VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 11023

Cape · 514 pages · 95 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_11023_0356 view scan ↗

English

also declaring, the said Claartje at that time to the appearer, that when the said boy had loosened his trousers, she had seen that his buttocks were full of holes; That when the appearer subsequently examined her said daughter, she noticed some blood on the back of her shirt, without however having discovered anything further at that time; that when the appearer asked the Captain's slave boy about all this, he replied that he had only laid the said Claartje down and merely played with her; whereupon the appearer replied by asking whether he could not find grown girls for that purpose; to which no further reply was made by the said boy; That the appearer subsequently went to the doctor in Stellenbosch, Briers, to call him to her child, who indeed came, and is still currently treating her child. The appearer further declares that upon closer examination of her child, she discovered a yellow discharge on her, which still continues at present. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for her knowledge as stated in the text, declaring that the above is the pure truth. Below stood: Thus passed at the Cape of Good Hope, the 7th of September 1789, before the gentlemen Carel Mappa and Gerrit Hendrik Meyer, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original minute hereof together with the appearer and me, the sworn clerk. Lower: Which I witness. Signed: W. J. v. Rijneveld, Secretary ad interim. Reconfirmation. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned Hottentot woman Philida, who, upon this her preceding declaration being clearly and distinctly read out to her, declared to persist therewith, desiring that nothing more be added thereto or removed therefrom, testifying in the presence of the slave Solon that all the foregoing is the pure truth. Below stood: Thus done and reconfirmed, the 7th of May 1790. Was signed: + and circumscribed: this cross mark was placed by the appearer in her own hand. Lower: In my presence, signed: I. D. Karnspeck, Sworn Clerk. In the margin: As commissioners, signed: S. v. Echten and Johannes Smuts. Interrogatories upon which, at the requisition of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, before the gentleman commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, the detained slave Solon of Tonkin, belonging to the burgher Gideon Joubert, is to be heard and questioned, his responses to be given being noted in the margin. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the beside-mentioned detained slave Solon of Tonkin; who to the accompanying articles of inquiry gave such answers as are noted beside each of them. Article 1: The prisoner's name, age, and place of birth. Answers: named Solon, born of Tonkin. Article 2: Whether the prisoner is also acquainted with the little daughter of the aforementioned Philida, named Claartje. Says yes. Article 3: Whether at the place of the prisoner's master and in his service there were not the Hottentot Verwij and his wife, the Hottentot woman Philida. Says yes. Article 4: Whether the prisoner is not a slave of Gideon Joubert residing at Saxenburg. Says yes. Article 5: Whether the prisoner knows that on the 3rd of the month of July of last year the aforesaid Verwij and Philida went from Saxenburg to Stellenbosch. Says yes. Article 6: Whether the prisoner did not then find himself with the said Claartje in a certain small storage room standing on the said place of Joubert. Says yes. Article 7: Whether the prisoner did not say to Claartje, come here, or something similar. Says to have said, give me a kiss, I will give a dubbeltje. Article 8: Whether Claartje also answered something to this, and if so, what she answered. Says that Claartje refused it. Article 9: Whether the prisoner did not on that occasion feel driven by the desire to have carnal knowledge of Claartje. Says no. Article 10: To what end he did such. Says to have only played with her. Article 11: Whether the prisoner did not subsequently throw Claartje backward onto a chest and thereafter onto the ground, and lift up her skirts. Says yes, to have put Claartje on a chest to kiss. Article 12: Whether the prisoner did not thereupon loosen his trousers. Says not to have loosened his trousers. Article 13: Whether it was not in order to satisfy his vile lusts with the aforesaid Claartje. Says as before. Article 14: Whether the prisoner, after loosening his trousers, went to lie upon Claartje. Says yes, to have lain upon Claartje and kissed her. Article 15: And whether the prisoner did not subsequently, with force, his male member into the private parts of Claartje [illegible]. Says no. Article 16: [illegible]. Says as before.

Dutch transcription

betuigende teffens gem: Claartje als toen aan de Comp dat zij wanneer gem: jongen zijn broek had losgemaakt, gezien had, dat deszelfs billen vol gaaten waren Dat wanneer daarop de Comp„e gid=te haar dochter tie examineerde zij agter aan haar hembd eenig bloed was gewaar ge worden, zonder evenwel als toen iets nader ontdekt te hebben dat den Comparante Ecap„t slaven jongen naa dit alles gevraagd hebbende, deselve geantwoord had, dat hij alleen gem„e klaartge nedergelegd en slegts met haar gespeeld had; waarop de Comp„e geantwoord hadde, met te vragen, of hij dan geen groote meiden daartoe kon vinden ? was hier op verdee door gem: jongen niets gerepliceerd geworden Dat vervolgens de Compte. naar den Doctor te Htellenboegh Briers, zich had begeeven, om hem=t bij haar kind te roepen, die danoek gem: J gekoomen was, en thans nog over haar kind prectizeerd. — betui„ gende zij Comp=te wijders dat zij bij nader examinatie van haar kind, aan 't zelve eene geele vloed ontdekt had, die thans nagcontinueerde Niets meer verclaarende, geeft de Comp=te voor ree„ denen van wetenschap, als in den Text, betuigende dat het voo„ renstaande de zuivere waarheid is. — /:onderstond:/ Aldus gepasseerd aan Cabo de goede koop den 7 sep„ tember 1789, voor de heeren Carel Mappa en Gerrit Hendrik Mijer, leeden uit den E Achb: raader van Justitie voormeld, die de minute dezes benevens den Comp ende mij gezwClercq mede behoorlijk hebben onderteekend /:lagers:/ T welk ik ge„ tuige. /geteekend:/ WJV Rijneveld ad vecrets:/ E Compareerde voor ons ondergeteekende gecomm=ts uit den E: Achtb: raade van Iustitie dezes gouvernements voorgemelde kotten„ ff toitin Pulida, dewelke deese haare voorens aande verclaaring plaar en duidelijk voorgeleezens werende, verclaarde dezelve Recollement. daarbij teg F zegt ja zegt ja zegt Ja daarbij te blijven persisteeren met begeerte dat ernniets meer bij ofte van gedaan werden zal, betuigende in praesentie van den slaaf solon dat al het voorenstaande de ruivere waarheid is /:onderstond:/ Aldus gedaan en gerecolleerd den 7 Maij 1790 /:was geteekend:/ t en daaromschreeven / dit kruismerk heeft de Comp„te eigen handig gesteld /:lager:/ Mij praesent:/ geteekend:/ I: D: Harnspek gesw Clercq /:in margine :/ als gecommitt:s / geteekend:/ S:s V: Echten en Joh=s Smuts:/ Compareerde voor ons ondergeteekende Interrogatorien, omme daarop ter res quisitie van den Landdoort van stellenbosch gecomm: uit den E Achtb: Raade van Justitie, dezes gouvernements, nevensgemelde gedeti„ en Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletter„ man, voor heeren gecomm:s uit den E: neerde slaaf Solon van Ponkanoe; dewelke Achtb: raade van Justitie des Cassels de goede op de nevensgaande vraag articulen zoda hoop, gehoord en ondervraagd, te worden, nige antwoorden gegeeven heeft als besijden een ieder derselver staan aangeteekend. de geditineerde slaaf Solon van Tonkanoe v00 toebehoorende den burger Gideon Joubert. zullende deszelfs te gevene respontiven in margine moeten worden bekend gesteld voor ree¬ Articul des gev: naam ouderdom en gelworte plaats degt soloos genaamden van Toukanoe geboortig of hem gevr: ook beekend is het dogteektje van voorm: Philida, in naame Claartje of ter plaatse van zijn 't gevr: lijfheer en in deszelfs dienst niet geweest zijn de kotten„ tot Verwij en deszelfs vrouw de hottentottinne Bullda! of hijt gev: niet is een slaaf van Gideon zoubert woonagtig op Saxenburg. ter n naar ge tje boh ok tui¬ kind, de he ge¬ 2 4 5af Legt ja zegt ja hebben zegt als voren te hebben zegt neen zegt neen met haar maar gespeeld te of hij gevr: aan Claartje niet gesegt heeft, kom zegt gesegt te hebben geef mij een raen, ik nadijen, of iets diergelijks zal een dubbeltje geevens zegt dat Claartje hetzelve geweigers heeft of Claarsje hier op ook iets geantwoord heeft 10 en zo ja, wat zij geantwoord heeft zegt 7a Claartje op een kist geset te hebben dm te zoenen zegt zijn broek niet los gemaakt te hebben zegt als vooren zegt neen zegt ja op Claartje gelegten haar gesoent en of hij gevr: vervolgens niet zijne mannelijke roede met geweld in de schaamdeelen, van Claart„ of hij gevr: na zijn broek losgemaakt te hebben op Claartje is gaan leggen 14 of het niet is geweest om zijne vuile lusten met voorm Claartje te boeten 12 of hij gew: hier op niet zijn broek heeft los gemaakt tot wat einde hij zulx gedaan heeft of de gevr: Claartje vervolgens niet agter over op een kist en daar na op de grond gewoopen, en haar de rokken heeft opgelight of hij gev: bij die geleegendheid ziet niet gedreeven Leg gevoeld heeft, door de begeert, om vleeschelijk met Claartje te verkeeren of hij gevr: als toen zich niet in zeeker op gem: plaats van Goubert staande stooshuistje bevon„ den heeft met gem: Claartjes of hij gevr: weet dat op den 3a der maand Iuli des voorleeden jaars voorsz: Verwij en Philida van Saxenburg na stellenbosch zijn gegaan t ƒ 11 13 15 16 l.

NL-HaNA_1.04.02_11023_0359 view scan ↗

English

says no says: yes, having promised Claartje a dubbeltje when he had already kissed her says to have told the truth says yes, knowing that such a child of seven years is too young says to have done no harm says to know nothing to bring forward in his defense whether he, the examinee, knows anything and what to bring forward in his defense whether he therefore must not confess, by what he perpetrated, to have offended grievously and thereby to have deserved severe punishment whether he is not aware that a girl of seven years, like Claartje, is not yet marriageable whether he, the examinee, has answered truthfully to what has been presented to him for answering in this matter whether he, the examinee, after accomplishing his beastly urges, promised to give Claartje a dubbeltje, so that she would conceal what happened upon the return of her mother 18 whether Claartje also showed signs that she felt pain while he, the examinee, was busy whether he, the examinee, also noticed that while he performed this, any semen came from his male member into the body of the aforesaid Claartje has tried to penetrate Thus 23 22 21 20 19 17 was written below: Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on the 22nd of April 1790 before the gentlemen Rijno Johannes van der Riet and Abraham Fleck as commissioned members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute of this alongside the aforesaid and us, the sworn clerk. Verification Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government aforesaid, the slave Solon, who, having had these preceding interrogatory articles clearly and distinctly read out to him, declared to persist therein, with the desire that nothing more shall be added to or removed from it, except only: ad art: 8 that he only felt the urge to play ad art: 11 that he pushed Claartje backward onto a chest and lifted her skirts ad art 12 that he fastened his trousers ad art 13 that he, the examinee, only showed his male member ad art: 14 that he, the examinee, wanted to have intercourse with Claartje ad art 16 that only a part of the head went in, and that he could not penetrate further because the hole was too small ad art: 17 that he, the examinee, felt a little semen run ad art: 18 that he, the examinee, does not think that Claartje felt pain because he did not see that she walked stiffly ad art: 19 that he promised Claartje a dubbeltje to conceal what happened ad art 21 that he understands to have offended, and to have deserved punishment, testifying for the rest that all the foregoing is the pure truth was written below: Thus done and verified at Cabo de Goede Hoop on the 1st of June 1790. Was signed: [mark] and written around it, this cross-mark the examinee made with his own hand. Lower: In my presence, signed: J: D: Karnspek sworn clerk. in the margin: as commissioners, signed: R: J: v: d: Riet and G: H: Meijer was written below: Karnspek sworn clerk Agrees Thursday the 1st of April 1790. Extract from the Criminal Court Roll held at Cabo de Goede Hoop on The Independent Fiscal of this government, the Honorable Worshipful Mr. Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Officer and Plaintiff, against the burgher Johannes Jacobus Rens, defendant, in order, on account of an excess committed in seizing the goods of fellow burgher Christiaan Waal, to hear such demanding conclusion as the Officer and Plaintiff shall deem fit to make and take against him, Rens, to answer thereto and further proceed as according to law. The Deputy Fiscal, Mr. Johannes Andreas Truter, due to the indisposition of the gentleman Officer and Plaintiff, submits a report from the first court messenger, Carel Ewald Ziervogel, and advances the following orally: Honorable and Worshipful sirs, to avoid long-winded and tedious procedures in cases that can be subject to not the least doubt, the Officer and Plaintiff shall only briefly have the honor to present orally to Your Honors: that the defendant, at the end of the month of November of the past year, having handed over to the first court messenger an act of attachment, together with a summons ad proximos upon the burgher Christiaan Waal, in order to seize the goods of the latter and to summon him for the next court day, instead of awaiting the execution of these warrants, did not hesitate, on his own authority, before the court messenger had been to Waal, to seize the aforesaid goods himself and have them stored away; while furthermore from the same report it can appear that the defendant made no difficulty in continuing this his improper and unlawful conduct

Dutch transcription

verdald ren zegt neen zegt: ja Claartje een dubbelt„ je beloofd te hebben wanneer hij haar reeds gezoend had kom zigt de waarheid gezegd te hebben zegt ja te weeten, dat zo een kind van zeeven jaaren te jong is zegt geen kwaad gedaan te hebben zegt niets tot zijne verontschuldiging weeten bij te brengen of hij gevr: ook iets en wat hij tot zijne verontschuldiging weet bij te brengen of hij overzulx niet bekennen moet, door het door hem geperpetreerde zwaarlijk mis dreeven en daar over zwaare straffe 0 verdiend te hebben of hem niet bekend is dat een meisje van zeeven jaaren, gelijk Claartje nog niet wenbaar is of hij gevr: het geen hem bij deese ter beantwoor„ ding, is voorgesteld geworden naar waarheid de, antwoord heeft of hij gevr: na het volbrengen van zijne beestagtige driften, met een dubbeltje beloofd heeft, aan Claartje te zullen geeven, ten einde dezelve het gepas„ reerde bij de terug komst haarer moeder zoude verzuijgen 18 of Claartje ook blijken heeft gegeven dliet zij zijn gevoelde terwijl hij geor: bezig was of hij gevr: ook gewaar is geworden, dat er terwijl hij dit verrigtte eenig raad uit zijne mannelijke roede in het ligchaam van evengem: Claartje is gekomen je heeft trachten in te dringen Aldus da a met t over pen¬ maakt Claart 23 22 21 20 19 17 /:onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cuble de goede koop„ den 22' April 1790 voor de heeren Rijne Johannes van der Liet en Abraham Bleck als gecomm:t Leeden uit den E Achtb: read van Iustitie voormeld, die de minute dezes benevens den gem: ende wij gerw Clercq mede behoolyk hebben ondertekend Recollement Compareerde voor ons onderget: gecomm:t uit den E: Egtb: raade van Iustitie dezes gouvernements voorm: slaafsolon„ dewelke deeze zijne voorenstaande vraag articulen klaar en duidelijk voorgeleezen wezende verclaarde dezelve daarbij te blijven persisteeren, met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan werden zal, als alleenlijk ad arks dat hij alleen lust gekreegen heeft om te speelen ad art: 11 dat hij Claartje agter over op een kist en haar de rek„ ken opgeligt heeft. — ad art 12 dat hij zijn broek heeft toegemaakt ad art 13 dat hij gev: alleenlijk zijne mannelijke roede ge„ toond heeft ad art: tte dat hij gevr: Claartje heeft willen naaijen ad art 16 dat alleen een gedeelte van de kop is ingegaan, en niet verder te hebben kunnen indringen, om dat het gat te klein was ad art: 17 dat hij gev: een weinig zaad heeft voelen loopen ad art: 18 dat hij gev: niet denkt dat Claartje pijn gevoeld heeft om dat hij niet gesien heeft dat zij wtijf heeft geloopen ad art: 18 dat hij Chaartje een dubbeltje beloofd heeft om het gebeurde te verzwijgen adart 2t dat hij begrijpt misdreeven, en straffe verdiend te hebben, betuigende voor het overige dat al het vorenstaande de zuivere waarheid is /:onderstond/ Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goedre hoop den 1 Iunij 1790 /:was geteekend:/ ƒ en daaromschreeven, (dit kruismerk heeft den gev. eigentandig gesteld /:lager:/ Mij prac„ sent: / geteekend:/ I: D: Karnspek gezw Clercq /:in margine:/ als gecomm=s /:geteekend:/ R: J: V: D: Riet en G: H Meijer /:onderstond:/ Ramsper gen: Cleue Accordeert rok g 9 de adgunet fiscaal Mr. Johannes Andreas Pruter, vermits indisposi„ tie van den heer r: O: Eisscher, legd over een relaas van den eersten Ge= rechtsbode, Carel Ewald Ziervogel contra en advanceerd het volgende bij monde den burger Johannes Jacobus Rens ged„e omme wegens begaan Edele en Achtbaare heeren, exces in het arresteeren der Goederen van „oonlangwijlige en tredieure proceduu„ den meede burger Christiaan Waal „res te vermijden in zaakendie aan te aanhooren zoodaanigen Eischende „ geen de minste twijffel kunnen onderhee„ „vig gemaakt worden, zal den E: O: Eiss=r Conclusie als den R: O: Eissr. dieswegens „alleen kortelijk de eer hebben, bij mon„ tegen hem Rens zal goedvinden te „de aan Uw Edelehh: te doen voordraagen be doen en te neemen, daarop „ dat den ged„e in het laatst der maand „November des gepasseerden jaars aan te antwoorden en voorts te procedee¬ „den eersten gerechtsbode overhandigd ren als naa rechten „hebbende, een acte van arrest, benee„ „vens eene citatie ad propimans „ op den burger Christiaan Waal, ten einde de goederen van dezen in bee„ „slag te neemen, en denzelven ter naarster rechtdag te doen dagvaarden, in „ de plaats van de uitvoering deezer exploicten af te wachten, zich niet ont„ „zien heeft, om eigener auctoriteit voor dat de gerechtsbode bij waal was „geweest, de voorsz: goederen zelf in beslag te neemen, en te doen ber„ „gen, Terwijl verder uit hetzelve relaas kan blijken dat den ged=e geen „zwaarigheid gemaakt heeft, dit zijn onbetaamelijk en wederrechtelijk ge„ De Independent fiscaal deezes gou„ vernements de E Achtb: heer Iohan Nicolaas Steven van Lijnden V: O: les„ Donderdag den 1„ste April 1790. — Extract uit de Crimineele Rechts rolle gehouden aan Cabo de goede Hoop op drag

NL-HaNA_1.04.02_11023_0364 view scan ↗

English

to avow his conduct, adding even that he well knew what he had done, and would also answer for it. The defendant has thus in occupying those goods essentially committed an excess, and may rightly be said to have been his own judge, contrary to the well-known axiom nemo sibi ipsi jus dicere potest. The ex officio plaintiff does not judge it necessary to detail at length the utterly ruinous consequences that such examples bring in their train, nor will he weary the attention of Your Honorable Worships by arguing that it is permitted to no one to be his own judge and without judicial authority, as the defendant has done, to drive someone out of his possessions, because the seized goods must not be held to be out of the possession of the owner, although he may not make use of the same, Bort, Tractaet van Arresten, Part 7, No. 21; but he trusts that Your Honorable Worships will perceive this as obvious law of your own accord, and thus very well understand that the excess committed by the defendant can just as little be passed over unpunished as the violation of an arrest on the part of the person under arrest, but that on the contrary, the said excess ought to be curbed as an example to others, so that through the connivance at irregularities, society may not finally become entirely lawless. Wherefore the ex officio plaintiff, making his claim, concludes that the defendant, by definitive sentence of Your Honorable Worships, shall be condemned to such a fine pro fisco as they in sound justice for the maintenance of judicial authority shall judge proper. The defendant hereupon requests 4 weeks postponement and a copy to respond, intending then to show by declarations that Waal approached the officer with lies. The ex officio plaintiff refers himself to the aforementioned oral claim. The Court grants the defendant the requested copy and a period of 14 days to then submit his answer. Underneath was written: Agrees. Was signed: W: J: V Rijneveld, Secretary. On the 4th of December Anno Domini, there presented himself to me, the undersigned, the citizen Johannes Jacobus Rens, making known that he wished to have an arrest placed upon the goods of his fellow citizen Christiaan Waal, to whom he had leased a house, and also to turn the same out of the house, because he remained in default of paying the rent; whereupon I pointed out to him that he had agreed before the gentleman Adjunct Fiscal Mr. J: A: Truter with the aforementioned Waal that the same should vacate the house by the middle of that month, and then also pay the arrears of rent; that that term not yet having expired he was bound to await the same, and not authorized beforehand to take action against the tenant regarding his house; that furthermore no arrest might be placed without the prior knowledge and consent of the Honorable Governor, and when he had obtained the same, he must then present himself at the Secretariat of Justice in order to have such an arrest properly prepared with the summons belonging thereto; that when that was done, and he delivered those papers to me, I would properly execute the same and give him notification thereof, but that he then still must await the decision of the Honorable Court of Justice, where both he and his opposing party must appear on the first ordinary court day, in order that it be investigated whether the arrest was placed lawfully or unlawfully, and that he, prior to being fortified with the Court's sentence, was not authorized to lay hands on the goods of the aforementioned Waal. The repeatedly mentioned Rens having afterwards delivered to me the aforementioned arrest with the citation, which I handed over to the second Court Messenger for execution, who also immediately for that purpose went to the usual residence of the citizen Christiaan Waal, but not finding him there any longer, sought him elsewhere, and properly served his process upon him; to which he had received as an answer: that the frequently mentioned Rens had already previously taken the goods of Waal to himself, and locked them up, so that he could reach nothing, and that he, Waal, intended to present himself to the Honorable Independent Fiscal in order to complain about this. I having two days later received orders from the Honorable Independent Fiscal to present myself to the repeatedly mentioned Rens, in order to investigate whether that matter had indeed occurred as had been made known by the aforementioned Waal, whereupon he, Rens, even confirmed this, adding that he well knew what he had done, and would also answer for it. Which by order of the Honorable Independent Fiscal I hereby report. Underneath was written: Cape of Good Hope, the 3rd of January 1794. Was signed: P: E: Diervogel, First Court Messenger. Answer drawn up and most respectfully submitted to the Honorable Johannes Isaac Theunius, President, together with the other Honorable Members of the Court of Justice of this government, by and on behalf of the undersigned citizen Johannes Jacobus Rens, defendant in the case of committed excess in seizing the goods of his fellow citizen Christiaan Waal, on the one part, Against the Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, ex officio plaintiff in the aforesaid case, on the other part. Honorable President and Honorable Gentlemen, The defendant, after offering to Your Honorable Worships his very humble [illegible]

