels. I said, Yes, bring it on, do you have any? However, they wanted my water to make punch. I pretended to have no more than 1½ cups of water and that I was willing to give one cup full to them, so that when I was thirsty, I would still have some left. Ha, ho, said the aforementioned van Wijl, do you have more water than we get? I want enough water. During such talk, I saw someone lie down on a chest next to me against the hull, as if he wanted to sleep, and he pulled me by the waistcoat, and I saw that it was Corporal Nambaxe, who signaled to me with his eyes that I should get away from them and come upstairs. This gathering being engaged in wicked deliberations, they did not see Corporal Nambaxe. Van Weijke said to me again, Today we read the instructions, but tomorrow we will read them again. These words were enough to assure me that they were already prepared to commit an evil act, just as became evident 3 or 4 hours later. In order to get away from them now, I pretended to have another drink with those who were waiting for me, so as not to become suspicious to them if they had seen that my drunkenness was not as great as I pretended. So I walked away from them toward the deck, came to the quarterdeck to the second mate Coenen and to Commander Lampert, and asked what their orders were. You are a brave man, they said, you must remain here tonight. Mate Coenen continued to me, If I do not do my best when the rebels begin, turn around and shoot me through. I immediately took a sabre and relieved the sentry on the port side, who was a Frenchman and stood at the gangway of the quarterdeck by order of the officers not to let anyone come aft. It being then seven o'clock and the platoon, I remained at my post until 6 bells in the first watch until the rebels began. I took a firearm; had to live or die in defense of ship, officers, the entire crew, and my own honor. Signed as true in the ship's council on board the aforementioned vessel on 17 July in the year 1786. Was signed: Johs Mathius Sekler Writer of the Ship's Council I, the undersigned Lodewijk Nambat, born in Saxe-Weimar, aged 28 years, serving as Corporal of the Honorable Company of the United Netherlands on board the ship de Jonge Frank, declare under oath in the ship's council held on board the aforementioned ship on 17 July 1786 the following concerning the mutiny that occurred on the 16th of this month, which has come to my knowledge: On the 16th, being Sunday, around seven o'clock in the evening after the distribution of the gin and the additionally requested water, sitting at my mess between decks, the soldier Matthias Sekler said to me, Corporal, the French are up to something again, wanting to go aft again tomorrow, but we Germans must not allow that and let them play the master. I asked, What are they up to and what do they want to have? The aforementioned replied again, I do not know what they want to do. Whereupon I said, If they want to play master, we are strong enough to prevent that. With these words, Sekler went from me to see if he could discover anything, and I went on deck for the same reason and subsequently to report to the Commander. After a few minutes had passed, I was called by Corporal Gommeling, saying quietly to me, Come aft. Coming onto the quarterdeck, I found there the Commander and the ship's officers and understood that a plot was being formed. The Commander ordered me to quietly bring aft some Germans whom I knew to be loyal, and at the same time to watch if I could discover anything. Being in the waist, I summoned Corporal Roux and Herman and the soldiers Matthias Sekler, Abraham, and a few others upon whom I firmly relied; the same were posted above the gangways of the quarterdeck with sidearms, having orders not to let any unauthorized person go aft. At eight o'clock I made the rounds, ordering the lights to be put out, which was done by all, except it was not done by a mess crew of the Luxembourg. Many who did not have the watch going to their hammocks, there were few people on the deck. At nine o'clock, seeing some people sitting on the deck, I went upstairs, pretending as if I wanted to relieve myself, going for that purpose to stand in the fore shrouds on the starboard side. Whereupon the soldier van Wijke, sitting with de Valbonne on the anchor, said to me, Do you want to be thrown overboard? I answered, I hope not. He said again, Not yet, but you must sit here, taking me by the hands and pulling me down beside them, saying further, We, I and this comrade of mine, meaning de Valbonne, have now demanded everything that is due to us, but for that we will have to hang from the gallows. I answered, If you have demanded no more than what is due to you,

Dutch transcription

niet meer te noemen en te waaren om nu in haar geselschap te komen, en stelde ik mijn regt bedronken aan en spraak komt Laat mi overdat in kist kan koomen geen vlis genever in die wilik ik heb er na daar uit hebben en meede na boven gaan Ik wil mij de nagt eens regt dronkendaen ken dat ik in geen vier daagen nugter worden zal gelooft gij dat gij alleenig ge¬ „never drinken kunt zieh bragt zoo voór den dag dat ze alle daar over laggen moesten drinkt met ons zeede van weijne tot mijn het hoofd der rebellen ik zeidt Ia komt aan heeft gij wat. Maar zij wilden mijn water hebben om Ponsch te maken ik gaf voor niet meer als 1½ beker water te hebben en dat ik een beker vol aan haar geven wilde omdat wanneer mijn dorste ik als dan ook nog wat hadde ha ho sprak te voorn: van wijl hebben gij water meer dan kreegen wy weeder, ik welt water genoeg over een zulke redeneering voering zag ik dat er iemand tegens boord op een kist naast mijn Legte als wan hij slaapen wilde en trek mijn bij 't Camisool en in zag dat 't den Corps Nambaxe was die mij met de oogen (verstaan gaff dat ik van haar weg zoude gaan en boven heer koomen deeze vergadering in godlose raad slaginge zynde zoo dat ze den Corpc namta niet en zaagen van weijke zeide op het Nieuw tegens mij heeden hebben wij de Instructies geleesen maar morgen zulleen wij zee weeder leesen deese woorden waregtn genoeg mij te verzeekeren dat zij algreeds waaren om een stuk van quaad te onder neemen gelyk t 3 of 4 uure daar na ook gebleeken is. om nu weeder van haar te koomen gaf ik voor nog een Loopje met den zeij te drinken die Laste op mij te wagten om niet bij haar en verdagt te koomen indien ze gesien hadden dat mijn Dronk schap zoo groot niet en was gelyk als ik mijn wel aanstelde zoging ik van haar weg na 't diken kwam op halverdek bij den tweede stuurman Coenen bij den Comm. Lam¬ pert en vraagde wat haar ordres was gij zeid een braaf Man zeiden ze gij moet deese nagt heer blijven bij versen zoo ik mijn best niet en doe als de rebellen beginnen vervolgde de stuurm: Coe tegens mij zowerd U. om en doorschik my. Naam terstond een Sabel en vervangde de schildwagt aan bak boord zeide welks een fransman was en op de opgang van 't halven „dek stond op ordre van de officiers niemand agter op te laten koomen zijnde als doen seeven Uuren en de Platooet bleef op myn post tot 6 glaasen in de eerste wagt tot dat de rebellen begonten ik naam een schiet gewees moeste doen Leeven af sterven tot devensie van schip officiers in gantschen 0 Equipagie en mijn eigen eer. Onderteekend een zulx tot waarheijd in den scheeps raad aan boort van voorn: bodem den 17 Julij in 't Jaar 1786 was geteekend:/ Joh„s Mathius Sekler schrijver van den Scheeps Raad Ik Ondergeteekende Lodewijk Nambat geboor„ „tig van Sacen weimas oud 28 Jaaren die„ nende als Corpl: dEd Comp der vereenigde Neder Lander aan boord van 't schip d: Ionge Frank verclaare onder eed in den scheeps raads gehouden aanboord van voorn schip den 17 Julij 1786 't volgende betreffende den opaver voorgevallen den 16 deeser maend mijn is te weeten gekoomen. — Den 16 zijnde sondag teegens zeeven uren des avonds na de uitgaaf van 's genever en 't meer gevraagde water zittende aan mijn bak tusschen deks zeide de soldaat Matthias Sekler tegens mijn Corpl: de franschen hebben weederom uets in zin te willen morgen weder agter op gaan maar wij Duitschers moeten dat niet toelaaten en 0 in haar lieden de laas speulen ik vraagde wat hebben ze in zin en wat willen te hebben den bovengem weederim ik weet met wat ze doen willen waar op ik zeyde als zo willende meester speelen wij bennen sterk genoeg om zulks te beletten goede sekler met deeze woorden van mijn om te zien of hij iets ont dekken konde en ik om deselve reeden op des en vervolgens aan den Commandeur te rappor¬ teeren na verloop van eenige maniten word ik geroepen door den Corps gommeling zeggende Hoetjes tegens mij komt agter op, op 't halven dek komende vond aldaar den Commandeur en de scheeps officieren en verstond dat er een Comptot geformeerde waaren den Command mij belastende eenige Duitschers die voor getrouw kende in stelt agter op te komen en met een toesien of niets ontdekken konde ik in de Kuil zynde zoude parce Corpl roux en Herman ende soldaaten Matthias Sekler Abraham en nog eenige waar op vast vertrouwde wordende deselve bovven de op¬ gangen van 't halverdik met zeyde geweezen verplaast hebbende ordres geen ondekendr agter op te laten, om agt uuren deede ronde belastend de ligten uit te doen 't welk van allen geschieden behalven van een baksvolk vande Loudembourg niet gedaan wierde gaande veele die de wagt die de wagt niet hadden na kooij zinde weijnig volk op 't dik om neegen uuren ziende eenig volk op de dek zitter ging na boven doende als min water Lossen wilde gaande ten dien einde in d fokk want stuurd boord zyden staan waar op den soldaat van wijke zittende met de valbonne op 't enker zeide tegens mijn wilk gij over boord geworpen zijn ik antwoord 16. hoop van Neen hij wederom nog niet maar gij moet hier gaan zitten vattende mij bij de handen toek mijn bij hum Veer zeggende vervolgens, wij ik en deese myn Cammeraad meende de valbonne hebben nu alles gevraagd wat ons toekomt maer wij zullen daar voor aan de Caal moeten hangen Ik antwoorde als gij niet meer gevraagd heb als U. toekomt hebt 973

NL-HaNA_1.04.02_10986_0141 view scan ↗

English

you have nothing to fear, and all that will be forgotten when we arrive at the Caab. Whereupon van Weijhe said: No, sir, we do not want to go to the Caab; we shall make ourselves masters of the ship and go to S:t Vincent. During this speaking, de Valbonne nudged van Wyhe repeatedly and said: you talk too much and do not know what you are saying. De Valbonne said to me: you must not believe him; he does not know what he is saying and is drunk. Van Wijke, breaking in upon this, said: I am not drunk; I well know what I am doing. I sought once more to dissuade them from their godless intention, pointing out to them that they would not be safe anywhere, indeed not even among the Turks. But van Wyle said: we well know what we are doing, and if you were not a petty officer you would certainly say otherwise. I acted as if I were being called, jumping from the forecastle down into the waist. I saw a party of French-speaking people standing together in front of the galley near the windlass. I went below to the forecastle by the cook of the cabin and had the light that was burning beside the boatswain's cabin put out by the boatswain's boy. I then went to try to overhear something on the deck, but could understand nothing. I came again into the waist, hearing the soldier Anton say loudly: they have up to fifty muskets and sabers aft, but I care nothing for that. Not daring to go too close to them, I went to the cabin and reported what I had heard to the lord Captain and Commander, and subsequently went onto the quarterdeck. After some time had elapsed, I heard a musket shot fired, though I could not really discern where it happened. I finally placed myself at the companionway and, seeing people coming above, called out to those who stood around me: seize the weapons lying ready under the tarpaulins and on the arm-chests. Van Wijke wanted to come up onto the quarterdeck, but I blocked his way. He asked: what was that shot? I answered: it is a shot that went off by accident. He said again: No, that is a signal for us, making a move as if to go aft, whereupon I said to him: if you do not go back, fire will be opened. He then asked: where is the Commander? The same coming forward asked: what do you want? Go back or I shall order fire to be given. It looked as if he wanted to back away, but suddenly a shout arose with the words: hurrah, hurrah. Coming from the waist, a multitude rushed onto the gangway, whereupon the Commander, after having said beforehand in Dutch and in French that all honest men should retreat, ordered fire to be given. At the very same time, I was struck or stabbed in the face with a fish spear. After the shaft broke, the same spear remained hanging in my face. Because of the heavy bleeding, I could offer no further resistance. Leaving the weapon, I went to the cabin, where the iron was cut out by the doctor and I was bandaged. In testimony of the truth, I have signed this with my own hand on the 17th of July 1774. Was signed, Lodewijk Namtal. Ship's Council Upon these foregoing declarations, we held a ship's council concerning the rebels sitting under arrest, and we placed their ringleader, named Francois Gravier de Valbonne, born in Lion, aged 30 years, a soldier of the Honorable Company, before the Council and put the following questions to him. Question: What reason moved him to undertake so atrocious an affair as to form a plot to make themselves masters of the ship and to massacre the Captain and Officers, together with the Passengers and the rest of the Crew, and all those who did not wish to join the plot that had been formed? Answer: What he knew to say to that was that others of the rebels, Antonij Luillet, a soldier under the Luxembourg regiment, and Watjar, a soldier of the Company, had first spoken to him about it to undertake such a thing, and that he had entered into the plot against his will. Question: Why had he then entered into such an atrocious plot against his will, and why had he not given notice of it to one of the officers of the ship, since he had known for so long beforehand of the formation of the plot and the atrocious intention? He gave as answer that he had not thought of such a thing. Question: What did he intend with the axes that he requested from Noel Outers, the Carpenter of the Honorable Company, for what purpose had he done so, and what were the axes to serve for? Answer: That he had not asked Noel Outers for axes, but that Noel Outers had offered him the axes to commit murder with, and that he had even made some reproaches to the aforementioned Outers about offering such things to him. Thereupon we had the Carpenter Noel Outers come before the Council and questioned him in the presence of the abovementioned delinquent as to what reason he had offered four axes to de Valbonne to commit murder. He answered that de Valbonne, already three days before the revolt had begun, had asked him whether he could not procure some axes for him, since he worked with the ship's carpenters and had good opportunity to do so. Whereupon he had asked de Valbonne what they were to serve for and what they would do with them; to which de Valbonne had answered him that he intended to make an insurrection against the Captain, officers, and against the rest of the Crew, and that he needed axes and had to have them.

Dutch transcription

gij niet te vreesen en dat is alles vergeeten der wij aan de Caab koomen waar op van weijhe zeide Neen, Neer wy willen niet aen de Caab wij zullen ons meester van 't schip maken en na S„t vincent gaan stootende de valbonne onder dit zeggen dikmaals aan van wyze en zeggende gij bent een veel praater en weet niet wat gij zegt zeggende de valbonne teegens mij gij moet hem niet gelooven hij weet niet wat hij spreekt en is beschon¬ „ken van wijke hier op invallende zeide, ik ben niet bedronken, ik weet wel wat ik Ikzogt haar nogmaals van haar godlooe voorneemen afteraaden haar voorstellende dat ze op geen plaats Ja zelfs bij de Turken niet zeker waaren Dog van wyle zeyde wij weeten wel wat wij doen en zoo gij geen onder offe cierwa zoud gij wel anders zeggen. — k Deed als of ik geroepen wierde sprin¬ E 2 bak af in de zuijl zageen gende van de Partheij volk fransch sprieken de bij malkander 't Braadspil staan voor de Combuis Ik ging vooronder te bak bij de Cajuyk kok en Liet & Ligt dat beseyden de bootsmans hiet brande door de bootsmans Ionge uitdoen ging vervolgens overdagt uets te hooren dog konde mits verstaan kwam wederom in de Ruijs hoorende den Soldaat anton zij hard op zeggen zij hebben agter op bij de vijftig geweeren en Sabel dog iz geeve daarom niets tegens wiy vertrouwde niet zoo digt, bij te gaan ging nade Cajayt in aapporteerde 't gehoorde aande heer Capitain en Commandeur en vervolgens op 't halverdek na verloop van eenige teyd hoord een geweer schot vallen dog konde Eygentlyk niet 8 onderscheyden waar zulks geschieden 0 Ik 'P laatste mijn aande opgang en tiend volk na bovenkomen diep aande die om mij stonden vat de guieeren Leggende klaar onder de Lannen ten de deumerrgen: van wijke wilde het halverdek op dog melde hem teegen hij t antwoorde raagds wat is dat voor een Schots, 't is een schot die bij geval geschied hij weder „om Neen dat is een Teeker voor ons makende meene agter op te willen waarop teegens zegt. — hem scheeps Raad herre zeide als gij niet te rug gaat word vuur gegeven hij zieh vervolgens waar is de Commandeur deselve komende vraagd wat moet gij hebben gaat terug of ik Laat vuur geven 't Liet zeg aanzien als hij te rug wilde dijnsen je dog met een verhief zig een geschreuw met de woorden houra houra a van Cons ands kuijl koomende een meenigte 't bordesje op waar op den Commandr. na, van te vooren in 't hollands in fransch geseid te hebben dat alle brave lieden zig zouden retereeren vuur Liet geeven worden, „de ik ter zelver tyd met een ves Elger in het gesigt geworpen afgestoken, blyvende deselve Elger nadat de stees gebrooken in 't gesigt hangen konde door 't sterke bloeder geen meerder weederstand doen zyde het gewees wegenging, na de Cajuijt wordende aldaer worden docter 't ijzer uitgesneeden en ik verbonden. tot getuygenis der waerheyd hebbe 't deese E met mijn hand onderteekend den 17: July 1774 was Geteekend Lodewijk Namtal op deese vorenstaande decleraties hielden wij scheepe Raad over die in arres zittende Rebellen en stellen t opperhoofd daar van genaamd francois gravier de Talbonne geboortig van Lionoud 30 Jaren soldaat van D' E O: SComp voorden Raad en deeden volgende vragen aan hem. vraage wat reeden hem gemoveert heeft om een zoo gruwelyke zaak te ondernemen om een Complot te formeeren om zig meester van 't schip de maken en den Capitain en Officiers te massakreeren bene„ „vens de Passagiers en verdre Equipagie en alle de geene die zig tot het gemaakte Comploz niet begeeven wide Antwoord, wat hij daarop te zeggen wiste was dat andere van de rebellen Antonij Lvillet zoldaat onder de Leerembourgse en watjar soldaat van de Comp teegens teegens hem eerst daar van gesprooken hadden om zulks te onderneemen en dat hy tegens zijn wil in 't Complot was overgegaan vrage / waarom hij dan teegen zijn wil in een zulk gruwelijk Complot getreeden was en waer om geen kennis daar van gegeeven te hebben aan een der officier van 't schip daar hij t zoo Lange van te vooren geweeten had „den s formeeren van 't Complot en gruwelyks voorneemen _o gaf tot antwoord op zulks niet gedagt te hebben vraage /. wat hij dan met de Bijlen die hij van Noelaaters den Timmerman van dE Comp gevraagt tot wat jnsegt hij zulks gedaan hadden en waar toe de bijlen zouden dienen 2 Antwoord als dat hij van Noel Outers geen bijlen gevraagd hadde maar dat Noel Outers hem d. zijlen aangebooden heeft om daermede t moorden en dat hij den voorn: Outers nog eenige verwijten daar over gedaan aan hem zulks te praesenteeren. daar op Lieter wij den Timmerman Noel Outers voorden Raad koomen en ondervraagde hem in Presentie van den bovengem: delin¬ „gaendt door wat reeden hij aande valbenne vier bylen geoffereerd hebbe om te moorden Antwoorde als dat de valbonne reets drie daagen van te vooren eer de devolte begonnen waeren hem gevraagd hebbe of hij hem geen bij een konde beborgen vermits die bij den scheeps timmerlliij werkte en daar goede occatie toe hadde. waarop hij den volbonne gevraagd hadde hij waartoe deselve dienen Moesten en wat daar meede doen zouden waarop hem de volbonne geantwoord hadde dat hij van Lin was een oproer te maaken teegens den Capitain officiers en teegen de rest van de Equipagie en dat hij bij len nodig hadde en moeste hebben den ƒ

