Inventory 2554
Persia · 1,404 pages · 262 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Around this time a king arose under the name of Sjahachied, who afterwards departed via Gamron to Chiraas, and entered the city with the plunder without having lost more than 14 men in the battle, which was to the great astonishment of everyone; the Ottoman, who, upon the news of the killing of the aforementioned King Sjah Sulthan Hossein, was inclined to make peace, since the war had been declared solely for his liberation, sent at the same time an envoy to the rebel, who at the beginning of his arrival was forbidden to go out, but shortly thereafter showed much friendship, and was dispatched to his master with the concluded peace contract. Subsequently the Achwaanen conquered all the lowlands up to and including Gamron, where no less rebellion was committed than in Spahan; they also brought the city of Gebd under their arms, from where Mhamoed, having suffered defeat as mentioned before, had to retreat with a flea in his ear. These are places intended for the housing of travelers, where the caravans settle down. They succumbed to arms, plundered the same, and brought all its grandees bound to His Majesty, who thereupon were likewise rewarded for showing courage and bravery with the sharpness of the sword. On the 20th of February 1727, the servants of the Dutch Honorable Company were forced by one Ibrahim Amella, by order of the King, to evacuate their lodge and to take up residence with the French or else in a caravanserai; the former occurred two days later, leaving behind a sum amounting to 400,000 mamoedies, or 170,000 guilders, which lay buried under the earth, though for a short time, as they rented a house in the Armenian village of Julfa and took up their residence there. During all the aforementioned turbulent times, the marauding Nadir Coelie, of whom mention was made in the beginning of this, was staying in the land of the Cadjers, and apparently became inclined to withdraw his hands from plundering, as well as to seek fortune by other means, whereupon he departed from there with a gathered band of 500 select men, and betook himself to Masjet, capital of the province of Gorassan, where Prince Thamas Miersa was staying, and submitted himself along with his men to his obedience, on condition that if he showed his might, conquered the district of Sistoen, and drove out the Achwaanen, and Thamas Miersa ascended the throne, he would then appoint Nadir Coelie as regent of the realm, which the young prince, after consultation with his grandees, granted him, and provisionally favored him with the post of commander-in-chief, as well as bestowing upon him the name of Thamas Coelie Chan, whereupon he marched with his birds of prey towards Sistoen, and became master of that province in a short time, marching from there with considerable plunder to Maaz-anderoen, while Prince Thamas also set out from Masjet and continued his march toward Spahan, sending in the meantime some troops ahead to spy on the Achwaanen; this having come to the ears of the rebel Assjeraff, he first had all the Persians driven out of the city, and thereupon set out with his entire military force on the 13th of August 1729, but after 20 days of marching he was received in such a manner by Thamas Coelie Chan on the road that, with the loss of many men and leaving everything behind, he fled head over heels on the 26th of October to Spahan to await the enemy there, having the servants of the Dutch and English Companies arrested in a caravanserai the day after his arrival, and marched out. The half of which, consisting of jewels, was said to have been concealed; see more about this on page [illegible]. He marched out again on the 31st thereafter upon the news of his enemy's approach, and also a few days later, 14 days' journey from the city, engaged in combat with the same, and was utterly defeated, whereupon he thus arrived on the 13th of November in the city of Spahan, took away all the royal treasures, and fled at night along with some of his people toward Candahaar, after he had previously caused the city to be set on fire on all sides where it had been possible. Scarcely had Assjeraff and the other Achwaanen gotten outside the city and near the Sopha mountains, or the servants of the Honorable Company, who had been arrested as mentioned before, were deserted by their guards, and thus came outside onto the royal square, or meijdoen, where they first became aware of what was going on, whereupon the late Honorable Mr. Schorer, repeatedly mentioned in this, signaled to the Persians who were on the nachera chona, or royal playhouse.
Dutch transcription
41. 2251 NB Jn deesen tijd heeft zig een koning onder den naam van sjahachied op genort daar na over gamron na chiraas ver„ „trocken ean „gaders tot sito„ buijt binnen de stad quam niet meer dan 14: man in den slag verloo„ „ren hebbende, 't gunt tot groote ver„ „wondering van een ijder sterckende was; den ottoman die op de tijdinge van den ombrengst des voormelden Conings sjah sulthan Hossein tot het maeken depaix gesind, over„ „mits den oorlog maar eenelijk ter zijner verlossinge gedeclareerd was zond te zelver tijd een affge„ „sant bij den rebel die in den beginne van zijn komste het uijt gaan verbooden, dog korts daar op veele vriendschap beweesen, en met het geslootene vreedens con„ „tract na zijn meester affgede„ „pecheerd wierd. — vervolgens vermeesterden 7. N38 d'achwaanen alle de beneedenlanden tot Gamron Incluijs, alwaar niet minder dan in spa„ „han rebellie gepleegd wierd, ook deeden zij de stad Gebd:/: van waar Nha„ „moed als voormeld de nee„ „derlaag gekreegen heb„ „bende, met d kous op 't hoovd retireeren moest:/ onder hunne wapenen./ 42. E de zijn plaatsen die votot huijsvesting van wijsende reeden ge„ daar zig de Carava„ „nester neder slaaij. wapenen succumbeeren, plunder„ „den deselve uijt, en bragten alle dies grooten geboeijd bij de Majesteijt, die daar op almeede voor't bethoo„ „nen van moeden courage met de scherpte des zweerds beloond wierden. Den 20. ' Februarij 1727. wier„ „den de hollandsche 's EComp:s be„ „diendens door eenen Ibrahim Amella ter ordre des Conings gedwongen hun logie in te ruijmen, en bij de francen dan wel in een Carwancera verblijx te gaan neemen; het eerste geschiede twee dagen daer aan /:met agterlating van een somma groot mamoedies 400000:- off gul„ dens 170'000: —. —. dewelcke onder de aarde begraaven lag:/ dog voor weijnig tijd, alsoo desel„ „ve een huijs in't armeensch dorp Sulpha affhuurden en aldaar hun verblijff naamen. — Geduurende alle de vooren„ staande troubleuse tijden was den roovenden Nadir Coelie van wien in den beginne dee„ „ses gesproocken is, zig in het land der Cadjers onthouden„ de, en oogscheijnelij k geneijgd. - ƒ 43. geneijgd geworden zijn handen van 't rooven aff te trecken, mitsgaders door ander middel het fortuijn te zoeken, wes hij dan met een bij den anderen gesamelde bende van 500: uijt geleesene mannen van daar vertrok, en zig na Masjet hoovdstad van de provintie Gorassan /:alwaar den prins Thamas Miersa verblijff hield:/ vervoegde, en hem beneevens de zijne onder desselvs gehoorsaamheijt be„ „gaff, op voorwaarde dat in aldien hij zijn magt ge„ „thoond, het landschap van sis„ „toen vermeesterd, en d'achwaanen verdreeven hadde, mitsgaders hij Thamas Miersa den throon beklom hem Nadir Coelie als dan tot rijxbestierder te sullen aanstellen, 't gunt hem den Iongen prins naar beraadslaaging met zijne grooten accordeer„ „de, en bij provisie met de bediening van veld„ „overste begunstigde, mits„ van „gaders den naam Thamas Coelie Chan bijsette, waar op densel „ven met zijne roov=vogel s sistoen. 2252 44. . sistoen waards marcheerde, en die provintie in korten tijd mees„ ter wierd, treckende van daar met een considerablen buijt na Maaz=anderoen, terwijl den prins Thamas van Ma„ „sjet meede opbrak en zijnen marsch na de kant van spahan voortsette, zendende intusschen eenige troupen voor uijt tot bespiedinge der achwaanen, dit dan ter ooren van den rebel Assjeraff geko„ „men zijnde, zoo deed denselven Eerst alle de persiaanen uijt de stad jaagen, en trok daar op met zijne geheele krijgsmagt den 13. ' Augustus 1729. na buij„ „ten dog nae 20: dagen mar„ „cheerens wierd denselven door Thamas Coelie Chan zo„ „danig in den weg onthaald dat hij met verlies van veel volk en agterlating van alles hals over kop den 26. ' October tot spahan vlugten quam, om den vijand aldaar op te wagten latende 's daags nae zijn komst de hollandsche en Engelsche 's Comp„s bediendens in een car„ „wancera arresteeren, en trok. 45. 2253 e van de helt veen„ in Juweelen be„ „staande zouden geburgen geweest zijn, ziet hier van breeder op pag:. — trok den 31. ' daar aan wederom uijt op de tijding van zijn vijands nade„ „ringe, gelijk ook eenige dagen daer na 14: dagreijsens van de stad met denselven handgemeen geraakte, en tot aliter geslaagen wierd, wes hij dusdanig den 13. ' November in de stad spahan quam, alle de Coninglijke schatten wegnam, en des nagts beneevens eenige - van zijn volk Candahaarwaards vlugte, na dat alvoorens de stad aan alle kanten daar het mogelijk geweest waar in den brand hadde doen steecken. — Naauwlijx was Assjeraff en d'andere achwaanen buijten de stad en tot bij 't gebergte Sopha, gekomen, off 's EComp=s bediendens die als voormeld g'ar„ „resteerd Laten, wierden van haare wagters verlaten, en quamen dus buijten op 't co„ „ninglijke pleijn /: off meij„ „doen :/ alwaar zijlieden eerst wustig wierden wat 'er gaande was, wes den E: heer schorer zal„r in deesen meer„ „gemeld aan de persiaanen dewelke haar op de nachera chona /: off Coninglijk speelhuijs:/ bevonden F
English
According to what many said, Assjeraff was personally among them. Finding themselves there, he asked what reason they had to remain sitting so quietly without making any sound upon the kettledrums if the aforementioned news contained the truth, whereupon those people replied that since there was no governor or other regent present in the city, they did not dare to undertake such a thing, as it was utterly irresponsible. However, the said head of the Honorable Company said that if they were inclined to follow his orders, he would always make it right, and if not, that he himself would come up to perform the same. This gave those people courage, and so they quickly began to beat the drums, which served to preserve the very few souls who remained, since Assjeraff had sent back 100 horsemen to kill everything in which there was life. But having approached to within a quarter of an hour of the city, or the bridge of Alla Werdie Chan, and having heard the sound of the nacheras, they fled in all haste to the place from which they had come, thinking nothing other than that the army of the Persians had arrived. Thus ended the reign of the second usurper of the Persian Empire. Shortly after this flight, the servants of the Honorable Company and also the English regained possession of their houses, though the former did not recover their buried cash, with the entry of the general Thamas Coelie Chan on the 15th of the said month of November, who a short time thereafter was followed by King Thamas. This monarch, having then ascended the throne of his father at the age of 25 to 26 years, the general had his troops march out, making known at the same time to His Majesty that, having now helped him, he was inclined to return to his own country and therefore came to ask for his dismissal. But the King, having seen proofs of his valor, asked him the reason for this, to which he said he had none, other than solely that he wished to be discharged, as he no longer had any inclination to serve, and so forth. Whereupon the monarch, seeing that he was in earnest, and yet being unwilling to lose such a heroic and stout warrior, offered him that if he would resolve to remain with him, he would then obtain all the privileges that he might desire and also an office according to his own choosing. To all of this he answered His Majesty that if he would appoint him as plenipotentiary of the entire realm, and grant him the full administration over Gorassan, adding thereto the title of Walie, prince, of that province, he would then be ready to comply with the monarch's desire and remain there. The King having promised this to him, he also faithfully fulfilled it in the council of state. This was a good foundation for him to succeed all the better in the execution of his accursed design, which will be treated at large in what follows, and regarding which he apparently already formed thoughts from that time onward, and which must be regarded as a punishment of God upon that country. Descended from the prophet Mortus Alie, for which reason the kings were also revered as holy. For although the inhabitants of the mighty Persian Empire had endured, during the aforementioned time of six consecutive years, the bloodthirstiness and tyrannical treatment of the Afghans under the rule of the named two usurpers Mhamoed and Assjeraff, and the old royal house of Sefferia, through the slaying of King Sulthan Hosseijn together with all who were found of the male sex in his family, with the exception of the aforementioned prince, had been rooted out, and their bitter enemy had been driven back again, and the said Thamas Miersa had been placed upon the throne, it nevertheless seemed that God's wrath had not yet departed from them, as the country remained afflicted on all sides with war, plague, and famine. Likewise, the new monarch Thamas also had to be brought down, in order to make the remaining subjects of the realm, through the rise of a third rebel, abandon the proud and haughty nature which the violent treatment of the Afghans had not yet completely taken out of them, but which began anew. These had served as sweepers in the harem at the time of Assjeraff. For the said Thamas Coelie Chan, who was recognized and also addressed as father by the monarch, since he was still young as well as inexperienced in affairs of state, himself not desiring that anything should be carried into execution before and until Baba Chan, Father Duke, for so the King called him, not thinking that he would yet be so godlessly betrayed and the scepter of the realm taken from him by the same, had obtained knowledge thereof and had given orders regarding it, was scarcely confirmed in the aforementioned offices when, under pretext of having to pay the troops, he caused 12000 tomans to be extorted by force from the inhabitants of the city of Spahan. Having accomplished this and taken one of the King's sisters as a wife, he set out upon the rumor that Assjeraff with his men was in
Dutch transcription
46. /. Assjeraff zoude volg=s veele haar seggen in persoon daar onder zijn geweest. bevonden, vroeg, wat reeden zijlieden hadden van dus stil te blijven zitten zonder Eenig geraas op de keteltrom„ „men te maaken, wanneer voormelde tijding waarheijd behelsde, waar op die menschen tot replicq gaaven dat dewijl er geen gouverneur off an„ der regent zig in de stad bevond zijlieden zulx niet dervden onderneemen als gandsch onverandwoordelijk zijnde, dog het gemelde opperhoovd der E: Comp:e zeijde, dat in al„ „dien zij gesind waaren zijn ordre te volgen hij zulx al„ tijd wel zoude goedmaken en zoo niet dat als dan zelvs boven komen wilde om het selve te verrigten het gunt die menschen moed verschaffende, zoo begonden deselve suel op te slaan, 't geene tot behoud van de gandsch weijnig overgeblee„ „vene zielen strekte overmits Assjeraff 100: ruijters te rug ge„ „sonden had, om alles waar leeven in was om te brengen, dog deese op een quart uur na bij de stad, off de brug alla werdie chan genaderd zijnde, en het geluijd der nacheras gehoord. 47 2254 gehoord hebbende vlooden in al„ „ler ijl na de plaats daar van daan gekomen waaren, dewijl niet anders dagten dan dat het leeger der persiaanen g'arri„ „veerd was; Eijndigende dus de regeering van den tweeden usurpateur des persischen rijx. kort na deese vlugt erlang„ „den 's EComp:s bediendens en ook d' En„ „gelsen hunne huijsen /:egter eerst„ „gemelden hunne begraven geweest zijnde contanten niet :/ weder te rug, met de binnen komste van den veldoverste Thamas Coelie chan op den 15. ' der gemelde november maand, die weijnig tijds daar na gevolgd wierd door den Coning Thamas, welken vorst dan op den throon zijns vaders in den ouderdom van 25: â 26: Jaaren geklommen zijnde zoo liet den veld„ overste zijne troupen uijt „trecken, makende teffens aan de Majesteijt bekend; dat hij hem nu geholpen hebbende geneegen was na zijn eijgen land te keeren, en derhalven om affscheijd te versoeken quam dog den Coning preuven van zijne manmoedigheijd gesien hebbende, vraagde. E 48 vraagde hem de reeden„ van, die hij zeijde niet te hebben, dan Eenelijk dat wenschte ontslaa„ „gen te zijn, vermits geen geneegend„ „heijd meer hadde tot dien en Ensz:, wes den vorst ziende dat het Ernst was, en egter niet geer„ ne zoo een heldmoedig en fors krijgsman willende missen, den„ „selven aanbood, dat bij al dien hij resolveeren wilde bij hem te blijven, als dan alle voor„ _ „regten die maar begeerd en ook een bediening na eijgen willekeur erlangen zoude, op alle 't welke hij de Majesteijt in antwoord diende, dat bij al„ „dien hij hem wilde aanstellen tot vollemagt van het geheele rijk, en het volle bewind over gorassan, met den naam van walie /:prins:/ dier provintie daar beneevens toevoegen, dat als dan bereijd was 's vorsten begee„ „ren op te volgen, en aldaar te verblijven, 't gunt hem den Coning beloovd hebben„ „de, ook in rijxvergaderinge getrouwelijk na quam; dat een goeden voet was om hem des te beter tot uijtvoeringe van zijn vervloekt voorneemen /:'t gunt in het vervolg wijdloopig verhanderd werd, en waar toe hij oogschijnelijk van die tijd aff aan al gedagten gemaakt heevt:/ te doen geraac„ „ken, en het welk als een straffe gods over „daer 49. / 2255 affkomstig van den propheet mortus alie, waar„ „om de coningen ook als heijligen wierden g'eerd. — over dat land moet werden aan„ „gemerkt. want alschoon de inwoonders van het magtig persisch rijk gedurende den voormelden tijd van ses agter een volgende jaaren de bloeddorstigheijd en tirannicque behandelingen der achwaa„ „nen onder het bestier van de genoemde twee usurpateurs Mhamoed en Assjeraff hadden doorgestaan, mits„ „gaders de oude coninglijke stamme sefferia door 't ombrengen van den Coning sulthan Hosseijn beneevens alles wat onder desselvs famille van de mannelijke sexe bevonden wierd op den gerepten prins na uijt ge„ „roeijd, en haaren bitteren vijand wederom verdreeven, mitsgaders Thamas Miersa gemeld, op den throon gesteld, scheen 't egter dat gods toorn van deselve nog niet geweec„ „ken was, alsoo 't land aan alle kan„ „ten met oorlog pest en duuren tijd behebd bleev, mitsgaders den nieuwen vorst Thamas almeede ten onderen gebragt werden moest om de overbleevene onderdanen des rijx door de opkomst van een der den rebel te doen affstaan van den hovaardigen en op„ „geblaazen aard, die de ge „weldige behandeling der. 11 50. deese hadden ten tijde van assjeraff als veegsters in den haram gediend. der achwaanen nog niet ten eene„ „maal uijt haar gehaald hadde, maar wederom op een nieuw aan„ „vang nam, wijl den gerepten Tha„ „mas Coelie chan /:die door den vorst als vader erkend en ook getituleerd wierd, overmits hij nog Iong, mitsgaders in rijx zaaken onervaaren was, zelvs niet begee„ „rende dat ietwes ter uijtvol „ringe gebragt werden zoude voor en al eer Baba Chan /:va„ „der hertog, zoo noemde hem de Coning, als niet denkende dat door denselven nog zoo godde „loos verraden, en den scepter des rijx ontnoomen werden zou„ „de:/ daar van kundschap er„ „langd, en ord're dientweegens gegeeven had:/ naauwlijx in voormelde ampten beves„ „tigd was, off liet op praetext van de troupen te moe„ ten betaalen 12000: ko„ „mans van de ingeseete„ „nen der stad Spahan met geweld affperschen 't welk verrigt en een van 's Conings susters tot een vrouwe genoomen hebbend, ging densel dat „ven op 't gerugt Assjeraff met de zijne in.
English
had retreated to Chieraas with 20: to 25000: chosen men thither, where, encountering the same, he put the greater part to the edge of the sword and caused the rest to flee; after which everyone and even His Majesty imagined that he would return to Spahan, but he, knowing well that there was not as much opportunity to execute his intention there because of the presence of the court as in other places, sent report to the monarch that he did not intend to return until he had brought the entire realm to peace and subdued the rebels; wherefore, having departed from the aforementioned city of Chieraas, he marched on through Coegiloen to gorassan, in the meantime plundering all cities and places bare, having the daughters taken by force from the houses, raped, and thereafter sent back again, while his soldiers, being completely in disorder, also committed all unheard-of impieties, until finally. Finally, getting on the track of the Turcomans, he gave battle and was victorious. — Shortly thereafter, having learned that the Abdali Achwaanen with a strong army under the command of the brother of the tyrant Mhamoed had approached near Masjet capital of gorassan, and had already made a complete bloodbath of the places lying thereabouts by the killing of circum 13000: men, women, as well as children, yea, even opening the bellies of the pregnant women to satisfy their bloodthirsty nature, taking the fruit out from them, and murdering it, he marched quickly thither, and forced the same to obedience by his arms, subsequently proceeding to Masjet in order to tarry there for some time. — In the meantime, while His Majesty, having made preparations for war, had departed from spahan for Hamadan, the duke remained without making any movement at Masjet, which, as well as his retinue, which consisted of two led horses more than that of the king, gave the native reason to have to maintain that he had defected from His Majesty; but he, learning of this, immediately had it spread about that he only wished to help the monarch into some perplexity, in order, when he found himself in distress and was quickly assisted by him, to open his eyes, and make him see what a great defender he had in the duke, whereby the talk then also disappeared again. — When the much-mentioned monarch had captured three strongholds of the dergesenise Achwaanen on the Hamadan route, and had struck down circum 12000: heads of the same, he marched from there to Sauris and further to Ardewil, which last-mentioned city was taken by him without a battle, on condition of granting free passage to the Turks, one of these having entered into his service after that time, he had the head torn off by an ox on a false pretext. Whereafter, having reinforced the same with his men, he abandoned it and marched elsewhere. — The duke Thamas Coelie Chan, being at that time still at Masjet, again gave the inhabitants there very bad thoughts, because he presumed to wear the plume on the right side of the head, which belonged to the King alone; wherefore they, having conspired together, asked him what he intended by this, whether he recognized His Majesty Thamas as his lawful King or not! If so, it was then in no way permitted to him to wear a Royal insignia, and if he had other or greater thoughts, that he then had only to speak, so that they might take their measures accordingly; this did not please the duke at all, wherefore, for the preservation of his life and the reassurance of the inhabitants, he made known with solemn words that he was a sincere servant and slave of Shah Thamas and would also always give evidence of that in the future, etc., subsequently placing the plume again on the left side of his head; but shortly thereafter, the same requested by petition from His Majesty to be allowed to obtain permission to attack the Muscovite who had refused him to evacuate the city of gilan, which was forbidden him by the monarch on pain of his displeasure; this visibly made him enraged against the King, as he a short time thereafter, or in the beginning of the year 1731, dispatched an order to kirman, which was already a clear sign of rebellion, because it included that no one, whosoever he might be, was any longer to pray in the general prayers for the welfare of the King, but for his own person's health and prosperity; this was scarcely done before the same gave still better proofs of his treacherous design, by having specie minted in the name of a holy Shah Nedjeff lying buried at Bagdaad, as well as by altering his seal and title. — After the execution of all these feats, he broke up again from Masjet, and marched with his troops to Karaat and Pharaat, both of which cities he captured after a short siege, appointing an Achwaan as governor of the first-mentioned place, but to his own detriment, as the same agreed with some Abdali dittoes, marched against him, and cut off 10000: men; the duke, however, not losing courage over this, gathered his scattered troops together again in all haste, pursued his said enemies, and defeated the same decisively, getting the.
