Inventory 2748
Persia · 1,416 pages · 323 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Souratta under date 25 May 1719 slight alteration to the respective Gentlemen Chiefs of the French and Portuguese here, to send along with it. This afternoon, a European soldier of ours was publicly beheaded on the Meydaan after he had been kept in irons in the Castle. We are told that he was apprehended near Your Honour's battery and sent to the Castle by order of some of Your Honour's servants. But not being able to believe this alone, and also being obliged for the present to postpone the investigation as to whether the chief ruler committed this atrocity of his own accord or at the request of someone else: thus our only friendly request at present is that Your Honour, by virtue of the friendship that has always existed between our mutual nations and was renewed specifically between us scarcely 8 days ago, may be pleased to lend a helping hand so that we may obtain adequate satisfaction regarding this in such manner as Your Honour shall judge proper. We shall make no display here of the shame and the affront that has been done hereby not only to us in particular, but also to all Europeans in general. Your Honour well knows that the blood of the humblest European, we will not say Christians and co-religionists, is far too noble to be shed so innocently, and that it is, moreover, contrary to the law of all civilized nations to kill someone without cause. And therefore holding ourselves assured that Your Honour will consider this matter with us as it indeed ought to be considered, we remain for the rest with all kinds of high esteem. This 1731 From Souratta under date 21 May 1749 This having been thus established, a record was further kept, according to custom, of what has occurred since the last meeting, namely: On the 17th instant, the commissioned members of this assembly, Johannes Sanderus and Christiaan Lodewijk Senff, having gone to the English Lodge on the previous day in compliance with what had been resolved, did, pursuant to their instructions, not only compliment Mr. Dorvill on his safe arrival here and at the same time inquire whether he was inclined to maintain the verbal contract regarding the deserters as entered into with Mr. Marsch and renewed by Mr. Johnson, but also made the necessary proposals with respect to a separate conference in the English or Dutch Lodge, and most strongly advised His Honour to embrace this before he engaged himself in a general assembly with the natives, demonstrating how such would tend to the great honour of the European nations, and their possible subsequent union would also bring an end to the affairs of Souratta much more quickly than otherwise. The Bassourd From Souratta under date 25 May 1739 Mr. Dorvill received them with all politeness, and also promised the maintenance as well of a sincere friendship as of the contract regarding the deserters; but concerning the conference to be held, he declared in detailed terms: That Mia Atssent was the lawful governor of the city, but Saafterchan was a villain; that he had strict and definite orders from Bombaij regarding them both, which had to be executed very quickly and everything had to be done that same day before the sun went down; that he was now ready to go to the Durbar and hold a meeting with all the inhabitants of the city, whom he had summoned there; that if the Lord Director also wished to come there, he would speak with His Honour beforehand in a small room alone, but that he could not possibly enter into a separate conference in one of the Lodges, partly because the entire city was already waiting for him in the Durbar, and partly because his orders from Bombaij were so positive and strict that they From Souratta under date 25 May 1749 1733 admitted of not a moment's delay, much less any consideration or alteration; which latter point having been repeated by him two or three times in particular, the commissioners were obliged to return with that answer to the Lord Director, who immediately communicated the same to the others. And since it was sufficiently evident from this that the English Gentlemen had already taken a formal resolution to assist Mia Atsjent to the utmost and, on the contrary, to expel Saafterchan, and that consequently the question mentioned in the latest resolution had now only been put by them to the Lord Director, not with the intention of genuinely uniting with us and, with regard to the true interest of both nations, doing with good deliberation that which would be approved in a combined Council for the welfare of the city and inhabitants, but indeed only to show cordiality and an inclination toward friendship thereby, and yet in fact to prevent one from being able to embrace it. to the Bassourd
Dutch transcription
Van Souratta onder Dato 25 Meij 1719 „ringe verandering aan de Respective Heeren opperhoofden der francen Portugesen alhier, daar nevens te senden. Desen agter middag is Een Europees soldaat van ons in publicque op de meijdaan onthooft na dat hij in 't Casteel in de boeijen geseten hadde, men segt ons dat hij bij de Batterije van uEd=le opgevat, en ter ordre van eenige uwer Ed=s bedientens naar 't Casteel geson„ „den is; Dog dit niet alleen kunnende geloven, en ook voor present het ondersoek moetende uijtgestelt laten, of de hoofd regent uijt sig selfs dan wel op 't versoek van iemand anders dit gruwelstuk„ gepleegt heeft: soo is thans alleen ons vriendelijk versoek dat uEd=le uijt hoofde van vriendschap, die althoos tusschen onse wederseijdse naties stand gegrepen heeft, en nog nauwlijx voor 8. dagen in specie tusschen ons weder opgeregt is, de behulp„ „same hand gelieven te bieden, dat wij hier over een voldoende satisfactie erlangen mogen in soo„ „daniger voegen, als uEd=s selfs oordelen sullen te behooren. Wij sullen hier geene verthoning maken van de schande en het affront dat hier door niet alleen ons in't bijsonder maar ook alle Europese in't ge„ „neraal aangedaan is. uwEd=e weten van selfs wel„ dat het bloed van de minste Europees /:wij willen niet seggen Christenen en geloofs genoten :/ veel te Edel is, om soo onschuldig vergoten te worden, en dat het ook boven dien tegens het regt van alle beschaafde volkeren strijd iemand sonder reden te dooden, En ons dierhalven versekert houdende, dat UEd=les dit geval met ons Considereren sullen, soo als het in der daat geconsidereert moet wer„ „den, blijven wij voor 't overige met alle soorten van hoogagting. Dit 1731 an Souratta onder Dato 2: Meij 1749 Dit aldus vastgestelt sijnde, werd nog volgens ge„ woonte in dese aantekening gehouden, van 't gene 't zedert de jongste bij een komst voorgevallen is te weeten. Den 17=e Courant de gecommitteerde Leden deser vergadering Johannes Sanderus, en Christiaan Lodewijk senff, in voldoening van het geresolveerde 's daags bevoorens naar de Engelsche Logie ge„ geweest zijnde, hebben naar Zuijd hunnen Last, De Heer Dorvill niet alleen over sijne behou„ „de aankomst alhier gecomplimenteert, en Lef„ „fens afgevraagt, of hij genegen was, het mondeling Contract aangaande de deserteurs te onderhouden ^ met soo als dat ^ M=r Marsch aangegaan en M=r Johnson vernieuwt sij, maar ook ten opsigte van eene apparte Conferentie in de Engelsche of Holland„ „sche Logie de nodige voorstellings gedaan, en sijn Edele op 't kragtigst aangedaan raden om die te amplecteren eer hij sig eene generale vergade„ „ring met de Jnlanders inliek, onder vertooning hoe sulx de Europesen naties tot groote Eere strecken, en hare mogelijke te volgene vereeni„ „ging ook veel schielijker als anders aan de souratse saken een eijnde geven soude. De Bassourd Van Souratta onder Dato 25 Meij 1739 De Heer Dorvill heeft haar met alle beleeftheijd zoo ontfangen, en ook de onderhouding ^ wel van eene op regte vriendschap als van het Contract wegens de deserteurs beloofd; maar aangaande de te houdene Conferentie heeft hij in omstandi„ „ge termen verklaard:, Dat Mia Atssent „wettig gouverneur van de stad, maar saaf„ „terchan een schurk was; dat hij van Bombaij „ omtrent haar beijde eene strekte en bepaalde „ ordre hadde, dat , die seer schielijk uijtge„ „voert en alles gedaan sijn moeste, dien selfden „dag, eer de son onderging, dat nu klaar stond„ „om maar de Dherbaar te gran, en eene ver„ „gadering te houden met alle ingesetenen „van de stad, die hij daar had ontbiede laten, „ dat als den Heer Directeur daar ook wilde „komen hij dian met sijn Edele voor aff in een „ Camertje alleen spreken soude, maar dat „hij tot een apparte Conferentie in een van „de Logies na onmogelijk treden konde „ eensdeels om dat de heele stad bereets in den „dherbaar op hem sal te wagten, en ten „anderen om dat sijn ordres van Bombaij soo positief en stricte was, dat deselve geen - Van Souratta onder Dato 25 Meij 1749 1733 „geen moment uijtstel veel minder eenige „consideratie of alteratie leed: „ welke laaste voornamentlijk door hem twee a drie malen gerepeteert zijnde, de gecommitteerd=s genood„ „saakt waren, met dat antwoord weder naar den Heer Directeur te rug te keeren, die het selve ten eersten aan de overige Communiceer„ „de: En dewijl daar uijt genoeg bleek, dat de Heeren Engelschen al een formeel besluijt genomen haddenom mia atsjent op 't krag„ „tigste te helpen, en saafterchan in tegendeel te verdrijven, en dat bijgevolg nu maar alleen door haar aan de Heer directeur de bij 't Jongste besluijt vermelte vrage gedaan was, niet met intentie, om sig wesentlijk met ons te vereenigen en in regaarde van het ware Jnterest van beijderseydse naties, met een goed overleg dat te doen, wat in een gecom„ „bineerde Raad tot wel sijn van de stad en Jngesetenen goedgevonden soude werden, maar wel, om daar door alleen hartelijkheijt en genegentheijd tot vriendschap te zoonen, en egter in der daad te beletten, dat men die niet soude amplecteren kunnen ten Bassourd
English
From Surat under date 25 May 1749 unless one wished to follow them blindly in their previously concocted, at times mad enterprises, and take part in everything they did without deliberation, whether it might be advantageous for the Honorable Company and justifiable for us, or not, and what we could even foresee would not come to pass: it was therefore resolved by a unanimity of opinions to let them also proceed alone in whatever they might do, and not to act together with them, but on the contrary to persist fully in the resolution once taken on the 25th of September last. A general meeting was also substantially held in the Darbar, and the Lord Director was also requested in the morning on behalf of Mia Atsjent by a gold-stick bearer to attend it; but His Honour having excused himself from it for the reasons just mentioned under the pretext of illness, there appeared only the principal residents of the Council, Mr. Dovril with his Council, and the French second, who all, with a pledge of hand, promised their assistance to Mia Atsjent and agreed that Saafterchan should be summoned by a separate letter by the Cadi as supreme magistrate to appear in person or by his authorized representative before the High Council and to answer for what would be charged against him; but Saafterchan having not replied thereto, On the 19th instant, a meeting was held again in the Darbar, and it was proposed to declare Saafterchan an infidel, in order thereby to stir up the common people against him; but one of the Muftis having opposed this, all the inhabitants of the city were ordered, under severe punishment, To assemble on the 20th in a certain Moorish temple, where tomorrow also many of the prominent people appeared alongside the Cadi and Muftis. But the common people not wishing to show up as desired, those men have sat there today without having accomplished anything. From Surat under date 28 May 1749 On the 24th, upon the proposal of the Lord Director, a resolution was adopted unanimously to summon hither the two hoys of the Honorable Company, which, as appears from the minutes of the session of the 6th of June last, are still lying at Broach loaded with some cannon etc. And wherefore on the 25th the necessary orders were sent thither by a separate letter, and the factors were at the same time instructed to see whether it might not be possible to send hither therewith some of the goods salvaged from the ship Nieuw-Walcheren; but if the regents should not be willing to permit this, then merely to dispatch them with what is loaded therein and what can furthermore be shipped off with ease. On the 26th, the battery of the English gentlemen, on which work has been going on since the 20th, being nearly finished, they sent people, artillery, mortars, bombs, etc. thither in the afternoon, and in the evening also threw 5 bombs into the works of Saafterchan, but without any effect. In the evening two soldiers deserted from the lodge, namely: Gerrit de Jager from Leiden, and Jacobus Rademaker from Leiden, without it being known to date whither they have gone. Below stood: Thus done and resolved in the Honorable Company's garden at Surat, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: Jan Schreuder, Jan Pecock, Arthur Cornelis de Zahaije, Jacob Sanderus, Cornelis Leonardus Senff, and Brandijn Rijser. Friday the 29th of November 1748. All present. Except the warehouse master Brandijn Rijser, for reasons as stated in the resolution of the 14th instant. The letter registered in the resolution of the 27th instant having been dispatched to the respected chiefs, the English, French, and Portuguese gentlemen here, the Lord Director received yesterday and today the following replies, namely: From Mr. Dovril, President of the English, to the Honorable Jan Schreuder, Chief Director over the interests of the United Netherlands etc., together with the Council of Surat: Honorable Sir and Gentlemen. Yesterday evening I had the honor to receive your Honors' esteemed letter; but because there was no one with me who could translate it, I had to postpone the reply thereto until now. I am very grieved over the cause of your Honors' writing to me, and I consider myself in every way obliged to make known to your Honors now what has come to my knowledge of this matter. Yesterday afternoon I received report that a Dutchman had come to inspect our mortars etc., but the guard, in compliance with the strict orders I have given them not to cause any trouble to any European of any nation, had let this indiscretion pass unnoticed, whereas your Honors nevertheless know very well what the duty of a sentinel in Europe requires in such occurrences; I sent to apprehend him with the intention of having him brought to his Honor the Director, not doubting in the least that he would surely punish him for this presumption; but it was reported to me that he had gone away from our mortars and had also inspected the guns and battery of the Governor, taking more information thereof than a man would do.
Dutch transcription
Van Souratta onder Dato 25 Meij 1749 ten ware men haar in hare bevorens gesmeede somtijds dolle ondernemings maar blindelings volgen, en alles, wat sij deden, sonder overleg mede doen wilde, het mogte voor d' Ecomp=e voordelig„ en voor ons verantwoordelijk sijn, dan niet, en het gunt wij selfs van te vooren wel na gaan konde, niet te sullen geschieden: soo wierd met een parigheijd van gevoelen geresolveert, haar ook in het geen sij doen mogten alleen te laten voortgaan, en niet met haar tesamen doen, maar in tegendeel bij het eens geno„ „mene besluijt op den 25=e Septemb=r Jongst„ leden ten vollen te persisteren. Jn de Dherbaar is ook wesentlijk Eene algemene vergadering gehouden en de Heer Directeur des morgens uijt name van Mia atsjent, door een goude stokke drager daar toe mede versogt maar sijn Edele sig om de soo evengem: redenen, onder voorwendsel van siekte, daar van g'excuseert hebbende, sijn daar alleen verscheenen de voornaamste ingesetenen van de Rad De Heer Dovrils met Sijnen Raad, ende france Van Souratta onder Dato 25 Meij 1749 1735 france secunde de welke alle onder handlas„ „tinge aan Mia Atszent hare hulpe belooft, en toegestamt hebben, dat saafterchan door decagie als opperste wethouder, bij een apart briefje geciteert is, om in persoon of door sijnen gemagtigde voor de hogeraad te ver„ scheijnen, en sig te verantwoorden, over het geen hem ten lasten gelegt soude werden dog saafterchan daar op niet geantwoord hebbende is Den 19 e. Courant in de Dherbaar weder verga¬ „dering gehouden, en geproponeert om saaf„ „terchan voor een ongelovige te verklaren, ten eijnde daar door het gemeene tegens hem op de been te brengen; maar een van de Musties sulx gecontrarieert hebbende, wierd aan alle Jngesetenen van de stad op sware straffe be¬ „voolen. Den 20=e in een seker moorse tempel te vergadering, morgen ook veel van de voornaams„ „ze aldaar benevens de Cagie en mussties ver„ „scheenen. Maar het gemeen niet naar wensch willende komen op dagen, hebben die menschen daar toe heden geseten sonder dat sij iets uijtgevoert hebben Bassourd Souratta onder dato 28: Maij 1749 Van hebben. Den 24:e Js op het voorstee van den Heer Directeur met eenparige stemmen een besluijt genomen, om de twee Htorrijs van d' EComp=e, die nog blijkens: het aangetekende ter sitting van den 6=e Junij Laastl: op Brootchia met eenig Canon enst geladen leggen, herwaarts te ontbieden. En weshalven. Den 25. bij een aparte brief daar toe de nodige ordres afgesonden, en de factors teffens gelast sijn, om te sien of het niet mo„ „gelijk is, daar mede eenige van de uijt het schip Nieuw-walcheren geburgen goederen herwaarts te senden, dog soo de regenten sulx niet mogten toestaan willen, dan deselve maar alleen te depecheren met het geen daar in legt, en wijders met gemak afgescheept werden kan. Den 26. de Battarij van de Heeren Engelsche waar aan al 't sedert den 20=e gearbeijt is, ten naasten bij klaar geraakt sijnde, hebben sij des agtermiddags, volk, geschut, mortieren, bomben, ensz: derwaarts gesonden, en ook des avonds nog 5. bomben in de werken van Saafterchan geworpen, maar sonder Eenig Effect. Dos. E ƒ Van Souratta onder Dato 2: Meij 1749 1737 Des avonds sijn twee soldaten uijt de Logie ge„ deserteert in name. Gerrit de Jager van Leijden. en „ _„o sonder dat Jacobus Rademaker men tot nog toe weet werwaarts sij sig begeven hebben /:onderstond:/ Aldus gedaan en gear„ „resteerd in 's E: Comp=s thuijn te souratta, ten dage maand, en Jare voormeldt. /:was getekent:/ J=n Schreuder, J=s Pecoch, A=r C=s de Zahaije, J=b Sanderus, C=n L=n Denff, en Bdijn Rijser. Vrijdag den 29=e Novemb=r 1748. Alle praesent. Dempto de pakhuijsmeester Brandijn Rijser om redenen als. bij 't besluijt van den 14=e Courant Het briefje ingeschreven ter resolutie van den 27=e Caurant aan de respecteerde opper„ hoofden, den Heren Engelschen, Francen, en Portugesen al hier afgesonden sijnde heeft de Heer Directeur op gisteren en heden weder ontfangen, de volgende ant„ woorden, als. Van de Heer Dovrill, President der Engelschen Aan Bassourd Van Souratta onder Dato 25 Meij 1749 Agtbare Heer en Heeren. Gisteren avond heb ik d' Eer gehad te ontfangen uw Ed=s g'agte brief; maar om dat niemand. bij mij was, die deselve, oversetten konde heb ik het antwoord daar op tot nu toe uijt moeten stellen. Jk ben seer bedroeft over de oorsaak van uw Ed=s schrijvens aan mij, en ik agte wij in eeniger hande wijse verpligt, thans aan uw Ed=s bekent te maken, wat van dese saak ter mijner kennis geko„ „men is- Gisteren middag kreeg ik berigt dat een hollander gekomen was, om onse mortiers ensz: te besien, maar de wagt, in opvolging van destricte ordres die ik haar gegeven heb, om geen een Eu„ „ropees van Eeniger hande natie eenige moeeste aante doen dese onverstandigheijd ongemerkt hadde door laten gaan, daar nogthans uw Ed=s seer wel meet wat de pligt van Een schildwagt in Europa bij diergelijken voorvallen ver„ Eijscht; Jk sond om hem op te vatten met voor nemen hem na sijn Agtb: den directeur brengen te laten, geen sints twijffelende, of hij soude hem over dese voorbarigheijd se„ „cuur straffen: maar wij wierd gerapporteerd dat hij van onse mortiers weggegaan was, en ook de stukken en batterije van de gouver„ „neur besien hadde, nemende meerder on„ „derregting daar van, als een man dioen soude Aan den Agtbaren Jan Schreuder E Tq:r opperhoofd over de belangen van de verEenigde Nederlanden ensz benevens den Raad van
English
at Souratta under date 25 May 1749 1739 of whom one would suppose a good intention, and that he had now been seized while departing from there by some spies who had come along that road. I thought nothing other than that they must have been peons of the Director who had seized him, out of fear that he would desert to us, but a short time before. Before I received Your Honours' letter, I was informed that the Governor of this city had caused a European to be killed. Thereupon I immediately had all our people mustered, but no one being missing, I judged that it must be the Dutchman who had been at the works, but I was not confirmed in that opinion before I had the honour to read the translation of Your Honours' letter. I assure Your Honours that if I can find anyone in my service who carried this man away, or who went with him to the Castle, I will exercise all justice that is in my power; I hope that I do not have a single such imprudent subject about me; and it will be agreeable to me if those who brought Your Honours that news state on what foundation they say such things. If their grounds of knowledge are good, then they need not be afraid to actually accuse the one whom they have accused in general: but is it solely to create still more estrangement between us, there being so many of that inclination in this city; in case those who have now sought to slander me or my servants should also be of that sort, then I do not doubt in the least that the Director will also exercise justice toward me. Had I upon my arrival here Bassoura at Souratta under date 25 May 1749 wished to give ear to such turbulent subjects, then I would certainly not have taken the first step to restore the harmony which I so heartily wish may ever endure between the subjects of two nations that are so closely knit together. I am very grieved that our different opinions regarding the present miseries of this city afford us occasion to bear arms on opposing sides, and I must tell Your Honours that the Dutch gunners who are in the service of Paafterchan take very careful aim when firing so as to kill someone of our people whenever they only appear upon the wall, although I cannot think that this is according to the order of their superiors; Your Honours ought to know that we presently have power enough, together with that of the principal inhabitants of the city, not counting the King's ships which we daily expect at Bombay, to restore tranquility in this place, and therefore it is not to be thought that the offer which I now make will be regarded as a desire to gain more power into our hands for the extinguishing of the disputes: but I am very grieved to see that one European nation alone persists in not favouring the general peace. Therefore I am constrained to repeat my offers, before it is too late, to be able to request Your Honours to be of the party which by all human conjecture will prevail. I stand ready to hear any proposals that Your Honours will wish to make for the well-being of the city. I will give my hand to Your Honours' hand to settle all differences that Your Honours have with Mia Atsjent; but this would be a rashness on my part if 4 From Souratta under date 25 May 1749. 1741 if I wished to oppose the prudence which he employs to prevent the city from falling into the hands of his enemy through treason. And had an Englishman genuinely served in public as a gunner against him, I could not reasonably take it ill of him if he made an example thereof; nevertheless, had I known that that Dutchman was in his power, I would immediately have sent word thereof to the Director and with his consent also employed my influence with Mia Atsjent to prevent this incident from having occurred. Now everything is on the point of undergoing a sudden change, and therefore I shall be glad if I receive a speedy answer to that part of this letter wherein mention is made of a meeting, so that we may together do that which I see to be necessary for the public good. I am with high esteem, was undersigned, Honourable Sir and Sirs, Your Honours' very obedient and humble servant, was signed, I: Dorvill. Lower, For the translation from the English, signed, C=n P=l Senff. In the margin, the 17. November 1748: O: s: To the Gentlemen of the Dutch Council at Souratta Gentlemen. I have received the letter which Your Honours were pleased to do me the honour of writing on the 27th of this month; Your Honours inform me thereby that Souratta the 28. November Anno 1748. a 1: P: M: Bas ourd
Dutch transcription
an Souratta onder dato 25 Meij 1749 1739 van wien men een goed voornemen supponeren wil, en dat hij nu daarvan daan gaande opgevat was, door eenige spions die langs die weg gekomen „waren. Jk dagte niet anders of het moeste pions van den directeur wesen die hem opgevat hadden, uijt bedugting dat hij tot ons overlopen soude maar een weijnigtijds van te vooren. Eer ik uEd=les brief ontsing, wierd ik onderregt, dat de gouverneur van dese stad een Europees hadde doden laten, Jk liet daar op terstond al ons volk monsteren, dog iniemand vermist werdende oordeelde ik, dat het de hollander moeste wesen die bij de werken geweest was, maar ik ben in dat gevoelen niet bevestigd geworden voor ik d' Eere gehad heb de oversetting van uw Ed=s brief te Lesen. Ik versekere uw Ed=s dat als ik iemand vinden kan in mijnen dienst, die dese man wegge„ bragt heeft, of met hem naar 't Casteel ge„ weest is, ik alle regtvaardigheijd oeffenen sal dien in mijn vermogen is; ik hoop dat ik geen een s sulk onverstandig subject omtrend mij heb; en 't sal mij aangenaam wesen als uw Ed=e dat nieuws gebragt hebben, op wat fondament sij sulx seggen. sijn hare redenen van wetenschap goed, dan hoeven sij niet be„ vreest te wesen den genen in der daad aan te klagen, dien sij in't generaal hebben beschuldigt: maar ik het alleen, om tusschen ons nog meer ver„ „weijdering te maken, daar zijn soo veel van die neijging in dese stad; bij aldien dese die mij of mijne bediendens nu hebben soeken te lasteren, ook van dat soort mogte wesen, dan twijffel ik geensints of de Directeur sal omtrend mij ook geregtigheijd oeffenen. stad ik bij mijne aankomst alhier gehoor Bassoura an Souratta onder Dato 25 Meij 1749 gehoor willen geven aansulke onrustige subjetten, dan soude ik sekerlijk met de Eerste stap gedaan hebben om de Harmoiie weder op te regten, die ik zoo hartelijk wensch, dat steeds gedurende sijn mag: tusschen de onderdanen van twee naties, dewelke soo nauw aan malkanderen verknogt sijn. Jk ben seer bedroeft, dat onse verschillende mening ten. opsigte van de praesente Ellenden deser stad, ons gelegentheijd verschaffen, de wapens aar tegenstrijdige kanten te voeren, en ik moet uEd=le seggen dat de hollandse Constabels, die in den dienst van Paafterchan sijn, seer wel oppassen op het vuuren, om iemand van ons volk te dooden, als se maar op de muur komen al hoe wel ik niet denken kan dat dit volgens de ordre van haare supvioren is; Uw Ed=es dienen te weten, dat wij tegenswoordig magt genoeg hebben, met die van de voornaamste Jngesetenen van de stad /:ongerekend de schepen van de koning die wij dagelijx op Bombaij verwagte:/ om de rust in dese plaatse te herstellen, En daarom is het niet te denken, dat de aanbieding die ik nu doen gehoude sal werden voor een begeerte, om meerder magt aan handen te krijgen, tot te niet doening van de verschillen: maar ik ben seer bedvoest te sien, dat eene Europese natie alleen blijft in het niet begunstige van de algemene ruste Dier„ „halven ben ik genoodsaakt mijne aanbiedings te herhalen, eer het te laat is, om uw Ed=s te kun„ „nen versoeken, van de parthij te willen zijn, die na allermenschelijke vermoeden boven drijven sal, jksta gereed om aan te hooren eenige voor„ „slagen, die uw Ed=s sal willen doen tot wel wese van de stad. ik sal mijne hand aan uw Ed=s hand geven, om alle verschille af te maken, die uw Ed=e met mia atsjent hebben, maar; dit soude eene voorbarigheijd van mij wesen indien 4 Van Souratta onder Dato 25 Meij 1749. 1741 indien ik tegen wilde gaan de voorsigtigheijd, die hij gebruijkt te verhinderen, dat de stad niet door ver„ „raad in de hande van sijne vijand valt, En had een Engels man wesentlijk in't openbaar te„ „gens hem als Cannonier gedient, ik soude het met redenen niet hunne qualijk nemen, wanneer hij daar omtrent een Exempel sta„ „tueerde, nogthans hadde ik geweten, dat die hollander in sijne magt was, ik soude aanstonds aan den directeur daar van berigt gesonden en met sijne toestemming ook mijn vermogen aange„ wend hebben bij Mia Atsjent om te verhinderen, dat dit voorval niet gebeurt zij. Nu staat alles op het punt om een schielij„ „ke verandering te krijgen, en dierhalven sal ik verheugt wesen, als ik spoedig antwoord erlange op dat gedeelte van desen brief waar bij van eene 't samenkomst gesproken word, om te samen dat te kunnen doen, wat ik voor't algemeen sie nodig te wesen. Jk ben met hoog agting /:onderstond:/ Agtb: Heer en Heeren, Uw Ed=s seer gehoorsame, en onder„ Edanige Dienaar /:was getekt:/ I: Dorvill. /:Lager:/ voor de translatie uijt het Engelsche /:getekent:/ C=n P=l Senff. /:in margine:/ den 17. 9ber: 1748: O: s: Aan de Heeren van de Hollandschen Raad tot Souratta Mijn Heeren. Jk heb de brief ontfangen die uw Edsmij d' heer hebben gelieven aan te doen den 27=e deser te schrijven uw Ed=s geven mij daar bij berigt dat Souratta den 28. Novemb=r A=o 1748. eene 1: P: M: Bas ourd
