VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 11021

Cape · 610 pages · 131 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_11021_0099 view scan ↗

English

had to bring, living at the visch water, they being ordered to remain there at the place of the aforesaid Louw until the aforementioned Adriaan van zeijl would have arrived there from the hantam, and that they would have to help cut the barley and the corn for their board, that they, having brought the cattle to the place of the aforesaid Iacobus Louw at the visch water, out of fear that van zeijl upon his arrival, or the aforementioned Weeser, according to threats made to shoot dead with a bullet anyone who might have made known their conduct, might hold them suspect and shoot them dead, they had departed during the night from the place of the aforesaid Louw to stellenbosch to make all this known to the landdrost, with the request that they might never again be sent to that side of the country, but rather wished to serve here for life for their board, also to be able to make known and maintain in the presence of the aforementioned van zeijl all the evil which he, his sons, and Ian Weesen have done, for these people were wicked folk. The deponent declaring lastly that because the wife and the children of the Hottentot Ruijter live with Christiaan van den Heeren, the child of him, Ruijter, named antje, having now and then come secretly to him, Ruijter, which vexed the aforesaid van zeijl, such that he finally hanged the same child first from a tree under the arms, and while thus hanging beat her with a sjambok, subsequently hoisted her up backwards by the arms, and beat her in such a manner that the child no longer had the use of her arms, further ordered his son willem van Zeyl to shoot that child dead, as Willem then also wounded that child in the head with two shots, and finally pelted her to death with stones by the aforesaid Willem van zeijl, the deponent declaring indeed to have been present at the hoisting up and beating, but not at the shooting and stoning, because he was in the veld that day, but to have heard this from the female hottentots Catrijn and Griet, who were present at the shooting and stoning, the deponent having nevertheless seen the corpse that evening, the head being entirely battered, and almost eaten up by the vultures. The deponent testifying to have enjoyed nothing for his share, no more than the other hottentots, as also that he, the deponent, had learned from the other hottentots who had also gone along, that the aforesaid van Zeijl, his sons, and Jan Wiesch acted in a murderous manner toward the hottentots from whom that great multitude of cattle was stolen, without those people having spoken a word to them, or done any harm. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to maintain the same further. Thus done at the Cape of Good Hope on 12 November 1787, before the gentlemen Carel Mapa and Ioh:s Smuts, members of the Honorable Council of Justice of this government, who, along with the deponent and myself, the sworn clerk, have duly signed the original hereof. Below which: Which I witness: was signed: R: J: V: d: Riet, sworn clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice, the aforementioned Hottentot Andries, to whom this preceding declaration of his having been read clearly and distinctly word for word, he declared to persist therein, wishing that nothing more be added thereto or taken therefrom, stating that all the foregoing contains the pure truth. Below stood: Thus done and re-examined at the Cape of Good Hope, on 18 November 1787. Was signed, and written around it: this cross was placed by the deponent's own hand. Below: in my presence: was signed: R: J: V: d: Riet, sworn clerk. In the margin: as commissioners, and signed: C: Mapa and Ioh:s Smuts. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the Hottentot Ruijter, of competent age, who, at the requisition of the merchant and Landdrost of the Districts of stellenbosch and drakenstijn, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, declared the following to be true. That the deponent, according to his best recollection in the rainy season or according to the deponent's own words, in the beginning of the flower time of the past year 1786, without being able to determine the precise month or day due to ignorance, together with the Hottentots, big Piet, and little Piet Eijland, Piet Namacqua, Iasen Andries, as well as the Bastaart hottentots Paul, Gerrit Stoffel, and Gerrit Beer, having been commanded by the veldwagtmeester Adriaan van Zeijl to go against the bushmen hottentots, who for the greatest part had stolen the cattle from the place of the burgher Paul Carstens, with him, van zeijl, and his two sons Andries and Petrus van Zeijl, along with

Dutch transcription

woonende aan 't visch water heeft moeten brengen, zijnde zylieden gelast omme aldaar ter plaatse van voorsz: Louw te blyven, tot dat voorm: Adriaan van zeijl uijt de hantam aldaar zoude zyn aange„ „komen, en dat zijlieden voor de kost zoude moeten helpen, de garst en 't koorn afsnijden, dat zijl: 't vhee gebragt hebbende op de plaats. van voorsz: Iacobus Louw aan 't visch water uit vreese dat van zeijl bij zyn komst, of voorm: Weeser volgens gedaane drijgementen, om met een kogel die dood te schieten, die hunlieden gepleegde handelwijze mogte hebben bekend gemaakt, hun verdagt mogte houden en doodschieten zylieden zig des nagts van de plaats van voorsz: Louw hadden begeeven, naar stellenbosch om aan den landdrost dit alles bekend te maaken, met ver„ „zoek dog nooyt weederom aan die kant van 't land te moogen werden gezonden, maar liever leevenslang alhier voor de kost te willen dienen, ook om in praesentie van voorm: van zeijl te kunnen bekend maaken, en staande houden al 't kwaad„ 't welk hij zyne zoonen en Ian Weesen gedaan heeft, want dat deese menschen kwaare duijt„ „zers waaren. Verklaarende den Comp=t nog laatstelijk dat vermits 't wijf en de kinderen van den Hottentot Ruijter bij Christiaan van den Heeren woonagtig zijn, 't kind van hem Ruijter met naame antje, nu dat r gem: er gee¬ s ost d ge„ an u ende nu en dan wel eens hijmelijk bij hem Ruijter gekoomen zijnde, zulx voorsz: van zeijl verdroten hebbende, zo dat hij eijndelijk 't zelve kind, eerst aan een boom, onder de Ovelen opgehangen, en zoo hangende met een sjambok geslaagen, vervolgens aan de armen Agterwaards opgeheezen, en dus daanig ge„ „slaagen, dat dat kind 't gebruijk haarer armen niet meer had, wijders zyn zoon willem van Zeyl geordonneert om dat kind dood te schieten, gelyk Willem dan ook met twee schooten dat kind aan 't hoofd gequetst, en eyndelyk met steenen door voorsz: Willem van zeijl dood gesmeeten, verklaaren „de de Comp„e wel by 't ophyzen en slaan praesent geweest te zyn, maar niet bij 't schieten en stee„ „nigen, vermits hij dien dag in't veld geweest is, maar zulx gehoord te hebben van de hottentottinne Catrijn en Griet, die bij 't schieten en steenigen zyn praesent geweest, hebbende den Comp„s egter dat lijk dien avond gezien aan't hoofd geheel vermonselt, en door de aasvogelen byna opgegeeten zyn Betuijgende den Comp„e niets voor zyn aandeel zo min als de overige hottentotten te hebben ge„ „nooten, als meede dat hij Comp„s van de andere hottentotten, die meede geweest zyn, vernoomen had, dat voorsz: van Zeijl zyne zoonen, en Jan Wiesch op een moorddadige wijze de hottentotten daar die groote meenigte beesten van geroofd zyn, ge„ „handeld heeft, zonder dat die menschen hun een woord woord hadden toegesprooken, ofte eenig leeden gedaan. Niets meer verklaarende geeft de Comp„e voor reedenen van weetenschap als in den text bereyd zijnde, zulx nader gestand te doen. — Dat Aldus Passeerde aan Cabo de Goede Hoop den 12 November 1787. voor de heeren Carel Mapa, en Ioh:s Smuts heeden uijt den E: Achtb: raad van Justitie dezes gouvernements die de menute dezes, benevens de Comp:e ende mij gesw Clercq meere behoorlik hebbe onderteekend. /:lager:/ 't welk ik Getuijge: /:was geteekend:/ R: J: V: d: Riet gesw Clercq. — Recollement Compareerde voor ons onderget: gecommitteerdens, uyt den E: Achtb: Raad van Justetie, den voorm: Hottentot Andries, dewelke deese zyne voorenstaan„ „de verklaaring van woorde tot woorde, klaar en duijdelijk voorgeleesen zijnde; verklaarde de „zelve daar bij te blijven persisteeren, met begeerte dat er niets meer by ofte van gedaan werden zal, leggende dat al 't voorenstaande de zuijvere waarheijd behelst. /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Gerecolleerd aan Cabo de /:onderstond:/ Goede koomen n ende aren eel La h. Goede Hoop, den 18 November 1787. /:was geteekend:/ /: en daar om schreeven:/ dit kruijs heeft den Comp:s eygenhandig gesteld, /:lager:/ mij praesent:/ /:was getekerd:/ R: J: V: d: Riet gesw Clercq. /:in margine:/ als gecommitt. s /:en geteekend:/ C: Mapa en Iol„s Smuts. Compareerde voor ons onderget:de gecommitteerden uijt den E: Achtb: Raad van Justitie deezes gouver„ „nements, den Hottentot Ruijter van Competenten ou„ „derdom, dewelke ter requisitie van den koopman en Landdrost der Collonien stellenbosch en draken, „stijn, de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman verklaar„ „de hoe waar is.— Dat den Comp„:e na best onthout in't reger saisoen of volgens des Comp„s eijgen gesegde, in't begin der bloem tijd, van den gepasseerde Iaar 1786. zonder dez praefisen maand of dag door onweetenhijd te kunnen bepaalen, neevens de Hottentotten, groote Piet, en kleijne Piet Eijland, Piet Namacqua, Iasen Andries, als meede de Bastaart hottentotten Paul, Gerrit Stoffel en Gerrit Beer, door de veldwagtmeester Adriaan van Zeijl gecommandeert geworden zijnde, om de bosjesmans hottentotten, dewelke voor 't groot„ „ste gedeelte, 't vee van de plaats van den Burger Paul Carstens, hadden geroofd, met hem van zeijl en zyne twee Zoonen Andries en Petrus van Zeijl, neevens

NL-HaNA_1.04.02_11021_0103 view scan ↗

English

to pursue together with the burgher Ian Weeser, he, the appearer, with the aforesaid Hottentots, had duly complied with that order and had followed him, van Zeijl, who had also taken two wagons. That the appearer, with the aforesaid persons, having all arrived in the Namaqualand, the said van Zeijl had hired some pack oxen from the Hottentots there, which were loaded by him, van Zeijl, in the presence of him, the appearer, and the other Hottentots, with provisions and a quantity of beads and knives, whereas the said van Zeijl had only then declared to him, the appearer, and the remaining Hottentots that it was not necessary to pursue the Bushmen, but that his intention was to go and shoot elephants in order to deliver them to the Honourable Company, and that he would give a portion to each of the Hottentots; which had angered the appearer and the remaining Hottentots, not wishing to do so, but had been compelled thereto by the said van Zeijl with threats, and thus continued their journey, except the Hottentots Andries and Jas, who had to remain with the wagons to watch them, up to nearly one and a half months from the Hantam, along the Great River, where the aforesaid Bastard Hottentots Paul, Gerrit, and Stoffel remained behind, pretending that since the aforesaid Gerrit was ill and could not go any further, the said Bastards would take the aforesaid Gerrit back home. [illegible] That thereupon the said van Zeijl with his sons and Wieser, together with the other Hottentots, having continued their way up to three days' journeys across the Great River, the aforesaid van Zeijl had then hired and taken along from the third Hottentot kraal a crowd of Hottentots, without the appearer being able to state the exact number since he cannot count, and continued the journey with all the Hottentots, while he, van Zeijl, occupied himself along the way with shooting hippopotamuses in order to make use of them during their journey. That they, having ridden approximately fifteen days' journeys further, on a certain morning, at about eight o'clock according to the calculation from sunrise, having approached a kraal of the Nanquinqua, a kind of Namaqua Hottentots, which were on the other side of the Deele River, being a branch or part of the Great River, he, the appearer, as well as his companions, had seen that all the Hottentots, both big and small, came out of that kraal, presumably to see what was going on, whereupon he, van Zeijl, and his sons directly dismounted from their horses, and without them having spoken a single word to the Hottentots, or the Hottentots to them, fired upon those Hottentots with live ammunition. That the aforesaid Wieser had waited with shooting until the aforementioned van Zeijl and his sons had fired the third shot, and only then discharged his gun like the others and continuously shot at the same Hottentots; That the aforesaid van Zeijl, having fired approximately the fourth or fifth shot, and having noticed that he, the appearer, and his companions did not shoot, directly went behind them with his loaded gun, the cock of which he had drawn back, and while thrusting with the muzzle of his gun, with which the appearer also received a painful blow to his neck, essentially said to them, with your permission, damned lot, why do you not shoot, do you not see that I shoot, and if you do not shoot, you shall get the same from me, and the appearer and his companions had then out of fear shot along with the aforementioned four Europeans that entire day, but they, the Hottentots, had always fired blindly away, while the said van Zeijl, his two sons, and Weeser continuously shot those Hottentots dead, and that this went on from about eight o'clock in the morning until late in the afternoon. That when the shooting had ceased that afternoon, he, the appearer, together with his companions, the other Hottentots, were sent across the river by the said van Zeijl, since they during the shooting had remained on this side of the river, in order to bring all the cattle of those mistreated Hottentots across to this side to him, van Zeijl, as they then indeed crossed the river pursuant to that order, but since the cattle had run wild due to the continuous shooting, they had not brought all of it, but only a large part, without knowing the exact number, across the river, the appearer and his companions being sent again the next morning by van Zeijl to fetch the remaining cattle. That the appearer with his accompanying companions, together with van Zeijl and the other persons, having stayed there that night, had departed from there the next morning, and having continued on their way back home, then arrived at the third kraal, whereupon the Hottentots hired by the said van Zeijl from that kraal parted from them and departed to their kraal, without the appearer being able to say whether those Hottentots received anything as a reward from van Zeijl, other than only a little tobacco. That the appearer, continuing their way hither together with the aforesaid accompanying companions, had met again the aforesaid Stoffel, Paul, and Gerrit, the said Stoffel being unable to walk any further as he was then ill, while the said Gerrit had completely recovered again. That the said van Zeijl, having discovered that thereabouts

Dutch transcription

neevens den burger Ian Weeser te agtervolgen, hy Comp„s met de voorsz: Hottentotten, aan die ordre behoorlijk hadden voldaan, en hem van Zeijl, dewelke twee wagens meede genomen had gevolgd. dat de Comp„s met de voorsz: persoonen, alle tot in't namacqua Land gekomen zynde, gem: van zeijl eenige draag ossen van de hottentotten aldaar gehuurd had, die door hem van zeijl: ter praesentie van hem Comp„s en de andere hottentotten, met provisien en een parthij Craalen en messen gelaaden geworden zijn, terwijl gem: van Zeijl, hem Compt en de overige hottentotten, als toen eerst gedeclareerd had, niet nodig te zijn, om de bosjesmans te vervolgen, „maar dat zyn intentie was om olyphanten te gaan schieten, ten eijnden aan d' E: Comp„e te Leeveren, en aan yder der hottentotten, een portie te zullen afgeeven, 't geen den Comp„s en de overige hottentotten getoord had, zulx niet gaarne te willen doen, dog door gem: van Zeijl met drijgementen daar toe genood„ „zaakt was geworden, en dus hunne rhijze heept de hottentotten andries en Ias, die by de waagens moesten blyven opassen, vervolgd tot bijna een en Een halve Maand van den Hantam, langs de groote rivier, alwaar de voorsz: Bastaart hottentotten Paul, Gerrit en Stoffel verbleeven zijn, voorwendende dat vermits voorsz: Gerrit ziek was, en niet verder meede konde, de by de gem: Bastaarden voorsz: Gerrit te rug na huijs zoude brengen. — Dat terd: a gene: teerden aken, erklaar„ Saisoen. u t, Andries. Gerrit de, nen deze Dat daarop gem: van Zeijl met zyne zoonen en Wieser neevens de andere hottentotten hun weg vervolgd hebbende tot drie schoften over de groote Rivier, voorsz van zeijl, als toen uijt de derde hottertots Craal een menigte hottentotten, zonder dat de Comp vermits hij niet tellen kan, 't juijste getal weet te leggen, gehuurd en meede genoomen had, en de weg met alle de hottentotten vervolgd, terwijl hy van zeyl zig op weg bezig gehouden had, met zee koeijen te schieten, om daar geduurende hunne rhijze gebruyk van te kunne maaken. dat zyl: na gissing vyfthien schoften verdeer gereeden zijnde, op een zeekeren morge, bij na agt uuren volgens reekening van Sons opgang, bij een Craal van de nanquinqua een zoort van namacqua hottentotten, die aan de overzijde van de Deele Rie„ „vier zynde een spruijt of gedeelte der groote rivier genadert waren, hij Comp„t zo wel als zyne mackers gezien had, dat alle de hottentotten zoo groot als klijn uijt die kraal kwaamen, vermoedelijk om te zien, wat er te doen was, wanneer hij van zeijl, en zyne zoonen, direct van hunne paarden waaren gesteegen, en zonder dat zijl: met de hottentotten of de hottentotten met hun, een enkeld woord ge„ „sprooken hadden, op die hottentotten met scherp geschooten hebben. dat voorsz: wieser met schieten gewagt hebben tot dat voorm: van Zeijl en zyne zoonen de derde Schoot gedaan hadden, als toen zyn geweer meede gelijk de andere losgetrokken en geduurig op dezelve holtentot„ „ten geschooten had: — dat voorsz: van zeijl na gissing de vierde of vijfde schoot gedaan hebbende, en gewaar geworden zynde, dat hy Comp„s en zyne makkers niet schooten. zig direct met zyn gelaaden geweer, waar van hij de haar overgehaald had, agter hun begeeven, en onder 't voortstooten met de tromp van zyn geweer, waar meede den Comp„t nog een gevoelige Romp in zyn Nek gekreegen, hun substantieel toegevoegd had, /: S: V:/ verdoemde goed, waarom schiet Julluij niet ziet Jullii niet dat ik schiet„ en als Julluij niet schiet, dan zal Juluij van dezelvde soo krijgen, en had den Comp„s en zijne mackers als toen uijt vrees dien geheele dag met de voorm: hier Europeezen meede geschooten, dog hadden zijl: hottentotten altoos blind heen geschooten, terwijl gem: van Zeyl zyne twee zoonen en Weeser geduurig van die hottentotten dood geschooten hadden, en dat geschied geduurd van des morgens Circa agt uuren, tot laat in de namiddag. dat wanneer dien nademiddag met schieten uijtgeschijden was, hij Comp:s neevens zyne mak„ „kers de andere hottentotten, door gem: van Zeyl aan de overzijde der rivier gezonden waaren, vermits ZijL: met schieten aan deeze zyde van de rvrier zeyl na ie„ de Schoot rivier verbleeven zijn, om alle de beesten van die mishandelde hottentotten aan deeze zyde bij hem van zeyl te brengen, gelyk zyl. dan ook ingevolge die ordre door de rivier gegaan zyn, dog vermits de beesten door 't geduurig schieten verwildert waren, hadden zylt niet altemaal, maar alleen een groot gedeelte, zonder 't juijste getal te weeten, door de rivier gebragt zijnde de Comp:e en zijne mackers dien an„ „deren dag morgen, door van zeijl weeder gezonden, om 't resteerende vee te haalen. dat de Comp„se met zijne bijhebbende mackers benee„ „vens van zeijl ende overige persoonen dien nagt aldaar verbleeven zijnde, des anderen daags 's morgens van daar vertrocken waaren, en hun op weg weeder na huijs hebbende voortgezet, als toen aangekoomen zyn, aan de derde Craal, wanneer de door gem: van zeijl van die kraal gehuurde hottentotten van hun af„ en na hun Craal vertrokken waaren, zonder dat de Comp:e weet te zeggen, of die hottentotten iets voor belooning van van Zeijl gekreegen hebben, als alleenlijk een wijnig tobak. dat de Comp„e neevens de voorsz: bij zig hebbende mackers hun weg na herwaards vervolgende, wee„ „der aangetroffen hadden, de voorsz: stoffel Paul en Gerrit, kunnende gem: stoffel vermits toen ziek was, niet meer gaan, terwijl gem: Gerrit weder volkomen hersteld was. dat gem: van Zeijl ontdekt hebbende, dat, daar omtrent —

NL-HaNA_1.04.02_11021_0107 view scan ↗

English

whether there was any cattle, had asked the mentioned Paul at what place that kraal lay from which the cattle wandered, which was then also pointed out to him van zeijl by Paul. that the aforementioned van zeijl thereupon answered in substance to Paul, it is good that you know that, you must go there tomorrow with little Piet Eyland, Gerrit Beer, big Piet Eijland, Piet Namacqua, ruijter and Gerrit, and take away all the cattle of those Hottentots, and shoot all those Hottentots dead, for all those Hottentots who live in this region are scoundrels, they are like the Bushmen. that the mentioned Paul thereupon having answered to the aforementioned van zeijl, in substance, Yes master, but will that go well, and I do not know what evil those Hottentots have done, the mentioned Paul nevertheless had to go notwithstanding these reasons, while van zeyl had given his own gun along to Paul, with the substantial statement: go, you people must do what I order you, and if you do not do that, then the same will happen to you. and that the appearers with the aforementioned Hottentots having proceeded to that kraal pursuant to the aforementioned order while big Piet Eijland and the mentioned stoffel remained behind with the cattle that had been robbed from the other Hottentots by the aforementioned van zeijl and upon their arrival at those kraals had found all the Hottentots with their cattle. that that when they had fired two shots, as estimated, with blank powder, the aforementioned Hottentots staying there had dispersed from one another. that they, in order to satisfy the aforementioned van zijl, only drove a few beasts out of the herd and took them along, but that when they had advanced a distance from the kraal, some of the same Hottentot women and children had followed him, the appearer, and the others, weeping, and begged for the cattle robbed from them, whereupon the appearer and their companions had returned to the Hottentots all the cattle robbed by them, and kept only 15 head, because they were afraid that if they brought nothing along, they would then lose their lives, without their daring to say anything of what had happened, except only upon the questioning of the aforementioned van zeyl as to why they had not complied with his order by bringing all the beasts along, they had answered that those Hottentots had never done them any harm, whereupon the mentioned van zeijl had scolded and cursed them frequently, both then and afterwards. The appearer testifying that when he had to proceed with the other Hottentots to the other side of the river, where van zijl had shot at the Hottentots, to fetch the cattle, they had then found many Hottentots dead and had seen still many wounded, while a Hottentot woman had spoken with big Piet Eijland, without the appearer knowing what she actually said, since he, the appearer, had paid no attention to it. The appearer further testifying that when he returned with the other Hottentots from across the river to van zijl, the mentioned big Piet Eijland had said to him van zyl, Master, plenty have been shot dead there, the mentioned van Zyl having thereupon said something laughing, without knowing what that consisted of. The appearer declaring that of the young cattle that was robbed from those Hottentots by van Zyl, during their journey hither, because due to the hard driving they could not follow the herd, their throats were cut by order of van zijl, and they were thrown beside the road, and also that he, the appearer, as little as his companions, had enjoyed nothing for his share, while van zyl and his two sons together with Jan Wieser, as soon as they came home, divided the mentioned cattle among themselves, and the portion of weeser was sent to the place of his mother at the sonquas drift, and that portion of van Zeyl was driven by the appearer and the Hottentot andries to the place of the burgher Iacobus Louw living at the visch water, they being further ordered by van zyl to remain with the aforementioned Louw until the aforementioned Adriaan van Zyl should have arrived there from the hantam, as also that they would have to help cut the barley and the corn for their keep. that they, having brought the cattle to the place of the aforementioned Iacobus Louw at the visch water, out of fear that van zijl upon his arrival, or the aforementioned weeser according to arrangements made to shoot dead with a bullet anyone who might have made known their committed conduct, might suspect him, the appearer, and andries, and shoot them dead, they had proceeded by night from the place of the aforementioned Louw to stellenbosch in order to make all this known to the Landdrost, with the request never to be sent back again to that side of the country, but rather to serve here for their keep for life, as also to be able to make known and maintain in the presence of the aforementioned van zeijl all the evil that he, his sons, and Ian Wieser have done and carried out, for these were wicked scoundrels. The appearer further declaring that after the cattle had been robbed from the kraals situated nearest to the Christians by order of van Zijl, his sons, and the mentioned wieser, they had approached hither, and having arrived near the place of the burgher Petrus Dienaar, situated near the Hartebeeste river