NL-HaNA_1.04.02_10986_0144 view scan ↗

English

to have, to massacre all who would oppose them, and to make themselves master of the ship. Noel Outers also declared to have at first refused the proposal of de Valbonne, but through the insistence of de Valbonne and on account of his threats which he had made against him, he had on Sunday the 16th of this month at noon, during the meal, stolen the axes from the chest of the carpenters and given them to the rebel. Asked the delinquent de Valbonne what he said to this and whether that which Noel Outers testified against him was not the truth. Answered that Noel Outers did not know what he said and that he held himself innocent of all that was testified against him. 5 Interrogated whether he then also wished to call the members of the ship's council liars; that he, on Sunday morning the 16th instant, as ringleader and leader of the mutineers, had spoken up to read the instructions and to know what was in the ship, had appeared in person on the quarterdeck with the other rebels, and also for gin and tamarind, and he having said, "We must have everything today," with heavy oaths in French against the Captain, whether such was not also true. Answered to have done such. And lastly asked him whether he did not say between decks to his accomplices, after the gin, which was demanded and distributed by force, was [illegible], "So, now the German rogues can drink themselves drunk on it, and then they can make so much the less resistance, for the gin is only ordered to make the German peasants drunk," which was testified in his presence by the Corporal Charles Desier La Diest. Answered nothing to this question, and to everything the council asked or presented to him, he gave nothing in reply. 6 After this interrogation was read out to the delinquent and he understood it well, the members of the council asked him whether all of this that was testified against him and what was mentioned herein was not the pure and upright truth, whereupon the delinquent, in confirmation of the truth, signed this with his own hand. Was signed: Francois Gravier de Valbonne, with a cross. Also the rebel Martin Blavignac, native of Cayrac in Quercy, 24 years of age, soldier in the regiment of Luxemburg, was placed before the ship's council on the following questions: 1 Question: Why, and at what time, and by whom had he been captured and placed under arrest? Answered that they had held him as a participant in the conspiracy of the revolt, and that the patrol had taken him prisoner after the revolt, when he had been intending to go to his hammock, it being after midnight. 2 Asked by what reason he remained up until midnight and had not gone earlier to his hammock, and who had permitted him such, whereas the orders had after all been given that those who had no watch had to go to their hammocks and put out the light. Answered that he knew that something was going to happen and that curiosity had kept him up to see the end of it; he had not believed that the matter would turn out this way. 3 Question: Whether the formed conspiracy had not been known to him, and whether he was not also a member of the same? Answered that the soldier Van Wyke and de Valbonne, soldiers of the company, on Sunday morning at 8 o'clock, the 16th of this month, had spoken to him about it, and that to his misfortune he had involved himself in it. 4 Question: Wherein such conspiracy had consisted, and what had been their intention, and what proposal they had presented to him? Answered that they were resolved to make themselves master of the ship and to seek land with the same, and to take the best out of it, and each go his way. 5 Asked again why on Sunday morning, when they had all come aft, he had seized by the neck the Captain, who was standing on the steps of the cabin passage; what prompted him to do such? Answered that such had happened due to a movement of the ship, whereby he fell upon the Captain, and that he had not been of the intention to do the Captain any harm. Hereupon the Corporal Louis Roy of the Luxemburg regiment declares in the presence of the delinquent that Blavignac himself had said that he was in danger of being hanged at the Cape because he had seized the Captain by the neck. 6 Question: What had he to say against this accusation of Corporal Roy, and whether that was the truth? Answered that he had said such, fearing to be suspected on account of it, but that he had not seized the Captain by the neck through any evil intent. Joseph Hovard declares in his declaration, as is specifically mentioned, that he heard the delinquent, in company with de Valbonne and the rest of the conspiracy, deliberating and heard them say, "Tonight they must all die," it being then Sunday the 16th instant, in the afternoon. 7 Further asked why and for what reason he had accepted all the proposals of de Valbonne and engaged himself in such a gruesome undertaking, and why he had made nothing known to the Officers of the ship or to the Commander, instead of engaging himself therein. Answered:

Dutch transcription

hebben om zalle te masakreeren die zig teegens haar weder te Letten en om zig meester van 't Schip te maaken ook verclaerde Nael Outers 't voorstel van de valbonne in trecht geweigerd te hebben maar door 't aanhoude van de volbonne in weegens zyn daege¬ menten die hij hem gedaan hadde hij op son¬ „dag den 16 deeser op de middag onder 't schaften de bijlen uit de kist vande Timmerliede gestoolen en aanden rebellant gegeeven. C vraagden den billequant de Valbonne wat hij daar van zeide en of 't geene Noel Outers tegens hem getuygde de waerheyd niet en was Antwoorde dat Noel Puters niet en wist wat hij zeide en dat hy zig inschuldig hied van al 't geen dat 't hem getuygd wierde 5 geinterogeerd of hij dan ook de leeder van den scheepsraad voor Liugenaar schelden wilde dat hij sondags morgen den 16 Hujus als opperhoofd en voorganger der muytemaker en 't woord gedaan hadde om de Instructie te leesen en te weeten wat er in 't schip was in persoon waare voorgekomen op 't halver, „dek met de ander rebellen en ook om gene¬ ver in samerinde en hij geseid wij moeten alles van daag hebben met zwaere vloekken op zijn Fransch tegens den Capitain of zulks ook niet waer en was. Antwoorde zulx gedaan te hebben En Laastelijk vraagden hem of hij niet tusschen deks gezegt heeft tegens zijn Compts na dat de genever die door geweld gevraagd en uitgegeven wees zio zoo nu kunnen de Duitsche boeven„ haar ter tegen Dronken drinken en dan kunnen ze zoo veel te min „der tegenstand doen want Te geneven ƒ 4 e - . ƒ ƒ genever is maar gesordert om de duit„ sche boeren daanken te maken 't welk Charles zijn presentie van den Cers 10. Desier La Dierst getuygt worde e Antwoorde op deese vrage niets en al wat den raad hem vraagde of voorstelde gaf hij niets ten antwoord 6: na dat deese interogatoria ten Delinquant voorgeleesen was en hij deselve wel verstaan zoo vraagden de Leeden van den raad aan hem of dit alles dat tegens hem getuigt wierde en wat in deesen voorm: waare niet de Suyvere en opregte waerheyd was zoo heeft - den Delinquant tot bevestinging de waarheijt deese met min eigen hand Was Geteekend onderteekend Ok word den Rebel Martin Blavignae geboortig van Ceract in quereij oud 24 Jaren Soldaat in 't regiment Luremburg voor den scheeps raad gesteld op volgende vragen S vrage waerom hij en op wat tyd en door wien hij gevangen en in arrest x waare gebragt geworden. — - Antwoorde dat ze hem voor deelagtig aan 't Complot van de revolte gehouden hadden en dat de Patrouillie hem gevangen genomen E nade revolte doen hij van Lins was geweest na zijn kvrij te gaan, zijnde namiddernagt. Francois Gravier d' Valbonne mets een„ kruijs gevraage ƒ „ 1 „ : gevraagd/ door wat reeden hij tot middernagt opgebleeven en met eerder na zyn korij gegaan waare en wie hem zulx gepermitteerd hadde daar tog de orders waeren gegeven geweest dat die geen wagt not en hadde naar haar k te gaan en 't Ligt uit te doen hadde dater iets Antwoord dat hij geweeten gebeuren zoude en dat hem te Nieuwsgierigheid opgehouden hadde om daar van 't einde te zien hadde niet geloofd dat de zaak zoo afloopen zoude. — vraage af hem 't gemaakte Complot niet bekent geweest was en oi hij niet mede een Lad van 't zelve waare Antwoord dat de soldaat van wijke en de valbonne soldaaten van de Comp=e Zondags Smorgens ten 8 Uuren den 1E deeser tegens hem daar van gesprooken hadden en dat hij tot zijn ongeluk daar toe begeeven hadde— vraage (waar in zulks Comptrt bestaan hadden en wat haar voorneemen geweest was en wat propositie zij aan hem voorgesteld hadden Antwoorde dat ze geresolveerd waren om zig meester van 't schip te maaken en met 'tt zelve Land te zoeken en het beste daar uit te neemen en een yser zijne wegs te gaan. wederom vracagde waarom hij sondags morgen doen e 2 3 4o 39 8 ze alle agter op gekoomen waaren de Capitn die op de Trappe van de Caput gang, stonde bij de hals gevat hadde wat hem geprofeerd heeft zulx te doen c Antwoorde dat zulks Voor een beweging van 't schip gekoomen was waar door zij op den Capt„n gevallen en dat hij niet van meening geweest was den Capit:n wat qaand te doen. Hier op verclaard den Corp„ Louis Roij van de Lusemburgse in presentie van de delinguent dat hij klargine zelf gesegt hadde gedaar te Loopen om aan de Caab opgehangen te worden om dat hij den Capit:n bij den hals gevat hadden. C: vraage / was hij teegens deese beschulding van den Corp& roij te zeggen hadden 8 of dat de waarhyd was Antwoorde dat hij zulks geseid hadde vrie¬ sende daar door in verdagt te zijn maer dat hij door geen bors op zet den Captn big de Thals gevar hadde E Joseph Hovard verclaard in zijn de Clara iegelyk vermeld staat dat hij den delen dien & in geselschap met de vattonne ende rest van 't Complot heeft hooren beraadslaagen en hooren zeggen van deese nog t moett& alle sterven zinde doen zondag den kasjes _o naddemiddag. e verters gevraagd (waerom en door wat reeden hij alle de ƒ ƒ 6 propositie van den valbonne aangenomen hadden en zig zelfs tot een zulks gruwelyke voornemen begeeven en waarom hij nuts aande Cosicuer van 't Schip of aenden Commds te kennen hadden gegeven in plaats s zig daaronder te begeeven. - co Antwoorden e 7o

NL-HaNA_1.04.02_10986_0148 view scan ↗

English

Answered that he had indeed thought about that, yet compelled, had gone over to the plot. Question: Whether he then knew nothing more to say to the council concerning the plot? Answered that he could say nothing more about it. After this interrogation was read to him, the delinquent, word for word, and he had understood it well, we asked him whether all that was mentioned in the aforesaid, and all that was testified against him, was not the sincere and pure truth; whereupon he, the delinquent, in confirmation of the truth, signed this with his own hand in the presence of the members of the ship’s council. Was signed Martin Blavignae with a cross After this, the person Antonij Feij, native of Houdernheijm, soldier in the service of the Honorable Company, aged 24 years, was brought before the ship’s council, and the following questions were put to him: 1st Question: How it came about that he engaged in the plot of the rebels, and what had motivated him to do so? Answered that he had been drunk, and that in his drunkenness he had been persuaded by the rebels, his comrades, to join in the work, and that the Valbonne had said to them and his comrades that they would bind the entire crew and kill them. 2nd Question: Why, at the beginning of the revolt, he ran between decks with a bare knife, and cut down some hammocks in which the crew lay, and called out and said everywhere that all those who did not go above, whether they were Germans or French, would all be murdered, as Frans Haupner testified against him in his presence? Answer: Nothing other than that he had been drunk, and knowing nothing of all that Hoepner testified against him, of having done such a thing. 3rd Question: Why, having then come upon the quarterdeck, he attacked Commander Lemper like a murderer, and they fell onto the deck together twice, and what he had intended to do on the quarterdeck when they were captured there? Answered knowing nothing of having attacked the Commander or of having fallen onto the deck with him. "Oh, what drunkenness causes!" he cried out at the last. 4th Question: Asked once again, what his intention had been in coming alone onto the quarterdeck, when he saw that we already had the upper hand over his companions? Answer: Knowing nothing. The person Michiel Visser testifies against the delinquent that he said to him, that if he, Visser, was a brave fellow, he would go with him to set fire to the powder magazine. 5th Question: What he said against the accusation of Visser, and against that of the provost, who testified against him in his declaration that he had said that he would answer for forty Germans who would also join their plot, and who these were? Answered knowing nothing, but that whatever his comrades—thus he called his accusers—said, that this was the truth. After this interrogation had been read to him once again verbatim and he was made to understand it, he was asked by the members of the ship’s council whether this aforesaid was not the sincere and pure truth, which he confessed to be true, and in confirmation of this truth he signed with his own hand in the ship’s council. Was signed Anthoni Saij Upon this, the delinquent Jean Baptist Sanim, native of Paris, aged 24 years, soldier of the Company, was placed before the council, and the following questions were put to him to answer: 1st Question: How and for what reason he was captured, and by whom he had been placed under arrest? Answered not knowing why he was captured, but that the patrol had met him and taken him prisoner, unaware by whose order. 2nd Question: Whether he had not heard any noise and shouting during the time of the revolt, and where he had been during that same time? Answer: That he had indeed known of a conspiracy that was made, and that he therefore had not been able to go to sleep, and that he had therefore found himself near and during the incident of the uprising. 3rd Question: Asked whether the rebels had not spoken to him of it beforehand, and whether he had then gone over to the plot? Whereupon the delinquent answered that the person Jean Pierre Richet, soldier under the Luxembourgers, on Sunday the 16th of this current month, in the forenoon, had said to him that a conspiracy was being made to rebel against the Captain and the rest of the crew, and whether he was inclined to take part, and that his welfare depended upon it. 4th Question: What he had answered to the above-mentioned upon this proposition? Answered that he had said to him that he was the first to whom he mentioned it, and advised him to reveal it to many; whereupon Richet and many others of the plot had said to him that he possessed no courage, and to show the contrary to them, he had the weakness to take part in the plot and go over.

Dutch transcription

Antwoorde dat hij wel daarop gedagt hadde en dog gedronge tot 't Complot overgegaan vrage /(of hij dan niets meer aan den raad vanden Complot te zeggen wiste Antwoorde niets meer daar van te kunnen zeggen. Na dat deese jnterogatie hem Delinguant van woord tot woorde voorgeleesen waare en hij deselve wel verstaan hadde zoo vraagden wij aan hem of dit alles dat in 't voorsz: gemeld stond en al wat tegens hem getuigt is niet oprigte in zuijvere waer „heijd waare zoo heeft hij delinquant tot bevestinging der waerheyd deesen met zin eigen hand onderteekend in praesentie van de Leeden van den Scheeps raad. was Geteekend Martin Blavignae met een kruijs Na deese worde de Persoon Antonij Feij ge¬ ƒ „boortig van Houdernheijm soldaat in dienst van DEO sComp oud 24 Iaaren voor den scheepsraad gesteld en leggende hem volgende vraagen voor.— vraage (hoe dat gekomen was dat hij zig in t Complot der rebellen begeeven en wat hem daar toe gemofeerd hadde Antwoorde dat hij dronken geweest was en dat in zijn dronkenschap van de rebelle zijne maats waare gepersuadeert geworden meede aan 't werk te gaan en dat de valbonne tegens hun en zyne Cameraads gezegt hadde dat ze de geheele Equipagie bin¬ „den en om halr brengen zouden. vragen C e 2o vraage (waarom hij met een bloot mes in't begin vande revolte tusschen zek geloopen hebbe en eenige hangmatten daar t volk inlegde afgesneeden hadde en overal geroepen ingezegt dat alle die geenen welke niet met na boven gangen 't mogten duitsche of Franschen weesen alle zouden vermoord worden gelijk Frans Haupner in zyn praesentie tegens hem getuige. Antwoord niet anders als dat hij Dronken was geweest in al wat hoepner teegens hem getuigde niet daar van te weeten zulk gedaan te hebben. „ 3 Waarom hij doen op 't halverdek gekoomen den Command„s Lemper als een moorden een aangevallen en hij met deselve tot tweemaal op dik gevallen waaren en wat hij op 't halvertek hadden willen doen toen min hun daar e gevangen genoomens Antwoorden daar van niet te weeten dat hie den Commandeur aangevallen hadden of met deselve op 't rek gevallen te zijn O: wat maakt de dronkenschap reep hij int voor't Laaste. 4o nogmaals gevraagd was zijn voorneemen geweest was alleen op t halverdek te koomen daar hij gesien dat wij reeds de overhand over zijne makkers hadden. Antwoord van Niets te weeten 8: - Den persoon Michiel visser getuigt, tegens den Zilinquant hij dat deselve tegens hem zeide als hij visser een braaf keerel was dat hij dan met hem zoude gaan om de kruydkamer in brand te bteeken 5=o vraage /wat hij teegens de beschuldiging van e visser zeyde en tegens die van den hovard die in zijn decleratie tegens hem getuigd dat hij zij gezegt hadde voor veertig Duitschers in testaan de meede tr haar Complot zouden toetreeden en wie deese waaren Antwoorde van niets te weeten maar al wat zijne Cameraaden zoo noemde hij zijne beschuldigers zeeden dat dit de waer¬ heijd was. Na deise Interrogatie hem nogmaals woordelyks voorgeleesen te hebben en hij deselve doen verstaan worde hij gevraagd door de leeden van den scheepsraad of dit voorschreevene niet de opregte en zuijvere waerheijd was 't welk hij bekende waar te zijn en tot bevestinging deeser waerheyd heeft hij eigenhandig in den scheepe raad onderteekend. Hier opstelde men den Delen gaand Jaan Mabtist Sanim geboortig van Paric oud 24 Iaar Soldaat van de Comp Anthoni Saij Was Geteekend voor ƒ ƒ E voorden Raad en Legten hem volgende vraage te beantwoorden voor C=o vraage/ hoe en door wat reeden hij gevangen wat en door wien hij in arrest waare gebragt worden! ƒ O Antwoorde niet weetende waerom hij gevan„ „gen was maar dat de patrollie hem ontmoet en gevangen genoomen hadde onbewust door wiens ordre. 2„ vraage of hij geen geraas in de Tyd van revolte en geen geschreeuw gehoord hadde en waar hij in dezelve tijd geweest was. Antwoord dat hij wel geweeten hadde van een ƒ Samensweering die gemaakt was en dat hij daarom niet hadden kunnen slaaten gaan en dat hij sig daarom bij en in 't geval van den opdoer bevonden hadde je 3' gevraagt/ of hem van de rebellen, niet van te vooren daar van geprooken hadde en of hij dan tot 't Complot was overgegaan! waarop den delinquen t antwoorde dat de persoon Jean Pierre Richet Soldaet onder de Lurenburger Zondag den 16 Heejes 's voormiddags teeens hem geseid hadde dat er een samen Sweering gemaakt wierde om te ribelleeren tegens den Capat„n en verder Equipagie en of hij genegendheijd hadde om meede te doen en dat zijn welzijn daarvan afhing. vrage (wat hij teegens de bovengemelde geant„ 4 woord hadde op deese voorstelling Antwoorde dat hij tegens denselven geseid hadde dat hij de eerste was daar bij het teegens zeyde zoo rade hij zulks aan veele te ontdekken waarop rechet en veele andere van 't Complot tegens hem geseyd hadde dat hij geen moet besat en om 't tegendeel te toonen tegen haar hadde bij de zwakhyd gehad deel aan 't Complot te neemen en overtegaan — vaccagen ƒ „ - 2 b

NL-HaNA_1.04.02_10986_0152 view scan ↗

English

Question: what intention the plot had and what the end thereof was to have been. Answered that they wanted to make themselves happy, and that the leaders of the plot had said that it was necessary to murder the Captain and officers, and to kill the non-commissioned officers who would oppose their plan; and that they would make Mr. Buche, former Commander of the wrecked ship the Ganges, make a voyage to the other side with his wife and children, whereupon some said that one had to spare the wife and children, but throw the rest overboard. 6th Question: Interrogated why he had not made such a gruesome design known to the officers of the ship, instead of taking part in it. Answered not to have thought of such a thing. 7th Question: who were the ringleaders of the plot, and whether he knew none who belonged to it. Answered believing that Rechet and that Valborne were the ringleaders, and that he could not mention any others by name. After reading the Interrogation, and he having understood it well, the Members of the Council finally asked him whether what stood mentioned therein was the pure and upright truth, which the Delinquent has signed with his own hand in confirmation. was signed, Janin 5th 2 Upon this, Guillaum Vivant, native of Nuij in Bourgogne, 21 years of age, soldier under the Luxembourg regiment, was brought forward on the accusation of taking part in the plot, and the following questions were put to him: 1st Question: for what reason he was imprisoned, and by whom he had been taken prisoner and brought into custody. Answer: that towards one o'clock past night, he being dressed and lying on a chest between decks, the Patrol which found him had taken him along and brought him into custody, not knowing why. 2nd Question: whether he had no knowledge of the conspiracy and formed plot, and whether one or another had not made a proposal to him about it; whereupon he first reflected a little and Answered: that the soldier Watjes of the Company and the soldier Loiltit of the Luxembourgers had sought him on Sunday morning, the 16th of this month, between 9 and 10 o'clock, saying that they intended to make a gathering and agreement and murder the Captain and officers, and subsequently make themselves masters of the ship, and set course with the same towards the land that was nearest, and that all those, whether soldier or sailor, who would not participate, would be thrown overboard. 3rd Question: what opinion he had when such was read to him, and what thoughts he had had of such gruesome intentions? Answered that he believed that the matter would succeed, and that now to his misfortune he had entered into it and had undertaken to help carry out the matter, but that after having entered into the plot he had nevertheless also had much regret the rest of the day. Asked why, if he had had regret about it, he did not withdraw from the plot and make it known to one of the ship's officers or to his sergeant and corporal. Answered to have made such known to his Sergeant and Corporal. Question: at what time he had said such to his Corporal and sergeant, and what they had answered him upon it. Answered that he had found his Sergeant and Corporal on the deck, and had spoken to them about the uprising, but received no answer from them. Hereupon Sergeant Ribere de Moras and Corporal Louis Roij of the Luxembourgers, present before the ship's council and in the presence of the delinquent Vivant, declare that the same, being on deck with the other rebels on Sunday evening the 16th of this month around a quarter of an hour before the end of the watch, came to them, saying that as the wind was presently good to go towards the land, believing to be able to be there with the ship in five and six days, that they had to show what courage they had, proceed to the formed plot, and take part in murdering the Captain and officers, and that all those who were afraid would take a drink from the great sail, that is, be thrown overboard; whereupon the aforementioned sergeant and Corporal remained silent and walked away from them, having a horror of such godforsaken propositions. And the declarations of the above-mentioned sergeant and Corporal regarding their knowledge of the rebellion being fully detailed against the delinquent concerning his inhuman intentions, asked whether he had knowledge or awareness of others who belonged to the plot, and how strong they were. Answer:

Dutch transcription

vraage (wat inzigt 't Complot gehad en welke 't einde daar van hadde zullen weesen Antwoorde dat ze haar wilden gelukkig ma¬ ken en dat de aanvoerders van 't Comptoi gezeid hadden nodig te zijn den Captn en officiers te vermoorden ende onder Off ter Die zig tegens haar voorneemen hande te dooden en dat ze den Heer Buche „geweesen Commandeur van 't verongelukt Schip de Ganges een Reisse na de andere averde met zijn vrouw en kinderen zouden Laaten doen waarop zommege gezeid dat men de vrouw en kinderen moeste bewaaren maar de rest over boord werpen. Co geintorogeert waarom hij een zoo Gruwelijk voorneemen aan de officiere van het schip niet bekend gemaakt hadde in plaats van deel daar in te nemen Antwoord op zulx niet gedagt te hebben 7o vraage tweede opperrateurs van 't Complst waaren en of hij geene kende die daer toe behoorden! Antwoorde gelovende dat rechet en die valborne de opperhoofden waaren en dat hij geen andere niet met Naame wiste te noemen. ƒ Na voorleesing der Interogatie en hij dezelve wel verstaan vraagden de Leeden van den Raad nog Laastelijk aan hem of het geene wat er daar in vermeld stonde de rijne en oprigte waerheijd, waare Ed heeft den Delinquant tot bekragtiging ey„ genhandig onderteekend. was getekend/ Janin 5o 2 Op deese worde Guillaum Vivant geboort van Nuij in bourgondien oud 21 Iaaren soldaet onder 't regiment Luxemburg voorgesteld over beschuldiging meede deelte hebben van 't Complot en deeden volgende vraagen aan hem do vraage / door wat reeden hij gevangen was in door wien gevangen genoomen en in arrest gebragt waare Antwoord, dat teegens een uure gepasseerde nagt hij gekleed zynde en op een kist tusschen deks geleegen maar dat de Patrouille welke hem gevonden meede genomen hadde en in arrest gebragt niet weetende waarom - 2„o vraage of hij geen weetenschap hadde van de samen sweeringen gemaakte Complot en of niet of ander daar van hem geen voorstel gedaan hadde waerop hij eerst zig wat bedagt en Antwoorde dat den soldaat watjes van de Comp en den soldaat Loiltit en van de Luxembuurger teegens hem Sondags morgens den 16 deser tusschen 9en 10 uiren gesogt hadde dat ze van Sins waaren een zamentrotting afsproeg te maaken en den Capit„n en officiers te vermoor„ „den en vervolgens zig meester van 't schip te maaken en met 't zelve Coers te stellen na 't Land dat er ten naasten was en dat alle die geene 't zij soldaat of Mattroos die niet meede doen willen overboord zouden geworpen worden. 3 vraage / wat sustimente hij hadde doen hem sulx voorgeleesen wierden wat gedagte hij gehad van zulks gruwelyke voor„ „neemens. ? ƒ Antwoorde dat hij geloofde dat die zaak 6„ welgelukken zoude en dat hij nu tot zijn ongelukken zog deeer begeeven hadde en dal genoomen van de zaak om te helpen uitvoeren maar dat hij na zigt in 't Complot begeeven te hebben dog ook veel bevouwd gehad hebbe 't overige van den Dag e gevraagd gevraagt waerom zo als hij berouw daar van gehad hadde hij zig van 't Complot ontdrokke en 't zelve bekend gemaakt aan een van de scheeps officieren of aan zijn sergeant en Corporaal Antwoorde daar van aan zyn Sergeant en CorpL zulx te kennen gegeven te hebben. vraage om welke tijd hij aan zijn Corporael en ƒ sergeant zulk gezegt hadde en wat ze hem daar op geantwoord hadden! Antwoorde dat hij zijn Sergeant in Corporael c 80 op 't dek gevonden hadde en van de opvoer teegens haar gesprooken maar geen antwoord van haar Lieden bekoomen. Hier op verclaard den Sergeant Ribere de moras in de Corporael Louis Roij van de Lucemburger present en der scheeps raad en Presentie van den delinquent vivant dat de zelve met de andere rebelden op dek zijnde des sondags avond den 16 deeser omtrend een quartier uurs voor agter bij haar Lieden gekoomen zeggende als tot de wind teegens woordig goed was om na 't Land toe te gaan geloovende in vijff en zes daagen met 't schip daar te kunnen zijn in dat ze toonen moesten dat ze heet hadden in st 't gemaakte Complot moesten overgaan en dee Neemen om den Capitain en officiers te ver„ „moorden en dat alle die geene die bevreest waaren een dronk uit de groot schoete souden doen dat is overboord werpen, waerop de voorn: sergeant en Corp L stil gesweegen en van haer afgongen hadden een gruwel van zulke god„ „vergetene voorstellinge. — In de declaraties van bovengem sergeant en Corporaal binnen haare weetenschapen van de rebellagie breedvrerigen teegens den delin gaan tervan t zijne onminschelijke voorneemens vraagden of hij kennis of weetenschappen van andere hadden die tot het Complot behoorden en hoe sterk te waaren e Antwoord 5 _ ƒ - 69

NL-HaNA_1.04.02_10986_0155 view scan ↗

English

Answered that he knew several, but not by name, except for de valbonne as chief of the rebels. After this interrogation of the delinquent was read aloud word for word by the ship's council and he understood the same, and he was asked whether this that was stated herein and testified against him aforesaid was not the sincere and pure truth, the delinquent then signed the same with his own hand in the convened ship's council. Was signed with a cross Guillaume vivant could not write Next, Noel Outers, native of Luijk, aged 19 years, house carpenter of the Company, was brought before the ship's council as a participant in the plot, and the following questions were put to him to answer. 1st question: For what reason and at what time was he captured and placed under arrest. Answered: this morning at six o'clock, when he was called, he was immediately captured and placed under arrest. 2nd question: Whether he had not been part of the conspiracy, formed plot, and of the revolt that occurred the past night, and whether he had not stolen the axes that he had handed over to the rebels. Answered: that Francois gravier de valbonne had already, three days before the 16th, before the revolt, spoken to him about obtaining some axes from him, since he had the opportunity to procure them because he worked with the carpenters, whereupon he, Noel Outers, had asked de valbonne what the axes had to do and what purpose they were to serve, to which de valbonne answered him that his intention was to make a mutiny against the captain, officers, and crew, and that he needed axes to massacre all those who stood against them, and further make themselves masters of the ship and go to land. 3rd question: What he had answered de valbonne to his proposal, and what he had thought of such intentions. Answered: that he initially refused to do so, but through the persistent urging and threats of de valbonne allowed himself to be persuaded, and on Sunday afternoon the 16th instant took 4 axes from the carpenter's chest and placed them under the beam near the stairs of the quarterdeck leading to the half-deck. 4th question: When de valbonne proposed to him such dreadful and inhumane matters, and if he had refused them as he himself stated, why he did not immediately give notice of such a matter to one of the officers of the ship, or to the master carpenter, or other carpenters with whom he worked daily, having still worked with them for three days after his knowledge of the plot when this proposal was made to him. Answered: not to have thought of that. 5th question: Whether he knew any more who belonged to or were in the plot. Answered: to know de valbonne by name, but the names of the others he did not know or recognize. Question: Whether he then now knew nothing more to say to the ship's council regarding the plot. Answered: nothing more, but that he now had remorse over his committed offense. After this interrogation was once again read aloud to him word for word by the members of the ship's council and he understood the same, and he was asked whether this aforesaid that was stated therein was not the sincere and pure truth, the delinquent, in confirmation of this truth in the presence of the members of the ship's council, signed with his own hand. Was signed: Noel Outers Furthermore, the person Etienne Nerret, native of [illegible], aged 31 years, under the regiment Luxembourg with the Company, was brought before the convened council as a participant in the plot to answer the following questions. Asked: why he was taken prisoner. Answered: that they hold him suspected on account of the mutiny, in which he nevertheless had no part. 2nd question: Why then, if he did not belong to the plot, he had grabbed the captain by the throat on Sunday morning the 16th instant when he, with the rest of the rebels, came aft to speak to the captain, according to what they said. Answer: that Flavignac had done so, and he had never thought of such a thing, and that even in the night between the 16th and the 17th, when the revolt began, having seen Flavignac with an axe, he had still done his best to take the axes away from him. Hereupon Commander Ujusche, presently in the council and a member of the same, declared in the presence of the delinquent Nerret that when the mutineers attacked the captain, Nerret called out, come let us kill the old rascal, whereupon the captain took refuge below. Asked

Dutch transcription

Antwoorde verscheyden te kennen maar niet bij naam uit genoomen de valbonne als opperhoofd der rebellen. 6 Na deese jnterogatie der delinquant van woord tot woord door den scheepraad voorgeleesen was en hij deselve verstaan in hem gevraagd of dit dat hier inne vermeld tond en tegens hee voorsz getuigd was niet de opregte in zuyvere waerheijd waare zoo heeft den delinquant 't zelve met zijn eijgen hand onderteekend in den gehouden Scheeps raad. was Geteekend met een Kruijs Guillaume vivant Konde niet schrijven Een Naast Steldenmer den Noel Oute geboortig van Luijk oud i9 Iaaren huystimm van DEComp voor den seepsraad als een deel hebber van 't Complot en min Legde deesen volgende vragen hem voor te beantwoorden. 1=m vraage (door wat reeden en op wat tijd hij ge „vangen en in arrest waerengebragt geworden. 6 Antwoorden van den morgen ten ses buren daar hij geroepen worden met een gevangen en in arrest gebragt geworden. 2 vrage (of hij niet geweesen hadde van de samen Seveeringen gemaakte Complot en vande revolt die de gepasseerde Nagt geschied was en of hij de bijlen niet gestoolen hadde die hij aan de rebellen behandigt hadde. Antwoorde als dat Francois gravier de valbonne hem reets drie daagen voor den 16 voorde revolte gewaegt hadde om eenige bijlen van hem te hebben vermits hij occatie hadde om die te besorgen door dien hij bij de timmerlieden werkte waar op hij Noel Outersaande vol„ bonne gevraagd hadde wat te bijlen doen mues„ „ten en waar toe deselve rienen zouden waarop den volbonne hem geantwoord als dat hij vansiens Was 6 9 was een opnoer te maaken teegens den Capi¬ diceeren en Equipagie en dat, hij bij len moest hebben om te alle te masakreeven die teegens haar stonden en voorts zig meester maaken en na Land toegaan 3 vraage /. wat hij den valbonw geantwoord hadde op zijn voorstellinge en wat hij van zulke voorneemens gedagt hadden: Antwoorde als dat hij zulks in 't eerst gewijgert heeft te doen maar door het Lange aanhouden en dreijgementen van de valbonne zig heeft Laaten overhaalen en hadde sondags middag den 16 deenen 4 bijlen uit de kist van den timmerman ge„ „noomen hadde zig gelegd onder de Swal bij de opgang van 't bordes die na het halfer te staande 4 vraage / doen de valbonne hem zulks gouwelijke en onminselyke saaken voorstelde en zoo hij deselve gerevicceerd gelijk hij zelfs voorgeegeven waarom niet ten Eerste kennis van een zulke zaak aan een vande officir van t schip ofte aan den oppertimmerman of andere van de timmerlieden daar hie dage¬ „lyks werkte en na zyn weetenschap van t Complot nog drie daagen bij gewerkt hadde dat hem deeze propositie gedaan waaren. Antwoorde op zulks niet gedagt te hebben 5 vraage / of hij geene meer kende die bij of in 't Camplot behoorden. Antwoorde den valbonne bijnaam te kennen maar de Naame van de andere kende in weeken hij niet. vraage / of hij dan nu niets aanden scheepsraad van 't Complot te zeggen wiste 2. E Antwoorde niets meer maar dat hij nu bevouw over syne begaane mistaat hadde na C - na deeze Jnterog: hem nogmaals van woord tot woord door de leeden van den scheeps raadte voorgeleesen en hij deselve verstaan en hem gewaagd of dit voorsz: dat daar in vermeld waaren niet en zij de opregte en zuyvere waerheyd zoo heeft Hy delinquant tot bevestinging deesen waer heyd in praesentie vande leeden des scheepsraed met zijn Eigenhand onderteekend E /:was Geteekend:/ Koel Puters Verders stelde men den persoon Etzenne Nerret geboortig van tous intanranin oud 31: Jaaren onder 't regiment Lukemburg bij De Comp als een deelhebber van 't Complot voor den vergaderden raad op volgende vraagen te antwoorden. gewaagt waarom hij geve genomen waare Antwoord dat min hem verdagt houden weegens de opvoer daor sig tog geen deel aan hadde. 2e vraage (waarom hij dan zo hij dan niet Homplot behoord den Capitain bij de Keel gevat hadde des zoudags morgen den 16 deeser doen hij met de rest der rebellen agter op Roomen waare om den Capitain na haar zegge te spreeken! O Antwoord dat zulks mlaciqnae gedaan hadden en hij zulks nooit gedagt hadde en dat hij nog zelfs inden nagt tusschende 16ede 17 toen de revolte beginnen Blavignae met een bij gesien hij doen nog zijn best gedaan hadde om hem de bylen af te neemen. — pe Heer op verclaarde de Commandeur Ujusche heede praesent in den raad in Led in denselven in praesentie des delinquant Nerret doende muijtemakers, den Capitaan aangeval Nerret geroet heeft komt Laat ons den ouden schuik dooden dat de Capitain daarop de wijk naa beneeden genomen hadde. F. gevraagt x

NL-HaNA_1.04.02_10986_0158 view scan ↗

English

Asked to what end he wanted to take the axes from Bolavignea, and what use he would have made of them. Answered to this question: Nothing. Fourthly, asked why he had joined such a plot of conspiracy and entered into such a terrible undertaking, and why, when such had been proposed to him, he had not immediately notified one of the officers of the ship or his commander. Answered that he had always been comrades with Blavignae, Loillet, Richet, and Vivant, and that they had not been able to refrain from taking part in their undertaking because of the friendship between them, and that he was afraid of coming into ill repute with his comrades if he had made such an intention known. The persons Louis Roy and Charles Visces Ladroit, with the corporal, declared before the council in the presence of the delinquent Nerrit that on Sunday the 16th of this month, toward evening, the aforesaid Verrit was with them, saying that they, Leroy and Ladroitte, were fearful cowards for not participating in it. Question: what he had to say in response to these accusations. Answered to this question: Nothing, and shrugged his shoulders. After the interrogations were once again read aloud word for word by the members of the council and he had understood the same, the question was asked whether the aforesaid which was recorded herein, by which he had made himself guilty, was not the upright and pure truth; whereupon the delinquent signed the same with his own hand in the presence of the members of the ship's council. Was signed with a cross, meaning Etienne Nerrit. After this, Jean Piern Rechet, a native of Doruponeare in Companijen, aged 21 years, soldier under the Luxembourger, was brought before the assembled ship's council on account of his being accused of having part in the following mutiny. Asked whether he had knowledge of the plot and mutiny that had occurred. Answered that he obtained knowledge of it on Sunday evening, the 16th of this month. Secondly, asked who were those who had formed such a plot, and what motivated them, and what intention they had to undertake such a thing. Answered that De Valbonne and Loillet, having been on deck, called him and said to him: you shall be with us, we are assured that we will become masters of the ship, and instead of going to the Caab we shall go to another good land, either to Spain or elsewhere, our fortune is already made, we have decided this among good people, and we are assured that you will take part with us in our plan. Third question: whether he then accepted it, and what he thought of the proposition and intention. Answered that he accepted it and entered into the plot, not believing that it would end and turn out so badly for them as he has now seen to his misfortune. Fourth question: why he had not given notice to the ship's officers of such a plot, instead of entering into such a murderous plot. Answered that fear had kept him from doing so. Interrogated with what weapons or arms they intended to begin the bloodbath. Answered that they were provided with knives, and that he had heard speak of sharp axes that De Valbonne had procured. Question: whether he knew any others who belonged to the plot or had a share in it. Answered that he knew several, but not by name. Hereupon Joseph Horard, soldier under the Luxembourger, declared before the council in the presence of the delinquent Richet that on Sunday morning De Valbonne and he, Richet, had issued a command or order that all the people were to present themselves on deck during the night. Whereupon he, Hovard, had gone below and said that all those who consented to such a plan were wretched people; upon which the delinquent Richet had answered that those who were afraid and would not take part were all degenerate people, and from that time on he, Hovard, had distanced himself from them to give notice of it, but was kept under watch the entire day by Richet, Blavignae, Verrit, and Vivant, all of whom belonged to the plot, until he found an opportunity and came aft. After the interrogation had been read aloud word for word to the delinquent by the members of the ship's council and he had understood the same well, and he having been asked whether this aforementioned and all that was recorded therein was the pure and clean truth, the delinquent, in confirmation of this truth in the ship's council, signed the same with his own hand. Was signed with a cross, meaning his name Pierre Richet. The person Nicolaas Ducroix, a native of Lorraine, aged 25 years, soldier in the service of the Dutch East India Company, was also brought before the ship's council as having taken part in the plot, answering the following questions: Question:

Dutch transcription

gevraagt (: tot wat einde, hij de beijlen van Bolavignea hij van wilde neemen en wat gebruyk deselve zoude gemaakt hebbe. Antwoorde op deese vraage Niets. 4„e gevraagt /: waarom hij zig onder zoo een Complot van zamen zweeringe en tot zulke ver„ „schrikkelijke onderneeminge begeven hadde waarom niet doen zulks hem ware voorge„ steld worden ten Eersten kennis daarvan gegeeven aan een van de officieren van 't schip oft aan zijn Commandeur Antwoorde dat hij altoos Camiraads geweest met Blavignae Loillet richet en vivant en dat sy zig niet hadden kunnen onthouden om dee„ te neemen in haar onderneeminge door de vriend schap onder de anderen en dat hij bevreest waaren in een slegt aansien te koomen bij zijn Camiraads zoo hij zulks voorneemen te kennen had gegeven. De persoon Louis Roij en Charles Visces Ladroit bij de Corporaal declareerde voorden raad in den presentie van den delinguant Nerrit Vatzondags den 16 hujes tegens den avond den voorn Verrit bij haare, dat ze Leroij en Ladrootte bevreest ten bloodaarts waarin om zulks niet meede te doen. . vraage /: wat hij op deese beschuldingen in brogt in te zeggen hadde V. Antwoorde op deese vraage Neifsen Irok zijne schouders in die hoogte na de Jnterrog: nogmaals door de Lieden vanden raad van woord tot woord waare voorgeleezen in hij deselve verstaan, zoo vraagden de of tit voorsz: dat hier in verm stond waardoor hy zig Schsloeg gemaakt niet de opregt in Zuuvere waar heit was waar op hij de linquant zulke met zijn eygen hand onderteekend in presen „tie van de Lieden des scheeps raad. /:was Geteekend met Een Kruijs/ beduijtende Etienne Nerrit 3 8 d 5 a deesen worden Iean Piern rechet geboortig van Doruponeare in Companijen oud 21 Iaaren soldaet onder de Luxembourger voor den vergaderden scheeps raad gesteld van weegens wijl hij beschul¬ „digt worden deel te hebben aan den volgenden oproer. ƒ gevraagt (of hij weetenschap van 't voorgevallen Complot en opaver gehad hadde Antwoorde dat hij weetenschap daar van bekomen des sondags avond den 16 deeser. 2o gevraagt / wie die geenen waren die zulks Complot geformeerd hadden en wat haar gemeofeerd heeft in wat inzigt zij gehad hebben om zulks te onderneemen.— F e Antwoorde dat de valbonne en Loillet op deK geweest zijnde hem geroepen en tegens hem gezegt hadden gij zult met ons zijn wij binnen verseekert, dat wij meester van 't schip werden en in plaats van na de Caab zullen wij na een ander goed Land gaan 't zi na Spanien of elders ons geluk is als reets gemaakt wij hebben zulks beslooken onder goede Lieden en wij binnen verzeekert dat gij met ons zult meede doen in ons voor„ „nemen. — 3e vrage of hij zulks dan aangenoomen hadde en wat hij van de presentatie en voor¬ „nemins gedagt hadde Antwoorde dat hij 't aangenoomen en in het Complot getreeden ware niet geloovende dat zulks zoo slegt voor haar zoude afloopen en uitvallen gelijk hij nu tot zijn ongeluk gesien hadde. 4o vraage (waarom hij niet kennis aan de scheeps officieren gegeeven van Zud Een Comp tot in plaats in een Loo moordagtige Complot in de treden! G Anrwoorde dat de vrees hem wederhouden hadde geentorogeerd met wat voor geweezen of wapenin zijt bloed stad wilden beginnen.— Antwoorde Fo - - el 0 Antwoorde dat ze voorsien waaren van missen en da hij hadde hooren spreeken van schirpe bijlen die de valbonne bezorgd hadden. vraage /(of hij nog eenige kende die tot 't Complot be „hoorden of deel aan 't zelve hadden! Antwoorde verscheide te kennen maar net bij naam Heer op verclaard Ioseph Horard Soldaat onder de Luxembaurger voorden raad tegens in selinquant reclet in zijn presentie dat Sondag Smorgens de valbonn en hij richet een beveel of ordre woord in stelte gegeeven te hebben dat al 't volk zig inde nagt op dik zoude laaten vind. waar op hij Hovard na beneeden gegaan was en gezegd hadden dat al die geenen die tot zulk voorneemen toestemde ongelukkige mensche waaren waarop den relinquant richet geant„ woord hadde dat die bevreest zijn en niet meede doen wilden alle onderegende lieden waaren en van die teyd aff hadde hij Hovard zig van haer verwijderd oo kennis daar van te geeven maer wierde den geheelen dag in 't oog gehouden van ril het Blaviqnae Verrit in Visant welke alle tot 't Complot behoorden tot dat hij geleegenthijd gevonden en agter op gekoomen waare. t l Na de Jntarogatie den Delinquant van woord tot woord door de leeden van den scheeps raad waar voorgeleesen en hij dezelve wel verstaan en hem ged. hebbende of hij dit voorschreeven en al wat daar in bemeld waaren de suivere en rheijne waerheijd zeij. zoo heeft den delinquant tot bevestiging deeser waerheyd in den scheepsraad zulks met zijn legen hand onderteekend De Persoon Nicolaas Ducroix geboortig van Lottaringen oud 25 Jaaren Soldaat in dienst van DEO: Comp: worde ook als een deel hebbende van 't Complet voor de scheeps raad gesteld op volgende vragen antwoorden Was Geteekend met Een kruye beduidende zijn Naam Pierre Richel Vrage 6

