VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 2517

Persia · 1,464 pages · 225 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_2517_0832 view scan ↗

English

Japan at the Factory Anno 1741 January Spoken with the junior merchant regarding this about it, so I gave them to understand that I would discuss it once with the junior merchant Hoomis, and then give them an answer tomorrow, whereupon those interpreters departed, and in the afternoon I informed the mentioned junior merchant of the above, who agreed with me that it was best for the remaining goods to be surrendered at the latest valuation, since one would then not be subject to damage through leakage or otherwise, as well as because one could not inspect the goods except when the Japanese (since the warehouses are sealed by them) were inclined to do so, which suited them sometimes only two to three times a year. Friday 20: This morning, the cross-examiner Goffe and head-reporting interpreter 6 2 2 Nagasaki. Anno 1741. January 3 Chinese have hanged themselves out of despair Interpreter Tosabro came to ask me whether I was now inclined to relinquish the Honorable Company's remaining merchandise at the latest prices, to which I answered them yes, since no increase was to be hoped for anyway, and that when the goods were delivered to the merchants, I would then have no fear of spoilage, which they promised they would do their utmost best regarding this. Saturday 21 1/2 Sunday 22. Monday 23. Tuesday 24: Wednesday 25. Thursday 26: The remaining goods of the Honorable Company relinquished at the latest prices During these days nothing noteworthy occurred, except that I daily urged the head-reporting interpreter Tosabro so that the remaining goods would be delivered to the merchants. This morning I received a visit from a certain Japanese, who related to me that this past night on the Chinese Island, three Chinese merchants, out of despair (because their trade and gambling had turned out badly), had hanged themselves, 307 Japan at the Factory Anno 1741. January For the reasons stated alongside, few of that nation will come to trade again. Tomorrow the gift goods in the warehouse De Doorn will be brought down from above. That was accomplished. and also declared to have heard from several Chinese that few junks would return to Japan, since they were forced by the governor to sell their goods almost without profit. Friday 27: Before noon, the head-reporting interpreter Tosabro informed me that tomorrow commissioned senior and junior bongjoisen were to come to the Island to open the warehouse De Doorn in order, according to the annual custom, to have the gift goods brought down from the attic to below, which Saturday 28: took place today around noon. Sunday 29 Monday 30. Tuesday 31. Some samples of the gift goods selected The interpreters and bongjoisen named alongside appointed by the governor to make the upcoming court journey with the Opperhoofd Nagasaki. Anno 1741 January Tuesday 31. Today some samples were selected from the gift goods by the appraisers and scribes, to be shown to the Lord Governor tomorrow. Toward evening, the head-reporting interpreter Tosabro informed me that he and the junior reporting interpreter Simpats, together with the senior bongjois Foccaja Ziemon Zamma, with the junior ditto Jamnagoes Kaseesi, as well as the city bongjoisen Goenso and Jagotshi, had been appointed today by the governor Koubota Fiseen No Cammij Samma to make the court journey alongside me. Wednesday 1: Before noon, the samples of the gift goods were with the Lord Governor for inspection, February The samples of the gift goods were with the governor and brought back again 1932 Japan at the Factory and were brought back again in the afternoon. Anno 1741. February The reporting burgomaster Ginso Donne dismissed and Roksaijemon appointed in his place. Tosabro and Simpats dismissed from the reportingship; Kisemon and Juhfe appointed in their place. Thursday 2: Toward evening, the head-reporting interpreter Tosabro came to tell me that the city reporting burgomaster Ginso Donne had been dismissed from his reportingship, and that in his place burgomaster Roksajemon had been appointed. Friday 3. Toward evening, there appeared at my residence, in their ceremonial robes, the reporting interpreters Tosabro and Simpats, together with the interpreters Kisemon and Jukfe, communicating to me that the first two mentioned had just been dismissed from the reportingship by the Governor Coubota Fiseen No Cammij Samma, and the two others appointed in their places as reporting interpreters, which interpreters I Nagasaki. Anno 1741 February Congratulations and recommendation on their dismissal and appointment congratulated on their dismissal and appointment and recommended everyone to help look after the welfare of the Honorable Company both here and in Edo, which they promised to fulfill, and after a round of drinks was had, they departed toward the city. The gift broadcloths torn. The satins and damasks wrapped with Japanese paper. Saturday 4: Today, according to annual custom, the broadcloths were torn at my residence by the Japanese scribes for the imperial councilors and other grandees, and their ends sealed with the Honorable Company's seal, and the satins and damasks wrapped with Japanese paper. Tomorrow a start will be made on delivering some pound goods. Sunday 5: Toward evening, the head-interpreter Tosabro informed me that tomorrow a start will be made with delivering the sugar and sappanwood. Monday 6. 1933 33

Dutch transcription

Iapan ten Comptoire A=o 1741 Januarij gesproken met den ondercoopm: Idaar over bekomen zal sijn, zoo gaff ik haar te kennen dat ik daar over eens met den onderCoopman Hoomis zoude spreeken, en haar morgen dan andwoord geeven, waar op die Taalslieden vertrocken en na de middag heb ik gem: ondercoopman het bovenstaande te kennen gegeven dewelke met mij oordeelde best te sijn dat de restand goederen tegens de jongste Taxatie afgegeven wier„ „den, vermits men dan geen schaade door Leccagie als anders subject was, als meede dewijl men na de goederen niet konde zien als wanneer de Japanders /:vermits de packhuijsen door haar versegeld zijn,/ daar toe in„ =clineerde, 't geen Zomtijds twee â drie maal in een jaar haar Convenieerde Vrijdag 20. ' van desen morgen quamen den dwar =kijker Goffe en opperrapporteur Tolk 6 2 2 Nangasackij. A=o 1741. 3: Chineesen hebben sig uijt Tolk Tosabro mij vraagen off ik nu ge„ Januarij neegen was de restand goederen s E Comp:s Coopmanschappen voor de jongste prijsen aff te staan, voor de jongste prijsen affgestaan daar ik hen op antwoorden van ja vermits er tog geen verhooging te hoopen was, en dat wanneer de goederen aan de Cooplieden affgelevert wier„ =den ik dan voor geen bederf bedugt zal sijn, 't welk sij beloofde dier„ wegens haar uijtterste best zoude doen. Saturdag in dese dagen niets noterens waardigh voorgevallen als dat ik Sondag den opperrapporteur tolk Maandag Tosabro dagelijx ben aan„ „geweest, ten Eijnde de res„ Dingsdag tant goederen aan de Woensdag Cooplieden uijtgelevert wierden Donderdag. 21½ 26:' van deesen morgen kreeg ik besoek van een zeker Iapander dewelke mij verhaalde dat de gepasseerde nagt op 't Chineese E Eijland drie Chineese Coopluijden wanhoop verhangen zig uijt wanhoop (:door dien haar Negotie en dobbelspol slegt was. 1931 22. 23. 24:' 25. 307 Japan ten Comptoire Januarij om nevenstaande reden zullen wijnige van die natie weer ten handel koomen op morgen sullen de schenka„ „gie goederen in 't pakhuijs d'doorn van booven na om laag gebragt werden dat volbragt werd A„o 1741. was uijtgevallen:/ hadde verhangen en verklaarde ook van verscheijde Chineesen gehoort te hebben van dat 'er weijnige Jonken weeder na Japan zoude komen vermits sij door den gouverneur ge„ „dwongen wierden haare goederen bij na zonder winsten te verkoopen. Vrijdag 27:' Voor de middag maakte den opperrapport= Tolk Tosabro mij bekent dat 'er morgen gecommitteerde Opper en onder bong„ Joisen op 't Eijland stonden te komen om 't pakhuijs de Doorn te openen e ten Eijnde na jaarlijx gebruijk de Schenkagie goederen van de Zolder na omlaag te doen brengen 't welke. Saturdag 28. ' heeden tegens de middag geschieden. — 29' 30. Sondag Maandag Dingsdag eenige monsters van de schenkagie goederen uijtgesogt de nevenstande tolkenen bong- =joisen van den gouvern=r be„ hoff rijs met het opperhoofd Nangasackij.— Dingsdag 31. heeden zijn door de kennis Luijden en schrijvers Eenige inonsters uijt de Schenkagie goederen gesogt om op morgen aan den heer gouverneur vertoond te werden. — Tegens den avond maakte den Opperrapporteur Folk Tosabro mij be„ „kent dat hij en den onderrapporteur Tolk Simpats, benevens den opper„ =bongjois Foccaja Ziemon Zamma, noemd om de aamstaande met den onder d=o Jamnagoes kaseesi te doen; mitsgaders de Stads bongjoisen goen„ =so d. Jagotshi heeden door den Steede voogt koubota fiseen No Cammij Samma waaren benoemt om de Hoffrijs nevens mij te doen. Woensdag R=mo voor de middag sijn de monsters Februarij der Schenkagie goederen bij den heer de monsters der Schenkagie goederen bij den gouvern=r en weder gouverneur ter besigtiging geweest te rug gebragt Januarij A=o 1741 en 1932 — A=o 1741. den rapporterer borgermees„ . ter gindo donne „ en roksaijemon in sijn plaats aangesteld Tosabro en Simpats van 't rapporteurschap ontslagen kisemon en juhfe in haar plaats aangesteld. Februarij Donderdag 2:' Tegens den avond quam den opperrappor =teur Tosabromij verhaalen dat den Stadt rapporteur burgermeester Ginso donne van sijn rapporteurschap was ontslagen en dat in dies plaatse was aangesteld den burgermeester roksajemon. Vrijdag 3. Tegens den: avond verscheenen op mijn wooning in hunne Compliment gewad de rapporteur Tolken Posabroen Simpats benevens de Tolken thisemon & jukfe mij Communiceerende dat de twee eerst gem: zoo Eeven door den gouverneur Coubota Fiseen No Cammij Samma van het rapporteurschap waaren ontslagen, en de twee andere in der zelver plaatsen tot rapporteurswaars aangesteld, welke Taalslieden ik Japan ten Comptoire en sijn na de middag weeder te rug gebragt. met A„o 1741 Nangasackij. — de Sattijnen en damasten met Japans papier ommwonden pont goederen afgelevert met hun ontslagen aanstellingh Februarij vergelukte en een ider recommandeerde gelukwensing en recom„ mandatie dierwegens het welweesen van d'E: Comp:e zoo hier als in Jedo te helpen behartigen, 't welk sij beloofde te zullen nakomen, en na datter eens rond gedronken was, vertrocken sij steedewaarts. Saturdag 1:' heeden sijn na jaarlijx gebruijk op mijn woning de Lakenen door de schenkagie Lakenen gescheurt. de japance schrijvers voor de rijks= =raaden en andere grooten gescheurt en dies Enden met SE: Comp:s Cachet versegelt, mitsgaders de sattijnen en damasten met Iapans papier omwonden. Sondag 5. ' tegens den avond berigte mij den opper„ „Tols Tosabro dat 'er morgen een begin morgen sullen r Tenige met het affleveren van zuijker en werden. Zappanhout zal gemaakt werden. — Maandag 1933 33

NL-HaNA_1.04.02_2517_0838 view scan ↗

English

delivered the present goods sorted 2 junks departed another two junks departed Anno 1741 February Monday 6 Today 363 canassers of sugar and 28,749 lb of sappanwood were delivered to the merchants, and on the aforementioned sugar and sappanwood delivered Tuesday again some pound goods 7 today the merchants received 188 canassers of sugar and 18,188 lb of sappanwood. Wednesday 8 Thursday 9 Today the present goods were sorted by the Japanese scribes. Friday 10 In the afternoon, two Chinese junks were seen towing toward the Papenberg from this roadstead, and on Saturday 11 toward evening another two Chinese junks departed. Sunday 12 Today the present goods Japan at the Factory Nagasaki Anno 1741 in the presence of the commissioned bongjoises were properly packed in nagamootsen and bamboo canassers. February the present goods packed Around noon, the chief interpreter Tosabro informed me that, because the bark with which the provisions are carried from here to Osaka had not yet arrived from Simonoseki at this roadstead, for lack of the regular bark, the provisions for the court journey must be shipped in a hired one a small bark would therefore have to be hired to convey the aforementioned provisions thither. To that I answered him that this was indifferent to me, since it was for the account of the master of the large bark, which the said interpreter also admitted. Toward evening, a Chinese junk and a wankang were seen departing for the Papenberg. a junk and a wankang departed from the roadstead Monday 13 In the afternoon, the chief interpreter Tosabro informed me that a bark had already been hired, a bark hired for the court journey and that the same would be loaded tomorrow, wherefore I asked that interpreter in what manner and for whose account the present goods would be transported, to which the said interpreter answered me the present goods will be carried overland via the short route for the account of the interpreters that the same would be carried overland via the short route for the account of him and his colleague Simpats. Tuesday 14 Early in the morning, the chief interpreter Posabro informed me that the regular bark had appeared at this roadstead at sunrise, that instead of the old bark, which was found to be in disrepair, this one had been built entirely new, and that therefore the provisions and further baggage for the journey to Edo would be loaded today into the said bark. arrival of the bark which, instead of the old one that was found in disrepair, has been entirely renewed Shortly thereafter, the commissioned bongjoises arrived, who inspected the said provisions etc. very Japan at the Factory Nagasaki Anno 1741 February the provisions for the court journey shipped in the said bark mildly, and after having subsequently been loaded into the said bark, the chief interpreter Posabro came on behalf of the senior bongjois Toecaja Ziemon Zamma, my future escort to the court of Edo, requesting that I please come to him at the water gate according to old custom. are entertained by the senior bongjois at the water gate at the expense of the Honorable Company I immediately proceeded thither, accompanied by the junior merchant Hoomis and the two friends who are also to undertake the court journey, and after the mutual compliments had been exchanged, we were very politely and cordially entertained with Japanese food and drink at the expense of the Honorable Company, and having been toasted with sake several times for the good success of our upcoming journey, we parted from each other very well pleased. Wednesday 15 Thursday 16 This morning, there appeared at my residence the island ottonas, spy-witnesses, chief and junior interpreters, apprentices, and further island servants in their ceremonial attire, the Japanese are congratulated by the Chief on the start of their new year likewise extends greetings to the Governor on this account whom I all congratulated on the first day of their new Tori or Rooster Year and wished much prosperity, for which I was very kindly thanked while partaking of various confections and drinks. On this occasion, I requested the reporting interpreters Kisemon and Jukfe that they, on my behalf, go to congratulate the Lord Governor Coubota Fiseen No Cammi Zamma on the commencement of their new year, which the said interpreters undertook to do. Friday 17 On this day, the reporting interpreters Thiesemon and Anno 1741 Nagasaki February Jukfe came to inform me that this morning, on my behalf, they had paid the compliment requested yesterday to the Lord Governor, for which His Honour sent his thanks for which His Honour sends thanks and likewise wished me health and all prosperity. Saturday 18 Sunday 19 Monday 20 This morning toward nine o'clock, a Chinese junk coming from Nesa appeared at this roadstead. a junk from Nesa arrived In the afternoon, the chief interpreter Posabro came to report to me the cargo transported with the five Chinese junks and one wankang that departed on the 10th, 11th, and 12th of this month, consisting of 1 junk to Nefa with 1300 chests of copper 1 ditto to ditto with 1200 chests of copper 1 ditto to Nanking with 750 chests of copper 1 ditto to Tonking with 330 chests of copper 1 ditto to Nefa with 136 chests of copper 1 wankang to Nanking with 186 chests of copper 3902 chests of bar copper transported with 6 both junks and wankangs amounting together to 3902 chests of copper. having

Dutch transcription

afgelevert de schenkagie goederen g'sorteert 2: joncken vertrocken nog twee jonken vertrocken A=o 1741: Februarij Maandag 6: heeden sijn aan de Cooplieden 363. Cann=s de nevenstaande zuijker Suijker en lb 28749. Zappanhout afge„ en sappanhout afgelevert levert en op. Dingsdag weder eenige pondgoederen 7. ' heeden hebben de Cooplieden 18.8. Cannass=r zuijker en lb 18188. zappanhout ontfangen Woensdag Donderdag 9:' de schenkagie goederen sijn van daag door de japance schrijvers gesorteerd. Vrijdag 10 ' Na de middag zag men van deese rheede twee Chineese Jonken na de papenberg boegseeren en op Saturdag 11. tegens ten avond sijn 'er weeder twee Chineese jonken ver„ „trocken Sondag 12. ' heeden sijn de Schenkagie goederen Iapan ten Comptoire ten 8. A=o 1741: Hangasackij. bij manquem=t van dord: barcq hoffreijs in een gehuurde moeten afgescheept werden ten overstaan van gecommitteerde Februarij bongjoisen in Nagamoetsen en bam„ de schenkagie goederen af„ boesen Cannassers behoorlijk affgepakt, gepakt Op de middag maakten den oppertolk Tosabro mij bekend, dat vermits de barcq waar mede de provisie van hier na Osacca werden gevoerd nog niet van Simonoseki ter deser rheede was g'ar„ =riveerd, dat men derhalven een kleijne barcq zoude moeten huuren zullen de provisien, voor de om de gem: provisien naar derwaarts te voeren, daar op antwoorde ik hem dat mij zulx indifferent was dewijl het voor reetz: van de baas van de groote barcq Liep, 't geen gemelde Taalsman ook advoueerde.— Tegens den avond zag men een Chi, een jonk heeren wan kang =neese jonk en een wankang na de vande rleede vertrocken papenberg vertrecken. Maandag 13. ' Na de middag berigten mij den Opper„ een barcq voor d' Eeff rijs gehuurd tolk Tosabro dat 'er reeds een barcq gehuurd. 1934 55. 8 er Japan ten Comptoire A=o 1741. Februarij de schenkagie goederen zullen voor reek=d van de tolken over de korte „ landweg gedragen werden komst v: d' barcq die in plaats van doude die buijten staad bevonden was geheel vernieuwt is gehuurd was, en dat de zelven op morgen zoude gelaaden werden, waarom ik dien Taalsman afvroeg op wat wijs en voor wiens reekening de Schenkagie goederen zoude vervoerd werden, waar op gem: Taalsman mij antwoorde dat deselve voor reek: van hem en sijn Confrater Simpats over de korte Landweg zoude gedragen werden. Dingsdag 14:' smorgens vroegmaakte den Oppertolk Posabro mij bekend dat de ordinaire barcq met zons opgang ter deser rheede was verscheenen, dat dat in plaatse van de Oude barcq welke buijten staad bevonden is, dese geheel nieuw was aangemaakt en dat dierhalve de provisien en verdere bagagie voor de reijse na Dedo van daag in gem: barcq zoude gelaaden werden, en kort daar na quamen 'er gecommitteerde bongjoisen welke de gem: provisie &=a zeer 36 Nangasackij. A=o 1741 Februarij de provisien voor de hoff „scheep, werden v: den opperbong „jois aan de waterpoort ten Costen v: d'E: Comp:e getracteerd. zeer moderaat visiteerden en vervolgens in gem: barcq gescheept wesende; quam reijs in gem:t barg affge„ den Oppertolk Posabro mij uijt naam van den opperbongjois Toecaja Ziemon Zamma, mijnen aanstaande geleijder na 't Jedose hoff versoeke dat ik bij sijn Ed. aan de water poort na Ouder gewoonte geliefde te komen, ten Eersten begaff ik mij /:verseld van den Ondercoopman Hoomisen de twee vrienden die mede de hoffreijs staan te doen:/ derwaarts, en nadat de weder„ sijdse Complimenten waaren affge„ „legt, wierden wij ten Lasten van d'E. Comp: zeer beleefd en vrindelijk op japance Spijse en drank getracteerd, en verscheijde maalen op 't goed zucces van onse aanstaande reijse gesac„ =caneerd weesende, scheijden wij zeer vergenoegd van den anderen. Woensdag Donderdag 16. ' heeden morgen verscheenen op mijn. 1935 657. 15. Iapan ten Comptoire Februarij de jap andere werden met den intreede van hun nieuwe citeerd. insgelijks laat begraeten mijn wooning de Eijlands Ottenas, dwarskijkers, opper en ondertolken, Leerlingen en verdere Eijlands bedien„ =dens in hun Compliment gewaat, dewelke ik alle met den Eersten dag van hun nieuw Torij of hanen jaar vergelukte en veel jaar door 't opperhoofd gefil: voorspoed toe wenste, daar ik zeer vriendelijk onder 't nuttige van ver„ scheijde Confituuren en dranken voor bedankt wierd, bij deese gele„ =gentheid versogt ik aan de rappor„ teur Tolken Kisemon en Jukfe dat zij uijt mijn naam den heer gouverneur Coubota Fiseen No Cammi die den gouvern=r dierwegens Samma, met den aanvang van hun nieuwe jaar zoude gaan ver„ „gelucken, 't welk sij taalslieden aannamen te zullen doen. Vrijdag 17. ' van desen dag quamen mij de rapporteur Tolcquen thiesemon en A=o 1741½ Nangasackij. — en Jukfe berigten dat zij van deesen Februarij morgen uijt mijnen naamen het op gisteren versogte Compliment aan den heer gouverneur hadde afge„ waar voor sijn E: laat „legt, waar voor sijn Ed: mij liet bedanken bedanken en insgelijks mij gesondheijd en alle voorspoet deed toewenschen; Saturdag 185 Sondag 19' Maandag 20.:' van desen morgen tegens negen uuren verscheen ter deser rheede een Chineese een jonk van nefa g'arriveert Jonk komende van Nesa. Na de middag quam den oppertolk Posabro mij opgeven 't vervoerde met de op den 10.:' 1:' en 12. ' deser ver„ trokkene vijff Chineese Jonken en Een wankang bestaande in 1. jonk na Nefamet kistjes koper 1300. 1. _=o „. __o „. „. „. 1200. „. 750 1 _=o „. Nanking „. „. 330. _=o „. Tonking „. „. „. 1. 1. _=o „. Nefa „. „. „. 136. 3902: kietj=s staaf koper 1. wankang „. Nanking „. „. „ 186. met 6: zo jonken alswankangs bedragende te zamen kistjes koper 3902. vervoert. A=o 1741: 1936. hebbende./ 3 39

NL-HaNA_1.04.02_2517_0844 view scan ↗

English

Year 1741. Japan at the Factory. February. Order to the Opperhoofd to appear before the Governor tomorrow. Proceeding thither with the Under-Merchant. Having taken nothing along besides the aforementioned copper other than some sawasse boxes, dried cuttlefish, and other trifles. Tuesday, 21. At noon, the upper reporting interpreters Thisemon and Jukfe came to notify me that tomorrow around ten o'clock I was to appear at the house of the Nagasaki Governor Coubota Fiseen No Cammi Samma with the Under-Merchant Sijbrand Hoomis in order to obtain a farewell audience from His Honour. Whereupon, on Wednesday, 22. Around ten o'clock, in the company of under-bongjoises, interpreters, and other Japanese, I proceeded with the Under-Merchant Hoomis to the residence of the aforementioned Lord Governor. After having waited for fully an hour in the waiting hall, Year 1741. Nagasaki. February. Submitting the adjacent, lower-adjacent, and following recommendations. Making a request. Which was promised. Good orders. we were called inside. As soon as we had sat down according to ancient custom and bowed with the head to the mats, there was called: "Capitain Hollanda." After the usual Japanese compliments had been paid, I had the Chief Interpreter Tosabro request the Lord Governor for a favorable letter of recommendation to the Court, so that matters might be swiftly dispatched; and furthermore, I requested His Honour's help and protection for the Honorable Company's servants remaining here in all occurring circumstances. Which was very kindly promised, after which His Honour had me informed that during the journey I must show respect and esteem to the Upper Bongjois Faccaja Ziemon Samma, my forthcoming conductor; and furthermore leave good orders for the Under-Merchant, so that no difficulties should arise during my absence. And the said Under-Merchant was likewise enjoined that he must observe my orders to be given in everything, in order to avoid all inconveniences. After it was answered thereto that everything would be done according to His Honour's order, I took leave of the Lord Governor with wishes for health and a prosperous journey. Having returned to the waiting hall, I was congratulated by the Governor's First Secretary on the farewell audience obtained, and furthermore all of the above was repeated, as well as wishes for a happy journey. As soon as the said Secretary had departed, the aforementioned Upper Bongjois Faccaja Year 1741. Japan at the Factory. February. Farewell obtained with the lower-adjacent wishes. Which is likewise done by the First Secretary, Year 1741. Nagasaki. February. as well as by the escorting Upper Bongjois. Returning to Decima. Ziemon Samma came to congratulate me to the same aforementioned purpose, who showed himself very amiable and exceptionally friendly, and assured me that he would live in all friendship on the journey. For which I heartily thanked that gentleman, and assured him that such will always be my wish and endeavor; and after we had held some more pleasant conversation regarding our journey to Edo, I left the Governor's residence and arrived back at my place of residence, Decima, at noon. Thursday, 23. Friday, 24. Before noon, the Chief Interpreter Gosabro came to give me the list of goods brought by the Chinese junk that arrived on the 20th of this month, consisting of: Junk No. 4. 58000 Catts. Spelter 50000 Catts. Powdered sugar 95200 Catts. Candy do. 9500 Catts. Licorice 25140 Catts. Cinnamon 100 Catts. Areca 3150 Catts. Eaglewood 216 Catts. Blue dye 4300 Catts. Alum 53600 Catts. Cardamom 815 Catts. Bark of areca 3050 Catts. Cow horn 350 Catts. Catechu 290 Catts. Dragon's blood 15 Catts. Colored silk 50 Catts. Zom 1 Catts. 1550 pieces Pantjes 40 pieces do. White 190 pieces do. Flowered 440 pieces Flowered white gauze 158 pieces Red gauze 54 pieces Damask flowered 24 pieces Velvet black 200 pieces Pelang ordinary 199 pieces do. First sort 865 pieces Gilang 40 pieces Gilang red 160 pieces Sitting cloths 1 chest wherein Colored portosoy 1 small chest wherein Ordinary white gauze and further some trifles which were as unknown to him as the quantity that the said chests contained. Saturday, 25. Today, by order of the Governor Coubota Year 1741. Nagasaki. February. The adjacent wax candles delivered for the Governor. Inspected the goods for the short overland route. Fiscen No Cammi Samma, various pieces of goods were delivered to the Emperor's Steward Sacquemon for high-ranking nobles in Edo at the latest valuation, which amount will be paid in the Treasury. Sunday, 26. Monday, 27. Before noon, the spy and Emperor's business agent Gofe came to request me in the name of the Lord Governor for sixty pieces of wax candles, which, although our supply is very small, I nevertheless had delivered to him. Tuesday, 28. Towards noon, in the presence of two commissioned upper and several under-bongjoises, the provisions and other baggage for the short overland route were inspected and sealed, which

