VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 2842

Surat · 660 pages · 295 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_2842_0132 view scan ↗

English

271. From Mallabaar the 27th July anno 1754 From Mallabaar the 27th July anno 1754 [illegible] all have occurred without his knowledge and order. is extorted. by transporting the same Mallabaar. to bring under control, because otherwise no peace will be obtained in the Conquest; Instructed with such orders, our commando marched out of the Conquest through the lands of Paijencherij Nair, without having had the slightest encounter, as far as Chettua, where they retreated into the Company's fort, to recover from the fatigues of the march and to await further orders from us, because about 500 of the Zamorin's warriors, both Moors and Nairs, lay posted in a pagoda standing in the land of Paijencherij Nair near Poelicawro. It is known to Your High Excellencies what intolerable outrages the folk of the Zamorin, although His Highness pleases to feign that everything occurs without his order and knowledge, have committed and still commit in the Conquest, and what insult and ignominy is thereby done to our Noble Company, although we have always maintained a peace-loving conduct and have shown ourselves averse to all hostile enterprises. It is not enough that in an unlawful manner by His Highness the toll for the export of cow hides and anchorage money from the Company's vessels, which by wind and weather were forced to enter the river of Pananij, is demanded and extorted, that his Moors and Nairs continually plunder and rob the inhabitants of the Company's Conquests who pass and repass of everything they have on and with them, but to the utmost excess of insult the Company's lascars, who have business to attend to here and there, are called out to by the pepper smugglers, who in a year transport more than a shipload of pepper past Poelicarro to the north, and with the addition of words which decency and the respect we owe Your High Excellencies forbid to express, invited and requested just to be so kind as to inspect the vessels laden with pepper. Since all these inconveniences cannot be redressed otherwise than by the restoration of the Company's post at Poelicarro and a vigorous revival and maintenance of the Company's violated privileges and declined reputation in the lands of Paijencherij Nair, the evil consequences of which are felt so much in the Conquest and clearly reveal themselves in the loss of the pepper that by right belongs to our Company, and which is nevertheless transported before our eyes out of Southern Mallabaar away to the north, without anyone having opposed that unlawful and harmful smuggling trade to date, while elsewhere very costly means were used, [illegible] orders

Dutch transcription

271. Van Mallabaar Den 27:' Iulij A:o 1754 Van Mallabaar Den 27:' Julij A.o 1754 het omant maet entmwetig alles bedolen zijn kennis„ en last geschied zijn. afgedwongen word. door het vervoeren van den selven „labaar. onder schiermes te krijens, dewijl anders geen rust in 't Conquest zal te bekomen zijn; Met soedanige ordres g'itnstrucert, is ons Commandoe uit het Congerest opgemarcheert door de blanden Van„ Paijenchevij naem, sonder eenige de minste ontmoe„ „ting gehad te hebben, tot Chettua toe, daar ze in wijsenmet agft t alere 's Comp:s fort geweken zijn, om Dig van de fatigues van de togt te herstellen en nadere ordres van ons afte„ „wagten, door dien omtrent 500: Cammorijnsche krijgers zo moren als Nairos in Een nagood staande in het Land van Paijencherij Nairo bij Poelicawro geposteert lagen. hit is uw Hoog Edelhedens bekend, hoe verlan„ den sammorin Jungertedit,„ verdragelijke buijten spongheeden het tolk van den Cammorijn, schoon zijn hoogheid gelieft te fingeren, dat alles buiten zijen„ last en kennis geschied, in het Conquest gepleegt heeft, en nog bedrijft en wat hoon en smaat daar door onse Edele maatschappije werd aangedaan, schoon wij althoos een wede„ „lievend gedrag gehouden, en ons van alle vijandelijke bedrijven toe vorden e dortoo enunng keenig getoont hebben 't is niet genoeg, dat op een inwet„ Vaartuigen geischten tige wijze door zijn hoogheid den tol voor den uitvoer van koehuijden en ankeragie geld van 's Comp:s Vaartuigen die door weer en wand genoodzaakt werden de revier van Pananij binnen telopen, gepretendeert en afgedwongen werd, dat zijne moven en nairos, bij Continuatie's Comp:s Conquesten ingesetenen utrele t en de cante te te ee oten e ee passeeren, en repasseren, van al het geen zij aan en bij Dig hebben, uitgeschuten berooft werden, maar tot een overmaat Van de uiterste smaat werden 's Comp:s Lascorijns die hier en daar iets te verwigten hebben, door de peper sluikers, welke in een Iaar meer als een scheeps Lading seper do oesie en verbij Poelicarro na de noord vervoeren, aangeroepen en onder toevoeging van woorden, die de schaamte en het respect, dat wij uw hoog Edelhedens schuldig zijn„ verbieden uit te drukken, genodigt en versogt, om de Vaartuigen, die met peper beladen zijn maar te willen visiteren, Vermits nu alle dese inconvenieerten niet an„ „ders te redrosseren zijn, als door het herstellen van 's Comp:s Post tot Poelicarro en een kragtdladige op„ „deuring en handhaving van 's Comp:s geschondene voor„ „rigten en vervallene reputatie in de landen van Paijencherij Nairo, waar van de kwade gevolgen maen welen de ekede zo zeer in het Conquest gevoelt werden, en zig klaan ar heten etant opdoen, in het gemis van de peper, die onse maat„ „schappije en regten reden toekomt, en egter voor ons gezigt uit Zuider Mallabaar na de noord weg uit zinder aar wooder mal„ werd vervoord, sonder dat men zig tot dato tegens dien onwettigen en schadelijken sluijkhandel heeft aangekant, daar elders weet pretieuse middelen werden uiitplunderen gebruikt, ordres =

NL-HaNA_1.04.02_2842_0133 view scan ↗

English

From Malabar, 27 July, anno 1754. As they had advanced close together in order to get hold of the pepper, we, no longer being able to endure the affronts and insults of the Zamorin Moors, finally had to choose the course of establishing a post near Poelicawa once again; not where it had formerly stood, but on this side of the river, about a quarter of a mile from Chattua, in the land of Paijenchenij Nairo, and thus in a place where the Company is entitled to place it. And since this post is a thorn in the eyes of the Zamorin pepper smugglers, who profit from it at Calicut and elsewhere to our disadvantage, and experience has taught us that they would make no difficulty of driving our men from that post by force again, we, in order to prevent such a disgrace and earnestly support the Company's privileges, had the entire detachment march to Poelicawa, and sent two field pieces with the necessary ammunition there, and that for no other purpose than to maintain that post, just as we also clearly instructed the officers by letter that we have no other intention and aim than to clear the conquest of the vagabonds and highwaymen, and consequently to protect the rights and privileges of our Company, which have been violated and harmed in the sandy lands of Chettua and of Paijencherij Nairo by those of the Zamorin, both by the tormenting and oppressing of the Company's vassals, and the unlawful extorting of dues that in no way belong to the Zamorin, but exclusively to the Company; furthermore, that we do not wish to act offensively, much less do any injustice to the Zamorin, so that our officers for now are only ordered to defend this newly established post and themselves against those who might see fit to commit any hostilities against them on account of the said post, which is currently situated in the land of Paijenchenij Nairo, a subject and vassal of the Company, which in this case makes use of the jus patronatus, or the right of protection, and thus cannot with the slightest semblance of fairness be disputed by the Zamorin. Meanwhile, the 500 Zamorin Moors and Nairs mentioned above have retreated from the pagoda standing in the land of Paijenchenij Nairo to the other side into their own territory, and the Talchenoor of Chatverattij has also written an ola to the officers of the detachment and the servants of Chettua, requesting thereby that the Company's men might be recalled from Poelicawa and the troops withdrawn from there.

Dutch transcription

Van Mallabaar Den 27:' Iulij A:o 1754. Van Mallabaar Den 27:' Julij A„o 1754 dese post is een door in peper sluijker. „den derwaards gezonden „monijn niet detwist werdens: d„o 500: moren zijn, na de deses ve versoek om 's Comp:s is gelegen in het land van de officiers hebben last omtent metel on an een gerukt, om aan de peper te geraken, so hebbens wij als niet langer de affronten en inzuesien van de Cammo„ „rijnsche moren kunnende verdrongen, eindelijk dese parthij moeten kresen, van weder een post bij Poeli„ „cawa opterigten, niet daar deselve voor desen gestaan heeft, maar aan dese kant van de revier, omtrent een Quart mijl van Chattica, in het Land van Paij„ „enchenij Nairo, en dus op een plaats, daar de Comp: geregtigt is, deselve te stellen, en dewijl dese de oogen der sammorijnsche post een doorn ik in de oogen van de Sammorijnsche peper sluikers, die op Calicut en elders daar mede hun voordeel doen tot nadeel van ons, en d'onders in„ „ding ons geleert heeft, dat zij geen zwarnigheid zou„ „den maken, om de onsen weder met geweld van die post te verdrijken, so hebben wij om sodanige schande voor te komen en 's' Comp:s voorregten met ernst te onderstunen, het gantsche Commando na Poelicawro doen marche„ twe veldstuckjes m„ ren, en twte velastukjes met de nodige ammonitie na derwaards gesonden, en dat tot geen ander einde„ als om die post te maintineren, gelijk wij ook de officiers duijdelijk bij missive hebben onderrigt, dat wij geen andere intentie en oogmerk hebben, als om het Conquest van de vagabonden en struckrovers te zuiveren, en vervolgens de regten en voorregten van onse Compagnie te beschermen, die in het zandig Intusschen zijn de 500: Cammorijnsche moren en Nairos, waar van hier voren gesproken is, uit de pagod opotant ne krineijen staande in het land van Paijenchenij Naiw na de verkant in hun eigen gebied geweken, en den Talchenoor van Chatverattij heeft ook een ola aan de officiers van het Commando en de bediendens van Chettua geschreven, en daar bij versogt, dat 's Comp:s Volk van Poelicarwomogt te rug geroepen, en volk van daartenig troepen. Lands van Chettua, en van Paijencherij Nairo door die van den Cammorijn verbroken en benadeelt, zijn, zo door het plagen en onderdrukken van 'sComp:s vas„ „salen, als het onvettig afperssen van geregtigheden, die geensints den sammorijn maar alleen de detward ogetate Compagnie Competeren, voorts dat wij met offenhier ageren willen, veel minderden t sammorijn, eenig ongelijk aan„ „doen, so dat onse officiers voor Eerst alleen in last hebben, om dese nieuw opregte post, en zig zelv te desen, om deze postse desende„ „deren, tegens de gene, die mogten kunnen goed„ „vinden eenige hostititeijten tegens hen te plegen„ om de wille van gem: post, die thans in het Land Van Paijenchenij Nairo een onderdaan en vassaal Ouijencherij maito. Van de Comp:, die zig in dit geval van het zuspatro„ „natus, of het regt van bescherming bediend, gelegen is, en dus met geen de minste schijn van billijkheid kan als door den sam„ door den sammorijn kan betwist werden; „ven. Land niets. 273.

NL-HaNA_1.04.02_2842_0134 view scan ↗

English

From Malabar, 31 July Anno 1754 From Malabar, 27 July Anno 1754 maintain friendship. our servants met. the Company should rest upon that. head of the command was ordered. in case of need to be able to assist. says received no answer to his. the King Zamorin. have always been careful to keep the Company outside these. hope the approval of. nothing hostile would be undertaken, while he for his part would also take in hand no acts contrary to the good friendship, and the famous Coenje Moessa, head of the Moors and author of all the disorders, came in person to meet our officers and servants with the same assurances: that in future no pretensions would be formed against the mocquas, chegas, and other members standing under the Company's protection, and all matters would be restored on a good footing, whereon the Company, relying upon this, ought to withdraw the military from Poelicarro. Although this unfaithful nation cannot be relied upon, and their evil deeds are still too fresh to be able to believe their good words, nevertheless, in order not to seem entirely intractable, we ordered Captain Military Iohan Bulkens, as head of the command, to leave one half of the military with the two field pieces under provisional Ensign Wistman at Poelicarro, and to march with the other half to Chettua and remain there until further orders, so that in case anything should be attempted against those at Poelicarro, he could immediately come to their assistance, as our intention and aim is to maintain the post at Poelicarro, and subsequently to secure for the Company the peaceful enjoyment of its dearly acquired privileges and properties in the sandy land of Chettua and the so miserably plagued Paponettij. We hope that Heaven will follow these righteous efforts with good success, and that we shall be so fortunate as to see the means we now employ toward that great end crowned with Your High Excellencies' approval, while we declare that we have always been extremely careful and attentive to keep our Company outside all dangerous actions and troublesome worries, but that the extreme outrages and hostile acts of those of the Zamorin, by their intolerability, have forced us to take so distant a step. In this situation of affairs we received from the King Zamorin an ola, which word for word reads as follows: "We have received the sent ola and understood the contents; the answer to our last ola we have not received up to now; into the sandy land Chettua nor Paponettij have we presently sent any new people; concerning the maintenance of friendship between us and the Company, no failure will be found on our part;" Your High Excellencies please be informed that the ola of whose receipt His Highness speaks was addressed by us to give him notice of the sending of our people to Papinettij, and that the ola to which His Highness says he received no answer was written to us concerning the release of two Moors who were caught by our people of Aijkotte in some smuggling and are clapped in chains here, as Your High Excellencies may please see further from the enclosed copy of the ola which we wrote to the King Zamorin under date of 14 June past regarding those smugglers and all kinds of hostilities committed against us, to which for brevity's sake reference is made with much respect. Affairs standing in this posture, a vessel which the resident of Pananij had dispatched to Cochin with two slaves for the Company and some private goods, was detained underway by those of the Zamorin and sent to Chavakkad, but after some days the same was released again with the slaves and goods and arrived here. Our servants of Chettua have also reclaimed the two arrested nephews of our renter at Eddatoertij, but received in answer from the Talchenoor of Chavakkad that they cannot be released before and until the Moors who walk in chains at Cochin are set at liberty again. Meanwhile the King Zamorin has answered our aforementioned ola of 19 June, the conclusion of the entire contents amounting to this: that our military and the field pieces should be recalled and removed from Poelicarro, and that His Highness would subsequently send his regidors to Triporattij to confer there with our people about the business and settle the disputes, as Your High Excellencies may please see further from the accompanying copy translation dated the first of this month, accompanied by a copy draft ola which we wrote in reply on the 6th thereof, being directed to show His Highness that the sending of people, the erection of guardhouses, and the planting of artillery at Poelicarro are lawful actions, which therefore cannot be taken ill by anyone, and furthermore that it is not our intention to begin any hostilities, but that

Dutch transcription

Van Mallabaar Den 31„' Julij A:o 1754 Van Mallabaar Den 27:' Julij A:o 1754 „sschap onderhouden. ontmoet onde bediendens. de Compe sou daar op bereesten. hoofdvan 't Commando werd g'ordonneert. om des noods zijnde te kin„ „ren bijspingen. zegtgeen antwoord op desselfs den Koning Sammorijn zijn altoos Cong vuldigeteest om de Comp: hueten dese ge„ hopen de goedkeuring van niets vijandelijks ondernomen werden, terwijl hij van zal van zijn kant de wiend, zijn kant ook geen strijdigheden tegens de goede Vriendschap zoude bij der hand nemen, en den beroem„ Coonije Moisja hoofdermon, de Coenje Moessa, hoofd der moren en autheur van alle de wanordres is in persoon onse officiers en bedien„ „dens komen ontmoeten, met deselve verzekeringen, dat in den aanstaande op de mocquas, chegas en andere onder 's Comp:s protectie staande Leeden, geen praeten„ „sieh geformeert en alle zaken op een goeden Voet zouden herstelt werden, waar op de Comp:e haar benis„ en demilitaire an doeke,„ tende, en de militairen van Boelicarro diende intetrekken, hoewel nu op dese ontrouwe natie geen staat te maken is, en haare kwade daden nog al te versch zijn, om hunne goede woorden te kunnen geloven, so hebben wij egter, om niet ten Eenemaal onhandelbaar te schijnen, onten Capitain Bulkens Capitain militair Iohan Bulkens als hoofd van 't Commando g'ordonneert om d' eene helfte van de militairen met de twe veld„ „stukjes onder den p„l Vaandrig Wistman op Poeli„ „carro te laten, en met de andere helfte na Chettua te nukken, en daar te blijven tot nader ordre, om ingevalle tegens die van Poelicarro iets mogt getinteert werden, hen immediaat te kunnen bijspringen, dewijl onse intentie en oogmerk is de post tot Bij dese situatie van zaken heb„ „ben wij van den koning sammorijn een ola ont ontfangst van ene ekan „fangen, die van woord tot woord aldus luid„ De gezondene Ola hebben wij ontfangen, en den inhoud ver„ „staan; het antwoord op onse laaste ola hebben wij tot nog toe oemote ontfangen te tak„ „niet ontfangen, in het sandig land Chettua nog „Paponettij hebben wij thans van nieuws geen volk „gezonden; omtrent het onderhouden van de Vniedschap Policaroo te behouden, en vervolgens de Comp:e een vustig genot te besorgen, van haar dier verkregene voorregten en eigendommen in het zandig land van Chettua„ en het zo ellendig geplaagte Paponettij, wij hopen, dat den hemel dese regtvaardige hogingen met een goed succes zal agtervolgen, en dat wij so gelukkig zullen zijn, van de middelen, die wij thans tot dat groot einde emploijeeren met uw hoog Edel, haar hoog Edelhedens. „hedens goedkeuring gekroont te zien, terwijl wij ver„ „klaren, dat wij altoos ten uitersten Oorgvuldigen oplet„ „tend geweest zijn, om onse Comp: tehouden, buiten alle warijt acties tehouden. gevaarlijke acties en kommerlijke beslommeringen, dog dat de vergaande feijtelijkheden en hostele bedrijven van die van den Cammorijn, ons door haar on„ „verdragelijkheid geforceert hebben om een so verre stap te doen. Policarro tusschen Hee „carrointrekken. 275 2771 Van Mallabaar Den 27:' Iulij A:o 1734. Van Mallabaar Den 27:' Julij A:o 1754 d'ola welke zijn hoogh:„t zegt ontfangen te hebben. de andere ola waar van ge¬ „fangen te hebben. gelargeert. voerten gesteld werdent op voije eclameren deneven van onsen uw Hoog Edelhedens gelieven te weten, dat d' ola, van welkers ontfangst, sij„ an te t senteaenie hoogheid meld, door ons gerigt is geworden, om deselve kennis tegeven van de zending van ons Volk na Papinettij, en dat de ola, waarop zijn hoog„ „zegt word gen antwod out„ heid zegt, geen antwoord ontfangen te hebben, aan ons geschreven was, over de largatie van twe moren„ m en eter selijtenen die door ons volk van Aijkotte op peker sluijkenije g'atra„ „peert, en hier in de ketting geklonken zijn, zo als uW Hoog Edelhedens dit geval nader gelieven blejget na der uijt bijn te zien uit de bijleggende Copij ola, die wij sub dato 14: Iunij Pass:o over die sluikers en allerleij gepleegde hostiliteijten tegens ons aan den koning Sammorijn geschreven hebben, en waar aan kortheid halven met veel eerbied werd gerefereert: staande de zaken in dese postuur is een vaartuig, dat den resident van Pananij met twee slaven voor de Comp: en eenige particuliere goederen na Cochim afgesonden had, onderweegs door die van den sammonijn aangehouden vordna mastent esonde en na Chasverattij gesonden geworden, dog na eenige dog or eenige dagen dagen is het zelve met de slaven en goederen weder gelargeert en hier aangekomen; „tusschen ons en de Comp:e zal van onse kant „geen manquement werden bevonden; Onse bediendens van Chettua hebben de de besinden van hete twe g'arresteerde neven van onsen pagter tot Eddatoertij mede gereclameert, maar van den Talchenoor Van ChatreCaltij tot antwoord bekomen, dat de niet konnen ontflagen werden, voor en al eer, dat men de moren, die op Cochem in de ketting lopen, weder op vrije voeten stelt; Voorsch: onse ola van den 19:' Iunij, heeft den dekoning bantwood onse ola: Lammonijn intusschen b'antwoord, komende het slot van den geheelen inhoud, daar op uit, dat onse militairen en de Veldstukjes van Poelicarwo mogten terug geroepen en weggenomen werden, en dat zijn hoog„ „heid vervolgens zijne ragiadoors na Triporattij zoude zenden, om aldaar met de onsen over de zakelijkheden te besoigneren en te Verschillen te verevenen, gelijk uw Hoog Edelhedens nader gelieven te zien bij het nevens leggende, Copia translaat gedateur gaten en om hto tan primo deser, Verselt van een Copia Concept ola, die wij op den 6: daar aan hebben gerescribeert, zijnde daar heenen gerigt, om zijn hoogheid aantekonen, dat het zenden van volk, het opregten van wagthuijsen en planten van geschut op Poelicarro wettige acties zijn, die overzulks bij niemand kwalijk kunnen genomen werden, werden, voorts dat het onse intentie geen„ „ziats us, om eenige vijandelijkheden, te beginnen, maar pagtet. onse dat 7 G

NL-HaNA_1.04.02_2842_0136 view scan ↗

English

From Malabar, 21 July Anno 1754 From Malabar, 27 July Anno 1754 Sending to be rejected. Resolution upon it: that we will only take care to preserve what is ours. His Highness's offer to send royal envoys to Triporattij, we have thought fit not to accept, since experience has shown that through the Malabar embassies and negotiations matters are only put off indefinitely, and the means that could be employed with good success are kept from having effect, while they, profiting from the time gained, place themselves in a better posture than they were in before the negotiations. The good promises cited earlier from the Talchenoor of Chawecattij and the famous Coenje Moessa, and the writing itself from the Zamorin, would indeed make one think that now at least the hostilities in the lands of Paijencherij Nairo and in the Conquest had ceased. Nevertheless, the contrary is experienced, for in the beginning of this month the Zamorin's Moors and Nairs have again fallen upon the Conquest and completely plundered the house of a Chego. In addition, they force the poor fishermen who live on the beach either to surrender their fish or to buy it off with money. Which far-reaching and intolerable acts of violence by this odious rabble have caused us, in our meeting on the 6th of this month, as appears from the enclosed resolution, to resolve further to order the officers at Chittua that whenever our last-mentioned ola cannot find acceptance with the Zamorin and, despite our peaceful conduct, the hostilities and insolences continue, they shall immediately, as soon as they receive intelligence from the overseer of the Conquest, detach as many men from the command to Paponettij as they shall judge necessary according to the number of the enemies, pursue the robbers with such detachment, drive them out of their hiding places, and upon overtaking them cut them down or shoot them in the head. For without such violent means the Conquest will never be brought to quiet. Notice of these newly committed acts of violence has also been given to the Zamorin king by the ola which we, as was just said, wrote to His Highness under date of the 6th of this month, and have annexed hereto in copy. The three families of Paijencherij Nairo have addressed our officers and made known that they have now already been molested for several years by the Zamorin's people, the lands ruined, the houses despoiled, and the inhabitants put to flight; From Malabar, 31 July Anno 174 From Malabar, 27 July Anno 1754 that they therefore requested the protection of the Company as of old, or otherwise they would be forced to leave the country. Whereupon our men answered them that they themselves were the cause of these inconveniences, since they had first brought the people of the Zamorin into the country and had submitted themselves to the Zamorin in order to plague and ruin one another, and that they well deserved to be punished for that perfidy. It cannot be denied that the families of Paijencherij Nairo have for a considerable time past been greatly plagued and oppressed by those of the Zamorin, and that the Company, finding itself in other delicate circumstances, has not employed those means which, as protector, it ought to have used for the maintenance of its vassals. But on the other hand, it is also certain that these families, partly through their mutual disagreements and partly through their adherence to the side of the Zamorin, are themselves the cause of the land being brought into the present disorder and confusion. For which reason we have approved the answer applied by our servants, being of the intention to oblige these apostate families to somewhat greater submission and respect for the Company as soon as matters with the Zamorin shall have been settled and adjusted. In the month of April last the old Paliath Achan passed away, and his successor is still held captive by the Travancore, so that the third Paliath Achan is conducting the regency. The Mysore prince from Cockcattoe in the past month of May his successor. Adi Raja and the princes of Colastri have had their settlement in our general letter of 8 March, and what further remains to be said of them can be brought under the item of pepper which will follow hereafter, although it should still be mentioned here that the old king of Colastri passed away in the departed month of May and was succeeded by a prince from the royal house of Cherikel Palicolotto, likewise a man of very great age, having been acknowledged as king in the fortress at Baliapatnam according to ancient custom.