Dutch transcription

„gedrag te avoueeren met bijvoeging zelfs, dat hij wel west wat „ hij gedaan had, en ook zulks wel zoude verantwoorden. „ „ de ged.e heeft dus in het occupeeren dier goederen wezentlijk „een exces begaan, en kan met recht gezegt worden, zijn eigen rechter „te zijn geweest, tegen 't bekend aproma nemo sibi ipre jus dicere po„ „tert „de 7: O: Eiss. r oordeelt niet nodig in 't breeden te detaillee ren „ de allezints uineuse gevolgen die dergelijke voorbeelden, naa zich rlee„ „pen, ook zal hij de attentie van UwEd: Achtb: niet vermoeien met te „betoogen dat het niemand geoorloofd is, zijn eigen rechter te wezen „en zonder rechterlijke auctoriteit, gelijk de ged„e gedaan heeft ie„ „mand uit zijne bezettingen te verjaagen, om dat de gearresteerde „goederen niet moeten gehouden worden, buiten 't bezit te zijn „van den eigenaar, ofschoon hij dezelve niet vermag te gebrui „ken, Bort h: van arresten 7 Deel n 21, maar hij vertrouw „dat uwEd Achtb: dit een en ander als manifesti juris van „zelve zullen bevroeden, en das zeer wel begrijpen, dat het door „den ged„e begaan exces, even zo min straffeloos kan worde „ gepasseerd als de violatie van een arrest van de zijde des „gearresteerden, maar dat in teegendeel, hetzelve exces, an„ „deren ten voorbeelde behoort beteugelt te worden, ten einde „door de oogluikende toelaating van ongereegeldheeden, de „maatschap pij niet eindelijk geheel regeeringloos te doen „worden „ Mits welk de r: O: Eisscher eisch „doende concludeert dat de ged„e bij def„ „finitive vonnisse van UE Achtb: zal „ worden gecondemneerd in zoodaanige „boete pro fisco als dezelve in goed „Justitie tot mainetien van 't regterlijk „gezag zullen oordeelen te behooren d De ged e verzoekt hierop 4 weeken uitstel en Copie om te ant„ woorden, meenende als dan door verklaaringen aan te toonen, dat Waal den officier met leugens is te voeen gekomen de 2: O: Eiss:s refereert zig aan voorsz: mondelinge Eisch De raad verleend aan den ged„n de verzogte Copia en een terwijn van 14 dagen om als dan te dienen aan antwoord /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekent:/ W: J: V Rijneveld, leeck„ Op den 4e. December Ao. Do¬ heeft bij mij ondergetekende zig vervoegd den burger: Johannes Jacobus Rens, te kinnen geevende, dat hij op de goederen van den meede burger Christiaan Waal, aan wien hij een huis verhuurd had, arrest wilde laaten beleggen, en den zelven al meede 't huis uitgezetten, dewijl hij in gebreeken bleefde huurpenn: te betaalen; waarop ik hem Pieus voorhield dat hij bij den heer adjunct fircaal M=s J: A: Truter met voorsz: Taal overeengekomen was, dat denzelve het huis met mede dier maand zoude ruimen, en alsdan ook de agterstallige huurpenn: voldoen; dat die termijn nog niet verscheenen zijnde hij gehouden was dezelve afte wagten, en niet bevoegd, alvoorens teegens den huurder aan zijn huis te onderneemen, dat voorts geen arrest zonder een eerde ver E : zouder voorkennis en toestemming van den WelEd Gestr: heer gouverneur mogt werden belegd, en wanneer hij dezelve geob„ „tineerd had, hij zig alsdan op 't secretarij van Iustitie moert vervoegen, ten einde een zoodaanig arrest met de daartoe hoorende dagvaarding na behooren te laaten vervaardegen dat wanneer zulx geschied was, en hij mij die papieren ter hand stelde, ik dezelve behoorlijk zoude exploicteeren, en hem daarvan narigt geeven, maar dat hij dan nog de decisie des E Achtb: raad van Iustitie moert afwagten, al„ waar zoo wel hij als zijn partij op den eersten ordi„ nairen rechtsdag moest compareeren, ten einde on„ derzogt werde of 't arrest met recht, dan wel ten onrechte belegd was, en dat hij alvoorens met 'T raads vonnis gemunieerd te zyn niet bevoegd was aan de goe„ deren van voorsz: waal de hand te slaan Hebbende daarna meergem: reus 't voorsz: ar„ rest met de Citatie mij terhand gesteld, die ik aan den tweede Gerechtsbode ter exploicteering overgegeeven, dewelke zig oak direct ten dien einde na de gewoone huisvesting van den burger Christiaan Waal heeft vervoegd, maar denzelven niet meer daar vindende, elders opgesogt, en aan hem zijn Exploicten behoorlijk verrigt; waarop hij tot antwoord had bekomen: dat dikwilsgem: Rens reeds te vooren de goederen van waal had tot zig genomen; en de„ zelve verslooten, zoo dat hij nergens konde bijkomen, en dat hij waal willens was zig bij den E Achtb: heer Independent Fiscaal te vervoegen, ten einde zig daarover te beklaagen. Hebbende ik twee daagen daarna van den E Achtb: heer Jndependent fiscaal ordres bekomen, mij bij meergem: Rens te vervoegen, ten einde te onderzoeken of die zaak zig in der der daad zoo toegedragen had, als door voorsz: Waal was te kennen gegeeven, wanneer hij Rens zulx zelfs bevestigde, met bijvoeging dat hij wel wist wat hij gedaan had, en ook zulx wel zoude verantwoorden Het welk ter ordres van den E: Achtb: heer Jndependent Fiscaal bij deesen relateere /:onderstond:/ Caba de goede hoop de 3 Januarij 1794. /: was geteekend:/ P: E diervozel E G=ts boode Antwoord gedaan maaken en zeer eerbiedigst overgegeeven aan den WelEd: Achtb: heer Iohannes Isaac Thenius Praesident be„ neevens de verdere WelEdele heeren Raa„ den van Iustitie dezes gouvernement door ende van wegens den ondergeteeken„ de burger Johannes Jacobus Rens ge¬ daagden in cas van begaane Exces in het arresteeren der goederen van den meede burger Christiaan Waal ter eenre Contra den Independent fiscaal deezes gouverne„ ments den Edele Achtbaare heer Iohan Nicolaas steven van Lijnden 7:O: Ees„ scher in voorseide Cas ter andere zyde Weldele Achtbaare Heer en WelEdele Heeren Den gedaagde na UwelEdele Achtbaarens zijne zeer nie„ drige tr ie ge¬ de a en hem den n ƒ F 1

NL-HaNA_1.04.02_11023_0368 view scan ↗

English

Having expressed humble thanks for the copy of the claim made by the Honorable, Worshipful Mr. J. O. Eisss, and the report of the Court Messenger Carel Ewald Ziervogel submitted therewith, as well as the term granted to be permitted to serve with an answer thereto today; he will now have the honor, through a true account of what occurred, to demonstrate his pure and actual innocence to Your Honorable Worships. To that end, may it please Your Honorable Worships to be informed that the burgher Christiaan Waal held a certain house on lease from the defendant; and has failed properly to pay over his rent to the defendant, to such an extent that his rent in arrears amounts to a sum of ninety Rijksdaalders. The defendant, if he, as a good father of a family, wished to look after the interests of his wife and children, was forced to give notice to the aforementioned Christiaan Waal on the last day of October that he had to vacate the defendant's house by the end of November, with a friendly request that he, Christiaan Waal, should pay the defendant his arrears of rent. The defendant subsequently had a "to let" notice properly posted above the door of the house belonging to him, pursuant to which notice the burgher Claas Jonassen presented himself to the defendant, who leased the said house, in which the burgher Christiaan Waal was still residing, from the defendant in order to move into the same on the first of December of the past year. In the meantime, the defendant from time to time addressed the said Christiaan Waal earnestly for the payment of his rent, but was continually put off and disappointed by frivolous excuses and fair-seeming promises; the defendant was even told more than once by the said Christiaan Waal, on occasions when the defendant informed him that he had to see to it that he vacated the house at the time notified to him, that he, Christiaan Waal, would not leave the house of the defendant before he had paid him, whereupon the defendant continually replied to him: "those to whom I have let the house cannot wait for that; you might never pay me." Meanwhile, the new tenant of the house had given notice of his old residence to his landlord, and thus, when the time expired, would be without a dwelling. Finally, the time having come when the repeatedly mentioned Christiaan Waal should have departed, the same not only failed to pay his arrears of rent, but utterly refused to vacate the house leased to the defendant. In the meantime, the new tenant of the house continually presented himself to the defendant, earnestly requesting him please to ensure that he could move with his goods into the house leased from him, since he would otherwise have to remain under the open sky with his goods, and that this would be for the account of the defendant. The defendant did not fail continually to urge Christiaan Waal to pay his arrears of rent and to vacate, but everything was in vain; so that finally the defendant, on the 4th of December, having first obtained permission from the Right Honorable, Valiant Lord Governor Cornelis Jacob van de Graaf, was forced to deliver to the court messenger, for execution, an attachment with the citation required for that purpose upon the person and goods of Christiaan Waal. Then, Right Honorable Worshipful Lords, what should happen: in the afternoon of that same day, the burgher Claas Jonassen arrives with his goods at the door of the house leased to him, and informed the defendant that he had had to leave his old dwelling house, that the defendant must now see to it that he could move into the house leased from him, the defendant, with his goods, since he would otherwise have to remain under the open sky with his goods, and that all damage that would be caused to him thereby would be for the account of the defendant. The defendant could do nothing else in this matter, if he wished not to expose himself and the repeatedly mentioned Claas Jonassen to damages and difficulties, than to have the goods of Christiaan Waal brought from the lower rooms to the attic of the same house, which the defendant then also had carried out in the presence of the servant of the said Christiaan Waal; as it was impossible for him, the defendant, to wait with this until the said Christiaan Waal should be present, since he is sometimes not to be found at home for two days and two nights or more. Behold, Right Honorable Worshipful Lords, a brief yet true account of the course of the matter, which the defendant, if required by Your Honorable Worships, is prepared at all times to confirm further with a solemn oath. Where, then, is any excess to be found in this entire case? Where any trace of a

Dutch transcription

drige dank betuigd te hebben, voor de zoo zeer gunstig aan hem verleende Copia van den E: Achtb: heer J: O: Eiss„s gedaane Eisch en daar bij overgelegde relaas van den Geregtsbode Carel Ewald Ziervogel mitsgaders terwijn omme op heeden daar op te mo gen dienen van antwoord; zal thans de eer hebben door een waa agtig verhaal van het gebeurde UwelEdele achtbaarens aan te toonen zijne zuivere en wezentlijke onschuld ten dien einde gelieven uw Ed Achtb: geinformeert te zijn dat den burger Christiaan Waal van den gedaagden zeeker huis in huur heeft gehad; en in gebreeken is gekleenen zijne huurpenningen behoorlijk aan den gedaagden afte draagen in zoo verre dat zijne agterstallige huurpenningen een montant van Neegentig Rijksdaalders uitmaakt, den gedaagden wilde hij, als een goede huisvader; wilde hij de belangens van zijne vrouw en kinderen behartigen, was genoodzaakt omme opgemelde Christiaan Waal den laatsten van October aan te zeggen dat hij met ultimo November uit der gedaagdens huis maert vertrokken met vriendelijk verzoek dat hij Christiaan Wal aan den gedaagden zijne agterstallige huurpenningen zoude betaalen, den gedaagden heeft vervolgens boven de deur„ van het hem toebehoorende huis behoorlijk een huurbriefje doen hangen, ingevolge van welke huurbriefje zig bij den gedaagden heeft vervoegd den burger Claas Jonassen dewelke het gedagte huis waar in den burger Christiaan Waal nog was woonende van den geedaagden heeft gehuurd omme in het zelve met primo DDecember des voorleden Iaars in te trecken, den gedaagden heeft intusschen van tijd tot tijd gem: Christiaan Waal om de voldoen ning 6 ming zijner huurpenningen Attecatief aangesprooken dog is tel„„ kens door frivoole uitvlugten en schoonschijnende belaften uit en te leur gesteld, zelf meer als eens is den gedaagden door gemelde Christiaan Waal toegevoegt bij geleegendheid dat den gedaagden hem verwittigde dat hij moestmaaken op de hem aangezegde tijd uit het huis te delogeeren, dat hij Chris„ tiaan Waal uit het huis van den gedaagden niet willen„ ƒ de vertrekken voor dat hij hem betaald hadde, waarop den 0 gedaagden hem telkens heeft toegevoegd daar na kunnen die geene aan wien ik het huis verhuurt hebbe niet wag ten gij konde mij wel nimmer betaalen; ondertusschen heeft en den nieuwen huurder van het huis zijne oude woning aan zijn huis heer opgezegt en is dus wanneer de tijd expireerd zonder wooning, Eindelijk de tijd gekomen zijnde dat meergemelde d Christiaan Waal zoude hebben moeten vertrekken; bleef denzelven niet alleen in gebreeken van zijne agterstal„ lige huurpenn: te betaalen maar weigerde volstrekt uit om het verhuurde huis aan den gedaagden te delogeeren, s intusschen vervoegde zig den nieuwen huurder van't huis de geduurig bij den ged: hem ernstig verzoekende dat hij dog aa wilde sorgen dat hij met zijne goederen in het van hem gehuurde huis konde trekken, terwijl hij anders onder ten den blooten hemel met zijne goederen zoude moeten blijven en zulx voor reekening van den gedaagden rou„ te zijn, den gedaagden liet niet na om geduurig Chris„ „ 7a„ tiaan Waal tot de voldoening zijner agterstallige huur„ penningen en tot de delogeering aan te spooren, dan alles was te vergeef, zoo dat eindelijk den gedaagden op den 4 December na alvoorens permissie van den WelEd Gestr: heer Gouverneur Cornelis Jacob van de Graaf geobsineerd hebbende, genoodraakk gen n van e elke aal en van genoodraakt was, om een arrest met de daartoe vereischt wordende citatie op den persoon en goederen van Christiaan Waal aan den gerechtbode ter exploicteering te overlandigen Dan WelEdele Achtbaare heeren wat wil het geval den naademiddag van dien zelfden dag komt den burger Claas zonasten met zijne goederen voor de deur van het aan hem verhuurde huis, en melde den gedaagden dat hij uit zijn oude woonhuis hadde moeten vertrekken, dat hij gedaagd en nu moeste zorg draagen dat hij met zijne goederen in het van hem gedaagden gehuurde huis konde intrekken terwijl hij anders met zijne goederen onder den blooten hemel zoude moeten verblijven, en dat alle schaande die hem daar door worden veroorzaakt voor Reekening van den gedaagden zoude zijn, den gedaagden hande hier op niets anders doen, wilde hij zig en meergemelde Claas Jonasten aan geene rchaade en moeijelijkheedens blootstellen dan de goederen van Christiaan Waal uit de onderste vertrek ken op de zolder van hetzelve huis te doen brengen, het welk den gedaagden dan ook liet verrigten, in tegens woordigheid van den knegt van gedagte Christiaan waal; terwijl het hem gedaagden onmogelijk was, den me daarmeede te wagten tot dat de gemelde Christiaan Waal zoude praesent zijn, daar hij somwijlen in geen twee dagen en twee nachten ofte meer niet te huis te vinden is, zie daar WelEdele Achtbaare heeren een kort dog waaragtig verhaal van den toedragt der saak het welk den gedaagden des door UwelEdele achtbaarens vereischt wordende bereid is ten allen tyde met solemneelen Eede naader te bevestigen Waar is dan nu eenig exces in dit geheel ge„ val te vinden, waar eenige voetvooren van een 2

NL-HaNA_1.04.02_11023_0371 view scan ↗

English

to find that unauthorized authority had been exercised, for the defendant did not, after all, remove the goods of the said Christiaan Waal from the power of Christiaan Waal and take them into his own, in which case alone the defendant would judge himself to have been punishable; the door to the staircase by which one went to the attic where the goods were stored was indeed unlocked and opened for Christiaan Waal, nor was the slightest damage caused to his property. No! But everything was performed by the defendant in good faith and with the greatest care; all of which the defendant could well have supported with declarations and evidence, had the narrow timeframe and the aversion to long and costly proceedings not prevented him from doing so. For which and other reasons and means to be further deduced if necessary, the defendant shall proceed to the following counter-conclusion: Concluding that by definitive judgment of this Your Honorable Council, the Honorable Plaintiff shall have his claim and conclusion brought against the defendant denied as inadmissible in law, with costs. Agrees. Underneath stood: Imploring hereupon Your Honor's noble and benign judicial office. Signed: J: J: Rens. In the margin: Exhibited in court on 15 April 1790. Appeared before the Honorable Council of Justice of this government: J: N: S: Baron van [illegible], being Independent Fiscal, plaintiff by virtue of his office, on the one part; against Constant van Nuld Onkruijt, as former Landdrost, and Menso Blankstein, as former Secretary of the Colony of Swellendam, defendants, on the other part. And made known: That the present Landdrost of Swellendam, A: A: Faure, upon assuming this his office, had found himself compelled to bring to the notice of the Governor and Council of Policy the deplorable condition of all such matters relating to the said post, as he had found them, and this in order to avoid all detrimental consequences and not to burden himself for the future with the accountability of another's administration. That this report related principally to the incredibly poor condition of the colony's treasury as well as the buildings, papers, and securities. That by resolution of 28 July of the past year 1789, the aforementioned Council of Policy appointed a committee of two members from its midst, in order to proceed thither, principally to examine accurately everything that could have any relation to the treasury of the Swellendam Colony, together with the securities and papers belonging thereto, etc. That these gentlemen commissioners, upon returning from the completion of their commission on 16 February 1790, having submitted a detailed report of both their findings and their proceedings, the aforementioned Honorable Council, by resolution of 27 April last, thought fit to issue an extract thereof, including the aforementioned submitted report, to the undersigned, and this in order for him, in his capacity, to make such use of it as he should deem proper. That the undersigned, upon careful examination both of the aforementioned report of the present Landdrost and of the aforementioned report of the gentlemen commissioners, believed to discern therein such grievances against both the retired Landdrost C. van Nuld Onkruijt and against the also retired Secretary there, Menso Blankstein, which are in the highest degree reprehensible and punishable. That the undersigned's instruction in Article 41 clearly orders him regarding all matters which he, the Independent Fiscal, might have against any subordinate officials, to institute his action before the ordinary judge. And Article 40: Finally, the Independent Fiscal shall have to ensure that, in accordance with the intention of the Council of 17 and in the manner expressed hereinbefore, everyone in the service of the Company shall comply with the letter of instructions as well as the laws, ordinances, and orders of both the Council of 17 and of the Governor-General and Council; being obligated to proceed against the violators thereof, in whatever respect it might be, according to the exigency of the matters. That he has therefore found himself compelled by virtue of his office to cause the two named persons to be summoned before this tribunal, in order to hear such demand and conclusion as he, on account of far-reaching negligence and dereliction of duty in the performance of the posts entrusted to them, shall judge necessary to take against them. This being an exposition of the reasons and motives why the undersigned, as representing the right of the high sovereign authority—principis enim incumbit in officialium gesta inquirere, Nic. Mylius in his Parchologiae, Chapter 4, No. 13—has instituted this action.

Dutch transcription

een uitgeoeffent eigen gezag aan te treffen, den gedragden heeft immers de goederen van gemelde Christiaan Waal niet uit de magt van Christiaan Waal genoomen en in de zijne overgebragt, in welk geval alleen den gedaagden zoude oordeelen strafbaar ge„ weest te zijn, de deur van de trap waar meede menma de zolder ging waar op de goederen geborgen waaren is immers ont¬ slooten en geopend geweest voor Christiaan Waal ook is er geen de minste schaade aan zijn goed te weege gebragt, Neen! maar alles is door den gedaagden ter goeder brouwe en met de grootste zorg verrigt; het welk een en ander den gedaagden wel met verklaaringen en bewijzen zoude hebben kunnen staaven, indien het enge termijn ende afkeer voor lange en kostbaare proceduures hem dit niet hadden belet, met welke en andere Reedenen en mid„ delen is 't nood nader te deduceeren, den gedaagden tot den volgende Contra conclusie zal overgaan Concludeerende dat bij definitive vonnis„ te van deesen Uwel Edele Achtbaarens raade den Edele Achtb: heer E: A: Eisscher zijne gedaa„ ne Eisch ende genomene Conclusie, opende Jeegens den gedaagden als niet ontfankelijk in regten, zal werden ontzegt met de kosten Accordeert d1 fler 1 /:onderstond:/ Imploreerende hierop UwelEd Achtb: Nobile et benignum zien dicis officaam /:get:/ I: I: Rens:/:in margine:/ Echebitum in Iu„ dicio den 15 April 1790. / Damnsper n dren d Compareerden voor den E: Achtb: raade van Iustitie dezes gouver= nements I: N: S: Baron van zijnden Independent fiscaal ratione officii eisscher ter eenre Contra„ Constant van Aold onkruijt als oud Landdoost en Manso Blankstan als oud Secretaris der Colonie Zwellendam gedaag„ dens ter andere zijde En gaf te kennen zoe dat den tegenwoordigen Landdrost van twellindem A: A: Faure, bij het aanvaarden van deeze zijne bediening zig genoodzaakt had gevonden, om„ me den deplorabelen toestand van alle zulke zaaken die tot den gezegden post eenige betrekking had den, zo als hij die bevonden had aan gouverneur en raaden van Politie ter kennisze te moeten brengen, en zulx omme alle naadeelige gevolgen te vermijden, en zig de verantwoording van eens anders administratie, voor het vervolg niet op de hals te haalen Dat dit verslag voornamentlijk be„ trekking heeft gehad op den ongelooftelijken sleg„ ten toestand, zo van 't Colonies Cassa als ge„ bouwen, papieren en effecten Dat door opgemelde Raad van pali„ tie bij resolutie van den 28 Julij des gepasseerden Commiszie van twee Leeden, Jaars 1789, eene No 16 Lact uit derzelver midden heeft gedeceneerd, ten gude zig derwaards te begeeven, voornamentlijk, omme „naauwkeurig te texaminee en alles wat eenige re „tatie hebben konde tot de Cassa der Zwellen„ „damsche Colonie, mitsgaders tot de effecten en „papieren daar toe gehoorende & Dat deze heeren gecommitteerdens bij re„ tour van die hunne volbragte Commissien, op den 16 Februarij 1790: hebbende ingediend een onstan= dig rapport, zo van hun bevinden, als verrig= tingen, welgemelde WelEdele en achtbaare Raad bij resolutie van den 27:e April ll: heeft gred„ gevonden„ Extract daarvan, met insertie der „evengemelde ingediende memorie van rapport „af te geeven aan den ondergeteekenden, en „zulx omme daarvan, in zijne qualiteid, zoo„ „daanig gebruik te maaken, als zoude vin„ „den te behooren Dat den ondergeteekende bij naauw keurige examinatie, zo van het hier voren aan gehaalde berigt van den tegenswoordigen Land droot, als van het evengemelde rapport van heeren gecommitteerdens, daar inne zodanige beswaarnissen, en tegens den afgegaane Land„ droot C. van Nuld onkruijt, en teegens den meede afgegaane secetaris aldaar Menso Blankstein heeft vermeend te zien doorstraa„ len, welke ten hoogsten reprochabel en strafbaar zijn. Dat des ondergeteekendens instructie hem articule 41 duidelijk gelast „ omtrend . Calle „alle zaaken, die hij Independent fiscaal zoude mogen „hebben, ten lasten van deze of geene subalterne be„ „diendens, zijne actie te institueeren voor den ordi= „nairen regter En articulo 40 „ Eindelijk zal hij indepen„ „dent fiscaal hebben te letten, dat Conform de in„ „tentie de vergaderinge van 17:en en op den „voet als hier voren is uitgedrukt, bij elk en een „iegelijk in dienst van de Compagnie zijnde „werde nagekomen zo wel den articul brief gals de wetten, ordonnantien, en beveelen „zo van de vergaaderinge van 17en als van gau„ „verneur generaal en raaden: zullende hij ver„ „pligt wezen tegens de overtreeders derzelve in welk opzigt het ook zoude mogen zijn „te procedeeren, naar exigentie van zaaken Dat hij zig over zulx amptahalven heeft genoodzaakt gevonden de beide genoemde perzoonen, voor deze vierschaar te moeten doen dagvaarden, ten einde te aanhooren zoodaani„ „gen eischende Conclusie, als hij, wegens verre gaande zordigheid en: pligtverzim, in het waar„ neemen van de aan hun toevertrouwde posten, op ende jeegens dezelve zal oordeelen te moeten neemen Dit een expoze van de redenen en ma= tiven zijnde, waaromme den ondergeteekende, als waarneemende het regt van de hooge overigheid principi emim incumbit in officialium gesta in quirere Nie Mijler in hij parcholagiae Cap. 4. N o 13 Deze actien heeft geenha weerd einde „omme 2e Jan rig Raad goed, r Land van straa uctie Arend 2o aan n E

NL-HaNA_1.04.02_11023_0378 view scan ↗

English

he will proceed further by briefly presenting to Your Honorable Excellencies the points which he believes ought primarily to serve for their grievance. And specifically, first of all, regarding the Landdrost Constant van Nuld Onkruid, dismissed at his own request, the first defendant in this matter. Who by these Honorable Excellencies on 26 February 1782 was appointed Landdrost of the Colony of Zwellendam, and after having held that office for not yet six full years, was discharged from it on 18 December 1788. The Colony's effects were left behind in such a ruined condition and found by the present Landdrost that they will never again be able to be restored to a usable state. First, the Colony's meeting table, which must serve at the gatherings and therefore belonged in the council chamber there, is lying in the kitchen set upon four logs. The chairs, which should consist of 7½ dozen, are lying in pieces and fragments in the attic. The four-poster bed, no less unusable, in the sleeping quarters. And likewise proportionately all the Colony's remaining furniture. As appears most clearly from the report of the present Landdrost A. H. Faure, annexed hereto under the letter A to number 1. And the charters and papers, which must always be left behind for the successor to serve as a rule and guide for him, consisted solely of: An ordinance book, a placard book, some loose ordinances, and receipts of paid arrears on livestock posts, and a letter book, containing only such letters as were sent on behalf of this government to the late Landdrost Lorak. While the defendant will not be able to deny that to him by the late Mr. Rijneveld, as outgoing Landdrost, in proper order were handed over not only all incoming letters concerning his office, but also the bound minutes of all such as were sent by him, Rijneveld, and his predecessors, both to this government and to private individuals, concerning various matters. Together with still other papers which an incoming Landdrost highly requires. And whereas it was indisputably his duty and department to preserve such substantial papers carefully, in order to be able to hand them over in turn to his successor, as a pledge entrusted to him solely for his use without the least ownership, nevertheless not the least remnant of them could be found by the current Landdrost. As appears from his report under A to number 2. 3. With the buildings it was equally unfavorable at his departure. These consist of: Firstly, a house for the residence of the Landdrost, which, because of neglected and shamefully omitted necessary repairs, is in such a dilapidated state that the present Landdrost was compelled immediately to have the large holes in the thatched roof and other leakages stopped, and furthermore to have many other repairs carried out; which could not be executed without many extraordinary expenses, and without which this house, due to the heavy rains that fell there in the month of June 1789, would already have been partially turned into a ruin. See the excerpt report annexed hereto, concerning the relevant clauses under the letter B to number 1, added to A number 3. Secondly, a small storehouse adjoining the aforementioned front house, and no better, but so dilapidated through lack of timely repairs that it cannot be restored again. Thirdly, a building serving as a wagon house and workshop, also entirely dilapidated for the said reason. Fourthly, a square room that is entirely bare of a roof, and provided with no doors or windows. Fifthly, a building erected by the defendant, being arranged for the stabling of a large number of horses, with some attached domestic quarters and coops for kitchen poultry; which building, having stood for only a short time, nevertheless shows the marks of poor construction, and that it will soon require very costly repairs; while already not only the roof, which contains the coops for the kitchen poultry, with a portion of the wall of the pigeon coop, but also all the principal pilasters are broken to such an extent that this portion of the building has already become completely unusable. Concerning which building it should be noted that the defendant regarding this has still dared to maintain a claim against the Colony, which still remains alive, and thus erected the same at the Colony's expense, by his own authority without the least authorization.

