Inventory 2554
Persia · 1,404 pages · 262 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
2494 Secret Right Honourable, widely commanding Lords. Batavia To his Honour The Right Honourable, severe, highly esteemed Lord Adriaan Valckenier Governor General, as well as the Honourable, highly esteemed Lords Councillors of the Netherlands Indies Right Honourable, severe, highly esteemed, steadfast, valiant, most wise, prudent, and very generous Lords In our general letters of today's date and the last of December preceding to Your Honours, having most humbly informed your Right Honours of the outrages and acts of violence committed against us by the realm, which originate from burdensome claims regarding the sale or loan of ships, and are moreover accompanied by all manner of pretexts and utterly intolerable treatments, from which it appears to us, no matter what detrimental accommodations have been made or will be made to the requests of the regents to preserve a little peace and the conduct of trade, that no speedy improvement for the better is reasonably to be expected, but rather it is to be feared that they will increase more and more over time and thus become even more unbearable; of which intolerable nature is all such indescribable suffering that the Company must endure here almost daily, being the cause of our undertaking most humbly to communicate to your Right Honours the following: that, for the maintenance of the mutual illustrious high esteem of the King and the Honourable Netherlands Company, 2495 which is bound by his Majesty's mandates, and therefore also obliges the regents to esteem it with the utmost respect, regarding all our sad experiences caused by Imomwerdie Chan and his abominable faction, we made a most humble report to his Majesty on the 18th of November of the last past year, and on the 6th of December following (since it was not possible earlier), we addressed that petition to his Highness, the former beglerbegie Mhamet Tackie Chan, to whom we, for the presentation of the same to the King, also did not fail to implore his great influence with respect to your Right Honours' weighty interests, with a sincere declaration that otherwise in these lands, if such treatment were repeatedly and inextricably inflicted upon the Honourable Company, no further stay could be expected for its plenipotentiaries; and by separate accompanying letters we ordered the residents in Isfahan in what manner they had to behave regarding the secret promotion of our petitions, as well as the ruin of the culpable and therein nominally stated regents. And whereupon for the present a royal reply will have to be awaited in order to discern the King's satisfaction, in the hope of the Honourable Company, whether it will be sufficient and satisfactory or not. However, although the British gentlemen certainly enjoy great honour and much more respect for their continuous selling of ships, substantial treatments, gifts, etc., than we do locally—which is very easy for them to do since the ships are surrendered to the realm for well over two times more than they cost—it is nevertheless, in our very humble opinion (expressed under your gracious indulgence), not to be thought that the Honourable Company, so long as his Majesty's firmans are not altered or annulled, here 2496 for the sake of some greater services rendered by the said nation, is obliged to tolerate every sinister design and its executions, along with so many kinds of scorn and insult from a beglerbegie or other regents, and, setting aside the force of the firmans, even be subject to having the law of nations violated. Hoping, therefore, that your Right Honours will kindly look upon our complaint to the monarch with your highly valued approval, and moreover that we may be deemed worthy of the undeserved honour to have you oversee with a gracious eye the accompanying report drawn up on the 14th of this month of the past year by the fiscal of this directorship, Emanuel de Poorter, and Jacob Carelsz, bookkeeper and storekeeper, gathered from the English Agent, Mr. Nathaniel Whitwell, in regard to that violent conduct, yet not without emotion regarding the upcoming consequences; having let slip among other things during that visit that it was finished here, and also what a frivolous and desperate person that Imomwerdie Chan has always been.
Dutch transcription
2494 Secreet E Hoog Edele, wijd gebiedende Heeren. Batavia Aan zijn Edelheijt Den Hoog Edelen, gestrengen, groot agtbaren Heere Adriaan Valckenier gouverneur generaal, midsgaders de Wel Edele, groot agtbare Heeren Raden van Nederlands India Hoog Edele, gestrenge, groot„ Agtbare, Erntfeste, manhafte, Wel wijse, voorsienige, ende seer genereuse Heeren In onse Comuine letteren van hedigen dato en ult:o xber: bevorens aen UW E geweldendarijen wegens scheep vercoop- of leening tewagten is agting tusschen den Coning en T: maatschappij de bedeling ander 't uijk ons aangedane UW hoog Edelhedens onderdanigst hebbende bedeeld, de van 't rijk onsa gedaene affronten en gepleegde gewelden rijen, die uijt knellige praetensien va scheeps-verkopingen, ofte leeningen oirspronkelijk, en boven dien nog ver „dewe seld sijn met allerhande pretexten, i gandsch onlijdelijke behandelingen, van dewelke na 't ons voorkomt, en niet wat voor schadelijke inschickin 18: „gen, tot behoud van een luttels rustn midsgaders drijvinge van handel E aen der regentens versoeken ook ne soo veel beweesen is, off werden Sal, s waarinne geen spoedige vandering ten goede schielijk dog geen beterschap te permo „den, maar eerder te dugten is, hoe nham langs hoe meer te sullen toeneeme ergo ook onverdragelijker werden poo welk genoesachen der onedragelijk alje sulk onbeschrijvelijk lijden bij Kans dagelijx moet ondergaen, Sij d'oirsaeke van ons onderwinden aen Uw hoog Edelhedens in d adventente weegens destondhouding den hoog sen ootmoedigst te Communiceer dat wij tot Standhoudinge vand Weedersijdse Illustre hoogag„ „tinge des Loninx en d'Edele ondragn nederlands 1 2495 per die Chan aangedaen E ren en op6: daar aen dat geschrift aen oordraging by den Coning gesonden nederlandse maatschappije die door sijn majesteijts mandaten verbonden is, en derhalven ook de re„ „genten verpligt, met het allermeeste respect t' astimeeren, van alle ons dwa derorenighaden ons van Imom bedroefd weeder vaeren door Imom werdie Chan en diesabomina„ „blen aenhang, sijne mazesteijt op den 18:' 9ber: des laatst verstreeken 18: gber: aan den Coning daar van verslag Iaars onderdanigst verslag te doen, en den 6:' xber: daar aen /:vermids het selve niet eerder doenelijk ge„ „weest is:/ dat supplicq geadresseert aen sijn hoogheijt, den ouden geweest hoephamedtackie Chan tot verdere sijnde beglerbegie mhamet tackie Chan, aen wien wij, ten voordrage van 't selve aen den Co„ ning ook niet hebben gemangeld dies groot pouvoir ten op sigte van UW hoog Edelhedens gewigte belangens t'imploreeren onder Sin„ „ceere betuijginge, dat andersinds in dese landen wanneer sulke tractementen dEComp: telkens als onafscheijdelijk wierden aengedaen, geen langer per blijf voor derselver volmagten Spahanse residenten gerigt ook hoe daer mede sal moeten handelen haar verhopen van schepen genieten dubbeld betaald werden niet vernietigd werden volmagten konde werden verwagt en met setreet lottenen daar bij aande ordonneerden bij aparte geleijde lette„ ren aen de Spahanse residenten, in welker manier sig moesten gedrag„ ter secreete doorsettinge van onse ver „soekschriften, midsgrs: ruine der Culpad, nogde en daer bij nominatim gestelde regenten en Waar op voor als nog een roijael re „plicq sal dienen ingewagt te werden ten Eijnde des Coninx Satisfactie, al hoop d'EComp: te kunnen ontwaeren, off die genoegsaem en voldoenende weesen sal 't groote respect dat de heeren Erg: door of niet; dan alschoon nu de heeren bri „ten wel groote eere en veel meerder res„ pect over hunne aanhoudende scheep verkoperij, aansienelijke tractement spendatien &:a genieten, dan w' in welk seerlijt voor haar te doe is wijl loco, en 't welke hun ook ligt ente doen vald wanneer de scheepen ruijm 2maal meerder, als Sij kosten aen 't rijk werden afgestaen, Soo is al egter na onse zeer nedrige opinie /:onder gratieuse welduijden gesegd: niet te denken, dat d'EComp: soo gedagten als de Coninglijke bevel schift Lange des malesteijts fermans nit g'altereerd, ofte vernietigd sijn, alhier een van om wel Conin 2496 welsen hoop uw hoog Edelens onsgesz: aan den van de heeren britten med een gunstig oog aanschouwen was, en wat dien Imomwerdie Chan om wat meerder dienst bewijsingen der ged:te natie, alle sinistre toeleg, en dies uijtvoeringen beneven soo veelerleij regel hoonen smaad te verwagten sullen hoon, en smaad, van een beglerbegie, ofte andere regenten, verpligt is te ge„ „dogen, en buijten agter aensetting van de kragt der firmans; selv nog subject, te sijn int Iusgentium geschonden te Coning sullen gelieven te approbeeren werden; hoopende W' ook derhalven dat uw hoog Edelhedens ons beklag aen den monarch goedertierend sullen benig„ neeren, met derselver hoog geschatte goedkeure, en daer benevens nog de onver„ „diende eere gewairdigd te mogen werden, med een gratieux oog t' oversien een hier nevens overgaande rapport door den en tegelijk 'tnevensgaande rappor 't fiscaal deser directie Emanuel de poorter en Iacob Carelsz: boek= en guastoshouder, op den 14:' deser a:o pass:o opgehaald van den heere Eng: agent M:r Nathaniel weid„ Eo „wel, in reguarde van dat violente bedrijf, nogthans niet sonder aendoe„ „ninge der aanstaande gevolgen: onder ook 't Engels hoofd gesegd het hier gedaen anderen sig hebbende in die visite ont„ voor een disperaet menschatijt geweest is vallen laeten, het hier gedaen was, en ook wat dien Imom werdie Chan voor een ligtsinnig en desperaat ƒ
English
treatment with the regents with his soldiers whereby we thought it to have changed from September until the 17th of this month has been presented as a gift has always been a desperate person as being not only the mentioned gentleman of all the sardar's iniquitous tricks which through all our possible indulgence and proven complaisances nevertheless could not prevent his mad passions from being executed upon us also that was an eyewitness to our having been eyewitnesses thereof; but every person was aware of such, at least the practices of the same and the rest, in pride as well as in foolishness outstanding regents, with brought assistance, nevertheless the assistance in favor of him in order and on account of wanting to surprise the copper kettle the bearer of this to surprise the kettle, and have it attacked, by the scum of his robust soldiers, nevertheless having them come from on board we thought on the 19th of September by the having them come from on board of the same, to have changed, and therefore we also pretended not to feel so much distrust any longer as before: he then having this and that requested /: as appears from the general specification arriving herewith according to the specification of that which since the 1st of that which since the 1st of September of the year past until the 17th of this month has been presented as a gift, where goods in the lodge to 3 2497 ƒ5770:12:— which were made known to him by the regent could be brought into the lodge but had to be laid down in front of it goods delivered according to the evidence of these writings amounting together to ƒ3456: 9:8: in, and ƒ5770:12:—: of ransom:/ as well as also the equipage goods brought for the realm also the brought equipage goods for equipage goods then such was made known to him by the King's naib Mhamet Backer Beek /:one of the most refined scoundrels and minion of the old beglerbegi Mhamet Tackie Chan aforesaid / not only made known, but such were notorious and nevertheless the same were not visible by the inability to have the heavy anchors brought into the lodge, ergo having to have them brought for storage on the parapet of the same; and which still remain there with the corresponding anchor stocks in the Company's lodge, but their ropes as well as some other goods have been according to the evidence of the corresponded letters, and given notification for the demanding of their amounts, appearing from the accompanying copy translations of the date the 6th of December arriving replied to the outgoing dated the 17th of November and the 9th of this month so that after the reply of Hattum Chan, 6 no difficulty for their payment needed to make the King was rendered a great service with the delivery to the generals demanded Tackie Chan's inclination according to his writings obtained to the free silk trade which surrender Mhamet Tackie Chan, and the hope that was given to us by Mhamet Tackie Chan upon our letters of the 3rd of May of the past year, indeed presents no difficulty for the payment of those moneys, but rather a good satisfaction will thereby and possibly will prevent; the monarch having been rendered a great service with those goods with that delivery to his blood relatives and former commander having nevertheless been effected, because he demanded the same on behalf of the King and because His Majesty has remained silent, their refusal would have caused a mistrust of the monarch's credit, in respect of the Honorable Company reliance upon his highness we could indeed rely upon his highness Mhamet Tackie Chan's letters of friendship of the 1st of November of the year past and especially those received on the 15th of this month, rely that the King to the Honorable Company through the first-mentioned's favorable intervention that from the King had a mandate /:which he will hand over to us in loco upon arrival and possibly containing:/ for the free trade and export of silk had granted also the further so it appears nothing 2498 received on the 7th of December: in readiness for the construction of a fleet near Bouchier so it seems nothing good is to be expected anymore granted, and concerning the oppressions already extensively described and suffered here, would also bring a royal satisfaction, as having learned everything during the journey here of His Majesty, and having given him knowledge thereof, so that in these matters our complaint being handed over to Mhamet Tackie Chan, his favorable presentation also still stands to be supported, consideration of His Majesty's orders But seeing that it is visibly to be understood, from His Majesty's orders, which arrived to us on the 7th of December of the past year and the 1st of this month, the tricks of the regents, nevertheless were not only covered by him, but on top of that are accompanied by requests for shipwrights and corresponding tools, for the construction of a fleet near Boucheer, which are very difficult, and sine dubio will increase, when the old beglerbegi shall appear here again, so that, however one considers the government of this realm; nothing good, and it is to be suspected all the more, anew it will be insisted upon, to a great
Dutch transcription
handeling met de regenten met zyn soldaten waar door wij dagte verandend te weesen 7ber: tot 17:' deser verschonken is de speraat mensch althoos geweest is als sijnde niet alleen gem: heer van alle des serdaars sijne inique streken die door alle onse possible toegevendheijt en bewesene Complaisances egter niet hebben kunnen beletten, dies dolle Kilk driften aen ons ter uijtvoeringe te brengen ook dat oog getuijge was van onse be daar van oog getuijgen geweest; maar ijder mensch is sulx wustig, althans depractijcq van denselven en de rest, in hoogmoed. soo wel als waarwijsheijt uijt steekende regenten, bij gebragte adsis, egter de „tentie ten faveure van hem omme en weegens de ketel tewillen overompelen brenger deses de ketel te overrom„ „pelen, en bespringen laeten, door 't uijtschot sijner robuste soldaten, egter deselve van boort laeten komen vermeinden wij op den 19:' 7ber: door 't van boord doen komen derselve, ver„ „anderd te weesen, en derhalven gelieten wij ons ook blijken niet soo veel wantrouwen meer te gevoelen als voor heen: laetende hij dan dit, en dat, versoeken /: blijkens nevens desen overkomende generaele Specificatie volgens specificatie van 't gunt sederd p=mo van 't gunt seedert p=mo 7ber: A:o pass:o tot 17:' deser verschonken is, alwaar ken inde voor goederen in de logie te 3 2497 ƒ5770:12:— uijk die hem door den regent agabaa kilk sijn bekent gemaakt 1 inde logie konden gebragt maar daer voor neder gelegd moesten werden goederen afgegeven volgens blijkendeser geschriften trtin ƒ3456 9: diruijtkoops te saemen bedraegende ƒ3456: 9:8: in, en ƒ5770:12:—: uijtkoops:/ mids„ „gaeders ook de voor 't rijk aengebragte d ook de aengebragte Equipagie goederen voor quipagie goederen dan sulx was hem door 's Conings naib mhamet bac„ „ker beek /:een der gerassineerste deugnieten en mignon van den ouden beglerbegie mhamet tackie Chan voorm:t / niet alleen bekent gemaakt, maer sulx waar rugt=en egter deselve ugtbaer waeren wijl niet Zigtbare door 't niet in de logie te kunnen laeten brengen der swaere ankers, ergo te moeten doen ter houw brengen, op de borstweeringe derselve; en dewelke aldaer nog met de daer toe behorende ankerstocken in 's Comp:s ker en e ase hej de teeen hang toelogie berustend, dog dies touwen als sommige andere goederen sijn volgens de blijken der gecorrespondeerde brieve„ wisselinge, en gegevene kennisse ter op Eijsschinge van dies bedragen, blijkende bij de overgaande, Copij trans„ „laeten van datis 6:' xber: aankomende op de afgaende ged:t 17 ' 9ber: en 9.' deser gerepliceerd soo dat na 't replicq van hattum Chan, 6 geen swarigheijd voor dies betaeling behoefde te maken Coning een groote dienst te sijn geschild met 'tafgeven aan den veldowoers te gerequireerd tackie Chans genegenth:t volgens syn schrijvens kregen tot den vrijen syden handel welk overgeven hoplan Mhamet tachie Chan Chan, en de hope die ons door mha„ met tackie Chan op onse lette„ „ren van 3:' maij des gepasseerden Iaers gegeven is, wel geen swarigheijt tot de betaelinge dier penn: voorkomt, maar selveerder een goed genoegen daar door en mogelijk wel voorkomen sal den te vooren komen sal; den monarch met die goederen een grooten dienst te sijn geschied met aan sijn bloedsver„ wanten en gewesene veldoverste die afgave alegter is g'Effectueerd, dewijl hij deselve 'sConingsweegen g'Eischt en wijl I'mazesteijt sweege heeft dies weijgeringe gecauseert soude hebben een messiance van des monarchen Crediet, ten opsigte der Ed: Comp: E staatmaking s op sijn hoogh:t mhanied ru souden w' wel op sijn hoogheijt mhamettackie Chans vriendschaps letteren den 1:e 9ber: A:o pass:o en Speciaal die den 15:' deser ontfangen sijn, kunnen staat ma„ „ken dat den Coning aan d EComp: door des eerstgem: genegene bewer„ dat bij den Coningeen mandaet had perkinge een mandaat /:het welke by aankomst in coloaen ons sal hij in loco aen ons sal overrijken en mogel: Continerende is:/ ter prije negotie en uijtvoer van zijde hadde Couc ook de verleend Erder ren nge soo schij weesel 2498 den 7: xber: ontf: in gereeds: tot aenbouw eener vloot bij bouchier soo schijn niets goed meer verwagtende te weesen verleend, en omtrent de reeds breed voe„ „rig besz: hier uijtgestaene knellingen, ook wel een roijaele Satisfactie uijtbragt, als hebbende in de herw: reijse van sijn majesteijt, alles vernomen, en den „selven daar van kennisse gegeven, soo dat in dese saeken ons beklag bij mhamet tackie, Chan inhandigt werdende sijne gunstige voor dragt ook nog staet g'appuijeerd te werden, Erdenking van 'Smazesteijts beveelen Maar aengesien oogschijnelijk te bevroe„ „den is, uijt smazesteijts beveelen, t die bij ons den 7:' xber: J:o l: en p=mo deeser ingeloopen sijn destreeken der regenten, alegter door hem niet al„ ok der seche van shegs timmert:/ leen gedekt, maer boven dien nog door versoeken verseld werden van scheeps„ timmerlieden ende daer toe behorende ge„ reedsz:, ter aanbouw van een vloot om„ „trent boucheer, die seer difficiel sijn, en Sine dubio aanneemen sullen, wan¬ „neer den ouden beglerbegie weederom hier verschijnen sal, soo dat, hoemen dit rijx bewind ook overweegd; niets goets, en meer te vermoeden is, op nieuws sal werden gestaen, omme een groot d
English
wish to have on loan, and requests are answered with nothing but contempt. They would wager their last drop of blood rather than concede in certain matters, which is prohibited according to what has been said regarding the war. They offer to buy a large ship and wish to have ships on loan, all of which causes us very great fear, the more so because the rulers among themselves are almost united in their intentions. We are falling into anxiety because of this, as no real reasons are being formulated by them to counter their requests, which are regarded and answered by the rulers as nothing but ridiculous. And this has embittered many a one so much that they would rather wager their last drop of blood than condescend in certain matters, just as this was truly almost the case already, and was prevented by rereading all the highly respected orders concerning the war. We therefore repeat our humble request in the letter of 3 February 1738, that if all too many torments should again befall us—such as we, to the pain of our souls, have had to endure, and especially as has already been noted—Your High Nobilities will graciously enable us to resist the haughty Persian with the sword for once, and to revenge all the suffering previously inflicted upon us. However, stating this with the utmost respect, should this not please you, then at least grant us merciful orders as to how far we may proceed upon requests for ship loans, and how far we may properly condescend therein with peace of mind. Otherwise, spoken in good conscience and subject to Your High Nobilities' widely renowned, magnanimous commiseration, it will be impossible for anyone to remain here any longer. The Honorable Company will always find itself oppressed with very burdensome services, and instead of its worldly renown, glory, and high esteem, it will remain subject to unbearable disrespect in these regions, while its ministers or their heirs could undeservedly be made unhappy. Therefore, and to prevent everything that implies detriment, yet according to our humble opinion, the delivery of a ship of the size of the Ketel—according to Imam Werdi Khan's request sent to Your High Nobilities herewith—would do much good. It would allow us to accommodate His Majesty, as well as the grandees of the realm and other rulers, just as the English gentlemen act especially regarding shipping matters and further requests. Yet they do this solely to discover how it will turn out with the King on account of his desire for war. We most submissively beseech Your High Nobilities to deign to grant this through urgent considerations. Furthermore, we will presume the liberty with equal humility to report how some upper and lower deck officers, as well as almost all the common crew members of this vessel and the Ridderkerk, also did not shrink from causing us not much good, but rather a great deal of anxiety while enduring the realm's harassments. This happened precisely at the time when almost the entire council was aboard the first-mentioned vessel, and for such reasons as we most humbly beg you to consider in the resolution of 12 October of last year. Referring ourselves respectfully to that resolution for the sake of brevity, we will continue: those people who fled from on board cannot be regarded as other than mutineers and duty-forgetting ringleaders. They were inclined to listen neither to orders nor to fair persuasions, but rather, according to their own nature, to their leaders or instigators. They have exposed us greatly to mockery and ridicule in the presence of His Highness Imam Werdi Khan, the other Persian grandees, and all those who were on the cited vessel the Ketel; yes, even threatening us on board up to two times from before the gangway to
Dutch transcription
