Inventory 2724
Persia · 888 pages · 191 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Malabar under date 15 April 1748 that I would rather die than go with him, after which we departed from Axim and arrived in the royal residential city of Gondar, where the king had a magnificent residence assigned to me, and continuously served by the aforementioned 150 servants; and subsequently he ordered me to ordain some priests and to make religious persons, which having performed according to the Syrian manner and to the singular satisfaction of the king, the king convened an assembly of all his grandees where the aforementioned Nestorian had to appear, whom His Majesty addressed in these grave terms: you Nestorian bishop, do you now see how one must ordain clergymen, and not according to your custom, when sitting on horseback and on mules you want to make clergymen; the king meanwhile becoming so furious that he wanted to have the Nestorian put to death at the upcoming assembly, had I not prevented such by my intercession; which From Malabar under date 15 April 1748 which meeting having been thus dismissed, the king ordered me to re-ordain all priests who had received orders from the aforementioned Nestorian, which I also did to the number of 1200000 fathers and clergymen; after which performance I frequently petitioned the second person of the Empire to obtain permission from the king for my departure, which the king no sooner had given than he revoked his word, so that I was long detained; but once the aforementioned grandee of the Empire had secured my dismissal from the king, he gave me order to depart that same night, and for that favor I had to yield to the aforementioned grandee all the money that I had collected there, so that I departed from there with only my bare clothes; I had to remain one and a half years with the aforementioned king; when I arrived at Massawa I found my servant again, who then demanded from me that money of which, as mentioned above, he had made a false document; I addressed him From Malabar under date 15 April 1748 with all modesty, and said, my son let it be enough for you to have robbed me of everything and moreover made me a vagrant, may heaven reward you for such; but he persisted in his demand; when I saw that, I addressed him again, and said let us depart for Mocha, then I shall make every effort to pay you that money, it is dangerous for me to tarry here any longer, the king of Habash may have me brought back from here again; moved by these promises he departed with me for Mocha, where upon our arrival he addressed me again for the money, and since I was unable to pay, had me taken into custody; to my fortune there was an Armenian merchant at Mocha, who managed to prevail upon my servant to the extent that he left the books, clothes, and the cross in the hands of the aforementioned merchant, together with another servant of mine whom they call Shammas, as a pledge that upon my arrival in Malabar I would send him the From Malabar under date 15 April 1748 the 2100 piastres; thereupon I departed from Mocha, and arrived at Surat, destitute and bare, having nothing on me but my garment and my miter; four years had already elapsed by then since I had departed from Aleppo, without the Patriarch having received the least news of me, who then thereupon sent after me this servant of mine, who has the honor to deliver this journal to Your Honorable Worships, in order if possible to learn in what corner of the world I was; which good man found and met me at Surat in my mournful state, who from his meager means brought with him had another habit made for me, and subsequently with me by God's goodness arrived safely here, where we have been received into the arms of Your Honorable Worships and the hearts of our good Syrian Christians, which God will reward Your Honorable Worships, as we shall never be able to match the benefits enjoyed from Your Honorable Worships with gratitude From Malabar under date 15 April 1748 gratitude. It stood below as follows: translated from Arabic, by interpretation of the Shammas or servant of the bishop, out of French into the Dutch language by me. Signed: A. v. Vechten, Cochin the 28 November 1747. The See of Antioch, under whose wings the congregation of Antioch takes shelter, named Ignatius Shukrallah The peace of Jesus Christ which he wished upon his apostles, and with which he stirred their hearts, with the grace of the Holy Spirit, the same be upon you all my dear children who are among the Malabars, our dear children the Aaronic priests, and Brothers Stephens who minister the holy sacraments, as well as the aged and honorable people, the youths, and sucklings, and From Malabar under date 15 April 1748 and all the deputies of the Congregation, the servants who faithfully serve the church, the merchants each in his trade, being the lambs of Our Lord, with the virgins and wives; the blessing of the Holy Trinity, the Father, Son, and Holy Spirit be wished upon all the Syrians and Jacobites who dwell among the Malabars; after wishing these blessings I come to inquire of you, my dear children, how you fare in these evil times; as for me, I am inclined toward your service, help, and assistance with a fatherly heart; I shall offer up my prayers to God for you in the evening and in the morning, that he, Father of heaven and earth, will help and assist you, and raise you up from all adversities; and therefore we also send unto you this our dear son, Bishop John of the See of Saint John by the way of Jeddah, who comes to you to perform everything that
Dutch transcription
1455 Van Mallabaar onder dato 15 aprl 1748 dat ik dan lieven wilde Sterreen dan met hem mede gaan, waar na wij van axim vertrocken ,en inde koniglijke residentie Stad kundaar aangekoomen zijn, daar den koning mij een heerlijk verblijff liet aanwijsen, en Gestadig door op gem: 150: Dienaaren beedienen en vervolgens, ordonneerde hij mij eenige priesters te wijen, en Religieusen te maken, 't welk ik volg„s de Syriaanse wijse en tot Singulier genoegen vanden koning verrigt hebbende; maekte den koning een assemblee van en alle zijne graoten daar gem: Nestoriaan moest ten voorscheijn komen, die zijn majesteyt indeese ernstige termen aanspraak, gij Nestoriaansche bisschop ziet gij nu wel hoe men geestelijken moet in weijen, maer niet volgens uw: gewoonte, wanneer gij te te paart, en op magens zittende, geestelijken maeken wilt, werdende Den koning ondertussen soo hevig dat hij den Nestori, aanstaande assemblie wilde Laten om't leeven brengen, indien ik door mijn voorspraeke zulx niet verhindert hadde, welke Mallabaar onder dato 15 april 1748 Van G welke vergadering dusdanig geschud zijnde, ordon„ „neerde, mij den koning alle presters die doorgem: Nestoriaan de ordres ontfangen hadden, te herwijen, 't geen ik ook Gedaan hebbe ten getalle van 1200000: paters en geestelijken, na welke verigting ik den tweeden van't Rijk meenigmaal heb aangeleegen om bij de koning verloff van mijn ver„ „trek te verwerwen, 't geen de koning Sodra niet gegeven had, off hij weder riep zijn woord, sodat ik Lang opgehouden wierd, dog eens dat gem: rijks groote mijn afscheijd bij den koning uijtgemerkt hadde, gaff hij mij ordre om dien selve nagt te vertrecken, en heb voor die Gunst gem: groote alle 't geld dat ik daar versameld hadden, moeten aplaten „zodat ik met mijn blood gemaad vandaar vertrocken ben, ik heb anderhalf Iaar bij voorsz: koning moeten blijven, toen ik tot amsuwa quam heb ik myn knegt wedergevonden die my toen dat geld afvroeg daar hij als boven gem: een valsch papier van gemaekt hadde, ik Sprak hem met 1457 Van Mallabaar onder dato 15 april 1748 met alle zedigheijd aan, en zeijde, meijn zoon Laat het uw Genoeg zijn mij van alles berooft en daar en boven tot staaff gemaakt te hebben, dat u den hemel zulx vergelde, dog hij bleef bij zijn eijsch volharden toen ik dat zag, sprak ik hem wederaan, en zeyde Laeten wij na mocha vertrecken, dan zal ik mij bevlijtigen om u dat Geld te betalen, t is voor mij gevaarlijk hier Langer te vertoeven, den koning van habasch kan wij weder van hier laten haelen door deese beloften geraakt is hij met mijn na Mocha vertrocken, daar hij bij onse aankomst mij weder omdre penn: aanspraek en vermits ik onvermogens was, liet mij in hegtenisse neemen tot mijn geluk bevond zig tot mocha een armeenschen koopman, die soo veel bij mijn knogt heeft weeten uijttewerken, om dat hij de boeken, kleederen, in't kruijs in handen van den gem: koopman gelaten heeft, nevens een andere dienaar van mij die men Chamas noemt, als een pand, dat ik op de mallabaar g'arriveerd zynde hem de Mallabaar oneder dato 15 April 178 Van de 2100 opaasters soude toesenden, daar op ben ik van Mocha vertrocken, en op Souratta g' arriveert, kaal, en blood, niets op mijn hebbende, als mijn ge„ „waat, en mijn mits, vier Iaaren waaren tertoen reeds verstraken, dat ik van aleppo vertrocken was, sonder dat den pratriarch de minste narigt, van mij be„ „komen had, die dan daar op deesen mynen Dienaar Die de eere heeft uEE agtb: dit dag verhaal over„ „tegeeren, mij nagesonden heeft, omwas 't mogelyk te verneemen in wat hoek van de wereld ik mij bevond, welken goeden man mij tot Souratta in min Droevigen Staat gevonden en aan ge„ „trossen die mij van zijn geringe meede gebragte middelen een ander habijt heeft laten maeken, en vervolg„s met mij door Godes goedheijd hier be„ „houden aangekoomen is, alwaar wij inde armen van UE E agtb: ende herten van onse Goede Sijriaansche Christenen zijn ontfangen geworden, dat god uEE agtb: vergelden zal, alsoo wy de genotene weldaden van UE E agtb: nooyt met dankbaarheyt ƒ ƒ 459 Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 dankbaarheijd zullen konnen evenaaren /onderstond/ aldus, uijt arabisch, Door verstaan geving van den Charnas off Dienaar des bisschops iugt frans afgeset inde hollandsche taale door mij /getver:/ A: v: vechten Cochim den 28 9ber: 1747 De stoel van Antiochien onder wiens vleugelen de gemeente van Antiochien schuijlt gen„t Ignatius C Bukkralla De wreede van Jezus Christub die hij zijn apostelen, toegewenscht, en waar mede hy hunnen terten op gewekt heeft, met de genade vanden heyligen geest, die selve, zij op te lieden alle myne Lieve kinderen, die zig onder de Mallabaaren bevinden onse lieve kinderen d' aronsche priesters, ende Broeders Stephanz die de heijlige Sacramenten bedienen mitsg„s de oude en „destige Lieden, de Jongelingen, en Zuygelingen, en E Van Mallabaar onder dato 15: April 1748 en alle de gedeputeerden vande Gemeente, de Dienaaren, die de kerke trouwelijk bedienen, de kooplieden ieder inzijn handel, zijn de Lammeren onsesheere, met de maagden, ende huijsvrouwen de zeegen van Ht Drie Eenigheijd den vader soon, en heyligen Geest zij toegewenscht alle de „ Jurianen, en Jacobijten, die onder de mallabar„ woonen, nae toeweksing deeser zegeningen kome ik van ulieden mijne Lieve kinderen verneemen hoedanig ulieden zig inde quaade tijden bevinden, wat mij aangaat ik ben tot ulieden diensten, hulp, en bijstand met een vaderlijk karte geneegen, Ik sal des avonds, en des 'Smorgens mijn gebieden God voor u lieden oposseren, dat hij vader van hemel, en aarde ulieden wille helpen, en bijstaan, en van alle wederwaardig„ „heeden opheffen, en daar omme Senden wij ulieden ook deesen onsen leeven soon den bisschop Johan van de stoel Jananis afe den weg van Tedda, die bij uleden komt verrigten alles wat 8
English
1461 Malabar under date 15 April 1748 that he speaks, you must consider to have been spoken by us. Everyone who does not hear him and does not obey his orders, let him be excommunicated and banished from the congregation and deprived of the grace of the holy sacrament of Christian baptism. I do not doubt that you, according to the letters that I have received, are pious and honest people; therefore be obedient to him in everything, and do not cause his heart to grieve over you and become heavy. And I, who am the emissary of the Lord, pray to our Lord that He will pour out His blessing over your children and households, and that He may make you fortunate and prosperous in everything, in your gardens and orchards, fields and lands; that He may protect and preserve your children, wives, maidens, old men, and youths, and that that which you send out may return safely, and that the same Lord may find acceptable and pleasing all your prayers, From Malabar under date 15 April 1748 prayers, alms, and works of mercy, and that He may give you in this world instead of one, 30, 50, and 100, as He says in the Gospel, and after this, eternal salvation, Amen. Written beneath as follows: translated from Arabic through the interpretation of the chanias or servant of the bishop into French, and into the Dutch language by me, was signed: A. v. Vegten. Cochin, 28 November 1747. On 14 February last, it likewise having been resolved to exchange the lead budgrooks for melting at the request of the King of Cochin, in order thereby to prevent the smuggling with the old ones, counterfeited by certain rogues, which are currently very prevalent and with which the Canarese play the rascal not a little; thus the Lord Commander exhibited a sample of newly cast lead budgrooks, on which His Honour said, in order to be able to distinguish them from the old ones, 1463 From Malabar under date 15 April 1748 distinguish, he had caused a figure 8 to be placed above the ordinary stamp for recognition, inquiring whether the council agreed with this, which was answered with yes. And since the exchange and melting of the old budgrooks was carried out at the expense of the Cochin monarch, His Honour further proposed whether it would not be expedient that by public drumbeat here in the city, the Canarese and other shopkeepers be notified to bring in all the old budgrooks likewise for payment, which was also approved. Subsequently, the Lord Commander communicated the frequent illness and indisposition of the first clerk, Johannes De Krouse, who moreover was of weak constitution and had already performed that office for so long that due to his weakness it began to disgust him, although he was otherwise diligent enough in attending to the service; and since he had requested to be discharged from this burdensome office, From Malabar under date 15 April 1748 His Honour proposed to the council to grant his request and in his place to appoint once again the sworn clerk of justice, Anthonij van Vegten, as being a man on the one hand fully qualified for that service, and on the other hand also fully mastering the Latin, French, Portuguese, and English languages, which was indeed very necessary here; simultaneously electing him, pursuant to the much esteemed order of Their High Mightinesses, to secretary of justice, with an allowance of ƒ 24 monthly, since he was still earning only ƒ 9. And because the sworn clerkship would thereby fall vacant again, to appoint in place of the aforementioned Van Vegten, as the most vigilant in the secretariat, the assistant Jacobus Meijn, who, while the first clerk Van Vegten aforesaid cannot act as secretary of justice, will then at least be able to attend to the collection and arrangement of the documents, 1465 From Malabar under date 15 April 1748 documents, which also accords with the mentioned condescension of Their High Mightinesses in their respected letter of 20 August 1745; to which election the members could find no objection at all, subject however to Their High Mightinesses' esteemed approval; so that the aforesaid Krouse was then also discharged from the administration as first clerk, in order to benefit him at the next opportunity with a small outside post in some redoubt. The Lord Commander also informed that, pursuant to the mentioned letter from Their High Mightinesses, it had also been conceded to place a second mate as overseer with the equipage, with further communication that the same was now more necessary than ever because the master of the equipage, Pieter Hesseling, was not only far advanced in years, but moreover also had particularly poor From Malabar under date 15 April 1748 poor eyesight; in which case, although this had been neglected by Mr. Hiersma for unknown reasons, the second mate Hendrik Vant was proposed by His Honour as a keen, vigilant, and capable man, who was then assigned to the aforesaid Hesseling as adjunct or vice master of the equipage in view of Hesseling's weakness of sight. During the reading of the letters arrived from the outposts, our reflection fell principally upon that from Ponnani, dated 8 and 13 of this month, containing a notification of the arrival of a Portuguese fleet to assist the Zamorin against the Moors towards Purakkad and Tanur, which is entirely contrary to the contract entered into with the Zamorin in the year 1691, seeing that according to the same he is not permitted to allow anyone to land
Dutch transcription
1461 Mallabaar onder dato 15 april 1748 Jan dat hij spreekt, moeten ulreden houden van ons Gesprooken te sijn, alle de Geene die hem niet en hoort en zijne bereelen nae komt, zij gf Excommuni„ ceert, en uyt de Gemeente Gebannen en omdeelagtig de Genade van het heijlige Jacramente des k: Doops ik twijffel niet off ulieden zyt volgens de brieven die ik ontfangen, heb„ vrome, en Eerlijke lieden, daar om zijt hem in alles gehoorsaam, en maekt niet dat zijn hert of Ulieden bedroeft, en Swaarwerde, en ik H die Den afgesant Desheeren ben, bidde onsen heere dat hij zijnen zeegen wil uijtstorten over ri„ „lieden kinderen en huijsgesinnen, en dat hij ulieden in alles geluckig en voorspoedig maeke, in ulieder thuijnen, en hoven, ackers, en Landerijen dat hij ulieden kinderen, vrouwen, maagden, grijssaarts en Jongelingen bescherme, en beware, en dat geene dat ulieden uijttent geluckig mag te rug keeren, endat den selven heere magen„ aangenaam, en welgevallig zijn, alle ulieden gebeeden Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 gebeeden, almoessen en werten van barm testigheijd, en dat hij u lieden in steede van Een, 30, 50, en 100 indeese wereld gene, gelijk hij in het Evangelio segt en na deese de Euwige Geluksaligheijd amen/ onderstond aldus uyt 't arabisch door verstaan gering van den Chanias off Dienaar des besschops in't frans overgeset inde hollandse taal door mij /was geteekend /: A: v: vechten Cochim Den 28 9ber: 1747 — Den 14:' februarij J„o verweeken ins gelijx beslooten weesende de inwisseling der Loode boeseroeken tot Smetting ten versoeke vanden Cochims koning omdaar door te weeren de Smockelarije met de oude door eenige fielten vervalscht die thans Sterk in Swang gaan, en waar meede Die Canna „rijns niet wijnig den Schelm speelen soo Deede den heer Commandeur verthoning eenes middels van nieuw gegote Lotte boeseroeken, op dewelke zijn E, zeijde, om deselve vande oude te konnen onderscuijden 1463 Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 onderscheijden, boven 't ordinairchiap een 8: te hebben doen Stellen ter bekenninge, met afvraege off de vergadering hun daar meede, confirmeerde 't geen met Ja b'antwoord is, en aangesien de inwisseling en smelting der oude boeseroeken op kosten vanden Cochines vorst verrigt wierde, soodroeg zijn E al verder voor off het niet dienstig was, dat man bij oppenbaere beekenslag hier inde stad, de Canna„ „rijns, en andere boekikeros verwittigde, om alle De oude boeseroeken insgelijks opte brengen voor betaalinge 't gunt almeede is g'avoueert; Vervolgens Communiceerde den heer Command„r de dikwijlige ziekte en indispositie van den eersten Clercq Iohannes De Krouse, die daar en boven zwak van Complexie was, en dat officie reeds Soo lange, hadde waargenoomen dat het hem door zyn zwakheijd begon tegen de borst te Stuijten, schoon hij andersints ter waarneming derdienst ijverig genoeg was, en aangesien den selven verlogt had, van dit lastig ampt te werden ontslagen Soo Van Mallabaar onder dato 15 april 1748. zoo was zyn E de vergadering voordragende ken„ zyn versoek toetestaan en in plaatse den gestr: Clercq van Iustitie Anthonij van rechten daar toe al wederom aan te stellen, als een man zijnde eensdeels ten vollen bequaam tot dien Dienst en ten anderen ook de latijnse France portugeesche, en engelse taalen ten vollenmag„ „tig weesende, ook alhier wel Noodig was, hem teffens daar bij nade veel g' eerdie ordre van haar „hoog Edelheedens Eligeerende tot Secretaris van De Justitie, onder toelegging van ƒ 24 maan„ „delijx, alsooden denselven nog maar ƒ 9 aras win„ „rende endewijl daardoor dan weder 't gesw: Clercq schap Stondvacant teraaken omme ook insteede van gem: van vegten, dan wederom, als de vigilanste op 't secretarije aan te stellen den adsistent Jacobus Meijn, die terwijl den eersten Clercq van vechten meerm: als secret„s der Iustitie niet vaceeren kan, dan ten minsten 't inwinnen en beleggen der stucken 1465 Van Mallabaar onder dato 15 Apri: 1748 stucken zal konnen bywonen, 't geen ook almeede is over een komende met gerepte haar hoog Edel„ „heedens Condescendana bij gereverendeerde letteren van 20 aug„s 1745, tot welke verkeesing de Leeden gantsch geen swarigheijd hebben konnen win„ „den, nog thans op haar hoog Edelheedens g'eerde approbatie, sodat voorsz: krouse dan ook vande Politie als eerste Clercq wierd ontslagen „om hem bij Naaste geleegentheijd in eenige ver„ schansing met een buijten postje te bene„ „ficeeren ook verwittigde den heer Commandeur dat 'er Jngevolge het gem: aanschrijvens van haar hoog Edelheedens almeede was gecondescendeert om bij de Equipagie en tweeden Stuurman als opsigter te plaatsen, met verdere Communicatie dat het selve thans meer al ooid plaats had „ter zaeke den Compagniemeester Pieter Hesseling, met all een sterk na zyn dagen lagen liep, maar ook nog daar en boven bijsonder Slegt - Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 slegt van gesigt was ten welken gevalle dan door zyn E Schoon zulx Doord' heer Hiersma almeede uyt onbekende reedenen is versuijmt, als een wacker vigilant, en bequaam man wierd voorgedragen den onderstuurman Hendrik vant den welken voorsz: Hesse„ „lingh dan ook tot adjunct off vice Compagnie „meester ten aansien hesselngs zwacheijd van Gesigt is toegevoegt— Onder de Leesinge der brieven vande buijten posten aangekoomen viel ook principaal onse reflectie op die van Pannanij gedateerd 8: en 13 deeser behelsende een kennis-geving, der aankomst eener portugeese vloot tot adsi„ „stentie vanden Sammorijn tegende mooren Na Perperagara en tannoor 't geen tegen het Contract met den Pammoryn inden Iaere 1691 aangegaan ten eenemaal Strydig is, aan gesiens hij ingevolge 't selve niet en vermag iemand te laten landen
English
1467 From Malabar, under date 15 April 1748 or to admit, and although by letter of the 14th we properly presented to Resident Titgens what he was to do, the Lord Commander nevertheless stated that it was merely good fortune that the Portuguese had not succeeded in their design, as otherwise one would have been obliged to protest against their landing; and whereas it was fully evident that they were about to venture a second attempt, on this occasion, because it was not yet certain, the recommendations given to the aforesaid Titgens were simply approved, to notify us in good time of what is going on in that region, so that we may know in good time what adder lurks in the grass, in order to be able to take our measures accordingly thereafter. As for the letters from Paponitty, from them it was also evident to us under dates of the 2nd and 7th of this month the insolent action commenced by the Cochin first prince by laying an arrest From Malabar, under date 15 April arrest upon the paddy which was successively to be collected by the Company's renter at Eddatoerty for the account of Their Right Honourables, against which such orders have been dispatched as can be read in ours of the 4th, 8th, and the present date. Regarding the fortress of Cannanore, there also came into consideration the statement of the Lord Commander that the chief Weyerman, during his presence here, reportedly testified that the dissolute Adiragia seemed to be coming to his senses and to be abandoning his malicious designs, which, joined with the fear that one need not expect in the least from the Angrian sea-rover, in view of the fact that with the impending bad monsoon they are likely to retire back to their nest, wherefore the reinforcement of that fortress, according to our resolutions of 10 August and 4 September of the past year, seemed no longer necessary; over and above which the 1769 From Malabar, under date 15 April 1748 the resolutions of 1 and 29 January last year also still dictate the lifting from there of the convicts for further transport to Batavia; and on this was the proposal of the Lord Commander whether one ought not, because complaints have repeatedly been brought to us on that matter, to have that fortress garrisoned, upon the recommendation of the Honourable Major, with an ensign, two sergeants, 4 corporals, and 28 European soldiers, alongside 2 native corporals and 20 soldiers, with which conveniently seven day and one night post can be occupied, and thereby bring about a single relief for the relief of the garrison, which proposal was then also approved by the assembly for the cited reasons. With citation of the left-behind memoir of the departed Lord Siersma, the Lord Commander also attested to have discovered, from an extract of a Batavia resolution dated November 1742, From Malabar, under date 15 April 1748 that there had been entirely omitted the defect in the perimeter wall behind the Secunde's residence across from Sloterdijk, and that His Honour had several times made known the said defect to Lord Siersma both in private and in full council, with the request for its repair, which was also not unknown to the members, without His Honour however being able to understand why that repair did not take place, and for what reason the Lord Siersma had omitted the same entirely from his memoir; and whereas the Lord Commander was apprehensive that Their Right Honourables would believe that repairs were being undertaken rather soon after His Honour's accession, His Honour therefore stated that he had appointed commissioners to survey the said defect most accurately, who accordingly submitted such report as is contained hereunder: To 1431 From Malabar, under date 15 April 1748 To the Right Honourable Lord Corgen Steevens, Commander and Supreme Ruler of the Coast of Malabar, Canara, and Vingurla. Right Honourable, Benevolent Lord. Pursuant to Your Right Honourable's much respected order, having accurately inspected the perimeter wall of the Lord Secunde's residence here, we found in the same, along a length of 80 feet, 20 different cracks, from which some pieces are falling off, the foundation being completely decayed, whereby the said wall on the Sloterdijk side is leaning outward by as much as 17 thumbs; wherefore, if it pleases Your Right Honourable, the same ought to be provided with some piles and a sufficient timber frame upon them, in order to be able to effect the necessary repairs thereto, for which, according to our modest calculation, such materials will be required as are stated in respect hereunder and subsequently to Your Right Honourable, namely: From Malabar, under date 15 April 1748 3200 pieces cabak stones of one cubit each: ƒ 124: 16: — 190 candies masonry lime: ƒ 171: —: — 3 pieces whole beams: ƒ 57: 12: — 8 pieces sawn beams: ƒ 192: —: — 3004 pieces ridge tiles: ƒ 11: 8: — 500 lb coarse coir yarn: ƒ 10: 16: — 8000 pieces small earth baskets: ƒ 54: —: — 1280 feet areca trees: ƒ 127: —: — 40 lb nails: ƒ 15: —: — 330 daily wages of masons: ƒ 99: —: — 96 daily wages of mukkuvans: ƒ 28: 16: — 3350 daily wages of coolies: ƒ 439: 14: — 40 daily wages of carpenters: ƒ 15: —: — Sum: ƒ 1221: 2: 8. Wherewith, hoping to have complied with Your Right Honourable's much respected order, we have the honour to call ourselves with deep respect, Below stood: Right Honourable, Benevolent Lord, Your Right Honourable's humble and obedient servants. Was signed: W. Cloryn, F. Hesseling, Fr. Spal, W. van Dam, and Hendrik Pacquet. In the margin: Cochin, the 13th of March 1748.