Dutch transcription

meerd zal hi verder voortgaan niet aan Uw Ed Achtb: kortelijk voortedragen, de poincten, die hij vermeend voornamentlijk ter hunner grabane na te moeten dienen En wel aanvankelyk van den op des„ zelfs verzoek gedemitteerden Landdrosk Constand van Nuld Onkruid, den eersten gedaegden in dezen Door dezen dag welEd Achtb„ zeeren op den 26 Februarij 1782 tot Landdrost der Colonie Zwellendam is aangesteld, en na dat hij die be„ diening nog geene volle zes jaaren heeft, be kleed, op den 18 december 1788 daar van ontslagen is geworden zijn 's Colonies Effecten zodaanig ontrampa„ neerd nagelaaten en door den tegenswoordigen Landdrort gevonden, dat dezelve nimmer weder„ om tot gebruik, in staat zullen kunnen worden gebragt Leggende voor eerst 't Colonies, Slad ten fel, die bij de vergaaderingen moeten deenen, en dus in de raadcamer aldaar gehoorde, in de keuken op vier zaalen gesteld, De stoelen uit 7½ douzijn moetende bestaan in stukken en brokken op de zolder, Het Ledikant, niet minder onbruikbaar, in 't slane vertrek En zo na rato alle 's Coloines overige meubi laire goederen gelijk zulx ten duidelijks ten appareerd uit het berigt van den tegenswoordigen Landdrost Ad. Saure A: H: Faure, hier agter gevoegd sub Litteren At. ad N3. 1. & de Chartres en papieren dewelke altoos aan den vervanger moeten worden agtergelaaten, en tot een regel en rigtsnaer voor denzelven te dienen, bestondelijk eeniglijk in Een ordonnantie boek een placcaat boek eenige lasse ordonnantien en quittantien van betaalde agterstallen op rheeplaatzen en een brieven boek, alleen van zoodaanige brie„ ven als van weegens deeze regeering aan wij= len der Landdoort Lorak toegezonden waren Terwijl den gedaagden niet zal kunnen ontken„ nen, dat aan hem dootwijlen den heer rijneveld als afgaande Landdrost, in behoorlijke ordre zijn overgegeeven, niet alleen alle inkomende brieven deszelfs ampt Concerneerende, maar ook de ingebondene minuuten van alle zodaa„ wiel, als door hem Rijneveld en zijne veraede= testeuren, zoo aan deze regeering als aan pur ticulieren, over differente materien zijn afgezonden beneevens nog meer andere papieren 66 welke een aankomende Landdroat hoog nodig heeft En daar het nu indispetabeel van zijnen pligt en de partement was zoodanige substantieele papieren zorgvuldig te bewaaren, ten einde die wederom aan zijnen de vol„ gen be¬ is gen pa 19 bi be e rd doost ger, als aan hem alleen tot zijn gebruik zonder de minste eigendom toevertrouwd pand, te kun nen demanueeren zoo is egter door den actualen Landdrost daar van geen het minste overschot meer te vinden geweest. Blijken zijn berigt sub A: ad NB: 2 3 Met de gebouwen was het bij zijn vertrek even ongunstig gelegen dezelve bestaan C„o in een huis ter bewooning van den Landdrost 't welk wegens de nagelaatene enrschandelijke verzuimde nodige reparatien, zig in zodanigen vervallenen staat bevind, dat de tegenswoordg ge Landdoost genoodzaakt is geweest, dadelijk aan 't zelve de groote gaaten in het riete dak en verdere akkagien te laaten stoppen voorts veele andere reparatien te laaten ver rigten; 't geene niet zonder veele extra or„ dinaire onkosten heeft kunnen worden uitgevoerd, en zonder het welke dit huis door de zwaare regens die aldaar in de maand Iunij 1789 zijn gevallen, reets gedeeltelijk in een puinhoop zoude zijn veranderd geworden zie het hier bij geannexeerde Ei„ tract rapport, quaad Clausulas Concerneubls zub L:a B: ad N.:o 1 gevoegd bij A N„o 3 2„o in een magazijntje anne het even„ gemelde voorhuis en niet beeter, maar zoodae wigj door gebrek van bij tijds gedaane repa= Eaken ratien vervallen, dat hetzelvie niet weederom te herstel„ len is 3„o in een gebouw dienende tot wagenhuis en arbeids winkel, meede uit gemelde oorzaake geheel vervallen 4„o in een vierkant vertrek, dat geheel en al van het dak ontbloot, en van geene deuren ofte vensters voorzien is 5„o in een gebouw door den gedaagden doen opzetten, zijnde ingerigt tot stalling van een groot aanvalpaarden, met eenige bijgevoegde domeatique vertrekken en hok„ ken voor keuken gevogelte; welk gebouw nog maar weinig tids gestaan hebbende, eg„ ter de kenmerken vertoond van eene slegte constructie, en van wel haast zeer kooskaa„ - re reparatien te zullen vorderen; terwijle reeds niet alleen het dak, het welke de hok„ ken voor het keuken gevogelte bevat, met een gedeelte der muur van het dui„ ven hok, maar ook alle de voornaam„ zte pilasters verbrooken zijn in zoo verre dat dit gedeelte van het gebouw reeds ge„ „ heel onbruikbaar geworden is. omtrend welk gebouw te noteren staat, dat de ged„e daar omtrend nog eene pretentie ten lasten der Colenie heeft durven dus tineeren, welke nog levendig blijft, en dus hetzelve op kosten der Colonie, Propria auctoritate zonder de minste authorisa„ tee der aan

NL-HaNA_1.04.02_11023_0382 view scan ↗

English

authorization or consent of the Governor and Council, and without communication, consultation, or prior knowledge of the heemraden, dared to establish, and thereby brought irreparable damage to the entire Colony's Treasury, as will presently be demonstrated in more detail. 6thly, in a house and adjoining rooms, serving the secretary, in such a dilapidated state that during the presence of the honorable commissioners at Swellendam, the horse stable which constitutes one of these rooms collapsed. 7thly, in a building serving both as dwellings for the substitute Landdrost, the messenger, and orderly riders, and for the detention of prisoners. Which building was quite recently, in the time of the previous Landdrost Rijneveld, built very solidly; yet if furthermore the necessary proper repairs, neglected by the defendant for some years past, were to be omitted, it would soon likewise fall into the decay in which the other Colony's buildings already find themselves. 8thly, in an old building formerly also having served the aforesaid purposes, of which the roof has entirely collapsed, in which the Caffers, who belong to the administration of Justice at Swellendam, find their shelter in a most miserable miserable manner. 9thly, in a so-called powder magazine, to the terror of those who must enter it, provided with an iron door running overhead, not covered, and then still largely devoid of a roof, such that the powder stored therein for the citizen exercises is exposed to the rain. 10thly, and finally, in a pontoon over the Breede River, entirely worn out, and no longer capable of sustaining any repairs, but absolutely needing to be renewed. See B. ad No. 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, and H ad No. 4. From all of which it appears most clearly that this defendant, for several years past, has shamefully neglected to have the repairs so highly necessary for the same carried out, and that they have thereby come to be chiefly in the present deplorable, and for the Colony so ruinous, situation. IV. And what now finally concerns the state of the Colony's Treasury, your Honors may please to be informed that the confusions and obscurities surrounding the administration of the Colony's financial affairs permit only with the greatest difficulty the drawing up of a clear picture thereof. See B. ad No. 1. From a statement and account of that Treasury closed on the last of December 1788, and appended to the report of the Landdrost A. A. Faure, it appears that the Colony was in deficit by a sum of Rds 4446-3-5, A No. 5 and B No. 3 ½. And from some items within the margins, concerning the amount the defendant claims is due to him in advanced monies, a sum of Rds 3612-6-2, see ad No. C. While in another account of that same year, found at Swellendam, this arrears is brought to a sum of Rds 4546-3-5, B ad No. 12. From which obscure calculation no elucidation can very easily be obtained; yet one can infer with good reason that the Colony's Finances must be in the most deplorable state. Especially when to those deficient funds one further adds the three years of interest on a principal sum amounting to 22000 Guilders which the same owes to the Orphan Chamber, as well as the four years of kloof monies due to the Colony of Stellenbosch, while the ferryman and the Colony's messenger have also for some years not received their earned wages, and likewise for some time past the substitute has not been paid his due judicial expenses, A. ad No. 7. The messenger of Van Antwerpen there claiming, among others, a sum of no less than f 2723-14-4, B ad No. 14. Notwithstanding this, one finds on that same account an entry acknowledged of 226 Rds 14 stivers for monies ostensibly advanced by the defendant to the Ferryman for repairs to the Pontoon, whereas the said Ferryman nevertheless testified in a full meeting that he had not enjoyed a single stiver thereof, A No. 8, B No. 15. From which is fully evident a far-reaching, sloppy handling of affairs and a very negligent administration, which is to be imputed solely to this defendant, along with the desolate consequences that have arisen therefrom, B No. 16. Since the honorable commissioners, in a combined meeting of heemraden and burgher officers, expressly convened for the examination of that obscure and confused account, when the present members were asked for their elucidations concerning it, unanimously learned from the same that however much they had always striven faithfully and uprightly to look after the Colony's affairs according to their oath and duty, none of them, however, had been permitted to have the administration of the Colony's Treasury, B. No. 17. That not understanding the drawing up of those accounts, they had always trusted and assumed that the same had been properly drafted either by the Landdrost or by the Secretary, whose duty it was.

Dutch transcription

tie ofte consent van gouverneur en raaden en zonder communicatie, rug gespraak, ofte voorkennis van heemraaden, heeft durven ter nederzetten/ en de gantsche Colonies Casta daar door eene onherstelbaare schaade heeft toegebragt, gelijk straks nader zal worden aangetoond 6„o in een huis en bijgehorende ver„ trekken, ten diensten van den secretaris, in eenen zoodaanigen vervallen staat, dat staande het aanweezen van heeren gecommitteerdens op zwellendam, de paardestol welke een van deze vertrekken uitmaakt is komen in te storten 7„o in een gebouw dienende ze tot woonin„ gen voor den substiteus Lands rost, den bade, en ordonnantie ruiters als tot bewaring der gevan„ geren. welk gebouw: nog nieuwelings ten tijden van den vorigen Landdrost Rijneveld Regten sterk is getimmerd, dog wanneer verder de noedzaakelijken, nu zeedert eenige jaaren her„ waards door den ged„e daaraan verzuim„ de behoorlijke reparatien, wierden nagelaa„ ten wel ras meede tot 't verval zoude gera ken, in 't welke zig de andere Colenies gebouwen als reets bevinden 8„e in een oud gebouw voorheen meede tot eevengemelde eendens gedeend hebbende, waar van het aak geheel is ingestort, in 't welke de Caffers, die tot administratie der Iustitie op Swellendam gehooren, op eene gantsch miserabele miserabele wijze hunne lijfberging vinden 9=e in een zoo genaamd kruit ofte polverhuis tot schrik der geenen, die zig daarin moeten begeeven, van eene ijzere daur oversteeven loopende voorzien, met niet overdekt en dan nog mees tendeels van dak ontbloot, zoodaanze dat het daar inne voor de burger Exercitien gebor„ gen wordende kruit aan de reegen is geex= poneert 10„o En eindelijk in een Porton, over de breede revier, geheel en al afgesleeten, en geene reparatien meer kunnende lijden maar vol„ strekt vernieuwd moetende worden zie B. ad N32. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9- 10. & Had NB4 uit al het welke ten klaarsten ap„ pareerd dat deezen ged„e zeedert ettelijke jaaren herwaarts, de aan dezelve zo hoog noe„ dig vereischte reparatien sehandelyk verzuimt heeft te laaten maaken, en dezelve daardoor voor„ namentlijk in dan teegenswoordigen de„ plorabelen, en voor de Colonie zo ruirense tituatie zijn koomen te geraaken 1V. En wat nu eindelyk aanbelangd den staat van 's Colonies Cassa zo gelieven UwEden agtb: geinformeert te zijn, dat de verwarringen en duisterheeden welke de administratie der Colonies Exman„ teile zaaken omringen, niet dan met de grootste moeiten gedoogen, zig daar omtrend in en en 2 - omtrend een duidelijk Taffereel te kunnen maa ken B: ad NB1. uit eene staat en reekening dier Cassa op ultimo december 1788 geslooten en gevoegd agter het berigt van den Land„ drost A: A: Laure, koomt te blijken, dat de Colonie te kwaad was eene somma van rd„s 4446-3-5 A N 5& B N3 ½ En uit eenige posten bennens lijns, over zo veel den ged„e aan verschootene penningen aan zig sustineerd te competeeren, eene somma van Rd. s 3612 - 6—2 stad N. C Terwijl in eene andere reekening van dat zelve jaar, op swellendam gevonden dit agterwezen is gebragt op summa van ho 4546- 3 — 5 Bad. N3. 12 uit welke duistere bereekening niet zeer gemakkelijk eenige Elucidatie kan wor= den erlangd dan egter kan men met veel grond er uit opmaaken, dat 't met 's Cholonies Finantien aller beklaagelijkst moet zijn gesteld vooral wanneer men bij die te kort komende penningen nog voegd de drie jaaren intressen van een Capitaal groot 22000 Guldens die dezelve ter Weeskamer ten agteren staat mitsgaders de vier jaaren aan de Colonie van Stellenbosch debiteerende Cloof„ penningen, terwijle de porthouder en 'is Co„ tonies boode, al meede zeedert eenige jaaren hunne verdiende gagien niet hebben onfan„ gen en ook aan den subschuit insgelijks van tijden herwaards, zijne competerende justitieele kosten niet zijn betaald A. ad N3 7 Praetendeerende onder anderen den boode van van Antwerpen aldaar, eene somma van niet minder als ƒ 2723 - 14 — 4 BadNB. 14 Des niet teegenstaande vind men op die zelve reekening eene post bekend gesteld van 226ro=s 14 st„rs wegens door den ged: quasie verschootene penningen aan den Ponthouder, weegens repa= ratien aan de Ponton, daar gemelde Ponthouder egter in eene volle vergaadering heeft betuigd, geen stuiver daarvan genooten te hebben A NB. 8. B NB 15 waaruit ten vollen eicceert eene verregaande slordige behandeling van zaaken en eene zeer agteloeze administratie, welke alleen aan deezen gedaagden, met en benevens de desolate gevolgen daar het voortgesprooten te imputeeren Is B N3. 16 Nademaal hieren gecommitteerdens in eene gecombineerde vergaadering van zeemraaden en burger officteren, expres tot het nazien dier duistere en verwarde reekening en geconvaeert, wanneer aan de praeken te Lee„ den wierd afgevraagd derzelver elucidatien daar omtrend; van dezelve eenpaarig hebben ver„ noomen, dat hoe zeer zij zig ook altoos be„ ijvert hadden 's Colonies raaken getrouw en opregtelijk, volgens hunnen Eed en pugt te be„ hartigen, geen van hun egter de administra„ tie van s' Colonies Casta hadde mogen hebben B. NB77 Dat zij zig op het formeeren dier reekeningen niet verstaande, altoos hadden vertrouwd en vastgesteld, dat dezelve of door den Landdrostt of door den secretaris, wiens port het maar 4

NL-HaNA_1.04.02_11023_0386 view scan ↗

English

it was necessary to do so, had been drawn up and prepared in proper order, as was fitting, and in that confidence had also co-signed those accounts: B NB 18: and whereas, moreover, in the Colony's accounts the items for which the cash expenditures had been made were not specifically expressed, which likewise greatly hindered the examination of the different entries, all the more because no receipts or receipted bills were at hand, the aforementioned members of the combined meeting declared in that regard that the last preceding Landdrost, Constant van Nuld Onkruydt, had always kept the Colony's funds in his own possession and usually, in the respective meetings, had only stated in general terms the estimate of what he claimed to have expended on behalf of the Colony. B. ad NB. 19 Whereas it is nevertheless the law that Quod Administrator omnia libelli rationis Capita vera esse probare debeat L. 111 ff de Condit. et Demonst. id quod imprimis quoad expensa obtinet, cum plerumque accepta ex ipsa administratoris Confessione liquida sunt Probatio ergo datorum necessaria est, nec sufficit si deficiente ea administrator se ad jurandum offerat; quod tamen limitatur in expensis modicis ut et interdum in magnis, si liber rationum ista requisita habeat quae Zeeser in capite loc. Comm: 12 de rat. ex Mascard de probat. Concl. num 1213 recenset of which, however, none are to be found here. All of which obscurities also cause that no reliance is to be placed on the aforementioned accounts, at least for the last three years, 1786, 1787, and 1788, B. ad No. 20 1st, because the cash accounts of the last-mentioned two years stand credited for interest to the Orphan Chamber to the amount of 440 Rds., while nevertheless a claim has been brought forward by the same Orphan Chamber against the Colony for unpaid interest from 1 July 1786 to the present day; A: N B. No. 22 2nd, because in the account for the year 1786, among the debt entries recorded under the notes, an amount of 2897-7-2 Rds. was entered, which the frequently mentioned Landdrost Onkruydt was supposed to claim for the erection of the new buildings, although upon examination of the resolutions of the Heemraden it could not be discovered that the defendant ever made a proposition for that carpentry work, much less that a resolution was passed thereto by the Board, or that consent for that purpose was granted by the Governor and Council; besides which the Heemraden who served at that time, and who were present in the combined meeting, declared that they were under the impression that, since the frequently mentioned former Landdrost Onkruydt undertook the construction of the said building and proceeded with it before their eyes, yet without prior knowledge of the Board, this took place at his private expense and for his own service and use; B. ad No. 23 3rd, because among the same debt entries in the account for the year 1786 there is also acknowledged an amount of 226-2-2 Rds. for repairs to the pontoon, whereas the pontoon operator nevertheless still claims payment of this sum, not only that, but now even comes forward with a claim of 613 Rds., although in the account of the following year, 1787, the Cash is credited for the entire amount of 4553-7-2 Rds. on account of these and all the other debt entries noted and drawn up in the margin of the previous year's account; B. ad No. 14, 15 & 24 so that no reliance whatsoever can be placed upon the satisfaction of the other items entered in these accounts as having been paid out, since no receipted bills or other acts of acquittance in that regard are at hand; B: ad No. 21. Whereas indeed, according to l. ult. 82 ff de Condict. indeb., administratoris solutio plerumque apochis productis probatur, utpote quae in tesseram solutionis factae a Creditoribus dari solent, the debts of the Colony have now, since the year 1785, or rather mainly since the erection of the aforementioned buildings, constructed by the defendant on his own authority at the Colony's expense, so notably increased, and the revenues of the same have been so carelessly neglected and omitted to be properly collected; B. NB. 25 & 26 indeed, the lists and accounts that are at hand concerning this are also kept in such an unintelligible and confused manner that not the slightest clarification can be derived from them; B. ad NB. 27. It is consequently very easy to gather from this that, in the first place, chiefly the Landdrost, and in the second place also the Heemraden, have not watched with the required vigilance to compel in good time, by means and processes of law, those who remained negligent or in default regarding the collection of the Colony's revenues, since it nowhere appears that the least legal proceedings were initiated against anyone from whom any advantages were to be claimed for the Colony; notwithstanding that the Governor and Council had already, by dispatch of 11 November 1785, written to and ordered the Landdrost and Heemraden aforesaid.

Dutch transcription

het was zulx te doen, in die ordre waaren zamen ge steld en vervaardigd geworden, als het behoorde & in dat vertrouwen die reekeningen ook meede hadden onderteekend: B NB 18: en gelijk men daarenboven bij 's Colouis reekeningen, niet specificq had uitgedrukkt de zaaken voor welke de uitgaven der Cassa waren geschied 't geene insgelijks het nagaan der differente posten grootelijk hadde verhindert te meer om dat geene quittantien ofte gequitteerde reekenin„ ven voor handen waaren, zo hebben de voor„ noemde Leeden der gecombineerde vergaade„ ring ten dien belangen verclaard, dat den laast voorgaande Landdroot Constand van Nuld Onkruid, '1 Colonies penningen altoos onder zig hadde gehouden en gewoonlijk in de respective vergaaderingen slegts in generaa„ le termen hadde opgegeeven de begrooting van het geene hij zeide 1' Colonies wegen te hebben uitgegeeven. B.ad NB. J9 Daar het nogtans regtens is Quod Administrator omnia libelli rationis Capita„ vera esde probare debeat L. 111 P de Condit. et Demonst id quod imprimis quoad expensa obtinet, aun plonimque accepta ex ipsa administratoris Confessione lequida zunt Probatio er go datorum necestaria ext, nee suf„ fiat sr deficiente ea administrator se ad jaran„ duu offerat; quod tamen lunitatur in expensis modicis ut et interdum in magius, si liberra„ tionum ista requisita habeat quae zeeser in loe. Capite loe. Comm: 12 de rat. ex Mascard de probect Conel. num 1213 recenset waarvan er nogthans geene alhier te vin„ den zijn Alle welke duisterheeden dan ook te wegen brengen, dat er op de voorsz: reekeningen altans van de drie laatste jaaren 1786. 1787. & 1788 geen ver„ trouwen te stellenis Bad No 20 1„o om dat de Cassa reekeningen van de laatsgemelde twee jaaren gecrediteerd staan over in tteressen ter Weeskamer tot rd=s 440 Terwijle egter door dezelve Weeskamer is te berde gebragt eene praetenzie ten las„ ten der Clalonie, over onbetaalde renten zedert primo Julij 1786 tot heeden toe A: N B. N322 L„a om dat bij de reekening over het jaar 786 onder de schuldposten die ad Nohain zijn gesteld opgebragt is geworden eene summa van rd„s 2897 -7 — 2 die den meergem: Landdrort onkruid, voor het zetten der nieuwe ge„ bouwen zoude te praetendeeren hebben, of„ kloon bij het nagaan der resolutien van Geemraaden niet heeft kunnen worden ontdekt, dat den ged: ooit ofte immer proe„ pasitie tot dat timmerwerk heeft gedaan veel minder dat bij het Collegie besluuit„ daartoegenomen is, ofte door gouverneur en Raaden ten dien einde Consent zoude wee„ den verleend: boven 't welke de des tijds gefun„ geert hebbende heenvraaden, die in de gecom„ bineerde n erra bineerde vergaadering teegenwoordig waaren hebben verklaart in 't begripte zijn geweest dat vermits dukgemelde oud Landdroot on„ kruid de extractie van het gezegde gebouw ondernam, en daar meede onder huen dog, zon„ der voorkeniis van het Collegie voorrder„ zulx op deszelfs privé kosten, en tot zijn eigene dienst en gebruik geschied de B.ad N3. 23 3„e om dat zig nog onder dezelve schuld posten bij reekening van 't jaar 1786 meede bekend gesteld vind, een bedraagen van rds 226 — 2 — 2 over reparatien van den ponton Daar den Pontonvoerder egter al nog betaalinge van deeze somma praetendeerd / niet alleen, maar thans reeds opkoomt met eene praetensie van rd„s 6 13 —„ —„ ofschoon op de reekening van het volgende Jaar 1787de Cassa gecrediteerd is voor het geheele bedraa gen van rd„s 4553- 7— 2 weegens deeze en alle de overige, bij de ree= kening van het vorige jaar binnens sijns genoteerde en geformeerde schuldposten B. ad N3 14615 & 24 zoo dat ook op de voldoeninge der andere bij deeze reekeningen, als uitbetaalde opgebragte pos„ ter, geene de minste staat te maaken is, nademaal zig geene gequitteerde reekenin gen nogte andere actens van quittantien dien aangaande voor handen bevinden B: ad N21. Daar Daar immers volgens de l ult 82 f de Condict indeb. administratoris solutib plerum= que apochis productis probatur, utquaé intesseram solutionis factae a Creditoribus dari solent zijn nu 's Colonies schulden zedert het jaar 1785: ofte wel voornamentlijk zeederd de Exoque„ van het door den gedaagden eigener auctoriteit op 's Caloines kosten opzetten der voorgemelde gebouwen, zo merkelijk vergroot geworden, wen zo slordig zijn de inkomsten van dezelve verwaar„ loosd en veronagtzaamd, na behoren geennet te worden B. NB. 25 & 26 immers de lijsten en reekeningen, die zig hier van voor handen bevinden, zijn meede op zulke eene onverstaanbaare en verwarde wij„ te gehouden, dat er geene de minste elucidatien uit te haalen zijn B. ad NB. 27. zet is gevolchelijk hier uit zeer gemrak„ kelijk op te neemen, dat in de eerste plaats voornamentlyk den Landdroat, en in de tweede plaats oak de heemraaden ^ niet met de vereishte vegilantie, hebben gewaakt, omme de geenen die met de behaaling van 't Coloniel inkomsten nalaatig of in gebreeken zijn ge= bleeven, daar toe in tijdt door middelen en wegen van regten te constringeeren, na dien nergens uit blijkt, dat tegens iemand, van wien eetsten voordeelen der Colonie te prae„ tendeeren was de minste proceduures geen„ tameerd geworden zijn: ongeagt gouverneur en raaden reets bij missive van den 11 Novemb: 1785 Landdrost en heemraaken voorn: hadden aangeschreverten elasten