Dutch transcription

omtrent eenig vee zig bevond, aan gem: Paul gevraagd had, op wat plaats die Craal tijde, daar 't vee van liep, zulx dan ook door Paul aan hem van zeijl was aangeweesen. dat voorn: van zeijl daarop in substantie aan Paul geantwoord hebbende, 't is goed dat zij dat weet, zij moet morge met klyne Piet Eyland, Gerrit Beer. groote Piet Eijland, Piet Namacqua, ruijter en Gerrit daar naar toe gaan, en neemen al 't vee van die hottentotten weg, en schieten die hottentotten altemaal dood, want al die hottentotten, die in deese streek woonen, zyn schelmen, zy zyn de boes„ „jesmans gelijk dat gem: Paul daarop aan voorsz: van zeijl geant„ „woord hebbende, in substantie Jabaas, maar zal dat goed gaan, en ik weet niet wat kwaad die hottentob„ „ten gedaan hebben, gem: Paul niet tegenstaande deeze reeden egter had moeten gaan, terwyl van zeyl zijn eijgen geweer aan Paul meede gegeeven had, on„ „der 't substantieel zeggen; toe sijluij moet doen wat ik uw ordonneer, en als syluij dat niet doet, dan zal Jyluy van 't zelvde overkoomen. & dat de Comp„s met de voorsz: hottentotten hun in„ „gevolge voorm: ordre na die kraal hebbende begee„ „ven /: terwijl groote piet Eijland en gem: stoffel bij 't vee 't welk door voorsz: van zeijl van de andere hottentotten geroofd verbleeven was, :/ en bij hun komst aan die kraalen alle de hottentotten bij hun vee aan getroffen hadden. dat — — „ oo - „dat wanneer zijd: twee schooten na gissing, met los kruijt gedaan hadden, de voorsz: daar onthou„ „dende hottentotten hun van den andere verstrooijd. hadden dat zijl: ten eijnde voorsz: van zijl te voldoen, sleg eenige beesten uijt de troup gejaagd, en meede genoomen dog dat wanneer zijl een end weegs van de kraal gevorderd waaren, eenige van dezelve hottentottinne en kinderen hem Compt. in de overige al huijlende ag¬ „tervolgd en om 't van hun geroofde vee gesmeekt had „den, als wanneer de Comp„e en hunne mackers aan de hottentotten al 't door hun geroofde vie te rug gegeev hadden, en slegts vijfthien stux gehouden, om dat zij bevreest waaren, indien zy niets mogte meede nee„ „men, als dan hun leeven te zullen moeten verliezen, zonder dat zijl: iets hebben durven zeggen van 't voorgevallene, als alleenlyk op de afvrage van voorsz: van zeyl, waarom zijl: niet aan zyne ord hadden voldaan, met alle de beesten meede te brengen, zyl: hadden geantwoord, dat die hotterlot hun nooijt eenig kwaad hadden gedaan, teru gem: van zeijl hun zoo wel toen als naderhand dit „wils geknord en gescholden had. —. Betuijgende de Comp„e dat wanneer hij met de andere hottentotten aan de over zyde der rivier alwaar van zijl op de Rottertotten geschooten hadde hun hadden moeten begeeven, om het vee te haale Lyt: als toen veele hottertotten dood gevonden en en nog veele gequetsten hadden gesien, terwijl een hottentottin met groote Piet Eijland gesprooken had, zonder dat de Comp„s weet. wat zij eijgentlik gezegd heeft, vermits hij Comp:s daar geen agt opgeslaagen had. — Betuijgende de Comp:s verder, dat wanneer hy met de andere hottentotten, van over de rivier bij van zijl te rug kwam, gem: groote niet Eijland aan hem van zyl had gezegd, baas daar is rykelyk dood geschooten, gem: van Zyl daar op laggende iets gezegd had, zonder te weeten waar zulx in heeft bestaan. — Verklarende de Comp„e dat van 't jonge vhee dat door van Zyl, van die hottentotten geroofd is„ geduurende hunne ryze na herwaards, vermits 't sterk drijven de troup niet kunnende volgen, op ordre van van zijl de hals afgesneeden, en besyden de weg gesmeeten zyn, als meede dat hij Comp„s zo min als zijne mackers niets voor zyn aandeel hadden genooten, terwijl van zyl en zyne twee zoonen neevens Jan Wieser, 't gem: vhee zoo dra te huijs gekoomen waaren, onder hun verdeeld, en't gedeelte van weeser na de plaats van zyn moeder aan de sonquas drift gezonden is, en dat gedeelte van van Zeyl door den Comp„s en de hottentot andries gedreeven zyn, na de plaats van den burger Iacobus Louw woonende aan 't visch water zynde zylieden nog door van zyl gelast, om bij voorn: Louws te blijven 0 „blijven, tot dat voorm: Adriaan van Zyl uijt de hantam aldaar zoude zyn aangekoomen, mitsg:s dat zijL: voor de kost zoude moeten helpen, de garst en't koorn afsnijden dat zijl: 't vlee gebragt hebbende op de plaats van voorsz: Iacobus Louw. aan 't visch water, uijt vrees dat van zijl bij zijn komst of voorm: weeser volgens gedaane arijgementen, om met een kogel dood te schieten, die hunlieden gepleegde handelwijze mog „te hebben bekend gemaakt, hem Comp„ts en andries mogte verdagt houden, en dood schieten, zylieden zig des nagts van de plaats van voorsz: zouw had den begeeven, naar stellenbosch om aan den Landdrost dit alles bekend te maaken, met verzoek dog nooijt wederom aan dien kant van 't land te moogen werden gezonden, maar liever leevenslang alhier voor de kost te willen dienen als meede om in praesentie van voorsz: van zeijl te kunnen bekend maaken, en staande te houden, al 't kwaad 't welk hij zyne zone; en Ian Wieser al gedaan en uijtgevoor heeft, want dat deeze kwaade duijtzert waaren. Verklarende de Compe nog, dat, na dat ter ordre van van Zijl zyne zoonen, en gemelde wieser, uijt de naast bij de Christenen geleegene kraalen 't vEer geroofd was, zijl: naar herwaards, genadert waren„ en gekoomen zynde omtrend, de plaats van den burger Petrus Dienaar de Hartebeeste rivier Genar geleegen

NL-HaNA_1.04.02_11021_0111 view scan ↗

English

situated on the Great River, where a small herd of the looted cattle were missing during the night, the aforesaid van Zijl had then made him, Andries, and also a certain Hottentot named Jas, lie down, and had them beaten by the Baster Hottentots, so that the welts can still be seen, whereupon, sitting on horseback alongside Jan Weeser, each with a musket, they had him, Andries, and Jas run in front of the horses, as fast as the horses could run, to the kraal of the aforesaid Pienaar, and having arrived there, van Zeijl and Weeser directly dismounted from their horses, and immediately beat the burgher Jan Blom, who held supervision there and who wished to inform them that the cattle had been found in the veld by his herdsmen, and taken into his custody, as he later testified, in such a manner that the man was left lying on the ground, subsequently drove the missing cattle out of the kraal, and afterwards continued the journey as far as into the Hantam. That the aforesaid van Zeijl having told them some time ago that he intended to send up a party of cattle, and that when they Hottentots came up into the country and the Landdrost might ask them where he, van Zeijl, or the mentioned Wieser, came by all those cattle, that they were then to say that the cattle were properly bartered by them, but above all not to say that he, van Zeijl, his two sons, and the mentioned Wieser had shot the Hottentots dead, and that all of this was merely lies, and if they were to make this known, he, van Zeijl, would rather shoot them dead as he intended to do with the others who had already done so. That for more than two months, without being able to specify the time accurately, by order of the mentioned van Zeijl, along with another Bushman Hottentot, they had to drive up hither a large number of cattle, also without being able to determine the number, under the supervision of the aforesaid Jan Wieser and one of the sons of van Zeyl, named Andries van Zeyl, and having arrived at the place of the burgher Pieter Weeser, the aforesaid Jan Weeser told them once again that he would go with them to the Landdrost, and that when they arrived there, they had to say in his presence that everything that might have been reported by the other Hottentots was untruthful, because on the journey they had done nothing other than barter cattle. The appearer finally declaring further that, since his wife resides with her children at the burgher Christiaan van den Heever's, the child of him, the appearer, named Antje, having now and then come to him secretly, which annoyed the aforesaid van Zeijl, so that he finally first hanged the same child from a tree under the armpits, and beat her with a sjambok for a long time, subsequently hoisted her up by the arms backwards and beat her in such a manner that the child no longer had the use of her arms, further ordered his son Willem van Zijl to shoot that child dead, just as Willem then also wounded the child in the head with two different shots; subsequently stoned her to death, to the deepest sorrow of the appearer, the appearer declaring that he was not present there, but had heard this from Andries and the other Hottentots, just as the appearer afterwards saw the body of his child virtually consumed by the vultures. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge that he is ready in his heart to confirm this further. Thus done and executed at Cape of Good Hope, the 12 November 1787, before the gentlemen Carel Mappa and Johannes Smuts, members of the Honorable Court of Justice of this government, who, together with the appearer and me, the sworn clerk, have properly signed the original of this. Below: to which I testify. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Review. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned Hottentot Ruijter, to whom, this his foregoing declaration having been read aloud clearly and distinctly word for word, declared that he persists in the same, with the desire that nothing more shall be added to or removed from it, saying that all the foregoing is the pure truth. Below: Thus done and reviewed, at Cape of Good Hope, the 13 November 1787. Was signed, and inscribed there: the appearer placed this mark below with his own hand. Lower: in my presence: was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. In the margin: as commissioners, and signed: C. Mappa, Johannes Smuts. Thursday the 7 February 1788. All present, except Mr. Christiaan George Maasdorp on account of indisposition. The sworn clerk Substitute Ryno Johannes van der Riet, appearing for the prosecutor, says, while exhibiting several declarations, the following: The prosecutor, before making any claim, requests by virtue of... The messenger stepping inside reports: The Landdrost of the Colonies Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewyk Bletterman, prosecutor in criminal cases on the one side; The Burghers Adriaan van Zyl, Andries van Zijl, Petrus van Zeijl and Jan Wiese, defendants in person, in the aforesaid case, on the other side, in order to hear such... That the second defendant Andries van Zeyl has not appeared.

Dutch transcription

geleegen aan de groote rivier, aldaar een kleijne trouw der geroofde beesten, in den nagt waaren ver„ „mist, voorsz: van zijl als doen hem Andries en nog zeekeren hottentot Jas, hadden doen nederleggen, en door de bastaard hottentotten laaten slaan, dat en de streemen nog van te zien zyn, vervolgens neevens Jan Weeser ieder met een snaphaan te paard gezeeten zynde, hem Andries en Jas voor de paarden uijt hadden laaten loopen, zoo snel als de paarden loopen konde, na de kraal van voorsz: Pienaar, en al„ „daar gekoomen zijnde was van zeijl en weeser direct van hunne paarden gesteegen, en terstond den aldaar de toezigt hebbende burger Ian Blom die hun wilde bekend maaken, 't vhee in't veld door zyne wagters aan„ „getroffen te zijn, en bij hem in bewaaring zoo als hy daar na betuijgde te hebben genoomen:/ zoo daanig hadden geslaagen, dat dien man op de aarde was bliven leggen, vervolgens 't vermiste vlee uijt de kraal gejaagd, en daar na de rhijze tot in den hantam voorts „gezet. dat voorsz: van zeijl hunlieden nu voor eenigen tijd gezegt hebbende, van voorneemen te zijn, om een parthij rhee op te zenden, en dat wanneer zijlieden hottentotten booven in't land kwaamen en den Land„ „drost hun vragen mogte, waar hij van zeijl of gem: wieser, aan al dat thee kwam, als dan te moeten zeggen dat, dat vhee door hunlieden mooij was ingeruijld, maar voor al niet te zeggen, dat hij van O zeijl zijne by de zoonen, en gem: wieser de hottentotten hadden hadden dood geschooten, en dat dit alles maar leuge waaren, en zo zijl: dit bekend mogte maken, zou hy van zeijl hunlieden eeren zoo dood schieten als hij voornee„ „mens was met de andere te doen, die zulks reets gedaan hadden. dat ziL: voor ruijm twee maanden zonder den tijd accuraat te kunnen bepaalen ter ordre van gem: van zeijl met nog een bosjesmans hottentat, een groot aantal rhee, zonder meede 't getal te kunnen bepaa „len, onder 't opzigt van voorsz: Jan Wieser en een der zoonen van van Zeyl: met naame Andries van Zeyl naar herwaards hebbende moeten opdryffen en ge„ „koomen zijnde, ter plaatse van den burger Pieter Weeser door voorsz: Jan Weeser nog eens hunlieden wa gezegd, dat hy met hun na den Landdrost gaan, en dat wanneer zyl: daar kwaamen, in zyn persent moesten zeggen, dat al 't geen door de andere hotten „totten mogte aangebragt zijn, Leugenagtig was, wan dat zijlieden op de togt niets gedaan hadden, als vhee geruijld. Verklaarende den Comp„t eyndelyk nog, dat vermits zijn Comp„s wyf met haare kinderen, bi den burger Chris„ „tiaan van den heever woonagtig is, 't kind van hem Comp„s met naame antje, nu en dan wel eens hij me„ „lijk bij hem gekomen zynde, zulx voorsz: van zeil ver „droten hebbende, zoo dat hij eijndelijk 't zelve kind eerst aan een boom onder de ovelen opgehangen, en zoo langende geslaagen met een sjambok vervol„ „gers „gens aan de armen agterwaards opgeheezen en dus„ „daanig geslaagen, dat, dat kind 't gebruijk haaret armen niet meer had, wyders zyn zoon willem van zijl geordonneert om dat kind dood te schieten, gelyk willem dan ook met twee differente schooten dat kind aan 't hoofd, gequetst; vervolgens met steenen dood gesmeeten, tot innig leedwezen van de Comp„e verklaarende de Comp„e daar niet bij geweest te zijn, maar zulx gehoord te hebben, van andries en de andere hottentotten, gelijk de Comp„s dan naderhand, dat lighaam van zyn kind genoegzaam door de aasvogelen verteerd hat gezien. Niets meer verklarende geeft den Comp„s voor redenen van wetenschap als in den hert bereyd zynde, zulx nader gestard te doen. Aldus Gedaan en Gepasseert aan Cabo de Goede Hoop, den 12 November 1787. voor de heeren Carel Mappa en Joh:s Smuts, leeden uyt den E: Achtb: raad van Justitie dezes gouvernements, die de minute dezes benevens den Comp„s ende mij gesw Clercq meede behoorlijk hebben onaerteekend. /:lager:/ 't welk ik getuijgen /:was getekend:/ R: J: V: d: Riet, geswClercq. — Recollement. Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt:s ƒ uijt den E: Achtb: Raad van Justitie deezes gouvernements. /:onderstond:/ den voorm: Hottentot Ruijter, dewelke deese zyne voorensta „de verklaaring van woorde tot woorde klaar en duy „delijk voorgeleesen weesende, verklaarde dezelve daar by te blyven versisteeren, met begeerte dat 'er niets meer bij ofte van gedaan werden zal, zeggend dat al 't voorenstaande de zuijvere waarheyd is /:onderstond/ Aldus Gedaan en Gerecolleerd, aan, Cabo de Goede Hoop, den 13 November 1787. /: was geteekend /: en daar omschreeven:/ dit onderstaande mer heeft den Comp„s eygenhandig gesteld. /:lager:/ mij prae „sent: /:was getekend:/ R:s J: V: d: Riet g ssw Clercq /: in margine:/ als gecommitt:s /:en geteekend:/ C: Mapa„ Joh„s Smuts. — Donderdag den 7. Februarij 1788. Praesentibus ommibus, dempto den Heer Christiaan George Maasdorp bij indispositie L: N: dat den 2=e ged: andries van Zeyl niet is gecompareerd. den gezwoore Clercq S:t Rijno Ioh„s van der Riet voor den 7: 8: Eysscher Compareerende, zegt onder exhibitie de Burgers Adriaan van Zyl, Andries van eenige verklaringen, 't volgende van zijl, Petrus van Zeijl en Ian Wiese den 7: O: Eysscher alvoorens eenigen ged:s in persoon, in 't voorsz: Cas, ter eijsch te doen verzoekt uijt kragte andere zyde, omme te aanhooren en drakenstein, de Heer Hendrik Lodeur Bletterman rat: a:t eijsscher in Cas Crim „neel ter Eenre den bode binnen treedende, rapporteerd den Landdrost der Colonien Stellenbosch zodanige - Ca 6„

NL-HaNA_1.04.02_11021_0115 view scan ↗

English

of the 4th Article of the Criminal Ordinance, that the defendants may be incarcerated, and accordingly ordered to be placed into closed criminal custody, and that in such a manner that they, by means of separate confinement, are deprived of all correspondence with one another, so that when this case is concluded by a final verdict by your Right Honorable Worships, the sentence to be passed therein shall not be rendered illusory by the absence of the defendants, since the punishment for such crimes as the defendants have committed can be executed upon no one else; and this because there is on hand against the defendants more than half-proof, indeed vehement and probable suspicion of far-reaching acts of violence committed against a great number of Hottentots, as was demonstrated in detail from the memorial exhibited by the Officer Prosecutor in the month of November last in your Right Honorable Worships’ assembly, regarding which some additional evidence has since been obtained, whereby the statement of the Officer Prosecutor is most strongly corroborated; and further, that the defendants may be ordered to answer to such question articles as shall be presented to each of them separately by the Officer Prosecutor before the commissioner gentlemen from this Honorable Worshipful Council; and on behalf of the defendant in person and the defaulting Andries van Zeijl, the Officer Prosecutor takes the liberty to request from your Right Honorable Worships the default, and by virtue thereof, according to the Criminal Ordinance, that there may be granted to the Officer Prosecutor a prise de corps or bodily arrest upon the aforementioned Andries van Zijl, and that from the one and the other the necessary authorization may be granted to the Officer Prosecutor, and that if necessary and in any case the required assistance for the apprehension shall be rendered; or else, if your Right Honorable Worships unexpectedly regarding the request against the violence committed by them against some Hottentots, will proceed to make and take such criminal claim and conclusion, or request or requests, to answer thereto and further to proceed as according to law. Article 3. Whether he, the defendant in person, by the Burgher Military Council of Stellenbosch on the [illegible] was appointed as field corporal over the district of the Hantam, and at the Doorn River. Says Yes. Article 4. Whether he, the defendant in person, subsequently upon his repeated request made in that regard, on June 6, 1786, was discharged from that post. Says Yes. Article 5. Whether he, the defendant in person, in his aforesaid capacity in the month of July 1786, ordered the inhabitants of his district to furnish him with a cart and horses in order to bring powder and lead from the Cape with them to employ for the commandos against the plundering Bushmen. Says Yes. Article 6. Whether he, the defendant in person, then also was at the Cape with the same cart and horses in the month of August thereafter. Says Yes. Article 7. Whether he, the defendant in person, then also fetched the powder and lead with the same cart and horses, or to what end he, the defendant, employed the same cart and horses. Says that he took 12 guns and a little powder and lead to the outside, and says that he has now taken no powder and lead with him. Article 8. To show and read to the defendants in person the letter sent by him to the Right Honorable Noble and Strict Lord Governor with the burgher Barend Fredrik Lubbe, dated 1786, and then to ask him, the defendant, what answer he, the defendant in person, received to that letter. Says Yes, that he sent that letter to the Right Honorable Noble and Strict Lord Governor, and that the aforesaid Lubbe having brought back an answer from the aforementioned Lord Governor, from which he, the prisoner, could not discern that it was granted, nor that it had been forbidden. Article 9. Whether the same Lubbe then, in the presence of the burgher Bart van Zijl and the wife of the burgher David Fredrik Atreus, made known to him, the defendant in person, that the aforementioned Lord Governor did not wish to grant his, the defendant's, request to go on an elephant hunt. Says No, that that man did not say that, and further as to the previous article. Article 10. Whether he, the defendant in person, complied with that order. Says that he could find no such great harm in it, and that he himself went. Article 11. Whether the aforementioned Lubbe upon his return from the Cape brought to him, the defendant in person, a soldier’s chest with beads and knives, purchased by him, the defendant, from the burgher merchant Stadler. Says Yes, but nothing came of that, being without powder or lead. Article 12. Whether he, the defendant in person, in the month of July thereafter, with both his sons Petrus and Andries van Zijl, as well as the burgher Jan Wieser, set out on the journey to Namaqualand, and subsequently across the Great River, and took with them two wagons loaded with diverse goods. Says that that is not Namaqualand, but that he did cross the Great River, and further as the question dictates; says Yes, that was done previously. Says that he had gone to discover new land, and because he saw that more people went on that expedition, and because his children were growing up, he wanted to go look for a place for his children in that direction. Says further that he had also gone to look for some rarity or other and to bring such as a present to the Right Honorable Noble and Strict Lord Governor. Article 13. Whether he, the defendant in person, partially provided the Hottentots Piet Eijland, Little Piet Eyland, Piet Namacqua, Andries, Ruijter, and Jas, as well as the Baster Hottentots Paul Gerrit, Stoffel, and Gerrit Beer with firearms and ordered them to pursue the Bushmen with him and both his sons, together with the aforementioned Wieser, who had stolen a large part of the livestock of the burgher Paul Karsten. Says Yes. Article 14. Whether he, the prisoner in person, in the Namaqua [illegible] Says Yes, across the Great River and [illegible]

Dutch transcription

van 't 4:e Art„ der Crimineele or„ zoodanigen Crimineelen eysch en „donnantie, dat de ged:te mogen Conclusie, dan wel verzoek ofte ver„ werden geincarcereert, en mits dien „zoeken, als den r: b: eijsscher op ende geordonneert te gaan in Crimineele besloote hegtenis, en wel indiervoegen „ tentotten gepleegd geweld, zal komen dat zijL door eene aparte gevangen te doen en te neemen, daarop te ant„ „nis alle Correspondentie met den „woorden en voorts te procedeeren anderen werden benoomen, op dat als na regten wanneer Deeze zaak bij uijtterlyk gewijsde door uwelEdele Agtb: zal zyn getermineert, de daar in te willene sententie niet werde gemaakt, illusoir door de absentie van de ged„e vermits de straffe die diergelijke misdaden als de ged„e hebben bedreeven, aan niemand anders kunnen werden g'executeerd ende zulx dewijl er teegens de ged:s voor handen zijn, meer den halve preuwe; Ja vehemente en probabele suspicie weegens verregaande geweldenarijen aan een groot aantal hottentotten gepleegd, zo als uijt 't vertoog door den 7: O: Eysscher in de maand november Laatstl: en uwelEd: Achtb: vergade„ „ring g'exhibeert breedvoerig is betoogd, en waar omtrend zeedert nog eenige bewijzen zyn ingewonnen, waarmeede 't geposeerde van den 7: O: Eysscher nog ten sterksten is gecorroboreerd, en voorts dat de ged=s mogen werden geordonneerd te antwoorden op zodanige vraag articulen als hun door den r:O: Eysscher een yder in't bysonder voor heeren gecommitt:s uijt deezen Ed: Agtb: Raade zullen werden voorgehouden en van weegens den ged: en perzoon en de defaillant Andries van zeijl. neemt de r: O: Eysscher de vrijheijd uwelEd: Agtb: te verzoeken de fault en uijt kragte van dien, volgens de Crimineele ordonnantie dat aan den r:O: eyverschet mag werden verleerd price de Corps of aantasting van den lyve op voorm: Andries van Zijl, en dat van uit een en ander de nodige qualificatie aan den r: O: Eysscher mag werden verleend, en dat des noods en in allen gevalle de nodige adjude tot 't apprehendeeren zal werden gedaan, dan wel, indien uwelEd: Agtb: onverhoopt tot 't Ceegens 't door hun L: aan sommige hot„ verzoek so Legtr Ia. zegt Ia buijten. genomen te hebben. Legt. Pa. — zegt Ja: maar daar is niets van gekomen, als geweezen zonder kruit off loot- Off hij gede. in perzoon in zyn voorsz: qualiteijt in de maard Julij 1786. de ingezetenen van zyn district heeft geordonneert, kar en paarden aan hem te laten toekomen „ om daarmede kruit en loot van de Caab afte haalen tot de Commandos op de rovende bosjesmans te employeeren. off hij ged:e in perzoon dan ook met dezelve kar en paarden, in de maand Augustus daar aan aan de Caab is geweest off: hij ged:e in perzoon dan ook met Legt, dat hy 12 geweeren en een weinig dezelve kar en paarden het kruid kruid en loot heeft genomen naar en loot heeft afgehaald, dan wel zegt thans geen kruijd en loot meede tot welken einde hy ged=e dezelve kar en paarden heeft g'employeerd:s off hi ged:e in perzoon vervolgens op zijn desweegens herhaald gedaan. verzoek den 6. Junij 1786. van dien S: hij ged„e in perzoon door den burger Krijgsraad van Stellenbosch op den. . .. is aangesteld tot veldwagtmeester over 't district den hantam, en aan de doorn rivier. Art: 3. post. „ 4. „ 5. 7. Logt Ia. 5 vorig articul. Legt Neen dat heeft dien man zogt sa: dat hy die brief gezonden den ged:s in perzoon te vertoonen en heeft aan den welEd: gestr: Heer voor te leezen, den brief door hem gouverneur, en dat voorsz: Lubbe aan den welEdelen gestrengen heere antwoord van welgem: heer gouver„ gouverneur, met den burgers Barend „neur terug gebragt hebbende, waar„ Fredrik Lubbe gezonden gedateerd „uit hij gev=e niet kon bemerken, 1786. en hem ged=e als dan dat 't geaccordeert was, en ook aftevragen, welk antwoord hy ged=e niet dat 't verboden is geworden. in perzoon op dien brief heeft ont„ „vangen. niet gesegt, en voorts als op 't zegt, dat hy er zo groot kwaad niet Off hij ged„e in perzoon, aan die ken in vinden, en dat hi or zeis ordre heeft voldaan, „ 11. off dezelve Lubbe als toen in praesentie van den burger Bart van Zijl, en de huijsvrouw van den burger david Fredrik Atrcus aan hem ged=e in perzoon heeft bekend gemaakt, dat welgem: Heere gouverneur zyn ged„e verzoek om op de oliphanten jagt te gaan niet heeft willen toestaan. off gem: Lubbe bij zyn te rug komst. van de Caab aan hem gedaagden in perzoon heeft gebragt, een sol„ „daten kistje met Coraalen en mes„ „sen, door hem ged„e van den burger negotiant stadlen gekogt. Art l 8. „post is ontslagen. gegaan „ 10. zegt, Ia: dat is voorleen ge„ „schied. gegaan was, om nieuw veld te ontrekken, en om dat hij zag dat er meer menschen op die togt gingen, en om dat zyn kinderen groot wierden voor zyn kinderen die kant heens, een plaats te hebben willen gaan zoeken, zegt verder, dat hij ook was gegaan, om 't een of ander rariteijt op terpeuren en zulx tot een praesent aan den welEd: gestr: heer gouverneur te brengen Off hij ged: in perzoon in de maand zegt dat daar geen namacqua Julij daar aan, met zeine beide zoonen landen is, maar wel over de Petrus en Andries van Zijl, mitsg„s groote rivier gegaan te zyn, en voorts als de vraag dicteerd: — den burger Jan wieser lig op de reize na't namacqua land, en vervolgens over de groote rivier heeft begeeven en mede genomen, twee met diverse goederen beladene wagen O hij ged: in perzoon den holten tot Piet Eijland:, kleine Piet Eyland, Piet Namacqua, andries, Ruijter en Jas, mitsg:s de bastaart hotten„ „totten Paul Gerrit, Stoffel, en Gerrit Beer, gedeeltelik met snaphaanen heeft voorzien en geordonneert om met hem, en zyne beide zoonen, bene „vens voorm: Wieser de bosjesmans te agtervolgen, dewelke voor een groot gedeelte het vee van den burger Paul Karsten geroofd had „den. „ 14. Legt: Ia over de groote rivier en S hij gev:e in perzoon in 't namac Art„ 72. Legt 39 fa 13 Zegt h