Dutch transcription
1467 Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 of te admitteeren en schoon wij den resident titgens bij brieff van 14 wel hebben voorge„ „steld mat hem te doen staat, soo seide den heer Command„r al egter het maar een geluck te weesen dat de Portugeesen in haar desseine niet hebben gerecusseert, alsoo men andersints verpligt zoude zijn tegen hare landinge te protes„ teeren, en nademaal ten vollen Consteerde dat zij een tweede kans stonden te vaegen, zoo wierd te deser occasie omdat het Nog niet seker was, maar g' eeniglijk Goedgekeurt, degegeve recommandatien aan voorsz: titgens om ons in tyds te bedeelen nat om die Contrije omgaat, ten eijnde wij bij tijds weeten mat adderer in 't groes Schuijld, omdaar na ten vervolge onse mesures te konnen neemen dat De brieven van paponittij aangaan daar bij consteerde ons ook ander datis 2 en 7 deeser het ascurant begonnen werkje door den Cochimsen eersten prins met het leggen van arrest Van Mallabaar onder dato 15: April arrest op de Nelij die door sComp„s pagter tot Eddatoertij voor reek: van haar hoog Edele Successive stond ingesamelt te werden, waar tegen sodanige ordres zijn afgegaan als bij de onse van datis 4: , 8:, en dato deeses kan ge„ „leesen werden Ten belange de vestinge Cannanoor, quam ook in aanmerking het gesegde vanden heer Com„ „mandeuwr dat het opperhoofd weyerman by zijn aanweesen alhier betuijgt soude hebben dat den Losbolligen adiragia Scheen tot in„ „keer te komen en van zijne quaadwillige dessemen af te sien 't gunt gevoegt bij de vreese die men van den angreasen zee schuijmer gantsch niet te magten heeft uyt hoofde die met 't op handen zyn der quaade, mousson wel weder na haar nest staan teretireeren, weshalven de versterking dier fortresse. volgens onse besluiten van 10 aug„s en 4 7ber: ao„o passo, niet meer nodig scheen, waer en boven de - 1769 Mallabaar onder dato 15 April 1748 Van de Resolutien van 1 en 29 Iannuarij J„o waken ook nog dicteeren de ligtinge van daar de roosterlingen ter verdere voortsporring naar batavia, en was of zulxx de propositie vanden heer Command„r off men niet behoorde die vesting, omde wille dat ons daar meer malen klagten over zijn voor„ gekoomen opde voordragt van den E majoor beset te laten met een veendrig, twee Sergeants 4 Corporaals, en 28 europeese militairen nevens 2 inlandsche Corporaals en 20 soldaaten waar meede gevoeglijk zelven Dag, en een nagt post beset kan worden, en daar door een enkelde aflossing te weeg gebragt tot Soulaas van't guarnisoen, welker voorstel bij de verga„ „dering dan ook om haalde aangehaalde redenen is g'avoneert; Met vitatie der nagelate memorie vanden vertrocken heer Piersma betuijgde den heer Commandeur ook nog uyt een Extract Bataviase resolutie dedato 9ber: 1742 Van Mallabaar onder dato 15 Aprl 1748 ontdekt hebben, dat daar ten eenemaal uijtgelaten was „ het gebrek aande ringmuur agter des Secundes woning tegen over Sloterdijk, en dat zijn E verscheijde malen het gemelt gebrek aan den heer Siersma soo in't particulier, als in vollen raade had te kennen gegeven, met versoek tot derselver reparatie 't geen de leeden mede niet onbekend was, sonder dat zijn Eegter konde begripen, waar om die Reparatie, niet is geschiet, en uyt wat oorsaake d'1 heer Siersma 't selve ten eenemaal uijt zijne memorie gelaten had, en nademaal den heer Commandeur bedugt was dat haar hoog Edelh„s souden vermeijnen al vrij wat kort na zijn E„s in treedinge aan reparatien gegaan te werden, soo seijde zijn E gecommitt„s te heb„ „ben aangesteld om het gem: gebrek ten Nauwkeurigsten op te Neemen die daar van daan ook sodanigen rapport overhandigt „hebben als hier onder vervat staat Aan 1431 Van Mallabaar onder dato 15 april 1748 Aan den EE agtb heer e Corgen Steevens Command„t en oppergebieder der Custe mal„ „labaar Canara en mingurla E„ Agtb: wel gebiedende Heer Jngevolge uE E agtb: veel g'eerde bevel naurkeurig gevisitieerd hebbende, de ringmuur vande heer Secundes wooning alhier, bevonden, wij aan deselve ter lengte van 80 voeten 20 verscheijde scheuren, waar van eenige stucken zijn afvallende, zynde het fondament gantsch vergaan, waardoor ged: muur aande sloterdijks kant wel 17 d=m is afhellende, over zulx zal UEE agtb: des behaagende, deselve dienen versien, te werden met eenige poelen en een Sufficante raam daarop, om de verhelpinge na behooren daar aan te konnen doen, waar toe naar ons geringe Calculatie vereijsschen sullen zodanige netarialen als UEE agtb hier onder en vervolgens in eerbied Staat aangevaten te worden Namentlijk 5200 ƒ Mallabaar onder dato 15 april 1748 Van 3200 stex cabak steenen van d'„ cobede toten ƒ 124: 16:— 190 Cand: metselkalk. . . . . . . . . „ 171. —: —. 3 ps heele Balken - - - - - - - „ 57: 12:—: 8 „ gezaagde balken - - - - - „ 192. —. —. 3004 Stix beerpannen - - - - - - - „ 1 1. 8 500 lb Cairdraet grove. . . . . . „ 10: 16: —: . - - - - „ 54: —. —: 8000 Stx aardmantjes 1280 voeten areex bomen - - - - - „ 12 7: —: 40 lb Spijkers. . . . . . . . „ 15: —: —. 330 Dagl: van matselaars. . . . . „ 99 —: — 96 _„o „ moequandons. . . . „ 28: 16: —: - - - - - - . „ 439: 14: — „ Coelis 3350 „ - - - - „ 15: —: —. „ timmerlieden 40 „ Somma ƒ1221: 2. 8. waar mede verhopende voldaan te hebben aan UEE agtb: veel g'eerde ordre, so geven wij ons d' eere van met diep respect te noemen /onderstond:/ EE agtb: wet gebiedende hus uEE agtb: onderdanige en gehoorsaame Dienaaren /was getver/ W Cloryjn F„r hesseling Fr Spal, W: v„n Dan be en hend„k Pacquet / in margine / Cochim den 13 maart 1748 uijt
English
1473 From Malabar dated 15 April 1748 Since it appears from the above that the expenses to be incurred will amount to no more than f 1221: 2: 8, it was resolved to request authorization for this remedy from Their High Excellencies. The trumpeter Johan Lodewijk Holsenberg having presented to the Lord Commander a full confession made by his wife Adriana vander Hulst, it was found upon reading the same to contain the following: To the Honorable, Respectable and Esteemed Lord Corijn Stevens, Commander and Chief of the Coasts of Malabar, Canara, and Vengurla, together with the Honorable Political Council. Respectable, Ruler and Lord, With due respect, Your Esteemed Council's humble and obedient servant, Joan Lodewijk Holsenberg of Kessenrodenburg, sergeant Malabar, dated 15 April 1742 f From sergeant in the service of the Honorable Company, currently acting as trumpeter, makes known that having entered into marriage in the month of May of the past year with Adriana vander Hulst of Cochin, and having lived since then in good tranquility, peace, discipline and, as far as he could observe, complete decency, the contrary has come to his knowledge. Namely, the scandalous conduct and behavior of his aforesaid wife has clearly appeared to him through rumors, proofs, and, as can be seen simultaneously in the annexed deed, her own confession on the 11th of this month. For this, the petitioner has ample reasons not only to complain greatly about the frivolous and unfaithful treatment by the aforesaid Adriana van der Hulst, but is also thereby compelled to take the path to be lawfully separated from her a thoro et mensa et bonorum, of 2 1475 From Malabar dated 15 April 1748 and to be enabled henceforth to lead a quiet and peaceful life, while the petitioner at the same time gladly defers to the Fiscal the action that he might have or wish to institute against the adulterous woman as well as her lovers. But since the petitioner is a poor and humble person who owns nothing, and consequently has enough difficulty sustaining himself with his meager pay and board money, and on the contrary, both setting in motion and executing all that has been mentioned above will, regarding his situation, require a significant expense, or necessarily a substantial amount of money, he therefore takes refuge in all humility to Your Honorable Council, earnestly begging that the aforesaid officer of justice may be ordered and authorized to proceed against the repeatedly mentioned Adriana van der Hulst at law, and also to take in hand the petitioner's case in his name for the purpose aforesaid, From Malabar dated 15 April 1748 aforesaid, and to prosecute it before the Honorable Court of Justice, as is proper and as has been practiced in similar circumstances here in this place. Doing which, etc. Signed: Johan Ludewig Holsberg. In the margin: Cochin, 14 March 1748. Today, the 12th of March in the year 1748, upon an express summons with the witnesses named hereafter, I appeared and presented myself at the dwelling house of the sergeant in the service of the Honorable Company, currently acting as trumpeter, Joan Lodewijk Holsenberg. Having arrived there, his wife Adriana van Der hulst declared openly to have been slept with four times by the slave boy of the head surgeon here, Louis Quintin Martinsart, twice by a similar boy belonging to the Captain of the Burghery Jacob Sligter, and once by a certain soldier named Jan Cameer. All of which the original appearing party declared 1427 From Malabar dated 15 April 1748 declared to be intolerable for him, and therefore he gladly wished to be separated from such a wife, requesting me as well as the witnesses to witness his wife's statement in order to draw up this instrument as proof. Thus done and executed at the dwelling house of the male and female declarants, the day, month, year, and hour aforesaid, in the presence of Jacobus Meijn and Jacobus Coenraadsz, clerks called upon as witnesses for this purpose, who signed the original minute of this document together with me, the Secretary. Was signed: M.r Van Groenenberg, Secretary. From which it clearly appears that the mentioned Adriana van der Hulst not only accuses herself of that abominable sin of adultery, but moreover also that she has had dealings with two slave boys in addition to a soldier, Jan Lammeer. And since such scandalous and improper acts From Malabar dated 15 April 1748 acts should not be tolerated, but rather punished most severely according to the rigor of the laws, the Lord Commander proposed to this Council whether one ought not to proceed following the example of a similar case that came before the government on the 11th of the month of June in the year 1744, in the matter of Jacobus Roelands with his wife Pasquella Mennees, assigning this scandalous case, pursuant to the request of the mentioned trumpeter, in full scope, or as has also been done, to the Officer of Justice Nicolaas Bowijn, with orders and commands that His Honor must investigate it most closely so that such a dishonorable, disgraceful deed may be punished and requited most rigorously as an example to others. In this, the assembled members, being of the same opinion, have concurred. After this, the Lord Commander reported on the attendance of the Regidors of the King of Cochin on the 7th and 13th of this month, wherewith the main conference
Dutch transcription
1473 Van Mallabaar onderdato 15 aprl 1748 uijt het bovenstaande dan blijkende dat de te doene onkosten niet meerder staan te vendeeren dan ƒ 1221: 2:8:, so is beslooten qualificatie tot deese verhelpinge van haar hoog Edelheedens te Jnsteeren, den trompetter Johan Lodewijk Holsenberg aan d' heer Command„r hebbende een volmondige Comfiessie door desselfs huijsvrouw adriana vander hulst, soo vond men na dies leesinge deselve inte houden Aan den E: E: agtb: heer Corijn Stevens Command„r en oppergebieder der Custen mallabaar Canara, en wangurla nevens den E Politicque Raad Agtb: wel gebiedende zeer en Heere Geeft met de vereyschte Eerbied te kennen UEE agtb: onderdanigen, en Gehoorsaamen dienaar Joan Lodewijk Holsenberg van kessenrodenburg sergeant Mallabaar onder dato 15. April 1742 ƒ Van sergeant in dienst De E Comp: thans ageerende als trompetter, toe dat hij inde maand maij des verleeden Jaars in egt getreeden, met adriana vander hulst van Cochim 't sedert Jngoede rust, vreede, tught en :/ soo net bater konde merken alle eerbaarheijd geleeft hebbende, is hem het tegendeel, namentlijk, het meerlijk Leeden en ge„ „doente van even gem: zyn vrouw, door Gerugten, bewijsen, en :/ tegelijk bij de nevens gevoegde acte te sien is:/ haer eijgen bekentenis op den 11 Deeser klaarenduyde„ „lijk te voren gekomen, dat den Suppli„ „ants overvloedige reedenen, heeft niet alleen zig over de litveerdige en trouwloose behandelinge van voorm: adriana van der hulst, grotelijxs te beklagen maar daar door ook genoodzaakt werd dien weg inte slaen om op een wettige wijse adthoram mensam et bonorum van 2 1475 Van Mallabaar onder dato 15 aprl 1748 van haar gescheyden, ende instaat gesteld te werden „om voortaan een stil, en veedig leeven te konnen zijden, terwijlen den supl„t tegelijk aan den fiscaal seer gaarne gedifereert laat d' actie die den selven soo tegen de overspillige vrouwe; als haere boelen zoude verwijnen te hebben of willen Jnstitueeren, Maar vermits den suppl„t een arm en Gering persoon is, die Niets besittende, Dien volgens genoeg te Doen heeft, zig met zijn sobere gagie en kost geld te Subsisteeren, en ter Con„ „trarie soo tot 't Jnt werkstellen als uytvoeren van alle 't geene voorsz: is /: ten zynen opzigten Gesegt een merkelijk bedreigen, of :/ Noodsaekelijk een goed getal penn. sullen vereijsschen; soo is't dat hij in aller ootmoet den toevlugt tot UE agtb: Neemt ernstiglijk biddiende dat voorm: officier der Justitie mag g'ordonneert verder ende g'authoriseert werdende meer gem: adriana van der hulst in regten betreckende, Des suppl=t saeke op zijne naeme ten fene voorz Van Mallabaar onder dato 15 april 1748 voors ook bij der hand te vatten, en voorden agtb: raad van Justitie uijttevoeren, soodat behoord, en indiergelijke geleegentheeden hier ter Steede. gepractiseert is /onderstond / 'T welk Doende &=a /get:/ Iohan Ludewig Holsberg E: /:in margine /: Cochim den 14: maart 1748 Heeden den 12 Maart ao 1748 ben ik op Expres ontbod met de naargenoemde getuijgen gecompareert ende verscheenen ten woonhuijse van den Sergeant indienst der E Comp:e thans agterende als trompetter Joan Lodewijk Holsenberg, alwaar verscheenen zijnde, de„ „clareerende desselfs huijsvrouwe adriana van Der hulst volmondig viermalen beslapen te weesen van de slave Jongen der opperchirugijn alhier Louis quintin martin„ „sart, twee keeren van een gelijke Jongen toe„ behoorende den Capitain der burgerije Jacob sligter, en eens van zeeker zoldaat Jan Cameer genaamt, alle het welke Den origineelen Comparant declareerende . 1427 Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 declareerde voor hem onverdragelijk te meeden, en derhalven gaarne wenschte van sodanige huysvrouw te werden Gesepareert, mij zo wel als de attestanten te meeten zijn huijsvrouw versoekende om daar van te passeeren deesen Jnstrumente tot bewijs, — aldus Gedaan ende Gepasseert, ten woon„ huijse van Den Declarant, en Declarante, „dag, en maand; Iaar, en uure voorsz: in tegenwoordigheijd van Jacobus Meijn, en Jacobus Coenraadsz:, Clercquen als getuijge hier toe Gerequireert, die De minute deeses nevens mij Secreetaris hebben ondergeteekend /was getver:/ M„r V=n Groenenberg Secret: Waaruijt dan niet duyster komt te Consteeren dat gem: adriana van der hulst haar niet alleen selve beschuldigt, aandie versoeijelijk zoude van overspel, maar ook nog daen en boven dat zij met„ twee Slaeve Jorgens boven en behalven een soldaat Jan lammeer te doen heeft gehad„ en nademaal alzulke ergerlijke en onbetamelijk stukken Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 Stucken niet dienden te werden getollereert, maar wel ten scherpsten na rigeur der wetten gestrafft soo droeg den heer Commandeur Deesen raade voor, off men niet na het Exempel van een diergelijk geval inden Iaare 1744 de politie op den 11 der maand Junij insgelijks voorgekoomen inde zaeke van Jacobus Roelands, met desselfs huysvrouw Pasquella mennees diende te handelen, deese Cachieuse zake ingevolge het versoek van gem: trompetter inden vollen zin, off soo als 't selve ook is gedaan opdregende aan den officierder Justitie Nicolaas Bowijn, met last en ordre dat zijn E: die ten naduwrsten moesten onderzoeken op dat alzulk eer- vergeete schenddaat ten Exem„ „pel voor andere op 't rigoureuste gestraft, en beloont werde, daar de gesaementlijke leeden, als van het eijgen gevoelen weesende, in hebben toegestemd, — hier na vernettigde den heer Command:r de binnen verscheijning der Ragiadoors van den koning van Cochim op 7: in 13 deeser waar meede de grooste Conferentie .. : .
English
From Malabar, dated 15 April 1748. A conference was said to have been held on the dispute between the Syrian Christians and the Roman Catholics; and that His Highness had promised to see to it that this dispute would be settled amicably, further stating that His Honour the aforementioned had also maintained communication with the Regidors and earnestly requested them to propose to and persuade that prince, in accordance with the esteemed orders of Their High Mightinesses contained in the letter of 26 September of last year, to surrender completely his right to the tolls in favor of the Honourable Company, so that Their Honours alone may become masters of the import and export duties, on condition that from Their Honours' side a lawful equivalent be paid to His Highness annually, equal to what his income from that source would be found to have amounted to in a round year, calculated on an average of twenty years. To this, no other reply was received on the 13th of this month than that His Highness could not at all be persuaded to do so, because this was a right that the Honourable Company had granted to His Highness since the possession of Malabar, which he had now possessed for so many years; and if this had to be farmed out now, and His Highness were only to benefit from his portion according to the proposal made by the Commander, this would tend to disparage His Highness, as he would then also no longer be in a position to be of service to anyone in the future, to the loss of his authority. And whereas the Commander, taking into consideration the matter of the farming out, had done his best to have them subsequently convinced that he was bound to the utmost to perform a return service to the Honourable Company, in whom he had always placed his trust; and if His Highness continued to raise difficulties about agreeing to the proposal, His Honour then suggested for further consideration that the tolls and duties be publicly farmed out at auction, so that His Highness might then benefit from the percentage that these were to yield, provided it be left to Their High Mightinesses to determine how much His Highness would enjoy therefrom, in consideration of the fact that, through the opening of free navigation, considerably more goods were currently being transported than before, from which His Highness was also notably benefited; the Regidors, upon His Honour's powerful intercession and urging, undertook to induce His Highness of Cochin to agree to the same, and also to exert their utmost efforts to that end, without an answer having been received on this matter up to now for communication. His Highness of Cochin having also made known the receipt of an ola from the present Commander at Anjengo concerning a debt that a certain Pinnapoy was said to have contracted with his predecessors, the Commander stated that, as it was a doubtful matter and, moreover, outside the interests of the Honourable Company, he had instructed His Highness to treat and settle the requisition according to equity. The courtiers of Travancore having likewise addressed an ola to one of His Highness's subjects, His Highness forwarded the same here, and its contents were found to be as follows: Copy translation of the ola written by Appa Krishna Dalawa, Krishna, and Rama Iyer to Teckerta Pattare, to make the contents known to His Highness: We have read the ola written hither, and made its contents known to His Highness. The business matters between the Raja of Kayamkulam, as well as the old disputes, and how matters are to be arranged henceforth, you will find contained in the accompanying note-ola. If one is truly inclined to make an end of the matter, one must first understand the facts; therefore we send the ola passed previously, and the further particulars are recorded in the note-ola. If that matter could be removed out of the way with the consent of His Highness the King of Cochin and the Raja of Kayamkulam, please let us know immediately. As soon as a reply to this is received, His Highness will present himself at Mavelikkara. To examine the business of Vadakkankur, His Highness has previously sent orders, and how matters stand with that, you must also write to us; and if that matter has been put on a good footing according to orders, then one must also begin with the other matters. Therefore His Highness summoned the head or the Nawab of Tirunelveli to Thovala, and His Excellency came there in his own person, and spoke with him about what was necessary, and took a firm resolution, mutually binding each other to help and assist one another in case of need or embarrassment, and thus they parted from each other in friendship. And His Highness has further resolved to travel in that direction. In the contract made with the Nawab, it is stated that he will assist His Highness with the necessary cavalry and foot soldiers, who are to come down hither via two roads. And His Highness's order also reads that if you cannot come hither at present, you must just send the answer immediately. Regarding the matter of the Jagat Tiruvalla at the aforesaid meeting at Kottarakkara, we were given to understand that they wish to let those ceremonies proceed, and furthermore that they will send their ministers hither. Regarding everything that has passed previously, and without reflecting on anything, those ministers were sent thither, as you know very well. Therefore it is very difficult, without settling the old affairs, to establish new orders again.
Dutch transcription
1479 Van Mallabaar onder dato 15 Aprl 1748 Conferentie soude gehouden zyn, of het geschil der Siriaanse: Christenen met de roomsgesinde; en dat zijn hoogh„t heijlzaam had laeten belooven te sullen maeken dat deese quistie inder minne zoude werden afgedaan, seggende verders dat zijn E: gem: ragiadaors ook heeft onder„ houden en ernstig versogt dien vorst voorte„ dragen, en zien te beweegen, om nade g'eerde ordre van haar hoog Edelheedens vervat by schrijvens van 26 7ber: anno Jongstweeken zijn regt op de thollen ten eenemaal af testaan ten fa„ ƒ „veure vand' E Comp: ten eijnde haar Edele alleen meester werde van de in=en uijtgaande regten, order Conditie om van haar Edele zijde zijn to=t tot een regtmatig Equivalent Jaarlijx uijttekeeren Soo veel als zijne inkomsten uijt dat sonds twintig Jaaren door den anderen Gereekent in een Rond Jaar zal bevonden werden te hebben bedragen waar op den 13 deeser geen ander bescheijd gekomen is, dan dat zyn hoogheijd daar toe in 't geheel niet was Mallabaar onder dato 15 aprl 1748 was te bewegen, ter zaeke zulx een regt soude zijn, dat d E Comp:e sedert de Josessie op de mallabaar zyn hoogh„t hadde toegelegt, die het selve nu al soo veele Iaaren beseeten had, en indien zulx nu verpagt moest werden, mitsg„s zijn to=t maar profiteeren van zijne portie navolgens het voor gestelde door den heer Command:r dat zulx dan tot klijnagting van zijn hoogheijd strecken zoude, alsoo hij dan ook niet instaat zoude zijn, imand in't vervolg meer dienst te doen tot verlies zijn 's geseegs en dewijl den heer Commandeur had in overweging genoomen de verpagtinge het beste te hebben gedaan, met hen, ten vervolge te 6 laeten overtuijgen, dat hij aan d'E Comp: op wien, hij zijn 6 vertrouwen altoos gehad heeft, ten uijttersten verpligt was, wederdienst te doen, en zoo zyjn hoofs„ zwarigheijd bleef maken, het voorgestelde toe te, stemmen, dat zijnE dan verder eens en bedenking gaff omde thollen en geregtigheeden bij op veyling openbaar te doen verpagten, opdat zijn hoogheijd dan . 1481 Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 dan van de prC=tos die deselve stonden te geven: konde sprofiteeren, mits aan haar hoog Edelheedens gedefereert latende hoe val zin hoogheijd daar uijt zoude genieten, uijt aanmerking door 't openstellen der vrije-vaart, er thans vrij meer goederen vervoert wierden dan bevorens, daar zijn hooght meede merkelijk bij bevoordeelt was, hebbende de Ragiadoors op zijn E„s kragtige inter„ „cessie en aandrang aangenoomen zijn to„t vwae Cochee tot inwilliging van't selve aantesetten ook on daar toe haar uytterste, moeijte te sullen in't werk stellen, zonder dat men tot nog toe andwoord hier op erlangt heeft tot Communi„ catie — zijn hoogh„t van Cochim ook hebbende laten bekent maeken den ontfangst eener ola vanden tegen„ „woordigen Commandant tot ansjinga over een schuld die sekeren pinnapooij bij zijne voorsaeten soude gemaekt. hebben, zo seyde den heer Commandeur terwijl het een twijffelagtig saeke, en daar en boven buyten - „ .. Van Mallabaar onder dato 10 april 1748 buijten het belang van d' E Comp: was zijn to„s te hebben lasten aanseggen het requisit naar billijkheijd te tracteeren, en af te maeken de hovelingen van den Trevancoor almeede een ola aan een der onderdanen van zijn hoogheijd gerigt hebbende soo heeft zyn ho„t deselve dit aangesonden en men bevond die van volgende Jnhoud Copia Translaat ola Door Apa Christna Dellawa Christna en Ramaijen aan Teckerta Pattare gesz: om den Jnhoud aan zijn hooght bekent te maaken De ola naar herwaards gesz: hebben wij gelesen, en dies inhout aan zijn hoogh„t te verstaan gegeven, de saekelykheijden tussen Ragia van Calicoilan, mitsgaders de oude verschillen, en hoedanig men voortaan zal hebben te stellen, zal uE vervat vinden bij de Notitie ola hier Nevens gaande, soo men waarlijk genegen is een eijnde „ 1483 Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 eynde vande zaek te maeken moet nien eerst de zae„ „kelijkheeden begreppen, daarom senden wij de ola bevorens gepasseert en de verdere zaekelykheeden staan. bekent bij de Notitie ola, indien die zaek uyt den weg zoude konnen Ruijmen, met beweliging van zijn hoogh„t den Coning van Cochim, en den Ragia van Calicoilan „gelieve uE ons zulx ten eersten te laten weezen, soodra men antwoord hier op krijgt, zal zyn to„ zig op mawellicarre laeten vinden, om de laeker„ lijkheijd van Berkencoer te ondersoeken heeft zijn ha=t bevorens ordre Gesonden, en hoedanig het daar mede gesteld is, moet UE ook ons schryjven, en soo die saek volg„s ordre op een goede voet gekomen is, als dan moet men met de andere zaeken ook beginnen, daar om heft zyjn hoogh=t het hoofd off den Nabal van tiroenewellij op Towella op ontboden, en zijn Ex=ts is aldaar selss in persoon gekoomen, en heeft met hem of 't Noodige gesprooken en een vast besluijt genoemen over en weder verbindende malkander in nood af verlegentheijd te helpen, en bij tespringen en Van Mallabaar onder dato 15 aprl 1718 „en zoo zijn zij van malkander in vrundschap gescheyden en zijn ho=t heeft verders beslooten zig op reijs naar die kant te begeeren, bij het Contract dat met den Nabab aangegaan is staat vermett, dat hij zijn hoogh„t met de Nadige Ruijters en voetkneg„ ten zal bijspringen die over twee weegen herwaards staan af te komen, ende ordre van zijn hoogh:t, luijd ook, dat soo „s bij aldien uE thans herwaards niet koomen kan, moet UE maar het andwoord ten eersten toesenden Nopens de Saek van de Jagaad Trirvolaij bij de J„o ontmoeting op Coettemperoer heeft men ons te verstaan gegeven, dat men dies plegtigheeden mil laeten voortgaan, en verders dat men hare bedienaars dit heen zal zenden, dienweegens alle het geene wat bevorens gepasseert is en sonder daar eenige resloxie te slaan heeft men die bedienaars derwaards gesonden gelijk uE dat seer wel welt, derhalven is het seer swaarlijk sonder de oude zaeken af te maeken, op nieuws andere ordre te stellen
English
1485 From Malabar, dated 15 April 1748 Regarding all these matters, your Honour must send the reply without delay. Was written below: For the translation, Cochin, 2 March in the year 1748. Signed: H. van der Linde, sworn translator. Record of what has been agreed upon with the old king of Calicoilan, as well as what has transpired since. Regarding the tribute, they must pay us 4000 ragias annually, of which 2000 ragias, being the expenses of the war, have already been paid, and they have agreed to settle the other 2000 ragias in the months of January and July. And if they do not pay within that time, whenever one approaches with an armed force, they remain prepared to pay the expenses of those troops as well, of which a written ola has been executed. The snaphaunces that were captured from us in the western line, From Malabar, dated 15 April 1748 they have undertaken to pay for and restitute, of which a written ola has also been executed; of these, 72 muskets have been returned. And the tribute money was not paid according to what was agreed upon in the ola, but rather after the term had expired some money was paid; yet having sent men for the remainder, they did not pay it. When they stripped the copper from the pagodas at Moediwilacattijt, Wanmena, Tewelaccarra and Mangaer, we sent men to prevent it, but hostilities were committed against those people. For that reason an attachment was placed on the field, but he revoked the attachment and mistreated those people. Because he has committed such things against us, we assembled troops and sent them to Coenatoer, demanding that he must pay the remaining tribute money and the remaining snaphaunces, 1407 From Malabar, dated 15 April 1748 snaphaunces, as well as restitute the copper that was taken away from the pagodas; further, that he must surrender Manapoen Jtty Killigeloer Poela, Nawacollatta Polamaars, and Nana Chettij back to us, and also that he must pay a fine for the right of protection, whereupon we shall recall our troops. He agreed to comply with and observe all of this, requesting that we keep our army staying there at Coenatoer for 2 more days, so that he will then within that time first pay the tribute money. Shortly thereafter, he had all the goods moved from the place to Calicoilan and Palakel Perengattoe, and left a party of men at Chawareel, and so departed to the east. In the meantime he brought a party of men by sea from Cochin, and thus burned Coilan de Sima and Magoer, and on that occasion, when From Malabar, dated 15 April 1748 when he attempted to break the copper of a certain pagoda into pieces and, seeing that our people advanced there, they retreated from there. He went to take up his residence in Cochin, and in the meantime he sends men to Corban to make sallies here and there and to destroy our lands. And to check this, we found ourselves compelled to make our army march towards Coilan. After that date, we sent Mengatessa Pastrij to discuss the matter and to reach a firm decision, and they agreed to go to Cochin to make it known about this. But the appointed term having expired, and seeing no one appear, that was the reason why we sought our further right and captured the line. Previously, when we conquered Coettamagallam, he brought the Honourable Company's troops there and had them wage war against us, and because on that occasion we 1489 From Malabar, dated 15 April 1748 were not well provided with the necessities to wage war against the Honourable Company, we therefore called our troops back. After we were reconciled with the Honourable Company, he committed many improprieties against us; even so, we abandoned everything that we had previously conquered. And on the occasion when we concluded the peace contract with the Honourable Company, Coettamagalam was also discussed, when we were told that after the expiration of one year we could claim the same, and that the Honourable Company would then not interfere with it. After the expiration of the appointed time, having sent our men to inquire about it, the Honourable Company did not act with us according to promise; therefore we found ourselves compelled to conquer the same by force. Matters lying thus, we cannot speak with Calicoilan on that subject. The Nairs who were taken prisoner at Coilan the Honourable Company agreed to surrender upon the conclusion of the peace, and those people were handed over to the ragia of Calicoilan, From Malabar, dated 15 April 1712 Calicoilan, but he has not delivered them to us up to the present. If one desires to live in peace and unity henceforth, then one will have to pay us the expenses of the war, the tribute money, and the muskets, as well as surrender to us Manapoer Htij Killigelaer Poela, Nawaij Callatta Poelamaars, and Nanij Chettij, and also pay a fine for breaking the copper of the pagoda, besides the expenses of the war at Coilan; and if one has no money to pay the expenses of the war, we then claim some territories in place of it. Concerning Coettamagalam, one has nothing else to say about it now, but on all the other matters in this regard, one could act according to everyone's lawful right, regarding which we are not at all opposed. Regarding all these matters, please investigate over there and let us know one thing or another as soon as possible. The aforementioned written letter now accompanies this. Was written below: For the translation, was signed: H. van der Linde, sworn translator.