English
From Souratta, dated 25 May 1749. one of Your Honours' people had been on the battery of the English gentlemen and was brought to the Castle, but as I am not informed of the circumstances of this incident, or whether that European was caught in the act of investigating something that could give cause to think that the man had been sent out to inspect the strength and situation of the battery, whereby he could be considered a spy; so, for the present, I can give Your Honours no other advice than to exercise a little patience until these troubles shall have ended, at which time this matter might be settled to Your Honours' satisfaction, since this can be nothing other than a mistake. If Your Honours choose this course of action, which I believe to be the most prudent in view of the present circumstances, then I think that Your Honours' conduct will not be disapproved of at all, neither by the Governor at Batavia nor by Your Honours' Company, whereas otherwise it is to be feared that very troublesome consequences will arise from it. I have the honour to be with all consideration, undersigned: Gentlemen, lower: Your Honours' humble and obedient servant, signed: Leverier, still lower: translated by, signed: Jan Anton Sweers de Landas. From Mr. Boucaart, Director of the Portuguese, To Mr. Jan Schreuder, Director on behalf of the State and the Praiseworthy Dutch Company at Souratta, and his Council. Gentlemen. I have received the letter that Your Honours did me the honour of writing to me on the 27th of this month. 1743 From Souratta, dated 25 May 1749. I can assure Your Honours that its contents shocked me to see that they could proceed so lightly to a manslaughter without even investigating what he had done, which would have been so proper. In this, I cannot fathom the conduct of Mia Atsjent, who has always been known to the whole world as a gentle and affable man, unless it must be that he was brought to it by people who are in great esteem with him. I feel fully, Gentlemen, that this outrage affects not only Your Honours, but also all the Europeans. Yet what remedies are to be applied in a time when the whole city is in unrest and confusion and full of internal war? Furthermore, all the Europeans are at odds with each other concerning a certain matter on which they have not been able to agree for a long time. As far as I am concerned, if requested, I will very gladly unite with the other nations so that Your Honours may obtain all possible satisfaction, but alone, what shall I do? Yesterday evening I sent a broker to Mia Atsjent to ask him why he committed such a shameful deed. He informed me: that this European had been sent to him bound, from the Point where the English have a battery; that, having been questioned, he had declared that he had come to see what the English were doing there and that he had left three of his brokers as gunners with Saafterchan; that from this, without even investigating whether he was a Dutchman, Frenchman, Englishman, or Portuguese, he had judged that he must be a spy of the enemy, that he deserved death, and that he had also delivered him over to it, after having first kept him for 5 hours to see if someone would come to claim him. All these reasons are not strong enough for me to cause someone to be put to death just like that. I have the honour to be, undersigned: Gentlemen, lower: Your Honours' humble and obedient servant, was signed: J. B. Boucart, in the margin: Souratta, 29 November 1748, still lower: for the translation, signed: Jan Anton Sweers de Landas. The court messenger Thaar Mhamet, having been on the aforementioned day to Mia Asssent to request the dead body of the soldier who was murdered on the meijdaan, has given the following account of his experience, just as before. On 27 November in the afternoon, having been ordered by the Lord Director to go to the Castle Governor to ensure that the mess master of the soldiers, who according to received news had been apprehended from the street and brought bound into the Castle, would be released at once. I went thither immediately and, according to custom, going first inside the Castle, I saw the said soldier sitting in the stable with irons on his legs. Seeing me arrive, he was very glad, and I asked him, as far as I could manage in broken Dutch, whether he was the mess master, to which he answered me, while laughing, yes. Upon this, the bystanders asked what he had said to me, and I, to satisfy their curiosity, said that he was the mess master. Account given by the Honourable Company's second court messenger Thaar Inhamet and stated before the former undersigned sworn clerk and witnesses, in the manner as follows. of
Dutch transcription
Van Souratta onder Dato 25 Meij 1749 eene van uw Ed=e volk op de Batterije van de Here Engelsch en na het Casteel gebragt was, maar dewijl ik niet onderregt be, van de omstandigheden van dit voorval of dien Europiaan betrapt is geworden in het dadelijk ondersoeken van iets 't welke aan„ Leijding soude kunnen geven om te denken dat die man ijtgesonden was om de sterkte en gelegent: „heijd van de batterij in oogenscheijn te nemen waar door hij als een spion konde opgevat werden; soo kan uw Ed=s voor tegenwoordig geen anderhaad geven, als een weijnig geduld te oeffenen tot soo lange als dese troubles geeijndigt sullen wesen als, wanneer dese saak sig soude kunnen schicken tot uwEd=s voldoening, vermits dit niet anders sijn dan een misgreep; bij aldien uw Ed=s dese partije partijkiest, die ik geloof de voorsigste tewesen ten opsigte van de tegenwoordige om„ standen soo denk ik dat uw Ed=s gedoente gants niet gedisapprobeert werden sal, nog bij den heer Gouverneur op Batavia nog bij uw Ed=s Comp=e daar het anders te dugten staat dat 'er nog seer moezelijke gevolgen uijt voortkomen sullen. Ik heb d' Eer van met alle Consideratie te sijn /:onders=d:/ Mijnsteeren /:lager:/ uwEd=s onderdanige en ge „hoorsame Dienaar /:getek=t:/ Leverier /: nog Lager:/ getranslateert door /:getek=t/ J=n A=s sweers de Landas. van de Heer Boucaart Directeur de Portugesen Aan de Heer Jan Schreuder Directeur wegens den staat ende Loffelijke Hollandsche Comp=e te Souratta en sijn Raad Mijn Heeren. Jk heb de brief ontfangen die uw Ed=le mij de Eer aangedaan hebben den 27=e deser aan mij te „ 1743 Van Souratta onder dato 25 meij 179 schrijven: Ik kan uw Edel=s betuijgen dat den in„ houd van dien mij verschrikt heeft van te sien dat men soligt vaardig tot een manslag heeft kunnen overgaan sonder eens te ondersoeken wat hij gedaan had, 't geen wel soo gevoeglijk soude geweest zijn. Ik kan in desen het gedrag van Mia atsjent niet door gronden, die steeds bij de heele waereld als een s agt„ sinnig en gemeensaam man te boek gestaan heeft, of het moet wesen dat hij daar toe gebragt is door menschen die bij hem in een groot aansien staan. Jk gevoel ter deeg; mijnsteeren, dat dit affvont niet alleen uwEd=s maar ook alle de Europiane raakt, dog wat hulp middelen is 'er aante wenden, in een tijd daar de heele stad in onrust en verwarring en vol van een binnen oorlog is wijders sijn alle de Europeesen het met malkanderen on eens over een sekere saak waarin sij sig 't sedert een langen tijd niet hebben kunnen verdragen, wat mij aangaat. Jk sal mij des gevergt werdende met de andere naties seer gaarne verEenigen op dat uw Ed=e alle mogelijke voldoening krijge maar allenig wat sal ik doen. Jk heb gisteren avond een makelaar naar Mia atsjent gesonden om hem te laten afvragen waar„ „om hij soo een schandelijke daat gedaan heeft, hij heeft mij laten weten: dat dese Europiaan hem gebonden toegesonden was, van de Punt daar de Engelschen een batterij hebben. dat hij ondervaagt hadde sijnde verklaart hadde dat hij gekomen was om te sien wat de Engelschen. daar maakte en dat hij drie van sijne makelaars als Constabels bij saaf„ „terchan gelaten hadde, dat hij hier uijt sonder eens te ondersoeken of het een hollander, fransman, Engelsman of Portugees was, geoordeelt hadde dat het een spion van de vijand moeste wesen, dat hij de dood verdient en dat hij hem ook aan deselve overgegeven hadde na alvoorens hem 5: uuren be„ waart te hebben om te sien of hem iemandt soude Bassoura An Souratta onder Dato 25 meij 1749 nen soude laten reclameren, Alle dese redenen sijn bij mij niet kragtig genoeg, om soo maar iemand te doen sterven Jk heb d' Eer van te sijn: /:onderstond:/ Mijn steeren /:Lager:/ uw Ed=s onderdanigen en gehoorsamen Die„ „naar /:was getekent J: B: Boucart, /: in margine:/ Souratta den 29=e November 1748. /:nog lager:/ voor de translatie /:getek=t:/ J=n A=n Sweers de Landas. De Hoofganger Thaar Mhamet ten voorm: dagen E bij Mia Asssent geweest sijnde, Om het doode Zig„ „haam te versoeken, van de Soldaat, die op de meij„ „daan vermoort geworden is, heeft men van sijn wedervaren zoen als bevoorens, het volgende relaas opgegeven. Den 27=e Novemb=r des agtermiddags door de Heer Directeur g'ordonneert sijnde na de Casteels Gou„ verneur te gaan om te maken, dat de bakmeester der soldaten, die volgens erlangde tijding van de straat opgevat en gebonden in't Casteel gebragt was ten eersten gelargeert wierde, Jk ging ter stond der„ „waarts en volgens het gebruijk ten Eersten bin„ ^het „nen ^ Casteel gaande sag ik den gedagten soldaat in de stal sitten met boeijen aan sijn beenen Hij mij siende aankomen was seer verheugt, en ik vroeg hem soo veel als ik met gebroken hollands uijt brengen konde, of hij de Bakmeester was„ waar op hij mij al laggende antwoorde Ia„ hier op vroegen de omstaanders, wat hij tegens mij gesegt hadde en ik om haare nieuws„ „gierigh=t te voldoen, seijde dat hij de bakmeester Jelaas door 's E: Comp:s twede Hoff„ ganger Thaar Inhamet gedaan en opgegeven voor den ouden ondergetekende ge„ „ Swore Clercq en getuijgen in maniere als volgt. van
English
1745 From Souratta under Date 25 May 1740 of the Dutch soldiers and having gone out to buy greens and other provisions, had been apprehended very innocently on the street and brought here, without him having done any harm to anyone or having had words with a single person. Subsequently asking for the Nawab, I received the answer that he was asleep. And since I nevertheless did not want to lose time, I indicated to him as best I could that he should only rest easy, and said to the guards that as soon as the Nawab was awake, I would bring permission for his release, adding that I was now going to the Durvan to speak with him about it as well, and that they must do him no harm in the meantime. Departing herewith from the Castle with the intention of going to the duwan, I found the broker Roederam sitting near the Lodge, whom I informed of the aforesaid; but I had barely done this when some people came to warn me that a Dutchman had been beheaded on the meydaan by a hallachoor, adding that this man had been brought hither not by the usual way, but entirely around the back along the garden of the Castle where there are few or no people. Being able to gather from this now without great difficulty that this notoriously must be the same man who had sat in irons, I considered it unnecessary to continue my way to the Duwan, but turned back in order to inform His Honorable Worship of what had occurred all the sooner. Having arrived on the meydaan, I saw this man lying dead on the ground close to the public road, right opposite the gate where formerly goods coming by land were brought for customing. From Souratta under Date 25 May 1749 customing. A large crowd of people stood around there, and joining them and asking as if ignorant about what had occurred, I received the answer: That it was a Dutchman who had been sent bound from the English Battery to the Castle, and that Mia Atsjent had therefore immediately had him beheaded without even observing the usual ceremonies, which were that when the person who was to be put to death had already been brought to the place of execution, the sentence was nevertheless not carried out before orders had been fetched and obtained from the Castle three times with some intervals, in case the offender might perhaps receive a pardon. Herewith I went away and made a report thereof to His Honorable Worship. His Honor thereupon ordered me to ask permission to remove the body. I went to the Duwan and requested permission for this, who answered me: go with me, I will go to the Nawab, speak to him about it, and procure your permission. Having arrived at the Castle, I wanted to enter according to custom, but was stopped by the gatekeepers. I asked for the reason thereof, because previously I was always accustomed to enter directly, and received the answer that the governor had given orders that they were not to allow any servants of the Dutch inside without prior permission; subsequently having sat for a little while, a servant of Mia Atszent came to tell me in his name that I should give his greetings to His Honorable Worship and say that he had not known that it was a Dutchman, or else he certainly would have sent him to His Honor, but that he had heard that the same had intended to set fire to the powder on the English Battery, whereupon he subsequently granted permission From Souratta under Date 25 May 174 177 permission to carry away the said soldier. Thus done, given, and recorded in the manner aforesaid at Souratta the 28th of November 1748. Underneath stood: before me, signed: Wm Hooningman sworn Clerk. Lower was signed with a mark and written around it: this is the mark of the second court-goer Thaar Mahamet. In the margin: In the presence of us as witnesses, signed: Jn An Sweerds de Landas and Jn Vn ds Does. The court-goer Wassier Mhamet, having verbally notified the principal inhabitants of this city of what had occurred, brought this Report upon his return. Account by the Honorable Company's court-goer Wassier Mhamet, given and stated before the undersigned sworn Clerk and witnesses in the manner as follows. On the 27th of November in the evening having been ordered by the Lord Director to go to the Mosque not only to make known to the inhabitants of this city present there that this afternoon a soldier of the Honorable Company was beheaded on the public meydaan by a hallalchoor, but also at the same time to ask whether they knew anything about it; having arrived there I found the Cadi, a mufti, amien uddier Bassoura
Dutch transcription
1745 Van Souratta onder Dato 25 meij 1740 van de hollandsche soldaten en amgroente en andere mond- kost te kopen, uijtgegaan sijnde seer onschul„ dig op de straat op gevat en hier gebragt, sonder dat hij iemand eenig Leed gedaan af met geen een mensch woorde gehad hadde Vervolgens na de Nawab vragende kreeg ik tot antwoord, dat hij sliep. En de wijl ik egter geen tijd verliesen wilde, soo beduijde ik hem, soo goed ik konde, dat hij sig maar gerust moeste stellen, en seijde tegens de wagters, dat ik soo dra de Nawab wakker was, tot sijne loslating permissie brengen soude met bijvoeging dat ik nu na de Durvan ging om die daar over mede te spreken en dat sij hem in tusschen geen Leed doen moesten. Hier mede uijt het Casteel vertreckende in me„ „ning naar de duwan te gaan vond ik den make„ „laar Roederam bij de Logie sitten, die ik alvo„ „rent gesegde kennis gaf: maar nauwlijx had ik dit gedaan of daar quamen eenige menschen mij waarschouwen, dat 'er een Hollander op de meijdaan door een hallachoor onthoofd mas, met bijvoeging, dat dese man niet de gewone weg maar geheel agter omlangs de thuijn van het Casteel daar weijnig of geen menschen sijn, her„ „waarts gebragt was. Hier uijt nu seer ongemakkelijk kunnende op „maken, dat dit notoir deselfde man wesen moeste, die in de boeijen geseten hadde, agtende ik onnodig mijnen weg na de Duwan te vervol„ „gen maar keerde wederom om sijn Ed: Agtb= van 't voorgevallene des te spoediger kennisse te geven, op de meijdaan gekomen wesende sag ik dese man dood op de aarde zeggen digt aan „de gemene weg, hegt tegen over de poort, waar voordesen de te land komende goederen, ter ver„ „tholling B as ourd Van Souratta onder Dato 25 Meij 1749 „tholling gebragt wierden. Eene groote hoop van voek stond daar rondsom, En ik mij daar bij voegende en als onwetende naar het voorgevallene vraagden, kreeg ik tot antwoord: Dat het een hollander was die van de Engelsche Batterij gebonden naar 't Casteel ge„ souden was, en dat daarom Mia Atsjent hem aanstonds hadde onthoofde laten sonder selfs eens de gewone cermonien waar te nemen, dewelke waren, dat als de geene die ter doot gebragt soude werden, bereets op de geregtsplaats gebragt was, dan Egter het vonnis niet eer uijt gevoert wierde, voor dat daar toe nog drie maal met eenige tusschen po„ „singe order uijt het Casteel gehaalt en kregen was, om of somtijds de midsdager pardon mogte erlangen. Hier mede ging ik heen en deed daar van aan sijn Ed: Agtb: rapport sijn Edele ordonneerde mij hier op permissie te vragen om het Lijk weg te halen. Jkging na den Duwan en versogt daar toe per„ „missie, die mij tot antwoord gaf, gaat met mij ik sal na den nawab gaan hem daar over spreken en uw permissie besorgen, bij het Cas„ „teel gekome wesende wilde ik volgens gewoonte daar binnen gaan, maar wierd van de portiers tegen gehouden, Jk vroeg ena de reden van dien, om dat ik bevorens altoos gewent was, direct bin„ „nen te gaan, en kreeg tot antwoord, dat de gou„ „verneur order gegeven hadde, dat sij geene die„ „naren van de hollanders sonder voorgaande per„ „missie daar binnen laten mogten; vervolgens een weijnig geseten hebbende, quam een dienaar van Mia Atszent mij uijt sijne naam seggen dat ik de groetenis aan sijn Ed: agtb: doen en seggen moest, dat hij niet geweten had, dat het een hollander was, of dat hij hem anders sekerlijk bij sijn Ed: gesonden soude hebben, maar dat hij gehoort hadde dat den selven op de Engelsche Batterij het kruijt in de brand hadde willen stelen terwijl hij vervolgens permissie Van Souratta onder Dato 25 mij 174 177 permissie verleende om de gedagte soldaat weg te mogen dragen.. Aldus Gedaan, opgegeven en opgenomen in voegen voormelt te souratta den 28. Novemb=r 1748. /:onderstond :/ voor mij /:getek=t:/ W=m Hooningman gesw: Clercq /:lager:/ was ge„ „tekent met een Caracter en daar omme geschreven, dit is het merk van de tweede Hoffganger Thaar Mahamet /:in margine:/ Jn presentie van ons als getuijgen /:getekent:/ J=n A=n Sweerds de Landas en J=n V=n d=s Does. De Hoffganger walsier Mhamet aan de voor„ naamste Jngesetenen deser stad, bij monde van het voorgevallene kennisse gegeven hebben„ „de heeft bij sijn terug komst dit Rapport gebragt. Relaas door 's E. Comp=s hofganger wassier Mhamet, ge„ daan en opgegeven voor den onderge„ „zekende gesw: Clercq en getuijgen in manier als volgt. Den 27e. Novembr 's avonds door de Heer Directeur g'ordonneert sijnde na de Massiet te gaan om de aldaar aanwesende ingesetenen van dese stad niet alleen bekent te maken, dat heden agter middag Een soldaat van d' E Comp=e op de publicque meydaan door een hallalchoor onthooft was, maar ook teffens te vragen af zij daar iets van wisten; Aldaar gekomen wesende vonrd ik de Cagie, Een musti; amien uddier Bassoura
English
Souratta under date 25 May 1749 an uddien, sale Tjillebie, Goodje Asem omis sindie, the son of osman tjillebie, and the son of Haadjie seerbeek, who, having heard my message, replied that they did not know that he had been a Dutchman, but rather that they had first heard that a Persian and spy of saafterchan, who had dressed himself in the Dutch manner, and subsequently that he was a Portuguese, but he having repeated his previous statement once more, they requested him to sit down until they had sent word to mia Atsjent about it. The Cagie, tillebie, and Amien uddien would thereupon immediately send their servants to him to ask him for what cause or upon what investigation he had had that man beheaded, since they knew nothing of it, and yet the Director had had them asked by the representative for the reasons thereof, whether they could send his answer to His Honour. A little while later the same returned and brought in reply that Mia atsjent had stated in the presence of Mulla fachoruddien that he did not know anything about it, nor had he ordered any investigation into it, but that the English had sent that man to him and made it known that he was a gunner of saafterchan, adding that they had investigated this and also found it to be so, and therefore requested that he might be beheaded, and that he, for this reason as well as because it had occurred near the English Battery, where they were masters themselves, had had that justice From Souratta under date 2 May 1749 1749 executed. But that if he had known that he had been a Dutchman, he would have investigated it first, and in that case certainly would not have done so. Thereupon they asked me whether I had now well understood this answer myself, and having been answered by me in the affirmative, ordered me to give notice thereof accordingly to His Right Honourable. Thus done, rendered, and recorded in the manner aforementioned in souratta the 28th of November 1748. Underneath stood: Before me, was signed: W:m Honingman, sworn clerk. Lower: with a character and written around it: this mark was made by the courtier wassier Atramets. In the margin: In the presence of us as witnesses: J:n V:nd:r Does and A:l Suling. And regarding the circumstances of how and by whom specifically that soldier was seized, this information has been received from a Persian servant, Bouwman. The 27th of November, in the afternoon, at about half past one o'clock, walking a little outside my house, which is close to the English Battery, I saw that the broker of the English gentlemen, named Jagernaat, in the company of a servant from the house of Manullachan, which the governor has given them to reside in, coming Report given and submitted by the Persian servant Bouwman before the undersigned sworn clerk and witnesses in the manner as follows: and Bassourd Souratta under date 25 May 1749 From and intending to go to the Battery, had already approached very close to it, when he saw that soldier, who was subsequently beheaded, standing among a large number of onlookers about twenty paces away, looking towards the Battery. Thereupon he had his coach stopped; and some of his peons who were with him, along with other peons, pulled the said soldier out from under that crowd, held him fast, and tied his hands behind his back; this having been done, the said Jagernaat, instead of riding to the Battery, had his coach turn around again, rode the same way he had come, while the said soldier was brought behind him, without the deponent knowing whither he subsequently rode, since he, together with the other onlookers, of whom several took to flight at that sight, took a completely different path, because he was especially known to everyone as a servant of the Dutch. But that, standing a little later near an inn, a soldier who deserted from the Company to the English in the year 1747, named Casper werner, also coming there, asked him: What kind of soldier is that whom they have taken into custody there? Whereupon he answered: I do not know, and subsequently asked the said soldier in turn what they had done with him, or whither they had brought him, and received the answer that he had been brought to the nabob, nothing more. Thus done, rendered, and recorded in the manner aforementioned in souratta the 28th of November 1748. Underneath stood: Before me, signed: W:m honigman. Lower, with some heathen characters, meaning the name of the Persian servant Bouwman. In the margin: In the presence of us as witnesses, was signed: J:n A:n sweers de Pandas, 3 V:n d:r Does. All From Souratta under date 2 May 1749 All these documents the Director declared to bring in, with the intention to consider their contents carefully, to confront them against one another, and to take a decision as to what one should reply in particular to the writing of Mr Doovill, or otherwise ought to put into effect; for if one wished to consider credible the testimonies that had been received concerning the incident outside of him, such as the statement of Nia Atsjent to the broker of Mr Boucart, and to those servants of the Cagie and other residents gathered in a temple, as well as the testimony given by the Persian servant Bouwman, then one could hardly doubt that the murdered soldier, either by his order or at least with his foreknowledge, had not only been seized and bound by his servants, but also sent to the Castle and put to death. And if one wished to accept his assurance as truth, as one on the grounds of 1751 Bassourd
Dutch transcription
Souratta onder Dato 25:' Meij 1749 an uddien, sale Tjillebie, Goodje Asem omis sindie, de soon van osman tjillebie en de soon Haadjie seerbeek, de welke mijn boodschap aangehoort hebbende tot antwoord gaven, dat sij niet wisten dat het een hollander geweest was, maar wel dat sij eerst gehoort hadde dat een Persie en spion van saafterchan die sig op de hollandsch, wijse gekleed hadde, en na dato dat het een por„ „Zugees was, maar hij sijn voorig gesegde nog eens gerepateert hebbende, versogten sij hem te sitten, tot sij daar over mia Atsjent hadde wa„ „gen laten. De Cagie, tillebie, en Amien uddien, souden hier op ten eersten hunne die„ „naars na denselven om hun te vragen uijt wat oorsaak of op wat ondersoek hij die man hadde laten onthoofden, door dien sij daar van niets en wisten, en echter den direc„ „teur door de wachiel na de reden van dien aan haar had vragen laten, of dat sij daar op sijn antwoord aan sijn Edele senden konden. Een wijnig na dato quamen de selve weder te rug en bragte tot antwoord dat Mia atsjent in praesentie van Mulla fachoruddien ge„ „segt hadde dat hij daar niet van wiste, of daar na ook geen ondersoek hadde doen laten maar dat de Engelschen die man bij hem ge„ „sonden hadde en weten laten, dat het een Constabel van saafterchan was met bij voeging dat sij sulx ondersogt en ook so„ „danig bevonden hadde, en dierhalve versoeken lieten dat hij onthoofd mogte werden, en dat hij hier om soo wel als om dat het bij de Engelsche Batterij voorgevallen was, alwaar hij selfs meester waren, die regt had Van Souratta onder Dato 2:' Meij 1749 1749 had volberengen laten. maar dat wanneer hij geweten hadde dat het een hollander geweest was, hij sulx eerst ondersogt, en als dan ook sekerlijk niet gedaan soude hebben, Hier op vroegen sij mij of ik dit antwoord nu selfs wel verstaan hadde en door mij met Ja b' ant„ woord sijnde, ordonneerde mij daar van sodanig aan sijn Ed: Agtb: kennis te geven. Aldus Gedaan opgegeven en opgenomen in voe„ gen voorm=t te souratta den 28=e November: 1748. /:onderstond :/ voor mij /:was getekent. /. W=m Honingman gesw: Clercq /:Lager:/ met een Caracter en daar omme gesz:, dit merk is ge„ stelt door de Hofganger wassier Atramets /:in margine:/ in presentie van ons als getuijgen J=n V=nd:r Does en A:l Suling En wegens de omstandigheden, hoe en door wie namentlijk die soldaat op gevat is, heeft men van een persies dienaar Bouwman dese narigt te binnen gekragen. Den 27=e Novemb=r des middags omtrent half twee uuren een weijnig buyten mijn huijs dat digte bij d' Engelsche Batterij 'is gaande sag ik. Dat de makelaar van de Heeren Engelschen in namen Jagernaat in geselschap van eene diernatie uijt het huijs van Manullachan dat de gouverneur aan haar te woon heeft gegeven, komen de zeijden Relaas door den Persies die „naar Bouwman gedaan en opgege„ „ven voor den ondergetekende gesw: Clercq en getuijgen in manier als volgt. . . en Bassourd Souratta onder Dato 25 Meij 1749 Van en de wil na de Batterij hebbende, daar al dig te bij genadert was, wanneer hij die soldaat die na dato onthooft is, onder een groot getal toekijkers wel zo trede van verre sal staan, om na de Batterij te sien. bij liet hier op sijn kasstil houden; en eenige van sijne bij hebbende pions, haalden de gem: soldaat met meer andere Pions onder dien hoop vandaan, hiel„ „den hem vast en bonden sijne handen op de rug; dit verrigt sijnde, liet ged=e Jagernaat, sijnen har in stede van na de batterij te rijden wederom keeren reed dien selfde weg die hij gekomen was, terwijl gedagte soldaat agter hem aangebragt wierd, sonder dat de relateerder weet werwaards hij ver„ volgens na toegereden is, door dien hij met de andere toekijkers, waar van al verscheijdene op dat gesigt de vlugt namen, een geheele andere weg in sloeg omdat hij voornamentlijk bij een ieder voor een Dienaar van de hollanders bekent was. Maar wel dat hij een weijnig na dato bij een herberg staande Een soldaat die in A=o 1747. van de Comp=e tot de Engelsche overgelopen is, in name Casper werner daar mede komende aan hem gevraagt heeft. „ wat is dat voor een soldaat die sij daar in arrest genomen hebben, waar op hij antwoorde ik weet het niet, en vervolgens aan de gem=te soldaat weder vroeg wat sij met hem gedaan, of waar na toe sij hem gebragt hadde, en kreeg tot antwoord dat hij na de nabab gebragt was sonder meer. Aldus gedaan, opgegeven, en opgenomen Jn voegen voormeldt te souratta den 28. Novemb=r 1748. /:onders=t / voor mij /:getek=t:/ W=m honigman /:Lager met eenige heijdensche Caracters, bete„ „kende de naam, van den Persies Dienaar Bouw„ „man /:in margine:/ Jn presentie van ons als getuijgen /:was getek=t:/ J=n A=n sweers de Pandas 3 V„n d„r Does. Alle Van Souratta onder Dato 2: Meij 1749 Alle dese geschriften verklaarde De Heer Directeur binnen te brengen, met insigt, om der„ selver Jnhoud naauwkeurig te overwegen, tegens malkander te Confronteren, en een besluijt te neemen, wat men insonderheijd op het schrijven van de Heer Doovill soude antwoorden, of anders in het werk stellen moeten want als men de getuijgenissen, die buijten hem van het voor„ „val te binnen gekomen waren geloofbaar agten wilde gelijk het seggen van Nia Ats„ „jent tegens de makelaar van de Heer Boucart, en tegens diie bediendens van de Cagie en andere in een tempel vergaderde Jngesetenen, soo mede de gegevene getuijgenisse van den Persies dienaar Bouwman dan soude men het genoeg„ „saam niet in twijffel stellen kunnen, of de vermoorde Soldaat sij ter sijner ordre of wijnigstens met sijne voorkennisse door sijne bediendens niet alleen opgevat en gebonden, maar ook na 't Casteel gesonden, en om 't Leven gebragt. En wilde men sijne versekering voor waarheijd aannemen, soo als men uijt hoofde van 1751 Bassourd
