VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 2655

Persia · 878 pages · 165 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_2655_0423 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 27th of February 1745. first to cross over again to that coast. The Resident of Rembang, notwithstanding the considerable reinforcement of 139 native soldiers sent to him along with the Resident of Joana, as described in our humble letter of the 15th of this month; having de novo requested us again by his letter of the 13th previously for a reinforcement of 25 Europeans and 250 to 300 natives: we have, in our reply of the 23rd, added a small reproach and recommended that, for his own reputation and to prevent further displeasure, he conduct himself somewhat more courageously, since we are fully assured that with the aforementioned succor he has been placed in a sufficient state of defense, the more so because the Joana Resident Goutlemonde, on the other hand, testifies by his brief note of the 17th of this month that he considers himself From Java's East Coast, the 27th of February 1745. with the recruits sent to him to be fully capable of defending the post under his command against all enemy attacks; but on the other hand, in that same letter he again gives notice that the rebels had already brought more than half of the Pati district under their control, and thereby completely halted the inland navigation along the Joana river, and also that the Pati people, merely at the sight of the enemy, fled across the river in great confusion, whereby several of them were massacred. All of which also gave us cause, in the aforementioned session of the 22nd current, to resolve upon recruiting yet another company of 200 native soldiers under the Balinese Captain Mamoet Pajoeangan serving here; since it was very apparent that the rebels, having brought the land of Pati under their control and consequently opened the passage through that district, From Java's East Coast, the 27th of February 1745. would not let matters rest there, but would indeed endeavor to penetrate further into the lands of Tanjong and Japara, which now lay nearest and next in line for them; and that in such a case the residency of Japara, being garrisoned with only 40 Europeans, could defend itself only with great hazard, but on the other hand, upon the approach of the rebels, could at once be relieved and assisted by the aforementioned newly to be raised company. Meanwhile, Your High Excellencies will see from the two accompanying bills of lading and invoices that in the ship de Ruijter at Rembang there have been shipped for the Ambon government 1200 pieces of Chinese sawn planks amounting to ƒ 288:—:— and in Weckenburg for the province of Banda 22 pieces of beams, long 32 to 35, wide 17 to 23, and thick 3 to 4 inches, and 57 pieces of heavy pink planks, amounting together with incidental expenses incurred thereon to ƒ 136: 6: 8. Finally, to conclude this, we are duty-bound to bring to the knowledge of Your High Excellencies From Java's East Coast, the 27th of February 1743. that yesterday evening there appeared here in the roadstead the sloop Eva Susanna from Cheribon, whither the same, coming from Palembang and not having been able to make the journey to Batavia, had fallen off, and which, after we first supply it with some necessities, we shall tomorrow, pursuant to the order granted at the said residency of Cheribon to its master Andries Smit, send onward to Surabaya. Wherewith etc. was signed: W: B: Ten Haghuijs, R: de Klerk, L: Decker, G: W: v: Kruse, P:r d: Vos, C: van Volberg, J: Renne and W: D: Heeren in the margin: Semarang the 27th of February Anno 1745. — To the same as above. The chief surgeon Anthonij August Boon, who remained behind here due to indisposition from the ship Weckenburg, having now convalesced, we are now having him cross over to that coast with this letter of conveyance, and subscribe ourselves with deep respect etc. signed as above. in the margin: Semarang the 4th of March 1745. Register From Java's East Coast, the 8th of March 1745. Register of the papers which are sent today by the Political Council at Semarang to Their High Excellencies, the High Indian Government at Batavia. No. 1. Original missive from and to the same as in the heading hereof, dated today. No. 2. Two sealed missives from the Honorable Commissioner Verijsel and the Governor Sterrenberg at Surabaya, addressed to Their aforementioned High Excellencies. No. 3. Copy of resolutions taken in the Political Council at Semarang on the 1st and 7th current. No. 4. Copy letter of the well-mentioned Honorable Commissioner Verijsel and Council at Surabaya, dated the 1st of February last. No. 5. Copy letter of His said Honor and Governor Sterrenberg, of the same date. No. 6. From Java's East Coast, the 8th of March 1745. No. 6. Copy of letters from and to Major Hohendorff at Kartasura, dated the 27th of February and the 25th, item the 6th of this month. No. 7. Copy of letters from and to the Japara Resident Falk, of the 2nd of the past, item the 4th of this current month. No. 8. Two petitions presented to Their High Excellencies by Lieutenant van den Broek and Provisional Ensign Roelofsz, stationed at Surabaya. No. 9. Requisition for specie, munitions of war, weaponry etc. from Surabaya. No. 10. Memorandum of that which can be fulfilled here regarding the same. Semarang the 8th of March 1745. signed: R: A: Van Goens, Secretary. Batavia. To His High Excellency, the High, Noble-born, Highly Esteemed, Severe Lord Gustaff Willem Baron van Imhoff, Governor-General, and the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. Title. As

Dutch transcription

21 Van Javas oost cust den 2 7:e febr: 1745. eersten weder costijwaards komt over te varen Den Resident van Rembang, niet tegenstaande het aan hem nevens die van Ioana toegeschikte aansienlijk renfort van 139. Inlandse militeiren bij onse onderdanige Letteren van 15 deser beschreven; ons weder bij sin schryvens van den 13. ' bevorens de novo versogt hebbende om een verster„ king van 25. Europesen en 25. a. 300. jnland: hebben wij denselven bij ons antwoord schrijvens van den 23. e daaraan een kleijne reproche toegevoegd, en gerecommandeert sig tot sijne eijgene reputatie, en voorkominge van verder ongenoegen wat courageuser te ge„ dragen, aangesien wij volkomen versekert zijn, dat denselven met het voren„ geciteerde secours in genoegsame staat van tegenweer is gesteld ge„ worden, te meer wijl den Ioanas Resident Goutlemonde daar en tegen bij sijn briefje van den 17e desen komt te betuijgen, dat hij sig met Van Javas oost Cust den 27:e febr: 1745. met de hem toegesondene recruten ter defentie sijner onderhebbende Post tegen alle vijandelijke aanvallen volkomen oordeeld in staat te sijn: maar daar en tegen geeft hij bij dat selve schrijvens weder kennisse, dat de rebellen bereeds meer dan de helft van het Pattijse district ander haar geweld gebragt, en daar door de vaart bin„ nen door, langs de Ioanase bevier ten eenemaal gestremt hadden, mitsg=s dat de pattijse Volkeren, en kel op het gesigt van den Vijand in een grote confusie over de revier gevlugt en daar door verscheijde van deselve waren gemassacreert geworden. alle het welke ons dan ook aanlijding gegeven heeft, om ter voorm: sessie van 22. courant te besluijten tot het aanwerven van nog een Comp:e van 200. Inlandse militairen /onder den alhier militerenden Balijs Capitain Mamoet Pajoeangan; nademaal het seer apparent was dat de Retballen het Land van Pattij te ander gebragt, en gevolgelijk den doortogt door dat District open gemaakt hebbende het 23 Van Javas oost Cust den 217:e febr: 1745 het daar bij niet laten stetlen, maar wel verder soude tragten door te dringen tot in de Landen van Tanjong en Japara, welke haar nu het naaste, en aan de beurt leijden: en dat in soo een geval de resi„ dentie van Iapara, als alleen met 40. Europeesen beset zijnde, sig gevaarlijk defen„ deeren maar daar en tegen op de aan„ nadering der Refbelle met de voorm: „nieuw te Wervene Comp:s weder ten eersten soude kunnen werden ontset en bijgesprongen„ Iarmiddels sal uw hoog Ed„s bij de twee nevensleggende cognoissement facturas, komen te consteeren, dat in't schip d' Ruijter op Rembang voor het ambonse Gouver„ nement zijn afgescheept 1200. p„s Chineese gezaagde Planken ten bedragen van ƒ 288:—:— en in Weckenburg voor de Provintie van Banda 2 2. p„s swalpen, lang 32. a 35. breed 17 a 23. en d„o 3. a 4. duijm, en 57. p„s sware pinkamse planken, monterende te samen met daar op ge„ vallene ongelden ƒ. 136: 6: 8. Eindelijk sullen wij uw hoog Ed:s tot sest desen nog schuldpligtig der kennisse brengen Van Javas oost Cust den 27:e febr: 1743. brengen, dat alhier gisteren avond ter Rhede is komen opdagen de Chaloup Eva Susanna van Cheribon, alwaar deselve van Palembang komende en de reijse na Batavia niet hebbende kunnen ge„ winnen, was vervallen, en welke wij eerst van eenige benodigtheden voorsien, en dan op morgen ingevolge de ter gem: Residentie Cheribon aan den daarop varende Gesaghebber Andries Smit verleende ordre voortsenden sullen naar sourabaija. Waarmede &„a /:was getekend:/ W: B: Ten haghuijs, R: de Klerk, L: Decker, G: W: v: Kruse, P„r d„ Vos, C: van Volberg, I: Renne en W: D„ Heeren /:in margine:/ Samarang den 27. e febr: A„o 1745. — Aan als Voren. Den door indispositie van 't schip Weckenburg alhier verblevene opperm=r Anthonij August Boon, weder gereconvalaseert zijnde, laten wij den selven thans oostijwoords overvoren met dit briefje van geleijde en noemen ons met diep respect &=a /:ge:/ als boven. / in marg:/ Samarang den 4. e maart 1745. Register 25 Van Javas oost Cust den 8. ' Maart 1745 Register der Papieren Welke op heeden door den politiquen Raad tot samarang werden afgesonden aan haar hoog Edelens de hoge Indiase Regeringe tot Batavia N„o 1. Origineele missive van en aan als in den hoofde deses gedateert op heeden „ 2. Twee gecachetteerde missives van den WelEd: heer Commissaris Verijsel en den heer Gesaghebb: Sterrenberg tot sourabaija aan hoog gem: haar hoog Edelens gesuperscribeert 3. Coper Resolutien genomen in rade van Politie tot samorang op den 1. en 7. courant. D„o brieff van welm: Ed: heer Commis„ soris Verijsel en raad tot Coura„ baija ged„t 1. febr: jongstleden „ 5. _ D„o Brieff van ged„te sijn welEd: en den heer Gesaghebber sterrenberg van denselven datum „ 4. no 6. Van Javas oost Cust den 8. ' Maart 1745. N„o 6. Copia brieven van er aan den Majoor Hohendorff tot Cartasoera in dato 27: e febr: en 25: jtem 6. e deser maand. 7. —d„o Brieven van en aan den Iaparas Resident Falk van 2d. der voorleden item 4. deser lopende maand. 8. Twee requesten door de tot sourabaija be„ scheijdene Luijtenent van den Broek en p„l vendrig Roelofsz: aan haar hoog Ed„s gedediceert „ 9. Eysch van Contanten, amenonitie van oorlog, krijgsgeweird„a van sourabaija „ 10. Memorie van het geene op deselve alhier kan werden voldaan Samarang den 5. ' Maart 1747. /:getekend:/ R: A: Van Goens secretaris. Batavia. Aan sijn hoog Edelheijt den hoog Ed: geb: hoog agtb: gestr: Heere gustaff Willem Baron van Imhoff gouverneur Generaal en de Edele Heeren Raden van neder„ lands India Titul. soo

NL-HaNA_1.04.02_2655_0429 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 8th of March 1745. Just now we received, alongside the writing from Major van Hohendorff in Cartasoera dated the day before yesterday, two letters addressed to us, one from the Right Honorable Commissioner IJsselverijd and Council, and one from His aforesaid Honor and the Governor Sterrenberg at Sourabaija, both dated the 1st of the past month of February. The latter served solely to recommend to us the speedy forwarding thither of the enclosed sealed missive to Your Right Excellencies, and the former served to accompany the two included petitions dedicated to Your Right Excellencies by the Lieutenant serving at Sourabaija, Bartholomeus van den Broek, and the provisional Ensign Dirk Roelofsz. The first requests his discharge to the Netherlands on account of ample expiration of time, and the other requests the acquisition of the absolute rank of Ensign, which he has already held provisionally to satisfaction since the year 1741. For that reason, we were ordered by the aforesaid Honorable Commissioner to favorably present this request of his to Your Right Excellencies, while there was also attached to that writing a requisition of supplies with the order that we satisfy it as much as possible from here at the first opportunity, and communicate the same to Your Right Excellencies for consideration. Consequently, we have the honor to accompany the said petition with a memorandum of what we are capable of supplying from here. However, since we are entirely devoid of a vessel for its transport, we take the liberty very humbly to request Your Right Excellencies, upon the dispatch of a ship or vessel thither, to have it call at Samarang in order to be able to take the said goods along. Furthermore, the aforesaid letter from Major van Hohendorff contained a communication of the arrival of 50 native soldiers and an ensign, whom we, in addition to the reinforcement of 35 dragoons sent to him as mentioned in our latest humble letters of the 28th of February, had detached thither anew upon his further request and report of the growing power of the enemy in his letter of the 27th of February aforementioned, pursuant to our resolution taken on the first instant, a copy of which is attached hereto. Said reinforcement was also of such effect that the repeatedly mentioned Major van Hohendorff further informs us in his aforesaid writing that he has, for the first time, forced that rebellious crowd (who had dared to approach the main settlement two days in a row and attack the same) to retreat, leaving behind 30 dead Madurese, along with 7 swivel guns and 1 banner. And the second time, or rather on the 6th instant, being the date of his repeatedly mentioned writing, he completely destroyed their camp, killed three leaders, took one Madurese prisoner, and chased them away to within three hours of Cartasoera, with the intention the following day, being yesterday, to pursue them further and, if possible, to eradicate them entirely. Concerning the outcome thereof, we shall not fail to provide Your Right Excellencies with the required notice by the next opportunity. Meanwhile, we presently note here that on the 3rd instant the Council thought fit to send as commissioners to Japara the Riding-Master Decker and Junior Merchant Renne, in order to conduct an ocular inspection, in conformity with the instructions inserted and granted to them pursuant to the aforesaid resolution, both regarding the true condition of the remains of the hydraulic sawmill, as well as what in general is required for its restoration, and principally regarding the situation of the works of the lower lodge, whose demolition for the purpose of revetting the water conduit to the mill was repeatedly proposed to us by the Resident Falk in his letter of the 27th of February accompanying this in copy. Alongside this, he had sent over a small requisition of supplies for the said machine, which will be satisfied from here at the first opportunity, except for two European carpenters who are not available here and are therefore respectfully requested hereby from Your Right Excellencies, with the addition of the Resident's request, made on behalf of the Master Millwright, that one of them might be the carpenter Anthonij Verginius, stationed over there at the equipage shipyard, who also had some knowledge of that work and could therefore be of great service to him. Meanwhile, upon his request and for a speedy continuation of that work, we have not only sent to him, alongside the aforementioned Commissioners, a European mason and a ditto smith, but also granted him, upon his expressed distress regarding the lack of common laborers, authorization to hire as many natives at one dubbeltje a day as he should reasonably judge necessary for it. Likewise, upon his question as to what board money and rations he should deliver monthly to the millwright Cornelis Boksmijer, we considered the said craftsman as Master and consequently, following previous examples, allocated to him the emoluments of a Junior Merchant. In which manner, on the same day upon the recommendation of the first-mentioned, Sergeant Cornelis Hoffland, who had served in that capacity to satisfaction since the departure of the Under-Major Hans Gier with the Governor to Sourabaija, was also confirmed therein, and has been granted the emoluments of an Ensign, alongside 2 quires of paper, half a bunch of quills, and 4 lbs of candles monthly, as something required in the performance of that function.

Dutch transcription

27 Van Javas oost Cust den 8. ' Maart 1745 soo aanstonds ontfangen w' nevens het schrijvens van den Majoor van Hohendorff int Cartasoera ged:t op eergisteren, twee brieven so van den WelEd: heer Commissar is Verijsel en raad, als van welm: sijn Ed: en den heer Gesaghebber Sterrenberg tot sou„ rabaija aan ons gerigt, en beijde ge„ dogtekend den 1. ' der jongst verwekene, maand februarij, welke laaste eenlyk diende om ons de spoedige voortschicking costijwaards van de nevensleggende geca„ chetteerde missive aan uw hoog Edelens te recommandeeren en de eerste ten geleijde van de twee g'incluseerde requesten, aan uw hoog Ed„s gedediceert door den tot soura„ baija militeerende luijtenant, Bartho„ lomeus van den Broek, en den provision: Vendrig Dirk Roelofsz:, met versoek van den eersten om zijn demissie na nederl„s mits ruijme tijds Expiratie, en den an„ deren ter verkrijging van de absolute qualiteijt van Vendrig, welke ook al sedert den Iare 1741. door hem provis: ten genoegen bekleed: en daarom door welm: Edele heer Commissaris aan ons gelast Van Javas oost Cust den 8. ' Maart 1745. gelast is, dit sijn versoek aan uw hoog Ed„s gunstig voor te dragen, terwijl ook nog nevens dat schrijvens gevoegd was, een Eijsch van benodigtheden met ordre dat wy daarop by eerste occasie so veel mogelijk van hier voldoen, en hetselve tot speculatie communiceeren soude aan uw hoog Ed„s, gelijk wij dan ook inge„ volge van dien d' Eere hebben gedagte petitie te doen verseld gaan van een memorie van't geene men daar op van hier in staat is afte steeken, dan aange„ sien wij ten eenemaal destituijt sijn, van een Vaartuijg tot dies Transport, soo gebruijken w' de vrijheijd uw hoog Ed„s seer nedrig te versoeken bij de afvaar„ diging van een schip off Vaartuijg der„ waards hetselve samarang te laten aangieren, ten eijnde gedagte goederen te kunnen medeneenign. Wijders behelfde de opgem: brieff van den Majoor van Hokendorff een communi„ catie van de aankomst van 50. Jnlandse Militaire en een vendrig, welke men boven het by onse jongste onderdanige Letteren 89 Van Javas oost Cust Den 5. Maart 1745 Letteren van 28. o febr: vermelde; hem toegeschikte secours van 35. dragonders, op sijn nader versoek en bekendma„ king van de aangroeijende magt der Vijanden bij brieve van den 27. e februarij voormeld, de novo derwaards gedetacheert hadde, ingevolge onse genomen Resolutie op den eersten courant, in Copia hiernevens gevoegd. zijnde ged„te versterking ook van dat effect geweest, dat meerm: Majoor„ van Hohendorff ons bij wengen: schrijv„ alverder komt te bedeelen dat hy dien rebelligen hoop (:welke sig versout had„ den twee dagen agter den anderen tot aan de hoofdplaats te raderen, en deselve te attacqueeren;/ de eerstemaal hadde doen verhuijsen, met agterlating van 30. Doode Madureesen, mitsg„s 7. basjes en s. Vendel: en de tweedemaal of wel op den 6:' deser, zijnde den datum van sijn meerm: schrijvens, derselver Cempem=t geheel verwoest, drie koppen gedood en een Madurees gevangen genomen mitsg„s haar verjaagd hadde, tot op drie uren van Cartasoera, met voor„ neemen Van Javas oost Cust den 6. ' Maart 1745 voorneemen daags daaraan, sijnde gisteric„ deselve verder te vervolgen, en des moga„ lijk geheel uijt te roeijen, van welker 's uijtslag wij niet manqueeren sullen uw hoog Ed„s per naasten de vereijschte kennisse te geven. terwijl wij hier tans nog noteeren dat men op den 3. e deser in Rade heeft goed gevonden als ge„ committeerdens naar Iapara te senden den Rikmeester Decker en ondercoopm: Renne, ten fine om Conform de beij voorsz: resolutie g'ensereerde, en aan haar verleende Instructie oculair inspectie te neemen, so van de ware geschapentheijt der overblijffg selen van de zaagwatermolen, mitsg„s wat in't Generaal tot dies restouratie word vereijscht, als wel principaal ten aansien van de aangelegentheijd der Warken van de beneden Logie welkers afbrake ter eenploij tot be„ schoeijing van de waterleijding na de molen den resident falk bij sijn brieff van 27. e febr: desen in Copia accompagneerende bij reiteratie aan Van Javas oost Cust den 8. ' Maart 1745 aan ons voorgesteld, en daar benevens overgesonden hadde een Eijschje aan be„ nodigdheeden tot ged„te machine, 'twelk men bij eerste gelegentheit van hier sal voldoen, behalven twee Europeese Timmerlieden welke hier niet aan handen zijn, en daarom bi desen Eer„ biedig versogt werden van uw hoog Ed„ „ met bijvoeging van 's Resident uijt name van den Baas Molemaker gedane versoek dat eene derselve mogt bestaen in den âcostij op de Equipagie werff be„ scheijden Timmerman anthonij Ver„ ginius, welke mede eenige kennisse van dat werk was hebbende, en hem derhalven van veel dienst soude kunnen zijn, terwijl wij hem alverder op sijn gedaan versoek en tot een spoedige voortsetting van dat werk nevens voorn: Gecommitteerdens niet alleen toegeschikt hebben een Europees metselaar en een dito smit, maar ook aan denselven op sijne betuijgde verlegentheijt van gebrek aan gemeen werkvolk qualificatie C Van Javas oost Cust den 8. ' Maart 1745 qualificatie verleend, tot het in dienst neemen van so veel Inlanders tot een dubbeltje daags, als hij daartoe in billigheijt soude oordelen nodig te hebben, gelik w' ook op sijne vrage wat kostgeld en randsoen hij 's maandelijx soude afgeven aan den Molemaker Cornelis Boksmijer ged„te Kunstenaar als Baas geconsidereert, en dienvolgende na vorige Exempelen toegelegd hebben, de Emolumenten van een ondercoopman Inwelker voegen men ook ten selven dage op 't voordragen van den eerstget„de den Sergeant Cornelis Hoffland welke sedert het vertrek van den onder majoor Hans Gier met den heer Gesaghebber naar sourabaija, dien dienst ten genoegen hadde gefungeert daarin geconfirmeert, en aan den„ selven toegevoegd heeft, de Emmolument van een vendrig, benevens 2. boek ppier een halve bosschagten en 4. lb: kaarsen 's waandelijx, als iets dat in't waar„ neemen van die functie werd verEijscht v

NL-HaNA_1.04.02_2655_0435 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 8th of March 1745. We beseech that your High Excellencies may deign to honor the foregoing with your gracious approval, and in that hope we have the honor to remain with the utmost submission etc. Signed: W: B: Tenhaghuijs, R: de Klerk, G: W: van Kruse, P: de Vos, C: van Volbergen, and W: I: Heeren. In the margin: Samarang, the 8th of March 1745. To the same as before. Having had the honor to receive by the ship De Peerl your High Noble and Right Honourable Venerable missive of the 12th ultimo, annexed with 10000 lb of gunpowder, for which we express our humble thanks, as well as for the promise made regarding the small vessel Delfland, with the assurance that, in accordance with your High Excellencies' mandate, we shall have De Peerl, as well as the ship De Ruijter, which we are still expecting, undertake their voyage to the eastern provinces by the middle of this month. Just as we take the liberty to present to your High Noble and Right Honourable a requisition, demonstrating the meager remainders of such cash, ammunition of war etc. as will unavoidably be needed in this region; therefore we insistently petition your High Noble and Right Honourable for a favorable satisfaction; Wherewith we remain with deep respect. Signed: H: Verijsel, G: vande Pol, G: Keijser, F: A: v: Haarsolte, I: v: Suihtelen and B: Van Doorn. In the margin: Sourabaija, the 1st of February 1745. Lower: P.S. After the signing of this, Mr. Elto Sterrenberg arrives here by the ship De Ruijter and the pantjallang De Peperthuijn. Register of papers which are dispatched today by the Political Council at Samarang to their High Excellencies the High Indian Government at Batavia, namely: No. 1. Original missive from and to as in the heading of this, under today's date. No. 2. Duplicate ditto by the said Political Council under date the 5th of this month, sent to the aforementioned their High Excellencies. No. 3. Copy of resolution taken in the Political Council at Samarang on the 10th instant. No. 4. Ditto letters from and to the Japara Resident Falk, dated the 8th and 10th of this month. No. 5. Ditto ditto from and to the Resident at Qualladamak Blacquiere of the 8th and 10th of this month. No. 6. Invoice of loaded gunpowder in Wickenburg for Banda. Samarang, the 11th of March 1745. Signed: F: H: van Goens, Secretary. Batavia. To his High Excellency the High Well-born, Right Honourable Severe Lord Gustaff Willem Baron van Imhoff, Governor-General, and the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies. Title. Besides the duplicate of our latest submissive letters of the 8th of this month, we now again have the honor to present to your High Excellencies the copy of our disposition taken yesterday, in relation to which we respectfully set down herewith that, upon the proposal made to us on behalf of the Demak regents Raden Marta and Wiera Nagara by the Resident Blacquiere in his writing of the 5th instant, annexed hereto in copy, and their demonstration of readiness to march against the enemy with their forces—which enemy had already taken the entire district of Grobogan, as well as some other negorijs situated on the boundary of the Demak territory—it was found good not only to grant authorization to the said regents for that purpose, but also, upon their request made in addition thereto, to detach thither under the surveyor and linguist Ensign Hermanus van Eeren, a sergeant, a corporal, a drummer, and 12 European privates, item 38 native soldiers, in order that, having joined with the aforementioned Demak people, they may prevent the enemy from any further advance and inflict all possible damage upon them, in the manner as we have prescribed to the said officer in an instruction handed to him today and inserted in the said resolution. Just as we also, on the same day, upon the report received that morning from the Japara Resident Falk by letter of the 5th of this month, stating that another party of rebels had invaded the land of Pattij and had engaged in battle with its inhabitants, and upon his proposal made therein, have resolved to cause the Japara forces, as well as those of the district of Coedus, to march to the aforementioned district of Pattij, in order to thus jointly confront the enemy from that side as well and to check their progress, for which purpose the necessary orders have already been dispatched to the said regencies; and furthermore it was found good, in consideration of the weakness in which the Samarang garrison presently found itself due to the noteworthy detachments made for some time past, to take into service as many Amboinese and provisionally place them under the native Burgher Captain Carelsz as shall be inclined thereto. To the Ensign-Engineer Willem Hendrik Leggerman, whom we have summoned from Cartasoera, in conformity with our respectful writing of the 2nd of the past month of February, to find employment in the construction of the curtain wall currently in progress, we have granted, upon his request, for as long as the aforementioned work shall last, one rijksdaalder daily as a gratuity, which all engineers who allow themselves to be employed for extraordinary services enjoy, and therefore we beseech that your High Excellencies will be pleased to approve this disposition of ours. While we in the meantime subscribe ourselves with due respect etc. Signed: W: B: Tenhaghuijs, R: de Klerk, G: W: v: Kruse, P: de Vos, C: van Volbergen and W: I: Heeren. In the margin: Samarang, the 11th of March 1745. Register

