VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 2863

Surat / Persia · 452 pages · 316 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_2863_0252 view scan ↗

English

From Souratta the 4th of January 1755. From Souratta the 4th of January 1755. taken from Marienbosch. be necessary. — arrival of 4 junior merchants out of employment has made us abandon that resolution and appoint the aforementioned Equipagemeester Falck alongside the aforementioned junior merchants, to whom a seat has subsequently also been granted; for the information given regarding the dispute that arose between the recently retired Director Pecock and the Council of Justice concerning the pronouncing of criminal sentences, we have the honor humbly to thank Your High Excellencies; the orders given on that matter shall be strictly observed, and Justice always administered in the name of their High Mightinesses, and all further judicial orders, both regarding the manner of proceeding against deserters and otherwise, shall be most obediently followed. The servants appointed within this directorship have been reinforced by the arrival here of the junior merchants Rutgerus van Ebbenhorst, Lodewijk Andries de Jeger, Philip Wargaren, and Pierre Antoine de Bellon, as well as the assistant Jan Frederik de Hartog, and on the other hand reduced by just as many through the release of the merchant Marten Huijsvoorn, the apostasy of the assistant Daniel Wouter Hendriks Ramskrammer loaned to the private trade as shown by the note in our resolution of the 24th of October last, the unfortunate drowning of the small-boat skipper Hans Christiaan Huysman, and the placement of the said Johannes Frederik Berg on the ship Toornvliet. However, the last two have been replaced by the gunner's mate Marcelis Verlinde, from 's-Gravenhage, who by our resolution of the 24th of October was taken from Marienbosch and placed on the small boat Batavia in the capacity of boatswain's mate, also with half wages, and the sailor Josua Hen of Amsterdam, who was taken from Toornvliet in May, and after having served here for some time on the Company's vessels, has now recently, due to a shortage of clerks, been sent as a provisional assistant to Brootchia, just as we have for the same reason promoted the soldier Jacobus Vermeulen, from Werkhoven, to the same capacity at the same time, the humble petition of the latter being enclosed herewith under No. 30; we very humbly request Your High Excellencies to be pleased to confirm with your approval the said changes and other alterations as shown in the accompanying act book under No. 15 and more broadly stated in our resolutions of the 15th of April, 10th of May, 12th of June, 22nd of July, 28th of August, 24th of October, 6th and 10th of November. In particular, we implore Your High Excellencies' customary goodness regarding the favorable revered rescript dated the 20th of August of the current year, in which you were pleased to order that the Company's factory at Brootchia should henceforth be served by an assistant, provided the costs are reduced proportionately, so we take the liberty most humbly to present that for some years not the least collection having been made at Brootchia, a first and second factor were nevertheless stationed and have always resided there, until the junior merchant Sanderus, while retaining the office and emoluments of head of Brootchia, was sent as commissioner to Mandue, the affairs there during his absence being attended to by a bookkeeper as second, to whom by resolution of the 18th of June 100 rupees or 150 florins per month were granted without establishing a precedent; and furthermore the emoluments of the head were revoked in consideration of economy; but as a collection of linens is now again being made at the said Company factory, consideration had already been given during the previous contracting to send the said Sanderus thither again, and for that reason it was also strongly urged from time to time that he should hand over his duties to his successor at Mandui; however, this has not happened to date, and Sanderus having meanwhile been appointed by Your High Excellencies as head of Amed-abaad, we thought, subject to your favorable interpretation, that we dared no longer leave such an important matter as the collection of return goods in the hands of a simple clerk, especially since Brootchia's share in the new contract amounts to almost a third, wherefore we, both because of the heavy responsibility and for greater peace of mind, as well as because one person alone is presently not capable of properly conducting affairs there, judging that the Company's post must necessarily be provided with a new head after the manner of former times, have chosen for that purpose the junior merchant De Jeger, and assigned to him for performing the necessary clerical work the provisional assistant Josua Hen, both of whom have already departed thither to carry on the work of the collection properly. — Regarding the present number of servants at Ketsmandui, consisting of the head, a second, two clerks, an assistant surgeon, and the provisional sergeant Logeman, the same will, as we humbly trust, not seem too large to Your High Excellencies when you are pleased to consider that the cotton at Mandui, Ansjaar, Toena, and Mondera must be collected and pressed, and that an European servant must have oversight and responsibility for it in at least each of those places situated far from one another, both to avoid being defrauded by the deceitful native, and to ensure that affairs proceed quickly and properly, while

Dutch transcription

Van Souratta den 4:e Januarij 1755. Van Souratta den 4:e Januarij 1755. bosch geligt. noodsakelijk zijn. — aankomst van 4: onderkooplieden buijten Emploij heeft ons van dat besluijt doen afsien en gem: Equipagiem:r Falck) benevens de voorsz: onderkoop„ „lieden te benoemen aan dewelke ook vervolgens sessie is verleend; voor de gege„ „vene onderrigting omtrend het verschil tusschen den laast afgegane Heer Direct:r Pecock en den Raad van Iustitie gereesen noopens het pronon„ cieeren van Crimineele vonnissen hebben wij d'eere uwe Hoog Ed:s nedrig te bedanken; zullende het g'ordonneerde op dat stuk stiptelijk g'observeerd, en de Justitie altoos op de naam van haare Hoog Mogende g'oessend, ook alle verdere Justitieeele ordres, zoo raakende de manier van procedeeren teegens de deserteurs als andersints gehoorsaamst opgevolgd worden. De Dienaaren binnen deese directien bescheiden zyn door de herw:s zending van de onderkooplieden Rutgerus van Ebbenhorst, Lodewijk Andries de Jee„ „ger, Philip wargaren en Pierren Antoine de Bellon, mitsg:s van den adsist:t J:n fred:k de Hartog gerenforceerd, en daar en teegen door de verlossing van den koopman Marten Huijsvoorn, het apostasieeren van den aan den parti„ „culieren vaart geleenden adsistent Daniel wouter Hendriks Ramskram „mer blykens het genoteerde in onse resol: van den 24:e octob: Jongstl:, het ongeluckig verdrinken van den smalschipper Hans Christiaan Huys„ „man en het plaatsen van den samt Iohannes fred:k Berg op 't schip Toorn„ „vliet weeder zo veel vermindert. Egter zijn de twee laaste geremplaceerd door den Constapelsmaat marcelis verlinde, van 's: Gravenhogen die bij ons Een Constabelsmaat van Marie besluijt van den 24:e octob: van marienbosch geligt en met de qualiteit van schieman, ook halveering van gagie op 't smalschip Batavia geplaats is, en den matroos Josua Hen van Amsterdam, die in Maij, van Toornvliet geligt, en na een tyd lang op 'sEComp:s vaartuijgen alhier dienst gedaan te annelagete geooveren soldat heben weegens gebrek aan Penniste, nu Jongst als provision:r adsistent naar Brootchia is gesonden, gelijk wij ook om deselve reeden den soldaat Iaco„ „bus vermeulen, van werkhoven ter zelver tijd tot gelyke quarliteit hebben bevorderd, gaande het ootmoedig request van den laastgenoemde hier nee„ „vens over N:o 30:, wij versoeke uwe Hoog Ed:s zeer ootmoedig de gem:e schipken„ „gen en andere verkeeteringen blijkens het neevensgaande acte Boekje onder N:o 15. en breeder gem:t bij onse besluyten van den 15:e april, 10 Maij 12 Junij 22:e Julij 28 aug:s, 24 octob:, 6: en 10 novemb: met derselver goedkeuring te willen bekragtigen. HC:o kangestald mitnute gort Int bysonder smeeken wij uwer Hoog Ed:s gewoone goedheid om de gunstigen „ile sador van deroofetullen van den adlistent Patilus Janse welkink venereerde reseriptie sub dato 20:e aug:s a:o stanti hebben gelieven te ordon„ neeren dat het Comp:s Brootchia voortaan door een adsistent zou bediend worden, mits de kosten na rato verminderende, zo neemen wij de vrijheid op het nederigsten te vertoonen, dat er zedert eenige Jaaren geen de minste insaam alwaar altos een eerste en tweeden te Brootchia gedaan zijnde, egter aldaar een Eerste en tweede factoir zijn bescheiden geweest en ook altoos geleegen hebben, tot dat de onderkoopman Sauderus mits behoudende de bediening en Emolumenten van opperhoofd van Brootchia als gecommitteerde naar Mandue is gesonden zijnde geduurende zijn absentien de zaaken aldaar waargenomen door een boekh:dr als tweeden aan wien bij besluijt van den 18 Junij ro/a 100 of ƒ 150: - ter maand sonder Consequentien zyn toegelegd; en voorts de emolumenten van 't opperh:d uijt betragting van menagien ingetrokken; maar opgem: Comp:te thans weeder insaam van Lijwaaten gedaan wordende is men reeds bij de voorige aanbesteeding bedagt geweest gem:e sanderus weeder derw:ts te zenden, en men heeft almeede om die reeden van tijd tot tijd so sterk geurgeerd dat hij En om den insaam van lywaaten Transport aan zijnen vervanger te Mandui zou doen, Egter is zulks tot nog toe niet geschied, en Sanderus intusschen door uwe Hoog Ed:s benoemd zijnde tot opperhoofd van amed-abaad, zo hebben wij onder gunstige welduijding gemeend, zulk een important articul als de insaam van retouren, op geen simpelen Pennist langer te durven laaten staan, voor al daar het aandeel van Brootchia in de nieuwe aanbesteeding bij na een derde bedraagt weshalven wij zoo om de swaare verandwoording, als tot meerder ge„ „rustheid, ook om dat een alleen niet in staad is de zaaken thans aldaar behoorlijk waar te neemen, oordeelende dat Comp=s na de weijzen van voorige tijden noodsaakelijk met een nieuw opperhoofd te moeten voorsien / daar toe verkooren, hebben den onderkoopman de Jeger, en hem tot verrigting van het nodig schreijfwerk toegevoegd den p:l adsistent Josua Hen die de zeger daar toe is benoemd ook reeds beide derw:ts zijn vertrocken, om het werk van den insaam na behooren voorttezetten. — Aangaande het teegenwoordig getal der bediendens te ketsmandui„ bestaande in het opperhoofd, en tweede, Twe pennisten, een ondermeester en den provisioneel sergeant Logeman, het zelve sal uwe Hoog Ed:s, gelijk wij ootmoedig vertrouwen, niet te groot toescheijnen wanneer deselve gelieven te Considereeren dat het Cattoen te mandui Ansjaar, Toena, en Mondera moet ingesaamt en geperst worden, en dat ten minsten op ieder, dier verre van malkander gelegene plaatsen een Europeesche bediende het opsigt daar voor en de verantwoording dient te hebben so wel om door den bedrigelijken inlander niet gefraudeerd te werden, als om te besorgen dat de zaeken spoedig en behoorlijk voortgaan tewijl „neeren de 31

NL-HaNA_1.04.02_2863_0253 view scan ↗

English

From Souratta, the 4th of January 1755. From Souratta, the 4th of January Anno 1755. Humble representation concerning a second head surgeon. And there being previously a head... ...ramskrammer Mahometan... ...for whom Sankraadje Pandit... the second finds his work at Nauwa-negger with the collection of piece-goods; approximately the same reasons also applying for Amed-abaad, where, besides the head and the second, there are only two clerks, and thus in total four persons who find their employment in the collection. We therefore most humbly request that Your High Excellencies, in favorable consideration of all the aforementioned circumstances, may be pleased to crown the footing upon which the aforementioned three subaltern offices presently stand with your approval. We have understood with very great regret that the reasons that moved us to engage a second head surgeon appeared not at all sufficient to you, although we did not proceed thereto except out of great necessity, as appears from our resolution of the 26th of November of last year. We cannot therefore refrain from representing to Your High Excellencies with all respect that we still suffer from the lack of capable assistant surgeons, having in all that time not yet been able to find one to send to Amed-abaad. There are also currently in the entire directorate no more than two, of whom one is here and the other at Ketsmandui, which latter, due to the expiration of ample time, has already several times requested his relief, which, however, for the aforementioned reasons, had to be refused him. Before this assistant was sent to Ketsmandui, with a much smaller number of servants stationed here than at present, there were always, besides a head surgeon, two assistant surgeons at Souratta, whereas at present one has no more than one. Moreover, the head surgeon Valk, being knowledgeable in the language and native diseases and medicines, is frequently so heavily employed by the regents and other dignitaries, to whom one cannot conveniently refuse such service, that one can otherwise have little use of him. These urgent reasons compel us to take refuge in Your High Excellencies generous indulgence, and most humbly to beseech that Your High Excellencies will not strip this directorate of such a necessary person as a second head surgeon, especially since one currently has one at hand who is not only well experienced and capable, but also applies himself thoroughly to learn the ailments and medicines peculiar to this country, and it would be impossible to have the daily growing hospital and further the lodge and the shipyard properly served by a single assistant surgeon. To conclude this lengthy article, we add hereto that the Company's pathaans, as soon as circumstances permitted, were already reduced by resolution of the 4th of May last to 5 men, whom, for reasons stated therein, it was deemed necessary to retain, while further the General Regulation of the 31st of July 1753 regarding the promotion and improvement of the servants, as well as the new articles of war for the military, will be brought into force and strictly observed, as well as the order regarding the uniform of the officers, of which a copy was delivered to the ensign, and at the same time of the model of a brief strength of the military to regulate himself accordingly, just as we shall also let serve for guidance the determination of the garrison here in time of peace. Of relieved men none go this time except the sergeant Jan Anthonij Franken, of Hamburg, whom we send to headquarters at his request because, having worn a sash and gorget here as commanding sergeant and having been disapproved in that capacity by Your High Excellencies, he could not conveniently remain with this garrison; moreover we send back to the Malabar this lieutenant of the Bugis, Adam Marwanje, who had requested to be allowed to go to Batavia for the recovery of his health. Deserters, since the cartel concluded with the English, have not been so numerous as previously, since from the first of April to the last of November of this year no more than 6 soldiers have absented themselves, as appears from what was noted in our resolutions of the 4th and 28th of August, item 30th of September, of whom, however, we have recovered 2, namely Joseph Buijdel and Pieter Belleman—a third having escaped—from Bassijn, and placed them on the ship Luxemburg to proceed with the same to Batavia at the disposal of Your High Excellencies. Pankraadje Pandit, who extradited them to us as a convincing proof of sincere friendship, contrary to the custom of his coreligionists, has at the same time verbally and by resolution requested that they might be pardoned, which we thought it our duty to report to Your High Excellencies. The most abominable of all deserters is the former assistant Daniel Wouter Hendriks, of Ramskrammer, who, having been placed as titular captain by resolution of the 3rd of April of this year on a ship sent to Mocha by the Company's brokers, not only deserted the service of his noble paymasters but at the same time abandoned the Christian religion and embraced Mahometanism. With the vessel Marienbosch we send 2 deserters from the French corps at Aureng-abaad, named Christoffel Hendriks, of Hamburg, and Johan Hendrik van Hoornberg, of Hanover, both as soldiers, together with the sailor Fredrik Dahlberg, who...

Dutch transcription

Van Souratta den 4. Januarij 1755. Van Souratta den 4:e Januarij A:o 1755 Nederige voorstelling noopens een tweede oppermeester. En zynde bevoorens een oppere„ ramskrammer mahome„ voor dewelken sankraadje Pan„ de secunde zijn werk te Nauwa-negger met den insaam van Lijwaaten vindt; militeerende ook omtrend deselfde reedenen voor amed-abaad alwaar buijten het opperhoofd en den tweeden maar twee Pennisten en dus in't geheel vier persoonen zijn,/ die hunne occupatien bij den insaam vinden. wij versoeken dierhalven zeer nedrig dat uwe Hoog Ed:s in gunstigen overweeging van alle de voorsz: omstandigheeden, de voet, waar op gem:e drie subalterne Comptoiren tegenwoordig zijn, met derselver goedkeuring gelieven te bekroonen. — wij hebben met seer veel leedweesen verstaan/ dat de reeden die ons ge„ „permoveert hebben, om een tweede opperm:t te ligten, gantseh niet voldoenden zijn voorgekomen, alhoewel zij daar toe niet zyn getreeden als uyt hooge nood„ „sakelikheid blijkens onse resol: van den 26:e 9ber: des voorleeden jaars: wij kunnen dierhalven niet voorbij met alle eerbied aan uwe Hoog Ed:s te representeeren dat wij als nog Laboreeren aan't gebrek van bequame onderm:rs bequame ondermeester kunnen hebbende wij er in al dien tijd nog geen kunnen vinden om naar amed-adaad te zenden daar zijn ook ook thans in de geheele directien niet meer als twee waar van één hier/ ende andere te ketsmandui is, welke laaste, mits ruijme tijds Expiratie reeds meermalen zijne verlossing versogt heeft, die men twee ondermeesters te souratt hem egter om voorsz: reedenen, heeft moeten weigeren. Bevoorens deeze kants„ va naar Ketsmandui wierd gesonden, zijn er, bij een vrij minder getal Dienaaren als teegenwoordig hier zijn bescheiden, behalven een opperm:r, altoos twee oudermeesters te souratta geweest, daar men er thans niet meer als een heeft. daar en booven word de oppermeester valk, als de Taal en inlandse siektens en geneesmiddelen kundig, meenigmaal soo sterk gebruijkt bij de Regenten en andere grooten aan dewelke men sulks niet gevoegelijk kan weigeren, dat men anders weinig dienst van hem kan hebben. Deese prequante redenen verpligten ons, onse toevlugt tot uwer Hoog Edelh:s edelmoedige toegevendheid te neemen, en op het allernedrigste te smee„ „ken dat uwe Hoog Ed:s deese directien niet willen ontblooten van sulk een noodsaakelijk subject als daar is een tweede opperm:r voor al dewijl men er thans een aande hand heeft, die niet alleen wel ervaaren en be„ „quaam is maar ook zig bevlijtigd de toevallen en medicamenten aan dit land eigen grondig: te leeren kennen een het onmogelijk souw weesen het dagelijks aangroejend Hospitaal en voorts de Logie en de werff door een enkel onderneester behoorlijk te doen bedienen. — de Coustanders zijn gerduceert tot besluyt van dit Langwijlig articul voegen wij hier bij dat de Comp:e Pathauders, so dra de omstandigheeden zulks hebben toegelaaten, reeds bij besluijt van den 4:e Maij Jongstl: is gereduceerd op 5. man, die men om reeden daar bij vermeld, heeft gemeend te moeten aanhouden zullende voorts het Generaal reglement van den 31:e Julij 1753. raakend de bevordering en verbeetering der dienaaren mitsg:s de nieuwe articul brief voor de Militien d'ordres in den text gem: staan in vigeur gebragt en stiptelijk g'abserveerd worden so wel als de ordre raaken, werde p ligtig opgevolgd te „de de montering der officieren /waar van Copij aan den vaandrig is afgegeeven en te gelijk van 't model van een korte sterkte der militairen om sig daar na te reguleeren gelyk wij ook tot narigt sullen laaten dienen de bepaa„ „ling van het guarnisoen alhier in tyde van vreeden. verloste gaan deese maal geene andere meede als de sergeant Jan Anthonij Franken van Hamburg (dien wij op zijn versoek naar de hoofd„ „plaats zenden om dat hij alhier als Commandeerend sergeant, sjerpen Ringkraag gedraagen hebbende en door uwe Hoog Ed:s in die qualiteit ge„ „disaprobeerd zijnde /( niet gevoegelijk bij dit guarnisoen kon blijven daar en booven zenden wij na de Mallabaar te rug deze Luyt:t der Bougineesen Adam Marwanje „ tot herstelling van zijn gesondheid versogt had naar Batavia te moogen gaan. — Deserteurs zijn er zeedert het geslooten Cartel met de Engelschen soo veel niet geweest als bevoorens vermits zeedert primo april tot ult:o 9ber: van dit jaar niet meer als 6 soldaaten sig g'absenteerd heb„ „ben blijkens het genoteerde bij onse resol: van den 4:e en 28:e augustus item 30:e Septemb:, waar wij er egter 2. , namentlijk Joseph Buijdel en Pieter Belleman, zijnde een derde, het ontsnapt, van Bassijn hebben weeder gekreegen en op het schip Luxemburg geplaast om met het selve ter dispositie van uwe Hoog Ed:s naar Batavia overtegaan. Pankraadje Pandet die ons deselve tot een overtuijgende blijk van oet heeft ginterdieeerd. — opregte vriendschap, teegens de gewoonte van zijn geloofs genoten, heeft g'extradeerd, heeft te gelijk mondeling en bij besluijt versogt dat zij mogten gepardonneerd worden, 't welk wij hebben gemeend aan uwe Hoog Ed:s te moeten berigten. De verfoeijelijkste van alle Deserteurs nog. 30. is de geweesen assistent Daniel wouter Hendriks van ramskram„ de geweesen adsist:t van „mer die bij besluijt van den 3:e april deeses Jaars op een schip door thaans geworden. — sComp:s makelaars naar Mocha gesonden, als Cap:n titulair geplaast zijnde niet alleen den dienst zyner Nobele Betaals Heeren maar te gelijk de Christelijken Godsdienst heeft verlaaten, en het mahoniet„ „thaansdom g'embrasseert: met den Bodem Marienboseh zeuden wij 2 Deserteurs van 't franschen Corps te aureng-abaad, genaamd Chris„ „toffel Hendriks, van Hamburg, en Iohan Hendrik van Hoornberg, van Hanover beide als soldaaten beneevens den Matroos fredrik die E geweest. — H E E Dahlberg 33

NL-HaNA_1.04.02_2863_0254 view scan ↗

English

From Souratta the 4th of January 1755. From Souratta the 4th of January 1755. there being nothing more to say. item the provisional replacement at Ketsmandui Dahlberg, from Gottenburg, who crossed over to us from the English, and not being a native-born subject of Britain, is not included in the Cartel. Leaving the Main Office for now, we proceed to the subordinate and outer Offices, of which, concerning Brootchia, nothing further presents itself to us beyond what was already said before under the subject of the gathering of returns and of the Servants, to which we respectfully refer to avoid tedious repetitions, other than that we have again sent scales and weights with their accessories thither for weighing the Cotton yarns, the favorable approval of the re-establishment of Amed-abaad regarding our obliged gratitude which we have to express humbly to your High Excellencies hereby. This Office, as has already been reported, contributed its share to the gathering of the Cloths and will have its Portion again this Year, it being presumed that if affairs remain underway there, the number of workmen will increasingly grow, and the gathering of the cloths, and will have its portion again this year, it being presumed that in the future it could also be more considerable. In our resolution of the 15th of May, your High Excellencies may, if it pleases you, inspect the negotiated prices of the linens manufactured there, and in that of the 5th of August the reduction that was stipulated on them, which taken on the whole yields a very agreeable difference to the benefit of the Honorable Company. The request made in our respectful letter of the 11th of May to obtain a Copy of the regulation of the Year 1681 concerning the permitted travel allowances, we take the liberty hereby to renew, having meanwhile by resolution of the 15th of May granted to the Servants for their expenses to be incurred a fixed sum of 300 rupees or 450 guilders per month, and on the 4th of June for the indispensable and absolutely necessary repairs to the dilapidated lodge for the Honorable Company, also for the making of the necessary Posts or Tarpaulins, and finally on the 5th of August qualified the chief to make a trip to the places where the Linens are produced, in order to inspect them on the spot for the first time, and subsequently to Tanboeser, to arrange for the free passage of the Honorable Company's goods. And since the junior merchant Sanderus, not yet having been able to make a Transfer of the same to his successor at Ketsmandui, is not in a position to proceed to Amed-abaad for the present, and the Company cannot well be left without a head, we have appointed the junior merchant Pierre Antoine de Bellon to go and provisionally replace the outgoing chief Huijsvoorn and await the arrival of Sanderus there; for all of which arrangements we implore your High Excellencies' indulgence with all submission; while for the rest, concerning the expenses of this Office, matters will be handled according to the order contained in your highly respected replies of the 20th of August last. Now proceeding to Ketsmandui, we first thank your High Excellencies most humbly for the favorable Approval of this Office, although this Year we have not yet received any returns, but on the contrary all kinds of confused and often contradictory letters from there. Notwithstanding that it is now well over a Year ago that we ordered the junior merchant Sanderus (and have since repeated that order several times) to make a valid and clear Transfer of this Office to the new chief Blaauwkamer sent thither as soon as possible, this has nevertheless to this day had no effect, the said Sanderus having on the contrary excused himself with all kinds of tergiversations, while the disputes between the Prince and his opponents, who are still actually in the field against each other without up to now having committed other acts than robbing, plundering, and devastating, furnished him with a good pretext, since these troubles, according to the letter from Sanderus dated 20 June, brought everything to a standstill, and no Trade in the world was conducted in the entire country any longer. This caused us to decide to order the servants there to also halt for that time and make no further gathering in order to avoid the danger of the 500 thieves whom Blauwkamer had written under the 31st of May had been taken into the service of the Hereditary Prince, and to suspend the gathering. Accompanying this, in dutiful obedience for Elucidation regarding the bills of exchange promised by the servants but never sent, are several Extract letters under No. 18. We have thus far urged in vain to have them securely remitted, as well as to have the Transfer from Sanderus to Blauwkamer proceed at least by the ultimate of August last, and by letter from the servants of the 7th of October, we finally received the unexpected positive news that the said Transfer is impossible.