Dutch transcription
51. 2256 in Chieraas geretireerd was met 20: â 25000: uijt geleese mannen nae derwaards, daar hij desel„ „ve rencontreerende voor het meeren gedeelte de scherpte des zweerds passeeren, en d'overige vlugten deed; waar na een ijgelijk en zelvs de Majesteijt zig verbeel„ „de dat tot Spahan weder„ „keeren zoude, dog hij wel wee„ „tende dat aldaar zoo veel occasie tot uijtvoeringe van desselvs voorneemen uijt oorzaake van't aanweesen des hoffs niet was dan in andere plaatsen zoud berigt aan den vorst dat hij niet eer van meening was weeder te komen voor hij het geheele rijk in rust en de rebellige ten onderen gebragt had; des hij van gemelde stad Chieraas opgebroocken zijn„ „de, over Coegiloen nae gorassan voort marcheert jntusschen alle steeden en plaatsen kaal plunderende, de dogters met ge„ „weld uijt de huijsen latende haalen, verkragte, en daar nae weder te rug zoud, terwijl zijne soldaaten als geheel in wan ordre zijnde meede alle ongehoorde godde „loosheeden pleegden tot dat eijndelijk./ 52 52 Eijndelijk de turkomannen op 't spoor krijgende slag leeverde, en overwon. — kort daar op vernoomen hebbende dat de abdalische ach„ „waanen met een sterk lee„ „ger onder het bestier van den tiran Mhamoeds broeder tot bij Masjet hoovdstad van goras„ „san genadert waaren, en bereeds al een volkomen bloed„ „bad van de daar om her leggen„ „de plaatsen door het ombren„ „gen van circum 13000: zoo mannen, vrouwen, als kinderen, /:Ia zelvs de zwangere vrou„ „wen tot voldoeninge aan haer bloeddorstig naturel den buijk g'opend, de vrugt daar uijt gehaald, en vermoord:/ gemaakt hadden, zoo marcheerd hij spoedig nae derwaards, en dwingt door zijne wapenen deselve tot gehoorsaam„ „heijd hem vervolgens tot Masjet be„ geevende om eenigen tijd aldaar te vertoeven. — Intusschen dat de Majes„ „teijt praeparatie ten oorlog ge„ „maakt hebbende, en uijt spahan na Hamadan vertrocken was, bleev hij hertog zonder eenige beweeging 4 E te. 53. 2257 te maaken tot Masjet, het gunt zoo wel als desselvs staatsie die uijt twee handpaarden meer dan die van den coning bestond den inboorling ree„ „den verschaffte te moeten sustineeren hij zijne Majesteijt affgevallen was, dog hij zulx verneemende liet ter„ „stond uijtstrooijen, dat hij den vorst maar wat in verleegendheijd helpen wilde, om /:wanneer hij zig in nood bevindende en schielijk door hem bij gesprongen werdende:/ desselvs oogen te openen, en te doen zien wat een groot voorstander hij aan hem hertog hadde, waar door dan het gepraat ook wedrom ver„ „diveen. — wanneer veel melden vorst in de hamadanse route drie sterktens der der gese„ nise achwaanen vermeesterd, en circum 12000: koppen derselve ter needer gemaakt daar had trok hij van na Sauris en voorts naar Ardewil, welcke laats„ „gemelde stad door hem zonder slag, mits vrije doortogt aan de turcken te verleenen ingenoomen wierd, waar 54. K een van deese zig na dien tijd bij hem in dienst begeeven hebbende, heevt hij op een loos praetext door een os het roovd doen afftrecken. waar na hij deselve met zijn volk versterkt hebbende verliet, en elders heen marcheerde. — den hertog Thamas Coe„ „lie Chan zig als doen nog tot Masjet bevindende verschaffte den jnwoonder aldaar weder om gandsch quade gedagten, door dien hij zig de pluijm aan de regter zijde van het hoovd te dragen, aanmatigde, het gunt den Coning alleen toe„ „quam, wes zij te samen gespan„ „nen zijnde hem affvroegen wat daar meede voorhad, off hij de Majesteijt Thamas als zijnen wettigen Coning erkende, dan niet! zoo ja hem als dan in geenen deele g'oirloovd was Een Coninglijk teecken te draagen, en maakte hij andere off grooter gedagten dat als dan maar te spreec„ „ken had, op dat zijlieden haare mezures daar nae zouden kunnen neemen; dit geviel hem hertog gandsch niet wel des hij tot 'tbehoud van zijn leeven En geruststellinge der in„ woonders met duure re„ „den te kennen gaff dat een houd./ 2258 55. / rond en slaaff van sjah Thamas was en daar van in't vervolg ook altijd blijken zoude gee„ „ven ensz: stellende de pluijm vervolgens wederom op de linc„ „ker zijde van zijn hoovd; dog kort daar op versogt den sel„ „ven per request van de Majesteijt permissie temogen erlangen om den moscovit er die hem geweijgerd had de stad gilan in te ruijmen te attac„ „queeren het gunt hem door den vorst op desselvs ongenaade verbooden wierd; dit maakte hem oogschijnelijk tegens den Coning verbolgen, alsoo hij weijnig tijds daar na off in 't begin van anno 1731. een bevel nae kirman affsond, 't gunt al een duijdelijk teecken van rebellie was, wijl het sel„ „ve insloot, dat niemand wie hij ook zijn mogte meer in de algemeene gebeeden - voor het wel„ vaaren des Conings, maar voor zijn eijgen persoons ge„ „sondheijd en voorspoed bidden moeste, dit was na auw„ „lijx verrigt off denselven gaff nog beeter preuven van - 56 van zijn verraderlijk des„ „sein, door het doen munten van speties op den Naam van Eenen tot Bagdaad begraaven leggende heijlige sjah Nedjeff, mitsgaders met het veranderen van zijn zegul en titul. — Naar het uijtvoeren van alle deese staaltje breekt hij weeder van Ma„ „sjet op, en trekt met zijne troupen na Karaat en Pharaat, welcken beijde steeden hij nae Een kor„ „te beleegering veroverd, stellen„ „de een achwaan tot gouver„ „neur van eerst gemelde plaats aan, dog tot eijgen schaade, alsoo denselven met Eenige abdalische dittos 't eens word, hem tegen trekt, en 10000: man affslaat; hij hertog hier over egter den moed niet verlooren geevende, haald in aller ijl zijn verstrooijde troupen weeder bij den anderen vervolgd gemelde zijne vijanden, en - slaat deselve tot aliter, krijgende de. -
English
He is said to be the same person who is currently in agreement at Bagdaden with the welie Nahmed. The city was also again in his power, where he even stayed in person at that time. The King, who believed that Thamas Coelie Chan was serving him as a faithful subject, also departed at the end of the aforementioned year, or 1731, toward the side of Eriwan. However, scarcely had he approached there when he was defeated by Achmed Basja, thus fleeing into the city of Tauris without the aforementioned treacherous duke offering him the least assistance. This, however, could not yet bring His Majesty to any evil suspicion regarding him. The consternation of the inhabitants over this defeat was so great, and especially in Spahan, that some fled with bag and baggage to other places, as the approach of the Turk was regarded as certain. However, the King's return there in the beginning of the year 1732 reassured the people. This enmity had arisen because this lord, having married an exceptionally beautiful woman, and the prince having become desirous to see her, he had not wished to permit this; whereupon His Majesty, without the first-mentioned person's prior knowledge, went to a certain house and viewed her there over a wall. Reassured again, but most of all by the conclusion of peace by him with the Ottoman on condition that all places situated on the Persian side of the river aracx would be vacated and transferred to His Majesty. The previously mentioned duke, having learned of the King's arrival in spahan, requested at the same time in writing from that prince that the assay master Hassan Alie Chan (this man was also an enemy of the King), in the company of the supreme sweeper and molla Basjé, might be sent to him. His Majesty granted this and ordered them to depart for Paraat, which again made the native and others believe that he, the duke, wanted to deliberate with them in order to ruin the King and deprive him of his power. However, this was. Was settled again because the aforementioned gentlemen, upon their return, brought along a considerable present for His Majesty, consisting of 10000 thomans in cash, as well as some fine horses, camels, and mules that he, the duke, had captured from the Abdali Afghans; which present served only to blindfold the unfortunate prince and to make him conceive a good opinion of him, the duke, while he simultaneously made it known that he did not approve of the aforementioned peace concluded by the prince with the Turk, but that he himself would march toward the side of Bagdaa to contest the matters. The King granted this to him, imagining that there was no one who labored more for the benefit of the realm than his Baba. Baba Chan; however, he soon became aware of the contrary shortly thereafter, as will appear in what follows. Meanwhile, some of the prince's colonels and servants, along with about 4000 officers as well as common soldiers, had resolved among themselves to turn spahan into a bloodbath and then take possession of that city. God, however, unable to permit this, brought it to light through His mercy, as can be seen in greater detail from an extract of the letter written Gamron-ward by the Honorable Company's residents there on the date of 30 May anno 1732, containing the following, namely: Before we communicate the news received to Your Honors, we shall first tell Your Honors regarding the person of the king that, by a great heavenly miracle, he is still alive; for one Biau. Bian Beek, a slave of the King, on 10 April last revealed a cursed conspiracy forged against him and his grandees by one who claimed to be his brother, but who in reality, according to his later confession under the beatings with sticks, was a son of one alla werdie chan, who had been a slave at the time of sjah sullemoen, together with a duke of the Kurds, a colonel of the Afshar nation, the Afghans, Iaffer Chan, former governor of Chieraas at the time of Assjer aff, and miersa mhamed Jebbedaar Casje or master of the armory at that same time, along with two circumcised men and three women from the king's palace, and furthermore a following of, as we have been assured, some 4000 others, colonels as well as military men. For they had attempted to entice that slave into it as well; and regarding this he had indeed given his word, but had not sealed the drawn-up treason document, making the excuse that he had left his seal at home, promising that he would go and fetch it. But instead of doing so, having gone to the house of the supreme Master of the Hunt, he revealed the matter to him on the very day that that cursed conspiracy had determined to attack the King in his palace and the grandees in their houses, and to kill all at one time and the same hour. Whereupon the aforementioned Master of the Hunt, having informed the King of this, all the principal ringleaders were without delay seized.
Dutch transcription
57. 2259 deese wil men deselve te zijn die thans tot Bagdaden met den welie Nah„ „med t' eens is. — de stad meede wederom in zijn magt, alwaar hij als doen zelvs in persoon verbleeff. — den Coning die van gedagten was dat Thamas Coelie Chan hem als een getrouw onderdaan diende, vertrok meede in 't laatst van voormelde Iaar off 1731. na de kant van Eriwan, dog naauwlijx was denselven al„ „daar, genadert off wierd door Achmed Basja geslaagen, koo„ „mende dus vlugtende in de stad Tauris, zonder dat dien voor„ „melden verraderschen hertog hem Eenige de minste bijstand bood, het gunt egter de Maje„ „steijt nog tot geen quaad ver„ „moeden omtrent hem brengen konde; d verbaastheijd der ingeseetenen wegens deese neederlaage was zoo groot, en voornamentlijk in Spahan, dat sommige met pak en zak haar na andere plaatsen op de vlugt begaaven, al„ „soo de aannaderinge des turks voor seecker gesteld wierd, dog de te rugkomste des Conings aldaar in den beginne des jaars 1732. stelde het volk weder. 58. deese vijandschap was ontstaan door dien desen heer een uijtmuntend schoon vrouwmensch getrouwd hebbende, en den vorst begee„ „rig geworden zijnde deselve te sien hij zulx niet hadde willen permittee„ „ren, waar op de majesteijt buijten eerst gem: voor sen„ „nis na een seecker huijs gegaan was en deselve aldaar over een muur aan„ „schouwd hadde. — weder gerust, maar wel meest het sluijten der vreemde door den selven met den ottoman onder Contitie dat alle plaatsen aan de kant van Persien bij de rivier aracx geleegen zouden in geruijmd, en aan de Majesteijt getranspor„ „teerd werden. voorwaards gemelden hertog d komste des Co„ nings in spahan vernoo„ „men hebbende, versogt te selver tijd dien vorst bij geschrivte dat den alloij„ „meester Hassan Alie Chan /:deese was meede ƒ een vijand des Conings:/ in Compagnie van den oppersten veeger, en molla Basjé bij hem mog„ ten gesonden worden, dat de Majesteijt toe„ stond, en haarlieden tot het vertrek nae Paraat ordonneerde, 't welk alwederom den Inlan„ „der en andere sustinee„ „ren deed, dat hij hertog niet deselve beraadslaagen wil„ de om den Coning te ruinee„ „ren, en van desselvs magt te berooven, dog het selve wierd. 51 59. 2260 wierd wederom gesteld door dien voormelde heeren bij hunne te rug komste een considerabel praesent voor zijne Majesteijt meede bragten, bestaande in 10000 thomans contant, mitsgaders Eenige fraaije paarden, cameelen, en muijl Ezels, die hij hertog van d' abdalische achwaanen veroverd hadde; welk prae „sent maar Eenelijk streckende was om den ongeluckigen vorst te blindhocken, en Een goed gevoelen van hem hertog te doen opvatten wijl hij tevens aankon„ „digen liet dat de voor„ „melde vreede door dn vorst met den turk geslooten niet voor goedkeurde, maar hij zelvs nae de kant van Bagdaa zoude mar„ „cheeren om de zaaken te betwisten het gunt den Coning hem toestond, als zig verbeeldende er niemand was die meer ten voordeele van het rijk arbeijde dan zijnen Baba 60. / Baba Chan, dog den selven wierd het Contrarie van dien kort daar op wel haast gewaar, zoo als in 't vervolg staat te blijken. — Eenige van 's vorsten overstens en bediendens hadden jntusschen met omtrent 4000: zoo officieren als gemeene soldaaten onder den anderen be„ „slooten spahan tot een bloed„ bad te maaken, en als dan die stad in possessie te neemen, het gunt god egter niet kunnende ge„ „hengen, door desselvs ge „naade aan den Edag - koomen liet; breeder te sien bij een Extract uijt de missive door 's EComp=s re„ „sidenten aldaar in dato 30. ' Maij anno 1732. gamron„ „waards gescheeven, bevattende het ondervolgende, namentlijk. — Eer wij VE: E: de vernoomene tijdin„ „gen zullen communiceeren zullen wij VWE: E: voor aff belan„ „gende den persoon van den coning zeg„ „gen, dat hij per een groot hemels won„ „der nog in 't leeven is, want eenen Biau 61. 2261 Bian Beek slaav des Conings op den 10. ' april jongst gepasseerd een vervloekte conspiratie te„ „gens hem en zijne grooten, door eenen die zig zijn broeder noemde te zijn, maar effective„ volgens zijne nadere bekentenisse onder de„ „stokslaagen een zoon van eenen alla werdie chan slaav ten tijde van sjah sullemoen geweest zijnde, beneevens eenen hertog der kurten, een overste der affsjaarsche natie, de achwaanen Iaffer Chan ten tijde van Assjer aff laatst„ „geweesene gouverneur van Chieraas, en miersa mhamed Jebbedaar Casje off opper„ „ste van 't wapenhuijs in die zelve tijd mitsga„ „ders twee besneedene met drie vrouwen uijt 's conings paleijs, en nog een aanhang van zoo men ons heevt verseekerd, wel van 4000: andere zoo overstens als militairen, gesmeed, ontdekt heevt, want men getragt hadde dien slaav meede daar toe te verleijden; en waar omtrent hij wel zijn woord hadde gegeeven, maar het opgemaakte verradgeschrivt niet verzeeguld, als tot Excuis genoo„ „men hebbende, zijn zegul 'thuijs te hebben gelaaten, onder belovte het selve te zullen gaan haalen, dog in steede van zulx te doen, na 'thuijs van den opperste jagtmeester gegaan zijnde, heevt aan denselven de selvde dag, dat dat vloek verwandschap bestemd hadde den Coning in zijn paleijs, en de grooten hare huijsen te overvallen, en alle op een tijd, en deselvde uur om te brengen, de zaake geopenbaart, waar op den gemelden Jagtmeester den Coning daar van kennisse gegeeven hebbende, zoo wierden alle de voornaemste belhamers sonder versuijm bij.
English
62. seized by the head, and after the matter had been properly investigated by his majesty himself, they were all publicly beheaded, the body of Iaffer Chan burned, and the others thrown as prey to the lions and dogs, while the three concubines, together with the mother and wife of the one who wanted to become king, were bricked up alive in chimneys; in the meantime, those traitors had already divided the offices among themselves, and each was to have a quarter of the city for his share, to do with the inhabitants thereof as one would deem advisable; but God was pleased to thwart them in their evil intention, for otherwise we would no longer be in the land of the living, as everything would certainly have been destroyed by fire and sword; for which his divine infinite mercy we cannot sufficiently thank his divine majesty. This dark cloud had scarcely lifted from the head of the king and those of the inhabitants, or another and considerably more tragic misfortune was to befall his Majesty and them, for the frequently mentioned duke Thamas. 63. Thamas Coelie Chan, having marched from Karaat to Masjet, requested from there that the monarch would come with the troops to Casbien, whither he too was about to depart, or send them to him; furthermore, he insisted on having the full administration over everything for four years, in order to be able the better to withstand the Turk and other enemies of the empire; the Majesty thereupon marched with 22000 men to a village named Mahmeddie, where he reviewed them, and subsequently sent them on to Casbien under the command of a serdaar, general, named Mhamed Alie chan, returning further in person again to his frequently mentioned residential city Spahan; and although one could not ascertain what answer he wrote to the duke concerning the last request regarding the government, it is nevertheless to be thought that it was bluntly refused to him, whereupon the other, out of obstinacy at not being able to obtain everything according to his own pleasure, 64. resolved to carry out his hellish design; since he was scarcely reinforced with the aforementioned troops when he set his course toward the city Spahan instead of fulfilling the aforementioned promise made regarding the Turk. He then, on 26 August 1732, approached the said city with 32000 select men, and having pitched camp in a garden named Hazaar Geriet, was congratulated on that same day, according to custom, by the English and our Honorable Company's servants, as was also performed, accompanied by the offering of diverse fine presents, by many great ministers and other inhabitants, consisting of Moors, Banians, and Armenians. This arrival of the duke caused much murmuring among the inhabitants, since he, contrary to the ordinance of the Persian kings that no one of the grandees of the empire, serdaars, 65. serdaars, and other court ministers coming from outside may pitch camp before and prior to having rendered their salam, homage, before the gate of the palace and subsequently having been dismissed by the Majesty, had acted straightforwardly, having just directly betaken himself to the aforementioned garden; the previously mentioned faithful slave of the King named Bian Beek attempted to notify the monarch, advising him at the same time that if he wished to remain seated on this throne, he must have the often-mentioned duke done away with, which the King dismissed very disdainfully, saying that he had performed too many services for the benefit of the realm to deprive him of life for such a trifle, in fine: Baba Chan had so ingratiated himself into the favor of the monarch that he could do nothing to his displeasure, much less cause any suspicion of knocking him from the throne. Two days thereafter he betook himself with 3000 armed men to the 66. royal garden Sadaat Maad, where the Majesty received and welcomed him very affably in a fine talaal decorated all around with fine mirror glass, which he had built there for his own pleasure, not knowing that his downfall was so near at hand; the treacherous duke, after having sat with his majesty for about a quarter of an hour, departed from there again to his own lodgings, where, having arrived, he stripped some court ministers of their offices, took away everything they had in the world, and subsequently had them brought to some castles into custody, at the same time ordering their escorts to transport the one to the east, the other to the west, the third to the south, and another again to the north, leaving solely his adherents, namely Hassan Alie chan assayer, the gollofa miersa Caffie, a general Mhamed chan, Mhamed Alie Chan beglerbegi, as well as the lord 67. lord Tazel Alie Beek, cousin of the mhajaar basje, in their full authority, as they were also content with his cursed undertaking and had abandoned the unfortunate monarch; the rebel then having accomplished all this according to his own pleasure, and having deliberated what was necessary with the aforementioned ministers, requested the Majesty on the first of September of the said year to visit him in the garden Hazaar Geriet, with which that good monarch was also content; but the mentioned Bian Beek, having in some way learned of the duke's intention, betook himself again to the monarch, making known to him what danger was approaching him if he agreed to the Chan's request, but the Majesty did not care much about it, solely saying that if his Baba Chan was minded to do so, he would no longer be able to prevent him in it, but that he, Bian Beek, nevertheless
Dutch transcription
62. bij de kop gevat, en zijn alle, na dat de zaake door zijn majesteijt zelve ten regten ondersogt was, in't openbaar ont„ „halsd, 't ligchaam van Iaffer Chan verbrand, en de andere de leeuwen en houden ten prooije ge„ „geeven, terwijle de drie vrouwtjes, met de moe„ „der en vrouw van die geene die coning wilde worden in schoorsteenen leevendig gemetseld zijn; onder=en=tusschen hadden die verraders de bedieningen al onder elkanderen ver„ „deeld, en ijder zoude een quartier van de stad tot zijn portie hebben om met de bewoonders van het selve tedoen als men raadsaam soude oordeelen; dog God heevt haar in haar boos voorneemen gelieven te stuijten, want wij anders niet meer in't land der leevenden zouden zijn, wijl alles zeeckerlijk te vuur en te zweerd zoude verdelgd geworden zijn; voorwelke zijne goddelijke oneijndige geraade, wij dan zijne divine majesteijt niet genoegsaam konnen danken. deese donkere wolk was naauwlijx van 't hoovd des coninx en die der ingeseetenen ge „weecken off een ander en vrij tragadieuser ongeval moeste zijne Majesteijt en deselve overkoomen, want dn hertogh veel gerext en Thamas. - - 2262 63. /. Thamas Coelie Chan uijt Karaat nae Masjet gemar„ „cheerd zijnde, versogt van daer dat den vorst met de trou„ „pen tot Casbien /:werwaards hij meede te vertrecken stond:/ komen wilde, off hem die toetesenden; voorts insteerde denselven om vier Jaaren het volle bewind over alles te mo„ „gen hebben, ten eijnde den turk en verdere vijanden des rijx deste beeter het hoovd te kunnen bieden; de Majesteijt trok hier op met 22000: mannen na Een dorp genaamd Mahmeddie alwaar hij deselve monsterde, en ver „volgens onder het gebied van Een serdaar /:generaal:/ Mha„ „med Alie chan genaamd, na Casbien voortsoud, keerende wijders in persoon weeder na dikgerexte zijne residentie stad spahan; en alschoon men niet konde wustig werden wat een andwoord hij den her„ tog op het laatste versoek weegens de regeeringe geschree„ „ven heevt, zoo is egter te denken hem 't selve bot affgeslaagen zal zijn, waar op den ande„ „ren uijt obstinaatheijd van alles niet volgens eijgen welbehaagen te. 64. te kunnen erlangen geresolveerd is, om zijn helsch dessein ter uijt„ „voeringe te brengen; alsoo den „selven naauwelijx met voormel„ „de troupen gesterkt was off zette zijn cours na de stad Spahan insteede van de voor„ „meld gedaane belovte wegens den turk na te komen hij dan op 26. ' Augustus 1732. met 32000: uijtgeleesene mannen ge„ „melde stad genadert, en in een thuijn Hazaar Geriet ge„ „naamd ter needer geslaagen zijnde, wierd dien zelven dag volgens gebruijk door de Engel„ „sche en onse 's E: Comp„s dienaa„ „ren vergelukt, gelijk ook het selve onder aanbieding van diverse fraaije praesenten door veele roos ministers en verdere jngeseetenen, uijt mooren, benjaanen, en armeenders bestaande g'effectueerd wierd. Deese aankomste des hertogs baarde veel gemom„ „pel onder de inwoonders, overmits denselven tegens het g'ordonneerde der per„ „sische Coningen, dat nie„ er rijxgrooten, „mand d serdaars./ 2263 65. „ serdaars, en andere hovsministers van buijten komende haar ter needer mogen slaan voor en al eer haar salam /: eer bewijsing:/ voor de poort van 't paleijs hebbende affgelegd en vervolgens door de Majesteijt aff„ „scheijd gegeeven zijn, regtsdraads hadde aangegaan, als zig zoo maar directelijk in voormelde thuijn ver„ „voegd hebbende; den voorwaards ge„ nelden getrouwen slaav des Conings genaamd verwitt pogen Biam S Beek vorst, hem tevens raedende dat in aldien hij hier van den „throon wilde zitten blijven, den hertog veel meld van kant te moeten doen helpen, 't gunt den Coning seer veragte„ lijk affsloeg, als zeggende hij sal te veel diensten ten voor „deele van het rijk gedaan hadde om hem voor zoo een geringheijd van 't leeven te berooven, en fin: Baba Chan was zodanig in de gratie des vorsten ingedrongen, dat hij niet wes tot ongenoegen van denselven konde verrigten, veel min Eenige agterdogt veroorsaacken, om hem van den throon te bonsen. — Twee dagen daar nae vervoegde zig denselven niet 3000:- gewapende mannen na de. 66. / de Coninglijke thuijn sadaat Maad alwaar de Majesteijt hem in een draaije talaal rondsom met fijne spiegel glaasen vercierd, die aldaar tot eijgen vermaak hadde doen bouwen zeer minzaam ontfing, En verwellekoomde, niet den ken„ „de dat desselvs ondergang zoo na bij was; den verraderschen hertog na omtrent een quart uur bij zijne E majesteijt geseeten te hebben vertrok van daar weder om na zijn eijgen logies, alwaar gekomen zijnde, Eenige hovministers van derselver be„ „dieningen beroovde, alles wat in de wereld hadden affnam en vervolgens na eenige Cas„ „teelen in regtenisse brengen liet, gelastende tevens aan de geleijders van deselve, den eenen na't oosten, den anderen na 't westen, den derden na 't zuijden, en een anderen wederom na 't Noor„ „den te vervoeren, latende Eenelijk zijne aanhangers, namentlijk Hassan Alie chan alloijmeester, den gollofa miersa Caffie, eenen generaal Nhamed chan Mhamea Alie Chan beglerbegie, mitsgaders den heer./ . . .. 2264 67. „ den heer Tazel Alie Beek couzijn van den mhajaar basje in haar volle weesen, alsoo deselve meede in zijn vervloek„ „te onderneeminge content, en den ongeluckigen vorst affge „vallen waaren; den rebel dit dan alles naar eijgen welbe„ „hagen verrigt, en niet voormelde ministers het no„ „dige beraadslaagd hebbende versoekt de Majesteijt op primo september des gemel „den jaars bij hem in de thuijn Hazaar Geriet ter visite, daar dien goeden vorst mee„ „de content was, dog den gerexten Bian Beek het voor„ neemen des hertogs eenigsinds vernoomen hebbende, vervoeg„ „de zig wederom bij den vorst, hem bekendmaaken„ „de welk gevaar hem naa„ „kende was in dien hij in 't versoek des Chans bewil„ „ligde, dog de Majesteijt trok hem zulx niet veel aan, Eenelijk zeggende dat wan„ „neer zijnen Baba Chan zulx van sinds was, hij hem dan daar inne sal niet meer beletten kon„ „de, maar dat hij Bian Beek egter./
English
However, he had to pay close attention to the orders given to him during the visit to the duke, because if he noticed any treachery, he would soon deprive the Chan of his head. Following this resolution, His Majesty went to the aforementioned pleasure garden, where, upon his arrival, he was subsequently invited by the duke as a guest, which he accepted. In the meantime, Thamas Coelie Chan had prepared a splendid banquet and had an abundance of wine brought, of which the prince was a great lover, in order to carry out the resolution he had made. This was that after he had made the King drunk and full, he would then present him to the people as an unreasonable and unfit person to govern the realm, and subsequently have him arrested, in which he also succeeded that very day. For after the King had become drunk, he had him stripped of his weapons, and subsequently brought into the harem, where he also went with the rest of his followers. Having arrived there in the room where the unfortunate Shah Thamas lay asleep, he made all the commanders of the troops appear before him, and presented to them the anxiety he felt if the realm were to be governed any longer by such a drunkard as the King was, as they themselves saw, so that they could make this known to the entire military force; for he would arrest the prince for some time and govern the realm himself until such time as His Majesty should mend his ways. This was praised and accepted by them, thus bringing his aforementioned godless design into execution with the further consent of his entire soldiery. This business had barely come to an end when the King's confidant, the aforementioned slave Biam Beek (who, it was learned, had stood behind the Chan's back during the visit and had requested His Majesty up to two different times by signs to be allowed to strike off his head in the midst of the company, but was steadily restrained by the prince), was condemned to death by the duke, for the reason that he feared that man might find out and undertake some means or other for the deliverance of the King, his master. The following day, 2 September, he had an infant son who had been born to the unfortunate prince previously on 5 July presented to the people as King under the name of Abbas the third, while he himself would govern the realm as regent until such time as that little boy should come of age. To which end he then also moved into the palace and distributed his men throughout the city, in the interim having the dethroned King, together with his mother, some women, eunuchs, and other servants, transported on the 4th following in 12 pairs of kajawas under an escort of 700 to 800 horsemen via Jesd through the desert to a close imprisonment in a fortress called Calaat, and four days later having the said child brought forward in the cradle at a public majlis or assembly of the realm, and proclaimed as King amidst the reading of the khutbah (the formula of election), the creation of a new seal and coinage, as well as the distribution of the royal sugar banquet; also afterwards entrusting him for some days to a certain Cassum Chan, governor of Chom, for his upbringing. All this having then been brought into execution by him with good success, he began to deal with the people in a wholly tyrannical and barbarous manner, having money extorted everywhere, so that the inhabitants of Spahan were assessed 10,500, those of the Armenian village of Julfa 1,000, and the Banians 500 tomans, whereby many people who were not in a position to satisfy their quota were beaten to death under the sticks. The Honourable Company's servants also had to experience his enormous doings and violent treatments, in that he initially imposed on them a payment of 500 tomans, which was afterwards reduced to 200, which however was settled through the mediation of well-meaning friends with a present consisting of horses and mules, all of which, after they were brought before him, he had valued, while asking the Munshi al-Mamalik (drafter of letters) whether he had not ordered him to demand 200 tomans from them. The English also did not escape, as he had 450 tomans as well as their horses extorted from them by force. Furthermore, he devised nothing daily other than new plagues for the subjects and other inhabitants, having the lands measured in all cities and villages, the houses, gardens, trees, vineyards, and even the cattle down to the chickens recorded, as well as gathering together the royal treasures he had found in the palace, melting down the crafted gold and silver works into bars, also distributing books and paintings, etc., among his soldiers; he also had all Armenians and Banians recorded head by head, and demanded the daughters of the first-mentioned in order to satisfy his lust with them, and forced the former nobles and the King's slaves to go to Casbin.