Dutch transcription
1485 Van Mallabaar onder dato 15 pril 1748 stellen omtrend alle de zaeken moet uE het ant„ „woord sonder tardance senden /onderstond/ voorde Translatie Cochim den 2 Maart anno 1748 / getve:/ h: v: Der linde g: Transl„t Notitie van het geene er met den ouden koning van Calicoilan is vast gesteld, als ook het geene zedert is verhaalt geworden Aan 't trijbuijt moet men ons Jaarlijx 4000 ragias betaalen, waar van 2000 ragias zijnde de onkosten van den oorlog zyn reeds betaald, ende andere 2000 ragias heeft men aangenoemen inde maanden Ianuarij en Iulij te voldoen, en soo men indie tijd 't niet en betaald, wanneer men met magt van volk afkomt, blijft men bereijt de onkosten vandie manschappen meede te batalen gelijk hier van een schriftelijke ola gepasseert is De Snaphanen die van ons inde westerlijke Linie Van Mallabaar onder dato 15 april 1748 vermeestert zijn heeft men aangenoomen die te betalen en te restitueeren, waar van ook een schriftelijke ola is gepasseert, daar van zijn 72 stux geweeren gerestitueert, En het tribuijt Geldis volg„s het vastgestelde bij de ola niet betaald, mar wel naar verloop van het termijn eenige Geld voldaan, dag om het resteerende volk gesonden hebbende, heeft men het Niet betaald, toen men op moediwi „lacattijt, wanmena, te wel accarra en mangaer het koper van de Pagoden heeft af gebrooken, hebben wij volk gesonden; omdat te beletten, dog men heeft hostiliteijten tegens die men„ „schen gepleegt, daar om heeft men op het veld. arrest opgelegt, maar hij heeft het arrest ingetrocken, en die menschen qualyk bejegent, dewijl hij alsulk dingen tegens ons gepteegt heeft, hebben wij volk vergadert, en opCoe„ natoer gesonden, pretentie makende dat hij resteerend: tribuijt geld, en de ofrige Snaphanen 1407 Van Mallabaar onder dato 15 april 1748 Snaphanen sal moeten betaalen, mitsg„s het koper dat van de pagoden weggenoemen is „wederom te restitueeren, verders dat hij manapoen Jtty killigeloer poela, Nawacollatta pola„ „maars, en Nana Chettij wederom aan ons zal moeten afgeven, als ook dat hij voor het regt vande Schutmanschap een boete zal moe„ „ten betalen, dat als dan wij ons volk wederom zullen oproepen, dit alles heeft aangenoemen naar te komen ente observeeren, versoekende dat wij ons leger nog 2 Daegen sullen hebben aldaar op Coeratoer te vertoeven) dat hij dan binnen dk. die tijd voor eerst het tribuijt geld zal betalen kort daar na heeft alle de goederen van plaatse naar Calicoilan en Palakel perengattoe laten optrecken, en hebben op Chawareel een + Parthij volk gelaten, en soo naar het oosten vertroc„ „ken, onder tussen heeft hij een parthij volk over zee van Cochim gebragt, en soo Coilan de sima en magoer verbrand, en bij die geleegentheijd toen Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 toen hij neemde het koper van zeter tpacood aan„ „stucken te breeken, en siende dat ons volk aldaar graen, zijn zij van daar geretineerd bij heeft zyn verblijff op Cochim gaan neemen, en ondertusschen Send hij volk op Corban om hier en daar uijtvallen te doen, en onse landen te verdestrueeren en om zulx te stremmen hebben wij ons genoodzaakt gevonden ons legen naar Coilan te doen optrecken, naar dato hebben wij mengatessa Pastrij gesonden, om of de zaek te spreeken, en een vast besluijt te neemen, en men heeft aangenoomen daar over op Cochim te gaan, en bekent te maaken, dog de bepaalde termyn verstrekten zijnde, en niemand ziende opdagen, is dat de reeden geweest waarom wij ons verder regt gesogt ,ende linie vermeestert hebben, bevorens toen wij Coettamagallam ingewonnen, hebben, heeft hij sComp„s volk aldaar gebragt, en tegens ons laten oorlogen, endewijl wij bij diegelegentheijd met 1489 Van Mallabaar onder dato 15 april 1748 met het nodige niet wel voorsien waren om met d'EComp:e te oorlagen, daarom hebben wij ons volk terug geroepen, naar dat wij met d'E Comp: vereenigt zijn, heeft hij veele onhebbelijkheeden tegens ons gepleegt, soo nogthans hebben wij alles verlaten, wat wij bevorens vermeestert hadden; en bij geleegentheijt toen wij het vredens Contract met dE Comp: geslooten hebben, is over Coettamagalam ook gesprooken, wanneer men ons gesegt heeft, dat naar verloop van een Iaar wy de selve konde soeken, dat dE Comp dandaar meede niet bemoeyen zal naar verloop vande bepaalde tijd ons volk gesonden hebbende, om naar deselve te verneemen, heeft d'E Comp: met ons volg belofte niet gehandelt, daarom hebben wij ons genoodsaakt gevonden, deselve met gemeld te vermeesteren, dusda„ „nicg leggende zaeken daarom kunnen wij verdat sub ject met Calicoilan niet spreeken, de nairossen die op Coilan gevongen genoomen zyn heeft VE Comp. aangenoomen bij het sluijten vande vreede over te geven, endie menschen zyn aanden ragia van Calicoilan Van Mallabaar onder dato 15 April 1712 Calicoilan overgegeven, maar hij heeft dieselve aan ons tot Nog toe niet g'intrageert So men begeert voortaan in vreede en eenigheijt te leeven, als dan zal men ons moeten betalen, de on„ „kosten van den oorlog, het tribuijt geld ende geweiren ,mitsgaders Manapoer Htij killigelaer poela Nawaij Callatta poelamaars en Nanij Chettij aan ons moeten overgegeven als meede een boete betaalen voor't breeken van het koper van de pagood behalven, dat de onkosten vanden oorlag op Coilan, en soo meng een geld heeft om de onkosten vanden oorlog te betalen, als dan pretendeeren wij daar voor eenige landschappen Betreffende Coettamagalam daar omtrend haft mer„ nu niet anders te seggen maar over alle de andere zalken dien aangaande soude men volgens ieder zyn goedregt kennen handelen, waar omtrendt, wij guntsch niet tegen zijn, nopens alle deese zaeken gelieve UE aldaar te onder„ „saeken, en ons het een of het ander ten spoedigsten te laten weeten, de bevoorens gesz: brief gaat thans nevens deesen over onderstond:/ voor de Translatie /was gete:/ h. v: D lende g: Transl„t op
English
1491 From Malabar, dated 15 April 1748. Upon which many considerations were raised, since from the whole context nothing else can be gathered or concluded but that the pursuit of the King of Travancore was merely to reduce King Signatty likewise to a tributary and to cause him to remove from the kingdom of Cochin. A written report having been received concerning the testing of the gunpowder at Cranganore, upon the reading thereof it was found to contain the following: To the Honorable, Respected Sir, Corijn Stevens, Commander and Supreme Ruler of the Coast of Malabar, Canara, and Vingurla. Honorable, Respected, Sovereign Sir, In compliance with the verbal order given by the Ensign and Commander of this fortress, Jan Jansz. Lemmet, we the undersigned, as commissioners, proceeded on the 7th of this month to the powder magazine here, and have had carried out from there up to the present day 9300 lb of gunpowder, enclosed in 186 small barrels of 50 1492 From Malabar, dated 15 April 1748. of 50 lb each, which powder we have had carried out every day to the amount of 31 barrels or 1550 lb, and poured out on the sail and dried; as well as having taken some out of each barrel before the drying thereof according to orders and tested it, of which the cap of the powder tester rose no higher than 5, 7, and 9 feet high, and after the drying thereof 32, 35, and 38 feet high. After the completed drying and airing, being reweighed, not more was found than 9187 lb, from which a deficit has arisen of 113 lb, which gives a loss of well over one percent. Wherewith we hope to have respectfully accomplished our assigned commission. Was underwritten: Honorable, Respected, Sovereign Sir, your Honorable, Respected, Humble and Obedient Servants. Was signed: Lt. Mortens and Jan Hendrik Roeloffz. In the margin: Cranganore, 14 March 1748. The loss of 2 3/16 percent instead of 1 percent in the drying 1493 From Malabar, dated 15 April 1748. drying of gunpowder that occurred at Cranganore was examined by the undersigned trade administrator and found not to be excessive according to the regulation of Cochin, 15 March. Was underwritten: in the absence of the Honorable Head Administrator, Jurriaan Kerssen, as being authorized thereto, signed: Pieter Hesseling. Similar to a like report of that citadel sent to us in the year 1746; and since the same was not found satisfactory, it was resolved upon the proposal of the Lord Commander to have that gunpowder dried further, or after the lapse of fourteen days, and tested again in order to discover what is lacking in it. Next was produced a finding of what was delivered and brought by the ship Goidschalksoord, upon which it was decided, subject to the esteemed approval of their High Excellencies, to validate that which is contained in each entry, and to place the remainder on account, the finding reading as follows: Finding ... 1494 From Malabar, dated 15 April 1748. The Captain at sea and the warehouse master say that the sappanwood must have been stolen between ship and shore, which gives such a heavy loss, considering that the delivery of 30000 lb was made from the said vessel: 73 1/32 percent. Finding drawn up by the undersigned trade administrator and submitted to the Honorable, Respected Sir, Corijn Stevens, Commander and Supreme Ruler of the Coast of Malabar, Canara, and Vingurla, concerning the shortages, surpluses, and spoilage of the various goods brought by the ship Goidschalksoord from Batavia for this Commandery, according to the incoming, verified, and sworn reports of the commissioners who were stationed here during the unloading thereof from ship to shore, and of which the answers given regarding them by the Captain of the aforesaid vessel and the warehouse master are specified alongside this, upon which your Honor's disposition is requested. In the Company's Trade Warehouse: 1998 lb of sappanwood found short upon the delivery of 30000 lb from ship to shore, making 1495 From Malabar, dated 15 April 1748. The difference on the adjacent tin must have been caused by the weighing: 93 lb of Banka tin found short upon the delivery of 30000 lb from ship to shore, calculating 1/16 percent. Half of this to be compensated by the Sea Captain Durietz, and the other half by the warehouse master Van Dooreslaar, besides the write-off of 2 percent on the sappanwood. The chest with gallnuts was delivered here into the warehouse in good condition: 5 lb of Surat gallnuts found short upon the delivery of 96 lb in one chest, No. 19, making 5 3/16 percent. The difference must have been caused by a miscount of 4 bars: 76 lb of Holland steel found short upon the delivery of 3000 lb, calculating 2 1/32 percent; upon the recounting of the bars, 4 pieces were also found short: percent on the steel, which is only validated. The deficit on the adjacent powdered sugar arose from the repacking of the canassers: 2624 lb of powdered sugar found short upon the delivery of 690 1/2 lb, calculating 7/16 percent: write off. The same applies to the candy sugar: 50 lb of candy sugar found short upon the delivery of 25090 lb, making 3/16 percent: write off. In the Company's Provisions: 3 bottles of brandy, upon opening a case, found as follows: 1 bottle half full, 2 ditto each three-quarters full. The case with brandy was brought into the provisions in good condition: write off. 1996
Dutch transcription
1491 Van Mallabaar onder dato 15:' April 1748 Op dewelke al veele Consideratien vielen dewijl uijt den gantschen tsamen nang niet anders kan getrocken off opgemaakt werden, als dat 't soeken van den Trevan„ coor maar eenelijk was omden vorst signagtij al„ „meede tot een tributair te maeken, en uyt het rijk van Cochim te doen verhuijsen Overgekoomen weesende, een schriftelijk rapport nopens de proeving van't kruijt tot Cranganoor, soo is naar dies leesinge 't zelve bevonden inte houden Aan den EE agtb: heer Corijn Stevens Command„r en oppergebieder der Custe mallabaar„ Canara en mingurla EE agtb: wel gebiedende Heer In naarkoming van mondelings gegeven ordre door den vaandrig en Commandant deser fortresse Ian Iansz: Lemmet, hebben wij ondergeteekendens als gecommitteerdens op den 7 Deeser nade kruytdelder alhier begeeven, en daar uijt tot hieden sien uytdrager 9300 lb bustruyt beslooten in 186 vaatjes van 50 Mallabaar onder dato 15e April 1748 Van 50 lb ieder, welke poeder wij alle dagen 31 vaatjes off 1550 lb hebben laten uytdraegen, en't selve op 't zeijl gestort engedroogt, en 't selve op 't zyl gestort engedroogt, als meede hebben wij voor't Drogen derselver volgens ordre uijt iederaaatje wat uijt genoomen en geprobeert waar van den dop van de kruijt proeff niet hoger heeft geroopen dan 5. 7 en 9: voeten hoog, en na het dragen derselve 32:, 35, en 38 voeten hoog, na gedaane drogen, en lugten weder, na gewoogen als dan niet meer bevonden dan 9187 lb waar van een minderheijt is komen te ontstaan van 113 lb dewelke een verlies geeft van een prC=to ruijm — waar mede verhopen onse opgelegde Commissie, daar meede eerbiedighit te hebben volbregt /onderstond / E E agtb: wel gebiedende Heer UEE agtb: onderdanigen en gehoorsaamen Dienaaren /was getver / Lt mortens en Ian kend Roeloffz / in margine / Cranganoor den 14 Maart 1748 het verlies van 23/16 p=rC=to insteede van 1 prCto bij het drogen 1493 Van Mallabaar onder dato 15 April 1742 dragen van buskruijt tot Cranganoor gevallen, is door den ondergeteekenden negotie overdrager nagesien en bevonden niet te Excessief te zijn nade ordre Cochim 1 den 15: maart aan van /onderstond / in absentie van den E hoofd administrat, eur kerssen als daar toe gequatificeert zynde /geter/ P„r Hesseling: Gelykstandig met een gelijk berigt van die Cihadelle ons inden Iaare 1746:) toegeschikt, en nademaal 't selve niet voldoende bevonden wierd, soo is opden voorstel vande heer Commandeur beslooten dat buspoeder naderoff na verloop van veertien dagen te latendroogen, en weder probeeren, om te konnen ontdecken wat aan't selve manqueert vervolgens wierd geproduceert eene bevinding ƒ van't geleeverde, en aangebragte perden scheepe Gooide„ schalksoort waar op verstaan is op de gagte approbatie van haar hoog Edelheedens te valideeren 't geen bij redere „post vervat staat, mitsgaders het overrige op reekening ƒ te stellen, luydende de bevinding aldus Bevinding 1 . . . Van Mallabaar onder dato 16 April 1748. den Cop: ter zee en den pakhuijs tussen boord en val moet gestolen weesen, waardoor sulken swaar verlies geeft aangesien de leverantie van 30000 lb 73 1/32 pr C=lto uyt d„o bodem gedaan is Bevinding Door den ondergeteekende negotie opge„ „maekt en overgegeven aan den E E agtb: Heer Corijn Stevens Command„r en oppergebieder der Custe mallabaar Canara en dringirla„ wegens de minderheeden overbevon„ dene en bedarventheijd van de versle Goederen per 't schip Goordschalks„ „oord van Batavia voor dese Commanderije aangebragt, volgens 1 ingekoomen Gerecolleerde en be eedigde rapporten der gecommitt„s die alhier bij de ontlossing derselve van Boord na de wal hebben gestaan, en waar van de beand„ woordingen die de sweegen door den Capitain van opgemelte bodem en den pakhuysm„r werden gegeven, besijden deeses staan Gespecificeert waarop UE E agtb: dispositie werd: verlogt 6. In's Comps Negotie Pakhuijs, meeser seggen dat 't sjappanhoud 1998. lb: 's Iapperhout bij den aan„ „breng van 30000 lb van boord„ na de wal te kort bevonde makende 93. 1495 Van Mallabaar onderdato 15 April 1748 het verschil opde nevens gen thin moet bij het gewigt veroorsaakt weesen de kal met galnooten wel„ geconditioneerd alhier in't pakhuijs gelevert door een mestelling van 4 staven moet verschil veroorsaakt weesen gem: Poeyer zuijker is ontstaan vinge van 2. pr C=tos op het 93 lb thin bamkas op den aan„ breng van 30000 lb van boord hier vande helfte door den nade wal te kort ontwaard: Capitain ten Zee Durietx ende wederhelfte doorden bereekenende 1/16 prC=to pakhuysm„r van dooreslaar E : vergoeden behalven de afschrij„ 5 lb Zouratse galnooten op den aanbreng van 96 lb in een Sjappanhout kas n„o 19. minder bevonden makende 5 3/16 pr C=to 76 lb hollands op den aanbreng van p„r C=to op het staal 't geen 3000 lb minder bevonden maar eenelijk gevalideert reerde bereekenende 2 1/32 pr C=to zijnde bij het natellen derstaven 4. Stix meede te kort ontwaart de minderheyt op de nevens 2624 lb Poeyer zuijker op den aanbreng van 690 112 lb min„ afschryven door het verarbeijden van de „der bevonden bereekende 7/6: pC„to b=m kanassers 50 lb Candij zuijker opden invoegen is met de kandij zuijker geleegen aanbreng van 25090 lb: afschrijven te kort bevonden maeken„ „de 3/16 pr C=to Jn 's Comp„s Dispens 3 flessen brandewijn bij 't openen van een kelder als volgt bevonden afschryven 1: fles half vol 2 D„o ieder drie quart vol de kelder met brandewijn zijn wel geconditioneerd in het dispens gebragt 1996 1
English
From Malabar under date 15 April 1748 f thereof the reduction of the alongside stated arrack was caused by the barrels and bad condition, the stowage found good, consequently caused by drying out; caused by carrying into the casks; 5 inches ullage, the rest passing, also to compensate, and thrown into the sea as customary. 1996 cans of arrack apij upon sounding by the Captain, says that the stowage of the barrels and tiers was found to be according to order of 20 leggers found in shortage, as appears by the report of the commissioners; therefore it is caused by carrying in, wormholes: 252 cans on 1 legger, 20 inches of 84 ditto on 4 ditto, 4 inches 150 ditto on 5 ditto, 5 inches 76 ditto on 1 ditto, 8½ inches 17 ditto on 1 ditto, 3½ inches 326 ditto on 1 ditto, 25 inches 44 ditto on 2 ditto, 4½ inches 48 ditto 312½ ditto on 1 ditto, 24 inches 36 ditto on 1 ditto, 5½ inches 290½ ditto on 1 ditto, 22½ inches 360 ditto on 1 ditto, 28 inches 111 cans of sour beer upon sounding 10 barrels found as follows, of which has turned sour: 14 cans on 1 barrel, ullage 4½ inches, good of taste 16 cans on 2 barrels, ullage 3 inches, good of taste 12 ditto on 1 barrel, ullage 4 inches, hard of ditto 10 ditto on 1 ditto, ullage 3½ inches, good ditto 17 ditto on 1 ditto, ullage 5 inches, ditto ditto 24 ditto on 2 ditto, ullage 4 inches each 14 ditto on 1 ditto, ullage 4½ inches, sour ditto 4 ditto on 1 ditto, ullage 2 inches, good ditto 145 cans of Half Moon beer upon sounding 40 barrels found as follows: 23 cans on 1 barrel, ullage 6 inches, sour 30 ditto on 2 ditto, ullage 3½ inches, good 34 ditto on 2 ditto 26 ditto on 1 ditto, ullage 8 inches 12 ditto on 1 ditto, ullage 3 inches, good 12 ditto on 1 ditto, ullage 4 inches, hard 5 ditto ditto 4 ditto ditto 98 ditto on 6½ inches, hard 1497 From Malabar under date 15 April 1748 Item ditto as above the shortage on the alongside mentioned: the half aam of oil was wrongly written off at Batavia for a half aam of olive oil mentioned above; to compensate the half aam delivered short. 98 cans of Half Moon beer upon sounding 8 barrels found as follows hereunder: 14 cans on 1 barrel, number 4½ inches, hard 12 ditto on 1 ditto, ullage 4 inches, ditto 10 ditto on 1 ditto, ullage 3½ inches, good 24 ditto on 3 ditto, ullage 3 inches, ditto 12 ditto on 1 ditto, ullage 4 inches, sour 17 ditto on 1 ditto, ullage 5 inches, good 30 cans of French wine upon sounding 1 legger of 5 inches 17 cans of sack wine upon sounding 1 legger of 3½ inches 68 cans of olive oil found both in short and in ullage: 23 cans found in ullage on 4 half aams, as: 7 cans on 1 ditto, ullage 4 inches 6 cans on 1 ditto, ullage 3½ inches 10 cans on 2 ditto, ullage 3 inches each 0 45 cans short delivered in 1 half aam 45 cans of linseed oil found in a half aam; to take in for the account of the Honorable Company. Cochin the 13 March anno 1748 / signed below / in the absence of the Honorable Head Administrator Kersen, as being qualified thereto, signed Pr Isaaksz. as above 4 barrels of olive oil is caused by drying out, but the one half aam that was found short, the Captain declares not to have received the same at Batavia. also f From Malabar under date 15 April 1748 Also has been received the transfer made by Mr Siersma to the present Mr Commander, from whose findings appeared several shortages fallen upon the silverware, and that a kitchen goods were entirely transposed, upon which occasion it was also approved to validate only half a percent on the silverware, as no write-off has occurred on it since the bar-year 1721/1722, and to charge the remaining shortage discovered to the Indian headquarters at the debit of Mr Siersma mentioned above, or else to have the same compensated by his attorneys here in loco, with this distinction that the copper goods will be remedied as something of little importance, and His Honor relieved thereof, this finding also containing: Finding drawn up by the undersigned trade transferor and delivered to 1449 From Malabar under date 15 April 1748 to the Right Honorable Mr Corijn Stevens, Commander and Chief Ruler of the Malabar Coast with its jurisdiction, concerning the shortages on the Company's silver service and copper utensils, as well as unserviceable goods, which were discovered upon handover by the outgoing Right Honorable Mr Commander Reinicus Siersma to Your Right Honorable, on account of the incoming report of commissioners, whereupon Your Right Honorable's honored decision was requested: Silverware 7 reals weight, upon reweighing found short of 817 7/8 reals, making 3 5/6 percent loss, namely: — 1/8 real on a basin 2¼ ditto on a basin dish — ¾ ditto on 4 candlesticks — 7/16 ditto on 1 water bowl, lid and saucer being unserviceable 2/8 ditto on 4 salt cellars 2/8 ditto on 4 mustard pots — 1/136 ditto on 1 pepper box 4 5/8 ditto on spittoons 4½ ditto on 34 spoons 2½ ditto on 34 forks 7/8 ditto on 4 salvers House furniture f 27 From Malabar under date 15 April 1748 House furniture 2 pieces iron grids, unserviceable 1 piece copper cook's kettle, of which the bottom is unserviceable 2 pieces stewpans, of which the lids are unserviceable 1 piece fish kettle, unserviceable 1 piece copper pasty pan, of which the lid is unserviceable 1 piece fish fork, found short 1 piece iron ash shovel, ditto Cochin the 13 March anno 1748 / signed below / in the absence of the Honorable Head Administrator Kersen, as being qualified thereto / signed / Pr Isaaksz. The third prince of Berkenkoer coming to complain about the prince rebel at Ala, the answer applied thereto was to the effect of reconciling with each other, unless he found himself capable, without help from the prince rebel, to keep the King of Travancore out of that country and to be able to resist, about which further written to him to confer in more detail. 4 f