Dutch transcription

Van Souratta den 4:e Januarij 1755. de Van Souratta den 4:e Januarij 1755. meer te zeggen vallenden. item de p:l vervanging te Ketsmandui Dahlberg, van Gottenburg die van de Engelse tot ons is overgekomen, en geen gebooren onderdaan van Brittanje zijnde, in't Cartel niet begreepen is.— Hier meede deese maal van het Hoofd Comp:e afstappende gaan wij over tot de subalterne en buijten Comptoiren, waar van ons van brootchia niets Brootchia. buyten het reeds bevoorens gesegde onder de Materie van den insaam van retouren en van de Dienaaren waar aan wij ons tot vermijding van lastige redites eerbiedig gedraagen, niets meer leeverd als dat wij weeder schaalen en gewigt met hun toebehooren der„ „waarts gesonden hebben tot het afweegen der Cattoene gaarens de gunstige approbatie van de restabileering van. — Amed-abaad noopens onse verpligte dankbaarheid die wij d'heren hebben mits deesen aan uwe Hoog Ed:s Nedrig te betuijgen. Dit Compt:r heeft, te gelijk reeds gemeld is, het zijne gecontribueerd tot den insaam der Doeken en zal dit Iaar weeder zijne Portie hebben, zijnde het p resumptief dat als de zaaken aldaar aan de gang blijven, het ge„ „tal der werklieden hoe langer hoe meer sal toeneemen, en den insaam der doeken, en zal dit Jaar weeder zijne portie hebben zijnde het pre„ „nelijpiet mepaolne be losie:„e sumptieff in't vervolg ook aansienelijker kunnen weesen ( bij onse resol: van den 15:e Maij zullen uwe Hoog Ed:s des behagende de be„ „dongene prijsen der aldaar aangemaakte lijwaaten, kunnen be„ schouwen, en bij die van den 5:e aug:s de vermindering die daar op gestipuleerd is en die over 't gener: genomen nog al een soet verschil ten voordeelen van de EComp:e komt uijtteleeveren. Het versoek bij ons eerbiedig schrijven van den 11:e Maij gedaan om Copia te erlangen van 't reglement de Anno 1681. raakende de toegestaane op en afreijsongeb„ „den, neemen wij de vrijheid mits deesen te vernieuwen hebbende wij intusschen bij besluijt van den 15:e Maij aan de Bedientens voor hunne te doenen guastos een fiaum van rop:s 300:- ofte ƒ450: — 's maands toegelegd, en haar tot de voor 'sEComp:s onvermijdelijke en volstrekt noodsake„ lijke reparatie aan de vervalle logie, ook op den 4:e Junij tot het maa„ mits soe rese door hat op isken van de nodige Paalen of Dekcleeden, en eindelijk op den 5:e aug:s het opperhoofd gequalificeerd tot het doen van eene keer naar de plaatsen alwaar de Lywaaten vallen, om deselve voor de eerstemaal in loco te accepteeren, en vervolgens naar Tanboeser, om de vrije passagie van sEComp:s goederen te besorgen. En vermits de onder„ Coopman Sanderus als nog geen Transport aan synen vervanger te van het selve ketsmandui hebbende kunnen doen niet in staad is om sig voor eerst naar amed-abaad te begeeven, en dat Comp:s niet wel zonder hoofd kan gelaa„ „ten worden zoo hebben wij den onderkoopman Pierre Antoine de Bellon benoemd, om het afgaande opperhoofd Hluijsvoorn p:s te gaan vervangen en aldaar de komst van Sanderus te verbijden; over alle welke schikkingen wij uwer Hoog Ed:s indulgentie met alle submissie imploreeren; zullende, tie versogt. — voor 't overige omtrend de lasten van dit Comptoir gehandeld worden na de ordre, vervat in derselver seer gerespecteerde rescriptien van den 20:e Aug:s Jongstleeden: Thans tot. Retsmandui overgaande bedanken wij alvoorens uwe Hoog Edelheedens op het aller ootmoedigste weegens het gunstig Approbeeren van dit Comptoir, alschoon wij in dit Jaar nog geene retouren) maar in teegendeel allerlij verwarde en dikwils Contra„ „dictoiren brieven van daar ontfangen hebben. Niet teegenstaande het nu ruijm een Jaar geleeden is, dat wij aan den ondercoopman Sanderus g'ordonneerd / en die ordre zedert meermaalen herhaald hebben) aan het derw:ts gesonden nieuw opperhoofd Blaauwkamer ten spoedigsten een Legeide en zuyver Transport van dit Comp:s te doen, heeft landerus het g'ordonneer„ heeft zulks egter tot den dag van heeden nog geen effect gesorteerd, heb„ „bende zig inteegendeel gemelte Sanderus met allerleij tergiversatien den Eerst Prinsgereede verschelleen s naderhanden seerden voorteen tussen den raate van det schullen en nog werkelijk teegens malkander in't veld staan zonder tot nog toe andere dadelykheeden als rooven plunderen en verwoesten gepleegt te heb„ „ben, hem een goed pretext hebben gefurneerd, vermits deese troubelen volgens het schrijven van Sauderus sub dato 20 Junij alles deeden stilstaan, en in het gansche land geen Handel ter weereld meer gedreeven wierd heeft sulx ons doen besluijten de bedientens aldaar te gelasten / om voor die tijd ook stil te staan en geen verdere insaam te doen ten einde het gevaar te ontwijken van de 500: dieven die Blauwkamer onder den 31:e Maij had gesz: in dienst van den Erffprins aangenomen te zijn, en den insaam staaken. Hier neevens gaan in schuldige obedientien tot Elucidatien nopens de wissels door de bediendens beloofd, maar nooit gesonden, verscheide Extract brieven onder N:o 18:- wij hebben voor als nog te vergeefs geurgeerd om deselve secuur over te maaken als meede om het Transport van Sanderus aan Blauwkamer ten mins„ „ten onder ult:o Aug:s Jongstl: voortgang te doen hebben, en bij schrijven der bedientens van den 7. Octob:, hebben wij eindelijk de onverwagte positiven tijding bekomen, dat gem: Transport word haar hoog Ed:s approben„ eerst. onmogelijk v G 35

NL-HaNA_1.04.02_2863_0255 view scan ↗

English

From Surat, the 4th of January 1755. From Surat, the 4th of January 1755. mandvi established. Sudden unexpected change there. According to received orders will follow. Necessity of seeking to establish that. Bloemendaal to Kutch- had been impossible and also could not take place. But whereas we had resolved on the 14th of the same month to send the ship Bloemendaal to Kutch-mandvi to collect the return cargo as soon as this could be done with safety on account of the continuing disturbances there, and the necessary assurance had been obtained that the said vessel would make no futile voyages, or have to wait long for the cargo, the servants were asked definitively when they desired the vessels for collecting the return cargo. Whereupon, to our utter astonishment, we understood from their reply of the 14th of November that virtually all the difficulties previously raised concerning this matter had suddenly vanished, notwithstanding that public and private affairs, according to their own statement, were still in the same confused condition, and no change had occurred therein, other than the appointment of Sanderus as chief of Ahmedabad. We would immediately have sent Bloemendaal thither, had not the mission of that vessel and of Marienbosch to Bassein, which arose in the meantime, compelled us to postpone this until the return of those ships; whereby also the ordered trial on Sindh, which we intended to undertake on that occasion, remains postponed to a further opportunity, since otherwise Bloemendaal might not be able to return in time to undertake the voyage to Mocha. Since the first undersigned took over the management of this directorship, not a penny's worth of trade goods has been sent thither, despite successive applications made for that purpose, with the exception of the spelter belonging to the brokers, since it appeared to us from the beginning that the remaining balances should first be settled, and we shall observe the orders given in Your High Excellencies' respected letter of the 20th of August concerning the sending of trade goods thither in the future, as strictly as possible. However, it is certain that the trading post at Kutch-mandvi was begun with good consideration, in order to expand the trade further and to obtain better prices for the goods here. According to the statement of accounts sent over by the servants, the said post has yielded rather pleasant profits, according to the circumstances of the times, to the amount of ro/a. . - - or - - - - - -, which in the future, when peace has once again established its seat there, will in all probability increase, where the English also. In the meantime, it appears from the servants' letter of the 5th of November that our competitors are also seeking to establish themselves there, which, combined with the considerations contained in our resolutions of the 4th of September, has moved us, in accordance with the decision taken at that time to soften the displeasure conceived by the Raja, to grant permission on the 19th of November to transfer the Batilla to the prince at the aforesaid purchase price, provided that care is taken for the payment. Regarding the demanded elucidation concerning the situation of Kutch-mandvi and to whom the same belongs, we can dutifully report to Your High Excellencies that the land of Kutch, known in most maps by the name of Soret, is situated between approximately 2[illegible] and 25 degrees North, and 92 to 95 degrees Longitude, having in its greatest extent East and West 40 to 45 German miles and about 30 in breadth. It borders to the East on the Kingdom of Gujarat, to the West on Tatta, to the North on the Region of Jaisalmer, and extends to the South along the Gulf which in some maps is called the Indian and in others the Gulf of Gujarat. The interior of the country is mountainous, but along the gulf one finds large sandy plains that produce neither tree nor grass; yet much kapok grows there, which is indeed finer and softer than the Broach kind, but very short, from which nevertheless, when mixed with other cottons in the same manner as the English mix their wool with Spanish wool, precious and strong linens can be made. Also in Kutch much cotton yarn is spun, and there is found sal ammoniac, borax, and alum, though none of the three in sufficient quantity to make an article of trade, unless one includes the products of that nature brought thither from the land of Malabar. The same is the case with the chank shells, because the fishermen will not bring them in live, but retrieve none other than those that are alive, throwing those that still have fish inside back into the sea; and the cowries are generally too large, and not of the most sought-after kind. No linens are made there other than those required by the inhabitants for their own use and private trade; but since the Honourable Company has traded there, they have begun at Nawanagar, a place on the other side of the Gulf in the land of Halar, to produce some Company assortments, though this still proceeds very defectively. The land of Kutch is governed by a Raja who is sovereign, although he is subject to the Mughal, and in case of war is obliged to assist him at his own expense with some horsemen and foot soldiers. trading post. this

Dutch transcription

Van Souratta den 4:' Januarij 1755: 9 d Van Souratta den 4 Januarij 1755. mandur aangelegd. schielijke onverwagte veranderinge aldaar. — naar ansonit gesen soederen ordres sal opvolgen. noodsakelijkheid van dat soeken te kestelen — Bloemendaal naar Kets- onmogelijk had kunnen en ook niet konde geschieden. maar vermits wij op den 14:e d:o beslooten hadden het schip Bloemendaal naar Kets- „mandui tot afhaaling der retouren te zenden zo dra zulks met ge„ rustheid weegens de Continueerende onlusten aldaar zou kunnen geschieden, en men de noodige verseekering zou hebben erlangd. dat gem: bodem geen vergeefsche reisen zou doen, of lange na de lading moe„ „ten wagten, wierd de bedientens positieff afgevraagd. wanneer zij de vaartuijgen tot afhaaling der retouren begeerden, waar op wij tot onse uijterste verwondering, uit hun antwoord van den 14:e novemb: verston„ „den dat genoegsaam alle bevoorens daar omtrend gemaakte swaa„ „righeeden eensklaps waaren verdweenen, niet teegenstaande de public„ que, en particulieren zaaken volgens hunnen eigen verklaaring, nog in deselve verwarde toestand waaren en daar in geene veranderinge gekomen was, als de benoeming van Sanderus tot opperhoofd van amed-abaad. wij zouden daar op aanstonds Bloemendaal derw:ts gesonden hebben ten waare de intusschen opgekomene zending van dien bodem en van Marienbosch naar bassijn ons had genoodsaakt zulks tot de wederkomst dier scheepen uijt te stellen; waar ^ ok de g'ordonneerde proefneming op stind, die wij ter dier gelegentheid meende te doen tot nadere occasien uijtgesteld blijft dewijl anders Bloemendaal mogelijk niet tijdig genoeg weederom zou kunnen zijn tot het doen der togt naar Mocha. zedert de eeerst onderget: het bestier deeser directien heeft overgenomen is ier niet teegenstaande daar toe successiven aansoekinge is gedaan buij„ „ten het spiaulter van de makelaars voor geen stuijver aan Negocien derw:ts gesonden, dewijl het ons al van den beginnen toescheen, dat de restanten voor waaromtrend men ook de af verevend diende te worden en wij zullen het g'ordonneerde bij uwer Hoog Ed:s gerespecteerd schrijvens van den 20:e aug:s aangaande het derw:ts senden van handelwhaaren in't vervolg, zo stipt als mogelijk is observeeren. Egter is het zeeker dat het Comptoir Ketsmandui met goed over„ „leg begonnen is, om den Handel meer en meer uijttebreiden en alhier beeter prijsen voor de goederen te maaken. Conform de staad reek: door de Be„ „dientens overgesonden heeft gem:t Comptoir nog al aangenaame voordee„ „le, na tyds gelegendheid afgeworpen ten bedraagen van ro/a. . - - off - - - - - -, die in't vervolg wanneer de rust haar zetel daar eens weeder zal gevestigd hebben) na alle waarscheijnelijkheid staan alwaar de Engelschen ook te accresseeren)/ ondertusschen scheijnt het uijt de bedientens schrijven van den 5:e november dat onse Competiteuren ook aldaar soeken te restelen het welk gevoegd bij de Consideratien vervat bij onse resolutien van den 4:e septemb:, ons heeft bewoogen/ ingevolgen het als toen genomen besluijt tot versagting van het opgevat genoegen van den Raadja onder den 19:e Novemb: permissie te verleenen om de Battilla de voorn inkoops prijs aan den vorst over te doen mits zorge te draagen voor de betaaling. — Aangaande de g'Eyschte elucidatie weegens de situatien van kets„ „mandur en aan wien het zelve toebehoord kunnen wij uwe Hoog Ed:s schuldpligtig melden, dat het land van kets in de meeste kaarte bij de Naam van Soret bekend geleegen is omtrend tusschen de 2 en 25 groaden N:t P:t en 92 tot 95 gr: Lengte (hebbende / in zijn grootste uijtgestrektheid 0:o en w:t 40 â 45 duytschen meijlen en omtrend 30: in de breete Het grenst ten O:t aan het Rijk van Gou souratta, ten w:ten aan Tetta, ten N:de aan't Landschap Tesselmere, en strekt ten zuijden langs de Golff, dien in zommigen Kaarten de Jndischen en in de andere de Gou souratsen zeë boesem genoemd wordt. Het binnenste van 't land is bergagtig, maar langs de golff vind men groote zand vlaktens, die boom nog gras voortbrengen; egter groeit aldaar veel Capok, die wel fyner en sagten als de Brootchiase maar zeer kort is, waar van nogtans bij vermen„ „ging met andere Cattoenen, op deselve wijse als de Engelsen hunne wollen met de spaanse melleeren, kostelyke en sterke lijwaaten kunnen gemaakt worden: ook wordt in kets veel Cattoene gaaren gesponnen en daar valt sal armoniac, Borax en alluijn dog geen van drien in genoegsame quantiteit om een articul van Negocie te maaken ten zijn men de producten van die natuur, die uijt het land van Malawaar derw. ts gebragt worden, daar onder reekenen Eveneens is het met de Sjankossen gesteld om dat de visschers die niet leevendig willen aan„ „brengen, maar geene andere ophaalen als die leevendig zijn, werpende die daar nog visch in is, weeder in zee ende Cauris zijn doorgaans te groot, en niet van het meest gewilde slag. Lijwaaten worden aldaar geene gemaakt, als die de Inwoonders tot hun eigen gebruijk en particulieren negocien behoeven; maar zedert de EComp:e aldaar heeft genegocieerd, heeft men te Nauwa Negger eene plaats aan de overkant van de Golff in 't land van Hallaar, begonnen eenige Comp:s sorteeringe aantemaaken dog het gaat daar meede als nog zeer gebrekkig. — Het land van dets word besteerd door een Radja die souverein is, alhoewel hij onder den mogol sorteerd en in Cas van oorlog verpligt is hem opeigene kosten met eenige Ruijters en voetknegten te assisteeren comptoir. — het deesen

NL-HaNA_1.04.02_2863_0256 view scan ↗

English

From Souratta, the 4th of January Anno 1755. From Souratta, the 4th of January 1755. [illegible] This prince lays claim to the land of Tetta, which is much larger than Kets and which the Mogol granted to him for services rendered, provided that he conquer it by his own arms; but until today there has been little opportunity for this, as much because the possessor of Tetta is constantly on his guard, as on account of the troubles that have successively prevailed in Kets. For in the time of the late Radja, his son Legpadje lived in dispute with his father, and now that the former reigns, the unrest between him and the Hereditary Prince has risen so high that father and son have actually taken up arms against each other. The present Radja is fickle, yet an admirer of European nations and customs, as well as of all arts and sciences, particularly those concerning war; and whoever can give him light or instruction in that regard is held by him in high esteem, whereas on the contrary he shows much contempt for his own nation, often reproaching even the most prominent among them for their bluntness, wherefore he is also more feared than beloved. The city where he maintains his residence is named Poets and is situated inland about 10 miles from the sea, but the towns Mandui, Mondera, Toena, and Ansjaar lie on or near the Gulf, and one finds many merchants there, especially in the first-mentioned place, who are accustomed to sail with small vessels to Mallabaar, to Persia, and to the coast of Arabia, with many vessels also arriving there annually from Masquetten and elsewhere. The native inhabitants are Rasbutten, a martial people, although one also finds many other sorts of gentiles and many Benjaanen, among which latter are very powerful and wealthy people who mostly reside at the Court of the Raadja or with the Hereditary Prince. They are generally clever and deceitful, each in his own trade, but otherwise dull, stubborn, and very attached to their customs; yet for the rest reasonably agreeable in their intercourse provided one accommodates oneself a little to them, though generally having little regard for Europeans, whom they do not precisely hate, but envy on account of the favor they enjoy at Court. For a clearer explanation of the course of the sea coast and the location of Mandui, we would gladly have enclosed a small map, if we were able to provide a better and more accurate one than that which was made or corrected by the deceased Equipment Master Willem Servies and taken along to Batavia by the former Director Pecock. The said gentleman had undertaken and intended to make a regulation for that trading post before his departure, and spoke of it in the letter as an accomplished matter; but having subsequently been disturbed in this intention by numerous incidents and the general transport, it has for the present remained as it was, until one sees what turn affairs will take there. Wherewith, bringing an end to this lengthy article, we shall only say with respect to Agra that for the same reason as in the previous year, in the month of September last, a small bill of exchange was again sent thither amounting to ro/a 159:- or 238 guilders and 10 stivers. The new trade at Bassijn with its dependencies should by rights find a place here; but since, while this is being written, the ships Bloemendaal and Marienbosch sent thither are daily expected back, we shall, in order to report the very latest regarding this matter, with Your High Excellencies' permission defer these pleasant and important subjects to the end of these our humble letters, and proceed now to the Outer Offices, among which: The Government of Ceijlon provides us with no materials this voyage, as we have received nothing from there and, apart from our advices, also send nothing thither; whereas on the contrary, for Malacca, we have laden in the bottom Luxemburg the fulfillment of the previous year's requisition of the ministers, which, owing to the late arrival and speedy dispatch of the ship Toornvliet, had to remain lying over here, with the humble request that Your High Excellencies please grant these goods, detailed by invoice, a favorable forwarding at the first opportunity. For Mallabaar, in accordance with honored orders, we cease remitting cash and only send thither some drugs for the medicinal shop there, as we have not yet been able to satisfy the previous year's requisition any more than a subsequent one sent to us from this Commandery with the Toornvliet; yet we shall endeavor, according to possibility, to accommodate the ministers there with one of the following ships. Bengalen, in accordance with Your High Excellencies' honored intention, we have not yet been able to assist with bills of exchange, since the inland unrest and the resulting ruined credit of many prominent money changers, as well as our own requirements during the past financial year, have made this impossible.