Dutch transcription
68.„ Egter naaukeurig letten moeste op de ordres die hij hem onder 't besoek bij den hertog te geeven quam, wijl hij wan„ „neer eenig verraad bemerkte den Chan wel haast van zijn hoovd zoude doen beroo„ „ven; naar welk genoomen besluijt zig de Majesteijt na veel melde lusthoff be„ gaff, alwaar gekoomen zijn„ „de ook vervolgens door hem hertog te gaft genoodigd wierd, 't gunt denselven accepteer„ _o, jntussehen hadde hij Thamas Coelie Chan een heerlijke maaltijd toe„ „bereijden en overvloe„ - 1 /:waar van „dig wijn den vorst een groot was:/ bren„ lieffhebber laten, om het genoo„ „gen „men besluijt uijt te voeren, 't guilt dusdanig was, dat na hij den Coning dronken en vol gemaakt had, hem als dan den volke gelijk een onverstandig en onbequaam persoon ter regeeringe van 't rijk zou„ „de voorstellen, en vervol„ „gens arresteeren laten 't gunt hem ook dien selven dag./ 2265 69. dag gelukte, want na dat den Coning dronken geraakt, was liet hij denselven van zijn geweir ontbloo„ „ten, en vervolgens in den haram brengen werwaards heen hij zig met zijnen verderen aanhang meede begav en daar op in't vertrek al„ „waarden ongeluckigen sjak Thamas te slaapen lag gekomen weesende alle de overstens der troupen bij hem verschijnen liet, en aan deselve voordroeg de bekommernisse die hij maakte in aldien het rijk langer door zoo een dronckaart gelijk den Coning was, zoo als zij zelvs za„ „gen, moeste werden geregeerd, des zijlieden zulx aan de geheele krijgsmagt konden bekend maaken, wijl hij den vorst Eenigen tijd arresteeren, en zelvs het rijk regeeren zou„ „de, tot tijd en wijle de Ma„ „jesteijt hem quam te bee„ „teren, het welke door deselve baand en aange„ „noomen wierd, brengende dus zijn voormeld goddel oos des„ „sein ter uijtvoeringe met nog verder toestemminge van zijn geheele soldatesque. deese verrigting had naauwelijx./ 70. naauwlijx een eijnde genoomen, off den vertrouweling des Conings voormelden slaav Biam Beek /:die men vernam in de visite agter de rugge van den Chan gestaan, en de Majesteijt nog tot twee differente reijsen niet teeckenen versogt te hebben, hem in't volle gezel„ „schap de kop te mogen affslaan, door den vorst gestadig affge„ „werkt was:/ wierd door den hertog ter dood veroordeeld, om reeden hij bevreesd was, dien man het een off ander mid„ „del ter verlossinge van den Coning zijn meester mogte uijtvinden, en bij der hand neemen. des anderendaags 2. ' September liet denselven Een zoontje het gunt den ongeluckigen prins op 5. Iulij bevoorens gebooren was onder dn naam van Abbas de derde den volc„ „ke als Coning voorstellen, terwijl hij zelvs het rijk als regent zoo lange regee„ „ren zoude tot tijd en wijlen dat jongetje tot zijn volko„ „mene jaaren gekomen was, ten. 71./ 2266 ten welken eijnde hij dan ook in't paleijs trok, en zijn volk rondsom in de stad ver„ „deelde, latende interim den ontthroonden Coning op 4. ' daer aan, beneevens zijn moeder, ee„ „nige vrouwen, besneedenen, en andere bediendens in 12: paren Cazowas onder een Escorte van 7: â 800: ruijters over Jesd door de woestijne na een sterk„ „te calaat genaamd in naauwe gevanckenisse vervoeren, en het gemelde kind vier dagen daar nae bij een publicque masjelis off rijxvergaderinge in de wieg te voorschijn brengen en onder het leesen van de Cotba /: formulier der verkiesin„ „ge:/ 't formeeren van een nieuw zegul en munt, mitsga„ „ders het uijtdeelen van Co„ „ninglijk zuijker bancquet tot Coning proclameeren jtem daar nae Eenen Cas„ „sum Chan gouverneur van Chom voor Eenige dagen ter opvoeding Intrageeren.— dit dan alles door hem met goed succes ter uijtvoeringe zijnde gebragt. 72 gebragt, begon op een gandsch tirannicque en barbarische wijze met de menschen te handelen, latende op alle plaatsen geld affper„ „schen, gelijk ook d' ingeseete„ nen van Spahan 10500: die van het armeensch dorp Sulpha 1000: en de benjaanen 500: thomans wierden opgelegd, waar door veele menschen die tot voldoeninge haar quote niet in staat waren onder de stocken, wierden dood geslaagen; 's EComp:s be„ „dien dens moesten almeede preuven dragen van zijne enorme gedoentens, en ge„ „geweldige behandelingen, door dien hij deselve Eerst 500:— komans die daar nae tot op 200: vermindert wierden ter betalinge opleijde, het gunt Egter door bemidde„ „ling van welmeenende vrienden met een prae„ sent bestaande in paar„ „den en muijl Ezels die hij na dat voor hem gebragt waren alle waardeeren liet het vragen ondr aan. 2267 73. aan den moensje Elmomaleek /:instel„ „ler der brieven :/ off hem niet gelast hadde dat 200: thomans van haar zou„ „de affvorderen, ten eijnde gebragt wierd; dobbelende de Engelsen almee„ „de niet vrij, alsoo hij haar 450: tho„ „mans, mitsgaders derselver paarden met geweld liet aff kneevelen. wijders practiseerde densel „ven dagelijx niet anders dan nieu„ „we plagen voor de onderdaanen en verdere jngeseetenen, latende in alle steeden en dorpen de lan„ „derijen meeten, de huijsen, thuij„ „nen, boomen, wijngaarden, en zelvs het vee tot de hoenders incluijs opschrijven, mitsgaders de Coninglijke schatten die hij in het paleijs gevonden had bij den anderen brengen, de gemaakte goud=en zilver=werc„ „ken tot staaven smelten, jtem boeken en schilderijen &t=a onder zijn soldaaten verdee„ „len, deed ook alle armeenders en benjaanen hoovd voor hoovd opteeckenen, mitsgaders eerst„ „gemelde haare dogters affvor„ „deren, ten eijnde met desel„ „ve zijn geijle Cust te boeten, en dwong de voorige Edellieden, en 's Conings slaven om na Casbieu
English
74. This person passed away in the year 1734 at Spahan. to depart for Casbien, whither he also sent the remaining women from the haram of the dethroned monarch, together with the young prince, under the supervision of a certain Rajabalie Chan, who was to provide for their maintenance; he also gave orders to have all the royal buildings in that place repaired; and shortly thereafter he forcefully took a bond from the Honorable Company's chief at Spahan amounting to 3000 thomans, for such reasons as appear below, in an: Extract from the missive addressed by the Honorable Company's residents at Spahan to the Honorable, Worshipful Lord Commander and Council at Gamron, dated September 12, with a supplement dated October 24, Anno 1732. And thereupon, having summoned before him the Portuguese renegade, the notorious scoundrel Alie Coelie Beek, whom we understand had filled the duke's ears with tales that in former times we had greatly defrauded the king of his dues, he, the gollofa, asked us whether we had brought the mandates with us. To which it was answered that the same had been demanded by the Moensje Elmomaleek and sent to him, 75. 2268 and that he still had them in his possession. Whereupon that gentleman said that the Chan's order was to examine them and to grant a new decree to the Honorable Company on the same footing as Shah Abbas the Great had agreed upon with the Honorable Company. Further extract from the very same letter. Whereafter, permission having been granted on the duke's behalf to Alie Coelie Beek to speak, that apostate of his faith began, according to his venomous nature, to recount matters as follows, namely: that the Dutch nation in the beginning had paid customs duties as is customary at Aleppo, but thereafter, in order not to be placed on an equal footing with other merchants, had entered into an agreement to take 300 cargas of silk annually at 48 thomans per carga, in exchange for which a gift in various goods was to be delivered to the royal servants at Gamron, and on that condition to be free of all duties for a sum of 20,000 thomans; whereby the court then came to enjoy a profit of more than 12,000 thomans a year. But that after the course of several years, having corrupted the court ministers, we had made a new agreement to receive only 100 cargas of silk annually at 44 thomans and to deliver the said gift, provided that if we did not wish to accept any silk, the present would nevertheless follow, and if the court did not wish to supply any silk, then the gift would remain behind. Whereafter he, the renegade, continuing further, said that the court not only came to suffer great damage thereby, but 76. he had also discovered, in the time of the chief, the Honorable Pieter Macaré junior, from our books and papers and those of the brokers, that through the transport of private goods and ducats we had defrauded the king of a capital of 22,000 thomans in his dues and had stolen it, so that this had to be taken from us and a new contract made, as in the beginning, to the advantage of the court. Still further extract from as before. Wherewith he showed himself somewhat satisfied, but nevertheless, according to his usual malice, began to sing another tune, namely: that the Honorable Company imported nothing into this realm other than rags, wood, fruits, and tree barks, which could entirely be dispensed with, in order thus to keep all the treasures in this realm which the Honorable Company has exported and continues to export out of the same for such trifles. Whereupon the gollofa also said that our stay in these lands was unnecessary in that manner. Still further extract from as above. Hereupon he, the gollofa, replied that these were merely idle excuses, and that according to the agreement with this court we ought to have made a request for it, and that if the royal servants had thereupon not delivered any silk to us, they on their part would now have no reason to speak of anything concerning it, whereas they now rightly have to claim from us the gift for three years. Still further extract from as before: Thus, late in the evening, the interpreter Joseph Sahid was summoned very hastily to the gollofa, whither he, the linguist, then departed, and upon his return brought the bad news that the duke had ordered that we should write an order to Your Honors to refund the three-year gift to the sjabandhaar there.
Dutch transcription
74. deese is in den jaare 1734 tot spahan overleeden Casbien te vertrecken, werwaards„ heen hij ook de overgebleevene vrou„ „wen uijt den haram van den gedethrooneerden vorst, beneevens het kleen Coningse onder opsigte van eenen Rajabalie chan die haar onderhout besorgen moeste versond, stelde ook ordre om alle de Coninglijke gebou„ wen te dier plaatse te laa„ „ten repaareeren; en nam korts daar op met geweld een obligatie van 's Comp=s opperhoovd tot spahan groot thomans 3000: om zodanige reeden als hier onder blijkt, bij Extract uijt de Missive door 's E Comp:s residenten tot Spa„ „han aan den E: E: agtb: heer gesaghebber en Raad tot gamron gecarteert in dato 12. ' september, met een bijvoeg„ „sel van den 24. ' october Ao 1732. — En daar op den portugees renegaat den beken„ „den schelm Alie coelie Beek die wij verneemen den hertog de ooren volgeblaasen heevt wij in voorige tijden den coning in zijne geregtigheijd veel te kort hadden gedaan, voor zig geroepen hebbende, vraagde hij gollofa aan ons off wij de mandamenten hadden meede gebragt, daar op g'antwoord wierd dat deselve door den moensje Elmomaleek g'eijscht, en aan hem toegesonden zijnde N 75. 2268 zijnde hij deselve nog bij hem hadde, waar op dien heer zeijde dat 's chans ordre was om deselve t' ex„ „amineeren, en een nieuw bevelschrivt aan d' E: comp: te verleenen op dien voet gelijk sjah abbas de groote met d' Ecomp: over een gekomen Nader Extract uijt Even gem: briev. waar na aan Alie coelie Beek van 's hertogsweegen verloff vergunt zijnde om te mogen spreecken, begon dien verloogchenaar van zijn gelooff na zijn fenijnigen aard aldus de zaaken op te haalen, Namentlijk: dat de hollandsche natie in den beginne als tot aleppo gebruijkelijk thol hebben betaald, maar daar nae om met andere cooplieden niet gelijk ge„ „steld te worden, een accoord aangegaan, om 's jaarlijx 300 cargas zeijde te neemen tegens 48. thomans de carga, daar voor een geschenk in diverse whaaren tot Gamron aan de Coning„ „lijke bediendens aff te geeven, en op die Con„ „ditie voor een somma van 20'000: thomans — vrij te zijn van alle geregtigheeden; waar door dan 't hoff een voordeel van meer als 12000: thomans 's jaars quam tegenieten, dog dat wij na verloop van Eenige Jaaren de hovsministers gecorrumpeerd hebbende, een nieuw accoord hadden gemaakt van 's jaarlijx maar 100: cargas zijde tegens 44: thomans te ontfangen en het gemelde geschenk aff te geeven, mitsgaders dat in aldien wij geen zijde wilden aanneemen, het praesent egter volgen, en zoo 't hoff geen zijde wilde leeveren dan het geschenk agter blijven zoude; waar nae hij renegaat nog vervolgende zeijde, dat het hoff daar door niet alleenig groote schaade quam teleijden, maar hij. / is. 76./ hij ook ten tijde van het opperhoovd den E: heer Pieter Macaré junior uijt deboeken en papie„ „ren van ons, en die den makelaars hadde ontdekt, wij met het vervoeren van particuliere goederen en ducaaten den coning in zijne geregtigheeden een Capitaal van 22000: thomans hadden tekort gedaan, en gestoolen, zoo dat zulx van ons moeste genoomen, en dan een nieuw Contract als in den beginne ten voordeele van 'thoff gemaakt werden. — Nog nader Extract uijt alsvooren. waar meede hij getounde zig een weijnig vergenoeg„ „de, maar begon even wel nae zijne gewoonelijke boosaardigheijd een anderen deun te zingen, Nament„ „lijk: dat d' E: comp: in dit rijk niet anders liet aan„ „brengen dan vadden, hout, vrugten, en basten van boomen, welke wel ten eenemaal konden gemist werden om alsoo in dit rijk alle de schatten te behouden, dewelcke d' EComp: uijt het selve voor diergelijke wiske de waskens heeft ver„ „voerd, en komt te vervoeren, waar op den gollofa, ook zeijde, dat ons verblijv in deese landen op die wijse onnoo„ „dig was. Nog Nader Extract uijt ut supra„ hier op repliceerde hij gollofa dat zulx maar ijdele uijtvlugten waaren, en wij volgens over eenkomste met dit hoff daarom versoek hadden moeten doen, en dat bij aldien de Coninglijke bediendens daar op aan ons geen zijden hadden geleeverd zijlieden van haar kant tegenwoordig geen reeden zou„ „den hebben daar over iet wes te spreeken, daar zijlieden nu met regt de schenkagie voor drie jaeren van ons te praetendeeren hebben. Nog nader Extract uijt ut ante: zoo wierd des avonds laat den kolk Joseph sahid zeer schielijk bij den gollofa ontbooden, waar na toe hij taalman dan ook vertrok, en bragt met zijn weederkomste deslegte tijdinge meede, dat den hertog g'ordonneert hadde wij een ordre op VE: E: zouden schrijven, om de drie jarige schenckagie aan den sjabandhaar aldaar te restitueeren. Nog.
English
Further extract from the aforementioned! Whereupon we rode to the palace, but were not brought before the Duke himself, but into a large hall, next to the talaal, where the camel driver sat very magnificently with musicians before him, and where the three aforementioned deputies on behalf of the Duke said to the said bookkeeper that, because he could not write an order to Gamron, he had to execute an obligation here, that since the Honourable Company has not conducted any silk trade for three years, the presentation goods shall be delivered here by Nowruz or the 21st of March next, either in those goods or in cash, and that they had to write to Your Honours to send those goods or the value thereof hither; against which the impossibility thereof was indeed represented, and it was also said that such was an unreasonable demand, seeing that the agreement clearly stated that when the trade was to take place, the presentation was to be received over there, and he, the bookkeeper, was neither assured nor could he promise whether Your Honours would or could send the goods to him, and that therefore he saw clearly that the Duke wished to torment him, wherefore it was best to carry out now what he, the Duke, intended to do with him rather than wait 5 months for it, for he could continually live in nothing but fear anyway, whereas on the contrary it was much better for him to see an end now, how the Duke is inclined to deal with him; but to all this he, Gollofa, said that if he, the bookkeeper, were to offer much more resistance against the Duke's command, the matter would then become much worse, just as he, the Duke, is accustomed to deal with everyone, wherefore he, Gollofa, advised him, the bookkeeper, to go and write such a paper at once, in order to give him, the Khan, some satisfaction thereby, for he also said that if he, Van Leijpzigh, were to offer much resistance concerning the executing of such a document, the Duke would certainly have the same extorted by beatings with sticks; while he, Gollofa, would send one of his servants to this lodge for the same document the following day at daybreak or the 17th of this month; thus seeing that there was no other means for deliverance than simply to execute such a paper, firstly in order to gain time thereby, and secondly to await Your Honours' esteemed orders, so as to know how we shall have to conduct ourselves in this state of affairs, we returned with great sadness back to the Company's residence, and as said on the 17th instant in the morning before daybreak, a servant of the so often mentioned Gollofa came to appear before us, who demanded the ordered paper with great haste, and would not grant the bookkeeper Van Leijpzigh enough time to dress himself properly, whereupon we then had to execute such a document. Further extract from the aforementioned letter. And likewise to have Your Honours addressed over there, as he has appointed one named Wagtan Miersa, son of the Prince of Gorgistan named Gosrouw Chan who was killed long ago before Candahaar, as mohasil, not only to demand Your Honours' aforementioned presents over there, but also to draw up a pertinent account of the goods imported by the English in three years' time. Further extract from the often-mentioned letter. Therefore this is our humble petition to Your Honours to be pleased to devise a means for the preservation of us all, so that we may not miserably be put to death. Furthermore, he had this man strangled in the year 1738 in Chom because Mier Abul Cassum had been a weaver, and this having come to his ears, he did not consider him worthy to be related to a King. Furthermore, the Duke leased the city of Spahan with its surrounding villages for 80,000 thomans, and thus 10,000 more than had ever happened before, to one Mier Abbul Cassum, whom he additionally married off to a daughter of the former King Sulthan Hossein, departing in person together with his troops, to the great joy of the inhabitants, from there on the 13th of October of the aforementioned year, without anyone being able to truly find out whither, but a short time later certain report was received that he had taken his way in the beginning of the year 1733 toward Souster, where he had been engaged against the Arabs and Bakhtiari Lurs, and after which he proceeded Bagdadwards; and having besieged the said place, he again ordered to take from the poor inhabitants of Spahan and its surroundings 22,000 thomans, by hook or by crook, so that on account of the daily committed tyranny, nothing but crying and groaning was heard on all sides, indeed some people even took their own lives, merely in order to remain free from the merciless hands of the mohasils; shortly after this tragedy was at an end, he nevertheless, to the great astonishment of everyone, it being entirely contrary to his rapacious nature, gave an order in the month of June of the said year, upon the written requests of the Honourable Company's servants, as well as the intercession of a Frenchman named Lazare, and some native lords, that the aforementioned extorted obligation had to be returned to the Honourable Company, and thereupon he also wrote such a letter to the Honourable Company's ministers at Gamron, as well as a tallega to the Spahan regents, as appears below.