Dutch transcription
Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 ƒ heijd derselve de vermindering van de Nevens gestelde arak veroorsaakt aande vaten, ende slegte gesteld„ de stuwagie wel bevonden gevolglyk door indroging gecouteert door het indragen op de vaat„ werken is zulx veroorsaakt 5 d=m wan passeerende rest almeede vergoeden, en het „woonte in zee werpen 1996 kan arak apij bij het pijlen van den Capitain segt dat de Atuwagie 20 leggers aan merinigh„t bevon„ der vaatwerken en lagen nade ordre is bevonden, gelijk zulx „den bij 't rapport der gecommitteerdens komt te blyken, dierhalven 252 kann: op 1 Legg 20 d=m van is door het -indragen, wormgaatjes 84 d„o op 4 _o 4 „ „ 150 „ „. 5 „ 5 „ „ 76 „ „ 1 „ 8½ „ „ 17 „ „ 1. „ 3½ „ „ 326 „ „ 1. „ 25. „ „ 44 „ „ „ 2. „. 4½ „ 48„ 312½ „ „ 1 „ 24 „ „ 36 „ „ 1 „ 5½ „ 290½ „ „ 1. „ 22½ „ 360 „ „ 1 „ 28 „ „ 111. kann: trueel bier bij pijlen van Zuur gewordene nage„ 10 vaten als volgt bevonden 14: kann: op 1 vat w=m 4½ d=m goed van Smoek 16: kann: op 2 valen w=m 3 d=m Goed van Smaek 12 d„o op 1 vat w=m 4' hart van d„o 10 „ „ 1 „ „ 3½ goed „ 17 „ „ 1 „ „ 5 = d„o„ „ 24 „ „ 2 „ „ 4 „. . . . ieder 14 „ „ 1 „ „ 4½ „ zuur „ -4 „ „ 1 „ „ 2 „ Goet„ 145 kann: I: m: bier bij pijlen van 40 vaeten bevonden als volgt 23: kann op 1 vat w=m 6 D=m Zuur„ 30 „ „ 2 „ „ 3½ goet 34 „ „ 2 „ 26 „ „ 1 „ 8 „ 12 „ „ 1„ 12 „ „ 1 „ „ 3„ goed „ 1 „ „ 4: kart 5 „ d„o „ 4: do 98 „ „ 6½ hart 1497 Van Mallabaar onder dato 15 april 1748 Jtem _o als even de minderht op de nevens gem: het half aan oij is tot batavia voor een halv aam olyven olij waar van hier boven gesprooken werd verkeerdelijk afgeschapt het halvaam te min gelevert vergoeden 98 kan: halv maans bier bij pijlen van 8 vaten als hieronder volgt bevonden 14: kann: op 7: vat n=o 4½ d=m hart 12 „. „ 1 „ „ 4 „ _o 10. „ „ 1 „ „ 3½ „ goet. 24 „ „ 3 „ „ 3 „ _„o 12 „ „ 1 „ „ 4 „ zuur 17 „ „ 1 „ „ 5: „ goet 30 kann: france wijn bij het pijlen van vlegger van 5 D=m 17 kannen zeckwijn bij het pijlen van '1 Legger, van 3½ d=m 68 kann: olijven olij; soo te kort als aanwannigheijd bevonden 23 kann: op 4 halve aamen aan wannigheijd bevonden als 7 kann: op 1 d„o w=m 4 d=m 6: „. „ 1do „ 3½ „ 10 „ „ 2 „ „ 3 „ ieder 0 45 kann: in 1 halv aam, minder aangebragt 45: Iann: lijnzaat olij in een voor reek:e van de E: Comp: inneemen halve aam bevonden Cochim den 13 maart ao 1748 / onder „stond/ bij aptentie van den E hoofd administrateur kersen als daartoe gequalificeert zijnde get: Pr Jsaaksz: als voren 4 vaten olijven olij is door het in drogen veroorsaakt, dog het eene katv aam, dat het minder is bedonde verklaart den Capitain het selve tot batavia niet ontvangen te hebben ook : . Mallabaar onder dato 15: april 1748 Van Ook is nog ingekoomen het transport door den heer Siersma aanden tegenwoordigen heer Commandeur gedaan uyjt welkers bevinding bleek verscheyde menwigten op de silverwerken gevallen, en dat een Combuis goederen ten eenemaal omtranponeert waren, waar op dan te deeser occasie almeede goedgevonden is opde Silverwerten alleen een half. prC=to te valideeren, alsoo Daar op sedert 't balkjaar 17 2/2 geene afschrijving gevallen is, en om 't overige te kort ontwaarde: de Jndiase hoofdplaatse aantereekenen ten Laste van den Hheer Piersina hier boven gemeld dan wel om zulx door zijn gemagtigdens alhier in loco te doen vergoeden met dit onderscheijd dat de kop-goederen als iets van weijnig importance zullen worden verholpen, en zijn E daar van ontlaste, zijnde deelse bevinding almeede inhoudende Bevinding Door den ondergeteekend en negotie over„ drager opgemaekt, en overgegeven aan 1449 Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 aan den EEagtb: heer Corijn Stevens Command„r en oppergebieder der Custe mallabaar met Den Resorte vandien, wegens de minderheeden op Comp„s silver Servies, en kop gereedschappen mitsg„s onbequaame Goederen die bij overgave door den afgaan„ „de E: E: agtb: heer Commandeur Reinicus Siersma aan UE E agtb: sijn ontwaart wegens ingekoomen Rapport van gecommitt„s waar op UEE agtb: g,eerde Dispositie werd: versogt Silver werken 7:reaben zwaarte, bij nawegen van 817 7/8 reaben minder bevonden makende 3 5/6 prC=to verlies te weeten — 1/8 reaal op een Lampet 2¼ do op een lampet schotel — ¾ „ „ 4 kandelaars — 7/16 „ „ 1 water kom, deksel en pnering zynde onbeq: „ „ 4 zout vaatjes 2 /8 „ „ 4 mostert potjens 2/8 — 1/136 „ „ 1 peperdoos gruspedoors 4 5/8 „ 4½ „ „ 34 Deepels 2½ „ „ 34 vorkens 78 „ „ 4 schenkboorden Huysmeubelen ƒ 27 Van Mallabaar onder dato 15' april 1748 Huijsmeubelen 2: ps ijsere roosters onbequaam 1 „ kopere kox kegtel, maar van de boom onbeq: 2. „ Stoofpannen, waar van de deksels onbequaam 1 „ visketel onbequaam ... 1 1 „ kopere Pastij pan;, waar van de deksel onbeq: 1 „ vis vork te kort bevonden 1„ ijser asschop Cochim den 13 maart anno 1748: /ondertond/ in absentie van den E: hoofd administrateur Kersen als daar toe gequalificeert zijnde /gete:/ P:r Jsaaksz: Den derden prins van berckencoer overden prins rebel bij ala komende te klagen / soo is ter antwoord daar op toe gepast van inhoude geweest om zig met den anderen te versoenen, ten waare hij zig in staat bevond buijten: hulp van den prins rebel, den koning van Trevancoor uyt dat land te houden, en te kier te konnen gaan, omme waar over nader te Confiereeren hem Nog verder aangeschreeven 4 - - _„o . . ƒ
English
From Malabar, dated 15 April 1748 notified to come hither in person or else to send his regidores, of which the Commander gave communication to the assembly. Finally, an extensive discussion took place regarding the conditions of the season and the impending bad monsoons, as well as what cargo we should load into the ship Goedschalksaard for the continuation and prosecution of its voyage to the principal place of the Indies via the government of Ceylon; and considering the request by the latter ministry for assistance with grain, it was resolved to load it with rice and pepper, if the first-mentioned foodstuff can be obtained, to which end the Commander declared he had applied his utmost efforts with the merchants, without as yet having achieved anything therein; and Lastly, the Commander informed this council of the encumbrance of the church with dead bodies, intimating that if one continued to grant a burial place therein to everyone without distinction, From Malabar, dated 15 April 1748 the members of the government, for as long as they hold a seat in council, would ultimately have no place themselves; besides which it was also fitting that the reverend ministers should likewise be preferred; and since at present only 12 1/2 rixdollars is disbursed or paid for a place in the church, His Honour proposed to increase that penalty to 50 rixdollars for adults and 25 ditto for children for the benefit of the poor, in order thus to prevent and check the abundance; to which proposal the members had no difficulty in condescending and consenting. Cochin, date as above. Signed: Steevens, B F van Wrisberg, Dl Bos, N Bonijn, G I Feijth, Johs van Dooreslaar, M H Beyts, and M V Groenenberg. Wednesday, 20 March Anno 1748. All present, except Mr Beyts due to indisposition. Pursuant From Malabar, dated 15 April 1748 Pursuant to our resolution of the 16th of this month, having met together, the examination of both the orphan and school children was conducted by the Reverend Matthias Wirmelskircher, and we found among them, on the one hand, not only that the aforesaid Reverend Wirmelskircher performed it to our particular satisfaction and to the great edification of the children, but also, on the other hand, that the children, both from the orphanage and the school, had made such progress since the last examination that both the masters, Gosewyn de Ridder and Jonas Leendertz, displayed great diligence therein; the following having departed, as an even greater encouragement and having been found the most capable, with what is noted behind each person's name, assigned as a prize on the Company's behalf, namely: From the orphanage: Johanna Atteveld with 1 Bible in quarto, D'Outrein's question book or short sketch of truths, and a psalm book. Anna From Malabar, dated 15 April 1748 Anna Fredriksz, with D'Outrein's question book or short sketch of truths. Alida Sandertsz, with a psalm book; and Margaretha Lindemans, with a psalm book. From the school: Helena Susanna Bos, with a Bible in quarto and D'Outrein's question book or short sketch of truths. Maria de Silva, with a short sketch of truths, also by D'Outrein. Extremely serviceable for the propagation of our Reformed Religion on this Coast; after which the assembly dispersed. Cochin, date as above. Signed: C Steevens, B F v Wrisberg, D Bos, Nos Bowijn, G T Feijth, Joh van Dooreslaar, and M v Groenenbeerg. Thursday, 28 March Anno 1748. All members present. From Malabar, dated 15 April 1748 The assembly being gathered, There was initially read a newly arrived letter from Quilon dated the 23rd of this month, from which appeared a request to be provisioned with the arrears; and the Commander laid before the council a letter directed by the son of the English interpreter Domingo Rodrigues to the merchant Ezechiel Rabbi, of the following content: Mr Ezechiel Rabbi, This morning I was at your house, and as I understood that you had gone to the city, I went there as well, but was unable to meet you because you were busy with the Honourable Commander; and as I now urgently need your resolution with regard to the rice contract, I therefore write this to you. As I am very obliged to the Honourable Commander, I therefore wish to have the occasion to be able to serve His Honour, From Malabar, dated 15 April 1748 to which end I will deliver approximately 300 lasts of rice at Cannanore at 90 rupees the last, and if you wish to have the same delivered at Cochin, then the last at 97 rupees; and for the money I will grant a respite of three months, but after the expiration of the said term, one must pay me 10 per cent per annum. If His Honour should be pleased to give me merchandise, then please specify to me the assortment of the said merchandise as well as its price, so that I may govern myself accordingly. I await an answer regarding everything at the soonest, so that I may send the necessary notice to Tellicherry to send the rice hither, for time is already beginning to run out. May God preserve you. Below was signed: George Rodrigues. In the margin: Vypeen, 17 March Anno 1748. Lower: For the translation, Cochin, 17 March 1748. Signed: L v Longeren, sworn translator. Further making known that the said George Rodrigues had nevertheless undertaken to deliver 200 lasts of that grain here at 82 rupees.
Dutch transcription
1501 Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 aangesz: is in persoon: herwaards te komen, dan wel zijne ragiadoors te sendens, waar van den heer Command„r de vergadering Communicatie gaff Eijndelijk viel 'er een ampel raisonnement of den Caps. des tijds ende ophanden zijnde quaade moussins mitsg„s wat Laedingen wy den schaepe Goedschalksaard souden ingenen, ter voortsetting, en vervolging zijner reijse naar Indiase hoofdplaetse over 't gouvernement van Ceijlon, en geconsidereert het versoek door 't Laaste ministerium om adsistentie met graemen, soo is beslooten hem rijst, en pper „ in te geenen, indien men de eerst gem: Potspijse kan magtig werden, waar toe den heer Command„r betuygde zijn uitterste best: bij de kooplieden aan„ „lewenden; sonder tot nog daar in riets gevordert te weesen, en Ten Laasten, verwittigde den heer Command„ deesen raade, de belemmering der kerke met doode-lijken, onder 3 te kennen geving dat wanneer met de vergunninge van een begraafplaats in deselve aan alle en een D3 gelijk Mallabaar onder dato 15: April 1748. — ƒ Van Jgelyk wierd voort gevaaren, men dan eijndelijk als leeden der regeeringe voer zoo lange in platie sessie hebben zelve geen plaatse zoude hebben, waar en boven het ook wel paste dat de predikheeren al„ - meede wierden gepresereerd, en nademaal thans vooreeen plaatse in de kerke maar 12'½ rixdaalders werd 2. Cour„ „neerd off opgebragt soo sproponeerde zin E die poene te vergrooten tot 50 Rd„s voor bejaarde „menschen en 25 d„o vaar kinderen ten voordeelen vanden armen, omme dus de abundance te weeren en beletten welken voorstel de laden geen zwarigheijd gaff, te Candescendeeren, en toe te stemmen Cochim dato voorsz. /:was get:/ steevens, Dl B D Bos, N Bonijn, g: I: C B F van Woisberg Dl feijth Joh„s van Dooreslaar, M: H, Beyts, en M V Groenenberg Woensdag Den 20 Maart Anno 1748 alle Present Demplo DE Beijts door Jndispositie Jngevolge 1503. Van Mallabaar onder dato 15 April 1748. Jngevolge ons besluijt van 16 Deeser bij den anderen gecombineerd weesende, soo is door den eenn: heer Matthias Wirmelskircher d' Exa„ ^der moes- als schoolkinderen en wij vonden „minatie geschied, soo ^ onder deselve eensdeels niet alleen dat voorsz: zeer wirmelskircher tot ons by sondergenoegen groote stegting der kinderen die quam te doen, maar ook ten anderen de kin„ „deren soo uijt 't weeshuijs, als de school- sodanig sedert de laaste Examinatie hadden aangenoomen dat beyde, de meesters Gosewyn De ridder „en Jonas Leeandertz: daar bij groote rrem quamen inte leggen, zijnde de ondervolgende tot nog meerder aansporing, en als welde bequaamst bevonden heen gegaan met het gunt agterieders naame vertet staat tot een preemie naar 's Comp„s wegen toegelegt als uijt 't weeshuijs Johanna atteveld met 1 Bijbel en qt de outruns vrage boekje off korte schets der waarheeden en een psalmboek Anna ƒ Van Mallabaar onder dato 15e Aprl 1748 „ Anna Fredriksz:, met d'ontreuns vrege boekje of korte schets der waarheeden Alida Sandertsz: met een psalmboekje, en Margaretha lindemans met een Halmboekje uijt 't school Helena Susanna Bos met een bijbel in q=to end' ontreins vrage boekje aff korte Schets der waarheeden Maria De Silva met een korte schits der waarheeden meede van d' ontveen Sier voortsitting onses Gereformeeerde Geloofs te deeser Custe ten uyttersten dienstig waar na de vergadering weder van een gescheyden is Cochim dato voorsz: /was getver/ Csteevens B f v wrisberg, D Bos N=os bowijn, G: T feijth, Ioh: van Dooreslaar en M v groenen„ „ beerg Donderdag den 28 Maart A„o 1748 alle de Leeden present 1505 Van Mallabaar onder dato 1 april 1748 De vergadering Gecombineert weesende, E Soo merd: aanwankelijk geleesen eene J„o aengekomen Coilanse missive de datis 23 deeser, uyt dewelke Consteer„ „de versoek om met het agterstallige gerandsoeneert te werden, en zeyde Den heer Commandeur over een brief Doorden Soon vanden engelsen tolk Domingo Rodriques aan den koopman Ezechiel Rabbij gerigt van Inhoude J„b Ezechiel Rabbij Heeden morgen ben ik aan UE huijs geweest, en dewijl ik verstaan heb dat UE naar de stad is gegaan soo ben ik daar ook geweest, maar hebbe uE niet konnen ontmoet om Dat uE bezig was, bij den E: E agtb: heer Commandeur en dewijl ik noodsae„ „kelijk thans UE resolutie moet hebben, ten opsigte van het ryst Contract, daar om schryve ik deese aan UE Dewijl ik heel verpligt ben aan den EE agtb: heer Commandeur, daar om wensche ik occasie te mogen hebben, om zijn E E agtb: te konnen dienen, ten Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 ten welken fine zal ik het omtrend 300 Lasten rijst op Cannanoor Leveren, tegens 90: ropias t last en soo uE deselve op Cochin wil gelevert hebben, als dan 't last tegens 97 ropias, en voor het gelo zal ik een respyt geeven van drie maanden dog naar verloop vangem: termijn, zal, men mij 10 pC=to sjaars moeten betalen, zoo bij aldien zin EE agtb: mij koopmanschappen mogte gelieven te geeven, als dan gelieve UE mij de sorteering van gen: koopmanschappen op te geeven, mitsg„s dies prijs, opdat ik my daar na kan rigten van alles verwagte ik antwoord ten spoedigsten ten eijnde ik de Noodige kennisse na Tallicherij mag senden, om de ryst naar herwaards te senden want de tijt begint al te verlopen god bewaare UE /onderstond:/ getve:/ George Rodrigeus / in margine:/ Baipen den 17 maart anno 1748 /lager:/ voor de translatie Cochim den 17 maart 1748 / gete:/ L: v: Longeren g: Transl„t Het verdere te kennen geeving dat gem george Rodrigeus al egter aangenoomen hadde 200 lasten van dat graan alhier te leveren tegen 82 Ropaas
English
From Malabar, dated 15 April 1748. rupees or 123 florins per last, under this condition, as stated in those letters, that he be paid in rupees, pagodas, or ducats within the period of one month, or that otherwise ten percent per annum for his advance might be calculated to his benefit until full payment. Some discussions having arisen about this, it was taken into consideration that this interest was quite high, and it was presumed that the officials of Ceylon and the Coromandel Coast will not be able to accommodate us with cash during this favorable monsoon; that Ceylon, by letters of 7 and 24 February, was urging us so earnestly to be supplied with grain; and that moreover, in order to choose the lesser of two evils, it was better to embrace the proposal of George Rodrigeus than to suffer shortage. And therefore, in the hope that their Right Noble Honors will be pleased to approve the same, it was resolved and decided to accept those terms, just as, in view of our great shortage regarding the pepper suppliers, it was taken into consideration that they cannot be moved to make the delivery unless one promises them, upon receiving relief, likewise to pay them in the same coin, which was then also done in the hope of not being deprived of that sought-after crop. The report submitted on Coilan regarding the lesser amount of rice delivered, shipped thither per the vessel Cranganoor, was also produced, containing as follows: To the Honorable Nicolaas Keijser, merchant and chief of Southern Malabar. Honorable, Pious, Discreet Sir, In compliance with Your Honor's esteemed order, we, as specially appointed commissioners, proceeded today to the Honorable Company's trade warehouse, and there, through the warehouse master Carel Kamron, saw received from the vessel Cranganoor of quartermaster Janse Briese, 1263 parras of rice instead of 1270 ditto parras, giving a shortage of 7 parras, therefore a loss of more than half a percent. With which we hope to have complied with Your Honor's esteemed order, wherefore we take the liberty of having the honor to be, below written: Honorable, Pious, Discreet Sir, Your Honor's humble and obedient servants, was signed: J. H. Schreuder and Roeloff Lond. In the margin: Coilan, 13 March anno 1748. There appeared before the undersigned commissioned council members of this fortress the persons mentioned in the preceding report, which was read word for word by me, sworn clerk, in the presence of the Honorable Johan Bulkens, military captain, and the Honorable Nicolaas Keijser, merchant and chief of Coilan; and having been made distinctly clear to them, they fully persist with this content without desiring any alteration, and therefore remain prepared, if required, to confirm it solemnly under oath. Thus done and verified within the fortress of Coilan on Thursday, 14 March 1748, in the presence of the Honorable and Valiant Lieutenant Jan Doorn and Ensign Everhart Willem Niese, both members of the aforementioned council. Was signed: J. H. Schreuder and Roeloff Lond. In the margin: as commissioners. Signed: J. Doorn and E. W. Niese. Lower: present with me, signed: N. T. Staadts, sworn clerk. The loss on the abovementioned rice noticed at Coilan of more than half a percent, having been reviewed by the undersigned trade administration, has been found too excessive, therefore it can well stand at half a percent. Cochin, 28 March anno 1748. Below written: in the absence of the Honorable Chief Administrator Kersen, being authorized thereto, signed: P. Isaakz. So, taking into consideration that this grain was shipped directly into the vessel Cranganoor and forwarded immediately without having first been in the provisions store, it was understood to validate only one quarter of a percent thereon, and to have the remainder compensated by the quartermaster Jan de Briese. Hereafter was read an incoming letter from Batssaloor dated the 20th of this month, enclosing 10 lasts of rice, which is to be followed by more shortly; from which it was also evident that the merchant Christna Aijen was about to bring down sandalwood. And although we have spoken several times about the great shortage of the said coins, no decision could be made regarding this before the merchant showed up with it and we came to learn his price. Again there came on the table some exchanged letters concerning the dispute between the Roman Catholics and the Syrian Christians over the church of Candanattij, of the following content: Draft letter sent by the Honorable and Worshipful Commander Corijn Stevens under date of 18 March anno 1748 to the Reverend Johannes Baptista, Bishop of Limira, of the Order of the Discalced Carmelites at Warapoli: On what footing Your Reverence, and all those of the Warapoli religion, have for a long time enjoyed the protection of the Noble East India Company cannot be unknown to Your Reverence at all, since it was very expressly done on the condition that they shall be obliged to submit to and follow the orders and regulations of the said Company, and to promise not only to bring no harm or detriment to the good correspondence and understanding that the Company has always had, and still has and maintains, with the Saint Thomas Christians there, much less to scheme or do or undertake anything that could be disadvantageous or prejudicial to the said Company, but that they, on the contrary, following the offer and surrender of the Archbishop, Lord
