Inventory 11021
Cape · 610 pages · 131 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
knows, she must go there tomorrow with little Piet Eland, Gerrit Beer, Piet Namacqua, Ruijter and Gerrit, take away all the cattle and shoot all the Hottentots dead, for all the Hottentots who remain in this region are merely rogues, to which the aforesaid Paul replied by saying: Yes Master, that will not go well with me, because I do not know what evil the Hottentots have done; nevertheless, they had to go to the kraal; while Van Zijl had handed his own gun over to the same Paul, saying: you people must do what I order you, and if you do not do it, then the same will happen to you, for I have [illegible] you so far into the field. That the aforesaid Paul, together with the aforementioned Hottentots, encountered the Hottentots of the aforementioned kraal by the cattle, and having fired two shots with blank powder among them, they immediately scattered and took flight; wherefore, to satisfy the aforesaid Van Zeil, they drove only one of the cattle out of the herd and took it with them, but having advanced some distance, some Hottentot women and children had followed them and had begged them for their cattle, whereupon they, except for fifteen which they brought to the aforementioned Van [illegible], had given back all the stolen cattle. Given that they were afraid, in case they should bring back nothing, of having to lose their lives, without their having dared to make the slightest mention of what happened to Van Zeil; having only answered Van Zeyl's question as to why they had not complied with his order to bring all the cattle along and shoot the Hottentots dead: out of pity, since none of those Hottentots had ever done them any harm; while on the way hither, they were still frequently scolded about this by the aforesaid Van Zeijl. That, having arrived in the Hantam, the stolen cattle was divided between Van Zeyl and his sons, as well as the aforesaid Wieser, without the Hottentots having received the slightest part of it, although Van Zeil had indeed wanted to give three of the stolen cattle to the aforementioned Piet Eland and others, provided that they had to keep everything secret, for which they, however, declined, desiring to have three of his breeding cattle, which he had not wanted to do, and that the aforesaid Van Zeijl had sold a part of his stolen cattle to the burgher Paul Hursten and a cow to Christiaan Bok. And the aforesaid Hottentots finally declared that Van Zeijl, having kept the Hottentots he had taken along with him, two of them had nevertheless already departed for the Namacqua Land, while they, on the other hand, had resolved to make all the foregoing known to the Gentlemen, as they were afraid to remain among the Dutch people any longer. As the documents annexed hereto, cited on the back from Letter A to K inclusive, dictate in more detail, and all of which the petitioner respectfully requests that, after Your Honorable Worships have ruled upon them, they may be returned to him, the petitioner, in order to be submitted as justification of the action of the said official petitioner. That the petitioner, under respectful correction, believes that the acts committed by the aforesaid former field corporal Adriaan van Zeyl, together with his sons, the burghers Petrus and Adriaan van Zeijl, as well as the burgher Jan Weeser in general, and that of the aforesaid Van [illegible] in particular, are of such a nature that they are not only contrary to the natural freedom which all Hottentots, and especially those living here in peace with the colonists, have in common with other free peoples, but also chiefly contrary to the orders repeated in that regard and the placards of the country's government examined thereupon; and that the same acts of violence and the putting to death of so many innocent people are therefore entirely impermissible and punishable in the highest degree, while both the inevitable consequences thereof, as an infringement upon that same freedom, were already found shortly after the establishment of this colony to be very ruinous and often irreparably harmful, so that on that account the High Commanding Lords Majors have expressly written to the government here, and it has been interdicted and forbidden to everyone by the government by diverse placards in the strictest manner, to inflict any violence or nuisance upon any of the Hottentot Nation, by whatever name, on pain that those who make themselves guilty thereof shall be punished as disturbers of the public peace and violators of law and freedom. And it is on the grounds of those laws enacted against the aforesaid acts of violence that the petitioner, under correction, believes that the nature of the crimes committed by the aforesaid Van Zeyl, together with both his sons and the aforesaid Jan Wiese, in itself, as well as the execution of the sentence to be passed in that regard, requires that the petitioner ought to secure the persons of the aforesaid individuals, and therefore finds himself in the necessity of requesting from Your Honorable Worships the necessary authorization for this.
Dutch transcription
weet, zij moet morgen met kleyne Piet Eland, Gerrit Beer, Piet Namacqua, ruijter en Gerrit daar na toe gaan, al het vlee weg neemen en de Pottentolten altemaal dood schieten, want al„ de hottentotten die in deese streek blyven, zyn maar schelmen, het geen door voorsz: Paul is gerepliceerd, met het zeggen JaBaas dat zal me goed gaan, want ik weet niet, wat quaad de hottentotten gedaan hebben, zijlieden zig egter no de kraal hadden moeten begeeven; terwyl van zijl zyn eygen geweer aan denzelven Paul had overgegeeven, onder het zeggen: toezylug moet doen wat ik Jyluij ordonneer, en als sijluij dat niet doet, dan zal fijluij van het zelvde over„ „komen want ik heb fyluij zo ver in't veld ge„ Dat voorsz: Paul neevens de evengem: hotten de hottentotten van de gem: kraal bij 't vlee aan „getroffen, en twee schooten met loskruijt onder dezelve gedaan, hebbende, dezelve zig terstond verstrooyd en de vlugt genoomen hadden, waar om voorsz: van zeil te voldoen, zijl: slegts een beesten uit de troup gejaagt en meede genom hadden, dog een end' weegs gevordert zijnde, wo „ren eenige hottentottinnen en kinderen hum ge „volgd, en hadden dezelve om hun vlee gesmeet des zyl: op viftien na die zijl: bij gem: van gebragt hebben, al 't geroofde vlee te rug had „bragt. gegeeven O. gegeeven, alzo zij lieden bevreesd waaren, bij aldien zij niets mogten te rug brengen, hun leeven te zullen moeten verliezen, zonder dat zijl: van 't voorgevallene het geringste aan van Zeil hadden durven bekend maaken; als alleenlyk op de vraag van van Zeyl, waarom zyz: aan zyn ordre niet voldaan hadden, om alle de beesten meede te brengen en de hottentotten dood te schieten, te hebben geantwoord: uit meedelyden terwyl geen van die hottenlotten hun ouit eenig kwaad had gedaan; zynde Zyl geduurende den weg herwaards nog dikwils hier over door gesz: van Zeijl bekeeven — dat zijlieden in den Hantam aangekomen zynde, het geroofde vlee tusschen van Zeyl en zine zoonen, mitsg:s voorsz: wieser is verdeeld geworden, zonder dat zylieden hottentotten het geringste daarvan hadden bekomen, alzo van zeil wel aan gem: Piet Eland en andere, drie van de geroofde beesten had willen geeven, mits zylieden alles geheim moesten houden, waar voor zyt egter hadden bedankt, begeerende drie van zyne aanteel beesten te willen hebben, het geen hij niet had willen doen, en dat voorsz: van zeijl een gedeelte van zyn geroofde vee Aan den burger Paul Hursten en een koe aan Christiaan Bok had verkogt — En Eland, 9 wantal zyn Paul is tzal med de egter ne van htad moet i dat de over ge„ hottend vlee aan onder stond ,waar slegts aen genome zinde, wor heem ge gesmeet van d had gegeeven zij en t En hebben de voorsz: Hottentotten eendelijk verklaard, dat van zeijl zyne meede genomene hottentotten bij zig hebbende gehouden, van dezel„ „ve egter reeds Twee na 't Hamacqua Land waa„ „ren vertrokken, terwijl Lijl:t zig daarentegen voorgenomen hadden, al 't voorenstaande aan de Heeren bekend te maaken, alzo bevreesd waaren om nu langer onder 't duytsch volk te blijven — zo als de deesen g'anneveerde documenten in dorso van L=a A tot Kinclusive gequoteerd met meerdere komen te dicteeren, en dewelke alle den vert„ eerbiedig versoekt, dat, na dat door Uwel „Edele Achtbare daarop zal gedisponeerd zyn aan hem versz moge werden te rug gegeeven, ten einde tot justificatie van des zat: off: vert Actie, te kunnen werden overgelevert. — dat den 7: O: vertz /:onder Eerbiedige Correctie vermeend, dat deselve door voorsz: oud veld was meester Adriaan van Zeyl beneevens zyne Loo „nen de Burgeren Petrus en Adriaan van Leijl mitsg:s den burger Jan weeser gepleegde feitelijk „heeden in't generaal en dat van voorsz: van in't byzonder zyn van dien aart, dat dezelve niet alleen strydig zyn, met de natuurlyke vri „heid, welke de hottentotten alle en byzonders die in vreede met de Colonisten alhier leeven met andere vrije volkeren gemeen hebben, maar ook voornamentlyk met de ten dien opzigte he „haalde ordres en daarop G'examineerde plo Caten „caten, van 's lands overigheid, en dat dezelve dadelykheeden, en het om het leeven brengen van zo veele onschuldigen, mitsdien zijn ten eenemaal ongepermitteerd en ten hoogsten straf„ „waardig, terwijl zo wel de onvermydelyke gevolgen daarvan, als een inbreuk op dezelve vrijheid, reets kort na de Erectie deeser Colonie bevonden is zeer ruineur en dikwils onherstel„ „baar schadelik als dat uit dien hoofde de Hoog gebiedende Heeren Majores, aan de regee„ „ringe alhier uitdrukkelijk hebben aangeschreeven, en door de regeeringe bi diverse placcaten op 't strekste aan een ygelijk geinterdiceerd en verboden geworden is, om aan geene van de Hottentots Natie hoe ook genaamd eenig geweld of overlast aan te doen op pone dat de zodanige die zig daar aan schuldig maaken, als stoorders der gemeene rust, en schenders van Regt en vryheid zullen worden gestraft: — En 't is op gronden van die wetten gestatueerd tegens de voorsz: feytelykheiden, dat den vert„ /:onder Correctie:/ vermeent, dat de aart der mis„ „daaden door voorsz: van zeyl nevens zyne beide zoonen en voorsz: Jan wiese gepleegd op zig zelve, zo wel als de Executie der ten dien opzigte te vallene sententie requireerd, dat den vertz zig van de voorsz: perzoonen behoord te verseekeren, zig mits dien in de noodzakelykheid bevind, hier toe van uwelEd: Achtb:s de nodige qualificatie te versoeken. — Mits delijk nomene van dezel„ and waa„ tegen Aan e waaren lyven ten in met alle den Uwel zyn eeven, Of: Vert Correctie veld waa zyne Loo an Lee fertelij :vane dezelve lyke tre dels leeven maar gte ko de pli „Caten —
English
Whereby the representer ratione officii takes the liberty with the greatest respect to turn to Your Honorable Worships, requesting that Your Honorable Worships may be pleased to grant him, the representer ratione officii, a decree by virtue of which the representer ratione officii shall be qualified to take into apprehension the above-mentioned former field sergeant Adriaan van Zyl, together with his two sons, the citizens Andries and Petrus van Zeyl, as well as the citizen Jan Wiese, in such manner and form as may be to Your Honorable Worships' pleasure, upon the granting of such a decree, to cause the aforesaid persons to be written to by mandate via missive, in order to appear in this Noble Honorable Council on a certain day to be determined by Your Honorable Worships, to the end of seeing the decree granted by Your Honorable Worships to the representer ratione officii executed or carried out; whereas such a decree according to the ordinary course, both through the situation and the far remoteness of the residences of the frequently mentioned persons, could never be executed, and Your Honorable Worships would consequently be rendered illusory, and the crimes committed by the frequently mentioned persons remain unpunished; or else, that Your Honorable Worships in this matter may be pleased to make such disposition, decree, or appointment as Your Honorable Worships, according to their prudence, shall find most convenient and judge proper. Doing which, etcetera. Was signed: H: L: Bletterman. In the margin: Exhibited in Court, 6 November 1787. Agrees. Rijneveld, First Clerk. Appeared before the Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the interim Fiscal G: Exter, ratione officii, plaintiff on the one part, Louis Sisani Almero, sailor of the Honorable Company, defendant on the other part. 1. Saying: 2. that the defendant in the year 1730 went as a soldier on the Honorable Company's ship de Morgenster to Ceylon, and from there returned and landed here as a sailor in the following year on the ship Amsterdam; 3. first sought for some time in this capital to maintain himself by repairing watches; 4. yet afterward, as the defendant says, taking to gambling and thereby falling so deeply into debt 5. that he, the defendant, faced the greatest unpleasantness and sorrow regarding this; 6. he deemed it best to absent himself and to betake himself to the countryside, 7. until such time that after the departure of the interested parties, who must have been French officers, he might emerge again; 8. that as foolish and uncertain as this intention was, the defendant nevertheless carried the same out directly, 9. and thus having arrived unhindered in the most distant outer districts of this Colony, 10. there first sought his maintenance among the inhabitants by exercising his trade, 11. but afterward undertook several journeys, in which the defendant rendered many services, both as an interpreter and otherwise; 12. until finally, upon the recommendation of the merchant and Landdrost of Graaff-Reinet, he obtained a Safe Conduct from the Honorable Governor, 13. in order to come here and account for his evasion; 14. that the defendant having thus arrived in this capital and being summoned today before Your Worships, 15. the plaintiff ratione officii shall take the liberty to submit to Your Worships in this regard: 16. that notwithstanding that the defendant, pursuant to the very revered orders of the High Indian Government at Batavia, after previous peremptory citation, was condemned by this Honorable Council by final judgment of 31 January 1732, by virtue of his default of appearance, to remain banished forever from this government and the jurisdiction thereof, under penalty that whenever he should come into the hands of justice after any time, he would be punished according to his deserts; 17. in this case it must be taken into consideration 18. that the defendant never departed outside the limits of this Colony and its jurisdiction, 19. and he therefore may not be regarded as having fallen under the terms of willful and such deserters 20. who absent themselves from the soil and territory of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands and betake themselves to foreign nations, 21. against whom the respective placarts issued regarding desertion seem and ought primarily to operate; 22. the defendant having, moreover, sought to make amends for his error, committed out of simplicity and a mistaken point of honor, through his good conduct and services, which were performed by him on several journeys for the benefit of the Honorable Company and this Colony, which sufficiently prove his attachment and give reason to expect still further services; 23. so that the plaintiff ratione officii, subject to correction, believes that in the present case, on account of the alleged circumstances, he must desist from and renounce all proceedings against the defendant. Wherefore, and for other reasons and arguments to be further deduced in due time and place, if necessary, the plaintiff ratione officii, making his demand, declared to renounce and desist from the action initiated against the defendant on 3 January 1732, the defendant to be restored to his former state and declared employable for the service of the Honorable Company; the plaintiff ratione officii maintaining that the aforesaid declaratory statement will suffice, and that it shall if necessary be so declared, making demand for costs in case of opposition. Was signed: P: Exter In the margin: Exhibited
Dutch transcription
mits welke den vert=r rat: aff: de vryheid neemt met de meeste Eerbied hem te keeren tot uwelEd Achtb:s versoekende dat uwel Ed: Achtb„s aan hem vertoonder rat: of: gelieven te verleenen decreet, uit kragte van 't welk den rat: Off: vertz werde gequalificeert de bovengem: oud veldwagtmee „ter Adriaan van Zyl, nevens zyne beide zoonen de Burgeren Andries en Petrus van Zeyl, mitsga „ders den Burger Jan Wiese te neemen in appro„ „hensie, zodanig en in diervoegen dat van Uwel Achtb: welbehagen zyn moge, bij 't verleenen van een dergelijk decreet, de voorsz: perzoonen by ma „dament per missive te doen aanschrijven, omme op zeekeren door UwelEd: Achtb: te bepalene dage in deesen Edelen Achtbaaren rade te verschynen ten einde het door uwelEd: Achtb: aan den rat„ off: vert„ verleend decreet te zien Executeeren, of ter uitvoer brengen; terwijl een dergelyk deszen volgens den ordinairen train, zo door de situat als verre afgeleegentheid de woonplaatsen van de meergemelde perzoonen, nooit zou kunnen werden g'executeerd Uwel Edele Achtbarens deeze gevolglyk illusoir worden gesteld, en de misda „den, door de meergem: perzoonen begaan, onge„ „straft blyjven; dan wel, dat uwel Edele Achtb in deesen gelieven te neemen zoodanige disp „sitie decreet of appoinctement als uwel Edele Achtbarens, na derzelver prucentie het conve „nabelst „nabelst zullen vinden, en oordeelen te behooren /:onderstond :/ 'T welk doende &=a /:was getekend:/ H: L: Bletterman /:in margine:/ Ee hibitum in Judicid, den 6 November 1787. Accordeert. Rijneveld gClercq neemt welEde Aan het decreet werde gtweed Zoonen mitsga aff Uwelk en van by ma omme dage schynen den rat. teeren, of kdecce deSitual tsen van kunnen deczee misda b disp Edelhe conve elst gen prae¬ 21½ Compareerde voor den welEagtb: Heere praesident en raade van Jus„ „titie des Casteels de goede Hoop, den Prointerim Fiscaal G: Exter, r: O: Eijsscher ter Eenre Louis Sisani Almero, matt:s den E: Comp: ged:e ter andere zijde Ca 1 Een deede zeggen 2. dat den gede in 't Jaar 1730. als soldaat op 's E: Comp„s schip de Morgenster naar Ceijlon gegaan en van daar als mattroos in't volgende Jaar met 't schip amsterdam alhier geretourneerd en aangeland zyn„ „de. 3 Eerst eenigen tijd ter deeser hoofdplaatse met 't repareeren van horologien heeft gezogt. zig te erneeren. 4. nog naderhand /: zo den gede zegt / aan 't speelen en zo verre daar door in schulden geraakt zijnde 5. dat hij ged=e daar omtrent de grootste onaange„ „naamheedens en verdriet te gemoede zag 6. denzelven voor best heeft ophouden. zig te absenteeren en in't platte land te begeeren. 7. zo lang dat naar 't vertrek der geinterresseerdens /: die fransche officieren zullen geweest zyn / wederom te voorschijn mogte komen 8. dat zo dwaas en onzeeker dit voorneemen ge„ „weest is, den ged:e egter 't zelve directelijk heeft geexecuteerd. 9. en dus ongehinderd in de verre gelegendste buiten districten deser Colonie gekomen zynde 10 aldaar eerst met 't everceeren van zyn metier zyn onderhoud onder de ingezeetene heeft gezogt 11. 11. maar naderhand meerdere togten heeft geda waarby den ged„e zo wel als tolk dan anders veele dienste heeft gepraesteerd. 12 tot dat eyndelijk op voordragt van den koopman en Landdrost van Graaffe Reinet van den WelEge Heer gouverneur Saloum Conductum heeft Geob „tineerd. 13 om alhier te komen en wegens zyne wasie zig te ver „antwoorden 14. dat den ged. e dusdanig ter deser hoofdplaatse gearriveerd en op heden voor Uw Agtb: gedagvaan zynde. 15 den r: O: Eysscher de vryheijd zal neemen uwE Agtb: da omtrent te doen aanmerken 16. dat niet tegenstaande den ged ingevolge der zeer geeerde ordris der hooge Indiasche regeering te Batavia naar voorgegaane peromtoire Citati door dezen E: Achtb: raade bij definitive vonnis van den 31 Jann: 1732. uyt kragt van deszelfs no Comparitie is gecondemneerd, omme ten eeuwigen dagen uit dit gouvernement en de ressorte van dien gebannen te blyven subpane, dat wannee na eenigen tijd in handen van de Justitie zoude komen te geraken naar verdienste te worden gestraft. 17. in uit geval in Consideratie zal moeten komen 18. dat den ged=e nooyt is geweeken buijten de Lim van deze Colonie en derzelve, Iurisdictie. en 19 en denzelven daarom niet zal mogen aangemer worden gevalle te zyn in de termen van moed „willige en zodanige deserteurs 20. die zig van den grond en bodem der hoogmog Heeren Staaten Generaal der vereenigde nederl „den absenteere en zig tot vreemde natien be „geeven. gedaa 21: tegens welke voornamentlyk schynen en belooren te werken de respective placaat op de desertie geemaneerd 22 hebbende den gede boven dien zyne uyt onnozel„ „heijd en verkeerde point d'honneur gemaakte foute door zyn goed gedrag en dienste: dewelke door hem op meerdere togten ten voordeele der E: Comp: en dezer Colonie zyn gepresteerd geworden /:die des„ „zelfs atthachement genoegzaam te kunnen geeven en nog meerdere dienste verwagten laaten/ wederom gezogt te verbeteren. 23. zo dat den r: O: Eyscher onder Correctie / vermeerd, in Casa substrato wegens de geallegeerde omstan„ „digheeders van alle instantie tegens den ged:e te moeten afzien en renuntieeren. — Mits welken en anderen reden en middelen in tyd en wyle /: is 't nood / nader te deduceeren, den r: O: Eysscher Eysch doende de cla„ „ratoir declareerde, van de op den 3 Iann: 1732. tegens den ged:e E: C: geentameerde actie te renuntiee„ „ren en aftezien, zullende den ged=e in zyn voorige staat hersteld en tot den dienst der E: Comp:e em„ „plogabel verklaard worden; sustineerende den E: O: Eysscher met voorsz: declaratoir te zullen volstaan en dat zulx des noods alzo zal worden verklaard, maakende in Cas van Contradictie Eysch van onkosten /:was getekend:/ P: Ester /:in margine:/ Exhibiteu oogmog neverlo eering te ge der Citale vonnis plaatse anders koopman welEge At Geob zig te ver dagvaar Agtb: daa zelfs no eeuwigen rte van wanneer zoude orden komen de Lime tie. en angemer moed tien be
English
Agreed. in Judicio the 1 Febr: 1732. Clerks W Rijneveld No: 4. To the Honorable, No. 1. Worshipful Lord, the Lord Iohannes Isaac Rhenius, President, together with the other Honorable, Worshipful Lords Councilors of Justice of this Government. Honorable, Worshipful Lord President, Honorable, Worshipful Lords. The undersigned Arnoldus Castelijn de Keulenaar and Ioh:s Cornelis de Buissonje, sub- lieutenant in service on the East India Company's ship Oud Haarlem, currently lying anchored here in the roadstead, humbly show with due respect how, during the voyage from the fatherland to this place, disagreements arose between the captain of the said vessel, the master Cornelis Haringsman, and the petitioners, because the petitioners were not respected by their superior officer and not treated according to their rank, and a very ignoble management was conducted—too much to set down in its entirety here, which the petitioners hope to have the liberty to disclose more fully in their defense, intending solely at present to bring before Your Honors' eyes with due respect only this: that on the said vessel a slave girl was present as a passenger, who was placed at the table in front of the petitioners, against which the petitioner and, he trusts, his fellows objected; this slave girl, instead of being placed behind them, was seated next to him at the table by their said captain. Yet finally, due to the extreme discord, she was removed from the table by the aforementioned captain and placed in his cabin. Their said captain subsequently tried in all kinds of ways to give the petitioners cause for displeasure and to demean them. That the petitioners subsequently had the misfortune of being intoxicated when they, at the taking over of their watch, were present with the rest, and for that reason were placed under arrest. The petitioner, frequently provoked by the wrongs done to them by their aforementioned superior officer, added to which the effects of the drink made him too hasty, addressed some insolence and impertinent words to his aforementioned superior officer, which he, the petitioner, as soon as he realized it, deeply repented, and had the commander and ship's chaplain request an apology for him; however, their said captain refused to accept this. The petitioners first verbally, and then in writing, apologized to the ship's council, asking forgiveness of everyone whom they might have offended in the heat of drink, but all in vain. Finally, for the complete satisfaction of him, the superior officer, they offered to ask forgiveness before the mast in the presence of the entire crew; yet, because of the resolution already made by their superior officer to seek the ruin and downfall of the petitioners, this was completely disregarded. Notwithstanding this, the petitioners believe that very extreme insolences occurred through the boatswain, boatswain's mate, and sailmaker, who also, while intoxicated, attacked each other with knives, and once the boatswain's mate struck a hole in the boatswain's head with a bottle, and also committed several insolences against their superior officer, which were tacitly forgiven them without much dispute. On the contrary, the petitioners were handed over here to the fiscal as criminals and kept under arrest. The petitioners are apprehensive that the investigation of these matters and the examination of the petitioners might sometimes be delayed so long that the aforementioned vessel could depart in the meantime, whereby the petitioners would be deprived of the necessary evidence for the defense of their case. And the placing of the petitioners under house arrest has rendered them unable to consult with the other deck officers to obtain their statements, and the petitioners would also prefer that it might please Your Honors to have the said deck officers answer under articles. Reasons why the petitioners in this matter take the liberty to have recourse to Your Honors, humbly requesting that it may please Your Honors to order the interim fiscal to examine the petitioners as soon as possible, in order to enable them to make their proper defense, and to be able properly to verify the same with the naval officers present, as well as others of the ship's crew, and also to bring to light how, reluctantly otherwise, they were brought into the highest necessity by the conduct of the said captain. Which doing, was signed: H: C: de Keulenaar and I: C: de Buissonje. Appeared before the Honorable, Worshipful Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the interim Fiscal P: Exter, claimant ex officio on the one part, contra Arnoldus