leen sullen willen hebben en versoeken werden niet anders als veragtelyk. bandwoord ge den laasten druppel bloedswagen als sommigse saeken toe te staen trend den oorlog spreekende belet is antan gotschijtkopen bedens ter groot schip te koop, en scheepen ter leen te willen hebben, welk alles aan ons seer groote vreese baard, te meer dat de regenten, onder mal„ „kanderen haast eens sijn in der„ selver voornemens, en wij daar door in angst rakende, als werdende van deselve geene reëële redenen ter ont„ en one vederleging der van bij deregenten/ legginge hunner versoeken ingerigt, niet dan bespottelijk aengemerkt en b'andwoord; en sulx heeft menig een ien welk eengot vebittering Causeerden liever zodanig verbitterd, dat liever dies laatste bloedsdruppel wilde wagen als in sommige Saeken te Condescendee¬ „ren, gelijk waarlijk sulx na genoeg Twelk bij naleesinge van alle ordresom, reeds geweest, en belet is, door herle„ „singe van alle hoog gedugte ordres den oirlog Concernerende; wij herhalen blijven derhalven ons nedrig versoek bij let„ „teren van 3:' feb: 1738. omme indien onsal te veel tormenten, ander gelijk wij tot siels smerte heb „ben moeten uijtstaen, en wel po namendlijk, als reeds genoteerd Sij moeten vrijl ande loning weederom 3 kreg by versoek 2499 leening meugen gaen blijven is moeten ondergaen weederom mogten overkomen ons gratieux instaat te stellen van den hoogmoedigen persiaan eens met den deegen te keer te meu„ „gen gaen, en hen alle het vorige ons aengedaene lijden te revengee„ „ren; Edog sulx, met de uijtterste versoek om ordres hoeverre met descheepseerbied gesegd, niet gelievende, ons dog als dan goedertierende ordres te verleenen, in hoe verre w', op per„ soeken van scheepsleningen, gaen en daerinne eijgentlijk met gerustheijt meugen Condescendeeren; sullende het andersinds, na Conscien„ „tie en onder Uw hoog Edelhedens wijd beroemde Edelmoedige Commi„ „seratie gesproken hier voor niemand wijl anders hoor mimandlanger te te blijven sijn end' E Comp: althoossig gedrukt bevinden; met seer lastige diensten, en in derselver weereld„ kundige glorie en hoogagtinge niet vander salle moeijelijke lasten sullen dan onverdragelijke kleenagtinge in dese gewesten subject te blijven, midsgrs: derselver ministers, ofte dies Erven ongeluckig, sonder schuld t„ als de hetel is veel ten goede soude syn officieren, ende gemeene man van de ketel en ridderkerk schuld kunnen maken; derhalven en omme alles wat nadeel insluijt, dog den he de levering van een schip die groter na onse geringe Sustenue, soude de leveringe van een schip; dat van gro„ „te als de ketel is /:volgens Imom werdie Chans versoek aen UW hoog Edelhedens hier besijden over„ gaende :/ veel goeds doen, en dat wij sijne malesteijt benevens de rijxgroten en verdere regenten, nae rato de heeren Eng: ageeren d' scheepszakelijkheden en verdere versoeken insonderheijt betega treffende, ook inschickel: meugen„ volgen: dan die doen sulx alleene, ten Eijnde te ontdecken, hoe 't met den Coning weegen sijne oirlogs= „zugt nog staat te vergaen, en welk alles onderdanigst smeeken Uw hoog Edelhedens door dri „gende Consideratien te meugen meriteeren voorts sullen w' ons in evengelijk nedrigheijt de liberteijt aenmatigen advenrtentie hoe eenige deksopper = en onderte melden: hoe eenige deks opper= metd houden en onder officieren benevens meest kdat ij geset Celon elk „snie hunne by kreg alle dat byaa ge halen thoon Imon gelijk 2500. bijgeset hebben, ten tijden demeeste raeds leden aan boord walren elk bij rec: van 12: 8ber: is te boogen betegaan sijn niet buijten muijtemakers kunnen gehouden werden Jmnom werdie Chan en meer seer ten troon en spot gesteld hebben houden gelijk niet ontsien hebbe de schuijt halen alle gemeene schepelingen van brengen deses en ridderkerk ook niet geschreumd hebben van ons, bij 't uijtstaen de srijx strappases niet veel goeds maar vrij ovs nietvelgoedes maar wel onrus tveel bekommernisse bij te setten Iuijst; ten tijde bijkans den geheelen raad op eerst ged: bodem was, en dat om zodanigen redenen, als w' ootmoedigst bidden te beschouwen in't besluijt Van 12:' 8ber: des gepasseerden Iaars en waer aan ons ter bekortinge deses kdat die personen welk van boort, reverent gedragende, vervolgen sullen dat die menschen welke van boord geblugt sijn, niet sonder aandeel kunnen gehouden werden van muijte „makers, en pligt vergetene belhamels, die nog na ordres, nog billijke persua„ „sies, maar wel volgens hunnen eijge„ „nen aard derselver voorgangers ofte op „hissers genegen sijn geweest te luijs„ gelijk mede ons in present syn pan„teren, hebbende ons inpresentie van sijn hoogheijt Imom werdie Chan de verdere persiaense grooten en alle die op geciteerden bodem de ketel met derijgingvan on saanbood te willen sig bevonden, seer ten thoon en spot tot tweemaelen van voor devalreep te gesteld, Ia selv gedreijgd van ons boond er„ en e. te
English
having been those who opposed the orders, as evil is to be expected when things do not go according to their liking; wishing to keep them on board, yet they took liberties from the boat, letting themselves be pulled away from the gangway toward the stern of the ship two or three times. How this appeared to the mentioned Persians, and that we have had to face those affronts, we leave in humility to Your High Noble Worships' highly esteemed judgment. There having been among those unruly crew members beforehand some of them, as we have learned, who were busy fabricating oppositions that affected everyone, as well as ourselves, and may also have caused skipper Jan van der Straten to lose his head, as the saying goes, and thereby become suspect; as it seems those people, being ringleaders, wish to be good for nothing unless everything goes according to their wish, demand, and pleasure, which has consequently caused us a considerable concern, as well as with those of the small vessel Ridderkerk. For the officers of the said vessel report, by their latest letters dated the 7th and received the 12th of this month, a fine example of two rascals whom the remaining crew, upon their departure from this roadstead, wanted to have on board for the second time, namely the boatswain's mate Marten Hansen van Groendorp, discharged just beforehand, and Albertus Hermansz van Groeningen, sailmaker; regarding which the further circumstances will be shown more closely in that small letter. Furthermore, after the ship's crew had followed us on the aforementioned date, practically stepping on our heels with such a desperate intent and obstinacy, the utmost caution was exercised regarding the officers present on shore, charging the officers on shore with the supervision over them, and having the land gate of the Company's lodge at the Rinquet closed, which was mistakenly perceived by the natives as if it were done so that no Persian would be trusted anymore, and no trade would be conducted either. Which was also not a bad thing, since our situation was thereby all the sooner reported and remedied by the dispatch of couriers or chapaars from the governors. However, this being apart from the mentioned disobedient crew members, we will respectfully cite from them: that shortly after they had arrived on shore, and we wished to send them back to their assigned stations, we received the answer that they preferred to be bound in irons for Batavia rather than to go on board to sail with such Persians, taking as their pretext their excessive numbers, their intolerable treatment, etc. We testify in this regard that not everything is untrue, but besides that, it is also certain that their disobedience of our orders, persuasions, and promises that we would help them as soon as we came ashore, in disrespect to their paying masters, not a thousandth part of that nature of their punishable undertakings ought to have been thought of toward us, who by Your High Noble Worships' great favor represented their masters, and much less ought to have been done. However, spoken with respect and according to conscience, there is still some difference between the one ship's crew and the other. Because during our inspection of the Ketel, around 120 to 130 persons on board, besides that, the vessel looked encumbered enough with very many provisions, which a great vessel generally requires, and regarding which the crew's request was urgently made and maintained. Indeed, such arguments were exchanged reciprocally that everything almost turned into a great tumult and worse consequences than one can imagine. So we must testify that we cannot give those of the Ketel as much blame in their pretenses as those on the Ridderkerk, considering that we were likewise personally on the same vessel and by estimate could not calculate more than 50 to 60 heads to be on it. Therefore, it was also tolerable in everything regarding space, due to somewhat less baggage than the other, having itself served the Crown with 400 and, not long ago, about 90 men carried back and forth per the sloop De Valk without hearing a single word. Consequently, the knaves of the Ridderkerk are much more punishable than those of the Ketel; but since the bearer of this among each other
Dutch transcription
algeweest die sig tegens de ondres op settede als quaad, wanneer niet na de sin gaat te verwagten is by gebragt op te willen houden, dan syjl: hebben sig en se teen van selo pergreepen van de schuijt 2. â 3. ten dem boord maal van de valreep weg nae agter aen 't schip plucken te laten, en hoe dat voor den gem: persiaene ge„ staen, en ons die affronten hebben moeten voorgekomen, laeten w' in ootmoed aan UW hoog Edelhedens veel geschat Iugement, sijnde onder synde onder dat quade volk bevorens dat roekeloose volk al bevorens eeni„ „ge daer van soo w' vernomen hebben doende geweest opposities te fingeeren die ijmand, gelijk ons selv getroffen, en mo„ „gelijk ook gecauseerd heeft dat den so sin den toe schipper Jan van der Straten het hoofd op hol /:gelijk men segd:/ gebragt, en daar door suspect ge„ slot wijl men van belhamers niets anders raakt is; als schijnende dat volk van belhamels, ook niet anders Sulx en te willen deugen dan wanneer alles nae hun Sin, Eijssch en believen gaet, hebbende ons gevolgelijk deselve kr welk ons een groote sorghebbe toe„ een Considerable sorge, met die van 't scheepken ridderkerk met veroirsaekt dat 2501 „teren van 7:' en 12:' deser een mooije passagie t p aam boordwilden hebben met boosaardigh:t aan de wal gekomen den toesigt aenb sloten en niet genegotieerd werden soude veroirsaakt, want de overheeden van even„ den reden van aiden kerk keme bij hun het gem: kiel melden, bij hunl: laatste letteren nn 2. schirken / aante haelen die sij weederom ged:t 7: en ontfangen den 12:' deser, een fraaij staaltje van twee fielten, die 't verblevene, volk bij hun vertrek van dese rheede voor't tweedemaal weederom heeft willen aenboord hebben, te weeten den even bevorens afgeligten Schiemansmaat gen:t Marten Hansen van groendorp, en Albertus Hermansz: van groeningen p=l Zeilmaeker invoe„ „gen de verdere omstandigheeden des gelie„ „vende nader bij dat briefken sullen komen aentewijsen; Sijnde wijders, nae wanre at scheeps volk ons is gevolgden dat het scheepsvolk 't gunt op voorm: datum ons gesamentlijk gelijk saem op de hielen met soo een de speract opset en weederbar„ stigheijt gevolgd was omtrend haarl: d' uijt sem sonde aandewal wesende overheden, terste omsigtigheijt gebruijkt met hunne aan dewal synde overheeden den toesigt over deselve aen te beveelen, ende landpoorte endepoort buijten 'trinqult geheel ge„ van 'sComp:s logie op 't rinquet nae te doen sluijten, 'tgunt bij den inlander abusi quad geboelen de persanen daar over den kend belijk ook is aengemerkt als of sulx ge„ sulx gedaen wierd om geen inE: meer te vertrouwen schiede dat geen persiaen meer stond vertrouwd, en ook geen negotie souden gedreven werden; synde het selve ook geen quaad geweest, dewijl onsen toestand met der regentens staffetten of Sjappaers, daardoor t'eerder geschatteerd en goed ge„ daan heeft, Edog het selve buijten de gem: ongehoorsame schepelingen weesende, soo e Sullen gaan maer andwoordelies in de boeijen batavia ^ by aan dewal komst te sullen helpen ver „worpen dog met respect en na gewissen gesproken ke en anders scheeps tervolk wijl op de ketel na sigt 10. â 130. man belommerd waeren sullen van haar in onderdanigheijt Citee„ unldendat de hpelingegeder a od uren dat wij deselve, kort na datse aen de waards, dan met de persianen te vertrecken wal g'arriveerd waeren, en weederom op hun „ne bescheydene plaetsen willende senden, tot andwoord gekreegen hebben liever gesind te syn geboeijd bataviawaard, inplaetse na boord te gaen omme met diergelijke persianen levaeren, tot hunne voorwendin „ge neemende, de te veelheijd derselve, en onverdragelijke behandelinge &:a betuij„ gende w' hier omtrend dat niet alles on„ waar, maar daer benevens ook seeker is„ ook in't geheel onse ordres en van haar hunl: disobedientie, onser ordres, per sua„ sien en toeseggingen van hunl: te sullen hel„ „pen, soo drae w' aen dewal quamen, ten dis„ respecte hunner betaals heeren de duijsentste part van dien aard hunner strafbaren onder nemings aan ons, die door UW hoog Edelhedens groote gratie derselver gebieders representeerden niet hadde moe„ en niet „ten gedagt, en nog veel minder gedaen met d overge werden; 't is egter in Eerbied, en nae gewisselt gesproken, nog al eenig verschil soo da soo is er nogal een differend tusschen teen van't eene scheepsvolk met het andere; el dewijl bij onse inspectie van de aanboorden buijten dien die badem seer Ketel daeromtrent 120. â 130. pers:t, ge en 0f der op en 2502 en deeromgetuigen moete dat die van de gevens niet kan gegeven werden meer als 50. â 60. Coppen op, en r=m waeren en niet langgeleden of is nog 40. man met de Chial: sonder iets quaads te horen overgeboerd veel— meer straf als die der ketel verdienen gesamentl: besluyten by nasoeking der opstokens en seer veel provisie ver /: die een rijxgroote door den bank van nooden heeft:/ beslommerd genoeg uijtsag, en waar omtrend ook den Eerdhaar 's volks versoek aandrange lijk geschied en, doorgehouden is, Ia daer sin sodanigen redenen reciproce gevoerd, dat alles haast in een groot timuld, en quader gevolgen was veranderd, dan men kan denken; soo dat wij getuijgen ketel soo beel ongelijk in hun voor moeten dat die dan de ketel soo veel geen ongelijk in hunne voorgevens Kun als die van nidder kerkwijl daar niet nen geven, als die op riddenkerk, ge merkt wij op 't selve insgelijx per Zonelijk syn geweest, en niet meer nae gissinge hebben kunnen Calculeeren dan 50. â 60: Coppen daarinne te sin, oversulx was 't ook in alles passablen van ruijmte doorwat minder bagagie dan 't andere, sinde selv met even gelijken Chantre ten dienste der Croon wel 400, en nog niet lang geleeden by de 90. man per de Chialoup de valk sonder een woord te verneemen over en weeder soo blijkt die knapphoan ridder ken gevoend, gevolgelijk syn de liefhebbers van riddenkerk veel meer dan maar vermids die van Even gem: bodem de ketel strafbaer, maar dewijl die van porter desesonder mal„ kanderen
English
the common man immediately took to his feet and went to the fiscal. If attention had been paid to shutting down any minor matter, he would likely have had the foremost seized, but that would have caused a bad outcome. Combined with other considerations, an investigation into the actual instigators caused great concern, since in conducting even the slightest inquiry, and without their even knowing from whom it originated, that rabble immediately cried out, "Jan Maat is on his feet! Come on, boys, let all of us go to the fiscal," etcetera. In truth, it looked very bad inside the lodge with those abominable scoundrels; indeed, so much so that if the weakness of the military garrison had not prevented our stopping them, it would have moved us, or specifically the aforementioned fiscal, to abandon further investigation. For that officer, upon suspicion and without making a mistake, would certainly have known how to seize the principal scoundrels. But the foregoing being constantly weighed regarding the soldiers, how, if we acted vigorously and there was resistance from them, Ridderkerk would then without doubt have joined them, which could very easily have caused a tragic situation. Therefore, it was deemed best to practice the utmost required prudence in secret with patience, lest we put our own lives and those of several other persons in even greater danger as a prey to such rabble. This, and that which was cited above, has also caused us to take refuge in the lap of the generosity of your High Nobles, with the humblest plea not to be offended on account of the state of the mentioned grave consequences; and that these men and the ship's papers, with our replies, are being sent separately by this means in all humility to your High Nobles, without our having been able to accomplish anything here; accompanied, alongside those cited documents, by a complete roll divided into separate columns concerning those people, namely who is now coming over, who remains here in the Directorate, who has passed away, and who is innocent or culpable; most humbly begging that we may abide by this, and by this means most humbly leaving this matter to your High Nobles. Remaining finally, after having wished God's all-sufficient grace to your High Nobles' illustrious persons, with the utmost veneration, High Noble, Stern, Highly Honorable, and Far-Ruling Sirs, Your High Nobles' very humble and obedient servants, Signed: C.s Koenad, J.r Clement, C.s de Haan, W: A: V: Jongstal, F.k de Wilt, E: de Poorter, and C.s Bijleveld, Council and Principal Secretary. In the margin: Gamron, the 22nd of January, Anno 1742. Agrees: Bijleveld, Principal Secretary. Translation of a Persian letter presented by the Honorable Worshipful Sirs Carel Koenad, outgoing, and Simon Clement, elected Directors of this Persian Directorate and Council, to the King of these lands, Welie Nhamed, presently titled Shah-in-Shah (King of Kings), presented on the 18th of November 1741, as well as entrusted in secret for further conveyance to the Honorable Pieter Aalmis, Principal Chief at Spahan. Giving to know with the deepest veneration, the Captains of the High and Mighty Dutch Company, Carel Koenad and Simon Clement, residing in Gamron, to the illustrious ministers who enjoy the supreme fortune of serving before His glorified countenance with their hands upon their chests at the most illustrious throne of Your Majesty; that by an exalted raqam, graciously issued on the 8th of March 1741 in the month of Dhu al-Hijjah al-Haram and the year 1153 upon an obedient supplication previously presented, we were rejoiced to the utmost degree and radiated with Your Majesty's glorious favor; having been unable to refrain from making our innermost joy known to the world through gunfire on account of that extraordinary royal favor, being at the same time imbued with a deep trust that we may continually enjoy Your Majesty's most valued affection. After we saw ourselves assured of the aforementioned incomparable fortune of Your Majesty's grace, and reasons having been provided by the overcoming of the [illegible] to thank the Lord God, we furthermore pray His Divine Majesty that He may continuously bestow His all-sufficient blessing upon the glorious and invincible arms of Your Royal Majesty, as we shall thereby be increasingly gladdened in our hearts and prompted to remain constantly supplicating for the prosperity of Your Majesty's crowned person and his realms. To the flourishing of which, all potentates living in alliance and friendship are each on their part most bound to one another.
Dutch transcription
werd; soo is aanstonds den gemeenen man op de been en na defiscaal toe ^ bij aanmerking was gekomen om iets wes ligte sluijten Plimste wel hebben laten vatten da soo van dhaar, een slegt eynde soude ken a gecauceerd hebben kanderen gecombineerde besluijten bij btaen naevorschinge van de weesentlijke opsto metge kers een groot bedenken Causeerde, vermids in't doen van selv de geringste enqueste„ en sonder dat sij nogthans een swisten eer dat sulke sonder ensteweeten van wien sulx gedan van wien deselve afkomstig was, riep aanstonds dat gespuijs Ian Maasso is dat uw hoog op de been, toe Iongens, laet ons met alle man bij de fiscaal gaen Entz:, inderwaarheijd, het sag onder haalde er inde logie met die verfoeijelijke knevels doven in dien 't guarnisoens swakheid niet is eer slegt uijt, Ia sodanig dat indien en dat het militaire guarnisoens swakheijd, met on by het een of andere quader gevolg tot hun uw hoog ner stuytinge, ons of wel in specie den fiscaal voorw:ts gem:t, niet hadde bewogen van verdere rechenge aftesien, want dien officier soude op de suspectie beneven soudeden feschaal op Suspectie af de aff, de principaalste quijten sonder op mistastinge ook wel hebben weeten wanneer dat weegens de militie niet over „e laten vatten, maer het vorenstaande omtrend de soldaten gedurig geperpondereert en by doorslaen van ons, en tegen weer sinde hoe bij doortastinge van on en tegenstand van haar, waar byd van ridderkerk dan procul dubit met sig gevoegd en seer faciel een tragae dieusen toestand veroirsaekt soud deeling dog wogen wierd hebben : 6„ 89 wijl aan belo 2503 met geduld te oeffenen een dat men nog in grooter gevaar door sulke slegte menschen gebragt werden uw hoog Edelens neme haalde niet sullen vermoeijelijkt mogen met ons andwoord daar op uw hoog Edelh:s wier den afgeschikt deeling van dat volk wie 'er blijft overkomt en overleeden is &:a botnmbeldint secret alle oorsong, hebben; derhalven is best g'oirdeeld in 't geheim de allerverpligste omsigtigheijt met patientie te oeffenen wij selv ons eijge„ „ne, en meer andere personen leeven & &:a in nog grooter gevaer ten prooij van sulk Ian hagel te pericliteeren: dit en het ae Covisdat hier omtrent den toeslugt tot vorige hoog Edele wijdgebiedende heeren heeft almeede onsen toevlugt in den schoot van derselver genereush:t onder smeeking dat over hierinne aengdoen brengen met nederigst beede om me weegen den toestand der aangehaelde swaere gevolgen, niet te willen belgen, en dat dese menschen en scheeps pieren dat dese menschen, en de scheeps brieven met onse replicques, aan uw hoog Edel„ „hedens apart mids desen in alle ood„ moedigheijt werden afgeschikt sonder iets alhier te hebben kunnen oeffenen, benevens nogeen roll rakende de ver versellende die geciteerde bescheijden nog een Compleete rolle in Separate Colummes verdeeld, rakende dat volkje, te weeten wien 'er thans overkomt, hier inde directie verblijft, overleeden, en onschul digen Culpabel is, demoedigst Smee„ kende ons daar aan te meugen met hoopons daer aen te mogen gedragen houden, en dese saeke aan uw hoog Edel„ hedens mids desen nederigst over te laten; verblijvende Eyndelijk na Uw syn 't slot uw hoog Edelhedens illustre per„ sonen godes genoeg synde genaede toegewenscht te hebben met d' uijtterste veneratie /onderstond/ hoog Edel, gestrenge groot agtbare, en wijdgebiedende heeren /laeger uw hoog Edelhedens seer oodmoe dige, en gehoorsame dienaeren /getekend/ C„s Koenad, J„r Clement, C„s de Haan, W: A: V: Jongstal, bijn f„k de Wilt, E: de poorter, en C„s bijleveld raad en p=l secrets: /in margine/ gamron den 22:' Januarij A„o 1742. — Accordeert Sijleveld e en pr seet te E 7: 3 2504 st Translaat Persiaansch missive door de E: E: agtbaar heeren Carel Koenad affgaande en simonclement g'Eligeert gesaghebbers, deser persische directie en raad aan den Coning deser landen welie Nhamed thans sjah= in sjah (:koning der koningen:) getituleert werdende aangeboden op den 18:' 9ber: 1741. mitsgaders in secretesse ter verdere voortportinge toevertrouwd aan den E: Pieter Aalmis p„r opperhoofd tot spahan. —. Gevende met de diepste veneratie tekennen de Capteijns der hoog vermogende hollandsche Comp:s Carel Koenad, en Simon Clement, residerende in Gamron, aan de luijsterrijke bediendens dewelke het overgroote geluk genieten met der zelver handen op de borst aan den door lugtigsten troon van uwe majesteijt voor desselvs verheerlijkt aanschijn te dienen; zijnde den 8:' maart 1741. . hoe dat door een hoog verheven regam, in demaand ziehedjed=o ul= haraem, en ao 1153. gratieux uijtgegeven, op een onderdanig supplicq bevorens voorgedragen, in den uijttersten graad zijn verblijd, en met uw majesteijts glansrijke toegedaanheijd overstraald gewor„ „den; niet hebbende kunnen naelaeten over die bijsondere roijaele gunste onse innigste vreugde door het geschut de weereldkundig temaeken, met een diep vertrouwen te gelijk aan gedaan zijnde van uwe majesteijts hoogst gewaardeerde gen eijgtheijd telkens te mogen blijven Jouisseeren. —. Nae dat wij van het voorenstaande onvergelijke geluk uwer majesteijts gratie ons verzekerd zagen en door 't overwinnen der lepagies om redenen aanhanden gegeven zijn god den heere te danken bidden w'daar benevens zijne divine majesteijt omme desselvs genoeg zijnde zeegen geduirzaem gepaard willaeten bij de glorieuse en in„ vincible wapenen van uw coninglijk majesteijt als zullende w' daar door langs hoe meer in onse herten vervrolijkt, en aangezet werden gestadig te smeeken blijven omme het welvaerd van uw majesteijds gecroonde persoon, en desselvs rijken. —. Tot florisantie van de welke, alle mogentheeden, in verbond, en vriendschap levende, ijder voor't zijne het meest best verpligt is aan malkanderen.