Dutch transcription

A„o 1741: Iapan ten Comptoire Februarij ordre aan 't opperhoofdom morgen bij den gouvern=r te verschijnen gaan met den ondercoop„ man daar na toe hebbende buijten het gem: Coper niet anders mede genomen dan eenige Sawasse doosen, gedroogde Zeekatten en verdere kleijnigheeden Dingsdag 21. . Op de middag quamen de opper„ rapporteur Tolken thisemon en Jukfé mij aanseggen dat ik op morgen tegens tien uuren met den onderCoopman Sijbrand Hoomis ten huijse van den Nangasackise gouver„ =neur Coubota fiseen No Cammi Samma moest komen om afscheijd audientie van sijn Ed: te Erlangen, gelijk ik op Woensdag 22'. mij met den OnderCoopman Hoomis tegens tien uuren in geselschap van onderbongjoisen Tolken en andere Japanders na de wooning van gem: heer gouverneur begaf na dat men wel een uur in de vertoeff zaal gevagt A=o 1741 Nangasackij.— laat het nevenstaande ondernevenstaande en volgende recomman¬ gewagt had, wierd men binnen ge„ „roepen, en zoo draa men na ouder gewoonte nedergeseeten en met het hoofd op de matten geboogen was wierd er geroepen Capitain hollanda, na dat de gewoone Japance Complimenten waaren affgelegt, liet ik door den oppertolk Tosabro aan den heer gouverneur om een favorabel voorschrijven ten hoove versoeken, op dat de zaaken spoedig verrigt mogten werden en wijders versogt versoek doen ik sijn Ed: hulp en bescherminge voor de hier verblijvende SE: Compagnies dienaaren in alle voorvallende gelegentheeden, 't welk zeer vrien„ „delijk beloofd wierd, en waar na sijn Ed: mij lied aanseggen dat ik den Opperbongjois Faccaja Ziemon Samma mijne aanstaande geleijder gedurende de reijse moest Eerbied en agting bewijsen, en verders goede Februarij dat beloofd werd „datie ordres. 1937 ƒ Japan ten Comptoire A=o 1741 Februarij Erlangd afscheijd v onder nevenstaande toewensingh dat door den eerste secre= taris insgelijks gedaan word ordres aan den onderCoopman na laaten, op dat er gedurende mijn absentie geen moeijelijkheeden qua„ =men voor te vallen, en gemelde ondercoopman wierd insgelijks gerecommandeert dat hij mijne te gevene ordres in alles moest obser„ =veeren om alle ongemacken te vermijden, na dat daar op geand„ =woord wierd dat alles na sijn Ed: ordre zoude geschieden, bequam ik afscheijd van den heer gouverneur met toewensching van gesontheijd en een voorspoedige reijse; in de vertoef zaal weeder gekoomen sijn =de, wierd ik door des gouverneurs Eerste Secretaris met de bekomene affscheijd audientie vergelukt en ver„ „der al het voorenstaande herhaalt als meede een geluckige Reijse toegewenst, zoo draa. gem: secretaris vertrocken was, quam mij den voorengen: Opperbongjois Faccaja 2 Nangasackij. — A=o 1741 Paccaja Ziemon Samma ten fine Februarij als mede van den opge„ voorsch: filiciteeren, die zig zeer, lijdende opperbongejois minnelijk en besonder vriendelijk betoonde, en mij betuijgde in alle vriendschap op de reijse te zullen leeven, daar ik die heer hartelijk voor bedankten, en versekerde dat zulx altoos mijn wens en betrag„ ting zal sijn, en na dat men nog eenige minsaame redenen over onse reijse na Gedo gehouden hadden, verliet ik des Gouverneurs woning en quam op de middag weder op komen weder op Decima mijn verblijff: plaats Decima; Donderdag Vrijdag 24:' voor de middag quam den opper„ Tolk Gosabro mij de aange„ bragte goederen van de op den 20. ' deeser gearriveerde Chi„ =neese jonk opgeven be„ „staande in. 23. 50000. Cat=s - 1938 43 Iapan ten Comptoire A=o 1741 S. Februarij aangebragte Carga van 't Jonk No 4. No. 4. 58000. Catt=s Spiaulter „. poeder zuijker 95200. 9500. „. Candij _o „. soethout 25140. „. Canneel 100. „ areeck 3150. 216. „. aguilhout 4300. „. blauwsel „. aluijn 53600. „. Carsamon 815. „. bast van areek 3050. „. koehoorn 350. „. caatjoe 290. „.draken bloet 15. „. gecouleurde zijde 50. „. Zom 1. 1550. pees pantjes „ d=o witte 40. 190. „. _=o gebloemde „. gebloemde Wit gaas 440. 158. „. rood gaas „. damaste gebloemde 54. 24. „. fluweel swart 200. „pelang gemeen 199. „. d=o eerste zoort „. gilang 865. „. gilang roode 40. „. sitkleeden 160. 1. kas daar in portosoij gecouleurde 1. kasje „. „. gemeen wit gaas en verder Eenige kleijnigheeden dewel„ ke bij hem zoo wel onbekent waaren als de quantiteijd die gem: kassen inhielden. Saturdag 25:' heeden sijn uijt ordre van den gouverneur Coubota 2 Nangasackij. A=o 1741 de nevenstaande wax kaarsen voor den gouverneurr afgegeven— korte landweg gevisen„ „teerd. Coebota Fiscen No Cammi Samma Februarij aan S' keijsers rentmeester Sacquemon diverse stuk goederen voor standen grooten tegens de jongste taxatie donne diverse stuk goederen voor afgegeven eenige grooten in Tedo tegens de Jongste taxatie affgegeven, welk bedragen in de geldkamer voldaan zal werden. 265. Sondag Maandag 27:' Voor de middag quam den dwarskij„ „ker en s' keijsers zaak besorger Gofe mij uijt naam van den heer gouverneur versoeken om ses„ „tig stux wax kaarsen, 't welk hem schoon onse voorraad zeer gering is, egter hebbe laaten afgeeven. Dingsdag 28:' Tegens de middag wierden ten overstaan van twee gecommitteer„ de opper en verscheijde onder„ bongjoisen de provisie en verdere bagagie voor de korte Land„ te goederen voor de weg gevisiteerd en versegult 't welke 1939 45: eur

NL-HaNA_1.04.02_2517_0850 view scan ↗

English

Japan at the Factory Anno 1741. The Chief is to undertake the journey to Edo tomorrow and hands over the keys of the Honorable Company's warehouses to the Under-merchant. February which took place very moderately, and after this company had enjoyed various drinks, they departed again for the city; Wednesday, March 1. Since tomorrow, according to the commission granted to me by Their High Mightinesses, I am to undertake the journey to Edo in order to pay the ordinary respects on behalf of the Honorable Company to the Japanese Emperor, as well as to offer the presents to that monarch, the Crown Prince, and other grandees of the realm, this evening I had all the Honorable Company's servants residing on Dejima come to my house, and as soon as they appeared, I handed over to the Under-merchant and Warehouse Master Sijbrand Hoomis the keys of the Honorable Company's warehouse, Nagasaki. Anno 1741. and the adjacent warehouses, along with a written memorandum according to which he will have to conduct himself during my absence, with the recommendation to promptly comply with its contents, and I ordered the other servants of the Honorable Company to recognize the aforementioned Hoomis until my return as their commander and to show him proper respect; further, I recommended that they should live in good harmony with one another, and above all give no offense to the Japanese, all of which they promised to fulfill. Thursday, 2. Very early in the morning all the Netherlanders together came to my house, to whom I again presented the orders given yesterday, and around 7 o'clock Anno 1741 Japan on the Journey Upward. The Chief sets out on the journey. Rests at the small temple Taising. Dines in Jagami and sleeps in Isahaya. Eats in Omura, sleeps in Sonogi. March around seven o'clock came the Interpreters and shortly thereafter the Senior Bugyo. After the present goods had been carried off this island beforehand, I set out on the journey around 9 o'clock in good weather with the Senior Surgeon Philip Pieter Muscula and the Scribe Jan van den Briel. Having arrived at the small temple Taising, one had to drink sake with the Interpreters, Ottonas, and cross-viewers according to ancient custom, and thereafter give presents to various persons among the escort. Continuing our journey, we took the midday meal in Yagami and slept at Isahaya. Friday, 3. In the morning around 5 o'clock we set out on the journey in fine weather, took the midday meal in Omura, and in the evening we came to Sonogi, where we spent the night. Saturday, 4. This morning around three o'clock we To Edo. set out on the journey; at Ureshino horses and coolies were changed, and we took our meal in Takeo and had our night's rest at Ushizu. Sunday, 5. Having left our inn in the morning at five o'clock, we ate in Kanzaki and slept at Tashiro. Monday, 6. This morning around five o'clock we set out on the journey, took our midday meal in Yamae, and spent the night at Iizuka. Tuesday, 7. It snowed very heavily during this night and the entire day; we set out on the journey at five o'clock, took our midday meal in Koyanosu, changed horses and coolies at Kurosaki, and arrived at half past eight o'clock in Kokura, where to our great joy we learned that the bark had already been lying before Shimonoseki for several days; all of which I communicated this same evening in a note sent to Dejima to the Under-merchant, Anno 1741. Japan on the Journey Upward. Travel from Kokura; arrive in Shimonoseki and then go aboard the large bark. Set sail from Shimonoseki. Arrive off Hyogo. March to the Under-merchant Hoomis. Wednesday, 8. After we had taken our midday meal in Kokura, we boarded a rented bark, with which we sailed to Shimonoseki, where we stayed at the inn until the present goods and other cargo were loaded into the large bark, and when we had dined in the evening, we took up our quarters on the aforementioned bark; but Thursday, 9. had to remain lying today due to contrary wind. Friday, 10. Today around 10 o'clock we set sail with a very favorable wind, setting course for Hyogo, and Sunday, 19. after much struggling, we came to anchor in the evening around five o'clock off the aforementioned Hyogo; Anno 1741. To Edo. March and shortly thereafter appeared in my cabin my escort, the Senior Bugyo Foccaja Siemon Samma, having with him the Senior Interpreter Tosabro and other Japanese, who through the aforementioned Tosabro congratulated me on our arrival there, and had me politely requested to make our journey to Osaka by land instead of by water, to which I had His Honor answered through the aforementioned linguist that the journey had always been made with barks by water, and what reasons there now were to do it differently; to this the aforementioned Bugyo had me told that since both of the Lords Governors of Nagasaki on their last journey up had run great risk of losing their goods and lives (due to the near-wrecking of the aforementioned barks), the present ruling Governor of Nagasaki had therefore instructed him to do the same for our persons and the present goods for His Majesty, and

Dutch transcription

Iapan ten Comptoire A=o 1741: het opperhoofd staad morgen de rijs na Jedo te ondernemen en geeft de sleutels van 'sS: Comp:s packhuijsen aan den ondercoopman over Februarij 't welke zeer moderaat geschieden, en na dit geselschap van verscheijd dranken genuttigt hadden ver „trocken sij weeder naar de Stad; Woensdag Maart P=mo Alsoo ik morgen volgens de op mij verleende Commissie door haar hoog Edelens de reijse na Jedo Sta te onderneemen, om van we„ gen d'E: Comp: de ordinaire reve„ ventie aan den Japanc en keijser aff te leggen, mitsgaders de geschen„ =ken aan dien monarch, Kroon„ prins, en andere Slands grooten te offereeren, zoo Liet ik deesen avond alle d' op Decima verblijvende SE: Comp=s dienaaren op mijn woo„ =ning koomen, en zoo draa die verscheenen waaren, stelde ik den Ondercoopman en pakhuijs meester Sijbrand Hoomis ter hand de Sleutels van 'S E: Comp: packhuijs Nangasachij. A„o 1741 en doet de ter sijden staande packhuijsen nevens een schriftelijke Maart nevens een schrifftelijke memorie waar na hij zig geduren memorie „de mijn absentie zal hebben te re„ „guleeren, met recommandatie van dies inhoud prompt te moeten na koomen, en ordonneerde de verdere 'SE: Comp:s dienaar en om voorsch: hoom is tot mijn weder„ „komst voor haaren gebieder te erkennen en behoorlijk respect te bewijsen, wijders recommandeerde recommandatie ik dat sij lieden met den anderen in een goede hormonie moesten leeven, en voor al geen ongenoegen aan de Japanders komen te geven, welk een en ander sij beloofde te Zullen nakoomen. Donderdag 2. heel vroeg in de morgen stond quamen de gesamentlijke nederlanders op mijn wooning dewelke ik d' op gisteren gedane beveelen nogmaals voorhield en om„ trend. 1940 &7 A„o 1741 48 Japan in de Opreijs 't apperhoofd begeefd sij op reijs— eust aan 't tempeltije taijsing. houd middagmaal in Jagami. en slaapt in Jeaphaija Eeten in omera slapen in Sonnogi. Maart omtrend seven uuren quamen de Tolcken en kort daar aan de opperbongjoisenna dat de Schenkagie goederen voor af van dit Eijland waren gedragen ging ik met den Opperchirurgijn Philip Pieter Muscula en schriba Jan van den Briel tegens 9. uuren met goed weer op reijs aan het tempeltje Taising gekomen sijnde moest men volgens oud gebruijk met de Tolken ottenaas en dwarskijkers saccaneeren en daar na diverse van de uijtgeleijders be= =schenken, onse reijse vervolgende heeft men in Jachami het middagmaal gehouden en tot Ssaphaija geslapen Vrijdag 3. des morgens tegens 5. uuren begaaven ons met mooij weer opreijs, hielden het middagmaal in Omera en des avonds quamen wij tot sonnogie, alwaar vernagten Saturdag 4. van desen morgen tegens drie uuren gingen Naar Jedo. gingen op reijs, tot orissino heeft men Waart spijsen in Tackuwo van Coelijs en paarde verandert en en houden agtrust tot oetsisoe in tackiwe gespijst en tot Oetsisoe geslaapen. Sondag 5. Des morgens om vijff uuren onse herberg mod agmasin Cansaetij; verlaten hebbende, heeft men in Camsackij nagtrust tot taijser baat gegeten en tot Taiseve geslaapen Maandag 6: heeden morgen tegen vijff uuren begaven eeten tot jamaijt en ons op rheijs, deden ons middagmaal in Ja„ slapen in getoka =maijt en vernagten tot Jetska. Dingsdag 7:' van desen nagt en den geheelen dag heeft het zeer sterk gesneeuwt, gingen om vijff middagmalen in Caja, en uuren op reijs, middagmalen in Cajanosse, dnosse verwisselen tot thfrosachij van paarden en koelijs, komen om half neegen uuren komen in Cokora in Cocora, alwaar men tot groote blijdschap vernamen dat de bark al Eenige de barcq voor Simonoseki dagen voor Simonosessi had gelegen gearriveerd welk een en ander ik nog van desen dat bij een brieffjeaan avond met een brieffje na Decima aan den den ondercoopman bekendmaken. — A„o 1741.— onderCoopman. 1941 49: den ns Ao 1741 Japan in d' Opreijs vervolgens in de groote barca gaan van Simonoseki onder zeijl arriveeren voor „ diogo Maart onder Coopman Hoomis bedeelde. Woensdag 8: Na men ons middagmaal in Cocora vaaren van Cocora gehouden hadden stapte men in een huur barcq, waar mede na SimonoSeki voeren alwaar wij bij den hospis zo Lang bleeven tot de Schenkagie en andere goederen inde groote barcq gelaaden wierden, en doen men des avonds gespijst hadden, namen ons verblijf in gem: barcq, dog Donderdag 9. ' moesten van daag door contrarie wind blijven beggen Vrijdag „10. heeden tegens 10 uuren ging men met een zeer goeden wind onder seijl stel„ „lende de Cours na fiogo, en Sondag 19. ' quamen na veel suckelens des avonds tegen vijff uuren voor gemelde diogo ten „komen in simonoseki en anker A„o 1741. Naar Jedo. het nevenstaande anker en kort daar naj verscheen in mijn Maart kamer mijnen geleijder den Opperbongjois Foccaja Siemon Samma bij zig hebbende den oppertolk Tosabro en verdere Japan„ =ders, dewelke mij door gem: Tosabro deed vergelucken met onse komst aldaar, en mij vrindelijk liet versoeken den opperbongjons laat van onse reijse na Osacca in Steede van versoek doen te water over Land te doen, daar op ik sijn E: door gem: Taalsman Liet antwoorden dat de reijse altoos met barcquen te water mijn antw: daar op was geschied, en wat redenen dat 'er nu waaren om het anders te doen, hier op gem: bongjois mij deed seggen, dat vermits beijde de heeren Nangasackise gouverneurs sijn redenen daar tegen in haar laatste optogt groot gevaar had„ =den geloopen van haar goed en Leeven /:door het bij na verongelucken van gem: barcquen: / te verliesen en dat dierhalven de tegenwoordige regeerende Nangasackise goufuur hem het zelve hadde gelast om onse persoonen en de Schenkagie goederen voor sijn majestijdt en 19425

NL-HaNA_1.04.02_2517_0856 view scan ↗

English

Anno 1741 Japan on the Journey Up 6 March and not to put the crown prince at risk, for which reasons, and since I well thought that no objecting would help, as well as to give no displeasure, I had to agree to the same, whereupon we immediately went ashore and took up our quarters to pass the night in an inn. Monday 20. In the morning around five o'clock we set out on our journey, took the midday meal in Niesnomia (from there the Chief Interpreter Tosabro departed ahead to Osacca to give notice to the lords governors of our approach to that city, and to greet those lords in my name, as well as to hear when it shall please their Honors that I offer them the presents on behalf of the Honorable Company; at Amagasackij coolies and horses were changed, and in the evening around four o'clock we arrived at Osacca at the usual inn.) To Jedo. Anno 1741. — March inn with the host Grobe-donne, and shortly thereafter the above-mentioned interpreter informed me that the lords governors conveyed their thanks to me for the communication and greeting delivered, as well as congratulated us on our arrival in good health, and furthermore that their Honors would expect me at their houses the day after tomorrow around ten o'clock. Around six o'clock word was received that the small barks with the remaining presents and other goods had arrived safely. Tuesday 21. Today I had the presents put in readiness; towards evening I received in my room the friendly visit of the Chief Bugyo Poccaja Ziemon Samma accompanied by the interpreters, and after some smoking and drinking, the said lord had me informed through the chief interpreter, laughing all the while (to my great astonishment), that some weeks ago Anno 1741 5 Japan on the Journey Up March there had been consumed by fire the villages of Atsikaua (which lies one mile from this city), Omij, Mietsima, Noemase, Foetsisauwa, and Foetagauwa, and it was believed that the same had been caused by arsonists. Wednesday 22. In the morning around ten o'clock I went, accompanied by the chief surgeon and the scribe, to the residences of the two Osacca governors, to which lords, after the customary compliments were paid, I offered the Honorable Company's presents, for which their Honors had their gratitude expressed. At the residence of the lord Matsoela Catwatti no Cammi Samma, where we arrived last, we were especially courteously entertained with Japanese food and drink; after we had eaten and drunk a little, I had this lord thanked for his friendly entertainment, whereupon we took our leave, To Jedo. March and arrived around twelve o'clock at our inn. Thursday 23. Today everything was prepared to continue the journey to Miaco tomorrow, and this evening around 6 o'clock the Chief Interpreter Tosabro departed ahead to Miaco, to give notice in that city of our arrival to the chief judge and the two lords governors, which I communicated this evening to the Junior Merchant Hoomis. Friday 24. This morning around four o'clock we left Osacca with the entire train, took the midday meal in Piracatta, and arrived in the evening at half past five in the renowned merchant city of Miaco at the usual inn with the host Jobia Joiemondonne; shortly thereafter the Chief Interpreter Tosabro informed me that the lord chief judge and the governor Anno 1741 Japan on the Journey Up March (since the lord Siema Nangaton no Cammi Samma had been appointed governor of Jedo in place of the deceased Jedo governor, the lord Matho Nomisicoga na Commi Samma, and his Honor's place has again been filled by the lord Mitsoa Simosa, who was still in Jedo) congratulated me on my arrival at this place, and thanked me for the greeting extended to their Honors, as well as that those lords would expect me the day after tomorrow, being the 27th, around ten o'clock at their residences; upon which I asked the said Tosabro why it was not set for the usual time of tomorrow, and he replied to me that it was because tomorrow was a great fast day for the chief judge. Saturday 25. Today I had the Honorable Company's presents wound with binding cord and neatly laid out on display boards. Sunday

Dutch transcription

A„o 17415 Japan in d' Opreijs 6 waarom in 't versoek bewil„ ligen en tot fiogo verragten vordere rijs houden middagmaal in Nisnomia den oppertolk gaat voor aff om onse aannaderingh ta aan de heeren gouverneurs bekent te maken Maart en kroonprins niet in de waagschaal te stellen, om welke redenen en dewijl ik wel dagte dat 'er geen tegenspreeken zoude helpen, als mede om geen ongenoegen te geeven heb ik het zelve moeten accordeeren waar op wij ons aanstonds na de wal begaaven en ons verblijf om te ver„ =nagten in een herbergh naamen. — Maandag 20. ' des morgens tegen vijff uuren begaaven ons op rijs, hielden het middagmaal in niesnomia (:van daar vertrok den Oppertolk Tosabro voor af na Osacca om kennis aan de heeren gouverneurs van onse aannadering te dier steede te geeven, en die heeren uijt mijne name te begroeten, mitsgaders te hooren, wanneer het haar Edelens sal behaagen dat ik van 'S E: Comp=s weegen haar de geschenken offereeren:/ tot amaga„ =sackij heeft men van Coelijs en paarden verwisseld, en des avonds tegens vier uuren quamen wij tot Osacca in de ordinaire herberg.) Naar Jedo. A„o 1741. — de Schenkagie goederen &=a de schenkagie goederen Maart herberg bij den hospis grobe-donne, en kort daar na berigten mij den bovengem: Taals„ den oppertolkbrengt het nevenstaande ant„ =man dat de heeren gouverneurs mij lieten =woord van de heeren gouverneurs bedanken voor de gedaane Communicatie en groete, als mede met onse komst in ge„ „sontheijd Lieten vergelucken, mitsgaders dat haar Edelens mij overmorgen tegens tien uuren ten haaren huijsen zoude verwagten.— Tegens ses uuren kreeg men tijding dat de barckjes met de resterende Schenkagie in tsacca aangekomen en andere goederen behouden waaren aangekoomen e Dingsdag 21. heden liet ik de geschenken in gereetheid brengen tegens den avond kreeg is in mijn in gereedheid gebragt kamer het vriendelijk besoek van den Opperbongjois Poccaja Ziemon Samma ver„ =seld sijnde van de Tolcquen en na dat 'er eens gerookt en gedronken was zo Liet gem: Heer mij door den oppertolk al laggende /: tot mijn groote verwondering:/ aanseggen, dat 'er zedert eenige weeken door 1943 A„o 1741½ 5 Japan in d' Opreijs Maart hij de nevenstaande dorpen door 't vuur verteerd de geschenken aan de de heeren gouverneurs overgelevert werden op sijn Japans getracteerd door 't vuur verteerd waaren de dorpen Atsikaua (:'t welk een mijl van dese Stad is Leggende: /omij, mietsima, noemase, foetsisauwa en foetagauwa, en geloofde dat het zelve door brand stigters was veroorsaakt. Woensdag 22. des morgens tegens tien uuren begaff ik mij verseld van den opperchirurgijn en Schriba na de wooningen der Twee Osaccise gouverneurs, aan welke heeren ik na dat de ordonaire Complimenten verrigt waaren 'SE: Comp:s Schenkagien offereerde, voor 't welke haar Edelens hun dankbaarheid Lieten betuijgen bij den heer matsoela catwatti no Cammi Samma daar men het Laatste quam wierd men bij zonder beleefd op Japance kost en drank onthaald, na dat men wat gegeten en gedronken had Liet ik dien heer voor sijn vrindelijk tracte„ ment bedanken waar op men afscheijd nam en Eo om aan bet Naar Jeoo. affnamiaco om onse e aankomst aan den groot regter en bijde de gouverneurs en quamen tegens twaalf uuren in onse Maart herbergh. Donderdag 23. ' van desen dag heeft men alles klaar klarig heid gemaakt om morgen te vertrecken laten maken om de reijse na miaco op morgen voort te zetten, en van desen avond tegens 6. uuren is den oppertolk Tosabro den oppertolk rehit voor voor aff na Miaco vertrocken, om te dier steede kennis van onse komste bekent te maaken aan den groot regter en twee heeren gou„ =verneurs te geven, 't welk ik desen avond aan den ondercoopman hoomis Communiceerde Vrijdag 24. ' van desen morgen tegens vier uuren ver„, vrtrecken uijt backa =lieten wij met den geheelen trijn osacca, hielden verpijsen in firacatta en het middagmaal in Piracatta en quamen des komen in miaco — avonds ten half ses uuren in de vermaarde Coopstad miaco in de ordinaire herberg bij den hospis jobia joiemondonne, khort daar na berigten mij den oppertolke Tosabre dat den heer groot regter en den gouverneur A„o 1741 /.dewijl 1944 A„o 1741 Japan in d' Opreijs Maart en ontfangen 't neven= staande berigt van den oppertolk /:dewijl den heer Siema nangaton no Cammi Somma tot Jedose gouverneur was aangesteld, in plaats van den overleden gedo gouverneur d' heer matho nomisicoga na Commi Samma, en sijn E: plaats weder ver =vult is door den heer mitsoa Simosa de welke nog in Jedo was mij Lieten vergeluc„ ken met mijne komste ter deser plaatse, en be¬ danken voor de groete aan haar Ed: gedaan als mede dat die heeren mij na overmorgen sijnde den 27. ' tegenstien uuren ten haaren huijse zoude verwagten, waar op ik den gem Tosabro vroeg waarom 't niet op de ordinaire tijd van overmorgen was gesteld, hij mij daar op te gemoet voerde om dat het overmorgen een grooten vasten dag voor den groot regter was Saturdag 25 heeden Liet ik VE: Compagnies geschenken met bind koort be„ =winden en ordentelijk op toonbor„ den Leggen. Sondagh:

NL-HaNA_1.04.02_2517_0861 view scan ↗

English

To Jedo. — Delivered subsequently the where in the Japanese manner Sunday 26. From this night and the entire day it rained heavily here. Monday 27: This morning around ten o'clock we were carried to the residence of the grand judge, and after the mutual compliments were performed, I presented to the aforementioned ruler the presents of the Honourable Company, which were accepted with very great courtesy. And furthermore, I requested passes for the highway, which were immediately handed to me, whereupon we then very amicably obtained our leave, and proceeded to the residence of the lord governor Baba Sannocci no Cammi Samma, where in the same manner as before the presents of the Honourable Company were accepted. At the residences of both aforementioned lords, the clerk Jan van den Briel had to write upon several sheets of paper, and after this was performed, we were very kindly treated to a banquet and treated to Japanese food, because of which we did not return to our lodgings until around two o'clock. Since the necessary business has been performed in this place, Miaco, everything was prepared this afternoon to continue the journey to Jedo tomorrow. Delivered the presents to the grand judge Received the passes for the highway Presents to a governor Anno 1741 First: - March 1945 Anno 1741: Japan on the Journey Up March Preparedness to continue to Jedo tomorrow Depart from Miaco Escorted by the host as far as Awattagoes Eat and rest in Coesats Dine in Minokoets Tuesday 28. Around nine o'clock in the morning we departed from Miaco. The host Jobia Jozemon escorted us as far as the village of Awattagoes, having toasted with sake there to the good success of the journey, and according to the ordinary custom some beans had to be given away. Continuing our journey, we arrived towards evening in Coesats, where we had our midday meal and spent the night. Wednesday 29. This morning at 3 o'clock we set out on our journey in rainy weather, had the midday meal in Minacoets, and arrived in the evening at six o'clock at. 1946 To Jedo: Anno 1741: March at Seki and spent the night there. Thursday 30. Having set out on the journey at five o'clock in the morning, we took the midday meal in Isiakoets, and in the evening around seven o'clock arrived in Quana for the night's rest. And sleep in Seki Midday meal in Isiakoets And spend the night at Quana Friday 31. At daybreak we embarked in boats, and with them landed at noon at Mia, and continuing our journey arrived at two o'clock at Naroeme, where we spent the night. Take the ferry from Quana to Mia and keep our overnight stay at Naroeme Saturday 1st. Leaving our inn at half past two o'clock in the morning, we took the midday meal at Okasacka and arrived in the evening around four o'clock at Gooij for the night's rest. April. House at Okasackij Night's rest in Gooij Sunday 2. Set out on the march at half past two o'clock in the morning and took our midday meal in Anno 1741: Japan on the Journey Up April Midday meal taken at Arraaij Cannot cross the river O-J-gauwa Eat in Foetjedo Night's rest in Foetjoe in Arraaij, from where we crossed with a lord's boat over its ferry to Maijsacke, and from there we arrived with heavy rain around five o'clock at Famamoets to spend the night. Sleep in Famamats Monday 3. Around six o'clock in the morning we set out on our journey with heavy downpours of rain, dined at Fockerooij, and in the evening around half past eight o'clock only then arrived at Cannaija for the night's rest. Eat in Fockerooij and sleep in Canaja Tuesday 4. This day we had to remain here, because the river d' O-J-gauwa had swollen too high from the heavy rains and could not be crossed. Wednesday 5. At ten o'clock in the forenoon we set out on the journey, ate in Foetijeda, and slept in Poetjoe. Dine in Foetjoe Cross the ferries Thursday 5 To Jedo. Thursday April 6. In the morning at 3 o'clock we left Foetjoe in rainy weather, dined in Cambara, and spent the night in Farra. Dine in Cambarra Spend the night in Farra Friday 7. Today we set out again on the journey around three o'clock, and took our midday meal at Omi in a makeshift shed, because the ordinary inn had not yet been rebuilt after the fire, and arrived at 9 o'clock in the evening in the town of Odawarra, where we spent the night. — Eat in Omi and sleep at Odewarra Saturday 8. In the morning at half past five o'clock we set out on our journey in rainy weather, dined at Ojso, and slept at Totska. Take midday meal in O-o Jso and night's rest in Totska Sunday 9. Around two o'clock in the morning we went on the march, took our midday meal in Cauwasackij, and arrived in the evening around five o'clock in the famous, populous Eat in Cauwasackij Arrive in Jedo Anno 1741: Imperial 1947 2 61 Anno 1741: Japan on the Journey Up Were welcomed by 2 delegated bongjoises in their masters' name Thanked for that and made the adjacent request Also through the head interpreter to the commissioners, who brings the following report imperial residential city of Jedo, at our ordinary dwelling here. I was welcomed by two delegated upper bongjoises, one from the Nagasaki governor residing in Jedo, Fothij no Cammi Samma, and the other from the son of the reigning Nagasaki governor, Coebota Fiseen No-Cammi Samma, in their masters' name, and congratulated on my arrival in good health at this city. For which courtesies I had my gratitude expressed to those gentlemen, and furthermore had their Honours kindly requested to arrange that I might obtain a speedy audience with His Imperial Majesty, as well as to enjoy their Honours' help and protection in all occurring occasions. Whereupon I dispatched the head interpreter Tosabro with similar requests to the lords Commissioners of Foreigners, who, returning in the evening around eleven o'clock, reported to me that those gentlemen as well 10 8 6 11

Dutch transcription

Naar Jedo. — leverde vervolgens de alwaar op sijn japans Sondagh 26. ' van desen nagt en den geheelen dag heeft het alhier sterk geregent. Maandag 27: desen morgen tegenstien uuren wierd men na de wooning van den groot regter ge„ dragen en na dat de wedersijdse Complimenten Leverdede geschenken verrigt waaren presenteerde ik aangem: over heer 'SE:Comp=s presenten dewelke, met seer veel beleeftheijd g'accepteerd wierden en wijders versogt ik passen voor de groote ontfangen de passen Landweg, die mij aanstonds wierden ter hand voor de groote landweg gesteld, waar op wij als doen seer minnelijk ons afscheijd erlangde, en vervoegde ons na de wooning van den heer gouverneur Baba Sannocci no Cammi Samma alwaar in voegen als vooren SE: Comp: geschenken g'accepteerd geschekken) aan een wierden, bij gem: twee heeren moest den Schriba Jan van den Briel verscheijde vellen papier beschrijven, en na dies verrigting wierd men zeer minsaam op bancquet getracteerd werden en japance kost getracteerd, waar door men vaan den groot regter gouverneur over A„o 1741 Eerst:) - Maart 1945 A„o 1741: Japan in d' Opreijs Maart morgen ke berijgheijt om hedo voort te setten vertrecken uijt miaco werden van den hospis tot awattagoes uijtgelaijd g en ragtust in Coesat Ten tot minokoets eerst tegens twee uuren in ons Logjement te rug quamen. dewijl men in dese plaats miaco de nodige saaken verrigt heeft, zoo is van dese middagh alles klaar gemaakt om de reijse na Jedo op morgen voort te zetten Dingsdag 28. tegen negen uuren desmorgens vertrok men uijt miaco, tot het dorp awattagoes geleijde ons den hospis Jobia Jozemon, hebbende aldaar op het goet succes der reijse gesacca„ =neert, en na het ordinaire gebruijk moest men Eenige boontjes verschenken, onse „houden ons middagmaal reijse vervolgende quam men tegens den p=m avond in Coesats alwaar wij ons middagmaal hielden en vernagten Woensdag 29. ' van desen morgen om 3. uuren begaven wij ons met regenagtig weeder op reijs en hielden het middagmaal in minacoets en quamen des avonds om ses uuren tot. 1946 Naar Gedo: A„o 1741: Maart tot Seki en vernagten aldaar Donderdag 30. Smorgens om vijff uuren ons op reijs be„ en slapen in seki geven hebbende quam men het middagmal mid dagmelhingiakoels te houden in Isiakoets, en des avonds tegens seven uuren in quana ter nagtrust en nagtense tot quana Vrijdag 31. ' met den dag begeven wij ons in barcquen vanh overt veer van quana tot mia en daar mede op de middag tot mia aanlanden, en onse reijse voort settende quam men om houden onsnagt verblijff twee uuren tot naroeme alwaar vernagten tot naroeme Saturdag p=mo om half drie uuren des smorgens onse her„ April„ huijsigen tot Okasackij =berg verlatende, heeft men tot Okasacka het middagmaal gehouden en quamen nagtrust in gooij des avonds tegens vier uuren tot gooij ter nagtrust. Sondag 2. gingen Smorgens om half drie uuren op mars en hielden ons middagmaal in aal A„o 1741: Japan in d' Opreijs April middagmaal gehouden tot arraaij 5 O: J: gauwa niet passeeren foetjedo nagtrust in foetjoe in arraaij van waar met een Landsheers barcqyen over dies veer voeren, tot maijsacke en van daar quamen wij met swaaren reegen tegens vijff uuren slapen in famamats tot famamoets om te vernagten. Maandag Eten in fockerooij en 3. tegens ses uuren des morgens begaven wij ons met swaare stord reegens op reijsen slaapen in Canaja spijsde tot fockerooij en des avonds tegen half negen uuren quam men eerst tot Cannaija ter nagtrust Dingsdag „kunnen de rivier 4. ' desen dag moest men alhier verblijven vermits de rivier d: O- J: gauwa door de swaare wegen te hoog geswollen was, men deselve niet konde passeeren. Woensdag middag malen in 5. des voor de middags om tien uuren ging men op reijs, eeten in foetijeda en slapen in Poetjoe. varen over 'te veeren Donderdagh 5 Naar Jedo. Donderdag April 6. smorgens om 3. uuren met regen-agtig spijsen in Cambarra weder verliet men foetjoe, spijsde in Cam, verragten in farra =bara en vernagten in farra Vrijdag 7. heeden ging men wederom tegens tricuuren Esten in Omi en. op reijs en hielden ons middagmaal tot omi in een opgeslagen Loots vermits d'ordinaire herberg na de brand nog niet opgebouwt was, en quamen ten 9. uuren des avonds en lapen tot odewarra in de stad odawarra alwaar vernagten. — Saturdag 8. Smorgens om half ses uuren begaven w' houden mide agmaal in ons met regen-agtig weer opreijs spijsde O=o Jso en nagtrust in totska tot 0jso en slaxen tot totska Sondag 9. ' tegens twee uuren des smorgens ging iets in Cauwasackij men op mars, hielden ons middagmaal in Cauwasackij en quamen des avonds tegens vijff uuren in de beroemde volkrijke omen in hedo- A„o 1741: keijserlijke 1947 2 61 A„o 1741: Japan in de Opreijs werden van 2: gecom„ mi mitteerde bongjoisen uijt te hunne meeste snaam verwelkomt daar voor bedankte en 't nevenstaande laat verdoeken „tolk aan de Commisariesen die 't volgende berigt brengt keijserlijke residentie stad Jedo, in onse ordinaire wooning alhier wierd ik door twee gecommitteerde opperbongjoisen den eenen van den in Jedo zijnde Nangasackise gouverneur fothij no Cammi Samma en den andere van de soon van den regerende Nangasackijse gouverneur Coebota fiseen No- Cammi Samma uijt hun meesters naam verwelkomt en vergelukt met mijn komst in goede gesondheijd te deser Steede voor welke beleeftheeden ik die heeren mijne dankbaarheijd Liet betuijgen d en verder dat ik haar Ed„e vriendelijk liet versoeken van te bewerken dat ik een spoedige audientie bij zijn keijserlijke majesteijt, quam te Erlangen mitsgaders haar Ed: hulpe en protextie in alle voorvallende gelegentheeden mogt genieten waar na ik den Oppertolk Tosabro met als, mede door den opper„ diergelijke versoeken aan de heeren Com„ missarissen der vreemdelingen affsondt dewelke des avonds tegens Elff uuren te rugkomende mij berigte dat die heeren als mede 10 8 6 11

NL-HaNA_1.04.02_2517_0867 view scan ↗

English

To Jedo Were by deputies on behalf of the Commissioners of Foreigners, as well as the aforementioned Governor fokijna Cammij Samma, who kindly had me welcomed and promised that their Honors would arrange, if possible, that I should obtain an audience with the Emperor on the 28th of the Japanese second month, or the 13th of this month. Monday 10th of this month. In the morning, the secretaries of the gentlemen Commissioners of Foreigners came to welcome me in their masters' name, and to give further assurance of the promises made yesterday, for which I had those gentlemen thanked in the most friendly manner; and having regaled the said gentlemen with various drinks and a banquet, they took their leave very well pleased. Today the present goods were unpacked, properly inspected, and found to be in good condition. Tuesday 11th of this month. This morning I was visited by several chief bugyos of the Nangasackij Governor for no Cammi Samma, presently in Jedo; and after they had enjoyed various drinks and a banquet, they departed from my room very well pleased. At noon, the Chief Interpreter Tosabro reported to me that he had been this morning to the Emperor's student kiodaij Samma, who had told him to congratulate me in his Honor's name on my arrival in good health in this city, and that although he had almost nothing to ask of me this year, he would nevertheless come to see me at the first opportunity. Wednesday 12th of this month. On this day, the broadcloths for the Emperor and the Crown Prince were pleated, in the expectation that, according to the assurance given on the 10th of this month by the gentlemen Commissioners of Foreigners and the Nangasackij Governor Dohij No Cammi Samma, we should obtain an audience with His Imperial Majesty tomorrow. However, to my heartfelt regret, at four o'clock in the afternoon the Chief Interpreter Tosabro came to inform me that he had been summoned by the aforementioned gentlemen to appear before their Honors, and he, the interpreter, having gone there immediately, was ordered by the said gentlemen to tell me in their Honors' name that because the step-grandmother of His Imperial Majesty lay very dangerously ill, and His Majesty had very great esteem for the said personage, His Majesty could not grant me an audience for the present; and when it would take place was unknown to their Honors. But it is to be feared that if the said lady should pass away, one would then have to remain here for some weeks before one could obtain an audience with His Imperial Majesty; wherefore I wrote a brief letter this evening to the Junior Merchant hoomis, in which I communicated to him what had occurred. Thursday 13th of this month. This morning I sent the Chief Reporting Interpreter Tosabro once more to the gentlemen Commissioners of Foreigners and the Nangasackij Governor fothi no Cammi Samma, in order to kindly request of their Honors in my name a speedy audience, as well as to demonstrate to their Honors the damage that the Honorable Company would suffer through my long stay here, and also that the considerable present goods were exposed to all kinds of accidents. The said interpreter, returning in the afternoon from the said gentlemen, reported to me in their Honors' name that I need not be in the least uneasy, and that they assured me once again that they would make their utmost efforts so that I should obtain an audience with His Imperial Majesty as soon as possible. Friday 14th of this month. Early this morning, the Chief Interpreter Tosabro was summoned again by the said gentlemen, and returning from there in the afternoon, he made known to me in the name of the abovementioned gentlemen that the step-grandmother of His Imperial Majesty had passed away this night; and that His Majesty, according to the custom of these lands, as well as the great affection that His Majesty had always shown for the said lady, could not be seen or spoken to by anyone in his palace until the 13th of the Japanese third month, or the 28th of this month. And the said gentlemen had their regrets expressed to me that I should have to wait so long for it, but that their Honors assured me that they would do their best so that I should obtain an audience with His Imperial Majesty on the 15th of their third month, or the 30th of this month. Although I expressed my grief over the sad occurrence to the said interpreter, one could nevertheless not alter it.

Dutch transcription

Naar Jedo werden door gecommit„ „teerde van wegens de Commisses der vreemde mede den vooreng=de gouverneur fokijna April Cammij Samma mij vriendelijk Lieten verwelke„ =men en belooven dat haar Edelens zoude bewerken zo het doenlijk was dat op den 28. ' van de japance tweede maand off den 13.:' deser bij den keijser audientie zoudeer„ =langen. Maandag 10. ' deser morgen quamen de Secretarissen van d'heeren Commissarissen der vreemdelingen mij uijt hunne meesters naame verwelle„ =komen, en nadere verseekering geeven,„ lingen verwelkomt van de op gistere gedaane belofften daar ik die heeren op 't vriendelijkste voor liet be= =danken, en gem: heeren op diverse dranken en banquet geregualeert hebbende naamen deselve seer vergenoegt hun afscheijd;— van daag sijn de schenkagie goederen ont„ =pakt, behoorlijk nagesien en wel gecon„ =ditioneert bevonden Dingsdag W1. ' van desen morgen wierd ik door verscheijde A„o 1741 opper 1948 A„o 1741: Japan in d' keijserlijke April van wegens den in„ t Gedo sijnde nangasacki vansen gouvr=r besogt als mede van den keijserlijken student thiodaij de lakenen voor den vorst Croonprins „benaaijt opperbongjoisen van den tegenwoordige in Jeda, sijnde Nangasackijsen gouverneur for no Cammi Samma besogt en na dat deselve van diverse dranken en banquet genu „tigt hadden, vertrocken sij zeer vergenoegt van mijn kamer Op de middag berigten mij den Oppertolk Tosabro dat hij van desen morgen bij S'keijsers student kiodaij Samma had geweest, dewelke hem had ver„ =segt van uijt sijn E: naam mij te vergelucken met mijn komst in goede gesontheid te deser Steede, mitsgaders alschoon hij van dit haar bij na niets te vragen hadde egter mij bij d' Eerste occagie soude koomen sien. — 2 Woensdag 12. ' van desen dag sijn de Laakenen voor den keijser en kroonprins geplooijt, in verwagtinge dat men volgens de op den 10. ' deser gedaane verseekeringh door heeren Commissarissen der vreemdelingen, en nangasackijsen gouverneur Dohij No Cammi Samma morgen audienti bij sijn keijserlijke majesteijd zoude erlangen dog 6 A„o 1741. Residentie Stad Jedo. de audientie dag om de siekte grootmoed er uijtgesteld afgesonden dog tot mijn innerlijk Leetweesen quam April des na de middags om vier uuren den Oppertolk Tosabro mij berigten dat hij door vooren gem: heeren was geroepen om bij haar Edelens te verschijnen en hij Taalsman opstonds daar was geweest en door gem: heeren hem was g'ordon„ =neert uijt haar Edelens naam mij aan„ te seggen, dat vermits de stief groot moed=r van sijn keijserlijke mayesteijt seer ge„ vaarlijk siek Lagh en sijn majesteijd seer veel agting voor gem: personnagie van smajestijde stteff„ had, zijn majesteijd voor als nog mij geen audientie konde verleenen en wanneer het selve zoude sijn was haar Ed=s onbekent, dog het is te dugten dat wanneer gem: vrouwe komt te overlijden men dan voor Eenige weeken alhier zoude moeten vertoeven, eer men audientie bij zijn keijserlijke majesteijd zoude bekoomen waarom ik desen avond een briefje Aan en brieffje na Deina den Ondercoopman hoomis Schreef waar bij hem Communiceerde het gepasseerde. 1949 A„o 1741. Japan in d'keijserlijke den oppertolk met het nevenstaande versoek aan de Commissarissen en gouvern=r afgesonden die 't volgende antw:d te rug brengt April Donderdagh 13. ' van desen morgen sondik den Opperrappor= =teur Tolk Tosabro nogmaals bij de heeren Commissarissen der vreemdeling en den Nangasackysen gouverneur fothi no„ Cammi Samma ten Eijnde om uijt mijn naam aan haar Ed„e vriendelijk te versoeken om een spoedige audientie, mitsgaders aan haar Edelens te vertoonen de schaade die d'E: Comp:e met mijn Langh verblijff alhier kome te Leijde als mede dat de Considerable Schenkagie goederen aan alle ongelucken blood gesteld wierden, den gem: Taalsman des nademiddags van gem: heeren weder te rug koomende berigten mij uijt haar Ed„s naam dat ik geensints ongerust hoeffde te sijn en dat sij mij nogmaals versekerde haar uijtterste devoiren aan te wenden, dat ik so spoedig als mogelijk was audientie bij sijn keijserlijke majesteijt zoude bekoomen gepasseerde sedert mijn Laatste schrijven uijt Osacca Vrijdag E 1950 A„o 1741. — Residentie Stad Gedo. de dood van skeijleren de rougs die sijn aanneemt waarom niet eerder voorden vorst zal genieten Vrijdagh 14:' desen morgen vroeg wierd den oppertolk Tosabro wederom bij gem:e heeren geroepen en des na de middags van daar retourneerende maakte deselve mij uijt naam van boven decondetingen laten mij gemelde heeren bekent, dat de stief groot stieff groot moeder bekent moeder van sijn keijserlijke majesteijd desen nagt overleeden was, en dat zijn majesteijd nu volgens 't gebruijk deser landen, als mede de groote genegentheid die zyn majesteijd voor gem: vrouwe altoos getoond had, in sijn paleijs tot den 13. ' van majesteijd daar over de japance derde maand off den 28. ' deser van niemand mogt gesien off gesprooken werden, en gem: heeren mij haar Leetwesen lieten betuijgen van dat ik daar na zo Lang soude moeten wagten, dog dat haar Edelens mij reeden verseekeren dat sij haar best zouden doen dat ik den 15. ' van haar derde maand off 30. ' deser audientie bij sijn keijserlijke Inmop en 30 adientie majesteijd zoude erlangen, alschoon ik mijn de leetweesen over 't droevig geval aan gem=te Taalsman betuijgde zo kon men het Egter maken en April aan./

NL-HaNA_1.04.02_2517_0872 view scan ↗

English

Japan in the Imperial Residence City of Edo. The names of some flowers and trees given to the Emperor's personal physician. Received a letter from Decima. Heavy earthquake. Anno 1741. April Saturday 15. Today before noon I was visited by the personal physician of His Imperial Majesty, who brought with him a book in folio published by Emanuel Sweert, containing various drawings of flowers and some trees, and requested of me that the names thereof might be given to him, which was given to him according to the index that was in the front in Latin, French, High German, and Dutch; and after I had most kindly entertained His Honour, he departed very well pleased. Sunday 16. On this day I received a visit from the son-in-law of the present ruling Governor Coubata fiseen no Cammi Samma and some Jaxanders who accompanied His Honour, and after I had entertained those gentlemen with banquet and various sorts of drinks, and presented them with gifts, they conveyed their polite thanks to me and took their leave. Monday 17. Before noon at ten o'clock a heavy earthquake arose here, which continued for one and a half minutes. Tuesday 18. This morning the Chief Interpreter Tosabro brought me a letter from the Junior Merchant Hoomis, dated 7 March, containing that on Decima all was still well, and that on the evening after my departure there had been a fire in the house of the Edo Commissioners, but of little importance, as well as that on 5 March a junk from Nanking had arrived at the Nagasaki roadstead. Wednesday 19. Thursday 20. Friday 21. During these days nothing noteworthy occurred, other than that out of curiosity I was visited by various students, principal servants of the Nagasaki Governor, and other grandees, all of whom I entertained according to their rank. Anno 1741. Japan in the Imperial Residence City of Edo. The Emperor's student's request and question answered. The Emperor's deceased step-grandmother buried. April Saturday 22. Today I was visited by the Emperor's student Kiodaij Samma, and after I had entertained His Honour with various drinks and banquet, His Honour showed me a book in folio written by Rembertus Dodonaeus, in which various foreign and other herbs as well as their virtues were amply demonstrated. However, the said student requested of the Chief Surgeon Musculus to give him the virtues of rosemary, as well as whether any curiosities of any sort had been seen at Batavia or elsewhere; which having been answered to his satisfaction, that gentleman took his leave, being very well contented. Sunday 23. This morning the Chief Interpreter Tosabro informed me that the aforementioned deceased step-grandmother of His Imperial Majesty would be buried this evening at five o'clock. The same was also perceived by the general standstill in this large and populous city, as well as because at twelve o'clock at noon the gates with which the wards are separated from one another were closed, and it was seen that the doors and windows of all residences in our ward were shut tight, and that various watchmen with two sticks walked up and down the streets to prevent any people from appearing outside. But in the evening towards half past six, the said gates were opened again and free passage was granted to everyone as before. Monday 24. This morning at ten o'clock, the same personal physician of His Imperial Majesty who had visited me on the 15th of this month paid a visit, having with him a book in folio which, according to the note on the front page, had been offered to His Majesty in the name of the Honourable Company by the Chief Hendrik Indijk in the year 1663, published by Dr. J. Jonstonus, titled Description of the Nature of Four-Footed Animals, Fishes, Watery Bloodless Animals, Birds, and Serpents, etc. The said physician requested of me that what the author said of the said animals might be translated and explained to him, which I had translated to him by the Chief Interpreter Tosabro; and after having been busy therewith until two o'clock in the afternoon, His Honour took his leave, very pleased with the polite entertainment. Tuesday 25. This morning the Chief Interpreter Tosabro informed me that the above-cited personal physician had come to his room, requesting that one of the Dutchmen might come there to neatly record the same matter of yesterday once more, since the said physician stated that he did not wish to trouble me with it any further; wherefore I sent the Chief Surgeon Musculus there.