NL-HaNA_1.04.02_10986_0161 view scan ↗

English

Question: whether he knew why they were all captured and held prisoner. Answered that he had heard it said that they had formed a plot against the Captain, the officers, and the crew. Second question: when he had gained knowledge of the plot, at what time the proposition thereof was made to him, and why he had given no notice of it to the officers. Answered that De Valbonne and Watjes, among the soldiers of his corps, had spoken to him about it between 7 and 8 o'clock on Sunday evening, the 16th of this month, having had no time to make this known to the officer. Third question: what he had answered when De Valbonne and the other members of the plot made their proposition, and whether he had not also consented to it. Answered that he was unwilling, but believing himself to be compelled, he had joined in just like the other rebels. Fourth question: what had forced him, concerning what he had heard of the conspiracy, and at the time when he saw that it was becoming serious, to give no notice. Answer: if he had known he would be found guilty, he would have done so, but neither knowing nor believing this, he had remained silent so as not to reveal it. Upon this, Joseph Hovard, a soldier among these aforementioned Luxembourgers, declared before the council in the presence of the delinquent that on Sunday evening, the 16th of this month, around six o'clock, the said delinquent said to his comrades who were with him: come, one must hazard one's fortune all at once to run no danger of going where we do not know; whereby he meant to say he would rather choose the side of the rebels than that of reason. The person Jean Baptist Huijgens also declares against the delinquent that he heard him speak and say that he was ready to take part in the plot and would never change his intention; which the person Jan Pieterse, both soldiers of the Company, also testified. Sixth question: what he had to say to this accusation and whether this was not the truth. Answered nothing to this accusation and remained silent. After this interrogation was read word for word to him, the delinquent, by the members of the council, and made understandable to him, and he was asked whether what is written above and all that is recorded therein, and in which he had incriminated himself, was not the upright and pure truth, the delinquent thereupon, in confirmation of this truth, signed it with his own hand in the presence of the members of the ship's council. Was signed with a cross, meaning Nicolaas DuCroix. Tuesday, 18 July, in the morning at daybreak, after having given a ration of water, we hauled two six-pounder cannon out of the waist onto the quarterdeck and placed them fore-and-aft alongside the hood of the cabin companionway, placing them against the ship's sides, loaded them with canister shot, pointed them to both sides to prevent access to the quarterdeck and to be able to shoot along the gangways if any further mutiny was discovered or if any rebels came onto the gangway. Furthermore, we put everything in good order, and all reliable soldiers and sailors, together with the officers, were placed under arms. The members of the ship's council assembled and once more reviewed the documents and the sentences of the rebels who were interrogated before the council yesterday, and the same were condemned before the ship's council to be hanged from the yardarm of the main yard on the port side, and subsequently to be cut down to let them drift in the sea as food for the voracious fish; which sentence was passed in the name and on behalf of Their High Mightinesses the Lords States General of the United Netherlands, and His Highness the Prince of Orange, etc. etc., and the Lords Directors of the East India Company. In the morning at 11 o'clock we carried out the execution of the rebels Francois Gravier de Valbonne, native of Lyon; Marten Blavignac of Ciret; Anton Sij of Stoudeneijm; Jean Baptist Jannin of Paris; Guillaume Vivant of Nuij; and Noel Outers, native of Luijk; being 5 soldiers and one ship's carpenter. Corporal Steenvorth testifies that when Francois Gravier de Valbonne came upon the small scaffold and already had the noose around his neck, and the command was given by the commissioner of the ship's council to hoist him up, the said De Valbonne said in French: there are 25 of us who made the plot, and now I must die for 25; but he was immediately hoisted up under the yardarm of the main yard. Furthermore, the council assembled again and once more reviewed the documents of the three aforementioned delinquents, Van Nerret, Rechit, and Ducroix, and the members of the ship's council having now considered everything

Dutch transcription

vraage / of hij wel wist waarom ze alle gevangen waare en gevangen zatten. _o Antwoorde dat hij had hooren zeggen dat deselve een Complot gemaakt hadde tegens den Capitain ofte persien en Equipagie. 2e vrage (wanneer hij Kennis van 't Complot gekoegen en op wat tyd hem de voorstelling daar van gedaan waare en waarom hij daar van gee¬ kennis aan de officiers gegeeven hadde Antwoorde dat de valbonne en watjes, bij de soldaaten van zijn Cor hem daar van gesprooken hadden tusschen 7 en 8 uuren des sondags avond aan den 16 deeser hebbende geen tyd gehad om zulks aan de Officier te kennen gegeeven. — 3 vrage (wat hij doen de valbonne en den anderen van 't Complot op haar voorstelling geant„ woord en of hij daar ook niet en bewilligd hadden! e Antwoorde, dat hij niet willende maar gelovende gekleedt te zijn zo hadde hij meede gedaan gelyk als de andere rebellen. 4 vrage (wat hem genoodzaakt hadd om 't geen dat hij van de samen sweeringe gehoord hadden en op die tijd daar hij gezien hadde dat 't Ernst wierde geen kennis gegeeven Antwoord als hij geweezen hadde schuldig te zijn zoo zoude hij 't gedaan hebben, maar hij dit niet weetende nog geloovende zoo hadde hy stil gesweegen om zulx niet te openbaaren. ƒ Hier op verclaarde Iaseph Hovard Soldat onder dees veel gen: Luxembourgers voor den raad in Presentie der Delinquant dat deselve Bondags avond aan den 16 deeser teegens tes uuren gesegt tegens zijne Cameraaden die bij hem waare qa. ga min moet 't fortuyn ƒ eens klaps op de Groeff stellen omgeen gevaar te Loopen te gaan daar wij niet weeten waer meede - ƒ meede hij zeggen wilde liever de Partheij der rebellen te kiesen dan der reeden. ook declareert de Persoon Jean Babtis t Hui „gens teegens den de cin quant dat hij hun heeft hooren de spreeken en zeggen dat hij gereet wa om partij in 't Complot te neemen en zoude ook nooyt van Concept veranderen 't welk ook de persoon Jan Pieterse beijde soldaaten van de Comp: getuygd 6 vrage (wat hij op deese beschuldiging te zeggen hadde en of dit de waerheyd niet en wa„ Antwoord op dies beschuldiging niets en Sweeg Sello. — Na dat deese Ieterogatie hem delinquant van woord tot woord door de lieden van den raad waere voorgeleesen en hij deselve doen verstaan en gevraagt of dit voorsz: en al weet er daar in vermeld stond en hij zig zelfs schuldig gemaakt niet de opregte en zuivere waerheijd waare zoo heeft daar op den delin¬ guant tot bevestiging deesen waerheyd 't met zijn eigenhand onderteekend in Presentie e van de Leden der scheeps raad. /: Was geteekend)/ met Een Krui beduydende Nicolaas DuCroix Dingsdag den 18 Iulij Smorgen 2 met de dag na Ranvoon van waater gegeeven t hebben heeren wij twee stukken geschiet zes pondes uit de Kuijz op 't halverdek en plank deselve Langs scheeps op zij vande kap van de Cajuys trapp en zitten Zetegens boorden Laaden deselve met Schroot Punter den dezelve aan bijde Leyden om de opgang van 't halverdek te beletten en Langs de de Loopplanken te kunnen schieten zoo er eenige op standen weeder ondekt wierde ofte eenige rebellen op de Loofplank Kwaamer ƒ voorts stelden alles wel en ordre en alle verkacard soldaaten en mattroosen beneevens de officiers inde wapens vergaderden de leeden van den scheeps Raaden oversagen nogmaals be stukken en de sontentie der rebellen die gisteren voor den raad in verhooring geweest zinde en deselve voor den scheeps raad gecondemmoneerd om aan de Not van de groote rha aan bakboord zijde gehangen te worden en voorts afgeschneeden te worden om ze te laaten drijven in zee tot spijze der verslinder„ „der vissen welk Lententie in de naam in van weegens haar hoogmoogende Heeren Staaten generaalen der vereenigde nedelanden en zin hooghyd den Prince van ovangen en q q: ende heeren bewindhebberen van d O I: Comp: gescheijde Des morgens ten 11 uure deeden wij Executie aan de Rebellen Forancois gravier d' valbonne geboortig van Lionmarten Blavignae van Ciret Anton: Sij van Stouderneijm Jean Babtis & Jannin van Paris guillaume Vivant van nuij en Noel Outers geboortig van Luijk zijnde 5 soldaaten en een huijs timmerman Den Corporael Steenvorth getuijgt als dat franc=s grav=s d' valbonme doen hij op het Schavotje gekoomen en de strop al om aan de hals hadde en 't woorde aan Comande door de Commisaris van den schieps raad afgegeeven was van op te loopen dat de valbonne op zijn fransch gezeid wij bennen met ons 25 die het Complot gemaakt hebben en moet nu voor 25 sterve maar hij wierde met een opgeheesen onder de nok van de groote rhaa. Voorts vergaderder den raad weeder en over¬ zaager nogmaals de stukken van de drie voorenstaande Deliquanten van Nerret Rechit en Ducroix en dus nu de Leeden vanden scheeps raad alles overwoogen te hebben ƒ

NL-HaNA_1.04.02_10986_0164 view scan ↗

English

Thus they condemned the same, the three named Etienne Nerret, Pierre Richet, and Nicolaas De Croux, to the same sentence as the six aforementioned, to be hanged under the yardarm of the main yard and furthermore to be cast adrift into the sea, which execution was carried out at 1 o'clock. And this was done in order to root out the principal instigators and bring the ship into safety, for as we were situated today, it was impossible to maintain for those who were our trusted men, soldiers and sailors, because night and day they were under arms, each at his post, and had no time to eat or to drink, nor any time to attend to the sails or the rigging of the ship, being under clewed-up courses and a torn main topsail, of which the leech on the port side was ripped to pieces during the night of the revolt; and how the leech was torn to pieces is known to us, for it was a gentle breeze when the tumult began, and today we still had no time to bend another topsail, since we could not relieve any loyal men from their posts before all the rebels were removed; before that, there was no safety of life for us, for one of the rebel leaders, named Antonij Loillet, had already gotten loose the first night and ran aft onto the deck, and we fired directly at him and he leaped from the deck overboard, but was already wounded; he did not stir when he hit the water, which is also incomprehensible to us, how he got loose when he was firmly bound hand and foot. Wednesday the 19th of July the ship's council convened again and investigated everything within their power to discover the mutineers and their deeds in this matter; thus there was brought before the ship's council the rebel Iohannes Franciscus vander Voerde, native of IJsselstein, aged 21 years, soldier in the service of the Honorable Company of the United Netherlands, and they put the following questions to him. Question: Why he had entered into such an inhuman and murderous plot to undertake such an atrocious deed, and what reason had moved him thereto, and what the Captain or the officers or others had done to him to cause him to do such a thing, to murder them and cast them overboard, and make themselves masters of the ship? Answered that he had been urged to it by De Valbonne and by Jean Baptiste Paninen and the others of the plot, and that he had also joined their company and taken part in the plot to help execute the matter. The persons Bernhard Smit and Daniel Meijer, both soldiers of the Company, declare and have delivered a declaration against the delinquent before the ship's council, in which they stated the delinquent's murderous intentions which he had spoken to them. Question: What he had to say against this declaration of B. Smit and Daniel Meijers, who presented him to his face as an intentional murderer? Answered knowing nothing of what Bernhard Smit and Daniel Meijer said of him. 3rd Question: Why, when the propositions of the plot were made to him, he had given no notice thereof to any of the officers? Answered that he had told it to the second mate and the doctor. Whereupon both the mate and the doctor, in the presence of the delinquent before the council, declared that what the delinquent asserted was untrue, having seen nothing of him. After this interrogation had been read to the delinquent word for word, together with the declaration of Bernhard Smit and Daniel Herman Meijer, and it was asked of the delinquent by the members of the ship's council whether this aforementioned and all that was stated herein to his accusation was not in all respects the pure truth, the delinquent, after he had begged the members for the forgiveness of his misdeeds, in confirmation of this truth signed with his own hand in the presence of the ship's council. Was signed with a cross, signifying Francois van der Voerde. There was also brought before the ship's council the rebel Ian Michiel Visser, native of Sachsen-Gotha, also a soldier of the blue corps; they interrogated him as follows: 1st Asked: Whether he knew anything of the past mutiny, and whether he was not also a member of the rebels? Answered indeed to have had knowledge of the same. 2nd Question: What he had known of it then? Answered that De Valbonne and the others who were already executed had spoken to him about murdering the Captain and officers and making themselves masters of the ship, but he had taken no part in the proposals. Hereupon Andries Storm and Bernard Smit, both soldiers of the Company, declared before the council against the delinquent Michiel Visser, how the same had come to them and to the first deponent

Dutch transcription

zoo Condammoneerden deselve de drie gen Eteure Nerret Pierrs richet en Nicolaas De Croux in deselfde Sontentie als de ses voorn. onder de nok van de Groote rhaa gehangen te worden en voorts in zee te laaten drijven - welk Executie den 1 uure volbragt wierde. Een zulks worde gedaan om de principaals ten opaerders uijtberuyden en het schip in Slcte te brengen want zoo als wij heed waren is het onmogelijk uit behouden voor die geen die onse vertrouwden waeren soldaaten en Mattroo„ sen want nagt en dagt inde wapensmelk op zijn Post en geen tyd om te eeten of tidrink en geen tyd na de silen of zijlagie van het schip kunnen zien zyden meseen oggegyden onderzeilen en een aan stukkent grootmars„ zijl daar van 't staande Lyk aan bakboord zijde inde nagt der revolte en stukken geschuurt is en hoe het Lyk aan stukkent geraat is ons bekend want het was een Labber Coelde doen het Irimult begon en heeden hadden, wij nog geen tijd om een ander marszijl onder te slaan vermits wij geen getrouw volk van haar posten konde afneemen voor en al de rebillen uitgevoegt waaren eer waser voor ons geen zeekerheyd van leeven want een van de opperhoofden der rebellen genaamt Antonij Loillet was, is de eerste nagt al last geraakt en vloog na agter op 't dek en wij Schooten mitden op dezelve en hij sprong van't tek overboord maar was alreest gekwest hij verroerde zig niet doen hij in 't water kwam welk ons ook onbegripelyk is, hoe deselve Los gekoomen in dien zelve voor goed aan handen en voeten vas gebonden was. Woensdag den 19 Iuly vergaderden weder den scheepsraad en onderzogten alles wat in haar vermogen was om de muytemaakers inde daaden van dien uittevinden, zoo is nog voor der scheeps raad gesteld den rebel: Iohannes Franciscus vander voerde geboorteg van IsselDoud v e de DEE Comp bi at oud: 21. Iaar sold der vereenigde Nederlanden en legten hen vol„ gende vraager voor. vrage /: waarom hij zig in zoo een onmenselyke en moordagtig Complot begeeven hadde om zoo een gruwelij2 stuk te gaan onder neemen en wat reeden hem daar toe gem „moveerd en wat de Capt„n of de officiers of andere hem gedaan hadden om zulks te doen haar te vermoorden en over boord de werpen en rigmeester van 't. Schip te maaken G Antwoorden dat hij van de valbonne en van Jean Wabtist Paninen van de andere van het Complot daar toe was geanomeert geworden en dat hij meede in haar geselschap getreeden en deel in 't Complot genoomen om de zaak te helpen uitvoeren. De Persoon Bernhard Smit en Daniel Meijer bij de soldt. van de Comp: declareeren en voor den scheeps raaden hebben ein de Claratie tegens den delen quant aanden raad overgegeeven waar in zij den delinquant zijn moordagtig voorneemens bemeld hebben dat hij tegens haar geseyd hadden. de vrage /: wat hij tegens deese verclaaring van M: Smit en Daniel Meijers te zeggen hadden die hem voor een gesinteneerde moorde naer stelden in zijn Praesentie Antwoorde daar van niets te weeten wat Vernhard Smit en daniel meijes van hem zeijde. 3 vraege /: Waarom hij doen hem de prosities van 't Comptot gedaan was geen kennis daer van gegeeven hadde aan den van de officier Antwoorde dat hij het aan de tweede Stuur„ man en docter geseyd hadde. — Het welk de bij de stuurman en den docter en presentie des zelen quants voor der raad ƒ verclaaren 1 ƒ verclaaren dat het zelve wat hij de ling aan voorgaff onwaer was in hem iet gesien hebbende Na deese Jnterogatie hum deliiquant van woord tot woord voorgeleesen te hebben beneevens de verclaring van Bernhard Smit en Daniel hirman Meyer en Door de leeden van den scheeps raad hem delinquant gevraagt of dit voorsz: en al dit wat hier in tot zijn beschuldiging vermeld was niet in zeyde opzegten zuijvere waerheijd zoo heeft hij delinquant nadie e hij de leeden om vergeffenis zijner misdaaden gesmekt had tot bevestiging deeser waerheyd met zyn Eigen hand onderteekend in Presentie van den Scheeps raad was Geteekend met Een Kruijs beduijdende Francois van der voerde Nog wierde voor den scheepsraad gesteld den rebel Ian Michiel visser geboortig van Sixingotha meede soldaet van 't blauwe Coren over hoorden hem volgende gestald. E. 1gevraagt /: of hij mits van de gepasseerde oproer wisten en of hij niet meede een Lid vande rebelle Lef e Antwoord wel weetenschap van deselve gehad te hebben?. was. 20 vrage /:wat hij dan daar van geweeten hadd en 't Antwoorde dat de valbonne en de andere die al reets geexecuteerd waaren hem daar van gespraken hadden om den Captn en officieren te vermoerden en zig Meester van het schip te maaken maer hij hadden geen aandeel aan de Proposities genomen E Hier op verclaard Andries. Sform en bernard smit bij de soldaaten van de Comp voor den raad tegens ten delinquant michiel visser hoe deselve bij haar liede gekoomen was en aan den Eersten Comperant : - - e

NL-HaNA_1.04.02_10986_0167 view scan ↗

English

proposed to the appearer to take part in the conspiracy to help carry out everything in order to make themselves master of the ship and to go with the same to Spain or elsewhere, which Borm did not wish to accept, whereupon the delinquent threatened him and said that all those who did not wish to join would lose their lives and be killed, this having happened on Sunday evening the 16th of this month at 7 o'clock, and that the delinquent had said to him at that same moment: see how we can yet become fortunate people when we arrive with the ship in another country and divide the money and goods among ourselves; which the second appearer Bernhard Smit testifies the same as the first appearer Borm. 3rd Question: What he, Visser, had to bring in against this accusation and whether this was not the truth. Answer: That he did not persuade their members Borm and Smit to enter into the plot and had not spoken of it. 4th Question: Where he was during the revolt. Answer: On the orlop deck in the longboat in order to jump onto the quarterdeck. 5th Question: What he intended to do on the quarterdeck, and when he came onto the half-deck, during the firing or before the fire began or after it. Answer: To help shoot like the others, but after the shooting of the assistants of the officers he came onto the half-deck and remained there until they captured him and placed him under arrest. After these interrogations had once again been read out to him, the delinquent, word for word by the members of the council, and he well understood the same and was asked whether all that is mentioned herein of his accusation was not the pure and unadulterated truth, the delinquent has, in confirmation of this truth, signed with his own hand in the presence of the members of the ship's council. (was signed) Michiel Visser Now that the members of the ship's council have considered everything that was to be considered, and investigated everything that was in their power to do in such a circumstance of suffering, as an example for the other remaining crew and to maintain good discipline and order among the same, these two delinquents, Franciscus van der Voerde and Johan Michiel Visser, were according to the first sentence likewise condemned to be hanged under the yardarm of the mainyard, like their nine predecessors, and further to be left to drift, which execution was carried out on them in the afternoon at about three o'clock. Furthermore, they posted the men who were trusted and the weapons, just as everything was before. Sentences. The members of the Broad Ship's Council, having considered all the documents of the aforementioned delinquents with ripe deliberation, and investigated everything that was to be investigated, and considered everything that was to be considered serving this matter, the members of the council find the aforementioned delinquents having made themselves gravely guilty of a cursed and inhuman conspiracy, and having formed a plot to murder the captain, officers, and crew, even to the infants at the mothers' breasts, and then throw them overboard, along with all those who did not side with them, and to make themselves master of the ship and to go with the same to the coast of Spain or elsewhere, whereby the Broad Council has been placed in the utmost necessity for the preservation of ship and goods and the lives of the remaining crew and ship's company, and to bring and keep everything in good order and discipline and have it maintained, and to set an example to the remaining crew, to exercise law and justice on this, as their Honors exercise justice in the name and on behalf of Their High Mightinesses the States General of the United Netherlands and His Serene Highness the Prince of Orange etc. etc. Hereditary Marshal of Holland, Hereditary Stadtholder, Hereditary Captain and Admiral-General of the United Netherlands etc. etc. etc. and the Gentlemen Directors of the East India Company. Thus their Honors condemn in the name of the Sovereign of the Lands these persons or delinquents: Francois gravier de Valbonne Martin Blaevignae Anton Feij Joan Wabtist Janin Guillaume visant Noel Outers Etienne Nerret Jean Pierrs Richet Nicolaas Du Crosx Franciscus vander voerde and Johan Michiel visser As their Honors condemn and sentence them to be punished on the port side at the yardarm of the mainyard with the rope so that death follows thereupon, and further to be left to drift in the sea as food for the voracious fish. Thus done and decreed in the Court Martial on the Chartered East India Company ship De Jonge Frank, the 17th and 18th of July 1786, at north latitude 12 degrees 30 minutes and longitude 335 degrees 10 minutes. Present members (was signed) Jacob Veer Pieter Pieterse Hermanus Coen Laurens Claasen Casimer Lemper C: van Den Buche Lodewijk Namthal Pr Jacq: Ribere De Morras Louis Roij Charles Desire La Droite Johannis Matthias Pekler as Writer.

