Inventory 2655
Persia · 878 pages · 165 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Java's East Coast the 3rd of May 1745 surrendered to the Creator. We remain with the deepest respect, etc. signed Es Sterrenberg in the margin Samarang The 3rd of May Anno 1745. Register of papers which today by the Senior Merchant and Java's Authority Elso Sterrenberg alongside the council at Samarang are dispatched to their High Excellencies the High Indies Government at Batavia, namely No 1. Original letter from and to as in the heading of this under today's date, 2. Invoice and Bill of Lading of what was loaded here in the bearer of this, the ship 't Huijs te Foreest 3. Expense account of what was provided to the said keel at this roadstead 4. Note of the unserviceable goods packed into two chests and passing with the bearer of this to Batavia 5. A square small chest inscribed Javanese separately for the Native Pay Books for Batavia Samarang the 28th of April 1745. signed P. d. V. Goens, Secretary Batavia From Java's East Coast the 28th of April 1745. Batavia To his High Excellency, the High Noble, Highly Esteemed, Valiant Lord Gustaff Willem Baron van Imhoff Governor-General, and the Noble Lords Councillors of the Dutch Indies The bearer of this, the ship 't Huijs te Foreest, with which we duly received on the 17th current the provisions sent to us through Your High Excellencies' kindness, having been reloaded here with 150 Coyangs of rice, along with some oil, cadjang, and beans, or as much of both as was kept in stock, amounting together to ƒ.13767: along with ƒ58:4. in expenses, for the write-off of which we respectfully request permission; so we take the liberty to send the same back to the capital via Tagal, with orders to the Resident to ship into it as much more rice as can still be transported therewith, and if contrary to our hope it cannot be provided therewith, to let that vessel then sail on with a covering letter to Cheribon to inquire whether there might be any cargo there; but the ship 't Huijs ten Eult, which also arrived here the day before yesterday, and according to Your High Excellencies' honored orders, by letter of the 6th of this month, was also to load rice at Tagal, we had to send to Rembang to fetch a cargo of timber, since Resident Breekpot will at most have so much of the said grain on hand as the first-mentioned keel can still carry, as he notified the first administrator de Clerk by a private letter of the 17th current that the ship Papenburg could carry all the rice that was then in stock there; wherefore we hope and humbly request that Your High Excellencies will be pleased to approve this our arrangement, made today in council, further respectfully noting here that the master of the aforementioned ship 't Huijs ten Eult, Lambert van Schagen, passed away on the voyage hither, and the Chief Mate Arij Deeldekaas currently exercises command thereon; and there is also sent to Your High Excellencies, with the bearer of this, 13029 Spanish reals, which have been successively received from the farmers in that currency since the 23rd of November of the past year, when we also remitted some farm revenues. The Bombardment Galliot Vesuvius, having arrived here the evening before, sailed on to Sourabaija on the 23rd of this month, and is to be followed tomorrow by the ship de Pheenik, which arrived here the day before yesterday, taking with it only 25 Coyangs of rice, for otherwise one would have nothing more to send here for the eastern point. Finally, there also travels eastward on this vessel the widow of the late administrator Siebens, for which she made a request to those who are with deep respect etc. was signed: E: Sterrenberg, W: B: Tenhaghuijs, R: de Clerk, L: Decker, G: W: Kruse, P: De Vos, C: v: Volbergen, I: Kenne, and Wt. do. Heeren; in the margin: Samarang the 28th of April 1745. and underneath: P. S. also enclosed herewith packed in a chest are the Javanese Native Pay Books of the Year 1743/44. Can as above Yesterday evening, the ship 't Huijs te Foreest having arrived here at the roadstead from Samarang, with orders to put into that vessel the remainder of the rice from here, and then to dispatch it further via Cheribon to Batavia, I have therefore shipped in that ship another 62 Coyangs of rice, with its expenses according to the enclosed bill of lading and invoice to the amount of ƒ1811:14:6, being all of that grain that remained here, as I had the honor very respectfully to communicate to Your High Excellencies in my latest report; and thus that vessel now departs from here under my covering letters via Cheribon in order to be able to obtain more cargo there for its remaining open hold space. While, wishing God's blessings, and after very respectful greetings, etc. signed Cornelis Breekpot; in the margin: Tagal the 2nd of May 1745. Register of such papers as are dispatched today by the Senior Merchant and Authority of Java's East Coast Elso Sterrenberg alongside the council at Samarang to their High Excellencies the High Indies Government at Batavia, namely: No 1. Original Letter from and to as in the heading of this under today's date. 2. Copy of Resolutions taken in the Council of Policy at Samarang on the 20th and 28th of the past as well as the 5th of this current month. 3. Seven Petitions from the provisional Lieutenants Jurgen Febre, Hans Gier, and Arnoldus van Sprang, the acting Cornet Daniel Godfried Knuttel, the Under-Major Cornelis Hoffland, the first sworn Clerk Emond Buijk, and the former Master of the Carpenters Willem Nobé. 4. Copy of Petition with an annexed declaration presented by the sailor Cornelis van der Maas to the Council of Policy here. No 5.
Dutch transcription
Van Javas oost Cust den 3„e Meij 1745 schepper overgegaven. venblijven het Eerbiedigste te zijn E„a /:gelettend:/ E„s Sterrenberg /:in margine:/ Samarang Den 3e meij Anno 1745. — Register der papieren welke op heeden door den oppercoopm: en Iavas Gesaghebber Elso Sterrenberg nevens den raad tot samarang werden afgesonden aan haar Hoog Edelens de Hoge Indiase Regeringe tot Batavia, namentlijk N„o 1. Origineele missive van en aan als in den hoofde deses onder huijdigen datum, „ 2. Factuur en Cognoissement van't hier ge„ ladene in brenger deses 't schip 't huijs te foreest „ 3. onkost reekening van het verstrekte aan ged„t kiel te deser Rhede „ 4. Notitie der in twee kassen afgepakte, en met brenger deses na batavia overgaande onbequame goederen „ 5. Een vierkant kassie beschreven Javase apard aan den Inlandse soldij Boeken voor batavia Samarang den 28„e april 1745. /: g:t /: P: d: V: Goens sec=s Batavia Van Javas oost Cust den 28:' April 1745. Batavia Aan sijn hoog Edelh=ts den hoog Ed: hoog agtb: gestr: Heere Gustaff Willem Baron van Imhoff gouverneur Generaal, en d'Edele Heeren Raeden van Nederlands India Brenger deses, het schip 't huijs te fo¬ reest, waarmede wij de ons door uw Hoog Edelens goedheijt toegestuurde benodigtheeden, den 17. e courant, ter verpligting, ontfangen hebben, hier weder ingegeven zijnde, 150. Coijangs rijst, nevens wat olij, Cadjang, en Bonen ofte soo veel als men van het een en ander in voorraad hadde, te samen bedragende ƒ.13767: nevens ƒ58:4. aan ongelden tot welkers afschrijving wij Eerbiedig permissie versoeken; so neemen wij de vrijheijt hetselve na de hoofdplaats te rug te senden over Tagal, met ordre aan den Resident om daarin nog so veel rijst afte scheepen als daarmede nog Tetul: ken 213 Van Javas oost Cust den 28„e April 1745. - kan werden vervoerd, en daar van tegen onse hope, niet voorsien sijnde, dien bodem, met een geleijde briefje, dan te laten voortzeijlen na Cheribon om te verneemen off daar eenige Lading mogte wesen; dog het schip t Huijs ten Eult, het welke hier eer„ gisteren ook aangekomen is, en volgens uw hoog Ed„s g'Eerde ordre, bij missive van den 6„e deser, ook tot Fagel reijst laden soude, hebben wy na Rembang moeten senden, om een Lading hout te halen, aangesien den Resident Breekpot ten hoogsten so veel van gem: graan aan handen sal hebben als eerstgem: Kiel nog kan brengen, als hebbende bij een par„ ticulier brieff van den 17. ' deser aan den eersten administrateur de Clerk, verwittigt, dat het schip Papenburg alle de reijs, die daar toenmaals in voorraad was, konde vervoeren; waaromme wij hoppen en nedrig versoeken, dat uw hoog Edele dese onse, heeden in rade, gemaakte schikking Van Javas oost Cust den 28„e april 1745. schikking, sullen gelieven goed te keuren, hier voorts Eerbiedig notee rende, dat den schipper van voorm: schip 't huijs ten Eult Lambert van schagen, op de herwaards reijse, over„ leden is, en den opperstuurman Arij Deeldekaas daar op thans het gesag voerd; werdende uw hoog Edelens, met brenger deses, ook nog toegesonden 13029. – sp„s realen, dewelke men aan die munt, sedert den 23. e 9ber: A„o pass„o wanneer wij ook eenige pagtpenningen overgestuurt hebben, successive van de pagters ontfangen heeft, Het Bombardeer Galjoot Vesuvius is den 23. deser wanneer het hier 's avonds bevorens was aangekomen, na sourabaija voortgestevend, en staat morgen van het hier eergister g'arriveerde schip d' Pheenik, gevolgd te werden, nemende het schip eenelijk 25. Coijangs reyst mede, want anders hadde men voor den oosthoek hier niets meer te versenden. Eijndelijk vaart met desen bodem ook 215 Van Javas oost Cust den 25„e' april 1745. ook oostijwaards over, de weduwe van wijlen den administrateur Siebens, waar toe zij versoek gedaan heeft aan de geene die met diep Eerbied zijn E=a /:was getekend:/ E: Sterrenberg, W: B: Tenhaghuijs, R: de Clerk, L: Decker, G: w: Kruse P De Vos, C: v: Volbergen, I: Kenne en W„t d„o heeren /:in margine:/ sa„ marang den 28„e april 1745. /: en daar onder:/ P: S: ook gaan hier nevens in een kas afgepakt, de Iavase Inlandse soldij-Boeken 433 van A„o 17/44. Kan als vooren Gisteren avond, het Schip 't huijs te foreest van Samarang alhier ten rheede gekomen, niet ordre, om dien Bodem het restand rijst van hier in te geven, en dan verder over Cheribon na Batavia aftesenden so hebbe in dat schip nog afgescheept 62. Coijangs rijst, met dies ongelden volgens - Van Javas oost Cust den 2. e Meij 1745. volgens nevensleggende cognoissement factuur ten bedrage van ƒ1811:14:6. zijnde al het geene van dat graan hier overgebleven is, so als d'Eere hadde, uw hoog Ed„s by mijn jongste rapport seer Eerbiedig te communiceeren en dus dien bodem onder mijne geleijde schrijvens, thans van - hier over Cheribon afvaart ten eijnde aldaar nog meerder Ladinge, voor zijne nog opene scheepsruijmte te kunnen er¬ langen Terwijle; onder toewenschinge van Gods zeegeningen, en na seer Eerbiedige groete &=a /:getekend:/ Cornelis Breekpot /:in margine:/ Tagal den 2. e Meij 1745. — Register van sodanige papieren als op heden door den oppercoopm: en Gesaghebber van Javas oostCust Elso sterrenberg nevens den raad tot Cama„ rang werden afgesonden aan 217 Van Javas oost Cust den 20„e Meij 1745 aan haar hoog Edelhedens de hoge Indiase Regeeringe iot Batavia, Namentlijk: N„o 1. originele Missive van en aan als in den hoofde deses onder huijdigen datum. „ 2. Copia Resolutien genomen in Rade van Politie tot Samarang op den 20,„e en 28, der gepasseerde item 5:e deser lopende maand, „ 3. seven stux Requesten van de provi„ sioneele Luijtenants Jurgen Febre, Hans Gier, en Arnold:s van Sprang, den pl: Cornet Daniel Godfried Knuttel, den onder Majoor Cornelis Hoff„ land, den eerste getw: Clerq Emond Buijk en den gew: Baas der Timmerlieden Willem Nobé „4. Copia Request met een g'annexeerde verklaring door den matt:s Cornelis van der Maas aan Den Raad van Politie al„ hier gepresenteert No 5.
English
From Java's East Coast, 20 May 1745. No. 5. General requisition of necessities for this Coast, annexed to a separate requisition for the offices of Sourabaija and Passourouang, with a catalog of medicines. 6. Original Solo bill of exchange on behalf of the Batavia burgher Abraham Bogaart. Samarang, 20 May 1745. Signed: R. A. van Goens, secretary. Batavia. To His Right Honourable, the highly noble, right honorable, strictly just Lord Gustaff Willem Baron van Imhoff, Governor-General, and the Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. On the 5th of this month we were honored with Your Right Honourable's missive of 24 April, containing communication of the held lease. Lease. From Java's East Coast, 20 May 1745. Lease of the Javanese Shahbandarships, for which we express our gratitude, and now take the liberty to attach hereto our annual general requisition of necessities for all offices sorting under this Commandment, with a humble request that a prompt fulfillment may follow thereon; no cash being petitioned therein, both because the shahbandars can now suffice by paying their lease moneys in current money, will pay little in Spanish currency, and thereby the order for the remittance of that cash expires of itself, as well as because one can, besides this, obtain enough money here on bill of exchange from free merchants; so that the Batavia burgher Willem Liedel only yesterday insisted that 35000 rds. be accepted as such, and we consented thereto, requesting therefore that the bill granted thereof and accompanying this may be satisfied at Your Honor's side to the orphan master Abraham Boogaard. Concerning the collection of products, Major van Hohendorff communicated on the 7th of this month, by a separate letter, that the delivery of pepper and cotton yarn from the uplands already began in good quantities, therefore requesting of us a harp, and also a person who understands the sorting of the said yarn, wherewith he will be accommodated in the coming days; and as he also proposed therein to have whatever comes from the districts of Banjoemaas and Paemarden delivered to Tagal, we have consented thereto, because that causes the least effort for the supplier. Among the servants, the provisional lieutenant among the dragoons, Ian Swam, recently passed away; wherefore we agreed on 28 April From Java's East Coast, 20 April 1745. agreed to appoint the senior cornet Jurgen Feber again provisionally in his place, and to let him be succeeded by the senior sergeant Daniel Godfried Knuttel; besides which Sergeant Cornelis Hofland was appointed under-major on 3 March of this current year, instead of Ensign Hans Gier, presently being in the expedition to Madura, whom the Commander there, along with Ensign Arnoldus van Sprang, appointed to lieutenant on 22 March, for reasons noted in his daily register under the said date; and as they are all persons of good conduct, we take the liberty respectfully to request Your Right Honourables for their confirmation in those capacities, as they also come to do themselves in the annexed petitions, which are further accompanied by two others, namely one from From Java's East Coast, 20 May 1745. from the first sworn clerk Emond Buijk, and one from the former master carpenter Willem Nobé, the first thereby requesting to be granted burgher freedom here, and the latter to be favored with some retainer for his livelihood, since upon his request made in such manner he was only discharged from the service by Your Right Honourables in the respected missive of 3 April of the past year, and is an old servant of the Honourable Company who thereby fares very poorly; and since the assistant Johannes Sigismond Godschaek requested of us to be allowed to hold the office of first clerk and secretary of justice again, we request permission, in consideration of his good conduct and zeal for that work, to employ him thereto; whilst on the 5th of this month it was also resolved, subject to Your Right Honourables' respected approval, to From Java's East Coast, 20 May 1745. to appoint as adjunct among the dragoons Sergeant Ian Hendrik Domijer, with the addition of an ensign's emoluments, and to advance the assistant surgeon Hendrik Leenkhans to chief surgeon at f 36, at the request of Major van Hohendorff, and to fill the vacancy of Chief Surgeon Arnout Gerritsz., who had been assigned to him, who recently requested Your Right Honourables by petition to be discharged from the service, and, because of his frail physical constitution, is presently idle here; furthermore taking the bold liberty very humbly to submit to Your Right Honourables an application made to us by petition by a certain sailor, by name Cornelis van der Maas, for the relief of a debit on his pay account to the amount of f 493, which was already done at Batavia in the year 1742, because he at that time from Rembang a chaloup with timber to
Dutch transcription
Van Javas oost Cust den 20„e Meij 1745. N„o 5. Generalen Eijsch van benodigtheeden voor dese Custe, annex een aparten Eysch voor de Comp„ toiren sourabaija en Passou„ rouang, met een Cathalog:s van medicamenten „ 6. origineele salo wissel brieff ten be„ hoeven van den Batavias Burger Abraham Bogaart. Samarang den 20. e Meij 1745. /:getekend:/ R: A: van Goens, secretaris, Batavia. Aan sijn hoog Edelh=t den hoog Ed: hoog agtb: gestr: Heere Gustaff Willem Baron van Imhoff, gouverneur Generaal en de wel Edele Heeren Raden van Nederlands India. Den 5 e. deser sijn wij verEerd gewor„ den met uw hoog Ed„s missive van den 24. e april, behelsende Com„ municatie van de gehoudene Tijtul. verpagting 219 Van Javas oost Cust den 20. e Maij 1745 Verpagting der Iavase Sabandharijen waar voor wij onse verpligting be„ tuijgen, en neemen tans de vrijheijt hiernevens te voegen, onsen Jaarlijxen generalen Eysch van benodigtheeden voor alle Comptoiren onder dit Commandement sorteerende met nedrig versoek dat daarop een spoedige voldoening mag volgen; werdende daarbij geen Contanten gepetitioneerd, so om dat de seebandhaars nu volstaan kunnende met hare pagtpenningen in Courant geld te voldoen, weijnig sp„s munt sullen betalen, en daar door de ordre tot de oversending dier Contanten van selfs vervalt, als ter zake men hier, buijten dien, geld genoeg op wissel krijgen kan, van vrije kooplieden; invoegen den Batavias Burger Willem Liedel gisteren nog heeft g'insteert dat men 35000 rd:s sodanig wilde accepteeren, en daar hebben wij in bewilligd, versoekende oversulx dat de daar van verleende en Van Javas oost Cust den 20:e meij 1745 en dese versellende wissel, â Costij, aan den weesmeester Abraham Boogaard mag werden voldaan. Nopens boen insaam van producten heeft den Majoor van Hohendorff den 7. e deser, bij een appart briefje gecommuniceert, dat de Levrantie van Peper, en Cattoene garen, uijt de bovenlanden, al, bi goede parthijen begin nam ons dierhalven ver„ soekende om een harp, en ook om een persoon, die het sorteeren van gen: Garen verstaat, waarmede hij eerstdaags sal gerieft werden; en dewijl hij daar by ook voorstelde om het geene uijt de Districten van Banjoemaas en Paemarden komt, tot Tagal te laten leveren, so hebben wij, om dat sulx voor den Leveran„ hier de minste magte veroorsaakt daarinne bewilligd. uijt de Dienaren is den provisioneel Luijtenant onder de dragonder Ian swam onlangs overleden; wes„ halven wij op den 28. april, sijn overaengekomen . 221J45 Van Javas oost Cust den 20:e april 1745 overgekomen, om den oudsten Cornet Jurgen Feber, weder pl„ in dies plaatse aan te stellen, en dese te laten succe„ deeren door de oudsten wagtmeester Daniel Godfried Knuttel; waar benevens den sergeant Cornelis Hofland op den 3. e maart jo„o leden is aangesteld tot ondermajoor, en stede van den thans in de Expeditie op madure zinde vendrig Hans gier, derwelke den Gesaghebber aldaar, nevens den vendrig Arnoldus van Sprang, sub 22,e Maart tot Luijtenant heeft benoemd, om rederen genoteert by sin Dag= register onder gem: datum; en ver„ mits zy alle personen van een goed comporkement zijn, so neemen wij de vrijheijt uw hoog Edelens Eerbiedig te versoeken om hunne bevestiging in die qualiteijken na het geene zij selfs mede komen te doen, bij de nevensleggende requeste, dewelke nog verseld zijn van twee anderen, als eene van Van Javas oost Cust den 20:e meij 1745. van den eersten getw: Clerq Emond Buijk, en eene van den geweesen baar Timmerman Willem Nobé, versoekende den eerste daar bij om hier in burger vrijdom gesteld, en den laaste, om begunstigd te mogen werden met eenig gagement tot syn Levens onderhoud, also hij op sijne, in diervoegen gedane instratie, door uw hoog Ed„s bij gereverendeerde mis„ sive van den 3.: e april a„o p:o alleenlijk uijt den dienst ontslagen, en een oud Dienaar van d EComp: is, door het seer armoedig mede om„ komt, en vermits den adsistend Johannes Sigismond Godschaek ons versogt heeft, om het ampt van eerste Clerq en secretaris van Justitie weder te mogen bekleden so versoeken wij, uijt aanmerking van syn goed gedrag en yver tot dat werk, permissie om hem daar toe te Emploijeeren; terwijl men den 5. e deser ook heeft geresolvt om, op uw hoog Ed:s g'Eerde approbatie, tot 22347 7 Van Javas oost Cust den 20„e Meij 1745. tot adjunct onder de Dragonders aan te stellen, den wagtmeester Ian Hendrik Domijer, met toevoeging van Vendrigs Emolumenten, en den ondermeester van Hendrik Leenkhans, tot opper„ chirurgijn met ƒ 36. te advanceeren op het versoek van den Majoor van Hohendorff, en tot plaatsvulling van den by hem bescheijde geweest sijnden oppermeester Arnout Gerritsz:, die uw hoog Edelens onlangs by requeste heeft versogt om uijt den dienst ontslagen te weesen, en, om zin debile Lichaams constitutie, hier tans ledig loopt; gebruijkende al verder ook nog seer nedrig de hardiesse uw hoog Edelens voor te dragen, een instantie door seeker mattroos, in Name Cornelis van der Maas, bij requeste aan ons gedaan, tot relevatie van een be„ lasting op desselfs. soldij reek: ten Emporte van ƒ493. , dewelke tot Ba„ tavia in't jaar 1742. algeschied is, ten zake hy toenmaals van Pembang een Chialoup met houtwerken na
English
From Java's North-East Coast, 20 May 1745. transported thither, and there in the roads had the misfortune, during the unloading thereof, to lose a scow, with so much in value, due to a squall, and whereas he, by means of a declaration, although granted by only one person, demonstrates that the skipper Bastiaan Koolmans, there at the same time, fished up and sold a scow with timber, as appears more fully from the petition inserted into the resolution of the 5th of this month and the aforementioned attestation, we cannot refrain from imploring Your High Nobilities' favor for the petitioner, finding ourselves furthermore obliged, with respect to the navigation along the opposite coast, to inquire reverently of Your High Nobilities to whose benefit the proceeds shall accrue of such vessels and goods as are seized here and declared forfeit by the Council of Justice, since this cannot be gathered from the successive orders on that subject, and on the whole we are very embarrassed with the handling of these cases in court and practically unable to comply with the esteemed intention and orders of Your High Nobilities set down in the letter of 29 December last, because there is no one here who can defend the affairs of, or serve as attorneys for, such persons as must appear before that tribunal for the violation of the placard posted everywhere to the aforementioned end; and therefore we must always pass judgment upon such a case the first time it serves, which took place again on the 5th of this month concerning a vessel that arrived at Tagal from Siam and was sent hither in custody by the Resident Breekpot, as will appear more fully in due time from the copy of the judicial resolutions. Therefore, we most humbly request that Your High Nobilities deign to relieve us from this embarrassment. Wherewith we have the honor, etc. Signed: E. Sterrenberg, W. B. Tenhaghuijs, R. de Klerk, L. Decker, G. W. v. Kruse, P. de Vos, C. van Volbergen, J. Benne, and W. d. Heeren. In the margin: Samarang, 20 May 1745. To the same as above. The ship Velsen having returned here to the roads from Rembang yesterday evening, just after the dispatch of our respectful letter, the duplicate of which accompanies this, with a cargo of timber for the Indian headquarters to the amount of ƒ2952:4: as appears from the accompanying invoice and bill of lading, we allow the same to sail on to Batavia under the cover of this, only adding here an expense account of provisions made to that vessel according to the aforementioned resolution, as well as one of what was recently supplied here to the ship the Phenix, the first amounting to ƒ64:4 and the latter to ƒ131:1:6, requesting that we may be authorized to write them off, and finally that there may be settled at the General Office the cost of 20 pieces of blankets and 2 hats of blacksmiths' coal that were recently detained at Sourabaija from the cargo destined for Timor per the brigantine the Ongehoorsaamheijt, amounting to ƒ122:14:8, to be seen in more detail in a small debit invoice also attached hereto. Wherewith we have the honor, etc. Signed: C. Sterrenberg, W. B. Tenhoghuijs, R. de Klerk, L. Decker, G. W. v. Kruse, P. de Vos, C. van Volbergen, J. Benne, and W. t. Heeren. In the margin: Samarang, 21 May 1745. And below: P.S. Attached hereto also goes an expense account of fresh provisions supplied to the bearer of this to the amount of ƒ54, which we likewise request permission to write off. From Java's North-East Coast, 24 May 1745. To the same as mentioned repeatedly. Your High Nobilities' highly esteemed letter of the 5th instant having been delivered to us the day before yesterday, we deliberated upon its contents this forenoon, and have the honor hereby to reply very reverently that the appointment of the Chinese shahbandars as captains over their nation in the places where they are tax farmers appears to us likely to produce many detrimental consequences, because they will not let the matter rest with the authority over their own nation, but want to be the ultimate chief over all natives; just as the Chinese Oeij Tseengko, farmer of Japara, Toedoenang, and the Wallakan, made it clear enough here that he did not pretend to take care of the vessels and laborers who are requisitioned at the said residency for the service of the Honorable Company, and to the administrator's fitting question in response, what the Javanese regent should do there then, he gave the answer that he now had nothing to say there at the office, but was only chief over the Javanese inland. And in that opinion, since it did not seem easy to dissuade him from it, he also departed thither with a note to the Resident Falk, in which he was recommended to use his utmost endeavor to avoid and frustrate all such disputes as might sometimes arise between the regent and the farmer. And we also trust that this will go well, the more so because, should they become estranged over one thing or another, they can quickly request a decision from here and thus be set right again, which with the farmers at more distant offices involves more difficulties and has cost us very much headache in the past year; having to