English
to attribute to helping one another, and that which cannot obtain great support other than through peaceful trade and intercourse: our High and Mighty Lords accepted Your Majesty's supreme princely ancestor's (whose resting place is in paradise) royal invitation to come and trade in these kingdoms, and Your Majesty, concerning the merchandise and further former prerogatives, on our humble petitions, has raised our head with a generous approval through new highly esteemed royal mandates and made our face white, in such manner that our High and Mighty Lords consider themselves bound to Your Majesty with all kinds of high esteem; and therefore, until now, have not wished to make known many oppressive burdens, damages to ships, and various vexations committed by some lower regents against their plenipotentiaries, for Your Majesty's sake, and for the preservation of the mutual royal alliance concluded, since the constant hope imparted from here to our High and Mighty Lords of Your Majesty's renowned equity (whereof the whole world is convinced) has continually added an assurance that in due time, when Your Majesty came once again into his lands, the guilty would be well known and punishable by Your Majesty, and that at last a good change, paired with peaceful trade, might come forth in the company of that which could further serve for contentment. In such given hope of betterment from this region, it graciously pleased our High and Mighty Lords to indulge, so that once again some merchants have been sent up annually to the Isfahan plenipotentiaries, which had been suspended for a long time; and Your Majesty has most favorably confirmed the introduction of the Company's ministers to be allowed to trade at Bushehr, principally having taken place upon the penetrating understanding that will have appeared to Your Majesty upon presentation by the highly esteemed Elmomaleek for the best of the country, and in our humble view also showed a principal objective, whereby the merchants in and around the Hawizeh, the islands of Rig and Kharg, as well as those living in Lar, Shiraz, and thereabouts, have, since the time that our High and Mighty Lords have had their plenipotentiaries carry out some trade there, been inclined to go thither instead of going to Basra, which indicates the increase of Your Majesty's tolls and an impairment regarding Basra in the trade; now, since the kingdom's benefit seemed to base its progress on that matter, and the detentions of ships for various services to the crown were rather painful to endure and carry out, in such manner as was represented in former times at the dust of Your Majesty's feet by petition according to pure sincerity with the required respect; we have nevertheless still wished to take to heart the highly valued alliances of Your Majesty and our High and Mighty Lords, considering their High Mightinesses' real losses, to let them continue in a lasting truce, so that a full freedom in the silk trade might be permitted by a royal ragam for the services rendered at the end of the last year and all previous ones, regarding which we nourish ourselves with particular hope, also to become so fortunate as to make our faces white, of still being able to obtain the same from Your Majesty, whereupon we shall pray to God anew to increase Your Majesty's life and riches. From these circumstances, most Great and Mighty Prince, as we most humbly trust, it can appear no other than that the plenipotentiaries of the High and Mighty Dutch Company have fully accomplished the furthering of the prosperity of Your Majesty's realms through trade by all possible means, and we have on many occasions become very convinced that Your Majesty takes the continuation of trade very much to heart, and even makes those who do not proceed uprightly in that matter rightfully feel his disgrace; which has also always strengthened us to a particular support and tranquility, to derive all the more comfort from the royal mandates granted to our High and Mighty Lords of the Netherlands Chartered East India Company, and we testify to Your Majesty that, apart from those supreme princely orders, we were never urged to anything other than feasible services for Your Majesty, even the very least for now, whereby the greatest interests of our lords and masters were ruined, or that the lowlands of Your Majesty, together with us, could have been plunged into the uttermost ruin through an ill-considered enterprise against robbers upon the slightest failure or weakness against them. During the past year, when the abominable Huwala Arabs turned to rebellion and piracy, as was brought most humbly to Your Majesty's knowledge on the 14th of the fasting or Ramadan month, in the year 1153 (corresponding according to our style with the 4th of December 1740), upon very many urgent requests, we lent two of the Company's ships once to the naib Muhammad Baqir Beg, and afterwards once again to the sea admiral Muhammad Taqi Khan.
Dutch transcription
malkanderen tehelpen attribueeren, en het geene, geen groot steu erlangen kan dan door een gerustigen handel en wandel: onse hoog vermogende grooten hebben op uw majesteijts hoog vorstelijk voor „tens (:welkers rustplaets in't paradijs is:) roijale invitatie omme in dese Coningrijken tewillen komen negotieeren het zelve g'accepteert, en uw omajesteijt heeft, aangaande de mercantie en verdere vorige praerogatijven op onse onderdanigh supplicatien, ons met een edelmoedig fiait door nieuwe hoogst in aansien zijnde roijale mandamenten het hoofd verheven, en ons aengezigt wit gemaekt, in diervoegen, dat onse hoogst vermogende grooten met alle soorten van hoog agtinge aan uwe majesteijt zig verbonden schatten; en over zulx tot nog veele drukkende laten, schadens aan scheepen en veelerlije vexatie van zommige beneden regenten gepleegd aan haere gevol „magtidens, om uw majesteijts wille, en ter stand behoudva de weder zijdse roijale getroffene verbintenisse, niet willen doen bekend werden, vermits de geduirige aan onse hoogst vermogende grooten van hier toegedeelde hoop van uw majes „teijts roem rugtige aquiteijt (:waar van de gandsche wee „reld overtuijgd is:) het zelve telkens eene verzekeringe heeft bijgezet, dat in der tijd wanneer uw majesteijt wederom eens in desselvs landen quam de schuldige van uw majesteij wel kennelijk en strafbaar werden zouden, en dat w eens een goede veranderinge, gepaard met een gerustige negoti ten voorschijn mogte komen in gezelschap van't gunt te vergenoeginge wijders dienstig konde zijn. —. jn dusdanigen gegevene hoope van beterschap uijt desen ourd heeft het onse hoog vermogende grooten gratieux gelievd t' indulgeeren, do er wederom Eenige Coopmans: aan de spahanse volmagten Jaarlijx zijn opwaards gezonden, 't gunt in lange tijden is gestaakt g „weest; en uwe majesteijt heeft hoogst geneijgt geconfirmeer de Jntroductie van 'sComp:s ministers tot boucheer temoge: handel drijven principael geschied wezende op 't door drie „gend' verstand dat aan uw majesteijt door den hoog in aensie zijnde Elmomaleek bij voordragt ten besten van't land za„ gebleeken zijn, en ons gering eragtens ook een principael doelwit verthoond, waar door de Coopl: in, en rondsom de hawizee d' Jnsulen rieg en Gareek benevens die in lhaer, Chiro en daar omtrent woonen, hun zedert dien tijd dat ons hoog 2505 hoog vermogende Grooten haare gemagtigdens aldaar Eenige negotie hebben laten drijven g'inclineert zijn geworden nae derwaerds in stede van nae bassoura tegaan, en't gunt de vermeerderinge van uw majesteijts thollen, en een afbreuk wegen bassoura in de negotie komt aantewijsen; dewijl nu het rijx voordeel in dat stuk zijn voortgang scheen te fundeeren, en de scheeps aanhoudingen tot verschijdentlijke croons diensten wat gevoeliger om uijt te voeren te torschen vielen, invoegen aan't stov van uw majesteijts voeten bij requeste nae de suijvere opregtigheijt met het vereijschte respect in voorige tijden is verthoond; zo hebben w' nog al Egter willen behertigen, de hoogst gewaerdeerde verbonden van uw majesteijt en onse hoog vermogende grooten aangezien haar hoog vermogendens wezentlijke verliezen, in een duir zaemen bestand doen continueeren, omme in de negotie der zijde een volle vrijheijd, voor de in't jongst verleedene Jaar bij't uijt sijnde, en alle vorige gedaene diensten, door een Coninglij regam temogen werden gepermitteert, en waar omtrent wij ons met bijsondere hoope voeden, ook zoo gelukkig als wit in onse aangezigten maekt te zullen werden van uw majesteijt het zelve nog te zullen meugen erlangen, als wanneer wij God denovo zullen bidden omme uw majesteijts leeven en rijkdommen tewillen vermeerderen. —. Uijt die omstandigheeden groot magtigste vorst: zal, zo w' nederigst vertrouwen, van de volmagten der hoog vermogende holl: Comp:, niet anders kun„ „nen blijken, dan het welvaard van uw majesteijts rijken door den handel met alle mogelijke middelen tehelpen behertigen volbragt te wezen, en wij zijn bij veele occagies zeer overtuijgd geworden, dat uw majesteijt de voort„ „zettinge der negotie zeer ter harten neemd, Ja zelv die indat stuk niet opregt tewerke gaet desselvs disgratie met goedregt doet gevoelen; het welke ons ook altijd tot een bijzondere steun en gerustheijd heeft verterkt, temeer troost te scheppen in d'aan onse hoog vermogende grooten der nederl: g'octroijeerde oost indische Comp:s verleende roijale mandamenten, en wij betuijgen aan uwe majesteijt dat buijten die hoog vorstelijk bevelen noit anders dan tot doenelijke diensten van uw majesteijt, zelv het allerminste voor als nog zijn aangezet waar door onser heeren en meesters meeste belangens ten ruine gingen, off dat de beneden landen suver ma„ „jesteijt met ons tegelijk in't uijtterste beder door een onbedagt voor„ „neemen op roovers bij de geringste misslag, of swakheijt teegen deselve, hadden kunnen gestort werden. —. Jn't J=st verstreekene Jaer geteij dat de abominable hoelaese arrabieren; zijn overgeslagen tot rebellie en zeeroov; invoegen daer van op den 14:' der vaste off rammezoen maand ao 1153. (:over een komstig met onsen stijl den 4:' xber: 1740:) aan uw majesteijt onderdanigst is ter kennisse gebragt; hebben w' twee van 'sComp:s scheepen op zeer veel aendrankelijk verzoeken eens aan den naib mhamed backerbeecq, en naderhand nog eens aan den zee admirael mhamet takkie chan geleend. twee ij 10 Zal aet de Chira ons i
English
lent, although it was advised against to them, and to each of them in particular, to undertake such an enterprise against such experienced peoples at sea, and represented to them that the same was wholly inadvisable; yet those gentlemen did not wish to listen to this, until they experienced for themselves that our discouragement had been based in truth. We therefore also do not doubt that the sea admiral will have brought this to the knowledge of your Majesty and the Sardar Jmoem werdie Chan, and also that the latter mentioned His Highness then realized that as long as there were not available for the destruction of the said rebels 10 capital ships and 140 to 150 vessels, well-equipped proportionally and likewise provided with experienced seamen, no further undertaking ought to be ventured, because otherwise it would only serve to further strengthen the enemy and bring great disrespect upon whoever attacked them; in the meantime, we collectively still run great peril with our High and Mighty superiors because of these aforementioned actions forced upon us, since their ships are never sent hither, nor dispatched, except to graciously allow their servants to receive their necessary sustenance with some merchandise annually, with strict orders (already issued some years ago) not to detain the ships in loco, but in default of the sale of goods, or in the absence of vessels and whatever else is further required for the unloading of the same, rather to send them back immediately just as they came. And although there have often been reasons enough for this through experienced lack of the aforementioned, we have nevertheless never sent the ships of the Honorable Company back with merchandise, but had them unloaded here in order to help promote trade as much as was in our power; yet during such time that we have been laboring with the Company's affairs, we have never been unmolested in our own vessels, having seen the subordinate rulers haul their people out of our hands in a harsh manner in plain view of us, often dragging them away half fully laden; even in the Company's residence we have not been free from suffering unheard-of affronts, of acts of violence committed against porters and our own people, who wished to arrange this for the best according to previous customs, this being fully contrary to your Majesty's graciously permitted hospitality according to supreme firm fiats, and nothing has restrained our complaint to your Majesty about those and still further suffered infractions of the royal mandates, other than the consideration of not wishing to trouble your Majesty's most important occupations both outside and within his realms with such matters: and also that we have hitherto found ourselves revived, as it were, by your Majesty's most esteemed commands, wherein the most generous comfort has always been assured to us, and the full hope has repeatedly been sustained of being partakers in your Majesty's grace, and to the preservation of which we shall also contribute everything that is at all possible for us. However, now that we find ourselves anew suddenly in all too much danger, with all too intolerable acts of violence by the subordinate rulers of Gamron, and most particularly the Sardar.
Dutch transcription
geleend, of schoon aan haar, en een ijder in't bijsonder van dat onderneemen te„ „gens diergelijke ervarene volkeren ter Zee is affgeraeden, en voor gehouden dat het zelve gantsch niet raadzaem was; dog die heeren hebben daer niet nae willen luijsteren tot dezelven ondervonden, dat onse affradinge in waeheijd hadde be„ „staan, twijffelen derhalven ook niet off den zee admiraal zal zulx aan uw ma„ „jesteijt en den serdaar Jmoem werdie Chan ter kennisse hebben gebragt, en ook dat van laatst gem: zijn hoogh:t doenmaals ontwaard is, zo lange tot verdelinge der ged=te rebellen niet magtig waeren 10. capitaele scheepen en 140. â 150. vaertuijgen nae raeto wel g'Equipeert, en insgelijx met ervarene zee luijden voorsien„ gene onderneeming meer diende onderstaen tewerden, overmits het andersinds dog maer sterkte ter meerder versterkinge van den vijand, en tot groote kleen agtinge van die daer op losging; loopende wij intusschen tot nog gesamentlijk door die voor„ „waarts gem: en ons opgedrongene verrigtingen groot pericul bij onse hoog vermog: grooten, dewijl der zelver scheepen noit herw=ts zijn, off werden gezonden, dan om haere dienaeren het nodige onderhoud, met Eenige Coopmans: Jaerlijx, goedig„ „lijk te laten aanvaeren, met scherpe last (:reeds eenige Jaren geleeden verleend:) de scheepen niet inloco aantehouden, maar bij gebreeke van verthier der whaeren, offte bij manquement van vaertuijgen en wat tot het ontlossen der zelve alwijders gerequireerd werd, liever ten eersten terug senden zo alse gekomen zijn. en off schoon hier toe veel tijds reedenen genoeg zijn geweest door onder„ „vonden gebrek van't evengemelde, zo hebben w' egter noit de scheepen der E: Comp: met Coopmans:) wederom gesonden, maar hier ontlossen laeten, omme de negotie ten minsten zo veel in ons was te helpen bevorderen; hebbende egter in diergelijken tijd dat w' met 'sComp:s affaires in't labeur geweest zijn noit vrij geweest in onse eijge vaartuijgen door de beneden regenten hun volk uijt onse handen, en in't gesigt van ons op een harde wijse, veel tijds halv volladen weg sien â sleepen; zelv zijn wij in 's Comp:s woninge niet zonder ongehoorde affronten, van geweld plegingen aan hamaels, en ons eijgen volk, die zulx nae vorige gebruijken wilden ten besten schicken, telijden vrij geweest, Zijnde zulx ten vollen strijdende tegen uw majesteijts gratieux gepermitteerde gast vrijheijd volgens hoog vastelijke regammen, en niets heeft ons beklag over die en nog meer geleedene Jnfractien der roijale mandamenten aan uwe majesteijt wederhouden, dan de overweginge van uw majesteijts hoogstwigtigste occupatien zoo buijten als binnen desselvs rijken met diergelijken saekelijkheeden niet tewillen vermoeijelijken: en ook dat wij ons tot nog gelijkzaem wederom hebben opgebeurd bevonden met uw majesteijts hoogst geschatte beveelen, waarinne ons althoos de edelmoedigste troost is verzekerd, en den volle hoope telkens bij gehet geworden in uwer majesteijts gratie deel genooten te zijn, en tot welkers behoud ook alles zullen contribueeren, wat ons immers mogelijk is. —. Edog nu w' de novo eens klops in alteveel gevaar, met al te onlijdelijke gewelden arijen door de benaden regenten van Gamron, en wel bijsonderlijk den serdaer.
English
2506 serdar and beglerbegi Inoem werdie Chan are ruined, because the Company's ships de ketel and ridderskerk were taken from us on 11 October Old Style (according to the Moorish style the 2nd of the month of Shaban), still half laden with merchandise, helpless from a lack of sufficient ballast, water, and firewood. But in particular it grieves us that, in addition to and besides the aforesaid, he has taken away the ships without almost all the European sailors in an unheard-of manner, and in such a way has departed from this roadstead to Tjareek, Keijtsch, and the hamlets where that aforementioned Arab brood resides. We could never have thought that this undertaking of his highness, fatal to us, would have been devised by him, and even less that it would be carried through. For he wrote by letters of 17 Jamadiul sam, 23 August of the year 1741, indeed concerning some affairs that your majesty had graciously confided to him, which he was to carry out upon his appearance in Gamron; and to which we did not fail shortly thereafter to reply to his highness with respect, as well as to show the high orders of our High and Mighty Lords regarding how our ships were situated and already assigned, so that his highness, through that necessary prior notice, might come to know the actual purpose to which we were bound. In the utmost submission, we deemed it necessary, for the sake of brevity, to insert the copies of those 2 letters herein, as being the basis of the occurrences that the serdar's actions have caused us to experience; and we most humbly pray your majesty not to take it amiss that we refer to them. Shortly after his highness's arrival, at his request, the ship de ketel was lent by us to search for your majesty's new ship the fette tjengie, because there was some apprehension that it was, or would get, in distress; we also readily consented to that vessel going to Angom, where it was presumed your majesty's ship lay, as well as to let 25 soldiers depart with it for the reinforcement of Alie Sulthoen. That expedition was barely accomplished when, with all kinds of apparent friendliness, he wanted to buy the ship de ketel in order to go after the Hoelase pirates with his other vessels, etc. But having noticed that we could not or would not condescend to that, he offered approximately 1500 thomans more than we would demand upon sale for that vessel; which was respectfully refuted by us to his highness, letting him know that faithful servants of the Company regarded such contracts as treason, and that those who came to do such a thing were deprived of honor and life like rogues, just as we presuppose the King of Kings, his principal, would also certainly do if a castle of one of his servants were sold without his order or license. Upon this failed design he seemed to want to try it on another tack, keeping the men still on board, who during their presence caused our people nothing but trouble and hindered the necessary work. We requested his highness that he would please remove those men from the Company's vessel; but instead of granting such a reasonable request, he used the cunning pretense of putting those men on board to exchange them for another 25 under the supervision of Alie Sulthoen without our knowledge. For as soon as they had crossed over with their weapons, the boat rowed away without taking back a single man, and thus there were 50 soldiers with Alie Sulthoen in the ship against our will, everyone on shore and on the ships seeing that the duke intended to master that vessel in a violent manner. We had his highness requested upon this to desist from such unheard-of proceedings, no longer to violate our freedom in such a manner, and to consider the consequences; indeed, everything that could be conceived in sincere and civil terms was presented to him. But this state of affairs persisted, and the men continued to remain on board, which was suspicious to every person and caused a stoppage in all our trade and intercourse, besides further insults and disgraces. Finally and for the last time, we let his highness know that if he would not order the people to be allowed to leave the ship, we could not answer for disasters, since the Company's sailors were dissatisfied that so many soldiers had been forced upon them by tricks, without our order and license, etc. Thereupon they were only removed on the 11th of the month of Rajab (18 September), leaving in the minds of the ship's crew no unfounded thoughts of treason and violence that the serdar had shown to them, and of which we were not informed according to the truth until he had played out his role. Hereupon we intended to resume our delayed work, namely to send the large ship de ketel with Captain Carel Koenad Batavia-ward, and Ridderskerk to Bassoura, as we had made known to his highness in our reply. Yet shortly thereafter he had us proposed to perform one of 2 services, namely to transport 300 horses, 300 soldiers, and what is necessary thereto with his highness Mossaffer Alie Chan to Tatta, or to lend him the ships for the expedition for a period of 25 days; he would bind himself by written contract on the King's behalf for that and for all damages. One of the two we had to do, etc. This commission was carried out by order to us by the naib Mhamet Backerbeecq, Alie Sulthoen, and one Seffoela Beecq; and to them were shown with many reasons both the impossibility of carrying so many people, horses, as well as other [illegible] with