Dutch transcription
2269 77. Nog nader Extract uijt als voormelt! waar op na 't paleijs reeden dog wierden voor den hertogzelve niet, maar in een groote zaal, naast de talaal, daar den cemeldrijver met mizicanten voor hem zeer superbe„ „lijk zat, gebragt alwaar de drie voormelde gecommitteerdens van weegen den hertog aan ditto boekhouder zeijden, dat dewijl hij geen ordre na gamron konde schrijven, hij een obligatie alhier moeste passeeren, dat vermits d' E: comp: in drie jaeren geen zijde negotie gedreeven heevt, de schenckagie goederen tegens nouroes off den 21. ' maart toekomende, 't zij in die whaaren dan contanten alhier zullen affgegeeven werden, en aan VWE: E: moesten schrijven, om die goederen off 't bedraagen van dien herwaards aan te senden, waar tegens d'onmogelijkheijd van dien wel voorgehouden, en ook gesegd wierd dat zulx een onreedelijk begeerte was, wat het accoord immers luijde, dat wanneer de negotie zoude geschieden, om dat de schenkagie tot Costij t'ontfangen, en hij boekhouder ook niet verseekert was nog konde belooven, off UWE: E: hem de goederen zoude, dan konde toesenden, en dat daarom wel sag den hertog hem wilde travailleeren, der„ „halven het beste was, het geene hij hertog met hem voorhadde, nu te doen uijtvoeren dan 5: maanden daar meede te wagten, want hij geduuriglijk tog niet dan in vreese konde leeven, daar in tegendeel hem veel beeter was, nu een eijnde te zien, hoedanig den her„ tog gesind is, met hem te handelen, dog op dit alles zeijde hij gollofa, dat zoo hij boekhouder veel meer tegenstand omtrent 's hertogs gelaste quam te doen, de zaake als dan veel erger zoude wer„ „den, gelijk hij hertog gewoon is met een ijder te handelen, waaromme hij gollofa hem boekhouder raade ten eersten zoo een papier te gaan schrijven, om aan hem Chan daar door eenige vergenoeginge te geeven want zeijde nog, dat zoo hij van Leijp zigh omtrent het passeeren van zoo een geschrivt veel tegenstand quam te doen den hertog zeekerlijk het selve met stokslaagen zoude laten affneemen; terwijl hij gollofa om het selve 78 selve geschrivt des anderen daags met den dag off den 17:' deser een van zijn bediendens na deese logie zoude zenden; dus ziende 'er tot verlossinge geen ander middel was dan maar zodanigen papier te passeeren, eerstelijk om daar door tijd te winnen, en ten anderen VWE: E:s g'eerde beveelen aff te wagten, om te mogen weeten hoedanig wij ons in deese gesteldheijt van zaaken zullen hebben te gedraagen, keerden wij met groote droev„ „heijd wederom in 's Comp:s wooning te rug, en quam als gesegd den 17. ' courant des mor„ „gens voor den dag een bediende van den zoo dikgerepten gollofa bij ons te verscheijnen den„ „welcken niet groot haastigheijt het ge„ „laste papier affeijschte, en aan den boek„ „houder van Leijpzigh soo veel tijd niet wilde vergunnen dat hij hem na behooren zoude kleeden waar op dan een zodanigen geschrivt hebben moeten passeeren. Nog nader Extract uijt Veelm: missive En VWE: E: ginter insgelijx te sullen laten aanspreecken, gelijk hij eenen in name wagtan miersa zoon van den overlange voor Candahaar gesneuvelden prins van gorgistan gosrouw chan genaamd als mohasil aangesteld heevt, om niet alleenig van VW E: E:s gemelde geschenken tot Costij aff te Eijsschen, maar van de aangebragte goederen door de Engelsen inddric Jaaren tijd almeede een pertinente reeckening opte maacken. — Nog Nader Extract uijt dikgerepte briev. Des is onse ootmoedige beede tot VWE: E:s een middel tot onsen aller behoude„ „nisse te willen uijtvinden op dat wij dog niet ellendiglijk mogen werden omgebragt. voorts 79. 2270 den Jaare 1738. tot chom doen ver„ wurgen om reeden mier abul cassum een wever geweest, en hem zulx ter ooren gekomen zijnde hij hem niet wairdig agte aan een Coning gepa„ renteerd te deese heevt hij in voorts gaff den hertog de stad Spahan met zijne omleggen„ „de dorpen voor 80'000 thomans, en alsoo 10000: meerder dan ooit voor heen geschied was in pagt aan Eenen Mier Abbul Cassum, die hij daar beneevens aan een dogter van den vorigen co„ „ning sulthan Hossein uijt huwe„ „lijkte, treckende in persoon beneevens zijne troupen tot 2 groote blijdschap der Inwoonders op 13. ' october des voormelden Jaars van daar, zonder dat men regt te weeten konde komen werwaardsheenen, Edog „ men seecker berigt weijnig tijd daar na kreeg hij zijnen weg in den beginne van anno 1733. na de kant van souster genoomen had, alwaar tegens de arabieren en bagti„ „arische Lorren doende geweest was, en waar na hij zig Bagdadwaards vervolgt; mitsga„ „ders gemelde plaats be„ leegerd hebbende, wederom ordonneerde de arme jnwoon„ „ders van spahan en daar om her 22000: thomans met goed off quaadwilligheijd aff te neemen, des men over de dagelijx gepleegd werdende tirannie. zijn. 80. tirannie niet dan schrijen en kermen aan alle kanten hoorde, ja zelvs bragten sommige menschen haar zelven om 't leeven, ten eijnde maar van de on„ „barmhertige handen der mohasies bevrijd, te blijven; kort na dat deese trage die ten eijnde was, deed hij egter tot groote verwondering van Een ijgelijk /:alsoo 't gandsch strijdig tegens zijn schraapzug„ „tig natuurel waar:/ op d schrivtelijke versoeken van 's E: Comp:s bediendens, mitsga„ „ders voorspraake van Een fransman Lazare genaamd, en eenige jnlandsche hee„ „ren in de maand Junij des gemelden jaars een ord're geeven, dat de voormelde affgedwongene obligatie aan dE Comp: gerestitueerd wer „den moest, en schreeff daar op ook zodanigen brieff aan 's Ecomp:s minis„ ters tot gamron, mits„ „gaders Een tallega op de Spahanse regen„ „ten als hier onder blijkt.
English
Translation of a Persian letter written by Lord Thamas Chan to the Honorable Lord Leendert de Cleen, Senior Merchant and Commander of this Directorate, from before Baghdad on the 16th of June, Anno 1733. In the Name of the infinite and merciful God. I take my refuge in God, and the highest command is that the elite among his peers, and the best among the peoples of the Messiah, Leendert de Cleen, Captain on behalf of the High and Mighty Dutch Company, being fully assured of my true and abundant affection, shall know that the petition which you wrote at this time concerning the silk trade, which according to Royal order was conducted between the great and trusted persons of both states, and thereby requested the confirmation thereof, as well as that the three-year recognition goods should not be demanded, and that during my presence in Spahan a bond was taken for this from Your Honor's plenipotentiary, together with what you further set down therein, has come before our eyes along with the copy of the decree. And notwithstanding the content of the former ancient decrees, from which it appears that when the silk trade is not conducted the gift goods must be surrendered, we have nevertheless, in consideration that between these mighty states there has always been a sincere and firm friendship, and that the exalted Lord Alie Merdoem Chan, Ambassador, has brought Your Honor's good services to my knowledge, and also that at this time the exalted Lord Mhamed Alie Chan, having arrived in Costij to depart for Hindoustan, likewise received great satisfaction from Your Honor's manifold good services and testified of this to me, as well as that the servants of the said Company have continually been of service to this Crown, granted the aforementioned three-year gift goods that remained in arrears under Your Honor, and in this regard the Spahan regents have also been commanded to make no further claim to those gifts. But because a clear and distinct agreement must be entered into regarding the silk trade and the tolls and duties on the pound- and piece-goods, so that on both sides there will be no grounds for dispute, in order to continue trading on that footing annually, Your Honor must write of this to the General in Batavia, to the end that a man of authority may be authorized from there and sent hither, to enter into such a contract as shall be agreed upon to the satisfaction of both sides. And concerning Your Honor's writing that if Your Honor were not dealt with according to the contents of the decree and the gift goods should come to be demanded, Your Honors would be forced to depart from there, such are but slight reasons, for God be thanked these two states have always aided one another, particularly as Your Honor has performed such services in those regions, for which reason, by the grace of God, upon the arrival of the said plenipotentiary of that Company, everything shall be dealt with according to justice and reason, when agreement has been reached with one another concerning the contracts, as has been said. Furthermore, being completely assured of my high and mighty affection, both with respect to yourself and to the other servants of the said Company, Your Honor, having any further matters to perform or to request, may freely submit petitions in the hope of being honored with a favorable answer. Written the 27th of the month Ziehadje 1145, corresponding with our month of June, Anno 1733. Translation of a Persian taliqa or order by Lord Thamas Chan to Miersa Rahiem and the other Spahan regents regarding the restitution of the extorted bond, granted before Baghdad on the 16th of June, Anno 1733. In the Name of the infinite and merciful God. I take my refuge in God, and the highest command is that the exalted Lord Miersa Rahiem, together with the other regents in Spahan, shall know that whereas regarding the spices and other gift goods, which were given annually for the trade in silk by the Dutch Company, and those goods had remained in arrears for the period of three years, item for which during my presence in Spahan a bond was exacted from the plenipotentiary of the said Company to deliver those three years of gifts there; but as the exalted Lord Mhamed Alie Chan, Ambassador to the Hindoustan Court, has petitioned, having enjoyed manifold services and courtesies from the servants of the said Company, in that they have provided ships for his transport and rendered other good services, and also that the exalted Lord Alie Merdoem Chan has brought the true friendship of that nation to my knowledge; it is therefore ordered that those gift goods remaining in arrears for the three past years shall not be claimed, and the bond shall be restituted. And concerning the silk trade as well as the recognition goods for this year, together with their other matters, a plenipotentiary shall be sent hither by their leaders, in order to trade according to the agreement of the contracts and in such manner as shall then be ordered. This which has been ordered must therefore be observed in all parts, and strictly complied with. Written the 29th of the month Ziehadje 1145, corresponding with our month of June, Anno 1733. Whereas
Dutch transcription
2271 81. blijkt, bij Translaat van een persiaansche brieff door den heer Thamas Chan aan den E: E: heer Leendert de Cleen oppercoopman en Gesaghebber deeser directie van voor Bagdad geschreeven op den 16:' Iunij Anno 1733. In den Name des oneijndigen barmhertigen gods. jk neeme mijn toevlugt tot 900, en 't hoogste gebod is, dat het puijk onder zijns gelijken, en debeste onder 'smesias volkeren Leen„ „dert de Cleen capitain van weegen de hoog vermogende hollandsche Comp: van mijn ware en overvloedige geneegentheijt volko„ „men verseeckerd zijnde, weete, dat het request 't welk in dees tijd ten belange van de zijde nego„ „tie die volgens Coninglijke ordre tusschen de groo„ „ten en vertrouwde persoonen van de weeder zijd„ „sche staaten gedreeven wierd, geschreeven hebt, en de bevestiginge van dien daar bij versogt, ook dat de drie jaarige recognitie goederen niet zouden gepraetendeert werden, en dat bij mijn aanweesen tot spahan daar voor een obligatie van VWE: E: volmagt genoomen is, als 't gunt verders daar bij ter needer ge„ „steld hebt, is beneevens de Copia van het mandament voor ons oogen gekoomen, en niet tegenstaande den jnhoud der voorige oude mandamenten, waar bij komt te blijken, dat wanneer de zijde negotie niet gedreeven werd, de schenckagie goederen moeten affge„ „geeven werden, hebben wij evenwel uijt conside„ „ratie dat tusschen deese vermogende staaten./ 82. staaten althoos een opregte en vaste vriendschap is geweest, en dat den hoog verheevene heer Alie Merdoem Chan ambassadeur VWE: E: goe„ „de diensten heevt ter kennisse gebragt, ook dat in dees tijd den hoog verheeveren heer Mhamed Alie Chan tot Costij g'arri„ „veerd zijnde, om na hindoustan te vertrecken, Jnsgelijx van VWE: E: veelvuldige goede diensten groote vergenoeginge ontfangen, en aan mij be„ „tuijgd heevt, mitsgaders dat de bediendens van gedagte Comp: geduuriglijk deese croon te passe zijn gekomen, de gemelde onder VwE: E: per rest gebleevene drie jarige schenckagie goederen geschonken, en is dit aangaande aan de spahanse regenten meede gelast geworden om van die geschencken geen verdere praetensie te maaken; maar ter„ „wijl over de zijde handel, ende thollen en geregtigheeden van de pond= en stuk=goede„ „ren een klaar en duijdelijk accoord moet aangegaan worden, op dat 'er van weeder„ „zijden niet te seggen zal vallen, om 's jaarlijx op dien voet te blijven handelen, zoo moet VWE:E: zulx aan den generaal tot Batavia overschrijven, ten eijnde van daar een man van ver„ „mogen te volmagtigen en na herwaards te senden, om zodanigen contract aan te gaan, als men van weerkanten tot genoegen zal over een komen; en ten belange UWE:E: geschree„ „vene, dat in aldien volgens den inhoud van't man„ „dament met VWE: E: niet gehandeld wierd, en men de schenckagie goederen quam te praetendeeren, UE: E:s genoodzaakt zouden zijn van ginder te vertrecken, zulx zijn niet dan geringe reede„ „nen, want god dank deese twee staaten zijn Elkanderen althoos te staade gekomen, bijsonderlijk 2272 83 bijsonderlijk dat VWE. E: in die gewesten zodanige diensten gedaan hebben, waar om door de genaa„ „de Gods bij arrivement van opgemelde gevolmag„ „tigde van die Comp: in alles na regten reeden zal gehandelt werden, als men omtrent de contracten gelijk gesegd met den anderen zal overeengekomen zijn; voorts van mijn hoog vermogende geneegendheijt zoo ter uwen opsigte als die der verdere bediendens van gedagte Comp:e volkomen verseeckerd weesende, kond VE: E: verders eenige zaaken te verrigten off te versoeken hebbende, met hoope van met een gunstig andwoord te zullen vereerd werden vrijelijk requestreeren. gesz: den 27. ' van de Maand Ziehadje 1145. over Een komende Met onse maand Iunij A„o 1733. - Translaat van een persiaan„ „sche tallega off ord're door den heer Thamas Chan op Miersa Rahiem en de verdere spahan„ „se regenten omtrent de Restitutie der affgedwongene obligatie verleend voor Bagdaa den 16. ' Junij A:o 1733. — Jn den Name des oneijndigen barmhertigen gods Ik neeme mijn toevlugt tot 90d, en het hoogste gebod is, dat den hoog verheevenen heer miersa Rahiem, beneevens de verdere regenten tot spahan weeten dat vermits wegens de specerijen, en verdere geschenk goederen, dewelcke 's jaarlijx voor de negotie der zijde, door de hollandsche Comp: gegeeven wierd, en die goederen voor den tijd van drie jaren per rest verbleeven waaren, jtem daar voor bij mijn 84. mijn aanweesen tot spahan een obligatie van de volmagt van gemelde Comp: affge„ „vordert is, om die drie Iarigh geschenken aldaar te leeveren; dog alsoo den hoog verheevenen heer Mhamed Alie Chan ambassadeur aan het hindoustanse hoff gerequestreerd heevt, hij van de bediendens van gedagte Comp: veel, „vuldige diensten en beleevdheeden genooten heevt, in, dat deselve scheepen tot zijn trans„ „port hebben verleend, en andere goede dien„ „sten gedaan, als ook dat den hoog verheevenen heer Alie Merdoem Chan de waare vriendschap van die natie, aan mij ter ken„ „nisse heevt gebragt; daarom werd g'ordon„ „neerd, om die per rest verbleevene geschenk goederen voor de drie gepasseerde Iaaren niet te praetendeeren, en de obligatie te restitueeren, en zal ten belange der zijde Negotie als de recognitie goederen voor dit jaar, mitsgaders haare verdere zaaken, van haare grooten een gevolmagtigde na her„ waards gesonden werden om na de overeenko„ „minge der Contracten, en zodanig dan g'ordonneerd zal werden op die wijse te moeten handelen; moetende dan dit g'or„ „donneerde in allen deelen observeeren, en stiptelijk in agt genoomen werden. — gesz: den 29. ' van de maand Lie„ „hadje 1145. , over een komende met onse maand Iunij A„o 1733. Terwijl
English
While the city of Bagdad still remained besieged, he sent some men from there under the supervision of a serdaar to Kirmanssah, who plundered the said small town, enslaved the inhabitants, and further carried away the provisions with them, which brought no small relief to the army of the duke. He exercised himself daily in strangling some old ministers of state and others with his own hands and a sash, having some beaten to death with sticks, and having others' heads laid before their feet, which seemed to be the only thing in which he took his ungodly pleasure, apart from the extortion of money that was rampant throughout the entire empire. He also sent, in the month of April Ao 1734, one Asker Beek to Spahan with 300 men, in order to take into custody all those who possessed any wealth and subsequently plunder them completely. This rogue succeeded so well in this that in a short time he drove a considerable capital of 15000 thomans into the rebel's pocket. Further, in the said month, there followed anew an extortion of 22000 thomans, which again proceeded so tyrannically that a good part of the Spahaners and poor villagers lost their lives. Here must also be cited an example of his greed, which consists of this: that a certain Persian at Spahan, having borrowed 20 thomans from someone else and bought horseshoes with them, went to the tyrant's army before Bagdad, where he offered his merchandise for sale to everyone, just at a time when they were much needed there, which initially made him so fortunate that he managed to obtain 158 thomans for them. But alas, the poor farrier was not long master of his money, for as soon as the duke heard of it, he had that poor wretch summoned to him, forcing him to reveal from whom he had borrowed the 20 thomans. This having been done, he immediately sent a courier to demand the bond from the lender and to notify him that the 20 thomans would serve toward the payment of his dues; furthermore, he took 145 thomans from the other, so that the innocent farrier had to content himself with 5 thomans. At a certain time, when the impoverished state of the subjects was represented to him by some regents, and that they were not capable of producing everything he demanded of them, he answered in a barbaric manner: "Whether they are capable or not, I demand that you extort it from them by fair means or foul; otherwise, I will send 500 horsemen to sell them along with their wives and children, in order that my demand may be satisfied. And now they shall pay me another 3500 thomans for horses that died among the troops during this siege of Bagdad." Therefore, seeing that speaking much would cause them great harm, the said gentlemen departed without daring to object further and had his orders carried out. On yet another occasion, having heard that the people were murmuring loudly about his tyrannical treatment, he asked one of his grandees how it was that they had their mouths so full of him: "For," he said, "I have not come to leave the country in peace and quiet, but to turn everything upside down, as I am not a man, but the wrath and punishment of God." The latter was evident on all sides, and the former he demonstrated once again on 12 July of the aforementioned year, by sending some tax collectors to collect a new sum of 24000 thomans, who did not even spare bastinadoing the regents, whereby the city of Spahan and its surrounding villages became so empty—owing to the flight of most subjects hither and thither—that one saw few or no people in the streets. Meanwhile, a grandee, having learned that the city of Bagdad was heavily besieged, as already stated, sent a considerable army of two hundred thousand men thither for its relief, under the command of one Topal Osman Pasha. When this army approached Mosul and this came to the ears of the war-sick duke, he immediately marched against it with 30000 picked men, leaving the rest of his troops encamped before the first-mentioned city under one Mohamed Chan. With the said troops, he defeated the Turkish vanguard consisting of 50000 men; however, having approached the main body of the army, he suffered such a defeat that he had to flee head over heels, being wounded himself. This caused no small consternation in the army before Bagdad and so encouraged Achmed Bassa that he came out with a large portion of his troops, struck down many of the besiegers, and put the rest to flight, thus making himself master of all the artillery, gunpowder, lead, baggage, etc. Meanwhile, the duke went as quickly as possible to Hamadan, where he again gathered some of his scattered troops, requesting a truce of some duration from the Turk, which was granted to him. During that time, he had some pieces of cannon, mortars, and more brought thither. Having made all the necessary preparations for a second battle, he departed from there at the end of September with 12000 horsemen through trackless ways in order to attack the Ottoman army unexpectedly, which he succeeded in doing around mid-October; for after some troops that had encountered him
Dutch transcription
85. 2273 Terwijl de stad Bagdad dan nog beleegerd bleeff, zoud hij van daar eenig volk onder opsigt van een serdaar na Kirmanssah, dewelcke het gemelde plaatsje uijt plunderden, en de jnwoonders tot slaaven maakte voorts de levensmidde„ „len met haar voerden, 't gunt niet weijnig soulaas aan 't lee„ „ger van den hertog toebragt; die zig dagelijx exerceerde in eenige oude rovsministers en andere met eijgen handen en middelbant te verwurgen, sommige onder de stocken te la„ „ten dooden, en andere we„ „derom het hoovd voor de voeten te doen leggen, 't gunt het eenig„ „ste ding scheen te zijn waar in hij /: buijten en behalven de geld affpersing die 't geheele rijk door in Zwang ging:/ zijn goddeloos vermaak schepte, ook zoud hij in de maand april A„o 1734. eenen Asker Beek binnen Spahan met 300: mannen, ten Eijnde alle de geene die eeni„ „ge rijkdommen besaaten in regtenisse te neemen, en vervolgens kaal te plunde„ ren, 't gunt dan dien knaap ook zoo wel naquam dat hij den 86. den rebel in weijnig tijd een con„ „siderabel capitaal van 15000: thomans daar door in zijn zak Joeg; wijders volgde in gemelde maand weer op nieuw een affper„ „sing van 22000: thomans, 't geen wederom zoo tirannicq in zijn werk ging dat een goed gedeelte der spahanders en arme dorpelingen om 't leeven raakte ook dient hier nog een staaltje van zijne hebgierigheijt te werden aangehaald, het gunt hier in bestaat: dat een zeeker per ziaan tot spa„ kan 20. ' thomans van Een ander ter leen opgenoomen en voor deselve hoev= ijsers gekogt hebbende zig na 't lee„ „ger van den geweldenaar voor Bagdaa begaff, alwaar hij zijne Coopmansz: aan een ygelijk opveijlde, juijst in een tijd dat deselve aldaar zeer benoodigd waaren, 't gunt hem in 't eerste sodanig geluckig maakte, dat daar voor 158: thomans te erlangen quam dog helaas den armen hoev„ smit was niet lang mees„ ter van zijn geld, want zoo dra hadde den hertog het zelve niet vernoomen, off: 87. 5 2274 off liet dien armen hals bij hem roepen dwingende denselven - te openbaaren van wien hij de 20: thomans geleend had, 't gunt geschied zijnde, zoud hij ter„ „stond een sjappaar om de obligatie van den verschie„ „ter op te Eijsschen, en hem aan te zeggen, dat de 20: thomans strecken zouden tot affbetaaling zijner geregtigheijd; neemende voorts van den anderen 145: des den onnooselen hoeffsmit zig met 5: thomans moeste vergenoegen. Op Een Zeeckere tijd door Eenige regenten hem voorgedraagen zijn„ - „de den armoedigen staat der onderdaanen , mitsga„ „ders dat deselve niet Capabel waaren om alles op te brengen wat hij van haar begeerde, zoo gaff hij op Een barba„ „rische wijse ten andwoord, het zij dat se in staat zijn dan niet, jk begee„ re dat gijlieden 't haar zult affvergen met goed off: 88. off quaadheijt, wijl ik anders 500: ruijters senden zal om deselve met vrouwen en kinderen te verkoopen ten fine mijne praeten „sie voldaan t erlangen zij en nu zullen mij nog 3500: thomans voor paarden betalen die geduurend deese beleegering /:leijde nog Bagdad:/ onder voor troupen gestorven dess die gemeld zijn heeren ziende dat veel spreecken groot nadeel voor haar veroorzaac „ken zoude, zonder meer te drven in„ „brengen vertrocken zijne ordre en die ter uijtvoeringe bren „gen lieten. — Nog Een andermaal gehoort hebbende, dat het volk over zijne tirannicque behande sterk „lingen seer vroeg mompel d hij 89. 2275 hij aan een zijner grooten, hoe het quam dat zijlieden zodanig den mond van hem vol hadden, want /:zeijde hij :/ ik ben niet gekomen om het land in rust en vreede te laaten maar om alles 't onderste boven te keeren, alsoo ik geen mensche maar de toorn en straffe gods ben, dit laatste blonk aan alle kanten uijt, en 't eerste bethoonde hij alwe„ „derom op 12. ' Julij des voormelden Jaars door dien Eenige mohasils ter invordering Eener nieuwe somma van 24000: thomans affgesonden had, die zelvs de regenten in het bastonneeren niet ontsaagen waar door de stad spahan niet zijn omleggen de dor„ „pen /: mits het vlugten van de meeste onderdaanen na her=en der=waards:/ zodanig leedig raakte, dat men weij„ nig off geen menschen in de straaten zag. — Een grooten heer Jntusschen vernoomen hebben„ „de dat de stad Bagdad /:ge„ „lijk reeds voormeld staat:/ sterk beleegerd was, zoud tot ontset van dien Een considerabel leeger van twee 90. 80 twee maal hondert duijzent mannen nae derwaards aff onder het bestier van Eenen Topal osman Basja het welke tot moesil gena„ „dert, en zulx ter ooren van den oorlog zieken hertog gekomen zijnde het selve opstonds niet 30000 uijt geleesene mannen te gemoed trok, en de rest van zijn volk onder Eenen Mhamed Chan voor de Eerst gemelde stad gecampeerd leggen liet hij dan slaat met gemel„ de manschappen de turkse voor troupen bestaande uijt 50000: man, dog op 't gros van het leeger genadert zijnde, kreeg hij zodanig de neederlaage dat hals over kop /: hij zelvs gequest:/ E vlugten moest; het gunt in 't leeger voor Bagdad niet weijnig consternatie ver oorsaakte, en Achmed Bassa zoodanig aanmoedig„ „de, dat hij met een groot gedeelte van zijn volk buijten quam, veele der beleegeraars ter needr velde, en de rest op de e vlugt. 91. 2276 vlugt joeg, hem dus meester maa„ „kende van alle het geschut, kruijt, loot, bagagie &„a. — Een hertog begaff zig onder=en=tusschen zoo spoe„ „dig mogelijk na Rama„ „dam, alwaar hij wederom Eenige zijner verstrooij„ o troupen bij den ande „ren schraapte, versoekende Eenige tijd stilstand van wapenen aan den turk, het gunt hem g'accor„ „deerd wierd, latende in die tijd Eenige stucken Canon, mortieren, en wes meer brengen, hij dan derwaards wederom alle nodige toe„ bereijdselen tot een tweede slag gemaakt hebbende, vertrekt van daar in't laatst van September maand met 12000: ruij ters door ongebaand weegen ten Eijnde het leeger der ottomannen onverwagte aan te tasten, 't gunt hem omtrent medio October ook gelukte want na dat Eenige troupen die hem gerencontreert waaren