NL-HaNA_1.04.02_11021_0119 view scan ↗

English

said that that region is called annequas, being the bastard Hottentots who migrate thither from time to time. says no, it is not so, but when he, the interrogate, with his company had made chase after the cattle of Paul Karsten, they had lost the trail over a hard tract of ground, for which reason Paul Karsten had parted from them, and he, the interrogate, had then continued his journey to go shoot elephants, the interrogate saying that the Hottentots who had been along had already known, upon their departure from home, that the plan was to go shoot elephants. says no, that is untrue, but whether the Hottentots refused to continue the journey further with him, the defendant, and whether the Hottentot Piet Eyland in particular refused such, while his cattle and that of his people were thereby exposed to the Bushmen Hottentots in the Hantam, he, the interrogate in person, having arrived through the Dreijnqua land, hired some pack-oxen from the Hottentots there and loaded the same with some provisions and a quantity of beads and knives. those Hottentots recounted to him, the interrogate, how matters stood in the veld, and he, the interrogate, had then already asked those Hottentots upon departure from home to join that journey, to which those Hottentots immediately showed themselves willing. Article 15. whether he, the defendant in person, did not then say to the Hottentots that it was not necessary to pursue the Bushmen, but that his intention was to shoot elephants, in order to deliver the tusks thereof to the Honorable Company, and to give each of them a share thereof at that time. nevertheless compelled them thereto. 16. says Yes. whether he, the defendant in person, having continued the journey with the aforementioned persons along the Great River, about a month and a half, aforementioned Gerrit said that he was ill, and that Paul and Stoffel would remain with him to take him home. says Yes. whether he, the defendant in person, with his two sons and mentioned Jan Wieser, having crossed the Great River, hired the Hottentots to the number of 40 from the third kraal of the Hottentots and took them with him. says that he, the interrogate, had not hired the Hottentots, but that they arrived at the kraal named the Kaalkoppen, who were ready to go to a certain nation, the Nancquinqua, to retrieve their cattle that had been stolen from them by those Nuncquinqua, and he, the interrogate, was pretty much pressured to go along, so that he, the interrogate, then went along out of fear. says, that he, the defendant, with his company, had already crossed the Great River, and then had gone back through that river to this side, to take away from those Namaqua who are on this side, that which they had robbed from those Kaalkoppen. 20. whether he, the defendant in person, having traveled yet some, and indeed by estimation fifteen stages further, arrived in the morning around 8 o'clock on this side of a branch of the Great River called the Yellow River. says Yes. whether he, the defendant in person, during the journey shot hippopotamuses. says Yes. 19. Article 17. 18. whether out of the aforementioned kraal a multitude of Hottentots, both large and small, appeared, and whether he, the defendant in person, or anyone of his people addressed those Hottentots, or the same addressed him or his people. says that when he, the interrogate, with his company had approached that kraal, those Nincquinqua had driven that cattle onto an island, and then went around above the river where the river curves around, while those Nuncquinqua had then insulted them in an extreme manner, without a single word having been spoken by him, the interrogate, or anyone of his company. says Yes. 23. whether he, the defendant in person, immediately thereupon, having dismounted from the horse together with his sons and aforementioned Jan Weeser, he, the interrogate in person, with both his sons, fired with bullets into the midst of the same Hottentots. whether he, the defendant in person, then discovered on the other side of the aforementioned branch a kraal of the Corinqua or Nunquinqua Hottentots. Article 21. 22. says that they all had fired with live ammunition. says, no, that such is untrue; says further that he, the interrogate, did not need to incite Piet Eijland, because that Hottentot himself was embittered because that nation had previously robbed cattle from him, Piet Eijland, himself. whether aforementioned Piet Eijland and his companions then also shot over the aforementioned Hottentots, and whether he, the defendant in person, and both his aforementioned sons, together with mentioned Jan Wieser, as well as Piet Eyland and his fellow Hottentots and bastards, all then continuously until the afternoon... says that most shots were all much too short, and he, the interrogate, had not shot there, although that shooting began at 9 o'clock in the morning. saying further that they had then fired one shot, then again a couple, to keep those Nunoquinqua away from those Kaalkoppen. 25. whether he, the defendant in person, noticing that Piet Eyland and his companions were not shooting at the Hottentots, moved behind them with cocked hammer, and called out to them substantially /: saving your reverence :/ damned lot, why do you not shoot, do you not see that I am shooting, and if you do not shoot, then you will get the same sauce. whether aforementioned Jan Weeser, after the third shot was fired at the same Hottentots by him, the defendant in person, and his two sons, also fired with live ammunition into the midst of those Hottentots. Article 24.

Dutch transcription

zogt dat die streek zig noemt annequas, zynde de bastaard hottentotten die daar van tyd tot tid na toe trekken. zegt neen, zo is 't niet, maar toen hy gev„e met zyn gezelschap op de beesten van Paul Karsten Jagt gemaakt hadden, waaren zij, over een harde streek grond 't spoor mis geraakt, waarom Paul Karsten van hun gegaan was, en had hij gev: toen zyn reis vervolgt, om oliphanten te gaan schieten, zeggende de gevr: dat de mede geweest zijnde hotten: „totten, bij hun vertrek van huis, reets geweeten hadden, dat 't project was, om eliphanten te gaan schieten. Egt neen dat is onwaar, maar of de hottentotten geweigerd hebben„ die hottentotten hebben hem gevz: de Reize verder met hem ged: verhaald, hoe dat 't in 't veld voort te zetten, en of den hottentot gelegen was, en had hy gevr: toen Piet Eyland in't byzonder zulx die hottentotten bij 't vertrek van heeft geweigerd, terwyl zyn en der huijs reets gevraagd, om die reis zynen vee daar door voor de meede te doen, en waar toe die bosjesmans hottentotten in den hottentotten, hun direct gewillig hantam bloot gesteld wierden, hy hebben getoond. gevt in perzoon, hun door dreijn „qua land gekomen zynde, eenige „draagossen van de hottentotten aldaar heeft gehuurd en dezelve met eenige provisie en een parthij Coraalen en messen heeft belaaden. Art=l 15. off hij ged:e in perzoon als toen niet aan de hottentotten heeft gezegt„ niet nodig te zyn de bosjesmans te agtervolgen, maar zyn intentie te zijn om oliphanten te schieten, ten eynde de tanden daar van Aan d' E Comp„e te leveren, en aan ieder hunner als dan daar van een portie te zullen geeven. „gementen den en aand Zoonen g de r twee wagen ttentot and uiter en rrit en A ad ac a 79 a „ 16. Legt Ia. „gementen egter daar toe heeft ge„ „noodzaakt. of hij ged=e in perzoon de Reize met de voorm: perzoonen voort„ „gezet hebbende langs de groote rivier, omtrend een maanden een half voorm: Gerrit heeft gezegt ziek te zijn, en dat Paul en Stoffel bij hem blyven zoude, om hem naar huijs te brengen. Oof hij ged: in perzoon met zijne zegt dat hij gesz: de hottentotten beide zoonen en gem: Jan Wieser niet gehuurd had, maar dat de groote rixeer gepasseerd zinde uit zy bij den kraal genaamd de derde kraal der hottentots de de kaalkopan gekomen zin, die klaar waren, om na zekere hottentotten ten getalle van 440 natie de nancquinqua te gaan, heeft gehuurd: en met zig meede om hun vee te rug te haalen, dat genoomen door die nuncquinqua van hun gestoolen was, en was hij gevz: genoegzaam geprest om mede te gaan, zo als hij geor: dan uit vrees mede gegaan is. — Legt Ias Legt, dat hij ged:e met zyn gevolg: „ reets over de groote rivier getrokken was, en toen weder „ 20: off hi get: in perzoon nog eenige en wel nagissing vyftien schoften B verder gereist zynde des morgens Leg of hij ged„e in perzoon geduurende de reize zeekoeyen heeft geschooten. 19. Art:l 17. door Ciroc 18 Leg loo zegt Ia door die rivier aan deze zijde circa 8 uuren gekomen was aan deze gegaan waren, om die namacqua zyde van een spruijt van de groote die aan deze zijde zijn, twee afte rivier de geele rivier genaamd. neemen, dat zij van die kaalkop„ „pen geroof hadden. — zegt, dat toen hij gesz: met zyn off uit de voorsz: kraal een menigte gevolg, die kraalgenaderd was, zo groot als klyne hottentotten, ten hadden die mincquinqua dat voorschin zin gekomen en of hij vee op een Eijland gejaagd, en ged:e in perzoon ofte iemand der toen boven de rivier omgegaan, zynen die hottentotten ofte dezelve daar de rivier met een bogt om hem ofte de zynen heeft aangespro„ loopt, terwijl die nuncquinqua „ken. als toen hun uitgescholden hadden op een verregaande wijze. zonder dat er door hem gevr: of iemand van zyn gevolg een enkeld woord gesproken was.— Legt, Ia uurende vrees „ 23. S hij ged=e in perzoon direct daarop, nevens zyne Zonen en voorm: Jan Weeser van 't paard ge„ „steegen zinde, hij geve in perzoon met zyn beide zonen, onder dezelve hottentotten, met kogels heeft ge„ „schooten off hij gede en perzoon als toen aan de overzijde van de voorm: spruijt heeft ontdekt een kraal van de Corinqua of nunquinqua hottentotten. Art„t 21. # Reize voort: roo zegt en Stoffel naar zijne n nde uit 440 meede de een te - „ 22. schooten. eenige Khoften orgens Ceroc „schooten hadden. zegt, dat zy alle met scherp ge„ Legt, neen dat zulx onwaar is, zegt verder dat hij geor: niet nodig had, Piet Eijland aante„ vee voorheen geroofd had. off voorm: Piet Eijland, en zijne zegt dat de meeste schooten alle makers als toen ook over de voorm: veel te kort waren, en had hy hottentotten heen, heeft geschooten, gevr niet aldaar geschooten en of hij ged: in perzoon en zijn beide hoewel dat schieten 's morgens te 9. voorm: zoonen, nevens geme Ian Uuren begonnen is. Wieser, mitsg„s Piet Eyland en zeggende verder, dat zij dan een éen schoot, dan weder een paar deszelvs mede hottentotten en geschooten hadden, om die nuno„ bastaards, alle als toen tot in den „quinqua van die kaalkoppen namiddag bij aanhoudenheid aftehouden. — „ 25. off hij ged: in perzoon gewaar wordende, dat Piet Eyland en zyne makkers niet op de hottentot toegevoegd /: S:V:/ verdoemde goed waarom schiet jijluij niet, Liet Jilui niet, dat ik schiet, en als Jyluij niet schiet, dan zal Jijluij van dezelvde sop krijgen. „zetten vermits dien hottentot „ten inschooten, zig agter dezelve zelvs verbitterd was, om dat die met agter gespanden haar heeft natie van hem Piet Eijland zelvs begeeven, en dezelve substantieelijk off voorm: Jan weeser, na dat door hem gede in perzoon en zyne beide zoonen, op dezelve lottentotte de derde schoot was gedaan, Ze mede met scherp onder die hotten „tokten heeft geschooten. Art„: 24. Legende op zegt zy

NL-HaNA_1.04.02_11021_0123 view scan ↗

English

States No. — saying also, that he the interrogated with his party, at best had fired 40 shots. Article 27. Whether he the defendant in person thereupon ordered the mentioned Piet Eijland and some of the other hired Hottentots and bastards to betake themselves to the kraal of the aforesaid Hottentots, and to bring the cattle of those Hottentots through the river to this side. Says No; that the cattle came across of their own accord, and furthermore, that Piet Eyland and some others crossed over, but how many they brought along, he does not know. — Says further, that he aforesaid gave no order to bring the cattle to him. Article 28. Whether the mentioned Piet Eyland and the other Hottentots sent by him the defendant in person to the other side of the aforesaid run brought from there to him the defendant 262 head of cattle, both large and small. Says no, and that he the interrogated had also asked whether any Hottentots were dead, but Piet Eyland had still answered, no, yet Ruyter had said that he had learned from a Hottentot woman, that a Hottentot was said to have been wounded. Article 29. Whether the same Piet Eyland either then or thereafter made known to him the defendant in person, that several of the Hottentots, from whom they had taken off the cattle by his the defendant's order, were shot dead, and even two Hottentot women had jumped into the water out of fear and drowned! Says No, that I never said. Article 30. Whether he the defendant in person in substance answered thereto, it is just as good to me as if I pull a leaf from a tree, and the gentlemen do not even ask after a Hottentot. States, as before, that the Kaalkoppen had requested them thereto, pressed them hard, and that he had also learned from the Kaalkoppen, that the Nuncquinqua receive the cattle that the Bosjesmans continually rob from the Christians, and thus divide it among themselves, as he the interrogated had even seen among those cattle some that definitely bore the mark of the Christians, and not as the Hottentots ordinarily mark their cattle. Article 31. What reasons he the defendant in person had with his aforesaid two sons and Jan Wieser, thus violently to attack the aforesaid Nuncquinqua or Corinquinqua Hottentots on the other side of the Yellow River, and partly to deprive them of life. Says, that they had taken their journey back again, and that he the interrogated and the others took no more with them than what those Kaalkoppen had given them, amounting by estimation to quite 40 head of cattle each that he and Wieser had received, and having had hired Hottentots. Article 32. Whether he the defendant in person together with his two sons and the aforesaid Jan Wieser, with the Hottentots who were with him, undertook the return journey on the day thereafter, and took along the stolen cattle! Says, that those Kaalkoppen gradually stayed behind as they traveled backwards. Article 33. Whether he the defendant in person, having arrived at the kraal of the Hottentots hired by him, dismissed the hired Hottentots. Says, that he the interrogated had indeed bartered some cattle from them, for beads and knives, by estimation 80 head. Article 34. What he the defendant in person gave to the same as a reward. Article 35. Whether this did not rightfully consist of giving each a string of beads. States, No. Article 36. Whether he the defendant in person continuing the return journey along the Great River, arrived at a Hottentot kraal situated nearest to the Christians, and there met the bastard Hottentots Paul Gerrit and Stoffel left behind by them. Says, No, that those bastard Hottentots on the journey out had bartered cattle, which were given into custody to those people by them. Article 37. Whether he the defendant in person then presumed by the rising dust that cattle must be there, and therefore also asked the aforesaid Paul where the kraal was. States No, that is untrue— Article 38. Whether this was pointed out by the mentioned Paul? and whether he the defendant in person then did not substantially say to the mentioned Paul, it is good that you know that, you must go there tomorrow, with little Piet Eyland, Gerrit Beer, Piet Namacqua, Ruijter and Gerrit, and shoot all the Hottentots dead, and take away their cattle, because all those Hottentots who live in that region, are nothing but rascals. Says No, such words were not spoken. Article 39. Whether the aforesaid Paul substantially said to him the defendant in person in reply to this, Yes master, that will not go well, because I do not know what evil those Hottentots have done! Says, No. Article 40. Whether he the defendant in person compelled the same Paul and the just-mentioned Hottentots, by saying you people must do what I order, and if you do not do that, then the same will happen to you, because I have brought you people so far into the country, to betake themselves to the kraal pointed out by the same Paul. Says, that those bastard Hottentots Article 41. Whether the repeatedly mentioned Paul and the just-mentioned 5 Hottentots

Dutch transcription

Legt Neen. — zeggende mede, dat hij gevr: met zyne gevolg, op zyn best 40 schooten gedaan hadden. Art:t 27. zegt Neen; dat 't vee van zelvs overgekomen is, en voorts, dat Piet Eyland en eenige andere overgegaan zyn, dog hoe veel zy mede gebragt hadden, zulx niet te weeten. — zegt verder, dat hij gesz: geen ordre gegeeven heeft, om 't vee bij hem te brengen. zegt neen, en dat hij gevr: nog O dezelve Piet Eyland als toen of gevraagd had, of er hottentots daarna aan hem ged: in perzoon dood waaren, dog had Piet Eyland heeft bekend gemaakt, dat 'er nog geantwoord, van neen, egter verscheide van de hottertotten, had ruyter gezegd dat hy van waarvan zyt 't vee ter zijner ged een hottentottin vernomen had, ordre hebben afgehaald; dood ge„ dat 'er een hottentot zoude gequetst „schooten waaren, en zelvs twee zijn hottentottinnen uit vreeze in't waaters gesprongen en verdronken waren! of de gem: Piet Eyland en de ore„ „rige door hem ged: in perzoon Aan de overzyde van de voorm: spruijt gezondene hollentotten van daar by hem ged: 262 beesten zo groot als kleyn heeft gebragt. off hij ged: in perzoon daarop gem: Piet Eijland en eenige der overige gehuurde hottentotten en p bastaards heeft gelast, zig naar de Craal van de voorm: hottentotten te begeeven, en 't vee dier hottentotten door de rivier aan deze zyde te brengen. Art 30 dat zyne entotte lotten at o zelve lijk oed heeft tot zijluij zine voorm: schooten, zyn beide d den en Jan „ „ 28. 29 gezegt. zegt Neen, dat heb ik nooijt welke redenen bij ged: in perzoon Legt, als voren, dat de kaalkop„ „pen hun daartoe hadden verzogt, zyne voorsz: beide zoonen en Jan Jazelos geperst, en dat hij van wieser heeft gehad, om voorsz: de kaalkopen nog vernoomen nuncquinqua of Corinquinqua had, dat de nuncquinqua 't hottentotten aan de overzyde der vee dat de bosjesmans geduu„ geel rivier dusdanig geweldadig „rig van de Christenen roven, bij aantevallen, en gedeeltelyk van hun ontvangen, en zo onderling 't leeven te berooren. verdeelen, zo als hij gevr: onder die beesten, ook zelvs gesien had„ die volstrekt 't merk van de Christenen hadden, en niet zo als de hottentotten ordinair hun vee merken zegt, dat zij hunne reize, weder te rug waards genomen hadden, en dat hij gevr: en de andere als dat die kaalkopen hun gegeven hadden, bedragende zulx na gissing ieder wel 40 stuk beester dat hij en wieser gekree„ niet meer hebben mede genomen, gehad hebbende, en afgehuurde „gen lad. 33. off hy ged: in perzoon by de door zegt, dat die kaalkopen in't Off hij ged: in perzoon nevens zijne by de Zonen en voorm: Jan wieser daags daaraan, met de by lem hottentotten de terug reize heeft Aangenomen, en't geroofde vee mede genomen! „ 32. „Off hij ged: in perzoon in substantie daarop geantwoord heeft, 't is voor mij eeven zo goed, als of ik een blad van een boom trek, en de heeren vraagen niet eens na een hottentot Art„l 30. trekken ken „ 31: a - Legt, Ian trakken terugwaards al langza„ hem afgehuurde hottentotten kraal „merhand agterwaards gebleeven gekomen zynde, de gehuurde hotten= zyn. „totten heeft afgedankt. Artl: 34 wat hij ged: in perzoon aan dezelve tot een belooning heeft gegeven. 35. zogt, dat hij gevr: wel eenige bees„ off zulx niet Regts heeft bestaan „ten van hun geruyld had, voor met aan ieder een streng Coraalen Coraalen en messen na gissing te geven. 80 stux nJan erzoon Logt, Neen. off hij ged: in perzoon langs de groote rivier de terug reize voort„ „zettende gekomen is, aan een 't naast bij de Christenen gelegen hottentots kraal, en aldaar aangetroffen heeft de door hun agtergelatene bas„ „taard hottentotten Paul Gerrit en Stoffel Off hij ged: in perzoon als toen door 't opgaande stof. heeft ver„ bevinden, en daarom ook aan voorm: Paul gevraagd, waarof de kraal was. voe hadden geruijld, dat door „meerd, dat aldaar zig vee moest „ 38. of door gem: Paul zulx aangewee„ „zen is? en of hij ged: in perzoon Legt Neen, dat is onwaar— door segt, Neen, dat die bastaard kottentotten in't heen reizen hun. aan dat volk in bewaring is gegeeven. „ 36. als substantie 't is voor na een rsz: g de dadig van der als de zyne weeser bij uurde heeft de Eee bylem 3 1 „37. zegt Neer zulke woorden zyn en niet gesprooken zegt, Neen. als toen niet substantieelyk aan gem: Paul heeft gezegt, 't is goed„ dat gij dat weet, gij moet mor„ „gen, met kleine piet Eyland, gerrit Beer, Piet Namacqua, Ruijter en Gerzit daarna toe gaan, en schieten alle de hottentotten dood, en 't vee van dezelve wegneemen, want al die hottentotten die in die street woonen, zyn maar schelmen. Art„l 39. D voorsz: Paul aan hem ged: in perzoon hier op substantieelijk heeft gezegt, Iabaas, dat zal niet Leg goed gaan, want ik weet niet wat kwaad die hottentotten hebben gedaan! Off hy ged: in perzoon denzelven Paul, ende evengem: hottentotten met 't zeggen toe Jyluy moet doen wat ik ordonneer, en als ziluy dat niet doet, dan zal gyluy van het zelvde overkomen, want ik heb jyluij zo verre in't land gebragt heeft genoodzaakt om na de door denzelven Pul aan „gewezene kraal zig te begeeven. 41. Off meergem: Paul en de eerengem: zegt, dat die bastaart hottentotten 5 „ 40. aan Rottentotter 2 zegt

NL-HaNA_1.04.02_11021_0127 view scan ↗

English

Says, No. Says, No. had said to him that the Hottentots then went to the kraal, shot among the Hottentots, and subsequently brought fifteen head of cattle from there to him, the defendant in person; because they had heard that the cattle which had been bartered was robbed by that kraal, as those barterers were on their journey, and that those Hottentots had also shot at their bastard Hottentots, the bastard Hottentots requesting him, the examinee, to be allowed to go to that kraal, since they had already suffered all too much damage, in order to retrieve their cattle, to which the examinee had then consented, however on the condition that they must not shoot, as those bastard Hottentots then also went and brought back their cattle, which that kraal had robbed. Article 42. Whether he, the defendant in person, was not discontented that the same Hottentots had brought so little cattle to him, and therefore asked them why they had not better obeyed his order by shooting dead all the Hottentots of the kraal and bringing all their cattle to them. Article 43. Whether the aforementioned Paul and the Hottentots sent by him, the defendant in person, to the aforementioned kraal replied to him, the defendant, that they were unable to do so, because none of those Hottentots had ever done them any harm. Article 44. Says, Yes. Says, No, that Jan Wieser, Andries, only gave a running thrashing. Whether he, the examinee, had the Hottentots Jas and Ruijter, whom he, the examinee, left by the wagons before crossing the great river, and who had the care of the stolen cattle, laid down over the missing cattle, and had them beaten by the other bastard Hottentots to such an extent that the welts were visible even recently. Article 45. Says, That he, the examinee, had learned from other Hottentots that the people of Pieter Pienaar had stolen that cattle, and he, the examinee, then rode with Wieser to Jan Blom, without having bound those Hottentots, but having let them follow their horses loose. Whether he, the defendant in person, along with the aforementioned Jan Wieser, then mounted his horse and made the aforementioned Hottentots Jas and Ruijter run before the horses as fast as the horses ran, up to the place of the aforementioned Pienaar, where the burgher Jan Blom is stationed as a servant. Article 46. Says, That Jan Wieser only gave Blom a few blows in the face with the flat of his hand. Whether he, the defendant in person, and the said Jan Wieser, directly upon their arrival there, without wishing to hear the aforementioned Blom, beat him to such an extent that that man remained lying on the ground, and subsequently drove the missing cattle out of the kraal. Article 47. Says, Yes. Whether he, the defendant in person, having approached the place of the burgher Petrus Pienaar named Hartebeest River on his return journey, missed a portion of the stolen cattle on a certain morning. Article 48. Says, No. Whether the aforementioned Jan Blom did not at that time testify that, the aforementioned beasts having been found in the field by his cattle herders, he had taken the same into custody in the meantime. Article 49. Says, No, but that a certain Wittebooij, still some time ago, had said to him, the examinee, that the rumor among those Hottentots that they supposedly intended to pursue the examinee was a lie, and that Jan Blom never turned back any Hottentots, but that this was a rumor spread by him because he was afraid that he, the examinee, might come to live in that district, because he commits so many roguish deeds, and those Hottentots had further said that they longed for him to come to that district, because he, the examinee, had promised them such. Whether he, the defendant in person, subsequently continuing the return journey and thereafter having arrived at his place in the Hantam, learned that the Hottentots from whom he, the defendant in person, his two sons, and the said Jan Wieser robbed the cattle had pursued them, but had turned back on the advice of the aforementioned Jan Blom. Article 50. Says, Yes. Whether he, the defendant in person, after his arrival home, divided the cattle, and in what manner. Article 51. Says, That he, the examinee, and Wieser each divided 80 head of cattle. Whether he, the defendant in person, gave 80 head of that stolen cattle to the aforementioned Jan Wieser and divided the remainder among himself and his sons. Article 52. Says, No, that is a matter of course, that if a cow gets a calf, the throat of such a calf is cut because it cannot follow the herd, although he, the examinee, did not order such. Whether he, the defendant in person, during the return journey to the Hantam, had the throats cut of the young cattle which could not follow the herd, and left them lying by the road. Article 53. Says, Yes. Whether he, the defendant in person, fully two months after his return, came to the Landdrost at Stellenbosch and made it known that, having been to the Namaqualand, he had bartered only six to eight young oxen for himself there. Article 54. Whether he, the defendant in person, furthermore recounted to the Landdrost that he, having arrived at one of those Hottentot nations, had been requested by them to assist them against [illegible]