Dutch transcription

Van Javas oost Cust den 8. ' Maart 1745. Wij sineken dat uw hoog Ed„s het vorenstaande met derselver gratieuse goedkeuring gelieven te ver„ Eeren, en in die hope hebben wij d'Eere ons met de uijtterste submissie &=a /:w„s getekend:/ W: B: Tenhaghuijs, R: de klerk G: W: van Kruse, P: de Vos, C: van Volbergen, en W: I„ Heeren /:in margine:/ Samarang den 8. Maart 1745. — Aan gelijk voren. Per het schip de Peerl de Eer gehad hebbende te recipieeren uw hoogEd: groot Agtb: gevene„ reerde missive van den 12.:e jongstleden annex 10000. lb: buskruijt, waar voornedrig dank betuijgen, als mede voor de gedane promesse van het scheepje Delfland, met verseekering, dat conform uw hoog Edelhed:s Mandaat de Peerl, so wel als het schip de Ruijter, dat w' al egter nog te gemoet sien, media deser hare reijse na de oosterse Provintie sullen laten onderneemen. gelyk de vrijheijt neemen aan uw hoog Edele Groot Agtb: aan te bieden, een Eijsch, onder aantoning van de sobere restanten : Van Javas oost Cust den 1:e febr: 1745. restanten, van sodanige Contanten, am„ monitie van Oorlog &=a als om dese oirt onvermeijdelijk wel benodigt sal wesen, derhalven insteeren wij aan uw hoog Edele Groot Agtb: om een goed. gunstelijke voldoening; Waarmede niet diep ontsag verblijven /:getekend:/ H„ Verijsel, Gj vande Pol, G: Keijser, F: A: v: Haarsolte, I: v: suihtelen en B: Van Doorn, /:in margine:/ sourabaija den 1. febr: 1745. /:lager:/ P: S: na het teijkenen deses arriveert alhier perhet schip de Ruijter en de pantjallang de Peperthuijn d heer Elto Sterrenberg Register der papieren, welke op heeden door den politiquen Raad tot samarang versonden werden aan haar hoog Ed„s de hoge Indiase: Regering tot Batavia, namentlijk N„o 1. origineele missiv van en aan als in den hoofde deses, onderhuijdige datum te „ 2. duplicaat d„o door ged„e politiquen Rand sub 351 Van Javas oost Cust den 11:e Maart 1745 sub dato 5. ' deser, aan welm: haar hoog Ed„s geevateert N„o 3. Copia Resolutie genomen in politiquen rade tot samarang, op den 10. e Courant „ 4. _„o Brieven van en aan den Japaras Resident Falk, in dato 8. e en 10e deser „ 5: _„o _„o van en aan den Resident tot Qualladamak Blacquiere van 8. en 10. e hujus „ 6. ' Factaur van geladen bulkruijt in Wicken„ burg voor Banda. Samarang den 11. e Maart 1745. /:getekend:/ F: H: van Goent, secretaris. Batavia. Aan sijn hoog Edelheijt den hoog Ed: geb:, hoog agtb: gestr: Heere Gustaff Willem Baron van Imhoff gouverneur Generaal, en d' Edele Heeren Raden van neder„ lands India Nevens het duplicaat van onse jongste submissie Letteren van den 8. e deser, hebben Titul. wij . Van Javas oost Cust den 11:e' Maart 1745 wij tans weder d'Eere, uw hoogEd„s te presenteren de Copia onser op gisteren genomene dis„ positie, met relatie tot welke wij by desen Eerbiedig ter neder stellen, dat men, op de aan ons uijt name van de Damakse regenten deradeens Marta en Wiera nagara door den resident Blacquiere bij sijn schryjvens van den 5. e courant, hier in Copia annex gedane propositie en betoning van hare bereijdwilligheijt om den vijand, welke bereeds het gantsche District van Grobogan, benevens eenige andere negorijen op de grensscheij„ dinge van't Damakse Gebied leggende hadde ingenomen, met hare magtregen te trecken, heeft goed gevonden aan ged„te regenten daar toe niet alleen quali„ ficatie te verleenen, maar ook op der„ selver doar benevens gedane instantie onder den Land- en Jaalkundige ver„ drig Hermanus van Eeren, derwaards te detacheeren, een sergaant, een Corport„ een Jamboer, en 12. gemeene Europees item 38. Jnlandse militairen, ten eijnde met de meerm: Damakse volkeren geconjungeert sijnde, den vijand den te verderen 37 Van Javas oost Cust den 11:e Maart 1745 verderen door togt te beletten, en alle mogelijke afbreuk te doen, indiervoegen als wij hetselve aan gem: Officier hebben voorgesz:, bij een aan hem op heden g'intra„ gueerde, en bij ged„te Resolutie g'insereert staande Instructie. gelyk wt ook ten selven dage op het dien morgen ontfangen berigt van den Iaparas Resident Falk bij brieve van 5. hujus, dat een andere portij rebellen in't Land van Pattij ge„ vallen, en met dies Inwoonders slaags geweest hadden; en op syne daar bij gedane propositie g'arresteert hebben, de Japarase volkeren, so wel als die van't Landschap Coedus te doen opmarckeeren, na het voorm: district van pattij, om also gesamentlijk den vijand van dien kont mede tegen te gaan, en in haren loop te stuijten, ten welken eijnde men ook bereeds de nodige ordres na de gem: Regentschappen gede„ pecheert, en alverders goed gevonden heeft uijt aanmerking van de swak„ heijt waar in't Samarangs Guarni„ saen door de sedert eenige tijd herw. s gedane noeuwaardige detachementen sig Van Javas oost Cust den 11. ' maart 1745 sig tans quam te bevinden, so deel amboi„ neesen in dienst„ neemen en bij provisie onder den Inlands Burger Capitain Carelsz: te doen sorteeren, als daar toe sullen inclineeren Aeen den vendrig Ingenieur Willem Hendrik Leggerman, welke met conform ons Eerbiedig schrijvens van den 2. e der vergange maand febr:, van Cartasoera ontboden heeft, om Emploij tevinden bij d'Extructie van de thiens onder handen zijnde hingmuur, hebben wij op sijn versoek solange het voorn: werk sal duren, dagelijx een rijxdaelder toegelegt, als een douceur, waarvan alle Ingenieurs, welke sig tot Extroord: diensten laten gebruijken, komen te gaudeeren, en daarom smeeken wij dat uw hoog Ed„s sig dese onse dispositie sullen gelieven telaten welgevallen. Terwijl wij ons ondertussen met Exppect onderschrijven &„a behoorlijk d=a /:getekend:/ W: B: Ten haghuijs P: d' lerk, G: W: v: Kruse, P„r de Vos, C van Volbergen en WW: I„ heeren /:in margine:/ Samarang den 11. e Maart 1745. Register

NL-HaNA_1.04.02_2655_0441 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 22nd of March 1745 Register of such papers as are dispatched this day by the Political Council at Samarang to Their Right Excellencies, the High Indian Government at Batavia, namely: No. 1. Original letter from one to another as above under today's date " 2. Copy of resolution taken in the Political Council at Samarang on the 16th instant. " 3. Ditto letters from and to the Japara Resident Valk, dated the 18th and 16th of this month. " 4. Ditto ditto from and to the Resident at Joana, Balthazar Toutlemonde, dated the 9th, 11th, and 21st of this month. " 5. Ditto Javanese and translated Dutch palm-leaf letter written by the Raden Tumenggung of Madura to the Ngabehi Tambi and the Captain of the Malays at Joana. " 6. Original bill of exchange for the benefit of the burgher Anthonij Bopaseoskij. " 7. Petition from the Secretary of Policy, Rijkloff Anthonij van Goens, addressed to Their Right Excellencies. No. 8. From Java's East Coast the 28th of March 1745 No. 8. Copy of a letter written by Major von Hohen- dorff at Cartasoera to this Council on the 20th instant. Samarang, the 22nd of March 1745. signed: R. A. van Goens lower: NB: Herewith is also enclosed an encrypted letter from Sourabaija addressed to Their Right Excellencies. Batavia To His Right Excellency, the Right Honorable, Highly Esteemed, Valiant Lord, Gustaff Willem Baron van Imhoff, Governor General, and the Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. The Captain of Cavalry Decker and the other merchant Renne, having been on a commission to Japara in accordance with what was noted in our respectful letter of the 5th of this month, and having returned from there on the 14th following, have submitted to us concerning the sawmill to be erected there Title such From Java's East Coast the 28th of March 1745 such a report as Your Right Excellencies will find inserted in our resolution taken upon it on the 16th instant, annexed hereto in copy, and in conformity therewith, we have granted Resident Falk authorization for the demolition of the lower works, since these are declared useless in that document, as well as the requisition of the timber mentioned in the said report in so far as Japara could provide it, with orders to draw up a memorandum of the remainder and send it hither, so that the same may be requisitioned from Rembang or elsewhere; just as, pursuant to the same resolution, we have dispatched two European masons thither to work on the cited machine, while we hereby respectfully repeat once more our request made in the aforementioned letter of the 5th of this month for two ditto carpenters, who are likewise most urgently required, seeing that if the said work is not brought to completion during the coming favorable monsoon, From Java's East Coast the 28th of March 1745. it would again be exposed to total ruin during the subsequent rainy season by the heavy downpour. From Joana news was furthermore received by a short letter from Resident Toutlemonde dated the 9th of this month, that four days previously the rebels had defeated the army of both the Regents of Pattij and Joana, and thereupon, on the 5th following, with a force of over three thousand men, under the Raden Tumenggung of Madura, Diepo sono of Toeban, and the Raden of Bellora, had attacked the post of Joana, and maintained the action against it from eleven o'clock in the morning until two o'clock in the afternoon, whereupon, leaving behind several dead, they took flight and encamped about an hour's march all around the said residency, and that this engagement ended on our side without the loss of a single man, though on the contrary with several being wounded, while the said Resident, From Java's East Coast the 18th of March 1745 Resident, along with his further letter of the 11th instant, communicating that the enemy had since undertaken nothing other than setting fires all around, sent to us a palm-leaf letter brought by a Javanese from the enemy's camp, written by the aforementioned Raden Tumenggung of Madura to the Ngabehi Tambi and the Captain of the Malays at Joana, to make known to them that he, the Tumenggung, having been sent by the Sultan to attack the Europeans with hostility, requested the Chinese, Javanese, and other foreign nations for assistance, or at least that they should remain outside of everything; to all of which we have replied to the Resident today, that he should communicate to us approximately the precise number of the aforementioned wounded, and to what extent it had weakened his garrison, so that we might be informed thereof and, if necessary, could assist him, just as we have caused the aforementioned Ngabehi Tambi and From Java's East Coast the 22nd of March 1745. Captain of the Malays to be thanked by him for their demonstrated loyalty in handing over the above-mentioned palm-leaf letter, with a promise that, if they continue thus, they will in due time be favorably remembered by the Company. Furthermore, we most humbly request Your Right Excellencies that the contents of the enclosed sole bill of exchange, for the benefit of the burgher Anthonij Boresloskij, amounting to 5500 rixdollars, may be paid out of the Company's treasury, into which the said sum was received here upon the request of the fellow burgher Hans Iurgen Christoffelsz; just as we further submit to Your Right Excellencies the request of our Secretary Rijkloff Anthonij van Goens, that, following the example of his predecessors, he may be favored in his present service by Your Right Excellencies' grace with the rank of junior merchant, and inasmuch as he gives us complete satisfaction in his office, and moreover with great diligence and

Dutch transcription

39 Van Java's oost Cust den 2.2. e Maart 1745 Register van sodanige papieren als op heden door den politiquen Raad tot samarang werden af„ gesonden aan haar hoog Edelh:s de hoge Indiase Regeeringe tot Batavia, als N„o 1. origineele missive van een aan als even onder huijdigen datum „ 2. Copia resolutie genomen in politiquen rade tot samarang op den 16. ' courant. „ 3. D„o Brieven van en aan den Iaparas Resident Valk in dato 18. en 16 ' deser, „ 4. _,„o _„o van en aan den Resident te Joanr Balthazar Toutlemande ged„t 9„e 11„e en 21. e deser maand „ 5. _„o Javaanse en Translaat nederduijtse ola door den Maas Tommongang maddara aan den Ingabeij Tam„ bij en Capitain der malijers tot Toana geschreeven „ 6. origineele wisselbrief ten behoeven van den burger anthonij Bopaseos kij „ 7. Request van den secretaris van politie Rijkloff anthonij van Goens aan haar hoogEd„s gedediceert no. 8. Van Javas oost Cust den 28:e Maart 1745 N„o 8. ' Copia brieff door den majoor van hohen„ dorff tot Cartasoera aan desen raad geschreven op den 20. e Courant. Samarang den 22. e Maart 1745. /:getekend:/ R: A: van Goens /:lager:/ NBB: hier nevens legt nog een gecretiet„ teerde brief van sourabaijr aan haar hoog Edelens gesupersribeert. Batavia Aan sijn hoog Edelheijt, den hoog Ed: hoog agtb: gestr: Heere Gustaff Willem Baron van Imhoff, gouverneur Generaal, en d'Edele Heeren Raden van neder„ lands India Den Ritmeester Decker en andereo opman Renne, ingevolge het genoteerde bij onse Eerbiedige Letteren van den 5:e deser, in Commissie naar Japara geweest, en en op den 14. e daar aan weder gere„ verteert zijnde, hebben ons aangaande de op te regtene zaagmolen aldaar Titul sodanigen 41 Van Javas oost Cust den 28. ' Maart 1745 sodanigen Rapport gesuppoditeert, als uw hoog Ed„s sullen g'insereert vinden, bij onse daar op genomene Resolutie van den 16. e Courant, desen in Copia annex, en in conformité van dien, hebben wij den Resident Falk qualificatie verleent, tot d'afbrake der beneden werken, vermits deselve bij dat papier onnut werden verklaart, ikem het bemagtigen der bij ged„te rapport almede vermelde houtwerken in so verre Japara die konde leveren, met ordre, om van de overige te formeeren en herwaards te senden, een memorie, ten eijnde deselve van Rembang off elders kunnen werden g'eijscht: gelijk wij ook navol„ gens hetselve besluijt ter Emploij aan geciteerde machine hebben derwaards geschikt, twee Europeese metselaars, terwijl wij bij desen nogmaals Eerbiedig komen te herhalen ons versoek bij voorn: schrijvens van 5. e deser om twee dito Timmerlieden, die mede ten hoogsten vereyscht werden, aangesien gedagte werk, gedurende de aanstaande goedemousson niet ten eijnde gebragt Van Javas oost Cust den 28. e Maart 1745. gebragt werdende, in de daarop volgende regentijd, door de sware afwakering weder aan een Totale ruine soude werden bloot gesteld. Van Soana heeft meer bij een briefje van den Resident Toutlemonde in dato 9. e deser tijding bekomen, dat de rebellen vier dagen bevorens het Leeger, soo van de Regenten van Pattij, als Soana geslagen, en daar op den 5. daaraan met een magt van over de drie duijsend Coppen, onder Maas Tommongong van Madura, Diepo sono van Toeban, en den Radeen van Bellora, de post Doana g'at„ tacqueert, en het tegen deselve uijtgehouden hadden, van Elff uren voor, tot twee uren naar de middag, wanneer zij met agterlaking van verscheijde Dooden de vlugt genomen en sig omtrent een uur gaans in't ronde van gedagte Residentie gecampeert hadden, mitsg=s dat, dat treffen van onse zeijde, sonder verlies van een man, dog daar en tegen met bekoming van verscheijde gequesten was afgelopen, terwijl gem: Resident) 43 Van Javasoost Cust den 18. ' aart 1745 5 Resident ons, nevens syn nader schryvens van den 11. e Courant onder communi„ catie dat de vijand sedert niets onder„ nomen hadden, als rondom brand te stigten, quam toe tesenden een ola door een Javaan uijt het vijandelijke Leeger gebragt, en dan den voorn: Maas Tommongong maô Dara gesz: aan den Ingabei Jambij, in den Cap=n der Malyers tot Toana; om deselve be„ kend te maken, dat hij Tommongong door den sulthan gesonden zijnde om d' Europeesen vijandelijk te attacqueeren, de Chineesen, Iavanen, en andere overwalse Natien versogt om assistentie, dan wel ten minste dat zij sig buijten alles houden wilden; op alle het welke wij den resi„ denk heden hebben gerescribeert, dat hij ons per naasten het nette getal der voorn: gequesten, en in hoeverre het selve sijn Guarnisoen verswakt hadde soude bedeelen, op dat wij daar van onderrigt en des noods zijnde, hem soude kunnen adsisteeren, gelijk men ook den voorn: Ingabeij Tambij en Capitain Van Javas oost Cust den 22. ' maart 1745. Capitain der malijers, door derselven heeft doen bedanken, voor hare betoonde trouwe in de overgave van opgem: ola, onder een belofte, dat zij sodanig voortvarende in der tijd door de Comp: ten goeden souden bedagt werden. Wijders versoeken w/ uw hoog Edelens seer nedrig, dat den inhoud van nevens„ leggende solowisselbrieff, ten behoeve van den Borger Anthonij Boresloskij bedragende rd„s 5500. mag werden voldaan uijt 'sComp„s Cassa, waar in ged„e somma hier, op het versoek van den mede burger Hans Iurgen Chris„ toffelsz: is ontfangen; gelijk wij uw hoog Edelens alverder voordragen „'t versoek van onsen secretaris Rijkloff Anthonij van Goens, omme op syn presente dienst, naar het Excempel zyner voorsaten, door uw hoog Edelens gunste, gegratificeert te werden, met de qualiteijt van ondercoopman, en aangesien derselver ons, in sijne functie volkomen genoegen geeft, en daar en boven met veel ijver en

NL-HaNA_1.04.02_2655_0447 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 22nd of March 1745. and diligence to make himself worthy of such a favor by virtue, we take the liberty to add our own entreaties to his and to beseech Your High Excellencies for a favorable apostil on his attached petition. This being prepared thus far, we received from Cartasoera through the forwarding of Major van Hohendorff from Sourabaija three letters dated the 11th, 12th, and 25th of February last, principally directed as an escort to a sealed missive superscribed to Your High Excellencies, which we have the honor to accompany herewith, as well as the copy of the letter written by the aforementioned Major van Hohendorff to us on the 20th current, for communication of his return to Cartasoera, after he pursued the Madurese with their adherents for eleven days consecutively, massacred a multitude of them, and had entirely dislodged the remainder and caused them to take flight toward From Java's East Coast, the 22nd of March 1745. toward the borders of Djepan, not to mention that they had beforehand rid themselves of all their baggage, wounded, gunpowder, and ammunition in the river of Colo to facilitate their retreat, and by which expedition the passage to the east was also made safe again. Wherewith we profess with profound respect, [signed:] W. Ed. Tenhahuijs, R. d' Klerk, L. Decker, G. W. v. Kruse, P. de Vos, C. van Volbergen, I. Ronné, and W. T. heeren. In the margin: Samarang, the 22nd of March 1745. Register of the Papers which are dispatched on this day by the Political Council at Samarang to Their High Excellencies the High Indian Government at Batavia, namely: No. 1. Original missive from and to as in the heading of this, under today's date. No. 2. Copy of resolutions taken in the Council of Policy From Java's East Coast, the 1st of April 1745. of Policy at Samarang on the 24th and 30th of the past month of March. No. 3. Copy, letter from the Honorable Commissioner Verijsel and the Lord Drossaard to this Council, dated the 19th past. No. 4. Ditto ditto from the well-mentioned Their Honors together with the Council at Sourabaija to and of the same date as just mentioned. No. 5. Ditto ditto from and to the Rembang Resident van der Bruggen, dated the 15th, 24th, and 29th, also the 23rd of the aforementioned month of March. No. 6. Ditto ditto from and to the Resident at [illegible] Balthazar Goutlemonde of the 26th, 30th, and 31st of March aforesaid. No. 7. Ditto ditto from the Demak Resident Blacquiere of the 16th ditto. No. 8. Ditto ditto to the Japara Resident, written on the 30th of the same month. No. 9. Ditto ditto from and to Ensign van Elten encamped at Grobogan, dated the 26th and 30th past. No. 10. Ditto Javanese, and translated Dutch letter written for Aria Diepo Sasana of Toeban, to the Nakhoda Salam at Joana. No. 11. From Java's East Coast, the 1st of April 1745. No. 11. Copy of instructions for Sergeant Sad.r T.k Hensel commanded to Pati. No. 12. Petition from Sergeant Dan Nicolaas Donau dedicated to Their High Excellencies. No. 13. Copy of the roll of names of 14 Chinese who came over from the enemy to Rembang. No. 14. Two original Solo bills of exchange, for the benefit of Miss van der Brugghen and the citizen Doornik. No. 15. A requisition for gunpowder and musket balls for Sourabaija. No. 16. A ditto for necessities for this office, annexed to a catalog of medicines. No. 17. Sealed packet from Sourabaija superscribed to Their High Excellencies. Samarang, the 1st of April 1745. [signed:] RE.s H. van Goens, Secretary. Batavia. To His High Excellency, the High and Nobly Born, Highly Esteemed, Valiant Lord, Gustaff Willem Baron van Imhoff, Governor-General, and the Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. Title. Yesterday evening there came to our hands via Rembang a separate and a general letter From Java's East Coast, the 1st of April 1745. letter from Sourabaija, both dated the 19th of the just passed month of March, and annexed hereto in copy; to the first of which was attached the enclosed packet superscribed to Your High Excellencies, and to the latter, besides a copy of the requisition sub dato the 8th previously already forwarded to Your High Excellencies, also a further ditto, for gunpowder and musket balls, which we take the liberty to add herewith, as we are unable to fulfill it completely, while we hereby once again humbly beseech for a ship, not only for the conveyance of such goods as we are capable of dispatching from here on the first-mentioned requisition and had the honor to present to Your High Excellencies in a memorandum: but also for one hundred and thirty lasts of rice, which were likewise petitioned by the said general letter, and that as speedily as possible; considering that no vessel is kept at hand here that can be judged capable and secure enough for that purpose. Furthermore, on this occasion, according to our resolutions enclosed here in copy of From Java's East Coast, the 1st of April 1745. of the 24th and 30th of the aforementioned month of March, we shall first note regarding Rembang that we, upon the request of the Resident van der Brugghen by writing of the 15th current for authorization to write off in his trade ledgers the Rds 3528:5 found short in the cash by his predecessor Verkerk, as well as orders on how he should deal with him if he refused to come here first for the settlement of his aforementioned matter in accordance with our given order, because the aforementioned Verkerk daily let it be known that he, notwithstanding this, intended to depart directly for Batavia: have approved to postpone the aforementioned authorization until the final settlement of that matter, as well as regarding Verkerk to adhere to what was previously ordained, with orders to van der Brugghen to urge him once more in superabundance to comply therewith, adding that the accountability otherwise proceeding therefrom would be for

Dutch transcription

Van Javas oost Cust den 224:e' Maart 1743. en vlijt, sig soo een gunst kragt waardig te maken, so gebruijken wij de vrijheijt onse Instantien, nevens de sijne te voegen en uw hoog Ed„s te smeeken om een guin„ stige opostil op desselfs nevensgevoegde smeerschrift. Deese tot dus verre in gereedheyt sijnde ontfangen wt over Cartasoera door be„ stelling van den majoor van hoken„ dorff uijt sourabaija drie brieven gedateert 11. o 12. e en 25. febr: pass„o, princi„ paalgerigt, ten geleijde eener geeachet„ teerde missive, aan uw hoog Edelens gesupperscribeert, welke wij d' Eere hebben Desen so wel te doen versellen, als de Copia van de door nevens door gem: majoor van hohendorff aan ons op den 20. Courant geschrevene brieff, ter com„ municatie van desselfs Betour te Cartasoera, na dat hij de madureesen met derselver aanhang, elff dagen agter den anderen vervolgt, een mee„ nigte van deselve gemassacreert, en de overige ten eenemaal hadde doen delogeeren, en de vlugt neemen naar Van Javas oost Cust den 22. ' Maart 1745. naar de Grensen van Djepan, ongerekend deselve sig alvorens van alle hare Ba„ gagie, gequesten, kruijt en ammonitie in de revier van Colo hadden ontlast om daar door derselver aftogt te faciliteeren, en door welke Expeditie de passagie om d' oost, ook weder was beveijligd geworden. Waarmede wij met diepschuldig ontsag ilja /:getekend:/ W: Ed: Tenhahuijs betuijgen„ R: d' Klerk, L: Decker. G: W: v: Kruse, P: de Vos, C: van Volbergen, I: Ronné en W: T„t heeren /:in margine / samarang den 12. e Maart 1745. Register der Papieren welke op heden door den politiquen Raad tot Samarang werden af„ gesonden aan haar hoog Ed„s de hoge Indiase Regeringe tot Batavia, namentlijk N„o 1. Origineele missive van en aan als in den hoofde deses, onder huijdigen datum. „ 2. Copia Resolutien genomen in rade van Politie Van Javas oost Cust den 4: April 1745 politie tot samarang op den 24. e en 30. e der vergange maant maart. N„o 3. Copia, brieff van Den Edelen heer Commis„ joris Verijsel en de heerswout aan desen Raad in dato 19. e passato, „ 4. _„o _„o van welm: haar welEd„s benev„s den raad ten sourabaija aan en van dato als even „ 3. D„o D„o van en aan den Rembaags Resident van der Bruggen in dato 15. 24e, en 29. ', item 23. e der meerm: maand maart „ 6. _„o _„o van en aan den resident te panr Balthazar Goutlemonde van 26. 30. o en 31. e maart voorm„t „ 7. _„o _„o van den Damaks Resident Blacquiere van 16. ' dito. „ 8. _„o _„o aan den Iaparas resident op den 30. e derselver maand gesz:, „ 9:' _„o d„o van en aan den tot Grobogan gecampeert leggende vendrig van Elten in dato 26. e n 30. e passato „ 10. _d„o Javaanse, en translaat nederduijtse ola gesz: voor Aria diepo sasana van Toeban, aan den anachoda salam tot Joana No 11 Van Javas oost Cust den 1:e April 1743 N„o 10. Copia Instructie voor den naar pattij gewin„ mandeerden sergeant sad„r t„k Hensel. „ 12. Request van den sergeant dan niolaas Donau aan haar hoog Ed„s gedediceert „ 13. Copia Naamrolle van 14. e tot dembang van den vijand overgekomene Chineesen „ 14. Twee origineele solo Wisselbrieven, ten be„ hoeve van Juffrouw van der Brugghen en den Burger Doornik „ 15. Een Eijsch van kruijt en snaphaan Koegels voor sourabaija „ 16. Een d„o van benodigtheden voor dit Comptoir„ annex een catalogus van medicamenten, „ 17. geachetteerd pacquet van sourabaija aen haar hoog Ed„s gesuperscribeert Samarang den 1.:e april 1745. /:get:/ RE:s H: van Goens secretaris. Batavia Aan sijn hoog Edelheijt, den hoog Ed: geb: Hoog agtb: Gestr: Heere Gustaff Willem Baron van Imhoff gouverneur Generaal en de Edele Heeren Raden van neder„ lands India Titul Gisteren avond sijn ons over Rembang aan honden gekomen een aparten en gemeene brief - Van Javas oost Cust den 1. e April 1745 brief van sourabaija beijde ged„t den 19. ' der evengepasseerde maand Maart, en hier in Copia annex, bij welke eerste gevoegd was, het inleggende pacquet aan uw hooghd„s gesuperscribeert, en by de laaste buijten een Copia van den Eijsch, sub dato 8. e bevorens reeds aan Uw hoog Ed„s voortgeschikt nog een vader dito, van kruijt en snaphaan= kogels, welke wij de vrijheijt neemen hier nevens te voegen, als zijnde tot dies compleete voldoening buijten staat, ter„ wijl wij bij desen nogmaals ookmoedig smee„ ken om een schip, niet alleen ter overbreng van sodanige goederen, als wij vermogende zijn op eerstgen: Eijsch van hier aftesteeken en d'Een gehad uw hoogEd„s by een memorie voor te dragen: maar ook van hondert en dertig Lasten rijst, welke bij gedagte gemeen briefje mede, en dat welten spoe„ digste, werden gepetitioneert; aangesien men hier geen een vaartuijg aan hauden heeft dat daar toe bequaam en secuur genoeg kan werden g'oordeelt. Voorts sullen w' by dese occasie blijkens onser hier in Copia g'incloseerde resolutien van Van Javas oost Cust den 1:e april 1745 van den 24. e en 30. der meerm: Maand maart, voor eerst aangaande Rembang noteeren dat wij op het versoek van den resident van der Brugghen bij schrijvens van den 15. e courant om qua„ lificatie ter afschrijving bij sijne handel„ boekjes van de door sijn predecesseur Verkerk op de Cas tekort gekomene rd„s 3528:5. — mitsg„s ordre hoedanig hij met derselven leeven soude, wanneer hij weij„ gerde ter afdoeninge zyner voorn: zaak eerst det heen te komen, conform onse gegevene ordre, om dat meerm: verkerk sig dagelijx uijtliek dat hij daes niet tegen„ staande, van Inkentie was, direct naar Batavia te vertrecken: goedgevonden hebben de voorm. qualificatie uijt te stellen in de finale afdoening dier zake mitsgaders ten reguarde van Verkerk ons te gedragen aan het voorheen ge„ ordonneerde, met last aan van der Brugghen, om hem nogmaals ten overvlaede in dies nakoming te ad„ horteeren, onder bijvoeging dat de an„ ders daar uijt proflueerende verantwoording voor . .