Dutch transcription

Comporant geproponeerd om meede deel te neemen in de Samen saveering om alles te helpen uittevoeren om zig meester van 't schip te maken en met 't zelve na Spanien of elders te gaan 't welk bij storm niet wilde accepteeren waar op hij de linquant hem bedreegt en gezegt dat alle die geene die niet meede wilde doen om het Leeven zoude koomen en gebragt worden zynde Zondags avond den 16 Hujes ten 7 uure zulks gepasseerd en dat den delinquant op 't zelfde moument tegens hem gesegt hadden ziet wat kan nog wij gelukkige menschen worden als wanneer wij met 't schip in een ander Land ƒ koomen en het geld en goederen ons deelen.— welk de tweede Compt: Bernhard Smit getuigt Gelijk als de Eerst Comparant Borm 3o Vrage /: Wat hij visser op deese beschuldiging in te brengen hadde en of zulks de waarheyd niet en was. Antwoord, haar Leede form en Smit niet geper„ suadeert te hebben om meede in Complot te treeden en daar van niet gesprooken te hebben. 4„o vraage (:waar hij geweest wast inde revolter Antwoord op de Koebrug in de sloep om agter op te Springen. — 5 vraag /: wat hij agter op doende wilde en wanneer hij Op het halver dek gekoomen was onder het vuuren ofte te vooren eer 't vuur begon ofte daar na Antwoorde om te helpen schieten gelijk de andere, maar na het schieten der assesteur van de Officiers op het halverdek gekoomen en daar gebleeven was tot dat min hem gev: en in arrest gebragt hadden Na dat deese interogaties hem delinquant door de leeden van den raad nogmaals van woord tot woord waare voorgeleesen en hij deselve wel verstaan en hem gevraagt of al het Geen dat . dat hier in vermeld zijnde is zijn beschuldiginge niet en was de rijne en zuivere waerheijd Zoo heeft delinquant tot bevestiging deeser waerheijd met zijn Eigenhand in Presentie van de lieden des scheeps raad onderteekend. (was Geteekend Michiel Visser Daar nu de Leeden van den scheeps raad op alles gelet wat er te zetten was in alles ondersogt wat in haar vermoogen was te doen in een zoo Cin Com„ stantie van lyden tot een Exempel voor 't andere resteerende volk en om goed suplinie in ordre onder deselve te houden zoo wierden deese twele Deliquanten vranc„s van der voerde en Iohan Michiel Visser volgens den Eersten sententie meede gecondemneert om onder de nak vande groote zaa gelyk haar neegen voorgangert ge¬ „hangen te worden en voorts in te Laaten te drijven welke Executie aan haar volbragt wierde des namiddags omtrend drie Uuren. e 5 voorts stelden het volk die vertrouwde en de Waapenen gelijk aller van tie vooren. Sententien De Leeden van den scheeps Breeder raad alle de stukken vande voornoemde deliquanten met een rype deliberatie overwogen hebben en alles on„ der zigt wat te onderzoeken was ende gelet op alles wat te letten was tot deese materie dienende zoo bevinden den Leeden des raads de voorzeide deliquanten haar zwaar schuldig gemaakt hebbende aan een vervloekte in onmenzelyke amen zweering en een Complot geformeert te hebben om den Capitn Officiers en Equipagie te vermoorden tot de Luijgelingen aan de Moeders borsten Moeders borsten en dan overboord werpen benee vens alle die geenen die met haar niet meede sparten en zig meester van 't schip te maken en met 't zelve na de kust van Spanin of elders hier te gaan waardoor den breeder raad in de uyterste noodsakelykheyd is gesteld: geworden tot behoud van schip in goederen en Leever der resteerende manschappen en Equipagie en om alles in een goeder ordre en desupline te brengen en te houden en doen onderhouden en om een Exempel te geeven aan de resteerende Equipagie om regt en ge¬ regtigheyd op deese de oeffene gelijk haar Ed: regt oeffene in de naam en van weegens Haar Hoogmoogende Staaten generaalen der vereenigde Neederlanden en zijne door¬ : „Lugtigste Hoogheyd den heeren Princen van Oranje et erexte Erffmarschal van holland Erff stadhouder Erff Capitain Admiraal Generaal der vereenigde Nederlanden ex exch e7c ende heeren bewindhebberen van Oostindische Compagnie. — zoo Condamineeren haar Een Naam van de Gouvereine der Landen deese persoonen of deliquanten. — Francois gravier de Valbonne Martin Blaevignae Anton Feij Joan Wabtist Janin Guillaume visant Noel Outers E tienne Nerret Jean Pierrs Richet Nicolaas Du Crosx franciscus vander voerde en Johan Michiel visser Gelijk haar E: Condammoneeren en senteere om gettrafft te worden aande bakboord zeyde aande nok van de Groot rhaa met de Coorde dat dat er de dood na volgden voorts tot Spijse der verslinderende vissen in Zee te laaten drij„ „ven. — Aldus gedaan en gearresteerd in den Kreijge Raad in 't Particulier O: J: Comp schip de Ionge Franken den 17 en 18 Julij 1786 op noorderbreet van 12o 30:— en Langte 335: 10 — Praesent Leede (was Geteekend Jacob Veer Pieter Pieterse Hermanus Coen Laurens Claasen Casimer Lemper C: van Den Buche Lodewijk Namthal Pr Jacq= Ribere De Morras Louis Roij Charles Desire La Droite Johannis Matthias Pekler als Schrijver.

NL-HaNA_1.04.02_10986_0171 view scan ↗

English

Documents concerning the rebels held under arrest. Elias de Costa, a native of Lisbon, aged 27 years, sailor in the service of the Honorable East India Company, who had been taken under arrest upon presumption, was brought before the assembled ship's council on July 9, 1785, and the following questions were put to him: First question: Why was he taken into arrest? Answered that they took him prisoner this morning, but he did not know why. Second question: Whether he had any knowledge or information regarding the conspiracy formed and the mutiny that occurred between the 16th and 17th of this month. Answered that he had known nothing of it before it had begun. Third question: Where he was at the time when the mutiny began, and whether he had heard any noise on the deck from shouting? Answered that he had been lying in his hammock, and at the moment he heard the noise he arose and made his way toward the cabin. Asked with what intention or purpose he immediately wished to proceed toward the cabin, and whether he had been called thither? Answered that he was called by the quartermaster of the ship, whose name he did not know, but that the same had posted him in the forward cabin with a saber in order to protect the captain. Whereupon both quartermasters who are aboard, Daniel Hoffman and Jan van den Horst, both in the service of the Company, declare before the ship's council that such is untrue, and that they had neither called nor posted him, nor given him any weapon. Moreover, I, Captain of the aforementioned ship, declare personally to have stationed myself in and before the cabin with strict orders to allow no one to come up or go down except those already appointed thereto, in order to fetch the necessary small arms, and then the officers. Fifth question: What he, de Costa, had seen when he came into the forward cabin? Answer: Had seen loaded arms handed over, and, fired, lying low again. Sixth question: Whether he did not know Joseph Chriskole, who, with half of his head severed, nevertheless forced his way through and came into the cabin in order to make himself master of the weapons? Answer: That he had known Joseph Chriskole well, since they were engaged together and had messed at the same mess. Asked whether Joseph Christole, since he had been one of the rebels and would have functioned as steersman if they had become masters, had ever spoken to him regarding the making of the conspiracy? Answered that he had never spoken to him about it. Seventh question: Whether he then knew nothing of other matters concerning the conspiracy, and whether he knew no one who belonged to the conspiracy? Answered knowing nothing. The members of the council, holding the delinquent very suspect and being of the opinion that he had entered the forward cabin with Joseph, and had obtained a cutlass in the confusion, having certainly seen the bad end of his comrade Chriskole, and then remained in front of the cabin because he could not get out, just as his other comrade Jan Grebel remained lying under the staircase of the entryway from the between-decks into the forward cabin to see how it might end with the two aforementioned. Whereupon the members of the council, having examined this interrogation once again, finding no solid proofs, have thought fit, as they do hereby think fit, to place the delinquent in custody and keep him under arrest, in order to deliver him to justice at the Cape of Good Hope, to be further interrogated there. There was also brought before the council the person Thobias Blas, a native of Brussels, aged 25 years, soldier in the service of the Company, and the following questions concerning the mutiny were put to him: First question: Who had taken him under arrest? Answer: Corporal Steenroth, by order of the Commander Lempo. Second question: What knowledge he could report concerning the conspiracy that had been formed, and the riot that had taken place? Answered that de Valbonne had proposed to him to join them and to enter into their conspiracy in order to master the ship, and to strike everything to pieces and dead, and to go with the ship to France or elsewhere, and that Joseph Chriskool, being a sailor with the Honorable Company, would then, as steersman, bring it wherever they wanted to be. Third question: Whether de Valbonne had spoken further to him of his intentions? Answered that he would have gone further, but that Van Weijke had approached, whereupon Valbonne pulled away from him. Fourth question: What he had answered to the propositions of de Valbonne? Answered nothing; that he went below into his berth and remained there until 12 o'clock. Asked at what time it had been when Valbonne made the propositions to him? Answered at eight o'clock in the evening. Sixth question: Why he had not then come aft to make known their godless intentions to the officers of the ship? Answered that he had not known when they wanted to begin, and that he also had not known whether he would have done well thereby, since he had no witnesses who had been present there. Seventh question: Where he was when the tumult and the shooting from the half-deck began? Answered to have lain in his hammock until they had taken him prisoner. Eighth question: Whether he does not know that when someone discovers a conspiracy or plot of murderous intentions, and is even presented with taking part in it, and keeps it secret and does not discover it to [illegible]

Dutch transcription

Stukken e de in arrest Zittende Rebellen Elias de Costa Geboortig van Liscabon oud 27 Jaaren mot troos in dienst der E OJ Comp dewelke op presumatie in arrest genoomen was wierd op den 9 July 1785 voor den vergaderden scheeps raad gesteld en men legde hem volgende vraagen voor. vrage /: waarom hij in arres genoomen was 2 Antwoorde dat min hem van deesen morgen ge„ vangen genoomen maar niet weesende waarom vraage /: of hij geen kennis of weetenschap gehad 2o had van 't gemaakte Complot in revolte die tusschen den 16 en 17 deeser voorge„ „vallen. . Antwoorde van 't zelve niet geweeten te hebben voor dat 't zelve begonnen. 3o vraages: waar hij op die tyd zig bevonden doen de revolle begon en of hij geen Leeven op 't dek gehoord hadde van geschreeuw Antwoorde dat hij in zijn hangmat geleegen hadde en op 't ogenblik daar hij het Leeven gehoord hadde opgestaan was en na de Cajuytsig begeeven gevraagt met wat voor jntentie of voor„ neemen hij zig met een na de Cajuijt woude begeeven en of hij haar heen geroepen waare Antwoorde door den Quartiermeester van 't schip welk hij met naam niet en kinde geroepen te zijn maar dat deselve hem geplaast hadde in de voorcajuijt met een sabel om den Capitain te beschermen hadde. — Waar gl b 1 3 waar op de beyde quartiermeesters die aan boord zijn Daniel hoffman en Jan van den horst beyde in dienst van de Comp voor den Scheeps raad declareeren zulx onwaar te zyn en dat ze hem niet geroepen nog geposteerd hadden en geen geweer gegeeven. Bovendien declareere ik Captn van voorn: schip zelvers in persoon in en voor Cajuyts geplaats te hebben met een stiptelijk ordre van niemand op of af te laaten gaan als die reets daar toe gesteld om 't benodigde hand geweer op te haalen en dan De Officiers. — 5 vrage (wat hij de Costa gezien hadde doen hij in voor Cajuijt gekoomen was. Antwoord geladen geweeze opzien geeven en af¬ geschoten wederom Laag. vrage (of hij Joseph Christhole nieten kinde 6o die met een halve doorgehouden kop nog doorgedrongen was en in de Cajuijt gekoomen om zig meester van 't gewees te maaken. Antwoord, den Ioseph Chriskoole wel gekend te hebben vermits zij zamen gelijk geengageerd waaren en aan de bak gegeevende hebben. gevraagt of Joseph Christole vermits hij een van de rebellen geweest was en als Stuurma zoude geforrgeerd hebben als zy meester waren geworden mits tegen hem van 't Complot making gesprooken hadde Antwoorde dat deselve nooijt teegens hem daar van gesprooken hadde vraag (of hij dan niets en wiste van andere Zaaken ƒ Complot betreffende en of hij niemand kende die tot 't Complot behoorde! Antwoorde niets te weeten. 6 De leeden van den raad den delinquant heel suspect houdende en van gevoele zijnde dat deselve met Ioseph in de voorcajuijt gekoomen was en inde Confusie een houwer bekoomen waar seeker 't slegte einde van zijn Cameraad Chris¬ kole gezien als doen voor de Cajuyt gebleeven vermits hij er niet uytkonde gelyk zijn ander Cameraad Jan Grebel onder de Trap van den opgang van tusschen diks in de voor cajuyt was blyven leggen om te zier hol het met de twee voornoemde mogte afloopen. waar op de leeden van den raad deese interoga¬ tie nogmaals nagesien te hebben in geen vaste bewysen te hebben goedgevonden hebben gelijk zy goed vinden oa den delinquant in bewarin„ t Stellenen in arrest te bewaaren om hem aan de Caab de Goed hoop aan de Justitie overteleveren om aldaar nader geinverogeert te worden. Ook stelde men voor den raad den persoon Thobias Blas geboortig van Brussel oud 25 Iaar soldaat in dienst van de Compen legge„ hem volgende vragen voor de revolt betreffende o vrage (wie hem in arrest genoomen hadde Antwoord den Corporaal Steenroth door Ordre van de Comme eur Lem po 2 vraage /: wat weetenschap hij van 't gemaakte Complot wiste te zeggen en van den oploop die er voorgevallen waere. el Antwoorde dat de valbonn hem gepasponeerd hadde om met haar toe te houden en in haer Complot te komen om 't schip te bemeesteren en alles aan stuken dood de slaan en met 't Schip na vrankrijk af elders te gaan en dat Ioseph Chriskool zijnde mattroos bij d EComp 't zelve als stuurman dan wel zoude brengen waar zij weesen wilden. vragen vraage /: of de Valbonne niet meerder van sijne voorneemens tegens hem gesprooken hadde. Antwoorde dat deselve wel verder zoude gekomen hebben maar dat de van weijke waer aan gekomen gaan in hand valbonne van hem weggetrokke 4o vrage /: wat hij op de Proposities des valbonne geantwoord hadde! Antwoorde niets dat hij na beneeden in zijn kooij gegaan en tot 12 uure daergebleeven was Gevraagt om wat tijd 't geweest was doende valbonne hem de Proposities gedaan n hadde Antwoorde om agt uuren des avonds C„o vraage /: waarom hij doen niet agter waere gekoomen in haar godeoose voor „neemens aan de Officiers van 't schip hadde te kennen gegeeven Antwoorde dat hij niet geweeten hadde wanneer ze beginnen wilde endat hij ook net geweeten hadde daar wel aangedaan te hebben vermits hij geen getuijge hadde die daar bij geweest waarin vrage waar hij geweest was doen het tremult in 't schieten van het hal verdek begonnen: Antwoorde in zijn hangmat geleegen te hebben tot dat men hem gevangen genomen hadde E 8:e vraage (of hij niet en weet wanneer Jemand een Complot of zamen zweering van moordagtige voorneemens ontdekt en daar toe nog gepresenteerd word deel aan 't zelve te neemen in 't zelve in 't gehuir houde en niet ontdekt aan Nt. 20 E

NL-HaNA_1.04.02_10986_0175 view scan ↗

English

to his commander, is also held guilty of such a plot. Answered that he had never been in such circumstances and did not know whether he would have done well in doing so. Question: what he had thought when the shooting began, or whether he had not heard it. Answered that he had been in his hammock and did not know who was doing it. 10th question: whether he could not remember or recall if someone had been present when Valbonne made propositions to him. Answered that he could point out no one, since it had already been dark, and that he could say nothing about it. Upon the interrogation of this man, the members of the ship's council unanimously decided to keep the delinquent in custody in order to deliver him to justice at Cabo de Goede Hoop, so that he may be further interrogated and the matters further investigated, as the members of the council found the matter rather obscure to them. Arrested on the aforementioned ship on 19 July 1786 in the presence of the members of the ship's council. Furthermore, Franciscus Verbrugge, native of Beveren, aged 25 years, soldier of the Blue Corps, was brought before the council and interrogated in the following manner. 1st question: why he had been taken prisoner, and whether he also belonged to the plot. Answered that he did not know why he had been taken prisoner and that he did not belong to the plot, but that he had indeed heard and seen how the French or Luxembourgers were together and had planned among themselves that they together would storm the ship by force of hand, of which Valbonne had been the first, who had acted as the instigator. 2nd question: whether he then had no connection at all with the rebels, and whether he had not sat drinking in their company that same evening just before the revolt. Answered not to have drunk with them that same evening or to have been in their company. 3rd question: how he could then say that the French and others had formed such a godless intention to master the ship. Answered that he had stood far off and had heard and seen that they had concluded a conspiracy among each other and an undertaking. 4th question: why, having heard of such an undertaking and having seen such a gathering, he had not made it known to the officers of the ship or to his commander in order to prevent such a thing. Answered not to have thought about it, and that he had gone below. The person Johan Lonten, soldier of the Company, testifies that shortly before the revolt he saw Verbrugge with Valbonne in conversation, and that the delinquent Verbrugge struck the gangway with his hand and cursed heavily, which occurred when he stood sentry at the galley from 8 to 10 o'clock on the very evening of the revolt. The steward's mate Jan Klos also declares having seen the delinquent Verbrugge with Valbonne sitting drinking in company on the gangway shortly before the revolt. 5th question: what he had to say against these accusations of his, or whether he had not been in that company. Answered that he knew nothing of that. Whereupon the members of the Broad Council unanimously decided, as they thought proper, to place the delinquent in custody in order, upon a safe arrival at Cabo de Goede Hoop, to deliver him to justice together with the documents of his accusation, so that he may then be further interrogated. Further, Michiel Princerade, native of Brugge, aged 39 years, soldier with the Honourable Company, on account of the accusation of taking part in the occurred tumult, was brought before the council to answer the following questions. 1st question: whether he also belonged to the plot, and whether he also knew others who belonged to the plot. Answered to have indeed heard from Valbonne Vivant Blavignac van Weyhen, Noel, and others that they wanted to murder the captain with all the officers, except for one or two whom they wanted to keep to bring the ship to Cadix, of whom one was to be Jacobus Schellemans and the other a sailor whom he did not know by name, but that he had had no part whatsoever in the plot. 2nd question: why, if he had no part in the plot, he had given no notice of such knowledge to one of the officers of the ship, since he had known the intention of the rebels so long in advance. Answered that he had not known when they wanted to begin. 3rd question: why he had then asked the boatswain of the Company how far Cadix was from us. Answered that I only asked once because I had heard Cadix spoken of. 4th question: what he had to bring in and say against the declaration of the boatswain which had been read to him. Answered that he had said nothing at all against the boatswain other than that he had only asked how far it was to Cadix. Whereupon the members of the Broad Council thought proper to place him in custody and to keep him until we might safely arrive at Cabo de Goede Hoop, in order to deliver him there to justice and to be further interrogated. Actum