Dutch transcription

Van Mallabaar Den 21„' Julij A:o 1754 Van Mallabaar Den 27. Iulij A:o 1754 1 ogtante to an elia zenden word afgeslagen. zoman aandiene condijven, en goede „ boft en den ken dat de ottili„ „teijten gecressert waren. „ henj nairo beswaren zig bij d'on„ besluit daar op dat wij alleen zorge willen dragen om het onse te bewaren. zijn hoogheids praesentatie om ragia doors na Triporattij te zenden, hebben wij goedgevonden niet te acrepteren, door dien de ondervinding heeft doen zien„ dat door de Mallabaarsche ambassades en negotia„ midelen buiten esset houden, ties de zaken maar op de lange bank geschoven, en de middelen, die men met goed succes zoude kunnen emploijeren, buiten Effect gehouden wer„ „den, terwijl zij van de tijd, die gewennen werd, profiterende, zig in een beter postuur stellen als ze door d' onderhandeling waren; De hier voren aangehaalde goede beloften van den Talchenoor van Chawecattij en den befaamden Coenje Moessa, en het schrijven zelv van den Sammorijn zouden immers doen denken, dat nu ten minsten de hostiliteijten in de handen van Paijencherij „gendel onderwntea: Nairo en in het Conquest waren gecesseert, nogthans word het tegendeel ondervonden, want in het begin van dese maand zijn de Cammonjnsche moren en nairos weder in 't Conquest gevallen en hebben het huijs van een Chego ten eenemaal uitgepluindert, daar bij dvangenze d'arme Visschers, die aan 't strand wo„ „nen, of hun visch overtegeven of met geld aftekopen, welke vergaande en onverdragelijke geweldenarijen van dit odieus gespuis, ons in onse bij eenkomst op den 6:' deser, blijkens het overkomende besluit, hebben doen resolverende officiers tot Chittua a nader ondr van de off s „der te ordonneren, om wanneer onse laast gem: v ola bij den Cammorijn geen ingang kan Vinden en ong'agt ons vreedzaam gedrag, de vijandelijkheden en insolentien blijven continueren, als dan ten Eersten en so dra zij van den opsiender van 't Conquest kondschap bekomen, so veel manschappen van het Commando na zenden afen na paponettij Paponettij te detacheren, als zijna het getal der vij„ „anden zullen nodig oordelen, met sodanig deta„ „chement de rovers te vervolgen, uit hunne schuijlkock dooversoen en a agte te verrestelen, en bij agterhaling in de kan te kappen of voor de kop te schieten, want sonder zulke Molen„ „te middelen sal het Conquett noit tot ruist konnen gebragt worden; zijnde van dese op nieuw gepleegde feijte„ „lijkheden ook kennis gegeven aan den koning Cam„ „monijn bij d'ola, die wij, so als even gesegt is, stib da„ „to 6: deser aan zijn hoogheid geschreven, en desen Copie„ „lijk bijgevoigt hebben; De drie famielien van Daijenchenj Na, dedre familien van Dijeme„ „vo hebben zig bij onse officiers g'addresseert en tekennen en gegeven, dat ze nu al eenige Jaren door de sammo„ „rijnse volken gemotesteert, de landen geruineert, de huijsen gespolieert en d' ingesetenen gevlugt waren, dit dat 279 Van Mallabaar Den 31:' Iulij A„:o 174 Van Mallabaar Den 27:' Julij A„:o 1754 dewaren geer ontderden te i en de Comp:e haar als protecteur dood van den Poljetter. is in de vouge hieval ge¬ vorsoeke 's Comp:s potetie dat ze dierhalven de prolectie van de Comp: als van ouds verzogten, of dat ze anders genoodzaekt souden zullen anders het land ma zijn het Land te verlaten, waar op d' onsen hen in ant„ „ten verlaten. andword van de onsen „ woord gedient hebben, dat zij zelv d' oorsaak van zijn selfs schuld daar aan dese inconvenienten waren, dewijl zij het volk heben dig est aanden sam van den Cammorijn eerst in 't land gebragt en „morijn anderworpen. zig aan den Cammonijn onderworpen hadden, om elkanderen te plagen en te nuneren, en dat Bij genoegzaam verdienden over die trouwloosheid gestraft te werden. Het is niet te ontkennen, dat de familien van Paijencherij Nairo zedert een genumen tijd ker„ „waards door die van den Cammorijn zeer zijn geplaagt en onderdrukt geworden, en dat de Comp:e zig in andere netelige omstandigheden bevindende die middelen niet heeft aangewend, welke zij als protecteur tot sted dan den ten maintenuie van haar Cassalen had behoren te emplijeren, dog het is aan de andere kant ook zeker, dat semmige ten deele door hare oneemij an dese famielien eensdeels door hare meenigheden „heden onder malkanderen. onder malkanderen, en anderdeels door hare aan„ onten del doo anwamnschen kleving aan de zijde van den Cammorijn, Delv de oorsaak zijn, dat het land in de tegenwoordige des ordre en confusie gebragt is, weshalven wij het toegepast an„ lauderen tantword vandunse„, word van onse bediendens hebben gelaudeert van meening„ niet fijgestaan heeft. In de maand April J„o Leden is Den ouden Paljetter overleden en zijn opvolger Dit nog bij den Trevancoor gevangen, zo dat den derden Paljetter het interregnum waarneemt. — Den Mijvoersen Prin uit e Cockcattoe heeft in de Jongste gepasseerde maandmaij nata zijn Successeur. Adij Ragia en de princen van C„o vandij ajan lastij „lastrij hebben bij onse generale hier van den 8:' maart sproken hun beslag bekomen, kunnende het gene, wat verder van hen tezeggen valt, gebragt werden tot de post Van peper, die hier na Volgen zal, hoewel hier nog diend gemeld tewerden, dat den ouden koning van den ouder kenigtan Colatij Colastrij in de maand maij verweken overleden en opgevolgt is bij een prins uit het stamhuijs Chere„ „kel Palicolotto een man mede van een zeer hogen ouderdom, zijnde, volgens d' al oude usantie in het fortres te Baliapatnam als koning erkend geworden. overleden. zijnde, dese afvallige famielien tot wat meerder on„ „derdanigheid en ontzag voor de Comp: te verpligten, zo dra de zaken met den Cammorijn zullen ge„ „schikt en g'adjusteert zijn. — zijnde, hij bewijs van dien. geworden. d 281.

NL-HaNA_1.04.02_2842_0138 view scan ↗

English

From Malabar, 27 July anno 1754. From Malabar, 21 July anno 1754. and Nairs regarding precedence. Poor state of the realm of Mangatty. King was massacred. Ola to the Commander. to bring to reason. must again but the ear. The postholder gives notice. The sailor excuses. were on the way by Berken. he had given notice of that ceremony to the Commander, assumed the title of king, regarding which the ordinary ceremonies and feasts were performed and celebrated in good order, except that between the Moors of the Conquest and the Nairs a dispute and subsequently a small skirmish arose over the rank of walking next to the palanquin of the new king, which the Nairs, as an ancient privilege of their lineage, refused to cede to the Moors. Mangatty, through the minority of the king and the bad government of the ministers, has virtually fallen back into its former confused state. The first regidor of the king was killed by the chiefs of the ten thousand, and His Highness also had two of the foremost rebels massacred, whereupon ordinary complaint olas from the side of the king were sent to the Commander with earnest requests that, for the peace and tranquility of the realm, some troops might be sent to chastise the rebels and bring them to reason. However, since the Company is sufficiently engaged elsewhere, the Commander answered His Highness that the circumstances of those matters would be taken into consideration, and one would see what could be done on the Company's behalf once the remaining debt amounting to f920:17:– was paid and, according to promises, some considerable parcels of pepper were delivered to the Company. to Calichani. Bitsjoer. The gamel was sent to retrieve gunpowder and other ammunition goods from there and bring them to Cochin, but on the way it was surrounded by some Berkenkoer vessels and brought to the shore, where the sailor sailing on it was interrogated about everything by a regidor and, with many sharp words, ordered to open a powder barrel to see whether it was serviceable. From this the sailor nevertheless excused himself, although the regidor used many threats and demanded that the goods be unloaded, until finally the King of Tekkenkoer had a Company lascar, who was with the gamel, called to him and made known that he could not allow the gamel with ammunition to pass, but that it had to sail back to Bitsjoer. Whereupon the gamel departed back to Bitsjoer, and we were notified of this incident by the postholder via a letter which is to be found in our resolution of 20 May. And because the Company was greatly harmed by this conduct of Tekkenkoer and Berkenkoer, and by so doing would have to tolerate that its free passage from and to its posts was cut off and precluded, in order to maintain the Company's authority, a detachment of 174 soldiers was immediately sent to Bitsjoer to transport the aforesaid gamel with ammunition to Cochin, with orders to the officer that, in case they were fired upon or any other hostilities were committed, they should immediately approach the shore, make a landing, shoot the hostile Nairs in the head, and after that short expedition immediately step back into the vessels and continue the journey. Which order, however, did not need to be executed, because the detachment returned to Cochin with the gamel with ammunition without having met with the slightest encounter. Nevertheless, so much was brought about by this that the King of Berkenkoer requested an excuse by ola and made known that he had punished the insolence committed by his regidors against the Company's people and gamel by dismissing them from their posts. To this the King of Cochin also added an ola with a request that the Company might undertake nothing against Berkenkoer, as His Highness promised that the required satisfaction would be given by the same. To all of which representations nothing was answered, in order thus to keep Berkenkoer and his people in doubt and uncertainty regarding the Company's design and intention, while we hope that Your Right Excellencies will not disapprove of this our conduct. Concerning trade, we have to communicate to Your Right Excellencies that since the end of February last up to the present, some merchandise to the amount of f45465:7:– has again been sold, and a profit of f28251:7:8 made on the same, as shown by the accompanying return, which is accompanied by short demonstrations of how much cash, merchandise, and other goods remained here as a balance up to the middle of this month.

Dutch transcription

Van Mallabaar Den 27:' Julij A„o 1754. Van Mallabaar Den 21:' Iulij A:o 1754 en nairs wegens den voorrang„ slegte staat van 't rijk van Mangattij koneng word gemasfacreerden ola bij den Commandeur. „len tot reden te brengen. moet weder maar bet oor den posthouder geeft kennis den mattroos Excuseert werdenderwtegs door Berken, hij wegens die plegtigheid kennisse aan den Cmmandeurt gegeven had, den titul van koning aangenomen, Waar omtrent d'ordinaire Ceremonien en festijnen in goede ordre zijn verrigt en geviert geworden, uitgeno„ disputuschende wooren,„ men, dat tusschen de moven van 't Conquest en de nairos een disput en vervolgens een kleine schermitseling ontstaan is overden rang, om naast de palenquin van den nieuwen koning tegaan, welke de nairos als een oud voorregt van hun geslagt aan de moren niet heb„ „den willen Cederen; Mangaldij is door de inderjang„ „heid van den koning en het slegt regiment van de minis„ „ters genoegzaam weder tot de vorige verwarden staat vervallen. Den eersten ragiadoor van den koning is door de hoofden van de tien duijsend om 't Leven gebragt en zijn hoogheid heeft ook weder twe van de voor„ „naamste der oproenigen doen massaereren, waarop de de koning doleet door en gewone klagt olas van de zijde van den koning aan den Commandeur gesonden zijn met ernstige versoeken, dat men tot nist en Lvanquiliteijt, van het rijk eenige Versoek om volkomde rebel, manschappen wilde senden, om de rebellen te kastijden en tot reden te brengen, dog dewijl men elders genoeg„ „saam g'engageert is, so heeft den Commandeur zijn hoogheid nan zal die zaak vervie„ g'antwoord, dat men d'omstandigheden van die Pa„ „ken in overweging nemen en zien zoude, wast men 's Comp„s wegen doen knde wanneer de resterende schuld grot ƒ920: 17:–. voldaan en volgens beloften eenige naamwaardi„ „ge parthijen peper aan de Comp:e gelevert wierden; na Calichani BitsJoer moeten d angame na alieken stissie met kruijd en andere ammonitie goederen van daar afte„ „halen en na Cochim te brengen, maar deselve is onder„ „weegs door eenige Berkenkoerse Vaartuigen om cingelt „ koorde vaartuigen omcingelt, en na de wal gebragt geworden, alwaar den daar op va, en na de wal gebragt. „rende mattroos door een ragiadoor na alles onderwaagt. en onder veele scherpe woorden g'ordonneert wierd een knudvat open te slaan, om te zien, of het ook bekwaam was; waar van den mattroos zig egter Excuseerde, schoon dig den ragiadoor Veele dreigementen gebruikte en begeerde, dat de goederen zouden ontlost werden, tot dat eindelijk den koning van Tekkenkoer een Comp:s lascorijn, die bij de gamel was, roepenluit en tekennen gaf, dat hij de gamel met ammonitie niet konde laten passeren, maar dat deselve weder na Bitsjoer moest te rug varen, waarop temg. de gamel dan ook weder na Bitsjoer vertrok, en ons Van dit Voorval door den posthouder kennis gegeven werd bij daar van. „gingnemen. „saam een 283. Van Mallabaar Den 27„' Julij A=o 1754 Van Mallabaar Den 27,„' Julij A:o 1754 de Comp:e is door dit gedrag ge„ „waards gesonden. heeft niet behoeven g'Ee„ „criteert te werden. den koning van Berkencoer versoekt om Excus. de peper Leverantie is tamelijk aan de gang. restant van Contanten rendement „kogt. g'antwoord. een briev, die in onse resolutie van den 20:' Maij te Ven„ „den is, en door dien de Comp: door dit gedrag van Tek- en Berkenkoer grotelijks was geladeert, en dus doende zoude moeten gedogen, dat haar de vrije passagie van en na haar plaatsen wierd afgesneden wordeen Commandoder, en gesprecludeert, zo heeft men om 's Comp:s gezag te maintineren, immediaat een Commando van 174. militairen na Bitsjoer gedetacheert tot het overbrengen Van voorsz: gamel met ammonitie na Cochim, maet ordre aan den officier, om ingevalle op hen geschoten of eenige andere feijtelijkheden gepleegt wierden, maar ten eersten de wal te naderen, een Langing te doen, de vijan„ „delijke nairos voor de kop te schieten, en na die korte Ex„ „peditie weder ten eersten in de vaartuigen te stappen en de reis te vervolgen, welke ordre egter niet heeft behoeven g' Executeert te werden, door dien het Commando met de gamel met ammonitie sonder de minste ontmoeting gehad te hebben op Cochim terug ge„ „komen is, nogthans is door daar zo veele, tewege gebragt, dat den Koning van Berkenkoer, bij ola om Excus verzogt en te kennen gegeven heeft, dat hij d' insolentien van zijn ragiadoors tegens 's Comp:s Volk en gamel gepleegt, door afzetting uit hunne den koning an Cahim wegterze dienings gestaft had, waar bij den koning van boenoe tenemenen Cochim ook een ola gevoegt heeft met versoek, dat Conp: tog Den Insaam van Peper werd door den aansteng Van de Trevancoorse kooplieden tot De Negotie betrffen et luijt e „de, hebben wij uw Hoog Edelhedens en aen oordele vor te Communiceeren, dat zedert ultimo felua„ „rij pass„o tot ppresent, weder eenige koop„ „manschappen ten bedrage van ƒ45465: 7:—. Verkogt en op deselve ƒ28251:7:8. geprofi„ „teert zijn blijkens het overkomende ren„ „uiment, dat verselt gaat van korte aantonings, hoe veel Contanten kook„ „manschappen en andere goederen meer hier tot medio deser per resto Verbleven zijn. niets tegens Berkenkoer wilde ondernemen, also zijn hoogheid beloofde, dat door denselven de Vereischte satis„ „factie zoude gegeven werden, op alle welke vertogen op dete vrtogen word riet men egter niets heeft g'antwoord; om dus den Berkenkoer en de zijnen in twijffel en onzekerheid te houden, omtrent 's Comp:s Voornemen en intentie, terwijl wij hopen, dat uw Hoog Edelheden:) dese onse behandeling niet zullen missnijsen. niets Calicoilan, „ledeert. de wal te naderen. 285 t

NL-HaNA_1.04.02_2842_0140 view scan ↗

English

From Malabar, 27 July 1754 From Malabar, 27 July 1754 Ady Raja has fulfilled his pepper contract Good parcels thereof Travancore cloths were Linens arrived here Entered into with Ady Raja Calicoilan, Coilan and Pera kept fairly well underway, except that pepper was brought to Cannanoor and elsewhere, the remainder of that pepper amounting here on the coast to circa 714357 pounds, which will be sent to Ceylon with the first open sailing season so as not to leave the ministers in any embarrassment for the return shipment; at Calicoilan alone lie 404935 lb, which we would have sent to Batavia if the Surat ships had not sailed past, since it is somewhat precarious to store such a large quantity in a palm-leaf warehouse. Ady Raja has fulfilled his pepper contract in full, and the Prince Regent of Colastry has also caused good parcels to be delivered on his, which however, because of the stormy weather that was then at hand, had to remain lying at Cannanoor; for the collection of this pepper and other goods, the sloop Maria Laurentia had been sent to Cannanoor, but this vessel was forced by the stiff north wind and strong countercurrent to return without having accomplished its mission, so that the said sloop or another suitable vessel will be dispatched to Cannanoor for the aforementioned purpose as soon as the waterway opens; meanwhile, the servants of Cannanoor have newly concluded a pepper contract of three hundred candyls with Ady Raja at the price of 83 1/3 ropias per candyl, under an advance provision of 12000 ropias and under such further conditions as Your High Nobilities will find stipulated in the enclosed contract dated 13 June of this year. Travancore cloths, which according to our previous letter were contracted and ordered for Your High Nobilities, continue to be delivered at Tengapatnam, and we flatter ourselves that the Company in time will still obtain considerable profits from this article; the aforementioned sloop Maria Laurentia has arrived again at Cochin in the month of April with 2600 pieces of linens, and through the resident of Tengapatnam 7600 pieces of cloths of various sorts have newly been contracted for, of which the samples yielded fine profits here in town at public auction; these contracted linens, with their prices, are made known in our transmitted resolution of 20 May last, to which we respectfully refer, just as there is also inserted in the transmitted resolution of the 6th of this month a return of various linens which were sold here at public auction with acceptable advances. Cardamom of Cannanoor: the servants have delivered 1508 lb, which however could not be dispatched for lack of shipping opportunity, wherefore, as appears from the just-mentioned resolution, we have decided to send that cardamom to the Fatherland with the return ships from Ceylon at the beginning of the good monsoon. Foreign Nations could have been passed over in silence, had not the English gentlemen at Anjengo. Because the Surat ships sailed straight on to Batavia without touching at this coast, and since the departure of the Admiraal de Ruijter no other vessels have been heard of here, there is nothing more to report on this article than that the ship Toornvleet, commanded by Captain Moole, of which mention was made in the postscript of our general letter dated 8 March of this year, continued its voyage to Surat on the 12th of the said month. The cotton that the ministers of Surat sent us in the quantity of 404 bales was sold at 20 percent advance, as appears from the transmitted return of sold merchandise.