Dutch transcription
Accordeert. in Judicis den 1 Febr: 1732. Clercen W Rijneveld No: 4. Aan den wel Edelen Acht„ No. 1. „baaren Heere, den Heere Iohannes Isaac Rhenius praesident, benee„ „vens de verdere Edele Achtb: Heeren Raaden van Justitie deezes Gouvernements. Wel Edele Achtbaaren Heer Praesident E: E Achtb: Heeren. De ondergeteekende Arnoldus Castelijn de Keulenaar en Ioh:s Cornelis de Buissonje sous lieutenant in dienst op het O: I: Comp:s schip, oud Haarlem thans alhier ter reede geankert leggende. Geeven met de verEyschte Eerbied op het ootmoe„ „digste te kennen, hoe geduurende de rijs uyt 't patria na herwaards tusschen den Capit:n van gem: bodem. den mantr: Cornelis Haringsman en de suplte onEenigheeden zijn ontstaan. door dien de supplte van hun opperhoofd niet zyn gerespecteerd geworden en behandeld, volgens hun qualitijt en een zeer gemeenen directie werd gevoerd, te veel om zulks hier alles ter needer te stellen, welke de supplte bij hunnen verantwoording, de vryheijd hoope te hebben, breeder te zullen openbaaren, zullende alleenig 3 4 38. eld lesig ƒ alleenig dat eenige, voor het teegenswoordig, met vereyschte Eerbied uw E: Achtb: voor het oog te breng dat op gem: bodem, als passagier een slaaven mijd heeft bevonden, welke aan de tafel, voor hun supp wierd geplaatst, daar teegen den supp=lte hem, en vertrouwe met leeden teegen verzet hebben: deze slaaven mijd, in plaats achter aan te werden gep door hun gemelde Capitain, nevens hem aan tafe wierd gezet. Edog eijndelingen door de verregaa onEenigheijd door den meergem: Capitain vand tafel wierd genomen en in zyn Caamer geplaats hun gemelde Capitain. daar na op allerhey w heeft getracht de supp=lte reeden van misnoege te geeven en hem te reclineeren dat de suplten vervolgens het ongeluk hebbe gehad van beschonken te zin wanneer hij bij het overneemen van hun wacht met de rest praesent waaren daarom in arrest zyn gezet geworden. de suppte om dikwils aangehaald de hun door hem gemelde opperhoofd aangedaan daar bij koomende de vertelling van den dran te driftig wordende, hem gem: opperhoofd eenig insolentien en impertinente woorden hebben toegevoegd, welke hy supplt zoo ara hij zulx E„ hinderde ten hoogsten daar over berouw haa en door den Commandeur en scheepsdomine voo hem Excchues hebben laaten verzoeken, dog hun gem: Capitain zulx niet heeft willen ac „teeren, de suppl„te eerst mondeling, daar na Schriftelijk 1 met hebben: de ze werden gepr verregaa hem, en a aan tafe geplaats van de luk hebbe hij bij de rest gezet aald de gedaan ouw ha mine voo dog enac zulx E„ schriftelijk aan de scheepsraad Excuus hebben ver„ „solit aan yder die zij in de verhitting van den drank zouden mogen beleedigt hebben, dog alles vrugteloos. Eyndelyk tot volkoomen. satisfactie van hem opperhoofd hebben gepraesenteerd om Excuus voor de mast in praesentie van alle het scheeps volk te verzoeken, Edog reets voorgenoomen reso„ „lutie van hun opperhoofd om de supp=te hun ruine en ondergang te zoeken bleeft zulx volstrekt ach„ „terweegen. — dat niet tegenstaande, de supp=lte vertrouwen door de bootsman, schieman, en zylen „maker vrij verregaande Insolentien zyn voor„ „gevallen, welke meeden indronkenschap. Elkander met het mes hebben aangevallen. En Eens heeft den Schieman met een boddel de bootsman een gat in Cop geslaagen, en meeden verscheyden insolentien aan hun opperhoofd gepleegd, dog welke hun zonder veel tusschen spraak stilzwij„ „gende is vergeeven geworden: — Inteegendeel de suppl=te alhier aan de fiscaal als Crimineel zyn overgegeeven en in arrest gehouden. — de sup=lte bedugt zijn, dat 't onderzoek deezer zaaken Examineeren der supp=lte Zomwyl zoo lang zouden konnen werden gedelaijeert. dat intusschen gemelde boodem zouden konnen vertrekken, waar door de supplten van de noodige bewyzen ter ver„ „antwoording hunner zaak zoude verstooten worden. En de suppl=ten in huijs arrest zetten, buijten staat g te breng en mijd hun serp llerley n snoege dran fd eenig hebben aarna Schriftelijk 1 No 2. staat zyn gesteld, om de verdere dektoficieren tot 't geeven der verklaarings te kunnen onder „houden, en de suppl=ten ook liever hadden, dat 't uwE: Achtbaarens zoude moogen belaagen. genoem „de deks-officieren op Art=e te laaten andwoorden Reedenen waarom de supplten in deezen de vrij „lijd neemen, hun toevlugt te neemen tot uwE: Achtb: ootmoedig verzoekende dat 't Uw E: Achtb: sal mogen belagen, den prointerins fiscaal te or„ „donneeren ten spoedigste doenelijk de supp=ten te Examineeren ten Eynde in staat te konnen zyn hun behoorlijke verantwoording te komen doen en zulx met de praesent zynde zee oficieren als verdeere van 't scheeps volk dezelve behoorlijk te kunnen verifieeren en hoe ongaarn anders de handeling der gem: Capitain daar toe in de hoog„ „ste necessiteid zyn gebragt, geworden, meede aan 't dagligt te brengen /:onderstond:/ 'T welk doende /:was getekend:/ H: C: de Keulenaar en I: C: de Buissonje. Compareerde voor den E: Agt„ „baaren Heere praesident en laade van Iustitie des Casteels de Goede Hoop den prointerim Fiscaal P: Exter V: O: Eijsscher ter eenre Ca Arnoldas
English
And said: That the defendants, being placed in the aforementioned capacities on the aforementioned Honorable East India Company ship, instead of maintaining that conduct, subordination, and command that correspond to their duty in the posts entrusted to them in the country, quite to the contrary have made themselves guilty of very far-reaching excesses and insolence; that the defendants, already from the beginning of the voyage, indulged in drink, and through their behavior and association with a certain black person stationed as a passenger on that vessel, caused offense; and, having been reproved and admonished for this by the captain to adopt better conduct in order to avoid unpleasant consequences, this admonition was nevertheless of so little effect, that the defendants not only continued in the aforementioned way of life, but went so far that they positively refused service and, through drink, made themselves completely and entirely unfit for it. Arnoldus Castelijn de Keulenaar and Johannes Cornelis de Buisonje, the first as lieutenant and the other as sub-lieutenant, stationed on the Honorable East India Company ship Oud Haarlem lying in this roadstead, defendants on the other side, A 76. That it thus happened that the defendants, instead of observing the watch according to the order given by the captain, repaired to the cabin of the said maid under the pretext that they wished to go to sleep, having used the time rather for swilling and gorging; that a few days thereafter, the defendants made a terrible noise and commotion during the watch of the captain lieutenant, and having rendered themselves incapable through drunkenness of keeping their watch in good order, the captain was obliged to take over and observe it; that notwithstanding the defendants were placed under arrest for this, and on the following day, under the most solemn assurances, begged their excuse, promised calm behavior, and were pardoned solely on that condition, they nevertheless not only continued to be ordinarily intoxicated off their watches, which was always overlooked in order to avoid possibilities of trouble, but finally did not shrink from going expressly into the cabin of the aforementioned free maid and continuing with drinking and merrymaking, until both were intoxicated to such an extent that the first defendant, upon the taking over of the watch, was found sleeping with a nightcap of the aforementioned maid on his head and vomited on all around, and the other remained lying somewhere so that he could not be found; which then had the consequence that the captain once again had to take over the watch in their stead; that the defendants, having then awakened from sleep, being by no means content, by all manner of insolence and the most shameful expressions and insulting language, both against the authorities of the ship and the government here itself, as may be seen in further detail from the depositions, forced the captain to place them under arrest again and to convene the ship's council, with the effect that the defendants, having thus been brought here, were handed over to the Fiscal office; that the officer plaintiff, referring to the aforementioned deposition and all statements, subject to correction, believes he must assume and establish pursuant to the same that the defendants have made themselves guilty of various grave acts and crimes, which principally consist in that the defendants very often and almost constantly went to excess in drink, and by their conduct in multiple ways caused offense and a public spectacle, and furthermore were unfit for duty; that the same, in contempt and disdain, indeed trampling upon all respect, discipline, and subordination, were not only disobedient toward their commanding officer, negligent in duty, and refusal-prone, but moreover used the greatest insolence and most improper abusive words against him and the other authorities, and used the most shameful and lascivious expressions regarding the Right Honorable Governor here; that the officer plaintiff, relying on the validity of the aforementioned evidence, trusts all the more because the defendants, in their petition to the ship's council, convinced of their insolence, begged excuse for the same committed both in general and in particular, and are thus in confession; he will very briefly examine further what punishment the defendants shall have merited on the aforementioned matter, noting that in the 22nd article of the instructions of the First Officer in Command it is established that officers who go to excess in drink shall be suspended for some time from their office and, upon persistence, deported; that in the 2nd article of the Articles of War it is emphatically commanded that all non-commissioned officers and commoners must be faithful and obedient to their superior officers, and these in turn to their captain, skipper, or whosoever might hold authority, each in the duty to which he is appointed without deviating from it in
Dutch transcription
1. En deede zeggen. 2 dat de ged se in voorsz: qualiteijten op voorsz: E: O: Comp: schip geplaatst zijnde 3. in steede van dat Comportement, subordinatie en Commando te gebruijken, die met derzelven pligt in de lant: aanvertrouwde posten over een„ „komstig zyjn 4. wel ter Contrarie zig hebben schuldig gemaakt aan zeer verregaande Excessen en brutaliteijten 5. dat de ged:e zig reeds van 't begin der reise aan„ den drank overgegeeven, en door hun gedragen omgang met zeekeren als passagier op dien bodem bescheydenen zwarten tot ergernis gestrekt hebbende 6. en van den Capitain daar over Gereprocheerd en vermaand zijnde, om onaangenaamen gevolgen te vermeijden een betere Conduite aan te neemen. 7. dese vermaning egter van zo winig effect is ge„ „weest, ver dat de ged: niet alleenig in voorsz: lvens wyze gecontinueerd, maar zo verre zyn gegaan. 9. dat zi wel gaar den dienst geweijgerd: en door ƒ den drank, zig daar toe geheel e zal onbekwaam hebben gemaakt. — Arnoldus Castelijn de Keu„ „lenaar en Iod:s Cornelis de Buisonje, d' Eerste als luyten: en de andere als souslieutenant, bescheyden op 't ter deezer rheede leggende E: O: Comp: schip oud Haarlem, ged=e ter andere zyde A 76. de 09„ e C: Agt olda 10: dat dus is gebeurd 11. dat de ged:e in steede van de vijling naar de van den Capitain gegeevene ordre waarteneemen. 12 zig onder 't voorgeeven dat zy zoude gaarn slaa„ naar de hut van gem: meyd hebben begeeven, 13 die de tijd liever tot Zuypen en brassen Geemploi „eerd . 14. dat eenige dagen daar na de ged:te een vreeselyk getier en leeven geduurende de wagt van den Ca„ „pitain Luytenant gemaakt, en zeg door dronken„ „schap. buyten staat gesteld hebbende hunne wagt in de ordre te doen. 15. den Capitain verpligt is geweest, zulken over - en waar te neemen. 16 dat niet tegenstaande de ged: daar over in Arrest gekomen, en 's daars daaraan door hun L: onder de plegtigste verzeekering. Exeus verzogt bedaring belon en alleenig onder dien voorwaarde, dezelve gepa 2 „donneerd zijnde. 17. zulx egter niet alleenig gecontinueerd hebben buij hunne wagten ordinair beschonken te zyn. 18. 't geen hun tot vermijding van moogelijkheedens altoos door de vinger is gezien geworden. 19 maar eijndelijk zig niet hebben ontzien„ zo in de hut van voorsz: vrijmeijd expresselyk te gaa en met drinken en vroolyk zyn voor te vaaren. 21. tot dat bij de dusdanig beschonken zyn geweest 22. dat d'eerste ged=e bij 't overneemen van de wagt met een niets van meergem: meijd op zyn hoofd slapende en ronds om bespoogen is aangetroffen gewor geworden. 23 en den andere ergens is blyven liggen, dat niet heeft kunnen gevonden worden. 24. 't geen dan van dat gevolg is geweest. 25 dat den Capitain wederom de wagt in hun steede moest overneemen. 26. dat de ged: daarop uyt den slaap ontwaakt op geenderlij wijze te vreeden zynde 27. door allerlij brutaliteijten en de schamelijkste expressien ten schemp redenen, zo wel tegens d' overhee„ „dens van 't schip, als zelve de regeering alhier / uyt de verklaringen nader te zien den Capitain genoodzaakt hebben, 23 hunl: wederom in arrest te doen gaan en scheeps raad te beleggen, met dien effect 29 dat de ged: dusdanig alhier aangebragt aan 't officie Fiscaal zyn overgegeeven geworden. 30. dat den r: O: Eijsscher zig aan voorsz: verklaring en alle staten refereerende /onder Correctie / vermeend, ingevolge derzelve te moeten aanneemen en vast„ „steken 31. dat de ged:' zig aan verschydene waar bedryven en misdaaden hebben schuldig gemaakt. 32. die voornamentlijk daaren komen te bestaan 33. dat de ged: zig zeer dikwils en by na dan gelyk in den drank hebben te buijten opegaan. 34. en door hunL: gedrag op meerdere manier tot erger„ „nis en spectakel gestrekt. — voorts tot den dienst zyn onbekwaam geweest. — 35 dat dezelven in vilipendie en veragting, ja met vertreeding van alle respect dis-Cipline en subordi„ „natie „natie, niet alleenig tegens hun gezag hebber onge „hoorzaam, in den dienst nalaatig en weyger ag geweest zyn. 36. maar boven dien nog tegens denzelven en d'overeg overheedens de grootste brutaliteijten en onbeta „lykste scheld woorden hebben geadhibeerd en Le omtrent den welegestr: heer gouverneur alhier de schandelijkste en Lasifste Expressien gebeesigd. 37. dat den 7: O: Eysscher verloopende op de gegrond der voorsz: bewijzen dies te meer te kunnen ver„ „trouwen, 32 om dat de ged: in derselve addres aan den scheeps raad van hunne insolentie overtuijgd 39. wegens dezelve zo wel in't generaal als particul gepleegd excuus verzoeken en dus in Confessie z 40. denzelven zeer kortelijks nog zal nagaan. 41 welke strafje de Ged„e ter zaake voorsz: zullen hebb gemeriteerd. aanmerkende 42. dat in't 22. articul der instructie van de Eerste gezag hebber is gestatueerd. 43. dat officiers, dewelke in den drank zig te buyten gaan eenigen tijd van hun ampt zullen vorderen, on „zet en bij volherding gedeporteerd. 44 dat wel in de 2 articul van den artic: brief na„ „drukkelyk is bevolen. 45 dat alle onderofficieren en gemeene, hunne opperof„ „cieren, en deze weder hun Capitain schipper ofte wie ook 't gezag mogte voeren, getrouw en onder „nig zullen moeten zyn, een ijder in den dienst waarin hyj is gesteld zonder daarvan te wyken in
English
in any manner 46. and in the 21st Article of the said instruction it is ordered that the junior officers shall treat the First commanders and those placed above them with all respect on pain thereof. 47. however, no specific punishment is enacted for those who act contrary thereto or make themselves guilty in this regard. 48. and thus the same remains left to the arbitrium Judicis 49. to be applied more rigorously or more leniently according to the circumstances 50. wherein, in the case under consideration, it will principally still have to be taken into account 51. that several facts concur, these not being of one nature and having been committed and occurred on various occasions and repeatedly with premeditation and the utmost intent and malice, further accompanied by the most far-reaching insolence and brutalities, greatly aggravating the crime of the defendants and causing them to be regarded as persons 52. who disregard the bonds of subordination and good order, as well as the duties of conscience imposed upon them 53. and thus must be considered nothing other than dangerous subjects in human society and principally on board a ship. 54. while the Officer Plaintiff will leave the defendants' excuse, with the declaration of the Gunner and whatever else might be taken into consideration, to the penetrating and equitable judgment of Your Right Honorable Court— No. 3. leave. — Wherefore and for other reasons and arguments to be further deduced in due time and place, if necessary, the Officer Plaintiff, making his demand, concluded that by definitive sentence of Your Right Honorable Court the defendants shall be condemned to be dismissed from all rank in the service of the Honorable Company, with forfeiture of all wages and bonuses, and to be sent to Europe as such, with condemnation in all costs, or to such other end as Your Right Honorable Court shall deem proper. Was signed: G: Exter In margin: Exhibited, 27 December 1787. Declaration given before the undersigned commissioners from the Honorable Right Honorable Council of Justice of this government by the captain commanding the outbound ship Oud Haerlem, Captain Cornelis Haringman, and at the requisition of the Fiscal pro interim, the Honorable Gabriel Exter, reading as follows: That the deponent having put to sea from Vlissingen with his aforementioned vessel on the 5th of the past month of August, had already, upon passing the Channel, been under the necessity of confronting Lieutenant Arnoldus Castelijn de Keulenaar and Sous-Lieutenant Johannes Cornelis de Buissonje, stationed on the aforementioned vessel, with their entirely improper way of life, which was a source of annoyance to everyone, as they did not hesitate, besides very base behavior with a certain black woman named Rachel, who was on board as a passenger, to abandon themselves daily to drink, with an earnest request to adopt a better conduct amicably to prevent all unpleasant consequences; but that this friendly admonition from the deponent had had no other result than that the said Lieutenant and Sous-Lieutenant, having indeed moderated themselves a little for 2 to 3 days, had nevertheless thereafter, notwithstanding all protests of the deponent, continued in this scandalous way of life to such a degree that they had not hesitated on several occasions to use the most insulting abusive language against the deponent and the other superiors of his vessel, but even deliberately to refuse their watches, and frequently by excessive drunkenness to render themselves incapable of performing the Honorable Company's service on board, detailing the same as follows: that on the 20th of the said month, Sous-Lieutenant Gillis Bruining Vlieger, having had the watch on deck at sunrise, reported to the deponent that he, pursuant to orders previously given by the deponent, meaning that the officers who happened to be on deck at hand at the time when the sun azimuth was to be taken should assist therein, having requested the aforementioned Keulenaar and Buissonje to attend to the sun azimuth, they had refused the same under the pretext of wanting to go to sleep; whereas they had immediately gone from there into the hold to the aforementioned black woman, and had then occupied themselves there with carousing and boozing, so that the deponent, having come on deck, had taken the aforementioned azimuth himself; the aforementioned Keulenaar and Buissonje, who had gone to sleep thereafter, when this conduct was held before them by the deponent, offered no other excuse than that they had intended to go to sleep; that on the 27th of August following, when the watch at night from eight to twelve o'clock, kept by Captain Lieutenant Albert Tjerks, had ended, and this watch was to be taken over by the said Keulenaar, the said Keulenaar, who the evening before during the watch of the said Tjerks had made a terrible noise with Buissonje, both with drinking and romping and the like, was through drunkenness wholly incapable
Dutch transcription
in eenig maniere 46. en in de 21 Articul van gem: instructie is geordon„ „neerd dat de mindere officieren d' Eerste gezag„ „voerders en die boven hun gesteld zyn, met alle respect zullen bejegenen op pare daar toe gesteld. 4 egter geen bepaalde straffe gestatueerd is voor de geene, die daar tegen handelen of zig hier omtrent schuldig maken. 48 en dus dezelve aan 't arbitrium Judicis overge„ „laaten blyft 49 om procerum Circumstantus regoureuser of Lagter te worden geappliceerd 50. waarby Aan in Casa substratie voornamentlijk nog zal in Consideratie moeten komen 51. dat meerdere feijten te zaamen loopen, dit niet van een natuur en by verschydene gelegendheeden en repelitie met voorbedagt en d' uyterste opzet en kwaadaardigheijd gepleegd en geschied zynde, voorts met de verzegaandste insolentien en brutaliteijten vergeselschapt, de misdaad der ged: zeer vergrooten en dezelve als menschen doen aanmerken 52. die de banden van subordinatie en goede ordre, mitsg„s de pligten van leden Consientie hunL: opgelegd miskenen 53. dus niet anders als daagereuse subjocten in de menschelyke gezelschap en voornamentlyk op een scheepsboden zullen moeten geconsidereerd worden. 54 terwijl de r: O: Eysscher de verschoning der ged: met de verklaring des Constapels en wat nog ver„ „der in aanmerking zoude kunnen komen aan 't pen „netrant en billijk oordeel van uw E Agtbr: zal over„ „laaten— No. 3. „laaten. — Mits welke en andere, reedenene middelen in tyd en wyle /: is 't nood / nader te deduceeren, den r: O: Eysscher Eysch doende. Cond „deerde dat by definitive vonni van UwE Agtbr: by den ged: zullen worden gecondemneerd, om buijte alle qualiteijd in den dienst der E: Comp:s gesteld te worden, met verbeurt verklaring van alle gagie en premie en Lodani naar Europa verzonden te word met Condemnatie in alle kosten ofte tot al zulken anderen fine a uwEd Agtbr: zullen oordeelen te be „hooren. /:was getekend:/ G: Exte /: in marginen:/ Exhibitun, der 27 xber 1787. Helaas gegeeven ten overstaa van de onderget: gecommitts uij den E: Achtb: Raade van Justiti dezes gouvernements door den het uitkomend schip oud Haarle Commandeerende mantr: Capitai Cornelis Haringman en ter requisitie van den prointerin Fiscael d' E: Gabriel Exter: Lui „de Dat de Comp„t met zijn voorsz: bodem, op den 5 der gepasseerde maand Augustus van vlissingen in zee gezeijld zynde, reeds by het passeeren van het Ca„ „naal in de noodzakelykheyd geweest was, om den op voorsch: bodem bescheydene Lieutenant Ar„ „noldus Castelijn de Keulenaar en sonslieutenant Johannes Cornelis de buissonje hunne allesints Regte en tot ergernis van een ieder strekken de levenswijze: als ontziende zij zig niet om behalven een zeer laag gedrag met zeekere zwarten in name Rachel, die zig als passagier aan boord bevond, zig nog dagelijks aan den drank vver te geeven, onder het oog te brengen met ernstig verzoek om in der. minne ter voorkoming van alle onaangenaamen ge„ „volgen eene betere Conduite aan te neemen, dan dat deese vriendelijke vermaninge van de rel„t geen ander gevolg gehad had, dat gem: Lieutenant Op en sous Lieutenant wel is waar zig 2 a 3 daagen een weijnig gemenageert hebbende, egter daar na niet tegenstaande alle protestatien van den rel„k in deeze hunne schandelijke levenswijze der maan „ten waaren voortgegaan. dat zy zig niet had„ „den ontzien. op verscheydene reijzen zig van de hoonendste scheldwoorden, teegens den Eel„s en de verdere overheeden van zyn bodem te bedienen, maar zelfs ook opzettelijk hunne wagten te weij„ „geren, en zig dikwerf door overtollige dronken„ „schap buijten staat te stellen om 's E: Comp:s dienst „dende het zelve als volgt. — aen aan boord waar te neemen want: dat op den 20 der gem: maand, den sous Lieutenant Gillis Bruining vlieger, met zonsopgang de wagt op dek gehad hebbende, aan den rel„t gerapporteert had, de hij, ingevolge bevoorens gegeevene ordre van den relk, betelsende dat de officieren, dewelke zig op den tijd „neer de Zons pijling moeste geschieden, op het deken by der hand bevonden, daarby zouden moeten ads „teeren, aan voorsz: Keulenaar en Buissonje verzogt hebbende, de zonspijling waar te neemen: zyl: zulx „der voorgeeven van te willen gaan slaapen, geweijger hadden; Terwyle zy terstond van daar in de hul bij voorsz: zwarten gegaan zijnde, zig als toen al „daar met brassen en zuipen hadden beezig gehoud invoegen de relatant op het dek gekoomen zynde zelve de voorschreeve pijling gedaan had, hebbende voorschreeven Keulenaar en Buissonje, dewelke daar na zig te slaapen begeeven hadden, wanneer dit gedrag door den Eel=t wierd voorgehouden nie anders tot verschoning ingebracht, als dat zij waar voorneemens geweest, om te gaan slaapen, dat op den 27: Augustus daar aan volgende wanneer 's nagts de wagt van agt tot twaalf u door den Capitain Lieutenant Albert Tjerks worden waargenoomen, was afgeloopen, en deeze wagt gemelde Keulenaar moest worden overgenoomen, gerepten Keulenaar, die 's avonds bevoorens. geduuren de wagt van gem: Frerks, met Buissonje, zo met drinken als stoeijen en wesmeer, een vreeselik ge gemaakt had, door dronkenschap geheel onbequaam was