Dutch transcription

aan zijn Opperhoofd ook voor schuldig gehouden word aan zoo een Comp tot je Antwoorde dat hij nooyt in zulke gevallen geweest was in nit geweeten of hij daer wel aan zoude gedaan hebben.— vrage wat hij gedagt hadde doen 't schieten begon of hij dat niet gehoord hadde Antwoorde dat hij lange geweest was en niet weetende wie het deede 10 vrage /: of hij zig dat niet bevinnen konnen X of binnen brengen sater niet een of ander bij geweest was doende valbonne hem proposities gedaan hadde Antwoorde dat hij Niemand wees vermits 't ook al donker geweest was dat hij daar van niet zeggen konde. Op 't verhoorde deeses hebben de Leeden van den scheeps raad met Een parigheyd van Stimmer beslooten den delinquant in arrest te beweas om aan Cabo de goede hoop aande Justitie te overleeveren om nader verhoord ende saaken nader ondersogt te worden vermits de Leeden van den raad de Saak voor haer wat duister bevonden gearresteerd in 't voorn. Schip den 19: Julij 1786 in present van de Leeden dls scheeps raad. voorts is voor den raad gesteld francis Cus ver brugge geboortig van beveren oud 25 Jaar soldaat van 't blouwe Cor en overhoorden hem volgende Maaten waarom men hem gevangen genomen Co vrago hadde of hij ook meede in 't Complot¬ behoorde.. — Antwoorde 9 .. e e ƒ Antwoord niet te weeten waarom men hen„ gevangen genomen hadde en dat hij niet tot Complot behoorde maar dat hij wel gehoorden gesien hebbe hoedat de franschen of Lurem bourgers bij malkandere geweest warer en onder zig beraamt dat zij 't schip te zamen der hand bestormen wilde waar van de val bonne de eerste was geweest dewelke als apperateur gea¬ „geert hadde. 2o vrage /: of hij dan mit de rebellen in 't geheel gemeenschap gehad hebbe en of hij den zelven avondeven voor de revolte niet en haar geselschap heeft zetter drinken Antwoorde deselve avond niet met haar gedron„ ken te hebben ofte in haar geselschap geweest te zyn. vrege (hoe hij dan zeggen koster dat de fran„ sen en andere zoo een gotloos voornemen 3 geformeerd hadden om 't schip zig de bemeesteren? Antwoorde dat hij van verre gestaan en zulks gehoorden gesien hadde dat ze een samen zwermg onder malkander en onderneming besloten hadden. 4 vraage / waerom hij dan niet eene zulke gehoorde onderneming en gesien hebbende zamenrottin„ aande officiers van 't schip of aan zin Commandeur te kennen gegeven om zoo een zaak voor te koomen. Antwoorde niet daarop gedagt te hebben dat hij na beneeden gegaan was. 8 Den Persoon Ioh„n Lonten Soldaat van de Comp: getuigt als dat hij den verbrugge kort voor de revolte bij de valbonne gesien hadden in een redenatie en dat de De lingaant Delinquant verbrugge met zijn hand streek op de Koopplank Slvegen en swaar gevloekt hadde welke geweest was doen hij op schildwagt bij de Combuijs gestaan van 8 tot 10 uure den zelven avond der revolte. ook declaareert de botteliersmaat Ian Klos den delinquant verbrugge met den valbonne op de Loopplank gesien te hebben Litten dan„ „ker in geselschap kort voorde revolte. — vrage / wat hij te zeggen hadden tegens deese zine beschuldigingen of hij niet in geselschap waare geweest. 5. Antwoorde mits daar van te Weeten Waar op de Leeden van den Breeden raad een pa„ rig beslooten hebben gelyk ze goed vanden den delinquant in bewaring te stellen om met een bekende arrivement aan Cabode goede hoof hem aan de Justitie over te Leeveren benevens de stukken tot zijn belasting omme als dan nader geinterrogeerd te worden. verders stelden den Michiel Princerade geboortig van brugge oud 39 Jaaren soldaet bij de E d J Comp van wegens beschuldiging deel te hebben van t voorgevallen trinuilt voor den raaden ondervolgende vragen te beant= „woorden. 1„o vrage /: of hij ook meede tot 't Complot be„ hoorde en of hij ook andere dewelke ook tot 't Complot behoordenkende Antwoorde welgehoord te hebben van de valbonne vivant Blavignae van weyhen Noel onter Dat . 1 n dat zy den Capitain met alle officieren ver„ „moorden wilden uitgenoomen Een af twee die„ zij behouden wilden om 't schip na Cadix te bren„ „gen waar van de Een zoude weesen Jacobus Schellemans en de andere een mattroos die hij be¬ name niet kende maer hij hadde gantschen gaer geen aandeel aan 't Complot. waarom hij dan zoo hij dan geen aendeel van 't Complot hebbe geen kennis van zulke wetenschappen aen een van de officiers van 't schip gegeeven daar hij het zoo Lange van te voren geweeten hadde 't voorneemen der rebellen? Antwoorde dat hij het niet geweeten had wan„ „neer zo beginnen wilde. 3o vrage (waarom hij dan aan de bootsman vande Compl gevraagt hadde hoe verre dat Cadik van ons af was. . ee Antwoord dat ik maar zoo eens gevraagt om dat ik van Cadig had hooren spreeken vrage (wat hij tegens de declaratie des bootsma„ A„o in t brengen in te zeggen hadden welke men hem voorgeleesen hebben Antwoorde dat hij het lat geheel niets tegens Een bootsman gezegt hadde als dat hi maer gevraagt hadde hoe verre 't naCadox was. E e waarop de Leeden van den breeder raad goed gevonden hebben om hem in beworing te stellen en te houden tot dat wij behouden op de Caab de Goede hoof mogte arriveeren om hem aldaer aan de Justitie over te Leeveren en om naader geinterrogeerd te worden Adas

NL-HaNA_1.04.02_10986_0179 view scan ↗

English

Thus done and resolved on the Company's ship de Jonge Frank, July 1786 at latitude 12= 30, longitude 355= 10. And lastly, the person Jan Grebel, a native of Malta, sailor of the Company, was brought before the council and interrogated concerning the accusation and suspicion of being a participant in the uprising that occurred. Question: where he had been during the time of the revolt. Answered: that he had slept between decks. 2: why he had pulled Louis Lambelen by force out of his hammock during the revolt and beaten him so that his teeth had bled. Answered: that he knew nothing of that, but that he had indeed beaten him once before. 3rd question: why he had lain under the stairs of the cabin during the revolt. Answered: that his watch had been between decks and that he had slept there because that was his place. 4th question: who had ordered him to sleep in such a place under the stairs. Answered: no one, that he sometimes slept here and other times there as he pleased. Hereupon I, the Captain, say that he remained lying there under the stairs to see how it would turn out with his other mates, of whom one, Elias de Costa, had entered the forward cabin with a saber without it being known who let him in, and another, Joseph Christkooze, who came into the cabin to make himself master of the guns, but was thrown overboard through the cabin windows. Thus, he, Grebel, seeing that his comrades came to such a bad end, remained lying there. Whereupon the members of the council approved keeping this fellow in custody until, upon a safe arrival, delivering him over to the justice at the Cape of Good Hope to be further interrogated and investigated. Francois Valeran, native of Landseh in Flanders, 36 years old, soldier of the Honorable Company, is brought before the ship's council on July 23, 1786, on the accusation of being a member of the revolters, and the following questions were put to him: Why and for what reason he had been taken prisoner and placed under arrest. Answered: not knowing why, having been placed under arrest by order of the Commander and by order of the Captain. Question: whether he had not had fellowship with the rebels and whether he had not had knowledge of the plot. Answered: never to have been confronted with them in such matters. 3rd question: whether he had ever heard mention of the hatching of a plot. Answered: that he had indeed heard what occurred regarding the conspiracy and revolt, and that he had said as much to the corporal of the Luxemburgers. 4th question: where he had been when the revolt began. Answered: that he lay in his hammock, and that as soon as he heard the noise and saw the crew running above, he got up, and seeing that it was the revolt, he went and sat on his chest. 5th question: whether on the evening just before the revolt he had not been sitting on the forecastle in the company of the [illegible] and other rebels when Corporal Gommerling passed by, and that the [illegible] said, "You shall not walk there much longer." Answered: not to have been on the forecastle. Whereupon the soldier Wernhard Smid testified against him that he was there in conversation, of which he submitted a statement before the council of as much as he heard and saw, and that the delinquent had also spoken against him. The declaration of Bernhard Smid having been read to this fellow, [he said] that he knew nothing of this. Whereupon the members of the council, finding this matter somewhat obscure, unanimously resolved to keep the delinquent in custody in order to conduct further investigation. On August 31, 1786, the members of the ship's council having assembled again and putting the delinquent Franciscus Valeran once more to interrogation, put the aforementioned questions to him one by one, which he answered with the same replies, being able to learn nothing further from him. And seeing that he became somewhat sickly, the members of the council have approved allowing the delinquent to go about within certain limits under civil arrest until we arrive safely at the Cape of Good Hope, in order to then deliver him over with the accusation to the justice, and then conduct a closer inspection. Resolved in the ship's council on the aforesaid vessel on August 31, in the year 1786. In the margin: this prisoner died in September 1786. Also on this day, the person Jan van Kruipen was brought before the ship's council, who had been taken under arrest on suspicion. They questioned him as follows concerning the revolt: Whether he had had knowledge of the conspiracy and the plot that was formed, and of the revolt that occurred between the 16th and 17th of this month. Answered: that he knew nothing to say about the revolt, but when the French had gone aft inside on the 16th at 5 hours to ask for tamarind and sugar, he had gone along with them, for he had indeed known that they wanted to do so.

Dutch transcription

Aldus Gedaan en Gearresteerd in't s Comp: Schip de Jonge Frank V V Julij 1786 op A: 12= 30 Va Lengt 355= 10. En Laastelijk stelden den Persoon Jan Grebel geboortig van Maltha mattroos van de Comp voor den raaden overhoorden hem van weegens de beschuldiging en van verdragt een deelhebber te zin aan de voorgevalle opdoer. vrage (waar hij geweest was in de Tyd van revolte Antwoorde dat hij geslaapen hadde tusschen deks. 2 waarom hij den Louis Lambelen in de tyd van de revolt met geweld uit zijn hangmat gehaald en geslaagen hadch dat hem de Landen gebloed hadden - Antwoorde dat hij daar van niets in wiste maar dat hij hem wel van te vooren eenmael geslaagen hadden 3:e vraage / waarom hij onder de Trap van de Cajuel in de revolte geleegen hadde Antwoorde dat zijn wagt tussen deks ge weest was en dat hij daar geslaapen wil zulks zijn plaats geweest was. 4„o vrage (wie hem zulken plaats geordonneert hadden onder de Traffie te slaepen Antwoorde niemand dat hij Somtijds hier ende andere daar naer zijn plasier legt de slaapen ƒ ƒ Jles tee 3 . . de „ : Hier op zegge ik Capitain dat hij daar onder de trap is blyven Leggen om te zien hoe het met zijn andere maats ofliep waar van de Een Elias de Costa zig met een Zabel in de voor Cajuit gepasseerd hadde zonder dat men weet wie zulks toegegaan is ende andere Joseph Christkooze die inde Cajuijt gekoome om zig meester van de geweeren te maaken maar door de Caruil glaasen is over boord geworpen worden dus hij Crebel gesien dat zijne Canuraats met zoo een slegte einde daar van gekoomen hij daar is blyjven Legge waarop de Leeden van den raad goedgevorden den delen quant zoo Lange te beworen tot met een (behouden arrivement den zelven aan de Caab de goede hoop aan de Iustitie aldaar te overleeveren om nader overhoord en onderzoek te worden. Francois Valeran geboorteg van Landseh in Vlaenderen oud 36 Jaaren soldaat van d'E Com¬ word van weegens beschuldiging een meede Lid van de revolteers voor den scheeps raad gesteld op den 23 Juli 1786 en volgende vraagen voorgelegt. waarom en door wat reeden hij gevangen - genoomes en in arrest gebragt was Antwoorde nut weetende waarom zynde e G door ordre vanden Commandeur en P„r ordre van den Capitn en arrest gebragt vrage (of hij geen gemeenschap met de rebellen gehad hadde en of hij gee weetenschap van 't Complot gehad hebben Antwoorde nooyt met haar in diergelyke zaaken geconfronteerd te hebben. — vraagen 1 ƒ 3e vrage (of hij nooyt had hooren spreeken van 't Complotmaking Antwoorde dat hij wel gehoord hadde wat gepasseerd is wegens de Samen sweeringen revolt en dat hij zulks aan den Corpz soui hoe vande Luremburgers gezegd hadde Ao: vrage (waer hij geweest was doende revolte begonnen- ƒ Antwoorde dat hij in zijn hangmat gelegen en dat zoo draa hij het Leever gehoord hadde en 't volk na boven zien Loopen was opge „staan en zoo hij gesien dat 't de revolke was zoo was hij op zijn kist gaan zitten. E vreege (of hij niet des avonds even voor de revolke in geselschap van de valborme in andere rebellen voore op de bak geseeken hadde doende Corporael gommerling daar voor bij gange en dat de volbanne gezeid heeft gij zult daar niet Lange meer daar wandelen. Antwoord niet op de bak geweest te hebben waarop den soldaat Wernhard Smid teegen hem getuigt dat hij daar is geweest in Conversatie waar van hij een verclaaring voorden raad heeft gepasseerd van zoo verre hij heeft gehoord en gesien hebbe en dat hij delinenant nog teegens hem gesprooken hadde. E De verclaring van Beonhard midderdelen „quant voorgeleesen te hebben en dat hij van deese niet wiste. waarop de Leeden van den raad dese zaek wat duister bevindende resolveerden Een parig den delinquant in bewaering te houden om naader ondersoek van te neemen 3 Op den 31 Augustus 1786 de Leeden van den scheeps raad weder vergaderd zijnde en den delinquant francissus valevan weder in verkooring, stellende en hebben hem voormelde vragen een voor een gevraagt welke hij met dezelfde antwoorden beantwoord kunnende niets verders van hem te weeden krygen En dat hij wat siekelijk wierde hebben de Leeden van den raad goed gevonden hem Delinguanten in die zeeker grens te Laten gaan in Civiele arrest tot dat wij met behouden arrivement aan Caab de goede hoop koomen om als dan hem met de beschuldiging aan de Iustitie over te leeveren en als dan nader Jnspectie te neemen gearrivteerd in den scheepraad op voorn: bodem den 31 Augustus in't' Jaar 1786 in marginie deese arrestand is kenfber 1786 overleeden. Ook stelde men de persoon Jan van Kruipen op deesen dag voorden scheeps raad welke presumatie in arrest genoomen was vraagden hem volgen des de devolte be„ toeffende. of hij wetenschappen van Laminsweering en gemaakt Complot gehad hadde en vande revolt die tusschen den 16 en 17 deese waere voorgevallen Antwoorde dat hij niets vande revolke te zeggen wist maer doende franschen op den 50 16 huzes, agterop binnen gegaan om samerende en zuiker te vraagen en dat hij toen met haar was meede gegaan want daar hadde hij wan geweeten dat ze zulks doen wilden vaagen 6

NL-HaNA_1.04.02_10986_0183 view scan ↗

English

question whether he had not gone on Sunday morning the 16th ditto to someone whom he had proposed to join them. Answered that he had said such to the quartermaster Jan. 3rd question what he had then said to the quartermaster Jan. Answered that the French had said that if the soldiers and sailors did not want to join them, that the devil should take them all, and this he had said in the presence of the men of his mess. 4th question whether the French had then not told him that they wanted to murder everyone and make themselves master of the ship. Answered that he could say nothing of that. 5th asked where he had then been when the revolt began. Answered between decks and that he had crawled through the porthole on the starboard side after the revolt and thus arrived on the quarterdeck where he then helped to capture all the rebels. The quartermaster Jan van Horst testifies against the Joh.s van Kruysen that the same came to him on Sunday morning the 16th of July at half past eight o'clock and said, if you do not all go above to the quarterdeck then the devil shall take you. Also Hendrik Kupatz sailor of the Company testifies that the aforesaid Jan van Kruijse spoke the words accurately thus, although the same was hard in his pronunciation and not well to understand, but believed that he had said if you also go above, then the devil shall take the Captain. The members of the ship's council, having examined everything and found the matter somewhat obscure, have thought fit in these circumstances in which they still are to let the aforesaid Jan van Kruijsen go and retain a claim on the person until further investigation. On the 19th of September 1786 the officers of the ship discovered through the boy named Pieter François Gosen, native of Diest, aged 15 years, ordinary sailor in the service of the East India Company, the perpetrator of the breaking open of the steward's chest from which was taken the money that lay therein, twenty-two zesthalven, besides the gin and smoked tongues, and found through interrogation of the above-mentioned boy that the aforesaid Joh.s van Kruyse was the perpetrator of the same and that he had persuaded the boy to help, for which he gave the boy François half of the money. Besides this he had encouraged the boy to get into the gunner's room through the scuttle that is in the same in order to try to get the wine that stood therein, which he the boy had refused. Also questioned the boy whether he also had knowledge of the past revolt and whether he had not heard of it beforehand. Answered if he had been able to understand French he would possibly have known much, since Jan van Kruise had always been in company with the rebels and that he had always spoken in French with them, especially with the Joseph Chriskolo who had been killed in the revolt and would have been a mate if they had become master of the ship, that the same had always been his best mate. Whereupon we, commanding officers of the ship, thought fit, without observing any circumstances since the delinquent was a major subject in being of the plot of the revolt, to put the same Jan van Kruise back into irons until further investigation upon a safe arrival at the Cape of Good Hope by the justice there. Decreed on the East India Company ship de Jonge Frank the 9th of November 1786 at latitude 35 degrees 32 longitude 356: 152. Jean Baptiste Dupin, native of Poissons, aged 26 years, soldier in the service of the East India Company of the United Netherlands, was on the 31st of October 1781 put to examination on account of the accusation of having spoken slanderous language against the Captain and officers of the ship, following the questions. Firstly whether he also knew why he had been taken into arrest. Answered not to know why of such. 2nd asked of the delinquent whether he does not know what he spoke and said to someone on the 25th ultimo when the prisoners were transported to the warships of the State. Answered to this to have spoken to no one. Asked whether he had then not spoken to a soldier of the Luxembourg regiment named Simon Raimonde, asked whether Louis Roy and Ladroitte also went with the prisoners to the Lord Commandant. Interrogated whether he had not asked Raimonde why the prisoners were brought to the warship. Answered to this not to know having asked such. Asked whether Raimonde had not said to him there go the prisoners and what he had answered to that. Answered to know nothing of that. Whether he had not said that the Captain did this only to make himself beloved by the Commandant and said with a curse, are these prisoners not punished enough by sitting so long in the irons, but that the Captain and officers were scoundrels. Answered to this question not to know or to have said such. Whereupon we had the two witnesses come against the delinquent in his presence and questioned them, who in the delinquent's presence testified that he said the above, and signed according to the accusations against the delinquent in his presence. Having read the declaration of Remonde and Lambelin once more to the delinquent and asked him what he knew to say against the two declarations, he remained by his previous answers of not knowing of such and that it was an untruth what the accusers said. Whereupon we, commanding officers of the ship, thought fit to place the delinquent in custody in order to deliver him at the first occasion or opportunity to the Commandant of the warship of the State.

Dutch transcription

vraage (of hij sondags morgen den 16 do niet bij iemand gekoomen was die hij gepresen teerd hadde om meede toe te houden Antwoorde dat hij zulks tegens den quartiermeester Jan gezeid hadde. 3 e vraage (was hij dan teegens den quartiermeester Jan gezeid hadde. _ „ Antwoorde dat de franschen gezegd hadden dat wanneer de soldaaten en Mattroosen niet met haar hooden wilden dat de duvel haar allegaen haalen zouden en dit hadde hy geseyd in Presentie van Lijn baks volk. 4„o vrage of de franschen hem dan niet geregd had den dat ze alles vermoorden wilden en en zig meester van 't schip de maaken p. Antwoord- daar van niets te kunnen zeggen 6 5 gevraagt waar hij dan geweest was doende revolke begonnen Antwoorde tusschen deks en dat hij door d Patrijs Doortje aan Staarboord zeyde gekroopen na de revolte en zoo op het kalverdik gekoomen alwaer hij alles doen de rebellen heeft helpen vangen. den quartiermeester Jan van Horst getuigt tegens den Joh„s van Kruysen als dat deselve Sondags morgen den 16 Julij om halff negen uuren bij hem gekoomen wasen geseid zoo gij alle gaas niet met na booven gaan na 't halverdek dan zal Jon de duivel halen Ook Getuigt Hendrik Kupatz ma kroos vande Comp dat de voorn Jan van Kruijse accuraat de woorden zoo gesprooken hebben vedmits deselve zwaer in zijn uitspraak niet en wel te verstaan was, maer gelooften F dat hij gesegt hadde als gij meede naa booven, gaat dan zal de Duyvel de Capitain haalen 2 F ƒ .. . De Leeden van den scheeps raad, alles nagesien hebbende end' saak wat duister bevonden bevon„ den hebben goed gevonden in deese Ci Comstantie daar ze nog in bennen van voorn: Ian van Kruijsen Loo te Laaten en houder pretentie op de persoon tot nader onder zoek Op den 19 September 1786 ontdekten officiers van 't schip door de Jonge genaamd Pieter François gosen geborrtig van Diert Oud 15 Jaren Ligt matt=s in Dienst van de O7 Comp de daater van 't openbreeken van des hoffmeesters kist waar uit genoo¬ „men was 't geld dat daar in Legt twee en twintig Zesthalve beneevens de genever 3 en geroekte tongen en bevonden. Door verhooring des bovengen Jongans als dat voor zeede Ioh„s van kruyse de daader van 't zelve was en dat hij Jonge daar toe verlegd hadde om te helpen waarvan hij aan de Jonge frans„ gavan de helft van 't Geld gegeeven. Daar Nevens heeft hij de Jongens ge¬ „anomeert om inde Constapels Camer tun te koomen door 't Lugtgat dat in deselve is om de wijn die er daar in stonden 6de zien te krijgen 't welk hij Ionge grefuseerd hadde ondervraagden ook den Iongen af hij ook weetenschappen vande passeerde revolt hadde en of hij van te vooren niet daar van gehoord hadden. Antwoorde als hij 't frans hadde kunnen verstaan zoo zouden hij mogelyk veel geweeten hebbe vermits Jan van Kruise altoos met de rebellen in geselschap wa geweest en dat hij altoos in 't fransch met haar gesprooken hadden besonder met den Joseph Chriskolo die in de revolten gesmiuvelt waaren een stuurman zoude geweest zijn als zij meester van 't schip waren geworden dat deselve zijn beste maat altoos geweest was. Graar Waar op wij opperhoofden van 't schip goed vonden zonder eenige Circomstantie te op serveeren vermits den delencuant in groot subject was van 't Complot des revolte te zijn om deselve Jan van Kruise weeder in de boeger te zetten tot nader onderzoek bij een behouden arrivement aan Cabo de goede hoop door de Justitie aldaar. Gearresteerd in 't EsComp Schip de Ionge Frank den 9 Jbris 1786 op B325 32 Leng te 356: 152 Jean Waltist dupin geboorteg & Poisson oud 26 Jaaren soldaat in dinst van OsComp der vereenigde Nederlanden wierd op Den 31 8ber 1781 in verhooring gesteld wegens beschuldiging van Lasterlyk Taal uitgesprooken te hebben tegens den Capitain en Officiere van 't Schavvolgen des gevraagd. Eerstelyk of hij ook weeke waarom hij in arrest genomen was. — Antwoorde van zulks niet te weeten waarom — 2:o gevraagt aan den delinquant of hij niet en weete was hij op den 25 passato doende arristan „ten naar s Lands oorlog: scheepen getranspor„ teerd wierden tegens ijmand gesprooken en gesegt heeft Antwoorde hier op tegens niemend gesproo„ „ken te hebben. gevraagt of hij dan niet gesprooken hadde tegen een soldaat vande Luxembourger genaamt Simon Raimonde gevraagd hadde of Louis roij en Ladroitte met de arrestanten ook na de heer Commandant gongen ƒ ƒ 10 geintorogeerd of hij niet aan Raemonde gevraagd hadde waarom de arrestanten naa het oorlog schip gebragt wirde Antwoorde daar op van niet te weeten zulk gevraagt te hebben. F Gevraagt of Raimonde hem niets gezegd hadde daar gaan te heen de arrestanten en wat hij daar op geantwoord hadde Antwoord daar van Niets te weeten of hij niet gesegt hadde dat doede Capitain maar om zig bemind bij den Commandant te maaken en met een vloek geregt zijn die arrestanten niet genoeg gestraft van zoo Langen in de boeijen te zitten maar dat de Capitain en Officiere scheltman waaren Antwoorde op deese vred van niet te weeten of zulks gezegt te hebben. waar op wij de twee getuigen teegens der delinquant in zijn presentie Leeter Koomen en haar ondervraagd dewelke in zijn de delen„ „quants zijn presentie getuigd als dat hij boven„ staande gesegt heeft en volgens de beschuldigen tegens den delenquaat in zijn Presentie onderteekend. De verclaaring van Remonde en Lambelin nogmaals voorgeleesen te hebben aan den delinquant en hem gevraagt wat hij tegens de twee verclaaringe te zeggen wiste Wleef bij zijn voorige antwoorden van zulks niet te weeten in dat het onwaerheyd was was de beschuldigers zeiden. E Waarop wij opperhoofden van 't schip goed¬ vonden om den delinquant in bewaaring te stellen om bij de Eerst oxcatie ofte gelegent„ „heijd aan den Commandant van 's Lands 40 oorlog schl .