Dutch transcription
Van Javas oost Cust den 30:e Meij 1743 na costij gevoerd, en, daar ter rheede het ongeluk gehad heeft, bij de ontlos„ sing derselve, een schouw, met soo veel aan waarde, door een travaat, te verliesen, en dewijl hij met een verklaring, hoewel maar door een persoon verleend, komt aan te tonen dat den schipper Bastiaan Koolmans, daar ter selver tijd, een schouw met houtwerken opgevischt een verkogt heeft, breder blijkende by het ter Resolutie van den 5. e deser g'insereert Request, en voorm: at„ testatie, so kunnen wij niet afzijn uw hoog Ed„le Gunste voor den supp=t te imploreeren, ons daar en boven ten aansien van d' Oiverwalse vaart ook nog genood„ saakt vindende uw hoog Ed„s reverente lijk te vragen, ten wiens faveure het proledido komen sal, van sulke vaartuijgen en Goederen als hier aangehaald en bij den raad van Justitie, verbeurt verklaart worden! aangesien sulx 36 Van Java's oost Cust den 20„e meij 1745. sulx uijt de successive ordres over dat subject, niet te ontwaren is, en in het geheel zijn wij met de behandeling van die zaken, in Indicio, seer verlegen„ en genoegsaam buijten staat om te„ voldoen, aan de g'Eerde intentie en beveelen van uw hoog Edelens ter neder gesteld bij missive van den 29:e' xber: jongstleden, dewijl hier niemand is die sodanige personen, als om de overtreding van het, ten fine voorsz:, alomme g'affigeerde plac„ caat, voor dien regtbank verscheynen moeten hare affaires handhaven off als procureurs bedienen kan; in daarom moeten wij altijd, de eerstemaal dat so een zaak dient, daar over vonnissen, het welke den 5:e deser wederom heeft plaats ge„ had, omtrend een vaartuijg, dat van Siam, tot Tagal aangekomen en door den Resident Breekpot in verseekering, herwaards gesonden is, gelijk in der tijd nader sal kunnen blijken uijt de Copia justitieele resolutien 4 Van Javas oost Cust den 20. e meij 1743. Resolutien, oversulx versoeken wij op het onderdanigste dat uw hoog Edelens ons uijt dese verlegentheijt gelieven te redden. waarmede wij d' Eere hebben &=a /:getekend:/ E„s Sterrenberg, W: B: Ten„ haghuijs, R: de Klerk, L: Decker, G: w: v: Kruse, P:r de Vos, C: van Volbergen, J: Benne, en W„ d„ heeren /:in marg:s / Samarang den 20. e mey 1745. Aan als Even Het schip Velsen gisteren avond even na de afsendinge van onse Eerbiedige missive, waar van het duplicaat dese verseld, van rembang hier ter Rheede gereverteert sijnde, met een Lading houtwerken voor de Indiase hoofdplaats, ten Emporte van ƒ2952:4: blijkens nevensgaande factuur en Cognoissement, so laten wij hetselve onder geleijde deses na Batavia voortzeijlen, hier eenelijk nog bijvoegende, een onkostreek: 27 Van Javas oost Cust den 21. ' meij 174 onkostreekening van gedane ver„ strekking aan dien Kiel ter voorsz: Resolutie, van een d„o van het geene hier jongst aan't schip de Bhenix is gesupporteert, bedragende d'eerste ƒ 64:4. en de laaste ƒ. 131:1:6: versoekende om tot dies afsz: te mogen werden gequalificeert, en eijndelijk dat op het Comptoir Generaal mag ver„ evend werden, het kostende van 20: p„s dekens en 2. hoeden smeekalen dewelke jongst tot sourabaija aangehouden zijn, van de na Fi„ mor, per de Brigantijn de onge„ hoorsaamheijt gedestineerde lading emporteerende ƒ 122:14:8. nader te sien bi een factuurtje van aan„ reekening hier insgelijx bijgevoegd. waarmede wij d,' Eer hebben &a /:getekend:/ C„s Sterrenberg, w: B: Ten„ hoghuijs R. de Klerk, L: Decker g: w: v: Kruse, P: devos, C: van Volbergen, v: Benne, en W„t t„ heeren /:in marg:/ Samarang den 21. e meij 1745. /:en daaronder :/ P: s: hiernevens gaat ook nog een onkopreek: van verstrekte vverssing aan brenger deses ten bedrage van ƒ 54: het welke wi almede versoeken te mogen afschrijven. Regster aan Van Javas oost Cust den 24:e Meij 1745. Aan gelijk meermeld. uw hoog Edelens veel geagte missive van den 5. ' Courant, eergister aan ons besteld zijnde, so hebben wij huijden voor de Middag, over dies te„ reur gebesoigneerd, en bij desen d'Eere daarop, sier reverentelijk, te antwoorden dat de aanstelling der Chineese saban„ dhaars tot Capitains over hunne natie, in de plaatsen daar zij pagters zijn, ons voorkomt veel nadeelige gevolgen te sullen baren, om dat zij bij de heerschappije over hare natie niet laten berusten, maar finaal Cheff over alle Inlanders wesen willen; gelijk den Chinees oeij Tseengko, pagter van Iapara, Toe„ doenang en de Wallakan, hier duijde„ lijk genoeg heeft te kennen gegeven niet te pretendeeren de besorging van de Vaartuijgen en Battoors, die ter gem: Residentie, ten dienste van de EComp:e worden gerequireert, en op des gesaghebbers daar op gepaste vrage 1189 Van Javas oost Cust den 24.:' meij 1745. vrage, wat den Iavaans Regent daar dan soude doen! gaff hy tot antwoord, dat die, daar ten Comptoire, nu niets te seggen hadde, maar alleen hoofd oper de Iavanen Landwaards in, was, en in dat gevoelen, vermits sulx niet ligt scheen uijt het hoofd gebragt te kunnen worden, is hij ook derw:s vertrocken, met een briefje aan den Resident Falk, waarbij men die gerecommandeert heeft, om sijn uijtterste devoir aan te wenden, tot vermijding, en verijdeling, van alsulke geschillen, als sig tusschen, den Regent, en den Pagter, somtijds mogten komen op te doen, en wij ver„ trouwen ook dat sulx wel gaan sal, te meer, om dat zij, over het een off ander, in verweijdering rakende, phie„ lijk van hier om desipe versoeken, en so weder te regt gebragt werden kunnen het welke met de pagters, op verder afge„ legene Comptoiren, meer voeten in de aarde en ons, in't gepasseerde Haar„ seer veel hoofdbreekens gekoft heeft; moetende
English
From Java's Northeast Coast, the 24th of May 1745 Furthermore, concerning the request made by the new shahbandar of Candal, tending to the effect that no one should be allowed to offer anything for sale on the markets except the inhabitants of that place, it must be noted down that this, likewise, could impossibly have a good outcome, considering that all the people would before long move away from there, in order not to be obliged to pay as much for their necessities as the servants of the farmer desire for them, just as was already attempted there, and in more places, last year, but was prevented from here in time, to avert the country's total ruin; therefore, this will be presented to the shahbandar amicably, and for the rest, he will be maintained in everything that in any way accords with fairness and the Honorable Company's interest. The Chinese Lie Seengko, Qua Quatko, and Souw Liongko, farmers of Sidayu, Tuban, and Lossari, we have thought fit to grant their requested desas and bazars, although their claim that the same have belonged thereto from of old cannot withstand scrutiny; but on the contrary, we consider it unadvisable that the petitioners Sim Fi-etko and Angtoko, who wished to have possession of the villages Boenghoe and Boeko, be granted fiat on their petitions, since these are two small hamlets situated in the districts of Demak and Goemoelak, whose regents have always enjoyed the benefits that fall there, and which amount to very little, without anyone there ever having known of farmers; wherefore this, in our humble opinion, would in time cause much more prejudice to the Honorable Company than what they offer for it, namely, 500 reals together in an entire year; intending further, for the rest influenced by the repeatedly honored letter, according to duty, to let it serve for our instruction and observance, and concerning the farm of the past year, to report only briefly that the payment thereof is going better than had been thought; for the farmer of Parradessy, who also requested your Excellencies for 4 months' relief, had, because he was strongly dunned before the receipt of the well-mentioned letter of your Excellencies, already paid his entire arrears, and the one of Joana, when he recently intended to slip away and remain indebted to the Honorable Company for 5 months, amounting to 3300 reals, having been overtaken and arrested by the Commander, immediately provided good guarantors to balance his account within 3 months; as appears from the entry in the resolution of the 19th of this month, accompanying this in copy; but the one of Goemoelak, named Thee Iko, was already absent in the month of March, and is still in debit for 9 months or 1350 reals; and since neither he nor his guarantors can be found anywhere here, there will perhaps not be much to expect from that; there are also, not counting those who can be included under the East Point, besides these, still some from whom the money has not yet been fully received, though it is still hoped to obtain the same; except from the old shahbandar of this place, Oey I-enko, who remains sitting here in irons, without anyone looking after him, or making any move to help him back on free feet, as the duty of his guarantors would indeed have entailed. Regarding the rice delivery, we express to your Excellencies our humble gratitude for the favorable approval of the closing of the rivers at Demak and Tanjong; and think that this will not be necessary any longer than until the end of September, since the first regent of Demak recently made an assurance to that effect in a written bond to the Commander, in the presence of the administrators, and has also, for that reason, been restored to his post; and this seems capable of being easily fulfilled this year, considering that the crop now ripening promises a large harvest, as appears from what was noted in the report letter of the 26th of January last. We hope that your Excellencies will be pleased with this respectful report, and will be persuaded that the same has been drawn up with regard to the Honorable Company's interests, and that we are and remain with the highest esteem and fidelity, etc. Signed: E. Sterrenberg, W. B. Tenhaghuys, R. de Klerk, L. Decker, G. W. v. Kruse, C. v. Volbergen, I. Penne, and Wm. Ts. Heeren. In the margin: Samarang, the 24th of May 1745. Register of the separate papers which are dispatched today, by the Senior Merchant and Commander of Java's Northeast Coast, Elso Sterrenberg, to their Excellencies the High Indian Government at Batavia, namely: No. 1. Original letter, from and to, as in the head of this, under today's date. No. 2. Two copy letters from the residents of Rembang and Joana, dated the 14th and 15th of the current month, written to the Commander. No. 3. One ditto letter written by his Honor in reply to the same on the 21st thereafter. No. 4. Copy letter, written on the 30th of April last, by the Rembang resident Van der Brugghen, to the Honorable Commissioner Verijsel, to Sourabaya. No. 5. Two copy letters from Major von Hohendorff at Cartasoera, written to the Commander Sterrenberg, dated the 7th and 14th of this month. No. 6. One ditto ditto dispatched by his Honor to the said Major on the 17th thereafter. No. 7. Copy of a copy letter written by the Honorable Commissioner Verijsel, on the 16th of the past month of April, from Sourabaya to the said Major at Cartasoera. No. 8.
Dutch transcription
Van Javas oost Cust den 24:e mey 1745 moetende voorts, omtrent het gedaan versoek van den nieuwen sabandhaar van Candal tendeerende dat daar niemand op de passers iets mogte tekoop brengen als Inwoonders van die plaats, ter neder„ stellen, dat sulx almede, onmogelijk, een goed eijnde soude kunnen neemen, gemerkt het volk alle eerlange van daar verhuijsen soude, om niet gehouden te sijn, voor hare benodigtheeden so veel te betalen, als de bediendens van den pagter daar voor begeeren, gelijk daar, en op meer plaatsen, A„o P„o, ook al getenteert, dog van hier, in tijds, geweerd is, tot voorkominge van 's Lands totale ruine; oversulx sal den sa„ bondhaar; dit in der minne voorge„ houden, en voor de vest in alles, wdat waar eenigsints, met de billigheijt, en 's EComp:s Interest, overeen komt, gemainc„ tineerd werden. De Chineesen Lie Seengko, qua quatko, en souw Liongko pagters van sidaijde, Toeban en Lossarij, hebben wij goed gevonden hare versogte Dessas en Bezaars, toe te voegen, alschoon haar voorgeven F Van Javas oost Cust den 24:e meij 1745 voorgeven dat deselve daartoe van ouds gehoort hebben, geen ondersoek leijden kan; maar wij vinden daar een tegen ongeraden, dat de supplianten Sim Fi= Etko en Angtoko, dewelke de negorijen Boenghoe en Boeko gaarne in possessie hadden, op hunne requesten fiat werde verleend, nademalen dat twee kleijne ge„ hugten zijn, leggende in de Districten van Damak en Goemoelak, welkers Regenten altoos gegaudeert hebben van de voor„ deelen die daar vallen, en seer weijnig emporteeren, sonder dat men daar wijk van pagters geweeten heeft; waarom sulx, na onse geringe gedagten, in der tijd, veel meer nadeel voor dEComp: soude veroorsaken, als het geene zij daarvoor bieden, namentlijk, 500. realen tesamen in een gantsch Iaar; sullende ons wijders, het overige bij meerm: g'herd schrivens g'influeert, volgens pligt, tot narigt en observance laten strecken, en aangaande de pagt van't verwekene Iaar, nog maar kortelijk melden, dat het met dies betaling beter gaat als Van Javas oost Cust den 24:en meij 1745 als men had gedagt; want den pagter van Parradessij, die mede om 4. maanden relief, aan uw hoog Edelens heeft versogt, hadde, om dat hij sterk gemaand wierde voor den ontfangst van welm: uw hoog Ed„s missive, syn geheele agterstal reeds voldaan, en die van Soana onlangs„ wanneer hij een slippert meende te maken en bliven dE Comp:, voor 5. maanden 3300. realen schuldig, door den Gesaghebb: agterhaald en g'arresteerd zijnde, heeft ten eersten goede borgen gesteld, om syn reek:, binnen 3aanden, te verevenen; blijkens het aangetekende ter resolutie aan den 19. ' deser, hier in afschrift nevensgaande; maar die van Goemoelak in Name Thee Iko, is in de maand Maart al absent ge„ weest, en nog 9 maanden of 1350. realen Debet; en dewijl men hem, off sijne Borgen, hier nergens bevragen kan, sal daar wisschien wel niet veel van te verwagten weesen; ook sin 'er, on„ gerekend degeene die onder den oosthoek begrepen kunnen werden, buijten 57 33 Van Javas oost Cust den 24.:' Mey 1745 buijten dien, nog eenige waar van men het geld nog niet volkomen heeft dog hetselve nog hoopt te sullen krijgen; excepto van den ouden Sabandhaar deser plaatse, oeij I- Enko, die hier in de boeyen blijft sitten, sonder dat iemand na hem omsiet, of eenige beweging maakt, om hem weder op vrije voeten te helpen, gelijk de pligt van sijne borgen egter wel mede bragt. Aangaande de reijs Leverancie, be„ tuijgen wij uw hoogEd„s onse nedrige dank„ baarheijt, voor de gunstige approbatie, van het sluijten der revieren tot Damak en Taenjong; en denken dat sulx niet langer salnodig weesen als tot ult„o september, dewijl den eersten Damaks Regent, daar toe jongst bij een verband= schrift aan den Gesaghebber, ter pre„ sentie van den administrateurs verseekering heeft gedaan, en ook, om die reeden, in sijn functie, weder is hersteld; en sulx schijnt dit jaar ge„ makkelijk nagekomen te sullen kunnen werden, uijt aanmerking dat het thans Van Javas oost Cust den 24. ' mey 1745 thans rijp wordende gewasch een groten oegst belooft, blijkens het genoteerde by apport schrijvens van den 26. ' Iann: jongstleeden. Wij hopen dat uw hoog Ed:s in dit Eerbiedig berigt, genoegen neemen, en gepersucideert zyn sullen, dat hetselve is opgesteld met betragting van 's EComp:s belangen, en dat wij met de hoogmeeste agting en trouwe sijn en blijven d=a /:getekend:/ E: Sterrenberg, W: B: Tenhaghuijs, R: de klerk, L: Decker, G: w: v: Kruse, C: v: volbergen, I: Penne, en W=m T„s heeren /:in marg:/ Samarang den 24. e meij 1745. Register der aparte papieren welke op heeden, door den opper„ coopman, en Gesaghebber van Javas oost Cust, Elsosterren„ berg werden afgesonden aan haar hoog Edelens de hoge Indiase Regeeringe tot Batavia, te weten: N„o 1. origineele missive, van en aan, als in den hoofde deses, onderhuijdige datum No 2 235 G Van Javas oost Cust den 24:e Meij 1745. N„o 2. Twee Copia brieven van de residenten van hembang en toana, in dato 14. ' en 15,' courant aan de heer Gesaghebber geschreven „ 3. Een D„o brief door sijn Ed: in antwoord aan deselve gecarteert op den 21. . daar aan „ 4. Copia brief, op den 30=e april joleden, door den Rembangs resident van der Brugghen, aan d' Edele Heer Commissaris Verijsel, na soura„ baija geschreeven. „ 5. Tueee Copia brieven van den majoor van Hohendorf tot Cartasoera, aan den heer Gesaghebber stervenberg gesz: gedateert 7. e en 14. e deser „ 6. een d„o d„o door sijn Ed: aan gem: majoor afgevaardigt op den 17. e daar aan „ 7. Copia @ Copia missive door den uweE Edel„ Heer Commissaris Verijsel, op den 46. e der gepasseerde maand april, van sourabaija aanged„te majoor en Cartasoera ge„ schreeven. no 8.
English
From Java's East Coast, 24 May 1744 No. 8. Copy in Javanese, and translation into Dutch, of a letter written by the Susuhunan Pakubuwana to the frequently mentioned Lord Commander, and received at Samarang on the 17th of this current month. No. 9. Ditto, ditto, and translation, as above, from the Kudus regent Tumenggung Mangun-nagoro, brought here on the 14th of this month. No. 10. Ditto letter written by the Ensign van Elten appearing at Grobogan, to the Commander and Council here, dated the 14th of this current month. Samarang, 24 May 1745. Collated: R. A. van Goens, Secretary. Separate Batavia To His Right Honorable, the Highly Noble, Right Honorable, Strict Lord Gustaaf Willem Baron van Imhoff, Governor-General, and the Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies. Titles. The Madurese who recently came down again toward the district of Lasem, according to what was respectfully noted in my letter of the 3rd of this month, have since fortunately been beaten and driven out of the redoubts thrown up there by them, by the Residents of Rembang and Juwana, leaving behind many dead and 3 swivel guns that were captured by our forces, after they had also suffered 8 dead among the indigenous military, as is related in detail by the said servants in letters of the 14th and 15th of this month, which clearly show that the enemy was quite strong there and was resisted in good time; whereupon I wrote to them on the 21st ditto to return to their respective residences, and to let Ensign Muller, who is in military service at Rembang, remain with the men that can be spared from their small posts wherever they think he can best keep watch on those who might return from time to time, and prevent an incursion; the Residents also communicating in the latest letter their appointment of Raden Tirtakusuma as regent of Lasem instead of Ngabehi Imbo-wangsa, because the latter, due to his poor conduct, could no longer be kept there as chief; but since Resident van der Brugghen had already written extensively on this matter on 30 April to the Honorable Commissioner Verijsel and sent me a copy of that letter, which is enclosed herewith, I did not answer that point, so as to cause no confusion; trusting that his Right Honorable and Mr. Smout will recommend what is necessary in that regard, just as was done in their letter of 26 April overland to Major von Hohendorff and the Susuhunan regarding Tumenggung Wiraguna and Ngabehi Wira-wongso, the former of whom was dismissed by His Highness and the Major over some committed offenses, and the latter was reinstated in his place; appearing further from the copy of the said Surabaya letter sent to me by von Hohendorff alongside his letter of the 14th of this month, to which a letter on that subject from the prince was also attached; after he had also made known to me on the 7th previously that the rebellious Pangeran Buminoto had asked him for a pardon, with the declaration of being willing to come to Kartasura and submit if this were granted to him by the Major with a written certificate, for which I immediately gave his Honor the order and authority; but the new Regent of Kedu, on the other hand, answered my exhortation to come here again with a complimentary note, the meaning of which one must guess at, seeming to intend nothing other than merely to delay the matter for as long as possible; and since he currently keeps everything in good order in that district, letting everyone who goes thither with a pass to conduct trade pass and repass freely and unhindered, without the slightest hostility being done to anyone, as happened last year, it seems best to me to leave him as he is for now, firmly assuming that as soon as the eastern corner delivers any favorable reports, he will come here and listen to the orders of the Honorable Company. In and around the districts of Pati and Grobogan, it is currently quiet; Ensign van Elten from the last-mentioned place having only reported in a letter of the 16th of this month that Pangeran Mangkubumi, brother of the Susuhunan, had allegedly beaten the rebellious Martapura out of the settlement of Sukowati, and that the latter had lost one leg due to the bursting of his own swivel gun, though this last point still seems to require confirmation; the said officer also sent a wandering Madurese here, along with a Javanese who had incited the people there to hostilities against the Honorable Company, but without proof; for which reason I have had them placed in irons here as civil prisoners for the time being, in order that they may be dealt with in due time according to the state of affairs, with deep respect, with which I have the honor to be, etc. Signed: E. Sterrenberg. In the margin: Samarang, 24 May 1745. To the same as above. The Javanese Bagus Mulia, mentioned in your Right Honor's much esteemed note of 15 February last, having settled his affairs here satisfactorily and having asked me to be permitted to depart again with a letter of safe conduct to your Right Honors, I take the liberty of giving him this respectful note, and have the honor to be and remain, etc. Signed: E. Sterrenberg. In the margin: Samarang, 26 April 1745. Separate. To
Dutch transcription
Van Javas oost Cust den 24. e meij 1744 N„o 8. Copia Iavaanse, en Translaat nederduijtse missive, door den soesoehoenang Paccoeboeana, aan meerm: heer gesaghebber gesz:, en tot samarang ontfangen op den 17. e courant. „ 9. _„o _„o en Translaat, aan als even, van den Coedoes regent Tommongong mankoegoeda, alhier aangebragt den 14. e deser „ 10. d„o brieff gesz: door den tot Grobogan Compeerende vendrig van Elten, aan den Gesaghebber en raad alhier in dato 14e courant Samarang den 24. e meij 1745. /:geleteerd:/ R: A: van Goens, secretaris. Apart Batavia Aan sijn hoog Edelh=t den hoog Ed: hoog agtb: gestr: Heere Gustaff Willem Baron van Imhoff, gouverneur Generaal en deEdele Heeren Raden van neder„ lands India Titul. De Madureesen die jongst weder na het distrut - 237 bt Van Javas oost Cust den 24:e meij 1745 District van Lassum quamen afsakken Eerbiedig volgens het ^ genoteerde by mijn schrijvens van den 3. e deser, sijn sedert, door de resid„t van Rembang en Ioana, gelukkig uijt hun„ ne, daar opgeworpene Benkings geslagen en verjaagd, met agterlating van veele Dooden, en 3. basjes die by de onse ver„ overd sijn, na dat zij, van de Inlandse militairen, ook 8. dooden gekregen hadden, gelijk omstandig, door ged„te bediendens, werd verhaald, bij brieven van den 14„e en 15„e deser, dewelke niet duijster aan„ toonen, dat den vijand daar al vrij sterk geweest, en ter regter tijd, te keer gegaan is; waar op ik haar, den 21:e d„o aan„ geschreven hebbe, om weder na derselver „residentien tekeeren, en den vendrig mul„ ler, die tot Rembang militeerd, met het, van hare Comptoirtjes, te missene Volk, te laten blijven leggen, daar zij denken, dat hij de geene, die somtijds weder te rug komen magten, best gade slaan, en den indrang beletten kan; werdende bij de jongste missive ook door de Residenten gecommuniceert, hare Vaen Javas oost Cust den 24. e Meij 1745. hare gedane aanstelling van den radeen Tirtacoessoema tot regent van Leessum in steede van den Ingabeij Imbo wongso„ also die, om sijn slegte conduite, daar niet langer als hoofd konde gelaten worden, dog vermits den Resident van der Brugghen, dier wegens op den 30. e april reeds breedvoerig aan d' Edele heer Com„ missoris Verijsel gesz: en mij een Copia van dien brief gesonden heeft, die hier nevens legd; so heb ik op dat artic: niet g'antwoord, om geen verwarring te veroorsaken; vertrouwende dat sin uelEd: groot agtb: en de heer smout„ daar omtrent so wel het nodige sullen aanbeveelen, als geschied is, bij derselver schrijvens van den 26. e april, over land aan den Majoor van Hohendorff en den soesoehoenang, ten aansien van den Tommongong Wieragoena en den Ingabeij Wiera-worgto, waar van den eerste door sijn hoogheijt en den majoor„ over eenige begaane mitslagen, afgeset, en den laastgen: weder in dies plaats gesteld is; nader consteerende bij de Copia 239 65 Van Javasoost Cust den 24 e meij 1745 Copia van ged„te sourabaijse brief, mij, door van Hohendorff, toegesonden, nevens sin schrijvens van den 14. ' deser, waar bij ook een brieff over dat onderwerp, van den vorst was gevoegd; na dat hij mij den 7. e bevorens ook bekend gemaakt hadde dat den rebelligen Pangerang Boeminatoe hem om pardon heeft laten versoeken met betuijging, van Gaarne tot Carta„ soera te willen komen, en sig te onder„ werpen, indien hem sulx door den Majoor werde g'accordeert, bij een schrifte„ lijk certificaat, waar toe ik sijn E: ten eersten ordre en qualificatie heb gegeven, maar den nieuwen Regent van de Caddoe, heeft daar en tegen - myne adhortatie tot de herwaards komst, weder met een Compliment briefje, waar van men na de meening wel dient te raden, b'ankwoord; schij„ vende bij denselven niets anders bedoelt te werden, dan om de zake maar te fraineeren so lange als immers mogelijk is, en dewijl hij, in dat District thans alles in goede ordre haud, la„ tende Van Javas oost Cust den 24:e meij 1743 latende een ieder die met een pas derw„s gaat, om handel te drijven, vrij en on„ verhindert passeeren en repasseeren, souden dat iemand, gelijk voorleeden Iaar, de alderminste vijandelijkheijd werd aan„ gedaan, so dunkt mij best, om hem voor eerst waar in sijn wesen, te laten, vast stellende, dat hij, so dra den oost„ hoek maar eenige favorable berigten uijtleverd, wel hier komen, en na d'ordres van dEComp: luijsteren sal. In en omtrent de Districten van Pattij en Grobogan, is het thans stil; 6 hebbende den Vendrig van Elren, uijt laastgem: plaats, bij schrijvens van den 16. ' deser eenlijk berigt, dat den Pangerang Mancoeboemi, Broeder van den soesoehoenang, den rebelligen Martapoera uijt de Negorije Soeka„ wattij soude hebben geslagen, en dat den laastgen: syn eene been had ver looren door het springen van syn eijgen Bas, dog dit laaste schijnt nog confirmatie te verijschen: ook heeft ged„te officier een verdwalend madurees, 5 Van Javas oost Cust den 24:e meij 1741 Madurees hier gesonden, nevens een Iavaan die het volk daar had opgestookt tot vijandlijkheeden tegen dEComp: maar sonder bewijsen; waarom ik deselve alhier, als civiele arrestanten, voor eerst in de Boeijen heb laten brengen ten eijnde inder tijd verder nabevin„ ding van saken te werden gehandelt met diep ontsag waarmede ik d'Eere hebbe mij I=a /:was getekend:/ E„s Sterrenberg /:in marg:s/ Sumarang den 24„e meij 1705. Aan als Voren Den Iavaan Bagoes Moelia, bij uw hoog Edelens veel g' Eerd briefje van den 15. e febr: jongstleden vermeld, sijn affaires hier, na genoegen, verrigt, en mij versogt hebbende om, met een Lettertje van gelijde aan uw hoog Ed„s weder te mogen vertrekken, so neem ik de vrijheijt, hem dit Eerbiedig briefje mede te geven, en heb d'Eere te sijn en blijvx &=a /:was getekend:/ E: sterrenberg, /:in margine:/ Samarang den 26. e april 1745.— Capart. Aan