Dutch transcription

aan Zegt. Neen- — zegt, Neen — aan hem gezegd hadden, dat 't hottentotten zig als toen na de vee dat ingeruild was, door kraal begeeven, onder de hottentotten die kraal. vermits zij gehoord geschooten en vervolgens vijftien hadden, dat die kaalkopen stuks beesten van daar bij hem op reis waren, geroofd was, en ged: in perzoon hebben gebragt. dat die hottentotten op hun bastaart hott: nog geschooten hadden, verzoekende de Bast: holt: hem gesz: om die kraal te mogen gaan, dewijl zij al te veel schaade reets hadden geleeden, om hun vel te rug te halen, waarin de gevr: dan toegestemd had, egter onder die mits, dat zij niet schieten moesten, gelyk die bast: hott: dan ook gegaan zyn en hun vee, dat die kraal geroofd had, terug gebragt. — art„g 42. off hij ged: in perzoon niet te on„ „vreden is geweest, dat dezelve hottentotten zoo weinig vee bij hem hebben gebragt, en dezelve daarom gevraagt, waarom zijl: niet beter Aan zijn ordre hadden voldaan, met al de hottentotten van de kraal dood te schieten, en al hun vee bij hun te brengen. off voorm: Paul en de door hem ged: in perzoon na de voorsz: kraal gezondene hottentotten hem ged:s geantwoord hebben zulx niet te hebben kunnen doen, om dat geen diers hottentotten, hun ooijt eenig leed hadden gedaan. Gerrit 't mor„ Carthaa goed, d ter en schieten 't vee tal street in lijk zal niet iet wat ben en n uy van R om aan 4 eeze gem Kottentollen en „ 43. Art=b 44. zegt. Ia. — zegt Neer dat Jan Wieser, andries alleen maar een lopende loezing Off hij gevr: de hottentotten Iasen Ruijter, dewelke hij gevr: voor het passeeren van de groote rivier bij de wagens heeft gelaten, en dewelke den opas bij het geroofde vee gehad hebben, om 't vermiste vee heeft doen nederleggen, en dermaate door de andere bastaards hottentotten, doen slaan, dat de striemen en zelvs nu onlangs van te zien zyn ge„ „weest. zegt Dat hij gevr: vernoomen Of hij ged: in perzoon neevens voorm: had, van andere hottentotten, Ian wieser daarop, te paard gestegen dat 't volk van Pieter Pienaar zynde, en de voorm: hottentotten Jas„ „ dat vee gestoolen had, en was en Ruijter voor de paarden. zo sel hy gevr: toen met weeser na Jan heeft doen lopen als de paarden Blom gereden: zonder die hot„ liepen, tot aan de plaats van voorm „tentotten. vast gebonden te hebben. Pienaar alwaar den burger Jan maar los hunne paarden doen d Blom als knegt bescheiden is. volgens. dat da gezeg „ 46. off hy ged: in perzoon en gem zegt, dat Jan wieser, hem blom hij Jan wieser direct bi hun komst met de vlakke hand. alleen aldaar zonder voorm: Blom te Legt. maar eenige slagen in 't ge„ „ 47. off hij ged: in perzoon op zyne terug reize genaderd zijnde, bij de plaats van den burger Petrus Pienaar de harte beeste rivier genaamd. op zekeren morgen een gedeelte van 't geroofde vee heeft vermists „zigt willen gegeven had. „ 45. 9 plaats zegt, Neen — ne terug zigt gegeven heeft. zo als blom„ dan ook hem wieser heeft terug 49. Off hij ged: in perzoon vervolgens zegt Neen, maar dat zekeren wittebooij. nog voor eenigen tyd de terug reize voortgezet hebbende, en daarna op zyne plaats in den geleeden gezegd had, aan hem gevr: dat 't uijtstrooijen van hantam gekoomen zynde, vernomen die hottenlotten, dat zy den heeft, dat de hottentotten waarvan gevr: zoude hebben willen ver„ hij ged: in perzoon zijne beide voorm: „volgen, logentaal was, en dat zoonen en gem: Ian wieser 't vee gestegen Jan Blom nimmer eenige hot, heeft geroofd, hunl: waren enJas „tentotten gekeerd heeft, maar agtervolgd, dog op aanrading zo Sel zulx een uijtstrooijzel van hem van voorm: Jan Blom zyn terug arden was, om dat hij bevreest was ƒ gekeerd dat hij gevr: misschien in dato district zou komen woonen; om dat hij zo veel schelm stuken pleegt, en had die hottentotten nog gezegd, dat zi verlangden dat hij in dat district kwam, wyl hij getrs hun zulx beloofd had. Legt. Ia. komst. te Off hy ged: in perzoon na zyn te „ 50. Art„l 48. Off eeren gem: Ian Blom als toen niet heeft betuygd dat de voorsz: beesten door zyne dee wagters in 't veld gevonden zynde, hy dezelve zo lange in bewaring had geno„ „men. willen horen denzelven zodanig heeft geslagen, dat die man op de aarde is blyven leggen en vervolgens het vermiste vee uit de kraal heeft doen Jagen. huijft naar amd. van Hs. Iasen het bij de dewelke vee gehad heeft doen door de n doen zelvs zyn ge„ van o Jan is ven llen geslagen. Legt, Ian. zegt dat hij gesr: en Wieser ieder zegt. Neen, dat is een zaak die off hij ged: in perzoon geduurende van zelve spreekt, dat indien de terug reize, na den hantam en een koeij een kalf krijgt, dat 't jong vee 't welk de troup niet zoo een kalf om dat het de troup konde volgen de hals heeft doen niet volgen kan, de hals word afsnijden en aan den weg laaten afgesneden, hoewel hi getr: zulx leggen. niet gelast heeft. — zegt„ Ian off hij ged: in perzoon ruijm twee maanden na zyn te rug komst. bij den reqts op stellenbos of is gekomen en bekend heeft ge„ „maakt, dat hij na 't namacqua zegt land geweest zynde, aldaar ve slegts zes â agt Jonge ossen voor zig had gemeld. off hij get. in perzoon al verder aan den reqt. heeft verhaald, dat ho hij bij een dier hottentots natien gekomen zynde, door dezelve Legt, was verzogt, om hun te adsisteren mij „ 54. 33. „ 52. of hij ged: in perzoon van dat Jan Wieser heeft gegeven en de overige onder hem en zyne zoonen verdeeld. 80 stuks beesten gedeeld hadden — geroofde vee 80 stuks aan voorm Artl 51. huijs komst. het vee heeft verdeeld. en hoedanig. tegen„ . zegt. Legt

NL-HaNA_1.04.02_11021_0131 view scan ↗

English

divided. Says Yes says, Yes against a wandering nation. Article 55. Whether he, the defendant, further recounted that he consented to this, but that those Hottentots who had requested assistance from him had not dared to stand their ground against their enemies, and that he, the defendant, in person had therefore also turned back. 56. Whether he, the defendant, in person further showed the prosecutor a kind of glassy, shiny material and said that he had found the same material or ore among the Coracoose Hottentots, and whether he, the defendant, in person did not give him a little of it! [illegible] says, No, that the Landdrost, upon what the questioned person said that he believed he had done no wrong, replied no, but that there would be complaints made about it, and upon your arrival at the Cape, you shall hear that from the Governor himself. Whether the prosecutor did not say to him in substance thereupon: Van Zeijl, how dared you undertake an expedition, where I believe that the noble Lord Governor has refused you such. 58. Whether he, the defendant, in person earlier in that manner substantially [illegible] the prosecutor. says, the Landdrost did not question me that far— [illegible] Article 59. said that it would be well in case he, the witness in person, could justify himself before the well-mentioned Lord Governor, provided he recounted everything to his most noble and stern Honor according to the truth. says, No, but as on Article 57. — Whether the prosecutor thereupon to him, the defendant 60. Whether he, the defendant, in person did not substantially reply to the prosecutor at that time, My Lord, I shall do that, and bring the ore to the noble Lord, and after all I have shot no elephants, but only bartered six to eight head of cattle for myself. 61. Whether he, the defendant, in person fulfilled this promise made by him, and presented himself to the well-mentioned Lord Governor, or whether he, the defendant, returned back to the Hantam again. says, that when he, the defendant, arrived at the Cape, the Governor was injured by the bursting of the cannon, and he had then given the ores to the [illegible] of the noble Lord Governor. — Says: Yes. 62. Whether he, the defendant, in person at the end of the month of August of the past year learned that the burgher Jan Wieser, together with some of the Hottentots who had been with him, the defendant, on the journey made by him inland, were summoned before the prosecutor. the prosecutor replied to this, Yes, My Lord, to go shoot elephants, but not to barter a little cattle. Says, Yes. says, that the cattle had indeed been driven up by him, the questioned person, but of all those sayings he knows nothing Article 63. Whether the same Jan Wieser with his aforementioned son Andries for that purpose also set out on a journey hither, and had a herd of cattle driven up by the Hottentots Andries and Ruijter together with a certain Bushman Hottentot. Whether he, the defendant, in person, some days before the cattle were driven up by the aforementioned Hottentots Andries and Ruijter, said to the same Andries and Ruijter that when they came up-country, and the Landdrost might ask them where he, the defendant, in person got all the cattle, then to say that the cattle were nicely bartered by him, the defendant, his two sons, and the aforementioned Jan Wieser, but above all not to say that says: no, not knowing that they lived with Van den Heever, but indeed that the child was born on his, the questioned person's, place. — Says, further it now comes to his mind that she last lived with Van den Heever. says, no, but rather to have come as a runaway. — says that that child was so naughty that Ruijter, her father, had himself wanted to strike her head in Says that he has not seen that child in four years. —— Whether he, the defendant, in person on that account finally hung up the same child, Antje, under the arms to a tree, and subsequently beat her with a sjambok; that the same aforementioned Antje now and then came to her father at his, the defendant's, dwelling place, and that this annoyed him, the defendant. Whether the child of the Hottentot Ruijter, who had been in his, the defendant's, hire, named Antje, together with her mother, the wife of the aforementioned Ruijter, lived with the burgher Christiaan van den Heever. Article 65. he, the defendant, his two sons, and Jan Wieser shot the Hottentots dead, for that all such things were lies, under threat that if they, the Hottentots, made such known, he would shoot them just as dead as he, the defendant, intended to do with the others who had already done so. 66. 67.

Dutch transcription

verdeeld. Legt Ja zegt, Ia tegens eene roerende natie. Art: 55. Off hy ged: al verder heeft verhaald dat hy zulx ingewilligd dog dat die hottentotten die hem ad„ „sistentie verzogt hadden, niet hadden durren stand houden tegens hunne vyanden hij ged: in perzoon daarom ook te rug was gekeerd. „ 56: Of hij ged: in perzoon verders aan den reqt heeft vertoond een zoort van wetagtig glaazend stof en gezegt 't zelve stof of Ertz bij de Coracoose hottertotten ge„ „vonden te hebben, en of hy ged: in perzoon daarvan niet een weinig heeft afgegeeven! qua zegt. Neen, dat de Landdrost op off den reqt hem daarop niet in 't geen den gevr: Leide dat hij substantie heeft gezegt: van vermeende geen kwaad gedaan zeyl hoe hebt gij durven een togt te hebben, van neen, antwoorde, doen, daar ik meen dat den maar daar is over sou geklaagd. Edelen heere Gouverneur, u zulx en bij jou komst aan de Caab, zal rder heeft geweigerd. zij dat van de gouverneur zelvs ,dat horen. natien „ 58. Off hij ged: in perzoon eeren in zelve zegt, zoo ver heeft de Landdrost sister mij niet gevraagt— diervoegen substantieelijk den tegens regt. dat voorm en de Zoonen uurende tam niet ft doen laaten ruym trug bos er ge¬ aan voor „ 57. zegt, Ian— Artl: 59. heeft gezegt, dat het wel zou zijn ingeval hy get: in perzoon zig bij welgem: heere gouverneur zou kunnen verantwoorden, mits zyn welEdele gestrenge na waarheid alles te verhaalen. zegt, Neen, maar als op art„h57. — of den reg„ts hem gedaagde hierop „ 60. Off hij ged: in perzoon als toen niet den req„ts wederom substanti„ „eelijk heeft gerepliceerd, mijn heer ik zal dat doen, en den Edelen heer 't Ertz brengen, en ik heb im¬ „mers geen oliphanten geschooten, maar slegts zes â agt beesten voor my Gezuijld. „ 61. off hy ged: in perzoon aan deze zegt, dat toen hy gesz: aan de Caab zyne gedaane belofte heeft vol„ kwam, was de gouverneur geblesseert door 't springen van „daan, en zig bij wel gem: Heere 't Canon, en had hy toen de Ertzen. gouverneur heeft vervoegd. dan aan de van den Ed: heer gouver„ of hij ged: wederom na de hantam „neurs gegeven. — is te rug gekeerd. Legt: Ia. „ 62. off hij ged: in perzoon in het laatst der maand augustus des regt: hier op heeft geantwoord, Ja mijn heer om olyplanten te gaan schieten, maar niet om een weinig vee in te ruijlen. gepasseerden ƒ zogt, Ia. zegt, dat 't vee wel door hem gepasseerden Iaars heeft vernoo„ „men dat den burger: Ian wieser nevens eenige der met hem gedt op de door hem gedaane reize landwaards in geweest zynde hottentotten bij den req:t ontboden. zin. Art 63. Of dezelve Ian wieser met zijn ged: zoon. Andries tot dat eijnde zig ook op reize herwaards heb„ „ben begeeven, en een troup beesten doen op drijven door de hottentot„ „ten Andries en Ruijter nevens zekeren Bosjesmans hottentot. off hij ged: in perzoon eenige daa„ hottentotten Andries en Ruijter opgedreeven is geworden, aan de„ „zelve Andries en Ruijter heeft gezegt, dat wanneer zijl: boven in't land quamen, en den land„ „drost hun mogte vragen, waar of hij ged: in perzoon aan al het vee kwam, als dan te moeten zeggen, dat het vee door hem ged:s zyne beide zoonen en voorm: Ian wieser mooij was ingeruijld maar voor al niet te zeggen dat gevr: was doen op dryven, naar „gen voor dat het vee door voorm:t van al die gezegders niets te weeten „ 64. zijx Ja gaan weinig hierop zou zijn „ zou szyn rheid toen stanti„ nheer delen heb im„ clooten, ten voor deze val„ Heere dan lant tam het tus des sseerden zegt: neen, niet te weeten dat zyl: bij van den Heerer gewoond hebben, maar wel, dat 't kind bij hem gevr: op zyn plaats ge„ „booren is. — Legt. nader 't hem nu te binnen te schieten, dat zy 't laatst by van den Heerer gewoord heeft. zegt, neen, maar wel gedrost gekomen te zijn. — zegt dat, dat kind zo ondeugend was, dat Ruijter, daar vader haar zelvs de koop had willen inslaan Legt, dat hij dat kind in vier Jaaren niet gezien heeft. —— off hij ged: in perzoon deswegens eijndelijk 't zelve kind antje on„ „der de armen aan éen boom heeft opgelangen, en vervolgens met een syambok geslagen, dat dezelve voormen. Antje. nu en do dan eens bij haren vader op „p zyn ged: woonplaats is gekome en hem ged: zulx heeft verdroten off 't kind van den bij hem ged: zeg in huur geweest zijnde hottentoe ruijter met naame antje, nevens haar moeder 't wijf van voorsz: legt Ruijter bij den burger Christiaan van den Heerer heeft gewoond. „ Art= 65. hij ged: zine beide zoonen, en Van weeser de hottentotten heb„ „ben doodgeschooten, want dat zulx alles leugens waren, onder bedreeging, dat zo zijlieden hoe „tentotten, zulx bekend maakten, hyj hunL: eeven zo dood zou schiete als hij ged: voornemens was, met de andere die zulx reeds gedaan hadden, te doen. segt Eete 9 66. „ 67. Legt Legt, m —

NL-HaNA_1.04.02_11021_0135 view scan ↗

English

States, No. States, no, to have given no order to that effect. Says that that maid came into the kraal one night, and his son Willem had shot her dead at that time. States he did not see it, but heard of it. States, I know nothing of that. States as before, but that it was [illegible] 73. Whether he, the defendant in person, does not understand whether the body of that child was seen afterward. Says, may those wild animals then, by his son had been dragged away, as he heard, nearly devoured by the vultures, by the Hottentots. 72. Whether at the shooting and stoning to death of the aforementioned Antje by his aforementioned son Willem, there were present the Hottentot women Catrijn and Griet. 70. Whether his aforementioned son Willem subsequently threw stones at the aforementioned Antje until she was dead. Whether his, the defendant's, aforementioned son, Willem, thereupon also fired two shots with ball at the aforementioned Antje, and she was thereby only wounded in the head. 69. And thereby she could not use her arms. Article 68. Whether he, the deponent in person, therefore subsequently ordered his son Willem van Zyl to simply shoot the aforementioned Antje dead. 71. All as before, and further not to know of having done any harm therein, but imagining to have done well, that he came to the aid of the bareheads and returned their cattle to them. By his conduct held in this matter, both regarding the bartering of cattle from the Hottentots, and regarding violently depriving them of life, to have made himself punishable in the highest degree. Article 74. What he, the defendant in person, knows to offer in his defense. Says, to have done so with good intention. Underneath stood: Thus Asked and Answered at Cape of Good Hope, the 9th of February 1788, before the gentlemen Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Jan Coenraad Gie, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who duly signed the original of this, together with the interrogated person and me, the sworn Clerk. Lower: Which I testify. Was signed: R. J. v. d. Riet, Sworn Clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the aforementioned Field-Sergeant Adriaan van Zyl, who, having had these, his preceding interrogatory articles, with his answers given thereto, read aloud clearly and distinctly word for word, declared to persist therein, desiring that nothing more shall be added thereto or removed therefrom, saying that all the foregoing is the pure truth. Underneath stood: Thus Done and Re-examined at Cape of Good Hope, the 22nd of February 1788. Was signed: Adriaan van Zijl. Lower: In my presence. Was signed: R. J. v. d. Riet, Sworn Clerk. In the margin: As Commissioners. Was signed: W. F. v. Reede van Oudtshoorn and J. C. Gie. Articles drafted, and delivered to the gentleman Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, by and on behalf of the undersigned Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, in order to examine thereon at his requisition R.O., the citizen Petrus van Zeijl, his answers to be given having to be recorded beside each article: Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the citizen Petrus van Zeyl, who has answered to the adjacent questions as noted beside each one. Article 1. The deponent in person, his name, age, and place of birth. Says, Petrus van Zeyl, native of this remote corner, burgher serving on Stellenbosch, sixteen years of age. 2. Where he, the defendant in person, is residing, and with what he maintains himself. Says, on his father's place named Akerendam, situated in the Hantam, and that they have their subsistence from what the place yields. 3. When he, the defendant in person, together with his father, the former Field-Sergeant Adriaan van Zeyl, and his aforementioned brother Andries van Zeijl, as well as the citizen Jan Wieser, traveled from the Hantam to the Namaqualand. Says, that according to his, the interrogated person's, estimate it will be two years in the coming month of October that his father went on the journey. 4. By whose order and for what reason that journey was undertaken. Says, that he, the deponent, had to go along by order of his father, and that he, the interrogated person, further said to his father: Father, it will not go well, because Piet Eijland, the Hottentot, will bring us into trouble, just as he brought Engelbrecht into trouble, but his father had said: nothing will come of that, and why will he bring us into trouble, we are after all good friends.

Dutch transcription

Legt, Neen. legt neen geen last daar toe gegeeven te hebben — regt dat die meid op een nacht in de kraal gekomen is, en had zyn zoon willem als toen had doodgeschooten. ged segt zulx niet gezien, maar ge„ Rottentor „hoord te hebben. nevens z: voo legt, daar weet ik niet van Cristiaa woond. legt als voren, maar wel dat 't nu en op „ 73. Off hij ged: in perzoon niet begrijpt zegt, mag die gauwdieren dan off 't lyk van dat kind daarna is gezien. door zyn zoon is doen wegslen door de aasvogelen byna op„ „pen, zo als hij gehoord heeft.— „gevreeten, door de hottentotten „ 72. Off by 't schieten en doodsteenige van voorm: Antje door zyn voorm: zoon Willem, praesent geweest zyn „ de hottentottinnen Catrijn en griet „ 70: Off voorm: zyn zoon willem ver„ „volgens eevengem: antje met steenen heeft doodgesmeeten. off zyn ged=s voorm: zoon, Willem daarop ook twee schooten met scherp op voorm: antje heeft gedaan, en zy daar door segts aan 't hoofd is gequetst geworden. „ 69. „het zelve daar door hare armen, niet heeft kunnen gebruijken. Artb 68. aff hij get: in perzoon daarom ver„ „volgens zyn zoon willem van Zyl. heeft gelast voorm: antje maar dood te schieten. alle dook ,en heb„ tdat den hol akten, schiete w reeds der gekome droten swegens tje on¬ boom volgens dat „ 71. alles roren, en voots niet te door zin in dezen gehouden ge„ weeten, daar kwaad aangedaan „drag, zo met het ruijlen van te hebben, maar zig te verbeel„ vee van de hottentotten, als met „den, wel gedaan te hebben, dat dezelve geweldadig van het hy de kaalkopen te hulp gekomen leven te beroren, ten loogsten is, en hun hun vee weer bezorgt. strafwaardig te hebben gemaakt Artl 14. zegt, met een goede intentie zulx wat hy ged: in perzoon tot zyn gedaan te hebben. verschoning weet by te brengen? /:onderstond:: Aldus Gevraagd en Beantwoord aan Cabo de Goede Hoop, den 9 Febr: 1788. voor de leeren Willem Ferdinand van Reede van Oudtsloorn. en Jan Coenraad Gie leeden uit den E: Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezer, benevens den gevrs en mij gesw Clercq mede behoorlyk hebben onderteekend /: laager :/ t' welk ik Getuyge /:was getekend R: J: V: d: Riet g:Zw Clercq. — Compareerde voor ons ondergeteekende Gecommitt uyt den E: Achtb: raad van Justitie deezes gouverne„ „ments, de voorsz: veldwagtmeester Adriaan van Zyl, dewelke deeze zyne voorenstaande vraagarti Recollement. culen „culen met zine daarop gegeevene antwoorden, van woorde tot woorde klaar en duydelyk voor„ „geleezen weezende, verklaarde daar by te blyven persisteeren, met begeerte dat er niets meer bij„ „gevoegt ofte van gedaan werden zal, zeggende dat al 't voorenstaande de zuyvere waarleyd is. - /:onderstond::/ Aldus Gedaan en Gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop, den 22. Febr: 1708 /:was geteekend:/ Adriaan van Zijl /:lager:/ Mij praesent /:was ge„ „teekend:/ R: J: V: d: Riet: Gesw Clercq /: in margine:/ als gecommitt:s /:was geteekend :/ W: I: V: Reede van Oudtshoorn en J: C: Gie. Compareerde voor ons Articulen gedaan maken, en aan onderget=de gecommitt. s uijt den heeren Gecommitt:s uyt den E: E: Achtb: raad van Justitie deezes Achtb: raad van Justitie deezes gouvernements den burger Petrus Gouvernements overgegeeven, van Zeyl, denwelken op de door ende van weegens den on„ nevenstaande vragen, zodanig „dergetde Landdrost van stellen„ g'antwoord heeft, als beseyden „bosch en drakenstein. Hendrik een ijzer aangeteekend staat. „Lodewijk Bletterman, om daarop ter zyner requisitie R:O: te wor„ „den gehoord, den burgers Petrus van Zeijl, zullende desselvs te geevene ge¬ van als met het ten aake zyn gem. Cabo t Ja raad s hebben getekend nev en - 8 mmelt. uverna n garti ulen van zegt Petrus van Zeyl van deesen uythoek geboortig, burger op stellenbosch dienst doende, oud sesthien Jaaren. — waar hi ged: in perzoon woonagtig zegt, op zyn vaders plaats, genaamt is, en waarmeede hy zig komt akerendam, geleegen in de han„ erneeren. „tam en dat zy van 't geen den plaats opleeverd hun bestaan hebben: — zegt, dat 't na zyn gev:t gissing twee Jaaren in de maand oc„ „tober aanstaande worden zal dat zyn vaaer op de togt ge„ „gaan is. — zegt, dat hij gesz: ter ordre van zyn vaaer meede is moeten gaan, en dat hij gev=e nog aan zyn vader gesegt heeft, vader het zal niet goed gaan, want Piet Eijland de hottentot zal ons in't verdriet brengen, zoo als hij Engelbrecht in't verdriet gebragt heeft, dog had zyn vader gezegt, daar zal niets van koomen, en waarom zal hij ons in 't verdriet brengen, wij zyn immers goede L 4. op wiens ordre en om welke reedene die reise ondernomen is. wanneer of hij ged: in perzoon benee „vens zyn vaaere den oud veldwag „meester Adriaan van Zeyl en zyn ged: broeder Andries van Zeijl mitsg„s den burger Ian Wieser, van uyt de rantam na 't nama „qua land is gereyst. „antwoorden, beseyden ieder ar „ticul moeten worden bekend gesteld: des get: in perzoon zyn naam ouderdom en geboorte plaats. Artl 1. vrierden 2.