English
had been to take over his watch, as they, notwithstanding he had also thus been roused by the said Tjerks, the sous-lieutenant van Kerkom, and Andriesson, had not been able to wake him up, which had resulted in this consequence, that the deponent also having first made fruitless efforts to awaken the said Keulenaar and Buissonje, which latter also had to assist in the aforesaid watch, was therefore obliged in his own person to take over and keep the watch of the aforesaid Lieutenant Tjerks, which the deponent also having done until half past two o'clock and thus almost to the end, the aforesaid Keulenaar had thereupon come onto the deck, requesting the deponent to hand over the watch to him now; but that the deponent having already kept the watch for most of the time, so that only 3 glasses were needed until the end thereof, and also being unable to entrust the ship to persons who shortly before through drunkenness had been unable to perform their service, had resolved on that account, for greater security, to remain keeping this entire watch himself: wherefore the deponent having told the aforesaid Keulenaar to just go sleep it off, the said Keulenaar had answered thereto in substance: if I am not able to keep my watch, then I wish you a good night, and repaired immediately under the quarterdeck, but coming back again shortly thereafter, the same had requested in a very serious tone from the deponent to take over the watch, or else to be put under arrest, whereupon the deponent had placed him under arrest. That the aforesaid de Keulenaar and Buissonje the next day having requested an excuse from the deponent regarding what had occurred, with expressions of the utmost regret, the deponent had then reprimanded them very reasonably concerning these steps and at the same time told them in the most serious terms to be careful that nothing more of that nature should happen in the future, or that the deponent, however much everything was forgiven up to this point, would nevertheless seek to resist these and similar acts with such forceful means as he, the deponent, should judge necessary for the maintenance of good order on board ship, to which the aforesaid de Keulenaar and Buissonje had declared to the deponent under the most dutiful assurances that they would conduct themselves in the future of their voyage in such a manner that the deponent would have not the slightest reason to complain, neither about their service nor about their conduct, they thus being pardoned again for that voyage by the deponent under this condition. That the aforesaid Keulenaar and Buissonje from that time, although outside their watch almost always being intoxicated, which the company, as not occurring in their duty, had continually overlooked in order to prevent trouble, had conducted themselves in such a manner that certainly nothing could be said against their performance of duty, until the 6th of the following month of October: when the aforesaid Buissonje in the afternoon between 5 and 6 o'clock, being again as usual intoxicated, having leaped in a haste upon one of the arm-chests, had called out aloud in substance to the said Keulenaar: Keulenaar, we have been quiet for so long, we must by God stir things up again, for otherwise it will never go well. While the said Keulenaar and Buissonje in the evening from 8 to 12 o'clock, being the watch of the aforesaid Captain-Lieutenant Tjerks, had again been occupied during that time in the cabin of the aforesaid maid Rachel with drinking and being merry, until almost near the end of that watch, when Keulenaar went to his cabin to sleep and Buissonje went elsewhere. That at 12 o'clock of that night, being the time that the aforesaid watch had to be taken over by the mentioned Keulenaar and Buissonje, the said Lieutenant Tjerks, according to his report made to the deponent, having sent the sous-lieutenant van Kerkom to notify the aforesaid Keulenaar and Buissonje that since his watch was ended, they might therefore take over theirs, the oft-mentioned van Kerkom had come to warn the same Lieutenant Tjerks that he had found Keulenaar lying on the bed, being intoxicated to such a degree that, notwithstanding all the effort made, he could not awaken him, and that Buissonje was wholly absent, whereupon the said Tjerks, after first having tried to awaken the aforesaid Keulenaar in person and not having succeeded therein, had informed the deponent of the matter. That the deponent having hereupon himself gone onto the deck and also subsequently into the cabin of the aforesaid Keulenaar, had found him intoxicated in the highest degree, having vomited all over himself, and lying with a cap of the aforesaid black woman Rachel on his head, so that the deponent saw himself once again brought into the necessity of taking over this watch from the aforesaid Lieutenant Tjerks. That around half past one o'clock the aforesaid Buissonje, having come on deck, had asked the deponent to take over the watch, to which the deponent having answered by saying: you are drunk now, please go sleep it off, the aforesaid Buissonje had completely refused this, upon which the deponent placed the aforesaid Buissonje under arrest, and having first received from him as an answer: very well, sir, so be it, the same nevertheless, while saying: no, damn it, I refuse, came back again to the deponent, repairing immediately thereupon into the cabin of the aforesaid Keulenaar. That a moment thereafter the aforesaid Keulenaar, staggering, together with the just-mentioned Buissonje, having come to the deponent, had asked the helmsman:
Dutch transcription
„was geweest, om zijne wagt over te neemen, als hebben„ „de men hem, niet tegenstaande hij ook zo door gem: Tjerks, de Sons lieutenant van Kerkom en Andriesson was geport geworden, niet kunnen wakker krijgen, 't geen van dat gevolg geweest was, dat de rel=t meede eerst te vergeefs pogingen aangewend hebbende, om gem: Keulenaar en Buissonje, welke laatste in de voorsz: wagt meede moeste adsisteeren. op te weken, derhalven genoodzaakt was geweest, in eigener perzoon de wagt van voorsz: Lieutenant Tjerks over en waar te neemen 't gunt de zelt ook tot half drie uuren en dus bijkans tot het einde toe gedaan hebbende, was voorsz: Keulenaar als toen op het dek gekoomen, aan den Eel„k verzoekende om thans de wagt aan hem over te geeven! dan dat den Eel„k reeds den meesten tijd. van deeze wagt waargeno„ „men hebbende, zodanig dat men tot den einde van dien nog maar 3 glaasen nodig had, en teffens het schip niet kunnende toe vertrouwen, aan per„ „zoonen, die kort bevoorens door dronkenschap, buij„ „ten staat waaren geweest, deeze hunne dienst te pres„ „teeren, mits dien beslooten had, om tot meerdere zee„ „kerheid, deeze geheele wagt zelve te blyven waarneen „men: weshalven de rel=t aan voorsz: Keulenaar gezegt hebbende van maar te gaan uitslaapen, had gem: Keulenaar daarop in substantie geantwoord: ben ik niet in staat om myn wagt waar te neemen, dan wensch ik u een goeden nagt, en zig terstond onder de Campagne begeeven, edog kort daarop wederom te rug komende, had denzelven op een seer ernstige toon. van den zel=k verzogt de wagt over over te neemen, of anders Arrest te willen hebben waarop den Eelt denselven 't arrest had aange „zegt. dat voorsz: de Keulenaar en Brissonje 's daag daat aan wegens het voorgevallene aan den relt, onder betuiging van het uiterste leedweezen, en „cuus verzogt hebbende, den rel=k hun toen zeer sche „pelijk over deeze demarches had gereprimendeert en tevens in de serieus te termen aangezegt van voorsigtig te zijn dat er in't vervolg van tyd niets meer van die natuur kwam voortevallen of dat de relk hoe zeer alles tot dus verre ver „geeven wierd, nogtans deeze en diergelijke bedrij „ven met zodanige krechtige middelen zoude tragten te keer te gaan, als hij rel=t tot mainatien van de goede ordre binnen scheeps boord, zoude noodig oordeelen, op 't welke voorsz: de Keulend en Buissonje aan den rel=t onder de pligtigste ver „zeekeringen betuijgt hadden, van zig in 't vervolg van hunne reize. zodanig te zullen gedraagen, da de relt nog over hunne dienst, nog over hunne Conduite de geringste reeden van klaagen zoude hebben, zynde zij dus onder deeze voorwaarde door den Eel:k voor die reyze wederom gepardon „neert geworden. dat voorsz: keulenaar en Buissonje zig van die tijd, hoewel buijten hunne wagt schier altoos beschonken te zyn geweest, 't gunt de Comp„e als niet in hunnen dienst geschiedende, ter voorkoor „minge van moeyelijkheeden steeds had door de vingeren vingeren gezien, zo gedraagen hadden, dat men zeekerlijk op hunnen dienst verrichtinge niets te Leggen gehad had, tot op den 6 der daar aan volgende maand October: wanneer voorsz: Buis„ „sonje 's nademiddags tusschen 5 en 6. uuren wederom als naar gewoonte beschonken in eener yl op een der geweer kisten gesprongen zynde, over„ „luijd in substantie tegens gem: Keulenaar uijtge„ „roepen had: Keulenaar wij zyn zo lang stil geweest, wij moeten het /: P: v:/ God verdommyj„ wederom door de gort roezen, want anders zal het nooijd goed gaan, Terwijle gem: Keulenaar — bussonje des avonds van 3 tot 12 uuren, zynde de wagt van de voorschreeve Capitain Lieutenant Tjerks. zig alweederom geduurende die tid in de hut van voorsz: meijd Rachel met drinken en vrolyk te weezen hadden beezig gehouden, tot bykans bij het afloopen dien wagt, wanneer Keulenaar zig naar zyn hut om te slaapen en Bussonje zig naar elders begeeven had— dat om 12 uuren van dien nagt, zynde den tyd, dat de voorsz: wagt door gerepten Keule„ „naar en bussonje moest worden overgenoomen, gem: Lieutenant Tjerks /: volgens zyn Aan den reb„s gedaan rapport:/ de sous Lieutenant van Kakom gezonden hebbende, om voorsz: Keulenaar en Buissonje aan te zeggen: dat terwyl zyne wagt geendigt was, Zyt: derhalven de hunne zouden kunnen over neemen, meergem: van Rakom aan denzelven Lieutenant Tjerks was koomen waarschonnen waarschouwen dat hy Keulenaar op het bed had vin„ „den leggen, zodanig beschonken zynde dat hij ongeag alle aangeevende moeijte denselven niet konde op„ „wekken, en dat Bussonje geheelen al absent was, zulks gem: Tjerks na eerst in perzoon voorsz: Reu „lenaar en daar in niet geslaagt te zyn, de Eel„k va het een en ander had kennisse gegeeven. dat de rel. t zig hier op zelve op het deken ook ver„ „volgens in de hut van voorsz: Keulenaar begeeven hebbende denzelven in den hoogsten Graad beschon „ken gevonden had, hebbende zig van rondsomme besporgen: en leggende met een muts van voorsz: Zwartin Rachel op het hoofd zo dat de rel:t zig alwederom in de noodzakelykheijd gebracht zag. o deeze wagt van voorschreeve Lieutenant Tjerks. over te neemen. dat omstreeks van half twee uuren voorsz: Bus„ „sonje op het dek gekoomen zynde aan den Eel„k gevraagt had, om de wagt over te neemen, 't gunt de rel:t met te zeggen: gij zijt nu dronken, galiev uit slaapen beantwoord hebbende had voorst: Bussonje zulx volstrekt geweijgert, op 't welke rel„ts voorsz: Bussonje 't arrest, aangesegt en door denzelven eerst ten antwoord bekomen hebbende zeer wel mijn heer blijtoe! was denzelven egter onder het zeggen, neen: dat verdom ik: wederom naar de zel terug gekoomen; begeevende zig daar op terstond in hut van voorsz: Keulenaar dat een oogenblik daar aan voorsz: Keulenaar al slingerende beneevens evengem: buissonje, bij den res„t gekomen zynde, aan de roerganger gevraagd Bad:
English
had: how are you laying the ship's course, and had received as an answer from the narrator: Sir, that is none of your concern, I have the watch, just go to sleep; and this having been answered by him saying: I'll be damned if I do; upon which the narrator said: then I order you under arrest, the repeatedly mentioned Keulenaar had essentially replied to that: I'll be damned if I do that too, adding: you cannot place me under arrest, but this must be done by the ship's council. For which reason the narrator immediately had the ship's council convened that night, and the provisional arrest requested by the narrator was then unanimously confirmed by the same ship's council, as most members thereof had been eyewitnesses and earwitnesses to what had occurred; that half an hour later, the narrator came off watch and went to his cabin, and having approached the cabin of Keulenaar (which the narrator had to pass for the aforesaid purpose), the mentioned Keulenaar had immediately jumped out of his cabin, throwing his hat down before the feet of the narrator while saying: must I sit under arrest for such a drunken scoundrel, I'll be damned; that just after the narrator had returned from his cabin, the mentioned Keulenaar and Bussonje had then, while uttering the foulest curses, made such a shouting and clamor that the whole ship was thrown into confusion by it, calling out among other other excessive expressions, also very loudly: look at such stupid scoundrels, cowardly boys, they let us sit here without a sentry, girls etc., they do not know what arrest is, we'll be damned if we stay in such an arrest any longer and want to be placed under criminal arrest; whereupon the narrator, in order to prevent all further confusion in the ship and to stop such insolent conduct, had the ship's council convened for the second time that same night, by whom it was then immediately resolved not only to deprive the aforesaid prisoners of their sidearms, but also to place a sentry before each of their doors and in that manner, upon arrival at this place, to hand them over to the government here to receive their well-deserved punishment; that shortly thereafter the aforesaid Bussonje, swearing and raging, had smashed the windowpanes of the door of the poop cabin, and then in the presence of all the officers, among various other expressions, essentially cried out: I don't give a damn about the arrest, never mind good friends at the Cape, never mind the governor, I wipe my (saving your presence) Zeeuws testicles on them, and on all who are here on the deck; that the mentioned Keulenaar and Bassonje were held in the aforesaid criminal arrest for a few days, but were afterwards transferred to civil arrest by the ship's council, upon the clear declaration of the doctor that he feared scurvy due to the cramped quarters of those prisoners, and they were permitted to walk on the quarterdeck between the poop and the gangway, and to eat at the regular table; while finally the mentioned Keulenaar and Bassonje, at the end of the past month of November, shortly off this coast, had requested pardon by two petitions to the ship's council with the assurance that everything that had occurred had been caused in passion and by the excessive use of liquor, but because of the enormity of the offense committed, the council could not enter into that, and consequently decided to persist in the previously cited resolutions, and accordingly to deliver the frequently mentioned persons of Keulenaar and Bussonje into the hands of the officer at the Cape; the narrator lastly declaring that the aforesaid female slave, having indeed sat at the table in the beginning, which had been done properly by him on the order of the Lords Directors and with the approval of all officers, nevertheless afterwards, on the voyage hither because disputes arose on board, was sent by him, the narrator, to her cabin, and provided with food there; declaring nothing more, the narrator gives as reason of knowledge as in the text, being prepared to confirm this further under oath; (underneath stood:) Thus done at the Cape of Good Hope the 18th of December 1787, before the gentlemen Salomon van Echten and Christiaan George Maasdorp, members from the Honorable Court of Justice aforesaid, who have also duly signed the minute hereof alongside the narrator and me, sworn clerk; (lower:) Which I testify (was signed:) B: v: d: Riet, sworn clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the manly Captain Cornelis Haringman, commanding the Honorable Company's outbound ship Oud Haart, lying anchored here in the roads, who, having this his preceding report clearly and distinctly read to him verbatim, declared that he persisted therein, desiring that nothing more be added to or taken from it, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me Review. 60 ƒ
Dutch transcription
had: hoe legd geaan en door den rel„k had ten antwoord bekoomen Myn Heer dat raakt u niet, ik heb de wagt ga maar slaapen e zynde dit door denzelven, met het zeggen, dat verdom ik/ beantwoord geworden: zulx den Eelh Gezegereerd hebbende, dan ordonneer ik u arrestt had meermaals gemelde Keulenaar, daar op substantieelijk gerepliceerd. dat verdom ik ook, met bijvoeging gij kunt mij geen arrest aanzeggen, maar dit moest door den scheepsraad geschieden. weshalven de relt terstond, in die nagt scheepsraad hebbende doen beleggen, het door de rel=k provisioneel aangesogt Arrest, door denzelven scheepsraad als zynde de meeste leeden derselve van het voorgevallene oogen oor getuijge geweest, als toen met een pa„ „righeijd van stemmen is geconfirmeerd— dat de relt een half uur daar na van de wagt, naar zijn kamer gegaan, en de hut van Keule„ „nair /:welke den rel„t tot voorsz: einde moest passeeren:/ gonadert zynde, gem: Keulenaar ter„ „stond uit zyn hut was gesprongen: smijtende onder het zeggen, moet ik voor zo een dronkigen blixem in arrest zitten dat verdom ik zyne hoet voor de voeten van den rel:t needer dat even nadat de ret=t uit zyn kamer was te rug gekoomen. gem: Keulenaar en Bussonje, als toen onder het uitstooten van de vuylaartig„ „ste scheldwoorden een zodanig geschreeuw en getier gemaakt hadden, dan het Geheel schip daar door in Confusie gebracht wierd: roepende onder meer anderen — andere sesive expressien, ook nog overluijd uijt kyk eens zulke domme blicems, masle Jongens, laaten ons hier zitten zonder schildwagt, met „gens &„a te weeten niet wat arrest is, wij ver „dommen het om langer in zulk een arrest te bly en willen Crimineel gezet zyn: op welk een en an de rel=t ter voorkominge van alle verdere ver „ringe in het schip en tot stuijting van een di „gelijk brutaal bestaan op die zelfde nagt, vo de tweede rijze den scheepsraad had doen Con „voceeren, bij dewelke dan ook terstond gereso „veert wierd. om de voorschreeve Arrestanten alleen hunne zydgeweezen te ontnemen, maar ook voor ijders deur een schildwagt te stellen en hun in diervoegen bij de komst aan deeze plaatze, ter erlanging hunner welverdiende straffe aan de regeering alhier over te geeven. dat kort daarop voorsz: Bussonje, onder vloeken en raasen, de ruijten van de deur der Can „pagne had ingeslaagen als toen in 't by zyn va alle de Officieren onder diverse andere uijtdru „kingen. substantieelijk uijtroepende: ik donder wat in arrest, maski goede vrienden aan de kaap. maski gouverneur, daar veeg ik /: S: V: m Leeuwze klooten wat aan, en aan alle die hier op het dek zyn. — dat gem: Keulenaar en Bassonje eenige da „gen in het voorschreeve Crimineel arrest gehou zynde, egter daar na door den scheepsraad, op de Llare declaratie van den docter dat om het bekropte verblijf dier arrestanten, voor scorbut bevreesd was, in Civiel arrest zyn overgebracht en aan hun is gepermitteerd om op het half dek tus„ „schen de Compagne en de valreep te moogen wandelen, en aan de gewoone tafel te eeten.— Terwyle eindelik gem: Keulenaar en Bassonje in het laatst der gepasseerde maand November kort voor deeze wal bij twee requesten aan den scheepsraad onder betuijging dat al het voorge„ „vallene in drift en door 't overmatig gebruijk van drank was veroorzaakt, om verschooninge hadden verzogt, dan dat men om de enormiteijt van het gepleegde daar inne niet hebbende kunnen treeden, mitsdien beslooten had, om bij de vooren aangehaalde resolutien te blijven persis„ „teeren, en gevolgelijk de dukgem: perzoonen van Keulenaar en Bussonje aan de kaap in handen van den officier over te leeveren Betuijgende den relatant laatstelijk dat de voorschreeve slavin wel in 't begin aan de tafel geseeten hebbende, door hem rech was gedaan, op ordre van de Heeren Bewindhebberen en met goedkeuring van alle officieren, egter naderhand, door hem relatant op de herwaards ryze ver„ „mits er disputen aan boord kwam: de gem: Abi„ „vin. nahaar lut had gezonden, en aldaar van eeten bezorgd — Niets meer verklarende geeft den relatant voor reeden „reeden van wetenschap als in den text. bereyd zynde zulx nader met Eede gestand te doen — /:onderstond: Aldus Gepasseerd aan Cabo de Goed Hoop den 18 december 1787. voor de Heeren Salom van Echten en Christiaan George Maasdorp „den uijt den E: Achtb: Raad van Iustitie voorm: die de minute deeze nevens den rel=t en my gezw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend /:laager:/ 'T welk ik Getuijgen /:was getekend:/ Br v: d: Riet gezw:Clercq Compareerde voor ons onder get: gecommitteerden uyt den E: Achtb: raad van Iustitie deezes. Gou „vernements den het alhier ter rheede g'ankerd leggende uijtkomend s'E: Comp:s schip Oud Haarte Commandeerende manh: Capitain. Cornelis H ringman, dewelke deese zyne voorenstaande Relaas klaar en duidelyk woordelijx voorgelee sen weesende. verklaarde daar bi te blijven persisteeren: met begeerte, dat 'er niets meer bij ofte van gedaan worden zal en sprak dierhalven ter bevestiging der waar„ „leijd. van dien. de solemneele woorde, zoo waar Recollement. by60 ƒ
English