Dutch transcription

Van Mallabaar Den 27:' Iulij A:o 1754 Van Mallabaar Den 27„' Iulij A„o 1754 adij ragia heeft zijn keper Contract voldaan hrave parthije van dien Trevancoorse doeken werden lijwaten alhier aangekomen.. met adij ragia aangegaan Caliccilan, Coilan en Pera tamelijk aan de gang gehouden, behalven dat tot Cannanoor en elders peser vrstand nos ragents aangebragt, bedragende het restant van dien korl hier ter kuste Circa 714357: ponden, welke men met de eerste openvaart na Ceilon Den„ „den zal, om de ministers voor de retour bezending in geen verlegentheid te laten; op Calicoilan leggen alleen 404935: lb:, die wij zo de souratte sche„ „pen niet waren verbij gezeild, na Batavia zouden gesonden hebben, dewijl het wat zorgelijk is een so grote Quantiteijt in een ola=pakhuijs te fe„ „waren. — V Zdij Ragia heeft zijn peper Contract ten vollen voldaan en den prins regent Colastrij heeft ok een van Colastrij heeft op het zijne ook brave par„ „thijen laten aanbrengen, welke egter om het ontstu„ „mig weer, dat toen voor handen was, op Cannaroor hebben moeten blijven leggen; men had tot den afhaal Van dese peper en andere Goederen meer de Chide„ „loup Mania Laurentia na Cannanoor geson„ „den, dog dit scheepje is door de stijve noorde„ „winst en sterke tegenstroom genoodzaakt ge„ „worden onverrigter zaak te rug te keeren, so dat men gedagte Chialoup of een ander O bekwaam vaartuijg, so dra het Vaarwater maar opengaat, ten voorsz: einde na Cannananoor zal vertrekken laten; Zijnde intusschen door de bedien, niew teher otnet „dens van Cannanoor op nieuws een peper Contract van drie hondert Candij„ „len met adij Ragia gesloten te„ „gens de prijs van 83 1/3. Ropias 't Can„ „dijl, onder een voor uit verstrekking van 12000: ropias en onder sodanige Condi„ 1200:rs„s vor ut ver„ „ties meer; als uw, Hoog Edelhedens gestipuleert zullen vinden bij 't bijleggen„ „de Contract, sub dato 13:' Junij de„ „ses Iaars. — Trevancoorse Zoeken welke volgens ons vorig schrijvens aan bij continuatie gelevert. uW Hoog Edelhedens gecontrac„ „teert en aanbesteed zijn, werden bij Continuatie op Tengapatnam gelevert, en wij vleijen ons, dat De Comp:e in der tijd nog aansienelijke voordeelen bij dit ar„ „ticul behalen zal: voorsch: Chialoup Mana„ „ Mhialaumana batasio is„ Lauventia is in de maand April weder met 2600. p„s „strekt. bekwaam Lijwaten H 287. gelevert. 289 Mallabaar Den 27: ulij A„o 1754 Van Mallabaar Den 21„' Julij A:o 1754 Van de or 1600p„s deken aan be„ „steed. advances afgeworken. 't schip boomvliet is den 8: maart van hier vertoocken. rendement van verkogte 20: P„s l=b daltvans Verkogt „ schrijven. Lijwaten op Cochim aangekomen en men heeft door den resident van Tengapatnam de Novo 7600: p„s doeken van verscheide serteenings de monsters hebben fraije doen aanbesteden, waar van de monsters hier ter steede bij openbare vendutie fraije winsten hebben afgestor„ „pen; zijnde dese aanbesteede Lijwaten met haar prijsen bekend gesteld bij onse overkomende reso„ „lutie van den 20„en Maij. Passato, waar toe wij ons reverentelijk gedragen, ge„ „lijk mede in de overkomende Resolutie van den 6:' deser g'insereerd staat een rendement van verscheide lijwaten, welke hier bij open„ „bare vendutie met aannank aannemelijke advances verkogt zijn. — Cardamom Canna iendan on obuer A177. „noors hebben de bediendens 1508: lb vol„ „daan, welke egter niet hebben kunnen Versonden werden door gebrek aan scheeps gelegentheid, weshalven wij blijkens even gem: resolutie g'arresteert hebben om die Cardamom met het begin van de goede mousson met de retourschepen Van Ceilon na het Vaderland te Zen„ „den Vreemde Natiën zouden stilswijgende hebben kun„ „nen verlij gegaan werden, indien de heeren. Engelschen tot Ansjen de Angtsgeten ot Door dien de Couratse schepen zonder dese kust aantedoen, direct na Batavia zijn door gezeilt en zedert het vertrek van Den admiraal de Ruijter hier geen andere bodems vernomen zijn, zo valt van dit articul niet meer te melden, als dat het schip Toornvleet gecommandeert bij Capi„ „tain Moole, waar van bij het post schriptain van onzen generalen briev gedateert 8:' Maart de„ „ses Iaars aanhaling is gedaan, op den 12: van gem: Maand de reis na Souratta vervolgt heeft. — T Cattoen, dat de ministers van den 40 suli aten ie aet „ratta ons ter quantiteijt van 404. Balen heb„ „ben toegesonden, is met 20: p„r C„to advans verkogt geworden blijkens het overkomende rendement koopmanshappen. der Verkogte koopmanschappen. — T Cattoen „ga Hee

NL-HaNA_1.04.02_2842_0142 view scan ↗

English

From Mallabaar, the 27th of July, in the year 1754. Your Right Excellencies, May it please you to know that, toward the end of the past fair monsoon, complaints came before us that native vessels provided with passes from our Company were being stopped, willy-nilly, by the patrolling thonys that the English of Anjengo keep at sea for cruising, brought to Anjengo, and forced there to provide themselves with an English pass, just as the masters of those vessels also showed us such English passes forced upon them. This practice, tasting not a little of violence, they have even managed to extend to a private vessel belonging to the junior merchant and warehouse keeper Gijsbert Jan Feith, which was provided with a pass from our Company, but was brought to Anjengo by the aforementioned patrolling thonys by main force and forced to take an English pass, although the master sailing aboard displayed our pass and strongly protested against that treatment. As soon as these proceedings came before us, we judged that we could not tolerate the same, but were obliged to counter them by capable means, all the sooner because we respect the passes of the English Company, and yet no one other than the English Company can claim, with a much ampler title, any authority over these waterways than the English gentlemen, who are seated at Anjengo only precariously and yet, by acting thus, would indeed wish to exercise the dominium maris. However, on this magnificent point, which has already been debated at a higher authority and has remained between yes and no, we did not wish to engage with these subordinate ministers, but contented ourselves with lamenting these unlawfully introduced novelties, and warning the English ministry that if the passes of our Company are not respected, we shall be obliged to maintain the privileges and rights of our lords and masters by such means as we shall find most suitable for that purpose. As is laid open to Your Right Excellencies at large by the accompanying copy of the letter that we wrote to Anjengo regarding this affair on the 18th of June past, and which was answered privately by the chief Mr. George Scott, and without communication with his council, as appears from the enclosed copy of his missive dated the 22nd of June past. And since he pretends therein, among other excuses, that the vessel of our warehouse keeper was not provided with any pass from us, and that the master sailing aboard also did not show it, the Commandeur replied to him in a separate letter dated the 28th of June, the copy of which accompanies this, that the forcing of passports onto vessels that are provided with such documents from our Company appeared to him of so much importance that he deemed it necessary to communicate the same to his council; that the master and the rowers of our warehouse keeper's vessel are prepared to confirm under solemn oath that the pass of our Company was shown to the commanders on the patrolling thonys; and further, that it was expected that the boatmen provided with Dutch passes will henceforth be able to pursue their voyages without hindrance and impediment. While one could now think nothing else but that this letter from the Commandeur would be answered separately in return, one unexpectedly received from Anjengo a general letter dated the 11th of July [illegible].

Dutch transcription

Van Mallabaar Den 27:' Julij A:o 174 uw Hoog Edelhedens Van Mallabaar Den 27:' Julij 1754 Doleanties van d' beland „dsche bargusers. en dringen Engelsche paken te nemen. de subalterne minis„ „ters over dit poinct niet uitlaten. wij respecteren de pas„ kunnen dat niet tolle„ gelieven te weten, dat ons in het laaste van de gepasseerde goede Mussen klagten zijn voorgekomen, dat d' inlandsche Vaartuigen, die met passen van onse Compagnie verzien zijn„ door de ronde thonijs, die de Engelschen van antjenga in zee houden om te knus„ „zen, goed of kwaadwillig, aangehouden, na ansjenga gebragt en aldaar ge„ „dwongen werden zig van een Engelsche pasce te voorzien, gelijk ook de hoofden van die vaartuigen, ons sodanige aan haar opgedwongene Engelsche Pascen vertoont hebben, welke niet weinig na geweld smakende Praatijk zij selvs hebben kunnen extenderen tot Een particulier vaartuig van den onderkoopman en pakhuijsmeester Gijsbert Jan Feith, dat met een pasce van onse Compag„ was sondin van een Cop„s nrie verzien, door de gewaagde ronde thonijs vive la force na ansjenga is gedwongen geworden een Engelsche tecremen. gebragt en gedwongen is geworden een „ven hadden. „qa geen Htoffe tot schrijven gege„ Engelsche pasce te nemen, schoon het daar op prtestatie van at hoff„ varende hoofd onse pasce vertoonde en tegens die behandeling kragtig pro„ „testeerde; so dra ons dese gedoentens zijn ter voren gekomen, hebben wy g'oordeelt, deselve niet te kunnen veren tolereren, maar te moeten tegen gaan door bekwame middelen, te eerder door dien wij de pascen van de Engelsche Comp:e respecteren, en onteen der Engelsche„ Comp: nogtans met een vrij am„ „pler titul zig eenig prouvoir op dese vaarwateren kan aanma„ tigen als de heeren Engelschen, die tot antjenga maar precairo gezeten zijn en egter dus doen„ „de wel het dominium mans zou„ „den Exereeren willen, dog wij hebben ons over dit magnificq poinct dat al bij hooger authoni„ „teijt gedebatteert en tusschen ja wij willen ontont en neen gebleven is, met dese subalterne ministers niet willen uitlaten, maar ons vergenoegt met over die onwettiglijk ingevoerde nieuwig„ Engelsche „heden pasce. 291. Van Mallabaar Den 17:' Iulij A:o 1754 Van Mallabaar Den 27:' Julij A:o 1754 dat engels minis„ werden bij Copia bief particulier beantwoord. „tuig van geen pas versien geweest is. van antjenga. is een zaak van Importantie ook weder apaste bantword hebben eenelijk bij „ heden te doleren en het Engelsch minis„ „tinum gedoleert,„ tenum te adverteren, dat indien de pakcen van onse Compagnie niet ge„ „respecteert werden, wij genoodzaekt zul„ „len zijn de privilegien en regten van onse heeren en meesters te maintche„ „ren door sodanige middelen, als wij daar toe het bekwaamste vinden zul„ kan weder gesien „ Een, gelijk UW hoog Edelhedens in 'tbrede opengelegt werd bij het nevens„ „leggend afschrift van den briev, dien wij op den 18:' Iunij passato aangaan„ „de dese affaire na ansjenga ge„ „schreven hebben, en door het opperhoofd is door het opehooftd M„r George Scholt particulier en sonder Communicatie van zijnen rade is b'antwoord geworden blijkens de bijleg„ „gende Copia van zijne missive de dato geeft voor dat het vaar 22„' Iunij pass„o, en dewijl hij daar bij onder andere Excusen voorwend, dat het vaartuig van onsen pakhuijsmees„ „tir met geen pasce van ons voor„ „sien geweest is, en dat het daar op Varend hoofd deselve ook niet vertoond heeft, so heeft den Commandeur hem weder bij een aparte hier sub dato vor dorden Commandteere 28„' Iunij, waar van de Copij dese Verselt, gerepliceert, dat het opdwingen van paspoorten aan vaartuigen, welke hetopdring van atpotin met sodanige bescheiden van onse Com„ „pagnie versien zijn, hem van so veele importantie heeft toegeschreven, dat hij nodig g' oordeelt heeft het zelve zijnen rade te communiceeren, dat het hoofd en de roeijers van het vaartuig van onsen pakhuijsmees„ „ter bereid zijn met solemnelen Eede te bekragtigen, dat de pasce van on„ „se Compagnie aan de bevelheb„ „bers op de ronde thonijs Vertoont is, Voorts dat men verwagte, dat de barquurs, die met hollandsche pas„ „cen verzien zijn, voortaan, hunne rei„ „sen sonder hinder en belet zullen Vervolgen kunnen; terwijl men nu niet anders konde denken, of desen hier van den Commandeur zoude weder aparte st antwoord werden, so vatfing men buiten verwagting van ans, ontfangt van en vier „Jenga een gemeenen over de dato 11: fb„ hem „ kndn„ ser„ 293.

NL-HaNA_1.04.02_2842_0144 view scan ↗

English

From Malabar, 27 July 1754. Wherein the said Commander Scholte and his Council declare that they are astonished at our complaints that native vessels, although provided with passes from our Company, are likewise forced to take passes from their Company; that they have had this privilege at all times and also desire to preserve it at all times. And regarding the vessel of our warehouse master, these gentlemen and friends maintain that the person appointed as head on it requested an English pass and did not inform them that it was a vessel belonging to a servant of the Dutch Company, as can be seen in further detail from the copy of the said letter here. And since this point concerning the issuing of passes to native vessels that are already provided with passes from our Company cannot be decided between us and the English gentlemen, we have thought it best to answer them briefly that we shall treat the native vessels that pass or call at Cochim from Bombay, Tellicherry, and elsewhere with English passes in the same manner, and shall enable the vessels of our servants and subordinates to oppose their unlawful inspections and the forcing of passes upon them. In the month of April recently past, there arrived and came to anchor in the roads here a Portuguese frigate named Bom Jesus de Villa Nova, commanded by an English captain named Hugo Morgan, belonging to a Roman Catholic clergyman of the Dominican order, being a great merchant and commonly called Father Lijnen, who also came ashore in person and earnestly requested the Commander that this ship of his might be admitted into the river and repaired, an application which appeared very strange to us and was also politely refused. It is indeed customary that the European nations who live with one another in Europe in peace and friendship should also treat one another kindly and be helpful here in India when unexpected disasters and accidents make such assistance necessary, but this case is entirely devoid of such circumstances, seeing that this priest seems to have purchased this worn-out ship intentionally in order to have its defects remedied at Cochim and to make it fit for his services, just as if the Company's shipyard here stood ready for the repair of the ailing bottoms of foreign nations. Besides this, it would still be a question whether a far lesser accommodation than that which is now requested, and which one might show to royal ships, such as water, firewood, and other small matters, can properly be extended to such and similar private traders, who not infrequently undermine the principals. The orders and remarks both of the Gentlemen Masters and of Your High Excellencies are clear and numerous on the subject of rendering services and marks of friendship to foreign nations, whereby the present state of affairs in this country, which warrants every attention, gives us sufficient reason to decline in a civil manner all requests of such a nature as this, even if made by the best-intentioned. We have intentionally been somewhat lengthy concerning this affair, since the aforementioned Dominican was indeed pleased to give it to be understood that he would complain of this refusal to the Viceroy at Goa. And since the aforesaid ship entered the Southern Mud Bay without our prior knowledge and consent, we immediately sent a corporal and six common soldiers to the said bay and wrote such a letter to the ship's officers as Your High Excellencies will find set down in one of our accompanying resolutions of 20 May past, to which we refer. A capital Danish ship named Zuidermanland, coming from Tranquebar, arrived at Calicut in the latter part of March, and is said in passing to have called at Colletje, discharged a quantity of iron there, and taken in some coir. Also, in the month of April, a Swedish ship arrived at Calicut.

Dutch transcription

Van Mallabaar Den 27:' Julij A„o 1754 Van Mallabaar Den 27„' Julij A:o 17554 hebben dat voorregt raa. zeggen dat het hoofd van 't vaartuig om een engelse pasce ver„ „zogt heeft. geestelijken. word bleefdelijk Van de hand geslagen. deser, waar bij den genoemden Commandant scholt en zijnen rade betuigen verwon„ „dert te zijn over onse klagten, dat de inland„ „sche Vaartuigen, schoon met pascen van on„ „se Comp:e voorsien, gedwongen werden insge„ „lijks. patcen van haare Comp: tenemen; dat zij dit voorregt ten allen tijden gehad hebben en ook bege„ ten allen tijden ge„rek te Conserveren, en aangaande het vaartuijg van onsen pakhuijsmeester houden dese heeren en vrinden staande; dat het daar op bescheiden hoofd om een Engelsche pakce versogt en niet ver„ wittigt heeft, dat het een vaartuig was toebehorende een dienaar van de hol„ „landsche Comp:e zo als nader uit de Chia van gedagte hier kan gesien werden, en nademaal dit poinct wegens het af„ „geven van pakcen aan inlandsche vaar„ „tuigen, die bereeds met pascen van onse Compagnie verzien zijn, tusschen onsen de heeren Engelschen niet zal kunnen werden gedecideert, so hebben wij best gedagt hen kortelijk te antwoorden, dat wij de inland „sche Vaartuigen, die van Bombaij, Tallis„ „herij en elders met Engelsche pascen Cochim Portugees Freguat F van God genaamt Bon Jesus de villa Nova en gecommandeert bij een Engelsch Capitain in name Hugo Mor„ „gan, toebehorende een roomsch geeste„ „lijken van de Dominicaner orde zijn, is tekchorende een oons „de een groot negotiant en door de wandeling genaamt pater Lijnen, die ook in persoon aan de wal ge„ komen is en den Commandeur erns„ „tiglijk versogt heeft, dat dit zijn schip binnen de revier mogt gela„ „ten en Vertimmert werden, een instantie, die ons zeer vreemd voorge„ „komen en ook beleefdelijk van de passeeren of aansdtoen, op deselve wijze behande„ „len en de vaartuijgen van onse diena„ „ren en onderhorigen in staat stellen zullen, om zig tegens hunne onwettige vi„ „sitaties en opdwinging van paken te kunnen aankanten; Jn de maand april Jongst ge„ aroivement van een portugas „passeert is hier ter rheede ten anker ge reqeat „komen een passeeren hand 295 293 Van Mallabaar Den 27:' Iulij A„o 174 Van Mallabaar Den 27:' Iulij A„o 1754. schijnt dit schip zuider modderbhaaij kin„ Wil Dig overdese Weigering „swaren. Het is wel gebruikelijk, dat d' Europee„ „sche Natiën die met malkanderen in Euro„ „pa in Vreede en Vriendschap leven, hier in Jndia den een den anderen mede Vren„ „delijk handelen en behulpzaam zijn, Wanneer en verwagte rampen en toeval„ „len sodanige adsistentie noodzake„ „lijk maken, dog dit geval is gants ontblood van zulke omstandigheden, gemerkt desen prater dit afgevaren schip â dessein schijnt gekogt te heb„ hier te laten veskart been, om het tot Cochim van zijn gebreken te doen Verhelpen en tot zijne diensten bekwaam te maken, even eens of 's Comp:s timmerwerf al„ „hier klaar stond tot het verhelpen van de valetiedinaire bodems der Vreemde natien) behalven dat het nog de Vraag zoude zijn, off een vrij minder gerieflijkheid als die thans verzogt is„ en men aan konings schepen zoude mogen bewijsen, als water, brandhoud en andere klenigheden, wel te Extinderen is hand geslagen is. — tot zulke en diergelijke particuliere handelaars, die niet zelden de principalen onderkruijken; De Ordres en aanmerkingen so van de heeren majores als van UW Hoog Edelhedens zijn duidelijk en meenigvuldig op het stuk van dienst en Vrindschaps- bewijzingen aan de Vreemde natien, waar bij de presente gestelten „nisse van zaken hier te lande, die alle attentie menteert, ons genoeqjsame reden geeft, om alle versoeken van zulke natuur, als dese, schoon door de bester mienden gedaan, op een Citile Wijsze te declineren. — Wij zullen zijn met studie wat wijdlopig over dese affaire geval„ „len, vermits Voornoemde Dominicaner wel heeft willen te verstaan bijden noevaij te gove be„ geven, dat hij zig bij den viewij tot Gea ver dese verigering zoude be„ „zewaren. C En Vermils het voorsz: schip sonder onse voorkennisen toeten, s snder Voorkinis de „ming de Zuider modderbaij is binnen gelopen, zo hebben wijsen ers, an gelofen „ten een Corporaal en ses gemeene militairen na gem: shaaij gesonden en sodanigen bier aan de scheeps overheden geschreven, als uw hoog Edelheden: zullen gecoucheert vinden in fene van onse averkmende resolutie van 20:' maij pass„o waar aan wij ons gedragen; Een Capitaal Deensch schip Zuijderman, arivement van en deen sach „land genaamt komende van Tranqueber is in 't laat van soit te Calidaet maart tot Calicut g'arribeert, en zoude a passant op Colletje an de sant eieag „weest. gegiert zijn, aldaar en quantiteijt ijzer gelast een enige keser inge estela e reneene „nomen hebben, ook is in de maand april een; srstek tot Sweedsch „ren.