Dutch transcription

Japan in d' keijserlijke de benaming van eenige bloemen en geboomtens, aan 's keijsers lijffmedicus opgegeven o7 A„o 1741.— April Saturdag 15:' heeden voor den middagh had ik het besoek van den Lijffmedicus van sijn keijserlijke majesteijd, dewelke een boek in folio uijt„ gegeven door Emanuel Swart met diverse affteekeningen van bloemen en Eenige geboom„ =tens mede bragt, en Liet mij versoeken dat de naamen daar van hem mogten op gegeven werden 't welk hem volgens het register dat 'er voor aan in het Latijn, frans hoogduijts, en hollands was, hebben opgegeven en na dat ik sijn Ed: op het vriendelijkst ont„ „haald had vertrok deselve zeer vergenoegt. Sondag v6' van desen dag kreeg ik een visite van den schoon soon van den tegenwoordigen regeerende gouverneur Coubata fiseen no¬ Cammi Samma en Eenige Jaxanders dewel„ =ke zijn Ed: geleijde, en na dat ik die heeren met banquet en verscheijde zoorten van dranken aan niemands onagtsaamheijd toe schryven getracteerde Residentie Stad Jedo. ontfangen een brieffgje getracteerd en beschonken hadden, Lieten April zij lieden mij beleefdelijk bedanken, en namen hun afscheijd Maandag 17: des voor de middags om tien uuren onstond alhier een swaare aardbeving dewelke zwaare aardbevingh een en een halff minut Continueerde Dingsdag 18. desen morgen bragt mij den oppertolkh Tosabro een briefje van den ondercoopman Hoomis van Decima gedateerd 7: maart behelsende dat het op Decima nog alles wel was, en dat 's avonds naar mijn vertrek in't huijs der Jedose Com„ =missarissen brandwas geweest, dog van weijnig belang mitsgaders dat er op den 5. ' Maart een Jonk van Nanking ter rheede Nangasachij g'arriveerd was. — 19:' in dese dagen iser niets aantekenings waardig voor gevallen Woensdag als dat ik door verscheijde studenten principale bediendens van den Nan„ gasackisen gouverneur en andere Donderdag groote uijt verieuegierigheid wierd vridag berogt dewelke ik alle na hun qualiteijd heb getracteerd A„o 1741.— Saturdagh 1951 20. 21. A„o 1741: Japan Jn d' keijserlijke April Skijsers Students versoek en vraag beant„ „kloord s' keijsers overleden Stieff„ groot moeder begraven Saturdag 22. ' heeden wierd ik besogt van Seijsers Htudent kiodaij Samma, en na dat ik sijn Ed: op verscheijde dranken en banquet getracteerd hadde, zo toonde sijn Ed: mij een boek in folio besch: door Rembertus Dodonaeus, waar in verscheijde vreemde en andere kruijden alsmede der selve kragt ampel in aangetoond wierd, Egter versogt gem:e student- aan den opperchirurgijn musculi om de kragt der rosemarijn aan hem op te geven mitsgaders off men geen van allen op Batavia off elders geen aandigheeden gesien hadde welk een en ander ten genoegen b'andwoord zijnde, nam dien heer zeer voldaan zijnde afscheijd. Sondag 23. ' van desen morgen berigten mij den oppertolk Tosabro dat de meer gem:e overledene Stieff groot moeder van sijn keijserlijke majesteijd desen avondom vijff uuren zoude begraven werden men bespeurde 't selve ook aan de generale Stilstand in dese groote en volkrijke Stad als mede dewijl E A„o 1741: Residentie Stad Gedo. dewijl des middags ten twaalf uuren d' hekken April waar mede de buurten van den anderen ge„ scheijden sijn geslooten wierden en men sag dat de deuren en vensters van alle woningen in onse buurt digt toe waaren, mitsgaders dat verscheijde wagters met twee stocken de straaten op en neer wandelde om te beletten dat 'er geen menschen te voorschijn zoude koomen, dog des avonds tegens half seeven uuren wierden gem: hekken weder g'openden een ijder als vooren vrije passagie vergunt Maandag 24. ' van desen morgen om tien uuren quamden zelven Lijf medicus van sijn keijserlijke majes„ =teijd die mij op den 15. ' deser besogt had een visite geeven bij sig hebbende een boek in folio 't welke volgens de aantekeningh op 't voorste blad uijt naam van d' E: Comp:e door het opperhoofd hendrikh Jndijkh aan sijn majesteijd in den jaare 1663. was g'offereerd, uijtgegeven door D=r: I: Ionstons genaamd beschrijvingh, 1952 7 A„o 1741 Japan in de keijserlijke April het versoek van s: keijsers lijff medicus uijt neven„ staande boek b'antwoord beschrijving van de natuur der vier voete gediertens, vissen water bloedeloose dieren, gevogeltens en Slangen &=a gem: medicijn meester deed mij versoeken dat hem mogt vertaalden aangeweesen werden het geen den schrijver van gem:e gedienten quam te seggen, het geene ik door den oppertolk Tosabro aan hem Liet vertaalen en na dat men s'middags tot twee uuren daar mede besig was geweest, zo nam zijn Ed:e zeer vergenoegt over het be„ =leeft tractement afscheijd. Dingsdag 25. ' van desen morgen berigte mij den opper„ „tolk Tosabro dat bovengeciteerde Lijffmedicun in sijn kamer gekoomen was, met versoek dat een van de Hollanders aldaar mogte komen om nogmaals het zelve van gisteren netjes op te neemen, vermits den gemelde medicijn meester voorgaff mij daar niet meerder lastig om gelieffde te vallen waarom ik den opperchirurgijn musculus aldaar.

NL-HaNA_1.04.02_2517_0877 view scan ↗

English

Residence City of Jedo. Anno 1741. April chief surgeon Musculus to the room of the chief interpreter, sending him there again today with the recommendation to be cautious if he should ask him anything other than what concerned the book, for the aforementioned reasons. In the afternoon, the said Musculus returned and reported to me that nothing else was asked of him by the said Doctor than what had already been stated to him yesterday. Wednesday 26th. Today the chief interpreter Tosabro came to request me, on behalf of the Emperor's student Thiodaij Samma, that one of the Dutchmen might read aloud and explain to him, the interpreter, some herbs of which was written in the recently shown history book. It would indeed be necessary that a language master who is known as such should need neither a reader nor an interpreter, but it is to be lamented that the ignorance among that college is so great, and their incompetence extends so far, that what one tells them, they can barely understand, in order that he could send the translation thereof to the said Thiodaij; wherefore I sent the chief surgeon Musculus to his room to state the same to him distinctly according to the description. Anno 1741. Japan in the imperial April Thursday 27th. In the afternoon of this day, a delegated senior bugyo of the Nagasaki Governor Fokij na Cammi Samma, who is presently in Jedo, came to give me further assurance on behalf of his master that His Honour did not doubt that I should obtain an audience with His Imperial Majesty on the 15th of their third month, and that I could therefore set my mind at ease. Whereupon I conveyed my gratitude to the said Lord Governor in the most friendly manner, and after I had entertained the dispatched bugyo with various drinks and a banquet, he departed very well satisfied. Friday 28th. Upon the assurances given yesterday, I had the gift goods inspected today and further prepared anew. 1954 Residence City of Jedo. Anno 1741. April Saturday 29th. This morning a chief bonze of the Emperor came to visit me, whom I entertained according to his station. He had me told through the chief interpreter Tosabro that preparations were being made at court to grant me an audience tomorrow, for which pleasant message I had the said chief bonze thanked very kindly, as he likewise did to me for the polite reception, and then took his leave. Towards evening our conductor Foicaja Ziemon Samma came to report to me that the Commissioners of Foreigners and the Nagasaki Governor had let him know that I could come to the Castle tomorrow at six o'clock, in order to perform there the customary reverence before the Emperor and to offer the Honourable Company's presents to that monarch, the Crown Prince, and the State Councillors. For which welcome message I expressed my gratitude to the said senior bugyo, and immediately had the same compliment paid according to custom through the chief interpreter Tosabro to the above-mentioned three gentlemen. Anno 1741. Japan in the imperial April Sunday 30th. In the morning at six o'clock we were carried to the Castle, and after we had sat for some time in the main guardhouse there, I was welcomed in a very friendly manner by the Commissioners of Foreigners and the Nagasaki Governor, which gentlemen once again had their regrets expressed to me over my long stay here. Nevertheless, I thanked those gentlemen for their kind assistance regarding the obtained audience, and further requested Their Honours' protection in all other matters of the Honourable Company, as well as a speedy farewell audience. All of which those gentlemen promised me very amicably, and further had me told through the chief interpreter Tosabro that after a short wait I would be warned by Their Honours to enter the palace of His Majesty. When we had waited here for about an hour, we went to the palace. Having arrived in the waiting hall, we had to wait there again for an hour, during which time we were inspected from head to foot by a multitude of Japanese grandees; after which the said gentlemen came to fetch me to bring me to the place where the reverence before His Majesty was to be performed. Having arrived there, the Nagasaki Governor showed me where and told me how that compliment had to be made, which having been done by me by way of rehearsal and to His Honour's satisfaction, I returned again to the waiting hall, and having waited there only a little while, I was by the said gentleman Anno 1741. 1955 77: 6.

Dutch transcription

Residentie Stad Jedo. A„o 1741. April den opperchirurg: musculus — op de Camer van de oppertolk dat heden weder aldaar sond met recommandatie van om„ „sigtig te zijn, wanneer den zelven hem om nrevenstaande redenen iets anders mogte vragen als het boek gesonden aanbelangde, des na de middags den gem: nusculus. weder te rug komende rapporteerde mij dat hem niet anders door gem: Doctor is gevraagt als 't geen gisteren reets aan den zelven was opgegeven Woensdag 26:' heeden quam den opperholk Tosabro mij uijt- naam van S'keijsers student thiodaij samma versoeken dat hem door een van d' hollanders 6 Eenige kruijden waar van in 't Laast getoonde geschie boek gesch: was aan hem Taalsman mogte voorgeleesen en uijt geleijd werden /. het was wel noodsaakelijk dat een taal„ =meester dewelke daar voor bekend staad geen voorleser nog uijtlegger noodig had dog het is te beklaagen dat d'onwetentheijd zo groot onder dat Collegie is, en haar om„ bequaamheid strekt sig zo verre uijt dat het geene men haar zegt zijonsqualijt konnen verstaan 1953 7 6 Ao 1741 Japan in d' keijserlijke April laat mijn versekering doen om op den 15:' van haare off 30:' deser audientie voor den vorst te erlangen verstaan :/ ten eijnde hij de vertalingh daar van aan gem: thiodaij konde senden, waarom ik den opperchirurgijn musculus in sijn kamer sond om het zelve distinct volgens de beschrijving aan hem op te geven. Donderdag 27. ' van dese na de middag quam mij een ge„ den nangasackishen gouvern=r committeerde opperbongjois van den in Jedo zijnde nangasackisen gouverneur fokij na Cammi Samma, mij uijt naam van sijn meester nog nadere versekering doen dat sijn Ed: niet twijffelde off ik zoude den 15. ' van haar derde maand audientie bij zijn keijserlijke majesteijd erlangen, en dat it dierhalven mij konde gerust stellen, waar op ik gem: heer gouverneur op het vriendelijkste mijne dankbaarheid lied betuijgen, en na dat ik de afgesondene bongjois op diverse dranken en bancquet getrac„ =teerd hadde, vertrok deselve seer vergenoegt Vrijdagh „28. ' op de gedane versekeringen van gisteren Liet 1954 Residentie Stad Jedo. A„o 1741 maijesteijd en de weet om oxmor„ „gen voor den vorst ter ik heden de schenkagie goederen nasien April de schenkagie in geweet en op nieuw verder in gereedheijd brengen hid gehragt Saturdag 29.:' van desen morgen quam mij een opper„ =boos van den keijser besoeken die uth krijgen 't besoek van na sijn fatsoen onthaalden, deselve liet een opperboos van sijn mij door den oppertolk Tosabro zeggen dat 'er aan het hoffreetsklarigheid wierd gemaakt om mij morgen audientie te verleenen, voor welke aangenaame boodschap ik gem: opperboos zeer vriende„ =lijk liet bedanken, gelijk hij mij nisge„ =lijx deed voor het beleefd onthaal, en nam doen afscheijd. Tegens den avond quam onsergeleijder foicaja Ziemon Samma mij berigten dat de heeren Commissarissen der vreemdelingen en den Nangasackisen gouverneur hem hadden laaten weetsen audientie te komen dat ik op morgen ten ses uuren in 't Casteel konde koomen, ten Eijnde aldaar d'gewoone reverentie voor den keijser te doen en sE Comp=s geschenken aan dien vorst, den khroon -prins. A„o 1741: Japan in d' keijserlijke April werden na 't Casteel gedragen en in de hoofdwagt van de Commissaris en gouvernr verwelkomt prins en rijxraaden te offereren, voor wel aangem: boodschap aan gem:e opperbongjoi mijn dankbaarheijd quam te betuijgen en terstond liet ik het zelfde Compli¬ =ment naar usantie door den Opper„ =tolk Tosabro aan bovengemelde drie heeren affleggen. Sendag 30. ' des morgens om ses uuren wierd men na 't Casteel gedragen en na dat men eenige tijd in de hoofd wagt aldaar geseten hadde, wierd ik door de heeren Commissarissen der vreemdelingen en nangasackisen gouverneur op een seer vriendelijke wijse verwelkomt, welke heeren mij nogmaals haar leetwesen lieten betuijgen over mijn Lang verblijff alhier, egter bedankte ik die heeren, voor haare genegene hulpe wegens d'Erlangde audientie en versogt verders haar Ed=s protextie in alle andere zaaken van d' E: Comp:e alsmede om een spoedige affscheijd audientie, alle 't welke die heeren Residentie Stad Jedo doen de reverentie april heeren mij zeer minnelijk beloofde en Lieten verder door den opper Tolkh Tosabra zeggen dat ik naar een wijnig vertoeven door haar Ed:s gewaarschoud zoude worden om in 't paleijs van sijn majesteije te koomen, wanneer men alhier omtrend een uur gewagt hadden gingen wij naar 't paleijs, in de vertoeff saal gekomen sijnde gaan na 't paleijs moest men aldaar weder een uur vertoeven komen inde vertoeffsaal in welke tijd men door een menigte van Jaxance grooten van het hoofd tot de voeten wierden besigtigt waar na gem: ons komen besien heeren mij quamen af haalen om mij ter plaatsen te brengen daar de reveren„ „tie voor sijn majesteijd gedaan werd, aldaar gekoomen sijnde wees mij den Nangasackisen gouverneur waar en sijde mij hoedanig dat Compliment gemaakt moeste werden 't geene door mij ter preuve en tot sijn Ed: genoegen ter preuve gedaan sijnde, keerde ik weder na de ver= =toeff zaal en aldaar maar een wijnig gewagt hebbende wierd ik door gem: daar verscheijde groote A„o 1741.— heer 1955 77: 6.

NL-HaNA_1.04.02_2517_0882 view scan ↗

English

Anno 1741. Japan, in the imperial residence city Jedo. April. as well as for the Prince; were congratulated therewith; receive news in the palace of the Crown Prince to obtain a farewell audience tomorrow. Lord Governor led close to the place of reverence, where His Honour remained standing still and indicated to me with his hand to make the compliment at the designated place, which I then also did immediately, bowing my head down towards a wooden gallery of a very large hall where His Majesty was seated. No sooner had this occurred than it was called out in a loud voice, "Capitain Hollande," whereupon I immediately arose, stepped back, and was then very kindly received by the above-mentioned Gentlemen Commissioners and Governor, who joyfully congratulated me on this performance and said that I should please return to the waiting room, and that Their Honours would come to me there shortly. Having gone thither and waited for an hour, those gentlemen likewise appeared there and had me informed that I could now also go to deliver the gifts to the Crown Prince, State Councillors, and other grandees. Whereupon I once again requested Their Honours' favour toward obtaining a speedy farewell audience, which the said gentlemen not only assured me of, but promised that if Their Honours could arrange it, they would still come to inform me at the Crown Prince's palace when the fixed day of the farewell audience would be. After this, we proceeded on foot to the palace of the Crown Prince. And after we had sat there for about half an hour, the three aforementioned gentlemen came to inform me that we had to come to the castle tomorrow at nine o'clock to obtain a farewell audience. Whereupon I, through the chief interpreter Posabro, had the said gentlemen thanked in the most friendly manner for Their Honours having arranged for the matters to be concluded so swiftly, and stated that I would not fail to appear there at the appointed time. April. Where I paid the compliment in the same manner. Anno 1741. Japan, in the imperial residence city Jedo. April. and pay the reverence to His Highness, as well as to the ordinary and extraordinary State Councillors; go to the castle; the old orders are read out; receive farewell from His Majesty; receive the 50 silk robes. Maij. manner as with the Emperor, though according to custom in the presence of two State Councillors. From there, we proceeded to the residences of five ordinary and an equal number of extraordinary Councillors of the realm, where, after the delivery of the gifts, we were entertained by each of them very amiably and politely with a banquet, Japanese tea, and tobacco, and we returned to our inn at five o'clock. Monday. Maij. 1st. In the morning at eight o'clock we proceeded to the castle, and after we had sat there for an hour, the Gentlemen Commissioners of Foreigners and the Nagasaki Governor came to inform me that I should approach the palace, and we were led into the waiting room. After we had waited there for about two hours, the Nagasaki Governor came to fetch me, led me into a large hall where the old orders were read to me in the presence of several State Councillors. And after I had promised to observe the same, fifty pieces of silk robes were presented to me for the Honourable Company, namely thirty from His Imperial Majesty and twenty from the Crown Prince, which I accepted with due respect and in gratitude. And having obtained my farewell thereupon, I returned to the waiting room, where I was congratulated on these final proceedings by the Gentlemen Commissioners of Foreigners and the Nagasaki Governor and informed that I could now go to the Crown Prince to perform the farewell ceremonies before His Highness in like manner. And after I had again thanked those gentlemen for Their Honours' rendered assistance and further requested their favours in all cases in the most friendly manner, I repaired thither, and having obtained my farewell there as well, Anno 1741. Japan, in the imperial residence city Jedo. Maij. The chief interpreter goes to the residences of the State Councillors and other grandees to give thanks, and brings the adjacent report; are thanked by envoys of the State Councillors for the Company's presents. Anno 1741. we then returned to our lodgings, where, having arrived towards two o'clock in the afternoon, I immediately sent the chief interpreter Tosabro to the residences of all the gentlemen State Councillors, Temple Lords, Jedo Governors, Commissioners of Foreigners, and Nagasaki Governor, to thank them once more for the rendered assistance and further to request Their Honours' favour to the benefit of the affairs of the Honourable Company. The said interpreter, having returned home late in the evening, reported to me that the said gentlemen had promised to comply with the same in all respects, and in the meantime congratulated me on the obtained farewell. Tuesday. 2. Today the gentlemen State Councillors had me thanked by their envoys for the gifts made to Their Honours the day before yesterday, and sent some common robes;

Dutch transcription

A„o 1741: Japan in d'Keijserlijke April alsmede voor den vorst daar mede vergelukt werden heer gouverneur tot na bij de reverentie plaats geleijd alwaar sijn Ed:e stil bleef staan, en mij met de handwees om op de aangeweesen plaats 't Compliment te gaan maaken, dat ik dan ook aan „stonds deede, buijgende mijn hoofd neder tegen een houte gaanderije van een zeer groote zaal, daar sijn majesteijds is sittende, 't welk zodra niet geschied sijn =de off daar wierd met een Luijde Stem geroepen Capitain Hollande waar op ik immediaat opstond te rugh trad en als doen door booven gem:e heeren Commissarissen en gouverneur zeer vri =delijk ontfangen wierdt, die mij met vreugde geluk wensten met dese verrigting en aan zeijde dat ik in de vertoeff zaal weder geliefde te gaan dat haar Edele aldaar nader bij mij zoude komen, en mij derwaarts begeeven en een uur gewagt hebbende verscheenen die heeren insgelijks aldaar, en lieten mij aanseggen dat ik nu bij den kroonprins, Rijxraaden en A„o 1741. Residentie Stad Jedo. van den Cwoorprins, om morgen afscheidandien„ „tie te Erlangen en andere grooten al mede de geschenken konde gaan overleveren, waar op ik nog„ =maals haar Ed:s gunste versogt ter obtine„ =ring van een spoedige afscheijd audientie 't welk gem: heeren mij niet alleen verle„ =kerde maar beloofde van zo haar Ed:s het zelve konde bewerkhen mij nog bij de kroonprins te komen berigten wanneer de vasten zagh van afscheijd audientie zoude sijn, waar na wij ons te voed naar 't paleijs van den kroonprins begaven krijgen berigt in't paleijs /en na men aldaar omtrend een half uur geseten hadden, quamen mij de drie meer gem=e heeren aanseggen dat wij morgen om negen uuren in 't Casteel moesten komen om affscheijd audientie te Erlangen, waar opikh, gem: heeren, door den oppertolte Posabro op 't vriendelijkste liet bedanken dat haar Ed: bewerkt hadden dat de zaaken zo spoedig affgedaan wierden, en dat ik niet in gebreeken zoude blijven om op de gesetten tijd aldaar te verschijnen /alwaar ik het Compliment in zelver April voegen. 1956 5 A„o 1741:— Japan in de keijserlijke April en doen de reverentie bij sijn hoogheijt als mede bij de ord: en Extra„ ordinaire rijxraden gaan na 't Casteel werden de oude ordres voorgeleesen voegen als bij den keijser, dog volgens gewoonte voor twee rijxraaden hebbe affgelegt, daar van daan begaven wij ons na de woningen van vijff ordinaire en een gelijk getal Extra-ord: raaden des rijks, daar men na het overleveren der geschenken bij een ijder zeer minsaam en beleefd op banquet jaxance thee en toebak onthaald sijn geworden, en quamen om vijff uuren weder in onse herberg Maandag Maij. - - - p=mo desmorgens om agt uuren begaven w' ons na 't Casteel en na een uur aldaar geseten hadden quamen d' heeren Commissarissen der vreemdelingen en den Nangasack =sen gouverneur mij aan seggen dat ik het paleijs zoude naderen, en wierden in de vertoeff zaal geleijd, en na men aldaar omtrent twee uuren gewagt hadden, quam den Nangasackisen gouverneur mij affhaalen „geleijde mij in een groote zaal daar mij de oude ordres in presentie van Residentie Stad Gedo. en krijgen affscheijd van verscheijde rijxraaden wierden voor„ Maij =gelesen, en nadat ik belooft hadde deselve te zullen observeeren, wierden mij vijfftig stuks zijde japonnen voor d'E: Comp: als dertig van sijn keijserlijke rocken majesteijd en twintig van den kwoon„ prins gepresenteerd, dewelke ik met behoorlijke Eerbied in dankbaar„ „heid accepteerde, en mijn afscheijd daar op erlangt hebbende, retourneerde ik in bij sijn majesteijd de vertoeff zaal, alwaar ik door de heeren Commissarissen der vreemdelin„ „gen en den nangasackisen gouverneur met dese laatste verrigtingen vergelukt en aangesegt wierd, dat ik nu bij den kroonprins konde gaan om bij zijn hoogh=t d'afscheijdsplegtigheeden insgelijks af te leggen en na dat ik die heeren weder voor haar Ed„ beweesene hulpe bedankt en verder der zelver gunsten in allen gevallen op het vriendelijkste versogt hadden vervoegde mij derwaarts, en mijn afscheijt aldaar mede Erlangt ontfangen de 50: sijde A„o 1741 hebbende. 1957 81 82: Japan in d' keijserlijke Maij den oppertolk gaat nade woningen van de wijx raden en andere grooten om te bedanken en brengt het neven„ staande rapport werden door gesanten van de rijxraden voor se Com„ pagn=e presenten bedankt A„o 1741 hebbende keerden als doen weder na ons Logiment alwaar tegens twee uuren des agtermiddags aangekoomen sijnde„ zond ik den oppertolt Tosabro inme„ =diaat na de woningen van alle de heeren rijksraaden, tempelheeren Jedose gouverneurs, Commissarissen der vreemdelingen en nangasackisen gouverneur om haar nogmaals te gaan bedanken voor de beweesene hulpe en verder haar Ed: gunste tot voordeele der zaake van d'E: Comp:e te versoeken, den gem:e taals„ =man des avonds laat thuijs gekoomen zijnde, berigten mij dat gem: heeren het zelven belooft hadden in allen deelen te zullen nakoomen en in tussen mij met de bekoomene afscheijd vergelukte. Dingsdag 2. heeden lieten mij te heeren rijxvaaden door haar gesanten bedanken voor de op Eergisteren aan haar Ed: gedaane ge„ =schenken, en souden Eenige gemene Japonnen;