NL-HaNA_1.04.02_11023_0390 view scan ↗

English

to cause notices to be affixed, whereby the delinquent debtors would be warned to come and discharge their outstanding 14 ponton head money and other taxes within a certain time to be set by the Landdrost and Heemraden themselves, or that failing this, proceedings would be instituted against the delinquents according to law. And subsequently also that after the expiration of that time, they, the Landdrost and Heemraden, would have to execute the same proceedings against those who had then still remained in default. As appears from Document 28 and the mentioned copy annexed hereto sub Litera C. From all that has been narrated here before, it will then be very clearly evident that both the ill-advised and unauthorized course of action of the former Landdrost C. van Nult Onkruydt in erecting a new building at the expense of the Colony, and the neglect to have the necessary repairs done, both to the same and to the remaining Colony buildings, together with the failure to pay out in due time the entries brought into the accounts as having been actually settled, the failure to take care of the Colony's charters and papers, almost all of which have fallen into disarray, and the neglect to produce the proper verifications and receipts; That, says the honorable Prosecutor in his official capacity, this, as well as the neglected vigilance regarding the collection of the Colony's dues and credits, whereas he nonetheless took the administration of the Colony's affairs entirely upon himself and kept the Colony's funds solely under his own custody, are the principal causes of the deplorable condition of its treasury and thus of the ruined state of the Colony itself, whereas the same was nonetheless principally entrusted and recommended to his oversight and care, and he was bound by oath and duty to watch over its well-being and advantage; A condition, Right Honorable and Worshipful Sirs, by which it may with the greatest justice be ranked in the class of insolvents, and would have to remain forever, were it not that the providence of the government here devised and put into effect other and extraordinary means to lift it up from there and to save it. No. 29 and 30 Litera B. The undersigned Prosecutor in his official capacity thus claims to have proved most clearly that this defendant, at the very least, and to express it in the most civil manner possible, in the discharge and execution of his office as Landdrost of Swellendam, has made himself guilty: 1st of carelessness and negligence 2nd of extreme slowness 3rd of neglect of duty 4th of disobedience to the orders of the Governor and Council, of which, although they were addressed to the Landdrost and Heemraden as constituting the board to which such are commonly addressed, the execution thereof nonetheless depended principally and solely on him, and thus the non-compliance with them is also to be blamed solely on him. Indeed, even 5th neglect of the memory of his oath taken in the aforesaid capacity as Landdrost. For the same entails: To be faithful and true to the government; To serve the office of Landdrost uprightly and faithfully; To present and make known faithfully all matters concerning his office according to his best knowledge and understanding; And further generally to conduct himself in that office as befits or becomes an honest and upright officer and Landdrost. When one now compares these articles of the oath, annexed hereto sub Litera D, with what has been set down here before step by step, one will quickly be able to perceive whether and to what extent the same has been observed, or rather neglected and forgotten! Which the Prosecutor in his official capacity therefore considers unnecessary to detail further, in order to avoid all prolixity as much as possible in a matter of such importance as this. Now, as far as concerns the second defendant, it will appear no less evident from the documents annexed hereto that he likewise, far from properly attending to his post as Secretary, is also in no way to be excused of neglect of duty. For indeed, Right Honorable and Worshipful Sirs, he whose post it was to draft the accounts in good order and then sign them in his capacity, whereby the Heemraden might not be misled but assured that everything had been properly examined, and set down in accordance with truth and in order and practice to the best advantage of the Colony, and also actually verified, merely accepted the same blindly from the Landdrost, and copied them covertly without the least examination, and indeed— with his signature as Secretary, confirmed and sanctioned them, Document ad No. 31 and 32. Having asked for no specification of the expense items brought in, nor authorization for those expenditures, much less for verifications or receipts, Document ad No. 31 and 32. He, who indeed ought to have been able at all hours of the day to give an account of the state of the Colony's finances, was upon the arrival of the Commissioners at Swellendam entirely unable to give your Honors the least elucidation in that regard, or any explanation of those confused and so obscurely spun accounts.

Dutch transcription

barsten billietten te doen affigeeren, waarbij de nalaa„ tige debiteuren zouden gewaarschuuwd worden, om binnen sakeren door Landsrost en heemraaden zelve, te praefigee„ renen tyd, derzelver schuldig staande ponton 14 houften en andere ongelden te komen valideren, ofte dat bij manquement van dien teegens de nalatige zan„ de worden geprocedeerd als na regten En vervolgens ook dat na expiratie aan die tyd zij Landdrost en heemraaden dezelve proce„ duirres, tegens de geenen die als dan nog in ge„ breeken waren gebleeven, zouden moeten te werkstellen. blijkens Bader 28. En gemelde Cor pielijk hier bij gevoegde missive sub Sa C uit al het hier voren geenarreerde zal dan zeer duidelijk consteeren, dat zo wel het onberaade en ongequalificeerde te werk te gaan van den vorigen Landdrost C. van Nult onkrugt in het zetten van eennieuw ge„ bouw op kosten der Calonie, en het verwaar„ loozen van het laaten doen der noodzaakelijke reparatien, zoo aan datzelve als ook aan de overege Colonies gebouwen, mitsgaders het niet ol zijn tijd uitbetaalen, der in reekening, als werkelijk voldaane in gebragte posten, het niet in agtneemen van s' Colonies Char„ tres en papieren, welke meest alle in het ongereede zijn geraakt, en het negligeren van 't bijbrengen der behoorlijke rerificatien en acquiten Dat zegt de E:O: Eiss=r, dit zo wel als de verzuumde vigilantie omtrend het incasso ren ren van 's Colonies geregtigheeden en Crediten, daar hij nogtans d'administratie van 's Colones zaaken op zig alleen genomen en 's Colonies penningen onder zig alleen gehouden heeft, de voornaamste oor„ zaaken zijn van den deplorabelen toestand haarer Cassa en dus van den vervallenen staat der Co„ lonie zelve daar dezelve nogthans voorna„ mentlijk aan zijn toezigt en sorge was toe vertrouwd en aanbevoolen, en hij volgens Eed, en pligt voor deszelfs wel zijn en voordeel had moeten waken, Een toestand WelEdele Achtbaare heeren waar door zij met het grootste regt onder de Classe der insolventen gerangeert kan worden, en voor altoos zoude moeten ver„ blijven, zo niet de voorzorging der regee= ring alhier, andere en extra ordinairen middelen uitdagt en in het werk stelde, om„ me haar daar uit op te beurenende te red„ den. ffa N. 29 & 30 Litt B. Den ondergeteekende R: O: Ess=r be„ weert aldus ten duidelijksten beweezen te hebben, dat deezen gedaagden zig ten alle minsten, en om het op de civielste wijze mo= gelijk uittedrukken, in het bedienen en waar„ neemen van zijn ampt als Landdroat van Zwellendam, heeft schuldig gemaakt 1„o aan onagtzaam, en nalaatigheid 2=o verregaande nordigheid 3„o pliet verzuim 4„o Desobedien„ laa overige 4„e disobedientie aan de ordres van gouverneur en raaden, die alhoewel aan Landdeest en Geemraaden, als het Collegie uitmaakende, aan 't welke de zodaanigen gemeenlijk worden ge„ addresseerd, de Executie nogthans daar toe voorna„ mentlijk en alleen van hem afhing, en dus de non paritie derzelver, ook alleen aan hem te wijten is. ja zelfs verwaarloozing van de herinnering 5 van zijnen, in opgemelde qualiteid als Landdrost gepraesteerden Eed. immers dezelve brengt meede „ De regeering gehouw en getrouw te zullen zijn „ 't ampt van Landdoort opregtelijk ende ge= „trouwelijk te zullen bedienen Alte zaaken zijn ampt, rakende getrouwelijk na „ „zijne keste kennis en wetenschap voor te draagen „en te kennen te zullen geeven, En voorts zig generalijk in dat ampt te zul„ „len gedraagen, als een vroom ende opregt „officier ende Landdrost toestaat ofte bezaamd Wanneer men nu met het hier voren pas„ „dim ter needer gestelde, deeze articulen van den Eed, hier bij gevoegd sub L=a D' vergelijkt, zal men ras kunnen ontwaaren, of en in hoe verre dezelve is geobserveert geworden, dan wel veron agtzaamd ende vergeeten! het geene den R:O: Ess=t overzal dan ook onnoodig agt, ten einde alle prolixiteid zoo vel mmoogelijk en in een zaak van die aangeleegend heij aangeleegendeeid; als is deze, te vermijden verder te dualiteren Dat nu verder den tweeden beklaagden aangaat, za zal het uit de hier bij annexe stuk„ ken niet minder evident blijken, dat hij ins„ gelijks, wel verre van zijnen post als se„ Scretaris na behoren waar te neemen, meede in geenen deelen van pligtversuim te excuseeren is immers WelEd en Achtb: heeren, hij wiens post het was de reekeningen in ordre te redigeren en als dan in zijne qualiteid te teekenen, waar door heem raaden niet misleid maar verzee kerd konden zijn, dat alles na behoren geer= amineerd, en na ordre en practijk ten mees„ ten voordeelen van de Colonie, nae waarheid was ter needer gesteld, en ook werkelijk geveri„ fieert, heeft dezelve maar zo blendelings van den Landdrost aangenoomen, en zonder het minsten examen verbolenis gecopieert, ja — met zijne signatuure als secretaris, bekrag tigd ende gesauctioneerd B. ad NB31 & B2 Na geene specificatie der ingebragte Laot posten, nog qualificatie tot die uitgaven, veel min„ der na verificatien of quittantien gevraagd. B. ad. N3 21 & 32 Hij die immers alle uuren van den dag in staat moest wezen, om opening van den staat van Coloucies finantien te geeven, was bij de komst van heeren gecommt„ op swellendam, volstrekt onvermogend eenige de minste Elucidatie daar om trend, ofte explecatie van die verwarde en zo duis„ tere gesponne reekeningen aan hun UEden Achtb: oost end heijd

NL-HaNA_1.04.02_11023_0394 view scan ↗

English

to be able to supply B. N. 33 & 34. The movable effects of the Colony, which, properly considered, amounted to a mere nothing of value, were taken over by him quite blindly from the first defendant upon his departure, and a receipt was given for them in general terms, from the reading of which it cannot be inferred that the slightest thing was lacking, just as if the first defendant had handed them over in the very same state as he had received them from his predecessor. And whereas he ought to have grasped, and indeed could have grasped, the authoritative abuses that the Landdrost committed by charging various items to the Colony as paid which were nevertheless not so, by erecting those new buildings at the Colony's expense unnecessarily and without the least qualification or consent, and by neglecting the so necessary repairs to the same and to all the others, he continued to watch such conduct passively, though his duty required him to warn the Board at which he functioned as secretary of it! As also of the ruined state of the Colony's finances, which was approaching with firm strides toward its total destruction. The orders of the Governor and Council were certainly not unknown to him either; he had to read them out and register them in the Board; now it was truly his duty to insist by courteous admonitions that they be obeyed. The papers of the Secretariat were primarily entrusted to his oversight, and thus also recommended to his care, as was also partly the entire management of the administration of that Colony, which is inherently implied in the nature of things. Here too he should not have merely let the Landdrost do as he pleased, especially as soon as he noticed that with him such real and great sluggishness and negligence took place. That everything was not in that order and accuracy as had been the case under the late Landdrost Rijneveld, but went wrongly and backwards so noticeably, of that he ought to have informed the Board of Heemraden in time if his remonstrances found no acceptance with the Landdrost, and if necessary he ought to have disclosed this to the fiscal or to the government itself, so that before it became too late, other salutary and more efficacious remedies could be devised and put into effect. B. ad NB. 36 & 37. So that from the detailed account it is also clearly established that this second defendant has likewise made himself guilty of the enumerated missteps of carelessness, negligence, extreme sluggishness, dereliction of duty, indirect disobedience, and the neglect and forgetting of the oath he had taken, as proven against the first defendant, at least partly in the performance of his office as secretary; for he will not dare to pretend that keeping silent about all the aforementioned and failing to warn thereof properly and in time also fell under what was promised upon oath, annexed hereto under Letter E, never to reveal the secrets of the chamber to anyone. Against which, only as his excuse—if indeed such actions of an official, which resulted in nothing less than the total ruin of the Colony's finances, could be susceptible to it—might come into consideration the subordination in which he stood toward his Landdrost as his commander, the respect and awe owed to him, and the groundless and childish fear that if he held too strictly to his duty, observed the salus publica suprema lex too zealously, and thus wished to oppose the Landdrost's wrongful conduct, he would thereby fall into discord with him, bring his hatred and indignation upon himself, and be exposed to various unpleasant and bad encounters, and in so doing become himself the victim of his conscientiousness. While he may at the same time have comforted himself with the lord of Bruin ad l. 3. C. lb. 16. de Condit. in publ. horr.: Quod delictum ex quo salus publica periclitatur, imputetur Domino praeponenti. And that, whereas he had already been appointed Secretary on the 16 September 1773, and that Colony, up to the fatal year 1785, had enjoyed a flourishing condition, indeed far from that low state into which it had since fallen, he had thereby sufficiently shown and demonstrated that the cause of that decline was not to be attributed to him, but solely to the administration and direction of the first defendant. And herewith the Plaintiff ex officio trusts to have set forth most clearly, and to have strengthened with indisputable and unassailable proofs, what is on hand against both these defendants, and also to have presented all that could be devised or invented with any the slightest possibility of a faint semblance of an excuse, particularly for the second defendant. While for the first defendant nothing of that nature exists. For to wish to pretend that, being born in Europe, he possessed no knowledge of the usages and administration in this part of the world and certainly not in a remote Colony, and that everything had therefore occurred from mere errors arising from his inexperience, would be reasoned altogether too foolishly.

Dutch transcription

te kunnen zuppediteren B. N. 33 & 34. De meubilaire effecten der Calonie, die wel beschouwd op een enkeld niets van waardige uitkwamen zijn door hem maar zo blindelings van den eersten gedaagden, bij zijn vertrek overgenomen, en daar voor eene quittantie, uit welkers lectuure niet afteneemen is, dat er iets het minste afte geringste aan mangelde zoo maar in generaale termen af te geeven: even als of den eersten gedaagden hun die in die zelve staat hadde gedemanueerd als hij die van zijn voorzaat hadde bekomen En daar hij diende en ook konde bevatten de auchoritative passen die den Landdroet beging, met verscheidene posten als betaald, de Colonie in reekening te brengen, die 't nogthans niet en waar ren, met die nieuwe gebouwen ten kosten der Colonie zonder de minste qualificatie ofte consent„ A: buiten noodzaake ter needer te zetten, en met het verwaarloozen der zoo noodwendige repa„ ratien aan dezelve en alle de overige, heeft hij zulx tracté, blijven aanzien, daar dog zijne pligt vorderde, het Collegie waarbij hij als ab actis fungeerde, daar van te waarschuwen! Als ook van den, met vaste schreeden tot deszelfs totaale ruine nakenden, vervallen staat van 's Colonies finantien De ordres van gouverneur en raaden wa„ ten hem immers al meede niet onbekend, die moest hij in het Collegie voorleezen en registreeren nu was het timmers zijn pligt door heusche ver= maaningen te insteren, dat dezelve wierden op= gevolgd De papieren der Secretarije waaren wel voornamenlijk, gelijk ook 't gantsche bewind der administratie ƒ der administratie dier Colonie meede gedeeltelijk, dit leyd in den aart der zaaken beslooten aan zyn toezigt, en dus ook zijne zorge aanbevoelen hier meede had hij den Landdrost niet alleen na ƒ zijn welgevallen moeten laaten schalten en watten voor al zo ras hij bemerkte, dat erleij den zelven zulk eene werkelijke groote Nordigheid en regligentie plaats had dat alles niet in die ordre en accura= ksre, als bij wijlen den Landdoost. Rijnevedplaats, had, maar verkeerd en zo merkelijk agter uitging, daar van had hij het Collegie van Geemraaden in tijds moeten adverteeren zo zijne remonstantien bij den Landdroot geen ingang vonden, en des noods den fis„ cus ofte de regeering zelve hier van ope„ ning moeten doen, ten einde eer het te laat wierd, andere salutaire en efficasieu„ dere middelen daar toe konden worden beraamd en in 't werk gesteld B. ad NB. 36 & 37 Zo dat uit het gedetailleerde meede klaar consteerd, dat dezen tweeden ged„,e zig insgelijks meede aan de opgetelde mispassen van oragtzaamheid en nalaatigheid verregaande wordigheid, pligtverzuim, indirecte disobedi„ entie en verwaarloozing en 't vergee„ ten zijner gepraesteerden Eed, den eersten gedaagden aanbeweezen, ook immer gedeelte, lijk in 't waarneemen zijner bediening als te„ cretaris heeft schuldig gemaakt immers hij zal niet 1 1 niet durven voorwenden dat het verswijgen van alle het voorgemelde en het nalaaten van behoor= lijk en in tijds daarvan te waarsehuuwen, onder het bij Eede hier agter gevoegd zub Littera E: beeloof„ de„ van aan niemand de secreeten der kamer „te zullen openbaaren, mede behoorde waar teegens alleenlijk tot zijne verschoning indien, nogthans diergelijke handelwijzen van een amptenaar, die niet minder dan de totaale ruine van 's Colonies finantien ten gevolgen hebben gehad, daar voor zusceptibel kunnen zyn, in aanmerking zoude kunnen koomen, de zu bordinatie waarinne hij omtrend zijnen Land dran als zijnen gebieder stond de eerbied en't ontzag aan hem verschuldigd en de vagefandeerde en puerile vreeze omme wanneer hij zig te sterk aan zijnen pligt hield, het salus publica suprem lepesta„ te ijverig be abachte, en zig dus teegens den Landdrast verkeerde handelwijze wilde verzet„ ten, hij als dan hier door met denzelven in on„ min zoude geraaken, deszelfs haat en indi„ guatie zig op den hals haalen en aan verschei dene onaangenaame en quaade ontmoe„ tugen worden blootgesteld, en dus doende zelve de diepe van zijne nauw geretheid te zullen worden Terwijle hij zig mogelijk teffens ge„ rheid zal hebben, met de heere van Bruin ad l. 3. C. lb. 16. de Condit. in publ. horr. Quod delictum exquo salus publica pericli tatur tatur, impatetur Domino praeponenti En dat daar hij reeds op den 16 Septem¬ ber 1773 tot Secretaris was aangesteld geworden F en die Colonie tot op het noodlattige jaar 1785 van eene floriszanten staat, immers ver re van die laagheid, waarinne dezelve zeedert was vervallen, hadde gejouisseerd, hij daar door genoegzaam had aangetoond en daar gedaan, dat de oorzaak van dat verval niet aan hem, maar alleen aande admi¬ nistratie en directie van den eersten ge„ daagden te wijten was En hier meede vertrouwd den R:O: Eisscher ten duidelijksten te hebben voorgebragt, en met indisputabele en onwraakbaare bee„ wijzen te hebben gesterkt, wat er ten lasten van deze beide gedragdens voor handen is, en al het genge met eenige de minste mo= gelijkheid tot een flauw schijnzel van verscho„ ning, inzonderheid voor den tweeden gedaag soude kunnen worden uitgedagt ofte verzon„ nen, meede te hebben voorgesteld Terwijle er voor den eersten gedagden 9 niets van dien aart exteerd want te willen voorwenden, dat hij in Europa gebooren zijnde, geene kundigheid van de usantien en administratie in dit wae relddeel en altans niet in eene afgelege„ ne Colonie en draeg, en dus alles uit enkel„ de abuizen, gesprooten uit zijne overvarent heid, was voorgekoomen, zoude al te annoozel zijn geredeneert. immers nde

NL-HaNA_1.04.02_11023_0398 view scan ↗

English

After all, the post was not forced upon him, but he sought it of his own accord, so he ought to have known what the shoulders can bear, and what they refuse to carry. Besides that one elected to a public office is deemed fit at the time he is chosen, Bartolus, on minors, and there Baldus, Digest, on the Cornelian law concerning forgery, by law if your father, 8, Code, when an appeal is not necessary, and there Mathesilanus, law excuses, 2, in the beginning, Digest, on the excuses of guardians, folio 1, Sieotemp, 9, on rescripts, in 6 Houthei, 1, on the art of Notaries, Chapter 18, number 7. He must indeed be supposed to be such at that time, since otherwise he certainly could not have been chosen. The Plaintiff ex officio therefore also trusts to have sufficiently justified hereby the conclusion to be taken at the foot hereof, in order to induce the Judge to proceed to the condemnation therein without the slightest hesitation. Although all of this is without the least obligation on his part, inasmuch as he in the present case, as public prosecutor, could have sufficed with simply presenting to the defendants his accusations of neglect and dereliction of their office, without any proof, whereupon it would have fallen upon the defendants themselves to prove their diligence with sufficient documents, according to what Nicolaus Schöpffer teaches in his Synparchalogia, Chapter 19, section 6, Number 11 and following, where he says in plain words: an official accused of negligence is bound to prove his diligence, but the accuser is not bound to prove the negligence. And also: whenever the matter concerns that which properly pertains to the office, proof of malfeasance is not required from the plaintiff, but it is required from the defendant that he acted rightly and according to the office. Brunnemann on law 3, Code, on proofs; law 13, paragraph 1, Digest, on magistrates being sued; Donellus on law 8, Code, on proofs; Ummius, disputations on procedure, 15, number 12. And that the defendants are liable, both on account of what they neglected and failed to do, or ought to have done, for the benefit and advantage of the Colony, as well as for what they actually did badly and to the damage and prejudice thereof, is evident, because full security ought to be given to those whose property is administered, and because an administrator is no less held for things neglected than for things badly done. Title, Code, if a tutor or curator did not act; every administrator is bound to perform his duty faithfully, and is held for negligence, law 1, Code, on procurators, Title on mandate; Socinus senior, Consultation 29, number 7, at the end, book 4. Even if they might now perhaps also, in order to deprive them of all conceivable chicanery, wish to pretend that, since they obtained their discharge and dismissal, both completely and unconditionally, from these their respective posts, without there having been made any, even the least, reservation of an action or claim on account of that previous administration of theirs under whatever title it might be; and they being thus completely cleared thereby, no action would any longer lie against them for the Plaintiff ex officio: yet this exception will not be able to be of the least benefit to them, since it is a matter of law that an official, having laid down his office, nevertheless remains subject to actions arising from an act which the Master did not commission or ratify, see Meichsner, part 6, Decision 44. So much the less because these dismissals having been granted only on 18 December 1788 and 6 October 1789 respectively, no question of prescription of the public action on the aforesaid grounds can be sustained. Besides also that a tacit hypothec with privilege, according to the common opinion of the Doctors, belongs to the treasury on all property of administrators. Compare Struve, Syntagma of Civil Law, Exercise 44, treatise 49. With which finally it also accords that the undersigned had not yet arrived at this remote corner when the first defendant obtained his dismissal, and also heard nothing of that strange conduct, with the unfortunate ruinous consequences which it has had for the Colony of Swellendam, before and until the report of the present Landdrost A. D. Faure was received in the Council of Policy, which was on 28 July 1789. Whereupon the appointment of the aforementioned Commission having been resolved, it would have been very ill-advised for the undersigned to anticipate his proceedings and not to await the report of those gentlemen Commissioners beforehand, in order to be so much better informed and more circumstantially assured of what the truth of those matters was. With this latter, Noble and Honorable gentlemen, the Plaintiff ex officio trusts to have proved beyond doubt, against all evasions and chicanery, the competence and the incontrovertible right which he not only had, but also that he was bound, according to oath and duty and the direction of the Governor and Council, to summon both defendants in his capacity before this court of justice, and thereby fully his case.