NL-HaNA_1.04.02_2842_0146 view scan ↗

English

Folio 299 From Malabar, the 2nd of July, Anno 1754. From Malabar, the 27th of July, Anno 1754. Arrival of a Swedish ship at Calicut. The fanum mint kept operating. By the general letter of the 8th of March, notice was given. That the interpreter of Barcelor excused himself from that trouble and pretexted a fever. Request of the equipagemeester Jacob Harssing. Request of the corporal of the school. A Swedish ship named De Prins Carel, commanded by Captain Elverstond, has arrived at Calicut in order to purchase a parcel of pepper there. Remaining cash. Cash, due to the paying off of the [illegible], linen, and other expenditures, has now decreased to a sum of ƒ293430:9:8, so that we hereby repeat our request for the fulfillment of the requisition made. The Fanum Mint was still kept in operation by the melting down and renewing of the old worn Cochin fanums, of which the commissioners have again submitted a report, a copy of which is annexed hereto, to show how many old fanums have been brought into the mint since the end of August 1753 and renewed up to the end of February of this year. By our general letter of the 8th of March last, we gave notice to Your High Excellencies that the interpreter of Barcelor had been ordered to come to Cochin in order to be able to speak with him at length about the condition of the lodge, the trade, and some native affairs concerning the court of Bednore, not doubting that he would accordingly have set out on the journey hither at the earliest opportunity; but instead of doing so, he excused himself from that trouble under the pretext of a fever that allegedly seized him 15 days after receipt of our letter, as can be seen more fully in our aforesaid resolution of the 20th of May last; and that we, perceiving the impropriety of this conduct, deemed it necessary to send another capable person to Barcelor, namely the sergeant and former overseer of Paponetty, Arnoldus Leenen, who had previously been stationed at Barcelor for several years and possessed the required ability to properly manage whatever Company business is to be performed there; which arrangement we hope will meet with Your High Excellencies' approval. Decease of the ensign Niese. The Ensign Everhard Willem Niese, who served as a military officer at Coulang, passed away here, as did the consumption bookkeeper of Chettua, Jacobus Elderman, in whose post we placed the assistant Jan Fredrik Grij. Also, the sergeant Jan Hendrik Roeloff of Heemstede was engaged by us at a salary of ƒ12 per month, having served the Company for 6 years in [illegible] and 2 years in a good and faithful discharge of his duty, as shown by our resolution of the 20th of May last, where the petition of this emeritus and the certificate of the Commandant of Cranganore granted in his favor upon presentation of an oath are recorded. The sergeant Roeloff engaged at salary. The skipper and Equipagemeester Jacob Harssing requests Your High Excellencies, on account of the expiration of his term of service, an increase in salary, together with skipper's board money and emoluments, according to the accompanying petition, which is accompanied by another from the corporal of the school of Bern, to the end that he may be favored by Your High Excellencies with the assistant's board money.

Dutch transcription

Fo: 299 Van Mallabaar Den 2„e ulij A„o 1754. Van Mallabaar Den 27:' Julij A„o 1754 arrivement van een seteeds schip te Caliceet. de fanumnsmurtenje woos gaande gehouden bij de generale brief van den 8:' maart 1ord kennis gegeven. dat den tolk van Barssa„ Excuseert van die moei„ „te en pretexeert een reqait bi den Coptnal o hooft schultij: Sweedsch schip De Prins Carel enaamt Den gecommandeert bij Catitain Elverstond tot Calicut aange„ „komen, ten einde aldaar een parthije- peper inte kopen. — Contanten zijn door het afbetalen van d' seker, lijwa„ rettant de Contanten ten n andere uit giften thans vermindert tot Een somma van ƒ293430:9: 8. zo dat wij ons verzoek tot voldoening van den gedanen eisch bij desen herhalen. De Fanums Munterije werd nog aan de gang gehouden door het versmelten en vernieuwen Van d' oude verstetene Cochimse fanúms, waar Van de gecommitteerdens weder een rapport welkers Crij hier rapport dien aangaande, bezijden legt, hebben ingediend, om aantetonen, hoe veel oude fanums zedert ultimo augustes 1753. in de meent gebragt en tot ultimo februarij deses Jaars vernieuwt zijd: Bij onsen generalen hier van den 8:' Maart J„o seden hebben wij uw Hoog Edelhedens kennis gegeven, dat „loor moest oekomen. den tolk van Barssaloor g'ordonneert was geworden na Cochim te komen, ten einde met hem over de gesteltheid van de Logie, den handel en eenige inlandsche zaken met betrokking tot het hof van Bedroer lar„ „go te kunnen spreken, niet twijffelende, of denselven zoude zig dienvolgende ten Eersten op reis na herwaards begeven hebben, dog in plaats van zulks te doen, heeft hij zig van die moeite g'Excuseert, onder pretext van een koorts die hen 15: dagen na den ontfangst van onsen hier zoude bevangen hebben, gelijk bij onse meerm: resolutie van den 20: Maij kass„o breedvoeniger te zien is, en dat wij de onbetamelijkheid van dit gedoente inziende, noodzakelijk g'oordeelt hebben een ander bekwaam persoon na Barssaloor te zenden; namentlijk den sergeant en gewesen opzien„ „der van Paponettij Arnoldus Leenen, die voordesen eenige Jarenop Barssaloor gelegen en de vereischte bekwaamheid heeft om het gen ot de e te ekeen aldaar 's Comp:s wegen te Vorigten Valt, behoorlijk waar tenemen, wel„ „ke schikking ijkopen, dat van uw Hoog Edelheedens goedkeelding Den Vaandrng Overhard Willem Niese, die op Corilan gemititert vetolije o er oardng Niete. heeft, is hiergekomen te overlijden, als mede den consumptie boekhouder Van Chettua Iacobus Elderman, in wiens bediening wij geslaest hebben den adsistent Ian fredrik Grij, ok is door ons met ƒ12: termaand gegagieert gewonden den sergeant Jan Hendrik Roeloff van heem den songrant Volffgagient. „stad, die 6: aren bereik ten 2. Jaren de Comp: in eengoede en getrouw behartiging van zijn, pligt gedient heeft, uitwijzens onse resolutie Van den 20:' maij pass„o alwaar het request van desen emeritus en de attestatie van den Commandant van Cranganoor ten zijnen behoeve onder presentatie van Eede verlendt staan ingeschreven; Den schipper en Equipagiemeester Jacob Harssing versoekt reges he: utagimeter uw hoog Edelhedens mits rdime tijds Exhiratie on verkoging in gagie, mitsg„s schippers kostgeld en emolimenten na luid van hiet nevens, „leggende requst at verslet gaat van een ander van den Corpo„ welf schulk: van Bem, ten inde door uw hoog Edelhedens met het odsistente kotged„ zijn zal; Harssing. een begunstigt koors.

NL-HaNA_1.04.02_2842_0147 view scan ↗

English

301. From Malabar the 27th of July Anno 1754. From Malabar the 27th of July Anno 1754. to be favored, since he, being a capable subject with the knowledge of which there is currently a great shortage here, upon his written request, which was incorporated by resolution of the 6th of this month, has been placed by us in the secretariat. Petition of the Colonel. Next to this lies a petition from the Colonel Macassari requesting the emoluments that he enjoyed as Colonel, and some other proofs of favor. Macassari. In order to comply with Your High Noblenesses' order by extract resolution of the 1st of January 1753, the number of present personnel of each profession and rank is hereby made known, as: Of the Police and Commerce 1 Commander and Supreme Ruler 1 Senior Merchant and Secunde 3 Merchants 5 Junior Merchants 1 Bookkeeper and Sworn Translator 15 Bookkeepers 44 Clerks, namely 22 Assistants 4 ditto 11 Soldiers at the pen. Ecclesiastical Servants 1 Minister 1 Schoolmaster and Sexton 2 Organists. Men both on land and on the sloops and smaller vessels, as: 1 Equipage Master 2 Chief Mates 1 Sailmaker 1 Writer and Timber Measurer 9 Quartermasters 40 Sailors. Military personnel, namely: 1 Colonel 2 Captains 5 Lieutenants, whereof 1 provisionally and 1 Adjutant 42 Sergeants, whereof 5 provisionally 1 Garrison Writer 5 Captains of Arms 50 Corporals 1 Drum Major 7 Fifers 16 Drummers 540 Soldiers, namely Eastern Military personnel 3 Captains 2 Lieutenants, whereof 4 provisionally 4 Ensigns, whereof 1 provisionally 15 Sergeants 19 Corporals 190 Privates. Artillerymen, namely: 1 First Lieutenant 1 Second Lieutenant 6 Gunners 1 Powder Maker 7 Gunner's Mates 1 Assistant Powder Maker 28 Musketeers. Servants of Medicine and Surgery, as: 1 Chief Surgeon of the hospital 1 ditto of the city 4 Surgeons 2 Third Surgeons 2 Soldiers assigned to surgery. Craftsmen 1 Master of the carpenters 1 ditto of the house carpenters and masons 1 ditto of the ship carpenters 1 Chief Mandor 12 Shipwrights 6 Smiths 1 Saddler 1 Coppersmith 11 Coopers 1 Mat Maker 1 Timber Measurer 1 Turner 1 Gunstock Maker. For Diverse Services 1 Court Messenger 3 Writers to the interpreter 1 Sock Binder 1 Trumpeter 1 Provost 1½ Coal Burner at Paponetty 1 Under-interpreter at Tengapatnam 1 Mukkuvar at Cannanore. Hereafter follows another petition from the First Lieutenant of the artillery, Pieter Monijn, requesting thereby a favorable increase in salary from Your High Noblenesses. The ministers of Coromandel have sent us a note concerning several manufactured goods lying unsold there, offering to send the same to us in case of demand; however, we have written back to the ministers that those cloths and fabrics on Malabar, as is the truth, are by no means desired with any profit, and that we have sent a sample, but that the demand for the canals has completely ceased, and thus the same are unwanted. Eastern Here ƒ691453. Europeans 95 Natives 303. From Malabar the 27th of July Anno 1754. From Malabar under date the 27th of July Anno 1754. Herewith we commend Your High Noblenesses' illustrious persons and, under your governance, the Company's weighty interests to the safe protection of God, and remain with due respect and high esteem. Below stood: High Noble, Severe, Highly Honorable, and Far-Ruling Gentlemen. Lower: Your High Noblenesses' humble and obedient servants. Was signed: Fredrik Cunes, Nicolaas Bowijn, Daniel Bos, Mattheus Hendrik Beijts, Gijsbert Ian Feith, Anthonij van Vechten, Harmanus van der Steeg, and David Hendrik Westphal. In the margin: Cochin the 27th of July Anno 1754. Resolutions After the prayer to God was spoken, the Lord Commander said that the order of Their High Noblenesses contained in the extract resolution of the 4th of June 1743 entailed that the oath of purgation had to be taken by the servants of the Company who are promoted to any offices; whereupon the form was read, and the oath was taken in proper form into the hands of His Honor by the Senior Merchant and Secunde of this Commandment, Nicolaas Bowijn. Saturday the 2nd of March Anno 1754. Present The Honorable, Right Honorable Lord Commander and Supreme Ruler Fredrik Cunes The Honorable Senior Merchant and Secunde Nicolaas Bowijn The Honorable Military Captain Daniel Bos The Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier Mattheus Hendrik Beijts The Honorable Junior Merchant and Warehouse Master Gijsbert Ian Feith The Honorable Junior Merchant and Shopkeeper Harmanus van der Steeg The Honorable Junior Merchant and Pay Bookkeeper David Hendrik Westphal Absent: The Honorable Junior Merchant and Secretary of Police Anthonij van Vechten due to indisposition. Resolution taken in the Council of Malabar at the city of Cochin. Nicolaas upon

Dutch transcription

301. Van Mallabaar Den 27:' Julij A„o 1754. Van Mallabaar Den 27„' Julij A„o 1754 begunstigt te werden, also denselven als Een bek waam subjetot de kenne, waar aan men hier thans groot gebrek heeft, op zijn schiftelijk verzoek, dat ter resolutie van den 6:' deses is ingelijft door ns op de se„ „cretanije is geplaast geworden. — request an den Calonel Noglegt hierbezijden Een Request van den Collonel Marastij versoekende om d'Emolumenten, die hij als Collonel genoten heeft, en eenige andere gesnst bewijsingen. macassrij. Om te voldoen aan uW Hoog Edelhedens ondr bij Exract resotutie getalderoman tr pantie a den 1:e Jnuanij 173. were in desen bekendt gestelt het getal der aanwe„ „zende manschappen van ijder beroepen qualiteijt als van de Politie en Commercie 1. Commandeur en oppergebieder 1. opperkoopman „ secunde. 3. Cooplieden 5. onderkooplieden 1 Boekhouder en gesw: translateur 15. boekhouders 44. pennisten te weten 22: assistenten 4: d„o E 11. ' soldaten bij de pen. kerkelijke Bediendens „ predikant 1 schoolmeesteren koster 2. organd ston. Mannes soo aan land als op de Chialoupen en mindere vaartuigen als. 1. Eduiragi meester 2. voter stuurlieden 1. Deilmaker 1. schrijver en balkmeter 9. quartiermeesters 40. mattrosen. Militairen te weten. 1. Collonel 2: Capitains 5: Lieutenants daar 1: p„s en E:e adjudant i 42. Zergrants daar van 5. p„s 1. guarnisoen schrijver 5. capitain des armes 50. Corporaals 1: lamboer majoor 7. pijpers 16: Hamboers 540. Zoldaten te weten Oosterse Militairen 3. Capitains 2. Suitenants daar onder 4: p„s 4. Vaandrigs _„ _„ 1. „ 15: Sergeants 19. Corporaals 190. gemeenen. arthillenisten te weten F2ds 1. Lieutenant 1. onder 6: Constabels 1 Kkruijtmaker 7. Constabelsmaat 1 onderkruijtmaker 28. bosschieters Bediendens van de geneeskunde en Chinurgie, als. — ds 1. opperchirurgijn van 't hospitaal = van de stad. 1. 4. Chirurgijns 2. derde Chinirg„s t 2. soldaten bij de Chinurgie. ambagtslieden 1. meesterk t der stummerlieden 1. d„o der huijstimmerlieden en metselaars 1. „ der Scheepstimmerlieden. 1. oppermandoor 1. 12. scheepstimmerlieden 6. smits 1. zadelmaker 1. koperslager 11 kuijzer 1 mat Semmeman 1. balkmeter 1. drajer 1. glademaker. Tot de Deverse Diensten 1. geregtsbode 3. scheijvers bij den tolk 1. sockebinder 1. trompetter 1. geweldiger 1½ koolbhander tot paponettij 1 onder tolk tot tengapatnam 1. mocquadon tot Cannanoor. Hiormnakomt nog e request van den Eersten Lieutenant den artillenij miten e etat Pieter Mlonijn versoekende daarbij van WW hog Edelhedens een gunstige. ver„ „hoging in gagie. De minsters van Cormandel hebben ons een notitie toegesnden da ote ange ete e Verscheide aldaar over onverkogt leggende mani facturen, onder aanbieding van deselve ons in Cas van gewiltheid te laten toekomen, dog wij hebbendemins„ „ters gersonibet, dat die laken en stoffen op mallabar, so als de waarheids, oote oe t e e e met gen voordete desiteren ijn en at nen de elijk ondemede en etenen an ande e „perkomen aran en monster na agata , aegesonden heben ij ende ent an e ekeede a a Voorde konalen it ghel en gld geloven is, en dus deselve ongewilde zijn. — Oosterse Hier ƒ691453. Europesen 95: Jnlandse 303. Van Mallabaar Den 27:' ulij A„o 174 Van Mallabaar onder Dato 27„' Julij A„o 174 Hier mede bevelen wij UW Edelhedens illustre per„ Hoog „sonen en onder derselver bestier 's Comp:s zwaarwigtige belangen in de veilige pro„ „textie godes en verblijven met de Verschuldigde Eerbied en hoog ag¬ „ting. /:onderstond:/ Hoog Edele, Gestrenge, groot agtbare, en wijd„ „gebiedende Heeren /: Lager:/ UW Hoog Edelhedens ootmoedige en Gehoorsa„ „me Dienaren, /:was getekent:/ F„k Cunes, N„s Bowijn, D„l Bos, M„t H„k Beijts, G„t J„n Feith A„o V„n Vechten„ H„k V„n D„r Steeg, „n D„s h„r Westschal /:in Mangine:/ Cochim den 27„e Iulij Anno 1754:— resolutien Na dat het Gebed tot God was uitge„ „sproken zeide den heer Commandeur dat de ordre van Haar Hoog Edelens vervat bij Extract resolutie Van den 4:' Junij 1743. meede bragt, dat den Eed van purge moest gedaan werden door de Dienaren Van de Comp:s, die tot eenige ampten werden gepromoteert, waar op het formulier gelesen, en den Eed in behoorlijke forma in handen van zijn Ed: afgelegt wierd, door den opper„ „koopman en secunde deses Commandements Saturdag Den 2:' Maart A„o 54 171 Present Den E: E: Agtb: Heer Commandeur en oppergebieder Fredrik Cunes „ E: Heer oppercoopman en secunde Nicolaas Bowijn „ E: Capitain Militair Daniel Bos, „ E: Coopman fiscaalen Cassier Mattheus Hendrik Beijls „ E: onderkoopman en Pakhuijsmeester Gijsbert Ian Feith „ E: onderkoopmanen Winkelier Harmanus van der Steeg „ E: onderkoopman en soldijboekhouder David Hendrik Westphal Absent. „ E: onderkoopman en Secretaris van Politie Anthonij van Vechten door Indispositie. Resolutie genomen en Rade Van Mallasaar ter stede Cochim Nicolaas op

NL-HaNA_1.04.02_2842_0149 view scan ↗

English

From Malabar under date 27 July Anno 1754. From Malabar under date 27 July Anno 1754. Nicolaas Bowijn, the merchant fiscal and cashier Matthijs Hendrik Beijts, the junior merchant David Hendrik Westphal, and Lieutenant Christiaan Ewils, on account of the quality and offices that they recently obtained from the High Indian Government. Furthermore, the Commander produced a report delivered by the equipage master Harsing and master of the shipwrights Florijn concerning the defects discovered on the ship Den admiraal de Ruijter and its longboat, notifying the meeting that his Honour, in order to lose no time, had immediately given orders to begin the repairs, it being approved to insert the aforementioned report into this record. To the Honourable, Esteemed, Respected Lord Fredrik Cunes Commander and supreme authority of the Coast of Malabar, Canara, and Wingurla. Respected, Commanding Lord: In compliance with Your Honourable and Esteemed commanding high orders, we the undersigned have proceeded aboard the Company's ship Den admiraal de Ruijter, lying here in the roads, in order to inspect the defects of the said vessel, and we take the humble liberty to communicate to Your Honourable, Esteemed, and Respected Lord in this our written report how the said vessel must be provided with new cross-trees for the fore-topmast; also, if it pleases Your Honourable, Esteemed, and Respected Lord, the sheathing must here and there be fitted with some new pieces, and subsequently the aforementioned sheathing must be caulked and payed black. Furthermore, the longboat ought to be hauled up onto the yard in order to take out of it some planks that are eaten through by worms and to fit new ones in their place, and subsequently be caulked and greased; wherewith we hope to have complied with Your Honourable, Esteemed, and Respected Lord's revered order, and remain with deep submission, Honourable, Esteemed, and Respected Commanding Lord, Your Honourable, Esteemed, and Respected Lord's humble and obedient servants. Was signed: I. Garsing and W.m Florijn. In the margin: Cochin, the 3 February Anno 1754. The skipper of the said vessel, Christiaan Hansz, having made a request for some supplies by the following requisition, and having been served with a report by the equipage master that the same are needed, as appears below: To the Honourable, Esteemed, Respected Lord Fredrik Cunes Commander and supreme authority of the Coast of Malabar, Canara, and Wingurla. Your Respected and Commanding Lord. The undersigned skipper Christiaan Hansz, commanding the ship Den admiraal de Ruijter, respectfully makes known to Your Honourable, Esteemed, and Respected Lord that he urgently requires for the service of his vessel: 1 piece heavy hawser, in place of an unfit one. 250 kannen of olive oil, for the rations of the ship's crew, as he received none of it in Batavia, and no more than 196 kannen remained from the ship's balance under date 12 October Anno 1753. Which necessities the petitioner requests Your Honourable, Esteemed, and Respected Lord may be supplied for the aforesaid service, as well as water and firewood, refreshments for the ship's crew, and to have repaired the fore-topmast cross-tree, the main topmast cross-tree, the topgallant mast, likewise to have the longboat repaired. Below stood: Which doing, etc. Signed: C. Hansz. In the margin: Cochin, the 4 February Anno 1754. To and 385

