Inventory 2724
Persia · 888 pages · 191 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Malabar under date 23 April 1748 Might obtain some suitable timber, in which case it will lighten the expenses considerably, namely: Common beams . . . . . . . 1059 —: —: ƒ 2934: —: —: Southern beams, namely: 63: —: pieces 10 —: pieces for the outer hull 5 . . . . for the deck above the cabin 8 for the ceiling in the hold 3 — for beams of the deck above the cabin 19 — for the sheathing 2 — for a new skeg 14 for floor-timbers 2 for repairing the stern 63 pieces of Southern beams calculated on average at ƒ 31: 15: per piece comes to ƒ 2000: 5: —: the cost of the sawing wages 992: 5: —: 2992: 10: — ƒ 5926: 10: — Carried forward 83 pieces of teak beams, of which 20 pieces of Calicut ditto, such as: 2 pieces for making a new keel 2 pieces for new garboard strakes 2 pieces for the stem and hawse timbers 3 pieces for wales 3 pieces for beam clamps in the hold 2 pieces for bilge strakes 3 pieces for standing knees on the deck for new stanchions 3 pieces for planksheer and covering boards on the deck 20 pieces of beams calculated on average at ƒ 93: 15: 1 each ƒ 1875 the cost of the sawing wages at —. 11 1561 From Malabar under date 23 April 1748 445: —: ƒ 1868: 15 85 pieces of teak compass timbers, such as: 65 pieces of Letter a: a, of which: 50 pieces for floor-timbers 15 for futtocks 65 pieces of compass timbers at ƒ 6: 12 each ƒ 429 20 pieces of Letter a for new top-timbers at ƒ 3: 6: each 66 16 teak knees, marked Letter m: m: for hold knees at ƒ 6: 12 each 105: 2: 2 pieces of Deodar mast timber for the stern at ƒ 65: —: each, thus 130: —: 4750 pieces of assorted nails for the aforementioned repair at ƒ 4: 8: per lb comes to 48: 19: 6 2 barrels of Dutch pitch at ƒ 24: 9: 8 per barrel 48: 19: 2 barrels ditto 4500 days of native carpenters at 6 stivers each 1350: 1500 ditto of coolies at 3 stivers each 225 native pitch 24: 9: 8 ditto 1000 lb of native pitch costs 65: 15: ½ aam of green soap 34: —: The Lord Commander testified that this vessel, when it was built in the year 1727, cost no more than ƒ 7072: 19: whereas now the expenses to be applied to that vessel amount to ƒ 9498: —: —, asking what was to be done in this matter, since this would seem somewhat suspicious in the eyes of Their Right Excellencies, and after deliberate consideration it occurred that Sum ƒ 9498: —: — Signed / W. Floryn ƒ 5926: 10: Brought forward From Malabar under date 23 April 1748 at the time of the construction along this coast, more serving employees were appointed to the ship-carpenter's yard, who were also used for the construction, whose wages were overlooked, whereas now, among other expenses, coolie wages are also charged, and thirdly also that the materials at the said time were considerably cheaper, and are by no means equal to the present prices; as well as finally that it was strictly necessary to keep such a vessel at hand here for the conveyance of our advices yearly in the month of October to the government of Ceylon; thus, as we cannot abandon the frequently mentioned sloop, it was unanimously agreed, for the benefit and best of the master's service, simply to have that vessel repaired, in the hope that Their Right Excellencies will be pleased to reflect favorably on the necessity and the considerations inserted herein. It was further decided on this chapter, in order that everything should proceed cleanly, to also put the respective masters under the oath of purge, to prevent the Honorable Company from being harmed in an indirect manner. 1583 From Malabar under date 23 April 1748 The native schoolmaster Everd Wilbergen, who has brought several individuals here in our Reformed religion so far that the ministers had to openly declare upon admission to the Lord's table that they had none who had obtained better instruction than from him, having made a request, on account of his many years of past service, to be employed again in the service of the Honorable Company, since he [was discharged] with the reduction of employees under the administration of the Lord Commander Siersma; thereupon the following reflection also arose: that he has not only been fully useful to the orphan children with edifying instruction toward making their confession of faith, but also, in addition, has harvested the servants in most households into our religion, and thus delivered them from the Roman heresy in the Portuguese language, which he also has a complete command of; for all of which reasons we could make no difficulty in re-engaging the edifying man, especially because we are destitute of ministers, upon the esteemed approval of Their Right Excellencies, once again into the service with his old customary wages of 3 rixdollars. From Malabar under date 23 April 1748 From the church accounts that were submitted on this occasion and performed in the presence of two members of this assembly, namely the Honorable Major van Wrisberg and Fiscal Bowijn, it appeared that the poor fund has fallen behind by rixdollars 775 5/16, which were to be wished otherwise, this report reading as follows: To the Honorable, Respected Lord Corijn Stevens, Commander and Chief Ruler of the Coast of Malabar and Vengurla Respected, commanding Lord The undersigned commissioners, in compliance with Your Respected Honor's esteemed order, have proceeded today within the Dutch Reformed church here, and have there seen the deacons of this city openly give proper account of their administration during the past year 1747, and after confronting their booklets against the monthly accounts and warrants, found that the capital of the poor fund as of the last of December 1746 amounted to the following:
Dutch transcription
Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 Eenige bequaame houtwerken mogte krijgen als wanneer heel veel in denkosten zal komen te ligten, te weeten Gem: balcken. . . . . . . „ 1059 —: —: ƒ 2934: —::—: zuydse balten te weeten 63: —: ps 10 —: p:s tot de vaste huijt 5. . . . . „ voor't Dek bovende Cajuyt 8 „ tot de werings in't ruijm 3. — . „ tot balken van deck bovende Cajuijt 19: — „ tot de verdubbelen 2: —: — voor een Nieuwe Scheg 14: —: „ tot buykstucken 2: —: „ tot reparatie van 't agterwerk 63 —: p„s zuijtse balken door den ander gereekend â ƒ 31: 15: t p„s komt ƒ 2000: 5: —: het kostende van't zaagl: „ 992: 5:—: „2992 10: — ƒ5926:10 re transporteere 83. —: p„s teeken balken hier van –: p:s Calicoetse d„o als 20 2. — p„s tot het maaken van een Nieuwe kiel 2: —: „ „ nieuwe zant Strooken 2. —: „ _„o voorsteeven en kluijshouten 3. –. „ - - - . „ barghouten 3. —: „ - - . . „ balkwerings in't ruijm 2. —: „. . . . „ kimwegers 3. —: „ - -. - . „ zitjongen op het delken tot Nieuwe resten 3. —: „. - . . „ leijfhouten en schaarstokken op haet Dek 20: —: ps balken door den ander gereekend â ƒ 93: 15:1: ieder ƒ 1875 het kostende van 't zaagloon op —. 11 1561 Van Mallabaar onder Dato 23 april 1748 „ 445 —: - „ 1868:15 85: — p„s teeke, kromkanten als 65:—: p„s van L:a a: a waar van 50 p=s tot zitters 15 „ tot buijkstucken 65 ps kromhouten a ƒ6:12 ieder 20: —: p:s van L:a a tot nieuwe oplangen â ƒ 3: 6: ieder 16 —: „ teeke knies gem L: m. m: tot ruijm Knies â ƒ 6: 12 ieder - - - - - - - 2 —: „ dreve Dare masthouten tot het agterwerk a ƒ 65: —: :—: ieder dus.... 4750 —: ps Gesorteerde spijkers tot voorm: reparatie ƒ 4: 8: tlb komt- - - -- 2 —: vaten hollands harpuijs a ƒ24:9:8 't vat _o 2 —: vaten 4500 —: dagt: van Jnl„s timmerlieden â 6 stver ieder - - - - „ 1350: 1500 —: d„o van Coelies a 3 stvers ieder - - - - - - - „ 225 Jnk „ „ 24: 9: 8: _„o - „ 48: 19 1000 — lb inlands horpuijs-kosten - - - - - - - - - - „ 65:15. —½ aam Groene Zeep - - - - - - - - - „ 34: —: Betuijgde den heer Commandeur dat Dit vaartuijg bij dies opcim„ „mering in den Iaare 1727 niet meerder gekost heeft dan ƒ7072. 19 daar Nu de onkosten aandat vaartuijg te apliceeren op ƒ9498:—:—: werden opgebragt, met onvraege wat in deese saeke te doen stonde, overmits zulx wat speculijtief in het oog van haar hoog Edelheedens zoude schijnen, en quam in Rijste Delebiratie dat Somma ƒ9498 —: Get/ W„ Floryn ƒ429 ƒ5926:10: Pr P„r Transport. . . ten .. „. 66 „ 105: 2: „ 130: —: „ 48:19 6 Van Mallabaar onder dato 23 april 1748. ten tijde Der aantemmering de deeser Custe wat meerder actueele Dienaaren op De Scheeps-timmerwerff zijn bescheijden geweest, Die tot Den opbouw me den gebruyjkt, welkers gagien zyn over het hoofd gezien daar nu onder andere ongelden, ook Coelijloonen werden opgebragt, en ten Derden ook nog dat de mate„ „rialen ingemelte tijd vrij wat goed-koper waeren, en in verre-nae bij de tegenwoordigen prijsen niet te Evenaaren zijn, Mitsgaders eyndelijk dat al„ „hier noodsaekelijke sodanigen vaartuijg diende te werden aanhanden. Gehouden tot den overbreng van onse advisen Jaarlijx inde maand van 8ber: nae het gouvernement van Ceijlon, dus wij meer aangehaalde Chialoup niet konnende abandonneeren, soo wierd unanium verstaan, tot nut en beste van 's meester Dienst, dat vaartuijg maer te laeten verhelpen, op hoop haar hoog Edelheedens opde Noodsaekelijkheijd ende hier inne Geinsereerde Consideratien een Gunstige reflectie sullen Gelieven te slaan Nog is op dit Chapiter beslooten ten eynde alles zuijver in zijn werk soude gaan, de Respective baasen meede onder den Eed van Purge te stellen, tot voorkominge dat de Edele maatschappij niet op een indirecte wijse benadeelt werde den . 1583 Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 —: Den Jnlands leermeester Everd wilbergen die alhier verscheijde in onse Gereformeerde Gods dienst, zoo verre gebragt heeft dat de wedik heeren opentlyk hebben moeten verklaaren, bij het aanneemen aan 's heeren tafel 'er geene gehad te hebben die beeter industrie dan van hem hadden erlangt, versoekt hebbende Gedaan uyt hoofde van zijne voor Jaerige Lange Diensten weder inden dienst vand' E Comp:e te werden g'emploijeert, aangesien hij met de diminutie der Dienaaren onder de Reegeering vanden heer Commandeur Siersma, soo viel daer op nog de volgende reclexie, dat hij niet alleen de weeskinderen ten vollen nutte is geweest, met een Stigtige onderwijsinge tot ket af leggen kaerer belydenitsse, maar ook nog Daar en boven de Dienst-baare aande meeste huijsen tot onsen Gods dienst heeft ingeoegst, mitsgaders haardus vande Roomse Dwaal-leere inde portugeese tale die hij meede. volkoomen magtig is bevrijd, om alle welke redenen wij dan wedergeen swarigheijd konden maeken omdren stigtelijken man, te meer omdat wij van predikheeren ontblood zijn opde g'eerde approbatie van haar hoog Edelheedens andermaal inden dienst aan te Neemen met zijne oude gewoone gagien van 3 rd:s uyt Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 uijt de kerk reekening die te deeser occasie wierd gedient, en ten overstaan, van twee leeden deser vergadering als den E: majoor van wrisberg „en fiscaal Bowijn gedaan is; was blijkende dat Den armen rd„s 775 5/16 is ten agteren geraekt 't geen wel anders te wenschen was luydende dit Rapport aldus Aan den E: E„ agtb: heer Corijn Stevens Commandeur en oppergebieder der Custe mallabaar en Wingurla Agtb: wel gebiedende 2 D Heer S De ondergetekende gecommitteerdens in Naarkooming van UEE agtb: g'eerde ordre op heeden binnen de Nederd.uijtsche kerk alhier vervoegt, en aldaar door de diaconen deeser steede in't openbaar, hebbende sien doen behoorlike re„ „kening van haere administratie geduurende het gepas„ „seerde Iaar 1747 en naar Confrontatie derselverboekjes tegens de maandelijkse reek: en ordonnantie bevonden dat het Capitaal der armen onder ult„o xber: 1746 groot is geweest als volgt bij C
English
1565 From Malabar, under date 2 April 1748 12800: —: With the Honorable Company at 4½ percent per annum on deposit, rds 13500: — Total - - - - 662 1/2: under the cashier Johannes The revenue in 12 months, calculated from 1 January to the last day of December 1747, on account of various legacies, collections, and aforesaid interest, etc., amounts to rds 915 1/16 against which, in the aforesaid period, for the maintenance of the outdoor and indoor poor of the orphanage, has been expended . . . . . . . . . . . . 1691 1/8 thus less revenue - - - - - - - - - - 775 1/16 After deduction of the aforementioned sum, the capital on the last day of December 1747 amounts to . . . . . . . . . . . . ds 1386: 1/32 consisting of the following items: the capital of the poor with the Honorable Company, on deposit at 4½ percent per annum the remainder under the diaconate cashier Johannes Just as your Honors, if you please, may further examine in the balance sheet which the aforesaid diaconate on this occasion has the honor to present to your Honors, to which we respectfully refer, taking the liberty Sum . . . Rds 1386 1/2 Together - - rds 14162 1/32 Total - - - - - - - - - - 586: 1/32: this From Malabar, under date 23 April 1748 to conclude this, and to remain with deep respect /signed underneath:/ Honorable, Worshipful, commanding sir, your Honors' humble and obedient servants /was signed:/ C: B: van Wrisberg, and Ns bouijn /in the margin:/ Cochin, the 23 April, anno 1748. And it appeared from a second report that the outgoing brethren deacons had made a proper transfer to the elect, whose report according to custom is to be inserted in the daily register. The said ship Leijden, with Commander Dirk Wolter van Nimweegen, having arrived yesterday from Surat here for the loading of the ordered areca and sandalwood, the Commander said that this must take place as soon as possible, as the season was already beginning to get rather late, and that vessel also had to call at Ceylon to load areca there, further submitting the proposition 167 From Malabar, under date 23 April 1748 that the assembly cannot be entirely unaware of what effort was also made to obtain more sandalwood, without our having obtained, due to a lack of cash and because the accounted wood has not yet arrived from Barcelor, more than is known earlier in our resolutions; asking whether after loading we should not simply dispatch that vessel, and also send with it some coolies for Ceylon, and provide passage to the Reverend Matthias Wirmelkercher, since his Reverence, to the great edification of God's church and with much praise, has performed the ministry here; all of which was approved. And since the time was now notably approaching again to make a respectful report by letter to their High Excellencies concerning the state of this Coast, the Commander brought to the question whether it would not be expedient to also give the ship Goidschalksoord its dispatch as soon as possible via Porca to Ceylon, with as much rice of the 200 required lasts as shall have been collected up to the day of its departure, together with the slaves and From Malabar, under date 23 April 1748 and some male and female donkeys, in order to still be able to take in at Porca, besides the pepper loaded here, a quantity of approximately 225000 lb. The comforter of the sick and reader Jacobus Bouwkamp having been favorably relieved from here by their High Excellencies, the Commander stated that he was requested by the Commander of the Indian seas to place him on his vessel, as it was not provided with a minister, asking whether the Council could agree to let the aforesaid Bouwkamp depart on that vessel via China to Batavia, to which, as to the previous item, they granted their votes. Commander van Nimweegen having received only two months of provisions for his Moors in Surat, and being moreover provided with bad drinking water, has submitted the following written request to the assembly: To the Honorable Worshipful Sir Corijn Stevens, Commander and 1569 From Malabar, under date 23 April 1748 and ruler of the Coast of Malabar, Canara, and Vingurla, together with the Honorable Political Council. Honorable, commanding sirs, the undersigned Commander of the Indian seas, Dirk Wolter van Nimweegen, shows to your Honors that in the Directorate of Surat he received provisions for only two months for the Moors, so that he will still need about 1800 lb of Bengal butter for them, since they were engaged on that condition; and since, on the other hand, he also had to pour out his drinking water, as it was extremely bad, it is for this reason that he finds himself in difficulties for his entire ship's crew, addressing himself herewith to your Honors, requesting both matters, while for the rest he remains, /signed underneath:/ Your Honors' humble servant, /signed:/ D: W: v: Nimweegen, /in the margin:/ Cochin, the 9 April, anno 1748, which
Dutch transcription
1565 Van Mallabaar onder dato 2 april 1748 „ 12800: —: Bij d' EComp: tegens 4½ prC=to 's jaars adepositords 13500: — Tpal - - - - „ 662 1/2: onder den Cassier Johannes te De Jnkomsten in 1/ maorden gereekend van primo Januarij tot ult:o December 1747 re„ „gens verscheijde; legaten 't gecallecteerde en voorm kejk Jntrest pern: &=a bedragen rd:o 95 1/16 waar en tegen in voorm. tijd soo tot onderhoud der buijten en binnen armen van het weeshuijs weder is uyt gegeeven. . . . . . . . . . . . . „ 1691 1/8 overzulx minder Jnkomsten - - - - - - - - - - „ 775 1/16 een Naar aftrek van evengend: Somma maken 't Capitael onder ult„o xbeer: 117/47. . . . . . . . . . . . ds 1386: 1/32 bestaende inde volgende parthijen 't Capitael der armen bij d' E Comp: tegens 42 prC=t sjaars adeposito staande 't restand onder den diaconies Cassier Johannes Soo als UE E agtb: 't een en ander des gelievende nader sal konnen nagaan bij de staat reek: die voorm dionij bij deese occasie d' eere hebben UE agtb: te presenteeren, waar aan wij ons in eerbied gedragende, de vryheijt neemen Somma . . . Rd„s 1386 1/2 Saamen - - rds 14162 1/32 Spat - - - - - - - - - - 586: 1/32: deese Van Mallabaar onderdato 23 april 1748 deese te besluyten, en met diepe eerbiedenisse te blijven /onderstond:/ E E: agtb: welgebiedende heer UEE agtb: onderdanige, en Gehoorsaamen Dienaaren /:was gete:/ C: B: van Wrisberg, en N„s bouijn /in margine:/ Cochim den 83 april A„o 1748. En Consteerde bij een tweede rapport, dat afge„ „gaine broederen diaconen aande g'eligeerd be„ hoorlijk transport hadden Gedaan, welkers veroog naden Gebruijke bij 't dagregister staat g'insereert te werden Eget: Schip Leijden met den heer Command„r Dirk Wolter van Nimweegen op Gisteren uijt Souratta alhier weesende g'arri„ „reert tot de inneeming der geordonneerde arreek. en Sandelhout, zo seijde de heer Commandeur zulx soo spoedig te sullen moeten geschieden als maar immers mogelijk is, dewijl het al vrij wat laat inde tijd begon te schieten, en „ dien bodem Ceijlon meede moeste aangieven om arreek aldaer in te laeden, onder verdere Stellinge 2 167 Van Mallabaar onder dato 23:' April 1748 Stellinge Dat de vergaderingh gantsch niet onbekent kan zijn, wat moeijte 'ter ook gebruijkt was tot be„ „magtiging van meerder Sandulhout, sonder dat wij gebrek aan Contanten, en omdat reekend hout nog niet van Barscaloor is komen op Dagen meer„ „der hebben ingekreegen als ter onser Resolutien hier voren bekent staat, met afvraege off wij na de inboedinge dien bodem niet maar souden depecheeren, mitsgaders met Den selven eenige koeluijden voor Ceijlon meede geven, en transport verleenen aanden Eerw: heer Matthias wirmelkercher, alsoo zijn Eerw: tot Groote Stigting van Gods kerke met veel Loff, den dienst alhier vernigt had, welk een en ander is geavoneert, en nademaal de tijd thans weder merkelijk naderde om bij na brief een Eerbiedig verslag te doen aan haar hoog Edelheedens over den toestand deser Custe, soo seijde den heer Commandeur der in om vraege oft niet dienstig zoude weesen, Dat men de scheepe Gooid„ schalksoord meede maar ten eersten zyne depeche gaff over Porca na Ceijlon, raet soo veel Rijst van de zoo g eyschte lasten als men tot den dage sijn 's vertrek zal hebben ingezamelt, nevens de slaaven ,en Van Mallabaar onder dato 23 April 1748 en eenige Ezels, en Ezellinnen ten eynde op porca buyten de alhier ingegeve peper nog te konnen inneemen een quantiteijt van Circum Chrca 225000 lb, Den krankbesoeker en voorleeser Jacobus Bouwkamp door haar hoog Edelheedens gunstig van hier verlost weesende, soo zeijde den heer Commandeur door den heer Commandeur der Jndiase zeen versogt te vreesen, dat den zelven op zijn Ed:s bodem geplaast mogte werden, alsoo van geen Domine voorsien was, met afvraege of De Leiden konde toestemmen voorsz: Bouwkamp over China na Batavia perdien kiel te lasten vertrecken, waar toe zij zoo veel als tot de voorige post, hunne vota verleenden Den heer Command„r van Nimmoegen voor zyne mooren in Souratta maar twee maanden, verstrekking genooten hebbende, en daar en boven van slegt drinkwater voorsien zynde heeft aande vergadering opgedragen 't volgend versoek Schift Aan Den EE agtb: heer Corijn Stevens Command„r en 1569 Van Mallabaar onder Dato 23 april 1742 en oppergebieder der Custe Mallabaar Canara, en Wingarla nevens den E. politicquen Raad „ E„ gebiedende Heeren den ondergeteekenden Commandeur der Jndiase zien Dirk Wolter van Nimweegen verthoond UEE agtb: dat hij inde Directie van Souratta maar voor twee maanden verstreckinge Gekreegen heeft voorde mooren, soodat hij nog wel 1800. lb bengaalse booter voor haar Nodig sal hebben, alzoo zij hun Daar op hebben laeten aanneemen, en nademaal hij ten anderen zijn drinkwater als ten uijttersten slegt meede heeft „moeten uijtstorten zoo ist dat hij hem voor zin Gantsch scheeps-volk daaromme meede verleegen vindendie bij deesen addresseert tot UE E agtb: om 't een en ander versoek doende, ter„ „wijl hij voor 't verdere verblijft /onderstond:/ EE agtb: ootmoedigen Dienaar /geteekend:/ D: W: v: N imweegen /in margine/ Cochim den 9 april anno 1748, t geen
English
From Malabar under date 23 April 1748. What has been decided to grant his Honour, and just now having received a missive from Calicherij Bitsjoer dated 9 April, the same was read last, alongside the Surat missive brought by the ship Leijden. And it was found therein that several Nairs of the rebel Prince were said to have arrived in Berkencoer, who were said to have killed one of the foremost Nairs in a shameful manner, crying out, or rather boasting, that they had perpetrated that murder, and as soon as there were still people in the country, they could then carry away the dead body; and furthermore, that the rebel Prince would come himself; also that three of the foremost Regidores or Marambees were said to have gone to him to bring him into the country, while the intention of the King of Travancore was said to be to restore that rebel in the Kingdom of Berkencoer. Concerning this last matter, the following notification was also made by the present Prince Regent: Translation. From Malabar under date 23 April 1748. Translation of an ola written by the present Third Prince of Berkencoer to the Honourable Lord Corijn Stevens, received on 9 April, anno 1748. From Your Honour's previously sent ola and the oral account from us, as well as from Your Honour's latest ola, we have understood the matters. There is presently nothing to consider nor to decide, for our power and protector is the Honourable Company alone, and we do not doubt in the least that the Honourable Company and the King of Cochin will still have so much power at hand to protect us, although they are currently a little weakened. The King of Travancore has no reason to bring in, nor to restore, our adversary, to whom the Kingdom of Berkencoer does not belong at all. But if he, acting contrary to all justice, should bring him here, then with the help of our friends and allies we shall be able to drive him away from there, and we hope that for the present there is no difficulty at hand. From Malabar under date 23 April 1748. We have made this same known to the King of Cochin through our Regidores, and when we met His Highness of Cochin at Raijkam, His Highness declared to us that he will never conceive any displeasure against us. Although the guard is currently a little weakened, yet when our enemies come to hear that the King of Cochin and the Honourable Company are not dissatisfied with us, then they will undertake nothing against us. In the contrary case, we shall do our best to thwart their undertakings, and in order to show everyone that we still possess the affection of those powers, we request Your Honour to send hither for the period of 30 days an Emaraatje and 25 Lascarins to continue remaining with us. And if they could come here as soon as possible, it would be a good thing to be able to have the Canums, which are fully registered here, collected and sent thither. The Corporal who currently lives in the church has demanded of us another garden and house; whether we should have a house built there ourselves or in another garden, we await to hear from Your Honour. From Malabar under date 20 April 1748. Requesting Your Honour to send us the answer to this and about other matters as soon as possible. At the beginning of the month of Eddawam or May, our younger brother from Coericatto will come here, whereupon we shall immediately send him to the city. Signed by His Highness. Below stood: For the translation, Cochin, date as above. Signed: S. V. Tongeren, Translator. And since the Sergeant or post-holder at Calicherij-Bitsjoer, Jacob van den Berg, came to insist in addition to that upon some more men, after taking many considerations into account no danger could yet be anticipated, and therefore it was merely understood to write to him that if he should nevertheless, contrary to expectation, be attacked, he must row with the oars he currently has, as well as repel force with force. Meanwhile, it was also decided to let the following ola go to the King of Cochin concerning this case: Draft ola written by the Honourable Lord Commander Corin Stevens to the King of Cochin on 9 April anno 1748. We have received certain report that the King of Travancore has sent people to bring the Second Prince rebel into the Kingdom of Berkencoer, and to place him there in the administration of affairs. And although we wrote an ola a short time ago to the present Third Prince of that kingdom, who holds the administration in hands, and presented all those difficulties before his eyes, with the request that he would let his thoughts run on the matter and send an answer as soon as possible, we nevertheless received no writing from the said Prince until today, which is also the reason why we have been able to accomplish nothing concerning this matter for so long. And since great disasters are to be expected and will result from the conduct of the said Travancore, we request Your Highness regarding this to summon the said Second Prince rebel and the present Third Prince in order, if possible, to persuade them before Your Highness to