Dutch transcription
1507 Van Mallabaar onderdato 15: April 1748: 4 Ropias off ƒ 123 't last, onderdeese, mits, soo als bij die =Letteren vermelt staat om binnen den tijd ven: /mn in Ropias, pagoden off ducaten te werden betaald, off dat andersints thien prC=to sjaarlijxs voor zijn verschot hem ten voordeele mogt werden aangereekend tot de volle betaling toe, waar over al eenige discoursen vallende, soo quam meede in aanmerking dat deese Jntresse vrij wat hoog was, en het presumtreff was dat de ministers van Ceijlon, ende Cust Cormandel niet in staat zullen weesen ons geduurende deese goede moesson met Contanten te gerieven, dat Ceijlon bij brieven van 7: en 24 februarij zoo ernstig bij ons was aanhouden de om met granen te werden Gerieft, en dat daar en boven om uijt twee quaden 't beste te kiesen, het beeter was den voorstel van george Rodrigeus te amplecteeren dan gebrek te lijden, en is over zulx ophoofpe dat haar hoog Edelheedens 't selve zullen gelieven goet te keuren geresolveert, en beslooten die Conditie maar aan te gaan, soo als meede ten aansien ons groot gebrek in opmerking der peper Leveranciers in overweging quam dat deselve tot de te doene Leverantie niet te Van Mallabaar onder dato 15 april 1748 te beweegen zijn off men moest haar belooven bijt bekoo„ „men van ontzet insgelijxs met gelijke spetien te zullen betalen 't gunt dan almeede geschied op hoop van dien gewilden Corl niet versteeken te blijven; De producter ook geschiedende van't rappeert op Coilan overgegeven nopens min geleverde rijst perde bood Cranganoor denwaards gescheept van behelsinge Aan Den E Heer Nicolaas Keijser Coopman en opperhoofd van zuijder mallabaar Eersaame, Vroome, Discreete Jn naarkoming van UE E g'eerde ordre hebben wij ons als Expresse gecommitteerdens op heeden vervoegt in sComp„s P negotie Pakhuijs en aldaar Doorden pakhuijsmeester Carel Kamron uyt de bood Cranganoor vanden quartiermeester Ianse Briese sien ontfangen 1263: parras rijst insteede van 1270 d„o parras gievende een minderheijd van 7 paras dierhalve een verlies van –½. pr ruijm waar meede wy verhoge aan UEE g'eerde ordre te hebben voldaan dierhalven zullen wij ons d, eer aanmatige van te mogen zijn /onderstond:/ Eersaame vroome Discree te UEE onderdanige en gehoorsaame Dienaaren /was getver:/ I 1509 Van Mallabaar onder dato 15 april 1748. S: h: Schreuder en Roeloff lond / in margine / Coilan den 13 maart anno 1748 Compareerde voorde naar gen gecommitteerdens raads„ „leeden deeser fortresse de persoonen in voorenstaande rapport gem: welk een en ander ten overstaan van den capitain DE Johan Bulkens, Coopman, en Corlans militair opperhoofd DE Nicolaas keijser door mij gesw: scriba van woorden ten woorde voorgeleesen, en den zus drijde„ „lijk te verstaan gegeven zijnde blijven zij bij deesen ƒ inhoude ten vollen persisteeren sonder eenige verandering te begeeren en blijven dierhalven bereijd des gevergt werdende met eede Solemneel te bekragtigen aldus gedaan en Gerecolleerd binnen de Fortresse Coilan op Donderdag den 14 Maart 1748, in presentie van den E manhaften Lieutenant Jan Doorn, en vendrig Everhart Willem Niese beijde Leeden uyt den raad voorm: /was getver/ I:k schreuder en Roeloff Lond /in margine/ als gecommitteerdens /getver:/ I: Doorn, en E: W Prese / lager mij present /getver/ n=t staadts gesw: scriba het verlies opde boven gem: ryst tot Corlan ontwaard van ½ pr C=to ruijm door den ondergeteekende negotie overdragen Geresumeert zijnde, is te Excessiev bevonden, dierhalven het Van Mallabaar onder dato 10:' april 1748 het wel met ½ pr C=tot kan bestaan; Cochim den 28 maart anno 1748 /onderstond/ in absentie van den E hoofd administrateur Kersen als daartoe gequalificeert zijnde /getve:/ P:r Isaakz: soo is uijt aanmerking dat dit Graan sonder al„ „vorens nu de dispens geweest te zijn direct inde bood Cranganoor is afgescheept, en voort geport, verstaan daarop maar eenelijk een quart sprC=to te valideeren, mitsg„s het overige te doen vergoeden, door den quartier me„r„ Jan De Briese hier na is Geleesen een aangekoomen missive van Batssaloor gedateerd 20' deeser ingeleijden van 10 Lasten ryst, die van meerder binnen korten staat gevolgt te werden uyt dewelke almeede consteerde Dat Den koopman Christna aijen Zandelhout stont af te brengen, en schoon wij meermaalen hebben gesprooken of 't groot gebrek aan gemlde spetien heeft men hier omtrend geen besluyt konnen neemen alvorens den koopman daar meede quai opDagen, en wy dies prijs quamen te verneemen weder quamen op het tappijt eenige gewisselde Letteren ofer't geschil tussen de rooms gesinde ende Sipriaan„ „Over de kerk van Candanattij van Inhoude Concept 1511 Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 Concept Brief door Den E E agtb: heer Commandeur Corijn Stevens onder dato 18 maart a„o 1748 afgesonden aan den Eerw: Heer Johannes Baptista bisschop van Limira van de ordre der ongeschoende Carmeliten tot warapolus Op welken voet w Eerw, en alle die Der arepolet aan„ se Gods Dienst al van overlange desprotectie van d' Edele oost Jndische maatschappij genoten heeft, kan u Eerw: gantsch niet onbekent zyn, dewijl het wel uytdruckelijk is geschied onderdien, mits dat zij gehouden zullen zijn haar te submitteeren, en op te volgen, de ordres en reglementen van deselve Comp: en te beloven, niet alleen geen kinder off naveel tot te brengen aan goede Correspondentie en intel„ „ligentie die De Comp: altijd heeft gehad, en als nog heeft, en houd met s=t toomeese Christenen daar zijnde, veel min molieeren, off ietwes doen, of onderneemen, 't geen deselve Comp: nadeelig of preju„ „dicabel zoude kunnen weesen, maar dat zij ter Contrarie volg„s de presentatie en overgifte van den aardbisschop 0 heer
English
From Malabar under date 15 April 1748 the gentleman Pieter Paul De Palma shall be obliged to disclose, report, and render account to the servants of the said Company on the aforesaid Coast of everything that they might deem to serve either to the benefit and profit or to the detriment or prejudice of the same Company; provided that they shall not be permitted to arrogate to themselves or to exercise any superiority or dominion over the churches of the aforesaid Saint Thomas Christians, but that they shall govern the same through the natives of the country, or those who shall be appointed over them by the aforesaid Saint Thomas Christians from among their own. That it shall also always be and remain in the power and discretion of the same Company to limit and restrict the aforesaid liberty in such manner, and also to extend the same as much further, as shall be found appropriate according to the circumstances of times and affairs, without hindrance to the Honorable Company being able or permitted to occur. And whereas it has come to our ears that Your Reverence is becoming more and more involved from time to time in the dispute that has arisen and occurred at Candanatte with the Syrian bishop and your fellow believers, even, as we are informed, assembling the Roman Christians to direct and carry out the matter according to Your Reverence's pleasure, we have therefore neither been able nor willing to refrain from presenting this state of affairs to Your Reverence, as being contrary to what has been set down hereinbefore, expecting accordingly that Your Reverence will entirely withdraw and keep his hands off this matter, so that we may not be obliged to use other measures, since it is all too well known to Your Reverence that these matters must be directed and defined by the Company, in the hope that our desire will be followed by Your Reverence, wishing, and remaining, underneath stood: Reverend Sir, Your Reverence's devoted and willing friend, signed: C. Stevens. Lower: Thus translated into Portuguese by me, Cochin, date as above, signed: H. v. d. Linde, Sworn Translator. Most Noble Lord Commander, For a long time I have been awaiting some resolution from the Noble Council regarding the complaints which I presented last month, caused by the affronts received from the Jacobite who resides at Candanatte, but this morning I received a letter from Your Right Honorable, in which Your Right Honorable accuses me of dirtying my hands in that matter and of assembling the Christians to settle the said matter in my own way; I do not assemble the Christians to act in my own way, but they are restless and agitated by the insult received at Candanatte; I have had them come to give them an admonition so that they might not take any vengeance, as many of our adversaries spread about, and what I have been able to learn from them is that they wished to go to the King of Cochin and request justice and redress from him for such an insult, for they acknowledge the said King as their lord and protector; so that they might commit no excess, I have at their request permitted Father Florentio to act in that matter, and so that no misfortune might occur, which sometimes, as is heard, they might commit. And that I interfere in such a matter, I do according to the permission of the gentlemen in Europe of the year 1698, the 1 April, which Father Bonifacio will show to Your Right Honorable, to the end that Your Right Honorable may see what freedom is granted to us in this Christianity; and if there should be any counter-order, I would very gladly have a copy thereof for myself as a rule. God preserve Your Right Honorable, etc. Underneath stood: Your Right Honorable's humble servant, signed: F. Js. Bapt. de S. Teresa, C. A. B. L. v. L. In the margin: Verapoly, the 19 March 1748. Lower: For the translation from Portuguese, signed: A. v. Vechten, First Clerk. To the Reverend Johan Baptista, Bishop of the Discalced Carmelites, residing at Verapoly. Reverend Sir, We have duly received Your Reverence's letter in reply to ours, and whereas Your Reverence notifies therein that Father Bonifacio would show us the permission of the gentlemen in the fatherland to the denomination of Your Reverence under the date of the first of April 1698, we say that the same contains nothing other than what we have presented to Your Reverence in ours, on which account I have for good reasons excused myself from granting an audience to the aforesaid Bonifacio, and preferred to examine or await what Your Reverence comes to notify me in writing, since through such verbal messages many excesses arise which I could not answer for before my lords and masters, and I must assume that an incorrect interpretation is already being given to it by Your Reverence, moreover we are also ourselves provided with that so-called permission; as regards the request of Your Reverence to be elucidated whether we have orders to the contrary, we need give no account thereof to Your Reverence, as we conform ourselves as much as possible to what we can answer for before our principals; meanwhile we must still say that Your Reverence has already acted contrary to the repeatedly mentioned permission, and the
Dutch transcription
Van Mallabaar onder dato 15 aprl 1748 J d' heer Pieter Paul De Palma gehouden zullen weesen aande bedienden vande gem: Comp: op de voorsz: Cust te openbaaren, aan te dienen en bereekent te maeken alle 't geene zij zouden mogen vermeenen te zullen dienen, soo tot voordeel en beneficie als tot nadeel of prejuditie van deselve Comp: des dat zij niet zullen vermogen haar aantemagtigen off t Exerceeren eenige Superioriteyt off heerschappije over de kerken 2 vande voorsz: S=t thomeese Christenen, maardet zij deselve sullen gouverneeren door de naturillen van 't Land, off die bij de voorsz: s„t thomese Christenen uytten haren daar over zij aff zullen werden gesteld Dat het ook altijd zal zyn en blyven inde magt en goed vinden aandeselve Comp: de voorsz: leber tijd sodanig te limiteeren en te restringeeren ook wel deselve soo veel verder uijt te breijden, als men zal bevinden na gelegentheijd van tijden en zaeken, sonder hinder van d'E Comp: te zullen kunnen off mogen geschieden — En Nademaal ons ter ooren is gekoomen dat ueerw: zig van tijd tot tijd meer en meer komt in te laeten en het disput J„o tot Candanattij met den Hivraan„ sen bisschop en die van u Eenrs Getooft genoten ontslaan 7 1513 Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 ontstaan en voergevallen, Ia selfs soo ons berigt is de Roomse Christenin komt bij den anderen te samelen omde saeke na u Eerm:d welgevallen te dirigeeren en uijt tevoeren, soo hebben wij niet konnen off wilden hebben afzien u Eerw. d aldit gedaente voorogen te houden, als strijdende tegens het hier boven ter nedergestelde, verwagtende over zulx dat u eerw: zijne handen in het Geheel van deese saek zal trecken en afhouden opdat wij niet gehouden zijn andere maatregulen te gebruijken, dewijl u eerw: niet als maar al te wel bekent is dat die saeken doorde Comp:s moeten werden gedirigeert en gediffineert, onder hoope dat onse begeerte door u Eerw: zal werden agtervolgt, wenschen, en blyven /onderstond:/ Eerwaarden heer, uw Eerw: toegedaane en bereijdvaardigen vrund /getv:/ C. stevens /Lager /:Sodanig door mij in't portugees overgeset Cochim Dato als boven /getver/ h: v d Linde g Transl„t Edelsten Heer Commandeur Al Lang verwagt Ik eenig besluijt van den Edelen Raad Van Mallabaar onder dato 1 april 1748 Raad wegens de tlagten de ik verleeden maand vertoont heb veroorsaakt Door d'ontfangene affronten vanden Iagobijt die tot Condanattij zyjn ver blrff houd, maar heeden morgen heb ik een brieff van UE E agtb: ontfangen, waar bij UEE agtb: mij ten Laste legt, dat ik indie saek min handen vuijl maken en dat ik om gem: zaek af te maeken na mijn manier de Christenen bij een laat komen, ik wolp de Christenen niet bij een, omna myn manier te handelen, maar zy zijn ongerust en 9, engert. doord, ontfangene hoon op Candanattij, ik heb se laten koten, om hem een vermaning se geeven en zij geen metek wreak mogten neemen „gelijk veele van onse tegen partij uijtstrooijen, en't geen ik van hem heb konnen verneemen, is, dat zij na den koning van Cochim wilde gaan, en van hem Justitie en middel van sulken smaad versoeken, mant zij erkennen gem: koning voor hunnen heer en beschermer, omdat zij geen Exces mogte begaan, heb ik ten op haar versoek den pa ter Florentio toegestaan, om in die zaak te handelen „en op dat geen ongeluk mogte Gebeuren, 'twelk zig Zomwijlen 1515 Van Mallabaar onderdato 15 April 1748 zonwijlen als gehoorden begaan zouden En dat ik mij met zulke zaek bemoeije, doen ik volg„s de vergunning van de heeren in Europa in den Iaare 1698 den 1 april dewelke pater bonifacio UE E agtb: zal vertoonen, ten eijnde UEE agtb: zien mag wat vrijheyd wij indeese Christenheijd toegestaan word, en so 'er eenige contra ordre mogte zijn, soude ik Daar van zeer gaarne een Copia hebben voor mij tot een regul God bewaare UEE agtb: &=a /onderstond:/ UEE agtb: onderdanigen Dienaar /geteekend:/ F: J„s Bapt: de S: teresa C: A: B: L: v: L /in margine / varapolij den i9 Maart 1748 / Lager:/ voorde vertaling uijt por„ tugeesch /geter:/ Av: vechten E: Clercq Aan Den Eerwaarden Johan Baptista bisschop derongeschaende Carmeliten, verblijff houdende Tot warapolij wij hebben UE eerw brieff in antwoord op den onsen behoorlijk ontfangen en diewijl uEerw:s daar bij Natificeert dat piater Bonefacius ons zoude vertoonen de vergunning Eerwaarden Heer der Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 der heeren in't vaderland aan de Gesindheyd van u Eend=e onder de Dag teekening van eersten april 1698 Soo seggen my dat deselve niet anders in heeft, als 't geen mij u eerw: bij den onsen hebben voor oogen gesteld, weshalven ik mij om goede redenen heb gedispenceert voorsz: bonefacio te spraek te staen, en liever in te sien off afte„ te „wagten 't geen uw eerw mij bij schrijvenskomt te verwittigen aangesien Door alsulke mondelinge boodschappen veele Excessen ontstaen diefk voor mijne hieren en meesters niet soude kunnen verandwoorden, en ik moet voor onderstellen dat Daar aan reeds door u' eerw: een verleerde interpretatie werd gegeeven waar en boven wij ook „zelve van die zoo genaamde vergunning voorsien wat het versoek van UEerw: betreft om g'Elucideert te werden, off wij ordres ter Contrarie hebben daar behoeven wij U eerw: geen reekenschap van te geeven, alsoo mij ons soo veel doenelijk gedragen aan't geen wij voor onse principaalen konnen verandwoor„ den ondertussen moeten wij nog seggen dat Ueerw al reeds tegen meergem: vergunning heeft aangegaan zijn— en't
English
1517 From Malabar under date 15 April 1748 and the sending of Father Florentio to the court of Cochin to negotiate in the matter in question, since such is directly contrary to the said concession, in which it is expressly stated that your Reverence nor anyone of his persuasion shall have anything to do with the Syrian Christians or their churches, in hope and expectation therefore that your Reverence will desist from this and further conform to the instruction recently sent to him, we again profess to gladly remain. Below stood: Reverend Sir, your Reverence's devoted and willing friend. Was signed: C. Stevens. Lower: Translated into Portuguese as such by me. Signed: A: v: Vechten, First Clerk. In the margin: Cochin, the 28th of March, in the year 1748. Most Noble Lord, I have received the highly esteemed letter which your Honour was pleased to write to me, and recognize therein the great benevolence which you show me, and from which I hope for a good outcome of the affair of Candanad, just as your Honour informed me of the From Malabar under date 15 April 1748 of the desire that he had that this matter be settled in all peace, and when I heard that your Honour had sent commissioners to the king, I conceived greater hope for a good outcome. According to the reliable information I have, Father Florentio has not been to the king of Cochin, and I also ordered him not to go there, and if he was there, it was for no other reason than to prevent the Christians from causing any commotion. In this and other matters I always continue to await the patronage of your Honour's noble person, whom God preserve for many years. Below stood: Your Honour's humble servant. Was signed: F. Johannes Baptist de Santa Teresa, C. A. B. L. In the margin: Varapoly, the 24th of March 1748. Lower: For the translation from the Portuguese. Signed: A: v: Vechten, First Clerk. And the Lord Commander stated that he had been compelled to dispatch the bearer of the letter from the bishop of Varapoly without granting him an audience, namely a certain Father Bonifacio, partly because, after a previous audience granted to him, he had slandered his Honour behind his back and resorted to 1519 From Malabar under date 15 April 1748 falsehoods, as well as on the other hand because we were already provided with the same documents to which the bishop of Varapoly came to appeal, which were then read on this occasion. Regarding this matter, his Honour further communicated that he was firmly assured by reports that the Roman Catholics, in order to play their hand and become master of the church of Candanad, had collected an amount of 16000 fanams and offered it through a certain Father Florentio to the king of Cochin, and that his Honour, in order to prevent all mischief, had resolved to send the chief interpreter Hendrik van der Linde and Captain of the Topasses Silvester Mendes to Tripunithura to settle the disputes, who had dispatched three letters hither under dates of the 21st, 23rd, and 27th of this month, notifying principally that the bishop of the mountain, Antonio Pimentel, was said to have sent an ola to recommend to the Roman Catholics that they should by no means surrender that church, which was supposedly caused by a march thither of the aforementioned Father Bonifacio, who brought the same about. Received From Malabar under date 15 April 1748 A nomination made by the Reverend Church Council here having been received, the same was approved and found to contain: Extract of Resolutions taken in the Church Council of Cochin On Friday the 8th of March, in the year 1748. Furthermore, there were unanimously elected as elders of this congregation Louis Quintin Martinsart and Warnaar Clorijn, in place of the outgoing brothers Hendrik Notermans and Pieter Hendrik Hesseling, and as deacons Johannes Easpeel, Gerrit van Thiel, and Jacobus Coenraadsz, in place of the three outgoing members L. Q. Martinsaart, W. Clorijn, and Johannes Spal, while the fellow deacon Philip Lodewijk Gunther shall for the present still continue. Of which election it was also resolved, according to custom, to give notice to the Honourable Lord Commander Coryn Stevens, in order, after obtaining approval according to church practice, to be able to proceed 1521 From Malabar under date 15 April 1748 with the confirmation of these persons in their respective offices. Below stood: Collata concordare testatur. Signed: Mr. Wermelskircher, etc., etc., President of the Consistory, etc., Scribe. The request made by the Sea Captain Mattheus Jerus du Rietx, together with two declarations, having also been read, it was likewise found proper, for reasons contained therein, to grant the same, reading as follows: To the Honourable Lord Coryn Stevens, Commander and Chief Authority of the Coast of Malabar, Canara, and Vingurla, together with the Honourable Political Council. Honourable, Most Ruling Lord and Lords, Your Honours' very humble and low servant, the Sea Captain of the Company's ship Goudswaard lying here in the roads, Mattheus Jerus du Rietx, with due respect makes known that for the service of that vessel he is in urgent need of two studdingsail booms, as well as two pieces of salempores for the use of the sails, as your Honours, upon the annexed ship's declarations, will be pleased to grant at the requisition of the petitioner.