Dutch transcription

Van Mallabaar onder dato 27„' Julij A„o 1754. Van Mallabaar onder Dato 27„e' Julij A„o 1754. Nicolaas Bowijn, den koopman fiscaal en Cassier Matthijs Hendrik Beijts den onderkoopman David Hendrik Westkhal„ en den lieutenant Christiaan Ewils, wegens de Qualiteijt en bedieningen, die zij Jongst van de Hoog India„ „se Regeering bekomen hebben. — Voorts produceerde den heer Commandeur een berigt door den Equipagiemeester Harsing en baas der scheepstimmerlieden Florijn overgelevert, aangaande de gebroken aan 't schip Den admiraal de Rruijter, en des„ „selfs barkas ontwaard, onder bekentmaking aan de ver„ „gadering, dat zijn E: om geen tijd te verliesen, ten Eersten ordre gegeven had, om met de verhelping een begin tema„ „ken, zijnde goedgevonden Voorsz: berigt in desen te doen Insereeren. Aan den E: E: Agtb: Heer Fredrik Cunes Commandeur en oppergebieder der Custe Mallabaar, Canara en Agtb:s Welgebiedende Heer: Wingurla. - In nakoming van UE: E: geb: hog g'eerde ordre, hebben wij „ondergetekendens ons vervoegd, op 't alhier ter rheede leggend, 's Comp:s schip Den admiraal de Retijter, omme de gebreken van gem: bodem te besigtigen, so nemen wij de nedrige vrijheid, in dit ons schriftelijk oap„ „port VE: E: agtb: te Communiceren, hoe dat gem: bodem met voorsien wor„ „den van nieuwe Daalings, voor de voorsteng, ook moet VE: E: agtb: des behagende de dubbelheid hier en daar met eenige nieuwe stukjes in deselve versien, en vervolgens de voornoemde dubbelhuijd, gekal faart en swart gesmeert worden; wijders dient de barkas op de werf opgehaald teworden, om in deselve eenige klanken, die door de wornen zijn doorweten, uijtreken en nieuwe in de plaatse tevoegen, En door den Equipagiemeester van denigt gedient zijnde, dat deselve benodigt zijn, gelijk hier onder blijkt; Aan den E: E: agtb: Heer Fredrik Cunes Commandeur en oppergebieder der Custe Mallabaar, Canara en Wingurla VE Agtb: welgebiedende Heer. Den ondergetekende schipper Christiaan Hansz: commanderende het schip Den admiraal de Ruijter, geeft VE: E: agtb: in eerbied te kennen dat hij ten dienste van zijn onderhebbende bodem nood„ „saekelijk van doen heeft. 1. p„s swaare vijger, in steede van een onbequaam 250: kann: olijven olij, tot randsoen van het scheeps Volk, also tot Batavia daar van niets ontfangen heeft en bij het scheeps restant niet meer als 196: kann: onder dato 12. october A„o 1753. gebleven is. welke bonodigtheden den supp„t VE: E: agtb: versoekt dat ten dienste voorsch: mogen verstrekt worden, so mede water en brandhout, Verversing voor 't scheeps volk en de Voorenstenge Saling, de grote stengen de _„o bramsting te laten repareeren Item de barcas vertimmeren te laten /:onderstond:/ 'T welk doende &=a /: getekent:/ C: Iransz: /: in margine:/ Cochim den 4:' februarij A„o 1754. — Den schipper van gem: bodem Christiaan Hansz:, om eenige benodigtheden versoek gedaan hebbende bij de ondervolgende Eijsch. — en vervolgens gekalfaat en gesmeert worden; waarmede verhopen voldaan te hebben, aan VE: E: agtb: gevenereerde or„ „dre, en verblijve met diepe onderdanigheid /:onderstond :/ Ed E: agtb: welgebieden„ „de Heer, UE: E: agtb: onderdanige en gehoorsame Dienaren /:was gete„ „kent :/ I„s Garsing, en W=m florijn, /: in margine:/ Cochim den 3:' februa„ „rij Anno 1754. — Aan en 385

NL-HaNA_1.04.02_2842_0150 view scan ↗

English

307. Anno 1754. From Malabar under date 27 July From Malabar under date 21 July Anno 1754 To the Honorable, Respectable Sir Fredrik Cunes Commander and Supreme Authority of the Coast of Malabar, Canara, and Vengurla. Honorable, Respectable, Commanding Sir: In prompt compliance with Your Honor's much-esteemed order, I have accurately examined the requisition of the skipper of the ship Den Admiraal de Ruyter lying here in the roads, Christiaan Hansen, and found that he necessarily requires for the service of his vessel: 1 piece heavy anchor in place of an unsuitable one. 250 kannen olive oil for the rations of the ship's crew, as nothing thereof was received at Batavia, and from the ship's remainder no more than 196 kannen was left under date 13 October Anno 1753. The necessary water and firewood, as well as refreshments for the ship's crew, likewise to have repaired: the foretopmast crosstrees, the main topmast, and the ditto topgallant mast; item to repair the longboat. Wherewith hoping to have satisfied Your Honor's much-esteemed order, I shall assume the honor to be and remain, below stood: Honorable, Respectable, Commanding Sir, Your Honor's humble and obedient servant, signed: Is Harsing. In the margin: Cochin the 4th of February Anno 1754. Thus it was resolved to allow these necessities to be provided for the benefit of Den Admiraal de Ruyter, except for the olive oil, of which we are ourselves poorly supplied. The chief surgeon of the Company's hospital having submitted a report of six incurable persons, indicating the ailments from which they suffer, it was resolved to send these people from here to Batavia. It was also resolved to grant passage to Batavia on Den Admiraal de Ruyter to the widow of the late Second De La Haye along with her family, as well as to some Mahometan priests who had very urgently requested this of the Commander. Furthermore, the Commander informed the meeting that the sloop Maria Laurentia arrived here on the 10th of February past from Thengapattanam with 2500 pieces of assorted linens delivered there by the supplier Nelleapen Chetti, which was accepted for information. After this, the Commander presented a contract for 30000 pieces of assorted linens concluded by His Honor here locally with the merchant Chetti Pandara, resident at Cottatte and formerly a supplier to the English, on and for such conditions and prices as clearly expressed in the contract, which the meeting approved in all parts and resolved to send to Batavia for the consideration of Their High Excellencies. It is true, said the Commander, that the High Government wrote here directing that the linen trade be abandoned on account of the numerous difficulties with which it was attended, but since this trade has now been set in motion according to wish, and all obstacles surrounding it have been virtually removed, His Honor judged that Their High Excellencies, learning of this, might change their decision and be pleased to give orders to proceed earnestly with this article, which now has a better prospect. But as it is also possible that Their High Excellencies, notwithstanding the favorable change in the linen trade, might persist in their already given order, the Commander intended to request Their High Excellencies that, in such case, the now newly contracted linens might be left for his own account, in order to seek an outlet for them himself. The resident of Ponnani, requesting by letter of the 23rd of February past authorization for the purchase of thick olas and bamboos to fit out two boats to collect the beams lying ready at Calicut, it was resolved to grant him the requested authorization, and to reply regarding the beams that he must send the same hither with native vessels, as the boats cannot be spared. Whereas the master carpenter Willem van Dam continually indulges so excessively in drink that he neglects the work in the timber yard and is virtually unfit to perform any service, it was approved and resolved to send him to Batavia with dismissed wages, and the post of master carpenter According to a report of the 10th of February past, Captain Mendes has again discovered in the conquest of Paponetty some small gardens that were clandestinely occupied, and leased them to a certain lascorijn named Vintura for the term of two years, to yield 12 paras of paddy annually. Subsequently, there were read in this meeting the translated extracts from two English letters to the Company's merchant Ezechiel Rahabi and the city innkeeper John Russel from Goa, and a letter from the Governor of Bombay, Richard Bourchier, under date 18 February, written to the Commander, containing the sad news that our ships De Wimmenum and De Vrede, in an encounter with Angria, very unfortunately blew up into the air, and the bark Jacatra was taken; which extracts and letter it was resolved to send in copy to Their High Excellencies.

Dutch transcription

307. A„o 1754. Van Mallabaar onder Dato 27„' Julij Van Mallabaar onder Dato 21:' Julij A„o 1754 Aan den E: E: Agtb: Heer Fredrik Cunes Commandeuren oppergebieder der Custe malla„ „baar Canara en Wingurla. E„ Agtb: wel gebiedende Heer: In prompte naarkoming van VE: E: agtb: Veel g'erde ordre„ hebben Eijsch van den schipper van 't alhier ter rheede leggende schip Den admiraal de Bruijter Christiaan Hansen nauwkeurig g'dxamineert, en bevonden, dat den selven ten dienste van zijn onder hebbende bodem noodsakelijk van doen heeft. 1. p„s swaare Vijger in steede van een onbequaam 250: kann: olijven olij tot vandsoen voor het scheeps Volk also tot Batavia daar van niets ontfangen heeft, en bij het scheeps restand niet meer als 196. Kann: onder dato 13: october A„o 1753. gebleven is. het nodige water en brandhoud mitsg„s verversing voor 't scheeps volk„ so mede de voorstenge saling de grote Hteng, en de d:o bramsting te laten repareeren; Jtem de barcas Vertimmeren. Waar mede verhopende voldaan te hebben aan VE: E: agtb: veel g'agte bevel, so sal ik mij d' eere aanmatigen van te zijn en blijven /:onder„ „stond:/ E: E: agtb: welgebiedende Heer, VE: E: gtb: onderdanige en gehoorsa„ „men Dienaar /:getekend:/ I„s harsing. /:in margine:/ Cochim den 4:' febrij A„o 1754.— so is verstaan die noodwendigheden ten behoeve van Den Admiraal de Ruijter verstrekken te laten Exccpto de olijven olij waar van men selv weinig voor„ „sien is. Den oppermeester van 's Comp:s hospitaal ingedient hebbende een rapport van ses incu„ „rable persoonen met aantooning der kwalen, Waar aan De laboreren, so is verstaan dese menschen Van hier na Batavia te versenden; Nog is verstaan aan de weduwe van den overleden Secunde De Na Haije nevens haar familie per Den admiraal de Ruijter transport te ver„ „lenen na Batavia als mede aan eenige Mahometaanse. pniesters, die zulks zeer instandig aan den Comman„ „deur Versogt hebben. — Voorts bedeelde den heer Commandeur de vergade„ „ring, dat de Chialoup Maria Laurentia op den 10:' Februarij pass„o van Tengapatnam alhier aangekomen is, met 2500: p„s gesorteerde lijwaten door den leverancier Nelleapen Thettij, aldaar gelevert 't welk voor Communicatie is aangenomen.— hierna produceerde den heer Commandeur een Con„ „tract van 30000. p„s gesorteerde lijwaten, door zijn E: hier ter plaatse gesloten met den koopman Chettij Pan„ „dara inwoonder tot Cottatte, en bevorens leverancier van de Engelschen, op en voor sodanige Condtitien en Cuijsen als bij het Contract, dat de vergadering in alle deelen goedkeurde en besloot tot speculatie Van Haar Hoog Edelhedens na Bata„ „via te senden, duijdelijk staan uijtgedrukt, 't is wel waar zeide den heer Commandeur, dat de hooge regering dit heen aangeschreven heeft, om den lijwaat waar handel - 309 Van Mallabaa onder dato 27„' Julij A„o 1754 VAan Mallabaar onder dato 27„e Julij A„o 1754 handel ter zaeke van de onenigsuldige swarigheden, waarmede deselve verselt ging, te laten varen, dog vermits desen handel thans na wensch aan de gang gebragt is, en alle hinderpalen daar omtrend genoegsaam uit den weg genumt zijn so oordeelde zijn E: dat Haar Hoog Edelhedens sulks vernemende mogelijk van besluijt zullen veranderen, in beveelen gelieven te geven, om dit articul, dat nu een beter aansien heeft, met einst voort„ „tesetten, dog dewijl het ook gebeurlijke is, dat Haar Hoog Edelens niet tegenstaande de gunstige verandering van den lijwaat handel, bij hun reeds gege„ „ven ordre blijven persisteeren, zo was den heer Comman„ „deur van Voornemen om Haar Hoog Edelens te versoeken, dat in zodanig geval, de nu op nieuws ge„ „contracteerde lijwaten voor zijn reekening mogen gelaten werden, om daar mede selv een uitweg te soeken. Den resident van Pananij bij briev van den 23: feb=ij pass„o om qualificatie versoekende, tot den inkoop van dik olas en bamboesen, om twe boods ten afhaal van de balken, die tot Calicut gereed leggen, so is verstaan hem de versogte qualificatie te Verleenen, en nopens de balken te antwoorden, dat hij deselve met Jnlandse vaartuigen moet herwaarts zenden, dewijl de boods niet kunnen gemitt werden; Volgens rapport van den 10:' februarij pass„o heef Capit„n Nademaal den meesterknegt der huijstim„ „merlieden Willem van Dam; zig bij Continuatie so zeer in den drank te buijten gaat, dat zij het werk in de houtthuin verwaarloost en genoegsaam onbekaam is om eenige dienst te doen, so is goedge„ „vonden, en g'arresteert hem met afgeschreve gagie na Batavia te versenden, ende plaats van meesterknegt Mendes in 't Conquest Paponettij weder eenige kleijne thuijntjes, die Clandestinelijk beseten werden, ontdekt en aan zeker lascorjn Vintura gen„t in hagt ge„ „geven, Voor den tijd van twee Jaren, om Jaarlijks 12. harras Nelij optebrengen; Vervolgens wierde in dese bij eenkomst gelesen de Vertaalde Extracten, uit twee Engelsche brieven aan 's Comp:s koopman Bechiel Rhabbij en den stads herbergier John Russel van Goa, en een hier van den Gouverneur van Bomthaij Richard Bourchier, sub dato 18:' febrij, aan den Commandeur geschreven, behelsende de droevige tijding, dat onte schee„ „pen De Wimmenum en De vrede in een ont„ „moeting met den Angrea heel ongelukkiglijk en de lugt gesprongen zijn, en de Barcq Iaccatra genomen is, welke Extracten en hier verstaan is Copieelijk tot Haar Hoog Edelhedens verte„ senden, Mindes met

NL-HaNA_1.04.02_2842_0152 view scan ↗

English

311. From Malabar, dated 27 July Anno 1754. From Malabar, dated 27 July Anno 1754. One cask was used for filling up. This was caused by the heat. This deficiency was caused... ...given over here. Sappun wood, this loss arose from... This deficiency was caused by this mineral. ...arrived. To be written off at 10 percent of each. To be written off at 10 percent of each. The spoiled beer in cattle... Work according to the order. To be assigned at once to the master journeyman of the masons, Anthonij van der Does, who is a sober person and thoroughly understands the trade; The findings concerning the imported and delivered cargo of the ship Den Admiraal de Ruijter having been submitted by the Senior Merchant and Head Administrator Nicolaas Bowijn, it was agreed, subject to the approval of Their High Excellencies, to grant such disposition thereon as is noted in the margin of each entry. Findings drawn up by the undersigned Head Administrator and handed over to the Honorable, Right Venerable Mr. Fredrik Cunes, Commander and Chief Authority of the Malabar Coast with the jurisdiction thereof, before the Political Council, concerning the shortages, etc., of various goods brought by the ship Den Admiraal de Ruijter from Batavia for this Commandery, according to incoming... The chest no. 144 was received unopened at Batavia, and likewise... In the Company's Trade Warehouse: 2 pieces of ciphering slates were found broken upon opening chest No. 144. Due to the drying out of the sappanwood... 476 lb sappanwood delivered less on the manifest of 25000 lb, calculated write-off: 1 17/8 percent. Due to heavy rusting... 300 lb Dutch iron delivered less on the manifest of 20000 lb, making 1½ percent. As well as... 34 lb Dutch steel on the manifest of 4000 lb, making 1/16 percent. On hoisting, a piece of lead fell overboard, whereby this reduction was caused. 236 lb lead in pigs accounted for short on the manifest of 50000 lb, calculated: 7/16 percent. Knowing no reason for this difference in the tin, the... 90 lb Banka tin accounted for short on 25000 lb, giving 1/16 percent. ...and pay the rest. In the Company's Provisions Warehouse: 90 cans arrack found entirely empty across 3 leaguers. 200 cans mum beer, upon the ullage of 3 casks and the..., found both empty and spoiled. 100 cans in one cask found entirely empty. 100 ditto in one cask of 11½ gallons found spoiled. Due to drying out on the journey, a shortage of 3 ditto was found in one half-aam of arrack. In the manner just mentioned, 7 cans of Jopen beer were found short by 4 ditto in one half-aam. Sworn reports of the deputies who attended the unloading thereof here, of which the answering in that regard given by Captain Christiaan Hansen is added alongside this, upon which Your Honorable Venerability's disposition was requested. Sworn. 12 lb benzoin... From Malabar, dated 27 July Anno 1754. From Malabar, dated 27 July Anno 1754. ...gum caused. The great difference in the... Alongside the mentioned write-off, the skipper requests that this may be credited to him. Cost price to be credited to the account of the ship's officers. 12 lb ordinary white benzoin on the manifest of 2000 lb, making 5/8 percent. From the Equipment Warehouse: Write off. The difference in inland rosin being the reason for this deficiency. 2838 lb inland rosin found less on the manifest of 50000 lb, giving 5¾ percent. Due to the drying out of these... The undermentioned merchandise the officers have delivered in excess into the Company's warehouses upon importation, among other things on account of their permitted write-off, consisting of: 20132 lb powder sugar on the manifest of 671063½ lb, being 3 percent. 6289 lb candy sugar on the manifest of 209638 lb, being 3 percent. 14¾ lb Japanese bar copper on 11865 lb, being 5/8 percent. 24 lb Bima sappanwood on 25000 lb, being 1/8 percent. 26 lb Dutch steel on 4000 lb, being 1/16 percent. 62¼ lb nails on 6232 lb, being 1 percent. 28 lb ordinary benzoin on 20000 lb, being 1 1/5 percent. 2 7/8 lb sheet lead on 2345½ lb, being 1/4 percent. 1 7/8 lb yellow sheet copper on 1504½ lb, being 5/8 percent. 1¼ lb red sheet copper on the manifest of 1003 lb, being 7/8 percent. ¼ lb yellow cotton copper on 244½ lb, being 1/8 percent. 162 lb inland rosin on 50000 lb, being ¼ percent. Cochin, the last of February, Anno 1754. Was signed: Nicolaas Bowijn. The arrival yesterday in these roads of the ship... Friday the 8th of March Anno 1754, all present except the Secretary of Justice due to indisposition. Cochin, date as above. Was signed: Fk Cunes, Nicolaas Bowijn, Dr. Bos, Master Hk Beijts, Gt Js Feith, H. v. d. Steeg, and Pl Hk Westschal. Lastly, in this meeting, the general annual advices addressed to Their High Excellencies were reviewed, along with the general requisition, as well as the answered requisitions from Batavia and the Fatherland. Furthermore, the Commander informed the members of this meeting that Colonel Macassrij, having been requested to appear likewise in order to be introduced according to custom and given a seat on the Council, had excused himself until a further occasion. Furthermore... ...of this deficiency. ...become. ...do. 313.