Dutch transcription
Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 T' geen beslooten is zijn E: te accordeeren, en ae Zoo even van Calicherij Bitsjoer eene Missive gedateerd 9' april ontfangen weesende soo wierd deselve Laastelijk met en benevens de Souratse missive per het schip Leijden aangebragt geleesen, en men vond daar bij dat er ettelijke naerossen vanden Prins rebel int Berkencoers souden weesen aangekomen, die eender voornaamste nairossen op een schendige wijse Souden hebben om het Leeven gebragt, uijtroepende off wel eygentlijk haar Roem Dragende dat zij die moord hadden geperpetreerd, en Hoo Draat nog volk in't land was, dat zij dan het Doode Lichaam konden weghalen, mitsgaders dat den prins rebel selfs komen souden, ook dat er drie der voor„ „naeumste ragiadoors of marambees na denselven souden zyn gegaan, om hem in't land te haalen, terwijl de Jntentie van den koning van Trevancoor soude leggen, omdien rebel in't Berkencoersrijk te herstellen, van welk, laaste doorden tegenwoordigen prins Regent meede is Geschied de ondervol„ gende verwitting Translaat 1571 Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 Translaat Cla door den presenten Derden prins van Berkencoer aan Den EE agtb: heer Corijn Stevens gesz: ontfangen den 9 april Ao 1748 Ao uijt UEE agtb: bevorens gesondene ola en het non„ „deling verhaal van ons, mitsgaders uijt UEE agtb: Jongste ola, hebben wij de zaetelijkheeden begreepen, het valt thans niets te overweegen, nog te besluijten, „want onse magt, en protector is d'E Comp:e alleen„ en wij twijffelen geentsints off d' E Comp: enden koning van Cochim nog zoo veel magt aanhanden zullen hebben, om ons te protegeeren; schoon dat zij thans een weijnig verswakt zijn, den koning van Toerancoor heeft geen reden om onse parthij die het Rijk van berkencoer geentsints toekomt, daar inte brengen, nog te herstellen, dog sooden selven strijdende tegens alle het regt hem alhier mogte brengen, als dan zullen wij met behulp van onse vrunden, en bond genooten hem daar van daan konnen verjagen, en verhopen dat er voor eerst Nog geen zwarigheijd aan handen is Mallabaar onder dato 23 april 1748 Van is, wij hebben aan den koning van Coch im dit zelfde door onse Ragiadoors laeten bekent maeten, en toen wij zijn hoogheijd van Cochim op Raijkam ontmaet hebben heeft zijn hoogheijd aan ons verklaart, dat hij Nooyt eenig ongenoegen teegens ons zal opvatten Schoon dat de wagt segtnwoordig een weijnig verwakt is, soo nog thans wanneer onse vyanden komen te hooren dat den koning van Cochim end' EComp:e tegens ons niet onvergenoegt zijn, als dan zullen zij niets tegens ons onderneemen in Contrarie Gevallen zullen wij ons best adhibeeren, om haaer onderneemingen te dwars boomen, en om aan een ieder te doen blijken dat wij nog de Genegentheijd van die mogentheeden hebben. versoeken wij UE E agtb: voor den tijd van 30 Dagen emaraatje en 25 lascorijns herwaards te senden, om bij ons te blijven Conti„ „nueeren, en zoo zijn ten spoedigsten hier mogten komen, soude het een goede zaek weesen, om de Canums die hier by de vol aangeteekend zin te mogen laeten Jnvorderen, enderwaards senden, den Corporaal die thans inde kerk woond, heeft van ons een anderthuijn, en huijs gepretendeert, zoo wij daer selfs een huijs souden latenmaeken, dan wel in een ander thuijn „verwagten wij van UE E agtb: te verstaan veroekende ul8 1573 Van Mallabaar onder Dato 20 apil 1748 UEE agtb: te verstaan, versoekende uEE agtb: het andwoord hier op en over andere zaekelykheeden meer ons ten Spoedigsten te willen doen toekoomen, net begin vande maand Eddawam off meij sal onser Jonger broeder van Coericatto alhier komen, wanneer wy hem ten eersten naarde stad sullen senden getver bij zijn hoogheijd /onderstond:/ voor de translatie Cochim dato als boven /getver:/ S: V: Tongeren 9 Translt En aangesien den zergeant off posthouder op Calicherij- Bitsjoer Iacob: van den berg nog daar en boven quam te insteeren, met eenige meerdere manschappen, zoo heeft men na veele genome Consideratien nog geen gevaar konnen te gemoed zien, enderhalven maar eenlijk verstaan, hem aan te schrijven wanneer hij al egter buijten verwagting mogte overvallen werden, dan te Roeijen met de riemen die hij tegenwoordig heeft, mitsgaders geweld met geweld te keer te gaan„ zijnde ondertussen ook Nog beslooten over dit geval aanden koning van Cochim volgende ola te laeten afgaan— Concept ola Door den EE 5 Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 E: E: agtb: heer Commandeur Corin Stevens aanden Kooning van Cochim gesz: den 9: april anno 1748 Wij hebben voor zeeker berigt Gekreegen, dat Den koning van Trevancoor volk Gesonden heeft, om den tweeden prins rebel in het rijk van Berkencoer te brengen, en aldaar in het bestier van zaeken te stellen, en schoon wij aan den presenten derden prins van dat rijk die het bevund inhanden heeft over weijnigen tijd een ola geschreeven, en hem alle die swarigheeden voor oogen Gesteld hebben, met versoek dat zyne Gedagten dien aangaande zoude laten Gaan mitsgaders ten alderspoedigsten andwoord doen toekoomen, zoo hebben wij egter niet eerder schrijvens van gem: prins ontfangen, als heeden, 't welk dan ook de reeden is waarom wy dus Lange omtrent deze zaek niets hebben konnen verrigten, en aangesien uyt het gedaen„ „te van gen: trevancoor Groote onheijlen staan te wagten, en Resulteeren zoo zijn wijn hoogh„t versoekende opsigt deeses gen: tweeden prins rebel enden presenten derden prins te ontbelden, om is het mogelijk haar te beweegen, voor u hoogheijd te
English
1575 From Malabar, dated 23 April 1748. / 2 to appear, to the end that both may be reconciled, as well as, if it cannot be otherwise, to transfer the management of affairs to Prince Ribel, in order thus to remove the pending troubles in the said realm, and to afford the poor inhabitants peace and quiet. May God preserve your Highness. Below was written: Translated thus by me into the Malabar language, Cochin, date as above. Signed: J. v. Tongeren, Translator. Cochin, date as above. Was signed: C. Stevens, C. B. F. van Wrisberg, D. Bos, N. Bowijn, G. I. Feijth, Joh.s van Dooreslaar, M. H. Beijts, and H. v. Groenenberg. Monday, 15 April, Anno 1748. Political meeting towards noon, around eleven o'clock. All Present. As soon as everyone had taken their seats, the Lord Commander communicated that the ship Leijden, after taking in 100000 lb of areca nuts, 25000 From Malabar, dated 23 April 1742/ 250000 lb of sandalwood for the trade in China, as well as 92 corgies of cowhides for the Government of Ceylon, had departed from here this morning. The Bombardier Gabjood Doesuvrus, having arrived here this morning, has now also brought an original Ceylon letter, dated 25 March, the duplicate of which we received overland a few days ago, together with some duplicate advices and waybills from Batavia, and from the Netherlands, all likewise dated 26 September, 17 November of the past year, and 5 January of the past month, as well as 27 April, also of the past year, directed from the Netherlands to Batavia, which last we then resumed with attention, and took as a guideline with the resolution to recommend the same to the outer forts and posts by circular letter; it appearing from the esteemed Batavia letter the misfortune that has befallen the ship Oud Berkenroode, so that we do not have to expect the honorable Second in Command, the late Gerardus Kersse, this monsoon, and since it is now necessary that the ship Goidschalksoord be dispatched from here to Porca to take in the pepper, so 1577 From Malabar, dated 23 April 1748. as was resolved at our last session, without detaining her any longer and letting her wait for the rice which we expect from the North, and of which she already has 102 3/30 lasts on board, the Lord Commander proposed, considering the uncertainty of the time when the remainder would be brought in, whether the members were not of the same opinion to let that vessel depart tomorrow evening with the slaves, ropes, male donkeys, and female donkeys, who also judged the same to be expedient, whereupon the departure is fixed for tomorrow evening. Furthermore, the Lord Commander stated that it could not be unknown to the assembly how it had been resolved some time ago to deport the Orientals from this coast, and that the Balinese Lieutenant, with a few Orientals who were still here, had urgently requested his Honor for their continuation, asking whether the members could not likewise consent to the same, in order thereby beneficially to aim to afford satisfaction to the Europeans, since among them there were several malcontents who, having well served out their contract, wished gladly to be discharged, with the further notification that in time of From Malabar, dated 23 April 1748 / 250000 lb of sandalwood for the trade in China, as well as 92 corgies of cowhides for the Government of Ceylon, had departed from here this morning. The Bombardier Gabjood Doesuvrus, having arrived here this morning, has now also brought an original Ceylon letter, dated 25 March, the duplicate of which we received overland a few days ago, together with some duplicate advices and waybills from Batavia, and from the Netherlands, all likewise dated 26 September, 17 November of the past year, and 5 January of the past month, as well as 27 April, also of the past year, directed from the Netherlands to Batavia, which last we then resumed with attention, and took as a guideline with the resolution to recommend the same to the outer forts and posts by circular letter; it appearing from the esteemed Batavia letter the misfortune that has befallen the ship Oud Berkenroode, so that we do not have to expect the honorable Second in Command, the late Gerardus Kersse, this monsoon, and since it is now necessary that the ship Goidschalksoord be dispatched from here to Porca to take in the pepper, so 177 From Malabar, dated 23 April 1748. as was resolved at our last session, without detaining her any longer and letting her wait for the rice which we expect from the North, and of which she already has 102 3/30 lasts on board, the Lord Commander proposed, considering the uncertainty of the time when the remainder would be brought in, whether the members were not of the same opinion to let that vessel depart tomorrow evening with the slaves, ropes, male donkeys, and female donkeys, who also judged the same to be expedient, whereupon the departure is fixed for tomorrow evening. Furthermore, the Lord Commander stated that it could not be unknown to the assembly how it had been resolved some time ago to deport the Orientals from this coast, and that the Balinese Lieutenant, with a few Orientals who were still here, had urgently requested his Honor for their continuation, asking whether the members could not likewise consent to the same, in order thereby beneficially to aim to afford satisfaction to the Europeans, since among them there were several malcontents who, having well served out their contract, wished gladly to be discharged, with the further notification that in time of
Dutch transcription
1575 Van Mallabaar onderdato 23 april 1748. / 2 te Compareeren, ten eijnde beijde deselve bevreedigt werden, mitsgaders zoo het Niet anders weesen kan Dan het bestier van zaeken aanden prins ribel op te draagen, ten eijnde alsoo de sweevende meenigheeden ingemelte Rijk uyt de wereld te helpen, ende arme ingesetenen rust en weede te laeten verschaffen God bew: u hoogheijd /onderstond:/ Sodanig door mij in het mal„ „labaars overgeset Cochim dato als boven /getve:/ J: v: Tongeren 9 Transl=nr— Cochim dato voorsz: /was getver/ Cstevens, C: B: F: van wrisberg D„l bos, N„s bowijn, G: I: Feijth, Johs van Dooreslaar, M H Beijts, en H: v: Groenenberg Maandag den 15 april A„o 1748: politicque verga„ „dering tegen den middag omtrent Elff uuren Alle Present Sodra een ider zitplaats genoomen had, Communc„ „ceerde Den heer Commandeur dat het schip Leijden, naar inneeminge van 100000: lb areeken. 25000 e Van Mallabaar onder dato 23 april 1742/ 250000 lb Sandelhout voor den handel in China mitsgaders 92 Corgies koehuyden voor't gouvernement van Ceijlon, heeden morgen van hier vertrocken was De Bombardier Gabjood Doesuvrus deesen morgen alhier weesende g'arriveert heeft thans meede gebragt een origineele Ceijlonse missive, gedateerd 25. ' maart, welkers duplicaat wij over Land eenige dagen geleeden bekoomen hebben, nevens eenige Dupplicaat advisen en geleij-brieven van batavia, en uijt Nederland alle insgelijx gedagteekend 26 7ber 17 9ber: a„o Pass„o, en 5 Jann: Jo Leeden mitsgaders 27 april meede a„o Passo uyt nederland na Batavia gerigt welkers laaste wij dan met attentie hebben geresumeert, en tot een mijtsnoer genomen met besluijt om bij circulaer schrijvens de buijten sorten en posten zulx meede aan te recommandeeren; komende bi 't batavia's g'agt schrijvens te Consteeren het ongeluk den scheepe oud berkenroode avergekoomen, des wij deese mousson den E secunde Gerardus kersse nagedag„ „ten niet te wagten hebben, en nademaal het thans noodig is dat men den scheepe Goordschalksoord van „hier depecheert. na Porca, om de pper in te neemen, soo 1577 an Mallabaar onder dato 23 april 1748 zoo als bij onse Laaste zitting betlaoten is, sonder hem langer aan te houden, en te laeten wagten, nade Rijst die wij van oods de Noord te gemoed sien, en waarom van hij reeds 1023/30 lasten in heeft, Soo droeg den heer Command„r voor overmits de onzeekerheijd wat tijd de Rest wel zoude werden aangebragt, off de Leeden niet van't zelvde gevoelen waren omdren kiel nog morgen avond met de slaven, touwen, Ezels, en Ezellinnen te laeten vertrecken, die zulx meede dienstig oordeelden, waar op dan 't vertrek op morgen avond is vast Gesteld voorts zeijde den heer Command„r dat het de vergadering niet onbekent konde weesen, hoe men over een Geruijmen beslooten had de oosterlingen vandeese Custe te versenden, en dat den balies Lieutenant met eenige weijnige oosterlingen, die alhier nog aan waeren zin agtb: instantig om haare Continuatie hadden versogt, met afvraege off de Leeden het selve meede niet konden inwilligen, omdaardoor heijlsaam te b'oogen de Europeesen genoegen toe te brengen, dewijl daar onder verscheijde malcontenten waren, die haar verband ruijm hebbende uytgedient, gaarne verlost wenschten te weesen, onder verdere te kennen Geving dat in tijd van V Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 / 250000 lb Sandelhout voor den handel in China mitsgaders 92 Corgies koehuyden voor't gouvernemen van Ceijlon, heeden morgen van hier vertrocken was De Bombardier Gabjood Dvesuvrus dee„ morgen alhier weesende g'arriveert heeft thans meed gebragt een origineele Ceijlonse missive, gedateerd 25. ' maart, welkers duplicaat wij over Land eenige dagen geleeden bekoomen hebben, nevens eenige Dupplicaat advisen en geleij-brieven van batavi en uijt Nederland alle insgelijx gedagteekend 26 7ber 17 9ber: a„o Pass„o, en 5 Jann: jo Leeden mitsgaders 27 april meede a„o Passo uyt nedert: na Batavia gerigt welkers laaste wij dan met attentie hebben geresumeert, en tot een mijtsnoer genomen met besluijt om bij circu„ schrijvens de buijten sorten en posten zulx meed aan te recommandeeren; komende bij 't batavia g'agt schrijvens te Consteeren het ongeluk de scheepe oud berkenroode avergekoemen, des wij dee„ mousson den E secunde Gerardus Kersse naged „ten niet te wagten hebben, en nademaal het than noodig is dat men den scheepe Goordschalksoord „hier depecheert na Porca, om de pper in te neemen, Soo 177 Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 zoo als bij onse Laaste zitting betlaoten is, sonder hem langer aan te houden, en te laeten wagten, nade Rijst die wij van oods de Noord te gemoed sien, en waarom van hij reeds 1023/30 lasten in heeft, Soo droeg den heer Command„r voor overmits de onzeekerheijd wat tijd de Rest wel zoude werden aangebragt, off de Leeden niet van't zelvde gevoelen waren omdien kiel nog morgen avond met de slaven, touwen, Ezels, en Ezellinnen te laeten vertrecken, die zulx meede dienstig oordeelden, waar op dan 't vertrek op morgen avond is vast Gesteld voorts zeijde den heer Command„r dat het de vergadering niet onbekent konde weesen, hoe men over een Geruijmen beslooten had de oosterlingen vandeese Custe te versenden, en dat den balies Lieutenant met eenige weijnige oosterlingen, die alhier nog aan waeren zin agtb: instantig om haare Continuatie hadden versogt, met afvraege off de Leeden het selve meede niet konden inwilligen, omdaardoor heijlsaam te b'oogen de Europeesen genoegen toe te brengen, dewijl daar onder verscheijde malcontenten waren, die haar verband ruijm hebbende uytgedient, gaarne verlost wenschten te weesen, onder verdere te kennen Geving dat in tijd van
English
From Malabar, dated 23 April 1748. in case of need, from which may God preserve us, it was indeed better to deal with willing rather than unwilling men, and also that the Europeans, feeling more and more useless, would sometimes attempt to follow their companions; it was understood, after mature deliberation, to let the Easterners remain, in order thus to be able conveniently to relieve such a number of Europeans who, as stated, have served their time, whereby hope is also given to others of being able to be relieved, since upon the arrival of ships one can always exchange the Easterners again for Europeans. The gunpowder magazine at Coilan being completed, and the expenses having mounted to more than the amount of ƒ 12279:—: 8 stated by the master craftsmen on 17 January 1743, the Lord Commander communicated that, since our obligation or bounden duty required us to report thereon to Their High Excellencies, he had ordered the Trade Transferrer Pieter Isaaksz to draw up a report distinctly showing this notable discrepancy, who then also submitted such a document; it being 1579 From Malabar, dated 23 April 1748. found upon resumption and confrontation that in the report of the master craftsmen no coolie wages were stated, and that moreover nothing was entered for the fence around the said gunpowder magazine, the report of the aforesaid Transferrer reading as follows: To the Honorable, Respected Lord Coryn Stevens Commander and Supreme Ruler of the Malabar Coast with the dependencies thereof. Honorable, Respected and Ruling Lord, The undersigned, Trade Transferrer, having been ordered by Your Honor to conduct a careful investigation into the true cause of the excess expenditure on the gunpowder magazine recently built at Coilan, according to the memorandum sent hither by the servants there under date of the 8th of this month, as against the statement and calculation that the master craftsmen submitted for that work in the report of 17 January 1743, takes the liberty hereby to show the same to Your Honor in all reverence: More / Less 42800 pieces of Cobido broken stones used for making the gunpowder magazine cost ƒ 1861: 16:— and from the report of the masters it appears that 42800 three-quarter and 1 Cobido stones are worth ƒ 1027: 4:— which excess is caused on account of the price, which has increased markedly due to the Travancore war; ƒ 834: 12:— [illegible] 588 1/3 Candies of masonry lime used for ƒ 539: 16: 8 and on the other hand it appears from the report 1626 ditto ditto which are worth ƒ 2889:—:— 1037 2/7 Candies less consumed ƒ 2349: 3: 4 40450 pieces of broad roof tiles used ƒ 86: 8:— the masters have stated 48000 ditto which, calculated at ƒ 100: 16: 8 7550 pieces of tiles less used ƒ 14: 8: 8 1800 ridge tiles used ƒ 6: 11:— and they were also stated by the masters 1800 ditto which are calculated for ƒ 15: 13:— ƒ 9: 2:— which is caused by a miscalculation; 1113 lb of nails in sorts used on this work for ƒ 197: 4:— and on the contrary there were stated by the masters 1000 ditto which are guilders ƒ 120:—:— 113 lb more used ƒ 77: 4:— 15 pieces of whole teak beams consumed ƒ 97: 14: 8 and the masters have stated 18 pieces of ditto for ƒ 171: 12:— 3 pieces less used ƒ 73: 17: 8 Carried forward ƒ 911: 16:— ƒ 2446: 11: 8 1581 From Malabar, dated 23 April 1748. Brought forward ƒ 911: 16:— ƒ 2446: 11: 8 65 pieces of sawn beams consumed ƒ 859: 13:— and according to the report of the masters 33 pieces of sawn beams ƒ 575: 15: 8 32 pieces more, the reason for this excess being that outside the gunpowder magazine a fence was made around the same. ƒ 283: 17: 8 These following materials were consumed for this work beyond the statement of the masters: 196 Cobidos of mango planks ƒ 29: 8:— 1 1/3 pieces of angelica beams ƒ 24: 15: 8 932 lb of iron wrought works ƒ 83: 13: 8 248 ¾ lb of Japan bar copper ƒ 400: 8:— 42 ¼ lb of spelter ƒ 12: 19: 8 285 ¼ lb of red sheet copper ƒ 200: 4:— 2 ¼ pieces of iron lock plates ƒ 10: 13: 8 12 lb of casting lead ƒ 1: 3:— 4480 lb of coir rope ƒ 143: 19: 8 530 pieces of gunny sacks ƒ 265:—:— 18000 pieces of earth baskets ƒ 117: 7:— 10 lb of native rosin ƒ —: 12: 8 57 corges of mats ƒ 86: 2: 8 14 ½ paras of mineral coal ƒ 15: 3:— 76 ditto charcoal ƒ 23: 16:— ƒ 1415: 5: 8 The labor wages that have been charged to this work are found not to be recorded at all in the report of the masters, which consist of: 41781 day-wages of large coolies ƒ 6267: 3:— 25720 ditto of small boys ƒ 1929:—:— 1637 ditto of native muccadams ƒ 491: 2:— on account of the wages of 13 Topass carpenters ƒ 110: 8:— ditto of 11 masons ƒ 633:—:— ƒ 9430: 13:— Carried forward ƒ 12041: 12: 4 ƒ 2446: 11: 8
Dutch transcription
Van Mallabaar onderdato 23 april 1748 van Nood waar voor God ons behoede,'t immers beeter was met gewellige, als onwillige om te gaan, ook Dat De Europeesen hoe Langer hoe meer nuijtende, haar met gesellen somtijds wel souden tragten te volgen, werdende verstaen na rijpe overweginge de oosterlingen te laten verblijven, omdus zoo een getal europeesen, die als gesegt haar tyd hebben uijtgedient ge„ voeglyk te konnen verlossen, waar door dan ook hoope aan andere gegeven werd verlost te konnen raeken, alsoo mende oosterlingen, bij aankomst van scheepen altoos weder tegen Europeesen verruijlen kan het kruijthuijs tot Coilan vol tooijd weesende, ende onkosten meerder hebbende gemonteerd dan den 17 Jann: 1743 door de baasen is opgegeven een tantum van ƒ12279:—: 8: soo Communiceerde den heer Command„r ter saeke onse gehouden is off schuldige pligt meede bragt, daar van verslag te doen aan haar hoog Edelh„s den Negotie overdrager Pieter Isaaksz: te hebben g'ordonneert een Rapport te formeeren, met distincte aantooning van dit merkelijk geschil, die den ook sodanigen papier heeft overgegeeven werdende bij 1579 Van Mallabaar onder dato 23 aprl 1748. bij Resumptie en Confrontatie bevonden dat bij het rapport der baas en geene foelij Loonen zijn opgegeven, en dat daar en boven ook Niets voor het hek ront om het gemelt kruijt huijs is opgebragt, Luydende het berigt van voorsz: overdrager aldus Aan Den E: E: agtb: heer Coryn Stevens Commandeur en oppergebieder der Custe mallabaar met den resorte van dien E„ E„ Agtb:r en welgebiedende Heer Den ondergeteekende negotie overdrager door UEE agtb: g' ordonneert zijnde, een Nauwkeurig ondersoek te doen nae de ord oorsaek van het te veel verbruijkte aan 't kruijthuijs Jongst op Coilan gemaekt volgens memorie doorde bediendens aldaar herwaards overgesonden dato 8. Deeser tegens d' opgave en Calculatie die de baesen bij 't rapport van 17 Jann: 1743 tot dat werk hebben overgegeven soo neemt hij de vrijheijd bij deesen UEE Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 UE E agtb: het selve in alle eerbied aante loonen meerder —: p„s Cobido kapotsteenen tot het maaken van 't kruijd„ 42800 huijs verbruykt kosten en bij rapport der basen blyt van 42800: —: „ drie quart 1 Cobido steenen gelden „1027:4: — ƒ 1861: 16:—: welk meerder is veroorsaakt omde wille van de Prijs die Door den trevan„ „coorsen oorlog merkelyk verhoogt is; 1/3. Cand: met zel kalk verbruijkt met ƒ539:16:8 588 en daar en tegen blykt bij rapport ƒ2889:—:—: - - - „ 163: 8: —: 1626 —: d„o d„o die Gelden 1037: 2/7 Cand: minder veroirbert - - 40450 — stx: breede dak tiggels verbruijkt. . . ƒ 86: 8: —. de basen hebben opgegeven 48000 —: „ die gereekent met . . . „ 100: 16: 8 . 7550: —: stix teggels minder verbruijkt - - . . beespannen verbruijkt - - - - ƒ 6: 11: —: 1800 —: „ en zyn Doorde baasen meede opgegeven die gereekent zijn voor. . . . „ 15: 13: — „ . . . . . „ 9. 2. —. 1800: —:„ het welk veroorsaakt is door een misreekening lb spijkers in zoorten aan dit werk 1113: verbruijkt met. . . . . . . ƒ 197: 4:—: en integendeel zyn door de basen opgegeeven die Gulden - - - - - - - „ 820: —: —: 1000 —: „ 113: —: lb meer verbruijkt - - - - - - - - ƒ 77:4:— 15: —: p„s heele tecke balken veroirbert - ƒ 97: 14: 8. en hebbende basen opgegeven 18: —: „ – Ps minder verbruijkt. Transporteere ƒ1939: —: — ƒ1020. 19. 8. ƒ 73:17:8 met - - - - - - - - „ 171: 12: —: 3: van ƒ 923:11:8 „ 14: 8: 8: . -- minder - - 1581 Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 ƒ1939: —.—ƒ 1020:19:8 P„r Transport 65 —: ps Gesaagde balken veroirbert. . . . . ƒ 859:13: —: en volgens rapport van baasen - . - - - - . „575. 15. 8 gezaagde balken 33:—:„ 32: —: ps meer de reeden van deese meerderheijd is omdat buijten het kruyt huijs een hek romtom het Selve Gemaekt is.. dese volgende materialen zyn buyten d' opgave der basen tot dit werk verbruijkt 196: —. Cob„s mangus planken. . . . . . . . ƒ 29: 8: —: 1 1/3 p„s ongelika balken - . . . . - - . - -. „ 24: 15. 8 932—: lb ijser aangemaekte werken. . . . . . . „ 83:13. 8 248 ¾ „ Iapans Staaf koper. . . . . . . . . „ 400: 8: —: 42¼ „ Spiaulter - - - - - - - - - - „ 12: 19 8. 285¼ „ rood plaat koper - - - - - - - - - - „ 200. 4. —: 2¼ ps ijser sloot plaaten - - - -. - . . . . „ 10. 13. 8 12: —: lb Gietlort - - - - - - - - - - - - „ 1. 3. —: 4480. —. „ Cairdraat - - - - - - - - - - „ 143. 19. 8. 530. — p. s Goenij sacken - - - - - - - - - „ 265. —:—. 18000 —: „ aardmantjes - - - - - - - „ 117. 7. —: 10: — lb Jnlands harpuijs. . . . - . - - -. „ —: 12. 8. 57: —. Corg„s matten - - - - - - - - -„ 86: 2:8. 14. ½ parr„s Steenkolen - -. - - - - - - - - „ 15. 3. —. 76. —: _„o houdskolen „ 1115. 5. 8. d' arbeytsloonen die ten lasten van dit werk zijn gebragt, vind men in het geheel niet bekent bij het Rapport vande basen dewelke bestaan is 41781: — dagl: van groote Coelis. . . . . ƒ6267. 3. —: 25720 —: do van kleene Jongens. . . . . . . . „ 1929. —. —: 1637—: „ van Jnt„s mocquadons - - - - - „ 491. 2. —: wegens de gagie van 13 toepasse - - - - - - „ 110: 8. —: timmerlieden Jdem van 11 metselaars. . . . . . „ 633. —: —. ƒ9430. 13. — ƒ38. 3 ƒ 1420. 19. 8. Transporteere - - - - - - - „ 23. 16. — . . . . . „. . . . „283: 17: 8 .