NL-HaNA_1.04.02_2655_0453 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 1st April 1745 run for his account; and he would thereby only worsen his case more and more. Meanwhile, concerning this Office, we shall further note here that it has come to our attention from two later notes from the aforementioned Resident, dated the 24th and 29th past, to our particular satisfaction, that the enemy has for some time kept entirely quiet and without making the least movement in their binkings, and had thereby given occasion for about 150 households, who had previously been driven away by the rebels, to now settle down again, and had thereby enabled him to ship off a cargo or two of timber, just as he also, alongside his last writing, sent hither the 14 Chinese mentioned in the attached name roll, who had deserted from the enemy over there with their weapons, requesting a pardon; and because upon examination they were found all to be known Chinese and residents, both of this and other places on Java, From Java's East Coast the 1st April 1745 whom the enemy had detained by force and compelled to follow their faction; these people have here been set at liberty and allowed to go their way. Furthermore, concerning the post of Joana, we shall dutifully inform Your Right Honourables that yesterday, for its reinforcement, there was detached thither an ensign, three sergeants, three corporals, and twenty-four common Ambonese soldiers from among those who here, in accordance with what was noted in our respectful letter of the 11th of the aforementioned month of March, were enlisted under the Native Burgher Captain Carelsz, because a request to that effect had been made to us by the Resident Goutlemonde, demonstrating its necessity, in a note of the 26th past, alongside which he again sent over a Javanese palm-leaf letter written by Aria Diepasono of Toeban from the enemy camp to the Captain of the Malays at Joana, and of nearly the 53 From Java's East Coast the 1st April 1745 same content as the one that was attached to our latest humble writing of the 22nd March, so that this will appear to Your Right Honourables from its copy translation accompanying this; while in continuation of this we further note that on the same day, or yesterday, there were shipped off for Japara 80 European and 30 Native soldiers under the command of Sergeant Frek Hendrik Hensel, in order to march further from there to the district of Pattij as soon as the Japara and Koedoes peoples, who by Ensign van Elten, contrary to our intention and what was laid down in our humble letter of the 11th past, had been taken along [illegible] to Grobogan, should have arrived back there, since we ordered their return in a note to the said officer: in order then to join with that Javanese army and thereby cover the said District of Pattij: just as Your Right Honourables will see in detail from our aforementioned resolution of From Java's East Coast the 1st April 1743. the 30th past and what was consequently ordered in a note to the Resident Falk, as well as the aforementioned by instruction to the said commanding sergeant, all lying in copy beside this: and seeing that we consider the aforementioned detachment, as well as that lying encamped under the frequently mentioned Ensign van Elten with the Damak Javanese in Grobogan, to be somewhat too slight, and for that reason would gladly reinforce it with some more men, we have, on the foundation of the assurance given to us in that regard by various Native officers, ordered the Japara Resident to inform us whether there might be an opportunity there to recruit a company of Natives from the Malays, Bugis, Balinese, and other nations who happen to reside there. Furthermore, we take the liberty to attach hereto a petition from the sergeant stationed here, Jan Nicolaas Donau, who very humbly requests Your Right Honourables From Java's East Coast the 1st April 1745 requests, on account of his advanced years and 33 years of service, to be pensioned and permitted to end his remaining days here: While upon the proposal made by the first-signed at the session of the 24th past, we respectfully request Your Right Honourables to be elucidated whether the writing off of dragoons' horses and their equipment that happen to be lost or go missing in an action shall be charged or written off to the account of the Honourable Company or rather of the dragoon, since in such cases, because nothing positive has been ordered regarding this, one would find oneself in an embarrassment. In conclusion of this, we implore Your Right Honourables for a favorable settlement both of the attached two original Solo bills of exchange, the amounts of which, to 4000 rixdollars and 6000 rixdollars, were counted into the treasury here by the Burghers Carel Fredrik Smit and Simon Pierre Salies, in favor of the widow of the Military Captain Jacob Willem From Java's East Coast the 1st April 1745. Willem van der Brugghen, and the burgher Michiel Doornik; as well as on the attached extra requisition. While for the rest we hope that our aforementioned actions may be honored with Your Right Honourables' esteemed approval, remaining meanwhile, with deep dutiful respect, etc. (was signed:) W: B: Tenhaghuijs, R: d' Klerk, F: Decker, G: W: v: Kruse, P: d'Vos, C: van Volbergen, J: Penne, and W: T: Heeren (in the margin:) Samarang the 1st April 1745 Translation from a Javanese writing, dedicated by the Pangerang Adipattij Annom Amancoerat to His Right Honourability the Right Honourable, highly Esteemed Lord Gustaff Willem Baron van Imhoff, Governor General, together with the other Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies, dated the 26th March Anno 1745. This is dedicated in all submissiveness

Dutch transcription

Van Javas oost Cust den 1:e April 1745 voor sijn reek: lopen; en hij sijn zaak daar door maar meer en meer soude vergeren. ondertusschen sullen wij dit Comptoir con„ cerneerende, alhier nog nokeeren, dat ons uijt twee latere briefjes van voorm: resident ged„t 24. en 29. ' pass„o tot bijsondere vergenoeging is te voren gekomen, dat den vijand sig sedert eenigen tijd gantsch stil en sonder de minste beweging te maken, in hare binkings gehouden, en daar door occasie gegeven hadde, dat omtrent 150. huijshoudens, die voorheen door de rebellen verjaagd waren sig nu weder nedergeset, en hem daar door in staat gebragt hadden, tot 't afscheepen van een Lading off twee met houtwerken, ge„ lijk hij ook nevens sijn laaste schryvens quam herwaards tesenden, de bij de in Coper annexe naamrolle vermelde 14. Chineesen, welke ginter met hunne ge„ weiren van den vijand overgelopen woren met versoek om pardan, en om dat men bij examinatie bevond deselve alle bekende Chineesen en ingeseten te syn so van dese, als andere plaatsen op Iava„ welke Van Javas oost Cust den 1:e April 1745 welke den vijand met geweld aangehouden en genoodsaakt hadde, derselver aanhang te volgen; heeft men die menschen hier op vrije voeken gesteld en hares weegs laten gaan; wijders sullen uw hoog Edel„s belangende de post Joana schuldpligtig bedelen, dat men op gisteren tot dies versterking nog derw„t heeft gedetacheert een vendrig, drie sergeants, drie Corporaals en vier en twintig gemeene Amboines militaire van de geene welke alhier, conform het genoteerde bij onse Eerbiedige Let„ teren van 11. ' der meerm: maand Maart onder den Inlands burger Capitain Corelsz: zijn aangenomen, uijt hoofde ons door den resident Goutlemonde onder vertoning van dies noodsake lijkheijt daartoe was versoek gedaan by een briefje van 26. e pass„o, waar nevens hij weder quam over te senden een Iavaanse ola door aria Diepa sono van Joeban uijt het vijandelijk Leeger gesz: aan den Capitain der malijers te Joana, en bijna van den 53 Van Javas oost Cust den 1. e april 1745 derselven inhoud als de geene, welke nevens ons jongst submis schrijvens van 22: ' maart is gevoed geweest, invoegen uw hoog Ed„ dat sal blijken bij dies Copia Translaat desen versellende, terwijl wi ten ver„ volge deses alverder noteeren dat men tenselven dage of gisteren vaar Japara heeft afgescheept, 8. o Europeesen en 30. Inlandse militairen onder Commando van den sergeant frek hendrik Hensel, ten eijnde van daar verder op te trecken na't Landschap van Pattij, so dra de Japarase en Coedoese Volkeren, welke door ten vendrig van Elten, contrarie onse uiitentie, en het ter nedergestelde bij onse, onderdanige Letteren van 11.:e pass„o rebusive na Grobogan waren medegenomen daar weder souden sijn aangekomen, wijl wij dies te rugsending bij een briefje aan ged„te officier hebben g'ordonneert: om als dan niet dat Iavaanse Leger te conjungeeren, en't gem: District van Pattij daar door te Deeken: gelijkerwijs uw hoog Ed„s hetselve breedvoerig sal con„ steeren uijt ons voren aangeroerde besluijt van Van Javas oost Cust den 1. ' April 1743. van 30:e pass„o en het dienvolgende bij een briefje aan den Resident falk g'ordonneerde mitsg„s t voorgesz: bij instructie aan ged„te commanderend sergeant, alle in Copia bezijden desen leggende: en aange„ sien w' het voorn: detachement, so wel als dat, onder den meerm: vendrig van Elten met de Damatse Javanen in Grobogan gecampeert leggende, wat te gering considereeren, en om die reden görne nog met eenige manschappen souden versterken, so hebben wij op fun„ dament van de ons dierwegens door diverse Inlandse officieren gedane ver„ sekering, den Iaparas Resident gelast ons te informeeren, off doar ter plaatse geen occasie soude zijn tot het aanwerven van een Comp: Jnlanders uijt de malyers, Boegineesen, Balyers en andere natien welke sig daar ko„ men te onthouden Voorts nemen wij de vrijheijt hier„ „ den nevens te voegen een request van „ hier bescheijden sergeant Ian Nicolaas Donau welke uw hoog Ed„s seer nedrig versoekt Van Javas oost Cust den 1.:e April 1745 versoek om mits sijn hoge Iaren en 33. jarigen dienst gegageert, en gepermitteert te werden, sijn overige dagen hier te eijndige: Terwijl wij op het geproponeerde door den eerstgetekende, ter cessie van 24. o pass„o uw hoog Ed„s Eerbiedig versoeken g'elucideert te mogen worden of de afschrijvinge van dragonders paarden en derselver Equipagie, welke in een actie komen te blijven off absent te raken sal gesteld of afgeschreven worden p reek: van d'EComp: dan wel van den Dragonder, dewijl men sig in sodanige gevallen, vermits door omtrent niet positieff geordonneert is) in verlegent„ heijt soude komen te bevinden Tot slst deses smeeken wij uw hoog Ed„s om een gunstige voldoeninge sowel op de bijgevoegde twee origineele solo wisselbrieven welkers bedragen 10t rd„s 4000. 9 rd„s 6000. hier in Cassa geteld is door de Burgers Carel fredrik Smit en Simon Pierre ene salies, ten faveure van de wed=e van den Capitain militair Iacob Willem Van Javas oost Cust den 1. e April 1745. Willem van der Brugghen, en den burger Michiel Doornik; als op nevensgevoegde Extra Eijschje Terwijl wij voor het overige verhopen dat onse voorm: behandelinge mogen veerd werden met uw hoog Ed„s geagte approbatie, ons ondertussen, met diep schuldig respect &=a /:was getekend:/ W: B: Tenhaghuijs, R: d' Klerk, f: Decker, g: W: v: Kruse, P: dvos, C: van Volbergen, J: Penne en W„' T„heeren /:in margine:/ Samarang den 1. april 1745 Translaat uijt een Iavaans geschrift, opgedragen door den Pangerang Adipattij Annom Amancoerat, aan syn hoog Edelh=t den WelEd: groot agtb: Heere Gustaff Willem Baron van Imhoff gouverneur Generaal, benevens de verdere WelEd: heeren Raden van ne„ derlands India sub dato 26. Maart A„o 1745. Desen werd in alle onderdanigheijt op gedragen

NL-HaNA_1.04.02_2655_0459 view scan ↗

English

From Java's East Coast under date 1st April 1745 dedicated to the feet of his High Excellency the Lord Governor-General Gustaff Willem Baron van Imhoff, who holds command over all the Honourable Company's extensive forces, both by water and by land, to whom is wished enduring health and all imaginable prosperity in his government over the Company's subjects, as also over me and my family; and that I may always be under the Honourable Company's protection, as long as I live After this my writing will have been handed over in all submissiveness to Your High Excellency as well as to the other Noble Lords Councillors of India, this serves to request that it might please Your High Excellency to permit me and to allow me to go to Iaer and there to visit the burial site of my father, as also those of my other friends at Cantasoera, which my friends here are tearfully requesting; however, if this my request should cause any concern with Your High Excellency concerning Java, I request that Your From Java's East Coast under date 1st April 1745. High Excellency please only command how I shall have to conduct myself in service of the Honourable Company, whereon I rely by day and night, and I offer my person up like a fish upon the platter to the good pleasure of Your High Excellency and shall conform myself entirely to the will of the Honourable Company, concerning which I am requesting Your High Excellency's honoured order. The reasons that move me to offer this my writing to Your High Excellency are, because I consider that not only my person, but my father and grandfather were nurtured and raised by the Honourable Company, and also protected at all times, for which I do not cease by day and night to pray that the Honourable Company may always be my protectors Furthermore I request a favourable indulgence from Your High Excellency, that I take the liberty to trouble Your High Excellency with this my writing, and upon which I also rely; End. All that I have further to say is mentioned herein. was signed for the translation signed P: E: Le Bak. Batavia From Java's East Coast the 2nd April 1745 Batavia To his Excellency the High and Nobly Born Lord Gustaff Willem Baron van Imhoff Governor-General together with the Right Honourable Lords Councillors of Netherlands India Title The ship Ruijven having brought here Your High Excellency's highly esteemed letter of the 19th of last month, I have, according to what was ordered therein, laden that vessel with 120 pieces of beams, for dunnage, and 180 ½ koyang of rice, being fully 300 lasts, amounting together with its expenses to the sum of ƒ5626:19:8. as appears from the accompanying invoice, to which is added an expense account to the sum of ƒ72:—:— on account of what was furnished to the crew of that vessel, for the write-off of which I very respectfully request to obtain Your High Excellency's order Also have added hereto From Java's East Coast the 2nd April 1745 a report concerning the completed rice delivery from which Your High Excellency if you please will observe that a quantity of 473½ koyangs of rice still remains here for shipment, and that delivery has been fulfilled to such an extent that only 210 koyangs are still lacking from the full delivery of 1800 koyangs, of which alone the Chinese farmer of Oeloejami remains 101 koyangs in arrears, and 92 ditto of Pacculongan, also 17 ditto of Tagal, which together amounts to a lack of 210 koyangs, and I shall not fail to urge the Adepatti Djajadeningrat and other Regents to the complete fulfillment thereof; Furthermore, also added hereto is an invoice of the rice and the poultry that is to be dispatched one of these days with native vessels as provisions for Your High Excellency, so I shall conclude herewith, From Java's East Coast the 2nd April 1743 wishing Jehovah's blessings, and with very respectful greetings etcetera signed Cornelis Breekpot in margin: Tagal the 2nd April 1745. and below that: P.S. As this is closing, there arrives here by native vessel the native burgher Israël Isaacz, co-farmer of Damak, who had intended to go to Batavia, but around the latitude of Oejong Tanna was captured and entirely plundered by pirates, so I have, in hopes of Your High Excellency's favourable interpretation, sent the same, along with another of his companions as well as a Chinese and a Javanese, over on this vessel, in order that they may better give verbal notice of their experience to Your High Excellency; also gave the ship's officers a written instruction whereof an authentic copy is appended hereto how they might conduct themselves if they should happen to encounter such pirate vessels on their return voyage to Batavia, From Java's East Coast the 2nd April 1745 because the evidence and rumours of those pirates have caused so much consternation among the local traders that almost no vessels dare sail out of this river; therefore I do not doubt that Your High Excellency will employ means by which those plunderers will be captured or driven away. While with all high esteem I remain etc. signed Cornelis Breekpot at the side stood: date as above Register of the Papers which are dispatched today by the Political Council at Samarang to their High Excellencies the High Indian Government at Batavia, as Piece 1. Original letter from and to as in the heading thereof of today's date 2. Duplicate letter sent on the 1st instant to the aforementioned their High Excellencies, originally dispatched No. 3.

Dutch transcription

Van Javas oost Cust onder dato 1:' april 1745 opgedragen aan de vaeten van syn hoog Edelheyt den heere Gouverneur Generaal Gustaff Willem Baron van Imhoff, die het gesag voert over alle 's EComp:s uijtgestrekte magten, so te water als te Lande, die toe ge„ wenscht word een langdurige gesondheijt en alle bedenkelijke voorspoed in desselfs regering over 's Comp„s onderdanen, als ook over mij en mijne famille; en dat ik geltijd onder 's EComp„s bescherming mag zijn, so lange als ik leve Naar in alle onderdanigheit dit mijn geschrift aan Uw hoog Edelh„s benevens de verdere Edele Hheeren Raden van India sal hebben terhand gesteld, soo dient desen ten versoeke, dat het uw hoog Edelh:s behagen mogte, van my te permitteeren en te geloven, om naar Iaer te gaan en aldaar te gaan besoeken de grafstede van mijnen Vader, als ook die mijne verdere Vrunden tot Cantasoera, 't geene mijne vrunden alhier huijlende sijn versoekende; edog so dit mijn versoek bij uw hoog Ed„s eenige opmerking mogte veroorsaken betreffende Iava so versoeke dat het mw Van Javas oost Cust onder dato 1. e april 1745. uw hoog Edelens maar gelieven te comman„ deeren, hoe ik mij in dienst van d EComp. sal hebben te gedragen, waar op ik mij by dag en nagte verlate, en offerere mijne persoon op gelijk een Vis op den schotel aan het wel behagen van uw hoog Ed„s en sal mij in't geheel na de wille van d' EComp: voegen, waarvan ik uw hoog Ed„s g'Eerde orde ben versoekende. De reden die wij bewegen om dit mijn geschrift aan uw hoogEd„s op te offeren, zijn, door dien ik overwege, dat niet alleen mijne persoon, maar myn vader en grootvader door dEComp: syn aange„ queekt en groot gebragt, maar ook ten allen tijden beschermt, waarvoor ik niet op houde bij dage en nagte te bidden dat dEComp: altijd mijne beschermers mogen zijn Voor te versoeke een gunstige inschicking van uw hoogEd:s, dat ik de wuijpostigheijt gebruijke van uw hoog Ed„s met dit mijn geschrift te incomodeeren en op dewelke ik mij ook verlate; Eijnde. Al 't geene ik verder te seggen hebbe is in desen gemeld. /:onderstond:/ voor d' overselting /:ge„t / P: E: Le Bak. Batavia ƒ Van Javas oost Cust den 2.:' April 1745 Batavia Aan syn Edelh„t den hoog Edel geboren Heere Gustaff Willem Baron van Imhoff gouverneur Generaal mitsgaders de welEdele Heeren raden van Nederlands India Tital den scheepe Ruijven alhier aangebragt hebbende, uw hoog Edelens hoog geagte schrijven van 19. ' laast verscheene maand, so hebbe volgens het daarbij geordon„ neerde, dien Bodem beladen met 120. p„s swalpen, tot een garniering, en 180. ½. Coijang rijst, zijnde ruijm 300. Lasten komende samen met dies ongelden te bedragen ƒ5626:19:8. blijkende, bij nevensleggende factuur„ waarby gevoegt is, een onkost reek: ter somma van ƒ72:—:— wegens het verstrekte aan de opvarende van dien bodem, tot welkers afschr: seer Eerbiedig uw hoog Ed„s ordre ver„ soeke te mogen erlangen Ook nog hier nevens gevoegd hebbe) Van Javas oost Cust den 2:e April 1745 hebbe, een raport, wegens de gedane Rijst leverantie waar bij uw hoog Edelens /:des believende :/ b'oogen sullen, dat alhier nog eene quantiteyt van 473½ coijangs rijst tot den afscheep restand blijft, en die leverantie tot so verre voldaan is, dat alleen aen de volle voldoeninge van 1800. Coijang nog maar 210. Coijangs komt te manqueeren waar van alleen den Chinees pagter van Oeloejami 101. Coijangsten agteren blijft, en 92. — d„o van pacculongan ook 17. —d„o van Tagal dat tesamen 210. Coijangs komt te manqueeren sullende niet in gebreken blijven, om den adepatti djajadeningvaet en andere Regenten, tot dies compleete voldoeninge aan te manen; Verder, ook hier bijgevoegd een factuur van de rijst, en het pluijen vee, dat tot provisie voor uw hoog Ed„s met met Inlandse vaartuijgen deser dagen staat afgesonden te werden, so sal desen hier mede besluijten, onder 61 Van Javas oost Cust den 2:e April 1743 onder toentenschinge van Iehovas Zee„ geningen, en „a seer Eerbiedige groete &=a /:getekend:/ Cornelis Breekpot /in margj:/ Tagal den 2. april 1745. /:en daar onder/ P: S: so op het sluijten deses, komt alhier met jnlands vaartuijg aan den Inl: Burger Israël Isaacz: mede pagter van Damak, de wil gehad hebbende na Batavia, maar omtrent op de hoogte van dejong Tanna door de zeerovers, verovert en ten eenemael uijtgeplandert is, so hebbe, onderhope van uw hoog Edelens gunstige welduij„ dinge derselven, met nog een van zijne medemaats benevens een Chinees en Javaan, met dese Bodem laten overvaren, omme deste beter mandelinge van hun wedervaren aan uw hoog Ed„s kennisse tekuning geven ook de scheeps overheden een schriftelijke Instructie mede gegeven /:waar van autentique Copia desen is bijgevoegd:/ hoedanigs hun zouden kunnen gedragen wanneer zij diergelijke roofvaartuijgen op hun te rugreijse na Batavia quamen Van Javas oost ust den 2:e April 1745 quamen te ontmoeten, want de blijken, en gerugten van die Rovers onder de Landelaars te deser plaatse, so veel versla„ gentheijt veroorsaakt, dat bij na geene Vaartuijgen dese Revier durven uijtlopen daarom twijffelet ook niet off uw hoog Ed„s sullen wel middelen gebruijken waar door die plunderaars opgeligt of verjaagt sullen werden. Terwijle met alle hoog agtinge blijve J=a /:getekend:/ Cornelis Breekpot /:ter zeijde / stond:/ dato voorschreve Register der Papieren welke op heeden door den politequen Raad tot samarang werden affgesonden aan haar hoog Edelens de hoge Indiase Regeeringe tot Batavia, als P„s 1. Origineele missive van en aan als in den hoofde dess van huijdigen datum 2. duplicaat missive op een den 1. e courant aan welmelde haar hoog rd„s origineel afgegaan No. 3. -