English
From Java's East Coast the 3rd of June 1745. To the same as aforementioned. We direct this in all respect solely to accompany its bearer, the Palembang Nakhoda Astra Darpa, who arrived here from Cheribon on the 29th of May past with a pass dated the 13th of October last, or 7½ months old, whereby he is permitted to return directly to his place of residence; and since it was suspected that he might well already have been there in the meantime, and perhaps sought to make two voyages with that pass, as he also had entirely different goods on board than are mentioned on his pass, he and his crew have been examined about this, and yesterday in the Council of Justice it was resolved to detain the vessel and cargo here until the truth of what he principally advances for his excuse shall have been demonstrated to us, namely that he is an emissary of the Palembang Sultan, which cannot be discovered from his Cheribon pass, a copy of which is enclosed herewith. Wherefore we very humbly request to be supported in this regard with Your Right Honourables' venerated approval, and here, for further elucidation, also add an extract from the aforesaid resolution. With which we etc. was signed: E: Sterrenberg, W: B: Tenhaghuijs, R. de Klerk, L: Decker, J: W: v: Cruse, P. de Vos, J: v: Volbergen, D: Renne, and W. S. Heeren. In the margin: Samarang the 3rd of June 1745. To the same as frequently mentioned. This serves to accompany the ship 't Huijs ten Eult; which was laden by order of the Honourable Worshipful Council at Samarang and is now sailing directly across to Your Right Honourables, with such reclaimed and purchased timber as is noted within and without the lines, as appears from the invoice enclosed herein, amounting, with the expenses incurred thereon, to the sum of 1685½ reals or ƒ3853:4:— as also, if it please you, may be seen from the accompanying expense account, that which was furnished to this bottom, making a small sum of 16½ reals or ƒ37:4:— with which I have the honour etc. signed: D: W: v: d: Brugghen. In the margin: Rembang the 9th of June Anno 1745. — Register of the papers which were sent today by the Senior Merchant and Commander of Java's North-East Coast Elso Sterrenberg together with the Council at Samarang to Their Right Honours the High Indian Government at Batavia, as follows: No. 1. Original letter from and to the same as in the heading of this document under today's date No. 2. Duplicate letter under date of the 24th of May last from and to the same as just chartered, No. 3. Sealed duplicate separate letter dated the 24th of May written by the Commander to the aforementioned Their Right Honours. No. 4. Copy of the resolutions taken in the Council of Policy at Samarang on the 19th, 24th, and 26th of the frequently mentioned month of May. No. 5. Ditto letters from and to Major von Hohendorff at Cartasura dated the 5th and 6th of the current month. No. 6. Ditto letter to the Tegal Resident Breekpot dated the 5th of this month. No. 7. Ditto written by the Commander to the Adipati Djajadiningrat at Pekalongan and dated the 5th of this month. Samarang the 8th of June 1745. signed: R: A: v: Goens, Secretary. Batavia. To the Right Honourable, Highly Esteemed, Valiant Lord, His Right Honour Gustaaf Willem Baron van Imhoff, Governor-General, together with the Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Title. From Java's East Coast the 8th of June 1745. After the dispatch of our respectful letter of the 24th of May, having successively been honored again with Your Right Honourables' venerated letters of the 13th and 26th of that month, we take the liberty hereby to reply briefly to them, that Your Right Honourables' arrangement made regarding the rice procurement in the lands of Ulujami has dutifully been made known to the Pekalongan Regent as well as to the Resident at Tegal, and the latter has also been instructed to attend to the economizing in the shipping of the products; knowing furthermore, with respect to the requests made to Your Right Honours by the former Shahbandars of Japara and Kalianjer for a gracious remission of their arrears of lease monies, not much else to say than that they most probably did suffer some loss with those leases, according to the statement in their petitions forwarded to us alongside the first-mentioned letter; and since the Regents of Sumbre and Pemalang, and of Brebes, arrived on location last week, requesting the Commander to be allowed to take over the Shahbandar offices in their districts from the Chinese leaseholders, he has condescended thereto on the basis of Your Right Honours' separate letter of the 29th of July of the past year; which can also be regarded as nothing other than a good thing: while we, regarding the tenor of the latter, also very humbly report to Your Right Honours that the cotton which private merchants transport from here is mostly brought in by Palembangers, who arrive here now and then under the name of the Sultan's servants, and perhaps also by other smugglers from that kingdom; for on Java, where in time an abundance of that product will be obtainable, agriculture is not yet properly back underway; however, upon the receipt of the well-mentioned order, we
Dutch transcription
Van Iavas oost Cust den 3„' Junij 1745. Aan gelijk voormeld. Wij rigten desen in alle Eerbied, eenlyk ten geleijde van dies brenger, den Palembangs Anachoda Astra Darpa„ denwelke hier, op den 29. e meij pass„o Cheribon aangekomen is, met een pas van den 13. e laastleden, off 7½ maanden oud, waarbij hem geper„ mitteert word direct na zijn woon„ plaats te rug te keeren; en dewijl men hem suspecteerde, dat hij daar in die tusschen tijd, wel al eens konde geweest zijn, en veelligt met die pas twee voijages sogt aff te leggen, also hij ook gants andere goederen in hadde als op sin pas vermeld staan, so heeft men hem daar over met sijne schepelingen g'examineert, en gester u Rade van Justitie, besloten, om het vaartuijg en Lading hier aan te houden tot dat ons sal gebleken wesen, de waarheijt van het geene hij princi„ paal tot syn verschoning advanceert namentlijk, dat hij een sendeling van 283-6 Van Javas oost Cust den 3: ' Junij 1745. van den Palembangsen Sulthan is, 't welk men uijt sijn Cheribonse pas, hierin Copia nevensgaande, niet kan ontdecken, weshalven wij seer nedrig versoeken om dierwegens met uw hoog Edelens gevenereerd Goedvinden gesterkt te mogen werden, en hier, tot meerder eluci„ datie, ook nog bijvoegen een Extract uijt voorsz: besluijt Waarmede wij ons 8=a /:was getekend:/ E: Sterrenberg, W: B: Tenhaghuijs, R. de Clork, L: Decker, J: W: v: Cruse, P„r de Vos, J: v: Volbergen, D: Renne, en W„ s„ heeren /:in margine:/ Samarang den 3.:e' Junij 1745. Kan, als veel gemeld. Dese dienende ter geleijden van 't schip t Huijs ten Eult; welke ter ordre van den E: E: Agtb: Raad tot Samarang beladen en thans direct tot uw hoog Edelens overvaart, met sodanige herowerde en ingekogte Houtwerken, als binnen en buijten Lijns genoteert staat, blijkens het hier in leggende factuur, ten bedragen - Van Javas Oost Gust den 9:' Junij 1745. bedragen met de daarop gelopene ongelde ad: 1685½. off ƒ3853:4. — so als mede des gelievende te boogen is uijt de nevens gaande onkost Reekening, 't verstrekte aan desen bodem, makende uijt een sommatje van ad„s 1½ off ƒ37:4:— waar mede ik d' Eer hebbe &=a /:getekend:/ D: W: V: d: Brugghen /:in margine:/ Pem„ bang den 9. e Junij A„o 1745. — Register der papieren welke op heden door den oppercoopman en Gesaghebber van Javas Noord oost Cust Elso sterrenberg nevens den Raad tot Samarang werden afgesonden aan haar hoog Edelh:s de hoge Jndiase Regeringe tot Batavia, als; N„o 1. origineele missive van en aan als in den hoofde deses onderhuijdigen datum „ 2. duplicaat missive sub dato 24. meij jongstleden door en aan als even gecarteert, N=o 3. - Van Javas oost Cust den 8:' Junij 1745. N„o 3. gecachetteerde duplicaat apparte brieff op dato 24:e meij door den Heer gesaghebber aan welm: haar hoog Edelens geschreven. „ 4. Copia Resolutien genomen in Rade van Poletie tot Samarang op den 19. e 24. e en 26. der meerm: maand Meij „ 5. — d:o Brieven van en aan den Majoor van Hohendorff tot Cartacoera in dato 5. e en 6. e Courant. „ 6: — d:o Brieff aan den Tagals Resident Breekpot ged:t 5. e desen „ 7. _„o _„o door den Gesaghebber, aan den Depattij Djajadiningvat tot Paccalongan gesz: en gedagteekend 5. e deser. Samarang den 8.:e Junij 1745. /:getekend:/ R: A: v: Goent, secretaris Batavia. Aan den Hoog Edelens hoog Agtb: gestr: Heere sijn hoog Edelh:t Gustaff Willem Bason van: Imtreff gouverneur Generaal, benevens de Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Titul Van Javas oost Cust den 8„e Junij 1745. Na het afgaan onser Eerbiedige letteren. van den 24. e Meij, successive, wederom aseerd geworden zijnde met uw hoog Edelens gevenereerde Missives van den 13. e en 26. e dier maand, so neemen wij de vrijheijt daarop, bij desen, kortelijk te antwoorden, dat men uw hoog Ed„s gemaakte schicking aangaande de rijst procure in de Landen van oeloejamij, so wel aan den Pactalongans regent, als aan den Resident tot Tagal, schuldpligtig, te kennen gegeven, en den laaste ook gere„ commandeert heeft, de behertiging der menage, bij den afscheep der produiten; wetende voorts, ten aansien der, aan uw hoog Ed„s gedane versoeken, door de gewesen Sabandhaars van Japara en Calianjer, om een gratieuse quijt„ schelding van hare agterstallige pagt= penn:, anders niet veel teseggen, dan dat zij, seer waarschijnelijk, bij die pagten wel wat schade geleden hebben, volgens de betuijging bij hare Requesten, ons Titul nevens 247 2 Van Javas oost Cust den 8. ' Junij 1745. nevens eerstgem:e missive toegeschikt; en dewijl de Regenten van Sumbar en Pama„ lang, en van Brebes, voorl: week in loco gekomen zijn, versoekende aan den Gesaghebber om de Sabandharijen, in hare Districten, van de Chineese pagters te mogen overnemen, so heeft hij daarinne gecondescendeert, op funda„ went van uw hoog Ed„s apart schrijvens van den 29. ' Julij A„o p„o; het welke ook niet anders, als voor een goede zaak kan worden aangemerkt: terwijl wij uw hoogEd„s op den teneur der laaste, ook seer nedrig berigten, dat het Cattoen het welke particuliere negotianten van hier vervoeren, meest aangebragt word, door Palembangers, die onder den naam van des sulthans Bed„s, hier nu en dan aankomen, en misschien ook wel door andere sluijkers uijt dat Rijk; want op Jaer daar in der tijd overvloed van dat product sal te be„ komen wesen, is den Landbouw nog niet regt weder aan de gang; egter hebben wij, op den ontfangst van welgem: ordre„ doar
English
From Java's North-East Coast, 6 June 1745: immediately wrote what was necessary regarding this to Cartasoera, as it mostly falls in the uplands, and according to the reply received here today from the Major, it seems that we will likely be able to obtain another parcel from there as well; in the meantime, we shall not fail to have searches made everywhere for this, in furtherance of Your Right Honourables' highly esteemed objective and command. Furthermore, we take the liberty of enclosing herewith the duplicate of our latest letter cited above, with the copies of the Resolutions of 19, 24, and 26 May, in the first-mentioned of which is found described our decision to employ the timber that was already lying in readiness at the beginning of the previous year for a new bridge in front of the lodge, for a new bridge over the river of the Heerenstraat, in place of the irreparable high bridge lying slightly further up, and to make a dam in front of the lodge through the canal, which in any case is already sufficiently overgrown, as well as to adapt the Commander's house within the lodge slightly into a church or prayer hall, for which the Gezaghebber's rented dwelling had previously served; just as, on the 24th thereafter, it was further agreed to rebuild, out of the same fund from which the perimeter wall is being constructed, all the bridges, both large and small, amounting to the number of 48 pieces, that were burnt down in the recent war and otherwise destroyed around this colony; as the Gezaghebber had managed to arrange with the Samarang head Regent Adipattij Soeradimangala that he was prepared to supply the required puttoort for this free of charge, and one will therefore have to bear no other expenses than the timber, nails, and the wages of the carpenters; which will not cause unbearable costs; requesting, very submissively, that Your Right Honourables may be pleased to approve these measures taken by us, in consideration of the fact that all of this is done for the restoration of this place, which had been completely ruined. Concerning the servants, on 19 May we appointed one of our three carpenters as overseer over them, with an increase in salary to f 30 per month, and released the assistant Willem de Beaudoux at his request to the capital per the bearer of this; having to mention also in this passage, to our regret, that following the severe complaints made by Major Tenhaghuijs about various enormous misdeeds of Captain of Horse Schweling, it was resolved to summon him back from Cartasoera to this main office to be called to account for them; and although those difficulties have indeed been settled again in the best manner through the mediation of the Gezaghebber, we nevertheless, judging it ill-advised to leave a man of such scandalous conduct at the Court, where someone should also be present who, in the absence of Major van Hohendorff, can hold the command, thought it proper to send Captain of Horse Decker thither again, and to keep the first-named here under observation, all of which appears in detail in the three resolutions cited above and enclosed herewith; and this morning, upon the further request of Major Tenhaghuijs, it was agreed in our meeting to let the Lieutenant of Diederik Hoff of Schmeling's company administer the funds, as His Honour declared he feared otherwise continually becoming embroiled with the Captain of Horse regarding that matter. The ship Teikop, having been unable to obtain a cargo of timber for Padang at Tagal, arrived here yesterday evening, and was dispatched again this forenoon to Rembang with orders to the Resident to load that vessel as speedily as possible and send it directly back to Batavia. The Residents of Tagal and Joana have also requested permission to close the rivers until the rice for the Honourable Company should be collected, but as we have not been able to grant permission for this, we take the liberty of requesting orders regarding this from Your Right Honourables, who finally, herewith, are also briefly informed that it was resolved today to have the amount of the 1400 Chinese pardon letters sent hither by Your Right Honourables under date of 17 September Anno 1743, amounting to rds 350, paid into the Honourable Company's treasury from the estate of the late Secretary Jacob de Haes, as he received them from the former Commander Theling and, as far as is known to us, never accounted for them, with which etc. Signed: E: Sterrenberg, W: B: Tenhaghuijs, B: de Klerk, G:n: v: Cruse, P: devos, C: van Volbergen, I: Penne, and Aomheeren In the margin: Samarang, 8 June 1745. Register From Java's North-East Coast, 19 June 1745. Register of the separate papers that are sent today by the Senior Merchant and Gezaghebber of Java's North-East Coast, Elso Sterrenberg, to Their Right Noble Honours, the High Indian Government at Batavia, namely: No. 1. Original letter from and to as in the heading of this under today's date. No. 2. Sealed letter from the Honourable Commissioner Verijsel at Sourabaija addressed to the aforementioned Their Right Noble Honours. No. 3. Copy of separate note written by the said His Honour to the Gezaghebber on the 18th of this month. No. 4. Ditto ditto ditto from the said Gezaghebber in reply to the same of today's date. No. 5. Ditto ditto letters from Rembang and Joana dated the 24th and 26th of the preceding, also the 10th and 12th of this month. No. 6. Ditto ditto ditto from Rembang dated 30 May and 1st instant. No. 7. [illegible]
Dutch transcription
Van Javas oost Cust den 6. ' Junij 1745: daar over ten eersten het nodige na Cartasoera geschreven, also hetselve meest in de bovenlanden valt, en na het antwoord van den Majoor hier heden ontfangen, schijnt men van daar ook nog wel een partijtje te sullen magtig worden; ondertusschen sal - men hiermede niet in gebreken blijven, alomme daarna te laten soeken, ter bevordering van uw hoogEd:s veel g'Eerd oogmerk en bevel Wijders nemen wij de vrijheijt hier nevens te voegen het duplicaat, onser hier vorengetiteerde jongste, met de Copia Resolutien van den 19. e 24. en 26:e meij bij welk eerstgen:e beschreven gevonden werd, ons besluijt, om de al in den beginne des voort: jaars, tot een nieuwe Brug voor de Loge, in gereedheijt leggende houtwerken, te Emploijeeren tot een nieuwe Brug over de Revier van de Heere straat, in stede van de een wijnig verder opleggende irre„ parabele hoge brug, en om voor de Lage, door de Gragt, die dog reeds genoegsaam Van Javas oost Cust den 8: ' Junij 1745. genoegsaam toegegroeijd is, een Dam te maken, mitsg„s het Commandeurs Huijs binnen de Lage, een weijnig te approprieeren tot een kerk of gebedezaal waartoe bevorens des Gesaghebbers gehuurde woning gedient hadde; gelijk men, den 24. e daaraan, alverder is overeen gekomen, om alle de in den jongsten Oorlog, afgebrande, en ander„ sints rondom dese Colonie ten Getalle van 48. stux gedestrueerde, so grote als kleene Bruggen, weder op te Tin„ meren, uijt het selfde fonds waar van de ringmuur werd gemaakt also den Gesaghebber, bij den sama„ rangs hoofd Regent Adipattij soera„ dimangala, so veel te wege gebragt hadde dat die bereijd was, de daar toe benodigde Puttoort te leveren, voor niet, en men dus niet anders sal behoeven tebkostigen, als het Hout spijkers, en het huurloon den Timmerlieden; 't welk geen ondragelijke kosten veroorsaken sal; versoekende, seer submies, dat uw hoog Ed„s dese onse Van Javas oost Cust den 8. e Junij 1745: onse genomene maatregulen gelieven goed te keuren, uijt aanmerking dat het een en ander geschied, tot herstelling van dese, gantsch geruineerd geweest zijnde plaats. Concernerende de Dienaren, hebben wij den 19. e Meij, eene van onse drie Gimmerlieden, tot opsiender over deselve aangesteld, met een verhoging van Gage tot ƒ 30. ter maand, en den adsi„ stend, Willem de Beaudoux op sijn ver„ soek per brenger deses na de hoofd= plaats verlost; moetende bij dese periode, ook nog, tot ons leedwesen, aanhalen dat men; op de gedane . hevige klagten, van den Majoor Tenhaghuijs, over diverse en orme bedrijven van den Ritmeester schweling heeft geresolveert, denselven weder van Cartasoera na dit hoofd Comptoir te ontbieden, om daar over te rede gesteld te werden; en alschoon die swarig„ heden, door bemiddeling van den gesag„ hebber, wel weder in de beste rouw geschikt zijn, hebben wij egter, ongeraden oordelende Van Iavas oost Cust den 8:e Junij 1745: oordelende, om een man van so een argerlijk gedrag aan het Hoff te laten wel alwaar ook is had dient te wesen, daar, bij absentie van den Majoor van Hohendorff, het Commando op berusten kan, goedgevonden den Ritm=r Decker weder derwaards te senden, en den eerstgem: hier, onder het ooge„ te houden, alles omstandigen blijkende bij voren aangehaalde drie resolutien, desen bijgevoegd; en huijden morgen, is op het nader versoek van den Majoor Ten haghuijs, in onse vergadering verstaan om den Luijtenant van Diederik Hoff van schmelings Comp:s, de penningen te laten administreeren, vermits sijn E: betuijgde, bedugt te sijn, van anders gedurig, daaromtrent met den Ritm=r gebrouilleert te sullen raken. Het schip Teikop tot Tagal, geen Lading van Houtwerken voor Padang, hebbende kunnen krijgen, is hier gister avond aan„ gekomen, en desen voorde middag weder gedepecheert na bembang met ordre aan den Resident om dien Bodemten spoedigsten te beladen en direct na Batavia te Van Javas oost Cust den 8 ' Junij 1745. te rug te senden De Residenten van Tagal en Toana hebben mede versogt om de revieren te mogen sluijten, tot so lange d' rijs voor d'EComp: soude ingesameld zijn, dog dewijl men daar toe geen permissie heeft kunnen verleenen, nemen wij de vrijheijt dier„ wegens ordre te versoeken van uw hoog Ed„s dewelke eijndelijk, hierbij ook nog met een woord, werd ter kennisse gebragt, dat men heden geresolveert heeft om het bedragen van de door uw hoog Ed:s sub 17. e September A„o 1743. her„ waards gestuurde 1400. p„s Chinase pardon-briefjes, emporteerende rd:s 350, in 'sEComp:s Cassa te laten voldaen, uijt den Boedel van wijlen den secretaris Jacob de Haes, als deselve van den gewesen Commandeur Theling ontfangen, en voor so verre ons bekend is, noijd verantwoord hebbende, waarmede &=a /:getekend:/ E: Sterrenberg, W: B: Tenhaghuijs B: de Klerk, G:n: v: Cruse, P: devos, C: van Volbergen, I: Penne, en Aom„ „ heeren /:in margine:/ Samarang den 8. Junij 1745. Register Van Java's oost Cust den 19:e Junij 1745 Register der aparte papieren welke op heden door den opper„ coopman en Gesaghebber van Iavas oost Cust Elso sterrenberg werden opgesonden, aan haar Hoog Edelh:s de hoge Indiase Regeringe tot Batavia, als N„o 1. origineele missive van en aan als in den hoofde deses onder huijdigen datum „ 2. Gecacholleerde missive van den Ed: heer Commissaris Verijsel tot sourabaija aan Welm: haar hoog Ed: gesuper„ scribeert; „ 3. Copia aparte briefje door gem: syn Edele aan de Heer Gesaghebber geschreven op den 18. e deser „ 4. — d„o — d„o _„o van Ged„te Heer Gesaghebber in antwoord op het selve van hedigen datum „ 5. — d„o — d„o brieven van Rembang en - Joana gd„t 24. e en 26. ' der voorl: item 10. e en 12. ' deser Maand „ 6. — d„o —. o _. o van Rembang gedateert 30.e meij en 1. o courant. No 7 7. . ƒ - - „ „ 0 „
English