No 4. So help me God Almighty. Below stood: Thus reviewed and sworn to, at the Cape of Good Hope, the 20th of December 1787. Was signed: C.s Haringman. Lower: In my presence. Was signed: R. J. V. d. Riet, Sworn Clerk. In the margin: as commissioners, and signed: S. V. Echten, C. F. Haasdorp. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the junior merchant of the outward-bound ship Oud Haarlem lying here at anchor, the Honorable Adriaan Michiel Herklots of competent age, who, at the requisition of the provisional Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared to be true: That the appearer during the voyage, and indeed since the beginning thereof, having seen with indignation the wicked way of life of a certain Lieutenant De Keulenaar and Second Lieutenant De Bussonje stationed on the aforesaid vessel, who for the most part of the time had caused very many unpleasantries on board by constantly staying with a certain black Rachel, who was on board as a passenger, and by overindulging in drink; the captain had also successively related to the appearer that, notwithstanding he had taken all pains and amicable means to bring the aforesaid De Keulenaar and De Bussonje to their duty, this had not only been in vain, but that they had not even shrunk from surrendering themselves so greatly to drink during their watch hours that he, the captain, being unable to entrust the ship to drunken officers, had indeed at times been forced thereby to keep their watches himself. That the appearer himself also, during the night between the 6th and 7th of the past month of October last, being in the cabin past 12 o'clock, had then gone above upon hearing a certain noise to inquire what might have occurred, whereupon the captain, who at that time had the watch, having said to the appearer, "Do you want to see a fine spectacle?", had pointed the appearer to the cabin of the aforesaid De Keulenaar, in which the appearer had then found the said Keulenaar lying completely drunk with a woman's nightcap on his head; whereupon the appearer, having returned to the captain and asked him what had been going on, was informed by the said captain that he again had to keep the watch for the said Keulenaar and Bussonje, for, as the appearer had now seen for himself, the first-mentioned was incapacitated through drunkenness and the aforesaid Bussonje was not to be found at all; the appearer subsequently remaining on the deck during that watch to keep the captain company. That at about half past one, Bussonje having unexpectedly appeared, had directly asked the captain to take over the watch, which the captain having answered with the words: "You are now drunk, go rather sleep it off," the aforesaid Bussonje had flatly refused this, wherefore the said captain had immediately placed him under arrest, but that the said Bussonje, having first answered thereto, "Very well, sir, gladly," nevertheless subsequently (after he had gone on a little way and had immediately returned back to the captain) said in substance: "No, damned if I will," and thereupon had gone into the cabin of the aforesaid Keulenaar. That a moment later the said Keulenaar, having arrived staggering and having asked the steersman, "How does she lie, or how stands the course?", had received for an answer from the captain, "Sir, that does not concern you, I have the watch, go sleep," but that the mentioned Keulenaar having met the captain upon this in a very obstinate attitude, saying, "Damned if I will," the said captain had thereupon continued: "Then I place you under arrest," which was answered by the said Keulenaar with the words: "Damned if I will to that too, you cannot place me under arrest, this must be done by the ship's council," for which reasons the captain, having immediately convened a meeting of the ship's council, the aforesaid arrest was then after deliberation imposed upon the mentioned person by the ship's council itself. That the appearer, having hereupon gone elsewhere, upon his return to the deck had learned from the captain that, since the said Keulenaar and Bussonje, in the presence of nearly all the officers, had reviled the entire ship's council as "stupid scoundrels, foolish boys, etc." and at the same time had demanded to be placed under criminal arrest, he had therefore deemed it necessary to convene another meeting of the ship's council, at which it was then also resolved to provide the aforesaid officers with a sentry according to their wish, to take away their sidearms, and to hand them over in that state at the Cape into the hands of justice. That shortly thereafter, the aforesaid Bussonje, having smashed to pieces the windowpanes of the door of the poop cabin, had then among various other expressions uttered the following words: "I, without anything in arrest, no matter good friends at the Cape, no matter the governor, there I wipe, with your permission, my lion's balls on, and all who are here on the deck." That furthermore the said Keulenaar and Bussonje, after having sat for some days in the aforesaid criminal arrest, were transferred to civil arrest by resolution of the ship's council upon the declaration of the doctor that he, namely on account of their confined quarters, etc., feared scurvy; as it was also further permitted to them to be allowed to eat at the common table and to walk on the quarterdeck between the poop cabin and the gangway. While furthermore, in the latter part of the past month of November, the said Keulenaar and Bussonje having asked for pardon by two petitions to the ship's council, with the protestation that everything that had occurred was caused by the excessive use of arrack, the aforesaid ship's council had nevertheless thought fit to persist in its previous resolution, wherefore the mentioned persons were then also kept in custody for the reasons cited above, and (as
Dutch transcription
No 4. „lyk help mij god almagtig — /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd en B'Eedigt: aan, Cabo de Goede Hoop, den 20 december 1787. /: was getekend:/ C.:s Haringman /:lager:/ Mij praesent. /:was getekend:/ R: J: V: d: Riet, Gazw: Clercq: /: in marginen:/ als gecommitt„s /:en getekend:/ S: V: Ech„ C: F: Haasdorp. — „tene Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uijt den E: Achtb: Raad van Justitie deezes gouvernements den onderkoopman van het alhier ter rheede leggend uijtkoomend schip oud Haarlem, d' E: Adriaan Michiel Herklots van Compotenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den prointeren, Fiscaal alhier d'E: Gabriel Exter, verklaarde hoe waar is. dat de Comp„t geduurende de reijse en wel sedert het begin van dien met verontwaardiging gesien hebbende, de slegte Levenswijse van zeekere op voorsz: bodem bescheijdenen Lieutenant de Keulenaar en sous Lieutenant de Bussonje, dewelke den meesten tijd door zig geduurig bij zekere als passagier aan boord zynde zwarten Rachel op te houden en zig in den drank te buyten te gaan aan boord zeer veel onaangenaamheeden hadden veroorsaakt: de Capi„ „tuin successivelyk ook aan de Comp„te had verhaald dat niet tegenstaande hij ook alle moeijten en der minne had aangewend, om voorsz: Keulenaar en Bussonje s Bussonje tot hunne pligt te brengen sulx niet alleen te vergeefs was geweest: maar dat zy zig zelfs not hadden ontzien, om in hunne wagt uuren zig Oodanig aan den drank over te geeven dat hij Capitain het schip niet aan dronke officieren kunnende toevertrouwd wel eens daar door genoodzaakt was geweest, hunn wagten zelve waar te neemen. — dat de Comp„t zig ook zelve s nagts tusschen den 6„ der gepasseerde maand October laatstleven over 12 re „nen in de Cajuijt bevonden hebbende als toen op zeker gerugt om te verneemen wat 'er mogt voorge „vallen zyn naar boven was gegaan, wanneer de Capitain, die op dien tijd de wagt had, aan de Comp„e gesegd hebbende, wilt gij een mooij spectakel zien d Comp„t naar de lut van voorsz: de keulenaar ge „weesen had in dewelke den Comp„t als toen geregten Keulenaar geheel beschonken met een vrouwen muts op het hoofd had vinden leggen: sulx den Comp„te zig wederom naar den Capitain begeeven en aan den „zelven gevraagd hebbende wat er gaande was ge „weest, van gem: Capitain geinformeerd was gewor„ „den, dat hij alwederom voor gem: Keulenaar en Bussonje de wagt moest waarneemen want dat gelijk de Comp„e nu zelve gesien had, eerstgem: door dronkenschap buyten staat en voorsz: Bussonje geheel en al niet te vinden is was: zynde de Comp vervolgens dien wagt tot geselschap van den Capitain op het dek verbleeven. dat circa half twee uuren op het onverwagts voor Bussonje te voorschyn gekoomen zynde direct aan der Capitain gevraagd had om de wagt over te neemen het geen den Capitain met het leggen: gy zyt nu A F „ken ga liever uijt slapen beantwoord hebbende, had voorsz: Bassonje zulx volstrekt geweijgert, waarom„ „me gem: Capitain denzelven terstond arrest had aan„ „gesegt dan dat gem: Bassonje daarop eerst ge„ „antwoord hebbende zeer wel myn heer blytoe edog vervolgens /:na dat denselven een eynd weegs. voortgegaan en terstond wederom naar den Capi„ „tain te rug gekeerd was:/ in substantie neen: dat ' verdom ik daarop in de hut van voorsz: Keulenaar gegaan was. dat een ogenblik daarna gem: Keulenaar Slin„ „gerende aangekomen zynde en aan den rverganger gevraagd hebbende, hoe legze aan of wel hoe staat 7e loer van den Capitain had ten antwoord beko„ „men, myn heer dat raakt u niet ik heb de wagt gaa waar slapen, dan, dat Gerepten Keulenaar. den Capitain hierop in een zeer obstinate houding. te gemoed gevoerd hebbende, dat verdomik:t had gem: Capitain daarop vervolgd. dan ordonneer ik uw arrest het geen door gem: Keulenaar met het Leggen: dat verdom ik ook gij kunt mij geen arrest aanzeggen, dit moet door den scheepsraad geschieden, was beantwoord geworden, om welke reedenen den Capitain terstond scheeps vergadering hebbende doen beleggen, het voorsz: arrest als toen door de scheepsraad zelve na overleg van zaken aangem: perzoon is aangesegt geworden. dat de Comp„ten zig hierop naar elders begeeven hebben„ „de, bij zyn te rug komst op het dek van de Capitain had vernomen; dat vermits gem: Keulenaar en Bus„ „sonje in tegenwoordigheijd van meest alle officieren. de geheele scheepsraad voor domme blixems. malle Jongens Jongens & gescholden en teffens gevordert hadden, om Crimineel geset te worden. hij dus had nodig gevor„ „deelt andermaal scheeps vergadering te doen beleggen bij dewelke dan ook geresolveerd is, om de voorsz: afficie „zen volgens hun begeerte van een schildwagt te voor „sien, hunne zeijdgeweezen t'ontneemen en in die situ aan de Caab in handen der Justitie over te leveren dat kort daarop voorsz: Buissonje de ruijten van de deur der Campagne in stuken gestooten hebbende, zij onder diverse andere expressien toen nog in deese be„ „woordingen heeft uijtgelaaten: ik zonder wat in „rest, maskie goede vrienden aan de Caab, maskie gouverneur daar veeg ik S: V: min Leeuwsche klooten wat aan, en allen die hier op het dek zyn. dat voorts gem: Keulenaar en Bussonje, na eenig dagen in het voorsz: Crimineel arrest geseeten te heb „ben, bij besluijt van de scheepsraad. op declaratie van den doctor dat hij namentlijk om derselver beknopte verblyf & voor scrobut vreesde, in Civiel arrest waaren overgebragt: gelijk ook al verder aan hun was gepermitteerd om aan de gewoone ta te mogen eeten en op het halfdek tusschen de Campa„ „ne en valreer te wandelen. — Terwijl voorts in het laatst van de gepasseerde maand november door Gem: Keulenaar en Bussonje, bij twee requesten aan de scheepsraad, onder betuijging dat al het voor „gevallene door het overmatig gebruyk van aran was veroorsaakt, excuus gevraagd hebbende, den scheepsraad voorm: egter had goedgevonden bij des zelfs voorig besluijt te blyven persisteeren, weshalv gemelde persoonen dan ook om de vooren aangeha „de reedenen zyn in verseekering gehouden, en /:zo als
English
the Appearer has learned, handed over here into the hands of the Officer. Finally, the Appearer declares never to have seen the Captain of the said vessel intoxicated during the voyage, nor to know that he ever indulged to excess in drink; and that furthermore, concerning the treatment by the Captain of his officers and the common crew, the same is as proper as one could ever desire; a too great leniency being, according to the Appearer's opinion, rather to be regarded as the only fault in his management on board the ship. The Appearer finally attests that the aforementioned Havin Rachel was indeed at first placed at the table by the Captain with the approval of all officers, but later, because disputes arose among the officers, she was placed back in her cabin by the Captain. Declaring nothing more, the Appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared, if required, to confirm the same further under solemn oath. Thus passed at the Cape of Good Hope the 10 December 1787 before the Gentlemen Salomon van Echten and Christiaan George Maasdorp, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the Appearer and me, the Secretary. Lower stood: Which I attest. Was signed: R: J: V: d: Riet, Sworn Clerk. Review. No 5 Clerk. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned Junior Merchant the Honorable Adriaan Michiel Herklots, who, having had this his preceding deposition read out to him clearly and distinctly, word for word, declared to persist therein, wishing that nothing more be added thereto or taken therefrom, except only that the Appearer attests not to have heard the words uttered by de Keulenaar regarding the Governor, but to have heard such from the officers afterwards, and furthermore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. Thus reviewed and sworn at the Cape of Good Hope the 20 December 1787. Was signed: Adriaan Michiel Herklots. Lower: In my presence. Was signed: R: J: V: d: Riet, Sworn Clerk. In the margin: As Commissioners, signed: S: V: Echten and C: G: Maasdorp. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the manly Captain Lieutenant Albert Tjerks, stationed on the ship Oud Haarlem, of competent age, who, at the requisition of the Fiscal ad interim the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true: that certain Lieutenant Arnoldus Castelijn de Keulenaar and Second Lieutenant Johannes Cornelis de Bussonje, stationed on the Appearer's vessel, shortly after the departure of the aforesaid vessel from Vlissingen, and specifically since sailing out of the Channel, continuously indulged to excess in drink daily, and also publicly led such an abandoned lifestyle with a Black woman named Rachel, who was on board as a passenger, as could not fail to give absolute offense and scandal to both all officers and common crew; that the Captain of the Appearer's vessel, named Cornelis Haringman, had expressed to the Appearer his extreme displeasure thereat, and at the same time had announced his intention to seriously confront the aforesaid Keulenaar and Bussonje with their shameful way of life, and amicably advise them, if they wished to avoid detrimental consequences, to adopt conduct consistent with their character as officers and thus as leaders of the common crew; which admonitions the Appearer subsequently saw had no other effect on the aforesaid Keulenaar and Bussonje than that they, it is true, exercised a little restraint for a few days thereafter, but nevertheless on the 20 of the past month of August did not hesitate to absolutely refuse Lieutenant Gilles Bruijning Jaegers to take the sun's azimuth with him in accordance with the Captain's order, while they, instead of doing so, amused themselves with the aforesaid Black woman in feasting and drinking, and after the end of the aforesaid azimuth sighting, which was performed at that time by the Captain himself, went to lie down to sleep in their cabin, this unwillingness having been directly overlooked by the Captain with a reprimand; that subsequently on the 27 of the said month of August, the said Keulenaar and Busonje, during the Appearer's watch, being that from 8 in the evening until 12 at night, carried on to such an extent, both by drinking and by frolicking with the common crew, that when the said watch had ended at 12 o'clock and the Appearer was therefore to be relieved by them, they, instead of keeping their watch, went to bed towards the beginning of it, and were then completely incapacitated due to drunkenness; that he, the Appearer, having first roused them himself, and subsequently also having had them awakened by the Second Lieutenant van Raken, as well as by one Andriessen (though also in vain), was finally forced to give notice of this occurrence to the Captain, who then also first attempted to awaken the aforesaid officers, but seeing that they, through drunkenness, were incapacitated.
Dutch transcription
„de Comp„te heeft vernomen:/ alhier in handen van den Officier overgegeeven. Eyndelyk verklaard den Comp„t den Capitain van gem: Bodem. nooyd op de leyse beschonken te hebben gesien, nog ook te weeten, dat hij zig immer in den drank zou hebben te buijten gegaan: — en dat voorts aangaande de behandeeling van den Capitain met zyne officieren en het gemeen volk, dezelve zo geschikt is, als men immer zoude kunnen verlangen: zyne „den volgens der Comp=ts sustenue eene al te groote toegeevendheijd veeler voor de eenigste faut in des„ „zelfs derectie binnen scheepsboord aan te merken. Betuijgende de Comp„t laatstelijk dat de voorm: Havin Rachel wel in het eerst aan de tafel met goedkeuring van alle officieren door den Capitain geplaatst was egter naderland vermitser dis„ „puten onder de officieren kwam, door de Capitain weder in haar hut gevonden is geworden Niets meer verklarende geeft den Comp„t voor „reedenen van wetenschap als in den text. bereijd zyn„ „de het zelve des gerequireerd werdende met solemneele Eede nader gestand te doen. Aldus Gepasseert aan Cabo de Goede Hoop den 10 december 1787: voor de Heeren Salomon van Echten en Christiaan George Maasdorp lee„ „den uijt den E: Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezes beneevens den Comparant ende mij secretaris meede behoorlyk heb„ „ben onderteekend /:laager:/ 'T welk ik getuijgen. /:was getekend:/ R: J: V: d: Riet gezwooren /:onderstond:/ Clercq „ Recollement. No 5 Clercq. — Compareerde voor ons ondergeteekende Gecommitt„s uyt den E: Achtb: Raad van Iustitie deezes gouver„ „nements. voorm: onderkoopman d' E: Adriaan Michiel Herklots, dewelke deese zyne voorenstaan „de verklaring van woorde tot woorde klaaren duydelyk voorgeleesen weesende, verklaarden daar „bij te blyven persisteeren, met begeerte dat 'er niets meer bygevoegt ofte van gedaan werden zal, als alleenlik dat den Comp=t betuijgd, de woor „den niet gehoord te hebben, betreckelijk de gouver „neur door de Keulenaar geuijt, maar zulx van den officieren naderhand gehoord te hebben, en sprak voorts ter bevestiging der waarheijd van dien de solemneele woorden, zoo waarlyk help my God almagtig Aldus Gerecolleerd en B'Eedigt aan Cabo de Goede Hoop den 20 december 1787. /:was getekend/ Adriaan Michiel Herklots. /:laager:/ mij present /:was getekend:/ R: J: V:d: Riel. GZw Clercq. /, in marginen :/ als gecommitt. s /:geteekend:/ P: V: Echten„ en C: G: Mhaasdorp. Compareerde voor de onderget: Gecommitt:s uijt den E: Achtb: raad van Justitie deezes gouvernements. /:onderstond: den „den op het schip oud Haarlem. bescheydenen manh: Capitain Lieutenant Albert Tjerks, van Compe„ „tenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den prointerim Fiscaal d' E: Gabriel Exter, verklaarde hoe waar is. dat zeekere op des Comp„ts bodem bescheydenen Lieute„ „nant Arnoldus Castelijn de Keulenaar en Sous Lieutenant Johannes Cornelis de Bussonje zig kort na het vertrek van voorsz: bodem uijt vles„ „singe en wel zedert dat men het Canaal was uytgeseijld bij Continuatie dagelijks niet alleen in den drank te buijten gegaan, maar ook publicquelijk met eene zig aanboord als passa„ „gier bevindende Zwarten Bachel genaamd, eene zodanige geabandonneerde leevens wijze gehouden hebbende als volstrekt zoo wel alle Officieren als gemeene tot ergernis en aanstoot verstrekken moest de Capitain van des Comp„ts bodem in name Cornelis Haringman, over zulx aan den Comp„t daar over zyn uytterste ongenoegen had te kennen gegeeven. en tevens g'adverteerd voorneemens te zyn, om voorsz: Keulenaar en Bussonje hunne schandelij„ „ken leevenswijze ernstig onder het oog te brengen, en in der minne aanteraden, om zoo zij zig voor nadeelige gevolgen, willen wagten eene Conduite overeenkomstig met hun Caracter als officieren en dus als voorgangeren van het gemeen, aante„ „neemen welke vermaningen den Comp„te vervolgens had gezien dat op voorsz: Keulenaar en Bus„ „sonje geene andere uyjtwerkingen hebben gehad. als dat dezelve zig wel is waar eenige dagen daarna een weynig gemenageert hebbende egter op op den 20 der gepasseerde maand Augustus zig niet hadden ontzien. aan den Luijtenant Gilles Bruij „ning vaeger, volstrekt te weygeren, om met den den selve ingevolge de ordre van den Capitain. de zons peijling waarteneemen. terwijle zy zig insteede van dien als toen bij voorsz: Zwartin met brassen en suijper gediverteerd hebbende, na 't eijndigen van voorsz: peijling 't geen op die teijd door de Capitain zelve verrigt is. in hunne hutte waaren gaan leggen, slaapen. zijnde deese onwilligheijd door den Capi„ „tain Regts met eene reprimende over het hoofd gesien. — dat vervolgens op den 27 der gem: maand Au„ „gustus gerepte keulenaar en busonje geduurende des Comp„ts wagt. zynde die van 'savonds 3. tot snag 12 uuren zoo met drinken als met het gemeen volk te stoeijen: dermaten hadden te keer gegaan, dat zi, wanneer de gem: wagt om 12 uuren was g'eyndigt en de Comp:t dus door hun moest worden vervangen, insteede van hun wagt waarteneemen ƒ zig tegens het begin van dien, naar bed hadden ƒ begeeven, en toen door dronkenschap ten eenemaal buijtenstaat geweest waren. hij Compt. hun eerst nog zelfs opgeport, en vervolgens ook door de sous Lieutenant van Raken, beneevens eene Andriesen (edog meede te vergeefs) hebbende doen waker maken, eyndelyk genoodzaakt was, ge„ „weest om de Capitain van dit voorgevallene kennis te geeven, dewelke dan ook eerst. voorsz: Officieren had pogen waker te maken edog „ziende dat zi door dronkenschap buiten staat.
English
state as when the aforesaid watch had taken it over from the complainant. That the aforesaid Keulenaar and Bussonje, having the following morning begged the Captain for forgiveness regarding what had occurred during the past night, expressing the utmost regret they felt over it, were thereupon pardoned once again for those occasions; which the said Keulenaar and Bussonje had answered with the most solemn oaths assuring that, since the Captain had now excused them, they would also in the future give him not the least reason for complaint regarding their conduct and behavior. That the aforesaid Keulenaar and Bussonje indeed kept themselves sober while on duty from that time, although off duty they were almost always drunk, until the 6th of the following month of October, when Bussonje, in the afternoon between 5 and 6 o'clock, being drunk once again, had stood up on one of the arm chests and, jumping up and down upon it, had called out loudly to the said Keulenaar: Keulenaar, we have been quiet for so long, saving your presence goddamn it we must stir the pot again, for otherwise it will never go well; while the said Keulenaar and Bussonje had occupied themselves once again during the complainant's watch in the evening from eight to 12 o'clock in the hut of the aforesaid maid Rachel with drinking and making merry until about the end of that watch, when Keulenaar had gone to his hut to sleep and Buissonje had gone elsewhere. That at 12 o'clock at night, being the time when the aforesaid watch had to be taken over by Keulenaar and Buissonje, the complainant, having sent the second lieutenant assigned to assist him, the said van Kakom, to warn the aforesaid officers that the complainant's watch had ended and that they should therefore come to take over theirs, the repeatedly mentioned van Kakom had then reported to the complainant that he had found Keulenaar so drunk on the bed that, notwithstanding all efforts made, he had not been able to wake him, and that Beussonje was nowhere to be found; whereupon the complainant, after first having tried in vain in person to rouse the aforesaid Keulenaar, as he lay completely helpless in a ridiculous situation with the bonnet of the aforesaid Black woman Rachel on his head, had given the necessary notice of these matters to the Captain, who then also immediately came up on deck and, having seen the aforesaid spectacle of Keulenaar, had then taken over the watch from the complainant, requesting the complainant to keep him company for a little while, which the complainant had then also agreed to do. That at about half past one o'clock, the aforesaid Bussonje, having come up on the deck, had asked the Captain to take over the watch, which the Captain having answered by saying you are drunk now, go and sleep it off instead, the aforesaid Bussonje had refused this in an insolent manner, for which reason the said Captain immediately placed him under arrest, and upon this had at first received in answer: very well sir, so be it, but subsequently, after the said Bussonje had walked away from there and immediately returned to the Captain, he said in substance: no, I'll be damned if I do, immediately going upon saying that into the hut of the aforesaid Keulenaar. That shortly thereafter the said Keulenaar, accompanied by the aforesaid Bussonje, having arrived staggering and having asked the passer-by what is the situation there, had received in answer from the Captain: Sir, that does not concern you, I have the watch, just go to sleep; but that the mentioned Keulenaar, having replied to the Captain upon this in a very obstinate attitude and with a loud voice: I'll be damned if I do, the said Captain had thereupon responded: Then I place you under arrest, which was answered by the said Keulenaar saying: I'll be damned if I accept that too, you cannot place me under arrest, this must be done by the ship's council; for which reasons the Captain, having convened a ship's council that same night, the arrest of the aforesaid persons was then also pronounced and confirmed by the full council. That half an hour later, the Captain having just gone into his cabin and returned from there, the said Keulenaar and Bussonje had come out of their huts amidst a terrible yelling of curses and abuse, shouting in substance these or similar words: just look at such stupid rascals, foolish boys, etc., they leave us sitting here with swords and without a sentry.