English
92. under this heap the general Topal Osman Pasha, along with some prominent nobles, was placed. had slain, he fell upon them at night with sabre in fist while the careless Turks lay sleeping, thus killing a great part of them before they could form into any battle order; and he struck them further so fiercely that they were forced to leave the duke master of everything, and even to take to their heels. While the duke accomplished all the aforementioned and gained victory over the Turks, the Sardar Mhamed Chan, who, as mentioned before, had been driven from before Bagdad by Achmed Pasha, provided him again with a new occasion to satisfy his warmongering nature, as he, the Sardar, had gathered some troops and 93. and marched with them towards the side of Souster, declaring himself at the same time a rebel against the duke and a supporter of Shah Thamas, whereby he then won over the inhabitants of the last-mentioned place to his side; but as soon as the duke was informed of this, he sent an order to Spahan that the fellow Sardar Thamas Coelie Chan should come with his troops towards Souster for the destruction of the aforementioned rebel, whither he himself also marched after he had made peace for some time with the Ottoman, on the condition that he could break it whenever he himself wished; but the rebellious Mhamed Chan, having learned of the approach of the duke, fled to Chieraas, whereupon he, the duke, likewise continued his march thither, and meanwhile demanded of the governor of Chieraas, named Sheikh Achmed Madennie, 94. demanded that he should deliver that rebel to him in chains, who, instead of doing so, conspired with him, and they subsequently joined together, which forced the duke, after he had arrived in Chieraas, to summon the aforementioned Sardar Thamas Coelie Chan thither, whom he sent off with some troops against the rebels, while he himself, after having remained in Chieraas for some time and having godlessly mistreated the people there on the pretext that they had agreed with the rebel Mhamed Chan, and put some to death, as well as having generally permitted the Persians to drink wine and strong liquor, returned on 20 April 1734 to Spahan with a royal sign upon his head. 95. On the way from the said city of Chieraas to Spahan, that god-forgotten duke committed unheard-of tyranny upon those of the 4000 families whom he had ordered to be taken along from the first-mentioned place in order to send them on from Spahan to Gorassan, who were not able to follow the army, by cutting their hamstrings, after which he then left those people lying and perishing in such a manner. The inhabitants of the city of Spahan and those of the surrounding villages also had to partake again of his violent deeds, firstly through extortion of money, and on the other hand through the killing of many people, which was daily in vogue with him, and filled the city with wailing and lamenting; he also had Christian daughters abducted by force from the Armenian village 96. village of Iulpha to satisfy his lecherous lust, and also forbade the Moors to celebrate their mourning feast of Hossein and Hassan; it is said that when the Vali Nahined issued this prohibition, he told the priests that if his people had cut themselves over nothing by slashing their heads, beating their bodies with fists, and the like, he was afraid that after his death, since he had made so much progress, they might even take their own lives, etc.; but his stay there was not of long duration, for as soon as he had learned that the aforementioned Sardar had subjugated the two rebels with their followers, he departed on 14 June with his troops towards Hamadan, ruining and plundering all places and villages along the way. Indeed, he even had the father killed by the son, and if he refused to do so, both were then cut down with the sabre; this tyranny he also continued during his march from Hamadan to Genza, which last-mentioned place he, 97. having closely besieged it in the year 1735, sent off the Sardar Chan Ian with some troops to Teflis, who in short order became master of the said city, and thereafter besieged Eriwan, which place, while the duke with some troops had defeated the Turks near Kaars on two different occasions (this was against Abdulla Pasha's troops, of which he speaks, see insertion on page 129), was surrendered by order of the Grand Lord, just as the Muscovite also voluntarily surrendered to him the cities of Bakoe and Derbend on condition of making no peace with the Ottoman, and at the same time reinforced him with bombardiers and gunners of their nation, as well as some artillery and mortars, while he, the duke, also had troops recruited throughout the entire empire, because he had lost circa 15000 men in the second battle near Kaars, a part of whom he then sent off to Tebries, and himself departed with a part to Sjamachij, leaving the castle of Genza still besieged with 12000 men under the supervision of a Sardar, until the said two cities before his arms
Dutch transcription
92. No onder deesen hoop is den generaal Topal osman ba„ „sja, beneevens nog Eenige voorname Edellieden gesteld. waaren ter needer gemaakt had viel hij 's nagts ter „wijl d Zorgeloose tur„ „ken te slaapen laagen, met d sabel in de _o vuijst op haar in dooden 18 „d alsoo Een groot gedeelte derselven, voor en al eer in eenige krijgsordre geraaken kon „den; en sloegse voorts zodanig fel, dat genood„ „zaakt waaren dn hertog meester van alles te laten, en zelvs het haazen pad te kie„ „sen. Terwijl den hertog al het voorenstaande verrigt, en de victorie op de turcken behaald had verschaffte hem dn Zerdaar Mhameo chan, die als voormeld door Achmed Basja van voor Bagdad verjaagd was, weeder nieuwe occasie tot voldoenin „ge van zijn oorlog ziek naturel alsoo hij ser daar eenig volk versameld en 93. 2277 en daar meede na de kant van souster marcheerd zig tevens als Een rebel van den hertog en voor„ stander van sjah Thamas verklaarend, waar door hij dan d' inwoonders van laatstgemeld _ plaats tot zig overhaal„ „de, dog zoo dra den hertog daar van verwittigd was, zoud hij een ordre nae spahan dat den meede serdaar Thamas Coelie Chan met zijn volk ter verdelginge van voormel„ „den rebel sousterwaards ko„ „men moeste, werwaards heen hij ook zelvs /:na dat voor eenigen tijd de vreede met den ottoman gemaakt had, op conditie dat hij die verbreecken konde wen zelvs wilde:/ marcheerde dog den rebelligen Nhamed chan de naderinge des hertogs vernoomen hebben„ d vlugte nae Chieraas, waar op hij hertog almeede nae derwaards zijnen marsch voortsette en jntusschen van d chaarsen en - gouverneur sjeeg Achmed madennie genaamd./ 9: 9aƒ genaamd begeerde hij dien rebel aan hem geboeijd zoude leeveren die in steede van zulx te doen met hem te samen spande, en haar vervol „gens bij den anderen ver„ „voegden, 't gunt den hertog noodzaakte na dat in Chieraas g'arriveerd was, den voormelden serdaar Thamas Coelie Chan der „ „waards t' ontbieden, die hij met eenig volk op de gerebelleerdens affzond, ter „wijl hij zelvs na dat eeni„ „gen tijd in Chieraas verblee„ „ven was, en de menschen aldaar op praetext dat net den rebel Mhamed Chan 't eens geweest waaren, goddlooselijk mishan„ „deeld, en sommige ter dood gebragt, mitsgaders de persiaanen generali„ „ter gepermitteerd hadde wijn en sterken drank te moogen drinken op den 20:' April 1734. tot Spahan met Een Coning„ lijk teecken op 't hoovd wederkeerd. In. gest _ 95. / 2278 In den weg van gemelde stad Chieraas na Spahan pleegde dien god vergeeten hertog onge„ „hoorde tirannie, aan de geene die van 4000: huijsgesinnen wel„ „ke hij g'ordonneerd hadde van eerstgemelde plaats meede te voeren ten eijnde van Spahan nae gorassan voort„ „te sendn, niet in staat waaren het leeger te kun„ „nen volgen, met het los„ „suijden van de knieboogen drselve, waar nae hij die menschen dan zodanig leg„ „gen en vergaan liet.— De jnwoonders van de stad Spahan en die der omleggend dorpen moesten almeede wederom deel genoo„ „ten van zijne geweldenarije zijn Eerstelijk door geld= affper„ „sing, en anderendeels door 't ombrengen van veele menschen, het gunt dage„ „lijx bij hem in zwang ging, en de stad met klaagen en kermen —: ook liet hij vervullden wederom viva force de Chris„ „ten dogters uijt 't armeensch dorp./ 96. den welie Nahined dit verbod heevt ge„ „daan, hij tegens de priesters zoude ge„ „segt hebben, dat in aldien zijn volk haar selven om 2: niet wes hadden uijtge„ Ed met haar hoovden te „s doen kerven haar 3 ligchaam met vuijs„ „ten teslaan en wes meer hij bevreest dwas dat zijljk haar selven dan na zijn dood, dewijl zoo veel progressen gedaan had nog wel om 't leeven zoude bren„ „gen Ensz: dorp Iulpha weghaalen tot boetinge van zijn geijle Cust, verbood ook de moo„ haar treurfeest van men wil dat doen „ r E a Hossein en Hassan te vie ren; dog zijn verblijff was van geen aldaar duur, want langen zoo dra hij vernoomen had dat den voorwaards ge„ serdaar de meldn twee rebellen met hun aanhang ten ondren gebragt had, vertrok hij op 14. ' Iunij met zijne troupen nae de kant van Hamadan alle plaat „ sen en dorpen in den weg ruineerende en uijt plunderende Ja zelvs liet hij door den zoon den vader dooden, en zoo die zulx quam te weijgeren als dan beijd ter nee„ net „der sabelen, deese tirannie conti„ ge „nueerde hij ook „duurende zijn optogt van Kamadan na genza, welcke laatst„ plaats gemeld hij 97. 2279. R dit was tegens abdulla pat„ „kers troupen hij spreekt vi„ „de Jnsertie hij in den Iaare 1735. naauw be leegerd hebbende, den serdaar Chan Ian met eenige troupen na Seflies affzond, die gemelde stad in 't korte meester wierd, en daar na Eriwan beleegerde, welke plaats intusschen dat den hertog met eenig volk de turken bij kaars tot twee diffe„chia van wel„ „rente, reijsen geslaagen hadde ter ordre des grooten heers wierde op pag: 129. — ingeruijmd, gelijk den moscoviter hem ook op conditie van geen vreede met den ottoman te maaken de steeden Bakoe en Derbend vrijwillig over gaff, en tevens nog met bombardiers, en constabels van haar natie„ mitsgaders eenig geschut; en mor„ „tieren versterkten, terwijl hij hertog ook 't geheele rijk door trou„ „pen werven liet, uijt oorsaake hij in den tweeden slag bij kaars circum 15000: mannen verlooren hadde, van de„ „welcke hij dan een gedeelte na Tebries affsond, en zelvs met een gedeelte na sjamachij vertrok, latende het cas„ „teel Genza met 12000: man onder opzigt van een serdaar nog beleegerd, tot dat gemelde twee steeden voor zijne wapenen ge.
English
[illegible] had succumbed, whereupon he returned thither with the troops and also captured the aforementioned castle, albeit with the loss of many men; after which he caused it to be announced to all the governors and ketkhudas of the cities throughout the entire realm in the month of November of the said year that, since he intended to hold a great diet, they were to betake themselves to Gehoel Mochoen to await him there, which was then effected by them, and he also having appeared there, he entertained the principal persons who had been summoned in a tent erected for that purpose on the first of March anno 1736, and told them that they could now choose a king according to their own discretion; since he had no inclination to fatigue his old limbs any further by waging war and such, but to end his days in quiet; but those summoned, for fear of being massacred, which he, the tyrant, also had in mind, the Persians who were present relating that his men were all stationed around them armed with clubs, ostensibly to kill everyone found there in the event of the contrary of what follows, unanimously answered at once that, under God, they acknowledged no one other than him as their protector, since he had delivered all their women and children from the hands of the enemies; he then, wishing for nothing else, demanded a writing from them that they all of their own accord, without the least coercion, accepted him as their monarch, which was also immediately carried out and delivered to him amid acclamations; whereupon he ordered that henceforth, instead of Thamas Coelie chan, he should be called Nadir Tjan or wellie Nahmed. He also altered his seal and ordered new coin to be struck, the inscription of his seal reading as appears below. The seal of wealth and religion having perished and departed from the place, it is now once again by God's grace established and restored in the name of Nadir of this time. The coin contained on the one side the following, to wit: Coin struck in gold, very steadfast to the honour of the name as King in the world, being Nadir of Persia's soil, the monarch of the whole world! And on the other side stands: All is good that happens, minted at Spahan in the year 1148. After he had accomplished all this and had caused himself to be proclaimed King as aforesaid, he had the dethroned monarch Thamas together with his entire family, of whom little or nothing had been heard until that time, conveyed from Calaat to Sabswaar, where the little Abbas was also brought to him, and furthermore at Spahan and round about he extorted 12000 thomans from the people with great violence, and thereupon arrived himself in person with an army of over 150000 men on the 19th of October following within the aforesaid city, where he was greeted by everyone with considerable presents; moving on the 13th of the same month into the Royal palace, where he once again put his murderous and rapacious nature to work, for daily one saw people who had been put to death lying on the King's square before the gate of the palace, and one heard of nothing else than extortions and ill-treatment; yet, nevertheless, through the offering of some presents, as well as the good intercession and inclination of some native lords, he showed a great favour to the Honourable Company by renewing all the privileges and prerogatives that had ever been granted to it by former Kings; subsequently this upstart marched out of the city again on the 21st of November in order to go and wage war on those of Candahaar, which fortress he then, in the month of January of the year 1737, after having twice gained victory over some Achwaanen sent against him, closely besieged, sending his eldest son Resa Coelie Miersa with some troops to the land of the Usbeecken, in order there also to gain some mastery, just as the same then shortly thereafter captured the cities of Belg and Bochara, and returned to his lord father with good booty, together with some slaves. A certain Persian poet from Gorassan, having imagined that he would please the wellie Nahmed by composing some flattering verses and eulogies, departed for the army before Candahaar, where having arrived and having been announced to the usurper and appearing before him, he began to put forward his flattery; which not pleasing the wellie Nahmed, he had the poet put up for sale throughout the entire army, but nobody having been found who offered any money for him, and he consequently being brought before the tyrant again, the latter asked what he had arrived with, the other answered very dejectedly, with a donkey: well
Dutch transcription
98: 96. men w den welie„ dit verbod „daan, hij t prief hebbe aldien zij haarselve niet wes ha regt, sodan met haar „doen kerv deligchaam „ten tesla„ meer hij dwas dat selven dan dood, dewijl progressen had nog i leeven z gesuccumbeerd waaren, als wan„ „neer hij met de troupen wel„ „der derwaards quam, en het gemelde casteel almeede, dog met verlies van veel volk overmeesterde; waar na hij alle de regenten en ketgo„ „das der steeden door het geheele rijk in de maand November des gemelden Jaars liet aankondigen, dat al soo hij van meening was Een grooten rijxdag te hou „den, zijlieden haar tot Gehoel Mochoen zouden vervoegen, om hem aldaar aff te wagten, 't gunt dan door deselve g'effectueert en hij aldaar meede verscheenen weesende, zoo heevt densel„ „ven de voornaamste opge „roepene bij hem in Een ten dien eijnde opgeslaage„ „ne tent op den Eersten Maart Anno 1736. getrac„ „teerd, en deselve gesegd, dat thans voor haar eenen Coning nae eijgen wille„ „keur konden verkiesen; wijl hij geen geneegendheijd hadde zijne oude leeden meerder door 't voeren van oorlog. „gen en 99., 2280 de praesent ge„ „weest zijnde persiaanen ver„ „haalen dat zijn volk alle met knuppels ge„ wapen drondsom haarlijk gesteld waren oog„ „schijnelijk om bij 't contrarie van't nevenstaan„ de alles dood te „daar bevond. oorlog en wes meer te fattiquee„ „ren, maar instilte zijne daagen te Eijndigen, dog de geroepene uijt vreese van gemassaccreert te zullen werden, het gunt hij tiran ook in den zin had, gaaven ge „zaamen derhand ten andwoord, dat zijlieden onder God niemand anders dan hem protecteur voor haaren wijl hij haar slaan wat al„ erkenden vrouwen, mitsgadrs en kinderen uijt der vijandn handen ver„ heevt; hij dan Cost anders wenschen„ niet - van „ begeerd _o „d geschrivt deselve Een eijgen datse alle uijt zonder beweeging en Eenige de minste dwang hem als hunnen vorst aannaamen het gunt ook terstond verrigt en aan hem onder toesuijgching over gegeeven wierd; waar op hij dan ordonneerde dat men hem _ voort aan in steed van Thamas Coelie chan Nadir Tjan off wellie Nahmea noemen. 5 100. en d noemen zoude ook veranderde hij zijn zee„ „gul, en ordonneerde mee„ „de nieuwe munt te la„ „ten slaan: luijdende den jnhout van zijn. cachet als hier onder blijkt. Het Zegul des Rijkdoms en Religie vergaan en geweecken zijnde uijt de plaats„ zoo is het zelve nu weder door gods ge„ „naade gevest, en hersteld op den naam van Nadir deezes tijds. d munut sloot aan d' eene zijde het volgende in, te weeten Munt geslagen op't goud zeer vast ter eeren van de naam als Coning in de wee„ „reld, zijnde Nadir van 's Persias grond den vorst van de geheele weereld! en aan de andere zijde staat: Al is goed dat 'er geschied ge„ „munt tot spahan int Jaar 1148. — Na. regt met 2281 101. Na dat hij dit dan alles ver„ „rigt, en zig tot Coning als voor„ „meld hadde doen proclameeren, deede hij den ontthroonden vorst Thamas beneevens zijn gandsche famille /: van wien men tot dien tijd weijnig off niets gehoord had:/ van calaat na sabswaar vervoeren, alwaar den klee„ „nen Abbas ook bij hem ge„ „bragt wierd, en voorts tot spahan en daarom her de menschen met groot geweld 12000: thomans affperschen, en quam daar op zelvs in per„ „soon met een leeger van ruijm 150000: mannen op den 19:' october daar aan binnen voormelde stad t' arriveeren alwaar hij door Een ijge„ „lijk met considerable ge„ wierd; „schenken begroet - treckend voorts den 13:' ditto in't Coninglijk paleijs alwaar wedrom zijnen moord zieken en schraap„ - „zugtigen aard in't werk stelde, want dagelijx zag men om 't leeven ge„ „bragte menschen op 's co„ „nings pleijn voor de van het paleijs poort leggen en , ook hoorde. / 102. hoorde men niet anders dan van Extorsien en quaade behan „delingen spreecken, dog egter bewees hij door het offereeren van Eenige preesenten, mitsgaders de goede voorspraake en genee„ „gendheijt Eeniger jnlandsche hee„ „ren, een groote gunst aan d' E Comp:e door het vernieuwen van alle de voorregten en praevilegien die ooit door voori„ „ge Coningen aan deselve zijn toegestaan; vervolgens trok dien opwerpeling den 21:' Novem„ „ber weeder uijt de stad ten Eijnde die van Candahaar te gaan b'oorloogen, welcke sterkte hij dan in de maand Januarij des jaars 1737. , na dat twee maalen victorie op Eenige tegens hem uijt geson„ „dene achwaanen behaald had, naauw beleegerde, zen„ „dende zijn oudste zoon Resa Coelie Miersa met eenig volk na 't land der usbeecken, ten fine daar almeede wat mees„ „ter te werden gelijk denselven dan ook kort daar nae steeden en Belg Bochara vermeester de en 2282 103. en met Een goeden buijt, be„ neevens eenige slaaven bij zijn heer vader te rug quam. — Een zeecker persi„ aansch poeet uijt gorassan zig verbeeld hebbende dat hij door eenige vleijende veer„ „sen en loffuijtingen te maa„ „ken den welie Narmed believen zoude, vertrok na 't leeger voor Canda„ „kaar, alwaar gekomen en bij hem usurpateur aange„ „dient, mitsgaders verschee„ „nen zijnde, zoo begon den„ „selven zijne flatterie ten borde te brengen; 't gunt den welie Nahmed niet aanstaand, hem poiet door 't geheele Leeger te koop brengen liet, Edog niemand gevonden zijn „ „de die eenig geld voor hem. bood, en hij derhalven weeder voor den tiran gebragt zijnde, zoo vraag„ „de denselven waar meede hij aangekoomen was, den anderen andwoorde zeer neerslagtig, met een Ezel: wel.
English
104. dom Shah has ordered a considerable quantity of seeds for sowing the surrounding land. Well, said the rebel, let us then see whether one will not offer more money for that animal than for the poet with his rhymes, thereupon having the donkey also put up for sale to anyone; but since a good price was immediately offered and also demanded for this, the frequently mentioned rebel ordered that that sum should be given as an honorarium to the one who had taken the trouble to lead the poet around, and he had that poet chased out of the camp to the mockery of everyone. Meanwhile, right opposite the city of Candahaar, the usurper had another place founded which he named Nadirabad, appointed a governor in the same, and summoned to him some Georgian and other families of diverse stations, all of whom he settled in the said place. Subsequently 2283 105. Subsequently, he ordered the recruitment in Spahan and its environs of 1500 young lads from the age of 13 years up to and including 25 into service as his slaves, whereby the parents were forcibly deprived of their children, which also caused some of them to depart this world out of grief and heartache; nevertheless, the number having been gathered together, he had 10 Yuzbashis appointed over them in order to teach those abducted children military drill; each of them receiving a musket, the barrel of which was two royal gez, or well over 2¾ ells long, so that they were barely able to carry it, let alone handle it; even so, they were forced thereto and sent to the rebel in the month of February of the year 1738. Furthermore, he commanded his soldiers that henceforth they should salute him not in the native manner with the beating of hands upon the breast, looking downwards, and bowing their bodies, but 106. but by taking off their caps (for hats they do not wear) in the European fashion; also, in the very same mentioned time, he again had new coinage struck, of which the motto on the one side reads thus: Al sultan Nadir which in our Low Dutch language means: King rare or scarce to find. And on the other side stood: Khallada Allahu mulkahu: which implies: May God let his kingdom always endure. This first translation could be fully applied to him, because since he had dethroned His Majesty, he never kept a fixed dwelling place by day nor by night; indeed, no one even truly knew where he laid down to sleep, 2284 107. sleep, which he presumably kept hidden in such a manner out of fear of being killed by some royalists; which even would have befallen him during this siege by some Bakhtiari troops who had resolved upon it with one another, had the plot not broken out in time, and had a massacre not been perpetrated among them by his order, whereby their design was thwarted; he then finally, seeing that he gained not much advantage with his long stay at that place (Candahaar), attacked the same with force on 23 March of the said year and captured it in such manner as the following translation of the raqam written at length by him concerning this indicates. Translation of the Royal Raqam (written decree) written by His Majesty Nadir Shah from Candahaar to the governor of Ispahan, a certain Hatem Beg, 108. written, together with a copy thereof sent hither by the Company's servants there via two couriers belonging there, Qasim and Iwaz, and with which received here on 6 May of the year 1738. In the Name of the Great God, whom I fear! A command is given that the governor of Ispahan, Hatem Beg, hold himself completely assured of the King's favor, and know that by God's blessing from the day that this excellent kingdom fell to my share, I have found myself so supported with the power and might of the Almighty, and my arm so strong, that all castles and fortifications, according to His eternal decree, have been as nothing before me, and everywhere I have turned my royal countenance, the mountains have appeared before me like a straw of thatch and the sea like a valley, and have been made so by me. Having continually requested and advised the inhabitants of Candahaar during the one-year siege of that place, according to the divine command highly exalted in the Quran, that they should desist from their evil ways and wicked rebellions, and submit themselves beneath my obedience; yet they, through their innate evil nature, and their stubbornness and deceitful ways, relying upon the strength of their castle, redoubts, and multitude of people, have their heads as an adversary.