NL-HaNA_1.04.02_11021_0139 view scan ↗

English

known residing states that ... friends, just as the prisoner, then also by order of his father had to go along, stating further that their intention was to travel through the Hottentot nations up to the Caffres, and then to barter some cattle from the Caffres, the prisoner stating further that during their journey they passed through several kraals, and specifically first at Swartland along the Great River, then at the Linksen, after that near the Kaalkoppen, and finally at the Hounsaken, which in Dutch means as much as Chinese Bushmen, whereto they traveled with a large quantity of Kaalkoppen and at the request of the Kaalkoppen, because those Kaalkoppen claimed that those Hounsakken had stolen much cattle from them, and when he the prisoner C: S: had approached near those Hounsakken, Stoffel and Gert had fallen ill, who then also turned back with Paul, the prisoner C: S: then having traveled further up to those Hounsaken, and after between those Hounsakken and Kaalkoppen they first spoke in a friendly manner and subsequently shot at each other with arrows, so that he the said C: S. for their protection was forced to also shoot with live ammunition; until those Hounsaken had taken flight, whereupon the Kaalkoppen with Piet Eijland crossed that river, without knowing by whose order, and retrieved from there the cattle that previously had been stolen by the Hounsakken from the Kaalkoppen, the prisoner finally says he found no dead Hottentots at the place of the fight. Article 5. Whether he the prisoner did not hear that Barend Lubbe was sent by his father with a letter to the Honorable Lord Governor, containing a request to make an expedition inland with some volunteers to shoot elephants. States, as he the witness heard from his brother Andries. Article 6. Whether the said Lubbe upon his return stated that the Honorable Lord Governor could not grant the request of his accused father, because thereby more opportunity would be given to the predatory Bushmen for robbing and stealing. States, as he heard from his brother Andries. Article 7. Which Hottentots and Bastards traveled along. States, the Bastard Hottentots Stoffel, Gert Engelbrecht, Gertje Beer, Paul Engelbrecht and the Hottentots old Piet Eyland, small Piet Eijland, Ruyter, Andries, Jas, old Piet Namacqua and Jan Swart, which latter remained with the Bushmen, while the others came along. Article 8. Which Hottentots and Bastards were in the service of his accused father and which in the service of burgher Jan Wieser. States, Andries, Jas, Ruijter, Gerrit de Beer were in the service of his accused father, while old Piet Namacqua lived with Jan Weeser. Article 9. Whether all the aforesaid Hottentots and Bastards, or which of them, were provided with guns and weapons. States, by estimate to have taken along ten guns, which were distributed to the Hottentots and to them without knowing or being able to give the exact number, further states that one gun remained at the wagons with Andries and Jan. Article 10. Whether his accused father, commanded the other Hottentots who were neither in his service nor in the service of the aforesaid Wieser to go with him to pursue the Bushmen Hottentots, who had stolen a large part of the cattle of the burgher Paul Karsten. States, that those Hottentots already, when his father had requested permission with Lubbe from the Honorable Lord Governor to go on the expedition, had promised his father to go with him to the Great River and to show him the way, when in the meantime cattle of Paul Karsten had been stolen, his accused father having then agreed with some others to go on a commando against those predatory Bushmen, as former field sergeant, but that no person came to help carry out that commando. Article 11. Whether his accused father, having arrived in the Namacqua land, hired there some pack oxen from the Hottentots. States, Yes, to have hired four pack oxen from the Hottentots at the Great River. Article 12. For what purpose his accused father hired those oxen. States, to carry the goods that his said father had taken along to barter the cattle from the Caffres. Article 13. Whether his accused father loaded those oxen with a lot of beads, knives and provisions. States, Yes, at a spring called the Vlakke Fonteijn. Article 14. Whether his accused father then said to the Hottentots taken along that it was not necessary to pursue the Bushmen, because his intention was to go shoot elephants in order to deliver the tusks thereof to the Honorable Company, and to give each Hottentot a portion then. States, as before. Article 15. Whether upon this saying the Bastard Hottentots Paul, Stoffel and Gert, because Gert had said he was ill, remained behind there. States, No. Article 16. Whether his accused father, having subsequently arrived at the third Hottentots kraal, hired two hundred and forty-four Hottentots from the same. States, No, I do not know about that, whether those Hottentots were hired, but indeed that the Kaalkoppen went along to retrieve cattle. Article 17. Whether his accused father passed the Great River and, having traveled some days further, arrived at a spring. States, to have indeed gone along the Great River, but to know of no tributaries.

Dutch transcription

bekend oonagtig zegt, ba. ar vrienden, gelijk de geor, dan ook ten ordre van zyn vader heeft moeten meede gaan, zeggende verder dat hun intentie was, om door de hottentots natien tot bij de Casters te gaan, en als dan van de Catters eenig vee inte ruijlen, zeggende de ged„e verder dat zij ge„ naam „duurende hunne reize door verscheide Craalen gekomen zin, en wel insonderheid het eerste bij zwartlard langs de groote riviers, vervolgens bij de linksen daarna nabij de kaalkoppen, en eyn„ „delijk bij de hoursaken op 't hollands zo veel beteekend, als Chiste„ „mensche bosjesmans, waarna toe zij getrocken zyn, met een groote quantiteijt Caalkoppen en op versoek van de kaalkoppen, wyl die kaalkopen voorwende dat die hounsakken veel vee van hun gestoolen hadden, en wanneer hij gevr: C: S: omtrend die hounsakken genadert waren, was stoffel en gert ziek geworden, die dan ook weder te rug gekeert zin, met Paul, zynde de gev: C: S: als toe beneeverder getrocken tot bij die hounsaken, en na dat 'er tusschen eldwag dien hounsakken en Caalkoppen, eerst in't vriendelyk gesprooken en zijn vervolgens, tegens malkanderen met pylen geschooten was, zoo dat hij gesz: C: S. tot beveijling van hun genoodzaakt geworden is, ook met scherp te schieten; tot dat die hoursaken de vlugt genoo„ „men hadden, wanneer de Caalkoppen met Piet Eijland door die rivier gegaan zyn: zonder te weeten ter mens ordre en van daar de beesten te rug genoomen, die door de hoursakken te voren van de Caalkoppen geroofd waaren, zegt den gev:e eijndelijk geen doode hottentotten op de plaats van 't geregt gevonden te hebben. Artl 5. reedene Zeijl. off hij geve niet geloord heeft, dat Barend Lubbe, door zyn vader met een brief na de Edele Heer gouverneur gesonden is, inhoudende versoek ats komt ieser wama s goed ierde de en int zegt, zoo hij get:e/ gehoord heeft van zyn broeder Andries. gert, Engelbrecht gertje beer, Paul Engelbrecht en de lotten„ „totten oude Piet Eyland kleijne Piet Eijland, Ruyter, andries, Jas, oude piet Namacqua en Jan swart, welk laatste bij de bosjesmans verbleeven is, terwijl de andere meede gekoomen zyn— zegt de bastaard hottentots. stoffel, welke hottentotten en bastaards zegt, negissing thien geweeren meede genoomen te hebben, die verdeeld zyn. aan de hot„ „tentotten en aan hun zonder 't juijste getal te weeten of te kunnen opgeeven, zegt verders dat een geweer bij de wagens verbleeven is, bij Andries en Jan Off alle de voorsz: hottentotten en bastaards, dan wel welke van dezelve met geweers en wapenen zyn voorsien geweest meede gereyst zijn. off gem: Lubbe bij zyn te rug komst heeft gezegt, dat welgem: heer gouverneur 't versoek van zyn ged: vader niet kon toestaan terwijl daar door aan de rooven bosjesmans meer geleegentheijd tot het roosen en steelen zou worde gegeeven. versoek, om met eenige vrywillig een togt landwaards in te doen om oliphanten te gaan schieten. Art„ 6. Art=l 9 „ 8 Art„h 9. ywillig te doen en Jan zyn ged: vader en welke bij den de beer, bij zin gev: vader in dienst geweest te zyn, terwijl burger Ian wieser in dienst zyn bij Ian weeser gewoond heeft geweest oude Piet namacqua — zegt, Andries, Jas, Ruijter, gerrit Welke hottentots en bastaards bij Zegt, dat die hottentotten reeds toen zyn vader om permissie aan den welE: gestr: heer gou„ „verneur met Lubbe versogt had om op de togt te gaan aan zijn vader beloofd had, om met hem na de groote rivier te gaan, en hem de weg te weijsen, wanneer het intusschen vee van Paul Karsten geroofd was, zijnde als toen zyn gevs vader met eenige andere overeengekoomen, om een Commando op die rovende bosjesmans te doen, als oud veldwagtmeester maar dat er geen mensch gekomen was, om die Commando te helpen bewerkstelligen zegt. Ia, vier draagossen van de totten en hottentotten bij de grote rivier gehuurd te hebben. 12. waar toe zijn gev=e in perzoon vader segt, om de goederen te dragen die syn gesz: vader meede genoomen die ossen heeft gehuurd! hod, om het vee in te ruijlen van de bij Off zyn ged: vader in't namacqua land gekomen zynde aldaar eenige draagossen van de rotten; „totten heeft gehuurd. off zyn geve/ vader de overige hotten„ „lotten welke zo min bij hem als bij den voorm: wieser in dienst geweest zyn, heeft gecommandeerd om met hem meede te gaan de bosjesmans hottentotten te agtervolgen. de„ „welke een groot gedeelte vee van den burger Paul Karsten geroofd hadden! van terug Art=l 9 Caffers ieten. welgem: toestaan roovend heijd worden aards de van penen 11. „ 10 Caffers. zegt, als voren. Legt. Neen off zyn ged: vader die ossen heeft beladen, met een parthij Coraalen messen en provisie. Artl 13. off zyn geds vader als toen aan de meede genoomene hottentotten heeft gesegt, het niet nodig te zyn de bosjesmans te agtervolgen, want zyn intentie te zyn, om oliphanten te gaan schieten, ten einde de tanden daarvan aan dE: Comp: te leeveren, en aan ijder hottentot als dan een portie te zullen geeven. off op dit gesegde de bastaard hot„ „tertotten, Paul, stoffel en Gert, ver„ „mits gert had gesegd ziek te zyn, aldaar agter gebleeven zyn off zyn ged: vader vervolgens gekoome Zynde aan de derde hottentots Craa v uyt dezelve twee hondert vier en veertig hottentotten heeft gehuurd. Off zyn gevrs vader de groote rivier zegt, wel langs de grote rivier gegaan te zyn, maar van gepasseerd en eenige dagen verder geen spruijten te weeten. gereijst, zynde, gekoomen is, aan zegt zogt, Neen daar weet ik niet af of die hottentotten gehuurd zyn, maar wel dat de Caalkoppen meede gegaan zyn, om vee te rug te haalen. zegt. Ia by een Fontein genaamd de vlakke fonteijn. een „ 14. „ 15. „ 16.

NL-HaNA_1.04.02_11021_0143 view scan ↗

English

kraals. Article 18. How that nation of the aforementioned Hottentots call themselves. Says that the Hounsaken are called what in Dutch means Christian Bushmen. Article 19. Whether he, the prisoner in person, his mentioned father and his mentioned brother, along with the mentioned Ian Wieser and the aforementioned Hottentots, saw a multitude of Hottentots appear on the other side of the aforementioned creek, being a creek of the same large river named the Yellow River. Says yes. Article 20. Whether his mentioned father, with him the mentioned prisoner and his brother, dismounted from their horses and immediately fired with live ammunition at the aforementioned Hottentots. Says that when he, the prisoner, with his company and the Hottentots arrived there, the Kaalkoppen were already with them, and at that time the Kaalkoppen were already in a heated dispute with those Hounsakken. Says that he, the prisoner, and the others left their horses a short distance away, and having gone somewhat closer to see whether the Kaalkoppen were indeed in enmity with those Hounsakken, they were shot at by those Hounsakken with arrows, and then, by order of his father, he, like his father and the others, shot at the Hounsakken, stating that his gun was only loaded with blank powder, and that he had shot with that; further stating that in the evening he fired one shot with a ball, which shot fell far too short. Article 21. Whether, after the third shot was fired by them, the mentioned Wieser also shot at those Hottentots. Says that Wieser fired the second shot after his mentioned father had fired. Article 22. Whether his mentioned father in person, then noticing that the Hottentots Piet Eyland and the others provided with muskets did not shoot along with them. Says no, not having seen or heard such a thing. Article 23. Whether his mentioned father in person thereupon went behind the aforementioned Hottentots with his musket, the cock of which was drawn, and substantially said to them, with respect, "Damned lot, why do you not shoot, do you not see that I am shooting, and if you do not shoot, you will get the same stuff." Says no. Article 24. Whether the aforementioned Hottentots then shot out of fear at the Hottentots who were on the other side of the river. Says yes, that the Hottentots also shot, without knowing by whose order, but that his father had ordered him, the prisoner, and Wieser, along with his mentioned brother, to shoot. Article 25. Whether that shooting did not continue from about eight o'clock in the morning until late in the afternoon. Says that from around 9 o'clock in the morning until late in the afternoon, that shooting lasted. Article 26. How many shots with balls were fired by him, the prisoner in person, his mentioned father, his mentioned brother, and the aforementioned Ian Wieser. Says that he, the prisoner, does not know how many shots the others fired, but that he only fired three shots: one with blank powder, one with a piece of wood, and one with a ball. Article 27. Whether some of the Hottentots on the other side of the creek fell to the ground and the others took flight. Says he does not know that any of those Hounsakken were shot dead. Article 28. Whether, after that shooting, that Hottentot Piet Eyland and several of the others were sent to the other side by his mentioned father to bring all the cattle of those same Hottentots to this side. Says that Piet Eyland and the others did go to the other side of the river to drive the cattle across, but not by order of his father, and that those Hottentots also got some cattle across that evening, and while that cattle swam back to the other side that night, he, the prisoner, his brother, and J: Wieser went across the river the next morning and fetched that cattle for them. Says further that his mentioned father received about forty cattle as a present from the Kaalkoppen for his trouble. Article 29. How many cattle were brought to his mentioned father by those Hottentots. Says about 20 head, by estimate. Article 30. Whether he, the mentioned prisoner, then heard how many Hottentots were shot dead. Says no. Article 31. Whether he, the mentioned prisoner, also heard the aforementioned Piet Eijland say to his mentioned father that several Hottentots were shot dead, and two women jumped into the water and drowned. Says no. Article 32. Whether his mentioned father in person answered thereto, "It is as good to my masters as if I pull a leaf from a tree, and the gentlemen do not ask after a Hottentot." Says no. Article 33. Whether the return journey was undertaken the next day. Says yes. Article 34. Whether, having subsequently arrived at the third kraal, the Hottentots hired from that kraal were dismissed by his mentioned father. Says that his father did not dismiss those Hottentots, but that those Hottentots departed from them, saying that his mentioned father and Ian Wieser [illegible].

Dutch transcription

Coraalen zegt, toen hij gev: met zyn gesel„ „schap en de hottentotten daar kwamen, waaren de kaalkoppen reeds by hun, en toen waren de Caalcoppen met die hounsakken reeds in leevige twist. tander zegt. de hounsaken gen„t te zyn 't geen in't hollonds betekend Christemense bosjesmans. — eren, off zyn ged: vader met hem ged: segt, dat hij gev„e en de overige hunne en zyn broeder van 't paard ge„ paarden, een End weegs daarvan daan gelaaten hadden, en wat „steegen is, en direct op voorsz: nader bygegaan zynde, om te zien hottentotten met scherp heeft of de caalcoppen met die hounsak, geschooten! „ken wel in vyandschap waaren, wanneer zij door dien hounsakken met pijlen geschooten zyn, en toen ter ordre van zyn vader gelijk zyn gep:„ vader en de overige geschooten, op de hoursaken, zeggende dat zyn geweer maar met los kruijd geladen was, en daar meede geschoten te hebben; zeggende nog dat hij met den avond nog een schoot met de kogel gedaan had, welke schoot veels te kort was — rivier verder aan zegt, dat wiese de tweede schoot. Off na dat door hunl: de derde leurd. en tots Craa gekoome 19. hoe die natie der gem: hottentot„ „ten zig noemen. „ 20. hij ged: in perzoon zyn vader en zyn ged:, broeder nevens gem: Ian wieser en de voorm: hottentotten aan de overseyde van de voorsz: spruijt een menigte hottentotten heeft zien ten voorscheyn koomen„ een spruijt van dezelve groote rivier de geele rivier genaamd: Artl 18. 21. nar Schoot heeft de heeft zynde want ten dan ardhot„ t, ver„ te zyn, een Legt Ia„ zegt„ neen zulx niet gesien nog gehoord te hebben, na zyn gev: vader gedaan heeft. - schoot gedaan was, door gem: wi „ser meede op die hottentotten is geschooten. Arth 22. off zijn gev: in persoon vader, als toen gewaar geworden zynde da de hottentotten Piet Eyland en de overige met snaphaanen voorsien niet meede schooten! „ 23. Off daarop zyn ged: in perzoon vader zig agter de eevengem: hottentotten met zyn snaphaan waar van de haan was gespanne heeft begeeven, en tot deselve sub „stantieelijk gesegt / S: V:/ verde „de goed waarom schiet Julluij niet, ziet Jullui niet dat ik schi en als Julluij niet schiet dan z Julluij van dezelvde zox krygen „ 24. zegt ja dat de hottentotten off de eevengem: hottentot ten wij meede geschooten hebben zon„ vreese als toen meede geschoten „ders te weeten ter wiens ordre hebben of de Aan de overseyde maar wel dat zyn vader der rivier zig bevindende rotten hem geves en wieser neevens „totten. zyn geve broeder g'ordon„ „neert hadden om te schieten Arth 25 Art„ 25. gem: Wie ten is of dat schieten niet heeft aange„ zegt, van omtrend 9. uuren in de „houden, van des morgens omtrend morgen, tot laat in de nademid„ Agt uuren tot in de nademiddag. „dag, dat schieten geduurt te hebben:— hoe veele schooten met kogels door zegt, dat hij geol niet weet hoe hem ged: in perzoon zijn ged: vader veel schooten de andere gedaan zijn ged: broeder en voorsz: Ian hebben, maar dat hij maar drie wieser wel gedaan zyn! schooten gedaan had, Een met los kruijd een met een stuk hout en een met een kogel.— Off van de hottentotten aan de zegt niet te weeten dat 'er van die overseijde den spruijt. Zommige hoursaken dood geschooten zijn: ter aarde gevallen zyn ende overige de vlugt hebben genoomen! „ 28. off nadat schieten door zyn gede zegt, dat Piet Eyland, ende andere vader dien hotten tot Piet Eyland. wel na de overseide van de rivier en verscheijden van de andere na gegaan zyn, om het vee door te de overseijde gesonden zyn, om drijven, maar niet ter ordre van zyn vader, en dat die hotten alle het vee van deselve hottentotten „totten ook eenig vee, die avond aan deese zeyde te brengen. hebben doorgekreegen, en terwyl dat vee dien nagt weder na de overseyde geswommen was, was hij geol zyn broeder, en J: wieser die anderen dag morgen door de rivier gegaan, en dat vee voor hun gehaald zigt nader dat zin geve vader van de Caalcoppen omtrend veertig „beesten praesent gekregen had: voor zyn moeijte— N 25 art: 29 der, als ynde dat ende voorsien zoon 29 la spanne Julluij tik dan gem. a schi doo sub aan gem: ten zij ten de hotter „ 27. 26. zegt, Neen. Legt, Neen. Legt, Neen! Legt Ia. zegt. omtrend 20 stuks na gissing. Roe veele beesten door die hotten tot „ten bij zijn geve vader zijn gebrag geworden. „. 30. off hij ged„e als toen heeft gehoord hoe veele hottentotten dood geschoo „ten zin! 31 Off hij ged: ook van voorm: Piet Eijland aan zyn ged: vader had hooren zeggen, dat 'er verscheyden hottentotten doodgeschooten zijn, en twee wynen in't water gespron „gen en verdronken zijn. off zyn ged: vader in perzoon daar g'antwoord heeft, 't is voor mi eeren zo goed, als of ik een blad va een boom trek en daar vragen de heeren niet na een hottentot Off des anderen daags de te rug rheijze is aangenoomen. Off vervolgens aan de derde kraa zegt, dat zijn vader die hottentotten gekoomen zynde, door zyn gedevo niet afgedankt heeft maar dat die hottentotten van hun „der de van die kraal gehuurde zijn afgegaan, zeggende dat hottentotten zyn afgedankt zyn geve vader en Ian wieser te „ 33: Arth: 29. Lamer „ 32. „ 34.

NL-HaNA_1.04.02_11021_0147 view scan ↗

English

heard. Sas says together they had for their share, both of what they received as a gift and what they had bartered from the Caalcopen, approximately one hundred and fifty head of cattle by estimation. Article 35. Says no, father gave nothing to the Caalcoppen, but indeed gave a string of beads to each of the hired Hottentots and to the other Hottentots. Whether his mentioned father gave a string of beads to each of the hired Hottentots. Article 36. Whether he, mentioned in person, with his imprisoned father and brother Andries, alongside aforementioned Ian Weeser, as well as the accompanying Hottentots and Bastard Hottentots, undertaking the journey, arrived at a Hottentot kraal situated closest to the Christians, and there found again the Bastards Paul, Stoffel, and Gert who had been left behind. Says yes. Article 37. Whether his imprisoned father discovered any cattle thereabouts and asked aforementioned Paul where the kraal was from which the cattle were moving away, and whether the same Paul then pointed out the kraal. Says no, that his imprisoned father did not ask Paul whose cattle it was, but indeed whether he, Paul, had his cattle from the kraal named de Linkse, to which Paul had answered no, that he did not dare go there. Article 38. Whether his mentioned father in person thereupon said in substance to the mentioned Paul, it is good that you know that, you must go there tomorrow morning with little Peet, Eyland, Gert Beer, Piet Namacqua, Ruyter, and Gerrit, take the cattle away, and shoot all the Hottentots dead, for all the Hottentots who stay in this region are nothing but rogues. Says no, that his father did not say to fetch all the cattle and shoot all the Hottentots dead, but indeed upon the complaints of Paul that the Linkse did not want to deliver their bartered cattle, his imprisoned father had said, you must go tomorrow with the other Hottentots and fetch your cattle. Article 39. Whereupon mentioned Paul answered his mentioned father, master that will not go well, for I do not know what harm those Hottentots have done. Says no, I know nothing about that. Article 40. Whether his mentioned father in person then the next morning handed over his own musket to mentioned Paul while saying to him, you must do what I order you, and if you do not do that, the same will happen to you, and compelled all the same aforementioned Hottentots and Bastards to proceed to the same kraal. Says, he knows well that a gun was given by his father, but whether it was his imprisoned father's own he does not know, and furthermore that his imprisoned father said, you must go peacefully and not shoot, just as those Hottentots then went. Article 41. Whether he, mentioned in person, after the aforementioned Hottentots and Bastard Hottentots arrived at the aforementioned kraal, heard any shots fired and how many. Says no. Article 42. Whether the same upon their return brought fifteen head of cattle with them and whether his imprisoned father was not very displeased about that. Says, he knows well that 15 head of cattle were brought along by those Hottentots, but not that his father was angry because they had not brought more, and furthermore that his father had still reprimanded those Hottentots because they had shot. Article 43. Whether the Hottentots Ruyter and Sas had the care of the stolen cattle. Says yes, and that Andries also had the care. Article 44. Whether the father of him, mentioned in person, thereupon had the same Jas and Ruiter laid down by the Bastard Hottentot Haan and beaten to such an extent that the welts could still recently be seen. Says that Jas and Andries were beaten by Wieser, and since he, the prisoner, was not present, he the prisoner does not know whether those Hottentots were laid down or received a running thrashing. Article 45. Whether, the return journey thereupon continuing, they approached near the farm of the burgher Petrus Pienaar named the Hartebeest River; and whether the next day early in the morning a part of the stolen cattle was missed by his imprisoned father. Says no. Article 46. Whether thereupon mentioned prisoner's father and aforementioned Jan Wieser, mounting their horses, made aforementioned Jas and Ruijter run ahead of the horses up to the aforementioned farm. Says that his imprisoned father indeed rode with Wieser to Pienaar's farm, but that the Hottentots were not driven ahead of the horses. Article 47. Whether the prisoner's father and aforementioned Weeser, without wishing to hear the burgher Ian Blom, the servant stationed at the farm, beat him to such an extent that he remained lying on the ground. Says to have heard that Jan Weeser beat the aforementioned Jan Blom, nothing more. Article 48. Whether he, mentioned in person, also learned that aforementioned Jan Blom said to his imprisoned father that the cattle missed by him, having been found by the herdsmen in the field, he had caused them to be taken into custody in the kraal. Says no. Article 49. Whether his imprisoned father [illegible] the young small livestock, which by the hard driving [illegible] cows during the journey. Says [illegible]