NL-HaNA_1.04.02_2655_0465 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 6th of April 1745 Number 3. Copy Resolution taken on the 2nd of this month in the Council of Policy at Samarang Number 4. Letters to and from the Rembang Resident van der Brugghen dated the 31st of last month and the 3rd of this month, Number 5. Ditto ditto to and from Ioana also dated last month and the 3rd current Number 6. Ditto short letter to the Japara Resident Falk dated the 2nd of this month. Samarang the 6th of April 1745. signed: F: A: van Goens secretary. Batavia To his High Nobility the High Nobly born Highly Esteemed Severe Lord Gustaff Willem Baron van Imhoff Governor General, and the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies Title. This morning, upon the arrival at this roadstead of the ship Teckop, having found ourselves honored with Your High Nobilities' revered letter of the 19th of the past month of March, we shall, pursuant to the order insinuated therein, immediately send that vessel on to Qualladamak and Bennewijsend to take in a cargo of heavy and light timber, which vessel, having already arrived here two days earlier, is due within a few days to continue its voyage to Sourabaija, after it will first have taken in the goods on hand here for that post; while we have ordered the respective Residents in the East not to delay the ship Vijvervreugd upon arrival at their posts, but immediately to let it proceed on its voyage hither, where that vessel shall take in as much rice as is held in stock from here, and shall then sail on to Tagal for further full lading, seeing that the supply of that grain among the Residents situated to the East is very scarce. Meanwhile we cannot on this occasion From Java's East Coast the 6th of April 1745 fail to communicate to Your High Nobilities, as a continuation of our latest respectful letter of the 1st of this month, enclosed herewith in duplicate, that we were informed by a letter of the past month from the Rembang Resident van der Bruggen that the enemy army, under Raden Tommongong Poerdediningrat, the day before had set fire to their two fortified posts near the said post, and had quietly marched off to Lassum, just as on the same day it was brought to our knowledge by the Resident of Ioana that on the 30th of last month, with a part of his force, he had attacked the enemy in their works and had put them to flight from the same, with the abandonment of about 80 dead, 10 banners and three metal swivel guns, as well as that on his side in that action, besides some lightly wounded, no more than one Malay had fallen, so that Your High Nobilities may, if it pleases you, observe such in the aforementioned letters, which accompany this in copy, From Java's East Coast the 6th of April 1745 together with the transcript of our Resolution taken on the 2nd current, in accordance with the content of which Major Ten haghuijs, having departed for Japara that same evening, has taken into service there two companies of natives from the Malays and Macassars who were residing at the said residency, the said companies consisting of 100 heads each, the first, or that of the Malays, under Captain Intje Alie, Lieutenant Intje Bras, and Ensign Intie Tabbar, and the second under Captain Dain Managal, Lieutenant Dain Minjakal, and Ensign Dain Maimpa; and since all of the same are officers of proven courage, who have repeatedly served the Company in the said capacities, we very humbly request that Your High Nobilities may favorably be pleased to approve their provisional appointments, and also to confirm the dispatch of the said recruits, under an equal division, from there directly to Grobogan and Pattij, for the reinforcement of the detachments lying encamped in those districts From Java's East Coast the 6th of April 1745 under Ensign van Elten and Sergeant Hensel, which we trust will thereby also provisionally be in a position to fulfill the purpose of their dispatch, namely, to prevent further breaches in those lands and their total ruin. Wherewith we testify with deep respect to be etc. signed: W: B: Ten haghuijs, R: de Klerk, Lieutenant Deeker, G: W: v: Kruse, P: de Vos, C: van Volbergen, F: Renne, and W: Tcheeren in the margin Samarang the 6th of April Anno 1745. Register of the papers being dispatched today by the Council of Policy at Samarang to Their High Nobilities the High Indian Government at Batavia, consisting of Number 1. Original missive from and to as in the heading hereof under today's date Number 2. From Java's East Coast the 8th of April 1745 Number 2. Duplicate missive dispatched the day before yesterday by the said Council of Policy to the aforementioned Their High Nobilities Number 3. Two copy circular letters to the respective Residents, likewise Regents and Javanese chiefs, upon and along Java's East Coast. Number 4. Original court records having served in the case of the quartermaster Andries Kortaan, punished here with death Number 5. Memorandum annex eight pay accounts of Coreel artillerymen who under the first of November of last year already departed for Batavia per the ship Adrichem. Samarang the 8th of April 1745. signed: R: A: van Goens, secretary Batavia To his High Nobility, the High Nobly born Highly Esteemed Severe Lord Gustaff Willem Baron van Imhoff Governor General, and the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies Title

Dutch transcription

63 Van Javas oost Cust den 6:e april 1745 N„o 3. Copia Resolute op den 2. o deser in rade van Politie te samarang genomen _„o brieven van en aan Den Rembangs Resident van der Brug„ ghen in dato 31. e der voorlede en 3. e deses Maand, „ 5. — d„o d„o van en naar Ioana mede ged:t W:o passato en 3. e Courant „ 6. D„o briefje aan den Japaras redisident Falk gedateert 2. deser. Samarang den 6. e april 1745. /:getekend: /. F: A: van Goens secretaris. Batavia Aan syjn hoog Edelheijt den hoog Ed: geb: hoog agtb: gestr: Heere Gustaff Willem Faror van Imhoff gouverneur Generaal, en d' Edele Heeren Raden van Nederl„s India Titjel. Heeden morgen met het arrivement „te deser Rhede van't schip Teckop ons verlerd gevonden hebbende met uw hoog Ed„s gevenereerde Letteren van den 4. 19o Van Javas oost Cust, den 6. e april 1745 19. ' der gepasseerde maand Maard, sullen wp dien bodem ingevolge het daarbij gin„ flueerde bevel ter inneeming van een Lading sware en ligte houtwerken ten eersten voortsenden naar qual„ ladamak, en Bennewijsend, welke bereets twee dagen vroeger hier is aangekomen staat binnen weijnig dagen, zine reijse te vervolgen na Sourabaija, na dat hij de goederen voor dat Comptoir hier aan handen, eerst sal hebben ingenomen; terwijl w' aan de respect:e Residenten om d'oost hebben g'ordonn=t het schip Vijvervreugd by aankomst op derselver Comptoiren net op te houden, maar ten eersten te laten reijs vorderen naar herw:s alwaar dien Bodem so veel rijst als men van hier in voorraad heeft, inneemen, en dan ter verdere vollading voortzeijlen sal naar Tagal„ aangesien de provisie van dien korlop d'oe d'oost leggende residentien seer „srchaars aam is. Ondertusschen kunnen w' bij dese gelegentheit„ niet 63 Van Javas oost Cust den 6:e April 1745 niet manqueeren uw hoog Edelh„s als een vervolg op onse jongst Eerbiedige Letteren van dato 1:e deser, in duplo hier nevens leggende, te communiceeren dat ons bij een brief van den W. e pass„o, door den rembangs Resident van der Bruggen is bedeelt geworden, dat het vijandelijk Leeger, onder den Radeen Tommongong Poerdediningrat daags bevorens, hare twee Bintings nabij ged„te Comptoir hadden in den brand gestoken, en in stilte afgemarcheert waren naar Lassum, gelijk ons ook ten selven dage, door den Resident van Ioana is ter kennisse gebragt dat op den 30. e passato, met een gedeelte zyner magt, den Vijand in hare werken g'attacqueert en uijt deselve met agter„ lating van omtrent 80. dooden, 10. Vendels en drie Metale draaijbassen op de vlugt geslagen hadde, mitsg„s dat van sijn zeijde in die actie buijten eenige ligte gequesten niet meer, dan een malijer was komen te sneuvelen, invoegen uw hoog Edelhed„s sulx des behogende kunnen b'oogen eo bij gem:e briefjes, welke desen in Copia versellen Van Javas oost Cust den 6:' April 1725 versellen, gepaart van't afschrift onser op den 2. e courant genomene Resolutie, con„ form welkers inhoud den Majoor Ten haghuijs dienselven avond naar Iapara vertrocken zijnde, aldaar in dienst geno„ men heeft, twee Compagnien Inlanders uijt de malijers en macassaren, welke sig ter ged„e Residentie onthielden, be„ staande de ged„e Comp: ider uijt 100. koppen d'eerste, of die der Malyers, onder den Capitain Intje Alie, Luijtenant Intje Bras, en Vendrig Intie Tabbar, en de tweede, onder den Capitain Dain Mana„ gal, Luijtenant Dain Minjakal, en Hendrig Dain Maimpa; en nademaal alle deselve officieren zijn van beproefde Cou„ ragien, welke de Comp:e meermalen in ged=te qualiteijten hebben gedient, so versoeken wij seer nedrig, dat uw hoog Edelens derselver pl: aanstellingen gunstig gelieven goed te keuren, en ook te approbeeren, d'afsending der gem: recruten, onder een gelijke verdeling van daar direct naar Grobogan en Pattij, ter ver„ sterking van de in die Districten order 67 Van Javas oost Cust den 6:e April 1743 onder den Vendrig van Elten en sergeant Hensel gecampeert leggende de tachementen welke w' vertrouwen dat daar door oo k bij provisie sullen in staat zijn, om te voldoen aan't oogmerk van dies aff„ sendinge, namentlijk, om te prevenieeren de verdere door brake in die Land„ schappen en desselfs totale ruine Waarmede wij met diep ontsag betuijgen te zijn &=a (:getekend:/ W: B: Ten haghuijs, R: de Klerk, L„t Deeker, G: W: v: Kruse, P: d, Vos, C„s van Volbergen, F: Renne, en W„ Tcheeren /:in margine / Samarang den 6. April Anno 1745. Register der papieren op heeden door den politicquen Raad tot samarang afgesonden werdende aan haar hoog Edelhedens de hoge Indiase Regeringe tot Batavia, bestaande in N„o 1. origineele missive van en aan als in den hoofde deses onder huij„ digen datum N=o 2. - Van Javas oost Cust den 8. ' april 1745 N„o 2. duplicaat missive op eergisteren door ged„te politiquen Raad aan welm: haar hoog Edelens gecarteert „ 3. Twee Copia Circulaire briefjes aan de respect: Residenten, item Regenten en Iavaanse hoofden, op en langs Iavas oost Cust. „ 4. Origineele proces stucken, gedient heb„ bende in de zake, van den hier met de Dood gestraften quartiermeester And„s Kortaan „ 5. Memorie annex agt soldij Rekenings van Coreel arthilleristen welke onder p„mo gbr: a pass„o per 't schip Adrichem bereeds naar Batavia syn vertrocken. Samarang den 8. e april 1747. /:getekend:/ R: A: van Goens, secretaris Batavia Aan sijn hoog Edelheijt, den hoog Ed: hoog agtb: gastr: Heere gustaff Willem Baron van Imhoff gouverneur Generaal, en d' Edele Heeren Raden van Nederlands India Titul

NL-HaNA_1.04.02_2655_0471 view scan ↗

English

From Java's North-East Coast, the 8th of April 1745. In dutiful compliance with Your Noble Excellencies' most revered orders, contained in your respected letter of the 30th of the recently passed month of March, received here yesterday, we shall hereby in all deference and to the best of our knowledge inform Your Noble Excellencies regarding the Javanese shahbandarships, that although we to date flatter ourselves to some extent that the outstanding lease monies will for the most part still be collected, except for the shahbandarships first cited by Your Noble Excellencies, namely those of Passoeroeang, Sourabaija, Grisse, Toeban, and Sidaijoe, we nevertheless suspect that those of the 5 compongs Calianger and Joegoe, Japara, Toedoenang, and Wallachan, as well as those of Tanjong and Goemoelak, will find the required payment the hardest to bear, as these shahbandarships are, according to general testimony, leased too high, all of which also daily comes to produce, at times, very far-reaching disputes between the leaseholder and the Javanese, as the former appropriates everything that can possibly be obtained by him. However, concerning the Lassem shahbandar, please let Your Noble Excellencies know that his arrears up to the end of last year, amounting to 1500 Spanish dollars, in accordance with our council resolution of the 16th of December of the past year, and what was subsequently noted in our humble letters of the 31st thereof, have been charged to the account of the former resident Verkerk, since which time that region, as well as Paradesse, has been invaded by the enemy. Your Noble Excellencies may also, if you please, see from our resolutions of the 22nd of February and the 30th of March last the petitions made by the Rembang and Joana shahbandars to be relieved of their shahbandarships; however, since these requests were presented very late, and the old year had virtually expired, we have for the time being rejected them. For the rest, we know nothing of importance to report to Your Noble Excellencies regarding the upcoming auction, other than that the Adipati Soeradimangala has very vigorously insisted on the retrieval of his bazaars, which currently belong under the Semarang leaseholder; and furthermore that, in accordance with Your Noble Excellencies' order, we immediately announced the fixed day of the new auction to the respective Regents and Residents at the stations by circular letters, which accompany this document in copy, as well as the original trial documents that served in the case of the quartermaster Andries Koortaan, who was condemned here for murder and piracy and, upon Your Noble Excellencies' received authorization by letters of the 29th of December of the past year, was punished with death; in which papers the prisoner quartermaster Ian Hoffhuijsen, mentioned in the petition of the Advocate Fiscal Roseboom, is not obscurely accused as an accomplice in the aforementioned perpetrated crimes. With which we have the honor, etcetera. Signed: W. B. Tenhaghuijs, B. de Klerk, L. Decker, G. W. v. Kruse, P. de Vos, C. van Volbergen, I. Renne, and W. T'heeren. In the margin: Semarang, the 8th of April of the year 1745. Below: P.S. The ship Velsen having arrived here at the roads yesterday evening, we immediately sent it onward to Rembang to take in a cargo of woodwork, while this letter is further accompanied by eight pieces of accounts for as many artillery servants who departed for Batavia on the 1st of November of the past year with the ship Adrihem. Register of such papers as are dispatched today by the Political Council at Semarang to Their Noble Grand Reverences, the High Indies Government at Batavia, namely: No. 1. Original letter, from and to as in the heading of this document, under today's date. No. 2. Duplicate letter written by the said Political Council on the 8th of this month to the said Their Noble Excellencies. No. 3. Copy of the resolution taken in the Council of Policy at Semarang on the 7th instant. No. 4. Ditto letter from the Honorable Lord Commissioner and Council at Sourabaija written hither on the 5th of this month. No. 5. Ditto letters from the Joana resident Balthazar Toutlemonde dated the 3rd and 7th of this month. No. 6. Ditto ditto from and to Ensign van Elten, stationed at Grobogan, dated the 5th and 10th instant. No. 7. Petition of the Chief Surgeon Arnoldus Gerritsz., addressed to Their Noble Excellencies. No. 8. Copy of the requisition of Sourabaija dated ... instant. No. 9. Memorandum of such goods as can be fulfilled here upon the same. No. 10. Expense account of what was provided to the yacht Binnewijsend. Semarang, the 12th of April 1745. Signed: R. A. van Goens, Secretary. Batavia. To His Noble Excellency, the High Noble, High Honorable, and Severe Lord Gustaff Willem, Baron van Imhoff, Governor-General, and the Noble Lords Councillors of the Dutch Indies. After the ship Binnewijsend departed from this roadstead on the 9th of this month for Sourabaija, fully laden with such goods for that station as were at hand here based on the successive requisitions made, we received again yesterday from there, alongside a letter from the Honorable Lord Commissioner Verijsel and Council dated the 5th instant, a further requisition, which we have the honor to submit to Your Noble Excellencies alongside this, with the title:

Dutch transcription

Van Java's oostCust den 8.:' April 1745. Inschuldige opvolginge van uw hoog Edelens seer gevenereerde beveelen, vervat bij derselver gerespecteerde Missive van den 30 e der jangst gepasseerde maand Maart op gisteren alhier gerecipieert, sullen w' bij desen in alle Eerbied, en na onse beste kennisse uw hoog Ed„s aangaande de Iavase Sabardharijen bedeelen, dat alschoon w' ons tot heden eeniger maten flatteren, dat de ten agter staande pagt penningen nog wel ten meestendeele sullen werden ingepalmnt excepto van de bij uw hoog Edelhedens eerstgeciteerde bhandarijen, namentlijk die van Pas„ soerveang, sourabaija, Grisse, Toeban en Sidaijoe; wij al egter vermijnen, dat die van de 5. Compongs Calianger, en Joegoe, Japara, Toedoenang en Wallachan mitsgaders die van Tanjong en Goemoelak de verpligte betaling wel het hardste vallen sal, als zijnde die sabandarijen volgens de algemeene getuijgenissen te hoog gepagt, al het welk ook dagelijx Tiful komt Van Javas oost Cust den 8. ' April 1745 komt uijt te leveren, somtijds al seer verregaande disputen tussen den pagter en Iavaan, als eijgenende den eersten sig alles toe, wat maar immers door hem kan werden g'obtineerd, dog con„ cerneerende den Lassaumson sabandhaar gelieve uw hoogEd„s te weten, dat dies agter„ stal tot ult„o gtn: bedragende 1500. spaans conform ons raadsbesluijt van den 16. december A„o pass„o, en het dienvolgende genoteerde by onse onderdanige letteren van 31. e daar aan, is gebragt ten laste van den Gewesen resident Verkerk 't sedert welke tijd die Landstreek so wel als Paradesse door den vijand is g'invadeert Ook sullen uw hoog Edelh: sulx gelievende uijt onse besluijten van den 22. e febr: en 30. e Maart jongstleden kunnen b'ogen de gedane instantien van den rembangsen en Ioanasen sabandhaar om van hare sabandharijen te mogen „ontheft:. werden,„; dan dewijl die versoeken seer laat zijn komen opdagen, en het oudeJaar genoegsaam was g'expireert, hebben ƒ Van Javas oost Cust den 8. e april 1745. hebben wij deselve als nog van de hand geweesen door het overige weten wij uw hoog Edelhedens nopens de aanstaande opvijling niets hoofd sakelijks te bedeelen dan dat den Adepattij Soeradimangala om de weder Erlanging van sijn Bassaars de welke thans onder den samarangsen pagter gehoren, seer kragtig heeft g'in„ steert; mitsg„s dat wij conform uw hoog Edelhedens ordre, den geprefigeerden dog der nieuwe opvijlinge, ten eersten aan de respect: Regenten, en Residenten op de Comptoiren hebben kond gedaan bij circuloire briefjes, welke desen soo wel in Copia versellen, als d'origineele proces stukken die gedient hebben in dezake van den hier overmoord en zee ronerije gecondemneerden, en op uw hoog Edelh„s bekomene qualificatie bij brieven van 29. ' xbr: A„o pass„o, met de Dood gestraften quartierm=r Andries Koortaan bij welke papieren den bij het Req„t van den advocaat fiscaal Roseboom, vermelden gevangene ƒ Van Javas oost Cust den 18„e April 1745: gevangene quartiermeester Ian hoffhuijsen niet duijster, als een mede complice in gem: geperpetreerde crnnen werd g'accuseert Waarmede wij d'Eere hebben d=a /:getekend:/ W: B: Tenhaghuijs, B: de Klerk, L: Decker, G: W: v: Kruse, P: de Vos, C: van Volbergen, I: Renne en W: T„heeren /:in margine:/ Samarang den 8„e april A„o 1745. /door onder:/ P: S: het schip Velsen gisteren avond alhier ter Rheede g'arriveert, hebben wij ten eersten ter inneeming van een Lading houtwerken voort„ gesonden na Rembang, terwijl dese nog verseld gaat van agt pees afreekenings van so veel arthillerij Bediendens welke onder p=mo 9br: a„o pass„o met het schip adri„ hem naan Batavia sijn vertrokken. Register van sodanige papieren, als op heeden door den politiquen Raad tot Samarang, werden afge„ sonder aan haar hoog Edele groot agtbaarhedens de hoge Indiase Regeringe tot Ba„ tavia, namentlijk, No 1. Van Javas oost Cust den 12„en April 1743 N„o 1. origineele missive, van en aan als in den hoofde deses, onder huij„ digen dat om „ 2. duplicaat missive door ged„t Politiquen Raad, op den 8. e deser aan welm: haar hoog Ed„s geschreven „ 3. Copia Resolutie, genomen in Rade van Po„ litie tot samarang, op den 7. ' cour=t, „ 4. —. d„o missive van den Edelen Heer Commis„ Joris en Raad tot sourabaija op den 5„e deser, na herw: gesz: „ 5. D„o brieven van den Poanas resident Balthazar Toutlemonde de datis 3. e en 7. e deser maand „ 6. _„o D„o van en aan den tot Grobogan gecompaert leggenden vendrig van Elten ged„t 5. en 10„e hujus. „ 7. Request van den opperchirurgijn ar„ noldus Gerritsz:, aan haar hoog Ed„s gesuperscribeert „ 5. Copia Eijsch van sourabaija in — dato. . . . . courant „ 9. Memorie van sodanige goederen als hier op deselve kunnen werden voldaan. No 10. Van Javas oost Cust den 12:e april 1745. N„o 10. onkostreek: van't verstrekte aant Iagt Binnewijsend. Samarang den 12. ' april 1745. /getekend:/ R: A: van Goens secretaris Batavia Aan sijn hoog Edelheijt den hoog Ed: hoog Agtb: gestr: Heere Gustaff Willem Baron van Imhoff gouverneur Generaal, en d' Edele Heeren Raden van Neder„ lands India Naar dat het schip Binnewijsend op den 9„e deser van dese rheede naar sourabaija was vertrocken, volladen met sodanige goederen voor dat comptoir als men hier op de successive gedane Eyschen aan handen hadde, hebben w' op geste„ ran van daar, nevens een missive van den Edelen Heer Commissaris Verijsel en raad in dato 5. e courant weder ontfangen een nader Eijsch, welke wet d' Eere hebben, uw hoog Ed„s, nevens desen Titul te

NL-HaNA_1.04.02_2655_0477 view scan ↗

English

75 From Java's East Coast the 12th of April 1745 to present, and pursuant to the orders given therein to accompany it with a memorandum of the goods that can be written off here on the petition. From the attached 2 copies of notes from the Toana Resident Toutlemonde dated the 3rd and 7th current, Your High Nobilities may, if it pleases you, observe that the rebels under Maas Tommongong and Radeen Bellora, having been encamped near the said post, have on the 2nd before also moved away from there, and furthermore that another party of 600 heads strong, under the rebellious Radeen Coeradiwangsa, had first settled in the district of Patty, but afterwards, upon receiving news of the enemy's departure from before Toana, had withdrawn again and proceeded to their hiding place in the southern mountains. The detachments stationed in the lands of Grobogan and Pattij under Ensign van Elten and Sergeant Hensel, in accordance with what was noted in our respectful letters of the 6th of this month, each having been reinforced with a From Java's East Coast the 12th of April 1745. company of 100 natives, we currently deem formidable enough to undertake something desirable, and therefore we have ordered the said Ensign by a note of the 10th of this month to let as many of the Demak Javanese withdraw and return home as he should deem can be spared, so that the retention of all those people would not cause any deterioration in agriculture. Just as we have also, by that same note, approved his intention mentioned in writing on the 5th before, to likewise clear the districts of Warong and Sesela of the rebels, and then with his small army take up post at the place where Lieutenant van den Broek encamped last year to cover the rice fields against the violence of Martapoera, who was then roaming there. Furthermore, we have the honor to present to Your High Nobilities, in addition to this, the copy of our resolution taken on the 7th current, which will show Your High Nobilities From Java's East Coast the 12th of April 1745 the license granted to Corporal Johan Godhard Visscher to first depart for Batavia in order to obtain his discharge to the Fatherland from Your High Nobilities; item, that which was provided at the request of the Captain Lieutenant of the aforementioned ship Binnewijsend to the said vessel and the crew aboard it, as appears from the enclosed expense account to the amount of ƒ273:12:—, for the write-off of which we hereby very humbly request authorization; and further to present to Your High Nobilities, with the transmission of a petition, the request of Chief Surgeon Arnoldus Gerritsz, who recently came down from Cartasoera, to be discharged from the service of the Company and permitted to end his remaining days as a burgher of Samarang, and since his pretext of having been compelled to the aforesaid request by continuous illnesses and weakness of his brain agrees with the report of the hospital chief surgeon here, From Java's East Coast the 12th of April 1745 we take the liberty of imploring Your High Nobilities' favor on his behalf. While we meanwhile remain with deep respect, etc., signed: W. B. Tenhaghuijs, R. de Klerk, L. Decker, G. W. V. Keuse, P. de Vos, C. van Volbergen, I. Penné, and W. t. Heeren. In the margin: Samarang the 12th of April 1745. To the same as before I returned here from the eastern salient on the 17th of this month, and have the honor to present very humbly herewith to Your High Nobilities my daily journal kept during my absence from this office, from which it appears that in the Sumenep expedition I found that region already abandoned by the Madurese upon my arrival, and furthermore had the good fortune to defeat them out of Pamekasan and also out of their benting on the border of Madura; thus advancing with From Java's East Coast the 20th of April 1745 my army up to near Tamplong, the place where, according to the instructions given to me by the Honorable Commissioner Verijsel, I had to halt, and I hoped, since terror had already been struck into the enemy, to be allowed to pursue them closely immediately further up to Sambilangan and, after having in the meantime become somewhat reinforced, to attack that fortress from the land side when the same was attacked simultaneously from the water side, because I then also immediately thought to see nearly the end of the troubles on Java, but the state of affairs and the rainy bad weather at Sourabaeija, to my regret, did not permit such, wherefore I remained encamped in the field near Tamplong for 27 days and was then, namely on the 9th of this month, relieved by Major van de Pol, by order of the Honorable Commissioner cum suis, in order to proceed back hither From Java's East Coast the 20th of April 1745 in compliance with the venerated orders of Your High Nobilities, which, if it pleases you, will also be evident from the said journal, that on my return journey I touched in passing at Rembang, Toana, and Japara, and at the first two mentioned residencies found everything in peace again; requesting otherwise very respectfully that my humble performances may deserve a favorable consideration from Your High Nobilities. Wherewith I have the honor to be, etc., signed: E. Sterrenberg. In the margin: Samarang the 20th of April 1745. Daily journal kept by the undersigned Senior Merchant and Commander of Java's Northeast Coast, Elso Sterrenberg, during his commission to the eastern salient; and further from Sourabaija as head of the expedition over Pasuruan.