Dutch transcription
1517 Van Mallabaar onder dato 15 aprl 1748 en't senden van pater Florintio aan t hoff van Cochim om inde bewitste zaek te handelen, dewijl. zulx regtdraads strijdig is tegen de geseyde vergunning waar bij uijtdruckelijk vervat staat dat u Eenm: nog Niemant zyner gesintheijd zig zal hebben te bemoeijen met de Iiriaanse Christenen ofte derselver kerken, in hope en verwagting Dan Dat te Eem hier van zal afsien en hem verder gedragen aan't voorschrift hem Ide Jongst toegesonden zullen wij alweder betuijgen gaarne te blijven /onderstond:/ Eerwaarden hier, UE erw:d toegedanen, en bereijd„ „vaardigen vrund /omas getver:/ C: stevens /lager /: sodanig door mij int portugees overgeset /getver:/ A: v: vechten E Clercq (in margine/ Cochim Den 28: maart ao 1748 Edelsten Heer Jk heb den hoog g'agten brieff ontfangen, die UEE agtb: mij heeft gelieven te schrijven, en erkenne in deselve ^2an zyne grote benevolentie die hij mij betoont, en waar van ik een Goeden uijtslag hoope van de zaek van Candanattij gelijk uE E agtb: mij g'informeerd heeft van't Mallabaar onder dato 15 April 1742 Van van't verlangen, dat hij hadde, dat deese zaek in alle vreede afgemaekt wierd, en wanneer ik gehoord hebben, dat UE E agtb: gecommitteerden naden koning gesonden hadde, heb ik vanden goeden uijtslag grooter hoop opgevat, volgens de seekere notitie, die ik hebbe, is pater F Lorentio bij den koning van Cochim niet geweest, en Ik heb hem ook g'ordonneert, daar niet te gaan, en soo hij daargeweest is, is 't om geen andere reeden Geweest, als om te verhinderen dat De Christenen geen concusie souden maeken ik blyve indeese en andere zaeken altyd af wagten t patrocimie van UE E agtb: Edele persoon die God bewaare lange Iaaren /onderstond/ UE Eagtb onderdanigen Dienaar /was gete:/ F: J„s Baptist de Sant terisia C: A: B: L: /in margine varapolij den 24 maart 1748 /lager/ voor de vertaling uyt portugeesen /getve: A: v: vechten E Clercq En zeijde den heer Command„r genoodsaekt de zijn geweest den brenger der brief vanden bisschap van was apolij af te depecheeren, sonder hem te spraek te staan, te weeten sekeren pater Bonifacio uijt hoofde den selven eensdeels na een vorige gegeve audien„ „tie zijn E agter den Rugge had geblameerd en hem van 1519 Van Mallabaar onder dato 15: april 1748 van Leugentaal bedient, mitsgaders ook ten anderen omdat wij reeds van deselve munimenten voorsien waren, als waarop den bisschop van warapalij hem quam te beroepen, die Danse deeser occasie gelesen wierden Ten belange deser saeke Communiceerde zijn E: Nog door onderrigting vast verzeekert te weesen dat De Rooms-Gezinde om haare Rol kelder door te speelen in de Candanattijse kerk meester te werden, een montant van 16000 fanums hadden verzamelt, en door sekeren pater florentio aanden koning van Cochim g'offereert, en dat zijn E tot voorkoming aan alle onheijlen te Raede was geworden tot het afdoen derquestien den oppertolk Hendrik vander Linde en Capitain der loepassen Silvester, mendes na Trepontare te senden, dewelke drie brieven onder datis 21, 23: en 27. ' deeser hadden herwaards geschikt ter bedeelinge principaal dat den bisschop van 't geberg te anthonij Pimentel een ola zoude hebben overgesonden omde Boors gesinde: te recommandeeren dat zij die kerke, net moesten afstaan 't geen gecauseert zoude weesen door een optogt van voorm: pater bonifacio derwaards die 't selve bewerkt heeft Jngekoomen Van Mallabaar onder dato 13: April 1748 Jngkoomen weesende een Gedaene nominatie bij den Eerwt:e kerken-raad, alhier soo wiord deselve g'approbeerde en bevonden te helpen Extract Resolutien genoomen in Kerkenraade van Cochim Op Vrijdag Den 8 Maart A:o 1748 & voorts wierden manimeter: tot onderlingen deeser gemeente verkooren Lours quintin Hartinsart „en Warnaar Clorijn, insteede van de afgaande Notermans en Pieter broederen Hendrik hendrik hesseling, en tot diaconen Johannes Easpeel, gerrit van thiel, en Iacobus Coenraadsz: inplaatse van de Drie afgaande Leeden L: g: Martinsaart, W„rt Clorijn, en Iohannes Spal blijvende den meede diacon Philip Lodewijk Gunther voor eerst Nog Continueeren van welk Exectie ook beslooten; wierde volgens gewoonte kennissie te geeven aanden EE agtb: heer Commandeur Coryn Stevens omme na erlangde approbatie volg„s kerkelijk gebruijk met de bevestingen dier persoonen in hunne respective diensten te konnen 1521 Van Mallabaar onder dato 15 april 1748 konnen voortaaren /onderstond/ Collata Concordare testat / getver Mr Wermelskircher &a &a Synedru preeses &a Scriba Nog geleesen werden het gedaan versoek door den Capitain ter zee mattheus serus du Rietx annex twee verklaringen zoo vond men almeeden 7 goed om reedenen bij deselve vervat, zulx almeede toe te stemmen Luydende 't eenen ander aldus Aan Den EE agtb: heer Corijn Steevenscom„ „mandeur en oppergebrederder Custe mallabaar Canara, en pingurla nevens den E Politicquen Raad E„ E„ agtb: wel gebiedende heer, en heeren UE E agtb: seer onderdanig, en Nedrigen Dienaar den Capitain ter zee van het hier ter Rheede Leggend sComp„s schip Goordschalksoord Matthius feres du Rietx, geeft met de verschuldigde eerbied te kennen dat hij ten dienste vandien bodem hoog Noodsaeke„ „lijk van Nooden heeft twee lyzeijls spieren, mitsg„s tot gebruijk der saeken twee stucken Salempoeris, gelijk UE E agtb: bij g'annexeerde scheeps verklaringen suppl„t verleend, zullen gelieven ter requisitie van hem te
English
From Malabar, dated 15 April 1747 to envision, wherefore the petitioner respectfully requests your Honours that he may be provided with the one and the other for his service as before, awaiting hereupon a favourable consent from your Honours. Below stood: Which doing, etcetera. Signed: H: I: Du Riete. In the margin: Cochin, 28 March in the year 1748. We, the undersigned, Lodewijk Gerrard Gruijs, lieutenant at sea, Jan Veltman, chief mate, Paulus Broedersen, second mate, Jacob Wigman, boatswain, and Pieter Jansen, boatswain's mate, all in the service of the Honourable East India Company, and currently appointed in the aforementioned capacities aboard the Honourable Company's ship Goedschalksoord, declare at the requisition of the captain at sea, Mattheus Ferus du Rietz, commanding the aforementioned vessel, that we departed from Batavia for this coast on 2 October, and were provided with only two studding sail booms, of which one broke during the voyage, and the other has already cracked and become almost unusable, which we, if necessary, could confirm under oath. Done aboard the Honourable Company's aforementioned ship, 8 March in the year 1748. Was signed: L: G: Gruijs, 1523 From Malabar, dated 12 April 1748 J: Veltman, Paulus Broedersen, Jacob Wigman, and with a small cross written around it: this is the mark of Pieter Jansen. We, the undersigned, Carel Kellenbach, chief surgeon, and Willem Nieuwenhuijsen, second surgeon, both in the service of the Honourable East India Company and currently appointed in the aforementioned capacities aboard the Honourable Company's ship Goedschalksoord, declare at the requisition of the captain at sea, Mattheus Feres du Riete, commanding the aforementioned vessel, that at our departure from Batavia for this coast we were provided with three pieces of linen for the use of the sick, of which two pieces were completely rotten and unusable, and the third was entirely consumed for these matters during the voyage, which we, if necessary, could confirm under oath. Done aboard the aforementioned ship, 8 March 1748. Was signed: Carel Kellenbach and Willem van Nieuwenhuijsen. From a missive from Ponnani dated 23 From Malabar, dated 15 April 1748 27 of this month, establishing that those Portuguese had not only knocked their heads against the Moors, but also against the King Zamorin himself, which caused them to have to break up camp and depart again with their business unaccomplished; thus the same served for notification and communication. Furthermore, the Lord Commander ordered the sale on the 25 of this month of the Portuguese convent situated here in the timber yard, in the presence of two political members, Bowijn and Fecth, which yielded no more than 210 rixdollars, yet still contrary to our expectations since the same was appraised for only 100 rixdollars. Note: After our session on the 16 of this month, a Paponetty missive of the previous day having been received again, it appeared from the same that the Prince of Cochin had sent 20 Nairs to commit violence or practice hostilities, which the Lord Commander said had forced His Honour to dispatch an ola to the King of Cochin that very same day, with the request that His Highness might be so pleased as to send some Nairs to stop that evil in that conquest with the help of the Company's lascars, whereupon that prince was said to have dispatched a regidor and 10 Nairs, as 1525 From Malabar, dated 15 April 1748 as appears from the following Extract Letter written by the overseer of Paponetty, Arnoldus Leenen, to the Honourable Lord Commander Corijn Stevens, together with the Council at Cochin, on 22 March 1748. Have perceived that His Cochin Highness has ordered a regidor and 10 Nairs hither to resist those hostilities that were being committed here by His Highness's First Prince. In respect of this matter, an ola addressed by the prince himself under date of 22 of this month to the Jewish and Company merchant Ezechiel Rabbi was now also produced, from which one could only conclude that the matter in question had been settled for the better, considering that the prince declares he will punish the disobedient and those who have acted contrary to his orders in this matter. But on the other hand, it appeared again from a Paponetty letter of the 25 that a multitude of men had crossed the river in order to disturb the Honourable Company's lawful From Malabar, dated 15 April 1748 lawful privileges, and also that there were fully 500 men in camp at Cattoer who occupied the beaches, wherefore the postholder or overseer made the request to be instructed on how he should act in this matter. And as this case appeared quite suspicious to the Lord Commander and the entire assembly, and it could very easily be that something quite different was hidden behind it, His Honour declared the most advisable course of action was to urge the merchant Ezechiel Rabbi to send an ola as soon as possible to the aforementioned prince in reply, to which no answer has yet been received up to this day. However, the aforementioned merchant gave assurances today that yesterday a regidor of the prince had been with him to declare that His Highness had no knowledge of all these matters, and that a Namboodiri had immediately been sent to Paponetty to investigate the same with fairness. However, today another letter filled with complaints having been received from the overseer at Paponetty, from which it clearly appeared who the leaders of this work
Dutch transcription
Van Mallabaar onder dato 15 april 1747 te b'oogen, wes halven den zuppl„t uE E agtb: eerbiediglijk verzoekt dat hij het een en ander aan hem ten dienste als voren mag werden verstrekt verwagtende hier op van UEE agtb: een Gunstig fiat /onderstond/ T' welk Doende &=a /getver:/ H: I: Du Riete/ /in margine / Cochim den 28 Maart ao 1748 Wij ondergeteekenden Lodewijk Gerrard Gruijs Lietenant ter zee Jan veltman opperstuuurman „ Paulees Broedersen onderstuurman Iacob wigman bootsman, en Pieter Jansen Schieman alle in dienst vand'E oost Jndische, en voor tegens woordig op het E Compagnies Schip Goedschalksoord inde voornoemde qualiteijten bescheijden, verklaaren ter requisitie vanden Capitain ter zee Mattheus ferus du Rietx den voornoemden bodem commandeerende als dat wij Den 2: 8ber: van Batavia nadeese Custe zijn vertrocken, en voorsien zin met maar twee Leijzeijls spieren, waar van den eenen geduu „rende de Reijse is komen te breeken, en den an„ „deren reeds gekraekt, en bij na onbruijkbaar geraekt is 't welk wij des Noods zijnde met eede zouden kunnen bevestigen actum in't E. Comps schip voorm: den 8 Maart anno 1748 /:was gete:/ L: g: Gruijs 7 1523 Van Mallabaar onder dato 12 april 1748 I: Veltman, Paulus Broeversen Iacob Wigman, en met een kruijsje daar omme gesz: dit is 't merk van pieter Jansen wij ondergesz: Carel kellenbach oppermeester, en Willem Nieuwenhuijsen ondermeester beyde indienst van D E oost Jndische Comp:e en voor tegenwoordig op het E Comp:s Schip Goord„ schalksoord in voorm: qualiteyten bescheijden, verklaaren ten requisitie van den Capitain ter zee Mattheus Feres du Riete, den voorm: bodem Commandeerende als dat wij bij ons vertrek van Batavia nadeese Custe voorsien zijn geworden met drie stucken Lijmaat tot gebruijk der zieker, waar van twee stukken ten eenemaal prot en onbruijkbaar zijn geweest, en het derde Geheel tot de zaeken geduurende De Reijs gebruykt is, twelk wij des Noods zynde meteede zoude kunnen bevestigen Actum in't schip voorn: den 8 Maart 1748 /was getver/ Carel kellenbach, en willem van Nieuwenhuijsen uijt eene Missive van Pannanij gedateerd 23 E Van Mallabaar onder dato 15 April 1748 27 deeser, Consteerende dat die portugeeren niet alleen haar „hoofd bij de mooren, maar ook selve bij den koning Sammorijn geslooten hadden 't geen verweckt heeft dat zij wederom onverrigter zaeke hebben moeten op„ breeken, en vertrecken, zoo strekte 't selve tot verwittiging en Communicatie; voorts bebeelde den heer Command„r den verkoop op 25 deeser van't Portugies kloaster Staande in de houtthuijn alhier ten overstaan van twee politicque Leeden Bowijn, en fecth 't geen niet meer dan 210 rd„s heeft gerendeert, dog egter nog tegen onse verwagtinge nademaal 't selve maar voor 100 rd„s is getaxeert geworden No a onse Sittinge op 16 Deser wederom ontfan„ „gen weesende een Paponettijse missive van 'sdaags bevoorens, soo bleek bij deselve dat den prins van Cochim 20 Nairos gesonden had terpleeging van geweldenarije off oeffening van hostiliteijten 't geen den heer Commandeur seijde, zijn E genoodsaakt te hebben, nog dien selven dag een ola aanden koning van Cochem te laten afgaan, ten versoeke dat zijn hoogh=t Soo geleefde te weesen eenige Nairossen te senden om met behulp van 's Comp„s Lascorijns indat Conquest dat quaat te sluijten, daardien vorst een ragiadoor en 10 N arros op soude hebben afgevaardigt, soo als 1525 Van Mallabaar onder dato 15 april 1748 als blijkt uyt het ondervolgende Extract Brief Door Den opsiender van Taponettij arnolous Leenen aan den EEagtb: heer Commandeur Corijn Stevens, nevens Den Raad tot Cochim gesz: den 22 Maart 1748 2 Hebbe ontwaard dat zijn Cochimse hoogheijd een ragiadoor, en 10 Nairas dit hun heeft gordenneert tot tegens taand vandie hostiliteijten die hier door zijn hooghuyds eerste prins wierd geplaegt Ten aspecte deeser saeke wierd thans meede geproduc„ „ceert een ola door den prins selve gerigt, onder dato 22 deeser laanden Joods en sComp„s koopman Ezechiel Rabbij, uijt dewelke men niet anders konde vast stellen, dan dat de saeke inqueste ten goeden was afgedaan, uyt aanmerking dat den prins betuygt de ongehoorsaame, en die hier in tegen zijne ordre gehandelt hebben te sullen Straffen, maar daar en tegen quam weder uijt een Japonettijse, brief van 25 te Consteeren, dat er eeen meenigte manschappen en de rivier waren Gepasseert, omd E Comp:e zijne geregtige Van Mallabaar onderdato 15: April 174. pregtige vooregten te ontrooren, ook dat er wel 500 koppen op Cattoer Laeger die de stranden beset„ „ten waar omme den posthouder, off opsiender den versoek quam te doen om onderrigt te werden hoe hij indeze zaeke moeste handelen, in nademaal Dit geval al vrij wat suspect den zeer Command„r en de gantsche vergadering voorquam, mitsgaders het seer Ligtelijk zoude konnen weesen dat daar vrij mat anders agterschuijlde, soo betuijgde zyn E het Raadsaamst Gedrag te hebben den Coopman Ezechel Rabbij aan te spooren tot de afsending eens ola ten spoedigsten aan voorsz: prins in antwoord, daar tot heeden Nog geen bescheijt opgekoomen Is, egter heeft voorsz: Coopman „heeden verseekeringe gedaan dat op Gisteren een Ragiadoor van den prins bij hem zoude zijn geweest om te betuijgen dat zijn hoogh„t van alle die saeken geen kennis hadden, en dat 'er een Namboerij terstond Naar Paponettij was gesonden, om deselve naar billijkheijd te ondersaeken, dog heeden al weeder een brieff opgepropt met klagten van den opsiender te paponettij ontfangen weesende, daar klaar uyt bleek wie de aanvoerders van dit werkje
English
From Malabar under date 10 April 1748 work, the Lord Commander similarly communicated that he had once again sent an ola to the Cochin ruler, requesting that the Regidor and Nairs be dispatched as soon as possible to bring this matter to a conclusion. Finally, the Lord Commander declared it to be unknown to the members that the malboram in question, over which the above commotion arises, is a right of the pagoda Jonallij Coddij, of which the King of Cochin and six other Caimals are protectors, which is the substantial cause of the dispute and causes the claim, although unlawful, as from a report of the former Captain of the Lascars, Isaak Isaaksz, and of the Topasses, Silvester Mandes, under date 6 July 1737, it fully appears that some dependencies have been detached from the said pagoda and leased out for the account of the Honorable Company, as something belonging to the Honorable Company, concerning which letters were written from here to the capital of the Indies, and qualification was also obtained from there, pursuant to the referenced letters under dates 14 October 1737 and 20 October 1738. From Malabar under date 10 April 1740 This then evidently belonging to the Company, the Lord Commander proposed whether, to maintain the respect of the Honorable Company and to carry out our previous orders, it was not expedient, for the removal of the imposed seizures, to send a detachment to Paponetty under the supervision of an officer, who is to be provided with Instructions, as reads here below: Instruction for Ensign Adjutant Hendrik Christoffel Bertram, departing from here to Madilagam. You shall first have to lift the seizure that the Prince of Cochin has placed in the village of Edatoertij upon certain rights of paddy called Melwakam, and bring in these paddy vessels without, however, molesting or harming anyone, unless hostilities are committed against you or against this lifting, either by the people of the said Prince, or any others, or by local rulers. From Malabar under date 15 April 1748 In which case we recommend you to counter force with force in the most rigorous manner, unless you, with the Lascars present in Paponetty and Nairs of the King of Cochin who are already there and still to arrive, besides the below-mentioned men, judge that such absolutely cannot be done; having, besides the Lascars, attached to you for that purpose 1 Sergeant, 2 Corporals, and 12 Balinese well-armed soldiers, provided with powder and lead; and expecting that both one and the other shall be observed by you, we remain, /below stood/ Your friends, /was signed/ C: Stevens, C: B: f van Wrisberg, D: Bos, N: Bowijn, and M: H Beijts /in margin/ Cochin the 29 March anno 1748. Which proposal the whole assembly approved. Cochin, date as aforesaid /was signed/ C: Stevens, C: B f van Wrisberg, D: Bos, Ns Bowijn, G: Feijth, Johannes van Dooreslaar, M: H: Beijts, and M: V: Groenenberg. Tuesday the 9 April anno 1748, in the afternoon at 5 o'clock, Political Council. All present. From Malabar under date 15 April 1740 At the beginning of this session, the Lord Commander gave the assembly to understand that at our meeting on 28 March last, the Paponetty conquest was amply discussed, and among other things it also appeared from the letters from there that the renter Ittoepe was about to appear here with his grievances, as indeed happened shortly thereafter, having upon his arrival handed over such a written complaint concerning the outrages of the Second Prince of Cochin, as is inserted here below: Memorial drawn up and presented with all respect to the Honorable, Right Honourable Mr. Corijn Stevens, Commander and Governor of the Coast of Malabar, Canara, and Vengurla, by the Company's renter Ittoepe, resident at Eddattoertij, regarding the injustice that the Second Prince of Cochin has caused to be done to him and his. From Malabar under date 15 April 1748 Honorable, Right Honourable, and Mighty Lord, It is now 30 years ago that the Honorable Admiral Willem Backer Jacobsz, of blessed memory, granted to the petitioner the lease of the Honorable Company at Eddatoertij. Since that time until the present, the petitioner has managed the said lease without contradiction or interference from anyone in the world, and duly paid the lease monies to the Honorable Company. Now recently, the Second Prince of Cochin wrote an ola to the petitioner, ordering that he, the petitioner, must render and pay the dues of Helbaram to the said Prince, and not to the Honorable Company. The petitioner informed His Highness that he was not in a position to pay His Highness an old right that was paid to the Honorable Company, but if His Highness has any claim to it, he could present it in the place where such belongs. For the second time, His Highness again sent an ola to the petitioner with a party of people, strictly ordering that he, the petitioner, must hand over the roll of the sub-renters and the dues to be collected to the said people
Dutch transcription
1527 Van Mallabaar onder dato 10 April 1748 werkje voeren, soo communiceerde den zeer Command„r andermael een ola aan den Cochims te hebben afge„ „sonden, met versoek om de Ragiadoor en Naijrossen ten spoedigsten te depecheeren tot de fineeringe diersaake, Ten Laasten betuygde den heer Commandeur het de Leeden onbekent te weesen, dat de malboram in queste waar over het bovenstaande gedoen„ te ontstaat, een geregtigheijd is vande pagood Jonallij Coddij daar den koning van Cochim, en nog 6 Caimaals proetecters af zijn 't gunt van de weesentlyke oorsaeke van't verschil is ende pretentie Causeert schoon onwettig aangesien uyt een rapport van den geweesen Capitain Der Lascorijns Jsaak Isaaksz:, en der toepassen Silvester mandes onderdato 6: Julij 1737. ten vollen blijkt dat vande gem: pagood eenige aanhangselen zijn afgenoomen, mitsgaders voor reek„ vand EComp: verpagt, als iets haar Edele Competeerende, naar over van hier naar Jndias hoofd-plaatse geschreeven E. en vandaar ook de qualificatie bekoomen is, inge„ volge het gereverendeert aanschrijvens onderdatis 14 8ber: 1737, en 20 october 1738: dit Van Mallabaar onder dato 10 April 1740 Dit Dan meidentelijk sComp:s zijnde soodroeg den har Commandeur voor aff tot onderhouding van haar Edele respect en om onse voorige ordres ter uytvoer te brengen, niet dienstig was tot wegneeming dergelegde arresten een Commando naar paporettij te senden onder 't opsigt van een hoofd officier, die men van Jnstructie staan te voorsien, soo als hier onder Luijd Jnstructie voorden vendrig adjudant Hendrik Christoffel Bertram van hier vertreckende naar Madilagam UE zal voar eerst hebben te ligten tet arrest, dat den prins van Cochim in't doop Edatoertij op seker geregtigheijd van nelij Melwakam gen„t gelegt heeft, ende Nelij vaartuijgen dit aante brengen sonder al egter Jmand te molesteeren off aan te doen, ten waere dat 'er hostiliteijten tegen UE off tegen deese Ligtinge wierdengepleegt 't zij door de volkeren van gem: pwins, of eenige andere, dan wel Land 1529 Van Mallabaar onder dato 15 april 1748 Land regenten als wanneer mij UE recommandeeren geweld met geweld ten Rigoureds ten tegen te gaan ten ware UE met De Paponettyse aan weesende Lascorijns, ende Naijrossen vanden koning van Cochim die reeds aldaar zijn, en nog staan te komen, buijten de natemeldene manschappen absolut oordeelde zulx niet te konnen geschieden, hebbende buijten de lascorijns UE ten dien eynde toegevoegt 1 Sergeant 2 Corporaals, en 12 balijse welgepapende militairen, van kruijt en Lood voorsien, en verwagting dat soo het een als ander bij UE geobserveert zal werden blijven wij /onderstond/ UE vrandien /was getver (: levens, C: B: f van Wrisberg, D„l Bos, N: Bowijn, en M: H Beijts /in margine/ Cochim den 29 maart anno 1748 welken voorstel de Gantsche vergadering toestemde Cochim dato voorsz: /was getver/ C: Stevens, C: B f van Wrisberg, D„k Bos, Ns Bowijn g:s, feijth, Joh„s van Dooreslaar, M: H: Beijts en M, V, Groenenberg Dingsdag Den 9. ' April ao 1748 's namiddags ten 5 uuren Politicque vergadering „Alle present Van Mallabaar onder dato 15 April 1740 Bij den beginne deeser satting gaff den heer Command„ de vergadering te verstaan dat er bij onse zaemen komst op 28.:' maart J„o weeken over het Conquest Daponettij ampel gesprooken was, onderanderen ook uyt de brieven vandaargebleeken, dat den pagter Jttoepe met zijne klagten herwaards stond te verscheijnen, zoo als zulx kort daar op zande geschied weesen, hebbende bij zijne aankomst sodanigen klagt geschrift over de geweldenarijen vanden tweeden prins van Cochim overgegeeven, als hier on „der g'insereert Staat Vertoog Gedaan maeken en met alle eerbied over„ gegeeven aan den EE agtb: Heer Corijn Stevens Commandeur en oppergebieder der Custe mallabaar Canara, en Wingurla door 'sComp=s pagter Jttoepoe Jnwoonder tot Eddattoertij nopens het onge„ lyk dat den tweeden prins van Cochim aan hem ende do Syne heeft Laten pleegen 1531 Van Mallabaar onder dato 15 april 1748/ E„ E„ Agtb: En welgebiedende Heer het is nu 30 Iaaren Gelieden dat Den Edelen heer admiraal Willem Backer Jacobsz:/: Z: g:/ aan den verhoonden de pagt vand E Comp:e op Eddatoertij opgedragen heeft sedert die tijt tot apresent heeft den verthoonder sonder tegenspreeken off bemoeyenisse van imand ter wereld met Ged: pagt omgegaan, ende pagt penn: aan dE Comp:e behoorlijk voldaan, nu Iongstleeden heeft den tweeden Prins van Cochim een ola aan den verthoonder, gesz: ordonneerende dat hij verthoonder de Geregtigheeden van Helbaram aan gem: Prins zal Moeten opbrengen, en betalen maer niet aan d' E Comp. e den verthoonder heeft aan zijn hoogh=t laeten weeten dat hij niet in staat was een oud regt dat aan haer Edele betaald is geworden, aan zijn hooght te voldoen, maer soo zyn hoogh=t Eenige pretentie daer op heeft dat hij zulxt konde formeeren, ten plaatse daar zulx Imcumbeert, voorde tweede maal stond zijn hooghv=t al wederom een ola aanden verthoonder met een parthij volk scherpelijk Gelastende dat hij verthoonder de rolle van de onderpagter, ende intevorderen Geregtigheeden aan gem: volk zoude moeten
English
From Malabar under date 23 April 1748 to surrender, which, when the petitioner understood this, he made known to the sergeant of Paponetty, who, on the notice of that report, came to the petitioner and had a start made with the measuring of the Honorable Company's lease paddy. After that, the petitioner ordered his sub-lessees to measure the rightful duty, the melbaram, to the Honorable Company, to which they answered that they could not do so because an arrest had been placed on that paddy on behalf of the second prince. As soon as the petitioner understood this, he went to make his complaint about it to the sergeant, who immediately had another arrest placed on the paddy of the sub-lessees. After that, the people of the second prince came and revoked and cast away all those arrests, subsequently entering the house of the petitioner, they despoiled the same and took some goods along with them. Finally and at last, having seized a number of cattle and felled some trees, they retreated from there, after they had first locked up the houses. The petitioner went after that again with his complaint to the overseer of Paponetty, who ordered the petitioner to remain at Madilagam, 1538 From Malabar under date 23 April 1748 and after that the sergeant went together with the son of the petitioner and the Nairs of the King of Cochin to Edatoerty, and they revoked all the imposed arrests. And while they were busy measuring the melbaram and loading it into the vessels, the people of the second prince appeared there, who arrested the vessels with paddy, forbidding the sub-lessees from measuring any more melbaram, with still further threats that if they came to push off the vessels with paddy, they would simply chop the same to pieces for good. In the meantime, an order was issued there to seize the petitioner and his children, pinion their arms, and thus bring them before the prince, without regarding whether he was within the Honorable Company's limits or in other places. Therefore, the petitioner humbly turns to Your Honorable Worships, humbly begging and beseeching to be pleased to protect him and his poor family according to justice and equity. Honorable and Worshipful Ruler, Your Honorable Worship's most humble and obedient servant, signed with a small cross and written around it: drawn up by Hoepoe. In the margin: Cochin, the 28th of March 1748. And From Malabar under date 23 April 1748 And whereas on the corresponding day we took a necessary resolution regarding this case to prevent these acts of violence by dispatching a detachment of soldiers to that conquest, so the following day an ola was reported to have been sent by the Jewish merchant Ezechiel Rabbi, received in answer to his own from the said prince, from which it appeared that he was ignorant of all this doing, indeed had himself sent people to lift the said arrests and to arrest his regidor, who seems to be the ringleader; but Ensign Christoffel Bartram, having returned with the said detachment on the 3rd of this month and having reported that those arrests had been lifted on Eddatoertij without the slightest resistance, the dues collected, and also brought to Paponetty, with a further report that some people had retreated from there the day before his arrival, who had caused much damage to the inhabitants and taken away 50 battikas, each of one Cochin parra, and that there remained another regidor and 20 Nairs of the prince, refusing to depart before they should have received the necessary order thereto from him; from which in all respects, although this prince keeps himself innocent, it remains 1535 Malabar under date 23 April 1748 clear that he is nevertheless the ringleader of this affair, or otherwise that he is being deceived by his servants; there also coming into comparison with respect to the said conquest two olas sent to us alongside the Paponetty letter of the following content: Translation of the ola written by the collective Christians residing at Ervatoertij to the chief interpreter Van der Linde, to make the contents known to their supreme ruler, the Honorable and Worshipful Commander, received the 28th of March, year 1748: After we subjected ourselves to the supreme rule of the Honorable Company and went to take up our residence at Edattoestij, we have never been mistreated by any Malabar kings or princes, nor have we observed their orders, much less paid any dues to them. Now this second prince of Cochin has sent his regidors and Nairs to the Honorable Company's lease which we have leased from Their Honors, and has had many outrages committed there, entering our houses, taking away everything they could get hold of, subsequently placing us all under arrest and so to the house