From Java's East Coast, the 19th of June 1745 No. 7. Copy of a separate letter from Major van Hohendorff at Cartasoera to the Lord Commander, written on the 6th of this month, No. 8. Copy of a separate letter of the 8th following, served in response thereto by the last-mentioned His Honour, No. 4. Copy of a Javanese and translated Dutch letter from the Susuhunan Pakubuwana to the frequently-mentioned Lord Commander, written and received at Camavang on the 8th of this month, No. 10. Two copy letters from the Lord Commander to the said His Highness, dated the 5th and 18th current, No. 11. Copy of the oath sworn here by the Tumenggung Wiraguna on the 17th of this month. Samarang, the 19th of June in the year 1745. (signed) R. A. van Goens, Secretary. Separate Batavia To His High Honour, the High Noble, Highly Esteemed, Severe Lord Gustaff Willem Baron van Imhoff, Governor-General, and the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. Title. 55 2 From Java's East Coast, the 19th of June 1745. Title. The enclosed letter reached my hands yesterday evening from the Noble Lord Commissioner Verijsel, together with an accompanying note by which I am ordered to forward it to Your High Honours with the greatest speed. Therefore, I have the duty and honour to comply with this without the slightest delay, and at the same time to briefly inform Your High Honours regarding the native affairs here on the coast that on the 30th of May I summoned the former Regent of Lasem, the Ngabehi Imbo Wongso, from Rembang hither, and upon his arrival placed him in custody inside the lodge here without visitors, pending further orders from Your High Honours, because the Resident Van der Brugghen had communicated to me on the 24th of May that he was maintaining correspondence with the enemies, and especially with the rebellious Pangeran of Madura, by whose eldest son, the Raden Tumenggung Sura Smingrat of Sidayu, he was even warned of this; and since From Java's East Coast, the 19th of June 1745 since this corresponded with earlier reports, of which note was made in my recently kept daily register to the eastern corner under the 26th of January, I judged it highly necessary to provide for this, just as I, upon considering that there presently needs to be a regent at Lasem who can be relied upon, have decided to provisionally place the Ngabehi of Caligawe, son of the Chief Regent of Semarang by the name of Soemawidjaja, there, upon the strong insistence of him and his father, the old Adipati Suradimanggala, who at the same time requested that one of his two sons who does not yet hold an office, namely Martadikara, might succeed to the Regent of Caligawe in the former's place; but since there is not so much haste with this latter matter, as that small place can well be taken care of for a month or two by the Regent of Terbaya (being also a son of the Adipati), I have deferred him with that, under promise to recommend his aforementioned two 25 From Java's East Coast, the 19th of June 1745 two sons to Your High Honours' favor, in the manner respectfully done herewith; and I have already sent the first-mentioned to Lasem with orders to the Resident of Rembang to let him provisionally administer that regency, unless the Noble Lord Commissioner Verijsel might have disposed of it, in which case he could send him back hither, but since the Resident had received no orders from His Right Noble and Great Esteem regarding this in response to his letter of the 30th of April, my provisional arrangement took effect; all further appearing from two received and two dispatched Rembang letters dated the 24th and 30th of May, as well as the 1st and 10th of this month; therefore, I request that Your High Honours please confirm the aforementioned Soemawidjaja in that regency, with the title of Ngabehi Sumanagara, for which he has also pressed, and place his aforementioned brother Martadikara in Caligawe in return; From Java's East Coast, the 19th of June 1745. furthermore, the enemy on the side of Lasem is still in constant motion, as can be seen from the latest letter from the Resident of Juwana, dated the 12th of this month, informing me that he has again sent some militia from there to Rembang for that purpose, at Van der Brugghen's request. Regarding the court at Kartasura and the uplands, I presently have no other material worthy of Your High Honours' esteemed attention at hand than that the newly appointed Tumenggung Wiraguna was sent hither by the Susuhunan and Major van Hohendorff to swear loyalty and submission to the Company into the hands of the undersigned, in accordance with the latest peace treaty; and this took place the day before yesterday, further evidenced by the copy letters from both the Major and the Susuhunan, alongside the response thereto, and the form of the oath; it being furthermore reported by the Major in a letter of the 6th From Java's East Coast, the 19th of June 1745 6th of this month that the rebel Mangkunegara appeared with about 600 men, 4 to 5 miles north of Kartasura, and committed all manner of hostilities; therefore proposing to me to have this prevented with a small detachment of military personnel from that garrison, and I, as well as he, judged that useful, as appears from my response of two days later. I have the honour, thus briefly, with deep respect, etc., (signed) Els. Sterrenberg (in the margin:) Semarang, the 19th of June 1745. Register of the papers which on this day are dispatched by the Senior Merchant and Commander of Java's East Coast, Elso Sterrenberg, together with the Council at Semarang, to Your High Honours, the High Indian Government at Batavia, as: No. 1. Original missive from and to as in the header of this, under today's date No. 2. C
Dutch transcription
Van Javas oost Cust den 19. ' Junij 1745 N„o 7. Copia aparte brieff van den Majoor van Hohendorff tot Cartasoera aan den heer Gesaghebber gesz: op den 6:' deser, „ 8. e — d„o d„o d„o op den 8. daar aan door laest gem: sijn Ed: daarop in andw: gedient, „ 4. — d:o Iavaanse en Translaat nederduijdse brieff van den soesoehoenang Pacoeboearia aan meerm: heer Gesaghebber Gesz: en tot Cama„ vang ontf: den 8: desen, „ 10. Twee Copia brieven door den heer Gesag„ hebber aan gem: sijn hoogheijd in dato 5. e en 18. Courant „ 11. Copia van den Eed door den Tommagong Wieragoena alhier afgelegd op den 17. e hujus. Samarang den 19. e Iunij A„o 1745. /:getekend:/ R: A: van Goens, secretaris. — Apart Batavia Aan sijn Hoog Edelheijd den Hoog Edelen hoog agtb: gestr: Heere Gustaff Willem Baron van Imhoff gouverneur Generaal en de Edele Heeren Raden van nederlands Inden Tetul 55 2 Van Javas oost Cust den 19:' Junij 1745. Titul. De inleggende brieff is mij, gister avond van de Edele heer Commissaris Verijsel ter hand gekomen, nevens een geleijde briefje, waar bij mij bevolen word, deselve ten spoedigsten, aan uw hoog Ed„s voort te schikken, dierhalven heb ik de Eere sulx schuldpligtig, sonder de minste uijtstel, na te komen, en uw hoog Edelens, nopens de Inlandse zaken her ter custe met eenen, kortelijk, ter kennisse te brengen, dat ik den Gew: Regent van Lassum, den „ Imbo wongso, den 60. e meij van Rembang Ingubeij „ herwaards ontboden, en bij sijne komst, hier tot nader ordre van uw hoog Ed:s in bewaring gesteld hebbe, binnen de Loge, sonder acces terzake den Resident van der Brugghen, mij den 24. e' meij, hadde gecommuniceert, dat hij met de vijanden correspondentie hield, en wel special met den rebellegen Pangetang van madure, door wiers oudste soon, den Radeen Tommongong soera Smingrat van sidaijoe, hem sulx selfs was gewaarschouwd; en dewijl „ Van Javas oost Cust den 19:e Iunij 1745 dewijl dit overeen quam met vroegere rapporten, waar van aantekening gedaan is, bij mijn jongst gehouden Dag Register na den oosthoek, sub 26. e Jann:, so oordeelde ik ten hoogsten nodig, daarin te moeten voorsien, gelijk ik almede uijt overwe„ ging dat tot Lassum, thans een Regent diend te zijn, daar men op kan betrouwen te rade ben geworden, om den Ingabeij van Caligawve, soon van den Samarangs hoofd= Regent in name Coemawidjaja, daar p:l in te plaatsen op de sterke Instantien van van hem en sin vader den ouden adepattij soeradimangala, denwelken teffens versogt, dat dan weder eene van sijne nog geen bediening hebbende twee soons, namentl: martadikara, tot Regent van Calligawe in den eerstgen:t stede, succedeeren magte„ dog dewijl bij dit laaste so veel haast niet en is, als kunnende dat plaatsje door den Regent van Torbaija /:sijnde ook een soon van den adepattij :/ wel een maand off twee waargenomen worden, so heb ik hem daarmede uijtgesteld, onder belofte van sijn voorm: twee 25 Van Javas oost Cust den 19. ' Junij 1745 twee sonen in uw hoog Ed:s gunste te re„ commandeeren, in voegen bij desen Eer„ biedig gepchied; en ik heb den eerstgem: reeds na Lassum gesonden met ordre aan den resident van Rembang, om hem dat Regent„ schap pl: te laten waarneemen, ken zij d' Edele Heer Commissaris Verijsel daar over mogte hebben gedisponeert, want dat hij hem dan weder herwaards sturen konde, maar vermits den Resident van sin wel Edele Groot Agtb:, dier„ wegens geen ordre bekomen hadde, op syn schryvens van den 30. e april, so heeft mijne provisioneele schikking ef„ fect gesorteert; alles nader blijkende by twee aangekomene en twee afgegane Rembangs brieven de datis 24. e en 30. e men, mitsg„s 1. o en 10. e deser; dierhalven versoeke ik, dat uw hoog Ed:s voorn: Soemawigjaja, in dat Regentschap, met den Titul van Iongabey soemana„ Gara, waarom hij almede heeft g'in steert, gelieven te bevestigen, en desselfs voorwaards gen: Broeder Marta„ dikara, weder tot Callegaive te plaatsen; Zijnde Van Javas oost Cust den 19:' Junij 1745. zijnde voorts den Vijand aan de kant van Lassum, nog in gedurige beweging, gelijk te sien is uijt het jongste schrijvens van den Ioanas resident, de dato 12. e deser, mij be„ rigtende dat hy weder eenige militie ten dien eijnde van daar na rembang. gesonden heeft, op van der Brugghens Versoek. Wegens het Cartasoerase hoff en de bovenlanden, is mij thans geen andere stoffe, uw hoog Ed„s g'Eerde aandagt waarden, aan handen, dan dat den nieuw aange„ stelden Tommongong Wiera Goena, door den soesoehoenang en den majoor van Hohendorff herw:s gesonden is, om dEComp: trouwe en onderdanig„ heijt te sweeren, aan handen van den ondergetekende, overeenkomstig met het jongste vreedens Tractaat; en sulx heeft eergisteren gevolg genomen nader Consteerende by de Copia brieven so van den majoor als den soesoehoenang nevens dies b'antwoording, en het for„ mulier van den Eed:; werdende voorts door den majoor by een brieff van den 60 Van Javas oost Cust den 19:e Iunij 1745 6:e deser, ook nog verhaald, dat den rebel Mancoenagara sig, 4. a 5. mijlen benoorden Cartasoera, met omtrend 600. man der thoonde, en alderhande vijeendelijkheden bedreeff; mij dierhalven proponerende om sulx, met een kleyn detachement militairen, uijt dat Guarnisoen, te doen beletten, en dat heb ik, so wel als hij dien„ stig g'oordeelt, blijkens mijn antwoord van twee dagen later Ik heb diEere, dus kortelijks, met diep ontsag &=a (:getekend:/ E:s Sterrenberg /:in margine:/ Samatang den 19:' Junij 17455. Register der papieren welke op heeden door den Oppercoopman en Gesaghebber van Iavas oost Cust Elso Sterrenberg nev:s den Raad tot Samarang, wer„ den afgesonden aan haar hoog Ed: de hoge Indiase Regeringe tot Batavia, als N„o 1. origineele missive van en aan als in den hoofde deses, onder huijdigen datum No 2 C
English
From Java's North East Coast, the 23rd of June 1745 No. 2. Duplicate missive under date 8th current, dispatched in like manner to Their High Excellencies. 4. Copy of Resolutions taken in the Council of Policy at Samarang on the 8th and 16th current. 5. Ditto letters from the Rembang resident van der Brugghen dated the 8th and 10th of this month. 6. Ditto letter from the head Keijser and the council at Sourabaija dated the 12th current. 7. Three petitions from the ship's carpenter Claas Damwijk stationed at Rembang, item the native Lieutenant Abdul Carim and ditto Sergeant Jamat. 8. Original bill of exchange from Sourabaija for the benefit of the Batavia citizen Lodewijk Kemp. 9. Requisition of necessities, annex two catalogues of medicines for the Sourabaija station and for the service of the second battalion. No. 10. 261 From Java's North East Coast, the 23rd of June 1745. No. 10. Invoice and bill of lading of the cargo loaded into the bearer of this, the ship Vijvervreugd. 11. Expense account of what was provided to the vessel at this roadstead. Samarang, the 23rd of June 1745. signed: R: N: V: Goens, secretary. Batavia To the Right Honourable, highly esteemed and severe Lord, His Excellency Gustaf Willem Baron van Imhoff, Governor-General, and the Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. The bearer of this arrived here on the 12th of this month from Sourabaija via Rembang, with some woodwork for this station and a letter of conveyance from Resident van den Bruggen; and since it was learned from the skipper that he had to go to Batavia, and also that he was only calling at this place by order of the Honourable Commissioner Verijsel to take along some products, 745. From Java's North East Coast, the 23rd of June we have shipped all our supplies with him, namely 125 coyangs of rice 3563 lb of pepper and indigo 514 lb, 3885 amounting together to f 10720:9:8, appearing more fully from the enclosed invoice, to which we also add an expense account amounting to f 191:14.- and humbly request Their High Excellencies for permission to write off those funds. From Rembang, the aforementioned Resident informed us by letter of the 10th of this month of his embarrassment regarding home-country cordage to rig each of the two large barques standing on the stocks there; and at Japara there is a lack of heavy bar iron for the new sawmill, wherewith we can as little accommodate those residents as the servants at Sourabaija with such an excessive quantity of medicines and ammunition goods as are requisitioned from there again by a letter of the 17th current; therefore we take 2163 From Java's North East Coast, the 20th of June 1745 the liberty herewith to transmit a further requisition for the aforementioned and some other goods very much needed here, with a very submissive request for a speedy fulfillment. Concerning the servants, we have at Rembang, at the resident's request, changed the soldier Christoffel Libregt to clerk, and, on account of expiration of time, since he had long performed clerical service, promoted him to assistant with f 20.-; but three other petitions from the ship's carpenter Claas Damwijk, item the Balinese Lieutenant Abdul Carim and Buginese Sergeant Tamat, likewise sent to us by the aforementioned Resident, wherein the petitioners request their promotion, the first to be advanced from master's mate to master, the second from lieutenant to captain, and the third from sergeant to ensign, we have thought fit respectfully to refer to Your High Excellencies, therefore taking the boldness to add the same herewith; further citing that the former Rembang resident, Junior Merchant Pieter Verkerk, on the 16th of this month requested of us in writing to be permitted to depart with his seized goods for Batavia, and at the same time to be furnished with a great number of copied papers named therein; but when his request was in principle granted and it was made known to him that he could depart with his belongings for the capital, provided he first furnished surety for his debit to the Honourable Company, he declared himself so unwilling thereto, and therefore he is to remain here, pursuant to that decision, until Your High Excellencies' further highly honoured orders. Meanwhile, on the aforementioned day, upon his petition made, the overseer in the Honourable Company's armoury, Willem Brouwer, was discharged to the Netherlands, and the master's mate of that workshop, Rudolph van Raden, was allowed to step into his place; and on the 8th prior, the provost Jan Willem Waring was dismissed from that employment on account of his outrageous conduct, with the intention to restore him to his former rank of soldier, in accordance with the deed granted to him provisionally by the Honourable Commissioner Verijsel in the year 1743; but because difficulty was made to take such a person into the military again, it was deemed advisable to change him to sailor; and since he has absented himself since that time without anything being heard of him, we judge it our duty to make respectful mention thereof here; furthermore, at the request of the Sourabaija servants, we let this be accompanied by a bill of exchange amounting to 2600 rixdollars, to be paid, with the pleasure of Your High Excellencies, to the Batavia citizen Lodewijk Kemp, who counted the said moneys into the Honourable Company's treasury at the aforementioned station. Finally, with this we also let
Dutch transcription
Van JIavas oost Cust den 23:e Junij 1745 N„o 2. duplicaat missive sub dato 8. e Courant in selvervoegen aan haar hoog Edelens afgegaan 4. Copia Resolutien genomen in Rade van Politie te Samarang op den 8. e en 16. e Courant „ 5. — d:o brieven van den Rembangs resident van der Brugghen gedateert 8. en 10. e deser „ 6. D„o brieff van het opperhoofd Keijser en den raad tot sourabaija ge„ dagtekend 12. ' courant, „ 1. drie stux requesten van de tot Pembang bescheijdene scheeps Timmerman Claas Damwijk item den Jnlands Lieutenant abdul Carim en d„o sergeant Jamat „ 8. origineele wissel brieff van sourabaija ten behoeve van den Batavias Burger Lodewijk Kemp. „ 9. Eijsch van benodigtheeden, anne & twee Cathal: van medicamenten voor 't Comptoir sourabaija en ten dienste van het tweede Baraillon No. 10 261 Van Javas oost Cust den 23. ' Junij 1745. N:o 10. Factuur en Cognoissement van't geladene in brenger deses 't schip Vijver„ vreugd. „ 11. Onkostreekening van't verstrekte aen den Bodem te deser Rheede Samarang den 23. e Junij 1745. /:getekend:/ R: N: V: Goens, secretaris. Batavia Aan den Hoog Ed: hoog Agtb: gestr: Heer syjn hoog Edelhijs Gustaf Willem Bason van Jmhoff gouverneur Generaal, en de Edele Heeren Raden van nederlands India Brenger deses is, den 12. ' hujus van sourabaija, over Rembang hier aangekomen, met eenige houtwerken voor dit Comptoir, en een geleijde briefje van den Resident van den Bruggen, en dewijl men van den schipper vernam dat hy na Batavia moest, mitsgaders dese plaats, ter ordre van d Edele heer Commissaris Verijsel maar alleen aandede om wat producten; Titul mede 745. Van Javas oost Cust den 23:e Junij mede te neemen, so hebben wi alle onsen voorraad met hem afgescheept, te weten 125. Coijangs rijs 3563: lb: peper en Indigo 5:14 388:5:„ Wte bedragende te samen ƒ10720:9:8:, nader blijkende bij de inclose factuur, daar wij ook nog bijvoegen een onkostreekening groot ƒ 191:14. — en versoeken uw hoog Edelens oodmoedig om permissie tot afschrijving van die penningen. Van Rembang heeft voorm: Resident ons, bij schrijvens van den 10. e deser, te kennen gegeven syn verlegentheyt om vaderlands touw- werk, tot het toetakelen ider aldaar op stapel staande twee grote barquen, en tot Japara is gebrek aan swaar staaff= ijser voor de nieuwe zaagmolen, waar„ mede wij die residenten also min gerieven kunnen, als de Bediendens tot Sourabaija met so een excessive quantiteijt medicamenten en ammonitie goederen, als van daar wederom ge„ petitioneerd worden, bij een brief van den 17. e Courant, oversulx neemen wij 2163 Van Javas oost Cust den 20:e Junij: 1745: wij de vrijheijt hiernevens wederom te laten afgaan een naderen Eijsch, van het voorsz: en eenige andere, hier seer be„ „nodigde goederen, met seer submis ver„ soek, om een spoedig voldoening. De dienaren betreffende, hebben wij tot rembang, den soldaat Christoffel Libregt, op des residents versoek, tot pennist ge„ changeert, en, mits tijds Expiratie, dewijl hij allange penne dienst gedaan hadde, gevordert tot adsistend met ƒ20. , maar drie andere requesten van den Scheeps Timmerman Claas Damwijk, item den Balijs Lieutenant Addul Carom„ en Boeginees sergeant Tamat, ons door voorsz: Resident mede toegeschikt, en waarbij de supp„tn om haar bevondering versoeken, den eerste om van moester„ knegt tot Baas, den tweeden om van Lieutenant tot Capitain, en den V. e om van sergeant tot vendrig g'avanceert te mogen werden, hebben wij goed ge„ vonden reverentlijk aan uw hoog Ed„s te renvoijeeren, dierhalven de hardiesse gebruijkende, deselve hiernevens te .. - vglln 7 Van Javas oost Cust den 23„e Junij 1745. te voegen; onder verdere aanhaling, dat den geweesen, Rembangs resident, den ondercoopm: Pieter Verkerk, op den 16. e deser schriftelijk aan ons versogt heeft, om met sijne g'arresteerde Goederen, na Batavia te mogen vertrecken, en teffens gemunieert te werden, met een meenigte Copia papieren, daarbij opgenoemd; maar wanneer hem zijn versoek, ten prin„ cipalen, g'accordeert, en te verstaan gegeven was, te weten dat hij, met het sijne, na de hoofdplaats vertrecken konde, mits alvorens borge stellende voor sijn Debet aan d'EComp:, so ver„ klaarde hij, daar toe sodanig om willig te zijn, en daarom staat hij hier, ingevolge van dat besluijt te blijven tot uw hoog Edelens nadere hoog g'Eerde ordre Ondertusschen heeft men den op„ siender in 's EComp:s Wapencamer, Willem Brouwer, ten voorsz: dage, op sijn gedane instantie, na Nederland verlost, en den Meesterknegt van die winkel, Rudolph van Raden, weder in zin - 7 265 Van Javas oost Cust den 2 en Junij 1745. sijne plaats laten optreden, mitsgaders op den E. bevorens den geweldiger, Ian willem waring om sijn enorm gedrag„ van dat Emploij ontslagen, met Intentie om hem weder in zijn vorige qualiteijt van soldaat te stellen, overeenkomstig met de, door d'Edele Heer Commissaris Verijsel, in't jaar 1743. , temporeel aan hem verleende acte; dog om dat ter swa„ righeijt gemaakt wierde, so een subject weder onder de militie te neemen, wierd men te rade hem te changeeren tot Mattroos; en dewijl hij, sig sedert die tijd heeft g'absenteert, sonder dat men iets van hem komt te horen, oordeelen wij het van onsen pligt, daar van hier Eerbiedig meutie te maken, latende voorts desen op het versoek van de sourabaijse Bed„s, nog versellen van een wisselbrieff, groot rd„s 2600. om met believen van uw hoog Edelens, afbetaald te werden aan den Batavias Burger Lodewijk Kemp, die ged„e penningen ten voorn: Comptoire, in 's EComp:s Cassa geteld heeft. Eijndelijk laten wij ook, met dese N —
English
From Java's North East Coast, the 23rd of June 1745. by this vessel, as unfit due to a lameness in his left arm, the soldier George Andries Gieser, and remain with deep respect, signed, E.s Sterrenberg, W: B: Tenhaghuijs, B: d: Klerk, G: w: v: Cruse, P: de vos, C: van Tolbergen, I: Penne, and W.s T.s heeren in the margin: Samarang, the 1st of June 1745. To the same as before. The ship Peckop now crossing over to Your High Excellencies, I have, by order of the Honorable Worshipful Council of Samarang, laden it with such timber for the factory at Padang as has indeed been possible to supply from what was on hand here to fulfill its requisition, amounting, with the expenses incurred thereon, to 633 rixdollars and 24 stivers or 1520 guilders and 8 stivers, as appears from the accompanying invoice and properly signed bond, further accompanied by a small expense account of what has been furnished to that vessel, amounting to 18 rixdollars and 72 stivers or 43 guilders and 16 stivers. With which I have the honor to remain with deep respect, was signed, 267 From Java's North East Coast, the 2nd of June 1745. was signed, D: W: V: d: Brugghen in the margin: Rembang, the 27th of June 1745. Register of such papers as are dispatched this day by the Senior Merchant and Commander of Java's North East Coast, Elso Sterrenberg, together with the Council at Samarang, to Their High Excellencies, the High Indian Government at Batavia, namely: No. 1. Original missive from and to the same as in the heading hereof under today's date. 2. Copy of Resolutions taken in the Council of Policy at Samarang on the 23rd and 30th of the preceding, as well as the 4th of this current month. 3. Original Judicial Resolutions entered in the Civil Rolls from the 24th of March to the 3rd of this month, inclusive. 4. A bundle of original annexes relating thereto. 5. Original Resolutions taken in the Court of Justice on the Criminal Rolls, since the 26th of May to the 16th of June, inclusive. 6. A bundle of original annexes belonging thereto. No. 7 1. From Java's North East Coast, the 6th of July 1745. No. 7. Copy of a letter written to the Rembang Resident van den Brugghen on the 1st instant. 8. Two petitions from the provisional Ensign Otto Camphuijsen and the Lieutenant of Artillery Coenraad Willem d'Haas. 9. Original bill of exchange for the benefit of the town surgeon Paulus van den Bogaard. 10. Roll of names of persons running on a debit account here, whose formal accounts are requested. 11. Two pay accounts of the Junior Merchant Verkerk and Lieutenant van den Broek. 12. Inventory of the goods of the aforementioned Junior Merchant Verkerk, who is arriving under arrest. Samarang, the 6th of July 1745. was signed, K: A: V: Goens, Secretary. aside: Note: here enclosed also lies a separate missive of today's date. Batavia. To the High Noble, Highly Worshipful, Strict Lord, His High Excellency Gustaff Willem, Baron van Imhoff, Governor-General, and the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. Title 269 From Java's North East Coast, the 16th of July 1745. By Corporal Anthony Rijkers, together with 2 European and 4 native soldiers, for the conveyance of the arrested Junior Merchant Verkerk. On the 28th ultimo we were honored with Your High Excellencies' revered missive of the 12th prior, and having deliberated on it two days after date, we now take the liberty of answering the same, and first of all to thank Your High Excellencies very humbly for the obtained permission to write off the incurred expenses, both on account of supplies provided successively to the ships that have been at Tegal, Kuala Demak, and here, as well as the sums which, according to our calculation, the carpentry of the maintained shops for the saddlemakers and blacksmiths will amount to; item the requested construction of a resident's dwelling at Demak aforesaid; as also for that which Your High Excellencies have been favorably pleased to approve regarding our further minor transactions, with the serious assurance that we shall dutifully observe the orders and recommendations prescribed to us in the said missive with all diligence and attentiveness; having pursuant Title to From Java's North East Coast, the 6th of July 1745. thereto immediately given the necessary orders to the subordinate factories to conduct an inquiry as to whether any Javanese carpenters can be persuaded to work in Batavia during the good season, after one had already attempted such locally in vain, as those people can live richly here with their families from their ordinary daily wage, being two schellingen, and can get plenty of work, now that one is so busy here, not least to restore the colony somewhat, especially in the Chinese campong, having no desire for it at all. Regarding the petition presented to Your High Excellencies by the Chinese shahbandar of this place, Nie Inko, for the procurement of the toll gate Congalan, or properly Oenarang, and 24 Chinese for his service exempt from poll tax, we have the honor most humbly to report to Your High Excellencies that his attorney Ten Tsjanko, as soon as Captain Que Jonko had returned from Batavia, immediately entered into possession of the said toll gate.