Dutch transcription

75 Van Javas oost Cust den 12. e april 1745 te presenteeren, en ingevolge het daarbij ge„ ordonneerde te doen versellen van een memorie der Goederen, welke men hier op de petitie sal kunnen afsteeken. - uijt de in Copia bijgevoegde 2. briefjes van den oanas Resident Toutlemonde den datis 3. e en 7. e Courant, sullen uw hoog Ed„s des behagende kunnen b'oogen, dat de Rebellen onder Maas Tommongong en Radeen Bellora, nabij ged„te Post gecom„ peert gelegen hebbende, op den 2. e bevorens van daar mede zijn verhuijst, mitsgaders dat een andre parthij van 600. koppen sterk, onder den rebellige Radeen Coeradiwangsa sig eerst in't district van Patty nedergeslagen dog naderhand op de bekomen tijding van den afmarsch der vijanden van voor Toana weder afgetrocken en sig begeven hadden voor derselver schuijlhoek in't zuijdelijke gebergte„ de in de Landen van Grobogan en Pattij posthoudende Compementen onder den Vendrig van Elten en sergeant Hensel conform het genoteerde bij onse Eerbiedige Letteren van 6. o deser, ider met een - Compagne Van Javas oost Cust den 12„e april 1745. Compagnie van 100: Inlanders versterkt zijnde, oordeelen wij thans formidabel genoeg, om iets wenschelijx te onderneemen, en daarom hebben wij gem Vendrig bij een briefje van 10. e hujus gelast, weder so veel van de Damakse Iavanen te laten aftrecken en thuijs te keeren, als hij soude oordelen te kunnen missen ten eijnde het aanhouden van alle die volkeren, geen ver„gtering quame te eccuseeren in den Landbouw„ gelijk wij ook bij dat selve briefje heb„ ben goed gekeurt sijne intentie bij schrijvens van den 5. bevorens vermeld, om de districten van Warong en sesela mede van de Rebellen te scijveren, en dan niet sijn Legertje post te vatten, ter plaatse daar den Luijtenant van den Broek voorleden Iaar tot decking der rijslanden tegens de geweldenarijen van den toen„ maals daar swervende Martapoera mede heeft gecampeert gelegen. Wijders hebben wij d'Eere, uw hoog Ed„s (nog nevens desen aante bieden de Copia onser genomene dispoptie op den 7. e Courant, welke uw hoog Edelens sal : 1 Van Javas oost Cust den 12:' april 1745 sal vertonen de verleende Licentie aen den Corporaal Johan Godhard Visscher om ter obtenue syner verlossing naar't Patria van uw hoog Ed„s eerst naar Batavia te vertrecken; jtem het op het versoek van den Capitain Luijtenant van't voorwaards gec: schip Binnewijsend, aan gem: Bodem, en dies op hebbende mansz: verstrekte, blijkens geinluseerde onkostreek: ten bedrage van ƒ273:12:—, tot welkers afboeking wij bij desen gants nedrig qualificatie versoeken; en uw hoog Ed„s alverder onder oversending van een smeekschrift voordragen, de jnstantie van den onlangs van Cartasoera afgekomene opperm=t Arnoldus Gerritsz:, om uijt den dienst van de Comp„e ontslagen, en gepermitteerd te werden sijn overige dagen als Burger van samarang te eijndigen, en aangesien desselfs voorgeven, van tot het voorm: versoek door Continueele ziektens en swakheijt sijner hersenen genood„ saakt te sijn geworden, met het rapport van den hospitaals opperm=r alhier Van Javas oost Cust den 12:' april 1745 alhier overeenkomt, so neemen wij de vrijheijt uw hoog Ed„s gunste voor den„ selven afte smeeken. Terwijl wj inmiddens met diep Eer„ bied W„a /: getekend:/ W: Bo: Tenhaghuijs R: de Klerk, L: Decker, G: W: V: Keuse, P: de Vos, C: van Volbergen, I: Penné„ en W„t t„ heeren. /:in marigine:/ Sa„ marang den 12. april 1745. Aan als Vooren Ik ben den 17. e deser uijt den oosthoek weder hier gekomen, en heb d' Eere uw hoog Ed„s hier nevens seer nedrig te presenteeren, mijn Dog-Register gedurende mijn afwesen van dit Comptoir, gehouden, en daarbij blijkt dat ik in de sumanapse Expeditie dat Landschap, bij mijne komst; van de Madureesen al verlaten gewonden en voorts het geluk gehad hebben, hun uijt Pamacassan, en ook uijt haar Benting te verslaan, op de Grense van madura; avancerende dus met Capart. mijn 9 Van Javas oost Cust den 20.:' april 1745 mijn krijgtkeir, tot bij Tamplong, de plaats daar ik, volgens mijn mede ge„ kregene Instructie van d' Edele heer Commissaris verijsel, halte moest houden, en ik hoopte den viand, daar de schrik reeds ondergebragt was, ten eersten verder op de hielen te sullen mogen volgen tot aan sambilangan en na alvorens ondertusschen wat ver„ perkt de sijn geworden, die verting van de Landkant aan te kasten als deselve, van de waterzeijds, te gelijk wierde g'attacqueert, om dat ik dan ook al aanstonds genoegsaam het eijnde dagt tesien, van de troublen op Iava, dog sulx heeft den staat van zaken, en het regenagtige wau weer op sourabaeija, tot mijn leedwesen, niet toegelaten, waarom ik bij Tamplong 27. dagen, in't veld, gecampeerd ge„ bleeven en toenmaals, namentlijk den 9:e deser, door den majoor van de Pol afgelost ben, ter ordre van d'Edele heer Commissaris C: S:, ten „weder fine mij „ herwaards te begeven in Van Javas oost Cust den 20.:e April 1745 in naarkominge der gevenereerde be„ veelen van uw hoog Ed„s, dewelke, des behagende, uijt gem: Journaal ook sal consteeren, dat ik Rembang, toana„ en Japara, in mijn terugreijse, en„ passant, aangedaan, en, op de twee eerstgen:e Residentien, weder alles in rust gevonden hebbe; versoekende voor het overige seer Eerbiedig dat mijn geringe verrigtingen, bij uw hoog Edelens een gunstige reflexie ver„ dienen mogen Waarmede ik d'Eere hebbe I=r /:w„s getekend:/ E„s Sterrenberg /:in margine:/ Samarang den 20e april 1745 - Dag-Register, bij den onderge„ tekenden oppercoopman en Gesaghebber van Javas noord oost Cust„ Elso sterrenberg gehouden, gedurende desselfs Commissie na den oosthoek; en voorts van sourabaija als hoofd der Expeditie over Bassourooiang

NL-HaNA_1.04.02_2655_0483 view scan ↗

English

From Java's North East Coast under date 20 April 1745. Passourouang to Sumanap, Pamacassan, and Madure, as well as via Sourabaija, Rembang, Janna, and Japara, back again to Samarang. Thursday the 21st of January In the evening at 9 o'clock, the Authority, according to Their High Excellencies' honored orders by general letter of the 12th of this month, received on the 17th following aboard the ship the Ruijter, went aboard that vessel, taking along Ensign Second Major Hans Gier and 24 common soldiers, also to be employed in the eastern quarter; item Surgeon-Major Jan de Put, who had recently come from Sourabaija to Samarang for a short pleasure trip; also sailing with him thither were the Bookkeepers, the Translator Adrianus van der Geugd, and Carel William Broedelet, as the latter, besides the Javanese, also had command of the Madurese language. Sunday the 24th of this month arrived From Java's North East Coast under date 20 April 1745. January. In the evening we arrived at Rembang, where we stayed for two days, because the ship the Ruijter, being destined for Amboina, had to take on some timber there. The 25th of this month, Monday, the Authority inspected this Colony, settled some disputes between the regent and the Sabandhaar, and dispatched on Tuesday the 26th of this month, before noon, a sailor to Samarang with a letter to Their High Excellencies, to be forwarded from there by the administrators to the capital; meanwhile, the Ingabeij Imbo Wongso, Regent of Lassum, also arrived here, as the Authority had sent for him only yesterday evening by express messenger, in order to learn from him the state of that district, and his report contained that his land had recently been attacked by a large gang of Madurese and had thereby become virtually depopulated, as some were captured and the rest had mostly fled to other districts out of fright, From Java's North East Coast under date 20 April 1743 and according to rumors the Madurese were descending thither again. This conference with the Lassum regent was hardly ended, or many accusers against him presented themselves, who unanimously assured the Authority that he exaggerated matters far too much, so that, if it ever came to fleeing, he would not be suspected of disloyalty to the Honorable Company, as he was guilty of it, putting on merely a show of duty against the Madurese, and he would never fight against them in earnest, since he had solemnly sworn such to the Pangerang Tsjacraningrat on the Quran; this was also declared by his servants who had come with him from Lassum, and they recounted in addition that through the recent war he had been a carpenter and shortly thereafter was elevated to Regent of that district; this last article seemed to offend them greatly as well, since the Javanese gladly have a chief of some birth, although From Java's North East Coast under date 18 April 1743 January the complaints about him were nonetheless founded solely upon the first point, each wishing for that reason, particularly in this critical juncture of time, gladly to be rid of such a chief; and by such petitioners the Authority, in the presence of Resident van der Brugghen, was sorely troubled, but he mollified the suppliants with a promise that he, on arriving at Sourabaija, would make that difficulty known to the Honorable Commissioner and would arrange matters well so that the necessary orders regarding it were established. Also, after gathered information, the Authority received report that on the island Poulo-Mandalico nothing grew but brushwood, regarding which Their High Excellencies were pleased to demand elucidation by general letter of the 29th of December last. In the evening we departed aboard again, and on Thursday the 28th of this month, with the fall of the evening, 85 From Java's North East Coast under date 20 April 1745: we got the island Poulo-Manado in sight; but since the skipper Bastiaan Mol had the imprudence in the dark, with wind and current, to let it run so far before he cast anchor, that we Friday the 29th of this month, in the morning, found ourselves to have ended up a good two miles below the hil of Sourabaija, so we could not, due to the stiffly blowing westerly winds, return except by means of a kedge anchor, and after one had been busy with this there until Monday the 1st of February at noon, without gaining much, the Authority crossed over into the pantjallang the Peperthuijn that had come with us, and sailed inside, close along Sambelangan, in order to be able to take some inspection thereof, and although not a single vessel could come in or out, as was heard afterwards, without being fiercely fired upon by the Madurese From Java's North East Coast under date 28 April 1745: February. from Cambilangan as well as Grisse, we were nonetheless permitted, at three o'clock in the afternoon, to pass unmolested: from the ship the Parel, which we also passed there, it was called out to us by the skipper that when he came in, fully 100 cannon shots were fired at him, and that even his stern was damaged thereby. At six o'clock we dropped anchor before the Sourabaija River, and rowed with the small boat to the post, where we arrived at nine o'clock. The 10th of this month, Wednesday, and the 11th, Thursday, it having been learned by the Honorable Commissioner Verijsel, from various concurrent reports, that the strength of the Madurese at Sumanap and Pamacassan was currently still very slight indeed, his Right Honorable on Friday the 12th of this month, before noon, offered for consideration to the Authority and the junior merchant van Suchtelen whether for that reason it might not

Dutch transcription

Van Javas oost Cust onder dato 20.:e april 1745. Passourouang na Sumanap, Pama„ Cassan, en Madure, mitsgaders over sourabaija, Rembang, Janna en Japara, weder te rug nu Samarang Donderdag den 21. ' Januarij 's avonds ten 9. uren, begaff den Gesaghebber sig, navolgens haar hoog Ed„s g'Eerde ordre bij gemeen schrijvens van den 12:e dito, op den 17.: e daaraan, per het schip de Ruijter ontfangen, na boord van dien Bodem, mede nemende den Vendrig ondermajoor, Hans Gier, en 24. gemene soldaten, om mede in den oosthoek te werden g'Emploijeert; item den Chirurgijn Majoor Jan de Put, die jongst voor een springtogtje van sourabaija op Samarang was gekomen; ook voeren met hem derwaards over de Boekhouders, den Translateur Adrianus van der Geugd, en Carel William Broedelet, also den laaste, buijten de Javaanse ook de madurese Taal magtig was. Sondag. - - . „ 24. e D„o quamen Van Javas oost Cust onder dato 20. e april 1745. Januarij. quamen wij 's avonds tot rembang, alwaar men twee dagen vertoefde, om dat het schi„ de Ruijter, als na Amboina gedestineerd zinde, daar eenige houtwerken anneemen moest. de 25. e D„o Maandag besigtigde den Gesaghebber dese Colonie, besliste eenige geschillen tusschen den regent en den Sabandhaar en depecheerde „ 26. e d„o Dingsdag, voor de middag een matt:s nasamarang, met een brif aan haar hoogEd„s, om van daar, door de Bed„s na de hoofdplaats voortgeschikt te werden; ondertusschen quam den Jngabeij Imbo wongso, Regent van Lassum, ook hier, also den Gesaghebber hem gister avond nog, per den Expresse, ontboden hadde, om den staat van dat Distrect uijt hem te vernemen en syn berigt behelsd„e dat syn Land jongst door een Grote bende Maduresen, aange„ tast, en daar door genoegsaam onbe„ volkt geworden was, vermits eenige gepreuveld, en de overige, merendeels van schrik na andere Districten gevlugt waren Van Javas oost Cust onder dato 20=e april 1743 waren; en volgens gerugten quamen de Januarij Matureesen weder derwaards afsacken Dese Conferentie met den Lassums regent was nog nauwlijks geeijndigd, of daar deden sig veele beschuldigers tegen hem op, dewelke den Gesaghebber eenparig versekerden, dat hij de zaken veel te breed opgaff, om, als het eens op een vlugten mogte gaan, niet verdagt te worden van ontrouwe aan d'E: Comp:, also hij daaraan schuldig was, storende pro format, tegen de Maduresen slegts wat acte van devoir:t, en nooijt soude hij met ernst tegen haar vegten, aangesien hij den Pangerang Tsjacraning tat sulx plegtig op den Alcoran geswooren hadde dit verklaarden sijne met hem van Lassum gekomene Domesticquen mede, en vertelden daarbij, dat hij door den jongsten Oorlog een Timmerman geweest en kort daarna, tot Regent van dat Land„ „schap verheeven was; dit laaste Articul scheen hun almede seer tegen de Borst te stoten, vermits de Javanen gaatna een hoofd hebben van eenige geboorte, hoewel .. Van Javas oost Cust onder dato 18:e April 1743 Januarij hoewel de klagten over hem egter alleen op het eerste poinct wierden gefundeert, wil„ lende elk, om die rede, voornamentlijk in dit hackelijke tijds=gewrigt, gaarne van so een hoofd ontslagen wesen; en door sulke versoekers wierd den Gesaghebb: ten bijwesen van den Resident van der Brugghen, seer lastig gevallen, dog hij paaijde de supplianten met een belofte dat hij, op sourabaija komende, die swarigheijt aan dEdele heer Commissaris te kennen Geven, en wel bewerken soude dat daar omtrend de nodige ordre wierd gesteld. — Ook kreeg den Gesaghebber, na genomene informatie, berigt, dat op het Eijland poulo— mandalico niets groeijde als Kreupelbosch, waar omtrent haar hoog Edelens elu„ cidatie hebben gelieven te vorderen bij gemeen schrijvens van den 29:' xber: jongstleden 's avonds vertrok men weder naboord, en dn 28. e D„o Donoerdag, met het vallen van d'avond kregen 85 Van Javas oost Cust onder dato 20:' April 1745: kregen wij het Eijland Poulo-Manado in't Januarij gesigt; dog dewijl den schipper Bastiaan Mol, de onvoorsigtigheijt hadde het in donkeren, voor wind en stroom, so verre te laten lopen eer hij het anker wierp, dat wij Vrijdag den 29. ' D„o 's morgens bevonden wel twee mijlen be„ neden de hil van Sourabaija geraakt te zijn, so konden wij, mits de stijf door waijende weste winden, niet weder te rug komen, als door middel van een Werpanker, en na dat men daar, tot do Maandag. . . . . „ 1„e februarij 's middags mede besig geweest was, sonder veel te winnen, stapte den Gesaghebber over, in de met ons gekomene pantjallang de Peper„ thuijn, en zeijlde, na binnen, digte bij sam„ belangen langs; om daar van eenige in„ spectie te kunnen neemen, en alhoewel en geen enkels vaartuijg konde in - of - uijt komen, gelijk men naderhand hoorde; off daar wierd door de maduresen so S - - Van Javas oost Cust onder dato 28:' april 1745: den 10. e februarij. so wel van Cambilangan, als Grisse, geweldig opgeschoten, so liet men ons nogtans, ten drie uren nademiddag, ongemolesteerd passeeren: van het schip de Parl, dat wij daar ook passeerden, wierd ons door den schipper toegeroepen, dater, wanneer hy binnen quam, wel 100. Canonschoten op hem waren gedaan, en dat selfs sijn agterschip daar door was beschadigd geworden. Ten ses uren lieten wij voor de soura„ buijse Rivier het anker vallen, en roeijden, met de schuijt, na het Comptoir„ „ daar wij te negen uur aanquam. _„o Woensdag en Donderdag, door de Ed: heer Commissaris Verijsel, uijt diverse eensluijdende berigten, vernomen zijnde, dat de sterkte der Mabu„ resen tot Sumanap en Pamacassan thans nog waaar seer gering was, so gaff sijn WelEd: gr: agtb: op „ 12. e _„o Vrijdag, voor de middag, den Gesaghebber en den ondercoopman van Suchtelen in overweging, off het uijt dien hoofde niet . . -: „ „ 11

NL-HaNA_1.04.02_2655_0489 view scan ↗

English

From Java's East Coast, dated 20 April 1745. February. it would be advisable and feasible to take those lands back into possession as soon as possible, as the Pangerang Tsjacraninagrat was not yet expecting it, firmly imagining that he had nothing to fear before the formal break of the eastern season; and since Their Honours completely shared that opinion, the expedition was decided upon, and the Gesaghebber was appointed head of it, to undertake this with roughly 300 soldiers, one-third Europeans and two-thirds natives, so that mention of this intention was also made this morning in a separate letter to Their High Nobilities. Saturday the 13th of the same month. Early in the morning, the Gesaghebber rode with Adjutant van Sprang and Translator van der Geugt to Gantang, calculated to lie 6 miles from Sourabaija toward Grissée, where a detachment of 100 European and 300 native servants of the Honourable Company, along with three thousand Sourabaija Javanese, held post to offer resistance to the Madurese who might seek to intrude from there. They walked around this benting and then rode back with fresh horses to Sourabaija, where they returned before 11 o'clock. The 16th of the same month, Tuesday, in the afternoon, the Gesaghebber received his dispatch with the brigantine De Ongehoorsaamheijd, having with him (apart from the common soldiers stationed on various vessels) Captain Carel Fleurken, Lieutenant Augustus Grave, Ensigns Gerrard van Spree, Hans Gier, and Jan Christoffel Pesterkorn, along with Ensign Adjutant Arnoldus van Sprang, and furthermore Surgeon Major Ian de Put, with Translator Vleeshouwer, having been furnished by the Honourable Commissioner with the following instruction for the Senior Merchant and Gesaghebber of this Coast, Elso Sterrenborg, going now as head of the expedition to Sumanap and Pamacasjan, to serve for his guidance during that time. From Java's East Coast, dated 20 April 1745. February. In conformity with what I agreed upon with Your Honour and Junior Merchant van Suihtelen on the 12th of this month, as appears from a secret resolution made thereof, Your Honour is now dispatched to the above-mentioned territory with 75 European and 200 native soldiers under their superior and non-commissioned officers, who have embarked in 6 straw-pantjallangs and other native vessels, in so far as no room was found for those men in the brigantine De Ongehoorsaamheijd and the sloop De Samadjang, both of which are also assigned to Your Honour; and since on the said day it was also deemed serviceable that Your Honour be provided by me with an instruction or memorandum according to which you could principally regulate yourself during that expedition, this document is drawn up for that purpose in the following manner: Article 1. The brigantine just mentioned is intended for Your Honour's own transport, along with as many men as can be accommodated upon her, and from her main topmast Your Honour may fly a pennant to distinguish your person; bearing in mind that the said small vessel must return here as soon as possible, since, according to the esteemed orders of Their High Nobilities, she must still be loaded here to depart for Timor by the end of March at the latest. Article 2. It goes without saying that Your Honour holds sole command both over the seafarers departing with Your Honour and over the soldiers, without Your Honour needing to give any knowledge or account whatsoever of the nature of the matter for which Your Honour's expedition is taking place, unless Your Honour deems the advice of the officers necessary in one matter or another; however, this is assumed not to be able to occur before Your Honour has already passed Passourouang. Article 3. Because from here Your Honour must depart directly thither, as the above-mentioned men are deficient of 21 Europeans and 36 natives, who for the present cannot well be spared from here and must therefore be fetched by Your Honour from Passourouang; which cannot cause much delay to the expedition, not to mention that, as is known, by Your Honour touching at that place, one seeks to keep the true objective in this secret from the Pangerang of Madura; with that purpose, everyone here has been brought to believe that something is stirring again at Passourouang and therefore requires assistance, since if the Pangerang discovered our intention regarding Sumanap, it could make the execution of it far more difficult for them than can be expected from it, with Heaven's blessing, if it remains secret, because he still considers the reinforcement of Sumanap unnecessary, imagining that we shall not put any offensive means into action at all before the end of this rainy season, and consequently will not yet attempt to take that territory away from him now. Article 4. Having arrived at Passourouang, Your Honour may secretly make your commission known to Captain Commandant Christiaan Benjamin Rhenen, as he might sometimes be able to give Your Honour some light on one matter or another; yet he, as well as those who accompany Your Honour, is obliged to obey your orders, as he is expressly instructed and commanded by a letter of today's date; since I assume that Your Honour will demand nothing from him for your own assistance that he cannot spare without apparent danger to that fortress, for that, as likewise goes without saying, would remain on your responsibility. Article 5. Departing from Passourouang, or when Your Honour begins to approach Sumanap, it will be necessary

Dutch transcription

Van Javasost Cust onder dato 20.:' April 1745: niet geraeden en doenlijk soude wesen, om februarij die Landen, ten spoedigsten, weder in possessie te nemen, terwijl den Pangerang Tsjacranina„ grat daar nog niet op verdagt was, als sig vast verbeelden sullende, dat hij daar voor niet te vreesen hadde, voor de formeele doorbrake van het ooster saijsoen, en dewijl haar E:s mede volkomen van dat „gevoelen waren, so wierd die Expeditie vast gesteld, en den geseeghebber tot hoofd daar van benoemd, om sulx te onderneemen met een grote 300. militairen, een derde Euro„ peers, en twee derde Inlarders, invoegen van dit voorneemen desen morgen ook al mentie gemaakt was by een apart briefje aan haar hoog Edelens. Saturdag den 13„e d„o 's morgens vroeg reed den Gesaghebber met den adjudant van Sprang en den Transla„ teur van der Geugt, na Gantang, werdende gerekend 6. mijlen van sourabaija, te leggen, na de kant van Grissée, daar een detachement van 100. Europese en 300. Jnlandse 's EComp: Dienaren nevens drie duijsend sourabaijse Javanen posthield, om de madurese : Van Javas oost Cust onderdato 20.e April 1745 februarij. maduresen, die van daar mogten soeken in te dringen, tegenstand te bieden: men wan„ delde dese Benting rond, en reed vervolgens met verse paarden, weder na sourabaija daar men nog voor 11. uren reverteerde den 16. e D„o Dingsdag, nademiddag, kreeg den Getagt: met de Brigantijn de ongehoorsaamheijd, sin depeche, by sig hebbende (:buijten de gemeene militairen die op diverse vaart„ds geplaatst waren :/ den Capitain Carel Fleurken, den Lieutenant Augustus Grave, de Vendrigs Gerrard van Spree Hans Gier, en Jan Christoffel Pesterkorn, nevens den Vendrig adjudant Arnoldus van sprang, en voorts den Chirurgijn majoor Ian de Put, met den Translateur vleeshouwer. door d' Edele heer Commissiris gemunieerd zijnde met de volgende Instructie voor den oppercoopman en Gesaghebber deser Custe Elso sterren„ borg, gaande thans als hoofd van de Expeditie na Sumanap en Pamacasjan om gedurende die tijd te deenen tot desselfs narigt Jn Van Javas oost Cust onderdato 20. e April 1745. In conformité van het geene ik op den 12. e februarij. deser met uE: en den ondercoopman van suihtelen, blijkens eene daar van gemaakte secrete resolutie, benovereen gekomen werd uE: nu gedepecheert na bovengem: Land= schap met 75. Europesen en 200: Inlandse soldaten, onder hunne opper en onderofficieren dewelke in 6: stuks stroo-pantjallangs en andere Inlandse vaartuijgen sijn g' Embeerqueert in so verre voor dat volk geen plaats bevonden is in de Brigantijn de ongehoorsaamheijd en de Chialoup de Samadjang dewelke uE: ook beijde werde mede gegeven; en dewijl ten gem: dage almede dienstig g'oordeeld is, dat uE: door mij voorsien wierde van een Instructie, of memorie waar na denselven sig in die Expeditie ten princi„ pale souden kunnen reguleren, so werd dit papier daar toe ingerigt, in de volgende manier Art: 1. De Brigantijn, so evengenoemd, is geprojecteerd tot uE: eijge Transport, nevens so veel volk, als daar op geplaast kan werden, en van dies grote steng kan uE: een wimpel laten waijen; om syn persoon te distinqueeren; verdagt zijnde, dat gem: Kieltje ten spoedigsten herwaards sal moeten keeren, de„ wijl het selve, volgens g'Eerd aanschrijvens van haar Hoog Edelens, alhier nog moet beladen werden, om uijtterlijk ult„o maart na Timor te vertrecken. Het spreekt van selfs, dat uE:, so wel over de zee„ varende die med uE: vertrecken, als over de mili„ tairen, een hoofdig het Commando voerd, sonder dat uE: van de natuur dersake, waarom uE: Expeditie geschied, in't minste Cal behoeve kennisse aff rekenschap te geven, ten zij uE: het advis van de officieren in het een af ander oordeelde nodig te hebben, dog dit werd gesupponeert niet tesullen kunnen obsteeren voor en al een uE: Passourouang reeds gepasseert is. Art:3 Want van hier moet uE: direct derwaards ver„ trekken, also aan het bovengem: volk 21: Europese A: 2. en Veen Javas oost Cust onder dato 26„e april 1743 februarij. en 36. Inlandsers komen te deficieeren, dewelke hier voor eerst nog niet wel kunnen werden gemist, en door UE: dierhalven van Passourouang dier halven sullen moeten werden afgehaald; 'twelk d' Expeditie niet veel dilaijeeren kan, ongerekend nog dat men, gelijk al: weet, door uE: aangieringe op die plaats, het regte doelwit in dese voor den Pangerang van Madura secreet tragt te houden; zijnde met dat oogmerk een ider hier in gevoelen gebragt, dat op Passourauang weder iets gaande is, en dierhalven adsistentie vereyscht, nademaal den Pangerangans voor„ neemen aangaande sumanap ontdekkende de uijtvoering van dien haar diffecielder soude kunnen maken, als daar van, onder's hemels zeegen kan werden verwagt, indien deselve geheym blyft, om dat hij de versterking van sumanap nog onnodig oordeeld, sig verbeeldende dat wij, voor het eijnde van dit regen= saijsoen, in't geheel geen offensive middelen werkstellig maken, en bijgevolge nu nog niet tenteeren sullen om hem dat Landschap weder afte nemen Aart: 4 Op Dassourouang gekomen zijnde, kan UE: sin Commissie wel secretelijk te kennen Geven aan den Capitn Commandant Christiaan Benjamin Rhenen, aan„ gesien die uE in het een of ander somtijds wel wat ligt soude geven kunnen; dog hij is so wel als de geene die met uE: medegaan, gehouden desselfs ordres te obedieeren, mitde„ gen hem bij een briefje van huijdigen datum expresselijk aangeschreven en bevolg werd; vermits ik veeststelle dat uE: tot eijge asistentie niets van hem vorderen sult, het geene hij, buijten oogschijnlijk gevaar voor die vesting niet missen kan, want sulx soude, gelijk al„ mede van selfs spreekt, ter uwer verantwoor„ ding blijven Arb: 5. een Passourouang vertrekkende of dat uE: sie„ manap begint te naderen, sal het nodig wesen