Dutch transcription
2506 serdaer en beglerbegie Jnoem werdie Chan zijn gestort vermits 'sComp:s schee„ „pen de ketel en ridderskerk van ons op den 11:' oct: Jol:j (:nae moorse stijl den 2: der maand sjaboen) nog halv volladen met coopmans:, reddeloos uijt manquement van genoegzaeme ballast, water, brandhout, dog in zonderheijd smert ons dat de scheepen boven dien, buijten en behalven het gezegde zonder meest alle d' europdese zeeluijden, op een noit gehoorde wijse heeft weggenomen, indiervoegen van deze rheede nae tjareek, keijtsch ende gehugten waar hen dat voorm„e arabische gebroed onthoud is vertrocken. — Dit voor ons doodelijke onderneemen van zijn hoogheijt hebben w' noit kunnen dencken bij hem versonnen en nog minder doorgezet te zullen werden want hij schreev bij letteren van 17:' Jamadiul sam den 23:' aug:s a=o 1741. wel over eenige affaires, die uwe majesteijt gratieux aan hem hadde geconfideert, in gamron temoeten verrigten bij verschijn; en waarop wij niet hebben gemanqueert zijn hoogh:t kort daar aan in eerbied te repliceeren, mitsg=rs ook te verthoonen de hoge beveelen van onse hoog vermogende grooten hoedanig onse scheepen gesteld, en reeds aangelegd waeren ten eijnde zijn hoogheijt door die noodwendige praeadvertentie mogte te weeten komen het wezentlij„ „ke bestek waar toe wij waeren verbonden; wij hebben ind' uijtterste submissie d'afschriften van die 2. brieven nodig g'agt ter verkortinge dezes in dezen tevoegen, als zijnde den grondslag van de successen die ons des serdaars behandelingen heeft doen gevoelen; en wij bidden uwe majes„ „teijt nederigst niet enwel tenemen dat ons daar aan gedragen. kort nae zijn hoogheijts arrivement is ten verzoeke van hem het schip de ketel ter opzoek van uw majesteijts nieuwe schip de fette tjengie, van ons ter leen gegeven, dewijl daar voor eenige bedugtinge was het zelve in nood te zijn, off te zullen geraeken; stonden ook gewillig dien bodem na angom, alwaar presumeerde uw majesteijts schip lag toe gelijk ook om daermede tot versterkinge van alie sulthoen telaeten vertrecken 25: soldaten; die expeditie was even volbragt, off heeft met alle soorten van schijnbaare vriendelijkheijt 'tschip de ke„ „tel te koop willen hebben, omme op de hoelase zee schuijmers met zijn verdere vaartuijgen &=a aftegaan, dog bemerkt hebbende dat wij daer toe niet konden, off wilden condessendeeren; presen„ „teerde hij circum 1500: thomans meer aan, als wij bij verkoop voor dien batter zouden komen t' eijschen; en het welke zijn hoogheijt met respect van ons wierd wederlegd; hem laetende weeten: dat getrou„ „we 'sComp:s dienaeren zulke Contracten voor verraderije hielden, dog welke zulx quamen te doen, wierden Eer- en lijvloos gemaekt gelijk schelmen, in vergelijk wij voor onderstellen den Coning der Coningen zijn principael, ook selkerlijk zoude doen, wanneer een Casteel van een zijner bediendens buijten zijne ordre off licontie wierd verkoft. —. Op te„ ouden dat a ad dbe„ uw ma„ en tot 150. voorsien, dog s van „ : n ve onder tijds zonder , geweest, mitteerde beklag bet uwe te den den N willen Op dit mislukte dessein scheen hij 't op een ander boeg te willen probeeren houdende de manschap nog aanboord, die ons volk geduurende hun aanwe „zen niet dan overlast aandeden, en het noodzaekelijke werk verhinderen wij versogten zijn hoogheijt dat hij dog gelievde die manschap uijt 'sComp=s bodem te ligten; maar in plaetse van zodanigen billijken versoek te doen gebruijkte hij de list is quasi die manschap tegen andere 25. onder opsig van alie zulthoen zonder ons weeten aanboord ter verrruijlinge te werpe want zodrae dezelve overwaeren met hun geweiren roeijde het vaertuijg weg zonder een man terug teneemen, en dus waren 'er 50. fol „ten metalie sulthoen intschip tegen wil en dank, ziende een ijder aan dewal en op de scheepen dat den hertog dien bodem op een geweldadige w „se wil meester maeken; wij hebben zijn hoogh:t hier op laeten versoeken van diergelijken noit gehoorde gedoentens aff tezien, onse vrijheijt zodanig niet meer te schenden, en op de gevolgen te dencken, Ja alle wat in sinceere en civile termen konde werden bedagt wier hem voorgedragen; dog dit gedoente stond door, en de manschap blee continueeren aanboord, het welke bij een ijder mensch verdagt, en stremminge in alle onsen handel en wandel benevens nog affronten en schanden causeerde; lieten eijndelijk en voor't laetstemael zijn hoogh:t weeten dat indien hij het volk niet wilde ordonneeren van boord temogen gaan, dat wij als dan niet konden instaan vo onheijlen, dewijl 'sComp:s scheepelingen t' onvreede waren over dat haar buijten onse ordre en licentie nog zo veel soldaten met streeken op den hals waren gezonden ens:j daer op zijnse den 11:' van de maan„ resjeb (:den 18:' sept:r) eerst geligt geworden, naelaetende in de scheeps gemoederen geen ongegronde gedagten van verraed en gewe dat den serdaer aan haarlijk hadde bethoond, en waar van wij niet ee „der nae de waerheijt onderrigt zijn, als wanneer hij zijne rolle hadde uijtgespeeld. —. Hier op vermeijnden wij ons veragtende werk weder in te haeke teweeten het groote schip de ketel met den capitain Carel Koenad batavi „waard, en Ridderskerk nae bassoura tezenden, gelijk w' zijn hoogh:t bij replicq hadden bekend gemaekt; edog hij liet ons kort daar aan voorstel van 2: diensten een temoeten doen, teweeten 300: paerden, 300. soldaten en ho nodige daar toe met zijn hoogheijt mossaffer alie Chan nae Tatta tevoeren: off aan hem de scheepen op 25: dagen tijd tot d' Expeditie te leenen hij zoude zig bij schriftelijke contract 's Coninx wegen daar voor e alle schaeden verbinden: een van beijden moesten wij doen &:a dese commissie wierde van den naib mhamet backerbeecq, alie sulthoen, en Eenen seffoela beecq ter ordre bij ons verrigt; en zijlijk zijn met veel redenen verthoond zo wel de onmogelijkheijt van zo veel volk, paarden als amde met
English
to be able to transport with the Company's ships; and concerning the lending of the ships to His Highness for the extermination of the Arabs, we were informed in the past year that their power was found to be much greater than their Highnesses, according to the reports, had assured us at that time, and even if their power might have diminished, it was nevertheless to be presupposed that the robber rabble would still be desperate enough to ruin our ships and the King's fleet, through their large number of vessels and 3 ships, because that rabble is provided with mostly seafaring Arabs, and they have staked everything on robbery and pursuing booty, so that we for our part judged it irresponsible to dare to risk the Company's ships, which indeed were also provided with cargo, and souls in that expedition; we reminded him besides that by granting the ships we would also act contrary to our submissive writing to Your Majesty, and also reject the report that had likewise been dispatched by the sea admiral Mhamet Tackie Chan regarding the past year's expedition. These two replies, most powerful King, caused him but few days of reflection, and meanwhile he had some of the equipment goods, obtained upon the Elmomalek's favorable writing to our High Mighty Lords and entirely discharged just before, politely collected. The goods delivered by order of the Serdar and those still remaining among us have been notified by a letter to the said Naib and the second of the fleet Molla Alie Sja, and joined herewith with the deepest respect; no payment having been obtained for it as yet. Being subsequently steadily urged by His Highness, he even pressed on in such a manner that it seemed, when he received no categorical answer, he nevertheless aimed to force us into the Crown's service with even more force and affronts, rather than with favorable and customary manners, which we as royal guest-friends are accustomed to. We continually had the said Serdar requested to please consider that we, indeed, also had to fulfill the recommended services to our lords and masters according to oath and duty, because otherwise our honor and life would be lost, and what reasons there were to desist from these matters were given, with an indication of the damages that the Honorable Company stood to suffer in following those requests; instead of yielding to fairness, he began to lash out at us more and more. In a word, he forced us, so that in order to obtain some peace, the lending of Ridderskerk was promised to him to transport whatever was possible toward Tatta, provided that the same, discharged of its cargo, ballasted again, and provided with what was necessary, was to put out to sea outside the gulf. The same seemed somewhat dissatisfied upon receiving this notification, and said shortly thereafter, in 5 days Mossafferalie Chan will go on board with the horses and men. Upon which answer His Highness was once again requested that as long as the ship was not unloaded and ready again, it would not take on Mossaffer Aliechan. To which he was answered a few days later that we were doing our best to unload with a single vessel and ship's boat, for in a year's time [illegible] have become absent, and the vessels for lack thereof have remained standing unusable on the beach, but we could not yet suffice with that, since he considered his wish unfulfilled, and therefore absolutely insisted on having to take the aforesaid troops and beasts at that time. Whereupon he was requested to just line up 50 horses together and then compare them with the size of a ship, in order to believe the better that our words were no pretense, but contained the truth of the impossibility. His Highness answered thereupon: they must transport Mossasser Alie Chan with his people, horses, and baggage, come what may; if they cannot do it with one ship, let them do it with more; yes, even if they were to pile cattle and men on top of each other, if they perished it was fine, and even if whoever it was died, that could not matter to him; I want to see that service which they have undertaken performed. Thus the said Serdar lashed out at us, wanting and desiring nothing other than that which must finally promote the greatest damage to our lords and masters as well as the loss of our honor and life. But because he now pressed upon us more and more, we once again made known to His Highness the motives why we could not be ready earlier, and also the reason that one ship could not possibly take in as much as he desired in order to put out to sea; where then the water and firewood would be stored and fetched again when it was exhausted and the ship was at sea; Tatta lay somewhat further from here than Congo, or Boucheer, and more such reasons.
Dutch transcription
2507 met 'sComp:s scheepen te kunnen overvoeren; en belangende de scheepen aan zijn hoogh:t tot verdelginge der arrabieren te leenen, waeren wij in't verleeden Jaar onderrigt geworden, dat hunne magt veel grooter was bevon„ „den als haar hoogheden volgens de berigten ons doenmaals hadden verse„ „kerd, en zoder selver magt al mogte verminderd zijn, zo was egter te voor onderstellen, dat roovgespuijs nog desperaet genoeg zoude wezen om onse scheepen en 's Coninx vloot te ruineeren, door hun groot getal van vaar„ „tuijgen en 3. scheepen, dewijl dat gespuijs van meest zee ervarens arabie„ „ren is voorsien, en alles gesteld hebben op roov en om buijt te bejagen, zo dat wij ons aandeels onverantwoordelijk oirdeelden te zijn 'sComp=s scheepen (:die immers ook met lading voorsien waeren:) en zielen in die expeditie te durven resiqueeren; erinnerden daar benevens dat bij 't toestaan der scheepen ook tegenstrijdig van ons onderdanig schrijvens aan uwe majesteijt zouden handelen: en ook verwerpen het berigt dat over de voorleden Jarige expeditie door den zeeadmiraal r mhamet Tackie Chan insgelijx was affgegaen: dese twee replicques groot magtigste Coning, hebben hem maar weijnig dagen bedenkens, veroirzaekt, en liet in tusschen, eenige der op des elmomaleegs genegen schrijvens aan onse hoog vermogende grooten, erlangde en Even bevorens in't geheel ontloste equipagie goederen beleevdelijk affhaelen; zijn het geleverde ter ordre van den serdaer en nog verblevene onder ons bij een brieff aan gem: naib en den secunde van de vloot molla alie sja g'adverteert, en met de diepste eerbied hier nevens ge„ „voegd; zijnde daar op tot nog geen betalinge erlangd. — Werdende vervolgens van zijn hoogheijt gestadig aangestaen, dravende zelv in dier voegen door het het scheen, wanneer geen Cathagroies antwoord kreeg hem evenwel te sijn off ons net nog meerder force en affronten tot scroons dienst dwong, dan met genegene en gebruij„ „kelijke manieren, die w' als rijx gast vrienden gewend zijn; wij lieten ged=te serdaar geduurig verzoeken te willen overdencken, dat wij immers ook onse heeren en meesters volgens eed en pligt d'aanbevolene diensten moesten volbrengen want dat ons eer, en leven bij't constrarie verlooren, en hoedanige redenen van deze zaeken af tezien, gegeven zijn, gegeven zijn, met aanwijsinge der schadens die dE: Comp: bij't gevolgen dier versoeken telijden stonden begon hijser daar instede van op de billijk„ „heijd, hoe langs hoe meer op ons uijttevallen; dwongons met eenen woord, dat om wat rust te erlangen, het leenen van ridderskerk omme wat mogelijk was tattawaart over te zullen voeren hem wierde beloofd, mits het zelve van. eeren en 10or op hadd bij d eld en ho: Catta ten n ande e van zijn lading ontlost, weder geballast, en van't nodige voor „sien was buijten de golv in zee te steeken; gelaetende zig den zelven bij ontfangst dier lijdeinge eeniger moeten onvoldaen, en zeijde kort daar aan over 5. dagen zal mossafferalie Chan met de paarden en menschen naeboord gaan; op welken antwoord zijn hoogheijt al wederom wierde verzogt, dat zolange als het schip niet los, en wederom klaas was, het zelve van mossaffer aliechan niet zoude inneemen; werdende daar op en paardagen van hem ontwoord dat wij onse beste deeden ter ontlossinge met een enkel vaartuijg, en scheeps boot (:want daer zijn nu in een Jaar tijds met alle Julij absent geraekt, en de vaartuijgen bij gebreeken van dien opstrand onbruijkbaar staen gebleven:) dog wij konden daarmede nog niet volstaan, vermits hij sijn sin on„ „voldaan gedaan hield, stond derhalven absoluijt om voorm:t troupen en beesten op die tijd temoeten neemen; waar op hem verzogt wierde. Emaar Eens 50. paarden aan malkanderen te schaeren en de groote van Een schip als dan daermeede vergelijken laeten, omme te beeter te gelooven, dat ons seggen geen voorgeeven, maar waarheijt van de onmogelijkheijt be helfde; antwoordende, zijn hoogheijt daar op: Sij moeten Mossasser alie Chan met sijn volk paarden en ba„ gagie overvoeren het gae hoe 't wil, konnen se niet het selfd met een schip doen, latense met meer doen, Ja al sou dense vee en menschen op malkanderen Stapelen, vo „rektense het was goed, en Creveerde selv wie 't was dat konde hem niet scheelen, ik wil dien dienst die sijl: aangenomen hebben verrigt sien. dus viel scre. dien Eerdaer op ons uijt, willende en begel rende niet anders dan het geene onse heeren en meesters de grootste schaeden mitsgaders het verlies van onse Eere En leeven fmnaal moeste bevorderen: dan dewijl hij nu hae Langs hoe meer op ons indrong, lieten wij sijn hoogheijt nogin de motiven bekent maeken, waaromme wij niet Eerder konden klaer werden, en ook de oirsaeke dat Een schip onmogelijk soo veel als hij begeerde konde Inneemen, on„ „me in zee te steeken, waar dan het waeter en branthout soude geburgen en weederom gehaald werden wanneer het op en 'tschip in Zee was; tatta lag wat verder van hier als Congo, off boucheer, En meer diergelijke redenen
English
reasons, although it was all in vain, since the expedition had been put too firmly in his head, either by himself or by others. The unspeakable burdens and insults constantly endured from that serdaar were meanwhile also accompanied by many affrontful threats, and thereby caused us, in the eyes of everyone, to be treated in the same manner as he thought he might do to the most defenseless subject. For on the 7th of October, by reaffirming what he had conveyed a few days before, he had Mohamed Backer Beecq and Alie Sulthoen notify us in the Company's lodge: that whereas it was not feasible to transport Mossaffer Alie Chan with his troops, horses, etc., across, and what he had indeed expected, wherefore he had also proposed to lend him the aforementioned ships for the expedition, under written condition of delivering them back into the roads in 25 days; he had also, they continued in the name of the serdaar, been satisfied with the acceptance of the former, as being the King's order; but regarding the expedition, he had, for the sake of preserving the King's favor and his life, since he had performed nothing for the King in 13 months' time, done this on his own accord for his rescue, and therefore was still intent upon having the two ships, requesting not to refuse him this any longer, but finally to answer whether we would lend him those two ships for the aforementioned purpose, or not! We told those commissioners that they might please assure His Highness: if this or the first-mentioned service—without having to expect the complete clearing of the ships, their cargo, the souls presently aboard and still to be taken on, as well as the loss of our lives before our aforementioned highest superiors, and even our honor before His Majesty—did not deter and restrain us, why then should we not assist His Highness? In the past year we had indeed done more against the Arabs at his request than His Majesty had pleased to demand of us; nay, never in all cases had the Honorable Company alone needed or had to perform all services beforehand, since we were not the only guest-friends in these realms, but there were also others whose ships passed and repassed, and the Honorable Company, without any evidence that the monarch had given us the least indication, was nevertheless repeatedly frustrated alone in her work; and we left to their, and also to His Highness's judgment, whether that manner of proceeding with us, in comparison to how others may carry out their free dispatch of ships, must not seem harsh. We reminded the serdaar's commissioners that upon Your Majesty's order received through the pen of the mustoffie elmomaleek Mhamed Tackie Chan, we had written as well to our High and Mighty superiors as to Your Majesty, and we were to be held accountable, without receipt of a reply, whenever we did anything that was contrary to custom or undertook a matter for which permission to act had been sought and not obtained. We could mention more of our arguments here, were we not afraid of causing Your Majesty's disfavor, and therefore we shall, in the most humble reverence, only place before your eyes how those commissioners, having listened to the aforementioned, also insisted, and having thus argued back and forth in favor of the serdaar, who wanted to have the 2 ships, on the one hand, and we having advanced our position regarding the impossibility on the other hand, we found that commission to present itself in an intolerable manner, those two regents threatening us in the name of the serdaar: if we did not lend the ships, that we would receive no more provisions of water, firewood, etc., and tomorrow would see that the lodge would be besieged on that account; Boucheer and Spahan would also not be free; asking in the name of the serdaar, as Alie Sulthoen and Mhamet Backer Beecq said was the case: if the field commander wants to have two ships from you by force for the King's service, do you then have orders to go to war with him until its final outcome? The answer was no, but show us His Majesty's command. Instead of answering this, and much less showing the supreme command of Your Majesty, they began to tell us somewhat more clearly what orders they had, consisting of the warning under solemn oaths that if the serdaar did not obtain the Ketel and Ridderkerk, he would not leave one stone upon another of the Company's lodge, advising us for the last time to do His Highness that service; they had orders not to return without a no or a yes, and he could indeed entirely ruin and slaughter us, etc. To them we answered that we did not know whether he had a higher respected order to make war with us, but we could and did also assure the serdaar that we were without orders to dispatch the Company's ships for war; in that case he was master as well today as tomorrow, could do his pleasure in waging war against us, and we had to face his treatment; we had resided here for so many years, but had never experienced so disreputable and contradictory a treatment from regents, even regarding the mandates held in uncommon high esteem, nor ever read of it in ancient writings of more than 100 years.