Dutch transcription
Mallabaar ond den dato 23 april 1748 Van Hoeten overgeeven, het Gunt Den verthoonder versaan de, maekte hij het een en ander aan den zergeant van Paponettij bekent die opsigt vandie bekent„ matang bij den verthoonden is gekoomen, en een beginteeft laeten maeken met het meeten van 's Comp„s pagt Nelij Daer nae ordonneerde Dien verthoonder aan zijne onderpagters dat zy de Geregtigheijd, h el baram aan d'E Comp zoude weten die Daer op g'ontwoord te hebben dat zij zulx niet konden doen omdat erarrest van wegens den tweeden prins op die Nelij gelegt was, soo haast den verthoonder zulx verstond, ging hij zijn beklag Daar over aan dien zergeant daer die ten eersten ander arrest opde Nelij van de onder „pagters heeft laten leggen daer na is het volk van den tweeden prins gekoomen en hebben alle die arresten ingetrocken, en weg geworpen, vervolgens in het huijs vanden verthoonden komende hebben zij het selve gespoljeert en eenig Goed meede genoomen, Eijndelijk en ten Laasten een Parthij vee opgevat en eenige boomen om verre gehaelt hebben„ de zin, zij van daer geretireert, naer alvorens zij de huijsen toegeslooten hebben den verthoonder Ging daer nae al weder met zyn klagte bij den opsiender van heeft paporettij die verthoonder Gelast ^ op madilagam te 1538 Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 te blijven, en daer naging den zergeant te Samen met de zoon van Den verthoonden, ende Naijros van den koning van Cochim naer Edatoertij en hebben alle de opgelegde arresten ingetrocken, en terwijl men doende was, om de melbaram te weeten en inde vaartuijgen te laden verscheen aldaer het volk vanden tweeden prins, die De vaartuijgen met 2 Selij gearresteert hebben verbiedende aande onderpagtert geen melbaram meer te weeten met Nog verdere Drijgementen dat bij aldien mende vaartuijgen met Nelij quamt afte „steeken, dat zij deselve maer voor Goed zouden aan„ „stucken kappen, in tussen is, daer een ordre uytgegeven, omden verthoonder en zijne kinderen op te packen vleu„ „gelen en soo voorden prins te brengen sonder te ontsien off zijne 's Comp„s p„s Leemete, off op andere plaatsen ,zig bevond, derhalven keert den verthoonder demoediglijk tot UE E agtb: needrig bidden en Smeekende hem, en zijne arme famielje naregt, ende Redelykheijd te willen protegeeren EE agtb: en welgebiedende heer uE E agtb: aller„ onderdanigen en Gehoorsaamen Dienaar /geteekend:/ met een kruijsje en daer omme gesz: gesteld bij Hoepoe /in margine:/ Cochim Den 28 Maert 1748 — en Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 En Nademaal wij ten diendlage omtrend dit Geval een Nodig besluijt genoomen hebben, om deese gewel„ denarijen door 't afsenden van een Conmaando militairen nadat Conquest zoo bedeelde zin E Daegs Daerop een ola Door den Joods Coopman Ezechiel Rabbij Gesonden te weesen in antwoord opde zijne vangem: prins ontfangen uyt dewelke te blijken quam Dat denselven en aldit Gedoente onkundig was, Ia zelve volk gesonden had tot ligting van gem: arresten, en om zijnen ragia„ „door die den aanvoerder scheind in arrest te neemen, dog Den vendrig Christoffel Bartram met gemelte Commando den 3 Deeser gereverteerd weesende, en hebben„ „de Gerapporteerd, Dat die arresten sonder eenige De minste tegenstand op Eddatoertij gelijt, der geregtigheyd ingesamelt, mitsgaders op paponettij gebragt waren met verder relaas Dat eenige volkeren, daags voor zijne aan komst aldaer waren Geretireerd, die de Inwoonders veele schaede hadden toegebragt en 50. battikas ieder van een Cochimse parra meede genoomen ,endat daer nog een Ragitdoor, en 20 Nairossen van Den prins waren verbleeven, sonder te willen vertrecken voormaal eerdaar toe de Nodige ordre souden hebben erlangt, van Derselver, uijt het welke inallen deelen schoon dien prins hem Inhosent hout blijff Consteeren 1535 Mallabaar onder dato 23. april 1748 G Van Consteeren, dat hij egter den aanvoerder van dit bedriff is, off ten anderen Dat hij door zijne dienaaren werd onder thuijn geleijd komende ten aansien van't gem: Conquest ook Nog in Comparatie twee olas nevens paponettijse missive ons toegesonden van volgende Jnhoud— Translaat ola Door de Gesamentlyke Christenen woonagtig op Erva toertij aanden oppertolk van Der Linde gesz: om den Jnhoud aan haren oppergebieder den EE agtb: heer ƒ Commandeur bekent te maaken ontv: den 28. ' maart a„o 1748— Naardat wij onder de opperheerschappje vand E Comp:e ons onverworpen en ons verblijff op Edattoestij hebben gaan neemen zyn wij nooyt door eenige mallabaarse koningen of vorsten mishandelt geworden nog hebben haer ordre g'observeert veel min min eenige Geregtigheijd aan haar betaelt nu heeft dien tweeden prins van Cochim zijne ragiadoors en Nagros naar de EComp=e pagter die wij van haar Edele gepagt hebben gesonden, en aldaer veele onbehebbelijkheeden laten bedrijven, tredende in onse huijsen, neemende alles wat zij meer krijgen kunnen weg vervolg„s ons alle in arrest genoomen en zoo Naer het huijs
English
From Malabar under date 23 April 1748 brought to the house of Pettalij, claiming that we must give all tribute to the second prince of Cochim, otherwise they will plunder all our houses and completely drive us from all our dwellings. We replied to the aforementioned regiador that regarding this, we had to write to and inform our supreme master, the Right Honourable Lord Commander, and wait for His Right Honourable orders. Hearing that, the regiador dismissed us with the stipulation of a fixed time. Therefore, we jointly pray that it may please His Right Honourable to protect us according to ancient custom, for if any failure is found in this regard, then we are utterly ruined. God preserve His Right Honourable for long years. At the top stood 7 crosses denoting the signatures of the seven principal Christians. Underneath stood, for the translation, Cochim, date as above. Signed, J. v. Tongeren, sworn translator. Translation of an ola written by the Christian Porrottoe Barroe to the overseer at Paponettij, received on 3 April, anno 1748: When I was about to sow gingelly seed, a herd of cattle belonging to Posoe Nayro arrived and devoured the gingelly seed there. Therefore, I seized a young cow and tied it up. In the meantime, my ox went thither and gored the young beast with its horns, thus killing it. Therefore, the prince of Aijroer, named Jrawij Warmen, ordered sixteen nairs to put my Bettua slaves to death. Hearing this, I went to pay my respects to His Highness, and His Highness said on that occasion that His Highness had given orders to kill my Bettuas, and if I did not wish to see such a thing happen, that I should bring those Bettuas before His Highness and make them give true testimony there that they did not kill the young beast, and failing to do that, that I would then have to pay a fine of 1200 cannas. Having ordered that, His Highness went to Walarapallij with the charge and order that I must present myself to him upon His Highness's arrival to settle that matter. Signed by the aforesaid Christian. Underneath stood: for the translation, Cochim, date as above. Signed, J. v. Tongeren, sworn translator. And the Lord Commander stated that on his ola sent to the King of Cochim regarding the first-mentioned matter, he had on the first of April received a very lukewarm answer, as His Highness, without exercising his own authority, testified among other things that if Your Right Honourables do not establish the necessary orders against this, there will never be an end to these improprieties; therefore we request Your Right Honourables to establish the necessary orders against this, when they will take everything in hand with fairness, and we shall not fail to exert our utmost best in that regard. Wherefore His Honour was of the opinion that on occasion one should urge the said supreme ruler for the restitution of the suffered damages, and for the rest merely order the native, in case the nairs of the Cochim prince or those of Aijroer should molest them further, to repel force with force, which the King of Cochim himself would gladly see, since he had reportedly informed through the Jewish merchant Ezechiel Rabbij that the ringleader of all the aforesaid matters was supposedly a certain Christna Goerip, residing in that conquest and a vassal of the Company, who had previously stayed in the country of Betasta Nambiaar under the protection of Their Honours, and who was filling that prince's ears with tales. Wherefore the Lord Commander put the question whether the members did not agree with His Honour to charge the overseer Arnoldus Leenen to have him apprehended and sent hither, in order to arrest him in the barracks for the time being, and also to write to the aforementioned sergeant that if the lascars sent to him on two different occasions were judged to be no longer necessary there, to send them back to us; to which one and all the members then gave their votes. Along with a missive of date 27 March, delivered by the interpreter of Basscaloor, being a provisional contract concluded by the merchant Costaarja Naijk to make a delivery of 100 candies of sandalwood at his own expense to this capital at 90 rupees or 135 guilders, provided that payment be made half in merchandise, the Lord Commander stated that it could not be unknown to the assembly that the desire of Their High Mightinesses was to load 104,000 lbs of that aromatic onto the ship Leijden for trade in China; and whereas due to a lack of specie they have not yet been able to procure it, that His Honour therefore
Dutch transcription
Van Mallabaar onder Dato 23 april 1748 huijs van Pettalij gebragt pretendeerende dat wij alle schenkagie aanden tweeden prins van Cochim sullen geeven anders Dat zij alle onse huijsen zullen spoljee„ „ren, en ons ten eenemaal van alle onse wooningen verjaagen, wij hebben aangem: ragiadoor gantwoord dat wij dien aangaande aan onsen opperheer den E Eagtb: heer Command„r moeste schryven en betent maeken en zijn EE agtb: ordre of wegten dat hoorende hebben de Ragia door ons Gedepecheert onder bepaling van een bestemden tijd, Derhalven bidden wij gesament„ „lijk aan zijn EE agtb: behagen mag ons naar volg„s oud Gebruijk te willen protegeeren, dog soo hier omtrend eenig manquement bevonden werd, dan zijn wij ten eenemaal vergaan, God bevaare zijn EE agtb: Lange Iaaren in het hooft stonden 7 Cruijs beteekenende de hand tekenings van de Seven voornaamste Christenen / onderstond/ voor de Translatie Cochim dato als boven /getver/ I v: Tongeren g: transl=t Translaat ola Doorden Christen porrottoe Barroe aan den opsiender tot paponettij gesz: ontfangen Den 3. april anno 1748 Toen 137 Van Mallabaar onder dato 2 apil 1748 Zoen jk was om Gengelijzaad te saaien sijn daer een Parthij koebeesten van Posoe Nayro gekoomen heb ik en hebben daer het Gingelijsaad opgevreezen, daer om heb ik een Jonge Koebeest opgevat en Gebonden ondertussen is mijn os daar na toe gegaan en heeft het Jong beest met zijne „hoorns Gestooten, en zoo Capot gemaekt, daer om heeft den prins van aijroer gen=t Jrawij warmen sesthien Naijros g'ordonneert, om myne bettukse slaven om het Leeven te brengen, sulx hoorende ging ik min eer bewijsing aan zijn hooght doen, en zijn hoogh=t heeft by die Geleegentheijd Geset, dat zijn hoogheijd ordre Gegeeven had, om Mijne bettuasen te dooden, en zo zulx met Gaarn zag Dat ik Dan die bettuasen bij zijn hoogh=t soude brengen en daer haer getuijgenisse der waarheijdt doen geeven, dat zij het Jong beest niet Capot gemaekt hebben, en dat Niet komende te doen dat Jk Dan een boete van 1200 Can„s zoude moeten betaalen, dat geordonneert hebbende Ging zijn hoogheijd naar Walarapallij met Last en ordre Dat Ik naar de komste van zijn hoogheijd bij hem moet vervoegen, om Die zaek af te maeken, getvjk bij voorsz Christen /onderstond:/ voorde Translatie Cochim Dato als Boven /get 9t J: v: Tongeren g: Transl„t— En zeijde Den heer Commandeur op zijn Cola aan Den koning van Cochim overde eerst gem zaeke afgesonden op - Mallabaar onder Dato 23 april 174 op Den eersten april een seer slaauw-andwoord bekoomen te hebben, alzoo zijn hoogheijd sonder zijne authoriteijt zelve te werkstelligen onder anderen daarbij betuijgt wanneer UE E agtb: Daer tegens de Nodge ordre niet komt te stellen, sal Nooijt geen eijnde van Die onhebbelijkheeden vinden Derhalven versoeken wij UE E agtb: daer tegens de Nodige ordres te willen stellen wanneer sij alles maar billijkheijd sullen bij der hand Neemen en wij zullen niet manqueeren onse uijtterste best Daer omtrend te adhibeeren, des zijn E van oordeel was, Dat men „per occasie bij gem: oppervorst moest aanhouden tot Restitutie der Geleede schaade en voor't verdere den Inlander maer te laeten ordonneeren in„ „dien de Nagrossen van den Cochims sprins dan wel die van gijvoer haar verder quam te molesteeren geweld met geweld te keeren, 't geen den koning van Cochim gaarne selve sien zoude, Nadien den selven door den Joods Coopman Ezechiel Rabbij soude hebben laeten verwittigen, dat den aanvoerder van al het voorenstaande gedaente weesen zoude sekeren Christna Goerip indat Conquest woonagtig en een vasaal van dE Comp: die bevorens in't land van betasta nambiaar onder de protectie van haer Edele hun had opgehouden, endier Dien prins de ooren was volblaasende wes Van 153 Van Mallabaar onder Dato 23 april 1748 wes halven Leijde De heer Commandeur in om vraege of de Leeden: niet met zijn E waren Confirmeerde om den opsiender arnoldus Leenen te Gelasten, „ Den selven te laten oppacken, en herwaards Senden, om hem voor eerst in de baroak te arresteeren, ook een voorm: zergeant aan te schrijven indien hij de Lascorijns hem bij twee differente gelegentheeden toe geschikt niet g'oordeelt wierden daer Langer noodig te weesen deselve ons te Rug te schikken tot welk een en ander de Leiden dan hare vota quamen te geeven Nevens een Missive De Dato 27 maart. door den tolk van basscaloor gerigt overgekoomen weesende een Contract provisioneel Door den Coopman Costaarja Naijk gepasseert, om eene Leverantie te Doen van 100 Candijlen Sandulhout op zijne eijge kosten te deeser hoofdplaatse tegen 90. ropias off ƒ135:—:—: mits de betaalinge geschiede de helfte aan Coopmanschappen, Command„r dat het de vergaderinge zoo zeijde den heer niet onbekent konde weesen de begeerte van haar hoog Edelheedens te sijn om 't schip Leijden tot den handel in Chinai: vandat aromaticq 10'4000 lb in te geeven, en aangesien men Door Gebrek aanspetie nog niet heeft konnen schrapraeken, Dat zijn E derhalven
English
Malabar under date 2 May 1748. Therefore, in order not to lose time, he had embraced the aforementioned contract in the hope that that rayat wood would have arrived here early, asking for the confirmation of the members, who had nothing against it, the Lord Commander in this regard also communicating that the Jewish merchant Ezechiel Rabbi had a small quantity of 25,000 lb lying, which upon the exhortation of His Honour he was willing to relinquish for 90 rupees or 135 guilders per candyl, and the sample thereof having been brought into the Council, and having been found to be of a good sort, it was, upon the question of His Honour, agreed to embrace that quantity, together with whatever that merchant might further obtain, for the account of the Company, the more so because he is inclined to wait for the payments until relief shall have been obtained here. Desertion with full weapons having been prevalent for a considerable time, without any of the runaways having been caught, nor having been able to form an idea of what motivates the people thereto, His Honour the Lord Commander had felt obliged to consult with Major van Wrisberg, 1541 From Malabar under date 23 April 1748 in order to devise a means of prevention, and having by mutual agreement thought it good to dispatch olas both to the Prince of Cochin and to several native regents of the following content: Draft ola dispatched by the Honorable, Respectable Lord Commander Corijn Stevens under date 8 March 1745 to the King of Cochin. Whereas the servants of the Noble East India Company, without the least reason having been given to them thereto, much less that any grief has been done to them, do not shrink from making it their business, going further and further, continuously to desert like rogues from their aforementioned praiseworthy paymasters, to the great prejudice and inconvenience of Their Honours, just as they also do not shrink from passing through the country of Your Highness to continue their journey to such places as their desires extend; without us, despite many applied efforts, being able to overtake them, therefore we have decided to dispatch this to Your Highness, in order thereby very amicably to request that Your Highness From Malabar under date 23 April 1748 may have the goodness to order his regidors and further subjects in the strongest manner that, upon encountering any such villains, they arrest and seize them and bring them hither, and so that the aforesaid regidors and subjects might obtain timely notice when sometimes at night and untimely hours one or more come to abscond, it serves for Your Highness's information that we have deemed it advisable, whenever such running away is discovered in the night, that we shall then cause a cannon shot to be fired from our ramparts, by which the regidors and subjects of Your Highness can regulate themselves; and whereas we gladly wish that the subjects of Your Highness conduct themselves diligently in the apprehension of these villains, it has likewise been deemed good, as an encouragement for the trouble to be taken, to grant them for each head that they come to bring in, as a gratuity, 40 rixdollars or 1280 fanums. Yet, since not all of those who come to absent themselves for a night or two, as if led astray by drink, are actual deserters, we would wish to indicate to Your Highness that only those must be reckoned as deserters who 1543 From Malabar under date 23 April 1748 seek to pass the boundary demarcations of Your Highness's country; and nevertheless, for the bringing in of the latter, namely those who have simply absented themselves, there shall also be granted to the one who arrests them a sum of ten rixdollars or 320 fanums; all of which we request that Your Highness please make known in secret to all his regidors and subjects, earnestly recommending the matter to them, pursuant to the contract that Your Highness's praiseworthy ancestors entered into of old with the Illustrious Noble East India Company; which doing, Your Highness's lustre shall be enhanced, and the Noble Company shall be obliged to become even more devoted to Your Highness's pleasure and share therein. In hope thereof, we commend Your Highness to the merciful keeping of God, whom we hope will bless Your Highness in his reign. Subscribed with the same contents, though dated, three olas were also dispatched: one to the Queen of Cochin, to the Coimaal of Anjecaimaal, and to the Coerikattij Caimaal, the whole translated into the Malabar language by me. Cochin, date as above. Signed: H. van der Linde, sworn translator. His Honour then put to the question whether the assembly concurred therewith, which was answered affirmatively.
Dutch transcription
Mallabaar onder dato 2 meb 174 Van derhalven om geen tijd te versuijmen het gem: Contract had geamplecteerd op hoop dat, dat reeikent; houd vroegtijdig zoude herwaards gekoomen zijn met afvraege der Confirmatie vande Leden dewelke daer Niets tegen hadden weesende Den heer Command„r ten Deesen aspecte ook Nog bedeelende dat den Joodse Coopman Ezechiel Rabbij een geringe quan„ „titeijt vant 25000 lb leggen had, die hij op de adhor„ „tatie van zijn E voor 90 Ropias off ƒ135:—:—: voor't Candyl wel hilde afstaan en het monster daer van Jn Raade gebragt, mitsgaders van een Goede soort bevonden zijnde, zoo is op de vraege van zijn E verstaan die quantiteijt met het geendien Coopman nog verder zoude magtig werden voor Reek: van DE Comp:e te amplecteeren te meer om Dat den selven genegen is nade betaalingen te wag„ „ten tot dat men alhier ontset zal gekreegen hebben— De Desertie met volle wapenen een Geruijme tijd hebbende in swang gegaen zonden Dat men eenige Der weggelopene heeft agterhaald en een denkbeeld heeft konnen formeeren wat De Lieden daer toe moveert zeijnde den heer Command„r zijn E genood„ „saakt te hebben met den majoor van wrisberg te 1541 Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 te raade te Gaan, ten eijnde een middel uijtte denken tot weeringe, en bij over een konst Goed gedagt zijnde olas te laeten afgaen, zoo aanden Cochims vorst als eenige Land regenten van inhoude Concept ola door den E: E: agtb: heer Command„r EE Corijn Stevens onder dato 8 Maart 17445 afge„ „sonden aan Den koning van Cochim Nademaal de Dienaaren den Edele oost Jndische maatschappije hun zonder dat haar daar toe eenige deminsten redenen gegeven werden, veel min dat haar Leet geschied niet ontsien haer werk gaande weg meer en meer te maeken, van bij Continuatie als schelmen van voorm:te haere losselijke betaals heeren te dese„ „teeren tot haar Edelens Grote Prejuditie en ongeraff zoo als zij dan ook haer Niet ontsien door het land van u hoogh=t te trecken tot voortzetting haver reijse naar sodanige plaatsen als waer toe hare be„ „geerten strekt: sonder dat wij onvermind„t veele aan gewende moeijten haer konnen agterhaalen, afrzulx zyn mij terardie geworden deese aan u hoogh=t te laeten afgjaen, omdaer bij seer vrundelijk te versoeken dat u' hoogh=t de Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 De Goedheijd gelieve te hebben zijne Ragiadoors en verdere onderdanen op 't kragtigste te ordonneeren dat zij bij ontmoetinge van al zulke sielten deselve aan„ te lasten oppacken en herwaards voeren, en op dat de voorsz ragiadoors, en onderdanen bij tijds de niet zouden erlangen wanneer 'er Somtijds bij Nagt en ontijden een ofte meer koomen te anfungeeren, Goe: Dient tot u hoogh=ts narigt dat wyj raadsaam g'oordeelt hebben wanneer dat weglopen inder nagt werd ontdeckt dat mij als Dan een Canon schoot van onse wallen sullen ziete„ doen, daer De Ragidoors, en onderdanen van u hoogh=t haer Nae konnen reguleeren: en dewyl wij gaarne zien dat u hoogheijds onderhorige hun ende opackinge deeser fielten wacker gedragen soo heeft minins„ „gelijks wel konnen Goedvinden tot annimeeringe „voor haare te Neeme moeijte haer voor reder hoofd die zij komen op te brengen als een Douceur toe te leggen 40 rd„s off 1280 Canums dan aangesien het. Juijst alle geen deserteurs zijn die hun een nagt —: â twee als Door den Drank verdwaalt komen te absenteeren, zo zullen wij u hoogh=t milden dat voor de serteurs Geretent moeten werden de sulke „ die De Grens-scheijdingen van U hoogheijds Land . : 1543 Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 Ni 1 Land saeken. te passeeren, en egter zal men voorde opbrenginge der laaste te weeten, die hun maar Simpel hebben Geabsenteerd den geenen die soppakt almeede een zommetje van thien rd„s aff ƒ320: fanums toe leggen, al het welke wij versoeken dat u. hoogh=t aan alle zyne ragiadoors en onderhorige in't geheijm gelieve bekent te maeken haer 't een en ander ernstig aan recommandeerende, aan 't Contract dat u hoogh=t Loffelyke voor„ zaeten al van overlange met de Jlustre Edele oost Indische maatschappje hebben aangegaan 't welk Doende zal u hoogh=t Luyster werden opgenaekt end': Edele Comp: verpligt nog meerder aan U to=t wilvaaren verknagt te raeken en daer indeel te hebben in hope daer van bedeelen wij U hoogh=t ende Genadigi bewaringe Godes die wij boopen dat U Ev=t in desselfs regeeringe zegenen zal onderstond van den belvden inhout, dog indatum is ook afgegaan Drie stux olas d' eene aande koningingne van Cochim den Coimaal van angecaimaal en Coerikattij Caimaal het een en ander door mij zodanig in't mallabaars overgeset Cochim dato ut supra /getv:/ h: v D Linde g: transl=t zoo leyde zeijn E in omvraage off de vergadering hun Daer meede Conformeerde 't gunt met za b' antwoord weesende . . „
English
Malabar, under date 23 April 1748. From being, the communication was furthermore that on the 3rd of this month another eleven persons with their full weapons, both from the bay gate and the bastion Gelderland, had climbed over the city walls, among them a sentry, upon which, in accordance with the inserted ola, a shot was immediately fired, and His Honour was obliged, upon the news brought by the Coemaal Venangecarmaal the following morning, to send out a detachment to pursue those scoundrels, which detachment consisted of the Ensign Adjutant Hendrik Christoffel Bertram, the native Lieutenant Alle, a sergeant, 2 corporals, 15 European privates, a native sergeant, two corporals, and 14 privates, all volunteers, who then also upon their arrival, due to their dispersal, captured two of those rogues, namely Zacharias Roos of Nuremberg and Willem Hansen of Leeuwarden, although some resistance was initially offered against that commander; and since the Lord Commander had promised, in the event that any of them were brought in, that 50 Rds. would be paid out as a reward, His Honour further inquired whether one could safely provide this as an encouragement, which was also approved, that detachment having returned on the 5th of this month, 1545 Malabar, under date 23 April 1748. From returned without being able to catch the others, as they had taken their recourse into the mountains and through the woods; however, we expect that this case, with the capture of those 2 individuals, will deter those of ours still present from running away further, as they have been handed over to the officer of justice in order to be dealt with according to the full rigour of the law. The Pay Bookkeeper alongside the Secretaries of Justice and of the Orphan Chamber having rendered proof of their six-monthly administrations, from which it appears that the funds have been counted in the treasury according to custom, the submitted writings are likewise inserted as usual. Report drawn up and submitted to the Honourable Respected Lord Corijn Stevens, Commander and Chief Ruler of the Coast of Malabar, Canara, and Vingurla, by the undersigned commissioned judicial members, containing the account, proof, and balance of the administration of their sworn clerk Anthonij van Vechten as of the ultimate of February of this year. Respected, Right Ruling Lord, 6 2 From Malabar, under date 23 April 1748. In humble compliance with the highly venerated order of Their High Noble Excellencies contained in the extract resolution of the business transacted and resolved in the Council of India under date 23 July 1736, the undersigned, having been commissioned to have the above-mentioned sworn clerk render an account, proof, and balance of the administration under his charge, have, after examination conducted, found that as of the ultimate of August of the past year no cash remained resting in his hands; after which, having successively received since the 1st of September until the ultimate of February on account of the Lord's dues on requested houses and plots of land the sum of Rd. one hundred thirty and three-eighths, he further showed us an authorization from the last day of February, by which it appears that into the Company's petty cash treasury the aforementioned one hundred thirty and three-eighths Rd. have been duly paid, so that the receipts since the 1st of September until the ultimate agree with the expenditures, and under the present date no cash remains in his hands. Wherewith, hoping to have complied with the above-mentioned highly venerated order, we remain with much respect, /below stood:/ Honourable, Respected, Right Ruling Lord, Your Honourable Respected's humble and obedient 1547 From Malabar, under date 23 April 1748. obedient servants, /was signed:/ H. v. d. Steeg and Ls. Trogh. /in the margin:/ Cochin, the 8th of March 1748. Report rendered and respectfully submitted to the Honourable Respected Lord Corijn Stevens, Commander and Chief Ruler of the Coast of Malabar, Canara, and Vingurla, by the under- signed commissioned members from the Board of Orphan Masters of this city concerning their actions and the auditing of the orphan treasury. Honourable, Respected, Right Ruling Lord, Pursuant to the highly venerated order of Their High Noble Excellencies, the High Government of the Netherlands Indies at Batavia, contained in the extract letter dated 23 July 1736, the undersigned members from the aforementioned Board were commissioned to audit the treasury resting under the Secretary of the said assembly, Laurens Trogh, in order to ascertain how much cash remained under his custody as of the ultimate of August of the past year; so we proceeded to his residence and there carefully examined the journal and ledger of the year 1747/48 against the resolutions and further documents concerning the said Chamber, From Malabar, under date 23 April 1748. carefully examined them, and found that under the said Secretary an amount of f 666:14:13 remains. There is respectfully shown to Your Honourable Respected the proof and account of what has been received and disbursed by the said Secretary in the period of 6 consecutive months, or since the 1st of September until the ultimate of February past, the same having been duly reviewed at the meeting of the said Board and found to be in order. The balance from the 1st of September past was f 1033:15:13 Received here since the aforementioned date until the ultimate of February past: 2400:--:-- Sum: f 3433:15:13 f Successively paid out: 2767: 1:-- So that as of the ultimate of February past there remains: 666:14:13 Wherewith the undersigned declare with all respect to be, /below stood:/ Honourable, Respected, Right Ruling Lord, Your Honourable Respected's humble and obedient servants, /was signed:/ G. I. Feijts and Am. Gosenson. /in the margin:/ Cochin, the 23rd of March 1748. To the Honourable Respected Lord Corijn Stevens, Commander and Chief Ruler of the Coast of Malabar, Canara, and Vingurla.