NL-HaNA_1.04.02_2655_0493 view scan ↗

English

From Java's East Coast under date 20 April 1745. February. be to send someone to the Island of Podie, to notify the Raden Sewanagara, who, with other prominent chiefs of Sumanap, remains steadfast with some 7 to 500 heads and has not yet accepted the Madurese yoke, awaiting the assistance of the Company, of your arrival and advance, so that they might join you with all their force. Article 6. Now regarding the further expedition, I can give you no specific instructions, as I have been to Sumanap and Pamacassan as little as you have, although I think that the landing must take place or be executed between the Island of de Lange and the aforementioned district, off and on the Menagerie, which channel is known to the helmsman of the pantjallang the Samadjang, and which island is mostly inhabited by Macassars and other overseas nations, whose chief has fled here with the Raden Tommongong and whose women and children are located there; I have already immediately sent the first-mentioned back thither for intelligence, and he returned yesterday with report that the inhabitants, like several others, have submitted out of fear to the Madurese, but nevertheless remain devoted to the Company and wait solely for its assistance. Article 7. One cannot be too cautious in such an undertaking, and therefore I recommend the same most highly, for much depends for the Company on the good success of our purpose in this matter. Article 8. And that caution must be maintained in everything until the country is retaken, but afterward just as much, because there From Java's East Coast under date 20 April 1749. February there may be more enemies than one thinks, and then from the slightest carelessness a great disaster could arise. Article 9. Having set foot ashore, you must immediately advance to the paseban of the main negorij, being mindful that according to reports six pieces of heavy cannon are lying there, which having in possession, your own experience must be its own teacher as to whether it is advisable for you to march through the country at the earliest opportunity, and with the greatest dexterity wrest his made conquests back from the Madurese, and take up position on the borders of Pamacassan in the village of Tamplong where a river forms the boundary. Article 10. The Raden Tommangong Tsjacranagara and his former guardian the Raden Ajoe Soeradiningrat might well be present or at least on Sumanap at the inception of your expedition, in order to better reach the inhabitants of both districts and gain adherents, but the movements and commotion to which those people are ordinarily accustomed could easily reveal our intention, and it is unadvisable as well for that as for the rumored disaffection of the Sumanap people toward their former regent, the abovementioned Raden Tommagong, and his arrival might sometimes do more harm than good, which you, being at the place, will best experience yourself, and then also inform me whether their coming over is necessary or not. Article 11. For the rest, you are also given for consideration the counterpart of the instruction that I had drawn up on 4 January for the Passourouang Commandant Rhenert, before and prior to one having yet learned of the loss of Sumanap and Pamacassan; and because of that misfortune, nothing came of the undertaking mentioned therein. Article 12. From Java's East Coast under date 20 April 1745. February I expect that you will communicate to me the necessary information from Passourouang as well as Sumanap with the utmost speed; I wish you much prosperity and remain, underneath stood: Your good friend, was signed: Hendrik Verijsel, in the margin: Sourabaija, 16 February anno 1745. Toward the evening we arrived at Passourouang, from where one had to fetch some men that had been received short at Sourabaija, and while those people were being transported aboard, Thursday 18th ditto one inspected that place: the fortress is small, and laid out very formidably; as well as provided with 40 pieces of cannon, of which two 12-pounders, some 1-pounders, and further the rest of various smaller calibers; wherefore the Authority, without however letting it show, was exceedingly astonished at the petulance of Commandant Rhenert, because by order of the Honorable Lord Commissioner, he took away a small number of men from his 245 European and 215 native soldiers, Wednesday the 17th ditto Article 121: besides From Java's East Coast under date 20 April 1745. February, besides the artillerymen and seafarers, of which, in the Authority's opinion, he even retained far too many; which he also immediately made known to the Honorable Lord Commissioner by a letter. After the afternoon one departed again for on board, and set sail, and the 21st ditto Sunday, having approached toward evening close to Sumanap, the acting Regent Raden Ingabeij Tirtanagara came on board with us, with report that the Madurese, having received intelligence of our approach, had already decamped two days ago in full fright and alarm, just as if one were already on their heels with an immense force, and that the Javanese, encouraged both by the enemy's consternation and by the said news, had slain some 50 Madurese in flight, and taken three small two-pounder pieces, alongside 10 breechloaders from them; also by that chance they had captured 50 Madurese, who were still being held. 22nd ditto Monday, in the morning, before the river of

Dutch transcription

Van Javas oost Cust onder dato 20. ' april 1745. februarij. wesen iemand na het Eijland Podie te senden, om den radeen sewanagara, die met nog andere voorname hoofden van Sumanap, met nog wel 7a 500. koppen standvastig blijven, en het madureese Jock nog niet hebben aangenomen waar op de bijstand van de Comp: wagten, van uE: komst en aantogt kennis te geven, op dat zy met al haar magt sig by uE: soude kunnen vervoegen Art: 6. Wat nu de verderee Expeditie aan belangd, dierwegens kan ik uE: geen speciaal voorschrift geven, also ik tot Sumanap en Pamacassan, somin als uE: geweesthen, hoewel ik denke dat de Landing gepchieden off gepractiseert werden moet tussen het Eijland de Lange en het gem: Landschap, aff en aan de Diergaarde welk Vaarwater den stuurman van de Pantjallang de Samadjang bekend is, en welk Eijland meest bewoond word van Macassaren en andere overwalsche Natien, waar van het hoofd met den radeen Tommong: alhier is komen vlugten en weens vrouwen en kinderen haar in loco bevinden; jk hebbe den eerst gem: al ten eersten weder derwaards op berigt uijtgesonden, en deselve is op gisteren geraverteert, met berigt dat de Inwoonders even als meer andere, uijt vreese, haar aan den Madurees hebben gesubmitteerd, dog egter de Comp:e blijven toegedaan, en eenlijk na derselver bijstand wagten. Arb: 7. Men kan in sulke onderneming niet al te voorsigtig zijn, en daarom recommandere ik deselve ten hoogsten aan, want de Comp: is veel aan het goed succes van ons oogmerk in dese gelegen And: 8. En die voorsigtigheijt moet met alles plaats hebben so lange tot dat het Land weder ingenomen is, maar naderhand nog also veel, alsoo daar - Van Javas oost Cust onderdato 20. e april 1749. februarij daar meer vijaenden kunnen zijn, als men denkt en dan soude uijt de minste sorgeloosheijd een grote fataliteijd kunnen geboren worden Art: UE: moet, voet aan Land hebbende ten eersten doortrekken tot aan de passebaan de hoofd= negorije, wel verdagt zijnde dat aldaar vol„ gens berigt ses p„s sware stukken Canon leggen, dewelke in possessie hebbende, sal eijge ondervinding desselfs leermeester moeten wesen, off het raadsaam is dat uE: met den eersten het Land door marcheert, en met de meeste dexteriteijt den madurees sijne ge„ maakte Conquesten wederom afhandig maakt en op de Pimieten van Pamacassan in het dorp Tamplong daar een rivier de scheijding maakt, postvat. Art: 10. Den radeen Tommangong Tsjacranagara en sijn geweese Voogdes de rad een ajoe Soeradiningrat soude bij het enthameeren van uE: Expeditie wel present off ten minsten op Sumanap moge wesen, om de Ingesetenen van beijde de districten deste beter aan de hand te doen komen en aanhang te maken, maar de bewegingen en toestel die dat volk ordinair gewoon is soude ons voorneemen ligtelijk aan den dag bren„ gen, en het is so wel om die, als om de gerugte ongenegentheijd van de sumanappers voor haar gew, regent den bovengem: radeen Tommag„ ongeraden, en sijn komst soude somtijds meer quaad als goed doen, dat uE: daar ter plaatse zijnde selve bestsult ondervinden, en mij dan ook kennisse Geven off haar overkomst noodsakelijk is, of niet Arb: 11. Voor het overige werd uE: ook tot speculatie mede gegeven de weder Gade van de Instructie die ik den 4. e Jann: hebbe gecoucheerd gehad voor den Passourouangs Commandant Rhener„ voor en al eer men het verlies van sumanap en Pamacassan nog vernomen hadde; en om dat ongeluk is van de daar in verm: onderneeming niets geworden. Art 12 9 Van Javas oost Cust onder dato 20 e April 1745. februarij Ik verwagte dat UE: mij so wel van Passourouang als sumanap ten aller spoedigsten het nodige communiceert; wensche uE: veel voorspoed en blijve /:onderstond:/ UE: goede vriend /:was getekend:/ H„k Verijsel /:in margine:/ Soura„ baija den 16. e februarij a„o 1745. — Tegens den avond quamen wij tot Passourouang, van waar men eenige tot sourabaija te min mede gekregene, man„ schappen moest halen, en terwijl dat Valk Donderdag „ 18. e _„o na boord getransporteerd wierd, besagmen die plaats: de Vesting is kleijn, en seer formidabel aangelegd; mitsg„s voorsien van 40. stukken Canon, waar van twee 12: ponders, eenige 1. ponders, en voorts de rest van diverse kleijndere Chartre„ waarom den Gesaghebber sig, sonder dat egter te laten blijken, ten hoogsten verwonderde over de gemelijkheijd van den Commandant Rhenert, om daet hij hem ter ordre van d' Ed: heer Commissaris, een weijnigje Volk afhaalde, van zijn 245. Europese en 215. Jnlandse militairen, Woensdag den 17:e D=o Arb: 121: buijten J: Van Iavas oost Cust onderdato 20:e april 1745: februarij, buijten de arthilleristen en zeevarende, daar hij, na des Gesaghebbers Gedagten, selfs nog veel te veel overhield; het welk hij d' Edele Heer Commissaris ook aanstonds bij een brieff te kennen Gaff. Na de middag vertrok men weder na Boord, en ging onder zeijl, en — den 21. e D„o Sondag, tegens den avond tot difte bij sumanap genadert zijnde, quam den pl: Regent radeen Ingabeij Tirtanagara bij ons Boord, met berigt, dat de madu¬ reesen van onse aannadering, advertentie bekomen hebbende, al voor twee dagen volschrik en allarm, even off men haar inoene, reeds met een ome magt op de hielen was, waren opgekraamt, en dat de Javanen so door der Vijanden onsteltenisse, als door ged=te tijding, g'encourageert, wel 50. madareesen in de vlugt verslagen, en drie stukjes van twee pond, nevens 10. basjes van haar gehouden hadden, ook haddense door dat toeval 50. madureesen gevangen gekregen, dewelke nog wierden bewaard. „ 22. e d„o Maandag, 's morgens, voor de revier van

NL-HaNA_1.04.02_2655_0497 view scan ↗

English

From Java's East Coast under date 20 April 1745. February Having arrived at anchor off Sumanap, the Authority immediately went ashore with the boat alongside a few officers, rowing about half a mile up the river as far as the village of Maringe, and there is also the end of that channel. At the mouth of the same, the Madurese had begun to construct a breastwork, but they seemed to have been disturbed somewhat too early. At Maringe the acting Regent met us again, and after the necessary vessels were dispatched from there outwards, we rode on horseback to the main village of Sumanap, situated a short mile further inland, to prepare an encampment there, and this took place on the Paseban; but only a small portion of the troops came ashore that day, and was on Tuesday the 23rd of the same successively followed by the rest, but bringing ashore the ammunition supplies and further baggage kept them occupied for fully three days more. Wednesday From Java's East Coast under date 28 April 1745. 25 of the same The 24th of February, Wednesday evening, an emissary came to the Authority from Raden Pandje, recently appointed by the Madurese as regent of Pamacaessan instead of Raden Aria Adicara, whom they murdered upon capturing that land, bringing report that his master was very inclined to come here and adhere to the Honorable Company unto death if he could obtain pardon; whereupon the Authority, without delay, dispatched that envoy back again with a letter wherein Raden Pandje was requested to come here and assured of pardon. Thursday, in the afternoon, the following letter was delivered to the Authority from Sourabaija, reading: Sumanap To the Honorable Elso Sterrenberg, Senior Merchant and Authority over Java's North-East Coast, as well as head of the Expedition there. Title. Yesterday evening, the original of this reached me by express messenger from Rembang, by which it will appear to your Honor that Lassum, Padjangkongan, and furthermore all the villages up to Paradessij have been overwhelmed, the last-mentioned, From Java's East Coast under date 20 April 1745. February the last-mentioned together with half the Chinese Campong reduced to ashes, and the salt up to 424 Coyangs, along with other effects, fallen into the hands of the enemy; who thereupon attacked the Lodge, and subsequently took possession of the timber yards, and in the best of them erected a sufficient Redoubt, from which, according to the writing of the resident, he has already begun to cannonade with his artillery; wherefore, and notwithstanding his garrison is 66 Europeans and 321, so he says, distressed Natives strong, he comes to request your Honor and me for a notable reinforcement, which cannot be spared from here, as is known to your Honor. Yet, since the Resident according to his aforementioned letter has informed the Council at Samarang of the matter, I do not doubt but that they will put into effect the required precautions; for I am greatly apprehensive that it will not stop at that, and therefore I long for some favorable reports regarding your Honor's Expedition, so that the same may create a diversion against the undertaking of the Madurese. Enclosed herewith furthermore are two translated letters received since your Honor's departure via returned emissaries from Sumanap to serve for your information. Wherewith I conclude and remain, below stood, your Honor's affectionate friend, was signed, H. Verijsel, in the margin, Sourabaija the 22nd of February 1745, and underneath, P.S. The pantjallang De Peperthuijn has not yet been able to put to sea due to contrary wind. Also From Java's East Coast under date 20 April 1745. February. He also inspected the army, assigned the command over the militia to Captain Kleurken, divided the Europeans into four companies under Lieutenant Augustus Groffeij, item Ensigns Gerrardus van Spree, Hans Gier, and Jan Christoffel Petterkoorn, and furthermore established some lesser orders, of which note was taken in the letter sent to Sourabaija in the afternoon. To the Right Honorable Hugo Verijsel, Extraordinary Councilor of India and Commissioner of Java's East Coast. Title. In accordance with what I had the honor to inform your Right Honorable on the 18th of this month from Passourouang, I departed from there again that day; but because the small vessels, on account of the squally weather that arose that same evening and lasted for about three days, continually had to run close inshore and be waited for, I did not arrive here until the 22nd of this month; for when the evening before I set course for the island of Talango in order to disembark the following morning between the same and this mainland at the Viergaarden, according to what was prescribed to me by your Right Honorable in my Instructions, article 6, I received by an emissary from Raden Ingabeij Tirta Nagara, presently acting in authority here, notice that the rumor of this expedition at and around the main village of Sumanap was so

Dutch transcription

Van Javasoost Cust onder dato 20:' aprl 1745. februarij van Sumanap ten Anker gekomen zijnde, ging den Gesaghebber ten eersten nevens een paar officieren met de schuijt na de wal; roeijende omtrend een halve mijl de rivier op, tot voor het Dorp Maringe, en daar is het eijnde ook van die kil: aan de mond derselve hadden de maduresen begonnen een borstwering te maken dog zij scheenen wat te vroeg gestoort te zijn Tot Maringe ontmoetende /: ons den pl: Regent weder, en na dat de nodige Vaartuijgen van daar na buijten besorgd waren, reden wij te paard, na de hoofd Negorij Sumanap, een kleijne meijl verder Landwaards in leggende, om daar een Campement klaar te maken, en sulx geschiede op de Passebaan, dog van het Volk quam dien dag maar een Kleijn gedeelte aan de Wal; en wierd. Dingsdag den 23. e d„o successive van de rest gevolgd, maar met het aan Land brengen der Ammonitie= goederen en verdere Bagage, was men nog wel drie dagen beesig. woensdag e : : Van Javsts oost: Cust onder dato 28. ' april 1745. 25„' D:o „ den 24:e febr: Woensdag, 's avonds quam een sendeling bij den Ge„ saghebber van radeen Bandje jongst door de madue„ reesen tot regent van Pamacaessan aangesteld in stede van radeen Aria Adicara, die zij bij het innemen van dat Land vermoord hebben, brengende berigt, dat sin meester seer genegen was, om hier te komen, en d'E: Comp:e tot 'ter dood toe aan te kleven, als hij pardon verwverven konde, waarop den Gesag„ hebber, sonder uijtstel, dien gesant weder expedieerde, met een brief waarbij radeen Pandje hier versogd en van pardon versekerd wierd. Donderdag, door de middag wierd den ge„ saghebber van sourabaija besteld, de vol„ gende brieff, luijdende Sumanap Aan de heer Elso Sterrenberg oppercoopman en Gesaghebber over Javas noord oost Cust, mitsgaders hoofd van d: Expeditie aldaar Titul. Gisteren avond is mij per Expresse van Rensbang toegekomen het origineel deses waar bij uwEd: sal blijken, dat Lassum Padjangkongan, en Voorts alle de negorijen tot aan Paradessij sijn vermeesterd, de laastgem: Van Javas oost Cust onder dato 20„e April 1745. februarij laastgem: nevens de halve Campong der Chineesen in de asche gelegd, en het zout tot 424. Coijangs, nevens meer andere Effecten in de handen van den vijand vervallen; dewelke daar op de Loge g'attacqueert, en vervolgens possessie van de houtbassen heeft genomen, en in het beste van deselve een suffisante Benting opgeregt, uijt welke hij, volgens schrijven van den resident met sijn arthillerij bereeds heeft beginnen te canonneeren, waarom en niet tegen„ staande sijn Guarnisoen 66. Europesen en 321. /:so hij segt:/ bedroefde Inlanders sterk is, uwEd: en mij om een notabel secours komt te versoeken, het welk van hier, so als uwEd: bekend is, niet kan werden gemist. Dog also den Resident volgens sijne voorm:, den Raad tot Samarang van het een en ander berigt heeft gedaan, twijffele ik niet, off zij sullen de vereijschte precautie in't werk stellen; want ik ben grotelijx bedugt, dat het daar bij niet blijven sal, en daarom verlange ik na eenige voordeelige berigten nopens uE: Expeditie, op dat deselve aan de onderneminge van den Madurees een afwending mag maken, volgende bij dese nog wijders twee Translaat brieven, sedert uwEd: ver„ trek per geretourneerde sendelingen van Sumanap ontfangen om te dienen tot desselfs narigt. Waarmede ik besluijte en blijve /:onderstond:/ uw Ed: genegene vrient /:w„s getekend:/ H„s :Verijsel /:in margine:/ Sourabaija den 227 feb: 1745. /:en daar onder :/ P: S: de Pantjallang de Peperthuijn heeft door contrarie wind nog geen zee kunnen kiesen ook Van Javas oost Cust onder dato 20„e April 1745 februarij. Ook monsterde hij het Leger, droeg Capitain kleurken het Commando over de militie op, ver„ deelde de Europeesen in vier Compagnien onder den Luitenant augustus Groffeij, item de Vendrigs Gerrardus van Spree, Hans Gier, en Jan Christoffel Petterkoorn, en stelde voorts nog eenige mindere ordres. waar van aantee„ kening gedaan werd beij de Nademiddag afgegeene brief na Sourabaija Aan den WelEdele Groot agtbare Heere Hugo Verijsel Raad Extraordinair van India en Commissaris van Iavas oost Cust Overeenkomstig met het geene ik den 18. e deser van Passourouang, de Eere gehad hebbe uwel Edele groot agtb: te preadverteeren, ben ik dien dag weder van daar vertrocken, dog vermits de kleijne vaartuijgen, om het dien selven avond opgekomene en een dag of drie geduurd hebbende buijig weer, gedurig onder de wal lopen, en ingewagt, wor„ den moesten, niet eer als den 22. ' deser hier aangekomen; want wanneer ik 's avonds te voren de cours na het Eijland de Lango stelde, om den volgenden morgen tussen het selve, en dit vaste Land, by de Viergaarden uijt te stappen, na het geene mij door uwel Ed: gr: agtb: bij mijne Instructie bert: 6. voor„ geschreven is, bequam ik, per een sendeling van den hier thans pl: het gesag waarnee„ menden radeen Ingabeij Tirta Nagara, ad„ vertentie, dat het gerugt van dese Expeditie op, en omtrend de hoofd negorij van Sumanap„ Titul. so

NL-HaNA_1.04.02_2655_0501 view scan ↗

English

From Java's East Coast, dated 20 April 1745 had caused such an unusual fright and consternation among the enemy that everyone, just as if one were already on their heels with an immense force, took to flight in utter disorder and confusion, leaving behind 10 swivel guns and three small pieces of cannon; and that the Javanese, encouraged both by the aforementioned news and by the startled alarm of the enemies, catching them here and there, had cut to pieces as many as 40 to 50 Madurese and Balinese in front of them, and had also taken 50 men prisoner, who, being unable to escape it, had come over to them of their own accord. And that number is kept here in safe custody, along with 14 others who, the day before yesterday, after I had been here for about three hours, also came to me full of fear and anxiety, requesting a pardon, declaring that they had been forced into hostile actions against the Honorable Company by their sovereign lord, the Madurese Pangeran Adipati Cakraningrat, and that they had known from the very beginning that his highness would never succeed in his evil, indeed mad designs, nor be able in the least to withstand the Honorable Company, for which they would all gladly lay down their lives, if only they might be so fortunate as to be placed here under the force accompanying me, and thus find an opportunity to take revenge on that tyrant. And among these last, who, as stated, came here of their own accord the day before yesterday, are three persons of distinction, namely Raden Ngabehi Surang Taka, head of the Balinese and brother-in-law of the Pangeran, as his highness is married to the Ngabehi's own sister; and the remaining two are Raden Wirangana and Wiramanggala, also heads of the Prince's Balinese From Java's East Coast, dated 20 April 1745. auxiliary troops; and none of them speaks with more passion concerning his Highness than his brother-in-law just mentioned; nevertheless, I shall take good care not to be misled by it; yet I have set all three of them at liberty, with the intention to take them along under close watch, and the rest I shall send over to your Honor, Right Honorable, in safe custody by the brigantine De Ongehoorzaamheid and the chaloup De Lamadjang, as soon as those vessels are unloaded, with which they are still occupied because, owing to the shallowness of the roadstead, such vessels as the first-named, which has a draft of 11 feet, must remain lying a good two miles off the river; and on top of that, affairs here were in such utter disarray that I had two days' work to gather enough servants and praus for the tasks as required for the aforementioned purpose. And in order to restore affairs here to a regular footing as soon as possible, it seems to me that without delay someone ought to be declared regent again, and for that I dare propose no one else than the aforementioned Raden Ngabehi Tirtanagara, who indeed already holds that office, but because he was elevated to it by the Madurese and has not been confirmed on behalf of the Company, does not possess the necessary authority, although otherwise he seems to be rather well-liked among the Javanese in general, for which reason I also think that, once confirmed in his post, he will know how to maintain order; and by virtue of his marriage to the sister of Ratu Ayu, he also has the best foundation to aspire to it, for that old woman and her nephew, the regent Raden Tumenggung Cakranagara who recently fled from here, are both greatly hated here, especially he, against whom everyone, from the lowest to the highest, is so embittered that I cannot refrain from absolutely advising your Honor, Right Honorable, against his reinstatement, he having fled to Surabaya in the most cowardly manner with his ready money, without offering the slightest defense, before a party of at most 500 Madurese and Balinese, leaving behind here on the paseban, where I am currently encamped and find everything devastated, 30 pieces of mostly bronze artillery, among them some 6 and 8-pounders, as well as leaving his subjects with their goods as prey to such a small flock of birds of prey, who, seeing the Javanese immediately entirely dejected and confused by the flight of their leader, took away everything of any value whatsoever, and sent it along with the aforementioned artillery to Madura; the grains, the cattle, and all further provisions that they could not consume, they burned and destroyed along with most of the houses, which is why there is a great shortage of provisions here, as I have already informed your Honor, Right Honorable, in my aforementioned latest letter from Pasuruan following the reports obtained there; and even though I find the soldier's condition here in that regard not to be as bad as reported yonder and as might have been feared, since such matters are always exaggerated, especially by the Javanese, beyond what they truly are, I nevertheless wish that I already had here a portion of the rice that your Honor, Right Honorable, promised to send me, and for which I also made the request in my often-mentioned note, considering that I