Dutch transcription
2508 redenen hoewel 'twas alle vergeefs, vermits by hem de Expeditie te vast in't hoofd of van selfs of van andere ingebragt was. de onuijtsprekelijke relds geledene lasten hoon van dien serdaar, was intusschen ook verseld van veele af„ fronteuse bedreijgingen, en maekte daar door, dat wij in't oog van Een ijder Even eens souden gehandeld werden, als hij aan de weerlooste onderdaan vermeijnd te mogen doen, want op den 7:' 8ber: liet hij bij Trmmeringe van het geene voor Eenige daegen hadde laeten seggen, door mhamed backer beecq en alie sulthoen in'sComp:s logie ons aen„ seggen: dat dewijl het niet doenelyk was omme mossaffer alie Chan met sijn troupen paarden &:a over te kunnen voeren, en het geene hij wel gedagt, midsgrs: derhalven ook voorgesteld hadde, hem de scheepen voorm:t tot de Expeditie te leenen, onder schrift telijke Conditie in 25: dagen wederom ter rheede te sullen leveren: was ook /:vervolgden sij uijt naeme desserdaars:/ met het aanneemen van 't Eerste, als weesende de 's Coninx ordre vergenoegd geweest; dog wat d'Expeditie betroff dat hadde hij wegen 't behoud van 's Coninx gunste, en sijn leeven, vermits voor den Coning in 13. maanden tijtsniets hadde verrigt uijt sig selven ter sijner reddinge gedaen, en stond derhalven nog om de twee scheepen te hebben met versoek hem sulx nu niet meer te weijgeren, maar finaal andivoor den of wij hem die twee scheepen ten voorm: Eijnde wilden leenen, off niet! wij seijden aan die gecommitt:s dat syl: Syne hoogheijt gelieven te verseekeren: indien ons 't sij dese, of de Eerstgem: dienst, sonder de vol„ slagene ruime der scheepen, dies ladinge, inhebbende en inkrijgende sielen; benevens het verlies van ons leeven, bij hoogst gem: onse grooten, en selv de Eere by syne masesteijt, te gemoed tesien; niet daer van afhielde en in den teugel viel, waerom wij dan syne hoogh:t niet niet souden bijspingen, wi hadden in't gepasseerde Jaer tegens de arrabieren immers meer op Sijne versoeken gedaen, als syne masesteijt ons hadde gelieven te vergen, Ia nooijt had„ de d' EComp:e immers in allen gevallen, alle diensten bevorens alleen behoeven of moeten doen; dewijl wij de Eenigste gastvrinden in dese rijken maar naast ook andere waeren, welkers scheepen pas= en repasseerden, en d' EComp: wierd zonder blijk dat den monarch: ons het minste hadde te kennen gegeven Egter telkens alleen in haar werk gefrustreert; en fem wij lieten aan haer, en ook sijn hoogheijts oirdeel, off dat ge„ doente met ons in vergelijk hoe andere hunne vrij scheepsver„ sendinge werkstellig mogen maeken niet hard moest vallen w' bragten den serdaar sijne gecommitt:s te binnen dat op uw masesteijts ontfangene ordre door de penne van den mustoffie Elmomaleek mhamed tackie Chan, zoo wel aen onse hoog vermogende groten, als aen u mazesteijt gecarteerd hadden, en wij waeren buyten ontfangst van replicq verandwoordelijk te houden wan „neer wij iets deeden dat buyten gewoonte was of eene zaeke ondernamen waar over permissie van te doen pe sogt en niet Erlangd hadden; wij souden hier van ons bygebragte wel meer aanroeren, indien w' niet bevrees waeren uwe masesteijts ongenaede te veroirzaeken en derhalven Sullen w' nog maar in de alleronderd nigste Eerbied voor oogen brengen, hoe die Commis sarissen nae 't vooren gesegde aangehoord, ook bande en zodanig over en weir in't faveur des Eerdaars /:die de 2. scheepen wilde hebben:/ ter Eenre, en wij omtrent de ondoenelijkheijt ter andere Zijde het onse bygebre te hebben, bevonden wij die Commissie van Een ont dragelijker trand Sig, te representeeren, dreijgende ons die twee regenten uijt naeme des Eerdaars: indie wij de scheepen niet leenden, dat wij nog leevens m „delen van water brandhoud &:a / meer ontfangen en morgen sien souden dat delogie daarom becing soude sijn, boucheer en Spahan soude ook niet vrij 2509 vrij sijn: vragende uijt name van den serdaer (: soo als alie sulthoen en mhamet backer beecq sijden te geschieden:/ als den veld overste twee scheepen ten dienste des Conings van uw per force hebben wil, heb„ bje dan ordre om tot dies finael ontleg te mogen in oirlog met hem treeden antwoord neen, dog thoond on sijn majesteijts bevel. syl: begon nen, in plaatse hier op t' antwoorden, en nog veel minder het hoogste gebod uwer mazesteijt te ver„ „thonen, ons wat klaarder te melden wat last sij hadden, bestaende in de waarschouwinge on der diere Eeden dat wanneer den serdhaer de ketel en ridderkerk niet kreeg, hij geen een steen op den anderen van 's Comp:s logie soude laten, radende ons voor't laatstemael aan sijn hoogheijt dien dienst te doen, sij hadden bevel van niet sonder neen, off Ia te mogen retourneeren en hij konde ons immers in 't geheel ruineeren en affmaken &:a Site. hunl: hebben wij g'antwoord, dat wij niet wis„ „ten of hij Een hoger gerespecteerde bevel hadde, met ons te oirlogen, maar wij konden en lieten den serdaer ook assureeren Sonder ordre te zijn van 's Comp:s scheepen ten oirlog te Expedieeren, hij was in dat geval meester zoo wel heeden als morgen, konde in ons te boirlogen sijn believen doen, wij moes„ „ten sijne behandelinge te gemoed sien; hadden zoo„ lange Iaeren hier geresideert maar nooit zoo disreputatieux en tegenstrijdig; self met de in onge „meene hoogagtinge gehouden werden de mandamenten Eene behandelinge van regenten ondervonden, of bij al oude geschriften van ruijm 100. Iaeren gelesen ooijt
English
ever to have happened; and seeing the unshakeable determination of the serdar through the testimony of the commissioners regarding the 2 ships (as no one had rest, peace, or even speaking time either with him or with those who were with him) to have them, or rather to risk his own life against us, we let the commissioners depart, taking our assurance with them that in the afternoon, we would let the serdar know yes or no, and with that they were satisfied. We then took everything into consideration that His Highness had successively demanded through envoys, as well as the Company's interpreter, and now for the last time (on the 7th of October) through the aforementioned two gentlemen; it now came down to yes or no, and we found that he had enough assistance to pursue his intention, but no one who advised him against it, nor did our sound reasons, which were given in all respects, gain the slightest entry, but instead of helping to maintain friendship, we were so hard-pressed with all manner of irreverent declarations to fulfill the serdar's desire, that we willy-nilly had to grant the aforementioned two ships to His Highness, since no further delay was granted to us, and upon refusal, war against us was at the door; we informed His Highness of our taken resolution along with the division of his people for each ship, and requested that so much time be granted until the ships were made ready, whereupon he in reply gave to know his apparent satisfaction, and undertook to have some vessels added to assist us therein: yet everything seemed to want to take a tricky turn, for the following day some of his people and baggage already had to be put on the large ship, galleys prepared for him and his soldiers, without regard to whether the Europeans were hindered in the discharging and preparing of both vessels or not: so that in the enclosed copy of exchanged writings it may be seen whereto he then added his own answer; his not having granted any time for the discharging of the ships and the re-ballasting thereof has in all parts broken his promises and oaths of faith, and brought the servants who were stationed on the said vessels in the service of the High and Mighty Dutch Company into great perplexity, anxiety, and thereby even into deep thought, this then having come to our ears in the Company's residence, has also caused no small astonishment, since we feared that some evil consequence might occasionally arise therefrom, wherefore we, with the other gentlemen of our council, went the following day in a proper manner to the frequently mentioned serdar, His Highness Imam Verdi Khan, where we found everything in such a state as has already been reported above, which we then brought to the attention of and presented to the often mentioned serdar; yet since His Highness showed himself very angry and equally insolent towards every one of us, we were perforce obliged, without being able to obtain any redress in that regard, to depart again from on board the ship; this was barely 3 hours ago when most of the European nautical servants were driven off board by the serdar in an insulting manner, who are now all in the Company's residence; after this, he caused the anchor to be weighed and set sail, wherefore, upon this having occurred, we found ourselves obliged to address a letter to His Highness in such manner as the copy alongside this reverently shows for the perusal of Your Majesty and the servants who stand at your glorious throne; departing further with those as yet unrigged ships without the necessary seafaring folk who understand that work, to the islands of Heitsen Shoais, it went in such a way with him there that it caused shame and a bad name for everyone, the said ships having also returned in such condition, according to reports, to Mogol situated near Congo, and it is not yet known to us what damage or injury has been done to them, since His Highness the serdar obliged himself by the concluded contract to guarantee everything; wherefore we thereafter, on the 27th of the month of Shaban 1154 or the 4th of November 1741, also addressed the necessary letters concerning this to the Admiral of the Sea Mohammad Taqi Khan while sending a copy of the treaty, copies of which in all submissiveness follow herewith, accompanied by two further copies of letters exchanged thereon, dated the 3rd of the month of Ramadan (the 12th of November) by the said Admiral of the Sea, and in reply written by us, Your Majesty's servants, 6 days after date; if now the said His Highness does not send the Company's ships back hither to us shortly, nothing but the greatest accountability and shame will be caused both before Your Majesty and our High and Mighty superiors, and on that account, even if damage and misfortunes (which God, however, may please prevent) should befall the said ships and the fleet through the Arabs or any other accident, not the least part of it is in any way to be imputed or blamed on us. And
Dutch transcription
ooijt geschied te sijn; En gesien weesende het onversettel: voorneemen met den serdaer door de be„ „tuijginge der gecommitt:s weegen de 2: scheepen /:als hebbende niemand rust, vreede of selv geen Spree„ kers tijd nog bij hem, nog aan die bij hem waeren:/ te willen hebben, of liever aan ons sijn Eijgen leeven waegen hebben wij de gecommitt:s laeten afscheijt, en onse ver„ Zeekeringe meede neemen van na de middag, 't Ia off neem den serdaer tesullen laeten weeten en daermeede hebben zij hun vergenoegt. wij naemen daar op alles in overweeginge wat on zyne hoogheijt successive door afsendelingen, als ook 'sComp:s tolk, en nu voor't laatstemael /:op den 7:' 8ber: door voorm: twee heeren hadde laeten vergen; aan Ia off neen quam het 'er nu op aan, en wij ondervonden dat hij genolg adsistentie omme Syn voornemen voor tesetten hadde, maar niemand die hem daer van afraedede, of onse bondige redenen, die in allen op sigten gegeven waeren Eenige de min „ste ingressie verschaften, maar wierden in plaetse, van het behoud der vriendschap te helpen staen blijven, met allen hande, irreverente besegeningen tervolbrenginge van S. serdaars begeerte zodanig benard, dat wij teegen wil, een dank, en wijse voorm: twee scheepen aan Sij hoogheijt moesten toestaen, dewijl 'er geen langer uijt stel aan ons vergunt, en bij weijgeringe den oirlog tegen ons voor de deur was; lieten Syn hoogh:t van onse gedibe gene resolutie benevens de verdeelinge van sijn volko ider schip de weet doen, en versogten van soo veel tyd datd scheepen klaer wierden gemaekt, temogen vergunt werde geevende daar op in replicq syn scheijnbaar genoegen te kennen, en nam aan daertoe Eenige vaertuijgen tot dies behulp ons te zullen laeten bysetten: dog alle scheen Een streekagtig gevolg te willen neemen, wan sonderen daags moesten van syn volk en bagagie al 't groote schip, Combuijsen voor hem, en desselfs sold vervairdigt 2510 vervairdigt werden, sonder aansien of de Europeaenen met het ontlosten, en klaer maeken der beijde bodems wierden verhinderd of niet: invoegen bij nevensleggende Copij gewisselde geschriften te sien Sy waer op hij selv dan sijn antwoord heeft gevoegd; denselven ^ geen tyd vergund heb „ben tot ontlossinge der scheepen en het wederom ballasten„ van dien heeft allendeels Syn beloften en geloofs= Eeden verbrooken, en de bed:s die in 's hoog vermogende holl: Comp: dienst op derselver bodems bescheijden waeren in een grote verleegentheijt, angst, en daar door selfs tot nadenken gebragt, dit dan ter onser ooren in 'sComp:s woninge geko„ men, weesende heeft meede niet weijnig verbaasth:t gecau„ seerd, vermids bedugt waeren dat 'er somtijts Eenig quaed gevolg uijt ontstaen mogte, wes,halven wij met de verdere heeren van onsen raad sonderendaags in den weg van suijverheijt na de veelm: serdaer syn hoog heijt Imom wer die Chan gegaan sijn, alwaer wij alles zodanig gesteld bevonden als voorw:t bereeds staat gemeld, 't gunt wij dan dikgem ser daer ter kennisse bragten tn voorhielden; dog dewijl zijn hoogh:t sig seer gebelgt, en tegens Een ijgelyk /:van ons Even brutaal bethoonde soo syn wij sonder Eenige reparatie dientweegens tekonnen Erlangen wel genoodsaekt geworden ook weederom van scheeps boord te vertrecken, dit was naauvlijx 3. uren tijts Een geleden wanneer de meeste: Enrop: bed:s der zee kundige op een affronteuse wijse door hem serdaer van boord wierden gezaagt en dewelke thans alle in 'sComp:s woninge zijn; hier nae heeft denselven het anker doen ligten en is onder zeijl gegaen weshalven w' op dit gesegt ons genoodsaekt bevonden indier voegen Een brief aan syn hoogheijt te Carteeren als de Copia nevens desen ter 3 speculatie d o„ speculatie van uwe majesteijt de bed:s die aen desselfs glansrijken throon staen, reverent staat te verthonen vertreckende voorts met die nog ongeredderde scheepen sonder benodigt zee volk, sig dat werk verstaende na de Eylanden heijtsen Sjoais soo is't den selven aldaer ook zodanig vergaen dat alles schande en Een quaeden naam voor Een ijgelijk heeft gecau„ seert, Synde ook indiervoegen nae de berigten, ged=te scheepen tot mogol nae by Congo gelegen wederom gekomen, En ons is nog niet bekend wat 'er voor schalde of nadeel daar aan is toegebragt, vermids syn hoogh:t den serdaar by het gepasseerde Contract sig g'obli „geert heeft voor alles tesullen caveeren; oversulx heb „ben w' daar nae den 27:' van de maand Sjaboen 1154. of den 4:' 9ber: 1741. /aan den Zeeadmiraal mhamed tackie Chan daar over onder het toesenden van Copij des verbonds ook het nodige gecarteert, en waer van de afschriften en alle onderdanigheijt bij desen sijn gevolgd, vergeselschapt weesende van nog twee daer op gewisselde Copij brieven gedateert den 3:' van de maand rammeson /:den 12:' 9ber: / door gem: Zee admiraal, en in replicq van ons uw ma sesten ts dienaeren 6. daegen nae dato gecarteerd; by aldien nu gem: syn hoogheijt sComp:s scheepen in 't kort met weederom tot ons herwaard herwaard schikt zal niets dan de grootste verandwoordinge en schande soo wel bij uw masesteijt als onse hoog vermogende grooten kunnen veroirsaekt werden, en uijt dien hoofd ook wanneer aan ged=te scheepen en de vloot door de arabieren ofte Eenig ander toeval, schaeden, en ongelucken /'t gunt golt Egter gelieve te verhoeden:/: overkomen mogten, soo is ons in geenen deele het geringste van dien 't Imputeeren ofte te wijten En
English
2511 And whereas from ancient times down to the present, the plenipotentiaries of the High and Mighty Lords of the Netherlands Company have resided everywhere in these realms to the welfare and flourishing of the same with all reputation and esteem, and likewise, God be thanked, not the slightest injury has been done to them, just as it has simultaneously been experienced by them that all regents and their servants, here and everywhere, have constantly brought the most highly esteemed royal mandates, wherewith the plenipotentiaries of the well-mentioned High and Mighty Lords have been gratified, to their heads with the utmost high esteem, and according to this have also let them enjoy all honor and courtesy; yet the regents who are presently in Gamron, coming and going, currently do nothing but what they themselves desire, and toward us nothing else happens from them but disrespect, mockery, and violence, without paying the slightest reflection or obligatory respect to the most highly esteemed mandates of Your Majesty; wherefore it will be very difficult for the plenipotentiaries of the High and Mighty Netherlands Company to continue their conduct and trade in this manner hereafter. And this has for that reason also compelled us to make known, to the illustrious servants who may receive the royal orders before the radiant throne of the monarch, our experience in its entirety, presenting it with the uttermost reverence, with very humble hope and prayer that Your Majesty may please to let a single ray of his sun-like shining favor shine upon us and the other plenipotentiaries of the High and Mighty Dutch Company, and to grant a High Royal raqam to the lifting up of our heads, so that regents with their servants shall not dare to cause the slightest inconvenience, harassment, trouble, or violence to us or to the High and Mighty Dutch Company's ships, vessels, hamals, and servants, nor in the least interfere with the Company's commerce, and that they, in whatever matter it might be, shall make not the slightest request without previously having obtained a raqam from Your Majesty and having shown it to us; by the granting of which a special joy will be caused to our High and Mighty Lords and our heads lifted up, as well as our hope increased, and the blessings invoked upon Your Majesty multiplied. /Below stood/ thus drawn up and rendered in Persian to the Company's mullah Camberalie, by (was signed) C.s Koenaad. — Agreed, Sijleveldt. No 2. Secret. 2512 Translation of the Persian missive written by the Honorable, Respectable Master Carel Roenaad, outgoing, and Simon Clement, elect Senior Merchants and Directors of this Persian Directorate, to the former Beglerbegi of the low lands, His Highness Alhamed Tackie Chan, on 6 December 1741, as further entrusted in secrecy for further conveyance to the Honorable Pieter Aalmisp.s Hoord at Spahan. After preceding compliments and customary marks of honor. —. Just at a time when we and the other plenipotentiaries of the High and Mighty Dutch Company were sitting confused in everything and very intolerably treated by the rulers over these low lands, which had brought our stay or departure into great deliberation, we have, through the master Shahbandar Sheikh Hadie, to our special honor duly received Your Highness's highly esteemed missive of the month Jamadi-ul-Awwal in the year 1154 (being in the month of July 1741), and perceived therein with much satisfaction Your Highness's good health and inclination toward us; which pleasant news at the same time somewhat relieved us in the said adverse situation, and has therefore given us reason to continue to pray to Heaven for the enduring high welfare of the monarch and Your Highness's continual good bodily disposition, in the confidence that Your Highness, to the increase of our hope, will graciously be pleased so to act concerning us and the other plenipotentiaries of the High and Mighty Dutch Company in such manner that we shall no longer suffer such intolerable burdens, disrespect, and violence from anyone. —. Concerning.
Dutch transcription
2511 En nademaal van al oude tijden af tot desen toe, de volmagten der hoog vermogende grooten der nederl: Comp:s over al in dese rijken tot welvaard en florisantie derselve met alle reputatie en aansien hebben geseeten, ook niemand van haar god dank het allergeringste nadeel is aangedaen, midsgrs: bij haer te gelijk onder„ vonden is, dat alle regenten nog de bed:s van deselve hier en over al de hoogst geschatte roijaele manda„ „menten, waermeede de volmagten van welgem: hoog 1 vermogende grooten gegratificeert geweest sijn geduirig met de uijtterste hoog agtinge aen hunne hoofden gebragt, en volgens dien ook alle Eene en beleefth:t hebben laeten genieten; Edog de regenten die tegenwoordig in gamron Sijn, af te komen en gaen 5 doen thans niet dan het geene wat hun selvbegeerd, te„ en aan ons geschied niet anders van deselve als disres k „pect, soon, en geweld sonder de minste reflectie ofte verpligte agtinge teslaegen op de hoogst geschatte t„ mandamenten uwer masesteijt, weshalven het ud voor de volmagten der hoog vermogende nederl: Comp: seer beswaerlijk sal Sijn nae desen op die S wijse hun handel en wandel te blijven Continueeren en sulx heeft ons uijt dien hoofde ook genood„ saekt te doen ondervinden, aan de illustre bed:s die voor den glansrijken throon des monarchen chen„ de roijaele beveelen mogen verneemen, ons weeder vaeren in Sijn geheel met de alteruijtterste Eerbiede„ in„ „nisse voor te dragen, met seer nedrige hoopeen beede, 'ere dat uwe masesteijt een Eenig straaltje van desselfs gelijk de son uijtschitterende gunste op onsen verdere v volmagten der hoog vermogende hollandse Comp:s gelieve te doen schijnen, en Een hoog Coningl: regain„ regam tot verheffinge onses hoofts verleenen, op dat regenten met derselver bed:s geen de minste over last meer aan ons nog molest nog ongelegenth:t ofte gewee aan de hoog vermogende holl: Comp: scheepen, vaart hamaals, en dienaars, midsgrs: niet het minste haer sComp:s koophandel sullen durven bemoeijen, en dat syl: in wat zaeke het ook soude mogen weesen„ minste versoeken zonder voor af bekomen regam van uwe masesteijt en dies verthoninge aan ons sullen dae sullende door dies verleeninge aan onse hoog vermogende grooten Een bysondere verheuginge gecauseerd en onse hoofden verheeven, mitsgrs: onse hoope vermeerderen en den Zeegenwensch ter sijden uwe masesteijt be meenigvuldig werden. /onderstond/ aldus op gesteld en in't persiaens opgegeven aan 's Comp molla Camberalie, bij (was getekent) C„s Koenaa. — Accordeerd Sijleveldi. No 2 secreet. 2512 Translaat persiaansche missive gesz: door dE: E: agtb: heer Carel Roenad affgaande, en Simon Clement g' Eligeert oppercooplieden en gezag„ „hebbers deser persische directie aan den geweese beglerbegie der benede lan„ „den zijn hoogheijt Alhamed Tackie Chan den 6:' December 1741. gelijk verders in secretese ter verdere voortportinge toevertrouwt aan den E: Pieter Aalmisp„s hoord tot Spahan. Nae voor affgaande Complimenten, en gewonelijke Eerbewijsingen. —. Juijst in een tijd dat wij ende verdere volmagten der Hoog vermogende holl: Comp=e door de heerschers over deze beneden landen in alles verward, en zeer onlijde„ „lijk getracteert saten, mitsgaders ons verblijv off vertrek in groot bedenken hadden gebragt, hebben wij door den heer sjabandhaer sjeeg hadie tot bijzondere Eere wel ont„ „fangen uw Hoogheijt zeer g'agte missive van de maand tjemadiul-awel a=o 1154. (:zijnde in de maand Julij 1741:) en met veel vergenoeginge daar bij uw Hoogheijts goede gezondheijt, en geneijgtheijt t' ons waards ontwaard; verligtende ons die aangename tijdinge te gelijk een weijnig in gezegde wederwaardigen toestand, en heevt ons derhalven redenen gegeven den Hemel om de bestendige hooge welvaerd des monarchen, en uw Hoogheijts Continuele goede lighaame dispo„ „sitie te bidden blijven, in dat vertrouwen het uw hoogheijd ter vermeerderinge van onse hoope gun„ „sdiglijk zodanig zal behagen omtrent ons en de verdere volmagten der hoog vermogende holl: Comp=e in dier voegen te bewerken dat wij van niemand meer zulken ondragelijken last, dis respect en geweld te lijden erlangen. —. Omtrent.
English
Concerning Your Highness's most affectionate expression of being assured that no writing is necessary regarding our readiness to serve the interests of His Majesty, we cannot fail to show our particular obligation herewith. And just as the Crown services rendered by us in former times are now, thank God, fully known to Your Highness and everyone, so we shall not fail to persevere therein in the future, as far as our modest ability will allow; and with regard to assisting His Excellency the Shahbandar upon occurring occasions, may Your Highness rest assured that we shall strive to the best of our ability to give satisfaction from our side in this matter, and in all Your Highness's honored commands. Some time ago, the Company's interpreter Khwaja David was dispatched to Your Highness with a friendly letter from His High Nobility, the illustrious Lord Governor-General and the Honorable Lords Councillors of the Indies, together with our obedient letter accompanying the same, hoping also that the said interpreter will have already had the honor of kissing Your Highness's hands, and that we may be made so fortunate, in accordance with the request made alongside it, to see a gracious royal raqam granted and issued for the relief of our grievances through Your Highness's special favor. Furthermore, we find ourselves compelled to report that we have recently again been ready in the service of the monarch, as has happened more often before this, and have also brought satisfaction thereby; but matters have now gone entirely differently for us than previously because of the regents here, since they, practically out of malicious intent, and instead of acknowledging or helping to promote faithful services, proceed and have put into work everything that enters their heads to our grief, even presuming themselves to want to set the price of merchandise according to their own desire, so that it clearly appears from this that they have little or no obligatory high respect left for the royal mandates nor commands, and it will therefore be impossible for us to continue conducting our trade and affairs in these lands with such affronting and disadvantageous treatments; but if the said regents had impartially intervened in fairness between His Highness Imam Verdi Khan and us, and had acted according to the reasons communicated mutually, His Highness would not have lost his life so miserably, nor would we have become subject to so many affronts, as is fully evident to Your Highness from our accompanying most humble petition to the monarch, and also from its bearer who kisses Your Highness's hands, since from the reading and his verbal report it will surely become apparent that Bandar Abbasi (Gamron) is no longer that Bandar Abbasi as it was seen and left by Your Highness. Meanwhile, we have been plunged into apprehension with the greatest fear in the world by the unprecedented actions of the regents, not knowing how we shall be able to justify ourselves to our High and Mighty Lords, the more so because, according to our most obedient latest report to Your Highness, the friend of Your Highness who was so graciously ransomed has since that time gotten out of hand, and atrocious damage has been inflicted upon our High and Mighty Lords. Regarding the equipment goods, about which we recently gave Your Highness the due communication, His Highness Imam Verdi Khan having also obtained knowledge of them, he demanded the same from us in such a manner and also obtained most of them, so that Your Highness will be able to discover this, if you please, from the accompanying copies of the letters exchanged to and from His Highness Hatam Khan, humbly requesting to be permitted to refer thereto. Finally, continuing to persevere in a sincere hope and trust by virtue of Your Highness's benevolent inclination toward our side, we take the respectful liberty herewith to humbly request that it may kindly please Your Highness to grant the aforesaid most humble petition of ours a gracious hearing before the radiant throne of His Majesty the King of Kings in an agreeable hour, and that thereupon, through Your Highness's high and mighty inclination on account of the ancient, true friendship that has been maintained between the said most high Majesty and our High and Mighty Lords, as well as with Your Highness and us alongside all the full powers of our highest-mentioned Lords, we may be favored with a High Royal farman, so that no violence or hindrance whatsoever may be done or brought upon the Company's ships, vessels, nor upon their servants, or upon the hamals (coolies) needed for service or already present, by any regent, wherever and whoever he might be; also that they shall not be permitted to meddle in the least with our trade and affairs, and furthermore, outside the most esteemed commands of the monarch (which must be shown to us), shall not dare to force or even demand us into service, so that through that most princely grace, our High and Mighty Lords may be given satisfaction, the trade brought to prosperity, and an ever-grateful peace of mind caused for us; for if we should not be heard in our supplications, it is no longer possible for us to endure such affronts and damages in this country or to continue therein. Further, the conclusion with compliments and titles of honor. (Below stood:) Thus, according to the reading of the Company's Persian scribe Qambar Ali, translated from the Persian into Dutch by (was signed) Cornelius Koenad Sijleveld, Sworn and Public Secretary.