Dutch transcription
104. dom sjak heeft considerablequan„ „saaden ter be„ „zaaijinge van't daarom herleg„ „gende land, ont„ „booden. wel zeijde den rebel laat ons dan eens zien off men voor dat dier niet meer geld bieden zal, dan voor den poeet met zijn rijmen, latende daar op den Ezel meede aan Een ijgelijk ter koop opveijlen, dog hier voor een goede prijs opstonds gebooden, en ook vrlangd zijnde, ordonneerde en dikgerepten rebel dat die somma tot een vereering„ aan den geenen die de moeij„ „te genoomen had, van den poiet ront te leijden gegeeven zou„ de werden, en liet dien dichter ten spot voor Een ijgelijk uijt het leeger verjaagen. — Intusschen deed den usurpateur regt tegens over d stad Candahaar een andere plaats stichten die hij met den naam van Nadir Maad benoem„ _:o stelde in deselve een „d gouverneur aan, en ontbood eeni„ ge gorgiaansche en andere huijs„ „gezinnen van diverse oirden bij hem die hij alle ter gemelde plaatse needer zette. vervolgens 2283 105. vervolgens ordonneerde denselven om tot spahan en daar om her 1500: jonge gasten van den ouder„ „dom van 13. Iaaren aff, tot 25: jncluijs in dienst aan te nee„ „men als zijne slaaven, waar door de ouders met geweld van hunne kinderen ontbloot wier„ „den, 't gunt ook veroorzaakte dat sommige derselver uijt cha„ „grijn en hert seer de weereld ontruijmden, egter 't getal bij den anderen gebragt zijn„ „de, liet hij daar over 10: oesbasjes aanstellen, ten eijnde die ge„ „roovde kinderen de Exercitie teleeren; krijgende een ijder van dien een musquet waar van de loop twee konings ges, dan wel 2¾ Ellen ruijm, lang was, des zij naauwlijx in staat waren deselve te kunnen draagen - klaat staan regeeren, Even„ „wel wierden zijlieden daar toe gedwongen en in de maand Februarij des Jaars 1738. aan den rebel toegesonden; wijders gebood hij zijne soldaten dat se voortaan niet op de Jn„ „landsche manier met het slaan van dehanden op de borst, het neederwaards zien, en buijgen van haare ligchamen„ maar 106. , maar met het affneemen van haare mutsen /:want hoeden draagen zijlie„ „den niet:/ hem op de Europeesche cos„ „tume moesten salueeren, ook liet denselven in Even gemelde tijd we„ „derom nieuwe munt slaan, waer van het devijs aan d' eene zijde aldus luijt. — Al sulthan Nadirt 't gunt in onse neederduijt„ „sche taale beteekend. Koning weijnig off haar te vinden. en op d' andere zijde stond. Chelled Allahomolke hoe: 't welk jnsluijt. God late zijn Konink„ „rijk Altijd bestendig zijn. Deese Eerste vertalinge kon„ evolkomen op hem werden „e toegepast, overmits hij 't seedert dat de Majesteijt gedethroo„ „neerd hadde bij dag nog nagt nimmer vaste verblijvplaats hield, ja zelvs wist niemand regt waar hij zig tot slaapen leijde. 1 2284 107. leijde, het gunt hij praesumptive zodanig verhoolen hield, uijt vreese van door Eenige Conings gezinde om 't leeven te zullen werden gebragt; dat in deese beleegering hem zelvs zoude te beurt ge„ „vallen zijn door eenige met den anderen daar toe geresolveerd geweest zijnde bagtiarische Cor„ ren, In aldien den bommel niet bij tijds uijt gebroocken, en ter zijner ordre Een massacré onder deselve aangeregt was, waar door haar desseijn belet wierd; hij dan eijndelijk ziende dat met zijn lang verblijff te dier plaatse /:Candahaar:/ niet veel voordeel behaalde laste deselve op 23:' Maart des gemelden Jaars net gewelt aan, en namse op zodanigen wijse in als het ondervolgende translaat van 't regam dient weegens door hem geschreeven in't bree„ „de aanwijst. — Translaat Koninglijk Regam /:bevelschrivt:/ door zijn majesteijt Nadir sjah uijt Candahaar aan den gouverneur van Ispahan Zeeckeren Hattembeek gescheeven, - - 108. geschreeven, Mitsgaders dies Copia door 's Comp:s bediendens aldaar herwaards gesonden per 2: daar thuijshoorende Loopers Cassum en Cwas, en waar meede alhier den 6.:' Maij A:o 1738. ontfangen. — Jn den Name des Grooten gods, voor wien ik vreese! Daar word een gebod gegeeven dat den gouver„ „neur van Ispahan Hattembeek, zig volkomen van 's conings gunste verseeckerd houde, en wee„ „te dat door godes zeegen van den dag aff, dat dit uijtmuntende Coningrijk mij ten deele geworden is, mij met de magten kragt des allerhoogsten zodanig ondersteund, en mijnen arm zoo kragtig bevonden hebbe, dat alle casteelen en sterktens volg=s zijn Eeuwigh raadbesluijt niets bij mij zijn geweest, en overal waar mijn Coninglijk gezigte gewend hebbe, de brengen voor mij als een stroo halm, en de zee als een valije zig verthoond, en door mij gemaakt geworden zijn. D' jnwoonderen van Candahaar geduurende d' Een Iarige beleegeringe dier plaatse, naar volgens 't in den alcoran hoog verheevene goddelijk bevel steeds versogt en geraa„ „den hebbende, zijlieden van haare boose weegen, en quaade rebelleen afflaaten, en haar onder mijne gehoorsaamheijd begeeven wilden, dog zij hebben door haar aangeboornen quaaden aard, en haare Jardneckigh:s en slingse paaden, met zig op de sterkte haares Casteels ronduijten, en meenigte van volk verlatende haar hoovden als Een parthij./
English
party of black ravens raised with screams and haughty noise, and rejected my given admonitions with mockery; perceiving that they would not listen to my wholesome admonition and counsel according to divine command, but hardened themselves more and more in their wickedness, I finally turned my thoughts toward capturing their stronghold, and having assembled my people together, gave orders to lead the assault against the point named Zangie, and further redoubts situated on the mountain close to the point Deda. After my people had captured the said point Zangie, I placed my guns and mortars upon it, and continuously fired upon them from there like a steady thunder and lightning, without any intermission for 15 days, or until the 3rd of the month Zehedjeh-tul-s haroem, that is according to our reckoning of time the 23rd of March, at which time I gave orders to all my soldiers to storm the castle immediately, and to place my guns and mortars directly against the point Deda and have them fire. Meanwhile, I entrusted that side to the Bakhtiari compatriots to attack, which people, supported by the mighty arm of God, boldly advanced upon that stronghold, and having attacked with the courage of a lion, captured the said strong point Deda sooner than any of all the other nations among my soldiers; and as this news can bring nothing other than great joy, joy, gladness, and contentment to the well-meaning of this realm, since their eyes have always looked out and longed to be permitted to hear this news, I have therefore dispatched Mhamed Alie Beek, mace-bearer of this council which is like paradise, with this exceedingly pleasant, glad news as a courier; and since it is an ancient custom that in all lands and cities large sums of money are given upon the receipt of pleasant news, but since my faithful subjects have already for three years prior assisted me with all their power and might in the advancing of money, and have never left me in embarrassment, but have always assisted to their ability in raising extra funds, and have thereby long ago paid the messenger's fee to me, I now come to grant the same to them; desiring that great and small shall hear this glad news, and that this royal decree shall be read out, and also that from my own money 12 thomans in cash, and a robe of honor shall be presented to the bearer of this, without the inhabitants having to contribute a single penny toward this, this order of mine having to be sent to Hawisa, Coegiloen, and all other places situated close to Ispahan, so that the inhabitants of those lands may also be partakers of this glad news, and may furthermore increase their hopes, while this royal decree must be held in value and esteem. Written: Written the 4th of the month Sjched-tul haroem of the year 1150, corresponding to the 24th of March 1738. In the margin was written: I also command that, since illuminations serve only to the ruin and detriment of the poor subjects, the same shall not be permitted to take place, but I completely excuse them therefrom, and only the trumpets shall be blown and the drums beaten in the royal manner. With this conquest he obtained a treasure of, as it is said, about 300000 thomans, also gave his troops permission for three full days to go out for plunder, and subsequently let the Afghans know that all those who had been to Spahan and had left any real property there, could present themselves to him, as he would then send them thither again to take possession thereof; but this cunning fox did this in order to be able to find out who who had also been accomplices to the shedding of so much Persian blood, which, however, the Afghans, unable to perceive it before it was too late, several came to him, whom he then had recorded and ordered all to come at one time, which having been complied with by them, he deprived them of life, adding: Thus I must find out who were also present at the subjugation of the Persians. The Wali Hatmed having then departed from there again, had the castle of Candahaar razed by some people who remained behind for that purpose, and took his way to the province of Cabul, seized the places Chasneijn and Goorbend, and in the month of July thereafter besieged the the city also named Cabul, which also surrendered without a fight shortly thereafter, or in August, he, according to his old custom, completely exhausting its inhabitants; after which he had some of his commanders called to him, to whom upon their appearance he showed a plucked rooster, saying: The subjects of the realm are now just like this, so that I can obtain nothing more from them to pay you, wherefore there is no better means than to invade another country and live on plunder, which having all been confirmed by them, he then set his march from there toward the city of Jella-al-abaad, which also had to succumb to his arms, and from where he then appointed his eldest son Reza Coelie Miersa as viceroy over the entire realm, to be seen more fully in the following translation of the royal decree granted by him to the same for that purpose.
Dutch transcription
2285 109 parthij zwarte raaven met schreeuwen en windering geluijt verheeven, en mijne gedaane vermaningen met bespottingen verworpen; be„ „speurende dat zijlieden na mijne heijl zaa„ „me vermaning en raad volgens goddelijk bevel niet wilden luijsteren, maar in haare boosheeden meer en meer verharde„ „den, zoo hebbe eijndelijk mijn gedagten om haare sterkte te veroveren gaan la„ „ten, en mijn volk bij den anderen ge„ „roepen ordre gegeeven om den storm aan de punt zangie genaamd, en verdere ronduijten op den berg geleegen digt bij de punt deda aan te voeren na dat mijn volk de gemelde punt Zangie ver„ „overd hadde, hebbe mijne stucken en mor„ „tieren daar op geplaatst, en steeds daar uijt als een gestadigen donder en blixem op haar gespeeld, zonder Eenige tusschen posinge 15: dagen lang off tot den 3. der maand Zehedjeh=tul=s haroem /: dat is volgens onse tijd reeckening den 23:' maart als wanneer alle mijne soldaaten ordre gegeeven hebbe, om 't Casteel stormen der„ hand aan te vallen, en mijne stuc„ „ken en mortieren regt op de punt deda aan te planten, en speelen la„ „ten, Jnmiddens die kant aan de bagtiarische landsgenooten om aan te vallen aan betrouwd hebbe, welke menschen door den kragtigen arm godes ondersteund, manmoedig op die sterkte los gegaan, en met een leeu„ „wen moed aangevallen zijnde, hebben gemelde sterke punt deda eerder als een van alle andere naties mijner soldaten veroverd; en alsoo deese tijdingen niet anders dan een groote blijdschap./ 110. blijdschap, vreugde, en vergenoeginge aan de welmeenende deses rijx te verschaffen, dewijl althoos hare oogen uijtgesien en verlangd hebben deese maare te mogen hooren, wes„ „halven hebbe jk Mhamed Alie Beek; stockendrager van deese masjelis die ge„ „lijkformig het paradijs is, met deese overaan ge„ „naame blijde tijdinge als sjappaar /:looper:/ affgevairdigt, en dewijl het van oudsher Een gebruijk is, dat in alle landen en stee„ „den groot geld bij 't ontfangen van Een aangenaame tijdinge affgegeeven werd; maar dewijl mijne trouwe onderdaanen mij reeds drie Iaaren bevorens met alle haare kragten magt in 't schieten van pennin„ „gen bijgestaan, en mij nooit verleegen, maar steeds met Extra gelden op te brengen naar vermoogen g'adsisteerd, en daar door lang geleeden het boodenloon aan mij voldaan hebben, zoo koome 't selve thans aan haar te schencken; willende dat groote en kleene deese blijde maare hooren, en dit regam /:bevelschrivt:/ voorgeleesen werden zal, ook dat van eijgen gelde 12: thomans in contante penningen, en een Eerenkleed aan brenger deeses zal werden vereerd, zonder dat de jnwoonderen een penning hier toe zullen hebben te contribueeren, moetende deese mijne ordre naar Hawisa, Coegiloen, en alle andere plaatsen digt bij Ispahan geleegen, gesonden wer„ „den, op dat ook d' ingeseetenen dier landen deel genooten van deese blijde tijdinge weesen, en verders haare hoopen ver„ „meerderen mogen, terwijle dit regam /:bevel„ „schrivt:/ in waarde en agtinge moet gehouden werden. gesz:/ 1 111 2286 gesz: den 4. ' der maand sjched=tul haroem des Jaars 1150: over eenkomstig met den 24. ' maart 1738. /: op de kant stond:/ ook ordonneere dat de„ „wijl d' Eluminatiën niet anders dan tot ruine, en schaade der arme onderdaa„ „nen strecken, deselve niet en zullen mogen geschieden, maar ontsla haar daar van volkoomen, en zullen alleen de bazuijnen geblaazen en de trom„ „meltjes op de coninglijke wijse moeten geslaagen werden. Met deese veroveringe erlangde denselven Een schat van /:zoo men zegt:/ omtrent 300000: thomans gaff ook zijne troupen drie volle dagen de per„ „missie om op buijt uijt te mogen gaan, en liet vervolgens aan de achwaa„ „nen weeten, dat alle die geene die tot Spahan , En geweest waaren aldaar Eenige vaste goederen gelaaten had„ „den, haar bij hem kon„ aandienen laten „den al soo hij deselve als dan wederom nae der„ „waards ter bezittinge van dien zenden zoude, dog dit deede dien loosen vos om te weeten te kunnen komen wie./ 112. wie meede deelgenooten waa„ „ren geweest aan het vergie„ „ten van zoo veel persiaans bloed, 't gunt egter de achwaa„ niet kunnende be „nen - „mercken voor het telaat was quamen verscheijdene bij hem, die hij dan opschrijven, en alle op eenen tijd te komen gelasten liet, 't welk door haar naargekomen zijnde, deed hij deselve /:onder toevoeginge van Zoo moet jk 'er agter ko„ „men wie meede bij den onderbrengst der persiaa„ „nen geweest zijn:/ van het leeven berooven. Den welie Hatmed dan wederom van daar vertrocken weesend liet het Casteel van Candahaar door Eenig volk die ten dien eijnde te rug zoud raseeren, en nam zijnen weg na provintie Cabul d vermeesterd plaatsen Chasneijn en goorbend, en beleegerde in Julij maand daar aan de 113. 2287 de stad meede Cabul genaamd, die ook kort daar op off in Augustus zonder slag overging, puttende hij volgens zijn oude costume dies inwoonders ten eenemaal uijt; waer nae Eenige zijner overstens bij hem deede roepen, dewelcke hij bij verscheijninge Een kaal gepluijmden haar verthoonde, sonder 't zeggen, de onderdaa„ „nen van het rijk zijn thans Even zodanig, des jk van deselve niets meer haalen kan om VWlieden te betaa„ „len, waarom 'er geen beeter middel is dan in een ander land te vallen, en op buijt te leeven, 't gunt door haarlieden alle geconfirmeerd zijnde _„o zoo zette hij zijnen marsch van daar na de stad Jella= al=abaad die almeede voor zijne wapenen succumbeeren moest, En van waar hij als doen zijn oudsten zoon Reza Coelie miersa tot onder„ „coning over 't geheele rijk benoemde, breeder „sien te„ bij de ondervolgende vertaalinge van het regam door hem aan den„ „selven ten dien Eijnde verleend./
English
granted, namely. Translation Persian Farman granted by his Persian Majesty Nadir Shah to his son Reza Quli Mirza, and of which a copy was brought here on the 20th of January 1739 by the Isfahan runners Cwas and Cassum, being of the following contents, as: In the name of the Merciful and Clement God: An order is given that, as in this good and perfect time according to the command and order of God, conforming to His eternal and unalterable decree, the veil of blindness with which the entire Hindustani empire was covered and under which it was as if groaning, should be removed and illuminated by the sunlight of myself, conqueror of the entire world, therefore I have already arrived at Jalalabad and have resolved to have the lands of all Iran governed in my absence by my dear, worthy, and beloved son Reza Quli Mirza as viceroy; likewise given him full power to administer law and justice for the extermination of ill-intentioned people, to hear the poor and oppressed community, as well as to demonstrate his vigilance and zeal in everything that is required, while he must always in all his dealings keep God before his eyes, and fear Him. The dismissal and reinstatement, likewise the punishment of all the beglerbegs and governors of Khorasan, Azerbaijan, Iraq, and Fars, except and besides his illustrious Highness, my highly esteemed, dear, and beloved brother Ibrahim Khan, supreme commander over Azerbaijan, and governor of Tabriz, the uncle of my worthy and beloved son, on which account he must be regarded and treated by him as a sacred person, and one who is even greater than he: is fully left to him as well, and if it should happen that any enemies appear in all the aforementioned places, he must employ his utmost power and not fail to immediately wage war upon them and subdue them. All beglerbegs, governors, and second persons, likewise lesser grandees and inhabitants of the said Persian empire shall from now on have to honor and acknowledge my said dear son as viceroy, and obey him in all occurring matters, whether great or small, as their master, as well as follow and comply with his orders and commands just as well as mine. Concerning concerning the revenues of this empire, the recruitment of soldiers and other such matters, these must be treated and handled by you as the farmans granted to them dictate, and as ancient custom entails, without anyone, whoever he may be, making any change in this regard, unless they have received other or further orders from my dear and worthy son aforementioned, but these orders of mine must be held in high esteem and value; written the first of the month of Shaban-ul-Moazzam of the year 1151, or according to our style the 14th of the month of November 1738. Furthermore, Wali Mohammad continued his way towards the side of Peshawar, but having arrived near a place named Jamrud, he discovered the army of the Indians, who were all sitting merrily and cheerfully in their tents, not even thinking of the approach of their enemy, which he thus attacked by surprise, and completely defeated, to be seen in more detail in the translation of the farman written by him to his middle son Nasrullah Mirza to make this known, and incorporated in this, as: Translation Persian Farman granted by his Persian Majesty Nadir Shah from Peshawar in the Hindustani empire to his middle son named Nasrullah Mirza and sent to the same by courier. In the Name of the great and Merciful God, an order is given that the entire world shall have to obey, to my dear and worthy son, his Excellency Nasrullah Mirza, who may rest fully assured of my royal favor and grace, and know that with a firm trust in Almighty God, who is my support and strength, upon which I build, I broke camp on Tuesday morning the 12th from the resting place of Ali Boghan, situated two miles from Jalalabad, and arrived at noon with the entire main body of the army at Barikab, and from where I took some troops with me, and marched with them for two days and two nights, likewise two hours of the third day, courier-wise, when I arrived at Jamrud, situated three miles on this side of Peshawar, where I learned that Nasir Khan with all the most prominent.
Dutch transcription
114. 112 verleend, Namentlijk. Translaat persiaansch Regam door zijn persische majesteijt Nadir sjah verleend op zijn zoon Resa Coelie Miersa, en Welkers Copij alhier den 20. ' Januarij 1739. per de Spahanse sjattiers Cwas en Cassum aangebragt is, zijnde van volgenden in„ „hout, als.— Jn den name des Barmher„ „tigen en goedertierenen Gods: werd Een bevel gegeeven, dat alsoo in dees goeden en volmaakten tijd volgens bevel en ordre Godes conform zijn Een„ „wigh en onveranderlijk raads besluijt, dat het dexel der blindheijd waar meede 't ge„ „heele hindoustanse rijk omvangen, en als onder zugtende was, door het zonne„ „ligt van mij overwinnaar des gandschen weerelds zoude weggenoomen en verligt wer„ „den, dierhalven ben reeds tot Jella„ al:abad aangekomen en te raade geworden, om door mijnen, lieven, waarden, en beminden zoon Reza Coelie Miersa als vice roij de landen van geheel Iroen in mijn absentie te doen regeeren laten, jtem aan hem vollemagt gegeeven, omme regt en justitie tot uijtroeijinge der quaade g'inten„ „tioneerde menschen te administreeren, de arme en 2288 115. en onderdrukt werdende gemeente te verhooren mitsgaders in alles wat vereijscht werd zijne vigilantie en ijver te laten blijken, moeten„ „de hij althoos in alle zijne behandelingen 90d voor oogen houden, en denselven vreesen. — 't affzetten en weeder aanstellen, jtem 't straffen van alle de beglerbegies en regenten van gorassoen, adderbahjoen, Eraach, en Jaars buijten en behalven zijn doorlugtige hoog„ „heijd mijnen hoogwaarden, lieven, en beminden broeder Ibrahim Chan, opperveldheer over adderbahjoen, en regent van Tebries, den oom van mijn waarde en beminde zoon, waaromme hij door hem als Een geheijligd persoon, en die nog meerder als hij is moet gereflecteerd en aangesien werden: werd ten vollen meede aan hem overgelaaten, en als het geschieden mogte, dat zig eenige vijanden in alle voormelde plaatsen quamen te verthoonen, moet hij zijn uijtterste vermogen in 't werk stellen, en niet versuijmen omme deselve ten Eersten te b'oorloogen, en ten onder te brengen. Alle beglerbegies, regenten, en tweede persoonen, jtem mindere grooten en Jngesee„ „tenen, des gemelden persischen rijx zullen van nu aff aan gemelden mijnen lieven zoone als vice roij hebbe te eeren en erken„ „nen, en hem in alle voorvallende zaake, „lijkheeden 't zij groote off kleene als haaren gebieder gehoorsaamen, mitsgaders zijne ordres en beveelen, zoo goed als de mijne agtervolgen en naar„ koomen moeten. Omtrent./ 116.„ omtrent de Inkomsten deeses rijx, het werven van zoldaaten en meer andere dier„ „gelijke zakelijkheeden, moeten door velieden zodanig getracteerd en behandeld werden als de op haar verleende regammen dicteeren, en 't al oud gebruijk meede brengende is, zonder dat daar door wie hij zij hier omtrent Eenige ver„ „anderinge, ten, ware dat andere off te nadere ordre van mijnen waarden en lieven zoone meermeld bekomen hebben, zullen mogen ge„ „maakt, maar deese mijne ordre in astime en hooge waarde moeten gehouden werden; gesz: den Eersten van de maand sjaboen=ul= ma=azam des Jaars 1151. off volgens onsen steijl den 14. ' der maand November 1738. wijders vervolgde hij Welie Nahmed zijnen weg na dekant van Pesjawor dog tot bij een plaats gimroen genaamd gekomen weesende, vernam hij 't leeger der Jndiaanen /:die alle lustig en prolijk in haare tenten zaaten, niet eens denkende op de naderinge van hunnen vijand:/ 't gunt hij dus onverwagt overviel, en tot ali„ „ter versloeg, wijdloopiger te zien bij de oversettinge van 't regam door hem aan zij„ „nen middelsten zoon Nas„ „ser ulla Miersa ter bekend„ dien ge„ makinge van En „scheeven, deesen - 117:/ 2289 deesen Jngelijvd, als. Translaat persiaansch Regam door zijn persische Majesteijd Nadir Sjah uijt Bisjapoer in t hindou¬ „stanse rijk op zijn middelste zoon genaamd Nasserulla Miersa verleend en aan den„ „selven per sjappaar toegeson„ Jn den Name des grooten en Barmhertigen Gods, werd een bevel gegeeven, dat de geheele weereld sal hebben te gehoorsaamen, op mijnen lieven lieven en waarden zoon zijn Excel„ „lentie Nasser ulla Miersa denwelken zig van mijne koninglijke gunste, en genaade volkomen verseeckerd houden kan, en weete, dat met Een vast vertrouwen op den almagtigen god, denwelken mijn steunsel en sterkte is, waar op bouwe, 'k des dingsdags morgens den 12. ' van de rustplaats Alla Backa twee mijlen van Iella=al=abaad geleegen, op gebroocken, en met het gandsche gros van 't leeger des middags binnen Bariek aab g'arriveerd, en van waar met mij eenige manschappen meede genoo„ „men, en met haar twee dagen en twee nagten, jtem twee uuren van den derden dag sjap„ „paars gewijse gemarcheert hebbe, als wanneer tot himroed drie mijlen aan des kant Bisjapoer geleegen, gekoomen ben, daar vernam, dat Nazir Chan met alle de voornaamste. „den. —
English
principal generals and lesser commanders of the Hindustani army were entertaining themselves in their tents with playing and feasting, wherefore he fell upon them at once, and surprised them most unexpectedly, whereby many were cut down immediately, and a multitude was taken prisoner, while all their baggage, horses, etc. were left as booty to the soldiers; the prisoners consisting of about 8 to 9,000 men, among whom were counted their commander Nazir Chan and many other grandees, the remainder of the army having been entirely put to the sword, except for 3 to 400 men who saved themselves in the mountains, all further circumstances of the war and how it transpired will be related orally by the messengers Mhamed Jbrahim Beek and Seffie Chan Beek, nimbashis; and Your Excellency, upon the receipt and sight of this ragam, must immediately blow the trumpets and beat drums, likewise display all possible joy, as well as notify all high and low officers hereof, so that everyone with me may thank and praise the great and almighty God for the grace of this great victory. This original ragam must, after reading, just as it is, be sent to His Highness Dieloen Coelie Beek, chief standard-bearer of this army at Jella al-abaad for reading, and by whom the same must further be sent to Cabul to His Highness Iman Werdie Chan, who in turn must send it to His Highness Assjeraff Sulthoen, governor of Elmoenie, Calaat, and Chasneijn, the latter having to see to it that the same be delivered as speedily as possible to my worthy and beloved son Reza Coelie Miersa, viceroy of the Persian empire, so that he also may not be ignorant of this my victory; all of you together must act strictly according to the tenor of this ragam, follow what has been ordered, and hold it in esteem; written the 14th of the month Shaban-ul-ma-azam of the year 1151, or according to our style November 28th of the year 1738. After the Shah had gained this aforementioned victory, and had also sent notice of his arrival by letter to the Hindustani sovereign, he set his march toward Lessawor, which having captured by storm, he marched from there without encountering any resistance across an arm of the famous river Indus, called Attek, and further, after some of his people had taken Emenabaad, to the ancient Hindustani royal residence city Lahor, which he likewise gained possession of, forcing the supreme governor Zicheria Chan, who had fought heroically against him, but with the loss of many people had taken refuge within again, to the surrender thereof; which the below copy of the King's letter, written at length to his son the viceroy for notification thereof, shows. Translation of a royal ragam written by His Persian Majesty Nadir Shah or Welie Nahmed from Lahor in Hindustani in the month of January 1739 to his son the highborn Reza Coelie Miersa; and brought hither from Spahan by the runners Hassan Boloeds, Goda Bax, and Noes on May 2nd, 1739. At the top of the heading stood: In the name of the beneficent and merciful God, who is forgiving, and lower the place of the sovereign's seal, and beneath it the words: In the name of the good, great, and merciful God, who shows grace and is forgiving, this order was given, so that my beloved and highly worthy son Reza Coelie Miersa, naib of the King of Persia, may be fully assured of my royal favor and grace; and know, that on the 16th of the month Ramadan-ul-mubarak 27 December 1738 of the year 1151 I decamped from the resting place Bisjapoor, and on Tuesday the 9th of the month Shawwal 20 January 1739 made my entry into the anciently renowned royal residence city of Hindustan, Lahor, which place, being the largest and strongest of all Hindustan, through God's gracious assistance and conformable to His immutable decree, I caused to succumb with little loss, and forced to surrender; and after the agreement was concluded, His Highness Zacharias Chan, governor of that place, together with all high and low officers, came out and submitted most obediently to me; and as a sign of that great victory, I had coins struck within the said place as a memorial, and shall decamp from there on the 22nd of the just-mentioned month, and undertake my march to Shahjahanabad, hoping by the help of God shortly to become master of the said capital city as well; whereupon, loaded with laurels of victory, I shall undertake my march back to Persia.