English
From Malabar under date 23 April 1748 Carried forward ƒ 491530 18 — ƒ 38. 8 0 1 231 days of native carpenters - - - - ƒ 69. 6. — 66 do of native masons - - - - - - ƒ 19. 16. — on account of house rent paid to the master journeyman and further craftspeople - - - - - ƒ 28. 16. — Same ballang for transport of materials . . . . ƒ 353. 6. — ƒ 9901. 17. — ƒ 13240. —. — ƒ 1020. 19. 8 ƒ 1020. 19. 8 the one being subtracted from the other, it appears that for the making of the powder magazine more was charged than the statement of the overseers by an amount of - - - - ƒ 12219. — 8. Wherewith we hope to have executed Your Honorable worships' honored order in this matter, for the rest I remain with respect /was signed/ Your Honorable worships' humble and most obedient servant /signed/ P:s Isaaksz /in the margin/ Cochin the 11 April anno 1748 After this the Lord Commander stated that, due to the lack of the mentioned coinages, he had long intended to propose to the council to have the merchandise lying in the Company's warehouses, such as spices, sugar, copper, and iron, also inspected by the merchants for payment in rupees, but since the difficulty lies in the fact that the merchants would thereby leave them lying in the warehouses for well over a year, which would be difficult to justify, and we would thereby fall into embarrassment, His Honor asked whether one ought not to propose this in our outgoing letters to Batavia, in order to await the considerations of Their High Excellencies, since His Honor was assured that the browbeating by the merchants could not last, because the said merchandise could not be dispensed with upon the arrival of some bombars from the North, being their principal trade. The decision fell to communicate the proposal respectfully to Their High Excellencies and to await Their High Excellencies' wiser judgment. The Lord Commander further communicated that there had been handed to His Honor by the widow of Lieutenant Gerrit Jan Jalling a petition to the Noble High Indian Government, containing a request for compensation of monthly wages for the period that he had been held prisoner by the Travancore after the capture of the stockade at Ayroor, namely from 28 April until the end of December of the year 1742 when he passed away, thus making a time of eight months and 2 days; also that the Jewish merchant Ezekiel Rabbi, as well as the aforesaid widow, had requested by petition to forward a true account and report in scriptis to Batavia regarding a vessel, concerning the whole context of the history of the Japanese bar copper captured by the Angrians on 18 June 1747, wherefore it was resolved to transmit both these written applications among the Company's papers. The commander of the bombardier galliot having indicated a great defect in its rudder, with a request for repair, the Lord Commander proposed, since the same necessarily needed to be repaired, if this could not be done in the roadstead, to have the vessel brought into the river and before the carpenters' wharf, in which opinion the assembled members concurred. Lastly, there occurred the presentation of a written report by the chief interpreter Hendrik van der Linde and captain of the topasses Silvester Mendes regarding the outcome of the dispute between the Syrians and the Roman Catholics, handed over to the Lord Commander, upon the reading of which it was noted that the church at Candanad was awarded to the Syrians, the entire document reading as follows: Report drawn up and submitted with great respect to the Honorable Worshipful Corijn Steevens, Commander and Chief of the Coast of Malabar, Canara, and Vengurla, etc., by the chief interpreter Hendrik van der Linde and the captain of the topasses Silvester Mendes concerning their proceedings at Tripunithura. Honorable, Commanding Lord, In prompt compliance with Your Honor's highly honored order, we departed on 19 March last for Tripunithura, and on the 20th there appeared before His Highness of Cochin the Syrian and Roman Christians, stating that since the church of Candanad belonged to both of them, they requested to be allowed to perform their divine services in it as of old. We asked them whether the above-mentioned church belonged to the Syrians or the Romans, and they answered us, the Syrians. Hearing that, we said that if they wished to follow in the Syrian footsteps, then no one would exclude them from this church. The Romans replied to us thereupon that the present bishop was not a Syrian but rather a Jacobite. Hearing that, we told them that they then had reason not to obey him, but if it were proven to them that the said bishop was a Syrian, whether they would then obey him, to which they answered yes; whereupon the rajadoor Anta Sinay replied to us that they, together with Father Florentio, about this point and
Dutch transcription
Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 P„r Transport ƒ 491530 18 — ƒ 38. 8 0 1 231. —. dagh: van Jnl: timmerlieden - - - - „ 69. 6. —: van Jnl: metselaars - - - - - - „ 19. 16. —: 66 —: do wegens huijs huur aande meester „knegt ende verdere ambagts Lieden betaalt - - - - - „ 28. 16. —: Jdem ballang tot overbrengen van materialen. . . . . „ 353. 6. —: „9901. 17. —: ƒ13240. —. — ƒ1020. 19. 8. „1020. 19. 8 het een van't ander afgetrocken zijnde blijkt dat tot 't maaken van't kruijthuijs meerder ten laste Gebragt is dan de opgave vande basen een tanto van - - - - ƒ12219. —: 8. Waar meede verhopen UE E agtb: g'eerde ordre in deesen volbragt te hebben voor't overige met ontsag blijve /onderstond:/ E: E: agtb: onderdanige en Heer Nedrige Dienaar /getek. / P:s Jsaaksz: /in margine / Cochim den 11 april anno 1748 Hier na zeijde den heer Commandeur uijt gebrek aan gemlde spetien al lang g'inten„ „tioneerd te weesen de vergadering voor te slaan omde koopmanschappen, die in sComps pakhuijsen, Gaat af zeggen 1583 Van Mallabaar onder dato 2:3 april 1748 leggen, als daar zijn specerijen, zuijker, koper en yser, meede door de marchandeurs inropias te doen betreeden, maer overmits dese swaerigheijd daerin legt opge„ „slooten, dat de maschandeurs daardoor wel een Ruijm Iaar inde pakhuijsen zouden blyven overleggen 't geen wat hast te verandwoorden zoude weesen, en wij daar door in verleegentheijd raeten, zoo voeg zijn E: of men zulx egter bij onse afte goene Letteren na battavia niet behoorde voor te draegen, ten eijnde de Consideratien van haar hoog Edelh„s af te wagten, aangesien zijn E verzeekert was dat 't ringel-ooren der kooplieden van geen duur konde weesen, overmits de gewaagde koopmansz: bij verschijning van eenige bombaras vande Noord, als haare principaal ste negotie niet gedispenceert konde werden, val„ „lende het besluijt om het voorgedragen eerbiedig aan haar hoog Edelheedens gemeld te Communi„ „ceeren, en haar hoog Edelheedens wijser gevoelen af te wagten Nog bedeelde den heer Commandeur zijn E door de weduwe vanden Lieut„t Gerrit Jan jalling ter hand Gesteld te weesen een versoek schrift aan Van Mallabaar onder dato 2:3 april 1748 aande Edele hoog Indrase Regiering, Jnhoudende om te goeddoening van maand Gelden, zoo Lange den selven door overmeestering der Pagger op Aijroer bij den Trevancoor heeft gevangen Geseten, te weeten sedert den 28 april tot ultimo xber: des Jaars 1742, dat hij ovrleden is; dus een tijd venagt maanden en 2 dagen uijt„ „makende, ook Dat den Joods Coopman Ezechiel Rabbij, soo wel als voorsz: weduwe versogt had bij requeste om een vaartuijge waaragtig verhaal en veertoog in seriplus naar batavia overtemaaken, Nopens den Gantschen Pamenhang der historie van't Japans Staaf koper op den 18 Junij Iann: 1747 bij de angrearen prijs Geworden, des verstaan wierd beyde dese schriftelijke instantien onder sComp:s papieren te remiteeren Den Gesaghebber van De Bombardir Gabjoot hebbende te kennen Geegeeven een groot gebrek aandesselfs roer, met versoek van reparatie, Soo Droeg den heer Commandeur voor, dewyl het selve nootsaekelyk 1585 Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 Noodsaekelijk diende te werden gerepareert, als zulx niet op de Rheede geschieden konden, dat vaartuijg binnen de Rivier, en voorde timmermerf zal witte maar te laaten opschieten in welk Gevoelen de Gesamentlijke Leeden hun conformeerden Laastelijk geschiede de productie eensschrif, „telijk verslag door den oppertolk hendrik vander Linde, en Capitain der toepassen Zilvestermendes nopens den uijtslag van 't geschil, tussen de Sijriaanen en de Rooms gesinden aande heer Commandeur overgegeven bij welkers leesinge men ontwaarde dat De terk tot Candanattij de sijn„ „aanen is toegeweesen, Luijdende dat gantsch= Schriftuur aldus Rapport Gedaan Maken en met veel eerbied overgegeven aan den EE agtb: heer Corijn Steevens Commandeur en oppergebieder der Custe Mallabaar Canara, en Wingurla &a door den oppertolk Hendrik van der Linde, enden Capitain Der toepassen Silvester Mendes wegens haare verrigting op Trepontarre— ƒ Van Mallabaar onder dato 23' april 1748 agtb: wel Gebiedende Heer „ L Jn prompte Naarkooming van UE, E veel g'eerde ordre vertrocken wij den 19. ' maart J:o Leeden naar Tripontarre, en quam den 20 voor zijn hoogheijd van Cochim, de Sijnaanse ende Roomse Chistenen, Dat Nademaal de kerk van Candanattij haar beyde toe quam, versogten zij als van ouds haare Gods Diensten daar in te Mogen doen, aan wie wij gevraagt hebben off de kerk boven gemelte de Sijnaanen off de Roomsen toe„ „quam, en zij andwoorde ons de Sijnanen dat hoorende zeijden wij dat bij aldien zij de Sijriaanse voet stappen wouden Navolgen, dan haar niemand uijt dese kerk soude Exclu„ „deeren, de Roomse diende ons daar opdat den tegenswoordige bisschop geen Sijniannen maar wel een Jacobiter was, dat hoorende zij den wij haar dat zij dan reeden hadden hem Niet te gehoorsamen, Dog soo haar beweesen wierd dat den gem: bisschop een Siriaanse was, off zij hem als den soude gehoorsaamen, antwoorde zij van ja waar op den ragiadaor anta Sinaij ons diende, dat zy over deese poinkt te saamen met den pater Florentio„ en
English
1587 From Mallabaar under date 23 April 1748 and the other Christians who were at Oediemper had to take counsel, and would serve an answer tomorrow, as happened; but entirely contrary according to their made promise, and declared absolutely that even if the bishop were a Syrian, because he had broken the images, they would not obey, and also much less leave the church; and out of what power such terms of assurance have taken their origin, we have made known to Your Honourable Worships by our letter of 27 March in all submissiveness. To the said proposition we answered that no one was constraining them to obedience, but indeed to abandon their claim to the church, as the mentioned temple does not belong to them, but to the Syrians, as they themselves acknowledge; for in the year 1599 all the Mapulas followed the Syrian manner, and had as their teacher a bishop and patriarch, and at the same time the bishop Dom Frei Aleixo de Menezes holding the synod or ecclesiastical assembly at Oediemper with the power of the Portuguese, constrained them to obey the Roman bishop, with which power those who had become Roman also came into From Mallabaar under date 23 April 1748 the church of Candanattij. Notwithstanding this, towards the end of the Portuguese, now 30 or 35 years after the Synod, a Syrian patriarch named Ignatio arrived with a ship in the roadstead of Cochim. The Syrians hearing that requested the Portuguese to put him, the teacher, ashore; and since the Portuguese would not allow this, and also because they threw him overboard, all the Syrians in the church of Mattancherij swore no longer to obey Roman bishops, whereupon they assembled together at Mangattij and made the Archdeacon bishop of the Syrians, and all obeyed him. A short time thereafter some Syrians, on account of their conveniences, subjected themselves to the Roman bishop who at the time lived at Cranganoor, and having for this reason violated their oath, the Romans have lost the right that they had in the churches of the Syrians. Therefore the claim of the Roman party appeared to us very flawed; and since during all this time it was permitted to perform their divine service together in the said church, and also because 1589 From Mallabaar under date 23 April 1748 because one allows someone to live in his house for some time, does one have reason to give him the true half? The Roman party would not answer us, but persisted in their unfounded claim. Meanwhile the Paliath Achan has personally presented several propositions to them, just as the Regidores of His Highness also assured us they would apply their diligence to bring them to the path of reason, just as for that reason they also put us off from day to day; but all that was attempted being fruitless, we at last understood from the Ramban and the Regidores of His Highness the desire for money, for which reason the delay occurred, wishing to know how much money the Syrians would give to His Highness, both by way of a gift and a fine. For His Highness claims that the Syrian Christians, when they came to meet His Highness with the new bishop, did not respect His Highness's prohibition, violated the respect of the pagoda at Tripontaire with the beating of shields and tambourines, a thing that neither may nor can happen within the limit of the said pagoda when the flag is hoisted; therefore for the one and the other they had to give a sum of 130000 fanams. Hearing this, we went to meet His Highness, but since there was no audience that day, we consequently met His Highness the next day, the 8th of this month, and on behalf From Mallabaar under date 23 April 1748 of the Company and Your Honourable Worships requested that on so rightful a request as ours he would give a prompt decision, and if it was about money, then an authorized mediator such as Your Honourable Worships was not necessary; and therefore His Highness should consider this maturely, and declare to us his final opinion and resolution. Whereupon His Highness answered us that he, the prince, had nothing more to consider, but granted the church of Candanattij to the Syrian Christians; and since the Roman Christians have already for some days been forbidden from performing their divine services therein any longer, he therefore considered it unnecessary to forbid this again; but that within 5 or 6 days he would send the Paliath Achan to Your Honourable Worships to speak about the said fine to the pagoda, and to inquire, in case the Roman party might be minded to commit any violence, what should then be done in such a case. Herewith hoping that we have performed our assigned commission to the satisfaction and intention of Your Honourable Worships, and we remain with the utmost high esteem in all submissiveness. Below stood: Honourable, Respectable, and Commanding Lord, Your Honourable Worships' obedient and humble servants. Was signed: J. v. D. Linde and Sr. Mendes. In the margin: Cochim, 11 April anno 1748. Cochim, date as above. Was signed: Stevens, C. B. F. van Wrisberg, De Bos, Ns. Bowyn, G. I. Feijth, Johs. van Dooreslaar, M. H. Beijts, and M. v. Groenenberg. Below stood: Agrees. Signed: H. v. Groenenberg, Secretary. In the margin: Collated by Trogt, affirmed, and A-m Gosenson, Jn. Capselle.
Dutch transcription
1587 Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 en de andere Christenen die op oediemper waren moeste raad pleegen, en morgen van andwoord zouden dienen gelijk Geschiet is, Dog heel Contrarie volgens haare Gedaane belofte en absolutelijk verklaart dat schoongenoomen den bisschop een Siriaander was om dat hij de beelden gebrooken had Niet soude gehoorsaamen, en ook veel min uyt de kerk gaan, en uyt trat kragt Sodanig assurantie termen hun oorspronk hebben Genoomen, hebben wij UE E agtb: bij onsen brief vanden 27 maart en alle onderdanigheijd bekent gemaekt, op gemelte propositie andwoorde wij, dat niemand haar tot de Gehoorsaamheijd was Constringeerende, maar wel om van haare pretentie op de kerk af te sien alsoo gewaagde tempel niet, haar maar de Sijnaane„ toekomt, gelijk zulx selvers bekennen, want inden Iare 1599 alle de mapulas de Syriaanse manier hebben gevolgt, en tot haren Leeraar een bisschop en Patraarch gehad, en op deselve tijd den bisschop Don F realeixo De menezes 't sijnode of geestelijke vergadering op oecimper met tragt vande Portugeesen houdende hebben d=os geconstrangeert om de Roomse bisschap te gehoorsameen met welke kragt de Roomsgewordene ook in Mallabaar onder dato 23 april 1748 Van ende kerk van Candanattij zijn gekoomen, dit niet tegenstaande is ten eijnde vande portugeesen nu 30 off 35 Jaaren naar het Synode een Dijriaanse patriarch gen=t Ignatio met een schip opde Rheede van Cochim aangekoomen, de Syriaanen dat horende versogten de Portugeesen hem Leeraar aande wal te willen setten, en aangesien de Portugeesen Sulx niet wilde toestaan, en ook om dat men deselve overboord heeft gesmeeten, hebben alle de Siprane„ inde kerk van mattancherij gesworen geen roomse bisschoppen meer te zullen gehoorsaamen, waar op zij te saamen op Mangattij zyn vergadert; enden aards draken bisschop der Sprianen gemaekt, en alle hebbe hem gehoorsaamt weijnig tijd daar Naa hebben eenige Syriaanen om respect van haare Convenienten den Roomse bisschop die inder tijd op Cranganoor woorde, onder worpen, en om deese reeden haaren eed overtreeden hebbende, hebbende de Roomse het regt dat zij inde kerten der Sijriaanen hebben gehad, verloren dierhalven heel Claauw de pretentie van de Roomse gesinde ons is te voren gekoomen, en aangesien in alle deese tijd toegestaan is om te saamen haren Gods dienst ingem: kerk te doen, en ook om dat 1589 Van Mallabaar onderdato 23 april 1748 dat men een toestaat in zijn huijs eenige tijd te woonen soo heeft mendog reeden om hem de regte helft te Geeven De Roomse gevinde hebben ons Niet willen and„ woorden maar bij haare ongefondeerde pretentie gebleeven, ondertussen helft den paljetter parti„ „culierlijk haar verscheijde propositien voorgehouden gelijk ook de Ragiadoors van zijn hoogheijd, ons ook hebben versekert hare deligentie te sullen aanwenden om haar opden redelijke weg te brengen, gelijk zij ons omdie reeden ook vandag tot dag uytstelde dog alle het aangewende vrugteloos zijnde, hebben wij op het laaste vvan den rambaan ende Ragiadoors van zijn hoogheijd verstaan de begeerte omgeld /om welke reeden de verlenging is geschiet /willende weeten hoe veel geld de sijviaanen aan zijn hoogh„t soude geeven soo van wegens schenkagie als een koete, want zijn hoogheijd is voorgeevende dat de syriaanse Christenen thoen zij met den Nieuwen lisschop zijn hoogheijd hebben komen ontmoeten zijn hoogh„ts verbod niet hebben g'agt het respect vande pagood tot Tripontaire verlooren met het slaan der schilden e en tablenjes, een saek dat Niet opde Limiet van gem. pagood, wanneer de vlag opgeheesen is mag nog kan geschieden, daarom voor het een en onder een Somma van 130000 fan„ moeste geven, dit horende hebben wij zijn hoogh„t gaan ont„ moeten, dog dewijl dien dagt geen audientien was, over zulx hebben wij zijn hoogheijd 's anderen daags den 8 Deeser ontmoet, en van wegens Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 wegens dE Comp:e, en UEE agtb: verzogt dat hij op soo een regtmatig versoek als 't onse een kort besluijt milde geeven, en soo het om geld te doen was, dat dan een middelaar g'authoriseert als UE E agtb: niet Noodig was ,en dierhalve zijn hoogheijd zig rijpelijk moeste overwegen, en ons desselfs Laaste gevoelen en resolutie de claaren, waar op zijn hoogheijd ons andwoorde, dat hij vorst niet meer te overwegen hadde, maar de kerk van Candonattij aande Spiaansen Christenen toestonde, en aan„ gesien aande Roomse Ciistenen nu al over eenige Dagen verboden is haren Gods diensten daar in niet meer te doen, dierhalven onnodig agte andermaal naar zulx te verbieden, dog dat zijn to=t binnen 5 off 6 Dagen den paljetterbij UEE agtb: zoude senden, om over gem: boete aande pagood te spreeken, ente verneemen, bij aldiende Roomse Gesende van meening mogte weesen om eenig vrolentie te pleegen wat men dan in sodanigen geval souden doen „hier meede verhopende wij onse opgelegde Commissie na't genoegen en de Jntentie van UE E agtb: volbragt te hebben, en verblijven met d' uitterste hoog agting in alle onderdanigheijd /onderstond/ EE: agtb: en welgebiedende Heer UE E agtb: gehoorsaame en nedrige Dienaaren /was getver:/ 5 v D: Linde, en S„r Mendes /in margine / Cochim den 11 '. april anno 1748 Cochim dato voorsz: /was getver ( stevens, C B F van wrisberg De Bos, Ns bowyn, g, I, feijth, Iohs van Dooreslaar M: H Beijts, en M v Groenenberg /onderstond/ accordeert /getv:/ H: v: Groenenberg secret:s /in margine / gcollationeerd dor Trogt aforeert en A=m Gosenson Jn„ Capselle
English
From Malabar under date 23 April 1748 on behalf of the Company, and Your Right Honourable requested that he would give a brief decision on such a rightful request as ours, and if it were a matter of money, that an authorized mediator like Your Right Honourable would then not be needed, and therefore His Highness had to consider the matter maturely and declare to us his final view and resolution; whereupon His Highness answered us that he, the prince, had nothing more to consider, but conceded the church of Candona to the Syrian Christians, and since the Roman Christians have already been forbidden for some days now from conducting their divine services therein any longer, he therefore considered it unnecessary to forbid them from doing so once again; however, that he within 5 or 6 days would send the paljetter to Your Right Honourable, to speak about the aforementioned fine to the pagoda, and to inquire, in case the Roman faction might intend to commit any violence, what one should do in such a case. Hoping hereby to have carried out our assigned commission to the satisfaction and intention of Your Right Honourable, we remain with the highest esteem in all subservience, Right Honourable and Noble Lord, Your Right Honourable's obedient and humble servants. Was signed: S v D. Linde, and Sr Mendes. In the margin: Cochin, the 11 April anno 1748. Cochin, date as above. Was signed: Stevens, C B F van wist, De Bos, Ns bowyn, G: I: feijth, Johs van Dooreslaar, M: H: Beijts, and M v Groenenberg. Beneath stood: Agrees. Signed: M v Groenenberg, secretary. In the margin: Collated by E Trog, soldier assessor, and Am Gosenson, J Capselle. Surat H 1748. 8: Anno 1748 Register of all such papers as are registered herein and successively received since the year 1748 from Surat. Folio. . The 16 June 1748 per original letter written by the Director Ian Schreuder together with the council at Surat to Their High Excellencies the above-mentioned, dated the 19 March of this year. The 7 December per the ship the Waaksaamheit via Coromandel, original letter from and to as above, dated the 8 May Anno 1748. Duplicate original letter written by the Director and council in Surat to Their High Excellencies, dated the 29 May together with an appendix of the 1 June 1748. Triplicate letter from and to as above of the date 8 June 1748, of which the original as well as that of the letter immediately mentioned above are expected. . . 217 Original letter from and to as above, dated the 30 July Anno 1748. Anno 1748 Register of all such papers as are registered herein and successively received since the year 1748 from Surat. Folio. . The 16 June 1748 per original letter written by the Director Ian Schreuder together with the council at Surat to Their High Excellencies the above-mentioned, dated the 19 March of this year. The 7 December per the ship the Waaksaamheytover Cormandel, original letter from and to as above, dated the 8 May Anno 1748. Duplicate original letter written by the Director and council in Surat to Their High Excellencies, dated the 29 May together with an appendix of the 1 June 1748. Triplicate letter from and to as above of the date 8 June 1748, of which the original as well as that of the letter immediately mentioned above are expected. . . 217 Original letter from and to as above, dated the 30 July Anno 1748. . . . 229 Original letter from and to as above, dated the 5 September Anno 1748. . 237 48 1 From Surat, 19 March 1748. Batavia To His High Excellency The High and Well-Born, Right Honourable Lord The Lord Gustaaf Willem Baron van Imhoff Governor-General and the Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High and Well-Born, Right Honourable, Far-Ruling Lord and Honourable Lords, If we recently, or at the departure of the Waakzaamheijt, had reasons to complain in the original of the annexed duplicate about the then bad state of the times, which forced us to convey some bad news to Your High Excellencies: we do not know what we shall say at present, From Surat, 19 March 1748. Batavia To His High Excellency The High and Well-Born, Right Honourable Lord The Lord Gustaaf Willem Baron van Imhoff Governor-General and the Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High and Well-Born, Right Honourable, Far-Ruling Lord and Honourable Lords, If we recently, or at the departure of the Waakzaamheijt, had reasons to complain in the original of the annexed duplicate about the then bad state of the times, which forced us to convey some bad news to Your High Excellencies: we do not know what we shall say at present, 8 From Surat, 19 March 1748 since our humble report will contain almost nothing at all except a continuous narrative of extraordinary events, so detrimental to this city, which have also partly affected the interests of the Honourable Company and have rendered us entirely unable, this year like other years, to vend promptly at good prices the merchandise received, to complete the contracted returns without great difficulties, and to dispatch the arrived ships again on time. For all of this, to our regret, has thus far been impracticable. And may it please Your High Excellencies to see the reasons for this from the continuation of this letter, which we shall set down here as briefly as possible, yet clearly and thoroughly. For a long time, the inhabitants and residents of this city have been greatly oppressed; and the more everyone hoped for improvement, the greater and more widespread the miseries became. First came a high flood of water, whereby many lands and villages were inundated, and a great number of people and animals
Dutch transcription
Van Mallabaar onder dato 23 april 1748 wegens dE Comp:e, en UEE agtb: verzogt dat hij op soo een regtmatig versoek als 't onse een kort besluijt miede geeven, en soo het om geld te doen was, dat dan een middelaar g' authoriseert als UEE agtb: niet Noodig was ,en dierhalve zijn hoogheijd zig rijpelijk moeste overwegen, en ons desselfs Laaste gevoelen en resolutie de claaren, waar op zijn hoogheijd ons andwoorde, dat hij vorst niet mee te overwegen hadde, maar de kerk van Candona aande Spriaansen Christenen toestonde, en aan„ gesien aande Roomse Ciistenen nu al over eenige Dagen verboden is haren Gods diensten daar in niet meer te doen, dierhalven onnodig agte andermaal naar zulx te verbieden, dog dat zy„ to=t binnen 5 off 6 Dagen den paljetterbij UEE agtb: zoude senden, om over gem: boet aande pagood te spreeken, ente verneemen, b: aldiende Roomse Gesende van meening mogte weesen om eenig vrolentie te pleegen wat me„ dan in sodanigen geval souden doen „hier meede verhopende wij onse opgelegde commissi na't genoegen en de Jntentie van UE E agtb: volbragt te hebben, en verblijven met d' uijtsterste hoog agting in alle onderdanigheijd /onderstond/ E E: agtb: en welgebre„ Heer UE E agtb: gehoorsaame en nedrige Dienaaren /wasg 5 v D: Linde, en S„r Mendes /in margine/ Cochim de 11 '. april anno 1748 Cochim dato voorsz: /was getver ( Stevens, C B F van wist De Bos, Ns bowyn, g, I, feijth, Iohs van Dooreslaar M: H: Beijts, en M v Groenenberg /onderstond/ accordeert / getver M v Groenenberg secret:s / in margine / gecollationeerd door E Trog sold assoreert en A=m Gosenson J„ Capselle Souratta H 1748. 8: A„o 1748 Register van alle sodanige pa¬ pieren als in desen ingeschreven en succes¬ sivelyk ontfangen zyn 't zedert den Jare 1748 Souratta van folio. . Den 16 Juny 1748 per Originele missive gesz: door de Directeur Ian Schreuder nevens den raad te souratta aan haar hoog Ed„s ged„t den 19 maart. Hogersmelde. deses jaars. Den 7 decembr. per t schip de waaksaamheitover cormandel, Originele missive van en aan als boven ged„te den 8 meij A„o 1748 - - - - - - „ duplicaat originele missive geschreven door den directeur en raad in souratta aan haar hoog Ed„s ged„t den 29 mey nevens een appendix van den 1 Juni 1748„. . . Triplicaat brief van en aan als voren de dato 8 Juny 1748 waar vant orig: so wel als die van de even hier vorengem: missive verwagt werden. . „ 217 Originele missive van en aan als voren ged„te den 30 Julu A o 1748 t. A„o 1748 Register van alle sodanige pa¬ pieren als in desen ingeschreven en succes¬ sivelyk ontfangen zyn 't zedert den Jare 1748 Souratta van folio. . Den 16 Juny 1748 per Originele missive gesz: door de Directeur Ian Schreuder nevens den raad te souratta aan haar hoog Ed„s ged„t den 19 maart. Hogersmelde. deses jaars. Den 7 decembr. pert schip de waaksaamheytover cormandel, Originele missive van en aan als boven ged„t den 8 meij A„o 1748 - - - - - - „ duplicaat originele missive geschreven door den directeur en raad in souratta aan haar hoog Ed„s ged„t den 29 mey nevens een appendix van den 1 Juny 1748.. . . : - Triplicaat brief van en aan als voren de dato 8 Juny 1748 waar vant orig: so wel als die van de even hier vorengem: missive verwagt werden. . „ 217 Originele missive van en aan als voren ged„te den 30 july A„o 1748. . . . „ 229 originele missive van en aan als voren ged„t den 5 september A„o 1748. . „ 237 48 1 Van Souratta Den 19 Maart 1740. Batavia Aan sijn Hoog Edelheijd Den hoog wel- Geboren: Groot Agtbaren Heere De Heer Gustaaf Willem Baron van Jmhoff Gouverneur Generael De Wel Edele Heeren Raden van Nederlands India D„oog. wel Geboren groot Agtbare Wijd„ „gebiedende Heere en wel Edele Heeren In dien wij Jongst off met het vertrek van de Waakzaamheijt redenen gehad hebben ons bij 't origineel van 't nevensleggend duplicaat te beklaagen, over de toemaligen slegte gesteldhijt der tijden, die ons noodsaakte uw hoog Edel„ heedens eenige quade tijding over te brieven: vij weeten niet, wat wij thans seggen zullen, daar en d Van Souratta Den 19 Maart 1748. Batavia Ian sijn Hoog Edelheijd Den hoog wel- Geboren Groot Agtbaren Heere E De Heer Gustaaf Willem Baron van Jmhoff Gouverneur Generael De Wel Edele Heeren Raden van Nederlands India Hoog. wel Geboren groot Agtbare Wijd„ „gebiedende Heere en wel Edele Heeren Indien wij Iongst off met het vertrek van de Waakzaamheijt redenen gehad hebben ons bij 't origineel van 't nevensleggend duplicaat te beklaagen, over de toemaligen slegte gesteldhijt der tijden, die ons noodsaakte uw hoog Edel„ „heedens eenige quade tijding over te brieven: wij weeten niet, wat wij thans seggen zullen, daar en 8 Van Souratta Den 19 maart 1748 daar ons nedrig berigt genoegsaam in't geheel niets inhouden sal, als een aan een geschakelt verhaal van buijten gewoone, en voor deese stad so nadeelige gebeurtenisse die ook gedeeltelijk de belangen van d EComp: getroffen en ons ten eenemalen buijten staad gesteld hebben, dit jaar gelijk andere Iaaren, de aanhanden ge„ „kregene koopmansz: spoedig tegens goede prij„ te verthieren, de aanbesteed te retouren son„ „der grote moeijlijkheden te Completeeren; ende aangekomene scheepen op haren tijd weder te versenden. Want dit alles is tot ons leedwesen tot nog toe onuijtvoerlijk geweest. En het behagen uw hoog Edelheedens daar van uit vervolg deses de rhedenen te sien; die wij zoo veel mogelijk kort, dog duijdelijk en als uijt „de grond alhier ter neder stellen sullen. Sedert langen tijd zijnde Inwoord:s Z en Jngesetenen deser stad seer gedrukt geworden; en hoe meer een ieder op beterschap hoopte so veel te groter en algemeender wier„ „den de Ellenden. Eerst quam eene hooge Waters- „vloet, waar door veele Landen en dorpen over„ „scroomt, en een groot getal menschen en beesten