Dutch transcription

Van Javas oost Cust onder dato 20. e April 1745 so een ongemene schrik, en Consternatie, onder februarij den vijand had veroorsaakt, dat elk sig, even als of men hun reeds met een immense magt op de hielen was, vol wanordre en confusie, op de vlugt had begeven (met agter„ lating van 10. bassen, en drie stukjes Canon en dat de Iavanen, so door voorm: Nouvelles als door het ontstelde allarm der vijanden g'encourageert, hun, hier en daar waarne„ mende, wel 40. a 50. Maduresen en balijers in depan gehakt, mitsg„s ook 50. man gevangen gekregen hadden, aelso die het niet ontlopen Kunnende, van selfs tot haar waren overge¬ komen; en dat getat is hier in goede be„ waeringe, nevens nog 14. andere, dewelke eergister, na dat ik een uur of drie hier geweest was, ook vol schrik en angst bij mij quamen, met versoek om pardon betuijgende tot het vijandelijk ageeren tegen d' EComp: door haar opperheer, den Madurees Pangerang adepattij Tsjacraningrat, gedwongen te zijn, en van eerst aff aan wel geweten te hebben, dat sijn hoogheijt in desselfs quade ja dolle desseijnen, noijt soude reusseeren, off in het alderminste bestaan kunnen tegen dEComp: waar voor zij alle Gaarne haar leven wilden laten, als zij maar so ge„ lukkig mogten zijn, hier, onder min bijheb„ bende magt gestoken te worden, en dus ge„ legentheijd te vinden, sig te kunnen neven„ geeren aan dien divingeland: en onder dese laaste, die so als geseijd, eergister van selfs hier quamen, sijn drie personen van distinctie namentlijk der radeen Ingabeij sourang Taka, hoofd der Balijers, en behuwd Broeder van den Pangerang, also sijn hoogheijt, met des Ingabeijs eijgen suster getrouwd is; en de twee overigen zijn radeen Wierangana en Weeramangala, mede hoofden van 't Prinsen balijse Van Java's oost Cust onder dato 20. e april 1745. februarij balijse hulptroupen; en niemand van hun raisonneert met meer passie van syn Hoogh„t als evengem: sijn swager; nogtans sal ik wel sorge dragen daar door niet misleijd te werden; dog ik heb haar, alle drie op vrije voeten gesteld, met intentie om haar, wel gade geslagen, mede te voeren, en de rest sal ik per de Brigantijn d'ongehoorsaamheijt, en de Chialoup de Lamadjang, tot uwelEd: groot agtb: in goede versekering oversonden, so dra die vaartuijgen maar gelost zijn, daar men nog mede besig is door dien men, om de ordieptee van de rhede, met sulke vaartuijgen als het eerstgen„e 'twelk s1. voeten diep gang, wel twee mijlen van de revier aff, moet leggen blijven, en daar en boven de huijshouding hier sodanig in het wilde liep, dat ik wel twee dagen werk gehad hebbe, om so veel battoort en prauwen bij de Werken te krijgen, als ten fine voorsz: wierden vereijscht, en om de zaken hier ten eersten wederom, so veel doenelijk op een regulieren voet te brengen, dunkt mij dat 'er sonder uijtstel, weder imand tot regent behoorde te werden verklaart, en daar toe wegt ik niemand anders voor te dragen als den hier voorwaards gen: radgen jnga„ beij Tirtanagara, die dat ampt wel reeds bekleed, dog, om dat hij door de Madureesen daar toe verheven, en 's Comp:s wegen niet bevestigd is, het nodige ontsag niet heeft hoewel hij anders onder de Javanen, in'tt generaal, nog al wel bemind schijnt te wesen, waarom ik ook denke dat hij, in sijn bediening geconfirmeerd zijnde, wel ordre sal weten te houden, en hij heeft, wegens zijn huwelijk met de suster van radoen aijoe, ook het meeste fundament, om daar na te aspireeren, want dat oude wijff, en haar neeff, den jongst van hier weggevlugten regent radeen Tommagong Tsjacranagara sijn hier beijde seer gehaat, voornamentlijk hij, waarop een ider, van den minsten tot den 101 Van Javas oost Cust onder dato 20„e April 1745. den meesten, so verbitterd is, dat ik niet kan afsijn uwelEd: Groot Agtb: sijne herstelling absolut afte raden, als sijnde, op de alder lafhartigste wijse, voor een parthij, van, ten hoogsten 500. madureesen en balijers met syn Contante Geld, sonder sig in het minste te defendeeren, na Sourabaija gevlugt, latende hiet hier op de Passe„ baan daar ik thans gecampeert ben„ en alles verwoest vinde, gelegen hebbende 30. stukken, meest metaal geschut, en daar onder eenige 6. en 8. ponders, so wel als sijne onderdanen met hare have ten proije van so een geringen hoop roof„ vogels, die de Javanen, door de vliegt van haar hoofd, aanstonds geheel verslagen, en confuus siende, alles wat maar iets waardig was hebben afgenomen, en nevens het voorsz: geschut na madura gestuurd: de Granen, het vee, en alle verdere mondbehoefte die zij niet consumeeren konde; hebbense, nevens de meeste huijsen verbrand, en vernield, waar door hier groot gebrek is aan vivres gelijk ik bij voorm: mijne jongste van Passourouang, na de daar bekomene bereijten alreede aan uwelEd: groot agtb: heb te kennen gegeven, en schoon genomen ik het hier in dat opsigt, nog so de soldaat niet gesteld vinde, als ginter het gerugte en ook wel te hopen was, dewijl diergelijke dinge altijd breder, en voornamentlijk door de Javane, uijt gemeten worden alsse wesentlijk sijn, so wenschte ik egter wel, dat ik Perijs die uwelEd: groot agtb: mij beloofd heeft na te sullen sturen, en waarom ik bij mijn dikmaals genoemd briefje ook nog het versoek gedaan, al voor een gedeelte hier hadde, gemerkt ik

NL-HaNA_1.04.02_2655_0504 view scan ↗

English

From Java's East Coast, dated 20 April 1743 [1745] February. I, by distributing a small portion thereof to the Javanese, would be able to lure many people together, but if I had only some 6 or 10 koyang, that would be enough for the present, and perhaps altogether, since approaching the land of Madura one might occasionally find somewhat more provisions, and then an abundance of rice would only serve as an impediment to marching. I shall remain camped here for a few days more to await the reply of Your Right Honourable to the aforementioned letter, and in the meantime prepare myself for a march, as well as draw up a brief strength return along with a muster roll of the men, in order to present them to Your Right Honourable on a further occasion. And then I intend to advance toward Jamplong, of which the ninth article of my instructions speaks, and which place, as I am informed, is situated not on the border between Sumenep and Pamekasan, but a good half-day's journey further; yet in three to four days I shall be able to reach it with the army, if the weather remains as fair as it is presently every day, and if the rivers, several of which must be crossed, are not too deep and wide, concerning which one cannot obtain much clarification from the accounts of the Javanese. However, Your Right Honourable may rest assured that I shall not demand too much of the men, but will care for them as well as for myself, as I have begun immediately here, giving to the Europeans every day 5 Spanish reals out of my own purse as a gratuity for their subsistence, and I have promised them to continue this as long as the expedition lasts, so that this transit will nowhere become a burden to the poor Javanese, for otherwise I could hardly exercise so much rigor over those who, in such cases, commit excesses, 103 From Java's East Coast, dated 26 April 1745. February, commit excesses, as I foresee to be highly necessary, and which will also take place without connivance, just as I have already announced to them today upon the distribution of the aforementioned monies, flattering myself that in this manner, with this force, I shall achieve a great deal, and will be able to proceed directly to Sampang, a principal place in the land of the Madurese, situated only about three days' journey from His Highness's residence Sambelangang, which I reckon to be scarcely as far from each other as Semarang is from Kartasura; but of this I shall be able to speak with more certainty once the march as far as Jamplong has first been completed, and there, being close to the seaside, I hope to be further furnished with Your Right Honourable's respected orders, alongside such reports as may have come to Your Right Honourable's hands for my information in this matter. And could I thereupon also obtain satisfaction for the enclosed requisition of necessities, that would be a desirable thing, for the 20 barrels of musket cartridges that I received in total, according to a copy of the warrant sent to me by the Administrator van Doorn, cannot last long for so many men, but might easily be expended in a single battle, and the round shot likewise; especially because of the aforementioned captured pieces, I am taking another four with me; and at Pasuruan I also found two, making with the two that were shipped off at Surabaya eight field pieces in all. In this matter, I was somewhat misled on that side by From Java's East Coast, dated 20 April 1745. February. by an assurance that Lieutenant of Artillery Marcquet, being present there, had examined the aforementioned warrant and had added thereto whatever in his opinion was required for an enterprise such as this. Now concerning the content of the 5th article of my instructions, to notify Raden Sewanagara and other loyal Javanese on the island of Pote of my arrival when I approached this land, this I have not put into execution until yesterday and today, on account of the change of affairs that became known to me at the same time, because for the said reasons I judged it best first to look around the hearth here; and it appears to me that I shall not need to take much trouble to bring the Javanese, even those who have already joined the Madurese, to submission and back to the Honourable Company's side, but that they will come forward of their own accord once they merely learn that mercy is to be obtained for them; for with such a message an emissary came to me yesterday from Raden Panji, regent of Pamekasan, where the Prince has only recently installed him; and after I had thereupon assured him of a pardon and summoned him here by such a letter as is enclosed in copy herewith, there appeared here again this morning two other envoys from him who pleaded for grace for their master even more submissively than the first, and also advised me that he had massacred many Madurese in his district and had captured three of their mantris, whom he sent to me and who are still en route, so that from all these circumstances I am confirmed in my opinion that the great boast which is made on Java of the Madurese valor is not

Dutch transcription

Van Javas oost Cust onder dato 20. e april 1743 februarij. ik, met daar van een parthijtje aan dejavanen te distribueeren, veel valk bij malkanderen soude locken kunnen, dog als ik maar een Coijang 6. off thien hadde dat soude voor eerst, en misschien in het geheel wel genoeg sijn, also men somtijds het Land van madura naderende wel wat meer mondkost konde vinden, en dan soude over„ vloed van rijs maar strekken tot belem mering, in het marcheeren, sullende hier nog eenige dagen gecompeert blijven, om antwoord van uwelEd: agtb: afte wagten op voorm: schrijvens, en mij onder tusschen tot een Maerph prepaereeren, mitsgaders van het volk een korte sterkte nevens een naam ralle maken, ten eijnde uwel Edele Groot agtbare by nadere occasie te werden gepresenteert; en dan meen ik voort te trecken na Jamplong waar van het negende Articul mijner Instructie spreekt, en welke plaats, so als mij berigt word, niet op de limiet schijding tusschen sumanap en Pamacassen, maar wel een halve dage reijse verder legd, dog in drie a vier dagen sal ik daar met het Leger kunnen komen, als het weer so mooij blijft, gelijk het thans dagelij is, en als de revieren, waar van men diverse pusseeren moet, niet al te diep en wijd zijn, waar omtrend men uijt der Iavanen vertellingen niet veel elucidatie kan krijgen; dog uwelEd: groot agtb: kan versekerd wesen dat ik het volk niet te veel vergen, maar daar voor so wel sorgen sal, als voor mij selfs, gelijk ik hier aanstonds begonnen hebbe, gevende aan de Europeesen alle dagen 5. spaance realen uijt mijn eijge Beurs, als een Douceur voor haar - onderhoud, en dat heb ik haar beloofd te continueeren, so lange de Expeditie - duurt, ten eijnde dese doortogt nergens te doen strekken tot een Last, voor den armen Javaan, en anders soude ik beswaarlijk so veel rigeur kunnen excerceeren over de geene die in cas subject, buijten sporigheijd 103 Van Javas oost Cust onder dato 26„e april 1745. februarij, buijtensporigheijd bedrijven, als ik voorsie dat ten hoogsten nodig is, en ook sonder Con„ neventie sal plaats vinden, in voegen ik haar heeden by de uijtdeling van voorm: penningen al hebbe kond gedaan, mij vlijende dat in op die wijse, met dese magt al vrij wat sal uijtvoeren, en wel direct voortgaan kunnen na sampang een Voorname plaats en het Land van den Madurees, en maar circa drie dagrijsens van syn hoogheijds residentie plaats sambelangang gelegen t welk ik gisse, nauwelijx so verre van mul„ kander te sullen sijn, als samarag van Cartasoera; dog hier van sal ik met meer fundament kunnen spreeken als de marsch eerst afgelegjd is tot aan Tamplong, en daar als digte bij de zoekant zijnde, hope ik nader gemunieert te sullen werden, met uwel Ed: gr: Agtb: g'Eerde ordres, nevens sodanige berigten als uwelEd: Groot Agtb:, tot mijn narigt in desen, mogten aan handen gekomen zijn en konde ik daarop het inclose Eijpchje van benodigtheden, ook voldoening bekomen, dat soude een geweuschte zaak wesen waent de 20. Vaten snaphaan patronen die ik volgens eenige mij door den h„e administra„ teur van Doorn na Gesondene Copia ordon„ nantie, in't geheel mede gekregen hebbe kunnen niet lang tegen houden, voor so veel volk, maar in een enkelde Boulaille wel verschoten worden, en het rondscherp insgelijks; voornamentlijk, om dat ik van de hier vorengementioneerde veroverde stukjes, nog vier mede neme; en tot Passou„ rouang heb ik ook twee opgedaan, makende met de twee die te sourabaija afgescheept zijn, agt veld-stukjes te samen; ik ben a Costij in dit geval wat g'abuseert geraakt, door Van Java's oost Cust onder dato 20„e April 1745. februarij. door een versekering, dat den Lieutenant van de Arthillerij Marcquet, als daar present sijnde, de voorm: ordonn: hadde nagesien en daar bij gevoegd het geene „ na syn gedagten tot so een onderneming, als dese gerequireert wierde. Wat nu belangd den inhoud van het 5. e articul mijner Instructie, om den radeen Sewana„ gara en andere standvastige Javanen op het Eijland Podie, als ik dit Land naderde van mijne komst te verwittigen, sulx heb ik om de mij, ter selver tijd bekend gewordene verandering van zaken, niet eer ter uijtvoe„ ringe gesteld als gister en heden, dewijl ik om ged„te motiven, best oordeelde, den haard hier voor aff eens rond te kijken; en het komt mij voor, dat ik niet veel moeijte sal behoeven aan te wenden, om de Iavanen, ja selfs de geene die den madurees al bij gevallen sijn geweest, tot submissie, en weder op 'sEComp:s zijde, te krijgen, maar datse vanselfs wel sullen opkomen, alsse slegts verneemen dat 'er genade voor haar te obtineeren is; want met so een boodschap quam 'er gister een sendeling by mij van den radeen Pandje regent van Pamacassan, daar den Prins hem onlangs eerst ingesteld heeft; en na dat ik hem daar op van pardon versekerd en hier ontboden hadde, bij sodanigen brieff als in Copia hier nevens Gaat, verscheenen hier desen morgen al weder twee andere Gesan„ ten van hem die nog veel onderdaniger als de eerste om gratie voor haar Meester smeekten, en mij ook adverteerden dat hij veele madureese in sijn District gemassacreert en drie van derselver mantries gevangen gekregen hadde, die hij mij toe stuurde en nog onder wegen zijn, so dat ik uijt alle dese omstandigheden in mijn gevoelen dat het grote bocaij 't welk men op Iava van der Maduresen dapperheijd maakt, niet ƒ ƒ

NL-HaNA_1.04.02_2655_0507 view scan ↗

English

105 From Java's East Coast under date 20 April 1745. February cannot withstand the test any further than against a party of malicious Javanese, is confirmed more and more; and I also maintain that I have sufficient force with me to approach Sambilangan to within a half-day's journey; and obtaining a little more reinforcement there, one could, if Prince's Dalam in the fairway is attacked from the front by a ship or two, attack that residence place from the rear and, according to the idea I have of it, under God's blessing, make oneself master of it without great danger; although these are as yet only remarks that I note down merely by anticipation, to bring my humble thoughts frankly and without any reservation to your Right Honourable's knowledge for consideration, mentioning furthermore in this regard that from all the news I receive daily I can only conclude that the Raden Tumenggung Suradiningrat is still in his Dalam at Sidayu, but most of his men he is said to have sent, on his father's orders, to Samong in the Tuban District, with orders to advance to Warung and occupy that place, the said Raden Tumenggung nevertheless remaining still inclined and unshakeably averse to going over to the Prince's interests; however, such reports are somewhat uncertain, but however that may be, I consider it a good thing that he be informed in one way or another of Their Excellencies' favourable intention regarding him, as communicated to your Right Honourable by missive of the 12th of last month, to prevent him from finally beginning From Java's East Coast under date 20 April 1745. February to waver, to vacillate, and also starting to pull on his father's rope, imagining that on account of the aforesaid dispatch of his men he is also already regarded as an enemy of the Honourable Company, and he will undoubtedly be watched very closely, so that he has little opportunity to give your Right Honourable assurance of his steadfastness, much less the slightest proof. Having advanced with the drafting of this letter thus far, I had the honour to receive your Right Honourable's missive of the 22nd ditto, together with an annexed copy of a Rembang letter of the 13th previously, wherein Resident van der Brugghen reports a number of difficulties, to my great regret; but I do not doubt that my passage from here to Madura will everywhere, and consequently also in those quarters, soon cause a favourable change, while I imagine that matters there would never have gone so far if the Lasem Ngabehi Imbowongso had been dismissed in time; for what van der Brugghen says about that, I indeed foresaw, since I have been assured by all too many people to doubt it, that he has entered into a solemn alliance with Pangeran Cakraningrat, corresponding with the aforementioned writing and what I have also had the honour to bring to your Right Honourable's knowledge; the said Ngabehi, shortly after your Right Honourable's departure for the eastern corner, following the recommendations given to him on my behalf that he had to defend himself bravely against the Madurese, indeed dared to answer the Resident that I was Commander of Semarang, and that he From Java's East Coast under date 20 April 1745. 107 February had nothing to do with my recommendations, but had received the necessary orders from your Right Honourable, by whom he was also commanded to write everything concerning that directly to Surabaya and not to Semarang; which I considered an impertinent fiction and did not even deem worthy of communicating to your Right Honourable. The vessels on the stocks, about which van der Brugghen is worried, stand, in my opinion, too close under the artillery to be carried away by the enemy, and I also think that he has more than enough men to protect the lodge against those plunderers, and otherwise reinforcements can be obtained from Pasuruan; for I was surprised to find between five and six hundred military men in such a compact, formidable fortress as is there, and that it is kept there merely for the attacks of a party of Palembang marauders who all together dare not stand against 25 Europeans, which is why that fortress appeared to me like an old men's home where one keeps watch in one's slippers. All the native vessels given to me I shall send back tomorrow, and the brigantine De Ongehoorsaamheijt, together with the sloop De Lamadjang, as well; as soon as they are unloaded, as was especially said here in passing, since I can easily spare those keels, having also taken along the pantjalang De Noodhulp from Pasuruan, to convey the supply of rice, and

Dutch transcription

105 Van Javas oost Cust onder dato 20. e april 1745. februarij niet verder als tegen een parthij lacieuse Iavanen de proeff houden kan, al meer en meer bevestigd worde; en ook sustineere magt genoeg by mij te hebben, om sambilangan te naderen tot op een halve dagreijse na; en daar nog een weijnig secours krijgende, soude men, als Prinsen Dalm in de kil van voren, door een schip off twee aangeteest wierd, van agteren die Residentie plaats attaqueeren en sig volgens het denkbeeld dat ik 'er van hebbe, onder Godes zegen, sonder groot gevaar, meester daar van maken kunnen; alhoewel dit nog maar aanmerkingen zijn, die ik alleen bij anticipatie noteere„ om uwelEd: Groot Agtb: rondborstig sonder eenige agterhoudendheijt, mijn geringe gedagten, tot speculatie, ter kennisse te brengen, hier voor het verdere, insgelijks, aanhalende, dat ik uijt alle de Nouvelles die ik dagelijks krijge„ niet anders op maken kan, off de radeen Tom„ mangong Soeradiningrat, is nog in sijn Dalm tot Sidaijoe, dog sijn meeste volk soude hij, op sijn vaders bevel, na Samong in het Toebanse District, gesonden hebben, met ordre om voort te trekken na warong en die plaats in te neemen, blijvende gem: radeen Tommongong, nog al evenwel g'intention=t en onversettelijk afkerig om in 's Princen belangen over te gaan; egter zijn alsulke berigten eenigsints onseker, maar hoe het daarmede ook gelegen zyn mag, ik merke het voor een goede zaak aan, dat hij van haar hoog Edelens favorable Jn„ tentie, ten sijnen aspecte by missive van den 12. e der jongst gepasseerde maand, aan uwelEd: Groot Agtb:, te kennen gegeven, op de een off andere wijse verwittigd worde tot voorkominge dat hij eijndelijk niet aan Van Javasoost Cust onderdato 20„e April 1745. februarij. wankelen aan het maggalen raakt, en mede aan sijn vaders lijn begint te trekken, in verbeelding dat men hem, om de voorsz: versending van sijn volk ook al voor 's EComp:s vijand houd en men sal hem ongetwijffeld wel p nauw gade slaan, dat heij wijnig gelegentheijt heeft, om uwelEd: groot Agtb: van sijn standvastigheijt versekering, veel min eenige de minste preuves te geven Met het coucheeren deses tot hier toe gevordert zijnde hadde ik d' Eere te ontfangen uwelEd: groot Agtb: missive van den 22. e d„o, nevens eene daarbij gevoegde Copia Rembangse brieff van den 13. e bevorens, waarbij den resident van der Brugghen, een deel swarigheden meld, tot myn groot leedwesen, dog ik twijffel niet off mijn doortogt van hier na Madura, sal alomme, en bij gevolg ook in die quartieren, spoedig een favorable verandering veroorsaken, terwijl ik mij ver„ beelde dat de zaken daar noijt so verre souden gekomen zijn, als men den Lassums Ingabeij Imbowongso tijdig hadde afgeset want het geene van der Brugghen daar van zegd, heb ik wel voorsien, nademalen, mij van al te veel menschen, om 'er aan te twijffelen, versekerd is, dat hy met den Pan„ gerang Tsjacraningrat een solemneele verbintenisse heeft aangegaan, overeen komende met voorm: schrijvens en't geene ik ook d'Eere gehad hebbe uwelEd: gr: agtb: ter kennisse te brengen; hebbende gedagte Ingabeij, kort na uwel Ed: groot Agtbare vertrek na den oosthoek, op de hem mijnent wegen gegevene recommendatien, van sig d'apper tegen de Madureesen te moeten verweeren wel aan den resident derven antwoorden, dat ik Commandeur van Samarang was, en t hij Van Javas oost Cust onder dato 20„e April 1745. 107 februarij. hij met mijn recommendatien niet te doen maar de nodige ordre ontfangen hadde van uwelEd: Groot Agtb:, door wien hem ook bevolen was, om alles wat daarom ging direct na Sourabaija, en niet nasama„ rang te schrijven 't welk ik voor een impertinent Verdigtsel geconsidereert en niet eens waardig g'oordeeld hebbe uwelEd: groot Agtb: te bedeelen: de op stappel staande vaartuijgen, daar van der Brugghen voor bekommert is, staan, na mijn gedagten, te digte onder het Geschut om door den vijand weg gehaald te werden, en ik denke ook dat hij al overvloedig volk genoeg heeft, om de Loge tegens die plunderaars te beschermen, en anders is er secours te krijgen tot Passourouang; want ik heb mij verwondert tusschen vijff en ses hondert militairen te vinden in so een beknopte formidable, vosting, als daar is, en dat men die daar mede slegts bewaard voor de aanvallen van een parthij Palem„ panganse stropers die met hun allen geen 25. Europeers durven staan, waarom mij die fortresse voorquam, als een oud mannenhuijs daar men het waarneemt op sijn Muijlen. Alle de mij mede gegevene jnlandse Vaartuijgen sal ik morgen te ruij senden, en de Brigantijn de ongehoorsaamheijt, nevens de Chialoup de Lamadjang, ook; so dra deselve maar ontlost zijn, gelijk hier vooral en passant gesegd is, dewijl ik die kieltjes wel missen kan, als de Stropantjallang de noodhulp van Passourouang mede genomen heb„ bende, om den voorraad van rijs, en ƒ

NL-HaNA_1.04.02_2655_0510 view scan ↗

English

From Java's East Coast under date 20 April 1745. February. and further transport by water from the baggage, which can for now be dispensed with in the army, to Jamplong, and to wait there until my arrival; and since it is thought that a native vessel could at present very likely make a swift voyage from here to Batavia, because the winds now and then already begin to blow somewhat from the east, I intend to attempt that tomorrow, and to send along with it a copy of this together with an accompanying letter to their High Mightinesses; imagining that this report will not be delivered much later than our letter dispatched overland on the 12th of this month, particularly now that the pantjallang De Pepertuijn, with the duplicate, does not seem likely to make it out. I remain with respect, was written below, Noble, Valiant, Highly Esteemed, Manly, Wise, Prudent, Most Generous Sir, lower down, Your Noble and Highly Esteemed's obedient servant, was signed, C:s Sterrenberg, in the margin, Sumenep in the Honorable Company's encampment on the passebaan the 25th of February 1745. On the 26th of the same month, Friday morning, the Commander sent a sailor by a native vessel directly from here, north around Madura to Batavia, in order to give their High Mightinesses intelligence of his experiences here as soon as possible, with a letter reading as follows: Batavia From Java's East Coast under date 20 April 1745 109 February. Batavia. To the Noble, Highly Esteemed, and Valiant Sir, His Excellency Gustaf Willem Baron van Imhoff, Governor-General, together with the Noble Councillors of the Netherlands Indies. Title. Trusting that the letter which the Noble Lord Commissioner Verijsel, together with me, dispatched on the 12th of this month from Surabaya to Your Excellencies will have been delivered before the arrival of this letter, and that Your Excellencies are already aware therefrom that I was at that time on the point of departing with some troops to Sumenep and Pamekasan, in order to tear those lands once again from Madurese power, I now only take the liberty most respectfully to inform Your Excellencies that this took effect four days after that date, and by Heaven's favor has, up to now, a favorable prospect; all of which is clearly evidenced by the enclosed copies of the instructions given to me, and two letters which I wrote from Pasuruan and here, on the 16th and 25th of the current month, to the aforementioned gentleman; and conversely, by a copy of a Rembang letter of the 15th of this month, which reached me yesterday evening from Surabaya, it appears that the Madurese are descending again upon that residency and have already ventured to attack the trading post; yet I flatter myself that this expedition will soon drive them home and will foil all difficulties of that nature there; at least I think I may reasonably hope so: while here, for Your Excellencies' honored consideration, is also added a short list of the strength of the force accompanying me, consisting in From Java's East Coast under date 20 April 1745 February in 120 European and 255 Native soldiers, or 375 heads in total on the first plan, under the following officers, namely: Captain Carel Fleurken Lieutenant Augustus Gravee the Ensigns Gerrardus van Spree, Hansepier, and Jan Christoffel Pefferkorn, together with the Ensign Adjutant Arnoldus van Sprang. I have the honor to be and remain with deep respect, was written below, Highly Noble, Valiant, Highly Esteemed, Manly, Wise, Far-sighted, Most Generous Sir and Noble Sirs, lower down, Your Excellencies' humble and entirely obedient servant, was signed, C:s Sterrenberg, beside it, Sumenep in the Honorable Company's encampment on the passebaan the 26th of February 1745. Furthermore, he kept himself busy here daily until the 5th of March with luring as many Javanese hither, and causing them to take up arms, as was at all possible, also sending out different spies through Pamekasan up to Sambilangan to obtain information about the enemy's designs, though this latter mostly in vain, because no Javanese can be persuaded to venture among the Madurese; and of all this, no more detailed record can be made here, 111 From Java's East Coast under date 20 April 1745 February for reasons stated below under the 13th of March. Friday the 5th of March. The Commander received around midday, via a Surabaya native burgher, a letter from the Noble Lord Verijsel dated the 27th of February, serving to accompany 10 koyans of rice; and Saturday the 6th. We marched out in the morning at the break of dawn, to continue the march to Madura, with an army of 120 European and 255 Native soldiers, along with about 4500 Javanese, and this in the following order, according to the plan formed for it, namely: 1. The company of Europeans of Lieutenant Gravee 2. The principal regent of Sumenep, Raden Ngabehi Tirtanagara, with his troops, numbering about 4000 heads 3. The principal regent of Pamekasan, Raden Panji, with his troops, numbering about 500 heads 4. The company of Makassarese of Lieutenant Krimabanie 5. The company of Europeans of Ensign van Spree, behind which follow the cannon and ammunition of war 6. The company of Balinese of Captain Gaffoer 7. The company of Europeans of Ensign Pefferkorn 8. The company of Mandarese of Ensign Gier 9. Finally