Dutch transcription
Mallabaar onder dato 2:' april 1743 Van wesende, zo was de Communicatie alverder, dat op 3. Deser weder Elff stux met kunne volle wapenen zoo vande bhaaij poort als de punt Gelderland over de stads muuren waren schoot gegaan, daer onder een schildwagt, op 't welke dan ook terstond inge„ „volge de g'insereerde ola een schoot zoude gedaen, en zijn E. genecessiteerd zijn opde weet door den Coemaal venangecarmaal smorgens daer op, een Command of te senden, om die sielten te agterhaelen welke Commando bestaan heeft inden vaandrig adjudant Hendrik Christoffel Bertram den oosters lieut„t alle, een Sergeant 2 Corporaals 15 gemeenen Europeesen een oosterse zergeant, twee Corporaals en 14 gemeenen alle vrij willigers, die Dan ook bij haare arrive doorde verspreijinge twee dier schurken hebben agter„ haald met Naame Zacharias roos van Neuren„ „berg en Willem Hansen van Leeuwaarden schoon omtrent die Command„r inde beginne wel eenige resittentie is geschied; en aangesien den heer, Commandeur belooft had indien er eenige Derselve wierden opgebragt dan 50 Rd„s tot een praemie te sullen werden afgelangt, zo was zyn E verder afvraegende off men die niet gerust tot aanmoediging konden verstrecken 't gunt almeede is g'avoueert zijnde die Commandoop 5 deeser gereverteerd ƒ 1545 Mallabaar onder dato 23 april 1748 Van gereverteerd sonder de andere als haar recours in't gebergte en door bosschagien genoomen hebbende te konnen knippen, egter zijn wij verwagtende Dat Dit geval met agterhaalinge vandie 2 stux onse nog aanweesende zal afschrikken voor verder wegloopen, alsoo die aanden officier Der Justitie zijn g'introgu„ eerde, om Na rigeur behandelt te werden, Den Zoldij boekhouder nevens de Secretarissen van Justitie aande weeskamer, bewijs hebbende gedaan van haare administratien ses maandig, waer uyt bljft dat De penningen naden gebruijke in Cassa getelt zijn zoo werden de overgeleeverde schriften meede usantiel g'insereert Rapport Gedaan maken en aan Den EE agtb: Heer Corijn stevens Command„r en oppergebieder Der Custe mallabaar Canara en Wingurla Door De ondergetekende Gecommitteerde Justitieele Leiden overgegeeven in„ „houdende rekening, bewijs en reliqua vande administratie hares gestr: Clerqs. anthonij van vechten onder ult=o feb: dreeses Jaars agtb: wel Gebiedende Heer 6„ 2 Van Mallabaar onder Dato 23 april 1748 Jn Nedrige opvolginge De hoog gevenereerde ordre van „haar hoog Edelheedens vervat bij extract resolutie van het Gebesoigneerde, en Geresolveerde en raade van Jndia Sub Dato 23 Julij 1736 De ondergeteekende gecommitteerd geworden zijnde omme Door boven gem: gesr: Clercq te sien dooen reek: bewijs en reliqua van zyn onderhebbende administratie hebben deselve nagenoomene Examinatie bevonden, dat onder ult=o aug„o J„o weeken geen Contanten onder den selven berus„ „lende zeijn verbleeven waar na sedert p=mo 17ber: tot ult„o seb: bij den selven Successivelijk wegens 's Heeren Geregtigheijd van verzogte huijsen, ende erven ontfangen zijnde rd„s Een hondert Dertig en drie agste heeft hij wijders aan ons verthoond een ordonnantie vanden laasten feb: waar bij blijft dat ins Comp: kleene geld Cassa behoorlijk zijn betaald de voormelte Een hondert dertig en drie agste rd„s zodat het ingekomene sedert p=mo 7ber: tot ult„o met de uytgift accordeert, en onder dato Deeses geene Contanten onder hem zijn berustende, waer meede in hope te hebben voldaan aande boven gem: hoog gevenereerde ordre met veel eerbied verblijven /onderstond:/ E E agtb: wel gebiedende Heer UE E agtb: onderdanige en Gehoorsaamen 1547 Van Mallabaar onder dato 2 april 1748 Gehoorsaame Dienaar /:was getve:/ H: v: D: Steeg, en L„s Trogh /: in margine / Cochim Den 8 maart 1748 Rapport gedaan in eerbied over„ gegeeven aan den EE agtb: heer Corijn Stevens Command„r en oppergebieder Der Custe mallabaar Canara en wingurla Doorde onder„ geteekende gecommitteerde Leeden uyt het Collegie van weesmeesteren deeser steede wegens hunne verrigting en den opneem der wees Cassa E„ agtb: wel Gebiedende Heer Jngevolge de hoog gevenereerde ordre van haar hoog Edel„ heedens de Hoge regeeringe van Nederlands Jndia tot batavia vervat staande bij het extract missive dato 23 Julij 1736 zijn de ondergetekende Leeden uijt voormelte Collegie gecommitteerd geworden, de Cassa onder den Secretaris van gem: vergadering Laurens trogh berustende opte Neemen ten fine te ontwaeren hoe veel Contanten onder telto, aug„s J:o Leeden onder zijn bewaring gebleeven zijn, soo hebben wij ons aan desselfs wooning vervoegt, en aldaer het Journaal en groot boek van 47 anno 17 3/48 tegens de resoluties en verdere Do„ cumenten raekende gem Camer nauwkeurig nagesien Van Mallabaar onder dato 2:' april 1748 nauwkeurig nagesien, en bevonden dat onder gemelte Secretaris een montant van ƒ666:14: lb is berus„ „tende werdende UE E agtb. reverentlijk veroond bewijs reekening van 't geen inden tijd van b' agter een volgende maanden off sedert p=mo 9ber: tot ult„o feb pass„o door Gem: Secretaris is ontfangen en versterkt geworden zijnder deselve bij vergadering van gem: Collegie behoorlijk geresumeert en accoorde bevonden te weesen Het restand van P=mo 7ber: pas„o is geweest ƒ1033: 15: 13 hiet sedert voormelte dato tot ulto seb: pals„o ontfangen „ 2400: —: —: Somma - - - ƒ3433: 15: 13: ƒ Successivelijk afgelangt. . . . „ 2767: 1: —: Sodat onder ult„o feb: rass „r rst erlelen „ 666: 14: 13 waar meede de ondergeteekende met alle eerbied, betuijgen te sijn /onderstond/ EE agtb: wel gebiedende heer UE E agtb: onderdanig en Gehoorsaame Dienaaren /was gete:/ G: I. feijts, en A=m Gosenson /in margine/ Cochim den 23 maart 1748 Aan Den EE agtb: Heer Corin Steevens Command„r en oppergebieder der Custe mallabaar Candra en Wingurla E
English
1549 Malabar under date 23 April 1748 From Honorable, respected, commanding Lord, The undersigned Curator ad lites Mattheus Hendrik Beyts has the honor reverently to inform Your Honor that during the period of six months, or from the first of September 1747 until the ultimate of February last, no estates have been taken over nor administered, and consequently no estate funds are residing in his hands. Meanwhile remaining with deep respect, underneath stood, Honorable, respected, commanding Lord, Your Honor's humble and faithful servant, signed, M H Beyts, in the margin, Cochin the 4th of April 1748. Subsequently, upon reading of three letters under the dates 28 March, first, and of this month, sent hither by our delegated committee members for the settlement of the dispute between the Syrian Christians and the Roman Catholic faction, the Lord Commander communicated that it was urgent to send two olas to the King of Cochin of the following content: Draft From Malabar under date 23 April 1744 Draft ola written by the Honorable respected Lord Commander Corijn Steevens to the King of Cochin, written the 31st of March 1748. It is not unknown to Your Highness how we have sent our committee members at your insistence to Tripunithura in order to remove the outstanding disputes between the Syrian and Roman Christians concerning the church of Kandanad, but as we until now see no end to it, and our committee members are needed here, we have principally directed this to request Your Highness to use your best efforts so that the same may come to a speedy conclusion to the satisfaction of the Syrians, as it is well known to Your Highness that our desire is that they shall be protected; and we ought not to have to say here that the Syrians have the right on their side, for such is sufficiently known to Your Highness, 1551 Malabar under date 23 April 1748 From sufficiently known, as well as that the churches, before the arrival of the Portuguese here on the coast, were built by the Syrians, to which the Paliath Achan is also not unknown, to whom we have said everything to make it known to Your Highness. God preserve Your Highness. Underneath stood: Thus translated by me into Malabar, Cochin, date as above, signed, S. V. Tongeren, sworn translator. Draft ola written by the Honorable respected Lord Commander Corijn Steevens to the King of Cochin, written the 7th of April anno 1748. As we have heard this morning to our great displeasure from the mouth of one of our committee members that Your Highness, for the settlement of the matters in dispute between the Syrian and Roman Christians, came to claim a sum of 100,000 fanams, and subsequently had reached 130,000 From Malabar under date 23 April 1748 130,000 fanams without wishing to remit anything thereof, we must hereby state that we shall in no way give our consent thereto, much less be able to understand what reasons there are for this, because firstly it has not been proved, nor have any complaints reached us, that the same Christians, who from of old have had the Honorable Company as their protector, have sinned against Your Highness, besides that it cannot be unknown to you that one does not buy divine worship, but it derives from a God who sees everything that happens on this earth, wherefore we then also in no way doubt that Your Highness will take all this to heart and detain our committee members there no longer, but bring the matter to an end so that the church of Kandanad may beforehand be prepared by the Syrian Christians; however, we are well content that Your Highness, for a piece of land that Highness cedes to the Roman Christians for the making of another church, draws his customary recognition. God preserve Your Highness. Underneath stood: Thus translated by me into Malabar, Cochin, date as above, signed, G. v. D. Eijnde, sworn translator. With 1553 From Malabar under date 23 April 1748 With the asking of our affirmation, which was also pronounced. In the session of the 16th of March, there having been reasoned at length concerning the tolls and dues with relation to his Cochin Highness, the Lord Commander said that, upon his proposal to the Regidors of His Highness, he has now obtained such an answer from that prince as is also to be seen hereunder: Translated ola written by the King of Cochin to the Honorable respected Lord Commander Corijn Stevens, received the 4th of April 1748. Regarding the toll matters, Your Honor made it known to us at the meeting, and if we were to do according to what is requested, such will tend to slight esteem, as it is a right that we and the Honorable Company enjoy from of old; but to see what profit there is in it, we are not disinclined to farm out our dues for one year, and while our menons and karyakars collect the farm moneys, Malabar under date 23 April 1748 From they enjoy their wages, and when it is now farmed out, may Your Honor please to establish the necessary order so that no hindrances are brought to their wages, also taking care that the farmer does not excessively collect his farm; therefore we request that our menons may be present at the collection, and if we should perceive that the farming out is good, such can then always take place. Furthermore, we have understood that the Honorable Company has permitted the merchants to trade with their Honors' merchandise, and that the toll dues of those goods are enjoyed by the Honorable Company alone; upon the Company's trade the merchants indeed pay one percent which we enjoyed; we are assured that their Honors will arrange everything for the welfare of the Kingdom of Cochin; therefore, may Your Honor please to write to Batavia and request that we may enjoy those dues, and we shall not fail to comply with the orders established by the Lords of Batavia for the welfare of the Kingdom of Cochin.
Dutch transcription
1549 Mallabaar onder dato 23 april 1748 Van E„s agtb: wel gebiedende Heer Den ondergeteekende Curator ad lites Mattheus hendrik Beijts heeft de eene UE Eagtb: bij deesen reverentelijk aanteloomen, dat Geduurende den tijd van ses maanden off van P=mo 7ber: 1747: tot ult„o feb J„o Leeden geen boedels aangevaart nog g'ad„ „ministreerd zijn geworden, engevolge geen boedel penn: onder hem berustende zijn middelerwijl met Diep respect blijven /onderstond/ EE agtb: wel gebiedende heer UEE agtb: onderdanigen en getrouwe Dienaaren /get / M H Beyts / in margine / Cochim den 4 april 1748 vervolgens men Lectura van 3 brieven onder Datis 28 maart eersten enk deeser herwaards geschikt door onse afgevaardigde gecommitt„s ter beslissing van't geschil tussen de Iyriaanse Christenen ende Rooms Gesinde door den heer Commandeur op Communiceerde geperst te weesen twee olas aan den Cochims koning af te senden van volgende Jnhoude Concept Van Mallabaar onder dato 23 april 1744 Concept ola doorden EE agtb heer Commandeur Corijn Steevens aanden koning van Cochim gesz: den 31 maart 1748 het is u hoogh=t niet onbekent hoe wij onse gecom„ „mitteerdens op desselfs instantie na tripantara hebben gesonden om de uijtstaene verschillen tussende Syriaansen en Roomse Christenen over de Kerk van Candamattij uyt den weg te ruijmen, dog alsoo mij tot nog toe, daar van geen eijnde sien, en onse gecommitt„s alhier noodig zijn zoo hebben wij Deese ten principaale gerigt u hoogh„t te versoeken zijne Goede best te adhibeeren, Dat Deselve een spoedigeynde tot Genoegen der Syrranen komt te neemen alsoo het u hoogh„t wel bewust Is dat onse begeeren dat men haar sal Pepervooren. protegeeren; en wij behooren alhier niet te seggen: dat De ziriaanen het regt op „ haar zijde hebben, twant sulist is de hoogh„t genoeg : . ƒ: 1551 Mallabaar onder dato 23 april 1748. G Van ƒ - genoeg bekent zoo wel als Dat De kerken voor de komst der Portugeesen hier ter Custe door De Synaanen zijn gebouwt tot welk den Pabjetter almeede niet onbekent is aan wien wij alles gesegt hebben om U hoogh„t bekent te Maaken God bew: u hoogh„t /onderstond:/ zodanig door mij in't mallabaars overgeset Cochim: Dato als boven /geteekend /. S: V Tongeren G: transl„t Concept ola Door Den E E agtb: heer Commandeur Corijn Steevens aan den Koning van Cochem gesz: den 7 april anno 1748 Alsoo wij tot groot ongenoegen heeden morgen uijt de mond van een onser Gecommitteerden verstaen hebben Dat u hoogh„t voor het afmaeken der saeken ingeschil: tussen, de Synaanse en roomse Christenen quam te pretendeeren eene zomma van 100'0000 san„s en nadato tot 130000 1 Van Mallabaar onder dato 2:' aprl 1748 130000 fan„s was geekoomen sonder Daer van iets te willen laten vallen, zo moeten wij bij deesen seggen dat wij in geenen Deele onse toestemminge daar toe zullen Geeven veel min begrijpen konnen, wat reeden hier toe zijn omdat eerstelijk niet is beweesen, off ons eenige klagten zijn te vooren gekoomen, dat Deselve Christenendie van ouds af dE Comp=e tot haar protector hebben gehad tegens u hoogh„t hebben Gesondigt buijten en behalven dat u: tot niet onbekent kan zijn dat men Den God, dienst alled let niet komt te koopen maar afkomstig is van een God die alles siet, wat op deesen aarde geschied wes wij dan ook Geentsints willen twijffelen off Ue hoogh„t zal Dit alles terresten neemen en onse gecommitt„s aldaar niet langer ophouden maar de saeken ten eijnde brengen op dat De kerk van Candanattij al bevorens mag gereet werden doorde Sijriaanse Christenen, dog wij mogen wel lyjden dat Uho=t voor een stuk land dat de ho„t aande Roomse Christenen af staat tot het maeken van een ander kerk zyne gewoone recognitie trekt God bew. u hoogh„t /onderstond:/ zodanig door mij in't mallabaars overgeset Cochem Dato als boven /geteekend/ G v D. Eindeq. Transl met 1553 Van Mallabaar onder dato 2: april 1748 Met afvraege onser affirmatie die almeede wierd uyt gesprooken bij Bij sitting van Den 16 maart ampel weesende geraisonneert over de thollen en geregtigheeden, met Relatie tot zijn Cochimse hoogheijd, soo seyde den heer Commandeur op Desselfs voordragt aan de Ragiadoors van zijn hoogh„t thans sodanigen antwoord van dien vorst bekoomen te hebben als hier onder meede te sien Is Translaat ola Door den koning van Cochim aan den EE agtb: heer Commandeur Corijn Stevens gesz: ontfangen den 4 april 1748 Aangaande de thols zaeken, heeft UEE agtb: ons beijde ontmoeting bekent gemaekt, en bij aldien wij volgens het versogte quam te doen zal zulx tot kleyjn agting verstrecken, alsoo het een regt is, dat wi, en d' E Comp:e van ouds genieten, dog om te sien wat profijt daar bij Is, zijn hij niet gereegen om ons Geregtigheeden een Iaar te verpagten, endewijl onse menons, en Deraijs ontpagt penningen Mallabaar onder dato 23 april 1748 Van penningen invorderen, Genieten zij, hare gagien, en wanneer het Nu verpagt werd gelieve UE E agtb: de Noodige ordre te stellen dat aan hare gagien geen verhinderingen werde toegebragt, ook sorge Dragen dat Den pagter niet overtollig zijne pagt invordert dierhalve versoeken wij dat onse menons bij het invorderen mogen bij weesen, en zoo wij mogte ontwaren Dat De verpagting Goed is, kan zulx dan altijd geschieden, wijders hebben wij verstaan Dat D E Comp:e de kooplieden toegestaan heeft om met haar Edeles koopman„ „schappen te Negotieeren, en dat de thots geregtig„ „heeden van Die whaaren D' EComp:e alleenig is Genietende, op 's Comp„s negotie betalen de kooplieden immers een per C=to 't geen wij genaeten ,wij zijn versekert dat haar Edele alles ten welweesen, van het Cochimse Rijk sal stellen dierhalven gelieve UE E agtb: naar Batavia te schrijven, en versoeken dat wij Die Geregtigheeden mogen genieten, en wij zullen Niet naarlaaten om de ordre doorde keeren van Batavia ten wel weesen van het Cochims Rijk gesteld Naar
English
1555 From Malabar, dated 23 April 1744 to comply with, and since your Worships have requested us, and also because the Company's portion is being leased out, we cannot fail to permit this as well /signed/ by His Highness /below stood:/ for the translation Cochin date as above /signed:/ H: v: D: Linde sworn Translator — from which is fully evident His Highness's disinclination to relinquish the leasing of the tolls according to the intention of Their High Excellencies, pretending that this would on the one hand tend to His Highness's disparagement, as this would be a right that His Highness has had and enjoyed from of old equally with the Company, but nevertheless on condition that he would well allow the dues to be leased for one year, in order to discover what the same would yield, provided that his menons or writers would come to enjoy their wages as a matter of custom, with the further notification that His Highness would have agreed to the condescension that the Company has granted to the merchants to From Malabar, dated 23 April 1748 to carry on trade with Their Excellencies' goods, of which Their aforementioned Excellencies alone would enjoy the tolls, although His Highness had previously also always drawn a percentage from those traders, and since nothing could be done against the stubbornness of that prince, the Lord Commander proposed to reject His Highness's requisition regarding the menons or writers, to embrace the lease for the present, and to maintain Their High Excellencies at large on this matter, as well as in the meantime to double our zeal, in order to bring it about with His Highness so far that we obtain it on such a footing as Their High Excellencies' honored desire entails, whereto His Honor declared he would let slip no opportunities, which proposal was then currently agreed to in Council. On the 16th of March, it likewise having been resolved to haul the sloop Maria Laurentia ashore to conduct a closer and accurate inspection, there has been received such a report and rough calculation of the same as 1557 From Malabar, dated 23 April 1748 as is contained hereunder, To the Honorable Worshipful Lord Corijn Stevens Commander and Supreme Ruler of the Coast of Malabar, Canara and Vengurla Honorable Worshipful Right Commanding Lord In compliance with Your Honorable Worship's highly honored order, we the undersigned have betaken ourselves to the ship carpenter's yard in order to examine there, together with the master of the yard, and to inspect in the most accurate manner, so far as it is possible, the defects of the recently hauled ashore sloop Maria Laurentia, and so we have in the first place found that the aft end of the keel has parted from the sternpost, which has caused much leakage to the aforementioned vessel while lying in the water, and as the keel is thoroughly very much eaten by worms and unserviceable, it is therefore in our humble opinion most highly necessary to place a new one in its stead, and doing this, one is compelled to break away the adjoining From Malabar, dated 2 April 1748 garboard strakes that are presently still good, and subsequently to fit others there; the stem is also quite hollow and water-soaked from above, and the lower end or, otherwise said, the forefoot where the same is joined to the keel, is likewise completely eaten through by the worms, so that one will be obliged, if it pleases Your Worship, to set a new stem into it; but doing this, we must make known to Your Worship in all respect that one is compelled to chisel off the ends of all the planks of the outer planking that presently sit against the stem and run with their ends into the rabbet of the said stem, yea even some planks thereof must be broken away entirely; the bow timbers forward in the bow are unserviceable on both sides, as well as the rearmost futtocks on the starboard side; the square-tuck at the stern is, likewise, completely water-soaked and decayed; the deck on the cabin must also be renewed entirely; and in order to inspect the frame timbers to 1559 From Malabar, dated 23 April 1748 satisfaction, we have broken up the ceiling in some places in the hold, and found that several of the aforementioned timbers are decayed, of which one will in all likelihood discover even more during rebuilding; wherewith we must then still in all respect make known that if the above work must be put into execution, this will cause that the knees and ceiling in the hold will have to be broken out entirely, whereby with the knocking out of the bolts the planks of the outer planking and several knees will also be entirely damaged. Wherewith hoping to have fulfilled our assigned commission according to Your Honorable Worship's command, we remain with deep respect /below stood:/ Honorable Worshipful Right Commanding Lord, Your Honorable Worship's humble and obedient servants /was signed:/ W. Florijn, P. Hesseling, Sr. Sybrandsz. and D. V. D. Heijden /in the margin:/ Cochin the 2 April 1748. Rough calculation and statement of that which will be required for the repairing and rebuilding of the sloop Maria Laurentia hauled ashore, unless upon breaking her down some
Dutch transcription
1555 Van Mallabaar onder dato 23 april 1744 Naar te komen, endewijl UEE agtb: ons heeft versogt, en ook om dat 'sComp„s portie verpagt werd kunnen wij niet Nalaten zulx meede toe„ te staan /getver / bij zijn hoogh„t /onderstond:/ voor de translatie Cochim dato als boven /getver:/ h: v: D: linde g: Transl„t — waar uit ten vollen Consteerd zijn hoogheijds ongeneegentheijd om na de intentie van haar hoog Edelheedens de verpagting der thollen af te staan voorwendende dat zulx aande eene zeyde strecken soude tot zijn hoogheijds kleen„ „agting alsoo sulx een Regt zoude zijn, dat zijn hoogheijd gelijkstandig met DE Comp: van ouds Gehad, en genoten heeft, maar met voor „waarde al egter dat hij wel Lijden mogt, de gereg„ „tigheeden voor een Iaar verpagt wierden, om te ontwaren wat Deselve wel zoude komen op te werpen, mits dat zijne menons ofte Senaijs hare gagien als een uzantie quamen te Genieten, onder verdere bekentmaeking, dat zijn verstaen soude hebben de Condescendance hoogh=t te Die DE Comp:e aan De kooplieden heeft verleend, om Van Mallabaar onder Dato 23 apil 1748 „om met haar Edele whaeren negotie te Drijven, waar van hun Edele voorn: thollen alleen zoude genieten „schoon zijn hoogheijd van die marchandeurs bevorens meede althoos een p„rC=to getrocken had, en aangesien tegen de stuijffhoofdigheijd vandien vorst met te doen viel, zo stelde den heer Commandeur voor, zijn hoogheijds requisit omtrend de me„ „nons off Ienaaijs vande hand te wysen, de verpagting voor eerst te amplecteeren, en in't breede haar hoog Edelheedens over Deese Sacke te onderhouden, mitsgaders onder tussen onsen iver te verdubbelen, om het bij zijn hoogheijd zoo verre te bewerken, dat wij het opsodanigen voet krijgen als haar hoog Edel„ heedens g' eerde begeerte meede brengt waar toe zijn E: verklaarde geene Geleegentheeden te zullen laeten Glijsen, welke propositie dan thans in Raade wierd b, aamt Op den 16. ' maart insgelijxs beslooten wee„ „sende de Chialoup maria Laurrentia op de wal te haalen tot het doen eener nadere, en Securre bezigtiging, soo is daar van zodanigen rapport en ruwe Calculatie ingekoomen, als 1557 Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 als hier onder vervat Staat, Aan Den EE agtb: heer Corijn Steevens Command„r en oppergebieder der Custe mallabaar„ Canara en Wingurla E„ E„ Agtb: wel Gebiedende Heer Tot Naarkoming van UE E agtb: hoog g'eerde ordre hebben wij ondergeteekendens ons vervoegt naar de scheeps timmerwerff om aldaar beneffens den baas der werff te visiteeren en wel op het Nauwkeurigste e gem: So verre het mogelijk Js te besigtigen de gebreeken van De onlangs opde wal gehaalde Chialoup maria Laurentia, soo hebben wij eerstelijk bevonden als dat het agter ent van de kiel vande agtersteeven is afgeweeken, het welke aan gem: Bodem in't water Leggende veel Leckagie heeft veroorsaakt, en alsoo De kiel doorgaans van De wormen, seer Doorweeten is, en onbequaam, dierhalven het ons Gering oordeel wel ten hoogsten noodig is, om in desselfs Steede een Nieuwe te plaatsen en dit Doende soo is men genoodsaekt omme De Daer aan zijnde Van Mallabaar onder dato 2' aprl 1748 zynde Landstrooken die thans nog Goed zijn meede wegtebreeken, en in vervolg weder andere daar bij te brengen de voorsteeven is ook van boven heel hol en ingewaterd en het onder endt ofte anders Gesegt het kinnebacken daar Deselve meede aan De kiel is Gelast, is meede gants van de wormen doorweeten, zoodat men genoodsaekt zal weesen omme UEE agtb. des behagende een nieuwe voorsteeven daar in te setten, dog dit doende zo moeten wij UE agtb: in alle eerbied bekent maeken alles dat men is &omme alle de planken vande vaste huijd die thans aan de voorsteeven Sitten en met haar enden inde Ghonning vande Gem: Hteeren Schieten de enden af te beytelen, Ia ook eenige planken daar van geheel moeten wegbreeken, de boog „houten voor inde boeg zin aan weerzijden onbequaam, als meede de agterste borghouten aan stuurboord zij, het vinkelwerk van agteren is, ingelijks, ten eenemaal doorwaterd en vergaan, het dek opde Cajuijt moet meede in't geheel vernieuwt werden, en omde Inhouten na genoege 1559 Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 genoegen te besigtigen, soo hebben wij op eenige plaatsen in't Ruijm de wegerings opgebrooken, en bevonden le dat verscheijde vangem:, houten zijn vergaan, waar van men naar apparentie bij vertimmeren nog wel meerder zal ontwaeren; waar bij wij als dan nog in alle eerbied moeten bekent stellen, zoo bij aldien het voorenstaande werk ter uijtvoering moet gebragt worden, zulx sal Causeeren, dat De knies, en weegerings in't ruijm geheel zullen moeten wor„ „den uyjtgebrooken, waer door met het uytslaen vande bouts de planken vande vastehuijt, en knies meede verscheijden ten eenemaale zullen schadeloos raeken Waer meede verhopende onse opgelegde Commissienaar UEE agtb: bevel te hebben volbragt, soo blyven wij met diep resject /onderstond:/ EE agtb: wel gebiedende heer UEE agtb: onderdanigen en gehoorsaame Dienaren /was getver:/ W„, Florijn P: Hesseling S„r Sybrandsz: en D: V: D heijden /in margine:/ Cochim den 2 april 1748 Runcalculatie en opgaaf van 't geen tot 't verrepareeren en vertemmeren van de op de wal gehaalde Chialoup maria Lourentia sal komen te benoodigen ten waere bij het afbreeken, derselve eenige