Dutch transcription

gehoord Legt Sas zamen voor hun aandeel hebben gehad, zoo van 't geen zij praesent gekreegen als 't geen zi geruijld hadden van de Caalcopen omtrend Een hondert vijftig stuks beesten na gissing. Art:l 35. zegt Neen, aan de Caalcoppen heeft off door zyn ged: vader aan een vader niets gegeeven, maar ijder der gehuurde hottentotten wel aan de andere hottentotten - een streng Coraalen is opgeeven" of hij ged: in perzoon met zyn geve vader en broeder Andries nevens voorm: Ian weeser, mitsg=s de meede genoomene hottentotten en bastaard hottentotten de reyse Aanvaardende tot een 't naast bij de Christenen geleegene hot„ „tentots kraal gekoomen, en aldaar wederom aangetroffen zin de agtergelatene bastaards Paul Stoffel en Gert. s of zyn geve vader aldaar omtrend Legt neen, dat zyn geve vader niet gevraagd heeft. aan paul eenig vee heeft ontdekt en aan wiens vee dat 't was, maar wel voorm: Paul gevraagd waar de of hy Paul zin vee had van de kraal waarvan het vee weg trok kraalgenaamd de linkse, waarop zig bevond, en of denselven Paul Pauel g'antwoord had. van als toen de kraal heeft aangewee„ neen, dat hij niet daarnatoe „Sem. dorstgaan. art„l 38 Rottentot gebrag geschoo Piet had sch zyn, Gespron leyde daar blad ag de van g te ge rde t 2a kraa - 37. 36. Arth 38 zegt, Neen dat zyn vader niet s zin ged: in perzoon vaader daar gesegt heeft, om al het veete „ op tot gem: Paul in substantie haalen en alle de hottentotten heeft gesegt, het is goed dat dood te schieten, maar wel op Julluij dat weet, zy moet morgen de klagten van Paul, dat de oggend. met kleyne peet eyland Linkse hun geruijld vee niet gert Beer Piet Namacqua, Ruijt wilde afgeeven, zyn geof vader en gerrit daarna toe gaan de gesegt had. gij moet morgen het vee weg neemen ende hot„ met de andere hottentotten „tentotten altemaal dood Schieten gaan en haale uw vee af. — want alle de hottentatten die in deese streek blijven zyn. maar schelmen zegt, neen daar weet ik niets off zyn ged: in perzoon vader als Legt, wel te weeten. dat door anderen daags morgens met zyn vader een geweert is gegee„ zyn eygen snaphaan te overhandi„ „ven maar of zulx zyn geve vaders eygen geweest is ge„ „gen aan gem: Paul onder het „weest. niet te weeten, en voorts zeggen toe fyluij moet doen wat ik dat zyn geve, vader gesegd Jyluij ordonneer, en als Jyluij dat heeft, gij moet gaan in't vrien, niet doet, zal Jyluy van 't zelvde overkoomen, alle dezelve eevengem „delyke maar niet schieten hostentotten en bastaards heeft gelyk die hottentotten dan ook gegaan zijn. gedwongen hun na dezelve kraal, te begeeven. „ 40 Heeren gem: Paul zyn ged: vader heeft g'antwoord, fabaas dat zal niet goed gaan, want ik weet niet wat quaad die hottentotten heb„ „ben gedaan. artl lel van 39. Art„ 41. zegt, neen. zegt. Ian Off hij ged„e in perzoon nadat voorsz: hottentotten en bastaard hottentotten by de voorm: kraal gekomen zijn, eenige schooten heeft loren doen en hoe veel. Off dezelve bij hun te rug komst zegt, wel te weeten, dat 'er 15 stux beesten meede gebragt zijn door vyfthien stuks beesten hebben die hottentotten maar niet meede gebragt en of zin gev„en dat zyn vader quaad is geweest vader daar over niet zeer te on„ om dat zij niet meer gebragt „ vreeden is geweest. hebben, en voorts dat zijn vader nog die hottentotten te zeede gesteld had, om dat zyl:t geschooten hadden. „ 42. vader dat zal weet niet de opas gehad heeft zegt Ia en dat Andries meede Off de vader van hem ged: in per„ zegt, dat Jas en Andries door „zoon denzelven Iasen Ruiter daar„ wieser geslagen zyn en ver„ „volgens door die hi geven daar„ op door de bastaard hottentot heeft doen nederleggen en dermaten niet bij presentt geweest is. weet hij geve niet of die lotten Haan dat 'er de striemen nog eevengem „ 44. of den opas van 't geroofde vle heeft gehad, de rottentotten Ruyter en Sas. „ 45. „ 43. Off de te rug reijse daarop vervol„ „gende zijt ulle genadert zyn, om„ „trend de plaats van den burger Petrus Pienaar de hartebeest rivier genaamd; en of des anderen daags vroegteydig door zyn gev„e vader een gedeelte van 't geroofde vee is vermest: „totten onlangs der daar stantie dat morgen eyland aRuijt de hot„ schieten die in aar en heb„ als met handi„ het wat ik dat zelvde heeft zelve tel Legt, neem. zegt, neen, maar dat zy eene totten zijn nedergelegt of een onlangs nog van te zien geweest lopende loesing gekreegen heb„ zijn. Art„l 46. o daarop gem: des gev„t vader zegt, dat zyn gev„e vader, wel en voorm: Jan Wieser te vaard met wieser na de plaats van Pienaar gereeden is, maar gesteegen. zynde voorm: Jasen dat de lottentotten niet voor ruijter voor de paarden uijt de paarden zyn uijtgejaagd: heeft laten loopen tot aan de voorsz: plaats. zegt gehoord te hebben dat Jan weeser de voorsz: de voorsz Jan Blom geslagen heeft zonder meer Off des gevs vader en erengem weeser den op de plaats besche „de zynde knegt den burger Ian Blom, zonder dezelve te willen hooren dermaten hebben geslagen dat hij op de aarde is blijven leggen! „ 47. off hij ged: in perzoon ook heeft vernomen. dat voorm: Jan Blom Aan zyn gev=t vader heeft gedeg dat 't door hem vermisten vee door de wagters in't veld ge„ „vonden zynde hy dezelve in de kraal in bewaring had doe neemen. „ 49 off zyn gev: vader 't jongen kleij vee, 't welk door 't sterk dreyver Legt koeij geduurende de reijse „ 48. tot niet „ben. tot Le

NL-HaNA_1.04.02_11021_0151 view scan ↗

English

Article 50. Whether he, the interrogatee in person, and his father, along with the mentioned Wieser and the Hottentots, subsequently arrived in the Hantam. Says, Yes. 60. How many cattle in general were taken from the Hottentots, and how many were slaughtered for use. Says, that his interrogated father received 80 cattle for his share, and Jan Wieser likewise. 61. Whether he had the throats of the wife and children who could not walk cut and had them left along the road. Says, No! 62. How the cattle brought into the Hantam were divided, and how much each received for his share. Says, as to Article 60. 63. Whether he, the interrogatee in person, also heard that the Hottentots from whom the cattle were taken pursued him, the interrogatee, and the rest of the company, but when they came near Jan Blom, they turned back on his advice. Says, no, they live near us although between them sometimes. Article 64. Whether the child of the aforementioned Ruijter, being Hottentots in the service of his interrogated father named Antje, often came to the place of his interrogated father, and whether his, the interrogatee's father, was annoyed by this. Says, father had her when she was little, subsequently father gave her to Christiaan van den Heever, and many times she, Antje, had deserted to his father's place. 65. Whether his, the interrogatee's in person, father on that account hung the aforementioned Antje, who had returned to the aforementioned father Ruijter, by her arms from a tree and beat her himself with a sjambok to such an extent that the child could not use her arms. Says, that his interrogated father did not do that, but Christiaan van den Heever did, as he, the interrogatee, saw himself, with her arms behind her. 66. Whether his interrogated father subsequently ordered his, the interrogatee's, brother Willem simply to shoot the mentioned Antje dead. Says, that his interrogated father gave no order to his brother Willem, but after she, Antje, had stolen several times on Willem's place, Willem one evening heard the dogs bark, and since he was of the opinion that there must be a wolf in the kraal, he, Willem, had taken his gun and gone to the kraal, and upon arriving at that kraal having recognized the aforementioned Antje, his brother, according to his own telling to him, the interrogatee, then shot the maid Antje dead with a bullet. Article 67. Whether his, the interrogatee's, mentioned brother Willem thereupon fired two shots at Antje, but only wounded her in the head. Says, as before, and that the shot went through the back and out the front through the chest, as his brother Willem told him, the interrogatee, himself. 68. Whether his, the interrogatee's, mentioned brother Willem thereafter stoned the same Antje to death. Says, No. 69. Whether the Hottentot women Griet and Katrijn saw all of this. Says, that those maids were in their straw houses. 70. Whether the same Hottentot women still saw the corpse of the aforementioned Antje lying there a few days later, eaten by vultures. Says, that his brother had told him, the interrogatee, that he had dragged the aforementioned Antje along a mountain, and had left her lying in that manner. 71. Whether he, the interrogatee in person, understands that violently attacking the Hottentot nation, depriving them of life, and robbing them of cattle, is a most punishable act. Says, he knows now full well that it is evil, but that he had to do so by order of his father. Article 72. What he, the interrogatee in person, knows to put forward in his defense. Says, he knows nothing in his defense, and that it was the order of his father, and that he does not know that he ever shot a Hottentot dead. Thus Asked and Answered at Cape of Good Hope, the 8th of February 1788, before the gentlemen Willem Eduard van Rheede van Oudtshoorn and Jan Coenraad Gie, members of the Honorable Court of Justice aforementioned, who have properly signed the original of this together with the interrogatee and me, sworn clerk. Below: Which I certify, was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned Petrus van Zyl, to whom these his preceding interrogation articles, with the answers given thereto, were read out clearly and distinctly word for word, who declared that he adhered and persisted therewith, requesting that nothing shall be added to or subtracted from it. Below: Thus re-examined at Cape of Good Hope, the 22nd of February 1788. Was signed: Petrus van Zyl. Below: In my presence, was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. In the margin: As commissioners, was signed: W. E. van Rheede van Oudtshoorn and J. C. Gie. Articles drafted and presented to the gentlemen Commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, by and on behalf of the undersigned Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, in order to examine thereupon at his requisition in criminal prosecution the burgher Jan Wieser, the responses to be given by the same having to be noted down beside each of them. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the mentioned Johannes Wieser, who has given such answers to the beside-written interrogation articles as stand noted beside each of them. Article 1. What is the interrogatee's name in person. Johannes Wieser says of this.

Dutch transcription

geweest tot gebruijk geslagt hebben. — Legt„ Ia. „ 60. Hoe veel vee in't generaal van zegt, dat zyn gev„en vader voor de hottentotten wel zyn ontno„ zyn aandeel genooten heeft engem 80 beesten en zoo meede Jan „men. besche weese ook. — urger te hebben Legt, Neen! Legt, als op artl 60. — en kleij dreyven zegt. neen, die woord bij ons Off het wyf ende kinderen van „ 62 Hoedanig het voorsz in den rantam gebragten vee is verdeeld geworden, en hoe veel yjder voor zyn aandeel heeft bekoomen. „ 63. off hij ged: in perzoon ook heeft gehoord, dat de hottentotten waarvan het vee ontnoomen is hem ged: en het overige van 't ge„ „volg zyn agtervolgd. dog wan„ „heer dezelve tot bij Ian Blom genadert waren op desselvs aanraden zyn te rug gekeert! „ 61. niet voortgaan konden de hals heeft laten afsneyden en langs de weg laten leggen. Artl 50. Off hij ged:e in perzoon ende zyne nevens gem: wieser en de Rotten„ „totten vervolgens in de hantam zyn aangekomen. hoewel den vader aard asen uijt an de rde heeft Blom geleie e vel ge„ in doet niet E - hoewel tusschen beyde wel eens den bij zyn gev:e vader in dienst by Christiaan van den Heever zijnde hottentotten Ruijter: bij den burger Christiaan van der Heever woonen. Off het kind. van voorm: Ruijter zegt, vader heeft haar gehad met naame Antje dikwils op toen zy kleyn was, vervol„ „gens heeft vader haar wegen zijn gev: vader plaats gekomen „gegeeven aan Christiaan zijnde zijn ged:s vader zulx heeft van den Heerer en menigmaal verdrooten! was zy antje, na de plaats van zyn vader gedrost. zegt dat zyn ged: vader zulle niet gedaan heeft maar wel Christiaan van den Heever, zoo als hij geve zelvs gesien heeft met de armen agter, „waards. — zegt, dat zyn geve vader geen off zyn gev:s vader vervolgens ordre aan zyn broeder Willem zyn ged: broeder willem heeft gegeeven heeft, maar wel na bevoolen, om gem: antje maar dat zy antje eenige reijsen dood te schieten. op de plaats van willem ge„ storlen had by Willem op een avond de hoorden had hooren aanslaan en dewyl hy in de meening 66. off zijn ged:s in perzoon vader des wegens voorm: Antje. die wederom na voorm. vader Ruyt gekoomen was, onder den Armen aan een boom heeft opgehangen en dusdanig zelvs met een Sjambok geslagen, dat het zelve kind haare armen niet heeft kunnen gebruijken. 65. Artl. 640. wat dienst ter: bij niet was dat 'er een wolf in de kraal moest zyn, had hy willem zyn geweer genoomen en na de Craal gegaan, wanneer hy bij die kraal koomende de voorm: antje had verkend hebbende zyn broeder volgens zijn eygen zeggen aan hem gev=e die meij d antje als toen met een kogel dood geschooten. — zegt, als vooren en dat de schoot s zyn ged: voorm: broeder willem daarop twee schooten aan antje gegaan was door de rug en heeft toegebragt, dog haar door vooren door de borst. zo als dezelve slegts aan 't hoofd ge„ zyn broeder Willem hem gevr zelvs verhaald heeft. —: quetst:d Legt, Neen. stroo huijzen waren. Of dezelve lottentottinnen het Legt, dat zyn broeder aan lyk van voorm: Antje eenige hem gev:e gezegt had, dat, hij dagen daarna door de aasvo„ de voorm: antje langs een „gels opgevreeten nog hebben zien berg gesleept had, en dusdag leggen. nig laten leggen. — „ 70. zegt, nu wel te weeten, dat 't quaad off hij ged:e in perzoon begrijpt is, maar dat hij zulx heeft de hottentots natie geweldadig moeten doen op ordre van Aan te vallen, dezelve om het meening zin vader.— leeven te brengen, en van hun wat Katrijn dit alles hebben gezien. langen zegt, dat die meijden in hunne off de hottentottinne griet en „ 68. off zyn ged: voorm: broeder Willem daarna dezelve antje heeft dood gesteenigt. Artl 67. veer van den Ruijter wels op gekomen heeft vader die Ruyt Armen een het 2 gens heeft maar „ 71. Artl 72. zegt, niets tot zyn verschoning wat hij ged: in perzoon, tot zij te weeten, en dat het de ordre verschining weet inte brengen van zyn vader is geweest en niet te weeten, dat hy ooijt een hotten tot dood geschooten heeft. — Aldus Gevraagt en Beantwoord aan Cabo de Goede Hoop, den 8 Febr 1788. voor de heeren wetRheede van Oudsloorn en Jan Coen „raad Ile, leeden uijt den E: Achtb raad van Iustitie voorm: die de minute dezes beneevens de geve ende my gezw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend /: lager:/ 'T welk ik Getuijge /:was getekend:/ R: J: V: d: Riet gesw Clercq: Recollement. Compareerde voor ons ondergetd=e Gecommitt:s uyt den E: Achtb: raade van Justitie deezes gou „vernements, de voorn Petrus van Zyl, dewelke deeze zyne voorenstaande vroog articulen met de daarop gegeevene antwoorden van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgeleezen zyn verklaarde daar by te blyven persisteeren, met zegt /:onderstond/./ „vee te beroren, een ten hoogsten strafwaardige daad te zijn begeerte dat daar niets bij of afgedaan werden zal. /:onderstond: Aldus Gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop, den 22 Febr: 1788: /:was getekend:/ Petrus van Zyl. /:lager:/ Mij praesent /: was getekend:/ R: J: V: d: Riet: gezwClercq. /: in margine:/ als gecommitt:s /:was getekend:/ wJ V Reede van oudtstoorn en J: C: Gee.— Articulen gedaan maaken, en Compareerde voor ons on„ „dergetd=e gecommitt:s uyt Aan heeren gecommitt:s uit den den E: Agtb: raade van Justitie E: Achtb: raade van Justitie dee„ deezes gouvernements. gem: „ zes gouvernements overgegeeven, Johannes wieser dewelke op de door ende van weegens den on„ nevenstaande vraag articulen „dergeteekende Landdrost van zodanige antwoorden gegeen stellenbosch en drakenstein Hendrik „ven heeft, als besyden een Lodewijk Bletterman, omme yder derzelver staan aange daarop ter zyner requisitie R: O: te worden geheord. den burger Jan wieser, zullende des„ „zelvs te geevene responsiven be„ „sijden een yder derzelver moeten worden bekend gesteld! „teekend.- — tt:s es gou Artt. me zegt Johannes weeser van deesen des gev„t in perzoon zyn naam uytzoek F ogsten te zin tot zij brengen am oor de Coen van neevens oorlyk tuijge 0g. welke met woorde en zijn ƒ

NL-HaNA_1.04.02_11021_0156 view scan ↗

English

to be. Born in Uythoek, burgher at Stellenbosch, and 27 years of age. Age, birthplace, status. Article 2. Says he lives in the Lantan on the farm named Het Soete Water, situated at the Oorlogs Kloof. Where the prisoner resides. Says, Yes. Says, Yes, on a commando. Who gave him, the prisoner, permission in person for this, or on whose order he did so. Says that Van Zyl wrote a letter to the Governor in order to go on an inland expedition. Says, Yes. 5½. Whether he, the prisoner in person, did not know that no one is permitted to undertake an expedition inland Whether he, the prisoner, in the month of May or June 1786, with the aforementioned persons, all set out on an expedition inland. Says He means the former field corporal Adriaan van Zyl, together with his two sons Andries and Petrus van Zyl, as well as the Hottentots and Baster Hottentots Piet Eijland, small Piet Eijland, Piet Namacqua, Andries, Ruijter, Paul Gerrit, Stoffel, and Gerrit Beer. undertake 5. 4. Says Says Says river Says, Yes, to the Great River. Says, Yes. former field corporal without having previously obtained permission for it from the Right Honourable Governor. Article 6. Whether he, the prisoner in person, with all the aforementioned persons, set out toward Namaqualand, and so subsequently along the Great River. Whether any provisions were taken along on that journey, and also some merchandise such as beads, knives, and a quantity of tobacco. By whom the aforementioned goods were brought along, or who bought all of them, or in what place they were bought. Says that Barend Lubbe brought those goods along from the Cape, without knowing by whom they were bought or from whom. Says, Yes, half. an expedition 8 May aforementioned give here he did so give, says that Van Zyl commanded a commando, The aforementioned former field corporal Van Zyl ordered the Hottentots and Basters to go along with him but that no one came, and that he, the prisoner, then with Van Zyl and his two Baster Hottentots undertook the journey to the Great River. to track down the Bushman Hottentots who had stolen the cattle of the burgher Paul Carsten. did not land undertake 9. Whether he, the prisoner in person, also had any share in the aforementioned bought goods. 10. and and P. Zyl Andries as well as Hottentots small Namacqua Gerrit undertake 8. Says, Yes. Says, Yes. Says, Yes. Says, No. Whether the aforementioned Adriaan van Zyl then made known to the aforementioned Hottentots brought along that it was not necessary to pursue the marauding Bushman Hottentots any further, but that his intention was to go shoot elephants and then sell the tusks thereof to the Honourable Company, and to give a portion thereof to those Hottentots. 12. Whether the Baster Hottentots Paul, Gerrit, and Stoffel turned back under the pretext that Gerrit was ill and Paul and Stoffel would remain with him. Whether several pack oxen were thereafter hired by the aforementioned Adriaan van Zyl from one of the Hottentot kraals situated on this side of the Great River, and loaded with a quantity of beads, knives, tobacco, and a portion of the provisions. Article 11. Whether he, the prisoner in person, with all the aforementioned persons, continued the journey along the Great River. and to pursue. a 13. 14. the aforementioned, Yes. Zyl then taken along marauding Bushmen 17. Whether he, the prisoner in person, thereupon also continued the journey, subsequently crossed the Great River, and arrived at a tributary of the said Great River, named the Yellow River, and whether immediately thereupon a multitude of Hottentots appeared on the opposite side. 18. Says that the Nunequinqua first scolded and said that they were used to fighting with the Dutchmen, and that the Christians must only come out, whereupon the Nunquinqua Whether he, the prisoner in person, together with the said Adriaan van Zyl and both sons of the same Van Zyl, namely Petrus and Andries, immediately thereupon dismounted from their horses, and whether by the aforementioned Van Zyl as well as his two sons, among the same, were the first to shoot with arrows, and this was subsequently answered with live ammunition by the prisoner, the aforementioned Van Zyl, his two sons, and the Hottentots. live ammunition was fired among the Hottentots. Says, Yes, and that he, the prisoner, heard that those Hottentots are called Nunoquinqua. Says that a large number of Kaalkoppen went along without their being hired. Whether subsequently from the third kraal of the Namaqua Hottentots, 440 Hottentots were hired by the aforementioned Van Zyl to undertake the journey further inland. Article 15. Whether both wagons taken along by them were then left behind there, under the supervision of the Hottentots Andries and Pas. the his continued. to intention was to go shoot thereof and to give pretext Paul and remain 16. Says, as before. Says that Van Zyl was the first who shot, and so on, Says that all shot together, and that Van Zyl had not forced those Hottentots to shoot, but that they shot of their own accord. 21. Whether the aforementioned Van Zyl then went behind the Hottentots Piet Eyland, small Piet Eijland, and the Basters with his firelock, of which the cock was drawn back, and thus forced the same Hottentots to shoot among the aforementioned other Hottentots, saying with respect, You damned lot, why do you not shoot when I shoot, and if you do not shoot, then you will get the same from me. 20. Whether, after the third shot had been fired by the aforementioned Van Zyl and his aforementioned sons, he, the prisoner in person, also began to fire with live ammunition among the same Hottentots. Article 19. Whether the same Hottentots call themselves the Nunquinqua or Corinqua Hottentots. Article 22. all.

Dutch transcription

te zyn. uythoek geboortig, burger aan ouderdom geboorte plaatsen stellenbosch en oud 27 Jaaren qualiteijt. Art„ 2. zegt in de lantan op de plaats waar hij gev=e woonagtig is genaamt het soete water ge„ „leegen aan de oorlogs Cloof woonagtig te zyn. Legt, Ia. zegt, Ia op een Commando wie hem ged: in perzoon hier zogt, dat van Zyl een brief aan toe heeft permissie gegeeven, de gouverneur geschreeven of op wiens ordre lij sulx leef heeft. om een landtogt te gedaan. gaen doen. — Legt Sa. „ 5½. off hij ged: in perzoon niet ue dat niemand een togt land„ „waards in vermag te onder Off hij ged: in de maand maij of Junij 1786. met de voorn: perzoonen alle zig op eene tog landwaards in heeft begeeven. Zegt Hlij gedekent den oud veldwa„ „meester Adriaan van Zyl,n „vens zyne beyde zoonen Andries en Petrus van Zyl, mitsgaders de lottentotten en Bastaart ho „tentotten Piet Eijland kleyne Piet Eijland, Piet namacqua„ Andries, Ruijter, Paul Gerrit Stoffel en Gerrit Beer neemen - 5. 4. Zeg zeg Zeg rev zegt, Io. na de groote riveer. zegt, Ia. veldwar „neemen, zonder daar toe alvoorens permissie van den welEdelen Gestr: Heere gouverneur te hebben bekomen. Arth 6 off hij ged=e in perzoon met de voorsz: perzoonen alle, zig na het namacqualand, en zoo vervolgens de groote revier langs heeft begeeven Ofter tot die reyse meede genomen zyn, eenige prövisien voorts eenige koopmanschappen als koraalen, messen en een quantiteijt tobak door wien de voorsz: goederen zyn zegt dat Barend Lubbe die goe„ meede genomen, of wie deselve „deren, van de Caab heeft meede alle heeft ingekogt of waar ter gebragt, zonder te weeten door plaatze deselve ingekogt zyn. wie ingekogt of bij wien. — zegt Ia de helft. — ne tog 8 maij oorn: geeven hier sulx leef geeven, zegt dat van zijl een Commando. D voorm: oud veldwagtmeester gecommandeert heeft, maar van zil aan de Pottentotten en bastaards heeft gelast, met dat 'er niemand gekomen is, en dat hi geve toen met van hem meede te gaan, om de Bos„ Zijl en zijne twee bastaart hot, „Jesmans Hottentotten, dewelke niet uo „tentotten de reys naar de groote het vee van den burger Paul Carsten lard rivier hebben aangenomen — geroofd hadden na te sporen onder „9. off hij gede in perzoon ook eenige portie in de voorsz: ingekogte. goederen heeft gehad. „ 10: en en P. Zy l. n Andrias sgaders thol kleyne aiqua¬ CGerrit - neemen „ 8. Legt, Sa. zegt. Ia. Legt, Ia Legt, neen. Off voorm: Adriaan van Zyl als toen aan de voorm: meede genoom hottentotter heeft, bekend gemaak niet nodig te zyn, de rovende b „jesmans hottentotten verder, te vervolgen, maar zyn intentie te om oliphanten te gaan schieten en als dan de tanden daar van Aan d' E: Comp: te verkoopen en go dier hottentotten een portie daar van te zullen geeven. 12. Lo off de bastaart hottentotten Paa Gerrit en Stoffel onder voorwend dat Gerrit Ziek was en Paul e stoffel by denselven zoude blijve te rug gekeert zyn. off door voorm: Adriaan van Regt Zeyl daarna eenige draagosse van een der hottentots kraalen, dat aan deese Lyden der groote rine duij zyn gehuurd en deselve met een Chist partij Coralen, messen tobak en „ ten „ 14. Art„l 11. Flij ged:e in perzoon, met de voorzegt perzoonen alle de ryse langs de groote rivier heeft voortgezet. en te vervolgen. een „ 13. de voorzegt, Ia„ sde zyl als genoom ende b „ 17. Of hij ged:s in perzoon daarop de ryse meede voortgeset heeft, ver„ „volgens de groote rivier gepas„ „seert en gekomen is aan een spruijt van deselve groote revier„ geele. de te rivier genaamt en als toen direct aldaar aan de over„ „syde een menigte hottentotten ten voorschyn zyn gekomen„ „ 18. van legt, dat de nunequinqua eerst Of hij ged:e in perzoon nevens gem: aagoe gescholden hadden en gesegt Adriaan van Zyl en de by de Zonen aalen dat, zij gewoon waaren met de van denzelven van Zeyl met name te rivie duijtschers te regten, en dat de Petrus en Andries terstont daarop met een Chistenen maar uytkomen moes, van hunne paarden gesteegen, bak en „ ten, waarop die nunquinqua en zo door voorsz: van zeyl als Paa heeft dat men die lottentotten noemt nunoquinqua tie daar legt, Ia, en dat hij gev: gehoord kaalkoppen zin meede gegaan zonder dat die gehuurt zijn.— gemaalegt, dat 'er wel een groot getal off door voorm: van Zeyl, ver„ „volgens uijt de derde Craal der namacqua Hottentotten 440 hot„ „tentotten: zyn gehuurd, om de reyse meede verder landwaards in te doen. een gedeelte provisie zyn belaaden Art: 15. off de beyde wagens door hun meede genomen als toen aldaar zyn agtergelaaten geworden, onder toesigt van de hottentotten Andries en Pas. s het zyne gezet. te tie te a schieten rvan en go voorwens Paul en blijv „ 16. Legt, als vooren zijne by de Zoonen, onder deselve het eerste met pijlen schooten, zynde vervolgens zulx door den hottentotten met scherp is geschoot gev:e voorsz: van zeyjl zyne beyde geworden. Loonen en de hottentotten met scherp beantwoord zegt, dat van zeyl 't eerst ge„ „zegt, dat alle te zamen ge„ „schooten hebben en dat van zeijl die hottentotten niet genoodzaakt hadden om te schieten, maar dat zi uyt hun eygen meede geschooten hebben. „ 21. off voorm: van zeyl zig als toen Leg agter de hottentotten Piet Eylan kleyne Piet Eijland en de bas„ „taards heeft begeeven met zyn snaphaan, waar de haan van overgehaald was, en deselve hottentotten dusdanig tot het schieten, onder de voorm:n andere hottentotten heeft genoodzaakt met het zeggen /: S: V: /. verdoemt goed waarom schiet fyluij niet dat ik schiet, en als Jijluij niet schiet, dan zal fijluij van de„ „zelfde zoo krygen „ 20. Off na dat door voorm: van Leyl schoot gedaan zynde hy ged„te in perzoon ook heeft beginnen onder deselve Rottenlotten met scherp te schieten! „schooten had en zo vervolgens en zyne voorm: zoonen de derde Artl 49. of deselve hottentotten zig noemen de nunquinqua of Corinqua hot„ „tentollen. Arto 22 alle.