Dutch transcription
staat waren, als toen de voorsz: wagt zelve van de Comp„te had overgenoomen. dat voorsz: Keulenaar en Bussonje de volgende morgen, wegens het in de gepasseerde nagt voor„ „gevallene van de Capitain onder betuijging van 't uytterste Leedwesen, daar over te gevoelen, om ver„ „giffenis versogt hebbende. dan ook alwederom voor die reisen gepardonneerd, 't gunt gem: Keulenaar en Bussonje met de duurste Eede in verzeekering dat de Capitain hun thans g'excuseerd hebbende. zij hem ook in't vervolg over hun gedragen wandel 't geen de minste reede van klagen zouden geeven hadden beantwoord. dat voorsz: Keulenaar en Bussonje zig van die teijd zekerlijk in hunne dienst hoewel zij buijten deselve meest altoos beschonken zyn geweest nugtere gehouden hebbende tot op den 6. der daar aan „volgende maand October wanneer Bussonje. &na„ „demiddags tusschen 5 en 6. uuren wederom beschonken zynde op eene der geweerkiste was gaan staan en daarop en needer springende gem: Keulenaar over luijd had toegeroepen. Keulenaar wij zyn zoo lang stil geweest, wij moeten het S: V: Godverdomme wederom door de gort roeren. want anders sal het nooyt goed gaan; Terwyl gem: Keulenaar en Bussonje zig alwederom geduurende des Comp=ts wagt des avonds van agt tot 12 uuren, in de lut van voorsz: meyd Rachel met drinken en vrolyk te zyn. had„ „den bezig gehouden tot eene bij het eijndigen dier wagt wanneer Keulenaar zig na zyn hut om te stapen en Buissonje zig na elders begeeven had. — dat 's nagts om 12 uuren zynde den tijd dat de voorsz: wagt door Keulenaar en Buissonje moest worden worden overgenomen de Comp„te de hem ter adsistentie toegedoegde sous Lieutenant gem: van Kakom ge„ „sonden hebbende, om de voorsz: officieren te waar „schouwen dat des Comp„s wagt g'eijndigt was. en en zijl: derhalven de hunne zoude koomen overnee„ „men. meerm: van Kakom. als toen. aan den Comp„e was gerapporteerd, dat hij Keulenaar zodanig be„ „schonken op het bed gevonden had, dat hij den„ „selven ongeagt alle aangewende moeyten niet had ƒ kunnen wakker krijgen en dat Beussonje ner „gens te vinden was, zulx de Comp„e na eerst in perzoon voorsz: Keulenaar enog te vergeefsch te hebben willen opporren: als leggende denselven geheel magteloos in eene bespottelyke situatie met de muts van voorsz: Swartin Rachel op het hoofd„ Aan den Capitain van het een en ander de nodige kennisse had gegeeven, dewelke dan ook terstond op dek gekoomen zynde en het voorsz: spectacul van Keulenaar gesien hebbende de wagt van den Compt. als toen had overgenomen verzoekende eel¬ „ten aan den Comp=t om hem een wijnig te willen geseldschap houden 't geen den Comp:t dan ook had ingewilligd. dat om streats van half twee uuren. voorsz: Bussonje op het dek gekoomen zynde aan de Capitain gevraag had, om de wagt overteneemen 't geen den Capitain met 't zeggen gy zyt nu dronke gaaliever uyt slaapen beantwoord hebbende had voorsz: Bus„ „sonje zulx op een brutaale wijze geweijgert waarom gem: Capitain denzelven terstond arrest aangesegt en daarop eerst ten antwoord bekoomen had ƒ had: zeer wel mijn heer bly toe edog vervolgens na dat gem: Bussonje van daar voortgegaan en terstond na de Capitain te rug gekeerd was /: in substantie: neen dat verdom ik begeevende hij zig op dat zeggen direct in de hut van voorsz: Keulenaar „ dat kort daarna even gem: Keulenaar verseld van voorsz: Bussonje al slingerende aangekoomen zynde en aan den rverganger gevraagd hebbende hoe ligt gedaar, door den Capitain had ten ant„ „woord bekoomen. Myn heer dat zaakt uw niet, ik heb de wagt, gaa maar slaapen; dan dat gerepte Keulenaar de Capitain hierop in een zeer obstinate houding en met een forsse stem te gemoed gevoerd hebbende dat verdom ik had gem: Capitain daarop geregereerd. Aan ordonneer ik u arrest, 't geen door gem: Keulenaar met het zeggen: dat verdom ik ook gij kunt mij geen arrest aanzeggen dit moet door den scheepsraad geschieden was beantwoord geworden, om welke reedenen den Capitain nog in dieselfde nagt scheepsraad hebben„ „de doen beleggen. de voorsz: perzoonen als toen ook door den vollen raad het arrest was aange„ „segt en geconfirmeerd geworden. dat de Capitain een half uur daarna eeven in zyn kamer gegaan en van daar te rug gekoomen zynde, gem: Keulenaar en Bussonje onder een vreeslyk geschreeuw van vloeken en schelden uijt hunnen hutten waren gekomen: loepende in substantie in deese of diergelyke bewoordingen uyt hyt eens zulke domme blixems: malle Jongens &„a zy laten ons hier zitten met deegens en zonder schild„ wagt
English
guard, they do not know what an arrest is, we refuse to remain in such an arrest any longer and want to be treated as criminals; upon which the Captain had the ship's council convened for the second time that same night, it being then directly resolved by the same to provide the aforementioned sub-officers with a sentry, to take away their sidearms, and to transport them to the Cape in that manner. That shortly thereafter the aforementioned Bussonje, while cursing and raving, having smashed the windowpanes of the door of the poop deck, then in the presence and within the hearing of all the officers, besides having used diverse other expressions, had furthermore uttered in substance: I do not give a damn about arrest, despite good friends at the Cape, despite the governor, saving your presence I wipe my lion's balls on them and on everyone who is here on this deck. Finally, the deponent declares that the aforementioned Keulenaar also used that expression against the Captain: must I sit in arrest for such a drunken scoundrel; the deponent must testify that he cannot fathom on what grounds the aforementioned Keulenaar could have used this expression, since the Captain in any case never, on account of excessive use of drink, exposed himself to the slightest reflection from anyone on board the ship. Declaring nothing further, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to confirm this further under oath. Below stood: Thus passed at Cabo de Goede Hoop. No. 6. on 18 December 1737, before Messrs. Salomon van Echten and Christiaan George Maasdorp, members from the Honorable Court of Justice aforesaid, who properly signed the minute hereof along with the deponent and me, the sworn clerk. Lower: Which I witness. Was signed: R: J: V: d: Riet, sworn clerk. Review. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned Captain Lieutenant Albert Tjerks, who, this his preceding declaration having been read out clearly and distinctly, word for word, testified to adhere to it and persist with it, desiring that nothing more shall be added to it or removed from it, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. Below stood: Thus reviewed and sworn at Cabo de Goede Hoop on 20 December 1787. Was signed: Albert Tjerks. Lower: In my presence. Was signed: R: J: V: d: Riet, sworn clerk. In the margin: As commissioners, was signed: S: v: Echten and C: G: Maasdorp. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, Doctor Frans Fruydenhamer, of competent age, assigned to the outbound ship Oud Haarlem, who, at the requisition of the interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Elter, declared it to be true: That when the aforementioned vessel was lying at the roadstead of Rammekens, on the point of departure, and the deponent was in his cabin on a certain day at that time, the deponent already then heard Lieutenant de Keulenaar and Second Lieutenant Bussonje, stationed on board the aforementioned vessel, on an occasion when they were under the poop deck, after having held a certain conversation which the deponent could not understand, saying to each other: we must put things on a different footing here, for it cannot go on like this; without the deponent having paid close attention to what was further brought up by them at that time; however, the deponent experienced the consequences of this saying afterward, since the aforementioned de Keulenaar and Bussonje, already upon sailing out of the Channel, had made a beginning with drinking and an overly familiar association with a certain black woman named Rachel, while they furthermore did not refrain from frequently addressing not only the Captain but also all other respectable people with the most insolent insults, stemming from their low way of life. That the deponent, finding himself on deck on the 27th of the past month of August just after 12 o'clock at night, was present when, on account of the excessive drunkenness of the aforementioned Keulenaar and Buissonje, who were supposed to relieve Captain Lieutenant Tjerks from the watch at that time, the Captain himself took over the aforementioned watch from the said Tjerks; while the said Keulenaar, having come on deck between 4 and 5 glasses or around half past two o'clock, requested the Captain to take over the watch, but the Captain, having answered the said Keulenaar that he should just go sleep it off, the said Keulenaar thereupon, while saying, if I am not able to keep my watch, then I wish you a good night, proceeded under the poop deck; however, the said Keulenaar returned shortly thereafter, then very earnestly requesting the Captain to take over the watch, or else arrest; whereupon the Captain placed him under arrest. That the deponent subsequently, at the beginning of the past month of October, without having remembered the precise date, being in the cabin on a certain night between 11 and 12 o'clock, then heard the aforementioned Keulenaar and Buissonje, together with the minister de Vroeg, making a terrible racket in the cabin of the aforementioned black woman Rachel. While the deponent subsequently went upstairs around 12 o'clock, he was present when the aforementioned Captain Tjerks sent the second lieutenant van Kakom to inform Keulenaar and Buissonje that his watch was finished and they should therefore come to take over theirs; after which the aforementioned van Kakom reported to the Captain Lieutenant
Dutch transcription
„wagt, zij weeten niet wat een arrest is, wij ver„ „dommen het om langer in zoo een arrest te blij„ „ven en willen Crimineel gezet zyn; op welk een en ander de Capitain diezelfde nagt voor de tweede reyze den scheepsraad had doen Convoceeren zynde als toen bij dezelve ook direct geresolveerd om de voorsz: dofficieren van een schildwagt te voorzien hunne zeydgeweesen afte neemen en in diervoegen naar de Caab over te brengen. dat kort daarna voorsz: Bussonje onder het vloeken en raasen de ruyten van de deur der Campagne ingeslagen hebbende, als toen in't bij zijn en ten aanhooren van alle de officieren behalven diverse andere expressien gebeesigd te hebben nog in substantie had g'uijt ik donder vat in arrest. mas„ „kie goede vrienden aan de Caab, maskie gouverneur daar veeg ik S. V: mijn Leeuwse klooten wat aan„ en aan alle die hier op het dek zijn Eindelijk verklaard de Compte dat voorsz: Keulena zig tegens de Capitain ook nog van die uijtdrukking moet ik voor zoo een dronkigen blixem in arrest zitten, bediend hebbende: hi Compt. betuigen moet niet te kunnen besetten, op welke grond gem: Reu„ „lenaar deese expressie heeft kunnen gebruijken. daar ƒ den Capitain zig in allen gevalle; nimmer wegens overmatig gebruijk van drank aan de geringste reflexie van Iemand binnen scheepsboord heeft g'expon „neerd gehad. Niets meer verklarende geeft den Compt voor reeden „nen van wetenschap als in den text: bereyd zynde zulx nader met Eede gestand te doen, onderstond: Aldus Gepasseerd aan Cabo de Goede Hoop. de No. 6. den 18 december 1737. voor de Heeren Salomon van Echten en Christiaan George Maasdorp. Leeden uit den E: Achtb: Raad van Justitie voorm: die de minute deezes benevens de Comp„t en mij gezw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. /:laager: 'Twelk ik Getuijge /: was getekend:/. R: J: V: d: Riet, gezw: Clercq Recollement. Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt„s uyt den E: Achtb: raad van Justitie dezes gouver„ „nements, voorm: Capitain Lieutenant Albert Tjerks. dewelke deeze zyne voorenstaande verklaring van woorde tot woorde klaar en duydelyk woordelyk voorgeleezen wezende betuijgden daar bij te blyven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan worden zal, en sprak dierhalven ter bevestiging der waarheyd van dien de solem„ „neele woorden. zoo waarlyk help mij god Almagtig. v /:onderstond: Aldus Gerecolleerd en B'Eedigt aan Cabo de Goede: Hoop den 20 december 1787. /:was getekend:/ Albert Tjerks /:laager:/ my present /:was getekend:/ B: J: V: d: Riet G se: Clercq /:in mar„ „gine :/ als gecommitt ds /:was geteekend. /. S: v: Echten en C: G: Saasdorp. — s Compareerde voor de ondergetekende gecommitts uijt „uit den E: Achtb: Raade van Justitie deezes Gouverne „ments, den op het uijtkomend schip oud Haarlem. bescheydenen doctor Frans Fruydenhamer van Competenten Ouderdom, dewelke ter requisitie van den prointerim Fiscaal alhier d' E: Gabriel Elter verklaarde hoe waar is. dat wanneer voorsz: bodem ter reede van Ramme „kens, op vertrek geleegen en de Comp„te zig in dien tijd op zeekeren dag in zyne hut bevonden had. hij Comp„t toen reeds de aan boord van voorsz: kiel be„ „scheyderen Lieutenant de Keulenaar en Sous Lieuten Bussonje /: bij geleegendheid zij zig onder de Campag ½ ƒ „nen bevonden :/ na zeeker discours gehouden te hebben, 't geen de Compten niet heeft kunnen verstaan teegens elkanderen had hooren zeggen: wij moeten 't hier op een ander voet stellen want 't kan zo niet gaan, zonder dat de Comp=te op 't verder door hun als toen voortgebrachte naauw agt geslaagen had hebbende de Comp„te egter daarna de gevolgen van dit zeggen ondervonden: aangezien voorsz: de Reu „lenaar en Bussonje al bij het uitzeijlen van het Canaal met drinken, en een familiaren, omme gan„ met zeekere Zwarten Rachel een begin hadden gemaakt, terwijl zij zig verder niet hadden ontru om niet alleen den Capitain maar ook alle verdere fatsoenlijke lieden dikwerf de brutaalste bezeege „ningen, overeenkomende uyt hunne laage leeven wijzen toe te voegen. dat de Comp„te zig op den 27:e der gepasseerde maand Augustus 's nagts even na 12. uuren op het dek bev „den hebbende, als toen had, bygewoond, dat vermits overtollege overtollige dronkenschap van voorsz: Keulenaar en Buissonje /: dienden Capitain Lieutenant Tjerks op dien tijd van de wagt moesten aflossen. de Capitain de voorsz: wagt van gerepte Tjerks zelve had overgenoomen, terwijle gem: Keulenaar tusschen de A„ 5 glaasen of wel om streeks half 3 uuren, op het det gekomen zynde den Capitain versogt had, om de wagt overteneemen, dan dat den Capitain gem: Keulenaar geantwoord hebbende van maar te gaan uitslaapen had gem: Keulenaar zig daarop onder het zeggen ben ik niet in staat om mijn wagt waar te neemen, dan wensch in u een goeden nacht„ onder de Compagne begeeven: zynde gem: Keulenaar egter kort daarna wederom terug gekoomen, als toen zeer ernstig van den Capitain verzoekende, om de wagt over te neemen, of anders arrest: waarop de Capitain denzelven het arrest had aangezegt. dat de Comp„t vervolgens in het begin van de gepasseerde maand october. zonder den pracisen„ datum onthouden te hebben. zig op zekeren nagt. tusschen 3 en 12 uuren in de Cajuijt bevonden heb„ „bende, als toen voorsz: Keulehaar en Buissonje, beneevens den domenie de vroeg in de hul van voorsz Zwarten Rachel een ysselyk geraas had hooren maaken. Terwyl de Comp=te vervolgens teegen 12 uuren naar boven gegaan zijnde als toen was tegenwoordig geweest, dat voorsz: Capitain Tjerks den sors„ „lieutenant van Kakom. had opzonden, om Neu„ „lenaar en Buissonje aan te zeggen. dat zyne wagt was afgeloopen en zy derhalven de hunne zouden komen overneemen: waarna voorsz: van Kakom aan de Capitain Lieutenant gerapporteerd= hebbende
English
having that Keulenaar was lying drunk in his cabin and Buissonje was nowhere to be found, the appearer had thereupon gone with the mentioned Tjerks to the cabin of Keulenaar and had then found the same in such a high degree of intoxication as the appearer had rarely seen before, lying completely motionless, his whole body covered in spit and with a bonnet of the aforesaid black Rachel on his head. So that the aforesaid Captain Lieutenant Tjerks, having reported what had occurred to the Captain, the Captain, after also having made the necessary inspection of these matters, had then replaced the aforesaid Tjerks on his watch, the appearer, together with the junior merchant and some other officers, having remained on the deck at that time to keep the Captain company. That at about half past one o'clock, the aforesaid Buissonje unexpectedly came onto the deck, and upon being asked by him of the Captain to take over the watch, had received in reply from the mentioned Captain: you are drunk now, you had better go sleep it off; and upon the utter refusal of the mentioned Buissonje, the Captain had then also placed him under arrest, to which the mentioned Buissonje at first replied by saying, very well, sir, so be it, but subsequently, after he had gone to the cabin of Keulenaar and had immediately returned back to the Captain, had answered in substance: no, I will be damned if I do, departing immediately from there into the cabin of the aforesaid Keulenaar. That shortly thereafter, the mentioned Keulenaar, swaying alongside the just mentioned Buissonje, having come onto the deck, had asked the helmsman, how are you heading, and had then received in reply from the Captain: Sir, that does not concern you, I have the watch, just go to sleep; this having been answered by him with the words: I will be damned if I do. While the mentioned Captain continued: then I place you under arrest, the mentioned Keulenaar had repeatedly replied in substance to that: I will be damned if I do that too, adding, you cannot place me under arrest, for this must be done by the ship's council; after which, on that very same night, a ship's meeting being convened, the aforesaid persons were then also, as the appearer has learned, arrested by ship's resolution. That the appearer shortly thereafter, when the Captain had retired to his quarters, had also heard one of the two persons, without however knowing by whom, say to the mentioned Captain: must I be put under arrest for such a drunken scoundrel, I will be damned if I do. That just after the mentioned Captain had returned from his quarters, the mentioned Keulenaar and Buissonje, besides other extreme impertinent expressions, had in substance exclaimed: look at such stupid rascals, foolish boys, to place us here without a sentry with swords, etc., not knowing what arrest is, we will be damned if we remain any longer in such an arrest, and we want to be placed in criminal confinement; while the appearer subsequently also witnessed that the mentioned persons, after a meeting held for the second time during that same night, were stripped of their sidearms and sentries were placed before their cabins. That the appearer thereafter, upon a rattling at the glass panes of the door of the companionway, very clearly heard, and as the appearer believes, spoken by Buissonje: I don't give a damn about arrest, whether good friends at the Cape, whether governor, I wipe my lion's balls on them and on all those who are here on the deck. That subsequently, after the aforesaid persons had sat for several days in the mentioned criminal arrest, the appearer, having understood that because the scurvy raged so fiercely on board, they might easily be afflicted by that disease due to lack of movement combined with their confined quarters, the appearer had then also given timely and necessary notice of this his suspicion to the Captain, and the aforesaid arrested persons were thereupon immediately, by ship's meeting, transferred from the mentioned criminal to civil arrest, while they were then at the same time permitted to walk between the companionway and the main deck, and to eat at the ordinary table. The appearer declaring, lastly, that he has known the Captain for three years now and had sailed with him throughout all that time, yet had never, ever seen him intoxicated. The appearer testifying, finally, that the aforesaid slave Rachel had at first been seated at the table by the Captain with the consent of all the officers, but was later sent back to the cabin by the Captain because disagreements arose over it. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, being prepared to confirm this further. Underneath stood: Thus done at Cabo de Goede Hoop, the 18th of December 1787, before the gentlemen Salomon van Echten and Christiaan George Maasdorp, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof together with the appearer and me, the sworn clerk. Lower: Which I witness. Was signed: B: J: v: d: Riet, sworn clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government: the aforesaid Frans Fruydenhamer, who Re-examination this
Dutch transcription
hebbende dat Keulenaar in zyn hut beschonken lag en Buissonje niet te vinden was, hadden Comp=t zig daarop met gem: Tjerks naar de hut van Keulenaar begeeven en denzelven als toen in een zodanige hooge graad beschonken had aange„ „troffen als den Comp:t nog weijnig gezien had. leggen „de denzelven ten eenemaal onbeweeglyk 't geheel lighaam bespoogen en met een muts van de voorsz Zwarten Rachel op 't hoofd. - zoo dat de voorsz: Capitain Lieutenant Terks van het voorgevallene aan den Capitain berigt gedaan hebbende, den Capitain na van het een en ander mede de nodige inspectie te hebben genomen, voorsz: Tjerks, toen in zyne wagt had vervangen. zynde de Comp„te benevens den onderkoopman en eenige andere of „ficieren op dien tid tot gezelschap van den Capi„ „tair op het dek verbleeven. — dat dirca half 2. uuren. voorsz: buissonje onver „wachts op het dek gekoomen en door denzelven aan den Capitain gevraagd zynde, om de wagt over te neemen. van gem: Capitain had ten antwoor bekoomen, gij zyt nu dronken: galiever uitslapen en had den Capitain op de volstrekste wijgering van gerepte Bussinje, denzelven, als toen meede Arret aangezegt 't gunt gem: Bussonje eerst met het zeggen, zeer wel myn heer bly toe, edog vervolgens /:na dat hij daarop naar de hut van Keulenaar gegaan en terstond wederom naar den Capitain terug gekeerd was:/ nog in substantie. met neer dat verdom ik beantwoord had, Begeevende hij zig terstond van daar in de hut van voorsz: Reu„ „lenaar „lenaar. — dat kort daarna Gerepte Keulenaar al slinge„ „rende benevens even gem: Buissonje, op het dek gekoomen zynde, aan de rverganger gevraagd had, hoe legje aan en door den Capitain, als toen had ten antwoord bekoomen Myn heer dat zaakt u niet ik hebde wagt, ga maar slaapen, zynde dit door denzelven met het zeggen dat verdim ik: beant„ „woord geworden, Terwil gem: Capitain vervolgd hebbende: dan ordonneer ik u arrest, had meer„ „maals gem: Keulenaar, daarop substantieelijk gerepliceert. dat verdom ik ook met bijvoeging, gij kunt mij geen arrest aanzeggen, maar dit moet door den scheepsraad Geschieden: - waar na nog die zelfde nagt. scheeps vergadering be„ „legt zynde de voorsz: perzoonen dan ook : zoo als de Comp„te vernomen heeft /: bij. scheeps resolutie zyn gearresteert geworden. dat de Comp:e ook kort daar na wanneer de Capitain zig naar zyn kamer begeeven had, door een van beyde perzonen. zonder nogtans te weeten. door wien, teegens gem: Capitain had hooren zeggen, moet ik voor zo een dronkigen blicem in arrest zetten: dat verdom ik dat even nadat gem: Capitain uit zijn kamer was te rug gekoomen. gem: Keulehaar en Busson„ „je behalven nog andere verregaande inpartinente uytdrukingen meer, in substantie hadden uyt„ „geroepen: kyk een zulke domme blixems, malle Jongens, te laaten ons hier zetten. zonder schildwagt met deegens &=a te weeten niet, wat arrest is, wy „wij verdommen het om langer in zulk een arrest te blyven, en willen Crimineel gezet zyn, terwijl de Comp. t vervolgens ook heeft bygewoond. dat gem: perzonen na eene in die zelfde nagt voor de tweede maal gehoudene vergadering, de Lyd „geweesen ontnomen en voor hunne hatten Schild „wagten gepleatst zyn geworden dat de Comp„t daarna op een gerammel by de glaasen van de deur de Compagne zeer duijden /:en zo den Comp:t vermeerd:/ door Bussonje Heer hooren zeggen, ik donder wat in arrest, maskie goede vrienden aan de kaap, maskie gouverne daar veeg ik myn Leeuwsche klooten wat aan en aan alle die hier op het dek zyn„ dat vervolgens na dat de voorsz: perzoonen eenige dagen in't gem: Crimineel arrest hadden gezeeten, de Comp„te begreepen hebbende. dat verm het korbut zoo sterk aan boord grasseerde, zijd ook door gebrek van beweeging, gevoegt bij hun beknopt verblijf door die ziekte ligtelijk zouden kunnen aangetast worden: hadde Comp„t dan ook van dit zyn vermoeden aan den Capitain in tijds de nodige kennisse gegeeven en waaren voorsz: Gearresteerdens. daarop terstond. bij scheeps vergadering uit gem: Crimineel in't Civiele Arrest overgebracht, terwijl men lun toen tegelijk had vergund om tusschen de Cor „pagne en de veheep te mogen wandelen, en Aan de gewoone tafel te eeten. Verklaarende de Compten. Laatstelik dat de Capitain, nu reeds drie Jaaren gekend en by in al dien tijd met hem gevaaren had, edog den, „zelven nooijt ofte nimmer beschonken gezien te hebben. Betuijgende de Comp„t eyndelyk dat de voorsz: Stavin Rachel. in't eerst met genoegen van alle de officieren door den Capitain aan de tafel ge„ „plaatst was, egter naderhand door den Ca„ „pitain weeder naar de lut was gezonden, vermits er daar over oneenig heeden ontstonden Niets meer verklarende geeft den Comp„t voor reeden van weetenschap als in den text. berijd zynde zulx nader gestand te doen. /: onderstond A Aldus Gepasseert aan Cabo de Goede Hoop. den 18 december 1787. voor de Heeren Ser„ „lomon van Echten en Christiaan George Maasdorp, leeden uyt den E Achtb: Raade van Justitie voorm: die de minute dezes, beneevens den Comp„t ende mij gezw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend /: laager:/ T welk ik getuijgen /:was getekend:/ B: J: V: d: Riet gezer Clercq. — Compareerde voor ons onderget: gecommitt:s uit den E: Achtb: Raade van Justitie dezes gouver„ „nements: voorm: Frans Fruydenhamer, denwelke Recollement deze
English
to whom this, his aforementioned statement, having been read aloud word for word, clearly, distinctly, and verbatim, testified to persist therein, wishing that nothing more should be added or taken away, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. Underneath stood: Thus passed, recollected, and sworn at Cabo de Goede Hoop, the 20th of December 1737. Was signed in the margin: F: Fruydenhamer. Lower: In my presence, was signed: R: I: V: d: Riet, sworn clerk. In the margin: As commissioners, and signed: S: V: Echten and C: G: Maasdorp. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the sous-lieutenants Bastiaan van Kakom and Cornelis Andriessen, together with the gunner's mate Paulus Hendrik Vieman, all in the aforementioned capacity stationed on the outbound ship Oud Haarlem lying here in the roadstead, and of competent age, who at the requisition of the pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true: That they, the appearers, were eyewitnesses and earwitnesses to the entirely scandalous way of life, which served to the annoyance of everyone on board, of No 7. of Lieutenant Keulenaar and Sous-Lieutenant Buissonje stationed on their vessel, who not only, ever since the beginning of the voyage, besides a most conspicuous familiarity both with a certain black woman Rachel and with the common crew, by constantly romping with them on their watches and making them drunk, also indulged excessively in drink themselves most of the time, but simultaneously gave such free rein to their unbridled way of life that they, breaking all bonds of subordination, continuously engaged in extreme and insolent behavior, both toward the master of the ship and toward the other officers, all of which the appearers, on account of the multitude thereof, could not remember precisely, deeming therefore that this could be stated with greater accuracy by the aforementioned master. That nevertheless on the 27th of the past month of August, when the first watch, which was kept from 8 to 12 o'clock in the evening by Captain-Lieutenant Tjerks with the assistance of the appearers (the second appearer being at that time still a sailor), had ended, the first two appearers were then sent by the aforementioned Tjerks to awaken the aforementioned Keulenaar and Bussonje, who had lived rather merrily during the aforementioned watch. They, the appearers, notwithstanding all efforts made, were unable to wake them, so that the appearers having made a report of this to the aforementioned Captain-Lieutenant, after the aforementioned Captain-Lieutenant had reported the incident to the Captain, and the aforementioned Captain had then taken over the watch from him, they went to sleep together with the third appearer, as their watch had ended. That subsequently the first two appearers, on the [illegible] of the following month of October, witnessed that the aforementioned Bussonje, in the afternoon between 5 and 6 o'clock, having jumped onto one of the arm chests, called out loudly to the aforementioned Keulenaar: "Keulenaar, we have been quiet for so long; we must, with your pardon, God damn me, stir the porridge again, because otherwise it will never go well," while thereafter, when the appearers' watch had begun in the evening at 8 o'clock as usual, the aforementioned Keulenaar and Bussonje were again during that time amusing themselves in the cabin of the aforementioned Rachel by drinking and making merry, until just near the end of the watch, when Keulenaar went to his cabin to sleep and Bussonje went elsewhere, without the appearers knowing where. That when at 12 o'clock at night the aforementioned watch was to be taken over by Keulenaar and Bussonje, the aforementioned Captain-Lieutenant Tjerks having sent the first appearer to notify the aforementioned Keulenaar and Bussonje that they should come and take over their watch, the the appearer, together with the last two appearers, went to the cabin of the aforementioned Keulenaar, and found him at that time utterly incapable of taking over his aforementioned watch in any case, as he lay motionless, completely covered in vomit, and with a woman's cap on his head; so that the appearers, having gone first to the cabin of Bussonje, and not finding him there, to that of the aforementioned black woman Rachel to inquire after the aforementioned Bussonje, upon receiving the answer from the aforementioned Rachel that Bussonje was not there, searched for him aft, further down in the cabin, and elsewhere (though in vain); the appearers having then given the necessary notice of their findings to the aforementioned Captain-Lieutenant Tjerks, who, after having personally inspected the situation and reported what had happened to the Captain (who in the meantime had come on deck), this watch was then again taken over by the Captain from the aforementioned Captain-Lieutenant Tjerks, whereupon the third appearer went from there to go to sleep, and the first two appearers remained on deck. That around half past 1 o'clock, the aforementioned Bussonje, having come on deck, asked the Captain to take over the watch, to which the Captain answered by saying: "You are drunk now, please go sleep it off," 21