NL-HaNA_1.04.02_2517_0887 view scan ↗

English

Residential City of Jedo. May. kimonos as presents, which according to custom have been distributed to the bonjoises, interpreters, clerks, cooks, and servants. This afternoon I received a letter from the Junior Merchant Sijbrandhoomis from Decima, dated March 23, containing the news that all was well on Decima and that since his last writing two Chinese junks had arrived at the Nagasaki roadstead. Also the consumption of a peasant's house by fire, as well as the beheading of four criminals in prison on account of committed theft, to which I still this evening wrote a letter in reply, and further communicated what had happened since my last writing. Toward evening the Chief Interpreter Tosabro informed me that orders had come to go tomorrow toward noon to the house of the Commissioner of Strangers matsoemami Sikoego no Cammi Samma, in order to deliver His Company's presents there in person. But the other Lord Commissioner Fonda Omi no Cammi Samma, as well as the four Temple Lords, two Jedo Governors, and the newly appointed Miaco Governor, sent word declining this, for the reason that Their Honors were daily occupied with some business. Wednesday, 3. Early this morning, in my name, I had the Chief Interpreter Tosabro offer His Company's presents to four Temple Lords, two Jedo Governors, the Commissioner of Strangers Fondaomi no Cammi Samma, and the Miaco Governor, which were very amicably accepted by Their Honors, and they sent word to thank me through the said interpreter, as well as to wish me good health and a prosperous departure. Toward half past twelve in the afternoon, we were carried to the residence of the Commissioner of Strangers matsoenami Sikoege no Camme Samma, where I delivered His Company's presents to his First Secretary, who told me that his master was in the Castle, but that he nevertheless thanked me in his name for the delivered presents. We were further entertained very cordially and politely in the Japanese manner, and after having eaten and drunk a little, I had thanks given for the polite entertainment and we took our leave, after which we returned to our inn at four o'clock. Thursday, 4. This morning the secretaries of the Lords Commissioners of Strangers came to express thanks to me on behalf of their masters for the presents made to Their Honors yesterday, and out of gratitude brought me each a box with eggs alongside three carps, and wished me health and a prosperous journey. To this I reciprocally expressed my gratitude for what was sent, as well as for the rendered assistance of their masters toward obtaining a speedy dispatch of affairs, and having treated the said gentlemen with confections and various drinks, they took their leave very contentedly. Friday, 5. This morning the Chief Interpreter Tosabro made known to me that the Lord Governor fokij no Cammij Samma had sent a list of what was requested from me by His Imperial Majesty and other notables, all of which, as specified below, I immediately had delivered to him: For the Emperor: 3 ounces oil of cloves 2 ounces oil of cinnamon 6 ounces balsam of sulfur with anise 1 pound crab's eyes 2 pounds Venetian turpentine 3 pounds licorice juice 6 ounces volatile oily salt 3 catties licorice 2 pieces smoked meat 9 bottles Dutch aniseed 2 catties butter 1 pound red earth 6 bottles rosewater and 30 pipes For the Crown Prince: 2 ounces oil of cloves 1 ounce oil of cinnamon 4 ounces balsam of sulfur with anise 8 ounces crab's eyes 6 ounces volatile oily salt 1 pound Venetian turpentine 2 pounds licorice juice 4 bottles Dutch aniseed 1 catty licorice and 20 pipes For the Commissioners of Strangers: 2 pieces smoked meat 2 tongues 2 catties licorice 2 catties butter 12 wine goblets 12 dram glasses 8 cut beer glasses 30 pipes 4 catties pitch and 4 quires writing paper For the Nagasaki Governor foki no Camme Samma: 2 pairs spectacles with white frames 2 penknives 3 bottles rosewater 1 piece smoked meat 4 bottles Dutch aniseed 2 bottles sweet oil 12 goblets 6 cut beer glasses 30 pipes and 1 bundle wax candles Saturday, 6. This morning I made known to the Chief Interpreter Tosabro that I was surprised, since we had accomplished all affairs here, that not the slightest mention was yet made of our departure, and what the cause of this was. To which the said interpreter replied that they were not yet ready with the sale of the remaining goods, but that he would immediately speak about this with the Nagasaki Governor foki no Cammi Samma; whereupon I requested him to ask that lord on my behalf to see to it that we might depart from here as soon as possible, since a longer stay was unnecessary and I was already prepared to undertake the return journey tomorrow, which he undertook to do. Toward

Dutch transcription

Residentie Stad Jedo. Maij japonnen tot present dewelke volgens usantie aan de bongjoisen, Tolken, schrijvers, koksen dienaars uijtgedeelt zijn. — Deese middag ontfing ik aen brieffje ontfangen een brieffje van den OnderCoopman Sijbrandhoomis van Decima ged:t 23. ' maart, behelsende dat het alles op Decima wel was en dat 'er zedert sijn Laatste schrijvens twee Chineese Jonken ter rheede Nangasackij waaren g'arriv=t Jtem het verteeren van een boeren huijs door den brand, mitsgaders het onthalsen van vier misdadigers in de gevankenis, wegens gepleegde dieffetal, waar op nog desen avond een brieffje in antwoord schreeff, en verders Communiceerde en senden weder een het gepasseerde 't zedert mijn laatste terugh E schrijvens. Tegens den avond berigte mij den oppertolk krijgen berigt om Tosabro dat 'er ordre was gekoomen om morgen bij aen der Commissaris =sen over te leveren tegens de middag aan het huijs van den heer Commissaris der vreemdelingen matsoemami Sikoego no Cammi Samma A„o 1741 te 1958 E 84: A„o 1741 Japan in d' keijserlijke dog de nevenstaande heeren laten zulx afseggen den opppertolk niet sE: Comp:s geschenken aan de nevenstaande heeren afgesonden die daar voor laten bedan„ „ken— Maij te gaan, ten eijnden om in persoon aldaar SE: Comp:s geschenken over te leveren dog den anderen heer Commissaris Fonda Omi na Cammi Samma, als mede de vier Tempel heeren twee jedose gou„ =verneurneurs, mitsgaders den nieuw aan„ =gestelde miacose gouverneur Lieten zulx affzeggen, uijt redenen, dat haar Ed„s dagelijks met Eenige affaires g'occupeerd waaren. Woensdag 3. desen morgen vroeg heb ik den oppertolk Tosabro úijt mijn naam aan vier Tem¬ =pelheeren, twee Jedose gouverneurs en den heer Commissaris der vreemde„ =lingen Fondaomi no Cammi Samma mitsgaders den miacosen gouverneur SE: Comp=s geschenken laaten offereeren dewelke door haar EE: zeer vriende„ =lijk geaccepteerd zijn, en lieten mij door gem: Taalsman bedanken, alsmede ge„ „sondheid en een voorspoedige affreijse toewenschen. dese Residentie Stad Gedo. aan een Commissaris voor bedankt en vreemdelingen laten voor de ontfangene presenten des middags tegens half een uuren wierden men Maij na de woning van den heer Commissaris der vreemdelingen matsoenami Sikoege no Camme Samma gedragen, alwaar ik SE: Comp:s geschenken overleverde aan desselfs eerste Secretaris, dewelke mij zeijde dat sijn meester in 't Casteel was, dog dat hij egter uijt desselfs naam voor d'overgeleverde geschenken bedankten, daar desselfs secretaris verder wierd men zeer minsaam beleeft na de japance wijse onthaald en namen wat gegeten en gedronken hadde, liet ik voor 't beleeft Tractement bedanken en namen afscheijd waar na ons op sijn japans men om vier uuren weder in onse tracteerd herberg quamen. Donderdag 4. ' van desen morgen quamen de secretarissen van de heeren Commissarissen der vreem„ „delingen mij uijt naam van hunne bedanken meesters dank betuijgen voor de op gisteren aan haar Ed: gedane geschenken de Commissarissen der Leveren de geschenken der vreemdelingen over A„o 1741/ EE en 1959 A„o 1741.— Japan in d' keijserlijke Maij en bragten mij uijt erkentenisse ieder een doosje met Eijeren nevens drie Carpers en dede mij gesondheid en een voorspoedige affreijse toe wenschen, hier op reciproque mijne dankbaarheijd voor 't gesondene als mede voor de beweesene hulpe hunner meesters ter optineering van een spoedige affdoening van zaaken betuijgd, en gem: heeren met banquet en diverse dranken beschonken hebbende, naamen deselve zeer vergenoegt hun affscheijd. — Vrijdag 5. van desen morgen maakten den Oppertolk Tosabro mij bekent dat den heer gouver„ neur fokij no Cammij Samma een Lijst had gesonden van het geen door zijn keijserlijke majesteijd en andere grooten van mij versogt wierd, 't welk ik alle zoo als hier onder gespecificeerd Staad aan hem aanstonds heb Laaten affgeeven. Voor Residentie Stad Jede E Door den Keijser 3. onc:s ol: cariophilor: „. cinamom: 2: „. bals: sulph: anis 6: „. ocul: cancu: 1. lb Terbent: venet: 2: „. succ:e Liquirit: 3: „. 6: onc: salv: olios:r 3: Catt: drop 2. stuk rook vlees 9: vlessen hollandse annijs 2: Catt=s booter 1. lb rood aarde 6: vlessen rosewater en 30. pijpen Voor den khroonprins 2: onc: ol: cariophilor: „. Cinamomi 1: „. 4. „. bals: sulph:s anijs: 8: „. olul Canc„: 6: „. salv: olios: 1. lb terbent: venet: 2: „ succ: liquirit: 4. flessen holl: anijs 1. Cattie drop en 20. pijpen Voor de Commissarissen der Vreemdelingen 2: stucken rook vlees 2: tongen 2: catt=s drop 2: „. boter 12: wijn kelkjes 12: soopjes glaasjes 8: gesleepe bier glaasen 30. pijpen 4. Catt=s pik en 4. boek schrijf papier Voor den nangasackisen gouverneur foki no Camme Samma 2: p=s brillen met witte vandees 2: „. pennemessen 3: flessen roosewater 1. stuk rook vlees de nevenstaande medica„ „menten in Jede afgegeven 1960 A„o 1741. 4. verlessen, Maij 87: A„o 1741 Japan in d' keijserlijke 4. flessen holl: anijs _=o soeten olij 2: 12. kelkjes 6: gesleepe bierglaasen 30. pijpen en 1. bos waxkaarsen Saturdagh 6. ' desen morgen gaffik aan den oppertolt Tosabro te kennen dat 't mij verwonderde dewijl men alle zaaken alhier verrigt hadde, dat er nog het minste gewag van ons ver„ „trek wierd gemaakt, en wat daar van d' oorsaak was, Iaar den gem:e taals„ =man op antwoorden, dat zij met den ver„ =koop der restand goederen nog niet klaar waaren, dog dat hij aanstonds, daar over met den nangasackisen gouverneur fok no Cammi Samma zoude Spreeken, wes ik hem versogt om dien heer mijnen weegen te Versoeken van te besorgen dat men soo dra mogelijk van hier mogte komen te vertrecken dewijl een langer verblijff onnodig en ik bereetsklaar was om morgen de te rug reijse aan te neemen 't welk hij aannam te zullen doen Tegens Haij

NL-HaNA_1.04.02_2517_0893 view scan ↗

English

Residence City Jedo. Anno 1741. May. I let my upcoming departure be made known to the lords imperial councillors by the chief interpreter. Towards the evening the said interpreter came to report to me that the governor sent word to me that for the aforementioned reasons I could not depart from Jedo earlier than after tomorrow, being the 9th of this month; to which I again had to reconcile myself, and await that day with patience in this sorrowful place. Sunday 7th: today I sent the chief interpreter Tosabra to all the lords imperial councillors and other grandees to make my upcoming departure on the day after tomorrow known to their honors, which lords all wished me much health and a prosperous journey. Monday 8th: today I had everything made ready to continue our journey tomorrow, and in the evening I settled accounts with the innkeeper and paid him for the expenses. Tuesday. 1961 Anno 1741 Japan on the departure from the capital Jedo. May Tuesday 9th: early in the morning there came a secretary of the Nangasacki governor Folzij NoCammisamma, who in his master's name wished me a speedy departure and health, for which courtesies I had the said lord governor thanked among the other necessary compliments. Towards 8 o'clock we left our sorrowful inn with great joy, subsequently got out of the very large and populous city of Jedo, had our midday meal in Cauwasackij, and arrived in Totska towards nine o'clock in the evening, where we spent the night. Wednesday 10th: in the morning towards six o'clock we continued our journey, had the midday meal in Ooijsoo, and spent the night in Odewarra. Thursday 11th: in the morning at five o'clock we set out on the march, were carried over the Faconian mountains, ate on its heights in the village Omi, and arrived in the evening towards six o'clock with heavy rain in Mietsima, where we had to spend the night in a temple, because our regular inn had been taken by the lords of Fisen and Soesima. Friday 12th: this whole night and today it rained heavily; nevertheless we set out on the journey towards five o'clock, ate and slept in Jociwarra, because we could not cross the river Foetsigauwa. Saturday 13th: although we had fine weather this whole day, we nevertheless had to remain here, because the river could not be crossed due to its strong discharge, but Sunday 14th: in the morning at seven o'clock resumed the journey 1962 Anno 1741. Japan on the departure from Jedo. May resumed the journey, and arrived in the evening towards four o'clock in Jeserij, where we ate and slept, because we were informed that several lords were waiting in Foetjoe to cross the river the O. J. gouwa. Monday 15th: towards three o'clock in the morning we left our inn, had the midday meal in Ocabe; in the afternoon the lord of Jnaba passed us, and towards five o'clock we arrived in Simada, where we had to spend the night because the coolies, out of fatigue since they had been busy the whole day, could not take us across the river O. J. gauwa that evening. Tuesday 16th: in the morning at five o'clock we went on the journey again and passed the lords of Fiogo, Jedsideen, Jijo, Akas, and Tsugokf, had the midday meal in Mitste, and arrived that evening towards nine o'clock in our night rest place Fammamoets, from where we on Wednesday 17th: in the morning again at five o'clock set out on the journey; from Maijsacka we sailed with a lord's boat over the ferry of Arraaij, where we had our midday meal, and in the evening towards four o'clock arrived in Josida; there we again had to spend the night in a temple, because the lord of Soesima had taken our regular inn. Thursday 18th: again we went on the journey in the morning hour at 5 o'clock, ate in Okasacki and slept in 't Sirioe. Friday 19th: having left our inn in the morning at five o'clock, we boarded a boat in Mia at ten o'clock, with which we sailed to Quana Anno 1741: 1963 Anno 1741. Japan on the departure from Jedo. May sailed to Quana, where we arrived towards five o'clock, having eaten and slept there. Saturday 20th: at the break of day we went on the journey, ate in Isajakosi, and slept at Saccanosta. Sunday 21st: at four o'clock in the morning we took to the march again, had our midday meal in Minakoets and arrived towards 7 o'clock in Coesats, where we spent the night. Monday 22nd: from this morning towards six o'clock we set out on the journey with rainy weather, and arrived at noon in the famous merchant city Miaco. Shortly thereafter I sent the chief interpreter Tosabro to the chief justice and governor to give notice

Dutch transcription

Residentie Stad Jedo. A„o 1741. — late mijn aanstaande vertrek door den oppertolk aan de heeren rijksvaden bekent maken Tegens den avond quam den gemelde Maij Taalsman mij berigten dat den gem konnen om voorenstaande redenen niet eer dan den gouverneur mij liet zeggen dat ik niet 9: uijt jede vertrecken eerder als na overmorgen sijnde den 9. deser zoude konnen vertrecken; 't welk ik mij weder moest getroosten, en dien dagh met gedult in dese bedroeffde plaats afwagten. Sondag r.:o heeden zond ik den oppertolk Tosabra bij alle d' heeren rijksraaden en andere grooten om mijn aanstaande vertrek op overmorgen aan haar Ed: bekent te maken, welke heeren mij alle veel gesondheijd en een voorspoedige affreijse Pieten toewenschen Maandagh 8. heden Liet ik alles klaar maken om op morgen onse reijse voor te setten, en des avonds heb ik met den hosp is afgerekent en het verteerde aan hem voldaan. — Dingsdag. — 1961 A„o 1741 Japan in d' afreijs miseen spoedige rijs toe wenschen Maij slatendehoofdstan Jod Eeten in Cauwasackijen slapen in Toltska middagmaalin oo p. so Dingsdagh den gouverneur Pokilat 9. des morgens vroeg quam 'er een Secretaris van den nangasackisen gouverneur Folzij NoCammisamma die mij uijt zijn meesters naam een spoedige affreijs en gesontheijd toewensten voor welke beleeftheeden ik gem: heer gouverneur onder de verdere nodige Complimenten Liet be„ =danken, tegens 8. uuren verliet men met groote vreugde onse bedroefde herberg geraakte vervolgens uijt de zeer groote en volkrijke Stad Jedo, hielden ons middag„ =maal in Cauwasackij, en quamen des avonds tegens negen uuren in Totska alwaar vernagten. Woensdag 10. ' des morgens tegens ses uuren vervolgden wij onse reijse, middagmaalen in 00. 7 soo nagteust tot odewarra en vernagten in Ede warra. — Donderdag 11. des morgensom vijff uuren ging men op marsch wierden, uijt Jedo. wierden het faconische gebergte overgedragen Maij spijsden op dies hoogten in 't dorp Omi, en spijsen in omi quamen savonds tegens ses uuren met swaare reegen in mietsima alwaar men houden nagtrust tot in een tempel moest vernagten vermits onse nietsinda ordinaire herberg door de Candsheeren fris een en Soesima was ingenoomen Vrijdag 12. desen geheele nagt en heeden heeft het sterk geregent egter begaff men ons tegen vijff Eten en slapen in Jocinae uuren opreijs eeten en slapen in Jociwarra, na _O konnen de rivier foet= om dat men de rivier foetsigauwa niet konde -sigauwa niet passeeren passeeren Saturdag 13„' alschoon men desen geheelen dag mooij weer ƒ had moest men Egter hier nog blijven de= „wijl de rivier door sijn sterke affwa„ „tering niet konde gepasseerd worden, dog Sondag 14.:' des morgens om seeven uuren namen de A„o 1741 reijse 1962 D sch A„o 1741.— Japan in d' affreijs Maij houden mid dagmaal en nagtrust in Gesevi Item tot ocabe passeeren den landsheert van Jnaba slapen in Sumada van Diogo Eeten in mietska reijse weder aan, en quamen des avonds tegens vier uuren in Jeserij alwaar men gegeten en geslapen hebben, vermits ons berigt wierd dat verscheijde Landheeren in foetjoe wagten om de rivier d' O: J: gouwa te passeeren. Maandag 15. Tegens drie uuren des morgens verliet men onse herbergmiddagmalen in Ocabe, nade„ middag passeerden ons den Landsheer van Jnaba, en tegens vijff uuren quamen in Simada, alwaar men moest vernagten dewijl de Coelijs ons dien avond door ver„ moeijtheid; vermits sij den g'heelen dag in be„ =sigheijd waren geweest ( niet over de rivier o. J. gauwa konde brengen. Dingsdag passeeren de handeheer 16: des morgens om vijff uuren ging men weder op reijs en passeeren de Landsheeren van fiogo, Jedsideen, jijo, akas, en tsugokf, middagmalen in mitste, en quamen die uijt Jedo. die aond tegens negen uuren in onse Maij nacht rust plaats fammamoets, van waar men op s slapen tot Pammamats Woensdag 17. des morgens al weder om vijff uuren op rijs begaven van maijsacka voer men met een Landsheersbarkje over het vaaren over 't veer van arraij veer van arraaij, alwaar inen ons middagmaal houden ons middagmaal hielden en des avonds tegens vier uuren aldaar en quamen in Josida, aldaar moest men weder in een tempel vernagten, dewijl slap en in Josida den Landsheer van Soesima onse ordinaire herberg had ingenoomen. Donderdag 18. ' al weder ging men in de morgenstonde ten Een tot okasackij en 5. uuren op reijs eeten in okasacki en slapen slapen in 't sivioe in 't Sirioe. Vrijdag 19. ' des morgens om vijff uuren onse herberg verlaaten hebbende stapte men om tien vaaren over 't veer tot quana en uuren in mia in een barcq daar mede na A„o 1741: quana. 1963 Japan in d' affreijs Eeten in ysijakoesij en houden nagtrust in saccanosta 't middag malen in minakoets, nagtrust tot Coestats komen in miaco geven kennisdaar van aan den grootregter en gouverneur A„o 1741: Maij Eten en slapen aldaar quana voeren, alwaar men tegens vijff uuren aankwamen, hebbende, aldaar gegeten en geslapen Saturdag 20. ' met het aanbreeken van den dagh ging men op reijs eeten in Isajakosi, en slapen tot Saccanosta. Sondag 21. ten vier uuren des morgens Hoeg men al wederom de marsch, hielden ons middagmaal in minakoets en quamen tegens 7 uuren in Coesats alwaar vernagten. 22. ' van desen morgen tegens ses uuren begaven wij ons met regenagtig weir oprheijsen quamen opde middag in de vermaarde Coopstad miaco, kort daar na Sond ik den oppertolk Tosabro aan den groot regter en gouverneur om Maandag kennisse

NL-HaNA_1.04.02_2517_0899 view scan ↗

English

from Edo. received a letter there to notify those gentlemen of our arrival there May which gentlemen on Tuesday 23. through their Honors' secretaries congratulated me on the affairs accomplished at court, and further wished me health and a speedy departure, for which I expressed my thanks to the said gentlemen and treated them with a banquet and various drinks Wednesday 24. today I received a letter from the Junior Merchant Hoomis dated 14 April, stating that since his last letter, because much rain had fallen on Decima, the warehouses had been inspected by him and found to be in good order, and that on 11 April 2 commissioner upper-bongjoises had appeared on the island, who came in the name of the governor to congratulate him on my arrival in Osacca, with the further recommendation Anno 1741 to take good care against fire and other disasters, and also that three Japanese servants of the Chinese Tolequen had been taken into custody for smuggling trade with the Chinese, to which I would still send a short letter this evening in reply, to announce what has occurred since my last letter from Edo. Thursday 25. this day I had everything prepared to continue the journey to Osacca tomorrow. Friday 26. this morning we left Miaco and viewed some temples outside the city, took our midday meal in Foesimi, from there boarded a bark with which we traveled down the river and arrived on Saturday 27. in the morning at six o'clock in Osacca, where the Chief Interpreter Tosabro immediately went to give notice of our arrival to the governors, which gentlemen through this interpreter congratulated me on the accomplishments achieved at court as well as wishing me health and a prosperous departure. Sunday 28. this day people rested a little. Monday 29. today people went according to yearly custom to inspect the copper refinery and inspect some temples at Simenosie and Tonnosie. Tuesday 30. this day everything was prepared to continue the journey further tomorrow. Wednesday 31. in the morning at nine o'clock people stepped from our inn into a small city bark, traveled with it to Amangasackij, from where people were carried in the norimono to Niesnomia, and after people had eaten there, to Fiogo; here, according to old custom, people had to drink sake, and subsequently we boarded the large bark at sunset, with which, as the wind was contrary, we did not set sail until Friday 2. at twelve o'clock midnight with a favorable wind, and arrived on Tuesday 6. at around twelve o'clock midday at anchor before Simonoseki, whereupon I informed the Chief Interpreter Tosabro that people could easily sail to Kokora this day, who replied to this that he would immediately go to hire vessels for that purpose, but shortly thereafter the said interpreter came to report to me that the Lord of Ciseen had already hired all the vessels, and that people would therefore have to wait until early tomorrow morning, and Wednesday 7. departed at five o'clock in the morning with small vessels for Kokora, landing there at nine o'clock, where a letter from the Junior Merchant Hoomis was handed to us, stating that since his last letter on 14 April a Chinese junk had arrived at the Nagasaki roadstead, and that Lord Jacquemon donne had requested two black piglets for the court, and in lack thereof had presented white ones, which were accepted, and that on 1 May the Lord Governor had made known to him the demise of the Emperor's step-grandmother, and at the same time requested not to make merry for the period of 14 consecutive days, which he, in the presence of the Under-Interpreter Jubfe, had ordered the Honorable Company's servants to observe; as well as that on 2 May, through the censor Gofe and the Under-Interpreter Gukfe, the permission granted by the court regarding the bartering of some goods, which were delivered on the 4th, 13th, and 14th, was communicated to him; item, that on the 13th of the same month some dampness along the wall was noticed by him in the warehouse De Doorn, after which he immediately had the carpenter examine it, who found that the rain had beaten in under the roof, but that the planks were all fine and no further damage was to be seen, to which I wrote a letter in reply this evening, making known my arrival here. Thursday 8. at five o'clock in the morning people set out