Dutch transcription
118. voor naamste generaals en mindere bevelheb„ „bers van het Hindoustanse leeger haar met speelen en gastereren, in haare tenten vermaakten, wes haar ten eersten plosselings overviel, en op 't onverwagtste verrascht, daar door veele opstonds ter needer gehabeld, en een mee„ „nigte gevangen bekomen, terwijl alle hare ba„ „gagie, paarden &=a ten buijt aan de soldaaten gelaaten wierd; bestaande de gevangene om„ „trent in 8. â 9000: man, en waar onder haaren veldheer Nazir Chan, en veel andere grooten geteld werden, zijnde, het rest van 't leeger geheel ter needer gesabeld, op 3. â 400: man na, dewelke haar op 't gebergte gesalveerd hebben, zullende alle de verdere omstandig„ „heeden des krijgs en hoe 't sig toegedraagen heevt, mondeling de spappaars mhamed Jbrahim Beek en seffie Chan Beek niembasjes relateeren; moetende VW Excellentie op den ontfangst en zigt deses regams ten Eersten de bazuijnen blaasen, en trommels roeren, jtem alle mogelijke vreug„ „de bedrijven, mitsgaders alle hooge en laage officieren hier van de weete doen laten, op dat Een ijgelijk met mij den grooten en almagtigen God voor die genaade deser groote victorie danken en looven mag. Dit origineel regam moet naar leesinge zoo als het selve js aan zijn hoogheijd Dieloen Coelie Beek overste standaartdraager deses leegers tot Jella al=abaad ter leesinge, en door wien het selve verders naar Cabul aan zijn hoogheijd Iman Werdie Chan, die dat wijders zijn hoogheijd Assjeraff sul„ „thoen gouverneur van Elmoenie, Ca„ „laat en Chasneijn zenden moet zullende den laatsten hebben te. 119. 2290 te versorgen, dat deselve ten spoedigsten aan mijn waarden en lieven zoon Reza coe„ „lie Miersa vice roij van 't persische rijk werde Jnhandigt, op dat hij meede van deese mijne victorie niet onkundig zij, moetende door Velieden gesamentlijk stixt naar vol„ „gens luijd deeses regams gehandeld, 't g'ordonneerde agtervolgd, en in waarde gehouden werden; gesz: den 14.:' der Maand sjaboen= ul=ma=azam des jaars 1151. off volgens onser steijl No„ „vember 28:' des Jaars 1738. Na dat den sjah dee„ „se bovengemelde victorie behaald, mitsgaders den hindoustansen vorst ken„ „nisse van zijn komst per missive hadde laten toekomen, zette hij zijnen marsch nae Lessawor, het gunt stormen der hand vermees„ „terd hebbende marcheerde hij van daar zonder eenige tegenstand te vinden over Een arm van de beroemde rivier Indus, attek genoemd, en voorts nae dat Eenige van zijn volk Emenabaad hadden ingenoomen nae d oude hindoustans coninglijke. / 120. coninglijke residentie stad Lahor, dewelcke hij almee„ de in handen kreeg, als dwingende den opperbestier„ „der Zicheria Chan, die net denselven heldmoedig gevogten, dog met verlies van veel volk wederom de wijk nae binnen genoomen had, tot d'over„ „gaave van dien; 't gunt het onderstaande affschrivt van 's Conings briev, ter adverten„ „tie van dien aan zijnen zoon den vice Roij ge„ „schreeven largo aanwijst. — Translaat van een Coning„ „lijk regam door zijn persische Majesteijt Nadir Sjah off Welie Nahmed uijt Lahor in't hindoustan„ „se geschreeven in de maand Januarij 1739. aan zijn zoon den welhad Reza Coelie Miersa; en alhier uijt spahan per de loo„ „pers hassan boloeds, goda Bax eu Noes op 2.:' Maij 1739. aangebragt. — Boven aan't hoovd stond! Jn den Name van den goedertiernen en barmhertigen god, denwelcken vergeevende, en. 2291 121. /:lager:/ de plaats van 's vorsten, zegul, en daar onder de woorden. In den Name van den goeden grooten, en Barmhertigen God, dewelcke ge„ „naade bewijzende, en vergeevende is, werd dit bevel gegeeven, op dat mijn lieven en hoogwaarden zoon Reza Coelie Miersa naib van den coning van Persia, volkomen van mijne Coninglijke gunste, en genaade kan verseeckerd zijn; en weete, hoe dat op den 16:' der maand Ramazan=ul=ma: Barek /: 27:' xber: 1738:/ des Iaars 1151. van de rustplaatse Bisja„ „poer opgebroocken, en op dingsdag den 9:' der maand sjawaal /:20.:' Januarij 1739:/ mijne intreede in de van ouds vermaarde Coninglijke residentie plaats van hindoustan, Lahor gedaan sterkste hebbe, welke plaats die de grootste „ van gandsch hindoustan is, door 90des genadigen bijstand, en conform zijn onver anderlijk raadsbesluijt, met weijnig verlies hebbe doen succumbeeren, en haar ter overgaave gedwongen, zijnde na dat 't ac„ „coord getroffen was, zijn hoogheijd Zacharias chan gouverneur dier plaatse beneevens alle hooge en laage officiers uijtgekomen, en haar gehoorsaamst aan mij onderworpen; hebbende tot teecken van die groote overwinninge binnen gemelde plaats ter gedagtenis munt slaan laten, zullende van daer den 22. ' der even gemelde maand opbreecken, en mijnen marsch na sjah Ihoen abaad onderneemen hoope door hulpe godes van gemelde hoovdplaatse in't korte meede meester te zullen werden; als wanneer dan met lauren van overwinningen overlaaden weeder terug na Persia mijnen marsch en Barmhertigheijd Bethoonende is, onderneemen
English
122. shall undertake; you, my dear son, must always keep in mind that nothing can happen outside God's eternal decree; therefore your hope must always be firmly and unshakeably established upon his grace; likewise, you must live daily in hope and confidence that this good God will continually increase my realm, and always favor my victories and arms; ordering that you must faithfully inform me of everything that happens in adderbahjoen and everywhere; you must also be ready and watchful for all occurrences, so that you may be free of all accountability, for all those who shall set their feet outside the right path may be assured that their head shall be gone, but on the other hand, all those who keep themselves within the bounds of obedience, and walk the right path, likewise having sincere intentions, shall also partake of my royal favor and be overwhelmed with it; written in the month of sjawaal of the year 1151, which corresponds to the end of January 1739. — And Hindustan's emperor Mhamea sjah, whose riches and treasure the rebel had just barely touched, lay encamped with his grandees and an army of 300000 men, 25 miles from sjah Thoen Raad or near Corbaal. 123. encamped, whither he, Nadir Sjah, also made his way, and encamped 6 to 7 miles from there; he also sent out some of his people on reconnaissance, who were attacked by some of the Mogol's troops, which caused a completely bloody and fierce battle, the victory whereof, however, remained with the Persians; a few days thereafter, Nadir sjah was informed by some of his spies that sadaat chan had approached with a good army, together with some artillery and mortars, to reinforce Mhamea Sjah's army; whereupon the Welie Nahmed broke camp to get the same into his power, but seeing this thwarted, and having already approached to within one mile of the camp of the Hindustanis, he wished to pitch camp there, but 124. the Mogol prevented him from this design, and came at him with a numerous army, which was attacked so furiously by Nadir Tjah's men that a great multitude had to pay for it with their death, and the rest had to flee; this defeat caused the Hindustani monarch such distress that he sent an ambassador to the sjah on 21 February, with the request that all that had happened might be forgiven and forgotten, and thereupon he subjected himself the following day, and surrendered the royal signet ring of his realm to his enemy; as appears from the translation of the regam which the usurper wrote regarding this to his son, the weliad (viceroy), being of the following content, namely: 125. Translation of a Persian regam written by Nadir Sjah or Welie Nahmed on the 29th of the month of sjekada-tul-haroem of the year 1151, according to our style 5 March in the year 1739, from the royal residence of Hindustan named dillij, to his son, the weliad Resa Coelie Miersa, presently residing at Masjet, a copy of which was brought by courier on 7 July of the current year. — In the Name of the Almighty and Great God, who shows mercy and forgives! Beneath which the Sovereign's seal is printed in black ink. (Lower:) In the Name of the Almighty, Great, and Merciful God, who shows compassion, is long-suffering and gracious, this command, which the world must obey, is given to our dear and highly esteemed son Reza Coelie miersa, to the end that he may rely completely on our royal favor and hold himself assured of our grace, while knowing that after having had the good fortune to conquer and exterminate the achwaan Assjeraff, Alie Merdoem Chan was sent as ambassador to the Mogol Mhamed sjah in Hindustan, in order to enter into a treaty on our behalf with that prince for the destruction of the Candahar and other achwaans, who greatly troubled his realm as well as ours, which, after some negotiations, was also concluded to the satisfaction of both sides. He obligated himself under the same to place some troops on the roads and borders and to cut off the pass to the achwaans, so as to prevent their flight; upon the return of the aforementioned ambassador, Ahamed Alie Chan was sent on an embassy thither de novo for the renewal of our said treaty, at which time King Mhamed sjah promised once again that the said alliance would be sacredly kept and observed by him. Now, when I had arrived at Candahaar, I detached some men from my army and sent them to Calaaten Chasneijn to bring the achwaans there to reason, but those who were sent reported to me that they had seen no auxiliary troops from the Hindustani there, as was required by the treaty; whereupon, to remind him of our agreement, we sent mhamed Chan turkamoen as an extraordinary ambassador post-haste to Hindustan, but he from the King
Dutch transcription
122. onderneemen zal; moetende VW mijn lieven zoon althoos gedagtig zijn, dat niet buijten Gode seeu„ „wigh raadsbesluijt geschieden kan, dierhalven moet v hoope althoos op zijne genaade gevestigd, en omwrikbaar weesen; jtem dagelijx in hoope en ver„ „trouwen leeven dat dien goeden god mijn rijk steeds vermeerderen, en mijne overwinningen en wapenen steeds begunstigen zal; ordonneerende dat gij alle 't gunt in adderbahjoen en overal voorvalt, getrouwe„ „lijk aan mij weeten moet laten, ook moet VW voorvallen gereed en waaksaam zijn opdat van alle in alle verandwoordinge vrij moogt weesen, want alle de geene die haare voeten buijten den regten weg zullen komen te zetten kunnen verseec„ „kerd weesen dat haar hoovd weg zijn zal, maar daar en tegen alle de geene die zig binnen de paalen van gehoorsaamheijd houden, en den regten weg gaan, jtem het opregt meenen zullen ook deel genooten van mijne Coning „lijke gunste zijn en daar meede overstroomd werden; gescheeven in de maand sjawaal des Jaars 1151. komt uijt met het laatste van Januarij 1739. — en hindoustans keijser Mhamea sjah na wiens rijkdom en schat den rebel maar rakende was, lag met zijnen grooten en Een leeger van 300000 man 25: mijlen van sjah Thoen Raad off bij Corbaal gecampeerd. 12 2292 123. gecampeerd, werwaards heenen hij Nadir Sjah dan ook zijn weg nam, en zig 6: â 7: mij„ len van daar leegerde, soud ook Eenige van zijn volk ter bespiedinge uijt, die door Eenige van 's mogols troupen wierden g'attacqueerd, 't welk Een gandsch bloedig en hee„ „vig gevegt veroorsaakte, waar van egter d' overwinninge aan persiaanen bleeff; weij„ _ e daagen daar nae „nige wierd den Nadir sjah Eenige zijner door - bedeeld, dat sadaat spions met Een goed chan leeger, mitsgaders eenig geschut en mortieren ter versterking van Mhamea Sjahs armee na bij gekomen was, wes dn Welie Nah„ „med om dnselven in zijn magt te krij„ gen opbrak, dog zulx verijdeld ziende, en al bereeds tot op een mijl na 't campement der hindoustanders genadert weesend, wilde hij zig aldaar slaan ter needr - dog./ 124. belette hem mogol dog den dit zijn dessein, en quam met Een talrijk leeger op hem aff, 't welk door Nadir Tjahs heeden zoo furieus wierd aangegreepen, dat een groote meenigte 't met d dood bekoopen en d' overige vlugten moe„ „sten; deese Neederlaage maakte den hindoustans monarch dusdanig benaauwd, dat dn selven op 21:' Februarij Een ambassa deur bij den sjah zond, met beede dat alle voorgevalle zaaken mogten vergeeven en vergeeten werden en heevt zigh zelven daar op 's an„ deren daags onder„ mitsgaders „worpen den koninglijken zegul ring zijne s rijx aan zijnen vij„ and overreijkt; blijkens vertaalinge van 't regam dot dn u surpateur dient wegens 1 2293 125. dientweegens aan zijnen zoon den weliad /:onder coning:/ geschreeven, zijn „de van den volgenden jnhoud, Namentlijk. — Translaat persiaansch regam door den Nadir Sjah off welie, Nahmed geschreeven den 29:' der maand sjekada=tul=ha„ „roem des Jaars 1151. volgens onsen stijl 5:' Maart Ao 1739. uijt de Coninglij„ „ke Residentie plaats van Hindoustan dillij genaamd, aan zijn zoon den weliad Resa Coelie Miersa tot Masjet thans verblijff hou„ „dende, zijnde dies Copia in dato 7:' Julij anno Curr: per sjap„ „paar aangebragt. — In den Name des Almogenden en grooten God, die genaade bewijzende en vergeevende is! daar onder Svorsten Zegul in Zwarten Jnckt gedrukt. /:Laager:/ Jn den Name van den Almagti„ „gen, grooten, en Goedertieren en god„ die Barmhertigheijt bewijsende, Lank„ „moedig en genaadig is, werd dit bevel, 't gunt de weereld te gehoorsaamen heevt aan onsen lieven en hoogwaarden zoon Reza Coelie miersa gegeeven, ten eijnde hij zig volkoomen op onse koninglijke gunste vertrouwen, en van onse genaade zig verseeckerd houden mag, terwijle weete, dat naar het geluk hebbe gehad van den achwaar 126. / 12 achwaan Assjeraff t' overwinnen, en uijt te roeijen, Alie Merdoem Chan als ambassadeur na den mogol Mhamed sjah in hindoustan is gesonden, ten eijnde een contract uijt on„ „sen Naame met dien vorst ter verdel ginge der candahaarse en andere achwaaren, die zoo wel zijn als ons rijk zeer ontruste den aan te gaan, 't gunt na Eenige onderhandelingen ten genoegen van beijde zijden ook is geslooten. komende hij zig bij 't selve te verbinden van Eenig volk op de weegen en grensscheijdingen te leggen en de achwaanen den pasaff te suij„ „den, om dus haaren vlugt te beletten; waar weeder komste van voormelden ambas„ „sadeur is de novo ter vernieuwinge van ons gemeld contract Ahamed Alie Chan in ambassade derwaards gesonden, als doen heevt de Coning Mhamed sjah ander„ „maal beloovd, dat zelve verbond door hem heijliglijk onderhouden en naarge„ „koomen werden zoude doen nu tot Candahaar gekoomen was, hebbe eenige mansz: van mijn leeger affgestoocken, en naar Calaaten Chasneijn omme dachwaanen aldaar tot raison te bren„ gen, gesonden, dog de affgezondene gaaven mij berigt dat geen hulptroepen van den hindoustander zoo als gehouden was volgens contract, daar vernoomen hadden, wester erinneringe van ons accoord mhamed Chan turkamoen als extra ambassadeur te post naar hindoustan gesonden hebben maar denselven heevt van den Coning./
English
127. 2294 king nor the imperial dignitaries could obtain an audience, nor a satisfactory answer, nor permission to depart; after the people of Ghazni and Kabul, together with the ill-disposed and godforsaken mountaineers of the aforementioned places, had now been fought and subdued, I could not so easily overlook the failure of the Hindustani to send an ambassador or auxiliary troops, as that was far beyond the bounds of propriety and contrary to our agreement, wherefore I broke camp with my entire army and marched upon the royal residence of Shahjahanabad, as will also have already been evident to you from the conquest of Peshawar and the ancient royal residence of Lahore, from which last-mentioned place I broke camp on the last day of the month of Shawwal (4 February), and on the 10th of the month of Dhu al-Qada (14 February), on Thursday, arrived in the village of Ambala, 40 miles from Jahanabad, where I learned that Muhammad Shah, with all his assembled troops together with their officials and high officers to the number of 300,000 men, reinforced with 2,000 pieces of artillery, 3,000 armed elephants, and a mighty quantity of munitions of war, had arrived at Malipot, situated 25 miles from my said place of sojourn; upon which report I left all my heaviest baggage in Ambala, and posthaste continued my march to the last-mentioned place, just as Muhammad Shah also left his first place where he lay encamped, 128. and entrenched himself anew in the village of Karnal, 25 miles from Jahanabad; as soon as I had broken camp from Ambala, I detached 5 to 6,000 men from my army to spy out the enemy's encampment, the number of soldiers, how they lay entrenched, and all the circumstances so as to be best able to attack them; these having approached to within 2 miles of the enemy army, they were encountered by 10 to 12,000 men of the Hindustani troops; whereupon a fierce battle arose between both sides, which turned out to the disadvantage of the latter, since they were utterly defeated and, leaving behind many of their commanders, were forced to flee, of whom a portion alive, and also a number of the heads of those who had remained on the battlefield, were brought to me in camp; after this defeat Muhammad Shah entrenched himself very strongly at Karnal with ditches and entrenchments, placing a great deal of artillery all around his encampment for security; meanwhile I sent some men to scout the roads from Karnal to Shahjahanabad with orders that they should make their march east of the encampment of Muhammad Shah; they returned on Monday evening, the 15th of the aforementioned month (18 February), with the report that Saadat Khan, otherwise called Burhan-ul-Mulk, one of the greatest and most powerful of Hindustan, also commander of very many places, had arrived at Malipot with 30,000 men, a large number of artillery, elephants, and munitions of war to reinforce the army of Muhammad Shah; upon the said news, two hours before daybreak, I mounted with my entire 2295 129 force, and caused my army to take up a position midway between Karnal and Malipot in order to cut off Saadat Khan, in the hope by that means to lure Muhammad Shah out of his encampment, since he lay encamped there in too advantageous a position to attack; on Tuesday morning, an hour and a half after sunrise, I found myself already east of the encampment of Muhammad Shah; then some men of Saadat Khan who had stayed behind were intercepted and brought to me, from whom I understood that the said Khan had already successfully reached the encampment of Muhammad Shah the past night at three o'clock; having approached to within one mile of the enemy army, I found it advisable to dismount and entrench myself there, but Muhammad Shah, seeing himself reinforced with such a power, thereupon caused his whole army to take up arms, left two-thirds thereof to guard his encampment, and with the remainder, as well as a large portion of artillery, etc., came half a mile to meet me at midday, immediately drawing up in battle formation, and took his station in the midst of his army, which to all appearances occupied fully two miles in length and half a mile in breadth, so that I believe they comprised fully 10 to 12 times more than the troops of Abdullah Pasha; 130. I, who was longing for such a day, left some men to guard my tents, and mounted in person with the rest of the army, placing my trust in God, and thus manfully attacked the hostile army, and fought bloodily for two hours, until finally, through God's gracious blessing and help, the victory remained on my side, while the enemy shamefully took flight to their camp; Saadat Khan was taken alive sitting upon his elephant, together with his brother's son Dilziyat Muhammad Khan and almost all his nearest relatives, as was also the Samsam-ud-Daula Khan Dauran, former Bakshi of the Hindustani empire, who was severely wounded; his son and brother Muzaffar Khan were killed, but his other son, [illegible], fell into our hands alive, but he himself died the next day of the wounds he had received; Wasil Khan, Sadat Khan, Amir Quli Khan, Ali Muhammad Khan, Mir Hassan Khan, Sangena, Ashraf Khan, Itibar Khan, Aqil Beg Khan, Ali Ahmad Khan, Shahdad Khan Afghan, Ferim Rai, grand master of the artillery, along with about 30 other commanders, among whom were 10 to 15 persons of the rank of 70,000 to 40,000, all remained on the battlefield; Muhammad Shah, Nizam-ul-Mulk, supreme commander of seven of the principal places of the Deccan and imperial generalissimo of Hindustan, Qamar-ud-Din Khan Itimad-ud-Daula (imperial administrator), and
Dutch transcription
127. 2294 coning nog de rijxgrooten geen gehoor nog een voldoende antwoord off vrijheijt om te vertrec„ „ken krijgen konnen; naar dat nu de Chas„ „neijnsche en Cabulsche beneevens de quaad„ „gezinde, en godvergeetene bergdittos van voor„ melde plaatsen bevogten, en ten onderen gebragt waaren, zoo hebbe zoo gemac„ „kelijk het niet zenden van een ambassadeur off hulptroepen door den hindoustander, alsoo dat verre buijten den regten schreeffen teg=s ons accoord was, passeeren konnen, wes niet mijn gandsch leeger opgebroocken, op de ko„ „ninglijke residentie plaats sjah= Jhoen=abaad aangemarcheerd ben, gelijk ook reeds bevoo„ „rens aan uw door d' overwinninge van Pesja wor„ en de oude coninglijke residentie plaats Lahor gebleeken zijn zal, aan welke laatstgemelde plaatse den laatsten van de maand sjawaal /:4:' februarij :/ opgebrooken, en den 10:' der maand sjekada /: 14:' febr: op donderdag int dorp ambala 40: mijlen van Jhoen=abaad aangekoomen Een, alwaar vernam dat Mhamed sjah met alle zijne bij een vergaderde troupen beneevens derselver b'ampten en hooge officieren ten getalle van 300000: man, gesterkt met 2000: — stucken geschut 3000 gewapende Eliphanten, en een en magtige quantiteijt ammuni„ „tie van oorlog tot malipot 25: mijlen van gemelde mijn verblijff plaats geleegen aan„ „gekoomen was, op welk berigt jk alle mijne zwaarste bagagie in ambalae liet, en te post mijnen marsch nae laatstgemelde plaatse voortsettede, gelijk ook Mhamed sjar zijne Eerste plaatse daar gecampeerd lag./ 128. lag verliet, en hem in het dorp Corbaal 25: mijlen van Ihoen=abaad de novo ver„ „schanste, zoo dra van Ambalal opgebrooc„ ken was, hebbe 5: â 6000: man van mijn leeger, ter verspiedinge van des vijands leegerplaatse, het getal der zoldaaten, hoe die verschanst lagen„ en alle de geleegendheeden om die best te kunnen attacqueeren, affgestoocken, de„ „selve tot op 2: mijlen na het vijandelijk leeger genadert weesende, zijn haar 10: â 12000: man der hindoustanse troupen gerescontreerd; en waar op een helvig gevegt tusschen beijde is ontstaan, 't gunt ten nadeele van laastgemelde is uijt„ gevallen, dewijl tot aliter geslaagen, en met agterlatinge van veele haarer bevelhebberen genoodzaakt te vlugten wierden, van welke Een gedeelte leeven„ „dig en ook een parthij der hoovden die op't slagveld gebleeven waaren bij mijn in khiuiph zijn gebragt; na deese neederlage heevt mhamed sjah zig zeer sterk tot Cor„ „baal met affsnijdingen en retrenchementen verschanst, tot vastigheijd zeer veel geschut rondsom zijn Campement plaatsende; onderwerff zond eenig volk tot bespiconeeringe der weegen van Corbaal tot sjah Thoen=abaad aff met last haaren mansch boosten 't Campement van mhamed sjah moesten neemen deselve retourneerden 's maandags avond den 15:' der voorsz: maand /:18:' febr:/ met berigt dat sadaat Chan anders burhoon=ul=molk genaamd, eene der grootste en magtigste van hindoustan, Jtem bevelhebber van zeer veele plaatsen met 30000: man, een groot getal geschut, Eliphanten, en ammunitie van oorlog tot malipot ter versterckinge van mhamed sjah sleeger aangekoomen was, op gemelde tijdinge ben 'smorgens twee uuren voor den dag met mijn gandsche./ 2295 129 gandsche magt opgeseeten, en mijn leeger in't midden van Corbaal en malipot ter affsnijdinge van sadaat chan doen standgrijpen in hoope door dat middel Ahamed sjah uijt zijn leeger plaatste locken, dewijl daar te voordeelig om aan te tasten gecampeerd lag; des dingsdags 's morgens anderhalv uur na Zons opgang bevond ik mij reeds b'oosten 't campement van Mhamed sjah, doen wierd Eenig ag„ „ter gebleeven volk van sadaat chan onderschept en bij mij gebragt, waar van verstond dat dien chan den gepasseerden nagt ten drie uuren reeds geluckig in het campement van mhamed sjah geraakt was, een mijl na 't vijandelijk lee„ „ger genadert zijnde, vond raadsaam om aff te zitten, en mij aldaar te verschan„ „sen, dog mhamed sjah zig met zoo een magt versterkt ziende, heevt daar op zijn gandsch leeger in't geweir doen komen, daar van tweeder dendeel ter bewaringe van zijn leeger plaatse - liet, en quam mij met de rest, jtem een groot gedeelte geschut &„a des middags een halv mijl te gemoet, zig terstond in postuir van battaille plaatsende, en nam desselvs verblijff te midden van zijn leeger, 't gunt volg=s oogenschijn wel twee mijl in de lengte en een halve mijl in debreete besloeg, zoo dat geloove die wel 10. â 12 maal meerder dan de troupen van Abdulla basja hebben 130. hebben uijtgemaakt; jk die verlangende na soo Een dag was hebbe tot bewaringe mijner tenten Eenig volk gelaaten, en ben in persoon met het overige des leegers opge„ „seeten, mijn vertrouwen op Godvestende, en dus hebbe het vijandig leeger manmoedig aan„ „getast, en twee uuren lang bloedig gevogten, tot Eijndelijk door godes genadigen zeegen, en hulpe, de victorie aan mijn kant gebleeven is, terwijle de vijanden schandig de vlugt na haar campement naamen; sa„ „daat chan wierd zittende op zijnen Eli „phant beneevens desselvs broeders zoon Dilziaat mhamedchan en meest alle desselvs naast bestaande leevendig gevangen, gelijk ook den sumsom doula chan douroen gewee„ „sene saabagtiaar van 't hindoustanse rijk die zwaar gewond was, zijn zoon en broeder moezaffer chan zijn gesneuveld, dog zijn andere zoon miassoer is leevendig in handen gekoomen, maar hij zelvs is van zijne erlangde worden, des anderendaags overleeden;, wasselie chan„ sadaab chan, Amier Coelie chan, Alie mha„ „med chan, Mier hassanchan, sangena, Assjeraff chan, Agtabaar chan, Ackelnieck chan, Alie achmed chan, sjah daad chan achwaan ferriem Rhaij groot meester van 't geschut, zijn beneevens omtrent 30d' andere bevelhebberen, waar onder 10: â 15: persoonen van 70: tot 40: duijsen„ „den in qualiteijt gereeckend, alle op 't slagveld geblee„ „ven, mhamed sjah, Nussom=ul=molk oppergebieder van zeven der voornaamste plaatsen van decken, en rijxgeneralissimus van hindoustan, commer addien chan attumadouleth /:rijxbestierder/ en./