Dutch transcription
Van Javasoost Cust den 23„en Junij 1745. dese Bodem, als onbequaam door een lammigheijt aan syn Linkerarm overvaren, den soldaat George Andries Gieser, en blijven met d=m /: getekend:/ E„s Sterrenberg, W: B: Tenhaghuijs, B: d: Klerk, G: w: v: Cruse, P: de vos, C: van Tolbergen, I: Penne, en W„ T„ heeren /:in margine:/ samarang der 1. o Junij 1745. — Aan als voren. 'T schip Peckop tans io uw hoog Edelhedens over„ stevende, hebbe ik ter ordre van den E: E: agtbaren Raad van Samarang, beladen met sodanige houtweken voor't Comptoir Padang, als immers in voldoening diers Eysch: uijt de hier aan handen zijnde is mogelyk geweest, ten bedragen met de daarop gelopene onkosten van rd„s 633: 24. stver: ofte ƒ1520. 8. stver: blijkens uijt de nevens„ gaande factura en behoorlijk geteijkend verband schrift, nog verseld met een onkost. reekeningje van't geene aan dien Bodem ver„ strekt is groot rd„s 18. 72. stver: of ƒ 43: 16. stver: Waarmede ik d' Eer hebbe mij met d=o /:was getekend/ 267 Van Javas oost Cust den 2„e Junij 1745 . /:was getekend:/ D: W: V: d: Brugghen /:in margine:/ Rembang den 27„e Junij 1745. Register van sodanige papieren als op heden door den oppercoop: en Gesaghebber van Javas oost Cust Elso, Sterrenberg nevens Den Raad tot Samarang, werden afgesonden aan haar hoog Ed„s de Hoge Jndiase Begeringe tot Batavia, te weten. N:o 1. Origineele missive van en aan als in den hoofde deses onder huijdigen datum „ 2. Copia Resolutien genomen in rade van politie tot samarang op den 23. e en 30. e der voorlede item 4. e deser lopende maand „ 3. Origineele Justitieele Resolutien ter diviele Rolle genomen van den 24. e Maart tot 3. o deser inclusive „ 4. Een bondel origineele Bijlagen, daar toe relafief „ 5. Origineele Desolutien in rede van Justitie ter Crimineele Rolle genomen, sedert den 26. e meij tot den 16. e Junij insluijs „ 6. Een bondel daar tapgorende, origineele Bijlagen N o 7 1. Van Javas oost Cust den 6.:' Julij 1745. N„o 7. Copia briefje, aan den rembangs resid„t van den Brugghen op den 1. e Courant geschreven. 9 „ 8. Twee requiesten van den pl: Vendrig Olto Camphuijsen, en den Luijtenant Een Arthillerije Coenraad Willem d' Haas. „ 9. origineele Wisselbrieff, ten behoeve van den stads Chirurgijns Paulus van den Bogaard. „ 10. Naam rolle van personen, Welke hier op schuldreekening lopende hare formeele reek: versogt worden „ 11. Twee p„s soldij reeq: van den ondercoopman Verkerk, en Lieu„t van den Broek „ 12. Jnventaris der Goederen, van den en arrest overkomende voormelde ondercoopman Verkerk. Samarang den 6. e Julij 1745. /:was gelekend:/ K: A: V: Goens sec„l /:ter zeijde:/ NB: hier nevens legt ook nog een aparte missive van huijdigen datum Batavia. Aan den hoog Edelen Hoog agtbaren gestrengen Heere syn hoog Edelheijt Gustaff Willem Baron van Jmstoff gouverneur Generaal, ende Edele Heeren Raden van nedert:s Jndia Titul 269 Van Javas oost Cust den 16:e Julij 1745: P„r den Corporaal anth: Rijkers nevens 2. Euro„ peese 9 4. Jnlandse soldaten ter bestelling van den g'arresteerde ondercoopm: verkork Wij syjn, den 28. e pass„o verEerd geworden, met uw hoog Ed:s gereverendeerde missive van den 12. e bevorens, en daar over, twee dagen na dato, gebesoigneerd hebbende, so neemen wij de vrij„ heijt deselve tans te b'antwoorden, en uw hoogEd„s voor aff, seer nedrig te bedanken, voor de verkoegene permissie tot het afboeken der Gevallene ongelden, so wegens gedane verstrekking aan de successive tot Tagal Qualladamak en hier aangeweest zijnde schepen, als de sommetjes welke de aantim„ wering der onderhoudene Winkels voor de zaedelmakers en van smits; na onse ge„ maakte calculatie, sullen komen te bedragen; item de versogte extructie van een residents Woning tot Damak voorm:, gelijk ook voor het geene uw hoog Ed„s, van onse verdere geringe behandelingen, gunstelijk hebben gelieven goed te keuren, onder serieuse ten versekeringh betuijging dat wij de ons, bi ged„te missive voorgeschrevene ordres en recommendatien met alle ijver en oplettendheijd, schuldpligtig in af neemen sullen; hebbende ingevolge Titul van Van Javas oost Cust den 6.:' Julij 174:5: van dien, ten eersten na de subalterne Comptoiren de nodige ordre gegeven tot het dog van enqueste of 'er geen Javaanse timmerlieden te beweggn zijn, om gedurende het goede saijsoen, tot Batavia te werken na dat men sulx, in loro, al vrugteloos hadde getenteert, also dat volk hier van haar ord:e daggeld, zijnde twee schellingen met derselver familjen, rijkelijk bestaan„ en over vloedig werk krijgen kunnende, nu man hier so besig is niet boven om de Colonie wat weder in staat te brengen Voornamentlijk in de Chineese Campong in't geheel daar toe geen sin heeft. Betreffende het versoek schrift door den Chinees sabenidhaar van dese plaats, Nie Jnko, aan uw hoog Ed:s gepresenteert, ter ob„ tenue van de Tolplaats Congalan, of eijgentlijk oenaerang, en 24. Chineesen tot desselfs dienst vrij van hoofdgeld, heb„ ben wij de Eere uw hoog Ed:s ganshouder„ danig te berigten, dat desselfs gemagtigde Ten sjanko gem: Tolplaats, al ten eersten, so dra den Capitain que Jonko maar van Batavia was terug gekomen. in
English
From Java's North East Coast, the 6th of July 1745. obtained possession, and never made a request for those 24 Chinese, because otherwise such would not have been refused him at all, even if he had desired a much larger number on that basis; wherefore he has troubled Your Right Honourables as unnecessarily with this as with his stated difficulties concerning the granting of passes, just as if some impropriety took place regarding that, to the detriment of trade, seeing that all the Chinese who wish to be provided with passes merely have to address the Captain of their Nation, who then sends his letter with a name list to the office to collect them, so that it is known to him what is going on among them and where they wander; as that has always been customary and is also necessary, for no one could be so secretly thwarted by him in his intentions without it being discovered. On the other hand, the request of the former Tanjong shahbandar merits more reflection, because what he states concerning his suffered damage is not incredible, as can also be gathered from our modest letter of the 8th of April last. Furthermore, the former Semarang farmer Oeij-Enko has been set at liberty, with the recommendation that he must satisfy the Honourable Company as soon as possible, to which end he has promised to make all his best efforts. But we have tried in vain to persuade the former Rembang resident Verkerk to discharge his debt to the Honourable Company, since he persists in his alleged insolvency, stating furthermore that one may deal with him as one pleases, as Your Right Honourables, if it please you, will find recorded in detail in our aforementioned Resolution of the 30th of June, by which it also appears that, for that reason, one was not only compelled, in dutiful compliance with Your Right Honourables' venerated order and arrest, to send him over herewith, but before that also to charge him with the payment of 70 koyangs of salt, which he, as a melted-away lot, had written off upon the approval of this administration at the recently closed trade books, without having informed us thereof, much less requested permission for it; and that salt has been charged to his account at 23 rixdollars the koyang, or 1610 rixdollars. And because he has so much rubbish with him, among which a large quantity of coconut oil, so that for that, and for his own transport, a pantjallang and two mayang prahus had to be hired for 112 rixdollars according to what was agreed the day before yesterday, he is now, apart from the overdue lease monies of Passum, truly indebted to the Company in the amount of 5250:5:— rixdollars. We have seriously pointed out Your Right Honourables' justified displeasure to the present resident Van den Brugghen in a letter of the 1st of this month, and exhorted him to his duty; and concerning this residency we have briefly to note further that Major Ten Haghuijs, with the two companies of dragoons garrisoned here, currently being 72 heads on the first establishment, is to depart for Rembang this very day, in accordance with what was determined in council with us the day before yesterday upon the order of the Honourable Commissioner Verijsel, granted to the Commander by separate missive of the 28th ultimo, and of which a further respectful report is made to Your Right Honourables by separate letter; on which occasion it was also deemed necessary by us to appoint another officer in the Infantry, and to that end Sergeant Otto Caemphuijsen was provisionally promoted, because Cornet Jan Hendrik Abraham, now coming from the Land of Pattij to Rembang to join his corps, was replaced by Ensign Jan Paul Koen, and thus no more officers of the Infantry would be kept here than Captain Van Kruse and two ensigns. Therefore we request that Your Right Honourables may be pleased to take into favourable consideration the accompanying petition of the aforementioned provisional officer, as was done to our special obligation regarding the gentlemen who were recently proposed by us, for which we thank Your Right Honourables very humbly, and especially in the name of the secretary Vgoens, who was promoted to junior merchant, as he requested us to do so. We also take the liberty of presenting to Your Right Honourables herewith a petition from the Lieutenant of the Artillery Coenraad Willem de Haas, addressed to Your Right Honourables, with the request for his discharge to the Netherlands on account of his bodily ailments, which appear incurable to him here; and Lieutenant Bartholomeus van den Broek is to cross over to the capital in the next few days with the duplicate of this letter, in compliance with Your Right Honourables' highly esteemed order, as he recently already arrived here with the Commander from the Eastern Salient. Our proceedings regarding judicial matters since the 24th of March can furthermore be distinctly traced in the accompanying two bundles of original trial papers, and besides the criminals we also have the peranakan Chinese Intje Oesman cross over thither, who on the 4th of June was chained in irons for the rest of his life for various acts of violence, and regarding the civil documents
Dutch transcription
271 Van Javas oost Cust den 6„e Julij 1745 in possessie gekregen, en om die 24. Chineesen nooijt versoek gedaan heeft, dewijl hem sulx anders, in't geheel niet soude gewijgert syn geworden, al begeerde hij ook een veel groten getal op dien voet; weshalven hij uw hoogEd:s daarmede also onnodig is lastig gevallen, als met syn te kennen gegevene swarigheden, over het verlenen der passen, even als off daar omtrent eenige inconqruitijt plaats hadde, tot nadeel in de Negotie, aangesien alle de Chineesen dewelke van paken voorsien willen zyn, sig maar by den Capitain van hare Natie hebben te aeddresseeren, en die send sijn schrijven dan met een naamlijst op het Comptoir om deselve te halen, ten eijnde hem bekend zij, wat onder haar omgaat, en waar zy swerven; gelijk dat altoos gebruijke„ lyk geweest, en ook noodsakelijk is, kun„ nende niemand door hem, in syn voor„ neemen so geheym gedwarsboomt worden, of men sonder wel agter komen: daar en tegen meriteert het versaek van den geweesen Tanjongs saband haar meerder reflexie, door dien het geene hij, wegens sijn Van Javas oost Cust den 6:e Julij 1745. sijn geledene schade, te kennen geeft, niet ongeloofwaardig is, invoegen ook al kan gemaakt worden uijt onse geringe Let„ teren van den 8. e April jo„oleden; sijnde voorts den gewesen samaranijs pagter oeij- 7- Enko„ op vrije voeten gesteld, met recommendatie om d'E: Comp. e so dra mogelijk te moeten voldoen, waar toe hy beloofd heeft, alle sijne devoiren aante wenden. Maar den gew: Rembangs resident Verkerk, hebben wij Vrugteloos getragt te bewegen, om sijn Debet aan d EComp: afte leggen, vermits hij, by syn pretense on„ vermogen, persisteert, seggende voorts, dat men, na welgevallen met hem kan handelen gelijk uw hoogEd:s des behagende, breed„ voerig sullen aangetekend vinden, by onse voorm: Resolutie van den 30. e Junij, waar by almede Consteert, dat men uijt dien hoofde, niet alleen genoodsaakt is ge„ worden, om hem, ter schuldige voldoening aan uw hoog Ed:s gevenereerd bevel en arrest hier nevens overtesenden, maar hem alvorens ook nog op te leggen, de betaling van 70. Coijangs sout, liet 273 Van Javas oost Cust den 6:' 9 Julij 1743. het welke hij, als een gesmolten parthijtje, bij de jongst geslotene Negotie Baeken, op approbatie van dit ministerium, hadde afgeschreven sonder ons sulx eens te hebben bedeelt, veel min permissie daar toe gevraagt; en dat silt is hem tegen 23. rd„s de Coijangh off rd„s 1610. ten laste gebragt, en dewijl hij so veel prullen bij sig heeft, waar onder een grote quanti„ teijt Klapus olij dat daar toe, en tot syn eygen, Transport, een pantjallang en twee Prauw majangs hebben moeten gehuurd worden, voor rd„s 112: volgens het eergister over een gekomene, so is hy thans, buijten de agterstallige pagtpenn: van Passum, reeel aan de Comp:e schuldig rd„s 5250: 5:— Den tegenwoordigen resident van den Brugghen, hebben wyj uw hoog Ed:s regtmatige ongenoegen bij een briefje van den 1 e Courant serieuselijk voorgehouden, en tot sijn pligt aangemaand; en venden nopens dese residentie nog kortelyk te noteeren, dat den majoor Ten haghuijs, met de hier guarnisoen houdende twee Compagnien dragonders thans zijnde 72. koppen primo plan, nog „ heeden na Rembang staat te vertrekken, in Van Javas oost Cust den 6„en Julij 1743. ingevolge van het geene, op het bovel van d' Edele heer Commissaris Verijsel bij apparte missive van den 28. o pass„o, aan den Gesaghebber ver„ leend, eergisteren in rade bij ons vastgesteld is, en waar van uw hoog Ed„s bij apartschryvens nader Eerbiedig werd verslag gedaan; zijnde by die gelegentheijd, ook bij ons nodig ge„ oordeeld, om nog een Officier, Onder de Jn„ fanterie aan te stellen, en daar toe pl gevordert den sergeant Otto Caemphuijsen ter zake den Cornet Jan Hendrik abree„ ham, nu uijt het Land van Pattij na Rem„ bang bi zijn Corps komende, door den Vendrig Ian Paul Koen vervangen werd, en men dus geen meer officieren van de Jnfanterie hier soude houden als Capiilain van kruse en twee Vendrigs, daarom versoeken wij dat uw hoog Ed„s op het hier: nevens overgaande request van gem: pl: officier, so wel een gunstige reflexie gelieven te slaan, als tot onse bijsondere verpligting geschied is, omtrend de Geere die jongst: door ons zijn voorgedragen, waar voor wij uw hoog Ed„s seer nedrig bedanken, en speciaal uijt name van den tot ondercoopm: gevorderde „ 275 Van Javas oost Cust den 6„e Julij 1745. gevorderden secretaris Vgoens, als ons sulx versogt hebbende. Ook neemen wi de Vrijheijt uw hoog Ed„s hier nevens aante bieden een reequest van den Luijtenant der Arthillerije Coenraad Willem de Haas, aan uw hoogEd„s gerigt, met versoek om syn verlossing na Nederland, uijt hoofde van sijne Lichaams qualen, die hem hier ongeneeslijk voorkomen; en den Lieu=t Bartholomeus vanden Broek, staat eerst„ daags, ter voldoening aan uw hoog Edelens veel g'agt bevel, met het duplicaat deses na de hoofdplaats over te varen, also hij jongst al met den Gesaghebber uijt den Oosthoek hier gekomen is Onse behandelingen omtrend het justitieele sedert den 24. e Maart, kunnen Voorts distinct na gegaan werden by de nevensleggende twee bondels origineele proces papieren, en nevens de Crimineelen laten wij ook Costijwaards overvaren, den parnakkan Chinees jntje oesman die op den 4. e Junij over differente ge„ weldplegingen, voor al sijn leven in de ketting is geklonken en nopens de civiele stukken O
English
From Java's East Coast, the 6th of July 1745. pieces it is principally to be noted that again successively six vessels with their cargoes have been confiscated, whereof an accounting of the amount due is to be rendered to Your High Nobilities by the next opportunity, in accordance with your respected order, which has also been literally complied with with respect to the burgher Carel Fredrik Smit, and his seat in the Court of Justice has again been filled, upon his own request, with the secretary Van Goens; and on the last day of June, during the deliberations concerning the aforementioned letter from Your High Nobilities, we agreed to appoint the bookkeeper Carel Williaam Broedelet, upon his request made to that end, as attorney and to consider him in rank immediately next to the First Clerk or secretary of the judicial College, in relation to which it was also agreed in the political council a week earlier to have a quartermaster at Paccalongan watch for smuggling, and to grant passes to the merchants to this place and Tagal, where, should they wish to proceed further, they can obtain others again. Finally 277 From Java's East Coast, the 5th of July 1745: Finally we also have the honor to send herewith to Your High Nobilities a bill of exchange in the amount of 1845¾ rixdollars, paid into the Honorable Company's treasury by the undersigned curator ad lites De Vos, in favor of the estate of the late ship's captain Lambert van Schaghen, requesting that the same may be paid over there to its holder, the city surgeon Van den Bogaard, and that we may also be provided with the accounts for such persons as are on debt accounts here on the Coast, and are recorded on a list accompanying this. Wherewith, in view of our humble actions recounted above, we request a favorable accommodation, and remain with deep respect, etc. It was signed: E. Sterrenberg, W. B. Tenhaghuijs, R. de Klerk, G. W. v. Kruse, P. de Vos, C. van Volbergen, I. Renne, Willem Spheeren. In the margin: Samarang, the 6th of July 1745. Below it: P.S. Since upon the shipment of the goods of the junior merchant Verkerk it is found that five instead of two prahus were required for this besides the pantjallang, the expenses run 60 rixdollars higher, which we take the liberty to bring hereby to the notice of Your High Nobilities. Register From Java's East Coast, the 6th of July 1745. Register of such separate papers as are dispatched on this day to Their High Nobilities the High Indian Government at Batavia by the senior merchant and Commander of Java's East Coast, Elso Sterrenberg. Namely: No. 1. Original letter, to and from as in the heading of this under today's date. No. 2. Copy of Political Resolution taken here on the 4th of the current month. No. 3. Ditto letters from and to the Honorable Commissioner Verijsel et al., dated the 20th, item 29th of June and 5th of this month. No. 4. Ditto ditto from and to Major Von Hohendorff at Cartasoera, dated the 20th, 22nd, and 27th, item 20th, 22nd, and 25th of the past month of June. No. 5. Ditto ditto from and to the resident at Rembang, Dirk Willem van der Brugghen, dated the 22nd of June and 1st, as well as 3rd, 5th, and 6th of the current month. No. 6. Ditto ditto from and to the Ensign Commandant at Grobogan, Hermanus van From Java's East Coast, the 6th of July 1745. van Elten, dated the 15th of June and 3rd of this month, item 21st of June and 1st of this month. No. 7. Copy of letters from and to Cornet Aberam, commanding the camp at Menta Pattij, dated the 26th of May and 4th of July last. No. 8. Ditto letter written by the Commander on the 25th past to the Susuhunan Pakubuwana. No. 9. Ditto ditto written by the said Honorable to the Tumenggung Mangunjuda of Kedu, dated the 10th of June last. No. 10. Ditto Javanese and translated Dutch letter, written by the said Mangunjuda in reply to the same and received at Samarang on the 28th following. Samarang, the 6th of July 1745. It was signed: R. N. van Goens, secretary. Batavia Separate To the High Noble, Right Honorable, and Valiant Lord, His High Nobility Gustaff Willem Baron van Imhoff, Governor General, and the Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Title From Java's East Coast, the 16th of July 1745. Title In order to give Your High Nobilities the necessary report with regard to the detachment of the two companies of dragoons stationed here to Rembang, whither they have already departed this morning, as cited in the general letter, I have the honor very humbly to note that on the evening of the 3rd of the current month a letter came to my hands from the Honorable Commissioner Verijsel, dated at Grissee the 28th of June, wherein His Right Honorable sets down his displeasure concerning my actions regarding the regency of Cassum, mentioned in my submissive letters of the 21st of May and 19th of June; however, this seems to stem from a misconception that His Right Honorable most likely derived from the Rembang reports, since His Right Honorable says he was informed by Van der Brugghen that I dismissed the regent of the said district upon a loose rumor to his charge, and thereby, in His Right Honorable's opinion, caused what occurred shortly thereafter
Dutch transcription
Van Javasost Cust den 6.„e Julij 1745. stukken valt voornamentlijk te remarqueeren dat men wederom successive ses Vaartuijgen met derselver Ladingen verbeurt verklaart heeft, waar van Uw hoog Ed„s pernaaste schuld„ pligtig reeq: staat gedaan te werden, over„ eenkomstig met derselver gerespecteerde ordre waar aan ook letterlijk voldaan is ten aansien van den Burger Carel fredrik Smit, en des„ selfs stoel heeft men in Judicio wederom Vervult met den secretaris van Goens na desselfs versoek; en den laasten Junij syn my, onder de Besoigne over welgemelde uw hoog Ed:s missive overeen gekomen, om den Boekhouder Carel Williaam Broedelet op sine daar toe gedane instantie tot procureur aan te stellen en inrang te considereeren, aldernaast den Eersten Clerq„ off secretaris van het justitieele College, met relatie tot het welke men een week bevorens in politiquen rade ook overeen gekomen is, om tot Paccalongan door een Quartierm=r op de sluijkerijen te laten passen, en aan de handelaars pascen te verleenen na dese plaats en Tagal, daar sij verder willende weder andere kunnen krijgen. Eyndelijk 277 Van Javas oost Cust den 5.:e Julij 1745: Eyndelijk hebben wij ook nog de Eere bij seyden dese, aan uw hoog Ed„s over te sonden een Wissel groot rd:s 1845¾. door den ondergetekenden Curator ad lites de Vos in 's EComp:s Cassa geteld, ten faveure des Boedels van wijlen den schip„ per Lambert van Schaghen, versoekende dat deselve a Costij aan dies houder, den stads Chirurgijn van den Bogaard mag voldaan, en dat wij ook voorsien mogen werden van de reeq: voor sodanige Personen, als hier ter Custe op schuld=reekenings lopen, en opgen=d zijn, bij een Lijst desen accompagneerende. Waarmede wy ten aspecte van onse voren geriteerde geringe verrigtingen, een gunstige inschikking versoeken, en met fa diepe Eerbied verblijven d=a /:was getekend:/ E: Sterrenberg, W: B: Tenhaghuijs, R: de klerk, G: W: v: Kruse, P: de Vos„ C: van Volbergen, I: Renne, W„m Spheeren /:in margine:/ Samarang den 6. ' Julij 1745. /:daar onder:/ P: S: dewijl bij den afscheep der Goederen van den ondercoopm: Verkerk, bevonden word, dat daartoe vijff en stede van twee prauwen ver„ eijscht merden beijten de pantjallang so lopen de ongeldn 60. rd:s hoger het welk wij de vrijheijt gebruijke uw hoog Ed„s hier nog ter kennisse te brengen. Regifter Van Javas oost Cust den 6:e Julij 1745 Register van sodanige apparte papieren als op heeden aan haar hoog Ed„s de hoge Jndiase Regeringe tot Ba„ tavia werden afgesonden door den oppercoopman en Gesaghebber van Javas oost Cust Eljo sterren„ borg. namentlijk: N„o 1. Origineele missive, aan en van als in den hoofde deses onderhuijdigen datum „ 1. Copia Politique Resolutie alhier op den 4. e courant genomen „ 3. —d:o brieven van en aan d' Ed: heer Commis„ soris Verijsel C:S: in dato 20e item 29. e Junij en 5. e deser. „ 4. _„o _„o van en van den majoor van kohen„ dorff tot Cantasoera ged:t 20. e 2. 2. o en 27:e jtem 20:e 22. e en 25. e der ge„ passeerde maand Junij „ 5. _„o _„o van en aan den resident tot rem„ bang Dirk Willem van der Brugghen ged:t 2 2e. Junij an Ve. mitsgaders 3 V. en 6. ' Courant „ 6. _„o _. o Van en aan den Vendrige Comman„ dant tot Grobogan Hermanus van Van Javas oost Cust den 6.:' Julij 1745. van Elten, ged:t 15. ' Junij an 3. e deser item 21. e Junij en E. e hujus. — N„o 7. Copia brieven van en aan den Cornet Abe„ ram Commanderende het Campe„ Menta Pattij in dato 26 e Meij en A. o Julij jongstleden „ 8. — d„o brieff door den Gesaghebber op den 25. pass:o aan den soesoehoenang Pacoeboeana geschreven. „ 9. _„o _„o door gem. sijn E: Agtb: aan den Tommongong Mancoejoeda van Caddoe gecorteerd den 10e Junij jongstleden. „ 10. _„o Javaanse en Translaat nederduijdse missive, door ged„te mancoejoeda in antwoord op deselve gerigt en tot Samarang ontfangen dan 28, e daaraan volgende. Samarang den 6. e Julij 1745. /:was getekend:/ R: N: v: Goentsecretaris. Batavia Apart Aan den hoog Edelen hoog agtbaren Gestrengen Heere syjn hoog Edelheijt Gustaff Willem Baron van Jmhoff gouverneur Generaal, en de Edele heeren raden van nederlands Jndia Titul Van Javas oost Cust den 16:en Julij 1745 Titul Om uw hoog Ed:s nopens het by gemeen schrijvens aen„ gehaalde detacheeren van de hier posthoudende twee Comp„s Dragonders na rembang, werwaards deselve desen morgen al vertrocken zijn, ten aandang deses, het nodige Berigt te geven heb ik d'Eere, seer nedrig te noteeren, dat mi, den 3. courant, in den avond een brieff van d' Edele heer Commissaris Verijsel is ter hand gekomen gedagtekend tot Griffée den 28. ' Junij, waar bij sijn WelEd: groot agtb: desselfs misnoegen ter nedersteld, over mijne behandelingen omtrent het Regentschap van Cassum, gementioneerd: staande bij mijn submisschrijvens van den 21. e Meij en 19. e Iunij dog sulx schijnt voort te Voeijen uijt een verkeerd begrip het welke syn wel Edele Groot Agtb: daar van veelligt, gekregen heeft, uijt de Rembangse advisen, aangesien syn welEd: Groot agtb: segd, door van der Brugghen verstendigd geworden te sijn - dat ik den regent van Gem: District op een los gerugt, tot syn laste, afgeset en daar door na sijn WelEd: agtb: gevoelen veroorsaakt hebbe, het daarop, kort naar dato
English