Dutch transcription

uijt Jedo. daar die heeren voor ontfangen een brief„ kennisse van onse komste aldaar te geven Maij welke heeren mij op. Dingsdag 23. Door haar Ed:s secretarissen deeden ver„ =gelucken met de verrigte affaires ten hoove en verder mij gesondheid, en laten bedanken Een spoedige affreijs toewenschen, daar voor ik gem: heeren mijn dank betuijgde en met banquet en diverse dranken regaleerde Woensdag 24. heeden ontfing ik een brieffje van den Ondercoopman Hoomis in dato 14. ' April behelsende dat 't zedert sijne Laatste schrij„ „vens vermits er veel reegen gevallen was je van Decimaen te de packhuijsen door hem waaren besigtigt en wel bevonden, en dat op den 11: ' april op 't Eijland verscheenen waaren 2. gecommit„ „teerde opperbongjoisen, die hem uijt de naam van den gouverneur quamen ge =luk wenschen met mijn arrivement in Osacca onder verdere recommandatie A„o 1741 van. 1964 aar 3 A„o 1741: Japan in d' affreijs Maij }senden een lettertje „weder te rug verlaten miaco en 7 van goede zorge te dragen voor brand en andere onheijlen, mitsgaders dat 'er over sluijk handel met de Chineesen drie japance dienaaren van d' Chinees Tolequen Jn hegtenis waaren gebragt, wa op nog desen avond een Cettertje tot an =woord zoud, ter bekendmakingh van 't gepasseerde zedert mijn laatste schrijven uijt Jedo. Donderdag 25. ' van desen dagh heb ik alles klaar Laaten maaken om morgen de reijse na Osacc voort te zetten Vrijdag 26. ' van desen morgen verlieten wij mial en besien buijten de Stad eenige temp hielden ons middagmaal in foesimi, van daar begaven ons in een barcq, waar mede de rivier affvoe„ ren en quamen op Saturdag Uijt Sedo A„o 1741. Maij Saturdag 27. des morgens om Ses uuren in Osacca komen in Asacca alwaar den Oppertolk Tosabro aanstonds na de gouverneurs kennis van onse aan¬ komst gong geven, welke heeren mij door dien Taalsman lieten vergelucken met de gedane verrigtingten hoove als mede myngesondheid en een voorspoe„ =dige affreijs Toewenschen. Sondag 28:' van desen dag heeft men wat uijtgerust Maandag 29. heeden ging men na jaarlijks gebruijk besigtigen de kopere in de koper raffineerderije en Eenige raffirneerderije en eenige tempels Tempels op Simenosie en Tonnosie besigtigen. Dingsdag 30. desen dagh is alles klaar gemaakt om op morgen de reijse verdere voort te zetten. Woensdag 1965 Japan in d' Afreijs vertrecken uijt gacca komen tot Diogo als ook in de barcq Junij gaan van fiogo 't zeijl arriveeren voor Simonoseki daar men: om nevenstaande rede„ nen moet verblijven A„o 1741. Maij Woensdagh 31. Smorgens om negen uuren Stapte men uijt onse herbergh in een staadberkje 8 voeren daar mede tot amangasackij van waar men met de norimonds tot niesnomia gedragen wierden en na men aldaar gegeten hadden tot fiogo, alhier moest men na oud gebruijk saccaneeren, en vervolgens begaven wij ons met sons ondergangh in de groote barcq: waar mede also de wint Contrarie was, eerst op Vrijdag 2. des nagtsten twaalf uuren met een voordelige wind onder zeijl gingen en quamen op. Dingsdag 6: des middags tegen twaalf uuren voor Simonoseki ten anker, waar op ik den Oppertolk Tosabro te kennen gaff dat men gemackelijk desen dagh na krokora konde vaaren, die daar op antwoorden dat A„o 1741: uijt Jedo. ontfangen een briefje dat hij aanstonds vaartuijgen tot dien Eijn, Iinij de zoude gaan huuren, dog kort daar na quam gem: Taalsman mij berigten dat de Lands-heer van Ciseen reeds alle de vaartuijgen gehuurd haden dat men dierhalven tot morgen ogtene vroeg zoude moeten wagten, en Woensdag 7. ' vertrocken des morgens om vijff uuren met komen in thocora kleene vaartuijgen na hokora daar om ne„ gen uuren aanlanden, alwaar wij een brieffje van den Ondercoopman hoomis wierd ter hand gesteld, behelsende dat van den ondercoopm: na sijn Laaste schrijvens op den 14. ' april een Chineese jonk ter rheede Nangasackij was g'arriveert, en dat den heer facque„ „mon donne twee swarte bigge voor 't hoff, hadde Laaten versoeken, en bij ge„ brek van dien witte voor gepresenteerd had, dewelke g'accepteerd waren en dat op den 1. ' maij den heer gouverneur hem het overlijden van 's keijsers Stieff groot 1966 A„o 1741. Japan in d' afreijs Junij s en senden een weder o: aan hem te rug groot moeder had laaten bekent maken en met eenen versogt om geen vreugde in den tijd van 14 agter een volgende dagen te bedrijven 't geen hij in presentie van den ondertolk Jubfe 'SE: Comp=s dienaaren g'ordonneerd hadom na te koomen als mede dat hem door den swarskijker gofe en den ondertolkgukfe op den 2. ' maij d' verleende permissie van 't hoff wegens 't omsetten van Eenige goederen, dewelke op den 4. ' 13. ' en 14. ' uijt gelevert waaren, ytem dat op den 13. ' derselver maand door hem in 't pakhuijs de Doorn eenige nattigheijd Langs de muur ontwaard was, waar na hij den Timmerman aanstonds had laaten zien, die bevonden had dat de reegen on„ „der 't dak was ingeslagen, dog dat de planken alle wel en geen verdere schade te sien was, waar op nog van desen avond een brieffje in antwoord schreeffen mijn aan„ =komst alhier bekent maakte Donderdag 8. ' des morgens om vijff uuren ging men op

NL-HaNA_1.04.02_2517_0905 view scan ↗

English

From Jedo Anno 1741: On the journey, we changed coolies and horses in kefrosackij, ate in Cajanosse, and arrived in the evening at six o'clock in jetska, where we spent the night. Friday 9. At five o'clock in the morning, we left our inn, were carried over the Piamiets mountains, had our midday meal at Jamair, and arrived in the evening at four o'clock in Taisero for the night's rest. Saturday 10. At daybreak, we continued our journey, changed coolies and horses in Todoroki, had our midday meal in Cansackij, and slept in Oetsisoe. Sunday 11. It rained very heavily throughout this entire night; nevertheless, we began the march in the morning at five o'clock, had our midday meal at Tackiwo, and arrived, due to the badness of the roads, at eleven o'clock at night in our night's rest place sonnogie, and from there on Monday 12. we dined in Omera, as well as slept in Jeaphaija. Tuesday 13. This morning at six o'clock, we set out on our journey for the last time; after having our midday meal in Jaghami, we arrived at one o'clock in the afternoon (God be thanked) in good health on our little island Decima, so that the journey was completed in 104 days to everyone's satisfaction, without having had any noteworthy misfortunes (except for our accidental long stay in Jedo). As soon as we arrived at my residence, I had our guide, the former Senior Bongjois, the Japanese Naccaja Ziemon Samma (being a man of a very generous and good disposition, who on the journey showed all the kindness and accommodation that one could wish from a Japanese), thanked for our maintained friendship, just as His Honour likewise came to do to me, declaring himself satisfied in everything; both in respect of my person and of the Netherlanders who had accompanied me, also promising to give his lord and master, the Nagasaki Governor Coebota fiseen no Cammi Samma, all good testimony of us; for which I thanked His Honour in advance. Furthermore, I thanked the other Japanese who had also been along to Jedo for all the good association, which had been very pleasant, after which I had the glasses of aniseed and Spanish wine passed around merrily for our welcome, which were richly emptied by that company, after which the entire Japanese company departed very well pleased from my residence. Shortly after this, the junior merchant and warehouse master Sijbrand Hoomis reported to me that everything during my absence had gone very well and that the friends had lived in good harmony; subsequently, the said junior merchant handed over to me the keys of the warehouses together with his maintained notes of the principal occurrences, being of the following content: Daily Record kept by Sijbrand Hoomis, Junior Merchant and Warehouse Master, of the principal occurrences since the 2nd of March, Anno 1741, when the Chief, the Honorable Mr. Jacob van der Waeijen, departed for Jedo, until the 13th of June following, when His Honour returned to the island Decima. March 2. Ditto. After the Chief, the Honorable Mr. Jacob van der Waeijen, had handed over to me yesterday towards evening the keys to the Honorable Company's warehouses, together with a written memorandum for guidance, and had further given all verbal orders to the Netherlanders remaining here, His Honour departed this morning at about nine o'clock on the journey, accompanied by the chief surgeon Philip Pieter Musculus and the scribe Jan van den Briel, in order to present the gifts of the Dutch East India Company to the monarch of this empire and other grandees according to the annual order; after we had taken our leave of one another outside the land gate, His Honour sat in the norimon and we went back to our island, where, according to old custom, the muster was conducted by two Senior Bongjoises; everything having been found in good order, those gentlemen, on behalf of the Governor, had an assistant interpreter announce to me the annual recommendation of careful management, and after having spent a full hour with them in the Japanese manner drinking sake, they stood up and departed from here towards the city, very well pleased. In the evening.

Dutch transcription

uijt Jedo A„o 1741: op reijs, verwisselen in kefrosackij van koelijs Junij gaan op reijs en paarden, Eeten in Cajanosse en Eeten in Cayanosse koomen des avonds om ses uuren in slapen tot jetska jetska alwaar vernagten. Vrijdag g' om vijff uuren des morgens verliet men onse herberg wierden over 't Piamiets ge houden middagmaal tot Jamait en nagtrust bergten gedragen, hielden ons middagmaal in taisera tot Jamair en quamen des avonds om vier uuren in Taisero Ter nagt rust Saturdag 10. ' met den dag vervolgden onse reijs, in Todoroki Eten in Cansackij en verwisselde van Coelijs en paarden, middagmalen in Cansackij en slapen in Oetsisoe slapen tot oetsisoe Sondag 11. ' van desen geheelen nagt heeft het seer terk geregent egter sloeg men des morgens om vijff uuren de marsch, hielden ons middagmalen in middagmaal tot Tackiwo, en quamen Tackiwa door de slegtigheid der weegen snagts ten Elff 1967 1ot A„o 1741: Japan in d' affreijs Junij en naghrust in sonnogie Eten in omerag. houden ons middag„ maal in jagamien arriveeren op 't Eijland Decima neemen affscheijd van den opperbongjois en mede Elff uuren in onse nagtrust plaats sonnogie en van daar heeft men op Maandag slapen tot Jsaphaija 12' Jn Omera gespijld, mitsgaders tot Jeaphaija geslag Dingsdag 13. ' heeden morgen om ses uuren ging men voor 't Laatste opreijsen na gehoudene middag mee in Jaghami, quamen Wij des middags om Een uur (God zij dankz: / gesond op ons Eijlandje Decima, zo dat de reijs in 104. dagen ten genoeg van een ijder is affgelegt, zonder dat men naam¬ waardige tegenspoeden gehad heeft :/ Excen „to ons toevallig Lang verblijff in Jedo:/ Zoodra men op mijn wooning was g'koomen liet ik onsen opgeleijder den Opperbongjoie geweest sijnde japand=rs Naccaja Ziemon Samma (:zijnde een man van een seer genereusen en goede imbort dewelke op de reijse alle vriendelijkheiden inschikkelijkheijd heeft gebruijkt die men van een japander zoude kunnen wenschen:/ voor onse gehoudene vrundschap be„ =danken zo als sijn Ed:t mij insgelijks quam te doen en betuijgden in alles voldaan te zin; Zo ten 102. A„o 1741. uijt Gedo. — den ondercoopman ten opsigte van mijn persoon, als de mede ge Junij =weest sijnde nederlanders, belovende ook sijn heer en meester den nangasackisen gouverneur Coebota fiseen no Cammi Samma alle goede getuijgen is van ons te zullen geven; daar ik zijn Ed: van te voor bedankte; wijders bedankte ik d' verderd Japan„ =ders die mede na redo sijn geweest voor alle goede ommegang dat zeer wel geweest is waar na ik d'glaasjes met anijs en spaanse wijn op onse wellekomst Lustig rond deed gaan, dewelke rijkelijk door dat ge„ selschap geleegt wierden, waar na 't gantsche japance geselschap seer vergenoegt van mijn wooning vertrok kort hier na wierd mij door den ondercoop„ man en pakhuijsmeester Sijbrand Hoomis berigt doet neverstaande dat alles geduurende mijn absentie zeer wel was toegegaan en dat de vrienden in een goede harmonie geleefd hadde, vervolgens Leverde mij gemelde Ondercoopman de Sleutels der pakhuijsen benevens desselfs gehoudene aantekeningen van het voornaamste ge„ passeerde over, zijnde van Jnhoude als volgt berigt Dagelijkse 1968 103 A„o 1741: Iapan ten Comptoire Dagelijkse Aantekening gehouden door Sijbrand Hoomi Ondercoopman en pakhuijsmee ter van 'T voornaamste gepasseerde 'T sedert den 2e. maart A„o 1741. dat het opperhoofd den E: Heer Jacob van der Waeijen na Jedo is vertrocken tot den 13. ' Junij daar, aan dat sijn E: weder op 't Eijland Decima is gereverteerd. Maard 2: d=o Na dat het Opperhoofd den E: Heer Jacob van der waeijen mij op gisteren tegens den avond de sleute van sE: Comp:s packhuijsen benevens een schrifte„ =lijke memorie tot narigt overhandigt en verder alle mondelinge beveelen aan de alhier verblij„ =vende nederlanders gegeven had vertrok zijn E: heeden morgen de klokke ongeveert 9: uuren op rijs„ verseld van den opperchirurgijn Philip Pieter Musculus en den schriba Jan van den Briel om volgens 'sjaarlijkse ordre de presenten van de nederlandsche oostindische maat„ schappij aan den monarch deses rijks en verdere groote te presenteeren na dat w'ons afscheijd van den anderen buijten de landpoort hadden genoomen ging zijn E: in de norimond sitten en wij weder op ons Eijland daar volgens onder gewoonte door twee opperbongjoisen d' monste„ =ving geschieden, alles wel bevonden sijnde lieten die heeren uijt 'sgouverneurs name door een ondertolk mij de jaarlijkse re¬ commandatie van goede sorgdragingaanseggen en nadat met deselve wel een uur op sijn Japans met saccaneeren had door gebragt stonden sijlieden open vertrocken seer vergenoegt van hier steede waats Savonds.

NL-HaNA_1.04.02_2517_0909 view scan ↗

English

Nagasaki. March Anno 1748. In the evening at 7 o'clock, a fire broke out next to the residence of the governor in a house where the commissioners whom the prince sometimes sends to Nagasaki take up their residence, but as the fire had not yet taken significant hold, it was quickly extinguished without having caused damage. 3. Nothing happened except that some Japanese came to congratulate me on the departure of the chief. 5. In the morning arrived here a junk coming from Sapho. 6. 7. 8. Nothing noteworthy occurred. 9. 10. 11. In the late night a fire broke out again at the outer edge of the city, which, after the destruction of an upper floor of a house, was extinguished again. 12. Nothing occurred except that by a small letter from the chief I received news regarding his Honour's safe arrival on the 7th of this month at Kokura and the arrival of the bark several days before off Shimonoseki. 13. 14. Early in the morning, a junk from Satsuma, where it had put in due to contrary winds, was towed to this roadstead, coming from Nanking with a Nepas pass. At noon the head reporter interpreter Thisemon came to give me the list of the merchandise brought by the junk that arrived on the 5th of this month, consisting of: 1690 pieces of white gilang, both long and short sorts 2380 pieces of pantsjes in port 350 pieces of flowered damasks 900 pieces of red sitting cloths 480 catties of raw Chinese silk 263 catties of wild cinnamon 200 catties of dye 30050 catties of alum 1950 catties of medicinal roots 1148 catties of ditto leaves and 114450 catties of powdered sugar 15. Nothing happened. Anno 1741. Japan at the Factory March 16. Towards evening, several Japanese vessels arrived again at this roadstead towing a junk that had drifted to the Goto Islands, coming from Nanking and provided with a Cambang pass. 17. The cargo of the junk that arrived on the 14th consists, according to the report of the reporter interpreter Thisemon, brought both on commission and for private account, of the following: 223 pieces of flowered damasks 160 pieces of pelangs 1204 pieces of deer skins 120 pieces of cow hides 78 pieces of buffalo hides 110300 catties of powdered sugar 3280 catties of candy sugar 65000 catties of sappanwood 22000 catties of tree bark 52000 catties of wild cinnamon 22000 catties of alum 1400 catties of red medicinal beans 560 catties of nutmegs 6800 catties of areca bark 80 catties of elephant tusks 3330 catties of black buffalo horns 100 catties of white buffalo horns 461 pieces of ray skins 3120 catties of medicinal roots 3200 catties of medicinal wood 18. 19. In these days nothing noteworthy happened. 20. In the forenoon the reporter interpreters came to give me the list of the merchandise brought by the junk that arrived on the 16th of this month, consisting of: 2800 catties of raw Chinese silk 430 pieces of pantsjes 1490 pieces of gilangs, both white and red 21 pieces of white gauzes 100 pieces of Chinese flowered damasks 4 pieces of Dutch white flowered table damask 120 pieces of red sitting cloths 568 pieces of ray skins 14030 catties of Nagasaki 14030 catties of spelter 19720 catties of candy sugar 58200 catties of black ditto 2450 catties of wild cinnamon 785 catties of areca bark 748 catties of yellow dye 150 catties of licorice 1368 catties of medicines, both roots and fruits. Furthermore, the linguists related that on the 20th in the prison four persons were beheaded for theft committed, and the dead bodies were handed over to the blood relatives for burial. 23. 24. 25. In these days nothing noteworthy occurred except 26. only the dispatching of a small letter on the 23rd to the 27. chief, whereby his Honour was informed of what has occurred since his 28. departure from here. 29. 30. 31. April 1. Today the reporter interpreters related to me that several days ago, 3 Japanese servants of the Chinese servants, as they intended to pass through the gate of the Chinese island with their masters, were detained by the banyos on guard there with some secretly purchased nisie and pantsjes found upon them, and by order of the city governor were brought to prison. 2. Since we have now had rain for several days, I requested the reporters that they please ask the governor that with the first fine weather banyos might come to the island to unseal the warehouses of the Honourable Company to see whether any damage was caused by the continuous rain to the same or to the goods stored therein. 3. Nothing happened. 4. Towards noon the head reporter interpreter Kisemon comes to inform me that tomorrow commissioned head banyos would come to the island as

Dutch transcription

Nangasackij. Maart A„o 1748. s'avonds om 7. uuren, ontstond er brand, naast de wooningh van den gouverneur in een huijs waar in de Commissaris„ =sen die den vorst somtijds na Nangasackij affsend haar verblijff houden maar alsoo de brand nog geen vat had van belang, is het selve schielijk sonder schaade veroorsaakt te hebben gedempt. — 3niets gepasseerd als dat eenige japanders mij met 't vertrek van 't opperhoofd zijn koomen geluk wenschen. — 5 Jn den morgenstond arriveerde alhier een jonk komen= de van Sapho. Eij 7: 8. } niets naamwaardigs voorgevallen 9.: 10. 5 W1.:' Jn de nanagt ontstond er weder brand aan de buijten thant van de stad, dewelke na 't vernielen van een booven huijs weder geblust is 12 niets voorgevallen dan dat ik door een briefje van 't opper„ 13 hoofd berigt kreegwegens sijn E:s behoude aankomst op den 7. deser tot kokora en d'aankomst vande barcq eenige dagen bevorens voor simonoseki. — 14. ' al vroeg in de morgenstond wierd alhier een Jonk uijt satsuma daar 't selve door Contrarie wind was binnen geloopen, ter deser rheede geboegseert, komende van Nanking met een Nefaaspas, Op de middag quam den opperrapporteur Tolk thisemon mij opgeeven de aangebragte Coopmansz: met het op den 5. deser aangekoomene Jonk, bestaande in; 1690. p=s witte gilang zo lange als korte zoort 2380. „. pantsjes in Poort 350. „. gebloemde Damasten 900. „. roode sitkleeden 480. Catt„s ruwe Chineese zijde 263. catt=s wilde Canneel 200. „ versb 30050. „. alijn 1950. „ medicijne wortels 1148. „. d=o bladen en 114450. „. poeder zuijker 15. niets gepasseert tegens 1969 105. t lus aat en de A„o 1741. Japan ten Comptoire Maart 16. ' tegens den avond quamen weder eenige japance vaar„ „tuijgen met een jonk dat in de gottose Eijlanden was komen te vervallen te deser rheede aansetten komende van nanking met een Cammos pas versien. 17: d' Carga van 't op den 14. ' aangekomene jonk bestaad vol„ „gens opgaaff van den rapporteur Tolk thisemon zoo in Commissie als voor eijge reek: mede gebragt in't volgende 223: p=s gebloemde Damasten 160. „. pelangs 1204. „. harte vellen 120. „. koe huijden 78: „. buffels _=o 110300: Catt=s poeder suijker 3280. „. Candij _o 65000. „. sappanhout 22000. „. bast van boomen 52000. „. wilde Caneel 22000. „. aluijn 1400. „. roode medicijn boonen 560. „. nooten muscaten 6800. „. bast van arreek 80. „ oliphants tanden 3330. „. swarte buffels hoorns 100. „. witte buffels hoorns 461. stux rogge vellen 3120. Catt=s medicijn wortels 3200. „. medicyn hout 18, 19:' in dese dagen niets naamwaardigs gepasseerd. — 201 In de voormiddag komende bij de rapporteur tolken„ mij de aangebragte Coopmanschappen met 't op den 16. de ser aangekoomene jonk opgeven bestaande in. 2800. catt=s ruwe Chineese zijde 430. peespantsjes 1490. „. gilangs zo witte als roode 21. „. witte gaasen 100. „. gebloemde damaster Chineese 4. „ wit gebloemd holl:s tafell damast 120. „. roode sit kleeden 568. „. rogge vellen 14030: Catt=s 106 21. 225 Nangasachij — 14030. catt=s spiaulter 19720. „. Candij zuijker 58200. „. swarte _=o 2450. „. wilde Canneel 785. „. bast van arreecq 748. „. geele versf 150. „. soet hout 1368: „. medicijnen zo wortelen als vragten.— verders verhaalde zij taalslieden dat 'er op den 20. ' in de gevankenis vier persoonen over gepleegde dieffstal ont„ =hoofd waren en de doode Lighamen ter begraving aan de bloedvrunden overgegeven. 23. 24.:' 25. ' in dese dagen niets naamwaardigs voorgevallen dan 26: (: eenelijk 't afsenden van een brieffjen op den 23. ' aan het 27. opperhoofd waar bij zijn E: 'T gepasseerde 't zedert desselfs 28:: vertrek van hier bekent maaken. — 29: 30½: April 1: heeden verhaalden mij de rapporteur tolken dat er nu eenige dagen geleeden 3. Jaxance dienaars der Chineese bediendens zo alsse met hunne meesters door de poort van 't Chineese Eijland meende te passeeren van de aldaar de wagt hebbende bongejoisen met eenige ter sluijk ingekogte nisie en pantjes bij haar waaren aangehouden en uijt Last van den stede voogt in de gevankenis gebragt. — 2. ' vermits men nu al eenige dagen regen hebben gehad ver„ sogt ik de rapporteurs datse bij den gouverneur gelieffde te versoeken dat 'er met 't eerste mooij weeder bonjoisen op 't Eijland mogte koomen om 'sE: Comp=s packhuijsen te ontseegelen om te sien offer geen schade door den gedurigen regen aan deselve of de daar inleggende goederen was veroorsaakt. 3. niets gepasseert 4. ' tegens de middag komt den opperrapporteur Tolk Kisemon mij bekent maken dat 'er morgen gecommitteerde Pperbongjoisen op het Eijland zoude koomen gelijk — A„o 1741:— om Maart 1970 107. 2—: -

NL-HaNA_1.04.02_2517_0912 view scan ↗

English

Anno 1741 Japan at the Factory April 5. At nine o'clock in the morning, the gentlemen appeared here with their customary train and immediately had the seals removed from the warehouses The Lily and The Thorn, whereupon they had the same and the merchandise stored therein closely inspected in all parts, but could perceive no damage or leakage. Toward evening it began to thunder and lighten very heavily, which was followed by a storm from the east accompanied by heavy rain that continued the entire night until the afternoon of the 6th, when the weather began to abate and at 6 o'clock in the evening calmed down completely. Immediately went to inspect the Honorable Company's buildings on all sides, but could, as far as it was possible for me to observe them, perceive no damage thereto. 7. Nothing occurred. 8. Nothing occurred. 9. Nothing occurred. 10. At noon, both reporting interpreters handed me a letter from the opperhoofd, containing his safe arrival on the 19th of the past month, after a sea voyage of 10 days and nights, at Hiogo, and from there overland—as the conducting head bongjois testified that such was an order from the Nangasacki governor—to Osacca, where His Honour received report that some weeks ago 5 villages situated both on and around the Facone mountains had been destroyed by fire, which was presumed to have been done by arsonists. Delivering on the 22nd the presents to the governors residing there, His Honour being of the intention to continue the journey from there to Miaco on the 24th. 11. At nine o'clock in the morning, the head reporting interpreter Kisemon comes to inform me that two commissioner head bongjoises would immediately come to the island, but the reasons for this, as it was a new matter, were unknown to him, as he said. Just as they shortly thereafter appeared here with their customary retinue, whereupon I immediately joined them at the water gate. After exchanging the customary compliments on both sides, Their Honours had me informed in the name of the Lord Governor Coebota Piseen that His Honour congratulated me on the arrival of the opperhoofd in Osacca, and at the same time recommended to continue taking proper care against fire and other disasters that might be committed by the slaves. Whereupon I requested those gentlemen that they would please convey my most respectful thanks to the Lord Governor for the congratulation made, and assure His Honour that I shall observe his order in all respects, which they undertook to do. Whereupon I invited Their Honours to my room, for which they thanked me, as they had to go immediately from here to the Chinese Island to present their master's order likewise to that nation, just as they immediately departed thither. 12. Nothing occurred, except that we have dispatched a letter to the opperhoofd to inform him of what has happened here. 13. Nothing occurred. 14. Nothing occurred. 15. Toward evening there arrived here a junk coming from Nefa. 16. In these days nothing else occurred, except that I spoke both to the reporting interpreters and to the entire college of interpreters regarding the sale of the Company's remaining stocks, and the repairing and renovating of the warehouses and dwellings. To which they served me as an answer that, regarding the first, the Lord Governor had written to Jedo, but to this day had received no answer from the court thereon; and regarding the second, that they, the ottenas and interpreters, had proposed such to the Lord Governor both in the past and the present year, but that His Honour had not yet granted any order regarding it, so that time will again provide the outcome. 17. Nothing occurred. 18. Nothing occurred. 19. Nothing occurred. 20. Nothing occurred. 21. Nothing occurred. 22. Nothing occurred. 23. Nothing occurred. 24. Nothing occurred. 25. Nothing occurred. 26. Nothing occurred. 27. Nothing occurred. 28. The under-reporting interpreter Jukfe comes to make known to me today that yesterday news had come from Jedo, in which it was mentioned that the opperhoofd had departed from Miaco on the 28th of the past month and arrived on the 3rd of this month at Canaja, where the whole train had to wait until the 5th because of the swollen state of the river O-J-gauwa, when the journey was resumed and His Honour arrived on the ninth thereafter in the imperial residence city of Jedo. Anno 1741 Japan at the Factory April 29. In the forenoon, the aforementioned interpreter Jukfe comes to give me the list of the merchandise brought with the junk that arrived on the 15th of this month, consisting of: 2046 pieces white gilams, both long and short 80 pieces flowered satins 6 pieces colored damasks 215 pieces white calico 20 pieces Chinese woolen cloths 5 pieces cotton blankets 2910 pieces chintzes, both red and speckled 41330 catties spelter 15600 catties powdered sugar 270 catties black ditto 3000 catties candy ditto 300 catties cardamom 70 catties radx pucho 100 catties cut silk 41600 catties alum 200 catties licorice 900 catties wild cinnamon 5050 catties medicinal fruits 9230 catties ditto roots 11540 catties ditto herbs 13 boxes white wax candles 4 small boxes with red teapots 30. At noon, the spy Fats-zemon comes to request of me, in the name of the imperial steward Jacquemon donne—as His Honour had received letters from the court yesterday, which he, Fatszemon, did not know whether it was on behalf of the prince or indeed of the crown prince—two black piglets. And as I had nothing other than a sow of that color, I requested that he please present my humble offer of service to the Lord Jacquemondonne, with the presentation of two white ones, should His Honour wish to be served with those. To which he replied that the letter, in which the same were very earnestly required, dictated black ones, but that he would make it known to the Lord Jacquemon; departing immediately again townward.