Dutch transcription

Van Souratta den 4:e' Januarij A:o 1755: Van Souratta den 4 Januarij 1755. regederendde Edapaan desselfs inwoonders drogerijen te zendeleen eenige malacca den van deese vorst maakt pretensie op het land van Tetta, 't welk veel grooter is Kets en 't geen de Mogol hem voor gedaane diensten heeft geschonken, mits hij het door sijne eijgene wapenen conquesteeren: maar tot heeden is daar toe weinig decasien geweest, zo wel om dat de besitter van setta steeds op zijne hoeden is, als weegens de Troubelen die successivelijk in kets heb„ „ben gegrasseerd- want ten tijden van den overleeden Radja laefte desselfs zoon Legpadje met zijn vader in verschil en nu deese regeert, zijn de on„ tuflen „lusten ^ hem en den Erffprins soo hoog gereesen, dat vader en zoon werkelijk de waapenen teegen malkander hebben opgevat. De teegenwoordigen Radja is wispelteurig, dog een Liefhebber der Europeesche Natien en ge„ „woontens ook van alle kusten en weetenschappen voornamentlijk, die den oorlog betreffen, en al wie hem daaromtrend ligt of onderrigting kan geeven is bij hem in groot aansien, betonende hij „ tegendeel voor zijne Eygene Natie veel veragting, en verwijtende dikwijls, zelfs aan de voornaamste hunne botheid weshalven hij ook meer gevreesd als voor and: te plaatse van De stad daar hij zijne residentie hout is Poets genaamden legd Landwaards in omtrend 10 mijlen van zee maar de steede Mandui„ Mondera, Toena en Ansjaar Leggen aan of bij de Golff en men vindt aldaar veel kooplieden en voor al in de eerst gen: plaats die gewoon zijn; met kleinen scheepen op de mallabaar, naar Persie, en de kust van arabie te vaaren, koomende ook aldaar jaarlijks veel vaar„ „tuijgen van Masquetten en elders; de natuurlijke inwoonders zijn Rasbut„ „ten, een strydbaar volk alhoewel men er ook weel ander slag van Heidenen, en veel Benjaanen vindt onder welke laaste zeer mag„ „tigen en rijke lieden zijn, die zig meest aan't Hoff van den Raadja of bij den Erffprins ophouden, zij zyn doorgaans slim en bedriegelijk ieder in zijne neering maar buijten dien, dom, koppig, en zeer g'attacheerd aan haare gewoontens dog voor 't overige reedelijk wel in hunne om„ „gang mits men zig een weinig na hen voegen egter doorgaans weinig gesteld op Europeers die zij juijst niet haaten, maar weegens de gunst die zij aan't Hoff genieten beuijden. men heeft hier geen goede haar, Tot meerder verklaaring van de strekking der zee kust en de Legging van mandui zouden wij gaarne een kaardje hebben bijge„ voegd, bij aldien wij er een beeter en namekeuriger konde geeven, als 't geen door den hier overleeden Equipagiem:r Willem Servies gemaakt of verbeeterd en door den Heer oud Direct:r Pecock meede naar Batavia genomen is, welgem: Heer aangenomen hebbende, en vast bemind wordt. „te, van de hetfe kust. denkende voor zijn vertrek een reglem:t voor dat Comptoir te maaken, ook is nog geen reglement heeft daar van ook bij de brief als van een gedaane zaak gesprooken, van ketsmandui gemaakt maar naderhand door menigvuldige incidenten en het gener: Trans„ „port in dit voorneemen gestoord zijnde, is het voor als nog daar bij hem hebben wat keer gebleeven tot dat men ^ de saaken aldaar zullen neemen. waar meede een einde van dit langdradig art:s maakende zullen wij ten opzigten van Agra. alleenlijk zeggen, dat om deselve reeden als in 't voorleden Jaar naar agra de gewoone wissel in de maand septemb: Jongstl: weder een wisseltje, derw:ts gesonden is groot ro/a 159:- vesonden. — of ƒ 238: 10:— De Nieuwe Handel op Bassijn met den aankleeven van dien zouden van Bloemendaal en marienbotsh regts weegen hier plaats moeten vinden; maar Vermits, terwijl „ it schrijven werden van bassijn verwagt de derwaarts gesondene scheepen Bloemendaal en Marienbosch dagelyks weeder om verwagt worden, zullen wij, om het allernaas„ „ten daar omtrend te kunnen melden deese aangenaamen en impor„ „tante stoffen met believen van uwe Hoog Ed:s renvoijeeren naar het einde van deese onse nederige letteren en thans overgaan tot de Buijten Comptoiren; waar onder Het Gouvernement van Ceijlon ons deese reis geen stoffen verschaft / also wij van daar niets hebben ontfangen en ook behal vorigen Eijden. — „ven onze advijzen niets derw:ts zenden terwijl wij in teegendeel voor. Malacca in den Bodem Luxemburg gelaaden hebben de voldoe„ „ning van den voorjaarigen Eijsch der ministers die weegens de laate aankomst en spoedige Expiditie van't schip Toornvliet hier ^ moeten blijven overleggen, met Nedrig versoek dat uwe Hoog Ed:s deeze Goedert„ „jes bij factuur bekend gesteld, met de eerste occasie gunstig ad„ „dres gelieven te verleenen. voor de Mallabaar houden wij op volgens gevenereerde ordre con„ en „tanten af te steeken, en zenden alleenlijk derw:ts eenige drogerijen voor de Medicinaele winkel aldaar hebbende wij de voldoening van den voorjaarigen Eijsch zo min als van een nadere die ons uijt Dit Commandement met Toornvliet toegesonden is, voor als nog kunnen presteeren; dog wij zullen tragten) de ministers aldaar met eén der volgende scheepen na mogelykheid te gerieven. — Bengaalen hebben wij volgens uwer Hoog Ed:s g'eerde intentie nog niet met wissels kunnen assisteeren dewijl de booven„ „landse onlusten en het daar door veroorsaakte vervalen discrediet van veele voorname wisselaars mitsg:s onse eige benodigdheeden geduurende het voorl:n boekjaar zulks onmogelijk gemaakt hebben E G denkende. zullende

NL-HaNA_1.04.02_2863_0257 view scan ↗

English

From Souratta, the 4th of January 1755. However, we shall diligently endeavor in the future to comply most obediently therewith as far as circumstances will permit, or otherwise send the funds that can be spared directly to the headquarters. On the 3rd of May last, we received from the Bengal administration a duplicate dated the 26th of November 1753, together with an original dated the 25th of January of this year, in which they not only informed us of the low price of cotton there, but also that they had sent us a packet along with the original of the aforementioned 26th of November. Notwithstanding all efforts made, we have not been able to trace or ever discover what became of it, as it is believed that the express messenger who was charged with it died or was murdered on the way, and thus the said papers were lost. From Persia, apart from a letter from the Gamron resident Schoonderwoert serving merely as a cover for a letter to Your High Excellencies sent for onward transmission, which we have the honor to attach hereto under No. 5, we have no direct news regarding the state of affairs there. For this reason, the requisitions of the Bassora and Gamron officials, of which Your High Excellencies make mention in your honored reply of the 20th of August, could not yet be fulfilled, as in consideration of the uncertainty in which we find ourselves regarding this matter, we dared not risk sending a vessel thither, nor have we received any from there, since according to general rumors whatever goes to Bassoera for trade is seized at Carreecen or Bender a Boucher. To Mocha, in accordance with the respected order of Your High Excellencies, we shall again send a ship on freight this year, for which the vessel Bloemendaal has not only been designated, but has already actually been engaged by the merchants. Although, for reasons repeatedly mentioned and the present extraordinary high price of gold, there will no longer be an opportunity to exchange ducats, we shall nevertheless employ all mercantile means to make that voyage turn out as profitably as possible, and use all conceivable efforts to collect what the Company still has to claim from the royal treasury there, also providing the ship officers departing thither with the necessary instructions to this end, in order to avoid the inconvenience that occurred on the last voyages through the untimely timidity of Captain Ioachim Outjes. However, we cannot refrain, concerning what Your High Excellencies were pleased to order in your letter of the 2nd of October last regarding the purchase of gums for China, namely to assign those commissions for once to native merchants who travel thither on their own account, from respectfully stating that such is currently impracticable due to the general ruin among the Mocha traders, being mostly Boras, whereby one dares not truly trust any of them for fear of being deceived by those shrewd merchants. We have noted with due gratitude the approvals that Your High Excellencies have been pleased favorably to grant to the reasons that moved us to have the ship De Liefde convoyed to Malabar by the vessel Bloemendaal. The ship De Drie Papegaijen was in the same necessity, since its cargo, if divided between that vessel and Bloemendaal, would have amounted to f 184605:8:- in returns and f 450000:- in cash, and thus together a considerable sum of f 634605:8:-, not counting f 18181:18:- charged to the said vessel by invoice for monthly wages of native sailors and for deficient musk delivered. This appeared to us too great a capital to risk alone along the Malabar Coast, especially since the memory of the loss of three Company ships was still lingering too freshly in mind. And as the season was already too far advanced to have Bloemendaal return again from Cochin, we judged it best in every respect to choose the course of sending that vessel to the headquarters. We humbly beg for forgiveness if we have erred in this and neglected to furnish Your High Excellencies with the aforementioned reasons in due time, requesting at the same time favorable instructions as to how we should conduct ourselves in the future regarding the dispatch of ships. And as it is our unavoidable duty to provide Your High Excellencies beforehand with our advice, we take the liberty (subject to correction) to say that two ships should always depart together, and that their dispatch should be arranged accordingly so that they may always provide convoy to one another. Furthermore, on this subject, we refer to the plan submitted to the first undersigned by Sea Captain Willem Marchis and appended in copy to the secret annexes under No. 18. For the rest, we must add in conclusion to this point that the not sending of Bloemendaal [illegible]

Dutch transcription

E Van Souratta den 4:e Januarij 1755: Van Souratta den 4:e Januarij 1755. „ter als nog onvoldaan tijding. iets van de schuld inteneemen waaromtrend men van ar Cochin geconvoijeerd door inlanders is imprac„ zullende wij regter in't vervolg ons bevlijtigen, daar aan gehoorsaamst te voldoen voor soo veel de omstandigheeden zulks zullen permitteeren of anders de penningen die gemist kunnen werden direct naar de van waar men heeft ver„hoofdplaats zenden ) op den 3:e Maij Jongstl: hebben wij van het Bengaals ministerien ontfangen een Duplicaat van den 26:e novemb: 1753. benevens een origineel van den 25:e Januarij deeses Jaars, waar bij ons niet alleen de laage prijs van 't Cattoen aldaar bedeelden, maar ook dat zij ons Hlet verlis van een onderlands gelijk met het origineel van voorsz: 26: novemb: hadden toegeson„ „den Een Pacquet, wij niet niet teegenstaande alle aangewende moeiten niet hebben kunnen op speuren ofte ooijt ontdekken waar deselve gebleeven zijn moetende na gedagten de Expresse die daar meede gechargeerd is, geweest, op weg gestorven of vermoord, en dus gemt papier verlooren geraakt weesen. uijt. — de Eisch der Persischen minis„ Persia hebben wij behalven een schrijven van den Gamrons resid:t schoonderwoert dienende enkel tot geleide van een brieff voor uwe Hoog Ed:s dien ter voortporting toegesonden is en die wij de eere hebben hier bij te voegen onder N:o 5. geene directe tijding noopens den toestand der zaaken aldaar, weshalven ook den Petitien der Bassorase en gamrossen ministers waar van uwe Hoog Ed:s mentie maaken bij derselver g'eerde rescriptie van den 20:e aug:s nog niet heeft kunnen voldaan worden, hebbende wij in aanmerking van de onsekerheid waar weegens gebrek aan directen in wij daar omtrend verseeren het niet durven waagen een vaartuijg der„ „waarts te zenden ook geen van daar ontfangen dewijl volgens alge„ „meene gerugten al wat naar Bassoera ter negocie gaat te Carreecen of Bender â Boucher word aangenomen. Naar Mocha zullen wij volgens gevenereerde ordre van uwe Hoog Edelheedens, dit jaar weeder een schip op vragt zenden waar toe de bo„ „dem Bloemendaal niet alleen aangelegd, maar ook reeds werkelijk door de kooplieden besprooken is, alhoewel er om meermaals gem:e ree„ „denen en de teegenwoordige Extra hooge prijs van't goud geene occagien alwaar men zal tragten meer zal zijn om Ducaten te ruijlen, zullen wij regter alle mercantilen middelen gebruijken om die togt soo voordeelig te doen uijtvallen als mogelijk is, en alle bedenkelijke devoiren aanwenden tot in palming van 't geen dE Comp:e nog van de koninglijke kamer aldaar te vorderen heeft, ook te dien einde de derwaarts gaande scheeps overheeden van de nodige Jnstructien voorsien ter vermijding van het inconve„ nient, 't geene de laaste reisen door de ontijdige beschroomdheid van den Cap:n Ioachim Outjes, gebeurd is: kunnende wij regter niet voorbij gaan op 't geen uwe Hoog Ed:s bij schrijven van den 2:e octob: A:a hebben gelieven te ordonneeren omtrend den inkoop van Gommen maar de inkoop van Gom„ voor China om namentlijk die Commissien eens op te dragen aan in „ ticabel. — landsche kooplieden die voor hunne eigen reekening derw=ts gaan in eer„ „bied te zeggen dat zulks teegenwoordig in practicabel is weegens het algemeen verval onder de Mochase negocianten, zijnde meest Bo„ „ras waar door men niemand, derselver regt durft betrouwen uijt vreese van door die slimmen Handelaars agter 't ligt gevoerd te worden) wij hebben met behoorlijke erkentenis gesien d'approbatien die uwe Hoog Edelheedens goedgunstig hebben gelieven te verleenen aan gelijk 't schip de liefden de reedenen die ons gepermoveerd hebben om het schip de liefde naar de Mallabaar te laaten Convoijeeren door den Bodem Bloemendaal. Het schip de drie Papegaijen verseerde in deselve noodsaakelijkheid vermits desselfs Lading indien bodem en Bloemendaal verdeeld hadden ro haabdok de 3. papegaijen zou bedragen hebben aan retouren ƒ184605:8: en aan Contanten ƒ450'000:- en dus zaamen een aansienlijke somma van ƒ634605:8:— ongereekend nog ƒ18181:18: die gem: bodem bij factuur aangesz: zijn weegens maand gelden van Inlandsche mattroosen en voor te min aangebragte muscus. Dit scheen ons al te groot een Capitaal om alleen langs de Mallabaarse kust te risiqueeren, voor al mits ons het geheugen van't verlies van drie Comp:s scheepen nog al te te worden. versch in de gedagten Zweefde: en dewijl het saisoen reets te verre verloopen was, om Bloemendaal van Cochim weeder te rug te doen komen, oordeelden wij allesints de beste partij te kiesen met dien bodem naar de hoofdplaats te zenden; wij vraagen ootmoedig om vergeeving indien wij in deesen gemist en versuymd hebben uwe Hoog Ed:s de voorsz: reedenen, op zijn tijd te suppediteeren, versoekende teffens gunstige qualificatien, hoedanig wij in 't vervolg van tijd ons om„ trend het versenden der scheepen sullen hebben te gedraagen, en gelijk het van onse onvermydelijke pligt is uwe Hoog Ed:s prealabel te dienen van ons advies, zoo neemen wij de vrijheid (onder Correctien) te zeggen advies diend. dat er altoos twee scheepen te gelijk dienen te vertrecken en dat haare depecheering daar na dient geschikt op datze altoos Convoij aan malkander mogen hebben: gedragende wij ons voorts op dit suijet aan het project door den Cap:n ter zee willem Marchis aan den eerstgeteekende overgegeeven en in Copia bij de secreete bijla„ „gen gevoegd onder N:o 18. , voor 't overige moeten wij tot besluijt van dit articul nog bij voegen dat het niet zenden van Bloemendaal „staan. — niet e naar E 41

NL-HaNA_1.04.02_2863_0258 view scan ↗

English

From Souratta the 4th of January 1755. From Souratta the 4th of January 1755. has given opportunity for the English. contract with the sewan. and to send to Lisbon in the past year one was sent to Mocha, which has by no means diverted the merchants from us, since they took away from the British a native ship named the Mamoedie, which the British were accustomed to use annually for that trade and navigation, and under the Company's flag and pass, after the example of former times, also accompanied by a Company servant as titular captain, even chartered it for Mocha, although, like all the rest, they had no profit, but on the contrary more than 12 per cent loss. This poor trade in general has caused 17 Bohra merchants to fail in Mocha, whose bankruptcy together amounts to more than 80,000 rupees or 120,000 guilders. In Iedda the market this year was no better on account of the internal disturbances, the Sourat merchants having lost more than 3/4 or 75 per cent on the goods sent thither, not counting the outfit and freight. The contempt of the government. The English have been not a little embarrassed this year when they saw all their sinister schemes vanish in smoke, which has also brought them into such contempt that the government here uses practically no management with them anymore, but has the merchants under their protection arrested and extorts money from them, without paying the slightest regard to their privileges obtained long ago. These proceedings have been the reason that many of the said merchants took refuge in the English lodge, where the British also kept some brokers locked up, from whom they still demanded 14,000 rupees or 21,000 guilders for Mocha freight; but the government had the said lodge surrounded by several hundred men and prevented all provisions, and did not make the troops withdraw before they had abandoned their claim and released the said brokers. Through these and other acts of violence, the English have found themselves compelled to take side with the Marathas under the favor of a new project consisting of the following: 1. That Miatsjent should give his daughter in marriage to a son whom Nanna Sawaij had with a Moorish dancing girl, which was also accomplished recently with great state; in return for which 2. Nanna flatters the said Miatsjent with restoring him again to his old government of Souratta, in order to hold it on his behalf; to which end 3. the English have engaged themselves to assist the Marathas with all their might. It would be too tedious to recount all the details of the trouble they have taken and the ways they have pursued to reach their goal, that is, the ruin of Souratta, since they have left nothing unattempted to that end, no less than to prevent our new trade at Bassein, where they have employed everything, even all kinds of false suggestions, although in vain, to disgust the Governor with the trade with the Honorable Company; and it is possibly to avenge themselves for our admission there that they seem to want to settle at Zetsmandui, where they recently sent some goods with a native cargo, which according to the latest reports was expected at the court of the Raja with gifts. Notwithstanding all these things, we live outwardly together in good harmony, and we have hitherto had no reasons to complain about the non-observance of the cartel agreed upon. With the Portuguese, we have no dispute except with the Governor of Mozambique, Francois de Melhode Castra, but the conduct observed by him regarding the cash and crew of the Breedenhoff on the occasion of the small vessel de Jonge Susanna sent thither, regarding which we take the liberty to refer to the written report submitted by the returned mates and enclosed herewith under No. 23, has obliged us, for the preservation of the Company's lawful claim and recourse, formally to protest against the said actions, which protest we have appended hereto in Dutch and French under Nos. 24 and 25, and have had handed in the French language to the Portuguese Director here, Joseph Cohen, who has also undertaken to deliver this document, with a copy thereof, to the new Viceroy of Goa, to whom we have also written in a friendly manner on that occasion. And since the last-mentioned gentleman is very displeased with the said Governor, who through the credit of a clergyman recently found means to have the government of the east coast of Africa declared independent of Goa, we do not doubt that he will seize this opportunity to present the conduct of the Mozambique Governor observed in this matter to the Court, and thus contribute to obtaining for the Honorable Company the required satisfaction. We have also addressed a French copy of the said document, with an appropriate letter from Goa, to the Marques de Tavora, the last retired Viceroy who has already departed for Lisbon; for all of which we implore Your High Excellencies' favorable approval.

Dutch transcription

Van Souratta den 4:e Januarij 1755: Van Souratta den 4:e Januarij 1755. voor de Engelschen. Heeft gelegentheid gegeeven tract met den sewan. en Lissabon senden men heeft in a:o pass:o een naar Mocha, de kooplieden van ons geensins gediverteerd heeft, ver„ naar mocha gesonden mits deselve een inlands schip genaamd de Mamoedie 'tgeen de britten gewoon waaren Jaarlijks tot dien handel en vaart te gebruijken hen hebben afgenomen, en onder Comp:s vlag en Pas, na 't Exempel van voorige tijden ook meede geeving van een Comp:s dienaar als Cap:n titulair zelfs voor Mocha bevragt alhoewel zijgelijk alde rest geen winst maar inteegendeel meer als 12 p:r C:to schaade hebben gehad deese slegte Negocie in't algemeen heeft in mocha 17. boras koop„ „lieden doen faillieren, welker banqueroet zaamen ruijm ro/a 80'000 of ƒ120000 bedraagt. / in Iedda is de markt dit Iaar weegens de binnenlandse onlusten niet beeter geweest, hebbende de souratse koop„ „lieden op de derw:ts gesondene goederen meer als 3/¾ of 75: p:r C:o verlooren, on„ gereekend de Equipagie en vragt. — de kleinagting der regeering De Engelschen zijn dit Jaar niet weinig verleegen geweest wan„ „neer zij alle hunne sinistere menees in rook hebben sien verdwijnen 't geen hen ook in sodanige kleinagting heeft gebragt, dat de regeering alhier genoegsaam geenerlei menagement meer met hen gebruijkt / maar de kooplieden onder hunne protectie staande, doet opvatten, en hem geld afseperst /zonder eenige de minste reflexie te slaan op hunne veertijds verkreegene privilegien / deeze proce„ „duuren zijn oorsaak geweest, dat veel van gem: kooplieden zig in de Engelse Logien hebben geretireerd ( alwaar de britten ook eenige maakelaars opgeslooten hielden van dewelke zij nog ro/a 14000: - of ƒ 21000:- voor mochase vragt Eijschten; maar de regeering heeft gem:e logie door eenige hondert man laaten insluij„ „ten en alle toevoer beletten, ook de Troupen niet doen retoureeren, voor en al eer zij afstand van hunne pretensie hadden gedaan en gem:t maakelaars los gelaaten door deeze en meer andere geweldnarijen hebben de Engel„ tot het neevenstaande Convesen zig genoodsaakt gevonden hunne partij met de Marhetties te sluij„ „ten onder faveur van een nieuw project hier in bestaande 1. Dat Miatsjent zijne dogter ten Houwelijk zou geeven aan een zoon dien Nanna Sawaij bij een moorschen Balliaar meid gewonnen heeft; 't geen ook onlangs met groote staffie volbragt. waar teegen. 2 Nanna gem:t Miatsjent flateert, hem weeder in zijn oud Gou„ vernement van souratta te herstellen, om het zelve van zijnent weegen te houden ten welken einde. 3. de Engelsen zig g'engagieerd hebben de Marhetties met alle hunnen magt te assisteeren. quisiten wan eperhiten ten Het souw al te langwijlig vallen alle bijzonderheeden op te haalen van de moeiten die zij gedaan hebben, ende weegen die zij ingeslaagen hebben, om hun doelwit, dat is, de ruine van Souratta te bereiken, vermits zij daar toe niets onbesorgt hebben gelaaten, soo min als om onse nieuwen handel te Bassijn te weeren, alwaar zij alles, zelfs allerleij valsche suggestien, al hoewel te vergeefs g'emploijeerd hebben om den Gouvern:r van de Nego„ „cie met de EComp:e te degouteeren en mogelijk is het om zig over onse admissien aldaar te wreeken dat zij scheijnen te zetsmandui te willen Nestelen alwaar zij onlangs eenige goederen met een inlandsche Carga hebben gesonden die volgens Jongste berigten aan 't hoff van den Radja met geschenken verwagt wierdt, niet teegenstaande alle deeze dingen, Leeven wij uijterlijk zamen in goede harmonien en wij hebben tot nog toe geene heeden van klaagen over het niet onderhouden van 't getroffen Cartel. Met de Portugeesen hebben wij behalven met den Gouvern=r van Mosambicque) Francois de Melhode Castra niet uijtstaande maar het gedrag door deesen gehouden omtrend de Contanten en man„ schappen van Breedenhoff ter gelegentheid van het derwaarts gesonden smalschip de Jonge Susanna, waar omtrend wij de vrijheid neemen ons te refereeren aan het schriftelijk rapport door de gere„ „tourneerde stuurlieden overgegeeven en hier neevensgaande onder N:o 23. heeft ons verpligt tot bewaaring van sComp:s wettige pretensie en regres formeel teegens gem:t behandelingen te protesteeren welk protest wij in't Nederduijsch en fransch onder N:o 24 en 25. hier bijge„ heeft ons daar teegen formeel voegd en aan den Portugeesch Directeur alhier Joseph Cohen in de Fran„den protesteeren. — „schen Taal hebben laaten behandisen, die ook aangenomen heeft dit ge„ „schrift, met een Copij van dien te besorgen aan den nieuwen viceroij van Goa, aan wien wij ter dier occasien ook in't vriendelijke hebben geschree„ „ven . En vermits Laastgem:e Heer zeer misnoegd is, op gem:e Gouvern:r die door het Credit van een geestelijk Persoon onlangs middel heeft weeten te vinden, om het gouvernement van de oostcust van africa independent van Goa te doen verklaaren, twijffelen wij niet of hij sal en dit protest ook naar Goa deese gelegendheid Capteeren, om de Conduiten van den Mosambicqs Gouvern:r in deesen gehouden aan het Hoff voor te draagen en dus Contribueeren om d' E Comp:e de verEijschte satisfactien te doen erlangen hebben wij ook een franschen Copij van gem:t geschrift met een toepas„ „selijke brief van Goa g'addresseert aan den marques de Tavora laast afgegaan viceroi die reeds naar Lissabon is vertrokken op al 't welk wij uwer Hoog Ed:s gunstige approbatie implo„ hun „reeren. — er

NL-HaNA_1.04.02_2863_0259 view scan ↗

English

From Surat, 4 January 1755: From Surat, 4 January 1755: New difficulty concerning the ships through the instigation of the British stranded on the east coast On the occasion of a savi and a huri belonging to a Persian falling under the Honorable Company's flag, which had been taken by the Sultanpur Coolies and subsequently abandoned, stranded near Daman and towed thither, we reclaimed the same from the new Governor of that place, who also, without any difficulty and with expressions of much friendship, restituted them, but at the same time made some reflections on the expedition undertaken in the year 1746 against the said sea town, as Your High Excellencies, if you please, may further inspect in the letters written and translated concerning this matter. A great revolution took place at the Mogul Court this year, the Mogul Ahmad Shah having been dethroned by the Marathas, and his uncle placed on the throne, who has assumed the name of Alamgir Sani, or Aurangzeb the Second, in whose footsteps he seems to want to tread, as he has already dispatched the deposed and imprisoned monarch as well as his mother from this world by poison. For the rest, he affects great piety, magnanimity, and a great affection for his oppressed subjects; but the confusion that is still increasing in the Hindustani Empire, whose qualities are still... due to the daily growing power of the Marathas and the private interests of the principal imperial princes, has not yet provided the new King with an opportunity to show whether those sentiments are sincere or feigned. We take the liberty, with regard to what further occurred, to refer ourselves in all deference to the accompanying translations under No. 8, and only add that the renowned former Imperial Chancellor Mansur Ali Khan has passed away, and the court is thereby freed of a man for whose statecraft, ambition, courage, power, and great treasures it always had to fear as long as he lived. Ruinous conduct of the Surat... The Moorish Regents have for some time played a role that has caused more damage to the city than everything that occurred before. To avoid prolixity, we shall respectfully refer to that which is cited at length in our resolution of 7 September, adding that the extortions since that time have somewhat diminished, but have not entirely ceased, which, however, must be attributed more to the scarcity of fat morsels than to a lack of appetite. On 1 September last, we had a dispute with the government that was on the verge of erupting into mutual open acts of violence, as Your High Excellencies may more circumstantially observe, if you please, in our resolution of the 4th of the same month, and to which the British faithfully contributed their share, since in all likelihood they would gladly have seen us brought into such circumstances from which we rescued them three years ago through our intervention; but whether they would have rendered us the same service, we justly doubt. The city Governor, misled by all kinds of instigations, finally acknowledged the wrong he had done to the Honorable Company, and fearing that this could in all respects have very disadvantageous consequences for Surat, because we had not only sent a mission to Bassein, but also let the ships lie unladen in the roads, sent his deputy Ali Nawaz Khan on 5 October in full state to the house of the first undersigned (after several days had previously been spent in solicitations to have that visit accepted), in which the said Naib expressed the inward regret that Safdar Khan felt over what had recently passed, and that it was solely the fault of Sidi Hafiz Masud Khan, Safdar Khan promising to favor the Honorable Company on all occasions in the future, and requesting that the past be forgiven and forgotten, and as a token thereof, to unload the imported goods as usual, and makes public reparation. After such an open satisfaction given in the sight of all Surat, we judged it not to be good policy to show ourselves resentful over the past any longer, and consequently resolved to comply with the city Governor's desire, but nevertheless to proceed slowly therewith, in order to await the outcome of the mission to Bassein. A few old claims were indeed renewed by the new customs officer, regarding which our remonstrances were each time decided by the city Governor in favor of the Honorable Company, and everything went according to wish, until our commissioner returned from Bassein and, according to the resolution taken, they were busy re-embarking some goods that had been brought ashore in order to send them thither. This caused a great consternation among the merchants, who, through their credit and lamentations, managed to bring it so far with the Durbar that a general interdiction was placed upon the reshipment, which subsequently, upon representations made to the Nawab, was restricted solely to the copper, regarding the reshipment for Bassein.