From the East Coast of Java, 6 July 1745 date, the subsequent loss of that place, demanding on that account that I, for the redress thereof, should send as many European and native militia to Rembang as could be spared here in any way, even if the dragoons had to be employed for that purpose as well. Meanwhile, the matter is quite otherwise in this case, since the aforementioned Ingaben had already been removed from office and placed in custody at Rembang by Vander Brugghen and the Joana resident Soutlemonds, before I even had any knowledge of it; having subsequently only summoned him hither, because he, being guilty of treason, could be watched better here than there, as has also been evident from the aforementioned minor letter of mine, and the first mentioned shows clearly enough how much I have endeavored to prevent all confusion and misunderstanding. However, since I considered that place, moreover, at present of too great importance to be left vacant for long, or to be entrusted to someone as head who was completely unknown; and I would know of no one on Java to place more trust in than the family of the Semarang chief regent Adepatty Soeradimangala, I therefore finally considered it nevertheless my duty to dispose of the matter in the best manner until further orders, seeing that Van der Brugghen, upon his letter of 30 April addressed to the Honorable Commissioner for the communication of the aforementioned difficulties, as appears from the copy thereof, already sent over on 21 May, supposed afterwards that he received no answer or order; flattering myself on account of all this that Your High Honors will view my conduct in a completely different light, and will easily infer therefrom that I did not act despotically, as His Right Honorable was pleased to say, but that, on the contrary, it would have been irresponsible for me if I had shrunk from such an important affair and just let it run its course, without even taking into consideration that the Rembang letter of 30 April might not even have arrived properly, of which I until now have as little certainty as of the delivery of my missive dispatched the day before to His Right Honorable, for the communication of my return from the Eastern Quarter, and whatever I further found to note down, as has also partly been deduced by His Right Honorable in a letter of yesterday, after I had already given notice in earlier writings of 19 and 29 June, both of the foregoing and of what could further be deemed worthy of His Right Honorable's attention. But those letters will not yet have been delivered to Grissie before the dispatch of the one cited previously; it being likewise possible to infer from the letters exchanged with Major van Hohendorff and a dispatch sent to the Susuhunan (although I still await an answer to the latter) that my proposals are embraced by the one as well as by the other, and regarded as salutary. As for what concerns the matter of Cassam in itself, that is in the first place a location that, since the beginning of the troubles, was at times abandoned by its inhabitants, and at times retaken through assistance from Rembang and Joana, consequently it has not now been lost due to the removal of its Regent; and in the second place, our men will perhaps also be in possession of it again, since Resident Vander Brugghen wrote to me on the 22nd of this month that the enemy had invaded there again and the Honorable Company's militia had retired to his post, but that he hoped to drive them away from there again shortly with the assistance of the resident at Joana; and as this happened precisely shortly after the conquest of Grissie, of which he seemed to have no knowledge yet, my thoughts were that this invasion was very likely brought about by a fleeing band, who would not dare to stay there for long either, and in that opinion I was further strengthened shortly thereafter, because he did not add a separate letter to his common writing of three days later; for although I considered it somewhat negligent that he did not inform me of the consequences of his pre-notified intention and the further condition of those important matters, yet from that silence I could not think otherwise than that he could not be very concerned about it, and I also still judge that Ensign Mulder, who commands the militia there, having fled out of an unfounded fear as if the enemy were too strong for him, and having subsequently been assisted by the resident of Joana, will indeed have become capable of retaking Cassum; although Van der Brugghen wrote me again on the first of this month a small letter for the forwarding of the aforementioned missive from Grissie, and still did not advise a single word about it, regarding which I finally expressed my surprise to him on the 4th of this month upon receipt of that letter containing nothing; there being for the rest, touching this matter, in the accompanying copy of the Resolution and the inserted
Dutch transcription
281 Van Javas oostCust den 6„' Junij 1745 dato, gevolgde Verlies van die plaats over sulx begeerende, dat ik, tot redres van dien so veel Europeese en Inlandse militie na Rem„ bang soude senden, als hier maar eenig„ sints te missen waren, alsouden daar toe de dragonders ook werden g'Emploijeert Ondertusschen is het met dit geval gantsch anders gelegen, also voorsz: Ingaben, reeds door Vander Brugghen, en den Joanas resi„ dent Soutlemonds, gedimoveert en tot Rembang in bewaring gesteld geweest is, voor en aleer ik daar eens kundschap van hadde; hebbende hem vervolgens alleen maar herwaards ontboden, om dat hij aan verraad schuldig zijnde, hier beter als ginter konde gade geslagen worden, gelijk ook praeslabel is te sien geweest uijt en voorn: min geringe briefje, en het eerstgem: toond duijdelijk genoeg aan, hoe seer ik getragt hebbe om alle verwarring en misverstand voor te komen, dog dewijl ik die plaats, daar benevens, tegenwoordig ook van te veel aangelegentheijd oordeelde om lange varant gelaken, off imand als hoofd toevertrouwd te worden, die men een in't Van Iavas oost Cust den 6:e Julij 1745. in't geheel niet kende; en ik op Java nie„ mand soude weeten te vinden door meer vertrouwen op te stellen is, als op de familje van den samarangs hoofdregent Adepatty, soeradimangala, so heb ik het eijndelijk evenwel van mijn pligt geagt, daar over tot nader ordre, op de beste wijse te disponeeren, aangesien van der Brugghen op syn schrijvens van den 30. e april aan d' Edele heer Commissaris, tot Communicatie van voorsz: swarigheijden gerigt, blijkens dies Copia, reeds den 21 e meij overgesonden, een waand naderhand nog geen antwoord off ordre ontfing; mij uijt hoofde van allen desen vlijende, dat uw hoog Edelens myn gedrag met een gansch ander oog beschouwen, en daaruijt ligtelijk afneemen sullen, dat ik niet dispotig, so als syn wel Edele Groot Agtb:, geliefde te seggen, gehandeld hebbe, maar dat het ter Contrarie, onver„ antwoordelijk voorm„ soude sijn geweest, als ik so een emporte affair, van den hals geschouwen, en maar op syn beloop gelaten hadde, sonder eens in aanmerking te neemen dat de Rembangse brief van den 30o 283. Van Javas oost Cust den 6:e Julij 1745 30. e april, misschien niet eens te regt gekomen was, waar van ik ook tot nog toe, also weijnig sekerheijd hebbe, als van de bestelling mijnen missive, daags bevorens aan syn Wel Edele groot agtb: afgegaan, tot Communicatie van min retour uijt den oosthoek, en het geene ik„ Voorts vond te noteeren, gelijk syn WelEdele Groot agtb: ook bij een brief van gister, ten deele, is gededuceert, na dat ik bij vroeger schrijvens van den 19:d en 29. e Junij, so van het vorenstaande, als het geene verder sin welEedele Groot agtb: attentie kan waardig g'oordeeld worden, al kundschap gegeven hadde, dog die brieven sullen voor het afgaen van de voorwaards geciteerde, nog tot grissie niet besteld syn geweest; kunnende insgeljx, uijt de gewisselde brieven met den majoor van Hohendorff en een afgaande d„o aan den soesoehoenang /:hoe wel ik op de leeaste nog antwoord verwagte:/ werden afgenomen, dat mijne propositien, so wel door den eene als door d'onder werden g'amplecteerd, en als solutair aangesien Wat nu de zaak van Cassam in sig. selfs Van Javas oost Cust den 6:e Julij 1743 selfs aanbelangd. s dat is voor eerst een plaats die, sedert het begin van de troublen dan eens door dies jnwoonders verlaten, en dan eens „ door bijstand van Rembang en Joana, weder ingenomen, gevolgelijk nu niet verloren geraakt is, door de dimotie van dies Regent, en ten anderen, sullen d'onse daar, messchien ook wel wederom besitters van wesen; aangesien den resident van der Brugghen mij, den 22. e deser, geschreven heeft dat den vyand doar weder ingevallen en sEComp. s militie na syn Comptoir gereti„ „reert was, dog dat hij hem, met assistentie van den resident tot Joara, eerstdaags weder hooptie van daar te verdrijven; en dewijl dit juijst gebeurde, kort na de verovering van Grissee, daar hij nog geen kundschap van scheen te hebben, so waren mijn gedagten dat die invasie, seer waarschijnelijk, was te wege gebragt, door een vlugtenden hoop, die sig daar dan ook niet lange soude vertrouwen duynen, en in dat gevoelen wierd ik, kort daaraan nog al meer ge„ sterkt, dewijl hij nevens syn gemeen schrijvens van drie dagen later, geen apparte brieff quam te 285 Van Javas oost Cust den 6„e Julij 1745. te voegen; want schoon ik het wel wat slordig aanmerkte, dat hij mij de gevolgen van syn gepreadverteerd voorneemen en den verderen toestand dier aangelegene zaken, niet ver„ wittigde, so konde ik egter uijt dat stilswijgen niet anders denken dan dat hy daarover niet heel bekommert moest syn, en ik oordeele ook nog, dat den vendrig Mulder die daar de Militie Commandeert, door een ongegronde vreesen, als of den vijand hem te sterk was, aan't lope gegaan, en nader„ kand door den resident van Joana bijge„ sprongen zijnde, wel in staat geraakt sal wesen om Cassum weder in te neemen; hoewel van der Brugghen, mij, den eersten deser, wederom een kleijn briefje, tot Voortschikking van meerm: wessive van grissié, geschreven, en nog al geen woord daarvan g'adverteert heeft, waar over ik eijndelijk op den 4. e hujus bi den ontfangst van die niets behelsende brief, mijn verwondering aan hem heb te kennen gegeven; zijnde voor het overige, dese materie rakende, bij ne„ ventgaande Copia Resolutie, en de daarbij g'insereerde
English
From Java's East Coast the 6th of July 1745. inserted Instruction for the Major ten Hoghuijs, in detail to see, that I the frequently mentioned order of the Noble Lord Commissioner immediately after receipt, made known to the council, and, with consultation of the same, have made the necessary arrangements for its execution. Furthermore, the old question between the regents of Coeddoes, concerning the boundary division of their land, has recently flared up again, and the first regent Werananga died shortly thereafter in loco, while I was of the intention to have their disputes investigated by two delegates, and first to attempt whether no means for their conciliation could be found; and although the aforesaid death made this unnecessary, I nevertheless on the 29th ultimo submitted to the consideration of the Noble Lord Commissioner Verijsel, whether it will be advisable that the other regent Tjondrotroeno be left alone in the administration there, because he is very much hated among the Javanese there, and besides From Java's East Coast the 6th of July 1745 besides informed that the deceased's four sons-in-law have all petitioned me for the succession, along with the main regent of Samarang for his son Soeraderedja, with the urgent request that his Right Honorable and Most Respected would please furnish me with his approval regarding this, and also concerning the arrangement made locally at Ccessum, in order that I might be enabled to present those matters properly in all details to Your High Nobilities, or otherwise to act according to his intentions; whereupon I am awaiting the reply, as well as that to my letter written about this to the Soesoehoenang; but van Hohendorff, whose opinion I have also asked, advises, in his writing of the 27th of June, that it would be best to place Soeraderedja there alone, because it will otherwise certainly produce new disputes again; saying that the Emperor, who would answer my letter one of these days, is also of his opinion, and as soon as I come to receive the letters of reply to be expected, From Java's East Coast the 6th of July 1744. I will not fail respectfully to provide Your High Nobilities with a further report thereof. Concerning the upper lands, Major van Hohendorff brought to my knowledge on the 20th of June that the enemy has again been driven out from the lands of Soecawattij, of which I had given Your High Nobilities an account the day before; and regarding the Caddoe, I thought proper on the 10th ditto to answer the rebellious regent Mancoejoeda to his letter, sent in copy to Your High Nobilities with my humble of the 24th of May, only as an assurance that I in no way distrusted his profession of goodwill, fearing that he, from my silence, might sometimes conceive even more suspicion; and thereupon he, in his reply, not only boasted anew at length of his loyalty to the Honorable Company, but he even confirms this in the letter with an oath, however unfounded his excuses may be as to why he cannot demonstrate that here 289 From Java's East Coast the 6th of July 1745 Per the brigantine de Ongehoorsaamheijt personally. Of Grobogan and Pattij there is nothing else to report, except that Ensign van Elten, lying encamped in the first-mentioned place, communicated on the 15th of June; that Marrapoera had again fallen upon the district of Djippan with a strong force, and the chiefs thereof had sent to ask him for help; therefore proposing to me to go thither, joined with Cornet Abraham from Pattij; for which I gave him authorization in my brief letter of reply of the 24th ditto; but yesterday I learned from his further writing of the 3rd of this month that this had not been necessary, because the enemy was no longer heard of. I have the honor to be with the greatest esteem etcetera was signed E:s Stervenberg in margine Samarang the 6th of July 1745. To the same as before. The vessel named in the margin having returned here on the 28th of June last, without having accomplished its business, from - . 7 From Java's East Coast the July 1745 from Timor whither it was destined, we take the liberty to forward to Your High Noble and Most Respected under cover of this, while we, upon received authorization from the Right Honorable Lord Commissioner, have unloaded from the said vessel such necessities as are dictated on the enclosed bill of lading invoice, in hope of the approbation of Your High Noble and Most Respected. Wherewith we remain with deep respect etcetera was signed G: Keijser, F: A: V: Haarsolte, B: V: Hoorn in margine Sourabaija the July 1745. To the same as before. On the 16th current, I had the honor to receive Your High Nobilities' very esteemed letters of the 6th preceding, whereupon I at once sent to request the Chinese I- A- Toklang of Oeloejami to come hither in order to make known to him Your High Nobilities' respected orders, and to inquire how they could be executed, and he having appeared From Java's East Coast the 19th of July 1745. having, in the presence of the Ensign Kloeg and Assistant Thiel, made such report as is sent herewith in writing to Your High Nobilities, to which I then also refer myself with all respect. And upon the appearance of the ship Domburg, I shall take care that that vessel receives its cargo here as soon as possible, such as Your High Nobilities have been pleased to order in their well-mentioned letter, or as Your High Nobilities will please to specify further, and what sort of timber may be loaded for a stowage in that ship. While wishing Jehovah's blessings, and after very respectful greetings etcetera was signed Cornelis Breekpot in margine Tagal the 19th of July 1745. To the same as frequently mentioned. Pursuant to the much-honored command of Your High Noble and Most Respected, there sails presently
Dutch transcription
Van Javas oost Cust den 6:en Julij 1745. g'encereerde Instructie voor den Majoor ten hoghuijs, omstandig tesien, dat ik de veelmelde ordre van de Edele heer Commissaris ten eersten na de ontfangst, aan de raad bekend gemaakt, en, met overleg van deselve tot dies uijtvoering de nodige schik„ kingen gemaakt hebbe Wijders is de oude questie tusschen de regente van Coeddoes, over de Limietschijding van haar Land, onlangs weder opgeborreld, en den eersten regent Werananga kort daar op in loco ooverleden, terwijl ik van meening was, om hare gepchillen, door twee ge„ committeerdens, te laten ondersoeken en nog eerste probeeren of ter geen middel tot hunne bevrediging konde gevonden worden; en alhoewel het voorsz: sterfgeval sulx onnodig heeft gemaakt, so heb ik d' Edele heer Commissaris Verijsel, den 29. e pass„o, evenwel in beden„ king gegeven, of het wel raadsaam sal syn, dat den ander regent Tjondro„ troeno, daar alleen in het bestier ge„ laten werd, om dat hij daar onder de Javang seer gehaat is, en daar benevens Van Javas oost Cust den 6. e Julij 1745 benevens verwittigd dat des overledens vier pchoonsoons, mij alle om de successie hebben versogd, nevens den samarangs hoofd-regent voor desselfs soon soera„ deredja, met instantie dat sin welEd: Groot Agtb: mij dierwegens, en ook om„ trend de pl: gemaakte schikking op Ccessum met desselfs goedvinden geliefde te munieeren ten eijnde ik in staat gesteld wierde om uw hoog Edelens die zaken in allen omstande na behoren te kunnen voor„ dragen, of anders te handelen, na desselfs intentie; waarop ik het antwoord nog so wel te gemoed sie, als op mijn daar over ook geschrevene brieff aan den soe„ soehoenang; maar van Hohendorff wiens gevoelen ik mede gevraagt hebbe, adviseerd, bij sijn schrijvens van den 27e Iunij, dat het best soude wesen om soera„ deredja daar alleen in te plaatsen dewyjl het anders sekerlijk weder nieuwe desputen uijtleveren sal; seggende dat den Keijser, die mijn brieff eerstdaags b'antwoorden soude, ook van zijn senti„ ment is, en so dra ik de te wagtene antwoord; Van Javas oost Cust den 6:' Julij 1744. antwoord brieven, komen te ontfangen sal ik niet in gebreken blijven uw hoog Edelens daar van Eerbiedig, een nader berigt te suppediteeren Aangaande de bovenlanden, heeft de Majoor van Hohendorff mij den 20e, Junij, ter kennisse gebragt dat den vijand uijt de Landen van soecawattij, waar van ik uw hoog Ed„s daags te voren een verhaal gedaan hadde, weder verdreven is, en nopens de Caddoe, heb ik den 10. e dito, goed gedagt om den weerborstigen regent man„ coejoeda, op syjn brieff, uw hoog Edelens bij myn onderdanige van den 24. e mey in afschrift toegeschit, te antwoorden, alleen tot een versekering dat ik sin be„ tuijging van welmeenendheijt geensints mistrouwde, vresende dat hij, uijt mijn stilswijgen, somtijds nog meer ergwaan wogte opvatten; en daarop heeft hij, bij syn repliq, niet alleen de novo breed op„ gegeven van desselfs trouwe aan d' E: Comp:e, maar hij bevestigd sulx in den brieff selfs met Eede, hoe ongegrond zyn dxcusen, waarom hij dat hier niet personelyk 289 Van Javas oost Cust den 6„e Julyj 1745 P„r de Brigantijn de ongehoorsaamheijt personelijk doceeren kan, ook wesen mogen. van Grobogan en Pattij valt anders niet te melden, als dat den vendrig van Elten, in eerstgem: plaats gecampeert leggende, den 15. e Junij heeft gecommi„ niceert; dat Marrapoera weder met een sterke magt in het district van Djippan was gevallen, en de hoofden van hetselve hem hadden laten versoeken om hulpe; mij dierhalven voorstellende om met den Cornat Abraham, uijt Pattij, geconjurgeerd der„ waards te gaan; waartoe ik hem bij mijn antwoord briefje van den 24:e d:o qualificatie gaff; maar gester vernamih uijt sijn nader schrijvens van den 3. deser dat sulx niet nodig geweest was, dewijl den Vijand niet meer vernomen wierde Jk heb de Eere met de meeste sweegagting te zijn &=a /:was getekend:/ E:s Stervenberg /:in margine:/ Samarang den 6:e Julij 1745: Aan als Vooren T in margine genaamde kieltje, alhier op den 28. Junij jongstleden, onverrigter zaken Van - . 7 Van Javas oost Cust den Iulij 1745 van Timor /:werwaards gedestineert was:/ gereverteerd zijnde, neeme wy de Vigh=t onder geleijde deses aan Uw hoog Edelens Groot Agtb: over te schikken, terwijl wij op bekome qualificatie van den wel Edelen Heer Commissaris uijt gemelde Bodemtje geligt hebbe, sodanige be„ noodigtheden als op incluso cognoisse mont factura gedicteert staan, in hope van Uw hoog Ed. Groot agtbares approbatie Waarmede wij ons met diepont sag &=a /:was getekend:/ G: Keijser, F: A: V: V„ Hoorn /:in margine/ Haarsolte B„ Sourabaija den. July 1745. Aan als even. Op 16. e courant, had ik d' Eere te recipieeren uw hoog Ed„s seer g'agte letteren van 6. e bevorens, wanneer op stonds den Chinees I— A- Toklang van oeloejami liet versoeken, dit heen te willen komen om denselven uww hoog Ed:s gerespecteerde ordres bekent te maken, en te ver„ neemen hoedanig die soude kunnen uijtgevaerd wierden, en her verscheenen zijnde Van Javas oost Cust den 19:en Iulij 1745. zynde, in presentie van den Vaandrager Kloeg en assistend Thiel sodanig rapport heeft gedaan, als uw hoog Ed„s hier nevens schriftelyk werd toegeschikt, waar aan mij dan ook met alle Eerbied gedrage En by verschijning van het schip Dom¬ burg, besorgen sal, dat dien Bodem ten spoedigsten alhier sine Ladinge bekoomt sodanig als uw hoog Edelens by welgem: haren brieff hebben gelieven te ordonneeren, off soo: als uw hoog Ed„s nog nader sullen willen speci„ ficeeren, en wat soort van Houtwerken tot een quanieringe in dat schip sal mogen afladen. Terwijle onder toewenschinge van Jehovas Zegeningen, en na seer Eerbiedige groete &=a /:was getekend:/ Cornelis Breekpot /:in margine:/ Tagal den 19. e Iulij 1745 Aan als meermeld. Agter volgens uwel Edeles groot agtbares veel g'Eerde bevel vaart thans ƒ
English
From Java's East Coast, the 26th of July 1745, now dispatched with this to your Right Honourable Sirs via the sloop De Eva Susanna. Wherewith we, with deep respect, etc. signed: G. Keijser, F. A. V. Haarsolte, and B. V. Hoorn. In the margin: Sourabaija, the of July 1745. To his High Honour separately. In accordance with the resolution taken in the meeting at Samarang on Sunday morning the 4th of July, I marched out on the following Tuesday with the corps of Dragoons under my command and arrived at Rembang on the eleventh of that month. From there, having taken the necessary measures, I marched on the 14th to Passum in order to pay a visit to the enemy Madurese band and Javanese there. This would have taken place that same evening, had not the carriers (of whom there is currently a terrible shortage here) been so fatigued that we were unable to transport our artillery any further. This decided me to delay the matter until the following morning. On the 15th we attacked their benteng, but the enemy was so quiet that they allowed us to approach within musket shot before answering us with their cannon. However, when a breach was shot into their benteng by a 2-pounder cannon at around 10 o'clock, they began to cannonade so terribly that it is truly unbelievable for anyone who did not see it. I truly believe that they fired at least a hundred shots within the hour. This decided me to have the men advance, cost what it might. This being done in that manner, we were soon masters of the enemy's work. On that occasion we captured 5 metal swivel guns and some munitions of war, finding in their benteng 3 dead, some horses and cattle, tea, and according to reports, when we pursued the fleeing enemy, over forty remained dead in the woods. On our side, we suffered 2 dead and 4 wounded among the natives. We were engaged for 3 days in burning the enemy's works, which were very considerable and situated on an advantageous post. This morning I received word that the enemy has fled to the village of Boulo, about 9 miles from here, and so to speak outside the Lassum district. This has decided me to take up camp here in order to await the orders of the Honourable Commissioner. Your High Honour would not believe the manner in which this stretch of land has been ruined; everything is in ashes. The finest vessels lie on the beaches half-burnt, purely and solely for the nails with which they make their ammunition. Just now I receive news from Samarang of the demise of Captain of Cavalry Schmeling. I take the liberty to propose Lieutenant Hoff to your High Honour, he being as good and capable an officer, without doing anyone an injustice, as one could find. Therefore, if possible, I request your High Honour's favor for him. Your High Honour himself appointed him Cornet on Java, and I have no doubt that, should he succeed in this, your High Honour would find complete satisfaction in his conduct and military management. Herewith I conclude, commending your High Honour to God's holy protection, and testifying that I shall never cease to show, with the utmost respect and dutiful obedience, that I truly am, etc. Was signed: W. B. Tenhoghuijs. In the margin: Lassam, the 19th of July 1745. Register of such papers as are dispatched this day to their High Honours, the High Indian Government at Batavia, by the Senior Merchant and Commander of Java's North-East Coast, Elso Sterrenberg, together with the Council at Samarang, namely: No. 1. Original missive to and from as in the header of this, under today's date. No. 2. Copy of resolution taken in the Council of Policy at Samarang on the 7th, 14th, 21st, and 25th instant. No. 3. Original reply taken in the Council of Justice on the criminal roll on the 14th instant. No. 4. Appendices relative thereto, consisting of: A: Claim and conclusion of the fiscal here against the citizen Dirk de Haan. B: Answered interrogatories by the said de Haan. C: Deed of obligation passed by the same for the benefit of the Junior Merchant Verkerk. D: Claim and conclusion of the fiscal Teoheeren against the Chinaman Iquanko. E: Re-examined confession of the same. F: Three depositions against him. G: Certificate of the Assistant Surgeon Jutte concerning the examination of the wounded Chinaman Konkang. No. 5. Copy of a letter to the Honourable Commissioner Verijsel at Grisse, dated 14th instant. No. 6. Ditto ditto to the Resident of Tagal, Breekpot, and No. 7. Ditto ditto to the one of Ioana, Toutlemonde, both dated as above. No. 8. 2 ditto ditto letters from and to Major van Hohendorff at Cartasoera, dated 17th and 20th instant. No. 9.