Dutch transcription
Omtrent uw hoogheijds zeer genegene betuijginge van zig verzekerd te bevinden geen aanschrijvens omtrent onse dienstwilligheijd ten belange des majesteijts nodig te zijn, kunnen wij niet manqueeren onse bij zoude „re obligatie mits desen te bethoonen en gelijk nu de bewezene Croons diensten van ons in voorige tijden aan uw hoogheijds en een ijder God dank volkomen kennelijk zijn zoo zullen in den aanstaande ook niet nalaeten daer bij te volherden voor zoo verre ons gering vermogen zal willen toelaeten; en in opzigte van zijn Excellentie den sjabandhaer bij voorvallende octagie behulpig tewezen, gelieve uw Hoogheijt zig te willen gerusten, als zullende van onze zijde hier inne, en in alle uwe hoogheijts g'Eerde beveelen nae vermogen be„ „tragten voldoeninge te geven. — Voor Eenige tijd is'sComp:s jnterpreteur godja David sahibaen vriendschaps missive van zijn Hoog Edelheijt den illusteren heere gouverneur Generaal, en de wel Edele heeren Raden van Jndia, benevens onse gehoorsame letterenten geleijde van dezelve aan uw hoogheijd g'invieert, verhoopende ook dat ged=ts tolk reeds de eere zal hebben gehad uw hoogheijts handen te kus„ „sen, en wij zo gelukkig gemaekt zijn nae volgens het daar benevens gedaene verzoek, een gratieux roijal regam ter ver„ „heffinge onser hoorden door uw hoogheijts bijsondere gun„ „ste moge verleend en uijtgegeven zien. —. Voorts vinden w' ons genoodzaekt te melden dat w' nu we„ „derom, niet lange geleeden, ten dienste de monarchen paraet zijn geweest, gelijk voor dezen meer is geschied, en hebben ook daar mede genoegen toegebragt; dog het is ons thans geheel anders als bevoorens vergaen door de hier zijnde regenten, aangezien zijl:k genoegzaem uijt hol„ „len gemoede, en in plaatze van getrouwe dienstent erkennen, ofte helpen bevorderen, heen gaen en alles wat haarl: maar in de hoovden komt ten onsen verdriete in't werk hebben gespand, Jal hun zelven onderstaen Coop„ „mansz: volgens hun begeerte in prijs zelv te willen hebben, zoo. 2513 zoo dat hier door klaar blijkt zijl:j wijnig off geen verpligte hoogagtinge voor de Coningl: mandamenten, nogte bevelen overig hebben, en't ons derhalven in deze landen ondoenelijk sal wesen met sulke affronteuse en nadeelige behandelingen onsen handel en wandel te blijven drijven; dan ingevalle gem: regenten haar inder billijkheijd tusschen zijn hoogheijt Jman werdie chan en ons begeven mitsgaders nae de gezondene redenen wederzijds gehandeld hadden, zoo zoude nog zijn hoogheijt zoo elendig om 't leven geraekt en wij ook niet zoo veel affronten subject geworden zijn, invoegen aan uwe hoogheijd ten vollen staat te blijken uijt ons nevens gaende onderdanigst supplicq aan den monarch, en ook van dies over„ „brenger ter hand kus van uw hoogheijt dewijl uijt delectura en desselvs mondeling berigt wel zal tevoren komen dat bhen„ „dher abassie (:Gamron:) niet meer dat Bhender abassie is, zoo als het zelve van uw hoogheijt is gesien, en gelaeten. zijnde wij intusschen met d'allergrootste vreese des weerelds in bekommernisse gebragt door der regenten noit gehoorde gedoentens, niet wetende hoedanig wij onse verantwoordinge bij onse hoog vermogende Grooten zullen kunnen goedmaeken, te meer dat volgens ons gehoorsaemst laetste berigt aen uw hoogheijt, den zoo grati„ „lux verlosten vriend van uw hoogheijt nu zedert dien tijd daar van geraekt, en aen onse hoog vermogende grooten een grouzalme schaede toegebragt geworden. —. Wegende Equipagie goederen, waarvan w'uw hoogheijt laatstens de verschuldigde Communicatie hebben gegeven, zijn hoogheijt Jmoem werdie Chan ook kennisse hebbende erlangd, zoo heert hij deselve op zodanige manier van ons gevorderden ook meest erlangd, invoegen uw hoogheijt des gelievende zal tevoren kunnen komen, uijt nevensgaende affschriften der gewisselde brieven van en aan zijn hoogheijt Hattam Chan, nedrig versoekende daer aen ons temogen refereeren. —. binissement in een opregte hoope en vertrouwen van wegen uw hoogh=ts beniquicque toegedaenh=d ter zijden van ons blijvende volherden, zoo ge„ „bruijken wij nog d'Eerbiedige vrijheijt mits desen nedrig te versoeken, dat het uw hoogheijt goediglijk gelieve moge voormeld ons demoedigst supplica trent zonde de tijden men niet g n agie nu se hebben, No: 3 Accordeerd supplicq aan zijn majesteijt den Coning der Coningen in een aangename stonde voor desselvs glansrijken throon te doen verleenen een gratieux verhoor en dat wij daar op, door uw hoogheijts groot ver„ „mogende geneijgtheijd van wegen d'aloude waare amitiee die tusschen hoogst gem: majesteijt en onse hoog vermogende „en ons benevs alle volmagten grooten, mitsgaders ook met uwe Hoogheijd ^ van hoogst ged=te onse grooten, is onderhouden, vergelukt mogen werden met een hoog Coningl: firman, omme door geen regent waar en wien hij ook wezen mogte, eenige geweld, off hindernisse aan 's Comp=s scheepen, vaartuijgen, en ook niet aan derzelver bediendens mogte aan de dienst benodigde off reeds zijnde hamaels (:coelijs :/ meer/ aangedaen en toegebragt werden; ook dat zij haar zelven niet zul„ „len mogen bemoeijen in't minste met onsen handel en wandel, mitsg:s buijten de hoogst geschatte bevelen van den monarch /:die ons zullen moeten verthoond werden:/ hun zelven niet verstouten ons tot diensten te forceeren off ook niet te vergen, op dat door die hoogst vorstelijke gratie onse hoog vermogende grooten verge„ „noeginge, de negotie tot florisantie, en ons een althoos re„ „connoissable gerusth:d moge werden gecauseert; dan indien wij in ons smeeken niet mogten verhoord werden, is voor ons niet langer mogelijk in dit land zodanig affronten en schaeden te verdragen ofte daer inne te continueeren. voorts 't slot met complimenten en Eertitulen: (:onderstond:) Aldus volgens voorleesinge van 'sComp=s persiaansch schrijver Camber alie uijt 't persiaensch in't nederduijtsch overgeset bij /:was getek:t/ C„s Koenad. Sijleveld ri en p„ ecrets
English
Register of all such secret papers and writings as are sent on this day by order of the Honourable, Esteemed outgoing and incoming commanders Carel Koenad and Simon Clement, together with the council, via the runners Derwies hossein and Rostam towards Isfahan, consigned to the first resident there, the Honourable Pieter Kalmis; namely: No. 1. An original missive of today's date, addressed by and to the persons mentioned in the heading of this document. 2. A copy of the same by the commander and council to the ministers at Basra, dated 14 October. 3. A copy of the same to the residents at Bushehr, dated 14 October. 4. A copy of the same written by the remaining officers of the vessel De Ketel, dated 12 October, to the commanders and council. 5. A copy of the same in reply thereto, dated 13 October. 6. A copy of the same as above, written by the officers, dated 13 October, containing the order of Imam Verdi Khan for the surrender of the ammunition goods, etc. 7. A copy of the same written by the chief mate Deeldekaas on 13 October concerning the need for crewmen. 8. A copy of the same in reply, dated 15 October, regarding the unwillingness of the common crew to return on board. 9. A copy of the same by the officers of De Ketel, dated 20 October, concerning the care of the Honourable Company's and other goods. 10. A copy of the same in reply thereto, written by the commanders and council on 6 November 1741, the contents concerning the death of Imam Verdi Khan. 11. A copy translation written by His Highness Imam Verdi Khan from Bandar Abbas to the commander on 27 August 1741 regarding the detention of the ships. 12. A copy translation in reply thereto, written on 1 November, expressing joy at his good health while notifying that De Ketel must depart for Batavia and Ridderskerk towards Basra, according to the orders of Their High Mightinesses. 13. A copy of the same written by the commanders to Imam Verdi Khan on 8 October regarding the ill-treatment by the native servants toward our men. 14. A copy of the same in reply from the said Sardar, dated 9 October, to the above-mentioned, addressed to Ali Sultan, directing to keep good order and not to cause any harassment to the Dutch, as well as to be content with the lodgings and galleys assigned by the ship captains. 15. A copy of a contract by the said His Highness to the commanders, providing for the return of the ships within 1 month, or 25 days after the day of departure, dated 8 October 1741. 16. A copy of the same written by and as above, dated 14 October, regarding our people fleeing from on board, just as if he could not comprehend the reasons for it; which, however, in the rejoinder or the following: 17. A copy of the same written by the commanders in reply to the above on 15 October, is pointed out to him quite differently, showing that the reasons are not unknown to him, while demonstrating the necessity of returning. 18. A copy of the same as above to Muhammad Baqir Beg, concerning the equipment goods. 19. A copy of the same by the commanders to the Sea Admiral Muhammad Taqi Khan, dated 6 November, regarding the contract that was granted and that its term has expired, requesting the return of the ships, etc. 20. A copy translation by and dated as above to Ali Sultan, the contents being as just mentioned. 21. An extract from the daily register dated 15 September, mentioning the sinister intent of bringing sulfur on board to the hindrance of the ship. 22. A Persian copy of a missive dated 11 November from the Sea Admiral, and a copy of the rejoinder thereto from the middle of the same month. 23. A copy of a petition to the Monarch. Note: To this belong the accompanying Persian writings which must also be presented, being its annexes; namely: No. 11, 12, 13 and 14 in Persian, 15, 17, 18, 19, 22, and No. 23. 24. A translation of the end of His Majesty's missive mentioned under No. A. 25. An original Persian letter of insinuation to His Highness the Mustaufi al-Mamalik Muhammad Taqi Khan. 26. A copy of a missive from the Beglerbegi Hatem Khan, and a copy of the rejoinder thereto. 27. [illegible] In the new trading post Gamron, this 18 November in the year 1741. Was signed: C. Bijleveld, Council and Principal Secretary. Agrees with the original. Bijleveld Council and Principal Secretary
Dutch transcription
2514 Register van alle zodanige secreete papieren en geschrivten als 'er op re heden ter ordre van d E: E: agtb=re Heeren affgaande en aankomende gesaghebbers Carel Koenad en Simon Clement, benev=s den raad, p:r de loopers Derwies hossein en Rostam Spahan waerds wer„ „den versonden geconsigneerdt aan den Eersten resident aldaar d'E: Pieter Kalmis; Nament„ „lijk. N:o 1. Een origineele missive van hedigen datum door en aen als in den hoovde deses gemelt gecarteerd. 2. „ Copia _=o door den gesaghebber en raad aen d' ministers tot bassoura in dato 14:' 8ber: _o 3. „ _=o _=o adjdem aen de residenten tot boucheer ged:t 14:' 8ber: 4. „ _=o _=o gesz: door d' overgeblevene overheden van den bodem de Ketel in dato 12:' 8ber: aen de gesaghebbers en raad _=o in antwoord daer op ged=t 13:' october _=o als boven door d'overheeden gesz: in dato 13:' 8ber: behelsende de ordre van J=n W=t Chan, a tot 't op geven der ammonitie goederen &=a _=o door den opperstuurman Deeldekaas op den 13:' 8ber: geschreven wegens be„ noodigt wesende volk. _=o in antwoord den 15:' 8ber: omtrent de on„ willigheijt van de gemeene man om weder nae boord te gaen _=o _=o door d' overheeden van de Ketel ged:t 20:' 8ber: omtrent het zorgdraagen der 's E: Comp:s en andere goederen. „ 10 „ _=o _=o ben antwoord daer op door de gesaghebbers, en raad ges: den 6:' November 1741. den Jnhoud behelsd wegens de Dood van Jmoem werdie Chan - „ 11. „ _=o Translaat door zijn hoogh:t Jmoem werdie Chan uijt„ canderoen aen den gesaghebber gesz: den 27:' aug=s 1741. omtrent het aenhouden der scheepen. No: 12. /. 6 6 _o - o _o — do 90 _=o _=o „ 8. „ „ 9. „ „ 7. „ — „ „ 6. „ 5. „ „ „ „ _o _o6 90. _o „ 13. „ „ 15. „ „ 16: „ 17. „ N:o 12 Een Copia Translaat in antwoord daer op ges: den 1:' 9ber: om„ „trent d' verheuginge zijner gesondh:t onder bekendmakinge dat de ketel na batavia en Ridderskerk bassoura waerts moet vertrekken, volgens Haar Hoog Edelhens ordre. _=o door de gesaghebbers aen J=n W=de Chan gesz: den 8. ' 8ber: omtrent d' quade behande„ „linge der Jnl:n dienaers met d' onse I=o in antw:t van gem: Terdaer ged:t 9:' 8ber: op boven gem: aen Alie sulthoen behel„ „sende om goede ordres te houden en de hollanders geen Mollesten aen te doen, mitsg:s verlies te neemen met Logies en Com„ „buijsen die de scheeps Capiteijns aanwijsen G I=o Contract door ged=te zijn Hoogh:t aen d'gesaghebbers behelsende de weder„ omgeevinge der scheepen in 1. maend tijdt, off nae den vertrek dagh in 25. dagen ged:t 8:' 8ber: 1741. — =o door en als boven in dato 14:' 8ber: gesz: wegens 't van boord vlugten van ons. volk net even eens off hij dies reede„ „nen niet konde begrijpen; dog 'twelke hem bij 't replicq off 't volgende d=o door d' gesaghebbers ges:) in antw: van boven staande den 15:' 8ber: heel anders werd aenge„ „wesen, dat hem de redenen niet onbekend zijn, hem met eenen verthoond werdende de nood„ aga „zaekelijkh:t om weder te keeren d=o d=o _=o door als boven aen Mhamet backerbeecq, behelsende de Equipagie goederen. =o door d' gesaghebbers aen den Zee admiraal M: tackie Chan in dato 6:' 9ber: be„ „relsende omtrent 't gegevene Contract en dat dies tijd gepasseerd is met verzoek van 't renvooij der scheepen &=a a. No: 20. „ 14. „ _o _o _o _=o _=o _=o _=o _o _o „ 19. „ _=o „ 18. „ 60 _o t 7 „ „ 6 2515 gh „ 27. _=o sulthoen, den Jnhoud als even de sinistreheijd van swavel aen boord te willen brengen tot belemmering van 't schip „ 22. „ Persiaanse Copij missive ged:t 11. 9ber: van dan Zee admiraal en _=o „ replicq daer op en van medio even gem=t „ 23. „ do _=o supplicq aen den Monarch. NB: hier toe behooren nevensgaande per„ „siaanse geschrivten mede gepre„ „senteerd te werden, als zijnde dies bijlagen; te weten. No: 11. 12. (: 13. en 14. in aen : ) 15. 17. 18. 19. 22. en No: 23. „ 24. Translaat op 't slot nae van 's Maj:t missive onder N:o A. gem=t „ 25. or„g:s Persiaanse Jnsinuatie brieff aen zijn Hoogh„t den Mostoffie blmomaleecq mhamet tackie Chan maend „ 26. Copia _=o Missive van den beglerbegie Hattum Chan en _=o replicq daer op. Jn't N: Comptoir Gamron, desen 18:' 9ber: A:o 1741. /:was geteekend:) C: Bijleveld, r:d en p:l secretaris. — N:o 20: ben: Copia Translaat door en in dato als boven aen Alie „ 21. „ Extract uijt dag register de dato 15:en 7ber: meld omtrent Accordeerd. Bijleveld r„s en p„r secrets „ a „ 4. „ „ tsg: „ ns aen r „ : ns reede„ em en „ zijn, d „ faca d=o d=o cq, n M: 7. ontract i - -
English
Secret. Spahan To Monsieur Pieter Halmis, assistant and provisional head over the Company's interests there. Honorable, pious, discreet, Whereas in Your Honor's general missive of 2 October last past, and to which our reply comes herewith, the design of the Persian Crown Seeker upon the Turks' lower lands lying on the Euphrates was mentioned, and added thereto that the previous troubles had arisen through the known Sheikh Padoen for reasons of continually maintaining Bassoura and those districts with invasions until further occasion, as Your Honor's news now also dictates, we have marked this as a point of very great importance, and therefore deemed it necessary once again herewith, as has already often been done, most earnestly to recommend to Your Honor to communicate such matters, and all imperial secret affairs, with the utmost caution in secrecy alone, and that without anyone's knowledge, which must also be done in an exactly similar manner to the Company's ministers to whom it is required that this must happen, for if Your Honor does the same in a public manner in the future, then upon the discovery thereof, first Your Honor and then possibly we too in this realm could be regarded as traitors, indeed even the Company's entire establishment could be brought into great danger, which God, however, most graciously please prevent, it being most necessary to take this warning to heart to prevent misfortunes and persecution, and we will therefore rely on Your Honor's conduct in the future; as well as that the report thereof will already long have been delivered to the said ministers, in order to adjust their measures accordingly, and to be able to secure themselves according to the opportunity of the time in the most feasible manner. Notwithstanding it seems strange to us to have heard nothing yet from the same regarding what the aforementioned design contains, and on that account we have sooner proceeded to write the necessary to everyone by express good runners. Meanwhile, it being considered that Your Honor, upon the return of the interpreter Khwaja David from the King's army, will probably have discovered in what manner he may have found the affection of the prince towards the Noble Company as well as that of His Highness the Mustawfi al-Mamalik Muhammad Taqi Khan; the new Shahbandar Sheikh Nadie, upon a visit paid to us on the 8th of this month, after he had previously had a polite letter from the said His Highness delivered to our house, having declared fully that during his stay in His Majesty's army, which had lasted 70 days and nights, it was rumored and spoken of with nothing but great praise for the Noble Company, and also that all state affairs were left to the disposal of the hands of the said His Highness, indeed that the King sealed nothing before he had perceived the other's seal impressed upon it; however, because all affairs at princes' courts are subject to the greatest and most sudden changes, and one can therefore not be too careful to surrender oneself completely to such a favorite as His Highness is currently considered by the monarch, therefore what we wrote to Your Honor on 3 May of this year regarding such inconstancy still applies here by reiteration in this situation, and to which we refer ourselves once again, because Your Honor is near, to know of such things much sooner than we. Furthermore, it serves for communication that we have been brought into great doubt whether our Lords and Masters, upon the continuation of such violent acts of tyranny that are continually inflicted upon their interests and poor servants by the regents, will indeed wish to let them remain longer in these lands, all the more, considering the Persian (so-called) advantages, along with the burdens and other great disadvantages which increase more and more, it takes not much effort to calculate that the former are far too slight in comparison with the latter: the damages to the Company's ships and the goods contained therein by continual borrowing and unprecedented snatching away as recently done to us.
Dutch transcription
2516 secreet. / pahan aan monsieur Pieter Halmis, adsisten, en p:l hoofd over 's Comp=s belangens aldaar Nademaal in VE:s gemeene missive van den 2:' 8ber: laatst„ verstreeken, en waer op ons replicq bij desen overkomt, den toeleg van den persischen Croontorscher, op der turken aen den Euphraat leggende beneden landen, is vermelt, en daer bij gevoegt, dat de voorige onheijlen, door den bekenden sjeeg Padoen, om redenen ontstaan waeren, van bassoura en die destricten geduirig met invasien 't onderhouden tot nader occasie, gelijk het nieuws van VE: als nu ook komt te dicteeren, wij hebben dit als een point van zeer groote aengelegentheijd aan gemerkt, en derhalven nodig g'agt VE: nogmaals bij desen, gelijk al dikwils geschied is, op 't ernstigste te recommandeeren, van ons diergelijken, en alle rijx geheijme zaekelijkheden, met d'alleruijtter„ „ste voor sigtigheijd in secretesse alleen, en dat sonder ijmands weeten te Communiceeren, het welke ook in even dier gelijke manier gedaan moet werden, aen 's Comp=s ministers waer aan zulx verEijscht werd te moeten geschieden, want indien VE: het selve op een publicque wijse in 't vervolg doedt zoo zoude bij agterhalinge van dien, eerst UWE: en dan mogelijk wij ook in dit rijk voor verraders kunnen gehouden, jae zelv wel 's Comp=s gandsche ommeslag aen grootgevaer geholpen werden, — 't gunt god egter genadigst gelieve te verhoeden, zijnde ter voorkominge van ongelucken, en vervolginge dese waerschouwinge hoogstnodig ter herten te neemen, en wij willen ons derhalven op UwE: Comportement in den aanstaande verlaten: gelijk mede dat derselver berigt aan ged=te ministers reeds lange zal besteld zijn, omme haere regulmaaten daer nae te stellen, en zig nae tijds occasie te kunnen secureeren op de doenelijkste wijse Eerzame, vrome, discrete, Niet. . Niet tegenstaande ons vreemd voor komt, dat van de selve nog niets te hebben vernoomen, 't gunt voormeld toeleg wij behelsd, en deswegen hebben 't eerder getreeden van het nodige door expresse goede loopers aen een ijder te schrijven. Jnmiddens geconsidereert zijnde, dat uwE: bij de werderom„ komste van den tolk godja David uijt 's Coningsleger wel zal hebben ontdekt, in welker voegen hij, zoo wel de affectie des vorsten ter zijden van d'Edele maatschappije als die van sijn Hoogh:t den Mustoffie Elmomaleeg— mhamet tackie Chan mogte hebben bevonden; hebbende den nieuwen Tjabendhaar Sjeeg nadie bij gegevene visite aen ons op den 8:' deser, nae dat ons bevoorens een heuse briev van ged=te zijn hoogh:t hadde laten thuijs brengen, volmondig verklaerd bij zijn verblijv in 's maj=t ts leger dat 70. Etmaal hadde geduirt, niet dan met groote roem van d E: Comp:e gerugt en gesproken wierde ook dat alle rijx affaires ter affhandelinge stonden in handen van welm: zijn hoogh:t, jae dat den Coning niets verzegulde voor dat hij des anderen Cachet daer op uijtgedrukt ontwaerd hadde; Edog dewijl alle zaekelijkheden de meeste en schielykste veranderinge aen vorsten=hoven subject zijn, en men derhalven niet te voorsigtig wesen kan, omme zig volkomen overtegeven, aen soo een mignon als zijn Hoogh:t van den monarch thans gehouden werd zoo grijpt voor als nog bij reitiratie in desen stand het geene wij UWE: op den 3:' maij deses Jaers over dierge„ lijke wisselvalligh:t hebben aanges:z, en waer aen ons om dat UWE: na bij is van zulx veel eerder teweten als wij nogmaels gedragen; Wijders strekt ter Communicatie, dat wij in groot bedenken zijn gebragt, off onse Heeren 't meesters, bij continuatie van zulke violente geweldenarijen die haere belangens, en arme dienaeren door de regenten geduirig werden aange„ „daan in dese landen wel zullen willen langer verblijven laten, ^met de lasten en andere groote nadeelen 't meer bij overweginge der Persiaanse (:zoo genoemde :) voordeelen„ die hoelangs hoe meer toe neemen, niet veel moeijte te neemen is te berekenen, dat d'eersten veel te gering zijn in vergelijkinge van d' laatsten: de schaedens aen 'sComp:s scheepen, en daer in zijnde goederen bij Continueele leeninge, en noitgehoorde wegruckinge als jongst aan ons.