Dutch transcription

Van Souratta den 4. ' Januarij 1755: Van Souratta den 4:e' Januarij A:o 1735: Nieuwen swaarigheid waar op men de scheepen door toedoen der britten den oestranden Adrijdoor Ter gelegendheid van eene door de sultanpoerse koelijsgenoomen en vervolgens verlatene, na bij Daman gestranden zawij en derw:ts ge„ sleepte Horrij van een Persiea onder s EComp:s vlag sorteerende hebben wij deselve bij den nieuwen Gouvern:r van die plaats gereclameerd, die ook zonder eenige zwarigheid onder betuijging van veel vriendschap, heeft geresti„ „tueerd, maar te gelijk eenige reflexien gemaakt op de in A:o 1746. onder„ nomene expeditie teegens gem: zee stad gelijk uwe Hoog Ed:s bij de daar overgesz: en getranslateerde brieven des behagende naader kun„ „nen b'oogen. — Aan het Mogolsche Hoff is dit Jaar eene groote revolutien voor„ „gevallen, zijnde de Mogol Emetsja door de Marhetties gedethro„ „neerd, en desselfs oom ^ op den Throon geplaast, die de naam heeft aan„ „genomen van Alemgier Sennie, of aureng-zeeb de tweede in wiens voetstappen hij scheint te willen treeden als hebbende reeds den afgesetten en gevangen vorst benevens desselfs moeder door vergift uijt de wee„ „reld geholpen; voor 't overige affecteerd hij veel godsdienstigheid, edel„ wiens hoedanigheeden nog„ moedigheid en een groote zugt voor de verdrukte onderdaanen, maar de verwarring die in't Hindoustaanse Rijk nog al toeneemt door de dagelijks aangroeijende magt der Marhetties en de Particuliere belangen der voornaamste Rijksvorsten heeft aan den nieuwen Koning nog geene occasien verschaft om te betoonen ovfr dien sentimenten opregt dan geveindd zijn, wij neemen de vrijheid ons ten opsigten van 't verder voorgevallene in alle eerbied te gedraagen aan die neevens leggende Translaaten onder N: 8: en alleenlijk nog zeggen dat de vermaarde geweesene Rijks Canselier Mansoer Alicha„ overleeden, en het hoff daar door verlost is van een man voor wiens staat„ kunden, ambitie, Moet, magten groote schatten, het zelven altoos moest dug„ „ten zoo lange hij leefden. — Ruineus gedrag der souratse De Moorse Regenten hebben zedert een tijd lang een rol gespeeld die meer nadeel aan de stad heeft toegebragt als al 't geen bevoorens is geschied tot vermijding van polixiteit zullen wij ons in eerbiedigheid beroepen op het geen daar van breedvoerig aangehaald is, bij onse resol: van den 7:e septemb: met bijvoeging dat de Extorsien zeedert die tijd wel eenigsints vermindert, maar niet 't eenemaal opgehouden zij 't welk egter meer aan de schaarsheid van vette brokken / als aan gebrek van appe„ „tijd moet toegesz: werden. — wij hebben op den 1:e septemb: Jongstl: een verschil met de regeering gehad 't geene op het punt heeft gestaan van tot openbaare seitelijkh: over en weeder uijt te barsten gelijk uwe Hoog Ed:s des gelievende bij ons besluijt van den 4:e derselver maand omstandiger kunnen beschouwen en waar toe de britten het hunne getrouwelijk hebben gecontribu„ „eerd, vermits zij ons na alle gedagten gaarne in diergelijken omstan„ „digheeden gebragt zouden gesien hebben als waar uijt wij hen over drie Jaaren door onse tusschen komst hebben gered; maar of zij ons deselve dienst zoude beweesen hebben daar aan twijffelen wij Billijk de stads Gouverneur door allerleij opstookingen misleid, erkennende ein„ „delijk het ongelijk 't geen hij de EComp:e had aangedaan, en dug„ „tende dat zulks in alle opsigten van zeer nadeelige gevolgen voor souratta zou kunnen weesen, dewijl wij niet alleen eene besending naar Bassijn hadden gedaan, maar ook de scheepen ongelost ter rheede lieten zeggen, zondt op den 5:e octob: zynen steedenhouder Ali„ „nawaas-chan in volle statie ten woonhuijsen van den eerst„ geteekende) na dat er alvoorens eenige daagen met sollicitatien waaren toegebragt om die visiten te doen accepteeren in dewelke gem: en doet geublicquie repara„ Naib het innerlijk Leedweesen betuijgden 't geen safderchan ge„ „voelde over het laast gepasseerde, en dat het alleen de schuld was van sidie Havis Massoetchan beloovende safderchan de EComp:e voortaan in alle gelegendheeden te zullen favoriseeren, en versoekende dat men het voorleedene wilde vergeeven en vergeeten, en tot een blijk van dien de aangebragte goederen volgens gewoonte lossen. — Na sulk eene opentlijke en in't gesigt van gansch souratta gegeve „ne fatisfactien oordeelden wij 't van geen staat kunde te zijn ons lan,„ doet lossen.— „ger gevoelig te toonen over het gepasseerde en geresolveerde dienvol„ „gens aan de begeerte van den stads Gouverneur te voldoen maar egter langsaam daar meede voort te gaan, om den uijtslag der besending naar Bassijn aftewagten, daar wierden wel door den nieuwen Tolman eenige ouden pretensien vernieuwd waar op onse remonstratien telkens door den stads Gouvern:r in faveur van d E Comp:e gedecideerd, en alles ging naar wensch, tot dat onse Commissiant van Bassijn geretourneerd en men volgens geno„ men besluijt beesig was eenige goederen die aan de wal gebragt waaren weerder af tescheepen omze derw:ts te zenden. dit baarde een groote ontsteltenis onder de kooplieden die door hun credit en gekerm, het in den D'Eerbaar zo verre wiste te brengen dat er eene interdictie op den afscheep in't gener: quam die vervolgens omtrend den afscheep op de voorstelling aan den Nabab gedaan, alleenlijk tot 't koper H gerestringeerd over 3 E 3 voor Passijn. —

NL-HaNA_1.04.02_2863_0260 view scan ↗

English

From Souratta the 4th of January 1755. From Souratta the 4th of January 1755 surmounted again. declined. received. the Sidie, who having had a change of heart. of the Moorish sailors where one had to was restricted, under the pretext that this mineral was even needed here itself, because the Governor intended to abolish the lead pice and have copper specie minted again as before. These difficulties having also been overcome according to what was noted in our resolution of the 6th of November, the city Governor had it proposed to the first-mentioned that, just as the unfortunate estrangements and differences between both had been public, it would be appropriate in all respects that the reconciliation should likewise take place in the sight of all Souratta to the spite of those who did not gladly see it, and that to this end he whereupon the Director and Council the first-mentioned invited, to pay him a solemn visit accompanied by the entire council a visit to the Nabab in the Durbar; which also finally took place on the 5th of this month, after all kinds of evasions had been sought to postpone it, to the joy of all merchants and well-intentioned persons, the Nabab having shown himself uncommonly friendly and talkative and having repeated the protestations previously made by his deputy, and having also shown much anxiety regarding and again one from him the sincerity of this reconciliation on our side and having shown particular pleasure at the assurance thereof; since then the said Governor, as a public proof of the restored friendship, has also paid a stately return visit without hesitation to the Honorable Company's Garden, where he was received by us in a body on the 23rd and returned to the city very satisfied; according to custom we could not omit to regale the Nabab on that occasion with some presents, which we hope to propose to Your High Nobilities, as we respectfully do herewith. Sidie Havis Masoetchan is always the same, namely very dissembling, which forms his essential character; notwithstanding his conduct observed in the matter of the 1st of September, as appears from what was noted in our resolution of the 4th of that month, our mission to Bassijn seems also to have had a desired effect upon his mind, and to have convinced him as well as Safderchan that the Honorable Company in any case has other recourses, and that it would be over with Souratta if one forced her to take them through further ill treatment; these considerations of self-interest have made such an impression on him that since the aforementioned mission he has repeatedly shown that he was well inclined to come and pay a solemn visit; but since this cannot take place without expense to the Honorable Company, it has from time to time been declined under all kinds of polite pretexts; since the visits of the city Governor he has redoubled his entreaties to that end with much eagerness, and because it concerns not only a formal reconciliation and and render. renewal of friendship, but mainly to make the work of the construction of a new Lodge in Iengie-baander proceed, one has no longer been able to refuse it, and consequently the said visit will soon take effect in the coming days with great ceremonies. The laying of a new stone pier before the Chia Gate, toward which Your High Nobilities were pleased to grant a contribution of 4000 rupees, has not yet proceeded, and one does not even hear it spoken of at all at present, so it is very doubtful whether this necessary work will ever be accomplished. Regarding the ordained number of Moorish sailors for each ship, we shall one shall regarding the number dutifully endeavor to comply with Your High Nobilities' intention and take no more into service for each vessel than extreme necessity and shortage come to require, which reasons also induced us to place a crew of 50 hands on Luxemburg, while we gave no more than 25 men to Marienbosch; and in order that henceforth all possible attention be used to enlist capable people, we have caused a copy of the extract from and their capability the minutes of the 12th of August to be delivered to the pay-bookkeeper, with orders to explain the contents thereof seriously to the native crimps, without whom it is impossible to manage, especially in the case of a hasty recruitment, and to keep them to it in every way so that no further complaints may arise concerning this. The Sewase peoples or Marhetties currently cut an imposing the power of the Sewase peoples increases daily figure in the Hindustani Empire, having recently even deposed the Mughal and placed another upon the throne; their power and riches still increase daily, on which account the court also uses great management toward them, not being in a position to face them; they actually have two mighty armies in the field and can, if necessary, form a third in a very short time. The prince Nanna Sawaij or Bellerduw, who usually keeps his court at Poena, in the Deccan, is their supreme commander, and is much praised for his qualities and good government. A visible proof thereof is Aemed-abaad, where under the Moorish government everything went to ruin, but since the Marhetties have been master there, the renowned city begins to revive again and the scattered inhabitants polite return

Dutch transcription

Van Souratta den 4:e Januarij 1755. Van Souratta den 4:e Januarij 1755 al weeder te booven - gekomen. — afleegen. — ontfangen. — de sidie die een inkeer ge„ kreegen hebbende. der moorse matroosen waar men heeft moeten con„ gerestringeerd wierd, onder pretext dat men dat mineraal hier zelfs van nooden had dewijl de Gouvern:r voorgenomen had de loode plijsen afteschaffen, en weder als bevoorens kopere specien te laate munten. — Deeze swaarigheeden volgens het aanget:e bij onse resol: van den 6:e novemb: ook te booven gekomen zijnde, liet de stads Goever„ „neur aan den eerstget:e voorstellen dat gelijk de ongeluckige verwijderingen en verschillen tusschen beiden publicq waaren geweest, het in allen opsigten convenieeren sou, dat de reconcili„ „atien eevenseens in't gesigt van gantsch souratta geschieden tot spijt van hen die zulks niet gaarne zaagen, en dat hij ten dien einde den waar op Directeur en raad eerstget:t inviteerde, om verseld van den geheelen raad, hem eene plegtige visiten een besoek bij den Nabab in den Derbhaar te komen geeven; zo als ook eindelijk op den 5:e deeser, na dat men allerleij uijtweegen had gesogt om zulks uijt te stellen, tot blijdschap van alle kooplieden en wel g'intentieoneerden is geschied, hebbende de Nabab zig ongemeen vriendelijk en spraaksaam getoond en de protestatien door zijnen steedenhouder bevoorens gedaan herhaald, ook veel ongerustheid omtrend Em er weeder een van hem de opregtigheid deeser versoening aan onse kand en bijsonder genoegen op de verseekering van dien laaten blijken zedert heeft gem:te Gouvern:r tot een publicq bewijs van de herstelde vriendschap ook een statieus Contra besoek in sEComp:s Thuijn zorg vrij afgelegd alwaar hij op den 23:e door ons Collegialiter is ont„ „fangen en zeer vergenoegd weder na de stad gekeerd volgens gewoonte hebben wij niet voorbij gekent den Nabab, te dier gelegendheid, met eenigen presenten te relageeren, die wij hoopen dat door uwer Hoog Ed:s voor te draagen, gelijk wij mits deesen eerbiedig doen. — Sidie Havis Masoetchan is altoos deselve, te weeten zeer ge„ „dissimuleerd 't welk zijn weesentlijk caracter formeert, niet teegen„ staande zijn gehouden gedrag in't geval van den 1:e 7ber:, blijkens het ge„ „noteerde bij onse resol: van den 4:e dier maand scheint onse besending naar Bassijn ook op zyn gemoed van een gewenschte „ werking geweest te zijn, en hem zo wel als safderchan overtuijgd te hebben dat de EComp:e in alle geval andere uijtweegen heeft, en dat het met souratta souw ge„ „daan zijn bij aldien men haar door verdere quade behandelingen noodsaakte die in te slaan deese consideratien van eigen belang hebben zo„ „danige eene impressien bij hem gemaakt dat hij seedert voorsz: besending meermaals heeft laaten blijken dat hij wel geneegen was een plegtig besoek te komen doen; maar vermits zulks niet, zonder onkosten voor de EComp:e kan geschieden; heeft men zulks tot van tijd tot tijd onder allerlei beleefde pretextien gedeclineerd, zedert de visites van den stads Gouvern:r heeft hij zijne instantien ten dien einde met veel empressement verdub„ „beld, en dewijl het niet alleen te doen is om eene formeele reconciliatien en rekendeeren. — vernieuwing van vriendschap, maar hoofdzaakelijk om het werk van de Extructie eener nieuwe Logie in Iengie -baander voortgang te doen hebben heeft men zulks niet langer kunnen ontleggen, en zal dienvolgens gemelte besoek eerdaagh eeerster daagen met groote ceremonien effect sorteeren. Het leggen van een nieuwen steenen Hoofd voor de Chiapoort, waar toe uwe Hoog Edelheedens eene Contributie van ro/a 4000: hebben gelieven te accordeeren heeft als nog geen voortgang gehad, en men hoort er selfs teegenwoordig in't geheel niet meer van spreeken dus het zeer twijffelagtig is of dit noodsaakelijk werk wel ooijt sal tot stand komen. Aangaande het g'ordonneerde getal moorse Mattroose voor ieder schip sallen wij men sal omtrend het getal schuldpligtig uwer Hoog Ed:s intentie tragten natekomen en niet meer voor ieder Bodem in dienst neemen als de hooge noodsakelijkheid en 't gebrek komt te verEijsschen, welke reedenen, ons ook gepermoveert hebben een ploeg van 50: koppen op Luxemburg te plaatsen, terwijl wij aan marien„ „bosch niet meer als 25: man hebben gegeeven, En ten einde voortaan alle mogelijke oplettendheid werden gebruijkt om bequaam volk aan te neemen, hebben wij aan den zoldij boekhouder Copij van 't Extract uijt en hunne bequaamheid de notulen van den 12:e Aug:s laaten afgeeven met last om aan de inlandschen zielverkopers, buijten welken men voor al bij een schielijke werving onmoge„ „lyk kan te regt koomen, den inhoud van dien Ernstig te beduijden en hem op allerlei wijze daar toe aantehouden „ dat daar over gene verdere klagten moogen koomen. — De Sewase Volkeren of Marhetties maaken teegenwoordig een ontsag„ de magt der sewaase vol„ „gelijk viguur in 't hindoustanse Rijk, hebbende nog onlangs den mo„ heren neemt dagelijks toen gol zelfs afgezet en een ander op den Throon gesteld, Hunne magt en Rykdommen neemen nog dagelijks toe, weshalven ook het stoff groote me„ nagementen omtrend hen gebruijkt, als niet in staat zijnde hen het hoofd te bieden, zij hebben werkelijk twee magtige Leegers op de been en kunnen des noods nog een derde in zeer korten tijd formeeren. De vorst Nanna Sawaij of Bellerduw, die zijn Hoff gewoonlijk te Poena, in het Deccans houd, is hun opperste bevelhebber, en word om zijne hoedanigheeden en goede regeering zeer gepreezen. Een zigtbaar blijk daar van strekt aemed- abaad alwaar onder de moorsche regeering alles te gronde ging, maar zedert de Marhetties aldaar meester zijn, begint de ver„ maarde stad weeder op te luijken ende verloopene inwoonders beleefde keeren

NL-HaNA_1.04.02_2863_0261 view scan ↗

English

From Surat, the 4th of January 1755: From Surat, the 4th of January 1755. refused on account. the outcome thereof subsequently two ships turn thither. Since we actually have in possession a good part of Gujarat, Surat, which provinces were granted to them by the last king, on which grounds they renew their pretensions to the city of Surat from time to time, the principal European nations here have long regarded their friendship as necessary, and have therefore from time to time sought to acquire the same. On the part of the Honourable Company, whenever an opportunity has presented itself, there has also been no failure to recommend the master's interests to Nanna and his principal favourites, whereby, without formal negotiations, matters have gradually been brought so far that he has conceived favourable sentiments for the Dutch nation. The re-establishment of the factory at Ahmedabad has not diminished the same, and for some time past consideration has been given to profiting therefrom to the advantage of the Honourable Company, the more so because it was seen that our competitors were exerting themselves to the utmost to cajole Prince Nanna in order, if possible, to win him over to their interests. The latest dispute with the Regents here has finally hastened the execution of this design and brought us to the decision to broach matters by means of the Governor of Bassein, and consequently, according to all appearances and assurances, we shall achieve our aim in spite of the British. Aside from that which is to be communicated regarding this in respectful secret letters, we shall only mention here that the Souce Pandit in this city, having received orders from Nanna to proceed to Poona, was also instructed before his departure to pay a visit to the first undersigned, in which, offering his master's friendship, he gave assurance that he would support the interests of the Honourable Company in everything, just as if they were his own. Whereupon, among other things, it having been answered that it was hoped the means already set in motion would tighten the bonds of friendship with his master more closely, the Pandit was invested with a robe of honour and presented with some small gifts. This having been done, he informed the Director in the name of his master of the contract concluded between him and the English, of which we have already cited the three articles above; and being asked whether he well knew that in matters of trade the English were enemies of the Dutch, he answered that he knew this well, and his master too, but that this would not prevent a good thing from proceeding, since his master wished to be of one heart with the Dutch and that the proofs thereof would be convincing. These are the terms, Right Honourable Sirs, in which this weighty matter currently stands, and which give us reason to trust that the devised measures [illegible] a desired success and for the interests of the Honourable Company in every respect. Although they did not establish it, but nevertheless brought it forward earlier, we might now wish that they had never pushed matters so far. Nor have they left anything untried of all that envy and fury can set to work, but in vain; Nanna remains steadfast in his intention to maintain an eternal friendship with the Dutch, and notwithstanding their aforementioned conventions, the English are and remain for this time entangled in their own nets, which pained them most of all, and the consequences of which for Bombay they will only experience in the course of time, although they already partly foresee it in our new trade at Bassein, where they were accustomed to turn over annually more than seven lakhs of rupees, or more than a million guilders in merchandise. The occasion that caused this project to be conceived, and subsequently put into execution, having already been touched upon before, we shall respectfully refer thereto in order to avoid repetition, and coming to the matter itself, say that in our session of the 7th of September we resolved to send a mission to Bassein, solely to reconnoitre the terrain and see whether we could come to trade there, having chosen for that purpose the bookkeeper and first sworn clerk Hendrik Kronenbergh, who, on account of his knowledge of the language and customs of the country, was judged the most capable for that commission. The Governor Sankrajee, having understood the reason for his arrival, received him with open arms and favoured him far above our expectations, as is described more fully not only in our resolutions of the 24th of October, but in particular in respectful secret letters. This favourable reception and the demand for merchandise brought back by Kroonenbergh upon his return animated us to such an extent that on the 26th we took a resolution to send thither the two ships Bloemendaal and Marienbosch with a good quantity of commercial goods, together with the aforementioned commissioner as supercargo; which has also succeeded so well that nearly all the goods shortly after the arrival of the ships at Bassein were taken up by the Governor himself at acceptable prices, of which we expect the true return at any moment. Meanwhile, we can say that the general sum of the sale amounts to ƒ - - - - - -, of which ƒ189,000:— in cash was handed over to us by Captain Marchies upon his return, and the remaining funds have been remitted in good bills of exchange at short terms, of which a part has also already come in, and the remainder is successively to be brought into the cash treasury. And since this trial venture has turned out so well