Dutch transcription

immers de post is hem niet opgedrongen geworden, maar hij heeft dezelve uit eigent lema„ ging geambieert, dus hij hadde moeten weeten quid valeant henneri, quid ferre recusent. Behalven dat ad officium publicum electus fit idoneus, es tempore quo eligitus, Bartinl impuberem et ibi Bald. ff. ad leg: Cornel de fals. per l. si pater tuus 8 C: quando provocare non est weeeste, et ibi Mhathesilan. l: excu santus 2. in princip. p de excusat. Put. foa1 Sieotemp g. de rescriptes in b Houthei 1de art. Not. C. 18n: 7 moetende hij dog gesupponeerd worden zulx als dan te zijn, wijle hij anderzints zeekerlijk niet geeligeert ziende kunnen worden de E: O: Eiss=r vertrouwd dus al meede hier door de infire dezer te neemene Con„ clusie genoegzaam te hebben gejustificeert omme den Regter tot de Condemnatie daar inne zonder de minste haesitatie te doen treeden. Alzoewel alles buiten de minste verpligting van zijne kant, overmits hij in Casu praesenti, tanquam accusator publi= cut had kunnen volstaan met eenvou„ dig de gedaagdens zijne beschuldigingen, over verzuim ende verwaarloozing van hun ampt, sonder eenig bewijs, voor te leggen wanneer het aan de gedaagdens zelve zou„ de hebben geinsunteert hunne deligentie met met rufficiente documente te moeten bewijzen per ca quae tradit Nic schipler: in zijparcha„ logia Cap. 19 56 N„o 11 & segg. alwaar hij met ronde woorden zegt officialis de negligentia accusatus, diligenti- am suam, noa vero accusator negligentiam proba= re teretus En ook Quoties en de re agitur quam reets gestit serd officiurm cei pertinet, non probatio male gesté ab actore requiritur, seda Red quod reete et secundumafficium gesserit Brunnem ad. l. 3 C. de probak„ l: 13 11. p de Magistr: Conven. Douell ad. L. P. C: de probat. Umm. disp. ad proc. 15 num 12. En dat de gedaagdens zo wel wegens het geene zij tot voordeele en baaterder Colo= nie hebben verzuimt en nagelaaten, ofte had= den behoren te doen, als over het geene zig of= fectier kwalijk en tot schaden en naadeel der„ zelven hebben gedaan, Calangaael zijn, blijkt Quia plene Cautum esse debet illis, quoram bona administrantur, et quia administator vonr minus tenetur de neglectes, quam de male gestis. Tit. C. si uit. velcurat nan Gess. administrator quilibet tenetur offici= am duam fideliter gerere, tenetur que de reglectie en are in fap meere a aen gen zou„ tie 1. a. procuv. C. standat. socin. sen. Cins. 29 n. 7. infin. lib. 4. ofs zoon nu mogelijk oak nog /:omme hun alle uittedenkene Chieanes te beneemen :/ zij zouden willen voorwenden, dat daar zij hunne demissie en ontslag, beiden geheel en gaaf van deze hun„ ne respective posten bekoomen hebben, zonder dat er eenige de minste reserve van eene actie ofte praetensie uit hoofde van die hunne vor„ rige administratie onder welken titul het aok mogte wezen is geschied; en zij dus daermeede volkomen gezuiverd zijnde, geene actie aan den r: O: Eissh, meer teegens hun zoude compe„ teeren: zoo zal hun deeze exceptie nogthans van geen het minste voordeel kunnen zijn nademaal 't regtens is Quod officialis de posite officio obnoxius atta¬ men maneat Actionibus exfacto, quod non mandavit vel rati habuit Dominuis ved„ Mei. part. 6 Den wismarieus. A4. zo veel te minder vermits deeze temis„ zien eerst op den 18 December 1788 &6 ditoor 1789 respective gegeeven zijnde, er geene de min ste quaestie van verjaaring der actie pubd ca uit voorgemelden hoofde kan worden gesustineerd Behalven ook Liatocita Hijpotheca Cum privilegio, ruxta communem D do op nionem, Comptetit fisco in omnibus admini tratorum bouis. Couf. struur Lint. per Cir„ ox 44. tr. 49. waarbij eindelijk nog accordeerd, dat den ondergeteekenden nog niet aan deezen uithoek was aangeland, doe den eersten gedaagden zijn ontslag bekomen heeft, en ook van die fraage handelwijze, met de ongelukkige ruineuse gevol„ gen, die dezelve voor de Codonie van Zwellendam gehad heeft, niets heeft vernoomen, voor en aleer het berigt van den tegenswoordigen Land, doost A: D: facere in raade van politie is ingekoomen, het geene is geweest op den 28„e Iulij 1789 waarop het decerneren der hier vooren ge„ melde Commissie zijnde geresolveerd, het niet dan eene zeer quaade gratie voor den onder„ geteekende gehad zoude hebben, met zijne proce„ duures vooruitteloopen, en niet het rap= port dier heeren Commissarissen, vooraf in te wagten, omme zo veel te beeter onder rigt ende omstandiger geassecureerd te worden wat er van die zaaken was.! Met dit laatste Wel Ed en Achtb: heeren vertrouwd den R: O: Eisscher teegens alle uit vlugten en Chicanes ontwijffelbaar te hel„ been beweezen, de Competentie en het onweder„ spreekelijk regt, 't welk hij niet alleen heeft gehad, maar ook dat hij volgens Eed en pligt en aanleidinge van gouverneur en Raaden gehouden is geweest; omme beide de gedaag dens, in zijne qualiteid voor deeze vierschaar te Convenieeren, en daar meede zijne zaak vol„ koomen min Cir

NL-HaNA_1.04.02_11023_0402 view scan ↗

English

having settled. She shall thus, before proceeding to the final conclusion, only investigate, as briefly as possible, which correction here will be of the greatest application according to law. As regarding the remedy itself, on account of the damage inflicted upon the Colony by the defendants, and the manner in which they shall be obliged to make good the same, he will leave that to the deliberations and the resolutions already taken or yet to be taken in that regard by the Governor and Council: to which it goes without saying that they are bound to satisfy in the first place. Dum administrator quilibet semper tenetur rationes reddere. Brunnem: ad L. 5. C. de Exact. Trib. Et officiales, si culposi in administratione officii ipsis concrediti, reperiantur, ad reparationem et emendationem damni, ad omne interesse obligati sunt. Schuyler d. L. C. 1731. N. 16 seq. et poenali judicio tenentur Domino &c. porro, civili poena, officialis, levem culpam committens in officii administratione praeter damni reparationem, arbitrio judicis afficiendus est. Cap. 18 N. 12 & seqq. 34 could be sufficiently satisfied, And that then at the same time it ought to be left open to these defendants, and to each of them in particular, to institute such action or actions before this court in the ordinary manner as one might deem to have against the other on the aforementioned grounds. By virtue of which and several other means and motives, hereto to be further supplemented and added ex officio vel via juris aut facti, the Plaintiff ex officio concludes and contends that the defendants Constant van Nuld Onkruyt, former Landdrost, and Menso Blankstein, former Secretary of the Colony of Zwellendam, shall by definitive sentence of Your Honorable Excellencies each separately be condemned to promptly, or at least within a certain short period to be prescribed by Your Honorable Excellencies, remit and pay to the Plaintiff ex officio such fine or fines as Your Honorable Excellencies in good and impartial justice, according to the importance of the matters, shall judge and deem to be proper, on pain of immediate execution, with further condemnation in all the costs of these proceedings, or etc. (was signed) J: N: S: van Lijnden To the Honorable Sir, Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope and the dependencies thereof, etc. etc. etc., together with the Honorable Council of Policy of this Government. The undersigned, having on the 24th of March last found himself invested by the favorable disposition of Your Honorable Sir and Honorable Council with the office of Landdrost of the Colony of Zwellendam, and having immediately after his appointment hastened thither in order to provisionally inspect and regulate one thing and another, but now having returned from there, finds himself under the unavoidable necessity of dutifully rendering a report herewith to Your Honorable Sir and Honorable Council concerning his findings upon examining all such matters that had an absolute relation to his said post, and thereby being obliged to bring to the highest knowledge of the same: Honorable Sir and Honorable Council, That upon his arrival there, in a combined meeting convened expressly for that purpose, following the reading of the respected dispatch from Your Honorable Sir and Honorable Council concerning the undersigned's election to the aforementioned post of Landdrost, there was handed over to him by the Secretary of that College, Sieur Menso Blankstein, an inventory of the Colony's effects, with the declaration that the same were nearly all defective and unserviceable, just as they had been left to him by the repatriated Landdrost, Mr. Onkruijd; which being properly examined by the undersigned, the greatest and principal part was found to be so battered and ruined that they can never be put into a usable condition again. To begin with, the Colony's leaf-table, which must serve at the meetings and thus belonged in the council chamber, is standing in the kitchen propped up on four posts; the chairs, which ought to consist of a dozen and a half, are in pieces and fragments in the attic; the bedstead, no less unserviceable, is in the slave quarters; and so on proportionally with all the Colony's other movable goods. Regarding the charters and papers, which an outgoing Landdrost must always leave behind to his successor to serve as a rule and guide in the manifold and daily occurring matters, he can solemnly assure Your Honorable Sir and Honorable Council that the same currently consist solely of an ordinance book, a placcaat book, some loose warrants and receipts of paid arrears on loan farms, and a letter book containing only such letters as were sent on behalf of this government to the late Mr. Horak at the time he was Landdrost there. Whereas the undersigned, if so desired, will nevertheless be able to produce proof that upon the aforementioned Mr. Onkruyd's assumption of his office, the late Mr. Ryneveld, as the outgoing Landdrost of that Colony, handed over to him in proper order not only all incoming letters concerning his office, but also the bound minutes of all such letters as were sent by him, Van Rijneveld, and his predecessors to this government as well as to private inhabitants on various matters, along with yet other papers which the undersigned considers very necessary upon assuming his present office, of which not the slightest remnant is to be found anymore. Your Honorable Sir and Honorable Council, furthermore, regarding the condition of the Colony's buildings there, cannot form too unfavorable an impression

Dutch transcription

koomen te hebben afgehandeld zij zal aldus alvorens tot de finaale Conclusie te treeden, alleenlijk nog maar, zoo kort doenlijk, onderzoeken, welke Correctie hier op na regten van de meeste applicatie zal kun nen zyn Waat aangaande het Remedium zelve, wegens de schaade aan de Colonie door de gedaagdens toege„ bragt, ende wijze op welke zij genoodzaakt zullen zijn, dezelve te vergoeden zal hij overlaaten aan de deliberatien en daar omtrend reeds genoo„ mene of nog te neemene resolutien van gae„ verneur en raaden: waar aan het van zel„ ve spreekt, dat zij gehouden zijn in de eerste plaats te moeten voldaen Dum administrator q'uilibet remper tenetus rationes reddere Brunnem: ad L. 5. C. de Exach Trib Et officiales, si Culpozi in Administratione officie ip sis Coucrediti, reperiantur, ad reparationem et Emendationem damni, ad omne interesde obligatie zunt Schijler d. L. C. 1731. N. 16 Leg et poenali judicio tenentur Domino 56. por ro, Civili poena, officialis, levene Culpann Committers in officii administratione practer damni reparationem, arbitrio ju dicis afficiendus est. Cap. 18 N. 12 & Segg 34 waar genoegzaam zoude kunnen worden voldaan, En dat dan teffens aan deeze gedaagdens en aan een ieder derzelve in het bijzonder, diende te worden vrijgelaaten, zoodaanige actien ofte ae tien, als den een teegens den anderen uit voorgemel„ den hoofden, zouden vermeenen te mogen hebben voor deeze vierschaar modo ordinario te justi= tueeren Mits welke en meerdere andere middelen ende motiven, hier toe ex officio vel via Juris ontfacti, nader te suppleren ende te voegen de, R: O: Eisscher concludeerde Con„ tendeert dat den gedaagden Con„ stant van Nhld Onkruit oud Landdrost en Menso Blankstein oud Secretaris der Colonie Zwellendam, bij definitive vonnisze van Uw Ed X Achtb: ieder afzonderlijk zul„ len worden gecondemneerd omme aan den i: h: d: Eess„rs promp„ f. telijk immers binnen zeekeren door UW E Agtb: te praefigerenen kosten termijn op te leggen ende te betaalen zoodanige milite ofte bieten als Uw Ed en Achtb: in goedeen oppartijdige justitie, na het belang der zaaken, zullen oor= deelen a per Atens i0 Ju segg 77 25 5 Aan den WelEdele Gestr: heere Cornelis Jacob van de Graaff, Gou„ verneur en directeur van Cabo de goede hoop en den Resorte van dien &a &„a &„a benee„ vens den E Achtb: rade van Politie deeses gouvernements De ondergeteekende zig op den 24 maart J: l: door uwe WelEd: Gestr: en E Agtb: gunstige dispositie met het ampt van Landdrost der Colonie Zwellendam bekleed gevonden, en zig direct naar zijn aanstelling derwaards gespoed hebbende ten einde het een en ander provisioneel te be„ zigtigen en te reguleeren, dog thans weder van daar gere verteerd zijnde, vind zig in de onvermijdelijke noodzaakelijkheid huwe Welk Gestr: en E Achtb: omtrend zijne bevinding bij 't examineeren van al zulke zaaken, die tot zijn gezegde port eene volstrekte betrek„ king hadden, bij deezen een pligtschuldig ver slag te doen en mitsdien tot hoogst derzel„ ver kennisse te moeten brengen WelEdele Gestrenge heer en Ed Achtb: heeren „deelen ende vermeenen te behoo„ ren, op poent van parate ex„ ecutie, met verdere Condemnatie in alle de kosten dezer procedures ofte etc: /:was geteekend:/. I: N: S: van Lijnden: Dak 6 NB N52 Dat aan hem bij deszelfs arrivement aldaar in eene daar toe expres belegde gecombineer„ de vergaaderinge na resumptie der geeerbiedigde missive uwer WelEd: Gestr: en E Achtb: omtrend des ondergeteekendens electie tot meermelde post van Landdrost door den secretaris dies Colle= gie S„r Menso Blankstein was overgegeeven eene notitie van s' Calonies effecten onder declaratie dat dezelve meest alle defect en onbruikbaar waaren, gelijk hem zulx door den, gerepatrieerd en Landdrost de heer On„ kruijd waaren naagelaaten, dewelke raade lijk door den ondergeteekende geexamineerd zijnde, wierd en bevonden het grootst en voornaamste gedeelte, zoodaanig ontrampo neerd, dat deselve nimmer tot gebruik meer in staat zullen worden gebragt, leggende voor eerst '1 Colonies blad toffel, die bij de ver= gaaderingen moet dienen, en dus in de raad kamer gehoorde, in de keuken op vier paalen gesteld; de stoelen uit anderhalf„ douzijn moetende bestaan, in stukken en brokken op de zolder, het Ledikant niet minder onbruikbaar in 't slaven vertrek„ en zoo na rato alle 't Colonies overige meubilaire goederen, Belangende de Chartres en papieren, dewelke door een afgaande Landdoort, altoos aan deszelfs vervanger moeten worden agtergelaten om tot een regul en rigtsnoer in de me„ rigvuldige meenigvuldige en dagelijks voorvallende zaaken te moeten dienen, kan hij Uw Ed Gestr: en E Agtb: plegtigat verzeekeren, dat deselve thans aldaar nog maar eenelijk bestaan in een ordennan„ tie boek een placcaat boek, eenige las te ordon„ nantie en quittantien van betaalde agterstel„ len op reeplaatzen, en een brieven boek alleen van zoodaanige brieven, als van wegens deze regeering aan wijlen de heer Gorak ten tijde dat dezelve aldaar Landdrost was zyn toegezonden Terwijl d' ondergeteek UWelEdele Gestr: en E Achtb: nogtans des begeerende een bewijs zal kunnen produceeren, dat aan voorn: heer onkruid bij het aanvaarden van deszelfs ampt, door wijlen de heeren Ryneveld, als af= gaande Landdoort dier Colouce, in behoorlijke ordre zijn overgegeeven, niet alleen alle in koomende brieven, deszelfs ampt concernee„ rende, maar ook de ingebondene minuten van alle zodaanige brieven als door hem van Rijneveld, en zijne praedecesseurs zo aan deese regeering als aan particulieren ingezeetenen over differente materien zijn afgezonden, benevens nog meer andere papie ren, die den ondergeteekende vermeend bij het aanvaarden van zijne praesente bediening hoop nodig te hebben, en waar van hoe genaamd geen overschot meer te vinden is Uwe WelEd Gestr: en E Agtb: kunnen zig wijders omtrend de situatie van s' Cold„ niet gebouwen aldaar geen al te ongunstig denkbeeld —

NL-HaNA_1.04.02_11023_0407 view scan ↗

English

From which it is manifestly evident that such persons are liable both for damages and for a fine for their bad administration. And if matters stand thus with those who commit a culpa levis, it will be far worse with those who commit a culpa lata, which is compared to dolus. The penalty of a delinquent in office is that he is deprived of his office and its salary, and his goods are confiscated to the same office. Joh. Aloys. Ricii, P. 2, decis. Neap. 282 & Coll. decis. 2836. Anth. Matth. C. lib. 9, tit. 25, de p. 12. Furthermore, on account of fraudulent embezzlement, an action of theft lies, l. si quos, C. de off. praef. orient., or in the name of those things which they have converted from public to private uses, and have not completely rendered in the accounts, they are properly sued in quadruple, l. 8, C. de furtis, l. 1, C. de his qui ex public. ration. Further, the law provides: That the administrators of the Republic, if they have conducted themselves badly regarding public goods, are by law subject to various coercions. For they are immediately to be removed from the office in which they were either malicious or negligent. L. si quos, C. de off. praef. orient. L. si aliquid, C. de suscept. Nor are those once convicted of embezzlement to be admitted to that office, even if they have obtained a rescript from the prince, d. l. si aliquid; and that they are liable for the restitution of damages is beyond doubt. Perplexity of accounts, confusion, obscurity, and the lack of requisites, being things that strike the eyes and are detected by mere inspection, will cause the proceeding to be conducted as if on a clear and liquidated debt. Cothm. Cons. 8, n. 70. Indeed, even by the Lex Julia peculatus, that offense is capital, l. un. C. de crim. peculat. Carpz. in prax. crim. quaest. 85, n. [illegible], yet of the culpa and negligence of quaestors and officials, it is punished extraordinarily. However, it appears to the undersigned that this is generally left to the discretion of the judge. For in this matter the judgment of the judge will be of great value, who, according to the nature of the perversion and misconduct in public funds, takes cognizance. C. fin. C. de his quae ex public. collat. If the fault of omission of any official, on account of the variety of circumstances and cases, the determination shall be left to the discretion of the judge. Nic. Mylius, d. Tract. C. 16, § 4, n. 7, et seq. This author adds a little further to this: How he who has committed great negligence in the administration of office should be punished, no certain rule can be given on account of the variety of circumstances, but all things are to be committed to the discreet and prudent judgment of the judge. C. 17, § 7, n. 21. This being what the jurists in general advise regarding such offenses and the manner in which the same can be corrected, the said Plaintiff, in order to return to the present case detailed at length here above and to hasten toward the conclusion, gives your Honors to consider whether, in order not to step outside the footsteps of the commissioners in your Honors' Report, as he also has an aversion to charging an accused with more than can be most clearly proven, and since from the obscurities and the fog with which the financial matters and accounts of that colony appeared to the commissioners to be surrounded, it cannot be absolutely inferred and established as a certain truth that these defendants deliberately, maliciously, and fraudulently converted those colonial funds to their own use; And in order, therefore, to treat them both as civilly as possible, whether, says the Plaintiff in his official capacity, it would not be sufficient in this matter to correct and amend these defendants with a monetary fine; Proportioned to their deeds, omissions, and far-reaching negligences, keeping in view the aggravating circumstances listed here above, and also l. 8, C. de furtis; Further proportioned to the effect and the sad consequences that have arisen from it for the colony; And finally proportioned to the measure of their wealth, qualities, or greater or lesser possessions; To the end that other similar officials may be deterred from such conduct and negligences, and the ruinous consequences arising therefrom may be prevented; Especially for far-flung colonies. Wherewith the Plaintiff in his official capacity believes that the justice of the high authority is sufficiently satisfied. NB: 3. NB: 4. NB: 3. Form an idea of which the undersigned's dwelling, not to mention the others at length, is in such a dilapidated and neglected state that it undoubtedly, through the heavy rains that fell there during the past week, would already have been partially laid in ruins had he not, immediately upon his arrival there, with all possible diligence and zeal, caused the continuous penetration of water and leaks along all gables and valleys to be stopped, and repaired as far as the conditions and available materials permitted in any way. No better is the condition, Right Honorable and Worshipful sirs, of the newly constructed stable and the so-called menagerie, which latter has already collapsed, together with the remaining buildings of that colony, the greatest part of which are already stripped of their roofs and furnish sufficient evidence that for several years past the repairs so highly necessary to them have not taken place. Beside all these unfavorable reports, the undersigned still finds himself, to his sincere regret, obliged to disclose to your Honors the state of the colony's treasury, as the same presented itself to him upon a careful examination from a statement and account of that treasury as of the last of December.