Dutch transcription

A„o 1711: Japan ten Comptoire April 5'. om negen uuren smorgens die heeren met hunne gewoone stoet alhier verscheenen, en opstonds de seguls van de packhuijsen d' Lelij en Doorn Lieten affneemen waar op deselve en de daar in leggende Coopmanschappen allerweegen nauwkeurigliet visiteeren dog konde geen schaade off Leccagie ontwaaren. — Tegens den avond begon 't zeer sterk te donderen en weer „ligten waar op een storm uijt den oostelijken verselt van swaare regen volgden, die den geheelen nagt tot den 6. nademiddag Continueerde, wanneer het weer begon aff te neemen en om 6: uuren savonds geheel bedaarde; gaande opstonds S'E: Comp:s opstallen allerwegen besigti¬ =gen maar tonde voor zoo verre het mij mogelijk was desel =ve te b'oogen geen schaade daar aan verneemen. 8.'}niets voorgevallen 10. op de middag overhandigde mij de beijde rapporteur tolken een brieffje van het opperhoofd behelsende desselfs behoude arrivement op den 19. ' der g'passeerde maand na een water rheijs van 10. etmalen voor diogo en van daar over land /also den oppergeleijdende opperbongjois betuijgde sulx een ordre van den Nangasackisen gouverneur te weesen:/ tot Osacca alwaar sijn E: berigt kreeg dat er over eenige weeken 5. dorpen zo op als om 't faconische ge„ =bergten geleegen door 't vuur waaren vernielt, het geen gepresumeert wierd door brand stigters gedaan te zijn, Leverende op den 22. ' de geschenken aan de aldaar resideerende gouverneurs over, sijnde sijn E: van gedagten op den 24. ' de reijse van daar na miaco voort te setten W1. ' om negen uuren des morgens komt den opperrap„ porteur Tolk Kisemon mij aanseggen datter immediaat twee gecommitteerde opperbong„ =joisen op 't Eijland zoude koomen /: dog de re„ „denen van dien:/ alsoo het een nieuw Capittel was. / waren hem zo hij seijde on bewust:/ gelijk als deselve kort daar op met haar gewoone gevolg alhier verscheenen, waar op ik mij terstond bij deselve aan de waterpoort vervolgde, na 't affleggen der gewoone Complimenten over en weder, lieten haar Ed=s mij uijt name van den heer gouverneur Coebota Piseen aan zeggen dat sijn 108. Ed: Nangasachij. de April Ed: mij met de komst van 't opperhoofd in Osacca liet feliciteeren en met eenen recommandeerden verder behoorlijke zorge te dragen voor, brand, en andere onheijlen die door de slaaven mogten gepleegt werden, waar op ik die heeren liet versoeken datsden heer gouverneur op het Eerbiedigste mijn dankbetuijging voor de gedane delicitatie geliefden aff te leggen, en sijn Ed:e te ver„ =seekeren dat ik desselffs ordre in allen deelen zal observeeren, 't geene zij aannaamen te zullen doen, waar op ik haar Ed=s op mijn kamer liet versoeken daar zij mij voor bedankten, alsoose ten Eersten van hier na 't Chineese Eiland moesten gaan om haar meesters ordre insgelijx aan die natie voor te dragen gelijk zij opstonds derwaarts vertrocken. — v 12. niets gepasseerd als dat een briefje ter bekentmaking 13. : van 't voorgevallene alhier, aan 't opperhoofd hebben 14:' afgesonden. — Tegens den avond arriveerde alhier een 15. '1 jonk komende van Nefa. — 16: in dese dagen niet anders voorgevallen als dat ik zo 175. de rapporteurs Tolken als het gantsche tolken Collegie 18: heb aangesprooken wegens 't omsetten van 's sComp=s 19:: restanten, en het repareeren en vernieuwen der pak„ 20. en woonhuijsen, daar sij mij op ten antwoord dienden 21. dat belangende het Eerste den heer gouverneur 22. ' 1, na Jedo gesz: maar tot heeden nog geen antwoord 23. ' : van 't hoff daar op bekoomen had en aangaande het 24. ' tweede dat sij Ottenas en tolken, zulx soo in't ver„ 25. :gange als tegenwoordige jaar aan den heer gouverneur 26 sal hadden voorgedragen maar dat sijn Ed:s nog geen 27 ordre dien aangaande had verleend, zo dat den tijd wederom de uijtkomst zal geeven - 28. den onderrapporteur tolk jukfe komt mij heeden bekent maken dat er op gisteren tijding van Jedo, was gekoomen waar bij vermeld wierd dat het opper„ =hoofd op den 28. ' der gepasseerde maand uijt miaco was vertrocken en den 3. ' deser tot Canaja aangekomen alwaar den gantschen krain om de opgeswollentheid van de rivier O- J=: gauwa tot den 5: ' heeft moeten vertoe„ ven, wanneer de rijs weder voortgang had en sijn E: op den negende daar aan binnen de keijserlijke residentie stad Jedo was gearriveert. J=m 1971 A„o 1741: Japan ten Comptoire April 29. in de voormiddag komt den meer gemelde Tolkjukfe mij de aangebragte Coopmanschappen met het op den 15. ' deser aangekomene Jonk opgeeven bestaande in. 2046. p=s witte gilangs zo lange als korte 80. „. gebloemde sattijnen 6. „. damasten gecouleurde 215. „. witte keeper 20: „. Chineese Lakenen 5. „. dekens g'cattoeneerde 2910. „. sitkleeden 80 roode als gesprenkende 41330 Cattj=s spiaulter 15600. „. poeder suijker 270. „. zwarte _=o 3000- „. candij __o 300. „. Cardamom 70. „. poetjoek 100. „. gesneede sijde 41600. „. aluijn 200: „: soethoud 900: „. wilde Canneel, 5050: „. medicijnen vrugten 9230: „. d=o wortelen 11540. „. d=o Cruijden 13. kiste witte waxkaarsen 4. kasjes met roode trekpotjes 30. Op de middag komt den dwarskijker Fats-zemon mijn uijt naame van den keijserlijke rentmees„ =ter Jacquemon donne / alsoo zijn Ed. op gisteren schrijvens van 't hoff bekoomen had, 't geen hij Fatszemon niet en wist off zulx van wegen den vorst dan wel van den kroonprins was versoeken om twee swarte biggen en also ik niet an„ =derstan een sog van die Couleur had, versogt ik dat hij mijn nedrige dienst offerte aan den heer Sacque„ mondonne geliefde aff te leggen, met presentatie van twee witte so sijn Ed: daar van geliefde ge„ =dient te weesen, daar hij op antwoorden dat het schrijvens waar bij deselve heel Ernstigh wierden gerequireert van zwarte dicteerde maar dat hij het de Heer Jacquemon zou bekent maken; vertreckende op stonds weder steedewaarts.

NL-HaNA_1.04.02_2517_0915 view scan ↗

English

Nangasackij Anno 1741: 1. In the afternoon, the under-reporter interpreter Jukfe comes to inform me on behalf of the governor Fiseen no Cammij Samma that His Honour had received a report yesterday towards evening by mail from Jedo (which had departed from there on the 14th of the past month) concerning the passing of the step-grandmother of the currently reigning emperor, for which reason the court has ordered that within 7 days after receiving this news, no carpenters, blacksmiths, coopers, or other noise-making craftsmen are permitted to work, and furthermore that all Japanese must abstain from all joyful activities for 14 consecutive days; His Honour also requested us to cease playing musical instruments and singing for that stipulated time. Upon this, I summoned all the Dutchmen to me, to whom I announced this in the presence of the said interpreter and ordered them to comply, which they promised to do; for which he thanked me, expressing that he would inform the Lord Governor, and thereupon departed again for the city. 2. At four o'clock in the afternoon, the spy Fatsjemon, accompanied by the under-reporter interpreter Julfe, comes to inform me on behalf of the city magistrate that His Honour had yesterday received the required permission from the court for the sale of the Honourable Company's remaining stock, and that a start would be made tomorrow with the unpacking, for which purpose bonggoisen would come to the island. Whereupon I asked the said Patsjemon whether all the remaining stock would now be sold, to which he answered, regarding the pound goods, yes, but that the sale regarding the piece goods would take place only for a part, just as in the past year; however, whether the remainder would still be delivered before the arrival of the ships, he could not assure. As they were about to leave, I requested them to convey my gratitude to the Lord Governor for the communication provided, which they agreed to do. 3. Today, several chests and packages of Bengali and Coromandel piece goods were unpacked and stacked. Today: May 1741 1 Japan at the Factory 4. Today, all the bales of Pan silk were delivered to the Japanese merchants, and those traders have also inspected the unpacked piece goods. At noon, the spy Fatsjemon comes by order of the imperial treasurer Sacquemon Donne to ask me if I had ever seen black pigs in Holland that were entirely black, to which I answered him that such was nothing strange there and that enough of that sort could be obtained; whereupon he recounted that Lord Sacquemon had also made inquiries among the Chinese for those animals, but that His Honour had been able to acquire them there as little as here, which made him suspect that it might well happen that they would be requested next year on behalf of the Honourable Company, as the court had written very earnestly for those animals, though for what purpose this was done, he declared he did not know. Asking at the same time whether they could be obtained at Batavia, which I told him I did not know regarding the Dutch kind, but that one might sometimes be able to acquire the Chinese assortment; which, upon leaving, he said he would report to Lord Sacquemon. 6. During these days, nothing else occurred except that the under-reporter interpreter Jusefe came on the 5th to inform me that the goods would not be delivered earlier than the 12th, because the bongjoisen had to be on the Chinese island daily; whereupon he recounted having heard that the Opperhoofd had not received an audience with the monarch on the ordinary audience day, because the passing of His Majesty's grandmother had occurred on that day, for which reason the same would be postponed until the end of the days of mourning. However, as the ordinary mail had not yet arrived, the said interpreter could not regard it as anything other than idle rumours, which it is to be wished may not be followed by truth, as His Honour would otherwise have to remain in Jedo for nearly two months, which would increase the travel expenses considerably. May Le. 9 Anno 1741. 5.

Dutch transcription

Nangasackij A„o 1741: 1. Nade middag komt den onderrapporteur Tolk jukfe mij uijt name van den gouverneur Fiseen na Cammij Samma bekent maken dat zijn Ed: gisteren tegens den avond p=r post van Jedo /die op den 14. ' der vergange maand van daar vertrocken was / berigt bekoomen had wegens het overlyden van den thans regerende keijser sijn stieff groot moeder waarom door het hoff g'ordonneert was dat na bekomene tijding binnen 7. dagen geen timmerlieden Smits, kuijpers, off andere geraas veroorsakende am„ „baatslieden vermogten te arbeijden en verders aan alle japanders van sig 14. dagen agter den anderen van alle vreugde bedrijven te onthouden, latende zijn Ed: ons mede versoeken om het speelen op mucticale instrumenten, en 't zingen voor dien gestexuleerden tijd te staken, hier op liet ik alle de nederlanders bij mij komen die ik 't zelve in presentie van hem taalsman aanseijde, en ordonneerde na te komen dat sij beloofde; daar hij mij voor bedankten, met betuijging het den heer gouverneur te sullen be„ =kent maken en vertrok daar op weder na de Stad. — 2. ' om vier uuren snamiddags komt den dwarskijkher Fatsjemon verseld van den onderrapporteur Toll Julfe, mij uijt name van den stadsvoogt be„ kent maken, dat sijn Ed:e tot het omsetten van SE. Comp=s verbleevene restanten op gisteren de vereijste permissie van't hoff ontfangen had, en dat op morgen een begin met d'ontpakking zou gemaakt werden, ten welken Eijnde bonggoisen op 't Eijland zoude koomen, waar op ik hem Patsjemon afvraagden of nu alde restanten soude omgeset werden, daar hij op antwoorden, belangende de pondwaaren van Ja. maar dat den verkoop omtrend d' stuk goederen zoude geschieden gelijk in anno pass=o maar voor een gedeelte, dog off het overrige nog voor de komst der scheepen, zou affgelevert werden; en konde hij niet verseekeren, zo als sij meenden heen te gaan versogt ik haar den heer gouverneur mijne dankbaarheid voor de gedane Communica„ tie aff te Leggen, dat sij aannaamen te sullen doen. — 3. ' van daag zijn er eenige Cassen en packen met bengaalse & Cormandelse Stuk goederen ontpakt en gestapeld. heeden: Maaij 1972 1 Japan ten Comptoire 4. heden sijn alle de balen met Pannij zijde ƒ aan de Jaxance Cooplieden afgelevert, als mede hebben die handelaars d'ontpakte stuk goede„ ren bezigtigt Op de middag komt den dwarskijker Fatsjemon uijt ordre van den keijserlijken rentmeester sacquemon donne mij afvragen off ik in holland wel swarte varkens die geheel swart waaren, gesien had, daar ik hem opantwoorden dat zulx aldaar niet vreemds was en dat er genoeg van die zoort te bekoomen waren; waar op hij ver„ =haalde dat de heer sacquemon bij de Chineesen ook om die beesten had laten vragen, dog dat sijn Ed: deselve daar zo min als hier heeft konnen magtig werden, het geene hem deed vermoeden dat het wel zoude kennen gebeuren, datze in't aanstaande jaar van 's E. Comp„s wegen versogt wierden, also het hoff zeer Ernstig om die beesten geschreeven had, dog ten welken eijnde zulx geschieden betuijgden hij niet te weeten vragende met eenen of men die op Batavia wel konde krijgen, 't geen ik hem zeijde omtrend de hollandse niet te weeten, maar dat men somtijd wel Chineese sortering zou konnen magtig werden 't welk hij heenen gaande seijde de heer sacquem te zullen aandienen. 6. : In dese dagen niets anders voorgevallen als dat den 7. sonder rapporteur Tolk Jusefe mij den 5' quar 8: aanseggen dat de goederen niet eerder dan op de 9112:' zoude affgelevert werden, vermits de bongjoisen dagelijks op 't Chineese Eijland moesten weesen; waar op hij verhaalde gehoord te hebben dat het opper„ „hoofd op de ordinaire audientie dag geen gehoor bij den vorst bekoomen had vermits het sterfva van smajesteijds groot moeder op dien dag voorgevallen was waarom het zelfde tot 't Eijndigender rouw dagen zoude uijtgesteld w =sen, dog also de ordinaire post nog niet gekomen was, konde hij taalsman het nog niet anders als voor loose gerugten aanmerken, 't ge# te wenschen is dat van geen waarheijd mag gevolgt werden, alsoo sijn E: anders wel bij de twee maanden lang in Jedo zal moeten vertoenen dat de reijs ongelden merkelijk zou koomen Mai Le. 9 A„o 1741. 5:

NL-HaNA_1.04.02_2517_0917 view scan ↗

English

Nangasachij. May Anno 1741: to confirm, which story was later told to me by several others. 10. The under-reporter interpreter Jutsfe, being with me today, I asked him whether regarding his account of the 5th of this month any further news from Jedo had yet arrived; to which he replied that a private courier of the merchants had arrived, who reported that the Opperhoofd, when he departed from there on the 4th of their sanguats or on the 19th of the past month April, had not yet obtained an audience before the monarch, but whether such might have happened on the 15th, being the last day of the said month, he could not say for a certainty; which account seems to me to corroborate the rumors noted down earlier, since according to this report His Honour has already spent six days past the ordinary audience day in vain. 11. In the forenoon the under-reporter comes to make known that, on account of the heavy rain which has now continued for 3 days, no goods would be delivered tomorrow, but that the day after tomorrow, if the weather permitted, some pieces would be selected for the Lord Governor. 12. Nothing occurred. 13. After both the warehouses, the Lelie and Doorn, were unsealed and opened by the bongjoisen, I immediately had them inspected, the first-mentioned warehouse being entirely fine, but in the last-mentioned one it was found that the rain beating in from outside had run down along the wall, upon which I immediately ordered the Dutch carpenter to inspect the named warehouse from the outside to discover the source thereof, who reported that he could see nothing other than that the rain was driven by the wind from below between the roof ribs and the wooden sleeper upon which they come to rest, and that the boards nailed around the warehouse from the outside were all still good and sound, so that I had to let the matter rest, as it was impossible to remedy anything about it, no other damage having been caused thereby to the Company's goods than that one armozeen had become somewhat wet, which I, with the prior knowledge of the bonggoisen, immediately had carried into the garden, and furthermore ordered that no goods be placed on that side so that in such events one might be protected from damage to the Honourable Company's merchandise; furthermore, some pieces of goods were delivered for the Lord Governor. 14. Today the goods that were designated by the Japanese for the present sale were delivered to the merchants. 15. Nothing happened. 16. Today received a letter from the Opperhoofd from Jedo, in which His Honour made known to me that which was recorded on the 28th of the past month, as well as that no audience would be granted on the ordinary day on account of the illness of His Majesty's step-grandmother, but when such will take place His Honour had not yet been notified. 17. The reporter interpreter Jukfe comes to make known to me today that he had received a letter from a good friend from Osacca, in which it was mentioned that the Opperhoofd had obtained an audience on the 30th of April and a farewell before the monarch on the first of this month, and that His Honour had departed from the imperial capital Jedo on the 9th thereafter; may the Almighty grant that the Opperhoofd may meet with no further adversities on the journey hither, so that the Honourable Company may be spared further burdens regarding travel expenses beyond those already caused by the long stay in Jedo. 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24. During these days nothing else occurred except that on the 18th we dispatched a letter to inform the Opperhoofd of what had happened since my last writing of the 14th of the past month, and the arrival of the feudal lord of Caros in Nangasackij on the 22nd to announce his departure for the court to the city governor, as well as the arrival of a wankang from Nanking on the 23rd. 25. The under-reporter interpreter Jukfe told me today, among other things, that he had heard that a letter from the court was expected, in which it was said to be ordered that no more than 20 Chinese junks would be admitted for trade annually, which account was confirmed by an apprentice whose brother is an interpreter of that nation, though whether such was the truth and for what reasons the reduction of those traders was to take place, they declared not yet to know. 26, 27, 28, 29. Upon my continuous insistence both in these and the preceding days concerning the repair of the remaining dilapidated warehouses and dwellings, I could obtain no other answer from the reporter interpreters than that which is noted down concerning this from the 16th to the 27th of the past month, with the addition that I need not be anxious concerning the progress thereof, so that according to the nature of that nation it will again come down to the very last moment, against which nothing else can be done than to arm oneself with patience. 30. In the morning several barks of the feudal lord of Satsuma appeared here, bringing along all the rescued Chinese and a few goods from a junk that in anno stantij had run aground due to a storm on the island Fioga, belonging to the said province. 31. Nothing worthy of note happened. June. 2. Nothing occurred. 4. Towards noon both reporter interpreters come to give me the cargo of the wankang that arrived on the 23rd of the past month, consisting of: 9800 cattis raw Chinese silk 986 pieces white gauzes 15 pieces red damasks 1039 pieces paentjes of assorted kinds 1720 pieces gilangs of the same 180 pieces pelangs of the same 140 pieces Chinese colored cloths 154 pieces black velvets 320 pieces

Dutch transcription

Aangasachij. Maij A„o 1741: te verswaaren welk verhaal mij naderhand door meer andere gedaan is. 10. ' den onderrapporteur Tolk Jutsfe heede bij mij wesende vraagde ik hem offer aangaande sijn verhaal van den 5. ' deser nog geen nader tijding van Jedo was gekomen; daar hij op antwoorden een particuliere post van de Cooplieden te sijn g'arriveert, die verhaalt heeft dat het opperhoofd doen hij van daar vertrok op den 4. ' van haar sanguats off ten 19. ' van de gepasseerde maand april nog geen Audientie voor den vorst bekoomen had, maar off zulx de 15:' sijnde den laatste van gem: maand zou geschied sijn kon hij voor geen waarheid zeggen welk verhaal mij de voorheenen ter nedergestelde ge„ „reugtens schijnde te sullen bewaarheeden, alsoo volgens dit berigt sijn E: al ses dagen over d'ordinaire audientie dag vrugteloos heeft door gebragt. 11. ' in d' voor de middagh komt den onderrapporteur bekent maken dat 'er om de swaare reegen die nu 3. dagen gecontinueerd had op morgen geen goederen zoude aff„ gelevert, maar dat er op overmorgen soo het weer het toeliet eenige stucken voor den heer gouverneur zullen uijtgesogt werden. 12. ' niets voorgevallen. 13: na dat de beijde pakhuijsen d' Celijen Doorn door bongjoisen waren ontsegeld en g'opend, liet ik ten Eersten deselve visenteeren sijnde het Eerst gem: pakhuijs nog alles wel, maar in laast gem:e bevond men dat den regen van buijten ingeslagen bij de muur was neder geloopen, waar op ik den hollandsche timmerman ordineerde ten Eerste genoemde pakhuijs van buijten te besigtigen, om na den oorspronk daar van te verneemen die voor rapport bragt dat hij niet anders heeft kunnen sien, als dat de regen door de wint van onderen tusschen d' dakribben, en de houte legger daar deselve op komen te rusten, was door gedreven, en dat de planken die om het pakhuijs van buijten aangespijkert sijn nog alle goeden wel waren, so dat ik het zoo moest laaten be„ =rusten, dewijl het onmogelijk was daar aan iets te kunnen verhelpen, sijnde geen andere schaade daar door aan 's Comp=s goederen veroorsaakt als dat een armoz: wat nat geworden is, die ik met voorkennis. d „ - den e ie der en werden lquem tijd de en : er va n eld 10 en rs de 1973 113. A„o 1741. Japan ten Comptoire Maij voorkennis der bonggoisen ten Eersten in de tuijn heblaten dragen ordonneerde verders geen goed =ven aan die kant te leggen om bij zulke toeva voor schaade aan 's E: Comp=s Coopmanschappen bevrijd te sijn; vorders zijn er eenige stuk goederen voor den heer gouverneur affgegeven. 14'. van daag sijnde goederen die door de Japanders voor den Tegenswoordigen verkoop geschikt zijn, aan aan de Cooplieden affgelevert. — 15. ' niets gepasseert. 16. ontfangen heeden een brieff van het opperhoofd uijt jedo. waar in zijn E: mij 't op den 28. der gepasseerde maand ter neder gestelde bekent maakte als mede dat er geen gehoor, om d' siekte van s'majesteijds stieff groot moeder op de Ordinaire dag zoude verleend werde maar wanneer zulx geschieden zal was sijn E: nog niet aangesegt 17.:' den rapporteur Tolkjukfe komt mij heeden be„ =kent maken dat hij van een goed vrund schrijvens uijt Osacca bekoomen had, waar in vermeld stond dat het Opperhoofd op den 30. ' April audientie en den eersten deser affscheijd voor den vorst Erlangt had en dat sijn E: op den 9. daar aan uijt de keijserlijke hoofd stad Jedo was vertrocken, den almogende geeve dat het opperhoofd geen verdere tegenspoede op de herwaarts reijse moge bejegenen, op dat d'E: Comp=e voor meerder beswaaring omtrend de reijs ongelden als 'er bereets door 't lang verblijff in Jedo zijn veroorsaakt mag bevrijd blijven. — 18, geduurende dese dagen niet anders voorgevallen als dat 19. .' op den 18. ' een brieffje ter bekentmaking van het 20'. gepasseerde 't sedert mijn Laatste schrijvens van de 21. 714. der gepasseerde maand aan 't opperhooft hebben 22:' afgesonden, en de aankomst van den Landsheer van 231: Caros in Nangasackij op den 22. ' om aan den Steede 24: voogt sijn vertrek na 't hoff bekent te maken, mitsg „ders de komst van een wankang van Nanking op den 23. ' — 25. ' den onderrapporteur Tolk Jukfe verhaalde mij heeden onder andere gehoord te hebben dat 'er schrijvens van't hoff verwagt wierd, waar bij g'ordonneerd stond te werden.) 1147: Nangasachij. A„o 1741.— Maij werden, dat 'er jaarlijx niet meer dan 20: Chineese jonken ten handel g'admitteerd zouden werden, welk verhaaldoor een leerling wiens broeder een tolk van die natie is, bevestigt wierd, dog off zulx waarheijd was en om wat redenen, de vermindering van die han„ „delaars stond te geschieden, betuijgden zij als nog niet te weeten. 26:': op mijn Continueele aanhouding zo in dese als voorige 27.:' 7 dagen wegens de reparatie der nog resterende bouvallige 28:': pak en woonhuijsen heb ik van de rapporteur Tolcken 29. ' : niet anders ten antwoord konnen bekomen, als het geen dien aangaande van den 16: ' tot den 27. ' der vergangene maand staad genoteerd met bijvoeging dat ik wegens den voortgang daar van niet behoefde ongerust te weesen, so dat het volgens den aard van die natie weder tot op het laatste zal aankoomen, waar tegens niet anders te doen valt als zig met gedult te wapenen. — 30. ' in de morgenstond verscheenen alhier verscheijde barcquen van den Landsheer van satsuma mede brengende alle de geborgene Chineesen en wijnig Coopmansthappe van een jonk dat in Anno stantij door Storm oE 't Eijland fioga onder gem: landschap hoorende was koomen te stranden. 31. niets noteerens waardig gepasseerd. — Junij. 2. ' niets voorgevallen 4. Tegens de middag komen de beijde rapporteur tolken, mij opgeven d' Carga van het op den 23. ' der gepasseerde maand aangekoomene wankangh bestaande in. — 9 800. catt=s ruwe Chineese zijde 986. pees witte gaasen 15. „. roode damasten 1039. 4. pantjes in soort 1720. „. gilangs „. _=o 180. „. pelangs „. __o 140. „. Chineese gecouleurde Cakenen 154. „. _„o swarte fluweelen 320: p=s 1974 115 15 en en van d