Dutch transcription

Van Souratta den 4 Januarij 1755: Van Souratta den 4:e Januarij 1755. weegen gerecusseerd. — doe tegemwest uijtkomst vervolgens twee scheepen keeren derwaarts. vermits wij werkelijk een goed gedeelte van Gou„ Souratta in besit hebben welke provincien hen door den laasten ko„ „ning is geschonken, uit welken hoofden zij hunnen pretensie op de stad Souratta van tyd tot tijd vernieuwen, hebben de voornaamste Euro„ vsto len at e erweseken pesche Natien alhier hunnen vriendschap al over lang als noodsakelijk aangemerkt, en dierhalven van tijd tot tijd getragt dezelve te verwerven, men heeft ook van sEComp:s weegen, wanneer zig daar toe gelegentheid heeft opgedaan niet gemanqueerd 'smeesters belangen bij Nanna en desselfs voornaamste gunstelingen te recommandeeren waar door men sonder formeele Negociatien het allengskens zo verre heeft gebragt dat hij favorabele sentimenten voor de waar in men ook van 'sComp:s Hollandse natien heeftop gevat. Het restabileeren van 't Compt:r amed-abaad heeft deselve niet doen verminderen en men is reeds over een tyd lang bedagt ge„ en dit onlangs nader hervat „ weest om daar van ten voordeele van dEComp:e te profiteeren te meer dewijl men zag dat onse Competiteuren zig ten hoogsten lieten aangeleegen zijn, den vorst Nanna te Cajoleeren om was het mogelijk ham in hunnen belange over te haalen. Het laaste verschil met de Regenten alhier heeft eindelijk de uijtvoering van dit dessein verhaast en ons tot het besluit gebragt de zaaken door middel van den Bassyns Gouverneur te entameeren en vervolgens alle apparentien en verseeke„ „ringen zullen wij in weerwil van de britten ons oogmerk bereiken, behalven 't geen daaromtrend bij eerbiedige secreete Letteren staat bedeeld te worden, zullen wij hier alleenlijk aanhaalen dat de sewas Pandet in deese stad ordre van Nanna be„ „komen hebbende (om zig naar Poena te begeeven, ook gelast wierd voor zijn vertrek eene visiten bij den eerstgeteekende afteleggen, in dewelke hij onder aanbieding van zyn meesters vriendschap verseekering gaf, dat hij de belange van de EComp:e den sandet van Nanna gege, in alles sou ondersteunen, eeven of het zijne eijgenen waaren / waar op ander ande„ „ren geantwoord zijnde dat men hoopte dat de reeds in't werk gestelde middelen de banden van vriendschap met zijn meester nauwer souden toe„ „strengelen, wierd de Pandet met een eere kleed omhangen, en met eenige kleenij„ „heeden beschonken, Dit gedaan zijnde, gaf hij aan den Direct:r uijt naam van zijn meester kennis van het geslooten Contract tusschen hem en de Engelschen, waar van wij de drie articulen hier booven reeds hebben aangehaald; en gevraagd zijn„ „de of hij wel wist, dat in't stuk van Negocie de Engelsen vijanden waaren van de Hollanders, antwoorden hij sulx wel te weeten en zyn meester, en zijn meester ook, maar dat dit geen goede zaak zou beletten voortgang te hebben) willende zij, m:r met de Holland:s een herte maaken en dat de blijken van dien overtuijgende zouden Dit zijn de Termen Hoog Ed:s Heeren waar in deese gewigtige zaak zig thans bevind, en die ons met reeden doen vertrouwen dat de beraamde maatregelen van een gewenscht suctes en voor de belangen van deE Comp: in allen deele te ite mete ede e ee niet gestigt, maar egter vervroegd hebben, zo wenschen wij thans wel dat zij de zaaken nooit zo verre gepousseerd hadden; ook hebben zij niets onbesogt gelaaten van al wat neijd en razernij kunnen in't werk stellen dog vergeefs; Nanna blijft standvastig in zijn voorneemen om met de Hollanders eene eeuwigen vriendschap te onderhouden en nietteegenstaande hunnen boovengem:te conventien soo zijn en blijven de Engelschen voor deeze reis in hunne Eijgen nette verstrikt, 't geen hen meest van alle smert, en waar van zij in vervolg van tijd eerst de gevolge voor Bombaij sullen ondervinden schoon zij die reeds gedeeltelijk voorsien ik onse nieuwen handel te Bassijn, alwaar zij gewoon waaren Jaarlijks voor ruim seeven lacq ropijen, of meer als een millioen Guldens aan koopmansz: om te zetten de gelegentheid diet dit project heeft doen Concipieeren, en vervolgens ter eexecutien leggen, heeds bevoorens aangeroerd zijnde, zullen wij tot vermijding van redites ons daar toe eer„ „biedig refereeren, en tot de saak selve koomende, zeggen, dat wij in onse Cessien van den 7:en september beslooten hebben den eene Bensending naar Bassijn te doen, alleenlijke om het terkein te recognosseeren en te zien of wij daar toe Handel zouden kunnen koomen, daar toe verkooren hebbende den boekhouder en eerste gesw: Clercq Hen„ „drik Kronenbergh, die weegens zijne kennis van de taal en gebruijken van 't land, de bequaamste tot die Commissien g'oordeeld wierd, de Gouverneur Die aldaar wel is ontfangen sankraadje de reeden van zijne komst verstaan hebbende ontfing hem met opene armen en begunstigde hem verre booven onse verwagting, gelijk niet alleen bij onse resolutien van den 24:e octob:, maar in't bijsonder bij eerbien„ „dige secreete letteren breeder is beschreeven. Deese favorabele receptien ende met koopmansz: derw:s geson„ door Kroonenbergh. bij zyn retour meede gebragte Eysch van koopmansz: animeerde ons sodanig dat wij op den 26:e een besluijt naamen, om de twee scheepen Bloemendaal en Marienbosch, met een goede quantiteit Handelwaaren, benevens gem:te Commissiant als suppercarga derw:ts te senden; het welk ook soo wel gelukt is, dat bij na alle goederen kort na de aankomst der scheepen te Bassijn teegens aangenamen prijsen door den die meest alle verkogt Gouverneur zelve aangeslaagen zijn, waar van wij het waare rendement alle oogenblick ge verwagten, waar in tussen konnen zeggen, dat de generale som van den verkoop bedraagt ƒ - - - - - - waar van ons ƒ189'000:— Contant door den Capitain Marchies bij zijn retour behandigt, en de overige penningen in goede wisselfs op korte termijnen overgemaakt zijn, waar van ook reeds een gedeelten te binnen is gekomen en 't restant successiven in Cassa staad ge„ bragt te worden. En vermits deese praefneeming soo wel heeft ger

NL-HaNA_1.04.02_2863_0261 view scan ↗

English

From Souratta the 4th of January 1755. From Souratta the 4th of January 1755: of Bassijn also to be in all respects our friend, and to be willing to favor the Honorable Company's trade, so we most humbly request Your High Noblenesses, not only for favorable approvals of what we have done in this matter thus far, but also that it may please you to send us some extraordinarily fine and sound cloths as a gift for the prince and the Governor, as well as to fulfill our outgoing ordinary and secret demands, in order thus to be able to show in deed that the Honorable Company is capable of delivering everything that may be required in the demanded quantity and quality, and thereby to overthrow the false suggestions of our competitors to that end, upon which the further success in this will largely depend; since, failing to receive those goods from us, they will be forced to seek them from the English, who will then attempt to conclude their bargain in such a manner that there will not be much left for us to do. But although Bassijn, through a fortunate catastrophe, has turned into an exquisite trading place for the Honorable Company, it nevertheless remains a den of thieves regarding most other nations, who also (especially the English, although they stand in mutual friendship) frequently experience this because the new admiral, who does not depend on the Governor but directly on the court, is of a very restless nature; nevertheless, the prizes taken from them have hitherto always been returned whenever they have reclaimed them and demonstrated their right of ownership. Regarding the Angrian pirate, we find nothing to say except that the release of our prisoners from the burned ships Wimmenum and Vreede, as well as the bark Iaccatra, has not yet been able to be effected, although various means have been pursued to that end; nevertheless, there is hope that their deliverance approaches, in which expectation we have also provisionally detained here the two sent hither. The Bellimora pirate begins now and then to rear its head again, having this year taken a richly laden native ship bound for Mocha in sight of the Souratta roads and dragged it into its den. Also, the Sultanpore pirates become daily more numerous and bolder, swarming on the roads and before the mouth of the river, so that nothing can go in or out, even coming inside for some distance when our vessels are absent; but disappearing or only showing themselves in the distance as soon as these appear. The multitude of these ruffians obliges us at least always to let a well-armed war galbat cruise between the river and the roads, and sometimes both at the same time, and also to man all other vessels of the Honorable Company with European soldiers; the more so because other pirates also lurk under the name of Sultanpore Coolies, as can be seen in our resolution of the 4th of May. With this much, we take the liberty to conclude this, after having first attached hereto according to custom; a Memorandum of the cargo in the ship Luxemburg as: Memoranda of the cargo in Pro Patria from Amed-abaad 2500 pieces Dotij Ponnebegesjes white bleached of 18 wiesa in 25 packs f 42355: 14: — Dorrogis of 16 ditto in 31 ditto 38341: 11: 8 8 ditto in 17 ditto 17545: —: — Salempoeris 640 ditto 9110: 5: 8 1360 pieces Guinees f 110895: 7: — from Brootchia 1500 pieces long Niquanias in 15 packs 1613: 7: 8 2400 pieces narrow Percales in 24 ditto 7612: 19: — 5600 ditto in 14 ditto [illegible] 1080 pieces white Sawagesjes in 9 ditto 6388: 14: 8 28807 1/2 lb Cotton yarn in sorts in 187 bales [illegible] from Souratta 400 pieces Bajota according to sample No. 5 in 4 packs f 4856: 5: — 2900 ditto in [illegible] ditto 12005: 13: — [illegible] 869: 12: — 1200 coarse Carroots in 3 [illegible] 1523: 13: — 700 white Berampaats [illegible] 2581: 10: 8 600 Chelassen according to sample No. 12 in 6 ditto 2130: 15: — 200 ditto according to sample No. 14 in 2 ditto 3138: 5: 8 300 Maginapaat according to sample No. 15 in 3 ditto 1609: 9: — 16560 lb Cotton yarn in sorts in 96 bales 21468: 5: 8 200 pieces Chelassen according to sample No. 11 in 1 pack 1109: 9: — 160 Guinees in 2 ditto 1234: 17: 8 200 Dotij dorrogesjes of 8 wiesa in 2 packs 805: 2: 8 100 ditto ditto of 13 ditto in 1 ditto [illegible] 100 Ponnebegesjes of 16 ditto in 1 ditto 1044: 7: — 2000 lb Olibanum in 3 cases 744: 13: 8 1268 lb Gum-aloe in 4 packs 1038: 13: — 1000 lb Myrrh in 2 ditto 1489: 7: — 2000 lb Catchiou in 4 ditto 819: 3: 8 40000 lb Japan wood for dunnage 1836: —: — f 23302: 11: — 320 white bleached Salempoeris in 4 ditto 1917: —: — ditto ditto of 17 ditto in 1 ditto 1217: 13: — 300 ditto according to sample No. 7 in 3 ditto [illegible] To be carried forward: 45745: 16: — 74825: 8: —

Dutch transcription

eusseert de gouverneur den. — en behaald zijn heeft. — „ven. — weesen. — G van H van S Van Souratta den 4:e Januarij 1755. Van Souratta den 4:e Januarij 1755: hoog Ed:s approbatien haar „der succes af. — intusschen worden zomtijds en onse gevangene zijn nog bij den angria. „jen aan. — 5610: 7:— toond van Bassijn ook in alle deelen tot onse vriend te weesen, en 'sEComp:s Negotie te willen favoriseeren soo versoeken wij uwe Hoog Ed:s op het allerootmoedigste, niet alleen om gunstige approbatien van het geene wij in deese tot dus verre hebben gedaan, maar ook dat het haare goede geliefden mag zijn ons eenige Extra fraaije en deugdsamen Lakenen tot geschenk voor den vorsten den Gouverneur te willen toesenden, als mee „de onse afgaande gemeene en secreete Eijsschen te voldoen, om dus met erdaad te kunnen toonen dat de EComp:e in staat is alles in de verEijschte quantiteit en qualiteit aan te brengen, wat men komt te requireeren, en daar door de valschen suggestien onser Competiteuren ten dien einde om verre te werpen, als waar van het verder succes in deese grootelijks sal afhangen; vermits zij die goederen van ons niet krijgende, genoodsaakt sullen weesen die bij de Engelschen te soeken hangende daar van het ver„ dewelke als dan hunne partij sodanig sullen tragten te sluijten dat 'er voor ons niet veel meer sal te doen vallen. — Maar alhoewel Bassijn door eene geluckige Catastrophen, voor dEComp:e in een kostelijke handel plaats is verandert, zo blijft het egter ean roofnest omtrend de meeste andere natien die ook (bysonder de Engeschen schoon zij saamen in vriendschap staan, daar dikwils proef van hebben om dat de nieuwen admiraal die niet van den Gouvenneur maar Direct van het hof afhangt, van een seer onrustig naturel is, egter zijn tot nu toe de op hen gemaakten prijsen wanneer zij die hebben gereclameert en hun regt van Eygendom aangetoond; telkens wederom gegeeven. — Belangende de Angriasen zee schuimer vinden wij niets te zeggen als dat de vrijheid van onse gevangene van de verbrande scheepen wimmenum ende Vreede, mitsgaders de Barcq Iaccatra, als nog niet heeft kunnen bewerkt worden, alhoewel men daar toe diverse weegen heeft ingeslaagen; Egter is er hoopen dat hunne verlossinge nadert in welke verwagting wij ook den twee herwaarts gesondene provisioneel hier hebben aangehouden De Bellimorase Zeeroover begint nu en dan het hoofd weeder op te steeken hebbende dit Jaar een Rijk gelaaden in„ „lands schip, naar Mocha gedestineerd, in 't gesigt van de souratse rheede genoomen en in zijn Nest gesleept. en de sultanpoerse Coelijs groen Ook worden de sultanpoerse Rovers daagelijks meerder en stouter zervende op de rheede en voor de mond van de Rivier, so dat er niets in nog uijt kan, ja komende selfs wel een wijl weegs binnen, wan„ neer onse vaartuijgen absent zijn; maar verdwijnende of vertoonende 1200:– „ Carroots grooven - - - - - - - - - - - „ 3 700:— „ Berampaats witte- - 600: — „ chelassen na 't monster N:o 12. - „ 6 _:o - - - - - - - „ 200:- „ d:o „ „ d:o „ 14. - „ 2 d:o - - - - - - - „ 300:- „ Maginapaat „ d:o „ 15. -. „ 3 d:o - - - - - - - - „ 16560:- lb Cattoene gaarens in soort - - - - „ 96 baalen - - - - - - - - - - „ 200: — p:s Chelassen na 't monster N=o 11. „ 1 pak - - - - - - - - - „ 160:- „ Guinees „ _:o. . . „ 2 _:o. . . . . - . . „ 1109: 9: — 200:— „ Dotij dorrogesjes „ _:o van 8. wiesa in 2 pak: - - - „ 1234:17: 8: 100:- „ „ dd:o „ d:o „ 13. d:o „ 1 _:o - - - „ 805: 2: 8: 100: – „ 100:- „ „ ponnebegesjes _:o „ 16. d:o „ 1. _:o - - . „ 1044: 7:— 2000: - lb olibanum - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 3 kassen. . „ 744: 13:8: 1268:- „ Gomaloes - - - - - - - - - - - - - - „ 4 Pakken. . . „ 1038: 13: — 1000:- „ „ mirre. - - - - - - . . . . . . „ 2 _:o. . - „ 1489: 7:— 2000:- „ Catchiou. - - - - - - - - - - - - - „ 4 —d:s. . „ 819: 3:8„ 45745:16:— 40'000:— „ Iappanhout tot guarniering. . . . . . . . . . . . . . . . . „ 1836: —:ƒ 23302: 11: — 320:– „ Salempoeris witte gebleekten. . . „ 4 _:o . - - - - - . . „ 1917: —:— „ —d:o „ d:o „ 17. d:o „ 1. _:o - - - „ 1217:13: — 300:- „ _:o „ „ _:o „ 7. „ 3 _:o - - - - - - Die Transporteere: 1523:13:— 2581: 10:8: 2130: 15: — 3138: 5:8. 1609: 9: — 21468: 5: 8. „ 74825:8:— sig slegts in 't verschiet sodra deese verscheinen. De menigte van dit ge„ boefte noodsaakt, ons ten minsten altoos een wel gepapend oorlogs Galbet tusschen de rivier en de rheede te laaten kruijsen en somtijds beide te gelijk, ook alle andere sEComp:s vaartuijgen met Europeesen militairen te bemannen) te meer dewijl onder de naam van sultanpoerse Coelijs ook andere Rovers schuijlen gelijk bij ons besluijt van den 4:e maij kan gesien worden. — Met dus veele neemen wij de vrijheijd dese te fineeren, na dat wij alvorens hier nagewoonte hebben bygevoegd; eene Luxemburg en marienbosch Notitie van 't geladene in't schip Luxemburg als. — Notitien van 't geladene in Pro Patria van Amed-abaad 2500: — P:s Dotij Ponnebeg: witte gebl: van 18 wiesa in 25 Pakken. - - - - - ƒ ƒ 42355: 14: — „ 16 dd:o „ 31. _:o 38341: 11:8. Dorrog: „ „ „ - - - - - - - - - - - „. 17. —d:o. - - - - „ 8 — d:o 17545: —:—: - d:o „ Salempoeris - - - - - - - - - - 640: – 9110: 5: 8: ƒ 110895:7: 1360:— „ Guinees - - - iaen Brootchia 1500:- „ Niquamd:o lange „ 16/3: 7: /8: . . . . 15 pakken- - - - . . . „ „ - - - - 35. —d:o - - - - - - 2400: — „ P=ke v„s smallen. . „ . . 24. o 76½: 19: — „ _d:o . . . . 2. . . . „ -- - - 14. _:o - - - - - - - - - - „ 5600: 1080:- „ sawagesjes witte. . „ . - - - . 9. _:o - - - - - . . . . „ 6388:14: 8. 28807½. lb. Cattoene gaaren in soort. - - 187. baalen - - - - - - - - - - „ van Souratta 2900:-„ 400: — P:s Bajota na 't monster N:o 5. in 4 Pakken - - - - - - - - ƒ „ . . . „ _:o - - - - - - - - „ . . . _:o . .. „ 4856: 5: — 12005: 13:— 869:12:— sig. 51

NL-HaNA_1.04.02_2863_0263 view scan ↗

English

From Surat the 4th of January 1755. From Surat the 4th of January Anno 1755. wherefore in the last Brought forward ƒ 23002:1:— for Batavia from Surat 1200 pieces fotas or maidservants' garments in 4 bales ƒ 3735: 8:8 120 coarse Niquanias in 4 ditto ƒ 357: 6: 8 ƒ 4092: 15:— from Ahmedabad 200 silk Patolas green assorted and 1 bale ƒ 3872: 4: 8 from Bharuch 600 coarse Niquanias in 5 bales ƒ 1810: 8: 8 for Malacca 200 spreads or langi-langis in 1 bale ƒ 396: 19:8 200 ditto coarse Ponnebeges in 1 ditto ƒ 784:19:8 200 wide ordinary chintz in 1 ditto ƒ 893: 10:8 200 ditto metzelia in 1 ditto ƒ 878:13: 8 400 ditto coarse in 2 ditto ƒ 1542: 4: 8 200 Bharuch Baftas with 35 gold threads assorted in 1 chest ƒ 3219: 5:— 200 Charangs or maidservants' garments in 1 bale ƒ 628: 4:8 10 gold and silver Butadars ƒ 1194: 2:— 10 ditto allegias ƒ 850: 1:— ƒ 10388: —: — for the Medicinal and Small Shop 3240 lb medicinal gum drugs etc. ƒ 4348: 13:— 1000 gallnuts in 3 bales ƒ 595: 15:— ƒ 4944: 8:— for Japan 3600 chatchoe in 8 chests ƒ 1513: 16: 8 3600 puchuk in 9 bales ƒ 6191:14:— ƒ 7705:10:8 ƒ 32813:6:8 In account ƒ 1591: 8:8 the cargo of the ship Luxemburg amounts to ƒ 267707: 6: In the ship Marienbosch for Batavia for Cochin 40000 lb Manila Sappanwood ƒ 1836: —:— 150 drugs in 1 bale ƒ 129:7:— ƒ 1965:7: Total rix-dollars, saying ƒ269672:13: For the rest, we hope that both aforementioned valuable ships may safely and swiftly complete their voyage without calamity or adversity, and having besought Heaven's dearest blessings upon Your High Excellencies' illustrious Persons and the Company's interests, we have the honour to call ourselves with all due respect, underneath was written, Right Honourable, Highly Esteemed, Far-ruling Lord and Well-born Gentlemen, lower down, Your High Excellencies' humble and faithful Servants, was signed, Jan De Roth, Jan Drabbe, Pieter Anthony Sweersdelandas, David Kelly, Johan Willem Falck, Otto Hendrik Ruperti, Rutger van Ebbenhorst. In the margin: Surat the 4th of January Anno 1755. Below that: The requisitions mentioned in the letter are not sent off, because several items were still missing from them; nevertheless, what we said about the copper remains valid, since almost not too much of it can be sent: The net yields which we had expected from Kutch Mandvi and from Bassein have not yet arrived, on which account the entries related thereto also had to remain open, as well as the number of the note of the arrived European ships which we shall have the honour to send by the next opportunity. We hope that Your High Excellencies will kindly not take it amiss that we let the vessel Marienbosch depart without cotton: That yarn is currently not to be had here, and to wait for what we are to obtain after Kutch Mandvi would take too long. 53 55 From Surat the 4th of January 1755: From Surat under date 4 January Anno 1755: Meanwhile we enclose herewith under No. a collection of herbs found in these regions, together with a short description of their virtues and use, which was handed to us, somewhat late, by the chief surgeon Jan Matthias Valck, to serve for the Leiden Academy in compliance with the respected, repeated orders of Your High Excellencies. After invoking God's most holy name, the letter drafted by the Director and written out in fair copy to Their High Excellencies the Gentlemen of the Supreme Indian Government at Batavia was resumed, together with its duplicate, with the contents of which all the members concurred and signed them; it was subsequently resolved to send the original with the papers and documents pertaining thereto by the ship Bloemendaal and the duplicate by the 3 Papegaijen, and to grant their dispatches to the officers of both vessels tomorrow. In accordance with the good testimony regarding the conduct and zeal of the clerk Dirk Spiering, who was appointed on probation some time ago, it was approved to provisionally appoint him as junior assistant at 18:—: — per month on his current contract. Thereafter, two petitions were laid upon the table, addressed to Their High Excellencies and submitted by the two junior assistants Johan Fredrik Denso and the above-mentioned Dirk Spiering, containing a humble request that they might be favourably approved and confirmed by the said Their High Excellencies in the aforementioned newly acquired capacity, which being read and found in the required order, were both handed over to be sent to Batavia as well. Monday the 15th of April anno 1754. Present The Right Honourable Johan de Roth Director of this Directorate Jan Anthonij Sweersdelandas Junior merchant and Warehouse Master David Kelly Junior merchant and Cashier Otto Hendrik Ruperti Junior merchant and Provisional Secretary Absent: The Right Honourable Jan Drabbe Senior merchant, second in command, and head administrator due to indisposition