Dutch transcription

Van Iavasoost Cust onder dato 20„e April 1745. februarij. en water verder van den ommeslag, voor eerst in't Leger te ontberen zyn, na Jamplong te voeren, en daar te wagten tot mijne komst, en aangesien men van gedagten is, dat een Inlands vaartuijg tegenwoordig, seer appa„ tent een spoedige reijse van hier na Batavia sal kunnen doen door dien de winden nu en dan, al wat oostelijk beginnen te waijen, ben ik voornemens om dat morgen te pro„ beeren, en daarmede een Copia van dese nevens een gelijde briefje aan haar hoog Edelhedens te senden; mij verbeeldende dat die beschrijving niet veellater besteld worden sal, als onse missive op den 12. ' deser over land afgegaan, voornamentlijk nu de Pantjallang de Peperthuijn, met het duplicaat niet buijten, schijnt te sullen komen Jk blijve met respect /:onderstond:/ Edele Erntfeste, Groot agtbare, Manhafte, wijse voorsienige seer genereusen heere /:lager:/ uwel Ed: Groot Agtb: gehoorsamen dienaar /:was getekend:/ C:s Sterrenberg, /:in margine:/ sumanap in 's EComp:s Campement op de Passebaan den 25. ' februarij 1745. - den 26. e D„o Vrijdag 's morgens sond den Gesaghebber een mattroos, per een Inlands Vaartuijg, direct van hier, benoorden Madure om na Batavia, ten eijnde haar hoog Edelens ook so spoedig mogelijk van sijn weder„ varen, hier, kundschap te geven, by een briefje, aldus luijdende Batavia Van Javas oost Cust onder dato 20. ' april 1715 109 februarij. Batavia. Aan den hoog Edelen hoog agtb: gestrengen Heere sijn hoog Edelh=t Gustaff Willem Baron van Imhoff gouverneur Generaal, benevens de wel Edele Heeren Raden van Nederlands Titul. In vertrouwen dat den brieff die de Edele Heer Commissaris Verijsel, nevens mij, op den 12. hujus„ van sourabaija aan uw hoog Edelens heeft, laten afgaan voor paresse deses al sal besteld wesen, en uw hoog Ed„s daaruijt dien reeds bekend sijn, dat ik toenmaals op min vertrek stond, met eenige militie, na Sumanap en Pamacas„ jan, om die Landen weder uijt der Madurese geweld te rukken, neem ik thans alleen de de vrijheijt uw hoog Ed„s op het Eerbiedigste te communiceeren, dat sulx vier dagen na dato, voortgang genomen, en door 's Heemels gunste, tot dus verre, een favorablen aanpchauw heeft; alles distinctelijk blijkende bij de nevensleggende Copias mijner mede gekregene Instructie, en twee brieven, die ik van Bas„ sourouang en hier, den 16. en 25. Courant aan welgem: sijn Edele heb geschreven, en by een Copia rembangse brieff van den 15 e deser, mij Gester avond van sourabaija geworden, consteerd daar en tegen, dat de maduresen weder op die residentie komen afsakken, en sig al onderwonden hebben de Loge te attacqueeren; dog ik vlije mij dat dese expeditie hun wel haast na huijs jagen en alle swarigheden van die natuur daar verijdelen sal, ten minsten denke ik sulx met reden te mogen hopen: terwijl hier, tot uw hoog Ed„s g'Eerde speculatie, ook nog werd bij gevoegd, een korte sterkte van mijn bijhebbende magt, bestaande India. in Van Javas oost Cust onder dato 20„e april 1745 februarij in 120. Europeesen en 255. jnlandse Militairen of 375. koppen tesamen primo plan, onder de volgende officieren als den Capitain Carel Fleurken „ Lieutenant Augustus Gravee de Vendrigs Gerrardus van Spree Hansepier en Jan Christoffel Petferkorn nevens den Vendrig adjudant Arnoldus van Sprang. Jk heb d' Eere met diep respect te zijn en blijven /:onderstond:/ hoog Edele, Erntfeste, hoog agtb„:, manhafte, wel wijse, verrekende, seer ge„ nereuse Heere en wel Edele Heeren /:lager:/ uw hoog Ed„s onderdanige en gants gehoorsame dienaar /:was getekend:/ E:s Sterrenberg, /:ter zijden:/ Sumanap in 's EComp:s Compement /op de Passebaan den 26. e februarij 1745. Voorts heeft hij sig hier, tot den 5. e Maart toe„ dagelijx bezig gehouden, met so veel ja„ vonen herwaards te locken, en in de wapens te doen komen, als maar doenlijk was, sendende ook differente spions uijt, door Pamacassan, tot aan Sambilangan om van 's Vijands desseynen informatie te bekomen, dog dit laaste meest vrugteloos door dien geen Iavaan te bewegen is, om sig onder de Madureesen te wagen; en van dit alles kan hier geen speciaal der aantekening gedaan worden, om 111 Van Javas oost Cust onder dato 20„e April 1745 om reeden hier agter onder den 13. Maart februarij vermeld. Vrijdag den 5. e Maart. Ontfing den Gesaghebber door de middag, per een sourabaijs Inlandsburger, een briefje van d'Edele Heer Verijsel den 27.:e febr: gedateert, dienende ten geleijde van 10. Coijangs rijs; en Saturdag „ 6:e _ Trokken wij 's morgens, met het aanbreken uijt van den dageraat, om de togt na Madure voort te setten, met een Armee van 120. Europese, en 255. Inlandse soldaten, mitsg„s circum circa 4500. Javanen, en de sulx in de volgende ordre, na het daar van ge„ formeerde plan, namentlijk S. de Compagne Europesen van den Lieu=t Gravee 2. den p:l regent van sumanap radeen Jngabeij Tirtanagara met sijne troupes sterk circa 4000. koppen 3. den p„l regent van Pamacassan, radeen Pandje met sijne troupen sterk cerca 500. koppen 4. de Comp„e Macassaren van den Lien=t Krimabanie 5. „ _„o Europeesen van den Vendrig van spree, hier agter volgd het Canon en de ammonitie van oorlag 6. de Comp: Balijers van Capitain Gaffoer 7. „ _„o Europesen van den vendrig Posferkorn _„r Mandhareesen 8. „_ _o _„o van den vendrig Gier 9. „- Eijndelijk

NL-HaNA_1.04.02_2655_0514 view scan ↗

English

From Java's East Coast under date 20 April 1745. March. Finally, the baggage followed in the rear, covered by a sergeant, two corporals, and 18 native soldiers. The march went, in the beginning, for about one mile, very prosperously, as we had a good road, but we next had to pass through a rocky mountain which brought us to the seashore, near a hamlet named Carradoellok, and by the time we had advanced thus far with the entire train, it was already two o'clock, instead of our having to be at Doura by eleven o'clock according to the statement of the Javanese. Since it was very difficult to pitch our camp around Carradoellok, we marched on to Pekampen, situated in a woodland a cannon shot away from the beach, where we only arrived at nightfall, and due to the breaking of two gun-carriage axles while descending a hill, under which three battoors were killed, the cannon had to be left behind under the supervision of a strong escort; on which account it only arrived at the camp Sunday the 11th ditto towards morning. Pekampen is by estimation five miles from Sumanap, so that the men were very fatigued from that march, but since we also had a bad encampment here, we struck camp again at noon and arrived around four o'clock at Douara, a good mile further; or six miles from Sumanap, where on the seashore a benteng was found which the enemy had also abandoned, being very strong and large enough for the Honorable Company's servants to camp in. Here we remained stationary, and the Authority thought during that time to be able to find out through spies how strong the Madurese force was at Pamacassan, Tamplong, Sampang, and elsewhere; but as he sent out different persons, he soon understood from their conflicting reports that his efforts in that respect were fruitless, and that the Javanese could by no means in the world be moved to betake themselves secretly to the Madurese and fetch any news from there, telling nothing else than what they had heard from one or another confrere here or there. In the afternoon the Authority received the following missive: Sumanap. To Mr. Elso Sterrenberg, Senior Merchant and Authority of Java's North-East Coast. Since the good state of affairs at Sumanap and Pamacassan has been reported to me by various natives who have come from there, and I hope to learn more concerning this from Your Honor shortly, I shall let this serve only to accompany the enclosed papers to serve for Your Honor's elucidation of the matter there, and note therewith that the person of Radeen Meij, otherwise Radeen Take, present in loco, for whom several mantries intercede so that they might see him appointed to Pamacassan in the place of the recently murdered Radeen Aria Adikara, is a descendant of the former regent of Pamacassan who also bore the name of Radeen Aria Adikara or Dikara, but is descended from a concubine, as appears from the accompanying enclosures, and therefore by birth has little claim thereto; but since it is said that he is very well-liked and has a large following at Pamacassan, and Your Honor being there can best perceive what the truth of it is, and whether in this conjuncture of times it is necessary to confer that vacant regency upon him or another provisionally, or not, I shall await Your Honor's consideration on this, and here only add a copy of the act granted by Their High Noble Excellencies, whereby it appears that Pamacassan since that time has stood under the high authority of Sumanap. Wherewith I conclude and after greetings remain Your Honor's affectionate friend in service, was signed: Hs Verijsel. In margin: Sourabaija, 4 March 1745. Wednesday the 10th ditto. At daybreak we went on the march again; in the last two days such a considerable multitude of Sumanap and Pamacassan inhabitants had come down to join us from all sides that our army was estimated at fifteen thousand heads. But it was impossible to keep the Javanese together when marching out, for every mantrie went his own way with a troop, so that at about 7 o'clock, when we had advanced a good half mile along the seashore to the river Boender, which forms the boundary between Sumanap and Pamacassan, and striking inland to the right hand away from the beach, across the same, we became aware of so many people from the front, rear, and all sides, that being unable to recognize any field sign, we were continuously in uncertainty

Dutch transcription

Van Javas oost Cust onder dato 20„e April 1745. Maart. Eijndelijk volgd, de Bagagie agter aan, gedekt door een sergeant, twee Corporaals en 18. Jnlandse saldaten. den marsch ging in den beginne, omtrent een meijl ter, heel voorspoedig, also men een goede weg hadde, dog wij moesten ver„ volgens passeeren door een klippig gebergte het welke tot ons tot aan de Zeestrand bragt, by een gehugt gen=t Carradoellok, en een wij tot soverre met den geheelen Train g'avanceerd waren, was het al twee uur in stede dat wij, volgens de opgave der Javanen, te Elf uur al op Doura hadden moeten wesen: omtrent Carradoellok, seer beswaarlijk ons Campement kunnende opslaan, so trocken wij voort tot aan Dekampen, leggende in een Bosschasie, een Canonschoot van strand aff, daar wij eerst met het vallen van den avond, aanquamen, en door het breken van twee affuijt- assen in het afgaan van een heuvel, waar onder drie Battoors Dood bleven, moest het Canon, onder opsigt van een sterk Escorte, agter geladen worden; waarom hetselve eerst den 11. e D„o Sondag tegens den morgen stond, bij 't Cam„ penent quam Pelampen 113 Van Javas oost Cust onder dato 2. 0„e April 1745 den 8 Maandag Dingsdag den 9 d:o Pekampen is na Gissing Vijff mijlen van Suma „ Maart. nap so dat het volk van die Marsch seer ge„ fatiqueert was, dog vermits men hier al„ mede een slegte Legerplaats hadde, braken wij 's middags weder op, en quamen om„ trent veer uren tot Douara, ruijm een mijl verder; af ses mijlen van Sumanap, alwaar men op den oever van de zee, een Bonting vond die den vijand ook verlaten hadde, zynde seer sterk en groot genoeg voor 's EComp:s dienaren om in te Campeeren Hier bleven wij stil leggen, en den Gesaghebber meende in die tijd, door spions, te sullen kunnen gewaar worden, hoe sterk der maduresen magt was, tot Pamacassan, Tamplong, sam„ pang en elders; dog door dien hij diffe„ rente personen uijtstuurde, comprehen„ deerde hij uijt deselver discrepeerende berigten, wel haast, dat sijne pogingen, in dat opsigt, vrugteloos en de Javanen door geen middelen ter waereld te bewegen waren, om sig heijmelijk bij de maduresen te vervoegen, en daar eenig nieuws van daan te halen, als niets anders vertellende Van Javasoost Cust onder dato 20„e April 1745. Maart. Vertellende dan het geene zy van den een off ander Confrater hier off daar, hadden gehoord, Na de middag ontfing den Gesaghebber de ondervolgende missive Sumanap Aan de heer Elso Sterrenberg oppercoopman en Gesaghebber van Iavas n„t o„t Cust Nadien mij de goede gesteldheijt der zaken op sumanap en Pamacassan door diverse van daar gekomene Inlanders is berigt, en ik eerstdaags van uwEd: sulx nader hoop te verneemen, sal ik dese alleen laten dienen ten geleijde van de inleggende papieren om te dienen tot uwEd: elucidatie in de zake aldaar, en daar bij aanmerken dat de persoon van Radeen meij, off anders radeen Take, present in loco voor wien verscheijde mantries intercedeeren, ten eijnde deselve in de plaats van den jongst vermoorde radeen Aria adikara op Pamacassan gesteld te sijn sien, een dekendent „ van van de vorige regent van Pamacassan die ook de naam van radeen aria adikara off Dikara gevoert heeft, dog gesproten is uijt een bijwijff, so als uijt de nevens gaande Bijlagen consteerd, en dierhalven uijt de Geboorte weijnig relatie daartoe heeft maar aangesien men segt dat denselven seer bemind en op Pamacassan veel aanhang heeft, en uEd: daar sijnde best konnen ontwaren wat daar van zij, en off het bi dese Conjuncture van Titul. tijden 115 Van Javas oost Cust onder dato 20„e April 1745. tijden noodsakelijk is aan hem off een onder Maart. bij provisie dat vacante regentschap op te dragen, off niet, sal ik daar op d' Conside„ ratie van uwEd: afwagten, en hier nog maar nevens Voegen Copia van d' acte bij haar hoog Ed„s verleend, waarbij con„ steert dat Pamacassan 't sedert dien tijd onder het hoog gesag van sumanap heeft gestaan Waarmede ik besluijte en naar Groete ver„ blijve /:onderstond:/ uw Ed: dienst genegen Vriend /:was getekend:/ H„s Verijsel /:in margine:/ Sourabaija den 4. e Maart 1745. — Woensdag den 10. e D„o Met het aanbreken van den dag gingen wij weder op Marsch; zijnde in de laaste twee dagen so een Considerable meenigte sumanapse in Pamacassarse Jnwoonders, van alle kanten, tot ons komen afsacken dat onse arme op vijftien duijsend koppen wierd begradt dog onmogelijk konde men de Javanen, bij het uijtmans„ cheeren, te samen vergaederen, want elke mantrie liep met een troep zyn weg, sodanig dat men omtrend 7. uur, wanneer wij ruijm een halve mijl, langs de Zeestrand, tot aan de revier Boender dewelke de Simietscheijding tussen het sumanapse en Pamacassanse maakt, regter gevordert zynde, en ter ^ hand van strand aff, overselve, Landwaards inslaande van voren, agteren, en alle kanten, soo veel Volk gewaar wierden, dat men gen veld= teeken verkonnen kunnende, gedurig in het onseker -

NL-HaNA_1.04.02_2655_0518 view scan ↗

English

From Java's East Coast under date 20 April 1743. March. became uncertain whether one saw friend or foe. One went here for half a mile through a thicket, and further across a rice field about half as wide, in which one was busy for more than two hours working the artillery through the mud. The Commander, coming upon this bad road, became very uneasy, both because he could learn nothing of the enemy and because he could keep the Javanese together in any order neither by gentle nor by harsh means. Therefore he made a decision to ride ahead at birds-flight speed with a trumpeter and a Javanese mantri as a guide, after each having provided himself with a good horse, and to spy upon the enemy himself as closely as possible, believing that by his own report he might at the same time somewhat dispel the fear of the Javanese, which he saw growing more and more. Thus, saying only to the Captain Commandant that he wanted to ride ahead a bit to survey the road and that the army should merely follow as soon as possible, having then given the horses the spurs, he accomplished From Java's East Coast under date 20 April 1715 March. he accomplished his intention, riding first about a quarter of a mile over a high plain up to the village of Ponte, where one came upon a narrow road where no two wagons could pass each other, and on both sides it was so densely overgrown with trees that one had very little view to the sides, up to near a small village named Trassa. There was a high field, a cannon shot in length, and at the end of it stood some high trees, which the guide had no sooner caught sight of than he shouted while pleading, in the most lamentable terms, that the Commander should please not ride any further, since he knew for certain that the enemy's camp was behind those trees. Whereupon the Commander halted to listen to his reasoning, when he also pointed out Pamarassan to him, lying still about half a mile further. And during this conversation, a small number of pikemen also showed themselves from behind the aforementioned forest; wherefore one From Java's East Coast under date 20 April 1745. March. one rode back as fast as the horses could run to the army, of which he met the vanguard at ten o'clock at the village of Ponte, mentioned hereinbefore, where Raden Pandje had caused a sort of resting place to be made. And here one tarried a few minutes, in which the Commander divulged that he had been as far as Pamacassan and had found that place empty, hoping by this rumor to get the Javanese together. Then, because the persons who had been along had been strictly ordered to say the same, and the horses also showed that one must have been far, because two of the same remained lying dead on the spot, no one doubted it, and that news went in an instant like wildfire through the entire army, along with this desired effect: that all the Javanese, while we marched further onward, joined us with great cheering. In the meantime the interpreter was gone again with the From Java's East Coast under date 20 April 1745. the trumpeter to observe the aforementioned pikemen more closely from afar, and the Commander rode a pistol shot ahead of the army, both to relieve the troops further of all fear and suspicion, and to be able to receive the expected news alone without giving anyone cause for reflection, in order to prevent any commotion. And those two scouts had been away for about half an hour when they returned with the report that the enemy was approaching us in great numbers on foot and on horseback. We were now on the aforesaid narrow passage close to a small village named Glisghis, where a wide ditch ran straight through the land and also through the road, making such a deep valley that it was very difficult and required a long time to get through it with the cannon. Wherefore the Commander, seeing the vanguard of the army approaching, quickly had an opening cut through the forest on the left hand, where there was a small plot of land without trees, or rather, he did it himself with two or three men who were provided with hunting swords, and gave orders that the army should form there in order of battle according to the following plan, of which each officer had received a copy upon our departure from Sumanap. Plan of the army standing in order of battle: Baggage Macassar / Poa Pre Samangpans / Balinese Apa Aarton / Mandarese Ensign Lieutenant / Graves / Cannon We were still busy planting the artillery when the enemy came upon us in very great numbers with a terrible clamor and alarm, and immediately gave fire with a multitude of firelocks without order or regularity. Whereupon our militia responded de facto, and we had furthermore barely fired upon them with our cannon when one saw them on the left hand out of the forest, which the Commander had ridden past just before, also with

Dutch transcription

Van Javas oost Cust onder dato 20 e April 1743. Maart. onsekers raakte, of men vriend of vijand sag: men ging hier een halve wijl door een bosschagie, en voorts dwars door een rijsveld van omtrend haelff so breed, waarin men langer als twee uwen besig was, met het geschut door de modder te werken: den Gesaghebber wierd, bij dese slegte weg komende, seer onge„ rust, so om dat hij niets van den vijand konde verneemen, als om dat hy de Javanen, nog door sagte, nog door harde middelen in eenige ordre bij malkanderen houden konde; oversulx nam hij een besluijt, om, met een Trompetter, en een Javaanje mantrie, tot Wegwijser, na sig elk van een goed paard voorsien te hebben Veugels= vlugt, vooruijt te gagen, en den Vijand, soo na mogelijk selfs te bespieden, meenende dan teffens de vrese den Javanen, die hij hoe langer hoe meer sag aangroeijen, door syn eygen rapport eenigsints te sullen kun„ nen verijdelen: aldus /:zeggende alleen tegen den Capitain Commandant, dat hij een stuk vooruijt reijden welde, om den weg op te neemen en dat het Leger maar so dra mogelijk, volgen moest :/ dan de paarden de sporen gegeven hebbende, volbragt Van Javas oost Cust onder dato 20. e April 1715 Volbragt hij sijn voornemen, rijdende eerst Maart. omtrend een quart mijl; over een hoge vlakte, tot aan de Negorij Ponte, alwaar „men op een smalle weg quam, daar geen twee wagens malkander passeeren konden en aan weerskanten was deselve so digt bewassen van geboomte, dat men ter zeijden uijt seer weijnig gesigt hadde, tot by een kleyne negorij Trassa gen„t, daar was een hoog veld, een Canon schoot lang, en aan't eijnde daar van stonden eenige hoge Boomen, dewelke den weg„ wijser so dra niet in't gesigt gekregen hadde, off hij schreeuwde al smekende, in de lamentabelste termen, dat den Ge„ saghebber, dog niet verder wilde rijden: dewijl hij vast wist, dat des Vijands Campement agter dat geboomte was, waar op den Gesaghebber halte hield, om na syn raisonnement teluijsteren wanneer hij hem Pamarassan ook wees„ leggende nog Circa een halve mijl werden; en onder dese tesamen spraak, lieten sig ook al een kleijn getal piekeniers van agter gem: bosch sien; weshalven men. Van Javas oost Cust onder dato 20.e April 1745. Maart. men so hard als de paarden lopen Kon weder te rug reed, na de armee, waar van hij de avantguarde te thien uur aan„ troff, by de negorije Ponte, hier voren. gemeld, daar radeen Pandje een soort van een rustplaats had laten maken, en hier vertoefde men eenige minuten waarin den Gesaghebber divulgeerde tot in Pamacassan geweest te sijn en die plaats ledig gevonden te hebben; hopende de Javanen door dit gerugt, bij malkander te sullen krijgen; dan dewijl de personen die mede geweest waren schou„ pelijk bevolen was, om ook so te seggen, en de paarden ook uijtwesen dat men ver moest geweest zyn, door dien twee van deselve daarop de plaats bleven leggen, so wierd daar aan bij niemand getwijf„ feld, en dat nieuws was, in een agen„ blik, als een lopend vuur; door de gantsche Armee, mitsg„s van dese gewenschte uijtwerking dat alle de Javanen, terwijl wij verder voort„ trokken, met een groot gejuijch, bij ons quamen, ondertussen was den Tolk met den Van Javas oost Cust onder dato 20„e april 1745. Den Trompetter weder heen om voorm: piekeniers van verre nader Gade te slaan, en den gesag„ hebber reed een pistool schoot voor het leger uijt, so om het volk nog verder alle Vreese en Ergwaan te benemen, als om het te wagtene nieuws, sonder imand eenig na„ denken te geven, alleen te kunnen ontfangen tot voorkoming van alle opschudding; en die twee spiors waren omtrent een halff uur weg geweest, wanneer zij reverteerden met berigt, dat den vijand ons in grote meenigte te voet en te paard, nader de: wij waren nu op voorsz: smalle passagie digte bij een kleijne negorij gen=t glisghis alwaar een weijde sloot dwars door het Land, en ook door den Weij, heen liep, makende, so een diepe valije, dat het seer moeijelijk was, en lange tijd vereijschte, om daar met het Canon door te komen; weshalven den Gesaghebber de voorhoede van het Leger siende naderen schielijk, ter slinken hand, daar een kleijn stuk Land, sonder geboomte was, een Got door het bosch liet kappen off liever, hij dede het, met een man twee Van Javas oostcust onder dato 20:' April 1745. „ vaandrig : lied tenant/ gravee 1. Coanon twee drie, die van hertsvangers voorsien waren, selfs, en gaff last, dat het Leger sig daar soude stellen in ordre van Bataille, na het volgende plan, waer van ider officier, bi ons vertrek van sumanap, een Copij ontfangen hadde, Plan van het Leger in ordre van batiule staand, Baggagie macasar /: poa pre samangpans/: balens apa aarton:/ man darees vrandrig gien Nd canon Wij waren nog besig met het gepchut te planten, wanneer den vijand, met een verschrikkelijk gortier en allarm ! seer talrijk, op ons afquam, en aanstonds met een meenigte snaphanen, sonder ordre off regul vuur gaff; Waarop onse Militie defacto antwoorde en wij hadden met ons Canon voorts nauwelijx mede op haar gevuurt, off men sag haar ter slinkerhand uijt het bosch, daar den Gesaghebber even bevorens voorbij gereden was, ook met : „

← previousnext →