English
From Souratta under date 25 May 1749. of his character and the high office that he held ought to do, as long as one were not compelled otherwise by the most convincing proofs, then there was in truth not the slightest semblance of a crime with which one could charge him. Thus it was for the present not at all advisable to answer him anything in writing regarding this matter, since one could then not easily avoid either positively declaring him innocent or holding him guilty, something which cannot yet be done with any certainty at this time. Therefore it were better that it remained postponed or unanswered until such time as one obtains better instruction concerning the truth, and consequently has a firmer footing for whatever one might wish to undertake. But there were in his writings several other points that could not possibly be postponed, and upon which the answer, however politely one might draft it, could produce in him nothing other than the greatest odium and an irreconcilable enmity. 1753 Souratta under date 2 May 1749. All the more so if, he being a man of a good disposition, this letter had indeed been written with as much inclination toward friendship and union as one seemed obliged to deduce from its contents. For his positive utterances, namely that he is very distressed that through differing opinions weapons are now being borne on conflicting sides; that the Dutch gunners in the service of Safterchan were very keen to kill his people; that one European nation stood alone in not favoring the general peace; that he had offered, and still offered, to be on the side that was expected to prevail; that he stood ready to hear any proposals for the welfare of the city; that he would go hand in hand to settle the differences one might have with Mia Atsjent; and that he approved of Mia Atszent having made an example of this soldier, were all of such a nature that one could say nothing or state the truth about them without utterly exposing him and holding him up to the whole world as a man who possessed little or Bassourd Sourat under date 2 May 1749. no understanding at all, was credulous and easily changeable in opinion, had no knowledge of the customs nor of the nature of those natives, did not perceive the differing interests of the English and Dutch Company, paid as little heed to the future as to the present, resorted to blatant untruths, and accused others of something of which he himself is the cause. Moreover, for a couple of days now our servants have been denied access to the English lodge, which one could not regard otherwise than that they considered us enemies; wherefore it would indeed be best first to speak with him verbally about it, and to see whether one could beforehand convince him of all those hateful matters, and bring him so far that he would of his own accord remove them out of the way, either by a public counter-reply or else by different conduct with respect to the currently pending disputes, among which one should especially reckon the settlement of the incident concerning the soldier. For without this one would make no progress, and one could, if he indeed, 1755 From Souratta under date 2 May 1749. according to his declaration, is innocent of that committed atrocity, move him all the sooner to a meticulous investigation thereof and to the giving of an acceptable satisfaction, because, as is evident from the aforementioned accounts and proofs, he, being expressly accused thereof by Mia Asszent as head of the English residing here, would be obliged thereby to save his own honor and to clear himself of the blame that is now cast upon him even by the children in the street. The Council, having considered everything, fully praised the opinion of His Honour, namely to wish rather to have a verbal conversation with Mr. Dorvill first than immediately to answer according to requirement the letter received from him, but at the same time testified not being able to fathom in what manner one could bring matters so far. For, as shown by the minutes of the session of the 27th current, having rejected a separate conference at the beginning of the war, he would now still much less Bassoura From Souratta under date 2 May 1749. embrace the same or listen to any proposals, now that he is already genuinely entangled in the battle and, as it were, forced to a continuation thereof. But the Lord Director having brought against this in turn that one should beforehand send two commissioners to him and, under pretext of speaking with him about the contents of his letter, give them a general authorization to persuade him thereto; that if he accepted it, the objective would be attained and many difficulties would be cleared out of the way, and that if he refused it, one would also have so much the less need to spare him or to absolve him from the blame of ill disposition. Thus this was embraced by all, and consequently decided with unanimous votes to send two commissioners to him tomorrow with orders to speak indeed about one point and another of the letter sent by him, and about the stopping of our servants, but to direct the whole discourse primarily to the end that he might, as if of his own accord, be prompted to a separate conference with the Lord Director.
Dutch transcription
Van Souratta onder Dato 25 Meij 17409 van sijne Caracter, en het herampt dat hij be„ kleede soude moeten doen soo lange nen niet door de overtuijgens te bewijsen anders genoodsaakt wierde, dan was 'er in der daat geen de minsten scheijn van misdaat waar mede men hem soude beschuldigen kunnen, Dus was het voor als mog gants niet raadsaam, ten desen opsigte iets aan hem bij geschrifte te antwoorden, vermitst men dan niet wel om heen soude kunnen, hem of positief vrij verklaren afschuldig te houden en het gunt thans nog met geene sekerheijd kunnende geschieden; dierhalven beter was, dat uijtgestelt, of onbeantwoord bleef tot tijd en wijle men van de waarheijd eene betere onderrig„ ting erlangt, en bij gevolg tot het geneemen mogte dioen willen, eene vastere voet hadde. maar daar waren bij sijn schrijvens nog ver„ scheijdene andere oincten, die onmogelijk uijtgestelt konde werden, en waar op het antwoord egter, hoe civiel men het ook in stellen mogte, niets anders, als de groots„ te hatelijkheijd en eene onversoenelijke vijandschap, in hem soude baren kunnen, te 1753 Souratta onder Dato 2: Meij 1739 te meer soo hij een man van een goeden inborst sijnde dese brief in der daat met soo veel genegentheijd tot vriendschap en verEeniging geschreven hadde, als men uijt dies inhoud scheen te moeten opmaken, want sijne Positive uijtings van „ Dat hij seer bedroeft sij, „dat door de verschillende menings thans de wapens „aan tegenstrijdige kanten gevoert wierden; dat „de Hollandsche Constapels in den dienst van saaf„ „terchan seer wel appasten om sijn volk te doden, dat „ een Europeese natie alleen bleef in het niet be„ „gunstige van de algemene ruste, dat hij aangebo„ den, en nog aanbood, van de Parthij te willen sijn, „die na gedagten boven drijven zoude; dat hij gereed stond, om eenige voorslagen tot wel wesen van de „stad aantehooren, dat hij hand aan hand gaan „soude, om de verschillen die men met Mia Atsjent „hebben mogte, afte doen, en dat hij goed keurde „dat Mia Atszent aan dese soldaat en Exempel „gestatueert hadde„ ware alle van sodanige na„ „tuur, dat men daar op niets soude seggen of naar waarheijd verthonen kunnen, sonder hem ten uijtersten te prostitueeren en voor alle wereld ten zoon stellen, als een man, die weijnig of in 't geheel. Bassourd Sourat onder dato 2: Mij 1749 geheel geen verstand besat, rigtgelovig en ligt veranderlijk van gevoelen was, van de gebruijken nog van het na„ „turel dier Jnlanders geene kennis hadde, de verschil„ „lende belangen van de Engelsche en Hollandsche Comp=e niet in sag, op het vervolg, soo min als op het te„ „genwoordige eenige agtsloeg, sig met openbaare onwaarheden behielp, en andere met iets beschuldigde waar van hij selfs de oorsaak sij: boven dien soo was 't sedert een paardagen aan onse bediendens de Loegang tot de Engelsche Logie geweijgert het welke men niet wel anders soude aanmerken kunnen, als dat se ons voor vijanden hielden; en weshalven het wel het beste soude wesen, om eerst„ eens mondeling daar over met hem te spreken, en te sien, of men hem van alle die hatelijkheden voor af overtuijgen, en soo verre brenge konde, dat hij die van selfs uijt de weg ruijmde, het zij door eene publicque Contra rescriptie dan wel door een ander gedrag ten opsigte van de thans swevende geschillen, en waar onder men voor„ namentlijk de afdoening van het voorval omtrent de Poldaat mede rekenen moeste vermits men buijten dien niets soude vorderen, en hem ook, soo hij wesentlijk„ volgens 1755 an Souratta onder Dato 2: Meij 1749 volgens sijne betuijging aan dat geploegde gru„ „wel stuk onschuldig sij, tot een nauwkeurig ondersoek van dien en het geven van eene aan nemelijke satisfactie soo veel te eer bewe„ „gen kunnen, om dat hij blijkens de voorm: relasen en bewijsen als hoofd van de hier sijnde Engelsche door MiaAsszent uijtdrukkelijk daar mede beschuldigt sijnde verpligt soude wesen, daar door sijne eygene Eere te redden en van de blaam te suijveren die hem nu selfs door de kindere van de straat opgelegt wierde De Raad alles overwogen hebbende prees het gevoelen van sijn Edele, om namentlijk liever eerst met de Heer Dorvill een mondeling gesprek te willen doen, dan ter stond de van hem ontfangene brieff naar Eijsch te b'antwoorden volkomen, maar betuijgde teffens niet te kun, „nen na gaan op wat wijse men het soo verre brengen soude, vermits hij blijkens het aange„ „zekende ter sitting van den 27=e Courant in 't „begin van den oorlog eene aparte Conferentie van de hand gewesen hebbende nu nog veel min„ „der Bassoura Van Souratta onder dato 2 Maij 1749 „der deselve amplecteren, of na eenige voorstellings horen soude, nu hij bereets wesentlijk in het gevegt ingewikkelt, en tot een vervolg van dien als genood„ „saakt sij. Dog de Heer Directeur hier op weder ingebragt hebbende, dat men voor af twee ge„ „committeerd=s aan hem afsenden en die onder voorwendsel, van over de inhoud van sijn schrijven met hem te spreken, eene generale qualifi„ „catie geven moeste, om hem daar toe te bewegen, dat als hij 't aannam dan aan het oogmerk voldaan, en vele moeijelijk uijt de weggeruijmt werden soude en dat als hij 't wijgerde, men dan ook hem soo veel te minder soude hoeven te ontsien, of van de schuld van quaad gesindheijd wij te spreken: zoo wierd dit door alle geam„ „plecteert, en over sulx met Consonante sten„ „men besloten, op morgen twee gecommit„ „teerd=s aan hem af te senden met last, om wel over het een en ander Poinct van de door hen gesondene brief, en het tegen houden van onse bedientens te spreken, dog het hele discours voornamentlijk daar heen te leijden dat hij als van selfs aangset werden mogte een aparte Conferentie met den Heer Directeur
English
From Souratta under date 25 May 1749 1757 Director so as not to seek closer, yet also not to decline the same, being appointed for this purpose the Junior Merchants Johannes Sanderus and Christiaan Lodewijk Senff, who to that end simultaneously received the necessary orders from His Honour. Underneath stood: Thus done and decreed in the Honourable Company's Garden at Souratta, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: Jan Dikender, Jacob Gecoch, Adriaan Cornelis de Lastaije, Johannes Sanderus, Christiaan Lodewijk Senff, and Brandijn Rijser. Tuesday the 15th November 1748. All present. Except the Warehouse Master Brandijn Rijser, because the city gates are closed. Today the Lord Director testified that he had convened the meeting primarily to take a resolution concerning the conduct of the English here, as to how one ought to conduct oneself in that regard, since it abundantly appeared that all their assurances of inclination towards friendship were merely false, Bassourd From Souratta under date 2 May 1749 false, and their promises to keep their word were merely deceitful; yet before the necessary propositions were made in this regard, His Honour first had read out and incorporated into this record what had occurred since the latest meeting, both with respect to them and otherwise, and of which the following note was kept by the Secretary, namely: On the 30th November just past, the commissioned members of this meeting, Johannes Sanderus and Christiaan Lodewijk Senff, pursuant to the resolution of the previous day, having been to the President of the English, Mr. Dorvill, to speak with His Honour about such matters as are detailed at large in the resolution, having first asked him why the servants of the Honourable Company were denied access to their lodge; upon this he gave answer, and also confirmed with forceful words of assurance, along with the testimony of Mr. Lambe and Sadlair, who were present, that this had been a general order, not with respect to [one nation alone, but with respect to] From Souratta under date 25 May 1749 1759 all natives without distinction, their own servants included therein; for the reasons that three days ago in their battery two of their best pieces were found spiked, and that yesterday a villainous act had also been committed on one of their mortars on the battery, and they therefore trusted no one any longer. Subsequently making a beginning with the contents of the letter inscribed in the aforementioned resolution, and taking from it first the point concerning the murder of the soldier, with regard to which Mr. Dowvill declared himself to be innocent, and to have wished a hundred times that that man might rather have been cut to pieces by his own people than that Mia Atsjent should have had the same murdered; so the commissioners recounted in detail what intelligence had been received regarding this, upon which he assured that he would purge himself, but at the same time adding much concerning his inclination to friendship; whereupon the commissioners took him at his word, and demonstrated from all that had occurred, with Bassoure From Souratta under date 2 May 1749 with solid reasons, that the Lord Director far exceeded him therein, and that it was solely his fault that, although the two nations in their public conduct did not all go the same way because of their differing interests, they were nevertheless one at heart and united to each other with sincerity; urging upon him at the same time with emphasis that for the repair of all this nothing better could be devised than a separate conference with the Lord Director, to whom he could then truly open his heart, settle everything from the past, and remove all obstacles to friendship for the future; and to which the Lord Director once again offered to appear at one of the places whenever it might please him, provided the same be not within the city. At first he showed himself disinclined to this, unless the Lord Director would come to him at the factory and at the same time pay the customary visit; but when it was countered to him upon this: that he surely could not claim that the 1767 From Souratta under date 25 May 1749 Lord Director in such cases would esteem his character less than he; that as far as private courtesy was concerned, he could be assured that the word given in that regard would be kept as soon as the city gates were open and arms were at a standstill, but that this was a matter that concerned the general interest, and that they must go strictly on equal terms in it, or otherwise remain entirely idle; so he finally, after much talk back and forth, accepted that proposition, and in conclusion it was established: that that same afternoon at three o'clock Mr. Dorvill should go to the ship of Mr. Lambe which lies practically right across from the Honourable Company's wharf and there await the Lord Director; that the Lord Director should also appear there and enter into a separate conference with His Honour, and that this meeting should be held without the least ceremony and in no way as a visit. Bassoura
Dutch transcription
Van Souratta onder Dato 25 meyj 1749 1757 Directeur soo als niet nader te soeken, egter desel„ „ve ook niet uijt te slaan, werdende hiertoe be„ „noemt de ondercoopl: Johannes Sanderus en Christiaan Lodewijk Ieuff die ten dien eijnde teffens van sijn Edele de nodige ordres ontfingen. /:onderstond:/ Aldus gedaan en Gearresteert in 's E: Comp=s Thuijn te Souratta, ten dage maand en Jare voorm=t /:was getekent:/ J=n Dikender, J=b Gecoch, A=n Cornel=s de Lastaije, J=b Sanderus, C: L=ke Senff, en B=ijn Rijser. Dingsdag den 15' 9ber: 1748. Alle Praesent. Dempto de Pakhuijs meester Brandijn Rijser, om dat de stads Poorten gesloten sijn Heden betuijgde de Heer Directeur voorna„ „mentlijk de vergadering te hebben laten beleggen, om wegens het gedrag dersteren Engelsche alhier een besluijt te nemen, hoe men sig ten dien opsigte soude dienen te verhouden, vermits het overvloedig bleek, dat alle haare verseke„ ringen van genegentheijd tot vriendschap maar valsch Bassourd Souratta onder Dato 2: meij 1749 Van valsch en hare beloften tot woordhouding maar bedrieglijk waren, dog eer hier tot de nodige voor„ stellings gedaan wierden, liet sijn Edele voor af op lesen, en desen in lijven, het gunt 't sedert de jongste bij een komst soo ten opsigte van haar als andersints voorgevallen, en waar van door de secretaris de volgende aantekening gehouden is, Als Den 30. Novemb=r even verweken, de gecommitteer„ „de Leden deser vergadering Johannes Sanderus en Christiaan Lodewijk Senff ingevolge het besluijt van 's daags bevoorens bij den pre„ „sident der Engelsche, De Heer Dorvill geweest sijnde, om met sijn Edele over sodanige saken te spreken, als bij de Resolutie in't brede ver „melt staan, hebbende hem eerstelijk afge„ „vaagt waarom aan de bediendens van de E: Comp=e de toegang tot hare Logie geweijgert wierd: hier op heeft hij antwoord gegeven, en ook met kragtige woorden van versekering mitsg=s het getuijgenis van m=r Lambe en Sadlair die present waren, bevestigt dat dit eene generale ordre was geweest niet ten opsigte van Van Souratta onder Dato 25 mij 1749 1759 van alle Jnlanders sonder onderscheijd, hare eygene bedientens daarmede onder begrepen; om rede„ „nen voor drie dagen in hare Patthij, twee van hare beste stucken vernagelt bevonden waren, en dat gisteren aan een van hare mortiers op de batterij ook een schelmstuk gepleegt was, en sij dierhalven niemand meer vertrouwden. Vervolgens met de inhoud van de bij 't voorm: besluijt in geschrevene brief, een begin make„ „de, en daar uijt eerst voornemende het poinct, rakende het vermoorde van de soldaat, welken aangaande de Heer Dowvill verklaarde onschul„ „dig te wesen, en wel hondertmaal gewenscht te hebben dat die man Liever door sijn Eijge volk mogte in stukkent gekapt geworde zijn, dan dat Mia Atsjent denselven hadde ver„ „moorden Laten: soo verhaalde de gecommitteerd=s uijtvoering wat narigten men daar van te bin„ „nen gekregen hadde, en waar op hij versekerde sig te sullen Iurgeren dog teffens veel van sijne genegentheijd tot vriendschap daar bij voe„ „gende, soo vattende hem de gecommitteerd=s daar op, en toonden uijt al het voorgevallene met Bas Bas oure Van Souratta onder Dato 2 Maij 1749 met bondige redenen aan, dat de Heer Directeur hem daar in verre overtrof, en dat het maar alleen sijne schuld was, dat schoon de twee naties in in haar openbaar gedoente uijthoofde van hare verschillende Jntressen niet aller eenen weg gingen, sij egter in't hart een en met opregth=t aan malkander verknogt waren; hem teffens met madiruk voorhoudende, dat tot reparatie van dit een en ander niets beeters was uijt te vinden als eene rapparte Conferentie met den Heer Directeur, aan wien hij dan sijn hart regt openbaren, al het oude afdoen, en voor't aanstaande alle hinderpalen tot vrrendschap uijt de wegruijmen konde, en waar zoe De Heer Directeur al weder aanbood op een der plaatsen te sullen verscheijnen, wanneer het hem maar behage mogten, mits deselve niet in de stad sij. Jn't Eerst zoonde hij sig hier toe ongenegen, ten ware De Heer Direc„ teur bij hem in de factorij komen, ende gewone visite teffens afleggen wilde, maar wanneer hem hier op te gemoed gevoerd wierd: Dat hij immers niet praetendeere soude, dat de Heer 1767 Van Souratta onder Dato 25 Meij 1749 Heer Directeur in sulke gevallen sijn Caracter minder agten soude als hij; dat wat de particu„ „liere beleeftheijt betrof, hij versekert konde sijn dat het daar omtrent gegeven woord soude nagekomen werden, soo dra desladspoorten maar open en de wapens tot stilstand waren, maar dat dit een saak was die het algemeen betrof, en dat hij daar en op sijn uijterste ge„ „lijk gaan, of anders in't geheel stil sitten moesten soo nam hij eijndelijk ena veel over en weder praatens, die propositie aan, en wierd tot slot vastgestelt: Dat dien selfden agter middag om drie uuren d' H=r Dorvill naar 't schip van m=r Lembe /: het welk genoegsaam regt over 's EComp=s werfleijt :/ gaan en al„ daar Den Heer Directeur afwagten soude Dat de Heer Directeur daar ook verscheijne en met sijn Edele in een apparte Conferen„ „tie trede soude, en dat dese bij eenkomst sonder de minste Cermonie soude gehoude en geensints als eene visite Bassoura
English
From Surat under date 25 May 1749 regarded as a visit, but ought to be complied with in that regard, which was promised equally firmly from both sides recently, or properly on the 17th of November. The delegates having returned here to the Director towards noon with this, His Honour immediately made himself ready to fulfill the promises made by them. And no sooner had the appointed time arrived than everyone went aboard the aforementioned vessel. The Council members had also come along from both sides, but none of them attended the conference, which was held solely between their Honours in the cabin and lasted for more than two hours. After the end thereof, everyone returned to his factory, and the Director, having made the members remain together, informed them: That he had taken great pains to give Mr. Dorvill a true idea of the true condition of these lands and the nature of the natives, and how necessary it is, for the welfare of the city and inhabitants, to keep the main government divided, and if possible to leave Mia Atsjent in the Castle and Safderchan in the Durbar; but that he would not hear Safderchan mentioned at all, saying that if he came in by one gate of the city, he would go out again by the other and not remain here at all; and that thereupon, after a lengthy and in some respects not particularly profound conversation, the conclusion and main substance of the entire conference had been: That the two nations should maintain a true friendship with each other and undertake nothing without mutual communication; that the Dutch were not bound to Safderchan and the English were not bound to Mia Atsjent, and that they should therefore look for a third person who had a good name and but little power, provided that Mr. Dorvill should point out the means and possibility thereto; that concerning the murdered man, the Director would send him the reports and proofs he had obtained and base himself thereon, but in the meantime would also employ all possible diligence to arrive at the pure truth; and that as far as the deserters were concerned, he had declared that to his knowledge he had none as yet, but that he would nevertheless make inquiries into the matter and ask his officers whether he might have detained any without his prior knowledge. On the 2nd instant, a letter having been received from Brootchia, whereby the factors made known that the two covered Company's hoys, in consequence of the order obtained from here /:see resolution of the 17th of November last:/ had departed from there with their cargo, they also arrived safely here on the 4th ditto with various goods salvaged from Nieuw-Walcheren; regarding the decision concerning their handling in the trade books, this has been postponed until everything is properly delivered and received, and a detailed report of the true condition thereof will be drawn up and submitted. On the 8th, the private grab De Hoop having returned from its voyage via Mocha and Bassoura, there was received therewith from the residents of the last-mentioned place a letter, dated the 8th of October last, serving solely for the conveyance of a sealed packet to the Malabar ministry and for communication that the bill of exchange drawn on them (: see Res. of the 23rd of April of the current year :) by the Syrian Chalhamas has been paid, to which it was deemed good to reply in due time. Also, the captain and supercargo of that small vessel, in deduction of the King's debt to the Company, has at Mocha not only withheld half of the tolls otherwise payable to the Governor, but also paid it to the supercargoes there, Van Nimwegen and Van Jongstal, amounting to two hundred ninety-six Spanish reals and sixty-five cabiers, and in proof thereof received a proper receipt from them, which, having been handed to the Director, was shown by His Honour to the collective members and incorporated herein. We the undersigned, Pieter Hendrik van Nimwegen, First, and the Junior Merchant Pieter van Jongstal, Second Supercargoes over the trade in the Red Sea, have withheld for the benefit of the Honourable East India Company half of the tolls of the merchandises traded by the grab De Hoop, commanded by Captain Henri Gervais, outfitted by the Surat Ministers, to the sum of two hundred ninety-six Spanish reals and sixty-five cabiers, in order to settle that amount against the debt of the royal treasury, and to grant the Governor a receipt thereof. /:beneath stood:/ Mocha the 15th of May 1748. /:was signed:/ J. H. van Nimwegen, and P. V. Jongstal. On the 9th, an opportunity to the Malabar having presented itself, the packet that had been received the day before from Bassoura was forwarded therewith, addressed to the Fiscal Abraham Cornelis de Pastaije. On the same day, an English deserter, namely Jan de Jong of Antwerp, also arrived inside the Lodge and was detained by the Ensign with the prior knowledge of the Director, since on the one hand he absolutely did not want to leave again, and on the other hand declared of his own accord to have seen with his own eyes that two deserters from the Honourable Company, of whom a note was made on the 27th of November, had come into the English Lodge in the evening, been brought before the President, and kept hidden in his house for three days.