NL-HaNA_1.04.02_11021_0161 view scan ↗

English

Article 22. Whether he, the deponent, in person saw the aforementioned Hottentots take flight and some of them fall down. States that he did indeed see the Hottentots take flight, but did not see that any of them had fallen. Article 23. Whether that shooting at the aforementioned Nunquinqua or Corinqua Hottentots did not continue from approximately eight o'clock in the morning until into the afternoon. States, No. Article 24. Whether thereupon by the aforementioned Adriaan van Zeyl the Hottentots Piet Eyland, along with some of the other Hottentots, were sent through the aforementioned creek to take away the cattle of the Hottentots on the other side and bring it to him. States, no, that the Kaalkoppen were already across that river, with Piet Eyland, but that Piet Eyland alone for him brought along about six head of cattle. States further that the next day he, the deponent, and the accomplice went across the river and at that time received around forty each for his share from the Kaalkoppen. Article 25. How many cattle were then brought to this side of the creek by the dispatched Hottentots. States that the Kaalkoppen received about 200 cattle, but the others not many. Article 26. Whether the number was not two hundred and sixty-two. States, No. Article 27. Whether Piet Eyland related to the mentioned Van Zyl that eight Hottentots were shot dead by him, Van Zyl, his two sons, and the deponent in person, and two out of fear jumped into the water and drowned. States, No. Article 28. Whether the aforementioned Van Zeijl answered this by saying: that is as good to me as pulling a leaf from a tree, and the Gentlemen do not even ask after a Hottentot! States, he does not know this. Article 29. Whether the day thereafter the return journey was begun from there and Van Zyl subsequently arrived at the kraal where the hired Hottentots belonged at home, and whether the same hired Hottentots were dismissed there by Van Zil. States, Yes. Article 30. What the aforementioned hired Hottentots received from Van Zyl as a reward. States, nothing. States further that all the cattle that Van Zyl for his share and he, the deponent, received, amounts together to 160 head, of which he enjoyed half and Van Zil the remainder. Article 31. Whether he, the deponent, with the mentioned Van Zyl, his sons, and the remaining Hottentots, having subsequently continued the return journey, approached near a kraal of the Hottentots situated closest to the Christians, and there again met the aforementioned left-behind bastard Paul, Gerrit, and Stoffel. States, Yes. States that the Hottentots or the so-called Kaalkoppen stayed behind, because they had more cattle than the deponent and Van Zyl. Article 32. Whether, some cattle having been discovered by the aforementioned Adriaan van Zyl, the mentioned Paul was asked whether he also knew where the kraal was situated. States, Yes. Article 33. Whether hereupon it was said by the mentioned Paul, Yes. States that those three bastard Hottentots said to Van Zyl that some cattle of theirs was located in a kraal situated close by, and that those people did not want to give their cattle back, thus requesting Van Zyl for such, whereupon Van Zil had given them some Hottentots along and ordered them to do no harm. Article 34. Whether by the aforementioned Van Zyl was then said in substance: it is good that you know it, you must go there tomorrow with little Piet Eijland, Piet Namaqua, Gerrit, Ruyter Gerrit Beer and shoot all the Hottentots there dead, and take all the cattle away, for all those Hottentots who live here are scoundrels just like the Bushmen. States, of that I know nothing. Article 35. Whether the aforementioned Paul substantially answered in this manner: Yes Baas, but will that go well, I do not know what harm those Hottentots have done. States, of that I know nothing. Article 36. Whether Van Zyl thereupon handed over his snaphaunce to the aforementioned Paul, and forced him as well as the other just-mentioned Hottentots to go, adding: you must do what I order you, and if you do not do that, the same shall happen to you. States, of that I know nothing. Article 37. Whether the aforementioned Hottentots then went to the kraal, fired shots at the Hottentots of that same kraal, thereby drove them to flight, and subsequently brought fifteen cattle from the same to Van Zijl. States, having indeed seen that fifteen cattle came with those bastard Hottentots, but heard no shots. Article 38. Whether the mentioned Adriaan van Zil the Hottentots both then and thereafter often scolded that they had brought so few cattle along from that Hottentot kraal. States, of that I know nothing. Article 39. Whether he, the deponent, in person along with the rest of his company, having arrived at the place. States, at the Great River.

Dutch transcription

Art„t 22. Legt. Sal deselve noemen a hot zegt die holtentotten wel de vlugt te hebben zien nemen, maar niet te hebben gezien dat er eenige zoude gevallen zijn.— van Leyl Off daarop door voorm: Adriaan zogt, neen dat de Caalkoppen over die revier reets waaren, met van Zeijl de hottentotten Piet Piet Eijland, maar dat Piet Eyland, nevens nog eenige der Eyland alleen voor hem om, andere hottentotten door de „trend zes beesten heeft meede voorsz: spruijt zyn gesonden gebragt. om het vee van de hottentotten zegt verder dat des anderen aan de oversyde weg te neemen daags hij geve en de meede en bij hem te brengen. bas„ complreé over de rivier zyn ge„ met zyn „gaan en als toen in de veertig van yder voor zyn aandeel van de Caalcoppen te hebben gekregen. — t Eylan selve tot het „ 25. zegt de Caalkoppen wel 200 bees, toe veele beesten dan door de andere „ten gekreegen hebben, maar de afgesondene hottentotten aan zaakt andere niet veel. — deese zyde der spruyt zyn gebragt. verdoem Legt. Neen! Legt, neem! 22 A als toen „ 26: Of het getal niet is geweest twee hondert twee en Zestig. 27. off Piet Eyland aan gem: van zyl „ 24. „ 23 of hi ged=e in perzoon de voorm: hottentotten heeft zien de vlugt neemen en zommige derselver Nedervallen. O dat schieten op de voorm: nunquinqua of Corinqua hotten; „lotten niet heeft aangehouden van des morgens Circa agt uuren tot in den namiddag. heeft geschoot derde ged=„te en met niet ij niet n de„ Zegt, Neen. heeft verhaald, dat 'er agt hotten „lotten door hem van Zyl zyne beyde zoonen en den ged: in per „soon zyn doodgeschooten, en t wijzen uytangst in het water gesprongen en verdronken zyn Artl 28. 'T voorm: van Zeijl, sulx heeft beantwoord met het Leggen: d is voor mij even zo goed als, af een blad van een boom trek. en daar vragen de Heeren niet eens na een hottertot! off daags daaraan van daar de te rug reysen is beginnen en zeg zyl: vervolgens gekomen zyn aan die kraal alwaar de gehui leg „de rottentotten te huys behoorden en of deselfde gehuurde hotten „lotten aldaar door van zil zyn afgedankt. 29. 30. wat of de voorsz: gehuur den zegt niets hottentotten van van Zyl tot zogt verder al het vee dat van belooning hebben ontvangen. zyl voor zyn aandeel en hy get: ontfangen heeft, bedraagt te Samen 160 stux, waarvan hy de helft en van Zil de resteerende heeft genooten= „ 31. off hij ged:s met gem: van Zyl. zijde Legt, Ia. Zegt, dat de lottentotten of de so genaamde Caalcoppen agter uyt gebleeven zyn, om dat zi meer zee hadden als de get: en van Zyl-— by de zeg zegt, Ia„ zigt, zulx niet te weeten. — zyne daar en en Zegt, Neen. zyn de gelui oorden „ 34. zegt, dat die drie bastaart hot Of door voorm: van zyl als toen in substantie is gesegd 't is goed= tentotten aan van zyl gesegt dat gy 't weet, gy moet met kleyn hebben, dat 'er eenig vee van hun „ne Piet Eijland Piet Namacquen in een daar digt bij geleegene Gerrit, Ruyter Gerrit Beer morgen kraal bevonden, en dat dat volk daar na toegaan en schieten al hun vee niet wilde te rug geeven, de hottentotten daar dood, en ƒ versoekende dus van Zyl om neemen al het vee weg, want alle zulx, waarop van zil hun eenige die hottentots die hier woonen hottentots meede gegeeven had zyn schelmen zo als de bosjes„ en geordonneert om geen kwaad „mans te doen. 35. zyl. Lijsegt, daar weet ik niets van — Of voorm: Paul in diervoegen substantieelijk heeft geantwoord: „ 33. off hierop door gem: Taul is gesegt van Ja„ door voorm: Adriaan van Zyl eenig vee ontdekt zynde aan gem: Paul is gevraagtt: of hy ook wist waar de kraal geleegen was. bij de zoonen, en de overige hot„ „tentotten, vervolgens de te rug reyse voortgeset hebbende gena„ „dert is, bi een het naast by de Christenen geleegene Craal der hottenlotten en aldaar we„ „der hebben aangetroffen de voorm: Agter gelaatene bostaard Paul: gerrit en Stoffel: Artb: 32. Jan tholten in per n, en t water zyn. heeft gen: d als of trek. en t eens hotten Zil den tot gen by de . 2 hebben. — aan voorm: Paul aogeeven. en de Legt „selven zo wel als de evengemeld andere hottentotten gedwongen is heeft om te gaan, onder toevoeging toe Julluij moet doen wat ik Julli ordonneer, en als Julluij dat niet doet, zal Julluij van het zale de overkomen. zegt, daar weet ik niets van. — Of van Zyl. daarop zyn snaphaa of de voorm: slottentotten als toen naar de kraal zig begeeren. een schooten gedaan in de hottentott van deselve kraal daar door op de vlugt gedreeven hebben vervolg van deselve vijfthien beesten bij vo zijl hebben Gebragt. „ 38 hottentotten zo wel toen als daa dikwijls heeft beknerd dat zi weijnige beesten van die hotten „ten kraal hadden meede ge „bragt. zegt, daar weet ik niets van. — O gem: Adriaan van Zil de 39 de overige van zyn gevolg ge „men zynde tot aan de plaats Legt aan de groote rivier — Of hij ged: in perzoon neeven vijfthien beesten gekomen zijn. met die bastaard hottentotten maar geen schooten gehoord, te Legt, wel te hebben gesien dat 'er Ja Baas maar zal dat goed gaa ik weet niet wat kwaad die ho „tentotten gedaan hebben Arth 36. van 37. n ƒ

NL-HaNA_1.04.02_11021_0165 view scan ↗

English

without the remainder being true. snaphaan mentioned forced addition A M July as then and a Hottentot by on continuation Says, No, but that he, the prisoner, had asked Blom whether he did not know where the missing cattle of him, the prisoner, were. Whereto Blom had answered, am I your cattle herdsman. that they 43. Says, only two blows with the knee land had been given by him, the prisoner, to Blom. Whether he, the defendant in person, and the said van Zeijl dismounted from the horse, without wishing to hear that man, and so beat the said Blom with a sjambok that he crawled on the earth and remained lying there, and thereupon drove the cattle out of the Kraal. Whether at their arrival there the resident servant there, the burgher Jan Blom, wanted to explain to them how the cattle had come into their possession. 42. 41. not having bound him fast. caused Ruijter to run before the horses as fast as the horses to the aforementioned place the hartebeeste river. Says, that he, the prisoner, and van Zyl rode on horseback to that place, but had beaten the Hottentots with 14 to 15 blows. Whether the said Adriaan van Zyl together with him, the defendant in person, having thereupon mounted on horseback, then made the aforementioned Hottentots Andries and Pas, who had the supervision over the cattle, lie down and caused them to be beaten by the other Baster Hottentots to such an extent that the marks were still visible recently. and the says that he the prisoner Andries alone from the burgher Petrus Pienaar named the Hartebeeste river, had missing some cattle in the morning. Article 40. Whether the aforementioned Adriaan van Zyl with go well the not members and by Hottentots the of Says, No. Says Yes. Says No. Says Yes. Whether the said Jan Blom did not testify that the cattle missing from them, being sent by his herdsmen into the open field, the same brought the cattle into the kraal and thus was taken into custody by him. Whether he, the defendant in person, upon his arrival home received 80 head as his share of the stolen cattle. Whether he, the defendant in person, afterwards also learned that the Hottentots from whom the cattle had been stolen pursued them, and having arrived at the aforementioned Blom, upon the indication of the same had turned back. 46. Whether the present field sergeant Willem Adriaan in the late part of the month of August of the past year 1787 summoned him in person as well as the Hottentots 47. 45. Article 44. the turned back. are Says in court yes, that the cattle were sold by them. says, Yes: but in the latter part of the month of October at the place of his brother to have arrived. says No. 49. Whether he, the defendant in person, together with the aforementioned Andries van Zil, accordingly caused the cattle to be driven thither by the aforementioned Hottentots Andries and Ruijter, as well as the Bushman Hottentot, and subsequently in the beginning of the month of November of the past year arrived at the place of his brother, the burgher Pieter Benjamin Wieser. 50. He, the defendant in person, there at the Article 48. Whether he, the defendant in person, thereupon conferred with the aforementioned Adriaan van Zeijl to have a parcel of cattle, both of him, the defendant, and of the same van Zijl, driven hither by the Hottentots Andries and Ruijter, together with a Bushman Hottentot under the supervision of him, the defendant, and that of Andries van Zijl. who resided with him, the defendant in person, and with van Zil, that he and the same Hottentots would have to appear before the court the following month of September. places beaten crawled thereupon to do have custody share had was August 87. him Hottentot the Says, No. Says, no, not to recall such. place told the aforementioned Hottentots Andries and Ruijter that he intended to go with them to the Landdrost. Article 51. Whether he, the defendant in person, told them that they should say in his presence that everything that was made known to the Landdrost by the former Hottentots who had been with the Landdrost was contrary to the truth, because they had done nothing on the journey but bartered cattle. Whether there at the place by the wife of the burgher Jan Smith, as well as by the aforementioned Pieter Weeser in the presence of his mother the widow Wieser, as well as his brother Tobias Wieser, it was said to him, the defendant in person, that it was known to the Landdrost that he, the defendant in person, together with the aforementioned Adriaan van Zyl and both sons of the just-mentioned van Zijl, named Petrus and Andries van Zyl, had shot dead the Hottentots. 52. Article 50. Article 53. Hottentot has says, because his horse was lame. says no, to have said nothing. to come towards the Cape, to stop the circulating rumors, and for the rest everything was untrue. them by the burgher Jan aforementioned Pieter his together with 55. Whether already before the departure of him, the defendant in person, from the Rantam towards here, it was ordered by him, the defendant, and the aforementioned Adriaan van Zeyl to the aforementioned Hottentots Andries and Ruijter that upon their arrival at Stellenbosch they must make known to the Landdrost that on the journey of him, the defendant, the aforementioned van Zyl and his two sons, nothing was done except bartering cattle and especially not 54. for what reasons he, the defendant in person, did not appear before the court. says, to have indeed written a letter and requested him van Zil, upon this report, sent a Bushman Hottentot to the aforementioned Adriaan van Zijl; in order to advise him not to proceed to the Cape according to the agreement, but to come directly to him, the defendant in person, at the place of his brother Pieter Weeser, while he, the defendant in person, to come at the place of his brother Pieter Wieser, while he, the defendant in person, was not at present intending to go to the Landdrost. to be. with Landdrost in that former been Landdrost language nothing on as cattle to said this known person van Zijl just mentioned Petrus Hottentots shot trs:t 50

Dutch transcription

zonder dat het overige waar is. — snaphaar gemeld wongen evoeging A M Julli als toen en. een ttentotb door op vervolg zegt, Neen, maar dat hij gev„en de gevraagd had aan Blom, of daa hy niet wist, waar de vernaste beesten van hem gev: waaren. waarop Blom g'antwoord had, ben ik sou beeste wagters — dat 2i „ 43. Legt, maar twee klappen met de O hy ged=te in perzoon en gem: van Zeijl van het paard afge„ neezen land, door hem gev: aan Blom „klommen, zonder die man te willen 9e gegeeven te zyn. hooren, denselven Blom dusdanig plaats off bij hun komst aldaar den aldaar bescheyden knegt den burger Jan Blom hun heeft willen beduyden hoe het vee by hun was gekomen! 42. „ 41. niet vast gebonden te hebben. Jasen Ruijter voor de paarden uijt zo snel heeft doen loopen als de paarden naar de voorm: plaats de harte beeste teriek. Legt, dat hij gev en van zil Off gem: Adriaan van Zyl nevens te paard na die plaats gezee, hem ged=e in persoon daarop te „den zyn, maar die hollentotten paard gesteegen zinde voorm: geslagen had met 14 a 15 slagen als toen de hottentotten andries en Pas, dewelke de toesigt over het vee hadden heeft doen ne„ „derleggen en van de andere bastaart lottentotten dermaaten doen slaan, dat 'er de teekenen nu onlangs nog aan te zien geweest zin. en de zegt dat hi gevs Andries alleen O voorm: Adriaan van Zyl van den burger Petrus Pienaar de Harte beeste rivier genaamt, des morgens eenig vee heeft b vermest gehad. Artl 40. met goed gaan die ho niet lede enbij vo lotten de ye van Legt, Neen. Legt Ia. Legt neen Legt Sa. met een sjambok hebben geslaag dat hy op de aarde gekroopen en is blyven leggen, en daarop te vee uyt de Craal hebben doen J „gen. off gem: Jan Blom niet heeft „tuygd, dat het van hunZs ver„ „te vee door zyne wagters in heregt veld gezonden zynde deselve het vee in de kraal gebragt hebbe en dusdanig bij hem in bewaar genomen is! ver Off hij gede in perzoon bij zyn te huis komst van het geroofde vee 80 stux voor zijn aandeel hee bekomen. off hij ged: in perzoon daarna ook heeft vernomen, dat de lotte „totten waarvan het vee was geroo„ hunlieden agtervolgt is, en geker zynde bij voorsz: Blom. op aan „ding van denselven te rug waa „ 46 off den tegenswoordigen veld „wagtmeester Willem Adriaan in het laatst der maand augu des gepasseerden Jaars 1787. lem9 in perzoon zo wel als de lotten tot „ 47. „ 45. Artb. 44. de 2 9 a gekeert. zijn Zegt in reregt sa, dat het vee door lum verkogt zyn. zegt, Sa: maar in het laatst van zyn broeder gekomen te sijn.— zegt Neem. heeft d 25 vern selve het zijn te oofde daarna de lotte as geroo¬ en geko op aan veld aan „ 49. off hy ged: in perzoon nevens der maand october op de plaats voorm: Andries van Zil, dienvol„ „gens door de voorsz: hottentotten Andries en Ruijter, mitsgaders den Bosjesmans hottentot, het vee terwaards heeft doen opdry„ „ven en vervolgens in het begin der maand November des gepas„ „seerden Jaars gekomen is, tot de plaats van desselvs broeder den burger Pieter Benjamin wieser! „ 50. Hij ged: in perzoon aldaar ter Art=l 48. off hij ged=e in perzoon daarop met voorm: Adriaan van Zeijl heeft overlegd, om een parthij vee, zo van hem ged„e als van denselven van Zijl door de lottenlotten, Andries en Ruijter, mitsg:s een bosjesmans Chottentot onder zyn ged„e opsigt en dat van Andries van Zijl herwaards op te doen dryven. die by hem ged:te in perzoon, en by van Zil woonagtig waaren, heeft aangesegt, dat hy en deselve Pottentotten de daarop volgende maand september bij den reqt zouden moeten verschij„ „nem. plaatsen geslaag krooper daarop te doen J hebben bewaar deel hee zg waa augu 87. lem lottentot de Legt, Neem. Legt, neen sulx hen niet voor te staan. plaatse aan de voorsz: hottento „ten Andries en Ruijter heeft gesegt voorneemens te zin. me Eunlieden naar de landdrost te gaan. Art„l 51. of hij ged. e in perzoon aan lunt: heeft gesegt, dat zijlieden in zyn praesentie zoude zeggen, dat alle het geene door de voorige bij hem Landdrost geweest zyn Dottentotten. aan hem Landdrost bekend is gemaakt, tegentaal was, want dat zijz: niets op de togt hadden gedaan, als ver geruyld Talaaar ter plaatse door de huijsvrouw van den burger Jan Smith. mitsg:s door voorm: Pie weeser in praesentie van zyn ge moeder de wede. wieser, mitsgs zin broeder Tobias wieser aan hem ged=te in perzoon is gesegt, da het bij den landdvorst bekend was, dat hij gedte in perzoon nevens voorm: Adriaan van Zyl en de beyde zoonen van even gem van Zijl. met namen Petrus en Andries van Zyl de rotten „totten, zoude hebben dood gesch „ten. 52. Artt 50 Le Art„l 53. Rottenti heeft zegt, om dat zyn paard kreupel was. zegt neen niets gesegt te hebben — om Caabwaards te komen, om de roulleerende praatjes te stuij„ „ten en voor het overige alles onwaar te zin. — lunt: door de ger Jan orn Pe zyn gel mitsg „ 55. ofte reeds voor zyn ged: in per„ „zoon vertrek uit den rantam naar herwaards door hem ged. en voorm: Adriaan van Zeyl de voorm: Hottentotten Andries en Ruijter is aangesegt, bij hun komst aan stellenbosch aan den landdrost te moeten bekend maaken dat op de togt van hem ged:e voorsz: van zyl en zyne bey„ „de Zoonen, niets is gedaan als vee ingezuild en voor al niet 54. om welke reedenen hij ged: in persoon niet bij den req=t gekomen S. hebben en hem van zil versogt dit berigt een Bosjesman hotten„ „tot naar voorm Adriaan van Zijl heeft afgesonden; ten eynde hem af te raaden, niet volgens afspraak naar de Caab zig te begeeven, maar direct bij hem gede in perzoon op de plaats van zyn broeder Pieter weeser te komen, terwijl hij ged: in perzoon, op de plaats van zyn broeder Pieter wieser te komen„ terwijl hij ged: in perzoon tans niet van voorneemens was, na den Landdrost te gaan. zegt, wel een brief geschreeven te off hij ged: in perzoon ter stond op te zyn. me ddrost den in dat voorige eest zyn ddrost taal niets op als vee 9 er aan segt dit bekend erzoon van Zijl en gem Petrus hotten gesch trs:t 50

NL-HaNA_1.04.02_11021_0170 view scan ↗

English

says Yes. Says, No. to say that they had shot the Hottentots dead, because if they made this known, he, the defendant, and van Zyl would shoot them dead just as he intended to do with the other Hottentots who had made such known. Article 56. Whether he, the defendant, in person at the place of his aforementioned brother Pieter Wiese divided the rounded-up cattle and sent his portion of the cattle to his mother's place, the Sonquasdrift, and the portion of the aforementioned van Zyl to the place of the burgher Jacobus Louw at the Vischwater. 57. Whether the aforementioned Hottentots Adriaan and Ruyter returned, or whether he, the defendant, also knows where they went! 58. Whether he, the defendant, in person heard that the aforementioned Adriaan van Zyl had the child of the Hottentot Ruyter, named Antje, hung under the arms from a tree and himself struck her with a sjambok, then had her shot dead, but that this child, having been wounded only in the head with two shots by the aforementioned Willem, he then stoned the child to death. Says to know nothing of it, but indeed to have heard that the child who previously had lived with van Zyl, subsequently with van den Heever, and after that girl Antje, having wandered about for some time, was finally shot dead by Hottentots. Article 59. Whether he, the defendant, understands that by violently taking the cattle of that same Hottentot nation and also by receiving and concealing stolen goods, he made himself punishable in the highest degree, and by putting those same Hottentots to death. Says that he, the defendant, finds no wrong in shooting dead Bushmen Hottentots, nor in receiving and concealing stolen goods if they come from Bushmen, but indeed if such is done to Christians, or comes from Christians and from good Hottentot kraals. 60. What he, the defendant, in person knows to bring forward in his excuse. Says, to know nothing further for his excuse. Underneath stood: Thus Questioned and Answered at the Cape of Good Hope, the 8th of February 1788, before the Honorable William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Johan Coenraad Gie, Members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute of this, together with the appearer and me, the sworn clerk. Below: Which I witness. Was signed: R. J. v. d. Riet, Sworn Clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned Jan Wiese, who, these his above interrogatory articles with the answers given thereto having been read aloud clearly and plainly word for word, declared to persist therein, not desiring that anything more shall be added or done, as being the pure truth. Thus Done and Re-examined at the Cape aforesaid, the 22nd of February 1788. Was signed: P. Jacobus Wiese. Below: In my presence. Was signed: R. J. v. d. Riet, Sworn Clerk. In the margin: As commissioners. Was signed: W. F. v. Reede van Oudtshoorn, J. C. Gie. Underneath stood: Re-examination. To the Honorable Johannes Isaac Rhenius, President, together with the other Honorable Members of the Court of Justice of this government. Shows with due respect, the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewyk Bletterman, that on the 19th of May of the past year 1786, the Honorable Governor having sent to the memorialist a letter addressed to his Honor by the then field-corporal in the Hantam, Adriaan van Zijl, and dated the 13th of April prior, containing a request to be allowed to go shoot elephants and to take some volunteers along, his Honor had told the bearer of that letter not to be able to permit such, as his Honor thought that more opportunity would be given to the marauding Bushmen to cause harm to the inhabitants there, and also did not know whether he, van Zyl, would have to go out with the planned commandos; the memorialist thus expected of him, van Zyl, not to act against the order of the aforementioned Governor, the more so because he, a short time before, at the war council in Stellenbosch, the necessity of a [illegible] on the marauding Bushmen.