English
From Souratte 9 March Anno 1748 beasts were swept away. Then followed an extraordinary dearness and scarcity in grains and other foodstuffs, from which arose a general famine that caused many thousands to die along the streets, but brought even more to begging. In the meantime, the Governor of the city played his role in a certain manner: instead of having taken proper care regarding the grains, so that they would be imported from all sides and sold on the public market at fair prices, he directed his principal care toward hindering the supply as much as possible, in order to be able to sell an old lot, which had already lain in his provision magazine for a very long time, all the dearer; and whatever was still brought in, he himself seized at arbitrary prices and had the same stored again in his warehouses, without thereby accommodating the poor people in the least. Moreover, he attacked several wealthy merchants and took large sums of money from them. From Souratta 19 March 1748. Since our humble report will contain practically nothing else than a connected narrative of extraordinary occurrences, so disadvantageous to this city, which have also partly affected the interests of the Honorable Company and have entirely incapacitated us this year, as in other years, to vend promptly at good prices the merchandise received on hand, to complete the contracted returns without great difficulties, and to dispatch the arrived ships again in their due time. For all this has, to our regret, been unfeasible until now. And it may please Your High Nobles to see from the continuation of this the reasons therefor, which we shall set down here as briefly as possible, yet clearly and fundamentally. For a long time, the inhabitants and residents of this city have been very oppressed; and the more everyone hoped for improvement, the greater and more general the miseries became. First came a high inundation, whereby many lands and villages were flooded, and a great number of people and beasts From Souratte 9 March Anno 1748 beasts were swept away. Then followed an extraordinary dearness and scarcity in grains and other foodstuffs, from which arose a general famine that caused many thousands to die along the streets, but brought even more to begging. In the meantime, the Governor of the city played his role in a certain manner: instead of having taken proper care regarding the grains, so that they would be imported from all sides and sold on the public market at fair prices, he directed his principal care toward hindering the supply as much as possible, in order to be able to sell an old lot, which had already lain in his provision magazine for a very long time, all the dearer; and whatever was still brought in, he himself seized at arbitrary prices and had the same stored again in his warehouses, without thereby accommodating the poor people in the least. Moreover, he attacked several wealthy merchants and took large sums of money from them. From Souratta 19 March Anno 1748 money by force; he permitted his slaves to commit the same cruelty against others of moderate means. And in sum: everything had to yield to his power and the wantonness of his serfs. From this now arose a general misery, and everyone wished that God might at last remove this tyrant and punish him according to his deserts. From all sides, very many rumors were also heard to his disadvantage. The one said that the King would grant him no sanad. Another believed to know for certain that the widely known and notorious Imperial Chancellor Neesaam uL-molk would send his son Nassir Jang here and chase him out of the city. Still others had so much news to tell of the Marhattas that it was generally believed that their armies had gathered. Finally, on 1 December of the From Souratta 19 March Anno 1748. of the recently past year, the wife of the present English Secunde here, Mr. Willem Johanson, came and informed the undersigned Director in secret that a matter of great importance was shortly to be executed in the city, and that the Bakhshi or commander of all city soldiers, by name Miaatssient, had very urgently requested that in such a case we would not oppose him. The Director, having often received such news without the least consequence, and being completely unable to imagine that this Moor would entrust his secrets to a European woman or send any message through her, gave no credence to this either; the more so because this man had always kept himself very quiet, and moreover nothing in the least had ever been heard of him, besides that there seemed to be entirely no appearance that
Dutch transcription
3. Van Souratte Den 9 Maart A„o 1748 beesten weggesleepst wierden toen volgde eene ongemeene duurte en schaarsh„t in graanen en andere Levens middelen waar uijt eene algemene hongersnoot ontstond die veele duijsenden langs de straaten deet sterven, maar nog meer tot den bedel staf bragte Tusschen beijde speelden de Gouvr van de stad op eene wijse zijn Rroll in steede dat hij soude hebben worderlijke ^ sorge gedragen voor de graa„ nen, dat die van alle kan ten toegevoert en op de publicque marckt tegens Civile prijsen verkogt waren, so liet hij sijne voor„ naamste sorge daar heen gaan, om den aan„ breng so veel mogelijk te beletten, ten eijn„ de eene oude parthij, die al van overlange in sijne Provisie maguasijn en gelegen hadde, deste duurder te kunnen verkopen en wat nog aangebragt wierde sloeg, hij selfs aan tegens eijgen willige prijsen en „liet het selve weder in sijne pakhuijsen op slaen; sonder daar mede in 't minste de arme menschen te gerieven boven dien viel erscheijde wel hebbende Cooplieden op 't Lijff, en ontnam haar groote sommen gelds Van Souratta Den 19 maart 1748. daar ons nedrig berigt genoegsaam in't geheel niets inhouden sal, als een aan een geschakelt verhaal van buijten gewoone, en voor deese stad so nadeelige gebeurtenisse die ook gedeeltelijk de belangen van d E Comp: getroffen en ons ten eenemalen buijten staad gesteld hebben, dit jaar gelijk andere Iaaren, de aanhanden ge „kregene koopmansz: spoedig tegens goede prij„ te verthieren, de aanbesteed te retouren son„ „der grote moeijlijkheden te Completeeren; ende aangekomene scheepen op haren tijd weder te versenden. Want dit alles is tot ons leedwesen tot nog toe onuijtvoerlijk geweest. En het behagen uw hoog Edelheedens daar van uit vervolg deses de rhedenen te sien; die wij zoo veel mogelijk kort, dog duijdelijk en als uijt „de grond alhier ter neder stellen sullen. 't Sedert Langen tijd zijnde Inwoord: en Jngesetenen deser stad seer gedrukt geworden; en hoe meer een ieder op beterschap hoopte so veel te groter en algemeender wier„ „den de Ellenden. Eerst quam eene hooge Waters „vloet, waar door veele Landen en dorpen over„ „sroomt, en een groot getal menschen en beesten 6 d 8 3. Van Souratte Den 9 Maart A„o 1748 beesten weggesleept wierden toen volgde eene ongemeene duurte en schaarsh„t in graanen en andere Levens middelen waar uijt eene algemene hongersnoot ontstond die veele duijsenden langs de straaten deet sterven, maar nog meer tot den bedel staf bragte Tusschen beijde speelden de Gouver van de stad op eene wijse zijn Rroll in sterde dat hij soude hebben worderlijke ^ sorge gedragen voor de graa„ nen, dat die van alle kan ten toegevoert en op de publicque marckt tegens Civile prijsen verkogt waren, so liet hij sijne voor„ naamste sorge daar heen gaan, om den aan„ breng so veel mogelijk te beletten, ten eijn„ „de eene oude parthij, die al van overlange in sijne Provisie maguasijn en gelegen hadde, deste duurder te kunnen verkopen en wat nog aangebragt wierde sloeg, hij selfs aan tegens eijgen willige prijsen en liet het selve weder in sijne pakhuijsen opslaen; sonder daar mede in 't minste de arme menschen te gerieven boven dien viel erscheijde wel hebbende Cooplieden op 't Lijff, en ontnam haar Groote sommen gelds Van Souratte Den 19 Maart A„o 1748 gelds door geweld, aan sijne slaven stond hij toe omtrent andere van middelma„ tagen staet die selfde wreetheijt te plee„ gen, En in summa: Alles moeste voor sijne magt, en de moetwil van sijne Leijffeijgene bakken =hier uijt nu ontstond een algemeene ellend, en een yder wenschte, dat Godtog deesen tijran wegnemen en na verdienste straffen wilde men hoorde van alle kan„ ten ook seer veel gerugten in sijn na„ hem deel. De eene seijde dat de kooning aan„ geenen sennet verleenen woude En ander vrmeenden vast te weeten, dat de al om bekende en berugte rijx Cancelier neesaam uL-molk sijnen soon neffenen jeng hier senden en hem uijt de stad Jaagen soude weder andere wisten van de Marhetties soo veel nieuws te vertellen dat men niet als eens hunne leegers alte geloofde, dat „hadden ove de dur de solaggetof dat Ahadedeen Ejndelijk saamen getrokken op de 1 xber: des de Van Souratta Den 19 Maart A„o 1748. des Jongst afgeweekene Jaars de huijs„ vrouw van den Presenten Engelsen secun„ de alhier M„r Willem Johanson quam en den ondergetekende Directeur in secretesse bekent maakte, Dat binnen kort in de stad eene saak van groote aangelegentheijt stond uijtgevoert te wer„ den, en dat de Barie off overste van alle stads soldaten in name miaats„ sient seer instantig liet versoeken; in soo een geval niet tegen hem te wil„ len wesen. De Directeur wel meer sulke tijdingen sonder het minste gevolg gekreegen hebbende, en sig geen„ sints kunnende inbeelden dat dese moor sijne geheijmen aan eene Europeese vrouw vertrouwen off eenige boodschap door haar doen laten soude, sloeg ook hier aan geen gelooff te meer om dat dese man sig althoos seer stil gehouden, en men boo„ ven dien nooijt jets het minste van hem gehoort hadden behalven dat 'er gansch gene apparentie scheen te weesen, dat 5
English
From Surat, 19 March Anno 1748 that anyone in these present times would undertake anything against the city's Governor, since the Castle was in the hands of his son, and the principal power of the most distinguished offices was divided among his slaves and confidants. However, the Director listened to her message with astonishment, and, having to say something in response, each was equally acceptable to him, was the answer: that just as he wished for nothing other than that the miseries of the poor inhabitants of this city might finally cease, he would also always remain a friend to all those who worked toward that end and would undertake such an important work, wherewith she then immediately departed, without expressing in the least what was actually to happen or how the plan was arranged. Yet this soon became evident from the act itself, for three days later, on 14 December following, around 12 o'clock noon, a very great uproar was very unexpectedly heard, and at the same time this news arrived that Mia Atsjent had made himself master of the Surat, 19 March Anno 1748 master of the Castle, had arrested the Governor thereof, and had driven his slaves and soldiers out of it. The manner in which it happened was related as follows: he, Mia Atsjent, had feigned illness for some days and under that pretext had himself brought into the Castle, just as if he had hopes of recovering there more quickly than in his own house. The Governor of the Castle, unable to refuse him as his own blood relative, received him very politely and granted him everything he could desire. He, in the meantime, having given full instructions to one of his nearest relatives named Mir Mahomet Alie, had all his loyal soldiers come that morning close before the Castle under the pretext of going to the Durbar and paying their compliments to the city's Governor. And then, seeing his opportunity, the said Mir Mahomet Alie forced his way through the outer guard with the men he had with him, captured the gate, immediately shut it behind him, and thereby prevented those who might pursue him from entering; From Surat, 19 March Anno 1748 from entering: while Mia Atsjent in person, standing near the Governor of the Castle, drew his cutlass at the first noise and, under threat of cutting off his head if he made the least disturbance, forced him into a small room, where he was guarded by some men, and subsequently all his people were driven out of the Castle without anyone daring to oppose it. Shortly thereafter, this news was heard confirmed from all sides, and at the same time firing began from the Castle onto the Durbar, first with blank powder and then with live ammunition. The warehouse master at the Chiap Gate, being right under the Castle to ship off the goods for the vessel Leijden that were to be dispatched the following day, informed the Director that he could not proceed with the work because the bhoys or beach workers had run away out of fear of the shooting. The brokers From Surat, 19 March Anno 1748 The brokers came to lament their distress concerning the silver that was in the mint to be stamped, and they thought nothing other than that it was already plundered. From the tent came one of the guards to warn that those from the Castle had shouted to them and told them to strike the tent and secure the goods lying therein, lest one thing and another be set on fire by the shooting; and thus from all sides nothing but difficulties were heard. The Director, having to set everything in order, immediately had the shipping suspended and the warehouse master called home. The Fiscal, living in the Honorable Company's garden, was also warned to come within the lodge with his family as soon as possible. The Master of Equipment was ordered to keep good watch at the wharf and around the equipment warehouse. The tent was struck, and secured in the Lathi together with the goods that lay therein. Some packs belonging to From Surat, 19 March Anno 1748 belonging to the English, who were also lying in their tent on the maidan, received the same storage place at the request of their President. To the Lathi went a native corporal with 125 musketeers and 8 native sailors, in order to keep watch there against fire and otherwise, alongside 4 European soldiers. Everyone among the Honorable Company's European servants received orders not to go outside the lodge. And the brokers departed for the Durbar to request permission that they might take the silver, as it was, back out of the mint and store it in our lodge. This was also immediately granted, and subsequently some people were sent by them to the mint to fetch the silver. But before anyone expected it, a whole crowd of merchants, great and small, and among them principally the Turkish Chelebis, along with several Armenians, arrived laden with silver, gold, and some From Surat, 19 March Anno 1748 some other valuables, and requested that the same might also be housed and preserved in the Honorable Company's lodge, since they did not consider it safe in their own dwellings. The Director, unable to refuse this request, deputed two members from the council to receive it and place it in separate chests under the seal of the owners. And as they were busy with this, still more arrived continuously until late in the evening, when the brought-in valuables were estimated at about four lakh rupees and preserved in the Great Money Vault of the Honorable Company. Furthermore, the council having been convened by the Director and the question put forward as to what we should do in these circumstances of affairs and how we should conduct ourselves, whether we should sit entirely still and, if possible, still dispatch the vessel Leijden the next day, or else
Dutch transcription
Van Souratte den 19 Maart A„o 1748 dat iemand in dese tegenwoordige tijden iets tegen den stads Gouver onder nemen soude dewijl het Casteel in handen van sijnen soon, de voornaamste magt van de aansienlijkste ampten onder sijne verdeelt slaeven en vertrouwelingen „ Egter hoorde de directeur haar boodschap als men verwondering aan. en daar op Cook weder iets moetende seggen, so was ieder voor hem eeven bevaelst was het antwoord, Dat gelijk hij niets anders wenste, als dat eens de ellenden van de arme Jngesetenen deeser stad op hou„ den mogten, hij ook steeds een vriend blij„ ven soude van alle de geene, die daar aan arbeijden en soo een gewigtig werk ondernemen souden waar meede sij dan ook ten eersten weder heen ging, sonder sig in 't minste uijt te laten, wat eij„ gentl: geschieden, off hoe de aanleg wesen soude. Dog dit bleek wel haast aan de daatselfs drie dagen na dato of den n4„e xber: volgende hoorde men des middags omtrent 12 uuren, seer onverwagt een seer groot gerugt, en teffens ook deese tijding dat mio Atsjent sig m„rt van 't Suratte den 19 Maart A„o 1748 Jan van 't Casteel gemaakt, den gouver daar van in arrest genomen en dies slaven en soldaten, daar uijt gejaagt hadde. de manier hoedanig wierd aldus vertelt: hij mia Atsjent hadde sigh eenige daegen siek gehouden en onder dat Protext in 't Casteel brengen laten even als off hij daar hoope hadde spoediger herstelt te raaken als in sijn eijgen huijs de Gouvr van 't Casteel hem als sijn eijgen bloedviend niet kunnende van de hand wijsen, ontfing hem heel beleeft, en stond hem alles toe wat hij maar begeerde, hij in tusschen aan eenen syner naest bestaande in naeme mier Mohomet Alie volkomene onderrigting gegeeven hebbende biet dien morgen alle sijne getrouwe soldaten digt voor 't Cas„ teel komen onder voorgeven van na de Derbaar te sullen gaan, en bij den stads Gouv=r sijn Compliment te sullen maken. en toen sijne kans schoon siende drong de gedagte mier mahomet Alie met sij bij hebbende volk door de buijten wagt heen, vermeesterde de Poort, sloot die ten eersten agter sig toe, en belette daar door aan de „ Van Souratta den 19 Maart A„o 1748 aan de geene, die hem vervolgen mogten het in koomen: terwijl mia Atsjent in Persoon bij den Gouvr van 't Casteel staande, op 't eerste gerugte sijnen houwer trok en hem onder bedrijging van sijnen kop te sullen afkappen bij aldien hij maar het minste geweld maakte, in een kleijn Camertie deed gaan, alwaar hij door eenige manschappen bewaart, en vervol„ gens ook alle sijn volk uijt het Casteel ge„ jaagt wierd, sonder dat iemand het hart hadde sigh daar teegen aan te kan„ ten. Kort daar aan hoorde men dese tijding van alle kanten bevestigen, en met een wierd ook van 't Casteel op den Dherbaar geschoten; eerst met los kruijt, en toen met scherp de pak„ huijsm„r bij de Chiap poort, digt onder 't Cas„ teel sijnde, om de Goederen voor het schip Leijden aff te scheepen, die des daags daar aan versonden soude werden, liet aan den Directeur weeten, dat hij met het werk niet voortgaan Conde, door dien de bhooijs off strand werkers uijt bangigh„t voor het schieten weg geloopen waren, De makelaers Van Souratta Den 19 Maart A„o 1748 makelaers quaamen hunne nood Clagen wee„ gens het silver, dat in de munt was, ongestem„ pelt te werden, en sij dogten niet anders off het was alreeds gerooft uijt de Thent quam een van de wagters waarschouwen, dat die van t Casteel haar toegeroepen en gesegt hadden, de thent neer te wer„ pen, en met de daar in leggende goederen te bergen, op dat het een en ander niet in de brand geschooten mogte werden en dus hoorde men van alle kanten niet als swarigheeden De Directeur op alles ordre moeten„ de stellen, liet ten eersten den afscheep stae„ ken, en den pakhuijs m„r te huijsroepen: De fiscaal in 's E: Comp:s thuijn wonende, wierd ook gewaarschouwt soo spoedigh doenlijk met sijne familie binnen de logie te koomen De Equipagie M„r kreeg last op de werff en omtrent het Equipagie pakhuijs goede wagt te houden. De thent wierd neer geworpen, en met de goederen die daar in pakken lagen in de Lathij geburgen Eenige„ van Van Souratta Den 19 Maart A„o 1748 van de Engelschen, die al meede op de meijdaan in hare thentlagen, kreegen, op het versoek van haren praesident die selfde bergh plaets. naar de Lathij gingh een Jnlands Corporael met 125 Roer schutters en 8 Jnlandsche mat„ troosen, om nevens 4. Europese militairen daar de wagt te houden voorbrand als andersints Een ieder van 's E: Comp:s Euro„ peese bedientens kreeg ordre, om niet buij„ ten de Logie te gaan. Ende makelaers vertrocken naar den Dherbaar om permissie te versoeken, dat sij het silver so als 't was, weder uijt de munt nemen en in onse logie bergen mogten. het gunt ook ten eersten toegestaan en vervolgens eenig volk door haar naar de munt gesonden wierd om het silver aff te haalen. Maar eer men 't sigh versag quam een heele troup van Cooplieden groot en Cleijn, en daar onder voornamentlijk de turexe tjillelies, benevens verscheijdene Armeenders, beladen met silver Goud, en eenige 11 Van Souratta Den 19 Maart A„o 1748 eenige andere Costlykheeden en versogten dat het selve mede in 's E Comp:s Logie geburge en bewaart mogte werden, de wijl sij het in hunne Eijgene woonings niet veijlig„ agti den de Directeur dit versoek niet kunnende afslaan Committeerde twee Leeden uijt de vergadering om hetselve te ontfangen, en onder 't zeegul van de Eijgenaars in aparte kisten te leggen en soo als sij daar meede beesig waren, quam nog algaande weg meer, tot laat in den avont toe, Als wanneer het aange„ bragte ongevaer op vier Lacq Ropijen ge„ schat, en in de Groote Geld Cassa van d' E: Comp: bewaart wierd. Voorts door den Directeur de vergadering belegt, en in omvrage gegeven sijnde war wij in deese omstandigheeden van saeken doen en hoe wij ons gedragen soude, off wij in 't geheel souden stil sitten, en het schip Leijden in dien mogelijk des anderen daags nogh versenden, dan wel ƒ
English
From Souratta, the 19th of March, Anno 1748. whether we should hold it back a while longer and first somewhat await the outcome; so the unanimous opinion was for the latter. Everyone firmly believed that Mia Atsjent had not taken the castle except by order of the King or Nesaam ul Molk, certainly not with the intention to drive the city's Governor out of the Dherbaar and put himself in that place; that the one of the city, knowing how badly he stood recorded at court and with Nesaan, and also how little he had to expect from the common people on account of his godless government, would not easily surrender his power, but would brace himself against all violence and certainly stake everything on it; that, therefore, in waging war against each other they must consequently also reinforce themselves with men from both sides as difficulties arose; that this could not happen without calling in help from outside, and that there were no others outside From Souratta, the 19th of March, Anno 1748. than Marhetties, Grasfias, and Coelijs, of whom a considerable number could quickly be assembled. That everyone knew these three sorts of people to be men who would come into the city not so much to fight as to burn, steal, rob, and plunder; that moreover the Marhetties had already for so long cast a covetous eye upon this place in order to derive their profit from it as well, and that consequently they would never neglect such a fine opportunity to achieve their aim, but would embrace it with both hands and possibly make themselves masters of the entire city; that thus this war could entail nothing other than the utmost misery and ruin for the inhabitants, and that one must therefore also take a decision with respect to the interests of the Honorable Company, and primarily think of our safety and the preservation of so many valuable goods as were currently still lying in the Latthij and everywhere in the warehouses, From Souratta, the 19th of March, Anno 1748. if by chance the robbing and plundering should commence and also approach our lodge. And for these and other reasons, it was deemed proper by us to retain the ship Leijden until the 10th of that same month, to bring 15 to 30 European sailors ashore if necessary, to take into service as many tuaken and native musket and bowmen as would be deemed necessary for guarding the equipment warehouse and the wharf, the Latthij, the lodge with the surrounding grounds, and the warehouses of the brokers and suppliers standing thereon, and furthermore to conduct ourselves neutrally in all things to the end of giving no one any cause for displeasure. This having been thus determined, the next day, being the 5th, some men were enlisted, and we also cordoned off the roads and approaches to the lodge with strong beams and planks, to have all the less fear of the marauding parties. Meanwhile, from the castle From Souratta, the 19th of March, Anno 1748. heavy firing was directed at the Dherbaar, and everything lying around that fortress was set ablaze. The Governor of the city also began to fortify himself and to erect several batteries against the castle, and towards the evening he sent someone to the Director and requested that he might indeed summon the principal merchants of the city the next day and ask Mia Atsjent what reasons he had for acting in such a manner. But the Director having refused this, on the pretext of being entirely unable to interfere in the matter, he himself had the principal merchants summoned, and we were obliged, as were the English and French, to send our commissioners there. The gathering took place in a garden outside the inner city, and the only thing that happened was that a summons was sent to Mia Atsjent, who sent in answer thereto a copy of From Souratta, the 19th of March, Anno 1748. a letter wherein Nesaam-vl Molk ordered him to make himself master of the castle in the most convenient manner; and after this had been read, everyone went home again without anything further being done, except that the one of the city also began to fire at the castle. This lasted for several days and nights without ceasing, and we received several cannonballs in our lodge, though as yet without any damage being done. The Director took very great pains to see if it were not possible to reach an accommodation, and to that end wrote several letters, both to the Dherbaar and to the castle. But all was in vain: the one of the castle absolutely demanded that the one of the city should depart from the Dherbaar, and to that the latter was not at all inclined. On the contrary, he had new batteries made with all his might, gradually closed the castle in more tightly, and burned everything that stood even slightly in his way. He brought several thousands of the Coelijs and Grassias The 19th of March, Anno 1748. From Souratta. into the city, and negotiations were conducted daily with the Marhetties. But it took very long before one saw the true outcome, whether they would help him or side with those of the castle; for if he sent some rich gifts, the Marhetties gladly accepted them and even made some good promises, and if the one of the castle sent some in return, those were likewise not rejected, so that everyone looked forward with great longing to their final decision. Finally, one of their principal generals, named Damagie, appeared before the city in person, and he immediately declared himself for the castle. He actually sent several hundred men to the assistance of Mia Atsjent, prohibited and obstructed the import of grains and other provisions, and even closed the river.