Dutch transcription
Van Souratta onder Dato 25 Meij 1749 visite aangemerkt, maar daar omtrent nagekomen moeten werden, het gunt Laast of eygentlijk op den 17=e Novemb=r even verweker van weerskanten belooft sij. De gecommitteerd=s tegens de middag hier mede bij den Heer Directeur terug gekomen zijnde, maakte sijn Edele sig terstond klaar, om aan de door haar gedane belaften te voldoen. En soo dra was de bestemnde zijdesijd niet verschenen of een ieder vervoegde sig binnen voornoemde badem, De raads Leden waren van weershanten mede gekomen maar niemand van haar woonde de conferentie bij die tusschen hun Edelens in de Cajuijt alleen ge„ houden wierd, en ruijm twee uuren duurde, na 't eijndigen van deselve ging een ieder weder naar sijn factorij, en de Heer Directeur de Leden bij malkander hebben doen blijven, maakte aan„ deselve bekent: Dat hij veel moeijte gedaan had„ „de, om aan de Heer Dovill van de ware gesteldheyd deser landen, en het naturel der Jnlanders een waar denkbeeld te geven, en hoe noodsake„ „lijk heeft sij, tot welwesen van stad en Jngesetenen de hoofd regering verdeelt te houden, en des moge„ „lijk Mia Atsjent in 't Casteel, en saafderchan in den Dherbaar te laten, maar dat hij saaf„ derchan 1763 an Souratta onder Dato 2: meij 1749 derchan in 't geheel niet hadde willen hooren noemen, seggende, dat als die de eene Poort van de stad in„ quam, hij dan de andere weder uijtgaan en in't geheel niet hier blijven soude; en dat daar op na een langdurig en in sommige opsigten Juijst niet al te diepsinnig gesprek, het besluijt en de hoofd somma van de heele Conferentie geweest was: „ Dat de twee naties met mal„ „kanderer eene ware vriendschap onderhouden, „en sonder weerseijdse Communicatie niets „ondernemen souden, dat de Hollanders niet „aan saasterchan en de Engelschen niet aan mia „tishent gebonden waren, en dat sij dierhalven eene derde Persoon soeken souden die een goede „naam en maar weijnig magt hadde, mits dat „ m=r Dorvill die middelen en mogelijkheijd „daar toe aanwees; dat aangaande de vermoorde „man, de Heere Directeur aan hem te binnen „gekregene narigten en bewijsen toesenden, en sig daar op surgeren, dog intusschen mede allen „mogelijke vlijt vrwenden om agter om agter de Suijvere waarheijd te komen, in 't werk stellen zoude, en dat wat de Deserteurs betrof„ hij Bassourd Van Souratta onder Dato 25 ai 1749 „hij verklaart hadde met sijn weten voor als nog geen „een te hebben, maar dat hij des niet te min daar„ „na ondersoek doen, en slijne officiers vragen soude, of hij ook somtijds eenige buijten sijne voor ken„ „nis aangehouden hadde. Den 2=e Courant van Brootchia een brief ont„ fangen wesende, waar bij de factors bekentmaakte, dat de twee overdekte 's EComp=s Horvijs, in gevol„ „ge de van hier erlangde ordre /:vrde resolutie van den 17=e November Jongstl: met hare in„ „lading van daar vertrocken waren, soo sijn de selve ook. Den 4=e dito behouden alhier aangekomen, met diverse uijt Nieuw=walcheren geburgene goederen welke aangaande het besluijt, omtrent dersel„ „ver behandeling beijde negotie boeken, soo lange uijtgestelt is, tot alles behoorlijk uijtgelevert en ontfangen en van dies ware gesteltheijd een uijtvoerig berigt sal opgemaakt en in gedient den 8=e de Particuliere Gourab De Hoop aan sijne reijse over Mocha en Bassoura teruggekomen sijnde is daarmede van de residenten der laatst. gem: zijn. 1765 Van Souratta onder Dato 25 meij 1749 gemelte plaats een brief ontfangen, gedateert den 8=e october Laastl:, dienende eenelijk ten ge„ heijde van een gesloote pacquet aan het malla„ „baarse ministerium en ter Communicatie, dat de op haar getrockene wissel (: vid: Res van den 23=e april A=o Cor=t van den Sijriam Chalhamas be„ taalt sij, en waar op men goed gevonden heeft in dier tijd te antwoorden Ook heeft de Capitain en super Carga van dat kieltje, op mocha, in mindering van 's konings schuld aan d' EComp=e de helfte der anders aan den Gouverneur te betalene thollen, niet alleen ingehouden, maar ook aan de super Cargas aldaar van Nimwegen en van Jongstal met tweehondert ses- en- Negntigh ^ en vijf en sestig Cabieren spaans betaalt, en tot een blijk van dien van haar een behoorlijke quitantie ontfangen, dewelke aan den heer Directeur ter hand gesteld sijnde door sijn Edele aan de gesamentlijke Leden verthoond en desen ingelijft is. Wij ondergesz: Pieter Hendrik van Nimwegen Eerste, en den ondercoopm: Pieter van Jongstal tweede super„ Cargas over den handel in't Roode meir hebben ten voordele van de Ed: oost Jndiasche Comp=e ingehouden de helfte der thollen van de vernegotieerde Coop„ manschappen Bassourd Van Souratta onder Dato 2: Mej 1749 „manschappen door den Gourab de hoop gevoert door den Capit=n Henrij Gervaijs door de souratse Mij„ „nisters g'Equipeert ter somma van twee hon„ „dert ses en negentig, en vijf en sestig Cabieren spaans omme dat montant met de schuld van de koninglijke kamer afterekenen, en daar van den gouverneur quitantie te verleenen. /:onder„ „stond:/ mocha den 15=e Maij 1748. /:was getek=t/ J=n H=k van Nimwegen, en P=r V=n Jongstal. Den 9=e sig eene gelegentheijd naar de Malla„ „baar opgedaan sijnde hebbende, is daar mede per adresse van den fiscaal Abraham Cornelis de Pastaije versonden, het pacquet dat 's daags bevoorens van Bassoura ontfangen was. Den selfden dage is ook een Engelsch overloper in name Jan de jong van Antwerpen, binnen de Logie gekomen, en door den vaandrig met voorkennis van den Heer Directeur aange„ houde, alsoo hij eens deels absolute niet weder weg gaan wilde, en po ten andere uijt eijgene beweging verklaarde, selfs gesien te hebben, dat twee deserteurs van d'E: Comp=s waar van op den 27=e November aantekening gehouden is, des avonds in de Engelsche Logie ge„ komen voor de Heer Praesident gebragt, drie dagen in desselfs huijs verborgen ge„ „houden.
English
Surat, under date 25 May 1749 kept, and subsequently at night sent out of the city and on board the admiral's ship in the Roads. On the 10th, late in the evening, another four deserters from the English arrived in the garden with bare weapons in hand, named: Jan Baptist . . . . . . of Amsterdam Francis Gollens . . . . . . . of Mitzem Timmer de Smith - - - of tjisser. e Jan Gebson - - - - - - - - of mantveld who not only confirmed the statement given by the said Jan de Jong, but also testified regarding the three sailors who deserted on the 20th of October that they were still assigned today to the English vessel the Roos Gallij, and for that reason they were also detained; and this afternoon the corporal on guard at the gate of the Honorable Company's Lodge, by name Jacobus Buzee of Utrecht, with a soldier Hend=k Swartsz: of Schiedam, took flight to the English Lodge, where the two of them were seen by some of our people. All this having been thus noted and reread, His Honor resumed the thread of his address, and put it to the consideration of the assembled members whether, taking the promises made by the English gentlemen in the held conference against their conduct, one should not establish that they intentionally sought to prostitute us and lead us up the garden path; and whether one would therefore not be obliged now to abandon all compliance. For as to the murder of the soldier, the whole town, high and low, said nothing else but that they had seized him, brought him to Mia Atsjent, and had him threatened that if this fellow did not immediately have his head cut off, they would become his enemies; and regarding the deserters, one needed no testimony from others, since from their appearance it was plain and clear enough that they had given their word for no other end than to be able to break it all the sooner. Thus not the least reliance could be placed on them any longer, and His Honor was therefore of the opinion that, since one had used compliance so many times and yielded to them without achieving anything thereby other than making them prouder and more unreasonable, one should now take a different course; and resist them in everything that might be possible, in such a manner that one should not only answer the letter from Mr. Dovrill concisely in accordance with what was noted in the resolution of the 29th of November just past, but also accept everything that one could get from them, without seeing whether they had served the Company previously or not. The Council, having reflected on this, could not in the least disapprove of the opinion of the Director regarding the deserters, as the guilt and evil practice were far too clear for one not to be obliged to use reprisals in that regard, and pay them back in their own coin; but with regard to the letter, everyone thought that for the time being a little compliance should be used, so as not to make the breach of friendship entirely irreparable; the man was dead after all, and one had no power to avenge his death in an honorable manner if they were not willing to give satisfaction of their own accord; their minds would become extremely embittered if their mistakes were held up before their eyes in a clear mirror, and yet one would gain nothing by it other than perhaps driving them to an excess that could only be detrimental to both nations. It was indeed true that the whole city blamed them for the murdered soldier, and that it was practically impossible to doubt the truth of it, but when one considered how easily the plain truth of an affair is often concealed, and on the contrary that which had some appearance of truth was accepted as such, one could not deem it impossible that Mr. Dovrill might perhaps be found entirely innocent of that incident; and therefore it was thought better merely to send him, pursuant to the agreement made, a detailed account with the evidence received concerning the murdered soldier, and to wait and see what he would undertake upon it, rather than immediately answering the entire letter point for point and thereby cutting off reconciliation altogether. And since the Director also approved this proposal, it was established accordingly, and thereupon decided with unanimous votes not only to accept all the people who wish to come over from the English, but also to take them into service on such conditions
Dutch transcription
Souratta onder Dato 25 Meij 1749 houden, en vervolgens bij avond uijt de stad en naar boord van het admiraals schip op de Rhede geson„ den waren. Den 10=e sijn des avonds laat nog vier overlopers van de Engelschen, met het bloot geweir in de vuijst in de thuijn gekomen, genaamt. Jan Baptist. . . . . . . van Amsterdam Francis Gollens. . . . . . . . „ Mitzem Timmer de Smith. - - - „ tjisser. e Jan Gebson - - - - - - - - „ mantveld de welke niet alleen de gegevene verklaring vange„ dagten Jan de Jong bevestigt maar ook van de op den 20=e october weg gelopene drie mat„ „troosen, getuijgt hebben, dat die heden nog op het Engelsche vaartuijg de Roos Gallij bescheijden waren, en weshalven sij almede aange„ houden sijn; En steden middag heeft de wagt heb„ „bende Corporaal op de poort van 's EComps Logie in name Jacobus Buzee van Utrecht met een soldaat Hend=k Swartsz: van Schiedam, de vlugt gekosen naar de Engelsche Pagie, alwaar sij met haar beijden door eenige van ons volk gesien zijn. Dit alles aldus aangetekent en herlesen zijnde, soo hervattede sijn Edele weder den draat 1767 Bassourd Van Souratta onder Dato 25 Meij 179 draat sijner Rhede, en gaf aande gesamentlijke leden te kennen in bedenking, of men, de gedane beloften der Heeren Engelschen in de gehoudene Conferentie, tegens haar gedaaghoudende niet soude moeten vaststellen, dat sij met opset onssogten te pro„ „stitueeren en om den thuijn te Leijden; en of men dierhalven niet verpligt soude wesen ook nu alle inschikkelijkheijd varen te laten. want wat het vermoorden van de soldaat betrof, de hele stad klijn en groot seijde niet anders, als dat sij hem hadden opvatten, maar Mia Atsjent bren„ „gen, en hem drijgen laten dat als hij kerl niet terstond het hoofd liet afkappen sij dan met hem onvriende werden souden, en aangaande de deserteurs hoefde men geen getuijgens van andere, nademaal uijt haar gedaente klaar en duijdelijk genoeg bleek, dat sij haar woorden geenen anderen eijnde gegeven hadde, dan om het maar soo veel eer te kunnen breken, Dus was op haar geen de minste staat meer te maken, en sijn Edele dierhalven van gevoelen, dat dewijl men al soo menigmaal inschikke„ „lijkheijd gebruijkt, en haar nagegeven hadde sonder iets daar mede uijt te voeren, als daar trotser, en onredelijker te maken men nu eens 9 1769 Van Souratta onder Dato 2: Meij 1749 eens eenen anderen weg in slaan; en haar in alles wat maar mogelijk sij, het hoofd bieden moesten, sodanig, dat men niet alleen het schrijven van de heer Dovrill naar luijd het aangetekende bij 't besluijt van den 29=e Novemb=r even verweken bondig b'antwoorde, maar ook alles aannam, wat men van haar maar krijgen konde, sonder te sien of sij de Comp=e meer gedient hadde of niet De Raad sig hier op bedagt hebbende konde het gevoelen van de Heer Directeur ten opsigte van de Deserteurs in 't minste niet mis billijker, alsoo de schuld en eene boose praetijiq veel te klaar bleek, dat men niet verpligt soude wesen, daar omtrent repressales te gebruijken, en haar met gelijke munt te betalen: maar ten regarde van de brief meende een ieder dat voor als nog een wijnig inschikkelijkheijd gebruijkt moeste werden, om met de vrindschaps breuk in 't geheel onheelbaar te maken; de man was tog dood men hadde geene magt sijnen dood op eene hono„ „rabele wijse te wreeken, bij aldien sij van selfs gene satisfactie geven wilden, hun gemoed, was ten uijtersten verbitterdraken, als hen hare misgrepen in een klare spiegel voor de oogen gelegt wierden, en egter soude men met het selve Bassourd Van Souratta onder Dato 25 Meij 174 selve niets anders winnen als haar somtijds tot eene buijte sporigheijd brengen, die voor beijde na„ „zies niet als nadelig sijn konde, wel was waar dat de heele stad haar de schuld gaft, van de vermoorde soldaat en dat het genoegsaam niet mogelijk was, aan de waarheijd van dien te twijffelen maar als men in aanmerking nam, hoeligt menigmaal de opreg„„ „te waarheijd van een gedoente bedekt, en integen„ „deel dat, wat eenige scheijn hadde voor waarheijd op „genome wierde, soo konde men niet onmogelijk „stellen, dat M=r Dovvill niet somtijds aan dat voorval ten eenemale onschuldig bevonden werden hun„ „nen, en weshalven het magedagten beter soude wesen hem eenelyk ingevolge de genomene afspraak een uijtvoerig relaas, met de ze binnen gekrege„ „ne bewijsen, ten opsigte van de vermoorde soldaat toe te senden en af te wagten, wat hij daar op onder nemen soude dan terstond de heele brief mnaar eijsch te beantwoorden, en daar door de versoening in't geheel aftesnijden: En dewijl de Heer Direc„ „teur dese voorstelling mede goedkeurde, soo wierd deselve vast gesteld, en daar op met Conso„ nante stemmen beslooten al het volk dat van de Engelsche overkomen wil, niet alleen aan maar ook op sodanigen Condities in dien dienst tenemen
English
to take, if only one can indeed reach an agreement with them, without paying any regard to whether they have served the Company previously or not; but concerning the murdered soldier, to write the following letter to Mr. Dorvill and his council: To Mr. Dorvill and Council Honourable Sir and Sirs. When we last had the honour to confer with Your Honours about some matters of importance, our agreement, among other things, was that we would carefully investigate the known case of the soldier who was murdered on the meijdaan and communicate our findings to Your Honours. We promised this and have since exerted every effort to obtain accurate information about everything, but fortune has until today not yet wished to serve us according to our desire. Those who witnessed it dare not declare anything because the fear and fright of the one keep them silent, and others who did not witness it cannot declare anything because the grounds of knowledge add no force to their testimony. Thus, although we are not yet able to set down the established truth, it nevertheless seemed not unserviceable to us to provide Your Honours in the meantime with that which has been spread by rumour throughout this entire city and the surrounding countryside; and this consists briefly in the following: "A European soldier named Jan Barent Krumpelman, having been sent out on the 27th of November last by his comrades to purchase some meat and other provisions for their consumption, came around one o'clock in the afternoon among other places also by Your Honours' battery, certainly driven by curiosity to see a work that had caused so much talk and drawn so many onlookers thither, or perhaps to speak with one or another of his mates, several of whom had deserted to Your Honours' side, including on the evening prior. Having walked back and forth below Your Honours' battery several times, he finally also climbed on top of it and looked over the wall toward the works of the Nabab Saafterchan; subsequently going down again and having walked along there a few more times, he made his way to Your Honours' mortars, and having viewed those as well, he remained standing about 60 to 70 paces from them among a large number of natives, who appeared to share the very same purpose with him. Meanwhile, report of his arrival having been made to Mr. Dorvill by the people on guard there, and his Honour having thereupon given orders to apprehend him and bring him before him, the broker Jagernaat arrived, accompanied by Mr. [illegible] who, with some native soldiers, amid a great shouting of 'Bind him! Bind him! He is a Dutchman, a spy of Saafterchan,' had him taken away from among the other people, had his hands tied behind his back with ropes, and had him brought behind their carriage to the house of Manullachan before Mr. Dorvill. His Honour, having seen him and having understood from him upon the question put as to who he was that he was a Dutchman, is said to have further asked him whether he desired service under him, and that he could obtain it at once; but when he had answered thereto somewhat discourteously, 'Why should I seek other service? I am well off, and my master can give plenty of service even to the likes of you,' his Honour had become very angry, and had immediately given orders to Jagernaat to take him away; and when the latter wished to use known persons or his own peons for this purpose, his Honour had forbidden such and ordered him to take strangers, whereupon, just as Mier Mahomet Alie was passing by with his retinue, some of his soldiers were called to bring him to Mia Atsjent in the castle, with this message: that it was a Dutch spy whom he had to have killed. Mia Atsjent, having received him, gave answer that it was well, and had him immediately placed in irons, where he was looked at without showing the least sorrow by the sons of Mia Atsjent, who upon his request gave him water to drink. But when shortly thereafter a confidant of Jagernaat came into the castle and spoke privately with Mia Atszent alone—as some maintain, that he must not keep the Dutchman who was sent to him in irons, but must kill him at once, for otherwise the Dutch director would receive news of it and compel him to release him again, and that if this happened, the English gentlemen would by no means remain his friends—he very suddenly gave orders to release him from the irons and to kill him, whereupon he was also brought running without delay to the customary place of execution, and on the public meijdaan was not beheaded by an executioner, but was murdered in a furious manner with four cutlass blows to the neck and shoulder and a thrust through the throat, without having been questioned in the least or having had death announced to him beforehand. And on which account, being unaware of what was happening to him, upon the receipt of the first blow to the neck, he is said to have still laughingly said: what
Dutch transcription
an Souratta onder Dato 25 Meiy 1749 1771 te nemen, als men maar immers met haar sal accordeeren kunnen sonder eenig agt te slaan, of sij de Comp=e bevorens meer gedient hebben of niet; Dog aangaande de vermoorde soldaat, aan den Heer Dorvill en sijnen raad het volgende briefje te Schrijven Toen wij laast d' Eere hadden, met uw Ed=s over eenige saken van aangelegentheijd te confereren was onder an„ „deren onse afspraak, dat wij het bewuste geval van de soldaat die op de meijdaan vermoort is, narnkeurig ondersoeken en uw Ed=s onse bevindings mede deelen souden. Wij hebben dit belooft en ook 't zedert alle moeijte aangewend gehad om van alles, eene naauw„ keurige onderregting te krijgen: maar het geluk heeft ons tot heden nog niet naar Eijsch dienen willen. De geene die het bij gewoont hebben, durven niets verklaren om dat de bevreestheijd en schrikken der eene geslooten haud en andere die het niet bijgewoont hebben kunnen niets verklaren om dat de redenen van weten„ schap hun getuijgenis geen kraagt bysetten „ Dus de vaste waarheijd wel nog niet kunnen ter neder stellen, heeft het ons egter niet ondienstig gedagt uw Ed: in tusschen met dat te dienen, wat door de faam over dese heele stad, en 't omleggende Land versprijd is; En dit bestaat kortelijk in het volgende „Een Europees soldaat in name Jan Barent krum„ „pelman op den 27. Novemb=r Jongstl: van sijne „mede makkers uijtgesonden sijnde, om voor hare „Consumptie eenig vleesch en andere Levens mid„ „delen in te koopen, is des middags omtrent Een Aan De Heer Dorrill en Raad Wel Edele Heer en Heeren. uuren Bassoura an Souratta onder Dato 25 Meij 17419 „ uur onder anderen ook bij uw Ed: baterij gekomen, „sekerlijk uijt nieuwsgierigheijd gedreven, om een „werk te sien, dat soo veel gerugtsgemaakt, en soo „menig toekijker derwaarts getrokken heeft, dat „wel met den Een of ander van sijne maats te spre„ „ken, die verscheijdentlijk en nog des avonds bevo„ „rens tot uw hoog Ed=s overgelopen sijn. Hij eenige „keren beneden uw Ed=s Batterij heen en weder gegaan „hebbende, klom eijndelijk ook daar boven op „ en heek over de muur, naar de werken van de „Nabab saafterchan, vervolgens weder benenden „gaande, en nog eenige keeren, daar langs heen „gegaan hebbende, nam hij sijnen weg naar uw Ed=s „mortieren, en die mede besien hebbende, blaef „ hij ongevaar 60. â 70 treden daar van afstaan onder „een groot getal inlanders, die met hem int een „ en 't selfde oogmerk scheenen te hebben, onder„ „tusschen was door het aldaar wagt hebbende „volk, van sijne komst aan de Heer Dervill rap„ „port gedaan, en sijn Edele daar op ordre gegeven „hebbende, hem op te vatten en voor hem te brengen, „quam de makkelaar Jagernaat verselt van M=r ziek daar aan hijden, de welke hem door eenige „ Jnlandsche soldaten, onder een groot geroepbint „hem: bind hem. 't is een hollander een spior „van saafterchan, uijt het andervolk wegnemen, „sijne handen met touwen op de rug binden en ag„ „ter haren wagen aan naar het huijs van Manul„ „lachan voor de heer Dorvill brengen lieten, sijn „ Edele hem gesien en op de gedane vrage wie „hij was uijt hem verstaan hebbende, dat hij „ een hollander was, soude hem al verder ge„ „vraagt hebben. of hij dienst onder hem begeerde, „en dat hij die ten Eersten krijgen konde, maar „toen hij daar op een weijnig onbeleeft geant„ „woord hadde; wat soude ik andere dienst „soeken ik heb het wel, en mijn meester kan „ wijemwijns gelijken selfs dienst genoeg „geven; was sijn Edele seer vertooont geraakt, en VanSSouratta onder dato 25 Meij 1749 „en hadde terstond aan Jager naat ordre gegeven, om „hem weg te brengen, dewelke daar toe bekende of „sijne eijgene pions hebben willen gebruijken, sijn „Edele sulxx verboden en gelast hadde vreemde ze„ „nemen, waar op Juijst Mier Mahomet alie met „sijnen stoet daar voor bij gaande, eenige van des„ „selfs soldaten geroepen waren om hem bij mia „atsjent in't Casteel te brengen, met dese boodschap= „dat het een hollandsche spion was, die hij moes„ „te dooden laten. „nia Atsjent hem aangenomen hebbende gat „zot antwoord dat het wel was, en liet hem ten eersten „inde boeijen setten, alwaar hij sonder de minste „droefheijd te zoonen door de soons van Mia Atssent „bekeken wierd, die hem op sijn versoek nog water „ om te drinken gaven. maar wanneer kort daar „ aan Een vertrouweling van Jagernaat in 't Cas„ „teel quam en in stilte met mia Atszent alleen „sprak /: soo sommige willen, dat hij den hol„ „lander, die aan hem gesonden was niet in de „boeijen setten maar ten Eersten doden moeste, „want dat anders de hollandsche directeur daar „van tijding krijgen en hem noodsaken soude, den „selven weder Los te laten, en dat als dit geschiede, „desteeren Engelschen gantsch sijne vriende niet „blijven soude: soo gaf hij seer subiet order, hem „uijt de boeijen los te maken en te dooden, waar „op hij ook sonder tijd versuijm, al lopende „ naar de gewone regtplaats gebragt, en op „de publicque meijdaan door een beul niet „ onthooft, maar op eene woede wijse met „ vier houwerslagen op de hals en schouder en „eensteek door de keel vermoord wierd. sonder „hem in't minste ondervraagt of de dood „bevoorens aangekundigt te hebben. En wes„ „halven hij ook onwetende wat hem over„ „quam op den ontfangst van d' Eerste kap„ „in de hals nog lachende gesegt soude hebben; wat 1773 Bassoura
English