English
2517 has happened to us publicly in the eyes of the world, in addition to what went before; as well as the indescribable scorn and contemptuous treatment whenever requests are not immediately granted, furthermore taking into consideration that we presuppose it will quite weary Their High Excellencies to let their ministers continue with damages and affronts, without true hope of recovering their arrears or being able to expect any improvement in a peaceful trade and conduct. For it is clear that all the most important crown services must currently be performed by the Honourable Company, and by no other Europeans, not in a manner of requesting, but in a contemptuous way. Year after year it grows worse, and what we have recently endured again implies, to put it briefly, the violation of the Jus gentium, or the general law of nations. However, since until now we have had no reason to believe that such enormous and abominable treatments, as Imam Verdi Khan with his adherents has made us feel so bitterly, could in the least originate from the Monarch, and therefore still have hope of obtaining a gracious satisfaction from His Majesty for it; so we have, for that reason, also presently undertaken to draft a humble petition in order to be sent to the court by Your Honour with one of the interpreters whom Your Honour shall judge to be most qualified, and to have it delivered to His Majesty on the most fitting occasion. In our short letter to His aforementioned Highness the Mustawfi al-Mamalik we have set forth the same and presented our requests, with the wish that, out of respect for the Honourable Company and the prosperity of trade in these lands, he shall endeavour to persuade the Monarch to provide in such a manner that the Honourable Company obtains proper satisfaction for the outrages committed, and, in accordance with the royal prerogatives, as guest-friends of this realm, be respectfully recognized and maintained in their trade and conduct; going alongside this, the copy translations of each, and within them the original Persian writings, in order to provide for such matters there as the high esteem of the Monarch and the respect of the Mustawfi al-Mamalik require according to the custom of the country. Should it now, contrary to our thoughts, have happened that His said Highness was out of credit or had departed this life upon the arrival of this letter, as mentioned in the letter of 3 May to Your Honour, our petition to the King, with an accompanying letter that can be prepared according to the contents of our writing to the Mustawfi, should be provided and directed to that one of the grandees of the realm for delivery and presentation of the Company's interests, of whose friendship Your Honour is most assured, and also whether something of importance can be accomplished and pressed through with the monarch by him. The consideration of this our statement requires the uttermost prudence, and therefore Your Honour must, when you have taken reading of all the annexes belonging hereto and accompanying this, and have obtained the right understanding, as well as having found what is most advisable regarding with whom the expedition should take place and also to which lord the address shall be, confer with one another in secrecy about it, in order to bring to a conclusion and have carried out that which is best at this critical juncture according to conscience and everyone's duty. Furthermore, it is recommended to Your Honour to employ no one for this, nor let anyone obtain knowledge of our affairs, who is in the least mistrusted by Your Honour or might have already become so, as too much depends on it. 7. For the rest, we shall for the future leave it most sincerely recommended to Your Honour in the manner touched upon above, to give us a short sketch of the present state of affairs, in what manner the King convenes his actual realm assembly or other proceedings, and what kind of lords may assist and appear in it; also, if it may be possible upon the return of the interpreter Khwaja David, to learn the actual strength of his army, and which grandees he holds in the highest regard, whether they are present with him or absent. 6
Dutch transcription
2517 ons publicq in't oog der weereld is geschied, bij 't vorige; mitsg=s de onbeschrijffelyke hoon en veragtelijke behandelinge, wanneer men de verzoeken niet aanstonds in willigt, dan nog boven dien in aanmerkinge komende, zoo voor onderstellen wij dat het Haar Hoog Edelhedens, genoeg verveelen zal, in haere Ministers met schadens en affronten, sonder veritable hoope van derzelver agterstallen 'ter langen, off eenige beterschap in een gerustigen handel en wandel te kunnen verwagten, te laeten Continueeren, dan het is 't klaer, dat alle de wigtigste Croonsdiensten door dE: Comp: en door geen andere Europeaanen, niet op een versoekende maer veragtelijke wijse thans moeten werden gedaan, Jaer voor Jaer gaet het slegter, en wat wij jonst weder uijtgestaan hebben, sluijt, in om kort te gaan, de schending van't Jusgentium, off de alge„ „meene volker=regt; dog dewijl wij tot nog geene reedenen hebben gehad, dat diergelijke bnorme en ver„ voeyelijke behandelingen als Jmom werdie Chan met zijnen aanhang ons zo bitter heeft gevoeden doen, het minste oirspronkelijk te kunnen wezen van den Monarch, en derhalven nog hoope hebben van daer over door zijne Maj:s een gratieuxe satisfactie ^ soo hebben wons om die oinsake ook tegenwoordig onderwonden een nederig supplicqing te regten te zullen erlangen; ten eijnde door VE: met een der tolken, die VE: het bequaeste zal oirdeelen na 't hoff te senden, en aan zijne Maj:t ter bequaemsten occasie laeten overleveren; wij hebben in ons brievken aen meergem:t zijn Hoogh:t den Mustoffie blmomaleeg het zelve op, en onse versoeken voorgedragen, met wensch dat hij ten respecte der E: Comp: en welvaerd der Negotie in deze landen den Monarch zal tragten te persuadeeren om in dier voegen te voorsien, dat d'E: maatschappije over de gepleegde geweldenarijen behoorlijk voldoeninge er„ „lange, en volgens de roijale praerogativen als gast= vrinden deses rijx in dezelver handel en wandel met respect erkend en staande gehouden werde; gaande ter zeijden zeijde, deses, de Copia Translaaten van ijder, en in dezelve d'origineele Persiaansche geschriften, omme met zoodanige zacken Costij te voorsien, als de hoogagtinge des Monarchs, en 't respect van den Mustoffie blmomaleeg na landswijse komt mede te brengen Mogte het nu tegens onse gedagten gebeurt zijn, dat ged=te zijn hoogh:t buijten Credit, off dit stervelijke bij aankomste deses gesteld was, gelijk in gewaagden briev van 3:' maij aan VE: onse supplicatie aen den Coning, met een geleijde briev, die na den jnhoud van ons schrijvens aen den Mustoffie kan vervairdigt werden, te versorgen, en aen den geenen van de rijx grooten ter overleveringe en insinuatie van 's Comp:s belangens in laten rigten, op welkers vriend„ „schap VE: het allermeest verzekert zijt en ook, off door den zelven bij den vorst iets wigtigst kan werden verrigt en doorgedrongen; zijnde tot overweginge van dit ons gezegde, d'alleruijtterste omzigtigh=t vereijschende en derhalven moet VE:, wanneer van alle hier toe specteerende en desen accompagneerende bylagen, lectura„ genomen, en de regte bevattinge hebd verkreegen, mitsg=s het raadzaemst zult gevonden hebben, met wien de Expeditie geschieden, en ook aen welken heer d'addresse, zal sijn, met malkanderen in secretesse daer over Consu„ „leeren, omme het beste in dit tijds gewrigte nae gemoede en ijders pligt ten besluijte als dan te brengen, en uijt„ te laeten voeren; werdende VE: voor 't verdere gerecomman„ „deert hier toe niemand te gebruijken, off kennisse van onse zaeken laeten erlangen, die bij VE: het minste gewaertrouwd werd, off reeds geworden mogte zijn, als weesende te veel daer aen geleegen 7. Voor't verdere zullen wint toe komende VE: op de boven aangeroerde manier op 't sinceerste aenbevoolen laeten, omme ons zelven een korte schets te geven van den tegen woor„ digen toestand in welker voegen den Coning zijne eijgentlijke rijx vergaderinge, off andere verhandelinge belegt, en wat voor heeren daer inne mogen assisteeren over verschijnen: ook indien het wesen kan bij retour van den tolk godja David 't ervaeren, de wesentlijke magt van desselvs leger, en van welke grooten hij wel het meeste houd die bij hem off absent. 6
English
2518 are absent, it is furthermore especially useful to pay close attention to which King or what kind of realms he corresponds with, since very diverse and indeed suspicious discourses have been heard here suggesting that he might possibly still venture to make such advances by sea, though we do not believe this before obtaining more secure reports from Your Honour or such persons to whom one may defer belief. Finally, for many reasons we deem it very necessary to note in this document who actually were the enthusiasts who plunged us, along with His Highness, into the aforementioned alarming condition, and thereby promoted his death, namely: Mhametbacker Beecq, Naib of this city, alias the oil-merchant, and having been Castle Warden. Atie sulthoen, commander of destistoen. Nagha gosjael, and his Molla (the latter calculated the hour of his departure). Miersa Said achmet (an old, experienced negotiator from the time that saijdachmet chan, the so-called Kerman King, and lettieff Chan were in loco). Sevoela Beecq, now departed with Jmoem werdie Chan's vizier to Zouratta by a Bengali vessel via Bombaria, and the troop closer may well be Mlamet Takkiechan, the sea admiral, of all those who inflict the greatest injury upon the King and his realm's friends, as well as the entire lowlands, for it is all the same to them in what unjust manner they fleece the poor subjects, thereby deceiving the King and throwing dust into his eyes, and also violating and contemptuously obstructing our conduct and trade when one sits together within the measured scope to perform the Lord Masters' service according to oath and duty; having been informed with the arrival of the new Shahbandar mentioned hereinbefore that things stood in such a way that the first-named god-forsaken man would have lost his head through the accusations brought upon his neck, and that, 6 and that this would effectively have been carried out by Mhamet Takkie Chan, the mustoffie Elmomaleeg, had no intercession emerged on his behalf. In short, neither this man nor any of all those mentioned strive for anything other than to fill their purses with the unjust sweat of their subordinates and to cause their pouches to swell with European forced gifts, since, not being satisfied with them, these are accepted only with scandalous contempt, so proud and haughty has the ruler now become of their invincible sovereign, in which they nonetheless have no part at all. If Your Honour should judge that the ruin of the aforementioned 6 persons, and especially Mhamet backer Beeq, is to be effected at present by making a proportionate gift (if the King does not bring this about of his own accord), we hereby license Your Honour to do so, above all, however, taking good care that no trouble is caused thereby instead of our peace and satisfaction, in which contrary case it will be better to be content with what the prince has granted and leave it be, as he is master in his lands, and the Honourable Dutch Company just as powerful to let us continue therein or not. And since the scope of this letter in its dispatch would suffer too great a delay before everything could be perfectly translated and restored, Your Honour is therefore further briefly notified that the King's letter could not be entirely translated from the Persian, it being marked in the 12th line from the bottom with a point of red earth to show how far it corresponds in the Dutch language. Elmomaleeg's letter could also not be translated, and its entire content is framed mostly in accordance with the meaning of our petition to the sovereign, the 12 said lines containing principally the following: That under such violent treatments it would be impossible for us to continue longer in these lands, unless His Majesty should provide for this in a noble-minded manner, 2519 which we nevertheless most humbly trusted to see follow; and furthermore, we most humbly insisted on a royal mandate stating that no one, whoever he may be, shall ask us for a ship unless he is provided with a royal order drawn up for that purpose, which we will then obey according to our ability; Item, that no one shall be permitted to cause us any further hindrance in the pressing of the provisions-master's vessels [illegible] If Your Honour can now quietly rely on the new molla and understand him sufficiently in the Persian language, Your Honour will easily be able to make use of him before the translations of everything are ready and sent up, whenever the time has arrived to send someone to the court; but this must indeed be done as promptly as possible, because of the uncommon importance that has moved us thereto; and Your Honour will give us notice of the delivery of our outgoing packets after receipt of this letter by the very best runner. Wherewith, after affectionate greetings and wishing good success in our solicitation to the Monarch, we remain, Honourable, pious, discreet (underwritten) Your Honour's good friends (was signed) P: hoenad, Sr Clement, P: de Haan, Wm W: ao Vn Jongstal, F:k de wilt, E: de Poorter, and Wm C: Bijleveld (in the margin) Gamron, the 18th of November, Anno 1741. — Agreed. [illegible] Bijleveld [illegible]
Dutch transcription
2518 absent zijn, speciaal is daer benevens nog dienstig nauw reguard teslagen, met welken Coning off niet wat voor rijken hij Correspondeert, dewijl hier zeer verscheijdentlijke, Jal zelv nadenkelijke discoursen zijn vernomen van dat hij mogelijk nog wel over zee dies progressen zoude willen, onderstaan te maeken, dog w' gelooven zulx niet voor secuir„ „der berigt erlangen van VE: off zodanige menschen, aen die men geloovmag defereeren Eijndelijk houden wij om veele redenen nog zeer noodsaeke„ „lijk in dezen te noteeren, wie Eijgentlijk de lievhebbers zijn geweest van ons met zijn hoogh:t in voorgem: zorgelijken toestand te storten, en daer door dies dood bevordert hebben; namentlijk: Mhametbacker Beecq, Naib dezer stede, alias . olijboer, en geweest zijnde Casteels= voogd. Atie sulthoen, destistoens gebieder. Nagha gosjael, en dies Molla (:den laatsten heeft d' uur van zijn vertrek uijtgecijfferd:) Miersa Said achmet /:een oud g'experimenteerd tracter van den tijd aff, dat saijdachmet chan den zoo ge„ „noemden Kirmansen Coning, en lettieff Chan zijn, in loco geweest. Sevoela Beecq, thans met Jmoem werdie Chans wazier nae Zouratta p:r een bng=s scheepken over bomba„ „ria vertrocken, en den troup sluij„ „ter mag wel Mlamet Takkiechan den zee admiraal zijn, van alle de geenen die den Coning en desselvs rijx vrienden, benevens de gandsche beneden landen het allermeeste nadeel toebrengen, dan het is haer evenveel op wat onregt vairdige wijse d'arme onderdanen uijtzuijgen, den Coning daer door bedriegen en zand in doogen strooijen, mitsg=s onsen wandel en handel, wanneer men in 't afgemetene bestek gelijk zaem sit 's Heeren Omeesters dienst volgens bed en pligt te volbrengen, violeeren en veragtelijk stremmen; zijnde met d'aankomste van den nieuwen Sjabendhaar hier voorw=ts gem:t onder„ „rigt geworden, dat het sus off soo heeft gestaan off d'eerstgem:t god vergetene man zoude door d' op sijnen halsgehaalde accusaties zijnen kop verlooren hebben, en dat. 6 en dat effective door Mhamet Takkie Chan, den mustoffie Elmomaleeg het zelve zoude volbragt wesen indien bij desen geen voor beede was opgedaagd; Enfin desen nog geen van alle de genoodens tragten na niets anders dan hunne beursen te vullen met onregtvairdig sweet der „onderhoorigen, en hunne buijdels te doen swellen als met Europeese genoodzaekte geschenken, dewijl deselve niet genoeg zijnde met schandelijke veragtinge nog maer aenge „nomen werden, zoo trots, en groots nu den regent op hun invenciblen vorst geworden, waer aen zij nogthans gandsch geen aandeel mogen hebben Wanneer VE: oordeelen mogte dat tot ruine der voorm=t 6. personen, en wel speciaal Mhamet backer Beeq door het doen van een geproportioneert geschenk (:in dien den Coning zulx van zelv niet werkstellig maekt:) thans te wesen zoo licentieeren wij VE: bij dezen daer toe voor al egter wel agt= slaande dat daer door geen ge„ „melijkheijd in plaatse van onse ruste en satisfactie werde veroirzaekt, in welk Contrair geval het beter zal zijn, met het bewijsde des vorsten zig te vergenoegen en laeten als zijnde meester in zijn landen, en d' bed=s Nederlandsche Maarschappije even eens zoo mag„ „tig omme daar inne ons te laaten continueeren, off niet, En vermits het bestek deses in dies verzendinge, voor dat alles perfect getranslat:t en herst: zoude zijn, van te langen uijtstel zoude worden; derhalven werd VE: dan nog kortijx g'adverteert, dat 's Coninx briev uijt 't per„ „siaans niet geheel heeft kunnen overgezet werden, zijnde in de 12. regul van onderen op met een poinct van rood aerd getoucheert hoe verre die in 't Nederduijtsch over„ „komt: des Elmomaleegs brieff heeft ook niet kunnen getroduceert werden, en is dies gandsche Jnhoud gerigt meest nae den sin van ons supplicq aen den vorst: behelsende de 12. gezegde regultjes principaal het volgenden. Dat het ons bij zodanige violente tractementen onmogelijk zoude zijn langer te continueeren in dese landen, wanneer van zijne Maj:t daer inne op geen Edelmoedige wijse zoude voorsien werden, . 2519 werden, het geene wij egter nedrigst vertrouwden te zullen zien volgen; en daer benevens werd van ons ootmoedigst g'insteert omme een roijael mandament dat ons niemand wie hij ook wesen mag, om een schip te vraegen, off zal voorsien moeten zijn van een Coningl:k be„ „vel ten dien Eijnde ingerigt, het geene na mogelijkheijd als dan zullen obedieeren: Jtem dat ook Niemand ons meer hindernisse, zal meugen toebrengen in't pressen van 's dis„ Va Ja „pensiers vaertuijgen namalen d=a d=o . Kan VE: zig nu gerust verlaten op den nieuwen molla, en in de Persiaanse taele hem genoeg verstaan, zo zal VE: gemacke„ „lijk voor dat nog de translaten van alles klaar en opge„ sonden zijn hem te mogen gebruijken wanneer den tijd is aen„ sijn „gekomen omme ijmand na 't hoff te zenden, dog dit moet zoo spoedig immers doenelijk geschieden, wegen d'ongemeene aangelegentheijd die ons daer toe heeft bewoogen; en VE: zal ons na den ontfangst deses door den allerbesten looper van de bestellinge onser affgaande pacquetten als nu kennisse doen geworden. Waarmede na genegene groete met wensch van een goed succes onser dollicitatie aen den Monarch verblijven. berzame, vrome, discrete (:onderstond:) VE: goede vrienden (:was get:) P: hoenad, S=r Clement, P: de Haan, Wm W= a:o V=n Jongstal, F:k de wilt E: de Poorter, en Wm C: Bijleveld /:in margine:/ gamron den 18:' 9ber: A:o 1741. — Accordeerd. r„s en p„iseoret. Sijleveld n en s der e g
English
2520 Spahan Secret. To Monsieur Pieter Halmis, Assistant and Provisional Head over the Company's interests there. Honorable, Pious, Discreet Sir, From the accompanying general letter of today's date, Your Honor will learn what reasons have moved us to dispatch upward the two couriers now departing; wishing, however, to hope therewith that no trouble has occurred regarding the robbing of the Company's couriers, who, according to Mr. Pruijmelaar's account, Your Honor intended to prepare after dispatching the cassilah in order to send the papers to us, or that Your Honor's work has been impeded by the accident of illness; our two sjattiers last sent from here to Your Honor having been met in good health on the road by the said bookkeeper, and therefore we do not wish to doubt the proper delivery of the writings they took with them. With this Your Honor receives the continuation and end of what has been translated of the letter belonging to His Majesty; together with the entire Dutch translation of what was then written in Persian to His Highness Mhamet Tachie Chan, the Mustoffie el momaleecq, for the insinuation of the Company's affairs, and entrusted to Your Honor for further forwarding, as appears from the copy lying beside this with its accompanying register, likewise what weighty papers were enclosed therewith, and to which we still fully refer. The Company's ships, according to report received on the first of this month, dated 27 November previously, are still at anchor at Congo; the ship's crew reporting that it seems to them day by day they are attended by delay of their return; the interpreter Jbrahim Sahid, being aboard the Ketel, writes that Mossafser Alie Chan was said to have requested the same from the Sea Admiral Mhamet Takkie Chan in order to complete his journey to Diwel or Tatta therewith, but the latter had said thereto: No, I shall restore them to the captains at Gamron, and there they may go and request the same. The so-called Sea Guardian wrote nothing of this encounter under the same circumstance, but nevertheless gave assurance for the third time that he would send back the ships as soon as Hattum Chan had arrived with him; daily we await them with heartfelt longing in order to get out of our paralyzed condition once again and to be able to attend to the service of the Lords Masters according to our bounden duty, remaining for the rest waiting with the utmost emotion that through Your Honor, with the greatest foresight and circumspection, a reliable delivery of our humble petition to His Majesty may be obtained with the requisite respect, and that thereon the highly necessary satisfaction to the Honorable Company may follow as soon as possible, since for the obtaining thereof Your Honor must spare nothing, and write quickly to the interpreter David Sahid to expedite his journey like a man and not like a child, and likewise write to Your Honor with haste how matters stand with his business with Mhamed Takkie Chan, in case he should not yet have returned there, in order to enable Your Honor to give us the necessary intelligence of what he might have met with and accomplished at court; with which we conclude this, and after affectionate greetings wishing God's salvific blessing, we remain (underneath was written) Your Honor's good friends (was signed) C:t Hoenad, S:r Clement, C:s de Haan, W:m A: v:n Jongstal, F:k de Wilt, E: de Poorter and C:s Bijleveld, Member of the Council and Provisional Secretary (in the margin) Gamron, this 6th of December Anno 1741. Agrees. Bijleveld the provisional secretary Nr 1 2521 Patria. To the Noble, Highly Esteemed Gentlemen Directors, deputed to the illustrious Assembly of the Seventeen, representing the General United Dutch Chartered East India Company, at the Presidial Chamber Amsterdam. Noble, Highly Esteemed, Wise, Provident, and very Generous Gentlemen, We do not doubt in the least the good reception of our last respectful letter of 21 December of the past year, with the appendices belonging thereto, so that we have the honor now again, with the requisite respect according to yearly custom, to impart to Your Noble High Mightinesses a brief account of such criminal and other ordinary cases which somewhat concern the interest and affairs of Your Noble High Mightinesses and have been terminated and concluded before our court of justice since that period of time, as well as those in a state for judgment, and those still pending, appearing more fully in the specification accompanying this; and we note beforehand how in our last humble letter to Your Noble High Mightinesses it was shown, among other things, that in the case of Jan de Roode, as attorney for the Jewish merchant and inhabitant of Cochin de Cima, Samson Rotenburg, against the Advocate Fiscal, nothing had been put into operation, although the Mocha Commissioners Stevens and Marcus had already returned a long time since; but by this we can notify Your Noble High Mightinesses with great respect that, after the stay was finally lifted, the same proceedings
Dutch transcription