Dutch transcription
„denwelken deze zyne vorenstaande verklaring van woorde tot woorde klaar en duydelyk woordelijks voorgeleezen wezende, betuigde daar bij te blyven persisteeren, met begeerte dat 'er niets meer by afte van gedaan worden zal, en sprak dierhalven ter bevestiging der waarheijd van dien. de solemneele woorden. zo waarlijk hebp mij god almagtig. — /:onderstond: Aldus Gepasseerd, Gerecolleerd en B'Eedigt aan Cabo de Goede Hoop. den 20 december 1737. /:was de Iaren getekend:/ F: Fruydenhamer /:laa „ger:/ Mij praesent /:was getekend:/ R: I: V: d: Riet gezw: Clercq /:in margine:/ als gecommitt:s /: en get „kend:/ S: V: Echten en C: G: Maasdorp. — Compareerde voor de ondergetekende Gecommitts uyt den E: Achtb: Raade van Justitie deezes gouvernements, de Sius lieutenants. Bastiaan van Kakom, en Cornelis Andriessen, benevens de Constapelsmaat Paulus Hendrik Vieman alle in voorsz: qualiteijte, bescheiden op het hier ter rhede leggend uitkomend schip oud Haarlem en van Competenten ouderdom, dewelke ter requi „sitie van den prointerim Fiscaal alhier. d' E: Gabriel Exter verklaarden hoe waar is. — dat zy Comparanten oog en oor getuigen gewee zyn. van de allezints schandelijke en tot een ied ergernisse aan boord gestrekt hebbende levens wij van No 7. van den op hunnen bodem bescheidenen lieutenant Keulenaar en sous lieutenant Buissonje, dewelke niet alleen reeds zedert het begin der reize, behalven een ten hoogsten in't oog lopende familiariteit zo met zekere Zwartin Rachel. als met het gemeene volk, door met dezelve geduurig op hunne wagten te stoeijen en dezelve dronken te maken, zig ook den meesten tijd zelfs in den drank hebben te bui„ „ten gegaan, maar teffens hunne tomelooze levens wijze, zo verre den teugel gevierd hebben dat zy, alle banden van subordinatie verbreekende, zig bij Continuatie van verregaande brutaale beje„ „geningen. zo wel tegens het opperhoofd van het schip, als tegens de overige officieren hebben be„ „diend gehad welk een en ander de Comp=ten om de menigvuldigheid van dien, niet Juist hebbende kunnen onthouden, mits dien vermeenen, dat door gem: opperhoofd met meerdere accuratesse zoude kunnen worden opgegeeven. — dat egter op den 27 der gepasseerde maand Augustus, wanneer de eerste wagt die van 2 tot 12 uuren 's avonds door den Capitain lieuterant Tjerks met adsistentie van de Comparanten /:zynde de 2e Comp=t te dier tijd nog Mattroos wierd waargenoomen, was afgeloopen de twee eerste Compten als toen door voorsz: Tjerks gezon„ „den zynde, om gem: Keulenaar en Bussonje, den „welken geduurende de voorsz: wagt vrij lustig geleefd hadden, op te wekken. zij Comparanten als toen onaangezien alle aangewende moeyte dezelve niet hebben kunnen wakker krygen, invoegen de Compten Comp=ten hier van aan gen: Capitain lieutenant za „port gedaan hebbende, na dat gem: Capitain lieutenant van 't voorgevallene aan den Capitai berigt gedaan, en gem: Capitain de wagt als toe van denzelven overgenomen had, met den der Comp„te als zynde hunnen wagt geeindigd zyn gaan liggen slaapen dat vervolgens de twee eerste Compten. op den der daaraan volgende maand october hebbe bygewoond, dat voorsz: Bussonje 'snadem is „dags tusschen 5 en 6 uuren op een der geweer kisten gesprongen zijnde, gem: Keulenaar ove luijd heeft toegeroepen Keulenaar, wij zyn zo lan stil geweest: wij moeten S: V: God verdommij wederom door de gort roeren, want anders zal het nooijt goed gaan, terwijle daarna wannee der Compten wagt 's avonds ten 8 uuren als naar gewoonte een aanvang had genoomen, gem: Rei „lenaar en Bussonje zig toen alwederom gedu „rende dien tijd in de hut van voorsz: Rachel m drinken en vrolyk te zyn hebben gediverteerd, tot eeven bij het eindigen van de wagt. wanneer „lenaar zig naar zyn hut om te slaapen en Bussonje zig naar elders zonder dat de Comp weeten waar heen begeeven had. dat wanneer 's nagts om 12 uuren, de voorsz: to door Keulenaar en Bussonje moest worden overgenomen. gem: Capitain Lieutenant Tjerks den eersten Comp:t gezonden hebbende, om gem: Keulenaar en Bussonje, te waarschouwen, do zyl:t hunne wagt zouden komen vverneemen de den Comp„t met en benevens de twee laatste Comp=ts zig naar de hut van gem: Keulenaar begeeven, en denzelven als toen geheel buiten staat bevon„ „den, om in alle gevallen zyne voorsz: wagt te kunnen overneemen: als leggende onbeweeg„ „lyk geheel bespoogen, en met een vrouwe muts op het hoofd zo dat de Comp„ten eerst naar de hut van Bussonje en denzelven aldaar niet vindende naar die van voorsz: Zwarten Rachel gegaan zynde, om naar gem: Bussonje te ver„ „neemen, op het bekomen antwoord van gem: Ra„ „chel. dat Bussonje er niet was, naar agteren, voorts onder in de hut en elders denzelven /:edog te vergeefsch:/ hebben zoeken op te spooren: hebbende de Compten. als toen van hun wedervaren aan gem: Capitain lieutenant Tjerks. de nadige kennisse gegeeven; dewelke dan ook: na zelve van het een en ander inspectie genomen te hebben, het gebeurde aan den Capitain /:die intusschen op het dek gekomen was:/ rapport gedaan hebbende, was dan ook deze wagt, door den Capitain alwederom van gem: Capitain Lieuten „nant Tjerks overgenomen, terwil daarop den derden Comp„t zig van daar om te gaan slaapen begeeven heeft en de twee eerste Comp=ten nog op het dek verbleeven zyn. — dat omstreeks van half 2 uuren voorsz: Bus„ „sonje op het dek gekoomen zynde. aan den Capitain gevraagd had, om de wagt overtenee„ „men 't geen den Capitain met het zeggen. ge zyt nu dronken. galiever uit slaapen beant„ woord 21
English
spoken to, the aforementioned Bussonje had refused this in an insolent manner by saying, no, damn that, I am going to wake Keulenaar, whereupon the Captain placed him under arrest, and having at first received in reply, very well, sir, but subsequently, after the said Buissonje went to Keulenaar's cabin and immediately returned to the Captain, again in substance: no, damn that, departing upon those words at once from there into the cabin of the aforementioned Keulenaar; that shortly thereafter the aforementioned Keulenaar, accompanied by the aforementioned Bussonje, having arrived, asked the helmsman, how are you steering! and having received as an answer from the Captain, Sir, that is none of your concern, I have the watch, just go to sleep, the aforementioned Keulenaar likewise replied to the Captain, damn that, whereupon the Captain continued, I place you under arrest, which was answered by Keulenaar by saying, I damn well refuse that too, you cannot place me under arrest, this must be done by the ship's council; so that, a ship's council having been convened immediately that same night by the Captain, the said persons were then also arrested by the ship's council itself; that the two first Appearers also saw and heard that when the Captain went to his cabin, the said Keulenaar threw his hat before his feet in front of the door of his cabin, saying, must I be kept under arrest by such a drunken scoundrel, damn that; whereupon the First Appearer went below to sleep, while the 2nd Appearer, remaining on deck, shortly thereafter witnessed that the said Keulenaar and Bussonje, among other insulting expressions, shouted, look at such stupid scoundrels, foolish boys, etc., they leave us here without a sentry, etc., and do not know what arrest is, we damn well refuse to remain any longer under such an arrest, and want to be placed in criminal detention; and that, a ship's council having been convened again upon this, the swords of the said officers were thereupon taken and sentries placed before their cabins; just as he, the 2nd Appearer, likewise testifies to having seen that Bussonje thereupon, amid cursing and raging, smashed the panes of the door of the great cabin, without he, the 2nd Appearer, being able to understand the expressions used by him at that time, as he, the 2nd Appearer, was at that time by the compass. The first two Appearers declaring to have heard the aforementioned Bussonje say the day after what is related here above: I don't give a damn about arrest, and further in these or similar words, no matter if Governor or good friends at the Cape there, and on all who are here on the ship I wipe, saving your presence, my lion's balls, and more such expressions, which the Appearers testify to having heard the said Bussonje repeat several times both that morning and the evening before. While finally all the Appearers mentioned in the heading of this document declare never ever to have seen the Captain of their vessel intoxicated on board, nor to know that the said Captain ever exceeded moderation in this respect. Declaring nothing further, the Appearers give as reasons for their knowledge as in the text, being prepared to confirm this further. Thus Done at the Cape of Good Hope, the 18th of December 1787, before the Gentlemen Salomon van Echten and Christiaan George Maasdorp, members of the Honorable Court of Justice aforementioned, who duly signed the minute of this together with the Appearers and me, the sworn Clerk. Lower: Which I witness, signed: R: J: V: d: Riet, sworn Clerk. Confirmation. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice aforementioned, the Second Lieutenants Bastiaan van Kakom and Cornelis Andriessen, together with the Gunner's Mate, Paulus Hendrik Fieman, who, this their preceding declaration having been read aloud to them clearly and distinctly word for word, declared that they persist with it, desiring that nothing more be added to or removed from it, and therefore, in confirmation of the truth thereof, each in particular spoke the solemn words: So help me God Almighty. Underneath stood: Thus Confirmed and Sworn at the Cape of Good Hope the 20th of December 1787. Signed: Bastiaan van Kakom, Second Lieutenant, Cornelis Andriessen, Second Lieutenant, and Paulus Hendrik Vieman, Mate. Lower: In my presence, signed: R: J: V: d: Riet, sworn Clerk. In the margin: As commissioners, and signed: S: V: Echten and C: G: Maasdorp. To the Honorable, Valiant Gentleman, Captain Cornelis Haringman, commanding the Honorable Company's ship Oud Haarlem, and the Honorable Captain Lieutenant Albert Tjerks, and the Honorable Adriaan Michiel Herklots, Junior Merchant on the said vessel. The undersigned petitioners respectfully show:
Dutch transcription
„woord hebbende, had voorsz: Bussorje, zulc op een brutale manier met het zeggen, neen dat verdom ik, ik ga Keulenaar wakker maaken geweigert, invoegen de Capitain denzelven tens arrest aangezegt, en daarop eerst te antwoord bekoomen hebbende zeer wel myn heer bly toe dog vervolgens / nadat gem: Buissonje naa de hut van Keulenaar gegaan, en terstond roe „derom naar den Capitain terug gekeerd was:/an „dermaal in substantie: neen dat verdom begeevende hij zig op dat zeggen terstond van daar in de hul van voorsz: Keulenaar dat kort daarna evengem: Keulenaar, verzeld van voorsz: Bassonje aangekomen zynde, aan de roerganger gevraagd had hoe leg je aan! en door Capitain daar op ten antwoord bekomen hebbend Myn heer dat raakt u niet, ik heb de wagt' ga maar slaapen had gerepte keulenaar den Capit als toen mede te gemoed gevoerd dat verdom i zulx den Capitain hier op vervolgd hebbende: ordonneer ik u arrestt was dit laatste door Keulenaar met het Leggen dat verdom ik ook gij kunt mij geen arrest aanzeggen, dit moetd den scheepsraad geschieden, beantwoord geworden zo dat door den Capitain terstond nog in die ze nagt scheepsraad belegd zijnde, de gem: perzoone als toen ook van wegens den scheepsraad zelve zij gearresteerd geworden. dat gemelde twee eerste Comparanten ook te gezien en gehoord hebben, dat wanneer de Capit zig naar zyn kamer begaf, gemelde Keulenaar den Zel denzelven voor de deur van zyn hut onder het zeggen moet ik van zoo een dronkigen blicem in arrest Litten, dat verdom ik den hoed voor de voeten gesmeeten heeft: hebbende den Eersten Comp„t zig hier op om te gaan slaapen naar beneeden be„ „geeven, terwijl den 2de Comp„e op het dek verbleeven zynde, kort daarna heeft bygewoond, dat gem: Keulenaar en Bussonje onder meer andere injurieuse expressien, hebben uijtgeroepen, kyk eens zulke domme blicems malle Jongens &=a te laaten ons hier zonder schildwagt &„a zitten en weeten niet wat arrest is, wij verdommen om langer in zulk een arrest te blyven, en willen Crimineel gezet zyn - en dat hier op wederom scheepsraad belegt zynde, daarna van gemelde officieren de degens ontnoomen en voor hunne husten schild„ „wagten geplaatst zyn geworden. gelyk hij 2„den Comparant teffens betuigt. ook gezien te hebben, dat Bussonje daarna onder het vloeken en razen, de luijten van de deur der Campagne heeft in stuken geslooten, zonder dat hy 2e Comparant de toen door denzelven gebe„ „zigde expressien heeft kunnen verstaan: als hebbende hy 2e. Compt. zig op dien tyd by 't Com¬ „pas bevonden. — Verklaarende de by de eerste Compten. daags na het hier vooren verhaalde, voorsz: Bussonje te hebben hooren Leggen: ik donder wat in arrest. en voorts in deze of diergelijke bewoordingen, maskie gouverneur of goede vrienden aan Caab daar, een aan alle die hier in't schip zyn veeg ik S: v: 2 zij zg den de S: V: myn Leeuwsche klooten wat aan en zoortge „lyke expressien meer, dewelke de Compten betuigen gem: Bussonje verscheidene reizen zo wel op die morgen. als 's avonds te voren te hebben horen her„ „haalen. — Terwijl eindelijk alle de in den hoofde dezes gem: Comp=e verklaren. nooyt ofte nimmer den Capitain van hun bodem. aan boord beschonken gezien te hebben, nog ook niet te weeten, dat gem: Capitain zig daarin ooijt zou hebben te buiten gegaan. Niets meer verklarende geven de Compten voor redenen van wetenschap als in den text: bereid zynde zulx nader gestand te doen. Aldus Gepasseert aan Cabo de Goede Hoop, den 18 december 1787. voor de Heeren Salomon van Echten en Christiaan George Maasdorp, leden uit den E: Achtb: Raade van Justitie voorm: die de minute dezes benevens de Compten en my gezw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend. /:laager:/ 'T welk ik getuijge /: was ƒ getekend:/ R: J: V: d: Riet. gezw: Clercq. — Recollement. Compareerden voor ons onderget: Gecommitt:s uijt den E: Achtb: raade van Justitie voorm: de Sous Lieutenants Bastiaan van Kakom en Corneli Andriessen benevens den Constapels maat. Pan /::onderstond:/ Hend No 3. Hendrik Fieman, dewelke deeze hunne vooren„ „staande verklaaring van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgeleezen weezende verklaarden daar bij te blyven persisteeren met begeerte dat 'er niets meer bij ofte van gedaan werden zal en spraken dierhalven ter bevestiging der waarheid van dien een yder in 't byzonder de solemneele woorden zoo waarlyk help mij god Almagtig. — /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd en B'Eedigt aan Cabo de Goede Hoop den 20 december 1737. /:was ge„ „tekend:/ Bastiaan van Kakom P: Lieut Corne„ „lis Andriessen. P: Lieut: en Paulus Hendrik vieman (:maat. /:laager:/ mij praesent /: was getekend:/ R: J: V: d: Riet. gezw: Clercq. /:in margine:/ als gecommitt:s /: en getekend: /. S: V: Echten en C: G: Maasdorp. — Aan de welEd: manhafte Heer Capitain. Cornelis Haring„ „man. Commandeert 't Edel Comp: schip oud Haarlem, en den WelEd: Heer Capitain Lieutenant, Albert Tjerks en den Ed: Heer Adriaan Michiel Herklots, onderkoopman op gemelde bodem. — Geeven de ondergeteekenden suplianten. reverentelyk te
English
to make known that they have made bold to address Your Honor and the further ship's council by petition, in order to ask pardon concerning the matter known in due form; but since they, the petitioners, have to this day observed not the least disposition on this, and it seems that the previously adopted deliberative systems are being persisted in, it is for this reason that they once again refer to Your Honor, as eminent head, and to the presented petition, and venture to flatter themselves with a favorable outcome. If, however, unexpectedly, Your Honor should persist to their grievance, the petitioners then take the liberty to kindly request to be granted a copy of all such depositions as have been filed against them and of what occurred in due form, in order to be able to make use thereof wherever it might serve them; trusting that Your Honor, with all due respect, will in all equity not refuse this. Underneath stood: Which was to serve. Was signed: A: C: de Keulenaar and J: C: de Buissonje. In the margin: Aboard the Honorable Company's ship Oud Haarlem, the 23rd of November 1737. To the Honorable Ship's Council aboard the Honorable Company's ship Oud Haarlem, under the command of the honorable, valiant gentleman, Captain Cornelis Haringman. The petitioners respectfully make known that it has happened that some insolences were committed by them, either by both or each individually, against the aforementioned respected head; yet never with any true intention to insult His Honor personally, but such and similar sayings uttered by us proceeded either in passion or through the indiscretion of excessive consumption of drink. They, the petitioners, were condemned by Your Honor's ship's council, first to criminal arrest and thereafter to civil arrest. Thus it is that the petitioners dare once more to make bold and approach Your Honor, humbly to ask pardon of their respective head or further offended parties and to hold what occurred as null and void, trusting that since that time, while they, the petitioners, have been in civil arrest, nothing has been undertaken against any of the illustrious heads of the aforementioned vessel. Trusting at the same time that they will not be reproached in their appointed capacity for the previous commotions, which are naturally human. Underneath stood: Doing which. Was signed: A: C: de Keulenaar and J: C: de Buissonje. Answer drawn up and most respectfully submitted to the Honorable, Worshipful Gentleman, Mr. Johannes Isaac Rhenius, President, together with the further Honorable, Worshipful Gentlemen, Members of the Council of Justice of this Government, in the name and on behalf of Arnoldus Casteleyn de Keulenaar and Johannes Cornelis de Buissonje, the first having been stationed as Lieutenant and the second as Sous-Lieutenant on the Honorable East India Company's ship Oud Haarlem, defendants against the ad interim Fiscal Gabriel Exter, ex officio plaintiff. Honorable, Worshipful Gentleman! Honorable, Worshipful Gentlemen! The defendants, being about to answer pursuant to the favorably granted resolution of Your Worships upon the claim and conclusion entered and filed before Your Worships by the ex officio plaintiff on the 27th of the past month of December; but first, the defendants express their due thanks to Your Worships for the favorably granted copy and extension of time; and proceeding to the answer, they must say that they perceive, with the utmost estrangement, both in the claim and the evidence submitted therewith, how everything set down therein is frivolous, impertinent, and runs directly contrary to the truth, as will appear most clearly to Your Worships from the annexed depositions, to the reading of which the defendants most humbly implore Your Worships' attention. From this Your Worships will see, in the first place, that what is set down in the claim from Article 1 up to and including Article 12 concerning the so frequently mentioned carousing and boozing runs completely contrary to the truth; that, on the contrary, they, the defendants, never gave themselves over to drink to such a degree, or to shocking offense, with the blacks present on the ship as passengers, much less were they ever reprimanded for this by Captain Cornelis Haringman; but that, on the contrary, the defendants performed their service and duty according to their capacity, whereas the excesses and the unheard-of favors and partialities shown by the said Captain Haringman to the said blacks served as an offense to the defendants, not wishing that a heathen should have greater privilege at the table and over the provisions that had been purchased in common for the officers' table aft, than the defendants. But the Captain, with those jointly purchased
Dutch transcription
te kennen dat, zy zich verstout hebben, aan UwelEd: en verdere scheepsraad bij requeste te addresseeren. ten einde achuus te vragen, over het bewuste in formes bekend, dan nadien zy supplianten hier op tot heeden geen de minste despositie, gewaar werden en schijnt bij de voorige genoome raadplegende Pystemaas te volharden, zoo is 't dat zij nogmaals aan uwel als bmininte hoofde, aan het gepraesenteerd Request refereeren en zig met een gunstige uyt„ „slag durven vlyen; zo nogtans onverloopt door uwelEd: tot hunne grive bleef werden gepersisteerd Zoo gebruijken de suppliante de vrijheid uwel minzaam te verzoeken te moogen genieten Copie„ van alle zulke verklaringe als tegen hun zyn be„ „legt en van 't gebeurde in forma. ten einde zig hier van te kunnen bedienen, daar hun zulks te stade zouden kunnen koomen; vertrouwende uwelEd. zulks in alle billijkheid onder reverentie gezegt niet zult refuseeren /:onderstond:/ 'T welk diende /:was get:/ A: C: de Keulenaar en J: C: d: Buissonje. /:in margine:/ Aan boord. van 't Ed Comp: schip oud Haarlem. den 23 November 1737. Aan de welEdele scheepsraad, Aan boord van 't Ed: Comp: schip oud Haarlem, onder Commando van den welEd: manh: Heer Capitan Cornelis Haringman. Geeven de Supplianten Reverentelyk te kenne, dat het No. 10. het gebeurt is, dat 'er eenige insolentien door hun aan het zij beiden of yder afzonderlyk aan voornoemde Respectant hoofd zyn geschied. Aan nimmer met Eenige waarlyke intentie om zyn welEd: perzoneel te beleedigen maar zulke en diergelyken gezegdens door ons gedaan: het zij in drift. het zij door onbescheidentheid van meerder genot van drank is geproflueert, zij Supplianten Eerste Crimineel daar na in Civiel arrest door uwelEd: scheepsraad zyn gecondem„ „neerd. — zo is dat de supplianten zig nog maals. Aurven verstouten en tot uwelEd: toe treeden, om aan hun respectief Hoofd of verdere beladigens; needrig exchuus te vraagen en het gebeurde als van nul en geender waarde te houden, vertrouwende dat nadien tyd terwijle zij supplianten in Civiel arrest geweest zin, niets is gepermoureert teegens eenige der illustre hoofden van die voornoemde bodem. Vertrouwende ook te gelijk dat in hun qualiteit aangesteld niet zal werden gereprocheerd, dan de voorgaande moevementen, die natuurlyk menschelyk zin: /:onderstond:/ 'T welk doende /:was getekend:/ A: C: de Keulenaar. en I: C: de Buissonje. Antwoord gedaan maaken en zeer Eerbiedigst overgegeeven. aan den welEdelen Achtbaaren Heer Heer Iohannes Isaac Rcheniu praesident, beneevens de verdere E: Achtbaare Heeren Raaden van Justitie deezes Gouvernement uyt naam ende van weegens Arnoldus Casteleyn de Heu „lenaar en Johannes Cornelis de Buissonje, de eerste als lieutenant en de tweede als soud Lieutenant bescheyden gewee zynde, op 't E: O:E: Comp: Schip oud Haarlem, verweerders op ende Jeegens den prointerim Fiscaal Gabriel Exter. R:O: Eijsscher. — WelEdele Achtbare Heer! EE: Achtbaare Heeren. Te verweerders zullende antwoorde, volgen gunstige verleerd besluijt van UE: Achtb: op de genoomene Eijsch en Conclusie door den R: O: Eyspe op den 27 der gepasseerde maand december. voor UE: Achtb: ingedierd. dan alvoorens. zoo betuijg de verweerders hunne verschuldigde dank UE: Achtb: voor de gunstig verleende Copia enal „terminatie en tot antwoord overgaande, deede Leggen met de Uijterste ontvreemding, zoo in de Eysch als de daar bij overgelegde bewyzen, ontwaar„ ontwaaren. hoe alle 't daar in ter needer gestelde vrivool impertinent en regtdraats teegens de waarheid aan loopende zij zoo als UE: Achtb: uijt de annexe verklaaringen ten klaarsten zal Consteeren, aan welke lictuure de verweerders UE: achtb: attentie op het ootmoedigst emplo„ „reeren, daar uijt UE: Achtb: in de Eerste plaats zullen zien, dat 't ter needergestelde in den eyjsch van arti: 1. tot artic: 12 ingeslooten wee„ „gens de zoo dikwerf gemeld wordende brassen „rijen en suyperyen gantsch teegens de waarleyd is aanloopende, dat zij in teegendeel de verweer„ „ders nimmer in die graad aan den drank of tot aanstootelijke Eigernis, met de op 't schip bevonden hebbende zwarten als passagier zig hebben gemeen gemaakt, veel min daar over ooit van den Capitain Cornelis Haringsman zyn gereprimendeert geworden, maar dat inteegendeel de verweerders hun dienst en pligt hebben waargenoomen. volgens hun qualiteit maar de buitenspoorigheeden en de ongehoorde gunst bewyzen en favoriteyten van den Capitain gem: Haringsman aan gemelde zwarten be„ „weezen de verweerders tot ergernis hebben verstrekt, niet wilde dat een Heyden meerder voorrecht aan de tafel en over de Consumptie die in het gemeen agter op voor tafel onder de officieren waaren gekogt. zouden hebben Aan de verweerders. Maar den Capitain met die gemeene aange„ „kogte oo in d zen, d twe ae„
English
bought and by the Honourable Company supplied victuals, lived and acted as arbitrarily as if the same belonged solely to him, the junior merchant, Captain Lieutenant, and doctors, along with that aforementioned black woman, and had been purchased and supplied for them, and that the defendants not only, but all further officers at the back, were served as if they had no part in them, but only after the said Captain C: S: aforementioned had taken their share thereof, the remainder was handed over to them as if by favour, just as disputes have also occurred several times over the water between the defendants and the Captain, because it was uselessly squandered by the Captain for dogs and birds, and they, as well as the common men, had to suffer want as a result of that treatment by the Captain, where the defendants showed their displeasure and made the unreasonableness thereof known to the Captain; but notwithstanding all reasonable representations, to be seen more fully in the deposition for those and other reasons, they were unable to obtain anything from their Captain, the consequence of which was that the Captain sought to vex the defendants in everything, and such is the true brew of persecution and hatred that moved the said Captain to accuse and deliver the defendants here to the Officer Demandant, just as from the deposition Your Honours may please examine the conduct and actions of the Captain in detail, which are quite more offensive and run contrary to reason and duty than those of the defendants, wherefore the defendants deem it unnecessary to repeat everything here by way of reiteration, as the statements in the said deposition will merit more credit than what the defendants say of themselves, and would make this document too laborious. The Demandant up to Article 18 included, regarding the general accusation of drunkenness, guzzling, and revelry, shall be held accounted for, since the untruth thereof is most clearly established from all the depositions. However, in Article 10 something specific is spoken of, namely that the defendants, instead of attending to the morning sounding according to the orders of the Captain, rather employed their time in guzzling and revelry, against which the defendants find themselves compelled to inform Your Honours of the true circumstances thereof according to truth, since no mention thereof is made in the deposition, whereupon the same, as well as the further assertions, shall fall away, just as the assertion in Article 15 also merits its specific defence. The Officer Demandant asserts in Article 11 that the defendant was supposedly ordered by the Captain to attend to the sounding, and had refused such under the pretext of going to sleep, whereupon may it please Your Honours to be informed that at the beginning of the voyage, the sailor And. r Matthijse had been assigned to the defendants for the keeping of the watch, who after a few days was taken away again from the defendants by the Captain and subsequently placed with the Captain on the day watch. The defendants asked the Captain the reason thereof, who thereupon said he had done so because the defendants then would not be needed at the morning sounding, but could evidently sleep, with which the defendants were satisfied and subsequently did not further attend the sounding in the morning. On the 20th of August, being requested by the Second Lieutenant Gillis Bruijning Vliger to help take the sounding, the defendants said that the Captain had told them they were not needed there, but went to sleep, just as, after having smoked a pipe in their cabin, they went to sleep without even seeing the blacks, thus once again contrary to the truth that the Captain had ordered them such and that they rather spent their time in guzzling and revelry than attending to their affairs, since the Captain had discharged them therefrom. And further Article 14, that a few days thereafter the defendants, in drunkenness during the watch of the Captain Lieutenant, allegedly made a terrible noise and were supposedly unable to take over their watch, although the contrary is well established from the depositions, the defendants will nonetheless take the liberty to inform Your Honours further regarding this, namely that on the 27th of the said month it occurred without any noise having been made on deck, or the defendants having been in any way intoxicated. The defendant, De Keulenaar, having lain down to sleep on the bench under the poop deck at 9 o'clock in the evening, and thus slept during the watch of the Captain Lieutenant, just as the defendant Bussonje had also gone to his straw. The defendant De Keulenaar waking up, not knowing he had been called, immediately asked what time it was; the helmsman said to him that it was five glasses, whereat the defendant was startled, went further to the Captain who had the watch, and in good manner asked to take over the watch. The Captain answered that he would not hand over the watch, that it was his watch. The defendant De Keulenaar thereupon went away again, saying, then it is well, but immediately returned again, and asked the Captain to take over the watch, fancying that the watch from 12 to 4 o'clock was his regular watch, asked the Captain whether he did not find him in a condition to attend to his post, that he did not leave his watch. The Captain nevertheless continued to persist.