At Surat under date 25 May 1749 "What the devil do you want to do with me, for I have done no harm to anyone." Thus giving up his spirit in the greatest innocence, and without acknowledging guilt of the slightest misdeed. This is, as said, the common rumor that old and young native children tell one another on the street as something new, the like of which has never happened as long as the Europeans have resided in Surat. We by no means put it on paper to present it as a true account, much less do we commit ourselves to confirm the same in its entirety today or tomorrow or in time with conclusive proofs; on the contrary, we consider it for now, like many others, to be a simple tale, and assure Your Honors that although we might believe everything because of the general conformity of the reports, we nevertheless, without the clearest proofs, will never be able to believe that Mr. Dorvill himself spoke with that man and sent him to the Castle. But we have nevertheless also not entirely rejected it, much less wished to withhold knowledge of it from Your Honors, partly because it is by no means contradicted by the few conclusive statements that we have obtained, and partly because it can serve as a certain foundation upon which Your Honors, together with us, may conduct a careful investigation into what occurred, and thus very easily arrive at the pure truth. The latter will become fully evident if the above account were to be employed to that end without prejudice; but concerning the former, we currently have the honor to offer Your Honors all the strongest testimonies, which are collectively appended hereto and are the following, namely: No. 1. A copy of a report, according to which Mia Atzent on the evening of 27 November, or shortly after 1785 A N Surat under date 25 May 1749 after the atrocious deed was committed, declared in the presence of Mulha Facheruddien, and said to three different servants of the Cadi, a Mufti, and several of the principal merchants of this city who were gathered together in a temple: That Your Honors had sent that man to him and had requested that he might be beheaded, and that he therefore, without further investigation, had executed that justice. No. 2. An extract from a letter written to us, serving as proof that Mia Asjent on the following day, being the 28th of the aforesaid month, made that very same declaration as in No. 1. 3. A copy of a declaration of an inhabitant of this city who, going slightly outside his house, saw Jagernaat seize the aforesaid soldier, bind him, and have him brought behind his wagon; and 4. A copy of an account given by one of our court attendants regarding the manner in which that manslaughter was committed, and what haste was made therewith. May it please Your Honors to read through all this carefully, to deliberate upon it, and to accept it with that same good intention with which we send it, that is: to trace the certain truth by means of an uncertain rumor, and to lay the same clearly and distinctly before our eyes, so that we may be able to demand and obtain an equitable satisfaction, grounded in justice, from those who are truly guilty of so atrocious an act. Meanwhile, we reserve the right likewise to provide the necessary reply to the further contents of Your Honors' esteemed letter of 17 November old style last, as soon as any opportunity presents itself. For the rest, relying on Your Honors' pure disposition toward friendship, we remain with all Bassoura From Surat under date 2 May 1749 all kinds of esteem, underneath stood: Honorable Sir and Sirs, Your Honors' humble and obedient servant, was signed: Jn Schreuder. In the margin: Surat the 11th of December Anno 1748. After this, the deserters who came over from them on the 9th and 10th were called in, and having been asked whether they were indeed inclined to serve the Honorable Company, and for how much they wished to hire themselves out, they jointly testified that they had come of their own free will and with full inclination to remain with the Honorable Company, and requested nothing more than that they might not be kept too long in the Indies, as that was also the principal reason why they left the English, since they could not obtain their release there. And this having been further deliberated upon, the agreement was concluded with them that they should serve the Honorable Company on these conditions, namely: Jan de Jong of Hoogboken, as soldier at f 9:- Jan Baptist of Amsterdam, as sailor at f 12:- Ferandis Gollensvn Mitsem, as soldier at f 9:- Timmer de Smitsz Tzisser, as ditto at f 9:- Jan Gibson of Mangveld, as ditto at f 9:- All, however, under a bond of three years, commencing from the day that they came under the flag of the Honorable Company. 17 1en 1711 Surat under date 25 May 1749 A P. Company. Furthermore, the Lord Director makes known to the meeting how miserable and distressing conditions currently are in the city regarding grains and other foodstuffs, and how impossible it is for the lower-ranking servants of the Honorable Company, who have nothing to spend other than their simple board money, to make ends meet therewith even to purchase dry rice and firewood according to their necessity. His Honor was of the opinion that one must necessarily assist these people, or otherwise be resigned to the fact that not a single one would remain with us, since they would certainly all run away and defect to the English, who currently give to theirs, without regard to the cost, so much that they have enough in abundance. And the Council having immediately concurred with this, as everyone knows within himself what misery the great high prices and scarcity cause in this city, which has now for so long been devastated by war, and is so closely hemmed in by the Marathas that not the very least of any grains or firewood much Bassourd
Dutch transcription
an Souratta onder Dato 25 meij 1749 „wat drommel wilje met mij maken, ik heb immers „niemand eenig Leed gedaan. Gevende dus sijnen geest „in de grootste onnoselheijd, en sonder sig aan de minsten „euveldaat schuldig te kennen. Dit is als gesegt, het gemeen gerugt, dat oude en Jonge Jade kinderen op de straat malkander voor iets nieuws vertellen, diergelijke nog nooijt gebeurt is, soo lange de Europeers in souratta verkeert hebben, wij brengen het geensints op papier om het daar een waar verhaal op te geven, veel min verbinden wij ons het selve heden of morgen of in der tijd met bondige bewijsen in sijn geheel te be„ vestigen; in tegendeel wij houden het voor als nog gelijk meer andere, voor een simpele vertelling, en verse„ „keren uw Ed=s dat schoon wij alles, door de algeme„ „ne gelijkheijd van het seggen geloven mogten, wij egter buijten de allerklaarste bewijsen dit nooijt sullen geloven kunnen, Dat de Heer Dorvill selfs met die man gesprooken en hem naar 't Casteel ge„ sonden heeft: maar wij hebben het nogthans ook niet in't geheel verworpen, veel min uw Ed=s de kennis daar van voor onthouden willen, Eens deels om dat het door de wijnige bondige verklarings, die wij te binnen gekregen hebben geesints tegen gesproken werd, en ten anderen, om dat het tot een seker fondament dienen kan, waar op uw Ed=s met ons na het voorgevallene een naauw„ „keurig ondersoek doen, en dus seer gemakke„ „lijk agter de suijvere waarheijd komen kunnen. Het Laaste sal volkomen blijken als het voren staande verhaal eens sonder vooroordeel ten dien eijnde aangewendt wierd; maar van het Eerste hebben wij d' Eere uw Ed=s thans alde kragtegste getuijgenissen aan te bieden, de welke gesa„ mentlijk hier agter gevoegt en de volgende sijn; als N=o 11. Eene Copia relaas, volgens het welke mia„ Atszent den 27=e November des avonds, of kort na 1785 A N Souratta onder Dato 25: meij 1749 na dat de gouwel daat gepleegt was, in praesentie van mulha facheruddien verklaart, en aan diie differente bediendens van de Cagie, Een Musstie en verscheijdene van de voornaamste kooplieden deser stad die met malkander in een tempel vergadert waren gesegt heeft: Dat uw Ed=s die man bij hem gesonden, en versogt hadden, dat hij onthooft mogte werden, en dat hij dierhalven sonder verdeer ondersoek dat regt volbragt hadde; N=o 2. /. Een Extract uijt een brief aan ons gesz: ten blij„ „ke dat Mia Asjent des anderen daags of dan 28=e der voormelte maand nog die selve verkla„ „ring gelijk bij N=o 1. gedaan heeft. 13. /. Eene Copia verklaring van Een inwoonder de„ „ser stad die een weijnig buijten sijn huijs gaande gesien heeft, dat jagernaat de voornoemde sol„ „daat opvatten, binden en agter sijnen wagen aanbrengen laten, En „4. Een Copia verhaal door een van onse hofgangers gedaan op wat wijse die mansmoort, en wat haast daar medegemaakt is. UW Ed=s gelieven dit alles wel na te lesen te over„ „wegen, en met dat selfde goede oogmerk aantenemen waarmede wij het selve senden, dat is: om door mid„ „deel van een onseker gerugt, de sekere waarheijd op te speuren, en ons deselve klaar en duijdelijk voor ogen te stellen leggen, op dat wij in staat raken mogen, van degene die waarleijk aan soo een gruwelijk stuk schuldig sijn, eene billijke„ en opgeregtigheijd steunende satisfactie te vorderen en te erlangen; wij ons intusschen voorbe„ „houdende op den verderen inhoud van uwEd=s g'agte brief van den 17=e Novemb=r o: s: Jongstl, insgelijx het nodige antwoord te passen, soo dra sig daar toe maar eenige gelegentheijd op doet, blijven voor 't overige in vertrouwen op uw Ed=s suijvere genegentheijd tot vriendschap met alle Bassoura Van Souratta onder Dato 2: mij 1749 alle soorten van agting /:onderstond:/ wel Edele Heer en Heeren, uw wel Ed=s onderdanige en ge„ „hoorsame Dienaar /:was getekent:/ J=n Schreuder /:in margine:/ Souratta den 11=e Decemb=r A=o 1748. Hier nade van haar op den 9=e en 10=e overgekomene Deserteurs binnen geroepen en haar afgevraagt sijnde of zij ook in der daat genegen waren, de E: Comp„:e te dienen, en voor hoe veel sij sig verhuren wilde: soo betuijgden sij gesamentlijk met vrije wille en met volle genegentheijd gekomen te wesen om bij d' E: Comp=e te blijven, en versogte niet meer, als dat sij maar niet al telange in Jndien mog„ „ten gehouden worden alsoo dat de voornaamste redenen mede was, waarom sij van de Engelsche„ weg gingen, vermits sij daar hare verlossing niet krijgen konden. En waar over nader gedelibereert sijnde, met haar het accoord gesloten wierd dat sij d'EComp=e dienen souden op dese Conditie; als. Jan de jong van Hoogboken voorsold=t met ƒ 9:— Jan Baptist „ Amsterdam „ matt=s „ „ 12: — Ferandis Gollensv=n Mitsem „ sold=t „ „ 9:— timmer de Smitsz tzisser. „ _„o „ „ 9. — Jan Gibson van mangveld - . „ _„o „ „ 9: Dog alle onder verband van Drie Jaren ingaande van den dag, dat sij onder de vlag van d' E: Comp=e 17 1en 1711 Souratta onder Dato 25 meij 1749 A P. Comp=s gekomen sijn„ Voorts maakt de Heer Directeur aan de vergadering bekent, hoe ellendig en bekommerlijk het thans in de stad omtrent de granen en andere Levens middelen gestelt is, en hoe onmogelijk de minder bedientens van d' E Comp=e die niets als haar simpel kostgeld te verteren hebben, daar mede rondschieten kunnen, om selfs maar dooge rijst en brandhout na nood druft in te kopen sijn Edele vermeende, dat men die menschen nood„ sakelijk soude onder de arme grijpen, of anders sig getroosten moeten, dat geen een bij ons bleef vermits sij secuur alle weg en tot de Engelschen overlopen soude, die aan de hare thans, sonder op het kostende te sien, soo veel gaven dat sij overvloedig genoeg hadden. En de Raad sig hier mede ten eersten geconformeert hebben„ „den als wetende een ieder bij sig selfs, wat elende de groote duurte en schaarsheijd ver„ „oorsaken, in dese stad, die nu al soo lange door de oorlog verwoest, en door de marhetties soo nauw in gesloten is, dat niets het aller„ „minste van eenige Granen of brandhout veel Bassourd
English
From Souratta under date 25 Meij 1744 much less any living animal, or even the slightest trifle of anything that serves as food, has been allowed to enter. Thus, it was resolved and determined with unanimity of opinion to grant to all European servants of the Honorable Company who are stationed under this direction and who had no share in the recently distributed board allowance money, half more board allowance than they are entitled to according to the regulation, until such time as the Lord Director shall deem that the same can be taken away from them again. Lastly, it is also approved and agreed to appoint the mate Michiel Jansz: of hamburg on probation as master on the storvij De uijtwinner; and to promote the following persons in rank and wages, namely the Corporal Jan Pauwl Eerlich of Sangerhausen to sergeant at ƒ20.- per month, under a new contract of three years, both taking effect from the day he took up that post on probation. And the soldiers Adolph Christiaan Jongnilckel of Maagdenburgh and Jan stoffelst of oldenburg to Corporal at ƒ14:- per month, under a new contract of three years entering into effect from this time. Underneath stood: Thus done and decreed in the Honorable Company's lodge in souratta on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J:n Schreuder, J:b Pecock, A:m Cornels de Pastaije, J:s sanderus, C:n L:k Ieuff, and Bdijn Rijser. Friday the 20th of decemb:r 1748. All present except the Warehouse Master Brandijn Rijser for reasons as before. Towards midday, mia-Atszent had the old courtier wassier Mahomet summoned and sent through him to the Lord Director the following message: "That God and all the world knew what cordial friendship he had established with the English; that it had been presented to him that about 10 to 15 of the English soldiers had run away and deserted to His Honour; and that he made a most urgent request that he would be willing to hand them over to M:r Dorvill." His Honour, being able to conclude nothing else from this than that the English must notoriously have instigated this, had him given the answer: "That his request could not be granted, because it was contrary to the custom of the Europeans, who were obligated to give protection to anyone who asked for it; that nothing was done in this regard by us other than what the English also did, who had nearly as many men from us as we had from them; that it was known to himself how they had previously granted protection to the former Director Phoonsen, to the Mocha Resident van den Bergh, and to the warehouse master van der Paar, and had not returned them, notwithstanding that they had many times been asked to do so and had been assured that we had accepted no such persons from them; and that we therefore could return these soldiers even much less, as they not only had never requested such from us in an improper manner, but had even now already twice recently broken the contract, and had first accepted our soldiers; that if they could rightfully bring anything against this, they would naturally, according to custom, send two council members and make their demand directly, but because they were convinced of the unreasonableness thereof, they therefore went to him, and sought to entangle him in difficulty with us; and that he should therefore consider well, and demand an improper matter from us as little as he should meddle in it himself, since it was a dispute that did not concern him at all and that would easily be settled among the Europeans themselves." Yet when the courtier had gone, the Lord Director complained very much to some of the members present about the numerous improprieties that were continually being committed by the English gentlemen, from which one indeed had to conclude that they were extremely embittered against us, and sought nothing else than to offer us the very greatest affronts. Which was not only acknowledged by the same, but it was also considered that in this case a greater danger was posed than one had been subjected to hitherto; for reasons that Mia atsjent, being angered, would in all likelihood seize the opportunity with both hands, and possibly fall upon us with all his might, if we did not immediately comply with his request, and willingly hand over the English deserters. Thus, the meeting having been convened at once and everything therein having been duly considered, it was generally agreed that the English might possibly, through threats and promises, bring Nia Atsjent so far that he would intend to undertake something against us by force; but that nevertheless the merchants and other inhabitants of the city would not allow the same so easily, and if it should indeed happen, that we would still have time enough to defend ourselves, or if we were not capable of doing so, to surrender the Deserters, since, being then forced by violence and brought to the utmost extremity, one could always justify oneself to the Gentlemen Superiors as well as to the whole world for something that one had been compelled to permit out of necessity, whereas on the contrary, out of simple fear
Dutch transcription
Van Souratta onder dato 25 Meij 1744 veel min van eenig Levendig beest of selfs maar de geringste klijnigheijd van iets dat tot voedsel strekt, binnen heeft mogen komen. soo werd met een paigheijt van gevoelen gere„ „solveert en vastgestelt, aan alle Europese bedientens van d EComp=e die onder dese di„ „rectie bescheijden sijn engene portie in de nu Jongst verdeelde provisie gelden gehad hebben, de helfte meer kostgeld te laten verstrekken, als hun volgens de ordre toekomt, tot soo „lange de Heer Directeur oordelen sal dat haar het selve weder afgenomen werden han„ Laatstelijk word nog goedgevonden en ver„ Chirstiaan „staan den matt=s Michiel Jansz: van ham„ „burg ter preuve als gesagvoerder op de storvij De uijtwinner te plaatsen; en de volgende Persoonen in qualiteijt en gagie te verhogen, als den Corporare Jan Pauwl Eerlich van Sanger„ „hausen tot sergeant met ƒ20. p=r maand; onder een nieuw verband van Drie Jaren, het een en ander ingaande van de dag af„ dat hij die bediening ter preuve waarge„ „nomen heeft. En de soldaten Adolph Christiaan Van Souratta onder Dato 25 meij 1749 1779 Christiaan Jongnilckel van Maagdenburgh en Jan stoffelst van oldenburg tot Corporaal met ƒ 14:- p=r maand, onder een nieuw verband van drie Jaren heren in gaande. /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Gearreteerd in 's E: Comp=s schuijn te souratta ten dage, maande en Jare voormeld /:was getekent:/ J=n Schreuder J=b Pecock, A=m Cornels de Pastaije, J=s sande„ „rus, C=n L=k Ieuff, en Bdijn Rijser. Vrijdag den 20=e decemb=r 1748. Alle Praesent dempto de Pakhuijsmeester Brandijn Rijser om redenen als vooren Iegens de middag liet mia-Atszent de oude Hoffganger wassier Mahomet roepen en stond door hem aan den Heer Directeur de volgende boodschap: „ Dat God en alde waereld wiste wat „hartelijke vriendschap hij met de Engelschen „op geregt hadde, dat hem voorgedragen was, „dat er van de Engelsche soldaten omtrent „ 10 â 15. weg en tot sijn Edele overgelopen waren; „en dat hij seer instantig versoeken liet, „de selve aan M=r Dorvill willende overgeven.„ sijn Edele hier uijt niets anders kunnende opmaken „ Bassourd Van Souratta onder Dato 2: agj 1749 opmaken, als dat de Engelsche notoir hier toe moesten aangeset hebben, liet hem tot antwoord geven: „ Dat sijn versoek niet toegestaan konde „werden, om dat het tegens het gebruijk der Europese „streed, de welke verpligt waren, aan een en ieder „protectie te geven, die daar om versogten; dat hier omtrent door ons niets gedaan wierde dan het geen de Engelschen ook deden, de welke ten naasten bij soo veel volk van ons, als wij van haar hadden; dat het hemselfs bekent was, hoe sij voor desen aan den gewesenen Directeur Phoonsen, aan den Mochasen Resident van den Bergh en den pakhuijsmeester van der Paar protextie srleend, ende selve niet wederom gege„ „ven hadden, niet tegenstaande sij daar menig„ maal om versogt en versekert geweest waren, dat wij van haar geene sulke persoonen aangenomen hadden; en dat wij dier halven nog veel minder dese soldaten weder overgeven kon„ „den, daar op sij niet alleen sulx op eene on„ behoorlijke wijse nooit van ons begeert, maar ook selfs nu al twee maal binnen kort het Contract gebroken, en onse soldaten eerst Van Souratta onder Dato 2 meij 1749 1781 eerst aangenomen hadden, dat als sij iets met regt hier tegen in brengen houden, sij dan van selfs wel volgens het gebruijk twee raads leden senden, en haare vordering direct maken souden, maar om dat sij overtuijgt waren, van de onbillijkhijt van dien, dat sij dier halven bij hem quamen, en hem met ons in moeijelijkheijd te wikkelen sogten; en dat hij oversulx sig wel bedenken, en van ons soo min eene onbehoorlijke saak vergen, als sig selven daar in melleren mogte, vermits het een verschil was, dat hem in't geheel niet aangegaan was en dat tusschen de Europeesen selfs wel afgedaan werden soude.„ Dog toen de hoffganger weg was, beklaagde de Heer Directeur sig tegens eenige van de pre„ sent sijnde Leden, seer over de menigvuldige onbe„ hoorlijkheden, die door de Heeren Engelschen gaan„ „de weg gepleegt wierden, en waar uijt men in der daat vast stellen moeste, dat sij ten uijter„ „sten verbittert op ons waren, en niet anders sogten, dan ons de aller grooste affronten aan te doen. het gunt door deselve niet alleen ge„ „advojeert maar ook voornamentlijk in dit geval grooter gevaar gesteld wierd, als men tot nog toe onderworpen geweest was; om redenen Bassoura Van Souratta onder Dato 2: Meij 1749 redenen Mia atsjent als sij vertoornt sijnde, de gelegentheijd na alle gedagten met beijde handen vatten, en ons mogelijk met sijne heele magt op 't Lijff vallen soude, bij aldien wij niet terstond aan sijn versoek voldeden, en de Engelsche overlopers met goedheijd over gaven. Dus ten eersten de vergadering belegt en daar in alles na behoven overwogen sijnde soo wierd in zalgemeen wel toegestemt, dat de Engelschen Nia Alsjen mogelijk door drijgementen en beloften soo verre brengen souden, dat hij van voornemen wierd iets met geweld op ons te ondernemen; maar dat mogthans de koopl: en verdere ingesetenen van de stad het selve ook „subx soo gemakkelijk niet toestaan souden, en soo al geschieden mogte, dat wij dan egter mogtijds ge„ „noeg hadden ons te diffenderen, of soo wij ook daar toe niet vermogens waren de Deserteurs overtegeven, vermits men dan door geweld ge„ „dwongen, en tot het uijterste gebragt sijnde, sigsteets bij de Heeren Superioren soo wel, als bij de heele waereld soude verantwoorden kunnen, wegens iets dammen uijt nood hadde toestaan moeten, daar men in tegendeel uijt simpele vrese
English