2520 Spahan Secreet. Aan monsieur Pieter Halmis, adsistent en p:l hoord over 's Compagnies Eerzame, vrome, Discrete; belangens aldaar Uijt de hier nevens overkomende commune letteren van hedigen datum, zal VE: te vooren komen, wat tot d'op„ „waerds zendinge van de twee tegenwoordige affgaande loopers aan ons de redenen heeft bij gezet; willende egter daar benevens verhoopen, dat er geen onraed wegen het spolleeren van 's Comp:s loopers, die VE: nae't verzenden der Cassilah volgens m:r pruijmelaars relaas gereed hebd willen maeken van de papieren desvals ons toete„ „schicken, zal voor gekomen, ofte UE: werk g'im„ „pedimenteert zijn door toeval van ziekte zijnde onse laatst aen VE: van hier toegezondene twee Sjattiers in den weg door ged=te boekhouder welgesteld ont„ „moet, en derhalven willen wij niet twijffelen aen de goede bestellinge van haare mede genomene geschriften Bij dezen bekomt VE: het vervolgen Eijnde van 't getrans„ „lateerde tot den briev voor zijne Maj:t behoorende; be„ „nevens de gandsche nederduijtsche overzettinge van 't gunt aen zijn Hoogh:t Mhamet, Tachie Chan den Mustoffie blmomaleecq doenmaals in 't Persiaans ter Insinuatie van 'sComp:s affaires ges: en ter verderen voortportinge aen VE: is toevertrouwd geworden blijkens het ter zijden dezes leggende Copijtje met dies annexe register ins„ gelijx wat voor gewigtige papieren daer bij zijn geweest, en waar aen ons dan nog ten vollen gedragen. rriwo 's Comp:s scheepen leggen volgens ontfangen berigt op p=m deser, ged:t 27:' 9ber: bevoorens nog voor anker tot Congo; meldende die der scheepelingen, dat hun toeschijnd dag voordag met uijtstel van hun terugzendinge verzeld te zijn; den tolk Jbrahim sahid, zig op de Ketel bevindende; schrijft, dat Mossafser alie Chan deselve van den Zee admiraal Mhamet Takkie Chan omme zijne rijse na Diwel off Tatta daer mede te volbrengen zoude. 6 6 zoude hebben begeerd, dog den laatsten hadde daer op gezegd; Neen, ik Lalse aen de Capitains restitueeren op gamron, en daer moge dezelve gaan verzoeken: die zoo genoemde zee voogt schreev in zelve gelegenth:t wel niets van dit rescontre, maar gav dog voort derdemaal ver„ zeekeringe van de scheepen, zoo drae Hattum Chan bij hem was aangekomen, te zullen renvoijeeren; dagelijx verwagten wijse met ziels verlangen omme eens uijt onsen gestremden toestand wederom te geraeken, en 's Heeren d.meesters dienst te kunnen be„ „hantigen, volgens onse verschuldigde pligt, zul„ „lende voor 't verdere met de uijtterste aendoeninge in wagten blijven, dat door VE: met d' allermeeste voor=en =om=zigtigheijd een zeekere bestellinge met de vereijschende Eerbied onser nedrigen supplicatie aan zijne Maj:t erlange, en dat daer op de hoognodige satisfactie aen d' E: Comp: hoe spoediger hoe liever moge volgen, dewijl ter erlangst van dien VE: niets moet sparen, en aan den tolk David Sahid spoedig schrijven zijne rijse als een man, en niet als een kind vervorderd, mitsg:s aan VE: Cito: schrijft hoe 't met sijne verrigtinge bij mhamed rakkie Chan staat, bij aldien hij nog niet â Costij geretourneert mogte zijn, ten Eijnde VE: in slaat testellen van ons de nodige kund„ schap te kunnen geven van 't gunt hij aan 't hof ont„ „moet en uijtgevoerd mogt hebben; waermede dezen besluijten, en nae genegene groete onder toewensch van godes heijlrijken zeegen verblijven (:onderstond:) VE goede vrinden (:was get:) C:t hoenad, S=r Clement, C:s de Haan, W=m A: V=n Jongstal, F=k de wilt E: de poorter en C:s Bijleveld r:d en p:s sec:s (:in margine:) gamron adij 6:' xber: A:o 1741. — Accordeerd. Bijbeveld den pr soret Nr1 2521 Patria. Aan de Edele Hoog Agtbare Heeren Bewindhebberen ter illustre vergadering van de seventhienen Gecommitteerd, Representeerende de Generale Vereenigde Nederlandse Geoctroijeerde OostJndische Compagnie ter Praesidiale Camer. Amsterdam Wel Edele Hoog Agtbare, wijse, Voorsienige, en seer Genereuse Heeren; — Aan de goede receptie van onse laaste eerbiedi„ „ge letteren van den 21:' december des gepasseerden Jaars, met de daar toe gehoorende bijlaagen, willen Tot wij wij geensints dubiteeren, zulx wij de eere hebben, thans weder met het vereijschte ontsag volgens jaarlijkse gewoonte uw Edele Hoog Agtbare te bedeelen een kort recit van sodanige crimineele, en andere ordinaire zaaken, welke het intrest, en de belangen van uw Edele Hoog Agtbare enig„ „sints concernerende, en sedert dien omtrek van tijt voor onsen Regtbank getermineert, en afge„ „daan, mitsgaders in staat van wijsen, en nog lit is & „pendent zijn, breder blijkende bij de specificatie desen versellende, en voor aff noteeren, hoe dat bij onse laaste geringe letteren uw Edele Hoog Agtb: onder anderen is vertoont, dat in der zake van Jan De Roode =: S: als gemagtigde van den Joods Coopman, en inwoonder tot Cochim Desi„ „ma, Samson Rotenburg, contra den advocaat fiscaal niets was in 't werk gestelt, schoon de Mochase Commissianten Stevens, en Marcus doenmaals al lange tijt waren geretourneert, dan bij desen kunnen wij uwel Edele Hoog Agtbare met veel eerbied notificeeren, dat, na dat de stateering eijndelijk was opgeheft, deselve proceduuren
English
2522 the proceedings have been fully written up and brought into a state for judgment, wherefore we shall proceed as soon as possible to the settlement thereof, and then impart the outcome of it to Your Right Honorable Worships at the earliest opportunity. And we have furthermore, by our missive of the 21st of December 1741, brought to the attention of Your Right Honorable Worships how the then Advocate Fiscal Mr. Cornelis Phillips had served a principal claim against the detained Captain of the Chinese Ni Hoekong and his brother Ni LiEnkong, upon which—for many reasons, and especially because after the torture with respect to the first-mentioned it was understood to stay proceedings, in case in due time any further evidence against that prisoner might come to light—no disposition was made, but this case having been ordered by Minute of the date 7th of October 1741 to be dealt with in the ordinary manner, the aforesaid Mr. Cornelis Phillips made every effort to obtain further inquiries if possible; yet on the 6th of June of this year, having been asked by our President, as had occurred several times before, whether whether up to now he had obtained any further evidence against these two prisoners, since His Honour declared he no longer wished to keep that case on his account, and it having been declared at that time by the said Mr. Cornelis Phillips that he had already been in conversation with the Right Honorable Governor General in that regard, who had undertaken to have such persons sought who would provide a declaration in the said case, which was shown in rough draft; but in the meantime the said Mr. Cornelis Phillips, pursuant to the express order of Your Right Honorable Worships, was provisionally suspended from his office, and Mr. Nicolaas Iongsma was appointed pro interim in his place; and communication thereof having been given to this Council by our President on the 18th of July of this year, the last-mentioned officer, because not the least further evidence had appeared, served de novo on the 22nd of August 1742 against the aforesaid prisoners a written criminal principal claim, and alongside it submitted a Register with various documents, 2523 at the end of which claim it was concluded by the said officer that the first prisoner, Ni Hoekong, should be brought to the place where criminal sentences are customary to be executed, to be delivered there to the executioner, bound to a cross, broken alive on the wheel from the bottom up, and furthermore, while still alive, his body opened, the heart torn out and struck against his face, subsequently his head chopped off with an axe, and the torso divided into four quarters, the head to be placed on a stake, and the four quarters to be hung upon four forks or half-gibbets, and left a prey to the birds of the air, at such a place as this Council should deem suitable thereto, with confiscation of his goods, to be distributed as usual; that furthermore the second prisoner should be banished forever from here to the place where the Honorable High Government of these lands should deem fit; and both furthermore condemned in the costs and expenses of Justice; the Attorneys Mr. Willem Cras and Iohan Joachim Olij having on that day, at the request of the prisoners, been granted permission been granted permission to serve the prisoners, who thereupon also requested a copy of everything, and a period of fourteen days to act as they should be advised, which was granted to them, and this case has already advanced to the stage of replication. We cannot refrain from communicating to Your Right Honorable Worships that on the 23rd of August of this year, by the secretary of the Aldermen of this city, in the name of Their Reverences along with several other documents, a written declaration of the Bailiff of this city, Martin Weijer, submitted on the 15th prior to the aforesaid College, was brought to this Council for decision, in which declaration the said Bailiff maintained that the action which must be instituted before this Council against the Junior Merchant Aarnout Luijmes and the citizen Jan Samuel Lem on account of private trade in opium as well as otherwise, indisputably belonged to His Honour above the pro interim Advocate Fiscal, both because it is a mixed case and His Honour was the first to obtain 2524 knowledge thereof, and to that end had already made a request to Their Reverences; which declaration, along with the documents, having been placed by this Council into the hands of the pro interim Advocate Fiscal Mr. Nicolaas Iongsma so that he might submit his arguments against it at the next court day, the last-mentioned officer served his written arguments on the 29th of August following, and under various allegations maintained in the same that the prosecution and accusation against the said Luijmes and Lem belonged to him alone, for the reason that he, the pro interim Advocate Fiscal, had already actually begun inquiries regarding that matter on the 8th of August, and thus had been active five full days before the simple and a whole week before the written declaration of the Bailiff, and indeed inquiry had been made by him, the pro interim Advocate Fiscal; which incident having been properly litigated by the parties and brought to a state for judgment, was by sentence of this Council of the date 19th of September, without as yet having regard to
Dutch transcription
2522 proceduuren volschreven, en in staat van wijsen geraakt zijn, oversulks ten spoedigste zullen treden a tot dies afdoening, en als dan den uijtslag van dien # uw Edele Hoog Agtb: ten naasten bedeelen. En hebben wij al verder bij onse missive van den 21:' december 1741. uw Edele Hoog Agtb: onder het ooge gebragt, hoedanig den doenmalige advocaat fiscaal m:r Cornelis Phillips tegens den gedetineerde Capitain der chineesen Ni Hoekong, en desselvs broeder Ni LiEnkong hadde gedient van Eijsch ten principalen, op dewelke om veele en speciaal om redenen dat na de tortuur ter opsigte van de eerstgemelde verstaan was, met deselve te super„ „cedeeren, off in tijt en wijle eenige nadere bewijsen ten lasten van dien gevangen mogte komen op te „dagen, niet gedisponeert, maar dese zaake bij No„ „tul van dato 7:' October 1741. geordonneert zijnde, ordinario modo te behandelen, den voorschreven m:r Cornelis Phillips alle middelen heeft in 't werk gestalt, om des mogelijk nadere enqueste in te winnen, egter op den 6:' Junij deses Jaars, door onse President gelijk bevoorens te meerma„ „len was voorgevallen, denselven zijnde afgevraegt, of of tot nog toe geene nadere bewijsen tegens dese twee gevangenen, hadde ingewonnen! vermits sijn Edele verklaarde: die zaake niet langer voor sijn reeckening te willen houden, en dies tijts door gemelte M:r Cornelis Phillips gedeclareert zijnde, dat dierwegens bereets met de Hoog Edele Heere Gouverneur Generaal in gesprek was ge„ „weest, dewelke hadde aangenomen sodanige per„ „soonen te zullen laten gesoeken die in gemelte zaak een declaratoir 't geen in 't klat wierd vertoont, zoude verleenen, dog is intusschen gemelte M=r Cornelis Phillips ingevolge de expresse ordre van uw Edele Hoog Agtb: van sijn ampt provi„ „sioneel gesuspendeert, en m:r Nicolaas Iongsma in desselvs stede pro interim aangestelt geworden, en daar van op den 18:' Julij deses jaars, door onsen President communicatie aan desen Raade gegeven zijnde, zoo heeft de laast gemelte officier, om dat 'er niets het minste verder te voorschijn gekomen was, op den 22:' augustus 1742. tegens de voormelte ge„ vangenen ten principalen de novo gedient van schriftelijken crimineelen Eijsch, en daar nevens overgelegt een Register met verscheijde stukken in 't 2523 in 't eijnde van welken Eijsch door gemelte officier is geconcludeert, dat den eerste gevangen Ni Hoe„ „kong gebragt zoude werden ter plaatse, alwaar men gewoon is, crimineele sententien te executee„ „ren, om aldaar aan den scherpregter overgelevert, op een kruijs gebonden, van onder op levendig geledebraekt te werden, voorts nog levend zijnde, sijn lighaam gec„ „pent, het hart daar uijt gerukt, en tegens het aange„ C. „sigt geslagen te worden, vervolgens het hooft met een bijl afgekapt, en de romp in vier quartieren gedeelt, om het hooft op een staak geset, en de vier quartieren aan vier micken of halve galgen opgehangen, en ten prooije der vogelen des lugts gelaten te worden, op sodanigen plaatse, als desen Raade daar toe dien„ „stig zoude oordeelen, met confiscatie sijner goede„ „ren, om â nso verdeelt te worden. — dat wijders den tweeden gevangen voor althoos van hier gebannen zoude werden ter plaatse daar het de Edele hooge Regeeringe deser landen verstaan zoude te behooren, en voorts beijde gecondemneert in de costen en misen van Justitie, zijnde ten dage op het versoek van de gevangenen de Procureurs M:r Willem Cras, en Iohan Joachim Olij toegestaen toegestaan de gevangens te bedienen, dewelke dan ook copia van alles, en dag ten veertienen, om te doen zoo te Raade werden zouden, versogt heb„ „ben, 't gunt aan hun geaccordeert, en bereets dese zake tot op het termijn van replicq geadvanceer wij kunnen ook niet afzijn uw Edele Hoog Agtbare ter communicatie te brengen, dat op den 23:' augustus deses Jaars door den secretaris van heeren schepenen deser stede, uijt naam van Haar Eerwaardens nevens meer andere stucken ter decisie aan desen Raade is overgebragt, een schriftelijk declaratoir van den heer bailluur deser stede Martin Weijer op den 15:' bevoorens aan evengemelte Collegie overgegeven, bij welk decla„ „ratoir den gemelte Bailliuw sustineerde, dat sijn E: de actie welke tegens den ondercoopman Aarnout Luijmes, en den burger Jan Samuel Lem, wegens particulieren handel in amphioen als andersints, voor desen Raade moetende gein „stitueert worden, indisputabel boven den pro interim advocaat fiscaal was competerende, zoo om dat het een gemengde zaake, sijn E: de eerste is. — kennis. 2524 kennis daar van bekomen, en ten dien eijnde reets bij haar Eerwaardens versoek gedaan hadde, welke declaratoir nevens de stukken, door desen Raade gestelt zijnde, in handen van den pro in„ „terim advocaat fiscaal m:r Nicolaas Iongs„ „ma, ten eijnde ten naasten regt dage sijn belangen daar tegens te kunnen inbrengen, heeft laast„ „gemelte officier op den 29:' augustus daar aan„ „volgende, gedient van desselvs schriftelijk belangen, en onder verscheijde allegatien bij het selve gesus„ „tineert, dat de profecutie, en calange, tegens gemelte Luijmes, en Lem hem alleen compe„ „teerde, om redenen hij pro interim advocaat fis„ „caal, op den 8:' augustus al werkelijk met de en questen nopens die zaake een begin gemaakt hadde, en dus vijf volle dagen voor de simpele, en een geheele week voor de schriftelijke verklaringe van de heer Bailliuw in de weer geweest, en in der daad enqueste door hem Pro interim advocaat fiscaal gedaan was geworden, welk incident door parthijen behoorlijk voldongen, en in statu gebragt zijnde, wierd bij sententie van desen Raade van dato 19:e September sonder voor als nog reguard te
English
to be taken upon the arguments and propositions contained in the submitted documents, Master Nicolaas Iongsma, Advocate Fiscal ad interim, was admitted by way of prevention to act here before this Council in the case of the junior merchant Aarnout Luijmes and the aforementioned citizen Ian Samuel Lem, and the request made in this regard by the said Bailiff Martin Weijer was denied; whereupon further, by minute dated 17 September, as a consequence of the just-mentioned case of the junior merchant Aarnout Luijmes and the citizen Ian Samuel Lem, it was resolved to transfer to the Advocate Fiscal ad interim a second case of the said Luijmes against the Malay Ensign Wan Laxamana, which had likewise been referred to us for decision by the Aldermen of this city, and it was further deemed proper to place the consigned funds provisionally in sequestration in the hands of the Secretary of this Council, and to give notice thereof to the Bailiff Martin Weijer; And furthermore, by resolution of Their High Nobilities of 3 July of this year, accompanying this document, a report or elucidation was required from us as to which members of our College had acted partially on behalf of the former Governor-General Adriaan Valckenier, and specifically in the granting and conceding of the unprecedented political verifications of evidence that had occurred before this Council, both against the members of the Noble High Government of these Lands and to the detriment of each and every one; whereupon, on the same day, to satisfy and elucidate Their High Nobilities, it was deemed proper to present to Their High Nobilities an authentic copy of the opinions recorded regarding the requests made by the former Governor-General Adriaan Valckenier with respect to the verifications of evidence, which were kept in the secret chest of this Council; and furthermore, our President having brought forward on the 11th of the same month a further resolution adopted in the Council of India on the 5th preceding, whereby Their High Nobilities, pursuant to the instructions of Your Noble Right Worships, were pleased to order that the members Master Bernhard Iacob Dellafaille, Master Pieter Willem Lammens, Master Theodorus Polijcarpus Woijt, and Master Jan Blocquau should abstain from all administration of justice and judicature in the case of the former Governor-General Adriaan Valckenier, and that in their stead were assumed the Bookkeeper General Evert Christoffel Lanius, the Military Captain Rudolph Carel Von Glan, and the merchants Ian Cornelis Du quesne and Corijn Stevens, which then also, in obedience to the commands of Their High Nobilities, took proper effect. Furthermore, on 2 November of this year, it was brought by our President to the Council for communication how by the aforementioned members Master Bernhard Jacob Della faille, Master Pieter Willem Lammens, Master Theodorus Polijcarpus Woijt, and Master Ian Blocquau, an extensive petition had been presented to Their High Nobilities, the Noble High Government of these Lands, tending specifically to a grievance against the Advocate Fiscal ad interim, as well as for the revocation of a certain resolution adopted on the date of 17 October last regarding the recording of preliminary inquiries at the secretariat without the prior knowledge of the Council, and the return of the points of consideration which were submitted in that regard to this Council by the said Advocate Fiscal ad interim and the Water Fiscal before the recorded minute thereof was reviewed; that it further appeared to us from an extract from the minutes of what was transacted and resolved in the Council of India on 2 November aforesaid, brought into the Council by our President and annexed hereto, that Their High Nobilities had been pleased to think fit not only provisionally to prohibit the Advocate Fiscal ad interim from proceeding further with the case against the said four members or molesting them, but also from taking preliminary inquiries against each and every one without the prior knowledge and consent of this Council, except however for those concerning the case of the former Governor-General Adriaan Valckenier, in which one should act according to the orders of Your Noble Right Worships, and furthermore regarding all private trade or contraband goods being discovered by him, the Advocate Fiscal ad interim; that furthermore, the aforesaid petition of the four aforementioned members, having been brought before us and exactly reviewed by the remaining members, they perceived therein, to their utmost astonishment, how erroneously it had been represented to Their High Nobilities that by revoking the resolution regarding the recording of preliminary inquiries, the Advocate Fiscal ad interim had been given full and free rein to have preliminary inquiries recorded against anyone without distinction according to his own pleasure, and thus to expose everyone to an unprecedented investigation by a malicious officer; whereas, on the contrary, the said members cannot be unaware that at the time it was resolved by the Council to prohibit the officers from having any preliminary inquiries recorded at the secretariat without the prior knowledge of this Council, with the exclusion of such regarding which
Dutch transcription
te nemen op de middelen en positiven bij de inge„ ƒ „diende schriftuuren vervat, den Pro interim ad„ vocaat fiscaal m:r Nicolaas Iongsma gead„ „mitteert bij wege van preventie in der zaake van den ondercoopman Aarnout Luijmes, en den burger Ian Samuel Lem voormelt, alhier voor desen Raade te fungeeren, en het versoek van gemelte Bailliuw Martin Weijer ten desen belangen gedaan, ontsegt geworden. wanneer al verder bij Notul van dato 17:' Septem„ „ber als een sequeele van de zoo evengemelde zaak van den ondercoopman Aarnout Luijmes, en den burger Ian Samuel Lem aan den pro inte„ „rim advocaat fiscaal wierd verstaan over te geven, een tweede zaak van gemelte Luijmes, contra den Maleijts vaandrig Wan Laxamana welke al mede door heeren schepenen deser stad aen ons ter decisie was overgegeven, en wijders goed gevonden de geconsigneerde penningen bij provisie in handen van den secretaris deses Raads ter sequestratie te stellen, en hier van aan den heer Bailliuw Martin Weijer kennisse te geven; En is voorts bij besluijt van haar hoog Edelens van 2525 van den 3:e Julij deses Jaars, hier nevens gaande, van ons gevordert, berigt, off elucidatie wat Leeden uijt ons Collegie sig parthijdig hadde gedragen ten behoeve van den gewesen heere gouverneur gene„ „raal Adriaan Valckenier, en wel speciaal in het accordeeren en verleenen der ongehoorde politicque Recollementen, die voor desen Raade waren gevallen; zoo tegens de Lieden der Edele hooge Regeeringe deser Landen, als ten laste van alle ende een iegelijk, wanneer daar op ten selven dage, ter voldoening, en elucidatie van Haar Hoog Edelens wierd goed gevonden copia authen„ „ticq der advisen, concernerende de gedane ver„ „soeken van den gewesen heere Gouverneur gene„ „raal Adriaan Valckenier, ten reguarde van de Recollementen geannoteert, en welke in de secreete kas van desen Raade berustende— waren, aan haar hoog Edelens te doen presen„ „teeren, mitsgaders al verder door onsen President op den 11:' derselver maand zijnde overgebragt een nader besluijt in Raade van Jndia op den 5:' bevoorens gevallen, waar bij haar hoog Edelens ingevolge het aanschrijvens van uw Edele Hoog. Hoog Agtbare hebben gelieven te gelasten, dat P. de Leeden m:r Bernhard Iacob Dellafaille, mr: Pieter Willem Lammens, mr: Theodo¬ „rus Polijcarpus Woijt, en m:r Jan Blocqu„ „au, hun van alle regtspleging, en Judicatuure in der zake van den gewesen heere gouverneur gene„ „raal Adriaan Valckenier te vallen zoude moe„ „ten onthouden, en dat in derselver plaatse weder wa„ „ren geassumeert geworden, den boekhouder Generaal Evert Christoffel Lanius, den capitain militair Rudolph Carel Von Glan, de cooplieden Ian Cornelis Du quesne, en Corijn Stevens, 't gunt dan ook ter obedientie van haar hoog Edelens beveelen behoorlijk effect heeft gesonteert. Zijnde al wijders op den 2:' November deses Jaars, door onsen President aan den Raad ter commu„ „nicatie gebragt, hoe dat door de voormelte Leeden M:r: Bernhard Jacob Della faille, mr: Pieter Willem Lammens, m:r Theodorus Polijcar„ „pus Woijt, en m:r Ian Blocquau, aan haar hoog Edelens, de Edele hooge Regeeringe deser Lan„ „den, was gepresenteert een ampel Request, tendeerende in specie, een doleanse over den Pro 2526 Pro interim advocaat fiscaal, mitsgaders over intrecking van seker genomene besluijt, in dato 17:' October Jongstleden nopens het beleggen van prece„ „dente informatien ter secretarije sonder voorkennis van den Raad, en te rug gave van de poincten van consideratien, welke door gemelte Pro interim ad„ & „vocaat fiscaal, en water fiscaal daar omtrent aan desen Raade, alvoorens dat de gehoudene notul dierwegen was geresumeert, waren overgegeven, dat al verder ons zijnde gebleken bij extract uijt de Notulen van het gebesoigneerde, en geresolveerde in Raade van Jndia, van den 2:' November voor„ „melt, door onse President in Raade overgebragt, en hier bezijden leggende, dat haar hoog Edelens had„ „de gelieven goed te vinden den Pro interim advo„ „caat fiscaal bij provisie niet alleen te interdi„ „ceeren met de zaak tegens gedagte vier Leeden verder voort te gaan, ofte molesteeren, maar ook c het nemen van precedente informatien tegen alle en een igelijk buijten voorkennisse, en toestem„ „minge van desen Raade, uijtgesondert nogtans de geene concernerende de zaak van den gewesen heere Gouverneur Generaal Adriaan Valckenier waerinne . . . -:- . waarinne na de ordres van uw Edele Hoog Agtb: zoude moeten gehandelt werden, en voorts omtrent alle particulieren handel, ofte contrabande waa„ „ren bij hem Pro interim advocaat fiscaal werdende ontdekt. — dat wijders het voorschreven Request der vier voor„ „melte Leeden bij ons overgebragt exactelijk bij de verdere Leeden zijnde geresumeert, tot hun uijterste verwondering daar bij ontwaard hebben gehad, hoe verkeerdelijk aan haar hoog Edelens was voorgedra„ „gen, dat men door het intrekken van het besluijt no„ „pens het beleggen van precedente informatien den Pro interim advocaat fiscaal de handen ruijm en vrij gelaten had, om tegens een ijder sonder onder„ „scheijt precedente informatien, na eijge wel gevallen te mogen doen beleggen, en aldus een ijgelijk te ex„ „poneeren aan een ongehoord ondersoek van een quaadwillig officier, daar in tegendeel gemelte Leeden niet onkundig kunnen zijn, dat ten tijde bij den Raad was gearresteert om de officieren te c interdiceeren eenige precedenten informatien ter secretarije te doen beleggen, sonder voorkennisse van desen Raade, met uijtsluijting van de sodanige waer omtrent