Dutch transcription
„kogte en door de E: Comp: verstrekte victualie zoo wille„ „keurig leefden en handelde als of dezelve alleen voor hem, den onderkoopman Capitain Lieutenant en doctors beneevens die meergemelde zwartin waaren toebehoo„ „rende, en voor hun waaren aangekogt, en verstrekt en de verweerders niet alleen maar alle verdere of„ „ficieren agter op die wierden toe gedient, als of zij geen deel aan dezelve hadden, maar na dat ge„ „melde Capitain C: S: hier vooren gemeld hunne daar van genoomen hadden, hun als pr vriendschap het overschot wierd overgereykt, zoo als over 't waater meede verscheyden maale oneenigheeden zyn geweest, tusschen den verweerders en den Capitaa door dien 't nutteloos door den Capitain voor honder en vogels werd verquist, en zy zoo wel als den ge„ „meenen man daar bij gebrek moeste leyden om die behandeling van den Capitain, daar de ver„ „weerders hun ongenoegen hebben getoond, en de onbillijkheijd daar van aan den Capitain hebben te kennen gegeeven; dog niet tegenstaande alle billijke vertoogen, om die en andere reedenen uit de verklaaring breeder te zien, niets bij hun Ca„ „pitain hebben kunnen obtineeren, waar van 't gevolg is geweest, dat den Capitain de verweer„ „ders in alles heeft getragt te Colineeren en zulx de waare brouwel van de vervolging en haat zy die den gem: Capitain hebben bewoogen, om den verweerders alhier aan den R: O: Eysscher aan te klaagen en overtegeeven. zoo als uyt de verklaring uEd: Achtb: breedvoerig het gedrag en handeling „handelinge van den Capitain gelieve na te zien, de vrij aanstootelijker en teegens reeden en pligt aanloopen dan die van de verweerders, waar om de verweerders onnoodig agten. het alles by repeteering hier te herhaalen wijl het gezegde in gem: verklaaring meerder geloof zal meri„ „teeren, dan 't geen de verweerders van zig zelven zeggen, en dit schriftuure te opereus maaken. den eysscher tot artic: 18 ingeslooten. weegens de generaale beschuldiging van dronkenschap, Luijpen en Brassen als verantwoord houden zullen, wijl uijt alle de verklaaringe de onwaar„ „heid van't zelve ten klaarsten Consteerd. Edog van Artic: 10. van iets speciaal word gesprooken, dat de verweerders in steede van de morgen pijling. volgens order van den Capitain waar te neemen, zij lieven tot Luijpen en brassen hun tijd employeerde, waar teegens de verweer„ „ders zig genoodzaakt vinden UEd: Achtb: van de toedragt derzelve naar waarheyd te informee„ „ren, wijl van 't zelve in de verklaaring geen gewag gemaakt word, wanneer 't zelve even als 't verder geposeerde zullen vervallen, zoo als ook het geposeerde in Artic: Men15 zyn speci„ „aale verantwoording meriteert, den R: O: Eys„ „scher in artic: 11. poseert dat de verweerder van den Capitain order zoude gehad hebben, om de pijling te moeten waarneemen, en zulks onder het voorgeeven van te gaan slaapen hadde ge„ „weijgert, daar op uEd: Achtb: gelieve g'informeert te te weezen. dat met 't begin van de reize tot ' waarneemen van de wagt de verweerders wa „ren toegevoegt, den mattroos And. r Matthijse welke door den Capit: van de verweerders na eenige daagen weeder is afgenoomen, en verv „gens geplaast bij den Capit: op de dagwag de verweerders aan den Capit: de reede daar van hebben gevraagd, welke daarop zeyde zulks gedaan te hebben, om dat de verweerders dan 's morgens bij de vijling niet noodig hadden maar konde blykens slaapen, daar in de ver„ „weerders hun genoegen naame en vervolgens des 's morgens de pijling niet verder hebben geba op den 20 Augustus door den Sous Lieutenant G „lis Bruijning vliger zyn verzogt, om de pijlin te helpen neemen de verweerders hebben gezegd dat de Capitain hun gezegd had. daar bij niet noodig te hebben, maar gingen slaapen, gelyk zy naar, een pijp in hun hut gerookt te hebb zyn gaan slaapen zonder de zwarten eenste zien, dus wederom teegens de waarheyd dat de Capitain hun zulx geordonneert hadde, en zij liever hun tijd met Luijpen en brassen door bragten, dan hun zaaken waar te neemen, alzoo den Capitain zulks hun daar van had ontsta „gen. en verder Artic: 14. dat eenige daagen daar op de verweerders in dronkenschap in de wagt van den Capit: Lieutenant, een vreeslyk ƒ leeven zoude hebben gemaakt, en buijten staat zoude zyn geweest, om hun wagt tover te neem Schoor schoon zulx uijt de verklaaringe wel het tee„ „gendeel Consteerd. zoo zullen niet tegenstaande de verweerders de vryheyd neemen. UE: Achtb: hier van meede naader te informeeren, als dat op den 27=e der gemelde maand is voorgevalle zonder dat 'er eenig leeven op het dek was gpehou„ „den, of dat de verweerders eenigzints beschon„ „ken hadde geweest, den verweerder, de Keulen „naar op de bank onder de Campagne des avonds om 9 uuren zig te slaapen hadde gelegd, en dus geduurende de wagt van d' Capit: Lieut: geslaa„ „pen, zoo als ook de verweerder Bussonje na zijn hooij was gegaan. den verweerder de Reu„ „lenaar wakker wordende, niet weetende geport te zyn, direct vroeg hoelaat het was, den roerganger teegens hem zeyde dat het vyf glaa„ „sen was, daar den verweerder zig van veral„ „tereerde verder naar den Capit: ging die de wagt hadde en in goed fatsoen vroeg, om de wagt overteneemen. den Capit: antwoorde dat hij de wagt niet overgaf dat het zyn wagt was, de verweerder de Keulenaar daarop wee„ „der heen gong, met te zeggen, dan is het wel, maar opstond weeder terug keerde, en teegens den Capit: vroeg, om de wagt overteneemen, verbeeldende, dat der wagt van 12 tot 4 uuren zyn vaste wagt was, tegens den Capitain vroeg of by hem dan niet instaat bevond om zijn post waarteneemen dat hij niet van zyn wagt gong, den Capit: evenwel bleef persisteeren „
English
and said that the defendant had no fixed watch and did not want to hand over the watch, placing the defendant de Keulenaar under arrest for this, after which the same went into his cabin until the morning. When he further spoke with the captain about whether the Company did not provide him with a fixed watch from 12 to 4 o'clock, he was convinced by the captain that this was not so, that he had to keep such a watch as the captain ordered, with which the defendant de Keulenaar was also satisfied and apologized for his mistake, without anything further occurring regarding this matter. The defendant de Bussonje was completely out of it, as he had remained asleep until 4 o'clock in the morning, when he, the defendant de Bussonje, was first awakened. Coming onto the deck, he showed his astonishment, asked the captain what the reason was that he had let him sleep, to which the captain answered the defendant Bussonje that he had not been able to wake the defendant de Keulenaar, and therefore had kept the watch himself and had let him, the defendant de Bussinje, sleep, after which he, the defendant, kept the day watch with the captain lieutenant, without any displeasure being shown to the defendant de Bussonje, much less that he would have been placed under arrest for it, as alleged in the claim by the officer demandant; thus again both the claim and the declaration produced by the officer demandant go against the absolute truth, since the defendant de Buissonje had never been under arrest before 7 October, nor had he ever given reason for it. Proceeding further to article 19, that this is the only misstep for which the defendants can be accused, though it, just like the preceding, has been greatly exaggerated and presented beside the truth, as if the defendants belonged to the worst sort of humanity, which is better evident from the declaration produced on this side. As also is evident from the declarations, the exaggeration of what was posited, done by the honorable demandant on the pretext of the captain and on the basis of the declarations given by him and his kind, is sufficiently evident; which falsehood, after having first presented this to your Honors according to the truth, the defendants will most humbly attempt to demonstrate further. May it please your Honors to be further informed that on the 7th or in the night between the 7th and 8th of October it happened that they, the defendants, in the evening, while smoking a pipe of tobacco, sat with the aforementioned blacks in their cabin, joked with them, and drank a few glasses of wine until about eleven o'clock, when the defendants went to their hammocks, indeed feeling that they had drunk, yet being not at all intoxicated. The defendant de Keulenaar, being awakened at 12 o'clock and being in his first rest, did not immediately wake up. The defendant de Bussonje had sat down in the gallery, because it was already so late, in order to be immediately at hand. Having awakened by the noise heard at 12 o'clock, he came onto the deck for a glass, then first went directly to the cabin of the defendant de Keulenaar to awaken him, but could not wake him immediately, went to the captain lieutenant who was still on watch, and asked him to take over the watch, saying that he would have his mate the defendant de Keulenaar awakened. The captain lieutenant did not want to hand over the watch, saying that he had handed over the watch to the captain. The defendant de Bussonje remained waiting for the captain until he came, in order to request the captain to take over the watch as the defendant de Bussonje requested the captain, but the captain refused without giving any reason, only saying that he did not want to hand over the watch, that he, the defendant, should go under arrest and just go to sleep, that he would keep the watch for him. The defendant Bussonje, saying nothing but it is well, went again to the defendant de Keulenaar 8 to awaken him and recount what had happened. The latter, having then awakened, came onto the deck and asked the predecessors, how fares your helm? The captain thereupon said, that does not concern you, just go under arrest. The defendant de Keulenaar thereupon asked the captain what he had done wrong to go under arrest. The captain said, because you were awakened and did not get up, repeatedly ordering the defendant de Keulenaar to go under arrest, which he refused except upon order of the ship's council, as he did not know he had done anything that merited arrest. Thereupon a ship's council was immediately held and both defendants were then placed under criminal arrest. The defendant, through the daily persecution by both the captain and his associates, then lashed out in anger against the captain over the unreasonableness of their behavior toward them, the defendants, as far as they can recall, reproachfully calling the captain an aronkaart, and finding his treatment all the more unfair, and reproached the captain lieutenant for making use of the Company's timber to have everything made for himself, and that they, the defendants, were treated like boys, having asked several times merely to have their water rations improved, which they could not even obtain, which the defendants trust was indeed spoken with some anger, yet the defendants are not aware of any
Dutch transcription
en zij dat den verweerder geen vaste wagt had en de wagt niet wilde overgeeven, den verweer„ „der de Keulenaar: daar over Arrest AanLeijden dezelve daarop in zyn hut gegaan zijnde tot des 'smorgens. wanneer hy verder met den Capitain sprak of de Comp: hem dan geen vast wagt verstrekte, van 12 tot 4 uuren, door den Capit: overtuigt wierd van neen, dat hij zoon „daanige wagt mogte waarneemen, als den Capitain ordonneerde daar den verweerder de Keulenaar meede genoegen nam en over deszelfs misslag Excuus verzogt, zonder dat iets verder daar over is voorgevallen, zynde de verweerder de Bussonje geheel daar buijt alzoo die was blyven slaapen, tot des 's morgen ten 4. uuren wanneer hy verweerder de Rus„ „sonje eerst geport wierd, op het dek komen zyn verwondering toonde, teegens den Capitain vroeg, wat de reede waare dat hyj hem had laaten slaapen, den Capitain hem verweerder Bussinje antwoord, dat hij den verweerder de Keulenaar, niet waker had kunnen krijgen en daar om, de wagt zelve had waargenoomen en hem verweerder de Bussinje had laaten slaapen, wanneer hij verweerder de dagwagt met den Capitain Lieutenant heeft waargeno „men, zonder dat eenig misnoegen, aan de verweerder de Bussonje is getoond geworden veel min dat hij in arrest daar om zoude zij geset, zoo als bij eijsch door den R: O: Eysscher deposeer geposeert, dus weederom zo wel den Eysch als de verklaaring door de R: O: Eysscher Geprodu„ „ceert tegens de volstrekte waarheyd is aanloo„ „pende, alzo de verweerder de Buissonje, nim„ „mer voor den 7„e october in arrest is geweest, nog nimmerr reedene daar toe te hebben gegeen „ven. Verder overgaande tot artl 19. dat de eenige misstap zi daar in de verweerders konnen beschul¬ „digt worden edog het zelvers Even als het voorgaande zeer vergrootend, en bezyden de waarheyd voorgedraagen, even of de verweerders onder 't slegtste sorteering van 't menschaine behoorde, dat uyt deeser Zyds geproduceerde verklaaring beeter consteerd. zoo als uyt de verklaringe meede Consteeren: de vergrooting van het geposeerde, door den E: E: Eysscher op het voorgeeven van den Capitain en op grond van de door hem en zyn mede soort gegeeven ver„ „klaaringen gedaan, genoegsaam Consteerd, dog welke valscheid den verweerders, naa dit ƒ alvoorens UE: Achtbaarens na waarheid te heb„ „ben voorgesteld. op het ootmoedigst nader zullen tragten aan te toonen. UE: Achtb: gelieve aan verder g'informeert te zyn, dat op den 7e of in de nagt tusschen den 7en 8„e October is gebeurd. dat zij verweerders des avonds onder het rooken van een pyp Tobak bij meergem: zwarten in haar hut geseeten heb„ „bende met dezelve gebadoneert eenige glaasen wijn „wyn hebben gedronken. tot omtrent Elf uuren, wanneer de verweerders naakooij zyn gegaan, wel voelende gedronken te hebben, dog gantsch niet beschonken waaren, den verweerder de Keulenaar om 12 uuren gepirt wordende in zyn Eerste rust zynde, niet direct waker is gewor„ „den, den verweerder de Bussonje in de galderij zig needer hadde gezet, om dat het reeds zoo laat was, om direct bij de land te zyn 't gerucht dat om 12 uuren hoorden waker geworden zynde om een glas op het dek gekoomen zynde, vervol„ „gens eerst direct naar de hut van den verwee „der de Keulenaar is gegaan om dezelve te porren: edog niet direct waket konde krijgen na de Capitain Lieutenant die nog op de wagt stond: ging en dezelve vroeg om de wagt over te neemen; dat hij zyn maat den verweerder de Keulenaar wel zoude laaten porren, den Capitain Lieutenant de wagt niet wilde overgeeven. zeggende dat hy de wagt aan den Capitain had overgegeeven den verweerder de Bussonje op den Capitain bleef wagten tot dat dezelve kwam om den Capitain te verzoeken de wagt over te neemen gelijk den ver„ „weerder de Bassonje den Capitain verzogt, dog dat den Capitain refuseerde zonder eenige reeden te geeven alleenig zyde dat hij de wagt niet over geeven wilde dat hy verweerder in arrest zoude gaan en maar zoude gaan slaapen, dat hij de wagt voor hem waar zoude neemen, den ver„ „weeder Bussonje niet te zeggen 't is goed, weeder naar den verweerder de Keulenaar is gegaan 8 om hem te ponnen en't voorgevallene te verhaalen, die daar op wakker is geworden op 't dek koomen, „de tegens de rvergangers vroeg, hoe vaard u roer, den Capitain daarop zyde, dat raakt u niet gaat maar in arrest, den verweerder de Keulenaar daarop teegens den Capitain vroeg wat hij dan misdaan had: om in arrest te gaan, den Capitain zeyde om dat gy geport zyt, en niet opgestaan, bij herhaalde reyze den verweerder de Keulenaar in arrest ordonneerde te gaan, welke dezelve refuseerde als op order van den scheepsraad alzo hy niet wist iets misdaan te hebben, dat arrest meriteerde. daar op direct scheepsraad is gehouden en de bij de verweerders toen Crimineel arrest zyn aangezegt. den verweerder door de dagelykse vervolging. zoo door den Capitain als zyn C: S: als toen in drift teegens den Capitain uyt„ „voer, over de onreedelykheid hunner gedrag met hun verweerders, zo veel zij hun kunnen rappelleeren, den Capitain verweet. dat hij een aronkaart was, en des te onbillijker zyn behandeling vonden, en den Capitain Lieutenant verweeten. dat dezelve van 's Comp:s hout gebruyk maakte, om alles voor hem te laaten maaken, en dat zij verweerders als Jongens behandeld wierde verscheyde maale gevraagd hadde, om maar in't randsoen van 't waater verbeeterd te worden, dat niet eens konde krygen, welke de verweerders vertrouwen dat wel met eenige drift is uijtgesprooken geworden, edog zyn de verweerders niet bewust Eenige
English
having uttered any brutalities, or having directed any improper expressions against the Capitain and Capitain Lieutenant, much less against the Right Honorable Lord Governor or the government here. However, the next day, being present and passions having somewhat cooled, in order to prevent all further disputes, and as they might possibly in their passion have said too much about what occurred, having requested pardon from all whom they might have offended, yet all in vain, since the Capitain and his following now had it their way, to give free rein to their long-harbored hatred and desire for revenge, as they were now in their hands. When viewed in this light with a legal, impartial eye, Your Honors will most clearly ascertain the deliberate intention to persecute the defendants and the partisanship of the Capitain and his faction, and therefore his given declaration cannot merit any credit in law. For in the first place it is certain according to law that a declaration given out of bias cannot stand in law; in the second place, it is a legal opinion that if a witness has testified falsely in one matter of his declaration, his whole declaration is false, or at least no credit can be given to such a witness, and that such is the case here is clear as day from the declaration produced on this side. Finally, the witnesses are also reproachable, both due to their partisanship and because four of them—the Capitain, Capitain Lieutenant, junior merchant, and doctor—together constitute the faction that has sought the defendants' ruin and downfall. And as for the remaining witnesses, they were also quite forced to give declarations in order thereby to remain favorites of the Capitain and thereby make their fortune or advancement, and thus can equally be considered as having been bribed for that purpose. And such will appear sufficiently from their own declarations, for when all of them are confronted with one another, they are unanimous, and thus at all that passed and was declared, all those witnesses must have been present with one another, and their senses must have been equally active, precisely all at one and the same moment to have seen and heard everything equally, one and the same, without a single word having escaped anyone, which may well be called a wonder to find such among so many witnesses. And this, Honorable Lords, being considered with Your Honors' customary attentiveness, Your Honors will most clearly ascertain the collusion of the parties, and see from it that it is a truly fabricated and collusive declaration, which can never merit credit in law. Thus the defendants trust that they have demonstrated, with the most well-founded evidence, not only the groundlessness but the entire unlawful action of the Officer Plaintiff, and with irreproachable witnesses have sufficiently proven to the judge that they, the defendants, have not made themselves guilty of such crime as has been laid to their charge. And the laws upon which the Officer Plaintiff has based his claim having thereby fallen away, the same claim and conclusion taken must be dismissed. That even if the defendants had made themselves guilty of a small offense, the defendants trust in the most generous sentiment which resides in the hearts of Your Honorable Court, that Your Honors will find the already suffered punishment of so long an arrest more than too severe for the committed mistake, all the more added thereto the submission shown in the request for pardon to the commanders of their vessel, of whom they already had so many indications that they sought to bring about their downfall. And on the basis of which, and all that occurred as mentioned hereinbefore, the defendants, rejecting all the reasons and grounds set forth in the claim and conclusion taken by the Officer Plaintiff with express denial, frivolousness, impertinence, and lack of foundation, hoping that Your Honors will make no difficulty in rejecting the claim and conclusion made and taken by the Officer Plaintiff, with costs, and leaving reserved to the defendants such action as they, on account of suffered insult, costs, damages, and interests, may recover from the Capitain Cornelis Haringsman, as and where they shall find appropriate, or to dispose otherwise as Your Honors shall find lawful and equitable. /:was signed: A: C: de Keulenaar and I: C: de Buissonje /: in the margin:/ Exhibited in Court on the 24 Jann: 1788.— Today, the 5 January 1733.— Appeared before me, Ryno Pols van der Riet, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, present the hereinafter named witnesses, Iacob de vroe, comforter of the sick, and Cornelis van Ael, commander of the soldiers assigned to the outgoing ship oud haarlem, and of competent age, who, at the requisition of Lieutenant Arnoldus Castelijn de Keulenaar and Sous-Lieutenant Iohannes Cornelis de Buissonje, likewise assigned to the aforesaid vessel, declared it to be true: That the requirants, in the beginning of the voyage, having had disputes now and then on board with the Capitain of their vessel, by name Cornelis
Dutch transcription
eenige brutaliteiten te hebben gezegd, of eenige Laai„ „ „cuse uijtdrukingen teegens den Capitain en Capit„ Lieutenant te hebben geugt, veel min teegens den welEdelen Gestrengen Heer Gouverneur of de regeering alhier edog des anderen daags praesent zynde de driften eenigzints bedaart geworden, om dog alle verdere geschillen voor te koomen, en zy moo„ „gelyk door hun drift iets te veel gezegt mogte hebben over 't voorgevallene kouis hebben ver¬ „zogt aan alle die zy mogte beleedigt hebben, dog alles vrugteloos alzoo den Capitain en zy Ev: nu 't na hun zin hadden, om de lang opgevatte haat en wraaklust den teugel te doen vieren„ wyl zij nu in hun handen waaren, dat nu weederom zoo beschoud zynde, met een regtelyk onpartidig oog zullen UE: Achtbaarens het opset„ „telyk om de verweerders te vervolgen, en de parti sugt. van den Capitain en zyn C: S: ten klaar„ „sten Consteeren, en dus deszelfs gegeevene ver„ „klaaring in regten geen geloof kunnen meziteeren, wijl in de eerste plaats na regten zeeker zy, dat een verklaring gegeeven uijt partij Lugt in regten niet kan bestaan, in de 2:te plaats zoo is het een regtelyk gevoelen, dat een getuijgen in een zaak van zijn verklaaringe valsch getuijgd zyn gantsche verklaaring valsch is, ten minsten geen geloof aan zoo een getuyge kan gegeeven worden, en dat hier zulx plaats heeft Consteerd zonneklaar uyt de ten deezen zyds geprodu„ ceerden „ceerde verklaring. Eyndeling zynde getuijge ook reprosabel. zoo uijt haar Parthyschap, als om dat vier van dezelve den Capitain. Capit: Lieutenant onderkoopman, en doctor. met den anderen de factie uijtmaaken, die des verweer„ „ders verderff en ondergang hebben gezogt, en wat de verdere getuygen aangaan, zyn meede wel genoodzaakt geweest. verklaaringe te geeven, om daar door Gunstelinge van den Capitain te blyven, en daar door hun fortuyn of avancement te maaken dus eeven konnen gereekent worden als daar toe omgekogt en zulks zal uijt de eygen verklaringe genoegsaam Consteeren, want dezelve alle teegens den an„ „deren geconfronteerd, zoo zyn dezelve een sluij„ „dend. en dus bij alle 't gepasseerde en verklaar„ „de moeten alle die getuijgen praesent zyn by den anderen geweest, en hunne sintuijgen gelyk werkzaam zyn geweest, om Juijst alle op een en't zelve tydstix alles te gelyk een en't zelve te hebben gezien en gehoort zonder dat by iemand een Enkeld woord is ontsnapt, dat wel een won„ „derwerk mag genoemd worden in zoo veel ge„ „tuijge zulx te vinden en dit E: Achtb: Heeren door UE: Achtbaarens gewoone attentie beschouwd wordende zullen UE: Achtbaarens. de zaamen spanning van parthijen ten klaarsten Consteeren en uyt dezelve zie dat een waare opgemaakt en zaamen overlegde verklaaring zy, die nim„ „mer in regten geloof kan merteeren, dus de verweerders verweerders vertrouwen met de allergefundeerd bewijzen te hebben aangetoond, de ongefundeert, „heid niet alleen maar de gansche weederreek„ „telijke actie van den R: O: Eijsscher en met inren „prochabele getuygen. den rechter genoeg beweest dat zij verweerders zig niet hebben schuldig gemaakt, aan zoodanige Crime welke hun Een lasten zyn gelegd, en waar door de wetten by den R: O: Eysscher zyn eijsch op heeft gefundeert weg„ „gekoomen zynde, zoo moet dezelve genoomen eijsch en Conclusie vervallen. — dat of schoon de verweerders zig aan een kleyne misdaad mogte hebben schuldig gemaakt zoo vertrouwen de verweerders op 't edelmoedigst gevoele, welk in de harten van uwel Edele Achtb: huijsvest, dat uwelEd: Achtb:s de reedes geleedene Atratje van zo een langduurig arrest, meer dan te zwaar zullen bevinden, voor de begaane misslag, te meer daar by nog gevoegd. de submissie bij 't versoek van Excuus aan de opper„ „hoofden hunner boodem beweesen, daar van zy leeds zo veel blyken hadden, dat dezelve hun ondergang zogte te bewerken, en op grond van welke en alle 't gepasseerde hier vooren gemeld. de verweerders afslaande alle de reedenen en middelen, bij des E: O: Eijsschers genoomene eysch en Conclusie ter needer gesteld bij expresse den „negatie frivoliteit impertinent en ongefun„ „deert verhoopende, dat UE: Achtb:=re geen zwar„ „tigheijd zullen maaken, om des E:O: Eysschers zijn Dedaane No. 11. gedaane en genoomen eysch en Conclusie te ontzeggen met de kosten, mitsgaders aan de verweerders gereserveert te laaten, zoodanige actie als dezelve weegens geleedene hoon kosten schaaden en interessen, aan den Capitain Cornelis Haringsman te verhaalen, zoo en daar zij zulx zullen bevinden te behooren, ofte zodanig anders te disponeeren, als uE: Achtb:s na regt en billyk zullen vinden /:was getekend: A: C: de Keulenaar en I: C: de Buissonje /: in margine:/ Exhebitum in Judicio den 24 Jann: 1788.— Huiden den 5 January 1733.— Compareerden voor mij Ryno Pol„s van der Riet gezw: Clercq ter secreturije van Iustitie des Casteels de goede Hoop, praesent de nagenoemde getuigen Iacob de vroe, zieken trooster en Cornelis van Ael Commandeur der soldaaten op het uijtkomend schip oud haarlem bescheijden, en van Competenten ouder¬ „dom, dewelken ter requisitie van den op voorsz: bodem meede bescheyden geweest zynde Lieutenant Arnoldus Castelijn de Keulenaar, en sous lieu„ „tenant Iohannes Cornelis de Buissonje, ver„ „klaarden hoe waar is.— dat de reqten in 't begin van de reyze nu en dan aan boord disputen gehad hebbende, met den Capitain van hunnen bodem in naame Cornelis