From Surat under date 25 May 1749 1785 feeling or judging that ceding such a general [illegible], would too greatly violate the honor and esteem of the Dutch state, and make oneself guilty of an incomparable crime. And this finally having been considered in this manner by the combined members, it was decided and determined by unanimous votes, not only to persist with the resolution of the 11th current regarding the demand of the deserters, but also not to surrender them until one is forced thereto by an overpowering force. But since it might sometimes well happen that Mia Atsjent, not willing to venture against our entire force, might use reprisals in another manner, and have those seized from the street of the Honorable Company's servants who might go out now and then; so it was likewise found good, in prevention thereof, to order all Europeans without distinction not to go outside the Honorable Company's territory without special consent of the Lord Director, upon forfeiture of two months' wages for the benefit of the burial ground for each person who violates this order. The 1789 Basra Surat under date 2 May 1749 The Nabob Saafsercan having for some time past very strongly reinforced the walls and gates of the city and kept himself well covered with batteries and entrenchments, was yesterday attacked in his works for the third time by the entire force of Mia Atszent, reinforced by about 1000 English, both European and native soldiers, and hard-fought back and forth, without however many men falling or either one being able positively to boast of the victory, but Saafterchan having lost two brave men and his only confidants, has complained of his distress thereover to the Lord Director, and at the same time made known that he was now forced to make peace, as he had no money, gunpowder, nor cannonballs anymore, and that he therefore very urgently requested to effect the peace for him in a reputable manner, while he in the meantime would still hold out strong, and show no fear to anyone, so that thus so much the better conditions might be granted to him. His Honor having only answered hereto that From Surat under date 2 May 1789 1785 that he would deliberate upon it, brought the same today into the meeting, and put it to the vote whether one should fulfill his request or not. Some of the members judged not, because he was now only seeking a delay of time, would not keep his word afterward, and would thereby only get us into difficulties, but the majority voted yes: because peace was absolutely necessary for the welfare of the city and the Honorable Company, and that one therefore might well risk something to obtain the same, the more so, if it might happen to be true, that the English intended to help Mia Atszent against Saafterchan first, and then drive Mia Atsjent himself out of the castle, and give the city to another governor according to their pleasure. And this subsequently being accepted by all, it was resolved to write to Mia Asjent about this matter, and in the Council to exhort him in the strongest manner to peace and reconciliation with Saafterchan, but nevertheless to frame the letter in such a way that it seems as if one does this of one's own accord, and was only prompted thereto by the great miseries of the city. While Basra From Surat under date 2 May 1749 While they were still busy with this, the court messenger, who carried the aforementioned message to Mia Atszent, returned, and reported that not having been able to appear before Mia Atsjent himself, because he sat in a secret conference with Facherodien, he had stated everything to the Dewan, that the latter had written it down and sent it to Mia Atsjent, and that he was thereupon told by a personal servant to give his compliments to the Lord Director and thank him for the information provided, since he now knew how the matter actually stood. Which was noted as a good message, and recorded for that reason. Furthermore it was also annotated herein: That on the 15th current a soldier named Adam Leuwe of Duhern ran away from the Honorable Company, and deserted to the English; but That since the latest meeting until today, on the other hand, twelve individuals have come over; and have all been taken into the service of the Honorable Company under a written contract of three years starting from the day of their arrival, as: the From Surat under date 25 May 1749 1787 The 13th current Joost Morgenkloot from Leiden for sailor at ƒ 9: — Johannis Kijser from The Hague for soldier at ƒ 9: — Jan van Hees from ditto for ditto at ƒ 9: — Albert Raasveld from Bremen for gunner's mate at ƒ 14: — Samuel Rosse from Hol. for sailor at ƒ 9: — The 15th current Benjamin Dessie from Amsterdam for soldier at ƒ 9: — Pieter de Rhees from Canton Bern for ditto at ƒ 9: — The 16th current Casper Werner from Halle for soldier at ƒ 9: — Paul Lain from London for ditto at ƒ 9: — Thomas Kummerling from ditto for ditto at ƒ 9: — The 18th current Joseph Carter from London for ditto at ƒ 9: — And the 20th or today Bartholomeus Diepenbroek from Amsterdam for soldier at ƒ 9: — underneath stood: Thus done and resolved in the Honorable Company's garden at Surat on the day, month, and year aforesaid was signed J. Schreuder, J. Pecock, A. Cornelis de Lahaje, J. Sanderus, C. L. Senff, and B. Rijser. Thursday the 26 September 1748. All present Except the warehouse master Brandijn Rijser, for reasons as before Sidi Masud Khan, authorized representative of the Danda Rajapuri Basra
Dutch transcription
Van Souratta onder Dato 25 eij 1749 1785 voele of diggementen soo een algemeene voorzegt afstaande, de Eere en agting van den nederlandsche staat te veel schenden, en sig selfs aan een onvergelijke Crimen schuldig maken soude. En het gunt eijndelijk door de gesamentlijke Leden in dier voegen geconsidereert sijnde, met Consonante stemmen besloten en vast gesteld wierd, niet alleen bij het arrest van den 11=e Courant ten opsigte van de aanmanee der deserteurs te persisteren, maar ook deselve niet overgeven voor men door een over heerde magt daartoe gedwongen is Maar aangesien het somtijds wel soude kunnen gebeuren dat Mia atsjent, sig selfs aan onse hele magt niet willende wagen, op eene andere wijse repressalies gebruijken, en de gene van de straat op vatten liet, die van 's E: Comp=s bedientens nu en dan uijt gaan mogten; soo vond men teffens goed, tot voorkominge van dien aan alle Europesen sonder onderscheijt te gelasten, om niet buijten Speciaal Consent van den Heer Directeur buijten 's E: Comp=s territoir te gaan, op verbeurte van twee maande gage ten behoeve van de be„ graaffplaatse voor eenen ieder, die dese ordre overtreedt De 1789 Bassourd Souratta onder dato 2 meij 1749 An De Napob Taafsercan 't sedert eenigen tijd herwaarts de muuren en poorten van de stad seer sterk geforceert en sig selven met Batterijen en afschuttings welge„ dekt gehouden hebbende, wierd op gisteren voor de derdemaal door de hele magt van Mia Atszent, gesterkt van omtrent 1000. Engelsche, soo Euro„ „pese als Jnlandsche soldaten in sijne werken geattaqueert en over een weder hard nekkig gevogten, sonder dat ter nogthans veel volk sneuvelde of de een of de ander sig positief van de zegen beroemen koude, maar saafterchan twee wakkeren mannen en sijn eenigste ver„ trouwelinge quijt geraakt sijnde, heeft daar overheden aan den Heer Directeur sijne nood klagen, en teffens bekent laten maken, dat hij nu genoodsaakt was vrede te maken, alsoo hij geen geld, kruijd, nog hogels, men hadde, en dat hij dierhalven seer instantig versogte, de vrede op voor hem op eene reputatieuse wijse te willen bewerken, terwijl hij sig in tusschen nog sterk houde, en voor niemand eenige vrese blijken laten soude, op dat hem dus soo veel te betere Condities toegestaan werden mogten. sijn Edele eenelijk hier op g'antwoord te hebben van Van Sourata onder Dato 2:' Meij 17189 1785 van sig daar over te sullen beraden, bragte het selve heden in de vergadering, en beijde in om vrage of men aln sijn versoek voldoen soude dan niets Eenige der Leden oordeelde van neen, om dat hij nu maar uijt„ stel van tijd soeken, naderhand sijn woord niet houden, en ons daar door maar in moegelijkheden helpen soude, dog de grootste partstemde van Ja: om dat de vrede absolute tot wel wesen van de stad E: Comp=e nodig was, en dat men daar„ „om wel iets wagen mogte, en de selve te verkrijgen, te meer, soo het eens waar mogte wesen, dat de Engelschen van voornemen waren, nu eerst Mia Atszent tegens Paafterchan te helpen, en dan Mia Atsjent selfs uijt het Casteel te drijven, en de stad aan een ander gouverneur na haar welgevallen te geven. En dit vervolgens door alle aangenomen wierd so resolveerde men aan Mia Asjent over dese saak te schrijven, en hem in der Raad tot de vreede en verEeniging met saafterchan op de kragtigste wijse aan ze, „manen, maar egter de brief sodanig in te rigten, dat het scheijnt of men sulx uijt sig selfs doet, en alleen door de groote ellenden van de stad daar toe aangescheld set werd. Terwijl Bassoura Van Souratta onder dato 2 meij 174. Terwijl men hier mede mog besig was, quam de hoff„ „ganger, die de voormelte boodschap aan mia Atszent gedaan heeft, weder te rug, en rapporteerde Dat hij selfs voor Mia Atsjent niet hebbende kunnen ko„ „men, om dat hij met Facherodien in eene geheijme Conferentie sat, alles aan den Duwan opgegeven hadde, Dat die het selve opgeschreven een aan Mia Atsjent gesonden zijnde hadde, en dat, hem daar op door een Leijf dienaar gesegt was, dat hij aan den heer Directeur de groeten is doen en voor de gege„ „vene narigt bedanken soude, vermits hij nu wiste hoe 't eijgentlijk met de saak gesteld was. Het gunt als eene goede boodschap aangemerkt, en uijt dien hoofde aangetekent wierd. Voorts werd mede nog in desen geannoteert: Dat op den 15=e Courant Een soldaat in name Adam Leuwe van Du hern van d E: Comp=e weg, en tot de ^ge Engelschen overlopen is; Dog Dat 't sedert de jongste bij een komste tot heeden daar en tegen twaalf stux neder omgekomen; en alle onder een paper verband van drie Jaren in„ gaande van den dag haarer komste, in den dienst van d'EComp=e aan genomen sijn, als. den Van Souratta onder Dato 25 meij 1749 1787 Den 13=e Courant Joost Morgenbooot. . . . . . - van Leijden voor Matt=s met ƒ 9: — Johannis kijser. . . . . . „'s hage „ sold=t „ „ 9: — Jan van Hees - - - -- „ _„o „ _„o „ „ 9: — Albert Raasveld . . . . „ Bremen „ Const: maat „ „ 14:— Samuel Rosse - - - - - „ Hol. . . „ Matt=s „ „ 9:— Den 15. Courant Benjamist Desfie. . . . . van Amsterd: voor Rold=t. met ƒ 9:— Pieter de Rhees - - - - . „ Cantonbern „ —„o „ „ 9: — Den 16. Courant. Casper Werner. . . . . . . . . . van Holle, voor Sold:t met. ƒ. 9:- PaulLain. . . . . . . . „ Landon „ d„o „ „ 9: — thamas kummerling. . „ _„o „ _„o „ „ 9: — Den 18. Courant Joseph Certer . . . . . van London. . . . „ _o„ „ „ 9:— En den 20=e of heden Bartholomeus diepenbooek van amsterd=m voor sold=t met ƒ 9: — /:onderstond:/ Aldus gedaan en g'arresteert in 's E: Compagnies thuijn te souratta ten dage maand, en Jare voormelt /:was getek=t J=n Schreuder, J=s Pecock, A=n Cornelis de Lahaje, J=bs Sanderus, C=n L=r Ienff en Bdijn Rijser. Donderdag den 26. 7ber: 1748. Alle praesent Dempto de pakhuijsmeester Bran„ „dijn Rijser, om redenen als vooren Tidie Massoetchan, gemagtigde van den Dende„ „ragiapoerse Bassourd
English
From Souratta under date 21 May 1749. The prince of Rajapore, Jaccoetchan, having summoned the Honorable Company's brokers to him this afternoon, said to them: That yesterday evening, late, the President of the English gentlemen with his entire council had been in the Castle with Mia Atsjent, and had very strongly insisted that if the Director did not return the men who had run away from him in good will, the same must be fetched by force, declaring that until now everything had been well, but through this his nose had been cut off; That Mia Atsjent had strongly discouraged him from this and said that it was indeed not the custom among the Europeans that they return someone who had come under their flag; but that this could not have helped, because Mr. Dourill had declared outright that it was not his, but Mia Atsjent's men whom the Director had taken, and that if Mia Atsjent did not arrange for him to get them back, he would know what he had to do, even if it were to cost two Lacq rupees; That Mia Atsjent, having been brought into embarrassment by this, had summoned him, the Sidie, to him today and requested him to find a means to satisfy the English in a suitable manner; That he, being unable to devise anything better, intended to come to the Director with Mier Mahomet Ahie and all the foremost merchants of the city, and to request the return of those men; but since it would be a great disgrace for them all if perchance that request should not be granted him, that he therefore requested them, the brokers, to speak first about this with His Honor, and then bring him the answer. The brokers coming with this to the Director, His Honor first caused the meeting to be convened, and spoke therein de novo at length of the malice of the English gentlemen, which now indeed was so clearly evident that one could not doubt it, and that one could be well assured that if they found the slightest pretext, they would fall upon our bodies and perhaps treat us worse than the Moors. But not regarding this, and against all affronts that might befall us, upholding the law of nations and the honor of the Dutch state with the more courage, His Honor thought that one could do no better now than to send the brokers with the same message to the Sidie that had been sent to Mia Atsjent on the 20th current, at the same time requesting him to consider within himself the unreasonableness of the English gentlemen's pretension, and for that reason to see to it that Mia Atsjent should not interfere therein, since otherwise very great difficulties would arise from it, which could only result in the disadvantage of him and the entire city. For one could be well assured that if the Sidie was somewhat on our side, we then nonetheless would have no fear of a sudden surprise, and still less have to worry about Mia Atsjent, since he would know how to arrange it so that from his side it would not come to the extreme. The Council found this proposal very good, and requested His Honor to execute the same accordingly, even if it were that the Sidie, being a greedy man, were brought over to our side by the brokers with the promise of a small present; but some of the Members thought that it would likewise not be bad if the brokers went to Mr. Dorvill themselves, in order thereby to discover whether he had indeed demanded the deserters back from Mia Atsjent, and whether he might not perhaps by discourse be brought to reason to make his demand in a proper manner through two Council members to the Director and not to the Inbander. And since the whole assembly also accepted this, the same was not only determined with consonant votes, but they also immediately had the brokers appear inside and charged them with the aforesaid message, to deliver the same to the Sidie as well as to go to Mr. Dorvill and ask him in polite terms whether it was the truth that he had demanded his deserters back from Mia Atsjent, because the Director, having heard such from others, could not well believe it, and therefore had him asked himself, authority having furthermore been given to them to win the Sidie over to our side by all possible means, and to that end not even to go to Mr. Dorvill before he approved the same; so they departed with the hope of a wished-for success and assured that they would do their utmost best to make everything turn out well. Yet, after they were gone, taking into consideration that the small vessels and horrijs lie in the river in deep water, not far from the English galbets and vessels, and that, since it seems to matter little to them what they do, as long as they get their men back or affront us, it might well happen that, while drifting down, they sought a quarrel as if by chance with the Honorable Company's vessels, or attacked them expressly in force in order by that means to seek and find action, and from which impossible anything else could arise but a great misfortune if the ordinary European seafarers remained thereon: it was at the same time resolved to bring the vessels to lie close under the shore, to take the Europeans off them at night, and
Dutch transcription
an Souratta onder Dato 21 meij 179 „ragiapoersen vorst, Jaccoetchan, heden agter middag 's EComp=s makelaars bij sig hebbende laten ontbieden, seijde haar: „ Dat gsteren avond zaat, de Praesident „der Heeren Engelschen met sijnen heele raad in't „Casteel geweest was, bij Mia Atsjent, en seer sterk „daar op aangedrongen hadde, dat als de Heer direc„ „zeur het van hem weggelopene volk niet met „goedheijd weder omgaf, dat het selve met geweld „gehaalt moeste werden, onder vertoning, dat tot „nog toe alles wel geweest, maar hier door sijne „neus afgesneden was; Dat Mia Atssent hem „sulx ten hoogsten afgeraden en gesegt hadde, dat „het immers onder de Europeers geen gebruijk „was, dat sij iemand onder haare vlaggekomen, „sijnde weder overgaven; maar dat die niet „ hadde helpen kunnen, vermits M=r Dourill „rond uijt verklaart hadde, dat het niet sijn „maar Mia Assjent nietmte volk was, „het welk de Heer Directeur genomen hadde, „en dat als mia Atsjent niet maakte dat „ hij 't wederom kreeg, hij dan weten soude, „wat, haem te doen stond, al soude het ook twee „ Lacq ropijen kosten; Dat mia atsjent hier p Van Souratta onder dato 2 meij 1749 1789 „hier door in verlegentheijd gebragt zijnde, hem /: sidie/ „heden bij sig ontboden en versogt hadde, een middel te „willen uijtvinden om de Engelschen op eene gevoeglijke „wijs te voede te stellen; Dat hij niets beters kun„ „nende bedenken, van voornemen was, met Mier Mha „homet Ahie en alle voornaamste Coopl: van de stad „bij den heer directeur te komen, en te versoeken, dat „volk weder over te geven; dog derwijl het voor haar alle „eene groote schande, soude wesen, bij aldien hem „somtijds dat versoek niet toegestaan mogte werden „dat hij dierhalven haar /:makelaars:/ versogte „met sijn Edele eerst eens daar over te spreken, „en hem dan het antwoord te brengen:„ De makelaars hier mede bij den heer directeur komende, liet zijn Edele zen Eersten vers de vergade„ „ring beleggen, en s prak daar in de novo omstandig van de quaadaardigheijd der Heren Engelschen die nu immers soo duijdelijk bleek dat men deselve in geen twijffel kondestellen, en dat men wel versekert sijn mogte, bij aldien sij het ministe voorwendsel vinden houden, sij dan ons selfs op 't Leijf vallen, en mogelijk lim„ „mer als de moven met ons handelen souden. dog hier Bassourd Souratta onder dato 25 eij 1749 hier op niet siende, en tegens alle affvonten aan, die ons soude kunnen overkomen, met de se meerder moet het regt der volkeren een d' Eere van den nederlandsche staat, staande houdende, soo vermeende zijn Edele, dat men nu niet beter soude doen kunnen, als sen„ „de de makelaars met desselfde broodschap aan de Siedie, die men op den 20=e Courant aan Mia Als„ „jent gesonden hadde, hem teffens versoekende, bij sig selfs eens de onredelijkheijd van de pretentie der steren Engelschen te overwegen, en uijt dien hoofden te besorgen dat Nia Atsjent sig daar mede niet bemoeije mogte vermits 'er anders seer groote moeijelijkheden uijt onstaan souden„ die niet als tot nadeel van hem eende heele stad strekken konden. want dat men wel versekert sijn mogte, als desidie een weijnig op ons hand was, wij dan even wel voor een schielijk overval geene vrese, en nog veel minder voor mia Ats„ „jent sorge hoefden te hebben vermits die het wel sodanige soude weten te beschikken, dat het van sijne kant niet tot het uijter„ „ste quam. De Raad vond dit voorstel seer goed, en versogte sijn Edele hetselve sodanig te willen uijtvoeren, al was het selfs, dat de sidie„ Van Souratta onder Dato 2: meij 1749 1791 een geldgierig man sijnde, door de makelaars met de belofte van een klijn presentje aan onse kant gebragt wierde, dog vermeende eenige der Leden dat het teffens niet quaad soude wesen, als de make„ „laars selfs bij m=r Dorvill gingen ten eijnde daar door te ontwaren, of hij ook wesentlijk de deserteurs van Mia Atsjent wederom g'Eijscht hadde, en of hij niet somtijds bij discours tot inheer gebragt konde werden sijne voor „dering op eene behoorlijke wijse door twee Raads„ „leden bij den Heer Directeur en niet bij den Jn„ „bander te doen. En dewijl de heele vergadering dit mede aannam, soo wierd het selve niet alleen met Consonante stemmen vast gestelt, maar men liet ook terstond die makelaars binnen verscheijnen en belastende haar met de voorm: boodschap, om deselve soo wel aan desidie te doen als bij M=r Dorvill te gaan en hem in beleefde termen af te vragen, of het de waarheijd was, dat hij sijn deserteurs van Mia„ Alsjent wederom gevordert hadde alsoo de Heer Directeur sulx van andere gehoort hebbende, niet wel geloven konde, en dierhalven aan hem Bassoura Van Souratta onder Dato 25 mij 174 hem selfs vragen liet, vervolgens aan haar ook qua„ „lificatie gegeven sijnde, om de Pidie door alle mogelijke middelen aan onse kant over te halen, en ten dien eijnde selfs niet eer bij H=r Dorvill te gaan voor het het selve goed keurd, soo vertrekken sij met de hoop van een gewenscht succes en verseker„ „den hun uijterste best te sullen doen, om alles wel te doen uijtvallen. Dog toen sij weg waren in aanmerking nemende, dat de smalscheepen en horrijs in de Rivier op diep water, niet verre van de Engelsche Galbets en vaartuijgen leggen, en dat, dewijl het haar Lotg om 't even scheijnt te wesen wat sij doen, als sij maar haar volk wederom krijgen, of ons affronteren, het wel soude soude kunnen gebeuren, dat sij in 't afdrijven als bij geval op 's E: Comp=s vaartuij„ „gen rusie sogten, dan wel bij magt Expres daar „aan op ^ vielen om door dat middel actie te soeken, en te vinden, en waar uijt onmogelijk iets an„ „ders, als een groot ongeluk voort komen konde, bij aldien de gewone Europese zeevarende daar opbleven: soo wierd teffens geresolveert, de vaartuijgen digt onder de wal te brengen leggen de Europesen des nagts daar van af te nemen, en
English
In Souratta under date 2 May 1749 1793 and to keep guard on the wharf with half of the Grenadiers, and to let no others remain there except the ordinary native seafarers, in order not only to cut off their avenue in all respects to vent their bitterness, but also to be the better able to resist in case they should absolutely seek an action and pay any heed to time and place; furthermore, note was taken of the following in this regard: On the 24th of this month, the Director, following the resolution of the previous day, prepared a letter to be written to Mia Atsjent of the following content: Draft letter to be translated into Persian and sent to the Castle Governor Mia Atszent. I have not written to Your Honour for a long time. I have remained silent and have not interfered in anything at all, because I thought that everything would finally come to an end; but now that I see that there is no end to it, that the best time for trade has already more than half passed, and that no end can come of it by force of arms either, I am obliged to write to Your Honour once again as before. The sad state of the city and inhabitants compels me to this, and I wish for nothing more than that the great God may bring this letter into your hands at an auspicious hour, and that God may so move your heart Souratta under date 25 May 1749 that the same does not remain closed to the oaths of an old, sincere friend. Yet before I proceed further, I must first make a friendly request to Your Honour. That is, that Your Honour speaks to no one of what is contained herein, much less shows this letter to anyone, for I have to do here with Your Honour alone and with no one else. And if Your Honour pleases to send any answer thereto, I also request that Your Honour sends me your own and not that of another, so that everything may remain secret, as it is with me; for I write this with my munshi alone, and I have threatened him that if he speaks a word of this to anyone, I shall then drive him with his entire family out of the service of the Honourable Company, whereon Your Honour may rest assured. To come then to the matter, please go to the top of the Castle, and with your own observant eyes look at the entire expanse of Souratta. Your Honour will find the gates closed, the walls partly thrown down, trade ruined, the inhabitants killed and driven away, their houses burned and destroyed, their goods stolen and plundered, their revenues cut off, and their hearts seized with terror and fear over what is yet to happen; and God knows what more miseries there are, which no man can see, much less describe. When Your Honour has well comprehended all this in his mind, please then consider with reflection what is the actual cause of all these misfortunes! I say, and Your Honour will say it with me: The war and dispute that has arisen to the misfortune of the city, and has lodged itself in two hearts that should always have remained one; and whose discord has now already reached such a point through the intervention of others that it can hardly be resolved again. Your Honour, From Souratta under date 2 May 1749 Your Honour and the Nabab Saasterchan are waging war against each other, a bitter war, which has now already lasted over a year and through which so much innocent blood has already been shed; where has the like been heard of in the world! Two blood relatives fighting over their heritage; they alienate something that belongs to them by right of property; they ruin something that they ought to restore, and they deprive themselves of the means to make their prosperity, honour, and prestige everlasting. Your Honour well knows that when a tree is whole, no one can break it; but when it is split, everyone can. Your Honour and the Nabab Saasterchan have one and the same great family! Your two hearts also ought to remain one and the same, or else the family will likewise be torn apart, and thereby weakened to such a degree that a third party can easily elevate himself above it. It is still time now to prevent this. When the war stops, all the danger and misfortune connected to it also stops. And to put an end to the war cannot cost Your Honour much trouble. If I may say what I think of it, then my only advice is that Your Honour ought to banish all evil thoughts, and to act towards the Nabab Saasterchan as Your Honour would wish in a similar case were done towards Your Honour. If you both agree, who shall then wage war here! Who shall rob Your Honour's descendants 1795 Bassoura Souratta under date 25 May 1749 of the honour that you, being united, can obtain! And who shall have power enough to oppose you! I for my part know no one; and Your Honours will have to fear neither the Marhattas nor anyone else. Your Honour's treasures and riches will increase. And Your Honour will gain much honour and a great name with the whole world, but especially with the poor inhabitants of this city. Whereas on the contrary, if Your Honours remain at discord and at war with each other, everything must perish. The city will remain without trade and consequently also without riches. If the city is poor and exhausted, Your Honour cannot become rich either. The customs duties and other revenues cease; Your Honour will have to resign yourself to laying hands on his own money. And however much this might be, it must finally run out. The riches must be consumed! And when everything has then been done that could ever have been done, then as little will remain for the one as for the other, save for a ruined city, an evil reputation, and a poor, weakened family. Do not think that I write this with prejudice or that I bear more affection towards the Nabab Saasterchan than towards Your Honour: you are both one to me.