Dutch transcription

waar uit manifeste consteerd, dat de zoodaanige zo wil tot vergoedingen, als tot boete hunner kwaede administratie gehouden zijn En is het nu aldus geleegen met zulke die eene culpa levis begaan, vrij erger zal het dan met die geene staan, die eene Culpa lata dewelke bij de dalus vergeleeken word, bedrijven Poena de linquentis in officie emiest, quod privetur officio et exus salario; et bona exusdem eiden officio confescentur Joh. alvis. Ricii. P. 2. dees Neap. 282 & Coll. docis 2836 Anth lx ab. C: lib. 9. tot 25. De p 12. Praeterea ob Constractionem dolosam actio„ ne furti. l. sigues. C. de off. praef-orient vel eorum nomine quae ee publico in pri¬ vatos, usus Converterunt, nec in rationes in tegre retalerunt, in quadruplem NB. racte conveniuntus. l. quiincont. 8. C. de Jurfir l. 1. C. de his qui ex public. ration. verder is het regtens Quod administratoret Reipublicae di ma le versaté fuerint, in bonis publicis, variis Coercitionibus de jivre subxaccant statimenim removendi runt ab officie in quo maliqui fuerurt, aut N3. nequgentes 2 voorn: een af„ like en L. siquos. C de off praef- orient. l: si aliquid C. de suscept. Nee zemel de interversione Convicti, ad id officium admittendi, etsi vel principis re= criptum impetra verint. d. l. li alequid: Ac: restitutionum damnicosteneri, extra du„ bium ext Rationum per plexitas, Confusio NB. as„ sucritas, defectus requisitanisu tanquamo tier, quae in oculos incerrunt, et ipsa inspec tione deprezendantus, efficient, ut tanquan in debito liquido procedi debaat Cothon Cont. 8. n. 70. — Ja zelfs ex lege julia peculatus de lictum id Capitale ext. l. un. C. de Crim. peculat. Carpz. in prax, Crim: quaest 852 get: segr zegter van Culpa et negligentia quae„ forum et officialium, punitus extra ordiaarie Dan het koomt den ondergeteekende voor dat zulx gemeenlijk aan het oordeel na den regter word overgelaaten Mullum enun volet hac in re, judia arbitrium, qui pre qualitate perversronis, at que malae grassationis in pecuniis publicis mimadvertat C. fin. C:de his quae ex puble Collat: jll: Calpa ommissionis alicujus officians, ob va reetakenng uetatem Circum stantiarum, et Casuum de„ terminatio, judicis arbitrioerit relingaenda Nic. Mijler d. Tract. C. 16. 8 4. N. 7. A. Segg voegende dezen Autheur een weinig ver„ der nog hier bij Quomode puniatur qui in Administratione officir magnam regligen„ tiam Commisit, certa regula dari requit ob varietatem circumstantiaruum, ded'cuncta discreto et prudenti abetrio judicis, Committ„ tenda zunt. C. 17. 57. n. 21 Dit het geene zijnde wat de regtsgeleer= den in het Generaal, omtrend door 'tgelijke mis„ „grijpingen, en de wijze op welke dezelve kunnen worden gecarrigeerd, van advijzen zijn zal den 6: d=' Eisscher omme wederom, tot 't tegenswoordigen geval, hier voren, in het breede gedetailleerd, te koomen, en zeg ten einde te spoeden, UwEd en Achtb: in Consideratie geene of, omme het voetspaor van heeren gecommi„ ## in hun welEd Achtbaarheedens Rapport niet te buiten te treeden, alzoo hij ook een afkeer heeft om eenen beelaagden meerder ten lasten te leggen, dan ten klaarse kan worden aangetoond„ & alzo uit de duis„ terheeden, en den nevel, waarmeede de finan„ teele zaaken en reekeningen dier Colonie aan heeren gecommt zijn voorgekomen omgeeven te wezen, niet volstrekt aftenee „ mren id men en voor eene zeekere waareid vast te stellen is, dat deze gedaagdens Just die Colonies penningen Audiose malitiose ae doloso in proprium usum zouden hebben gecouverteerd, En omme dus, dezelve beide &s Civiel moge„ lijk is te behandelen, of zegt den I: O: E: het in deezen niet genoeg zouden zijn, deze gedaag„ dens te conrigeren ende te doen emenderen met eene geldboete. Geproportioneerd na hunne draden gemiszien en verregaande negligentien, daar toe de hier voren opgetelde aggravérende Circum„ stantien in 't oog houdende; en ook de l C. de Jur fak. 8: voorts geproportioneerd na het effect en de droevige gevolgen die daar uit voor de Co„ lonie zijn gesprooten en eindelijk geproportioneerd na maate van hunne vermogens, qualiteiten of meerdere ofte mindere bezittingen ten einde andere zoortgelijke amptte naa„ ren van diergelijke handelwijze en negligentien„ mogen worden afgeschrikt, en de daarint voorts pruitende wineuse gevolgen mogen worden voorgekoomen. voor al voor verre afgeleegene Co„ loonen. waarmeede den R: O: Eiss„r vermeend dat aan het regt van de hooge overigheid genoegzaam ƒ NB: 3 N3: 4. NB 3 denkbeeld vormen, waar van des ondergetee„ kendens wooning, om van de andere niet eens breedvoerig te spreeken, zig dermaaten ver„ vallen, en verwaarloosd bevind, dat deselve on„ getwijffeld door de zwaare reegens die aldaar in de jongstverw eekene maand zijn gevallen reeds voor een gedeelte in een puinhoop zoude zijn gelegd, indien direct bij zijn aankomst ginder, niet met alle mogelijke vlijt, en ijver de continueele inwaateringen en leccagien langs alle geevels en keelen haddoen & top„ pen, en zoo veel de geleegendheiden aan handen zynde materaalen, het maar eenig sints hebben toegelaaten doen repareeren „niet beeter is 't gesteld welhdele gestr: en Ed: Achtb: heeren met de nieuw geconstru„ eerde stal, en zo genaamde Benagerie, welke laatst gemelde reeds is ingestort, mitsgaders de overige gebouwen dier Colonie, waarvan het grootste gedeelte reeds van hunne daken zijn ontbloot en genoegzaame blijken opleve„ ren, dat er zederd ettelijke jaaren herwaards de aan dezelve zo hoogstnodig vereischte repa= ratien niet zijn geschied Bij alle deeze ongunstige berigten vind den ondergeteekende zig nog, tot zijn, innig leed„ wezen verpligt UwEd Gestr: en E Agtb: te dene„ aeppeeren den staat van s' Colonies Cassen zoo als deselve hem bij een naauwkeurig onderzoek is te voren gekomen uit eene staat en reekening dier Cassa op ultimo de„ cember

NL-HaNA_1.04.02_11023_0412 view scan ↗

English

No. 6 No. 16. No. 8. closed last December, it appears that the Colony has remained in deficit for a sum of rds 4446. 23.— and in an item within the margin, regarding as much as is due to Mr. Onkruijt for advanced monies, a sum of rds 3612:38: — from which obscure calculation the undersigned for now has not been able to obtain any complete elucidation, yet can infer on good grounds that the financial state of the Colony there must be in a lamentable condition, the more so when he adds to those missing monies the three years of interest on a capital of f 22000.—.— which the same still owes to the Orphan Chamber, together with the four years of kloof-monies owed to the Colony of Stellenbosch; while the pontoon keeper and the Colony's messenger have also not received their earned wages for some years, and the substitute likewise has not been paid his due judicial costs for some time past. It has seemed no less strange to the undersigned to see an item entered on the same account of Rs 226 for monies advanced by His Honour to the pontoon keeper on account of repairs to the same, whereas the said pontoon keeper nevertheless testified to the undersigned in full meeting that he had not received a single stuiver thereof. From this single item Your High Mightinesses and Honourable Worships will, as the undersigned respectfully trusts, easily understand that the undersigned, in order to avoid all harmful consequences and not to burden himself with the responsibility for someone else's administration, is compelled to take prudence as his guide and to employ those means by which he respectfully believes he can avoid all unpleasantness that might result from the present state of the Colony. He therefore takes the liberty of turning to Your High Mightinesses and Honourable Worships with the most humble request that it may be Your pleasure, in these critical circumstances of the Colony, to devise such measures whereby the undersigned, without being subjected to the dangers of the administration of his predecessors, may accept the post entrusted to him by Your High Mightinesses and Honourable Worships, whether by the commissioning of persons deemed qualified for this by Your High Mightinesses and Honourable Worships, who, after a careful inspection, can make a proper transfer to the undersigned of all that concerns the Colony, or by the establishment of such and other suitable measures as Your High Mightinesses and Honourable Worships, according to Your supreme wisdom, shall judge most fit for the protection of him, the undersigned, and for the welfare of the Colony, whilst he can furthermore assure Your High Mightinesses and Honourable Worships that nothing lies closer to his heart than the faithful execution of his duties, in order, through unbroken diligence and loyalty, to render himself increasingly worthy of the favour and protection of Your High Mightinesses and Honourable Worships. The undersigned meanwhile has the honour to call himself with the deepest respect, Right Honourable Sir and Honourable Worships, below stood: Your High Mightinesses' and Honourable Worships' very humble and faithful servant, signed: A: A: Faure, in the margin: Cape of Good Hope, the 7th of July 1789, lower: Agreed, signed: J: P: Treurniet, Clerk. Colony Cash Account of Swellendam for the Year 1788 Credit For as much as came in through the assessment rds 631: 14 For arrears 414:16 For Stellenbosch 21 Sum rds 1066. 30 Debet For as much as was deficient last year rds 4503. 11 Interest to the Orphan Chamber 440: — Treatment and hauling of firewood 148: — Stationery for the secretary 20: — Salary for the Surgeon 66: 32: To the pontoon operator 136: —: To the Messenger 30: —: Remaining outstanding: On the remnants of this year rds 871: 10 From the previous 1465: 32 Sum rds 2316: 42 Kloof money to Stellenbosch rds 133. 16 Repairs to the Pontoon 15. — Judicial expenses 126. — Credit Sum rds 5513. 5. Debet do 1066. 42: Therefore a deficit of the sum of R f 4446. 23. Of which deficit, for advanced monies in the year 1786, is due to the outgoing Landdrost: For repairs to the Pontoon rds 226. 14: — do to buildings 146. 12: — Treatment and hauling of firewood 148: —: The construction of the new buildings 2897: 44:— Kloof money to Stellenbosch 150. 16: To the Surgeon 50. —: To the outgoing substitute Joh:s Fred:k Kirsting 38:— Sum rds 3612. 38. below stood: In the Heemraden meeting at Swellendam, the 5th of January 1789, was signed: C: van Nuld Onkruijt, J: A: Holthausen, J: D: Muller, S: Ferreira, G: F: Rautenbach lower: Agreed, signed: P: H: Faure, Clerk. Extract Resolution taken in the Council of Policy in the Castle of Good Hope on Tuesday the 27th of April 1790. Further

Dutch transcription

N 6 N3: 16. N3: 8. cember laatsleeden geslooten, komt te blijken dat de Colonie is te quaad gebleeven eene somma van rd„s 4446„ 23„— en in een post binnens lijns, over zo veel de heer Onkruijt over verschotene penn: competeerd, eene somma van rd„s 3612:38: — uit welke duis tere bereekening de onderget: voor als nag geene volkomene elucidatie heeft kunnen er„ langen, echter met veel grond kan opmaaken dat het met 1' Clonies finantien aldaar VB: 7. beklaagelijk moet gesteld zijn, te meer wanneer hij bij die te kort komene penningen voege de drie jaaren interessen op een Capitaal van N: g ƒ 22000„ —„—„ die deselve ter Weeskamer nog ten agteren staat, mitsgaders de vier jaaren aan de Colonie van Stellenbosch debiteeren„ de Cloofpenningen; terwijl de pont onhouder en 's Colonies boode al meede zeedert eenige jaaren hunne verdiende gagien niet hebben ontvangen, en aan den zubstituut insge= lijks van tijden herwaards zijne Competee„ rende justitieele kosten niet zijn betaald Het is den ondergeteekende niet minder vread voorgekomen op dezelve reekening een post leekend gesteld te zien van R=s 226 over door zijn Ed. verschootene penningen aan den portonhouder wegens reparatien aan deselve, daar gemelde pan forhouder den ondergeteekende egter in volle vergaade wige heeft betuigd daar van geen stuiver te te hebben ontvangen uit dit eenvoudigee pose zullen uw Ed Gestr: en E Achtb: zoo de ondergeteekende eer= biedig vertrouwd, gemakkelijk begrijpen, dat de ondergeteekende ter vermijding van alle naadeelige gevolgen, en om zig de verant„ woording van een anders administratie niet op den hals te haalen, genoodzaakt is de voorzigtigheid tot baat te neemen, en dien middelen in 't werk te stellen door welke hij eerbiedig vermeend, alle onaangenaam heeden die uit den tegenwoordigen staat der Colonie zoude mogen resulteeren, te kunnen vermijden Hij neemd derhalven de vrijheid zig te keeren tot UwEd Gestr: en E Achtb met needrigst verzoek dat het van derzelver wel„ behaagen zijn mooge in deeze Critieque om¬ vrvandigheeden der Colonie zodaanige middelen te beraamen, waar door de ondergeteekende zonder aan de gevaaren der administratie zy„ ner praedecesseurs onderzeevig te worden ge„ maakt, den door UWEd: Gestr: en E Agtb: aan hem toevertrouwde post moge aanvaar„ den, 't zij door 't committeeren van daar toe bij 4 UwEd Gestr: en E: Agtb. bequaam geoordeeld war gende persoonen, die na eene naauwkairige inspectie aan de ondergez: bezoorlijke overgaane kunnen doen van al 't geen de Colonie an cerneerd, 't zij doot het daarstellen van zoodanige en andere gepaste maakgpulin als uw Ed estr: en E A hE: na hoogst derzelver wijsheid ter - - ter beveiliging van hem ondergeteekende en tot welzijn der Colouie meest geschikt zullen oor„ deelen, terwijl, hij uwE: Gestr: en E: Agtb: oreri„ gens kan betuigen, dat hem niets meer ter harten gaat dan het getrouw behartigen zijner pligten ten iide door eene onafgebroeken onder en trouw zig UWE Gestr: en E Agtb gunstjen pr tectie meer en meer te kunnen waardig maa„ hens De ondergeteekende heeft, in middels de ar zig met het dieprt respect te noemen WelEd: gestr: heer en E. Achtb: heeren /:onderstond:/ UW Ed Gestr: en E Agtb: zeer onderd: en trouw„ Uh: dienaer /: geteekend:/ A: A: Faure /:in margine Cabo de goede hoop den 7 Julij: 1789:/ /: lager:/ Accordeert :/ geteekend:/ J: P: Treure gClercq„ 6 Colonies Cassa Reekening van Swellendam d Anno 1788 Credit Debet over ze veel bij de zetting is ingekomen rd„s 631: 14 xt„r over zo veelt, voorige jaar is te kort gekoomen - - - - - - - - rd„s 4503„ 11 „ „ „ aan agterstallen „ 414:16 „ Interessen ter Weeskamer „ 440: — „ „ „ „ stellenbosch „ 21 „ „de Troijement en aan rijken Somma ros 1066, 30 „ 148: — van brandhout „: „scrijfbehoeftens aan de secretaris „ 20: — staat noch ent „ 66: 32: „ salaris aan den Chirurgijn Aan restante van dit jaar rds 871: 10 Atrs, „ 136: —: „ —: „ „ panton voerder van de vorige 1465: 32 Somma rd„as 2316: 42 2trs „ — „ „ Boode Claaf ƒ „ „ 30: —: Cloof goed aan stellenbosch rd„s 133„ 16 „ 15„ — „ reparatie aan de Ponton„ „ 126„ — justitieele onkosten Credit Somma rd s 5513„5„ Debet „ do 10 66 - 42: over zulx te kort somma Rƒ4446 „ 23. Van welk te kort de afgaande heer Land, drost over verschootene penn: in den jaare 1786, om„ peteerd over reparatie aan de Ponton rd=s 226 „ 14: — _o „ „ gebouwen „ 146„ 12: — „- „de traijsement en aanrijdenij breenolont „ 148: —: „ 't zellen der nieuwe gebouwen 2897: 44:— „ Claafgeld aan btellenbosch „ 150: „ 16: „ aan den Chirurgijn. . . . . . . . . . . . . . . . „ 50 „ —: „ afgaande substituit Joh:n Fredk Meeting 38:- Somma rd„s 36½„ /:onderstond:/ 33„ In heemraads vergaadering tot Zwellen dam, den 5 Jannuarij 178:9: /was geteekend:/ C: van Nuld 't Onkruijst J: A: Holthaure, I: D Muller, S: Ferzeira, G: F: Rautenbag /:lager:/ Accord eerd :/ get:/ P: H: Faure g: Clercq, Extract Resolutie genomen in raade van paliti in 't Casteel de goe„ de hoop op Dingsdag den 27 April 1790 Wijders ar n Clercq 9 32: —: —: 6 6 ƒ -:

NL-HaNA_1.04.02_11023_0416 view scan ↗

English

Furthermore, there was produced again at the table the report submitted on the 16th of February of the current year by the members of this council, Theunius and De Wet, and since then circulated among the remaining councilors, with the addition of their considerations and advice regarding the state of affairs at the Drostdy of Swellendam, as the same were found by them and a commission dispatched thither, pursuant to the resolution of this table of the 28th of July of the past year, reading as follows: Report To the Right Honorable Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc., together with the Honorable Council of Policy. Right Honorable Sir and Honorable Gentlemen! The undersigned members of this council, in dutiful compliance with the commissions decided upon by your Honors following the resolution taken on the 28th of July of the past year 1789, etc.: Among other things: that they had to examine accurately everything that could have any relation to the treasury of the Swellendam Colony, together with the assets and papers belonging thereto, etc.: Among other matters: the commissioners, not only with the utmost astonishment from the mentioned accounts and documents, together with the inspection of the buildings that belong to the property of the Colony, immediately had to discover in all of them a far-reaching, careless handling of affairs, and a very negligent administration, and that it was impossible to obtain from the accounts and documents the necessary light in order to perform their duty according to the requirement of the matter imposed upon them, in such a manner as would fully correspond to the explicit intention of your Honors. Had the commissioners dared to hope and flatter themselves that the obscurity and confusion with which the accounts and payment lists of the Colony were surrounded, would, if not entirely, at least so far have been cleared up and unraveled in the combined meeting of heemraden and military officers of the said Colony—which had been expressly convoked for that purpose and was attended by them—as could serve them for any further insight and discovery. However, the commissioners were not a little surprised that, at the examination of the said accounts in that meeting, and upon asking for the elucidations which the members present might be able to supply regarding them, it was unanimously testified by them that, however much they had exerted themselves according to their duty to look after the Colony's affairs faithfully and uprightly, and each of them had acquitted himself therein to the best of his ability, none of them had ever had the administration of the Colony's treasury, and that, not understanding the drawing up of the accounts, they had always trusted that those accounts had been drawn up and prepared in proper order, either by the Landdrost or by the Secretary, whose post it was to do so, and in which trust they, each for the time during which he had respectively served, had also signed those accounts. And as, moreover, in the Colony's accounts the matters for which the expenditures of the treasury had been made were not specifically expressed, which likewise greatly prevented insight into the different entries, the more so because no receipts or receipted accounts of such entries were at hand, the aforementioned members of the combined meeting declared in that regard that the last preceding Landdrost, Van Nuldt Onkruydt, had always kept the Colony's money with him, and usually in the respective meetings had only stated in general terms the estimate of what he said he had spent on behalf of the Colony; while also the former Secretary of the same Colony, Menso Blankstein, having been called into the said meeting, the accounts presented to him, and his explanation and elucidation requested on some of the entries, declared that the documents pertaining to those accounts had been demanded from him by the mentioned Landdrost Onkruydt, and that the accounts having been drawn up by the Landdrost himself, were only given to him, the Secretary, for copying out, with the addition that although he had thus written out those accounts in fair copy, he was nevertheless unable to give any explanation in that regard to elucidate the obscurities and confusions appearing therein, nor to understand the manner in which those accounts had been drawn up. The commissioners, thus having encountered great obstacles in their work through these obscurities in the Colony's accounts, find moreover also difficulty in placing trust in the validity of the aforementioned accounts, at least for the three years 1786, 1787, and 1788, firstly because the treasury accounts of the latter two years stand credited for each year for interest to the Orphan Chamber up to 448 rixdollars, while nevertheless a claim against the Colony for unpaid interest since the first of July 1786 to the present day has been brought forward by the said Orphan Chamber; secondly, because in the accounts of the year 1786, under the debt entries that are set ad notam, there was brought up a sum of 2897:4 rixdollars, which the often-mentioned Landdrost Onkruydt would claim to have for the erecting of the new buildings, although upon checking the resolutions of the heemraden it could not be discovered that the same Onkruydt ever made a proposal for that carpentry work, much less that a resolution was taken to that end by the College, or that consent would have been granted to that end by the Governor at the time.

Dutch transcription

Wijders is wederom ter tafel geproduceerd het door de heeren leeven deeses raads, Theunius en de Wet op den 16 februarij, J: C: ingediend en zeedert bij de overe„ ge heeren raadslieden rondgeleesen reppert, met kij„ voegingen van hun Ed Consideratien en advis„ nopens de gesteldheid der zaaken ter droodije swel„ lendam, zoo als denzelven by hun EE, en een derwaards te werk gestelde Commissie, ingevolge resolutie deezer tafel van den 28 Iulij des voor„ leeden gaars, bevonden zijn ludende dat Rapport Aan den WelEd: gestr: heer Cornelis, Iacob van de Graaff gouverneur en directeur van Cabo de goede hoop en den reszorte van dien & & & beneevens den Ed Achtb: raad van politie WelEd gestr: heer! en EE Achtb: heeren De ondergeteekende Leeden dezes raads om pligtschuldig te voldoen aan de Commissien bij Uw Ed gestr: en Ed Agtb: na het woord op den 28 Iulij des voorleeden jaars 1789 daar toe genomen besluit etc: Post alia „ dat zij naauwkeurig te examineeren hadden, al„ „les wat eenige retatie hebben konden tot de Cas„ „xa der sweflendamsche Colonie, mitsg:s tot de „effecten en papieren daartoegehorende etc: post qualdamalia de gecommitteerdens niet alleen met de uit„ erste verwondering uit de gem: reek: en bescheiden mitsg=s bij het inspecteeren der gebieuwen die N 16. NB: M N 17 die tot den eigendom der Colonie beworden, aan alle dezelve aanstond hebben moeten ontdekken, eene verregaande nlordige behaudding van zaaken, en zeer agteloose administratie, en dat het onmoogelijk was, uit de reekeningen en besleiden het noo„ dige ligt te erlangen, om zig na vereisch van den zaak hun opgelegd, in diervoegen te quijten, als volkoomen beantwoorden zoude, aan de uitdrukkelijke intentie van Uwel Ed Gestr: en E Agtb: hadden zij gecommitteerd mogen houpen en zig vleien, dat de duisterheid en verwar„ ringe met welke de reekeningen en betaalings lijsten der Cobonie omgeene waaren, in de ge= combinteerde vergaaderinge van heemraaden en krijgs officieren derzelver Colonie, die daar toe expres was geconvoceerd geworden, en door hun geedmuu¬ bijgewoond wierd, zoo niet ten eenemaal, ten minsten tot zoo verre zoude zijn opgeklaard en ontwikkeld geworden, als hun tot eenig na„ der inzien en ontdekking konde verstrekken. maar met weinig waaren zij gecomm:s gedurpre„ neerd, dat bij de examinatie derselver reekening in die vergaadering, en bij het afvraagen der elu„ cidatien die de praesent zijnde Leeden daar over 6: mogten kunnen suppediteeren door hun een paa„ tig wierd betuigd, dat hoe zeer zij zig volgens hun pligt beeiverd hadden om 't Colenies zaaken thoun en opreghelik te behartigen, en een ijder van hun zig daarinne na zijn uiterste vermo„ gens gequeeter had, geen van hun egter ooct de administratie van 's Colonies Casda had N: 18: gehad, en dat zij zig op het formeeren der reeke„ ringen uit ƒ No: 31 N3 19 N2: 32 ningen niet verstaande altoos hadden ver= trouwe dat die reekeningen of door den Landdrost of door den secretaris, wiens post het was zulx te daen in die ordre waaren samen gesteld en vervaardigd gewor den als het behoorde en in welk vertrouwen zijdie reekeningen, een ieder over die tijd in welke hij respectivelijk hadde gefungeerd, ook hadden onder teekend, en gelijk men daar en boven bij 's Colonies reekeningen niet specificq had uitgedrukt de zaa„ ken voor welke de uitgeaven der Casra waren geschied, het geen insgelijks het nog aan de differente pos„ ten grootelijx verhinderde, te meer om dat gee„ ne quittantien of gequitteerde reekeningen van zoodaanige posten voor handen waaree verklaarden de voorm: Leeden der gecombineerde vergaadering, ten dien belangen, dat den laatst voorgaande Landdroat van Nuldt onkruidt ties Colonies penningen altoos onder zig had gehad, gewoonlijk in de respective vergaderin„ gen slegts in generaale terman had opgegeven de begrooting van 't geen hij zeide s' Colonier weegen te hebben uitgegeenen, terwijl ook den and secretaris van dezelve Colonie Menso Blankstein, in de gem: vergaadering geroe„ pen, de reecq: voorgelegd en overige eenige pos„ ten zijne verklaaring en opheldering afgevraagd zijnde, declareerde dat door gem: Landdroat onkruwdt de stukken tot die reekeningen specteerende, van hem waaren afgevraagd, en dat de reecq: bij hem Landdrost geformeerd geworden zijnde, door denzelve aan hem secretaris slegt beafschrijving gegeeven waaren, met bijvoeging 83: 20 bijvoeging dat afschoon hij die reecq: alzoo in het niet geschreeven had, hij egter buiten staat was dien aangaande de eenige explicatie te geeven tot opheldbreng van de daarin voorkomende duis„ terheeden, en verwerringen nog ook tot begrip van de wijze op welke die reekeningen waren opgesteld Gecommt. alzoo door deeze duisterhee¬ den in de Caronees reecq omtrend hunne verrig„ ting, groote abstaculen hebben ontmoet vinden daar en boven oak, zwaarigheid op de deugdelijkheid van de voorm: reekeningen, ten winsten over de drie jaaren 1786, 1787, en 1788, vertrouwen te kunnen All stellen, eerstelijk om dat de Casta reekening van de laatsgem: twee jaaren voor Eeder jaar crediteerd staan /over interessen ter wees„ kamer tot rd=s 448 - terwijl egter door den zelven Weeskamer ten voorschijn is gebragt eene praestentie tot laaten, der Colonie over onbetaalde interessen zeedert primo Iulij 1786 tot NB: 22 heeden, ten tweeden om dat hij de reekeningen van het jaar 1786 onder de schuldposten die ad natam zijn, gesteld; opgebragt is geworden eene somma van rd„s 2897:/4:, die den meergem: Land„ No: 23. doort bukruist, voor het zetten der nieuwe gebou„ wen zoude te praetendeeren hebben, of schoon bij het nagaan der resolutien van heemraaden niet heeft kunnen werden ontdekt, dat den zelven onkruidt ooit of immer propositie tot dat timmerwerk heeft gedaan, veel min„ der dat bij het Collegie besluit daartoe genoo„ men is, ofte door den heer gouverneur, in der tijd; ten dien einde convent zoude weesen verland boven

NL-HaNA_1.04.02_11023_0420 view scan ↗

English

No: 15 above, which the Court Messengers who served at that time, who were present in the aforementioned convened combined meeting, declared that they had been under the impression that because the repeatedly mentioned former Landdrost undertook the construction of the said building and proceeded therewith under their eyes, though without prior knowledge of the Board, this occurred at his own private expense and for his own service and use. Thirdly, that among the same debt items in the account of the year 1786 an amount of rds 226: l: is found entered for repair of the pontoon, for which the pontoon keeper nevertheless claims payment of this sum, although in the account of the following year 1787 the Treasury was credited for the entire amount of 4553: 44 on account of this and all the other debt items noted and drawn up within the account of the previous year, so that also upon the settlement of the other items brought forward as unpaid in these accounts, no reliance can be made, since no receipted accounts nor other acts of acquittance regarding this are at hand. Post nonnulla interjecta The commissioners will now further disclose to Your Right Honorable and Worshipful Lordships in what condition all Colony buildings and the pontoon over the Breede River were found, for which purpose they deemed it necessary to specify the same buildings, since no inventory of them has been drawn up or is at hand, namely: No 1: A house serving for the residence of the Landdrost, which was merely erected of raw earth, thatched with reeds, and for the rest poorly constructed, which, through the neglect of necessary annual repairs, is in such a dilapidated condition that the present Landdrost found himself compelled—as it had to be occupied immediately by him and his family—to have the large holes in the reed roof plugged without delay and to have other repairs carried out, which could not be executed without extraordinary costs. No 2: A small storehouse behind and adjoining the just-mentioned dwelling house, likewise erected of clay or raw earth and provided with a low descending reed lean-to roof, completely old, and by no repairs to be restored any more from its dilapidated condition. No 3: A building serving as a wagon house and workshop, standing between the stable and the dwelling house, which is presently completely dilapidated and no longer worth any major repair. No 4: A square room erected of stones, which is found completely stripped of the roof and is also not provided with any doors or windows, but whose walls are still standing well in plumb. No 5: A building which the immediately preceding Landdrost had erected out of waste weed, from which his claim in question arises, being arranged for the stabling of a large number of horses, with some adjoining domestic rooms, and coops for kitchen poultry, which building, although having stood for only a short time, nevertheless at various places, both on the walls and the roof, shows the marks of poor construction, and that very expensive repairs will soon have to be spent on it, while furthermore not only the entire roof of that part which constitutes the coops for the kitchen poultry, along with a part of the walls of the pigeon house, but also all the principal pilasters are broken, so that this part of the building has become unusable. No 6: A house and accompanying rooms, for the service of the secretary, all likewise erected of clay or raw earth, covered with reeds and in such a dilapidated condition that during the presence of the undersigned at Swellendam, the horse stable, which constitutes one of these rooms, came to collapse. No 7: A building divided into separate rooms, serving both for the dwelling of the substitute Landdrost, the messenger, and orderly riders, as well as for the keeping of prisoners, which building, having been constructed recently in the time of the former Landdrost van Bijneveld, was framed firmly and strongly, but if further the necessary proper repairs, now neglected for some time, were omitted, it would very soon also come to that decay in which the other Colony buildings are found. No 8: An old building formerly having served for the just-mentioned purposes, of which the roof has also completely collapsed, in which the black servants of Justice, or so-called Kaffers, who belong to the assistance of the Landdrost at Swellendam, must find their lodging in a miserable manner. No 9: A so-called powder house, standing behind a hill at some distance from the drostdy, which, to the terror and fear of those who must go into it and who live thereabouts, is provided with an iron door running over stone, covered with reeds, and then still for the most part stripped of the roof, so that also the powder which must be stored therein for the burgher exercises and other purposes finds itself exposed to the rain. No 10: A pontoon over the Breede River, which is completely worn out and can endure no more repair, but needs to be entirely renewed. These buildings and the pontoon, in addition to the land that was granted by the Company to the Swellendam Colony for the establishment and service of this drostdy, constituting the only assets which it possesses, the commissioners have found the condition in which the said buildings are situated according to the description made above to be so much the more unfortunate for the same.