Dutch transcription

311. Van Mallabaar onder dato 27„' Julij A„o 1754 Van Mallabaar onder Dato 27:' Julij A„o 174 het eene vat is tot opvulling Not húir is voorsaakt door de Warmen. voorshaate is dese minderheid ver„ „nig alhier overgegeven. Sappunhout is dit verlics ontstaan. van dit mineraal is de„ „se minderheid veroor= „saakt. „gekomen. Van ieder Io. J„r Cij afsch: van ider 10. p„r C„to afsch: het bedorvene bier in vee na de ordre werken. met eens opte draagen aan den meesterknegt der metselaars Anthonij van der Does, die een nuigtere persoon is, en het ambagt volkoment„ „lijk Verstaat; Door den opperkoopman en hoofdadminis tra„ „teur Nicolaas Bowijn ingedient zijnde, de bevin„ „ding van de aangebragte en uitgeleverde lading van 't schip Den admiraal de Ruijter, so is Verstaan ter approbatie van Haar Hoog Edelhedens sodanige dispositie daar op te verleenen, als in margine van ieder post aan getekent staat. Bevinding door den onderegstekende hoofd administrateur opgemaakt, en over gegeven aan den E: E: Agtb: Heer Fredrik Cunes Commandeuren oppergebieder der Custe Mallabaar, met den resorte van dien, fene„ den Politicquen Raad, wegens de min„ „derheden &„a van diverse goederen, p„r 't schip Den Admiraal de Ruij„ „ter, van Batavia, voor dit Commande„ „ment aangebragt, volgens ingekomen de kas n„ 14. t batavia In 's Comp:s Negotie Pakhuijs ongeopent ontfangen en soda „ 2. p„s Cijfferleijen bij het openen van de kas N„o 144. daar in aanstukkent bevonden. door het indrogen van het 476: lb sasfanhout, op den aanbreng van 25000: lb minder gelevert berekende afschrijven. 1 17/8. P„r C„t door het sterk visten 300. „ hollands ijser, op den aanbreng van 20000: 1/1b minder gelevert makende 1½. P„r Cto alsmede ' gelegen mt tet 34: d hol„s tal op den aanbreng van 400. bo utmna„ „kende 1/16. p„r C„t r=m op onniste aen tuk loot 236: „ Loot in Deugen op den aanbreng van 50000. lb overbood gevallen wallr door te min verantwoord berekende — 7/16. P„r C„to dese vermindering is gecauseert. gen reden wetende tegelin wan 90: „ thin bankas op 25000: lb tekort door dit verschil van de thin de toe„ verantwoord gesende 1/16: P„r C„to en de rest. betalen In ' Comp: Provisie Maguasijn st ale enean 9 0: kan: wrak akij op 3. leggers ten eenemaal ledig bevonden 200. kann: oker hier bij het ijlen van 3. Vaten en de vong: halen doog soledig als bedorven bevonden 100: kan: op een vat ten eenemaal ledig, 100. d=s op een vat wan 11½. d=m bedorven bevonden. dortetindrgen op het haet ven :e ijn ato ijop en halv aam aan wanrigheid van 3. d=m bevonden. on maniere als even voorbekt 7. „ Jopen bier op een halv aam aan wannigheid bevonden 4. d=m b'Eedige Rapporten, der gecommitteerdens, die alhier bij de ontlossing der selve hebben gestaan„ waar van de beantwoording des wegen door den schipper Christiaan Hansen is gege„ „ven, bezijden deses gevoegt, waar op UE: E: agtb: dispositie werd versogt. b'Eedigt 12: kobensium Van Mallabaar onder dato 27„' Julij A„o 1754. Van Mallabaar onder Dato 27„' Julij A„o 1754. gom veroorsaekt. het sterk vershillen van het in„ denevens gemelte af„ „schrijving versoekt den schipper dat hem zulx mag goed gedaan uitkoops prijs op de reek: der scheeps overheden te goed 12: lb bensaim ordinaire witte op den aanbreng Van 2000: lb makende — /5: P„r C„to van 't Equipagie Pakhuijs afschrijven „lands harpuijs in de reden 2838: lb harpuis Jnlands op den aanbreng van 50000: lb minder bevonden gevende 5¾. pr C„to door het indrogen van dese De Naartemeldene Coopman„ „schappen, hebben de overheden bij aanbreng on„ „der meerder wegens haar gepermitteerde af„ „schrijving in 's Comp:s Pakhuijsen meerder gele„ „vert bestaande in 20132: lb poeder zuijker op den aanbreng van 671063½. lb zijnde 3. p„r C„to 6289: „ Candij zuijker op den aanbreng van 209638 lb zijnde 3. P„r C=to 14¾: „ Jappans staaf koper op 11865 lb zijnde. 5/8. p„r C=to C 24: lb Jappanhout biemas op 25000: lb zijnde — /8. P„r C„to 26. „ hollands staal op 4000: lb zijnde 1/16. „r C„o 62:¼ „ spijkers op 6232. lb zijnde 1. p„r C„t 28. – „ bensiim ordinair op 20000 lb zijnde 1 1/5: p„r C„to 2 7/8. „ platlood op 2345½. lb zijnde /¼. p„r C„to 1 7/8. „ geel plat koper op 1504½. lb zijnde — 5/8. p„r C=to 1¼. „ rood plaat koper op den aanbreng van 1003. lb zijnde - 7/8. P„r C=to —¼. „ geel Catoen koper op 244½. lb zijnde — 1/8. P„rCto 162. „ harpuijs Jnlands op 50000: lb zijnde — ¼. P„r C=to Cochim den Laasten Februarij Anno 1754. /:was gete„ „kent:/ Nicolaas Bo= „wijn. — Het arnivement op gisteren te deser rheede van Vrijdag den 8:' Maart A„o 1754 /alle Present, dempto den Secretaris Van rechten door indispositie. Cochim dato voor„ Fk Cunes „schreven /:was getekent:/ Nicolaas Bowijn D„r Bos, M=r H„k Beijts, G„t J„s Feith, h: v: d:t Steeg, en P„l H:k westschal. — Laastelijk zijn in dese bij Een komst geresumeert de gemeene Iaarlijkse advisen„ aan Haar Hoog Edelhedens gerigt, de generalen Eijsch, als mede de beantwoorde Eijsschen van Bata„ „via en 't Vaderland. Wijders maekte den heer Commandeur de leden deser Vergadering bekend, dat den Collonel Macassrij, Versogt zijnde, mede te willen Compareeren, ten einde zijn E. na den gebruijke te introduceeren en sessie in Rade te geven zig had laten Excu„ „seeren tot een nadere gelegentheid. — Wijders 'tschip van dete minderheid. worden. - doen. ee 313.

NL-HaNA_1.04.02_2842_0154 view scan ↗

English

315 From Mallabaar under Date 27 July Anno 1754. From Mallabaar under Date 27 July Anno 1754. the ship Toornvlied, which departed from Malacca on 27 January and is bound for Souratta, being the reason for this meeting, the Lord Commander produced a Request from its Captain Boudewijn Moole, whereby some necessities and crew were requested, as appears below. — To the Honorable, Most Respectable Lord Fredrik Cunes Commander and Supreme Ruler of the Coast of Mallabaar, Canara, and Wingurla. Honorable, Respectable, Benevolent Lord: The undersigned Captain-at-Sea Boudewijn Moole, commanding the ship Toonvliet, respectfully informs Your Honorable Most Respectable Lord that, for the service of his vessel, he necessarily requires: 1 piece buoy-rope of 18 inches for heavy anchor 2 upper topmast stun-sail spars and some assorted nails for daily use, the necessary water, as well as 4 to 6 caulkers to bream what is needed on board, masons to repair the Moorish galley, as well as some crew to undertake the voyage, and 1 flag for the mizen all of which the petitioner requests Your Honorable Most Respectable Lord may be provided for the aforesaid service. Which doing, etc. Signed Boudewijn Moole. In the margin: Cochim the . . . . . . March Anno 1754. Which goods for the service of the aforesaid vessel were, upon examination, also found necessary, according to the following report. Wherefore it was agreed to deliver the same, and to transfer six sailors from Den admiraal de Ruijter to Toornvliet, as there is a shortage of seafarers here ashore as well. It being taken into consideration by the Lord Commander that time has already advanced considerably for the ships that must go to Souratta, and that the sad misfortune of the ships De Wimmenum and De Vrede, as well as the bark Iaccatra, shows more than too clearly. In prompt compliance with Your Honorable Most Respectable Lord's highly honored order, I have accurately examined the requisition of Captain-at-Sea Bouwdewijn Moole, commanding the ship Toornvliet lying here in the roads, and found that he necessarily requires for the service of his vessel: 1 buoy-rope of 18 inches for heavy anchor. some assorted nails for daily use. the necessary water, as well as some masons to repair the Moorish galley, and 4 to 6 caulkers to bream what is needed on board. There can also, if Your Honorable Most Respectable Lord pleases, be provided to him: 2 upper topmast stun-sail spars and some crew to undertake the voyage. — Hoping herewith to have complied with Your Honorable Most Respectable Lord's highly respected order, I shall take the honor of being and remaining. Below stood: Honorable, Most Respectable, Benevolent Lord, Your Honorable Most Respectable Lord's humble and obedient Servant. Signed: In Garsing. In the margin: Cochim the 8th of March Anno 1754. — Respectable, Benevolent Lord: To the Honorable, Most Respectable Lord Fredrik Cunes Commander and Supreme Ruler of the Coast of Mallabaar, Canara, and Wingurla. To the 9 From Mallabaar under Date 27 July Anno 1754. From Mallabaar under Date 27 July Anno 1754. Dl hk Westphal. — the necessity to take all possible precautions to avoid the Angrian pirates, his Honor had ordered the captains of the ships together with the Master of the Equippage to provide a written report on what course the ship Toornvlied ought to keep at this time of the year in order to have the shortest and safest voyage to Souratta; which document, having been submitted by the navigators and read in the Assembly, it was agreed to incorporate the same into this resolution and to deliver a copy to Captain Moole so that he may govern himself accordingly. To the Honorable, Most Respectable Lord Fredrik Cunes Commander and Supreme Ruler of the Coast of Mallabaar, Canara, and Wingursa. Honorable, Respectable, Benevolent Lord: Pursuant to Your Honorable Respectable Lord's request, we have the honor to inform Your Honorable Respectable Lord that our opinion is to direct the course of the ship Toornvliet, commanded by the Captain-at-Sea Boudewijn Moole, through the Maldivos between 9 and 10 degrees North latitude, and then, with the N and NNE winds, to stand close-hauled across to about the Coast of Arabia Felix, and upon catching the winds at NW and NNW there, to tack to the NE and NNE up to the latitude of Cape Saint Jan; subsequently eastward to the said Cape, we judge that this route is the best at this time of year. All this being what we, as mariners, deemed necessary to serve as a report to Your Honorable Respectable Lord, Hoping herewith to have complied with the orders of Your Honorable Respectable Lord. To the Honorable, Most Respectable Lord Fredrik Cunes Commander and Supreme Ruler of the Coast of Mallabaar, Canara, and Wingurta. — Honorable, Most Respectable, Benevolent Lord: The undersigned Pay Bookkeeper and Curator ad lites, David Hendrik Westphal, has the honor respectfully to show Your Honorable Most Respectable Lord herewith that during the period of six months, or from the first of September The Curator ad lites and the Secretaries of Justice and Orphan Masters having rendered account and proof of the moneys administered by them during the period of six months, and the reports in that regard having been received today, it was agreed after reading to have the same incorporated into this resolution. — Monday the 20th of May Anno 1754. Present the Honorable Bos and Van der Steeg being absent due to indisposition. — Cochim date as above: Was signed: Fk Cunes, Ns Bowijn, D Bos, Mr Hk Beijts, Gs Js Feith, G Hn d steeg, and for the rest, we take the honor to call ourselves. Below stood: Honorable, Most Respectable, Benevolent Lord, Your Honorable Most Respectable Lord's humble and obedient Servants. Was signed: Boudewijn Moole, J Harsing, and C: Hansz. In the margin: Cochim the 8th of March Anno 1754. Before anno passata - 317.

Dutch transcription

315 Van Mallabaar onder Dato 27„' Julij A„o 1754. Van Mallabaar onder Dato 27:' Julij A„o 1754. 't schip Toornvlied dat den 27:' Januarij Van Malac„ „ca vertrocken en na Souratta gedestineert is, de reden van dese bij eenkomst zijnde so produceerde den heer Comman„ „deur een Request van dies Catitain Boudewijn Moole, waarbij om eenige benodigtheden en volk versogt werd, so als hier onder blijkt. — Aan den E: E: Agtb: Heer Fredrik Cunes Commandeur en oppergebieder der Custe Malla„ „baar, Canara en wingurla. EAgtb: welgeliedende Heer: Den ondergetekende Capitain ter Zee Boudewijn Moole, commandeurende het schip Toonvliet, geeft VE: E: agtb: in eerbied te kennen, dat hij ten dienste van zijn onderhebbende bodem, noodsaake„ „lijk van doen heeft; 1. p„s Vijger van 18. d=m door swaar anker 2. „ bove lijseijls spieren en wat spijkers in soort voor dagelijks gebruijk het nodige water, mitsgd„s 4. â 6. Calfaters om het nodige aan boort te brieve, metselaars om de moorse Combuijs te repareeren, so mede eenig volk tot het doen van de reijst en 1. vlag voor den basijnder welke een en ander versoekt den supp„t van VE: E: agtb: dat ten dienste voorsz: mogen verstrekt werden /:onderstond:/ 'T welk doende &:a /:getekent Boudewijn Moole. /: in margine:/ Cochim den. . . . . . Maart Anno 1754. Welke goederen ten dienste van Voorsz: bo„ „dem bij Examinatie, ook noodsakelijk bevonden zijn, na luijd van het navolgend rapport Weshalven verstaan is het een en ander aftegeven, en ses mattroosen van Den admiraal de Ruijter op Toornvliet te laten overgaan, door dien men hier aan de wal selv gebrek aan Zeevarende heeft, Bij den heer Commandeur in aanmerking genomen zijnde, hoe dat den tijd al redelijk veris ingeschoten voor de scheepen, die na souratta moeten, en dat het droevig ongeval van de scheepen De Wimmenum en de Vrede mitsg„s de Barca Iaccatra, meer als te veel aantoont In prompte naarkoming van VE: E: agtb: veel g'eerde ordre heb ik den Eijsch van den Capitain ter Zee Bouwdewijn Moole, Commanderende het al„ „hier ter rheede leggende schip Toornvliet, nauwkeurig g'Examineert en bevonden, dat den zelven ten dienste van zijn onderhebbende bodem noodsa„ „kelijk van doen heeft. 1. vijger touw van 18 d=m voor Zwaar anker. wat spijkers in zoort voor dagelijks gebruikt. het nodig water so mede eenige metselaars om de moorse kombuijs terepa„ „reeren en 4. â 6. Calfaters om het nodige aan boord te breven. ook kan VE: E: agtb: des gelievende aan den selven verstrekt worden. 2: boven lijseijls spieren in eenige volk tot het doen van de rijs. — Waar mede verhopende voldaan te hebben aan UE: E: agtb: veel g'agte bevel so zal ik mij d'eere aanmatigen van te zijn en blijven. /:onderstond:/ E: E: agtb: wel gebiedende Heer, VE: E: agtb: onderdanigen en ge„ „hoorsamen Dienaar /:getekent:/ I„n Garsing /:in margine:/ Cor„ „him den 8:' Maart A„o 1754:— „ Agtb: welgebiedende Heer: Aan den E: E: Agtb: Heer Fredrik Cunes Commandeuren oppergebieder der Custe Mallabaar Canara en Wingurla. Aan de 9 Van Mallabaar onder Dato 27:' Julij A„o 1754. Van Mallabaar onder Dato 27:' Iulij A„o 1754 D„l h„k Westphal. — de noodsakelijkheid, om alle mogelijke voorzorgen te gebruiken, tot mijding van de angrease zee rovers, so had zijn E: de Capitains van de scheepen nevens den Equipa„ „giemeester g'ordonneert van schriftelijk berigt te dienen„ wat Cours het schip Toornvlied in desen tijd van 't Jaar diende te houden, om de kortste en veiligste reisma souratta te hebben, welk geschrift door de zee kundigen ingedient en in Vergadering gelesen zijnde, so is verstaan het selve bij dese resolutie intelijven en Een Copij aan Capitain Moole aftegeven ten einde zig daar na te kunnen reguleeren; Aan den E„ E„ Agtb:re Heer Fredrik Cunes Commandeuren oppergebieder der Custe Mallabaar, Canara en Wingursa. E Agtb:re Welgebiedende Heer Jngevolge VEdele agtb: gedane requisit, hebben wij d' Ere VEdele C agtb: te bedeelen, dat onse sentiment zijn, om de vorte van 't schip Toornvliet gecommandeert door den Capitain ter zee Boudewijnmoole door de maldivos tusschen de 9. en 10. graden noorder breete, door te stelle en dan met de N: en N: N:O: winde 't bij de wind over te stelle, tot omtrent de Custe van arabie Felix, en daar de winde aan 't N: W: en N: N:W: krijgende 't over om de N: O: en N: N: O: te stelle; tot op de breete van Caap sint Jan; vervolgens 0: aan tot gem: Caap, oordeelen wij dat dese roete de beste in dese tijd van Jaar Dit alles zijnde 't geene wij als zee verstaande, nodig g'agt heb„ „den VEdele agtb: als berigt te dienen, Waarmede hopen voldaan te hebben, aan de ordres van VE: agtb: Aan Den E: E: Agtb: Heer Fredrik Cunes Commandeuren oppergebieder der Custe Mallabaar Canara en wingurta. — EE„ Agtb: welgebiedende Heer: Den ondergetekende zoldij boekhouder en Courator adlites, David hendrik Westphal heeft d'eere VE: E: agtb: bij desen reverentelijk aantetonen, dat geduurende tijd van ses maanden, of van primo 7ber: Door den Curator adlites en de Secretarissen van Justitie en weesmeesteren reekening en bewijs van de penningen geduurende den tijd van ses maanden bij hen g'administreert gedaan ende rapporten, dierwegens heden ingekomen zijn„ „de, so is na lesing verstaan deselve in dese resolutie te laten inlijven. — Maandag den 20:' Maij A„o 1754. dem pten D' E„s Bos en van der Steeg door Indis„ „positie. — Cochim dato voorschre: /:was getekent:/ F„k Cunes, N=s Bowijn, D„ Bos, M„r H„k Beijts, G„s J„s Feith, G„ H„n d„ steeg, en voor 't overige matigen wij ons d'eere aan om ons te noemen /:onder„ „stond:/ E: E: agtb: wel gebiedende Heer, VE: E: agtb: onderdanige en ge„ „hoorsame Dienaren. /:was getekent:/ Boudewijn Moole, J„ Harsing, en C: Hansz: /: in margine:/ Cochim den 8:' Maart Anno 1754. Voor a„o pass„o - 317.

NL-HaNA_1.04.02_2842_0156 view scan ↗

English

From Mallabaar under date 27 July Anno 1754. From Mallabaar under date 27 July Anno 1754. from the past year to the date of this document no estates have been accepted, nor administered; consequently no estate monies are resting under him, Meanwhile remaining with deep respect, beneath stood, Honorable, Respectable, Benevolent Ruler, Your Honorable, Respectable, Humble and Duty-bound Servant, was signed, D: G: Westpchal, in the margin, Cochim the last of February 1754. Done Report made to the Honorable, Respectable Ruler Fredrik Cunes Commander and Supreme Ruler of the Coast of Mallabaar, Canara and wingurla, submitted by the undersigned commissioned judicial members, containing account, proof and remaining balance, of the administration of their secretary, the bookkeeper, Iacobus Meijn under the last of February of this year. Honorable, Respectable, Benevolent In humble compliance with the highly venerated order of Their High Nobilities, that by extract resolution of what was resolved and treated in the Council of India, under date 23 July 1736, the undersigned having been commissioned to see the abovementioned secretary render account, proof, and balance of the administration under him, we have, after examination taken, found that under the last of August past no cash remained resting under him, after which, since the 1st of September until the last of February, having been received by him successively on account of the sovereign's duty on sold houses and grounds twenty-eight rixdollars, he further showed to us a warrant of the last of February, by which it appears that into the Company's small money cash office were duly paid the aforementioned 28 rixdollars, so that the income, since the 1st of September to the last of February, agrees with the expenditure, and under the date of this document no cash is resting under him. Wherewith hoping to have complied with the abovementioned highly venerated order, we remain with much respect, beneath stood, Honorable, Respectable, Benevolent Ruler, Your Honorable, Respectable Humble and Obedient Servants, was signed, g: I: feithen, A: gosenson, in the margin, Cochim the 26th of March Anno 1754. To the Honorable, Respectable Ruler Fredrik Cunes Commander and Supreme Ruler of the Coast of Mallabaar, Canara and wingurla. Honorable, Respectable, Benevolent Ruler: In compliance with the highly venerated order of Their High Nobilities The undersigned commissioners, in compliance with Your Honorable, Respectable honored order, have today repaired inside the Dutch Church here, and there seen the deacons of this place publicly render proper account of their administration during the past year 1753, and after confronting their booklets against the monthly accounts and warrants, found that the capital of the poor under the last of December Respectable, Benevolent Ruler! To the Honorable, Respectable Ruler Fredrik Cunes Commander and Supreme Ruler of the Coast of Mallabaar, Canara and Wingurla. As it has also been thought fit with this resolution to have entered the report of the two political members, in whose presence and with whose attendance the deacons of this place have publicly rendered proper account of the poor funds during the past year 1753 administered by them, the gentlemen of the High Government of the Netherlands Indies at Batavia, that by their highly honored missive, date 23 July 1736, to take the inventory of the Orphan Chamber's cash every six months, in order to learn how much cash remained under the secretary of the same board, we, the undersigned commissioners, repaired to the house of the secretary Iohannes Spal, took the cash inventory, inspected the journal and ledger of this current book year 1753/54, and found as follows: the remainder of the 1st of September past was: Rds 357:—. 2. that received since the aforementioned date until the last of February past: 1500: —. —. Total Rds 1857: —. 2. successively disbursed from the cash office: 1693. –. — so that under the last of February past as a remainder has: Rds 164: —. 2. remained. Wherewith we testify with respect to be, beneath stood, Honorable, Respectable, Benevolent Ruler, Your Honorable, Respectable Humble and Obedient Servants, was signed, M: G: Beijlsen, J: V: Steeg, in the margin, Cochim the 19th of March Anno 1754. the gentlemen 1752. Ruler. P 319.