Dutch transcription
nSourattaa onder dato 2 Meij 1749 1793 en met de helfte, der Granadiers op de werf te laten wagt houden, en geene andere als de gewoone Jnlandsche zee„ varende daar op te laten blijven ten eijnde haar dus niet alleen in alle delen de weg afte snijden, om haar ver„ bitterdheijd uijt te laten, maar ook deste beter bestand te sijn in gevalle sij absolute een actie soe„ „ken en op tijd nog plaatse eenig agt slaan mogten, voorts werd in desen van het volgende aantekeming gehouden Den 24:e Courant bragte de Heer Directeur in gevolge het besluijt van 's daags bevoorens eenen brieff in gereedheijt, om aan mia Atsjent ge„ schreven te werden van desen inhoud. Concept missive om in 't per„ „siaans overgeset, en aan den Casteels Gouver„ „neur Mia Atszent gesonden te werden Jk heb 't sedert langen tijd niet, aan uw Ed: geschreven. Jk heb stil geswegen, en mij in't geheel nergens mede bemoeijt om dat ik dagte dat eijndelijk eens alles gedaan soude raken; maar nu ik sie dat 'er geen eijnde van komt; dat de beste tijd van Negotie al meer als half verstreken is; en dat ook door de wapens geen eijnde daar van komen kan, soo ben ik genoodsaakt eens weder soo als voor heen aan uE: te schrijven. De droerige gesteltheijd van de stad en jnwoonders verpligten mij hier toe. en ik wensch niet meer als dat de groote God dese brief ter gelukkige uure in uwe handen brengen, en diat God uw hart, sodanig bewegen mag B Bas r Souratta onder Dato 25 meij 1749 en mag, dat het selve voor de Eede van een oud opregt vriend niet geslooten blijft. Dog eer ik verder gaa moet ik eerst aan uw Ed: een vriendelijk versoek doen. Dat is: dat uw Ed=s van het geen hier instaat, tegens niemand spreekt, veel „min dese brief aan imand vertoont, want ik heb hier met uw Ed: alleen en met niemand anders te doen En soo uEd: daar op eenig antwoord gelieft te senden dat versoek ik ook, dat uEd: mij uw eijgen en niet dat van een ander stuurt; op dat alles secreet blijven mag, soo als het bij is. want ik schrijf dese met mijne moensie alleen, en heb hem bedrijgt, dat soo hij hier van iets tegens een mensch spreekt, ik hem dan met sijne heele famielie uijt den dienst van dEComp=e weg Jagen sal, waar op uEd: gerust kunt sijn. Om dan tot de Paak te komen, soo gelieft eens op het bovenste van 't Casteel te gaan, en met eijgen ogen van opmerking den helen omtrek van souratta aan te sien. uw Ed: sal bevinden, de poorten gesleten; de muren gedeeltelijk om vergeworpen, de Negotie ge„ Atrerus, de Jnwoonders gedoot en verjaagt, hare huijsen verbrand en geruineert, hare goederen ge„ „roost en geplondert; hare inkomsten afgesneden, en haare harten met schrikt en vrese bevangen over het gene nog gebeuren sal, En god weet wat eer meer voor Elende zijn, die geen mensch sien veel min beschrijven kan. Als uwEd: dit alles wel in sijn gemoet bevat heeft, gelieft dan eens met naderk te overwegen, wat van alle dese ongelukken de Eijgentlijke oorsaak is! Ik seg, en uw Ed: sal het met mij seggen: De oorlog en verschil, dat tot ongeluk van de stad op gekomen is, en sig vast geset heeft in twee harten, die steeds een hadden dienen te blijven; en welker onEenigheijt nu al door de tusschen komst van anderen soo verre gekomen is dat de selve naauwlijks weder weg genomen werden kan. UEd: Van Souratta onder dato 2: meij 1749 uwEd: en de Nabab saasterchan voeren met malkander oorlog, eenen bettere oorlog, die nu al over een jaar geduurt heeft en waar door bereets soo veel onschuldig bloet vergoten is; waar voor dit veel in de wareld gehoort! twee bloet vrienden vegten om haar Erfdeel, sij vervremden iets dat haar in eijgendom toe komt; sij verderven iets dat sij moeste herstellen, en sij beroven sig selfs van het middel, om hare welvaart, eere en aansien Eeuwig duurende te maken, uw Ed: weet wel, dat als een boom heel is, kan hem niemand breken; maar als hij geklooft is, een ieder. uw Ed: en de Nabab Laasterchan hebbe eene en deselfde groote Sa„ „milie! uwE twee harten dienen ook een en de selfde te blijven, of anders word de familie mede van Een gescheurt, en daar door sodanig verswakt, dat sig gemackelijk een derde daar boven verheffen kan, Nu is het nog tijd om dit voor te komen. Als de oorlog op hout, hout ook al het gevaar en ongeluk op, dat daar aan verknogt is, En om de oorlog weg te nemen, kan uwEd: niet veel moeijte kosten. mag ik het seggen het geen mij 'er van dunkt dan is mijn eenigste raad, dat uwEd: alle quade gedagten dient te verbannen, en ontrent de Nabab Saafterchan soo te handelen, als uw Ed: in eengelijk geval wenschen soude, dat omtrent uw Ed: beijde eens bent, wie sal dan hier oorlog aan regten! wie zal uw Ed: nakomelingen 1795 Bassoura Souratta onder dato 25 meij 1749 e nakomelinge de Eere roven, die gij ver„ Eenigt zijnde verkrijgen kunt! En wie sal Jaan magt genoeg hebben sig tegens UE ^ te kanten Jk voor mij weet niemand; een uw Ed=s sult nog de Marhittas, nog iemand anders hoeven te wesen. uw Ed: schatten en rijkdom„ „men sullen vermeerderen. En uwEd: sult bij de heele waereld, maar voornamentlijk bij de arme inwoonders deser stad veel Eere en een groote naam behalen. daar in tegendeel, als uw Ed: met emalkan„ „der on eenig en in oorlog tijd alles te gronde moet gaan. De stad sal sonder negotie en bij gevolg ook sonder rijkdommen blijven. Js de stad arm en uijt geput, uw Ed: kan mede niet rijk worden, De thollen en andere inkomsten houde op, uw Ed: sal sig moeten getroosten sijn eijgen geld aante grijpen. En hoe veel dit ook wesen mogte het moet Eijndelijk eens op raken. De rijkdommen moeten verteert werden! en als dan alles gedaan is, wat maar immers heeft kunnen ge„ „daan werden, dan sal soo min voor d' Eene„ als den anderen iets overblijven, als eene geruineerde stad, een slegte naam, en eene arme verswakte familie Deukt niet dat ik dit met voor ingeno„ „mentheijd schrijf of dat ik de Nabab Taafterchan meer genegentheijd toe draag als uwEd: gij bent voor mij beijde een
English
At Souratta, under date 22 May 1749 one, and I only wish that you among and with one another might also be united. God knows that my heart is sincere, that I still bear Your Honour the same affection that I have had for Your Honour from the very beginning; but I have had to remain silent because my lords and masters so desire it. Nor can I think it good that strangers meddle in the dispute of blood relations and make it greater through fatalities. And therefore until today I have meddled, nor could meddle, no more on the one side than on the other. I also always still had hope that an end would at last come to the matter, and the city would be brought to peace: but now I see quite otherwise. I find that even the greatest power that can be united in Souratta has not yet been able to bring it to an end, and therefore I can also no longer keep silent. I must candidly place before Your Honour's eyes what my thoughts are. The matter is of too much importance to Your Honour. And if I did not know this, I would keep this letter to myself, for I myself have no interest in it, because I am going to Batavia shortly. And the Honourable Company also does not care so much if this city is ruined, because if it cannot trade here, it departs for another place. Please therefore do not read this letter with prejudice, but consider well 1797 Bassoura From Souratta under date 25 May 1749 rob descendants of the honour which you, being united, can obtain! And who will have power enough to maintain themselves against Your Honour? I for my part know no one; neither Your Honour's [illegible] nor the Marhittas nor anyone else need to be feared. Your Honour's treasures and riches will increase. And Your Honour will obtain much honour and a great name throughout the whole world, but especially among the poor inhabitants of this city. Whereas on the contrary, if Your Honour is disunited and at war with one another, everything must go against you. The city will remain without trade and consequently also without wealth. If the city is poor and exhausted, Your Honour can likewise not become rich. The tolls and other revenues will cease; Your Honour will be obliged to resort to using your own money. And however much this might be, it must eventually run out. The riches must be consumed. And when everything has been done that could ever have been done, then just as little will remain for the one as for the other, except a ruined city, a bad name, and a poor weakened family. Do not think that I write this with prejudice or that I bear the Nabab Saasterchan more affection than Your Honour; to me you are both From Souratta under date 22 May 1749 one, and I only wish that you among and with one another might also be united. God knows that my heart is sincere, that I still bear Your Honour the same affection that I have had for Your Honour from the very beginning; but I have had to remain silent because my lords and masters so desire it. Nor can I think it good that strangers meddle in the dispute of blood relations and make it greater through fatalities. And therefore until today I have meddled, nor could meddle, no more on the one side than on the other. I also always still had hope that an end would at last come to the matter, and the city would be brought to peace: but now I see quite otherwise. I find that even the greatest power that can be united in Souratta has not yet been able to bring it to an end, and therefore I can also no longer keep silent. I must candidly place before Your Honour's eyes what my thoughts are. The matter is of too much importance to Your Honour. And if I did not know this, I would keep this letter to myself, for I myself have no interest in it, because I am going to Batavia shortly. And the Honourable Company also does not care so much if this city is ruined, because if it cannot trade here, it departs for another place. Please therefore do not read this letter with prejudice, but consider well 1797 Bassoura From Souratta under date 25 May 1749 consider what has already happened, and what may yet happen. God knows all. God sees all, God also has all in His keep: the greatest rulers in the world are only His vicars. If they govern well, He rewards them for it; but if they govern ill, His punishment is just, and He pays attention to nothing more than to the tears and sighs of poor people who are oppressed by power. When Your Honour considers this well, there is also no doubt that Your Honour will immediately exert all efforts to remove that which until today has given occasion to so many tears and sighs; and Your Honour will obtain a heart that will wish for nothing more than only to see that restored which can make Your Honour, his esteemed family, and so many thousands of people happy. If my faithful advice finds a little acceptance, then I most kindly request that you send to me quietly in writing, by this same way, in what manner Your Honour thinks that the war can be eradicated and peace restored. I shall also write a short letter to the Nabab Saasterchan to request the same from him. And when I have that from both sides, I shall see what must then be done. God, I hope, will support my good intention, for it is not for myself, but only for the poor inhabitants of this city, who cannot help themselves. What more shall I write except that I once again request that Your Honour will show this to no one, but immediately tear it into pieces or send it back to me. I shall also do likewise. Which, having been read by the joint members and very well approved, first 1
Dutch transcription
an Souratta onder Dato 22 meij 1749 een, en ik wenschte maar, dat gij met en onder malkander ook eens mogte wesen, God weet dat mijn hart opregt is, dat ik uw Ed: nog deselfde genegentheijd toedraag, die ik van de beginne af voor uw Ed: gehad heb; maar ik heb mij moeten stil houden, om dat mijner heeren en meesters het soo begeeren. Jk kan ook niet den„ „ken dat het goed is, dat vreemde sig in het verschil van bloed vrienden melleren en het selve door de dodelijkheden grooter maken. En daar om heb ik mij tot heden aan d' Eene hant niet meer daarmede bemoeijt nog kun„ „nen bemoeijen, als aan de andere Ik heb ook nog altoos hoopgehad, dat van de saak eens een eijnde komen, en de stad in rust gebragt werden soude: maar nu sie ik heel anders. Ih ondervind dat selfs de grootste magt, die in souratta verEenigt kan werden, het nog tot geen eijnde heeft kunnen brengen. en daarom kan ik ook niet langer stil swijgen. Jk moet uwEd: eens openhartig voor oogenleggen„ wat mijne gedagten sijn. Desaak is voor uw Ed: van te veel aangelegentheijd. En bij aldien ik dit niet wiste, is soude dese brieff wel te huijs houden, want ik voor mij heb 'er„ geen belange in, om dat ik binne kort na Batavia gaa. En de E: Comp=e kan 't ook soo veel niet schelen als dese stadt geruineert is, om dat sij hier niet kunnende negotieren, naar een andere plaats vertrekt. Gelieft dier halven dese brief niet met een vooroordeel te lesen, maar wel te bedenken 1797 Bassourd Van Souratta onder dato 25 meij 1749 nakomelingen de Eere roven, die gij ve Eenigt zijnde verkrijgen kunt! En wie si aan magt genoeg hebben sig tegens uE te ha Jk voor mij weet niemand; een uw Ed=s In nog de Marhittas, nog iemand ander hoeven te wesen. uw Ed: schatten en rijkd „men sullen vermeerderen. En uwEd: sult de heele waereld, maar voornamen bij de arme inwoonders deser stad ve Eere en een groote naam behalen. daar in tegendeel, als uw Ed: met emal „der oneenig en in oorlog sijd alles teg„ moet gaan. De stad sal sonder negotie bij gevolg ook sonder rijkdommen blijv Is de stad arm en uijt geput, uw Ed: han mede niet rijk worden, De thollen en ander inkomsten houde op, uw Ed: sal sig moet getroosten sijn eijgen geld aante grijpen. En 'd veel dit ook wesen mogte het moet Eijnde eens op raken. De rijkdommen moeten verteert werden. en als dan alles gedaan wat maar immers heeft kunnen g „daan werden, dan sal soo min voor d'E als den anderen iets overblijven, als ee geruineerde stad, een slegte naam, e eene arme verswakte familie Denkt niet dat ik dit met voor inge¬ „mentheijd schrijf of dat ik de Naba„ Taafterchan meer genegentheijd to draag als uw Ed: gij bent voor mij d een Van Souratta onder Dato 22 meij 1749 een, en ik wenschte maar, dat gij met en onder malkander ook eens mogte wesen, God weet dat mijn hart opregt is, dat ik uw Ed: nog deselfde genegentheijd toedraag, die ik van de beginne af voor uw Ed: gehad heb; maar ik heb mij moeten stil houden, om dat mijner heeren en meesters het soo begeeren. Jk kan ook niet den„ „ken dat het goed is, dat vreemde sig in het verschil van bloed vrienden melleren en hier selve door de dodelijkheden grooter maken. En daar om heb ik mij tot heden aan d' Eene kant niet meer daarmede bemoeijt nog kun„ „nen bemoeijen, als aan de andere Ik heb ook nog altoos hoop gehad, dat van de saak eens een eijnde komen, en de stad in rust gebragt werden soude: waar nu sie ik heel anders. Ih ondervind dat selfs de grootste magt, die in souratta verEenigt kan werden, het nog tot geen eijnde heeft kunnen brengen. en daarom kan ik ook niet langer stil swijgen, Jk moet uwEd: eens openhartig voor oogenleggen, wat mijne gedagten sijn. Desaak is voor uwEd: van te veel aangelegentheijd. En bij aldien ik dit niet wiste, is soude dese brieff wel te huijs houden, want ik voor mij heb 'er„ geen belange in, om dat ik binne kort na Batavia gaa. En de E: Comp=e kan 't ook soo veel niet schelen als dese stadt geruineert is, om dat sij hier niet kunnende negotieren, naar een andere plaats vertrekt. Gelieft dier halven dese brief niet met een vooroordeel te lesen, maar wel te bedenken 1797 Bassoura Souratta onder Dato 25 meij 17409 Van bedenken, wat al reets gebeurt is, en wat nog gebeuren kan, God weet alles. Godsiet alles, God heeft ook alles in sijn wagt: de Grootste hoofde in de waereld sijn maar alleen sijne stadhouders, Regeren sij wel, hij beloont haar daar voor: maar Regeren sij qualijk, sijne straffe is geregt, en hij slaat nergens meer agt op, als op de tra„ „nen ende sugten van armen menschen, die door magt onderdrukt worden. Als uwEd: dit wel bedenkt dan is 'er ook geen twijffel aan, of uw Ed: sal ten eersten alle kragten in spannen, om dat weg te nemen, wat tot heden nog soo veel tranen en sugten aanleyding gegeven heeft; en uw Ed: sal een hart krijgen dat niets meer wenschen sal, dan maar dat herstelt te sien, wat uw Ed=e des„ selfs aansienlijke familie en soo veel duijsen„ „de menschen geluckig maken kan. Als mijne getrouwen raad een weijnig ingang vindt, dan versoekt ik op het vriendelijkste mij door dese: selfde weg in stilte schriftelijk toe te senden, op wat wijse uw Ed: denkt dat de oorlog kan uijt„ geroeijt en de vrede herstelt werden; Ik sal aan den Nabab saasterchan ook een briefje schrijven, om van hem het selfde te versoeken. En als ik dat van weerskanten heb, sal ik eensr sien wat 'er dan gedaan moet werden, God hoop ik sal mijn goed voornemen ondersteunen, want het is niet voor mij, maar alleen voor de arme ingesetenen deser stad, die sig selfs niet helpen kunnen. Wat sal ik meer schrijven als dat ik nognaals versoek dat uw Ed: desen aan niemand, wil sien laten maar aanstonds in stucken scheuren of mij mede te rug senden, Jk sal ook soo doen. Dewelke door de Gesamentlijke Le„ „den gelesen en seer goed gekeurt sijnde eerst 1
English
1799 From Souratta under date 25 May 1744 was first sent for review to Saasterchan. On the 22nd, it was received back from Paasterchan with the declaration that it was entirely to his satisfaction. And then, having made the proper arrangements to have it delivered to Mia Atsjent very early on the 23rd without anyone's knowledge, reliable news was received that on that day the English, with their entire force, together with that of Mia Atsjent, would make a sortie against Paasterchan; and thus judging it best to await the outcome thereof first, the letter remained lying until the evening, when it was heard that instead of the scheduled sortie, a complete peace had been concluded. And since on the 24th this could no longer be doubted in the least, as Safderchan had already begun to dismantle his batteries and send his best goods to the Castle, the letter, with the advice and consent of the Council, was not sent off at all. of Bassourd From Souratta under date 25 May 1749 Of the deserters, seven individuals have arrived since the latest meeting, and all have been accepted into the service of the Honorable Company as sailors at 9 guilders per month, under a bond of three years commencing from the day of their arrival, namely: The 24th instant Ritsert Hasitter of London And the 25th Faas Bonna of Barbados Dijk Nickels of Newcastle Willem Rotjes of Bullington Ritsjert Bleek of Portsmouth Thomas Penten of London and Willem Lermnon of Poole underneath stood: Thus done and resolved in the Honorable Company's Garden at Souratta on the day, month, and year aforesaid. was signed: I. Schreuder, J.b Pecock, A.t C.s de La Haije, I. Sanderus, C.r L. Ienssen, B.m Rijzer. Friday 1801 From Souratta under date 25 May 1749 Friday, 27 December Anno 1748. All present except the warehouse master Brandijn Rijzer for the same reasons as before. This morning, the Honorable Company's brokers, having presented everything to Siedie Massoetchan that had been ordered of them in yesterday's meeting, received from him the answer: That if the people could be handed over again, it would be a very good thing; and that Mia Atsjent, in order to persuade the Director to this, and thus give Mr. Dorril satisfaction, would not only send Mier Mahomet Alie and the merchants, but might even come in person; but since it could not be that he would make this known to Mia Atsjent, and that it was meanwhile not at all bad for them to go to Mr. Dorris and speak with him directly about that matter. They therefore proceeded at once to that gentleman and posed the question 5th Bassourd as From Souratta under date 25 May 1749 as had been ordered of them. Which he answered by saying that it was the truth that he demanded his people back from Mia Atsjent, because they were not his, but Mia Atsjent's people, and that it would be a very good thing if he got them back amicably, or if not, that great troubles would arise from it. They asked thereupon: with whom? With Mia Atsjent or with the Dutch? That is all the same, he replied; the people belong to Mia Atsjent and not to me, he must arrange for them again. And when they further pointed out to him that it was not good for him to go complain to Mia Atsjent, since he would indeed do better to make his desires known directly to the Director, he declared that he could not enter into that, because the Director was not inclined to maintain friendship, as was evident from the fact that he had promised, both in person and through two council members, to pay him a visit three days after the 1803 From Suratta under date 25 May 1749 conference held on the ship of Mr. Lembe, but that up to this day nothing had come of it. The brokers having made this report to the Director, His Honour at once had the meeting convened, in which he repeated the same. This being taken into consideration as to what ought next to be done, the Director was of the opinion that since Mr. Dorril seemed to have a bad understanding of the promised visit (see note to the Resolution of the 11th instant), from which his improper conduct might largely have its origin, one could do no better than to send those same commissioners back to him who had spoken with him about the matter, in order to convince him that such promises as he alleged had been made neither by His Honour in person nor by themselves, but rather to visit him two or three days after the disturbances were over and the city gates were opened; while Bassoura From Souratta under date 25 May 1749 they would at the same time seize the opportunity not only to ask him for the answer to the last letter sent to him, but also to reproach him in polite terms as to why he gave up such an honor that he, namely on matters concerning Europeans, went to complain to natives, when he himself had first broken the contract and consequently had given cause for the desertions, with all that flowed therefrom. Which being approved and resolved by the combined members, the junior merchants Johannes Sanderus and Christiaan Lodewijk Serff were instructed by the Director to take this commission upon themselves and to execute it this very day. And since just now two more deserters have presented themselves, namely: Willem Vrijer of Waltham in Essex Willem Donkele of Northampton It was further decided, upon their request made, to accept them into the service of the Honorable Company as sailors at with
Dutch transcription