NL-HaNA_1.04.02_10986_0187 view scan ↗

English

Lit. to deliver to a warship, and whereas the same is also very suspect of being a member of the plot and the mutiny which occurred between 16 and 17 July 1786, and whereas he was a bedfellow of Jean Babtist Iarin, who was brought to execution without having had any honor. Thus resolved in camera on the Company ship de Jonge Frank on 3 October 1786, at 23 degrees latitude and 36 degrees 27 minutes longitude, under 7 degrees 50 minutes. Jacobus Schelleman, a native of Sluis in Flanders, aged 28 years, boatswain of the said Company, declared before the ship's council on 19 July 1786 his knowledge concerning the delinquent Michiel Princenrade regarding the riot that occurred between the 16th and 17th. First question: what he knew to say about the prisoner Michiel Princenrade. Answered that the same had come to him on Saturday the 15th of this month in the forenoon and had said to him: "Boatswain, you have already been to the East Indies and know about everything; pray tell me, how far is it from here to Cadiz?" Whereupon he, the boatswain, having asked the aforementioned Princenrade in reply, said that they could be at the Cape as quickly as at Cadiz, and asked why he, Michiel Princenrade, was asking him how far it was from here to Cadiz. To which the same had given him as an answer that if they could trust both the Germans and the French and Flemings, they would take the ship to Cadiz. Whereupon he, Schelleman, asked the solicitor Princenrade how it could be possible that they could get there with the ship, and that the same answered him that there were also soldiers who understood ship's work as well as the sailors did, and that they also wanted to keep some sailors. And that he, the boatswain, thereupon asked whether they also wanted to put him, the boatswain, to death; whereupon he received the answer that he did not know, but that they did want to keep some sensible and good ones. Second question: what he had done then when this had come to his knowledge. Answered that after eating he went aft and communicated this to the chief mate, and that the same had given him as an answer: what reason would they have for that, for they could get everything they wanted. Third question: whether he knew and could say anything else. Answered that when he had already known what such an enterprise they intended, he had been minded in the evening to go aft to stay there, but the sentinel would not let him pass, but he had gone through the waist onto the half-deck to defend against such a dangerous matter. Thereupon signed with his own hand. Was signed: Jacobus Schelleman. Review and Confirmation Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned person Jacobus Schelleman, who, this his preceding deposition given on board the ship de Jonge Frank having been read out clearly and distinctly word for word, declared that he persisted and would persist therewith, desiring that nothing further should be added to or taken from it, and spoke in confirmation of the truth the solemn words: "So truly help me God Almighty." Thus compared and sworn at the Cape of Good Hope on 22 November 1786. Was signed: Jacobus Schelleman. Lower down: in my presence, signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin, signed as commissioners: J. M. Horak, J. M. Bletterman. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the young sailor of the ship de Jonge Frank, Pieter Franciscus Goosen, aged 15 years, who, at the requisition of the pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared to be true: That he, the appearer, when on the said vessel de Jonge Frank the chest of the steward was broken open, had found lying with Johannes van Kruisen two ox tongues and a large case bottle with gin. That he, the appearer, had then asked the said van Kruisen how he came by that; van Kruisen had answered him that he had found that lying behind the pump, but that he, the appearer, must not speak of it, while van Kruisen gave him, the appearer, 11 and a half stuivers, which the appearer declares he immediately reported to Quartermaster Daniel. That furthermore van Kruisen had incited him, the appearer, to crawl through the scuttle into the gunner's room in order to steal wine from it belonging to Commander Lempe, but that this was refused by him, the appearer. Furthermore, that the said Jan van Kruisen was frequently in the company of the rebels and had spoken with them, which, however, the appearer could not understand as it was in French. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, and after it had been read out to him once again by way of review, he declared that he persisted and would persist therewith. Thus done at the Cape of Good Hope on 22 November 1786 before Messrs. J. M. Horak and Johannes Mattheus Bletterman, members of the aforementioned Honorable Court of Justice, who have duly signed the original minute hereof together with the appearer and me, the Secretary. Below stood: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the quartermaster of the ship de Jonge Frank, Jan van der Horst, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, declared to be true and truthful: That pursuant to his deposition already given on board the said ship de Jonge Frank, Johannes van Kruisen, when the rebels went above,

Dutch transcription

Lit oorlog schip over te Leeveren en vermits deselve ook heel suspect is van een Lid des Complots en den revolle te zijn 't welk voorgevallen is tusschen den 16 en 17 July 1786 - en vermits hij een bij slaap is geweest van Jean Babtist Iarin die tot Executie is gebragt in allesonder eer gehad hebben. Aldus Gearresteerd in 't Particulier aen Comp Schip de Ionge Frank den 3 8ber 1786 op 233 breede 36. 27 Lengt v7: 50 Jacobus Schelleman geboortig van Sluisen Vlaanderen oud 28 Jaaren bootsman van de d Comp verclaarde voor de scheeps raad den 19 Julij 1786 zijne wetenschappen tegens den dilingeant michies Princenrade vanden voorgevallen oproer tusschen den 16 en 17:— Go. wat hij van de arrestand michiel Princenrade te zeggen wiste Antwoorde als dat deselve den 15 deeser op Zaturdag & voordemiddags bij hem gekoomen en gezeid had tegens hem bootsman gij benter al in oost in dien geweest en weet over al beschiede zigt mijn Dog hoe verre het van hier tot na Cadik is. waar op hij bootsman der voorn: amen rade geantwoorden gevraagt hebben Dat ze zoo gouw op de Caas als te Cadig„ kunnen weesen en waerom hi Michiel princinrade aan hem vraagde hoeverre het van hier na Cadia was dat deselve hem daarop ten antwoord gegeven hadde dat wanneer zy Lod wen den duitschers als den franschen in flamanders betrouwen konde zoo wilden ze mis het schip naer Cadix gaan waarop hij Schellimg de Soliciteur „ Soleciteur Princenrade gevraagd hoe 't mogelik kunten weesen dat te met het schip daar na toe konde koomen en dat deselve hem geantwoord hebbe als dat er ook soldaaten die zoo wel 't scheepswerk als de matroozen verstonden waaren en dat ze ook nog eenige mattroosen behouden wilde en dat hij bootsma¬ daar op gevraagd of zij hem bootsman ook wilde om 't Leeven bringen waarop hij den antwoord gekreegen dat hy niet in wisten maar dat wel nog eenige verstandige en goede behouden wilden. co vrage ( was hij dan gedaan hadde doen hem zust waren te weeten gekoomen! Antwoorde dat hij na het Schaften agter afs gegaan was en zulks aan den Opperstuurm gecom numeert hadde en dat deselve hem ten antwoord gegeeven wat voor reede ze daar toe zoude hebben want te kreijgen Ja alles wat ze hebben konde 3 vrage / of hij van anders niet en wist en zeggen kunte Antwoord als doen hij al geweeten hadde hoe zy een zulk beginnen wilde zoo was des avonds van zins geweest agter op te gaan om daar te blijven maar de schild¬ wagt hien niet willende laten passeeren maar was door den rust op het halverdek gegaan om teegen zoo een gevaarlyke zaak te defenteeren. heeft daarop met zijn tegen hand onderteekend. /:was Geteekend Jacobus Schelleman ƒ Recollement ƒ Compareerde voor ons ondergeteekende gecomm uit den E Agtb Raad van Justite deese gouvernements voorn: persoon van Jacobus Schelleman den welke deese zyne voorenstaande aan boord van 't schip de Jonge grank gegevene depositie van woorde tot woorde klaar en duidelyk voorgeleesen zijnde betuigde daar bij te blijven persisteeren begeerende dat daar wijders iet was van ofte bij gedaan werden zal en sprak ter bevestiging der waerheid de solemneele woorden zoo waarlyk helpe mij god Almagtig Aldus gecolleert en beëdigt aan Cabo de Goede Hoop den 22 Novembr: 1786 was geteekend Jacobus Schelleman lager mij present getekend C: van Aerssen Secretaris in marginie als gecommitteerdens getekend J: M: Horak J: M: Bletterman. — . e Compareerde voor de ondergeteekend gecommitteerdens uit den E Agtb raad van Justitie deeses gouvernements de Iong mattroos van 't schip de Ionge frank Pieter Franciscus Goosen oud 15 Jaaren dewelke ter requisitie van den prointirum fiscaal alhier d: E: Gabriel Exter verclaarde hoe waar is. Dat hij Compt. wanneer op gem bodem de Jonge frant, de kist van den hofmeester was opengebrooken bij Johannes van Kruisen had vinden Leggen twee Ossen tongen en een groote kelder fles met genover dat hij Compt. als doen aan gem. van Kruisen gevraagd hadde hoe hij daar aan kwam van Kruisen hem geantwoord had dat hij dat agter de pomp had vinden leggen, dog dat hij Compt. daar van niet moet spreeken terwijl van kruisen kin Comp„t 11 zest: halve gaf het geen e O en woord g e geen den Compt verclaar terstond aan den Quartiermeester Daniel te hebben gemaakt Dat wijders van Krieisen hem Compt. had aan¬ gezet om door 't Lugt gat in de Constapels Camer te kruijpen ten einde daar uit win te steelen die re Command: Lempe toebehoord dog dat zulks door hem Compt. is geweegen t geworden. Voorts dat gem Jan van Kruisen dikwils en gezelschap met de rebellen was geweest en met hem gesprooken had 't geen egter den Compt wys 't fransch was niet heeft kunnen verstaan Niets meer verclaarende geeft de Compt. voor redenen van weetenschap als in den teyd en nadat hem nogmaals bij weegs van recollement was voorgeleesen betuygd hij daer te blyven persisteeren. Aldus Gepasseerd aan Cabo de Goede koop den 22 9ber 1786 voor de heeren D: M: Storak in Ioh„s Maths„s Bletterman Leeden mitdien E: agtb raad van Justitie voorm die de minute deeser benevens de Compt en mij Secretaris meede behoorlyk hebben onder zee„ „kend /onderstond /. T welke ik Getuige was geteekend C: Van Berssen Secretaris Compareerde voor de ondergeteekende gecomm uit den E Agtb raad van Iustitie deeses gouvernement De Quartiermeester van 't Schip de Ionge frank Jan van der horst van Competente ouderdom dewelke ter requisitie van den prointirim fiscaal d' E. Gabriel Exter verclaarde waar en waaragtig te zyn Dat ingevolge zijne reeds gegevene depositie aan boord van gemelde schip te Jonge Frank Johannes van Kruide wanneer de rebellen naar boven zijn gegaan S

NL-HaNA_1.04.02_10986_0191 view scan ↗

English

went to force the Captain to give them more rations. They tried to force the deponent to go upstairs with them as well, saying that if you all do not go upstairs together, then the devil will take you, to the quarterdeck. Further declaring that the said van Kruise, the day after the revolt, when the deponent asked him where he had been at the time of the uprising, answered the deponent that he had been drunk and had been lying asleep on his chest, but later had crawled through one of the scupper ports and climbed onto the deck. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons of knowledge what is stated in the text, and after this declaration had been read out to him clearly and distinctly from word to word by way of verification, he testified that he stood by it, persisting that nothing would be added to or taken from it, and further, in confirmation of the truth, pronounced the solemn words: So truly help me God Almighty. Thus transacted and sworn at Cabo de Goede Hoop on 22 9br 1786 before the gentlemen J: M: Horak and J: M: Bletterman, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who duly signed the minute hereof alongside the deponent and me, the Secretary. Underneath stood: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, Simon Raimonde, soldier of the Legion of Luxembourg, of competent age, who, at the requisition of the interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared to be true and truthful: That when the rebels of the ship De Jonge Frank were handed over to the commanding warship De Amphitrite, a certain Dupie said to him, the deponent, among various other remarks, that their Captain handed these prisoners over to the Commander of the warship to make himself favored by the same, and that his said Captain, together with all the officers of the deponent's vessel, were a pack of scoundrels. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons of knowledge what is stated in the text, and after this foregoing was once again read out to him from word to word by way of verification, he spoke thereupon in confirmation of the truth in the French language the solemn words: Aussi vraiment m'aide Dieu Tout Puissant. Thus transacted and sworn at Cabo de Goede Hoop on 22 9ber 1786 before the gentlemen J: M: Horak and J: M: Bletterman, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who duly signed the minute hereof alongside the deponent and me, the Secretary. Underneath stood: Which I witness. Was signed: C: van Aerssen, Secretary. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, Louis Lambelin, sailor of the ship De Jonge Frank, of competent age, who, at the requisition of the interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, declared that it is true: That when the rebels of the aforesaid vessel were handed over to the commanding warship De Amphitrite, the Luxembourg soldier Simon Raimonde asked a certain Jean Waltert Dupie, soldier in the service of the Honorable Company, why one handed those prisoners over to the Commander, whereupon the said Dupie said to Raimonde: they have ridden the bilboes long enough, adding that the Captain and all the Dutch officers, together with the Commander, were a pack of scoundrels. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons of knowledge what is stated in the text, and after this had been read out to him clearly and distinctly from word to word by way of verification, he testified that he stood by it, persisting, and spoke in confirmation of the truth thereof in the French language the solemn words: Aussi vraiment m'aide Dieu Tout Puissant. Thus transacted and sworn at Cabo de Goede Hoop on 22 9ber 1786 before the gentlemen J: M: Horak and J: M: Bletterman, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who duly signed the minute hereof alongside the deponent and me, the Secretary. Underneath stood: Which I witness. Was signed: C: van Aerssen, Secretary. Articles prepared and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to examine Michiel Princenrade of Bruges, soldier assigned to the private ship De Jonge Frank chartered by the Honorable Company, at the requisition of the interim Fiscal G: Exter, the responses to be given by him to be duly recorded in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the soldier Michiel Princenrade of Bruges, who has given such answers to the opposite questionnaire articles as are noted beside each of them. Article 1: The prisoner's name, birthplace, age, and capacity. Michiel Princenrade, native of Bruges, aged 39 years, and having been stationed as a soldier on the ship De Jonge Frank.

Dutch transcription

gegaan om den Capit=n te dwingen om hun meerdere randsoenen te Geeven den Comp=t heeft willen forceeren om meede na boven te gaan onder 't zegger zoo gij alle niet meede na boovengaal dan zal je de duwvel halen— na 't haverdek - - - ƒ. - verclaarende wijders dat gem van Kruise daags na de revolto wanneer de Compt hem gevraagt had waar hy ten tyde van 'V oproer geweest was aan hem Compt geantwoord dat hij beschonken was geweest en op zyn kist had leggen slaper dog nader hand door een der patreijse porrten gekroopen nop 't dek geklommen was. — Niets meer verclaart geeft de Compt. voor reedenen van weetenschappen als in den teed en na dat hem deese verclaarde van woorde tot woord klaar en duidelyk bij weege van recollement was voorgeleeden betuyde daer by te blyven persisoeerende dat er weder iets bij ofte van gedaan werden zal hebbende voorts ter bevestiging der waerheyd de solem„ „neele woorden zoo waerlyq helpt min C god Almagtigz. E ƒ Aldus gepasseerd en beedigt aan Cabo de goede koop den 22 9br 1786 voor de heeren J: M. Htoral „ I: M: Wltterman Leeden uit den E Agtb: raad van Justitie voorm die de minute deeser beneevens de Compt en mij Secretaris meede behoorlyk hebben onderteekend /onderstond / I, welke ik Getuige /was geteekend/ C. van Aerssen, Secretaris. F e ƒ Compareerde voor ons ondergeteekende gecomm net den E: Agtb raad van Justitie deese gouvernements Simon Raimon de soldaet van 't Legion van Lucemburger van Competente ouderdom dewelk ter requisitie van den tarin„ terim fiscaal alhier d'E Gabriel Exter ver claarde waar en waaragtig te zijn. Dat wanneer de rebellen van 't schip de Jonge frank wierden overgegeven aan het Commandeerende oorlog schip De amphitrite Zeeker Dupai tegens hem Comp„t onder verscheide andere e aan a a 4 sitie de andere paopoosten gesegt heeft dan hun Capitn deese gevangenen aan den Commandant van 't oorlog schip overgaf om zig bemind bij dezelve te maaken en dat gem zijn Capitn. beneevens alle de officieren van zijn Compt. bodem een hoop Schelmen waaren. Niets meer verclaard Geeft de Comp„e voor reedenen van wetenschappen als in der text en na dat hun dit voorenstaande bij weege van recollement nogmaals van woord tot woord was voor geleeze heeft hij daarop ter bevestiging der waerheyd in de fransche Taal gesprooken de Solemneele Edoorde aussi vraimont maide Dieu Tout Puissante ƒ l Aldus gepasseerd en beëdigt aan Cabo de Goede Hoop den 22 9ber 1786 voor te heeren J: M: Horal J:M: Bletterman Leeden uit den E Agtb raad van Justitie voorm die de minute deeses beneevens de Compten. in mij Secretaris meede behoorlyk hebben onderteekend onderstond:/ 'T welk ik Getuyge was getekend E C: van Aerssen Secretaris. ƒ den Compareerde voor ons ondergetekende gecomm van „et den E Agtb raad van Justitie deeses gouver nements Louis Lambelin matts van t Schip de Ionge frank van Competent ouderdom, dewelk ter requisitie van den prointivin als fiscaal de E Gabriel Exter verclaard hoe waar is E Dat wanneer de rebellen van voorn bodem wer¬ den overgegeven dat 't Commandeerende oorlog schip de amphitrite de Luxembourgse sloldt Simon Barmende aan zeekere Jean Wabtert Dupie soldaat in dienst De E Comp gevraagd had waar om min die gevangen overgaf aan Den Commandant waarop gem Dufiue aan Radmonde gezegt heeft zij hebben innoo Lang genoegen de boeij gereeden met bij vreging dat de Capitainen alle de hollandsche officieren beneevens den Commandeur een hoef schelmen wooren, E Niets Niets meer verclaarde geeft de Compt. voor redenen van wetenschap als in den text en na dat dit hem bij weege van recollement vaan woord tot woord klaer en duidelijk voorgeleesen was te „tuigde hij daar bij te blyven persisteeren en spaak ter bevesting der waerheyd van dien in de fransche Faal de Solemneele woorden aussi vraiment mae de Diau Pout Prissante Aldus gepasseerd en beedigt aan Cabo de Goede hoop den 22 9ber 1786 voor de heere J: M: Horak en J: M: Wletterman Leeden uit den E Agtb raad van Iustitie voorm die de minute deeser beneevens de Compte. en mij Secretaris meede behoorlyk hebben onder teekend /onderstond/ T welke ik getuigen was geteekend C: van Aers ten Secretaris Compareerde voor ons ondergetekende Articielen gedaan maken de Comm un't den E Agtb raad van en aan heeren geconom uyt de Justitie deeses gouvernements E Agtb raad van Iustitie der den soldaat Michiel Paremrade Casteels de Goede hoof overgegeven van Vrugge dewelke op de neven omme ter requisitie van den „staande vraag Articulen zoo „ Procntorim fiscaal G: Exter p „daenige antwoorde gegeven heeft daarop gehoord te worden als bezeyden een yder derzelff Michiel Bruisenrade E van Wanggs soldaet beschyden staat aangeteekend op 't Partic van DE Comp ingehuurd schip de Ionge frank zullende deselfs te geeven des ponsiven in margine deeser behoorlyk worden bekend gesteld. Art: 1: des gev: naam geboorte plaats ouderdom en qualiteyd 39 Jaren en als soldaet op 't Schip de Ionge frank bescheyden geweest zijn van Brugge geboortegoud Ligt Michiel Princenrade VV d d