Dutch transcription
Van Souratta den 19 Maart A„o 1748 wel off wij het selve nog wat aan handen, en eerst eenigsints den uijtslag afwagten souden; soo was het eenpaerig gevoelen op het laatste, Een ieder geloofde vast dat mia Atsjent het Casteel niet genomen # en goed vinden hadde, dan op Ordre van den Coning off nesaam ul molk, seekerlijk niet insigt om den stads Gouv„r uijt den Dherbaar te Jagen; en sigh selfs in die plaats te stellen; Dat die van de stad, weetende hoe slat hij aan 't hooff en bij Nesaan aangeschreeven stondt, ook hoe weijnig hij bij 't gemeen wegens sijne Godloose Reegeering te wagten hadde, niet ligt. sijne magt overgeven, maar sig teegens al het geweld wastenen, en sekerlijk het uijtterste daar aan waegen soude, Dat dierhalven bij de tegens malkander oorlog voeren en sig bij gevolg ook naar moe„ lijkh„t van weerskanten met volk ver„ sterken moesten; Dat dit sonder hub„ pe van buijten te roepen niet gese hie„ den konde, en dat buijten gene andere waren Van Souratta den 19 Maart A„o 1748 waren als Marhetties Grasfias en Coelijs, waar van schielijk een naamwaardig ge„ tal bij een gebragt konde werden. dat een ieder deese drie soorten voor menschen kende, die niet soo wel om te vegten als om te branden te stellen, te rooven en te plonderen in de stad komen souden; dat boven dien de Marhetties al so lange een begeerlijk oog op deese plaats gehad hadden, om daar van mede hun quaat te trecken, en dat sij bij gevolg soo eene se hoore gelegenth„t tot bereijking van hun oogmerk nimmer versuijmen, maar met beijde handen amplecteren, en sig mogelijk van de heele stat meester maken souden; dat dus deese Oorlog niets anders als de uijtterste ellende en ruine voor de Jngeseetenen na sig sleepen konde en dat men dierhalven ook ten opsigte van 's E: Comp. s belangen een besluijt neemen en voornaementlijk op onse seekerheijt, # goederen en de bewaring van so veel kostelijke„ als thans nog in de Latthij, en aller weegens in de pakhuijsen lagen, denken moeste 13 Van Souratta Den 19 Maart A„o 1748. moeste bij aldien somtijds het rooven en „omtrent Plonderen aangaan, en ook onse Logie koomen mogte. En om dese en meer andere redenen wierd bij ons goed gevonden, het schip Leijden nog tot den 10„e dierselfde maand aan te houden, des noods 15 â 30 Europeese zeevarende aan de wal te ligten, soo veel tuaken en Jnland„ „sche Roer en boog schutters in den dienst te neemen, als men tot het bewaren van 't Equipagie pakhuijs en de werff, de Latthij„ de Logie met het terrain rondsom ende daar op staande pakhuijsen van de make„ slaars en Leveranciers noodig oordeelen soude, en voorts ons in alles onverschillig te houden ten Eijnde niemant eenige reedenen van misnoegen te geven. Dit aldus vastgesteld sijnde wierd des anderen daags of den 5„e eenig volk aangenomen, en wij settede ook de weegen en toegangen tot de logie aff met sterke Balken en swalpen om des te minder nood te hebben voor de stroopende parthijen van 't Casteel wierd intusschen g - 15 Van Souratta Den 19 Maart A„o 1748 in tusschen seer sterk op de Dherbaar ge„ schooten, en alles wat ronds om die vesting lag in de brand geschooten de Gouv=r van de stad begon sig meede te versterken en tegens het Casteel Enige Batterijen op ^ sond Jmand hij Jmand te werpen, en tegens den avond ^ stond bij den Directeur, en liet versoeken dat hij togh des anderen daags de voornaemste Cooplieden van de stad bij een roepen en aan mia Atsjent afvragen mogte, wat reedenen hij hadde, van dusdanig te werk te gaan. maar de Directeur dit gewijgert hebbende onder voorgeven van sig in 't geheel niet met de saak te kunnen bemoeijen, soo liet hij selfs de voornaemste Cooplieden bij een roepen, en wij waren genoodsaakt daar bij soo wel de Engelschen en franse onse gecommitteerd„s te senden de bij een komst geschiede in een thuijn buijten de binnen stad, en het eenigste wat'er geschiede was, dat men een voordaag schrift aan mia Atsjent sond, die daar op tot antwoord stuurde eene Copij van een Van Souratta Den 19 Maart A„o 1748 een brieff, waar bij hem nesaam- vl molk gelaste sig op de gevoeglykste wijs van 't Casteel M„r te maeken, en na dat dit gelee„ sen was ging een ieder weeder naar huijs, sonder dat 'er iets verder gedaan wierde, als dat die van de stad ook op 't Casteel begon te schieten. Dit duurde eenige daegen en nagten sonder ophouden, en wij kreegen in onse logie verscheijden kogels, sonder dat nog thans ee„ nige schade geschiede de Direct„r deed seer veel moeijte, om te sien of het niet mogelijk # en scheef was, een vergelijk te treffen ten dien eijnde verscheijde ne brieven, soo na den Dherbaar als naar 't Casteel. maar alles was vrugteloos, die van t Casteel begeerde absolutie, dat die van de stadt uijt den Dherbaar gaan „toe soude. en daar „ was dese in t geheel niet geneegen. Jn teegendeel hij liet met alle magt nieuwe batterijen maken sloot het Casteel gaande weg nauwer in en verbrande alles wat hem maar eenigsints in de wegstond van de Coelijs en Grassias bragte Den 19 Maart A„o 1748 Van Souratta - bragte bij eenige duijsenden in de stad, en met de marhetties wierd dagelijx onder handeling gepleegt. maar het duurde seer lange eer men den regten uijtslag sag, off sij hem helpen, dan wel die van 't Cas„ teel bijvallen souden, want soud hij eenige Rijke geschenken, de marhetties namen die gaarne aan en deeden selfs eenige goede beloften, En sond die van t Casteel eenige daar teegen, die wierden meede niet afgeweesen; soo dat een ieder met overlangen haar Eijnde besluijt te ge moet sagh. Eijndelijk quam een van haere voor„ naamste Generaals in name Damagie selfs voor de stad, en die Declareerde sig ten eersten voor 't Casteel hij sond wesentlijk eenige hondert man„ aan mia Atsjent te hulpe, verbooden belette den invoer van Graanen en andere Levensmiddelen, sloot selfs de Rivier 17
English
The 19 March A:o 1748 From Souratta river and wrote letters to all the foremost inhabitants stating that he had come to help the distressed populace and to drive out the bad government. Having a large portion of the return goods lying outside the city on the bleaching grounds, and consequently in his power, without being able to secure them, we showed him all kinds of complaisance; our brokers even went to him and offered him a small gift to the value of approximately f 900:—:— as ransom, and when he wrote to us, we always replied very politely. Yet being utterly unable to conceive why he continued to gather more and more men together, and consequently becoming apprehensive that he might perhaps only seek to weaken the two contending parties and then make himself master of the city, we entered into a conference with several of the foremost merchants, made our apprehensions known to them, and devised a means to make peace, or at least a truce, before the Marathas became more powerful in the city. We also sent Secretary Serff to the English and French to inform them of our intention and to request them to act together with us for the welfare of the city. But these having excused themselves, under the pretext—principally on the part of the English—that they would not send their deputies to the Dutch lodge, though they were willing to attend the entire meeting in their lodge or at a third place, we went forward with the native merchants alone, wrote letters to the Castle and to the Darbar, sent deputies thither, and were also, after much trouble, so fortunate that a mutual peace was struck between the two and the firing ceased on both sides. Our aim was, if possible, to arrange it in such a way that Mia Atsjent might remain in the Castle and the other in the city, so as to have chief rulers who, in matters of the public interest, might offer resistance to each other and promote the welfare of the city. And we took all the more pains to this end merely to get the Marathas out of the city and to proceed again with trade. But the English as well as the Marathas opposed this with all their might: the latter because it deprived them of the opportunity to achieve their aim regarding their stay in this city, and the former because they would like nothing better than to see Souratta ruined, in order to find therein the rise of Bombay. So that everything we built was completely overthrown again by these two stubborn parties, and the fire of war was brought to full blaze once more, to frustrate their evil design or to turn away the bad reputation they gave us in the Castle, as if we were against him and offered a helping hand in everything to the Governor of the city; for on the 30th of December, towards evening, very heavy firing commenced again from the Castle, and those of the city did not remain in the least indebted to him. Owing to the numerous batteries, we were also so closely hemmed in on all sides that we kept open no more than one street which we could pass through. Moreover, the most detrimental news was brought to us daily, to the effect that everything was ready in the Darbar to set fire to the houses near and around the lodge, and under favor thereof to attack us and rob us of the money that had been entrusted to us by the merchants. Therefore we doubled our guards, remained up at night ourselves, two by two, in order to be able to give orders regarding everything so much the better in time of need, took still more men into service, occupied those principal houses of our neighbors from which we thought harm could be done to us, and thus awaited what might happen. What caused us the greatest concern was the warehouse, because, crammed with merchandise, it lay close under the Castle and so far out of the way that it was impossible for us to do anything else about it than to recommend it to Mia Atsient and also to inform the Governor of the city that if the least damage were done to it, we would then know what we had to do. Many a time, too, the fire came so close to it that we thought nothing else but that all was lost, and we often had to have that same fear even in the lodge, because between us and the Castle everything was likewise set on fire. But heaven has still always mercifully preserved us, so that up to this day we have suffered the least damage to anything. Besides this, nothing has been so difficult for us as to keep ourselves in good remembrance with the one party as well as with the other, and above all not to become directly involved in the fight; for the greatest requests were made daily on this account, and it is indescribable what assurances we received from the one and the other if only we would depart in the least from our neutrality. But we could never bring ourselves to do this, not even when the men from the Castle fought close before our lodge and were defeated there, since it is best for the Honorable Company as well as for the whole city whenever the
Dutch transcription
Den 19 Maart A„o Van Souratta 1748 Rivier en schreeff aan alle voornaemste Jngesetenen brieven; van dat hij gekoo„ men wes om het bedrukte gemeen te helpen en de quaede Regeering te verdrij„ ven. wij een groot gedeelte van de retouren buijten de stad op de bleek en bij gevolg in sijne magt hebbende leggen, sonder deselve te kunnen bergen, beweesen hem alderhande Complaisance onse make„ laurs gingen selfs na hem toe, en boden hem een Geschenkje aan ter waarde van ongevaar ƒ 900:—:— uijtkoops en als hij aan aan ons schreeff, antwoorden wij althoos heel beleefd, Dog geensints kunnende bedenken, waarom hij nog al meere meer volk bij een trok en dierhalven in bedugting raekende, dat hij somtijds al„ leen maar soeken mogte, de twee strij„ dende parthijen te verswakken, en sig dan selfs van de stad meester te maken sotree„ wij met verscheijdene van de voornaamste kooplieden in eene Conferentie, maekten aan 19 Van Souratta den 19 Maart A„o 1748 aan haar onse bedugting bekent, en dagten op een middel, om vreede, off ten mins„ ten een stilstand van wapenen te maken eerde Marhetties magtiger in de stad wierden. wij sonden ook den secretaris Serff naar de Engelschen en francen om die van ons voornemen kennis te geeven, en haar te versoeken tot wel weesen van de stad met ons te samen te wil„ len doen. maar deese sig daar van geexe cuseert hebbende, onder voorwendsel voornamentlijk van de Engelsen, dat sij hunne Gecommitteerd„s niet in de holland„ landschee Loogie senden, maar wel de hele vergadering in hare logie off op een derde plaats bijwonen wilden, soo gingen wij met de Jnlandsche Cooplieden alleen voort schreeven brieven naar 't Casteel en naar den Dherbaar, souden Gecommitteerd„s der„ waarts, en waren ook na veel moeijte so ge„ lukkig, dat tusschen bij den een onderlinge vreede getroffen, en met het schieten van weerskanten Souratta den 19 Maart A„o 1748— Van „ons weerskanten opgehouden wierd oogmerk was om indien mogelijk het soo te beschie„ ken dat mia Atsjent in 't Casteel en de andere in de stad blijven mogte, om dus hoofd Regenten te hebben, die in saken van 't algemeen malkander teegenstand bieden en het welweesen van de stad be„ vorderen mogte En wyj deeden hier toe soo veel te meer moeijte om de marhetties maar uijt de stad te krij„ gen, en met de negotie weder voort te gaan maar de Engelschen so wel als de marhet„„ ties stelden sig hier met alle magt tegen aan De laasten, om dat hun daardoor de gelegenth„t benomen wierd haaroogmerk ten op sigte van haar verblijff in deese stad te bereijken. Ende eersten om dat sij niets lievers als souratta geruineert sien souden, ten eijnde daar in de opkomste van Bombaij te vinden. soo dat alles „dese wat wij bouwden, door „ twee harde parthijen weder 21 Van Souratta den 19 Maart A„o 1748 weder volkomen om vergehaald, en het oorlogs vuur weeder volkomen aan 't branden ge„ bragt hun quaad voornemen te Eijdelen off de quaade naam of te keeren, die sij ons in 't Casteel gaven, eeven als of wij hem teegen waren, en den stads Gouv„r in alles de behulpsame hand booden, want den d30„' xber: teegens den avond wierd van 't Casteel weeder seer heftig geschoo„ ten, en die van de stad bleeff hem in 't minste niets schuldig. wij wierden door de menigvuldige batterijen meede van alle Canten soo nauw ingesloten dat wij niet meer als eene straat open hielden, die wij passeeren konden boven dien quam men ons dagelijx de nadeeligste tijdigen brengen, om dat alles in den Dherbaar klaar stond om de huijsen bij en om streeks de logie in den Brand te steeken, en ons onder faveur vandien op 't lijff te vallen, en van het geld te beroven dat ons door de Cooplieden toevertrouwt was v Van Souratta den 19 Maart A„o 1748 was dierhalven verdubbelden wij onse wagte, bleeven des nagts twee aan twe selfs op om in tijd van nood soo veel te beeter op alles ordre te kunnen stellen, na men nog meer volk in den dienst, besettede die voornaamste huijsen van onse bure quaad konden doen die wij dagten dat 't gerkomen mogten hiet vernoediste wat ons en wagteden dus af wat ons „ de grootste sorge maakte was de latthij, om dat die opgepropt met Coopmanschappen digt onder 't Casteel en soo derre van de hand lag, dat wij onmogelijk daar aan iets anders doen konden, dan deselve aan mia Atsient aan te bevelen en ook den Gouver van de stad bekent te maken dat soo daar aan iets het minste be„ schadigt wierde, wij dan weeten souden wat ons te doen stond. meenigmael is ook het vuur also digte daar bij ge„ weest, dat wij niet anders dagten, off alles was verloren en die selfde vreese hebben wij veel tijts selfs in de logie moete hebben, om dat tusschen onsen't Casteel 23 Van Souratta Den 19 Maart A„o 1748 Casteel mede alles in den brand gestoo„ wierd. maar de heemel heefft ons nog althoos genadig bewaart, soo dat wij tot heeden de minste schade aan iets geleeden hebben Buijten dien is niets so bekom„ merlijk voor ons geweest ons bij de eene Parthy soo wel als bij de andere in een Goed aandenken te houden, en voor al niet dadelijk mede in 't gevegt in gewikkelt te werden, want hierom wierden dagelijx de grootste versoeken gedaan, en het is onbeschrijflijk wat verseekeringen wij van de een en ander kreegen bij aldien wij maar in 't mins„ van onse onvschilligh„t affwijken wilden, maar wij hebben hier toe nooijt kunnen overgaan, selfs niet toen het volk van 't Casteel digte voor onse logie vogt, en daar de neerlage kreeg vermits het voor d' E: Comp: so wel als als voor de heele stad het beste is wanneer de
English
Souratte 19 March Anno 1748 From the government, it can be arranged that the Castle and the city remain separated. And to this end we have done as much as possible. We daily kept those of the Castle busy with good promises, and to those of the city we always pointed out that we undertook nothing to his detriment, and this has also had so much effect with him, that in the end he no longer mistrusted us at all, but on the contrary gave daily new signs of affection, with which he continues to this day. However, towards the poor inhabitants of this city he remained just as hard, threatening to ruin everything with fire and sword that dared offer him even the least resistance. It did not even stop at threats, but he indeed also carried them out, so that on the evening of 12 February in very little time more than 1500 capital houses standing around the Bazaar were reduced to ashes. The Marathas kept everything occupied as before, and let nothing come into the city. People and beasts had to die of hunger, and to prevent this, more than a third of the inhabitants went outside the city. We again made every effort to establish a treaty, but we were once again unable to accomplish anything. Mia Atsjent would not listen to any good advice, because he had several thousand Marathas to his aid, and moreover relied on the orders of Nizam-ul-Mulk; and the Governor of the city relied on his old soldiers, who remained just as loyal to him, besides the fact that roughly every 8 days he received a new written order from the king, or at least pretended to. Finally, however, a truce was concluded for the second time, without us knowing for certain to this day who was the cause of it. They ceased firing and the rumour spread that the city Governor would leave the Durbar, and surrender everything to Mia Atsjent, and the merchants together also signed a bond, by which they stood surety that no one would do him any harm, much less demand any accounting from him regarding what had happened, and upon which we were also forced to set our seal. Yet nothing came of this, at least not as quickly as we could have wished, and as the time of the good monsoon meanwhile steadily passed by without us seeing any hope of accomplishing the least thing, we began to think of means at least to draw so much advantage from this peace that we could dispatch the ship Leiden and save ourselves from the midst of the fire, and to this end no other means was feasible than that we should try to clear out the Lodge for the greatest part, and go live in the outer city at the wharf with the principal cash and effects of the Honourable Company. We made our intention known to the city Governor, and having obtained full permission from him, we also wrote a note to Mia Atsjent in the Castle, left the Cashier with the clerks, 8 European and 100 native soldiers in the lodge, and moved with the rest and the Honourable Company's silver and cash to the outside on 21 February. As soon as we had arrived there, we received a short letter from the Castle, in which Mia Atsjent, under all kinds of propositions, still sought to keep us somewhat in the city; but we, having anticipated this, presented to him the necessity that had moved us to this, and promised him nevertheless our assistance in all things. Yet he had no need of it at all. For the Governor of the city followed us on the 11th of the current month against everyone's expectation. With all his might, without the least necessity having forced him, he left the Durbar, and now lives in the English garden; but with what intention, God alone knows. Indeed, as for us, we can impossibly believe that it took place in order to hand over the government entirely, since to this day he has not dismissed a single man from all his soldiers. And therefore one will have to await from time what will yet come of this strange turn of events. The Marathas meanwhile remain in the city as before, and also continue to prevent the import of grains, hay, etc., whereby everything still remains equally scarce and trade also obstructed. Mia Atsjent has indeed assured, and also stands by his assurance, that they will now soon leave and release everything again; but we can impossibly believe it, and they moreover want to assure us as a certain truth that Damaji now already claims two of the city gates and a quarter of the revenues without wishing to listen to any other propositions. Indeed, this is certain: that to this day he still holds under arrest everything that lay outside the city on the bleaching grounds, both of ours and of all other merchants, and that he also will not allow any goods to be chopped or dispatched at Brootchie, as long as according to his assertion the Surat affair is not yet settled. And if this does not end soon, it will indeed look very bad for this year with the trade in general and especially with the collection, since we then will be able neither to receive any
Dutch transcription
Souratte Den 19 Maart A„o 1748 Van de Regeering soo geschikt kan werden dat het Casteel ende stad geseporeerd blijfft. En hier toe hebben wij soo veel gedaan als moogelijk is. wij hebben die van 't Casteel dagelijx met goede beloften opgehouden, En die van de stad hebben wij althoos daar op geweesen dat wij niets ten sijnen nadeele in 't werk stelden en dit is ook bij deesen van soo veel effect geweest, dat hij ons op 't laaste in 't geheel niet meer mistrouwde, maar in teegen„ deel dagelijx nieuwe blijken van genegent„ heijt gaff, waarmeede bij tot heeden nog Continueert Dogh omtrent de arme Jngesetenen deser stad bleeff hij eeven hard, en drijgende alles met duur en swaard te ruinueeren wat hem maar in 't minste tegenstand bieden durfde. selfs bleeff het bij de dreijgementen niet, maar hij voerde desel„ ve ook inder daat uijt, sodanig dat de 12 feb„ij des avonds in heel weijnig tijts meer als 1500 Capitale omtrent de Bakaar staande 25 Van Souratta Den 19 Maart A„o 1748 staande huijsen in de assehe gelegt wierde De marhetties hielden als voor heen al„ les beset, en lieten niets in de stad koo„ men. menschen en Beesten moesten van honger sterven, en om dit voor te komen, ging meer als een derde van Jn„ woonders. buijten de stad. wy deeden opt nieuw alle moeijte om een verdrag te maa„ ken, maar wij konden al weeder niets uijtvoeren. mia Atsjent woude nagenen goeden raatluijsteren, om dat hij eenige duijsent marhetties te sijner hulpe hadde, en bovendien op de ordres van nesaam ul molk steunde en de Gouv„r van de stad verliet sig op sijne oude soldaten, die hen nog eeven getrouw bleeven, behalven dat hij ten naesten bij om de 8 dagen een nieuw bevel schrift van de kooning kreeg, of ten minsten soo voorgaff. Eijndelijk wierd evenwel voor de tweede maal een stilstand van wapenen getroffen, sonder dat wij tot heeden nog regt weten, wie daar van Van Souratta Den 19 Maart A„o1748 van de oorsaak is, menhield met schieten op en het gerugte liep, dat de stads Gouvr uijt den Dherbaar gaan, en alles aan mia atbjent overgaan soude en de gesament„ lijke Cooplieden te kenden ook een verbant schrift, waar bij sij borge bleeven, dat hem niemand eenig leed doen, veel minwee„ gens het gepasseerde eenige rekenschap van hem vorderen soude, en waar op wij genoodsaakt waeren, mede ons zegul te zetten. Naar hier quam niets van ter mins„ ten niet soo spoedig als wij wel gewenst hadden, en dewijl de tijt van t goede mous„ son in tusschen al vast verlief sonder dat wij eenige hoopsagen, iets het minste uijt te voeren, soo begonden wij op midde„ „len te denken om weijnigstens van deese vreede soo veel voordeel te trecken, dat wij het schip Leijden depecheeren en ons selven uijt het midden van 't vuur redden kouden, en hier toe was geen 27 Van Souratta den 19:' Maart A„o - 1748 geen ander middel boerig dan dat wij tragte moesten de Loogie voor 't grootste gedeelte te verladen, en met de voornaamste Con„ tanten en effecten van de EComp: in de buyten staad op de werff te gaan wonen wij maakten ons voor nemen aan de stads Gouver bekent, en van dien eene volle permis„ sie verkreegen hebbende, schreeven wij ook briefje aan mia Atspent int Casteel lieten den Cassier met de pennisten, 8 Europeesche en 100 Jnlandsche soldaten in de logie en trokken met de rist en 's E Comp: silver en Contanten op den 21 feb„r naar buijten soo draa wij daar aan„ gelandt waren, kreegen hij uijt het Casteel een kleijn briefje, waar bij mia Atsjent onder allerhande voorstellings ons nog wat in de stad sogte te houden maar wij sulx wel tegemoed gesien hebbende, stelden hem die noodsakelijkh„t voor, die ons hier toe bewogen hadde, en beloofde hem des niet min in alles onse hulpe„ og Van Souratta Den 19 maar A„o 1744 Dog die heeft hij in 't geheel niet nodig gehad. want de Gouver van de stad is ons op den 11 Courant tegens de verwagting van een ieder gevolgt. hij heeft met alle sijne magt, sonder dat hem de minste nood gedrongen heeft, den dherbaar verla„ ten, en woont thans in de Engelse thuijn maar niet wat insigt, is alleen God be„ kent, Jmmers wij door ons kunnen on„ mogelijk gelooven, dat het soude ge„ schiet sijn, om het bestier in 't geheel over te geeven, dewijle hij tot heeden van alle sijne soldaten nog geen een man afgedankt heefft. en dierhalven sal men van den tijt moeten afwagten, wat uijt deese wonderlyke om keering nog worde sal. De Marhetties in middens blijven als nog voor heen in de stad Continu„ eeren ook den invoer van Granen hoog ensz: te beletten, waardoor nog alles even schaars en de negotie mede ge„ strempt blijft mia Atssent heeft wel versekert 29 Van Souratta den 19 maar A„o 1748 verseekert, en blijft ook bij sijne verseke ning, dat sij nu spoedig daar uijt gaan, en alles weder largeeren sullen maar wij kunnen het onmogelijk geloven, en men wil ons boven dien voor vaste waarheijt versekeren, dat Damagie nu altwe van de stads Poorten en een quart van de Jncomsten praetendeert sonder na eenige andere voorstellings te wil„ len Luijsteren. Jmmers dat is gewis, dat hij tot heeden nog alles gearresteert houdt, wat soo wel van ons als van alle andere Cooplieden buijten de stad op de bleek gelegen heeft, en dat hij ook op Brootchie gene goederen wil Chiappen off versenden laaten, soo lange als volgens sijn voorgeeven de souratse affaire nog niet afgedaan is En bij aldien dit niet spoedig ophoudt sal 't in der daat voor dit Jaar met de negotie haal en voornamentl: met den Jnsaam heel slegt uijtsien, vermits wij dan soo min eenigen