1799 Van Souratta onder dato 25 meij 1744 eerst ter resumptie naar Saasterchan gesonden wierd Den 22„e ontfing men die van Paastorchan weder te rug met de betuijging, dat deselve heel wel na sijn genoegen was. En toen de behoorlijke schickking gemaakt hebbende, om deselve Den 23„e heel vroeg sonder iemands weten aan Mia Atsjent te laten bestellen, so kreeg men secure tijding, dat dien dag de Engelschen met haare heele magt, benedens die van Mia Atsjent, op Paasterchan enen uijtval doen souden; en dus best oordelende, daar van eerst den uijtslag af te wagten, so bleef de brief leggen tot savonds, als wanneer men hoorde, dat in stede van de vastgestelde uijtval, een volkomen vreede gesloten was. En dewijl men Den 24„e hier aan in 't minste niet meer konde twijffelen, door dien safder„ „chan toen al begon sijne batterijen af te breeken, en sijne beste goederen na 't Casteel te senden so is de brieff met advijs en toestemming van den raad in't geheel niet afgesonden. van Bassourd Van Souratta onder dato 25 meij 1749 Van de Overlopers zijn 'tsedert de Jongste bij eenkomst seven stux aan „gekomen, en alle voor Mattrosen met ƒ9– p„s maand, onder een verband van drie Jaaren ingaande van den dag harer komste, in den dienst van dE Comp:e aangenomen, te weten Den 24 Courant Ritsert Hasitter van London e En den 25„e Faas Bonna „ de Barbiesjes Dijk Nickels „ Nieuwcassel Willem Rotjes „ Bollentong Ritsjert Bleek Portsmout „ Thomas Penten„ London en Willem Lermnon„ Poul /:onderstond:/ Aldus gedaan en Gearresteert in 'sEComp:s Thuijn te Souratta ten dage, maand en Jaare voor„ „meldt (:was getekent:/ I Schreuder J„b Pecock A„t C„s de La Haije/I„ Sanderus, C=r L: Ienssen B=m Rijzer Vrijdag 1801 Van Souratta onder dato 25 meij 1749 Vrijdag den 27 december Anno 1748. Alle Praesent dempto de Pakhuijsmeester Brandijn Rijzer om redenen als vooren G beden morgen 'sEComp:s makelaars aan Siedie Massoetchan alles voorgedragen hebbende, wat hun in de bijeenkomste op gisteren aan bevolen was, kregen van hem tot andwoord: Dat als het volk weder overgegeven worden konde, het eene seer goede saak wesen soude; En dat Mia Atsjent om den heer directeur hier toe te bewegen, en dus m„r dorril Genoegen te geven, niet alleen Mier Mahomet Alie en de kooplieden senden maar ook mogelijk selfs in persoon komen soude; Dog dewijl het niet sijn konde, dat hij sulx aan Mia Atsjent bekent maken soude; En dat het intusschen gantsch niet quaad was, dat sij naar M„r dorris gingen, en met hem selfs over die saak spraken Sij vervoegden sig dierhalven ten eersten bij dien Heer, en deden de vraag, Vde Bassourd so e E Van Souratta onder dato 25 meij 1749 so als haar bevolen was. dewelke hij be„ „antwoorden met te seggen, dat het de waarheijt sij, dat hij sijn volk van Mlia Alsjent wederom begeerde, om dat het niet sijn, maar Mia Atsjent volk was, en dat het ene seer goede saak soude wesen, als hij het selve met goedheijt weder om kreeg, of so niet, dat 'er dan grote moeijelijkheden uijt ontstaan souden. Sij vroegen daar op met wie. met Mia Atsjent of met de Hollanders. Dat is even„ „veel repliceerde hij, het volk hoord Mia Atsjent toe, en niet mij, hij moet het wederom beschicken. En toen sij hem wijders voorhielden, dat het niet goed was, dat hij bij Mia Atsjent ging klagen, vermits hij immers be„ „ter soude doen sijne begeerte direct aan den Heer directeur bekent te laten maken soo verklaarde hij, daar toe niet te kunnen treeden, om dat de Heer directeur niet genegen was vriendschap te houden, gelijk daar uijt bleek, dat hij so wel in persoon als door twee raads„ „leden beloofdt hadde, drie dagen na de gehoudene 1803 Van Suratta onder dato 25 meij 1749 gehoudene conferentie op het schip van M„r Lembe, eene visite bij hem te sullen komen afleggen, maar dat daar van tot heden nog niets gekomen was. De Makelaars dit rapport aan den heer directeur gedaan hebbende liet sijn Edele ten eersten de vergadering beleggen, waar in hij het selve herhaalden. Hier op in overweging genomen sijnde wat nu het naste gedaan diende te werden So vermeende de Heer directeur, dat dewijl M„r Dorril van de beloofde visite vide aan „tekening ter Resolutie van den 11„e Courant, een quaad begripscheen te hebben, waar uijt mogelijk het onbehoorlijk gedrag van hem grotelijks sijnen oirsprong hadde, men niet beter doen konde, als senden die selfde gecommitteerdens weder bij hem, die met hem over de saak gesproken hadden, ten eijnde hem te overtuijgen, dat sulke blosten als hij voorgaf, nog door sijn Edele in persoon, nog door haar selfs gedaan zij, maar wel, om twee a drie dagen, na dat de onlusten gedaan, en de stadspoorten geopent soude wesen, bij hem te komen, terwijl Bassoura Van Souratta onder dato 25 meij 1749 terwijl sij teffens de gelegentheijd soude waarnemen, en hem niet alleen, om het andwoord op de laatst aan hem afgeson„ „dene brief te vragen, maar ook in beleef„ „de termen verwijten kunnen, waarom hij so eene eere overgaf, dat hij, namentlijk over saken, de Europees betreffende, bij inlanders ging klagen, daar hij immers eerst selfs het contract gebro„ „ken, en bij gevolg tot de Deserties, met alles wat daar uijt voortgevloeijd zij, aanlijding gegeven hadde. Het gunt door de gesamentlyke leden goedgekeurt en vast gesteld zijnde, de ondercooplieden Johannes Sanderus en Christiaan Lodewijk Serff, door den Heer directeur gelast wierden, dese Commissie op sig te nemen, en heden nog ter uijtvoer te stellen. En dewijl sig so even weder Twee overlopers aangegeven hebben, in name Willem vrijer van Wolter in Essex Willem Donkele „ Nothemteng So wierd nog besloten haar op haar gedaan versoek in den dienst van dE Comp„e aan te nemen voor mattrosen ter met
English
1805 From Surat under date 25 May 1749 at ƒ9 per month, in return for which he shall serve out an engagement of three years from this day forward. Below stood: Thus done and arrested in the Honourable Company's Garden at Surat on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J. Schreuder, J. Pecock, A. C. De La Haye, J. Sanderus, L. Seuffen, B.m Rijzer. Saturday the 28th of December, Anno 1748. All Present. Yesterday afternoon the commissioned members of this assembly, Johannes Sanderus and Christiaan Lodewijk Seuff, having proceeded to the English lodge pursuant to the resolution taken, found Mr. Dorril there assembled with his entire council, and were received with the utmost politeness. They fulfilled their commission, and added thereto everything within their power to bring other ideas into those gentlemen's minds; but their trouble was in vain; since Bassoura From Surat under date 25 May 1749 since, after four hours' delay, they were forced to return without having accomplished the least thing; and proper report thereof having been made to the Director, His Honour convened the assembly today and therein repeatedly received from them the following report: When we had paid the customary compliments, our first message regarding the visit was that the Director had not promised it three days after the conference held, but as soon as the disturbances should be ended and the city gates opened. Mr. Dorril said that he had understood three days after the conference. Mr. Sadleir and Lambe, who were present at that time, said the same, and remaining immovably attached thereto, notwithstanding that we convinced them from various discourses held at that time that without contradicting ourselves we could not have spoken thus, we were finally forced to leave this point, 1807 From Surat under date 25 May 1749 to leave this point, saying that although they might have understood it so, it had nevertheless by no means been our intention. Whereupon Mr. Dorril declared that he also did not pay the least regard to that, much less kept anything in his mind concerning it. Regarding the letter, Mr. Dorril declared upon our inquiry that he found nothing in it that merited any answer, since it was only Harkara news, of which one could obtain as much as one wanted. We submitted to him hereupon: That it was also not given to him as absolute truth, but only as the common rumour of the city, in order to show him a way by which he might get at the pure truth, as he himself had promised to seek it out; and that even if the whole tale might contain no truth, the statement of Mia Achand was nevertheless by no means to be dismissed, and in that respect alone it was of sufficient importance for him to be able to defend his own honour. But he acted as if this was not at all worthy Passoura From Surat under date 25 May 1749 worthy of speaking about, saying with Mr. Price that Mia Achand declared he had never made such a statement; and even if Mia Achand had said it, yea, even if the whole city said it, he would nevertheless consider it untrue and not trouble himself with it; thinking that his character was far too great to occupy himself with such trifles. Furthermore, speaking of the Deserters, and reproaching him that he had first broken the contract and detained five men before the Director had taken back one, he declared he knew nothing at all of any contract. We then repeated the whole connection of what had successively occurred in this regard with Mr. Johnson on the 23rd of October and with Mr. Dorril on the 17th of November last; but the one and the other denied knowing anything of it. And as they also remained positive therein, without being willing in the least to be convinced or to accept any reasons, we likewise departed from that point, assuring them in serious terms that it might well be that we had spoken badly, or that they had misunderstood us, but that we nevertheless so little doubted the truth of 1809 Surat under date 25 May 1749 the truth of our statement that we were ready to confirm the same at all times with a solemn oath. We also reproached Mr. Dorril with how poorly he had acted and how greatly he had diminished his own honour by addressing himself to Mia Achand regarding the deserters; since he himself well knew that one European nation could not go and complain about another to the native ruler without exposing itself to ridicule; whereas he could certainly have settled it much more easily by simply sending one or two deputies to the Director, in which case he would certainly have obtained a fair answer on everything he might have to demand. But instead of replying properly to this, he asked with some vehemence: Who is demanding anything of you? Not I. I have nothing to claim from you, nor do I desire anything: The people who ran away from us must be returned by Mia Achand, whether they be with you, with the French, the Portuguese, or wherever it is; and therefore I shall not send to you, for it is in Mia Bassoura
Dutch transcription
1805 Van Souratta onder dato 25 meij 1749 met ƒ9 per maand, om daarvoor van heden af een verband van drie Jaaren uijt te dienen /:onder stond/ Aldus Gedaan/ en g'arresteerdt in sE Comp:s Thuijn te souratta ten dage maanden jaare voormelt /:was getekent:/ I„ Schreuder, J„b Pecock A„ C„ De La Haije, I: Sanderus, L: Seuffen B=m Rijzer Saturdag den 28 decemb: Anno 1748. alle Praesent Gisteren agtermiddag de gecommitteerde leden deser vergadering Iohannes sanderus en Christiaan Lodewijk Seuff, sig ingevolge het genomene besluijt naar de Engelsche logie vervoegt heb„ „bende, vonden aldaar M„r dorril met sijnen helen raad vergadert, en wierden met alle uijterste beleefheijt ontfangen sij voldeden aan hunnen last, en voegden daar alles bij wat hun mogelijk was, om die Heeren ande „re denkbeelden in 't hooft te brengen: maar hunne moeijte was vrugteloos; vermits Bassoura Van Souratta onder dato 2:' Meij 1749 vermits sij na vier uuren vertoevens genoodsaakt waaren weder te rug te keeren sonder iets het minste uijt te voeren, en waar van aan den Heer directeur behoorlijk verslag gedaan zijnde. sijn Edele heden de vergadering belegt en daar in bij herhaling van haar het volgende rapport gekre„ „gen heeft. „wanneer wij het gewond Compliment „ afgelegt hadden was onse eerste, bood„ „=schap wegens de visite, dat de Heer „ directeur die niet belooft hadde, drie „dagen na de gehoudene Conferentie, „maar soo dra de onlusten soude gedaan „en de stadspoorten geopent wesen. „ De heer dorril sijde dat hij verstaan „hadde drie dagen na de Conferentie „m„r sadlair en Lembe, die toen ter tijd „present geweest waaren seijde het „selfde, en daar bij onder anderlijk „blijvende, niet tegenstaande wij „haar uijt verschijdene toenmaals „gehoudene descoursen overtuijgden dat wij sonder ons selfs tegen te spreken „so niet gesegt konden hebben so waaren „wij genoodsaakt, op 't laatst van dit point 1807 Van Souratta onder dato 25 meij 1749 „point af te wijken, met te seggen, dat „ schoon sij dat soo verstaan mogten hebben, „ het egter in genen dele onse mening ge„ „weest was; Dog waar omtrent M„ „Dorril verklaarde, dat hij daar op ook „ in 't geheel niet sag, veel min dien aangaan„ „=de iets in sijnen gedagten hield- Ten „ opsigte van de brief verklaarde den „Heer dorril op onse afvrage, „dat hij daar bij niets vond, dat „eenig andwoord meriteerde, vermits „het alleen nieuws van Harkaras „was, dat men krijgen konde, so veel „ men wilde /. Wij stelden hem „ hier op voor: Dat het hem ook niet „voor vaste waarheijt gegeven wierd, „ maar alleen voor het gemeenste gerugte „van de stad; ten eijnde hemenen „weg aan te wijsen, waar langs hij „ agter de suijvere waarheijt soude „kunnen komen, door dien hij selfs „belooft hadde die te sullen opsoeken, en „dat schoon de heele vertelling geene „waarheijt inhouden mogte, egter het „seggen van Mia Atsjent geensints „te verwerpen, en het ten dien opsigte „ alleen voor hem van genoegsame „ aangelegentheijd was, om sijne eijgene „ eere te kunnen verdedigen. maar hij „deed als of dit in't geheel niet eens waardig Passoura Van Souratta onder dato 25 meij 1749 „waardig was daar over te spreeken, seg„ „gende met M„r Rruijs, dat Mia Atsjent „betuijgende sulx nooit verklaart te hebben „ en al hadde Mia Atsjent het gesegt, Ja „ al sijde het de heele stad, dat hij 't egter „voor omdaar houden, en sig daar aan „niet storen soude; Denkende dat sijn „caracter veel te groot was, om sig met sulke „ beuselingen op te houden voorts over de Deserteurs sprekende „en hem verwijtende dat hij het Contract „ eerst gebroken en vijf man aangehouden „hadde, eer de Heer directeur eenen weder„ „om genomen hadde, soo verklaarde hij „in't geheel van geen Contract te weten. „ wij repeteerden toen den helen samenhang „van het geen desen aangaande successive „voorgevallen is, M„r Iohnson op den „ 23 Octob:r en met M„r Dovril den 17„e Nodem„ „=ber I„o leeden. maar de een en de andere „logende ergends af te weten. En dewijl sij „ook daar bij Positieff bleven, sonder sig „in't minste te willen laten overtuijgen „of eenige redenen aannemen, so stapten „wij ook van dat point af, met hare „in serieuse termen te versekeren dat „het wel sijn konde, dat wij qualijk gespro„ „ken, of sij ons qualijk verstaan hadden, maar dat wij nogthans aan de waarheijt van 1809 Souratas onder dato 25 meij 1749 Jan „van ons gesegde so men twijffelende „dat wij bereijd waaren, het selve ten „allen tijden met solemnele Eede te „ bevestigen Ook verweten wij M„r Dovril hoe slegt „hij gedaan en hoe grotelijks hij zijne „eijgene eere verkleijnt hadde, met sig „wegens de deserteurs aan Mia Atsjent „ te addresseeren; vermits hij selfs „wel wiste dat ene Europeese natie „ over de andere niet bij den Inlander „ konde gaan klagen, sonder sig selfs „ten toon te stellen, Daar hij 't immers „ veel gemakkelijker afkonde met sim„ „=pele een of twee gecommitteerdens aan „den Heer directeur te senden, als wanneer hij sekerlijk op alles wat hij „te vorderen mogte hebben een billijk „ beschijd erlangen soude maar in stede „ van hier op naar behooren te andwoor„ „den, so vroeg hij met eenige heftig„ „heijt: wie Eijscht van UE iets. Ik niet „ Ik heb niets van UE: te pretendeeren, „ en begeer ook niets: Het volk „dat van ons weg gelopen is, moet „sia Atsjent wederom besorgen, het „ sij van UE van de francen, de Portugesen, „ of waar het is, en daarom sal ik bij UE niet senden, want het is in Mia tee Bassoura
English
From Souratta, dated 25 May 1749. had been in Mia Atsjent's service. He has paid their board and wages, etc. We countered him in reply that, even though this was so, he nevertheless knew very well that people in Europe did not live like that; on the contrary, notwithstanding that people lent men to someone, they still had to take care of the desertions themselves, as had recently been shown by the English and Dutch auxiliary troops who had been in the Emperor's service. For, in order to prevent their desertions, neither His Royal Majesty of England nor the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands had applied to the Emperor, but had instead concluded a cartel with one another, a copy of which could be seen in public newspapers. But Mr Dorril replied that that was a very different case, which bore no resemblance to this one. We believed it did, and said moreover that through this improper demand he was depriving himself of a privilege that he would never regain; namely, the natives knew no better than that it was a fixed and inviolable law among Europeans that they never surrendered anyone who had once sought and obtained their protection. 1858 From Souratta, dated 25 May 1749. and on that ground they even permitted, although very much against their will, that one might grant protection even to natural-born subjects of the Great Mogol. If he now pressed Mia Atsjent so strongly for the surrender of these men, and sometimes obliged him, so that he compelled us by irresistible force to surrender them again—which we nevertheless well knew would not happen—then the rulers would always claim the same and would no more allow him than us ever to grant protection to a native again. He answered that he knew nothing of such a privilege, that he had never yet given protection to a native, and that if such had indeed happened, it had been with the full consent of the rulers, without which he would also never proceed to do so. We showed our astonishment at this, and opined that living examples, such as Facherodien etc., had shown otherwise. But he stuck to his words, and repeated once more that he made no claim against us, but indeed against Mia Atsjent, who was obliged to procure his men back for him, and that if he were in Mia Atsjent's place, he would soon Bassoura From Souratta, dated 25 May 1749. get them back again. We said that we could not comprehend in what manner, as he might well believe that, as long as we still had the least power to defend ourselves, this would not happen by force, but indeed by a contract, if he took the ordinary path customary among Europeans, as the Director had already done three times. But that he was cutting off the way to this, and with his complaints to Mia Atsjent was taking away all means to a friendly accommodation or a voluntary surrender; and since this was known to the whole world, anyone could therefore also well understand that he was not seeking through Mia Atsjent to get his men back from us in a proper manner, but rather to embroil us in entanglements and enmity with Mia Atsjent, from which nothing but misfortunes could arise. Mr Dorril answered that he could not care about that, or that he knew nothing of it, since he absolutely had to have his men back. Mr Pruijs added to this that they would have to be surrendered again. We replied that the surrender could not happen in such a manner, or it would 1813 From Souratta, dated 25 May 1749. have to cost heads; and they [replied], even if it should cost a hundred heads. We thereupon put it further to Mr Dorril that he might well consider what he was doing, since his conduct would certainly not be approved in Europe. But he took this upon his own account, and wherefore we continued: that since he was of such an opinion, we gladly wished to leave him to it, but that he then also must not take it amiss that we, on behalf of the Director, held him responsible for all damage that might sometimes be inflicted here upon the Honourable Company or its servants by Mia Atsjent. But he answered once more very coldly: That remains for my responsibility. Thus, being unable to accomplish anything with reasonable arguments, we at last gave him only this reply in brief words: That he should then just do whatever pleased him, and that the Director would wait and see what came of it; for by that path which he was currently pursuing, he would nevertheless never get his men back, as long as there remained even the least power to be able to defend oneself. Bassoura
Dutch transcription
Van Souratta onder dato 25 meij 1749 „ Mia Atsjents dienst geweest. Hij „ heeft het kost en gagie betaalt ensz wij „voerden hem weder te gemoed, dat schoon „dit soo was, hij egter wel wiste, dat men „in Europa soo niet Leefde in tegendeel dat „niet tegenstaande men volk aan „iemanden leenden, men moeste egter voor „de deserties selfs sorge dragen, gelijk nu „ nog Iongst gebleken was aan de En„ „gelsche en Hollandsche auxilair „ Trouppen die in 's keijsers dienst geweest „waaren, want om de deserties van dese „voor te komen hadden nog sijne koning„ „lijke maijesteijt van Engeland, nog de „ Hoog Mogende Heeren Staten generaal der „vereenigde Nederlanden sig aan den keij„ „ser geaddresseert, maar selfs met malkan„ „der een cartel geslooten, waar van de Copij „ in publiecque Couranten te sien was, maar „ M„r Dorril repliceerde, dat, dat een heel ander „geval was, het welke hier mede gene gelijk„ „heijt hadde. wij vermeenden van Ia. en „ seijden boven dien, dat hij door dese oneij„ „gene vordering sig selven een voorregt ont„ „=rok, dat hij nooit wederom krijgen soude; „namentlijk de Inlanders wisten nu niet „ beter, of het was onder de Europeers „ eene vaste en onverbrekelijke wet, dat „ sij niemand weder overgaven, die eens „haare protextie versogt en verkregen hadde 1858 Van Souratta onder dato 25 meij 1749 „ hadde, en sij stonden uijt dien hoofden „ selfs toe, schoon nog so seer met haar „ tegen sin, dat men selfs aangeboorne „ onderdanen van den groten Mogol „ Protextie verleenen mogte; Als hij nu „ op de overgave van dit volk bij Mia Atsjent „so sterk aandrong, en hem somtijds ver„ „=pligtede, dat hij ons door eene onwederstaan„ „baare geweld noodsaakte, het selve weder „over te geven, gelijk wij nogthans wel „westen, dat niet geschieden soude dan de „regenten sulx althoos praetendeeren en „ so min aan hem als aan ons toestaan „souden aan een Jnlander ooit weder „protextie te geven Hij andwoordte dat „ hij van so een voorregt niet wiste, dat & hij nooit aan een Inlander nog „ Protextie gegeven hadde, en dat sulx „ al geschied zijn mogte, het dan geweest „was, met volle toestemming van de „regenten, buijten dewelke hij ook daar toe „nooit treden soude. wij toonden ons hier „over verwondert, en meenden dat men „aan Levendige Excempelen, gelijk Fache„ „rodien ensz. anders te gesien hadde. maar „ hij bleef bij sijn gesegde, en repeteerde „nog eens, dat hij van ons niet praeten„ „=deerde, maar wel van Mia Atsjent die „verpligt was hem zijn volk wederom te „beschicken, en dat als hij in Mia Atsjent „plaats was, hij 't dan ook wel spoedig weder Bassoura Van Souratta onder dato 25 meij 1749 „ weder om, krijgen soude- wij seijden „ van niet te kunnen begrijpen op wat „wijse, door dien hij wel geloven mogte, „dat sulx soo lange wij nog de minste magt „ hadden ons te verweren, door geweld niet „ geschieden soude, maar wel door een „contract, wanneer hij de ordinaire, en „onder Europeers gebruijkelijke weg insloeg „ so als de Heer directeur nu al drie maal „ gedaan hadde; Dog dat hij de weg daar toe „ afsneed, en met sijn klagen aan Mia „ Atsjent alle middelen tot eene vriende„ „=lijke assopiatie of ene goedwillige „overgave wegnam; en dewijl dit aan de „heele wereld bekent was, dat dierhalven „ ook een ider wel begrijpen konde, „ dat hij niet sogte door Mia Atsjent zijn „volk van ons op eene behoorlijke wijse „ wederom te krijgen, maar wel om ons „ met Mia Atssent in embrouillies „ en vijandschap te wickelen, waar uijt „ niets als ongelucken ontstaan „konden, M„r dorril andwoord te, „dat hem dat niet schelen konde, of dat „hij daar niet af wiste, vermits hij abso„ „lute sijn volk wederom moeste hebben. „ M„r Pruijs voegde daar bij dat het soude „moeten weder overgegeven werden. wij „weder, dat de overgave op so ene wijse „niet geschieden konde, of het soude koppen 1813 Van Souratta onder dato 25 meij 1749 „ koppen moeten kosten; en sij al koste de „ het ook hondert koppen. wij voerden „ daar op M„r Dorril nader te gemoed, dat hij „ sig wel bedenken mogte wat hij deed, „vermits sijn gedoente sekerlijk niet in „ Europa geapprobeert soude werden „ maar hij nam dit voor sijne rekening, „ en weshalven wij vervolgden; dat dewijl „ hij van soo een gevoelen was, wij hem „gaarne daar in laten wilden, maar dat „ hij ons dan ook niet qualijk moeste „nemen, dat wij uijt naam van den „ Heer directeur voor sijne rekening lie„ „ten, alle schade, die de E Comp:e of haare „ bediendens alhier somtijds alhier som„ „=tijds door Mia Atsjent mogte toegebragt „worden. Dog hij antwoorde nog eens „heel koel: Dat blijft voor mijne der„ „antwoording; dus wij met billijke „ redenen niet kunnende uijtvoeren op „'t laatste hem ook maar met korte woor„ „=den dit beschijd gaven. Dat hij dan „ maar doen moeste hetgeen hem welbe„ „haagde, en dat de Heer Directeur „ afwagten soude wat 'er van quam; „want dat hij door dien weg, die hij thans „volgde, dog sijn volk nooit wederom „krijgen soude, so lange maar enige de „minste magt over was, sig te kunnen verweiren Bassoura we