Dutch transcription

Van Mallabaar onder dato 27„e Iulij A„o 1754. Van Mallabaar onder dato 27. ' Iulij A„o 1754. A„o pass„o tot dato deses geen boedels aangevaart, nog g'administreert zijn geworden; ingevolge geen boedel penn: onder hem berustende zijn, Middelerwijl met diep respect verblijven /:onderstond:/ E: E: agtb: welge„ „biedende Heer, VE: E: agtb: onderdanige en Trouwschuldige Dienaar /:was getekent:/ D: G: Westpchal /: in margine:/ Cochim den Laasten feb„r 1754. Gedaan Rapport maken aan den E: E: agtb:„re Heer Fredrik Cunes commandeuren oppergebieder der Custe Malla„ „baar Canara en wingurla, door de ondergetekende gecommitteerde Iustitieele leden overgegeven, in„ „houdende Reek: bewijsen Reliqua, van de admi„ „nistratie havers secretaris den boekhouder, Iacobus Meijn onder ultimo te„ „bruarij deses Iaars. E E Agtbare welgebiedende In nedrige opvolging der hoog gevenereerde ordre van Haar Hoog Edelhedens dat bij Extract resolutie van het geresolveerde, en ge„ „besoigneerde in rade van India, sub dato 23:' Julij 1736. de ondergite„ „kende gecommitteert geworden zijnde, om door boven gem: secretaris te zien doen reek. bewijs en reliqua van zijn onderhebbende administratie hebben deselve na genomen Examinatie bevonden, dat onder ultimo augs„ Iengstweken geen Contanten onder denselven benustende zijn verbleven, Waar na zedert P=mo September, tot ult„o februarij bij denselven successivelijk wegens 's heeren geregtigheid van verkogte huisen ende Erven ontfangen zijnde rd=s agt en twintig, heeft hij wijders aan ons vertoont een ordonnantie van ult„o februarij waar bij blijkt, dat in 's Comp:s kleene geld Cassa behoorlijk zijn betaalt de voorm: 28 rd„s so dat 't ingekomene, zedert p=mo 7ber: tot ult:o februarij met de uitg:ft accor„ „deert in onder dato deses geene Contanten onder hem zijn benustende. Waar mede inhope te hebben voldaan aan de boven gem: hoog gevenereerde ordre met veel eerbied verblijven /:onderstond:/ E: E: agtb: welgebiedende Heer, VE: E: agtb: onderdanige en gehoorsame dienaren /:was gete:/ g: I: feithen A: gosenson /:in margine:/ Cochim den 26„e Maart A„o 1754. Aan den E: E: agtb: Heer Fredrik Cunes Commandeur en oppergebieder der Custe Mallabaar Canara en wingurla. E: E: agtb:r wel gebiedende Heer: In naarkoming van de hoog gevenereerde ordre van haar hoog Edel„s De ondergetekende gecommitteerdens in naarkoming van UE: E: agtb: g'eerde ordre op heden binnen de Nederduitsche kork alhier vervoegt, en aldaar door de diaconen deser steede in't openbaar hebbende zien doen behoorlijke reekening van haar admintstra„ „tie geduurende het gepasseerde Jaar 1753. en naar Confrontatie der selver boekjes tegens de maandelijkse reekeningh en ordionnantie besonden, dat het Capitaal der armen onder ut„o xtr: Agtb: welgebiedende Heer! Aan den E: E: Agtb:r Heer Fredrik Cunes Commandeur en oppergebieder der Custe Mallabaar Canara en Wingurla. Gelijk almede goedgevonden is bij dit besluit te doen inschrijven, het rapport van de twee politicque leden, ten wains overstaan, en bij zijn de diaconen deser steede in 't openbaar behoorlijk reekening gedaan hebben, van d'armen middelen gedurende het gepasseerde Jaar 1753. bij hen g'administreert, de heeren der Hooge Regeering van nederlands India tot Batavia, verdat bij derselver hoog g'eerde missive, dato 23:' Iulij 1736:, omme alle ses maanden opte„ „nemen de weeskamers Cassa, ten einde te ervaren, hoe veel Contanten onder den secreta„ „ris van 't selve Collegie benisten, hebben wij ondergeschreven gecommitteerdens ons vervoegt ten huijze van den secretaris Iohannes Spal de Cassa opgenomen, het Jour„ „naalen groot boek gevisiteert, van dit lopende boek Jaar 17 2/14 en bevonden als volgt. het restant van p=mo september pass„o is geweest. _ - Rd„s 357:—. 2. het sedert voorm: dato tot ult:o februarij pass„o ontfangen - - - - „ 1500: —. —. Somma Rd=s 1857: —. 2. successivelijk uit de Cassa afgelangt - - - — so dat onder ult„o februarij pass„o per resto is z 1693. –. — — rd=s 164: —. 2. verbleven- Waar mede met Eerbied betuigen te zijn /:onderstond:/ E: E: agtb: welgebre„ „dende Heer, VE: E: agtb: onderdanige en gehoorsame Dienaren /:was getekent:/ M: G: Beijlsen J: V: Steeg, /:in margine:/ Cochim den 19:' Maart A„o 174. de heeren 1752. Heer. P 319.

NL-HaNA_1.04.02_2842_0157 view scan ↗

English

From Malabar under date 27 July Anno 1754. From Malabar under date 27 July Anno 1754 1752 was as follows: deposited with the Honorable Company at 4½ percent per year: Rds 10700:— under the Cashier Philip Lodewijk Gunther: 503 7/16 together: Rijxds 11203: 3/16. The income in 12 months calculated from primo January to ultimo September 1753 on account of various legacies, collections in the aforesaid church, interest moneys, etc., amounting to: rds 1181 3/8 against which, in the aforesaid time, for the maintenance of the outside and inside poor of the orphanage, was again disbursed: 1359: 1/32 making less income: 178 3/32. After deduction of the just-mentioned sum, the capital on ultimo December 1753 amounts to: rds 1025: 1/32. Consisting of the following items: The capital of the poor deposited with the Honorable Company at 4½ percent per year: r 0400:— The balance under the Diaconate Cashier Philip Lodewijk Gunther: 62: 1/32. Total Rijxds 1025: 1/32. as Your Honorable Worships, if pleased, will be able to examine further from the statement of account, which the aforesaid deacons have the honor to present to Your Honorable Worships on this occasion, to which we respectfully refer, taking the liberty to conclude this, and remaining with deep respect, below stood, Honorable, Worshipful, Commanding Lord, Your Honorable Worships' humble and obedient servants, signed, M: H: Beijts and G: F: Feith, in the margin, Cochin, the 22nd of April Anno 1754. Whereas Sergeant Jan Hendrik Roeloff of Itemstadt, who is 60 years old and has been 27 years in the Company's service, on account of his lameness and other ailments, has respectfully requested that he might be placed on emeritus status, it has been approved and agreed, in consideration of the man's advanced age, long years of service, and weak bodily condition, and since he has received a good testimony from his officer, the Ensign Commandant at Cranganore, Jan Jansz Lemmet, to grant him the requested retirement pension of 12 guilders per month and to insert his request along with the attestation of the aforesaid Commandant into this, according to the contents of the latest regulation granted under presentation of oath, according to the Cranganore letter of the 21st of April last. I, the undersigned Jan Jansz Lemmet, Ensign Commandant at the fortress of Cranganore, testify and declare hereby that Sergeant Jan Hendrik Roeloff, during the period of 10 years that he has been stationed in this fortress as corporal and sergeant under my command, has always conducted himself as a brave and alert non-commissioned officer, and is now, through old age and bodily defects, unable to perform his service properly any longer; which declaration I have granted at the request of the said Sergeant Roeloff, remaining prepared, if necessary, to confirm it with an oath. Cranganore, the 3rd of May Anno 1754. Was signed: Jan Jansz Lemmet. Respectfully shows Your Honorable Worship's humble and lowly servant Jan Hendrik Roeloff of Itemstadt how he, in the year 1727 per the ship Castricum, arrived in this country as a soldier at 9 guilders per month and from time to time has been promoted to his present rank of sergeant at 20 guilders per month; that he, the petitioner, in the late war was held prisoner by the King of Travancore for 14 months, and subsequently has been stationed at Cranganore for 10 years until the present, always having conducted and acquitted himself in the Company's service as behooves a brave non-commissioned officer according to his duty, as is testified of him by his Ensign and Commandant Jan Jansz Lemmet, as appears from the annexed declaration; and whereas the petitioner has reached the age of 60 years and has served the Company for 27 years, which the petitioner would very gladly continue to do longer were it not that, to his sorrow, through severe illness he has become lame and memoryless and thus unable; therefore the petitioner requests that he may be favored by Your Honorable Worship with such a retirement pension as Your Honorable Worship shall find proper. Below stood: Which doing, etc. Was signed: Johan Hendrik Roeloff. In the margin: Cochin, the 3rd of May Anno 1754. Worshipful, Commanding Lord: To the Honorable Worshipful Lord Fredrik Cunes, Commander and Chief Ruler of the Coast of Malabar, Canara, and Vengurla. 321. past.

Dutch transcription

Van Mallabaar onder Dato 27:' Iulij A„o 1754. Van Mallabaar onder Dato 27:' Julij A„o 1754 1752. groot is geweest als volgt. bij dE: Comp: tegens 4½. P„r C=o 's Iaars à de posito - - - - Rd„s 10700:— onder den Cassier Philip Lodewijk gnuther – — – – – „ 503 7/16. te samen - - Rijxd=s 11203: 3/16. d'inkomsten in 12. maanden gerekent van p=m Ianuarij tot ult„o 7ber: 1753. wegens verscheide legaten, 't gecollecteerde in voorm: kerk interest penningen &:a bedragende - - - - - rd„s 1181 3/8 waaren tegen in voorm: tijd, so tot onderhoud der buijten en binnen armen van 't weeshuis weder is uitgegeven- - - - - - - - - - „ 1359: 1/32. - - - „ 178 3/32. over zulx minder inkomsten - - - - - - - naar aftrek van even gew: somma maken 't Capitaal onder elt:o xber 173. d„s 1025: 1/32. Bestaande in de volgende Parthijen 'T Capitaal der armen bij H: Comp: tegens 4½. P„r C„to s Jaars â de posito staande r„ 0400:—: Trestand onder den Laconijs Cassier Philip Loodewijk Gunther - – - - - „ 62: 1/32. Somma Rijxd„s 1025: 1/32. so als VE: E: agtb: 'h een en ander als gelievende nader zal konnen nagaan bij de staat reekening, die voorm: diaconen bij dese occasie d'eere hebben VE: E: agtb:r te presenteren, waar aan wij ons in eerbied gedragende, de vrijheid nemen dese te besluijten, en met diepe eersiedenisse blijven /:onderstond:/ E: E: agtb: welgebiedende Heer, VE: E: agtb: onderdanige en gehoorsame Dienaren /:getv:/ M: H: Beijts en g: F: Feith, /: in margine:/ Cochim den 22:' april Anno 1754:— Alzo den Zergeant Jan Hendrik Roeloff van Item stadt, die 60: Jaren oud, en 27: Jaren in 's Comp:s kienst ge„ „weest is, om de wille van zijne lammigheid, en andere kwalen, eerbiedig versogt heeft, dat hij ementus mogt gesteld werden, zo is uijt aanmerking van des mans hoogen ouderdam, lang Ja„ „rigen dienst, en zwakke lighaams gesteldheid, en dewijl hij van zijn officier den vaendrigen Commandant tot Cranganoor Jan Jansz: Lemmet goede getuijgenisse bekomen heeft, goedgevonden en verstaan hem de versogte rustgagie met ƒ12: termaand toete„ leggen en zijn Request met de attestatie van Voorsz: Commandant na den inhoud van het Volgens Crannanoorse briev van den 21:' april laast Ik ondergetz: Jan Iansz: Lemmet Vaandrig Commandant ter fortresse Cranganoor getuige en verklaare mits desen dat den sergeant Ian Hen„ „drik Roeloff, geduurende den tijd van 10: Jaren, dat hij in desen vesting als Corporaal en sergeant, onder mijn Commando bescheiden geweest is, zig altijd als een braav en wakker onder officier gedragen heeft, en thans door ouderdom en lichamelij„ „ke gebreken kuiten staat is zijn dienst langer nabehoren waartenemen; welke verkla„ „ring ik op het versoek van gem: sergeant Roeloff het verleend en bereid blijve des noods, met Eede te bekragtigen. — Cranganoor den 3:' Maij A„o 1754. /:was getekent:/ J:n I:s Lemmet. — heeft in allen Eerbied te kennen VE: E: agtb: onderdanigen en geningen Dienaar Ian Hendrik Roeloff van Item stad hoe hij in den Iare 1727: per het schip Castricum Voor soldaat met ƒ 9. ter maand hier te lande gekomen en van tijd tot tijd tot zijne presente qualiteit van sergeant met 20: guldens, per maand gevordert is, in dat hij suppliant in den Iongsten oorlog 14: maanden bij den koning van Trevancoor gevangen geseten, en vervolgens 10. Jaren lang, tot â present op Cranganoor bescheiden geweest is, hebbende zig althoos volgens zijn pligt in 's Comp:s dienst als een traar onderoff„ „cier betaamt, gedragen en gekweeten, so als van hem komt te getuigen desselfs vaandrig en Commandant Jan Iansz: Lemmet, blijkens de g'annexeerde ver„ „klaring, en door dien den sup„t den ouderdom van 60: Iaren bereijkt en de Comp:e 27: Jaren gedient heeft, 't geen den sup„t zeer gaarne nog langer wilden doen, indien hij tot zijne hertzeer door swaare ziekte niet Lam en memorieloos geworden en dus buiten stand geraekt was, zo versoekt den supp„t dat hij door UE: E: agtb: met sodanige ust gagie, mag begunstigt werden al UE: E: agtb: zullen be„ „vinden te behoren /:onderstond:/ 'T welk Doende &=a /:was getekent:/ Johan Hendrik Roeloff. /: in margine :/ Cochim den 3:' MaijA„o 1754. Agtb: welgebiedende Heer: Aan den E E„ agtb:r Heer Fredrik Cunes Commandeur en oppergebieder der Custe Malla„ „baar Canara en wingurla: Iongst Reglement onder presentatie van Eede verliend, in desen te Insereeren; Jongst 321. leden

NL-HaNA_1.04.02_2842_0158 view scan ↗

English

323. From Mallabaar under date 27 July anno 1754 From Mallabaar under date 27 July anno 1754 last past, the Ady Raja had fulfilled his pepper contract within a little, but the Prince of Colastrij had not yet caused more than circa 130 candijlen to be delivered, about which slackness the servants had complained and brought about that the delivery of pepper began to make tolerable headway again, although no noteworthy quantity could any longer be sent to Cochim because of the approaching stormy weather, in which regard the Lord Commander informed the meeting that His Honour had sent the sloop Maria Laurentia to Cannanoor for the collection of the pepper and other goods lying in stock, but that this small vessel, because of the stiff north wind and strong adverse current, had been forced to return with its mission unaccomplished, proposing therefore to send the said sloop or another suitable vessel to Cannanoor for the aforementioned purpose at the very earliest opportunity upon the reopening of navigation, which proposal was entirely approved by all the members together. Of cardamom, the Lord Commander continued, the servants have settled 11550 lb, which, however, cannot now be dispatched because the Surat ships that commonly arrive here have sailed past, according to the report of the English private captain Richard Richarasz, who related that the Surat ships had left him at the latitude of Mangaloor and had continued their voyage directly to Batavia, whereupon, following His Honour's proposal, it was approved and agreed to send the cardamom, as soon as navigation opens, to the Fatherland with the return ships from Ceilon, without waiting for an opportunity to dispatch it to Batavia, although it would have been desirable if one of those ships had called here to transport the cardamom to Batavia as well as the pepper from Calicoilan, which will now have to remain stored there in an ola warehouse, which is very worrisome, the time having now also passed to expect a ship from Cailon. Since there is still a chest with two sets of pay books in the secretariat, which with the last departed ship Den Admiraal De Ruijter, that only Because the duplicate for Batavia still lay here, and a brief report of affairs ought still to be made to Their Right Honourable Excellencies, the Lord Commander proposed to make that dispatch via the coast of Cormandel, as being the nearest way that can be made use of at this time, which was then also resolved accordingly.

Dutch transcription

323. Van Mallabaar onder dato 27:' Iulij A„o 1754 Van Mallabaar onder dato 27:' Juli A„o 1754 laastleden had adij Ragia zijn peper Contract op een weinig na voldaan dog den prins van Colastrij had nog niet meer als Circa 130: Candijlen laten leveren, over welke verslapping de bediendens geklaagt, en bewerkt hadden, dat den aanbting van peper weder tamelijk begn schot tenemen, hoe wel niet naamwaardight meer na Cochim konde gesonden werden, om het voor handen Eijnde onstuij„ „mig weer, ten welken belange den heer Commandeur de vergadering bedeelde, dat zijn E: tot den afhaal van de in Voorraad leggende peper en andere goederen de Chialoup Maria Laurentia na Cannanoor gesonden had, dog dat dit scheepje, door die stijve noor„ „de wind en sterke tegenstroom, genoodsaakt was geworden onverrigter zaak te rug te keren, proponeerende dierhal„ „ven om ten aller eersten met openvaart gedagte Chra„ „loup of een ander bekwaam vaartuig ten voorsz: einde na Cannanoor te zenden, welken voorstel bij de gesamentlijke Leden volkomen wird goedgekeurt. — pardamom vervolgde den heer Com„ „mandeur hebben de bediendens 11550: lb voldaan, de„ „welke nu egter niet kunnen versenden werden, door dien de souratsche scheepen die hier gemeenelijk aankomen, vorbij gezeild zijn, volgens het berigt van den Engelschen particulieren Capitain Richard Richarasz; welke verhaalt heeft; dat de souratse scheepen hemop Nademaal der nog een kas met twee stellen zoldij papieren op het secretarije staan, die met het laast vertrokken schip Den admiraal De Ruijter, dat maar Vermits de Puplicaat hier Voor Batavia hier nog legten aan Haar Hoog Edelhedens nog een klein Verslag van zaken behoort gedaan te werden, zo proponeerde den heer Commandeur die versending over de kust Cor„ „mandel te doen, als den t naasten weg, waar van men I„ g in desen tijd bedienn kan, 't geen dan ook di zdanig wierd g'arresteerd; de hoogte van Mangaloor verlaten en de reisdirect. na Batavia vervolgt hadden, wes op de propositie van zijn E: goedgevonden en verstaan wierd, de Cardamom, so dra de vaart maar opengaat, met de retourscheepen van Ceilon na het Vaderland te zenden, sonder na gelegentheijd te wagten ter versendingna Batavia, hoe wel het te wenschen was geweest, dat een dier schee„ „pen hier was aangegiert, om de Cardamom na Batavia overtebrengen als mede de peper van Calicoilan die nu aldaar in een ola pakhuis zal moeten blijven overleggen, dat zeer zorgelijk is, zijnde den tijd nu ook verlopen, om een schip van Cailon te verwagten; de een V

NL-HaNA_1.04.02_2842_0159 view scan ↗

English

From Malabar under date 27 July anno 174 From Malabar under date 27 July anno 1754 150 blue with red stripes No 16 2. 3. 3. 1/5 150 white and red pieces No 19 2. -. 12. 1/5 100 ditto ditto checkered No 17 2. 15. 3. 1/5 100 stripes No 18 2. 2. -. - 150 ditto ditto ditto No 20 1. 18. 6. 2/5 150 No 21 1. 16. -. - No 26 1. 17. 3. 1/5 150 stripes No 25 2. -. 2. 4 1/2 150 No 27 2. 3. 3. /5 150 No 28 1. 16. -. - has taken one set along, could not be sent, because the servants of the subordinate offices were not yet ready with that work at that time, so the Lord Commander proposed, and the Council also approved, to ask the friends at Tuticorin whether they will be able to forward this chest to Coromandel, and if so, to send it thither, since withholding those papers until a direct ship opportunity from here to Batavia in due time might be taken very amiss by Their High Noble Excellencies; The ministers of Coromandel having sent us, alongside their letter of 26 March last, a note of several manufactures lying unsold there, offering to forward the same to us in case of demand, it was resolved to reply to the ministers that those cloths and fabrics cannot be sold on Malabar with any profit, as is indeed the truth, and that one would certainly be left stuck with them; Furthermore, the Lord Commander communicated to the meeting that the sloop De Maria Laurentia returned on 15 April last from Tengapatnam with 2600 pieces of assorted linens 150 150 checkered No 31 1. 16. -. - and that His Honour, through the resident at the said office, has contracted for 7600 pieces of cloth of various assortments, of which the samples yielded acceptable advances here at Cochin at public auction, which contract the members approved in all parts, ordering that those linens be recorded with their prices in this resolution; 100 pieces cambays red with white stripes No 1 costs f 4. 1. /5 per piece 106 ditto ditto ditto No 2 4. 6. 6 1/5 150 No 4 3. 16. 12 1/2 100 blue stripes No 5 4. 1. 9 /5 150 ditto and white checkered No 6 3. 7. 3 /5 150 ditto stripes No 7 3. -. -. - 150 ditto No 8 2. 11. 9 1/5 150 No 9 150 blue with white and red No 10 1. 18. 6 /5 150 ditto ditto ditto No 11 2. 2. -. - 150 checkered No 34 1. 5. 3. 1/5 100 ginghams red striped of 4 threads No 1 6. -. -. - 100 No 33 2. 12. 12. 2/5 100 No 13 2. 3. 3. 1/5 100 ditto No 32 2. 17. 9 3/5 100 No 12 2. 3. 3. 1/5 150 No 15 2. 2. -. - 100 No 14 2. 2. -. - 150 ditto No 22 1. 8. 12. 3/5 150 No 29 1. 17. 3. /5 150 No 30 1. 17. 3. 1/5 150 No 23 1. 17. 3 1/2 From 100 pieces 2. 11. 9 1/5 325