Dutch transcription

N3: 15 N boven, het welke de dies tijds gefungeerd hebbende Goeneraaden, dewelke in de voorsz: beelegde ge„ combineerde vergaaderinge tegenwoordig wa ren betuigde in het begrip te zijn geweest dat vermits meerged: oud Landdoost. tukiu de extructie van het gem: gebeuw ondernam en daar meede onder hun dog, zonder vorkennis van het Collegie voortnoer, zulx op deszelfs prive kosten en tot zijn eigen dienst en ge„ bruik geschiedde. ten derde de dat zig nog onder dezelve schuldposten bij de reekening van het jaar 1786 bekend gesteld vind een bedraagen van rd=s 226: l: over reparatie van den porton, daar de pontonvoerder egter betaalinge van deeze somma praetendeert, ofschoon op de reeke ning van het volgende jaar 1787 de Casra ge„ crediteerd is vóór het geheele bedraagen, van 4553: 44. weegens deeze en al de overigen bij de rekening van het vorige jaar, binnens Eyns genoteerde en geformeerde schuldpooten, zoo dat ook op de voldoeninge der :21 andere, bij deeze reekeningen als onbetaald op gebragte posten, geen staat te maaken is, daar zig geen gequitteerde reekeningen nog andere actens van quittantie dien aangaande voor handen bevind Port nonnulla interjecta gecomm: zullen aan Uw Ed gestr: e E Agtb= nu verder openleggen, in welke toestand zig alle Colonies ge„ bouwen en de panton over de breede rivier hebben bevonden, waartoe zij nodig achte dezelve gebou„ wen wen specificq op te noemen, dewijl daar van geen Inventaris geformeerd nog voor handen is te weeten 813: Een huis strekkende ter bewooning van den Land„ drost, het welk slegts van ruuw aarde opgehaald met riet gedekt, en voor 't overige quaalijk gecon„ &trueerd zijnde, door de nagelaatene noodige paar„ lijkse reparatie, zig in een zoodaanige vervallen staat bevind, dat den tegenwoordigen Landdroat zig genoodsaakt gevonden heeft, aan 't zelve, als daadelijk door hem en zijn huis gezin geoccupeert hebbende moeten worden zonder tijdversuim de groote gaaten in het rietdak te doen stoppen en andere reparatien te laaten verrigten, 't geen niet zonder extra ordinaire kosten heeft kun„ nen werden uitgevoerd N92 Een magazijntje agter en annex het evengem: waarhuis meede van klij of ruuwe aarde opgehaald en van een laag neerkomene rieten afdak voorzien zijnde, geheel oud, en door geen reparatien uit haar vervallen staat meer te herstellen N33 een gebruw, dienende tot wagenhuis en arbeids win„ kel, staande tusschen de stal en het woonhuis, het geen tans geheel vervallen en geen capitaale reparatie meer waardig is een van klippen opgehaald vierkant vertrek, het NB 4 welk zig geheel van het dak oind' ontblodt en ook van geen deuren nog vensters voorzien is, maar welkers muuren nog goed in 't laadstaan Een gebouw door den laastvoorgaande Landdraat NB: 5 van Nuld onkruidt doen opsettens uit het welke zijne praetentie in quaestie voorkomt zijnde in= gerigt tot stalling van een groot aantal paarden N37. paarden, met eenige bijgevoegde domestieque vertrekken, en bokken voor keuken gevogelte welk gebouw, schoon nog maar weinigs tijds gestaan hebbende, egter op verschild plaatse zoo aan de muuren als het dak, de kenmerke vertoond van een slegte constructie en dat wel haast zeer kostbaare reparatien daar aan zal moeten worden besteed, terwijl daaren boven niet alleen het gantsche dak van dat ge deelte, het welk de hokken voor het keuken gevogelte uitmaakt, met een gedeelte der min ren van het duive hok, maar ook alle de voornaamste pilasters verbroeken zijn zoo dat deese parthij van het gebouw onbruik baar geworden is Een huis en bijgehorende vertrekken, ten dienste 83: 6 van den secreteris, alle meede van klij of ruum aarde opgehaald; met riet overdikt en in een zoo danige vervallen staat, dat staande het aan weezen van de ondergeteekende op Swellendan de paardestal, het geen een van deeze vertrek ken uitmaakt, is komen in te storten. - Een gebouw in bijzondere vertrekken verdeeld, de nende zoo tot wooninge van den 2ufstituit Landdroat, den boode en ordonn: ruiters als tot het bewaaren der gevangenen welk ge„ bouw nog nieuwlings, ten tijde van den vor„ gen Landdroot van Bijneveld g'extru„ eerd zijnde, hegt en sterk is getimmerd, dog wanneer verder de noodzaakelijke, nu zee„ derd eenige tijd versuumde behoorlijke repa„ rakien ratien, wierden nagelaten wel ras meede tot dat verval zoude geraaken, in 't welk zig de andere Colonces gebouwen bevinden Een oud gebouw voor heen tot de evenge„ NB: 8 melde oiidens gediend hebbende waarvan het dak ook geheel is ingestort in 't welke de zwarte die naars der Justitie, of zoogenaamde Coffers, die tot adsistentie van den Landdvast op Zweelendanige hooren, op een miserabele wijze hun lijfber= ging moet venden Een zoo genaamd kruidhuis, staande agter een hoog te op eenige afstand van de drostdid, het geen tot 8n 69 schuk en vrees van de geene die zig in hetzel„ ve moeten begeeven, en daar omtrend woonen„ van eene izere deur, over steene loopende voor„ zien, met riet overdekt en dan nog meesten deele van het dak ontbloot is, zo dat ook het kruid het welke daar inne, tot de burgere exercitie en andere eindens, moet werden opgelegd, zig aan de reegen geexponeerd vind Een ponton over de breede revier het welk geleelafge NB: 10' sleeten is en geen reparatie meerlijden kan maar volkomen dient te werden vernieuwd Deeze gebouwen en de ponton benevens 't land dat door de Comp: aan de swellendamse Clonie, tot het vestigen, en ten dienste van deezen dros„ G dize is afgestaan, de eenige effecten uitmaakende welke zij possedeert, hebben gecomms den toestand waarin zig de gem: gebeuwen volgens aanschrijving hier boven gedaan bevinden, zo veel te ongelukkiger voor dezelve „

NL-HaNA_1.04.02_11023_0424 view scan ↗

English

the same colony was found, not only on account of the backward condition of its cadastre, but also because its revenues have furthermore decreased considerably since the establishment of the Drostdy of Graaff-Reinet, whereby a large part of the inhabitants who formerly contributed to these revenues were severed from Swellendam and had to be placed under that of Graaff-Reinet. Indeed, the latest account of the treasury of the Swellendam Colony for the year 1788, kept at the secretariat here, shows an arrearage of rds 4446: 23, which differs from the account of the same year found at Swellendam, where that arrearage is stated at a sum of rds 4546: 23; a capital of such importance for this poor colony that, taking into consideration what it must necessarily spend on the repair of the above-mentioned buildings and the renewal of the pontoon, and the interest it has to pay yearly on a capital negotiated at the Orphan Chamber, alongside the other ordinary charges, it cannot possibly be paid from the available revenues of the colony; and even if it were permitted to be negotiated anew against the ordinary interest, it would weigh it down under such a burden of yearly interest that it would have to be recognized as completely insolvent within a short time, if it should not already, through lack of adequate funds, be considered as such from now on. The debts of the Colony consist of the following: What the present messenger of Antwerp comes to claim: f 2723: 1/2 sts. To the pontoon operator, on an account: 1839: -: - Making these items together, not counting those that are still unknown, a sum of Cabo f 45722: 6: - In addition to this, the Colony will firstly have to defray: A new pontoon across the Breede River, roughly calculated at: 3000 The most necessary repairs to the various buildings, determined at a rough estimate at: 1800 The commissioners wished they were in a position to give Your Valiant, Right Honourable and Worshipful Lordships the exact quantum at which the Colony's revenues must be estimated, but since the lists and accounts available here—as the documents submitted herewith can demonstrate—have been kept in such a careless, unintelligible, and confused manner that the former Secretary Blankenstein and the officials who, alongside the departed Drost Van Nuldt Onkruydt, conducted the direction and administration thereof, were unable to supply the commissioners with the required explanations in that regard. Having reported this beforehand, the commissioners will now proceed to state in the first place what they found in their recent investigation to be the cause through which this backward condition of the Colony arose, etc. From this it is most clearly evident, not only that the aforesaid year 1785 was the period in which the backward condition of the colony had its beginning, but also that this arose mainly from the costs of the building erected by the former Landdrost Van Nuldt Onkruydt, as stated above, without the prior knowledge of the Governor at the time and without the concurrence of the Heemraden, and this notwithstanding that he, from the condition of the Colony's treasury, had known its inability to defray those expenses. It has furthermore appeared very probable to the commissioners that the Landdrost and Heemraden did not watch with the required vigilance to constrain those who were negligent or in default with the payment of the Colony's revenues in time by legal means and ways, etc. Also in that regard, nothing of such proceedings has come before him, notwithstanding that Your Valiant, Right Honourable and Worshipful Lordships, already by letter of 11 November 1785, had instructed the aforementioned Landdrost and Heemraden to cause notices to be posted whereby the negligent debtors are warned to come and pay their owed pontoon, head, and other moneys within a certain time to be fixed by the Landdrost and Heemraden themselves, or that, failing this, proceedings will be instituted against the negligent according to law, and that also after the expiration of that time, they, the Landdrost and Heemraden, would have to put into effect the same proceedings against those who had remained in default at that time. It being therefore very clearly established from what has been said, that both the ill-considered and unauthorized actions of the former Landdrost Van Nuldt Onkruydt in erecting a new building at the expense of the Colony, as well as the neglected vigilance regarding the collection of the Colony's dues, constitute the principal cause of the backward condition of the Colony's treasury, and thus of...

Dutch transcription

dezelve Colduie bevonden, niet alleen uit hoofd van de agterlijke gesteldheid haarer Cadra quan ook om dat bovendien haare inkomsten rig vermindert vinden, zeedert de opregting der Drosdije van Graaf Beinet, waar door een groot deel inwoonderen, die voorleen tot deeze inkomsten hebben gecontribueeerd gehad van swellendam afgesneeden, en onder die van Graaff Reinet gebragt hebben moeten wor„ den Immers vertoond de laatste reekening van de Cassa der Swellendamsche Colonie over het jaar 1788, ter secretarije alhier berustende een agterweezen aan van rd=s 4446: 23 het gan differeerd met de recq: van het zelve jaar, op swellendam gevonden, alwaar dat ag„ terweezen is gebragt op een somma van Jdz 4546: 23 een Capitaal voor deeze arme Calo„ NB. 13 nie van die importantie, dat in aanschouw genoomen zynde het geen zij tot herstel van de bovengem: gebouwen en de vernieuwing der ponton noodzaakelijk bekostigen moet en de interessen weke zij jaarlyks, op een t ter weeskamer genegotieerd Capitaal op te brengen heeft, nevens de andere gewoone on gelden, uit de aanhanden zijnde inkom„ sten der Colonie, onmoogelijk kan worden 9 betaald, en ook wanneer men toestand dat het zelve tegen de ordinaire interessen op nieuw moet worden genegotieerd, haar onder zulx een laak van jaarlijkse interessen interessen zoude nederdrukken, dat zij binnen weinig tijds voor volkoomen insolvent zouden moeten werden erkend, indien men haar niet bereids van nu af aan, door gebrek aan bekwaame fondsen, als zoodaanig diende te NB: 3 beschouwen port pauca De schulden der Colonie bestaan in het volgende post pauca het geen de tegenwoordige boode van antwer„ NBB: 14 pen komt te praetendeeren ƒ 2723: ½ st=s: aan den porton voerder op en reecq 1839: —: —: nemn Maakende deeze Posten ongerekend de geene die nog onbekend zijn, te zamen ¶ uit, een somma van Cabo - - - - - ƒ45722: 6: Hier bij zal de Colonie ten eer„ & ten moeten bekostigen een nieu„ we ponton over de breede revier„ grosso mode bereekend op de noodzaakelijkste reparatien aan de onderscheidene gebouwen Een rauwste bepaald op De gecomm„s wenschte in staat te zyn hier teegen aan Uw Ed Gestr: en E Agtb: precies te kunnen opgeeven, het quantum waarop b A. Colenies inkomsten moeten werden begroot dan vermits de lijsten en reekeningen die Postquadam in terjata 3000 1800 zig G en haar - - zig hier van voor handen bevinden, gelijk de stukken daar van bij deezen overgelegd konen NB 27. aantetoonen, meede op zulx een sloodige, on„ verstaanbaare en verwarde wijze zijn gehouden dat den gewezenen Secretaris Blankenstein N: 34. en bedezelve, die nevens den vertrokkendem drost van Nuld onkruist, de directie en adminis„ tratie daar over hebben gevoerd niet in staat zijn geweest aan gecomm s dien aangaande de vereischte eucidatien te suppediteeren Post qualdamalia Na dit vooraf te hebben berigt zullen gecomen„ nu overgaan, om in de eerste plaatse op te geven 't geen zij in hunne naastvoringe bevonden heb„ ben, de oorsaak te zijn, door welke deese agterlij„ ke gesteldheid der Colonie is ontstaan Ac. postalia Hier uit blijkt alzo ten duidelijksten niet al N: 25 leen dot het evengem: jaar 1785 de poqueit„ indewelke de agterlijke gesteldheid der colonie haar begin genoomen heeft, maar ook dat zulx wel voornamentlijk is ontstaan door de kosten van het door den oud Landdrost van Nuld onkruidt, gelijk hier booven is gezegd, zonder voorkennisse van den heer gou„ verneur in der tijd en zonder concurrentie van Leemraaden g'extrueerd gebouw, en zulx ongeagt hij, uit de gesteldheid van 1 Colonies Casla, haar onvermogen had gekend om die kosten goed te maaken Het is daarbijf aan gecomm=t zeer waar„ NB: 26 whijnlijk N3: 28 N: 29 schijnlijk voorgekoomen, dat Lamdrost en heemraaden niet met de vereischte vigilantie hebben gewaakt, om de geenen die met de betaaling van 1' Colonies inkomsten nalaatig of in gebreeken bleven, daar toe in tids door middelen en wegen van regten te Constringeeren etc. Post van nella ook daar omtrend hem niets van zoodaanige proceduci„ resiste voren gekoomen, ongeacht Uw Ed Gestr: en E: Agtb: reeds bij brief van den 11 November 1785 Land„ grost en heem raaden voorm: hebben aangeschreeven ge„ had billietten te doen affigeeren, waarbij de naa„ laatige debiteuren gewaarschuuwd worden, om, bin„ nen zeekeren door Landdoodt en zeemraa den zelve te prifigieren tijd, derzelver schuldig staande pon„ „ton- heofd en andere gelden te komen voldoen, ofte dat bij manquement van dien teegens de nalaatige zal worden geprocedeerd, als na regten, en dat ook na expiratie van dien tijd zij Landdrosten Heemraaden dezelve proceduures, teegens de geenen die als dan in gebreeken gebleeven waaren, zouden moeten te werk stellen Post quaedam alia thit het gezegde dan ook zeer duidelijk constee„ rende, dat zo wel het onberaaden en ongequali= ficeerd te werk gaan van den voorigen Land droot van Nald onkruidt, in het stellen van een nieuw gebouw, op kosten der Colonie, als de verzuimde viqiantie omtrend het incas„ teeren van s' Colonies geregtigheeden, de voor„ naame oorzaake uitmaaken van de agterlyk gesteldheid van s' Colonies cassa en dus van ten de aan ƒ

NL-HaNA_1.04.02_11023_0428 view scan ↗

English

No. 65 the dilapidated state of the Colony itself, the commissioners shall now proceed to the investigation whether and what means could be applied to remedy this dilapidated state of the colony, etc. NB: which aforementioned examination ought to take place in the presence of the former secretary of the Colony, Menso Blankenstein, as he is also to be held responsible in this regard on account of the careless manner in which the Colony's affairs were taken over by him from the aforementioned former Landdrost van Nuldt Onkruidt, without making the slightest mention of the defects in the handover, which were subsequently reported by the present Landdrost. Post multa alia. Trusting hereby to have satisfied the esteemed intention of Your Right Honorable and Worshipful, the commissioners submit this as a humble report. Underneath stood: In the Castle of Good Hope, the 16th of February 1790. Was signed: J. F. Rhenius, O. G. de Wet. Whereupon, having deliberated, it was resolved to fully approve all that has been performed in this matter by the aforementioned gentlemen commissioners. Post pauca alia. While finally it was resolved to deliver to the Independent Fiscal van Lijnden an extract Post multa alia. extract of this, with the insertion of the aforementioned memorial, in order to make such use thereof in his capacity as shall be deemed appropriate. Underneath stood: Agrees in so far as the extracted matter is concerned. Was signed: C. van Aerssen, secretary. Swellendam To the Landdrost Constant van Nuld Onkruidt along with the heemraden there. Good Friends. Having been informed by your dispatch of the 25th of October last concerning the condition in which the Treasury of the Colony there found itself, such arrears as were reported in respect thereof appear to us to have been caused principally by a lack of activity in the timely employment of the means so clearly offered by the practical and local laws to compel negligent debtors to the satisfaction of their arrears. And whereas we, since you already possess sufficient authority thereto, have found it entirely improper and unserviceable to grant the request to exhort the negligent to the payment of their arrears by means of a publication on our part, we order you forthwith to cause notices to be posted whereby such persons are earnestly warned to come and satisfy their outstanding portion-head- and other moneys within a certain reasonable time to be prefixed by you, or that upon failure thereof proceedings will be instituted against the negligent according to law; and that after the expiration of that time, the same procedures must be put into effect against those who have remained in default. Wherewith, after greetings, we sign, Underneath stood: Your good friends. Lower: By order of the Honorable Governor and the Council. Signed: O. G. de Wet, Member and secretary. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 11th of November 1775. Still lower: Agrees. Signed: J. P. Faure, sworn clerk. 668 Oath for the Landdrost. I promise and swear to be loyal and faithful to the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands as my highest and sovereign authority, to His Highness the Lord Prince of Orange as their Hereditary Stadtholder, to the Noble Lords Directors of the General Dutch Chartered East India Company, together with the Honorable Governor and Council of the Cape of Good Hope, to administer uprightly and faithfully the office of landdrost of the rural districts here, and to promote to the utmost of my ability that no vexation or violence be done to the said lands and inhabitants by anyone by night or by day, particularly that the same not be done by my subordinates or servants; that I shall faithfully and according to my best knowledge and insight represent and make known to the courts all matters concerning my office, as well as proceed and act in the same as I shall find to be proper according to good conscience and my instructions; that I will not compound with anyone regarding any offenses, unless with the knowledge and consent of the Honorable Court, or in petty matters wherein such is permitted by placards and ordinances; that I further generally will conduct myself in the aforementioned office as becomes and behooves a pious and upright officer and Landdrost. Underneath stood: So truly help me God Almighty. Lower: The above oath was taken on this day, the 29th of March 1782, by the newly appointed Landdrost of Swellendam, Constant van Nuld Onkruidt, into the hands of the Noble Governor, in the presence of me, the undersigned, and the gentleman A. van Schoor. Lower: In my presence. Signed: O. M. Bergh, A. van Schoor. Still lower: Agrees. Signed: J. P. Faure, sworn clerk. Oath of the secretary of the Landdrost and Heemraden at Stellenbosch, as well as that of Swellendam. I promise and swear to be loyal and faithful to the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands as my highest and sovereign authority, to His Highness the Lord Prince of Orange as their Hereditary Stadtholder, Captain, and Admiral General, to the Noble Lords Directors of the General Dutch Chartered East India Company, to the Honorable Governor and Council here at the Cape of Good Hope, together with the Landdrost and Heemraden, to [illegible] myself in the