English
From Surat, the 19th of March, Anno 1748. shall purchase some cotton, as soon as we can get the dyed and painted cloths ready. It is therefore from all sides that this destructive war, which broke out suddenly, has depressed the interests of the Honorable Company in this Directorate and incapacitated us from doing that which we otherwise would in no way have omitted. We have indeed opposed it with all our power and, in spite of so many obstacles brought about, sought to make everything turn out for the best, but it has nevertheless been impossible for us. And now that we have described the main cause as required, we shall also give the owed account in detail of our doings with regard to the interests of the Honorable Company. The ship Oost Cappelle, as appears from our aforementioned letter, appeared here on the 12th of September From Surat, the 19th of March, Anno 1748. the 12th of September of the past year; sailed on the 21st of October following for Malabar, and returned on the 28th of February last; having brought a full cargo of diverse goods; which, however, because of the war, we have not yet been able to fully discharge, much less to sell. The ship Leijden dropped its anchor at this roadstead on the 4th of November aforesaid, and notwithstanding that we had few return goods for the Homeland ready, we nevertheless made such haste with its unloading that we would have been able to let it depart again as early as the beginning of December. But just as everything was ready and the last bales shipped off, the war broke out on the 4th of that month. We then postponed the departure to the 10th, from the 10th to the 15th, from the 15th to From Surat, the 19th of March, Anno 1748. to the 20th, and from the 20th to the ultimate, constantly in hope and expectation that the disturbances would cease for once, and we would be enabled to let this vessel make another short trip, if not to Ceylon, then at least to Cochin. But matters took such a bad turn along the way that in the end more difficulties appeared than at first, and on the 4th of January we were forced to take a positive resolution to dispense entirely with the intermediate voyage, and now to send the ship from here to China so early that it could easily take in the goods for that empire in passing by Malabar and Ceylon. The reasons that have moved us to this are predominantly enclosed in the war. For since we had no other ship at the roadstead, we could not well let it go, because we would then have been From Surat, the 19th of March, Anno 1748. entirely deprived of all opportunity to carry off from there, in time of need, the best and most precious of the Honorable Company along with our own lives. But we have nevertheless also taken into consideration that we had no goods to demand from Ceylon and Malabar, and that it would have been quite too much risked to let a ship, solely for the sake of so few return goods for the Homeland as we had ready, make so dangerous a voyage with regard to the pirates; besides which it could also very easily have happened that, had this intermediate trip turned out slightly unfavorable, the principal voyage to China would have suffered much damage thereby. And notice hereof having been given by express letters overland to the Malabar and Ceylon administrations, From Surat, the 19th of March, Anno 1748. our principal care subsequently was merely to load this vessel and dispatch it at the proper time. But in this too we met with much adversity, even after we had expressly gone outside for that purpose; for after we had, with much difficulty, gathered together here and there and packed the olibanum, putchuk, false amber, etc., Mia Atsjent would not allow those goods to be transported without sending his people to seal them. And the Governor of the town let it be known that if a single person from the Castle came onto that wharf, he would immediately send 1000 men and cause great violence. Thus we were forced to accommodate matters somewhat on both sides, and finally brought it so far that those of the town claimed no toll, but to those of the Castle we had to give a written bond whereby we promised to pay From Surat, the 19th of March, Anno 1748. no toll other than to the one who in time shall sit as Governor in the Darbar. And we showed ourselves very willing to do this, because this contains nothing disadvantageous with respect to the Honorable Company. Meanwhile, the cargo of this ship consists of that which is specified at the foot hereof. And we have, for the procurement and dispatch of the goods for China, and especially for the collection of the cotton, made every possible preparation as soon as Your High Excellencies' much esteemed order concerning this reached our hands; but it has not been possible to procure more than 200 bales of that tree crop for this time. For besides General Damagie having prohibited the purchase and transport From Surat, the 19th of March, Anno 1748. thereof, as well in Broach as around here, nothing was left of the other or previous year's stock either, and the new crop this year became ready extraordinarily late, so that in the beginning of this month not a single bale thereof could yet be procured. And we have therefore been forced to let this vessel depart with this little, as is indeed happening today, with the wish that it may take in the Malabar and Ceylon goods in passing without delay. Concerning which we have prescribed the necessary instructions to the authorities, and have sent this to them in original via Cochin and the duplicate via Malacca, in order that the same may be delivered all the more speedily. The ship Nieuwwalckeren on the 22nd
Dutch transcription
Van Souratta Den 19 Maar A„o 174 eenigen Cattoen sullen in Coopen, als de geverfde en geschilderde Cleeden op bereijdt krijgen kunnen. Het is dan van alle kanten, dat deese schielijk ontstane verderfelijke oorlogde be„ langen van d'E Comp: in dese Directie gedruk„ te en van ons buijten staat gesteld heeft dat te doen, wat wij anders geensints soude nagelaten hebben, wij hebben ons wel met alle vermogen daar tegen aangekont, en in weerwil van soo veel hinder palen gebragt, alles ten besten te doen uijt val„ len maar het is ons eeven wel onmoge„ lijk geweest. en nu wij de hoofd oorsaak naer Eysch bescheeven hebben, sullen wij ook in speecie van ons gedoente te opsigte van de belangen der E Comp: de verschuldigde kennis te geven. Het schip Oost Cappelle is blijkens ons voorwaarts geciteert schrijven den 12„e september 31 Van Souratta den 19 maart A„o 1748 12„e september des vergangen Jaars alhier verscheenen; den 21„e 8ber: daar aan volgende naar de mallabaar gestevent, en den 28 febr: Jongstleeden weder terug gekomen; mede gebragt hebbende eene volle Lading van diverse goederen; dog dewelke wij voor als nog wegens de oorlog niet geheel heb„ ben ontlossen veel min verkoopen kunnen Het schip Leijden heeft den 4 9ber: voormelt sijn anker te deeser Rteede laten vallen, en niet teegenstaande wij weijnig Patriase Retouren in gereedheijt hadden, maakten wij egter met dies ontlos soo veel soed, dat wij het selve in 't begin van xber: al weder souden hebben kunnen laaten vertrekken, maar soo als alles klaar was en de laatste pakken afgescheept, ont„ stond op den 4„e dier maand de oorlog wij stelden toen het vertrek uijt tot der so„e van den 10„e tot den 15„e van den 15„e tot Van Souratta den 19 Maart A„o 1748 tot den 20„e en van 20„e tot ult=mo al geduu„ rig in hope en verwagting, dat de onlus„ ten eens ophouden, en wij in staat raa„ ken souden, dien booden nog een togtje so niet naar Ceijlon ten minsten naar Cochim te kunnen laten doen. maar de saaken kreegen gaande wegeenen soo slegten aansehouw dat sig in 't laatste meer swarigheden als t eerste vertoon„ „den, en wij op den 4„e Janu: genoodsaakt wierden, een positieff besluijt te nee„ men van de tusschen rijse in 't geheel aff te sien, en het schip nu maer so vroeg van hier naar China te senden, dat het de goederen voor dat rijk in 't voorbijgaan /van de mallabaar en Ceijlon met ge„ mak inneemen konde De Redenen dis ons hier toe bewogen hebben sijn voor„ namentlijk in den Oorlog opgesloten. want dewijl wij geen ander schip op de Rheeden, so konden wij het selve niet wel gaan laten, om dat ons dan in't Van Souratta Den 19' Maart A„o 1748: in t geheel alle gelegenth„t benomen ge„ weest soude zijn, in tijt vant nood het beste en kostelijkste van de E: Comp: met ons eijgen leeven daar afte brengen: maar wij hebben nogthans teffens ook in aanmerking genomen dat wij van Ceijlon en de mallabaar gene goede„ ren te eijschen hadden en dat het genoeg„ saam al te veel gerisqueert soude sijn, een schip alleen om de wille van soo wijnige Patriase retouren, als wij maar in gereetheijt hadden soo eene Gevaarlijke„ rijse ten opsigte van de Roovers, te laten doen behalven dat het ook seer ligt soude hebben kennen gebeuren, dat als dit tusschen togtie een weijnig teegen„ spoedig uijtgevallen was daar door de principaalste rijse naar China veel nadeel geleden hadde, en hier van bij Expresse briefjes over den landweg aan 't mallabaarse en Ceijlonse minis„ terium kennis gegeven sijnde is vervolgens 33 Van Souratta Den 19 maart A„o 1748 vervolgens onse voornaamste sorge geweest om deesen boodem maar te laaden en ter behoorlijker tijd weg te senden, maar ook hier in hebben wij veel tegenspoede ontmoet selfs toen wij al Expres doorom naar buijten gegaan waren, want na dat wij met veel moeijte hier en daar de olibanum Poetjoek valsche barnsteen eensz: bij eengesogt en g'emballeert hadden woude mia Atsjent die goederen niet vervoeren niet laten, sonder sijn volk te senden, om de selve te Chiappen. ende Gouv„r van de stad liet weten dat als 'er een mensch uijt Casteel op die werff quam, hij terstond 1000 marsende en een groot geweld maken soude Dus waaren wij genoodsaakt het aan beijde „kanten soo wat te schicken, en bragten het ook Eyndelijk soobeare dat die van stad genen thol protendeerde maar aan die van 't Casteel moesten wij een verband schrift geven waar bij wij beloofden genen „. 35 Van Souratta den 19 Maart A„o 1748 genen thol te sullen betaelen dan aan den Geenen die in der tijt als Gouve„r in de Dherbaar sitten sal En hier toe hebben wij ons seer gewillig laten vinden om dat dit niets na dee ligs ten opsigte van d E Comp: in houdt n tusschen bestaat de ladingh van dit schip in het geen aandevoet deses gespecificeert staat en wij hebben tot de bemagtiging en versending van de Goederen voor China, en insonderheijt tot den Jnsaam van 't Cattoen, wel alle mogelijke aanstal gemaakt soo dra ons maar UW Hoog Edelhedens veel geagte ordre deser aangaande aan han„ den quam maar het is niet mogelijk geweest, voor dit mal meer als 200 balen van dat Boom gewas te bemag„ tigen want behalven dat de Generael Damagie den Jnkoop en vervoer E daar Van Souratta Den 19 Maart A„o 1748 daar van, soo wel op Brdotchia als hier omstreeks verboden heeft, soo is van het andere off voorjarig ook niets over ge„ gebleven en het nieuwe dit Jaar soo buijten gewoon laatklaar geraakt dat in 't begin van deese maand daar van nog geen een baal heeft kunnen be„ magtigste werden, En wij sijn dierhal„ ven genoodsaakt geweest, desen bodens met dit weijnige maar te laten ver„ trecken soo als op heeden ook geschied met wensch, en passant de malla„ baarse en Ceijlonse Goederen sonder vertoe„ ven inkrijgen mag. waar omtrend wij de overheeden het nodige bij Jnstructie voorgeschreeven, en met haar desen in Origineele Over Cochim en 't Du plicaat over mallacca versonden hebben op dat deselve des te spoedi„ geabesteld mag zaken.— Het schip nieuwwalckeren is den 22
English
37 From Souratta, the 19th of March, Anno 1748 also arrived at this roadstead on the 22nd of January last, and besides some Persian goods and cash, brought here a good portion of its Batavia cargo, which, however, has not yet been able to be discharged. Its skipper, Arnolous de la Sarade, arrived here completely insane, and up to this day has not improved in the least. It also appears as if he will never recover, and for that reason we have placed him under the supervision of the Commissioners of the Orphan Chamber, so that his property may not be neglected. Things do not look too well with the ship itself either, as it is lacking in everything, and moreover is very poorly manned. Nevertheless, we shall provide for everything as far as possible, and then send this vessel directly to Your High Excellencies as soon as practicable. — Concerning From Souratta, the 19th of March, Anno 1748 Concerning the ship that is still to come from Batavia, we have up to this day received as little news as about the one via Bengal; and if these keels do not arrive soon, it will be quite late to be able to dispatch them properly again. Although we fear that it will amount to nearly the same whether they appear here early or late, for the return cargoes for Batavia and the Fatherland cannot possibly be ready in time, even if from this day onward everything were brought to peace and quiet. And it remains to be seen whether we shall even be able to obtain cotton to load a ship for Bengal with it. All this having been considered by us on the 29th of February last, we have resolved, regarding the ship that is still to come from Batavia, to await Your High Excellencies' pleasure; to send that from Bengal 39 From Souratta, the 19th of March, Anno 1748 back thither again; to send Nieuw Walcheren to Batavia around the end of April with whatever we might have on hand; and now to seek a cargo of freight goods for Oost-Cappelle for Mocha, Jeddah, or Basra, so that it might be back here in August next and still be able to transport the return goods that might be ready by that time. But we now already begin to fear that this too will make no progress, because thus far not a single merchant has dared to prepare any goods for the said places, and consequently we cannot obtain any freight goods. And if perchance no cotton can be obtained either, everything will fall into confusion entirely, and we shall then be forced either to send the ships empty, or else to arrange matters as the circumstances of the time shall best serve the interest of the Honorable Company, From Souratta, the 19th of March, 1748 and regarding which we shall leave nothing untried that is in any way practicable and, in our humble opinion, justifiable to Your High Excellencies. And we also intend to do likewise regarding the trade, which at the beginning of the favorable monsoon took on so profitable an appearance that we had hopes of achieving very great profits in the future; but in which we have made a great miscalculation due to the harmful war. Nevertheless, the Batavia cargoes of Oost-Cappelle and Leijden have been sold for very acceptable prices, and if only a slight change for the better occurs, what we still have on hand will certainly find its buyers as well. At all events, we shall do our best to that end, and we cannot see otherwise than that it will meet with a desired success, unless Souratta is entirely ruined. And it is in this expectation that we hereby From Souratta, the 19th of March, Anno 1748 very humbly request Your High Excellencies in advance that, should our further and formal requisition perchance not be delivered in time, we may then receive early, or in October next, two shiploads with the following merchandise, namely: 5 tons of uncoined silver 60,000 lb. cloves 20,000 lb. nutmegs 40 bales of cinnamon 10 barrels of mace 3,000 canassers of powdered sugar 600 canassers of candy sugar 200,000 lb. Japanese bar copper 150,000 lb. Bantam pepper in sacks 300,000 lb. bar iron 150,000 lb. Bangka tin in inkstands 100,000 lb. spelter 10,000 lb. quicksilver as many elephant tusks and tortoiseshell as can be obtained. Furthermore, we cannot fail in our duty to inform Your High Excellencies that, however detrimental the aforementioned war has been to the interests of the Honorable Company, we have nevertheless derived a benefit from it that could otherwise never have been obtained; and this is a written agreement from the City Governor, as well From Souratta, the 19th of March, Anno 1748 as from Mia Atsjent, that they will favor the Honorable Company in everything that the King has granted it by his firmans. So that we now have hope, both of obtaining a dastak for the goods transported from here to Bengal to be allowed to import them there duty-free, and of finally building a lodge here in Souratta. The outcome of the former will become apparent as soon as we have an opportunity to send a ship to Bengal; but for the latter, with the powerful aid of the City Governor, we have already laid the ground, in so far as some pieces of land and small houses that we necessarily needed have been purchased, and further all preparations have been made to enclose with a wall that which now belongs to the Honorable Company in ownership. We have arrived at this decision solely to let the Honorable Company profit from an opportunity that may perhaps never present itself again, and which we did not dare
Dutch transcription
37 Van Souratta Den 19 Maart A„o 1748 22„e Januarij Jongstleeden mede te desen Reede verscheenen, en heeft benevens eenige Persiaanse Goederen en Contanten een goed gedeelte van sijne Bataviase Lading al„ hier aangebragt, dog de welke voor als nog niet heeft kunnen ontlost werden de schipper daar van Arnolous de la sarade is in 't Geheel kranksinnig alhier aange „komen, en tot heeden nog niets het mins„ te Gebetert. het schijnt ook als off hij nooijt weeder te regt komen sal, en daar„ om hebben wij hem onder 't opsigt van de Commissarissen tot en van de saken der weesen Gestelt, ten eijnde sijne Goede„ ren niet vernegligeert mogten werden. met het schip selfs siet het mede niet al te uijt, vermits het selve van alles gebrek heeft, en boven dien seer slegt bemant is. Egter sullen wij in het een en ander naar mogelykh„t voorsien, en dan deesen bodem soo spoedig doenlijk direct tot Uw hoog Edelhed„s senden. — van Van Souratta Den 19 Maart A„o 1748 Van het schip dat nog van Batavia komen moet hebben wij tot heeden soo min eenige tijding gekreegen, als van dat over Ben„ galen; en soo deese kielen niet spoedig koo„ men ofsdagen, sal 't al vrij wat laat vallen, om deselve behoren weder te kunnen versen„ der. Alhoewel wij sijn dedugt, dat het ten naasten bij om 't eeven wesen sal, osse vroeg off laat alhier verschijnen want de Retouren voor Batavia en 't Patria kunnen tog onmogelijk op haren tijt klaar komen, al wierd ook van heede aff aan alles in rust en vreede gebragt. en 't sal te besien staan, off wij selfs wel maar Cattoen sullen krijgen kunnen, en daar meede een schip voor Bengale aff te laden Dit alles dan bij ons op den 29„e feb„rij Jongstleeden Overwogen sijnde, hebben wij wel een besluijt genomen omtrent het schip dat nog van Bata„ via komen moet, uw hoog Edelheedens goedvinden aff te wagten, dat van Bengalen 39 Van Souratta den 19 Maart A„o 1748 Bengalen weder naar derwaarts te rug testhuu„ ren, nieuwwvalcheren omtrent Ultimo april, met het geen men aan handen mogte hebben, naar batavia te senden en voor OostCap„ pelle nu eene lading vragt goederen te soe„ ken, voor mocha Jeddaaff Bassoura, op dat het selve in Augustus aanstaande weeder soude hier sijn, en nog de Retouren vervoe„ nen kunnen, die men teegen dien tijd klaar mogte hebben, maar wij beginnen nu al te vreesen, dat ook dit geenen voortgang nemen sal, door dien tot nog toe geen een Coopman eenige goederen voor de gem„te plaat„ sen heeft klaarmaken durven, en wij bij gevolg gene vragt goederen krijgen kunnen En bij aldien 'ersomtijds ook geen Cattoen mogte te demagtigen sijn, sal in 't geheel alles in duijden leggen, en wij sullen dan genoodsaakt wesen, off de scheepen leedig te versenden, dan wel anders het soo„ danig te schikken, als de tyds gelegenh„t ten meesten nutte van de E: Compiaan Van Souratta Den 19 Maart 1748 de hand geven sal. en waar omtrent wij niets onbesogt sullen laten, wat maar eenig„ sints practicabel en na ons gering gevoe„ len bij uw hoog Edelhed„s verantwoordelijk is. ven so sijn wij ook van voornemen te doen, omtrend de negotie, die in't begin van goede mousson soo eenen voordeeligen aanschouw kreeg, dat wij hoop hadden in 't vervolg seer groote winsten te behalen; maar waar in wij door de schadelijke Oorlog eene Groote misreekening gemaekt hebben egter sijn de Bataviase ladings van Oost Cappelle en leijden voor seer aanneemlijke prijsen verkogt, en bij aldien maar een weijnig verandering ten Goede komt, sal seekerlijk het geen wij nog aan handen hebben, meede wel sijne Liefhebbers vinden, Jmmers wij sullen ons best daar toe doen, en kunnen ook niet anders sien, off het sal van een gewenste succes weesen, soo anders souratta niet in t geheel te gronde gaat. En in deese verwagting is het, dat wij uw hoog Edelheed„s bij deesen in Van Souratta Den 19 Maart A„o 1748 in voorraad seer nedrig versoeken, dat wanneer somtijds onse nadere en formeele Eijsch niet tijds genoeg bestelt mogte werden, wij als dan broeg„ tijds off in 8ber: aanstaande twe scheepsladin„ gen met de volgende Coopmanschappen erlan gen mogen; als: 5 tonnen aanbaar zilver 60000: - lb: Garioffel nagulen 20000:—„ noten muschaten 40: – balen Canneel 10: – soekels foelij 3000:—: lannassers Poeder zuijker 600:- _„o Candij— _„o 200000: - lb: Japans staafCooper. 150000: — „ Bantamse Peeper in sacken 300000: — „ staaff ijser 150000: —„ thin Bancas aan Jnktkokers 100000:–„ spiaulter 10000:-„ quikzilveren soo veel Eliphantslanden en Carret als te bekomen sullen weesen Voorts kunnen wij niet nalaten uw hoog Edel hed„s pligtschuldigst ter kennis te brengen, dat hoe nadeelig ook de voorm„te oorlog aan de be„ langen van d' E Comp: geweest is, wij eeven wel daar uijt een voordeel getrocken hebben, dat anders nooijt heefft kunnen verkreegen werden. en dit is een verband schrift van den stads Gouv„r soo C Van Souratta den 19 maart A„o 1742 soo wel van mia Atsjent, dat sij in alles de E: Comp: favoriseeren sullen, wat de koning haar bij sijne firmans toegestaan heeft. soo dat wij nu hoope hebben, soo wel van de Goederen die van hier naar bengale vervoert werden, eene Daggela te krijgen, om deselve daar thol drij te moogen inbrengen, als om hier in souratta eens eene Logie te bouwen De Uijtslag van het eerste sal moeten blijken, so dra wij maar Gelegentheijt hebben, een schip naar Bengale te kunnen sender maar tot het laaste hebben wij op de kragtige adjude van den stads Gouv=r al de Grond gelegt, in soo verre dat eenige stukken Land en huijs„ jjes, die wij noodsakelijk hebben moesten ge„ „kogt, en voorts alle aanstalten gemaakt sijn, om dat wat d EComp: nu in eijgendom toe behoort met eenee muur te omsluijten. wij sijn tot dit besluijt getreeden alleen om d' E Comp: te doen profiteeren van een Gelegenth„t, die sigh mogelijk nooijt weder opdoen sal, en de welke wij niet hebben durven