Dutch transcription

segt Ia. Zegt, Neen. te zeggen dat zylieden de letten „totten hadden dood geschooten. want zo zilieden dit bekend ma „ten, hi Ged=te en van zyl hun even zo zoude dood schieten als hy voo „neemens was, met de andere hottentotten te doen, die sulx zee hadden bekend gemaakt. Artt 56. Off hy ged: in perzoon op de pl„ van zyne voorm: broeder Pieter wieser het opgedreeven vee verd en zyn gedeelte vee naar zyn mo „ders plaats, de Sonquas drift„ heeft gesonden en het gedeelte van voorm: van Zyl, na de plaat van den burger Jacobus Louw aan het visch water. „ 57. Off de voorn: hottentotten Andria en Ruijter te rug gekomen zyn dan af hy ged=te ook weet verwaar zig begeeven hebben! „ 58. off hij gedte in perzoon heeft ge zegt, daar niets van te weeten „hoord dat voorm: Adriaan va maar wel gehoord te hebben, Zeyl, het kind van den hottentot dat het kind die bevoorens bij van zyl gewoord had, ver„ Ruyter. met namen Antje, ond „volgens bij van den Heevers, en de armen aan een boom heeft nadat die meijd antje, met doen ophangen en zelfs met een rondzwerven, eenigen tyd had rond Sambik „ letten zndgelopen eyndelyk door dood geschooten is. hooten. kend ma n even Artl 59. off hij ged=te begrijpt met het vee de prl„ zegt dat hy gede geen kwaad van deselve Kottentots natiegt vind in het doodschieten van Pieter geweldadig te ontneemen en de Bosjesmans holtentotten, nog vee verk ook niet in het heelen en ont„„ selve hottentotten om het leeven mo „fangen van geroofde goederen te brengen, zig ten hoogsten t als die van bosjesmans afkom„ strafwaardig te hebben gemaakt. „stig zijn, maar wel als zulx de plaat aan Christenen gedaan, of van de Christenen komen en van goede hottentots Craalen. deelte Louw dri Zijn „ 60. zegt, niets tot zijn verschooning wat hij ged:s in perzoon tot zyn Andria verschooning, weet bij te brengen. verder te weeten- zyn /:onderstond: Aldus Gevraagd en Beantwoord aan Cabo de Goede Hoop: den 8 Februarij 1788. voor de Heeren William Ferdinand van reede van oudtstoorn. en Iohan Coenraad Gie, Leeden uit den E: Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezes, beneevens den Comp:t ende mi gezw: Clercq, meede Sjambok geslagen vervolgens laten dood schieten, dog dat, dat kind door voorm: Willem met twee schooten slegts aan het hoofd gequetst zynde, den„ zelven het kind: vervolgens heeft dood gesteenigt Willem van Leyt met een kogel door zyn zoon willem van Zyl beloovey. hy voor anderen sulx zee t hierwaar heeft ge aan va Rotten tot e ond heeft met een Sam lak behoorlijk hebben onderteekend /:laager:/ 'T welk ik Getuijge /:was getekend:/ B: J: v: d: Beet gezt Clercq. Compareerde voor ons onderget=de gecommitts uit den E: Achtb: Raad van Justitie deezes gou„ „vernements, de voorsz: Jon wieser, dewelke deese zyne voorenstaande vraagarticulen met de daarop gegeevene antwoorden van woorden tot woorden klaar en duidelyk voorgeleesen weesende, verklaarde daar by te blyven persis„ „teeren, niet begeerende dat er iets meer bij „gevoegd of gedaan werden zal, als zynde de zuyvere waarhyd Aldus Gedaan en Gerecolleerd aan Cabo voorm: den 22 Febr: 1788. /:was geteekend: P Jacobus wiese /:lager:/ Mij praesent /:was getekend:/ R: J: v: d: Riet Gezw Clercq. /: in mar„ „gine:/ als gecommitt:s /was getekend:/ W J V Reede Cogie. van oudtshoorn: e van den welEdelen Achtbaren /:onderstond:/ Recollement Deeze a „ 2 Vertoond met verschuldigde Eerbied, den Land- „drost van Stellenbosch en drakenstein Hendrik Lodewyk Bletterman dat op den 19 Maij des gepasseerden Iaars 1786. door den welEdelen Gestrengen Heere gouverneur aan den vert: gezonden zijnde een brief door den toenmaligen veldwagtmeester in den Hantam Adriaan van Zijl aan zyn welEdele Gestrenge ge„ „addresseerd, en gedateerd 13„e April daar bevoorens inhoudende, versoek om oliphanten te mogen gaan schieten; en eenige vrywilligers te moogen meede neemen, zyn welEdele Gestrenge aan den brenger van dien brief had gesegt zulx niet te kunnen per„ „mitteeren, terwijl zijn welEd: Gestrenge vermeerde aan de roorende bosjesmans meerder geleegentheid zou worden gegeeven, om de ingeseetenen aldaar nadeel toe te brengen, en ook niet wist, of hy van zyl met de beraamde Commandoo's, zou moeten uitgaan den vert„ dus van hem van zyl heeft verwagt niet tegens de ordre van welgemede Heere Gouverneur te zullen handelen, te meer daar hi korten tyd bevorens bij den kijgsraad te stel„ „lenbosch de noodzakelykheid eener op de roorende Heere Johannes Isaac Rheneus Praesident, benevens de verdere Heeren Leeden van den Edelen Achtbaren Raade van Justitie dezes gouvernements Cosjes mane welk gezin mitt Zes gou„ k deese de den leesen persis„ ynde by Cabo d: /:was in Mat„ J& Reeke baren Deezen —

NL-HaNA_1.04.02_11021_0174 view scan ↗

English

had proposed to carry out a commando against the Bosjesmans, and had also for that purpose requisitioned a cart, horses, and provisions from the residents living there in order to collect powder and lead, and had indeed received the cart and horses, yet did not employ them for that purpose, and only on 6 June thereafter, upon his request made in that regard and the reasons presented, was discharged from his post. That the aforesaid van Zijl, at the end of the month of November of the aforesaid year, brought to the knowledge of the narrator that he had made a journey, though not to shoot elephants, but only to barter or purchase some oxen for himself, just as he testified to having bartered only 6 to 8 head of cattle for himself; and that he, van Zijl, on that occasion having arrived at a nation of the Hottentots called Coracoose, was requested by them to assist them against a party of plundering Hottentots, but that as they had fled into the caves or ravines of the mountains, nothing could be undertaken against them with any success, and that he had found elsewhere on a height some ore, resembling the dust of black lead, intending to give the same to the well-mentioned Lord Governor, leaving about one ounce with the narrator; and when the narrator expressed his astonishment to him, van Zijl, that he had made the journey against the order of the aforementioned Lord Governor, he undertook to account for himself properly before His Right Honourable, with a renewed declaration of not having shot any elephants. That subsequently the burgher Sebastiaan Valentyn van Rheenen on the date 11 January of this year made a complaint to the narrator that the aforementioned van Zijl, having brought a large number of cattle out of Great Namacqualand, had passed by his place there and had his cattle graze off the grass, with a request to forbid him, van Zijl, from henceforth doing so and that he should take careful guard against it, while various residents both in the month of February and thereafter informed the narrator indirectly that the rumour went as if the same van Zijl had brought two hundred and eighty head of cattle, both large and small, into the Hantam, and that he, van Zijl, for his completed journey, had commandeered the Bastard Hottentots residing there and available for the assistance of the Christians, without any of these reports being able to be confirmed by any evidence; since which time the narrator spared no effort to obtain some sufficient proof of the true circumstances of the matter, just as he was finally assured in the beginning of the month of August which person had brought the letter from the mentioned van Zijl to the well-mentioned Lord Governor, and what answer he had received, as well as that the same person had brought back to the same van Zijl a soldier's small chest with beads and knives received at the Cape from the burgher Sadeler. That the narrator, upon these obtained reports, on the dates of 13 August and 26 September last having written to the present Field Cornet in the Hantam, Willem Adriaan Nel, to send up the Hottentots and Bastard Hottentots who were taken along by the aforesaid van Zijl on that journey; there came to the narrator on the 7th of the past month of October the Hottentot Piet Eland, as well as the Bastard Hottentots Paul and Ter, saying that one of the Bastard Hottentots had been held back by the aforesaid Field Cornet Nel, as he, Nel, happened to be a very close relative of the aforesaid van Zijl; that they were also not sent up by him, Nel, but had long been intending to come, and had only waited for an opportunity to lodge their complaint concerning the frequently mentioned van Zijl, while out of fear of the Dutch people some of the Hottentots who had been along on the journey had already returned to the Namacqualand; they making the following account: That in the rainy season of the past year, without however being able to determine the positive day or month, together with the Hottentots, little Piet Eyland, Piet Namacqua, the latter being in hire to the burgher Jan Wieser, the Hottentots Andries and Ruijter, as well as the Bastard Hottentots Paul, Gerrit Stoffel, and Gerrit Beer, which last-mentioned were residing with the above-mentioned van Zeijl, yet have now already departed for the Namacqualand; while he, Piet Eland, and his people have their resting places in the Hantam and presently belonged under the commando of the aforesaid Field Cornet Nel, having been commandeered by the aforesaid Field Cornet van Zeyl to pursue the Bosjesmans Hottentots, who for the greatest part had stolen the cattle of the burgher Paul Karsten, along with him, his two sons Petrus and Andries van Zeyl, together with the burgher Jan Wieser; they, Hottentots and Bastard Hottentots, had complied with that order and had followed him, van Zeijl, who had taken two wagons along; That they having all arrived in the Namacqualand, the mentioned van Zeyl had hired some pack-oxen from the Hottentots present there, and had loaded the same in the presence of him, Piet Eland, and the other Hottentots with provisions and a quantity of beads and knives, only then declaring to them that it was not necessary to

Dutch transcription

bosjesmans te doene Commando had voorgedrage ook ten dien eende van de aldaar wonende opge„ „seetenen kar, Paarden en ervisie afgeEijscht om kruij en loot aftehalen, ook de kar en paarden ontfangen dog niet tot dat einde g'Employeert, en eerst op den 6 Junij daar aan op zijn desweegens gedaan versoek en bij gebragte reedenen, van zijn post ontslag is geworden. Dat voorszz: van Zijl, in 't laatst der maand Noor „ber der voorsz Jaars aan den vert„n ter kennisse heb„ „bende gebragt, dat hy een togt had gedaan, dog om geene Oliphanten te gaan schieten, maar alleen om eenige ossen voor hem inte ruijlen of te kopen, gelik hij betuijgde ook slegts 6. a 8. beesten voor zig te hebben ingeruijld; en dat hij van zyl. bij die geleegendheid bij eene natie der hottentotten d Coracoose geraamt geweest zynde, door dezelve was verzogt, om hun lieden te adsisteeren, teegens een parthij roovende slottertotten, dog dat dezelve in de holen of kloven der bergen gevlugt geweest zijnde, niets met eenig succes tegens dezelve he„ kunnen werden ondernomen, en dat hij aldaar elders op eene hoogte eenig Ertz had gevonden, gelykende na 't stof van potloot van meening zynde het zelve aan welgem: Heere gouverneur te geeven, laatende omtrend eene once aan den ver den vertz aan hem van zijl zyne verwondering heeft te kennen gegeeven, dat hij de togt tegen de de ordre van opgem: Heere Gouverneur had gedaan, heeft hij aangenomen zig behoorlyk byj zyn welEdele gestrenge te zullen verantwoorden, met nogmalige betuijging geene oliphanten te hebben opschooten dat vervolgens den burger Sebastiaan Valentyn van Rheenen in dato 11 Januarij deezes Jaars bij den vertz. klagtig gevallen zijnde, dat voorm: van zyl een groot aantal beesten uit 't groot Namacqua land gebragt hebbende, denzelven zyn plaats al„ „daar was voorbi getrokken, en het gras voor zyn vee had doen afwijden, met versoek hem van zeijl te interdiceeren zig voorthaan daar voor zorgvul„ „dig te moeten wagten, terwijl deese en geene op„ „geseetenen zo in de maand Februarij als in vervolg den vertz zijdelings hebben g'informeerd dat het gerugt ging als of dezelve van zyl twee hondert en tagtig stuks beesten zo groot als kleyn in den Hantam zou hebben aangebragt, en dat hij van zyl tot zyn gedaan togt, de aldaar woonende en tot adsistentie der Christenen zig bevinden de bastaards sottentotten zou hebben gecommandeert zonder dat een van dezelve berichten door eenig bewijs kon werden bevestigd, den verth zeedert geen moeijte gespaard heeft, om van den waarren toedragt der zaake eenig voldoende bewys te erlangen, gelyk hy dan eindelijk in 't begin der maard Augustus verseekert is opworden, welk perzoon den brief van gem: van Zeyl aan welgem: Heeren gedrag„ opge¬ om kruij ange stop aan ontslag Noor se dog alleen kopen voor zi l. bij totten d ezelve teegens dezelve geweest zelve he„ daar den, verneur den ver dering tegen de ning heb„ Heere Gouverneur heeft gebragt, en welk antwoord denzelven heeft ontvangen, mitsg:s dat denselven een soldaten kistije met Coraalen en messen aan de Caab. bij den burger sadeler ontfangen aan den„ „selven van zeijl zou hebben terug gebracht. ƒ dat den vertz op deze bekomene berigten in G dato 13 Augustus en 26 Septemb: Jongstl: aan den tegenswoordigen veldwagtmeester in den Hantar Willem Adriaan Nel aangeschreeven hebbende, de hottentotten en bastaard hottentotten, dewelke door voorsz: van zeyl op dien togt meede genomen waar op te zonden; zyn op den 7=de der gepasseerde maand October bij den vert=„ gekomen den Hottentot Piet Eland, mitsg„s de bastaard hottentotten Paul en Ter zeggende een der Bastaard hottentotten door voorsz: veldwagtmeester Nel, te zyn terug gehoud alzo hy Nel één zeer nabestaande van voorsz: van Zyl quam te zyn, zijlieden ook niet door he Nel waaren opgesonden, maar reeds lange van voorneemers te zyn geweest, en alleenlyk na ge „gentheid te hebben gewagt, om hun beklagt weg meerm: van zijl te komen doen, terwijl uit vrees voor het duytsch volk reeds eenige der op de toe meede geweest zynde Hottentotten, te rug na 't Damacqua Land waaren gekeerd; doende zijlieden het volgende verhaal. dat zijlieden in't regen saisoen van den gepasseerden Jaars, zonder egter den positiven da dag of maand te kunnen bepalen, nevens de hot„ „tenlotten, kleyne Piet Eyland, Piet Namacqua, zynde deese laatste in huur bij den burger Ian Wieser, de Hottentotten Andries en Ruijter, mitsg:s de Bastaard Stottentotten Paul; Gerrit Stoffel en Gerrit Beer, welke laatstgem: bij bovengem: van Zeil woonagtig waaren, egter nu reeds na 't Namacqua Land vertrokken zyn: terwijl hij Piet bland ende zijnen hunne legplaatsen in den Bantam hebben en onder 't Commando van voorsz: veldwagt„ „meester Wel thans behoorden, door voorsz: veld„ „wagtmeester van Zeyl gecommandeert geworden zijnde, om de Bosjesmans sottentotten, dewelke voor 't grootste gedeelte, het vee van den burger Daul Karsten hadden geroofd, met hem zijne beyde Zonen Petrus en Andries van Zeyl, nevens den Burger Jan Wieser te agtervolgen Zijl: hotten„ „totten en bastaard hottentotten, aan die ordre hadden voldaan, en hem van Zeijl, dewelke twee wagens meede genomen had gevolgd waren — dat zy lieden alle gekomen zynde in 't Namac„ „qua Land, gemelde van Zeyl van de aldaar zynde Pottentotten eenige draagossen had gehuurd, en dezelve ter presentie, van hem Piet bland, ende overige hottentotten met provisie en een parthij Coraalen en messen had beladen, als toen eerst aan hun L: gedeclareert, niet nodig te zyn, de van den sitiven F twoord selven aan de den„ ten in aden Hantan de de ke door waar maand Piet ulen Ter door gehoud voorsz: door ge van na gel t toeg uit vree op de toe na 't doende

NL-HaNA_1.04.02_11021_0178 view scan ↗

English

to pursue Bushmen, but that he, van Zyl, intended to go shooting elephants in order to deliver the tusks thereof to the Honourable Company and to give each of them a portion thereof, which he, Piet Eland, did not wish to do, as his cattle and those of his people would thereby be exposed to the Bushmen in the meantime; but having been forced thereto by van Zyl's threats, they had together continued the journey along the Great River for about one and a half months, where the aforementioned bastard Hottentots Paul, Gerrit, and Stoffel had remained behind under the pretext that Gerrit was ill and could go no further, and that he, Paul, and Stoffel would take him home. That the aforementioned van Zyl, both his said sons, the burgher Jan Wiezer, together with him, Piet Eland, little Piet Eland, Piet Namacqua, Andries, Ruyter, and Gerrit Beer, continuing their way, having first passed the Great River and then two Hottentot kraals, had come three shifts or three days' journey further to a third kraal, where by the said van Zyl Hottentots to the number of four hundred and forty were hired and taken along, while he, van Zyl, on the way had occupied himself with shooting hippopotamuses to consume on the journey. That they, by estimation, having come fifteen shifts or fifteen days' journey further to this side of a tributary of the Great River called the Yellow River, in the morning at about eight o'clock had discovered a kraal of the Nuncquinqua, a kind of Namacqua Hottentots, just on the other side, and saw nearly all the Hottentots come forth from the same, apparently to see what was happening, whereupon van Zyl and his sons dismounted from their horses, and without those Hottentots having spoken a word to them, or they to the Hottentots, fired with live ammunition at those Hottentots; while the said Weeser, after the third shot had been fired by van Zyl and his sons, had also fired at the Hottentots. That the aforementioned van Zyl, having fired the fourth shot and noticing that he, Piet Eland, and his fellow companions did not shoot, immediately stepped behind them with his loaded gun and cocked hammer, and while thrusting at them with the muzzle of the gun, substantially added to them, saving your reverence: "Damned lot, why do you not shoot? Do you not see that I am shooting? And if you do not shoot, you shall get a taste of the same sauce," whereupon they had also shot; but while van Zyl, both his sons, and the aforementioned Wieser constantly shot some of those Hottentots dead, they had steadily shot over the Hottentots, the shooting having continued from about eight o'clock in the morning until late in the afternoon. That after they had ceased shooting, the aforementioned van Zyl ordered him, Piet Eland, and the other Hottentots to cross the river to the other side and bring all the cattle of the aforementioned Hottentots to this side; just as they also crossed the river for that purpose, but since the cattle had become wild from the constant shooting, they were unable to gather together and bring across the river to this side more than two hundred sixty-two, both large and small. While they on the other side had found eight Hottentots shot dead and two small children, as well as two women who had jumped into the water out of fear, they saw them floating, and understood from a Hottentot woman that there were still more dead and wounded, which Hottentot woman had asked them whether it was the custom of the Dutch people to shoot them dead so murderously; to which they had answered that not all the Dutch were like that, but that van Zyl had done this and he was an evil man, and if they might come up to the authorities, they would report it, so they should just keep calm. That the aforementioned Piet Eland having substantially said to the aforementioned van Zyl: "Master, a great many Hottentots have been shot dead there," van Zyl had answered, "It is just the same to me as if I pluck a leaf from a tree, and the Gentlemen do not even ask after a Hottentot," while he, Piet Eland, at the same time testified that the Hottentots had in no way defended themselves, but during the shooting had dragged their dead and wounded into the woods. That van Zyl, with all the other persons besides him, Piet Eland, remained the night there, and having set out on the return journey the following day, upon their arrival at the aforementioned third kraal, the hired Hottentots departed from them, to each of whom a string of beads and a piece of tobacco was given by the aforementioned van Zyl as a reward. That they, continuing the journey and having approached one of the kraals situated closest to the Christians, found there the aforementioned left-behind bastard Hottentots Stoffel, Paul, and Gerrit, while the aforementioned Stoffel had in the meantime become ill and they had not been able to come any further, where, some cattle having been spotted by van Zyl, he asked the aforementioned Paul at which place the kraal was located where the cattle came from, which was pointed out to him by the aforementioned Paul, whereupon he, van Zyl, substantially said: "It is good that they know this."

Dutch transcription

bosjesmans te agtervolgen, maar dat hy van zyl van meeninge was Oliphanten te gaan schieten, te einde de landen daarvan aan d' E. Comp: te leeveren en aan ieder hunner daarvan als dan een portie te zullen geeven, het geen hy Piet Eland niet gaarne wilde doen, terwijl zyn en der zynen vlee in de stanta voor de bosjesmans daar door blootgesteld wierd dog door dreijgementen van van Zyl daar toe ge„ „noodzaakt geworden zinde, gesamentlijk omtrent Een en Een halve maand langs de grote rivier de reijze voortgezet hadden, alwaar de voorsz: bastaa hottentolten Paul, Gerrit en Stoffel, onder voorwendz dat gerrit ziek was, en niet verder konde, hy Pa en stoffel denzelven na huijs zoude brengen. agterbla „ven waaren. — dat voorsz: van Zeyl zyne beyde gemelde zoonen den burger Jan wiezer, met hem Piet Eland, kleyne Piet Eland, Piet: Namacqua, Andries, Ruyter en Gerrit Beer hun weg vervolgende, eerst de groote rivier en daarna Twee hottentot kraalen gepasseerd zijnde, drie schoten of drie dag reyzens verder geko s „men waaren, bij een derde straal, alwaar door een „gem: van Zeijl ten getalle van vier hondert en veertig hottentotten afgehuurd en meede genomen wierden, terwijl hyj van zeyl, op weg met zeekoeyen te schi zig bezig had gehouden, om op de reijze te Consur „ren. — dat zijl: /:na gissing:/ vyfthien schoften of vyfth dagen reyzens verder gekomen zynde aan deeze zyden zyde van een spruijt van de groote rivier de geel rivier genaamd; des morgens circa agt uuren een kraal van de Nuncquinqua, een soort van Namacqua hottentotten, even aan de overzijde hadden ontdekt, en uit deselve meest alle de hottentotten zien te voorscheyn komen, apparentelyk om te zien wat er te doen was, wanneer van zeyl en zyne zoonen van 't paard gesteegen, en zonder dat die hottentotten met hun, of zijl: met de rotten„ „totten een woord gesprooken hadden, op die hotten„ „totten met scherp geschooten; Terwijl gpm: weeser na dat door van zyl en zyne zoonen de derde schoot gedaan was, meede op de hottentotten had „geschooten — dat voorsz: van zyl de vierde schoot hebbende gedaan, en gewaar geworden zynde, dat hy Piet Eland en zyne meede makkers niet schoot, hy ter„ „stond. met zyn geladen geweer en gespanden Daan zig agter hun begeeven, en onder het voorstoten met de tromp van het geweer, hunt: substantieelijk toegevoegd had /: S: V:/ verdomde goed, waarom schiet sylui niets ziet Juluij niet dat ik schiet, en als fijluij niet schiet, dan zal fijluij van dezelfde sop krygen, waarop ziz: meede geschooten hadden; dog„ terwyl van zeyl, zyne by de zoonen en voorsz: wieser gedurig van die hottentotten dood schooten, hadden zijl: gestadig over de Pottentotten heen geschooten hebbende het schieten van des morgens Circa Agt uuren vanZyl ieten, ter teeveren tie te gaarne de Stanta wierd: toe ge„ omtrent ierde :bastaa hy Pa agterblee de Zoonen kleyne Ruyter en groote gepasseerd geke door een en veertig rden, te schi Consum of vyft deeze zyden uuren, tot laat in de namiddag aangehouden m 1 dat, na dat men had opgehouden met schieten voorm: van Zijl hem Piet Eland, en de overige hottin „totten had gelast, zig door de rivier na de overzy te begeeven, en alle de beesten van de voorsz: kotten „lotten aan deeze zyde te brengen: gelijk zyt zig d ook tot dat einde door de rivier begeeven, dog vermits de Beesten door 't geduurig schieten ver „wildert waaren, hadden zijl: niet meer bij elkan „deren en door de rivier na deese zyde kunnen bren „gen als twee Hondert twee en Zestig, zo groot als kleg Terwyl zyt aldaar aan de overzyde Agt doodge„ „ schootene hottentotten, en twee kleyne kinderen had „den aangetroffen, mitsg=s twee wyven, dewelke uit vrees in 't water gesprongen waaren, zyl: haa zien drijven, en van eene koltentottimne verstaan, da er nog meer doden en gequasten waaren, en welke hottentottinne aan hunL: had gevraagd: of het de gewoonte van het duijtsch volk was, om hun zo moordadig dood te schieten: waarop zy liede geantwoord hadden: dat al de duitschers na zo waaren, maar dat van zijl, zulx had geda en hij een kwaad man was, en bij aldien Sij Lt „der na boven mogten komen, zulx zouden aang „ven, des zylieden zig maar zouden te vreeden hou dat evengemelde Piet Eland aan voorsz: vo zeyl substantieelijk gesegd hebbende; Baas daar is rijkelyk Bottentots doodgeschooten: van van Zeijl geantwoord had, het is voor mij even zo goed, als of ik een blad van een boom trek en de Heeren vragen niet eens na een hottentot, terwijl hij Piet Eland teffens betuijgde, dat de hottenlotten zig in geenen deele haddten verweerd, maar ge„ „duurende het schieten hunne doden en gequetsten in de bossen gesleept — dat van Zeijl met alle de overige perzonen, nevens hem Piet Eland, de nagt aldaar verbleeven en des anderen daags de terug reijze aangenomen hebbende, bij hunlieden komst aan de voorm: derde kraal de gehuurde hottentotten van hun af waaren gegaan, aan dewelke ieder hunner doot voorsz: van zeyl een streng koralen, en een stuk tobak tot een belooning was gegeeven — dat Zijl:t de reijze voortzettende en genadert zynde tot een der naaste by de Christenen zig be„ „vindende Craal, aldaar aangetroffen hadden, de voorsz: agtergelatene bastaard hottentotten stoffel, Paul en Gerrit, terwijl voorsz: stoffel intusschen ziek wos geworden zijnde, zyz: niet verder hadden kunnen komen, alwaar door van Zeyl, eenig vee ontdekt zynde, had denselven dan voorsz: Paul gevraagd, op welke plaats de kraal zig bevond, daar het vree van heen streek, zulx door voorsz: Paul hem wierd aan„ „geweesen, als wanneer hij van zeijl daarop in substantie heeft gesegd: het is goed dat zy dit weetje ouden kotten overzy Kotten Zig ede dog ten ver elkan en bren als kleg doodge renhad dewelke ZgL: haa staan da welke of het om hun zy liede chers na gedaa Sij L: 20 aang dhou : 100 Baas ooten: van Lieter

← previousnext →