Dutch transcription

Van Souratta den 4:e Januarij 1755. Van Souratta den 4:e Januarij A:o 1755. — waarom in de laaste P„r Transport ƒ 23002:1:— voor Batavia van Souratta 1200: p:s fotassen of meiden kleetjes in 4 Pak:. . . . ƒ 3735: 8:8: 120: „ Niquaniasse grove „ 4 d:o . . . „ 357: 6: 8: ƒ 4092: 15:— van Amed-abaad 200: „ zeide Patholen groene in soort en 1 Pak - - - - - - - - - . . „ 3872: 4: 8: van Brootchia 600: „ Niquaniasse grooven. . . . in 5 Pak: - - - - - - - - „ 1810: 8: 8: voor Malacca 200: „ sprijen of langie langien in 1. Pak: - - - - ƒ 396: 19:8. 200: „ d:o grove Ponnebeges: „ 1. _d:o. . . . . „ 784:19:8. 200: „ chitsen ordinaire breed. „ 1. dd:o - - - - - „ 893: 10:8. 200: „ _:o metzelia. . . . „ 1. - d:o. . - - - - „ 878:13: 8. 400: „ d:o grooven. . . - „ 2. _d:o - - - - „ 1542: 4: 8. 200: „ Baftas Brootchias met 35. goude draaden in soort - . „ 1 kas. . . . - „ 3219: 5:— 200: „ Charangs of meide kleedjes „ 1 Pak - - - - „ 628: 4:8. 10: „ Botidaars goude en zilveren „. . . . . . . „ 1194: 2:— 10: „ allegiassen „ „ _:o. . - - - - - - „ 850: 1:— „ 10388: —: — voor de Medicinale en Kleine winkel 3240: lb Medicinalen gomme drog: etc:. . . . - -. ƒ 4348: 13:— 1000: „ Galnooten in 3 baalen. . . . . . . . „ 595: 15:—„ 4944: 8:— voor Japan 3600: „ chatchoe in 8 kassen - - - - - - - - „ 1513: 16: 8: 3600: „ poetjoek „ 9 baalen. . . . . . . . . „ 6191:14:— „ 7705:10:8: ƒ. 32813:6:8 In aanreekening - „ 1591: 8:8 de lading van 't schip Luxemburg monteerd. . . . . ƒ 267707: 6: In't schip Marienbosch voor Batavia voor Cochim 40000: lb Sappanhout Manilhas - - - - - - - - . . . . . . . - - . . . ƒ 1836: —:— 150: „ Droguen in 1. baal. - - - - - - - - - - . . . . . „ 129:7:— „ 1965:7: Somma rijxd:s, zeggen ƒ269672:13: Voor 't overige hoopen wij dat beide gemelde koste„ „lijke scheepen zonder ramp of teegenspoed hunne reise ge„ Besluijt „lukkig en spoedig moogen afleggen, en na 's Hemels dierbaarste zeegeningen over uwe Hoog Edelheedens illustere Persoonen en 'S meesters belangen afge„ „smeekt te hebben, hebben wij d' Eeren ons met alle ver„ „schuldigt ontsag te noemen /:onderstond:/ Hoog Edele Groot agtbaare wijdgebiendende Heere en welEdele Heeren /:Lager:/ Uwer Hoog Edelheedens onderdanige en Trouw„ „schuldige Dienaaren /: was geteekend:/ J:n De Roth, I:n Drabbe, P:n Aij Sweersdelandas, D:d Kellij, I: W„t Falck, O:to Hend:k Ruperti, R„s van Ebbenhorst: /:in margine:/ Sourat„ „ta den 4:e Januarij A:o 1755. — /: daar /onder:/ De Eijsschen in de Brieff vermeld gaan niet af, om dat daar aan nog diversen articuls manqueerden; Egter blijft het geen wij van 't kooper gesegd hebben in zijne waarden, kunnende daar van, bij na niet te veel gesonden worden: De zuijveren rendementen Wij hoopen dat uwe Hoog Edelheedens het niet qualijk zullen gelieven te duyden dat wij den Bodem Marienbosch zonder Cattoen laaten vertrekken: Dat gespin is hier thans niet te krij„ bodem geen Cattoen:— „gen, en om na die te wagten die wij na kets„ „mandui staan te bekomen zoude te lang aanloopen. Wij die 53 55 Van Souratta den 4:e Januarij 1755: Van Souratta onder dato 4 Januarij A:o 1755: die wij van Ketsmandui en van Bassijn hadden verwagt, zijn nog niet ingekomen, weshalven ook de daar toe betrekkelijke posten hebben moeten blijven openstaan zoo als ook de Nommer van de Notitie der aangekomene Europeeschen scheepen die wij per naaste de Eeren zullen hebben over te zenden voegende wij ondertusschen hier bij No.... .. eene Collectien van kruijden zie in deesen gewes„ „ten gevonden worden, benevens eene korten aan„ „wijsing van derselver deugden en gebruijk, die ons, wat laat, door den eersten oppermeester Ian Matthias Valck, ter hand is ge„ „steld, om in voldoening der gerespecteerde herhaalde ordres van uwe Hoog Edel„ heedens te dienen voor de Leijdsche Accademie. — Na aanroeping van Godes allerheiligste naam resumeerde men e door den Heer Directeur geconcipieert en in het net gesz: brief aan haare Hoog Edelh:s de Heeren der Hooge Indiase Regeering te Batavia, enevens desselfs duplicaat met welkers inhoud zig alle de leeden conformeer„ je ende zelve teikenende wordende vervolgens besloten het origineel met de jaar toe specteerende papieren en Documenten per het schip Bloemendaal en et duplicaat met de 3 Papegaijen te verzenden en aan de overheeden van leide bodems op morge haare depeche te verleenen Ingevolge de goede getuijgenis aangaande het gedragen den eijver van ten over eenige tijd ter preuve aangestelden Pennist Dirk Spiereje, wierd goedgevonden denzelven Provisioneel aantestellen tot Jong adsistent met 18:—: — per maand op zyn loopend verband. Daar na wierden, op de tafel gelegt twee Requesten, g'addresseert aan haare Hoog Edelh:s en ingediend door de twee Iong adsistenten Johan fred:k Denso, en bovengem:t Dirk Spiereje behelsende een nedrig versoek, om door welgem: haar Hoog Edelh:s in de voorsz: nieuw verkre„ ene qualiteit gunstelijk te worden g'approbeerd en bevestigd dewelke vleezen en in de vereijschte ordre bevonden zynde beide overgegeven vierden, om meede van Batavia gezonden te worden. Maandag den 15:e April anno 1754. Present Den E: E: Agtb: Heer Johan de Roth Directeur dezer Directie I:n Ian Anthonij Sweersdelandas Sonderk: en Pakhuijsmeester David Hellij onderz: en Cassier Otto Hendrik Ruperti onderk: en p:l Secretaris Dempto Den E: E: Ian Drabbe oppercoopm:, secunde, en hooft administrateur weegens indispositie E De E Den

NL-HaNA_1.04.02_2863_0265 view scan ↗

English

55 Souratta, the 4:e Januarij 1755: From Souratta under date 4 Januarij A:o 1755. which we had expected from Ketsmandui and from Bassijn, have not yet arrived, wherefore also the entries relating thereto have had to remain open, as well as the number of the list of the arrived European ships, which we shall have the honor to transmit by the next conveyance, while adding herewith under No. ... a collection of herbs that are found in these regions, together with a brief indication of their virtues and use, which, somewhat late, was handed to us by the first chief surgeon Ian Matthias Valck, in order to serve for the Leijdsche Accademie in fulfillment of the respected repeated orders of your Right Honorables. After invocation of God's most holy name, the letter drafted by the Lord Director and written in fair copy to their Right Honorables the Lords of the High Indian Government at Batavia was reviewed, together with its duplicate, with the contents of which all the members concurred and signed the same, it being subsequently resolved to send the original with the papers and documents pertaining thereto by the ship Bloemendaal and the duplicate by the 3 Papegaijen, and to grant their dispatch to the officers of both vessels tomorrow. Pursuant to the good testimony regarding the conduct and the zeal of the clerk Dirk Spiereje, appointed on probation some time ago, it was approved to appoint the same provisionally as junior assistant at ƒ18:—: — per month on his current contract. Thereafter, two petitions were laid upon the table, addressed to their Right Honorables and submitted by the two junior assistants Johan fred:k Denso and the abovementioned Dirk Spiereje, containing a humble request to be favorably approved and confirmed by the well-mentioned their Right Honorables in the aforesaid newly acquired capacity, which, having been read and found to be in the required order, were both handed over to be sent likewise to Batavia. Monday the 15:e April anno 1754. Present The Honorable and Respected Lord Johan de Roth Director of this Directorate The Honorable Ian Anthonij Sweersdelandas Junior Merchant and Warehouse Master David Kellij Junior Merchant and Cashier Otto Hendrik Ruperti Junior Merchant and Provisional Secretary Absent: The Honorable Ian Drabbe Senior Merchant, Second, and Chief Administrator on account of indisposition E The

Dutch transcription

55 Souratta den 4:e Januarij 1755: Van Souratta onder dato 4 Januarij A:o 1755. dien wij van Ketsmandui en van Bassijn hadden verwagt, zijn nog niet ingekomen, weshalven ook de daar toe betrekkelijke posten hebben moeten blyjven openstaan zoo als ook de Nommer van de Notitie der aangekomene Europeeschen scheepen die wij per naaste de Eeren zullen hebben over te zenden voegende wij ondertusschen hier bij No..... .. eene Collectie van kruijden zie in deesen gewes„ „ten gevonden worden, benevens eene korten aan„ „wijsing van derselver deugden en gebruijk, die ons, wat laat, door den eersten oppermeester Ian Matthias Valck, ter hand is ge„ „steld, om in voldoening der gerespecteerde herhaalde ordres van uwe Hoog Edel„ heedens te dienen voor de Leijdsche Accademie. — Na aanroeping van Godes allerheiligste naam resumeerde men de door den Heer Directeur geconcipieert en in het net gesz: brief aan haare Hoog Edelh:s de Heeren der Hooge Jndiase Regeering te Batavia, benevens desselfs duplicaat met welkers inhoud zig alle de leeden conformeer„ „de ende zelve teikenende wordende vervolgens besloten het origineel met de daar toe specteerende papieren en Documenten per het schip Bloemendaal en het duplicaat met de 3 Papegaijen te verzenden en aan de overheeden van beiden bodems op morge haare depeche te verleenen Ingevolge de goede getuijgenis aangaande het gedragen den eijver van den over eenige tijd ter preuve aangestelden Pennist Dirk Spiereje, wierd goedgevonden denzelven Provisioneel aantestellen tot Jong adsistent met ƒ18:—: — per maand op zyn loopend verband. Daar na wierden, op de tafel gelegt twee Requesten, g'addresseert aan Haare Hoog Edelh:s en ingediend door de twee Iong adsistenten Johan fred:k Denso, en bovengem:t Dirk Spiereje behelsende een nedrig versoek, om door welgem: haar Hoog Edelh:s in de voorsz: nieuw verkre„ gene qualiteit gunstelijk te worden g'approbeerd en bevestigd dewelke geleezen en in de vereijschte ordre bevonden zynde beide overgegeven wierden, om meede van Batavia gezonden te worden. Maandag den 15:e April anno 1754. Present Den E: E: Agtb: Heer Johan de Roth Directeur dezer Directie I:r Ian Anthonij Sweersdelandas Dondert: en Pakhuijsmeester David Kellij onderk: en Cassier Otto Hendrik Ruperti onderk: en p:l Secretaris Dempto Den E: E: Ian Drabbe oppercoopm:, secunde, en hooft administrateur weegens in dispositie E Den

NL-HaNA_1.04.02_2863_0266 view scan ↗

English

From Souratta under date 4 January anno 1755. From Souratta under date 4 January 1755: The assistant Paulus Jansz: Wenkink of Amsterdam, having been appointed sworn clerk at the secretariat by resolution of the 5th of the recently passed month of February, subsequently being called inside, took the oath in full assembly to qualify himself for the performance of the said employment. Considering the vigilance and good services of Corporal Johan Christiaan Neyman, as master of the horse and overseer of the Honourable Company's horses, oxen, and carriages, it was approved, under sanction of Their High Excellencies, to advance him to the rank of sergeant with the wage of 20 guilders per month under a new contract of 3 years, both taking effect once he shall have completed his current contract. And whereas the soldier Jan Linde, who has worked for some months as a probationary blacksmith at the Honourable Company's shipyard, has given sufficient proof of his competence in this trade, it was agreed to appoint him in the aforesaid capacity upon his request, subject to approval, at 14 guilders per month to complete his current contract therewith. Below stood: Thus done and decreed in the Dutch trading post of Souratta on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J:n de Roth, J:n Drabbe, F:n A:n Sweers de Laudas, D:d Zellij, and O:to H:k Ruperti. Thursday the 25th of April anno 1755. All present, except the Honourable Ian Drabbe, senior merchant, secunde, and chief administrator, on account of indisposition. The members having taken their seats, the Lord Director makes known to them that the officers of the ships Bloemendaal and De 3 Papegaijen had received their dispatch the day following the resolution of the 15th of this month and had departed for their vessels, but that due to contrary winds they had not been able to leave the roads with their bottoms before the afternoon of the 19th, the wind then being so favorable that they were already out of sight by evening. Since the sailing date of the last ship determined by Their High Excellencies in their revered missive of 5 December 1752 is at hand, and the ship Thoornvliet is still expected from Cochim China, the Lord Director proposed whether it would not be convenient to send all available vessels of the Honourable Company with orders to await the arrival of the said bottom off Dommes, and upon its appearance immediately put out to sea and take in cargo, in order thus to bring at least a portion of the goods ashore, in case the aforesaid keel should arrive so late that one could not discharge it entirely, but would be obliged, according to orders, to send it to Bombay with part of the cargo on board for the winter season; which proposal was accepted by all members together, and it was accordingly resolved to allow the narrow-ship Batavia, together with the Florrijs, the Uijtwinner, the Lastdraager, and the Brootroth, as well as the war gallivat the Sultanpoerse Coelij, with the required military force for protection, to drift down to await the aforementioned ship at the mouth of the river and subsequently to act as aforesaid. Thereafter was brought to reading a letter addressed to his Honour and the secunde of this directorate written by the Ahmedabad servants Marten Huysvoorn and Pieter Ellinkhuysen, dated the 18th of this current month, reporting the receipt of 4 bills of exchange, together amounting to 15000 rupees, for contracting for some assortments of linens, annexed with 3 specifications amounting together to 2296 1/32 rupees, namely one of the presented nessers or sight-offerings upon their arrival amounting to 117 rupees, the third being an account of the expenses incurred in the past month of March amounting to 350 14/16 rupees, with a request for approval, as well as to be authorized to make the necessary repairs to the Honourable Company's dilapidated lodge and warehouses there before the upcoming rainy season. The first point being accepted as communicated, it was resolved regarding the second to have the sent specifications carefully examined before taking a decision thereon, and [to compare them with] the petroata of previous years, when the Ahmedabad trading post was still [illegible]

Dutch transcription

Van Souratta onder dato 4. Jann: a:o 1755. Van Souratta onder dato 4 Januarij 1755: Den adsistent Paulus Iansz: wenkink van amsterdam, bij resol: van den 5:e der Jongst gepasseerde maand febr: aangesteld zijnde tot geswooren Clercq ter secretarij, vervolgens binnen geroepen zynde, presteerde in volle vergadering den Eed, om sig tot waarneeming van gemelte Emploij te qualificeeren Aangemerkt de vigilantie en goede diensten van den Corporaal Johan Christiaan Neijman, als stalmeester en opsiender over sEComp:s Paarde ossen en Rijtuijgen, wierd goedgevonden, denselven onder approbatie van Haare Hoog Edelh:s te vorderen tot de qualiteit van sergeant met de gage van ƒ20:— p:r maand onder een nieuw verband van 3 Jaaren 't een en 't ander ingaande als hij zijn loopend verband zal uyt„ gediend hebben. — En vermits de soldaat Jan Linde die geduurende eenige maan„ „den als smit ter preuve op sEComp:s werf heeft gewerkt genoegsame blijke van syn bequaamheid in dit ambagt heeft gegeven, zo wierd verstaan denselven op zijn versoek onder approbatie in de voorsz: qualiteit aantestellen met ƒ14: - per maand om daar voor zijn lo„ „pend verband uijt te dienen /onderstond aldus gedaan ende garres„ „teerd in 't Nederlands Comptoir Souratta ten daage maanden Jaaren voormelt /was getekend/ I:n de Roth, J:n Drabbe, F:n A:n Sweers de Laudas, D:d Zellij en o:to H:k Ruperti Donderdag den 25:e April A:o 1755. E alle present Dempto den E: E: Ian Drabbe oppercoop„ „man, secunde en hooftadministrateur weegens in dispositie De leeden hunne plaats genomen hebbende maakt de Heer gebieder aan deselve bekent dat de overheeden der scheepen Bloemendaal en de 3 papegaijen volgens resol: van den 15:e deezer hunne depeche daags daar aan hadden be„ „komen, en naar boord waaren vertrokken dog dat deselve door Contraire wind de rheden niet voor den 19„e namiddags met hunne bodems hadde kunnen verlaten zynde de windt als zoo favorabel dat zij savondes reeds buijten gesigt waaren Aangezien de zeijldag van 't laaste schip door haar Hoog Edelhee„ „dens bepaald bij derselver gevenereerde Missive van den 5:e december 1752 op handen is, en het schip Thoornvliet als nog uijt cochim china ver„ wagt werd, zo Proponeerde de Heer Directeur of het niet Convenieeren zou alle s EComp:s aan hande zynde vaartuijgen met ordre om onder Dom„ „mes de komst van gem: Bodem te verbeiden, en op desselfs verscheijning aanstonds naar buijten te steeken en lading intenemen ten einden aldus ten minsten een gedeelte der goederen aan de wal te ligten, gesteld voorsz: kiel zoo laat quam, dat men denselven niet geheel zou konnen ontlossen maar verpligt wezen, dien, volgens ordre met een gedeelte der inhebbende lading, ter overwintering naar Bombaij te zenden, welke voorslag door de gesamentlijke leden g'amplecteerd en dien volgens geresolveerd wierd het smalschip Batavia benevens de Florrijs d'uijtwinner de last„ draager ende Broot roth mitsg:s de oorlogs galbet de sultan poerse Coelij met de verEyschte militie ter beveijling te laaten afdrijven om aan de mond van de Rivier het meergem: schip intewagten en ver„ volgens te doen gelijk voorsz: is. Daar na wierd ter lectuure gebragt een brief aan zijne agtb: en den secunde deeser directien gecarteerd door de Amed-abaadse Bedientens Mar„ „ten Huysvoorn en Pieter Ellinkhuijsen, de dato 18:e dezer lopende maand, meldende den ontfangst van 4 stuks wissels, zamen groot ro/a 15000:- tot de aanbesteeding van eenige sorteeringe van lijwaaten annex 3 specificatien, bedragende met malkander ro/a 2296 1/32. namentlijk eene van de gepresteerde Nessers of zigt offers bij hunne aankomst groot ro/a 117 zijnde de derde eene reekening van de gedane ongelden in de gepasseerde maand Maart groot ro/a 350 14/16. onder versoek van approbatien mitsg:s om gequalificeerd te mogen werden ten einde aan sEComp:s vervallene logie en Pakhuijsen aldaar, voor de aanstaande Regentijd de nodige reparatie te mogen doen Het eerste poinct voor gecommuniceert aangenomen zijnde wierd op het tweede geresolveerd de overgezondene specificatien alvorens daar omtrent een besluijt te nemen naauwkeurig te doen examineeren en de Petroata van voorige Jaaren, wanneer het Comptoir Amed=abaad zijnde nog

NL-HaNA_1.04.02_2863_0267 view scan ↗

English

From Surat under date 4 January 1755. — From Surat under date 4 Jan: 1755. Right Honorable Sir My Lord Johannes de Roth Director and Commander over the Company's to see if it was still in full existence; and regarding the third point it was deemed fit to reply that the servants must first submit a specific list of the unavoidable repairs, as well as how high their costs will amount to, while simultaneously awaiting a specification of the already repaired perimeter wall of the lodge there. Furthermore, a letter from Broach was read, dated the 17th of this month, in which the bookkeeper and second factor there, Christiaan Heideman, gives notice that he has sent hither by the overland route for the account of the Honorable Company a parcel with linens brought from Baroda by the Company's purveyors there; but since the aforesaid parcel has not yet turned up, and said factor was in no way authorized for such a dispatch, and it is also to be feared that the Shivaji forces, who currently hold all approaches to Surat closely besieged and prevent all supplies, have seized the parcel; so it was deemed fit to impose the reimbursement of what the Honorable Company might lose thereby on its returns upon the said second factor. Claas de Vries of Texel, chief mate of the blown-up ship te Wimmenum, and Marten Stop of Danzig, boatswain's mate of the burned vessel de Vreede, having been sent hither with a pass from Tulaji Angria and having arrived yesterday with the English vessel the Mary of Bombay, bringing also a letter to the Lord Director together with a duplicate signed by the skipper Symon Root and some surviving officers, both dated Inseroo the 25th of February last; the same were produced in the meeting by His Honor and read, and also approved to be inserted hereinafter: furthermore, regarding their identical content, it was understood to reject the proposed mediation of the authorized agent at Bombay, also for good reasons to send no money, since this could in the future be very detrimental to the prisoners, but to leave the handling of that matter to the Lord Director, and to detain the aforesaid bearers and provide them with what is necessary until an occasion presents itself to send them back again; also in particular to take all possible care in the Company's hospital for the recovery of the first-named, as he is very ill and weak. The circumstances of the times, in which one is often subjected to the vicissitudes of the world, cause your Honors' humble servants to take the liberty of directing their pen to your Honors, considering this distressed company of ours, who departed with our vessels on the 24th of December last with our 5 ships from Cochin, namely the Wimmenum, Captain Johan Louis Philippi as Commander, De Vreede, skipper Sijmon Root, the bark Jaccatra, master Ian van Oostrum, and two English ones; and having passed on the 27th of the aforesaid month the ship de Liefde, on which was the Honorable Lord Pecok, and the ship Bloemendaal, together with another Englishman, on the 3rd of January following passed Goa, where the last Englishman separated from us; we then set our course somewhat more out to sea to the northwest. On the 6th of January in the morning at daybreak, seeing the Angrian force consisting of a multitude of vessels, namely a 3-master and several 1-masted vessels, we immediately prepared ourselves for defense, but after a short skirmish they all fell back, the Wimmenum having received several shots through its sails and 4 shrouds of the foretopmast rigging shot to pieces; but in the afternoon of the 7th ditto they bore down again, having been reinforced by another 3 three-masted grab-vessels, so that, counting large and small, there were about 40 in number, and they all came bearing down upon us and kept alongside us; they made everything clear, while we in the meantime, as your Honors can well imagine, made everything clear for the defense; the wind was then northeast and north-northeast, from a slack breeze to a dead calm; then it was that they bore down upon us with all their might and attacked the Commander's ship; whatever resistance it could offer, firing continually, it nevertheless could not prevent them from boarding it; in that calm and with continual firing we drifted into one another, so that at times we could help one another little or nothing, until finally the Wimmenum caught fire and burned down to the water, and in the meantime the bark Jaccatra drifted before the bow of de Vreede, then skirmishing with several vessels until, very unexpectedly, de Vreede blew up into the air while the Captain of de Vreede stood commanding on the quarterdeck, who also was in that occurrence, but was fished up by the bark Jaccatra, so that your Honors can well imagine it was then child's play for them to master the bark. Here your Honors now have in brief an account of our experience; we hereby make known to your Honors that we are currently still 70 Europeans and 20 Moors strong, as from the Right Honorable Sir Gout Souratta H # important Trade and operations. Wimmenum Well bear. —

Dutch transcription

59 Van Souratta onder dato 4 Jannuarij 1755. — Van Souratta onder dato 4 Jann: 1755. Wel Edele Groot Agtb: Heer Mijn Heer Johannes de Roth Directeur en oppergebieder over sComp:s nog in volle wesen was daar op na te sien; en nopens het derde poinct goedgevonden te rescribeeren dat de bediendens alvorens zullen hebben op te geven en een specifique Notitie van de onvermijdelijken reparatien, mitsg:s hoe Hoog de kosten daar van zullen monteren, ziende men te ge„ „lijk te gemoet eene specificatie van de reets gerepareerde ringmuur der Logie aldaar Voorts tradmen ter lecture van een brief van brootchia, gedateert den 17:e deezer waar bij de boekhouder en tweede factoor aldaar Christiaan Heideman kennis geeft dat hij een Pak met lywaten door 'sComp:s leveran„ cirs aldaar van Brodera aangebragt over de landweg voor reecq: van de E Comp:e herwaarts ^ gesonden: maar vermits het voorsz: Pak als nog niet is komen opdagen en gem: factoir geensints tot zodanige verzending is gequalificeerd geweest, het ook te dugten is dat de sewase volkeren die thans alle toegangen van souratta nauw beset houden en alle toevoer weeren het Pak sullen aangeslaagen hebben; zoo wierd goedge„ „vonden, de vergoeding van 't geen dE Comp:e daar door aan haare re„ „touren mogt komen te verliesen, aan gem: tweeden factour op te leggen Claas de vries van Texel P:s onderstuurman van 't gesprongene schip te wimmenum en Marten Stop van Dantzig schieman van den verbranden Bodem de vreede met een Pas van Tollaadje Angria herw:ts gesonden en gisteren met het Engelse scheepje de Marij van Bombaij g'arri„ „veerd zijnde, meede brengende een brief aan den Heer Direct:r benevens een Dupplicaat door den schipper Symon Root en eenige overgeblevene officieren geteikent en beijde gedateert Jnseroo den 25:e febr: Jongstl: soo wierden deselve door sijn agtb: in vergadering geproduceerd en geleesen ook goedgevonden hier nate insereren: voorts nopens derselver gelijk luij„ „dende Inhoud verstaan de voorgeslagene bemiddeling van den gemag„ tigde op Bombaij van de handt te wijzen, ook om goede reedenen geen geld overtezenden dewijl zulx de gevangene in't vervolg zeer nadeelig zou konnen weezen maar de behandeling van die zaak aan den Heer Direct:r over te laten ende voornoemde brengers aan te houden en van het noodige te voorsien tot dat men occasie zal hebben dezelve weder „van te zeerden ook in't bijzonder voor de herstelling van den eerstgem: als zeer ziek en swak zijnden in 'sComp:s hospitaal alle mogelijke zorge te doen De tijds omstandigheid waar in men dikmaals Tweerelds wisselvalligheid is onderworpen doet uEd:s onderdanige dienaaren de vrijheid gebruijken haar Pen„ tot uwelEd:s te rigten beschouwende in deeze onze bedrukte gemeente die met ons onderhebbende bodems op den 24:e decemb: laastl: met onse 5 scheepen van Cochim zyn vertrokken als de wimmenum Cap:n Johan Louis Philippi als Commandeur De vreede schipper Sijmon Root, de Bark Faccatra, gezag„ „voerder Ian van Oostrum en twee Engelsche en hebbende op den 27e van de voornoemde maand gepasseerd schip de Liefden waar op de welEd:e Heer Pecok was en't schip Bloemendaal benevens nog een Engelsman den 3:e Januarij daar aan volgende zijn Goa gepasseert alwaar de laaste Engals„ „man van ons afging hebben als doen onse cours wat meer na zee geset om de N:t w:t den 6:e Januarij smorgens met den dag zien de angrease magt bestaande in een menigte van vaartuygen als een 3 masten en verscheiden 1. mas„ „te vaartuygen maakten ons ten eersten klaar tot defensie dog na een korte schermutzeling zyn alle gesakt hebbende de wimmenum eenige schooten door zijn zeijlen gekreegen en 4 hoofdtouwen ^ voorstenge wand aan stuckend geschooten, dog 's nademiddags den 7:e d:o zyn zij weeder afgekomen versterkt zijnde van nog 3. drie maste goerabs zo dat men groot en kleene tellende omtrent 40: ingetal en quamen alle op ons afsakken en hielden zo met ons mee, makten ons alle blaar wij ondertussen zo uWEd: Agtb: wel kund denken maakten ons alle klaar tot den feusie de wind was doen N:t o:t en N: N: o:t van slapper Coelte tot dood stilte, doen was dat zij met al haar magt op ons afquamen en vielen 't Commandeurs schip aan, wat tegenweer 't zelve ook mogte doen, met schieten Continueel, egter kon hem niet beletten dat zij hem aan boord quamen wij dreeven met dien stilten en continueel schieten door malkander, zo dat wij zomtijds malkan„ „der weynig ofte niets konde helpen tot eindelijk de wimmenum, in de brand geraakt is en tot 't water toe afgebrand is en intusschen is de barcq Jaccatra voor de boeg van de vreede gedreeven, schermutselende als doen met verscheide vaartuijgen tot dat zeer onverhoeds de vreede in de lugt is gesprongen terwijl de Cap:n van de vreede op't half dek stond te Com„ mandeeren, welke mede is in die occagie, dog van de barcq Jaccatra opgevist zo dat Uw Ed: Groot Agtb: wel kond denken 't doen voor haar geen werk en was om de Barcq magtig te worden, hier heeft uw Ed:e nu in't korte een verhaal van ons wedervaaren, maken uw Ed:e agtb: mits deezen bekend als dat wij thans nog 70: Europeesen en 20 mooren sterk zijn, als van de Wel Edele Heer Gout Souratta H # importante Handel en omslag. Brimmenum Wel dragen. —