English
43 From Surat, 19 March, Anno 1748 dare to let pass, without fear of bringing a heavy responsibility upon our necks, for even if a new lodge were never to be built, it is nonetheless highly useful and necessary to have a spacious plot within an enclosed wall on the riverbank, because the scale of such a spacious trade as has been conducted here in recent times necessarily requires it, besides the fact that the old wooden fences of the shipyard and garden have also already fallen over for the greatest part, and therefore would have had to be made anew in any case. However, we shall, with your High Noblenesses' permission, leave the further treatment of this important matter postponed until a further opportunity, and for the present only report that, during the writing of this letter, something has again been revealed from which we foresee a thoroughly bad outcome, From Surat, 19 March, Anno 1748 and which briefly consists of the following. Three days ago Mia Atsjent had a Parsi merchant named Mantgerjie seized from the street and placed under arrest. Having previously traded under the English, he was some time ago drawn away from them by us and taken under the Honorable Company's protection, with the intention of using him to help get the trade of the Honorable Company as well as that of private individuals all the better underway, and to cause detriment to the English, as has indeed happened, and he has been employed with very great benefit in the trade. Upon this, we immediately let Mia Atsjent know that he should release this man and send him back to us, as we did not know that he had done the least thing against him. But he would not agree to this, under the pretext that this was beyond his power, because Damagie had given orders for this arrest and 45 From Surat, 19 March, Anno 1748 had also taken the merchant into his custody. We therefore pressed more strongly and represented to him in emphatic terms that we recognized not Damagie but him as Regent of the city, and that he therefore also had to take care that such things were not committed against a servant and subject of the Honorable Company, as knowing that we could not possibly permit such things. But we have received no satisfactory answer to this, and moreover have heard as a certain truth that this merchant is being tortured with the most gruesome torments and forced to pay two to three thousand daily, and that Mier Atsjent has furthermore let himself be persuaded that this was a beginning to make the Dutch compensate the damage of five lac rupees that he had suffered in the war through their doing, since he would not have needed to incur so many expenses if he had been helped From Surat, 19 March, 1748 and promptly assisted by them. We do not yet rightly know whether it is the truth or not, but this is nevertheless certain, that it is sufficiently evident from this how little good we have to expect from this man. We shall nevertheless try as far as possible to rescue ourselves with honor from this difficulty as well, if only the English are not also in the game again, as we almost have to assume. And if it should still have any lingering consequences, we shall console ourselves with the fact that we have done our best, but that we were incapable of succeeding in our intention as desired. Meanwhile, may your High Noblenesses not doubt our diligence in the least, but be fully assured that we shall leave nothing untried to take the wind out of the sails of these adversaries of ours as much as is ever possible. The rest remains commended to Heaven, whose blessing will surely favor our good intentions and take away the adversities again in time, at which point we shall be able to give an account of the state of this directorship to your High Noblenesses with somewhat less anxiety. In conclusion, may your High Noblenesses further know that the cargo loaded in the ship Leijden consists of the following, namely: for
Dutch transcription
43 Van Souratta Den 19 Maart A„o 1748 durven voorbij gaan laten, sonder vreese van ons eene sware verantwoording op den halste te sullen halen want al was het ook dat er nooijt eene nieuwe logie gebouwt wierd, dan is het egter ten hoogsten nuten nodig en nodig aan de Rivier kant een ruijm bestek in eene beslootene muur te hebben, om dat de omslag van eene soo ruijme negotie, als in de Jongste hier gedreeven is, sulx noodsakelijk vereijscht behalven dat de oude houte beschuttings vande werff en thuijn, ook al voor 't Grootste gedeelte om vergevallen sijn, en dierhalven togh nieuw gemaakt souden hebben moe„ ten werden. Dog wij sullen de verdere verhandeling van dit aangeleegen poinct met believen van uw hoog Edelhed„s tot nadere gelegenth„t uijt„ gestelt laten, en thans nog maar eenelijk melden: Dat sig onder 't schrijven dee„ ses weder iets ontdekt heeft, waar vans wij eene geheel slegte uijtkomste te gemoet Van Souratta Den 19 Maart A„o 1748 gemoedsien, en het gunt kortelijk in het volgende bestaat. voor drie dagen liet mia Atsjent van de straat opvatten en in Arrest nemen een persies Coopman met name mantgerjie, die voor deesen onder de Engelschen genee„ gotieert hebbende, voor eenigen tijt door ons van haar affgetrocken, en onder 's E: Comp:s protectie genomen is, met insigt om door hem den handel van d'E Comp: soo wel als van de particulieren des te beter aan de gangte helpen, en de Engelschen afbreuk te doen soo als ook in der daat geschiet, en hij met seer veel vrugt in de negotie gebruijkt is wij lieten hier op ten eersten aan mia At„ sjent weeten, dat hij deesen man loslaten, en ons weder toe senden mogte, also wij niet westen dat hij iets het minste tegens hem gedaan hadde maar hij woude daar toe niet verstaan, onder voorgeven dat sulx buijten sijne magt was, door dien Da„ magie tot dit Arrest ordre gegeven en dork den 45 Van Souratta den 19 Maart A„o 1748 den koopman ook onder sijne bewaring ge„ nomen hadde Dus drongen wij sterker aan, en stelden hem in nadrukkelyke termen voor„ dat wij niet Damagie maar hem voor Ree„ gent van de stad kenden, ent hij dierhalven ook sorge moeste dragen, dat sulke dinge niet aan eenen dienaar en onderdaan van d'E: Comp: gepleegt wierden, als weetende, dat wij sulke dinge onmogelijk toestaan konden maar wij hebben hier op geen voldoenend antw„t gekreegen, en boven dien voor vaste waarh„t gehoort, dat deese Coop„n met de gruwelijxte tormenten gequelten ge„ noodsaakt werd, dagelijx twe â drie duijsent te laten, en dat mier atsjent sig daar nevens heeft verleijden laten, dat dit een begin was om de hollanders te doen vergoeden de schade van vijfflacg ropijen, die hij door haar toedoen in de oorlog geleeden hadde vermits hij niet nodig gehad soude hebben, so veel ongelden te doen, bij aldien hij door Van Souratta Den 19 Maart 1748 door haar geholpen, en dadelijk Geassisteert was. Wij weeten nog niet regt of het de waarh„t is of niet. maar dit is nog thans seker, dat hier uijt genoeg blijkt, hoe woe ijnig goeds wij ons van desen man te beloven hebben wij sullen egter naar mogelijk„t tragten; ons ook met eeren uijt dese swarigh„t te redoen; als maar niet de #mede Engelschen weder „ in het spel sijn, gelijk wij ten naesten bij vaststellen moeten En so het dan nog van eenigen naasleep mogte sijn, sullen wij ons daar meede getroosten, dat wij ons best gedaan hebben, maar dat wij onvermogens geweest sijn, in ons voor nemen naarwersch te slagen uw hoog Ed„s hed„s gelieven in tusschen aan onse in dustrie in 't minste niet te twijffelen, maar tenvollen versekert te sijn dat wij niets onbesogt sullen laten om deese onse tegenstrevens soo veel den loeft af te steeken als immers mogelijk is het over geblijft den hemel aan bevolen wienszeegen onse goede voornemens sekerlijk begunstigen, ende tegenspoeden eers weder weg nemen sal, als wanneer wij met wat mindere bekommering uw hoog Edelhed„s van den staat Deser directie sullen kunnen reeken„ schap geven. tot slot gelieven uw hoog Edelhed„s nog te weeten dat het geladene in het schip Leijden in 't volgende bestaat; als. — voor
English
47 From Souratta, 19 March Anno 1748 - - - - - - ƒ 657:3:—. For China 50088 lb. olibanum purchase cost - - - - ƒ 62382:3:8. the packing of 21 cases and 158 bales - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 362:9:8 5 per cent provision money 4 ditto King's toll Surat charges 9½ per cent on the purchase comes to - - - - ƒ 592:18:8, ƒ 955:2:—, ƒ 7193:5:8. 10144 lb. myrrh purchase cost - - - - ƒ 6004:1:13: the packing of 10 cases and 20 sacks - - ƒ 112:5:— 9½ per cent as mentioned - - - - - ƒ 870:7:8, ƒ 682:12:8, 6686:13:8. 2084 lb. Rose Malloes or liquid storax cost - - - - ƒ 1270:18:8. the packing of 18 pots - - - - ƒ 18:11:8. 9½ per cent as above - - - - - - ƒ 120:15:—, ƒ 139:6:8, ƒ 1410:5:— 4434 lb. false amber amounts to - - - - ƒ 1479:16:8. the packing of 12 cases is - - - - ƒ 71:14:— 9½ per cent as said - - - - - - ƒ 140:12:—, ƒ 212:6:—, ƒ 1692:2:8 133 lb. cow bezoar amounts to - - - - ƒ 4247:17:—: the packing of 1 small case amounts to - - - - ƒ 6:15:— 9½ per cent as cited - - - - - ƒ 403:11:—, ƒ 4658:3:—: 116875 lb. Putchuk amounts to - - - - 87405:4:8 the packing of 280 bales is - - - - ƒ 735:—:— 9½ per cent as mentioned - - - - ƒ 6403:9:8, 17138:9:8, ƒ 74543:14:—. 72074 lb. cotton costs with packing - - - - ƒ 14063:16:8. 9½ per cent as mentioned - - - - - ƒ 1336:1:8, ƒ 15399:18:—. 55 lb. red sealing wax amounts to - - - - ƒ 83:16:8. the packing of 1 basket is - - - - ƒ —:7:8. 9½ per cent as above - - - - ƒ 7:19:8, ƒ 8:7:—, ƒ 92:3:8. counted ƒ 151676:5:—. In account - - - - - - ƒ 437:8:8, ƒ 12113:13:8. Through Ceylon 100 cotton quilts 2 ditto 150 sheets of gilded and silvered paper in 1 small packet - - - - ƒ 327:3:—. 300 red sealing wax in 1 case - - - - ƒ 501:11:— 300 cakes of soap bapperbandse in 1 case - - - - ƒ 37:16:8. 960 pieces coarse niccanees in 8 packs - - - - ƒ 2532:—:— 12 small flasks of attar of roses in 1 small case - - - - ƒ 321:15:—, ƒ 4377:8:8. For Cochin 12 pieces of cotton velvet in 1 small case - - - - ƒ 121:17:8 60 lb. red sealing wax in 1 small case - - - - ƒ 100:13:—, ƒ 2222:10:8. Total - - - - - - ƒ 16713:12:8. Wherewith From Souratta, 19 March Anno 1748 wherewith we shorten this for this time, commend Your High Noble's illustrious persons and the Honourable Company's interests into God's sole safe keeping, and for the rest remain with the utmost respect, below was written: High and Well-Born, Right Honourable, Far-Commanding Lord and Noble Lords, Your High Noble's humble and faithful servants, was signed: Jan Schreuder, Jack Pecock, Abram Cornelis de la Haije, Jacob Sanderus, Cornelis Luke Serff, Boyen Rijser. In the margin: Souratta, 19 March Anno 1748. Batavia To His High Nobility The High and Well-Born, Right Honourable Lord The Lord Gustaaf Willem Baron van Imhoff Governor-General The Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies High and Well-Born, Right Honourable, Far-Commanding Lord and Noble Lords, This serves solely to accompany our formal and 49 From Souratte, 8 May Anno 1748 formal requisition of cash, merchandise, and provisions, which we have the honour to offer to Your High Nobilities herewith in all respect, with the humble prayer that the same, through Your High Nobilities' goodness, may be fulfilled as closely as possible, and that in particular a good cargo be sent to us early with a pair of well-sailing ships. The reason that moves us to let this go ahead is because we fear that the ship Nieuw Walcheren, like Knappenhoff, might sometimes have a long voyage, and bring both Your High Nobilities into uncertainty and us into embarrassment; because, through troubles and riots in this city, the work of collection both here and at Brootchia being impeded by General Damagie, we have had much work to get the same underway again, and are busy day and night merely to prepare enough return cargo so that Nieuw Walcheren can be laden, which nevertheless would be impossible if we did not hold that vessel back somewhat. The remainder of the return cargo we think to have ready in November next; and since it would be too great a loss for the Honourable Company if the same had to remain here long, this is the second reason that moves us to request very urgently from Your High Nobilities two early ships. The
Dutch transcription
47 Van Souratta Den 19 Maart A„o 1748 - - - - - - „ 657:3:—. Voor China lb olij banum kosten in koops - - - - . . . . . . . . . . . ƒ 62382:3:8. 50088 de Pakagie van 21 Cassen, en 158: balen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 362:9:8 5. p„r C„to provisie geld - 4. _„o 's koningsthol souratse ongelden 9½ p„r C„to op den inkoop komt - – - – „ 592:18:8„ 955:2:— ƒ 7193:5:8. 10144:- lb: mirrha kosten inCoops. . . . . . . . . . . . . . . . . - „ 6004:1 de pakkagie van 10 kasse en 20 sacken. - - „ 112:5:— :13: 9½ p„r C„to als gemelt is. . . . . . . . . . . „ 870:7:8:„ 682:12:8. 6686:13:8. 2084:— lb: Rosemaloe of storanliquida kosten. . . . . . . . . . . . „ 1270:18: 8. de pakagie van 18 potten. . . . . . . . . . - „ 18:11:8. 9½ p„r C„o als boven - - - - - - - - - - - - - - - -„ 120:15:—„ 139: 6:8:„ 1410:5:— 4434:- lb. Barnsteen valsche bedraagen - - - - - - - - - - - - „1479:16:8. de pakkagie van 12 kassen is - - - - - - „ 71:14„— 9½ p„r C„to als gesegt. . - - - - - - -. - - - -. - „ 140:12:—„ 212:6:–„ 1692:2:8 „4247:17:—: 133:— lb koe besoor monteren. . . . . . . . . . . .. 6:15:- pakkagie van 1 kasje beloopt - - - - - - - -„ 9½ p„r C„to als geciteerd. . . . . . . . . . . . . . „ 403:11:— 87405:4:8 ƒ4658:3:—: 116875:—. lb Poetjoek belopen. . . . . . . . . . . . . . . . de packagie van 280 belenis - - – – – – - „ 735:—: 9½ p„r C„to als gemeld - - - - - - - - - „6403:9:817138:9:8„74543:14:—. 72074:—: lb Cattoen kasten met packagie. . - . . . . . . . . . . . . . . . . „14063:16:8. 9½ p„r C„to als gemeld. . . - - - - - - - - - - - - - - - - - . . „. 1336: 1:8 „15399:18. — 55: — lb Zegul Lak roode bedragen - - - - - - - - . . . . . . . . . „ 83: 16:8. de pakkagie van 1 mantje is - - - - - - ƒ —:7:8. 9½ p„r C„to als boven - - - - - - - - - - - - „ 7:19:8„ 8:7:—„ 92:3:8. teld. . . . ƒ 151676:5:—. ƒ Jn Aanreekening - - - - - - - - - - - - - - - - -. - -„ 437:8:8 ƒ12113:13:8. door Ceijlon 100:— C: dekens gecattoeneerde „ 2 _„o 150:– „ vellen verguld en versilverd papier in 1. Pakje - - - - - - - - - - - „ 327:3:—. 300:- „ Zegul Pak rode in 1 kas - - - - -. - - - - - - . - - - - „ 501:11:— 300:– „ stenen seep bapperbandse in s kas.- - - - - - - - - - - - - - „ 37:16:8. 960:— p„s niquaniassen, Grove in 8 packen. . . - - - - - . - - . . . . . - ƒ 2532:—:— 12: – „ flesjes Elter van rosen in 1 kasje- - - - - - - - . . - . - . - - - „321:15:— „ 4377:8:8. voor Cochim 12: –. stucken Cattoene fluwelen ins kasje - - - - - - - - - - - - ƒ 121:17:8 60:- lb. Zegul Lak rode in 1 kasje - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 100:13:—: „ 2222:10:8. Somma - - - - - - - - - - - ƒ16713:12: 8. Waarmeede Van Souratta Den 19 Maart A„o 1744 waarmede wij desen voor ditmaal bekorten uw Hoog Edelhedens Jllustre personen en 's E. Comp.:s belangen in Godes alleen vijlige ophoede beveelen en voort overige met de uijtterste Eerbied blijven /:onder„ stond:/ Hoog wel Gebodren Groot Agt„ bare wydgebiedende heere en wel Edele Heeren. uw Hoog Edelheedens ootmoedige en trouwschuldige Dienaar /:was getekent:/ J„n Chreuder, Jk: Pecock, A„m Cornelis d' woijn la Haije, J„b Sanderus, C„n L„k serff, Boij„n Rijser, /:in margine:/ Souratta den 19 maart A„o 1748 Batavia Aan zyn Hoog Edelheyt Den Hoog wel Geboren Groot agtbaren Heere De Heer Gustaaf willem Baron van Jmhoff Gouverneur Generaal De wel Edele Heeren Raden van Nederlands Jndia Hoog welgeboren Groot agtbare wydgebiedende Heere en Wel Edele Heeren, Dese dient eenelyk ten vjpleyjde van onsen Formelen En I: 49 Van Souratte den 8 may A„o 1748 formelen eysch van contanten, koopmanschappenen benodigtheden, die wy de Eere hebben uw Hoog Edelh„s hier neven s in alle eerbied aante bieden, met nedrige bede, dat deselve door uw Hoog Edelh„s goedheyt so na mogelyk mag voldaen, en ons in sonderheyd vroegtijds een goed caro„ guasoen met een paar wel beseylde schepen toegesonden werden. Dereden die ons beweegt desen voor af te laten gaen is, om ser„ dat wy bedugt syn, dat somtyds het schip Nieuw„ walcheren gelyk Knappenhoff, eene langereyse hebben, en sowel uw Hoog Edelh„s in onsekerheyd als ons in verlegentheyd brengen sal, wont mitsd:s en leusten indese stad, het werk van de insaam sowel hier als op Brootchia door den Generaal, Damagie bedet sijnde, hebben wy veel werk gehad; om het selve weder aande gang te krygen, en zyn min dagen nagt besig, om maer so veel rethouren in gereedheyd te brengen, dat Nieuw: walcheren beladen werden kan, het gunt nogtans ommogelyk wesen soude, by aldien wy niet dien bodem wat daerna op hielden. Het overige van de rethouren denkenwy in Novem„ ber aanstaande klaar te krygen; en dewyl het te veel schade voor de E: Comp„e wesen soude, bij aldien deselve hier lange moesten overleggen, so is dit de twede reden die ons beweegt uw Hoog Edelh„s, om twee vroeg schepden seer instanting te versoeken. De
English
From Surat, the 8th of May, Anno 1748 The dire state of the Honorable Company's interests at the departure of our latest dispatch, which was sent on the 19th of March last with Leyden in original and duplicate via Cochin and Malacca, has taken a great turn for the better. Although affairs here are not yet completely settled, they are nevertheless in such a condition that we have good expectations for the future, at least to dispose of the demanded merchandise quickly and with good profit. We therefore also trust that Your High Excellencies will not fail to send the same to us promptly. The ship Oostcappel departs today pursuant to Your High Excellencies' orders with a cargo of cotton for Bengal, and must call at Tutucoryn in passing to deliver both this dispatch and some pots of asafoetida, which were received from Persia in the past year and have remained unsellable here ever since, but are now being sent to Coromandel at the request of the ministers of Gamron. Langewyk, having arrived safely here only on the 2nd of the current month and thus unusually late, would, for lack of return cargo, have had to be sent back empty or otherwise kept here uselessly during the bad monsoon. To prevent this, we have resolved likewise to send it to Bengal with a cargo of cotton, even if it were only on freight, in case we ourselves could not secure a full shipload on account of the Honorable Company, of which there is little likelihood, and this crop is presently so scarce and expensive that one cannot even obtain it for 122 Rupees the candy. We have arrived at this decision all the sooner: 1. Because we shall still have to keep Nieuwstad over, should it yet appear before the rainy season, of which we are already beginning greatly to doubt, since we have heard nothing of it to this day. 2. Because we have heard from Captain Schouten that in Bengal there are many goods but no ships for shipment; and that therefore Langeweyk may not only make good its voyage expenses from the cargo to be carried over, but may also find employment there to the great advantage of the Honorable Company. And 3. Because this vessel, even if there should be no employment for it in Bengal, can nevertheless return from there early enough and at least bring along a cargo of rice, whereby the voyage expenses can again be made good, and thus advantages can be obtained on this voyage, whereas otherwise it would be nothing but disadvantageous to the Honorable Company, whether the ship were kept here throughout the rainy season or sent away empty. The remainder of what still concerns Your High Excellencies' knowledge regarding these matters will, as we hope, soon follow with Nieuwwalcheren, which, on the written advice of the nautical experts, we have routed via Malacca due to the lateness of the season, and have placed on it as commanding officer the master of equipment of this directorship, Jan Fredrik de Wilde, because the skipper La Forcade has not yet recovered from his insanity. Hoping that these proceedings may meet with Your High Excellencies' pleasure and be crowned with a favorable approval. While commending your illustrious persons to God's safe keeping, we remain briefly with the utmost respect, Underneath stood: Title. Lower: Your High Excellencies' humble and loyal servants. Was signed: J.b Chreuder, J.b Pecoek, A:n Corn:s d' la Haye, J.b Sanderus, E:n L:k Serff, Bd:k Rijser. In the margin: Surat, the 8th of May, Anno 1748. Postscript: This is sent today per Oostcappelle to Ceylon with the enclosed separate letter from the two first signers. And the duplicate hereof also goes today to Malacca per a private gurab named D'Avanturier, in which, however, we did not venture to trust the duplicate of the secret letter, which consequently is to follow with Nieuwalcheren. Batavia From Surat, the 29th of May 1748. Batavia To His High Excellency, The High and Well-Born, Highly Esteemed Lord, The Lord Gustaaff Willem Baron van Imhoff, Governor-General, and The Honorable Councilors of the Dutch Indies. High and Well-Born, Highly Esteemed, Ruling Lord, Honorable Lords. Our latest humble dispatches were those of the 19th of March just passed, and the 8th of the current month, of which the first was sent in original and duplicate with the ship Leyden to Cochin and Malacca, and the second in original with Oostcappelle to Ceylon and in duplicate with a private gurab, De Bonaventura, likewise to Malacca, in order to be brought from there to Your High Excellencies at the first secure opportunity. That of the 8th of the current month served chiefly only to accompany our formal requisition of merchandise and necessities; but in that of the 19th of March we described at length both the then dire state of this city and of the Honorable Company's interests in and around it, as well as the uncertainty in which one still was regarding the
Dutch transcription
Van Souratte den 8 mayj A„o 1748 De nare gesteltheyt van 'S E: Comp„s belangen op het afgaan van onse jongste die den 19 maart weuverweken, met leijden in opigineel en duplicaat over Cochim en moelacca versonden is, heeft een grotekeer ten goede genomen, ende saken syn althon alhier wel nog niet ten enemalen afgedaen, maar egter sodanig gesteld dat wy voor het aanstaande goede verwagting hebben„ wynigsten ( om d' g'eyschte koopmanschappen spoedig en met goede voordelen van de hand te setten. en daarom vertrouwen wy ook, dat uw Hoog Edelh:s niet nalaten sullen, ons deselve spoedig toe te senden. Het schip Oostcappel vertrekt op heden ingevolge uw Hoog Edelh„s ordre met een lading catoen naar Benga„ len, en moet en passant Tutucoryn aandoen, om aldaar so wel desen, als eenige potten met assa faesida over te geven, die in't vervangene Iaar uyt Persia ontfangen, en t sedert dien hier invendibel verbleven sijnde, nu op het versoek der ministers van Gamron naar Cormandel gesonden werden. Langewyk op den 2 courant eerst en dus buyten gewoon laat behouden alhier verschenen zijnde, soude mits het manquement aan retouren, of ledig weder omgesonden, dan wel hier gedurende het quade mousson nutteloos overgehouden hebben moeten werden en om dit voor tekomen syn wy terade geworden, het selve ingelyke met eene lading dattoen naer Bengalen te senden, al was 51 &. F Souratte den 8 may Ao 1748. van C was het ook maar op vragt, by aldien wy selfs gene volle scheepslading voor reekening van de E Comp„e bemagtigen konden, gelyk daar wynig apparentie, en dit gewas thans also schaarsenduur 's, dat men het voor 122 Rop„s decauidyl niet een skrygenkan. wy syn tot dit besluyt so veel te eergetreden; 1/om dat wy Nieuwstad, dog sullen overhouden moeten, als het selve nog voor den regentyd op komt dagen, waer„ aan wy egter al grotelyks beginnen tet wyjvelen, door dien wy daarvan tot heden nog niets vernomen hebben. 2/ omdat wy van den Captain schouten gehoort hebben, dat in Bengalen veel goederen maar gene schepen ter versending syn; en dat dierhalven Langeweyk niet alleen uyt de overtebrengene lading syne rys ongelden goedmaken, maar ook mogelyk daar toe groot voordeel van de E: Comp„e syn employ vinden kan. en 3/ omdat: dese bodem, schoon in Bengalen geen employ daar voor wesen mogten, egter vroeggenoeg van daer te rug komen, en op syn minste een lading met ryst mede „„door brengen kan, waar „ dan weder de rys ongelden goedgemaakt, en dus in dese togt voordelen behaalt kunnen werden, daar het anders voor d' E Comp„e niet als nadelig wesen soude, het sy dat men 't schip de regentyd over, hier aangehouden, dan wel ledig versonden hadde, Het verdere wat dese aangaande nog tot uw Hoog Edelh„s kennis, Souratte den 8 maij A„o 1748 van kennisbehoort, sal, so wy hopen, spoedig volgen met Nieuw„ walcheren, die wy op het schriftelyk advys der zee verstan„ dige mits de laatheyt destyd over Malacca aangelegt, en als gesaghebber daar opgeplaatst hebben, de equipagie mees„ ter deser directie Ian Fredrik de wilde, door dien de schipper la forcade van syne krankinnigheyt nog niet herstelt is. Hopende dat dese verrigtings uw Hoog Edelh„s wel gevallen, en met eenegunstige goedkeur bekroont werden mogen„ Terwyl wy derselver illustre personen in Godes veylige op„ hoede bevelen, en duskortelyk met de uyterste eerbied blyven, /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uw Hoog Edelh„s oot„ moedige en tromwschuldige dienaren /:was geteekent:/ J„b Chreuder, J„b Pecoek, A:n Corn„s d' la Haye, J„b sanderus, E„n L„k serff, Bd:k Rijser /: in margine:/ Souratte den 8 may A„o 1748, P: S: dese ward per bost„ cappelle op hied naar Ceylon versonden met de inleg„ gende aparte brief vande twee eerstgeteekenden. en het duplicaat hier van gaat almede op heden naar Malacca per een particuliere Gourab d' avanturier, genaamt, dog waer in men het duplicaat van de secrete brief niet heeft vertrouwen willen, en staat het selve dier halven met Nieuwalcheren te volgen. Batavia - 2 D 53 van Souratte den 29 May 1748. Batavia Aan zyn Hoog Edelheyt Den Hoog wel Geboren Groot Agtbaren Heere, De Heer Gustaaff willem Baron van Imhoff Gouverneur Generaal De wel Edele Heeren Raden van Nederlands India Hoog welgeboren Groot Agtb: uydgebiedende Heere Wel Edele Heeren. Onse jongste onderdanige syngeweest dvan den 19 maart even verweken, en 't courant, waar van de eerste in origineelen duplicaat met het schip leyden naar Cochimen malacca„ en de twede in origineel met oostcappelle naar Ceylon en in duplicaat met een particuliere Gourab de bonaventwra mede naar malacca versonden is, ten eynde van daar uw Hoog Edelh„s by eerste Pecure gelegentheyd toegebragt te worden. die vanden 8 courant heeft voornamentlyk maar gedient ten geleyde van onse formeele eysch van koop„ manschappen en benodigthedes: maar by die vanden 19 maart hebben wyj iit brede beschreven, so wel de toemeelige nare gesteldheyt van dese stad, en van S: E: Comp:s belangen in en omstreek deselve, als de onsekerheyt waar in men nog wegen de En