Dutch transcription
Van Javas oost Cust den 26:' Iulij 1745 thans onder geleyde deses tot uwel Edele Groot Agtb: over de Chialoup d'Esa Susanna. Waarmede wy ons met diep ontsag ensz: /:getekend:/ G: Keijser, F: A: V: Haarsolte, en B: V: Hoorn /:in margine/ Sourabaija den . Iulij 1745. Aan syjn hoog Edelheijt apart. Over eenkomstig het besluijt genomen in vergadering binnen Samarang op Sondag morgen den 4. e Julij ben ik des Dingsdags daar naar met mijn bij hebbend Corps Dragonders opge„ marcheert en den Elfde dier maand op Rembang g'arriveert, van waar na Genomene Mesures op den 14. e pen gemarcheert naar Passum ten eynde de Vijandelijke Madureese hoop en Javanen aldaar een visite te doen 't welk ook den selve avond nog soude geschied zyn, so niet de Battoors (:waar aan hier jegens„ woordig een schrikkelijk gebrek is:/ sodanig 293 Van Javas oost Cust, den 19„e Julij 1745. sodanig waren gefatiqueert geweest, dat wy buijten staat waren onse arthille„ rije verder te voeren 't welk my dan deed resolveeren de zaak tot 's anderen daags morgens te dilaijeeren, den 15:e attacqueerden wij hun Benting, dog den vyand was soo tranquil dat zy ons tot op een snaphaanschoot lieten naderen, eer zy ons met hun Canon b'antwoorden, dog wanner 'er door een 2: ld„le Canon omtrent 10 uren Bres in hun Bentenig geschoten waart begonden zij so verschrikkelijk te Cannonneeren, dat het waarlijk ongelooflyk is voor die, die sulx niet ziet, ik gelooff in waaragtigh=t (dat zy binnen het uur wel hondert schoten deeden, en dit deed mij resol„ veeren het volk te doen aannaderen het koste wat het wilde 't welk in diervoegen geschiedende waren wy wel haast meester van 's vijands werk, veroverden bij die occasie 5. Metale Basjes en eenige amunitie van oorlog„ vindende Van Javas oost Cust den 19:' Iulij 1745. vindende in hun Benking 3. Doden eenige paarden en Koebeesten, thee, en volgens de gerugten wanneer wy den Vlugtenden vijand vervolgden, sonder in de veertig in de Boschen gebleven zyn, van onse kant hebben wy 2. Doden en 4. gequeste bekomen van de Inlanders. Wy hebben 3. dagen besig geweest met het verbranden der Vijandelijke werken, die seer considerabel, en op een voor„ delige post gecitueert waren, en huijden morgen bekome ik berigt dat de vijand gevlugt is na de nego„ rij Boulo omtrent 9. meijl van hier en so te seggen buijten het Lassumse district 't welk my heeft doen resolveeren een Campement alhier te betrecken ten eijnde de ordres van den WelEdelen Heer Com„ missaris afte wagten, uw hoog Edelh=t sou 't niet kunnen geloven op wat wijse dese Streek Lands is geruineert, alles is in aphereteert de schoonste Vaartuijgen leggen op d e 295 Van Javas oost Cust den 19:' Iulij 1745 de stranden halff verbrand, enkel en alleen, om de spijkers daar zy haar scherp van maken. so op stonds krijge ik van samarang tijding van het oponlood van den Ritmeester Schmeling, ik neme de vrijheijt uw hoog Edelheijt den Lieu=t Hoff voor te dragen als sijnde deselve so een goed en bequaam officier sonder iemand tord te doen als men vinden kan daar om in dien het mogelyk is ik versoeke uw hoog Edelheijts gunst voor hem uw hoog Edelheyt heeft hem selfs tot Cornet op Java aan gesteld en ik twijffele niet indien hy hier in reusseerde off uw hoog Edelhijt soudet volkomen genoegen in syn gedrag en Maneance in het Militaire vinden. Hiermede eijndige ik bevelende uw hoog Edelheijt in Godes heijlige hoede, en betuijgende dat ik nooijt op houden sal met het Van Javas oost Cust den 19:e Julij 1745 N. het uijtterste respect en schuldige gehoorsaamhheijt te sonen dat waarlyk ben &=a /:w„s getekend:/ W: B: Tenhoghuijs /:in margine:/ Lassam den 19:e Julij 1743. Register van sodanige papieren als op heden aan haar Hoog Edelh: de Hoge Indiasche regetinge tot Batavia werden afgevairdigt door den Oppercoopman en Gesaghebber van Javas nt o„t Cust Elso Sterrenberg nevens den raad tot sama„ rang, te weten N„o 1. origineele missive aan en van als in dan hoofde deses, onder huijdigen datum: „ 2. Copia Resol: genomen in rade van politie tot samarang op den 7. 14. e 21. e en 25. courant Justitie ee „ 3. oregin: Repl: genomen inrade van pliataie ter crimineele rolle op den 14. e deser: „ 4. Bijlagen daar toe relatieff, bestaande in A: 297 Van Javas oost Cust den 2. 8:en Iulij 1745. A: Eijpch en Conclusie van den fiscaal alhier contra den burger Dirk de Haan B: b'antwoorde Interogatorien door gemelde de Haan C: verbandschrift door denselven ten behoeve van den ondercoopm: Verkerk gepasseert. D: Eijsch en Conclusie van den fiscaal Teoheeren contra den Chinees I quanko E: Gerecolleerde Confessie van denselve H: drie _„o verklaringen ten synen laste 9: Verklaring van den ondermeester Jutte wegens de Visitatie van den gequetsen Chinees Konkang. N„o 5. Copia brieff aan dEd: heer Commissaris Verijsel tot Grisse gedateert 14:e hujas - „ 6. — d„o —d:o aan den Tagals resident Breek„ pot en „ 7. _„o _:o aan die van Ioana Toutlemonde beyde van dato als even „ 8. 2. _„o _. o brieven van en aan den Majoor van Hohendorff tot Cartasoeragd:t 17: en 2 .:e startij. no„ 9
English
From Java's East Coast, the 18th of July 1745 No. 9. Copy of letters exchanged with the resident at Qualladamak, Pieter Blaquerre, dated the 8th, 9th, 14th, 17th, 20th, and 23rd of this month. No. 10. Three petitions dedicated to Your High Excellencies, namely: 1. from the provisional Ensign Thobias Christiaan Rosbag 2. from the Ensign Engineer at Cartasoera, Jean Pierre Masséen 3. from the Gunstock Maker Hendrik de Graaff at Sourabaija No. 11. Memorandum of some goods delivered short here by the officers of the ship Velsen. No. 12. Bill of lading for five pieces of unserviceable cannon. No. 13. Expense account of what was provided to the ship 't Hoff niet altyd Wenter at this roadstead. No. 14. Ditto ditto of what was just handed over to the ship Velsen. Solo No. 15. Two original bills of exchange for the benefit of the Batavia Orphan Chamber and the citizen Abr: Bogaard. No. 16. Register of the pay books of the year 1743/4, packed in three small boxes marked no. 1, 2, 3, and transmitted herewith. No. 17. From Java's East Coast, the 28th of July 1745 No. 17. Findings on those of the year 1742/3, answered in the margin by the Pay Bookkeeper de Vos, annexed an account of funeral expenses of the deceased Captain Engelink relative thereto, with an extract resolution, item a copy account of the house carpenter Jacob Wildeboom. No. 18. Muster roll, annexed 37 debt accounts of as many Moors who have transferred from here to the ship Velsen. No. 19. Invoice of account regarding some goods detained at Sourabaija from the chaloup d' Ongehoorsaamheijt, which had been destined for Timor. No. 20. Bill of lading for one picol of cotton sent by the bearer of this as a sample. Samarang, the 28th of July 1745. Signed: R: A: V: Goens, Secretary. In the margin stood: NB: annexed hereto is also a duplicate blank letter of the 28th of this month. Batavia 2 From Java's East Coast, the 28th of July 1745 Batavia To the High Noble, Highly Esteemed, Severe Lord, His High Excellency Gustaff Willem Baron van Imhoff, Governor General, and the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. After sending our slight advices of the 6th of this month, having successively been honored again with Your High Excellencies' highly respected letters of the 19th and 30th of June as well as the 3rd instant; we shall now briefly serve with the utmost submission, in reply to the same, that we have dutifully executed the order for the release of the Palembangese Astra Darpa, along with what was further recommended to us, and accordingly have also immediately requested the Noble Lord Commissioner Verijsel to be informed how to act with the Ingabeij of Lassum arrested here, whereupon the answer is still expected, and the Ingabey Soemanagara, whom Your High Excellencies have been pleased to promote in his place to our obligation, is to come here at an opportunity, or whenever he can be spared from there with peace of mind, in order to render into the hands of the Authority the customary Oath of Loyalty and obedience to the Honorable Company, and then also to receive the commission with which he has been favored by Your High Excellencies for that purpose. Concerning the closing of the rivers, we have also immediately given orders to the residents of Tagal and Joana that this must not be practiced there, and no one may be hindered in purchasing and exporting rice, since we find no reason whatsoever contrary to Your High Excellencies' wise remarks in that regard, conveyed in the aforementioned missive of the last day of June; but on the contrary, experience teaches us that the delivery From Java's East Coast, the 28th of July 1745 delivery to the Honorable Company is not in the least expedited thereby. For after we finally received here at the beginning of this month the 190 coijangs delivered short from Damak last year, and had repeatedly represented both to the resident and the regents that the 1,200 coijangs for this year had to be at the warehouse on the Qual at the latest by the end of September, without discovering that this had any other effect than that we were again requested to kindly provide vessels at the Company's expense for the new delivery to the Qual—whereas that favor was previously granted to them with Your High Excellencies' favorable consent, out of consideration that there was at that time not yet any storage place for it over there—we have not only resolved to hold up the unreasonableness of that instance to the one as well as the other, and to admonish them anew to their duty in the most earnest manner, with the offer From Java's East Coast, the 28th of July 1745 offer to provide the necessary vessels from Torbaga and Callegave at the regents' expense, which was also followed up accordingly; but the Authority, having heard that the rice was still lying stored in barns here and there in large quantities in the country, and therefore judging it best to investigate that important matter in person and to speak with the regents themselves about it, as he also wished to go to the camp in Grobogan for reasons respectfully mentioned in his separate letter of the 22nd of this month, imagining that both could be accomplished in one day, as was indeed done on the 19th ditto; he recommended the prompt furtherance thereof with so much earnestness and emphasis to Resident Blaquiere and the aforementioned chiefs, that we now flatter ourselves with good success in this regard; all the more because the crop this year has succeeded so unusually favorably that the Javanese with that grain sufficiently
Dutch transcription
Van Javas oost Cust den 18:e Iulij 1745 N„o 9. Copia gewisselde brieven met den resident tot qualladamak Pieter Blaquerre de datis 8. e 9. e 14. e 17.e 20. e en 23. e deser. „ 10. drie requesten aan haar hoog Ed:s gedediteert, als 8. van den pl: Vaandrig Thobias Christiaan Rosbag 2. „ den Venduig Ingenieur te Cartasoera Jean Pierre Masséen 3. „ den Lademaker Hendrik de graaff tot sourabaija „ 11. Memorie van eenige door de overheden van het schip Velsen alhier te kort geleverde Goederen „ 18. Cognoissement van vijff stucken onbequaam Canon al „ 13. onkostreeq: van 't verstrekte aan 't schip 't Hoff niet altyd Wenter ter deser rheede „ 14e — d:o —d:o van als even aan't schip Velsen afgelangd ^ solo „ 15. Twee origineele Wissel brieven en ten behoeve van de Bataviase Weetcamer en den Burger Abr: Bogaard „ 16. Register der in drie kasjes gem: n=o 1. 2. 3. afge„ pakte en nev:s desen overgaande soldij Boeken van den jare 174¾. no. 17 „ Van Javas oost Cust den 28:e Iulij 1745 N„o 17. bevinding op die van A„o 175 /3: door den soldij= Boekh:r de Vos in margine b'antwoord annex een reeq: van begrafnis ongelden van den overl: Capitain Engelink daar toe relative met een Extract resolt, item een Copia reeq: van den huijstim„ merman Iacob Wildeboom „ 18. Naamrolle annex 37. stux schuldreeg:s van so veel mooren, welke van hier op het schip Velsen syn overgegaan „ 19. Factuur van aanreeq: weg:s eenige tot Sourabaija aangehoudene goederen uijt de na Timor gedestineert geweest sijnde Chial: d' ongehoorsaamheijt. „ 20. Cognoissement van een picol tot monster per brenger deses overgaande Kapas Samarang den 28. e Iulij 1741. /getekend:/ R: A: V: Goent, secretaris /:ter zeijde: stond:/ NB: hier novens legd nog een duplicaat waste brief van den 28. e deser. Batavia 2 Van Javas oost Cust den 20:' Iulij 1745 Batavia Aan den Hoog Edelen hoog agtbaren gestrengen Heere sijn hoog Edelheijt Gustaff Willem Baron van Imhoff gouverneur Generaal, en de Edele Heeren raden van Nederl:s India Na het afsenden onser geringe advijsen van den 6. deser, successive, wederom ver„ Eert geworden zijnde, met uw hoog Ed„s veel gerespecteerde letteren van den 19. e en 30. e Iunij mitsg:s 3. e courant; so sullen wij thans kortelijk met de meeste submissie, tot antwoord op deselve, dienen, dat wij de ordre tot largatie van den Palembanger Astra Darpa, met het geene ons verder werd aanbevolen schuldpligtig g'effectueert, en dien volgende ook ten eersten aan de Edele heer Commissaris Verijsel, versogt hebben om te mogen weten hoedanig te sullen handelen, met den hier g'arresteerden Ingabeij, van Lassum waarop het antwoord nog werd te Titul. gemoet N - 301 Van Javas oost Cust den 28:' Iulij 1745 v gemoed gesien, en den Ingabey soema„ nagara, die uw hoog Ed„s tot onse ver„ pligting in desselfs plaatse hebben gelieven te promoveeren, staat by occasie, off wanneer hy daar, met gerustheijd, te missen zij, hier te komen om, aan handen van den Gesaghebber den Gewonen Eed van Trouwe en onderdanigheijt, aan d'E: Comp: te presteeren, en dan ook d' acte te ontfangen, waarmede hij door nw hoog Ed„s daar toe begunstigd is. Belangende het sluijten der rivieren, hebben wij ook ten eersten aan de residenten van Tagal en Ioana ordre gegeven dat sulx daar niet gepractiseert, en niemand verhindert mag werden, in't kopen en uijtvoeren van reijst, nade„ malen wy in't geheel geen reden vinden, strijdig met uw hoog Ed:s wijse aanmerkinge dienaangaande, g'in„ flueert by welgem: missive van den laasten Iunij, maar ter contrarie leerd ons de ervarendheijt, dat de leverancie Van Javas oost Cust den 28:e Julij 1745 Leverancie, aan d EComp: daar door niets het alder minste werd verhaast, want na dat wy van Damak de voorl: Iaar te min geleverde 190. Coijangs eijndelyk in't begin van dese maand hier gekregen, en iterative, so aan den resident als de regenten, voorgesteld had„ den, dat de 1200. Coijangs voor dit vaar tegen ult:o 7br: uijtterlyk, op de Qual in het Pakhuijs wesen moest, sonder te ontdecken dat sulx eenig ander ef„ fect dede, dan dat men weder wierd versogt, om tot de nieuwe Leverancie na deGual, nu ook op 's Comp:s kosten de Vaartuijgen te willen besorgen, daar hun dat douceur bevorens, met uw hoog Ed„s gunstige toestemming, is gedaan, uijt consideratie dat ginter toenmaals nog geen berg-plaats daar voor was, so syn wy niet alleen te rade geworden, om d' eene so wel als d'ander de onredelijkheijt van die instantie voor te houden, en de novo tot desselver pligt, op het ernstigste te adhorteeren, onder aanbieding 303 Van Javas oost Cust den 20.:' Julij 1745 aanbieding om de nodige vaartuijgen van Torbaga en Callegave, op der regenten kosten„ te sullen beschicken, gelijk daar op ook gevolg heeft genomen; maar den Ge„ saghebber, gehoort hebbende, dat de reyst, nog al bij grote partijen in't Land, hier en daar, opgeschuurt leggen bleef, en dierhalven best oordelende om die aangelegene zake eens persone„ lijk te ondersoeken, en daar over met de regenten selfs te spreeken, also hy dog ook gaarne eens na't Campement in Grobogan Wilde, om redenen Eer„ biedig bij sijn apparte van den 22. e deser vermeld, in verbeelding dat sulx beijde in eenen dag te kunnen ver„ regten, gelyk op den 19. e dito ook geschied is; so heeft hy den resident Blaquiere en de meerm: hoofden de spoedige be„ vordering van dien, met so veel ernst en nadruk aanbevalen, dat wij ons nu met een goed succes dierwegens vlyen; te meer uyt hoofde het gewasch dit Iaar so ongemeen voordelig is ge„ slaagt, dat de Javanen met dat Graan geroegsaam,
English
From Java's East Coast the 28th of July 1745 are quite at a loss, and that it was therefore merely lacking in due zeal and willingness, so that all this can be examined in more detail in our resolutions of the 14th and 21st current, and the exchanged notes with the resident, dated the 8th, 14th, 17th, 20th and 23rd of this month, likewise showing that we, upon the manifold complaints of the common Javanese made daily from that district to the commander regarding the extortions of the so-called rice buyers, have also provided for this with a prohibition, that they shall only watch the export on the rivers, and shall no longer concern themselves with any collecting of rice; as well as that, in order to prevent all confusion in the receipt and shipment of that grain, we have sent to the aforementioned residency the Butler from these warehouses, for whom there was little work after all, since nothing else is delivered here now than Jan 305 From Java's East Coast the 26th of July 1745 from Batang 150 Coyangs Candal 250 do. Tampora 30 do. Jersanen 25 do. thus together 455 Coyangs And the regents of the two first-mentioned districts are so unreasonable that, only a few days ago, they completed the delivery of the previous year, notwithstanding that the Chinese can purchase large quantities there, and however often this has already been pointed out to them by the Commander, nothing was gained by that nevertheless; those of Candal being moreover so insolent toward the Chinese shahbandar that he almost cannot endure it there, and would already have packed up again, if all imaginable means to prevent this had not been employed by having them come here, and hearing both regarding their mutual disputes, which the day before yesterday were finally decided in this manner by the From Java's East Coast the 28th of July 1745. the Commander, that the leaseholder shall deliver the rice to the Honorable Company by mid or at the latest end of October, to which the regent has no objection, as evidenced by what was noted in the resolution of the 21st of this month, and today; and from Tampoera and Tersanen nothing is received, for there matters seem to run increasingly wild since the death of the Ingabey Soemawidjaja, respectfully communicated in the Commander's separate letter of the 25th of October of the past year. Meanwhile, we currently still have circa 150 coyangs of rice in the warehouses, and at delCual nearly 100 Coyangs has also already been granaried, which is why we take the liberty to request a ship from Your Excellencies for that purpose; but regarding the fulfillment of the remaining products petitioned for by Your Excellencies, such as cadjang beans, oils, we find ourselves even more at a loss, as nothing is currently brought here for sale on account of the continuous troubles in the eastern corner; and as far as the required cotton From Java's East Coast the 28th of July 1743 cotton is concerned, of that we received on the 21st of this month a picul as a sample from Cartasoera, costing 5½ Spanish reals, as raw as it comes from the tree, and once cleaned, no more than 40 pounds of it will remain, according to the test taken by Major Hohendorff, mentioned in his letter of the 17th of this month; and since he indicated to us that he could obtain 10 to 12, even 100 piculs of that uncleaned goods in a day, he was immediately authorized to purchase it, so as not to let any more time pass, requesting therefore to know whether Your Excellencies wish to have a larger quantity of that raw kapok, of which the aforementioned picul is enclosed as a sample, purchased and sent over at such a price; for no people willing to do the cleaning are found here, as Hohendorff believes in the aforementioned missive. Among the servants, Ensign Hermanus van Elten recently died at Grobogan, and that post was filled again with Ensign Jacobus Castelijn From Java's East Coast the 28th of July 1743 Castelijn; but because no more officers remained here besides Ensign Pieter Harner and the provisional ditto Otto Camphuijsen, we have on the 14th of this month provisionally appointed one Thobeas Christiaan Posbach, at that time stationed at Joana, as Ensign, and had him come here, because he was one of the oldest sergeants and, as was learned, had acquitted himself very bravely in the previous skirmishes near Lassum and Rembang alongside the Joana resident, wherefore we request that Your Excellencies may be pleased to take favorable reflection upon his accompanying petition, making request for the absolute rank of Ensign, and also to approve our granted promotion to Assistant of the Train Writer Abraham Hendriksz, as he has served out his contract under the undersigned native pay bookkeeper Renne, and has always given him the required satisfaction; furthermore, this morning in our meeting, the soldier Jacob From Java's East Coast the 28th of July 1743 Jacob Boesen at Cartasoera, at the request of Major Hohendorff and because he learned the sorting of cotton yarn there, was assigned to clerical duty, and on the contrary the request of the visitor of the sick of the same nature was rejected; but two sailors who recently had mistakenly sailed behind the ship Vijvervreugd were, according to the resolution of the 21st of this month, taken into the military, because they are sturdy fellows who, according to their testimony, also served as such in the Fatherland; and besides these, two petitions are also further presented to Your Excellencies, from the Engineer Massé, and the Gunstock Maker at Sourabaija, Hendrik de Graaff; the first-mentioned requesting, on account of his weak eyesight, to be allowed to transfer to the Military, and the latter for his discharge from the service, while in the meantime the relieved assistant Nicolaas de Lak and the overseer in the Honorable Company's Armory Willem Brouwer depart on
Dutch transcription
Van Javas oost Cust den 28. ' Julij 1745 genoegsaam verlegen sin, en het daar dus maar mancqueerde aan verschuldigden ijver en berijdwilligheijt, invoegen dit alles omstandiger kan nagegaan werden, by onse resolutien van den 14. e en 21. e courant, en de gewisselde briefjes met den resident, de datis 8. e g:o 14. e 17. e 20. e en 23. e deser, almede aantonende dat wy, op de meenig„ vuldige klagten der Gemeene Iavanen, dagelijx uyt dat District, aan den ge„ saghebber gedaan, over de Knevela¬ rijen der sagenaamde reijs kopers daarinne ook hebben voorsien, met een verbod, dat deselve in de revieren alleen op den uytvoer passer, en sig met geen Versamelen van rijst meer bemoeijen sullen; alsmede dat wi tot voorkominge van alle confusien by den ontfangst en afscheep van dat Graan, na veelm: residentie gesonden hebben, den Bottelier uyt dese Pakhuijsen, waar voor men dog wijnig werk hadde, also hier nu niets anders geleverd word als Jan 305 Van Javas oost Cust den 26. ' July 1745 van Batang 150. Coijangs Candal 250. _o Tampora 30. _ „ Jersanen 25 _o dus tesamen 455. Coyangs En de regenten van de twee eerstgen: Districten syn so onredelyk, datse nu eenige dagen geleden, de leverancie van voorl: Iaar, eerst hebben volbragt niet tegestaande de Chineesen daar grote partijen te koop krijgen kunnen en hoe meenigmaal hun dat ook al, door den Gesaghebber vertoond is, so werd daar mede egter niets ge„ wonnen; zynde die van Candal boven dien, so brutaal tegen den Chinees sa„ bandhaar, dat denselve het daarby na niet houden kan, en al weder soude opgekraamd zijn geweest, indien men niet alle uijtdenckelijke middelen tot voorkominge van dien, aange „ wend hadde, door hun hier te laten komen, en beijde te horen, over derselver onderlinge geschillen, dewelke ver„ gister eyndelyk, in deser voegen, door den „ Van Javas oost Cust den 28„e Iulij 1745. den Gesaghebber beslist zijn, dat den pagter de rijs aan d EComp: sal besorgen, tegen medio off uytterlyk ult„o 8ber:, daar den regent niets tegen heeft, blykens het aangetekende ter resol: van den 21. e deser, en heden; en van Tampoera en Tersanen, Krijgt men niets want daar schynt het, hoe langer hoe meer, in het wilde te lopen, sedert de Dood van den Ingabey soemawidjaja, Eerbiedig gecommuniceert by des Gesaghebbers apparte brieff van den 25. e 8ber: A:o passato. Ondertusschen hebben wij tegenwoordig nog circa 150. coijangs rijs in de pakhuijsen en op delCual is ook wel al bijna 100. Coijangs opgeschuurt, waarom wij de Vrijheijt nemen daar toe een schip van uw hoog Edelens te versoeken, maar omtrent de vol doening der overige producten, door uw hoog Ed:s gepetitioneert werdende, als Cadjang bonen, olij d=a, venden wy ons nog al meer Verlegen, dewijl hier tegen„ woordig niets werd te koop gebragt mits de aanhoudende troublen in den oosthoek; en wat het geworderde cattoen Van Javas oost Cust den 28„en Iulij 1743 Cattoen betreft, daar van hebben wy den 21. deser, een picul tot monster van Cartasoera ontfangen, kostende 5½ sp:s real, so ruw als het van de boom komt, en gezuijvert zijnde, sal daar van niet meer als UE. ld: overblijven volgens de door d' Majoor Hohendorff ge„ nomene proeve, vermeld staande by sijn brieff van den 17:e deser, en vermits hy ons te kennen gaff, in een dag 10. a. 12. wel 100. picals van dat ongezuijverde goed te kunnen krijgen, so is hy ten eersten tot dies inkoop ge„ qualificeert, om maar geen langer tyd te laten verlopen, versoekende dierhalven te mogen weten, off uw hoog Ed„s van die ruwe kapak, waar van het voorm: picol tot monster hiernevens gaat, een groter porthij, tegen sodanigen prijs, gelieven ingekogt en overgesonden te hebben want tot het zuyveren vend men hier geen liefhebbers, gelyk Hohendorff by voorsz: missive meend. Uijt de Dienaren is den vendrig Herm:s van Elten, jongst p Grobogan, overleden en die post weder met den Vendrig Jac:s Costelijn Van Javas oost Cust den 28„e Iulij 1743 Castelijn gesupleert; dog om dat hier, daar door, geen meer officieren bleven als den Vendrig Pieter Harner en den pl: dito Otto Camphuijsen, so hebben wij den 14:e deser een Thobeas Christiaan Posbach, toenmaals op Doana beschijden, pl: tot Vendrig benoemd, en hier laten komen, om dat hy eene der oudste sergeants was, en sig, so men vernam, in de vorige schermutselingen bij Lassum en Rembang nevens den Ioanas resident, heel dupper gequeten hadde, dierhalven versoeken wy dat uw hoog Ed:s op syn hiernevens gaende request, renderende Instantie om de absolute Vendrigs qualiteijt, een gunstige reflexie gelieven te slaan, en ook te approbeeren, onse, toegevoegde bevor„ dering tot Assistend, aan den Trains= schrijver Abraham Hendriksz:, als syn verband by den ondergetekenden Inlands soldyboekhouder Renne. uytgediend, en denselve altoos het vereyschte genoegen toegebragt heb„ bende: zijnde voorts desen morgen in onse vergadering, den soldaat Jacob Van Javas oost Cust den 28: Iulij 1743 Iacob Boesen tot Cartasoera, op het versoek van den Majoor Hohendorff, en om dat hij het sorteeren van't Cattoene Garn daar heeft geleerd, aan de penne getrocken en daar en tegen des krank besoekens Instantie, van dienselven natuur, ge„ rejecteert; dog twee mattrosen die jongst het schip Vijvervreugd abusive agter uijtgeseijld waren volgens besluijt van den 21. deser, onder de militie ge„ nomen, om dat het Wackere Karels zijn, die, na haar betuijging, ook asoo„ danig in't Vaderland gedient hebben: en bezeyden dese werden al verder ook aan uw hoog Ed:s gepresenteert twee requesten, van den Ingenieur Massé, en den Lademaker tot soura„ baija, Hendrik de Graaff; insterende den eerstgen:e, om, mits syn swakke gesigt, aan de Militie te mogen over„ gaan, en den laasten om syn ont„ slag uyt den dienst, varende onder„ „tusschen den verlosten adsistend Nicolaas de Lak, en den opsiender in 's EComp:s WapenCamer Willem Brouwer, bij
English