NL-HaNA_1.04.02_2863_0268 view scan ↗

English

From Souratta, dated 4 January 1755. From Souratta, dated the 4th of January Anno 1755. Wimmenum 31 Europeans among whom 2 lieutenants, a mate, a cadet, a gunner with 18 Moors, from De Vreede, the Captain, a boatswain's mate and 8 privates with 2 Moors, and from the bark Jaccatra 29 Europeans among whom a mate and a chief surgeon. All of these request of Your Right Honorable that they may be delivered as soon as possible, for we receive nothing from the king other than dry rice and have no clothes with which to cover our naked and bruised bodies, which Your Right Honorable may well imagine must fall very hard upon us, considering in addition our wounded, who are about 15 in number, beginning under God's goodness to improve nicely, but poor and sorrowful to behold; Your Right Honorable's heart would melt away if Your Honor saw our distress. We pray and beseech Almighty God day and night that He may be pleased to preserve all our fellow brethren from similar misfortunes, requesting therefore of Your Right Honorable to deliver and assist us, if possible, out of our anxiety and sorrow. Herewith concluding, having commended Your Right Honorable together with Your Honor's honored family into the protection of the Most High, we remain, Your Right Honorable, with much respect and esteem, below stood, Honorable Sir, and Your Honor's humble servants, was signed: I: Root, P:s Holm, O: Elias, Adam van Moerbeek, Klaas de Vries, in the middle, as deck officers, was signed: Marten Stop and J:n Schreuder. In the margin: Inseroo the 25th of February 1754. Lower down: the demand of the King for our deliverance is that Your Honor send an ambassador here to speak with him, since he will not demand any money. Even lower down: Right Honorable Sir, may it please Your Honor to keep in mind that these envoys must be sent back immediately, or otherwise we will all be in sorrow, as the king expressly claims this, it is written. Also informs the Right Honorable Sir that on Bombaij there is a merchant who would stand surety for the Honorable Company named Assiermadien, who corresponds here with a merchant named Baksiet who sends a vessel of his, so that if it should last long, Your Right Honorable might be pleased to send us by that means some food and clothing, and some means of subsistence. The French private ship Le George being on its departure for Bengale, it was resolved due to a lack of other opportunity, to send on that occasion to the ministry at Houglij the advices of this directorate up to and including the 16th of December 1753, together with an accompanying note to the Director and council there. Below stood: thus done and resolved in the Dutch Company's Souratta on the day, month, and year aforesaid. Was signed: I:r de Roth, I, Drabbe, I: A:s Sweersdelandas, D:l Kellij, and O: K: Ruperti. Sunday the 28th of April Anno 1754. All present except the Honorable Jan Drabbe, senior merchant, second and chief administrator, due to indisposition. The vessel Thoornvliet having finally arrived yesterday from Cochim China at this roadstead, and Captain Boudewijn Moolen having appeared above today, also having handed over to the Director the dispatches he brought along, the same were opened and read in the meeting; namely: I. An original letter from the supercargoes, the merchants Fredrik Cristiaan Roemer and Ian Oldenzeel, as well as the junior merchant Christoffel van Capelle, dated Faaij Foos the 22nd of December 1753, together with the invoice and the bill of lading of what was laden in this vessel. II. A ditto missive from the ad interim Commander Claas de Windt and the Council at Malacca, dated the 25th of January, concerning some goods laden there, furthermore an expense account of the ship, and a requisition for that government. III. A ditto letter from the Commander Fredrik Cunes together with the council at Cochim of the 9th of March of this year, with the duplicates of the letters to the wrecked ships the Wimmenum and the Vreede sent from there, one dated the 16th of December and the 22nd of December of last year, besides several other appendices both for the secretariat and the trade and pay office. After resumption of all these papers and documents, it was thought fit to have those relating to the two last-mentioned offices delivered to them immediately; and it being taken into consideration that the High Mightinesses the Gentlemen of the High Indian Government at Batavia, upon the strong urging made from here, were pleased by their revered letter of the 5th of December 1752 to prolong the term of the sailing day of the last ship by ten days, and to set it ultimately at the thirtieth of April, wherefore one would bring a heavy accountability upon oneself if, contrary to that strict order, one were to detain a Company vessel in the roadstead beyond the appointed time under any pretext; it was unanimously resolved, in dutiful observance of the aforementioned positive order, to cause the ship Thoornvliet with its cargo to depart again immediately from the roadstead, and to send it to Bombaaij, in order to remain there over the rainy season, without unloading anything further from it than what in the meantime might already have been loaded or could still be loaded into the Honorable Company's vessels lying under Dommes for several days; his Honor taking it upon himself to announce this decision today to Captain Boudewijn Mooren.

Dutch transcription

Van Souratta onder dato 4 Jannuarij 1755. Van Souratta onder dato den 4 Januarij A:o 15. „wimmenum 31 Europeesen waar onder 2 luijtenants een stuurman een „cadet een constabel met 18 mooren, van de vreede, de Cap:n een schieman en 8 gemeene met 2 mooren en van de barcq Jaccatra 29 Europeese daar onder een stuurman en een oppermeester deese alle versoeken aan UEd: groot agtb: op 't spoedigste mogen verlost worden, want wij krijgen van den koning niets anders als droge Rijst en hebben geen kleederen om onse naakte en verleeumde Lichaamen meede te bedekken 't welk uWEd: Agtb: wel kund denken ons zeer hard moet vallen daar bij onse gequeste aanziende welke omtrent 15 in 't getal zijnde, beginnende onder Godes goedheid mooij te beteren maar armoe„ „dig en bedroeft om te aanschouwen uwEd: groot Agtb: hert zoud wegsmelten als uw Ed:e onse noodzag, wij bidden en smeeken den almagtigen God Dagen Nagt dat hij alle onse meede broeder voor diergelijke ongelukken belieft te bewaren, versoeken dier„ halven aan uwEd:e groot agtb: ons dog als 't mogelijk is uijt onse benauwtheid en droefheid te verlossen en bij te staan, hier meede afbrekende na uwEd:e groot agtb: benevens uw Ed:e g'eerde familie in de Protextie des allerhoogste hebbende bevoolen zo blyven wij uw Edele Groot agtb: met veel respecten agting /onder„ „stond:/ wel Edelen Heer en uw Ed: D: w: dienaaren /was get:/ I: Root, P:s Holm, O: Elias, Adam van moerbeek, klaas de vries /:in medio:t/ als deks officieren /:was getekent:/ Marten Stop en J:n Schreuder /:in margine:/ Inseroo den 25 februarij 1754. /lager den Eijsch van de Koning voor onse ver „lossing is als dat, uw Ed: een ambassadeur hier zendt om met hem te spreeken dewijl hij geen geld wil Eijsschen /: nog laager wel Ed: Agtb: Heer uw Ed:e zult in„ „dagtig gelieven te weezen als dat deeze afgezonden ten eersten moeten wederom gezon„ „den werden of onder zijn wij alle in verdriet door dien de koning zulx prevorspreten„ „deert gesz: / maakt ook meede den wel Edele Agtb: Heer bekent als dat op Bom„ „baij een coopman is die wel borg voor de EComp:e soude staan genaamt assiermadien die hier Correspondeert met een Coopman genaamt Baksiet die een Bodem van hem meezend om zo het lange mogte duuren UEd: Agtb: ons door die men wat voetzel en dekzel geliefde te zenden en eenige middelen van on„ derhoud. Het fransch Particulier Schip Le George op zyn vertrek na Bengale staande zo wierd weegens gebrek aan andere gelegentheid geresolveerd bij die occagie aan het ministerium te Houglij te zenden de advijsen van deeze directie tot den 16:e december 1753 in clusive, benevens een geleide briefje aan den Heer Directeur, en raad aldaar /onderstond:/ aldus gedaan ende g'arresteerd Jn't Nederlands Comp:s Souratta ten daage maand en Jaare voormeld /was get:/ I:r de Roth, I, Drab„ „be I: A:s sweersdelandas D:l Kellij en O: K: Ruperti Sondag den 28:e April A:o 1754. alle present dempto den E: E: Jan drabbe oppercoopman, secunde en Hooftadministrateur, wegens indispositie De bodem Thoornvliet eyndelyk gisteren van cochim China te deeser rheede en den Cap: Boudewijn Moolen heeden boven verscheenen zijnde ook # Een dito missive van den adinterim Heer Gezaghebber Claas de windt en den Raad te Malacca de dato 25:e Januarij van eenige aldaar geladene goederen, verders eene onkostreek:e van 't schip, en een Eijsch voor dat Gouvernement III. Een dito schryven van den Heer Commandeur Fredrik Cunes benevens den raad te Cochim van den 9:e maart deeses Jaars met de Duplicaaten der brieven aan de verongelukte scheepen de wimmenum en de vreede van daar meede gegeven een ge„ „dateerd den 16:e December en 22 december des voorleeden Iaars behalven nog meer andere bijlaagen zoo voor secretarij als 't Negotie en zoldij Comptoir. — Na resumptien van alle welke papieren en Documenten men goedvondt die tot de twee laastgenoemde Comptoiren specteerende aanstonds aan dezelven te laaten afgeeven; en in overweging genomen zijnde, dat het staare Hoog Edelheedens de Heeren de Hooge Indiase Regeering te Batavia op de sterke in„ „stantie van hier gedaan behaagd heeft, bij haar gevenereerd schrijven van den 5: december 1752. de termijn van de zeijldag van't laaste schip tien daagen te prolongeeren, en uijterlijk op den dertigsten april te bepalen weshalven men zig een swaare verantwoording zouden op den hals haalen bij aldien men tegen die stricten ordre, een Compagnies Bodem; onder eenig Pretext over de bestemde tijd ter Rheede quam op te houden; so wierd een parig geresolveerd, in schuldige observantie van welgem: Positive ordre, het schip Thoornvliet met zyne lading illies weder van de rheede te doen vertrekken, en naar Bombaaij te zenden, om aldaar de regen-tijd over te blijven, sonder iets verder daar uijt te lossen, als 't geen in sEComp:s 't seedert eenige dagen onder Dommes leggende vaartuijgen in die tussen tijd reeds mogt geladen zijn, of nog kunnen geladen werden; nemende zijne agtb:re op zig, dit besluyt nog heeden aan den Cap:n Boudewijn Mooren aantekondigen, desselfs meede gebragte depeches aan den Heer Gebieder overgegeven hebbende zo wierden dezelve in vergadering geopend en gelesen; namentlijk 1. Een origineele brief van de super Cargas, de kooplieden fredrik cristiaan Roemer en Ian oldenzeel, mitsg:s den ondercoopm:n Christoffel van Capelle gedateerd faaij foos den 22 december 1753. benevens de factuur en 't Cognossement van 't geladene in deezen desselfs 3 Bodem e C

NL-HaNA_1.04.02_2863_0269 view scan ↗

English

From Souratta, dated 4 Jann: 1755. From Souratta, dated 4 Jann: 1755. and accordingly to give the necessary orders, underneath stood, Thus done and resolved in the Dutch Office at Souratta on the day, month, and year aforesaid, was signed, J:n de Roth, F:n Drabbe, J:n A:n Sweers de Landas, D: Kellij, d:s Hl:r Ruperti. Monday the 29:th of April A:o 1755. All present except the Honorable Ian Drabbe, senior merchant, second and Head Administrator, on account of indisposition. The prayer having been performed as usual, the Lord Director communicated to the members that His Honor had expressly called this meeting in order to consider together what ought further to be done regarding the departure of the ship Thoornvliet, Captain Boudewijn Moole having, when His Honor yesterday announced to him the Council resolution of that day with orders to proceed back on board without delay and, according to the command of their High Mights, to set sail for Bombaij no later than the 30:th of this month, since in case of disobedience, ship, goods, and souls would remain for his account and at his responsibility, not only immediately protested orally against it, alleging an absolute impossibility, but also early this morning, among other papers, submitted a written report containing in full the motives that prevent him from complying with the said order; which report having been produced and read by the Lord Governor, it was resolved to insert the same here verbatim. To the Honorable Respected Lord Jan de Roth, Director of this Directorate, together with the Council. Honorable Respected Lord Governor, Whereas it has pleased Your Honors to order the undersigned sea-going Captain of the Honorable Company ship Thoornvliet, by council resolution of the 28:th of this month, to hold himself in readiness, in conformity with their High Mights strict order, to leave the roadstead of Souratta as soon as possible with the vessel under his command and to set course for Bombaij to spend the winter there; he finds himself bound in conscience most humbly to represent to Your Honors that, however willing he is dutifully to obey the aforesaid order, he nevertheless finds himself unable to put out to sea again, unless he is first reinforced with a new crew of Moorish sailors, since those of this nation presently on board have served their time and were sent hither to be discharged, and even though he might wish to keep them on board, they would easily show themselves unwilling to leave their fatherland again and thus cause disorder, indeed possibly jump overboard, since the Moors, as is known, are all able to swim, in which case the undersigned, having in total only 70 European seafarers, of whom no more than 45 men deserve that name, the remaining 25 being nothing other than boys and ordinary seamen, would be in great distress to control his ship in this season in case of unexpected weather and to perform the necessary ship's work, nor in any way capable of defending his vessel in an encounter with pirates; since also in this year it cannot at all be relied upon how long he might have to remain underway between Souratta and Bombaij, the undersigned requests that he may be provided with the necessary drinking water for that voyage, given that he has only very little water left on board. In which expectation he has the honor to call himself with all due high esteem, underneath stood, Honorable Respected Lord and Lords, lower, Your Honors most obedient and dutiful servant, was signed, Boudewijn Mools, in the margin, Souratta the 29:th of April A:o 1754. All of which having been examined with the requisite attention and found that, for the reasons more fully set forth in the aforesaid report, it would be entirely unjustifiable to send away the said vessel, especially in this season, without the necessary crew and water, it was resolved with unanimous votes to take into service as soon as possible a new crew of Moors consisting of 25 heads and to procure the necessary drinking water on board; to that end, while the meeting was in session, the pay bookkeeper Jan Pieter Ohdem was called in and ordered to effect the former, and the equipment overseer Jan Warnar Falk the latter, without delay of time; and the pay bookkeeper, having been asked, with the repeated recommendation of all possible haste, how much time would roughly be needed for this, replied in answer that at least eight days would pass before the soul-sellers could get so many seafarers together and before these would be ready to go on board, given that it was late in the season, and most sailors were on voyages, and those who were still on land could sufficiently earn their living on shore by shifting the tiles of the roofs, which advanced reasons having been found, upon further investigation,

Dutch transcription

Van Souratta onder dato 4 Jann: 1755. Van Souratta onder dato 4 Jann: 1755. en dienvolgens de noodige ordres te stellen /:onderstond:/ Aldus gedaan ende g'arresteert in't Nederlands Comptoir Souratta ten daage maand en Iaare voormelt /was get:/ J:n de Roth, F:n Drabbe, J:n A:n sweers de Landas D: Kellij, d:s Hl:r Ruperti Maandag den 29:e april A:o 1755. alle present dempto den E: E: Ian Drabbe oppercoopm:n secunden en Hoofdadministrateur weegens in„ dispositie Het gebed na gewoonte verrigt zijnde Communiceerde de Heer Direc„ „teur aan de leeden dat zyne Agtb: deeze vergadering Expres had be„ „legd, om gesamentlijk te Considereeren wat er verder omtrent het ver„ „trek van't schip Thoornvliet behoorde gedaan te worden, hebbende de Capitijn Boudewijn Moole wanneer zyne Agtb: hem. gisteren het Raadsbesluijt van dien dag had aangekondigt met ordre om op staande voet zig weder na boord te vervoegen en volgens bevel van haare Hoog Edelheedens niet laaten als den 30:e dezer naar Bombaij onder zeijl te gaan vermits in cas van dis obedientie, schip, Goed en zielen voor zyne reekening en ter zijner verantwoording zoude blijven niet alleen aanstonds mondeling daar tegen geprotesteert, onder voorgeeven van eene volstrekte onmogelijkheid maar ook desen ogtend vroeg onder meer andere papieren een schriftelyk berigt ingedient behelsende in extenso de motiven die hem beletten aan gem: ordre te voldoen; welk berigt door den Heer gebieder geproduceerd en geleesen zynde wierd verstaan het zelve woordelijk hier te insereeren Aan den E: E Agtb: Heer Jan de Roth directeur dezer directen, benevens den Raad E: E: Agtbaaren Heer Gebieder Dewijl het uwe E: E: Agtb: gelieft heeft den ondergetekende Cap:n ter zee varende sEComp:s schip Thoornvliet bij raadsbesluijt van den 28:e deser te ordonneeren, sig gereed te houden om conform haar hoog Edelheedens strieten ordre met zijn onderhebbende bodem de souratse ten eersten weder te verlaten en de steven naar bombaij te wenden om aldaar te overwinteren; so vind deselve sig ingemoede verpligt aan uwE: E: Agtb: gehoorsaamst te representeeren dat hoe gewillig hij ook is, om aan de voorsz: ordre schultpligtelijk te obedieeren hij zig egter buijten staat bevind om wee„ der zee te kunnen kiesen, 't en zij hij bevoorens versterkt werde met een nieuw ploeg moorse matroosen, dewijl die van deese natien sig actueel aan boord bevinden, haare tijd hebben uijtgediend en herwaarts gezonden, zyn om afgedankt te werden en alschoon hij deselve aan boord wilde houden, hij zig ligtelijk onwillig zoude toonen om hun vader„ land weeder te verlaaten en dus maar de ordre verwekken ja mogelijk over boord springen vermits de mooren gelyk bekent is allegaar kunnen swemmen in welk geval de ondergeteekende, als maar in't geheel 70 Europeesen zeevarende hebbende en daar onder niet meer als 45: man die naam verdienen, zynde de overige 25. niet anders als jongens en Hooplopers te reekenen, seer verlegen zoude weesen om in dit saisoen bij onverwagt ^ weeder zyn schip te regeeren, en het nodig scheepswerk te verrigten, ook geensints vermogend, om bij ontmoeting van rovers zijn bodem te diffendeeren vermits ook in dit Iaar gelij geen staat te maaken is hoe lange hij tusschen souratta en Bombaij zou moeten onder weeg blijven so versoekt de ondergetekende dat aan hem het nodige drink waater voor die reijsen mag verstrekt worden aange„ „sien hij nog maar seer weijnig water aan boord heeft. — In welke verwagting hij de Eere heeft zig met alle verschuldigde hoog agting te noemen /onderstond:/ E: E: agtbare Heer en Heeren /lager Chuwer E: E: Agtbare seer gehoorsame en trouwschuldige dienaar /was getekend:/ Boudewijn Mools /: in margie „ Souratta den 29:e april A:o 1754. Al het welk met de vereijschte Attentie ingesien en bevonden zijnde, dat het om de in 't voorsz: berigt breder gededuceerde redenen 't eenemaal onver „antwoordelijk sou zijn, gem: bodem voor al en dit saisoe, zonder het benodigden volk en water weg te zenden zo wierd met Consonante stemmen geresolveert ten spoedigste een nieuwe ploeg Mooren van 25 koppen indienst te neemen en het nodige drinkwater aan boord te besorgen ten dien einde wierd staande de vergadering de zoldij boekhouder Jan Pieter ohdem binnen geroepen en gelast het eerste mitsg:s de Equipagie opziender Jan warnar Falk om het laaste zonder tijd verzuijm in't werk te stellen; ende zoldij boekhou„ „der onderhaalde recommandatie van alle mogelijke spoed gevraagt zynde hoe veel tijd omtrent daar toe zou van nooden zijn dienden in antwoord dat 'er op zyn minst agt daagen verloopen zouden eer de ziel verkoopers soo veel zeevarende bij malkander konde krijgen en eer deese gereed zoude wezen om naar boord te gaan, aangesien het laat in den tijd was, en de meeste mattroosen op togten waren ook die zig nog aan land op Togten waaren ook die zig nog aan land bevonden, hunne kost genoegsaam aan de wal met het verleggen van de Pannen der dacken kon„ „de winnen, welke bygebragte reedenen, na verder ondersoek bevonden onder zijnde

NL-HaNA_1.04.02_2863_0270 view scan ↗

English

From Souratta under date 4 Jannuarij 1755: From Souratta under date 4 Jannuarij 1755. being in truth to exist further resolved that one should endeavor to take advantage of this intermediate time to lighten as many goods, especially of the sugar, as will be possible from the aforesaid vessel and to that end send a gang of laborers and rented horris to the roads, the said pay bookkeeper being once again earnestly ordered to employ all conceivable diligence to hire the aforesaid gang of Moorish seafarers with the utmost speed and to deliver them on board so as not to delay the departure of the said vessel, remaining for the rest so far adhering to the resolutions taken yesterday that that keel shall be sent to Bombaij for overwintering as soon as the Moors are on board, unless in the meantime one could completely unload it, in which case it shall be dispatched without cargo on its bare ballast to Canton; of all of which a report will be made by letter to Their High Nobles, and the same most respectfully requested to postpone the departure date of the last ship until mid-May. The matter having been dealt with thus far, a petition was read from the abovementioned Captain Moole, tending to obtain, both for himself and for his officers, some moneys for permitted freights, more broadly inserted hereafter: Humble request made by the sea captain to the Honorable, Worshipful Sir Johan de Roth, Director and Commander of this Directorate. The undersigned respectfully requests Your Honorable Worship that he for his person, as well as for his officers, may be given (whether in whole or in part) some moneys for their permitted freights; after which request I have the honor to call myself with deep respect, (below stood) Your Honorable Worship's very humble servant, (was signed) Boudewijn Moole. However, considering that nothing of the kind has ever been issued here to the China traders and that one has no orders in that regard from Their High Nobles, it was resolved to reject this request, but to send a copy of the said petition at the first opportunity to the Gentlemen of the High Indian Government at Batavia in order to await Their High Nobles' disposition thereon for the future. Next, they also reviewed a requisition of necessities on behalf of the ship Toornvliet, submitted by the oft-mentioned Captain Moole, Saturday the 4 Maij A:o 1754. all present Except the Honorable Jan Drabben, Senior Merchant, Second, and Chief Administrator, on account of indisposition. The prayer having been performed, the Lord Director opened the meeting by making known to it that the unloading of the ship Thoornvliet was progressing as desired, such that one had hope of being done with it soon and of getting the necessary ballast into the ship, without [illegible] A new gang of Moors water firewood for five months ditto catjang for 70 European heads one hundred pounds of grease twenty-five pounds of sail yarn two barrels of tar ghee or butter for 3 months a flag bunting refreshments for the ship's crew (below stood) Souratta the 28 april 1754 (was signed) Boudewijn Moole. Whereupon it was decided to have the same satisfied as far as possible, and, on the assumption that this vessel will have to sail with a portion of the cargo to Bombaij for overwintering, to have the following provisions supplied by the storekeeper, namely: firewood for the ship's crew for 5 months ghee for the Europeans for 3 months rice khichdi for 25 Moors for 4 months ghee (below stood) Thus done and decreed in the Netherlands Office Souratta on the day, month, and year aforesaid (was signed) I: de Roth, J:n Drabbe, p:r A: sweers de landas, D:o Kellij, d: H: Ruperti, the same reading verbatim as follows: Humble request made by the undersigned sea captain to the Honorable, Worshipful Sir Johan de Roth, Director and Commander of this Directorate, reading that