Dutch transcription

N 65 den vervallen staat der Colone zelve zullen ge comm:s nu overgaan tot het onderzoek of en welk middelen zouden kunnen werden bij ge bragt om dien vervallen staat der colonie te ren dsceeren etc: NB37: welke evengem: examinatie zoude behoren, te geschieden ten bijwezen van den oud secretaris der Colonie Menso Blankenstem, daar denselven desweegens meede verantwoordelijk is te haer den uit hoofde van de slordige wijze, op welke 1 Colonies zaaken bij hem van den voorm: ge„ weesenen Landdrost van Nuldt onkruidt zijn overgenomen geworden, zonder in het minste te reppen van de defecten in den overgaaf, welke naderhand door den tegenwoor digen Landdroat zijn opgegeeven geworden Post multaalia Hier meede gedenkende aan de geeerde inrentie van UwEd Gestr: en E Agtb: te hebben voldaan laaten gecomm: deezen dienen voor needrig rap„ Port /:onderstond:/ In 't Casteel de goede hoop den 16 febr: 1790 /: was geteekend:/ I: F: Rhenius, O: G: de Wet:/ waarop gedelibereerd zijnde, is verstaan, al 't geene door voorsz: heeren gecomms in deesen is verrigt geworden volkomen te approbeeren Postnauca alia terwijl eindelijk nog beslootens aan den heer In„ degzendent fescaal van Lijnden aftegeeven ex„ Post multa alia tract tract deezes, met insertie der voorm: memorie, om„ me daar van in zijn Ed qualiteid, zoodaanig gebruik te maaken als zal vinden te behooren /:onderstond:/ Accordeert voor zo verre het geextrazeerde aangaat /:was geteekend:/ C: van Aerosen secrets S wellendam Aan den Landdrost Constant van Nali Onkuid neevens heemraaden aldaar Omtrend den toestand waar in zig de Casra der Colonie, aldaar bevonden bij UE missive van den 25 october J: l: geinformeerd geworden zijnde, is aan zoodaanig agterweezen als ten opzigten dezelve opgegeeven werd, ons toegescheeren voor„ namentlijk te zijn veroorzaakt uit gebrek van activiteit in 't tijdig emploiceerender middelen, zo klaar door de practicaale en locaale wetten aan de hand gegeeven werdende, omme nalaatige debiteuren tot voldoeninge van derzelver agterwee= zen te constringeeren En dewijl wij, vermits Ul: daar toe reeds genoegza„ me auctboiteid komen te bezitten gantsch ongepast en ondienstig gevonden hebben, het verzoek om bi„ eene publicatie van onzent wegen de nalaatige tot veel doeninge van derzelver agterweeren te adzorteeren, ge„ lasten wij UE ten eersten billietten te doen affigeeren waarbij de zoodaanige ernstig werden gewaarschuuwd om binnen zeekeren voor Ulieden te proefigeerene behoorlijke tijd derzelver schuldig staande porton-hoofd= en andere gelden te koomen voldoen, ofte dat bij nan„ Goede Vrienden. quement te ris ar voor quement van den teegens de naalaatige zal worden geprocedeerd als nu regten; en dat dak na espiratie na dien tijd, dezelve proceduures teegens de geene die als dan in gebreeken gebleeven zijn, zullen moeten werden te werk gesteld. - waar mede na groete teekenen /:onderstond:/ Ul: goede vrienden /:lager:/ Ter ordonn: van den E: heer gouverneur en den raad /:get:/ O: G: de WetLid en secrets /:in margine:/ In 't Casteel de goede hoop den 11 November 1745. /:nog lager: / Accordeert :/ get: / I: P: Faure g Clercq 668 Eed voor den Landdrost Ik belove en oweere de hoogmaginde heerenstaaten generaal der verEenigde Nederlanden als mijn hoogste en zouveraine overigheid, zijne hoogheid ten heere prince van orange als derzelver Eefstad houder, d' Eedee hee„ ren bewindhebberen van de generaale Nederlandsche geoctroijeerde O: S: Comp„e mitsg=s den E: heer gau„ verneur en raad van Cabo de goede hoop gehouw„ ende getrouw te zullen wezen, het ampt van lan„ „drost der platte landen alhier oprechtelijk ende ge„ trouwelijk te bedienen, en na mijn uitterste vermo gen te bevorderen, dat dezelve landen en ingezeetenen van niemand bij nagt of bij dage overlastofte gewel geschiede, inzonderheid, dat het zelve niet en ge„ schieden door mijne zappoorten ofte dienaaren, dat ik alle zaaken mijn amptrekende den rechten getrou„ welijk ende na mijn beste weetenschap ende kennis„ te voordraagen ende te kennen geenen mitsga¬ ders indezelve procedeeren ende handelen zal, zo als na goede consirentie en na mijn instructie bevinden zal te te behooren, dat ik met niemand over eenige delie„ ten composeeren zal, ten waare met kennisse ende toestaan van d'E geregte, ofte in klijne in welk zulx bij placcaaten en ordonnantien toegestaan is, dat ik voorts generalijk mij in voorsz: ampt draegen zal al een vroomd ende oprecht officier ende Landdrost toestaat ende betaand /:onderstond:/ so waarlyk helpe mij God almagtig /:lager/ oorenstaande Eed is op huiden den 29 maart 1782, door den nieuw aangestelden Landdroot van swellendam Constant van Huld onkruidt aan handen van den Edelen heer gouverneur afgelegd in praesentie mij onderget:/ en de heer iA van Schoon /:lager:/ Mij praesent /in get:/ O: M: Bergh A: van Schoor /:nog lager:/ Accordeert /:get:/ I: P=: Vaureg Clonq Eed van den secretaris, van Landdroot en Zam„ raaden aan stellenbosch, mitsgaders die van swel„ tendam Ik beloove en sweere de hoog Moogende heeren staalen generaal der VerEenigde Nederlanden, als mijne hoogste en zouveraine overigheid, zijn hoogheid den heer prince van Orange als derzelver Erfstadhouders Capitain; en Admiraal Generaal; d' Edele heeren bewindhebberen van de generaale nederlandsche geoctroijeerde oost Indische Comp=e den E heer gouvernaur en raad hier aan Cales de goede hoop, mitsgaders den Land drost en Leemraad en gehouwen getrouw te zullen weezen, mij in het dinp ercq ten 4e a n C:

NL-HaNA_1.04.02_11023_0432 view scan ↗

English

faithfully to discharge the duties of the office of secretary, to disclose the secrets of the Chamber to no one, to serve the judges and parties uprightly, and furthermore punctually to maintain the ordinances framed for this office; this I will not neglect for any favor, hatred, profit, or harm. So truly help me God Almighty. Underneath stood: Today, the 21st of September 1773, the bookkeeper Menso Blankenstein, as appointed Secretary of the Colony of Swellendam, took the aforementioned oath in the Council of Policy at the hands of the Honorable Governor. Lower: In my presence was signed: J: M: Bergh, Clerk and Secretary. Still lower: Agrees with original, signed: I: P: Faure, sworn Clerk. Today, the 9th of June 1790. Appeared before me, Johannes Daniel Karnspek, sworn Clerk at the Judicial Secretariat of the Castle of Good Hope, in the presence of the after-named witnesses, the former Merchant and Landdrost at Swellendam, the Honorable C: van Nuldt Onkruydt, who declared to constitute and in the best manner of law to authorize, as he does by these presents, the burgher Jacobus van Leeuwen, with power of substitution, specially to attend to and defend before the Honorable Court of Justice of this Government such matter as the Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden has brought to notice against the appearer in the case of dereliction of duty, furthermore in this regard to do and act as shall be necessary and required, with promise of approval under legal obligation. Thus done and executed at the aforementioned Secretariat, present the clerks Christiaan Ludolph Niepzing and Johan Bernhard Hoffmann as witnesses, who have duly signed the original minute hereof together with the appearer and me, the sworn Clerk. Lower: Which I testify, signed: Karnspek, sworn Clerk. Answer and Counter-Claim prepared and submitted with the requisite respect to the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, together with the further Honorable Members of the Court of Justice of this Government at the Cape of Good Hope, through and on behalf of the burgher Jacobus van Leeuwen, as special proxy of the former Merchant and Landdrost of the Colony of Swellendam, defendant in the case of alleged far-reaching negligence and so-called dereliction of duty, on the one part; on and against the Independent Fiscal of this place, the Honorable J: N: S: van Lijnden, ex officio Prosecutor in the same case, on the other part. Honorable Gentlemen, The defendant, having been summoned before this Honorable Court on the tenth of the past month of June by the Honorable Prosecutor ex officio, together with the former secretary of the Colony of Swellendam, Pieter Menso Blankenstein, in order to hear such claim and conclusion as the Honorable Prosecutor should deem necessary to bring ex officio against them on account of alleged far-reaching negligence and dereliction of duty in the administration of the posts entrusted to them, to reply thereto and furthermore to proceed as is customary; that the principal defendant appearing in court on the appointed day, together with the said former secretary, had requested on behalf of the original defendant a copy of the submitted claim and conclusion and a term of four weeks to serve an answer thereto, while the same request was made by the said former secretary, with this distinction however, to be allowed to defend himself separately, which request was favorably granted by Your Honors; that the original defendant therefore considers himself duty-bound to express his obligated gratitude to Your Honors, as he thereby sees an opening to be able duly to justify and vindicate himself in conformity with the highly venerated orders of his superiors, in so far as concerns the post of Landdrost of the Colony of Swellendam as was entrusted to him at that time, and consequently to demonstrate the groundlessness of the conclusion delivered by the Honorable Prosecutor ex officio, in so far as it concerns the defendant, as naturally follows; and in order to bring his sincere innocence in this matter, clearer than daylight, before the discerning and accurate eye of Your Honors regarding the case in question, and wherein this is now to be treated extensively in order and by article to show the original defendant's upright conduct, from which Your Honors, as is trusted, will plainly see that the defendant is free from all blame, he will have the honor to say in transition: that the defendant, encouraged by this confidence, has examined, as much as lies in his power and as the brevity of the running term permitted him, the conclusion of claim brought by the Honorable Prosecutor on and against him, the defendant, consisting of an accusation of alleged far-reaching negligence and dereliction of duty in the administration of the post entrusted to him at that time as Landdrost of the Colony of Swellendam; in order then to reduce this accusation to its true substance, the defendant believes

Dutch transcription

ampt als secrets oprechtelijk te zullen quijten, de keereeten der Camer aan niemand te zullen openbaaren den regteren en parthijen vroomelijk te zullen dienen, en voorts de ordonnantien op dit ampt beraamd, punctueelijk te zullen onderhouden, dit zal ik niet nalaaten om eenige gunst, haat profijt, of schade„ soo waarlijk helpe mij God Almachtig /:onderstond:/ Huiden den 21 Septemb: 1773 heeft den boekhouder Menso Blankenstern, als aangestelden Secretaris der Colonie van Swellendam, den vorenstaande led, in rade van politie aan handen van den heer Gezaghebber afgelegd /:lager:/ Mij praesent was get:/ J: M: Bergh C„k en secre=ts snog lager Accordeert :/ get:/ I: P: Faure g Clercq: Huiden den 9 Iunij 1790. Compareerde voor mij Johannes Daniel Karn¬ spek gerw Clercq ter secretarije van Iustitie des Casteels de goede hoop, praesent de naten: oud getuigen, den koopman en Landdrost te Swellendam, de heer C: van Nuldt onkruid dewelke verclaarde te constitueeren en op de beste wijze in regten magtig te maaken, zo als doet bij dezen den burger Jacobus van Leeuwen, cum potestate substitiueendi apacciaa„ lijk omme voor den E Achtb: raade van Ius„ titie dezes gouvernements waarteneemen en te afendeeren, zodanige zaak als den heer In„ depenident fiscaal Iohan Nicolaas Steven van van Lijnden op ende jegens den Comp=s in Cas van pligtversuim is komen te moneeren voorts hier omtrend zodaanig te doen en hau„ delen als nodig wezen en vereischt worden zal, met belofte van approbatie onder verband eefs na rechten. — Dat aldus passeerde ter secretaris voorge: praesent de Clercquen Christiaan Ludolph Njebzing en Johan Bernhard Hoffmann als getuigen die de minute deezes beneevens den Comptz en reij gedwClercq mede behoorlijk hebben onderteekend /:lager„ 'T welk ik getuige /:get:/ Damspek g Clercq C: Antwoorden Contra Conclusie gedaan ma„ ken en met de vereischte eerbied over„ gegeeven, aan den WelEdelen Agt„ baaren heer Iohannes Izaak Rhenius praesident benevens de ver„ dere Achtb: Raden van Iustitie dezes gouvernements aan Cabo de godehoop dods ende van weegens den burger Jacobus van Leeuwen als sperea¬ aale gemagtigden van den Coop„ man en daid Landdrootder Co„ lonie Zwellendam, verweerder in Cas van pretense verregaande slaffigheid en zo genaamde aAgt„ verduim ter eenre 1 op ende jeegens den independent fiscaal deezer steede de Ed: Agtb: heer I: N: S: van zijnden R:O: Ass: in het A: onderstond:/ zelve 6 zelve Cas ter andere zijde heere WelEdele Achtbaare WelEdele Heeren den verweeder s ub dato tienden der jongstleedene maand Iunij door den heer E: O: Eiss„r met ende beneevens den oud secretaris der Colonie ZwelAndann P„r Renso Blankenstain, voor deesen E Agtb: raade gedag„ vaard zijnde, ten einde te aanhooren zodaanigen Eischen Conclusie, als den heer officier wegens pre„ tende verregaande stordigheid en pligtversuim in het waarneemen vande hun toevertrouwde posten, 7: O: op ende jeegens hunlieden zouden oordeelen te moeten neemen, daarop te antwoor„ den en voorts te procedeeren als gebruikelijk is. dat den principaalen ged=e ter dage die nende, met ende beneevens gezegde dud secret„s, ter ralle gecompareerd zijnde, in naame van den origineelen verweerder voor zig hadde verzagt Copia der ingediende Conclusie van Esch en termijn van vier weeken omer op te dienen ven antwoord, terwijl door gezegde oud secreta„ is het zelve verzoek gedaan zinde, met dat onderscheid nogtans om zig reparaat te mogen verantwoorden, en welk verzoek door UW Ed: Achtb: goedgunstig geaccordeerd geworden wiar dat den origineelen verweerder zig dus ver„ pugt reekend, UwE Achtb: desweegen pligtscha„ dig dank te betuigen, terwijl hij daardoor zig een weg gevrend ziet, omme in Cor„ formite & formité vande zeer gevenereerde ordres sijner sep„ perieuren zig behoorlijk te kunnen verantwoorden, en legitimeeren /:voor zo verre de port als Land„ drost der Colonie swellendam betreft / als te dier tijd aan hem was toevertrouwd en vervol„ gens ter demonstratie van de ongefundeerdheid van des heers R: O: Eiss„rs uitgebragte Conclusie voor zo verre die den verweerder betreft, als van zelfs toeteid en om zijne sincere onschuld in deezer Luce Clarius onder het scherp ziende en naauw„ keurige dog van uw WelEd Agtb: te brengen, nopene het geval in quaestie, en waarin deese tans ordine et articulam in het breede staat gehan„ deld te werden, ter aantooning van des oregi„ neelen verweerders opregte gezoudene handel„ wijse, uit dewelke uw Wel Edelens Agtbaa„ kens zo men vertrouwd:/ adoculum zal con„ steeren, dat den ronveerder extra omnem culpam verseerd, zal hij de eere hebben in tran„ litie te zeggen. dat hij verweerder opgewekt door dit vertrouwen zoo veel in zijn vermoogen is, en de kortheid van het lopend termijn hem permuit teerden, heeft nagegaan, den door den heer officier opende jeegens hem verweerder uitgebragte con„ clusie van Eisch, bestaande in eene accusatie van prekense verregaande slordigheid, en pligtversuim ! in het waarneemen van de aan hem te dier tijd toevertrouwde post, als Landdrost ter Colonie Zwellendam omme dan deze beschuldiginge op haar zeekerlijke inhoud te brengen, vermeend den verweerder ag en a

NL-HaNA_1.04.02_11023_0436 view scan ↗

English

the defendant in his capacity, that on the part of the plaintiff as prosecutor, the argument is based upon the assertion: that the defendant left the effects of his Colony in such a state of ruin that they can never again be brought into a condition for use; that, of the charters and papers which must always be left behind for the successor, consisting of an ordinance and placard book, loose ordinances, receipts, a letterbook, and bound minutes, and according to the report of the present Landdrost, not the slightest remnant is to be found; 3 that the buildings, consisting of a dwelling house for the Landdrost and a small storehouse adjoining it, likewise a building serving as a coach house and workshop, and a square room, another building erected by the defendant to serve as a horse stable with some rooms annexed thereto for the domestic servants and quarters for the kitchen staff, and a house with accompanying rooms for the service of the secretary, and another house for the substitute and messenger, etc., as well as the pontoon across the Breede River, are all in a dilapidated state; 4 that the confusion in the Colony's treasury permits only with the utmost difficulty the drawing up of a clear overview, and that the Colony's finances are in the most deplorable state. However, Right Honourable and Respected sirs, since the defendant is obliged to justify his conduct during the post entrusted to him at that time as Landdrost, and takes this matter upon himself, he believes he cannot take a better path toward concluding it than by following the same order in defending against this critical matter, and therefore examining and refuting it point by point, taking in hand next the first point, whose essential accusation comes down to this: that the Colony's effects, consisting among others of a drop-leaf table and chairs that must serve at the assembly, a bedstead, twelve chair cushions of red plush, a cabinet, a mirror with a walnut frame, and two chandeliers, are defective, and that these were all 11 of the Colony's pieces of furniture, which the defendant allegedly left in such a ruined condition; which cannot appear very strange to Your Right Honourable and Respected sirs, if you would kindly take into consideration: firstly, the time when they were made; secondly, the quality of the materials from which they were made; and thirdly, the state in which they were taken over by the defendant from his predecessor. Concerning the time, it appears to the defendant that they were made at the very origin and establishment of that Colony, and that from Cape yellowwood, very much subjected to the gnawing of worms, and that in a style which depicted antiquity in the most vivid colours, and were kept on account of their unserviceability rather than being preserved with the most meticulous care, while the aforementioned table, upon the assumption of that office, was already placed in the kitchen and the legs were worn out through old age; wherefore, as is all too well known, all the furniture bought by the defendant from the late Mr. Ryneveld was bought and paid for in cash from his private purse, and notwithstanding all this, one of the purchased tables and several chairs were used for the service of the assembly; only the bedstead with red hangings having been used by the defendant as a sleeping place for his children, it demonstrates of itself that during the defendant's presence there, it never stood in the stable, but in the back room: is then now this necessary consequence of nature, namely the perishability of these pieces of furniture, to be imputed to the defendant, or to time which devours everything, as witness experience teaches, that everything sublunary is and remains subjected to perishability by the nature and character of things; can one then, with reason, which after all is the director of human actions and indeed the soul of the laws, aggravate the defendant therewith? It is very respectfully trusted that Your Right Honourable and Respected sirs, immediately from the refutation of this first point, whereby all further accusations of negligence allegedly committed by the defendant are at once annulled! chiefly the second ground, that of the charters and papers which must always be left to the successor, consisting of an ordinance and placard book, which were given to the defendant in proper order, of which, as is said, no remnant is to be found, from which the prosecutor seems to reason thus: the aforementioned documents are not to be found; ergo the lack thereof must be imputed to the defendant; and then it is supposed that the defendant is responsible for that, for the negligence of others, which as one believes proves the absurdity of such reasoning; when the defendant, with due respect, shall most respectfully inform Your Right Honourable and Respected sirs that in the month of December of the year one thousand seven hundred and eighty-eight, upon respectful solicitations of the defendant, it was graciously granted to him by the High Government of this administration, while retaining his rank, status, and wages, to make a voyage from here to Europe, and therewith graciously to order that the Honourable Board of Heemraden, assisted by the secretary Mr. Meizo Blankstein, should receive and take over properly from the hands of the defendant all the Honourable Company's and the Colony's effects! Which venerable orders the defendant was indisputably obliged to obey.

Dutch transcription

verweerder qq. dat men aan den kant van den hierr p: a: Eess„r zig fundamenteerd, daarop dat den verweerder zijns Colonies effecten zoo daanig ontramponeerd heeft nagelaten, dat dezelve nim wer wederom tot gebruik zullen kunnen wer„ den in staat gebragt! dat, van de Chartres en papieren, dewelke altoos aan den vervanger moeten worden agterge„ laaten, bestaande in een ordonnantie, en placaatsoek losse ordonnantien, quittantien en een brievekoort en ingebondene minuuten, en volgens het be„ rigt van den tegenswoordigen Landdveat geen het minste overschot te vinden zij 3 dat het met de gebouwen bestaande in een woonhuis, voor den Landdroet, en een magazijnt„ je annex hetzelve jitem een gebouw strekken„ de tot een wagenhuis en arbeidswinkel, en een vierkant vertrek, nog een gebouw door den gedragden opgezet, om te dienen tot een stalting van paarden, met eenige daar g'annexeerde ver„ trekken, voor de domestiquen hoeken voor ken„ kengevolgette, en in een huis, en bijgehorende vertrecken, ten diensten van den secretaris en nog een huis voor de substituit, en boo„ de enz: als ook de ponton over de breede re„ vier, welke alle in een vervallen staat zijn dat de verwarring van der Colonies Cassa; niet dan met de uiterste moeiten gedoogen, zig daar van een duidelijk tafereel te maaken en met 2 4 met des Colonies fin antien aller beklaagelijst gesteld is. dan WelEdele Achtb: heeren terwijlden verweerder genoodzaakt is, zijn gedrag geduurende de te dier tyd hem toevertrouwde post, als Land drost te justificeeren, en deezen zaak over zig neemt, nieeuw hij tot het afdoen van dezelve, geen beter weg te kunnen inslaan dan in het verweeren van deeze Creticque zaak, dezelve ordre te moeten volgen, en mitsdien van lit tot het na te gaan en te refuteeren, vervolgens bij de hand, neemende het eerste princt wiens werentlijk accusatie hier op neerkomt dat de Colonies effecten, bestaande onder anderen in een bladtafel, en stoelen, die bij de vergadering moeten deenen, een ledikant, twaalf stoelkussens van roode trijp, een Cabinet een spiegel, met een no„ teboome lijst, en twee ilusters, zijnde defect, en dit waaren alle 11 Colonies meubilaire goederen, die door den verweerd er zoodaanig ontramponeerd, als daar bij gezegt worden zijn nagelaaten het welk aan uw welE Achtb: niet zeer 1 vreemd kun voorkomen, wanneer hoogst dezelve in Consideratie gelieven te neemen eerstelijk de tijd wanneer deselve gemaekt tweedens de deugdelijkheid der Materiaalen, waarvan dezelve gemaakt is, en ten derden, de staat waarin deselve door den verveer„ der van zijn predecessent zijn overgenomen. aangaande de tijd schijns hebben verweerder toe dat het zelve van de origine en opregting dier bla„ nie zijn gemaakt, en dat /:nempe:/ van Caapseh geelhout, zeer aanknaginge der wormen gedubjec„ teerd teerd, en dat in een smaak het welk de antiquiteid met de levendigste verwen, kom afte schetten, en om dezelve met de naauwkeurigste zorge gade te slaan wegens deszelfs onbruikbaarheid bewaard, terwijl de bovengemelde Tafel bij het aanvaarden dier drordige reets in de keuken geplaatst en de pooten door ou„ derdom versteeten waaren weshalven den vorweerder zo alsal te wel bekend is, dat alle de door hem van wijlen den heer Ryne veld gekogte meubilaire goederen, uit zijn prive beurs voor contant gekogt, en betaald geworden zijnde, en des niet tegenstaande dit alles, eene der gekogte Tavels en eenige stoelen, ten diensten der vergaaderinge hebben gebruikt alleenlijk het ledekant met een roode behang ra„ door den verweerder tot een slaapplaats van zijne kinderen gebruikt zijnde, het zig zelven wijse, dat het zelve geduurende des verweerders aanwezen aldaar, nimmer in de stal maar in de agterkamer gestaan heeft: is dan nu dit noodzaakelijk ge„ volg der natuns, te weeten de vergankelijkheid dier meubilaire goederen, aan den verweerder te imputeeren„ of aan den tijd die alles verslind zoo als testis experientia leerd, dat alle het on„ dermaansche, de vergankelijkheid uit den aart en natuurder dingen gesubjectieerd is, en blijft kan men, dan met grond van redenen die dog de dicectrice van des menschen handelinge Ja de ziel der wetten zij den verweerder daar mede aggraveeren men vertrouwd zeer eerbiedig dat Un: WelEd Agtb:, al terstond uit de refutatie van dit eerste eerste Lid waar door alle verdere beschuldingen van nonchalance, bij den verweerder pretentelik gecommitteerd, eens klaps werden geannulleerd! voornamentlijk de tweede grond, dat van de Chartres en papieren, die altoos aan den vervanger moeten werden nagelaaten, bestaande in een ordonnantie, en placcaat boek die den ver„ oder weerder in een behoorlijke ordre zijn gegeven waar van zo men zegd geen overschot te vin= den zijn, waar uit den heer R: O: Eisscher el„ dus schijnt te redeneeren: de voorenstaande documenten zijn niet te vinden ergo moet het gemis daarvan den verweerder werden geemputeerd en dan dupponeerd men dat den verweerder daar voor verantwoorde„ lijk, voor de negeitantie van anderen, dat zoo men meend de abzurd iteid van diergelijke redeneeringen bewyst wanneer den verw: met behoorlijke respect uw WelE: Agtb: eerbiedigst zal informeeren dat in de maand december des jaars een duisend zeven honderd agt en taggentig, op eerbiedige sollici= tatien van den verweerder, door de hooge regeeringe deezes gouvernements aan hem goed gunstig is geac„ cordeerd omme behoudens aange, qualiteid en gagien een reise van hier, na Europa te mogen doen, en daar bij hooggunstig te beveelen dat 't E Collegie van Geemraaden, geadzisteerd door den secretaris S=r Meizo Blankstein, uit handen van den verweerder zoude ontfangen, en /:nempe:/ behoorlijk overneemen alle s' Edele Com„ pagnies en s' Colonies effecten! welke gevenereerde beveelen den verweerder indisputabel verpligt was te op= tempeeren en zat ge ijkheid eerder n:

← previousnext →