English
Cornelis Haringman on account of a certain black woman who had been on board as a passenger and had been placed by the Captain at the table above the petitioners, concerning which the petitioners had continually and politely requested the Captain to make another arrangement on board in that regard, without this having had any effect; as the Captain, instead of satisfying the petitioners herein, on the contrary first placed that same black woman next to his side at the table for several days, merely to defy the petitioners, and subsequently had her eat in his cabin, while she nevertheless finally went below after that. That besides the Captain having given the petitioners various sharp reprimands over this, the appearers also observed that the Captain from that time on continually treated the petitioners very unpleasantly and regarded slight trifles of the petitioners as very gross misconduct, notwithstanding that he, like someone wishing to exercise sovereign authority, consistently chose to overlook very capital offenses, which in the strictest sense might even have involved the scaffold, committed by other persons on board upon whom he had cast a more favorable eye; which, besides having caused continual confusion on board, had the consequence that the Captain, having won over the first Lieutenant, the junior merchant, and the doctor to his interests and having, as it were, formed a faction with them, sought to manage everything on the ship according to their own arbitrary will, and bore a bitter hatred toward the petitioners—who occasionally stood upon their rights and, on occasions when the Captain with his flatterers were busy playing games in the evening until nine or half past nine o'clock and therefore quite unconcernedly made all the other persons, who were accustomed to eat at half past seven and then enjoy their rest, wait until that time, showed their displeasure about it—and let no opportunity pass to make the petitioners experience the proof thereof. That also on board a dispute had arisen more than once between the Captain and the petitioners, that the Captain and his friends were acting in such an arbitrary manner with the water and other provisions, given that, notwithstanding the shortage of water had increased to such an extent that the petitioners and the crew continually had to have their rations reduced, the Captain and company nevertheless always provided themselves with those necessities in abundant measure, and even had a jug of water supplied, notwithstanding this, for every dog of theirs that was on board; which caused an even greater displeasure, since the petitioners, having insisted as officers on some greater relief for themselves, nevertheless had to resign themselves to a continual refusal. That, although it is true that during the voyage the petitioners once had the misfortune of being drunk during their watch and being placed under arrest for that reason, the appearers nevertheless must testify to having never seen the petitioners drunk on board, except for this single occasion, but to having always seen them faithfully perform their duties, notwithstanding the unpleasantnesses they endured from the aforesaid faction and particularly from the Captain, and even so that they never wished to meddle with the said Captain and his company. That they, the appearers, did witness that the petitioners occasionally bantered with the aforesaid black woman, but that they were not the only ones who made so familiar with the said black woman, as the Captain, junior merchant, and doctor can by no means be declared free from that, since it happened not infrequently that they leapt around arm in arm with the said black woman in public on the deck, and often flopped her down on her bare backside upon the peas when they were laid out on the deck to dry, save your presence, and committed more such antics, too many to all be enumerated here by the appearers. That they, the appearers, it is true, saw the first petitioner on the aforesaid night, when he had been overcome by drink, with the black woman's cap on his head, without however having heard any lewd expressions from either the first or the second petitioner; the first petitioner having only that night, in the presence of the second appearer, reproached the Captain for being a drunkard, and the Captain-Lieutenant Tjerks for having the privilege of having a chest made of the Company's wood, whereas he, the petitioner, and others could not even get any water on board. The appearers further declaring that the boatswain and the sailmaker also quarreled so violently in public on board that they beat each other terribly and even attacked each other with sharp weapons, without this matter having had any consequences, just as little as the incident of the boatswain and the boatswain's mate, who struck holes in each other's heads with a bottle, which likewise caused not the slightest reflection on the part of the Captain. As the appearers further declare that the Captain, having arrived at Robben Island, intentionally delayed there until he had delivered a barrel of Company's powder to the boat of the post-holder of that island, whereupon he subsequently resumed the voyage to this roadstead. Declaring nothing more, the appearers also give
Dutch transcription
Cornelis Haringman wegens zeekere zwarten die zig als passagier aan boord bevonden had, en door den Capitain aan de tafel boven de requiranten was geplaatst geworden, waar over zy requiranten den Capitain by Continuatie in het vriendelyke hadden verzogt, om dies wegens een andere schikking aan boord te maaken, zonder dat zulx van eenige uitwerkinge geweest was: als hebbende de Capitain in steede de requiranten hier in ge„ „noegen te geeven, ter Contrarie de zelve Zwartin eerst, eenige daagen aan de tafel, alleen om de requiranten te trotseeren, naast zyn zyde geplaatst en dezelve vervolgens in zyn kamer doen eeten, terwyl zy egter daar na eindelijk naar beneeden geraakt was. dat behalven dat de Capitain den requiranten hier over diverse bitse bereegeningen gegeeven heeft, de Compten ook hebben opgemerkt, dat de Capitain zeedert dien tijd bij Continuatie de requiranten zeer onvriendelyk heeft behandelt, en geringe beuselingen van de reqten. voor zeer groove misslagen aangemerkt, niet tegen„ staande hy ook en andere perzoonen aan boord, op wien hij een gunstiger oog gevestigd had zeer Capitale misdaden daar ten striksten genomen 't schavot meede gemoeyt zoude kunnen zyn, steeds: als een souverzain gezag willende voeren over 't hoofd heeft willen zien, 't geen dan aan boord behalven eene Continueele verwarring veroorzaakt te hebben van die gevolgen geweest was was, dat de Capitain den eerste Lieutenant den onderkoopman en doctor, in zyn belangen gekreegen en met hun als 't waare eene factie uitgemaakt hebbende, op het schip alles naar hun eigen willekeur hebben zoeken te tracteeren, en de reqte dewelke nu en dan eens op hun regt stonden, en bij geleegendheeden dat de Capitain met zijne vlyers 's avonds tot negen uuren, of half tien met speelen beezig waaren en dierhalven vrij ongegeneerd alle de overige perzoonen die gewoon waren om half agt uuren te eeten, en dan hun rust te genieten, tot dien tyd te laaten wagten, hun ongenoegen daar over betoonde om die reedenen een bittezen haat hebben toegedraagen, en geen gelegendheid laaten vóórbij gaan, om de reqten de blijken daar van te doen ondervinden. — dat ook aan boord meer dan eens tusschen den Capitain en de reqten verschil was gereesen, dat de Capitain met zyne vrienden op eene zo willen „keurige wijze met het water en andere provisien te werk gingen gemerkt, niet tegenstaande het gebrek aan water zo zeer was toegenomen dat men de reqten en het volk geduurig in hunne randzoenen moest verminderen, zy Capitain C: S: zig egter altoos in eene overvloedige maate van die behoeftens hebben voorsien, en zelfs voor ydere hond. die zig van hun aan boord be„ „vond, des niet tegenstaande een kan water doen verstrekken: 't geen aan een te grooteren mis„ „noegen veroorzaakte, vermits de requiranten als officieren voor hun op eenig meerder soulaar geinsteerde geinsteerd hebbende, zig nogtans eene geduurige wygering hebben moeten getroosten. dat hoe Leer de reqten wel is waar Geduurende de reyse eens het ongeluk hebben gehad van in hunne wagt beschonken, en daarom in arrest gesteld geweest te zyn, de Compten. nogtans betui „gen moeten hun reqten niet alleen /:behalven deeze enkele lyze:/ nooyt aan boord beschonken te hebben gezien, maar hun ook altoos, niet tegenstaande de onaangenaamheden, welke zij van de voorsz: factie en wel principaal van den Capitain, hebben ondergaan, derzelve diensten getrouw te hebben zien waarneemen, en zelfs zo„ dat zi zig nimmer met gem: Capitaen en zyn gezelschap hebben willen melleeren dat zi Compten, wel hebben bygewoond= dat de reqten nu en dan met de voorsz: zwarten hebben gebadineerd, dog dat zi niet de eenigsten zyn geweest, die zig met gem: zwarten zo gemeen hebben gemaakt, nadien de Capitain onderkoop„ „man en doctor daarvan in geenen deelen vrij kunnen verklaard worden, als zynde het niet zelden gebeurd dat zij met de gem: zwarten in het publicq op het dek onder de armen rond gesprongen, en haar dikwerf, wanneer de Erweten op het dek te droogen gelegt waaren /:S: v:/ op het bloote gat in dezelve needergeflanst en dergelijke fraaijigheeden, te veel om door de Comp=e alle hier opgenoemd te worden meer bedreeven hebben dat zi Compten wel is waar de eerste regt in de voorsz: „ voorsz: nagt, wanneer hij door den drank was bevangen geraakt, met de muts der zwarten op het hoofd hebben gezien, zonder nogtans eenige le„ „cive uitdrukingen zo min van de eerste als tweede reqt. gehoord te hebben, hebbende de eerste regt. alleenlyk dien nagt in des tweede Comp„s te„ „genswoordigheid. den Capitain verweeten, dat hij een dronklap was en den Capitain Lieutenant Tjerks dat hij 't voorregt had, om van Compag„ „nies hout een Cuxaur te laaten maaken, en daar hij reqt en andere niet eens wat waater aan boord bekomen konden. Verklarende de Comp=ten voorts: dat de bootsman en Zeilmaaker meede in't publiek aan boord zo heevig hebben getwist, dat zy elkanderen. deer„ „lijk afgeklopt, en zelfs met scherp geattacqueert hadden, zonder dat deeze zaak van eenig gevolg was geweest, even zo min als het voorval van den bootsman en schieman, die elkander met een boddel. gaaten in het hoofd hadden geslaagen 't welk meede geen de geringste reflectie bij den Capitain veroorzaakt heeft. Gelyk de Compten. verder verklaaren, dat de Capitain aan het robben eiland gearriveerd zijnde, aldaar met moede wil heeft vertraagt, tot dat hij een vat met Compagnies kruid aan de schuit van de posthouder van dat Eiland, had afgegeeven. wanneer hij vervolgens de reyze d naar deeze rheede wederom had aangenomen. Niets meer verklarende geevende Compten 100k
English
for reasons of personal knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the foregoing further by oath, if required. Was written below: That this thus took place at the aforementioned Secretariat, in the presence of the clerks Willem Stephanus van Ryneveld and Nicolaas van Es as witnesses, who duly signed the minute of this alongside the appearers and me, the sworn clerk. Lower down: Which I attest. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. There appeared before the undersigned commissioners of the Honorable Court of Justice of this government, the comforter of the sick Jacob de Vroe and commander of the soldiers Cornelis van Ael, both stationed on the ship Oud Haarlem, who, having had their foregoing declaration read out to them clearly and distinctly word for word, testified that they persist with it, desiring that nothing more shall be added to or taken from it; and they therefore each individually spoke, in confirmation of the truth, the solemn words: So help me God Almighty. Was written below: Thus re-examined and sworn at the Cape of Good Hope, the 7th of January 1782. Was signed: Jacob de Vroe and Cornelis van Ael. Lower down: Present before me. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. In the margin: As commissioners, and signed: P. M. Horak and G. J. Meijer. Today, the 16th of January 1782: There appeared before me, Ryno Johannes van der Riet, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the witnesses named below, the sailors Nicolaas Verburg and Jan Obben, both of competent age, who were stationed on the ship Oud Haarlem but remained here due to indisposition, who, at the requisition of Lieutenant Arnoldus Castelijn de Keulenaar and Second Lieutenant Johannes Cornelis de Bussonje, who also served on the aforementioned vessel, declared it to be true: That the appearers, having indeed learned from various people on board that the disputes and discords that had prevailed for some time during the voyage between Captain Cornelis Haringman and the requisitionists were alleged to have been caused by a certain Black person on board who had been placed at the table above the requisitionists by the captain, the appearers had also, ever since those disputes, which had already begun at the start of the voyage, seen and witnessed that the captain, together with the captain-lieutenant, junior merchant, and doctor, conspiring together, have from time to time treated the requisitionists in this matter very unfavorably, to the extent that they, and principally the captain, have always very eagerly made use of all opportunities that could in any way serve to make the requisitionists feel the tokens of their hatred and disfavor, notwithstanding that an incomprehensible indifference to the actions of those who shared the captain's favor often caused the greatest confusion and disorders on the ship; such as the heavy drinking of the boatswain, boatswain's mate, and sailmaker, who, besides making a severe commotion of cursing and swearing, also beat each other in public, attacked each other with a knife, and struck holes in heads with a bottle, yet this was passed over in silence by the captain without him keeping even the slightest record of it; while meanwhile unforeseen, trifling matters of the requisitionists, who nevertheless conducted themselves cautiously in all respects, were taken as very gross offenses; that the appearers furthermore, regarding the conduct and way of life of the requisitionists during their stay on board, can in good conscience declare nothing other than that everything was as befits every decent and honorable man, the appearers having always seen the requisitionists perform their duty very faithfully and diligently, without ever having been seen drunk as far as the appearers know; the appearers, however, being unable to declare anything whatsoever regarding what occurred on board with the requisitionists on the night of the 7th of October, as the appearers were asleep at that time and thus witnessed nothing of it; that the first appearer, who wrote for the captain during the voyage and thus spent most of his time in his cabin, saw the aforementioned Captain Haringman drunk during that time, by estimate, about 30 times, and sometimes to such a degree that, being entirely unable to find his own bed, he was helped into it more than once by the appearer; while the second appearer, who stood watch with the requisitionists before his illness, not seldom witnessed that the captain came onto the deck at night so intoxicated that he was barely able, as soon as he had come out of one door, to take refuge again through the other without delay; the first appearer declaring that, when the requisitionists were arrested, he addressed the captain out of pity and requested that he discharge the requisitionists, to which the captain replied in substance: I cannot do it, the gentleman junior merchant is against it and wants me to accuse them, and this must happen. Declaring nothing further, the appearers give as reasons for their knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the same further by oath. Was written below: That this thus took place at the aforementioned Secretariat, in the presence
Dutch transcription
voor reedenen van wetenschap als in den text. bereid zijnde 't voorenstaande. zo 't vereischt wordt met Eeden, nader gestand te doen. /:onderstond:/ Dat Aldus Passeerde ter Secretarijen voorn ten by weesen der Clercquen Willem Stephanus van Ryneveld en Nicolaas van Es, als getuijgen die de minute dezes benevens de Comp=ten ende mij gezw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend /:laager:/ 'T welk ik getuige /:was getekend:/ R: J: V: d: Riet, q Zw: Clercq. — Compareerde voor de ondergetekende gecommitt s n den E: Achtb: raade van Justitie deezes gouverne„ „ments, den Ziekentrooster Jacob de vroe en Com„ „mandeur der soldaaten Cornelis van Ael, by de op het schip oud haarlem bescheijden, dewelke de hunne voorenstaande verklaring van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgeleesen wel„ „zende betuijgden daar by te blyven persisteere, met begeerte dat daar niets meer bij of afgedaan werden zal: en spraaken dierhalven een yder in't bysonder ter bevestiging der waarheid. de soleme neele woorden zoo waarlyk help mij god alme „tig. — /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd en B'ledigt aan ba Recollement. de No. 12. „de Goede Hoop. den 7. Januarij 1782. /:was gete „kend:/ Iacob de vroe en Cornelis van Ael. /:laa„ „ger:/ mij praesent /:was getekend :/ R: J: V: d: Riet gezw: Clercq /:in margine :/ als gecommitt. s /:en getekend :/ P: M: Horak en G: I: Meijer. — Duiden den 16 Ianuarij 1788:— Compareerde voor mi Ryno Ioh„s van der Riet gezw: Clercq ter secretarije van Justitie des Casteels de goede Hoop, present de nagenoemde getuijgen de op het schip oud Haarlem bescheiden geweest zynde edog vermits indispositie alhier verbleevene mat„ „troozen Nicolaas verburg en Jan Obben, beide van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van „de mede op gem: bodem gediend hebbende Lieutenant Arnoldus Castelijn de Keulenaar en Sous Lieute, „nant Johannes Cornelis de Bussonje. verklaar„ „den hoe waar is. dat zy Compten wel van dezen en geenen aan boord vernomen hebbende, dat de zedert eenigen tijd op de reize tusschen den Capitain Cornelis Haringman en de reqten geheerscht hebbende twisten en oneenig„ „heeden zouden zyn veroorzaakt door zekere aan boord geweest zijnde zwarten, die door den Capi„ „tain aan de tafel boven de reqten geplaatst was„ zij Comp=ten dan ook zeedert die de sputen, dewelke reeds in't begin der Leize, een aanvang hadden genomen hebben gezien en bygewoond. dat de Capitain, beneevens den Capitain Lieutenant, onderkoopman en doctor, te zamen spannende, de reqten in dezen van van tyd tot tijd zeer onvriendelyk hebben behand in zo verre, dat zij en wel principaal dan Capi„ „tain van alle gelegenheden, die maar eenig zin dienstig konden zyn, om de reqten de blyken van hunne haat en ongunst te doen gevoelen, altoos zeer greetig hebben gebruik gemaakt, niet tegen „staande ook eene onbegripelijke onverschilligh in de bedrijven van die Genen dewelke in gune van den Capitain deelden, dikwerf de grootste verwarringe en ongeregeldheden in het schip hee te wege gebragt: als zynde het dronken drinke van den bootsman, schieman en Zeilmaker de „welken daarbij behalven een hevige alarm va schelden en vloeken gemaakt te hebben, elkan„ „deren nog in't publicq hebben afgeklopt, met een mes geattacqueerd en met een boddel gaten in het hoofd geslagen, nogtans bij den Capitain zonder daar van zelfs de geringste aanteekenin „gen te houden, met stilzwijgen gepasseerd; Terwij intusschen onvoorziens geringe beuzelingen van de reqten die zig nogthans in allen opzigten voorzigtig hebben gedragen. voor zeer groove dat zyn opgenomen geworden dat zij Compten voorts van het gedrag ende levenswi van de reqte. geduurende hun verblijf aan boord in ge „moede niets anders kunnen verklaren als dat 'tee en ander is geweest zo als yder fatsoenlijk en kond man voegt, hebbende zi Compten. de reqte. altoos hu „nen dienst zeer getrouw en vlytig zonder voor d verre de Compten. weeten ooyt beschonken te zyn gee zien waarnemen kunnende de Compten. nogtans vo het in den nagt van den 7. October met de req=te aan boord voorgevallene niets hoegenaamd verklaren, als hebbende zy Compten op dier tijd geslapen en dus niets daar van bijgewoond. — dat de Eerste Comp:e, die geduurende de leize voor den Capitain heeft geschreeven en zig dus den meesten tijd in deszelvs kamer opgehouden. gem: Capitain Haringman in aldien tijd naar gissing wel Circa ƒ 30 reizen beschonken heeft gezien, en zomtijds in dien graad, dat hij geheel buyten staat zynde, om zyn eigen bed te kunnen vinden. meer dan eens door den Comp„t op het zelve is geholpen geworden, terwijl de tweede Comp s die voor zyne ziekte de wagt. met de reqten heeft waargenomen niet zelden heeft bijgewoord dat de Capitain 's nagts zodanig beschonken op het aek is gekomen dat hij naauwlijks bekwaam was, om even zo spoedig als hij de eene deur was uitgekomen zonder vertoef tot de andere wederom zyn toevlugt te neemen. verklarende den Eersten Comp:t dat hij wanneer de reqten gearresteerd waren. zig uit medelyden aan den Capitain heeft geaddresseerd, en verzogt om de reqte te willen ontslaan. op 't welke den Capitain in sub„ „stantie heeft geantwoord ik kan 't niet doen, myn heer den onderkoopman is'er tegen en wil hebben dat ik ze zal aanklagen en dit moet geschieden Niets meer verklarende geven de Compten. voor reanen van wetenschap als in den text. bereid zynde zulx nader met Eede gestand te doen. /:onderstond:/ Dat Aldus Passeerae ter secretarije voorm: ten by weezen