From Java's East Coast, the 28th of July 1745 already mentioned in our respectful advices of the 23rd of June last, as deliverers of this to the capital, and Captain of Horse Schmeling, who upon receipt of Your Right Honourables' esteemed order was recalled from Lassum, is due to follow tomorrow or the day after tomorrow, by the duplicate, with a sloop of the junior merchant Pieter Verkerk, which was listed on the recently transmitted inventory, but was not sent with him because at that time he was engaged in a lawsuit over it with a certain Batavia burgher named Dirk de Haan; and since the latter subsequently made a false claim here before the judge, he was arrested and finally condemned to be sent under arrest to the capital, pending Your Right Honourables' further esteemed disposition, as appears from the record in our judicial resolutions of the 28th of June, From Java's East Coast, the 28th of July 1745 also the 3rd and 14th instant; and the Chinese I-Quanko was whipped here on the 17th instant and chained in irons for three years for street robbery committed at Ioana; the same shall be transported to the capital along with the aforementioned De Haan upon receipt of the expected reply from the Honourable Commissioner Verijsel, as we are of the opinion that the former regent of Lassum will likely also have to go thither; and then those three persons could cross over together on one vessel; however, we have the honour to enclose the lawsuit papers relating to two of them among the appendices hereof. The ships 't Stoff niet altyd Winter and Velsen arrived here on the 22nd instant and two days thereafter sailed on again to Roembang and Sourabaija, after some goods for the Eastern Point had been loaded into the first-named vessel and the latter had been discharged of such necessities as Your From Java's East Coast, the 28th of July 1745 Right Honourables have pleased to send us therewith, for which we very humbly give thanks; the officers of Velsen having been instructed to indemnify the Honourable Company for a jar of Bengal butter and some minor shortages delivered in addition, amounting together to ƒ103:16:8, for which we have debited their pay accounts; and the officers of the brigantine d' Ongehoorsaamheijt have also been charged with the amount of 643 kannen of arrack, which they fell short upon a quantity of 8 leagers at Sourabaija; both being shown distinctly in our attachments of the 21st instant, as well as this forenoon, and a memorandum drawn up for the first-named amount. We have shipped as ballast in the vessel with which Schmeling is departing some unserviceable cannon, according to the enclosed bill of lading, and also spent rd:s 26:24 on repairs for it, as it has lain here so long in the sun that From Java's East Coast, the 28th of July 1745 it could not otherwise cross the sea due to leakage, for which reason we request that his debit to the Honourable Company be increased therewith, and that permission be granted to us to write off these monies, together with the hire of the vessels that served for the transport of him and his goods, now amounting together to rd:s 198:24; as well as what was furnished to the two aforementioned ships to the amount of ƒ57:9 ƒ84:14:8; and that, on the other hand, by Your Right Honourables' esteemed order, the two enclosed bills of exchange may be paid at your location, namely one of rd:s 1000 to the Reverend Board of Orphan Masters, in favour of the young maiden Elisabeth Abigael Siebens, and the other of rd:s 10000 to the burgher merchant Abraham Bogaard, since the amount thereof was received here into the Honourable Company's cash. Furthermore, we have the honour to present to Your Right Honourables the pay-books of the year 1744, together with From Java's East Coast, the 28th of July 1745 the recently received audit findings on those of the year 1743, answered in the margin; and since the pay accounts of a gang of Moors sent hither in the year 1742 were demanded therein, we resolved to return as many of those seafarers as were still found here in service to the capital at the first opportunity, and to levy 4 to 5 European sailors ashore in their stead, which was duly carried out upon the arrival of the ship Velsen; accordingly sending their accounts to the number of 37 pieces, accompanied by a muster roll, likewise among the appendices hereof, as well as an invoice of account concerning some goods detained at Sourabaija from the brigantine d' Ongehoorsaamheijt, which had been destined for Tijmor. Finally, we also find ourselves compelled to request Your Right Honourables in the most submissive manner to be informed how we are to deal in our trade books with those 237 coyangs of rice which, according to our letter of submission of the 25th of April, were transferred short to us last year upon the execution of the transfer From Java's East Coast, the 28th of July 1745 of the Samarang administration by the former Commander Theling and second administrator Bangeman; and furthermore that our humble services described herein may earn Your Right Honourables' favourable approval, remaining thus with the greatest veneration, etc. (signed) E: Sterrenberg, R: de Klerk, G: W: v: Kruse, P:r de Vos, C: v: Volbergen, I: Renne and W: Fheeren. In the margin: Samarang, the 28th of July 1745. As before. Whereas for the completion of the Japara sawmill various ironworks are required that cannot be made or procured here, as well as a notable quantity of pitch and tar, we take the liberty in the most respectful manner to request Your Right Honourables for the same according to the enclosed requisition, which was just delivered to us from Japara, together with the resident's letter of yesterday and some wooden models of the said necessities also accompanying this; very humbly requesting us
Dutch transcription
Van Javas oost Cust den 28: ' Iulij 1745 by onse Eerbiedige advijsen van den 23. e Iunij j„o leden reeds vermeld, als bestel„ ders van dese na de hoofdplaats over„ en den ritmeester schmeling, die men op den ontfangst van uw ho: Ed:s g'Eerde ordre, van Lassum terug ontboden heeft, staat morgen off overmorgen, per het duplicaat, te volgen, met een Chialoup van den ondercoopman Pieter Verkerk, dewelke op den jongst overgesonden Inventa„ ris, bekend gesteld, dog, niet met hem versonden is, om dat hy daar over te dier tyd in proces lag met seker Batavias burger, in name Dirk de Haan, en dewijl die daar op hier bij den regter een Valphe pretentie heeft gemaakt, is hy g'arresteert, en eijndelijk gecondemneert, om in arrest, en eijndelijk gecondemn=t, om in arrest na de hoofdplaats ver„ souden te werden, tot uw hoog Edelens nadere g'Eerde dispositie, blijkens het aangetekende by onse justi tieele besluijten van den 28. e Junij item Van Javas oost Cust den 28' July 17415 item 3. en 14. e hujus, en den Chinees I- Quanko is hier den 17. e deser gegeeffeld, en voor drie Jaren in de ketting geklonken, over be„ geene straad schenderije tot Ioana; sul„ lende denselve, met voorn: de Haan na de hoofdplaats werden getransporteert, op den ontfangst van het verwagt wer„ dende antwoord van d'Edele Heer Com„ missaris Verijsel, also wy van gedagten zijn, dat den Gewesen Lassums regent ook wel derwaards sal moeten; en dan souden die drie personen met een vaartuijg tesamen kunnen overvaren; dog de proces papieren, tot twee derselve relatieff, hebben wy d'Eere onder de Bijlagen deses te laten afgaan. De schepen 't stoff niet altyd Winter en Velsen, zijn, den 22. e courant hier gekomen en den tweeden dag daaraan ook weder na Roembang en sourabaija voortgeseijld, na dat men eerstgen: bodem eenig goed voor den oosthoek ingegeven en der laasten weder gedechargeert hadde van sodanige benodigtheden, als nu hovg Van Javas oost Cust den 28. e Julij 1743 hoog Ed:s ons daar mede hebben gelieven toe te scheiken, en waar voor wy seer nedrig be„ danken; zijnde de overheden van Veesen op„ gelegd, om d EComp: schadeloos te houden wegens een pot Bengaalse Boter, en nog eenige daar benevens te min uijtgeleverde kleijnigheden emporterende tesamen ƒ103:16:8. , waar voor wyj hune soldij reeq: hebben belast; en d' overheden van de Brigantijn d' ongehoorsaamheijt is ook op reeq: gesteld, het bedragen van 643. kannen arrag dewelke zy, op een quantiteijt van 8. leggers, tot sourabaija sin te kort gekomen; beijde diskincter ver„ toond werdende by onse arresten, van den 21. e hujus, item desen voordemiddag, en eene van het eerstgem: bedragen geformeerde memorie Wij hebben in het vaartuyg, waarmede schmeling vertrekt, eenig onbequaam Canon tot ballast afgescheept, volgens inclose cognoissement, en ook daar aan rd:s 26: 24. vertimmert, also het hier solange in deson gelegen heeft dat Van Javas oost Cust den 25. ' July 1745 dat het door leckagie anders niet over zeekonde komen, uyt dien hoofde versoekende dat syn debet aan dE Comp: daarmede geaugmenteert, en ons toe„ gestaan werden mag, om die penn:, nevens de huur der vaartuijgen, die tot Transport van hem en zyn goederen gedient hebben, bedragende nu tesamen rd:s 198: 24. , te mogen afschrijven; gelyk mede, het verstrekte aan de twee voor„ waards genoemde schepen ten emporte van ƒ57:9 ƒ84:14:8. , en dat daar en tegen; door uw hoog Ed:s g'Eerde ordre, â Costy voldaan mogen werden, de inleggende twee Wissel brieven, als eene Groot rd:s 1000. aan het Eerwaarde Collegie van Heeren weesmeesteren, ten faveure van de Ionge Dogter Elisabeth Abigael siebens, en den ander groot rd. s 10000. aan den burger Coopman Abraham Bogaard also dies bedragen hier in 'tEComp:s Cassa ontfangen is Voorts hebben wij d'Eere uw hoog Ed:s aan te bieden de soldij boeken van A„o 174 /4. nevens Van Javas oost Cust den 28. e Julij 1745 nevens de jongste ontfangene bevinding op die van A„o 1743. , in margine b'antwoord, en dewijl daar by gerequireert wierden de soldij-reeq: van een ploeg moren, in den Jare 1742 herwaards gestuurt, so syn wy te rade geworden, om so veel als hier van die zeevarende nog in wesen be„ vonden wierde, bij eerste gelegentheijt na de hoofd-plaats terug tesenden, en daar voor 4. a 5. Europeese mattrosen aan de wal te ligten, het welke ook by dekomst van't schip Velsen, gevolg genomen heeft; latende ^ hunne rekening ofen getalle van 37 stux oversulx verseld van een naamrolle, ens„ gelijx, onder de Bijlagen deses overgaan, alsmede een factuur van aanreeq: weg=s eenige tot sourabaija aangehoudene goederen uyt de Tijmor gedestineert gew=t synde Brigantin d' ongehoorsaamheijt. Eijndelijk vinden wij ons ook nog genoodsaakt uw hoog Ed:s op het onderdanigste te versoeken om te mogen weten, hoedanig by onse negotie Boeken te sullen handelen met die 237. Coijangs rijst, dewelke ons a„o pass:o, na luijd onser sub„ missie brieff van den 25. e april, by het gedaan Transport 315 Van Javas oost Cust den 28:e Iulyj 1745 Transport der samarangse administratie door den geweesen Commandeur Theling en tweeden administrateur Bangeman, te min overgegeven zyn! en dat voorts onse hierin beschrevene geringe verrigtingen, by uw hoog Edelens een gunstige goedkeuring verdienen mogen derblyvende dus met de meeste Veneratie &=a /:was getekend:/ E: Sterrenberg, R: de Klerk, G: W: v: Kruse, P:r de Vos, C: v: Volbergen, I: Renne en W: Fheeren /:in margene:/ Samarang den 25. e Iulij 1765. Kan gelijk Vooren. Aangesien tot het Voltoyen der Japarase zaagmolen, diverse Eijser-werken werden gerequireert, die hier niet te maken off te besorgen zijn, en ook een naamwaardige Pijk quantiteijt bieken Theer; so neemen wij het Eerbiedigste, de vrijheijt uw hoog Ed daarom te versoeken, volgens het inleggende Eijschje, ons so even van Japara besteld nevens 's residents schrijvens van gisteren en eenige Houten wallen van gedagte benodigtheden desen ook versellende; Versaekende seer nedrig on,
English
From Java's East Coast the 5th August 1745 in order to be provided with this as soon as possible, as the mill will then still get started this year, according to the writing of the resident, likewise accompanying this, and with which he might well have come forward somewhat earlier: while we, thus briefly, with the greatest veneration etcetera was signed: E: Sterrenberg, R: de Klerk, G: W: v: Kruse, P:r de Vos, C: v: Volbergen; I: Penne and W: Theeren, in margin: Semarang the 5th August 1745. To as above After the dispatch of my respectful letter dated the 14th of the recently passed month, I had the honor on the 14th current to receive Your Right Honorables' highly respected letters of the 29th, and two days thereafter, per the ship Domburg, of the 27th of the aforementioned month, along with which latter I have also duly received such drinks and other goods as the accompanying bill of lading and invoice came to dictate; for which I express my gratitude in the humblest manner. And pursuant to aforementioned Your Right Honorables' letter, I have shipped in the aforementioned vessel such timbers as, after limitation of time, I have conveniently been able to ship in that vessel, consisting of 270 pieces beams 196 swalpen and also 250 koyangs rice According to the accompanying invoice amounting together to ƒ8189:5:8, as there is also attached hereto an expense account totaling ƒ172:16 that, at the request of the officers of that vessel, was provided here both for ship's use and for the crew, and for the write-off of which I very respectfully request to be allowed to obtain Your Right Honorables' order. Just as I have also attached hereto a report of the rice delivered by the Javanese regents and received to date, from which Your Right Honorables, if you please, will also observe what quantity of that grain still remains here at the warehouses, and as I have hope that I shall shortly gather so much of that grain together again that, with the green mung beans and white beans expected daily, will conveniently be able to load a ship, I most humbly request that Your Right Honorables please dispatch a vessel hereto. While wishing Jehovah's blessings, and after very respectful greetings etcetera. Signed: Cornelis Breekpot in margin: Tegal the 16th August 1745 Register of such papers as are sent this day to Their Right Honorables the High Indian Government at Batavia by the Senior Merchant and Authority of Java's North East Coast together with the Council at Semarang, namely No 1. Original missive, to and from as in the heading hereof, under today's date No 2. Copy of resolutions taken in the Council of Policy at Semarang on the 11th, 18th, and 26th current No 3. Daily journal kept by the Authority on a journey to Japara and from there to Juwana and Rembang, as well as back to Semarang No 4. Copy of a letter to the Honorable Commissioner Verysel at Gresik written on the 13th of this month No 5. Request of the soldier at Surabaya, Joseph Zeegen, to Their Right Honorables, annex two depositions No 6. Some trade papers consisting of 7 pieces corrected invoices of the ships De Batavier, Duinhoff, Hofwegen, Gaasperdam, item of 7 native vessels, all from Rembang, and a corrected invoice of account regarding the preparation of 6 native vessels there No 7. Note annex 25 pieces debt accounts of as many European servants who departed from Surabaya for Batavia with the brigantine De Ongehoorzaamheid. No 8. The accompanying maps not yet being ready, to follow per the duplicate hereof. No 8. Original solo bill of exchange for the benefit of the citizen Abraham Bogaard No 9. 3 pieces maps or drawings of the islands off Japara Semarang the 27th August 1745 was signed: R: A: v: Goens, Secretary. Batavia To the Right Honorable, Highly Esteemed and Severe Lord, His Right Honor Gustaf Willem Baron van Imhoff, Governor-General, and the Honorable Councillors of the Netherlands Indies Titles In reply to Your Right Honorables' venerated missives of the 15th and 23rd July, as well as the 3rd current, we have the honor to inform Your Right Honorables that the new master carpenter Hendrik Baak arrived here on the 18th of this month, and the undersigned Authority, according to what was recorded in the resolution of that date resulting from the tenor of the first-mentioned missive, departed on the evening of the 19th ditto, alongside him, the First Administrator De Klerk, and the Ensign Engineer Leggerman, for Japara, to undertake a careful inspection of the two islands lying before that residency, and their findings are recorded in our resolution of yesterday, and three maps pertaining thereto. From which it will appear to Your Right Honorables that the second island, lying approximately one water mile from the said residency, is extraordinarily favorably situated for the construction of a shipyard, in accordance with Your Right Honorables' much-respected intention and aim; for even when one approaches the bank of the same to within 20 feet, one still has 8 to 10 feet of water, and further immediately as much as 24 to 36 feet; so that one could hardly wish for it to be more suitable, especially when it is also noted that two wells have been found on it that yield fresh water; all to be seen more distinctly from the aforementioned enclosures.
Dutch transcription
Van Javasoost Cust den 5. e aug:s 1745 om, hier van ten spoedigsten, voorsien te mogen werden, also de molen dit Iaar dan nog aan de Gangraken sal, volgens het schrijvens van den resident, desen insgelijx accompagneerende, en waar mede hy wel wat eer hadde mogen te voorschijn komen: terwyjl wy, dus kortelijk, met de meeste veneratie &=a /:was getekend:/ E: Sterrenberg, R: de klerk, G: W: v: Kruse, P:r de Vos, C: v: Volbergen; I: Penne en W: theeren, /:in marg:/ Sumarang den 5:e aug:s 1745. Aan als even Na het afgaan van mijn Eerbiedige schrijven de dato 14. e der jongst gepasseerde maand so hadde d'Eere op 14. e courant, te recipieeren uw hoog Ed:s seer gerespecteerde Letteren van 29: e, en twee dagen daar na, per 't schip Domburg, van 27. e der evengem: maand benevens welken laasten, ook wel ontfangen hebbe, sodanige dranken en andere Goederen, als het daar bij geweest zijnde Cognoissement factuur quam - 317 Van Javas oost Cust den 16. ' Aag:s 1745 quam te dicteeren; voor het welk op het nedrigste mijne dankbaarheijt betuijge En ingevolge van welgem: uw hoog Ed:s schrijven in bovengem: Bodem afgescheept hebbe, sodanige Houtwerken, als na tijds be„ polinge; gevoegelijk in dat schip hebbe kunnen afschepen, bestaande in 270. p:s balken 196. swalpen & ook 250: Coijangs rijst Volgens nevenslaggende factuur tesamen bedragende ƒ8189:5:8. , gelijk hier ook nevens legd, een onkost reeq: groot ƒ172:16. dat op het versoek der overheden van dien Badem, so tot scheeps gebruijk„ als voor de opvarende, alhier is verstrekt geworden, en tot welkers afschrijvinge seer Eerbiedig versoeke uw hoog Edelens ordre te mogen erlangen gelyk ook mede hier by gevoegd hebbe een rapport van de tot heden door de Javaanse regenten geleverde, en ont„ fangene ryst, waarby uw hoog Edelens /des believende: ook b'oogen sullen wat Van Javas oost Cust den 16:' aug:s 1745. wat quantiteijt van dat graan alhier by de Pakhuysen nog restand blijft, en dewyl hope hebbe, dat in't kort weder nog so veel van dat graan bi den anderen sal krijgen, dat, met de dagelijx verwagt werdende groene Cadjang en witte bonen, gevoeglyk een schip sal kunnen afladen, so versoeke op het nedrigst dat uw hoog Ed„s believen daar toe een Bodem dit heen te willen depecheeren. Terwijle onder toewenschinge van „ Jehovas zegeningen, en na seer Eerbiedige groete &a. (:get:d:/ Cornelis Breekpot /:in marg:/ Tagal den 16. e aug:s 1745 — Register van sodanige papieren als op heden aan haar hoog Ed„s de hoge Indiase regeeringe tot Batavia werden afgesonden door den Oppercoopman en Gesaghebber van Iavas noord oost Cust benevens den raad tot Samarang, namentlijk N„o 1. origineele missive, aan en van als in den hoofde deses, onder huijdigen datum No 2. Van Javas oost Cust den 27. e aug:s 1745. 319 N„o 2. Copia resolutien genomen in rade van politie tot Samarang op den 11. e 18 e 9 26. e cour:t „ 3. Dag register door den Gesaghebber gehouden op een reijse na Japara en van daar na Poana en rembang, mitsgaders weder te rug na Samarang „ 4. Copia brieff aan d'Eheer Commissaris Verysel tot Grisse gesz: op den 13e. deser „ 5. Request van den soldaat tot sourabaija Ioseph Zeegen aan haar hoog Ed:s, aennex: twee verklaringen „ 6. eenige Negotie Papieren bestaande in 7. stx: verbeterde facturas van de schepen de Batavier, duijnhoff, Hofwegen, Gaasperdam, item van 7. Inlandse vaartuijgen alle van rembang, en een verbeterde factuur van aanreeq: wegens het gereed maken van 6. Jnlandse Vaartuijgen aldaar „ 7. Notitie annex 25. stux: schuld reeq: van so veel Europeese dienaren met de Brigantyn d'onge„ hoorsaamheyt van sourabaija na Batavia Vertrocken. No. 8. Van Javas oost Cust den 21„e augs 1745 de nevens geene Caarten nog niet in gereedheijt sijnde ptaan p„r het duplicaat deses te volgen. N„o 8. origineele solo Wisselbrieff ten behoeve van den Burger Abr: Bogaard „ 9. 3. stux kaarten off aftekeningen van de Eijlanden voor Iapara Samarang den 27:e aug„s 1745 /:was getekend:/ R: A: v: Goens sec=s. Batavia Aan den Hoog Edelen Hoog agtb: gestrengen Heere sijn hoog Edelheijt Gustaff Willem Baron van Jmbroff gouverneur Generaal, en de Edele Heeren raden van nedert:s India Tituf Ter rescriptie op uw hoog Ed:s gevenereerde e missive van den 15. e en 23. e Julij, mitsg„s 3. e Courant, hebben wi d'Eere, uw hoog Ed„s, ter kennisse te brengen, dat den nieuwen baas timmerman Hendrik Baak, hier, den 18. e deser, aangekomen, en den onderge„ tekenden Gesaghebber, volgens het ge„ noteerde ter resolutie van dien datum voortgevloeijd uijt den teneur van eerstgem 2 321 Van Javas oost Cust, den 27.:e aug„s 1745 eerstgem:e missive, op den 19. e dito, 's avonds, nevens hem, den eersten administrateur de klerk, en den Vendring Ingenieur Leggerman, na Japara Vertrocken is, om van de voor die residentie leggende twee Eylanden nauwkeurig inspectie te neemen, en hunne bevinding staat aangetekend, by onse resolutie van gisteren, en drie daar toe specteerende Caarten Waarby Uw hoog Edelens sal blijken dat het tweede Eyland, leggende circa een mijl waters van ged=te Residentie, onge„ meen favorabel gecitueert is, tot het aanleggen van een Timmermerff, overeen„ komstig met uw hoog Ed„s veel gerespecteerde Intentie en oogmerk; want als men de weel van hetselve al tot op 20. voeten na, genadert is, heeft men nog 8 a 10. Voeten Water, en voorts ten eersten wel 24 a 36. Voeten; so dat men het bijna niet convenabelder zoude kunnen wenschen, als daarby nog werd aangemerkt, dat men 'er ook twee patten op gevonden heeft, die zoet water geven; alles Distincter te sien uijt evengementioneerde bylagen
English
From Java's East Coast, the 27th of August 1745. Annexes, to which, in this regard, and in order not to be verbose, we refer for the rest, so we shall only respectfully note here that we, in the hope of doing well, have already immediately given orders to cut away the bushes from that island, so that the necessary construction can be commenced at once as soon as Your Right Honourables please to furnish us with your revered orders on everything that was respectfully made known and requested in the aforementioned resolutory report. Regarding further the two petitions of Javanese who are inclined to cultivate pepper, graciously forwarded to us by Your Right Honourables, we shall, as soon as they present themselves here, make the necessary decisions to enable them to achieve their intention, as this is a matter that cannot be rejected; while the shahbandars of Tanjong have greatly misled Your Right Honourables with their petition, for the Demang Djogo Nollo has already been chief there for six years, From Java's East Coast, the 27th of August 1745 and upon his repeated complaints about those farmers, who wished to follow in the footsteps of their predecessor recently put in chains here by the Council of Justice, he was only provided with a letter with which he could prove to the Javanese that he had not been dismissed, but was still the same as before, as becomes further evident from that paper inserted in our aforementioned resolution of yesterday; but whereas those farmers, while remaining within the bounds of their duty, can impossibly pay 365 Spanish reals a month, for which they recently farmed that shahbandar office, and an even balance could therefore never be maintained with them, since up to the present date they have paid for only two months in total, one has sought to persuade the main regent of Samarang, Adepattij Goeradimangala, who properly ought to be chief over the aforementioned Demang now that the Susuhunan no longer has any say there, as From Java's East Coast, the 27th of August 1745 yesterday in our meeting, to take over the shahbandar office of Tanjong, and although he was very much opposed to it, it was nevertheless agreed with him that he will pay 300 Spanish reals a month for it, thinking that this was much better than to continue squabbling with the shahbandars for a while longer and finally nonetheless have to see that they barely satisfy half of their debt; so that broader note of this has been made in the frequently mentioned resolution, by which also several disputes and complaints were decided in relation to the shahbandars of Samarang and Toegoe; and concerning the petition recently presented to Your Right Honourables by the latter, requesting to be permitted to have in possession again several tollgates rented by him from the regent of Caliwongo in the past year and now possessed by the farmer of that district, one had already disposed on the 11th prior and resolved to reject the same, because From Java's East Coast, the 27th of August 1745 the petitioner was farmer of both the latter and the first-named shahbandar office last year, and for that reason was at that time assisted by the Authority with the said tollgates, for the same are farmed out by the Ronggo of Caliwongo, and he has now in turn transferred them to the Chinese Lim I-amko, who is currently the Honourable Company's wagon farmer in his district, as it would create endless disputes if the shahbandars of one place were to have anything to say within the limits of another, as was already shown at the beginning of this year with the two aforementioned farmers, since the new shahbandar of Caliwongo caused so much commotion over that very same matter that the Authority was forced to have the regent come here and request him to transfer his toll stations to the new farmer, which the petitioner kept concealed in his petition to Your Right Honourables, who from our resolution of yesterday From Java's East Coast, the 21st of August 1745 and a daily register of three days related thereto, if pleased, will also be able to find further noted that the Authority, after inspecting the said islands while the sounding and surveying were carried out by the remaining commissioners, rode to Ioana and Rembang on the 20th of the same, and returned in loco via Iapara the following evening; having at the first-mentioned residency also found two bidders for the shahbandar offices of Rembang and Lassum, and placed the same in possession of those toll stations in accordance with the latest lease under guarantee of the Resident van der Brugghen, because the actual farmers did not show up; and since the Authority at Joana, upon inquiring into the complaints about the shahbandar of that place that had come to him on various occasions previously, learned of many outrageous acts by the same, and at the same time had found a Moorish resident there who
Dutch transcription
Van Javas oost Cust den 27:' aug„s 1745. Bijlagen, waaraan wy ons, ten dien belange om niet wijdlopig te sijn, voor het verdere ge„ dragende, so sullen wij hier maar alleen reverentelijk noteren, dat wy, in hope van wel te doen, al ten eersten ordre gesteld. hebben om de struijken van dat Eijland weg te kappen, ten eynde aanstonds, met de nodige Extructie te kunnen beginnen so dra uw hoog Ed:s ons met derselver ge„ reverende ordre gelieven te munieeren op alle het geene by voorsz: resolutoire berigt, eerbiedig te kennen gegeven en versogd werd. Belangende Voorts de door uw hoog Ed„s genste„ lijk aan ons gerenvoijeerde twee requesten van Javanen die tot het peper planten in„ clineeren, sullen wi, so dra deselve sig hier vertonen, het nodige besluyten om hun tot derselver voorneemen te doen geraken als een poinct zijnde, dat niet van de hand te wijsen is; terwyl de sabandhaars van Tanjong uw hoog Ed:s, met haar smeek= schrift, saer misleijd hebben, want den Demang Djogo Nollo, is daar al ses jeeren - 23 Van Javas oost Cust den 27. e augs: 1745 6 Jaren hoofd geweest, en op syn iterative klagten over die pagters, dewelke de voetstappen wil„ den navolgen, van haren jongst hier bij den raad van Iustitie in de ketting geklon„ ken predecesseur, alleen gemunieert is met een briefje, waarmede door hem, aan de Javanen bewesen worden konde, dat hy niet afgeset, maar nog deselfde als voor„ desen was, gelyk dat papier, als by ons voorsz: arrest van gisteren g'insereert zynde, nader komt te blijken; maar nademalen die pagter, binnen de palen van haar pligt blijvende, onmogelyk 365. sp„s realen 's maands, waar voor zy die sabandharye jongst gepagt hebben, opbrengen Kunnen, en 'er dierhalven nooyt een effen reeq: met haar te houden zijn zoude, als hebbende in't geheel, tot dato deses, nog maar twee maanden betaald, so heeft men den samarangs hoofd regent Adepattij Goeradimangala, die eijgentlijk hoofd over voornoemden Damang diend te wesen, nu den soosoehoenangs daar niets meer te seggen heeft, gelyk pro Van Javas oostCust den 27:e aug:s 1745. pro dato, gister in onse Vergadering soeken te persuadeeren, om de sabandharije van Tanjong over te neemen, en alschoon hy daar seer veel tegen hadde, so is men egter met hem overeen gekomen, dat hy 300. sp: realen 's maands daar voor betalen sal denkende dat dit vrij beter was, als voort met de sabandhaars nog een poos ^ te hossebassen, en eyndelyk evenwel te moeten sien, dat zy ter nauwer nood de helft van haar Debet voldoen; in„ voegen daar van breeder aantekening werd gewonden by meerm: resolutie waarby ook eenige disputen en klagten gedecideert zyn, met relatie tot de saban„ dhaars van Samarang en Toegoe; en nopens het door den laaste onlangs aan Uw hoog Ed„s gepresenteert request tendeerende versoek om eenige tolpoorten, A:o pass:o door hem van den regent tot Caliwongo gehuurt, en nu bij den pagter van dat District gepossideert werdende, weder in besit te mogen hebben, heeft men den 11. e bevorens al gedispon=t, en verstaan, hetselve van de hand te wysen, dewijl Van Javas oost Cust den 27:e aug:s 1745 dewijl den supp:t voorl: Iaar so welpagter van de laaste als eerstgen: sabandharije geweest, en daarom toenmaals door den Gesaghebber, aan ged=te tolpoorten geholpen is, want deselve worden verpagt door den rongo van Caliwongo, en die heeftse nu ook weder overgedaan aan den Chinees Lim I-amko denwelke tans 's EComp:s wagen pagter is in syn District also het oneijndig veel geschillen procreëeren zoude; als de sabandhaars van de eene plaats, binnen de limiten van anderen iets te seggen hadden, gelyk by den aanvang van dit Iaar, met de twee voorsz: pagters ook al gebleken heeft, also den nieuwen sabandhaar van Caliwongo over dat selfde articul so veel opschudding maakte, dat den Gesaghebber genoodsaakt was, den regent hier te laten komen, en hem te versoaken om syn Tolplaatsen aan den nieuwen pagter over te Transporteeren 't welk den sup„t verswegen gehouden heeft, by syn request aan uw hoog Ed„s, die uyt ons arrest van Gisteren, en ƒ Van Javas oost Cust den 21:e aug:s 1745 en een daar toe relatie hebbend dag re„ gister van drie dagen, des gelievende, al„ verder ook sullen kunnen genoteert vinden, dat den Gesaghebber, na het besigtigen van ged=te Eylanden, terwijl door de overige Commissianten het peijlen hed en afteijkenen verrigt wierde, den 20:e dito eens na Ioana en Bembang gereden, mitsg:s den volgenden avond over Iapara weder in loco gereverteert is; hebbende op eerstgem: residentie ook twee liefhebbers tot de sabandharijen van rembang en Lassum opgedaan, en deselve die tolplaatsen volgens de jongste Verpagting, onder Borgtogt van den Resident van der Brugghen, in possessie gegeven dewyl de regte pagters niet quamen opdagen; en aangesien den Gesaghebber tot Joana na de hem differente malen te voren gekomene klagten, over den sabandhaar van die plaats, enqueste doende, veel en orme bedrijven, van denselve vernomen, en teffens daar een moors Inwoonder gevonden hadde, die