English
From Surat, 29 May A.D. 1748. ...the outcome was, and what we in particular had to fear. And referring ourselves thereto, in the trust that the same will have been delivered long before the appearance of this: it serves as a continuation of the latter, that at present, with respect to the city and inhabitants, the general miseries of war have somewhat decreased, but have not yet entirely ceased, notwithstanding that the supply of grains has been opened from all sides. General Damagie has indeed departed with his army and has broken the blockade of the city, released the detained goods of the merchants, and given everyone freedom to carry on his work as before: but two of his principal Pandats or chiefs are still in the city with about 500 picked men, who make no secret of it anywhere, declaring openly to everyone that the city belongs to Damagie, and that they have remained here to collect for him the revenues that Mia Atsjent promised for the help granted to him. The merchants took back on 29 April last the money that they had given us in safekeeping during the war, and received it to their satisfaction; but they nevertheless do not yet rightly dare to trust the same to the mint, much less let it circulate. They do begin a little to resume trade, but it is not done wholeheartedly, and most who had already brought their ships outside the river to the roadstead for a dispatch to Mocha, Jeddah, Basra, etc., were forced to bring them inside again, because they had no cargo for them or could obtain none. The city governor, Nawab Saasterchan, who, as shown by our latest dispatch, voluntarily left the durbar and handed over the government to Mia Atsjent, the present possessor of the castle, has indeed since that whole time remained very quiet and peaceful to the eye, first in the English garden and later in his own garden: but he has not dismissed a single man of his best and oldest troops, nor has he curtailed anything of his usual pomp, and that gives rise to so many different reflections among many that no one rightly knows how the matter stands. Some maintain that he departed from the city with the full consent of Mia Atsjent, and to comply with the mutual contract that the two of them concluded in secret and swore to in the most sacred manner, according to which Nawab Saasterchan would remain the essential governor of the city, but Mia Atsjent would govern in his name as naib or deputy, and this: 1. to give thereby some satisfaction to Nizam-ul-Mulk, who would not easily revoke his order once granted, but would rather risk the ruin of all for it; 2. to prevent, if they quarreled with each other longer, a third party from coming from the court or from Nizam-ul-Mulk and depriving them both of authority; 3. to get the Marathas out of the city and cause trade to make some progress again, since neither the one nor the other could take place as long as they had no peace, or Saasterchan had not made room for the other; 4. to catch in the net Fakhr-ud-din, merchant and son of the formerly so famous Mahomet Alie, who in A.D. 1732, on account of his great wealth, power, and prestige, was put to death by the late Governor Tegbakt Khan Bahadur; since he, having fled from the city for some time and placed himself under the protection of the English at Bombay, subsequently traveled to Nizam-ul-Mulk, and there not only complained about the cruelties committed against his father and the persecution of others, but also stated that more than three crores or 30 million rupees lie in the castle, of which 15 lakhs had been taken from his father and him by force without cause, and of which he would gladly cede his rights for the benefit of Nizam-ul-Mulk, if he could only return in peace to the city and obtain security for his life; 5. to keep the family on both sides in prestige, who had now held the government of this city for so long; and 6. to remain master of the treasures, which essentially lay buried in the ground in the castle to more than the aforementioned sum, without anyone knowing their burial place except Saasterchan, but who, having shared everything with Mia Atsjent, pretended that there was nothing in it, just as Mia Atsjent also did, in order thereby not only to make Fakhr-ud-din out to be a liar and hated by Nizam-ul-Mulk, but also to take away from this latter the desire he had already shown to come and fetch it in person, as well as to dismiss the Marathas without payment of what was promised, under the pretext that though much was said of the treasures in the castle, in the end nothing was found. And all this has very much the appearance of truth, because it is certainly the best that can be devised for the one as well as the other with respect to their private interests. Besides, it were also to be wished for the city and inhabitants, as we have already had the honor to set down the reasons thereof at large in ours of 19 March. Others say again that Saasterchan left the durbar solely out of fear of the English and the Sidi Masud Khan, authorized agent in this city on behalf of the Danda Rajapuri prince, whose lands lie not far from Bombay, and who receives annually 300,000 rupees from the Great Mughal to maintain a fleet for the protection of the Surat roadstead against the pirates, but who in fact goes plundering himself, and shares the booty with the governor of this city; because the former had received orders from Bombay, and the latter from his master, to help Mia Atsjent, and
Dutch transcription
Van Souratte den 29 may A„o 1748. de uytkomst leefde, en wat insonderheyd wy te dugten hoeden„ En ons dierhalven daar aan gedragende, in vertronwen dat deselve al lang voor paresse deses besteld sullen wesen: sodient tot aen vervolg van de laastgemelte, dat thans ten opsigte van wel De stad en ingesetenen de algemene elendende Coorlogs wat afgenomen, maar nog niet ten enemaal opgehouden hebben, ^ niet tegen de granen staende derselver toevoer van alle kanten opengestelken De Generaal Damagie is wel met synarmee vertrokken, en heeft de bloequade vande stad opgebroken, de g'arresteerde goederen der koopluyden weder gelargeert, en aan een ieder vryheyt gegegeven syn werk gelyk voorheen te kunnen voortselten: maar twee van syn voornaamste Pandath off hoofd lieden syn nog in de stad, met ongevaer 500 man uyt„ gelesen volk, die ergants geen gelieymn van maken tegens een ider vonduytte verklaren, dat de stad aan Dumagie toebehoort, en dat sy hier gebleven syn, om voor hem d' in„ komste tetrekken, die Mia atsjent voor d' aan hem verleende hulpe belooft heeft de kooplieden hebben haar geld, dat sy ons gedurende den oorlog in bewaring gegeven hadden op den 29 april jongst leden weder afgehaalt en ten genoegen ontfangen; maar sy durven het selve evenwel nog niet regt in demunt vertrouwen, veel min roulleeren laten, sy be„ ginnen wel een weynig weder den handel voort te setten, mae„ het gaat egter niet van harten, en de meeste die haer schepen beraelf tot een versending naar mocha, Ieda, Passoura ensh„ buyten 55 van Souratte den 29 maij A„o 1748 buyten de revier op de rhede gebragt hadden syn genootsaakt geweest deselve wederbunnen te halen, door dien sy gene lading daar voor hadden off krygen konden. De stads Gouverneur, Nabab saasterchan, die, blykens onsjongste, vrywillig den dherbaer verlaten, en het Gouvernement aan Miaatsjant den tegenwoordige besitter vant casteel overgegeven heeft, is wel 't sedert al die tyd voort oog heel stil en gerust, eerst in d' Engelsen en naderhant in syn eygentuyn verbleven: maar van syn beste en oudste volkeren heeft hy geeneen man afge„ dankt, nog ook niets van syne gewone statsie afgescheeft, en dat geeft byj vele so verscheydene nagedagten, dat nie„ mant regt weet, hoe lyt heeft, sommigewillen, dat hy uyt de stad getrokken is met volkomene toestemming van Mia alsjent en om te voldoen aen het onderlingc ontract dat syj met haar beyden in secretasse gesloten, en op de heijligste wyse besworenheedden, volgens het welke de Naabab saasterchan, wesentlyk Gouverneur vande stad blyven, dog Mia atsjent als Naib of stedehouder uyt synen naam regeeren soude, en dit wel; 1/ omdaar door eenigsints aan Neesaamul-mollak genoegen tegeven, dewelke syne een s verleende ordre niet ligt weder intrekken„ maar liever de ruine van alle daar aan wagen soude 2/ om te beletten, dat, als sylanger met malkandert wstede, niet een derde van t hoff of Neesam -ul- mollak quam, en haar allebeyde vant gesag beroofde, 3 / om de marhettie/ uit Souratte den 29 maiy A„o 1748. van uyt de stad te krygen, en de negotie wederenige voortgang te doen nemen, dewyl het een nog het ander niet geschieden konden so lange sy geen vreede, off saasterchan voor d' andere plaatse gemaakt hadde, 4' omeus. acherodien, koopman en soon van den voormaalsso beroemden, dog in A„o. 1732 wegen syne grote ryk dommen, magt en aansien, door den laast overleeden Gouverneur Theeg Beekchan Phadur omt leven gebragt, en Mahomet alie int net te krygen; vermits by voor eenigen tyd uyt de stadde vlugt genomen, en sig op Bombey onder de protectie der Engelsen gegeven hebbende, vervolgen naar Neesam -ul-mollak gereyst, en daar niet alleen over dewreetheden, aan syn vader ende vervolging aan andere gepleegt, geklaagt, maar ook opgegeven heeft, dat er in't casteel meer als drie carool of 30 millioenen ropijen leggen, waar van 15 lacq synen vader en hem met geweld sonder reden ontnomen waren, en waar van hy garen ten voordeel van Neesaam -ul-mollik afstand doen wilde, als hy maar met rist weder inde stad komen en syn levens sekerkleyt erlangen mogte, 5/ om de famielje van weer„ kanten in aansien te houden, die nuw also lange de regering deser stad in handen gehiad hadden, en, 6/ om meester van de schatten blyven, die wesentlyk int casteel, tot meer als de voormelte somma, in de grond begraven lagen, sonder dat iemand derselver bereplaetse wiste, als saasterchan„ maar dewelk mine met Mia atsjent alles gedrelt hebbende, voorgaff Van Souratte den 29 mayj A„o 1748. voorgaf dat er niet in was, so als miaatsjent ook deed, ten eynde daar door niet alleen Facherodien tot een lengenaer en by Neesam -ul- molluk gehaat te maken, maar ook desen laaste, so wvelde lustte benemen, die hy bereets betoont hadde van het in persoon te komen halen, als de marhet„ tief sonder betalinge van het beloofde aftewysen, onder voorgeven, dat wel veel van de schatten in't casteel gespro„ ken, maar by de uytkomst niets gevonden sy. en dit alle heeft seer veel schyn van waarheyt, door dien het seker„ ƒ lyk voor den eenen so wel als den anderen ten opsigte van hun particuliere intrest het beste is, dat bedagt kan worden. Behalven dat het ook voor de staden ingesetmnen wel te wenschen waren gelyk wy bereets de eere gehad hebben, by de onse vanden 19 maart de redenen daar van int bre„ de te neder te stellen, ander seggen weder dat saaster„ chan den d herbaar verlaten heeft, alleen uyt vrese voor den engelsen, en den siedie massoetchan /: gemagtigde in dese stad wegens den Denderagiapoursen vorst, wienas landen met verre van Bombay leggen, en die van de grote mogol jaarlyks 300000 ropyen krygt, om een vlootte onderhouden tot benscherming der souratje rede voor de rovers, maar die inderdaat selfs ten raof vaart, enden buyt met den Gouverneur deses staddeelt:/ dewyl de eerstovan bombay order gekregen hadden, en de laaste van syne meester om mia atsjent te helpen, en
English
From Souratte, the 29th of May, anno 1748. and this also has very much the appearance of truth, since the Siddee alone, throughout the war, had over three thousand chosen men in his service, while the English were also reasonably well reinforced, having at least 1500 natives, not counting the Europeans and Topasses from Bombay, and the advantage they have of being able to obtain relief from there at once, which can hardly be prevented since their lodge lies close to the river side. Others again say that Saafderchan, with his voluntary departure outside the city, intended nothing other than thereby to regain somewhat the affection of the inhabitants, who might now be firmly convinced that he sacrificed his own honor for their welfare and relinquished his authority, so as not to bear the blame that the whole city was ruined by his continued stubborn presence; while at the same time he could remain for some time in peace and quiet in his garden, and by spreading rumors as well as instigations, and substantial orders from the court, make his adversaries sufficiently hated and bring them into embarrassment; and this likewise cannot be entirely dismissed, as it is very easy to see that having brought the hatred of the public upon himself through his excessive greed and the liberties granted to his slaves and favorites, he notoriously had to do something extraordinary for the benefit of the inhabitants to regain their favor. Yet the one is just as much a guess as the other; no one can get to the bottom of the true secrets, and the only thing we can say with certainty is that Saafderchan has indeed left the durbar, but not his desire to rule. In appearance, he keeps completely quiet, is nominally a good friend of Mia Atsjent, and has daily inquiries made after his health; but underhand he does not fail to thwart him in everything; he incites the common people against him, spreads false rumors, has evil counsels given to him by his confidants whom he pretends to have dismissed, to the detriment of one or another, whereby he is made very much hated. At court, his good friends have managed to achieve so much for him that the King has not only granted a powerful mandate in his favor, but even written by the hand of the Imperial Chancellor Commer-Addienchan to Neesam al-Mollak, ordering him to leave him in the city as Governor, and to punish Mia Atsjent for his insolent enterprise. And it is also said that this has had so much effect that Neesam-ul-Molliek may keep the supreme authority for himself, but will nevertheless place the government in his hands as his deputy; reliable reports have even arrived that the aforementioned Facheroedien is already on his way hither with the papers thereof, but that he is currently being detained at Dangue by order of Mia Atsjent; and all this brings the inhabitants of this city into such great distress that no one knows what to do or not to do. Everyone fears worse is still to come than what has already happened; and all that one sees and hears are miseries and lamentations of respectable people who are either already ruined or live in constant fear of being ruined yet. Mia Atsjent, on the contrary, is indeed master of the city and the Castle, but he can obtain his confirmation as governor neither from the King nor from Nesaam al-Mollak. He has the name of ruling the city, but in fact it is done by his Divan or second-in-command and the broker of the two Englishmen—two Banyans who do not know how to comport themselves with the authority they hold and thereby commit all kinds of excesses. The first is stupid, arrogant, and fickle, seeing no further than what lies before his eyes; and the second, possessing a little more shrewdness, is malicious, vengeful, and flattering, and knows very well how to exploit this opportunity, blackening the name not only of all who stand in his way, but also of those who oppose the English, so that no one is believed except him or those whom he recommends. Their only aim is to keep everything in turmoil and Mia Atsjent constantly in fear and embarrassment, in order the better to play their parts; and they have no scruples at all about sacrificing the entire welfare of the city to their own interest, for before the taking of the Castle, they had already concluded a contract with the English and Marathas, and it is through their agency that the latter have not only entered the city, but have also remained in it. Mia Atsjent, having little understanding and even less knowledge of governance, does everything they advise him. His fairly good nature makes him disbelieve that he is being deceived by his confidants, and although this has been told to him more than once by some well-meaning people, he nevertheless refuses to listen to it. He relies on them in everything, and thereby falls from one excess into another. Today he confers an office upon someone, tomorrow he takes it away from him again. Neither over the minting of money nor the stamping and customing of goods is the least order maintained. Everyone does virtually whatever he pleases, and through these and other similar things everything runs completely wild, and he has already made himself so greatly hated, both by the common people and by the most prominent men of the city, that practically no one can tolerate him any longer, and many wish for nothing more than that his reign may soon come to ruin.
Dutch transcription
Van Souratte den 29 meyj A„o 1748. en dit heeft mede seer veel schip van waarheyt, nademaal de sie die alleen gedurende den oorlog over drie duysent man uytgelesen volk in syne dienst geheed heeft, terwyl de engel„ sen mede redelyk wel versterk waren, en op syn minste 1500 inlanders hadden, ongereekent nog de Europeesen en Toe passen van bembay, en het voordeel dat sy hebben, van daar ten eersten ontsette kunnen krygen, het welk haar ook niet wel belet kan werden, door dien haer logie digt aan de revier kant legt weder, andere seggen, dat saaf„ terchan met syne vrywillige uyttogt buyten de stad niet anders bedoelt heeft dan alleen, om daar door weder eenigsints de genegentheyt van de ingesetenen te winnen, als dewelke nu vast soude kunnever ekerf syn, dat hy voor de welvaart van haar syn eyge eere oposserde, en syn gesagverliet, om niet denaam te hebben, dat door eenlanger hardnekkig verblyff van hem de heele stad geruineert werde; terwyl hy teffens eenigen tyd in rusten vrede in synt uyn blyven en door uijt stroysels sowel als opstokenyen, en wesentlijk ordres vant hoff, syne tegen parthye genoeggehaetmaken. en in verlegentheyt brengen konde; en dit kan insgelyks niet geheel verworpen werden, doordien men seer wel nagaen kan, dat hy, door syne altegrote inhaligheyt ende toege„ stane vryheyt aan syne slaven en lievelingen sigden haet van algemeen op den half gehaelt hebbende, hy ook notoir ietf extraordinairs ten voordeele vande ingesetenen doen moeste 59 Souratte den 29 mayj A„o 1748. van moeste, om derselver gunste weder te winne. Egter is hiet ene so wel maer eenegissing als het andere, niemand kan agter deware geheymen komen, en het eenigste wat wy met sekerheyt seggen kunnen is, dat saastercham wel den dherbaer verlaten heeft, maar niet syne begeerte om te regeeren, hij houd sig voort oog int geheel stil, is quasieer goedvriend van Miaatsjent, en laas dagelyks na syne ge„ southeyt vragen: maar onder de hand laet hy niet na hem in alles te dwarsbomen, hy stookt het gemeentegen hem op, stroeyt valse geruegten uyt, laet hem door syjne vertrouw„ welingen, die hy in schyn wagjaagt, quade raad slagen geven„ tot nadeel van den een of ander, waar door hy seer gehaet word, aen t hoff hebben syne goede vrienden soveel voor hem weten te bewerken, dat den koning ten syne voordele niet alleen een kragtig bevelschrift verleend, maar selff door den hand vande ryk kantselier commer-addienchan aan Neesam al-mollak geschreven en gelast heeft hem in de stad al Gouverneur te laten, en Miaatsjent over syne stont be„ staan te straffen. en men segt ook dat dit van soveel uyt„ werking geweest is, dat Neesam -ul-molliek wel het oppergebied voor sig selff houden, maer egter hem als syne stede houder de regering in handen geven sal; selfs sijn er secure berigtensje komen, dat de voornoemde fachero„ dien met de papieren daer van al na herwaerts op rysis, maar dat hy alsnog alf door Dangue ter ordre van Mia Van Souratte den 29 meij A„o 1748. Miaatsjent aangehouden werd, en dit alle brengt de ingo„ setenen deser stad inso een grote verlegentheyd dat niemant weet wat hy doen off laten sal. een ider orres nog voorergen als het bereeds geweest is; en alles wat men sit enhoort synelenden en jammerklagten van aencienelyke menschen, die of al geruineert syn, of stoets in bedugting leven van nog geruineert te sullen werden. Mia atsjent integendeel is wel vande stad ent Casteel meester. maar hy kan nog vande koning nog van Nesaam al-mollak syne bevesting als gouverneur erlangen, het heeft de naem dat hy de stad regeert, maar inder daet geschied het door syne Duwan of twede, ende make„ laer van de twe engelsen, twee benjaenen die sig in het aensien, dat sy hebben niette schikken weten, en daar door allerhanden buyten sporigheden begaen, de eerste Isdom, hoogmoedigen wispeltnerig, en siet niet verder als wat hem voor de ogen legt, ende tweede een weynig meer sehvanderheyt besittende, is kwaatwardig, wraaksagtigen vlyende, en weet dese gelegentheyt seer wel waer tenemen, en niet alleen alle die hem, maar ook die de engelsen inde weg syn so swart te maken, dat niemant alsly, off dien hy recommandeert gelooft word„ Han enigste soeken is maar om alles in reproer, en mia atsjent al gedurig inorese en verlegentheyd te houden, om des te beter hunne rol te kunnen spelen, en sy dragen gants. 61 Souratte den 29. meiy A„o 1748. van gants geen bedenken, het hele welvaren van de stad aan hun eygen belang op te offeren, want sy by den hebben al voor t inneemen vant Casteel een con„ tract met de engelse en marhetties gesloten gehad. ent is door haar toedoen dat dese laaste niet alleen in de stadgekomen, maar ook daar in verbleven syn. Mda atsjent weynig verstand, en nog min der kennis vande reegering hebbende, doen alles wat sy hem aanraden. syn redelyke goede imborst doet hem niet geloven, dat hij door syne vertrouwe„ lingen bedrogen word, en schoon hem sultsrmeer als een door eenige nog welmeenende menschen gesegt is, so w 'l hy egter daer na niet horen. hy ver„ trouwt alles op haar, en vervalt daer door van d' eene buytenspoorigheyt tot den andere. heden geeft hy een bediening aen iemanden, morgen neemt hy hem de„ selve alweder af op de vermunting van 't geld, nog het chiappen en vertollender goederen, word g een de minste ordre gesteld. een ieder doet genoegsaem wat hy wil. en door dese en meer andere diergelyke dingen loopt alles seer int wild, en by heeft sig men al reeds so wel byt gemeen, als by de aansienelyksten van de stad so grotelyks gehaet gemaakt, dat ge„ noegsaem niemand hem meer lyden mag, en veele niet meer wenschen, als dat syn ryk spoedig te gronde gaen ƒ