NL-HaNA_1.04.02_2517_0920 view scan ↗

English

Anno 1741: Japan at the Factory June 320 pieces red sitkleeden 350 catties chopped silk 4 catties calumbac 70 catties radix ginseng 10 catties camphor baros 200 catties eaglewood 100 catties cardamom 400 catties cachou 2 bales namrater 6 bales bark of areca 23700 catties spelter 19500 catties candy sugar 38500 ditto common quality 11000 catties powder ditto best sort 24000 catties alum 1600 catties radix China 1523 catties wild cinnamon 900 catties blueing 220 catties earth for the glazing of porcelain 800 catties oil 7648 catties medicinal roots as well as herbs Shortly after their departure the said interpreters came to deliver to me a letter from the Opperhoofd, by which His Honour made known to me his experiences in Jedo, as was noted on 17 May according to the account of the sub-reporter interpreter Jukse, as well as the troublesome questions of various inquisitive Japanese regarding various herbs, trees, and animals. 5. Nothing occurred, except that on the 5th five Japanese, among whom is a priest, were taken to prison for theft, and the delivery of 3 bottles of Spanish wine from the Company's dispensary to the chief interpreter Mangiro for the retired town reporter burgomaster, who sent to make a request to me for it on the 7th. 6. 7. 8. 9. 10. The sub-reporter interpreter Jukse comes to give me an account today of what goods from the junk, as was noted on the 30th of the past month, have been brought here with the barques of the Lord of Satsuma, consisting of: 2725 pieces assorted gilangs 5400 pieces flowered pantjes 1110 pieces white gauzes 360 pieces Nagasaki June 360 pieces pelangs 170 pieces black damasks 800 pieces red sitkleeden 1053 ingots spelter 6500 catties alum 1800 catties candy sugar 4700 catties powder ditto 1250 catties cardamom 500 catties cachou 30 catties bark of areca 1980 catties medicines, both roots and herbs The said interpreter said further that the said vessel, according to the report given thereof by the Chinese to the Lord Governor, had departed on 5 February from Ningpo manned with 64 heads, and eight days thereafter was stripped of rudder and spars by a heavy storm, having drifted helplessly at sea until 7 March, the wreck had run aground in the mud at the island Dioga, from where the Chinese, after having salvaged as much merchandise as possible and burned the junk which could not possibly be pulled out of the mud, had arrived overland with the said number of heads to Satsuma, and subsequently on 30 May here with the barques of the territorial lord. Since the departure of the Opperhoofd, according to the statement of the said interpreter, no more than two junks departed from here on 15 March, which between the two of them, besides some dry provisions, have exported 2000 chests of bar copper. In the evening at seven o'clock the chief reporter interpreter Thisemon comes to hand me a letter from the Opperhoofd, wherein His Honour makes known to me his arrival on the 7th of this month at Kokura. 11. Nothing occurred. 13. Towards noon the two commissioned Upper Banjoosts with their usual train of Under Banjoosts, interpreters, apprentices, etc., appeared here on the island. At 2 o'clock I received report that the Opperhoofd was approaching, whereupon, after paying the usual compliments to the Upper Banjoosts, I walked with the Dutchmen present here to the land gate, where after half an hour's waiting I had the fortune to receive His Honour and accompanying friends in good health, and subsequently to escort him to his residence, where I handed over to His Honour the keys of the Honorable Company's warehouses and the necessary papers. Wednesday 1975 1 where are pieces heads the 30th of brought Anno 1741 Japan at the Factory Being congratulated by the college of interpreters on my arrival, this being the adjacent declaration, spoke with them about the bad condition of the buildings. Wednesday 14. This morning the Ottona, ward cross-viewers, and interpreters came to congratulate me on the accomplished court journey and declared that they were very satisfied with the conduct of the Junior Merchant Sijbrand Hoomis and the other friends who remained during my absence, about which I showed my satisfaction and thanked those friends both for their polite congratulations and for the assistance rendered since my absence to the Junior Merchant Hoomis. Subsequently changing the subject of discourse, I expressed my regret that since my departure for Jedo nothing had been done to the remaining dilapidated warehouses and residences, whereas they had promised that the same would be made or repaired before my return here, to which the said company replied that they had represented this several times both in the past and the current year in my name to the Governor, but that His Honour had as yet given no orders. Nagasaki Anno 1741 The Lord of Hizen comes to take over the Imperial guards from the Lord of Chikuzen. June orders regarding that matter, but that I should not be anxious about the progress of that work, as they did not doubt that it would take place before the arrival of the ships, with which good hope one must await the time with patience again. The sub-interpreter Sukse reported to me that the Lord of Hizen came into Nagasaki yesterday afternoon to take over the Imperial guards from the Lord of Chikuzen. 15. Thursday. 16. Friday. Towards evening one Chinese junk and a sampan were seen towing toward the Papenberg. Departed: a junk and sampan. 17. Saturday. This morning the chief reporter interpreter Kisemon related to me that news had arrived from Jedo that in the heat 1976 119

Dutch transcription

A„o 1741: Japan ten Comptoire Junij 320. p=s roode sitkleeden 350. Catt=s gesneede zijde 4. „. Calumbak 70. „. wortels niesie „. Camphur baros 10. 200. „. aguilhout 100. „. Cardamom 400. „ Caatchoon 2. balen namrater 6. _=o bast van arreek 23700: Catt=s spiaulter, „. candij zuijker 19500. _„o gem C=t 38500. „. poeder — „. __o _=o beste soort 11000. 24000. „. aluijn 1600. „. radix China 1523. „. wilde Canneel 900: „. blauwsel 220: „. aarde tot het verglasen van porcelijn 800: „ Olij 7648: „. soo medicijnen wortels als Cruijde kort na haar vertrek quamen gem:e Taalslieden mij overhandigen een brieff van 't opperhoofd, waar mede sijn E: mij desselfs wedervaaren in Jedo /:als op den 17. ' maij volgens verhaal van den onderrapporteur tolk jukse genoteerd staad bekent maakte, mitsgaders de lastige vraa poincten van diverse nieuwsgierige jaxanders over verscheijde kruijden boomen en gediertene. 5..: niet voorgevallen als dat er op den 5. ' vijff japand=rs waar 6: waar onder een paap is overdief stal in de gevankenis sijn 7. ' } gebragt, en 't afgeven van 3. bottels spaance wijn uijt s' Comp=s 8: : dispens, aan den oppertolk mangiro, voor den affgegane stads rapporteur 9. ' ;: borgermeester die mij daarom heeft laten versoeken op den 7=en 10. ' den Onderrapporteur Tolk jukfe komt mij op heeden opgeven wat goederen dat 'er van et jonk / als op den 30 van vergange maand genoteerd staat:/ met de barcquen van den Landsheer van Patsuma alhier sijn aangebragt bestaande in. 2725. p=s gilangs in zoort 5400. „. gebloemde pantjes 1110. „. witte gaasen 360p=s Nangasachij Junij. 360. p„s pelangs 170. „. damasten swarte 800. „. roode sitkleden 1053 schuijtjes spiaulter 6500. Catt=s aluijn 1800: Catt„s Candij suijker 4700: 1. polder _=o 1250: Catt=s Cardamon 500: „. Caatchiouw 30: „. bast van Arreecq 1980. „ medicijnen so wortels als Cruijden gem: Taalsman sij verders dat gem: vaartuijg volgens, daar van gegeven Relaas door de Chineesen aan den heer gou„ =verneur op den 5.: ' feb=r bemand met 64. coppen van sapho was vertrocken, agt, dagen daar na door een swaare storm, van roer en rondhouten beroofd sijnde, tot den 7. ' maart reddeloos in zee gedreven hebbende het vrak aan 't Eijland Dioga in de modder vast geraakt was, waar van daan de Chineese (na soo veel Coopmanschappen als doenelijk ge„ borgen en't jonk dat onmogelijk uijt de modder konde gehaald werden verbrand te hebben:/ met de gen: getal: Coppen overland tot Satsuma en vervolgens op den 30. ' Maij met slands-heersbarcquen alhier aangekoomen waar en Sedert 't vertrek van 't Opperhoofd sijn er volgens opgaaff, van gem: tolk niet meer dan twee Jonken op den 15. ' Maart:/ van hier vertrocken die met den anderen buijten Eenige drooge Eetwaaren vervoekt hebben 2000: kisten staaffkoper Savonsom seven uuren komt den opperrapporteur tolk thisemon mij een brieff van 't Opperhoofd ter hand stellen daar inne sijn E: mij desselfs aankomst op den 7. deser tot hokora bekent maakt; 11:' niets voorgevallen 13:' tegens de middag verscheenen alhier de twee gecommitteerde Opper— „bongjoisen met haare gewoone stoet van Onderbongjoisen Tolken, leerlingen &=a op 't Eijland, om 2: uuren kreeg ik berigt dat het opperhoofd in aantogt was, waar op ik na 't afleggen van de gewoone Complimenten aan de Opperbongjoisen met de hier sijnde nederlanders na de landpoort stapte, alwaar na een halffuur toevens het gelijk had van sijn E: en bij hebbende vrienden in gesontheid te ontfangen; en ver„ „volgens tot op desselvs wooning te begeleijde, alwaar ik sijn E: de sleutels van 'sE: Comp=s pakhuijsen ende nodige papieren overhandigden. Woensdag 1975 1 - waar sijn p=s Co den 30 van gebragt A„o 1741 Japan ten Comptore werden van 't tolcquen Col„ legie met mijn aankomst vergelukt dis de nevenstaande betuij„ „ging doen gespeek met deselve over de slegte gesteldheid der gebouwen Woensdag 14. ' van desen morgen quamen mij Lottenaar dwarsshijkers en Tolken met d' gedaane hoffrij vergelucken en betuijgde dat sij overt gedrag van den onder coopman Sijbrand Hoomis en verdere verblevene vrienden gedurende mijn absentie zeer voldaan waaren, waar over mijn genoegen Liet blijken, en bedankten die vrunden zo voor haar beleefde geluk wenschingen als de beweesene hulpe zedert myn affweesen aan den ondercoopman Hoomis; vervolgens van discours veranderende betuijgden ik mijn feetweesen dat er zedert mijn vertrek na Gedo niets aan de nogh resteerende bouwvallige pak en woonhuij„ sen was geschiet, daar zij lieden belooft hadden dat deselve voor mijn te rug komst alhier gemaakt off gerepareert zoude weesen, waar op gem: geselschap antwoorden dat zij zulx verscheijde malen zo in 't gepasseerde als tegenwoordige jaar uijt mijn naam aan den gouverneur hadde voorgedragen, maar dat sijn Ed: nog geen ordre. „ E Nangasackij.— A„o 1741:— van die v: siquiseen over„ den landsheer van fiseen Junij ordre daar omtrend gegeven hadde, dog dat ik omtrent de voortgang van dat werk niet ongerust moest weesen vermits zij met twijffelde off 't zelve zoude voor de komst der scheepen geschieden, met welke goede hoop men den tijd met gedult weder moet afwagten. den Ondertolk Sukfe berigten mij dat den Landsheer van fiseen gisteren na de mid„ komt de keijserlijke wagt =dag in Nangasachij was gekoomen om de „neemen keijserlijke wagten van den Landheer van Siquiseen over te neemen. 15: Donderdag Vrijdag 16. Tegens den avond zag men een Chineese Jonk en een wankang na de papenberg vertrocken boegseeren. — een jonk en wankang Saturdag 17. ' van desen morgen verhaalde mij den opperrapporteur Tolk kisemon dat er tijding van Jedo gekomen was Dat in hete 1976 119

NL-HaNA_1.04.02_2517_0924 view scan ↗

English

Year 1741. Japan at the Factory. June. An Imperial Inspector is expected to arrive in Nangasackij to conduct an investigation regarding the administration of the present Governor. The bark has arrived before the island. At the end of the other month an Imperial Inspector was expected to arrive here, to investigate on behalf of the Court whether the currently governing Governor Coubota Fiseen no Cammij Samma has in everything observed his duty during his administration; which causes the Japanese to believe that the said Governor Coubota Fiseen no Cammij Samma will not return to Nangasackij, over which they, as well as the Chinese, show much joy. Sunday, 18. This morning at ten o'clock the large bark, wherewith the presents and baggage were carried to Osacca, came to anchor before this island. Monday, 19. Before noon the assistant reporting interpreter came to give me an account of what was carried off with the Chinese vessel. Year 1741. Nangasackij. The 16th of this month departed Chinese junk and wankang, consisting of: What was carried off with two Chinese vessels: 1. Junk to Nanking with chests of copper: 880. 1. Wankang to ditto: 880. Amounting together to chests of copper: 1760. Having taken nothing else besides the said copper other than, for the first-mentioned, in silver money f 95:1.-, and the latter f 95:-, as well as dried cuttlefish and some trifles. Tuesday, 20. Towards evening the head interpreter Tosabro came to inform me in the name of the Lord Governor that the bark that arrived yesterday will be unloaded tomorrow. The bark will be unloaded tomorrow, but on June. Wednesday, 21. Early in the morning the said Tosabro came to inform me that, because the bongjoisen had to be on the Chinese island this day, the unloading of the bark was postponed until tomorrow; which was again postponed. Thursday, 22. This morning at nine o'clock appeared and today done. Year 1741. Japan at the Factory. June. Settlement with the interpreters concerning the travel expenses. The delegated bongjoisen on this island, and shortly thereafter the water gate was opened and the large bark unloaded. Subsequently, I received the visit of the head bongjois Toccaja Siemon Samma, who once again came to congratulate and thank me that everything had proceeded so amicably on the Court journey; which gentleman, after having enjoyed some glasses of Spanish wine and anise for joy, departed very satisfied for the city. Friday, 23. This morning the interpreters Tosabro and Simpats came with some clerks who also went to Jedo, to make the final settlement concerning the travel expenses; whereupon, the specification book being closed, I found that the presents given this year in Jedo, Miaco, Osacca, as well as elsewhere, amounted, at the average purchase price, to Nangasackij. June. Amount to: f 12812: 2:5 | 44865:2:- And the expenses incurred thereon amount to: 11392: 3:5:3 | 39871:4:8 Amounts together: ps 24204: 5:7:8 | f 84736:6:8 In anno passato the same amounted to: 24215: 4:4:3 | f 84774:7:- Which this year with the presents' purchase price amount to less: Consequently this year less: ps 10: 8:6:5 | f 38:-:8 Which decrease has its origin in the travel expenses, which in the following will be shown more extensively, the reasons thereof, for the same this year have turned out to be less: ps 65: 6: 1:4 | f 229:13:- On the other hand, the present-giving costs the Hon. Company more, because one more Osacca Governor was presented with gifts, to the amount of: ps 40: 8:-:- | f 142:16:- To which is added what this year on the distribution of the presents was taken down: ps 13: 9:4:9 | f 48:16:8 Amounting to: ps 54: 7:4:9 | f 191:12:8 Comes, as said above, on the whole this year less: ps 10: 8:6:5 | f 38:-:8 That the travel expenses this year turn out to be a sum of ps 65:6:1:4, or f 229:13:-, less than the past year is shown by the comparison below, caused Year 1741. To Year 1741. Japan at the Factory. Which is further shown by comparison to be, as: June. This year: More | Less At the unpacking of the presents: ps 4: 4: 1:- | For a norimon: | ps 81: 6:-:- For the repairing of Court journey goods: | ps 60: 1:-:- From Nangasachij to Osacka, because one was not subject to any misfortunes on the short land route, as well as spent for purchasing provisions, etc.: | ps 35: 8:1:3 In Osacca, for what was consumed more, because one more Governor was presented with gifts, and some repairs were done to the Opperhoofd's norimon, etc.: ps 84: 2: 2:- | On the great highway on the upward journey, because one was delayed half a day longer because one could not cross the river Oijgawa, expended: ps 20: 4:-:- | Expended by the clerks of the interpreters from Osacka to Jedo: | ps 1: 3: 2:- In Jedo paid to the landlord for 13 days' longer stay there, besides some further trifles: ps 300:-: 1:6 | On the great highway on the return journey, because the same was done three days shorter than anno passato: | ps 129: 2:-:- Expended by the interpreters and their clerks from Jedo to Osacka: | ps 19: 7: 3:- For provisions purchased both before and on the water journey: | ps 25: 9: 5:- For what was consumed less from the Hon. Company's provisions, etc.: | ps 24: 1: 1:- Counts together: ps 409: 0: 4:6 | ps 357: 4: 3:2 The less subtracted from the more: ps 409: 0: 4:6 Comes, as said before, the travel expenses to amount to less: ps 65: 6: 1:4 From which is again subtracted what the present-giving amounts to more than anno passato: ps 54: 7: 4:9 Comes, as mentioned, on the whole less: ps 10: 8: 6:5 The reasons for the increase of the gifts presented and the expenses incurred thereon having been shown in this manner, as was reported.

Dutch transcription

A„o 1741: Japan ten Comptoire Junij Een keijserlijke dwarskijker staad in Nangasackij te komen om ondersoek te doen weg=es de regering van den tegenwoor„ „digen gouverneur d' bark voor 't Eijland ge„ arriveert het Laatste van d' andere maand een keijser „lijke dwarskijker alhier stond te koomen om van weegen het hoff te ondersoeken off den thans Regerenden gouverneur Coebas Piseen no-Cammi Samma geduu¬ „ende zijn regeeringe in alles zijn pligt betragt heeft, 't welk de jaxanders doet denken dat gem gouverneur Coubota Fiseen no Cammij Samma niet weder te rugh in Nangasachij zal koomen, waar over deselve mitsgaders de Chineese Zee veel vreugde betoonen. Sondag 18. van dese morgen om tien uuren quam de groote barck daar de Schenkagie en bagagie mede na Osacca gevoert sijn vo dit Eijland ten anker Maandag 19. ' Voor de middagh quam den onderrappor„ „teur Tolk zulfe mij opgeven 't vervoerde met de op den. A„o 1741: Nangasackij. den 16. ' deser vertrockene Chineese Jonk het vervoerde met twee en wankang, bestaande in. Chineese vaartuijgen 1. jonknananking met kisjes koper 880. — 1. wankangna _„o „. _=o _„o 880. — bedragende te samen kiejes koper 1760: — hebbende buijten gemelde koper niets anders mede genomen dan d' Eerstgemelde aan silver geld ƒ 95:1. — en de Laatste ƒ95: mitsgaders gedroogde zee katten en Eenige klenigheeden. — Dingsdag 20. ' tegens den avond quam den Oppertolt Tosabro mij uijt naam van den heer gouver„ =neur bekent maken dat d'opgisteren de barcq salmorgen g'arriveerde barcq morgen zal gelost werden gelost werden dog op. Junij Woensdag 21. des morgens vroeg quam den gem: Tosabro mij berigten dat vermits de bongjoisen dat wader uijtgesteld is van desen dag op 't Chineese Eijland moeste weesen, 't ontlossen der barcq tot morgen uijtgesteld, was; Donderdag 22. ' van dese morgen om negen uuren verscheenen ten. 1977 121 00 22 122 A„o 1741. Japan ten Comptoire e en heden geschiet Junij afreecken„ met de tolken wegens d' rijs ongelden ten desen Eijlanden gecommitteerde bong„ joisen en kort daar na wierd de water„ „poort g'opent en de groote bark gelost vervolgens kreeg ik 't besoek van den opper„ bongjois Toccaja Siemon Samma die mij nogmaals quam vergelucken en bedanken wegens dat alles zo vriendelijk op de hoff reijse was toegegaan welke heer na dat 6 van vreugden Eenige glaasjes Spaance wijn en Anijs genuttigt hadde seer ver„ „genoegt na de Stad vertrok Vrijdag 23. ' heeden morgen quamen de Tolken Tosabro en Simpats met eenige schr vers welke mede naar Jede zijn geweest voor het laatste wegens de reijs ongelden aff reekenen waar na 't Specificatie boekje gesloo„ ten sijnde bevond ik dat de geschen„ ken desen Jaare zoo in Tedo, mial Osacca, als Elders gedaan, met den anderen uijtkoops prijs quamen te Nangasackij. — . . . . . . ƒ 12812:—2:5 4865:2— Junij te bedragen En de daar op gevallene ongelden beloopen. . . . . . . . . . „. 11392: 3:5:3: 39873:4:8 bedraagt te zamen. . . . . ps 24210: 3: 7: 8: ƒ 84736:6: 8: yn anno pass„o believen deselve „ 24221: 2:4:13 ƒ 8474:7:—: die dit haar met de geschenken uijtkoops minder beloopen over zulx dit jaar minder ƒ 10: 8: 6:5: ƒ 38: —:d: p:s 10: 8:6:5 sto ƒ 38—:—8— welke vermindering sijn oorspronk heeft door de reijs ongelden 't geene in 't vervolg breeder staat aangetoond de redenen daar van te werden, want deselve dit haar minder zijn koomen te vallen. . . . ps 65: 6: 1:4 ƒ 229:13:—: daar en tegen komt de schenkagie d'E: Comp:s hooger te staan, ver„ „mits 'er een Osaccase gouverneur meerder beschonken is ten be„ dragen vaan ƒ 40: 8: —: —: ƒ 142:16:— waar bij gevoegt werd 't geene desen jaare op de verde„ „ling der geschenken„ neerd„s genomen i ƒ r 3: 9: 4: 9: ƒ 48:16:8 191: 12:8 54:7:4:9: ƒ komt als boven gesegt op 't ge„ 38: —: 8. 10:8: 6:5ƒ heel dit haar minder . dat de rijs ongelden desen Jaare een Somma van ƒ 65:6: 1:4- off ƒ229: 13:— minder komen te beloopen dan het gepasseerde blijkt 1 bij het hier onderstaande vergelijk veroorsaakt A„o 1741 te 1978 123 3 A„o 1741: Japan ten Comptoire dat nader bij vergelijk aange„ Junij te weesen als. dit jaar meerderE minder bij 't afpacken der schenkagie - - - - - - p 4: 4: 1:— voor een norimondt - - - - - - - - - - - ƒ 81: 6:—: „. 't repareerender hoffrijs goederen - - - - - - - - - - - „ 60: 1:—: van nangasachij tot osacka vermits men geen tegen„ „spoeden op de korte Landweg Onderhevig is geweest als mede wegens 't inkoopen van provisien &=a uijtgegeven. . . . . Jn Osacca wegens 't meerder verbruijkte also er een gouversneur meerder beschonken en Eenige reparatie aan 't Opperhoofds novi„ mond &=a gedaan is. . . Op de groote landweg in de opreijs door dien men een halven dag langer verlet heeft om dat men de rivier b: J: gauwa niet konde passeeren uijtgege„ . . . . „. 20: 4:—:— ven. . . - . . . . . . . door de schrijpers der tolken van Osacka tot Jedo uijtgegeven - - - - - - - ƒ 1: 3:2: Jn Jedo aan den huijswaard voor 13. dagen langer verblijff aldaar, benevens eenige ver„ =dere klenigheeden betaald - - . . „. 300: —: 1:6: Op de groote landweg in de affreijse alsoo de„ =selve drie dagen korter dan anno pass„o is geschied - - - - - - - - - „ 129: 2: —: door de Tolcquen haar schrijvers van gede tot osacka uijtgegeven. . . - - - - - - - „ 19: 7:3: voor ingekogte provisien zo voor als „. . . . „. 25: 9:5. op de waterrijs - wegens 't minder verbruijkte uijt sE: Comp:s provisien &=a - - - - - - - - - - - - „ 24: 1: 1: Teld te saamen R. 360:6:3: 8 ƒ. 426: 2:5: Het mindere van 't meerdere getrocken. . . . . . „ 360: 6: 3: komt als bevoorens gesegt de rijs ongelden minder te beloopen ƒs 65: 6: 1: waar af weder getrocken werd 't geene de schenkagie meerder dan anno pass„o komt te bedragen - - - - „. 54: 7: 4: komt als vermeld over t geheel minder ps 10: 8: 6: D'redenen van de meerderheijd der gedane geschenken ende daar op gevallene ongelden in diervoegen aangethoond hebbend - . „ 35: 8:1:3: - - - - „. 84: 2:2 Haa toort werd —

← previousnext →