English
and some other dukes, successfully escaped through the proximity of their camp; this battle lasted two hours, as did the plundering for two of the same, and the sun was still an hour above the horizon when everything was done and the battlefield was abandoned by the enemy. However, I did not deem it advisable to launch an attack on the enemy's fortifications, as they were, as said, too heavily entrenched; the booty that my troops captured that day, of elephants as well as artillery, etc., was extremely great, fully 20,000 men of the enemy had to leave their lives on the battlefield, and a great multitude were taken alive as prisoners; after my troops had caught their breath a little again, we set about constructing counterscarps and bastions all around where the army of Mhamed Sjah lay entrenched, placing a multitude of artillery and mortars opposite the four strongest corners of the camp. But the enemy, having become entirely confused, bewildered, defeated, and fainthearted due to the aforesaid defeat suffered, Mhamed Sjah sent Nussom-ul-molk to me on the 17th of the aforementioned month /: 21st Febr: / with the plea that I might forgive and forget what had happened regarding the aforementioned ambassadors; on the 18th of the same, Mhamed Sjah came to me accompanied by very many prominent Hindustani lords, but since that monarch as well as we are of the illustrious Turkoman lineage, I sent my son Nasser Ulla Miersa outside my camp to receive him; as soon as Mhamedsjah had entered my tent, he surrendered to me the royal signet ring of the Mogul empire. That day he was entertained as a guest by me, and out of the love and respect that crowned heads owe one another, I ordered his tents, women, and timberwork to be placed close to my tent, with that monarch, all his women, and nobles residing here with me in the camp in great esteem and respect; meanwhile, I commanded some troops to go to Ihoen-abaad for garrison duty, who have already taken possession of the said city in my name. On the 29th of this month /: 5th March: /, on Tuesday, I intend to continue my march thither as well, yet my intentions for the welfare of the realm are, for the reason that the repeatedly mentioned king is one of the principal grandees of the Turkoman lineage, to place the crown of the Hindustani empire upon his head once again and to confirm him in his seat. Thousands upon a hundred thousand times thanked be that great and good God, who placed seven seas under the feet of my horse, and forced the proud to humble themselves before me, and caused everything to perish like a man's dream, because all these things occurred through the grace and guidance of the Almighty, without whose holy decree nothing can be accomplished in this entire world; therefore, once again, I fervently thank His Divine Majesty for all these victories. A great part of the captured artillery, elephants, etc., I have sent under the escort of a convoy to Cabul, and you must not be negligent in letting me know the state of the empire as soon as possible, for as soon as I have received and read your letter, I shall issue orders as to which march, whether to Belg or Haraat, must be taken with the aforementioned ammunition, etc., since I do not doubt but that His Highness Assur Chan will have marched to Belg according to my command after the Nouroes festival. You must immediately send the copy of this raqam and the notification of this great victory throughout the entire empire and make it public, so that the eyes of my friends may be brightened by joy and those of my enemies may burst with spite; in the meantime, you may always rely entirely upon our royal favor, but you must above all take the interests of the empire to heart, for whoever has been negligent in his duty, or has deviated from it, shall upon my return see our highest displeasure brought upon his neck and be punished according to merit, whereas, on the contrary, whoever has conducted himself obediently and acquitted himself of his duty shall be showered with our royal favor and grace; written on the 29th of the month Sjekada-tul Haroem of the year 1151, or 5th March Ao 1739. After Nadir Sjah had then stayed for some days in Sjah Jhoen Abaad, some imperial grandees spread the rumor that he had been killed by Mhamed Sjah, which caused such a commotion among the common people that they, as if raving mad, attacked the soldiers of the first-named and killed a good number of them, while the rest fled into the castle. This infuriated Nadir Sjah so greatly that he gave orders to his soldiers to set the entire city on fire, to violate women, and furthermore to murder everything that had received life, proceeding to a certain place to watch this; but while this murder was underway in an inhumane manner, the imperial chancellor Nesa Molmolk escaped his confinement and went to the Persian monarch, with the plea to please retract his order or to take his life with his own hands, whereupon the repeatedly mentioned Nadir Sjah seemed to take some pity, as he immediately ordered his troops on all sides to come to a halt, which was seen brought to an end after the lapse of a few more hours.
Dutch transcription
2296 131. / en Eenige andere hertogen, zijn door de rabijheijd hares campements 't geluckig ontkoomen; dee„ „sen slag heevt twee uuren, gelijk ook twee dittos het plundeeren geduurt zijnde de zon toen alles verrigt, en 't slagveld door den vijand ver„ „laaten was, nog een uur boven den horizon ge„ „weest egter hebbe niet raadsaam g'oordeeld om een aanval op des vijands werken, terwijl als gesegd te sterk verschanst waren, te doen; den buijt die mijn volk dien dag, zoo van Eliphanten, geschut &„a behaald hebben, is uijttermaat en veel geweest, 20000: man ruijm van den vijand heb„ „ben haar leeven op 't slagveld moeten laten, en Een groote meenigte zijn leevendig gevangen; na dat mijn volk weeder een wijnig adem geschept hadde, zijn w'aar het maaken van contterscherpen en bol„ „werken gegaan, rondsom daar 't leeger van mhamed sjah verschanst lag, een meenig „te geschut en mortieren tegens over de vier sterkste hoeken des campements plaatsende dog den vijand door voormelte bekomene neederlaage gandsch confuis, verbouwereert, verslaagen, en flaauwhertig geworden zijnde, heevt mhamed sjah den 17. ' der meer„ „geciteerde maand /: 21:' febr:/ Nussom=ul= molk tot mij gesonden met beede dat het gepasseerde wegens voormelde ambassadeuren vergeeven en vergeeten wilde; den 18:' dittos is mhamed sjah verseld van zeer veele voornaame hindoustansche heeren bij mij gekoomen, dog vermits dien vorst zoo wel als wij van 't doorlugtige geslagte turkamoen is, zoo hebbe mijnen zoon Nasser ulla miersa ter inhaalinge tot buijten mijn leeger geson„ „den; zoodra mhamedsjah in mijn tent gekomen was. / 132. was, heevt hijden Coninglijken zegul ring des mogolschen rijx aan mijn overgegeeven dien dag is hij bij mij vergastereert, en om de lievde en't respect het gunt gecroonde hoovden aan elkan„ „deren schuldig zijn door mij geordonneerd, omme desselvs tenten vrouwen getimmer digt bij mijn tent te plaatsen, zijnde dien vorst alle zijne vrouwen en grooten in groot aan„ „sien en respect hier bij mij in't leeger haar onthoudende; terwijle hebbe Eenig volk ter besettinge van Ihoen= abaad derwaards gecommandeert, die genoemde stad uijt mijn naa„ „me reeds in possessie genoomen hebben, den 29. deser 1:5:' Maart:/ op dingsdag ben gesind mijnen marsch ook derwaards voort te setten, dog mijne gedag„ „ten tot 'srijx wel stand zijn, om reedenen dat meer„ „mel de Coning Een der voornaamste grooten van 't turkamoenische geslagte is, van hem weeder de croon des hindoustanschen rijx opt hoovd te setten en om hem in desselvs zeetel te bevestigen. Duijsenden hondert duijsendmaalen „ge zij „ dankt dien grooten en goeden god, die zeeven zeën onder de voeten van mijn paard gesteld, en den hoogmoedigen gedwongen heevt, haar voor mij te moeten verneederen, en alles doen vergaan, als Eenes menschen droom, de„ „wijl alle deese dingen door de genaade en 't beleijd des almagtigen zijn geschied, zon„ „der wiens heijlig raadslot niet op deese gandsche wereld kan verrigt werden, derhalven dan andermaal zijne goddelijke majesteijt voor alle dese overwinningen vuuriglijk danke. Een groote gedeelte van het overwonnen. 133. 2297 ƒo 13. na dat den Nadir sjah dan overwonnen geschut Eliphanten &„a hebbe onder eenige dagen tot sjah Jhoen abaad 't geleyde van een escorte na Cabul versonden, verblijff gehouden had verspreijden moetende uw niet nalatig zijn omme Eenige rijvergroo„ „ten dat den selver ten spoedigsten de geschaapendheijd des rijks door mhanled sjah om't leeven te doen weeten laten, want zoo dra was gebragt het gunt zodani„ uw briev ontfangen en geleesen hebben zal „gen op schuldin„ „ge onder 't gemee„ ord're stellen wat marsch 't zij na Belg off „ne volk veroor„ „saakte dat desel„ haraat met voorschreeve ammonitie ensz: „ve als verwoed op eerstgemeldens genoomen moet werden dewijl ik niet soldaaten aan„ vielen en Een twijffel en off zijn hoogh:dt Assur chan zal goedgedeelte van dien ombragten, volg=s mijn bevel na 't nouroes feest na mitsg:s d' overige in't Cast:l vlugten Belg gemarcheerd weesen. — peeden dit verbitter„ de nadir sjahgands De copia van dit regam, en de tijd in, zeer des hij zijne krijgsknegten ordra gav, de geheele stad „ge deeser groote overwinninge moet uw in den brand te stee„ „ken vrouwen te terstond door 't gandsche rijk affsendn schenden en voorts alles wat leeven en rugtbaar maeken op dat de oogen ontfangen had te tvermoorden vervol„ mijner vrienden door blijdschap opgeheld: „gende zig tot het aanschouwen van en die mijner vijanden van spijt ber„ dien in een seecke„ „re plaats, dogter„ „sten mogen; jntusschen uwalthoos zig „wijle dit moorden op een onmensche„ volkomen op onse coninglijke genaade vrij „lijke wijse in zwang verlaaten kond, maar uw moet voor al ging, ontsnapte den rijxcamselier de belangen des rijx ter herten neemen, nesa molmolkzij„ „ne regtenisse en want den geenen die nalatig in zijnen begav zig naden persischen vorst pligt geweest, off buijten deselve geweecken (met beede van die zijne ordre dog te is zal bij mijne weederkomste onse hoogswillen jntrecke „ken off hem met „ste ongenade zig op den haalse gehaald zien eijgene handen van t' leeven te beroo„ en naar merite gestraft werden daar ven, waar op den veel mel den Nadir sjah zig eenigsinds en tegen den geenen die zig gehoorsaam ge „scheen te ontfer„ „men, wijl hij ter „draagd en hem van zijnen pligt gekweel„ stond aan alle „kanten zijn volk tot stilstand te bren„ „ten heeft met onse Coninglijk gunste en genaade „gen gelaste, 't gunt men naar verloop van nog Eenige overstroomd werden zal; gesz: den 29. ' der uuren ten eijnde gebragt zag. — maand sjekada=tul haroem des Jaars 1151. off 5:' maart Ao 1739. NB veel./
English
134. the often-mentioned tyrant Welie Wahmed, seeing himself through the fortune of his weapons become the master not only of the entire Hindoustan empire, but also of the immense treasure conquered with the same, had rupees minted there in his name, of which the device on one side reads thus: The Sultan of Sultans of the whole earth, is the King of Kings Nadir, to whom none is equal. and on the other side stands: May God bless the land under his governance, struck in the Imperial Residence city of Tjah Hhoen abaad in the Year 1151. Yet after this accomplishment, he seemed finally and at last to wish to exercise some compassion toward the legitimate monarch of the same, in that, after obtaining everything that he desired, and that was possible for him to transport, he restored the same 135. to his former state with the restitution of the crown and royal signet ring; he also took pity on the exhausted inhabitants of his own empire, exempting them for three consecutive years from all ordinary and extraordinary duties which they were otherwise accustomed to pay; to which end he also dispatched a ragam to his aforementioned son, the viceroy, of such content as appears below. Translation of a royal ragam written by Nadir Sjah or Welie Nahmed from D Hellij in Hindoustan to his son, the viceroy of the Persian Empire, Resa Coelie Miersa, and delivered here in copy on 7 July. At the top of the heading stands: In the Name of the loving and great God, who is Merciful and 136. Gracious. Lower: The Prince's Seal impressed in black ink. Beneath that: In the Name of the almighty, great, and gracious God, who is just and merciful, this decree, which the world must obey, is given unto my dear and highly esteemed son Reza Coelie Miersa, while he may rely upon our royal mercy and keep himself assured thereof, and may he also know that through the merciful assistance of the Almighty I have now become master of the royal residence of Hindoustan called Sjah Ihoen-abaad, as well as of all the other places of that empire; the Mogol Mhamed Sjah, all his grandees of the realm, dukes, radjas, and governors of the Hindouston empire have brought and delivered unto me all that they possessed of jewels, gold, silver, money, goods, elephants, and what more, as well as conducted themselves very obediently in my service; and since I am one of the principal of the illustrious lineage of Turkamoon, as is the aforementioned His Majesty also, and even more so both descended from the Chorakoen, I have for the said reasons bestowed again the crown and the royal signet ring of the Hindoustan empire upon that monarch, and confirmed him de novo upon his royal throne; in return and in recognition of this favor, that monarch has presented us in turn with all places situated on the other side of the river Attok (Indus), 137. of which the principal are Pisawert, Cabul, Chasneijn, Sind, and dependent villages, and Khoeristoen, inhabited by the Azaar Achwaans; which, although against my inclination, upon the great insistence of that monarch, I have finally accepted and taken on for my lands. Since it is consistent with mercy and reason that, as the great and merciful God, who is King of Kings and Lord of Lords, whose pleasure it has been thus to overwhelm me, an entirely helpless and insignificant human being, with His gracious blessing, and has helped me from nothing into such a powerful King, and has moreover delivered kingdoms, places, cities, and strongholds unto me, I should also on my part gratefully reciprocate the received benefit unto the poor inhabitants of my empire, and even more so unto the inhabitants of the Persian Empire, since the same, from the day that the excellent sun (approached) began to give its light, until this present day, have continually aided and helped me with their money, goods, and blood; wherefore, wishing to deliver them from all heavily oppressive burdens and vexations which have been borne by them so patiently, I have thought fit, from the day of the Nouroes feast (21 March of this current year) until the term of three consecutive years, to discharge and exempt them from all ordinary, extraordinary, and imposed duties, specified more fully one 138. by one below, consisting of that which I grant them: The duties levied upon grain and milling. Imposts and duties on horned and unhorned livestock, poll and family taxes, and whatever further depends thereon. Duties of orchards and lands. Poll taxes paid of old by the Armenians, Gawren, Banyans, and Jews, at 55½ mamoedies for each head. Moneys that are required for the recruitment of auxiliary troops must henceforth be paid out of my treasury. That which shall have to be paid by the subjects is the duty concerning the minting of money. The tolls and weighing duties shall have to be satisfied by the native as well as foreign merchants. The leases of the lands etc. belonging to the crown, and all the further duties of the conquered lands, from which two last-mentioned items there shall have to be paid for and maintained the horses for the couriers, as well as such moneys as those men require for their maintenance. You, my dear son, must in respect of this our royal order cause the same to be copied and sent throughout the entire empire, as well as give orders that the same be most obediently complied with strictly by all beglerbegs, dukes, and commanders.
Dutch transcription
134. veelmaals gerepten tiran /:Welie Wahmed:/ zig dan door 't ge„ „luk zijner wapenen de meester ziende van het geheele hindoustan„ „sche rijk, niet alleen, maar ook van den onnoemelijken schat met het selve veroverd, liet aldaar op zijnen naam ropijen munten, waar van 't devijs aan d' eene kant aldus luijd. Den sulthoen der susthoens des gandschen aardbodems, is den Coning der Coningen Nadir, bij wien geen ver„ „gelijken is. en aan de andere kant staat! Gou Zeegene 't land onder zijn bestier geslaa„ „gen in de Keijserlijke Re„ „sidentie stad Tjah Hhoen abaad in't Jaar 1151: Dog na deesen verrigtinge scheen hij Eijndelijk en ten laatsten Eenige meede dogendh:t met den wettigen vorst van het selve te willen gebruijken, door dien hij naar Erlangst van alles 't gunt begeerde, en voor hem te vervoeren mogelijk was den selven met. 2298 135. met het restitueeren van de Croon en Coninglijken zegul ring weder „om in zijnen vorigen staat herstelde; ook erbarmde hij zig over de uijt geputte ingeseetenen van zijn eijgen rijk, deselve alle ordinaire en Extraordinaire geregtigheeden die andersinds gewoon waaren optebrengen, voor drie agtereenvolgende Jaaren quijtscheldende; ten welken eijnde hij dan ook een regam aan zijnen voorwaards gemelden zoon den vice roij carteerde, van zodanigen bevattinge als hier onder blijkt. Translaat van Een Coninglijk regam door den Nadir Sjah off Welie Nahmed uijt D Hellij in hindoustan gesz: aan zijnen zoon den vice Roij van 't persische Rijk Resa Coelie Miersa en in Copia alhier den 7. ' Julij aangebragt. Boven aan 't hoovd staat! Jn den Name van den lievhebbenden en grooten God, die Barmhertig en 136. en Goedertieren is. lager Svorsten Zegul in Zwarten Inckt gedrukt! daar onder. Jn den Name van den almagti„ „gen, grooten, en goedertierenen Godt, die regtvairdig en genaadig is, werd dit gebod, 't gunt de weer Eld te gehoorsamen heevt; op mijnen lieven en hoogwaarden zoon Reza Coelie Miersa gegeeven, terwijle zig op onse Coningl:s genaade gerusten, en hem daar van verseeckerd houden mag ook weete, dat door den genaadigen bijstand des allerhoogsten jk thans van de Coningl: residentie plaats van hindou„ „stan sjah Ihoen=abaad genoemt, jtem van alle overige plaatsen van dat rijk meester geworden ben, den mogol Mha„ „med sjah, alle zijne rijxgrooten, hertogen, radjas, en Gouverneurs van't hindoustonse rijk hebben al 't gunt besaaten van Iuweelen, goud, zilver, geld, goederen Eliphanten, en wes meer bij mij gebragt en overgeleeverd, Item haar zeer ge„ „hoorsaam in mijnen dienst gedraagen, en dewijl jk een der voornaamste van't doorlugtige geslagte turka„ „moen ben, gelijk boven gemelde zijn majesteijt meede is, en nog te meer beijde affkomstig van het Chorakoensche, zoo hebbe om gemelde reedenen de croon, en de Coninglijken zegul ring van 't hindoustansche rijk weeder aan dien vorst vereerd, en hem op zijne coningl: throon de novo bevestigd; in vergeldinge en ter erkentenisse van deese gunste heevt dien vorst wij weeder beschonken met alle plaatsen aan gee„ „ne sijde van de rivier attok /: Indus :/ geleegen „ waar./ 2299 137. waar van de voornaamste zijn Pisawert, Cabul, Chasneijn, sind, en onderhoorige dorpen, en khoeristoen, bewoond bijde azaarsche achwaanen„ 't gunt hoe wel tegens mijn zin op 't groot aanhouden van dien vorst, eijndelijk g'accepteerd, en voor mijn landen aangenoo„ „men hebben. vermits het met de barmhertigheijd en reeden over eenstemmende is, dat dewijl den groo„ „ten en bormhertigen god die koning der koningen en heer der heeren is, wiens welbehagen het geweest zij mij gandsch onvermoogend en nietig mensch dus te overstelpen met zijnen genaa„ „digen zeegen, en mij van niets tot zoo een magtig Coning geholpen, jtem coningrijken, plaatsen, steeden en sterktens aan mij over„ „gegeeven heevt, 'k ook van mijn kand die ontfangene weldaad, dankbaarlijk aan de arme Jngeseetenen mijnes rijx vergelde, en wel te meer aan de bewoonders van het persische rijk, dewijl deselve van den dag aff dat de uijtmuntende zonne /:naderde:/ begonnen heevt zijn ligt te geeven, tot op deesen, huijdigen dag toe, mij steeds met haar geld, goed, en bloed bijgesprongen en geholpen hebben, weshalven dan haar van alle zwaardruckende lasten en knellingen die door haar zoo geduldig gedragen zijn, verlossen willende, hebbe goedgevonden, omme van den dag van't nouroes feest aff /: 21:' maart deses loopende Jaars:/ tot den tijd van drie agter„ een volgende jaaren toe, haarlieden te ont„ „slaan en vrij te geeven van alle ordinaire, Ex„ „tra ordinaire, en opgelegde geregtigheeden, breeder een voor. 138. voor een hier onder gemeld, bestaande 't geene haar schenke in. De geregtigheeden op 't hoorn, en het - gemaal gelegd. Imposten en geregtigheeden van het ge=en= onge=hoornde vee, hoovd en fa„ „milliegelden, en wat daar meer aan de pendent is. geregtigheeden der boomgaarden en landerijen. van ouds her betaalde hoovdgelden door de armeenders, gauwren benjaa„ „nen, en Iooden, â mamoedies 55½ voor ijder hoovd. — - „gelden die tot het werven van hulp„ „troupen benoodigt zijn, moeten voortaan uijt mijn thraesoor betaald worden.— 't geene door d' onderdaanen zal moeten betaald werden is de geregtigheijd wegens 't minten de thols en weegs geregtigheeden zullen zoo wel door den jnboor„ „ling als vreemde cooplieden voldaen werden moeten. — de pagten der landerijen &„a aan de croon gehoorende, en alle de verdere geregtigheeden van de geconquesteerde landen, van welke twee laatstgemelde posten zal moeten betaalden onderhouden werden de paarden voor de postbodems, jtem zodanige gelden als die menschen voor haar onderhoud benoodigen. uw mijn lieven zoon moet opsigt van dese onse Coninglijke ordre deselve doen copieeren en door 't gandsche rijk affsenden, jtem ordre stellen dat deselve stipt door alle beglerbigies, her„ „togen, en bevelhebberen gehoorsaamst naargekomen, van 't geld. — en.