Dutch transcription

Van Mallabaar onder Dato 27:' Julij A„o 174. Van Mallabaar onder Dato 27„' Julij A„o 1754 150„ — — —„ blauwe met rode strepen - - - „ 16. „ - - - - - „ 2: 3. 3. 1/5„ 150. „ — – - - - „ - - - -„ -- „ wittje en rode stoeken - „ 19. „ — — — — „ 2. —. 12. 1/5. „ 100. „ — – – -„ _:o „ _=o dobbelsteenen - - „ 17. „ - - - - „ 2. 15. 3. 1/5. „ 100. „ - - - - „ - - - „ - - „ - - „ streepen - - - „ 18. „ - - - - „ 2. 2. —. —„ 150. „ — — - „ - - - „ - - „ _„o „ _:o _:o - „ 20. „ — — — „ 1. 18. 6. 2/5„ 150. „ - — - „ - - - „ - - „ - - - „ - -„genieten – „ 21. „ — - - – „ 1. 16. —. —„ -„ — — „ — —„ — — „ — —„ — „ 26. „ — —„ 1. 17. 3. 1/5. „ 150. „ - - - -„ - - - „ - - „ - - „ - - - „streken „ 25. „ — - - „ 2. —. 2. 4½ 150. „ - - - - „ - -„—. „ — -„ — -„ —„ — -„ 27. „ - - -„ 2. 3. 3. /5. „ 150. „ - – - – „ — - –„ - —„ - - -„ -- -„ - - -„ - „28. „— -. - „ 1. 16. -. -„ een stel heeft mede genomen, niet hebben konnen verson„ „den werden, door dien de bediendens van de subalter„ „ne Comptoiren als toen met dat werk nog niet klaar waren, so proponeerde den heer Commandeur, en den raad vond het mede goed, om de Tutucorijnte Vrienden te vraegen, of zij dese kas na Cormandel zullen kunnen voort „schikken en zo Ja om deselve als dan na derwaards over te zenden, aangesien de aanhouding van die papieren tot een directie schips gelegentheid van hier na Batavia Comtijds zeer kwalijk bij Haar Hoog Edelhedens zoude kunnen genomen werden; De ministens van Cormandel ons nevens hun briev van den 26:' maart pass„o toegeschikt hebben„ „de een notitie van Verscheide aldaar onverkogt leggen„ „de manisfacturen, onder aanbieding van deselve ons in Cas van gewiltheid te laten toekomen, zo is verstaan de ministers te rescriberen dat die lakens en stoffen op Mallabaar, so als de waarheid is, met geen Voordeel te debiteren zijn, en dat men er zekerlijk zoude me„ „de zitten blijven; Voorts Communiceerde den heer Commandeurde Vergadering, dat de Chialoup De Mana Laurentia op den 15:' april J„o leeden met 2600: p„s gesorteerde sij waten 150. „ — - - „- 150. „ — - - „ —„ - - - - „ - - - „ - - geruijte „ - - „ 31. „ — — „ 1: 16. —. —„ van Tengapatnam te rug gekomen is, en dat zijn E: door den resident ten gem: Comptoire heeft laten aanbe„ „stieden 7600: p„s doeken van verscheide sorteenings, waar van de monsters hier op Cochim, bij openbaare venditie aanne„ „melijke advances hebben afgeworpen, welk Contract de leden in alle deelen approbeerden met ordre om die Lijwaten met haar prijsen bij dit besluijt bekend testellen; 100. p„s Cambaijen rode met witte streken N„o 1. kost- - - - ƒ 4: 1: /5. 't p=s 106. „ _„o _„o „ _=o . . . . „ 2. „ — — — — „ 4. 6. 6 1/5. „ 150. „- - - - - „ - - -„-„ - - - - - - „ - - - -„ 4. — „ — — —. —„ 3. 16: 12 ½ „ 100 „ - - - - „ - - „ - - „ blauwe strepen - - - „ 5 „ - - - - „ 4. 1. 9 /5 „ 150. „ — - - - „ - - „ -- „ d:o en watte geruten - „ 6 „ — — - „ 3. 7. 3 /5. „ 150. „ - - - - „ — - „ - „ - „. „ d=o streken „ 7. „ — — — „ 3. —. —. — 150. „ - - - - „ - - - „ - „ - . „ - - „ - - „ _=o. - - „ 8. „ — - -. - „ 2. 11. 9 1/5„ 150„ — - - - „ - - „ --„ - -„ „ „ - - - „ -. „ 9 „ 150 „ - - - - - „ blauwe met witte en rode — - „ - - „ 10. „ — - - „ 1. 18. 6 /5 „ 150„ — - - - „ _=o „ _:o _=o - „ „ 11. „ — — - - „ 2. 2. —. -. „ 150. „ - — - „ - —„ - —„ geruijten - - „ 34. „ — —„ 1. 5. 3. 1/5„ 100. „ gingamsprode gestreepte van 4. draden - - „ 1. „ — — „ 6. —. —. —„ 100. „ — —„ — —„ ——„ — —„ — -„ —„ —„ 33. „ — —„ 2. 12. 12. 2/5„ 100. „ - - - - - - „ - - - „ - - „ - - - „ - - - „. . . . „. . „ 13. „ - . . - „ 2. 3. 3. 1/5„ 100. „ - - - — „ - - „ — -„ - - „ _=o „ 32. „ — „ 2. 17. 9 3/5„ 100. „ - - — - „ - - - „ - . „. . . . „ - - - „ - - „ „ 12. „ – –. . . „ 2. 3. 3. 1/5. „ 150„ — —„ —„ —„ - - - „ - - - „ - - „ - „ 15„ - - - - „ 2. 2. -. -. „ 100„ - —„ - - - „ - - - „ - - „ - - - „. - - - „ -. „ 14 - „-. - - -. - - „ 2. 2. -. -. „ 150. „ — —„ - - „ - - „ - - „ - - „ _:o - - „ 22. „ - - - - „ 1. 8. 12. 3/5„ 150. „— —„ - - „ — „ - - „ - - - „ —„ -„ 29. „ — — „ 1. 17. 3. /5„ 150. „ - - - „ - - „ - - „ —„ — — „ — —„ --„ 30. „ —— —„ 1. 17. 3. 1/5„ 150„ ——„ — —„ —. „ — —„ — —„ — — „ —„ 23. „ — — — „ 1. 17. 3½„ Van 100: p„s - - - „ 2. 11. 9 1/5„ 325.

NL-HaNA_1.04.02_2842_0160 view scan ↗

English

327. From Malabar dated 21 July Anno 1754. From Malabar dated 31 July Anno 1754. 100 pieces ginghams red striped of 4 threads No. 2: cost ƒ: 10: 3 5/8 the piece 156 ditto blue with white openwork No. 3 ƒ 6. 12. 1/25 150 ditto checked No. 4 ƒ 2. 18. 12. 3/5 100 ditto red with blue and white stripes of 3 threads No. 1 ƒ 7. 8. 12 7/5 150 white with broad red stripes ditto No. 3 ƒ 3. —. —. — 100 ditto with red stripes No. 4 ƒ 2. 15. 3. 1/2 100 ditto ditto No. 5 ƒ 2. 17. 9. 1/5 150 ditto No. 8 ƒ 3. 4. 12. 2/5 150 ditto No. 9 ƒ 5. 10. 6. 1/5 150 blue with double stones No. 12 ƒ 6. 5. 9. 100 ditto and red stripes No. 13 ƒ 3. 3. 9. 3/5 150 ditto flowered No. 14 ƒ 2. 8. —. — 150 Chelas white with red stripes of 2 threads No. 1 ƒ 1. 14. 12. 1/5 150 ditto blue ditto ditto No. 2 ƒ 2. 14. —. — 150 white ditto No. 3 ƒ 2. 5. 9. 3/5 100 white handkerchiefs with red stripes ƒ —. 7. 11. — 100 red ditto with white ditto ƒ —. 6. 11. — 100 blue ditto ditto ƒ —. 7. 11. — 150 salempores broad blue ƒ 5. 8. 8. — 500 toekelis ƒ 1. 13. 9. 3/5 On the 7th of April last, a letter was received here from the Postholder at Bitsjoer, dated the day before, and of the following contents: With the utmost respect I received Your Right Honourable highly esteemed letter of the 2nd of this month, the contents of which I understood with the greatest deference, namely that in a few days the ammunition would also be collected from here. However, prior to receipt, the gamel had already arrived here, whose master made known to me upon his arrival that he had come sailing with a good, strong wind up to near the copper Pagoda, where the Berkenkoor people had fired at him from the shore with a cannon loaded with two balls, and that the balls had struck into the water right behind the gamel. Also Corporal Andries Visick, arriving from Cochin that same day with the monthly provisions, whom they also held detained at that place for about an hour, after which, having inspected everything in the manchua, they let him proceed on his journey again. Thus, under Your Right Honourable hoped-for favourable approval, I had the ammunition goods loaded onto the gamel yesterday and this morning let the gamel with its cargo depart from here towards your parts, on which occasion I also sent a lascar along, though I instructed all of them that, in the event they were detained, they must not mention bullets, but that they had fetched unfit powder from Bitsjoer, and had also had the bullets hidden under the powder kegs. The gamel having departed from here and arrived near the copper Pagoda, they were surrounded by some Berkenkoor vessels and had to come to the shore, as it happened that the king of Tekkencoer was situated close near that place with his military force. However, the Kariakar present there, after everything had been interrogated, raised a great fuss there with many sharp words, demanding that a barrel should be opened to see that powder, whether it was indeed unfit,

Dutch transcription

327. Van Mallabaar onder dato 21:' Iulij A„o 1754. Van Mallabaar onder Dato 31:' ulij A„o 174. 100. p„s gingams rode gestreepte van 4. draden N: 2: kost ƒ:10: 3 5 t „s 156. „ _=o blauwe mot witte doorlogten - - - - - „ 3. ——„ — „ 6. —. 12. ½5. „ 150. „ - - - - -„ d„o geruijten - - - - - - - - „ 4. —„ —. „ 2. 18: 12. 3/5 „ 100. „ — - — — —„ rode met blauwen witte streepen van 3. draden. - „ 1. — —„ — „ 7. 8. 12 7/5. „ 150. „ — —— „ watte „ breede rode strepen - - „ _=o - „ 3. —. „ —- „ 3. —: —. — 100. „ — — —„ D=o „ rode straepen - - - - - - - - - „ 4. —. „ —— „ 2. 15. 3. 1/½„ 100. „ — ——„ - - „ - „ _=o _=o - „ 5. — „ — . „ 2. 17. 9. /5„ 150. „ — —„ - - „ - - „ - - „ - - - „ - - - - - - - „ 8. —„ — — „ 3. 4. 12. 2/5„ 150. „ — —„ - „ - „ -„- „— — — . . „ 9. - „ -. „ 5. 10. 6. /5„ 150. „ — - — — „ blauwe met dobbet steenen - - - - - - - „ 12: — „ — „ 6. 5: 9. /„ 100. „ — — — „ _=o en roode streeken - - - - - - - „ 13 —. „ — „ 3. 3. 9. 3/5. „ 150. „ — - - - „ — „ geblomde - - - - - - - „ 14. — „ —„ 2. 8. —. —. „ 150. „ Chelaswitse met rode strepen van 2. draden - - - „ 1. —„ — „ 1. 14. 12. 1/5„ 150. „ _=o blauwe - - „ _=o _=o - - „ 2. —„ —„ 2. 14. —. —„ 150. „ — —„ witte „ - - - - - „ - - - „ — - „ 3. — „ —„ 2. 5. 9. 3/5„ 100. „ witte neusdoeken met rode streepen - - - „ —- „ - - - „ - - „ —. 7. 11. —„ 100. „ roode _=o „ witte _=o — „ —„ — —„ —. „ —. 6. 11. —„ 100. „ blauwe - - - „ - - „ _=o - - - „ - - - - - - - - „ - - „ —. 7. 11. —„ 150. „ salempoens br: bl: _ _ _ _ _ _ _ - - _ _ _ „ —. „ 5. 8. 8. —„ 500. „ toekelis - - - – – – – – – – – – „ – – „1. 13. 9. 3/5„ Op den 7:' april pass„o van den Patthouder tot Bitsjoer, een hier ontfangen zijnde, gedateert daags bevorens, en van den volgende inhoud: „ Met de meeste Eerbhed ontfing, ik VE: E: agtb: hoog „g'achte missive van den 2:' deser, den inhoud met „de meeste Eerbied verstaan, dat ook eerst daags „de ammonitie van hier soude werden af„ „gehaald, dog voor den ontfangst was reeds de „gamel hier aangekomen, welke besagvoerder „met sijn aankomst aan mij heeft bekend „gemaakt, dat hij met een goede sterke wind „was komen zeijlen, tot omtrend de kopere Pa„ „good, alwaar het Berkenkoors volk van de „wal met een kanon met twee kogels geladen veur op „hem hadde gegeven, en dat de kogels digt agter de „gamel in 't water waren geslagen, ook is den Cor„ „=poraal Andries Visick met de maandelijkse „benodigtheden desselvigen daags van Cochim komende, „welke sij ook op die plaats omtrend een uuur lang heb„ „ben g'arresteert gehouden, daar na alles wat in de „mansjouw was, gevisenteert, hem wederom reis la„ „ten vorderen, so heb ik onder VE: E: agtb: gehoopte goed„ „gunstige welduijde d'ammonitie goederen gisterende „gamel afgescheept en heden morgen de gamel met „sijn lading, van hier â Costijwaarts laten vertrek„ „ken, wanneer ik ook een lascorijn mede sond, dog „ aan alle belaste so het saake was, sij aangehoue„ „den wierden, niet van kogels moesten melden, maar „onbekwaam kruijt van Bitsjoer hadden gehaald, ook „de kogels wel onder de kruijd vaatjes had laten stee„ „ken; De gamel van hier Vertrokken sijnde, en omtrend „de kopere Pagood gekomen, zijn sij door eenige Berken„ „koorse Vaartuijgen omcingeld, aan de wal moosten „komen, so was het dat den koning van Tekkencoer „met sijn krijgsmagt Dich omtrend die plaats bevond, „dog den aldaar zijnde Caricaar, naar dat alles onder„ „vraagt was, heeft daar met veel scherpe woorden vee„ „le haquettin gemaakt, willende een Vat soude werden „opgeslagen, dat kruijd valde sien, of 't ook onbekwaam hem was,

NL-HaNA_1.04.02_2842_0161 view scan ↗

English

327. From Mallabaar under date 21 July Anno 1754. From Mallabaar under date 2 July Anno 1754. 150 ditto with broad red stripes No. 3, at 3. -. -. ditto flowered No. 14, at 2. 8. -. -. No. 9, at 5. 10. 6. 7/5. 100 pieces ginghams red striped of 4 threads No. 2, cost f. 0.6 5t s 150 ditto blue with white openwork No. 3, at 5. -. 12. 1/5. 150 ditto 150 ditto 150 chelas white with red stripes of 2 threads No. 1, at 1. 14. 12 1/5. 150 ditto blue ditto ditto No. 2, at 2. 14. -. -. 150 ditto white No. 3, at 2. 5. 9. 3/5. 100 white handkerchiefs with red stripes, at -. 7. 11. -. 100 red ditto white ditto, at -. 6. 11. -. 100 blue ditto, at -. 7. 11. -. 150 salempores broad blue, at 5. 8. 8. -. 500 tocketis, at 1. 13. 9. 1/5. 150 ditto checkered No. 4, at 2. 18. 12. /5. 100 ditto red with blue and white stripes of 3 threads No. 1, at 7. 8. 12 2/5. 100 ditto red stripes No. 4, at 2. 15. 3. 1/5. 100 ditto ditto No. 5, at 2. 17. 9. 3/5. 150 ditto blue with dice pattern No. 12, at 5. 5. 9. 3/5. 100 ditto and red stripes No. 13, at 3. 3. 9. 3/5. 150 ditto No. 8, at 3. 4. 12. 2/5. On the 7th of April last from the postholder at Bitsjoer, one was received here, dated the day before, and of the following content: With the greatest respect I received Your Honorable Worships' highly esteemed missive of the 2nd of this month, the contents understood with the greatest respect, that also shortly the ammunition would be collected from here, but before the receipt the gamel had already arrived here, whose master upon his arrival made known to me that he had sailed with a good strong wind until near the copper Pagoda, where the Berkenkoor people from the shore fired upon him with a cannon loaded with two balls, and that the balls struck the water close behind the gamel. Also Corporal Andries Visick coming the same day from Cochim with the monthly necessities, whom they also detained at that place for about an hour, after which, having inspected everything that was in the manchua, they let him proceed on his journey again. Thus I, under Your Honorable Worships' hoped-for favorable indulgence, shipped the ammunition goods yesterday onto the gamel and had the gamel with its cargo depart from here towards the coast this morning, on which occasion I also sent a lascar along, ordering all, however, if they should be detained, not to mention cannonballs, but that they had collected spoiled powder from Bitsjoer, and had also hidden the cannonballs well under the powder kegs. The gamel having departed from here, and having arrived near the copper Pagoda, they were surrounded by some Berkenkoor vessels, had to come to the shore, as the King of Tekkencoer happened to be near that place with his military force. However, the Caricaar present there, after everything had been interrogated, made many objections with many sharp words, demanding that a keg should be opened so he could see whether it was indeed spoiled powder,

Dutch transcription

327. Van Mallabaar onder dato 21:' Iulij A„o 1754. Van Mallabaar onder Dato 2:' ulij A„o 1754. 150. „ — —— „watte „ breede rode strepen - - „ _=o „ 3. — . „ —. „ 3. —: —. —. „ -„ — „ geblomde - - - - - - - „ 14. — „ —„ 2. 8. —. —. „ - - - „— —— — . . „ 9. - „ -. „ 5. 10. 6. 7/5: „ 100. p„s gingams roode gestreefte van 4. draden N: 2. kost ƒ: 0:6 5t s 150. „ _=o blauwe met witte doorlogten - - - - „ 3. — — „ — „ 5. —. 12. 1/5. „ 150. „ — —„ - „ - „ - „ - 150. „- 150. „ Chelaswitte met rode strepen van 2. draden - - - - „ 1. —„ — „ 1. 14. 12 1/5„ 150. „ _„o blauwe - - „ _=o _=o - - „ 2. —„ —„ 2. 14. —. —„ 150. „ — —„ witte „ - - - - - „ - - - „ - - „ 3 —„ —„ 2. 5. 9. 3/5„ 100. „ witte neusdoeken met rodte streepen - - - „ —- „ - - - „ —-„ —. 7. 11. —„ 100. „ roode _=o „ witte _=o - „ —„ — — „ —. „ —. 6. 11. —„ 100. „ blauwe - - - „ - - „ _=o - - - „ - - - - - - - - „ - - „ —. 7. 11. — „ 150. „ salempoens br: bl: _ _ _ _ - - - - - - - _ „ — „ 5. 8. 8. —„ 500. „ tocketis - - - - - - - - - - - - - - - - „ - - „ 1. 13. 9. 1/5„ 150. „ - - - - -„ d„o geruijten - - - - - - - - „ 4. —„ —. „ 2. 18: 12. /5„ 100. „ — - — — — „ rode met blauwe en witte streepen van 3. draden. - „ 1. — — „ —. „ 7. 8. 12 2/5. „ 100. „ — — —„ D=o „ rode straepen - - - - - - - - - „ 4. —. „ —. „ 2. 15. 3. 1/5„ 100. „ — —„ - - „ - „ _=o _=o - „ 5. — „ — . „ 2. 17. 9. 3/5„ 150. „ — - — — „ blauwe met dobbel steenen - - - - - - - „ 12. —— „ — — „ 5. 5. 9. 3/5„ 100. „ — — — „ _=o en roode streepen - - - - - - - „ 13 —. „ — „ 3. 3. 9. 3/5. „ 150. „ — —„ - - „ - - „ - - „ - - - „ - - - - - - - „ 8. —„ — — „ 3. 4. 12. 2/5„ Op den 7: april pass„o van den Potthouder tot Bitsjoer, een hier ontfangen zijnde, gedateert daags bevorens, en van den volgende inhoud: „ Met de meeste Eerbed ontfing, ik VE: E: agtb: hoog „g'achte missive van den 2:' deser, den inhoud met „de meeste Eerbied verstaan, dat ook eerst daags „de ammonitie van hier soude werden af„ „gehaald, dog voor den ontfangst was reeds de „gamel hier aangekomen, welke besagvoerder „met sijn aankomst aan mij heeft bekend „gemaakt, dat hij met een goede sterke wand „was komen zeijlen, tot omtrend de kopere Pa„ „good, alwaar het Berkenkoors volk van de „wal met een kanon met twee kogels geladen vuur op „hem hadde gegeven, en dat de kogels digt agter de „gamel in 't water waren geslagen, ook is den Cor„ „=poraal Andries Visick met de maandelijkse „benodigtheden desselvigen daags van Cochim komende, „welke sij ook op die plaats omtrend een uuur lang heb„ „ben g'arresteert gehouden, daar na alles wat in de „mansjouw was, gevisenteert, hem wederom reis la„ „ten vorderen, so heb ik onder VE: E: agtb: gehoopte goed„ „gunstige welduijde d'ammonitie goederen gisterende „gamel afgescheept en heden morgen de gamel met „sijn lading, van hier â Costijwaarts laten vertrek„ „ken, wanneer ik ook een lascorijn mede sond, dog „aan alle belaste so het saake was, sij aangehou„ „den wierden, niet van kogels moesten melden, maar „ onbekwaam kruijt van Bitsjoer hadden gehaald, ook „de kogels wel onder de kruijd vaatjes had laten stee„ „ken; De gamel van hier Vertrokken sijnde, en omtrend „de kopere Pagood gekomen, zijn sij door eenige Berken„ „koorse Vaartuijgen omcingeld, aan de wal moesten „komen, so was het dat den koning van Tekkencoer „ met sijn krijgsmagt Dich omtrend die plaats bevond, „dog den aldaar zijnde Caricaar, naar dat alles onder„ „vraagt was, heeft daar met veel scherpe woorden vee„ „le haquetten gemaakt, willende een Vat soude werden „opgeslagen, dat kneijd valde sien, of 't ook onbekwaam hem was,

← previousnext →