NL-HaNA_1.04.02_10986_0194 view scan ↗

English

Article 1: By whom he, the prisoner, was enlisted and with whom he came aboard the said vessel. States that he was enlisted at the East India House in Middelburg and came aboard with 21 soldiers of the Legion of Luxemburg and some other soldiers. Article 2: Whether or not at the beginning of the voyage hither, namely on 16 July 1786, there was a revolt on the ship. States yes, he knows well that there was a revolt, but not when. Article 3: Who the authors thereof were and whether he, the prisoner, was not also one of the principal leaders thereof. States that he does not know who belonged to it, as he did not belong to it. Article 4: On what occasion and with whom he, the prisoner, first spoke about it. States further that Valbonne, on the morning of the day the revolt occurred in the evening, said to him, the prisoner, while he wanted to go to the galley, in substance: We intend to murder the captain with the entire crew, but you must not tell, and then we will make a boatswain who has been in irons our leader to take us to Cadiz; and that he, the prisoner, had intended to reveal this, but had no opportunity to do so, and also that he did not know when this conspiracy would be carried out. Article 5: Why he, the prisoner, declared in his examination on board that he had heard this from five persons, and therefore must have spoken falsely in one case or the other. States as before. States that no one else spoke to him about it other than the aforementioned Valbonne. Article 6: Whether he, the prisoner, did not ask the boatswain Schelleman the day before how far it was to Cadiz. States yes, that he asked this on the very day of the revolt. Article 7: Whether he, the prisoner, did not also state that if the Germans, as well as the French and Flemings, could be trusted, the voyage would go there. States no, that he did not say such a thing, and asked nothing else than what has been stated above, and had asked this solely to find out beforehand whether that Schelleman also belonged to it, in order to expose the plot. Article 8: And that, once master of the ship, they would see who could be kept alive and spared. States no. The boatswain Schelleman, stepping inside, affirms the truth of this and the previous article; the prisoner persists in his negative. Article 9: Whether he did not begin by having the mutinous persons go aft to demand what the captain owed them, and to force the captain to issue more rations. States no. States yes, that the mutinous persons went aft to demand one thing and another that the captain owed them. Article 10: Whether this was not done primarily to win over the ship's crew and draw them into the plot. States that he does not know this. Article 11: When this plot was formed and of how many persons it consisted. States that he knows nothing of it, other than what the Frenchman Valbonne told him. Article 12: Whether the aim of this conspiracy was not to murder the ship's officers and make themselves master thereof. States that he does not know this. Article 13: Whether this was not to be carried out immediately if the captain did not comply with the rebels' demand. States no, he knows nothing of that. Article 14: Whether the execution was furthermore determined for that same evening, when the greatest part of the crew would be drunk from the gin they had received. States that he remained lying in his hammock. Article 15: Where he, the prisoner, had his post and what each person was supposed to do. States that he was not in any plot, that the French were against him and even threatened to throw him overboard, and during the voyage kept an eye on him. Article 16: Whether he, the prisoner, knows any others besides the executed and imprisoned persons who participated in this revolt. States that he knows no one and knows of no one who belonged to the plot. Article 17: What reason he, the prisoner, had to be part of that plot and, contrary to every duty according to the articles of war read to him, to make himself guilty. States that his intention had been to reveal it, but that he had no opportunity to do so. Article 18: Whether he, the prisoner, will not confess himself to be punishable in the highest degree for his true crimes. [illegible] Article 19: [illegible] [illegible] Article 20: Whether he will add anything in his defense. States that he knows nothing other than what he has said. Thus interrogated and answered at Cape of Good Hope, 22 November 1786, before the gentlemen J: M: Horak and J: M: Bletterman, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the draft hereof together with the prisoner and me, sworn clerk. Which I witness, signed: B: J: V: D: Riet, sworn clerk. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the soldier Michiel Princenrade, who, having had this his foregoing interrogation with the answers given thereto clearly and distinctly read to him, declared that he persisted therein, desiring that nothing more be added or subtracted, except only that regarding the statements that the French were not much to be trusted, the commander said: The French are too weak to undertake anything for which we should fear them. Thus done and re-examined at Cape of Good Hope, 18 September 1786. Was signed: Michiel Prinsenraade. Below: In my presence, signed: R: J: V: D: Riet, sworn clerk. In capacity as commissioners, signed: W: P: V: Reede van Oudshoorn and J: M: Bletterman.

Dutch transcription

zegt op 't O: J: Huijs te middelburg in dienst genoomen en met 21 Soldaaten van 't Legion Liekemboerger en nog eenige andere soldaaten en aan boord gekoomen te zijn zegt Ja wel te weeten dat er een revolte is geweest maar niet wanneer zegt niet te weeten wie„ ƒ wie de ouseurs daar van daar onder sorteerd mits geweest zijn en of hy geve hij daar niet onder gesorteerd niet ook een der voornaamste daar van is. heeft zegt nader dat Valbonne op die ligens te morgen zo als savonds de revolt voorgevallen is tot hem geve gezegt heeft terwijl hij ged„e na de Galzoe wilde gaan in Substantie wij zijn van meening om de Capitn. met de gantsche Equipagie te vermoorden maer gij moest zulks niet zeggen en dan zullen wij een bootsman die in de boeyen geseeten heeft tot hooft maaken om ons na Cadia te brengen en dat hy gev„ van intentie was geweest om zulks uiet te brengen maar dat hij geen accatie daar toe gehad heeft en ook dat hij niet geweezen heeft wanneer die Conspiratie ter uitvoer zoude gebragt worden zegt als vooren zegt Dat Niemand anders tot hem daar van Gesprooken heeft als eeven gem valbonne e Waarom hij gev„e in zijn poos aan boor verclaard heeft van vijff Persoonen zulks gehoord, t hebben en dus in 2 Een off ander geval besyden de meer„ „heijd gesprooken moet hebben. „ 5 Bij was geleegent heijd en met wier hij gev„e zig ten Eersten daar van Onderhouden heeft of niet in 't begin der reijze herwaards en wel op den 16 Julij H een revolt op 't schip geweest door wien hy get in dienst is genoomen en met wien hij aan boord van gem boden is gekoomen. Art: 2: Artil J: „ - is. 5 4 off hij get: dan niet aan den zegt Ja deselve dag van de bortsman Schelleman revolte zulx gesegt te hebben daags te vooren heeft gevraegd hoe verre 't naCadig was. e Ligt Neen zulx niet gesegt off hij get niet meede heeft te en anders niet gevraagd te hebben als 't geen hier vooren kennen gegeven dat indien op de Duitschers zoo wel als op de is gesegt en zulks alleenlyk franschen en vlamanders kan„ gevraagd had om voordien vertrouwd worden de rijse daar weg te verneemen of die Schelleman meede daermeede na toe zoude gaan. onder sorteerde om dat die Complottering uit te brengen Zegt Neen En dat min meester van 't den bootsman Schelleman schip zijnde zouden zien binnen treedende zegt Zeger wieer in 't Leeven en bij gehouden de waerheyd van dit en t voo„den 1/ konde worden rig articel aan den ged blyft bij de Negative Zegt Neen. zegt Ia, dat de opvoerige off denselven niet daar meede persoonen agteropgeweest heeft begonnen dat de ophoevege om 't eenen ander te Eischen agter op zijn gekoomen om de wat de Capt„n ten agteren was Capt=n tot 't uitgeeven van meerdere randsoen te dwingen 11 zegt zulks Niet te weesen zegt van mits anders te weesen als 't geen den franschman valbouw hem geregt hebben. off nit 't toelwit van deese Damensweering is geweest D' officieren van 't Schip te vermoorden en zeeg meester daar van te maaken— 12 6 „ off dit niet int den hoofden is geschied om 't volk van 't schip te winnen en tot het Comptot over te haalen „ 10 wanneer dit Complot is gemaakt geworden en uit hoe veel persoonen deselve bestaen „9 A=o 18 e - Artel 7: S - is „ 13. — is t Artil 14. zegt zulks niet te weeten zegt Neen daar niet van te weten mat is blyven Leggen. zegt dat hij ged in zijn hang zegt onder geen Complot wat reeden hij get gehad geweest ten zijn dat de heeft om vandien Complot franschen tegens hem te zijn en teegens ieder sligt waarin en zelfs gedreygt hem na de articul brieff voorge„ om hem ged: overboord te, houden zig schuldig te werpen en geduurende de maaken. reijse toog op hem gen: gehad hebben hij gev niet nog eenige andere zegt dat hij niemand kind buyten de Executeerde en gevan„ en van niemand te weeten wie onder 't Complot behoord:/ gene persoonen kind die aan deese revolte gepartilipeerd hebben „19„ #f hij get zig door zyn waar Ligt dat zijn intentie was geweest om 't te openbaren en misdreeven niet ten hoogste maer geen occatie daer toe straffbaar zal bekennen gehad te hebben „18 „ 17„ 16 waar hij get zijn port heeft gehad en wat een yder daerbij heeft doen zullen off voorts de uitvoering met op den zelven avond is bepaeld geworden wanneer 't grooste gedeelte van 't volk door den ontfangene genever zoude beschonken zijn. off zulks niet directelijk ter Luitvoer heeft zullen gebragt worden indien den Capitain den Eysch van de rebellen niet zoude voldaen hebben At 15 S „ 6 Artil 20:— zegt niet anders te weeten als 't geen hij gesegt heeft Off hij nog iets tot zijne verschooning zal bijvoegen Adus Gevraagd en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 22 9ber 1786. voor de heeren= I: M: Horak: I. M: Bletter„ „man Leeden uit den E Agtb: raad van Justitie voorm: die de minute deezes benevens den gev: en mij gesw: Clercq meed: behoorlyk hebben onderteekend /onderstond/ 'T welk M Getuige was Geteekend/ B: I: V: D: Riet geswoore Clercq. — Recollement Compareerde voor ons ondergeteekende GeComm uit den E Agtb raad van Justitie deeses gouvernements den soldaat Michiel Princenrade dewelk deese Syne voorenstaande interogatorie met de daarop gegevene Resp„e„ klaar en duydelyk voorgezeeleen zijnde verclaarde daar bij te bliven persisteeren met begeerte dat daar niets meer bij of af gedaan werden zal Als alleenlik op de ge¬ „segdens dat de franschen niet veel te vertrouwen waaren den Commandant gesegt heeft de franschen zyn veel te zwak om iets te onderneemen waer voor wij vrees voor hun zoude hebben Aldus gedaan en Gerecolleerd aan Cabod: Goede Hoop Den 18 Septb 1786 was Getekend./ Michiel Prinsenraade Lager mij praesent /geteekend R: I: V: D: rut gesw: Clercq in mangane als gecomm: / geteekend/ W: P: V: Reede van Oudshoorn en J: M: Botter„ „man— verte „1 -

NL-HaNA_1.04.02_10986_0198 view scan ↗

English

Appeared before us, the undersigned delegated members from the Honorable Court of Justice of this government, the sailor Jan van Kruysen, who has given such answers to the adjacent interrogatory articles as are noted beside each of them in the margin hereof, having been duly informed of the responses he is to give. Articles drawn up and handed over to the delegated gentlemen from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, in order that the sailor Jan van Kruijsen of Bevergen be heard upon them at the requisition of the Fiscal Pro Interim G: Exter. Article 1. The prisoner's name, place of birth, age, and capacity. Answers: Jan van Kruijse of Bevergen, aged 32 years, and to have been enlisted as a sailor on the ship De Jonge Frank. Article 2. Whether he, the prisoner, upon his arrival on board or at the beginning of the voyage, had reason to be dissatisfied. Answers: No! Article 3. Whether he, the prisoner, on 16 July last was not among the number of those who likewise went aft to the Captain and demanded jenever and other rations by force! Answers: that he, the prisoner, was indeed aft, but that he, the prisoner, did not know what those persons went aloft to do, and that he had gone aloft, and that there was shouting aft, whereupon he, the witness, also climbed up on the starboard side and down on the port side. Article 4. Whether he, the prisoner, did not previously express himself to several of the ship's crew and, in substance, answered, if you do not all go aloft as well, then the devil take you. Answers: that the French had asked him, the prisoner, two or three days before, what the Instruction of the Company was, and that he, the prisoner, had answered not to know such a thing; that the French had told him that 20 of them would go aloft to the Captain to demand more rations, which he, the prisoner, was to warn his messmates about, which was done by him, adding that if they did not wish to join in doing so, the French would then give them a beating. Article 5. Whether the primary intention of them was not thereby to persuade the crew and bring them over to the plot; when and with whom he, the prisoner, agreed to do so. Answers: as before. Article 6. Whether this plot had not already been formed the day before and had as its objective to murder the officers and make themselves masters of the ship. Answers: says he does not know. Article 7. Whether he, the prisoner, did not confer about this with several persons, and that they would take the ship to Cadix. Answers: says he heard nothing of that. Article 8. Whether he, the prisoner, did not particularly hear from the sailor Chriskole in what manner they would bring the ship thither. Answers: says No. Article 9. When and by whom the plot was formed, and who were the authors and principal participants themselves. Answers: as before, to know nothing. Article 10. How he, the prisoner, can deny having participated therein, while he was a very good friend of the authors and constantly in their company. Answers: that he, the prisoner, had been good friends with all people. Article 11. Whether he did not speak with them further about this. Answers: to have spoken nothing more with them than good day, good morning. Article 12. Whether he, the prisoner, did not also seek to increase the number of the plot through his threats. Answers: as before. Article 13. Whether the unlawful demanding of rations and forcing of the Commander does not already make them rebels, or at least mark the beginning of the revolt. Answers: cancelled. Article 14. Whether he, the prisoner, will not thus confess to having largely participated therein and acted in an utterly duty-forgetting manner. Answers: also as before. Article 15. Whether he, the prisoner, was not also present and at his post at the time of the riot in the night. Answers: that he remained in his bunk. Article 16. Whether he, having found the stairs barred, did not crawl through the porthole and climb onto the quarterdeck. Answers: that he had climbed through the porthole to defend the officers and the rest of the crew against the rioters, but after everything had already quieted down, he did nothing other than help put away the firearms. Article 17. Whether he, the prisoner, did not also previously make himself guilty of breaking open the steward's chest. Answers: No, that he did not know where the chest was located. Article 18. Whether he did not take therefrom 22 half-stuivers, as well as jenever and some tongues. Answers: to have had no money since his departure from Europe, and to have found the boy by the pumps near the water butt, and to have received the jenever as a gift from his landlord. Article 19. Whether he, the prisoner, did not also encourage this boy to crawl through the vent hole into the gunner's cabin and hand out wine from there. Answers: says No. Article 20. Whether he, the prisoner, then gave any half-stuivers to the boy Pieter Francois Gosen to make him keep silent. Answers: says No, to have given nothing to that boy. Article 21. Whether he, the prisoner, does not acknowledge being punishable for his misdeeds. Answers: says to know of nothing and thus to have earned no punishment, and that the boy said such things in order to remain spared from beatings. Article 22. What he can further say in his defense. Answers: as before. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on 28 November 1786 before Messrs. Johs Marths Horak and Andries van Lettert, delegated members from the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original minute hereof together with the prisoner and me, the sworn clerk. Underneath was written: Which I witness, was signed, Reyno Johannes van der Riet, sworn clerk.

Dutch transcription

Compareerde voor ons ondergeteekend. Articulen gedaan maken gecomm: leeden uit den E: Agtb en aan heeren gecomm: uit Raad van Iustitie deeses gouvern„r den E Agtb rade van Justitie den mattroos Ian van Kruijsen des Casteels de goede koop over dewelke op de Nevenstaande gegeven omme daar op ter requisitie vraag Articulen Sodaanige van den Prointirim fiscaal G: antwoorden gegeeven heeft Exter daarop gehoord te worden als besijder een ijder derselve Jan van Kruysen van Eevergen zullende desselfs te gevene resp=e in margine deeser behoorlyk worden bekend gesteld. staan aangeteekend. zegt: Jan van Kruijse van bevergen oud 32 Jaaren en als mattroos op 't schip de Ionge Frank beschryden geweest te zijn. Zegt Neen! off hij geve bij zijn aankomst aan boord of in't begin van de rheijse heeft reede gehad van misnoegd te zijn. ArtC: 3:— zegt dat hij gev: wel agterop is off hij gev: op den 16 Iulij lb geweest maar dat hij geb: niet niet onder 't getal van de 9 geweeten had wat die persoon geene is geweest die mede agter naar boven zijn gaan doen op bij de Capitain zijn ge¬ en dat hij na boven gegaan „ koomen en Jamarijn genever was en dat er geroepen wierd en andere randsoenen met agterop zoo als hij get: dan geweld geEischt hebben! ook aan stuurboord zeijde op en aan bakboord zyde afgeklommen— zegt dat de franschen hem off hij gev: niet van de vooren geve twee of drie daagen te vooren, zig tegens meerdere van het gevraagt hadden was de Instructus scheeps volk heeft en suptante. van de Comp: was en dat hij gev: geantword uytgelaten, zoo gij alle niet meede had van zulks niet teweeten na boven gaat dan zal je de dat de franschen aan hem gesegt duiver haalen- hadden 20 van kunt naboven zoude Gaan vinden Capitain meerder randsoenen afte Eisschen 't geen hij gev: aan zijn baks volks moeste waarschouwen 't welk door hem gedaan was met byvoeging indien zijl: zulks niet meede doen wilde de fransen hunl: als dan slaagen zoude geeven— 0 Artil 4 AC 2 des gev: naam geboort Plaats ouderdom en qualiteyd artC5. e b art 1: e E 2 d art 5.2 zegt als vooren zegt zulks niet te weeten zegt daarmeede niets van gehoord te hebben zegt Nan zegt als vooren niets te weeten wanneer en door wien te t Complot is geformeerd geworden en wie ze selfs autuors in voornaemste - participanten geweest zijn 10: En zegt dat hij gev: met alle men Hoe hij gev: ontkonnen kan daer „schen goede vrinden geweest was aan geparticipeert te hebben Terwijl hij vande auteurs zeer goed vrund is geweest en geduurende in hunleeden geselschap 11. 9„ zij 't schip daar na toe zoude brengen C zegt Niets meerder met hen off hij gev: niet bijsonders gesprooken te hebben als van den Mattroos Chriskole goeden dagen goeden morgen heeft gehoord op wat wijze „ 8: off hij gev: zig niet met meerdere persoonen daar over heeft on¬ der houden en dat naar Cadix zoude gaan. 7 8 of dit Complot niet sdaags van te vooren al ges meeder geweest en tot doewit heeft gehad de officieren t vermoorden onzig meester van 't schip temaaken. — 6. of niet de voornaamst Intentie van hun L: daar bij is geweest om 't volk overhaalen en tot 't Complot doen overgaan wanneer en met wien hij gev: om zulks te doen heeft afge„ sprooken. Art 12 t te en — E zegt als vooren vevald. Legt Meede als Vooren zegt dat hij in zijn bed gebleeven 166 4 zegt dat hij door de Patrijs Poort off hij de Trappen beset gevonden geklommen was om de offieren hebbende niet door 't Patrijs poortje in 't overige scheepsvolk tegen gekroopen en op het halve de oproermakers te vertedigen Dik geklommen is.. dog na dat hij alles reeds tot bedaaren, geklommen niets anders heeft gedaan als de geweeren helpen wegbergen. „ 17„ zegt Neen dat hij niet geweeten off hij gev: zig niet ook vant heeft waar de kist gestaan vooren heeft schuldigt gemaakt aan 't openbreeken van de hof „meester zijn Kist. off hij Niet daar uyt heeft zegt geen geld gehad heeft genoomen 22 ses halven benevens seedert zyn vertrek uyt Europa en de Jongengevon genever en eenige fongen „den te hebben bij de pompen aan 't kort vat ende Genever van zijn huijs baas present gekreegen heeft 18 heeft! 15. E of hij gev: niet ter teyd van den oproer in de nagt meede present en op zijn post is geweest. of hij gev: dus niet bekennen zal grotelyks daar aan geparti¬ cipeert en ten uitersten pligt vergitende gehandelt te hebben of niet reets 't onwettig af Eischen der Randsoenen en 't forceeren van den Gesaghebber hun tot rebellen ten minster het begin der revolte maken Artl 12 of hij gev: niet ook door zijn dreij„ gement en 't getal van 't Complot heeft gesogt te vermeerderen 13.E artl is. „ 14: S. Artil 19 : niets gegeeven te hebben 20 off hij gev: deesen Jongen niet ook heeft geanimeerd om door 't Lugt Gat in de Constapels Ca¬ mee te kruypen en wynne daar uit aan te geeven zegt van niets te weeten en dus off hij gev: door zyne mis„ geen stoaff verdiend te hebben „dreeven niet bekend straff„ en dat die Iongen sulx „ baar te zijn gezegt heeft om daar door bevoyd te blyven voor Slaagen „ 2 1 _o Legt als Vooren Aldus gevraagden Beantwoord aan Cabo de Goede hoop den 28 9ber 1786 voor de heeren Johs Marth„s Horak en Andries van Lettert Leeden uit den E: Agtb raad van Justitie voorm die de Minute deeser benevens de den gev: en mij gesw: Clercq: meede behoorlijk hebben onderteekend /onderstond/ 'T wek ik getuij„ ge was geteekend Reyno Johan¬ nes van der Riet geswoore 3 Clercq. /:onderstond:/ wat hij verder tot zijn verschooning kan zeggen „ 22. _ aan den Jongen Pieter francois Gosen heeft gegeeven om hem te doer stit Lwijgen zegt Neen aan dien Iongen off hij gev: dan Eenige ses halven Legt Neen en e e F e .

← previousnext →