Dutch transcription

Van Souratta onder dato 4 Jannuarij 1755: Van Souratta onder dato 4 Jannuarij 1755. E zijnde in waarheid te bestaan voorts deeden, resolveeren dat men van die tussen tijd sou tragten te Profiteeren om zo veel goederen voornamentlijk van de suijker als mogelijk sal zijn uyt voorsz: bodem te ligten en ten dien einde een ploeg sjouwers en gehuurde Horrijs naar de rheede te zenden wordende gem:e zoldij boekhouder nogmaals Ernstig gelast alle bedenkelijke Diligentie te emploijeeren om de voorsz: ploeg moorse zeevarende met de uyterste spoed aan te neemen en naar boord te besorgen ten einde het vertrek van gem: bodem niet te vertragen blyvende men voor 't overige in so verre persisteeren by de resolutien op gisteren genomen dat die kiel naar Bombaij ter overwintering sal gezonden worden so dra de mooren aan boord sullen zijn ten waare men denzelven intusschen ten eenemaal kon ontlossen als wanneer deselve zonder lading op zyn blooten ballast na Canton sal g'expedieert worden; zullende van 't een en ander bij missiven verslag aan haar Hoog Ed:s werden gedaan, en deselve eerbiedigst versogt den vertrek dag van't laaste schip tot medio maij te willen uijtstellen De zaak dus verre afgehandelt zijnde wierd gelezen een versoek schrift van boven gem: Capitain Moole tendeerende om zo voor zig selven als voor zyne officieren eenige Penningen voor gepermitteerde lasten te erlangen breder hier na g'insereerd Onderdanig versoek door den Cap:n ter zee ge„ daan aan den E: E: agtb: Heer. Johan de Roth Directeur en gebieder dezer directien Den onder getekende versoekt eerbiedig aan uw EE: agtb: dat hem voor syn persoon als meede voor sijn officieren moge werden gegeven /:'t zij in't geheel of ten deele :/ eenige Penningen voor haare gepermitteerde lasten; na welk ver„ soek d'Eere heb mij met diep respect te noemen /onderstond/ Uw: E:E: Agtb: seer onderdanige Dienaar /was getekend:/ Boudewijn Moole Maar geconsidereert zynde dat alhier nooijt iets diergelijks aan de Chinas vaarders is uytgereikt en men geene ordres daar omtrent van haare hoog Edelheedens heeft zo wierd goedgevonden dit versoek van de handte wijzen maar Copia van gem:e request bij eerste occasien aan de Heeren de hooge Indiase regeering te Batavia te zenden ten einde haar Hoog Edelh:s dispositie daar op voor 't volgende aftewagten vervolgens resumeerden men ook een Eysch van benodigdheeden ten behoeven van 't schip Toornvliet ingedient door meergem: Cap:n Moole, Saturdag den 4 Maij A:o 1754. alle present Dempto den E: E: Jan Drabben oppercoop„ man, secunde en hooftadministrateur weegens indispositie Het gebed verrigt zynde opende de Heer Directeur de vergadering met aan deselve te kennen te geeven dat de ontlossing van het schip Thoornvliet na wensch avanceerde, zulx men hoope & had daar mede spoedig gedaan, ende noodige ballast in 't schip te krijgen, zonder Een nieuw ploeg Mooren water voor vijfmaanden Brandhout „ d„o Catjang voor 70 Coppen Europeesen hondert ponden smeer vijfentwintig ponden zeijl gaaren twee vaaten theer voor 3 maanden Ghie of booter een Basijn der vlag verversing voor 't scheepsvolk /:onderstond:/ Souratta den 28 april 1754 /:was geteekent:/ Boudewijn Moole Waar op beslooten wierd denselven na mogelykheid te laaten voldoen en in onderstelling dat die bodem met een gedeelte der lading naar Bom„ „baij ter overwintering zal moeten stevenen, door den dispencier de volgende provisien te laaten verstrekken; als brandhout „ 't scheepsvolk voor 5 maanden Ghie voor de Europeesen voor 3 maanden Rijst kitserien. voor 25 mooren voor 4 maanden ghien /onderstond:/ aldus gedaan ende g'arresteert in 't Nederlands Comptoir sourat„ „ta ten dage maand en Jaare voormelt /wat get:/ I: de Roth, J:n Drabbe p:r A: sweers de landas, D:o Kellij, d: H: Ruperti luydende deselve van woord tot woord aldus. onderdanig versoek gedaan door den ondergeteekende cap:n ter zee ^ den E:E: agtb: Heer Johan de Roth directeur en gebieder deezer directie luijdende v e dat

NL-HaNA_1.04.02_2863_0271 view scan ↗

English

From Souratta the 4th of January 1755. From Souratta the 4th of January 1755. that nothing else would need to be waited for except the Moors, so that in all likelihood, instead of sailing to Bombay, this vessel could head for Canton, for which reason His Honour was already actively busy preparing the letter to Their High Excellencies as well as the necessary replies to Malacca and China. And considering on the one hand the scarcity and high price of cotton, of which the Candijl is to be obtained for no less than ro/a 125 and that being last year's and spoiled goods, as well as the advanced season, His Honour proposed to send also to China a lot of Poetjoek of 930 lb in 8 bales which remains in the warehouses, because this dyestuff root can probably be sold there with much more profit than here; with which the joint members agreed. On this occasion His Honour made known that, according to received reports, the weight of the canassers at the weighing-in at the latthij generally differed greatly from what was noted on the invoice, and that this by calculation would amount to an astonishing underweight on the entire lot. His Honour having addressed Captain Boudewijn Moole about this, who had indeed excused himself orally in that regard, but has since, for his further justification, submitted the paper inserted here: To the Honorable, Respected Sir Johan de Roth Director of this Directorate, together with the Council Honorable, Respected, Commanding Sir and Sirs Since it has pleased Your Honors to order a start to be made with the unloading of the ship Toornvliet, and in accordance with the orders given, a good lot of sugar has already been received into the Honorable Company's latthij and weighed in, upon which, to the great regret of the undersigned, a notable underweight has fallen, for which reason he is, not without cause, fearful that this will not improve with the continuation, but rather become worse when one begins to touch the oldest layers of canassers, and thus, without any fault of his, be charged on account for the found underweight; so the undersigned takes the liberty to represent to Your Honors for his justification that such underweights can be attributed to nothing other than, firstly, the weight with which that sweet was weighed out to him, and secondly, the condition of the canassers themselves. Namely, since the Honorable Company's interests at the new establishment in Cochim China have not yet progressed so far that the supercargoes may use their own scales and weights when weighing out and in, the undersigned has been obliged to receive everything by the steelyard, and that by as many different steelyards as there were private suppliers, each using his own weight; from which Your Honors, reflecting upon the deceitful nature of that nation, will easily be able to deduce how matters must have gone. Added to this is that the canassers are not made strong and tight enough to prevent considerable spillage, as appears from ocular inspections, Your Honors, at the insistence of the undersigned, having even deemed it necessary, in order to prevent further loss, to provide bags in which to ship the canassers. And since both these circumstances are matters beyond the control of the undersigned, which cannot be imputed to him, he humbly requests that favorable reflection may be cast upon this and that he may remain freed from the intended charge, since it would be very hard for him to have to pay for something in which he had neither part nor share. In which expectation he has the honor to call himself, with all conceivable respect, at the foot: Honorable, Respected, Commanding Sir and Sirs, below: Your Honors' obedient and faithful servant, was signed: Boudewijn Moole, in the margin: Souratta the 2nd of May 1754. Which having been read and the cited reasons attentively pondered, it was nevertheless approved, instead of discharging him from payment according to his request, to act in accordance with the order and to charge the officers of Thoornvliet for the underweights to their account, in so far as the same exceed the allowance permitted under the latest general regulations; leaving it to Their High Excellencies to release them from it again at their pleasure, to which end a copy of the above report shall also be sent to Batavia. After that, a letter was brought for reading, together with a duplicate missive from the administration in Bengal, the first dated the 25th of January 1754, and the second the 26th of November before, the original of which was never received, both containing nothing else of importance than the low price of cotton in those regions, upon which it was agreed to immediately [illegible] the 2 couriers who brought the same overland.

Dutch transcription

Van Souratta den 4 Jannuarij 1755. Van Souratta den 4:e Januarij 1755. dat 'er na iets anders, als alleenlijk de mooren zou behoeven gewagt te worden, so dat deese bodem naar alle scheijn in stede van naar Bom„ „baij, naar canton zou konnen steevenen, weshalve zyne agtb:re ook reeds werkelik besig was den brief aan haar Hoog Edelh:s mitsg„s de nodige rescriptien naar Malacca en china in gereedheid te brengen. En aange„ „sien eensdeels de schaarsheid en duurte van 't Cattoen waar van de Candijl voor niet minder als ro/a 125 en dat nog voorjarig en bedurven goed te bemagtigen is, als meede het verloopen Jaargetij proponeerde zijne agtb: eene Partij Poetjoek van 930 lb in 8:' balen die bij de Pakhuijsen per restant loopt meede naar China te zenden dewijl waarscheijnelijk die verf wortel aldaar met veel voordeel als hier zal kunnen omgezet worden; waarmeede zig de gesament„ „lyke leden conformeerden. Bij deese gelegentheid gaf zyn agtb: te kennen, dat volgens ontfangene Rapporten, het gewigt der Canassers bij de inweeging in de latthij doorgaans veel verschilden van het genoteerde bij de factuur, en dat sulx van reekening een verbasend minwigt op de geheele Parthij stond uyt te maaken, heb„ „bende zyn agtb: den Cap:n Boudewijn Moole daar over aangesprooken die zig daar omtrent wel mondeling had g'excuseerd maar zedert tot zyne nadere verantwoording het hier ma g'insereerd geschrift Aan den E: E: Agtb: Heer Johan de Roth directeur deeser directien neevens den Raad E: E: Agtbare wel gebiedende Heer en Heeren Nademaal het uw E: E: Agtb: behaagt heeft een begin te laaten maaken met de ontlossing van het schip Toornvliet en ingevolge de gegevene or„ „dres reeds een goede Parthij suijker in sEComp:s latthij ontfangen en in gewogen is, waar op tot groot letweesen van den ondergetekende een notabele minwigt is gevallen weshalven deselve niet zonder reeden bedugt is dat zulx bij continuatien niet beteren, maar wel Eer erger worden zal, wanneer men aan de oudste lagen Canassers zal beginnen te roeren en dus buyten alle schuld op reekening belast worden met de bevondene minwigt; so neemt den ondergetekende de vrijheid uw E: E: Agtb: tot zyne verantwoording voort te stellen dat zodanige minwigten aan niets anders kunnen toegesz: werden als eerstelijk aan het gewigt waar meede hem die soetigheid is toegewogen en ten tweeden aan de constitutie der canassers selve. — Dewijl namentlijk sEComp:s belangen by het nieuw Etablissement in cochim China nog niet so verre gevordert zyn, dat de supercargas eige schaal en gewigt bij het uijt en inweegen moogen gebruijken, is de ondergetekende genood„ „saakt geweest alles bij de daats te ontfangen en wel bij zo veel diverse daatsen alser Particulieren leveranciers zyn geweest gebruykende ieder zyn eigen gewigt; waar uit uwe E: E: Agtb: met reflectien op den bedriegelijken aardt van die natie ligtelyk sal kunnen opmaaken hoedanig het daar meede moet toege„ „gaan zijn. — Hier bij komt nog dat de Canassers met sterk en digt genoeg gemaakt zijn om een Considerable spillagie voort te komen gelyk uyt de ocilairen inspectien komt te blyken hebbende uwe E: E: Agtb: op instantie van den ondergeteken„ „de zelfs nodig g'agt tot voorkoming van meer der verlies zakken te verstrecken, om daar in de Canassers afte scheepen En dewijl beide deze omstandigheeden, zaaken zyn, buijten den onderget: die hem niet kunnen geweeten worden, so versoekt hij ootmoedig, dat daar op mag gunstige reflectie geslagen worden en hij gelibereerd blyven van de gedagten belasting vermits het zeer hard voor hem zou weesen iets te moete boeten waar hij part nog deel heeft. — In welke verwagting hij d' Eere heeft zig met alle bedenkelijken vere„ „ratien te noemen /:onderstond:/ E: E: Agtb: welgebiedende Heer en Heeren, a„ „ger:/ uw E: E: Agtb: gehoorsaame en trouwschuldige dienaar /was geteekend:/ Boudewijn Moole /in margine:/ Souratta den 2 Maij 1754. Twelk geleesen en de aangehaalde reedenen attentief geponde„ „reerd zijnde, wierd egter goedgevonden, in plaats van hem, volgens zyn versoek van de betaling te ontheffen, daar meede na d'ordre te handelen en de overheeden van Thoornvliet voor de onderwig„ „ten op hunne reekening te belasten, voor soo verre deselve de valida„ „tie bij 't Jongs't generaal Reglement toegestaan komen te excedee„ „ren; laatende aan haare Hoog Ed:s deselve, na goedvinden daar van weder te libereeren, ten welken einde Copia van't boovenstaande berigt meede na Batavia zal gezonden worden. — Daar na wierd ter lectuuren gebragt een brief beneevens een duplicaat schrijven van't ministerium in Bengale, de eerste ged:t den 25: Januarij 1754, en het tweede den 26 nov: bevoorens, wel„ „kers origineel nooijt is ontfangen, beide niet anders van belang behelsende als de laage prijs van Cattoen in die gewesten, waar op verstaan wierd de 2 Expresse die dezelve over d' landweg hebben aangebragt, e 3 minwigten aanstonds

NL-HaNA_1.04.02_2863_0272 view scan ↗

English

From Souratta, dated 4 January Anno 1755. From Souratta, dated 4 January 1755. to be returned immediately with an appropriate answer. Considering the exceptionally persistent and daily increasing dearness of the piece goods, which, in addition to the increase of 9 per cent granted last year on some assortments, have now risen another 12½ per cent, and thus in total 21½ per cent in price, and that all efforts and means progressively employed by the Director are entirely fruitless and in vain, it was unanimously resolved, as not being qualified for such an excessive increase, rather than burdening oneself with a heavy accountability thereby, to suspend the purchases here and in the meantime to have as many piece goods manufactured in Amed-abaad and Ketsmandui as those places will be able to supply for suitable prices. Because the cotton yarns here are also rising in such a manner that the suppliers do not even want to set a price on them, it was approved to charge the servants at Ketsmandui with the procurement of 40,000 lb of those yarns, namely 15,000 lb of the first, 15,000 lb of the second, and 10,000 of the third sort for the lowest prices they will be able to negotiate, and to authorize them, for making good the costs, to negotiate money on bills of exchange or at interest if necessary. Furthermore, the Director communicated that the war galivat de Waaksaamheit had happily returned from the voyage to Ketsmandui, whither it had convoyed a batela purchased for that office along with its cargo, and was now also cruising in and about the roads for the protection of the vessels against the numerous pirates roaming there, his Honour producing at the same time the short letter inserted hereafter, written by the commander of that vessel: Honourable Sir, we are sending up a prow which has come to lie here within the sea banks and is attacking a huri, so that we think that it is a Koli, for as soon as we had fired a shot at him, he weighed his grapnel and wanted to flee outside, and did not yet endure a shot, and although he then showed no flag, when they saw that he could not get away, he hoisted a red flag and said that he was of the Sidi Sabaan. Underneath stood: remain your Honour's humble servant. Was signed: Mattheus Clink. In the margin: In the war galivat de Waaksaamheit, the 4th of May 1754. With the addition that the boatswain of the wharf who had delivered the aforesaid letter had at the same time reported to his Honour that the said commander, having placed 2 soldiers from his vessel on the captured prow in order to bring that prize before the Honourable Company's wharf, the people of a certain Sidi Sabaan, being the commander over the fleet of Sidi Havis Massoetchan, had overpowered it again in passing and brought it to the Sidi's wharf, under the pretext that the captured vessel belonged to their master, and had also compelled the 2 European soldiers, without doing them any harm however, to disembark and return home; the Director submitted for consideration what had best be done in such circumstances for the security of the Company's goods and vessels. Whereupon, considering that this practice is not new, but has been put into effect repeatedly by the people of Sidi Sabaan, namely that they go pirating under the name of Kolis and, capturing a vessel, pass it off on the account of those ruffians, but meeting with resistance and seeing that they cannot escape the dance, declare themselves to be Sidis, as the case cited in the resolution of the 16th of February of the past year also provides proof that they had a hand in it; and that it is consequently utterly necessary to provide against this with emphasis, it was resolved to order the commanders of the Company's vessels henceforth not to delay themselves with taking and bringing in any vessel, but to sink all such that come to attack ours, without bothering themselves further about anything; his Honour taking it upon himself to give notice of this last case, as well as of the resolution taken, to the Castle Governor Sidi Havis Masoetchan in the most appropriate manner. Since the regulation made by their High Excellencies the Lords of the Supreme Government of the Indies in the year 1681 regarding the traveling expenses for outward and return journeys that may be granted to the servants of the subordinate offices cannot be found in this directorship, and one nevertheless, in order to remain free of blame, has need of the same regarding the specification of the outward traveling expenses recently sent over from Amed-abaad, it was approved to send to their High Excellencies extracts of the letters which they wrote on that subject on the 30th of September 1742 and 24 September 1745 to the former Director Schreuder and council here, with a humble request to be permitted to obtain a copy of the said regulation.

Dutch transcription

Van Souratta onder dato 4 Januarij Anno 1755. Van Souratta onder dato 4 Januarij 1755. aanstonds met een toepasselijk antwoord te renvoijeeren Aangesien de ongemeen aanhoudende Jadagelijks nog toeneemende duurten der Lywaten, die behalven de augmentatie van 9 p:r C:to in't voorleeden Jaar op eenige sorteeringen toegestaan, thans nog 12½ p:r C:to en dus in 't geheel 21½ p:r C:to in prijs zijn gereesen en dat alle door den Heer gebieder successive aangewende moeijten en middelen 't eenemaal vrugteloos en vergeefs zijn zo wierd eenparig geresolveerd als tot zulk eene Excessive verhooging niet gequalifiseerd zynde, liever als daar door eene swaare verantwoord op zig te laaden den insaam alhier te surcheren en in tusschen zo veel Lijwaaten op Amed=abaad en Ketsmandui te laaten aanmaaken als die plaatsen voor sortable Prijsen zullen kunnen leeveren dewijl ook de Cattoenen gaarens hier sodanig aan't reesen zijn dat de Leveranciers daar op zelfs geen prijs willen stellen wierd goed„ „gevonden aan de Ketsmanduise bedientens de besorging op te dragen van 40000 lb van die Gaarens, namentlijk 15000 lb van de eerste, 15000: lb van de tweede en 10000 van de derde soort voor de minste prijzen die zij zullen kunnen bedingen, haar te qualificeeren, tot goedma„ „king van't kostende, des noods geld op wissel of op Intrest te negotieeren Verder Communiceerde de Heer Gebieder dat de oorlogs galbet de waaksaamheit van de togt naar Ketsmandui wer„ „waards zij eene voor dat Comptoir ingekogt Battila, benevens derselver lading, had geconvoijeerd, gelukkig was weederom ge„ „koomen en thans meede op en aan de rheede kruijste ter beveijli„ „ging der vaartuijgen teegens de menigvuldige, aldaar zwervende Roovers, Produceerende zijne agtb: te gelijk het hier na g'insereert briefjen geschreeven door den gezaghebber van dat vaartuijg. — Agtbaar Heer wijben boven zendende een Prauw die hier binnen de zee banken komt te leggen en doet een Horrij aan, zo dat wij dunken als dat een coelij is want zo haast als wij een schoot op hem gedaan hadden ligten hij zyn Dreg, en wouw naar buyten vlugten, en leeden nog geen schoot, en al hoewel toen hij geen vlagtoonde dat sij sage dat hij niet weg en kon so heijste hij een roode vlag op en zij dat hij van den Lidie sabaan was /:onderstond:/ blijven uEd: onderdanige dienaar /:was get:/ Mattheus Clink /:in margine:/ In de oorlogs Galbet de waaksaamheit den 4:e maij 1754. — Met byvoeging dat de Bootsman van de werff die het voorsz: briefje had overgegeeven, te gelijk aan zijn Agtb: had gerapporteerd, dat gem: gezaghebber 2 Militairen van zyn vaartuijg op de genomene Prauw geplaast hebbende om die prijs voor 'sEComp:s werff te brengen, het volk van eenen sidie Tabaan, zynde de gezaghebber over de vloot van Sidie Havis Massoetchan, die in't voorbijvaaren weeder had vermeesterd en aan de Sidies werff gebragt, onder voorgeeven dat het genome vaartuijg hun meester toebehoorde ook de 2 Europeesen Militairen, zonder haar egter eenig leet te doen verpligt uyt te stappen en naar huijs te keeren; geevende de Heer Directeur in overweging, wat in zodanige omstandigheeden tot verseekering van 'sComp:s goederen en vaartuygen best diende gedaan te worden; waar op geconsidereert zijnde dat deze Practijcq niet nieuw maar meermaals door 't volk van sidie sabaan in't werk gesteld is dat deselve, namentlijk op de naam van Coelijs ten roove gaan en een vaartuijg bemagtigende, het selve op reetz: van dat geboefte doen doorgaan maar teegenstand ontmoetende en zende dat zij den dans niet kunnen ontspringen, zig als sidies declareeren gelijk het geval bij besluijt van den 16:e febr: des voorleeden Jaars aangehaald mede een blijk uijtleverd, dat zij daar de hand in gehad hebben; en dat 't bij gevolg ten uijtterste noodsakelijk is daar tegen met nadruk te voor„ „sien, soo wierd geresolveerd aan de gezaghebbers van sComp:s vaartuij„ „gen te ordonneeren, zig voortaan niet op te houden met het neemen en opbrengen van eenig vaartuijg maar alle sodanige die de onse komen aan te doen in de grond te schieten, zonder zig verder aan iets te stooren: neemende zyne Agtb: opzig, van dit laaste geval, mitsgaders van het genomen besluijt aan den Casteels Gouverneur Sidie Havis Masoetchan, op de gevoegelijkste weijse kennis te geeven. Vermits het reglem:t door haare Hoog Edelheedens de Heere der Hooge Jndiaschen regering in 't Jaar 1681. gemaakt nopens, de op en af„ „reis ongelden die aan de bedientens der subalterne Comptoiren mogen toegestaan worden, in deese directien niet te vinden is en men egter, om buyten verantwoording te blyven het zelve van noden heeft omtrent de laast van Amed=abaad overgezondene specificatie der opreis ongelden Soo wierd goedgevonden aan haare Hoog Edelheedens Extracten te zenden van de brieven die deselve over dat snjet op den 30:e Septemb: 1742. en 24 septemb: 1745. aan den geweesen Heer Directeur Schreuder en raad alhier hebben gesz: met ootmoedig versoek om Copij van gem:te Reglement te mogen erlangen # werff G F De

← previousnext →